Elohim Bijbel

Jasher 25

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152535455565758596061626364656667686970717273747576777879808182838485868788899091

Ketura en Midian; de zonen van Ismaël

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De zonen van Ketura

1In die tijd ging Abraham nog eens heen en nam op zijn oude dag een andere vrouw, en haar naam was Ketura, uit het land Kanaän.
ויהי
(vayehi)
en het gebeurde
בעת
(be'et)
in de tijd
ההיא
(hahi)
die
וילך
(vayelekh)
en ging
אברהם
(avraham)
Abraham
ויוסף
(vayosef)
en hij voegde toe
ויקח
(vayikkach)
en hij nam
אישה
(ishah)
een vrouw
אחרת
(acheret)
een andere
לעת
(le'et)
in de tijd van
זקנתו
(ziqnato)
zijn ouderdom
ושמה
(ushmah)
en haar naam
קטורה
(Qeturah)
Ketura
מארץ
(me'erets)
uit het land
כנען
(Kena'an)
Kanaän
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:1.

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.

Zie ookGen 25:1
2Zij baarde hem Zimran, Joksjan, Medan, Midian, Jisjbak en Sjuach: zes zonen. De zonen van Zimran waren Abiham, Molich en Merach.
ותלד
(vatteled)
en baarde
לו
(lo)
hem
זמרן
(Zimran)
Zimran
ויקשן
(veyaqshan)
en Joksjan
ומדן
(umedan)
en Medan
ומדין
(umidyan)
en Midian
וישבק
(veyishbaq)
en Jisjbak
ושוח
(veshuach)
en Sjuach
בנים
(banim)
zonen
שישה
(shishah)
zes
ויהיו
(vayihyu)
en waren
בני
(bnei)
de zonen van
זמרן
(Zimran)
Zimran
אביהם
(avihem)
Abiham
ומוליך
(umolikh)
en Molich
ומריח
(umerach)
en Merach
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:2.

Zie ookGen 25:2
3De zonen van Joksjan waren Seba en Dedan. De zonen van Dedan waren Amira, Jov, Gochi, Elisa en Notach. De zonen van Midian waren Efa, Efer, Chanoch, Bidan en Doea.
ובני
(uvnei)
en de zonen van
יקשן
(Yaqshan)
Joksjan
שבא
(Sheva)
Seba
ודדן
(veDedan)
en Dedan
ובני
(uvnei)
en de zonen van
דדן
(Dedan)
Dedan
אמירה
(Amirah)
Amira
ויוב
(veyov)
en Jov
וגוחי
(vegochi)
en Gochi
ואלישע
(ve'elisha)
en Elisa
ונותה
(venotach)
en Notach
ובני
(uvnei)
en de zonen van
מדין
(Midyan)
Midian
עיפה
(ayefah)
Efa
ועפר
(ve'efer)
en Efer
וחנוך
(vaChanokh)
en Chanoch
ובידן
(uvidan)
en Bidan
ודועה
(udo'ah)
en Doea
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:3–4.

Het Hebreeuws noemt de zonen van Midian hier Efa, Efer, Chanoch, Bidan en Doea; in vers 11 staan Abida en Eldaä, zoals in Gen. 25:4, en in vers 13 heten ze Bira en Doea.

4De zonen van Jisjbak waren Makiri, Bedoea en Setoer.
ובני
(uvnei)
en de zonen van
ישבע
(Yishba)
Jisjbak
מכירי
(Makhiri)
Makiri
ובידוע
(uvidu'a)
en Bedoea
וסתור
(vesetur)
en Setoer
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
5De zonen van Sjuach waren Bildad, Chamdad, Moesjan en Mikan. Dit zijn al de families van de zonen van Ketura, de Kanaänitische, die zij aan Abraham, de Hebreeër, baarde.
ובני
(uvnei)
en de zonen van
שוח
(Shuach)
Sjuach
בלדד
(Bildad)
Bildad
וחמדד
(vechamdad)
en Chamdad
מושן
(Mushan)
Moesjan
ומיכן
(umikhan)
en Mikan
כל
(kol)
al
אלה
(elleh)
dit zijn
משפחות
(mishpechot)
de families van
בני
(bnei)
de zonen van
קטורה
(Qeturah)
Ketura
הכנענית
(hakkena'anit)
de Kanaänitische
אשר
(asher)
die
ילדה
(yaldah)
baarde
לאברהם
(le'avraham)
aan Abraham
העברי
(ha'ivri)
de Hebreeër
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)

Abraham zendt hen weg

6Abraham liet al dezen gaan en gaf hun geschenken, en zij gingen weg van Isaak, zijn zoon, om te wonen waar zij een plek zouden vinden.
וישלח
(vayishlach)
en liet gaan
אברהם
(avraham)
Abraham
את
(et)
(lijdend voorwerp)
כל
(kol)
al
אלה
(elleh)
dezen
ויתן
(vayitten)
en gaf
להם
(lahem)
hun
מתנות
(mattanot)
geschenken
וילכו
(vayelkhu)
en gingen
מעל
(me'al)
van
יצחק
(Yitschaq)
Isaak
בנו
(beno)
zijn zoon
לגור
(lagur)
om te wonen
באדר
(ba'adar)
waar
ימצאו
(yimtse'u)
zij zouden vinden
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:6.

In de Hebreeuwse tekst staat ‘באדר’; dit is hier gelezen als ‘waar’ (באשר).

Zie ookGen 25:6
7Al dezen gingen naar het gebergte van het oosten en bouwden voor zich zes steden, en zij wonen daarin tot op deze dag.
וילכו
(vayelkhu)
en gingen
כל
(kol)
al
אלה
(elleh)
dezen
הר
(har)
het gebergte van
קדם
(qedem)
het oosten
ויבנו
(vayivnu)
en bouwden
להם
(lahem)
voor zich
שש
(shesh)
zes
ערים
(arim)
steden
וישבו
(vayeshvu)
en woonden
בהם
(bahem)
daarin
עד
(ad)
tot
היום
(hayyom)
de dag
הזה
(hazzeh)
deze
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:6: het land van het Oosten.

Zie ookGen 25:6
8Maar de zonen van Seba en Dedan en de zonen van Joksjan woonden met hun zonen niet bij hun broers in hun steden; zij trokken rond en sloegen hun kampen op in landen en woestijnen tot op deze dag.
אך
(akh)
maar
בני
(bnei)
de zonen van
שבה
(shavah)
Seba
ודדן
(veDedan)
en Dedan
ובני
(uvnei)
en de zonen van
יוקשן
(Yoqshan)
Joksjan
עם
(im)
met
בניהם
(beneyhem)
hun zonen
לא
(lo)
niet
ישבו
(yashvu)
woonden
עם
(im)
bij
אחיהם
(achihem)
hun broers
בעריהם
(be'areihem)
in hun steden
ויהיו
(vayihyu)
en waren
נוסעים
(nos'im)
trekkend
וחונים
(vechonim)
en kamp opslaand
בארצות
(be'aratsot)
in landen
ומדברות
(umidbarot)
en woestijnen
עד
(ad)
tot
היום
(hayyom)
vandaag
הזה
(hazzeh)
deze
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)

Midian

9De zonen van Midian, de zoon van Abraham, gingen oostwaarts naar het land Kush en vonden daar een groot dal in het land van het oosten. Zij bleven daar, bouwden een stad en woonden erin: dat is het land Midian tot op deze dag.
ובני
(uvnei)
en de zonen van
מדין
(Midyan)
Midian
בן
(ben)
zoon van
אברהם
(avraham)
Abraham
הלכו
(halekhu)
gingen
מזרחה
(mizrachah)
oostwaarts
לארץ
(la'arets)
naar het land
כוש
(Kush)
Kush
וימצאו
(vayimtse'u)
en vonden
שם
(shem)
daar
בקעה
(biqah)
een dal
גדולה
(gedolah)
groot
בארץ
(ba'arets)
in het land van
הקדם
(haqqedem)
het oosten
וישבו
(vayeshvu)
en bleven
שם
(shem)
daar
ויבנו
(vayivnu)
en bouwden
עיר
(ir)
een stad
וישבו
(vayeshvu)
en woonden
בה
(bah)
daarin
היא
(hi)
dat is
ארץ
(erets)
het land
מדין
(Midyan)
Midian
עד
(ad)
tot
היום
(hayyom)
vandaag
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:2 en Gen. 25:6.

Midian woont in het Oosten; zie ook Exod. 2:15.

10Midian woonde in de stad die hij gebouwd had, hij en zijn vijf zonen en alles wat van hem was.
וישב
(vayyashev)
en woonde
מדין
(Midyan)
Midian
בעירו
(be'iro)
in zijn stad
אשר
(asher)
die
בנה
(Benah)
hij had gebouwd
הוא
(hu)
hij
וחמשת
(vachamishshat)
en vijf
בניו
(banav)
zijn zonen
וכל
(vekhol)
en alles
אשר
(asher)
wat
לו
(lo)
van hem
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
11En dit zijn de namen van de zonen van Midian, naar hun namen in hun steden: Efa, Efer, Chanoch, Abida en Eldaä.
ואלה
(ve'elleh)
en dit zijn
שמות
(shemot)
de namen van
בני
(bnei)
de zonen van
מדין
(Midyan)
Midian
לשמותם
(leshemotam)
naar hun namen
בעריהם
(be'areihem)
in hun steden
עיפה
(ayefah)
Efa
ועפר
(ve'efer)
en Efer
וחנוך
(vaChanokh)
en Chanoch
ואבידע
(va'avida)
en Abida
ואלדעה
(ve'eldaah)
en Eldaä
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
12De zonen van Efa waren Mejach, Misjar, Awi en Atsloea. De zonen van Efer waren Efron, Tsoer, Eliron en Midon. De zonen van Chanoch waren Reüel, Rekem, Azi, Eljosjav en Chelad.
ויהיו
(vayihyu)
en waren
בני
(bnei)
de zonen van
עיפה
(ayefah)
Efa
מיחה
(Meyach)
Mejach
ומישר
(umishar)
en Misjar
ואוי
(ve'avi)
en Awi
ואצלוע
(ve'atsl'a)
en Atsloea
ובני
(uvnei)
en de zonen van
אפר
(Efer)
Efer
עפרון
(Efron)
Efron
וצור
(vetsur)
en Tsoer
ואלירון
(ve'eliron)
en Eliron
ומידון
(umidon)
en Midon
ובני
(uvnei)
en de zonen van
חנוך
(Chanokh)
Chanoch
רעואל
(Re'u'el)
Reüel
ורקם
(veraqem)
en Rekem
ועזי
(ve'azi)
en Azi
ואליושב
(ve'elyoshav)
en Eljosjav
וחלד
(vechelad)
en Chelad
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
13De zonen van Bira waren Choer, Moler, Kroejel en Malchi. De zonen van Doea waren Jakir, Reba, Malchoem en Gabol. Dit zijn de families van de Midianieten naar hun families; en daarna verspreidden de families van Midian zich over het land Midian.
ובני
(uvnei)
en de zonen van
בירע
(Bire'a)
Bira
חור
(chor)
Choer
ומולר
(umoler)
en Moler
וקרויל
(uqroyel)
en Kroejel
ומלחי
(umalkhi)
en Malchi
ובני
(uvnei)
en de zonen van
דועה
(Do'ah)
Doea
ויכיר
(vayakhir)
en Jakir
ורבע
(vereva)
en Reba
ומלחום
(umalkhum)
en Malchoem
וגבל
(vegavol)
en Gabol
אלה
(elleh)
dit zijn
משפחות
(mishpechot)
de families van
המדינים
(hammidyanim)
de Midianieten
למשפחותם
(lemishpechotam)
naar hun families
ואחר
(ve'achar)
en daarna
נפוצו
(nafotsu)
verspreidden zich
משפחות
(mishpechot)
de families van
מדין
(Midyan)
Midian
בארץ
(ba'arets)
in het land
מדין
(Midyan)
Midian
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Midian: Midian wordt gezocht in het noordwesten van het Arabisch schiereiland, ten oosten van de Golf van Akaba.

De geslachten van Ismaël

14En dit zijn de geslachten van Ismaël, de zoon van Abraham, die Hagar, de Egyptische, de slavin van Sarah, aan Abraham baarde.
ואלה
(ve'elleh)
en dit zijn
תולדות
(toledot)
de geslachten van
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
בן
(ben)
zoon van
אברהם
(avraham)
Abraham
אשר
(asher)
die
ילדה
(yaldah)
baarde
הגר
(hagar)
Hagar
המצרית
(hammitsrit)
de Egyptische
שפחת
(shifchat)
de slavin van
שרה
(sarah)
Sarah
לאברהם
(le'avraham)
aan Abraham
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:12.

Zie ookGen 25:12
15Ismaël nam een vrouw uit het land Egypte, en haar naam was Riba, dat is Merisa.
ויקח
(vayikkach)
en nam
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
אישה
(ishah)
een vrouw
מארץ
(me'erets)
uit het land
מצרים
(Mitsrayim)
Egypte
ושמה
(ushmah)
en haar naam
ריבה
(Rivah)
Riba
היא
(hi)
dat is
מריסה
(Merisah)
Merisa
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Jasher 21:17: daar heet Ismaëls eerste vrouw Merisa.

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

16Riba baarde Ismaël: Nebajot, Kedar, Adbeël, Mibsam en hun zus Basmat.
ותלד
(vatteled)
en baarde
ריבה
(Rivah)
Riba
לישמעאל
(leyishma'e'l)
aan Ismaël
את
(et)
(lijdend voorwerp)
נביות
(Nevayot)
Nebajot
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
קדר
(Qedar)
Kedar
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
אדביאל
(Adbe'el)
Adbeël
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
מבשם
(Mivsam)
Mibsam
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
בשמת
(Bosmat)
Basmat
אחותם
(achotam)
hun zus
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:13–15.

17Ismaël verstootte Riba; zij ging van hem weg en woonde in Egypte, in het huis van haar vader, want zij was zeer slecht in de ogen van Ismaël en in de ogen van Abraham, zijn vader.
ויגרש
(vayegaresh)
en verstootte
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
את
(et)
(lijdend voorwerp)
ריבה
(Rivah)
Riba
ותלך
(vattelekh)
en zij ging
מאיתו
(me'ito)
van hem weg
ותשב
(vatashav)
en woonde
מצרימה
(mitsraymah)
naar Egypte
בית
(bet)
in het huis van
אביה
(aviha)
haar vader
כי
(ki)
want
היתה
(hayetah)
zij was
רעה
(ra'ah)
slecht
מאוד
(me'od)
zeer
בעיני
(be'einei)
in de ogen van
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
ובעיני
(uve'einei)
en in de ogen van
אברהם
(avraham)
Abraham
אביו
(aviv)
zijn vader
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

18Ismaël nam zijn zonen, stond op en ging naar het land Kanaän, naar Abraham, zijn vader, en woonde daar. Daarna nam Ismaël een vrouw uit het land Kanaän, en haar naam was Malkit; zij baarde hem Misjma, Duma, Massa, Chadad, Tema, Jetur, Gefisj en Kedma.
ויקח
(vayikkach)
en nam
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
את
(et)
(lijdend voorwerp)
בניו
(banav)
zijn zonen
ויקם
(vayyaqom)
en stond op
וילך
(vayelekh)
en ging
ארצה
(artsah)
naar het land
כנען
(Kena'an)
Kanaän
אל
(el)
naar
אברהם
(avraham)
Abraham
אביו
(aviv)
zijn vader
וישב
(vayyashev)
en woonde
שם
(shem)
daar
ואחר
(ve'achar)
en daarna
לקח
(laqach)
nam
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
אישה
(ishah)
een vrouw
מארץ
(me'erets)
uit het land
כנען
(Kena'an)
Kanaän
ושמה
(ushmah)
en haar naam
מלכית
(Malkhit)
Malkit
ותלד
(vatteled)
en baarde
לו
(lo)
hem
את
(et)
(lijdend voorwerp)
משמע
(Mishma)
Misjma
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
דומה
(Dumah)
Duma
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
משא
(Massa)
Massa
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
חדד
(Chadad)
Chadad
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
תימא
(Teyma)
Tema
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
יטור
(Yetur)
Jetur
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
גפיש
(Gefish)
Gefisj
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
קדמה
(Qedmah)
Kedma
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:13–15.

De zonen van Ismaël hebben hier Hebreeuwse namen die licht afwijken; Gefisj (גפיש) komt overeen met Nafis in Gen. 25:15.

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.

19Dit zijn de zonen van Ismaël, en dit zijn hun namen: twaalf vorsten naar hun volken; en daarna verspreidden de families van Ismaël zich. Ismaël nam zijn zonen en al zijn bezit dat hij verworven had, en de zielen van zijn huis en alles wat van hem was, en zij gingen wonen waar zij een plek zouden vinden.
אלה
(elleh)
dit zijn
הם
(hem)
zij
בני
(bnei)
de zonen van
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
ואלה
(ve'elleh)
en dit zijn
שמותם
(shemotam)
hun namen
שנים
(shanim)
twee
עשר
(esar)
tien
נשיאים
(nesi'im)
vorsten
לאומותם
(le'ummotam)
naar hun volken
ואחר
(ve'achar)
en daarna
נפוצו
(nafotsu)
verspreidden zich
משפחות
(mishpechot)
de families van
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
ויקח
(vayikkach)
en nam
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
את
(et)
(lijdend voorwerp)
בניו
(banav)
zijn zonen
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
כל
(kol)
al
רכושו
(rekhusho)
zijn bezit
אשר
(asher)
dat
רכש
(rakhash)
hij had verworven
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
נפשות
(nefashot)
de zielen van
ביתו
(beito)
zijn huis
ואת
(ve'et)
en (lijdend voorwerp)
כל
(kol)
alles
אשר
(asher)
wat
לו
(lo)
van hem
וילכו
(vayelkhu)
en gingen
לגור
(lagur)
om te wonen
באשר
(ba'asher)
waar
ימצאו
(yimtse'u)
zij zouden vinden
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:16.

Zie ookGen 25:16
20Zij gingen en vestigden zich bij de woestijn van Paran, en hun woonplaats was van Havila tot Sur, dat tegenover Egypte ligt, in de richting van Assur.
וילכו
(vayelkhu)
en gingen
וישכנו
(vayishkenu)
en vestigden zich
אצל
(etsel)
bij
מדבר
(medabber)
de woestijn van
פארן
(paran)
Paran
ויהי
(vayehi)
en was
מושבם
(moshavam)
hun woonplaats
מחוילה
(mechavilah)
van Havila
עד
(ad)
tot
שור
(shor)
Sur
אשר
(asher)
dat
על
(al)
voor
פני
(pnei)
het aangezicht van
מצרים
(Mitsrayim)
Egypte
בואכה
(bo'akhah)
in de richting van
אשורה
(ashurah)
Assur
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:18.

Zie Paran: De woestijn van Paran ligt in het midden van het schiereiland Sinaï en in de Negev.

Zie Sur: De woestijn van Sur ligt ten oosten van Egypte, in het noordwesten van het schiereiland Sinaï.

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie ookGen 25:18
21Ismaël en zijn zonen woonden in het land, en hun werden zonen geboren, en zij waren vruchtbaar en zeer talrijk.
וישב
(vayyashev)
en woonde
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
ובניו
(uvanav)
en zijn zonen
בארץ
(ba'arets)
in het land
ההיא
(hahi)
dat
ויולדו
(vayyivvaldu)
en werden geboren
להם
(lahem)
aan hen
בנים
(banim)
zonen
ויפרו
(vayifru)
en waren vruchtbaar
וירבו
(vayirbu)
en werden talrijk
מאוד
(me'od)
zeer
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
22En dit zijn de namen van de zonen van Nebajot, de eerstgeborene van Ismaël: Maod, Soead en Maäjon. De zonen van Kedar: Eljon, Ketsem, Chamad en Eli.
ואלה
(ve'elleh)
en dit zijn
שמות
(shemot)
de namen van
בני
(bnei)
de zonen van
נביות
(Nevayot)
Nebajot
בכור
(bekhor)
de eerstgeborene van
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
מעוד
(Ma'od)
Maod
וסועד
(vesu'ad)
en Soead
ומעיון
(uma'yon)
en Maäjon
ובני
(uvnei)
en de zonen van
קדר
(Qedar)
Kedar
עליון
(Elyon)
Eljon
וקצם
(veqetsem)
en Ketsem
וחמד
(vechamad)
en Chamad
ועלי
(ve'eli)
en Eli
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
23De zonen van Adbeël: Chamad en Jovin. De zonen van Mibsam: Obadja, Ebed-Melech en Jeoesj. Dit zijn de families van de zonen van Riba, de vrouw van Ismaël.
ובני
(uvnei)
en de zonen van
אדביאל
(Adbe'el)
Adbeël
חמד
(Chamad)
Chamad
ויובין
(veyovin)
en Jovin
ובני
(uvnei)
en de zonen van
מבשם
(Mivsam)
Mibsam
עבדיה
(Ovadyah)
Obadja
ועבד
(va'eved)
en Ebed
מלך
(malakh)
Melech
ויעוש--אלה
(Ye'ush--elleh)
Jeoesj--dit zijn
משפחות
(mishpechot)
de families van
בני
(bnei)
de zonen van
ריבה
(Rivah)
Riba
אשת
(eshet)
de vrouw van
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
24De zonen van Misjma, de zoon van Ismaël, waren Sjemoea, Zichrion en Oebed. De zonen van Duma: Ketsem, Eli, Machmad en Amar.
ויהיו
(vayihyu)
en waren
בני
(bnei)
de zonen van
משמע
(Mishma)
Misjma
בן
(ben)
de zoon van
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
שמוע
(shamoa)
Sjemoea
וזכריון
(vezikhryon)
en Zichrion
ועובד
(ve'ovid)
en Oebed
ובני
(uvnei)
en de zonen van
דומה
(Dumah)
Duma
קצם
(Qetsem)
Ketsem
ועלי
(ve'eli)
en Eli
ומחמד
(umachmad)
en Machmad
ועמאר
(ve'amar)
en Amar
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
25De zonen van Massa: Malon, Moela en Ebed-Adon. De zonen van Chadad: Natser, Mintsar en Ebed-Melech. De zonen van Tema: Sa'id, Sa'don en Jachol.
ובני
(uvnei)
en de zonen van
משא
(Massa)
Massa
מלון
(Malon)
Malon
ומולה
(umulah)
en Moela
ועבד
(va'eved)
en Ebed
אדון
(Adon)
Adon
ובני
(uvnei)
en de zonen van
חדד
(Chadad)
Chadad
נאצר
(Natser)
Natser
ומינצאר
(umintsar)
en Mintsar
ועבד
(va'eved)
en Ebed
מלך
(malakh)
Melech
ובני
(uvnei)
en de zonen van
תימא
(Teyma)
Tema
סעיד
(Sa'id)
Sa'id
וסעדון
(vesa'don)
en Sa'don
ויכול
(vayakhol)
en Jachol
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
26De zonen van Jetur: Merik, Ja'is, Alvi en Pechit. De zonen van Nefisj: Ebed-Tamir, Abiasaf en Mir. De zonen van Kedma: Elik, Tachti en Amir. Dit zijn de zonen van Malkit, de vrouw van Ismaël, naar hun families.
ובני
(uvnei)
en de zonen van
יטור
(Yetur)
Jetur
מריק
(Merik)
Merik
ויעיש
(veya'ish)
en Ja'is
ועלוי
(ve'alvi)
en Alvi
ופחית
(upachit)
en Pechit
ובני
(uvnei)
en de zonen van
נפיש
(Nefish)
Nefisj
עבד
(eved)
Ebed
תמיר
(Tamir)
Tamir
ואביוסף
(ve'aviyasaf)
en Abiasaf
ומיר
(umir)
en Mir
ובני
(uvnei)
en de zonen van
קדמה
(Qedmah)
Kedma
עליך
(aleikha)
Elik
ותחתי
(vetachti)
en Tachti
ועמיר--אלה
(ve'amir--elleh)
Amir--dit zijn
היו
(hayu)
waren
בני
(bnei)
de zonen van
מלכית
(Malkhit)
Malkit
אשת
(eshet)
de vrouw van
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
למשפחותם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
27Dit zijn al de families van Ismaël naar hun geslachten, en zij woonden in de landen waar zij steden voor zich gebouwd hadden, tot op deze dag.
כל
(kol)
al
אלה
(elleh)
dit zijn
משפחות
(mishpechot)
de families van
ישמעאל
(yishma'e'l)
Ismaël
לתולדותם
(letoldotam)
naar hun geslachten
וישבו
(vayeshvu)
en woonden
להם
(lahem)
zich
בארצות
(be'aratsot)
in de landen
אשר
(asher)
waar
בנו
(beno)
zij hadden gebouwd
להם
(lahem)
voor zich
עד
(ad)
tot
היום
(hayyom)
de dag
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)

Rebekka onvruchtbaar

28Rebekka, de dochter van Betuël, de vrouw van Isaak, de zoon van Abraham, was in die dagen onvruchtbaar; zij had geen kind. Isaak woonde bij zijn vader Abraham in het land Kanaän, en Yahweh was met Isaak en met Abraham, zijn vader. Arpachsad, de zoon van Sem, de zoon van Noach, stierf in die dagen, in het achtenveertigste jaar van het leven van Isaak. Alle dagen van Arpachsad die hij leefde waren vierhonderd jaar en achtendertig jaar, en hij stierf.
ורבקה
(verivqah)
en Rebekka
בת
(bat)
dochter van
בתואל
(Betu'el)
Betuël
אשת
(eshet)
de vrouw van
יצחק
(Yitschaq)
Isaak
בן
(ben)
zoon van
אברהם
(avraham)
Abraham
עקרה
(aqarah)
onvruchtbaar
בימים
(bayyamim)
in de dagen
ההם
(hahem)
die
אין
(ein)
niet was
לה
(lah)
aan haar
ולד
(valad)
een kind
וישב
(vayyashev)
en woonde
יצחק
(Yitschaq)
Isaak
את
(et)
bij
אברהם
(avraham)
Abraham
אביו
(aviv)
zijn vader
ארצה
(artsah)
in het land
כנען
(Kena'an)
Kanaän
ויהי
(vayehi)
en was
יהוה
(Yahweh)
Yahweh
את
(et)
met
יצחק
(Yitschaq)
Isaak
ואת
(ve'et)
en met
אברהם
(avraham)
Abraham
אביו
(aviv)
zijn vader
וארפכשד
(ve'Arpakhshad)
en Arpachsad
בן
(ben)
zoon van
שם
(shem)
Sem
בן
(ben)
zoon van
נח
(Noach)
Noach
מת
(met)
stierf
בימים
(bayyamim)
in de dagen
ההם
(hahem)
die
בשנת
(bishnat)
in het jaar
ארבעים
(arba'im)
veertig
ושמונה
(ushmoneh)
en acht
לחיי
(lechayyei)
van het leven van
יצחק
(Yitschaq)
Isaak
ויהיו
(vayihyu)
en waren
כל
(kol)
alle
ימי
(yemei)
de dagen van
ארפכשד
(Arpakhshad)
Arpachsad
אשר
(asher)
die
חי
(chai)
hij leefde
ארבע
(arba)
vier
מאות
(me'ot)
honderd
שנה
(shanah)
jaar
ושלושים
(ushloshim)
en dertig
ושמונה
(ushmoneh)
en acht
וימת
(vayamot)
en hij stierf
Bron: Sefer haYashar (Livorno 1870)
Plaats

Zie Gen. 25:20–21 en Gen. 11:12–13: Arpachsad leefde 35 + 403 = 438 jaar.

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.