Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Jozef in de gevangenis
1In die dagen was Jozef, de zoon van Jakob, nog steeds gebonden in het huis van de gevangenis in Egypte.
ויוסף
(vayosef)
en Jozef
בן
(ben)
zoon van
יעקב
(Ya'aqov)
Jakob
עודנו
(odenu)
nog steeds
אסור
(asur)
gebonden
בבית
(babbayit)
in het huis van
הסוהר
(hassohar)
de gevangenis
במצרים
(bemitsrayim)
in Egypte
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Gen. 39:20–23 (Jozef in het huis van de gevangenis).
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
3De overste van de schenkers nam de wijn en zette die voor de koning om te drinken, en ook de overste van de bakkers legde het brood voor de koning om te eten. De koning dronk van de wijn en at van het brood, hij en al zijn dienaren en zijn vorsten die aan de tafel van de koning aten.
ויקח
(vayikkach)
en hij nam
שר
(sar)
overste van
המשקים
(hamashqim)
de schenkers
את
(et)
(lijdend voorwerp)
היין
(hayayin)
de wijn
וישם
(vayasem)
en hij zette
לפני
(lifnei)
voor
המלך
(hammelekh)
de koning
לשתות
(lishtot)
om te drinken
וגם
(vegam)
en ook
שר
(sar)
overste van
האופים
(ha'ofim)
de bakkers
שם
(shem)
legde
את
(et)
(lijdend voorwerp)
הלחם
(hallechem)
het brood
לפני
(lifnei)
voor
המלך
(hammelekh)
de koning
לאכול
(le'ekhol)
om te eten
וישת
(vayeshet)
en hij dronk
המלך
(hammelekh)
de koning
מן
(min)
uit
היין
(hayayin)
de wijn
ויאכל
(vayyokhal)
en hij at
מן
(min)
uit
הלחם
(hallechem)
het brood
הוא
(hu)
hij
וכל
(vekhol)
en alle
עבדיו
(avadav)
zijn dienaren
ושריו
(vesarav)
en zijn vorsten
אוכלי
(okhelei)
die aten aan
שולחן
(shulchan)
tafel van
המלך
(hammelekh)
de koning
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
4Terwijl zij aten en dronken, terwijl de overste van de schenkers en de overste van de bakkers bij hen zaten, vonden de vorsten van de farao vele vliegen in de wijn die de overste van de schenkers had gebracht, en ook werden stukken loog gevonden in het brood van de overste van de bakkers. De farao zag het werk dat zijn vorsten tegen hem hadden gedaan, en hij beval hen te tuchtigen en hen in het huis van de gevangenis in bewaring te zetten; en zij deden hun zo.
ויהי
(vayehi)
en het gebeurde
הם
(hem)
zij
אוכלים
(ochelim)
aten
ושותים
(veshotim)
en dronken
ושר
(vesar)
en de overste van
המשקים
(hamashqim)
de schenkers
ושר
(vesar)
en de overste van
האופים
(ha'ofim)
de bakkers
יושבים
(yoshvim)
zaten
עמהם
(immahem)
bij hen
וימצאו
(vayimtse'u)
en zij vonden
שרי
(sarai)
vorsten van
פרעה
(par'oh)
Farao
זבובים
(zevuvim)
vliegen
רבים
(rabbim)
vele
ביין
(bayayin)
in de wijn
אשר
(asher)
die
הביא
(hevi)
bracht
שר
(sar)
overste van
המשקים
(hamashqim)
de schenkers
וגם
(vegam)
en ook
אבני
(avnei)
stukken van
נתר
(neter)
loog
נמצאו
(nimtse'u)
werden gevonden
בלחם
(belechem)
in het brood van
שר
(sar)
overste van
האופים
(ha'ofim)
de bakkers
וירא
(vayyera)
en hij zag
פרעה
(par'oh)
Farao
את
(et)
(lijdend voorwerp)
המעשה
(hamma'aseh)
het werk
אשר
(asher)
die
עשו
(asu)
zij hadden gedaan
לו
(lo)
voor hem
שריו
(saraiv)
zijn vorsten
ויצו
(vayetsav)
en hij beval
לייסרם
(leyasram)
om hen te tuchtigen
ולתתם
(velittatam)
en hen te zetten
בבית
(babbayit)
in het huis van
הסוהר
(hassohar)
de gevangenis
במשמר
(bammishmar)
in bewaring
ויעשו
(vaya'asu)
en zij deden
להם
(lahem)
met hen
כן
(ken)
zo
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Gen. 40:1–3 (de schenker en de bakker zondigen tegen hun heer; de farao zet hen in bewaring).
Uitleg
נתר (neter), ‘natron’ of ‘loog’: een zout dat als soda of zeep werd gebruikt.
5In het tiende jaar van Jozefs gevangenschap kwamen de overste van de bakkers en de overste van de schenkers met hem in bewaring. De overste van de slachters stelde Jozef aan om de vorsten van de farao te dienen, en de vorsten van de farao waren daar een geheel jaar in bewaring.
בשנה
(bashanah)
in het jaar
העשירית
(ha'asirit)
de tiende
למאסר
(lema'sar)
van de gevangenschap van
יוסף
(Yosef)
Jozef
באו
(ba'u)
kwamen
עמו
(immo)
met hem
שר
(sar)
overste van
האופים
(ha'ofim)
de bakkers
ושר
(vesar)
en de overste van
המשקים
(hamashqim)
de schenkers
במשמר
(bammishmar)
in bewaring
ויפקוד
(vayifqod)
en stelde aan
שר
(sar)
overste van
הטבחים
(hatabachim)
de slachters
את
(et)
(lijdend voorwerp)
יוסף
(Yosef)
Jozef
לשרת
(lesharet)
om te dienen
את
(et)
—
שרי
(sarai)
vorsten van
פרעה
(par'oh)
Farao
ויהיו
(vayihyu)
en zij waren
שם
(shem)
daar
שרי
(sarai)
vorsten van
פרעה
(par'oh)
Farao
במשמר
(bammishmar)
in bewaring
שנה
(shanah)
een jaar
תמימה
(temimah)
geheel
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Uitleg
בשנה העשירית למאסר יוסף (‘in het tiende jaar van Jozefs gevangenschap’) en wat daarvoor staat (de farao beveelt hen te tuchtigen en in bewaring te zetten) ontbreken in de Engelse vertaling; tien jaar plus de twee jaar van vers 20 maakt de twaalf jaar.
6Na afloop van het jaar droomden zij allebei dromen in één nacht, in de bewaring waar zij waren. In de morgen kwam Jozef bij hen om hen te dienen, zoals gewoonlijk, en hij zag hen, en zie, hun gezichten waren allebei somber en slecht.
ויהי
(vayehi)
en het gebeurde
מקץ
(miqqets)
na afloop van
השנה
(hashanah)
het jaar
ויחלמו
(vayachalmu)
en zij droomden
שניהם
(shenehem)
beiden
חלומות
(chalomot)
dromen
בלילה
(ballaylah)
in de nacht
אחד
(echad)
één
במשמר
(bammishmar)
in bewaring
אשר
(asher)
waar
היו
(hayu)
zij waren
שם
(shem)
daar
ויהי
(vayehi)
en het gebeurde
בבוקר
(baboqer)
in de morgen
ויבוא
(vayavo)
en hij kwam
אליהם
(aleihem)
tot hen
יוסף
(Yosef)
Jozef
לשרת
(lesharet)
om te dienen
אותם
(otam)
hen
כמשפט
(kemishpat)
zoals gewoonlijk
וירא
(vayyera)
en hij zag
אותם
(otam)
hen
והנה
(vehinneh)
en zie
שניהם
(shenehem)
beiden
פניהם
(penehem)
hun gezichten
זועפים
(zo'afim)
somber
ורעים
(vera'im)
en slecht
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Gen. 40:5 (zij droomden allebei in één nacht).
7Jozef vroeg hun: „Waarom zijn jullie gezichten vandaag slecht en somber?” Zij zeiden tegen hem: „Wij hebben een droom gedroomd, en er is niemand die hem uitlegt.” Jozef zei tegen hen: „Vertel mij toch jullie dromen, en Elohim zal jullie antwoorden met vrede, zoals jullie verlangen.”
וישאל
(vayish'al)
en hij vroeg
אותם
(otam)
hen
יוסף
(Yosef)
Jozef
לאמור
(lemor)
zeggende
מדוע
(maddu'a)
waarom
פניכם
(peneykhem)
jullie gezicht
רעים
(ra'im)
slecht
וזועפים
(vezo'afim)
en somber
היום
(hayyom)
vandaag
ויאמרו
(vayomeru)
en zij zeiden
אליו
(elav)
tegen hem
חלום
(chalom)
een droom
חלמנו
(chalamnu)
wij hebben gedroomd
ופותר
(ufoter)
en een uitlegger
אין
(ein)
is er niet
אותו
(oto)
het
ויאמר
(vayomer)
en hij zei
אליהם
(aleihem)
tot hen
יוסף
(Yosef)
Jozef
ספרו
(sapperu)
vertel
נא
(na)
toch
לי
(li)
voor mij
את
(et)
(lijdend voorwerp)
חלומותיכם
(chalomoteikhem)
jullie dromen
והאלוקים
(veha'elohim)
en Elohim
יענה
(ya'aneh)
zal antwoorden
את
(et)
(lijdend voorwerp)
שלומכם
(shlomkhem)
vrede voor jullie
כאשר
(ka'asher)
zoals
תחפצו
(tachpetsu)
jullie verlangen
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Gen. 40:6–8 (Jozef vraagt waarom hun gezichten somber zijn; de uitleg is van Elohim).
8De overste van de schenkers vertelde zijn droom aan Jozef en zei: „In mijn droom zag ik, en zie, een grote wijnstok was voor mij. Aan die wijnstok zag ik drie ranken; zij groeide snel, bloeide en schoot omhoog in bloesem, en haar trossen rijpten en werden druiven.
ויספר
(vayesaper)
en hij vertelde
שר
(sar)
overste van
המשקים
(hamashqim)
de schenkers
את
(et)
(lijdend voorwerp)
חלומו
(chalomo)
zijn droom
ליוסף
(leyosef)
aan Jozef
ויאמר
(vayomer)
en hij zei
בחלומי
(bachalomi)
in mijn droom
ואראה
(ve'er'eh)
en ik zag
והנה
(vehinneh)
en zie
גפן
(gefen)
wijnstok
גדולה
(gedolah)
grote
לפניי
(lefanai)
voor mij
ובגפן
(uvagefen)
en aan die wijnstok
ההיא
(hahi)
die
ראיתי
(ra'iti)
zag ik
שלושה
(shelosha)
drie
שריגים
(seriggim)
ranken
ותמהר
(vatemaher)
en zij groeide snel
ותפרח
(vatifrach)
en zij bloeide
ותעל
(vata'al)
en schoot omhoog
נץ
(nets)
bloesem
ויבשילו
(vayavshilu)
en zij rijpten
אשכלותיה
(eshkolotehah)
haar trossen
ויהיו
(vayihyu)
en werden
ענבים
('anavim)
druiven
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Gen. 40:9–11 (de droom van de overste van de schenkers).
9Ik nam de druiven, perste ze uit in een beker en legde die op de handpalm van de farao, en hij dronk.” Jozef zei tegen hem: „De drie ranken aan de wijnstok zijn drie dagen.
10Binnen drie dagen zal de koning bevel geven, en hij zal je hieruit brengen en je op je plaats terugbrengen, en je zult de koning wijn te drinken geven zoals je vroeger zijn schenker was. Maar laat mij gunst vinden in je ogen: gedenk mij bij de koning als het goed met je gaat, bewijs mij goedertierenheid en breng mij uit deze gevangenis.
בעוד
(be'od)
binnen
שלושת
(sheloshet)
drie
ימים
(yamim)
dagen
יצוה
(yetsavveh)
zal bevelen
המלך
(hammelekh)
de koning
והוציאך
(vehotsi'akha)
en hij zal je uitbrengen
מזה
(mizzeh)
hieruit
והשיבך
(vehashivekha)
en hij zal je terugbrengen
על
(al)
op
כנך
(kannekha)
je plaats
והשקית
(vehishqita)
en je zult te drinken geven
את
(et)
(lijdend voorwerp)
המלך
(hammelekh)
de koning
יין
(yayin)
wijn
כאשר
(ka'asher)
zoals
היית
(hayita)
je was
משקהו
(mashqehu)
zijn schenker
בראשונה
(barishona)
vroeger
אך
(akh)
maar
אמצא
(emtsa)
laat mij vinden
חן
(chen)
gunst
בעיניך
(be'einekha)
in je ogen
אשר
(asher)
dat
תזכרני
(tizkereni)
je gedenkt mij
אל
(el)
bij
המלך
(hammelekh)
de koning
כאשר
(ka'asher)
wanneer
ייטב
(yetav)
het goed gaat
לך
(lekha)
aan jou
ועשית
(ve'asita)
en doe
עמדי
(ami)
met mij
חסד
(chesed)
goedertierenheid
והוצאתני
(vehotsetani)
en je brengt mij uit
מן
(min)
uit
הסוהר
(hassohar)
de gevangenis
הזה
(hazzeh)
deze
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Gen. 40:12–14 (de uitleg: binnen drie dagen; ‘gedenk mij’).
11Want ik ben gestolen uit het land Kanaän en als slaaf verkocht op deze plaats, en ook wat jullie is verteld over de vrouw van mijn heer, is een leugen, want zij hebben mij voor niets in deze put gezet.” De overste van de schenkers antwoordde Jozef: „Als de koning mij goed doet zoals in het begin, zoals je mij hebt uitgelegd, zal ik alles voor je doen wat je verlangt en je uit deze put brengen.”
כי
(ki)
want
גנוב
(ganov)
waarlijk
גונבתי
(gunnavti)
ben ik gestolen
מארץ
(me'erets)
uit het land
כנען
(Kena'an)
Kanaän
ואמכר
(ve'immakher)
en ik ben verkocht
לעבד
(le'eved)
als slaaf
במקום
(bamaqom)
op de plaats
הזה
(hazzeh)
deze
וגם
(vegam)
en ook
אשר
(asher)
die
הוגד
(hugad)
is gezegd
לכם
(lakhem)
aan jullie
על
(al)
over
אשת
(eshet)
vrouw van
אדוני
(adoni)
mijn heer
שקר
(sheqer)
leugen
כי
(ki)
want
שמו
(shemo)
zij hebben gezet
אותי
(oti)
mij
בבור
(babor)
in de put
הזה
(hazzeh)
deze
חינם
(chinnam)
voor niets
ויען
(vaya'an)
en antwoordde
שר
(sar)
overste van
המשקים
(hamashqim)
de schenkers
את
(et)
(lijdend voorwerp)
יוסף
(Yosef)
Jozef
לאמור
(lemor)
zeggende
אם
(em)
als
היטב
(heteiv)
goed
ייטיב
(yetiv)
zal goed doen
לי
(li)
voor mij
המלך
(hammelekh)
de koning
כבתחילה
(kattechillah)
als in het begin
כאשר
(ka'asher)
zoals
פתרת
(patarta)
je hebt uitgelegd
לי
(li)
voor mij
כל
(kol)
alle
אשר
(asher)
die
תחפוץ
(techpots)
je verlangt
אעשה
(e'eseh)
ik zal doen
לך
(lekha)
aan jou
ואוציאך
(ve'otsi'ekha)
en ik zal je uitbrengen
מן
(min)
uit
הבור
(habor)
de put
הזה
(hazzeh)
deze
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Gen. 40:15 (‘ik ben gestolen uit het land van de Hebreeën’; in de put gezet).
Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.
12Toen de overste van de bakkers zag dat Jozef de droom van de overste van de schenkers juist had uitgelegd, kwam ook hij naderbij en vertelde Jozef zijn hele droom.
13Hij zei tegen hem: „In mijn droom zag ik, en zie, drie manden met wit brood op mijn hoofd; en ik keek, en zie, in de bovenste mand was van allerlei spijs van de farao, werk van een bakker, en zie, het gevogelte at ervan van mijn hoofd.”
ויאמר
(vayomer)
en hij zei
אליו
(elav)
tegen hem
בחלומי
(bachalomi)
in mijn droom
ואראה
(ve'er'eh)
en ik zag
והנה
(vehinneh)
en zie
שלושה
(shelosha)
drie
סלי
(salei)
manden van
חורי
(chori)
van wit brood
על
(al)
op
ראשי
(roshi)
mijn hoofd
ואראה
(ve'er'eh)
en ik keek
והנה
(vehinneh)
en zie
בסל
(basal)
in de mand
העליון
(ha'elyon)
de bovenste
מכל
(mikkol)
van allerlei
מאכל
(ma'akhal)
spijs van
פרעה
(par'oh)
Farao
מעשה
(ma'aseh)
werk van
אופה
(ofeh)
bakker
והנה
(vehinneh)
en zie
העוף
(ha'of)
het gevogelte
אוכל
(ukhal)
eet
אותם
(otam)
ervan
מעל
(me'al)
van op
ראשי
(roshi)
mijn hoofd
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Gen. 40:16–17 (de droom van de overste van de bakkers: drie manden, het gevogelte eet ervan).
14Jozef zei tegen hem: „De drie manden die je hebt gezien zijn drie dagen. Binnen drie dagen zal de farao je hoofd van je opheffen en je aan een boom hangen, en het gevogelte zal je vlees van je af eten, zoals je in je droom hebt gezien.”
ויאמר
(vayomer)
en hij zei
אליו
(elav)
tegen hem
יוסף
(Yosef)
Jozef
שלושת
(sheloshet)
drie
הסלים
(hassalim)
de manden
אשר
(asher)
die
ראית
(ra'ita)
je hebt gezien
שלושת
(sheloshet)
drie
ימים
(yamim)
dagen
הם
(hem)
zij
בעוד
(be'od)
binnen
שלושת
(sheloshet)
drie
ימים
(yamim)
dagen
ישא
(yissa)
zal opheffen
פרעה
(par'oh)
Farao
את
(et)
(lijdend voorwerp)
ראשך
(rosh'kha)
je hoofd
מעליך
(me'alekha)
van je af
ותלה
(vetalah)
en hij zal hangen
אותך
(otekha)
jou
על
(al)
op
עץ
(ets)
boom
ואכל
(ve'akhal)
en zal eten
העוף
(ha'of)
het gevogelte
את
(et)
(lijdend voorwerp)
בשרך
(besarekha)
je vlees
מעליך
(me'alekha)
van je af
כאשר
(ka'asher)
zoals
ראית
(ra'ita)
je hebt gezien
בחלומך
(bachalomekha)
in je droom
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Gen. 40:18–19 (de uitleg: binnen drie dagen zal de farao je hoofd opheffen en je aan een boom hangen).
15In die dagen was de koningin op het punt te baren, en op die dag beviel zij van een zoon. Aan heel Egypte meldden zij: „Er is een eerstgeboren zoon geboren voor de koning,” en heel Egypte en alle vorsten van de farao en zijn dienaren verheugden zich zeer.
בימים
(bayyamim)
in de dagen
ההם
(hahem)
die
והמלכה
(vehammalkah)
en de koningin
הרה
(harah)
op het punt
ללדת
(laledet)
te baren
ויהי
(vayehi)
en het gebeurde
ביום
(beyom)
op de dag
ההוא
(hahu)
die
ותלד
(vatteled)
en zij beviel
בן
(ben)
een zoon
למצרים
(leMitsrayim)
aan Egypte
יאמרו
(yomru)
zij zeiden
יולד
(yivvaled)
is geboren
בן
(ben)
een zoon
בכור
(bekhor)
eerstgeboren
למלך
(lammelekh)
voor de koning
וישמחו
(vayismechu)
en zij waren vrolijk
כל
(kol)
alle
מצרים
(Mitsrayim)
Egypte
וכל
(vekhol)
en alle
שרי
(sarai)
vorsten van
פרעה
(par'oh)
Farao
ועבדיו
(va'avadav)
en zijn dienaren
מאוד
(me'od)
zeer
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Gen. 40:20 (de verjaardag van de farao: een feest voor al zijn dienaren).
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
16Op de derde dag na zijn geboorte hield de farao een maaltijd voor al zijn vorsten en dienaren, de strijdmacht van het land Soan en het land Egypte.
ויהי
(vayehi)
en het gebeurde
ביום
(beyom)
op de dag
השלישי
(hashelishi)
de derde
ללדתו
(leleddato)
van zijn geboorte
ויעש
(vayya'as)
en hij deed
פרעה
(par'oh)
Farao
משתה
(mishteh)
maaltijd
לכל
(lekhol)
aan heel
שריו
(saraiv)
zijn vorsten
ועבדיו
(va'avadav)
en zijn dienaren
חיל
(chayil)
de strijdmacht van
ארץ
(erets)
land van
צוען
(tso'an)
Soan
וארץ
(va'erets)
en het land van
מצרים
(Mitsrayim)
Egypte
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
17Heel Egypte en alle dienaren van de farao kwamen om met de koning te eten en te drinken op het feest van zijn zoon en zich te verheugen in de vreugde van de koning.
ויבואו
(vayavo'u)
en zij kwamen
כל
(kol)
alle
מצרים
(Mitsrayim)
Egypte
וכל
(vekhol)
en alle
עבדי
(avdei)
dienaren van
פרעה
(par'oh)
Farao
לאכול
(le'ekhol)
om te eten
ולשתות
(velishtot)
en te drinken
עם
(im)
met
המלך
(hammelekh)
de koning
במשתה
(bammishteh)
op het feest van
בנו
(beno)
zijn zoon
ולשמוח
(velismoach)
en zich te verheugen
בשמחת
(besimchat)
in de vreugde van
המלך
(hammelekh)
de koning
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
18Alle vorsten van de koning en zijn dienaren waren in die tijd vrolijk, heel die acht dagen op het feest, en zij verheugden zich met allerlei instrumenten van zang, met tamboerijnen en met reidansen, in het huis van de koning, acht dagen.
וכל
(vekhol)
en alle
שרי
(sarai)
vorsten van
המלך
(hammelekh)
de koning
ועבדיו
(va'avadav)
en zijn dienaren
שמחים
(semechim)
waren vrolijk
בעת
(be'et)
in de tijd
ההיא
(hahi)
die
כל
(kol)
heel
שמונת
(shemonat)
acht
הימים
(hayyamim)
de dagen
במשתה
(bammishteh)
bij het feest
וישמחו
(vayismechu)
en zij waren vrolijk
בכל
(bekhol)
in heel
כלי
(keli)
instrumenten van
שיר
(shir)
zang
ובתופים
(uvattuppim)
en met tamboerijnen
ובמחולות
(uvimcholot)
en met reidansen
בבית
(babbayit)
in het huis van
המלך
(hammelekh)
de koning
שמונה
(shemonah)
acht
ימים
(yamim)
dagen
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Jozef vergeten
19De overste van de schenkers, voor wie Jozef zijn droom had uitgelegd, vergat Jozef en herinnerde hem niet bij de koning, zoals hij hem had gezegd. Want van Yahweh was die zaak, om Jozef te vernederen omdat hij op een mens had vertrouwd.
ושר
(vesar)
en de overste van
המשקים
(hamashqim)
de schenkers
אשר
(asher)
die
פתר
(patar)
uitlegde
לו
(lo)
voor hem
יוסף
(Yosef)
Jozef
את
(et)
(lijdend voorwerp)
חלומו
(chalomo)
zijn droom
שכח
(shakhach)
vergat
את
(et)
(lijdend voorwerp)
יוסף
(Yosef)
Jozef
ולא
(velo)
en niet
זכר
(zakhar)
herinnerde
אותו
(oto)
hem
אל
(el)
bij
המלך
(hammelekh)
de koning
כאשר
(ka'asher)
zoals
דיבר
(dibber)
had gesproken
לו
(lo)
voor hem
כי
(ki)
want
מאת
(me'et)
van
יהוה
(Yahweh)
Yahweh
היה
(hayah)
was
הדבר
(haddavar)
de zaak
בעבור
(ba'avur)
om
ענות
('annot)
te vernederen
את
(et)
(lijdend voorwerp)
יוסף
(Yosef)
Jozef
כי
(ki)
want
בטח
(batach)
vertrouwde
באדם
(ba'adam)
op een mens
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Uitleg
בעבור ענות את יוסף כי בטח באדם (‘om Jozef te vernederen, omdat hij op een mens had vertrouwd’): de Engelse vertaling heeft ‘to punish’.