Elohim Bijbel

1 Tessalonicenzen 1

12345

Aanhef en dank: het geloof van de Tessalonicenzen is een voorbeeld

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aanhef

1Paulus, Silvanus en Timoteüs, aan de gemeente van de Tessalonicenzen in Elohim, de Vader, en de Heer Yeshua de Messias: genade voor jullie en vrede.
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
καὶ
(kai)
en
Σιλουανὸς
(Silouanos)
Silvanus
καὶ
(kai)
en
Τιμόθεος
(Timotheos)
Timoteüs
τῇ
(te)
aan de
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
Θεσσαλονικέων
(Thessalonikeon)
van de Tessalonicenzen
ἐν
(en)
in
θεῷ
(theo)
Elohim
πατρὶ
(patri)
de Vader
καὶ
(kai)
en
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
χάρις
(charis)
genade
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
καὶ
(kai)
en
εἰρήνη
(eirene)
vrede
Bron: SBLGNT
Uitleg

Σιλουανός (Silouanos), ‘Silvanus’: in Handelingen heet hij Σίλας (Silas); het is dezelfde man, de metgezel van Paulus.

Wij houden in deze brief ‘Silvanus’ aan.

Timoteüs (Τιμόθεος, Timotheos) was een leerling uit Lystra die met Paulus meeging.

De brief spreekt verder steeds van ‘wij’: Paulus schrijft mede namens zijn twee metgezellen. ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: de bijeengeroepen groep. Θεσσαλονικέων (Thessalonikeon), ‘van de Tessalonicenzen’: de inwoners van Tessalonica, een stad in Macedonië. χάρις (charis), ‘genade’; εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: de groet.

De gemeente is ‘in Elohim, de Vader, en de Heer Yeshua de Messias’.

Zie ook Hand. 15:40; Hand. 16:1–3; Hand. 17:1–9; Hand. 18:5.

Dank voor de gemeente

2Wij danken Elohim altijd voor jullie allen. Wij noemen jullie in onze gebeden, onophoudelijk.
Εὐχαριστοῦμεν
(Eucharistoumen)
wij danken
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
πάντοτε
(pantote)
altijd
περὶ
(peri)
voor
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μνείαν
(mneian)
gedachtenis
ποιούμενοι
(poioumenoi)
makend
ἐπὶ
(epi)
in
τῶν
(ton)
de
προσευχῶν
(proseuchon)
gebeden
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἀδιαλείπτως
(adialeiptos)
onophoudelijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδιαλείπτως (adialeiptos), ‘onophoudelijk’: het Griekse woord kan bij vers 2 horen (‘wij noemen jullie onophoudelijk in onze gebeden’) of bij vers 3 (‘onophoudelijk denken wij aan …’).

Wij laten het aan het eind van vers 2 staan, zoals de SBLGNT de zinnen verdeelt. μνείαν ποιούμενοι (mneian poioumenoi), ‘noemen’: letterlijk ‘gedachtenis makend’, dus ‘iemand noemen, aan iemand denken’.

Zie ook1 Tess 1:3
3Voor onze Elohim en Vader denken wij aan jullie werk van geloof, moeite van liefde en volharding van hoop op onze Heer Yeshua de Messias.
μνημονεύοντες
(mnemoneuontes)
gedenkend
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τοῦ
(tou)
van het
ἔργου
(ergou)
werk
τῆς
(tes)
van het
πίστεως
(pisteos)
geloof
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van de
κόπου
(kopou)
moeite
τῆς
(tes)
van de
ἀγάπης
(agapes)
liefde
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van de
ὑπομονῆς
(hypomones)
volharding
τῆς
(tes)
van de
ἐλπίδος
(elpidos)
hoop
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πατρὸς
(patros)
Vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔργον (ergon), ‘werk’; κόπος (kopos), ‘moeite’: vermoeiende arbeid; ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’; ἐλπίς (elpis), ‘hoop’.

Geloof, liefde en hoop staan hier bij elkaar. τοῦ κυρίου ἡμῶν Ἰησοῦ Χριστοῦ hoort bij ‘hoop’: de hoop is gericht op de Heer Yeshua de Messias. τοῦ θεοῦ καὶ πατρὸς ἡμῶν (tou theou kai patros hemon): ‘onze Elohim en Vader’; ‘onze’ hoort bij beide woorden. ἔμπροσθεν (emprosthen), ‘voor’: in het bijzijn van.

Zie ook Gal. 5:6.

Zie ookGal 5:6
4Wij weten, door Elohim geliefde broers, van jullie uitverkiezing.
εἰδότες
(eidotes)
wetend
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
ἠγαπημένοι
(egapemenoi)
geliefd
ὑπὸ
(hypo)
door
θεοῦ
(theou)
Elohim
τὴν
(ten)
de
ἐκλογὴν
(eklogen)
uitverkiezing
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters, dus ‘broers en zusters’.

Wij houden ‘broers’ aan in de hele brief. ἐκλογή (ekloge), ‘uitverkiezing’: het uitkiezen, de keuze van Elohim. ἠγαπημένοι (egapemenoi), ‘geliefd’: van ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’.

5Want onze goede boodschap is niet alleen met woorden tot jullie gekomen, maar ook met kracht en met de Heilige Geest en met grote overtuiging. Jullie weten hoe wij onder jullie waren, om jullie wil.
ὅτι
(hoti)
dat
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
ἡμῶν
(hemon)
onze
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγενήθη
(egenethe)
kwam
εἰς
(eis)
tot
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
λόγῳ
(logo)
woord
μόνον
(monon)
alleen
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
δυνάμει
(dynamei)
kracht
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἁγίῳ
(hagio)
Heilige
καὶ
(kai)
en
πληροφορίᾳ
(plerophoria)
overtuiging
πολλῇ
(polle)
grote
καθὼς
(kathos)
zoals
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
οἷοι
(hoioi)
hoedanig
ἐγενήθημεν
(egenethemen)
wij waren
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
δι’
(di’)
om
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὅτι (hoti) kan ‘dat’ of ‘want, omdat’ betekenen; wij kiezen ‘want’: Paulus noemt wat hem van hun uitverkiezing overtuigt. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’. δύναμις (dynamis), ‘kracht’. πνεῦμα ἅγιον (pneuma hagion), ‘Heilige Geest’. πληροφορία (pleroforia), ‘overtuiging’: volle zekerheid. δι’ ὑμᾶς (di hymas), ‘om jullie wil’: ten bate van jullie.

Zie ook Hand. 17:1–4.

Navolgers en voorbeeld

6En jullie zijn navolgers van ons geworden en van de Heer. Jullie namen het woord aan in grote verdrukking, met vreugde van de Heilige Geest.
καὶ
(kai)
en
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
μιμηταὶ
(mimetai)
navolgers
ἡμῶν
(hemon)
van ons
ἐγενήθητε
(egenethete)
werden
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
δεξάμενοι
(dexamenoi)
aannemend
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
ἐν
(en)
in
θλίψει
(thlipsei)
verdrukking
πολλῇ
(polle)
grote
μετὰ
(meta)
met
χαρᾶς
(charas)
vreugde
πνεύματος
(pneumatos)
van de Geest
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

μιμητής (mimetes), ‘navolger’: wie iemands voorbeeld volgt. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: druk, benauwdheid.

‘Vreugde van de Heilige Geest’: vreugde die de Heilige Geest geeft.

Zie ook Hand. 17:5–9.

7Zo zijn jullie een voorbeeld geworden voor allen die geloven in Macedonië en in Achaje.
ὥστε
(hoste)
zodat
γενέσθαι
(genesthai)
werden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τύπον
(typon)
voorbeeld
πᾶσιν
(pasin)
voor allen
τοῖς
(tois)
de
πιστεύουσιν
(pisteuousin)
gelovenden
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Μακεδονίᾳ
(Makedonia)
Macedonië
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Ἀχαΐᾳ
(Achaia)
Achaje
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

τύπος (typos), ‘voorbeeld’: letterlijk de afdruk of het patroon dat iets vormt.

Macedonië en Achaje zijn de twee Romeinse provincies van het huidige Griekenland.

Tessalonica ligt in Macedonië, Korinte in Achaje.

8Want van jullie uit is het woord van de Heer weerklonken, niet alleen in Macedonië en Achaje. Maar op elke plaats is jullie geloof in Elohim uitgegaan, zodat wij niets hoeven te zeggen.
ἀφ’
(aph’)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
γὰρ
(gar)
want
ἐξήχηται
(exechetai)
is weerklonken
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Μακεδονίᾳ
(Makedonia)
Macedonië
καὶ
(kai)
en
Ἀχαΐᾳ
(Achaia)
Achaje
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
elke
τόπῳ
(topo)
plaats
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἡ
(he)
het
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐξελήλυθεν
(exelelythen)
is uitgegaan
ὥστε
(hoste)
zodat
μὴ
(me)
niet
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχειν
(echein)
hebben
ἡμᾶς
(hemas)
wij
λαλεῖν
(lalein)
te spreken
τι
(ti)
iets
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

ἐξηχέω (execheo), ‘weerklinken’: een geluid laten horen dat ver draagt. λόγος τοῦ κυρίου (logos tou kyriou), ‘het woord van de Heer’: de uitdrukking lijkt op ‘het woord van Yahweh’ uit de profeten; wij schrijven ‘de Heer’ en bedoelen Yeshua, omdat de boodschap over Hem gaat.

‘Zodat wij niets hoeven te zeggen’: de Griekse tekst heeft letterlijk ‘zodat wij geen behoefte hebben iets te zeggen’.

Gekeerd tot de levende Elohim

9Want zij zelf vertellen over ons hoe wij bij jullie zijn binnengekomen. Zij vertellen ook hoe jullie je van de afgoden tot Elohim hebben gekeerd, om de levende en ware Elohim te dienen,
αὐτοὶ
(autoi)
zij zelf
γὰρ
(gar)
want
περὶ
(peri)
over
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἀπαγγέλλουσιν
(apangellousin)
vertellen
ὁποίαν
(hopoian)
welke
εἴσοδον
(eisodon)
binnenkomst
ἔσχομεν
(eschomen)
hadden wij
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
πῶς
(pos)
hoe
ἐπεστρέψατε
(epestrepsate)
jullie keerden om
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
εἰδώλων
(eidolon)
afgoden
δουλεύειν
(douleuein)
te dienen
θεῷ
(theo)
Elohim
ζῶντι
(zonti)
levende
καὶ
(kai)
en
ἀληθινῷ
(alethino)
ware
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἴσοδος (eisodos), ‘binnenkomst’: het binnengaan, de komst en het onthaal.

De Griekse zin heeft geen onderwerp bij ‘vertellen’; wij vullen niets aan en laten ‘zij’ staan zoals de tekst het heeft: de mensen elders, in Macedonië en Achaje. ἐπιστρέφω (epistrefo), ‘zich keren’: zich omwenden, terugkeren. εἴδωλον (eidolon), ‘afgod’. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’: van δοῦλος (doulos), ‘knecht’.

Het Grieks heeft geen lidwoord bij ‘levende en ware Elohim’; wij schrijven ‘de levende en ware Elohim’.

Zie ook Hand. 14:15.

Zie ookHand 14:15
10en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten. Hem heeft Hij uit de doden opgewekt: Yeshua, die ons bevrijdt van de komende toorn.
καὶ
(kai)
en
ἀναμένειν
(anamenein)
te verwachten
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
ὃν
(hon)
die
ἤγειρεν
(egeiren)
Hij heeft opgewekt
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
νεκρῶν
(nekron)
doden
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
τὸν
(ton)
de
ῥυόμενον
(rhyomenon)
bevrijdende
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐκ
(ek)
van
τῆς
(tes)
de
ὀργῆς
(orges)
toorn
τῆς
(tes)
de
ἐρχομένης
(erchomenes)
komende
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναμένω (anameno), ‘verwachten’: wachten op. ἐκ τῶν οὐρανῶν (ek ton ouranon), ‘uit de hemelen’: het Grieks heeft het meervoud. ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’. ῥύομαι (rhyomai), ‘bevrijden’: redden uit gevaar; wij gebruiken ‘bevrijden’ voor dit woord. ὀργή (orge), ‘toorn’: de toorn van Elohim.

‘De komende toorn’: de toorn die komt.

Over de komst van de Heer uit de hemel, zie 4:16; over de toorn, zie 5:9.

Zie ook Hand. 17:31; Matt. 3:7.