Elohim Bijbel

Markus 1

12345678910111213141516

Het begin van de goede boodschap

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het begin van de goede boodschap

1Begin van de goede boodschap van Yeshua de Messias.
Ἀρχὴ
(Arche)
begin
τοῦ
(tou)
van de
εὐαγγελίου
(euangeliou)
goede boodschap
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
χριστοῦ
(christou)
van de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’: het nieuws dat Elohim brengt.

Wij vertalen het overal zo.

χριστός (christos), ‘Messias’: ‘gezalfde’, het Hebreeuwse מָשִׁיחַ (mashiach). In dit evangelie vertalen wij het steeds met ‘Messias’.

Lezing

Sommige handschriften hebben na ‘Messias’ nog ‘Zoon van Elohim’.

Die woorden staan niet in de SBLGNT; wij vertalen de SBLGNT.

2Zoals geschreven staat in Jesaja, de profeet: „Zie, Ik zend Mijn bode voor je uit. Hij zal je weg bereiden.”
Καθὼς
(Kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
Ἠσαΐᾳ
(Esaia)
Jesaja
τῷ
(to)
de
προφήτῃ
(prophete)
profeet
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἀποστέλλω
(apostello)
Ik zend
τὸν
(ton)
de
ἄγγελόν
(angelon)
bode
μου
(mou)
Mijn
πρὸ
(pro)
voor
προσώπου
(prosopou)
aangezicht
σου
(sou)
je
ὃς
(hos)
die
κατασκευάσει
(kataskeuasei)
zal bereiden
τὴν
(ten)
de
ὁδόν
(hodon)
weg
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

Markus noemt alleen Jesaja, maar de eerste woorden komen uit Mal. 3:1 (vergelijk Exod. 23:20); pas vers 3 is Jes. 40:3.

Het Hebreeuws van Mal. 3:1 heeft ‘Ik zend Mijn bode, en hij zal de weg voor Mij banen’.

De Griekse tekst heeft ‘voor je uit’ en ‘je weg’; wie met ‘je’ bedoeld is, zegt het Grieks niet.

ἄγγελος (angelos), ‘boodschapper’: het Hebreeuws heeft מַלְאָךְ (malak), ‘bode’. In dit citaat vertalen wij ‘bode’, zoals in Matt. 11:10; elders vertalen wij ἄγγελος met ‘engel’.

Zie ook Matt. 11:10.

Lezing

Sommige handschriften hebben ‘in de profeten’ in plaats van ‘in Jesaja, de profeet’.

3„Een stem van iemand die roept in de woestijn: ‘Maak de weg van Yahweh gereed, maak Zijn paden recht.’”
φωνὴ
(phone)
stem
βοῶντος
(boontos)
van een roepende
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
Ἑτοιμάσατε
(Hetoimasate)
maak gereed
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
weg
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
εὐθείας
(eutheias)
recht
ποιεῖτε
(poieite)
maak
τὰς
(tas)
de
τρίβους
(tribous)
paden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Jes. 40:3.

Het Hebreeuws heeft ‘Een stem roept: baan in de woestijn de weg van Yahweh’; de Griekse tekst heeft ‘Een stem van iemand die roept in de woestijn’. κυρίου (kyriou), ‘van de Heer’, is vertaald als Yahweh, zoals in het Hebreeuws (יהוה).

Zie ook Matt. 3:3; Luc. 3:4–6; Joh. 1:23.

Johannes de Doper

4Johannes de Doper trad op in de woestijn en verkondigde een doop van bekering tot vergeving van zonden.
ἐγένετο
(egeneto)
werd
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
ὁ
(ho)
de
βαπτίζων
(baptizon)
doper
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
κηρύσσων
(kerysson)
verkondigend
βάπτισμα
(baptisma)
doop
μετανοίας
(metanoias)
van bekering
εἰς
(eis)
tot
ἄφεσιν
(aphesin)
vergeving
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετάνοια (metanoia), ‘bekering’, van μετανοέω (metanoeo): van denken veranderen.

Het gaat om een andere richting in denken en leven, een terugkeer tot Elohim, zoals het Hebreeuwse שׁוּב (shuv), ‘zich omkeren’.

βάπτισμα (baptisma), ‘doop’, van βαπτίζω (baptizo), ‘onderdompelen’. ἄφεσις (aphesis), ‘vergeving’: eigenlijk ‘loslaten, kwijtschelden’. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’: als een heraut een boodschap uitroepen.

Zie ook Matt. 3:1–2; Luc. 3:3.

5Heel het land Judea ging naar hem toe, en alle inwoners van Jeruzalem. Zij werden door hem gedoopt in de rivier de Jordaan en beleden hun zonden.
καὶ
(kai)
en
ἐξεπορεύετο
(exeporeueto)
ging uit
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
πᾶσα
(pasa)
heel
ἡ
(he)
het
Ἰουδαία
(Ioudaia)
Judea
χώρα
(chora)
land
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
Ἱεροσολυμῖται
(Hierosolymitai)
inwoners van Jeruzalem
πάντες
(pantes)
allen
καὶ
(kai)
en
ἐβαπτίζοντο
(ebaptizonto)
werden gedoopt
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
Ἰορδάνῃ
(Iordane)
Jordaan
ποταμῷ
(potamo)
rivier
ἐξομολογούμενοι
(exomologoumenoi)
belijdend
τὰς
(tas)
de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

ἐξομολογούμενοι (exomologoumenoi), ‘belijdend’: openlijk zeggen wat men fout heeft gedaan.

Zie ook Matt. 3:5–6.

6Johannes was gekleed in kamelenhaar en droeg een leren gordel om zijn heupen. Hij at sprinkhanen en wilde honing.
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ὁ
(ho)
de
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
ἐνδεδυμένος
(endedymenos)
gekleed
τρίχας
(trichas)
haren
καμήλου
(kamelou)
van een kameel
καὶ
(kai)
en
ζώνην
(zonen)
gordel
δερματίνην
(dermatinen)
leren
περὶ
(peri)
om
τὴν
(ten)
de
ὀσφὺν
(osphyn)
heupen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἔσθων
(esthon)
etend
ἀκρίδας
(akridas)
sprinkhanen
καὶ
(kai)
en
μέλι
(meli)
honing
ἄγριον
(agrion)
wilde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ook Elia droeg een leren gordel om zijn heupen (2 Kon. 1:8). ἀκρίδες (akrides), ‘sprinkhanen’: dieren die volgens Lev. 11:22 gegeten mochten worden.

Zie ook Matt. 3:4.

7Johannes verkondigde en zei: „Na mij komt Hij die sterker is dan ik. Ik ben niet waardig om me te bukken en de riem van Zijn sandalen los te maken.
καὶ
(kai)
en
ἐκήρυσσεν
(ekeryssen)
verkondigde
λέγων
(legon)
zeggend
Ἔρχεται
(Erchetai)
komt
ὁ
(ho)
de
ἰσχυρότερός
(ischyroteros)
sterkere
μου
(mou)
dan ik
ὀπίσω
(opiso)
achter
μου
(mou)
mij
οὗ
(hou)
van wie
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἱκανὸς
(hikanos)
waardig
κύψας
(kypsas)
gebukt
λῦσαι
(lysai)
los te maken
τὸν
(ton)
de
ἱμάντα
(himanta)
riem
τῶν
(ton)
van de
ὑποδημάτων
(hypodematon)
sandalen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἱμάς (himas), ‘riem’: de riem waarmee een sandaal aan de voet gebonden werd.

De woorden wijzen erop dat Johannes zich lager acht dan wie na hem komt.

Zie ook Matt. 3:11; Luc. 3:16; Joh. 1:26–27.

8Ik heb jullie gedoopt met water, maar Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest.”
ἐγὼ
(ego)
ik
ἐβάπτισα
(ebaptisa)
doopte
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὕδατι
(hydati)
met water
αὐτὸς
(autos)
Hij zelf
δὲ
(de)
maar
βαπτίσει
(baptisei)
zal dopen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἁγίῳ
(hagio)
heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft bij ‘water’ alleen een naamval (ὕδατι, ‘met water’), bij de Geest staat ἐν (en), ‘met’ of ‘in’: ‘met de Heilige Geest’.

Vergelijk Joël 3:1 (in de Nederlandse telling 2:28), waar Elohim Zijn Geest uitstort.

Zie ook Matt. 3:11; Luc. 3:16.

De doop van Yeshua

9In die dagen kwam Yeshua uit Nazaret in Galilea en werd door Johannes gedoopt in de Jordaan.
Καὶ
(Kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
ἐν
(en)
in
ἐκείναις
(ekeinais)
die
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἦλθεν
(elthen)
kwam
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἀπὸ
(apo)
uit
Ναζαρὲτ
(Nazaret)
Nazaret
τῆς
(tes)
van de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
καὶ
(kai)
en
ἐβαπτίσθη
(ebaptisthe)
werd gedoopt
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
Ἰορδάνην
(Iordanen)
Jordaan
ὑπὸ
(hypo)
door
Ἰωάννου
(Ioannou)
Johannes
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Nazaret: Nazaret (en-Nasira) ligt in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

Zie ook Matt. 3:13–17; Luc. 3:21–22; Joh. 1:32–34.

10Meteen, terwijl Hij uit het water omhoogkwam, zag Hij de hemelen openscheuren en de Geest als een duif op Hem neerdalen.
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἀναβαίνων
(anabainon)
omhoogkomend
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ὕδατος
(hydatos)
water
εἶδεν
(eiden)
zag Hij
σχιζομένους
(schizomenous)
openscheurend
τοὺς
(tous)
de
οὐρανοὺς
(ouranous)
hemelen
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ὡς
(hos)
als
περιστερὰν
(peristeran)
duif
καταβαῖνον
(katabainon)
neerdalend
εἰς
(eis)
op
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

σχιζομένους (schizomenous), ‘openscheurend’: sterker dan Matteüs, waar de hemelen ‘opengaan’.

Vergelijk Jes. 63:19 (in de Nederlandse telling 64:1), ‘O, dat U de hemel scheurde en neerdaalde!’.

Zie ook Matt. 3:16; Luc. 3:21–22.

11En een stem kwam uit de hemelen: „U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik behagen.”
καὶ
(kai)
en
φωνὴ
(phone)
stem
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Σὺ
(Sy)
U
εἶ
(ei)
bent
ὁ
(ho)
de
υἱός
(huios)
Zoon
μου
(mou)
Mijn
ὁ
(ho)
de
ἀγαπητός
(agapetos)
geliefde
ἐν
(en)
in
σοὶ
(soi)
U
εὐδόκησα
(eudokesa)
heb Ik behagen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt alleen ‘een stem uit de hemelen’.

Wij lezen de stem van de Vader, omdat de stem zegt ‘Mijn Zoon’.

Anders dan bij Matteüs spreekt de stem Yeshua zelf aan (‘U bent’).

De woorden doen denken aan Ps. 2:7, Jes. 42:1 en Gen. 22:2. ἀγαπητός (agapetos), ‘geliefde’.

Zie ook Matt. 3:17; Luc. 3:22.

Yeshua wordt op de proef gesteld

12Meteen dreef de Geest Hem de woestijn in.
Καὶ
(Kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐκβάλλει
(ekballei)
drijft uit
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
ἔρημον
(eremon)
woestijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκβάλλει (ekballei), ‘drijft uit’: hetzelfde werkwoord als voor het uitdrijven van demonen (vers 34 en 39).

Het is sterker dan ‘werd geleid’ bij Matteüs.

Zie ook Matt. 4:1; Luc. 4:1.

13Hij was 40 dagen in de woestijn en werd door Satan op de proef gesteld. Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
πειραζόμενος
(peirazomenos)
op de proef gesteld
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
Σατανᾶ
(Satana)
Satan
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
μετὰ
(meta)
bij
τῶν
(ton)
de
θηρίων
(therion)
wilde dieren
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἄγγελοι
(angeloi)
engelen
διηκόνουν
(diekonoun)
dienden
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

De 40 dagen doen denken aan Mozes (Exod. 34:28) en Elia (1 Kon. 19:8). πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’.

Satan (σατανᾶς, satanas) is Hebreeuws שָׂטָן (satan), ‘tegenstander’. θηρία (theria), ‘wilde dieren’.

Markus noemt niet waarmee Hij op de proef werd gesteld.

Zie ook Matt. 4:1–11; Luc. 4:1–13.

Yeshua verkondigt in Galilea

14Nadat Johannes was overgeleverd, ging Yeshua naar Galilea. Hij verkondigde de goede boodschap van Elohim
Καὶ
(Kai)
en
μετὰ
(meta)
na
τὸ
(to)
het
παραδοθῆναι
(paradothenai)
overgeleverd worden
τὸν
(ton)
de
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
ἦλθεν
(elthen)
kwam
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Γαλιλαίαν
(Galilaian)
Galilea
κηρύσσων
(kerysson)
verkondigend
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Uitleg

παραδοθῆναι (paradothenai), ‘overgeleverd worden’: Johannes werd overgegeven aan de macht van anderen, waarschijnlijk gevangengezet. εὐαγγέλιον τοῦ θεοῦ, ‘de goede boodschap van Elohim’: de boodschap die Elohim brengt.

Zie ook Matt. 4:12; Luc. 4:14–15.

15en zei: „De tijd is vervuld en het koninkrijk van Elohim is nabij gekomen. Bekeer jullie en geloof in de goede boodschap.”
καὶ
(kai)
en
λέγων
(legon)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Πεπλήρωται
(Peplerotai)
is vervuld
ὁ
(ho)
de
καιρὸς
(kairos)
tijd
καὶ
(kai)
en
ἤγγικεν
(engiken)
is nabij gekomen
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μετανοεῖτε
(metanoeite)
bekeer jullie
καὶ
(kai)
en
πιστεύετε
(pisteuete)
geloof
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
εὐαγγελίῳ
(euangelio)
goede boodschap
Bron: SBLGNT
Uitleg

καιρός (kairos), ‘tijd’: een bepaald, beslissend moment. ἤγγικεν (engiken), ‘is nabij gekomen’, staat in de voltooide tijd: het is dichtbij gekomen en is er nu. βασιλεία τοῦ θεοῦ (basileia tou theou), ‘het koninkrijk van Elohim’: Matteüs zegt ‘het koninkrijk van de hemelen’. μετανοεῖτε, ‘bekeer jullie’: zie vers 4.

Zie ook Matt. 4:17.

De roeping van de eerste leerlingen

16Terwijl Hij langs de zee van Galilea liep, zag Hij Simon en Andreas, de broer van Simon. Zij wierpen een net in de zee, want zij waren vissers.
Καὶ
(Kai)
en
παράγων
(paragon)
langslopend
παρὰ
(para)
langs
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
τῆς
(tes)
van de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
εἶδεν
(eiden)
zag Hij
Σίμωνα
(Simona)
Simon
καὶ
(kai)
en
Ἀνδρέαν
(Andrean)
Andreas
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
Σίμωνος
(Simonos)
van Simon
ἀμφιβάλλοντας
(amphiballontas)
uitwerpend
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
ἦσαν
(esan)
waren
γὰρ
(gar)
want
ἁλιεῖς
(halieis)
vissers
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.

Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.

Uitleg

θάλασσα (thalassa), ‘zee’: de zee van Galilea is een meer.

Bij ἀμφιβάλλοντας (amphiballontas), ‘uitwerpend’, noemt het Grieks het voorwerp niet; wij vullen ‘een net’ aan (het gaat om een werpnet).

Zie ook Matt. 4:18–22; Luc. 5:1–11.

17Yeshua zei tegen hen: „Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie vissers van mensen laten worden.”
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Δεῦτε
(Deute)
kom
ὀπίσω
(opiso)
achter
μου
(mou)
Mij
καὶ
(kai)
en
ποιήσω
(poieso)
zal maken
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
γενέσθαι
(genesthai)
worden
ἁλιεῖς
(halieis)
vissers
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δεῦτε ὀπίσω μου (deute opiso mou), ‘kom achter Mij aan’: leerling worden. ποιήσω ὑμᾶς γενέσθαι (poieso hymas genesthai), ‘Ik zal maken dat jullie worden’: Yeshua zelf maakt hen tot wat zij worden.

Zie ook Matt. 4:19.

Zie ookMat 4:19
18Meteen lieten zij de netten achter en volgden Hem.
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἀφέντες
(aphentes)
achterlatend
τὰ
(ta)
de
δίκτυα
(diktya)
netten
ἠκολούθησαν
(ekolouthesan)
volgden
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
19Toen Hij een stukje verder was gegaan, zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ook zij zaten in de boot en herstelden de netten.
καὶ
(kai)
en
προβὰς
(probas)
verdergegaan
ὀλίγον
(oligon)
een beetje
εἶδεν
(eiden)
zag Hij
Ἰάκωβον
(Iakobon)
Jakobus
τὸν
(ton)
de
τοῦ
(tou)
van
Ζεβεδαίου
(Zebedaiou)
Zebedeüs
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πλοίῳ
(ploio)
boot
καταρτίζοντας
(katartizontas)
herstellend
τὰ
(ta)
de
δίκτυα
(diktya)
netten
Bron: SBLGNT
20Meteen riep Hij hen. Zij lieten hun vader Zebedeüs achter in de boot, bij de loonarbeiders, en gingen achter Hem aan.
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἐκάλεσεν
(ekalesen)
riep Hij
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
ἀφέντες
(aphentes)
achterlatend
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
αὐτῶν
(auton)
hun
Ζεβεδαῖον
(Zebedaion)
Zebedeüs
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πλοίῳ
(ploio)
boot
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
μισθωτῶν
(misthoton)
loonarbeiders
ἀπῆλθον
(apelthon)
gingen weg
ὀπίσω
(opiso)
achter
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

μισθωτοί (misthotoi), ‘loonarbeiders’: mannen die voor loon werkten.

Zie ook Matt. 4:21–22.

Een man met een onreine geest in de synagoge

21Zij kwamen in Kapernaüm. Meteen, op de sabbat, onderwees Hij in de synagoge.
Καὶ
(Kai)
en
εἰσπορεύονται
(eisporeuontai)
gaan binnen
εἰς
(eis)
naar
Καφαρναούμ
(Kapharnaoum)
Kapernaüm
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
τοῖς
(tois)
op de
σάββασιν
(sabbasin)
sabbatten
ἐδίδασκεν
(edidasken)
onderwees Hij
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
συναγωγήν
(synagogen)
synagoge
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kapernaüm: Kapernaüm (Tel Hum) lag aan de noordwestkant van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Uitleg

εὐθύς (euthys), ‘meteen’: Markus gebruikt dit woord vaak.

Wij vertalen het steeds met ‘meteen’. συναγωγή (synagoge), ‘samenkomst, plaats van samenkomst’: het huis waar men op sabbat bijeenkwam voor gebed, lezing en onderwijs.

Zie ook Luc. 4:31–37.

22Zij stonden versteld over Zijn onderwijs, want Hij onderwees hen als iemand die gezag heeft, en niet zoals de schriftgeleerden.
καὶ
(kai)
en
ἐξεπλήσσοντο
(exeplessonto)
stonden versteld
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
het
διδαχῇ
(didache)
onderwijs
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἦν
(en)
was
γὰρ
(gar)
want
διδάσκων
(didaskon)
onderwijzend
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὡς
(hos)
als
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἔχων
(echon)
hebbend
καὶ
(kai)
en
οὐχ
(ouch)
niet
ὡς
(hos)
als
οἱ
(hoi)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: het recht en de macht om te spreken en te handelen. γραμματεῖς (grammateis), ‘schriftgeleerden’: mannen die de Schrift en de wet uitlegden.

Zie ook Matt. 7:28–29.

23Meteen was er in hun synagoge een man met een onreine geest. Hij schreeuwde het uit.
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
συναγωγῇ
(synagoge)
synagoge
αὐτῶν
(auton)
hun
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
geest
ἀκαθάρτῳ
(akatharto)
onreine
καὶ
(kai)
en
ἀνέκραξεν
(anekraxen)
schreeuwde het uit
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνεῦμα ἀκάθαρτον (pneuma akatharton), ‘onreine geest’: een boze geest, onrein omdat hij tegenover de heilige Elohim staat.

Het Grieks zegt ἐν πνεύματι (‘in een geest’): de man was in de macht van die geest.

Zie ook Luc. 4:33–37.

24Hij zei: „Wat hebben wij met U te maken, Yeshua van Nazaret? Bent U gekomen om ons om te brengen? Ik weet wie U bent: de Heilige van Elohim.”
λέγων
(legon)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
ἡμῖν
(hemin)
ons
καὶ
(kai)
en
σοί
(soi)
U
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Ναζαρηνέ
(Nazarene)
Nazarener
ἦλθες
(elthes)
kwam U
ἀπολέσαι
(apolesai)
om te brengen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
οἶδά
(oida)
ik weet
σε
(se)
U
τίς
(tis)
wie
εἶ
(ei)
U bent
ὁ
(ho)
de
ἅγιος
(hagios)
Heilige
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Nazaret: Nazaret (en-Nasira) ligt in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Uitleg

Ναζαρηνός (Nazarenos), ‘van Nazaret’. ὁ ἅγιος τοῦ θεοῦ (ho hagios tou theou), ‘de Heilige van Elohim’: vergelijk ‘de Heilige van Israël’ (Jes. 1:4).

De geest spreekt eerst in het meervoud (‘wij’), daarna in het enkelvoud (‘ik weet’).

Zie ook Luc. 4:34.

25Yeshua bestrafte hem en zei: „Wees stil en ga uit hem weg.”
καὶ
(kai)
en
ἐπετίμησεν
(epetimesen)
bestrafte
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
λέγων
(legon)
zeggend
Φιμώθητι
(Phimotheti)
wees stil
καὶ
(kai)
en
ἔξελθε
(exelthe)
ga uit
ἐξ
(ex)
uit
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιτιμάω (epitimao), ‘bestraffen’: streng terechtwijzen; wij vertalen het overal zo. φιμόω (phimoo), ‘de mond snoeren’, wij vertalen ‘wees stil’; vergelijk Mark. 4:39.

Zie ookMar 4:39
26De onreine geest rukte hem heen en weer, riep met luide stem en ging uit hem weg.
καὶ
(kai)
en
σπαράξαν
(sparaxan)
heen en weer rukkend
αὐτὸν
(auton)
hem
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
τὸ
(to)
de
ἀκάθαρτον
(akatharton)
onreine
καὶ
(kai)
en
φωνῆσαν
(phonesan)
roepend
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
ἐξ
(ex)
uit
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
27Allen waren zo verbaasd dat zij onder elkaar vroegen: „Wat is dit? Een nieuw onderwijs! Met gezag geeft Hij zelfs de onreine geesten bevel, en zij gehoorzamen Hem.”
καὶ
(kai)
en
ἐθαμβήθησαν
(ethambethesan)
waren verbaasd
ἅπαντες
(hapantes)
allen
ὥστε
(hoste)
zodat
συζητεῖν
(syzetein)
te discussiëren
πρὸς
(pros)
onder
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
λέγοντας
(legontas)
zeggenden
Τί
(Ti)
wat
ἐστιν
(estin)
is
τοῦτο
(touto)
dit
διδαχὴ
(didache)
onderwijs
καινή
(kaine)
nieuw
κατ’
(kat’)
met
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
καὶ
(kai)
ook
τοῖς
(tois)
aan de
πνεύμασι
(pneumasi)
geesten
τοῖς
(tois)
de
ἀκαθάρτοις
(akathartois)
onreine
ἐπιτάσσει
(epitassei)
geeft bevel
καὶ
(kai)
en
ὑπακούουσιν
(hypakouousin)
gehoorzamen
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Wij volgen de zinsverdeling van de SBLGNT: ‘Een nieuw onderwijs!’ en dan ‘Met gezag …’.

Lezing

De zin laat zich ook lezen als ‘Een nieuw onderwijs met gezag!’.

28Het nieuws over Hem ging meteen overal rond, in heel de omgeving van Galilea.
καὶ
(kai)
en
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
ἡ
(he)
het
ἀκοὴ
(akoe)
gerucht
αὐτοῦ
(autou)
over Hem
εὐθὺς
(euthys)
meteen
πανταχοῦ
(pantachou)
overal
εἰς
(eis)
naar
ὅλην
(holen)
heel
τὴν
(ten)
de
περίχωρον
(perichoron)
omgeving
τῆς
(tes)
van de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

De schoonmoeder van Simon en veel zieken

29Meteen kwamen zij uit de synagoge en gingen naar het huis van Simon en Andreas, samen met Jakobus en Johannes.
Καὶ
(Kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
συναγωγῆς
(synagoges)
synagoge
ἐξελθόντες
(exelthontes)
uitgegaan
ἦλθον
(elthon)
kwamen
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
Σίμωνος
(Simonos)
van Simon
καὶ
(kai)
en
Ἀνδρέου
(Andreou)
van Andreas
μετὰ
(meta)
met
Ἰακώβου
(Iakobou)
Jakobus
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννου
(Ioannou)
Johannes
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 8:14–15; Luc. 4:38–39.

30De schoonmoeder van Simon lag ziek met koorts. Meteen vertelden zij Hem over haar.
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
πενθερὰ
(penthera)
schoonmoeder
Σίμωνος
(Simonos)
van Simon
κατέκειτο
(katekeito)
lag
πυρέσσουσα
(pyressousa)
koortsig zijnde
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
λέγουσιν
(legousin)
zeggen
αὐτῷ
(auto)
Hem
περὶ
(peri)
over
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
31Hij ging naar haar toe, pakte haar bij de hand en richtte haar op. De koorts verliet haar en zij diende hen.
καὶ
(kai)
en
προσελθὼν
(proselthon)
naderend
ἤγειρεν
(egeiren)
richtte op
αὐτὴν
(auten)
haar
κρατήσας
(kratesas)
grijpend
τῆς
(tes)
de
χειρός
(cheiros)
hand
καὶ
(kai)
en
ἀφῆκεν
(apheken)
verliet
αὐτὴν
(auten)
haar
ὁ
(ho)
de
πυρετός
(pyretos)
koorts
καὶ
(kai)
en
διηκόνει
(diekonei)
diende
αὐτοῖς
(autois)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἤγειρεν (egeiren), ‘richtte op’: hetzelfde werkwoord wordt later ook voor het opstaan uit de dood gebruikt (Mark. 16:6).

Zie ookMar 16:6
32Toen het avond was geworden en de zon was ondergegaan, brachten zij allen die ziek waren bij Hem, en ook de door demonen bezetenen.
Ὀψίας
(Opsias)
avond
δὲ
(de)
maar
γενομένης
(genomenes)
geworden
ὅτε
(hote)
toen
ἔδυ
(edy)
onderging
ὁ
(ho)
de
ἥλιος
(helios)
zon
ἔφερον
(epheron)
brachten
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
Hem
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
de
κακῶς
(kakos)
ziek
ἔχοντας
(echontas)
verkerenden
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
δαιμονιζομένους
(daimonizomenous)
door demonen bezetenen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vers 21 was een sabbat; na zonsondergang was de sabbat voorbij. δαιμονιζομένους (daimonizomenous), ‘door demonen bezetenen’.

Zie ook Matt. 8:16–17; Luc. 4:40–41.

33De hele stad was bijeengekomen bij de deur.
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ὅλη
(hole)
hele
ἡ
(he)
de
πόλις
(polis)
stad
ἐπισυνηγμένη
(episynegmene)
verzameld
πρὸς
(pros)
bij
τὴν
(ten)
de
θύραν
(thyran)
deur
Bron: SBLGNT
34Hij genas velen die aan allerlei ziekten leden en dreef veel demonen uit. Hij liet de demonen niet spreken, want zij kenden Hem.
καὶ
(kai)
en
ἐθεράπευσεν
(etherapeusen)
genas
πολλοὺς
(pollous)
velen
κακῶς
(kakos)
ziek
ἔχοντας
(echontas)
verkerenden
ποικίλαις
(poikilais)
met velerlei
νόσοις
(nosois)
ziekten
καὶ
(kai)
en
δαιμόνια
(daimonia)
demonen
πολλὰ
(polla)
vele
ἐξέβαλεν
(exebalen)
dreef uit
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἤφιεν
(ephien)
liet toe
λαλεῖν
(lalein)
te spreken
τὰ
(ta)
de
δαιμόνια
(daimonia)
demonen
ὅτι
(hoti)
omdat
ᾔδεισαν
(edeisan)
zij kenden
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT

Yeshua bidt en trekt door Galilea

35Heel vroeg, nog in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en vertrok naar een verlaten plaats. Daar bad Hij.
Καὶ
(Kai)
en
πρωῒ
(proi)
vroeg
ἔννυχα
(ennycha)
nog in de nacht
λίαν
(lian)
zeer
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
καὶ
(kai)
en
ἀπῆλθεν
(apelthen)
vertrok
εἰς
(eis)
naar
ἔρημον
(eremon)
verlaten
τόπον
(topon)
plaats
κἀκεῖ
(kakei)
en daar
προσηύχετο
(proseycheto)
bad Hij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔρημον τόπον (eremon topon), ‘verlaten plaats’: een plek waar niemand woont; hetzelfde woord als ‘woestijn’, hier als bijvoeglijk naamwoord.

36Simon en wie bij hem waren gingen Hem achterna.
καὶ
(kai)
en
κατεδίωξεν
(katedioxen)
zocht na
αὐτὸν
(auton)
Hem
Σίμων
(Simon)
Simon
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
37Zij vonden Hem en zeiden tegen Hem: „Iedereen zoekt U.”
καὶ
(kai)
en
εὗρον
(heuron)
vonden
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
λέγουσιν
(legousin)
zeggen
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
ὅτι
(hoti)
dat
Πάντες
(Pantes)
allen
ζητοῦσίν
(zetousin)
zoeken
σε
(se)
U
Bron: SBLGNT
38Hij zei tegen hen: „Laten wij ergens anders heen gaan, naar de nabijgelegen stadjes, om ook daar te verkondigen. Want daarvoor ben Ik uitgegaan.”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Ἄγωμεν
(Agomen)
laten wij gaan
ἀλλαχοῦ
(allachou)
elders
εἰς
(eis)
naar
τὰς
(tas)
de
ἐχομένας
(echomenas)
nabijgelegen
κωμοπόλεις
(komopoleis)
stadjes
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
ἐκεῖ
(ekei)
daar
κηρύξω
(keryxo)
Ik verkondig
εἰς
(eis)
tot
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
ἐξῆλθον
(exelthon)
ging Ik uit
Bron: SBLGNT
Uitleg

κωμοπόλεις (komopoleis), ‘stadjes’: dorpen die als stad golden. ἐξῆλθον (exelthon), ‘ben Ik uitgegaan’: het Grieks zegt niet waaruit; het kan het huis of de plaats van vers 35 zijn, of ook Elohim.

Zie ook Luc. 4:42–44.

39Hij trok door heel Galilea, verkondigde in hun synagogen en dreef de demonen uit.
καὶ
(kai)
en
ἦλθεν
(elthen)
kwam
κηρύσσων
(kerysson)
verkondigend
εἰς
(eis)
naar
τὰς
(tas)
de
συναγωγὰς
(synagogas)
synagogen
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰς
(eis)
in
ὅλην
(holen)
heel
τὴν
(ten)
de
Γαλιλαίαν
(Galilaian)
Galilea
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
δαιμόνια
(daimonia)
demonen
ἐκβάλλων
(ekballon)
uitdrijvend
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Yeshua maakt een melaatse rein

40Een melaatse kwam naar Hem toe. Hij smeekte Hem, viel op de knieën en zei tegen Hem: „Als U wilt, kunt U mij rein maken.”
Καὶ
(Kai)
en
ἔρχεται
(erchetai)
komt
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
Hem
λεπρὸς
(lepros)
melaatse
παρακαλῶν
(parakalon)
smekend
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
γονυπετῶν
(gonypeton)
knielend
λέγων
(legon)
zeggend
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐὰν
(Ean)
als
θέλῃς
(theles)
U wilt
δύνασαί
(dynasai)
U kunt
με
(me)
mij
καθαρίσαι
(katharisai)
rein maken
Bron: SBLGNT
Uitleg

λεπρός (lepros), ‘melaatse’: iemand met een ernstige huidziekte die volgens Lev. 13:45–46 onrein was en buiten het kamp moest wonen. καθαρίζω (katharizo), ‘rein maken’.

Zie ook Matt. 8:2–4; Luc. 5:12–16.

41Hij werd boos, stak Zijn hand uit, raakte hem aan en zei tegen hem: „Ik wil. Word rein.”
καὶ
(kai)
en
ὀργισθεὶς
(orgistheis)
boos geworden
ἐκτείνας
(ekteinas)
uitstekend
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἥψατο
(hepsato)
raakte aan
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
hem
Θέλω
(Thelo)
Ik wil
καθαρίσθητι
(katharistheti)
word rein
Bron: SBLGNT
Uitleg

Een melaatse aanraken maakte onrein (Lev. 13:45–46); Yeshua raakt hem toch aan.

Lezing

De SBLGNT heeft ὀργισθείς (orgistheis), ‘boos geworden’.

Sommige handschriften hebben σπλαγχνισθείς (splanchnistheis), ‘met medelijden bewogen’.

Wij vertalen de SBLGNT.

42Meteen verliet de melaatsheid hem en hij werd rein.
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἀπῆλθεν
(apelthen)
ging weg
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἡ
(he)
de
λέπρα
(lepra)
melaatsheid
καὶ
(kai)
en
ἐκαθαρίσθη
(ekatharisthe)
werd gereinigd
Bron: SBLGNT
43Hij sprak hem streng toe en stuurde hem meteen weg.
καὶ
(kai)
en
ἐμβριμησάμενος
(embrimesamenos)
streng toesprekend
αὐτῷ
(auto)
hem
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἐξέβαλεν
(exebalen)
stuurde weg
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐμβριμησάμενος (embrimesamenos), ‘streng toesprekend’: het werkwoord drukt sterke gevoelens uit. ἐξέβαλεν (exebalen), ‘stuurde weg’, is hetzelfde werkwoord als ‘uitdrijven’ (vers 12).

Zie ookMar 1:12
44Hij zei tegen hem: „Pas op dat je tegen niemand iets zegt. Maar ga heen, laat je aan de priester zien en breng voor je reiniging aan wat Mozes heeft opgedragen, als getuigenis voor hen.”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
hem
Ὅρα
(Hora)
pas op
μηδενὶ
(medeni)
niemand
μηδὲν
(meden)
niets
εἴπῃς
(eipes)
zeg
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὕπαγε
(hypage)
ga
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
δεῖξον
(deixon)
toon
τῷ
(to)
aan de
ἱερεῖ
(hierei)
priester
καὶ
(kai)
en
προσένεγκε
(prosenenke)
breng
περὶ
(peri)
voor
τοῦ
(tou)
de
καθαρισμοῦ
(katharismou)
reiniging
σου
(sou)
je
ἃ
(ha)
wat
προσέταξεν
(prosetaxen)
droeg op
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
εἰς
(eis)
tot
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
αὐτοῖς
(autois)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

De wet van Mozes over de reiniging van een melaatse staat in Lev. 14:2–32. μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’: het bewijs dat de man genezen is.

Zie ook Matt. 8:4; Luc. 5:14.

45Maar hij ging weg en begon er veel over te verkondigen en het woord bekend te maken. Daardoor kon Hij niet meer openlijk een stad binnengaan, maar bleef buiten, op verlaten plaatsen. Toch kwamen ze van overal naar Hem toe.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἐξελθὼν
(exelthon)
uitgegaan
ἤρξατο
(erxato)
begon
κηρύσσειν
(keryssein)
te verkondigen
πολλὰ
(polla)
veel
καὶ
(kai)
en
διαφημίζειν
(diaphemizein)
bekend te maken
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
ὥστε
(hoste)
zodat
μηκέτι
(meketi)
niet meer
αὐτὸν
(auton)
Hem
δύνασθαι
(dynasthai)
kon
φανερῶς
(phaneros)
openlijk
εἰς
(eis)
in
πόλιν
(polin)
stad
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
binnengaan
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἔξω
(exo)
buiten
ἐπ’
(ep’)
op
ἐρήμοις
(eremois)
verlaten
τόποις
(topois)
plaatsen
ἦν
(en)
was
καὶ
(kai)
en
ἤρχοντο
(erchonto)
kwamen
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
Hem
πάντοθεν
(pantothen)
van overal
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft bij ‘verkondigen’ (κηρύσσειν) hier de man die genezen is als onderwerp. λόγος (logos), ‘woord’: het nieuws over wat Yeshua deed.

Zie ook Luc. 5:15–16.