Elohim Bijbel

Jubileeën 41

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950

Juda en Tamar

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Er, Onan en Tamar

1En in het vijfenveertigste jubeljaar, in de tweede jaarweek, in het tweede jaar, nam Juda voor Er, zijn eerstgeborene, een vrouw uit de dochters van Aram, en haar naam was Tamar.
ወበአርብ
(wäbäärb)
en in het veertigste
ወኀምስቱ
(wäkhämstu)
en vijfde
ኢዮቤልዉ
(iyobelwu)
jubeljaar
ወዳግም
(wädagm)
en in de tweede
ሱባዔ
(subae)
jaarweek
በዓመት
(bäamät)
in het jaar
ካልእ
(kal)
tweede
ነሥአ
(näsä)
nam
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ለዔር
(läer)
voor Er
በኵሩ
(bäkwru)
zijn eerstgeborene
ብእሲተ
(besitä)
een vrouw
እምነ
(emnä)
uit
አዋልደ
(äwaldä)
de dochters van
አራም
(äram)
Aram
ወስማ
(wäsma)
en haar naam
ትዕማር
(temar)
Tamar
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:6.

Charles (Engelse vertaling uit 1917) verwijst voor de afkomst uit Aram naar het Testament van Juda 10 (‘uit Mesopotamië’).

Zie ookGen 38:6
2En hij verafschuwde haar en lag niet met haar, omdat zijn moeder uit de dochters van Kanaän was, en hij wilde voor zich een vrouw nemen uit het geslacht van zijn moeder, en Juda, zijn vader, liet het hem niet toe.
ወጸልአ
(wätsälä)
en hij verafschuwde haar
ወኢሰከበ
(wäisäkäbä)
en lag niet
ምስሌሃ
(mesleha)
met haar
እስመ
(esmä)
want
እምአዋልደ
(emäwaldä)
uit de dochters van
ከናአን
(känaän)
Kanaän
እሙ
(emu)
zijn moeder was
ወፈቀደ
(wäfäqädä)
en hij wilde
ይንሣእ
(yensa)
nemen
ሎቱ
(lotu)
voor zich
ብእሲተ
(besitä)
een vrouw
እምነገደ
(emnägädä)
uit het geslacht van
እሙ
(emu)
zijn moeder
ወኢአብሖ
(wäiäbho)
en liet het hem niet toe
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:2 en Jub. 34:20 voor Bedsu'el, de Kanaänitische vrouw van Juda; zie ook Jub. 30:7 e.v.

Zie ookGen 38:2
3En Er, de eerstgeborene van Juda, was slecht, en Yahweh doodde hem.
ወውእቱ
(wäwtu)
en
ዔር
(er)
Er
በኵሩ
(bäkwru)
de eerstgeborene
ለይሁዳ
(läyhuda)
van Juda
እኩይ
(ekuy)
kwaad
ወቀተሎ
(wäqätälo)
en doodde hem
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:7.

Zie ookGen 38:7
4En Juda zei tot Onan, zijn broer: Ga in tot de vrouw van je broer en vervul de zwagerplicht en wek zaad op voor je broer.
ወይቤ
(wäybe)
en hij zei
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ለአውናን
(lääwnan)
tot Onan
እኁሁ
(ekhuhu)
zijn broer
ባእ
(ba)
ga in
ኀበ
(khäbä)
tot
ብእሲተ
(besitä)
de vrouw van
እኁሁ
(ekhuhu)
zijn broer
ወረስያ
(wäräsya)
en vervul
ኑዕልተ
(nultä)
de zwagerplicht
ወአንሥእ
(wääns)
en wek op
ዘርአ
(zärä)
zaad
ለእኁከ
(läkhukä)
voor je broer
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:8 en Deut. 25:5.

Onan is een zoon van Juda; ‘zijn broer’ is de broer van Er.

5En Onan wist dat het zaad niet van hem zou zijn, maar alleen van zijn broer.
ወአእመረ
(wäämärä)
en wist
አውናን
(äwnan)
Onan
ከመ
(kämä)
dat
ኢኮነ
(ikonä)
niet zou zijn
ዘዚአሁ
(zäziähu)
van hem
ዘርእ
(zär)
het zaad
ክመ
(kemä)
alleen
ዘእኁሁ
(zäkhuhu)
van zijn broer
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:9–10.

Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat hij in het huis van de vrouw van zijn broer ging en het zaad op de grond liet vallen, dat hij slecht was in de ogen van Yahweh en dat Hij hem doodde; dat staat niet in de Beta-tekst.

6En Juda zei tot Tamar, zijn schoondochter: Blijf in het huis van je vader als weduwe, totdat Sela, mijn zoon, opgroeit, en ik zal je aan hem tot vrouw geven.
ወይቤ
(wäybe)
en hij zei
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ለትዕማር
(lätmar)
tot Tamar
መርዓቱ
(märatu)
zijn schoondochter
ንበሪ
(nebäri)
blijf
ቤተ
(betä)
in het huis van
አቡኪ
(äbuki)
je vader
እንዘ
(enzä)
terwijl
ትመዐስቢ
(temääsbi)
als weduwe
እስከ
(eskä)
tot
አመ
(ämä)
totdat
ይልህቅ
(yelhq)
opgroeit
ሴሎም
(selom)
Sela
ወልድየ
(wäldyä)
mijn zoon
ወእሁበኪ
(wähubäki)
en ik zal je geven
ሎቱ
(lotu)
aan hem
ብእሲተ
(besitä)
tot vrouw
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:11.

Zie ookGen 38:11
7En hij groeide op, maar Bedsu'el, de vrouw van Juda, liet haar zoon Sela niet trouwen.
ወልህቀ
(wälhqä)
en hij groeide op
ወኢኀደገት
(wäikhädägät)
en liet niet toe
ቤድሱኤል
(bedsuel)
Bedsu'el
ብእሲተ
(besitä)
de vrouw van
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ሴሎምሃ
(selomha)
Sela
ወልዳ
(wälda)
haar zoon
ከመ
(kämä)
dat
ያውስብ
(yawsb)
dat hij trouwde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat Bedsu'el, de vrouw van Juda, in het vijfde jaar van deze jaarweek stierf; dat staat niet in de Beta-tekst.

Juda en Tamar bij Timna

8En in het zesde jaar daarvan ging Juda op om zijn schapen te scheren bij Timna.
ወበሳድስ
(wäbäsads)
en in het zesde
ዓመቱ
(amätu)
jaar daarvan
ዐርገ
(ärgä)
ging op
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ይቅርጽ
(yeqrts)
om te scheren
አባግዒሁ
(äbagihu)
zijn schapen
በቴምናታ
(bätemnata)
bij Timna
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 38:12.

Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat zij Tamar vertelden: Zie, je schoonvader gaat op naar Timna om zijn schapen te scheren; dat staat niet in de Beta-tekst.

Zie ookGen 38:12
9En zij legde de kleren van haar weduwschap af en deed een sluier aan en maakte zich mooi en zat in de poort die naar de weg naar Timna liep.
ወአንበረት
(wäänbärät)
en zij legde af
አልባሰ
(älbasä)
de kleren van
ምዕስብናሃ
(mesbnaha)
haar weduwschap
ወለብሰት
(wäläbsät)
en zij deed aan
ግልባቤ
(gelbabe)
een sluier
ወተሠነየት
(wätäsänäyät)
en maakte zich mooi
ወነበረት
(wänäbärät)
en zat
ውስተ
(westä)
in
አንቀጽ
(änqäts)
de poort
እንተ
(entä)
die
መንገለ
(mängälä)
naar
ፍኖተ
(fenotä)
de weg naar
ቴምናታ
(temnata)
Timna
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:14.

Zie ookGen 38:14
10En terwijl Juda voorbijging, vond hij haar en hield haar voor een hoer, en hij zei tot haar: Laat mij bij je binnengaan; en zij zei tot hem: Ga binnen; en hij ging binnen.
ወእንዘ
(wänzä)
en terwijl
የሐውር
(yähäwr)
voorbijging
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ረከባ
(räkäba)
vond hij haar
ወተሐዘባ
(wätähäzäba)
en hield haar
ከመ
(kämä)
dat
ዘማዊት
(zämawit)
voor een hoer
ወይቤላ
(wäybela)
en hij zei tot haar
እባእ
(eba)
laat mij binnengaan
ኀቤኪ
(khäbeki)
bij je
ወትቤሎ
(wätbelo)
en zij zei tot hem
ባእ
(ba)
ga binnen
ወቦአ
(wäboä)
en hij ging binnen
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:15–16.

11En zij zei tot hem: Geef mij mijn loon; en hij zei tot haar: Ik heb niets in mijn hand behalve de ring aan mijn vinger en mijn halsketting en mijn staf die in mijn hand is.
ወትቤሎ
(wätbelo)
en zij zei tot hem
ሀበኒ
(häbäni)
geef mij
ደነስየ
(dänäsyä)
mijn loon
ወይቤላ
(wäybela)
en hij zei tot haar
አልብየ
(älbyä)
ik heb niet
ውስተ
(westä)
in
እዴየ
(edeyä)
mijn hand
ዘእንበለ
(zänbälä)
behalve
ሕልቀት
(helqät)
de ring
ዘአጽባዕትየ
(zäätsbatyä)
aan mijn vinger
ወድጕልማየ
(wädgwlmayä)
en mijn halsketting
ወበትርየ
(wäbätryä)
en mijn staf
ዘውስተ
(zäwstä)
die in
እዴየ
(edeyä)
mijn hand
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:16–18.

12En zij zei tot hem: Geef ze mij, totdat u mij mijn loon zendt.
ወትቤሎ
(wätbelo)
en zij zei tot hem
ሀበኒ
(häbäni)
geef mij
ኪያሆሙ
(kiyahomu)
die
እስከ
(eskä)
tot
ሶበ
(sobä)
u
ትፌኑ
(tefenu)
zendt
ሊተ
(litä)
mij
ደነስየ
(dänäsyä)
mijn loon
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:17–18.

Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat hij zei: Ik zal je een bokje van de geiten zenden; dat hij ze haar gaf, dat hij bij haar inging en dat zij van hem zwanger werd; dat staat niet in de Beta-tekst.

13En Juda ging naar zijn schapen, en zij ging naar het huis van haar vader.
ወሖረ
(wähorä)
en ging
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ውስተ
(westä)
in
አባግዒሁ
(äbagihu)
zijn schapen
ወይእቲኒ
(wäytini)
en zij
ሖረት
(horät)
ging
ቤተ
(betä)
naar het huis van
አቡሃ
(äbuha)
haar vader
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
14En Juda zond een bokje door zijn herder, de Adullamiet, en hij vond haar niet; en hij vroeg de mannen van de plaats: Waar is de hoer die hier was? En zij zeiden tot hem: Hier is geen hoer, en wij hebben geen hoer bij ons.
ወፈነወ
(wäfänäwä)
en zond
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
መሕስአ
(mähsä)
een bokje
በእደ
(bädä)
door de hand van
ኖላዊሁ
(nolawihu)
zijn herder
አዶላማዊ
(ädolamawi)
de Adullamiet
ወኀጥአ
(wäkhätä)
en hij vond haar niet
ወተስእሎሙ
(wätäslomu)
en hij vroeg
ለሰብአ
(läsäbä)
de mannen van
ብሔር
(beher)
de plaats
እንዘ
(enzä)
terwijl
ይብል
(yebl)
zeggend
አይቴ
(äyte)
waar
ሀለወት
(häläwät)
is
ዘማዊት
(zämawit)
een hoer
እንተ
(entä)
die
ዝየ
(zeyä)
hier was
ወይቤልዎ
(wäybelwo)
en zij zeiden tot hem
አልቦ
(älbo)
is niet
ዝየስ
(zeyäs)
hier
ዘማዊት
(zämawit)
een hoer
ወአልብነ
(wäälbnä)
en wij hebben niet
ኀቤነ
(khäbenä)
bij ons
ዘማዊተ
(zämawitä)
een hoer
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:20–22.

15En hij keerde terug en maakte hem bekend dat hij haar niet gevonden had, en zei tot hem: Ik vroeg de mannen van de plaats, en zij zeiden tot mij: Hier is geen hoer.
ወገብአ
(wägäbä)
en hij keerde terug
ወአይድዖ
(wääydo)
en maakte hem bekend
ከመ
(kämä)
dat
ኀጥአ
(khätä)
hij haar niet gevonden had
ወይቤሎ
(wäybelo)
en zei tot hem
ተስእልኩ
(täslku)
ik vroeg
ሰብአ
(säbä)
de mannen van
ብሔርኒ
(beherni)
de plaats
ወይቤሉኒ
(wäybeluni)
en zij zeiden tot mij
አልቦ
(älbo)
is niet
ዝየስ
(zeyäs)
hier
ዘማዊተ
(zämawitä)
een hoer
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:22–23.

Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog: ‘Laat zij ze houden, opdat wij niet tot spot worden’; dat staat niet in de Beta-tekst.

16En toen zij drie maanden voltooid had, werd bekend dat zij zwanger was.
ወእንዘ
(wänzä)
en toen
አእከለት
(äkälät)
zij voltooid had
ሠለስተ
(sälästä)
drie
አውራኀ
(äwrakhä)
maanden
ተዐውቀት
(tääwqät)
werd bekend
ከመ
(kämä)
dat
ፀንሰት
(tsänsät)
zwanger was
ይእቲ
(yeti)
zij
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:24.

Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat zij het Juda vertelden: Zie, Tamar, je schoondochter, is zwanger door hoererij; dat staat niet in de Beta-tekst.

Zie ookGen 38:24

Tamar wordt uitgebracht

17En Juda ging naar het huis van haar vader en zei tot haar vader en haar broers: Breng haar uit en laat hen haar verbranden, want zij heeft onreinheid bedreven in Israël.
ወሖረ
(wähorä)
en ging
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ቤተ
(betä)
naar het huis van
አቡሃ
(äbuha)
haar vader
ወይቤሎሙ
(wäybelomu)
en zei tot hen
ለአቡሃ
(lääbuha)
tot haar vader
ወለአኀዊሃ
(wälääkhäwiha)
en haar broers
አውፅእዋ
(äwtswa)
breng haar uit
ወያውዕይዋ
(wäyawywa)
en laat hen haar verbranden
እስመ
(esmä)
want
ገብረት
(gäbrät)
zij heeft bedreven
ርኵሰ
(rekwsä)
onreinheid
በውስተ
(bäwstä)
in
እስራኤል
(esrael)
Israël
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Voor het verbranden, zie Lev. 21:9 (de straf voor de dochter van een priester) en Jub. 30:7.

Volgens de Targum Pseudo-Jonatan op Gen. 38:6 en 24 was Tamar de dochter van een priester.

18En het geschiedde toen zij haar uitbrachten om haar te verbranden, dat zij aan haar schoonvader de ring en haar halsketting en de staf zond, en zei: Herken van wie deze zijn, want van hem ben ik zwanger.
ወኮነ
(wäkonä)
en het geschiedde
ሶበ
(sobä)
toen
አውፅእዋ
(äwtswa)
zij haar uitbrachten
ከመ
(kämä)
dat
ያውዕይዋ
(yawywa)
haar te verbranden
ፈነወት
(fänäwät)
zond
ለሐሙሃ
(lähämuha)
aan haar schoonvader
ሕልቀተ
(helqätä)
de ring
ወድጕልማ
(wädgwlma)
en haar halsketting
ወበትረ
(wäbäträ)
en de staf
ወትቤ
(wätbe)
en zij zei
አእምርአ
(ämrä)
herken
ዘመኑአ
(zämänuä)
van wie
ዝንቱአ
(zentuä)
deze zijn
እስመአ
(esmää)
want
ሎቱአ
(lotuä)
van hem
ፀነስኩአ
(tsänäskuä)
ben ik zwanger
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:25.

Lezing

In de Beta-tekst staat achter enkele woorden van Tamars spreken een extra teken ኣ (አእምርአ ዘመኑአ ዝንቱአ እስመአ ሎቱአ ፀነስኩአ); dat is niet vertaald.

Zie ookGen 38:25
19En Juda erkende het en zei: Tamar is rechtvaardiger dan ik, en laat hen haar niet meer verbranden.
ወአእመረ
(wäämärä)
en erkende het
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ወይቤ
(wäybe)
en hij zei
ጸድቀት
(tsädqät)
is rechtvaardiger
ትዕማር
(temar)
Tamar
እምኔየ
(emneyä)
dan ik
ወኢያውዕይዋ
(wäiyawywa)
en laat hen haar niet verbranden
እንከ
(enkä)
meer
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:26.

Zie ookGen 38:26
20En daarom werd zij niet aan Sela gegeven, en hij naderde haar niet meer.
ወበእንተዝ
(wäbäntäz)
en daarom
ኢተውህበት
(itäwhbät)
werd niet gegeven
ለሴሎም
(läselom)
aan Sela
ወኢደገመ
(wäidägämä)
en hij ging niet meer
እንከ
(enkä)
dan
ቀሪቦታ
(qäribota)
tot haar
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:26.

Zie ookGen 38:26

Peres en Zerach

21En daarna werd zij zwanger en baarde twee zonen, Peres en Zerach, in het zevende jaar van deze tweede jaarweek.
ወእምዝ
(wämz)
en daarna
ፀንሰት
(tsänsät)
werd zij zwanger
ወወለደት
(wäwälädät)
en baarde
ክልኤተ
(keletä)
twee
ደቀ
(däqä)
zonen
ፋሬስሃ
(faresha)
Peres
ወዛራሃ
(wäzaraha)
en Zerach
በዓመት
(bäamät)
in het jaar
ሳብዕ
(sab)
zevende
ዘዝንቱ
(zäzntu)
van deze
ሱባዔ
(subae)
jaarweek
ዘዳግም
(zädagm)
tweede
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 38:27–30.

22En daarna waren de zeven jaren van overvloed voltooid, waarover Jozef tot Farao gesproken had.
ወእምዝ
(wämz)
en daarna
ተፈጸመ
(täfätsämä)
werden voltooid
ሰብዐቱ
(säbätu)
de zeven
ዓመት
(amät)
jaren
ዘሰምር
(zäsämr)
van overvloed
ዘይቤሎ
(zäybelo)
waarover gesproken had
ዮሴፍ
(yosef)
Jozef
ለፈርዖን
(läfäron)
tot Farao
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Gen. 41:53.

Zie ookGen 41:53

Judas berouw

23En Juda erkende dat het een slecht werk was dat hij gedaan had, want hij had met zijn schoondochter gelegen, en hij hield het voor gruwelijk in zijn ogen, en hij erkende dat hij gezondigd en gedwaald had, want hij had de mantel van zijn zoon onthuld, en hij begon te rouwen en te smeken voor Yahweh om zijn overtreding.
ወአእመረ
(wäämärä)
en hij erkende
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ከመ
(kämä)
dat
እኩይ
(ekuy)
slecht
ግብር
(gebr)
werk
ዘገብረ
(zägäbrä)
dat hij gedaan had
እስመ
(esmä)
want
ሰከበ
(säkäbä)
hij gelegen had
ምስለ
(meslä)
met
መርዓቱ
(märatu)
zijn schoondochter
ወአስተሐሠመ
(wäästähäsämä)
en hij hield het voor gruwelijk
በቅድመ
(bäqdmä)
voor het aangezicht van
አዕይንቲሁ
(äyntihu)
zijn ogen
ወአእመረ
(wäämärä)
en wist
ከመ
(kämä)
dat
አበሰ
(äbäsä)
had gezondigd
ወስሕተ
(wäshtä)
en gedwaald
እስመ
(esmä)
want
ከሠተ
(käsätä)
onthuld had
ክድነተ
(kednätä)
de mantel van
ወልዱ
(wäldu)
zijn zoon
ወአኀዘ
(wääkhäzä)
en hij begon
ይላሑ
(yelahu)
te rouwen
ወይትመሐለል
(wäytmähäläl)
en te smeken
ቅድመ
(qedmä)
voor
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
በእንተ
(bäntä)
om
አበሳሁ
(äbäsahu)
zijn overtreding
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Voor het onthullen van de mantel, zie Lev. 20:12 en vergelijk Jub. 33:10.

Zie ookLev 20:12
24En wij zeiden hem in een droom dat het hem vergeven werd, omdat hij zeer smeekte en omdat hij rouwde en het niet meer deed.
ወነገርናሁ
(wänägärnahu)
en wij zeiden hem
በሕልም
(bählm)
in een droom
ከመ
(kämä)
dat
ይሰረይ
(yesäräy)
dat het vergeven was
ሎቱ
(lotu)
voor hem
እስመ
(esmä)
want
ተማሕለለ
(tämahlälä)
hij smeekte
ጥቀ
(teqä)
zeer
ወእስመ
(wäsmä)
en omdat
ላሐወ
(lahäwä)
hij rouwde
ወኢገብረ
(wäigäbrä)
en het niet deed
እንከ
(enkä)
meer
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
25En er kwam vergeving voor hem, omdat hij zich afkeerde van zijn zonde en van zijn onwetendheid, want zwaar was de overtreding voor onze Elohim.
ወኮነ
(wäkonä)
en er kwam
ሎቱ
(lotu)
voor hem
ስርየት
(seryät)
vergeving
እስመ
(esmä)
want
ተመይጠ
(tämäytä)
hij zich afkeerde
እምኀጢአቱ
(emkhätiätu)
van zijn zonde
ወእምኢያእምሮቱ
(wämiyamrotu)
en van zijn onwetendheid
እስመ
(esmä)
want
ዐቢይ
(äbiy)
zwaar
አበሳ
(äbäsa)
de overtreding
አምላክነ
(ämlaknä)
onze Elohim
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing

እስመ ዐቢይ አበሳ አምላክነ (letterlijk ‘want groot is de overtreding, onze Elohim’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘want hij overtrad zeer voor onze Elohim’.

Charles heeft hierna nog: ‘en ieder die zo handelt, ieder die bij zijn schoonmoeder ligt, laat men hem met vuur verbranden, opdat hij daarin brandt, want er is onreinheid en bezoedeling op hen; met vuur laat men hen verbranden’; dat staat niet in de Beta-tekst.

26En jij, gebied de zonen van Israël dat er geen onreinheid in hun midden zij, want ieder die ligt met zijn schoondochter en met zijn schoonmoeder heeft onreinheid bedreven; met vuur zullen zij de man verbranden die met haar gelegen heeft en ook de vrouw, en Hij zal toorn en plaag van Israël afwenden.
ወአንተኒ
(wääntäni)
en jij
አዝዞሙ
(äzzomu)
gebied hun
ለውሉደ
(läwludä)
de kinderen van
እስራኤል
(esrael)
Israël
ወኢይኩን
(wäiykun)
dat er niet zij
ርኵስ
(rekws)
onreinheid
በማእከሎሙ
(bämakälomu)
in hun midden
እስመ
(esmä)
want
ኵሉ
(kwlu)
ieder
ዘይሰክብ
(zäysäkb)
die ligt
ምስለ
(meslä)
met
መርዓቱ
(märatu)
zijn schoondochter
ወምስለ
(wämslä)
en met
ሐማቱ
(hämatu)
zijn schoonmoeder
ርኵሰ
(rekwsä)
onreinheid
ገብረ
(gäbrä)
heeft bedreven
በእሳት
(bäsat)
met vuur
ያውዕዩ
(yawyu)
zullen verbranden
ብእሴ
(bese)
een man
ዘሰከበ
(zäsäkäbä)
die gelegen heeft
ምስሌሃ
(mesleha)
met haar
ወብእሲተኒ
(wäbsitäni)
en ook de vrouw
ወየኀድግ
(wäyäkhädg)
en Hij zal afwenden
መዓተ
(mäatä)
toorn
ወመቅሠፍተ
(wämäqsäftä)
en plaag
እምእስራኤል
(emsrael)
van Israël
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie Lev. 18:15, 20:12 en 20:14.

27En ook aan Juda zeiden wij dat zijn beide zonen niet met haar gelegen hadden.
ወለይሁዳኒ
(wäläyhudani)
en ook aan Juda
ነገርናሁ
(nägärnahu)
zeiden wij
ከመ
(kämä)
dat
ኢሰከቡ
(isäkäbu)
niet gelegen hadden
ምስሌሃ
(mesleha)
met haar
ክልኤሆሙ
(kelehomu)
beide
ደቂቁ
(däqiqu)
zijn zonen
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing

Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat daarom zijn zaad voor een tweede geslacht bevestigd werd en niet uitgeroeid zou worden; dat staat niet in de Beta-tekst.

28Want in de oprechtheid van zijn ogen ging hij en zocht het oordeel, want naar het oordeel van Abraham, dat hij zijn zonen geboden had, wilde Juda haar met vuur verbranden.
እስመ
(esmä)
want
በየውሀተ
(bäyäwhätä)
in de oprechtheid van
አዕይንቲሁ
(äyntihu)
zijn ogen
ሖረ
(horä)
ging hij
ወኀሠሠ
(wäkhäsäsä)
en zocht
ኵነኔ
(kwnäne)
het oordeel
እስመ
(esmä)
want
እምፍትሐ
(emfthä)
naar het oordeel van
አብርሃም
(äbrham)
Abraham
ዘአዘዞሙ
(zääzäzomu)
dat hij geboden had
ለውሉዱ
(läwludu)
aan zijn zonen
ፈቀደ
(fäqädä)
wilde
ይሁዳ
(yehuda)
Juda
ያውዕያ
(yawya)
haar verbranden
በእሳት
(bäsat)
met vuur
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie ook Jub. 20:4.