# Romeinen (Πρὸς Ῥωμαίους, Pros Romaious) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Romeinen 1 _Aanhef en dankzegging, de gerechtigheid van Elohim en de toorn van Elohim over de afgoderij_ ### Aanhef **1:1** Paulus, knecht van de Messias Yeshua, geroepen apostel, afgezonderd voor de goede boodschap van Elohim, Brontekst: Παῦλος (Paulos) = Paulus | δοῦλος (doulos) = knecht | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | κλητὸς (kletos) = geroepen | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | ἀφωρισμένος (aphorismenos) = afgezonderd | εἰς (eis) = voor | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’, iemand die geheel aan zijn heer toebehoort. κλητός (kletos), ‘geroepen’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἀφορίζω (aforizo), ‘afzonderen’. Χριστός (Christos), ‘Messias’: ‘gezalfde’, Hebreeuws mashiach. De aanhef van de brief loopt door tot en met vers 7. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:1–5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘Messias Yeshua’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gal 1:1–5; Rom 1:7 **1:2** die Hij tevoren beloofd heeft door Zijn profeten in heilige Schriften, Brontekst: ὃ (ho) = die | προεπηγγείλατο (proepengeilato) = tevoren beloofde | διὰ (dia) = door | τῶν (ton) = de | προφητῶν (propheton) = profeten | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐν (en) = in | γραφαῖς (graphais) = Schriften | ἁγίαις (hagiais) = heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προεπηγγείλατο (proepengeilato), ‘tevoren beloofd’. γραφαὶ ἅγιαι (grafai hagiai), ‘heilige Schriften’: de heilige geschriften van Israël; het Grieks heeft hier geen lidwoord. **1:3** over Zijn Zoon, die uit het zaad van David geworden is naar het vlees, Brontekst: περὶ (peri) = over | τοῦ (tou) = de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τοῦ (tou) = die | γενομένου (genomenou) = geworden is | ἐκ (ek) = uit | σπέρματος (spermatos) = zaad | Δαυὶδ (Dauid) = David | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπέρμα (sperma), ‘zaad’: afstammeling. Ons Hebreeuws in 2 Sam. 7:12 heeft ‘nageslacht’ (zera). κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: naar menselijke afstamming. σάρξ (sarx), ‘vlees’, is in deze brief ook de zwakke, aardse kant van de mens (zie Gal. 3:3). γίνομαι (ginomai), ‘geworden’: ook ‘geboren’. Voetnoot : Zie ook 2 Sam. 7:12–14; Matt. 1:1; Luc. 1:32. Zie ook: 2 Sam 7:12; Mat 1:1; Luc 1:32; Gal 3:3 **1:4** die in kracht is aangewezen als Zoon van Elohim, volgens de Geest van heiligheid, door de opstanding uit de doden: Yeshua de Messias, onze Heer. Brontekst: τοῦ (tou) = die | ὁρισθέντος (horisthentos) = aangewezen is | υἱοῦ (huiou) = Zoon | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐν (en) = in | δυνάμει (dynamei) = kracht | κατὰ (kata) = volgens | πνεῦμα (pneuma) = Geest | ἁγιωσύνης (hagiosynes) = van heiligheid | ἐξ (ex) = door | ἀναστάσεως (anastaseos) = opstanding | νεκρῶν (nekron) = van doden | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁρίζω (horizo), ‘aanwijzen’: ook ‘vaststellen, bestemmen’. De Griekse vorm is lijdend en noemt niet wie Hem aanwees. ἐν δυνάμει (en dynamei), ‘in kracht’: het kan bij ‘Zoon van Elohim’ horen (‘Zoon van Elohim in kracht’) of bij ‘aangewezen’. πνεῦμα ἁγιωσύνης (pneuma hagiosynes), ‘Geest van heiligheid’: een ander woord dan ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’. Het kan de Heilige Geest bedoelen of de heilige geest van Yeshua zelf; wij schrijven ‘Geest’ met een hoofdletter. ἐξ ἀναστάσεως νεκρῶν (ex anastaseos nekron), ‘door de opstanding uit de doden’: ἐξ kan ‘door’ of ‘vanaf’ betekenen. In de verzen 3 en 4 staan twee kanten van de Zoon naast elkaar: afstamming naar het vlees, aanwijzing naar de Geest. Voetnoot : Zie ook Ps. 2:7; Hand. 13:33. Zie ook: Ps 2:7; Hand 13:33 **1:5** Door Hem hebben wij genade en apostelschap ontvangen, tot gehoorzaamheid van het geloof onder alle volken, voor Zijn naam. Brontekst: δι’ (di’) = door | οὗ (hou) = wie | ἐλάβομεν (elabomen) = ontvingen wij | χάριν (charin) = genade | καὶ (kai) = en | ἀποστολὴν (apostolen) = apostelschap | εἰς (eis) = tot | ὑπακοὴν (hypakoen) = gehoorzaamheid | πίστεως (pisteos) = van geloof | ἐν (en) = onder | πᾶσιν (pasin) = alle | τοῖς (tois) = de | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | ὑπὲρ (hyper) = voor | τοῦ (tou) = de | ὀνόματος (onomatos) = naam | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλάβομεν (elabomen), ‘wij ontvingen’: Paulus spreekt hier over zichzelf; het Grieks heeft ‘wij’. ἀποστολή (apostole), ‘apostelschap’: de zending van een apostel. ὑπακοὴ πίστεως (hypakoe pisteos), ‘gehoorzaamheid van het geloof’: de genitief kan ‘gehoorzaamheid aan het geloof’ of ‘gehoorzaamheid die uit het geloof komt’ betekenen. ἔθνη (ethne), ‘volken’: de niet-Joodse volken. **1:6** Onder hen zijn ook jullie, geroepenen van Yeshua de Messias, Brontekst: ἐν (en) = onder | οἷς (hois) = wie | ἐστε (este) = zijn | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | κλητοὶ (kletoi) = geroepenen | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κλητοὶ Ἰησοῦ Χριστοῦ (kletoi Iesou Christou), ‘geroepenen van Yeshua de Messias’: de genitief kan ‘door Yeshua geroepen’ of ‘die Yeshua toebehoren’ betekenen. **1:7** aan allen die in Rome zijn, geliefden van Elohim, geroepen heiligen. Genade en vrede voor jullie van Elohim, onze Vader, en van de Heer Yeshua de Messias. Brontekst: πᾶσιν (pasin) = aan allen | τοῖς (tois) = die | οὖσιν (ousin) = zijn | ἐν (en) = in | Ῥώμῃ (Rhome) = Rome | ἀγαπητοῖς (agapetois) = geliefden | θεοῦ (theou) = van Elohim | κλητοῖς (kletois) = geroepen | ἁγίοις (hagiois) = heiligen | χάρις (charis) = genade | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië. Voetnoot Uitleg: ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: ‘de toegewijden’, mensen die aan Elohim zijn toegewijd. ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’. Rome (Ῥώμη, Rhome) was de hoofdstad van het Romeinse rijk. ‘Genade en vrede’: χάρις (charis) is de Griekse groet, εἰρήνη (eirene) vertaalt het Hebreeuwse shalom. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:3. Zie ook: Gal 1:3 ### Dankzegging en verlangen naar Rome **1:8** Eerst dank ik mijn Elohim door Yeshua de Messias voor jullie allen, omdat jullie geloof in heel de wereld wordt verkondigd. Brontekst: Πρῶτον (Proton) = eerst | μὲν (men) = inderdaad | εὐχαριστῶ (eucharisto) = dank ik | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | μου (mou) = mijn | διὰ (dia) = door | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | περὶ (peri) = voor | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὅτι (hoti) = omdat | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | ὑμῶν (hymon) = jullie | καταγγέλλεται (katangelletai) = wordt verkondigd | ἐν (en) = in | ὅλῳ (holo) = heel | τῷ (to) = de | κόσμῳ (kosmo) = wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’. καταγγέλλω (katangello), ‘verkondigen’: het geloof van de Romeinen wordt overal besproken. κόσμος (kosmos), ‘wereld’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het voorzetsel ‘voor’ (περί); wij volgen de SBLGNT. **1:9** Want Elohim is mijn getuige, Hem die ik met mijn geest dien in de goede boodschap van Zijn Zoon, hoe ik jullie onophoudelijk gedenk, Brontekst: μάρτυς (martys) = getuige | γάρ (gar) = want | μού (mou) = mijn | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ᾧ (ho) = die | λατρεύω (latreuo) = ik dien | ἐν (en) = met | τῷ (to) = de | πνεύματί (pneumati) = geest | μου (mou) = mijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | εὐαγγελίῳ (euangelio) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὡς (hos) = hoe | ἀδιαλείπτως (adialeiptos) = onophoudelijk | μνείαν (mneian) = gedachtenis | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ποιοῦμαι (poioumai) = maak ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λατρεύω (latreuo), ‘dienen’: ook ‘in de eredienst dienen’. ἐν τῷ πνεύματί μου (en to pneumati mou), ‘met mijn geest’: de menselijke geest van Paulus, daarom met een kleine letter. μνείαν ποιοῦμαι (mneian poioumai), ‘gedenken’: letterlijk ‘gedachtenis maken’. ἀδιαλείπτως (adialeiptos), ‘onophoudelijk’. **1:10** altijd in mijn gebeden. Ik vraag of mij misschien nu eindelijk eens, in de wil van Elohim, de weg gebaand wordt om naar jullie te komen. Brontekst: πάντοτε (pantote) = altijd | ἐπὶ (epi) = bij | τῶν (ton) = de | προσευχῶν (proseuchon) = gebeden | μου (mou) = mijn | δεόμενος (deomenos) = biddend | εἴ (ei) = of | πως (pos) = misschien | ἤδη (ede) = nu | ποτὲ (pote) = eindelijk | εὐοδωθήσομαι (euodothesomai) = de weg gebaand wordt | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | θελήματι (thelemati) = wil | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐλθεῖν (elthein) = te komen | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐοδόω (euodoo), ‘de weg gebaand krijgen’: het woord hoort bij een voorspoedige reis. Paulus bidt of hij eindelijk naar Rome mag komen. Wij splitsen de lange Griekse zin. Voetnoot : Zie ook Rom. 15:22–24; Hand. 19:21; Hand. 28:14–16. Zie ook: Hand 19:21; Hand 28:14–16; Rom 15:22–24 **1:11** Want ik verlang ernaar jullie te zien, om jullie enige geestelijke genadegave mee te delen, zodat jullie versterkt worden. Brontekst: ἐπιποθῶ (epipotho) = verlang ik | γὰρ (gar) = want | ἰδεῖν (idein) = te zien | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἵνα (hina) = opdat | τι (ti) = enige | μεταδῶ (metado) = ik meedeel | χάρισμα (charisma) = genadegave | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | πνευματικὸν (pneumatikon) = geestelijke | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | στηριχθῆναι (sterichthenai) = versterkt worden | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρισμα πνευματικόν (charisma pneumatikon), ‘geestelijke genadegave’: χάρισμα komt van χάρις (charis), ‘genade’. στηρίζω (sterizo), ‘versterken’. **1:12** Dat wil zeggen: onder jullie samen bemoedigd worden door het geloof dat in elkaar is, zowel van jullie als van mij. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | δέ (de) = maar | ἐστιν (estin) = is | συμπαρακληθῆναι (symparaklethenai) = samen bemoedigd te worden | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | ἐν (en) = in | ἀλλήλοις (allelois) = elkaar | πίστεως (pisteos) = geloof | ὑμῶν (hymon) = van jullie | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = als | ἐμοῦ (emou) = van mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συμπαρακαλέω (symparakaleo), ‘samen bemoedigd worden’: het werkwoord παρακαλέω (parakaleo) betekent ook ‘troosten’ en ‘aansporen’ (zie 2 Kor. 1:3–7). Paulus zegt dat ook hijzelf door het geloof van de Romeinen bemoedigd wil worden. Zie ook: 2 Kor 1:3–7 **1:13** Ik wil niet dat jullie onwetend zijn, broers: ik heb mij vaak voorgenomen naar jullie te komen, en ben tot nu toe verhinderd. Ik wilde ook onder jullie enige vrucht hebben, zoals ook onder de overige volken. Brontekst: οὐ (ou) = niet | θέλω (thelo) = wil ik | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀγνοεῖν (agnoein) = onwetend zijn | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ὅτι (hoti) = dat | πολλάκις (pollakis) = vaak | προεθέμην (proethemen) = ik mij voornam | ἐλθεῖν (elthein) = te komen | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | ἐκωλύθην (ekolythen) = ik werd verhinderd | ἄχρι (achri) = tot | τοῦ (tou) = het | δεῦρο (deuro) = nu toe | ἵνα (hina) = opdat | τινὰ (tina) = enige | καρπὸν (karpon) = vrucht | σχῶ (scho) = ik heb | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = de | λοιποῖς (loipois) = overige | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. προτίθεμαι (protithemai), ‘zich voornemen’. κωλύω (koluo), ‘verhinderen’. ἵνα (hina), ‘opdat’ geeft het doel van het komen; wij splitsen de lange Griekse zin. καρπός (karpos), ‘vrucht’. ἔθνη (ethne), ‘volken’. Voetnoot : Zie ook Rom. 15:22–24. Zie ook: Rom 15:22–24 **1:14** Zowel aan Grieken als aan barbaren, zowel aan wijzen als aan onverstandigen ben ik een schuldenaar. Brontekst: Ἕλλησίν (Hellesin) = aan Grieken | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = als | βαρβάροις (barbarois) = aan barbaren | σοφοῖς (sophois) = aan wijzen | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = als | ἀνοήτοις (anoetois) = aan onverstandigen | ὀφειλέτης (opheiletes) = schuldenaar | εἰμί (eimi) = ben ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἕλληνες (Hellenes), ‘Grieken’, en βάρβαροι (barbaroi), ‘barbaren’: de Grieken noemden zo wie geen Grieks sprak. ὀφειλέτης (ofeletes), ‘schuldenaar’: iemand die iets verschuldigd is. Paulus bedoelt dat hij hun de goede boodschap verschuldigd is. **1:15** Zo ben ik, wat mij betreft, bereid ook aan jullie die in Rome zijn de goede boodschap te brengen. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | τὸ (to) = het | κατ’ (kat’) = wat | ἐμὲ (eme) = mij | πρόθυμον (prothymon) = bereid | καὶ (kai) = ook | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | τοῖς (tois) = die | ἐν (en) = in | Ῥώμῃ (Rhome) = Rome | εὐαγγελίσασθαι (euangelisasthai) = de goede boodschap te brengen Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië. Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft geen werkwoord ‘zijn’: τὸ κατ᾽ ἐμὲ πρόθυμον (to kat eme prothymon) is ‘wat mij betreft bereid’. εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. ### De kracht van de goede boodschap **1:16** Want ik schaam mij niet voor de goede boodschap. Zij is een kracht van Elohim tot redding voor ieder die gelooft, voor de Jood eerst en ook voor de Griek. Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἐπαισχύνομαι (epaischynomai) = schaam ik mij | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | δύναμις (dynamis) = kracht | γὰρ (gar) = want | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐστιν (estin) = is | εἰς (eis) = tot | σωτηρίαν (soterian) = redding | παντὶ (panti) = aan ieder | τῷ (to) = die | πιστεύοντι (pisteuonti) = gelooft | Ἰουδαίῳ (Ioudaio) = aan de Jood | τε (te) = zowel | πρῶτον (proton) = eerst | καὶ (kai) = als | Ἕλληνι (Helleni) = aan de Griek Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπαισχύνομαι (epaischynomai), ‘zich schamen’. δύναμις θεοῦ (dynamis theou), ‘kracht van Elohim’. σωτηρία (soteria), ‘redding’. Ἰουδαῖος τε πρῶτον καὶ Ἕλληνι (Ioudaios te proton kai Helleni), ‘de Jood eerst en ook de Griek’: ‘Griek’ staat hier voor de volken. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘goede boodschap’; wij volgen de SBLGNT. **1:17** Want daarin wordt de gerechtigheid van Elohim onthuld, uit geloof tot geloof, zoals geschreven staat: „De rechtvaardige zal uit geloof leven.” Brontekst: δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid | γὰρ (gar) = want | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = haar | ἀποκαλύπτεται (apokalyptetai) = wordt onthuld | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | εἰς (eis) = tot | πίστιν (pistin) = geloof | καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ὁ (Ho) = de | δὲ (de) = maar | δίκαιος (dikaios) = rechtvaardige | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | ζήσεται (zesetai) = zal leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιοσύνη θεοῦ (dikaiosyne theou), ‘gerechtigheid van Elohim’: de genitief kan betekenen dat dit de gerechtigheid is die Elohim zelf heeft, of de rechtvaardigheid die Elohim geeft. ἀποκαλύπτω (apokalypto), ‘onthullen’. ἐκ πίστεως εἰς πίστιν (ek pisteos eis pistin), ‘uit geloof tot geloof’: het Grieks zegt niet meer dan deze woorden. Aanhaling van Hab. 2:4. Ons Hebreeuws heeft: ‘de rechtvaardige zal leven door zijn trouw’. Het Hebreeuwse אֱמוּנָה (emunah) betekent ‘trouw’, het Griekse πίστις (pistis) ‘geloof’. ‘Uit geloof’ kan bij ‘de rechtvaardige’ horen of bij ‘zal leven’; wij kiezen het tweede, zoals in Gal. 3:11. In Habakuk spreekt Yahweh deze woorden; hier haalt Paulus ze aan, daarom zwart. Voetnoot : Zie ook Hab. 2:4; Gal. 3:11. Zie ook: Hab 2:4; Gal 3:11 ### De toorn van Elohim wordt onthuld **1:18** Want de toorn van Elohim wordt uit de hemel onthuld over alle goddeloosheid en onrechtvaardigheid van mensen die de waarheid in onrechtvaardigheid onderdrukken. Brontekst: Ἀποκαλύπτεται (Apokalyptetai) = wordt onthuld | γὰρ (gar) = want | ὀργὴ (orge) = toorn | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἀπ’ (ap’) = uit | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἐπὶ (epi) = over | πᾶσαν (pasan) = alle | ἀσέβειαν (asebeian) = goddeloosheid | καὶ (kai) = en | ἀδικίαν (adikian) = onrechtvaardigheid | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen | τῶν (ton) = die | τὴν (ten) = de | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid | ἐν (en) = in | ἀδικίᾳ (adikia) = onrechtvaardigheid | κατεχόντων (katechonton) = onderdrukken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀργή (orge), ‘toorn’. ἀσέβεια (asebeia), ‘goddeloosheid’; ἀδικία (adikia), ‘onrechtvaardigheid’. κατέχω (katecho), ‘onderdrukken’: letterlijk ‘vasthouden, tegenhouden’. Het werkwoord ‘wordt onthuld’ staat ook in vers 17: de gerechtigheid én de toorn van Elohim worden onthuld. Zie ook: Rom 1:17 **1:19** Want wat van Elohim te kennen is, is onder hen openbaar. Elohim heeft het hun immers geopenbaard. Brontekst: διότι (dioti) = omdat | τὸ (to) = het | γνωστὸν (gnoston) = kenbare | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | φανερόν (phaneron) = openbaar | ἐστιν (estin) = is | ἐν (en) = onder | αὐτοῖς (autois) = hen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | γὰρ (gar) = want | αὐτοῖς (autois) = hun | ἐφανέρωσεν (ephanerosen) = heeft geopenbaard Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γνωστόν (gnoston), ‘kenbaar’: wat van Elohim te kennen is. ἐν αὐτοῖς (en autois), ‘onder hen’: ook ‘in hen’. φανερόω (fanerooo), ‘openbaar maken’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘Elohim … want’; wij volgen de SBLGNT. **1:20** Want wat van Hem onzichtbaar is, wordt sinds de schepping van de wereld aan de gemaakte dingen doorzien en gezien. Dat zijn Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Zo zijn zij niet te verontschuldigen. Brontekst: τὰ (ta) = de | γὰρ (gar) = want | ἀόρατα (aorata) = onzichtbare dingen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἀπὸ (apo) = sinds | κτίσεως (ktiseos) = schepping | κόσμου (kosmou) = van wereld | τοῖς (tois) = aan de | ποιήμασιν (poiemasin) = gemaakte dingen | νοούμενα (nooumena) = doorzien | καθορᾶται (kathoratai) = worden gezien | ἥ (he) = de | τε (te) = zowel | ἀΐδιος (aidios) = eeuwige | αὐτοῦ (autou) = Zijn | δύναμις (dynamis) = kracht | καὶ (kai) = en | θειότης (theiotes) = goddelijkheid | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | εἶναι (einai) = zijn | αὐτοὺς (autous) = zij | ἀναπολογήτους (anapologetous) = niet te verontschuldigen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀόρατα (aorata), ‘onzichtbare dingen’. νοέω (noeo), ‘met het verstand doorzien’. θειότης (theiotes), ‘goddelijkheid’: het goddelijke wezen. ἀναπολόγητος (anapologetos), ‘zonder verontschuldiging’. Voetnoot : Zie ook Ps. 19:2–5 (in de Nederlandse telling 19:1–4). Zie ook: Ps 19:2–5 **1:21** Want hoewel zij Elohim kenden, hebben zij Hem niet als Elohim verheerlijkt en niet gedankt. Zij zijn zinloos geworden in hun overleggingen, en hun onverstandige hart is verduisterd. Brontekst: διότι (dioti) = omdat | γνόντες (gnontes) = kennend | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | οὐχ (ouch) = niet | ὡς (hos) = als | θεὸν (theon) = Elohim | ἐδόξασαν (edoxasan) = verheerlijkten zij | ἢ (e) = of | ηὐχαρίστησαν (eycharistesan) = dankten zij | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐματαιώθησαν (emataiothesan) = werden zinloos | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | διαλογισμοῖς (dialogismois) = overleggingen | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ἐσκοτίσθη (eskotisthe) = werd verduisterd | ἡ (he) = het | ἀσύνετος (asynetos) = onverstandige | αὐτῶν (auton) = hun | καρδία (kardia) = hart Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’. εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’. ματαιόω (mataioo), ‘zinloos worden’. διαλογισμοί (dialogismoi), ‘overleggingen’, redeneringen. σκοτίζω (skotizo), ‘verduisteren’. **1:22** Terwijl zij zeiden wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden. Brontekst: φάσκοντες (phaskontes) = zeggend | εἶναι (einai) = te zijn | σοφοὶ (sophoi) = wijs | ἐμωράνθησαν (emoranthesan) = werden dwaas Bron: SBLGNT **1:23** Zij hebben de heerlijkheid van de onvergankelijke Elohim verruild voor een gelijkenis van een beeld van een vergankelijk mens, en van vogels, viervoetige dieren en kruipende dieren. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἤλλαξαν (ellaxan) = verruilden zij | τὴν (ten) = de | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | ἀφθάρτου (aphthartou) = onvergankelijke | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐν (en) = voor | ὁμοιώματι (homoiomati) = gelijkenis | εἰκόνος (eikonos) = van beeld | φθαρτοῦ (phthartou) = vergankelijk | ἀνθρώπου (anthropou) = mens | καὶ (kai) = en | πετεινῶν (peteinon) = vogels | καὶ (kai) = en | τετραπόδων (tetrapodon) = viervoetige dieren | καὶ (kai) = en | ἑρπετῶν (herpeton) = kruipende dieren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀλλάσσω (allasso), ‘verruilen’. ὁμοίωμα (homoioma), ‘gelijkenis’; εἰκών (eikon), ‘beeld’. ἄφθαρτος (afthartos), ‘onvergankelijk’; φθαρτός (fthartos), ‘vergankelijk’. Voetnoot : Zie ook Ps. 106:20; Deut. 4:16–18. Zie ook: Deut 4:16–18; Ps 106:20 ### Elohim gaf hen over **1:24** Daarom heeft Elohim hen in de begeerten van hun harten overgegeven aan onreinheid, zodat hun lichamen onder elkaar onteerd worden. Brontekst: Διὸ (Dio) = daarom | παρέδωκεν (paredoken) = gaf over | αὐτοὺς (autous) = hen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἐπιθυμίαις (epithymiais) = begeerten | τῶν (ton) = van de | καρδιῶν (kardion) = harten | αὐτῶν (auton) = hun | εἰς (eis) = aan | ἀκαθαρσίαν (akatharsian) = onreinheid | τοῦ (tou) = dat | ἀτιμάζεσθαι (atimazesthai) = onteerd worden | τὰ (ta) = de | σώματα (somata) = lichamen | αὐτῶν (auton) = hun | ἐν (en) = onder | αὐτοῖς (autois) = elkaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’: het werkwoord staat driemaal, in de verzen 24, 26 en 28; wij vertalen het steeds met ‘overgeven’. ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’. ἐν αὐτοῖς (en autois), ‘onder elkaar’: ook ‘in hen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘Daarom’ en bij ‘onder elkaar’; wij volgen de SBLGNT. **1:25** Zij hebben de waarheid van Elohim verruild voor de leugen. Zij hebben het geschapene vereerd en gediend, boven de Schepper, die geprezen is tot in de eeuwen. Amen. Brontekst: οἵτινες (hoitines) = die | μετήλλαξαν (metellaxan) = verruilden | τὴν (ten) = de | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐν (en) = voor | τῷ (to) = de | ψεύδει (pseudei) = leugen | καὶ (kai) = en | ἐσεβάσθησαν (esebasthesan) = vereerden | καὶ (kai) = en | ἐλάτρευσαν (elatreusan) = dienden | τῇ (te) = het | κτίσει (ktisei) = geschapene | παρὰ (para) = boven | τὸν (ton) = de | κτίσαντα (ktisanta) = Schepper | ὅς (hos) = die | ἐστιν (estin) = is | εὐλογητὸς (eulogetos) = geprezen | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μεταλλάσσω (metallasso), ‘verruilen’. σεβάζομαι (sebazomai), ‘vereren’; λατρεύω (latreuo), ‘dienen’. κτίσις (ktisis), ‘het geschapene’; ὁ κτίσας (ho ktisas), ‘de Schepper’, letterlijk ‘die geschapen heeft’. εὐλογητός (eulogetos), ‘geprezen’. ἀμήν (amen), ‘amen’: Hebreeuws, ‘zo is het’. **1:26** Daarom heeft Elohim hen overgegeven aan hartstochten van oneer. Want hun vrouwen hebben het natuurlijke gebruik verruild voor wat tegen de natuur is. Brontekst: Διὰ (Dia) = daarom | τοῦτο (touto) = dit | παρέδωκεν (paredoken) = gaf over | αὐτοὺς (autous) = hen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | εἰς (eis) = aan | πάθη (pathe) = hartstochten | ἀτιμίας (atimias) = van oneer | αἵ (hai) = de | τε (te) = zowel | γὰρ (gar) = want | θήλειαι (theleiai) = vrouwen | αὐτῶν (auton) = hun | μετήλλαξαν (metellaxan) = verruilden | τὴν (ten) = het | φυσικὴν (physiken) = natuurlijke | χρῆσιν (chresin) = gebruik | εἰς (eis) = voor | τὴν (ten) = het | παρὰ (para) = tegen | φύσιν (physin) = natuur Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Wij vertalen de verzen 26 en 27 zo woordelijk mogelijk. θήλεια (thelia), ‘vrouwelijk’, hier ‘vrouwen’; ἄρσην (arsen), ‘mannelijk’, hier ‘mannen’. φυσικὴ χρῆσις (fysike chresis), ‘het natuurlijke gebruik’ en παρὰ φύσιν (para fysin), ‘tegen de natuur’. πάθος (pathos), ‘hartstocht’. Het Grieks zegt in vers 26 niet uitdrukkelijk waarmee de vrouwen het natuurlijke gebruik verruilden; wij vullen niets aan. **1:27** Evenzo hebben ook de mannen het natuurlijke gebruik van de vrouw verlaten. Zij zijn in hun begeerte naar elkaar ontbrand, mannen met mannen. Zij bedrijven de schaamteloosheid en ontvangen in zichzelf de vergelding voor hun dwaling die nodig was. Brontekst: ὁμοίως (homoios) = evenzo | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | ἄρσενες (arsenes) = mannen | ἀφέντες (aphentes) = verlaten hebbend | τὴν (ten) = het | φυσικὴν (physiken) = natuurlijke | χρῆσιν (chresin) = gebruik | τῆς (tes) = van de | θηλείας (theleias) = vrouw | ἐξεκαύθησαν (exekauthesan) = ontbrandden | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ὀρέξει (orexei) = begeerte | αὐτῶν (auton) = hun | εἰς (eis) = naar | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ἄρσενες (arsenes) = mannen | ἐν (en) = met | ἄρσεσιν (arsesin) = mannen | τὴν (ten) = de | ἀσχημοσύνην (aschemosynen) = schaamteloosheid | κατεργαζόμενοι (katergazomenoi) = bedrijvend | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ἀντιμισθίαν (antimisthian) = vergelding | ἣν (hen) = die | ἔδει (edei) = nodig was | τῆς (tes) = voor de | πλάνης (planes) = dwaling | αὐτῶν (auton) = hun | ἐν (en) = in | ἑαυτοῖς (heautois) = zichzelf | ἀπολαμβάνοντες (apolambanontes) = ontvangend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσχημοσύνη (aschemosyne), ‘schaamteloosheid’: iets wat onbetamelijk is. ἀντιμισθία (antimisthia), ‘vergelding’, letterlijk ‘tegenloon’. πλάνη (plane), ‘dwaling’: letterlijk ‘het ronddwalen’. ἔδει (edei), ‘het was nodig’. De Griekse zin is lang; wij splitsen hem. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘in zichzelf’; wij volgen de SBLGNT. **1:28** En zoals zij het niet goed vonden Elohim te erkennen, heeft Elohim hen overgegeven aan een afgekeurd verstand, om te doen wat niet betaamt. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | καθὼς (kathos) = zoals | οὐκ (ouk) = niet | ἐδοκίμασαν (edokimasan) = vonden zij goed | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἔχειν (echein) = te houden | ἐν (en) = in | ἐπιγνώσει (epignosei) = erkenning | παρέδωκεν (paredoken) = gaf over | αὐτοὺς (autous) = hen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | εἰς (eis) = aan | ἀδόκιμον (adokimon) = afgekeurd | νοῦν (noun) = verstand | ποιεῖν (poiein) = te doen | τὰ (ta) = wat | μὴ (me) = niet | καθήκοντα (kathekonta) = betaamt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκιμάζω (dokimazo), ‘goedkeuren, het goed vinden’; ἀδόκιμος (adokimos), ‘afgekeurd’: een woordspel in het Grieks. ἔχειν ἐν ἐπιγνώσει (echein en epignosei), ‘in erkenning houden’: wij vertalen ‘erkennen’. ἐπίγνωσις (epignosis) is ‘erkenning, kennis’. νοῦς (nous), ‘verstand’. τὰ μὴ καθήκοντα (ta me kathekonta), ‘wat niet betaamt’. **1:29** Zij zijn vervuld met alle onrechtvaardigheid, slechtheid, hebzucht en boosheid; vol afgunst, moord, twist, bedrog en kwaadwilligheid; fluisteraars, Brontekst: πεπληρωμένους (pepleromenous) = vervuld | πάσῃ (pase) = met alle | ἀδικίᾳ (adikia) = onrechtvaardigheid | πονηρίᾳ (poneria) = slechtheid | πλεονεξίᾳ (pleonexia) = hebzucht | κακίᾳ (kakia) = boosheid | μεστοὺς (mestous) = vol | φθόνου (phthonou) = afgunst | φόνου (phonou) = moord | ἔριδος (eridos) = twist | δόλου (dolou) = bedrog | κακοηθείας (kakoetheias) = kwaadwilligheid | ψιθυριστάς (psithyristas) = fluisteraars Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse zin loopt van vers 28 tot en met vers 31 als een rij met woorden die de mensen beschrijven; wij vullen ‘Zij zijn’ aan. ἀδικία (adikia), ‘onrechtvaardigheid’; πονηρία (poneria), ‘slechtheid’; πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’; κακία (kakia), ‘boosheid’; ψιθυριστής (psithyristes), ‘fluisteraar’, iemand die heimelijk kwaad spreekt. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘onrechtvaardigheid’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 1:28; Rom 1:31 **1:30** kwaadsprekers, haters van Elohim, hoonaars, hoogmoedigen, opscheppers, bedenkers van kwaad, ongehoorzaam aan ouders, Brontekst: καταλάλους (katalalous) = kwaadsprekers | θεοστυγεῖς (theostygeis) = haters van Elohim | ὑβριστάς (hybristas) = hoonaars | ὑπερηφάνους (hyperephanous) = hoogmoedigen | ἀλαζόνας (alazonas) = opscheppers | ἐφευρετὰς (epheuretas) = bedenkers | κακῶν (kakon) = van kwaad | γονεῦσιν (goneusin) = aan ouders | ἀπειθεῖς (apeitheis) = ongehoorzamen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεοστυγής (theostyges), ‘hater van Elohim’: het woord kan ook ‘door Elohim gehaat’ betekenen. ὑβριστής (hybristes), ‘hoonaar’. ἀλαζών (alazon), ‘opschepper’. **1:31** onverstandig, trouweloos, zonder genegenheid, meedogenloos. Brontekst: ἀσυνέτους (asynetous) = onverstandigen | ἀσυνθέτους (asynthetous) = trouwelozen | ἀστόργους (astorgous) = zonder genegenheid | ἀνελεήμονας (aneleemonas) = meedogenlozen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσύνθετος (asynthetos), ‘trouweloos’: iemand die afspraken niet nakomt. ἄστοργος (astorgos), ‘zonder genegenheid’: zonder de natuurlijke liefde, bijvoorbeeld van familie. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘zonder genegenheid’; wij volgen de SBLGNT. **1:32** Zij kennen het rechtsvoorschrift van Elohim: wie zulke dingen doen, zijn de dood waard. Toch doen zij ze niet alleen zelf, maar zij stemmen ook in met hen die ze doen. Brontekst: οἵτινες (hoitines) = die | τὸ (to) = het | δικαίωμα (dikaioma) = rechtsvoorschrift | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐπιγνόντες (epignontes) = kennend | ὅτι (hoti) = dat | οἱ (hoi) = die | τὰ (ta) = de | τοιαῦτα (toiauta) = dergelijke dingen | πράσσοντες (prassontes) = doen | ἄξιοι (axioi) = waardig | θανάτου (thanatou) = van dood | εἰσίν (eisin) = zijn | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | αὐτὰ (auta) = die | ποιοῦσιν (poiousin) = doen zij | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | συνευδοκοῦσιν (syneudokousin) = stemmen in | τοῖς (tois) = met de | πράσσουσιν (prassousin) = doenden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαίωμα (dikaioma), ‘rechtsvoorschrift’: wat als recht is vastgesteld. συνευδοκέω (syneudokeo), ‘instemmen’. Vers 32 sluit de rij van de verzen 28–31 af. ## Romeinen 2 _Het oordeel van Elohim naar de werken, de wet en het geweten, de Jood en de besnijdenis van het hart_ ### Wie oordeelt, veroordeelt zichzelf **2:1** Daarom ben je niet te verontschuldigen, o mens, ieder die oordeelt. Want waarin je de ander oordeelt, veroordeel je jezelf, want jij die oordeelt, doet dezelfde dingen. Brontekst: Διὸ (Dio) = daarom | ἀναπολόγητος (anapologetos) = niet te verontschuldigen | εἶ (ei) = ben je | ὦ (o) = o | ἄνθρωπε (anthrope) = mens | πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | κρίνων (krinon) = oordeelt | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | γὰρ (gar) = want | κρίνεις (krineis) = je oordeelt | τὸν (ton) = de | ἕτερον (heteron) = ander | σεαυτὸν (seauton) = jezelf | κατακρίνεις (katakrineis) = veroordeel je | τὰ (ta) = de | γὰρ (gar) = want | αὐτὰ (auta) = dezelfde dingen | πράσσεις (prasseis) = doe je | ὁ (ho) = die | κρίνων (krinon) = oordeelt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὦ ἄνθρωπε (o anthrope), ‘o mens’: Paulus spreekt een gesprekspartner aan met ‘jij’. Het Grieks zegt hier niet wie dat is; in vers 17 noemt de aangesprokene zich Jood. κρίνω (krino), ‘oordelen’; κατακρίνω (katakrino), ‘veroordelen’. ἀναπολόγητος (anapologetos), ‘niet te verontschuldigen’: zoals in 1:20. ‘Daarom’ verwijst terug naar hoofdstuk 1. Zie ook: Rom 2:17 **2:2** Wij weten dat het oordeel van Elohim naar waarheid is over hen die zulke dingen doen. Brontekst: οἴδαμεν (oidamen) = wij weten | δὲ (de) = maar | ὅτι (hoti) = dat | τὸ (to) = het | κρίμα (krima) = oordeel | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐστιν (estin) = is | κατὰ (kata) = volgens | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid | ἐπὶ (epi) = over | τοὺς (tous) = hen | τὰ (ta) = de | τοιαῦτα (toiauta) = dergelijke dingen | πράσσοντας (prassontas) = doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίμα (krima), ‘oordeel’. κατὰ ἀλήθειαν (kata aletheian), ‘naar waarheid’: een oordeel dat klopt met de feiten. **2:3** Maar denk jij, o mens die oordeelt over hen die zulke dingen doen en ze zelf doet, dat jij het oordeel van Elohim zult ontvluchten? Brontekst: λογίζῃ (logize) = denk je | δὲ (de) = maar | τοῦτο (touto) = dit | ὦ (o) = o | ἄνθρωπε (anthrope) = mens | ὁ (ho) = die | κρίνων (krinon) = oordeelt | τοὺς (tous) = hen | τὰ (ta) = de | τοιαῦτα (toiauta) = dergelijke dingen | πράσσοντας (prassontas) = doen | καὶ (kai) = en | ποιῶν (poion) = doet | αὐτά (auta) = die dingen | ὅτι (hoti) = dat | σὺ (sy) = jij | ἐκφεύξῃ (ekpheuxe) = zult ontvluchten | τὸ (to) = het | κρίμα (krima) = oordeel | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen, menen’: hetzelfde werkwoord als ‘toerekenen’ in 4:3. ἐκφεύγω (ekfeugo), ‘ontvluchten’. De Griekse zin is een vraag. **2:4** Of veracht je de rijkdom van Zijn goedheid, verdraagzaamheid en geduld, terwijl je niet weet dat de goedheid van Elohim je tot bekering leidt? Brontekst: ἢ (e) = of | τοῦ (tou) = de | πλούτου (ploutou) = rijkdom | τῆς (tes) = van de | χρηστότητος (chrestotetos) = goedheid | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van de | ἀνοχῆς (anoches) = verdraagzaamheid | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van het | μακροθυμίας (makrothymias) = geduld | καταφρονεῖς (kataphroneis) = veracht je | ἀγνοῶν (agnoon) = niet wetend | ὅτι (hoti) = dat | τὸ (to) = de | χρηστὸν (chreston) = goedheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | εἰς (eis) = tot | μετάνοιάν (metanoian) = bekering | σε (se) = je | ἄγει (agei) = leidt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’; ἀνοχή (anoche), ‘verdraagzaamheid’, hetzelfde woord als in 3:25; μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’, letterlijk ‘lang van gemoed’. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: verandering van denken. **2:5** Maar door je hardheid en je onbekeerlijke hart stapel je voor jezelf toorn op, op de dag van de toorn en van de onthulling van het rechtvaardige oordeel van Elohim, Brontekst: κατὰ (kata) = volgens | δὲ (de) = maar | τὴν (ten) = de | σκληρότητά (skleroteta) = hardheid | σου (sou) = jouw | καὶ (kai) = en | ἀμετανόητον (ametanoeton) = onbekeerlijk | καρδίαν (kardian) = hart | θησαυρίζεις (thesaurizeis) = stapel je op | σεαυτῷ (seauto) = voor jezelf | ὀργὴν (orgen) = toorn | ἐν (en) = op | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | ὀργῆς (orges) = van toorn | καὶ (kai) = en | ἀποκαλύψεως (apokalypseos) = van onthulling | δικαιοκρισίας (dikaiokrisias) = van rechtvaardig oordeel | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκληρότης (sklerotes), ‘hardheid’. ἀμετανόητος (ametanoetos), ‘zonder bekering’. θησαυρίζω (thesaurizo), ‘opstapelen’: een schat verzamelen; het hangt samen met θησαυρός (thesauros), ‘schat’. δικαιοκρισία (dikaiokrisia), ‘rechtvaardig oordeel’: een samenstelling van δίκαιος (dikaios), ‘rechtvaardig’, en κρίσις (krisis), ‘oordeel’. De zin loopt door in vers 6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘onthulling’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 2:6 ### Elohim vergeldt ieder naar zijn werken **2:6** die ieder zal vergelden naar zijn werken: Brontekst: ὃς (hos) = die | ἀποδώσει (apodosei) = zal vergelden | ἑκάστῳ (hekasto) = aan ieder | κατὰ (kata) = volgens | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit lijkt op Ps. 62:13 (in de Nederlandse telling 62:12): ‘U vergeldt ieder naar zijn werk’, en op Spr. 24:12: ‘Hij vergeldt de mens naar zijn daad’. Paulus noemt geen bron. ἀποδίδωμι (apodidomi), ‘vergelden’. Voetnoot : Zie ook Ps. 62:13; Spr. 24:12. Zie ook: Ps 62:13; Spr 24:12 **2:7** aan hen die met volharding in goed werk heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, eeuwig leven; Brontekst: τοῖς (tois) = aan hen | μὲν (men) = inderdaad | καθ’ (kath’) = volgens | ὑπομονὴν (hypomonen) = volharding | ἔργου (ergou) = van werk | ἀγαθοῦ (agathou) = goed | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τιμὴν (timen) = eer | καὶ (kai) = en | ἀφθαρσίαν (aphtharsian) = onvergankelijkheid | ζητοῦσιν (zetousin) = zoekend | ζωὴν (zoen) = leven | αἰώνιον (aionion) = eeuwig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: In de verzen 7–10 heeft het Grieks geen eigen werkwoord: ‘zal vergelden’ uit vers 6 werkt door. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’. ἀφθαρσία (aftharsia), ‘onvergankelijkheid’. ζωὴ αἰώνιος (zoe aionios), ‘eeuwig leven’. Zie ook: Rom 2:6 **2:8** maar aan hen die uit zelfzucht zijn en de waarheid niet gehoorzamen, maar de onrechtvaardigheid gehoorzamen: toorn en woede. Brontekst: τοῖς (tois) = aan hen | δὲ (de) = maar | ἐξ (ex) = uit | ἐριθείας (eritheias) = zelfzucht | καὶ (kai) = en | ἀπειθοῦσι (apeithousi) = ongehoorzaam zijn | τῇ (te) = aan de | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid | πειθομένοις (peithomenois) = gehoorzamend | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = aan de | ἀδικίᾳ (adikia) = onrechtvaardigheid | ὀργὴ (orge) = toorn | καὶ (kai) = en | θυμός (thymos) = woede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐριθεία (eritheia), ‘zelfzucht’: eigenbelang, zoals in Gal. 5:20. ὀργή (orge), ‘toorn’; θυμός (thymos), ‘woede’: twee woorden voor Elohims toorn die elkaar versterken. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘niet gehoorzamen’ en bij ‘toorn en woede’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gal 5:20 **2:9** Verdrukking en benauwdheid over elke ziel van een mens die het kwade bewerkt, van de Jood eerst en ook van de Griek. Brontekst: θλῖψις (thlipsis) = verdrukking | καὶ (kai) = en | στενοχωρία (stenochoria) = benauwdheid | ἐπὶ (epi) = over | πᾶσαν (pasan) = elke | ψυχὴν (psychen) = ziel | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | τοῦ (tou) = die | κατεργαζομένου (katergazomenou) = bewerkt | τὸ (to) = het | κακόν (kakon) = kwade | Ἰουδαίου (Ioudaiou) = van de Jood | τε (te) = zowel | πρῶτον (proton) = eerst | καὶ (kai) = als | Ἕλληνος (Hellenos) = van de Griek Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’; στενοχωρία (stenochoria), ‘benauwdheid’, letterlijk ‘te weinig ruimte’. ‘De Jood eerst en ook de Griek’: zoals in 1:16; ‘Griek’ staat hier voor de volken. **2:10** Maar heerlijkheid, eer en vrede voor ieder die het goede bewerkt, voor de Jood eerst en ook voor de Griek. Brontekst: δόξα (doxa) = heerlijkheid | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = en | τιμὴ (time) = eer | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | παντὶ (panti) = aan ieder | τῷ (to) = die | ἐργαζομένῳ (ergazomeno) = bewerkt | τὸ (to) = het | ἀγαθόν (agathon) = goede | Ἰουδαίῳ (Ioudaio) = aan de Jood | τε (te) = zowel | πρῶτον (proton) = eerst | καὶ (kai) = als | Ἕλληνι (Helleni) = aan de Griek Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers loopt parallel met vers 9: tegenover verdrukking en benauwdheid staan heerlijkheid, eer en vrede. Zie ook: Rom 2:9 **2:11** Want bij Elohim is er geen aanzien van de persoon. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | προσωπολημψία (prosopolempsia) = aanzien van de persoon | παρὰ (para) = bij | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσωπολημψία (prosopolempsia), ‘aanzien van de persoon’: letterlijk ‘het gezicht aannemen’, partijdigheid. Het Hebreeuwse beeld is ‘het gezicht opheffen’. Voetnoot : Zie ook Deut. 10:17; Gal. 2:6. Zie ook: Deut 10:17; Gal 2:6 ### De wet en het geweten **2:12** Want allen die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan. En allen die in de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden. Brontekst: Ὅσοι (Hosoi) = allen die | γὰρ (gar) = want | ἀνόμως (anomos) = zonder wet | ἥμαρτον (hemarton) = zondigden | ἀνόμως (anomos) = zonder wet | καὶ (kai) = ook | ἀπολοῦνται (apolountai) = zullen verloren gaan | καὶ (kai) = en | ὅσοι (hosoi) = allen die | ἐν (en) = in | νόμῳ (nomo) = wet | ἥμαρτον (hemarton) = zondigden | διὰ (dia) = door | νόμου (nomou) = wet | κριθήσονται (krithesontai) = zullen geoordeeld worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νόμος (nomos), ‘wet’: Hebreeuws tora, ‘onderwijs, instructie’. Vanaf hier staat ‘wet’ vaak zonder lidwoord; het gaat in de eerste plaats om de wet van Mozes. ἀνόμως (anomos), ‘zonder wet’. ἐν νόμῳ (en nomo), ‘in de wet’: binnen het gebied van de wet. ἀπόλλυμι (apollymi), ‘verloren gaan’. **2:13** Want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig bij Elohim, maar de daders van de wet zullen rechtvaardig verklaard worden. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | οἱ (hoi) = de | ἀκροαταὶ (akroatai) = hoorders | νόμου (nomou) = van wet | δίκαιοι (dikaioi) = rechtvaardig | παρὰ (para) = bij | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | ἀλλ’ (all’) = maar | οἱ (hoi) = de | ποιηταὶ (poietai) = daders | νόμου (nomou) = van wet | δικαιωθήσονται (dikaiothesontai) = zullen rechtvaardig verklaard worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκροατής (akroates), ‘hoorder’; ποιητής (poietes), ‘dader’. δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: een rechterlijk woord, ‘vrijspreken’. Voetnoot : Zie ook Jak. 1:22–25. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘wet’ en bij ‘Elohim’ (met of zonder lidwoord); wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jak 1:22–25 **2:14** Want wanneer volken die geen wet hebben, van nature de dingen van de wet doen, zijn zij, hoewel zij geen wet hebben, zichzelf een wet. Brontekst: ὅταν (hotan) = wanneer | γὰρ (gar) = want | ἔθνη (ethne) = volken | τὰ (ta) = die | μὴ (me) = niet | νόμον (nomon) = wet | ἔχοντα (echonta) = hebben | φύσει (physei) = van nature | τὰ (ta) = wat | τοῦ (tou) = van de | νόμου (nomou) = wet | ποιῶσιν (poiosin) = doen | οὗτοι (houtoi) = dezen | νόμον (nomon) = wet | μὴ (me) = niet | ἔχοντες (echontes) = hebbend | ἑαυτοῖς (heautois) = voor zichzelf | εἰσιν (eisin) = zijn | νόμος (nomos) = wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔθνη (ethne), ‘volken’: hier mensen uit de niet-Joodse volken. φύσει (fysei), ‘van nature’. ‘Wet’ staat in dit vers drie keer zonder lidwoord (de wet van Mozes); ‘de dingen van de wet’ is wat de wet voorschrijft. ἑαυτοῖς εἰσιν νόμος (heautois eisin nomos), ‘zijn zichzelf een wet’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘doen’; wij volgen de SBLGNT. **2:15** Zij tonen het werk van de wet, geschreven in hun harten. Hun geweten getuigt met hen mee, en de gedachten onder elkaar klagen aan of ook verdedigen, Brontekst: οἵτινες (hoitines) = zij die | ἐνδείκνυνται (endeiknyntai) = tonen | τὸ (to) = het | ἔργον (ergon) = werk | τοῦ (tou) = van de | νόμου (nomou) = wet | γραπτὸν (grapton) = geschreven | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | καρδίαις (kardiais) = harten | αὐτῶν (auton) = hun | συμμαρτυρούσης (symmartyrouses) = mee getuigend | αὐτῶν (auton) = hun | τῆς (tes) = het | συνειδήσεως (syneideseos) = geweten | καὶ (kai) = en | μεταξὺ (metaxy) = onder | ἀλλήλων (allelon) = elkaar | τῶν (ton) = de | λογισμῶν (logismon) = gedachten | κατηγορούντων (kategorounton) = aanklagend | ἢ (e) = of | καὶ (kai) = ook | ἀπολογουμένων (apologoumenon) = verdedigend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘tonen’. γραπτός (graptos), ‘geschreven’. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’: letterlijk ‘het mee-weten’. λογισμός (logismos), ‘gedachte, overweging’. κατηγορέω (kategoreo), ‘aanklagen’; ἀπολογέομαι (apologeomai), ‘zich verdedigen’. De Griekse zin loopt door in vers 16. Voetnoot : Zie ook Jer. 31:33; 2 Kor. 3:3. Zie ook: Jer 31:33; 2 Kor 3:3; Rom 2:16 **2:16** op de dag waarop Elohim de verborgen dingen van de mensen oordeelt, volgens mijn goede boodschap, door de Messias Yeshua. Brontekst: ἐν (en) = op | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | ὅτε (hote) = wanneer | κρίνει (krinei) = oordeelt | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὰ (ta) = de | κρυπτὰ (krypta) = verborgen dingen | τῶν (ton) = van de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | κατὰ (kata) = volgens | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιόν (euangelion) = goede boodschap | μου (mou) = mijn | διὰ (dia) = door | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρυπτά (krypta), ‘verborgen dingen’. κατὰ τὸ εὐαγγέλιόν μου (kata to euangelion mou), ‘volgens mijn goede boodschap’: de boodschap die Paulus verkondigt. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘de dag waarop’, bij ‘oordeelt’ en bij ‘de Messias Yeshua’; wij volgen de SBLGNT. ### De Jood en de wet **2:17** Maar als jij jezelf Jood noemt, op de wet steunt en in Elohim roemt, Brontekst: Εἰ (Ei) = als | δὲ (de) = maar | σὺ (sy) = jij | Ἰουδαῖος (Ioudaios) = Jood | ἐπονομάζῃ (eponomaze) = je noemt | καὶ (kai) = en | ἐπαναπαύῃ (epanapaue) = je steunt | νόμῳ (nomo) = op wet | καὶ (kai) = en | καυχᾶσαι (kauchasai) = je roemt | ἐν (en) = in | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse voorwaarde ‘als jij …’ loopt van vers 17 tot en met vers 20 en wordt in vers 21 hervat met ‘jij dan’. Wij houden de lange zin, maar verdelen hem over de verzen. ἐπονομάζω (eponomazo), ‘noemen’; ἐπαναπαύομαι (epanapauomai), ‘steunen, rusten’; καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het begin van het vers en bij ‘de wet’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 2:20; Rom 2:21 **2:18** en de wil kent en toetst wat van belang is, onderwezen uit de wet, Brontekst: καὶ (kai) = en | γινώσκεις (ginoskeis) = ken je | τὸ (to) = de | θέλημα (thelema) = wil | καὶ (kai) = en | δοκιμάζεις (dokimazeis) = toets je | τὰ (ta) = wat | διαφέροντα (diapheronta) = van belang is | κατηχούμενος (katechoumenos) = onderwezen | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | νόμου (nomou) = wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θέλημα (thelema), ‘wil’: het Grieks zegt niet ‘van Elohim’, maar dat ligt in de zin. τὰ διαφέροντα (ta diaferonta), ‘wat van belang is’: ook ‘wat verschilt’ of ‘wat uitmunt’. κατηχέω (katecheo), ‘onderwijzen’. **2:19** je ervan overtuigd bent dat jij een gids bent van blinden, een licht voor hen die in het duister zijn, Brontekst: πέποιθάς (pepoithas) = overtuigd bent | τε (te) = en | σεαυτὸν (seauton) = jezelf | ὁδηγὸν (hodegon) = gids | εἶναι (einai) = te zijn | τυφλῶν (typhlon) = van blinden | φῶς (phos) = licht | τῶν (ton) = van hen | ἐν (en) = in | σκότει (skotei) = duister Bron: SBLGNT **2:20** een opvoeder van onverstandigen, een leraar van kleine kinderen, die in de wet de vorm van de kennis en van de waarheid hebt — Brontekst: παιδευτὴν (paideuten) = opvoeder | ἀφρόνων (aphronon) = van onverstandigen | διδάσκαλον (didaskalon) = leraar | νηπίων (nepion) = van kleine kinderen | ἔχοντα (echonta) = hebbend | τὴν (ten) = de | μόρφωσιν (morphosin) = vorm | τῆς (tes) = van de | γνώσεως (gnoseos) = kennis | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | νόμῳ (nomo) = wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παιδευτής (paideutes), ‘opvoeder’. νήπιοι (nepioi), ‘kleine kinderen’, zoals in 1 Kor. 3:1. μόρφωσις (morfosis), ‘vorm, gestalte’: de wet geeft de vorm van kennis en waarheid. Het streepje aan het eind laat zien dat de Griekse zin hier afbreekt en in vers 21 opnieuw begint. Zie ook: 1 Kor 3:1; Rom 2:21 **2:21** jij dan, die een ander onderwijst, onderwijs je jezelf niet? Jij die verkondigt niet te stelen, steel je? Brontekst: ὁ (ho) = de | οὖν (oun) = dan | διδάσκων (didaskon) = onderwijzend | ἕτερον (heteron) = ander | σεαυτὸν (seauton) = jezelf | οὐ (ou) = niet | διδάσκεις (didaskeis) = onderwijs je | ὁ (ho) = de | κηρύσσων (kerysson) = verkondigend | μὴ (me) = niet | κλέπτειν (kleptein) = te stelen | κλέπτεις (klepteis) = steel je Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Verzen 21–23 zijn in het Grieks een rij vragen. διδάσκω (didasko), ‘onderwijzen’; κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’; κλέπτω (klepto), ‘stelen’. Voetnoot : Zie ook Exod. 20:15; Deut. 5:19. Zie ook: Ex 20:15; Deut 5:19 **2:22** Jij die zegt geen overspel te plegen, pleeg je overspel? Jij die een afschuw hebt van de afgodsbeelden, beroof je tempels? Brontekst: ὁ (ho) = de | λέγων (legon) = zeggend | μὴ (me) = niet | μοιχεύειν (moicheuein) = overspel te plegen | μοιχεύεις (moicheueis) = pleeg je overspel | ὁ (ho) = de | βδελυσσόμενος (bdelyssomenos) = walgend van | τὰ (ta) = de | εἴδωλα (eidola) = afgodsbeelden | ἱεροσυλεῖς (hierosyleis) = beroof je tempels Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μοιχεύω (moicheuo), ‘overspel plegen’. βδελύσσομαι (bdelyssomai), ‘een afschuw hebben van’. εἴδωλα (eidola), ‘afgodsbeelden’. ἱεροσυλέω (hierosyleo), ‘tempels beroven’: het woord hoort bij ἱερόσυλος, ‘tempelrover’ (Hand. 19:37). Voetnoot : Zie ook Exod. 20:14; Deut. 5:18; Hand. 19:37. Zie ook: Ex 20:14; Deut 5:18; Hand 19:37 **2:23** Jij die roemt in de wet, onteer je Elohim door de overtreding van de wet? Brontekst: ὃς (hos) = die | ἐν (en) = in | νόμῳ (nomo) = wet | καυχᾶσαι (kauchasai) = roem je | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | παραβάσεως (parabaseos) = overtreding | τοῦ (tou) = van de | νόμου (nomou) = wet | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἀτιμάζεις (atimazeis) = onteer je Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: letterlijk ‘het overschrijden’ van een grens. **2:24** Want de naam van Elohim wordt door jullie gelasterd onder de volken, zoals geschreven staat. Brontekst: τὸ (to) = de | γὰρ (gar) = want | ὄνομα (onoma) = naam | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | δι’ (di’) = om | ὑμᾶς (hymas) = jullie | βλασφημεῖται (blasphemeitai) = wordt gelasterd | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = de | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Jes. 52:5. Ons Hebreeuws heeft: ‘en voortdurend, de hele dag, wordt Mijn naam geminacht’. Hier staat: ‘de naam van Elohim wordt door jullie gelasterd onder de volken’. De woorden ‘door jullie’ en ‘onder de volken’ staan niet in ons Jes. 52:5. Een vergelijkbare gedachte staat in Ezech. 36:20–23. Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’. Voetnoot : Zie ook Jes. 52:5; Ezech. 36:20–23. Zie ook: Jes 52:5; Ezech 36:20–23 ### Besnijdenis van het hart **2:25** Want besnijdenis is zeker nuttig als je de wet doet. Maar als je een overtreder van de wet bent, is je besnijdenis onbesnedenheid geworden. Brontekst: Περιτομὴ (Peritome) = besnijdenis | μὲν (men) = zeker | γὰρ (gar) = want | ὠφελεῖ (ophelei) = is nuttig | ἐὰν (ean) = als | νόμον (nomon) = wet | πράσσῃς (prasses) = je doet | ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | παραβάτης (parabates) = overtreder | νόμου (nomou) = van wet | ᾖς (es) = je bent | ἡ (he) = de | περιτομή (peritome) = besnijdenis | σου (sou) = jouw | ἀκροβυστία (akrobystia) = onbesnedenheid | γέγονεν (gegonen) = is geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’, letterlijk ‘voorhuid’. παραβάτης (parabates), ‘overtreder’. Voetnoot : Zie ook Gen. 17:10–14. Zie ook: Gen 17:10–14 **2:26** Als dan de onbesnedenheid de rechtsvoorschriften van de wet bewaart, zal zijn onbesnedenheid dan niet tot besnijdenis gerekend worden? Brontekst: ἐὰν (ean) = als | οὖν (oun) = dan | ἡ (he) = de | ἀκροβυστία (akrobystia) = onbesnedenheid | τὰ (ta) = de | δικαιώματα (dikaiomata) = rechtsvoorschriften | τοῦ (tou) = van de | νόμου (nomou) = wet | φυλάσσῃ (phylasse) = bewaart | οὐχ (ouch) = niet | ἡ (he) = de | ἀκροβυστία (akrobystia) = onbesnedenheid | αὐτοῦ (autou) = zijn | εἰς (eis) = tot | περιτομὴν (peritomen) = besnijdenis | λογισθήσεται (logisthesetai) = zal gerekend worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκροβυστία (akrobystia) staat hier voor de onbesnedenen, de mensen uit de volken. δικαιώματα τοῦ νόμου (dikaiomata tou nomou), ‘rechtsvoorschriften van de wet’: wat de wet als recht vaststelt. λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen’: ‘tot besnijdenis gerekend worden’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘niet’; wij volgen de SBLGNT. **2:27** En zal de onbesnedenheid die van nature is en de wet volbrengt, jou oordelen, die met letter en besnijdenis een overtreder van de wet bent? Brontekst: καὶ (kai) = en | κρινεῖ (krinei) = zal oordelen | ἡ (he) = de | ἐκ (ek) = uit | φύσεως (physeos) = natuur | ἀκροβυστία (akrobystia) = onbesnedenheid | τὸν (ton) = de | νόμον (nomon) = wet | τελοῦσα (telousa) = volbrengend | σὲ (se) = jou | τὸν (ton) = die | διὰ (dia) = door | γράμματος (grammatos) = letter | καὶ (kai) = en | περιτομῆς (peritomes) = besnijdenis | παραβάτην (parabaten) = overtreder | νόμου (nomou) = van wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκ φύσεως (ek fyseos), ‘van nature’. γράμμα (gramma), ‘letter’: het geschreven woord; διά (dia) kan ‘met’ of ‘ondanks’ betekenen. τελέω (teleo), ‘volbrengen’. **2:28** Want niet wie het in het zichtbare is, is een Jood, en ook niet de besnijdenis die in het zichtbare, in het vlees, is; Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | φανερῷ (phanero) = zichtbare | Ἰουδαῖός (Ioudaios) = Jood | ἐστιν (estin) = is | οὐδὲ (oude) = noch | ἡ (he) = de | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | φανερῷ (phanero) = zichtbare | ἐν (en) = in | σαρκὶ (sarki) = vlees | περιτομή (peritome) = besnijdenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φανερός (faneros), ‘zichtbaar’; κρυπτός (kryptos), ‘verborgen’. Het Grieks heeft bij ‘besnijdenis’ geen werkwoord: ‘noch is de zichtbare besnijdenis in het vlees (besnijdenis)’. **2:29** maar wie het in het verborgene is, is een Jood, en besnijdenis is die van het hart, in de Geest, niet in de letter. Zijn lof is niet van mensen, maar van Elohim. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ὁ (ho) = de | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | κρυπτῷ (krypto) = verborgene | Ἰουδαῖος (Ioudaios) = Jood | καὶ (kai) = en | περιτομὴ (peritome) = besnijdenis | καρδίας (kardias) = van hart | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | οὐ (ou) = niet | γράμματι (grammati) = letter | οὗ (hou) = van wie | ὁ (ho) = de | ἔπαινος (epainos) = lof | οὐκ (ouk) = niet | ἐξ (ex) = uit | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιτομὴ καρδίας (peritome kardias), ‘besnijdenis van het hart’: zie Deut. 10:16; Deut. 30:6; Jer. 4:4. ἐν πνεύματι οὐ γράμματι (en pneumati ou grammati), ‘in de Geest, niet in de letter’: πνεῦμα kan hier de Geest van Elohim zijn of de innerlijke geest van de mens; wij schrijven ‘Geest’ met een hoofdletter. Vergelijk 2 Kor. 3:6. ἔπαινος (epainos), ‘lof’. Ἰουδαῖος (Ioudaios), ‘Jood’, hangt samen met de naam Juda, die in Gen. 29:35 bij ‘loven’ hoort; Paulus kan op dit verband zinspelen. Voetnoot : Zie ook Deut. 10:16; Deut. 30:6; Jer. 4:4; Gen. 29:35; 2 Kor. 3:6. Zie ook: Gen 29:35; Deut 10:16; Deut 30:6; Jer 4:4; 2 Kor 3:6 ## Romeinen 3 _Het voordeel van de Jood, alle mensen onder de zonde, de gerechtigheid van Elohim door het geloof in Yeshua de Messias_ ### Het voordeel van de Jood **3:1** Wat is dan het voordeel van de Jood, of wat is het nut van de besnijdenis? Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | τὸ (to) = het | περισσὸν (perisson) = voordeel | τοῦ (tou) = van de | Ἰουδαίου (Ioudaiou) = Jood | ἢ (e) = of | τίς (tis) = wat | ἡ (he) = het | ὠφέλεια (opheleia) = nut | τῆς (tes) = van de | περιτομῆς (peritomes) = besnijdenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περισσόν (perisson), ‘voordeel’: letterlijk ‘wat overschiet’. ὠφέλεια (ofeleia), ‘nut’. De vragen en antwoorden in de verzen 1–9 klinken als een gesprek met een tegenstander. **3:2** Veel, in elk opzicht. Want allereerst zijn hun de uitspraken van Elohim toevertrouwd. Brontekst: πολὺ (poly) = veel | κατὰ (kata) = volgens | πάντα (panta) = elke | τρόπον (tropon) = wijze | πρῶτον (proton) = eerst | μὲν (men) = inderdaad | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | ἐπιστεύθησαν (episteuthesan) = werden toevertrouwd | τὰ (ta) = de | λόγια (logia) = uitspraken | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λόγια (logia), ‘uitspraken’: de woorden die Elohim gesproken heeft. ἐπιστεύθησαν (episteuthesan), ‘zij werden toevertrouwd’: het Grieks heeft de uitspraken als onderwerp; ‘aan hen’ ligt in de zin: de Joden uit vers 1. Voetnoot : Zie ook Rom. 9:4–5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘want’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 3:1; Rom 9:4–5 **3:3** Wat dan? Als sommigen ontrouw waren, zal hun ontrouw dan de trouw van Elohim buiten werking stellen? Brontekst: τί (ti) = wat | γάρ (gar) = want | εἰ (ei) = als | ἠπίστησάν (epistesan) = waren ontrouw | τινες (tines) = sommigen | μὴ (me) = toch niet | ἡ (he) = de | ἀπιστία (apistia) = ontrouw | αὐτῶν (auton) = hun | τὴν (ten) = de | πίστιν (pistin) = trouw | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καταργήσει (katargesei) = zal buiten werking stellen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπιστέω (apisteo), ‘ontrouw zijn’, en ἀπιστία (apistia), ‘ontrouw’: de woorden betekenen ook ‘niet geloven’ en ‘ongeloof’. πίστις (pistis), ‘geloof’, betekent bij Elohim ‘trouw’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’. **3:4** Dat nooit! Laat Elohim waarachtig zijn, maar ieder mens een leugenaar. Zo staat geschreven: „Opdat U rechtvaardig verklaard wordt in Uw woorden en overwint wanneer U geoordeeld wordt.” Brontekst: μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn | γινέσθω (ginestho) = laat zijn | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἀληθής (alethes) = waarachtig | πᾶς (pas) = elk | δὲ (de) = maar | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ψεύστης (pseustes) = leugenaar | καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ὅπως (Hopos) = opdat | ἂν (an) = misschien | δικαιωθῇς (dikaiothes) = U rechtvaardig verklaard wordt | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | λόγοις (logois) = woorden | σου (sou) = Uw | καὶ (kai) = en | νικήσεις (nikeseis) = U overwint | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | κρίνεσθαί (krinesthai) = geoordeeld worden | σε (se) = U Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’: een sterke afwijzing, letterlijk ‘moge het niet geschieden’. Aanhaling van Ps. 51:6 (in de Nederlandse telling 51:4). Ons Hebreeuws heeft: ‘Zo bent U rechtvaardig wanneer U spreekt en zuiver wanneer U oordeelt’. De Griekse tekst heeft: ‘Opdat U rechtvaardig verklaard wordt in Uw woorden en overwint wanneer U geoordeeld wordt’. Het Grieks heeft dus ‘rechtvaardig verklaard worden’ (δικαιόω) en ‘overwinnen’ (νικάω) waar ons Hebreeuws ‘rechtvaardig’ en ‘zuiver’ heeft. κρίνεσθαι (krinesthai) kan ‘geoordeeld worden’ of ‘een rechtszaak voeren, oordelen’ betekenen. In de psalm spreekt David tot Yahweh; het citaat staat zwart. ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’: vergelijk Ps. 116:11, ‘Alle mensen zijn een leugen’. Voetnoot : Zie ook Ps. 51:6; Ps. 116:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘zoals’ en bij ‘overwint’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 51:6; Ps 116:11 **3:5** Maar als onze onrechtvaardigheid de gerechtigheid van Elohim aantoont, wat zullen wij dan zeggen? Is Elohim onrechtvaardig, Hij die de toorn oplegt? Ik spreek naar menselijke maat. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ἡ (he) = de | ἀδικία (adikia) = onrechtvaardigheid | ἡμῶν (hemon) = onze | θεοῦ (theou) = van Elohim | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | συνίστησιν (synistesin) = toont aan | τί (ti) = wat | ἐροῦμεν (eroumen) = zullen wij zeggen | μὴ (me) = toch niet | ἄδικος (adikos) = onrechtvaardig | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ὁ (ho) = die | ἐπιφέρων (epipheron) = oplegt | τὴν (ten) = de | ὀργήν (orgen) = toorn | κατὰ (kata) = naar | ἄνθρωπον (anthropon) = mens | λέγω (lego) = zeg ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνίστημι (synistemi), ‘aantonen’: ook ‘bevestigen, aanbevelen’. ἐπιφέρω (epifero), ‘opleggen’: letterlijk ‘erover brengen’. κατὰ ἄνθρωπον λέγω (kata anthropon lego), ‘Ik spreek naar menselijke maat’: zoals in Gal. 3:15. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:15. Zie ook: Gal 3:15 **3:6** Dat nooit! Anders, hoe zal Elohim de wereld oordelen? Brontekst: μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn | ἐπεὶ (epei) = anders | πῶς (pos) = hoe | κρινεῖ (krinei) = zal oordelen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’: zie vers 4. ἐπεί (epei), ‘anders’: letterlijk ‘want dan’. Zie ook: Rom 3:4 **3:7** Maar als de waarheid van Elohim door mijn leugen overvloedig is geworden tot Zijn heerlijkheid, waarom word ook ik nog als zondaar geoordeeld? Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ἡ (he) = de | ἀλήθεια (aletheia) = waarheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ἐμῷ (emo) = mijn | ψεύσματι (pseusmati) = leugen | ἐπερίσσευσεν (eperisseusen) = is overvloedig geworden | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τί (ti) = waarom | ἔτι (eti) = nog | κἀγὼ (kago) = ook ik | ὡς (hos) = als | ἁμαρτωλὸς (hamartolos) = zondaar | κρίνομαι (krinomai) = word ik geoordeeld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψεῦσμα (pseusma), ‘leugen’. περισσεύω (perisseuo), ‘overvloedig zijn’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘maar’ aan het begin; wij volgen de SBLGNT. **3:8** En waarom niet — zoals wij gelasterd worden en zoals sommigen beweren dat wij zeggen — „Laten wij het kwade doen, opdat het goede komt”? Het oordeel over hen is rechtmatig. Brontekst: καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | καθὼς (kathos) = zoals | βλασφημούμεθα (blasphemoumetha) = worden wij gelasterd | καὶ (kai) = en | καθώς (kathos) = zoals | φασίν (phasin) = beweren | τινες (tines) = sommigen | ἡμᾶς (hemas) = ons | λέγειν (legein) = te zeggen | ὅτι (hoti) = dat | Ποιήσωμεν (Poiesomen) = laten wij doen | τὰ (ta) = het | κακὰ (kaka) = kwade | ἵνα (hina) = opdat | ἔλθῃ (elthe) = komt | τὰ (ta) = het | ἀγαθά (agatha) = goede | ὧν (hon) = van wie | τὸ (to) = het | κρίμα (krima) = oordeel | ἔνδικόν (endikon) = rechtmatig | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse zin is onvolledig. Het woord μή (me), ‘niet’, hervat de vraag van vers 7; wij vullen ‘waarom’ aan. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’. ἔνδικος (endikos), ‘rechtmatig’: het Grieks zegt niet wie het oordeel velt. Voetnoot : Zie ook Rom. 6:1. Zie ook: Rom 3:7; Rom 6:1 ### Allen onder de zonde **3:9** Wat dan? Hebben wij een voorsprong? Helemaal niet. Want wij hebben tevoren beschuldigd dat Joden en Grieken allen onder de zonde zijn, Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | προεχόμεθα (proechometha) = hebben wij een voorsprong | οὐ (ou) = niet | πάντως (pantos) = helemaal | προῃτιασάμεθα (proetiasametha) = beschuldigden wij tevoren | γὰρ (gar) = want | Ἰουδαίους (Ioudaious) = Joden | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = als | Ἕλληνας (Hellenas) = Grieken | πάντας (pantas) = allen | ὑφ’ (hyph’) = onder | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | εἶναι (einai) = te zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προέχω (proecho), ‘een voorsprong hebben’: de Griekse vorm kan ook lijdend zijn, ‘worden wij overtroffen?’ οὐ πάντως (ou pantos), ‘helemaal niet’: ook ‘niet in alle opzichten’. προαιτιάομαι (proaitiaomai), ‘tevoren beschuldigen’: Paulus verwijst naar 1:18–2:29. ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’: hier de macht waaronder men staat. **3:10** zoals geschreven staat: „Er is geen rechtvaardige, zelfs niet één; Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | ὅτι (hoti) = dat | Οὐκ (Ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | δίκαιος (dikaios) = rechtvaardige | οὐδὲ (oude) = zelfs niet | εἷς (heis) = één Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 10–18 zijn een reeks aanhalingen. Vers 10–12: Ps. 14:1–3; dezelfde woorden staan in Ps. 53:2–4 (in de Nederlandse telling 53:1–3). Ons Hebreeuws heeft in Ps. 14:1: ‘Er is niemand die goed doet’; het Grieks heeft hier ‘Er is geen rechtvaardige, zelfs niet één’. Vers 13: Ps. 5:10 (in de Nederlandse telling 5:9) en Ps. 140:4 (in de Nederlandse telling 140:3). Vers 14: Ps. 10:7. Vers 15–17: Jes. 59:7–8. Vers 18: Ps. 36:2 (in de Nederlandse telling 36:1). De aanhalingen staan zwart: Paulus haalt ze aan. Voetnoot : Zie ook Ps. 14:1–3; Ps. 53:2–4; Ps. 5:10; Ps. 140:4; Ps. 10:7; Jes. 59:7–8; Ps. 36:2. Zie ook: Ps 5:10; Ps 10:7; Ps 14:1–3; Ps 36:2; Ps 53:2–4; Ps 140:4; Jes 59:7–8; Rom 3:13; Rom 3:14; Rom 3:15–17; Rom 3:18 **3:11** er is niemand die inzicht heeft, er is niemand die Elohim zoekt; Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | συνίων (synion) = inzicht hebbende | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | ἐκζητῶν (ekzeton) = zoekende | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws in Ps. 14:2 heeft: ‘om te zien of er iemand is met inzicht, iemand die Elohim zoekt’. De Griekse woorden συνίων (synion), ‘inzicht hebbend’, en ἐκζητῶν (ekzeton), ‘zoekend’, komen daarmee overeen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het lidwoord; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 14:2 **3:12** allen zijn afgeweken, samen zijn zij nutteloos geworden; er is niemand die goedheid doet, er is zelfs niet één. Brontekst: πάντες (pantes) = allen | ἐξέκλιναν (exeklinan) = weken af | ἅμα (hama) = samen | ἠχρεώθησαν (echreothesan) = werden nutteloos | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ποιῶν (poion) = doende | χρηστότητα (chrestoteta) = goedheid | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἕως (heos) = tot | ἑνός (henos) = één Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws in Ps. 14:3 heeft: ‘Allen zijn afgeweken, samen zijn zij bedorven. Er is niemand die goed doet, er is zelfs niet één.’ ἀχρειόω (achreioo), ‘nutteloos worden’; het Hebreeuws heeft ‘bedorven’. χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’: zoals in 2:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘is’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 14:3 **3:13** Een geopend graf is hun keel, met hun tongen plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen, Brontekst: τάφος (taphos) = graf | ἀνεῳγμένος (aneogmenos) = geopend | ὁ (ho) = de | λάρυγξ (larynx) = keel | αὐτῶν (auton) = hun | ταῖς (tais) = met de | γλώσσαις (glossais) = tongen | αὐτῶν (auton) = hun | ἐδολιοῦσαν (edoliousan) = pleegden bedrog | ἰὸς (ios) = gif | ἀσπίδων (aspidon) = van adders | ὑπὸ (hypo) = onder | τὰ (ta) = de | χείλη (cheile) = lippen | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws in Ps. 5:10 heeft: ‘Hun keel is een open graf. Met hun tong vleien zij.’ Het Grieks heeft ‘met hun tongen plegen zij bedrog’. Het tweede deel komt uit Ps. 140:4: ‘Het gif van de adder is onder hun lippen’. Het Grieks heeft ἀσπίς (aspis), ‘adder, cobra’. Zie ook: Ps 5:10; Ps 140:4 **3:14** wier mond vol is van vloek en bitterheid; Brontekst: ὧν (hon) = van wie | τὸ (to) = de | στόμα (stoma) = mond | ἀρᾶς (aras) = van vloek | καὶ (kai) = en | πικρίας (pikrias) = van bitterheid | γέμει (gemei) = is vol Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws in Ps. 10:7 heeft: ‘Zijn mond is vol vloek, bedrog en onderdrukking’. Het Grieks heeft ‘vloek en bitterheid’. Zie ook: Ps 10:7 **3:15** hun voeten zijn snel om bloed te vergieten; Brontekst: ὀξεῖς (oxeis) = snel | οἱ (hoi) = de | πόδες (podes) = voeten | αὐτῶν (auton) = hun | ἐκχέαι (ekcheai) = te vergieten | αἷμα (haima) = bloed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws in Jes. 59:7 heeft: ‘Hun voeten rennen naar het kwade en haasten zich om onschuldig bloed te vergieten’. Het Grieks heeft de korte vorm ‘snel om bloed te vergieten’. Zie ook: Jes 59:7 **3:16** verwoesting en ellende zijn op hun wegen, Brontekst: σύντριμμα (syntrimma) = verwoesting | καὶ (kai) = en | ταλαιπωρία (talaiporia) = ellende | ἐν (en) = op | ταῖς (tais) = de | ὁδοῖς (hodois) = wegen | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws in Jes. 59:7 heeft: ‘Verwoesting en ondergang liggen op hun banen’. σύντριμμα (syntrimma), ‘verwoesting’; ταλαιπωρία (talaiporia), ‘ellende’. Zie ook: Jes 59:7 **3:17** en de weg van vrede kennen zij niet. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁδὸν (hodon) = weg | εἰρήνης (eirenes) = van vrede | οὐκ (ouk) = niet | ἔγνωσαν (egnosan) = kenden zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws in Jes. 59:8 heeft: ‘De weg van de vrede kennen zij niet’. Zie ook: Jes 59:8 **3:18** Er is geen vrees voor Elohim voor hun ogen.” Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | φόβος (phobos) = vrees | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἀπέναντι (apenanti) = tegenover | τῶν (ton) = de | ὀφθαλμῶν (ophthalmon) = ogen | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws in Ps. 36:2 heeft: ‘er is geen vrees voor Elohim voor zijn ogen’; het Grieks heeft ‘hun ogen’. Hier eindigt de reeks aanhalingen. Zie ook: Ps 36:2 ### Door de wet komt kennis van de zonde **3:19** Wij weten dat de wet alles wat zij zegt, spreekt tot hen die in de wet zijn. Dit gebeurt opdat elke mond gesloten wordt en heel de wereld voor Elohim aansprakelijk wordt. Brontekst: Οἴδαμεν (Oidamen) = wij weten | δὲ (de) = maar | ὅτι (hoti) = dat | ὅσα (hosa) = alles wat | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | λέγει (legei) = zegt | τοῖς (tois) = aan hen | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | νόμῳ (nomo) = wet | λαλεῖ (lalei) = spreekt zij | ἵνα (hina) = opdat | πᾶν (pan) = elke | στόμα (stoma) = mond | φραγῇ (phrage) = gesloten wordt | καὶ (kai) = en | ὑπόδικος (hypodikos) = aansprakelijk | γένηται (genetai) = wordt | πᾶς (pas) = heel | ὁ (ho) = de | κόσμος (kosmos) = wereld | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De wet’ kan hier de wet van Mozes zijn of de hele Schrift, waaruit de aanhalingen in de verzen 10–18 komen. ὑπόδικος (hypodikos), ‘aansprakelijk’: onder het vonnis, verantwoording verschuldigd. Wij splitsen de lange Griekse zin; ἵνα (hina), ‘opdat’, geeft het doel. **3:20** Want uit werken van de wet zal geen enkel vlees voor Hem rechtvaardig verklaard worden, want door de wet komt kennis van de zonde. Brontekst: διότι (dioti) = omdat | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | νόμου (nomou) = van wet | οὐ (ou) = niet | δικαιωθήσεται (dikaiothesetai) = zal rechtvaardig verklaard worden | πᾶσα (pasa) = elk | σὰρξ (sarx) = vlees | ἐνώπιον (enopion) = voor | αὐτοῦ (autou) = Hem | διὰ (dia) = door | γὰρ (gar) = want | νόμου (nomou) = wet | ἐπίγνωσις (epignosis) = kennis | ἁμαρτίας (hamartias) = van zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διότι (dioti), ‘want’. δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: een rechterlijk woord, ‘vrijspreken’. ἔργα νόμου (erga nomou), ‘werken van de wet’. σάρξ (sarx), ‘vlees’: ‘geen enkel vlees’ betekent ‘geen enkel mens’. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘kennis’. Dit vers lijkt op Ps. 143:2: ‘niemand die leeft is rechtvaardig voor Uw aangezicht’. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:16; Ps. 143:2. Zie ook: Ps 143:2; Gal 2:16 ### De gerechtigheid van Elohim door het geloof **3:21** Maar nu is, los van de wet, de gerechtigheid van Elohim openbaar gemaakt, waarvan de wet en de profeten getuigen: Brontekst: Νυνὶ (Nyni) = nu | δὲ (de) = maar | χωρὶς (choris) = zonder | νόμου (nomou) = wet | δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid | θεοῦ (theou) = van Elohim | πεφανέρωται (pephanerotai) = is openbaar gemaakt | μαρτυρουμένη (martyroumene) = getuigd wordend | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | νόμου (nomou) = wet | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = de | προφητῶν (propheton) = profeten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Νυνί (nyni), ‘nu’: een omslag in de tijd. δικαιοσύνη θεοῦ (dikaiosyne theou), ‘gerechtigheid van Elohim’: zie 1:17. χωρὶς νόμου (choris nomou), ‘los van de wet’: het Grieks heeft geen lidwoord. πεφανέρωται (pefanerotai), ‘is openbaar gemaakt’: de voltooide tijd. ‘De wet en de profeten’ is een naam voor de heilige Schriften van Israël. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:17. Zie ook: Mat 5:17 **3:22** de gerechtigheid van Elohim door het geloof in Yeshua de Messias, voor allen die geloven. Want er is geen verschil. Brontekst: δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid | δὲ (de) = maar | θεοῦ (theou) = van Elohim | διὰ (dia) = door | πίστεως (pisteos) = geloof | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | εἰς (eis) = tot | πάντας (pantas) = allen | τοὺς (tous) = die | πιστεύοντας (pisteuontas) = geloven | οὐ (ou) = niet | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | διαστολή (diastole) = verschil Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πίστις Ἰησοῦ Χριστοῦ (pistis Iesou Christou), ‘het geloof in Yeshua de Messias’: de Griekse genitief kan ook ‘het geloof of de trouw van Yeshua de Messias’ betekenen. διαστολή (diastole), ‘verschil’. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:16; Gal. 3:22. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘allen’ (voor allen die geloven); wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gal 2:16; Gal 3:22 **3:23** Want allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van Elohim, Brontekst: πάντες (pantes) = allen | γὰρ (gar) = want | ἥμαρτον (hemarton) = zondigden | καὶ (kai) = en | ὑστεροῦνται (hysterountai) = schieten tekort | τῆς (tes) = aan de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑστερέω (hystereo), ‘tekortschieten’. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’. Het Grieks zegt niet nader welke ‘heerlijkheid van Elohim’ bedoeld is. **3:24** en worden om niet rechtvaardig verklaard door Zijn genade, door de loskoping die in de Messias Yeshua is. Brontekst: δικαιούμενοι (dikaioumenoi) = rechtvaardig verklaard wordend | δωρεὰν (dorean) = om niet | τῇ (te) = de | αὐτοῦ (autou) = Zijn | χάριτι (chariti) = genade | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | ἀπολυτρώσεως (apolytroseos) = loskoping | τῆς (tes) = die | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιούμενοι (dikaioumenoi), ‘rechtvaardig verklaard wordend’: de Griekse deelwoordvorm sluit aan op ‘allen’ in vers 23. δωρεάν (dorean), ‘om niet’: als geschenk. ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘loskoping’: het vrijkopen van iemand uit slavernij of gevangenschap; het hangt samen met λύτρον (lytron), ‘losgeld’ (Matt. 20:28). Voetnoot : Zie ook Matt. 20:28. Zie ook: Mat 20:28; Rom 3:23 **3:25** Hem heeft Elohim voorgesteld als verzoeningsplaats, door het geloof, in Zijn bloed, tot aanwijzing van Zijn gerechtigheid, wegens het voorbijgaan aan de eerder begane zonden, Brontekst: ὃν (hon) = Hem | προέθετο (proetheto) = stelde voor | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἱλαστήριον (hilasterion) = verzoeningsplaats | διὰ (dia) = door | πίστεως (pisteos) = geloof | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | αὐτοῦ (autou) = Zijn | αἵματι (haimati) = bloed | εἰς (eis) = tot | ἔνδειξιν (endeixin) = aanwijzing | τῆς (tes) = van de | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | αὐτοῦ (autou) = Zijn | διὰ (dia) = wegens | τὴν (ten) = het | πάρεσιν (paresin) = voorbijgaan | τῶν (ton) = van de | προγεγονότων (progegonoton) = eerder begane | ἁμαρτημάτων (hamartematon) = zonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἱλαστήριον (hilasterion), ‘verzoeningsplaats’: het woord hoort bij het Hebreeuwse kapporet, het deksel op de ark (Exod. 25:17–22); ons Exodus noemt dat het ‘verzoendeksel’. Het Grieks kan ook ‘middel tot verzoening’ betekenen. Op het verzoendeksel werd op de Grote Verzoendag bloed gespat (Lev. 16:14–15). προτίθεμαι (protithemai), ‘voorstellen’: ook ‘openlijk voorstellen’ of ‘zich voornemen’. πάρεσις (paresis), ‘het voorbijgaan’: een ander woord dan ἄφεσις (afesis), ‘vergeving’. ἔνδειξις (endeixis), ‘aanwijzing, bewijs’. De zin loopt door in vers 26. Voetnoot : Zie ook Exod. 25:17–22; Lev. 16:14–15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘door het geloof’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 25:17–22; Lev 16:14–15; Rom 3:26 **3:26** in de verdraagzaamheid van Elohim; tot aanwijzing van Zijn gerechtigheid in de tegenwoordige tijd, zodat Hij rechtvaardig is en rechtvaardig verklaart wie uit het geloof in Yeshua is. Brontekst: ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἀνοχῇ (anoche) = verdraagzaamheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | πρὸς (pros) = tot | τὴν (ten) = de | ἔνδειξιν (endeixin) = aanwijzing | τῆς (tes) = van de | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | νῦν (nyn) = tegenwoordige | καιρῷ (kairo) = tijd | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | εἶναι (einai) = zijn | αὐτὸν (auton) = Hem | δίκαιον (dikaion) = rechtvaardig | καὶ (kai) = en | δικαιοῦντα (dikaiounta) = rechtvaardig verklarend | τὸν (ton) = degene | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνοχή (anoche), ‘verdraagzaamheid’: zoals in 2:4. τὸν ἐκ πίστεως Ἰησοῦ (ton ek pisteos Iesou), ‘wie uit het geloof in Yeshua is’: de Griekse genitief kan ook ‘uit het geloof van Yeshua’ betekenen; zie vers 22. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het lidwoord vóór ‘aanwijzing’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 3:22 ### Het roemen is uitgesloten **3:27** Waar is dan het roemen? Het is uitgesloten. Door welke wet? Die van de werken? Nee, maar door de wet van het geloof. Brontekst: Ποῦ (Pou) = waar | οὖν (oun) = dan | ἡ (he) = het | καύχησις (kauchesis) = roemen | ἐξεκλείσθη (exekleisthe) = is uitgesloten | διὰ (dia) = door | ποίου (poiou) = welke | νόμου (nomou) = wet | τῶν (ton) = van de | ἔργων (ergon) = werken | οὐχί (ouchi) = nee | ἀλλὰ (alla) = maar | διὰ (dia) = door | νόμου (nomou) = wet | πίστεως (pisteos) = van geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καύχησις (kauchesis), ‘het roemen’. ἐκκλείω (ekkleio), ‘uitsluiten’. νόμος (nomos), ‘wet’, staat hier voor een ordening of beginsel: ‘de wet van de werken’ tegenover ‘de wet van het geloof’. Het Grieks heeft bij ‘wet van het geloof’ geen lidwoord. **3:28** Want wij houden ervoor dat een mens door geloof rechtvaardig verklaard wordt, los van werken van de wet. Brontekst: λογιζόμεθα (logizometha) = wij houden ervoor | γὰρ (gar) = want | δικαιοῦσθαι (dikaiousthai) = rechtvaardig verklaard te worden | πίστει (pistei) = door geloof | ἄνθρωπον (anthropon) = mens | χωρὶς (choris) = zonder | ἔργων (ergon) = werken | νόμου (nomou) = van wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λογίζομαι (logizomai), ‘menen, vaststellen’: ook ‘rekenen’. Het vers noemt de uitkomst van de verzen 21–27. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:16. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘want’ en bij de volgorde van ‘rechtvaardig verklaard worden door geloof’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gal 2:16 **3:29** Of is Elohim alleen van de Joden? Is Hij niet ook van de volken? Ja, ook van de volken, Brontekst: ἢ (e) = of | Ἰουδαίων (Ioudaion) = van Joden | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | μόνον (monon) = alleen | οὐχὶ (ouchi) = niet | καὶ (kai) = ook | ἐθνῶν (ethnon) = van volken | ναὶ (nai) = ja | καὶ (kai) = ook | ἐθνῶν (ethnon) = van volken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De vragen in de verzen 29–31 sluiten aan op de vraag van vers 1. ‘De volken’ (ἔθνη, ethne) zijn de niet-Joden. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘Is Hij niet ook’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 3:1 **3:30** aangezien Elohim één is, die de besnijdenis uit geloof rechtvaardig zal verklaren en de onbesnedenheid door het geloof. Brontekst: εἴπερ (eiper) = aangezien | εἷς (heis) = een | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὃς (hos) = die | δικαιώσει (dikaiosei) = zal rechtvaardig verklaren | περιτομὴν (peritomen) = besnijdenis | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | καὶ (kai) = en | ἀκροβυστίαν (akrobystian) = onbesnedenheid | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | πίστεως (pisteos) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἷς ὁ θεός (heis ho theos), ‘Elohim is één’: zie Deut. 6:4. εἴπερ (eiper), ‘aangezien’: ook ‘als tenminste’. Het Grieks gebruikt voor het geloof twee voorzetsels, ἐκ (ek), ‘uit’, en διά (dia), ‘door’; het verschil is niet groot. περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’: zie 2:25–26. Voetnoot : Zie ook Deut. 6:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘aangezien’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Deut 6:4 **3:31** Stellen wij dan de wet buiten werking door het geloof? Dat nooit! Integendeel, wij bevestigen de wet. Brontekst: νόμον (nomon) = wet | οὖν (oun) = dan | καταργοῦμεν (katargoumen) = stellen wij buiten werking | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | πίστεως (pisteos) = geloof | μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | νόμον (nomon) = wet | ἱστάνομεν (histanomen) = bevestigen wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’. ἵστημι (histemi), ‘bevestigen, laten staan’. μὴ γένοιτο: zie vers 4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘bevestigen wij’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 3:4 ## Romeinen 4 _Abraham: toegerekend als gerechtigheid door geloof, David, de belofte en het geloof in Elohim die de doden levend maakt_ ### Abraham werd rechtvaardig verklaard uit geloof **4:1** Wat zullen wij dan zeggen dat Abraham, onze voorvader, naar het vlees gevonden heeft? Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἐροῦμεν (eroumen) = zullen wij zeggen | εὑρηκέναι (heurekenai) = gevonden te hebben | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | τὸν (ton) = de | προπάτορα (propatora) = voorvader | ἡμῶν (hemon) = onze | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἀβραάμ (Abraam), ‘Abraham’: hij heette eerst Abram; zie Gen. 17:5. Zijn verhaal staat in Gen. 12–25. εὑρίσκω (heurisko), ‘vinden’. προπάτωρ (propator), ‘voorvader’. κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: het kan bij ‘voorvader’ horen (voorvader naar menselijke afstamming) of bij ‘gevonden heeft’; wij laten de plaats in de zin zoals in het Grieks. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:6–9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘gevonden te hebben’, ‘voorvader’ en ‘onze’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 17:5; Gal 3:6–9 **4:2** Want als Abraham uit werken rechtvaardig verklaard is, heeft hij reden tot roem, maar niet bij Elohim. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | ἐδικαιώθη (edikaiothe) = werd rechtvaardig verklaard | ἔχει (echei) = heeft hij | καύχημα (kauchema) = roem | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | πρὸς (pros) = bij | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐδικαιώθη (edikaiothe), ‘werd rechtvaardig verklaard’. ἔργα (erga), ‘werken’. καύχημα (kauchema), ‘roem, reden tot roem’. πρὸς θεόν (pros theon), ‘bij Elohim’: voor Zijn aangezicht. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het voorzetsel ‘bij’ (πρός); wij volgen de SBLGNT. **4:3** Want wat zegt de Schrift? „Abraham geloofde Elohim, en het werd hem toegerekend als gerechtigheid.” Brontekst: τί (ti) = wat | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = de | γραφὴ (graphe) = Schrift | λέγει (legei) = zegt | Ἐπίστευσεν (Episteusen) = geloofde | δὲ (de) = maar | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἐλογίσθη (elogisthe) = werd toegerekend | αὐτῷ (auto) = aan hem | εἰς (eis) = tot | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Gen. 15:6. Ons Hebreeuws heeft: ‘Abram geloofde Yahweh, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid’. De Griekse tekst heeft ‘Abraham geloofde Elohim, en het werd hem toegerekend tot gerechtigheid’: hier staat de naam Abraham (in Gen. 15:6 heet hij nog Abram), ‘Elohim’ waar ons Hebreeuws ‘Yahweh’ heeft, en het toerekenen staat in de lijdende vorm. λογίζομαι (logizomai), ‘toerekenen’: iets op iemands rekening zetten. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan. Voetnoot : Zie ook Gen. 15:6; Gal. 3:6. Zie ook: Gen 15:6; Gal 3:6 **4:4** Maar voor wie werkt, wordt het loon niet als genade toegerekend, maar als iets wat verschuldigd is. Brontekst: τῷ (to) = aan de | δὲ (de) = maar | ἐργαζομένῳ (ergazomeno) = werkende | ὁ (ho) = het | μισθὸς (misthos) = loon | οὐ (ou) = niet | λογίζεται (logizetai) = wordt toegerekend | κατὰ (kata) = volgens | χάριν (charin) = genade | ἀλλὰ (alla) = maar | κατὰ (kata) = volgens | ὀφείλημα (opheilema) = schuld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μισθός (misthos), ‘loon’. ὀφείλημα (ofeilema), ‘wat verschuldigd is’: een schuld die betaald moet worden. χάρις (charis), ‘genade’: een gave die men niet verschuldigd is. **4:5** Maar voor wie niet werkt, maar gelooft in Hem die de goddeloze rechtvaardig verklaart, wordt zijn geloof toegerekend als gerechtigheid, Brontekst: τῷ (to) = aan de | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | ἐργαζομένῳ (ergazomeno) = werkende | πιστεύοντι (pisteuonti) = gelovende | δὲ (de) = maar | ἐπὶ (epi) = in | τὸν (ton) = de | δικαιοῦντα (dikaiounta) = rechtvaardig verklarende | τὸν (ton) = de | ἀσεβῆ (asebe) = goddeloze | λογίζεται (logizetai) = wordt toegerekend | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | αὐτοῦ (autou) = zijn | εἰς (eis) = tot | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’: zie ἀσέβεια in 1:18. ‘Hem die de goddeloze rechtvaardig verklaart’: δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’, een rechterlijk woord. Vergelijk Exod. 23:7, waar Elohim zegt dat Hij de schuldige niet vrijspreekt. Voetnoot : Zie ook Exod. 23:7. Zie ook: Ex 23:7 ### David spreekt de gelukkigprijzing uit **4:6** zoals ook David de gelukkigprijzing uitspreekt over de mens aan wie Elohim gerechtigheid toerekent zonder werken: Brontekst: καθάπερ (kathaper) = zoals | καὶ (kai) = ook | Δαυὶδ (Dauid) = David | λέγει (legei) = zegt | τὸν (ton) = de | μακαρισμὸν (makarismon) = gelukkigprijzing | τοῦ (tou) = van de | ἀνθρώπου (anthropou) = mens | ᾧ (ho) = aan wie | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | λογίζεται (logizetai) = rekent toe | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | χωρὶς (choris) = zonder | ἔργων (ergon) = werken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακαρισμός (makarismos), ‘gelukkigprijzing’: een uitspraak waarin iemand gelukkig wordt genoemd. De aanhaling in de verzen 7–8 is Ps. 32:1–2; het opschrift van die psalm noemt David. Zie ook: Ps 32:1–2 **4:7** „Gelukkig zij wier wetteloosheden vergeven zijn en wier zonden bedekt zijn; Brontekst: Μακάριοι (Makarioi) = gelukkigen | ὧν (hon) = van wie | ἀφέθησαν (aphethesan) = zijn vergeven | αἱ (hai) = de | ἀνομίαι (anomiai) = wetteloosheden | καὶ (kai) = en | ὧν (hon) = van wie | ἐπεκαλύφθησαν (epekalyphthesan) = zijn bedekt | αἱ (hai) = de | ἁμαρτίαι (hamartiai) = zonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 32:1. Ons Hebreeuws heeft: ‘Gelukkig is hij wiens overtreding is vergeven, wiens zonde is bedekt’. Het Grieks heeft het meervoud: ‘wier wetteloosheden vergeven zijn en wier zonden bedekt zijn’. ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’. ἀφίημι (afiemi), ‘vergeven’; ἐπικαλύπτω (epikalypto), ‘bedekken’. Het citaat staat zwart: David spreekt, Paulus haalt aan. Voetnoot : Zie ook Ps. 32:1–2. Zie ook: Ps 32:1 **4:8** gelukkig de man aan wie Yahweh beslist geen zonde toerekent.” Brontekst: μακάριος (makarios) = gelukkig | ἀνὴρ (aner) = man | οὗ (hou) = van wie | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | λογίσηται (logisetai) = toerekent | κύριος (kyrios) = Yahweh | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 32:2. Ons Hebreeuws heeft: ‘Gelukkig is de mens aan wie Yahweh geen schuld toerekent’. Het Grieks heeft ‘de man aan wie de Heer beslist geen zonde toerekent’. κύριος (kyrios) vertalen wij hier met ‘Yahweh’, omdat ons Hebreeuws in Ps. 32:2 de naam Yahweh heeft. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘van wie’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 32:2 ### Voor of na de besnijdenis? **4:9** Geldt deze gelukkigprijzing dan voor de besnijdenis, of ook voor de onbesnedenheid? Want wij zeggen: „Het geloof werd Abraham toegerekend als gerechtigheid.” Brontekst: Ὁ (Ho) = de | μακαρισμὸς (makarismos) = zaligspreking | οὖν (oun) = dan | οὗτος (houtos) = deze | ἐπὶ (epi) = over | τὴν (ten) = de | περιτομὴν (peritomen) = besnijdenis | ἢ (e) = of | καὶ (kai) = ook | ἐπὶ (epi) = over | τὴν (ten) = de | ἀκροβυστίαν (akrobystian) = onbesnedenheid | λέγομεν (legomen) = wij zeggen | γάρ (gar) = want | Ἐλογίσθη (Elogisthe) = werd toegerekend | τῷ (to) = aan | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | εἰς (eis) = tot | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De gelukkigprijzing uit de verzen 7–8 wordt nu gekoppeld aan de besnijdenis. Aanhaling van Gen. 15:6, zoals in vers 3; hier staat ‘het geloof’ als onderwerp. περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’: hier staat het voor de onbesnedenen, de volken. Voetnoot : Zie ook Gen. 15:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘want’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 15:6; Rom 4:3 **4:10** Hoe werd het dan toegerekend? Toen hij besneden was, of toen hij onbesneden was? Niet toen hij besneden was, maar toen hij onbesneden was. Brontekst: πῶς (pos) = hoe | οὖν (oun) = dan | ἐλογίσθη (elogisthe) = werd toegerekend | ἐν (en) = in | περιτομῇ (peritome) = besnijdenis | ὄντι (onti) = zijnde | ἢ (e) = of | ἐν (en) = in | ἀκροβυστίᾳ (akrobystia) = onbesnedenheid | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = in | περιτομῇ (peritome) = besnijdenis | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | ἀκροβυστίᾳ (akrobystia) = onbesnedenheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus kijkt naar de volgorde in Genesis: het geloof van Abraham staat in Gen. 15:6, zijn besnijdenis in Gen. 17. Ten tijde van de besnijdenis was Abraham 99 jaar (Gen. 17:24). Voetnoot : Zie ook Gen. 15:6; Gen. 17:24. Zie ook: Gen 15:6; Gen 17:24 **4:11** En hij ontving het teken van de besnijdenis als zegel van de gerechtigheid van het geloof dat hij had in de onbesnedenheid. Zo zou hij de vader zijn van allen die geloven terwijl zij onbesneden zijn, opdat hun de gerechtigheid wordt toegerekend, Brontekst: καὶ (kai) = en | σημεῖον (semeion) = teken | ἔλαβεν (elaben) = ontving hij | περιτομῆς (peritomes) = van besnijdenis | σφραγῖδα (sphragida) = zegel | τῆς (tes) = van de | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | τῆς (tes) = dat | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἀκροβυστίᾳ (akrobystia) = onbesnedenheid | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | εἶναι (einai) = zijn | αὐτὸν (auton) = hem | πατέρα (patera) = vader | πάντων (panton) = van allen | τῶν (ton) = de | πιστευόντων (pisteuonton) = gelovenden | δι’ (di’) = door | ἀκροβυστίας (akrobystias) = onbesnedenheid | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | λογισθῆναι (logisthenai) = toegerekend worden | αὐτοῖς (autois) = aan hen | τὴν (ten) = de | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σημεῖον (semeion), ‘teken’; σφραγίς (sfragis), ‘zegel’. περιτομῆς (peritomes) is een genitief die kan betekenen ‘het teken dat de besnijdenis is’ of ‘het teken van de besnijdenis’; in Gen. 17:11 heet de besnijdenis ‘een teken van het verbond’. δι᾽ ἀκροβυστίας (di akrobystias), ‘terwijl zij onbesneden zijn’: letterlijk ‘door onbesnedenheid’. Wij splitsen de lange Griekse zin. Voetnoot : Zie ook Gen. 17:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘toegerekend worden’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 17:11 **4:12** en ook de vader van de besnijdenis: voor hen die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar ook de voetsporen volgen van het geloof dat onze vader Abraham had in de onbesnedenheid. Brontekst: καὶ (kai) = en | πατέρα (patera) = vader | περιτομῆς (peritomes) = van besnijdenis | τοῖς (tois) = voor hen | οὐκ (ouk) = niet | ἐκ (ek) = uit | περιτομῆς (peritomes) = besnijdenis | μόνον (monon) = alleen | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | τοῖς (tois) = voor hen | στοιχοῦσιν (stoichousin) = die volgen | τοῖς (tois) = de | ἴχνεσιν (ichnesin) = voetsporen | τῆς (tes) = van het | ἐν (en) = in | ἀκροβυστίᾳ (akrobystia) = onbesnedenheid | πίστεως (pisteos) = geloof | τοῦ (tou) = van de | πατρὸς (patros) = vader | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἀβραάμ (Abraam) = Abraham Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse zin is lang en loopt door het hele vers; wij laten hem één zin. στοιχέω (stoicheo), ‘in de pas lopen, volgen’. ἴχνος (ichnos), ‘voetspoor’. Abraham is vader van de besnedenen die ook zijn geloof volgen, en van de onbesnedenen die geloven. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ‘in de onbesnedenheid’ en ‘geloof’; wij volgen de SBLGNT. ### De belofte uit geloof **4:13** Want de belofte aan Abraham of aan zijn zaad kwam niet door de wet. Dat hij erfgenaam van de wereld zou zijn, kwam door de gerechtigheid van het geloof. Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | γὰρ (gar) = want | διὰ (dia) = door | νόμου (nomou) = wet | ἡ (he) = de | ἐπαγγελία (epangelia) = belofte | τῷ (to) = aan | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ἢ (e) = of | τῷ (to) = aan het | σπέρματι (spermati) = zaad | αὐτοῦ (autou) = zijn | τὸ (to) = het | κληρονόμον (kleronomon) = erfgenaam | αὐτὸν (auton) = hem | εἶναι (einai) = te zijn | κόσμου (kosmou) = van wereld | ἀλλὰ (alla) = maar | διὰ (dia) = door | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | πίστεως (pisteos) = van geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: zie Gal. 3:16; ons Genesis heeft ‘nageslacht’ (zera). κληρονόμος κόσμου (kleronomos kosmou), ‘erfgenaam van de wereld’: Genesis spreekt over het land en over de volken, zonder het woord ‘wereld’. δικαιοσύνη πίστεως (dikaiosyne pisteos), ‘gerechtigheid van het geloof’. Voetnoot : Zie ook Gen. 12:7; Gen. 17:8; Gen. 22:17–18. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘zijn’ (εἶναι); wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 12:7; Gen 17:8; Gen 22:17–18; Gal 3:16 **4:14** Want als zij die uit de wet zijn erfgenamen zijn, is het geloof leeggemaakt en de belofte buiten werking gesteld. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | οἱ (hoi) = die | ἐκ (ek) = uit | νόμου (nomou) = wet | κληρονόμοι (kleronomoi) = erfgenamen | κεκένωται (kekenotai) = is leeggemaakt | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | καὶ (kai) = en | κατήργηται (katergetai) = is buiten werking gesteld | ἡ (he) = de | ἐπαγγελία (epangelia) = belofte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κενόω (kenoo), ‘leegmaken’: het geloof heeft geen inhoud meer. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’. οἱ ἐκ νόμου (hoi ek nomou), ‘zij die uit de wet zijn’: wie op de wet vertrouwt. **4:15** Want de wet bewerkt toorn, maar waar geen wet is, is ook geen overtreding. Brontekst: ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | νόμος (nomos) = wet | ὀργὴν (orgen) = toorn | κατεργάζεται (katergazetai) = bewerkt | οὗ (hou) = waar | δὲ (de) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | νόμος (nomos) = wet | οὐδὲ (oude) = ook niet | παράβασις (parabasis) = overtreding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀργή (orge), ‘toorn’. κατεργάζομαι (katergazomai), ‘bewerken, teweegbrengen’. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: het overschrijden van een gegeven gebod. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘maar’ (δέ); wij volgen de SBLGNT. **4:16** Daarom is het uit geloof, opdat het naar genade is, zodat de belofte vast staat voor al het zaad. Niet alleen voor wie uit de wet is, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham is (hij is de vader van ons allen, Brontekst: Διὰ (Dia) = daarom | τοῦτο (touto) = dit | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | ἵνα (hina) = opdat | κατὰ (kata) = volgens | χάριν (charin) = genade | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | εἶναι (einai) = zijn | βεβαίαν (bebaian) = vast | τὴν (ten) = de | ἐπαγγελίαν (epangelian) = belofte | παντὶ (panti) = aan elk | τῷ (to) = het | σπέρματι (spermati) = zaad | οὐ (ou) = niet | τῷ (to) = aan het | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | νόμου (nomou) = wet | μόνον (monon) = alleen | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | τῷ (to) = aan het | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | Ἀβραάμ (Abraam) = van Abraham | ὅς (hos) = die | ἐστιν (estin) = is | πατὴρ (pater) = vader | πάντων (panton) = van allen | ἡμῶν (hemon) = van ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘uit geloof’; wij vullen ‘is het’ aan: ‘het’ verwijst naar de erfenis uit de verzen 13–14. βέβαιος (bebaios), ‘vast, zeker’. De Griekse zin heeft een tussenzin tussen haakjes die loopt tot in vers 17; wij splitsen de lange zin en houden de haakjes. Abraham is ‘de vader van ons allen’: van de besnedenen en de onbesnedenen die geloven. Zie ook: Rom 4:17 **4:17** zoals geschreven staat: **„Tot vader van vele volken heb Ik je gesteld”**), tegenover Elohim in wie hij geloofde, die de doden levend maakt en roept wat niet is alsof het is. Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | ὅτι (hoti) = dat | Πατέρα (Patera) = vader | πολλῶν (pollon) = van velen | ἐθνῶν (ethnon) = volken | τέθεικά (tetheika) = heb Ik gesteld | σε (se) = jou | κατέναντι (katenanti) = tegenover | οὗ (hou) = wie | ἐπίστευσεν (episteusen) = geloofde hij | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = de | ζῳοποιοῦντος (zoopoiountos) = levend makende | τοὺς (tous) = de | νεκροὺς (nekrous) = doden | καὶ (kai) = en | καλοῦντος (kalountos) = roepende | τὰ (ta) = wat | μὴ (me) = niet | ὄντα (onta) = is | ὡς (hos) = als | ὄντα (onta) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Gen. 17:5. Ons Hebreeuws heeft: ‘want tot vader van een menigte volken heb Ik je gemaakt’ (het werkwoord is נָתַן, natan, ‘geven, maken, stellen’). Het Grieks heeft ‘Tot vader van vele volken heb Ik je gesteld’ (τέθεικα, tetheika). In Genesis spreekt Elohim in de eerste persoon (‘heb Ik je gemaakt’); ook in het Grieks staat ‘Ik’ (‘heb Ik je gesteld’); daarom staat het citaat rood. ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’. καλέω (kaleo), ‘roepen’: ‘wat niet is, roepen alsof het is’. Voetnoot : Zie ook Gen. 17:5. Zie ook: Gen 17:5 ### Het geloof van Abraham **4:18** Tegen alle hoop in geloofde hij op hoop, zodat hij de vader werd van vele volken, volgens wat gezegd was: „Zo zal jouw zaad zijn.” Brontekst: ὃς (hos) = die | παρ’ (par’) = tegen | ἐλπίδα (elpida) = hoop | ἐπ’ (ep’) = op | ἐλπίδι (elpidi) = hoop | ἐπίστευσεν (episteusen) = geloofde | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | γενέσθαι (genesthai) = worden | αὐτὸν (auton) = hem | πατέρα (patera) = vader | πολλῶν (pollon) = van velen | ἐθνῶν (ethnon) = volken | κατὰ (kata) = volgens | τὸ (to) = het | εἰρημένον (eiremenon) = gezegde | Οὕτως (Houtos) = zo | ἔσται (estai) = zal zijn | τὸ (to) = het | σπέρμα (sperma) = zaad | σου (sou) = jouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρ᾽ ἐλπίδα ἐπ᾽ ἐλπίδι (par elpida ep elpidi), ‘tegen hoop in, op hoop’: een woordspel in het Grieks. Aanhaling van Gen. 15:5. Ons Hebreeuws heeft: ‘Zo zal je nageslacht zijn’ (zera, hier ‘zaad’). Elohim spreekt hier tot Abram, maar zonder ‘Ik’; daarom staat het citaat zwart. Voetnoot : Zie ook Gen. 15:5. Zie ook: Gen 15:5 **4:19** En zonder zwak te worden in het geloof nam hij zijn eigen lichaam in aanmerking, dat dood geworden was. Hij was ongeveer 100 jaar oud. Ook nam hij de afsterving van de moederschoot van Sarah in aanmerking. Brontekst: καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ἀσθενήσας (asthenesas) = zwak geworden | τῇ (te) = in het | πίστει (pistei) = geloof | κατενόησεν (katenoesen) = nam in aanmerking | τὸ (to) = het | ἑαυτοῦ (heautou) = zijn eigen | σῶμα (soma) = lichaam | νενεκρωμένον (nenekromenon) = dood geworden | ἑκατονταετής (hekatontaetes) = honderdjarig | που (pou) = ongeveer | ὑπάρχων (hyparchon) = zijnde | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | νέκρωσιν (nekrosin) = afsterving | τῆς (tes) = van de | μήτρας (metras) = moederschoot | Σάρρας (Sarras) = van Sarah Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft één werkwoord, κατανοέω (katanoeo), ‘in aanmerking nemen’, voor het lichaam én de moederschoot; wij herhalen het en splitsen de lange zin. νεκρόω (nekroo), ‘doden, afsterven’: het lichaam van Abraham was als dood voor het krijgen van kinderen. νέκρωσις (nekrosis), ‘afsterving’. μήτρα (metra), ‘moederschoot’. Σάρρα (Sarra), ‘Sarah’: in Gen. 17:15 krijgt zij die naam. Abraham was 100 jaar, Sarah 90. Voetnoot : Zie ook Gen. 17:17; Gen. 18:11–12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘in het geloof’ en bij ‘lichaam’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 17:15; Gen 17:17; Gen 18:11–12 **4:20** Maar bij de belofte van Elohim twijfelde hij niet uit ongeloof. Hij werd sterk in het geloof en gaf Elohim eer, Brontekst: εἰς (eis) = bij | δὲ (de) = maar | τὴν (ten) = de | ἐπαγγελίαν (epangelian) = belofte | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐ (ou) = niet | διεκρίθη (diekrithe) = twijfelde hij | τῇ (te) = door de | ἀπιστίᾳ (apistia) = ongeloof | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐνεδυναμώθη (enedynamothe) = werd gesterkt | τῇ (te) = door de | πίστει (pistei) = geloof | δοὺς (dous) = gevend | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακρίνω (diakrino), ‘twijfelen’. ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘sterk worden’. δόξαν δοῦναι (doxan dounai), ‘eer geven’: Elohim verheerlijken. **4:21** en was ten volle overtuigd dat Hij machtig is ook te doen wat Hij beloofd heeft. Brontekst: καὶ (kai) = en | πληροφορηθεὶς (plerophoretheis) = ten volle overtuigd | ὅτι (hoti) = dat | ὃ (ho) = wat | ἐπήγγελται (epengeltai) = Hij beloofd heeft | δυνατός (dynatos) = machtig | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = ook | ποιῆσαι (poiesai) = te doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πληροφορέω (pleroforeo), ‘ten volle overtuigd zijn’: letterlijk ‘geheel vervuld worden’. ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘beloven’. **4:22** Daarom werd het hem toegerekend als gerechtigheid. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | ἐλογίσθη (elogisthe) = werd toegerekend | αὐτῷ (auto) = aan hem | εἰς (eis) = tot | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dezelfde woorden als in vers 3 (Gen. 15:6). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘daarom’ (διό); wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 15:6; Rom 4:3 **4:23** Het is niet alleen om hem geschreven dat het hem werd toegerekend, Brontekst: Οὐκ (Ouk) = niet | ἐγράφη (egraphe) = werd geschreven | δὲ (de) = maar | δι’ (di’) = om | αὐτὸν (auton) = hem | μόνον (monon) = alleen | ὅτι (hoti) = dat | ἐλογίσθη (elogisthe) = werd toegerekend | αὐτῷ (auto) = aan hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Om hem geschreven’: het toerekenen in Gen. 15:6 geldt Abraham, maar het is ook voor latere lezers opgeschreven. Zie ook: Gen 15:6 **4:24** maar ook om ons, aan wie het toegerekend zal worden: aan hen die geloven in Hem die Yeshua, onze Heer, uit de doden heeft opgewekt, Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | δι’ (di’) = om | ἡμᾶς (hemas) = ons | οἷς (hois) = aan wie | μέλλει (mellei) = het gaat | λογίζεσθαι (logizesthai) = toegerekend te worden | τοῖς (tois) = aan de | πιστεύουσιν (pisteuousin) = gelovenden | ἐπὶ (epi) = in | τὸν (ton) = de | ἐγείραντα (egeiranta) = opgewekt hebbende | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μέλλει (mellei), ‘staat te’: het toerekenen ligt in de toekomst voor wie nu gelooft. ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’. ‘Yeshua, onze Heer’: κύριος (kyrios) is hier Yeshua. **4:25** die overgeleverd is om onze overtredingen en opgewekt is om onze rechtvaardigverklaring. Brontekst: ὃς (hos) = die | παρεδόθη (paredothe) = is overgeleverd | διὰ (dia) = vanwege | τὰ (ta) = de | παραπτώματα (paraptomata) = overtredingen | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | ἠγέρθη (egerthe) = is opgewekt | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = de | δικαίωσιν (dikaiosin) = rechtvaardigverklaring | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραδίδωμι (paradidomi), ‘overleveren’: hetzelfde werkwoord als ‘overgeven’ in 1:24; het Grieks staat in de lijdende vorm en noemt niet wie Hem overleverde. παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’. δικαίωσις (dikaiosis), ‘rechtvaardigverklaring’: het woord hoort bij δικαιόω, ‘rechtvaardig verklaren’. De twee helften van het vers lopen parallel: overgeleverd om onze overtredingen, opgewekt om onze rechtvaardigverklaring. ## Romeinen 5 _Vrede met Elohim, de liefde van de Messias, en Adam en de Messias_ ### Vrede met Elohim **5:1** Rechtvaardig verklaard uit geloof, hebben wij dus vrede met Elohim door onze Heer Yeshua de Messias. Brontekst: Δικαιωθέντες (Dikaiothentes) = rechtvaardig verklaard | οὖν (oun) = dus | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | εἰρήνην (eirenen) = vrede | ἔχομεν (echomen) = hebben wij | πρὸς (pros) = met | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: een woord uit de rechtszaal, ‘vrijspreken, in het gelijk stellen’; wij vertalen zo in heel de brief en in Gal. 2:16. δικαιοσύνη (dikaiosyne) is ‘gerechtigheid’. εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: ook ‘heelheid, welzijn’, zoals het Hebreeuwse שָׁלוֹם (shalom). Voetnoot : Zie ook Gal. 2:16. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἔχομεν (echomen) een variant. Wij volgen de SBLGNT: ‘wij hebben’. Zie ook: Gal 2:16 **5:2** Door Hem hebben wij ook door het geloof toegang gekregen tot deze genade. Daarin staan wij, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van Elohim. Brontekst: δι’ (di’) = door | οὗ (hou) = wie | καὶ (kai) = ook | τὴν (ten) = de | προσαγωγὴν (prosagogen) = toegang | ἐσχήκαμεν (eschekamen) = hebben wij gekregen | τῇ (te) = het | πίστει (pistei) = geloof | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = genade | ταύτην (tauten) = deze | ἐν (en) = in | ᾗ (he) = welke | ἑστήκαμεν (hestekamen) = staan wij | καὶ (kai) = en | καυχώμεθα (kauchometha) = roemen wij | ἐπ’ (ep’) = in | ἐλπίδι (elpidi) = hoop | τῆς (tes) = de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσαγωγή (prosagoge), ‘toegang’: de toegang tot een koning of tot een heiligdom. ἑστήκαμεν (hestekamen), ‘wij staan’: de Griekse vorm zegt dat wij gaan staan en nu staan. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’: zich beroemen, zich laten voorstaan op, trots zijn op; zo ook in Gal. 6:14. De ‘heerlijkheid van Elohim’ is hier iets waarop wij hopen. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:14. Zie ook: Gal 6:14 **5:3** Niet alleen dat, maar wij roemen ook in de verdrukkingen. Wij weten immers dat verdrukking volharding voortbrengt. Brontekst: οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | δέ (de) = maar | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | καυχώμεθα (kauchometha) = roemen wij | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | θλίψεσιν (thlipsesin) = verdrukkingen | εἰδότες (eidotes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | ἡ (he) = de | θλῖψις (thlipsis) = verdrukking | ὑπομονὴν (hypomonen) = volharding | κατεργάζεται (katergazetai) = voortbrengt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: druk, benauwdheid. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’: standhouden onder druk. κατεργάζομαι (katergazomai), ‘voortbrengen, tot stand brengen’. Het Grieks heeft ‘wetend dat’ (εἰδότες); wij maken er een eigen zin van. Voetnoot : Zie ook Jak. 1:2–4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καυχώμεθα (kauchometha) een variant. Wij volgen de SBLGNT: ‘wij roemen’. Zie ook: Jak 1:2–4 **5:4** De volharding brengt bewezen echtheid voort en de bewezen echtheid hoop. Brontekst: ἡ (he) = de | δὲ (de) = en | ὑπομονὴ (hypomone) = volharding | δοκιμήν (dokimen) = bewezen echtheid | ἡ (he) = de | δὲ (de) = en | δοκιμὴ (dokime) = bewezen echtheid | ἐλπίδα (elpida) = hoop Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκιμή (dokime), ‘bewezen echtheid’: het resultaat van een beproeving, zoals goud dat in het vuur getest is en echt blijkt. Het woord komt ook in 2 Kor. 2:9 en 8:2 voor. Voetnoot : Zie ook Jak. 1:3; 2 Kor. 8:2. Zie ook: Jak 1:3; 2 Kor 2:9; 2 Kor 8:2 **5:5** En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van Elohim in onze harten is uitgegoten door de Heilige Geest die ons gegeven is. Brontekst: ἡ (he) = de | δὲ (de) = en | ἐλπὶς (elpis) = hoop | οὐ (ou) = niet | καταισχύνει (kataischynei) = beschaamt | ὅτι (hoti) = omdat | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐκκέχυται (ekkechytai) = is uitgegoten | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | καρδίαις (kardiais) = harten | ἡμῶν (hemon) = onze | διὰ (dia) = door | πνεύματος (pneumatos) = Geest | ἁγίου (hagiou) = Heilige | τοῦ (tou) = die | δοθέντος (dothentos) = gegeven is | ἡμῖν (hemin) = aan ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγάπη τοῦ θεοῦ (agape tou theou), ‘de liefde van Elohim’: het Grieks kan de liefde van Elohim voor ons bedoelen of onze liefde voor Elohim; vers 8 wijst op het eerste. ἐκχέω (ekcheo), ‘uitgieten’: zo spreken de profeten over de Geest (Joël 3:1, in de Nederlandse telling 2:28). καταισχύνω (kataischyno), ‘beschamen’: te schande maken, teleurstellen. Voetnoot : Zie ook Joël 3:1; Rom. 8:15–16. Zie ook: Joël 3:1; Rom 5:8; Rom 8:15–16 ### De Messias stierf voor ons **5:6** Want toen wij nog zwak waren, is de Messias op de bestemde tijd gestorven voor goddelozen. Brontekst: Ἔτι (Eti) = nog | γὰρ (gar) = want | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ὄντων (onton) = zijnde | ἡμῶν (hemon) = wij | ἀσθενῶν (asthenon) = zwak | ἔτι (eti) = nog | κατὰ (kata) = op | καιρὸν (kairon) = bestemde tijd | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἀσεβῶν (asebon) = goddelozen | ἀπέθανεν (apethanen) = is gestorven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’: machteloos. ἀσεβής (asebes), ‘goddeloos’: wie Elohim niet eert. κατὰ καιρόν (kata kairon), ‘op de bestemde tijd’: op het door Elohim gekozen moment. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in het begin van het vers een variant. Het Grieks heeft tweemaal ἔτι (eti), ‘nog’; wij laten dat in de vertaling samenvallen in ‘toen wij nog zwak waren’. **5:7** Want nauwelijks zal iemand sterven voor een rechtvaardige. Voor de goede durft misschien iemand zelfs te sterven. Brontekst: μόλις (molis) = nauwelijks | γὰρ (gar) = want | ὑπὲρ (hyper) = voor | δικαίου (dikaiou) = een rechtvaardige | τις (tis) = iemand | ἀποθανεῖται (apothaneitai) = zal sterven | ὑπὲρ (hyper) = voor | γὰρ (gar) = immers | τοῦ (tou) = de | ἀγαθοῦ (agathou) = goede | τάχα (tacha) = misschien | τις (tis) = iemand | καὶ (kai) = zelfs | τολμᾷ (tolma) = durft | ἀποθανεῖν (apothanein) = te sterven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δίκαιος (dikaios), ‘rechtvaardige’: iemand die doet wat recht is. ἀγαθός (agathos), ‘goede’: met het lidwoord, ‘de goede’; wie goed is voor anderen. Paulus zet hier het zeldzame tegenover het ongehoorde van het volgende vers. τολμάω (tolmao), ‘durven’. **5:8** Maar Elohim bewijst Zijn eigen liefde voor ons: toen wij nog zondaars waren, is de Messias voor ons gestorven. Brontekst: συνίστησιν (synistesin) = bewijst | δὲ (de) = maar | τὴν (ten) = de | ἑαυτοῦ (heautou) = eigen | ἀγάπην (agapen) = liefde | εἰς (eis) = voor | ἡμᾶς (hemas) = ons | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ὅτι (hoti) = dat | ἔτι (eti) = nog | ἁμαρτωλῶν (hamartolon) = zondaars | ὄντων (onton) = zijnde | ἡμῶν (hemon) = wij | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | ἀπέθανεν (apethanen) = is gestorven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνίστημι (synistemi), ‘bewijzen, aantonen’: laten zien dat iets waar is. ‘Zondaars’ (ἁμαρτωλοί, hamartoloi): mensen die in de macht van de zonde leven. ### Gered en verzoend **5:9** Veel meer dus zullen wij, nu wij door Zijn bloed rechtvaardig verklaard zijn, door Hem van de toorn gered worden. Brontekst: πολλῷ (pollo) = veel | οὖν (oun) = dus | μᾶλλον (mallon) = meer | δικαιωθέντες (dikaiothentes) = rechtvaardig verklaard | νῦν (nyn) = nu | ἐν (en) = door | τῷ (to) = het | αἵματι (haimati) = bloed | αὐτοῦ (autou) = Zijn | σωθησόμεθα (sothesometha) = zullen wij gered worden | δι’ (di’) = door | αὐτοῦ (autou) = Hem | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | ὀργῆς (orges) = toorn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀργή (orge), ‘toorn’: de toorn van Elohim, Zijn oordeel over het onrecht. ‘Door Zijn bloed’: Zijn bloed staat voor Zijn gegeven leven in de dood. σῴζω (sozo), ‘redden’. Voetnoot : Zie ook Rom. 1:18. Zie ook: Rom 1:18 **5:10** Want als wij, toen wij vijanden waren, met Elohim verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, dan zullen wij, nu wij verzoend zijn, veel meer gered worden door Zijn leven. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἐχθροὶ (echthroi) = vijanden | ὄντες (ontes) = zijnde | κατηλλάγημεν (katellagemen) = zijn wij verzoend | τῷ (to) = met | θεῷ (theo) = Elohim | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | θανάτου (thanatou) = dood | τοῦ (tou) = van | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | πολλῷ (pollo) = veel | μᾶλλον (mallon) = meer | καταλλαγέντες (katallagentes) = verzoend zijnde | σωθησόμεθα (sothesometha) = zullen wij gered worden | ἐν (en) = door | τῇ (te) = het | ζωῇ (zoe) = leven | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐχθρός (echthros), ‘vijand’. καταλλάσσω (katallasso), ‘verzoenen’, en καταλλαγή (katallage), ‘verzoening’: van vijand tot vriend maken; zo ook in 2 Kor. 5:18–20. Het Grieks zegt niet dat Elohim de vijand was: de verzoening gaat van Elohim uit. ‘Door Zijn leven’: door het leven van de opgestane Messias. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 5:18–20. Zie ook: 2 Kor 5:18–20 **5:11** Niet alleen dat, maar wij roemen ook in Elohim door onze Heer Yeshua de Messias, door wie wij nu de verzoening hebben ontvangen. Brontekst: οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | δέ (de) = maar | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | καυχώμενοι (kauchomenoi) = roemend | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | δι’ (di’) = door | οὗ (hou) = wie | νῦν (nyn) = nu | τὴν (ten) = de | καταλλαγὴν (katallagen) = verzoening | ἐλάβομεν (elabomen) = ontvingen wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καυχώμενοι (kauchomenoi), ‘roemend’: zie vers 2. De zin loopt in het Grieks door vanuit vers 10; wij maken er een nieuwe zin van. Zie ook: Rom 5:2; Rom 5:10 ### Door één mens: de zonde en de dood **5:12** Daarom: zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, zo is de dood tot alle mensen doorgedrongen, omdat allen gezondigd hebben. Brontekst: Διὰ (Dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | ὥσπερ (hosper) = zoals | δι’ (di’) = door | ἑνὸς (henos) = één | ἀνθρώπου (anthropou) = mens | ἡ (he) = de | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | εἰσῆλθεν (eiselthen) = is gekomen | καὶ (kai) = en | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | εἰς (eis) = tot | πάντας (pantas) = alle | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | διῆλθεν (dielthen) = drong door | ἐφ’ (eph’) = omdat | ᾧ (ho) = (wat) | πάντες (pantes) = allen | ἥμαρτον (hemarton) = zondigden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Met dit vers begint een lange zin die in het Grieks niet afgemaakt wordt: ‘zoals … zo’ wordt in vers 18 opnieuw opgenomen. Wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat. ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’: Paulus spreekt hier over de zonde als een macht die de wereld binnenkomt en daarna met de dood heerst; zo ook in hoofdstuk 6 en 7. ‘Één mens’ is Adam (vers 14). ἐφ᾽ ᾧ (ef ho): wij vertalen ‘omdat’; het kan ook ‘waarop’ of ‘in wie’ betekenen. Het Grieks zegt niet hoe de zonde door Adam bij allen komt. Voetnoot : Zie ook Gen. 3:1–19; 1 Kor. 15:21–22. Zie ook: Gen 3:1–19; 1 Kor 15:21–22; Rom 5:14; Rom 5:18 **5:13** Want tot de wet was er zonde in de wereld. Maar zonde wordt niet aangerekend als er geen wet is. Brontekst: ἄχρι (achri) = tot | γὰρ (gar) = want | νόμου (nomou) = wet | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἦν (en) = was | ἐν (en) = in | κόσμῳ (kosmo) = wereld | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | δὲ (de) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐλλογεῖται (ellogeitai) = wordt aangerekend | μὴ (me) = niet | ὄντος (ontos) = zijnde | νόμου (nomou) = wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νόμος (nomos), ‘wet’: zonder lidwoord; het Hebreeuwse tora betekent ‘onderwijs, instructie’. Vers 14 noemt Mozes: bedoeld is de wet die door Mozes gegeven is. ἐλλογέω (ellogeo), ‘op rekening zetten, aanrekenen’: een boekhoudterm. Voetnoot : Zie ook Exod. 20:1–17. Zie ook: Ex 20:1–17; Rom 5:14 **5:14** Toch heerste de dood van Adam tot Mozes, ook over hen die niet gezondigd hadden naar de gelijkenis van de overtreding van Adam. Hij is een voorafbeelding van Hem die komen zou. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἐβασίλευσεν (ebasileusen) = heerste | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | ἀπὸ (apo) = van | Ἀδὰμ (Adam) = Adam | μέχρι (mechri) = tot | Μωϋσέως (Moyseos) = Mozes | καὶ (kai) = ook | ἐπὶ (epi) = over | τοὺς (tous) = (hen) | μὴ (me) = niet | ἁμαρτήσαντας (hamartesantas) = gezondigd hebbenden | ἐπὶ (epi) = naar | τῷ (to) = de | ὁμοιώματι (homoiomati) = gelijkenis | τῆς (tes) = van de | παραβάσεως (parabaseos) = overtreding | Ἀδάμ (Adam) = Adam | ὅς (hos) = die | ἐστιν (estin) = is | τύπος (typos) = voorafbeelding | τοῦ (tou) = van de | μέλλοντος (mellontos) = komende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἀδάμ (Adam): de eerste mens (Gen. 2–3). ‘Naar de gelijkenis van de overtreding van Adam’: Adam overtrad een uitdrukkelijk gebod (Gen. 2:16–17); wie na Adam en vóór Mozes leefde, kreeg zo’n gebod niet. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: letterlijk ‘een grens overschrijden’; in vers 15 staat een ander woord, παράπτωμα (paraptoma), ‘misstap, val’, dat wij ook met ‘overtreding’ vertalen. τύπος (typos), ‘voorafbeelding’: een afdruk, een model; Adam wijst vooruit naar ‘de komende’, de Messias. De verzen 15–19 zetten Adam en de Messias naast en tegenover elkaar. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:16–17; 1 Kor. 15:21–22; 1 Kor. 15:45–49. Zie ook: Gen 2:16–17; 1 Kor 15:21–22; 1 Kor 15:45–49; Rom 5:15 ### Overtreding en genadegave **5:15** Maar met de genadegave is het niet zoals met de overtreding. Want als de velen gestorven zijn door de overtreding van die ene, dan zijn de genade van Elohim en de gave veel overvloediger geworden voor de velen: de gave in de genade van die ene mens, Yeshua de Messias. Brontekst: Ἀλλ’ (All’) = maar | οὐχ (ouch) = niet | ὡς (hos) = zoals | τὸ (to) = de | παράπτωμα (paraptoma) = overtreding | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | τὸ (to) = de | χάρισμα (charisma) = genadegave | εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | τῷ (to) = door de | τοῦ (tou) = van | ἑνὸς (henos) = die ene | παραπτώματι (paraptomati) = overtreding | οἱ (hoi) = de | πολλοὶ (polloi) = velen | ἀπέθανον (apethanon) = zijn gestorven | πολλῷ (pollo) = veel | μᾶλλον (mallon) = meer | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | δωρεὰ (dorea) = gave | ἐν (en) = in | χάριτι (chariti) = genade | τῇ (te) = die | τοῦ (tou) = van | ἑνὸς (henos) = die ene | ἀνθρώπου (anthropou) = mens | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | εἰς (eis) = voor | τοὺς (tous) = de | πολλοὺς (pollous) = velen | ἐπερίσσευσεν (eperisseusen) = is overvloedig geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: een gave die voortkomt uit χάρις (charis), ‘genade’. δωρεά (dorea), ‘gave’: een vrije, onverdiende schenking. οἱ πολλοί (hoi polloi), ‘de velen’: het Grieks zet ‘de velen’ en ‘alle mensen’ (vers 18) naast elkaar en zegt niet hoe ze zich tot elkaar verhouden. Het Grieks heeft in de tweede helft geen tweede werkwoord; ἐπερίσσευσεν (eperisseusen), ‘is overvloedig geworden’, staat in het enkelvoud. ‘Die ene mens’ is Yeshua de Messias. Zie ook: Rom 5:18 **5:16** En met de gave is het niet zoals met wat door die ene kwam die gezondigd heeft. Want het oordeel kwam uit één tot veroordeling, maar de genadegave uit vele overtredingen tot vrijspraak. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐχ (ouch) = niet | ὡς (hos) = zoals | δι’ (di’) = door | ἑνὸς (henos) = één | ἁμαρτήσαντος (hamartesantos) = gezondigd hebbende | τὸ (to) = de | δώρημα (dorema) = gave | τὸ (to) = het | μὲν (men) = wel | γὰρ (gar) = want | κρίμα (krima) = oordeel | ἐξ (ex) = uit | ἑνὸς (henos) = één | εἰς (eis) = tot | κατάκριμα (katakrima) = veroordeling | τὸ (to) = de | δὲ (de) = maar | χάρισμα (charisma) = genadegave | ἐκ (ek) = uit | πολλῶν (pollon) = vele | παραπτωμάτων (paraptomaton) = overtredingen | εἰς (eis) = tot | δικαίωμα (dikaioma) = vrijspraak Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δώρημα (dorema), ‘gave’. κρίμα (krima), ‘oordeel, vonnis’; κατάκριμα (katakrima), ‘veroordeling’. δικαίωμα (dikaioma), ‘rechtvaardig vonnis, vrijspraak’: de uitkomst van het rechtvaardig verklaren; in vers 18 betekent hetzelfde woord ‘rechtvaardige daad’. Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord; wij vullen ‘kwam’ aan. ἑνός (henos), ‘één’: mannelijk of onzijdig; ‘uit één’ kan ‘uit één mens’ of ‘uit één overtreding’ zijn. Zie ook: Rom 5:18 **5:17** Want als door de overtreding van die ene de dood heeft geheerst door die ene, dan zullen zij die de overvloed van de genade en van de gave van de gerechtigheid ontvangen, veel meer in het leven heersen door de ene, Yeshua de Messias. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | τῷ (to) = door de | τοῦ (tou) = van | ἑνὸς (henos) = die ene | παραπτώματι (paraptomati) = overtreding | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | ἐβασίλευσεν (ebasileusen) = heeft geheerst | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = die | ἑνός (henos) = ene | πολλῷ (pollo) = veel | μᾶλλον (mallon) = meer | οἱ (hoi) = zij die | τὴν (ten) = de | περισσείαν (perisseian) = overvloed | τῆς (tes) = van de | χάριτος (charitos) = genade | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van de | δωρεᾶς (doreas) = gave | τῆς (tes) = van de | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | λαμβάνοντες (lambanontes) = ontvangen | ἐν (en) = in | ζωῇ (zoe) = leven | βασιλεύσουσιν (basileusousin) = zullen heersen | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | ἑνὸς (henos) = ene | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βασιλεύω (basileuo), ‘als koning heersen’. ‘De dood heeft geheerst’: de dood als macht, die door Adam begon te regeren. ‘Door die ene’ is Adam; ‘door de ene, Yeshua de Messias’. De Griekse zin is een voorwaardelijke zin met ‘veel meer’; wij houden hem als één zin. Het Grieks heeft ‘de overvloed van de genade en van de gave van de gerechtigheid’: de gerechtigheid is een gave. De dood heerst dus niet meer over hen: zij zelf ‘zullen heersen in het leven’. ### Één overtreding, één rechtvaardige daad **5:18** Dus, zoals het door één overtreding voor alle mensen tot veroordeling kwam, zo komt het ook door één rechtvaardige daad voor alle mensen tot rechtvaardigverklaring die leven geeft. Brontekst: Ἄρα (Ara) = dus | οὖν (oun) = dan | ὡς (hos) = zoals | δι’ (di’) = door | ἑνὸς (henos) = één | παραπτώματος (paraptomatos) = overtreding | εἰς (eis) = tot | πάντας (pantas) = alle | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | εἰς (eis) = tot | κατάκριμα (katakrima) = veroordeling | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | δι’ (di’) = door | ἑνὸς (henos) = één | δικαιώματος (dikaiomatos) = rechtvaardige daad | εἰς (eis) = tot | πάντας (pantas) = alle | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | εἰς (eis) = tot | δικαίωσιν (dikaiosin) = rechtvaardigverklaring | ζωῆς (zoes) = van leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord; wij vullen ‘kwam’ en ‘komt’ aan. Hier komt de zin van vers 12 tot zijn einde: ‘zoals … zo’. δικαίωμα (dikaioma), ‘rechtvaardige daad’: ook ‘rechtvaardig vonnis’ (vers 16); de daad van de ene is de gehoorzaamheid van de Messias in Zijn dood. δικαίωσις ζωῆς (dikaiosis zoes), ‘rechtvaardigverklaring die leven geeft’: letterlijk ‘rechtvaardigverklaring van leven’. ‘Alle mensen’ volgt het Grieks; het Grieks zegt niet in dit vers wie aan de rechtvaardigverklaring deel krijgen. Zie ook: Rom 5:12; Rom 5:16 **5:19** Want zoals door de ongehoorzaamheid van die ene mens de velen tot zondaars zijn gesteld, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van die ene de velen tot rechtvaardigen gesteld worden. Brontekst: ὥσπερ (hosper) = zoals | γὰρ (gar) = want | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | παρακοῆς (parakoes) = ongehoorzaamheid | τοῦ (tou) = van die | ἑνὸς (henos) = ene | ἀνθρώπου (anthropou) = mens | ἁμαρτωλοὶ (hamartoloi) = zondaars | κατεστάθησαν (katestathesan) = zijn gesteld | οἱ (hoi) = de | πολλοί (polloi) = velen | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | ὑπακοῆς (hypakoes) = gehoorzaamheid | τοῦ (tou) = van die | ἑνὸς (henos) = ene | δίκαιοι (dikaioi) = rechtvaardigen | κατασταθήσονται (katastathesontai) = zullen worden gesteld | οἱ (hoi) = de | πολλοί (polloi) = velen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακοή (parakoe), ‘ongehoorzaamheid’: letterlijk ‘slecht horen’; ὑπακοή (hypakoe), ‘gehoorzaamheid’: ‘luisteren onder’. καθίστημι (kathistemi), ‘stellen, aanstellen’: ‘tot zondaars gesteld’ is: in de positie van zondaars gebracht. Het Grieks heeft ‘de velen’ (zie vers 15). Voetnoot : Zie ook Filip. 2:8. Zie ook: Rom 5:15; Fil 2:8 ### De wet en de genade **5:20** De wet kwam er echter bij, opdat de overtreding zou toenemen. Maar waar de zonde toenam, werd de genade nog veel overvloediger. Brontekst: νόμος (nomos) = wet | δὲ (de) = maar | παρεισῆλθεν (pareiselthen) = kwam erbij | ἵνα (hina) = opdat | πλεονάσῃ (pleonase) = toeneemt | τὸ (to) = de | παράπτωμα (paraptoma) = overtreding | οὗ (hou) = waar | δὲ (de) = maar | ἐπλεόνασεν (epleonasen) = toenam | ἡ (he) = de | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ὑπερεπερίσσευσεν (hypereperisseusen) = werd nog veel overvloediger | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρεισέρχομαι (pareiserchomai), ‘erbij komen, ernaast binnenkomen’: de wet kwam er later bij, na de zonde (vers 13–14). ἵνα (hina), ‘opdat’: het Grieks laat open of het een doel of een gevolg is. πλεονάζω (pleonazo), ‘toenemen’; ὑπερπερισσεύω (hyperperisseuo), ‘nog veel overvloediger worden’. In Rom. 7:7–13 spreekt Paulus verder over de wet en de zonde. Voetnoot : Zie ook Rom. 7:7–13; Gal. 3:19. Zie ook: Gal 3:19; Rom 5:13–14; Rom 7:7–13 **5:21** Opdat, zoals de zonde in de dood heerste, zo ook de genade zou heersen door gerechtigheid tot eeuwig leven, door Yeshua de Messias, onze Heer. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | ὥσπερ (hosper) = zoals | ἐβασίλευσεν (ebasileusen) = heerste | ἡ (he) = de | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | θανάτῳ (thanato) = dood | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | βασιλεύσῃ (basileuse) = zou heersen | διὰ (dia) = door | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | εἰς (eis) = tot | ζωὴν (zoen) = leven | αἰώνιον (aionion) = eeuwig | διὰ (dia) = door | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers is in het Grieks één zin met vers 20; wij hebben ze gesplitst. ‘De zonde heerste in de dood’: de dood is het gebied waarin de zonde regeert; ‘de genade zal heersen door gerechtigheid’. ζωὴ αἰώνιος (zoe aionios), ‘eeuwig leven’. Voetnoot : Zie ook Rom. 6:23. Zie ook: Rom 5:20; Rom 6:23 ## Romeinen 6 _Gedoopt in de dood van de Messias: dood voor de zonde, levend voor Elohim_ ### Moeten wij in de zonde blijven? **6:1** Wat zullen wij dan zeggen? Moeten wij in de zonde blijven, zodat de genade toeneemt? Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἐροῦμεν (eroumen) = zullen wij zeggen | ἐπιμένωμεν (epimenomen) = blijven wij | τῇ (te) = in de | ἁμαρτίᾳ (hamartia) = zonde | ἵνα (hina) = opdat | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | πλεονάσῃ (pleonase) = toeneemt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus vraagt wat uit 5:20 zou volgen: ‘waar de zonde toenam, werd de genade nog veel overvloediger’. De vraag is een tegenwerping; het antwoord staat in vers 2. ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’: ook hier een macht, zoals in hoofdstuk 5. Voetnoot : Zie ook Rom. 5:20. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐπιμένωμεν (epimenomen) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 5:20; Rom 6:2 **6:2** Dat nooit! Wij die voor de zonde gestorven zijn, hoe zouden wij nog in haar leven? Brontekst: μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn | οἵτινες (hoitines) = wij die | ἀπεθάνομεν (apethanomen) = zijn gestorven | τῇ (te) = voor de | ἁμαρτίᾳ (hamartia) = zonde | πῶς (pos) = hoe | ἔτι (eti) = nog | ζήσομεν (zesomen) = zullen wij leven | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’: een scherpe afwijzing, letterlijk ‘dat het niet gebeure’; zo ook in 6:15, in Gal. 2:17 en 3:21. ἀπεθάνομεν τῇ ἁμαρτίᾳ (apethanomen te hamartia), ‘wij zijn voor de zonde gestorven’: de datief kan ‘voor’ of ‘ten opzichte van’ de zonde zijn; Paulus bedoelt dat de macht van de zonde over ons gebroken is. Zie ook: Gal 2:17; Gal 3:21 ### Gedoopt in de dood van de Messias **6:3** Of weten jullie niet dat wij, zovelen als wij gedoopt zijn in de Messias Yeshua, in Zijn dood gedoopt zijn? Brontekst: ἢ (e) = of | ἀγνοεῖτε (agnoeite) = weten jullie niet | ὅτι (hoti) = dat | ὅσοι (hosoi) = zovelen als | ἐβαπτίσθημεν (ebaptisthemen) = wij gedoopt zijn | εἰς (eis) = in | Χριστὸν (Christon) = de Messias | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = de | θάνατον (thanaton) = dood | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐβαπτίσθημεν (ebaptisthemen) = zijn wij gedoopt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’: onderdompelen. εἰς Χριστόν (eis Christon), ‘in de Messias’: ook ‘tot de Messias’; wie gedoopt wordt, wordt met Hem verbonden. ‘Gedoopt in Zijn dood’: verbonden met Zijn dood. Paulus gaat ervan uit dat de lezers dit weten. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:27; Kol. 2:12. Zie ook: Gal 3:27; Kol 2:12 **6:4** Wij zijn dus met Hem begraven door de doop in de dood. Zo zouden ook wij, zoals de Messias door de heerlijkheid van de Vader uit de doden is opgewekt, wandelen in nieuwheid van leven. Brontekst: συνετάφημεν (synetaphemen) = zijn wij met begraven | οὖν (oun) = dus | αὐτῷ (auto) = Hem | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | βαπτίσματος (baptismatos) = doop | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = de | θάνατον (thanaton) = dood | ἵνα (hina) = opdat | ὥσπερ (hosper) = zoals | ἠγέρθη (egerthe) = is opgewekt | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | πατρός (patros) = Vader | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἐν (en) = in | καινότητι (kainoteti) = nieuwheid | ζωῆς (zoes) = van leven | περιπατήσωμεν (peripatesomen) = zouden wandelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνθάπτω (synthapto), ‘met begraven’: de ondergedompelde wordt als het ware met Hem begraven. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: de manier van leven; het Hebreeuwse הָלַךְ (halakh) heeft dezelfde beeldspraak. καινότης (kainotes), ‘nieuwheid’. Wij splitsen de lange Griekse zin; ἵνα (hina) geeft het doel. ‘De heerlijkheid van de Vader’ (δόξα, doxa): Elohims glanzende kracht, waardoor Hij de Messias opwekte. Voetnoot : Zie ook Kol. 2:12; Rom. 8:11. Zie ook: Rom 8:11; Kol 2:12 **6:5** Want als wij vergroeid zijn geworden met de gelijkenis van Zijn dood, dan zullen wij het zeker ook zijn met die van de opstanding. Brontekst: Εἰ (Ei) = als | γὰρ (gar) = want | σύμφυτοι (symphytoi) = vergroeid | γεγόναμεν (gegonamen) = zijn geworden wij | τῷ (to) = met de | ὁμοιώματι (homoiomati) = gelijkenis | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | τῆς (tes) = van de | ἀναστάσεως (anastaseos) = opstanding | ἐσόμεθα (esometha) = zullen wij zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σύμφυτος (symfytos), ‘vergroeid, samen aangegroeid’: zoals een ent aan een stam groeit. τὸ ὁμοίωμα τοῦ θανάτου αὐτοῦ (to homoioma tou thanatou autou), ‘de gelijkenis van Zijn dood’: het Grieks zegt niet precies waar wij mee vergroeid zijn; wij laten het zo staan en vertalen ‘vergroeid met de gelijkenis van Zijn dood’. ἀλλὰ καὶ (alla kai), ‘maar zeker ook’: de opstanding hoort er onlosmakelijk bij. De tijd is toekomend: ‘zullen wij zijn’. **6:6** Dit weten wij: onze oude mens is met Hem gekruisigd, opdat het lichaam van de zonde buiten werking gesteld wordt en wij de zonde niet langer als knechten dienen. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | γινώσκοντες (ginoskontes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = de | παλαιὸς (palaios) = oude | ἡμῶν (hemon) = onze | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | συνεσταυρώθη (synestaurothe) = is met gekruisigd | ἵνα (hina) = opdat | καταργηθῇ (katargethe) = buiten werking gesteld wordt | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | τῆς (tes) = van de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | τοῦ (tou) = opdat | μηκέτι (meketi) = niet langer | δουλεύειν (douleuein) = als knechten dienen | ἡμᾶς (hemas) = wij | τῇ (te) = de | ἁμαρτίᾳ (hamartia) = zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ παλαιὸς ἡμῶν ἄνθρωπος (ho palaios hemon anthropos), ‘onze oude mens’: wie wij waren onder de macht van de zonde. συσταυρόω (systauroo), ‘met gekruisigd worden’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: onwerkzaam maken, zoals in Gal. 3:17. τὸ σῶμα τῆς ἁμαρτίας (to soma tes hamartias), ‘het lichaam van de zonde’: het lichaam zolang de zonde het beheerst. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’: δοῦλος (doulos) betekent letterlijk ‘slaaf’. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:19–20; Gal. 3:17. Zie ook: Gal 2:19–20; Gal 3:17 **6:7** Want wie gestorven is, is van de zonde vrijgesproken. Brontekst: ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | ἀποθανὼν (apothanon) = gestorven | δεδικαίωται (dedikaiotai) = is vrijgesproken | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: in dit vers ‘vrijspreken’; dat is hetzelfde werkwoord als ‘rechtvaardig verklaard’ in 5:1 en 5:9. Wie gestorven is, valt niet meer onder het vonnis van de zonde. Paulus spreekt hier beeldend: wie met de Messias gestorven is, staat vrij. Voetnoot : Zie ook Rom. 5:1. Zie ook: Rom 5:1 **6:8** Maar als wij met de Messias gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ἀπεθάνομεν (apethanomen) = wij zijn gestorven | σὺν (syn) = met | Χριστῷ (Christo) = de Messias | πιστεύομεν (pisteuomen) = geloven wij | ὅτι (hoti) = dat | καὶ (kai) = ook | συζήσομεν (syzesomen) = zullen wij met leven | αὐτῷ (auto) = Hem Bron: SBLGNT **6:9** Wij weten dat de Messias, uit de doden opgewekt, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem. Brontekst: εἰδότες (eidotes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἐγερθεὶς (egertheis) = opgewekt | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | ἀποθνῄσκει (apothneskei) = sterft | θάνατος (thanatos) = dood | αὐτοῦ (autou) = over Hem | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | κυριεύει (kyrieuei) = heerst Bron: SBLGNT **6:10** Want de dood die Hij gestorven is, is Hij eens voor altijd voor de zonde gestorven. Het leven dat Hij leeft, leeft Hij voor Elohim. Brontekst: ὃ (ho) = wat | γὰρ (gar) = want | ἀπέθανεν (apethanen) = Hij is gestorven | τῇ (te) = voor de | ἁμαρτίᾳ (hamartia) = zonde | ἀπέθανεν (apethanen) = is Hij gestorven | ἐφάπαξ (ephapax) = eens voor altijd | ὃ (ho) = wat | δὲ (de) = maar | ζῇ (ze) = Hij leeft | ζῇ (ze) = leeft Hij | τῷ (to) = voor | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐφάπαξ (efapax), ‘eens voor altijd’: een eenmalige gebeurtenis die niet herhaald wordt. De dood en het leven van de Messias zijn beide ‘voor’ (datief): de zonde en Elohim. **6:11** Zo ook jullie: reken jullie zelf dood voor de zonde, maar levend voor Elohim, in de Messias Yeshua. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | λογίζεσθε (logizesthe) = reken | ἑαυτοὺς (heautous) = jullie zelf | εἶναι (einai) = te zijn | νεκροὺς (nekrous) = dood | μὲν (men) = wel | τῇ (te) = voor de | ἁμαρτίᾳ (hamartia) = zonde | ζῶντας (zontas) = levend | δὲ (de) = maar | τῷ (to) = voor | θεῷ (theo) = Elohim | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen’: tellen, vaststellen; hetzelfde woord als ‘toerekenen’ in Gal. 3:6. Het is een gebod aan de lezers, geen mededeling. ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ (en Christo Iesou), ‘in de Messias Yeshua’: verbonden met Hem. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘te zijn’ (εἶναι), ‘wel’ (μέν) en ‘Yeshua’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gal 3:6 ### Laat de zonde niet heersen **6:12** Laat de zonde dus niet heersen in jullie sterfelijk lichaam, zodat jullie de begeerten ervan gehoorzamen. Brontekst: Μὴ (Me) = niet | οὖν (oun) = dus | βασιλευέτω (basileueto) = laat heersen | ἡ (he) = de | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | θνητῷ (thneto) = sterfelijk | ὑμῶν (hymon) = jullie | σώματι (somati) = lichaam | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ὑπακούειν (hypakouein) = gehoorzamen | ταῖς (tais) = de | ἐπιθυμίαις (epithymiais) = begeerten | αὐτοῦ (autou) = ervan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βασιλεύω (basileuo), ‘als koning heersen’: zoals in 5:14, 5:17 en 5:21. θνητός (thnetos), ‘sterfelijk’. ‘De begeerten ervan’ (ταῖς ἐπιθυμίαις αὐτοῦ, tais epithymiais autou): αὐτοῦ is mannelijk of onzijdig en wijst terug op het lichaam (σῶμα is onzijdig); ἁμαρτία is vrouwelijk. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὑπακούειν (hypakouein) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **6:13** Stel ook jullie ledematen niet als wapens van onrecht ter beschikking van de zonde. Stel juist jullie zelf ter beschikking van Elohim, als mensen die uit de doden levend zijn, en jullie ledematen als wapens van gerechtigheid ter beschikking van Elohim. Brontekst: μηδὲ (mede) = ook niet | παριστάνετε (paristanete) = stelt ter beschikking | τὰ (ta) = de | μέλη (mele) = ledematen | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὅπλα (hopla) = wapens | ἀδικίας (adikias) = van onrecht | τῇ (te) = aan de | ἁμαρτίᾳ (hamartia) = zonde | ἀλλὰ (alla) = maar | παραστήσατε (parastesate) = stel ter beschikking | ἑαυτοὺς (heautous) = jullie zelf | τῷ (to) = aan | θεῷ (theo) = Elohim | ὡσεὶ (hosei) = als | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | ζῶντας (zontas) = levenden | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | μέλη (mele) = ledematen | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὅπλα (hopla) = wapens | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = van gerechtigheid | τῷ (to) = aan | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μέλος (melos), ‘lid, ledemaat’: de delen van het lichaam. ὅπλον (hoplon), ‘wapen’: ook ‘gereedschap, werktuig’. παρίστημι (paristemi), ‘ter beschikking stellen’: zoals men iets voor een koning neerzet om hem te dienen. ἀδικία (adikia), ‘onrecht’; δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. ‘Als mensen die uit de doden levend zijn’: levend geworden na de dood. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὡσεί (hosei) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **6:14** Want de zonde zal niet over jullie heersen, want jullie zijn niet onder de wet, maar onder de genade. Brontekst: ἁμαρτία (hamartia) = zonde | γὰρ (gar) = want | ὑμῶν (hymon) = over jullie | οὐ (ou) = niet | κυριεύσει (kyrieusei) = zal heersen | οὐ (ou) = niet | γάρ (gar) = want | ἐστε (este) = zijn jullie | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet | ἀλλὰ (alla) = maar | ὑπὸ (hypo) = onder | χάριν (charin) = genade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπὸ νόμον (hypo nomon), ‘onder de wet’: onder het gezag van de wet; νόμος (nomos), ‘wet’: Hebr. tora, ‘onderwijs, instructie’. ὑπὸ χάριν (hypo charin), ‘onder de genade’. Paulus noemt hier niet wat dat voor de wet zelf betekent; hij schrijft het in 7:1–6 en 8:1–4 verder uit. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:18; Rom. 7:1–6. Zie ook: Gal 5:18; Rom 7:1–6 ### Knechten van de zonde of van de gehoorzaamheid **6:15** Wat dan? Zullen wij zondigen omdat wij niet onder de wet zijn, maar onder de genade? Dat nooit! Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἁμαρτήσωμεν (hamartesomen) = zullen wij zondigen | ὅτι (hoti) = omdat | οὐκ (ouk) = niet | ἐσμὲν (esmen) = zijn wij | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet | ἀλλὰ (alla) = maar | ὑπὸ (hypo) = onder | χάριν (charin) = genade | μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De vraag lijkt op die van vers 1, maar nu uit de gedachte ‘niet onder de wet’ (vers 14). ἁμαρτάνω (hamartano), ‘zondigen’: letterlijk ‘het doel missen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἁμαρτήσωμεν (hamartesomen) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 6:1; Rom 6:14 **6:16** Weten jullie niet dat jullie de knechten zijn van wie jullie jullie zelf als knechten ter beschikking stellen om te gehoorzamen? Jullie zijn knechten van wie jullie gehoorzamen: ofwel van de zonde, tot de dood, ofwel van de gehoorzaamheid, tot gerechtigheid. Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | ᾧ (ho) = aan wie | παριστάνετε (paristanete) = stellen jullie ter beschikking | ἑαυτοὺς (heautous) = jullie zelf | δούλους (doulous) = als knechten | εἰς (eis) = tot | ὑπακοήν (hypakoen) = gehoorzaamheid | δοῦλοί (douloi) = knechten | ἐστε (este) = zijn jullie | ᾧ (ho) = van wie | ὑπακούετε (hypakouete) = jullie gehoorzamen | ἤτοι (etoi) = ofwel | ἁμαρτίας (hamartias) = van de zonde | εἰς (eis) = tot | θάνατον (thanaton) = dood | ἢ (e) = of | ὑπακοῆς (hypakoes) = van gehoorzaamheid | εἰς (eis) = tot | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’, iemand die het eigendom van een heer is. Paulus zet twee heren naast elkaar: de zonde, die tot de dood leidt, en de gehoorzaamheid, die tot gerechtigheid leidt. ὑπακοή (hypakoe), ‘gehoorzaamheid’: zoals in 5:19. **6:17** Maar dank aan Elohim: jullie waren knechten van de zonde, maar jullie zijn uit het hart gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van onderricht waaraan jullie overgegeven zijn. Brontekst: χάρις (charis) = dank | δὲ (de) = maar | τῷ (to) = aan | θεῷ (theo) = Elohim | ὅτι (hoti) = dat | ἦτε (ete) = waren jullie | δοῦλοι (douloi) = knechten | τῆς (tes) = van de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | ὑπηκούσατε (hypekousate) = maar jullie zijn gehoorzaam geworden | δὲ (de) = maar | ἐκ (ek) = uit | καρδίας (kardias) = hart | εἰς (eis) = aan | ὃν (hon) = welk | παρεδόθητε (paredothete) = zijn jullie overgegeven | τύπον (typon) = voorbeeld | διδαχῆς (didaches) = van onderricht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις τῷ θεῷ (charis to theo), ‘dank aan Elohim’: χάρις (charis) betekent hier ‘dank’, niet ‘genade’. τύπος διδαχῆς (typos didaches), ‘voorbeeld van onderricht’: een gietvorm of model van de leer; het Grieks zegt niet welke leer bedoeld is. ‘Waaraan jullie overgegeven zijn’ (παρεδόθητε, paredothete): het onderricht is een vorm waarin zij gegoten zijn. **6:18** Van de zonde vrijgemaakt, zijn jullie knechten geworden van de gerechtigheid. Brontekst: ἐλευθερωθέντες (eleutherothentes) = vrijgemaakt | δὲ (de) = maar | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | ἐδουλώθητε (edoulothete) = zijn jullie knechten geworden | τῇ (te) = aan de | δικαιοσύνῃ (dikaiosyne) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλευθερόω (eleutheroo), ‘vrijmaken’; ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrije’. δουλόω (douloo), ‘tot knecht maken’. Wie vrij is van de zonde, is knecht van de gerechtigheid: een nieuwe heer, geen onafhankelijkheid. **6:19** Ik spreek menselijk, vanwege de zwakheid van jullie vlees. Want zoals jullie jullie ledematen als knechten hebben gesteld in dienst van de onreinheid en de wetteloosheid, tot wetteloosheid; zo stel nu jullie ledematen als knechten in dienst van de gerechtigheid, tot heiliging. Brontekst: ἀνθρώπινον (anthropinon) = menselijk | λέγω (lego) = ik spreek | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = de | ἀσθένειαν (astheneian) = zwakheid | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὥσπερ (hosper) = zoals | γὰρ (gar) = want | παρεστήσατε (parestesate) = hebben jullie gesteld | τὰ (ta) = de | μέλη (mele) = ledematen | ὑμῶν (hymon) = jullie | δοῦλα (doula) = als knechten | τῇ (te) = aan de | ἀκαθαρσίᾳ (akatharsia) = onreinheid | καὶ (kai) = en | τῇ (te) = aan de | ἀνομίᾳ (anomia) = wetteloosheid | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | ἀνομίαν (anomian) = wetteloosheid | οὕτως (houtos) = zo | νῦν (nyn) = nu | παραστήσατε (parastesate) = stel | τὰ (ta) = de | μέλη (mele) = ledematen | ὑμῶν (hymon) = jullie | δοῦλα (doula) = als knechten | τῇ (te) = aan de | δικαιοσύνῃ (dikaiosyne) = gerechtigheid | εἰς (eis) = tot | ἁγιασμόν (hagiasmon) = heiliging Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνθρώπινον λέγω (anthropinon lego), ‘ik spreek menselijk’: Paulus gebruikt het beeld van knechtschap omdat zijn lezers zo’n beeld begrijpen; het beeld schiet tekort. ἀσθένεια τῆς σαρκός (astheneia tes sarkos), ‘zwakheid van het vlees’: σάρξ (sarx), ‘vlees’, is hier de zwakke menselijke natuur, niet alleen het lichaam (zoals in Gal. 3:3). ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’; ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’: zonder wet leven. ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’: toegewijd zijn aan Elohim. Zie ook: Gal 3:3 ### De vrucht en het einde **6:20** Want toen jullie knechten van de zonde waren, waren jullie vrij ten opzichte van de gerechtigheid. Brontekst: Ὅτε (Hote) = toen | γὰρ (gar) = want | δοῦλοι (douloi) = knechten | ἦτε (ete) = waren jullie | τῆς (tes) = van de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | ἐλεύθεροι (eleutheroi) = vrij | ἦτε (ete) = waren jullie | τῇ (te) = ten opzichte van de | δικαιοσύνῃ (dikaiosyne) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλεύθεροι τῇ δικαιοσύνῃ (eleutheroi te dikaiosyne), ‘vrij ten opzichte van de gerechtigheid’: zij dienden de gerechtigheid niet. Voor de zonde waren zij geen vrije, maar voor de gerechtigheid wel. **6:21** Welke vrucht hadden jullie toen? Dingen waarvoor jullie je nu schamen. Want het einde van die dingen is de dood. Brontekst: τίνα (tina) = welke | οὖν (oun) = dan | καρπὸν (karpon) = vrucht | εἴχετε (eichete) = hadden jullie | τότε (tote) = toen | ἐφ’ (eph’) = waarvoor | οἷς (hois) = die | νῦν (nyn) = nu | ἐπαισχύνεσθε (epaischynesthe) = schamen jullie je | τὸ (to) = het | γὰρ (gar) = want | τέλος (telos) = einde | ἐκείνων (ekeinon) = van die | θάνατος (thanatos) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καρπός (karpos), ‘vrucht’: wat een leven oplevert. ἐπαισχύνομαι (epaischynomai), ‘zich schamen’. τέλος (telos), ‘einde, uitkomst’: waar het op uitloopt. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:19–23. Zie ook: Gal 5:19–23 **6:22** Nu echter, van de zonde vrijgemaakt en knechten van Elohim geworden, hebben jullie jullie vrucht tot heiliging, en het einde is eeuwig leven. Brontekst: νυνὶ (nyni) = nu | δέ (de) = echter | ἐλευθερωθέντες (eleutherothentes) = vrijgemaakt | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | δουλωθέντες (doulothentes) = tot knechten gemaakt | δὲ (de) = maar | τῷ (to) = aan | θεῷ (theo) = Elohim | ἔχετε (echete) = hebben jullie | τὸν (ton) = de | καρπὸν (karpon) = vrucht | ὑμῶν (hymon) = jullie | εἰς (eis) = tot | ἁγιασμόν (hagiasmon) = heiliging | τὸ (to) = het | δὲ (de) = en | τέλος (telos) = einde | ζωὴν (zoen) = leven | αἰώνιον (aionion) = eeuwig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νυνὶ δέ (nuni de), ‘nu echter’: een scherpe tegenstelling met ‘toen’ (vers 21). ζωὴ αἰώνιος (zoe aionios), ‘eeuwig leven’: leven dat blijft, het leven van de komende tijd. Zie ook: Rom 6:21 **6:23** Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van Elohim is eeuwig leven in de Messias Yeshua, onze Heer. Brontekst: τὰ (ta) = het | γὰρ (gar) = want | ὀψώνια (opsonia) = loon | τῆς (tes) = van de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | θάνατος (thanatos) = dood | τὸ (to) = de | δὲ (de) = maar | χάρισμα (charisma) = genadegave | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ζωὴ (zoe) = leven | αἰώνιος (aionios) = eeuwig | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τῷ (to) = de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀψώνια (opsonia), ‘loon’: de soldij van een soldaat; het loon dat de zonde als werkgever betaalt. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: een gave die niet verdiend is, tegenover het loon. ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ τῷ κυρίῳ ἡμῶν: ‘in de Messias Yeshua, onze Heer’. Voetnoot : Zie ook Rom. 5:21. Zie ook: Rom 5:21 ## Romeinen 7 _Vrij van de wet door de dood van de Messias; de wet, de zonde en het ‘ik’_ ### Het huwelijk als beeld: vrij van de wet **7:1** Of weten jullie niet, broers – ik spreek immers tot mensen die de wet kennen – dat de wet over de mens heerst zolang hij leeft? Brontekst: Ἢ (E) = of | ἀγνοεῖτε (agnoeite) = weten jullie niet | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | γινώσκουσιν (ginoskousin) = die kennen | γὰρ (gar) = want | νόμον (nomon) = wet | λαλῶ (lalo) = ik spreek | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | κυριεύει (kyrieuei) = heerst | τοῦ (tou) = over de | ἀνθρώπου (anthropou) = mens | ἐφ’ (eph’) = voor | ὅσον (hoson) = zolang als | χρόνον (chronon) = tijd | ζῇ (ze) = hij leeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. γινώσκουσιν νόμον (ginoskousin nomon), ‘die de wet kennen’: het Grieks heeft hier geen lidwoord bij ‘wet’; Paulus spreekt tot mensen die weten wat een wet is, en hij gebruikt in de verzen 2–3 een voorbeeld uit het huwelijk. Hij zegt niet welke wet hij hier bedoelt; wij vertalen overal ‘de wet’ (νόμος, nomos; Hebr. tora, ‘onderwijs, instructie’). κυριεύω (kyrieuo), ‘heer zijn over, heersen’. Voetnoot : Zie ook Rom. 6:14. Zie ook: Rom 6:14 **7:2** Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de levende man. Maar als de man sterft, is zij ten aanzien van de wet van de man buiten werking gesteld. Brontekst: ἡ (he) = de | γὰρ (gar) = want | ὕπανδρος (hypandros) = gehuwde | γυνὴ (gyne) = vrouw | τῷ (to) = aan de | ζῶντι (zonti) = levende | ἀνδρὶ (andri) = man | δέδεται (dedetai) = is gebonden | νόμῳ (nomo) = door de wet | ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | ἀποθάνῃ (apothane) = sterft | ὁ (ho) = de | ἀνήρ (aner) = man | κατήργηται (katergetai) = is buiten werking gesteld | ἀπὸ (apo) = ten aanzien van | τοῦ (tou) = de | νόμου (nomou) = wet | τοῦ (tou) = van de | ἀνδρός (andros) = man Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὕπανδρος (hypandros), ‘gehuwd’: letterlijk ‘onder een man’. δέδεται (dedetai), ‘is gebonden’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: ook in 6:6 en 7:6. Letterlijk staat er: ‘zij is buiten werking gesteld van de wet van de man’; bedoeld is dat de wet geen greep meer op haar heeft. Paulus gebruikt hier één voorbeeld van een wet, het huwelijk; het gaat hem om het beginsel dat de dood een band verbreekt. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 7:39. Zie ook: 1 Kor 7:39 **7:3** Dus zal zij, zolang de man leeft, een overspelige genoemd worden als zij een andere man toebehoort. Maar als de man sterft, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij een andere man toebehoort. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | οὖν (oun) = dan | ζῶντος (zontos) = levend | τοῦ (tou) = de | ἀνδρὸς (andros) = man | μοιχαλὶς (moichalis) = overspelige | χρηματίσει (chrematisei) = zal genoemd worden | ἐὰν (ean) = als | γένηται (genetai) = zij wordt | ἀνδρὶ (andri) = aan man | ἑτέρῳ (hetero) = een andere | ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | ἀποθάνῃ (apothane) = sterft | ὁ (ho) = de | ἀνήρ (aner) = man | ἐλευθέρα (eleuthera) = vrij | ἐστὶν (estin) = is zij | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | νόμου (nomou) = wet | τοῦ (tou) = zodat | μὴ (me) = niet | εἶναι (einai) = te zijn | αὐτὴν (auten) = zij | μοιχαλίδα (moichalida) = overspelige | γενομένην (genomenen) = geworden zijnde | ἀνδρὶ (andri) = aan man | ἑτέρῳ (hetero) = een andere Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρηματίζω (chrematizo), ‘genoemd worden, de naam dragen’. μοιχαλίς (moichalis), ‘overspelige’ (vrouw): iemand die overspel pleegt. Het voorbeeld sluit aan bij de wet over het overspel, Exod. 20:14 en Lev. 20:10. Voetnoot : Zie ook Exod. 20:14; Lev. 20:10; 1 Kor. 7:39. Zie ook: Ex 20:14; Lev 20:10; 1 Kor 7:39 **7:4** Zo zijn ook jullie, mijn broers, voor de wet gedood door het lichaam van de Messias. Zo zouden jullie van een ander worden, van Hem die uit de doden is opgewekt, opdat wij vrucht dragen voor Elohim. Brontekst: Ὥστε (Hoste) = zo | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐθανατώθητε (ethanatothete) = zijn gedood | τῷ (to) = voor de | νόμῳ (nomo) = wet | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = het | σώματος (somatos) = lichaam | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | εἰς (eis) = zodat | τὸ (to) = het | γενέσθαι (genesthai) = worden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἑτέρῳ (hetero) = aan een andere | τῷ (to) = aan Hem die | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | ἐγερθέντι (egerthenti) = is opgewekt | ἵνα (hina) = opdat | καρποφορήσωμεν (karpophoresomen) = wij vrucht dragen | τῷ (to) = voor | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐθανατώθητε τῷ νόμῳ (ethanatothete to nomo), ‘jullie zijn voor de wet gedood’: de datief kan ‘voor’ of ‘ten aanzien van’ de wet zijn; vergelijk 6:2, ‘voor de zonde gestorven’. ‘Het lichaam van de Messias’ is Zijn lichaam aan het kruis. Het beeld sluit aan: de gehuwde vrouw wordt vrij door de dood van haar man, en de lezers worden vrij doordat zij met de Messias gestorven zijn. ἑτέρῳ (hetero), ‘een ander’: de Messias, die is opgewekt. καρποφορέω (karpoforeo), ‘vrucht dragen’. Voetnoot : Zie ook Rom. 6:3–7. Zie ook: Rom 6:3–7 **7:5** Want toen wij in het vlees waren, werkten de hartstochten van de zonden, die door de wet kwamen, in onze ledematen. Zo droegen wij vrucht voor de dood. Brontekst: ὅτε (hote) = toen | γὰρ (gar) = want | ἦμεν (emen) = waren wij | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | σαρκί (sarki) = vlees | τὰ (ta) = de | παθήματα (pathemata) = hartstochten | τῶν (ton) = van de | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | τὰ (ta) = die | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | νόμου (nomou) = wet | ἐνηργεῖτο (energeito) = werkten | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | μέλεσιν (melesin) = ledematen | ἡμῶν (hemon) = onze | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | καρποφορῆσαι (karpophoresai) = vrucht dragen | τῷ (to) = voor de | θανάτῳ (thanato) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σάρξ (sarx), ‘vlees’: de zwakke aardse mens, niet alleen het lichaam; ‘in het vlees zijn’ is: leven onder de macht van het vlees. πάθημα (pathema), ‘hartstocht’: letterlijk ‘lijden, ondergane drift’. ἁμαρτίαι (hamartiai), ‘zonden’: hier staat het meervoud. ἐνεργέω (energeo), ‘werken, actief zijn’. μέλος (melos), ‘lid, ledemaat’. Wij splitsen de lange Griekse zin; εἰς τὸ (eis to) geeft doel of gevolg. ‘Vrucht dragen voor de dood’: tegenover ‘vrucht dragen voor Elohim’ in vers 4. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:19–21. Zie ook: Gal 5:19–21; Rom 7:4 **7:6** Maar nu zijn wij ten aanzien van de wet buiten werking gesteld, gestorven voor datgene waarin wij vastgehouden werden. Zo dienen wij als knechten in nieuwheid van de Geest en niet in oudheid van de letter. Brontekst: νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | κατηργήθημεν (katergethemen) = zijn wij buiten werking gesteld | ἀπὸ (apo) = ten aanzien van | τοῦ (tou) = de | νόμου (nomou) = wet | ἀποθανόντες (apothanontes) = gestorven zijnde | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | κατειχόμεθα (kateichometha) = werden wij vastgehouden | ὥστε (hoste) = zodat | δουλεύειν (douleuein) = als knechten dienen | ἡμᾶς (hemas) = wij | ἐν (en) = in | καινότητι (kainoteti) = nieuwheid | πνεύματος (pneumatos) = van Geest | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | παλαιότητι (palaioteti) = oudheid | γράμματος (grammatos) = van letter Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νυνὶ δέ (nuni de), ‘maar nu’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: ook in 7:2; zo vertalen wij overal. ἐν ᾧ κατειχόμεθα (en ho kateichometha), ‘waarin wij vastgehouden werden’: wat ons vasthield, waarschijnlijk de wet. γράμμα (gramma), ‘letter’: het geschrevene; πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’: wij schrijven met een hoofdletter, de Geest van Elohim; het Grieks kan ook ‘geest’ zijn. ‘Nieuwheid’ (καινότης) staat ook in 6:4. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 3:6; Rom. 2:29. Zie ook: 2 Kor 3:6; Rom 2:29 ### De wet en de zonde **7:7** Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat nooit! Maar de zonde heb ik niet gekend dan door de wet. Want ook de begeerte had ik niet gekend, als de wet niet had gezegd: „Je zult niet begeren.” Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἐροῦμεν (eroumen) = zullen wij zeggen | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | τὴν (ten) = de | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | οὐκ (ouk) = niet | ἔγνων (egnon) = heb ik gekend | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | διὰ (dia) = door | νόμου (nomou) = wet | τήν (ten) = de | τε (te) = ook | γὰρ (gar) = want | ἐπιθυμίαν (epithymian) = begeerte | οὐκ (ouk) = niet | ᾔδειν (edein) = had ik gekend | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | ἔλεγεν (elegen) = zei | Οὐκ (Ouk) = niet | ἐπιθυμήσεις (epithymeseis) = je zult begeren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vanaf dit vers tot en met vers 25 spreekt Paulus met het Griekse woord ‘ik’ (ἐγώ, ego). Wij laten dat ‘ik’ staan en zeggen er niet bij wie ermee bedoeld wordt. In de verzen 7–13 staan de werkwoorden in een verleden tijd, vanaf vers 14 in de tegenwoordige tijd. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’. Aanhaling van Exod. 20:17 en Deut. 5:21 (de laatste van de tien woorden): ‘Je zult niet begeren’. In ons Hebreeuws volgt in Exod. 20:17 een lange opsomming (het huis van je naaste, zijn vrouw, enzovoort); Paulus noemt alleen het werkwoord zonder voorwerp. Deze woorden zijn in Exodus en Deuteronomium woorden van Elohim zelf, maar hier haalt Paulus ze aan als wat ‘de wet zei’; daarom staan ze zwart. μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’ Voetnoot : Zie ook Exod. 20:17; Deut. 5:21. Zie ook: Ex 20:17; Deut 5:21; Rom 7:14; Rom 7:25 **7:8** Maar de zonde greep door het gebod een aanleiding en bracht in mij allerlei begeerte tot stand. Want zonder wet is de zonde dood. Brontekst: ἀφορμὴν (aphormen) = aanleiding | δὲ (de) = maar | λαβοῦσα (labousa) = genomen hebbende | ἡ (he) = de | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | ἐντολῆς (entoles) = gebod | κατειργάσατο (kateirgasato) = bracht tot stand | ἐν (en) = in | ἐμοὶ (emoi) = mij | πᾶσαν (pasan) = alle | ἐπιθυμίαν (epithymian) = begeerte | χωρὶς (choris) = zonder | γὰρ (gar) = want | νόμου (nomou) = wet | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | νεκρά (nekra) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀφορμή (aforme), ‘aanleiding’: letterlijk een steunpunt of uitvalsbasis van waaruit men iets onderneemt. De zonde wordt hier als een persoon voorgesteld die van het gebod gebruik maakt. ἐντολή (entole), ‘gebod’: hier het gebod uit vers 7. κατεργάζομαι (katergazomai), ‘tot stand brengen, bewerken’. ‘Zonder wet is de zonde dood’: zonder wet is de zonde onwerkzaam; vergelijk 4:15 en 5:13. Voetnoot : Zie ook Rom. 5:13. Zie ook: Rom 5:13; Rom 7:7 **7:9** Ik leefde eens zonder wet. Maar toen het gebod kwam, kwam de zonde weer tot leven. Brontekst: ἐγὼ (ego) = ik | δὲ (de) = echter | ἔζων (ezon) = leefde | χωρὶς (choris) = zonder | νόμου (nomou) = wet | ποτέ (pote) = eens | ἐλθούσης (elthouses) = gekomen zijnde | δὲ (de) = echter | τῆς (tes) = het | ἐντολῆς (entoles) = gebod | ἡ (he) = de | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἀνέζησεν (anezesen) = kwam weer tot leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναζάω (anazao), ‘weer tot leven komen’: de zonde, die ‘dood’ was (vers 8), komt tot leven. Het Grieks heeft ‘ik’ nadrukkelijk (ἐγώ): ‘ik, ik leefde eens zonder wet’. Het Grieks zegt niet wanneer dat ‘eens’ was. Zie ook: Rom 7:8 **7:10** Ik echter stierf, en het gebod dat tot leven was, bleek mij tot de dood te zijn. Brontekst: ἐγὼ (ego) = ik | δὲ (de) = echter | ἀπέθανον (apethanon) = stierf | καὶ (kai) = en | εὑρέθη (heurethe) = bleek | μοι (moi) = voor mij | ἡ (he) = het | ἐντολὴ (entole) = gebod | ἡ (he) = dat | εἰς (eis) = tot | ζωὴν (zoen) = leven | αὕτη (haute) = dit | εἰς (eis) = tot | θάνατον (thanaton) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπέθανον (apethanon), ‘ik stierf’. De zin ‘het gebod dat tot leven was’ (ἡ εἰς ζωήν) sluit aan bij Lev. 18:5: ‘de mens die ze doet, zal erdoor leven’. Zo wordt dat gebod hier ervaren als ‘tot de dood’. Voetnoot : Zie ook Lev. 18:5; Gal. 3:12. Zie ook: Lev 18:5; Gal 3:12 **7:11** Want de zonde greep door het gebod een aanleiding, misleidde mij en doodde mij daardoor. Brontekst: ἡ (he) = de | γὰρ (gar) = want | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἀφορμὴν (aphormen) = aanleiding | λαβοῦσα (labousa) = genomen hebbende | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | ἐντολῆς (entoles) = gebod | ἐξηπάτησέν (exepatesen) = misleidde | με (me) = mij | καὶ (kai) = en | δι’ (di’) = door | αὐτῆς (autes) = dit | ἀπέκτεινεν (apekteinen) = doodde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξαπατάω (exapatao), ‘misleiden, bedriegen’: hetzelfde werkwoord als voor het misleiden van Eva door de slang in 2 Kor. 11:3. ἀποκτείνω (apokteino), ‘doden’. Voetnoot : Zie ook Gen. 3:13; 2 Kor. 11:3. Zie ook: Gen 3:13; 2 Kor 11:3 **7:12** Zo is de wet wel heilig, en het gebod heilig, rechtvaardig en goed. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | ὁ (ho) = de | μὲν (men) = wel | νόμος (nomos) = wet | ἅγιος (hagios) = heilig | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | ἐντολὴ (entole) = gebod | ἁγία (hagia) = heilig | καὶ (kai) = en | δικαία (dikaia) = rechtvaardig | καὶ (kai) = en | ἀγαθή (agathe) = goed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus antwoordt op de vraag van vers 7: de wet is niet zonde, maar ‘heilig’; het gebod is ‘heilig, rechtvaardig en goed’. ἅγιος (hagios), ‘heilig’: apart gezet voor Elohim. μέν (men), ‘wel’: het stelt de wet tegenover de zonde in vers 13. Zie ook: Rom 7:7; Rom 7:13 **7:13** Is dan het goede voor mij de dood geworden? Dat nooit! Maar de zonde, opdat zij als zonde zichtbaar zou worden, bracht mij door het goede de dood voort. Zo zou de zonde door het gebod bovenmate zondig worden. Brontekst: Τὸ (To) = het | οὖν (oun) = dan | ἀγαθὸν (agathon) = goede | ἐμοὶ (emoi) = voor mij | ἐγένετο (egeneto) = is geworden | θάνατος (thanatos) = dood | μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | ἡ (he) = de | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἵνα (hina) = opdat | φανῇ (phane) = zichtbaar wordt | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = het | ἀγαθοῦ (agathou) = goede | μοι (moi) = voor mij | κατεργαζομένη (katergazomene) = bewerkend | θάνατον (thanaton) = dood | ἵνα (hina) = opdat | γένηται (genetai) = wordt | καθ’ (kath’) = naar | ὑπερβολὴν (hyperbolen) = overmaat | ἁμαρτωλὸς (hamartolos) = zondig | ἡ (he) = de | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | ἐντολῆς (entoles) = gebod Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’ φαίνω (faino), ‘zichtbaar worden, verschijnen’. Het Grieks heeft twee keer ἵνα (hina), ‘opdat’: eerst opdat de zonde zichtbaar wordt, dan opdat zij ‘bovenmate zondig’ wordt (καθ᾽ ὑπερβολὴν ἁμαρτωλός, kath hyperbolen hamartolos). Wij hebben de zin gesplitst. De zonde is hier de macht die de wet misbruikt. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐγένετο (egeneto) een variant. Wij volgen de SBLGNT. ### Willen en doen **7:14** Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben van vlees, verkocht onder de zonde. Brontekst: Οἴδαμεν (Oidamen) = wij weten | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | πνευματικός (pneumatikos) = geestelijk | ἐστιν (estin) = is | ἐγὼ (ego) = ik | δὲ (de) = echter | σάρκινός (sarkinos) = van vlees | εἰμι (eimi) = ben | πεπραμένος (pepramenos) = verkocht | ὑπὸ (hypo) = onder | τὴν (ten) = de | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: van de Geest, afkomstig uit Elohim; zo ook in 1 Kor. 2:13–15. σάρκινος (sarkinos), ‘van vlees’: gemaakt van vlees; dit is een ander woord dan σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’ (zoals in 1 Kor. 3:3). πιπράσκω (piprasko), ‘verkopen’: ‘verkocht onder de zonde’ is: als knecht aan de zonde verkocht. Vanaf dit vers staat het werkwoord van Paulus in de tegenwoordige tijd. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 3:1–3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij σάρκινος (sarkinos) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kor 2:13–15; 1 Kor 3:1–3; 1 Kor 3:3 **7:15** Want wat ik tot stand breng, begrijp ik niet. Want niet wat ik wil, doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik. Brontekst: ὃ (ho) = wat | γὰρ (gar) = want | κατεργάζομαι (katergazomai) = ik breng tot stand | οὐ (ou) = niet | γινώσκω (ginosko) = begrijp ik | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ὃ (ho) = wat | θέλω (thelo) = ik wil | τοῦτο (touto) = dit | πράσσω (prasso) = doe ik | ἀλλ’ (all’) = maar | ὃ (ho) = wat | μισῶ (miso) = ik haat | τοῦτο (touto) = dit | ποιῶ (poio) = doe ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατεργάζομαι (katergazomai), ‘tot stand brengen, uitwerken’. γινώσκω (ginosko), ‘kennen, begrijpen’: ook ‘erkennen, goedkeuren’. Het Grieks heeft twee werkwoorden voor ‘doen’: πράσσω (prasso) en ποιέω (poieo); wij vertalen beide met ‘doen’. θέλω (thelo), ‘willen’; μισέω (miseo), ‘haten’. **7:16** Maar als ik doe wat ik niet wil, stem ik met de wet in dat zij goed is. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ὃ (ho) = wat | οὐ (ou) = niet | θέλω (thelo) = ik wil | τοῦτο (touto) = dit | ποιῶ (poio) = doe ik | σύμφημι (symphemi) = stem ik in | τῷ (to) = met de | νόμῳ (nomo) = wet | ὅτι (hoti) = dat | καλός (kalos) = goed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σύμφημι (symfemi), ‘instemmen’: zeggen dat iets waar is. καλός (kalos), ‘goed’: mooi, goed; in vers 18 en 21 staat hetzelfde woord, naast ἀγαθός (agathos), ‘goed’ in 7:12, 7:13, 7:18, 7:19. Wij vertalen beide met ‘goed’. Zie ook: Rom 7:18; Rom 7:21 **7:17** Nu is het niet meer ik die het tot stand breng, maar de zonde die in mij woont. Brontekst: νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = echter | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | ἐγὼ (ego) = ik | κατεργάζομαι (katergazomai) = breng tot stand | αὐτὸ (auto) = het | ἀλλὰ (alla) = maar | ἡ (he) = de | οἰκοῦσα (oikousa) = wonende | ἐν (en) = in | ἐμοὶ (emoi) = mij | ἁμαρτία (hamartia) = zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἰκέω (oikeo), ‘wonen’: de zonde woont als een huisgenoot in mij. Het Grieks zegt: ‘niet meer ik … maar de zonde’; wij vertalen zo en zeggen er niet bij hoe dit uit te leggen is. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οἰκοῦσα (oikousa) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **7:18** Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Want het willen ligt bij mij klaar, maar het tot stand brengen van het goede niet. Brontekst: οἶδα (oida) = ik weet | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | οὐκ (ouk) = niet | οἰκεῖ (oikei) = woont | ἐν (en) = in | ἐμοί (emoi) = mij | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | σαρκί (sarki) = vlees | μου (mou) = mijn | ἀγαθόν (agathon) = goeds | τὸ (to) = het | γὰρ (gar) = want | θέλειν (thelein) = willen | παράκειταί (parakeitai) = ligt klaar | μοι (moi) = bij mij | τὸ (to) = het | δὲ (de) = maar | κατεργάζεσθαι (katergazesthai) = tot stand brengen | τὸ (to) = het | καλὸν (kalon) = goede | οὔ (ou) = niet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τοῦτ᾽ ἔστιν ἐν τῇ σαρκί μου (tout estin en te sarki mou), ‘dat is in mijn vlees’: Paulus verklaart ‘in mij’ met ‘in mijn vlees’. παράκειμαι (parakeimai), ‘klaarliggen, binnen bereik zijn’. Het Grieks sluit het vers af met alleen ‘niet’ (οὔ): ‘het tot stand brengen van het goede, niet’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij het slot van het vers (οὔ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **7:19** Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil, dat doe ik. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ὃ (ho) = wat | θέλω (thelo) = ik wil | ποιῶ (poio) = doe ik | ἀγαθόν (agathon) = goed | ἀλλὰ (alla) = maar | ὃ (ho) = wat | οὐ (ou) = niet | θέλω (thelo) = ik wil | κακὸν (kakon) = kwaad | τοῦτο (touto) = dit | πράσσω (prasso) = doe ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγαθόν (agathon), ‘goed’; κακόν (kakon), ‘kwaad’. Het vers herhaalt vers 15. Zie ook: Rom 7:15 **7:20** Maar als ik doe wat ik niet wil, ben ik het niet meer die het tot stand brengt, maar de zonde die in mij woont. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ὃ (ho) = wat | οὐ (ou) = niet | θέλω (thelo) = ik wil | τοῦτο (touto) = dit | ποιῶ (poio) = doe ik | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | ἐγὼ (ego) = ik | κατεργάζομαι (katergazomai) = breng tot stand | αὐτὸ (auto) = het | ἀλλὰ (alla) = maar | ἡ (he) = de | οἰκοῦσα (oikousa) = wonende | ἐν (en) = in | ἐμοὶ (emoi) = mij | ἁμαρτία (hamartia) = zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het vers herhaalt de gedachte van vers 17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij θέλω (thelo) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 7:17 ### Twee wetten **7:21** Ik vind dus de wet voor mij die het goede wil doen: het kwade ligt bij mij klaar. Brontekst: Εὑρίσκω (Heurisko) = ik vind | ἄρα (ara) = dus | τὸν (ton) = de | νόμον (nomon) = wet | τῷ (to) = voor de | θέλοντι (thelonti) = willende | ἐμοὶ (emoi) = mij | ποιεῖν (poiein) = doen | τὸ (to) = het | καλὸν (kalon) = goede | ὅτι (hoti) = dat | ἐμοὶ (emoi) = bij mij | τὸ (to) = het | κακὸν (kakon) = kwade | παράκειται (parakeitai) = ligt klaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νόμος (nomos), ‘wet’: hier ‘een regel, een wetmatigheid’, die Paulus ‘vindt’; het Grieks heeft het lidwoord (‘de wet’). Het Grieks laat open of dit de wet van Mozes is of een algemene regel; vers 23 spreekt van ‘een andere wet’. Wij vertalen ‘de wet’ en laten de zin zo open als het Grieks hem laat. Zie ook: Rom 7:23 **7:22** Want naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van Elohim. Brontekst: συνήδομαι (synedomai) = ik verheug mij | γὰρ (gar) = want | τῷ (to) = in de | νόμῳ (nomo) = wet | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | κατὰ (kata) = naar | τὸν (ton) = de | ἔσω (eso) = innerlijke | ἄνθρωπον (anthropon) = mens Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνήδομαι (synhedomai), ‘zich verheugen met, instemmen met vreugde’. ὁ ἔσω ἄνθρωπος (ho eso anthropos), ‘de innerlijke mens’: het diepste van de mens. ‘De wet van Elohim’ is hier de wet van Mozes, de tora van Elohim. Voetnoot : Zie ook Ps. 1:2; Ps. 119:16. Zie ook: Ps 1:2; Ps 119:16 **7:23** Maar ik zie in mijn ledematen een andere wet. Die voert strijd tegen de wet van mijn verstand en neemt mij gevangen in de wet van de zonde, die in mijn ledematen is. Brontekst: βλέπω (blepo) = ik zie | δὲ (de) = maar | ἕτερον (heteron) = andere | νόμον (nomon) = wet | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | μέλεσίν (melesin) = ledematen | μου (mou) = mijn | ἀντιστρατευόμενον (antistrateuomenon) = strijdend tegen | τῷ (to) = de | νόμῳ (nomo) = wet | τοῦ (tou) = van het | νοός (noos) = verstand | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = en | αἰχμαλωτίζοντά (aichmalotizonta) = gevangen nemend | με (me) = mij | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | νόμῳ (nomo) = wet | τῆς (tes) = van de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | τῷ (to) = die | ὄντι (onti) = is | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | μέλεσίν (melesin) = ledematen | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἕτερος νόμος (heteros nomos), ‘een andere wet’: een tweede regel, tegenover de wet van het verstand. νοῦς (nous), ‘verstand’: de geest als denkend vermogen. ἀντιστρατεύομαι (antistrateuomai), ‘strijd voeren tegen’; αἰχμαλωτίζω (aichmalotizo), ‘gevangen nemen’: als krijgsgevangene. De zonde wordt als een heerser voorgesteld, ‘de wet van de zonde’. De ‘ledematen’ zijn de delen van het lichaam (zie 6:13). Voetnoot : Zie ook Rom. 6:13. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐν (en) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 6:13 **7:24** Ellendig mens die ik ben! Wie zal mij bevrijden uit het lichaam van deze dood? Brontekst: ταλαίπωρος (talaiporos) = ellendig | ἐγὼ (ego) = ik | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | τίς (tis) = wie | με (me) = mij | ῥύσεται (rhysetai) = zal bevrijden | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | σώματος (somatos) = lichaam | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood | τούτου (toutou) = deze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ταλαίπωρος (talaiporos), ‘ellendig’: gebroken, uitgeput. ῥύομαι (ryomai), ‘bevrijden, redden uit gevaar’. ‘Het lichaam van deze dood’: het Grieks laat open of ‘dood’ bij ‘lichaam’ hoort (‘dit lichaam van de dood’) of het lichaam zelf dood noemt. Het vers is een vraag zonder antwoord tot vers 25. Voetnoot : Zie ook Rom. 6:6. Zie ook: Rom 6:6; Rom 7:25 **7:25** Dank aan Elohim, door Yeshua de Messias, onze Heer! Dus ik zelf: met het verstand dien ik als knecht de wet van Elohim, maar met het vlees de wet van de zonde. Brontekst: χάρις (charis) = dank | τῷ (to) = aan | θεῷ (theo) = Elohim | διὰ (dia) = door | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἄρα (Ara) = dus | οὖν (oun) = dan | αὐτὸς (autos) = zelf | ἐγὼ (ego) = ik | τῷ (to) = met het | μὲν (men) = wel | νοῒ (noi) = verstand | δουλεύω (douleuo) = dien als knecht | νόμῳ (nomo) = wet | θεοῦ (theou) = van Elohim | τῇ (te) = met het | δὲ (de) = maar | σαρκὶ (sarki) = vlees | νόμῳ (nomo) = wet | ἁμαρτίας (hamartias) = van de zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dank aan Elohim (χάρις τῷ θεῷ, charis to theo): zie 6:17. Het antwoord op de vraag van vers 24 is: door Yeshua de Messias. De tweede helft van het vers vat samen: ‘ik zelf’ (αὐτὸς ἐγώ, autos ego) dien met het verstand de wet van Elohim en met het vlees de wet van de zonde. Hoofdstuk 8 begint met ‘geen veroordeling’. Voetnoot : Zie ook Rom. 8:1–2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij χάρις (charis) aan het begin van het vers een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 7:24; Rom 8:1–2 ## Romeinen 8 _Geen veroordeling, leven door de Geest, de zuchtende schepping en de liefde waarvan niets ons scheidt_ ### Geen veroordeling meer **8:1** Er is dus nu geen veroordeling voor hen die in de Messias Yeshua zijn. Brontekst: Οὐδὲν (Ouden) = geen | ἄρα (ara) = dus | νῦν (nyn) = nu | κατάκριμα (katakrima) = veroordeling | τοῖς (tois) = voor hen die | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατάκριμα (katakrima), ‘veroordeling’: het vonnis; zo ook in 5:16 en 5:18. ‘In de Messias Yeshua zijn’: met Hem verbonden zijn. Het vers antwoordt op het ‘ellendig mens’ van 7:24. Voetnoot : Zie ook Rom. 5:16; Rom. 5:18; Rom. 7:24. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘Yeshua’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 5:16; Rom 5:18; Rom 7:24 **8:2** Want de wet van de Geest van het leven in de Messias Yeshua heeft jou vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood. Brontekst: ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | νόμος (nomos) = wet | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἠλευθέρωσέν (eleutherosen) = heeft vrijgemaakt | σε (se) = jou | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | νόμου (nomou) = wet | τῆς (tes) = van de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νόμος (nomos), ‘wet’: hier twee keer in één vers, ‘de wet van de Geest van het leven’ en ‘de wet van de zonde en van de dood’. Het Grieks zegt niet of ‘wet’ hier een regel of een gezag bedoelt; wij vertalen overal ‘wet’ (Hebr. tora, ‘onderwijs, instructie’), zoals in 7:21–25. ἐλευθερόω (eleutheroo), ‘vrijmaken’. Voetnoot : Zie ook Rom. 7:23–25. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij σε (se), ‘jou’, een variant. Wij volgen de SBLGNT: ‘jou’, enkelvoud. Zie ook: Rom 7:23–25 **8:3** Want het onmogelijke van de wet, waarin zij door het vlees zwak was. Elohim heeft, door Zijn eigen Zoon te sturen in de gelijkenis van het vlees van de zonde en voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees. Brontekst: τὸ (to) = het | γὰρ (gar) = want | ἀδύνατον (adynaton) = onmogelijke | τοῦ (tou) = van de | νόμου (nomou) = wet | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | ἠσθένει (esthenei) = zij was zwak | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | σαρκός (sarkos) = vlees | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὸν (ton) = de | ἑαυτοῦ (heautou) = Zijn eigen | υἱὸν (huion) = Zoon | πέμψας (pempsas) = gestuurd hebbend | ἐν (en) = in | ὁμοιώματι (homoiomati) = gelijkenis | σαρκὸς (sarkos) = van vlees | ἁμαρτίας (hamartias) = van zonde | καὶ (kai) = en | περὶ (peri) = voor | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | κατέκρινε (katekrine) = veroordeelde | τὴν (ten) = de | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | σαρκί (sarki) = vlees Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks begint met ‘het onmogelijke van de wet’ en maakt die zin niet af; wij laten dat zo staan en beginnen een nieuwe zin. De hoofdzin is ‘Elohim … veroordeelde de zonde’, met het deelwoord πέμψας (pempsas), ‘gestuurd hebbend’. Wij vertalen: ‘Elohim heeft, door … te sturen, … veroordeeld’. ὁμοίωμα (homoioma), ‘gelijkenis’: zoals in 6:5. περὶ ἁμαρτίας (peri hamartias), ‘voor de zonde’: ook ‘als zondoffer’; het Hebreeuwse חַטָּאת (chatat) betekent zowel ‘zonde’ als ‘zondoffer’ (zie Lev. 4:3). κατακρίνω (katakrino), ‘veroordelen’. ‘In het vlees’ staat achter ‘veroordeeld’; het Grieks zegt niet meer. Voetnoot : Zie ook Lev. 4:3; 2 Kor. 5:21; Gal. 4:4. Zie ook: Lev 4:3; Gal 4:4; 2 Kor 5:21 **8:4** Zo zou het rechtsvereiste van de wet vervuld worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | τὸ (to) = het | δικαίωμα (dikaioma) = rechtsvereiste | τοῦ (tou) = van de | νόμου (nomou) = wet | πληρωθῇ (plerothe) = vervuld wordt | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | τοῖς (tois) = die | μὴ (me) = niet | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | περιπατοῦσιν (peripatousin) = wandelen | ἀλλὰ (alla) = maar | κατὰ (kata) = naar | πνεῦμα (pneuma) = Geest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαίωμα (dikaioma), ‘rechtsvereiste’: wat de wet als recht eist; in 5:16 en 5:18 betekent hetzelfde woord ‘vrijspraak’ en ‘rechtvaardige daad’. Het staat in het enkelvoud. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: de manier van leven, zoals in 6:4. κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’, en κατὰ πνεῦμα (kata pneuma), ‘naar de Geest’: zie de verzen 5–9. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:14; Gal. 5:16. Zie ook: Gal 5:14; Gal 5:16 ### Het vlees en de Geest **8:5** Want zij die naar het vlees zijn, zetten hun zinnen op wat van het vlees is, maar zij die naar de Geest zijn, op wat van de Geest is. Brontekst: οἱ (hoi) = zij die | γὰρ (gar) = want | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | ὄντες (ontes) = zijn | τὰ (ta) = wat | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | φρονοῦσιν (phronousin) = zetten hun zinnen op | οἱ (hoi) = zij die | δὲ (de) = maar | κατὰ (kata) = naar | πνεῦμα (pneuma) = Geest | τὰ (ta) = wat | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φρονέω (froneo), ‘zijn zinnen zetten op, zich bezighouden met’. σάρξ (sarx), ‘vlees’: de zwakke menselijke natuur, niet alleen het lichaam (zie 7:5 en Gal. 3:3). Het Grieks heeft ‘de dingen van het vlees’ en ‘de dingen van de Geest’; wij vertalen ‘wat van het vlees is’ en ‘wat van de Geest is’. Zie ook: Gal 3:3 **8:6** Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Brontekst: τὸ (to) = de | γὰρ (gar) = want | φρόνημα (phronema) = gezindheid | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | θάνατος (thanatos) = dood | τὸ (to) = de | δὲ (de) = maar | φρόνημα (phronema) = gezindheid | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | ζωὴ (zoe) = leven | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φρόνημα (fronema), ‘gezindheid’: wat men denkt en nastreeft; zo ook in vers 7 en vers 27. Het Grieks heeft in de verzen 6 en 7 geen werkwoord; wij vullen ‘is’ aan. Zie ook: Rom 8:7; Rom 8:27 **8:7** Want de gezindheid van het vlees is vijandschap tegen Elohim. Zij onderwerpt zich immers niet aan de wet van Elohim, want zij kan dat ook niet. Brontekst: διότι (dioti) = omdat | τὸ (to) = de | φρόνημα (phronema) = gezindheid | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | ἔχθρα (echthra) = vijandschap | εἰς (eis) = tegen | θεόν (theon) = Elohim | τῷ (to) = aan de | γὰρ (gar) = immers | νόμῳ (nomo) = wet | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐχ (ouch) = niet | ὑποτάσσεται (hypotassetai) = onderwerpt zij zich | οὐδὲ (oude) = ook niet | γὰρ (gar) = want | δύναται (dynatai) = kan zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διότι (dioti), ‘omdat’: het geeft de reden voor vers 6; wij beginnen met ‘Want’. ἔχθρα (echthra), ‘vijandschap’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderwerpen’: zo ook in 8:20 (‘onderwerpen’). ‘De wet van Elohim’ is hier de wet van Mozes, de tora van Elohim. Zie ook: Rom 8:6 **8:8** En zij die in het vlees zijn, kunnen Elohim niet behagen. Brontekst: οἱ (hoi) = zij die | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = in | σαρκὶ (sarki) = vlees | ὄντες (ontes) = zijn | θεῷ (theo) = Elohim | ἀρέσαι (aresai) = behagen | οὐ (ou) = niet | δύνανται (dynantai) = kunnen Bron: SBLGNT **8:9** Jullie zijn niet in het vlees, maar in de Geest, als de Geest van Elohim tenminste in jullie woont. Maar wie de Geest van de Messias niet heeft, die is niet van Hem. Brontekst: Ὑμεῖς (Hymeis) = jullie | δὲ (de) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐστὲ (este) = zijn | ἐν (en) = in | σαρκὶ (sarki) = vlees | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | εἴπερ (eiper) = als tenminste | πνεῦμα (pneuma) = Geest | θεοῦ (theou) = van Elohim | οἰκεῖ (oikei) = woont | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | εἰ (ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | πνεῦμα (pneuma) = Geest | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | οὐκ (ouk) = niet | ἔχει (echei) = heeft | οὗτος (houtos) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | αὐτοῦ (autou) = van Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἴπερ (eiper), ‘als tenminste, aangenomen dat’. οἰκέω (oikeo), ‘wonen’: ook in vers 11. ‘De Geest van Elohim’ en ‘de Geest van de Messias’ staan in één zin; het Grieks spreekt er twee keer van de Geest. ‘Die is niet van Hem’: Hem is de Messias. Voetnoot : Zie ook Rom. 8:11; Gal. 4:6. Zie ook: Gal 4:6; Rom 8:11 **8:10** Maar als de Messias in jullie is, is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | τὸ (to) = het | μὲν (men) = wel | σῶμα (soma) = lichaam | νεκρὸν (nekron) = dood | διὰ (dia) = vanwege | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | τὸ (to) = de | δὲ (de) = maar | πνεῦμα (pneuma) = geest | ζωὴ (zoe) = leven | διὰ (dia) = vanwege | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: wij schrijven het met een kleine letter, de geest van de mens tegenover het lichaam; het Grieks laat open of de Geest van Elohim bedoeld is, zoals in de verzen 9 en 11. νεκρός (nekros), ‘dood’: ‘het lichaam is dood’ is: het valt onder het vonnis van de dood. διὰ δικαιοσύνην (dia dikaiosynen), ‘vanwege gerechtigheid’. Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord bij ‘lichaam’ en ‘geest’; wij vullen ‘is’ aan. **8:11** Als de Geest van Hem die Yeshua uit de doden heeft opgewekt in jullie woont, dan zal Hij die de Messias Yeshua uit de doden heeft opgewekt ook jullie sterfelijke lichamen levend maken, vanwege Zijn Geest die in jullie woont. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | τοῦ (tou) = van Hem die | ἐγείραντος (egeirantos) = heeft opgewekt | τὸν (ton) = de | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | οἰκεῖ (oikei) = woont | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | ὁ (ho) = Hij die | ἐγείρας (egeiras) = heeft opgewekt | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | Χριστὸν (Christon) = de Messias | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | ζῳοποιήσει (zoopoiesei) = zal levend maken | καὶ (kai) = ook | τὰ (ta) = de | θνητὰ (thneta) = sterfelijke | σώματα (somata) = lichamen | ὑμῶν (hymon) = jullie | διὰ (dia) = vanwege | τὸ (to) = de | ἐνοικοῦν (enoikoun) = wonende | αὐτοῦ (autou) = Zijn | πνεῦμα (pneuma) = Geest | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’. ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’: zo ook in 1 Kor. 15:22. θνητός (thnetos), ‘sterfelijk’. διὰ τὸ ἐνοικοῦν αὐτοῦ πνεῦμα (dia to enoikoun autou pneuma): διά met de vierde naamval is ‘vanwege’; met de tweede naamval zou het ‘door’ zijn. Wij volgen de tekst van de SBLGNT: ‘vanwege Zijn Geest die in jullie woont’. Voetnoot : Zie ook Rom. 6:4; 1 Kor. 15:22. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers meerdere varianten, onder andere bij ‘Yeshua’, ‘de Messias Yeshua’ en ‘Zijn Geest die in jullie woont’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kor 15:22; Rom 6:4 ### Kinderen en erfgenamen van Elohim **8:12** Dus, broers, zijn wij schuldenaars, maar niet aan het vlees, om naar het vlees te leven. Brontekst: Ἄρα (Ara) = dus | οὖν (oun) = dan | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ὀφειλέται (opheiletai) = schuldenaars | ἐσμέν (esmen) = zijn wij | οὐ (ou) = niet | τῇ (te) = aan het | σαρκὶ (sarki) = vlees | τοῦ (tou) = om | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | ζῆν (zen) = te leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀφειλέτης (ofeiletes), ‘schuldenaar’: wie iets verschuldigd is. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: ook zusters, zoals in 7:1. **8:13** Want als jullie naar het vlees leven, zullen jullie sterven. Maar als jullie door de Geest de daden van het lichaam doden, zullen jullie leven. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | ζῆτε (zete) = leven jullie | μέλλετε (mellete) = zullen jullie | ἀποθνῄσκειν (apothneskein) = sterven | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | πνεύματι (pneumati) = door de Geest | τὰς (tas) = de | πράξεις (praxeis) = daden | τοῦ (tou) = van het | σώματος (somatos) = lichaam | θανατοῦτε (thanatoute) = doden jullie | ζήσεσθε (zesesthe) = zullen jullie leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μέλλω (mello) met ‘sterven’: ‘staan op het punt te sterven, gaan sterven’; wij vertalen ‘zullen jullie sterven’. θανατόω (thanatoo), ‘doden’. πρᾶξις (praxis), ‘daad, handelwijze’. ‘Door de Geest’ (πνεύματι, pneumati): door de kracht van de Geest. Voetnoot : Zie ook Rom. 6:12–13. Zie ook: Rom 6:12–13 **8:14** Want allen die door de Geest van Elohim geleid worden, dezen zijn zonen van Elohim. Brontekst: ὅσοι (hosoi) = allen die | γὰρ (gar) = want | πνεύματι (pneumati) = door de Geest | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἄγονται (agontai) = geleid worden | οὗτοι (houtoi) = dezen | υἱοί (huioi) = zonen | εἰσιν (eisin) = zijn | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄγω (ago), ‘leiden’: ‘worden geleid’. υἱοὶ θεοῦ (huioi theou), ‘zonen van Elohim’: het woord omvat in de gemeente ook de dochters, zoals in Gal. 3:26 en 3:28–29. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:26; Gal. 4:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘zonen … van Elohim’ (υἱοί … θεοῦ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gal 3:26; Gal 3:28; Gal 4:6 **8:15** Want jullie hebben geen geest van slavernij ontvangen om weer te vrezen, maar jullie hebben de Geest van aanneming als zoon ontvangen, waarin wij roepen: „Abba, Vader!” Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἐλάβετε (elabete) = ontvingen jullie | πνεῦμα (pneuma) = geest | δουλείας (douleias) = van slavernij | πάλιν (palin) = weer | εἰς (eis) = tot | φόβον (phobon) = vrees | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐλάβετε (elabete) = ontvingen jullie | πνεῦμα (pneuma) = Geest | υἱοθεσίας (huiothesias) = van aanneming als zoon | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wie | κράζομεν (krazomen) = roepen wij | Αββα (Abba) = Abba | ὁ (ho) = de | πατήρ (pater) = Vader Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνεῦμα δουλείας (pneuma douleias), ‘geest van slavernij’: wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter, een gezindheid van knechten. πνεῦμα υἱοθεσίας (pneuma huiothesias), ‘Geest van aanneming als zoon’: wij schrijven ‘Geest’ met een hoofdletter, de Geest van Elohim (vers 16). Het Grieks heeft beide keren ‘geest’ zonder lidwoord. υἱοθεσία (huiothesia), ‘aanneming als zoon’: een kind als zoon met erfrecht aannemen; zo ook in vers 23 en in Gal. 4:5. Αββα (Abba) is Aramees voor ‘vader’; Paulus voegt het Griekse ὁ πατήρ (ho pater), ‘de Vader’, toe. κράζω (krazo), ‘roepen’. Voetnoot : Zie ook Gal. 4:5–6; Mark. 14:36. Zie ook: Mar 14:36; Gal 4:5; Rom 8:16; Rom 8:23 **8:16** De Geest zelf getuigt mee met onze geest dat wij kinderen van Elohim zijn. Brontekst: αὐτὸ (auto) = zelf | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | συμμαρτυρεῖ (symmartyrei) = getuigt mee | τῷ (to) = met de | πνεύματι (pneumati) = geest | ἡμῶν (hemon) = onze | ὅτι (hoti) = dat | ἐσμὲν (esmen) = zijn wij | τέκνα (tekna) = kinderen | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συμμαρτυρέω (symmartyreo), ‘mee getuigen’: de Geest getuigt samen met onze eigen geest. τέκνα θεοῦ (tekna theou), ‘kinderen van Elohim’. Voetnoot : Zie ook Gal. 4:6. Zie ook: Gal 4:6 **8:17** Als wij kinderen zijn, zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van Elohim en mede-erfgenamen van de Messias, als wij tenminste met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | τέκνα (tekna) = kinderen | καὶ (kai) = ook | κληρονόμοι (kleronomoi) = erfgenamen | κληρονόμοι (kleronomoi) = erfgenamen | μὲν (men) = wel | θεοῦ (theou) = van Elohim | συγκληρονόμοι (synkleronomoi) = mede-erfgenamen | δὲ (de) = maar | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | εἴπερ (eiper) = als tenminste | συμπάσχομεν (sympaschomen) = lijden wij mee | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | συνδοξασθῶμεν (syndoxasthomen) = wij met verheerlijkt worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘als nu kinderen, ook erfgenamen’, zonder werkwoord; wij vullen ‘zijn wij’ aan. κληρονόμος (kleronomos), ‘erfgenaam’; συγκληρονόμος (sygkleronomos), ‘mede-erfgenaam’. εἴπερ (eiper), ‘als tenminste’. συμπάσχω (sympascho), ‘met lijden’; συνδοξάζω (syndoxazo), ‘met verheerlijkt worden’. Voetnoot : Zie ook Gal. 4:7. Zie ook: Gal 4:7 ### De schepping zucht en wacht **8:18** Want ik reken dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de komende heerlijkheid die aan ons onthuld zal worden. Brontekst: Λογίζομαι (Logizomai) = ik reken | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | οὐκ (ouk) = niet | ἄξια (axia) = waardig | τὰ (ta) = het | παθήματα (pathemata) = lijden | τοῦ (tou) = van de | νῦν (nyn) = nu | καιροῦ (kairou) = tijd | πρὸς (pros) = tegen | τὴν (ten) = de | μέλλουσαν (mellousan) = komende | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | ἀποκαλυφθῆναι (apokalyphthenai) = onthuld te worden | εἰς (eis) = aan | ἡμᾶς (hemas) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen, tot een slotsom komen’: zoals in 6:11. πάθημα (pathema), ‘lijden’: in 7:5 staat hetzelfde woord, daar ‘hartstochten’; hier gaat het om wat men ondergaat. ἄξιος πρός (axios pros), ‘opwegen tegen’: letterlijk ‘waard tegenover’. εἰς ἡμᾶς (eis hemas), ‘aan ons’: het Grieks kan ook ‘in ons’ of ‘voor ons’ zijn. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 4:17. Zie ook: 2 Kor 4:17 **8:19** Want het vol verwachting uitzien van de schepping wacht op de onthulling van de zonen van Elohim. Brontekst: ἡ (he) = het | γὰρ (gar) = want | ἀποκαραδοκία (apokaradokia) = vol verwachting uitzien | τῆς (tes) = van de | κτίσεως (ktiseos) = schepping | τὴν (ten) = de | ἀποκάλυψιν (apokalypsin) = onthulling | τῶν (ton) = van de | υἱῶν (huion) = zonen | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ἀπεκδέχεται (apekdechetai) = wacht af Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κτίσις (ktisis), ‘schepping’: alles wat Elohim gemaakt heeft; het Grieks zegt niet of de mensen erbij horen. Het woord staat in de verzen 19–22; in vers 39 vertalen wij het met ‘schepsel’. ἀποκαραδοκία (apokaradokia), ‘vol verwachting uitzien’: een zeldzaam woord voor een gespannen uitkijken. ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘verwachtingsvol wachten’: ook in de verzen 23 en 25. De ‘onthulling van de zonen van Elohim’ is dat zichtbaar wordt wie zij zijn. Zie ook: Rom 8:39 **8:20** Want de schepping is onderworpen aan de zinloosheid, niet vrijwillig, maar vanwege Hem die haar onderwierp, in hoop Brontekst: τῇ (te) = aan de | γὰρ (gar) = want | ματαιότητι (mataioteti) = zinloosheid | ἡ (he) = de | κτίσις (ktisis) = schepping | ὑπετάγη (hypetage) = is onderworpen | οὐχ (ouch) = niet | ἑκοῦσα (hekousa) = willens | ἀλλὰ (alla) = maar | διὰ (dia) = vanwege | τὸν (ton) = Hem | ὑποτάξαντα (hypotaxanta) = die onderwierp | ἐφ’ (eph’) = in | ἑλπίδι (helpidi) = hoop Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ματαιότης (mataiotes), ‘zinloosheid’: leegte, doelloosheid. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’. ‘Hem die haar onderwierp’: het Grieks noemt Hem niet bij naam; vergelijk de vloek over de grond in Gen. 3:17–19. ἐφ᾽ ἑλπίδι (ef elpidi), ‘in hoop’: de zin loopt door in vers 21, waar ὅτι (hoti) ‘dat’ of ‘omdat’ kan betekenen. Voetnoot : Zie ook Gen. 3:17–19. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐφ᾽ (ef) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 3:17–19; Rom 8:21 **8:21** dat ook de schepping zelf bevrijd zal worden van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van Elohim. Brontekst: ὅτι (hoti) = dat | καὶ (kai) = ook | αὐτὴ (aute) = zelf | ἡ (he) = de | κτίσις (ktisis) = schepping | ἐλευθερωθήσεται (eleutherothesetai) = zal bevrijd worden | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | δουλείας (douleias) = slavernij | τῆς (tes) = van de | φθορᾶς (phthoras) = vergankelijkheid | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | ἐλευθερίαν (eleutherian) = vrijheid | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | τῶν (ton) = van de | τέκνων (teknon) = kinderen | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅτι (hoti), ‘dat’: ook ‘omdat’; zie vers 20. ἐλευθερόω (eleutheroo), ‘bevrijden’. φθορά (fthora), ‘vergankelijkheid’: vergaan, verval; ‘slavernij van de vergankelijkheid’. ‘De vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van Elohim’: de vrijheid die bij hun heerlijkheid hoort. Zie ook: Rom 8:20 **8:22** Want wij weten dat heel de schepping tot nu toe samen zucht en samen in barensweeën is. Brontekst: οἴδαμεν (oidamen) = wij weten | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | πᾶσα (pasa) = heel | ἡ (he) = de | κτίσις (ktisis) = schepping | συστενάζει (systenazei) = zucht samen | καὶ (kai) = en | συνωδίνει (synodinei) = is samen in barensweeën | ἄχρι (achri) = tot | τοῦ (tou) = het | νῦν (nyn) = nu Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συστενάζω (systenazo), ‘samen zuchten’, en συνωδίνω (synodino), ‘samen in barensweeën zijn’: de schepping wordt als een barende vrouw voorgesteld. ‘Tot nu toe’ (ἄχρι τοῦ νῦν): tot dit moment. **8:23** Niet alleen zij, maar ook wijzelf, die de eersteling van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf. Wij wachten verwachtingsvol op de aanneming als zoon, de loskoping van ons lichaam. Brontekst: οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | δέ (de) = maar | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | αὐτοὶ (autoi) = zijzelf | τὴν (ten) = de | ἀπαρχὴν (aparchen) = eersteling | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | ἔχοντες (echontes) = hebbend | ἡμεῖς (hemeis) = wij | καὶ (kai) = ook | αὐτοὶ (autoi) = zelf | ἐν (en) = in | ἑαυτοῖς (heautois) = onszelf | στενάζομεν (stenazomen) = zuchten wij | υἱοθεσίαν (huiothesian) = aanneming als zoon | ἀπεκδεχόμενοι (apekdechomenoi) = verwachtingsvol wachtend | τὴν (ten) = de | ἀπολύτρωσιν (apolytrosin) = loskoping | τοῦ (tou) = van het | σώματος (somatos) = lichaam | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: de eerste opbrengst van de oogst, die de rest aankondigt. Het Griekse deelwoord ἀπεκδεχόμενοι (apekdechomenoi), ‘verwachtingsvol wachtend’, maken wij tot een eigen zin. ‘De eersteling van de Geest’: het Grieks laat open of de Geest zelf de eersteling is of een eerste gave van de Geest. υἱοθεσία (huiothesia), ‘aanneming als zoon’: zie vers 15; hier wordt zij nog verwacht. ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘loskoping’: vrijkoping met een losprijs; ‘de loskoping van ons lichaam’. Voetnoot : Zie ook Rom. 8:15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij καὶ αὐτοί (‘ook zijzelf’) en bij ἡμεῖς καί (‘wij ook’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 8:15 **8:24** Want in de hoop zijn wij gered. Maar hoop die gezien wordt, is geen hoop. Want wat iemand ziet, waarop zou hij hopen? Brontekst: τῇ (te) = in de | γὰρ (gar) = want | ἐλπίδι (elpidi) = hoop | ἐσώθημεν (esothemen) = zijn wij gered | ἐλπὶς (elpis) = hoop | δὲ (de) = maar | βλεπομένη (blepomene) = gezien wordende | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἐλπίς (elpis) = hoop | ὃ (ho) = wat | γὰρ (gar) = want | βλέπει (blepei) = ziet | τίς (tis) = iemand | ἐλπίζει (elpizei) = hoopt hij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τῇ ἐλπίδι (te elpidi), ‘in de hoop’: de datief kan ‘in hoop’, ‘door de hoop’ of ‘voor de hoop’ zijn; wij vertalen ‘in de hoop’. ἐσώθημεν (esothemen), ‘wij zijn gered’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τίς (tis), ‘iemand’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. **8:25** Maar als wij hopen op wat wij niet zien, wachten wij er met volharding verwachtingsvol op. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ὃ (ho) = wat | οὐ (ou) = niet | βλέπομεν (blepomen) = zien wij | ἐλπίζομεν (elpizomen) = hopen wij | δι’ (di’) = door | ὑπομονῆς (hypomones) = volharding | ἀπεκδεχόμεθα (apekdechometha) = wachten wij verwachtingsvol Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’: zoals in 5:3–4. ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘verwachtingsvol wachten’: zie vers 19. Voetnoot : Zie ook Rom. 5:3–4. Zie ook: Rom 5:3–4; Rom 8:19 ### De Geest pleit voor ons **8:26** Evenzo komt ook de Geest onze zwakheid te hulp. Want wat wij moeten bidden zoals het hoort, weten wij niet. Maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitgesproken zuchten. Brontekst: Ὡσαύτως (Hosautos) = evenzo | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | συναντιλαμβάνεται (synantilambanetai) = komt te hulp | τῇ (te) = aan de | ἀσθενείᾳ (astheneia) = zwakheid | ἡμῶν (hemon) = onze | τὸ (to) = het | γὰρ (gar) = want | τί (ti) = wat | προσευξώμεθα (proseuxometha) = wij zouden bidden | καθὸ (katho) = zoals | δεῖ (dei) = nodig is | οὐκ (ouk) = niet | οἴδαμεν (oidamen) = weten wij | ἀλλὰ (alla) = maar | αὐτὸ (auto) = zelf | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | ὑπερεντυγχάνει (hyperentynchanei) = pleit voor ons | στεναγμοῖς (stenagmois) = met zuchten | ἀλαλήτοις (alaletois) = onuitgesproken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’. συναντιλαμβάνομαι (synantilambanomai), ‘te hulp komen, mee aanpakken’. ὑπερεντυγχάνω (hyperentygchano), ‘pleiten voor’: voor iemand opkomen; ἐντυγχάνω staat in de verzen 27 en 34. στεναγμός (stenagmos), ‘zucht’; ἀλάλητος (alaletos), ‘onuitgesproken’: zonder woorden, of te groot voor woorden. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij τῇ ἀσθενείᾳ (‘de zwakheid’), προσευξώμεθα (‘wij moeten bidden’) en ὑπερεντυγχάνει (‘pleit voor ons’). Wij volgen de SBLGNT. **8:27** Hij die de harten onderzoekt, weet wat de gezindheid van de Geest is, want Hij pleit overeenkomstig Elohim voor heiligen. Brontekst: ὁ (ho) = Hij die | δὲ (de) = maar | ἐραυνῶν (eraunon) = onderzoekt | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | οἶδεν (oiden) = weet | τί (ti) = wat | τὸ (to) = de | φρόνημα (phronema) = gezindheid | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | ὅτι (hoti) = dat | κατὰ (kata) = overeenkomstig | θεὸν (theon) = Elohim | ἐντυγχάνει (entynchanei) = pleit Hij | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἁγίων (hagion) = heiligen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐραυνάω (eraunao), ‘onderzoeken, doorzoeken’: ‘Hij die de harten onderzoekt’ is Elohim (vergelijk 1 Sam. 16:7; Jer. 17:10). φρόνημα (fronema), ‘gezindheid’: zoals in vers 6. κατὰ θεόν (kata theon), ‘overeenkomstig Elohim’: naar Zijn wil. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de leden van de gemeente; het Grieks heeft hier geen lidwoord. Voetnoot : Zie ook 1 Sam. 16:7; Jer. 17:10. Zie ook: 1 Sam 16:7; Jer 17:10; Rom 8:6 ### Geroepen, rechtvaardig verklaard, verheerlijkt **8:28** Wij weten dat voor hen die Elohim liefhebben alles meewerkt ten goede, voor hen die volgens het voornemen geroepen zijn. Brontekst: Οἴδαμεν (Oidamen) = wij weten | δὲ (de) = maar | ὅτι (hoti) = dat | τοῖς (tois) = voor hen die | ἀγαπῶσι (agaposi) = liefhebben | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | πάντα (panta) = alles | συνεργεῖ (synergei) = werkt mee | εἰς (eis) = tot | ἀγαθόν (agathon) = goed | τοῖς (tois) = voor hen die | κατὰ (kata) = volgens | πρόθεσιν (prothesin) = voornemen | κλητοῖς (kletois) = geroepen | οὖσιν (ousin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνεργέω (synergeo), ‘meewerken’. πρόθεσις (prothesis), ‘voornemen’: het plan dat Elohim zich voorgenomen heeft; het Grieks heeft hier geen bezittelijk voornaamwoord. κλητός (kletos), ‘geroepen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij συνεργεῖ (synergei) een variant. Wij volgen de SBLGNT: ‘alles werkt mee’. **8:29** Want wie Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook vooraf bestemd om gelijkvormig te zijn aan het beeld van Zijn Zoon. Zo zou Hij de eerstgeborene zijn onder veel broers. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | οὓς (hous) = wie | προέγνω (proegno) = Hij tevoren kende | καὶ (kai) = ook | προώρισεν (proorisen) = bestemde Hij vooraf | συμμόρφους (symmorphous) = gelijkvormig | τῆς (tes) = aan het | εἰκόνος (eikonos) = beeld | τοῦ (tou) = van de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | εἰς (eis) = opdat | τὸ (to) = het | εἶναι (einai) = zijn | αὐτὸν (auton) = Hij | πρωτότοκον (prototokon) = eerstgeborene | ἐν (en) = onder | πολλοῖς (pollois) = velen | ἀδελφοῖς (adelphois) = broers Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Wij splitsen de lange Griekse zin; εἰς τὸ εἶναι (eis to einai) geeft doel of gevolg. προγινώσκω (proginosko), ‘tevoren kennen’. προορίζω (proorizo), ‘vooraf bestemmen’: ook in vers 30. σύμμορφος (symmorfos), ‘gelijkvormig’: dezelfde vorm hebbend. εἰκών (eikon), ‘beeld’. πρωτότοκος (prototokos), ‘eerstgeborene’: de eerste in rang en in tijd; vergelijk Ps. 89:28. ‘Onder veel broers’ (ἐν πολλοῖς ἀδελφοῖς): het Griekse woord omvat ook de zusters. Voetnoot : Zie ook Ps. 89:28. Zie ook: Ps 89:28; Rom 8:30 **8:30** En wie Hij vooraf bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen. En wie Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook rechtvaardig verklaard. En wie Hij rechtvaardig verklaard heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt. Brontekst: οὓς (hous) = wie | δὲ (de) = maar | προώρισεν (proorisen) = Hij vooraf bestemde | τούτους (toutous) = dezen | καὶ (kai) = ook | ἐκάλεσεν (ekalesen) = riep Hij | καὶ (kai) = en | οὓς (hous) = wie | ἐκάλεσεν (ekalesen) = Hij riep | τούτους (toutous) = dezen | καὶ (kai) = ook | ἐδικαίωσεν (edikaiosen) = verklaarde Hij rechtvaardig | οὓς (hous) = wie | δὲ (de) = maar | ἐδικαίωσεν (edikaiosen) = Hij rechtvaardig verklaarde | τούτους (toutous) = dezen | καὶ (kai) = ook | ἐδόξασεν (edoxasen) = verheerlijkte Hij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De vijf werkwoorden (tevoren kennen in vers 29, vooraf bestemmen, roepen, rechtvaardig verklaren, verheerlijken) staan alle in dezelfde verleden tijd, ook ‘verheerlijkt’. καλέω (kaleo), ‘roepen’; δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’ (zoals in 5:1); δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’. Zie ook: Rom 8:29 ### Wie zal ons scheiden van de liefde van de Messias? **8:31** Wat zullen wij dan hierop zeggen? Als Elohim voor ons is, wie is dan tegen ons? Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἐροῦμεν (eroumen) = zullen wij zeggen | πρὸς (pros) = tegenover | ταῦτα (tauta) = dit | εἰ (ei) = als | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | τίς (tis) = wie | καθ’ (kath’) = tegen | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 31–39 bestaan uit een reeks vragen. ‘Als Elohim voor ons is, wie is tegen ons?’: vergelijk Ps. 118:6, ‘Yahweh is aan mijn kant, ik zal niet vrezen’. Voetnoot : Zie ook Ps. 118:6. Zie ook: Ps 118:6 **8:32** Hij die immers Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, hoe zal Hij ons met Hem niet ook alles uit genade schenken? Brontekst: ὅς (hos) = Hij die | γε (ge) = immers | τοῦ (tou) = Zijn | ἰδίου (idiou) = eigen | υἱοῦ (huiou) = Zoon | οὐκ (ouk) = niet | ἐφείσατο (epheisato) = spaarde | ἀλλὰ (alla) = maar | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | πάντων (panton) = allen | παρέδωκεν (paredoken) = gaf over | αὐτόν (auton) = Hem | πῶς (pos) = hoe | οὐχὶ (ouchi) = niet | καὶ (kai) = ook | σὺν (syn) = met | αὐτῷ (auto) = Hem | τὰ (ta) = de | πάντα (panta) = alles | ἡμῖν (hemin) = aan ons | χαρίσεται (charisetai) = zal schenken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἴδιος (idios), ‘eigen’. φείδομαι (feidomai), ‘sparen’. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’: zoals in 4:25. χαρίζομαι (charizomai), ‘uit genade schenken’: zoals in Gal. 3:18. Vergelijk Abraham, die zijn zoon, zijn enige, niet voor Elohim achterhield (Gen. 22:12, 22:16). Voetnoot : Zie ook Gen. 22:12; Gen. 22:16; Rom. 4:25. Zie ook: Gen 22:12; Gen 22:16; Gal 3:18; Rom 4:25 **8:33** Wie zal een aanklacht indienen tegen uitverkorenen van Elohim? Elohim is het die rechtvaardig verklaart. Brontekst: τίς (tis) = wie | ἐγκαλέσει (enkalesei) = zal aanklagen | κατὰ (kata) = tegen | ἐκλεκτῶν (eklekton) = uitverkorenen | θεοῦ (theou) = van Elohim | θεὸς (theos) = Elohim | ὁ (ho) = die | δικαιῶν (dikaion) = rechtvaardig verklaart Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκαλέω (enkaleo), ‘een aanklacht indienen’. ἐκλεκτός (eklektos), ‘uitverkorene’: wie Elohim uitgekozen heeft. δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’. Het Grieks stelt de vraag en het antwoord kort naast elkaar. De woorden lijken op Jes. 50:8–9, waar Elohim dichtbij is en rechtvaardig verklaart. Voetnoot : Zie ook Jes. 50:8–9. Zie ook: Jes 50:8–9 **8:34** Wie is het die veroordeelt? De Messias, die gestorven is, ja meer, die opgewekt is, die ook aan de rechterhand van Elohim is, die ook voor ons pleit. Brontekst: τίς (tis) = wie | ὁ (ho) = die | κατακρινῶν (katakrinon) = veroordeelt | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ὁ (ho) = die | ἀποθανών (apothanon) = gestorven is | μᾶλλον (mallon) = meer | δὲ (de) = maar | ἐγερθείς (egertheis) = opgewekt is | ὅς (hos) = die | καί (kai) = ook | ἐστιν (estin) = is | ἐν (en) = aan | δεξιᾷ (dexia) = rechterhand | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ὃς (hos) = die | καὶ (kai) = ook | ἐντυγχάνει (entynchanei) = pleit | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατακρίνω (katakrino), ‘veroordelen’. ‘Aan de rechterhand van Elohim’: de plaats van eer en gezag, zoals in Ps. 110:1. ἐντυγχάνω (entygchano), ‘pleiten voor’: zoals in vers 27. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij κατακρινῶν (‘veroordeelt’), Χριστός (‘de Messias’), δέ (‘maar’), ἐγερθείς (‘opgewekt’) en καί (‘ook’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 110:1; Rom 8:27 **8:35** Wie zal ons scheiden van de liefde van de Messias? Verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of naaktheid of gevaar of zwaard? Brontekst: τίς (tis) = wie | ἡμᾶς (hemas) = ons | χωρίσει (chorisei) = zal scheiden | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | ἀγάπης (agapes) = liefde | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | θλῖψις (thlipsis) = verdrukking | ἢ (e) = of | στενοχωρία (stenochoria) = benauwdheid | ἢ (e) = of | διωγμὸς (diogmos) = vervolging | ἢ (e) = of | λιμὸς (limos) = honger | ἢ (e) = of | γυμνότης (gymnotes) = naaktheid | ἢ (e) = of | κίνδυνος (kindynos) = gevaar | ἢ (e) = of | μάχαιρα (machaira) = zwaard Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χωρίζω (chorizo), ‘scheiden’. De lijst: θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’ (zoals in 5:3); στενοχωρία (stenochoria), ‘benauwdheid’, letterlijk ‘een nauwe ruimte’; διωγμός (diogmos), ‘vervolging’; λιμός (limos), ‘honger’; γυμνότης (gymnotes), ‘naaktheid’; κίνδυνος (kindynos), ‘gevaar’; μάχαιρα (machaira), ‘zwaard’. ‘De liefde van de Messias’: Zijn liefde voor ons (vers 37). Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 6:4–5; 2 Kor. 11:26–27. Zie ook: 2 Kor 6:4–5; 2 Kor 11:26–27; Rom 8:37 **8:36** Zoals geschreven staat: „Om Uwentwil worden wij de hele dag gedood. Wij zijn gerekend als schapen voor de slacht.” Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | ὅτι (hoti) = dat | Ἕνεκεν (Heneken) = omwille | σοῦ (sou) = van U | θανατούμεθα (thanatoumetha) = worden wij gedood | ὅλην (holen) = de hele | τὴν (ten) = de | ἡμέραν (hemeran) = dag | ἐλογίσθημεν (elogisthemen) = zijn wij gerekend | ὡς (hos) = als | πρόβατα (probata) = schapen | σφαγῆς (sphages) = van slacht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 44:23 (NL 44:22). Ons Hebreeuws heeft: ‘Want om Uwentwil worden wij de hele dag gedood. Wij worden geacht als schapen voor de slacht.’ Paulus’ aanhaling heeft ‘worden wij gedood’ (tegenwoordige tijd) en ‘wij zijn gerekend’ (ἐλογίσθημεν, elogisthemen; verleden tijd). Ons Hebreeuws heeft bij beide werkwoorden dezelfde vorm (de voltooide tijd), die wij met een tegenwoordige tijd weergeven. In de psalm wordt Elohim aangesproken; ook hier is ‘U’ (σοῦ) Elohim. Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan. Voetnoot : Zie ook Ps. 44:23. Zie ook: Ps 44:23 **8:37** Maar in dit alles overwinnen wij ruimschoots door Hem die ons heeft liefgehad. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | τούτοις (toutois) = deze dingen | πᾶσιν (pasin) = allen | ὑπερνικῶμεν (hypernikomen) = overwinnen wij ruimschoots | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = Hem die | ἀγαπήσαντος (agapesantos) = liefgehad heeft | ἡμᾶς (hemas) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπερνικάω (hypernikao), ‘ruimschoots overwinnen, meer dan overwinnen’. ‘Hem die ons heeft liefgehad’ (τοῦ ἀγαπήσαντος ἡμᾶς): de Messias (vers 35). Voetnoot : Zie ook Gal. 2:20. Zie ook: Gal 2:20; Rom 8:35 **8:38** Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood noch leven, noch engelen noch heerschappijen, noch het heden noch het toekomende, noch krachten, Brontekst: πέπεισμαι (pepeismai) = ik ben overtuigd | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | οὔτε (oute) = noch | θάνατος (thanatos) = dood | οὔτε (oute) = noch | ζωὴ (zoe) = leven | οὔτε (oute) = noch | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | οὔτε (oute) = noch | ἀρχαὶ (archai) = heerschappijen | οὔτε (oute) = noch | ἐνεστῶτα (enestota) = het heden | οὔτε (oute) = noch | μέλλοντα (mellonta) = het toekomende | οὔτε (oute) = noch | δυνάμεις (dynameis) = krachten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πείθω (peitho), ‘overtuigen’: πέπεισμαι is een voltooide tijd, ‘ik ben overtuigd’. ἄγγελοι (angeloi), ‘engelen’. ἀρχαί (archai), ‘heerschappijen’: machten die heersen. ἐνεστῶτα (enestota), ‘wat nu aanwezig is, het heden’; μέλλοντα (mellonta), ‘wat komen gaat, het toekomende’. δυνάμεις (dynameis), ‘krachten’. Het Grieks zet paren tegenover elkaar: dood en leven, engelen en heerschappijen, heden en toekomst; het verschil tussen ‘engelen’ en ‘heerschappijen’ zegt de tekst niet. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘het heden … krachten’ (ἐνεστῶτα … δυνάμεις) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **8:39** noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel zal ons kunnen scheiden van de liefde van Elohim, die in de Messias Yeshua is, onze Heer. Brontekst: οὔτε (oute) = noch | ὕψωμα (hypsoma) = hoogte | οὔτε (oute) = noch | βάθος (bathos) = diepte | οὔτε (oute) = noch | τις (tis) = enig | κτίσις (ktisis) = schepsel | ἑτέρα (hetera) = ander | δυνήσεται (dynesetai) = zal kunnen | ἡμᾶς (hemas) = ons | χωρίσαι (chorisai) = scheiden | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | ἀγάπης (agapes) = liefde | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | τῆς (tes) = die | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τῷ (to) = de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὕψωμα (hypsoma), ‘hoogte’; βάθος (bathos), ‘diepte’. κτίσις ἑτέρα (ktisis hetera), ‘enig ander schepsel’: ook ‘een andere schepping’; zie vers 19. ‘De liefde van Elohim, die in de Messias Yeshua is, onze Heer’: de liefde van Elohim is in de Messias te vinden. Met dit vers eindigen de verzen 31–39. Voetnoot : Zie ook Rom. 8:35. Zie ook: Rom 8:19; Rom 8:35 ## Romeinen 9 _Het verdriet om Israël, Elohims keuze en de steen van aanstoot_ ### Paulus' verdriet om zijn volk **9:1** Ik zeg de waarheid in de Messias. Ik lieg niet. Mijn geweten getuigt met mij mee in de Heilige Geest: Brontekst: Ἀλήθειαν (Aletheian) = waarheid | λέγω (lego) = zeg ik | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | οὐ (ou) = niet | ψεύδομαι (pseudomai) = lieg ik | συμμαρτυρούσης (symmartyrouses) = meegetuigend | μοι (moi) = met mij | τῆς (tes) = het | συνειδήσεώς (syneideseos) = geweten | μου (mou) = mijn | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἁγίῳ (hagio) = heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συμμαρτυρέω (symmartyreo), ‘meegetuigen’: zijn geweten getuigt met hem mee. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’: het innerlijke besef van goed en kwaad. ‘In de Messias’ (ἐν Χριστῷ, en Christo) is een vaste formule van Paulus: hij spreekt als iemand die bij de Messias hoort. ‘In de Heilige Geest’ hoort bij ‘getuigt’. Hoofdstuk 9 begint een nieuw onderdeel van de brief, na 8:39. Voetnoot : Zie ook Rom. 8:39. Zie ook: Rom 8:39 **9:2** dat ik grote droefheid heb en een onophoudelijke pijn in mijn hart. Brontekst: ὅτι (hoti) = dat | λύπη (lype) = droefheid | μοί (moi) = voor mij | ἐστιν (estin) = is | μεγάλη (megale) = groot | καὶ (kai) = en | ἀδιάλειπτος (adialeiptos) = onophoudelijke | ὀδύνη (odyne) = pijn | τῇ (te) = in het | καρδίᾳ (kardia) = hart | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT **9:3** Want ik wenste zelf vervloekt te zijn, weg van de Messias, voor mijn broers, mijn verwanten naar het vlees. Brontekst: ηὐχόμην (eychomen) = wenste ik | γὰρ (gar) = want | ἀνάθεμα (anathema) = vervloekt | εἶναι (einai) = te zijn | αὐτὸς (autos) = zelf | ἐγὼ (ego) = ik | ἀπὸ (apo) = weg van | τοῦ (tou) = de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῶν (ton) = de | ἀδελφῶν (adelphon) = broers | μου (mou) = mijn | τῶν (ton) = de | συγγενῶν (syngenon) = verwanten | μου (mou) = mijn | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ηὐχόμην (euchomen), ‘ik wenste’: de Griekse onvoltooid verleden tijd kan ook ‘ik zou kunnen wensen’ of ‘ik was bezig te wensen’ betekenen. ἀνάθεμα (anathema), ‘vervloekt’: aan de ban gewijd, zoals in Gal. 1:8–9. ‘Weg van de Messias’ (ἀπὸ τοῦ Χριστοῦ): van Hem gescheiden. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters; hier zijn het Paulus’ volksgenoten, ‘mijn verwanten naar het vlees’. σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier de afstamming. Vergelijk de bede van Mozes in Exod. 32:32. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:8; Exod. 32:32. Zie ook: Ex 32:32; Gal 1:8–9 **9:4** Zij zijn Israëlieten. Van hen zijn de aanneming als zoon, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; Brontekst: οἵτινές (hoitines) = zij die | εἰσιν (eisin) = zijn | Ἰσραηλῖται (Israelitai) = Israëlieten | ὧν (hon) = van wie | ἡ (he) = de | υἱοθεσία (huiothesia) = aanneming als zoon | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | διαθῆκαι (diathekai) = verbonden | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | νομοθεσία (nomothesia) = wetgeving | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | λατρεία (latreia) = eredienst | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | ἐπαγγελίαι (epangeliai) = beloften Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰσραηλῖται (Israelitai), ‘Israëlieten’: nakomelingen van Jakob, die Israël heet. υἱοθεσία (huiothesia), ‘aanneming als zoon’: Israël wordt in Exod. 4:22 en Hos. 11:1 de zoon van Yahweh genoemd. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’. διαθῆκαι (diathekai), ‘verbonden’: in het meervoud. νομοθεσία (nomothesia), ‘wetgeving’: het geven van de wet. λατρεία (latreia), ‘eredienst’: de dienst aan Elohim. ἐπαγγελίαι (epangeliai), ‘beloften’. Voetnoot : Zie ook Exod. 4:22; Hos. 11:1. Zie ook: Ex 4:22; Hos 11:1 **9:5** van hen zijn de vaders, en uit hen komt de Messias, wat het vlees betreft, die boven alles is, Elohim, geprezen tot in eeuwigheid. Amen. Brontekst: ὧν (hon) = van wie | οἱ (hoi) = de | πατέρες (pateres) = vaders | καὶ (kai) = en | ἐξ (ex) = uit | ὧν (hon) = wie | ὁ (ho) = de | χριστὸς (christos) = Messias | τὸ (to) = wat | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | ὁ (ho) = die | ὢν (on) = is | ἐπὶ (epi) = boven | πάντων (panton) = alles | θεὸς (theos) = Elohim | εὐλογητὸς (eulogetos) = geprezen | εἰς (eis) = tot in | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwigheid | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zinsbouw van dit vers is omstreden. De SBLGNT zet komma’s na ‘vlees’ en na ‘alles’ en een punt na ‘eeuwigheid’. Daardoor hoort alles bij de Messias: ‘die boven alles is, Elohim, geprezen tot in eeuwigheid’. Wij volgen die interpunctie. Het Grieks laat ook een andere lezing toe, met een punt na ‘vlees’: dan begint een aparte lofprijs, ‘Hij die boven alles is, Elohim, zij geprezen tot in eeuwigheid’. Het Grieks heeft geen werkwoord bij εὐλογητός (eulogetos), ‘geprezen’. τὸ κατὰ σάρκα (to kata sarka), ‘wat het vlees betreft’: wat zijn menselijke afkomst aangaat. ὁ χριστός (ho christos), ‘de Messias’. Voetnoot : Zie ook Rom. 1:3–4; Filip. 3:5. Zie ook: Rom 1:3–4; Fil 3:5 ### Niet allen uit Israël zijn Israël **9:6** Het is niet zo dat het woord van Elohim vervallen is. Want niet allen die uit Israël zijn, zijn Israël; Brontekst: Οὐχ (Ouch) = niet | οἷον (hoion) = zoals | δὲ (de) = maar | ὅτι (hoti) = dat | ἐκπέπτωκεν (ekpeptoken) = is vervallen | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | πάντες (pantes) = allen | οἱ (hoi) = die | ἐξ (ex) = uit | Ἰσραήλ (Israel) = Israël | οὗτοι (houtoi) = dezen | Ἰσραήλ (Israel) = Israël Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκπίπτω (ekpipto), ‘vervallen’: ook ‘uitvallen, mislukken’. Het woord Ἰσραήλ (Israel) staat in dit vers tweemaal: Paulus onderscheidt binnen het volk dat uit Jakob (Israël) voortkomt. **9:7** en ook niet: omdat zij zaad van Abraham zijn, zijn allen kinderen. Maar: „In Isaak zal jouw zaad genoemd worden.” Brontekst: οὐδ’ (oud’) = en niet | ὅτι (hoti) = dat | εἰσὶν (eisin) = zijn | σπέρμα (sperma) = zaad | Ἀβραάμ (Abraam) = van Abraham | πάντες (pantes) = allen | τέκνα (tekna) = kinderen | ἀλλ’ (all’) = maar | Ἐν (En) = in | Ἰσαὰκ (Isaak) = Isaak | κληθήσεταί (klethesetai) = zal genoemd worden | σοι (soi) = voor jou | σπέρμα (sperma) = zaad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Gen. 21:12. Ons Hebreeuws heeft: ‘Door Isaak zal jouw nageslacht genoemd worden’; de Griekse tekst is hetzelfde in betekenis. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: Hebreeuws זֶרַע (zera), ‘zaad, nageslacht’; wij houden ‘zaad’ zoals in Gal. 3:16. τέκνα (tekna), ‘kinderen’. Voetnoot : Zie ook Gen. 21:12; Gal. 3:16. Zie ook: Gen 21:12; Gal 3:16 **9:8** Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees, dezen zijn kinderen van Elohim, maar de kinderen van de belofte worden als zaad gerekend. Brontekst: τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | οὐ (ou) = niet | τὰ (ta) = de | τέκνα (tekna) = kinderen | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | ταῦτα (tauta) = dezen | τέκνα (tekna) = kinderen | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἀλλὰ (alla) = maar | τὰ (ta) = de | τέκνα (tekna) = kinderen | τῆς (tes) = van de | ἐπαγγελίας (epangelias) = belofte | λογίζεται (logizetai) = worden gerekend | εἰς (eis) = tot | σπέρμα (sperma) = zaad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen, tellen’: hetzelfde woord als ‘toerekenen’ in Gen. 15:6. ‘Kinderen van de belofte’ komt ook voor in Gal. 4:28. Voetnoot : Zie ook Gal. 4:28. Zie ook: Gen 15:6; Gal 4:28 **9:9** Want dit is een woord van belofte: **„Rond deze tijd zal Ik komen, en Sarah zal een zoon hebben.”** Brontekst: ἐπαγγελίας (epangelias) = van belofte | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | οὗτος (houtos) = dit | Κατὰ (Kata) = naar | τὸν (ton) = de | καιρὸν (kairon) = tijd | τοῦτον (touton) = deze | ἐλεύσομαι (eleusomai) = zal Ik komen | καὶ (kai) = en | ἔσται (estai) = zal zijn | τῇ (te) = aan | Σάρρᾳ (Sarra) = Sarah | υἱός (huios) = een zoon Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Gen. 18:10 en 18:14. Ons Hebreeuws heeft in 18:10: ‘Ik kom zeker bij je terug, wanneer de tijd van het leven aanbreekt, en dan heeft Sarah, je vrouw, een zoon’; 18:14 heeft: ‘Op de vastgestelde tijd kom Ik bij je terug’. Paulus voegt beide samen. In Genesis spreekt Yahweh zelf in de eerste persoon (Ik); daarom staat het citaat rood. Voetnoot : Zie ook Gen. 18:10; Gen. 18:14. Zie ook: Gen 18:10; Gen 18:14 **9:10** En niet alleen dat, maar ook Rebekka, die zwanger was van één man, van Isaak, onze vader: Brontekst: οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | δέ (de) = maar | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | Ῥεβέκκα (Rhebekka) = Rebekka | ἐξ (ex) = uit | ἑνὸς (henos) = één | κοίτην (koiten) = bed | ἔχουσα (echousa) = hebbend | Ἰσαὰκ (Isaak) = Isaak | τοῦ (tou) = de | πατρὸς (patros) = vader | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοίτη (koite), ‘bed’: κοίτην ἔχειν (koiten echein), letterlijk ‘een bed hebben’, betekent hier zwanger worden. Beide kinderen, Jakob en Ezau, hebben dezelfde vader en dezelfde moeder. Voetnoot : Zie ook Gen. 25:21–26. Zie ook: Gen 25:21–26 **9:11** want toen zij nog niet geboren waren en niets goeds of slechts hadden gedaan, opdat het voornemen van Elohim naar de uitverkiezing zou blijven, Brontekst: μήπω (mepo) = nog niet | γὰρ (gar) = want | γεννηθέντων (gennethenton) = geboren zijnde | μηδὲ (mede) = noch | πραξάντων (praxanton) = gedaan hebbend | τι (ti) = iets | ἀγαθὸν (agathon) = goeds | ἢ (e) = of | φαῦλον (phaulon) = slechts | ἵνα (hina) = opdat | ἡ (he) = het | κατ’ (kat’) = naar | ἐκλογὴν (eklogen) = uitverkiezing | πρόθεσις (prothesis) = voornemen | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μένῃ (mene) = zou blijven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκλογή (ekloge), ‘uitverkiezing’: het uitkiezen. πρόθεσις (prothesis), ‘voornemen’: letterlijk ‘wat vooraf wordt neergelegd’, het plan. De zin loopt door in vers 12. Zie ook: Rom 9:12 **9:12** niet uit werken, maar uit Hem die roept, werd tegen haar gezegd: „De grotere zal de kleinere dienen.” Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = hem die | καλοῦντος (kalountos) = roept | ἐρρέθη (errethe) = werd gezegd | αὐτῇ (aute) = tegen haar | ὅτι (hoti) = dat | Ὁ (Ho) = de | μείζων (meizon) = grotere | δουλεύσει (douleusei) = zal dienen | τῷ (to) = aan de | ἐλάσσονι (elassoni) = kleinere Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Gen. 25:23. Ons Hebreeuws heeft רַב (rav), ‘groot’, en צָעִיר (tsa’ir), ‘klein’; ons Genesis vertaalt dat met ‘de oudste’ en ‘de jongste’. De Griekse tekst heeft μείζων (meizon), ‘groter’, en ἐλάσσων (elasson), ‘kleiner’; wij houden de Griekse woorden. τοῦ καλοῦντος (tou kalountos), ‘van Hem die roept’: de roeping door Elohim. Voetnoot : Zie ook Gen. 25:23. Zie ook: Gen 25:23 **9:13** Zoals geschreven staat: **„Jakob heb Ik liefgehad, maar Ezau heb Ik gehaat.”** Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Τὸν (Ton) = de | Ἰακὼβ (Iakob) = Jakob | ἠγάπησα (egapesa) = heb Ik liefgehad | τὸν (ton) = de | δὲ (de) = maar | Ἠσαῦ (Esau) = Ezau | ἐμίσησα (emisesa) = heb Ik gehaat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Mal. 1:2–3, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt; daarom staat het rood. μισέω (miseo), ‘haten’: in de Bijbel staat dit woord ook tegenover ‘meer liefhebben’. In Gen. 29:30–31 staat ‘hij hield meer van Rachel dan van Lea’ en ‘Lea was niet bemind’ (Hebreeuws שְׂנוּאָה, senu’a, ‘gehaat’); vergelijk Luc. 14:26. In Maleachi volgt op ‘gehaat’ dat Ezau’s bergen woestenij zijn gemaakt; Jakob en Ezau staan daar ook voor hun nakomelingen. Voetnoot : Zie ook Mal. 1:2–3; Gen. 29:30–31; Luc. 14:26. Zie ook: Gen 29:30–31; Mal 1:2–3; Luc 14:26 ### Is er onrecht bij Elohim? **9:14** Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrecht bij Elohim? Dat nooit! Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἐροῦμεν (eroumen) = zullen wij zeggen | μὴ (me) = niet soms | ἀδικία (adikia) = onrecht | παρὰ (para) = bij | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μὴ γένοιτο (me genoito): ‘Dat nooit!’, zoals in Gal. 3:21. ἀδικία (adikia), ‘onrecht’. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:21. Zie ook: Gal 3:21 **9:15** Want tegen Mozes zegt Hij: **„Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm, en Ik zal medelijden hebben met wie Ik medelijden heb.”** Brontekst: τῷ (to) = aan | Μωϋσεῖ (Moysei) = Mozes | γὰρ (gar) = want | λέγει (legei) = zegt Hij | Ἐλεήσω (Eleeso) = zal Ik Mij ontfermen | ὃν (hon) = over wie | ἂν (an) = ook maar | ἐλεῶ (eleo) = Ik Mij ontferm | καὶ (kai) = en | οἰκτιρήσω (oiktireso) = zal Ik medelijden hebben | ὃν (hon) = met wie | ἂν (an) = ook maar | οἰκτίρω (oiktiro) = Ik medelijden heb Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Exod. 33:19, waar Yahweh zelf spreekt; het staat rood. Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik zal genadig zijn voor wie Ik genadig ben, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm’. De Griekse tekst heeft ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’, en οἰκτίρω (oiktiro), ‘medelijden hebben’. Voetnoot : Zie ook Exod. 33:19. Zie ook: Ex 33:19 **9:16** Zo hangt het dus niet af van wie wil, ook niet van wie rent, maar van Elohim die zich ontfermt. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | οὖν (oun) = dan | οὐ (ou) = niet | τοῦ (tou) = van hem die | θέλοντος (thelontos) = wil | οὐδὲ (oude) = noch | τοῦ (tou) = van hem die | τρέχοντος (trechontos) = rent | ἀλλὰ (alla) = maar | τοῦ (tou) = van de | ἐλεῶντος (eleontos) = zich ontfermende | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τρέχω (trecho), ‘rennen’: beeld van inspanning. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’: zoals in vers 15. Zie ook: Rom 9:15 **9:17** Want de Schrift zegt tegen Farao: **„Juist hiervoor heb Ik je doen opstaan, om in jou Mijn kracht te tonen, en opdat Mijn naam verkondigd wordt op heel de aarde.”** Brontekst: λέγει (legei) = zegt | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = de | γραφὴ (graphe) = Schrift | τῷ (to) = aan | Φαραὼ (Pharao) = Farao | ὅτι (hoti) = dat | Εἰς (Eis) = tot | αὐτὸ (auto) = ditzelfde | τοῦτο (touto) = juist dit | ἐξήγειρά (exegeira) = heb Ik doen opstaan | σε (se) = jou | ὅπως (hopos) = opdat | ἐνδείξωμαι (endeixomai) = Ik toon | ἐν (en) = in | σοὶ (soi) = jou | τὴν (ten) = de | δύναμίν (dynamin) = kracht | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | ὅπως (hopos) = opdat | διαγγελῇ (diangele) = wordt verkondigd | τὸ (to) = de | ὄνομά (onoma) = naam | μου (mou) = Mijn | ἐν (en) = op | πάσῃ (pase) = heel | τῇ (te) = de | γῇ (ge) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Exod. 9:16, waar Yahweh zelf spreekt; het staat rood. Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik heb je laten blijven staan, om je Mijn kracht te laten zien en opdat Mijn naam op de hele aarde wordt verteld’. De Griekse tekst heeft ἐξεγείρω (exegeiro), ‘doen opstaan, wakker maken’, en ‘verkondigd wordt’ (διαγγέλλω, diaggello). ‘De Schrift zegt’: de Schrift wordt als spreker genoemd. Voetnoot : Zie ook Exod. 9:16. Zie ook: Ex 9:16 **9:18** Dus ontfermt Hij Zich over wie Hij wil, en wie Hij wil, verhardt Hij. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | οὖν (oun) = dan | ὃν (hon) = wie | θέλει (thelei) = Hij wil | ἐλεεῖ (eleei) = ontfermt Hij Zich | ὃν (hon) = wie | δὲ (de) = maar | θέλει (thelei) = Hij wil | σκληρύνει (sklerynei) = verhardt Hij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκληρύνω (skleryno), ‘verharden’: het hart hard maken. In Exodus staat dat Yahweh het hart van de farao sterk maakte (Exod. 4:21; 9:12) en dat de farao zijn eigen hart zwaar maakte (Exod. 8:11, in de Nederlandse telling 8:15; 9:34). Voetnoot : Zie ook Exod. 4:21; Exod. 9:12; Exod. 8:11. Zie ook: Ex 4:21; Ex 8:11; Ex 9:12 ### De pottenbakker en de klei **9:19** Je zult dan tegen mij zeggen: „Wat verwijt Hij dan nog? Want wie heeft zich tegen Zijn wil verzet?” Brontekst: Ἐρεῖς (Ereis) = zult zeggen | μοι (moi) = tegen mij | οὖν (oun) = dan | Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἔτι (eti) = nog | μέμφεται (memphetai) = verwijt Hij | τῷ (to) = aan de | γὰρ (gar) = want | βουλήματι (boulemati) = wil | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τίς (tis) = wie | ἀνθέστηκεν (anthesteken) = heeft weerstaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus laat hier een tegenstander spreken: ‘Je zult tegen mij zeggen’. βούλημα (boulema), ‘wil, besluit’. ἀνθίστημι (anthistemi), ‘zich verzetten, weerstaan’. **9:20** Integendeel, o mens, wie ben jij, die Elohim tegenspreekt? Zal het gevormde tegen zijn vormer zeggen: „Waarom hebt U mij zo gemaakt?” Brontekst: ὦ (o) = o | ἄνθρωπε (anthrope) = mens | μενοῦνγε (menounge) = integendeel | σὺ (sy) = jij | τίς (tis) = wie | εἶ (ei) = ben | ὁ (ho) = die | ἀνταποκρινόμενος (antapokrinomenos) = tegenspreekt | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | μὴ (me) = niet soms | ἐρεῖ (erei) = zal zeggen | τὸ (to) = het | πλάσμα (plasma) = gevormde | τῷ (to) = aan de | πλάσαντι (plasanti) = vormer | Τί (Ti) = waarom | με (me) = mij | ἐποίησας (epoiesas) = hebt U gemaakt | οὕτως (houtos) = zo Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μενοῦνγε (menounge), ‘integendeel’: Paulus wijst de tegenwerping af. πλάσμα (plasma), ‘het gevormde’, πλάσσω (plasso), ‘vormen’: beeld van het vormen van klei. Het beeld van de klei en de vormer komt ook voor in Jes. 29:16 en 45:9. ‘U’ met hoofdletter: het gevormde richt zich tot de Vormer, Elohim. Voetnoot : Zie ook Jes. 29:16; Jes. 45:9. Zie ook: Jes 29:16; Jes 45:9 **9:21** Of heeft de pottenbakker geen gezag over de klei, om uit hetzelfde kneedsel het ene vat tot eer te maken en het andere tot oneer? Brontekst: ἢ (e) = of | οὐκ (ouk) = niet | ἔχει (echei) = heeft | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | ὁ (ho) = de | κεραμεὺς (kerameus) = pottenbakker | τοῦ (tou) = over de | πηλοῦ (pelou) = klei | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | αὐτοῦ (autou) = zelfde | φυράματος (phyramatos) = kneedsel | ποιῆσαι (poiesai) = te maken | ὃ (ho) = het ene | μὲν (men) = wel | εἰς (eis) = tot | τιμὴν (timen) = eer | σκεῦος (skeuos) = vat | ὃ (ho) = het andere | δὲ (de) = maar | εἰς (eis) = tot | ἀτιμίαν (atimian) = oneer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κεραμεύς (kerameus), ‘pottenbakker’. φύραμα (fyrama), ‘kneedsel’: de gekneede kleimassa. σκεῦος (skeuos), ‘vat, voorwerp’. ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: recht en macht. Vergelijk het beeld van de pottenbakker in Jer. 18:1–6. Voetnoot : Zie ook Jer. 18:6. Zie ook: Jer 18:1–6; Jer 18:6 ### Vaten van toorn en vaten van ontferming **9:22** Wat nu als Elohim, die Zijn toorn wilde tonen en Zijn macht bekend wilde maken, met veel geduld vaten van toorn heeft verdragen, voor het verderf gereedgemaakt, Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | θέλων (thelon) = willend | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐνδείξασθαι (endeixasthai) = tonen | τὴν (ten) = de | ὀργὴν (orgen) = toorn | καὶ (kai) = en | γνωρίσαι (gnorisai) = bekend maken | τὸ (to) = het | δυνατὸν (dynaton) = machtige | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἤνεγκεν (enenken) = heeft verdragen | ἐν (en) = in | πολλῇ (polle) = veel | μακροθυμίᾳ (makrothymia) = geduld | σκεύη (skeue) = vaten | ὀργῆς (orges) = van toorn | κατηρτισμένα (katertismena) = gereedgemaakt | εἰς (eis) = tot | ἀπώλειαν (apoleian) = verderf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 22–24 zijn in het Grieks één zin die met ‘als’ (εἰ, ei) begint en geen hoofdzin heeft; wij vertalen ‘Wat nu als’ en sluiten af met een vraagteken in vers 24. ὀργή (orge), ‘toorn’. κατηρτισμένα (katertismena), ‘toegerust, gereedgemaakt’: een lijdende of middelvorm; de tekst zegt niet wie de vaten gereedmaakt, anders dan bij de vaten van ontferming in vers 23 (‘Hij tevoren gereedmaakte’). ἀπώλεια (apoleia), ‘verderf’. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘een lange adem’. Zie ook: Rom 9:23; Rom 9:24 **9:23** en dat om de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekend te maken over vaten van ontferming, die Hij tevoren gereedgemaakt heeft tot heerlijkheid, Brontekst: καὶ (kai) = en | ἵνα (hina) = opdat | γνωρίσῃ (gnorise) = Hij bekend maakt | τὸν (ton) = de | πλοῦτον (plouton) = rijkdom | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐπὶ (epi) = over | σκεύη (skeue) = vaten | ἐλέους (eleous) = van ontferming | ἃ (ha) = die | προητοίμασεν (proetoimasen) = Hij tevoren gereedmaakte | εἰς (eis) = tot | δόξαν (doxan) = heerlijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προετοιμάζω (proetoimazo), ‘tevoren gereedmaken’. ἔλεος (eleos), ‘ontferming’. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’. De zin loopt door in vers 24. Zie ook: Rom 9:24 **9:24** over ons, die Hij ook geroepen heeft, niet alleen uit de Joden maar ook uit de volken? Brontekst: οὓς (hous) = die | καὶ (kai) = ook | ἐκάλεσεν (ekalesen) = heeft geroepen | ἡμᾶς (hemas) = ons | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | ἐξ (ex) = uit | Ἰουδαίων (Ioudaion) = Joden | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | ἐξ (ex) = uit | ἐθνῶν (ethnon) = volken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Ons’ zijn Paulus en zijn lezers, geroepen uit Joden en uit de volken (ἔθνη, ethne, ‘niet-Joden’). De volgende verzen halen profeten aan. ### Wat Hosea en Jesaja zeggen **9:25** Zoals Hij ook zegt in Hosea: **„Wie niet Mijn volk is, zal Ik Mijn volk noemen, en wie niet geliefd is, geliefd.”** Brontekst: ὡς (hos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | Ὡσηὲ (Hosee) = Hosea | λέγει (legei) = zegt Hij | Καλέσω (Kaleso) = zal Ik noemen | τὸν (ton) = wie | οὐ (ou) = niet | λαόν (laon) = volk | μου (mou) = Mijn | λαόν (laon) = volk | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = wie | οὐκ (ouk) = niet | ἠγαπημένην (egapemenen) = geliefde | ἠγαπημένην (egapemenen) = geliefde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Hos. 2:25 (in de Nederlandse telling is dit 2:23) en Hos. 2:1 (in de Nederlandse telling is dit 1:10). Ons Hebreeuws heeft in 2:25: ‘Ik zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama (niet ontfermd). Ik zal tegen Lo-Ammi (niet-mijn-volk) zeggen: Mijn volk ben jij’. De Griekse tekst heeft ‘Ik zal noemen’ en ‘niet geliefd’ (ἠγαπημένη, egapemene, ‘geliefd’). Yahweh spreekt hier zelf in de eerste persoon; daarom staat het rood. Voetnoot : Zie ook Hos. 2:25; Hos. 2:1. Zie ook: Hos 2:1; Hos 2:25 **9:26** **„En het zal zijn: op de plaats waar tegen hen gezegd werd: ‘Jullie zijn niet Mijn volk’, daar zullen zij zonen van de levende Elohim genoemd worden.”** Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔσται (estai) = zal zijn | ἐν (en) = op | τῷ (to) = de | τόπῳ (topo) = plaats | οὗ (hou) = waar | ἐρρέθη (errethe) = werd gezegd | αὐτοῖς (autois) = tegen hen | Οὐ (Ou) = niet | λαός (laos) = volk | μου (mou) = Mijn | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐκεῖ (ekei) = daar | κληθήσονται (klethesontai) = zullen genoemd worden | υἱοὶ (huioi) = zonen | θεοῦ (theou) = van Elohim | ζῶντος (zontos) = levende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Hos. 2:1 (in de Nederlandse telling is dit 1:10). Ons Hebreeuws heeft: ‘En op de plaats waar tot hen gezegd werd: Jullie zijn niet Mijn volk, zal tot hen gezegd worden: Zonen van de levende El’. De Griekse tekst heeft ‘daar zullen zij genoemd worden zonen van de levende Elohim’. Het citaat staat rood, omdat Yahweh er zelf in spreekt (‘Mijn volk’). Voetnoot : Zie ook Hos. 2:1. Zie ook: Hos 2:1 **9:27** Jesaja roept uit over Israël: „Al is het getal van de zonen van Israël als het zand van de zee, de rest zal gered worden; Brontekst: Ἠσαΐας (Esaias) = Jesaja | δὲ (de) = maar | κράζει (krazei) = roept | ὑπὲρ (hyper) = over | τοῦ (tou) = de | Ἰσραήλ (Israel) = Israël | Ἐὰν (Ean) = indien | ᾖ (e) = is | ὁ (ho) = het | ἀριθμὸς (arithmos) = getal | τῶν (ton) = van de | υἱῶν (huion) = zonen | Ἰσραὴλ (Israel) = van Israël | ὡς (hos) = als | ἡ (he) = het | ἄμμος (ammos) = zand | τῆς (tes) = van de | θαλάσσης (thalasses) = zee | τὸ (to) = de | ὑπόλειμμα (hypoleimma) = rest | σωθήσεται (sothesetai) = zal gered worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Jes. 10:22, met de woorden ‘het getal van de zonen van Israël als het zand van de zee’ (vergelijk Hos. 2:1). Ons Hebreeuws heeft: ‘de overgeblevenen ervan zullen terugkeren’ (vergelijk Jes. 10:21); de Griekse tekst heeft ‘de rest zal gered worden’. ὑπόλειμμα (hypoleimma), ‘rest’: wat overblijft. κράζω (krazo), ‘roepen, uitroepen’. Voetnoot : Zie ook Jes. 10:22; Jes. 10:21; Hos. 2:1. Zie ook: Hos 2:1; Jes 10:21; Jes 10:22 **9:28** want Yahweh zal een woord op de aarde doen: Hij voltooit het en maakt het kort.” Brontekst: λόγον (logon) = woord | γὰρ (gar) = want | συντελῶν (syntelon) = voltooiend | καὶ (kai) = en | συντέμνων (syntemnon) = afsnijdend | ποιήσει (poiesei) = zal doen | κύριος (kyrios) = Yahweh | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Jes. 10:23. Ons Hebreeuws heeft: ‘Want een einde en een vastgesteld besluit voert Heer Yahweh van de legermachten uit, midden in heel het land’. De Griekse tekst heeft: ‘een woord voltooiend en afsnijdend zal de Heer doen op de aarde’. Wij schrijven ‘Yahweh’, omdat het Hebreeuws de naam heeft. Voetnoot : Zie ook Jes. 10:23. Zie ook: Jes 10:23 **9:29** En zoals Jesaja tevoren gezegd heeft: „Als Yahweh van de legermachten ons geen zaad had laten overblijven, dan waren wij als Sodom geworden en aan Gomorra gelijk gemaakt.” Brontekst: καὶ (kai) = en | καθὼς (kathos) = zoals | προείρηκεν (proeireken) = heeft tevoren gezegd | Ἠσαΐας (Esaias) = Jesaja | Εἰ (Ei) = als | μὴ (me) = niet | κύριος (kyrios) = Yahweh | Σαβαὼθ (Sabaoth) = van de legermachten | ἐγκατέλιπεν (enkatelipen) = had overgelaten | ἡμῖν (hemin) = aan ons | σπέρμα (sperma) = zaad | ὡς (hos) = als | Σόδομα (Sodoma) = Sodom | ἂν (an) = zouden | ἐγενήθημεν (egenethemen) = wij zijn geworden | καὶ (kai) = en | ὡς (hos) = als | Γόμορρα (Gomorra) = Gomorra | ἂν (an) = zouden | ὡμοιώθημεν (homoiothemen) = wij gelijk zijn gemaakt Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht. Voetnoot Uitleg: Citaat uit Jes. 1:9. Ons Hebreeuws heeft: ‘Als Yahweh van de legermachten ons niet een klein aantal overlevenden had laten overblijven’; de Griekse tekst heeft σπέρμα (sperma), ‘zaad’. Σαβαώθ (Sabaoth) is Hebreeuws צְבָאוֹת (tseva’ot), ‘legermachten’. Sodom en Gomorra gingen onder, zie Gen. 19. Voetnoot : Zie ook Jes. 1:9; Gen. 19. Zie ook: Jes 1:9 ### Israël en de steen van aanstoot **9:30** Wat zullen wij dan zeggen? Dat volken die de gerechtigheid niet nastreefden, gerechtigheid hebben verkregen, en wel de gerechtigheid uit geloof; Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἐροῦμεν (eroumen) = zullen wij zeggen | ὅτι (hoti) = dat | ἔθνη (ethne) = volken | τὰ (ta) = die | μὴ (me) = niet | διώκοντα (diokonta) = najagen | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | κατέλαβεν (katelaben) = hebben verkregen | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | δὲ (de) = en wel | τὴν (ten) = de | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’: zie Gal. 2:21. διώκω (dioko), ‘najagen, nastreven’ en καταλαμβάνω (katalambano), ‘verkrijgen, grijpen’: beelden van een wedloop. ἔθνη (ethne), ‘volken’: niet-Joden. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:21. Zie ook: Gal 2:21 **9:31** maar Israël, dat een wet van gerechtigheid nastreefde, heeft die wet niet bereikt. Brontekst: Ἰσραὴλ (Israel) = Israël | δὲ (de) = maar | διώκων (diokon) = najagend | νόμον (nomon) = wet | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = van gerechtigheid | εἰς (eis) = tot | νόμον (nomon) = wet | οὐκ (ouk) = niet | ἔφθασεν (ephthasen) = heeft bereikt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νόμος δικαιοσύνης (nomos dikaiosynes), ‘een wet van gerechtigheid’: het Grieks zegt niet welke wet bedoeld is. φθάνω (fthano), ‘bereiken, aankomen’. Het slot ‘tot wet’ (εἰς νόμον) is kort; wij vertalen ‘heeft die wet niet bereikt’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij het tweede ‘wet’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst. **9:32** Waarom? Omdat het niet uit geloof was, maar alsof het uit werken was. Zij hebben zich gestoten aan de steen van de aanstoot, Brontekst: διὰ (dia) = om | τί (ti) = wat | ὅτι (hoti) = omdat | οὐκ (ouk) = niet | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | ἀλλ’ (all’) = maar | ὡς (hos) = alsof | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | προσέκοψαν (prosekopsan) = hebben gestoten | τῷ (to) = aan de | λίθῳ (litho) = steen | τοῦ (tou) = van de | προσκόμματος (proskommatos) = aanstoot Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks laat het werkwoord weg: ‘omdat niet uit geloof, maar als uit werken’; wij vullen ‘het was’ aan. προσκόπτω (proskopto), ‘zich stoten’, πρόσκομμα (proskomma), ‘aanstoot, wat tot struikelen brengt’. **9:33** zoals geschreven staat: **„Zie, Ik leg in Sion een steen van aanstoot en een rots van struikeling, en wie op hem gelooft, zal niet beschaamd worden.”** Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ἰδοὺ (Idou) = zie | τίθημι (tithemi) = Ik leg | ἐν (en) = in | Σιὼν (Sion) = Sion | λίθον (lithon) = steen | προσκόμματος (proskommatos) = van aanstoot | καὶ (kai) = en | πέτραν (petran) = rots | σκανδάλου (skandalou) = van struikeling | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = wie | πιστεύων (pisteuon) = gelooft | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῷ (auto) = hem | οὐ (ou) = niet | καταισχυνθήσεται (kataischynthesetai) = zal beschaamd worden Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Samengesteld uit Jes. 28:16 en Jes. 8:14. Ons Hebreeuws heeft in 28:16: ‘Zie, Ik ben het die in Sion een steen legt … Wie gelooft, zal zich niet haasten’; de Griekse tekst heeft: ‘wie op hem gelooft, zal niet beschaamd worden’. In 8:14 staat ‘een steen om aan te stoten en een rots om over te struikelen’. Yahweh spreekt in de eerste persoon (‘Ik leg’); daarom staat het citaat rood. ἐπ᾽ αὐτῷ (ep autoi), ‘op hem’: het Grieks wijst terug op de steen; wij schrijven ‘hem’ met een kleine letter. σκάνδαλον (skandalon) is elders in deze brief ‘struikelblok’ (zie Rom. 14:13); hier staat het in een citaat en volgt ons Jes. 8:14: ‘een rots om over te struikelen’, dus ‘rots van struikeling’. Voetnoot : Zie ook Jes. 28:16; Jes. 8:14; Rom. 10:11; 1 Petr. 2:6. Zie ook: Jes 8:14; Jes 28:16; Rom 10:11; Rom 14:13; 1 Petr 2:6 ## Romeinen 10 _Het einde van de wet, het woord van het geloof en de boodschap aan Israël_ ### Ijver zonder inzicht **10:1** Broers, het verlangen van mijn hart en mijn smeekbede tot Elohim voor hen is tot redding. Brontekst: Ἀδελφοί (Adelphoi) = broers | ἡ (he) = de | μὲν (men) = wel | εὐδοκία (eudokia) = verlangen | τῆς (tes) = van het | ἐμῆς (emes) = mijn | καρδίας (kardias) = hart | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | δέησις (deesis) = smeekbede | πρὸς (pros) = tot | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ὑπὲρ (hyper) = voor | αὐτῶν (auton) = hen | εἰς (eis) = tot | σωτηρίαν (soterian) = redding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters in de gemeente. εὐδοκία (eudokia), ‘verlangen, goede wens’: wat iemand van harte wil. δέησις (deesis), ‘smeekbede’. σωτηρία (soteria), ‘redding’. ‘Hen’ zijn Paulus’ volksgenoten, de Israëlieten van 9:3–4. Voetnoot : Zie ook Rom. 9:3. Zie ook: Rom 9:3 **10:2** Want ik getuig van hen dat zij een ijver voor Elohim hebben, maar niet met inzicht. Brontekst: μαρτυρῶ (martyro) = getuig ik | γὰρ (gar) = want | αὐτοῖς (autois) = over hen | ὅτι (hoti) = dat | ζῆλον (zelon) = ijver | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἔχουσιν (echousin) = hebben zij | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | κατ’ (kat’) = naar | ἐπίγνωσιν (epignosin) = inzicht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζῆλος (zelos), ‘ijver’: vurige inzet. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘kennis, inzicht’: ook ‘erkenning’. Paulus erkent hun ijver, maar zegt dat die niet op inzicht rust. **10:3** Want zij kennen de gerechtigheid van Elohim niet en zoeken hun eigen gerechtigheid op te richten. Zij hebben zich niet onderworpen aan de gerechtigheid van Elohim. Brontekst: ἀγνοοῦντες (agnoountes) = onkundig zijnd van | γὰρ (gar) = want | τὴν (ten) = de | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ἰδίαν (idian) = eigen | ζητοῦντες (zetountes) = zoekend | στῆσαι (stesai) = op te richten | τῇ (te) = aan de | δικαιοσύνῃ (dikaiosyne) = gerechtigheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐχ (ouch) = niet | ὑπετάγησαν (hypetagesan) = hebben zich onderworpen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιοσύνη θεοῦ (dikaiosyne theou), ‘gerechtigheid van Elohim’: het Grieks kan ook ‘de rechtvaardigheid die Elohim geeft’ betekenen. ἀγνοέω (agnoeo), ‘niet kennen, onwetend zijn’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderwerpen, zich onderschikken’. Voetnoot : Zie ook Rom. 1:17; Rom. 3:21. Zie ook: Rom 1:17; Rom 3:21 **10:4** Want het einde van de wet is de Messias, tot gerechtigheid voor ieder die gelooft. Brontekst: τέλος (telos) = einde | γὰρ (gar) = want | νόμου (nomou) = van wet | Χριστὸς (Christos) = de Messias | εἰς (eis) = tot | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | παντὶ (panti) = voor ieder | τῷ (to) = die | πιστεύοντι (pisteuonti) = gelooft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέλος (telos), ‘einde’: het Griekse woord kan ook ‘doel’ of ‘voltooiing’ betekenen. De zin kan dus gelezen worden als ‘de Messias is het einde van de wet’, ‘de Messias is het doel van de wet’ of ‘de Messias is de voltooiing van de wet’. Wij houden ‘einde’ als letterlijke weergave. In 9:31–32 gaat het over Israëls najagen van de wet; vergelijk Gal. 3:24, waar de wet een opvoeder tot de Messias heet. Voetnoot : Zie ook Rom. 9:31; Gal. 3:24. Zie ook: Gal 3:24; Rom 9:31 ### De gerechtigheid uit de wet en uit geloof **10:5** Want Mozes schrijft dat de mens die de gerechtigheid uit de wet gedaan heeft, daarin zal leven. Brontekst: Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | γὰρ (gar) = want | γράφει (graphei) = schrijft | ὅτι (hoti) = dat | τὴν (ten) = de | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | τὴν (ten) = die | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | νόμου (nomou) = wet | ὁ (ho) = de | ποιήσας (poiesas) = gedaan hebbende | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ζήσεται (zesetai) = zal leven | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Lev. 18:5. Ons Hebreeuws heeft: ‘Jullie moeten Mijn voorschriften en Mijn rechtsregels bewaren. De mens die ze doet, zal erdoor leven’. Paulus noemt Mozes als schrijver en verbindt het woord met ‘de gerechtigheid uit de wet’. Vergelijk Gal. 3:12. Voetnoot : Zie ook Lev. 18:5; Gal. 3:12. Zie ook: Lev 18:5; Gal 3:12 **10:6** Maar de gerechtigheid uit geloof zegt het zo: „Zeg niet in je hart: ‘Wie zal naar de hemel opstijgen?’” Dat wil zeggen: de Messias omlaag halen. Brontekst: ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid | οὕτως (houtos) = zo | λέγει (legei) = zegt | Μὴ (Me) = niet | εἴπῃς (eipes) = zeg | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | καρδίᾳ (kardia) = hart | σου (sou) = jouw | Τίς (Tis) = wie | ἀναβήσεται (anabesetai) = zal opstijgen | εἰς (eis) = naar | τὸν (ton) = de | οὐρανόν (ouranon) = hemel | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | Χριστὸν (Christon) = de Messias | καταγαγεῖν (katagagein) = omlaag te brengen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Deut. 30:12–14. Ons Hebreeuws heeft: ‘Het is niet in de hemel, zodat je zou zeggen: Wie gaat voor ons naar de hemel omhoog om het voor ons te halen?’ Paulus spreekt van ‘de gerechtigheid uit geloof’ als spreker en voegt een verklaring toe: ‘Dat wil zeggen: de Messias omlaag halen’. ἀναβαίνω (anabaino), ‘opstijgen’, καταγάγω (katagago), ‘omlaag brengen’. Voetnoot : Zie ook Deut. 30:12. Zie ook: Deut 30:12–14 **10:7** Of: „Wie zal in de afgrond afdalen?” Dat wil zeggen: de Messias uit de doden omhoog halen. Brontekst: ἤ (e) = of | Τίς (Tis) = wie | καταβήσεται (katabesetai) = zal afdalen | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | ἄβυσσον (abysson) = afgrond | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | Χριστὸν (Christon) = de Messias | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | ἀναγαγεῖν (anagagein) = omhoog te brengen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Deut. 30:13. Ons Hebreeuws heeft: ‘Het is ook niet aan de overkant van de zee … Wie steekt voor ons de zee over?’ De Griekse tekst heeft ἄβυσσος (abyssos), ‘afgrond’, de diepte van de dood. De verklaring ‘de Messias uit de doden omhoog halen’ is van Paulus. Voetnoot : Zie ook Deut. 30:13. Zie ook: Deut 30:13 **10:8** Maar wat zegt zij? „Het woord is dicht bij je, in je mond en in je hart.” Dat is het woord van het geloof dat wij verkondigen: Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | τί (ti) = wat | λέγει (legei) = zegt zij | Ἐγγύς (Engys) = nabij | σου (sou) = jou | τὸ (to) = het | ῥῆμά (rhema) = woord | ἐστιν (estin) = is | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | στόματί (stomati) = mond | σου (sou) = jouw | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | καρδίᾳ (kardia) = hart | σου (sou) = jouw | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | τὸ (to) = het | ῥῆμα (rhema) = woord | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | ὃ (ho) = dat | κηρύσσομεν (keryssomen) = verkondigen wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Deut. 30:14. Ons Hebreeuws heeft: ‘Want het woord is heel dichtbij je, in je mond en in je hart, om het te doen’. De Griekse tekst laat ‘om het te doen’ weg en voegt toe: ‘dat is het woord van het geloof dat wij verkondigen’. ῥῆμα (rema), ‘woord’. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’. Voetnoot : Zie ook Deut. 30:14. Zie ook: Deut 30:14 ### Yeshua is Heer **10:9** dat als je met je mond belijdt: Yeshua is Heer, en in je hart gelooft dat Elohim Hem uit de doden heeft opgewekt, je gered zult worden. Brontekst: ὅτι (hoti) = dat | ἐὰν (ean) = als | ὁμολογήσῃς (homologeses) = belijdt | ἐν (en) = met | τῷ (to) = de | στόματί (stomati) = mond | σου (sou) = jouw | κύριον (kyrion) = Heer | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | καὶ (kai) = en | πιστεύσῃς (pisteuses) = gelooft | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | καρδίᾳ (kardia) = hart | σου (sou) = jouw | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | αὐτὸν (auton) = Hem | ἤγειρεν (egeiren) = heeft opgewekt | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | σωθήσῃ (sothese) = zult gered worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κύριον Ἰησοῦν (kyrion Iesoun), letterlijk ‘Yeshua als Heer’: de belijdenis ‘Yeshua is Heer’. In de citaten uit het Oude Testament in dit hoofdstuk staat κύριος waar het Hebreeuws Yahweh heeft (zie vers 13). ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’: hetzelfde zeggen, openlijk erkennen. ὁ θεὸς αὐτὸν ἤγειρεν ἐκ νεκρῶν (ho theos auton egeiren ek nekron), ‘Elohim heeft Hem uit de doden opgewekt’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 12:3. Zie ook: 1 Kor 12:3; Rom 10:13 **10:10** Want met het hart wordt geloofd tot gerechtigheid, en met de mond wordt beleden tot redding. Brontekst: καρδίᾳ (kardia) = met het hart | γὰρ (gar) = want | πιστεύεται (pisteuetai) = wordt geloofd | εἰς (eis) = tot | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | στόματι (stomati) = met de mond | δὲ (de) = maar | ὁμολογεῖται (homologeitai) = wordt beleden | εἰς (eis) = tot | σωτηρίαν (soterian) = redding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’; σωτηρία (soteria), ‘redding’. Hart en mond staan naast elkaar, zoals in vers 9. Zie ook: Rom 10:9 **10:11** Want de Schrift zegt: „Ieder die op hem gelooft, zal niet beschaamd worden.” Brontekst: λέγει (legei) = zegt | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = de | γραφή (graphe) = Schrift | Πᾶς (Pas) = ieder | ὁ (ho) = die | πιστεύων (pisteuon) = gelooft | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῷ (auto) = hem | οὐ (ou) = niet | καταισχυνθήσεται (kataischynthesetai) = zal beschaamd worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Jes. 28:16 (zie 9:33). Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie gelooft, zal zich niet haasten’; de Griekse tekst heeft ‘zal niet beschaamd worden’ en voegt ‘ieder’ (πᾶς, pas) toe, dat in ons Hebreeuws niet staat. ἐπ᾽ αὐτῷ (ep autoi), ‘op hem’: zie 9:33. Voetnoot : Zie ook Jes. 28:16; Rom. 9:33. Zie ook: Jes 28:16; Rom 9:33 **10:12** Want er is geen verschil tussen Jood en Griek. Want dezelfde is Heer van allen, rijk voor allen die Hem aanroepen. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | διαστολὴ (diastole) = verschil | Ἰουδαίου (Ioudaiou) = van Jood | τε (te) = en | καὶ (kai) = ook | Ἕλληνος (Hellenos) = van Griek | ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | αὐτὸς (autos) = dezelfde | κύριος (kyrios) = Heer | πάντων (panton) = van allen | πλουτῶν (plouton) = rijk zijnd | εἰς (eis) = voor | πάντας (pantas) = allen | τοὺς (tous) = de | ἐπικαλουμένους (epikaloumenous) = aanroependen | αὐτόν (auton) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διαστολή (diastole), ‘verschil, onderscheid’. Ἕλλην (Hellen), ‘Griek’: hier de niet-Jood, zoals in Gal. 3:28. πλουτέω (plouteo), ‘rijk zijn’. ‘Heer’ (κύριος, kyrios): in het verband van vers 9 de Heer Yeshua. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:28. Zie ook: Gal 3:28; Rom 10:9 **10:13** Want ieder die de naam van Yahweh aanroept, zal gered worden. Brontekst: Πᾶς (Pas) = ieder | γὰρ (gar) = want | ὃς (hos) = die | ἂν (an) = ook maar | ἐπικαλέσηται (epikalesetai) = aanroept | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | κυρίου (kyriou) = van Yahweh | σωθήσεται (sothesetai) = zal gered worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Joël 3:5 (in de Nederlandse telling is dit 2:32). Ons Hebreeuws heeft: ‘ieder die de naam van Yahweh aanroept, zal ontkomen’; de Griekse tekst heeft σωθήσεται (sothesetai), ‘zal gered worden’. Het Hebreeuws heeft de naam Yahweh; daarom schrijven wij ‘Yahweh’. In het verband van de verzen 9–12 spreekt Paulus over Yeshua als Heer; het citaat vermeldt de naam van Yahweh. Voetnoot : Zie ook Joël 3:5. Zie ook: Joël 3:5 ### Horen, geloven en verkondigen **10:14** Hoe zullen zij dan aanroepen in wie zij niet geloofd hebben? Hoe zullen zij geloven in iemand van wie zij niet gehoord hebben? Hoe zullen zij horen zonder iemand die verkondigt? Brontekst: Πῶς (Pos) = hoe | οὖν (oun) = dan | ἐπικαλέσωνται (epikalesontai) = zullen zij aanroepen | εἰς (eis) = in | ὃν (hon) = wie | οὐκ (ouk) = niet | ἐπίστευσαν (episteusan) = hebben zij geloofd | πῶς (pos) = hoe | δὲ (de) = maar | πιστεύσωσιν (pisteusosin) = zullen zij geloven | οὗ (hou) = van wie | οὐκ (ouk) = niet | ἤκουσαν (ekousan) = hebben zij gehoord | πῶς (pos) = hoe | δὲ (de) = maar | ἀκούσωσιν (akousosin) = zullen zij horen | χωρὶς (choris) = zonder | κηρύσσοντος (keryssontos) = verkondigende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Drie vragen die op elkaar volgen: aanroepen, geloven, horen. ἐπικαλέομαι (epikaleomai), ‘aanroepen’. Het Grieks heeft ‘van wie zij niet gehoord hebben’ (οὗ, hou, een tweede naamval); wij schrijven ‘iemand van wie’. **10:15** En hoe zullen zij verkondigen als zij niet gezonden zijn? Zoals geschreven staat: „Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die de goede boodschap van het goede brengen!” Brontekst: πῶς (pos) = hoe | δὲ (de) = maar | κηρύξωσιν (keryxosin) = zullen zij verkondigen | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | ἀποσταλῶσιν (apostalosin) = zij gezonden zijn | καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ὡς (Hos) = hoe | ὡραῖοι (horaioi) = lieflijk | οἱ (hoi) = de | πόδες (podes) = voeten | τῶν (ton) = van hen | εὐαγγελιζομένων (euangelizomenon) = die de goede boodschap brengen | τὰ (ta) = van het | ἀγαθά (agatha) = goede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Jes. 52:7. Ons Hebreeuws heeft: ‘Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van de boodschapper die vrede laat horen. De boodschapper van het goede laat redding horen’. De Griekse tekst heeft in het meervoud ‘van hen die de goede boodschap brengen van het goede’ en niet ‘op de bergen’. εὐαγγελίζομαι (euaggelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’. Voetnoot : Zie ook Jes. 52:7. Zie ook: Jes 52:7 **10:16** Maar niet allen hebben de goede boodschap gehoorzaamd. Want Jesaja zegt: „Yahweh, wie heeft ons bericht geloofd?” Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | πάντες (pantes) = allen | ὑπήκουσαν (hypekousan) = hebben gehoorzaamd | τῷ (to) = aan de | εὐαγγελίῳ (euangelio) = goede boodschap | Ἠσαΐας (Esaias) = Jesaja | γὰρ (gar) = want | λέγει (legei) = zegt | Κύριε (Kyrie) = Yahweh | τίς (tis) = wie | ἐπίστευσεν (episteusen) = heeft geloofd | τῇ (te) = het | ἀκοῇ (akoe) = bericht | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Jes. 53:1. Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie heeft ons bericht geloofd? En aan wie is de arm van Yahweh geopenbaard?’ ἀκοή (akoe), ‘bericht, het gehoorde’: hetzelfde woord als ‘het horen’ in vers 17. ὑπακούω (hypakouo), ‘gehoorzamen’: letterlijk ‘onder het horen zijn’. Voetnoot : Zie ook Jes. 53:1. Zie ook: Jes 53:1; Rom 10:17 **10:17** Dus komt het geloof uit het horen, en het horen door het woord van de Messias. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | ἐξ (ex) = uit | ἀκοῆς (akoes) = horen | ἡ (he) = het | δὲ (de) = maar | ἀκοὴ (akoe) = horen | διὰ (dia) = door | ῥήματος (rhematos) = woord | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκοή (akoe), ‘het horen’, ‘het gehoorde’: zie vers 16. ῥῆμα Χριστοῦ (rema Christou), ‘woord van de Messias’: de genitief kan ‘het woord dat de Messias spreekt’ of ‘het woord over de Messias’ betekenen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘Messias’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst. Zie ook: Rom 10:16 ### Hebben zij het niet gehoord? **10:18** Maar ik zeg: hebben zij het soms niet gehoord? Integendeel: „Over heel de aarde is hun klank uitgegaan, en tot de einden van de bewoonde wereld hun woorden.” Brontekst: Ἀλλὰ (Alla) = maar | λέγω (lego) = zeg ik | μὴ (me) = niet soms | οὐκ (ouk) = niet | ἤκουσαν (ekousan) = hebben zij gehoord | μενοῦνγε (menounge) = integendeel | Εἰς (Eis) = tot | πᾶσαν (pasan) = heel | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | ἐξῆλθεν (exelthen) = is uitgegaan | ὁ (ho) = de | φθόγγος (phthongos) = klank | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | τὰ (ta) = de | πέρατα (perata) = einden | τῆς (tes) = van de | οἰκουμένης (oikoumenes) = bewoonde wereld | τὰ (ta) = de | ῥήματα (rhemata) = woorden | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μενοῦνγε (menounge), ‘integendeel’. Citaat uit Ps. 19:5 (in de Nederlandse telling 19:4). Ons Hebreeuws heeft: ‘Over heel de aarde gaat hun lijn uit, en tot aan het einde van de wereld hun woorden’; de Griekse tekst heeft φθόγγος (fthoggos), ‘klank’, waar het Hebreeuws ‘lijn’ heeft. In de psalm zijn ‘zij’ de hemelen (Ps. 19:2). οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’. Voetnoot : Zie ook Ps. 19:5; Ps. 19:2. Zie ook: Ps 19:2; Ps 19:5 **10:19** Maar ik zeg: heeft Israël het soms niet begrepen? Eerst zegt Mozes: **„Ik zal jullie naijverig maken op een niet-volk, op een onverstandig volk zal Ik jullie tot toorn prikkelen.”** Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | λέγω (lego) = zeg ik | μὴ (me) = niet soms | Ἰσραὴλ (Israel) = Israël | οὐκ (ouk) = niet | ἔγνω (egno) = heeft begrepen | πρῶτος (protos) = eerst | Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | λέγει (legei) = zegt | Ἐγὼ (Ego) = Ik | παραζηλώσω (parazeloso) = zal naijverig maken | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐπ’ (ep’) = op | οὐκ (ouk) = niet | ἔθνει (ethnei) = volk | ἐπ’ (ep’) = op | ἔθνει (ethnei) = volk | ἀσυνέτῳ (asyneto) = onverstandig | παροργιῶ (parorgio) = zal tot toorn prikkelen | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Deut. 32:21, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt; daarom staat het rood. Ons Hebreeuws heeft: ‘Daarom zal Ik hen na-ijverig maken met wat geen volk is, met een dwaze natie zal Ik hen tot toorn prikkelen’. παραζηλόω (parazeloo), ‘naijverig maken’; παροργίζω (parorgizo), ‘tot toorn prikkelen’; ἀσύνετος (asynetos), ‘onverstandig’. ‘Mozes zegt’: de woorden staan in het lied van Mozes. Voetnoot : Zie ook Deut. 32:21; Rom. 11:11. Zie ook: Deut 32:21; Rom 11:11 **10:20** En Jesaja durft te zeggen: **„Ik ben gevonden bij wie Mij niet zochten, zichtbaar ben Ik geworden voor wie niet naar Mij vroegen.”** Brontekst: Ἠσαΐας (Esaias) = Jesaja | δὲ (de) = maar | ἀποτολμᾷ (apotolma) = durft | καὶ (kai) = en | λέγει (legei) = zegt | Εὑρέθην (Heurethen) = ben Ik gevonden | ἐν (en) = bij | τοῖς (tois) = hen | ἐμὲ (eme) = Mij | μὴ (me) = niet | ζητοῦσιν (zetousin) = zoekenden | ἐμφανὴς (emphanes) = zichtbaar | ἐγενόμην (egenomen) = ben Ik geworden | τοῖς (tois) = voor hen | ἐμὲ (eme) = Mij | μὴ (me) = niet | ἐπερωτῶσιν (eperotosin) = vragenden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποτολμάω (apotolmao), ‘durven, zich verstouten’. Citaat uit Jes. 65:1, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt; daarom staat het rood. Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik liet Mij zoeken door wie niet naar Mij vroeg. Ik liet Mij vinden door wie Mij niet zocht’. De Griekse tekst heeft een andere volgorde en ‘ben Ik zichtbaar geworden’ (ἐμφανής, emfanes, ‘zichtbaar’). Voetnoot : Zie ook Jes. 65:1. Zie ook: Jes 65:1 **10:21** Maar tegen Israël zegt hij: **„De hele dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.”** Brontekst: πρὸς (pros) = tegen | δὲ (de) = maar | τὸν (ton) = de | Ἰσραὴλ (Israel) = Israël | λέγει (legei) = zegt hij | Ὅλην (Holen) = de hele | τὴν (ten) = de | ἡμέραν (hemeran) = dag | ἐξεπέτασα (exepetasa) = heb Ik uitgestrekt | τὰς (tas) = de | χεῖράς (cheiras) = handen | μου (mou) = Mijn | πρὸς (pros) = naar | λαὸν (laon) = volk | ἀπειθοῦντα (apeithounta) = ongehoorzaam | καὶ (kai) = en | ἀντιλέγοντα (antilegonta) = tegensprekend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Jes. 65:2, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt; daarom staat het rood. Ons Hebreeuws heeft: ‘De hele dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt naar een weerspannig volk’. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’; ἀντιλέγω (antilego), ‘tegenspreken’. Het onderwerp van ‘zegt’ is niet genoemd; het sluit aan bij Jesaja in vers 20. Voetnoot : Zie ook Jes. 65:2. Zie ook: Jes 65:2; Rom 10:20 ## Romeinen 11 _De rest, de olijfboom, het geheimenis van Israël en de lofprijs om Elohims wegen_ ### Heeft Elohim Zijn volk verstoten? **11:1** Ik vraag dan: heeft Elohim Zijn volk verstoten? Dat nooit! Want ook ik ben een Israëliet, uit het zaad van Abraham, van de stam Benjamin. Brontekst: Λέγω (Lego) = zeg ik | οὖν (oun) = dan | μὴ (me) = niet soms | ἀπώσατο (aposato) = heeft verstoten | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὸν (ton) = het | λαὸν (laon) = volk | αὐτοῦ (autou) = Zijn | μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn | καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | ἐγὼ (ego) = ik | Ἰσραηλίτης (Israelites) = Israëliet | εἰμί (eimi) = ben | ἐκ (ek) = uit | σπέρματος (spermatos) = zaad | Ἀβραάμ (Abraam) = van Abraham | φυλῆς (phyles) = stam | Βενιαμίν (Beniamin) = Benjamin Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπωθέω (apotheo), ‘verstoten’: wegduwen. μὴ γένοιτο (me genoito): ‘Dat nooit!’, zoals in 9:14. ‘Zijn volk’ (τὸν λαὸν αὐτοῦ): Israël. Paulus noemt zichzelf een Israëliet uit de stam Benjamin. Dat Yahweh Zijn volk niet verstoot, staat ook in 1 Sam. 12:22 en Ps. 94:14. Voetnoot : Zie ook 1 Sam. 12:22; Ps. 94:14; Rom. 9:14; 2 Kor. 11:22; Filip. 3:5. Zie ook: 1 Sam 12:22; Ps 94:14; 2 Kor 11:22; Rom 9:14; Fil 3:5 **11:2** Elohim heeft Zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft. Of weten jullie niet wat de Schrift zegt bij Elia, hoe hij bij Elohim pleit tegen Israël? Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἀπώσατο (aposato) = heeft verstoten | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὸν (ton) = het | λαὸν (laon) = volk | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὃν (hon) = dat | προέγνω (proegno) = Hij tevoren kende | ἢ (e) = of | οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ἐν (en) = bij | Ἠλίᾳ (Elia) = Elia | τί (ti) = wat | λέγει (legei) = zegt | ἡ (he) = de | γραφή (graphe) = Schrift | ὡς (hos) = hoe | ἐντυγχάνει (entynchanei) = pleit hij | τῷ (to) = bij de | θεῷ (theo) = Elohim | κατὰ (kata) = tegen | τοῦ (tou) = de | Ἰσραήλ (Israel) = Israël Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προγινώσκω (proginosko), ‘tevoren kennen’. ἐν Ἠλίᾳ (en Elia), letterlijk ‘in Elia’: in de passage over Elia. ἐντυγχάνω (entynchano), ‘zich wenden tot, pleiten’: hier een aanklacht tegen Israël bij Elohim. Het verhaal staat in 1 Kon. 19. Voetnoot : Zie ook 1 Kon. 19:10; Rom. 8:29. Zie ook: 1 Kon 19:10; Rom 8:29 **11:3** „Yahweh, Uw profeten hebben zij gedood, Uw altaren hebben zij afgebroken, en ik ben alleen overgebleven, en zij zoeken mijn leven.” Brontekst: Κύριε (Kyrie) = Yahweh | τοὺς (tous) = de | προφήτας (prophetas) = profeten | σου (sou) = Uw | ἀπέκτειναν (apekteinan) = hebben zij gedood | τὰ (ta) = de | θυσιαστήριά (thysiasteria) = altaren | σου (sou) = Uw | κατέσκαψαν (kateskapsan) = hebben zij afgebroken | κἀγὼ (kago) = en ik | ὑπελείφθην (hypeleiphthen) = ben overgebleven | μόνος (monos) = alleen | καὶ (kai) = en | ζητοῦσιν (zetousin) = zoeken zij | τὴν (ten) = het | ψυχήν (psychen) = leven | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar 1 Kon. 19:10 (ook 19:14). Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik heb zeer geijverd voor Yahweh, Elohim van de legermachten. Want de zonen van Israël hebben Uw verbond verlaten. Zij hebben Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood. Ik ben alleen overgebleven, en zij zoeken mijn leven om het weg te nemen’. Paulus haalt korter aan en noemt eerst de profeten en dan de altaren. De woorden zijn van Elia; daarom staan ze zwart. ψυχή (psyche), ‘leven, ziel’. Voetnoot : Zie ook 1 Kon. 19:10; 1 Kon. 19:14. Zie ook: 1 Kon 19:10; 1 Kon 19:14 **11:4** Maar wat zegt de goddelijke aanwijzing tegen hem? **„Ik heb voor Mij 7000 mannen laten overblijven, die hun knie niet voor de Baäl hebben gebogen.”** Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | τί (ti) = wat | λέγει (legei) = zegt | αὐτῷ (auto) = tegen hem | ὁ (ho) = de | χρηματισμός (chrematismos) = goddelijke aanwijzing | Κατέλιπον (Katelipon) = heb Ik laten overblijven | ἐμαυτῷ (emauto) = voor Mij | ἑπτακισχιλίους (heptakischilious) = 7000 | ἄνδρας (andras) = mannen | οἵτινες (hoitines) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἔκαμψαν (ekampsan) = hebben gebogen | γόνυ (gony) = knie | τῇ (te) = voor de | Βάαλ (Baal) = Baäl Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar 1 Kon. 19:18. Ons Hebreeuws heeft: ‘En Ik laat in Israël zevenduizend over. Dat zijn allen die hun knieën niet voor de Baäl hebben gebogen’. Yahweh spreekt zelf in de eerste persoon; daarom staat het citaat rood. χρηματισμός (chrematismos), ‘goddelijke aanwijzing’: een antwoord van Elohim; verwant aan χρηματίζω (chrematizo), ‘een aanwijzing krijgen’. Het Griekse lidwoord τῇ (tei) bij Βάαλ is vrouwelijk; wij schrijven ‘de Baäl’ zoals in 1 Kon. 19:18. Voetnoot : Zie ook 1 Kon. 19:18. Zie ook: 1 Kon 19:18 ### Een rest naar de uitverkiezing van genade **11:5** Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een rest ontstaan, naar de uitverkiezing van genade. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | οὖν (oun) = dan | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | νῦν (nyn) = nu | καιρῷ (kairo) = tijd | λεῖμμα (leimma) = rest | κατ’ (kat’) = naar | ἐκλογὴν (eklogen) = uitverkiezing | χάριτος (charitos) = van genade | γέγονεν (gegonen) = is ontstaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λεῖμμα (leimma), ‘rest’: wat overblijft, zoals ὑπόλειμμα in 9:27. κατ᾽ ἐκλογὴν χάριτος (kat eklogen charitos), ‘naar de uitverkiezing van genade’: ἐκλογή (ekloge), ‘uitverkiezing’; χάρις (charis), ‘genade’. Voetnoot : Zie ook Rom. 9:27. Zie ook: Rom 9:27 **11:6** Maar als het door genade is, dan niet meer uit werken, anders wordt genade geen genade meer. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | χάριτι (chariti) = door genade | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | ἐπεὶ (epei) = anders | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | γίνεται (ginetai) = wordt | χάρις (charis) = genade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Griekse χάρις (charis), ‘genade’, staat tegenover ἔργα (erga), ‘werken’. Het vers zegt dat genade en werken elkaar uitsluiten. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij het laatste woord ‘genade’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst. **11:7** Wat dan? Wat Israël zoekt, heeft het niet verkregen. De uitverkiezing heeft het wel verkregen. De overigen zijn verhard, Brontekst: τί (ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ὃ (ho) = wat | ἐπιζητεῖ (epizetei) = zoekt | Ἰσραήλ (Israel) = Israël | τοῦτο (touto) = dat | οὐκ (ouk) = niet | ἐπέτυχεν (epetychen) = heeft verkregen | ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | ἐκλογὴ (ekloge) = uitverkiezing | ἐπέτυχεν (epetychen) = heeft verkregen | οἱ (hoi) = de | δὲ (de) = maar | λοιποὶ (loipoi) = overigen | ἐπωρώθησαν (eporothesan) = zijn verhard Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκλογή (ekloge), ‘uitverkiezing’: hier de uitverkorenen als groep; het Grieks zegt letterlijk ‘de uitverkiezing heeft het verkregen’. πωρόω (poroo), ‘verharden’: gevoelloos maken; het Grieks heeft een lijdende vorm (‘werden verhard’) en noemt niet wie verhardt. Vergelijk 9:18, waar σκληρύνω (skleryno), ‘verharden’, staat. Voetnoot : Zie ook Rom. 9:18. Zie ook: Rom 9:18 **11:8** zoals geschreven staat: „Elohim heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van vandaag.” Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ἔδωκεν (Edoken) = heeft gegeven | αὐτοῖς (autois) = aan hen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | πνεῦμα (pneuma) = geest | κατανύξεως (katanyxeos) = van diepe slaap | ὀφθαλμοὺς (ophthalmous) = ogen | τοῦ (tou) = om | μὴ (me) = niet | βλέπειν (blepein) = te zien | καὶ (kai) = en | ὦτα (ota) = oren | τοῦ (tou) = om | μὴ (me) = niet | ἀκούειν (akouein) = te horen | ἕως (heos) = tot | τῆς (tes) = de | σήμερον (semeron) = vandaag | ἡμέρας (hemeras) = dag Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Samengesteld uit Deut. 29:3 en Jes. 29:10. Ons Hebreeuws heeft in Deut. 29:3: ‘Maar tot op deze dag heeft Yahweh jullie geen hart gegeven om te weten, geen ogen om te zien en geen oren om te horen’; in Jes. 29:10: ‘Want Yahweh heeft over jullie een geest van diepe slaap uitgegoten’. De Griekse tekst zegt: ‘Elohim heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen’. κατάνυξις (katanyxis), ‘diepe slaap, verdoving’: wij volgen de weergave van ons Jesaja. Hier is het Elohim die ‘gegeven heeft’; het citaat staat zwart, want Paulus haalt het aan. Voetnoot : Zie ook Deut. 29:3; Jes. 29:10. Zie ook: Deut 29:3; Jes 29:10 **11:9** En David zegt: „Laat hun tafel worden tot een strik, tot een vangnet, tot een struikelblok en tot een vergelding voor hen; Brontekst: καὶ (kai) = en | Δαυὶδ (Dauid) = David | λέγει (legei) = zegt | Γενηθήτω (Genetheto) = laat worden | ἡ (he) = de | τράπεζα (trapeza) = tafel | αὐτῶν (auton) = hun | εἰς (eis) = tot | παγίδα (pagida) = strik | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | θήραν (theran) = vangnet | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | σκάνδαλον (skandalon) = struikelblok | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | ἀνταπόδομα (antapodoma) = vergelding | αὐτοῖς (autois) = voor hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Ps. 69:23–24 (in de Nederlandse telling 69:22–23). Het opschrift van Ps. 69 zegt: ‘Van David’. Ons Hebreeuws heeft: ‘Laat hun tafel voor hen een strik worden, en voor wie in vrede leeft, een val’. De Griekse tekst heeft vier woorden: παγίς (pagis), ‘strik’; θήρα (thera), ‘vangnet, jacht’; σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’; ἀνταπόδομα (antapodoma), ‘vergelding’. Voetnoot : Zie ook Ps. 69:23. Zie ook: Ps 69:23–24 **11:10** laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien, en buig hun rug voortdurend neer.” Brontekst: σκοτισθήτωσαν (skotisthetosan) = laat verduisterd worden | οἱ (hoi) = de | ὀφθαλμοὶ (ophthalmoi) = ogen | αὐτῶν (auton) = hun | τοῦ (tou) = om | μὴ (me) = niet | βλέπειν (blepein) = te zien | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | νῶτον (noton) = rug | αὐτῶν (auton) = hun | διὰ (dia) = voortdurend | παντὸς (pantos) = altijd | σύγκαμψον (synkampson) = buig neer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Ps. 69:24 (in de Nederlandse telling 69:23). Ons Hebreeuws heeft: ‘Laat hun ogen donker worden, zodat ze niet zien, en laat hun lenden voortdurend wankelen’. De Griekse tekst heeft νῶτον (noton), ‘rug’, en σύγκαμψον (sygkampson), ‘buig neer’. διὰ παντός (dia pantos), ‘voortdurend’. Voetnoot : Zie ook Ps. 69:24. Zie ook: Ps 69:24 ### Hun overtreding en de redding van de volken **11:11** Ik vraag dan: zijn zij gestruikeld om te vallen? Dat nooit! Maar door hun overtreding is de redding gekomen voor de volken, om hen naijverig te maken. Brontekst: Λέγω (Lego) = zeg ik | οὖν (oun) = dan | μὴ (me) = niet soms | ἔπταισαν (eptaisan) = zijn gestruikeld | ἵνα (hina) = opdat | πέσωσιν (pesosin) = zij vallen | μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | τῷ (to) = door de | αὐτῶν (auton) = hun | παραπτώματι (paraptomati) = overtreding | ἡ (he) = de | σωτηρία (soteria) = redding | τοῖς (tois) = voor de | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | εἰς (eis) = om | τὸ (to) = het | παραζηλῶσαι (parazelosai) = naijverig te maken | αὐτούς (autous) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πταίω (ptaio), ‘struikelen’; πίπτω (pipto), ‘vallen’. παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’: letterlijk een misstap of val, verwant aan πίπτω (pipto), ‘vallen’. Wij houden dezelfde weergave als in 5:15–20. Dat nooit! (μὴ γένοιτο) zoals in vers 1. παραζηλόω (parazeloo), ‘naijverig maken’, komt ook voor in 10:19 en 11:14. Voetnoot : Zie ook Rom. 10:19. Zie ook: Rom 10:19; Rom 11:1 **11:12** Maar als hun overtreding de rijkdom van de wereld is en hun verlies de rijkdom van de volken, hoeveel te meer hun volheid! Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | τὸ (to) = de | παράπτωμα (paraptoma) = overtreding | αὐτῶν (auton) = hun | πλοῦτος (ploutos) = rijkdom | κόσμου (kosmou) = van de wereld | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | ἥττημα (hettema) = verlies | αὐτῶν (auton) = hun | πλοῦτος (ploutos) = rijkdom | ἐθνῶν (ethnon) = van volken | πόσῳ (poso) = hoeveel | μᾶλλον (mallon) = meer | τὸ (to) = de | πλήρωμα (pleroma) = volheid | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het vers is in het Grieks verkort: ‘hoeveel te meer hun volheid’; wij vullen niets aan. ἥττημα (hetteima), ‘verlies, nederlaag’. πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’: wat vol of voltallig is; het woord staat ook in vers 25 (‘de volheid van de volken’). Wat Paulus met ‘hun volheid’ bedoelt, zegt de tekst niet verder. Voetnoot : Zie ook Rom. 11:25. Zie ook: Rom 11:25 **11:13** Tegen jullie zeg ik, de volken. Voor zover ik dus apostel van de volken ben, eer ik mijn dienst, Brontekst: Ὑμῖν (Hymin) = tegen jullie | δὲ (de) = maar | λέγω (lego) = zeg ik | τοῖς (tois) = de | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | ἐφ’ (eph’) = voor | ὅσον (hoson) = zover | μὲν (men) = wel | οὖν (oun) = dus | εἰμι (eimi) = ben | ἐγὼ (ego) = ik | ἐθνῶν (ethnon) = van volken | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | τὴν (ten) = de | διακονίαν (diakonian) = dienst | μου (mou) = mijn | δοξάζω (doxazo) = eer ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόστολος ἐθνῶν (apostolos ethnon), ‘apostel van de volken’: zoals in Gal. 2:8. διακονία (diakonia), ‘dienst’: verwant aan διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. δοξάζω (doxazo), ‘eer geven, verheerlijken’. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:8. Zie ook: Gal 2:8 **11:14** of ik misschien mijn vlees naijverig kan maken en enkelen uit hen kan redden. Brontekst: εἴ (ei) = of | πως (pos) = misschien | παραζηλώσω (parazeloso) = ik naijverig maak | μου (mou) = mijn | τὴν (ten) = het | σάρκα (sarka) = vlees | καὶ (kai) = en | σώσω (soso) = red ik | τινὰς (tinas) = enkelen | ἐξ (ex) = uit | αὐτῶν (auton) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἴ πως (ei pos), ‘of misschien’: de zin geeft het doel van vers 13. σάρξ (sarx), ‘vlees’: ‘mijn vlees’ zijn Paulus’ volksgenoten, zoals in 9:3. Voetnoot : Zie ook Rom. 9:3. Zie ook: Rom 9:3; Rom 11:13 **11:15** Want als hun verwerping de verzoening van de wereld is, wat zal hun aanneming dan zijn, behalve leven uit de doden? Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = de | ἀποβολὴ (apobole) = verwerping | αὐτῶν (auton) = hun | καταλλαγὴ (katallage) = verzoening | κόσμου (kosmou) = van de wereld | τίς (tis) = wat | ἡ (he) = de | πρόσλημψις (proslempsis) = aanneming | εἰ (ei) = behalve | μὴ (me) = niet | ζωὴ (zoe) = leven | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποβολή (apobole), ‘verwerping’; πρόσλημψις (proslempsis), ‘aanneming’: wat tegenover de verwerping staat. καταλλαγή (katallage), ‘verzoening’. ‘Leven uit de doden’ (ζωὴ ἐκ νεκρῶν): de tekst zegt niet of de opstanding of een overdrachtelijk nieuw leven bedoeld is. ### De olijfboom **11:16** Als de eersteling heilig is, dan ook het kneedsel. En als de wortel heilig is, dan ook de takken. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ἡ (he) = de | ἀπαρχὴ (aparche) = eersteling | ἁγία (hagia) = heilig | καὶ (kai) = ook | τὸ (to) = het | φύραμα (phyrama) = kneedsel | καὶ (kai) = en | εἰ (ei) = als | ἡ (he) = de | ῥίζα (rhiza) = wortel | ἁγία (hagia) = heilig | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | κλάδοι (kladoi) = takken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: het eerste deel dat aan Elohim gegeven wordt. φύραμα (fyrama), ‘kneedsel’: het gekneedde deeg; hetzelfde woord staat in 9:21. Het beeld doet denken aan de koek van het eerste deeg in Num. 15:17–21. De tekst noemt niet wie de eersteling en de wortel zijn. Voetnoot : Zie ook Num. 15:20; Rom. 9:21. Zie ook: Num 15:17–21; Num 15:20; Rom 9:21 **11:17** Maar als enkele van de takken zijn afgebroken, en jij, een wilde olijfboom, tussen hen bent ingeënt en deelgenoot bent geworden van de wortel van het vette van de olijfboom, Brontekst: Εἰ (Ei) = als | δέ (de) = maar | τινες (tines) = enkele | τῶν (ton) = van de | κλάδων (kladon) = takken | ἐξεκλάσθησαν (exeklasthesan) = zijn afgebroken | σὺ (sy) = jij | δὲ (de) = maar | ἀγριέλαιος (agrielaios) = wilde olijfboom | ὢν (on) = zijnde | ἐνεκεντρίσθης (enekentristhes) = bent ingeënt | ἐν (en) = tussen | αὐτοῖς (autois) = hen | καὶ (kai) = en | συγκοινωνὸς (synkoinonos) = deelgenoot | τῆς (tes) = van de | ῥίζης (rhizes) = wortel | τῆς (tes) = van het | πιότητος (piotetos) = vette | τῆς (tes) = van de | ἐλαίας (elaias) = olijfboom | ἐγένου (egenou) = bent geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het beeld van de olijfboom: κλάδος (klados), ‘tak’; ῥίζα (riza), ‘wortel’; ἀγριέλαιος (agrielaios), ‘wilde olijfboom’; ἐγκεντρίζω (egkentrizo), ‘inenten’: een tak van de ene boom in de andere zetten; πιότης (piotes), ‘het vette, het sap’; συγκοινωνός (sygkoinonos), ‘deelgenoot’. ἐκκλάω (ekklao), ‘afbreken’, staat in de verzen 17, 19 en 20; ἐκκόπτω (ekkopto), ‘afhouwen’, in de verzen 22 en 24. Ook elders worden Israël en de olijfboom naast elkaar genoemd (Jer. 11:16; Hos. 14:7, in de Nederlandse telling 14:6). Voetnoot : Zie ook Jer. 11:16; Hos. 14:7. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘wortel’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst. Zie ook: Hos 14:7; Jer 11:16 **11:18** roem dan niet tegen de takken. Maar als je toch tegen hen roemt: jij draagt de wortel niet, maar de wortel draagt jou. Brontekst: μὴ (me) = niet | κατακαυχῶ (katakaucho) = roem tegen | τῶν (ton) = van de | κλάδων (kladon) = takken | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | κατακαυχᾶσαι (katakauchasai) = roem je tegen | οὐ (ou) = niet | σὺ (sy) = jij | τὴν (ten) = de | ῥίζαν (rhizan) = wortel | βαστάζεις (bastazeis) = draagt | ἀλλὰ (alla) = maar | ἡ (he) = de | ῥίζα (rhiza) = wortel | σέ (se) = jou Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατακαυχάομαι (katakauchaomai), ‘roemen tegen, opscheppen over’; καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’. De zin richt zich tot één ‘jij’, een lezer uit de volken. **11:19** Je zult dan zeggen: „Takken zijn afgebroken, opdat ik ingeënt zou worden.” Brontekst: ἐρεῖς (ereis) = zult zeggen | οὖν (oun) = dan | Ἐξεκλάσθησαν (Exeklasthesan) = zijn afgebroken | κλάδοι (kladoi) = takken | ἵνα (hina) = opdat | ἐγὼ (ego) = ik | ἐγκεντρισθῶ (enkentristho) = word ingeënt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκεντρίζω (egkentrizo), ‘inenten’: zie vers 17. De tegenwerping staat in het enkelvoud, ‘ik’. Zie ook: Rom 11:17 **11:20** Goed: door ongeloof zijn zij afgebroken, en jij staat door geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees. Brontekst: καλῶς (kalos) = goed | τῇ (te) = door | ἀπιστίᾳ (apistia) = ongeloof | ἐξεκλάσθησαν (exeklasthesan) = zijn afgebroken | σὺ (sy) = jij | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = door | πίστει (pistei) = geloof | ἕστηκας (hestekas) = staat | μὴ (me) = niet | ὑψηλὰ (hypsela) = hoog | φρόνει (phronei) = denk | ἀλλὰ (alla) = maar | φοβοῦ (phobou) = vrees Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑψηλὰ φρονέω (hypsela phroneo), letterlijk ‘hoog denken’: hoogmoedig zijn. ἀπιστία (apistia), ‘ongeloof’, πίστις (pistis), ‘geloof’. φοβέομαι (foboumai), ‘vrezen’. **11:21** Want als Elohim de natuurlijke takken niet gespaard heeft, zal Hij ook jou niet sparen. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τῶν (ton) = van de | κατὰ (kata) = naar | φύσιν (physin) = natuur | κλάδων (kladon) = takken | οὐκ (ouk) = niet | ἐφείσατο (epheisato) = heeft gespaard | οὐδὲ (oude) = ook niet | σοῦ (sou) = jou | φείσεται (pheisetai) = zal sparen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ φύσιν (kata fysin), ‘naar de natuur’: de takken die van nature bij de boom horen. φείδομαι (feidomai), ‘sparen’. **11:22** Zie dan de goedheid en de strengheid van Elohim. Strengheid over hen die gevallen zijn, maar goedheid van Elohim over jou, als je in die goedheid blijft. Anders word ook jij afgehouwen. Brontekst: ἴδε (ide) = zie | οὖν (oun) = dan | χρηστότητα (chrestoteta) = goedheid | καὶ (kai) = en | ἀποτομίαν (apotomian) = strengheid | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐπὶ (epi) = over | μὲν (men) = wel | τοὺς (tous) = hen die | πεσόντας (pesontas) = zijn gevallen | ἀποτομία (apotomia) = strengheid | ἐπὶ (epi) = over | δὲ (de) = maar | σὲ (se) = jou | χρηστότης (chrestotes) = goedheid | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐὰν (ean) = als | ἐπιμένῃς (epimenes) = je blijft | τῇ (te) = in de | χρηστότητι (chrestoteti) = goedheid | ἐπεὶ (epei) = anders | καὶ (kai) = ook | σὺ (sy) = jij | ἐκκοπήσῃ (ekkopese) = word afgehouwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’, ἀποτομία (apotomia), ‘strengheid’: het laatste woord hoort bij ἀποτέμνω, ‘afsnijden’. ἐκκόπτω (ekkopto), ‘afhouwen’: zie vers 17. Zie ook: Rom 11:17 **11:23** Ook zij zullen, als zij niet in het ongeloof blijven, worden ingeënt. Want Elohim is machtig hen opnieuw in te enten. Brontekst: κἀκεῖνοι (kakeinoi) = ook zij | δέ (de) = maar | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | ἐπιμένωσι (epimenosi) = blijven | τῇ (te) = in het | ἀπιστίᾳ (apistia) = ongeloof | ἐγκεντρισθήσονται (enkentristhesontai) = zullen worden ingeënt | δυνατὸς (dynatos) = machtig | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | πάλιν (palin) = opnieuw | ἐγκεντρίσαι (enkentrisai) = in te enten | αὐτούς (autous) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκεντρίζω (egkentrizo), ‘inenten’. δυνατός (dynatos), ‘machtig, in staat’. **11:24** Want als jij uit de van nature wilde olijfboom bent afgehouwen en tegen de natuur in bent ingeënt in een tamme olijfboom, hoeveel te meer zullen dezen, die het van nature zijn, in hun eigen olijfboom worden ingeënt. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | σὺ (sy) = jij | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | κατὰ (kata) = naar | φύσιν (physin) = natuur | ἐξεκόπης (exekopes) = werd afgehouwen | ἀγριελαίου (agrielaiou) = wilde olijfboom | καὶ (kai) = en | παρὰ (para) = tegen | φύσιν (physin) = natuur | ἐνεκεντρίσθης (enekentristhes) = werd ingeënt | εἰς (eis) = in | καλλιέλαιον (kallielaion) = tamme olijfboom | πόσῳ (poso) = hoeveel | μᾶλλον (mallon) = meer | οὗτοι (houtoi) = dezen | οἱ (hoi) = die | κατὰ (kata) = naar | φύσιν (physin) = natuur | ἐγκεντρισθήσονται (enkentristhesontai) = zullen worden ingeënt | τῇ (te) = in de | ἰδίᾳ (idia) = eigen | ἐλαίᾳ (elaia) = olijfboom Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καλλιέλαιος (kallielaios), ‘tamme olijfboom’: een gekweekte olijfboom, tegenover de wilde. Paulus noemt de inenting zelf ‘tegen de natuur in’ (παρὰ φύσιν, para fysin). ‘Hun eigen olijfboom’ is de boom waar de takken van nature bij horen. ### Een verharding ten dele en heel Israël **11:25** Want ik wil niet, broers, dat jullie dit geheimenis niet kennen, opdat jullie niet in eigen ogen verstandig zijn. Een verharding ten dele is over Israël gekomen, totdat de volheid van de volken is binnengekomen, Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | γὰρ (gar) = want | θέλω (thelo) = wil ik | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀγνοεῖν (agnoein) = onkundig zijn | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | τὸ (to) = het | μυστήριον (mysterion) = geheimenis | τοῦτο (touto) = dit | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ἦτε (ete) = zijn | ἑαυτοῖς (heautois) = bij jezelf | φρόνιμοι (phronimoi) = verstandig | ὅτι (hoti) = dat | πώρωσις (porosis) = verharding | ἀπὸ (apo) = van | μέρους (merous) = deel | τῷ (to) = aan | Ἰσραὴλ (Israel) = Israël | γέγονεν (gegonen) = is gekomen | ἄχρι (achri) = tot | οὗ (hou) = wanneer | τὸ (to) = de | πλήρωμα (pleroma) = volheid | τῶν (ton) = van de | ἐθνῶν (ethnon) = volken | εἰσέλθῃ (eiselthe) = binnenkomt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: wat verborgen was en nu bekendgemaakt wordt. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: ook zusters. φρόνιμος παρ᾽ ἑαυτοῖς (fronimos par heautois), ‘in eigen ogen verstandig’: vergelijk Spr. 3:7, ‘Wees niet wijs in je eigen ogen’. πώρωσις (porosis), ‘verharding’; ἀπὸ μέρους (apo merous), ‘ten dele’: voor een deel van Israël, of een tijd lang; het Grieks laat dat open. πλήρωμα τῶν ἐθνῶν (pleroma ton ethnon), ‘de volheid van de volken’: wat precies die volheid is, zegt de tekst niet. De zin loopt door in vers 26. Voetnoot : Zie ook Spr. 3:7; Rom. 11:12. Zie ook: Spr 3:7; Rom 11:12; Rom 11:26 **11:26** en zo zal heel Israël gered worden, zoals geschreven staat: „Uit Sion zal de Bevrijder komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.” Brontekst: καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | πᾶς (pas) = heel | Ἰσραὴλ (Israel) = Israël | σωθήσεται (sothesetai) = zal gered worden | καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ἥξει (Hexei) = zal komen | ἐκ (ek) = uit | Σιὼν (Sion) = Sion | ὁ (ho) = de | ῥυόμενος (rhyomenos) = Bevrijder | ἀποστρέψει (apostrepsei) = zal afwenden | ἀσεβείας (asebeias) = goddeloosheden | ἀπὸ (apo) = van | Ἰακώβ (Iakob) = Jakob Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: οὕτως (houtos), ‘zo’: ‘en zo’ kan ‘op die manier’ of ‘en daarna’ betekenen. πᾶς Ἰσραήλ (pas Israel), ‘heel Israël’: het Grieks zegt niet of het volk als geheel, elke Israëliet of het Israël van 9:6 bedoeld is. Het citaat is Jes. 59:20, met een deel van 59:21. Ons Hebreeuws heeft in 59:20: ‘Een Verlosser komt naar Sion, en naar hen in Jakob die zich van overtreding afkeren’; de Griekse tekst heeft ‘uit Sion’ en ‘zal goddeloosheden van Jakob afwenden’. ῥύομαι (ryomai), ‘bevrijden, redden’; ἀσέβεια (asebeia), ‘goddeloosheid’. Voetnoot : Zie ook Jes. 59:20; Rom. 9:6. Zie ook: Jes 59:20; Rom 9:6 **11:27** **„En dit is voor hen het verbond van Mij, wanneer Ik hun zonden wegneem.”** Brontekst: καὶ (kai) = en | αὕτη (haute) = dit | αὐτοῖς (autois) = voor hen | ἡ (he) = het | παρ’ (par’) = van | ἐμοῦ (emou) = Mij | διαθήκη (diatheke) = verbond | ὅταν (hotan) = wanneer | ἀφέλωμαι (aphelomai) = Ik wegneem | τὰς (tas) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Jes. 59:21, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt (‘Dit is Mijn verbond met hen, zegt Yahweh’); daarom staat het rood. Ons Hebreeuws gaat verder met de Geest en de woorden die Yahweh in de mond van Zijn volk legde. ‘Wanneer Ik hun zonden wegneem’ lijkt op Jes. 27:9, waar ‘het wegnemen van zijn zonde’ staat. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’. Voetnoot : Zie ook Jes. 59:21; Jes. 27:9. Zie ook: Jes 27:9; Jes 59:21 ### De roeping is onherroepelijk **11:28** Wat de goede boodschap betreft zijn zij vijanden, om jullie. Wat de uitverkiezing betreft zijn zij geliefden, om de vaders. Brontekst: κατὰ (kata) = naar | μὲν (men) = wel | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | ἐχθροὶ (echthroi) = vijanden | δι’ (di’) = om | ὑμᾶς (hymas) = jullie | κατὰ (kata) = naar | δὲ (de) = maar | τὴν (ten) = de | ἐκλογὴν (eklogen) = uitverkiezing | ἀγαπητοὶ (agapetoi) = geliefden | διὰ (dia) = om | τοὺς (tous) = de | πατέρας (pateras) = vaders Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐχθρός (echthros), ‘vijand’; ἀγαπητός (agapetos), ‘geliefde’. ‘Om jullie’ (δι᾽ ὑμᾶς): ter wille van de volken. ‘Om de vaders’: de verbonden en beloften aan de vaders, zie 9:4–5. Voetnoot : Zie ook Rom. 9:4. Zie ook: Rom 9:4 **11:29** Want de genadegaven en de roeping van Elohim zijn onherroepelijk. Brontekst: ἀμεταμέλητα (ametameleta) = onherroepelijk | γὰρ (gar) = want | τὰ (ta) = de | χαρίσματα (charismata) = genadegaven | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | κλῆσις (klesis) = roeping | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀμεταμέλητος (ametameletos), ‘onherroepelijk’: wat niet teruggenomen wordt. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’; κλῆσις (klesis), ‘roeping’. **11:30** Want zoals jullie eens ongehoorzaam waren aan Elohim, maar nu ontferming hebben ontvangen door hun ongehoorzaamheid, Brontekst: ὥσπερ (hosper) = zoals | γὰρ (gar) = want | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ποτε (pote) = eens | ἠπειθήσατε (epeithesate) = waren ongehoorzaam | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | ἠλεήθητε (eleethete) = hebben ontferming ontvangen | τῇ (te) = door de | τούτων (touton) = dezer | ἀπειθείᾳ (apeitheia) = ongehoorzaamheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’; ἀπείθεια (apeitheia), ‘ongehoorzaamheid’. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’; ‘ontferming ontvangen’ is de lijdende vorm. **11:31** zo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geweest door jullie ontferming, opdat ook zij nu ontferming ontvangen. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | οὗτοι (houtoi) = dezen | νῦν (nyn) = nu | ἠπείθησαν (epeithesan) = zijn ongehoorzaam geweest | τῷ (to) = door de | ὑμετέρῳ (hymetero) = jullie | ἐλέει (eleei) = ontferming | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | αὐτοὶ (autoi) = zij | νῦν (nyn) = nu | ἐλεηθῶσιν (eleethosin) = ontferming ontvangen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τῷ ὑμετέρῳ ἐλέει (toi hymeterioi eleei), ‘door jullie ontferming’: het Grieks laat open of het bij ‘ongehoorzaam geweest’ hoort of bij ‘ontferming ontvangen’; ‘jullie ontferming’ is de ontferming die de volken ontvingen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij het tweede ‘nu’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst. **11:32** Want Elohim heeft allen opgesloten in ongehoorzaamheid, opdat Hij Zich over allen ontfermt. Brontekst: συνέκλεισεν (synekleisen) = heeft opgesloten | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τοὺς (tous) = de | πάντας (pantas) = allen | εἰς (eis) = in | ἀπείθειαν (apeitheian) = ongehoorzaamheid | ἵνα (hina) = opdat | τοὺς (tous) = de | πάντας (pantas) = allen | ἐλεήσῃ (eleese) = Hij Zich ontfermt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συγκλείω (sygkleio), ‘opsluiten’: zoals in Gal. 3:22–23. τοὺς πάντας (tous pantas), letterlijk ‘de allen’: allen samen, Joden en volken. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:22. Zie ook: Gal 3:22–23 ### De diepte van Elohims rijkdom **11:33** O diepte van de rijkdom en van de wijsheid en van de kennis van Elohim! Hoe onnaspeurlijk zijn Zijn oordelen en hoe ondoorgrondelijk Zijn wegen! Brontekst: Ὦ (O) = o | βάθος (bathos) = diepte | πλούτου (ploutou) = van rijkdom | καὶ (kai) = en | σοφίας (sophias) = van wijsheid | καὶ (kai) = en | γνώσεως (gnoseos) = van kennis | θεοῦ (theou) = van Elohim | ὡς (hos) = hoe | ἀνεξεραύνητα (anexerauneta) = onnaspeurlijk | τὰ (ta) = de | κρίματα (krimata) = oordelen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | ἀνεξιχνίαστοι (anexichniastoi) = ondoorgrondelijk | αἱ (hai) = de | ὁδοὶ (hodoi) = wegen | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βάθος (bathos), ‘diepte’. ἀνεξεραύνητος (anexeraunetos), ‘onnaspeurlijk’ en ἀνεξιχνίαστος (anexichniastos), ‘ondoorgrondelijk’: letterlijk ‘niet na te speuren’, ‘niet na te sporen’. κρίμα (krima), ‘oordeel’. Het Grieks laat open of ‘rijkdom’, ‘wijsheid’ en ‘kennis’ drie eigenschappen zijn, of dat ‘rijkdom’ de diepte van wijsheid en kennis noemt. **11:34** Want wie heeft de gedachte van Yahweh gekend? Of wie is Zijn raadgever geworden? Brontekst: Τίς (Tis) = wie | γὰρ (gar) = want | ἔγνω (egno) = heeft gekend | νοῦν (noun) = gedachte | κυρίου (kyriou) = van Yahweh | ἢ (e) = of | τίς (tis) = wie | σύμβουλος (symboulos) = raadgever | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐγένετο (egeneto) = is geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Jes. 40:13. Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie heeft de Geest van Yahweh uitgemeten? En welke man, als Zijn raadgever, onderricht Hem?’ De Griekse tekst heeft νοῦς (nous), ‘gedachte’, waar ons Hebreeuws ‘Geest’ heeft; zo ook 1 Kor. 2:16. κύριος staat hier voor Yahweh. Voetnoot : Zie ook Jes. 40:13; 1 Kor. 2:16. Zie ook: Jes 40:13; 1 Kor 2:16 **11:35** Of wie heeft Hem vooraf gegeven, en zal hem worden vergolden? Brontekst: ἢ (e) = of | τίς (tis) = wie | προέδωκεν (proedoken) = heeft vooraf gegeven | αὐτῷ (auto) = aan Hem | καὶ (kai) = en | ἀνταποδοθήσεται (antapodothesetai) = zal worden vergolden | αὐτῷ (auto) = aan hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Job 41:3 (in de Nederlandse telling is dit 41:11). Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie is Mij voorgegaan, zodat Ik zou vergelden? Onder heel de hemel is alles van Mij’. In het Hebreeuws spreekt Elohim zelf; Paulus formuleert het als vraag over Hem, daarom staat het zwart. προδίδωμι (prodidomi), ‘vooraf geven’; ἀνταποδίδωμι (antapodidomi), ‘vergelden’. Voetnoot : Zie ook Job 41:3. Zie ook: Job 41:3 **11:36** Want uit Hem en door Hem en tot Hem is alles. Aan Hem is de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | ἐξ (ex) = uit | αὐτοῦ (autou) = Hem | καὶ (kai) = en | δι’ (di’) = door | αὐτοῦ (autou) = Hem | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | αὐτὸν (auton) = Hem | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | αὐτῷ (auto) = aan Hem | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | εἰς (eis) = tot in | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwigheid | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Uit Hem en door Hem en tot Hem’ (ἐξ αὐτοῦ καὶ δι᾽ αὐτοῦ καὶ εἰς αὐτόν): Elohim is oorsprong, middel en doel van alles. De lofprijs sluit de hoofdstukken 9–11 af; dezelfde slotzin ‘tot in eeuwigheid. Amen’ staat in 9:5. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 8:6; Rom. 9:5. Zie ook: 1 Kor 8:6; Rom 9:5 ## Romeinen 12 _Een levend offer, één lichaam met vele gaven, de liefde en geen wraak_ ### Een levend offer **12:1** Ik roep jullie dan op, broers, bij de ontferming van Elohim: stel jullie lichamen beschikbaar als offer, levend, heilig en welgevallig aan Elohim. Dat is jullie redelijke eredienst. Brontekst: Παρακαλῶ (Parakalo) = ik roep op | οὖν (oun) = dan | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | διὰ (dia) = door | τῶν (ton) = de | οἰκτιρμῶν (oiktirmon) = ontfermingen | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | παραστῆσαι (parastesai) = voor te stellen | τὰ (ta) = de | σώματα (somata) = lichamen | ὑμῶν (hymon) = jullie | θυσίαν (thysian) = als offer | ζῶσαν (zosan) = levend | ἁγίαν (hagian) = heilig | εὐάρεστον (euareston) = welgevallig | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | τὴν (ten) = de | λογικὴν (logiken) = redelijke | λατρείαν (latreian) = eredienst | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘oproepen’: ook ‘bemoedigen, vermanen’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente. οἰκτιρμοί (oiktirmoi), ‘ontferming’: het meervoud, ‘ontfermingen’. παρίστημι (paristemi), ‘beschikbaar stellen’: ook ‘voor Elohim neerzetten’, zoals een offer wordt aangeboden. θυσία (thysia), ‘offer’. Het offer is hier geen dier, maar levende mensen met hun lichaam. λογικὴ λατρεία (logike latreia): λογικός (logikos) komt van λόγος (logos), ‘woord, verstand, rede’ en kan ‘redelijk’, ‘verstandig’ of ‘geestelijk’ betekenen; λατρεία (latreia) is ‘eredienst’, ook de dienst van de tempel. Wij kiezen ‘redelijke eredienst’. De laatste woorden zijn in het Grieks een bijstelling bij het offer; wij maken er een korte zin van met ‘Dat is’. **12:2** Word niet gelijkgevormd aan deze eeuw, maar word veranderd door de vernieuwing van jullie verstand. Zo kunnen jullie beproeven wat de wil van Elohim is, het goede, welgevallige en volmaakte. Brontekst: καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | συσχηματίζεσθε (syschematizesthe) = word gelijkgevormd | τῷ (to) = aan de | αἰῶνι (aioni) = eeuw | τούτῳ (touto) = deze | ἀλλὰ (alla) = maar | μεταμορφοῦσθε (metamorphousthe) = word veranderd | τῇ (te) = door de | ἀνακαινώσει (anakainosei) = vernieuwing | τοῦ (tou) = van het | νοός (noos) = verstand | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | δοκιμάζειν (dokimazein) = beproeven | ὑμᾶς (hymas) = jullie | τί (ti) = wat | τὸ (to) = de | θέλημα (thelema) = wil | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | τὸ (to) = het | ἀγαθὸν (agathon) = goede | καὶ (kai) = en | εὐάρεστον (euareston) = welgevallige | καὶ (kai) = en | τέλειον (teleion) = volmaakte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: αἰών (aion), ‘eeuw’: de tijd en wereldorde van nu; zo ook in 1 Kor. 1:20. συσχηματίζω (syschematizo), ‘gelijkvormig maken aan’; μεταμορφόω (metamorfoo), ‘van gedaante veranderen’: de Griekse vormen kunnen ook lijdend zijn: ‘word gelijkgevormd’, ‘word veranderd’. νοῦς (nous), ‘verstand, denken’. δοκιμάζω (dokimazo), ‘beproeven’: toetsen en goedkeuren. Zie ook: 1 Kor 1:20 ### Eén lichaam, vele gaven **12:3** Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik tegen ieder onder jullie: denk niet hoger van jezelf dan je moet denken. Denk zo dat je bezonnen blijft, ieder naar de maat van geloof die Elohim hem heeft toebedeeld. Brontekst: Λέγω (Lego) = ik zeg | γὰρ (gar) = want | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | χάριτος (charitos) = genade | τῆς (tes) = de | δοθείσης (dotheises) = gegeven | μοι (moi) = aan mij | παντὶ (panti) = aan ieder | τῷ (to) = die | ὄντι (onti) = zijnde | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | μὴ (me) = niet | ὑπερφρονεῖν (hyperphronein) = hoog te denken | παρ’ (par’) = boven | ὃ (ho) = wat | δεῖ (dei) = nodig is | φρονεῖν (phronein) = te denken | ἀλλὰ (alla) = maar | φρονεῖν (phronein) = te denken | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | σωφρονεῖν (sophronein) = bezonnen te zijn | ἑκάστῳ (hekasto) = aan ieder | ὡς (hos) = zoals | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐμέρισεν (emerisen) = deelde toe | μέτρον (metron) = maat | πίστεως (pisteos) = van geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μέτρον πίστεως (metron pisteos), ‘maat van geloof’: wat de maat is, zegt de tekst niet; het kan de hoeveelheid of de aard van het geloof zijn die Elohim aan ieder gaf. Het Grieks heeft een speling met het werkwoord φρονέω (fronoeo), ‘denken, gezind zijn’: ὑπερφρονέω (hyperfronoeo), ‘te hoog denken’, en σωφρονέω (sofronoeo), ‘bezonnen zijn’. De Griekse zin is lang; wij splitsen hem in twee zinnen. **12:4** Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben, maar alle leden niet dezelfde taak hebben, Brontekst: καθάπερ (kathaper) = zoals | γὰρ (gar) = want | ἐν (en) = in | ἑνὶ (heni) = één | σώματι (somati) = lichaam | πολλὰ (polla) = vele | μέλη (mele) = leden | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | τὰ (ta) = de | δὲ (de) = maar | μέλη (mele) = leden | πάντα (panta) = alle | οὐ (ou) = niet | τὴν (ten) = de | αὐτὴν (auten) = zelfde | ἔχει (echei) = heeft | πρᾶξιν (praxin) = taak Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zin van de verzen 4–5 is één Griekse zin: ‘zoals … zo’. πρᾶξις (praxis), ‘taak, functie’: wat een lid doet. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 12:12–27. Zie ook: 1 Kor 12:12–27 **12:5** zo zijn wij, de velen, één lichaam in de Messias, en afzonderlijk zijn wij leden van elkaar. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | οἱ (hoi) = de | πολλοὶ (polloi) = velen | ἓν (hen) = één | σῶμά (soma) = lichaam | ἐσμεν (esmen) = zijn wij | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | τὸ (to) = wat betreft | δὲ (de) = maar | καθ’ (kath’) = afzonderlijk | εἷς (heis) = ieder | ἀλλήλων (allelon) = van elkaar | μέλη (mele) = leden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἱ πολλοί (hoi polloi), ‘de velen’: de gemeente. τὸ δὲ καθ᾽ εἷς (to de kath heis), ‘en wat ieder afzonderlijk betreft’: een Griekse uitdrukking; ‘leden van elkaar’ betekent dat ze bij elkaar horen. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 12:27; Ef. 4:25. Zie ook: 1 Kor 12:27; Ef 4:25 **12:6** Wij hebben genadegaven die verschillen naar de genade die ons gegeven is. Is het profetie: laat die zijn in overeenstemming met het geloof. Brontekst: ἔχοντες (echontes) = hebbend | δὲ (de) = nu | χαρίσματα (charismata) = genadegaven | κατὰ (kata) = volgens | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = genade | τὴν (ten) = de | δοθεῖσαν (dotheisan) = gegeven | ἡμῖν (hemin) = aan ons | διάφορα (diaphora) = verschillende | εἴτε (eite) = of | προφητείαν (propheteian) = profetie | κατὰ (kata) = volgens | τὴν (ten) = de | ἀναλογίαν (analogian) = overeenstemming | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: een gave die voortkomt uit de genade (χάρις, charis). De verzen 6–8 hebben in het Grieks geen werkwoorden: ‘of profetie … of dienst …’. Wij vullen niets in dan de laatste woorden ‘laat die zijn’ in de eerste twee zinnen; daarna laten wij de korte vorm staan. προφητεία (profeteia), ‘profetie’. ἀναλογία (analogia), ‘overeenstemming, verhouding’: ‘in de verhouding van het geloof’. Wat het geloof hier is (het geloof van de profeet of de leer van het geloof), zegt de tekst niet. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 12:4–11; 1 Kor. 14:1–5. Zie ook: 1 Kor 12:4–11; 1 Kor 14:1–5 **12:7** Is het dienst: laat die zijn in de dienst. Wie onderwijst: in het onderwijs. Brontekst: εἴτε (eite) = of | διακονίαν (diakonian) = dienst | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | διακονίᾳ (diakonia) = dienst | εἴτε (eite) = of | ὁ (ho) = wie | διδάσκων (didaskon) = onderwijst | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | διδασκαλίᾳ (didaskalia) = onderwijs Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακονία (diakonia), ‘dienst’: dienen, bijvoorbeeld door praktische hulp. διδάσκω (didasko), ‘onderwijzen’; διδασκαλία (didaskalia), ‘onderwijs’. **12:8** Wie bemoedigt: in de bemoediging. Wie geeft: in eenvoud. Wie leiding geeft: met ijver. Wie zich ontfermt: met blijdschap. Brontekst: εἴτε (eite) = of | ὁ (ho) = wie | παρακαλῶν (parakalon) = bemoedigt | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | παρακλήσει (paraklesei) = bemoediging | ὁ (ho) = wie | μεταδιδοὺς (metadidous) = geeft | ἐν (en) = in | ἁπλότητι (haploteti) = eenvoud | ὁ (ho) = wie | προϊστάμενος (proistamenos) = leiding geeft | ἐν (en) = in | σπουδῇ (spoude) = ijver | ὁ (ho) = wie | ἐλεῶν (eleon) = zich ontfermt | ἐν (en) = in | ἱλαρότητι (hilaroteti) = blijdschap Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: ook ‘vermanen, troosten’; zie vers 1. μεταδίδωμι (metadidomi), ‘geven, delen’; ἁπλότης (haplotes), ‘eenvoud, ongedeeldheid’: vrijgevig zonder bijbedoeling. προΐστημι (proistemi), ‘leiding geven’: ook ‘zich inzetten voor, zorg dragen’. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’, zoals in 9:15–18; ἱλαρότης (hilarotes), ‘blijdschap’. Zie ook: Rom 12:1 ### De liefde in het dagelijks leven **12:9** De liefde zij ongeveinsd. Verafschuw het kwade, houd vast aan het goede. Brontekst: Ἡ (He) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | ἀνυπόκριτος (anypokritos) = ongeveinsd | ἀποστυγοῦντες (apostygountes) = verafschuwend | τὸ (to) = het | πονηρόν (poneron) = kwade | κολλώμενοι (kollomenoi) = zich vastklevend | τῷ (to) = aan het | ἀγαθῷ (agatho) = goede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγάπη (agape), ‘liefde’. ἀνυπόκριτος (anypokritos), ‘ongeveinsd’: zonder toneelspel. Het Grieks heeft in de verzen 9–13 vooral deelwoorden, zonder eigen werkwoord; wij vertalen ze als opdrachten. ἀποστυγέω (apostygeo), ‘verafschuwen’; κολλάω (kollao), ‘vastkleven’: zoals een man aan zijn vrouw in Gen. 2:24. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:24. Zie ook: Gen 2:24 **12:10** Wees in broederliefde innig aan elkaar gehecht. Ga elkaar voor in eerbetoon. Brontekst: τῇ (te) = in de | φιλαδελφίᾳ (philadelphia) = broederliefde | εἰς (eis) = naar | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | φιλόστοργοι (philostorgoi) = innig toegenegen | τῇ (te) = in de | τιμῇ (time) = eer | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | προηγούμενοι (proegoumenoi) = voorgaand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλαδελφία (filadelfia), ‘broederliefde’, en φιλόστοργος (filostorgos), ‘innig toegenegen’ (zoals in een gezin): twee woorden met φιλ- (fil-), ‘liefhebben’. προηγέομαι (proegeomai), ‘voorgaan’: ook ‘overtreffen’; het kan betekenen ‘elkaar voorgaan in eerbetoon’ of ‘elkaar hoger achten’. **12:11** Wees in ijver niet lui. Gloei in de geest. Dien de Heer. Brontekst: τῇ (te) = in de | σπουδῇ (spoude) = ijver | μὴ (me) = niet | ὀκνηροί (okneroi) = lui | τῷ (to) = in de | πνεύματι (pneumati) = geest | ζέοντες (zeontes) = gloeiend | τῷ (to) = de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | δουλεύοντες (douleuontes) = dienend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τῷ πνεύματι (to pneumati), ‘in de geest’: wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter, de geest van de mens; het Grieks kan ook de Geest van Elohim bedoelen, ‘gloeiend door de Geest’. ζέω (zeo), ‘gloeien, koken’. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’. ‘De Heer’ (κύριος, kyrios): Yeshua. **12:12** Wees blij in de hoop, houd stand in de verdrukking, volhard in het gebed. Brontekst: τῇ (te) = in de | ἐλπίδι (elpidi) = hoop | χαίροντες (chairontes) = blij zijnd | τῇ (te) = in de | θλίψει (thlipsei) = verdrukking | ὑπομένοντες (hypomenontes) = standhoudend | τῇ (te) = in het | προσευχῇ (proseuche) = gebed | προσκαρτεροῦντες (proskarterountes) = volhardend Bron: SBLGNT **12:13** Draag bij aan de behoeften van de heiligen. Zoek de gastvrijheid na. Brontekst: ταῖς (tais) = aan de | χρείαις (chreiais) = behoeften | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | κοινωνοῦντες (koinonountes) = bijdragend | τὴν (ten) = de | φιλοξενίαν (philoxenian) = gastvrijheid | διώκοντες (diokontes) = nastrevend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de leden van de gemeente die aan Elohim gewijd zijn. χρεία (chreia), ‘behoefte, nood’. κοινωνέω (koinoneo), ‘deel hebben aan’: ook ‘bijdragen aan’; zie 15:26. φιλοξενία (filoxenia), ‘gastvrijheid’: letterlijk ‘liefde voor vreemdelingen’. διώκω (dioko), ‘najagen’, hetzelfde woord als ‘vervolgen’ in vers 14: hier achter de gastvrijheid aan, daar achter de gelovigen aan. Zie ook: Rom 12:14 ### Zegen en vrede **12:14** Zegen de vervolgers. Zegen en vloek niet. Brontekst: εὐλογεῖτε (eulogeite) = zegen | τοὺς (tous) = de | διώκοντας (diokontas) = vervolgers | εὐλογεῖτε (eulogeite) = zegen | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | καταρᾶσθε (katarasthe) = vloek Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De woorden komen overeen met de woorden van Yeshua in Matt. 5:44 en Luc. 6:27–28. διώκω (dioko), ‘vervolgen’: zie vers 13. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:44; Luc. 6:27–28. Zie ook: Mat 5:44; Luc 6:27–28; Rom 12:13 **12:15** Wees blij met wie blij zijn. Huil met wie huilen. Brontekst: χαίρειν (chairein) = blij te zijn | μετὰ (meta) = met | χαιρόντων (chaironton) = blijden | κλαίειν (klaiein) = te huilen | μετὰ (meta) = met | κλαιόντων (klaionton) = huilenden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse werkwoorden staan in de onbepaalde wijs (‘blij zijn, huilen’) en gelden hier als opdrachten. **12:16** Wees eensgezind met elkaar. Richt je niet op wat hoog is, maar laat je meevoeren met de nederigen. Wees niet verstandig in eigen ogen. Brontekst: τὸ (to) = het | αὐτὸ (auto) = zelfde | εἰς (eis) = naar | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | φρονοῦντες (phronountes) = gezind zijnd | μὴ (me) = niet | τὰ (ta) = de | ὑψηλὰ (hypsela) = hoge dingen | φρονοῦντες (phronountes) = denkend | ἀλλὰ (alla) = maar | τοῖς (tois) = de | ταπεινοῖς (tapeinois) = nederigen | συναπαγόμενοι (synapagomenoi) = meegevoerd | μὴ (me) = niet | γίνεσθε (ginesthe) = word | φρόνιμοι (phronimoi) = verstandig | παρ’ (par’) = bij | ἑαυτοῖς (heautois) = jezelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ αὐτὸ φρονέω (to auto fronoeo), ‘hetzelfde gezind zijn’: eensgezind. ταπεινοῖς (tapeinois), ‘nederigen’: het Griekse woord kan mannelijk (‘de nederigen’) of onzijdig (‘wat nederig is’) zijn. συναπάγω (synapago), ‘meevoeren’: ook ‘zich laten meetrekken’. ‘Wees niet verstandig in eigen ogen’ (φρόνιμος, fronimos, ‘verstandig’, zoals in 11:25): vergelijk Spr. 3:7, waar ons Hebreeuws ‘Wees niet wijs in je eigen ogen’ heeft. Voetnoot : Zie ook Spr. 3:7. Zie ook: Spr 3:7 **12:17** Vergeld aan niemand kwaad met kwaad. Zorg voor wat goed is in het oog van alle mensen. Brontekst: μηδενὶ (medeni) = aan niemand | κακὸν (kakon) = kwaad | ἀντὶ (anti) = in plaats van | κακοῦ (kakou) = kwaad | ἀποδιδόντες (apodidontes) = vergeldend | προνοούμενοι (pronooumenoi) = voorzorg nemend | καλὰ (kala) = goede dingen | ἐνώπιον (enopion) = voor | πάντων (panton) = alle | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Spr. 3:4, ‘Zo vind je gunst en goed doorzicht in de ogen van Elohim en van mensen’. προνοέω (pronoeo), ‘vooruitzien, zorgen voor’. Voetnoot : Zie ook Spr. 3:4; 1 Tess. 5:15. Zie ook: Spr 3:4; 1 Tess 5:15 **12:18** Leef, als het mogelijk is, voor zover het van jullie afhangt, in vrede met alle mensen. Brontekst: εἰ (ei) = als | δυνατόν (dynaton) = mogelijk | τὸ (to) = wat betreft | ἐξ (ex) = uit | ὑμῶν (hymon) = jullie | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = alle | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | εἰρηνεύοντες (eireneuontes) = in vrede levend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰρηνεύω (eirenevo), ‘in vrede leven’. ‘Als het mogelijk is, voor zover het van jullie afhangt’: het Grieks houdt open dat de ander ook meewerkt. ### Geen wraak, maar het goede **12:19** Neem geen wraak, geliefden, maar laat ruimte aan de toorn. Er staat immers geschreven: **„Mij komt de wraak toe, Ik zal vergelden”**, zegt Yahweh. Brontekst: μὴ (me) = niet | ἑαυτοὺς (heautous) = uzelf | ἐκδικοῦντες (ekdikountes) = wraak nemend | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | ἀλλὰ (alla) = maar | δότε (dote) = geef | τόπον (topon) = plaats | τῇ (te) = aan de | ὀργῇ (orge) = toorn | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | γάρ (gar) = want | Ἐμοὶ (Emoi) = aan Mij | ἐκδίκησις (ekdikesis) = wraak | ἐγὼ (ego) = Ik | ἀνταποδώσω (antapodoso) = zal vergelden | λέγει (legei) = zegt | κύριος (kyrios) = Yahweh Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκδικέω (ekdikeo), ‘wraak nemen’; ἐκδίκησις (ekdikesis), ‘wraak’. ὀργή (orge), ‘toorn’: het Grieks zegt niet wiens toorn; uit het citaat en uit 13:4 blijkt dat het de toorn van Elohim is. ‘Laat ruimte aan de toorn’ betekent dat de vergelding aan Elohim wordt overgelaten. Aanhaling van Deut. 32:35. Ons Hebreeuws heeft: ‘Mij komen wraak en vergelding toe, voor de tijd dat hun voet wankelt’. De Griekse tekst heeft: ‘Mij komt wraak toe, Ik zal vergelden’. De Griekse tekst voegt ‘zegt de Heer’ toe; omdat Yahweh in de eerste persoon spreekt, schrijven wij ‘zegt Yahweh’ en zetten wij het citaat rood. Voetnoot : Zie ook Deut. 32:35; Hebr. 10:30. Zie ook: Deut 32:35; Heb 10:30 **12:20** Maar als je vijand honger heeft, geef hem te eten. Als hij dorst heeft, geef hem te drinken. Want door dat te doen schep je gloeiende kolen op zijn hoofd. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἐὰν (ean) = als | πεινᾷ (peina) = honger heeft | ὁ (ho) = de | ἐχθρός (echthros) = vijand | σου (sou) = jouw | ψώμιζε (psomize) = voed | αὐτόν (auton) = hem | ἐὰν (ean) = als | διψᾷ (dipsa) = dorst heeft | πότιζε (potize) = geef te drinken | αὐτόν (auton) = hem | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | ποιῶν (poion) = doend | ἄνθρακας (anthrakas) = kolen | πυρὸς (pyros) = van vuur | σωρεύσεις (soreuseis) = zul je ophopen | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = het | κεφαλὴν (kephalen) = hoofd | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Spr. 25:21–22. Ons Hebreeuws heeft: ‘Als wie je haat honger heeft, geef hem brood te eten; en als hij dorst heeft, geef hem water te drinken. Want je schept gloeiende kolen op zijn hoofd, en Yahweh zal het je vergelden.’ De Griekse tekst heeft ‘je vijand’ en laat de slotzin over Yahweh weg. Paulus haalt het aan; het citaat staat daarom zwart. ἄνθρακες πυρός (anthrakes pyros), ‘kolen van vuur’: gloeiende kolen. Het beeld ‘gloeiende kolen op het hoofd’ is niet uitgelegd; men verstaat het als beschaming of als berouw; de tekst zegt het niet. ψωμίζω (psomizo), ‘te eten geven’. Voetnoot : Zie ook Spr. 25:21–22. Zie ook: Spr 25:21–22 **12:21** Laat je niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade met het goede. Brontekst: μὴ (me) = niet | νικῶ (niko) = word overwonnen | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = het | κακοῦ (kakou) = kwade | ἀλλὰ (alla) = maar | νίκα (nika) = overwin | ἐν (en) = met | τῷ (to) = het | ἀγαθῷ (agatho) = goede | τὸ (to) = het | κακόν (kakon) = kwade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νικάω (nikao), ‘overwinnen’: dezelfde drie keer. De Griekse vorm van het eerste ‘overwonnen worden’ is lijdend. ## Romeinen 13 _Het gezag, de schuld van de liefde en de dag die nabij is_ ### Het gezag **13:1** Ieder mens onderwerpe zich aan de gezagsdragers die boven hem staan. Want er is geen gezag dan van Elohim, en de bestaande gezagsdragers zijn door Elohim ingesteld. Brontekst: Πᾶσα (Pasa) = elk | ψυχὴ (psyche) = mens | ἐξουσίαις (exousiais) = aan gezagsdragers | ὑπερεχούσαις (hyperechousais) = bovenstaande | ὑποτασσέσθω (hypotassestho) = onderwerpe zich | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἔστιν (estin) = is | ἐξουσία (exousia) = gezag | εἰ (ei) = tenzij | μὴ (me) = niet | ὑπὸ (hypo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | αἱ (hai) = de | δὲ (de) = maar | οὖσαι (ousai) = bestaande | ὑπὸ (hypo) = door | θεοῦ (theou) = Elohim | τεταγμέναι (tetagmenai) = ingestelde | εἰσίν (eisin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψυχή (psyche), ‘ziel, mens’: ‘ieder mens’, letterlijk ‘elke ziel’. ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: het Griekse woord kan ook ‘macht, bevoegdheid’ betekenen; hier staat het meervoud ἐξουσίαι, wij vertalen ‘gezagsdragers’, het enkelvoud ‘gezag’. ὑπερέχω (hyperecho), ‘boven staan’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderwerpen’: letterlijk ‘zich onder iemand schikken’; het Griekse woord is verwant aan τάσσω (tasso), ‘ordenen, instellen’, dat in τεταγμέναι (tetagmenai), ‘ingesteld’, terugkomt. De tekst zegt niet welke gezagsdragers in Rome bedoeld zijn. Voetnoot : Zie ook Tit. 3:1; 1 Petr. 2:13–14. Zie ook: Tit 3:1; 1 Petr 2:13–14 **13:2** Wie zich dus tegen het gezag verzet, weerstaat de ordening van Elohim. Zij die weerstaan, zullen een oordeel over zichzelf ontvangen. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | ὁ (ho) = wie | ἀντιτασσόμενος (antitassomenos) = zich verzet | τῇ (te) = tegen het | ἐξουσίᾳ (exousia) = gezag | τῇ (te) = aan de | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | διαταγῇ (diatage) = ordening | ἀνθέστηκεν (anthesteken) = weerstaat | οἱ (hoi) = zij | δὲ (de) = maar | ἀνθεστηκότες (anthestekotes) = weerstaanden | ἑαυτοῖς (heautois) = aan zichzelf | κρίμα (krima) = oordeel | λήμψονται (lempsontai) = zullen ontvangen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀντιτάσσομαι (antitassomai), ‘zich verzetten’, en ἀνθίστημι (anthistemi), ‘weerstaan’. διαταγή (diatage), ‘ordening, verordening’: wat Elohim vaststelt. κρίμα (krima), ‘oordeel’: het kan het oordeel van de gezagsdragers of van Elohim zijn; de tekst zegt het niet. **13:3** Want de bestuurders zijn geen schrik voor het goede werk, maar voor het kwade. Wil je het gezag niet vrezen? Doe het goede, en je zult er lof van krijgen. Brontekst: οἱ (hoi) = de | γὰρ (gar) = want | ἄρχοντες (archontes) = bestuurders | οὐκ (ouk) = niet | εἰσὶν (eisin) = zijn | φόβος (phobos) = schrik | τῷ (to) = aan het | ἀγαθῷ (agatho) = goede | ἔργῳ (ergo) = werk | ἀλλὰ (alla) = maar | τῷ (to) = aan het | κακῷ (kako) = kwade | θέλεις (theleis) = wil je | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | φοβεῖσθαι (phobeisthai) = vrezen | τὴν (ten) = het | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | τὸ (to) = het | ἀγαθὸν (agathon) = goede | ποίει (poiei) = doe | καὶ (kai) = en | ἕξεις (hexeis) = zul je hebben | ἔπαινον (epainon) = lof | ἐξ (ex) = van | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄρχοντες (archontes), ‘bestuurders’: wie bestuurt. φόβος (fobos), ‘schrik, ontzag’. ἔπαινος (epainos), ‘lof’. Het Grieks heeft ‘van haar’ (ἐξ αὐτῆς, ex autes): het gezag. **13:4** Want het is een dienaar van Elohim voor jou, tot het goede. Maar als je het kwade doet, vrees dan, want het draagt het zwaard niet zomaar. Het is immers een dienaar van Elohim, een wreker om toorn te brengen over wie het kwade doet. Brontekst: θεοῦ (theou) = van Elohim | γὰρ (gar) = want | διάκονός (diakonos) = dienaar | ἐστιν (estin) = is | σοὶ (soi) = voor jou | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ἀγαθόν (agathon) = goede | ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | τὸ (to) = het | κακὸν (kakon) = kwade | ποιῇς (poies) = doet | φοβοῦ (phobou) = vrees | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | εἰκῇ (eike) = zomaar | τὴν (ten) = het | μάχαιραν (machairan) = zwaard | φορεῖ (phorei) = draagt | θεοῦ (theou) = van Elohim | γὰρ (gar) = want | διάκονός (diakonos) = dienaar | ἐστιν (estin) = is | ἔκδικος (ekdikos) = wreker | εἰς (eis) = tot | ὀργὴν (orgen) = toorn | τῷ (to) = aan wie | τὸ (to) = het | κακὸν (kakon) = kwade | πράσσοντι (prassonti) = doet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διάκονος (diakonos), ‘dienaar’; hier zonder onderwerp: het Grieks laat open of het de bestuurder of het gezag is; wij vertalen ‘het’. μάχαιρα (machaira), ‘zwaard’: het teken van macht over leven en dood. ἔκδικος (ekdikos), ‘wreker’: wie recht doet door te straffen. ὀργή (orge), ‘toorn’: hier de straf; zie ook 12:19. εἰς ὀργήν (eis orgen), ‘tot toorn’: wij vertalen ‘om toorn te brengen’. **13:5** Daarom is onderwerping nodig, niet alleen vanwege de toorn, maar ook vanwege het geweten. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | ἀνάγκη (ananke) = noodzaak | ὑποτάσσεσθαι (hypotassesthai) = zich te onderwerpen | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = de | ὀργὴν (orgen) = toorn | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = het | συνείδησιν (syneidesin) = geweten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνάγκη (anagke), ‘noodzaak’. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’: het bewustzijn van goed en kwaad. ‘Vanwege de toorn’ is vanwege de straf; ‘vanwege het geweten’ is vanwege wat men zelf als juist erkent. **13:6** Daarom betalen jullie ook belasting, want zij zijn dienaren van Elohim, die zich juist hiervoor blijven inzetten. Brontekst: διὰ (dia) = door | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | καὶ (kai) = ook | φόρους (phorous) = belastingen | τελεῖτε (teleite) = betalen jullie | λειτουργοὶ (leitourgoi) = dienaren | γὰρ (gar) = want | θεοῦ (theou) = van Elohim | εἰσιν (eisin) = zijn | εἰς (eis) = tot | αὐτὸ (auto) = juist | τοῦτο (touto) = dit | προσκαρτεροῦντες (proskarterountes) = volhardend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τελεῖτε (teleite), ‘jullie betalen’: de Griekse vorm kan een mededeling (‘jullie betalen’) of een opdracht (‘betaal’) zijn. φόρος (foros), ‘belasting’. λειτουργός (leitourgos), ‘dienaar’: iemand in een openbare dienst; het woord wordt ook gebruikt voor de dienst in de tempel (zie ook 15:16). προσκαρτερέω (proskartereo), ‘volharden, blijven’. **13:7** Geef aan allen wat jullie hun schuldig zijn. Belasting aan wie belasting toekomt, tol aan wie tol toekomt, ontzag aan wie ontzag toekomt, eer aan wie eer toekomt. Brontekst: ἀπόδοτε (apodote) = geef | πᾶσι (pasi) = aan allen | τὰς (tas) = de | ὀφειλάς (opheilas) = schulden | τῷ (to) = aan wie | τὸν (ton) = de | φόρον (phoron) = belasting | τὸν (ton) = de | φόρον (phoron) = belasting | τῷ (to) = aan wie | τὸ (to) = de | τέλος (telos) = tol | τὸ (to) = de | τέλος (telos) = tol | τῷ (to) = aan wie | τὸν (ton) = de | φόβον (phobon) = ontzag | τὸν (ton) = het | φόβον (phobon) = ontzag | τῷ (to) = aan wie | τὴν (ten) = de | τιμὴν (timen) = eer | τὴν (ten) = de | τιμήν (timen) = eer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φόρος (foros), ‘belasting’: de belasting die een volk betaalt; τέλος (telos), ‘tol’: de heffing op goederen. De Griekse zin herhaalt het zelfstandig naamwoord: ‘aan wie de belasting, de belasting’. Wij schrijven ‘belasting aan wie belasting toekomt’. φόβος (fobos), ‘ontzag’: hetzelfde woord als ‘schrik’ in vers 3. τιμή (time), ‘eer’. Voetnoot : Zie ook Matt. 22:21; Mark. 12:17; Luc. 20:25. Zie ook: Mat 22:21; Mar 12:17; Luc 20:25; Rom 13:3 ### De liefde vervult de wet **13:8** Wees niemand iets schuldig, behalve dat jullie elkaar liefhebben. Want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Brontekst: Μηδενὶ (Medeni) = aan niemand | μηδὲν (meden) = niets | ὀφείλετε (opheilete) = wees schuldig | εἰ (ei) = tenzij | μὴ (me) = niet | τὸ (to) = het | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ἀγαπᾶν (agapan) = lief te hebben | ὁ (ho) = die | γὰρ (gar) = want | ἀγαπῶν (agapon) = liefheeft | τὸν (ton) = de | ἕτερον (heteron) = ander | νόμον (nomon) = wet | πεπλήρωκεν (pepleroken) = heeft vervuld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀφείλω (ofeilo), ‘schuldig zijn’. ἕτερος (heteros), ‘de ander’: de ander mens. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’. ἀγάπη (agape), ‘liefde’. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:14; Matt. 22:39–40. Zie ook: Mat 22:39–40; Gal 5:14 **13:9** Want: „Je zult geen overspel plegen, je zult niet moorden, je zult niet stelen, je zult niet begeren.” En als er een ander gebod is, wordt het samengevat in dit woord: „Heb je naaste lief als jezelf.” Brontekst: τὸ (to) = het | γάρ (gar) = want | Οὐ (Ou) = niet | μοιχεύσεις (moicheuseis) = je zult overspel plegen | Οὐ (Ou) = niet | φονεύσεις (phoneuseis) = je zult moorden | Οὐ (Ou) = niet | κλέψεις (klepseis) = je zult stelen | Οὐκ (Ouk) = niet | ἐπιθυμήσεις (epithymeseis) = je zult begeren | καὶ (kai) = en | εἴ (ei) = als | τις (tis) = enig | ἑτέρα (hetera) = ander | ἐντολή (entole) = gebod | ἐν (en) = in | τῷ (to) = dit | λόγῳ (logo) = woord | τούτῳ (touto) = dit | ἀνακεφαλαιοῦται (anakephalaioutai) = wordt samengevat | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | Ἀγαπήσεις (Agapeseis) = je zult liefhebben | τὸν (ton) = de | πλησίον (plesion) = naaste | σου (sou) = je | ὡς (hos) = als | σεαυτόν (seauton) = jezelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Exod. 20:13–17 (Deut. 5:17–21) en Lev. 19:18. Het Grieks noemt de geboden in een andere volgorde dan ons Hebreeuws: ‘overspel, moorden, stelen, begeren’; in Exod. 20 staat ‘moorden’ voor ‘overspel’. Het laatste gebod is Lev. 19:18: ‘Heb je naaste lief als jezelf’. ἀνακεφαλαιόω (anakefalaioo), ‘samenvatten’: onder één kop brengen, van κεφαλή (kefale), ‘hoofd’. ἐπιθυμέω (epithymeo), ‘begeren’. In de wet spreekt Yahweh deze woorden; hier haalt Paulus ze aan, daarom zwart. Voetnoot : Zie ook Exod. 20:13–17; Deut. 5:17–21; Lev. 19:18; Gal. 5:14; Matt. 19:18–19. Zie ook: Ex 20:13–17; Lev 19:18; Deut 5:17–21; Mat 19:18–19; Gal 5:14 **13:10** De liefde doet de naaste geen kwaad. De liefde is dus de vervulling van de wet. Brontekst: ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | τῷ (to) = aan de | πλησίον (plesion) = naaste | κακὸν (kakon) = kwaad | οὐκ (ouk) = niet | ἐργάζεται (ergazetai) = doet | πλήρωμα (pleroma) = vervulling | οὖν (oun) = dus | νόμου (nomou) = van de wet | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλήρωμα (pleroma), ‘vervulling, volheid’: wat de wet vol maakt. De Griekse zin zegt: ‘vervulling van de wet is de liefde’. ### De dag is nabij **13:11** En dat, omdat jullie de tijd kennen: het is al het uur om uit de slaap te ontwaken. Want nu is de redding dichterbij dan toen wij gingen geloven. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | τοῦτο (touto) = dit | εἰδότες (eidotes) = wetend | τὸν (ton) = de | καιρόν (kairon) = tijd | ὅτι (hoti) = dat | ὥρα (hora) = uur | ἤδη (ede) = al | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐξ (ex) = uit | ὕπνου (hypnou) = slaap | ἐγερθῆναι (egerthenai) = te ontwaken | νῦν (nyn) = nu | γὰρ (gar) = want | ἐγγύτερον (engyteron) = dichterbij | ἡμῶν (hemon) = ons | ἡ (he) = de | σωτηρία (soteria) = redding | ἢ (e) = dan | ὅτε (hote) = toen | ἐπιστεύσαμεν (episteusamen) = wij gingen geloven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zin begint zonder werkwoord: ‘En dit, de tijd kennend’. Wij vullen niets aan dan een voegwoord: ‘omdat’; het Griekse deelwoord kan ook ‘terwijl’ betekenen. καιρός (kairos), ‘tijd’: het bepaalde, beslissende moment. ὥρα (hora), ‘uur’. σωτηρία (soteria), ‘redding’: de voltooiing van de redding bij de komst van de Heer. ‘Toen wij gingen geloven’: de vorm ἐπιστεύσαμεν (episteusamen) is een eenmalig verleden; het gaat om het begin van het geloof. **13:12** De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dus de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aantrekken. Brontekst: ἡ (he) = de | νὺξ (nyx) = nacht | προέκοψεν (proekopsen) = is voortgeschreden | ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | ἡμέρα (hemera) = dag | ἤγγικεν (engiken) = is nabij gekomen | ἀποβαλώμεθα (apobalometha) = laten wij afleggen | οὖν (oun) = dus | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | τοῦ (tou) = van de | σκότους (skotous) = duisternis | ἐνδυσώμεθα (endysometha) = laten wij aantrekken | δὲ (de) = maar | τὰ (ta) = de | ὅπλα (hopla) = wapens | τοῦ (tou) = van het | φωτός (photos) = licht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προκόπτω (prokopto), ‘vorderen’: de nacht is al ver gevorderd. ἐγγίζω (engizo), ‘naderen’, de voltooide vorm: de dag is dichtbij gekomen. ἀποτίθεμαι (apotithemai), ‘afleggen’ (zoals kleren); ἐνδύομαι (endyomai), ‘aantrekken’; zo ook in vers 14. ὅπλα (hopla), ‘wapens’: ook ‘wapenrusting’. Vergelijk Ef. 6:11–17 en 1 Tess. 5:8. Zie ook: 1 Tess 5:8; Rom 13:14; Ef 6:11–17 **13:13** Laten wij fatsoenlijk wandelen, zoals overdag: niet in feestgelagen en dronkenschap, niet in bedden en losbandigheid, niet in twist en afgunst. Brontekst: ὡς (hos) = als | ἐν (en) = op | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | εὐσχημόνως (euschemonos) = fatsoenlijk | περιπατήσωμεν (peripatesomen) = laten wij wandelen | μὴ (me) = niet | κώμοις (komois) = in feestgelagen | καὶ (kai) = en | μέθαις (methais) = in dronkenschap | μὴ (me) = niet | κοίταις (koitais) = in bedden | καὶ (kai) = en | ἀσελγείαις (aselgeiais) = in losbandigheid | μὴ (me) = niet | ἔριδι (eridi) = in twist | καὶ (kai) = en | ζήλῳ (zelo) = in afgunst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐσχημόνως (euschemonos), ‘fatsoenlijk’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: ook de levenswandel. κῶμος (komos), ‘feestgelag’: een luidruchtig drinkfeest; μέθη (methe), ‘dronkenschap’. κοίτη (koite), ‘bed’: ook ‘gemeenschap’; hier seksuele uitspattingen. ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’. ἔρις (eris), ‘twist’; ζῆλος (zelos), ‘afgunst’: het woord kan ook ‘ijver’ betekenen. **13:14** Maar trek de Heer Yeshua de Messias aan, en draag geen zorg voor het vlees met het oog op begeerten. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἐνδύσασθε (endysasthe) = trek aan | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | Χριστόν (Christon) = de Messias | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | πρόνοιαν (pronoian) = zorg | μὴ (me) = niet | ποιεῖσθε (poieisthe) = maak | εἰς (eis) = tot | ἐπιθυμίας (epithymias) = begeerten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνδύσασθε (endysasthe), ‘trek aan’: de Heer Yeshua de Messias aantrekken is zich met Hem bekleden; vergelijk Gal. 3:27. σάρξ (sarx), ‘vlees’: de aardse menselijke natuur; zie Gal. 3:3. πρόνοια (pronoia), ‘zorg, voorzorg’; ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:27. Zie ook: Gal 3:3; Gal 3:27 ## Romeinen 14 _De zwakken en de sterken: spijzen, dagen, oordelen en aanstoot_ ### Neem elkaar aan **14:1** Neem wie zwak is in het geloof aan, niet om te twisten over meningen. Brontekst: Τὸν (Ton) = de | δὲ (de) = maar | ἀσθενοῦντα (asthenounta) = zwakke | τῇ (te) = in het | πίστει (pistei) = geloof | προσλαμβάνεσθε (proslambanesthe) = neem aan | μὴ (me) = niet | εἰς (eis) = tot | διακρίσεις (diakriseis) = geschillen | διαλογισμῶν (dialogismon) = van overwegingen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσθενέω (astheneo), ‘zwak zijn’. ‘Zwak in het geloof’ is hier iemand die zich aan regels over eten en dagen houdt (de verzen 2–6). De tekst noemt niet wie de zwakken en de sterken zijn; de verzen 2 en 14 laten zien dat het gaat om wat men mag eten. προσλαμβάνομαι (proslambanomai), ‘aannemen’: tot de eigen kring toelaten; zo ook in vers 3. διάκρισις (diakrisis), ‘geschil, onderscheiding’; διαλογισμός (dialogismos), ‘overweging, mening’. Het Grieks is kort: ‘niet tot geschillen van overwegingen’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 8:7–13; 1 Kor. 10:23–33; Rom. 15:1. Zie ook: 1 Kor 8:7–13; 1 Kor 10:23–33; Rom 14:3; Rom 15:1 **14:2** De één gelooft dat hij alles mag eten, maar wie zwak is, eet groenten. Brontekst: ὃς (hos) = wie | μὲν (men) = enerzijds | πιστεύει (pisteuei) = gelooft | φαγεῖν (phagein) = te eten | πάντα (panta) = alles | ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | ἀσθενῶν (asthenon) = zwakke | λάχανα (lachana) = groenten | ἐσθίει (esthiei) = eet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λάχανα (lachana), ‘groenten’. De tekst zegt niet waarom de zwakke geen vlees eet. Dat kan zijn omdat het vlees voor afgoden geofferd kon zijn, zoals in 1 Kor. 8 en 10, of omdat het niet rein was; Paulus zegt het niet. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 8:1–13; 1 Kor. 10:25–27. Zie ook: 1 Kor 8:1–13; 1 Kor 10:25–27 **14:3** Wie eet, mag wie niet eet niet minachten, en wie niet eet, moet over wie eet niet oordelen. Want Elohim heeft hem aangenomen. Brontekst: ὁ (ho) = die | ἐσθίων (esthion) = eet | τὸν (ton) = de | μὴ (me) = niet | ἐσθίοντα (esthionta) = etende | μὴ (me) = niet | ἐξουθενείτω (exoutheneito) = minachte | ὁ (ho) = die | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | ἐσθίων (esthion) = eet | τὸν (ton) = de | ἐσθίοντα (esthionta) = etende | μὴ (me) = niet | κρινέτω (krineto) = oordele | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | γὰρ (gar) = want | αὐτὸν (auton) = hem | προσελάβετο (proselabeto) = nam aan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘minachten’: als niets beschouwen. κρίνω (krino), ‘oordelen’: dit werkwoord komt in dit hoofdstuk steeds terug (verzen 3, 4, 5, 10, 13, 22). προσλαμβάνομαι (proslambanomai), ‘aannemen’: zie vers 1; Elohim heeft zowel wie eet als wie niet eet aangenomen. Zie ook: Rom 14:1 **14:4** Wie ben jij, die oordeelt over andermans huisknecht? Voor zijn eigen heer staat hij of valt hij. Maar hij zal staande blijven, want de Heer kan hem staande houden. Brontekst: σὺ (sy) = jij | τίς (tis) = wie | εἶ (ei) = ben | ὁ (ho) = die | κρίνων (krinon) = oordeelt | ἀλλότριον (allotrion) = andermans | οἰκέτην (oiketen) = huisknecht | τῷ (to) = voor de | ἰδίῳ (idio) = eigen | κυρίῳ (kyrio) = heer | στήκει (stekei) = staat hij | ἢ (e) = of | πίπτει (piptei) = valt hij | σταθήσεται (stathesetai) = hij zal staande blijven | δέ (de) = maar | δυνατεῖ (dynatei) = is machtig | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | στῆσαι (stesai) = te doen staan | αὐτόν (auton) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἰκέτης (oiketes), ‘huisknecht’: een knecht van het huis; ‘andermans’ (ἀλλότριος, allotrios) is de knecht van een ander. ‘Zijn eigen heer’: de meester van de knecht; ‘de Heer’ (κύριος, kyrios) is hier Yeshua, zie de verzen 6–9. Voetnoot Lezing: Bij ‘de Heer’ verschillen sommige oude handschriften. **14:5** De één acht de ene dag hoger dan de andere, de ander acht elke dag even belangrijk. Ieder moet in zijn eigen verstand volledig overtuigd zijn. Brontekst: Ὃς (Hos) = wie | μὲν (men) = enerzijds | κρίνει (krinei) = acht | ἡμέραν (hemeran) = dag | παρ’ (par’) = boven | ἡμέραν (hemeran) = dag | ὃς (hos) = wie | δὲ (de) = anderzijds | κρίνει (krinei) = acht | πᾶσαν (pasan) = elke | ἡμέραν (hemeran) = dag | ἕκαστος (hekastos) = ieder | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ἰδίῳ (idio) = eigen | νοῒ (noi) = verstand | πληροφορείσθω (plerophoreistho) = zij volledig overtuigd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίνω (krino), ‘oordelen’: hier ‘voor belangrijker houden’. ἡμέραν παρ᾽ ἡμέραν (hemeran par hemeran), ‘dag boven dag’: de ene dag hoger dan de andere. De tweede helft zegt letterlijk ‘de ander oordeelt elke dag’: dat wil zeggen dat voor hem elke dag gelijk is; wij schrijven ‘even belangrijk’. De tekst noemt niet welke dagen, bijvoorbeeld de sabbat of vastendagen. πληροφορέω (pleroforeo), ‘volledig overtuigen’. νοῦς (nous), ‘verstand’. Voetnoot : Zie ook Gal. 4:10. Zie ook: Gal 4:10 **14:6** Wie op de dag let, let erop voor de Heer. Ook wie eet, eet voor de Heer, want hij dankt Elohim. En wie niet eet, eet niet voor de Heer, en hij dankt Elohim. Brontekst: ὁ (ho) = die | φρονῶν (phronon) = let op | τὴν (ten) = de | ἡμέραν (hemeran) = dag | κυρίῳ (kyrio) = voor de Heer | φρονεῖ (phronei) = let hij op | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | ἐσθίων (esthion) = eet | κυρίῳ (kyrio) = voor de Heer | ἐσθίει (esthiei) = eet hij | εὐχαριστεῖ (eucharistei) = hij dankt | γὰρ (gar) = want | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | μὴ (me) = niet | ἐσθίων (esthion) = eet | κυρίῳ (kyrio) = voor de Heer | οὐκ (ouk) = niet | ἐσθίει (esthiei) = eet hij | καὶ (kai) = en | εὐχαριστεῖ (eucharistei) = hij dankt | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φρονέω (fronoeo), ‘denken aan, let op’. εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’. Wie eet en wie niet eet, doet het beide met dank aan Elohim. ‘De Heer’ (κύριος, kyrios): Yeshua; zie de verzen 8–9. ### Wij zijn van de Heer **14:7** Want niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf. Brontekst: Οὐδεὶς (Oudeis) = niemand | γὰρ (gar) = want | ἡμῶν (hemon) = van ons | ἑαυτῷ (heauto) = voor zichzelf | ζῇ (ze) = leeft | καὶ (kai) = en | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἑαυτῷ (heauto) = voor zichzelf | ἀποθνῄσκει (apothneskei) = sterft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘voor zichzelf’ (ἑαυτῷ, heauto) in de derde persoon: niemand leeft of sterft voor zichzelf alleen. **14:8** Want of wij leven, wij leven voor de Heer, of wij sterven, wij sterven voor de Heer. Of wij dus leven of sterven, wij zijn van de Heer. Brontekst: ἐάν (ean) = of | τε (te) = ook | γὰρ (gar) = want | ζῶμεν (zomen) = wij leven | τῷ (to) = voor de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ζῶμεν (zomen) = wij leven | ἐάν (ean) = of | τε (te) = ook | ἀποθνῄσκωμεν (apothneskomen) = wij sterven | τῷ (to) = voor de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ἀποθνῄσκομεν (apothneskomen) = wij sterven | ἐάν (ean) = of | τε (te) = ook | οὖν (oun) = dus | ζῶμεν (zomen) = wij leven | ἐάν (ean) = of | τε (te) = ook | ἀποθνῄσκωμεν (apothneskomen) = wij sterven | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἐσμέν (esmen) = zijn wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier Yeshua, zie vers 9. Het Griekse ‘voor de Heer’ (τῷ κυρίῳ, to kyrio) en ‘van de Heer’ (τοῦ κυρίου, tou kyriou) laat zien dat de Heer de eigenaar is. Zie ook: Rom 14:9 **14:9** Want hiervoor is de Messias gestorven en levend geworden: opdat Hij Heer is over doden en levenden. Brontekst: εἰς (eis) = tot | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἀπέθανεν (apethanen) = is gestorven | καὶ (kai) = en | ἔζησεν (ezesen) = is levend geworden | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = zowel | νεκρῶν (nekron) = over doden | καὶ (kai) = en | ζώντων (zonton) = over levenden | κυριεύσῃ (kyrieuse) = Hij Heer is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔζησεν (ezesen), ‘werd levend, leefde’: een enkele handeling in het verleden, hier de opstanding. κυριεύω (kyrieuo), ‘Heer zijn over’, ‘heersen’: verwant aan κύριος (kyrios), ‘Heer’. ‘Doden en levenden’ omvat allen. Voetnoot : Zie ook Hand. 10:42; 1 Tess. 5:10. Zie ook: Hand 10:42; 1 Tess 5:10 **14:10** Maar jij, waarom oordeel je over je broer? Of ook jij, waarom minacht je je broer? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Elohim staan. Brontekst: Σὺ (Sy) = jij | δὲ (de) = maar | τί (ti) = waarom | κρίνεις (krineis) = oordeel je | τὸν (ton) = de | ἀδελφόν (adelphon) = broer | σου (sou) = jouw | ἢ (e) = of | καὶ (kai) = ook | σὺ (sy) = jij | τί (ti) = waarom | ἐξουθενεῖς (exoutheneis) = minacht je | τὸν (ton) = de | ἀδελφόν (adelphon) = broer | σου (sou) = jouw | πάντες (pantes) = allen | γὰρ (gar) = want | παραστησόμεθα (parastesometha) = wij zullen staan | τῷ (to) = voor de | βήματι (bemati) = rechterstoel | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βῆμα (bema), ‘rechterstoel’: de zetel van de rechter, zoals in Hand. 12:21 en Hand. 25:6. ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘minachten’: zie vers 3. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 5:10; Hand. 12:21; Hand. 25:6. Voetnoot Lezing: Bij ‘van Elohim’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Hand 12:21; Hand 25:6; 2 Kor 5:10; Rom 14:3 **14:11** Er staat immers geschreven: **„Zo waar Ik leef,** zegt Yahweh, **voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal Elohim loven.”** Brontekst: γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | γάρ (gar) = want | Ζῶ (Zo) = ik leef | ἐγώ (ego) = Ik | λέγει (legei) = zegt | κύριος (kyrios) = Yahweh | ὅτι (hoti) = dat | ἐμοὶ (emoi) = voor Mij | κάμψει (kampsei) = zal buigen | πᾶν (pan) = elke | γόνυ (gony) = knie | καὶ (kai) = en | πᾶσα (pasa) = elke | γλῶσσα (glossa) = tong | ἐξομολογήσεται (exomologesetai) = zal loven | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Jes. 45:23, in de Griekse vorm. Ons Hebreeuws heeft: ‘Bij Mijzelf heb Ik gezworen … dat voor Mij elke knie zich zal buigen en elke tong zal zweren’. De Griekse tekst begint met ‘Zo waar Ik leef, zegt de Heer’ (vergelijk Num. 14:28, ‘Zo waar Ik leef, spreekt Yahweh’) en heeft ‘elke tong zal Elohim loven’ (ἐξομολογέω, exomologeo, ‘loven, belijden’) waar ons Hebreeuws ‘zweren’ heeft. Omdat Yahweh in de eerste persoon spreekt, schrijven wij ‘zegt Yahweh’ en zetten wij de woorden rood. Vergelijk Filip. 2:10–11. Voetnoot : Zie ook Jes. 45:23; Num. 14:28; Filip. 2:10–11. Zie ook: Num 14:28; Jes 45:23; Fil 2:10–11 **14:12** Dus zal ieder van ons over zichzelf rekenschap geven. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | ἕκαστος (hekastos) = ieder | ἡμῶν (hemon) = van ons | περὶ (peri) = over | ἑαυτοῦ (heautou) = zichzelf | λόγον (logon) = rekenschap | δώσει (dosei) = zal geven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λόγον διδόναι (logon didonai), ‘rekenschap geven’: antwoord geven over wat men gedaan heeft. ### Geen aanstoot geven **14:13** Laten wij daarom niet meer over elkaar oordelen. Oordeel liever dit: dat je voor je broer geen aanstoot of struikelblok neerlegt. Brontekst: Μηκέτι (Meketi) = niet meer | οὖν (oun) = dus | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | κρίνωμεν (krinomen) = laten wij oordelen | ἀλλὰ (alla) = maar | τοῦτο (touto) = dit | κρίνατε (krinate) = oordeel | μᾶλλον (mallon) = liever | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | τιθέναι (tithenai) = neer te leggen | πρόσκομμα (proskomma) = aanstoot | τῷ (to) = aan de | ἀδελφῷ (adelpho) = broer | ἢ (e) = of | σκάνδαλον (skandalon) = struikelblok Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks speelt met κρίνω (krino): ‘laten wij niet meer oordelen … oordeel dit liever’. πρόσκομμα (proskomma), ‘aanstoot’: iets waaraan men zich stoot; σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: de val die men veroorzaakt. Vergelijk Rom. 9:32–33, ‘steen van aanstoot’. Voetnoot : Zie ook Rom. 9:33; 1 Kor. 8:9. Zie ook: 1 Kor 8:9; Rom 9:32–33; Rom 9:33 **14:14** Ik weet en ben overtuigd in de Heer Yeshua dat niets op zichzelf onrein is. Het is alleen onrein voor wie iets als onrein beschouwt. Brontekst: οἶδα (oida) = ik weet | καὶ (kai) = en | πέπεισμαι (pepeismai) = ben overtuigd | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ὅτι (hoti) = dat | οὐδὲν (ouden) = niets | κοινὸν (koinon) = onrein | δι’ (di’) = door | ἑαυτοῦ (heautou) = zichzelf | εἰ (ei) = tenzij | μὴ (me) = niet | τῷ (to) = voor wie | λογιζομένῳ (logizomeno) = rekent | τι (ti) = iets | κοινὸν (koinon) = onrein | εἶναι (einai) = te zijn | ἐκείνῳ (ekeino) = voor hem | κοινόν (koinon) = onrein Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοινός (koinos), ‘gewoon, gemeenschappelijk’: in de Joodse spraak wat niet rein is, niet geschikt om te eten of aan Elohim te wijden; wij vertalen ‘onrein’. ‘In de Heer Yeshua’: Paulus’ overtuiging steunt op Hem. Vergelijk Mark. 7:15, 7:18–19. Voetnoot : Zie ook Mark. 7:15; Hand. 10:14–15. Zie ook: Mar 7:15; Mar 7:18; Hand 10:14–15 **14:15** Want als je broer door een spijs bedroefd wordt, wandel je niet meer volgens de liefde. Richt met je spijs niet iemand te gronde voor wie de Messias is gestorven. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | διὰ (dia) = door | βρῶμα (broma) = spijs | ὁ (ho) = de | ἀδελφός (adelphos) = broer | σου (sou) = jouw | λυπεῖται (lypeitai) = bedroefd wordt | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | κατὰ (kata) = volgens | ἀγάπην (agapen) = liefde | περιπατεῖς (peripateis) = wandel je | μὴ (me) = niet | τῷ (to) = met de | βρώματί (bromati) = spijs | σου (sou) = jouw | ἐκεῖνον (ekeinon) = die | ἀπόλλυε (apollye) = richt te gronde | ὑπὲρ (hyper) = voor | οὗ (hou) = wie | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἀπέθανεν (apethanen) = is gestorven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λυπέω (lypeo), ‘bedroefd maken’: ook ‘kwetsen’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: de levenswandel. ἀπόλλυμι (apollymi), ‘te gronde richten’: ook ‘laten verloren gaan’. βρῶμα (broma), ‘spijs’: wat gegeten wordt. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 8:11. Zie ook: 1 Kor 8:11 **14:16** Laat het goede van jullie dus niet gelasterd worden. Brontekst: μὴ (me) = niet | βλασφημείσθω (blasphemeistho) = laat gelasterd worden | οὖν (oun) = dus | ὑμῶν (hymon) = van jullie | τὸ (to) = het | ἀγαθόν (agathon) = goede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Het goede van jullie’ (ὑμῶν τὸ ἀγαθόν): de tekst zegt niet wat dat goede is; het kan hun vrijheid, hun geloof of de goede boodschap zijn. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’. **14:17** Want het koninkrijk van Elohim is geen eten en drinken, maar gerechtigheid, vrede en vreugde in de Heilige Geest. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = het | βασιλεία (basileia) = koninkrijk | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | βρῶσις (brosis) = eten | καὶ (kai) = en | πόσις (posis) = drinken | ἀλλὰ (alla) = maar | δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | καὶ (kai) = en | χαρὰ (chara) = vreugde | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἁγίῳ (hagio) = heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βασιλεία τοῦ θεοῦ (basileia tou theou), ‘het koninkrijk van Elohim’. βρῶσις (brosis), ‘eten’, πόσις (posis), ‘drinken’. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’; εἰρήνη (eirene), ‘vrede’; χαρά (chara), ‘vreugde’. De Griekse woorden ‘in de Heilige Geest’ kunnen bij alle drie horen of alleen bij ‘vreugde’. **14:18** Wie hierin de Messias dient, is Elohim welgevallig en wordt door mensen goedgekeurd. Brontekst: ὁ (ho) = wie | γὰρ (gar) = want | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | δουλεύων (douleuon) = dient | τῷ (to) = de | Χριστῷ (Christo) = Messias | εὐάρεστος (euarestos) = welgevallig | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | καὶ (kai) = en | δόκιμος (dokimos) = goedgekeurd | τοῖς (tois) = door de | ἀνθρώποις (anthropois) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’. εὐάρεστος (euarestos), ‘welgevallig’, zoals in 12:1–2. δόκιμος (dokimos), ‘goedgekeurd’: beproefd en geschikt bevonden. **14:19** Laten wij dus nastreven wat de vrede dient en wat tot elkaars opbouw leidt. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | οὖν (oun) = dan | τὰ (ta) = wat | τῆς (tes) = van de | εἰρήνης (eirenes) = vrede | διώκωμεν (diokomen) = laten wij nastreven | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = wat | τῆς (tes) = van de | οἰκοδομῆς (oikodomes) = opbouw | τῆς (tes) = die | εἰς (eis) = tot | ἀλλήλους (allelous) = elkaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διώκω (dioko), ‘najagen’: zie 12:13. οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’: letterlijk ‘het bouwen van een huis’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 14:12; 1 Kor. 14:26. Zie ook: 1 Kor 14:12; 1 Kor 14:26 ### Wat uit geloof is **14:20** Breek het werk van Elohim niet af vanwege een spijs. Alles is wel rein, maar het is slecht voor de mens die met aanstoot eet. Brontekst: μὴ (me) = niet | ἕνεκεν (heneken) = vanwege | βρώματος (bromatos) = spijs | κατάλυε (katalye) = breek af | τὸ (to) = het | ἔργον (ergon) = werk | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | πάντα (panta) = alles | μὲν (men) = weliswaar | καθαρά (kathara) = rein | ἀλλὰ (alla) = maar | κακὸν (kakon) = slecht | τῷ (to) = voor de | ἀνθρώπῳ (anthropo) = mens | τῷ (to) = die | διὰ (dia) = door | προσκόμματος (proskommatos) = aanstoot | ἐσθίοντι (esthionti) = eet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατάλυε (katalye), ‘breek af’: een gebouw slopen; ‘het werk van Elohim’ is de gemeente of een broer of zuster die Hij gebouwd heeft. καθαρός (katharos), ‘rein’. διὰ προσκόμματος ἐσθίοντι (dia proskommatos esthionti), ‘die met aanstoot eet’: het kan bedoelen dat iemand eet en daardoor een ander aanstoot geeft, of dat iemand eet en zelf struikelt. De tekst kiest niet. **14:21** Goed is het geen vlees te eten, geen wijn te drinken en niets te doen waarin je broer struikelt, ten val komt of zwak wordt. Brontekst: καλὸν (kalon) = goed | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | φαγεῖν (phagein) = te eten | κρέα (krea) = vlees | μηδὲ (mede) = noch | πιεῖν (piein) = te drinken | οἶνον (oinon) = wijn | μηδὲ (mede) = noch | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | ὁ (ho) = de | ἀδελφός (adelphos) = broer | σου (sou) = jouw | προσκόπτει (proskoptei) = struikelt | ἢ (e) = of | σκανδαλίζεται (skandalizetai) = ten val komt | ἢ (e) = of | ἀσθενεῖ (asthenei) = zwak wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Griekse ‘waarin je broer struikelt’ heeft geen eigen werkwoord ‘doen’; wij vullen ‘te doen’ aan. προσκόπτω (proskopto), ‘struikelen’; σκανδαλίζω (skandalizo), ‘ten val brengen’: hier lijdend, ‘ten val komen’; ἀσθενέω (astheneo), ‘zwak worden’. Voetnoot Lezing: Bij de laatste twee werkwoorden verschillen sommige oude handschriften. **14:22** Het geloof dat jij hebt, heb dat bij jezelf, voor Elohim. Gelukkig wie zichzelf niet veroordeelt in wat hij goedkeurt. Brontekst: σὺ (sy) = jij | πίστιν (pistin) = geloof | ἣν (hen) = dat | ἔχεις (echeis) = je hebt | κατὰ (kata) = bij | σεαυτὸν (seauton) = jezelf | ἔχε (eche) = heb | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μακάριος (makarios) = gelukkig | ὁ (ho) = die | μὴ (me) = niet | κρίνων (krinon) = oordelend | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | δοκιμάζει (dokimazei) = hij goedkeurt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ σεαυτόν (kata seauton), ‘bij jezelf’: voor jezelf, zonder het anderen op te dringen. μακάριος (makarios), ‘gelukkig’. κρίνω (krino), ‘oordelen’: hier ‘veroordelen’. δοκιμάζω (dokimazo), ‘goedkeuren’: eerst beproeven en dan goedkeuren; zie 12:2. **14:23** Maar wie twijfelt en toch eet, is veroordeeld, omdat het niet uit geloof is. Want alles wat niet uit geloof is, is zonde. Brontekst: ὁ (ho) = die | δὲ (de) = maar | διακρινόμενος (diakrinomenos) = twijfelt | ἐὰν (ean) = als | φάγῃ (phage) = hij eet | κατακέκριται (katakekritai) = is veroordeeld | ὅτι (hoti) = omdat | οὐκ (ouk) = niet | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | πᾶν (pan) = alles | δὲ (de) = maar | ὃ (ho) = wat | οὐκ (ouk) = niet | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἐστίν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακρίνομαι (diakrinomai), ‘twijfelen’: innerlijk twijfelen. κατακρίνω (katakrino), ‘veroordelen’; de voltooide tijd (κατακέκριται) zegt: hij is veroordeeld. ἐκ πίστεως (ek pisteos), ‘uit geloof’: hier ‘uit overtuiging’, zie vers 22. ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’. Zie ook: Rom 14:22 ## Romeinen 15 _Sterken en zwakken, de volken tot lof van Elohim, Paulus’ plannen, de collecte voor Jeruzalem_ ### Elkaar dragen, zoals de Messias **15:1** Wij, de sterken, zijn verplicht de zwakheden van de zwakken te dragen en onszelf niet te behagen. Brontekst: Ὀφείλομεν (Opheilomen) = wij zijn verplicht | δὲ (de) = maar | ἡμεῖς (hemeis) = wij | οἱ (hoi) = de | δυνατοὶ (dynatoi) = sterken | τὰ (ta) = de | ἀσθενήματα (asthenemata) = zwakheden | τῶν (ton) = van de | ἀδυνάτων (adynaton) = zwakken | βαστάζειν (bastazein) = te dragen | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ἑαυτοῖς (heautois) = onszelf | ἀρέσκειν (areskein) = te behagen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δυνατοί (dynatoi), ‘sterken’, en ἀδύνατοι (adynatoi), ‘zwakken’ (letterlijk ‘onmachtigen’): de sterken en zwakken van hoofdstuk 14, waar het Grieks ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’, gebruikt. ἀσθενήματα (asthenemata), ‘zwakheden’. βαστάζω (bastazo), ‘dragen’: een last op zich nemen. ἀρέσκω (aresko), ‘behagen’: iemand een plezier doen. Voetnoot : Zie ook Rom. 14:1; Gal. 6:2. Zie ook: Gal 6:2; Rom 14:1 **15:2** Ieder van ons moet zijn naaste behagen, tot het goede, tot opbouw. Brontekst: ἕκαστος (hekastos) = ieder | ἡμῶν (hemon) = van ons | τῷ (to) = de | πλησίον (plesion) = naaste | ἀρεσκέτω (aresketo) = behage | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ἀγαθὸν (agathon) = goede | πρὸς (pros) = tot | οἰκοδομήν (oikodomen) = opbouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλησίον (plesion), ‘naaste’. οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’: zie 14:19. **15:3** Want ook de Messias heeft Zichzelf niet behaagd. Maar zoals geschreven staat: „De smaad van hen die U smaden, is op Mij gevallen.” Brontekst: καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | Χριστὸς (Christos) = Messias | οὐχ (ouch) = niet | ἑαυτῷ (heauto) = Zichzelf | ἤρεσεν (eresen) = behaagde | ἀλλὰ (alla) = maar | καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Οἱ (Hoi) = de | ὀνειδισμοὶ (oneidismoi) = smaadwoorden | τῶν (ton) = van hen | ὀνειδιζόντων (oneidizonton) = die smaden | σε (se) = U | ἐπέπεσαν (epepesan) = zijn gevallen | ἐπ’ (ep’) = op | ἐμέ (eme) = Mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 69:10 (NL 69:9). Ons Hebreeuws heeft: ‘de smaad van wie U smaden, is op mij gevallen’. In de psalm spreekt de dichter; Paulus legt deze woorden in de mond van de Messias die Elohim aanspreekt (daarom ‘U’ en ‘Mij’ met een hoofdletter). Paulus haalt ze aan, daarom zwart. ὀνειδισμός (oneidismos), ‘smaad’. Vergelijk Joh. 2:17 (Ps. 69:10, eerste helft). Voetnoot : Zie ook Ps. 69:10; Joh. 2:17. Zie ook: Ps 69:10; Joh 2:17 **15:4** Want alles wat tevoren geschreven is, is geschreven tot onze lering, opdat wij door volharding en door de bemoediging van de Schriften hoop hebben. Brontekst: ὅσα (hosa) = alles wat | γὰρ (gar) = want | προεγράφη (proegraphe) = tevoren is geschreven | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | ἡμετέραν (hemeteran) = onze | διδασκαλίαν (didaskalian) = lering | ἐγράφη (egraphe) = is geschreven | ἵνα (hina) = opdat | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | ὑπομονῆς (hypomones) = volharding | καὶ (kai) = en | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | παρακλήσεως (parakleseos) = bemoediging | τῶν (ton) = van de | γραφῶν (graphon) = Schriften | τὴν (ten) = de | ἐλπίδα (elpida) = hoop | ἔχωμεν (echomen) = wij hebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προγράφω (prografo), ‘tevoren schrijven’: ‘de Schriften’ (γραφαί, grafai) zijn de heilige geschriften van Israël. διδασκαλία (didaskalia), ‘lering’; ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’; παράκλησις (paraklesis), ‘bemoediging’ (ook ‘troost’): zie 12:8. **15:5** Moge de Elohim van de volharding en van de bemoediging jullie geven onder elkaar eensgezind te zijn, overeenkomstig de Messias Yeshua, Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | θεὸς (theos) = Elohim | τῆς (tes) = van de | ὑπομονῆς (hypomones) = volharding | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van de | παρακλήσεως (parakleseos) = bemoediging | δῴη (doe) = moge geven | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | τὸ (to) = het | αὐτὸ (auto) = zelfde | φρονεῖν (phronein) = gezind te zijn | ἐν (en) = onder | ἀλλήλοις (allelois) = elkaar | κατὰ (kata) = overeenkomstig | Χριστὸν (Christon) = de Messias | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ αὐτὸ φρονεῖν (to auto fronein), ‘hetzelfde gezind zijn’, ‘eensgezind’: zie 12:16. κατὰ Χριστὸν Ἰησοῦν (kata Christon Iesoun), ‘overeenkomstig de Messias Yeshua’: naar zijn voorbeeld en wil. Voetnoot Lezing: Bij ‘de Messias Yeshua’ verschillen sommige oude handschriften. **15:6** opdat jullie eendrachtig, met één mond, de Elohim en Vader van onze Heer Yeshua de Messias verheerlijken. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | ὁμοθυμαδὸν (homothymadon) = eendrachtig | ἐν (en) = met | ἑνὶ (heni) = één | στόματι (stomati) = mond | δοξάζητε (doxazete) = jullie verheerlijken | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατέρα (patera) = Vader | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμοθυμαδόν (homothymadon), ‘eendrachtig’: met één gezindheid. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’. ‘De Elohim en Vader van onze Heer Yeshua de Messias’: de Griekse zin kan ook gelezen worden ‘de Elohim, en de Vader van onze Heer’. **15:7** Neem elkaar daarom aan, zoals ook de Messias jullie heeft aangenomen, tot heerlijkheid van Elohim. Brontekst: Διὸ (Dio) = daarom | προσλαμβάνεσθε (proslambanesthe) = neem aan | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | Χριστὸς (Christos) = Messias | προσελάβετο (proselabeto) = heeft aangenomen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | εἰς (eis) = tot | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσλαμβάνομαι (proslambanomai), ‘aannemen’: zie 14:1. ### De Messias en de volken **15:8** Want ik zeg: de Messias is dienaar van de besnijdenis geworden, voor de waarheid van Elohim, om de beloften aan de vaders te bevestigen, Brontekst: λέγω (lego) = ik zeg | γὰρ (gar) = want | Χριστὸν (Christon) = de Messias | διάκονον (diakonon) = dienaar | γεγενῆσθαι (gegenesthai) = geworden is | περιτομῆς (peritomes) = van besnijdenis | ὑπὲρ (hyper) = ter wille van | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | θεοῦ (theou) = van Elohim | εἰς (eis) = om | τὸ (to) = het | βεβαιῶσαι (bebaiosai) = te bevestigen | τὰς (tas) = de | ἐπαγγελίας (epangelias) = beloften | τῶν (ton) = aan de | πατέρων (pateron) = vaders Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’: hier de besnedenen, het Joodse volk. De Messias is dienaar geworden van de besnijdenis; dat wil zeggen dat Hij tot Israël kwam. ἀλήθεια (aletheia), ‘waarheid’: ook ‘betrouwbaarheid’; Elohim blijft Zijn woord trouw. βεβαιόω (bebaioo), ‘bevestigen’. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. ‘De vaders’ (οἱ πατέρες, hoi pateres) zijn de aartsvaders: Abraham, Isaak en Jakob. Voetnoot : Zie ook Matt. 15:24; Hand. 3:25–26. Zie ook: Mat 15:24; Hand 3:25–26 **15:9** en opdat de volken Elohim verheerlijken om de ontferming. Zoals geschreven staat: „Daarom zal ik U loven onder de volken, en voor Uw naam zal ik zingen.” Brontekst: τὰ (ta) = de | δὲ (de) = maar | ἔθνη (ethne) = volken | ὑπὲρ (hyper) = om | ἐλέους (eleous) = ontferming | δοξάσαι (doxasai) = te verheerlijken | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim | καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Διὰ (Dia) = daarom | τοῦτο (touto) = dit | ἐξομολογήσομαί (exomologesomai) = zal ik loven | σοι (soi) = U | ἐν (en) = onder | ἔθνεσι (ethnesi) = volken | καὶ (kai) = en | τῷ (to) = voor de | ὀνόματί (onomati) = naam | σου (sou) = Uw | ψαλῶ (psalo) = zal ik zingen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔλεος (eleos), ‘ontferming’: dezelfde weergave als in 9:15–23 en 11:30–32. Aanhaling van Ps. 18:50 (NL 18:49). Ons Hebreeuws heeft: ‘Daarom loof ik U, Yahweh, onder de volken. Voor Uw naam zal ik spelen’; de Griekse tekst heeft ‘U’ zonder naam, en ‘zal ik zingen’ (ψάλλω, psallo, ‘zingen met begeleiding’). Dezelfde woorden staan in 2 Sam. 22:50. De dichter spreekt; Paulus haalt de woorden aan, daarom zwart. ἐξομολογέω (exomologeo), ‘loven’: zie 14:11. Voetnoot : Zie ook Ps. 18:50; 2 Sam. 22:50. Zie ook: 2 Sam 22:50; Ps 18:50 **15:10** En opnieuw wordt gezegd: „Wees blij, volken, met Zijn volk.” Brontekst: καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = opnieuw | λέγει (legei) = wordt gezegd | Εὐφράνθητε (Euphranthete) = wees blij | ἔθνη (ethne) = volken | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = het | λαοῦ (laou) = volk | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Deut. 32:43. Ons Hebreeuws heeft: ‘Juich, volken, met Zijn volk’. De Griekse tekst heeft: ‘Wees blij, volken, met Zijn volk’. Het Grieks noemt niet wie spreekt: ‘en opnieuw zegt (hij)’; wij schrijven ‘wordt gezegd’. Het is het slot van het lied van Mozes; Paulus haalt het aan, daarom zwart. εὐφραίνομαι (eufrainomai), ‘blij zijn’. Voetnoot : Zie ook Deut. 32:43. Zie ook: Deut 32:43 **15:11** En opnieuw: „Prijs Yahweh, alle volken, en laten alle naties Hem lofprijzen.” Brontekst: καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = opnieuw | Αἰνεῖτε (Aineite) = prijs | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | τὸν (ton) = (de) | κύριον (kyrion) = Yahweh | καὶ (kai) = en | ἐπαινεσάτωσαν (epainesatosan) = laten lofprijzen | αὐτὸν (auton) = Hem | πάντες (pantes) = alle | οἱ (hoi) = de | λαοί (laoi) = naties Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 117:1. Ons Hebreeuws heeft: ‘Prijs Yahweh, alle volken; loof Hem, alle natiën’. De Griekse tekst heeft: ‘Prijs de Heer, alle volken, en laten alle naties Hem lofprijzen’. κύριος (kyrios) staat hier voor Yahweh. αἰνέω (aineo), ‘prijzen’; ἐπαινέω (epaineo), ‘lofprijzen’. λαοί (laoi), ‘naties’: het meervoud van λαός (laos), ‘volk’. Voetnoot : Zie ook Ps. 117:1. Zie ook: Ps 117:1 **15:12** En opnieuw zegt Jesaja: „De wortel van Isaï zal er zijn, en wie opstaat om over de volken te heersen. Op hem zullen de volken hopen.” Brontekst: καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = opnieuw | Ἠσαΐας (Esaias) = Jesaja | λέγει (legei) = zegt | Ἔσται (Estai) = zal zijn | ἡ (he) = de | ῥίζα (rhiza) = wortel | τοῦ (tou) = van | Ἰεσσαί (Iessai) = Isaï | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = hij die | ἀνιστάμενος (anistamenos) = opstaat | ἄρχειν (archein) = te heersen | ἐθνῶν (ethnon) = over volken | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῷ (auto) = hem | ἔθνη (ethne) = volken | ἐλπιοῦσιν (elpiousin) = zullen hopen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Jes. 11:10. Ons Hebreeuws heeft: ‘Het zal gebeuren op die dag: de wortel van Isaï, die als banier voor de volken staat, hem zullen de volken zoeken’. De Griekse tekst heeft: ‘De wortel van Isaï zal er zijn, en wie opstaat om over de volken te heersen; op hem zullen de volken hopen’. ῥίζα (rhiza), ‘wortel’: een nakomeling die uit het afgehouwen geslacht van Isaï (de vader van David) opschiet. Jesaja spreekt hier; Paulus haalt het aan, daarom zwart. Voetnoot : Zie ook Jes. 11:10. Zie ook: Jes 11:10 **15:13** Moge de Elohim van de hoop jullie vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven. Zo mogen jullie overvloedig zijn in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | θεὸς (theos) = Elohim | τῆς (tes) = van de | ἐλπίδος (elpidos) = hoop | πληρώσαι (plerosai) = moge vervullen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | πάσης (pases) = met alle | χαρᾶς (charas) = vreugde | καὶ (kai) = en | εἰρήνης (eirenes) = vrede | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | πιστεύειν (pisteuein) = geloven | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | περισσεύειν (perisseuein) = overvloedig zijn | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἐλπίδι (elpidi) = hoop | ἐν (en) = door | δυνάμει (dynamei) = kracht | πνεύματος (pneumatos) = van Geest | ἁγίου (hagiou) = heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλπίς (elpis), ‘hoop’: het woord komt in dit vers twee keer voor; ook in de verzen 4 en 12. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’. περισσεύω (perisseuo), ‘overvloedig zijn’. Het Griekse πνεύματος ἁγίου (pneumatos hagiou) heeft geen lidwoord: ‘kracht van Heilige Geest’. ### Paulus’ dienst aan de volken **15:14** Maar ook ikzelf ben over jullie overtuigd, mijn broers, dat ook jullie zelf vol goedheid zijn. Jullie zijn vervuld van alle kennis en ook in staat elkaar te vermanen. Brontekst: Πέπεισμαι (Pepeismai) = ik ben overtuigd | δέ (de) = maar | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = ook | αὐτὸς (autos) = zelf | ἐγὼ (ego) = ik | περὶ (peri) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὅτι (hoti) = dat | καὶ (kai) = ook | αὐτοὶ (autoi) = zelf | μεστοί (mestoi) = vol | ἐστε (este) = zijn jullie | ἀγαθωσύνης (agathosynes) = goedheid | πεπληρωμένοι (pepleromenoi) = vervuld | πάσης (pases) = met alle | γνώσεως (gnoseos) = kennis | δυνάμενοι (dynamenoi) = in staat | καὶ (kai) = ook | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | νουθετεῖν (nouthetein) = te vermanen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί μου (adelfoi mou), ‘mijn broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters, zie 12:1. ἀγαθωσύνη (agathosyne), ‘goedheid’. νουθετέω (noutheteo), ‘vermanen’: terechtwijzen met woorden. **15:15** Op sommige punten heb ik jullie vrijmoediger geschreven, als om jullie opnieuw te herinneren, vanwege de genade die mij door Elohim gegeven is, Brontekst: τολμηρότερον (tolmeroteron) = vrijmoediger | δὲ (de) = maar | ἔγραψα (egrapsa) = schreef ik | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἀπὸ (apo) = voor | μέρους (merous) = een deel | ὡς (hos) = als | ἐπαναμιμνῄσκων (epanamimneskon) = opnieuw herinnerend | ὑμᾶς (hymas) = jullie | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = genade | τὴν (ten) = die | δοθεῖσάν (dotheisan) = gegeven is | μοι (moi) = aan mij | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τολμηρότερον (tolmeroteron), ‘vrijmoediger’ (ook ‘stoutmoediger’). ἀπὸ μέρους (apo merous), ‘voor een deel’: in dit vers ‘op sommige punten’, in vers 24 ‘gedeeltelijk’. ἐπαναμιμνῄσκω (epanamimnesko), ‘opnieuw herinneren’. De Griekse zin loopt door in vers 16; wij splitsen hem daar. Zie ook: Rom 15:16; Rom 15:24 **15:16** om een dienaar van de Messias Yeshua voor de volken te zijn. Ik doe het priesterwerk van de goede boodschap van Elohim, zodat de offergave van de volken aanvaardbaar wordt, geheiligd in de Heilige Geest. Brontekst: εἰς (eis) = om | τὸ (to) = het | εἶναί (einai) = te zijn | με (me) = mij | λειτουργὸν (leitourgon) = dienaar | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | εἰς (eis) = voor | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | ἱερουργοῦντα (hierourgounta) = priesterlijk dienend | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | γένηται (genetai) = wordt | ἡ (he) = de | προσφορὰ (prosphora) = offergave | τῶν (ton) = van de | ἐθνῶν (ethnon) = volken | εὐπρόσδεκτος (euprosdektos) = aanvaardbaar | ἡγιασμένη (hegiasmene) = geheiligd | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἁγίῳ (hagio) = heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λειτουργός (leitourgos), ‘dienaar’: iemand in openbare dienst, ook de tempeldienst; zie 13:6. ἱερουργέω (hierourgeo), ‘priesterlijk dienen’: het werk van een priester doen, hier met de goede boodschap als heilige dienst. προσφορά (prosfora), ‘offergave’: de volken zelf zijn de gave die Paulus aanbiedt. εὐπρόσδεκτος (euprosdektos), ‘aanvaardbaar’: door Elohim aangenomen. ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’. Voetnoot : Zie ook Jes. 66:20. Voetnoot Lezing: Bij ‘de Messias Yeshua’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Jes 66:20 **15:17** In de Messias Yeshua heb ik dus roem, in wat Elohim aangaat. Brontekst: ἔχω (echo) = ik heb | οὖν (oun) = dus | τὴν (ten) = de | καύχησιν (kauchesin) = roem | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τὰ (ta) = wat | πρὸς (pros) = op | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καύχησις (kauchesis), ‘roem’: zie 3:27; het werkwoord καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’, staat in 2:17. Paulus roemt niet in zichzelf, maar ‘in de Messias Yeshua’ en alleen in ‘wat Elohim aangaat’, zijn dienst. **15:18** Want ik durf niets te zeggen over wat de Messias niet door mij bewerkt heeft, tot gehoorzaamheid van de volken, in woord en daad, Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | τολμήσω (tolmeso) = zal ik durven | τι (ti) = iets | λαλεῖν (lalein) = te zeggen | ὧν (hon) = van wat | οὐ (ou) = niet | κατειργάσατο (kateirgasato) = tot stand bracht | Χριστὸς (Christos) = de Messias | δι’ (di’) = door | ἐμοῦ (emou) = mij | εἰς (eis) = tot | ὑπακοὴν (hypakoen) = gehoorzaamheid | ἐθνῶν (ethnon) = van volken | λόγῳ (logo) = in woord | καὶ (kai) = en | ἔργῳ (ergo) = daad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατεργάζομαι (katergazomai), ‘tot stand brengen’. ὑπακοὴ ἐθνῶν (hypakoe ethnon), ‘gehoorzaamheid van de volken’: vergelijk ‘gehoorzaamheid van het geloof’ in 1:5. λόγῳ καὶ ἔργῳ (logo kai ergo), ‘in woord en daad’. **15:19** door de kracht van tekenen en wonderen, door de kracht van de Geest. Zo heb ik van Jeruzalem en rondom tot Illyrië de goede boodschap van de Messias volledig verkondigd. Brontekst: ἐν (en) = door | δυνάμει (dynamei) = kracht | σημείων (semeion) = van tekenen | καὶ (kai) = en | τεράτων (teraton) = wonderen | ἐν (en) = door | δυνάμει (dynamei) = kracht | πνεύματος (pneumatos) = van Geest | ὥστε (hoste) = zodat | με (me) = ik | ἀπὸ (apo) = van | Ἰερουσαλὴμ (Ierousalem) = Jeruzalem | καὶ (kai) = en | κύκλῳ (kyklo) = rondom | μέχρι (mechri) = tot | τοῦ (tou) = het | Ἰλλυρικοῦ (Illyrikou) = Illyrië | πεπληρωκέναι (peplerokenai) = volledig heb verkondigd | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie Illyrië (ongeveer): Illyrië was het gebied langs de oostkust van de Adriatische Zee, ten noordwesten van Macedonië. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: σημεῖα (semeia), ‘tekenen’, τέρατα (terata), ‘wonderen’. κύκλῳ (kyklo), ‘rondom’: een boog van Jeruzalem rondom tot Illyrië. Ἰλλυρικόν (Illyrikon), ‘Illyrië’: het gebied aan de oostkant van de Adriatische Zee. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’; ‘de goede boodschap volledig verkondigen’ betekent dat die in het hele gebied is gebracht. Het Grieks noemt niet of Paulus zelf tot in Illyrië gekomen is of tot de grens ervan. Voetnoot : Zie ook Hand. 20:1–2. Zie ook: Hand 20:1–2 **15:20** Zo stel ik er mijn eer in de goede boodschap te brengen waar de Messias niet genoemd was, om niet op andermans fundament te bouwen, Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | δὲ (de) = en | φιλοτιμούμενον (philotimoumenon) = ernaar strevend | εὐαγγελίζεσθαι (euangelizesthai) = de goede boodschap te brengen | οὐχ (ouch) = niet | ὅπου (hopou) = waar | ὠνομάσθη (onomasthe) = genoemd was | Χριστός (Christos) = de Messias | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ἐπ’ (ep’) = op | ἀλλότριον (allotrion) = een ander | θεμέλιον (themelion) = fundament | οἰκοδομῶ (oikodomo) = ik bouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλοτιμέομαι (filotimeomai), ‘zijn eer stellen in’. θεμέλιος (themelios), ‘fundament’. Paulus wil de goede boodschap brengen op plaatsen waar de Messias nog niet bekend is. **15:21** maar zoals geschreven staat: „Zij aan wie niet over Hem verteld is, zullen zien, en zij die niet gehoord hebben, zullen begrijpen.” Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Οἷς (Hois) = aan wie | οὐκ (ouk) = niet | ἀνηγγέλη (anengele) = is verteld | περὶ (peri) = over | αὐτοῦ (autou) = Hem | ὄψονται (opsontai) = zullen zien | καὶ (kai) = en | οἳ (hoi) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἀκηκόασιν (akekoasin) = hebben gehoord | συνήσουσιν (synesousin) = zullen begrijpen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Jes. 52:15. Ons Hebreeuws heeft: ‘Want wat hun niet verteld was, hebben zij gezien. En wat zij niet hadden gehoord, hebben zij begrepen’. De Griekse tekst heeft: ‘Zij aan wie niet over Hem verteld is, zullen zien, en zij die niet gehoord hebben, zullen begrijpen’: met ‘over Hem’ en in de toekomende tijd. In het Hebreeuws gaat het over Yahweh’s knecht (Jes. 52:13). In Jesaja spreekt Yahweh hier; Paulus haalt de woorden aan en past ze toe op de Messias, daarom zwart. Voetnoot : Zie ook Jes. 52:15. Zie ook: Jes 52:13; Jes 52:15 ### Paulus’ plannen: een bezoek, Spanje en Jeruzalem **15:22** Daarom werd ik ook vaak verhinderd om naar jullie te komen. Brontekst: Διὸ (Dio) = daarom | καὶ (kai) = ook | ἐνεκοπτόμην (enekoptomen) = werd ik verhinderd | τὰ (ta) = de | πολλὰ (polla) = vaak | τοῦ (tou) = om | ἐλθεῖν (elthein) = te komen | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνκόπτω (enkopto), ‘ophouden, hinderen’: de lijdende vorm, ‘werd verhinderd’; door wie of wat zegt de tekst niet. τὰ πολλά (ta polla), ‘vaak’. Vergelijk 1:13. Voetnoot : Zie ook Rom. 1:13. Zie ook: Rom 1:13 **15:23** Maar nu heb ik in deze streken geen plaats meer, en ik verlang al vele jaren naar jullie te komen, Brontekst: νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | μηκέτι (meketi) = niet meer | τόπον (topon) = plaats | ἔχων (echon) = hebbend | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | κλίμασι (klimasi) = streken | τούτοις (toutois) = deze | ἐπιποθίαν (epipothian) = verlangen | δὲ (de) = en | ἔχων (echon) = hebbend | τοῦ (tou) = om | ἐλθεῖν (elthein) = te komen | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀπὸ (apo) = sinds | ἱκανῶν (hikanon) = vele | ἐτῶν (eton) = jaren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κλίμα (klima), ‘streek’: een landstreek. ἐπιποθία (epipothia), ‘verlangen’. De zin loopt door in vers 24. Zie ook: Rom 15:24 **15:24** wanneer ik naar Spanje reis. Ik hoop immers op doorreis jullie te zien en door jullie daarheen uitgeleid te worden, als ik mij eerst gedeeltelijk aan jullie heb verzadigd— Brontekst: ὡς (hos) = wanneer | ἂν (an) = ooit | πορεύωμαι (poreuomai) = ik reis | εἰς (eis) = naar | τὴν (ten) = de | Σπανίαν (Spanian) = Spanje | ἐλπίζω (elpizo) = ik hoop | γὰρ (gar) = want | διαπορευόμενος (diaporeuomenos) = op doorreis | θεάσασθαι (theasasthai) = te zien | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | ὑφ’ (hyph’) = door | ὑμῶν (hymon) = jullie | προπεμφθῆναι (propemphthenai) = uitgeleid te worden | ἐκεῖ (ekei) = daarheen | ἐὰν (ean) = als | ὑμῶν (hymon) = van jullie | πρῶτον (proton) = eerst | ἀπὸ (apo) = voor | μέρους (merous) = een deel | ἐμπλησθῶ (emplestho) = ik verzadigd ben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Σπανία (Spania), ‘Spanje’: het uiterste westen van de Romeinse wereld, buiten de streken van de andere reizen van Paulus. Of Paulus er ooit gekomen is, zegt de tekst niet. προπέμπω (propempo), ‘uitleiden, op weg helpen’: de gemeente helpt hem met reisgeld en vervoer. ἐμπίμπλημι (empimplemi), ‘verzadigen’: ‘mij gedeeltelijk aan jullie verzadigen’ betekent dat hij hun gezelschap tot op zekere hoogte wil genieten; ἀπὸ μέρους (apo merous), ‘gedeeltelijk’, staat ook in vers 15. De Griekse zin breekt hier af: de gedachte wordt in vers 25 verder gevoerd met ‘maar nu’ en in vers 28 weer opgepakt. Voetnoot Lezing: Bij ‘wanneer’ en bij ‘Spanje’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Rom 15:15; Rom 15:25; Rom 15:28 **15:25** maar nu ga ik naar Jeruzalem om de heiligen te dienen. Brontekst: νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | πορεύομαι (poreuomai) = ga ik | εἰς (eis) = naar | Ἰερουσαλὴμ (Ierousalem) = Jeruzalem | διακονῶν (diakonon) = dienend | τοῖς (tois) = aan de | ἁγίοις (hagiois) = heiligen Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: διακονέω (diakoneo), ‘dienen’: hier de bijdrage voor Jeruzalem overbrengen. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden; zie 12:13. Voetnoot : Zie ook Hand. 24:17. Zie ook: Hand 24:17 **15:26** Want Macedonië en Achaje hebben besloten een bijdrage te leveren voor de armen van de heiligen die in Jeruzalem zijn. Brontekst: εὐδόκησαν (eudokesan) = hebben besloten | γὰρ (gar) = want | Μακεδονία (Makedonia) = Macedonië | καὶ (kai) = en | Ἀχαΐα (Achaia) = Achaje | κοινωνίαν (koinonian) = een bijdrage | τινὰ (tina) = een | ποιήσασθαι (poiesasthai) = te leveren | εἰς (eis) = voor | τοὺς (tous) = de | πτωχοὺς (ptochous) = armen | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | τῶν (ton) = die | ἐν (en) = in | Ἰερουσαλήμ (Ierousalem) = Jeruzalem Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad. De grenzen zijn bij benadering. Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Μακεδονία (Makedonia), ‘Macedonië’, en Ἀχαΐα (Achaia), ‘Achaje’: de Romeinse provincies in het noorden en zuiden van Griekenland. κοινωνία (koinonia), ‘bijdrage’: letterlijk ‘gemeenschap, deelname’; hier een gift van de gemeenten. πτωχός (ptochos), ‘arme’. Over de collecte voor Jeruzalem schrijft Paulus ook aan de Korintiërs. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 16:1–4; 2 Kor. 8:1–9:15; Gal. 2:10. Zie ook: Gal 2:10; 1 Kor 16:1–4; 2 Kor 8:1–9:15 **15:27** Ja, zij hebben het besloten, en zij zijn hun schuldenaars. Want als de volken deel hebben gekregen aan hun geestelijke goederen, zijn zij verplicht hen ook in aardse zaken te dienen. Brontekst: εὐδόκησαν (eudokesan) = hebben besloten | γάρ (gar) = want | καὶ (kai) = en | ὀφειλέται (opheiletai) = schuldenaars | εἰσὶν (eisin) = zijn zij | αὐτῶν (auton) = hun | εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | τοῖς (tois) = aan de | πνευματικοῖς (pneumatikois) = geestelijke goederen | αὐτῶν (auton) = hun | ἐκοινώνησαν (ekoinonesan) = deel kregen | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | ὀφείλουσιν (opheilousin) = zijn zij verplicht | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | σαρκικοῖς (sarkikois) = aardse zaken | λειτουργῆσαι (leitourgesai) = te dienen | αὐτοῖς (autois) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀφειλέτης (ofeiletes), ‘schuldenaar’. πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’; σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’: hier ‘aardse zaken’, de materiële middelen. κοινωνέω (koinoneo), ‘deel hebben’: zie 12:13. λειτουργέω (leitourgeo), ‘dienen’: een openbare dienst verrichten; zie 13:6. **15:28** Als ik dit dan voltooid heb en voor hen deze opbrengst verzegeld heb, zal ik via jullie naar Spanje vertrekken. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | οὖν (oun) = dus | ἐπιτελέσας (epitelesas) = voltooid hebbend | καὶ (kai) = en | σφραγισάμενος (sphragisamenos) = verzegeld hebbend | αὐτοῖς (autois) = voor hen | τὸν (ton) = de | καρπὸν (karpon) = opbrengst | τοῦτον (touton) = deze | ἀπελεύσομαι (apeleusomai) = zal ik vertrekken | δι’ (di’) = via | ὑμῶν (hymon) = jullie | εἰς (eis) = naar | Σπανίαν (Spanian) = Spanje Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σφραγίζω (sfragizo), ‘verzegelen’: met een zegel sluiten en zo veilig overhandigen. καρπός (karpos), ‘vrucht, opbrengst’: de opbrengst van de collecte. ‘Via jullie’ (δι᾽ ὑμῶν): door Rome heen. Σπανία (Spania), ‘Spanje’: zie vers 24. Voetnoot Lezing: Bij ‘naar Spanje’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Rom 15:24 **15:29** Ik weet dat ik, als ik bij jullie kom, zal komen met de volheid van de zegen van de Messias. Brontekst: οἶδα (oida) = ik weet | δὲ (de) = maar | ὅτι (hoti) = dat | ἐρχόμενος (erchomenos) = komend | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = met | πληρώματι (pleromati) = volheid | εὐλογίας (eulogias) = van zegen | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | ἐλεύσομαι (eleusomai) = zal ik komen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’. εὐλογία (eulogia), ‘zegen’. ### Een verzoek om gebed **15:30** Ik roep jullie op, broers, bij onze Heer Yeshua de Messias en bij de liefde van de Geest. Strijd met mij mee in de gebeden voor mij tot Elohim, Brontekst: Παρακαλῶ (Parakalo) = ik roep op | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | διὰ (dia) = bij | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | καὶ (kai) = en | διὰ (dia) = bij | τῆς (tes) = de | ἀγάπης (agapes) = liefde | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | συναγωνίσασθαί (synagonisasthai) = om mee te strijden | μοι (moi) = met mij | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | προσευχαῖς (proseuchais) = gebeden | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἐμοῦ (emou) = mij | πρὸς (pros) = tot | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘oproepen’: zie 12:1. συναγωνίζομαι (synagonizomai), ‘meestrijden’: als in een wedstrijd, met inzet; het gebed is hier een strijd. ‘De liefde van de Geest’: de liefde die de Geest geeft. **15:31** opdat ik bevrijd word van hen die ongehoorzaam zijn in Judea, en mijn dienst voor Jeruzalem aanvaardbaar wordt voor de heiligen, Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | ῥυσθῶ (rhystho) = ik bevrijd word | ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = hen die | ἀπειθούντων (apeithounton) = ongehoorzaam zijn | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | Ἰουδαίᾳ (Ioudaia) = Judea | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | διακονία (diakonia) = dienst | μου (mou) = mijn | ἡ (he) = die | εἰς (eis) = naar | Ἰερουσαλὴμ (Ierousalem) = Jeruzalem | εὐπρόσδεκτος (euprosdektos) = aanvaardbaar | τοῖς (tois) = voor de | ἁγίοις (hagiois) = heiligen | γένηται (genetai) = wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem. Het komt overeen met het oude Juda. Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: ῥύομαι (rhyomai), ‘bevrijden, redden’. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’: zoals in 10:21 en 11:30–32. Judea (Ἰουδαία, Ioudaia) is de streek rond Jeruzalem. εὐπρόσδεκτος (euprosdektos), ‘aanvaardbaar’: zie vers 16. Voetnoot : Zie ook Hand. 21:17–26. Zie ook: Hand 21:17–26; Rom 15:16 **15:32** opdat ik met vreugde bij jullie kom, door de wil van Elohim, en met jullie kan uitrusten. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = met | χαρᾷ (chara) = vreugde | ἐλθὼν (elthon) = komend | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | διὰ (dia) = door | θελήματος (thelematos) = wil | θεοῦ (theou) = van Elohim | συναναπαύσωμαι (synanapausomai) = ik uitrust | ὑμῖν (hymin) = met jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συναναπαύομαι (synanapauomai), ‘samen uitrusten’: samen op adem komen. ‘Door de wil van Elohim’: Paulus laat zijn reis aan Elohim over. **15:33** De Elohim van de vrede zij met jullie allen. Amen. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | θεὸς (theos) = Elohim | τῆς (tes) = van de | εἰρήνης (eirenes) = vrede | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀμήν (amen), ‘amen’: Hebr. אָמֵן (amen), ‘waarlijk, zo zij het’. ‘De Elohim van de vrede’: zie ook 16:20. ## Romeinen 16 _Febe, de groeten, een waarschuwing en de groeten van Paulus’ metgezellen_ ### Febe wordt aanbevolen **16:1** Ik beveel jullie onze zuster Febe aan, die ook dienaar is van de gemeente in Kenchreeën, Brontekst: Συνίστημι (Synistemi) = ik beveel aan | δὲ (de) = maar | ὑμῖν (hymin) = jullie | Φοίβην (Phoiben) = Febe | τὴν (ten) = de | ἀδελφὴν (adelphen) = zuster | ἡμῶν (hemon) = onze | οὖσαν (ousan) = zijnde | καὶ (kai) = ook | διάκονον (diakonon) = dienaar | τῆς (tes) = van de | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | τῆς (tes) = die | ἐν (en) = in | Κεγχρεαῖς (Kenchreais) = Kenchreeën Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Kenchreeën (ligging ongeveer): Kenchreeën was de oostelijke haven van Korinte, aan de Saronische Golf. Voetnoot Uitleg: συνίστημι (synistemi), ‘aanbevelen’: iemand bij anderen introduceren en voor hem instaan. διάκονος (diakonos), ‘dienaar’: Febe wordt hier διάκονος genoemd; het Griekse woord heeft een mannelijke vorm, ook als het een vrouw aanduidt. Wij vertalen ‘dienaar’, zoals bij andere plaatsen (13:4; 15:8). Wat haar dienst in de gemeente was, zegt de tekst niet. Κεγχρεαί (Kenchreai), ‘Kenchreeën’: de havenstad van Korinte aan de oostkant van de landengte. De brief zegt niet dat Febe de brief overbrengt. ἀδελφή (adelfe), ‘zuster’. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:18. Voetnoot Lezing: Bij ‘ook’ (in ‘die ook dienaar is’) verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Hand 18:18 **16:2** opdat jullie haar in de Heer ontvangen zoals het de heiligen betaamt en haar bijstaan in elke zaak waarin zij jullie nodig heeft. Want ook zij is voor velen een beschermster geworden, ook voor mijzelf. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | αὐτὴν (auten) = haar | προσδέξησθε (prosdexesthe) = jullie ontvangen | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | ἀξίως (axios) = waardig | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | καὶ (kai) = en | παραστῆτε (parastete) = jullie bijstaan | αὐτῇ (aute) = haar | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = welke | ἂν (an) = ooit | ὑμῶν (hymon) = van jullie | χρῄζῃ (chreze) = zij nodig heeft | πράγματι (pragmati) = zaak | καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | αὐτὴ (aute) = zij | προστάτις (prostatis) = beschermster | πολλῶν (pollon) = van velen | ἐγενήθη (egenethe) = is geworden | καὶ (kai) = ook | ἐμοῦ (emou) = van mij | αὐτοῦ (autou) = zelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσδέχομαι (prosdechomai), ‘ontvangen, onthalen’. ἀξίως τῶν ἁγίων (axios ton hagion), ‘de heiligen waardig’: op een manier die de toegewijden betaamt. παρίστημι (paristemi), ‘bijstaan’: naast iemand gaan staan, zie 6:13 en 12:1. προστάτις (prostatis), ‘beschermster’: het vrouwelijke woord bij προστάτης (prostates), ‘wie voor anderen opkomt, beschermheer’. De tekst zegt niet hoe zij hen terzijde stond. ἐμοῦ αὐτοῦ (emou autou), ‘mijzelf’. Voetnoot Lezing: Bij ‘ontvangen’ en bij ‘mijzelf’ verschillen sommige oude handschriften. ### Groeten aan vrienden en medewerkers **16:3** Groet Priska en Aquila, mijn medewerkers in de Messias Yeshua, Brontekst: Ἀσπάσασθε (Aspasasthe) = groet | Πρίσκαν (Priskan) = Priska | καὶ (kai) = en | Ἀκύλαν (Akylan) = Aquila | τοὺς (tous) = de | συνεργούς (synergous) = medewerkers | μου (mou) = mijn | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Πρίσκα (Priska) is de korte vorm van Πρίσκιλλα (Priscilla), de naam in Hand. 18:2, 18:18 en 18:26. Ἀκύλας (Akylas), ‘Aquila’: de spelling van Handelingen en 1 Kor. 16:19. συνεργός (synergos), ‘medewerker’. Hier staat Priska vóór Aquila, zoals in Hand. 18:18 en 18:26. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:2; Hand. 18:18; Hand. 18:26; 1 Kor. 16:19. Zie ook: Hand 18:2; Hand 18:18; Hand 18:26; 1 Kor 16:19 **16:4** die voor mijn leven hun eigen hals hebben gewaagd. Niet alleen ik dank hun, maar ook alle gemeenten van de volken. Brontekst: οἵτινες (hoitines) = die | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῆς (tes) = het | ψυχῆς (psyches) = leven | μου (mou) = mijn | τὸν (ton) = de | ἑαυτῶν (heauton) = van henzelf | τράχηλον (trachelon) = hals | ὑπέθηκαν (hypethekan) = hebben gewaagd | οἷς (hois) = aan wie | οὐκ (ouk) = niet | ἐγὼ (ego) = ik | μόνος (monos) = alleen | εὐχαριστῶ (eucharisto) = dank | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | πᾶσαι (pasai) = alle | αἱ (hai) = de | ἐκκλησίαι (ekklesiai) = gemeenten | τῶν (ton) = van de | ἐθνῶν (ethnon) = volken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπέθηκαν τὸν τράχηλον (hypethekan ton trachelon), letterlijk ‘hun nek eronder gelegd’: een beeld voor het gevaar lopen te sterven; wat er gebeurd is, zegt de tekst niet. ψυχή (psyche), ‘leven’: hier ‘mijn leven’. εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’. **16:5** Groet ook de gemeente in hun huis. Groet Epenetus, mijn geliefde, die de eersteling van Asia is voor de Messias. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | κατ’ (kat’) = in | οἶκον (oikon) = huis | αὐτῶν (auton) = hun | ἐκκλησίαν (ekklesian) = gemeente | ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Ἐπαίνετον (Epaineton) = Epenetus | τὸν (ton) = de | ἀγαπητόν (agapeton) = geliefde | μου (mou) = mijn | ὅς (hos) = die | ἐστιν (estin) = is | ἀπαρχὴ (aparche) = eersteling | τῆς (tes) = van de | Ἀσίας (Asias) = Asia | εἰς (eis) = voor | Χριστόν (Christon) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: ἡ κατ᾽ οἶκον ἐκκλησία (he kat oikon ekklesia), ‘de gemeente in hun huis’: de gemeente die bij hen thuis samenkomt, zoals in 1 Kor. 16:19. ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: de eerste die in een streek tot geloof kwam, zoals in 8:23 en 11:16. Ἀσία (Asia) is de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 16:19; 1 Kor. 16:15. Voetnoot Lezing: Bij ‘Asia’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: 1 Kor 16:15; 1 Kor 16:19 **16:6** Groet Maria, die veel voor jullie gezwoegd heeft. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Μαριάμ (Mariam) = Maria | ἥτις (hetis) = die | πολλὰ (polla) = veel | ἐκοπίασεν (ekopiasen) = heeft gezwoegd | εἰς (eis) = voor | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Μαριάμ (Mariam) is de Hebreeuwse vorm van de naam; wij schrijven ‘Maria’, zoals elders. κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’: hard werken, zoals in 1 Kor. 16:16. Voetnoot Lezing: Bij ‘Maria’ en bij ‘voor jullie’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: 1 Kor 16:16 **16:7** Groet Andronicus en Junia, mijn verwanten en medegevangenen, die opvallen onder de apostelen en die ook vóór mij in de Messias waren. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Ἀνδρόνικον (Andronikon) = Andronicus | καὶ (kai) = en | Ἰουνίαν (Iounian) = Junia | τοὺς (tous) = de | συγγενεῖς (syngeneis) = verwanten | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = en | συναιχμαλώτους (synaichmalotous) = medegevangenen | μου (mou) = mijn | οἵτινές (hoitines) = die | εἰσιν (eisin) = zijn | ἐπίσημοι (episemoi) = opvallend | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = de | ἀποστόλοις (apostolois) = apostelen | οἳ (hoi) = die | καὶ (kai) = ook | πρὸ (pro) = vóór | ἐμοῦ (emou) = mij | γέγοναν (gegonan) = zijn geweest | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰουνίαν (Iounian) is een vierde naamval. Dat kan de vrouwennaam Ἰουνία (Iounia, ‘Junia’) zijn of een mannennaam, ‘Junias’ (een verkorting van Junianus). Wij vertalen ‘Junia’; de tekst zegt niet of Andronicus en Junia een echtpaar waren. συγγενής (syngenes), ‘verwant’: familie of volksgenoot; het woord komt ook voor in de verzen 11 en 21 en in 9:3. συναιχμάλωτος (synaichmalotos), ‘medegevangene’. ἐπίσημοι ἐν τοῖς ἀποστόλοις (episemoi en tois apostolois), ‘opvallend onder de apostelen’: het kan betekenen dat de apostelen hen hoog achten, of dat zij zelf apostelen zijn en daaronder opvallen; het Grieks laat beide toe. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: wie gezonden is. γέγοναν ἐν Χριστῷ (gegonan en Christo), ‘zijn in de Messias geweest’: zij kwamen eerder tot de Messias dan Paulus. Voetnoot Lezing: Bij ‘Junia’ en bij ‘zijn geweest’ verschillen sommige oude handschriften. **16:8** Groet Ampliatus, mijn geliefde in de Heer. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Ἀμπλιᾶτον (Ampliaton) = Ampliatus | τὸν (ton) = de | ἀγαπητόν (agapeton) = geliefde | μου (mou) = mijn | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγαπητός (agapetos), ‘geliefde’: verwant aan ἀγάπη (agape), ‘liefde’. Voetnoot Lezing: Bij ‘Ampliatus’ verschillen sommige oude handschriften. **16:9** Groet Urbanus, onze medewerker in de Messias, en Stachys, mijn geliefde. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Οὐρβανὸν (Ourbanon) = Urbanus | τὸν (ton) = de | συνεργὸν (synergon) = medewerker | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | καὶ (kai) = en | Στάχυν (Stachyn) = Stachys | τὸν (ton) = de | ἀγαπητόν (agapeton) = geliefde | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνεργός (synergos), ‘medewerker’. **16:10** Groet Apelles, die in de Messias goedgekeurd is. Groet de mensen van Aristobulus. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Ἀπελλῆν (Apellen) = Apelles | τὸν (ton) = de | δόκιμον (dokimon) = goedgekeurde | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | τοὺς (tous) = hen | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | Ἀριστοβούλου (Aristoboulou) = van Aristobulus Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δόκιμος (dokimos), ‘goedgekeurd’: beproefd en echt bevonden, zoals in 14:18. οἱ ἐκ τῶν Ἀριστοβούλου (hoi ek ton Aristoboulou), ‘de mensen van Aristobulus’: zijn huishouden of kring, zoals ‘de mensen van Chloë’ in 1 Kor. 1:11. De tekst zegt niet dat Aristobulus zelf tot de gemeente hoort. Zie ook: 1 Kor 1:11 **16:11** Groet Herodion, mijn verwant. Groet hen uit de mensen van Narcissus die in de Heer zijn. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Ἡρῳδίωνα (Herodiona) = Herodion | τὸν (ton) = de | συγγενῆ (syngene) = verwant | μου (mou) = mijn | ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | τοὺς (tous) = hen | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | Ναρκίσσου (Narkissou) = van Narcissus | τοὺς (tous) = die | ὄντας (ontas) = zijnde | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἱ ἐκ τῶν Ναρκίσσου (hoi ek ton Narkissou), ‘de mensen van Narcissus’: zoals bij vers 10; de gelovigen onder hen zijn ‘in de Heer’. συγγενής (syngenes), ‘verwant’: zie vers 7. Voetnoot Lezing: Bij ‘verwant’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Rom 16:7; Rom 16:10 **16:12** Groet Tryfena en Tryfosa, die in de Heer zwoegen. Groet Persis, de geliefde, die veel in de Heer gezwoegd heeft. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Τρύφαιναν (Tryphainan) = Tryfena | καὶ (kai) = en | Τρυφῶσαν (Tryphosan) = Tryfosa | τὰς (tas) = de | κοπιώσας (kopiosas) = zwoegende | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Περσίδα (Persida) = Persis | τὴν (ten) = de | ἀγαπητήν (agapeten) = geliefde | ἥτις (hetis) = die | πολλὰ (polla) = veel | ἐκοπίασεν (ekopiasen) = heeft gezwoegd | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Τρύφαινα (Tryfaina) en Τρυφῶσα (Tryfosa) zijn twee vrouwennamen. κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’: zie vers 6; Persis, de geliefde, heeft ‘veel’ gezwoegd. Zie ook: Rom 16:6 **16:13** Groet Rufus, de uitverkorene in de Heer, en zijn moeder, die ook de mijne is. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Ῥοῦφον (Rhouphon) = Rufus | τὸν (ton) = de | ἐκλεκτὸν (eklekton) = uitverkorene | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | μητέρα (metera) = moeder | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | ἐμοῦ (emou) = van mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκλεκτός (eklektos), ‘uitverkorene’: ook ‘uitgelezene’. ‘En de mijne’: Paulus noemt haar ook zijn moeder; de tekst zegt niet of dit letterlijk of als beeld bedoeld is. Een Rufus wordt ook genoemd in Mark. 15:21, als zoon van Simon van Cyrene; of het dezelfde man is, zegt de tekst niet. Voetnoot : Zie ook Mark. 15:21. Zie ook: Mar 15:21 **16:14** Groet Asyncritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broers die bij hen zijn. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Ἀσύγκριτον (Asynkriton) = Asyncritus | Φλέγοντα (Phlegonta) = Flegon | Ἑρμῆν (Hermen) = Hermes | Πατροβᾶν (Patroban) = Patrobas | Ἑρμᾶν (Herman) = Hermas | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | σὺν (syn) = bij | αὐτοῖς (autois) = hen | ἀδελφούς (adelphous) = broers Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De broers die bij hen zijn’: de gelovigen in hun kring; de tekst zegt niet wie dat zijn. Voetnoot Lezing: Bij de namen Hermes, Patrobas en Hermas verschillen sommige oude handschriften. **16:15** Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en alle heiligen die bij hen zijn. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | Φιλόλογον (Philologon) = Filologus | καὶ (kai) = en | Ἰουλίαν (Ioulian) = Julia | Νηρέα (Nerea) = Nereus | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ἀδελφὴν (adelphen) = zuster | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | Ὀλυμπᾶν (Olympan) = Olympas | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | σὺν (syn) = bij | αὐτοῖς (autois) = hen | πάντας (pantas) = alle | ἁγίους (hagious) = heiligen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden; zie 12:13. ### De heilige kus **16:16** Groet elkaar met een heilige kus. Alle gemeenten van de Messias groeten jullie. Brontekst: Ἀσπάσασθε (Aspasasthe) = groet | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ἐν (en) = met | φιλήματι (philemati) = kus | ἁγίῳ (hagio) = heilige | Ἀσπάζονται (Aspazontai) = groeten | ὑμᾶς (hymas) = jullie | αἱ (hai) = de | ἐκκλησίαι (ekklesiai) = gemeenten | πᾶσαι (pasai) = alle | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φίλημα (filema), ‘kus’: de groet in de gemeente. ‘Alle gemeenten van de Messias’: de tekst zegt niet welke gemeenten bedoeld zijn. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 16:20; 2 Kor. 13:12. Voetnoot Lezing: Bij ‘alle’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: 1 Kor 16:20; 2 Kor 13:12 ### Waarschuwing voor verdeeldheid **16:17** Ik roep jullie op, broers: let op hen die verdeeldheid en struikelblokken veroorzaken, tegen het onderricht in dat jullie geleerd hebben. Keer je van hen af. Brontekst: Παρακαλῶ (Parakalo) = ik roep op | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | σκοπεῖν (skopein) = let op | τοὺς (tous) = hen | τὰς (tas) = de | διχοστασίας (dichostasias) = verdeeldheden | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | σκάνδαλα (skandala) = struikelblokken | παρὰ (para) = tegen | τὴν (ten) = het | διδαχὴν (didachen) = onderricht | ἣν (hen) = dat | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐμάθετε (emathete) = leerden | ποιοῦντας (poiountas) = veroorzakend | καὶ (kai) = en | ἐκκλίνετε (ekklinete) = keer af | ἀπ’ (ap’) = van | αὐτῶν (auton) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘oproepen’: zie 12:1. σκοπέω (skopeo), ‘opletten’. διχοστασία (dichostasia), ‘verdeeldheid’; σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: zie 14:13. διδαχή (didache), ‘onderricht’: wat de gemeente geleerd heeft. ἐκκλίνω (ekklino), ‘zich afkeren’, ‘uitwijken’. De tekst zegt niet wie deze mensen zijn. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:8–9. Voetnoot Lezing: Bij ‘keer je af’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Gal 1:8–9 **16:18** Want zulke mensen dienen niet onze Heer, de Messias, maar hun eigen buik. Met gladde taal en mooie woorden misleiden zij de harten van de argelozen. Brontekst: οἱ (hoi) = de | γὰρ (gar) = want | τοιοῦτοι (toioutoi) = zulken | τῷ (to) = aan de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Χριστῷ (Christo) = Messias | οὐ (ou) = niet | δουλεύουσιν (douleuousin) = dienen | ἀλλὰ (alla) = maar | τῇ (te) = aan de | ἑαυτῶν (heauton) = hun eigen | κοιλίᾳ (koilia) = buik | καὶ (kai) = en | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | χρηστολογίας (chrestologias) = gladde taal | καὶ (kai) = en | εὐλογίας (eulogias) = mooie woorden | ἐξαπατῶσι (exapatosi) = misleiden | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | τῶν (ton) = van de | ἀκάκων (akakon) = argelozen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοιλία (koilia), ‘buik’: een beeld voor eigen verlangens en eigen gewin. χρηστολογία (chrestologia), ‘gladde taal’: vriendelijke woorden die niet oprecht zijn; εὐλογία (eulogia), ‘mooie woorden’: fraai gesproken woorden (hetzelfde woord als ‘zegen’ in 15:29). ἄκακος (akakos), ‘argeloos’: zonder kwade bedoelingen. Voetnoot Lezing: Bij ‘onze’ verschillen sommige oude handschriften. **16:19** Want jullie gehoorzaamheid is tot allen doorgedrongen. Ik verheug mij dus over jullie, maar ik wil dat jullie wijs zijn voor het goede en zuiver voor het kwade. Brontekst: ἡ (he) = de | γὰρ (gar) = want | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ὑπακοὴ (hypakoe) = gehoorzaamheid | εἰς (eis) = tot | πάντας (pantas) = allen | ἀφίκετο (aphiketo) = is doorgedrongen | ἐφ’ (eph’) = over | ὑμῖν (hymin) = jullie | οὖν (oun) = dus | χαίρω (chairo) = verheug ik mij | θέλω (thelo) = ik wil | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | σοφοὺς (sophous) = wijs | εἶναι (einai) = te zijn | εἰς (eis) = voor | τὸ (to) = het | ἀγαθόν (agathon) = goede | ἀκεραίους (akeraious) = zuiver | δὲ (de) = maar | εἰς (eis) = voor | τὸ (to) = het | κακόν (kakon) = kwade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπακοή (hypakoe), ‘gehoorzaamheid’: zoals in 1:5 en 15:18. ἀκέραιος (akeraios), ‘zuiver’, letterlijk ‘onvermengd’: dezelfde weergave als in Matt. 10:16. De Griekse zin zet ‘wijs’ en ‘zuiver’ tegenover elkaar, ‘voor het goede’ en ‘voor het kwade’. Voetnoot : Zie ook Matt. 10:16. Voetnoot Lezing: Bij ‘Ik verheug mij dus over jullie’ en bij ‘wijs’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Mat 10:16 **16:20** De Elohim van de vrede zal Satan spoedig onder jullie voeten vermorzelen. De genade van onze Heer Yeshua de Messias zij met jullie. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | θεὸς (theos) = Elohim | τῆς (tes) = van de | εἰρήνης (eirenes) = vrede | συντρίψει (syntripsei) = zal vermorzelen | τὸν (ton) = (de) | Σατανᾶν (Satanan) = Satan | ὑπὸ (hypo) = onder | τοὺς (tous) = de | πόδας (podas) = voeten | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐν (en) = in | τάχει (tachei) = haast | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | μεθ’ (meth’) = met | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Elohim van de vrede: zie ook 15:33. συντρίβω (syntribo), ‘vermorzelen’: dezelfde weergave als in Gen. 3:15, waar de nakomeling van de vrouw de kop van de slang vermorzelt; Paulus noemt Gen. 3:15 niet. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: de tegenstander. ἐν τάχει (en tachei), ‘spoedig’, ‘snel’. Voetnoot : Zie ook Gen. 3:15; Luc. 10:19. Voetnoot Lezing: Bij ‘de Messias’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Gen 3:15; Luc 10:19 ### Groeten van Paulus’ metgezellen **16:21** Timoteüs, mijn medewerker, groet jullie, en ook Lucius, Jason en Sosipater, mijn verwanten. Brontekst: Ἀσπάζεται (Aspazetai) = groet | ὑμᾶς (hymas) = jullie | Τιμόθεος (Timotheos) = Timoteüs | ὁ (ho) = de | συνεργός (synergos) = medewerker | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = en | Λούκιος (Loukios) = Lucius | καὶ (kai) = en | Ἰάσων (Iason) = Jason | καὶ (kai) = en | Σωσίπατρος (Sosipatros) = Sosipater | οἱ (hoi) = de | συγγενεῖς (syngeneis) = verwanten | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Τιμόθεος (Timotheos), ‘Timoteüs’: de medewerker van Paulus uit Hand. 16:1 en andere plaatsen. Een Lucius uit Cyrene staat in Hand. 13:1; Jason in Hand. 17:5–9; Σωσίπατρος (Sosipatros) is de langere vorm van Σώπατρος (Sopatros), ‘Sopater’ in Hand. 20:4. Of dit dezelfde mannen zijn, zegt de tekst niet. συγγενής (syngenes), ‘verwant’: zie vers 7. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:1; Hand. 20:4. Voetnoot Lezing: Bij ‘groet’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Hand 13:1; Hand 16:1; Hand 17:5–9; Hand 20:4; Rom 16:7 **16:22** Ik, Tertius, die deze brief geschreven heb, groet jullie in de Heer. Brontekst: ἀσπάζομαι (aspazomai) = ik groet | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐγὼ (ego) = ik | Τέρτιος (Tertios) = Tertius | ὁ (ho) = die | γράψας (grapsas) = geschreven heeft | τὴν (ten) = de | ἐπιστολὴν (epistolen) = brief | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Τέρτιος (Tertios), ‘Tertius’: hij noemt zichzelf de schrijver van de brief en groet in zijn eigen naam. In de oudheid schreven helpers (secretarissen) brieven op voor de afzender; Paulus schreef soms zelf een groet erbij. De tekst zegt niet meer. ‘In de Heer’ hoort bij ‘groet’ of bij ‘geschreven’; het Grieks laat beide toe. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:11; 1 Kor. 16:21. Zie ook: Gal 6:11; 1 Kor 16:21 **16:23** Gajus, mijn gastheer en die van de hele gemeente, groet jullie. Erastus, de stadsbeheerder, groet jullie, en ook Kwartus, de broer. Brontekst: ἀσπάζεται (aspazetai) = groet | ὑμᾶς (hymas) = jullie | Γάϊος (Gaios) = Gajus | ὁ (ho) = de | ξένος (xenos) = gastheer | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = en | ὅλης (holes) = van heel | τῆς (tes) = de | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | ἀσπάζεται (aspazetai) = groet | ὑμᾶς (hymas) = jullie | Ἔραστος (Erastos) = Erastus | ὁ (ho) = de | οἰκονόμος (oikonomos) = beheerder | τῆς (tes) = van de | πόλεως (poleos) = stad | καὶ (kai) = en | Κούαρτος (Kouartos) = Kwartus | ὁ (ho) = de | ἀδελφός (adelphos) = broer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ξένος (xenos), ‘gastheer’: letterlijk ‘vreemdeling, gast’; hier degene die gasten ontvangt. Γάϊος (Gaios), ‘Gajus’: de spelling van 1 Kor. 1:14; een Gaius uit Derbe staat in Hand. 20:4. οἰκονόμος τῆς πόλεως (oikonomos tes poleos), ‘stadsbeheerder’: een beheerder in dienst van de stad; wat zijn ambt precies was, zegt de tekst niet. Ἔραστος (Erastos), ‘Erastus’: een Erastus staat ook in Hand. 19:22 en in 2 Tim. 4:20; of het dezelfde man is, zegt de tekst niet. Κούαρτος (Kouartos), ‘Kwartus’: een Latijnse naam, ‘de vierde’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:14; Hand. 19:22; Hand. 20:4. Voetnoot Lezing: Bij ‘de hele gemeente’ verschillen sommige oude handschriften. Zie ook: Hand 19:22; Hand 20:4; 1 Kor 1:14; 2 Tim 4:20 **16:24** De genade van onze Heer Yeshua de Messias zij met jullie allen. Amen. Brontekst: Ἡ (He) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = jullie | Ἀμήν (Amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Onze SBLGNT-gegevens eindigen dit hoofdstuk bij vers 24. De afsluitende lofprijs, de verzen 25–27, staat daarin niet; wij nemen hem hieronder op uit een andere Griekse tekst (zie vers 25). Zie ook: Rom 16:25 ### De slotlofprijs **16:25** Aan Hem die jullie kan sterken, volgens mijn goede boodschap en de verkondiging van Yeshua de Messias, volgens de openbaring van het geheim dat eeuwenlang verzwegen is, Brontekst: Τῷ (To) = aan Hem | δὲ (de) = nu | δυναμένῳ (dynameno) = die kan | ὑμᾶς (hymas) = jullie | στηρίξαι (sterixai) = sterken | κατὰ (kata) = volgens | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιόν (euangelion) = goede boodschap | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | κήρυγμα (kerygma) = verkondiging | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | κατὰ (kata) = volgens | ἀποκάλυψιν (apokalypsin) = openbaring | μυστηρίου (mysteriou) = van het geheim | χρόνοις (chronois) = gedurende tijden | αἰωνίοις (aioniois) = eeuwenlang | σεσιγημένου (sesigemenou) = verzwegen Bron: SBLGNT + Nestle 1904 (vers ontbreekt in de SBLGNT) Voetnoot Uitleg: στηρίζω (sterizo), ‘sterken’: stevig maken. μυστήριον (mysterion), ‘geheim’: iets wat verborgen was en nu bekend is gemaakt; zie ook 11:25. σιγάω (sigao), ‘verzwijgen’: stil houden. Het geheim was ‘eeuwenlang verzwegen’, de tijden van de eeuwen. Voetnoot Lezing: Deze verzen (25–27) ontbreken in de SBLGNT. Wij nemen ze op uit een andere Griekse uitgave van het Nieuwe Testament (uit 1904, vrij van rechten), en markeren ze daarom geel in de brontekst; de rest van het hoofdstuk blijft SBLGNT. Dit is dus een gemengde bron. **16:26** maar nu openbaar gemaakt, en door profetische geschriften, op bevel van de eeuwige Elohim, bekend gemaakt aan alle volken tot gehoorzaamheid van het geloof, Brontekst: φανερωθέντος (phanerothentos) = openbaar gemaakt | δὲ (de) = maar | νῦν (nyn) = nu | διά (dia) = door | τε (te) = en | γραφῶν (graphon) = geschriften | προφητικῶν (prophetikon) = profetische | κατ’ (kat’) = volgens | ἐπιταγὴν (epitagen) = bevel | τοῦ (tou) = van de | αἰωνίου (aioniou) = eeuwige | Θεοῦ (Theou) = Elohim | εἰς (eis) = tot | ὑπακοὴν (hypakoen) = gehoorzaamheid | πίστεως (pisteos) = van het geloof | εἰς (eis) = tot | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | γνωρισθέντος (gnoristhentos) = bekend gemaakt Bron: SBLGNT + Nestle 1904 (vers ontbreekt in de SBLGNT) Voetnoot Uitleg: φανερόω (fanero), ‘openbaar maken’: zichtbaar maken. ὑπακοὴ πίστεως (hypakoe pisteos), ‘gehoorzaamheid van het geloof’: zoals in 1:5. Zie ook Rom. 1:5. Zie ook: Rom 1:5 **16:27** aan de enige wijze Elohim, door Yeshua de Messias, aan wie de heerlijkheid is tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen. Brontekst: μόνῳ (mono) = aan de enige | σοφῷ (sopho) = wijze | Θεῷ (Theo) = Elohim | διὰ (dia) = door | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ᾧ (ho) = aan wie | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT + Nestle 1904 (vers ontbreekt in de SBLGNT) Voetnoot Uitleg: Het Grieks van deze zin is niet afgemaakt: ‘aan de enige wijze Elohim, door Yeshua de Messias, aan wie de heerlijkheid’ heeft geen werkwoord; wij vullen ‘is’ aan. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’. Vergelijk Gal. 1:5. Zie ook: Gal 1:5