Elohim Bijbel

Openbaring 10

12345678910111213141516171819202122

De machtige engel en de kleine boekrol

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De machtige engel met de kleine boekrol

1En ik zag een andere machtige engel uit de hemel neerdalen. Hij was gehuld in een wolk. De regenboog was boven zijn hoofd, zijn gezicht was als de zon en zijn voeten waren als zuilen van vuur.
Καὶ
(Kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
ἄλλον
(allon)
een andere
ἄγγελον
(angelon)
engel
ἰσχυρὸν
(ischyron)
machtige
καταβαίνοντα
(katabainonta)
neerdalend
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
περιβεβλημένον
(peribeblemenon)
gehuld
νεφέλην
(nephelen)
wolk
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἶρις
(iris)
regenboog
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
het
κεφαλὴν
(kephalen)
hoofd
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὡς
(hos)
als
ὁ
(ho)
de
ἥλιος
(helios)
zon
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πόδες
(podes)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὡς
(hos)
als
στῦλοι
(styloi)
zuilen
πυρός
(pyros)
van vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἶρις (iris), ‘regenboog’.

In Ezech. 1:28 staat ‘de boog in de wolk’ met een ander woord (in ons Hebreeuwse bestand קֶשֶׁת, qeshet, ‘boog’).

Zie ook Openb. 4:3; 1:15–16; Dan. 10:5–6.

De tekst zegt niet wie deze machtige engel is; hij is ‘een andere’ dan de engelen van hoofdstuk 8–9.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἄλλον (allon), ‘een andere’, en bij de woorden τὴν κεφαλήν (ten kephalen), ‘het hoofd’, een variant.

2Hij had in zijn hand een kleine boekrol die open was. Hij zette zijn rechtervoet op de zee en zijn linkervoet op de aarde,
καὶ
(kai)
en
ἔχων
(echon)
hebbend
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
χειρὶ
(cheiri)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
βιβλαρίδιον
(biblaridion)
kleine boekrol
ἠνεῳγμένον
(eneogmenon)
geopende
καὶ
(kai)
en
ἔθηκεν
(etheken)
zette
τὸν
(ton)
de
πόδα
(poda)
voet
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὸν
(ton)
de
δεξιὸν
(dexion)
rechter
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
θαλάσσης
(thalasses)
zee
τὸν
(ton)
de
δὲ
(de)
maar
εὐώνυμον
(euonymon)
linker
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

βιβλαρίδιον (biblaridion), ‘kleine boekrol’: een verkleinwoord van βιβλίον (biblion), ‘boekrol’ (10:8).

Zie ook Openb. 5:1; Ezech. 2:9–3:3.

Lezing

De SBLGNT markeert bij βιβλαρίδιον een variant.

De 7 donderslagen

3en riep met luide stem, zoals een leeuw brult. Toen hij riep, spraken de 7 donderslagen met hun eigen stemmen.
καὶ
(kai)
en
ἔκραξεν
(ekraxen)
riep
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
ὥσπερ
(hosper)
zoals
λέων
(leon)
leeuw
μυκᾶται
(mykatai)
brult
καὶ
(kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἔκραξεν
(ekraxen)
riep hij
ἐλάλησαν
(elalesan)
spraken
αἱ
(hai)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
βρονταὶ
(brontai)
donderslagen
τὰς
(tas)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
hun eigen
φωνάς
(phonas)
stemmen
Bron: SBLGNT
Uitleg

βροντή (bronte), ‘donderslag’.

Zie ook Ps. 29:3–9 (de stem van Yahweh), Hos. 11:10 en Amos 3:8 (Yahweh brult als een leeuw).

4Toen de 7 donderslagen gesproken hadden, stond ik op het punt te schrijven. Maar ik hoorde een stem uit de hemel die zei: „Verzegel wat de 7 donderslagen gesproken hebben, en schrijf het niet op.”
καὶ
(kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἐλάλησαν
(elalesan)
spraken
αἱ
(hai)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
βρονταί
(brontai)
donderslagen
ἤμελλον
(emellon)
stond ik op het punt
γράφειν
(graphein)
te schrijven
καὶ
(kai)
en
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
φωνὴν
(phonen)
stem
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
λέγουσαν
(legousan)
zeggend
Σφράγισον
(Sphragison)
verzegel
ἃ
(ha)
wat
ἐλάλησαν
(elalesan)
spraken
αἱ
(hai)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
βρονταί
(brontai)
donderslagen
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
αὐτὰ
(auta)
het
γράψῃς
(grapses)
schrijf
Bron: SBLGNT
Uitleg

σφραγίζω (sphragizo), ‘verzegelen’: dichtmaken en verborgen houden.

De tekst zegt niet wie de stem uit de hemel is.

Zie ook Dan. 12:4 en 12:9; Openb. 22:10.

De eed van de engel

5De engel die ik op de zee en op de aarde zag staan, hief zijn rechterhand op naar de hemel,
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
ὃν
(hon)
die
εἶδον
(eidon)
zag ik
ἑστῶτα
(hestota)
staand
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
θαλάσσης
(thalasses)
zee
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
ἦρεν
(eren)
hief op
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὴν
(ten)
de
δεξιὰν
(dexian)
rechter
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανόν
(ouranon)
hemel
Bron: SBLGNT
6en zwoer bij Hem die leeft tot in de eeuwen van de eeuwen, die de hemel heeft geschapen en wat daarin is, de aarde en wat daarin is, en de zee en wat daarin is, dat er geen tijd meer zal zijn.
καὶ
(kai)
en
ὤμοσεν
(omosen)
zwoer
τῷ
(to)
bij Hem
ζῶντι
(zonti)
die leeft
εἰς
(eis)
tot in
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
ὃς
(hos)
die
ἔκτισεν
(ektisen)
schiep
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
wat
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
wat
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
wat
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
ὅτι
(hoti)
dat
χρόνος
(chronos)
tijd
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ἔσται
(estai)
zal zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

De eed bij Hem die leeft: zie Dan. 12:7.

‘Wat daarin is’ staat in het Grieks steeds in het onzijdig; zie Exod. 20:11.

χρόνος (chronos), ‘tijd’: de tekst zegt niet nader wat hiermee bedoeld wordt. Wij vertalen letterlijk.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὤμοσεν (omosen), ‘hij zwoer’, een variant.

7Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij gaat blazen, dan is het geheimenis van Elohim voltooid, zoals Hij aan Zijn eigen knechten, de profeten, de goede boodschap heeft gebracht.
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
τῆς
(tes)
van de
φωνῆς
(phones)
stem
τοῦ
(tou)
van de
ἑβδόμου
(hebdomou)
zevende
ἀγγέλου
(angelou)
engel
ὅταν
(hotan)
wanneer
μέλλῃ
(melle)
hij gaat
σαλπίζειν
(salpizein)
blazen
καὶ
(kai)
dan
ἐτελέσθη
(etelesthe)
is voltooid
τὸ
(to)
het
μυστήριον
(mysterion)
geheimenis
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὡς
(hos)
zoals
εὐηγγέλισεν
(euengelisen)
heeft de goede boodschap gebracht
τοὺς
(tous)
aan de
ἑαυτοῦ
(heautou)
Zijn eigen
δούλους
(doulous)
knechten
τοὺς
(tous)
de
προφήτας
(prophetas)
profeten
Bron: SBLGNT
Uitleg

μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: iets verborgens dat bekend gemaakt wordt. εὐαγγελίζω (euangelizo), ‘de goede boodschap brengen’. ἐτελέσθη (etelesthe) staat in de verleden tijd: ‘is voltooid’. δοῦλος (doulos), ‘knecht’; in Amos 3:7, waar dezelfde gedachte staat, heeft ons Hebreeuwse bestand ‘dienaren’.

Zie ook Openb. 11:15.

Lezing

De SBLGNT markeert de woorden ἑαυτοῦ δούλους (heautou doulous), ‘Zijn eigen knechten’, als variant.

Johannes eet de kleine boekrol

8De stem die ik uit de hemel gehoord had, sprak opnieuw met mij. Zij zei: „Ga, neem de geopende boekrol uit de hand van de engel die op de zee en op de aarde staat.”
Καὶ
(Kai)
en
ἡ
(he)
de
φωνὴ
(phone)
stem
ἣν
(hen)
die
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
πάλιν
(palin)
opnieuw
λαλοῦσαν
(lalousan)
sprekend
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
mij
καὶ
(kai)
en
λέγουσαν
(legousan)
zeggend
Ὕπαγε
(Hypage)
ga
λάβε
(labe)
neem
τὸ
(to)
de
βιβλίον
(biblion)
boekrol
τὸ
(to)
de
ἠνεῳγμένον
(eneogmenon)
geopende
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
χειρὶ
(cheiri)
hand
τοῦ
(tou)
van de
ἀγγέλου
(angelou)
engel
τοῦ
(tou)
die
ἑστῶτος
(hestotos)
staat
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
θαλάσσης
(thalasses)
zee
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

De zin begint met een nominatief (‘de stem die ik hoorde’) en gaat verder met twee accusatieven (‘sprekend’, ‘zeggend’).

Wij vertalen de zin als een gewone zin.

Lezing

De SBLGNT markeert bij λαλοῦσαν (lalousan), ‘sprekend’, bij λέγουσαν (legousan), ‘zeggend’, en bij βιβλίον (biblion), ‘boekrol’, een variant.

9Ik ging naar de engel en zei tegen hem dat hij mij de kleine boekrol moest geven. Hij zei tegen mij: „Neem hem en eet hem helemaal op. Hij zal je buik bitter maken, maar in je mond zal hij zoet zijn als honing.”
καὶ
(kai)
en
ἀπῆλθα
(apeltha)
ging ik weg
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
ἄγγελον
(angelon)
engel
λέγων
(legon)
zeggend
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
δοῦναί
(dounai)
om te geven
μοι
(moi)
aan mij
τὸ
(to)
de
βιβλαρίδιον
(biblaridion)
kleine boekrol
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
μοι
(moi)
tegen mij
Λάβε
(Labe)
neem
καὶ
(kai)
en
κατάφαγε
(kataphage)
eet helemaal op
αὐτό
(auto)
hem
καὶ
(kai)
en
πικρανεῖ
(pikranei)
zal bitter maken
σου
(sou)
je
τὴν
(ten)
de
κοιλίαν
(koilian)
buik
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
στόματί
(stomati)
mond
σου
(sou)
je
ἔσται
(estai)
zal zijn
γλυκὺ
(glyky)
zoet
ὡς
(hos)
als
μέλι
(meli)
honing
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατεσθίω (katesthio), ‘helemaal opeten’.

Zie ook Ezech. 2:8–3:3 en Jer. 15:16.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἀπῆλθα (apelthon), ‘ik ging weg’, en bij βιβλαρίδιον een variant.

10Ik nam de kleine boekrol uit de hand van de engel en at hem helemaal op. In mijn mond was hij zoet als honing. Maar toen ik hem gegeten had, werd mijn buik bitter.
καὶ
(kai)
en
ἔλαβον
(elabon)
nam ik
τὸ
(to)
de
βιβλαρίδιον
(biblaridion)
kleine boekrol
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
χειρὸς
(cheiros)
hand
τοῦ
(tou)
van de
ἀγγέλου
(angelou)
engel
καὶ
(kai)
en
κατέφαγον
(katephagon)
at helemaal op
αὐτό
(auto)
hem
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
στόματί
(stomati)
mond
μου
(mou)
mijn
ὡς
(hos)
als
μέλι
(meli)
honing
γλυκύ
(glyky)
zoet
καὶ
(kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἔφαγον
(ephagon)
at ik
αὐτό
(auto)
hem
ἐπικράνθη
(epikranthe)
werd bitter
ἡ
(he)
de
κοιλία
(koilia)
buik
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Bij Ezechiël was de rol zoet als honing (Ezech. 3:3).

Hier wordt hij daarna ook bitter in de buik.

Lezing

De SBLGNT markeert bij βιβλαρίδιον een variant.

Zie ookEzech 3:3
11Zij zeiden tegen mij: „Je moet opnieuw profeteren over volken, naties, talen en vele koningen.”
Καὶ
(Kai)
en
λέγουσίν
(legousin)
zeggen
μοι
(moi)
tegen mij
Δεῖ
(Dei)
het is nodig
σε
(se)
jou
πάλιν
(palin)
opnieuw
προφητεῦσαι
(propheteusai)
profeteren
ἐπὶ
(epi)
over
λαοῖς
(laois)
volken
καὶ
(kai)
en
ἔθνεσιν
(ethnesin)
naties
καὶ
(kai)
en
γλώσσαις
(glossais)
talen
καὶ
(kai)
en
βασιλεῦσιν
(basileusin)
koningen
πολλοῖς
(pollois)
vele
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het onderwerp van ‘zeiden’ staat er niet bij: het Grieks heeft een meervoud zonder onderwerp. δεῖ (dei), ‘het is nodig’.

Zie ook Dan. 3:4 en 7:14 (volken, naties en talen) en Openb. 5:9; 7:9; 11:9; 13:7; 14:6.

Lezing

De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, voor ‘naties’ een variant.