Elohim Bijbel

Jubileeën 29

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950

Jakob verlaat Laban; Jakob en zijn ouders

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Jakob wil Laban verlaten

1En het geschiedde nadat Rachel Jozef gebaard had, dat Laban ging om zijn schapen te scheren, want zij waren ver van hem, een tocht van drie dagen.
ወኮነ
(wäkonä)
en het geschiedde
እምዘ
(emzä)
nadat
ወለደት
(wälädät)
baarde
ራሔል
(rahel)
Rachel
ዮሴፍሃ
(yosefha)
Jozef
ወሖረ
(wähorä)
en ging
ላባ
(laba)
Laban
ይቅርጽ
(yeqrts)
te scheren
አባግዒሁ
(äbagihu)
zijn schapen
እስመ
(esmä)
omdat
ርሑቅ
(rehuq)
ver
ሀለዋ
(häläwa)
zij waren
እምኀቤሁ
(emkhäbehu)
van hem
ምሕዋረ
(mehwarä)
een tocht van
ሠሉስ
(sälus)
drie
ዕለት
(elät)
dagen
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 31:19.

Zie ookGen 31:19
2En Jakob zag dat Laban ging om zijn schapen te scheren.
ወርእየ
(wäryä)
en zag
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
ከመ
(kämä)
dat
የሐውር
(yähäwr)
ging
ላባ
(laba)
Laban
ይቅርጽ
(yeqrts)
te scheren
አባግዒሁ
(äbagihu)
zijn schapen
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 31:4.

Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat Jakob Lea en Rachel riep en vriendelijk tot hen sprak dat zij met hem mee zouden gaan naar het land Kanaän; dat staat niet in de Beta-tekst.

Zie ookGen 31:4
3Want hij vertelde hun hoe hij alles in een droom gezien had, en alles wat tot hem gesproken was, dat hij naar het huis van zijn vader zou terugkeren.
እስመ
(esmä)
omdat
ነገሮን
(nägäron)
hij vertelde hun
ዘከመ
(zäkämä)
hoe
ርእየ
(reyä)
gezien had
ኵሎ
(kwlo)
alle
በሕልም
(bählm)
in een droom
ወኵሎ
(wäkwlo)
en alles
ዘተናገረ
(zätänagärä)
wat gesproken was
ሎቱ
(lotu)
hem
ከመ
(kämä)
dat
ይግባእ
(yegba)
hij zou terugkeren
ቤተ
(betä)
het huis van
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 31:4–13.

Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog hun antwoord: ‘Naar elke plaats waar u heen gaat, zullen wij met u gaan’; dat staat niet in de Beta-tekst.

4En Jakob zegende de Elohim van zijn vader Isaak en de Elohim van Abraham, de vader van zijn vader.
ወባረከ
(wäbaräkä)
en zegende
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
አምላከ
(ämlakä)
Elohim
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
ይስሐቅ
(yeshäq)
Isaak
ወአምላከ
(wäämlakä)
en de Elohim van
አብርሃም
(äbrham)
Abraham
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
ለአቡሁ
(lääbuhu)
zijn vader
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat hij opstond, zijn vrouwen en kinderen liet opzitten, al zijn bezit nam, de rivier overstak en in het land Gilead kwam, en dat Jakob zijn bedoeling voor Laban verborg en het hem niet vertelde; dat staat niet in de Beta-tekst.

Laban haalt Jakob in

5En in het zevende jaar van de vierde jaarweek keerde Jakob zich naar Gilead, in de eerste maand, op de eenentwintigste ervan; en Laban zette hem na en haalde Jakob in op de berg Gilead, in de derde maand, op de dertiende ervan.
ወበሳብዕ
(wäbäsab)
en op de zevende
ዓም
(am)
jaar
ዘሱባዔ
(zäsubae)
van de jaarweek
ራብዕ
(rab)
vierde
ተመይጠ
(tämäytä)
keerde zich naar
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
ገለአድ
(gälääd)
Gilead
በቀዳሚ
(bäqädami)
in de eerste
ወርኅ
(wärkh)
maand
አመ
(ämä)
op de
ዕሥራሁ
(esrahu)
twintig
ወአሚሩ
(wäämiru)
en één
ወዴገኖ
(wädegäno)
en hij zette hem na
ላባ
(laba)
Laban
ድኅሬሁ
(dekhrehu)
achter hem
ወረከቦ
(wäräkäbo)
en hij haalde hem in
ለያዕቆብ
(läyaqob)
Jakob
በደብረ
(bädäbrä)
op de berg
ገለአድ
(gälääd)
Gilead
በወርኅ
(bäwärkh)
in de maand
ሣልስ
(sals)
derde
አመ
(ämä)
op de
ዐሡሩ
(äsuru)
tien
ወሠሉሱ
(wäsälusu)
en drie
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 31:21–25.

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

6En Yahweh liet hem niet toe Jakob kwaad te doen, want Hij verscheen hem in een droom bij nacht; en Laban sprak tot Jakob.
ወኢኀደጎ
(wäikhädägo)
en liet hem niet toe
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
ከመ
(kämä)
dat
ያሕሥም
(yahsm)
kwaad te doen
ላዕለ
(lalä)
tegen
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
እስመ
(esmä)
omdat
አስተርአዮ
(ästäräyo)
verscheen hem
በሕልም
(bählm)
in een droom
ሌሊተ
(lelitä)
bij nacht
ወነገሮ
(wänägäro)
en sprak tot
ላባ
(laba)
Laban
ለያዕቆብ
(läyaqob)
tot Jakob
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 31:24 en 31:29.

De hoop van het getuigenis

7En op de vijftiende van die dagen maakte Jakob een banket voor Laban en voor allen die met hem gekomen waren, en Jakob zwoer aan Laban op die dag, en ook Laban aan Jakob, dat de een de ander niet met kwade bedoeling zou overschrijden op de berg Gilead.
ወአመ
(wäämä)
en op de
ዐሡሩ
(äsuru)
tien
ወሐሙሱ
(wähämusu)
en vijf
ለውእቱ
(läwtu)
van die
መዋዕል
(mäwal)
dagen
ገብረ
(gäbrä)
maakte
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
ግዝአ
(gezä)
een banket
ለላባ
(lälaba)
aan Laban
ወለኵሎሙ
(wäläkwlomu)
en voor allen
እለ
(elä)
die
መጽኡ
(mätsu)
kwamen
ምስሌሁ
(meslehu)
met hem
ወመሐለ
(wämähälä)
en zwoer
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
ለላባ
(lälaba)
aan Laban
በዛቲ
(bäzati)
in deze
ዕለት
(elät)
dag
ወላባሂ
(wälabahi)
en ook Laban
ለያዕቆብ
(läyaqob)
aan Jakob
ከመ
(kämä)
dat
ኢይትዐደው
(iytädäw)
dat niemand zou overschrijden
አሐዱ
(ähädu)
de een
ካልኦ
(kalo)
de ander
በእከይ
(bäkäy)
door kwaad
በደብረ
(bädäbrä)
op de berg
ገለአድ
(gälääd)
Gilead
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 31:44–53.

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

8En hij maakte daar een hoop tot getuige; daarom werd de naam van die plaats genoemd: de hoop van het getuigenis, naar deze hoop.
ወገብረ
(wägäbrä)
en maakte
ህየ
(heyä)
daar
ፍሥሐተ
(feshätä)
een hoop
ለስምዕ
(läsm)
tot getuige
በእንተዝ
(bäntäz)
hierom
ተጸውዐ
(tätsäwä)
werd genoemd
ስሙ
(semu)
zijn naam
ለውእቱ
(läwtu)
die
መካን
(mäkan)
plaats
ፍሥሐተ
(feshätä)
een hoop
ስምዕ
(sem)
getuigenis
ከመዝ
(kämäz)
zo
ፍሥሐት
(feshät)
de hoop
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 31:46–48.

Lezing

ፍሥሐተ (letterlijk ‘vreugde’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘hoop’, zoals de samenhang eist.

De Rafaïeten

9En eertijds noemden zij het land Gilead het land van de Rafaïeten, want het was het land van de Rafaïeten.
ወቀዲሙሰ
(wäqädimusä)
en eertijds
ይጼውዕዎ
(yetsewwo)
noemden zij
ለምድረ
(lämdrä)
het land van
ገለአድ
(gälääd)
Gilead
ምድረ
(medrä)
het land van
ራፋኤል
(rafael)
de Refaïeten
እስመ
(esmä)
omdat
ምድረ
(medrä)
het land van
ራፋኤም
(rafaem)
de Refaïeten
ይእቲ
(yeti)
dat is
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 14:5.

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Lezing

ራፋኤል (‘Rafaël’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘Rafaïeten’; in dezelfde zin staat daarna ራፋኤም.

Charles heeft hierna nog dat de Rafaïeten daar geboren werden, reuzen van tien, negen, acht tot zeven el lang; dat staat niet in de Beta-tekst.

Zie ookGen 14:5
10En hun woonplaats was van het land van de kinderen van Ammon tot de berg Hermon, en de zetels van hun koninkrijk waren Karnaïm en Astarot en Edreï en Misur en Beon.
ወመኃድሪሆሙ
(wämäkhadrihomu)
en hun woonplaats
እምነ
(emnä)
van
ምድረ
(medrä)
het land van
ውሉደ
(weludä)
de kinderen van
አሞን
(ämon)
Ammon
እስከ
(eskä)
tot
ደብረ
(däbrä)
de berg
ኤርሞን
(ermon)
Hermon
ወቤተ
(wäbetä)
en het huis van
መንግሥቶሙ
(mängstomu)
hun koninkrijk
ቀራናኤም
(qäranaem)
Karnaïm
ወአስጠሮስ
(wäästäros)
en Astarot
ወአድራኦ
(wäädrao)
en Edreï
ወሚሱር
(wämisur)
en Misur
ወቤዎን
(wäbewon)
en Beon
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 14:5 en Deut. 3:10.

Zie Hermon: De Hermon is de hoogste berg van het gebied, op de grens van het huidige Libanon en Syrië.

Uitleg

Charles (Engelse vertaling uit 1917) merkt op dat Astarot-Karnaïm in Gen. 14:5 één plaats is, maar dat de Syrische vertaling en enkele handschriften van de Septuagint twee plaatsen hebben, zoals hier.

Misur noemt hij het Hebreeuwse woord voor ‘vlakte’ (Deut. 3:10) en Beon waarschijnlijk het Baän van 1 Makk. 5:4–5.

Karnaïm werd door Judas Makkabeüs ingenomen (1 Makk. 5:43–44); de schrijver dacht bij deze plaatsen mogelijk aan overwinningen van de Makkabeeën.

11En Yahweh verdelgde hen vanwege de boosheid van hun werken, want zij waren zeer boosaardig.
ወአሕጐሎሙ
(wäähgwälomu)
en Hij verdelgde hen
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
እምእከየ
(emkäyä)
vanwege de boosheid van
ምግባሮሙ
(megbaromu)
hun werken
እስመ
(esmä)
omdat
ፀዋጋን
(tsäwagan)
boosaardig
ጥቀ
(teqä)
zeer
እሙንቱ
(emuntu)
zij
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

ፀዋጋን (‘boosaardig’): de betekenis is niet zeker; Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘zeer boosaardig’.

Lezing

Charles heeft hierna nog dat de Amorieten in hun plaats woonden, goddeloos en zondig, dat er vandaag geen volk is dat al zijn zonden zo volledig heeft volbracht, en dat zij geen lange levensduur meer hebben op de aarde; dat staat niet in de Beta-tekst.

Jakob over de Jabbok

12En Jakob liet Laban gaan, en hij ging naar Mesopotamië, het land van het oosten.
ወፈነወ
(wäfänäwä)
en hij zond
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
ላባሃ
(labaha)
Laban
ወሖረ
(wähorä)
en ging
ውስተ
(westä)
in
መስጴጦምያ
(mäspetomya)
Mesopotamië
ምድረ
(medrä)
het land van
ጽባሕ
(tsebah)
het oosten
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 32:1 (31:55 in veel vertalingen).

Zie Mesopotamië: Aram-Naharaim (Mesopotamië, ‘Aram van de twee rivieren’) is het gebied rond de bovenloop van de Eufraat en de Tigris; Paddan-Aram ligt daar, bij Charan.

Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat Jakob terugkeerde naar het land Gilead; dat staat niet in de Beta-tekst.

Zie ookGen 32:1
13En hij stak de Jabbok over in de negende maand, op de elfde ervan.
ወተዐደወ
(wätäädäwä)
en hij stak over
ኢያቦክሃ
(iyabokha)
de Jabbok
በታስዕ
(bätas)
in de negende
ወርኅ
(wärkh)
maand
አመ
(ämä)
op de
ዐሡሩ
(äsuru)
tien
ወአሚሩ
(wäämiru)
en één
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 32:23 en 33:1–16.

Zie Jabbok: De Jabbok is een zijrivier van de Jordaan, ten oosten van de rivier.

Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat Ezau, zijn broer, die dag tot hem kwam, dat hij met hem verzoend werd en van hem wegging naar het land Seïr, en dat Jakob in tenten woonde; dat staat niet in de Beta-tekst.

14En in het eerste jaar van de vijfde jaarweek, in dit jubeljaar, stak hij de Jordaan over en woonde aan de overkant van de Jordaan; en hij weidde zijn schapen van de zee van de hoop tot Bet-San en tot Dotan en tot de opgang van Akrabbim.
ወበዓመት
(wäbäamät)
en in het jaar
ቀዳሚ
(qädami)
eerste
ዘኃምስ
(zäkhams)
van de vijfde
ሱባዔ
(subae)
jaarweek
በዝኢዮቤልውስ
(bäziyobelws)
in dit jubeljaar
ዐደወ
(ädäwä)
hij stak over
ዮርዳኖስ
(yordanos)
de Jordaan
ወኀደረ
(wäkhädärä)
en woonde
ማዕዶተ
(madotä)
aan de overkant van
ዮርዳኖስ
(yordanos)
de Jordaan
ወይሬዒ
(wäyrei)
en hij weidde
አባግዒሁ
(äbagihu)
zijn schapen
እምባሕረ
(embahrä)
van de zee van
ፈሐሐት
(fähähät)
de hoop
እስከ
(eskä)
tot
ቤተ
(betä)
Bet-
ሳን
(san)
San
ወእስከ
(wäskä)
en tot
ዶታኢም
(dotaim)
Dotan
ወእስከ
(wäskä)
en tot
አመ
(ämä)
de opgang van
አቅራቢት
(äqrabit)
Akrabbim
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Bet-San: Bet-San (Beth-Sjean) ligt in het Jordaandal, ten zuiden van het meer van Galilea.

Zie Dotan: Dotan ligt in het noorden van het bergland van Samaria, ongeveer 20 km ten noorden van Sichem.

Lezing

ባሕረ ፈሐሐት (‘zee van de hoop’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) merkt op dat de tekst bedorven is; het Latijn heeft ‘van de Zoutzee’. እስከ አመ አቅራቢት: Charles heeft ‘tot het woud van Akrabbim’, maar vermoedt dat ‘opgang’ gelezen moet worden (zie Num. 34:4 en Joz. 15:3); de vertaling volgt dat vermoeden.

Jakob zorgt voor zijn ouders

15En hij zond aan zijn vader Isaak van al zijn bezit: kleding en voedsel en vlees en drank en melk en boter en kaas, en dadels uit het dal.
ወይፌኑ
(wäyfenu)
en hij zond
ለአቡሁ
(lääbuhu)
zijn vader
ለይስሐቅ
(läyshäq)
Isaak
እምኵሉ
(emkwlu)
uit al
ጥሪቱ
(teritu)
zijn bezit
ልብሰ
(lebsä)
kleding
ወሲሲተ
(wäsisitä)
en voedsel
ወሥጋ
(wäsga)
en vlees
ወስቴ
(wäste)
en drank
ወሐሊበ
(wähälibä)
en melk
ወቅብአ
(wäqbä)
en boter
ወኀብስተ
(wäkhäbstä)
en het brood van
ሐሊብ
(hälib)
melk
ወእምነ
(wämnä)
en van
ተመርተ
(tämärtä)
dadels
ቈላ
(qwäla)
het dal
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing

ወቅብአ (letterlijk ‘en zalf, olie’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘boter’; ወኀብስተ ሐሊብ (letterlijk ‘en brood van melk’): Charles heeft ‘kaas’.

16En ook aan zijn moeder Rebekka vier keer per jaar, tussen de tijden van de maanden, tussen de ploegtijd en de oogsttijd, en tussen de herfst en de regentijd, en tussen de winter en de lente, naar de toren van Abraham.
ወለእሙሂ
(wälämuhi)
en ook aan zijn moeder
ለርብቃ
(lärbqa)
aan Rebekka
ርብዕ
(reb)
vier keer
ለዓመት
(läamät)
per jaar
ማእከለ
(makälä)
tussen
ጊዜያቲሆሙ
(gizeyatihomu)
hun tijden
ለአውራኅ
(lääwrakh)
de maanden
ወማእከለ
(wämakälä)
en tussen
ሐሪስ
(häris)
ploegtijd
ወለዐፂድ
(wäläätsid)
en oogsttijd
ወማእከለ
(wämakälä)
en tussen
ጸዳይ
(tsäday)
herfst
ወዝናም
(wäznam)
en regen
ወማእከለ
(wämakälä)
en tussen
ክረምት
(kerämt)
winter
ወሐጋይ
(wähägay)
en lente
ውስተ
(westä)
in
ማኅፈዱ
(makhfädu)
de toren van
ለአብርሃም
(lääbrham)
aan Abraham
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

ጸዳይ ወዝናም ወክረምት ወሐጋይ: de woorden voor de seizoenen zijn niet zeker; Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘herfst’, ‘regentijd’, ‘winter’ en ‘lente’.

17Want Isaak was teruggekeerd van de Put van de Eed en opgegaan naar de toren van zijn vader Abraham, en hij woonde daar ver van Ezau, zijn zoon.
እስመ
(esmä)
omdat
ተመይጠ
(tämäytä)
was teruggekeerd
ይስሐቅ
(yeshäq)
Isaak
እምዐዘቅተ
(emäzäqtä)
van de put van
መሐላ
(mähäla)
de eed
ወዐርገ
(wäärgä)
en ging op
ውስተ
(westä)
in
ማኅፈደ
(makhfädä)
de toren van
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
አብርሃም
(äbrham)
Abraham
ወኀደረ
(wäkhädärä)
en woonde
ህየ
(heyä)
daar
እምዔሳው
(emesaw)
ver van Ezau
ወልዱ
(wäldu)
zijn zoon
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Beër-Sjeba: Beër-Sjeba ligt aan de rand van de Negev, ongeveer 75 km ten zuidwesten van Jeruzalem.

18Want in de dagen dat Jakob naar Mesopotamië ging, nam Ezau voor zich Machalat tot vrouw, de dochter van Ismaël, en hij verzamelde alle kudden van zijn vader en zijn vrouwen, en ging op en woonde op de berg Seïr.
እስመ
(esmä)
omdat
በመዋዕለ
(bämäwalä)
in de dagen dat
ሖረ
(horä)
ging
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
መስጴጦምያ
(mäspetomya)
Mesopotamië
ነሥአ
(näsä)
nam
ለርእሱ
(lärsu)
voor zich
ዔሳው
(esaw)
Ezau
ብእሲተ
(besitä)
tot vrouw
መኤሌትሃ
(mäeletha)
Machalat
ወለተ
(wälätä)
de dochter van
ይስማዔል
(yesmael)
Ismaël
ወአስተጋብአ
(wäästägabä)
en verzamelde
ኵሎ
(kwlo)
alle
መርዔተ
(märetä)
kudden
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
ወአንስቲያሁ
(wäänstiyahu)
en zijn vrouwen
ወዐርገ
(wäärgä)
en ging op
ወኀደረ
(wäkhädärä)
en woonde
ውስተ
(westä)
in
ደብረ
(däbrä)
de berg
ሲር
(sir)
Seïr
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 28:9 en 36:6–8.

Zie Mesopotamië: Aram-Naharaim (Mesopotamië, ‘Aram van de twee rivieren’) is het gebied rond de bovenloop van de Eufraat en de Tigris; Paddan-Aram ligt daar, bij Charan.

Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Uitleg

Charles (Engelse vertaling uit 1917) merkt op dat Ezau hier tegenover Jakobs zorg voor de ouders als ontrouw aan zijn vader wordt voorgesteld.

Lezing

Charles heeft hierna nog dat hij Isaak, zijn vader, alleen liet bij de Put van de Eed; dat staat niet in de Beta-tekst.

19En Isaak ging op van de Put van de Eed en woonde in de toren van zijn vader Abraham op de berg Hebron.
ወዐርገ
(wäärgä)
en ging op
ይስሐቅ
(yeshäq)
Isaak
እምዐዘቅተ
(emäzäqtä)
van de put van
መሐላ
(mähäla)
de eed
ወኀደረ
(wäkhädärä)
en woonde
ማኅፈደ
(makhfädä)
de toren van
አብርሃም
(äbrham)
Abraham
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
ውስተ
(westä)
in
ደብረ
(däbrä)
de berg
ኬብሮን
(kebron)
Hebron
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 35:27.

Zie Beër-Sjeba: Beër-Sjeba ligt aan de rand van de Negev, ongeveer 75 km ten zuidwesten van Jeruzalem.

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

Zie ookGen 35:27
20En van daar zond Jakob alles wat hij zond aan zijn vader en zijn moeder, van tijd tot tijd, al hun behoeften.
ወእምህየ
(wämhyä)
en vandaar
ይፌኑ
(yefenu)
hij zond
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
ኵሎ
(kwlo)
alle
ዘይፌኑ
(zäyfenu)
wat hij zond
ለአቡሁ
(lääbuhu)
zijn vader
ወለእሙ
(wälämu)
en zijn moeder
እምጊዜ
(emgize)
van tijd
በበ
(bäbä)
elk
ጊዜ
(gize)
de tijd van
ኵሎ
(kwlo)
alle
ትካዞሙ
(tekazomu)
hun behoeften
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing

ወእምህየ (‘en van daar’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘en derwaarts’.

Charles heeft aan het slot nog: ‘en zij zegenden Jakob met heel hun hart en met heel hun ziel’; dat staat niet in de Beta-tekst.