De bouw gaat verder en de brief van Tattenai aan Darius
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Haggai en Zacharia steunen de bouw
1De profeten Haggai en Zacharia, de zoon van Iddo, profeteerden tot de Joden in Juda en in Jeruzalem. Zij deden dat in de naam van de Elohim van Israël, die over hen was.
וְהִתְנַבִּ֞י
(vehitnabi)
en profeteerden
חַגַּ֣י
(chagay)
Haggai
נְבִיָּ֗א
(neviya)
de profeet
וּזְכַרְיָ֤ה
(uzekharya)
en Zacharia
בַר
(bar)
zoon van
עִדּוֹא֙
(ido)
Iddo
נְבִיַּיָּ֔א
(neviyaya)
de profeten
עַל
(al)
tot
יְה֣וּדָיֵ֔א
(yehudaye)
de Joden
דִּ֥י
(di)
die
בִיה֖וּד
(bihud)
in Juda
וּבִירוּשְׁלֶ֑ם
(uvirushelem)
en in Jeruzalem
בְּשֻׁ֛ם
(beshum)
in de naam van
אֱלָ֥הּ
(elah)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
עֲלֵיהֽוֹן
(aleihon)
over hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Haggai en Zacharia zijn profeten met een eigen boek: zie Hag. 1:1 en Zach. 1:1.
דִּי עֲלֵיהוֹן (di alehon), ‘die over hen was’: de Elohim van Israël was hun Elohim, onder wie zij leefden.
2Toen stonden Zerubbabel, de zoon van Sjealtiël, en Jesua, de zoon van Jehozadak, op. Zij begonnen het huis van Elohim in Jeruzalem te bouwen. De profeten van Elohim waren bij hen en steunden hen.
בֵּאדַ֡יִן
(bedayin)
toen
קָ֠מוּ
(qamu)
stonden op
זְרֻבָּבֶ֤ל
(zerubavel)
Zerubbabel
בַּר
(bar)
zoon van
שְׁאַלְתִּיאֵל֙
(shealtiel)
Sjealtiël
וְיֵשׁ֣וּעַ
(veyeshua)
en Jesua
בַּר
(bar)
zoon van
יֽוֹצָדָ֔ק
(yotsadaq)
Jehozadak
וְשָׁרִ֣יו
(veshariv)
en zij begonnen
לְמִבְנֵ֔א
(lemivne)
te bouwen
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
אֱלָהָ֖א
(elaha)
Elohim
דִּ֣י
(di)
dat
בִירֽוּשְׁלֶ֑ם
(birushelem)
in Jeruzalem
וְעִמְּה֛וֹן
(veimehon)
en met hen
נְבִיַּיָּ֥א
(neviyaya)
de profeten
דִֽי
(di)
van
אֱלָהָ֖א
(elaha)
Elohim
מְסָעֲדִ֥ין
(mesaadin)
die steunden
לְהֽוֹן
(lehon)
hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Jesua is de zoon van Jehozadak.
In het Aramees staat יוֹצָדָק (Yotsadaq); in 1 Kron. 5:40–41 staat de langere vorm Jehozadak.
Wij schrijven overal ‘Jehozadak’.
מְסָעֲדִין (mesa’adin), ‘steunden’: de profeten hielpen en moedigden hen aan.
3Op dat moment kwamen Tattenai, de landvoogd van het gebied over de rivier, Sjetar-Bozenai en hun medewerkers naar hen toe. Zij zeiden tegen hen: „Wie heeft jullie bevel gegeven dit huis te bouwen en dit bouwwerk te voltooien?”
בֵּהּ
(beh)
op dat
זִמְנָא֩
(zimna)
moment
אֲתָ֨א
(ata)
kwam
עֲלֵיה֜וֹן
(aleihon)
naar hen toe
תַּ֠תְּנַי
(tatenay)
Tattenai
פַּחַ֧ת
(pachat)
landvoogd van
עֲבַֽר
(avar)
gebied over
נַהֲרָ֛ה
(nahara)
de rivier
וּשְׁתַ֥ר
(ushetar)
en Sjetar
בּוֹזְנַ֖י
(bozenay)
Bozenai
וּכְנָוָתְה֑וֹן
(ukhenavatehon)
en hun medewerkers
וְכֵן֙
(vekhen)
en zo
אָמְרִ֣ין
(amerin)
zeiden zij
לְהֹ֔ם
(lehom)
tot hen
מַן
(man)
wie
שָׂ֨ם
(sam)
heeft gegeven
לְכֹ֜ם
(lekhom)
aan jullie
טְעֵ֗ם
(teem)
bevel
בַּיְתָ֤א
(bayta)
dit huis
דְנָה֙
(dena)
dit
לִבְּנֵ֔א
(libene)
om te bouwen
וְאֻשַּׁרְנָ֥א
(veusharna)
en dit bouwwerk
דְנָ֖ה
(dena)
dit
לְשַׁכְלָלָֽה
(leshakhlala)
om te voltooien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פַּחַת (pachat), ‘landvoogd’: een Perzische ambtenaar die een gebied bestuurt.
Tattenai (תַּתְּנַי) is de landvoogd van het hele gebied over de rivier.
Sjetar-Bozenai is zijn medewerker.
אֻשַּׁרְנָא (ushsharna), ‘bouwwerk’: het woord is zeldzaam en de betekenis is onzeker. Het kan ‘balkenwerk’ of ‘muur’ betekenen. Wij schrijven ‘bouwwerk’.
4Toen zeiden wij op deze manier tegen hen: „Hoe heten de mannen die dit gebouw bouwen?”
אֱדַ֥יִן
(edayin)
toen
כְּנֵ֖מָא
(kenema)
als volgt
אֲמַ֣רְנָא
(amarna)
zeiden wij
לְּהֹ֑ם
(lehom)
tot hen
מַן
(man)
wat
אִנּוּן֙
(inun)
zij
שְׁמָהָ֣ת
(shemahat)
namen van
גֻּבְרַיָּ֔א
(guvraya)
de mannen
דִּֽי
(di)
die
דְנָ֥ה
(dena)
dit
בִנְיָנָ֖א
(binyana)
gebouw
בָּנַֽיִן
(banayin)
bouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De Aramese tekst heeft hier ‘wij zeiden’.
Het is niet duidelijk wie spreekt: Tattenai en de zijnen, of de Joodse oudsten.
Sommige oude vertalingen lezen ‘zij zeiden’.
Wij volgen de Masoretische tekst.
5Maar het oog van hun Elohim was op de oudsten van de Joden. Daarom konden zij hen niet laten ophouden. Eerst moest het bericht naar Darius gaan. Dan zou men daarover een brief terugsturen.
וְעֵ֣ין
(veein)
en het oog van
אֱלָהֲהֹ֗ם
(elahahom)
hun Elohim
הֲוָת֙
(havat)
was
עַל
(al)
op
שָׂבֵ֣י
(savei)
de oudsten van
יְהוּדָיֵ֔א
(yehudaye)
de Joden
וְלָא
(vela)
en niet
בַטִּ֣לוּ
(batilu)
lieten zij ophouden
הִמּ֔וֹ
(himo)
hen
עַד
(ad)
totdat
טַעְמָ֖א
(tama)
het bericht
לְדָרְיָ֣וֶשׁ
(ledareyavesh)
aan Darius
יְהָ֑ךְ
(yehakh)
zou gaan
וֶאֱדַ֛יִן
(veedayin)
en dan
יְתִיב֥וּן
(yetivun)
zou men terugsturen
נִשְׁתְּוָנָ֖א
(nishtevana)
een brief
עַל
(al)
over
דְּנָֽה
(dena)
dit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Het oog van hun Elohim’ is een beeld: Elohim waakte over hen en beschermde hen.
6Dit is een afschrift van de brief die Tattenai, de landvoogd van het gebied over de rivier, en Sjetar-Bozenai en zijn medewerkers, de Afarsakieten van het gebied over de rivier, naar koning Darius stuurden.
פַּרְשֶׁ֣גֶן
(parshegen)
afschrift van
אִ֠גַּרְתָּא
(igarta)
de brief
דִּֽי
(di)
die
שְׁלַ֞ח
(shelach)
stuurde
תַּתְּנַ֣י
(tatenay)
Tattenai
פַּחַ֣ת
(pachat)
landvoogd van
עֲבַֽר
(avar)
gebied over
נַהֲרָ֗ה
(nahara)
de rivier
וּשְׁתַ֤ר
(ushetar)
en Sjetar
בּוֹזְנַי֙
(bozenay)
Bozenai
וּכְנָ֣וָתֵ֔הּ
(ukhenavateh)
en zijn medewerkers
אֲפַ֨רְסְכָיֵ֔א
(afarsekhaye)
de Afarsakieten
דִּ֖י
(di)
die
בַּעֲבַ֣ר
(baavar)
in gebied over
נַהֲרָ֑ה
(nahara)
de rivier
עַל
(al)
aan
דָּרְיָ֖וֶשׁ
(dareyavesh)
Darius
מַלְכָּֽא
(malka)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אַפַרְסְכָיֵא (afarsekaye), ‘Afarsakieten’: dit zijn medewerkers van de landvoogd.
8De koning moet weten dat wij naar de provincie Juda zijn gegaan, naar het huis van de grote Elohim. Het wordt gebouwd met grote stenen. Er wordt hout in de wanden gelegd. Dat werk wordt stipt uitgevoerd en vordert goed onder hun handen.
יְדִ֣יעַ
(yedia)
bekend
לֶהֱוֵ֣א
(leheve)
laat zijn
לְמַלְכָּ֗א
(lemalka)
aan de koning
דִּֽי
(di)
dat
אֲזַ֜לְנָא
(azalna)
wij zijn gegaan
לִיה֤וּד
(lihud)
naar Juda
מְדִֽינְתָּא֙
(medinta)
de provincie
לְבֵית֙
(leveit)
naar het huis van
אֱלָהָ֣א
(elaha)
Elohim
רַבָּ֔א
(raba)
de grote
וְה֤וּא
(vehu)
en het
מִתְבְּנֵא֙
(mitbene)
wordt gebouwd
אֶ֣בֶן
(even)
stenen
גְּלָ֔ל
(gelal)
grote
וְאָ֖ע
(vea)
en hout
מִתְּשָׂ֣ם
(mitesam)
wordt gelegd
בְּכֻתְלַיָּ֑א
(bekhutlaya)
in de wanden
וַעֲבִ֥ידְתָּא
(vaavidta)
en dat werk
דָ֛ךְ
(dakh)
dat
אָסְפַּ֥רְנָא
(asparna)
stipt
מִתְעַבְדָ֖א
(mitavda)
wordt gedaan
וּמַצְלַ֥ח
(umatslach)
en vordert
בְּיֶדְהֹֽם
(beyedhom)
onder hun handen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.
Uitleg
אֶבֶן גְּלָל (even gelal), ‘grote stenen’: letterlijk ‘stenen van rollen’, zware stenen die men moest rollen.
אָסְפַּרְנָא (asparna), ‘stipt’: waarschijnlijk een leenwoord uit het Perzisch. Het betekent ‘nauwkeurig’ en ‘volledig’. Wij schrijven overal ‘stipt’.
מַצְלַח (matslach), ‘vordert goed’: het werk lukt.
10Wij vroegen hun ook naar hun namen, om die aan u te laten weten. Zo konden wij de namen opschrijven van de mannen die aan hun hoofd staan.
וְאַ֧ף
(veaf)
en ook
שְׁמָהָתְהֹ֛ם
(shemahatehom)
hun namen
שְׁאֵ֥לְנָא
(sheelena)
vroegen wij
לְּהֹ֖ם
(lehom)
hun
לְהוֹדָעוּתָ֑ךְ
(lehodautakh)
om u te laten weten
דִּ֛י
(di)
zodat
נִכְתֻּ֥ב
(nikhtuv)
wij konden schrijven
שֻׁם
(shum)
de naam van
גֻּבְרַיָּ֖א
(guvraya)
de mannen
דִּ֥י
(di)
die
בְרָאשֵׁיהֹֽם
(berasheihom)
aan hun hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Het antwoord van de oudsten
11Dit antwoord gaven zij ons: ‘Wij zijn de dienaren van de Elohim van de hemel en de aarde. Wij bouwen het huis dat vele jaren geleden was gebouwd. Een grote koning van Israël heeft het gebouwd en voltooid.
וּכְנֵ֥מָא
(ukhenema)
en als volgt
פִתְגָמָ֖א
(pitgama)
een antwoord
הֲתִיב֣וּנָא
(hativuna)
gaven zij ons
לְמֵמַ֑ר
(lememar)
om te zeggen
אֲנַ֣חְנָא
(anachna)
wij
הִמּ֡וֹ
(himo)
zij
עַבְדוֹהִי֩
(avdohi)
dienaren van
דִֽי
(di)
de
אֱלָ֨הּ
(elah)
Elohim van
שְׁמַיָּ֜א
(shemaya)
de hemel
וְאַרְעָ֗א
(veara)
en de aarde
וּבָנַ֤יִן
(uvanayin)
en wij bouwen
בַּיְתָא֙
(bayta)
het huis
דִּֽי
(di)
dat
הֲוָ֨א
(hava)
het
בְנֵ֜ה
(bene)
gebouwd was
מִקַּדְמַ֤ת
(miqadmat)
vanaf vroeger
דְּנָה֙
(dena)
dit
שְׁנִ֣ין
(shenin)
jaren
שַׂגִּיאָ֔ן
(sagian)
vele
וּמֶ֤לֶךְ
(umelekh)
en een koning
לְיִשְׂרָאֵל֙
(leyisrael)
van Israël
רַ֔ב
(rav)
grote
בְּנָ֖הִי
(benahi)
heeft gebouwd
וְשַׁכְלְלֵֽהּ
(veshakhleleh)
en voltooid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De ‘grote koning van Israël’ is waarschijnlijk Salomo (1 Kon. 6:1).
12Maar onze vaders hadden de Elohim van de hemel getergd. Daarom gaf Hij hen in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, de Chaldeeër. Die verwoestte dit huis en voerde het volk weg naar Babel.
לָהֵ֗ן
(lahen)
maar
מִן
(min)
sinds
דִּ֨י
(di)
dat
הַרְגִּ֤זוּ
(hargizu)
tergden
אֲבָהֳתַ֨נָא֙
(avahotana)
onze vaders
לֶאֱלָ֣הּ
(leelah)
de Elohim van
שְׁמַיָּ֔א
(shemaya)
de hemel
יְהַ֣ב
(yehav)
gaf
הִמּ֔וֹ
(himo)
hen
בְּיַ֛ד
(beyad)
in de hand van
נְבוּכַדְנֶצַּ֥ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֖ל
(bavel)
Babel
כַּסְדָּאָ֑ה
(kasdaa)
de Chaldeeër
וּבַיְתָ֤ה
(uvayta)
en dit huis
דְנָה֙
(dena)
dit
סַתְרֵ֔הּ
(satreh)
verwoestte hij
וְעַמָּ֖ה
(veama)
en het volk
הַגְלִ֥י
(hagli)
voerde hij weg
לְבָבֶֽל
(levavel)
naar Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
Nebukadnezar (נְבוּכַדְנֶצַּר) is de koning van Babel die Jeruzalem verwoestte (2 Kon. 25:8–11).
כַּשְׂדָּאָה (kasdaah), ‘de Chaldeeër’: een bewoner van Babel.
14Ook de gouden en zilveren voorwerpen van het huis van Elohim had Nebukadnezar uit de tempel in Jeruzalem weggehaald en naar de tempel van Babel gebracht. Koning Kores haalde ze weg uit de tempel van Babel. Zij werden gegeven aan iemand die Sjesbassar heette, die hij als landvoogd had aangesteld.
וְ֠אַף
(veaf)
en ook
מָאנַיָּ֣א
(manaya)
de voorwerpen van
דִֽי
(di)
dat
בֵית
(beit)
het huis van
אֱלָהָא֮
(elaha)
Elohim
דִּ֣י
(di)
dat van
דַהֲבָ֣ה
(dahava)
goud
וְכַסְפָּא֒
(vekhaspa)
en zilver
דִּ֣י
(di)
die
נְבוּכַדְנֶצַּ֗ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
הַנְפֵּק֙
(hanpeq)
had weggehaald
מִן
(min)
uit
הֵֽיכְלָא֙
(heikhela)
de tempel
דִּ֣י
(di)
die
בִֽירוּשְׁלֶ֔ם
(birushelem)
in Jeruzalem
וְהֵיבֵ֣ל
(veheivel)
en had gebracht
הִמּ֔וֹ
(himo)
hen
לְהֵיכְלָ֖א
(leheikhela)
naar de tempel
דִּ֣י
(di)
die
בָבֶ֑ל
(bavel)
in Babel
הַנְפֵּ֨ק
(hanpeq)
haalde weg
הִמּ֜וֹ
(himo)
hen
כּ֣וֹרֶשׁ
(koresh)
Kores
מַלְכָּ֗א
(malka)
de koning
מִן
(min)
uit
הֵֽיכְלָא֙
(heikhela)
de tempel
דִּ֣י
(di)
die
בָבֶ֔ל
(bavel)
in Babel
וִיהִ֨יבוּ֙
(vihivu)
en zij werden gegeven
לְשֵׁשְׁבַּצַּ֣ר
(lesheshbatsar)
aan Sjesbassar
שְׁמֵ֔הּ
(shemeh)
zijn naam
דִּ֥י
(di)
die
פֶחָ֖ה
(pecha)
landvoogd
שָׂמֵֽהּ
(sameh)
had hij aangesteld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
Sjesbassar (שֵׁשְׁבַּצַּר) is de landvoogd van Juda aan wie Kores de voorwerpen gaf.
15Hij zei tegen hem: „Neem deze voorwerpen. Ga ermee naar de tempel in Jeruzalem en leg ze daar neer. Het huis van Elohim moet worden herbouwd op zijn plaats.”
וַאֲמַר
(vaamar)
en hij zei
לֵ֓הּ
(leh)
tot hem
אֵ֚ל
(el)
deze
מָֽאנַיָּ֔א
(manaya)
voorwerpen
שֵׂ֚א
(se)
neem
אֵֽזֶל
(ezel)
ga
אֲחֵ֣ת
(achet)
leg neer
הִמּ֔וֹ
(himo)
hen
בְּהֵיכְלָ֖א
(beheikhela)
in de tempel
דִּ֣י
(di)
die
בִירוּשְׁלֶ֑ם
(birushelem)
in Jeruzalem
וּבֵ֥ית
(uveit)
en het huis van
אֱלָהָ֖א
(elaha)
Elohim
יִתְבְּנֵ֥א
(yitbene)
moet worden gebouwd
עַל
(al)
op
אַתְרֵֽהּ
(atreh)
zijn plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
16Toen kwam die Sjesbassar. Hij legde de fundamenten van het huis van Elohim in Jeruzalem. Vanaf die tijd tot nu wordt er gebouwd, maar het is nog niet voltooid.’
אֱדַ֨יִן֙
(edayin)
toen
שֵׁשְׁבַּצַּ֣ר
(sheshbatsar)
Sjesbassar
דֵּ֔ךְ
(dekh)
die
אֲתָ֗א
(ata)
kwam
יְהַ֧ב
(yehav)
legde
אֻשַּׁיָּ֛א
(ushaya)
de fundamenten van
דִּי
(di)
het
בֵ֥ית
(beit)
huis van
אֱלָהָ֖א
(elaha)
Elohim
דִּ֣י
(di)
dat
בִירוּשְׁלֶ֑ם
(birushelem)
in Jeruzalem
וּמִן
(umin)
en sinds
אֱדַ֧יִן
(edayin)
toen
וְעַד
(vead)
en tot
כְּעַ֛ן
(kean)
nu
מִתְבְּנֵ֖א
(mitbene)
wordt gebouwd
וְלָ֥א
(vela)
en niet
שְׁלִֽם
(shelim)
voltooid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Volgens dit vers legde Sjesbassar de fundamenten.
Ezra 3:10 vertelt dat het fundament werd gelegd onder Zerubbabel en Jesua.
Hoe dit zich tot elkaar verhoudt, zegt de tekst niet.
17Nu dan, als het de koning goed lijkt, laat men zoeken in het schathuis van de koning daar in Babel. Dan kan men zien of koning Kores bevel heeft gegeven dit huis van Elohim in Jeruzalem te bouwen. Laat de koning ons zijn wil hierover weten.”
וּכְעַ֞ן
(ukhean)
en nu
הֵ֧ן
(hen)
als
עַל
(al)
over
מַלְכָּ֣א
(malka)
de koning
טָ֗ב
(tav)
goed is
יִ֠תְבַּקַּר
(yitbaqar)
laat men zoeken
בְּבֵ֨ית
(beveit)
in het huis van
גִּנְזַיָּ֜א
(ginzaya)
de schatten
דִּי
(di)
van
מַלְכָּ֣א
(malka)
de koning
תַמָּה֮
(tama)
daar
דִּ֣י
(di)
dat
בְּבָבֶל֒
(bevavel)
in Babel
הֵ֣ן
(hen)
of
אִיתַ֗י
(itay)
er is
דִּֽי
(di)
dat
מִן
(min)
van
כּ֤וֹרֶשׁ
(koresh)
Kores
מַלְכָּא֙
(malka)
de koning
שִׂ֣ים
(sim)
gegeven werd
טְעֵ֔ם
(teem)
bevel
לְמִבְנֵ֛א
(lemivne)
om te bouwen
בֵּית
(beit)
het huis van
אֱלָהָ֥א
(elaha)
Elohim
דֵ֖ךְ
(dekh)
dat
בִּירוּשְׁלֶ֑ם
(birushelem)
in Jeruzalem
וּרְע֥וּת
(ureut)
en de wil van
מַלְכָּ֛א
(malka)
de koning
עַל
(al)
over
דְּנָ֖ה
(dena)
dit
יִשְׁלַ֥ח
(yishlach)
laat hij sturen
עֲלֶֽינָא
(aleina)
naar ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Het schathuis in Babel is waarschijnlijk het koninklijk archief.
In Ezra 6:1–2 wordt gezocht in Babel en in Achmeta.