# Titus (Πρὸς Τίτον, Pros Titon) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Titus 1 _Aanhef; ouderen aanstellen op Kreta; de eisen voor de opziener; tegenstanders die de waarheid afwijzen_ ### Aanhef **1:1** Paulus, knecht van Elohim en apostel van Yeshua de Messias, volgens het geloof van de uitverkorenen van Elohim en de volle kennis van de waarheid die bij de vroomheid hoort, Brontekst: Παῦλος (Paulos) = Paulus | δοῦλος (doulos) = knecht | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | δὲ (de) = maar | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | κατὰ (kata) = volgens | πίστιν (pistin) = geloof | ἐκλεκτῶν (eklekton) = van uitverkorenen | θεοῦ (theou) = van Elohim | καὶ (kai) = en | ἐπίγνωσιν (epignosin) = volle kennis | ἀληθείας (aletheias) = van waarheid | τῆς (tes) = die | κατ’ (kat’) = volgens | εὐσέβειαν (eusebeian) = vroomheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἐκλεκτοί (eklektoi), ‘uitverkorenen’. κατὰ πίστιν (kata pistin), ‘volgens het geloof’: ook ‘ten behoeve van het geloof’ of ‘in overeenstemming met het geloof’; het Grieks laat dit open. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’. εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’: leven in ontzag voor Elohim; ‘de waarheid die bij de vroomheid hoort’ is letterlijk ‘de waarheid die volgens vroomheid is’. Het Grieks heeft één lange zin van vers 1 tot en met 4; wij splitsen hem. Voetnoot : Zie ook Rom. 1:1; 1 Tim. 1:1. Zie ook: Rom 1:1; 1 Tim 1:1 **1:2** in de hoop op eeuwig leven, dat Elohim, die niet liegt, beloofd heeft vóór eeuwige tijden. Brontekst: ἐπ’ (ep’) = op | ἐλπίδι (elpidi) = hoop | ζωῆς (zoes) = van leven | αἰωνίου (aioniou) = eeuwig | ἣν (hen) = dat | ἐπηγγείλατο (epengeilato) = beloofde | ὁ (ho) = de | ἀψευδὴς (apseudes) = niet liegende | θεὸς (theos) = Elohim | πρὸ (pro) = vóór | χρόνων (chronon) = tijden | αἰωνίων (aionion) = eeuwige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλπίς (elpis), ‘hoop’. ἀψευδής (apseudes), ‘die niet liegt’: het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor; vergelijk Num. 23:19 (‘El is geen man die liegt’). πρὸ χρόνων αἰωνίων (pro chronon aionion), ‘vóór eeuwige tijden’: zoals in 2 Tim. 1:9. De tekst zegt niet aan wie of hoe Elohim dit vóór de tijden beloofd heeft. Voetnoot : Zie ook Num. 23:19; 2 Tim. 1:9; 1 Tim. 1:1. Zie ook: Num 23:19; 1 Tim 1:1; 2 Tim 1:9 **1:3** Maar op Zijn eigen tijden heeft Hij Zijn woord geopenbaard in de verkondiging die mij is toevertrouwd, naar het bevel van onze Redder, Elohim, Brontekst: ἐφανέρωσεν (ephanerosen) = heeft geopenbaard | δὲ (de) = maar | καιροῖς (kairois) = op tijden | ἰδίοις (idiois) = eigen | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐν (en) = in | κηρύγματι (kerygmati) = verkondiging | ὃ (ho) = waarmee | ἐπιστεύθην (episteuthen) = ben ik toevertrouwd | ἐγὼ (ego) = ik | κατ’ (kat’) = volgens | ἐπιταγὴν (epitagen) = bevel | τοῦ (tou) = van de | σωτῆρος (soteros) = Redder | ἡμῶν (hemon) = onze | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φανερόω (fanero), ‘openbaren’: zoals in 2 Tim. 1:10. καιροῖς ἰδίοις (kairois idiois), ‘op eigen tijden’: op de tijden die Elohim bepaald heeft. κήρυγμα (kerygma), ‘verkondiging’. ἐπιστεύθην (episteuthen), ‘mij is toevertrouwd’: letterlijk ‘ik ben geloofd’, dat wil zeggen: het is mij toevertrouwd. ἐπιταγή (epitage), ‘bevel’. σωτὴρ ἡμῶν θεός (soter hemon theos), ‘onze Redder, Elohim’: hier is Elohim de Redder; in vers 4 is dat de Messias Yeshua. Zo noemen de pastorale brieven beiden ‘Redder’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:1; 1 Tim. 2:3; Tit. 2:10, 13; Tit. 3:4, 6. Zie ook: 1 Tim 1:1; 1 Tim 2:3; Tit 1:4; Tit 2:10; Tit 3:4; 2 Tim 1:10 **1:4** aan Titus, echt kind volgens ons gemeenschappelijk geloof: genade en vrede van Elohim, de Vader, en van de Messias Yeshua, onze Redder. Brontekst: Τίτῳ (Tito) = aan Titus | γνησίῳ (gnesio) = echt | τέκνῳ (tekno) = kind | κατὰ (kata) = volgens | κοινὴν (koinen) = gemeenschappelijk | πίστιν (pistin) = geloof | χάρις (charis) = genade | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | καὶ (kai) = en | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τοῦ (tou) = de | σωτῆρος (soteros) = Redder | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Titus is hier het ‘echte kind’ van Paulus (γνήσιον τέκνον, gnesion teknon): kind in het geloof. Titus staat ook in 2 Kor. 8:23, Gal. 2:1–3 en 2 Tim. 4:10; in Handelingen komt hij niet voor. κοινὴ πίστις (koine pistis), ‘gemeenschappelijk geloof’: het geloof dat Paulus en Titus delen. χάρις (charis), ‘genade’, en εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: de groet; in 1 en 2 Timoteüs staat ook ‘barmhartigheid’. ‘Redder’: zie vers 3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woordje καί (kai), ‘en’, en bij de woorden Χριστοῦ Ἰησοῦ (Christou Iesou), ‘de Messias Yeshua’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 8:23; Gal. 2:1–3; 2 Tim. 1:2; 1 Tim. 1:2. Zie ook: Gal 2:1–3; 2 Kor 8:23; 1 Tim 1:2; Tit 1:3; 2 Tim 1:2; 2 Tim 4:10 ### Ouderen aanstellen op Kreta **1:5** Hierom heb ik je op Kreta achtergelaten: om wat nog ontbreekt verder te regelen en in elke stad ouderen aan te stellen, zoals ik jou opgedragen heb, Brontekst: Τούτου (Toutou) = van dit | χάριν (charin) = wege | ἀπέλιπόν (apelipon) = liet ik achter | σε (se) = je | ἐν (en) = op | Κρήτῃ (Krete) = Kreta | ἵνα (hina) = opdat | τὰ (ta) = het | λείποντα (leiponta) = ontbrekende | ἐπιδιορθώσῃ (epidiorthose) = je verder regelt | καὶ (kai) = en | καταστήσῃς (katasteses) = je aanstelt | κατὰ (kata) = in | πόλιν (polin) = elke stad | πρεσβυτέρους (presbyterous) = ouderen | ὡς (hos) = zoals | ἐγώ (ego) = ik | σοι (soi) = jou | διεταξάμην (dietaxamen) = opdroeg Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Kreta: Kreta is het grote eiland ten zuiden van de Egeïsche Zee, ongeveer 250 km lang. Paulus voer er langs op weg naar Rome (Handelingen 27). Voetnoot Uitleg: Kreta is een eiland in de Middellandse Zee; de brief zegt niet hoe Paulus daar kwam of hoe lang hij er bleef. ἐπιδιορθόω (epidiorthoo), ‘verder regelen’: wat nog niet in orde is rechtzetten. πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘ouderen’: hier waarschijnlijk de leiders van een plaatselijke gemeente; in Handelingen heet hetzelfde Griekse woord ‘ouderlingen’ (Hand. 14:23; 20:17). In vers 7 volgt, met ‘want’, de eis voor de ‘opziener’ (ἐπίσκοπος); de tekst zegt niet uitdrukkelijk dat het dezelfde mensen zijn, maar het ‘want’ legt het verband. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord ἀπέλιπον (apelipon), ‘ik liet achter’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 14:23; Hand. 20:17, 28; 1 Tim. 3:1–7; 1 Tim. 5:17. Zie ook: Hand 14:23; Hand 20:17; 1 Tim 3:1–7; 1 Tim 5:17; Tit 1:7 **1:6** als iemand zonder aanklacht is, man van één vrouw, met gelovige kinderen die niet beschuldigd worden van losbandigheid en niet ongehoorzaam zijn. Brontekst: εἴ (ei) = als | τίς (tis) = iemand | ἐστιν (estin) = is | ἀνέγκλητος (anenkletos) = zonder aanklacht | μιᾶς (mias) = van één | γυναικὸς (gynaikos) = vrouw | ἀνήρ (aner) = man | τέκνα (tekna) = kinderen | ἔχων (echon) = hebbend | πιστά (pista) = gelovige | μὴ (me) = niet | ἐν (en) = onder | κατηγορίᾳ (kategoria) = beschuldiging | ἀσωτίας (asotias) = van losbandigheid | ἢ (e) = of | ἀνυπότακτα (anypotakta) = ongehoorzaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνέγκλητος (anenkletos), ‘zonder aanklacht’: tegen wie niets in te brengen is. μιᾶς γυναικὸς ἀνήρ (mias gynaikos aner), ‘man van één vrouw’: letterlijk ‘van één vrouw man’. Het Grieks zegt niet welke situatie bedoeld is: wie maar één vrouw heeft, of wie trouw is aan zijn vrouw, of iets anders; de uitleggers verschillen. Dezelfde woorden staan in 1 Tim. 3:2. De eis betreft ook de kinderen: πιστά (pista) kan ‘gelovig’ en ‘betrouwbaar’ betekenen. ἀσωτία (asotia), ‘losbandigheid’; ἀνυπότακτος (anypotaktos), ‘ongehoorzaam’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:2, 3:4–5, 3:12. Zie ook: 1 Tim 3:2; 1 Tim 3:4 **1:7** Want de opziener moet zonder aanklacht zijn, als beheerder van Elohim: niet eigenzinnig, niet driftig, niet aan de wijn verslaafd, niet gewelddadig, niet uit op schandelijke winst, Brontekst: δεῖ (dei) = het is nodig | γὰρ (gar) = want | τὸν (ton) = de | ἐπίσκοπον (episkopon) = opziener | ἀνέγκλητον (anenkleton) = zonder aanklacht | εἶναι (einai) = te zijn | ὡς (hos) = als | θεοῦ (theou) = van Elohim | οἰκονόμον (oikonomon) = beheerder | μὴ (me) = niet | αὐθάδη (authade) = eigenzinnig | μὴ (me) = niet | ὀργίλον (orgilon) = driftig | μὴ (me) = niet | πάροινον (paroinon) = aan de wijn verslaafd | μὴ (me) = niet | πλήκτην (plekten) = gewelddadig | μὴ (me) = niet | αἰσχροκερδῆ (aischrokerde) = uit op schandelijke winst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπίσκοπος (episkopos), ‘opziener’: iemand die toeziet, zoals in Fil. 1:1. οἰκονόμος (oikonomos), ‘beheerder’: wie een huishouding beheert namens de eigenaar; hier ‘beheerder van Elohim’, die het huis van Elohim beheert. αὐθάδης (authades), ‘eigenzinnig’; ὀργίλος (orgilos), ‘driftig’; πάροινος (paroinos), ‘aan de wijn verslaafd’; πλήκτης (plektes), ‘gewelddadig’, letterlijk ‘iemand die slaat’; αἰσχροκερδής (aischrokerdes), ‘uit op schandelijke winst’. Een deel van de lijst staat ook in 1 Tim. 3:2–3. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:2–3; Fil. 1:1; Hand. 20:28. Zie ook: Hand 20:28; Fil 1:1; 1 Tim 3:2–3 **1:8** maar gastvrij, een liefhebber van het goede, bezonnen, rechtvaardig, toegewijd, beheerst. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | φιλόξενον (philoxenon) = gastvrij | φιλάγαθον (philagathon) = liefhebber van het goede | σώφρονα (sophrona) = bezonnen | δίκαιον (dikaion) = rechtvaardig | ὅσιον (hosion) = toegewijd | ἐγκρατῆ (enkrate) = beheerst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλόξενος (filoxenos), ‘gastvrij’: letterlijk ‘vriend van vreemdelingen’. φιλάγαθος (filagathos), ‘liefhebber van het goede’. σώφρων (sofron), ‘bezonnen’. ὅσιος (hosios), ‘toegewijd’: trouw aan Elohim; het is het tegendeel van ἀνόσιος (2 Tim. 3:2). ἐγκρατής (enkrates), ‘beheerst’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:2; 2 Tim. 3:2. Zie ook: 1 Tim 3:2; 2 Tim 3:2 **1:9** Hij houdt zich vast aan het betrouwbare woord volgens het onderricht. Zo is hij in staat zowel aan te sporen met het gezonde onderwijs als de tegensprekers terecht te wijzen. Brontekst: ἀντεχόμενον (antechomenon) = zich vasthoudend aan | τοῦ (tou) = het | κατὰ (kata) = volgens | τὴν (ten) = het | διδαχὴν (didachen) = onderricht | πιστοῦ (pistou) = betrouwbare | λόγου (logou) = woord | ἵνα (hina) = opdat | δυνατὸς (dynatos) = in staat | ᾖ (e) = hij is | καὶ (kai) = zowel | παρακαλεῖν (parakalein) = aan te sporen | ἐν (en) = met | τῇ (te) = het | διδασκαλίᾳ (didaskalia) = onderwijs | τῇ (te) = het | ὑγιαινούσῃ (hygiainouse) = gezonde | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | ἀντιλέγοντας (antilegontas) = tegensprekers | ἐλέγχειν (elenchein) = terecht te wijzen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀντέχομαι (antechomai), ‘zich vasthouden aan’. πιστὸς λόγος (pistos logos), ‘betrouwbaar woord’: het woord dat te vertrouwen is. διδαχή (didache), ‘onderricht’: wat onderwezen is. ὑγιαίνουσα διδασκαλία (hygiainousa didaskalia), ‘gezond onderwijs’, zoals in 2 Tim. 4:3. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’; ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’. ἀντιλέγοντες (antilegontes), ‘tegensprekers’. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 4:3; 2 Tim. 4:2; 1 Tim. 1:10. Zie ook: 1 Tim 1:10; 2 Tim 4:2; 2 Tim 4:3 ### Tegenstanders en hun mythen **1:10** Want er zijn velen die ook ongehoorzaam zijn, ijdele praters en misleiders, vooral zij die uit de besnijdenis zijn. Brontekst: Εἰσὶν (Eisin) = zijn | γὰρ (gar) = want | πολλοὶ (polloi) = velen | καὶ (kai) = ook | ἀνυπότακτοι (anypotaktoi) = ongehoorzaam | ματαιολόγοι (mataiologoi) = ijdele praters | καὶ (kai) = en | φρεναπάται (phrenapatai) = misleiders | μάλιστα (malista) = vooral | οἱ (hoi) = die | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | περιτομῆς (peritomes) = besnijdenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ματαιολόγος (mataiologos), ‘ijdele prater’: iemand die veel praat zonder inhoud. φρεναπάτης (frenapates), ‘misleider’, letterlijk ‘wie het verstand bedriegt’. οἱ ἐκ τῆς περιτομῆς (hoi ek tes peritomes), ‘zij die uit de besnijdenis zijn’: gelovigen of mensen uit Joodse kring; hetzelfde Griekse woord staat in Hand. 11:2 en Gal. 2:12. De tekst zegt niet wie precies bedoeld is. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woordje καί (kai), ‘ook’, en bij het lidwoord τῆς (tes) voor ‘besnijdenis’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 11:2; Gal. 2:12; Kol. 4:11. Zie ook: Hand 11:2; Gal 2:12; Kol 4:11 **1:11** Hun moet de mond gesnoerd worden. Zij brengen hele huizen ten val door te onderwijzen wat niet hoort, om schandelijke winst. Brontekst: οὓς (hous) = wie | δεῖ (dei) = het is nodig | ἐπιστομίζειν (epistomizein) = de mond te snoeren | οἵτινες (hoitines) = die | ὅλους (holous) = hele | οἴκους (oikous) = huizen | ἀνατρέπουσιν (anatrepousin) = werpen om | διδάσκοντες (didaskontes) = onderwijzend | ἃ (ha) = wat | μὴ (me) = niet | δεῖ (dei) = hoort | αἰσχροῦ (aischrou) = schandelijke | κέρδους (kerdous) = winst | χάριν (charin) = omwille van Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιστομίζω (epistomizo), ‘de mond snoeren’: afgeleid van στόμα (stoma), ‘mond’. ἀνατρέπω (anatrepo), ‘omverwerpen’, ‘ten val brengen’: zoals in 2 Tim. 2:18. ‘Hele huizen’: huisgezinnen. αἰσχρὸν κέρδος (aischron kerdos), ‘schandelijke winst’: zoals in 1 Tim. 3:3, 3:8. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 2:18; 1 Tim. 3:3, 3:8; 2 Tim. 3:6. Zie ook: 1 Tim 3:3; 1 Tim 3:8; 2 Tim 2:18; 2 Tim 3:6 **1:12** Iemand uit hen, hun eigen profeet, heeft gezegd: „Kretenzers zijn altijd leugenaars, slechte wilde dieren, luie buiken.” Brontekst: εἶπέν (eipen) = zei | τις (tis) = iemand | ἐξ (ex) = uit | αὐτῶν (auton) = hen | ἴδιος (idios) = eigen | αὐτῶν (auton) = hun | προφήτης (prophetes) = profeet | Κρῆτες (Kretes) = Kretenzers | ἀεὶ (aei) = altijd | ψεῦσται (pseustai) = leugenaars | κακὰ (kaka) = slechte | θηρία (theria) = wilde dieren | γαστέρες (gasteres) = buiken | ἀργαί (argai) = lui Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Kreta: Kreta is het grote eiland ten zuiden van de Egeïsche Zee, ongeveer 250 km lang. Paulus voer er langs op weg naar Rome (Handelingen 27). Voetnoot Uitleg: Paulus noemt de spreker ‘iemand uit hen, hun eigen profeet’; een naam geeft de tekst niet. Het citaat noemt de Kretenzers leugenaars, wilde dieren en luie buiken. In vers 13 zegt Paulus dat dit getuigenis waar is. κακὰ θηρία (kaka theria), ‘slechte wilde dieren’; γαστέρες ἀργαί (gasteres argai), ‘luie buiken’: mensen die alleen aan eten denken. Het citaat staat tussen aanhalingstekens en zwart. Voetnoot : Zie ook Hand. 17:28. Zie ook: Hand 17:28; Tit 1:13 **1:13** Dit getuigenis is waar. Wijs hen daarom streng terecht, opdat zij gezond zijn in het geloof Brontekst: ἡ (he) = het | μαρτυρία (martyria) = getuigenis | αὕτη (haute) = dit | ἐστὶν (estin) = is | ἀληθής (alethes) = waar | δι’ (di’) = om | ἣν (hen) = welke | αἰτίαν (aitian) = reden | ἔλεγχε (elenche) = wijs terecht | αὐτοὺς (autous) = hen | ἀποτόμως (apotomos) = streng | ἵνα (hina) = opdat | ὑγιαίνωσιν (hygiainosin) = gezond zijn | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | πίστει (pistei) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μαρτυρία (martyria), ‘getuigenis’: hier het zojuist aangehaalde woord. ἀποτόμως (apotomos), ‘streng’, letterlijk ‘afgesneden’: zonder omwegen. ὑγιαίνω ἐν τῇ πίστει (hygiaino en te pistei), ‘gezond zijn in het geloof’: zoals in 1:9 het gezonde onderwijs. Het Grieks heeft één zin van vers 13 tot en met 14; wij splitsen hem. Voetnoot : Zie ook Tit. 2:2; Tit. 1:9. Zie ook: Tit 1:9; Tit 2:2 **1:14** en geen aandacht schenken aan Joodse mythen en aan geboden van mensen die zich van de waarheid afkeren. Brontekst: μὴ (me) = niet | προσέχοντες (prosechontes) = aandacht schenkend | Ἰουδαϊκοῖς (Ioudaikois) = aan Joodse | μύθοις (mythois) = mythen | καὶ (kai) = en | ἐντολαῖς (entolais) = geboden | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen | ἀποστρεφομένων (apostrephomenon) = die zich afkeren van | τὴν (ten) = de | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰουδαϊκοὶ μῦθοι (Ioudaikoi mythoi), ‘Joodse mythen’: verzonnen verhalen; de tekst zegt niet welke verhalen. In 1 Tim. 1:4 staan mythen en eindeloze geslachtsregisters; in Tit. 3:9 geslachtsregisters en twisten over de wet. ἐντολαὶ ἀνθρώπων (entolai anthropon), ‘geboden van mensen’: vergelijk Mark. 7:7–8 en Jes. 29:13 (‘een aangeleerd gebod van mensen’). Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:4; 1 Tim. 4:7; 2 Tim. 4:4; Tit. 3:9; Mark. 7:7–8; Jes. 29:13. Zie ook: Jes 29:13; Mar 7:7–8; 1 Tim 1:4; 1 Tim 4:7; Tit 3:9; 2 Tim 4:4 **1:15** Voor de reinen is alles rein, maar voor de besmetten en ongelovigen is niets rein. Hun verstand en hun geweten zijn juist besmet. Brontekst: πάντα (panta) = alles | καθαρὰ (kathara) = rein | τοῖς (tois) = voor de | καθαροῖς (katharois) = reinen | τοῖς (tois) = voor de | δὲ (de) = maar | μεμιαμμένοις (memiammenois) = besmetten | καὶ (kai) = en | ἀπίστοις (apistois) = ongelovigen | οὐδὲν (ouden) = niets | καθαρόν (katharon) = rein | ἀλλὰ (alla) = maar | μεμίανται (memiantai) = is besmet | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = zowel | ὁ (ho) = het | νοῦς (nous) = verstand | καὶ (kai) = als | ἡ (he) = het | συνείδησις (syneidesis) = geweten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καθαρός (katharos), ‘rein’; μιαίνω (miaino), ‘besmetten’. Vers 15 gaat over rein en onrein; de tekst zegt niet welke voorschriften of mensen bedoeld zijn. νοῦς (nous), ‘verstand’; συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. Vergelijk Rom. 14:14 en Mark. 7:15. Voetnoot Lezing: Bij het woord πάντα (panta), ‘alles’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 14:14; Rom. 14:20; Mark. 7:15; Luc. 11:41. Zie ook: Mar 7:15; Luc 11:41; Rom 14:14; Rom 14:20 **1:16** Zij belijden Elohim te kennen, maar met hun werken verloochenen zij Hem. Zij zijn weerzinwekkend en ongehoorzaam en voor elk goed werk afgekeurd. Brontekst: θεὸν (theon) = Elohim | ὁμολογοῦσιν (homologousin) = belijden | εἰδέναι (eidenai) = te kennen | τοῖς (tois) = met de | δὲ (de) = maar | ἔργοις (ergois) = werken | ἀρνοῦνται (arnountai) = verloochenen zij | βδελυκτοὶ (bdelyktoi) = weerzinwekkend | ὄντες (ontes) = zijnde | καὶ (kai) = en | ἀπειθεῖς (apeitheis) = ongehoorzaam | καὶ (kai) = en | πρὸς (pros) = voor | πᾶν (pan) = elk | ἔργον (ergon) = werk | ἀγαθὸν (agathon) = goed | ἀδόκιμοι (adokimoi) = afgekeurd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’. ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’: het Grieks heeft geen voorwerp; wij vullen ‘Hem’ aan (Elohim), zoals ook in 2 Tim. 2:12. βδελυκτός (bdelyktos), ‘weerzinwekkend, afstotelijk’. ἀδόκιμος (adokimos), ‘afgekeurd’: de proef niet doorstaan, zoals in 2 Tim. 3:8. ἔργον ἀγαθόν (ergon agathon), ‘goed werk’; ook ἔργα καλά (erga kala), ‘goede werken’, in 2:7, 2:14, 3:8 en 3:14 en ἔργον ἀγαθόν in 3:1. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 2:12; 2 Tim. 3:5, 3:8. Zie ook: 2 Tim 2:12; 2 Tim 3:5; 2 Tim 3:8 ## Titus 2 _Wat past bij het gezonde onderwijs: oude en jonge mensen, knechten; de genade is verschenen_ ### Wat past bij het gezonde onderwijs **2:1** Maar jij, spreek wat past bij het gezonde onderwijs: Brontekst: Σὺ (Sy) = jij | δὲ (de) = maar | λάλει (lalei) = spreek | ἃ (ha) = wat | πρέπει (prepei) = past | τῇ (te) = bij het | ὑγιαινούσῃ (hygiainouse) = gezonde | διδασκαλίᾳ (didaskalia) = onderwijs Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑγιαίνουσα διδασκαλία (hygiainousa didaskalia), ‘gezond onderwijs’: onderwijs dat gezond is; zoals in 1:9. λαλέω (laleo), ‘spreken’. πρέπει (prepei), ‘het past’. De verzen 2–10 zijn korte opdrachten per groep; zij hangen af van ‘spreek’ in vers 1 en hebben in het Grieks een onbepaalde wijs (‘te zijn’); wij zetten ‘dat … zijn’. Voetnoot : Zie ook Tit. 1:9; 2 Tim. 1:13. Zie ook: Tit 1:9; 2 Tim 1:13 ### Oude mannen en oude vrouwen **2:2** dat oude mannen nuchter zijn, waardig, bezonnen, gezond in het geloof, in de liefde, in de volharding. Brontekst: πρεσβύτας (presbytas) = oude mannen | νηφαλίους (nephalious) = nuchter | εἶναι (einai) = te zijn | σεμνούς (semnous) = waardig | σώφρονας (sophronas) = bezonnen | ὑγιαίνοντας (hygiainontas) = gezond zijnd | τῇ (te) = in het | πίστει (pistei) = geloof | τῇ (te) = in de | ἀγάπῃ (agape) = liefde | τῇ (te) = in de | ὑπομονῇ (hypomone) = volharding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρεσβύτης (presbytes), ‘oude man’: een andere vorm dan πρεσβύτερος (‘oudere’, leider) in 1:5; hier gaat het om leeftijd. νηφάλιος (nefalios), ‘nuchter’; σεμνός (semnos), ‘waardig’; σώφρων (sofron), ‘bezonnen’. ὑγιαίνω (hygiaino), ‘gezond zijn’: gezond in het geloof, de liefde en de volharding (ὑπομονή, hypomone). Geloof, liefde en volharding staan ook samen in de rij van 2 Tim. 3:10. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:2; 1 Tim. 5:1; 2 Tim. 3:10. Zie ook: 1 Tim 3:2; 1 Tim 5:1; 2 Tim 3:10 **2:3** Evenzo dat oude vrouwen in hun gedrag passen bij het heilige, geen lasteraars zijn, niet slaaf van veel wijn, leraressen van het goede, Brontekst: Πρεσβύτιδας (Presbytidas) = oude vrouwen | ὡσαύτως (hosautos) = evenzo | ἐν (en) = in | καταστήματι (katastemati) = gedrag | ἱεροπρεπεῖς (hieroprepeis) = passend bij het heilige | μὴ (me) = niet | διαβόλους (diabolous) = lasteraars | μηδὲ (mede) = noch | οἴνῳ (oino) = aan wijn | πολλῷ (pollo) = veel | δεδουλωμένας (dedoulomenas) = tot slaaf gemaakt | καλοδιδασκάλους (kalodidaskalous) = leraressen van het goede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρεσβῦτις (presbytis), ‘oude vrouw’. κατάστημα (katastema), ‘gedrag, houding’. ἱεροπρεπής (hieroprepes), ‘passend bij het heilige’: wie zich gedraagt zoals bij de dienst van Elohim past; het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. διάβολοι (diaboloi) staat in het meervoud zonder lidwoord: ‘lasteraars’, zoals in 2 Tim. 3:3. δουλόω (douloo), ‘tot slaaf maken, onderwerpen’. καλοδιδάσκαλος (kalodidaskalos), ‘lerares van het goede’. Voetnoot Lezing: Bij het woordje μηδέ (mede), ‘noch’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 5:2; 2 Tim. 3:3. Zie ook: 1 Tim 5:2; 2 Tim 3:3 **2:4** opdat zij de jonge vrouwen tot bezonnenheid brengen: hun mannen lief te hebben, hun kinderen lief te hebben, Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | σωφρονίζωσι (sophronizosi) = tot bezonnenheid brengen | τὰς (tas) = de | νέας (neas) = jonge | φιλάνδρους (philandrous) = mannenlievend | εἶναι (einai) = te zijn | φιλοτέκνους (philoteknous) = kinderlievend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σωφρονίζω (sofronizo), ‘tot bezonnenheid brengen’, ‘terechtwijzen’. φίλανδρος (filandros), ‘mannenlievend’, ‘die van haar man houdt’. φιλότεκνος (filoteknos), ‘kinderlievend’. Het Grieks heeft het over ‘de jonge vrouwen’ (νέας); de oudere vrouwen onderwijzen hen. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord σωφρονίζωσι (sofronizosi), ‘tot bezonnenheid brengen’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 5:14. Zie ook: 1 Tim 5:14 **2:5** bezonnen, zuiver, werkzaam in het huishouden, goed, onderschikt aan hun eigen mannen, opdat het woord van Elohim niet gelasterd wordt. Brontekst: σώφρονας (sophronas) = bezonnen | ἁγνάς (hagnas) = zuiver | οἰκουργούς (oikourgous) = werkzaam in het huishouden | ἀγαθάς (agathas) = goed | ὑποτασσομένας (hypotassomenas) = zich onderschikkend | τοῖς (tois) = aan de | ἰδίοις (idiois) = eigen | ἀνδράσιν (andrasin) = mannen | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | βλασφημῆται (blasphemetai) = wordt gelasterd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγνός (hagnos), ‘zuiver’. οἰκουργός (oikourgos), ‘werkzaam in het huishouden’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’: hetzelfde werkwoord als in Ef. 5:21–22 en Kol. 3:18. De tekst zegt het doel: ‘opdat het woord van Elohim niet gelasterd wordt’. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’. Voetnoot Lezing: Bij het woord οἰκουργούς (oikourgous), ‘werkzaam in het huishouden’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ef. 5:21–22; Kol. 3:18; 1 Tim. 6:1. Zie ook: Ef 5:21–22; Kol 3:18; 1 Tim 6:1 ### Jongere mannen en Titus zelf **2:6** Spoor de jongere mannen evenzo aan bezonnen te zijn. Brontekst: Τοὺς (Tous) = de | νεωτέρους (neoterous) = jongere mannen | ὡσαύτως (hosautos) = evenzo | παρακάλει (parakalei) = spoor aan | σωφρονεῖν (sophronein) = bezonnen te zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νεώτερος (neoteros), ‘jonger’: de jongere mannen. σωφρονέω (sofroneo), ‘bezonnen zijn’. De opdracht aan de jongere mannen is kort (vers 6); in de verzen 7–8 richt de brief zich tot Titus zelf. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 5:1; 1 Tim. 4:12. Zie ook: 1 Tim 4:12; 1 Tim 5:1 **2:7** Stel jezelf in alles ten voorbeeld van goede werken, met onverdorvenheid en waardigheid in het onderwijs, Brontekst: περὶ (peri) = in | πάντα (panta) = alles | σεαυτὸν (seauton) = jezelf | παρεχόμενος (parechomenos) = aanbiedend | τύπον (typon) = voorbeeld | καλῶν (kalon) = van goede | ἔργων (ergon) = werken | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | διδασκαλίᾳ (didaskalia) = onderwijs | ἀφθορίαν (aphthorian) = onverdorvenheid | σεμνότητα (semnoteta) = waardigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τύπος (typos), ‘voorbeeld, afdruk’. καλὰ ἔργα (kala erga), ‘goede werken’: zoals in 2:14 en 3:8. ἀφθορία (afthoria), ‘onverdorvenheid’: onaangetast, ongeschonden. σεμνότης (semnotes), ‘waardigheid’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ἀφθορίαν (afthorian), ‘onverdorvenheid’, en σεμνότητα (semnoteta), ‘waardigheid’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:12; 1 Tim. 3:4. Zie ook: 1 Tim 3:4; 1 Tim 4:12 **2:8** met een gezond woord dat niet te veroordelen valt, opdat de tegenstander beschaamd wordt, omdat hij niets slechts over ons te zeggen heeft. Brontekst: λόγον (logon) = woord | ὑγιῆ (hygie) = gezond | ἀκατάγνωστον (akatagnoston) = niet te veroordelen | ἵνα (hina) = opdat | ὁ (ho) = de | ἐξ (ex) = van | ἐναντίας (enantias) = tegenover | ἐντραπῇ (entrape) = beschaamd wordt | μηδὲν (meden) = niets | ἔχων (echon) = hebbend | λέγειν (legein) = te zeggen | περὶ (peri) = over | ἡμῶν (hemon) = ons | φαῦλον (phaulon) = slechts Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκατάγνωστος (akatagnostos), ‘niet te veroordelen’. ὁ ἐξ ἐναντίας (ho ex enantias), ‘de tegenstander’: letterlijk ‘wie van de overkant is’. ἐντρέπομαι (entrepomai), ‘beschaamd worden’. φαῦλος (faulos), ‘slecht, waardeloos’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden λέγειν περὶ ἡμῶν (legein peri hemon), ‘te zeggen over ons’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:7; 1 Petr. 2:12. Zie ook: 1 Tim 3:7; 1 Petr 2:12 ### Knechten **2:9** Dat knechten zich in alles onderschikken aan hun eigen meesters, hun welgevallig zijn, niet tegenspreken, Brontekst: Δούλους (Doulous) = knechten | ἰδίοις (idiois) = eigen | δεσπόταις (despotais) = meesters | ὑποτάσσεσθαι (hypotassesthai) = zich te onderschikken | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = alles | εὐαρέστους (euarestous) = welgevallig | εἶναι (einai) = te zijn | μὴ (me) = niet | ἀντιλέγοντας (antilegontas) = tegensprekend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’. δεσπότης (despotes), ‘meester’: iemand met volledig gezag over zijn huis; zoals in 1 Tim. 6:1–2. De tekst geeft een aanwijzing aan knechten; een oordeel over de instelling slavernij geeft hij niet. εὐάρεστος (euarestos), ‘welgevallig’. ἀντιλέγω (antilego), ‘tegenspreken’. Voetnoot : Zie ook Ef. 6:5–8; Kol. 3:22–25; 1 Tim. 6:1–2; Filem. 15–16. Zie ook: Ef 6:5–8; Kol 3:22–25; 1 Tim 6:1–2 **2:10** niets ontvreemden, maar alle goede betrouwbaarheid tonen, opdat zij het onderwijs van onze Redder, Elohim, in alles sieren. Brontekst: μὴ (me) = niet | νοσφιζομένους (nosphizomenous) = ontvreemdend | ἀλλὰ (alla) = maar | πᾶσαν (pasan) = alle | πίστιν (pistin) = betrouwbaarheid | ἐνδεικνυμένους (endeiknymenous) = tonend | ἀγαθήν (agathen) = goed | ἵνα (hina) = opdat | τὴν (ten) = het | διδασκαλίαν (didaskalian) = onderwijs | τὴν (ten) = het | τοῦ (tou) = van de | σωτῆρος (soteros) = Redder | ἡμῶν (hemon) = onze | θεοῦ (theou) = Elohim | κοσμῶσιν (kosmosin) = sieren | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = alles Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νοσφίζομαι (nosfizomai), ‘achterhouden, ontvreemden’: iets voor zichzelf houden dat niet van hem is. πίστις ἀγαθή (pistis agathe), ‘goede betrouwbaarheid’: het Griekse πίστις is meestal ‘geloof’, hier is ‘betrouwbaarheid, trouw’ bedoeld. κοσμέω (kosmeo), ‘sieren’, ‘mooi maken’. ‘Het onderwijs van onze Redder, Elohim’: zie 1:3 voor ‘Redder’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden πᾶσαν πίστιν (pasan pistin), ‘alle geloof/betrouwbaarheid’, en bij het lidwoord τήν (ten) voor ‘onderwijs van de Redder’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Tit. 1:3; Ef. 6:5. Zie ook: Ef 6:5; Tit 1:3 ### De genade van Elohim is verschenen **2:11** Want de genade van Elohim is verschenen, reddend voor alle mensen, Brontekst: Ἐπεφάνη (Epephane) = is verschenen | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | σωτήριος (soterios) = reddend | πᾶσιν (pasin) = aan alle | ἀνθρώποις (anthropois) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιφαίνω (epifaino), ‘verschijnen, zichtbaar worden’: de ‘verschijning’ van de genade (vers 11) en van de heerlijkheid (vers 13); zie ook 2 Tim. 1:10. σωτήριος (soterios), ‘reddend’: het Griekse woord kan bij ‘de genade’ horen (‘de reddende genade’) of de bestemming aangeven (‘redding voor alle mensen’). πᾶσιν ἀνθρώποις (pasin anthropois), ‘voor alle mensen’: kan bij ‘reddend’ of bij ‘is verschenen’ horen; wij laten dat open. Voetnoot Lezing: Bij het woord θεοῦ (theou), ‘Elohim’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Tit. 3:4; 2 Tim. 1:9–10. Zie ook: Tit 2:13; Tit 3:4; 2 Tim 1:9–10; 2 Tim 1:10 **2:12** en ons opvoedt om de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in de tegenwoordige eeuw, Brontekst: παιδεύουσα (paideuousa) = opvoedend | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἵνα (hina) = opdat | ἀρνησάμενοι (arnesamenoi) = verloochend hebbend | τὴν (ten) = de | ἀσέβειαν (asebeian) = goddeloosheid | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = de | κοσμικὰς (kosmikas) = wereldse | ἐπιθυμίας (epithymias) = begeerten | σωφρόνως (sophronos) = bezonnen | καὶ (kai) = en | δικαίως (dikaios) = rechtvaardig | καὶ (kai) = en | εὐσεβῶς (eusebos) = vroom | ζήσωμεν (zesomen) = wij leven | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | νῦν (nyn) = huidige | αἰῶνι (aioni) = eeuw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden’, ook ‘onderrichten’, ‘tuchtigen’: de genade is een opvoeder, zoals in Gal. 3:24 de wet. ἀσέβεια (asebeia), ‘goddeloosheid’: het tegendeel van εὐσέβεια (‘vroomheid’). κοσμικαὶ ἐπιθυμίαι (kosmikai epithymiai), ‘wereldse begeerten’. ‘In de tegenwoordige eeuw’ (ἐν τῷ νῦν αἰῶνι, en to nyn aioni): in de huidige wereldtijd, zoals in 2 Tim. 4:10. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:24; 2 Tim. 4:10; 1 Tim. 6:17. Zie ook: Gal 3:24; 1 Tim 6:17; 2 Tim 4:10 **2:13** terwijl wij wachten op de gelukkige hoop en de verschijning van de heerlijkheid van onze grote Elohim en Redder, Yeshua de Messias, Brontekst: προσδεχόμενοι (prosdechomenoi) = wachtend op | τὴν (ten) = de | μακαρίαν (makarian) = gelukkige | ἐλπίδα (elpida) = hoop | καὶ (kai) = en | ἐπιφάνειαν (epiphaneian) = verschijning | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | μεγάλου (megalou) = grote | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | σωτῆρος (soteros) = Redder | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσδέχομαι (prosdechomai), ‘verwachten, wachten op’. μακαρία ἐλπίς (makaria elpis), ‘gelukkige hoop’ (ook ‘zalige’; hetzelfde woord als in 1 Tim. 1:11). ἐπιφάνεια (epifaneia), ‘verschijning’: zie 2 Tim. 4:1, 4:8. De zinsbouw is moeilijk: τοῦ μεγάλου θεοῦ καὶ σωτῆρος ἡμῶν Ἰησοῦ Χριστοῦ (tou megalou theou kai soteros hemon Iesou Christou) staat onder één lidwoord. Dat kan één persoon bedoelen, ‘onze grote Elohim en Redder, Yeshua de Messias’ (zo vertalen wij), of twee, ‘de heerlijkheid van de grote Elohim en van onze Redder Yeshua de Messias’. Vers 14 gaat verder met een enkel ‘die’ (ὅς), dat naar Yeshua de Messias verwijst. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden Ἰησοῦ Χριστοῦ (Iesou Christou), ‘Yeshua de Messias’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Tit. 1:3–4; 2 Petr. 1:1; Rom. 9:5. Zie ook: Rom 9:5; 1 Tim 1:11; Tit 1:3–4; Tit 2:14; 2 Tim 4:1; 2 Tim 4:8; 2 Petr 1:1 **2:14** die Zichzelf voor ons gegeven heeft om ons los te kopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een volk als eigen bezit te reinigen, ijverig in goede werken. Brontekst: ὃς (hos) = die | ἔδωκεν (edoken) = gaf | ἑαυτὸν (heauton) = Zichzelf | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | ἵνα (hina) = opdat | λυτρώσηται (lytrosetai) = Hij loskoopt | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἀπὸ (apo) = van | πάσης (pases) = alle | ἀνομίας (anomias) = wetteloosheid | καὶ (kai) = en | καθαρίσῃ (katharise) = reinigt | ἑαυτῷ (heauto) = voor Zichzelf | λαὸν (laon) = volk | περιούσιον (periousion) = als eigen bezit | ζηλωτὴν (zeloten) = ijveraar | καλῶν (kalon) = van goede | ἔργων (ergon) = werken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λυτρόω (lytroo), ‘loskopen’: vrijkopen met een losgeld, zoals een slaaf. ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’: zoals in 2 Tess. 2:3. καθαρίζω (katharizo), ‘reinigen’. λαὸς περιούσιος (laos periousios), ‘een volk als eigen bezit’: een volk dat Hem toebehoort; het Hebreeuws van Deut. 14:2 heeft ‘een volk dat Hem toebehoort, een eigen bezit’ en Exod. 19:5 ‘Mijn eigen bezit’. ζηλωτής (zelotes), ‘ijveraar’. Vergelijk Ps. 130:8: ‘Hij zal Israël vrijkopen van al zijn ongerechtigheden’; het Grieks is geen letterlijk citaat. Voetnoot : Zie ook Deut. 14:2; Exod. 19:5; Ps. 130:8; Ez. 37:23; 1 Tim. 2:6; Gal. 1:4. Zie ook: Ex 19:5; Deut 14:2; Ps 130:8; Gal 1:4; 2 Tess 2:3; 1 Tim 2:6 **2:15** Spreek dit, spoor aan en wijs terecht met alle gezag. Laat niemand je minachten. Brontekst: Ταῦτα (Tauta) = dit | λάλει (lalei) = spreek | καὶ (kai) = en | παρακάλει (parakalei) = spoor aan | καὶ (kai) = en | ἔλεγχε (elenche) = wijs terecht | μετὰ (meta) = met | πάσης (pases) = alle | ἐπιταγῆς (epitages) = gezag | μηδείς (medeis) = niemand | σου (sou) = jou | περιφρονείτω (periphroneito) = laat minachten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιταγή (epitage), ‘gebod, gezag’: zoals in 1:3 (‘bevel’); hier de gezaghebbende kracht van het spreken. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’; ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’. περιφρονέω (perifroneo), ‘minachten’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:12; 2 Tim. 4:2. Zie ook: 1 Tim 4:12; 2 Tim 4:2 ## Titus 3 _Gedrag tegenover overheid en alle mensen; gered door Zijn barmhartigheid; goede werken en twistvragen; opdrachten en groeten_ ### Gedrag tegenover overheid en alle mensen **3:1** Herinner hen eraan zich te onderschikken aan overheden en gezagsdragers, gehoorzaam te zijn, bereid te zijn tot elk goed werk, Brontekst: Ὑπομίμνῃσκε (Hypomimneske) = herinner | αὐτοὺς (autous) = hen | ἀρχαῖς (archais) = aan overheden | ἐξουσίαις (exousiais) = aan gezagsdragers | ὑποτάσσεσθαι (hypotassesthai) = zich te onderschikken | πειθαρχεῖν (peitharchein) = gehoorzaam te zijn | πρὸς (pros) = tot | πᾶν (pan) = elk | ἔργον (ergon) = werk | ἀγαθὸν (agathon) = goed | ἑτοίμους (hetoimous) = bereid | εἶναι (einai) = te zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρχαί (archai), ‘overheden’, en ἐξουσίαι (exousiai), ‘gezagsdragers’: zoals in Luc. 12:11. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’. πειθαρχέω (peitharcheo), ‘gehoorzamen’. ἕτοιμος (hetoimos), ‘bereid’. De opdracht over de overheid staat ook in Rom. 13:1–7. De Griekse zin loopt in de verzen 1–2 door; de persoonsvorm is ‘herinner’. Voetnoot Lezing: Bij het woord ἀρχαῖς (archais), ‘overheden’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 13:1–7; 1 Petr. 2:13–17; Luc. 12:11. Zie ook: Luc 12:11; Rom 13:1–7; 1 Petr 2:13–17 **3:2** niemand te lasteren, niet twistziek te zijn, inschikkelijk, en alle zachtmoedigheid te tonen tegenover alle mensen. Brontekst: μηδένα (medena) = niemand | βλασφημεῖν (blasphemein) = te lasteren | ἀμάχους (amachous) = niet twistziek | εἶναι (einai) = te zijn | ἐπιεικεῖς (epieikeis) = inschikkelijk | πᾶσαν (pasan) = alle | ἐνδεικνυμένους (endeiknymenous) = tonend | πραΰτητα (prauteta) = zachtmoedigheid | πρὸς (pros) = tegenover | πάντας (pantas) = alle | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’: ook ‘kwaadspreken’. ἄμαχος (amachos), ‘niet twistziek’, letterlijk ‘zonder twist’. ἐπιεικής (epieikes), ‘inschikkelijk’: redelijk, toegeeflijk. πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’. ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘tonen’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:3; 2 Tim. 2:24–25. Zie ook: 1 Tim 3:3; 2 Tim 2:24–25 ### Vroeger en nu **3:3** Want ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, slaaf van allerlei begeerten en genietingen. Wij brachten ons leven door in slechtheid en afgunst, haatwekkend, elkaar haatend. Brontekst: ἦμεν (emen) = waren wij | γάρ (gar) = want | ποτε (pote) = eens | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἀνόητοι (anoetoi) = onverstandig | ἀπειθεῖς (apeitheis) = ongehoorzaam | πλανώμενοι (planomenoi) = dwalend | δουλεύοντες (douleuontes) = dienend als slaaf | ἐπιθυμίαις (epithymiais) = aan begeerten | καὶ (kai) = en | ἡδοναῖς (hedonais) = genietingen | ποικίλαις (poikilais) = allerlei | ἐν (en) = in | κακίᾳ (kakia) = slechtheid | καὶ (kai) = en | φθόνῳ (phthono) = afgunst | διάγοντες (diagontes) = doorbrengend | στυγητοί (stygetoi) = haatwekkend | μισοῦντες (misountes) = haatend | ἀλλήλους (allelous) = elkaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνόητος (anoetos), ‘onverstandig’; ἀπειθής (apeithes), ‘ongehoorzaam’; πλανάω (planao), ‘dwalen’. δουλεύω (douleuo), ‘als slaaf dienen’. ἡδονή (hedone), ‘genieting, genot’. κακία (kakia), ‘slechtheid’; φθόνος (fthonos), ‘afgunst’. στυγητός (stygetos), ‘haatwekkend’: wie door anderen gehaat en verafschuwd wordt. ‘Ook wij’: Paulus rekent zich bij hen. Voetnoot : Zie ook Ef. 2:1–3; Kol. 3:7; 1 Kor. 6:11. Zie ook: 1 Kor 6:11; Ef 2:1–3; Kol 3:7 **3:4** Maar toen de goedheid en de mensenliefde van onze Redder, Elohim, verschenen, Brontekst: ὅτε (hote) = toen | δὲ (de) = maar | ἡ (he) = de | χρηστότης (chrestotes) = goedheid | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | φιλανθρωπία (philanthropia) = mensenliefde | ἐπεφάνη (epephane) = verscheen | τοῦ (tou) = van de | σωτῆρος (soteros) = Redder | ἡμῶν (hemon) = onze | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’: zoals in Rom. 2:4. φιλανθρωπία (filanthropia), ‘mensenliefde’: liefde voor de mensen; vergelijk Hand. 28:2. ἐπιφαίνω (epifaino), ‘verschijnen’: zoals in 2:11. ‘Onze Redder, Elohim’: zie 1:3. De verzen 4–7 vormen één Griekse zin; wij houden de volgorde en splitsen niet, omdat de gedachte doorloopt. Voetnoot : Zie ook Tit. 1:3; Tit. 2:11; Rom. 2:4. Zie ook: Hand 28:2; Rom 2:4; Tit 1:3; Tit 2:11 **3:5** heeft Hij ons gered, niet uit werken die wij in gerechtigheid gedaan hebben, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de Heilige Geest, Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | τῶν (ton) = die | ἐν (en) = in | δικαιοσύνῃ (dikaiosyne) = gerechtigheid | ἃ (ha) = die | ἐποιήσαμεν (epoiesamen) = deden | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἀλλὰ (alla) = maar | κατὰ (kata) = volgens | τὸ (to) = de | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | ἔσωσεν (esosen) = redde Hij | ἡμᾶς (hemas) = ons | διὰ (dia) = door | λουτροῦ (loutrou) = bad | παλιγγενεσίας (palingenesias) = van wedergeboorte | καὶ (kai) = en | ἀνακαινώσεως (anakainoseos) = van vernieuwing | πνεύματος (pneumatos) = van Geest | ἁγίου (hagiou) = heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔργα ἐν δικαιοσύνῃ (erga en dikaiosyne), ‘werken in gerechtigheid’: werken die wij als rechtvaardig gedaan zouden hebben. ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’. λουτρόν (loutron), ‘bad, wassing’: ook in Ef. 5:26. παλιγγενεσία (paliggenesia), ‘wedergeboorte’: letterlijk ‘opnieuw geboren worden’; hetzelfde woord staat in Matt. 19:28 voor de vernieuwing van alles. ἀνακαίνωσις (anakainosis), ‘vernieuwing’. ‘Door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de Heilige Geest’: het Grieks laat open of ‘van de Heilige Geest’ alleen bij ‘vernieuwing’ hoort of ook bij ‘wedergeboorte’; de tekst noemt de doop niet met zoveel woorden. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ἅ (ha), ‘die’, en bij de woorden τὸ αὐτοῦ ἔλεος (to autou eleos), ‘Zijn barmhartigheid’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ef. 5:26; Matt. 19:28; Rom. 12:2; 2 Tim. 1:9. Zie ook: Mat 19:28; Rom 12:2; Ef 5:26; 2 Tim 1:9 **3:6** die Hij rijkelijk over ons heeft uitgegoten door Yeshua de Messias, onze Redder, Brontekst: οὗ (hou) = die | ἐξέχεεν (execheen) = goot Hij uit | ἐφ’ (eph’) = over | ἡμᾶς (hemas) = ons | πλουσίως (plousios) = rijkelijk | διὰ (dia) = door | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | τοῦ (tou) = de | σωτῆρος (soteros) = Redder | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκχέω (ekcheo), ‘uitgieten’: de Geest wordt uitgegoten, zoals beloofd in Joël 3:1 (NL 2:28) en vervuld in Hand. 2:17, 33. πλουσίως (plousios), ‘rijkelijk’. ‘Die’ (οὗ, hou) verwijst naar de Heilige Geest uit vers 5. Voetnoot : Zie ook Joël 3:1; Hand. 2:17; Hand. 2:33; Hand. 10:45; Rom. 5:5. Zie ook: Joël 3:1; Hand 2:17; Hand 2:33; Hand 10:45; Rom 5:5; Tit 3:5 **3:7** opdat wij, rechtvaardig verklaard door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hoop op eeuwig leven. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | δικαιωθέντες (dikaiothentes) = rechtvaardig verklaard | τῇ (te) = door de | ἐκείνου (ekeinou) = Zijn | χάριτι (chariti) = genade | κληρονόμοι (kleronomoi) = erfgenamen | γενηθῶμεν (genethomen) = wij worden | κατ’ (kat’) = volgens | ἐλπίδα (elpida) = hoop | ζωῆς (zoes) = van leven | αἰωνίου (aioniou) = eeuwig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’. χάρις (charis), ‘genade’: ἐκείνου (ekeinou), ‘Zijn’: wijst terug op de Redder Yeshua de Messias uit vers 6 of op Elohim uit vers 4; de tekst zegt het niet. κληρονόμος (kleronomos), ‘erfgenaam’. ἐλπίς (elpis), ‘hoop’: ‘naar de hoop’ kan ook ‘volgens een hoop’ betekenen: wij zijn erfgenamen in hoop op eeuwig leven. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord γενηθῶμεν (genethomen), ‘wij zouden worden’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 3:24; Gal. 2:16; Rom. 8:17; Tit. 1:2. Zie ook: Gal 2:16; Rom 3:24; Rom 8:17; Tit 1:2; Tit 3:4; Tit 3:6 ### Goede werken en nutteloze twistvragen **3:8** Betrouwbaar is het woord. Ik wil dat je hierover stellig spreekt, opdat zij die Elohim geloofd hebben erop bedacht zijn zich toe te leggen op goede werken. Dit is goed en nuttig voor de mensen. Brontekst: Πιστὸς (Pistos) = betrouwbaar | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | καὶ (kai) = en | περὶ (peri) = over | τούτων (touton) = dit | βούλομαί (boulomai) = wil ik | σε (se) = dat je | διαβεβαιοῦσθαι (diabebaiousthai) = stellig verklaart | ἵνα (hina) = opdat | φροντίζωσιν (phrontizosin) = zich bekommeren | καλῶν (kalon) = goede | ἔργων (ergon) = werken | προΐστασθαι (proistasthai) = zich toe te leggen op | οἱ (hoi) = zij die | πεπιστευκότες (pepisteukotes) = geloofd hebben | θεῷ (theo) = Elohim | ταῦτά (tauta) = dit | ἐστιν (estin) = is | καλὰ (kala) = goed | καὶ (kai) = en | ὠφέλιμα (ophelima) = nuttig | τοῖς (tois) = voor de | ἀνθρώποις (anthropois) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’: de formule, zoals in 1 Tim. 1:15; 3:1; 4:9 en 2 Tim. 2:11. Zij kan wijzen op wat voorafgaat (verzen 4–7) en op wat volgt (de opdracht in vers 8). διαβεβαιόομαι (diabebaioomai), ‘stellig beweren’. φροντίζω (frontizo), ‘zich bekommeren om, erop bedacht zijn’. προΐστημι (proistemi), ‘zich toeleggen op’, letterlijk ‘voorop staan in’: ook ‘beoefenen’. ὠφέλιμος (ofelimos), ‘nuttig’. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord ἐστίν (estin), ‘is’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:15; 1 Tim. 3:1; 1 Tim. 4:9; 2 Tim. 2:11. Zie ook: 1 Tim 1:15; 1 Tim 3:1; 1 Tim 4:9; 2 Tim 2:11 **3:9** Mijd dwaze twistvragen, geslachtsregisters, ruzies en twisten over de wet, want ze zijn nutteloos en ijdel. Brontekst: μωρὰς (moras) = dwaze | δὲ (de) = maar | ζητήσεις (zeteseis) = twistvragen | καὶ (kai) = en | γενεαλογίας (genealogias) = geslachtsregisters | καὶ (kai) = en | ἔρεις (ereis) = ruzies | καὶ (kai) = en | μάχας (machas) = twisten | νομικὰς (nomikas) = over de wet | περιΐστασο (periistaso) = mijd | εἰσὶν (eisin) = zijn | γὰρ (gar) = want | ἀνωφελεῖς (anopheleis) = nutteloos | καὶ (kai) = en | μάταιοι (mataioi) = ijdel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μωρὰ ζήτησις (mora zetesis), ‘dwaze twistvraag’: zoals in 2 Tim. 2:23. γενεαλογία (genealogia), ‘geslachtsregister’: zoals in 1 Tim. 1:4. ἔρις (eris), ‘ruzie’: zoals in 1 Tim. 6:4 (in Gal. 5:20 staat hetzelfde woord als ‘twist’, in een lijst van werken van het vlees). μάχη (mache), ‘twist’. μάχαι νομικαί (machai nomikai), ‘twisten over de wet’: ruzies over wat de wet (νόμος, tora) zegt of vereist. περιΐστημι (periistemi), ‘mijden’ (hier met de zin van ‘zich ervan afwenden’): zoals in 2 Tim. 2:16. ἀνωφελής (anofeles), ‘nutteloos’; μάταιος (mataios), ‘ijdel’. Voetnoot Lezing: Bij het woord ἔρεις (ereis), ‘twisten’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:4; 2 Tim. 2:16, 2:23; Gal. 5:20. Zie ook: Gal 5:20; 1 Tim 1:4; 1 Tim 6:4; 2 Tim 2:16; 2 Tim 2:23 **3:10** Wijs een partijzuchtig mens af na een eerste en tweede vermaning, Brontekst: αἱρετικὸν (hairetikon) = partijzuchtig | ἄνθρωπον (anthropon) = mens | μετὰ (meta) = na | μίαν (mian) = een eerste | καὶ (kai) = en | δευτέραν (deuteran) = tweede | νουθεσίαν (nouthesian) = vermaning | παραιτοῦ (paraitou) = wijs af Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: αἱρετικός (hairetikos), ‘partijzuchtig’: van αἵρεσις (hairesis), ‘keuze, partij, richting’; het woord is hier niet het latere ‘ketter’. In Gal. 5:20 staat αἵρεσις als ‘partijschap’; in Hand. 24:14 als ‘richting’. νουθεσία (nouthesia), ‘vermaning’. παραιτέομαι (paraiteomai), ‘afwijzen’: de tekst zegt niet hoe; zie ook 2 Tim. 2:23. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:20; Hand. 24:14; Matt. 18:15–17; 2 Tim. 2:23. Zie ook: Mat 18:15–17; Hand 24:14; Gal 5:20; 2 Tim 2:23 **3:11** in de wetenschap dat zo iemand verdraaid is en zondigt, door zichzelf veroordeeld. Brontekst: εἰδὼς (eidos) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | ἐξέστραπται (exestraptai) = is verdraaid | ὁ (ho) = de | τοιοῦτος (toioutos) = zodanige | καὶ (kai) = en | ἁμαρτάνει (hamartanei) = zondigt | ὢν (on) = zijnd | αὐτοκατάκριτος (autokatakritos) = door zichzelf veroordeeld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκστρέφω (ekstrefo), ‘verdraaien’: van het rechte pad afgebracht. αὐτοκατάκριτος (autokatakritos), ‘door zichzelf veroordeeld’: hij velt zijn eigen vonnis; het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. ### Opdrachten en groeten **3:12** Wanneer ik Artemas of Tychicus naar je toe stuur, doe je best naar mij te komen in Nikopolis, want daar heb ik besloten te overwinteren. Brontekst: Ὅταν (Hotan) = wanneer | πέμψω (pempso) = ik stuur | Ἀρτεμᾶν (Arteman) = Artemas | πρὸς (pros) = naar | σὲ (se) = jou | ἢ (e) = of | Τυχικόν (Tychikon) = Tychicus | σπούδασον (spoudason) = doe je best | ἐλθεῖν (elthein) = te komen | πρός (pros) = naar | με (me) = mij | εἰς (eis) = naar | Νικόπολιν (Nikopolin) = Nikopolis | ἐκεῖ (ekei) = daar | γὰρ (gar) = want | κέκρικα (kekrika) = heb ik besloten | παραχειμάσαι (paracheimasai) = te overwinteren Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Nikopolis (ligging onzeker): Nikopolis (‘stad van de overwinning’) lag aan de westkust van Griekenland, bij de Ambrakische Golf (Epirus). Er waren meer steden met die naam; de brief zegt niet welke bedoeld is, dus de ligging is onzeker. Voetnoot Uitleg: Artemas wordt alleen hier genoemd. Tychicus: zie 2 Tim. 4:12, Hand. 20:4, Ef. 6:21, Kol. 4:7. Nikopolis (Νικόπολις, ‘stad van de overwinning’): er waren meerdere steden met die naam; de tekst zegt niet welke bedoeld is. παραχειμάζω (paracheimazo), ‘overwinteren’. κρίνω (krino), ‘besluiten’, letterlijk ‘beoordelen’. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 4:12; Hand. 20:4; Ef. 6:21; Kol. 4:7; 2 Tim. 4:9, 4:21. Zie ook: Hand 20:4; Ef 6:21; Kol 4:7; 2 Tim 4:9; 2 Tim 4:12; 2 Tim 4:21 **3:13** Help Zenas, de wetgeleerde, en Apollos ijverig op weg, opdat het hun aan niets ontbreekt. Brontekst: ζηνᾶν (zenan) = Zenas | τὸν (ton) = de | νομικὸν (nomikon) = wetgeleerde | καὶ (kai) = en | Ἀπολλῶν (Apollon) = Apollos | σπουδαίως (spoudaios) = ijverig | πρόπεμψον (propempson) = help op weg | ἵνα (hina) = opdat | μηδὲν (meden) = niets | αὐτοῖς (autois) = hun | λείπῃ (leipe) = ontbreekt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zenas, ‘de wetgeleerde’ (νομικός, nomikos): iemand die zich met de wet bezighoudt; zijn beroep is niet nader aangeduid. Apollos: zie Hand. 18:24, 1 Kor. 1:12 en 16:12. προπέμπω (propempo), ‘op weg helpen’: voorzien van wat nodig is voor de reis. Voetnoot Lezing: Bij de naam Ἀπολλῶν (Apollon), ‘Apollos’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:24; 1 Kor. 1:12; 1 Kor. 16:12. Zie ook: Hand 18:24; 1 Kor 1:12; 1 Kor 16:12 **3:14** Laten ook de onzen leren zich toe te leggen op goede werken voor de noodzakelijke behoeften, opdat zij niet onvruchtbaar zijn. Brontekst: μανθανέτωσαν (manthanetosan) = laten leren | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | ἡμέτεροι (hemeteroi) = onzen | καλῶν (kalon) = goede | ἔργων (ergon) = werken | προΐστασθαι (proistasthai) = zich toe te leggen op | εἰς (eis) = voor | τὰς (tas) = de | ἀναγκαίας (anankaias) = noodzakelijke | χρείας (chreias) = behoeften | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ὦσιν (osin) = zij zijn | ἄκαρποι (akarpoi) = onvruchtbaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De onzen’ (οἱ ἡμέτεροι, hoi hemeteroi): de mensen die bij ons horen, de gelovigen om Paulus en Titus. καλὰ ἔργα (kala erga), ‘goede werken’. ἀναγκαῖος (anankaios), ‘noodzakelijk’; χρεία (chreia), ‘behoefte’: de tekst noemt niet om welke behoeften het gaat. ἄκαρπος (akarpos), ‘onvruchtbaar’. Voetnoot : Zie ook Tit. 2:14; Tit. 3:8. Zie ook: Tit 2:14; Tit 3:8 **3:15** Allen die bij mij zijn, groeten je. Groet hen die ons liefhebben in het geloof. De genade zij met jullie allen. Brontekst: Ἀσπάζονταί (Aspazontai) = groeten | σε (se) = je | οἱ (hoi) = die | μετ’ (met’) = bij | ἐμοῦ (emou) = mij | πάντες (pantes) = allen | ἄσπασαι (aspasai) = groet | τοὺς (tous) = degenen die | φιλοῦντας (philountas) = liefhebben | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Een slotgroet, zoals in andere brieven van Paulus; ‘jullie allen’ (ὑμῶν, hymon) is meervoud: ook de gemeente hoort de brief. φιλέω (fileo), ‘liefhebben’. ‘Allen die bij mij zijn’: Paulus noemt geen namen. Voetnoot Lezing: Bij het woord ὑμῶν (hymon), ‘jullie’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Kol. 4:18; 2 Tim. 4:22. Zie ook: Kol 4:18; 2 Tim 4:22