De verdorde hand, de twaalf en de familie van Yeshua
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De man met de verschrompelde hand
1Hij ging weer een synagoge binnen. Daar was een man met een verschrompelde hand.
Καὶ
(Kai)
en
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
πάλιν
(palin)
weer
εἰς
(eis)
in
συναγωγήν
(synagogen)
synagoge
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
ἐξηραμμένην
(exerammenen)
verschrompelde
ἔχων
(echon)
hebbend
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐξηραμμένην (exerammenen), ‘verschrompeld’: een hand die uitgedroogd en krachteloos is; vergelijk 1 Kon. 13:4, waar de hand van Jerobeam verdorde.
2Zij letten op Hem om te zien of Hij hem op de sabbat zou genezen, zodat zij Hem konden beschuldigen.
καὶ
(kai)
en
παρετήρουν
(pareteroun)
letten op
αὐτὸν
(auton)
Hem
εἰ
(ei)
of
τοῖς
(tois)
op de
σάββασιν
(sabbasin)
sabbatten
θεραπεύσει
(therapeusei)
zou genezen
αὐτόν
(auton)
hem
ἵνα
(hina)
opdat
κατηγορήσωσιν
(kategoresosin)
zij beschuldigden
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
3Hij zei tegen de man met de verschrompelde hand: „Sta op en kom in het midden.”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
τῷ
(to)
aan de
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
man
τῷ
(to)
die
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
ἔχοντι
(echonti)
hebbende
ξηράν
(xeran)
verschrompelde
Ἔγειρε
(Egeire)
sta op
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
het
μέσον
(meson)
midden
Bron: SBLGNT
4Hij zei tegen hen: „Is het geoorloofd om op de sabbat goed of kwaad te doen, een leven te redden of te doden?” Zij zwegen.
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ἔξεστιν
(Exestin)
is geoorloofd
τοῖς
(tois)
op de
σάββασιν
(sabbasin)
sabbatten
ἀγαθοποιῆσαι
(agathopoiesai)
goed te doen
ἢ
(e)
of
κακοποιῆσαι
(kakopoiesai)
kwaad te doen
ψυχὴν
(psychen)
leven
σῶσαι
(sosai)
te redden
ἢ
(e)
of
ἀποκτεῖναι
(apokteinai)
te doden
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
ἐσιώπων
(esiopon)
zwegen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ψυχή (psyche), ‘leven’, ook ‘ziel’: hier gaat het om het leven van een mens.
5Hij keek met woede om Zich heen naar hen. Hij was diep bedroefd over de verharding van hun hart. Hij zei tegen de man: „Steek je hand uit.” Hij stak haar uit, en zijn hand werd hersteld.
καὶ
(kai)
en
περιβλεψάμενος
(periblepsamenos)
rondkijkend naar
αὐτοὺς
(autous)
hen
μετ’
(met’)
met
ὀργῆς
(orges)
woede
συλλυπούμενος
(syllypoumenos)
meebedroefd
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
de
πωρώσει
(porosei)
verharding
τῆς
(tes)
van het
καρδίας
(kardias)
hart
αὐτῶν
(auton)
hun
λέγει
(legei)
zegt
τῷ
(to)
aan de
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
man
Ἔκτεινον
(Ekteinon)
steek uit
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
καὶ
(kai)
en
ἐξέτεινεν
(exeteinen)
stak uit
καὶ
(kai)
en
ἀπεκατεστάθη
(apekatestathe)
werd hersteld
ἡ
(he)
de
χεὶρ
(cheir)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
πώρωσις (porosis), ‘verharding’: eigenlijk een hard, gevoelloos geworden plek.
In Markus laat Yeshua hier Zijn woede en Zijn verdriet zien.
6De Farizeeën gingen naar buiten en hielden meteen met de Herodianen overleg tegen Hem, om Hem om te brengen.
καὶ
(kai)
en
ἐξελθόντες
(exelthontes)
uitgegaan
οἱ
(hoi)
de
Φαρισαῖοι
(Pharisaioi)
Farizeeën
εὐθὺς
(euthys)
meteen
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
Ἡρῳδιανῶν
(Herodianon)
Herodianen
συμβούλιον
(symboulion)
raad
ἐδίδουν
(edidoun)
hielden
κατ’
(kat’)
tegen
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ὅπως
(hopos)
hoe
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἀπολέσωσιν
(apolesosin)
zij zouden ombrengen
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἡρῳδιανοί (Herodianoi), ‘Herodianen’: aanhangers van de familie van Herodes, die over Galilea heerste.
De Farizeeën en de Herodianen werkten normaal niet samen.
Een grote menigte bij de zee
7Yeshua trok zich met Zijn leerlingen terug naar de zee. Een grote menigte uit Galilea volgde Hem, en uit Judea
Καὶ
(Kai)
en
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀνεχώρησεν
(anechoresen)
trok zich terug
πρὸς
(pros)
naar
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
καὶ
(kai)
en
πολὺ
(poly)
veel
πλῆθος
(plethos)
volk
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
ἠκολούθησεν
(ekolouthesen)
volgde
καὶ
(kai)
en
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.
Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.
Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
8en uit Jeruzalem, uit Idumea, van de overkant van de Jordaan en uit de omgeving van Tyrus en Sidon. Een grote menigte kwam naar Hem toe, omdat zij hoorden wat Hij deed.
καὶ
(kai)
en
ἀπὸ
(apo)
van
Ἱεροσολύμων
(Hierosolymon)
Jeruzalem
καὶ
(kai)
en
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
Ἰδουμαίας
(Idoumaias)
Idumea
καὶ
(kai)
en
πέραν
(peran)
overkant
τοῦ
(tou)
van de
Ἰορδάνου
(Iordanou)
Jordaan
καὶ
(kai)
en
περὶ
(peri)
rond
Τύρον
(Tyron)
Tyrus
καὶ
(kai)
en
Σιδῶνα
(Sidona)
Sidon
πλῆθος
(plethos)
menigte
πολύ
(poly)
grote
ἀκούοντες
(akouontes)
horend
ὅσα
(hosa)
wat
ἐποίει
(epoiei)
deed
ἦλθον
(elthon)
kwamen
πρὸς
(pros)
naar
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Idumea (ligging ongeveer): Idumea is de Griekse naam voor Edom.
In de tijd van Yeshua was dit het gebied ten zuiden van Judea, rond Hebron en Maresa.
De grenzen zijn niet scherp.
Zie Overkant van de Jordaan (Perea; ligging onzeker): ‘De overkant van de Jordaan’ is het gebied ten oosten van de Jordaan, tegenover Judea.
Later heette dit gebied Perea.
De precieze grenzen zijn niet vast te stellen.
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.
Zie Sidon: Sidon ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.
Uitleg
Ἰδουμαία (Idoumaia), ‘Idumea’: de Griekse naam van Edom, het land ten zuiden van Judea.
Het getal twaalf doet denken aan de twaalf stammen van Israël. ἀποστέλλῃ (apostelle), ‘uitzond’: daarvan komt ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’, ‘gezondene’.
Lezing
Sommige handschriften voegen na ‘twaalf’ toe: ‘die Hij ook apostelen noemde’.
Die woorden staan niet in de SBLGNT; wij vertalen de SBLGNT.
15en om gezag te hebben de demonen uit te drijven.
καὶ
(kai)
en
ἔχειν
(echein)
te hebben
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἐκβάλλειν
(ekballein)
uit te drijven
τὰ
(ta)
de
δαιμόνια
(daimonia)
demonen
Bron: SBLGNT
16Hij stelde de twaalf aan: Simon, aan wie Hij de naam Petrus gaf,
19en Judas Iskariot, die Hem ook heeft overgeleverd.
καὶ
(kai)
en
Ἰούδαν
(Ioudan)
Judas
Ἰσκαριώθ
(Iskarioth)
Iskariot
ὃς
(hos)
die
καὶ
(kai)
ook
παρέδωκεν
(paredoken)
heeft overgeleverd
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἰσκαριώθ (Iskarioth), ‘Iskariot’: de betekenis is onzeker; vaak denkt men aan ‘man uit Kerijot’. παρέδωκεν (paredoken), ‘heeft overgeleverd’: hetzelfde werkwoord als bij Johannes in Mark. 1:14.
23Hij riep hen bij Zich en zei in gelijkenissen tegen hen: „Hoe kan Satan Satan uitdrijven?
καὶ
(kai)
en
προσκαλεσάμενος
(proskalesamenos)
roepend bij zich
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
παραβολαῖς
(parabolais)
gelijkenissen
ἔλεγεν
(elegen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Πῶς
(Pos)
hoe
δύναται
(dynatai)
kan
Σατανᾶς
(Satanas)
Satan
Σατανᾶν
(Satanan)
Satan
ἐκβάλλειν
(ekballein)
uitdrijven
Bron: SBLGNT
Uitleg
παραβολή (parabole), ‘gelijkenis’: een vergelijking of beeldspraak, in het Hebreeuws מָשָׁל (mashal).
24Als een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld wordt, kan dat koninkrijk niet standhouden.
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
als
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
ἐφ’
(eph’)
tegen
ἑαυτὴν
(heauten)
zichzelf
μερισθῇ
(meristhe)
verdeeld wordt
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
σταθῆναι
(stathenai)
standhouden
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
ἐκείνη
(ekeine)
dat
Bron: SBLGNT
25En als een huis tegen zichzelf verdeeld wordt, zal dat huis niet kunnen standhouden.
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
als
οἰκία
(oikia)
huis
ἐφ’
(eph’)
tegen
ἑαυτὴν
(heauten)
zichzelf
μερισθῇ
(meristhe)
verdeeld wordt
οὐ
(ou)
niet
δυνήσεται
(dynesetai)
zal kunnen
ἡ
(he)
het
οἰκία
(oikia)
huis
ἐκείνη
(ekeine)
dat
σταθῆναι
(stathenai)
standhouden
Bron: SBLGNT
26En als Satan tegen zichzelf is opgestaan en verdeeld is, kan hij niet standhouden, maar heeft hij een einde.
καὶ
(kai)
en
εἰ
(ei)
als
ὁ
(ho)
de
Σατανᾶς
(Satanas)
Satan
ἀνέστη
(aneste)
stond op
ἐφ’
(eph’)
tegen
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
καὶ
(kai)
en
ἐμερίσθη
(emeristhe)
werd verdeeld
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
στῆναι
(stenai)
standhouden
ἀλλὰ
(alla)
maar
τέλος
(telos)
einde
ἔχει
(echei)
heeft
Bron: SBLGNT
27Maar niemand kan in het huis van de sterke binnengaan en zijn spullen plunderen, tenzij hij eerst de sterke bindt. En dan zal hij zijn huis plunderen.
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
δύναται
(dynatai)
kan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
τοῦ
(tou)
van de
ἰσχυροῦ
(ischyrou)
sterke
εἰσελθὼν
(eiselthon)
binnengegaan
τὰ
(ta)
de
σκεύη
(skeue)
spullen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
διαρπάσαι
(diarpasai)
plunderen
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
πρῶτον
(proton)
eerst
τὸν
(ton)
de
ἰσχυρὸν
(ischyron)
sterke
δήσῃ
(dese)
bindt
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
διαρπάσει
(diarpasei)
zal plunderen
Bron: SBLGNT
Uitleg
Vergelijk Jes. 49:24–25, waar de buit aan een held wordt ontnomen.