# Openbaring (Ἀποκάλυψις, Apokalypsis) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Openbaring 1 _Het opschrift, de groet aan de 7 gemeenten en het visioen van Yeshua midden tussen de kandelaars_ ### Het opschrift **1:1** Onthulling van Yeshua de Messias. Elohim heeft haar Hem gegeven om aan Zijn knechten te tonen wat spoedig moet gebeuren. Hij heeft haar bekendgemaakt door Zijn engel te sturen naar Zijn knecht Johannes. Brontekst: Ἀποκάλυψις (Apokalypsis) = onthulling | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ἣν (hen) = die | ἔδωκεν (edoken) = heeft gegeven | αὐτῷ (auto) = Hem | ὁ (ho) = (de) | θεὸς (theos) = Elohim | δεῖξαι (deixai) = te tonen | τοῖς (tois) = aan de | δούλοις (doulois) = knechten | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἃ (ha) = wat | δεῖ (dei) = moet | γενέσθαι (genesthai) = gebeuren | ἐν (en) = in | τάχει (tachei) = spoed | καὶ (kai) = en | ἐσήμανεν (esemanen) = heeft bekendgemaakt | ἀποστείλας (aposteilas) = door te sturen | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | ἀγγέλου (angelou) = engel | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τῷ (to) = aan de | δούλῳ (doulo) = knecht | αὐτοῦ (autou) = Zijn | Ἰωάννῃ (Ioanne) = Johannes Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’: letterlijk het wegnemen van een sluier. In onze taal heet het boek Openbaring. Het Grieks zegt niet of ‘van Yeshua de Messias’ betekent dat Hij de Onthuller is of dat Hij de inhoud is; beide klinken mee. Voetnoot : ἐσήμανεν (esemanen), ‘heeft bekendgemaakt’, komt van σημαίνω (semaino), ‘door tekens aanduiden’. Het onderwerp is Yeshua of Elohim; het Grieks zegt het niet. Voetnoot : Johannes noemt zich in dit boek alleen met zijn naam (ook 1:4 en 1:9). Het boek zegt niet meer over hem. **1:2** Deze heeft getuigd van het woord van Elohim en van het getuigenis van Yeshua de Messias, van alles wat hij zag. Brontekst: ὃς (hos) = die | ἐμαρτύρησεν (emartyresen) = heeft getuigd | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = het | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ὅσα (hosa) = alles wat | εἶδεν (eiden) = hij zag Bron: SBLGNT **1:3** Gelukkig hij die voorleest en zij die de woorden van de profetie horen en bewaren wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij. Brontekst: μακάριος (makarios) = gelukkig | ὁ (ho) = hij die | ἀναγινώσκων (anaginoskon) = voorleest | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = zij die | ἀκούοντες (akouontes) = horen | τοὺς (tous) = de | λόγους (logous) = woorden | τῆς (tes) = van de | προφητείας (propheteias) = profetie | καὶ (kai) = en | τηροῦντες (terountes) = bewaren | τὰ (ta) = wat | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar | γεγραμμένα (gegrammena) = geschreven staat | ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | καιρὸς (kairos) = tijd | ἐγγύς (engys) = nabij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Die voorleest’ staat in het enkelvoud, ‘zij die horen’ in het meervoud: een voorlezer en meer toehoorders. μακάριος (makarios), ‘gelukkig’, zoals in Matt. 5:3–11. τηρέω (tereo), ‘bewaren’: vasthouden, in acht nemen. Dit is de eerste van 7 zaligsprekingen in dit boek (zie ook 14:13; 16:15; 19:9; 20:6; 22:7; 22:14). Voetnoot : καιρός (kairos), ‘tijd’: de bestemde, juiste tijd. Zie ook: Mat 5:3–11 ### Groet aan de 7 gemeenten **1:4** Johannes aan de 7 gemeenten die in Asia zijn: genade en vrede voor jullie van Hem die is en die was en die komt, en van de 7 geesten die voor Zijn troon zijn, Brontekst: Ἰωάννης (Ioannes) = Johannes | ταῖς (tais) = aan de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | ταῖς (tais) = die zijn | ἐν (en) = in | τῇ (te) = (de) | Ἀσίᾳ (Asia) = Asia | χάρις (charis) = genade | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἀπὸ (apo) = van | ὁ (ho) = Hij die | ὢν (on) = is | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | ἦν (en) = was | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | ἐρχόμενος (erchomenos) = komt | καὶ (kai) = en | ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | πνευμάτων (pneumaton) = geesten | ἃ (ha) = die zijn | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: Asia is hier de Romeinse provincie Asia, in het westen van het huidige Turkije; het is niet het werelddeel. Voetnoot : ὁ ὢν καὶ ὁ ἦν καὶ ὁ ἐρχόμενος (ho on kai ho en kai ho erchomenos), ‘Hij die is en die was en die komt’: een naamformule die doet denken aan Exod. 3:14. Na ἀπό (apo), ‘van’, staat in het Grieks de eerste naamval; de formule staat hier als onveranderlijke vorm, mogelijk bewust. Wij vertalen letterlijk. Voetnoot : De ‘7 geesten’ voor Zijn troon: het Grieks zegt niet wie dat zijn. Vergelijk de 7 lampen en de 7 ogen van Yahweh in Zach. 4:2 en 4:10, en de Geest van Yahweh in Jes. 11:2. Zie ook 3:1; 4:5; 5:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀπὸ (‘van’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 3:14; Jes 11:2; Zach 4:2; Zach 4:10 **1:5** en van Yeshua de Messias, de trouwe getuige, de eerstgeborene van de doden en de heerser over de koningen van de aarde. Aan Hem die ons liefheeft en ons met Zijn bloed van onze zonden heeft losgemaakt, Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀπὸ (apo) = van | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ὁ (ho) = de | μάρτυς (martys) = getuige | ὁ (ho) = de | πιστός (pistos) = trouwe | ὁ (ho) = de | πρωτότοκος (prototokos) = eerstgeborene | τῶν (ton) = van de | νεκρῶν (nekron) = doden | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ἄρχων (archon) = heerser | τῶν (ton) = over de | βασιλέων (basileon) = koningen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | Τῷ (To) = aan Hem die | ἀγαπῶντι (agaponti) = liefheeft | ἡμᾶς (hemas) = ons | καὶ (kai) = en | λύσαντι (lysanti) = heeft losgemaakt | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐν (en) = met | τῷ (to) = het | αἵματι (haimati) = bloed | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μάρτυς (martys), ‘getuige’. πρωτότοκος (prototokos), ‘eerstgeborene’: vergelijk Ps. 89:28, ‘Ook zal Ik hem tot eerstgeborene maken, de hoogste bij de koningen van de aarde’. Daar staat ook ‘de getuige in de wolken is betrouwbaar’ (Ps. 89:38). Zie ook Rom. 8:29; Kol. 1:18. Voetnoot : λύσαντι (lysanti), ‘heeft losgemaakt’: van λύω (lyo), ‘losmaken’; het Grieks heeft ook ‘bevrijden’ in de zin van vrijkopen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij λύσαντι (‘heeft losgemaakt’) en ἐκ (‘van’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 89:28; Ps 89:38; Rom 8:29; Kol 1:18 **1:6** en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, tot priesters voor Zijn Elohim en Vader: aan Hem de heerlijkheid en de macht tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐποίησεν (epoiesen) = heeft gemaakt | ἡμᾶς (hemas) = ons | βασιλείαν (basileian) = tot een koninkrijk | ἱερεῖς (hiereis) = tot priesters | τῷ (to) = voor de | θεῷ (theo) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατρὶ (patri) = Vader | αὐτοῦ (autou) = Zijn | αὐτῷ (auto) = aan Hem | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | κράτος (kratos) = macht | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βασιλείαν, ἱερεῖς (basileian, hiereis), ‘een koninkrijk, priesters’: vergelijk Exod. 19:6, ‘een koninkrijk van priesters’. Zie ook 5:10. Voetnoot : τῷ θεῷ καὶ πατρὶ αὐτοῦ (to theo kai patri autou), ‘voor Zijn Elohim en Vader’: Yeshua heeft een Elohim en een Vader. Vergelijk 3:2 en 3:12 (‘Mijn Elohim’) en Joh. 20:17. Voetnoot : εἰς τοὺς αἰῶνας τῶν αἰώνων (eis tous aionas ton aionon), ‘tot in de eeuwen van de eeuwen’: de vaste uitdrukking voor ‘voor altijd’, zoals in Gal. 1:5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τῶν αἰώνων (‘van de eeuwen’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 19:6; Joh 20:17; Gal 1:5 **1:7** Zie, Hij komt met de wolken. Elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem hebben doorstoken. Alle stammen van de aarde zullen om Hem rouwklagen. Ja, amen. Brontekst: Ἰδοὺ (Idou) = zie | ἔρχεται (erchetai) = komt Hij | μετὰ (meta) = met | τῶν (ton) = de | νεφελῶν (nephelon) = wolken | καὶ (kai) = en | ὄψεται (opsetai) = zal zien | αὐτὸν (auton) = Hem | πᾶς (pas) = elk | ὀφθαλμὸς (ophthalmos) = oog | καὶ (kai) = en | οἵτινες (hoitines) = zij die | αὐτὸν (auton) = Hem | ἐξεκέντησαν (exekentesan) = hebben doorstoken | καὶ (kai) = en | κόψονται (kopsontai) = zullen rouwklagen | ἐπ’ (ep’) = om | αὐτὸν (auton) = Hem | πᾶσαι (pasai) = alle | αἱ (hai) = de | φυλαὶ (phylai) = stammen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | ναί (nai) = ja | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers verbindt Dan. 7:13 (‘met de wolken van de hemel kwam iemand als een mensenzoon’) met Zach. 12:10 (‘zij zullen opzien naar Mij, naar hem die zij doorstoken hebben … en zij zullen over hem rouwklagen’). Zie ook Matt. 24:30; Joh. 19:34, 19:37. Voetnoot : φυλαί (phylai), ‘stammen’: ook ‘volken’; in het Grieks van dit boek staat het woord voor de stammen van Israël (7:4–8) en voor alle volken (5:9; 7:9). Zie ook: Dan 7:13; Zach 12:10; Mat 24:30; Joh 19:34; Joh 19:37 **1:8** **„Ik ben de Alfa en de Omega,” zegt Yahweh Elohim, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige.** Brontekst: Ἐγώ (Ego) = Ik | εἰμι (eimi) = ben | τὸ (to) = de | Ἄλφα (Alpha) = Alfa | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | Ὦ (O) = Omega | λέγει (legei) = zegt | κύριος (kyrios) = Yahweh | ὁ (ho) = (de) | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = Hij die | ὢν (on) = is | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | ἦν (en) = was | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | ἐρχόμενος (erchomenos) = komt | ὁ (ho) = de | παντοκράτωρ (pantokrator) = Almachtige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De spreker is Elohim zelf (‘zegt Yahweh Elohim’); daarom staat het vers rood. Ἄλφα καὶ Ὦ (Alfa kai O), ‘de Alfa en de Omega’: de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet. Vergelijk ‘de Eerste en de Laatste’ in Jes. 44:6 en 48:12. Zie ook 21:6; 22:13. Voetnoot : κύριος ὁ θεός (kyrios ho theos), ‘Yahweh Elohim’: wij schrijven de Naam, omdat dit de Hebreeuwse formule יהוה אלהים is. Boekbreed vertalen wij κύριος ὁ θεός met ‘Yahweh Elohim’ en κύριος alleen met ‘Heer’. Voetnoot : παντοκράτωρ (pantokrator), ‘Almachtige’: letterlijk ‘Alles-heerser’ (van πᾶν, ‘alles’, en κράτος, ‘macht’). Het woord kan ook de Hebreeuwse titel ‘Yahweh van de legermachten’ (Jes. 6:3) of ‘Sjaddai’ weergeven. Zie ook: Jes 6:3; Jes 44:6; Jes 48:12 ### Johannes op Patmos **1:9** Ik, Johannes, jullie broer en deelgenoot in de verdrukking, het koninkrijk en de volharding in Yeshua, was op het eiland dat Patmos heet, vanwege het woord van Elohim en het getuigenis van Yeshua. Brontekst: Ἐγὼ (Ego) = Ik | Ἰωάννης (Ioannes) = Johannes | ὁ (ho) = de | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | συγκοινωνὸς (synkoinonos) = deelgenoot | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | θλίψει (thlipsei) = verdrukking | καὶ (kai) = en | βασιλείᾳ (basileia) = koninkrijk | καὶ (kai) = en | ὑπομονῇ (hypomone) = volharding | ἐν (en) = in | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἐγενόμην (egenomen) = was ik | ἐν (en) = op | τῇ (te) = het | νήσῳ (neso) = eiland | τῇ (te) = dat | καλουμένῃ (kaloumene) = heet | Πάτμῳ (Patmo) = Patmos | διὰ (dia) = vanwege | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = het | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Patmos: Patmos is een klein eiland in de Egeïsche Zee, voor de kust van het huidige Turkije, bij de Dodekanesos. Johannes was daar toen hij de openbaring ontving. Voetnoot Uitleg: ἀδελφός (adelphos), ‘broer’: het Griekse woord omvat ook zusters in de gemeente. De drie woorden ‘verdrukking, koninkrijk, volharding’ hangen in het Grieks aan één lidwoord en aan ‘in Yeshua’; het Grieks zegt niet of ‘in Yeshua’ ook bij ‘verdrukking’ en ‘koninkrijk’ hoort. Voetnoot : Patmos is een klein eiland in de Egeïsche Zee, bij de kust van Asia. De tekst zegt niet waarom Johannes er was; ‘vanwege het woord van Elohim’ kan ‘om het woord te verkondigen’ of ‘omdat hij het verkondigd had’ betekenen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij συγκοινωνὸς (‘deelgenoot’), ἐν (‘in’), καὶ (‘en’) en Ἰησοῦ (‘van Yeshua’). Wij volgen de SBLGNT. **1:10** Ik kwam in de Geest op de dag van de Heer en hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, Brontekst: ἐγενόμην (egenomen) = kwam ik | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἐν (en) = op | τῇ (te) = de | κυριακῇ (kyriake) = van de Heer | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | ὀπίσω (opiso) = achter | μου (mou) = mij | φωνὴν (phonen) = stem | μεγάλην (megalen) = luide | ὡς (hos) = als van | σάλπιγγος (salpingos) = bazuin Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγενόμην ἐν πνεύματι (egenomen en pneumati), ‘ik kwam in de Geest’: wij schrijven ‘Geest’ met hoofdletter, de Geest van Elohim; het Grieks kan ook een toestand van de geest bedoelen Zo ook 4:2; 17:3; 21:10. Voetnoot : κυριακῇ ἡμέρᾳ (kyriake hemera), ‘de dag van de Heer’: het bijvoeglijk naamwoord κυριακός (kyriakos) betekent ‘van de Heer’. Het kan de eerste dag van de week zijn of de dag van Yahweh uit de profeten; de tekst zegt het niet. Voetnoot : Vergelijk het hoorngeluid bij de berg Sinaï (Exod. 19:16). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὀπίσω μου φωνὴν (‘achter mij stem’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 19:16 **1:11** die zei: **„Wat je ziet, schrijf in een boekrol en stuur het naar de 7 gemeenten: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamum, naar Thyatira, naar Sardes, naar Filadelfia en naar Laodicea.”** Brontekst: λεγούσης (legouses) = die zei | Ὃ (Ho) = wat | βλέπεις (blepeis) = je ziet | γράψον (grapson) = schrijf | εἰς (eis) = in | βιβλίον (biblion) = een boekrol | καὶ (kai) = en | πέμψον (pempson) = stuur het | ταῖς (tais) = naar de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | εἰς (eis) = naar | Ἔφεσον (Epheson) = Efeze | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = naar | Σμύρναν (Smyrnan) = Smyrna | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = naar | Πέργαμον (Pergamon) = Pergamum | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = naar | Θυάτειρα (Thyateira) = Thyatira | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = naar | Σάρδεις (Sardeis) = Sardes | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = naar | Φιλαδέλφειαν (Philadelpheian) = Filadelfia | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = naar | Λαοδίκειαν (Laodikeian) = Laodicea Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk. Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia. Zie Smyrna (nu Izmir): Smyrna lag aan de westkust van het huidige Turkije, aan de Egeïsche Zee. De stad heet nu Izmir. Het was een van de zeven gemeenten in Asia. Zie Pergamum (nu Bergama): Pergamum lag in het westen van het huidige Turkije, ten noorden van Smyrna. De stad heet nu Bergama. Het was een van de zeven gemeenten in Asia. Zie Thyatira: Thyatira is het huidige Akhisar, in het westen van Turkije. Lydia kwam er vandaan. Zie Sardes (ligging ongeveer): Sardes was de oude hoofdstad van Lydië, in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Sart. Het was een van de zeven gemeenten in Asia. Zie Filadelfia (nu Alaşehir): Filadelfia lag in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Alaşehir. Het was een van de zeven gemeenten in Asia. Het is niet de stad Filadelfia in Amerika, en ook niet Rabba (Filadelfia) in Jordanië. Zie Laodicea (ligging ongeveer): Laodicea lag in de vallei van de Lycus in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Denizli. Het was een rijke handelsstad. De ligging is bij benadering. Voetnoot Uitleg: De stem is de stem van Yeshua (1:12–18 toont de spreker); daarom staat dit vers rood. βιβλίον (biblion), ‘boekrol’: een rol van papyrus, zoals in 5:1. De 7 gemeenten liggen in Asia (1:4). ### Het visioen van de 7 kandelaars **1:12** Ik draaide mij om om de stem te zien die met mij sprak. Toen ik mij omdraaide, zag ik 7 gouden kandelaars, Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἐπέστρεψα (epestrepsa) = draaide ik mij om | βλέπειν (blepein) = om te zien | τὴν (ten) = de | φωνὴν (phonen) = stem | ἥτις (hetis) = die | ἐλάλει (elalei) = sprak | μετ’ (met’) = met | ἐμοῦ (emou) = mij | καὶ (kai) = en | ἐπιστρέψας (epistrepsas) = omgedraaid | εἶδον (eidon) = zag ik | ἑπτὰ (hepta) = 7 | λυχνίας (lychnias) = kandelaars | χρυσᾶς (chrysas) = gouden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λυχνία (lychnia), ‘kandelaar’: een standaard voor een lamp, ook in de tabernakel (Exod. 25:31–40); zie ook Zach. 4:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij Καὶ (‘en’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 25:31–40; Zach 4:2 **1:13** en midden tussen de kandelaars iemand als een mensenzoon, gekleed in een gewaad tot aan de voeten en om de borst omgord met een gouden gordel. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | μέσῳ (meso) = het midden | τῶν (ton) = van de | λυχνιῶν (lychnion) = kandelaars | ὅμοιον (homoion) = iemand als | υἱὸν (huion) = een zoon | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | ἐνδεδυμένον (endedymenon) = gekleed in | ποδήρη (podere) = een gewaad tot aan de voeten | καὶ (kai) = en | περιεζωσμένον (periezosmenon) = omgord | πρὸς (pros) = om | τοῖς (tois) = de | μαστοῖς (mastois) = borst | ζώνην (zonen) = met een gordel | χρυσᾶν (chrysan) = gouden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅμοιον υἱὸν ἀνθρώπου (homoion huion anthropou), ‘iemand als een mensenzoon’: het Grieks heeft geen lidwoord, net als in Dan. 7:13 (‘iemand als een mensenzoon’, Aramees bar enash). Wij schrijven ‘mensenzoon’ zonder hoofdletter. Het Grieks heeft hier een naamval die grammaticaal niet aansluit (ὅμοιον staat in de vierde naamval); wij vertalen wat er staat. Zie ook 14:14. Voetnoot : ποδήρης (poderes), ‘gewaad tot aan de voeten’: een lang kleed. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij τῶν (‘van de’) en υἱὸν (‘een zoon’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 7:13 **1:14** Zijn hoofd en Zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen waren als een vlam van vuur. Brontekst: ἡ (he) = het | δὲ (de) = en | κεφαλὴ (kephale) = hoofd | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | τρίχες (triches) = haren | λευκαὶ (leukai) = wit | ὡς (hos) = als | ἔριον (erion) = wol | λευκόν (leukon) = witte | ὡς (hos) = als | χιών (chion) = sneeuw | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ὀφθαλμοὶ (ophthalmoi) = ogen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὡς (hos) = als | φλὸξ (phlox) = een vlam | πυρός (pyros) = van vuur Bron: SBLGNT **1:15** Zijn voeten waren gelijk aan glanzend brons, als in een oven gloeiend gemaakt, en Zijn stem was als de stem van veel water. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | πόδες (podes) = voeten | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὅμοιοι (homoioi) = gelijk aan | χαλκολιβάνῳ (chalkolibano) = glanzend brons | ὡς (hos) = als | ἐν (en) = in | καμίνῳ (kamino) = een oven | πεπυρωμένης (pepyromenes) = gloeiend gemaakt | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | φωνὴ (phone) = stem | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὡς (hos) = als | φωνὴ (phone) = stem | ὑδάτων (hydaton) = van water | πολλῶν (pollon) = veel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χαλκολιβάνῳ (chalkolibano) is een zeldzaam woord; de betekenis is onzeker. Het gaat om een glanzend metaal, verwant aan brons. Wij vertalen ‘glanzend brons’. Het Grieks heeft ‘gloeiend gemaakt’ in een naamval en geslacht die niet aansluiten (vrouwelijk, tweede naamval); wij vertalen wat er staat. Voetnoot : Vergelijk Ez. 1:24 en 43:2 (‘Zijn stem was als het geluid van vele wateren’) en Dan. 10:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij πεπυρωμένης (‘gloeiend gemaakt’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 10:6 **1:16** In Zijn rechterhand had Hij 7 sterren. Uit Zijn mond kwam een scherp tweesnijdend zwaard, en Zijn gezicht was als de zon die schijnt in zijn kracht. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔχων (echon) = met | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | δεξιᾷ (dexia) = rechter | χειρὶ (cheiri) = hand | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἀστέρας (asteras) = sterren | ἑπτά (hepta) = 7 | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | στόματος (stomatos) = mond | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ῥομφαία (rhomphaia) = een zwaard | δίστομος (distomos) = tweesnijdend | ὀξεῖα (oxeia) = scherp | ἐκπορευομένη (ekporeuomene) = komend | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | ὄψις (opsis) = gezicht | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὡς (hos) = als | ὁ (ho) = de | ἥλιος (helios) = zon | φαίνει (phainei) = schijnt | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | δυνάμει (dynamei) = kracht | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ῥομφαία (rhomphaia), ‘zwaard’. δίστομος (distomos), ‘tweesnijdend’: letterlijk ‘met twee monden’. Zie ook 2:12, 2:16; 19:15. Voetnoot : ἀστέρας ἑπτά (asteras hepta), ‘7 sterren’: zie 1:20. Het getal 7 schrijven wij in dit boek met een cijfer, omdat het een vast symbool is. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij χειρὶ αὐτοῦ (‘hand Zijn’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. ### Yeshua spreekt **1:17** Toen ik Hem zag, viel ik als een dode aan Zijn voeten neer. Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei: **„Wees niet bang. Ik ben de Eerste en de Laatste,** Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὅτε (hote) = toen | εἶδον (eidon) = ik zag | αὐτόν (auton) = Hem | ἔπεσα (epesa) = viel ik | πρὸς (pros) = aan | τοὺς (tous) = de | πόδας (podas) = voeten | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὡς (hos) = als | νεκρός (nekros) = een dode | καὶ (kai) = en | ἔθηκεν (etheken) = legde Hij | τὴν (ten) = de | δεξιὰν (dexian) = rechterhand | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐπ’ (ep’) = op | ἐμὲ (eme) = mij | λέγων (legon) = zeggend | Μὴ (Me) = niet | φοβοῦ (phobou) = wees bang | ἐγώ (ego) = Ik | εἰμι (eimi) = ben | ὁ (ho) = de | πρῶτος (protos) = Eerste | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ἔσχατος (eschatos) = Laatste Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De spreker is Yeshua (vers 18: ‘Ik ben dood geworden’); het vers staat daarom rood. Zie ook 2:8; 22:13 en Jes. 44:6; 48:12 (‘de Eerste en de Laatste’). Voetnoot : De toespraak loopt door in vers 18–20. Het rood is per vers; het slotteken ” staat in vers 20. Zie ook: Jes 44:6; Jes 48:12; Openb 1:18; Openb 1:20 **1:18** **en de Levende. Ik ben dood geworden, en zie, Ik leef tot in de eeuwen van de eeuwen. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.** Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ζῶν (zon) = Levende | καὶ (kai) = en | ἐγενόμην (egenomen) = ben geworden | νεκρὸς (nekros) = dood | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | ζῶν (zon) = levend | εἰμι (eimi) = ben Ik | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | καὶ (kai) = en | ἔχω (echo) = heb Ik | τὰς (tas) = de | κλεῖς (kleis) = sleutels | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van het | ᾅδου (hadou) = dodenrijk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγενόμην νεκρός (egenomen nekros), ‘ik ben dood geworden’: letterlijk ‘ik werd een dode’. ᾅδης (hades), ‘dodenrijk’: het Hebreeuwse Sjeol, zoals in Matt. 16:18. ‘De sleutels’ van de dood en van het dodenrijk: gezag erover. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αἰώνων (‘eeuwen’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 16:18 **1:19** **Schrijf dus op wat je gezien hebt, wat er is en wat hierna zal gebeuren.** Brontekst: γράψον (grapson) = schrijf | οὖν (oun) = dus | ἃ (ha) = wat | εἶδες (eides) = je zag | καὶ (kai) = en | ἃ (ha) = wat | εἰσὶν (eisin) = er is | καὶ (kai) = en | ἃ (ha) = wat | μέλλει (mellei) = zal | γίνεσθαι (ginesthai) = gebeuren | μετὰ (meta) = na | ταῦτα (tauta) = dit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μετὰ ταῦτα (meta tauta), ‘hierna’: letterlijk ‘na deze dingen’. Het vers noemt drie dingen: wat Johannes zag, wat er is, en wat hierna zal gebeuren. Hoe het boek daarop is verdeeld, zegt de tekst niet. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij γίνεσθαι (‘gebeuren’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **1:20** **Het geheim van de 7 sterren die je zag op Mijn rechterhand, en van de 7 gouden kandelaars: de 7 sterren zijn engelen van de 7 gemeenten, en de 7 kandelaars zijn 7 gemeenten.”** Brontekst: τὸ (to) = het | μυστήριον (mysterion) = geheim | τῶν (ton) = van de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἀστέρων (asteron) = sterren | οὓς (hous) = die | εἶδες (eides) = je zag | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | δεξιᾶς (dexias) = rechterhand | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | λυχνίας (lychnias) = kandelaars | τὰς (tas) = de | χρυσᾶς (chrysas) = gouden | οἱ (hoi) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἀστέρες (asteres) = sterren | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | τῶν (ton) = van de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἐκκλησιῶν (ekklesion) = gemeenten | εἰσίν (eisin) = zijn | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | λυχνίαι (lychniai) = kandelaars | αἱ (hai) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἐκκλησίαι (ekklesiai) = gemeenten | εἰσίν (eisin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μυστήριον (mysterion), ‘geheim’: iets verborgens dat nu bekend wordt gemaakt. ἄγγελοι (angeloi), ‘engelen’: het Grieks woord betekent ook ‘boodschappers’. De tekst zegt niet of het hemelse engelen zijn, leiders of gezanten van de gemeenten; wij vertalen ‘engel van de gemeente’ in 2:1–3:22 en laten het open. Voetnoot : Bij ‘het geheim’ staat een naamval die grammaticaal niet aansluit; wij vertalen wat er staat. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὓς (‘die’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. ## Openbaring 2 _De brieven aan de gemeenten in Efeze, Smyrna, Pergamum en Thyatira_ ### Aan de gemeente in Efeze **2:1** **„Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: Dit zegt Hij die de 7 sterren in Zijn rechterhand vasthoudt, Hij die midden tussen de 7 gouden kandelaars wandelt.** Brontekst: Τῷ (To) = aan de | ἀγγέλῳ (angelo) = engel | τῆς (tes) = van de | ἐν (en) = in | Ἐφέσῳ (Epheso) = Efeze | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | γράψον (grapson) = schrijf | Τάδε (Tade) = dit | λέγει (legei) = zegt | ὁ (ho) = Hij die | κρατῶν (kraton) = vasthoudt | τοὺς (tous) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἀστέρας (asteras) = sterren | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | δεξιᾷ (dexia) = rechter | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὁ (ho) = Hij die | περιπατῶν (peripaton) = wandelt | ἐν (en) = in | μέσῳ (meso) = het midden | τῶν (ton) = van de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | λυχνιῶν (lychnion) = kandelaars | τῶν (ton) = de | χρυσῶν (chryson) = gouden Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk. Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia. Voetnoot Uitleg: ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: letterlijk ‘de bijeengeroepenen’. ἄγγελος (angelos), ‘engel’: zie de Uitleg bij 1:20; wij schrijven in alle 7 brieven ‘de engel van de gemeente’. Voetnoot : Elke brief is een toespraak van Yeshua, die Johannes opdraagt te schrijven. Daarom staan alle 7 brieven rood, met één paar aanhalingstekens per brief. De aanhef ‘Dit zegt Hij die …’ is Yeshua die in de derde persoon over Zichzelf spreekt (ook in 2:8, 2:12, 2:18; 3:1, 3:7, 3:14); daarna spreekt Hij in de eerste persoon. Wij schrijven in de aanhef ‘Hij’ en ‘Zijn’ met hoofdletter. De aanhef beschrijft Yeshua met woorden uit 1:12–18. Voetnoot : τάδε λέγει (tade legei), ‘dit zegt’: de vorm van een boodschap, vergelijk ‘Zo zegt Yahweh’ in Jes. 44:6. Het ‘je’ en ‘jij’ in de brieven is enkelvoud: de gemeente wordt als één persoon aangesproken. Voetnoot : κρατέω (krateo), ‘vasthouden’: wij houden dit werkwoord in alle brieven gelijk (2:1, 2:13–15, 2:25; 3:11). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τῆς (‘van de’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 44:6 **2:2** **Ik ken je werken, je inspanning en je volharding, en dat je slechte mensen niet kunt verdragen. Je hebt hen op de proef gesteld die zeggen dat zij apostelen zijn en het niet zijn, en je hebt gevonden dat zij leugenaars zijn.** Brontekst: Οἶδα (Oida) = Ik ken | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | σου (sou) = je | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | κόπον (kopon) = inspanning | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ὑπομονήν (hypomonen) = volharding | σου (sou) = je | καὶ (kai) = en | ὅτι (hoti) = dat | οὐ (ou) = niet | δύνῃ (dyne) = je kunt | βαστάσαι (bastasai) = verdragen | κακούς (kakous) = slechte mensen | καὶ (kai) = en | ἐπείρασας (epeirasas) = je hebt op de proef gesteld | τοὺς (tous) = hen die | λέγοντας (legontas) = zeggen | ἑαυτοὺς (heautous) = zichzelf | ἀποστόλους (apostolous) = apostelen | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | εἰσίν (eisin) = zijn | καὶ (kai) = en | εὗρες (heures) = je hebt gevonden | αὐτοὺς (autous) = hen | ψευδεῖς (pseudeis) = leugenaars Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἶδα (oida), ‘Ik ken’ met een voorwerp en ‘Ik weet’ met een bijzin: zo in alle 7 brieven. κόπος (kopos), ‘inspanning’: zware, vermoeiende arbeid. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: letterlijk ‘gezondene’. De tekst zegt niet wie deze mensen zijn. Voetnoot : πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’, zoals in Matt. 4:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij κόπον (‘inspanning’) en ἀποστόλους (‘apostelen’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 4:1 **2:3** **Je hebt volharding, je hebt verdragen omwille van Mijn naam en je bent niet moe geworden.** Brontekst: καὶ (kai) = en | ὑπομονὴν (hypomonen) = volharding | ἔχεις (echeis) = je hebt | καὶ (kai) = en | ἐβάστασας (ebastasas) = je hebt verdragen | διὰ (dia) = omwille van | τὸ (to) = de | ὄνομά (onoma) = naam | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | κεκοπίακες (kekopiakes) = je bent moe geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὐ κεκοπίακες (‘je bent niet moe geworden’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **2:4** **Maar Ik heb dit tegen je: je hebt je eerste liefde verlaten.** Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἔχω (echo) = Ik heb | κατὰ (kata) = tegen | σοῦ (sou) = je | ὅτι (hoti) = dat | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | σου (sou) = je | τὴν (ten) = de | πρώτην (proten) = eerste | ἀφῆκες (aphekes) = je hebt verlaten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγάπη (agape), ‘liefde’: het Grieks zegt niet of de liefde voor Elohim, voor elkaar of voor beiden bedoeld is. ἀφῆκες (aphekes), ‘je hebt verlaten’: ook ‘laten varen’; in 2:20 staat hetzelfde werkwoord als ‘laten begaan’. **2:5** **Bedenk dus waar je vandaan gevallen bent. Bekeer je en doe de eerste werken. Zo niet, dan kom Ik naar je toe en zal Ik je kandelaar van zijn plaats verplaatsen, als je je niet bekeert.** Brontekst: μνημόνευε (mnemoneue) = bedenk | οὖν (oun) = dus | πόθεν (pothen) = waarvandaan | πέπτωκας (peptokas) = je bent gevallen | καὶ (kai) = en | μετανόησον (metanoeson) = bekeer je | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | πρῶτα (prota) = eerste | ἔργα (erga) = werken | ποίησον (poieson) = doe | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | μή (me) = niet | ἔρχομαί (erchomai) = kom Ik | σοι (soi) = naar je toe | καὶ (kai) = en | κινήσω (kineso) = zal Ik verplaatsen | τὴν (ten) = de | λυχνίαν (lychnian) = kandelaar | σου (sou) = je | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = de | τόπου (topou) = plaats | αὐτῆς (autes) = haar | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | μετανοήσῃς (metanoeses) = je je bekeert Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μετανοέω (metanoeo), ‘zich bekeren’: een verandering van denken en leven. ‘Je kandelaar’ is de gemeente zelf (1:20). ἔρχομαί σοι (erchomai soi), ‘Ik kom naar je toe’, staat in de tegenwoordige tijd; wij houden die. Zie ook 2:16; 3:3; 3:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij πέπτωκας (‘je bent gevallen’) en σοι (‘naar je toe’). Wij volgen de SBLGNT. **2:6** **Maar dit heb je wel: je haat de werken van de Nikolaïeten, die ook Ik haat.** Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | τοῦτο (touto) = dit | ἔχεις (echeis) = je hebt | ὅτι (hoti) = dat | μισεῖς (miseis) = je haat | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | τῶν (ton) = van de | Νικολαϊτῶν (Nikolaiton) = Nikolaïeten | ἃ (ha) = die | κἀγὼ (kago) = ook Ik | μισῶ (miso) = haat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Νικολαΐται (Nikolaitai), ‘Nikolaïeten’: de tekst zegt niet wie zij zijn of waar de naam vandaan komt. Zie ook 2:15. **2:7** **Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom van het leven, die in het paradijs van Elohim is.”** Brontekst: ὁ (ho) = wie | ἔχων (echon) = heeft | οὖς (ous) = oren | ἀκουσάτω (akousato) = laat horen | τί (ti) = wat | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | λέγει (legei) = zegt | ταῖς (tais) = tegen de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | τῷ (to) = wie | νικῶντι (nikonti) = overwint | δώσω (doso) = zal Ik geven | αὐτῷ (auto) = hem | φαγεῖν (phagein) = te eten | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = de | ξύλου (xylou) = boom | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | ὅ (ho) = die | ἐστιν (estin) = is | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | παραδείσῳ (paradeiso) = paradijs | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ νικῶν (ho nikon), ‘wie overwint’: de belofte aan wie overwint komt in elke brief voor (2:7, 2:11, 2:17, 2:26–28; 3:5, 3:12, 3:21). ξύλον τῆς ζωῆς (xylon tes zoes), ‘boom van het leven’: letterlijk ‘hout’; vergelijk Gen. 2:9 en 3:22–24. Zie ook 22:2; 22:14. παράδεισος (paradeisos), ‘paradijs’: tuin; ook Luc. 23:43. Voetnoot : Binnen de woorden van Yeshua staat ‘wat de Geest tegen de gemeenten zegt’; de tekst legt niet uit hoe het spreken van Yeshua en dat van de Geest zich tot elkaar verhouden. Zie ook Matt. 11:15; 13:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij θεοῦ (‘Elohim’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 2:9; Gen 3:22; Mat 11:15; Mat 13:9; Luc 23:43 ### Aan de gemeente in Smyrna **2:8** **„En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de Eerste en de Laatste, Hij die dood werd en tot leven kwam.** Brontekst: Καὶ (Kai) = en | τῷ (to) = aan de | ἀγγέλῳ (angelo) = engel | τῆς (tes) = van de | ἐν (en) = in | Σμύρνῃ (Smyrne) = Smyrna | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | γράψον (grapson) = schrijf | Τάδε (Tade) = dit | λέγει (legei) = zegt | ὁ (ho) = de | πρῶτος (protos) = Eerste | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ἔσχατος (eschatos) = Laatste | ὃς (hos) = die | ἐγένετο (egeneto) = werd | νεκρὸς (nekros) = dood | καὶ (kai) = en | ἔζησεν (ezesen) = tot leven kwam Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Smyrna (nu Izmir): Smyrna lag aan de westkust van het huidige Turkije, aan de Egeïsche Zee. De stad heet nu Izmir. Het was een van de zeven gemeenten in Asia. Voetnoot Uitleg: ἔζησεν (ezesen), ‘kwam tot leven’: de enkelvoudige verleden tijd. Zie ook 1:17–18. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τῆς (‘van de’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **2:9** **Ik ken je verdrukking en je armoede, maar je bent rijk. Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar een synagoge van de Satan.** Brontekst: Οἶδά (Oida) = Ik ken | σου (sou) = je | τὴν (ten) = de | θλῖψιν (thlipsin) = verdrukking | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | πτωχείαν (ptocheian) = armoede | ἀλλὰ (alla) = maar | πλούσιος (plousios) = rijk | εἶ (ei) = je bent | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | βλασφημίαν (blasphemian) = lastering | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = hen die | λεγόντων (legonton) = zeggen | Ἰουδαίους (Ioudaious) = Joden | εἶναι (einai) = te zijn | ἑαυτούς (heautous) = zichzelf | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | εἰσίν (eisin) = zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | συναγωγὴ (synagoge) = een synagoge | τοῦ (tou) = van de | Σατανᾶ (Satana) = Satan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. Ἰουδαῖοι (Ioudaioi), ‘Joden’: de zin spreekt over mensen in Smyrna die zich Joden noemen en het volgens Yeshua niet zijn. De tekst legt dit niet verder uit; het gaat om deze personen, niet om het Joodse volk. Zie ook 3:9. συναγωγή (synagoge), ‘bijeenkomst’, zoals in de evangeliën ‘synagoge’. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: Hebreeuws satan, ‘tegenstander’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij σου (‘je’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **2:10** **Wees niet bang voor wat je zult lijden. Zie, de duivel staat op het punt sommigen van jullie in de gevangenis te werpen, zodat jullie op de proef gesteld worden. Jullie zullen 10 dagen verdrukking hebben. Wees trouw tot de dood, en Ik zal je de kroon van het leven geven.** Brontekst: μηδὲν (meden) = niets | φοβοῦ (phobou) = wees bang | ἃ (ha) = voor wat | μέλλεις (melleis) = je staat op het punt | πάσχειν (paschein) = te lijden | ἰδοὺ (idou) = zie | μέλλει (mellei) = staat op het punt | βάλλειν (ballein) = te werpen | ὁ (ho) = de | διάβολος (diabolos) = duivel | ἐξ (ex) = uit | ὑμῶν (hymon) = jullie | εἰς (eis) = in | φυλακὴν (phylaken) = gevangenis | ἵνα (hina) = opdat | πειρασθῆτε (peirasthete) = jullie op de proef gesteld worden | καὶ (kai) = en | ἕξετε (hexete) = jullie zullen hebben | θλῖψιν (thlipsin) = verdrukking | ἡμερῶν (hemeron) = van dagen | δέκα (deka) = 10 | γίνου (ginou) = wees | πιστὸς (pistos) = trouw | ἄχρι (achri) = tot | θανάτου (thanatou) = de dood | καὶ (kai) = en | δώσω (doso) = zal Ik geven | σοι (soi) = je | τὸν (ton) = de | στέφανον (stephanon) = kroon | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑμῶν, ὑμῖν (hymon), ‘van jullie’: in dit vers gaat het enkelvoud ‘je’ over in het meervoud ‘jullie’; de gemeente is één en veel. διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘lasteraar’. De 10 dagen: wij schrijven het getal met een cijfer, zoals alle symboolgetallen in dit boek; de tekst zegt niet of het om 10 gewone dagen gaat. Vergelijk de proef van 10 dagen in Dan. 1:12–14. στέφανος (stephanos), ‘kroon’: de krans van een overwinnaar. Zie ook Jak. 1:12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij μηδὲν (‘niets’), πάσχειν (‘te lijden’), ἰδοὺ (‘zie’), βάλλειν (‘te werpen’) en ἕξετε (‘jullie zullen hebben’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 1:12–14; Jak 1:12 **2:11** **Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal beslist niet geschaad worden door de tweede dood.”** Brontekst: ὁ (ho) = wie | ἔχων (echon) = heeft | οὖς (ous) = oren | ἀκουσάτω (akousato) = laat horen | τί (ti) = wat | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | λέγει (legei) = zegt | ταῖς (tais) = tegen de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | ὁ (ho) = wie | νικῶν (nikon) = overwint | οὐ (ou) = beslist | μὴ (me) = niet | ἀδικηθῇ (adikethe) = zal geschaad worden | ἐκ (ek) = door | τοῦ (tou) = de | θανάτου (thanatou) = dood | τοῦ (tou) = de | δευτέρου (deuterou) = tweede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’: de sterkste ontkenning. ‘De tweede dood’ komt nog voor in 20:6, 20:14 en 21:8. ### Aan de gemeente in Pergamum **2:12** **„En schrijf aan de engel van de gemeente in Pergamum: Dit zegt Hij die het scherpe tweesnijdende zwaard heeft.** Brontekst: Καὶ (Kai) = en | τῷ (to) = aan de | ἀγγέλῳ (angelo) = engel | τῆς (tes) = van de | ἐν (en) = in | Περγάμῳ (Pergamo) = Pergamum | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | γράψον (grapson) = schrijf | Τάδε (Tade) = dit | λέγει (legei) = zegt | ὁ (ho) = Hij die | ἔχων (echon) = heeft | τὴν (ten) = het | ῥομφαίαν (rhomphaian) = zwaard | τὴν (ten) = het | δίστομον (distomon) = tweesnijdende | τὴν (ten) = het | ὀξεῖαν (oxeian) = scherpe Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Pergamum (nu Bergama): Pergamum lag in het westen van het huidige Turkije, ten noorden van Smyrna. De stad heet nu Bergama. Het was een van de zeven gemeenten in Asia. Voetnoot Uitleg: ῥομφαία (rhomphaia), ‘zwaard’: zie 1:16. Pergamum is een stad in Asia. **2:13** **Ik weet waar je woont: waar de troon van de Satan is. Je houdt vast aan Mijn naam en je hebt Mijn geloof niet verloochend, ook niet in de dagen van Antipas, Mijn getuige, Mijn trouwe, die onder jullie gedood is, waar de Satan woont.** Brontekst: Οἶδα (Oida) = Ik weet | ποῦ (pou) = waar | κατοικεῖς (katoikeis) = je woont | ὅπου (hopou) = waar | ὁ (ho) = de | θρόνος (thronos) = troon | τοῦ (tou) = van de | Σατανᾶ (Satana) = Satan | καὶ (kai) = en | κρατεῖς (krateis) = je houdt vast | τὸ (to) = aan de | ὄνομά (onoma) = naam | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἠρνήσω (erneso) = je hebt verloochend | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἡμέραις (hemerais) = dagen | Ἀντιπᾶς (Antipas) = Antipas | ὁ (ho) = de | μάρτυς (martys) = getuige | μου (mou) = Mijn | ὁ (ho) = de | πιστός (pistos) = trouwe | μου (mou) = Mijn | ὃς (hos) = die | ἀπεκτάνθη (apektanthe) = is gedood | παρ’ (par’) = bij | ὑμῖν (hymin) = jullie | ὅπου (hopou) = waar | ὁ (ho) = de | Σατανᾶς (Satanas) = Satan | κατοικεῖ (katoikei) = woont Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ θρόνος τοῦ Σατανᾶ (ho thronos tou Satana), ‘de troon van de Satan’: de tekst zegt niet wat bedoeld is (de stad, een plaats van aanbidding of een macht). Voetnoot : Het Grieks heeft Ἀντιπᾶς (Antipas) in de eerste naamval, terwijl een tweede naamval nodig zou zijn (‘in de dagen van Antipas’). Wij vertalen naar de zin. De tekst zegt van Antipas alleen wat hier staat. μάρτυς (martys), ‘getuige’. πίστιν μου (pistin mou), ‘Mijn geloof’: het geloof in Mij of de trouw aan Mij; het Grieks laat beide toe. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij Οἶδα (‘Ik weet’), καὶ (‘en’), ἡμέραις (‘dagen’) en μου (‘Mijn’). Wij volgen de SBLGNT. **2:14** **Maar Ik heb enkele dingen tegen je. Je hebt daar mensen die vasthouden aan de leer van Bileam. Hij leerde Balak een struikelblok te leggen voor de zonen van Israël: afgodsoffers eten en ontucht plegen.** Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἔχω (echo) = Ik heb | κατὰ (kata) = tegen | σοῦ (sou) = je | ὀλίγα (oliga) = enkele dingen | ὅτι (hoti) = dat | ἔχεις (echeis) = je hebt | ἐκεῖ (ekei) = daar | κρατοῦντας (kratountas) = die vasthouden | τὴν (ten) = aan de | διδαχὴν (didachen) = leer | Βαλαάμ (Balaam) = van Bileam | ὃς (hos) = die | ἐδίδασκεν (edidasken) = leerde | τῷ (to) = aan | Βαλὰκ (Balak) = Balak | βαλεῖν (balein) = te werpen | σκάνδαλον (skandalon) = een struikelblok | ἐνώπιον (enopion) = voor | τῶν (ton) = de | υἱῶν (huion) = zonen | Ἰσραήλ (Israel) = van Israël | φαγεῖν (phagein) = te eten | εἰδωλόθυτα (eidolothyta) = afgodsoffers | καὶ (kai) = en | πορνεῦσαι (porneusai) = ontucht te plegen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Bileam en Balak: zie Num. 22–24; 25:1–3; 31:16. σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’, zoals in de evangeliën. εἰδωλόθυτα (eidolothyta), ‘afgodsoffers’: wat aan afgoden geofferd is, zoals in Hand. 15:29; zie ook 1 Kor. 8:1–13. πορνεύω (porneuo), ‘ontucht plegen’, bij πορνεία (porneia), ‘ontucht’, zoals in de brieven. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἐδίδασκεν τῷ (‘leerde aan’) en φαγεῖν (‘te eten’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hand 15:29; 1 Kor 8:1–13 **2:15** **Zo heb ook jij mensen die op dezelfde manier vasthouden aan de leer van de Nikolaïeten.** Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | ἔχεις (echeis) = je hebt | καὶ (kai) = ook | σὺ (sy) = jij | κρατοῦντας (kratountas) = die vasthouden | τὴν (ten) = aan de | διδαχὴν (didachen) = leer | Νικολαϊτῶν (Nikolaiton) = van de Nikolaïeten | ὁμοίως (homoios) = op dezelfde manier Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμοίως (homoios), ‘op dezelfde manier’, staat aan het eind van de zin: het kan ook bij ‘Zo heb ook jij’ horen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij διδαχὴν (‘leer’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **2:16** **Bekeer je dus. Zo niet, dan kom Ik spoedig naar je toe en zal Ik tegen hen strijden met het zwaard van Mijn mond.** Brontekst: μετανόησον (metanoeson) = bekeer je | οὖν (oun) = dus | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | μή (me) = niet | ἔρχομαί (erchomai) = kom Ik | σοι (soi) = naar je toe | ταχύ (tachy) = spoedig | καὶ (kai) = en | πολεμήσω (polemeso) = zal Ik strijden | μετ’ (met’) = met | αὐτῶν (auton) = hen | ἐν (en) = met | τῇ (te) = het | ῥομφαίᾳ (rhomphaia) = zwaard | τοῦ (tou) = van de | στόματός (stomatos) = mond | μου (mou) = Mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πολεμήσω (polemeso), ‘Ik zal strijden’: tegen hen, de aanhangers van de leer, niet tegen de hele gemeente. ‘Het zwaard van Mijn mond’: zie 1:16 en 19:15. **2:17** **Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven van het verborgen manna. Ik zal hem een witte steen geven, en op de steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent behalve wie hem ontvangt.”** Brontekst: ὁ (ho) = wie | ἔχων (echon) = heeft | οὖς (ous) = oren | ἀκουσάτω (akousato) = laat horen | τί (ti) = wat | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | λέγει (legei) = zegt | ταῖς (tais) = tegen de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | τῷ (to) = wie | νικῶντι (nikonti) = overwint | δώσω (doso) = zal Ik geven | αὐτῷ (auto) = hem | τοῦ (tou) = van het | μάννα (manna) = manna | τοῦ (tou) = het | κεκρυμμένου (kekrymmenou) = verborgen | καὶ (kai) = en | δώσω (doso) = zal Ik geven | αὐτῷ (auto) = hem | ψῆφον (psephon) = een steen | λευκήν (leuken) = witte | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = de | ψῆφον (psephon) = steen | ὄνομα (onoma) = een naam | καινὸν (kainon) = nieuwe | γεγραμμένον (gegrammenon) = geschreven | ὃ (ho) = die | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | οἶδεν (oiden) = kent | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | ὁ (ho) = wie | λαμβάνων (lambanon) = ontvangt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μάννα (manna): het brood uit de woestijn, waarvan een kruik werd bewaard (Exod. 16:32–34). ψῆφος (psephos), ‘steen’: een kleine gladde steen. Waarvoor hij diende zegt de tekst niet. Voor de ‘nieuwe naam’ zie 3:12 en Jes. 62:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὐτῷ (‘hem’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 16:32–34; Jes 62:2 ### Aan de gemeente in Thyatira **2:18** **„En schrijf aan de engel van de gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van Elohim, Hij die Zijn ogen heeft als een vlam van vuur en wiens voeten gelijk zijn aan glanzend brons.** Brontekst: Καὶ (Kai) = en | τῷ (to) = aan de | ἀγγέλῳ (angelo) = engel | τῆς (tes) = van de | ἐν (en) = in | Θυατείροις (Thyateirois) = Thyatira | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | γράψον (grapson) = schrijf | Τάδε (Tade) = dit | λέγει (legei) = zegt | ὁ (ho) = de | υἱὸς (huios) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὁ (ho) = Hij die | ἔχων (echon) = heeft | τοὺς (tous) = de | ὀφθαλμοὺς (ophthalmous) = ogen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὡς (hos) = als | φλόγα (phloga) = een vlam | πυρός (pyros) = van vuur | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | πόδες (podes) = voeten | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὅμοιοι (homoioi) = gelijk aan | χαλκολιβάνῳ (chalkolibano) = glanzend brons Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Thyatira: Thyatira is het huidige Akhisar, in het westen van Turkije. Lydia kwam er vandaan. Voetnoot Uitleg: ὁ υἱὸς τοῦ θεοῦ (ho huios tou theou), ‘de Zoon van Elohim’: dit is de enige plaats in dit boek waar Yeshua zo heet. Vergelijk Ps. 2:7 en Joh. 1:49. Zie ook 1:14–15 en de Uitleg bij 1:15 over χαλκολίβανος. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τῆς (‘van de’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 2:7; Joh 1:49 **2:19** **Ik ken je werken, je liefde, je geloof, je dienst en je volharding, en dat je laatste werken meer zijn dan de eerste.** Brontekst: Οἶδά (Oida) = Ik ken | σου (sou) = je | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | πίστιν (pistin) = geloof | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | διακονίαν (diakonian) = dienst | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ὑπομονήν (hypomonen) = volharding | σου (sou) = je | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | σου (sou) = je | τὰ (ta) = de | ἔσχατα (eschata) = laatste | πλείονα (pleiona) = meer | τῶν (ton) = dan de | πρώτων (proton) = eerste Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακονία (diakonia), ‘dienst’: verwant met διάκονος, ‘dienaar’. πίστις (pistis), ‘geloof’: het kan ook ‘trouw’ betekenen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀγάπην καὶ τὴν πίστιν (‘liefde en het geloof’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **2:20** **Maar Ik heb dit tegen je: je laat de vrouw Izebel begaan, die zichzelf een profetes noemt. Zij leert Mijn knechten en misleidt hen om ontucht te plegen en afgodsoffers te eten.** Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἔχω (echo) = Ik heb | κατὰ (kata) = tegen | σοῦ (sou) = je | ὅτι (hoti) = dat | ἀφεῖς (apheis) = je laat begaan | τὴν (ten) = de | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | Ἰεζάβελ (Iezabel) = Izebel | ἡ (he) = die | λέγουσα (legousa) = zegt | ἑαυτὴν (heauten) = zichzelf | προφῆτιν (prophetin) = profetes | καὶ (kai) = en | διδάσκει (didaskei) = leert | καὶ (kai) = en | πλανᾷ (plana) = misleidt | τοὺς (tous) = de | ἐμοὺς (emous) = Mijn | δούλους (doulous) = knechten | πορνεῦσαι (porneusai) = ontucht te plegen | καὶ (kai) = en | φαγεῖν (phagein) = te eten | εἰδωλόθυτα (eidolothyta) = afgodsoffers Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰεζάβελ (Iezabel), ‘Izebel’: de naam van de vrouw van koning Achab (1 Kon. 16:31; 2 Kon. 9:22). Of de vrouw in Thyatira zo heette of met deze naam wordt aangeduid, zegt de tekst niet. ἀφεῖς (apheis), ‘je laat begaan’: hetzelfde werkwoord als ‘verlaten’ in 2:4. Voetnoot : προφῆτις (prophetis), ‘profetes’. De tekst zegt niet op welke manier zij leert. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij γυναῖκα (‘vrouw’) en λέγουσα (‘zegt’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kon 16:31; 2 Kon 9:22 **2:21** **Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren, maar zij wil zich niet bekeren van haar ontucht.** Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔδωκα (edoka) = heb Ik gegeven | αὐτῇ (aute) = haar | χρόνον (chronon) = tijd | ἵνα (hina) = opdat | μετανοήσῃ (metanoese) = zij zich bekeert | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | θέλει (thelei) = wil zij | μετανοῆσαι (metanoesai) = zich te bekeren | ἐκ (ek) = van | τῆς (tes) = de | πορνείας (porneias) = ontucht | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT **2:22** **Zie, Ik werp haar op een bed, en hen die overspel met haar plegen in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van haar werken.** Brontekst: ἰδοὺ (idou) = zie | βάλλω (ballo) = werp Ik | αὐτὴν (auten) = haar | εἰς (eis) = op | κλίνην (klinen) = een bed | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = hen die | μοιχεύοντας (moicheuontas) = overspel plegen | μετ’ (met’) = met | αὐτῆς (autes) = haar | εἰς (eis) = in | θλῖψιν (thlipsin) = verdrukking | μεγάλην (megalen) = grote | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | μετανοήσωσιν (metanoesosin) = zij zich bekeren | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κλίνη (kline), ‘bed’: het kan een ziekbed zijn of een bed in de zin van een plaats van straf; het Grieks zegt alleen ‘bed’. μοιχεύω (moicheuo), ‘overspel plegen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μετανοήσωσιν (‘zij zich bekeren’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **2:23** **Haar kinderen zal Ik doden met de dood. Dan zullen alle gemeenten weten dat Ik het ben die nieren en harten onderzoekt, en Ik zal aan ieder van jullie geven naar jullie werken.** Brontekst: καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | τέκνα (tekna) = kinderen | αὐτῆς (autes) = haar | ἀποκτενῶ (apokteno) = zal Ik doden | ἐν (en) = met | θανάτῳ (thanato) = dood | καὶ (kai) = en | γνώσονται (gnosontai) = zullen weten | πᾶσαι (pasai) = alle | αἱ (hai) = de | ἐκκλησίαι (ekklesiai) = gemeenten | ὅτι (hoti) = dat | ἐγώ (ego) = Ik | εἰμι (eimi) = ben | ὁ (ho) = hij die | ἐραυνῶν (eraunon) = onderzoekt | νεφροὺς (nephrous) = nieren | καὶ (kai) = en | καρδίας (kardias) = harten | καὶ (kai) = en | δώσω (doso) = zal Ik geven | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἑκάστῳ (hekasto) = aan ieder | κατὰ (kata) = naar | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποκτενῶ ἐν θανάτῳ (apokteno en thanato), ‘Ik zal doden met de dood’: een Hebreeuws klinkende uitdrukking voor een dodelijke straf; vergelijk 6:8. νεφροί (nephroi), ‘nieren’, en καρδίαι (kardiai), ‘harten’: het diepste van de mens. Vergelijk Ps. 7:10 en Jer. 17:10, waar Yahweh zegt: ‘Ik doorzoek het hart en toets de nieren’. Zie ook: Ps 7:10; Jer 17:10 **2:24** **Maar tegen jullie, de overigen in Thyatira, zeg Ik: allen die deze leer niet hebben en de diepten van de Satan, zoals zij zeggen, niet gekend hebben, op jullie leg Ik geen andere last.** Brontekst: ὑμῖν (hymin) = aan jullie | δὲ (de) = maar | λέγω (lego) = zeg Ik | τοῖς (tois) = aan de | λοιποῖς (loipois) = overigen | τοῖς (tois) = die | ἐν (en) = in | Θυατείροις (Thyateirois) = Thyatira | ὅσοι (hosoi) = allen die | οὐκ (ouk) = niet | ἔχουσιν (echousin) = hebben | τὴν (ten) = de | διδαχὴν (didachen) = leer | ταύτην (tauten) = deze | οἵτινες (hoitines) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἔγνωσαν (egnosan) = hebben gekend | τὰ (ta) = de | βαθέα (bathea) = diepten | τοῦ (tou) = van de | Σατανᾶ (Satana) = Satan | ὡς (hos) = zoals | λέγουσιν (legousin) = zij zeggen | οὐ (ou) = niet | βάλλω (ballo) = leg Ik | ἐφ’ (eph’) = op | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἄλλο (allo) = andere | βάρος (baros) = last Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Thyatira: Thyatira is het huidige Akhisar, in het westen van Turkije. Lydia kwam er vandaan. Voetnoot Uitleg: βαθέα τοῦ Σατανᾶ (bathea tou Satana), ‘diepten van de Satan’: ‘zoals zij zeggen’ kan betekenen dat zij zelf zo spreken over hun ‘diepe kennis’. De tekst zegt het niet nader. βάρος (baros), ‘last’; vergelijk Hand. 15:28. Zie ook: Hand 15:28 **2:25** **Houd alleen vast wat jullie hebben, totdat Ik kom.** Brontekst: πλὴν (plen) = alleen | ὃ (ho) = wat | ἔχετε (echete) = jullie hebben | κρατήσατε (kratesate) = houd vast | ἄχρι (achri) = tot | οὗ (hou) = dat | ἂν (an) = (ἂν) | ἥξω (hexo) = ik kom Bron: SBLGNT **2:26** **Wie overwint en wie Mijn werken onderhoudt tot het einde, hem zal Ik gezag geven over de volken,** Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = wie | νικῶν (nikon) = overwint | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = wie | τηρῶν (teron) = onderhoudt | ἄχρι (achri) = tot | τέλους (telous) = het einde | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | μου (mou) = Mijn | δώσω (doso) = zal Ik geven | αὐτῷ (auto) = hem | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | ἐπὶ (epi) = over | τῶν (ton) = de | ἐθνῶν (ethnon) = volken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξουσία (exousia), ‘gezag’. ἔθνη (ethne), ‘volken’. τηρέω (tereo) staat hier bij ‘werken’: wij schrijven ‘onderhouden’; bij ‘woord’ en ‘profetie’ schrijven wij ‘bewaren’. **2:27** **en hij zal hen weiden met een ijzeren staf, zoals aardewerk wordt stukgeslagen,** Brontekst: καὶ (kai) = en | ποιμανεῖ (poimanei) = hij zal weiden | αὐτοὺς (autous) = hen | ἐν (en) = met | ῥάβδῳ (rhabdo) = een staf | σιδηρᾷ (sidera) = ijzeren | ὡς (hos) = zoals | τὰ (ta) = de | σκεύη (skeue) = vaten | τὰ (ta) = die | κεραμικὰ (keramika) = aardewerken | συντρίβεται (syntribetai) = wordt stukgeslagen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers verwijst naar Ps. 2:8–9. Het Hebreeuws heeft ‘Je zult hen breken met een ijzeren staf’; de Griekse tekst heeft ποιμανεῖ (poimanei), ‘hij zal weiden’: als een herder met zijn staf leiden. Wij vertalen de Griekse tekst. De tweede helft, ‘zoals aardewerk wordt stukgeslagen’, staat in het Grieks in de tegenwoordige tijd. Zie ook 12:5; 19:15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij συντρίβεται (‘wordt stukgeslagen’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 2:8–9 **2:28** **zoals ook Ik het ontvangen heb van Mijn Vader. En Ik zal hem de morgenster geven.** Brontekst: ὡς (hos) = zoals | κἀγὼ (kago) = ook Ik | εἴληφα (eilepha) = heb ontvangen | παρὰ (para) = van | τοῦ (tou) = de | πατρός (patros) = Vader | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | δώσω (doso) = zal Ik geven | αὐτῷ (auto) = hem | τὸν (ton) = de | ἀστέρα (astera) = ster | τὸν (ton) = de | πρωϊνόν (proinon) = morgen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ ἀστὴρ ὁ πρωϊνός (ho aster ho proinos), ‘de morgenster’: in 22:16 noemt Yeshua Zichzelf ‘de heldere morgenster’. **2:29** **Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”** Brontekst: ὁ (ho) = wie | ἔχων (echon) = heeft | οὖς (ous) = oren | ἀκουσάτω (akousato) = laat horen | τί (ti) = wat | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | λέγει (legei) = zegt | ταῖς (tais) = tegen de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten Bron: SBLGNT ## Openbaring 3 _De brieven aan de gemeenten in Sardes, Filadelfia en Laodicea_ ### Aan de gemeente in Sardes **3:1** **„En schrijf aan de engel van de gemeente in Sardes: Dit zegt Hij die de 7 geesten van Elohim heeft en de 7 sterren. Ik ken je werken: je hebt de naam dat je leeft, maar je bent dood.** Brontekst: Καὶ (Kai) = en | τῷ (to) = aan de | ἀγγέλῳ (angelo) = engel | τῆς (tes) = van de | ἐν (en) = in | Σάρδεσιν (Sardesin) = Sardes | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | γράψον (grapson) = schrijf | Τάδε (Tade) = dit | λέγει (legei) = zegt | ὁ (ho) = Hij die | ἔχων (echon) = heeft | τὰ (ta) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | πνεύματα (pneumata) = geesten | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἀστέρας (asteras) = sterren | Οἶδά (Oida) = Ik ken | σου (sou) = je | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | ὅτι (hoti) = dat | ὄνομα (onoma) = een naam | ἔχεις (echeis) = je hebt | ὅτι (hoti) = dat | ζῇς (zes) = je leeft | καὶ (kai) = en | νεκρὸς (nekros) = dood | εἶ (ei) = je bent Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Sardes (ligging ongeveer): Sardes was de oude hoofdstad van Lydië, in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Sart. Het was een van de zeven gemeenten in Asia. Voetnoot Uitleg: De aanhef: zie de Uitleg bij 2:1. ‘De 7 geesten van Elohim’: zie 1:4 en 4:5. ὄνομα ἔχεις ὅτι ζῇς (onoma echeis hoti zes), ‘je hebt de naam dat je leeft’: je staat bekend als levend. **3:2** **Wees waakzaam en versterk wat overgebleven is en op het punt stond te sterven. Want Ik heb je werken niet volledig gevonden voor Mijn Elohim.** Brontekst: γίνου (ginou) = wees | γρηγορῶν (gregoron) = waakzaam | καὶ (kai) = en | στήρισον (sterison) = versterk | τὰ (ta) = wat | λοιπὰ (loipa) = overgebleven is | ἃ (ha) = dat | ἔμελλον (emellon) = op het punt stond | ἀποθανεῖν (apothanein) = te sterven | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | εὕρηκά (heureka) = heb Ik gevonden | σου (sou) = je | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | πεπληρωμένα (pepleromena) = volledig | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | μου (mou) = Mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γρηγορέω (gregoreo), ‘waakzaam zijn’: letterlijk ‘wakker zijn’, zoals in Matt. 24:42. πεπληρωμένα (pepleromena), ‘volledig’: van πληρόω (plerόo), ‘vol maken, vervullen’. ‘Mijn Elohim’: Yeshua spreekt over Elohim als Zijn Elohim, zoals in 3:12 en in Joh. 20:17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἔμελλον ἀποθανεῖν (‘op het punt stond te sterven’) en τὰ (‘de’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 24:42; Joh 20:17 **3:3** **Bedenk dus hoe je het ontvangen en gehoord hebt. Bewaar het en bekeer je. Als je niet waakzaam bent, zal Ik komen als een dief, en je zult beslist niet weten op welk uur Ik over je kom.** Brontekst: μνημόνευε (mnemoneue) = bedenk | οὖν (oun) = dus | πῶς (pos) = hoe | εἴληφας (eilephas) = je hebt ontvangen | καὶ (kai) = en | ἤκουσας (ekousas) = gehoord | καὶ (kai) = en | τήρει (terei) = bewaar het | καὶ (kai) = en | μετανόησον (metanoeson) = bekeer je | ἐὰν (ean) = als | οὖν (oun) = dus | μὴ (me) = niet | γρηγορήσῃς (gregoreses) = je waakzaam bent | ἥξω (hexo) = zal Ik komen | ὡς (hos) = als | κλέπτης (kleptes) = een dief | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | γνῷς (gnos) = je zult weten | ποίαν (poian) = welk | ὥραν (horan) = uur | ἥξω (hexo) = zal Ik komen | ἐπὶ (epi) = over | σέ (se) = je Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τηρέω (tereo), ‘bewaren’. ‘Als een dief’ komen: zie Matt. 24:42–44; Luc. 12:39–40; 1 Tes. 5:2. ἥξω (hexo), ‘Ik zal komen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἥξω (‘zal Ik komen’) en γνῷς (‘je zult weten’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 24:42–44; Luc 12:39–40 **3:4** **Toch heb je enkele namen in Sardes die hun kleren niet bezoedeld hebben. Zij zullen met Mij wandelen in wit, want zij zijn het waard.** Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἔχεις (echeis) = je hebt | ὀλίγα (oliga) = enkele | ὀνόματα (onomata) = namen | ἐν (en) = in | Σάρδεσιν (Sardesin) = Sardes | ἃ (ha) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἐμόλυναν (emolynan) = hebben bezoedeld | τὰ (ta) = de | ἱμάτια (himatia) = kleren | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | περιπατήσουσιν (peripatesousin) = zullen wandelen | μετ’ (met’) = met | ἐμοῦ (emou) = Mij | ἐν (en) = in | λευκοῖς (leukois) = wit | ὅτι (hoti) = want | ἄξιοί (axioi) = waard | εἰσιν (eisin) = zij zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Sardes (ligging ongeveer): Sardes was de oude hoofdstad van Lydië, in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Sart. Het was een van de zeven gemeenten in Asia. Voetnoot Uitleg: ὀνόματα (onomata), ‘namen’: hier mensen, zoals in Hand. 1:15. ‘In wit wandelen’: zie ook 3:5, 3:18; 7:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἔχεις ὀλίγα (‘je hebt enkele’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hand 1:15 **3:5** **Wie overwint, zal zo in witte kleren gekleed worden. Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek van het leven, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.** Brontekst: ὁ (ho) = wie | νικῶν (nikon) = overwint | οὕτως (houtos) = zo | περιβαλεῖται (peribaleitai) = zal gekleed worden | ἐν (en) = in | ἱματίοις (himatiois) = kleren | λευκοῖς (leukois) = witte | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | ἐξαλείψω (exaleipso) = zal Ik uitwissen | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = het | βίβλου (biblou) = boek | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | καὶ (kai) = en | ὁμολογήσω (homologeso) = zal Ik belijden | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | πατρός (patros) = Vader | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | ἐνώπιον (enopion) = voor | τῶν (ton) = de | ἀγγέλων (angelon) = engelen | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βίβλος τῆς ζωῆς (biblos tes zoes), ‘boek van het leven’: vergelijk Exod. 32:32–33 en Ps. 69:29 (in de Nederlandse telling 69:28). Zie ook 13:8; 17:8; 20:12, 20:15; 21:27. ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’, zoals in Matt. 10:32 en Luc. 12:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὕτως (‘zo’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 32:32–33; Ps 69:29; Mat 10:32; Luc 12:8 **3:6** **Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”** Brontekst: ὁ (ho) = wie | ἔχων (echon) = heeft | οὖς (ous) = oren | ἀκουσάτω (akousato) = laat horen | τί (ti) = wat | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | λέγει (legei) = zegt | ταῖς (tais) = tegen de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten Bron: SBLGNT ### Aan de gemeente in Filadelfia **3:7** **„En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Ware, Hij die de sleutel van David heeft, Hij die opent en niemand zal sluiten, en sluit en niemand opent.** Brontekst: Καὶ (Kai) = en | τῷ (to) = aan de | ἀγγέλῳ (angelo) = engel | τῆς (tes) = van de | ἐν (en) = in | Φιλαδελφείᾳ (Philadelpheia) = Filadelfia | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | γράψον (grapson) = schrijf | Τάδε (Tade) = dit | λέγει (legei) = zegt | ὁ (ho) = de | ἅγιος (hagios) = Heilige | ὁ (ho) = de | ἀληθινός (alethinos) = Ware | ὁ (ho) = Hij die | ἔχων (echon) = heeft | τὴν (ten) = de | κλεῖν (klein) = sleutel | Δαυίδ (Dauid) = van David | ὁ (ho) = Hij die | ἀνοίγων (anoigon) = opent | καὶ (kai) = en | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | κλείσει (kleisei) = zal sluiten | καὶ (kai) = en | κλείων (kleion) = sluit | καὶ (kai) = en | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἀνοίγει (anoigei) = opent Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Filadelfia (nu Alaşehir): Filadelfia lag in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Alaşehir. Het was een van de zeven gemeenten in Asia. Het is niet de stad Filadelfia in Amerika, en ook niet Rabba (Filadelfia) in Jordanië. Voetnoot Uitleg: ὁ ἅγιος ὁ ἀληθινός (ho hagios ho alethinos), ‘de Heilige, de Ware’: titels van Yeshua in deze brief; in 6:10 staan dezelfde woorden bij de aanspreking van de Heerser. ‘De sleutel van David’: vergelijk Jes. 22:22, ‘Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen. Als hij opent, sluit niemand. Als hij sluit, opent niemand’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij Δαυίδ (‘van David’), καὶ κλείων (‘en sluit’) en ἀνοίγει (‘opent’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 22:22 **3:8** **Ik ken je werken (zie, Ik heb voor je een geopende deur gegeven, die niemand kan sluiten): dat je weinig kracht hebt en toch Mijn woord bewaard en Mijn naam niet verloochend hebt.** Brontekst: Οἶδά (Oida) = Ik ken | σου (sou) = je | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | ἰδοὺ (idou) = zie | δέδωκα (dedoka) = heb Ik gegeven | ἐνώπιόν (enopion) = voor | σου (sou) = je | θύραν (thyran) = een deur | ἠνεῳγμένην (eneogmenen) = geopende | ἣν (hen) = die | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | δύναται (dynatai) = kan | κλεῖσαι (kleisai) = sluiten | αὐτήν (auten) = haar | ὅτι (hoti) = dat | μικρὰν (mikran) = weinig | ἔχεις (echeis) = je hebt | δύναμιν (dynamin) = kracht | καὶ (kai) = en | ἐτήρησάς (eteresas) = je hebt bewaard | μου (mou) = Mijn | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἠρνήσω (erneso) = je hebt verloochend | τὸ (to) = de | ὄνομά (onoma) = naam | μου (mou) = Mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θύρα ἠνεῳγμένη (thyra aneogmene), ‘een geopende deur’: de tekst zegt niet waartoe de deur toegang geeft. δύναμις (dynamis), ‘kracht’. **3:9** **Zie, Ik geef uit de synagoge van de Satan hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen. Zie, Ik zal maken dat zij komen en zich neerbuigen voor je voeten, en dat zij erkennen dat Ik jou heb liefgehad.** Brontekst: ἰδοὺ (idou) = zie | διδῶ (dido) = geef Ik | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | συναγωγῆς (synagoges) = synagoge | τοῦ (tou) = van de | Σατανᾶ (Satana) = Satan | τῶν (ton) = hen die | λεγόντων (legonton) = zeggen | ἑαυτοὺς (heautous) = zichzelf | Ἰουδαίους (Ioudaious) = Joden | εἶναι (einai) = te zijn | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | εἰσὶν (eisin) = zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | ψεύδονται (pseudontai) = zij liegen | ἰδοὺ (idou) = zie | ποιήσω (poieso) = zal Ik maken | αὐτοὺς (autous) = hen | ἵνα (hina) = dat | ἥξουσιν (hexousin) = zij zullen komen | καὶ (kai) = en | προσκυνήσουσιν (proskynesousin) = zich zullen neerbuigen | ἐνώπιον (enopion) = voor | τῶν (ton) = de | ποδῶν (podon) = voeten | σου (sou) = je | καὶ (kai) = en | γνῶσιν (gnosin) = zij zullen erkennen | ὅτι (hoti) = dat | ἐγὼ (ego) = Ik | ἠγάπησά (egapesa) = heb liefgehad | σε (se) = jou Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie de Uitleg bij 2:9 over ‘die zeggen dat zij Joden zijn’. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’; vergelijk Jes. 45:14; 49:23; 60:14, waar volken zich buigen voor Israël. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij διδῶ (‘geef Ik’), ἥξουσιν καὶ προσκυνήσουσιν (‘zij zullen komen en zich zullen neerbuigen’) en ἐγὼ (‘Ik’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 45:14; Jes 49:23; Jes 60:14 **3:10** **Omdat je het woord van Mijn volharding bewaard hebt, zal ook Ik jou bewaren uit het uur van de beproeving dat over heel de bewoonde wereld gaat komen, om hen die op de aarde wonen op de proef te stellen.** Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | ἐτήρησας (eteresas) = je hebt bewaard | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τῆς (tes) = van de | ὑπομονῆς (hypomones) = volharding | μου (mou) = Mijn | κἀγώ (kago) = ook Ik | σε (se) = jou | τηρήσω (tereso) = zal bewaren | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = het | ὥρας (horas) = uur | τοῦ (tou) = van de | πειρασμοῦ (peirasmou) = beproeving | τῆς (tes) = die | μελλούσης (mellouses) = gaat | ἔρχεσθαι (erchesthai) = komen | ἐπὶ (epi) = over | τῆς (tes) = de | οἰκουμένης (oikoumenes) = bewoonde wereld | ὅλης (holes) = hele | πειράσαι (peirasai) = om op de proef te stellen | τοὺς (tous) = hen | κατοικοῦντας (katoikountas) = die wonen | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λόγον τῆς ὑπομονῆς μου (logon tes hypomones mou), ‘het woord van Mijn volharding’: het woord over Mijn volharding of het woord dat volharding vraagt; het Grieks laat beide toe. ἐκ (ek), ‘uit’: wij vertalen letterlijk. πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: ook ‘verzoeking’, zoals in Jak. 1:2. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’. ‘Zij die op de aarde wonen’ is in dit boek een vaste uitdrukking (ook 6:10; 8:13; 11:10; 13:8, 13:12, 13:14). Zie ook: Jak 1:2 **3:11** **Ik kom spoedig. Houd vast wat je hebt, zodat niemand je kroon neemt.** Brontekst: ἔρχομαι (erchomai) = kom Ik | ταχύ (tachy) = spoedig | κράτει (kratei) = houd vast | ὃ (ho) = wat | ἔχεις (echeis) = je hebt | ἵνα (hina) = opdat | μηδεὶς (medeis) = niemand | λάβῃ (labe) = neemt | τὸν (ton) = de | στέφανόν (stephanon) = kroon | σου (sou) = je Bron: SBLGNT **3:12** **Wie overwint, hem zal Ik maken tot een pilaar in het heiligdom van Mijn Elohim, en hij zal er beslist niet meer uit gaan. Ik zal op hem de naam van Mijn Elohim schrijven en de naam van de stad van Mijn Elohim, het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt van Mijn Elohim, en Mijn nieuwe naam.** Brontekst: ὁ (ho) = wie | νικῶν (nikon) = overwint | ποιήσω (poieso) = zal Ik maken | αὐτὸν (auton) = hem | στῦλον (stylon) = tot een pilaar | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | ναῷ (nao) = heiligdom | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | ἔξω (exo) = buiten | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | ἐξέλθῃ (exelthe) = zal hij uitgaan | ἔτι (eti) = meer | καὶ (kai) = en | γράψω (grapso) = zal Ik schrijven | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτὸν (auton) = hem | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | τῆς (tes) = van de | πόλεως (poleos) = stad | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μου (mou) = Mijn | τῆς (tes) = het | καινῆς (kaines) = nieuwe | Ἰερουσαλήμ (Ierousalem) = Jeruzalem | ἡ (he) = die | καταβαίνουσα (katabainousa) = neerdaalt | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ὄνομά (onoma) = naam | μου (mou) = Mijn | τὸ (to) = de | καινόν (kainon) = nieuwe Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: ναός (naos), ‘heiligdom’. στῦλος (stylos), ‘pilaar’. ‘Het nieuwe Jeruzalem’: zie 21:2. De naam van Elohim, van de stad en Yeshua’s nieuwe naam worden op de overwinnaar geschreven; vergelijk 14:1 en 22:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καταβαίνουσα (‘neerdaalt’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **3:13** **Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”** Brontekst: ὁ (ho) = wie | ἔχων (echon) = heeft | οὖς (ous) = oren | ἀκουσάτω (akousato) = laat horen | τί (ti) = wat | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | λέγει (legei) = zegt | ταῖς (tais) = tegen de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten Bron: SBLGNT ### Aan de gemeente in Laodicea **3:14** **„En schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen, de trouwe en ware getuige, het begin van de schepping van Elohim.** Brontekst: Καὶ (Kai) = en | τῷ (to) = aan de | ἀγγέλῳ (angelo) = engel | τῆς (tes) = van de | ἐν (en) = in | Λαοδικείᾳ (Laodikeia) = Laodicea | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | γράψον (grapson) = schrijf | Τάδε (Tade) = dit | λέγει (legei) = zegt | ὁ (ho) = de | Ἀμήν (Amen) = Amen | ὁ (ho) = de | μάρτυς (martys) = getuige | ὁ (ho) = de | πιστὸς (pistos) = trouwe | καὶ (kai) = en | ἀληθινός (alethinos) = ware | ἡ (he) = het | ἀρχὴ (arche) = begin | τῆς (tes) = van de | κτίσεως (ktiseos) = schepping | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Laodicea (ligging ongeveer): Laodicea lag in de vallei van de Lycus in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Denizli. Het was een rijke handelsstad. De ligging is bij benadering. Voetnoot Uitleg: ὁ Ἀμήν (ho Amen): Hebreeuws אָמֵן, ‘waarlijk, betrouwbaar’. Vergelijk Jes. 65:16, ‘de Elohim van de waarheid’ (Hebreeuws Elohim van de Amen). μάρτυς (martys), ‘getuige’. ἀρχή (arche), ‘begin’: het kan ook ‘oorsprong’ of ‘heerser’ betekenen; wij houden ‘begin’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καὶ (‘en’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 65:16 **3:15** **Ik ken je werken: je bent niet koud en niet heet. Was je maar koud of heet!** Brontekst: Οἶδά (Oida) = Ik ken | σου (sou) = je | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | ὅτι (hoti) = dat | οὔτε (oute) = noch | ψυχρὸς (psychros) = koud | εἶ (ei) = je bent | οὔτε (oute) = noch | ζεστός (zestos) = heet | ὄφελον (ophelon) = was maar | ψυχρὸς (psychros) = koud | ἦς (es) = je was | ἢ (e) = of | ζεστός (zestos) = heet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὄφελον (ophelon), ‘was je maar’: een wens. Het Grieks geeft niet aan waarvoor ‘koud’ en ‘heet’ staan. **3:16** **Zo, omdat je lauw bent en niet heet en niet koud, sta Ik op het punt je uit Mijn mond uit te spuwen.** Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | ὅτι (hoti) = omdat | χλιαρὸς (chliaros) = lauw | εἶ (ei) = je bent | καὶ (kai) = en | οὔτε (oute) = noch | ζεστὸς (zestos) = heet | οὔτε (oute) = noch | ψυχρός (psychros) = koud | μέλλω (mello) = sta Ik op het punt | σε (se) = je | ἐμέσαι (emesai) = uit te spuwen | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | στόματός (stomatos) = mond | μου (mou) = Mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χλιαρός (chliaros), ‘lauw’. ἐμέσαι (emesai), ‘uitspuwen’: letterlijk ‘braken’. μέλλω (mello), ‘Ik sta op het punt’: Yeshua heeft het nog niet gedaan. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὔτε (‘noch’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **3:17** **Want je zegt: ‘Ik ben rijk, ik ben rijk geworden en ik heb niets nodig’, en je weet niet dat jij de ellendige bent, de erbarmelijke, de arme, de blinde en de naakte.** Brontekst: ὅτι (hoti) = want | λέγεις (legeis) = je zegt | ὅτι (hoti) = dat | Πλούσιός (Plousios) = rijk | εἰμι (eimi) = ben ik | καὶ (kai) = en | πεπλούτηκα (peplouteka) = ben rijk geworden | καὶ (kai) = en | οὐδὲν (ouden) = niets | χρείαν (chreian) = nodig | ἔχω (echo) = heb ik | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | οἶδας (oidas) = je weet | ὅτι (hoti) = dat | σὺ (sy) = jij | εἶ (ei) = bent | ὁ (ho) = de | ταλαίπωρος (talaiporos) = ellendige | καὶ (kai) = en | ἐλεεινὸς (eleeinos) = erbarmelijke | καὶ (kai) = en | πτωχὸς (ptochos) = arme | καὶ (kai) = en | τυφλὸς (typhlos) = blinde | καὶ (kai) = en | γυμνός (gymnos) = naakte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ταλαίπωρος (talaiporos), ‘ellendig’, ἐλεεινός (eleeinos), ‘erbarmelijk’: de twee woorden staan samen met ‘arm, blind en naakt’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ὅτι (‘dat’), οὐδὲν (‘niets’) en καὶ (‘en’). Wij volgen de SBLGNT. **3:18** **Ik raad je aan van Mij goud te kopen dat in het vuur gelouterd is, zodat je rijk wordt. Koop ook witte kleren om je mee te kleden, zodat de schande van je naaktheid niet zichtbaar wordt, en oogzalf om je ogen mee te zalven, zodat je ziet.** Brontekst: συμβουλεύω (symbouleuo) = raad Ik aan | σοι (soi) = je | ἀγοράσαι (agorasai) = te kopen | παρ’ (par’) = van | ἐμοῦ (emou) = Mij | χρυσίον (chrysion) = goud | πεπυρωμένον (pepyromenon) = gelouterd | ἐκ (ek) = in | πυρὸς (pyros) = vuur | ἵνα (hina) = opdat | πλουτήσῃς (plouteses) = je rijk wordt | καὶ (kai) = en | ἱμάτια (himatia) = kleren | λευκὰ (leuka) = witte | ἵνα (hina) = opdat | περιβάλῃ (peribale) = je je kleedt | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | φανερωθῇ (phanerothe) = zichtbaar wordt | ἡ (he) = de | αἰσχύνη (aischyne) = schande | τῆς (tes) = van de | γυμνότητός (gymnotetos) = naaktheid | σου (sou) = je | καὶ (kai) = en | κολλούριον (kollourion) = oogzalf | ἐγχρῖσαι (enchrisai) = om te zalven | τοὺς (tous) = de | ὀφθαλμούς (ophthalmous) = ogen | σου (sou) = je | ἵνα (hina) = opdat | βλέπῃς (blepes) = je ziet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κολλούριον (kollourion), ‘oogzalf’. ἱμάτια λευκά (himatia leuka), ‘witte kleren’: vergelijk 3:4–5. Goud, kleren en zalf zijn tegenbeelden van rijkdom, naaktheid en blindheid in vers 17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij παρ’ ἐμοῦ χρυσίον (‘van Mij goud’) en ἐγχρῖσαι (‘om te zalven’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 3:17 **3:19** **Allen die Ik liefheb, wijs Ik terecht en voed Ik op. Wees dus ijverig en bekeer je.** Brontekst: ἐγὼ (ego) = Ik | ὅσους (hosous) = allen die | ἐὰν (ean) = (ἐάν) | φιλῶ (philo) = liefheb | ἐλέγχω (elencho) = wijs Ik terecht | καὶ (kai) = en | παιδεύω (paideuo) = voed Ik op | ζήλευε (zeleue) = wees ijverig | οὖν (oun) = dus | καὶ (kai) = en | μετανόησον (metanoeson) = bekeer je Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλέω (phileo), ‘liefhebben’, zoals in Joh. 21:15–17 (daar ook ἀγαπάω, ‘liefhebben’). ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’, παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden’. Vergelijk Spr. 3:12 (‘Yahweh wijst terecht wie Hij liefheeft’) en Hebr. 12:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ζήλευε (‘wees ijverig’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Spr 3:12; Joh 21:15–17; Heb 12:6 **3:20** **Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, dan zal Ik bij hem binnengaan en met hem eten, en hij met Mij.** Brontekst: ἰδοὺ (idou) = zie | ἕστηκα (hesteka) = sta Ik | ἐπὶ (epi) = aan | τὴν (ten) = de | θύραν (thyran) = deur | καὶ (kai) = en | κρούω (krouo) = klop Ik | ἐάν (ean) = als | τις (tis) = iemand | ἀκούσῃ (akouse) = hoort | τῆς (tes) = de | φωνῆς (phones) = stem | μου (mou) = Mijn | καὶ (kai) = en | ἀνοίξῃ (anoixe) = opent | τὴν (ten) = de | θύραν (thyran) = deur | καὶ (kai) = en | εἰσελεύσομαι (eiseleusomai) = zal Ik binnengaan | πρὸς (pros) = naar | αὐτὸν (auton) = hem | καὶ (kai) = en | δειπνήσω (deipneso) = zal Ik eten | μετ’ (met’) = met | αὐτοῦ (autou) = hem | καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = hij | μετ’ (met’) = met | ἐμοῦ (emou) = Mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δειπνέω (deipneo), ‘eten’: de avondmaaltijd gebruiken. Vergelijk Hoogl. 5:2, ‘Een stem! Mijn geliefde klopt’. Zie ook Luc. 12:36. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καὶ (‘en’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hoogl 5:2; Luc 12:36 **3:21** **Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb en met Mijn Vader ben gaan zitten op Zijn troon.** Brontekst: ὁ (ho) = wie | νικῶν (nikon) = overwint | δώσω (doso) = zal Ik geven | αὐτῷ (auto) = hem | καθίσαι (kathisai) = te zitten | μετ’ (met’) = met | ἐμοῦ (emou) = Mij | ἐν (en) = op | τῷ (to) = de | θρόνῳ (throno) = troon | μου (mou) = Mijn | ὡς (hos) = zoals | κἀγὼ (kago) = ook Ik | ἐνίκησα (enikesa) = overwon | καὶ (kai) = en | ἐκάθισα (ekathisa) = ging zitten | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = de | πατρός (patros) = Vader | μου (mou) = Mijn | ἐν (en) = op | τῷ (to) = de | θρόνῳ (throno) = troon | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie ook 2:26–27. ‘Mijn Vader’ (3:5, 3:21): Yeshua over Elohim. Er staan twee tronen: ‘Mijn troon’ (van Yeshua) en ‘Zijn troon’ (van de Vader). Zie ook 5:6; 22:1. **3:22** **Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”** Brontekst: ὁ (ho) = wie | ἔχων (echon) = heeft | οὖς (ous) = oren | ἀκουσάτω (akousato) = laat horen | τί (ti) = wat | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | λέγει (legei) = zegt | ταῖς (tais) = tegen de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten Bron: SBLGNT ## Openbaring 4 _De geopende deur, de troon in de hemel, de 24 ouderen en de vier levende wezens_ ### De geopende deur in de hemel **4:1** Hierna zag ik, en zie, er was een geopende deur in de hemel. De eerste stem die ik gehoord had, als van een bazuin, sprak met mij en zei: **„Kom hierheen omhoog, en Ik zal je tonen wat hierna moet gebeuren.”** Brontekst: Μετὰ (Meta) = na | ταῦτα (tauta) = dit | εἶδον (eidon) = zag ik | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | θύρα (thyra) = een deur | ἠνεῳγμένη (eneogmene) = geopende | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | φωνὴ (phone) = stem | ἡ (he) = de | πρώτη (prote) = eerste | ἣν (hen) = die | ἤκουσα (ekousa) = ik hoorde | ὡς (hos) = als van | σάλπιγγος (salpingos) = een bazuin | λαλούσης (lalouses) = die sprak | μετ’ (met’) = met | ἐμοῦ (emou) = mij | λέγων (legon) = zeggend | Ἀνάβα (Anaba) = kom omhoog | ὧδε (hode) = hierheen | καὶ (kai) = en | δείξω (deixo) = zal Ik tonen | σοι (soi) = je | ἃ (ha) = wat | δεῖ (dei) = moet | γενέσθαι (genesthai) = gebeuren | μετὰ (meta) = na | ταῦτα (tauta) = dit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μετὰ ταῦτα (meta tauta), ‘hierna’: zoals in 1:19. De ‘eerste stem’ is de stem uit 1:10–11 die ‘als van een bazuin’ sprak; daar sprak Yeshua. Daarom staat ‘Kom hierheen omhoog …’ rood. Het Grieks heeft ‘zeggend’ in de mannelijke vorm bij het vrouwelijke ‘stem’; wij vertalen naar de zin. ‘Ik zal je tonen wat hierna moet gebeuren’ herhaalt 1:19. Voetnoot : Een geopende deur in de hemel: zie ook 3:8, waar Yeshua een geopende deur geeft. ### De troon en Hij die erop zit **4:2** Meteen kwam ik in de Geest, en zie, er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand. Brontekst: εὐθέως (eutheos) = meteen | ἐγενόμην (egenomen) = kwam ik | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | θρόνος (thronos) = een troon | ἔκειτο (ekeito) = stond | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὸν (ton) = de | θρόνον (thronon) = troon | καθήμενος (kathemenos) = zat Iemand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν πνεύματι (en pneumati), ‘in de Geest’: zie de Uitleg bij 1:10. De tekst noemt Hem die op de troon zit niet bij naam; de lofzangen in 4:8–11 richten zich tot Yahweh Elohim. Wij schrijven ‘Iemand’ met hoofdletter. Zie ook Jes. 6:1; Ez. 1:26. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij εὐθέως (‘meteen’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 6:1 **4:3** En Hij die zat, was in aanblik gelijk aan de steen jaspis en aan sardius. Rondom de troon was een regenboog, in aanblik gelijk aan smaragd. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = Hij die | καθήμενος (kathemenos) = zat | ὅμοιος (homoios) = gelijk | ὁράσει (horasei) = in aanblik | λίθῳ (litho) = aan een steen | ἰάσπιδι (iaspidi) = jaspis | καὶ (kai) = en | σαρδίῳ (sardio) = sardius | καὶ (kai) = en | ἶρις (iris) = een regenboog | κυκλόθεν (kyklothen) = rondom | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | ὅμοιος (homoios) = gelijk | ὁράσει (horasei) = in aanblik | σμαραγδίνῳ (smaragdino) = aan smaragd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἴασπις (iaspis), ‘jaspis’, en σάρδιον (sardion), ‘sardius’ zijn edelstenen; de tekst zegt niet wat hun kleur voorstelt. ἶρις (iris), ‘regenboog’: een boog rondom de troon; vergelijk Ez. 1:28. Het Grieks heeft hier een mannelijke vorm bij het vrouwelijke ‘regenboog’; wij vertalen naar de zin. σμαράγδινος (smaragdinos), ‘van smaragd’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij καὶ ὁ καθήμενος (‘en Hij die zat’) en ὅμοιος ὁράσει σμαραγδίνῳ (‘gelijk in aanblik aan smaragd’). Wij volgen de SBLGNT. **4:4** Rondom de troon waren 24 tronen, en op de tronen zag ik 24 ouderen zitten, gekleed in witte kleren, en op hun hoofden hadden zij gouden kronen. Brontekst: καὶ (kai) = en | κυκλόθεν (kyklothen) = rondom | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | θρόνοι (thronoi) = tronen | εἴκοσι (eikosi) = twintig | τέσσαρες (tessares) = vier | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τοὺς (tous) = de | θρόνους (thronous) = tronen | εἴκοσι (eikosi) = twintig | τέσσαρας (tessaras) = vier | πρεσβυτέρους (presbyterous) = ouderen | καθημένους (kathemenous) = zittend | περιβεβλημένους (peribeblemenous) = gekleed | ἐν (en) = in | ἱματίοις (himatiois) = kleren | λευκοῖς (leukois) = witte | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὰς (tas) = de | κεφαλὰς (kephalas) = hoofden | αὐτῶν (auton) = hun | στεφάνους (stephanous) = kronen | χρυσοῦς (chrysous) = gouden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘ouderen’: het Grieks woord voor ouderen of leiders van het volk (in Hand. 15:2 ‘ouderlingen’, in dit boek ‘ouderen’). De tekst zegt niet wie de 24 ouderen zijn. Het getal 24 schrijven wij met cijfers, zoals alle getallen vanaf 13. Zie ook 4:10; 5:8; 11:16; 19:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij θρόνοι (‘tronen’), θρόνους (‘tronen’) en ἐν (‘in’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hand 15:2 **4:5** Uit de troon komen bliksemflitsen, stemmen en donderslagen. Voor de troon branden 7 vuurfakkels, die de 7 geesten van Elohim zijn. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | ἐκπορεύονται (ekporeuontai) = komen | ἀστραπαὶ (astrapai) = bliksemflitsen | καὶ (kai) = en | φωναὶ (phonai) = stemmen | καὶ (kai) = en | βρονταί (brontai) = donderslagen | καὶ (kai) = en | ἑπτὰ (hepta) = 7 | λαμπάδες (lampades) = vuurfakkels | πυρὸς (pyros) = van vuur | καιόμεναι (kaiomenai) = brandend | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | ἅ (ha) = die | εἰσιν (eisin) = zijn | τὰ (ta) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | πνεύματα (pneumata) = geesten | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Bliksemflitsen, stemmen en donderslagen: vergelijk Exod. 19:16 (donderslagen en bliksems bij Sinaï) en zie ook 8:5; 11:19; 16:18. λαμπάδες (lampades), ‘vuurfakkels’. ‘De 7 geesten van Elohim’: zie de Uitleg bij 1:4 en 3:1; vergelijk de 7 lampen van Zach. 4:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἅ (‘die’) en τὰ (‘de’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 19:16; Zach 4:2 ### De vier levende wezens **4:6** Voor de troon was als het ware een zee van glas, gelijk aan kristal. In het midden van de troon en rondom de troon waren vier levende wezens, vol ogen aan de voorkant en aan de achterkant. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | ὡς (hos) = als | θάλασσα (thalassa) = een zee | ὑαλίνη (hyaline) = van glas | ὁμοία (homoia) = gelijk aan | κρυστάλλῳ (krystallo) = kristal | Καὶ (Kai) = en | ἐν (en) = in | μέσῳ (meso) = het midden | τοῦ (tou) = van de | θρόνου (thronou) = troon | καὶ (kai) = en | κύκλῳ (kyklo) = rondom | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | τέσσαρα (tessara) = vier | ζῷα (zoa) = levende wezens | γέμοντα (gemonta) = vol | ὀφθαλμῶν (ophthalmon) = ogen | ἔμπροσθεν (emprosthen) = aan de voorkant | καὶ (kai) = en | ὄπισθεν (opisthen) = aan de achterkant Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θάλασσα ὑαλίνη (thalassa hyaline), ‘zee van glas’: vergelijk Exod. 24:10, ‘onder Zijn voeten was iets als een plaveisel van saffier’, en Ez. 1:22. Zie ook 15:2. ζῷον (zoon), ‘levend wezen’, zoals in Ez. 1:5 en 10:15 in ons bestand. ἐν μέσῳ τοῦ θρόνου καὶ κύκλῳ τοῦ θρόνου (en mesoi tou thronou kai kyklo tou thronou): ‘in het midden van de troon en rondom de troon’; het Grieks zegt niet precies waar de wezens staan. Zie ook 5:6. Zie ook: Ex 24:10 **4:7** Het eerste levende wezen was gelijk aan een leeuw en het tweede levende wezen gelijk aan een stier. Het derde levende wezen had een gezicht als van een mens, en het vierde levende wezen was gelijk aan een vliegende arend. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | ζῷον (zoon) = levend wezen | τὸ (to) = het | πρῶτον (proton) = eerste | ὅμοιον (homoion) = gelijk | λέοντι (leonti) = aan een leeuw | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | δεύτερον (deuteron) = tweede | ζῷον (zoon) = levend wezen | ὅμοιον (homoion) = gelijk | μόσχῳ (moscho) = aan een stier | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde | ζῷον (zoon) = levend wezen | ἔχων (echon) = had | τὸ (to) = het | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | ὡς (hos) = als | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τέταρτον (tetarton) = vierde | ζῷον (zoon) = levend wezen | ὅμοιον (homoion) = gelijk | ἀετῷ (aeto) = aan een arend | πετομένῳ (petomeno) = vliegende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μόσχος (moschos), ‘stier’: letterlijk ‘kalf’, een jong rund; wij schrijven ‘stier’, zoals in ons Ez. 1:10. Vergelijk de vier gezichten in Ez. 1:10 (mens, leeuw, stier, arend) en Ez. 10:14. Het Grieks heeft een mannelijke vorm (‘had’) bij het onzijdige ‘levend wezen’; wij vertalen naar de zin. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἔχων (‘had’) en τὸ πρόσωπον ὡς (‘het gezicht als’). Wij volgen de SBLGNT. ### Heilig, heilig, heilig **4:8** De vier levende wezens hebben elk zes vleugels en zijn rondom en van binnen vol ogen. Zij hebben geen rust, dag en nacht, terwijl zij zeggen: „Heilig, heilig, heilig is Yahweh Elohim, de Almachtige, Hij die was en die is en die komt.” Brontekst: καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | τέσσαρα (tessara) = vier | ζῷα (zoa) = levende wezens | ἓν (hen) = elk | καθ’ (kath’) = een voor | ἓν (hen) = een | αὐτῶν (auton) = van hen | ἔχων (echon) = hebbend | ἀνὰ (ana) = elk | πτέρυγας (pterygas) = vleugels | ἕξ (hex) = zes | κυκλόθεν (kyklothen) = rondom | καὶ (kai) = en | ἔσωθεν (esothen) = van binnen | γέμουσιν (gemousin) = zijn vol | ὀφθαλμῶν (ophthalmon) = ogen | καὶ (kai) = en | ἀνάπαυσιν (anapausin) = rust | οὐκ (ouk) = niet | ἔχουσιν (echousin) = hebben zij | ἡμέρας (hemeras) = dag | καὶ (kai) = en | νυκτὸς (nyktos) = nacht | λέγοντες (legontes) = zeggend | Ἅγιος (Hagios) = heilig | ἅγιος (hagios) = heilig | ἅγιος (hagios) = heilig | κύριος (kyrios) = Yahweh | ὁ (ho) = (de) | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = de | παντοκράτωρ (pantokrator) = Almachtige | ὁ (ho) = die | ἦν (en) = was | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | ὢν (on) = is | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | ἐρχόμενος (erchomenos) = komt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Jes. 6:2–3: serafs met zes vleugels roepen ‘Heilig, heilig, heilig is Yahweh van de legermachten’. Het getal ‘zes’ schrijven wij in letters; alleen symboolgetallen en getallen vanaf 13 staan in cijfers. Vergelijk ook Ez. 1:18 (ogen). Voetnoot : κύριος ὁ θεὸς ὁ παντοκράτωρ (kyrios ho theos ho pantokrator), ‘Yahweh Elohim, de Almachtige’: zie de Uitleg bij 1:8. De drieslag ὁ ἦν καὶ ὁ ὢν καὶ ὁ ἐρχόμενος (ho en kai ho on kai ho erchomenos), ‘Hij die was en die is en die komt’, heeft hier een andere volgorde dan in 1:4 en 1:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij καθ’ ἓν (‘een voor een’), αὐτῶν (‘van hen’) en ἔχων (‘hebbend’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 6:2–3 **4:9** En telkens wanneer de levende wezens heerlijkheid, eer en dank zullen geven aan Hem die op de troon zit, aan Hem die leeft tot in de eeuwen van de eeuwen, Brontekst: καὶ (kai) = en | ὅταν (hotan) = telkens wanneer | δώσουσιν (dosousin) = zullen geven | τὰ (ta) = de | ζῷα (zoa) = levende wezens | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τιμὴν (timen) = eer | καὶ (kai) = en | εὐχαριστίαν (eucharistian) = dank | τῷ (to) = aan Hem die | καθημένῳ (kathemeno) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τῷ (to) = de | θρόνῳ (throno) = troon | τῷ (to) = aan Hem die | ζῶντι (zonti) = leeft | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅταν (hotan) met een toekomende tijd: ‘telkens wanneer’. Het Grieks beschrijft zo een steeds terugkerende handeling; wij houden de toekomende tijd van het Grieks in 4:9–10. εὐχαριστία (eucharistia), ‘dank’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij δώσουσιν (‘zullen geven’) en τῷ θρόνῳ (‘de troon’). Wij volgen de SBLGNT. **4:10** zullen de 24 ouderen neervallen voor Hem die op de troon zit, en zij zullen zich neerbuigen voor Hem die leeft tot in de eeuwen van de eeuwen. Zij zullen hun kronen voor de troon neerwerpen en zeggen: Brontekst: πεσοῦνται (pesountai) = zullen neervallen | οἱ (hoi) = de | εἴκοσι (eikosi) = twintig | τέσσαρες (tessares) = vier | πρεσβύτεροι (presbyteroi) = ouderen | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = Hem die | καθημένου (kathemenou) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | καὶ (kai) = en | προσκυνήσουσιν (proskynesousin) = zullen zich neerbuigen | τῷ (to) = voor Hem die | ζῶντι (zonti) = leeft | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | καὶ (kai) = en | βαλοῦσιν (balousin) = zullen neerwerpen | τοὺς (tous) = de | στεφάνους (stephanous) = kronen | αὐτῶν (auton) = hun | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | λέγοντες (legontes) = zeggend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: zie 3:9. De kronen (στέφανοι, stephanoi) die de ouderen neerwerpen, zijn die uit vers 4. Zie ook: Openb 4:4 **4:11** „U bent waardig, onze Heer en onze Elohim, de heerlijkheid, de eer en de kracht te ontvangen, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil waren zij er en zijn zij geschapen.” Brontekst: Ἄξιος (Axios) = waardig | εἶ (ei) = bent U | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | λαβεῖν (labein) = te ontvangen | τὴν (ten) = de | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | τιμὴν (timen) = eer | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | δύναμιν (dynamin) = kracht | ὅτι (hoti) = want | σὺ (sy) = U | ἔκτισας (ektisas) = hebt geschapen | τὰ (ta) = de | πάντα (panta) = alle dingen | καὶ (kai) = en | διὰ (dia) = door | τὸ (to) = de | θέλημά (thelema) = wil | σου (sou) = Uw | ἦσαν (esan) = waren zij er | καὶ (kai) = en | ἐκτίσθησαν (ektisthesan) = zijn geschapen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ κύριος καὶ ὁ θεὸς ἡμῶν (ho kyrios kai ho theos hemon), ‘onze Heer en onze Elohim’: hier staat κύριος zonder de Naam; wij schrijven ‘Heer’. Vergelijk Joh. 20:28, ‘mijn Heer en mijn Elohim’. ἦσαν (esan), ‘waren zij er’: de dingen bestonden door Zijn wil, en werden geschapen. ἔκτισας (ektisas), ‘U hebt geschapen’; vergelijk Gen. 1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἡμῶν (‘onze’) en τὰ (‘de’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joh 20:28 ## Openbaring 5 _De verzegelde boekrol, de leeuw en het Lam, en de lofzang van de hele schepping_ ### De boekrol met 7 zegels **5:1** Ik zag op de rechterhand van Hem die op de troon zat een boekrol, beschreven aan de binnenkant en aan de achterkant, verzegeld met 7 zegels. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = de | δεξιὰν (dexian) = rechterhand | τοῦ (tou) = van Hem die | καθημένου (kathemenou) = zat | ἐπὶ (epi) = op | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | βιβλίον (biblion) = een boekrol | γεγραμμένον (gegrammenon) = beschreven | ἔσωθεν (esothen) = aan de binnenkant | καὶ (kai) = en | ὄπισθεν (opisthen) = aan de achterkant | κατεσφραγισμένον (katesphragismenon) = verzegeld | σφραγῖσιν (sphragisin) = met zegels | ἑπτά (hepta) = 7 Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βιβλίον (biblion), ‘boekrol’, zoals in 1:11. Een rol die aan beide kanten beschreven is, doet denken aan Ez. 2:10. ἐπὶ τὴν δεξιάν (epi ten dexian), ‘op de rechterhand’: het Grieks zegt niet of de rol op de hand lag of in de hand werd gehouden. De zegels worden geopend vanaf 6:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὄπισθεν (‘aan de achterkant’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **5:2** Ik zag een machtige engel die met luide stem verkondigde: „Wie is waardig de boekrol te openen en de zegels ervan los te maken?” Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ἄγγελον (angelon) = een engel | ἰσχυρὸν (ischyron) = machtige | κηρύσσοντα (keryssonta) = die verkondigde | ἐν (en) = met | φωνῇ (phone) = stem | μεγάλῃ (megale) = luide | Τίς (Tis) = wie | ἄξιος (axios) = waardig | ἀνοῖξαι (anoixai) = te openen | τὸ (to) = de | βιβλίον (biblion) = boekrol | καὶ (kai) = en | λῦσαι (lysai) = los te maken | τὰς (tas) = de | σφραγῖδας (sphragidas) = zegels | αὐτοῦ (autou) = ervan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἰσχυρὸς ἄγγελος (ischyros angelos), ‘machtige engel’, zoals in 10:1 en 18:21. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἄξιος (‘waardig’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **5:3** Niemand in de hemel, op de aarde of onder de aarde kon de boekrol openen, noch ernaar kijken. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἐδύνατο (edynato) = kon | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | οὐδὲ (oude) = noch | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | οὐδὲ (oude) = noch | ὑποκάτω (hypokato) = onder | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | ἀνοῖξαι (anoixai) = openen | τὸ (to) = de | βιβλίον (biblion) = boekrol | οὔτε (oute) = noch | βλέπειν (blepein) = kijken | αὐτό (auto) = ernaar Bron: SBLGNT Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij οὐρανῷ (‘hemel’) en οὐδὲ ἐπὶ τῆς γῆς οὐδὲ (‘noch op de aarde noch’). Wij volgen de SBLGNT. **5:4** Ik huilde veel, omdat niemand waardig bevonden werd de boekrol te openen of ernaar te kijken. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐγὼ (ego) = ik | ἔκλαιον (eklaion) = huilde | πολὺ (poly) = veel | ὅτι (hoti) = omdat | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἄξιος (axios) = waardig | εὑρέθη (heurethe) = werd bevonden | ἀνοῖξαι (anoixai) = te openen | τὸ (to) = de | βιβλίον (biblion) = boekrol | οὔτε (oute) = noch | βλέπειν (blepein) = te kijken | αὐτό (auto) = ernaar Bron: SBLGNT Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐγὼ (‘ik’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. ### De leeuw en het Lam **5:5** Een van de ouderen zegt tegen mij: „Huil niet. Zie, de leeuw uit de stam Juda, de wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol en de 7 zegels ervan te openen.” Brontekst: καὶ (kai) = en | εἷς (heis) = een | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | πρεσβυτέρων (presbyteron) = ouderen | λέγει (legei) = zegt | μοι (moi) = tegen mij | Μὴ (Me) = niet | κλαῖε (klaie) = huil | ἰδοὺ (idou) = zie | ἐνίκησεν (enikesen) = heeft overwonnen | ὁ (ho) = de | λέων (leon) = leeuw | ὁ (ho) = die | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | φυλῆς (phyles) = stam | Ἰούδα (Iouda) = Juda | ἡ (he) = de | ῥίζα (rhiza) = wortel | Δαυίδ (Dauid) = David | ἀνοῖξαι (anoixai) = om te openen | τὸ (to) = de | βιβλίον (biblion) = boekrol | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | σφραγῖδας (sphragidas) = zegels | αὐτοῦ (autou) = ervan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft hier de tegenwoordige tijd (‘zegt’); wij houden die. ‘De leeuw uit de stam Juda’ doet denken aan Gen. 49:9 (‘Een leeuwenwelp is Juda’); ‘de wortel van David’ aan Jes. 11:1 en 11:10 (‘de wortel van Isaï’). Zie ook 22:16. νικάω (nikao), ‘overwinnen’, zoals in 3:21. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀνοῖξαι (‘om te openen’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 49:9; Jes 11:1; Jes 11:10 **5:6** Toen zag ik in het midden van de troon en de vier levende wezens, en in het midden van de ouderen, een Lam staan, als geslacht. Het Lam had 7 hoorns en 7 ogen, die de 7 geesten van Elohim zijn, uitgezonden over heel de aarde. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ἐν (en) = in | μέσῳ (meso) = het midden | τοῦ (tou) = van de | θρόνου (thronou) = troon | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van de | τεσσάρων (tessaron) = vier | ζῴων (zoon) = levende wezens | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | μέσῳ (meso) = het midden | τῶν (ton) = van de | πρεσβυτέρων (presbyteron) = ouderen | ἀρνίον (arnion) = een Lam | ἑστηκὸς (hestekos) = staand | ὡς (hos) = als | ἐσφαγμένον (esphagmenon) = geslacht | ἔχων (echon) = met | κέρατα (kerata) = hoorns | ἑπτὰ (hepta) = 7 | καὶ (kai) = en | ὀφθαλμοὺς (ophthalmous) = ogen | ἑπτά (hepta) = 7 | οἵ (hoi) = die | εἰσιν (eisin) = zijn | τὰ (ta) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | πνεύματα (pneumata) = geesten | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἀπεσταλμένοι (apestalmenoi) = uitgezonden | εἰς (eis) = naar | πᾶσαν (pasan) = heel | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρνίον (arnion), ‘Lam’: een lam, in dit boek vanaf hier de titel van Yeshua; de tekst noemt Zijn naam in dit vers niet. In Joh. 1:29 staat een ander Grieks woord, ἀμνός (amnos). ἐσφαγμένον (esphagmenon), ‘geslacht’: een voltooid deelwoord; het Lam staat daar als geslacht. Vergelijk Jes. 53:7 en Exod. 12:3–6. Zie ook 5:9, 5:12; 13:8. Voetnoot : Zach. 4:10 noemt 7 ogen van Yahweh die over heel de aarde rondgaan, en Zach. 3:9 7 ogen op één steen. ‘In het midden van de troon … en in het midden van de ouderen’: zie de Uitleg bij 4:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἑστηκὸς (‘staand’), ἔχων (‘met’), οἵ (‘die’) en ἀπεσταλμένοι (‘uitgezonden’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 12:3–6; Jes 53:7; Zach 3:9; Zach 4:10; Joh 1:29 **5:7** Hij kwam en heeft het genomen uit de rechterhand van Hem die op de troon zit. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἦλθεν (elthen) = kwam Hij | καὶ (kai) = en | εἴληφεν (eilephen) = heeft genomen | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | δεξιᾶς (dexias) = rechterhand | τοῦ (tou) = van Hem die | καθημένου (kathemenou) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft geen voorwerp bij ‘heeft genomen’ (εἴληφεν, eilephen, een volbrachte tijd); wij vullen ‘het’ aan, de boekrol uit vers 1. Het onderwerp is het Lam. Zie ook: Openb 5:1 ### Het nieuwe lied **5:8** Toen Hij de boekrol nam, vielen de vier levende wezens en de 24 ouderen neer voor het Lam. Ieder van hen had een lier en gouden schalen vol wierook, die de gebeden van de heiligen zijn. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὅτε (hote) = toen | ἔλαβεν (elaben) = nam Hij | τὸ (to) = de | βιβλίον (biblion) = boekrol | τὰ (ta) = de | τέσσαρα (tessara) = vier | ζῷα (zoa) = levende wezens | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | εἴκοσι (eikosi) = twintig | τέσσαρες (tessares) = vier | πρεσβύτεροι (presbyteroi) = ouderen | ἔπεσαν (epesan) = vielen neer | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = het | ἀρνίου (arniou) = Lam | ἔχοντες (echontes) = hebbend | ἕκαστος (hekastos) = ieder | κιθάραν (kitharan) = een lier | καὶ (kai) = en | φιάλας (phialas) = schalen | χρυσᾶς (chrysas) = gouden | γεμούσας (gemousas) = vol | θυμιαμάτων (thymiamaton) = van wierook | αἵ (hai) = die | εἰσιν (eisin) = zijn | αἱ (hai) = de | προσευχαὶ (proseuchai) = gebeden | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κιθάρα (kithara), ‘lier’. φιάλη (phiale), ‘schaal’: een wijde schaal. θυμίαμα (thymiama), ‘wierook’. ‘De gebeden van de heiligen’: ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’, de toegewijden van Elohim, zoals in de brieven. Zie ook 8:3–4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αἱ (‘de’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **5:9** Zij zingen een nieuw lied: „U bent waardig de boekrol te nemen en de zegels ervan te openen, want U bent geslacht. U hebt mensen voor Elohim gekocht met Uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie, Brontekst: καὶ (kai) = en | ᾄδουσιν (adousin) = zingen zij | ᾠδὴν (oden) = een lied | καινὴν (kainen) = nieuw | λέγοντες (legontes) = zeggend | Ἄξιος (Axios) = waardig | εἶ (ei) = bent U | λαβεῖν (labein) = te nemen | τὸ (to) = de | βιβλίον (biblion) = boekrol | καὶ (kai) = en | ἀνοῖξαι (anoixai) = te openen | τὰς (tas) = de | σφραγῖδας (sphragidas) = zegels | αὐτοῦ (autou) = ervan | ὅτι (hoti) = want | ἐσφάγης (esphages) = U bent geslacht | καὶ (kai) = en | ἠγόρασας (egorasas) = hebt gekocht | τῷ (to) = voor | θεῷ (theo) = Elohim | ἐν (en) = met | τῷ (to) = het | αἵματί (haimati) = bloed | σου (sou) = Uw | ἐκ (ek) = uit | πάσης (pases) = elke | φυλῆς (phyles) = stam | καὶ (kai) = en | γλώσσης (glosses) = taal | καὶ (kai) = en | λαοῦ (laou) = volk | καὶ (kai) = en | ἔθνους (ethnous) = natie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ᾠδὴ καινή (ode kaine), ‘een nieuw lied’: ook Ps. 33:3; 96:1; 98:1; Jes. 42:10. Het Grieks heeft bij ἠγόρασας (egorasas), ‘U hebt gekocht’, geen voorwerp; wij vullen ‘mensen’ aan, naar het vervolg ‘uit elke stam …’. De opsomming ‘stam, taal, volk en natie’ (φυλή, γλῶσσα, λαός, ἔθνος) komt in dit boek vaker voor (7:9; 10:11; 11:9; 13:7; 14:6), telkens in een wisselende volgorde. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij θεῷ (‘Elohim’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 33:3; Ps 96:1; Ps 98:1; Jes 42:10 **5:10** en U hebt hen voor onze Elohim gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters. Zij heersen als koningen over de aarde.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐποίησας (epoiesas) = hebt U gemaakt | αὐτοὺς (autous) = hen | τῷ (to) = voor | θεῷ (theo) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | βασιλείαν (basileian) = tot een koninkrijk | καὶ (kai) = en | ἱερεῖς (hiereis) = tot priesters | καὶ (kai) = en | βασιλεύουσιν (basileuousin) = zij heersen als koningen | ἐπὶ (epi) = over | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft hier de tegenwoordige tijd (βασιλεύουσιν, basileuousin, ‘zij heersen als koningen’); de SBLGNT markeert een variant (zie de Lezing). Vergelijk 1:6 en Exod. 19:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij βασιλείαν (‘tot een koninkrijk’) en βασιλεύουσιν (‘zij heersen als koningen’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 19:6 ### De lofzang van hemel en aarde **5:11** Ik zag, en ik hoorde de stem van veel engelen rondom de troon, de levende wezens en de ouderen. Hun aantal was tienduizenden maal tienduizenden en duizenden maal duizenden, Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | φωνὴν (phonen) = stem | ἀγγέλων (angelon) = van engelen | πολλῶν (pollon) = vele | κύκλῳ (kyklo) = rondom | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van de | ζῴων (zoon) = levende wezens | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van de | πρεσβυτέρων (presbyteron) = ouderen | καὶ (kai) = en | ἦν (en) = was | ὁ (ho) = het | ἀριθμὸς (arithmos) = aantal | αὐτῶν (auton) = hun | μυριάδες (myriades) = tienduizenden | μυριάδων (myriadon) = van tienduizenden | καὶ (kai) = en | χιλιάδες (chiliades) = duizenden | χιλιάδων (chiliadon) = van duizenden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μυριάς (myrias), ‘tienduizend’; χιλιάς (chilias), ‘duizend’. ‘Tienduizenden maal tienduizenden en duizenden maal duizenden’ is een uitdrukking voor een niet te tellen aantal; vergelijk Dan. 7:10, ‘duizend maal duizend dienden Hem, en tienduizend maal tienduizend stonden voor Hem’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἤκουσα (‘hoorde ik’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 7:10 **5:12** die met luide stem zeiden: „Het Lam dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, de rijkdom, de wijsheid, de sterkte, de eer, de heerlijkheid en de lof.” Brontekst: λέγοντες (legontes) = zeggend | φωνῇ (phone) = met stem | μεγάλῃ (megale) = luide | Ἄξιόν (Axion) = waardig | ἐστιν (estin) = is | τὸ (to) = het | ἀρνίον (arnion) = Lam | τὸ (to) = dat | ἐσφαγμένον (esphagmenon) = geslacht is | λαβεῖν (labein) = te ontvangen | τὴν (ten) = de | δύναμιν (dynamin) = kracht | καὶ (kai) = en | πλοῦτον (plouton) = rijkdom | καὶ (kai) = en | σοφίαν (sophian) = wijsheid | καὶ (kai) = en | ἰσχὺν (ischyn) = sterkte | καὶ (kai) = en | τιμὴν (timen) = eer | καὶ (kai) = en | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | εὐλογίαν (eulogian) = lof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit zijn 7 woorden van lof: kracht, rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid, lof (δύναμις, πλοῦτος, σοφία, ἰσχύς, τιμή, δόξα, εὐλογία). In 5:13 staan er vier, in 7:12 zeven, in andere volgorde. εὐλογία (eulogia), ‘lof’: ook ‘zegen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καὶ (‘en’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **5:13** Ook alle schepselen die in de hemel zijn, op de aarde, onder de aarde en op de zee, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: „Aan Hem die op de troon zit en aan het Lam zij de lof, de eer, de heerlijkheid en de macht tot in de eeuwen van de eeuwen.” Brontekst: καὶ (kai) = en | πᾶν (pan) = alle | κτίσμα (ktisma) = schepselen | ὃ (ho) = die | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | ὑποκάτω (hypokato) = onder | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | θαλάσσης (thalasses) = zee | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = wat | ἐν (en) = in | αὐτοῖς (autois) = hen | πάντα (panta) = alles | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | λέγοντας (legontas) = zeggend | Τῷ (To) = aan Hem die | καθημένῳ (kathemeno) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τῷ (to) = de | θρόνῳ (throno) = troon | καὶ (kai) = en | τῷ (to) = aan het | ἀρνίῳ (arnio) = Lam | ἡ (he) = de | εὐλογία (eulogia) = lof | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | τιμὴ (time) = eer | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | κράτος (kratos) = macht | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κτίσμα (ktisma), ‘schepsel’: alles wat geschapen is. De lofzang is gericht aan Hem die op de troon zit én aan het Lam: Elohim en het Lam worden samen geëerd. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij θαλάσσης (‘zee’), πάντα (‘alles’), τῷ θρόνῳ (‘de troon’) en αἰώνων (‘eeuwen’). Wij volgen de SBLGNT. **5:14** De vier levende wezens zeiden: „Amen.” En de ouderen vielen neer en bogen zich neer. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | τέσσαρα (tessara) = vier | ζῷα (zoa) = levende wezens | ἔλεγον (elegon) = zeiden | Ἀμήν (Amen) = amen | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | πρεσβύτεροι (presbyteroi) = ouderen | ἔπεσαν (epesan) = vielen neer | καὶ (kai) = en | προσεκύνησαν (prosekynesan) = bogen zich neer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀμήν (amen): het Hebreeuwse woord voor ‘zo is het, zo zij het’. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’; zie 3:9 en 4:10. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἔλεγον (‘zeiden’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. ## Openbaring 6 _Het Lam opent de eerste zes zegels_ ### Het eerste zegel **6:1** Ik zag toen het Lam een van de 7 zegels opende, en ik hoorde een van de vier levende wezens zeggen, met een stem als van donder: „Kom!” Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ὅτε (hote) = toen | ἤνοιξεν (enoixen) = opende | τὸ (to) = het | ἀρνίον (arnion) = Lam | μίαν (mian) = een | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | σφραγίδων (sphragidon) = zegels | καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | ἑνὸς (henos) = een | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | τεσσάρων (tessaron) = vier | ζῴων (zoon) = levende wezens | λέγοντος (legontos) = zeggend | ὡς (hos) = als | φωνῇ (phone) = stem | βροντῆς (brontes) = van donder | Ἔρχου (Erchou) = kom Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Lam (zie 5:6) opent een van de 7 zegels, hier het eerste. Het Grieks zegt niet tot wie ‘Kom!’ (Ἔρχου, Erchou) gericht is: tot de ruiter in het volgende vers of tot Johannes. De vier levende wezens: zie 4:6–8. Zie ook Zach. 6:1–8 (vier wagens met paarden, in vier kleuren). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ὅτε (‘toen’) en Ἔρχου (‘kom’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Zach 6:1–8 **6:2** Ik zag, en zie, een wit paard, en hij die erop zat had een boog. Een kroon werd hem gegeven, en hij ging uit, overwinnend en om te overwinnen. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | ἵππος (hippos) = een paard | λευκός (leukos) = wit | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = hij die | καθήμενος (kathemenos) = zat | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτὸν (auton) = het | ἔχων (echon) = had | τόξον (toxon) = een boog | καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = hem | στέφανος (stephanos) = een kroon | καὶ (kai) = en | ἐξῆλθεν (exelthen) = ging hij uit | νικῶν (nikon) = overwinnend | καὶ (kai) = en | ἵνα (hina) = opdat | νικήσῃ (nikese) = hij overwint Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De tekst zegt niet wie de ruiter is; een wit paard met ruiter komt ook voor in 19:11, maar of het dezelfde ruiter is, zegt de tekst niet. νικῶν καὶ ἵνα νικήσῃ (nikon kai hina nikese), ‘overwinnend en om te overwinnen’. τόξον (toxon), ‘boog’. ‘Een kroon werd hem gegeven’: de gebruikte vorm (‘werd gegeven’) laat in het midden wie geeft. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij εἶδον καὶ (‘zag ik en’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. ### Het tweede zegel **6:3** Toen Hij het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede levende wezen zeggen: „Kom!” Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὅτε (hote) = toen | ἤνοιξεν (enoixen) = opende Hij | τὴν (ten) = het | σφραγῖδα (sphragida) = zegel | τὴν (ten) = het | δευτέραν (deuteran) = tweede | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | τοῦ (tou) = het | δευτέρου (deuterou) = tweede | ζῴου (zoou) = levende wezen | λέγοντος (legontos) = zeggend | Ἔρχου (Erchou) = kom Bron: SBLGNT Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij σφραγῖδα τὴν δευτέραν (‘zegel het tweede’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **6:4** Er kwam een ander paard uit, vuurrood. Aan hem die erop zat, werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en opdat zij elkaar slachten. Hem werd een groot zwaard gegeven. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐξῆλθεν (exelthen) = kwam uit | ἄλλος (allos) = een ander | ἵππος (hippos) = paard | πυρρός (pyrros) = vuurrood | καὶ (kai) = en | τῷ (to) = aan hem | καθημένῳ (kathemeno) = die zat | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτὸν (auton) = het | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = hem | λαβεῖν (labein) = weg te nemen | τὴν (ten) = de | εἰρήνην (eirenen) = vrede | ἐκ (ek) = van | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | ἵνα (hina) = opdat | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | σφάξουσιν (sphaxousin) = zij slachten | καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = hem | μάχαιρα (machaira) = een zwaard | μεγάλη (megale) = groot Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πυρρός (pyrrhos), ‘vuurrood’. σφάζω (sphazo), ‘slachten’: hetzelfde werkwoord als ‘geslacht’ bij het Lam (5:6). μάχαιρα (machaira), ‘zwaard’; een ander woord dan ῥομφαία (rhomphaia) in 1:16 en 6:8, dat wij ook met ‘zwaard’ vertalen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij καὶ (‘en’) en σφάξουσιν (‘zij slachten’). Wij volgen de SBLGNT. ### Het derde zegel **6:5** Toen Hij het derde zegel opende, hoorde ik het derde levende wezen zeggen: „Kom!” Ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat had een weegschaal in zijn hand. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὅτε (hote) = toen | ἤνοιξε (enoixe) = opende Hij | τὴν (ten) = het | σφραγῖδα (sphragida) = zegel | τὴν (ten) = het | τρίτην (triten) = derde | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | τοῦ (tou) = het | τρίτου (tritou) = derde | ζῴου (zoou) = levende wezen | λέγοντος (legontos) = zeggend | Ἔρχου (Erchou) = kom | καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | ἵππος (hippos) = een paard | μέλας (melas) = zwart | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = hij die | καθήμενος (kathemenos) = zat | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτὸν (auton) = het | ἔχων (echon) = had | ζυγὸν (zygon) = een weegschaal | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | χειρὶ (cheiri) = hand | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζυγός (zygos), ‘weegschaal’: het Grieks woord betekent ook ‘juk’; het volgende vers over graan en prijzen past bij ‘weegschaal’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij εἶδον (‘zag ik’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **6:6** Ik hoorde iets als een stem midden tussen de vier levende wezens zeggen: „Een choenix tarwe voor een denarie, en drie choenix gerst voor een denarie. Breng de olie en de wijn geen schade toe.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | ὡς (hos) = iets als | φωνὴν (phonen) = een stem | ἐν (en) = midden | μέσῳ (meso) = tussen | τῶν (ton) = de | τεσσάρων (tessaron) = vier | ζῴων (zoon) = levende wezens | λέγουσαν (legousan) = zeggend | Χοῖνιξ (Choinix) = een choenix | σίτου (sitou) = tarwe | δηναρίου (denariou) = voor een denarie | καὶ (kai) = en | τρεῖς (treis) = drie | χοίνικες (choinikes) = choenix | κριθῶν (krithon) = gerst | δηναρίου (denariou) = voor een denarie | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ἔλαιον (elaion) = olie | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | οἶνον (oinon) = wijn | μὴ (me) = niet | ἀδικήσῃς (adikeses) = breng schade toe Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χοῖνιξ (choinix), ‘choenix’: een graanmaat, ongeveer 1 liter; δηνάριον (denarion), ‘denarie’: het dagloon van een arbeider (Matt. 20:2). Het gaat dus om de prijs van graan voor een dag werk; de omrekening is bij benadering. Voetnoot : De stem komt uit het midden van de vier levende wezens; de tekst zegt niet van wie hij is. ἀδικέω (adikeo), ‘schade toebrengen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ὡς (‘iets als’) en κριθῶν (‘gerst’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 20:2 ### Het vierde zegel **6:7** Toen Hij het vierde zegel opende, hoorde ik de stem van het vierde levende wezen zeggen: „Kom!” Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὅτε (hote) = toen | ἤνοιξεν (enoixen) = opende Hij | τὴν (ten) = het | σφραγῖδα (sphragida) = zegel | τὴν (ten) = het | τετάρτην (tetarten) = vierde | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | φωνὴν (phonen) = stem | τοῦ (tou) = van het | τετάρτου (tetartou) = vierde | ζῴου (zoou) = levende wezen | λέγοντος (legontos) = zeggend | Ἔρχου (Erchou) = kom Bron: SBLGNT Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij φωνὴν (‘stem’) en Ἔρχου (‘kom’). Wij volgen de SBLGNT. **6:8** Ik zag, en zie, een bleekgroen paard, en de naam van hem die erop zat was de Dood, en het dodenrijk volgde hem. Aan hen werd gezag gegeven over het vierde deel van de aarde, om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | ἵππος (hippos) = een paard | χλωρός (chloros) = bleekgroen | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = hij die | καθήμενος (kathemenos) = zat | ἐπάνω (epano) = boven | αὐτοῦ (autou) = hem | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτῷ (auto) = voor hem | ὁ (ho) = de | Θάνατος (Thanatos) = Dood | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | ᾅδης (hades) = dodenrijk | ἠκολούθει (ekolouthei) = volgde | μετ’ (met’) = met | αὐτοῦ (autou) = hem | καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτοῖς (autois) = aan hen | ἐξουσία (exousia) = gezag | ἐπὶ (epi) = over | τὸ (to) = het | τέταρτον (tetarton) = vierde deel | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | ἀποκτεῖναι (apokteinai) = om te doden | ἐν (en) = met | ῥομφαίᾳ (rhomphaia) = het zwaard | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = met | λιμῷ (limo) = honger | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = met | θανάτῳ (thanato) = de dood | καὶ (kai) = en | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de | θηρίων (therion) = wilde dieren | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χλωρός (chloros), ‘bleekgroen’: de kleur van jong gras. ᾅδης (hades), ‘dodenrijk’, zoals in 1:18. ‘Zwaard, honger, de dood en de wilde dieren’: vergelijk Ez. 14:21, ‘zwaard, honger, wilde dieren en pest’. ἐν θανάτῳ (en thanato), ‘met de dood’: zoals in 2:23. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij εἶδον καὶ (‘zag ik en’), μετ’ αὐτοῦ (‘met hem’) en αὐτοῖς (‘aan hen’). Wij volgen de SBLGNT. ### Het vijfde zegel **6:9** Toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren vanwege het woord van Elohim en vanwege het getuigenis dat zij hadden. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὅτε (hote) = toen | ἤνοιξεν (enoixen) = opende Hij | τὴν (ten) = het | πέμπτην (pempten) = vijfde | σφραγῖδα (sphragida) = zegel | εἶδον (eidon) = zag ik | ὑποκάτω (hypokato) = onder | τοῦ (tou) = het | θυσιαστηρίου (thysiasteriou) = altaar | τὰς (tas) = de | ψυχὰς (psychas) = zielen | τῶν (ton) = van hen die | ἐσφαγμένων (esphagmenon) = geslacht waren | διὰ (dia) = vanwege | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = het | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | ἣν (hen) = dat | εἶχον (eichon) = zij hadden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψυχή (psyche), ‘ziel’: het leven. θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’. ‘Geslacht’ (ἐσφαγμένων): zoals het Lam (5:6). ‘Het woord van Elohim en het getuigenis’: zie 1:2 en 1:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μαρτυρίαν (‘getuigenis’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **6:10** Zij riepen met luide stem: „Hoelang nog, Heerser, heilige en ware, oordeelt U niet en wreekt U ons bloed niet op hen die op de aarde wonen?” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔκραξαν (ekraxan) = riepen zij | φωνῇ (phone) = met stem | μεγάλῃ (megale) = luide | λέγοντες (legontes) = zeggend | Ἕως (Heos) = hoelang | πότε (pote) = nog | ὁ (ho) = de | δεσπότης (despotes) = Heerser | ὁ (ho) = de | ἅγιος (hagios) = heilige | καὶ (kai) = en | ἀληθινός (alethinos) = ware | οὐ (ou) = niet | κρίνεις (krineis) = oordeelt U | καὶ (kai) = en | ἐκδικεῖς (ekdikeis) = wreekt U | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | ἡμῶν (hemon) = ons | ἐκ (ek) = op | τῶν (ton) = hen | κατοικούντων (katoikounton) = die wonen | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δεσπότης (despotes), ‘Heerser’: zoals in Luc. 2:29. ‘Heilige en ware’: zie 3:7. ἐκδικέω (ekdikeo), ‘wreken’, ‘recht verschaffen’. ‘Zij die op de aarde wonen’: zie de Uitleg bij 3:10. Zie ook: Luc 2:29 **6:11** Aan ieder van hen werd een wit gewaad gegeven. Er werd tegen hen gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook hun medeknechten en hun broers, die gedood zullen worden zoals zijzelf, volledig zijn. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτοῖς (autois) = aan hen | ἑκάστῳ (hekasto) = aan ieder | στολὴ (stole) = gewaad | λευκή (leuke) = wit | καὶ (kai) = en | ἐρρέθη (errethe) = werd gezegd | αὐτοῖς (autois) = tegen hen | ἵνα (hina) = dat | ἀναπαύσονται (anapausontai) = zij zouden rusten | ἔτι (eti) = nog | χρόνον (chronon) = tijd | μικρόν (mikron) = korte | ἕως (heos) = totdat | πληρωθῶσιν (plerothosin) = volledig zijn | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | σύνδουλοι (syndouloi) = medeknechten | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἀδελφοὶ (adelphoi) = broers | αὐτῶν (auton) = hun | οἱ (hoi) = die | μέλλοντες (mellontes) = zullen | ἀποκτέννεσθαι (apoktennesthai) = gedood worden | ὡς (hos) = zoals | καὶ (kai) = ook | αὐτοί (autoi) = zijzelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στολὴ λευκή (stole leuke), ‘wit gewaad’: zie ook 7:9, 7:13–14. πληρωθῶσιν (plerothosin), ‘volledig zijn’: het werkwoord betekent ‘vervuld worden, vol worden’. Het Grieks noemt niet wat vol wordt (het aantal, de tijd); wij vertalen daarom ‘volledig zijn’. σύνδουλοι (syndouloi), ‘medeknechten’. ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἀναπαύσονται (‘zij zouden rusten’), μικρόν (‘korte’), πληρωθῶσιν (‘volledig zijn’), αὐτῶν (‘hun’) en ἀποκτέννεσθαι (‘gedood worden’). Wij volgen de SBLGNT. ### Het zesde zegel **6:12** Ik zag toen Hij het zesde zegel opende: er kwam een grote aardbeving, de zon werd zwart als een rouwkleed van haar, en de hele maan werd als bloed, Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ὅτε (hote) = toen | ἤνοιξεν (enoixen) = opende Hij | τὴν (ten) = het | σφραγῖδα (sphragida) = zegel | τὴν (ten) = de | ἕκτην (hekten) = zesde | καὶ (kai) = en | σεισμὸς (seismos) = een aardbeving | μέγας (megas) = grote | ἐγένετο (egeneto) = kwam | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ἥλιος (helios) = zon | ἐγένετο (egeneto) = werd | μέλας (melas) = zwart | ὡς (hos) = als | σάκκος (sakkos) = een rouwkleed | τρίχινος (trichinos) = van haar | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | σελήνη (selene) = maan | ὅλη (hole) = hele | ἐγένετο (egeneto) = werd | ὡς (hos) = als | αἷμα (haima) = bloed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie Joël 3:4 (in de Nederlandse telling 2:31): ‘De zon wordt veranderd in duisternis en de maan in bloed’. σάκκος (sakkos), ‘rouwkleed’: een grof kleed, hier ‘van haar’ (τρίχινος, trichinos). Zie ook Matt. 24:29. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐγένετο μέλας (‘werd zwart’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joël 3:4; Mat 24:29 **6:13** en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom haar onrijpe vijgen laat vallen, geschud door een grote wind. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἀστέρες (asteres) = sterren | τοῦ (tou) = van de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἔπεσαν (epesan) = vielen | εἰς (eis) = op | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | ὡς (hos) = zoals | συκῆ (syke) = een vijgenboom | βάλλει (ballei) = laat vallen | τοὺς (tous) = de | ὀλύνθους (olynthous) = onrijpe vijgen | αὐτῆς (autes) = haar | ὑπὸ (hypo) = door | ἀνέμου (anemou) = een wind | μεγάλου (megalou) = grote | σειομένη (seiomene) = geschud Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὄλυνθος (olynthos), ‘onrijpe vijg’. Vergelijk Jes. 34:4, ‘heel het leger van de hemel vergaat … zoals wat verwelkt aan de vijgenboom’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij βάλλει (‘laat vallen’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 34:4 **6:14** De hemel werd weggetrokken als een boekrol die opgerold wordt, en elke berg en elk eiland werd van zijn plaats verplaatst. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | οὐρανὸς (ouranos) = hemel | ἀπεχωρίσθη (apechoristhe) = werd weggetrokken | ὡς (hos) = als | βιβλίον (biblion) = een boekrol | ἑλισσόμενον (helissomenon) = opgerold | καὶ (kai) = en | πᾶν (pan) = elke | ὄρος (oros) = berg | καὶ (kai) = en | νῆσος (nesos) = eiland | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | τόπων (topon) = plaatsen | αὐτῶν (auton) = hun | ἐκινήθησαν (ekinethesan) = werd verplaatst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπεχωρίσθη (apechoristhe), ‘werd weggetrokken’: letterlijk ‘werd gescheiden, werd verwijderd’. Vergelijk Jes. 34:4, ‘de hemel wordt opgerold als een boekrol’. βιβλίον (biblion), ‘boekrol’. Zie ook: Jes 34:4 **6:15** De koningen van de aarde, de groten, de tribunen, de rijken, de machtigen, en elke knecht en vrije verborgen zich in de spelonken en in de rotsen van de bergen. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | βασιλεῖς (basileis) = koningen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | μεγιστᾶνες (megistanes) = groten | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | χιλίαρχοι (chiliarchoi) = tribunen | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | πλούσιοι (plousioi) = rijken | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἰσχυροὶ (ischyroi) = machtigen | καὶ (kai) = en | πᾶς (pas) = elke | δοῦλος (doulos) = knecht | καὶ (kai) = en | ἐλεύθερος (eleutheros) = vrije | ἔκρυψαν (ekrypsan) = verborgen | ἑαυτοὺς (heautous) = zich | εἰς (eis) = in | τὰ (ta) = de | σπήλαια (spelaia) = spelonken | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = in | τὰς (tas) = de | πέτρας (petras) = rotsen | τῶν (ton) = van de | ὀρέων (oreon) = bergen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μεγιστᾶνες (megistanes), ‘groten’; χιλίαρχοι (chiliarchoi), ‘tribunen’, letterlijk ‘hoofden over duizend’: Romeinse officieren, zoals in Hand. 21:31. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: zoals in de brieven, tegenover ‘vrije’. Zie ook: Hand 21:31 **6:16** Zij zeggen tegen de bergen en de rotsen: „Val op ons en verberg ons voor het gezicht van Hem die op de troon zit en voor de toorn van het Lam, Brontekst: καὶ (kai) = en | λέγουσιν (legousin) = zeggen zij | τοῖς (tois) = tegen de | ὄρεσιν (oresin) = bergen | καὶ (kai) = en | ταῖς (tais) = tegen de | πέτραις (petrais) = rotsen | Πέσετε (Pesete) = val | ἐφ’ (eph’) = op | ἡμᾶς (hemas) = ons | καὶ (kai) = en | κρύψατε (krypsate) = verberg | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἀπὸ (apo) = voor | προσώπου (prosopou) = het gezicht | τοῦ (tou) = van Hem die | καθημένου (kathemenou) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | καὶ (kai) = en | ἀπὸ (apo) = voor | τῆς (tes) = de | ὀργῆς (orges) = toorn | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Hos. 10:8, ‘Bedek ons!’ en ‘Val op ons!’, en Luc. 23:30. ‘Het gezicht van Hem die op de troon zit’ en ‘de toorn van het Lam’: Elohim en het Lam staan hier samen als degenen voor wie men vlucht; vergelijk 5:13. Zie ook: Hos 10:8; Luc 23:30 **6:17** want de grote dag van hun toorn is gekomen, en wie kan standhouden?” Brontekst: ὅτι (hoti) = want | ἦλθεν (elthen) = is gekomen | ἡ (he) = de | ἡμέρα (hemera) = dag | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | τῆς (tes) = van de | ὀργῆς (orges) = toorn | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | τίς (tis) = wie | δύναται (dynatai) = kan | σταθῆναι (stathenai) = standhouden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Hun toorn’ staat in het meervoud (αὐτῶν): de toorn van Hem die op de troon zit en van het Lam (6:16). Vergelijk Joël 2:11, ‘Wie kan hem verdragen?’, en Mal. 3:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὐτῶν (‘hun’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joël 2:11; Mal 3:2 ## Openbaring 7 _De vier engelen met de winden, de 144.000 verzegelden en de grote menigte in witte gewaden_ ### De vier engelen en de vier winden **7:1** Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde. Zij hielden de vier winden van de aarde vast, zodat er geen wind zou waaien over de aarde, over de zee of over enige boom. Brontekst: Μετὰ (Meta) = na | τοῦτο (touto) = dit | εἶδον (eidon) = zag ik | τέσσαρας (tessaras) = vier | ἀγγέλους (angelous) = engelen | ἑστῶτας (hestotas) = staand | ἐπὶ (epi) = op | τὰς (tas) = de | τέσσαρας (tessaras) = vier | γωνίας (gonias) = hoeken | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | κρατοῦντας (kratountas) = vasthoudend | τοὺς (tous) = de | τέσσαρας (tessaras) = vier | ἀνέμους (anemous) = winden | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | πνέῃ (pnee) = waait | ἄνεμος (anemos) = wind | ἐπὶ (epi) = over | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | μήτε (mete) = noch | ἐπὶ (epi) = over | τῆς (tes) = de | θαλάσσης (thalasses) = zee | μήτε (mete) = noch | ἐπὶ (epi) = over | πᾶν (pan) = enige | δένδρον (dendron) = boom Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γωνία (gonia), ‘hoek’: de ‘vier hoeken van de aarde’ en de ‘vier winden’ komen ook in de profeten voor, zie Ez. 7:2, Jes. 11:12 en Zach. 6:5 (‘de vier winden van de hemel’). κρατέω (krateo), ‘vasthouden’. Het getal ‘vier’ staat in letters. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij Μετὰ (‘na’) en πᾶν (‘enige’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 11:12; Zach 6:5 **7:2** Ik zag een andere engel opstijgen van de opgang van de zon, met het zegel van de levende Elohim. Hij riep met luide stem naar de vier engelen, aan wie gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen, Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ἄλλον (allon) = een andere | ἄγγελον (angelon) = engel | ἀναβαίνοντα (anabainonta) = opstijgend | ἀπὸ (apo) = van | ἀνατολῆς (anatoles) = opgang | ἡλίου (heliou) = van de zon | ἔχοντα (echonta) = hebbend | σφραγῖδα (sphragida) = zegel | θεοῦ (theou) = van Elohim | ζῶντος (zontos) = levende | καὶ (kai) = en | ἔκραξεν (ekraxen) = riep hij | φωνῇ (phone) = met stem | μεγάλῃ (megale) = luide | τοῖς (tois) = tot de | τέσσαρσιν (tessarsin) = vier | ἀγγέλοις (angelois) = engelen | οἷς (hois) = aan wie | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτοῖς (autois) = hun | ἀδικῆσαι (adikesai) = schade toe te brengen | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | θάλασσαν (thalassan) = zee Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνατολὴ ἡλίου (anatole heliou), ‘opgang van de zon’: het oosten. σφραγὶς θεοῦ ζῶντος (sphragis theou zontos), ‘zegel van de levende Elohim’. Het Grieks heeft ‘aan wie gegeven werd, aan hen’: een Hebreeuws klinkende dubbele aanduiding; wij vertalen ‘aan wie gegeven was’. ἀδικέω (adikeo), ‘schade toebrengen’. **7:3** en zei: „Breng de aarde, de zee en de bomen geen schade toe, totdat wij de knechten van onze Elohim op hun voorhoofd verzegeld hebben.” Brontekst: λέγων (legon) = zeggend | Μὴ (Me) = niet | ἀδικήσητε (adikesete) = breng schade toe | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | μήτε (mete) = noch | τὴν (ten) = de | θάλασσαν (thalassan) = zee | μήτε (mete) = noch | τὰ (ta) = de | δένδρα (dendra) = bomen | ἄχρι (achri) = totdat | σφραγίσωμεν (sphragisomen) = wij verzegelen | τοὺς (tous) = de | δούλους (doulous) = knechten | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐπὶ (epi) = op | τῶν (ton) = de | μετώπων (metopon) = voorhoofden | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Ez. 9:4, ‘Zet een teken op de voorhoofden van de mannen die zuchten’. ‘Wij’ zijn de engelen. σφραγίζω (sphragizo), ‘verzegelen’; μέτωπον (metopon), ‘voorhoofd’. Zie ook 9:4; 14:1; 22:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἄχρι (‘totdat’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. ### De 144.000 verzegelden **7:4** Ik hoorde het aantal van de verzegelden: 144.000, verzegeld uit elke stam van de zonen van Israël: Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | τὸν (ton) = het | ἀριθμὸν (arithmon) = aantal | τῶν (ton) = van de | ἐσφραγισμένων (esphragismenon) = verzegelden | ἑκατὸν (hekaton) = honderd | τεσσεράκοντα (tesserakonta) = veertig | τέσσαρες (tessares) = vier | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἐσφραγισμένοι (esphragismenoi) = verzegelden | ἐκ (ek) = uit | πάσης (pases) = elke | φυλῆς (phyles) = stam | υἱῶν (huion) = van de zonen | Ἰσραήλ (Israel) = van Israël Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het getal 144.000 (ἑκατὸν τεσσεράκοντα τέσσαρες χιλιάδες, ‘honderdvierenveertig duizend’) schrijven wij met cijfers. De tekst geeft in vers 5–8 zelf het aantal per stam, 12.000; of de getallen letterlijk of symbolisch zijn bedoeld, zegt de tekst niet. Zie ook 14:1, 14:3. Voetnoot : ‘Uit elke stam van de zonen van Israël’: de stammen volgen in vers 5–8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἑκατὸν (‘honderd’) en ἐσφραγισμένοι (‘verzegelden’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 7:5–8 **7:5** uit de stam Juda 12.000 verzegelden, uit de stam Ruben 12.000, uit de stam Gad 12.000, Brontekst: ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Ἰούδα (Iouda) = Juda | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἐσφραγισμένοι (esphragismenoi) = verzegelden | ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Ῥουβὴν (Rhouben) = Ruben | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Γὰδ (Gad) = Gad | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De stammen staan hier in een eigen volgorde: Juda eerst. Vergelijk de lijst van de zonen van Jakob in Gen. 35:22–26. Het getal 12.000 per stam (δώδεκα χιλιάδες) schrijven wij met cijfers. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐσφραγισμένοι (‘verzegelden’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 35:22–26 **7:6** uit de stam Aser 12.000, uit de stam Naftali 12.000, uit de stam Manasse 12.000, Brontekst: ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Ἀσὴρ (Aser) = Aser | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Νεφθαλὶμ (Nephthalim) = Naftali | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Μανασσῆ (Manasse) = Manasse | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend Bron: SBLGNT **7:7** uit de stam Simeon 12.000, uit de stam Levi 12.000, uit de stam Issachar 12.000, Brontekst: ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Συμεὼν (Symeon) = Simeon | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Λευὶ (Leui) = Levi | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Ἰσσαχὰρ (Issachar) = Issachar | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend Bron: SBLGNT **7:8** uit de stam Zebulon 12.000, uit de stam Jozef 12.000, uit de stam Benjamin 12.000 verzegelden. Brontekst: ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Ζαβουλὼν (Zaboulon) = Zebulon | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Ἰωσὴφ (Ioseph) = Jozef | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἐκ (ek) = uit | φυλῆς (phyles) = stam | Βενιαμὶν (Beniamin) = Benjamin | δώδεκα (dodeka) = twaalf | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἐσφραγισμένοι (esphragismenoi) = verzegelden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: In de lijst van 7:5–8 ontbreekt Dan, en Efraïm wordt niet genoemd (Jozef staat er wel, naast Manasse in 7:6). De tekst geeft hiervoor geen reden. In de lijst van de zonen van Jakob (Gen. 35:22–26) staat Dan wel en Manasse niet. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐσφραγισμένοι (‘verzegelden’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 35:22–26 ### De grote menigte **7:9** Hierna zag ik, en zie, een grote menigte die niemand kon tellen, uit elke natie en alle stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden, en met palmtakken in hun handen. Brontekst: Μετὰ (Meta) = na | ταῦτα (tauta) = dit | εἶδον (eidon) = zag ik | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | ὄχλος (ochlos) = een menigte | πολύς (polys) = grote | ὃν (hon) = die | ἀριθμῆσαι (arithmesai) = te tellen | αὐτὸν (auton) = haar | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἐδύνατο (edynato) = kon | ἐκ (ek) = uit | παντὸς (pantos) = elke | ἔθνους (ethnous) = natie | καὶ (kai) = en | φυλῶν (phylon) = stammen | καὶ (kai) = en | λαῶν (laon) = volken | καὶ (kai) = en | γλωσσῶν (glosson) = talen | ἑστῶτες (hestotes) = staand | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | καὶ (kai) = en | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = het | ἀρνίου (arniou) = Lam | περιβεβλημένους (peribeblemenous) = bekleed | στολὰς (stolas) = gewaden | λευκάς (leukas) = witte | καὶ (kai) = en | φοίνικες (phoinikes) = palmtakken | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | χερσὶν (chersin) = handen | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὄχλος (ochlos), ‘menigte’. De opsomming ‘natie, stammen, volken, talen’ (ἔθνος, φυλαί, λαοί, γλῶσσαι) komt ook voor in 5:9, 10:11, 11:9, 13:7 en 14:6, in wisselende volgorde. Het Grieks heeft ‘bekleed’ in de vierde naamval, terwijl ‘staand’ in de eerste naamval staat; de zinsbouw is onregelmatig. Wij vertalen naar de zin. φοίνικες (phoinikes), ‘palmtakken’. Zie ook Joh. 12:13. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij αὐτὸν (‘haar’), ἑστῶτες (‘staand’) en φοίνικες (‘palmtakken’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joh 12:13 **7:10** Zij roepen met luide stem: „De redding is voor onze Elohim, die op de troon zit, en voor het Lam.” Brontekst: καὶ (kai) = en | κράζουσι (krazousi) = roepen zij | φωνῇ (phone) = met stem | μεγάλῃ (megale) = luide | λέγοντες (legontes) = zeggend | Ἡ (He) = de | σωτηρία (soteria) = redding | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | τῷ (to) = aan Hem die | καθημένῳ (kathemeno) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τῷ (to) = de | θρόνῳ (throno) = troon | καὶ (kai) = en | τῷ (to) = aan het | ἀρνίῳ (arnio) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡ σωτηρία (he soteria), ‘de redding’: het Grieks zet dit in de derde naamval (‘aan onze Elohim’): de redding wordt aan Elohim en het Lam toegeschreven. Vergelijk 12:10 en 19:1. **7:11** Alle engelen stonden rondom de troon en de ouderen en de vier levende wezens. Zij vielen voor de troon op hun gezicht neer en bogen zich neer voor Elohim, Brontekst: καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = alle | οἱ (hoi) = de | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | εἱστήκεισαν (heistekeisan) = stonden | κύκλῳ (kyklo) = rondom | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = de | πρεσβυτέρων (presbyteron) = ouderen | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = de | τεσσάρων (tessaron) = vier | ζῴων (zoon) = levende wezens | καὶ (kai) = en | ἔπεσαν (epesan) = vielen neer | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | ἐπὶ (epi) = op | τὰ (ta) = de | πρόσωπα (prosopa) = gezichten | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | προσεκύνησαν (prosekynesan) = bogen zich neer | τῷ (to) = voor | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπὶ τὰ πρόσωπα (epi ta prosopa), ‘op hun gezicht’: vergelijk 11:16. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’. **7:12** en zeiden: „Amen. De lof en de heerlijkheid en de wijsheid en de dank en de eer en de kracht en de sterkte zijn voor onze Elohim tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen.” Brontekst: λέγοντες (legontes) = zeggend | Ἀμήν (Amen) = amen | ἡ (he) = de | εὐλογία (eulogia) = lof | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | σοφία (sophia) = wijsheid | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | εὐχαριστία (eucharistia) = dank | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | τιμὴ (time) = eer | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | δύναμις (dynamis) = kracht | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἰσχὺς (ischys) = sterkte | τῷ (to) = aan | θεῷ (theo) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit zijn 7 woorden van lof: lof, heerlijkheid, wijsheid, dank, eer, kracht, sterkte (εὐλογία, δόξα, σοφία, εὐχαριστία, τιμή, δύναμις, ἰσχύς). In 5:12 staat een andere zevenvoud. ### Een van de ouderen legt uit **7:13** Een van de ouderen antwoordde en zei tegen mij: „Wie zijn dezen, die bekleed zijn met de witte gewaden, en waar komen zij vandaan?” Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἀπεκρίθη (apekrithe) = antwoordde | εἷς (heis) = een | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | πρεσβυτέρων (presbyteron) = ouderen | λέγων (legon) = zeggend | μοι (moi) = tegen mij | Οὗτοι (Houtoi) = dezen | οἱ (hoi) = die | περιβεβλημένοι (peribeblemenoi) = bekleed zijn | τὰς (tas) = de | στολὰς (stolas) = gewaden | τὰς (tas) = de | λευκὰς (leukas) = witte | τίνες (tines) = wie | εἰσὶν (eisin) = zijn zij | καὶ (kai) = en | πόθεν (pothen) = vanwaar | ἦλθον (elthon) = zijn zij gekomen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De oudere stelt de vraag; vers 14 geeft Johannes’ antwoord. πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘ouderen’: zie 4:4. Zie ook: Openb 7:14 **7:14** Ik heb tegen hem gezegd: „Mijn heer, u weet het.” Hij zei tegen mij: „Dezen zijn zij die komen uit de grote verdrukking. Zij hebben hun gewaden gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἴρηκα (eireka) = heb ik gezegd | αὐτῷ (auto) = tegen hem | Κύριέ (Kyrie) = heer | μου (mou) = mijn | σὺ (sy) = u | οἶδας (oidas) = weet | καὶ (kai) = en | εἶπέν (eipen) = zei hij | μοι (moi) = tegen mij | Οὗτοί (Houtoi) = dezen | εἰσιν (eisin) = zijn | οἱ (hoi) = zij die | ἐρχόμενοι (erchomenoi) = komen | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | θλίψεως (thlipseos) = verdrukking | τῆς (tes) = de | μεγάλης (megales) = grote | καὶ (kai) = en | ἔπλυναν (eplynan) = hebben gewassen | τὰς (tas) = de | στολὰς (stolas) = gewaden | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ἐλεύκαναν (eleukanan) = hebben wit gemaakt | αὐτὰς (autas) = ze | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | αἵματι (haimati) = bloed | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κύριέ μου (kyrie mou), ‘mijn heer’: een beleefde aanspreking van de oudere; wij schrijven ‘heer’ met kleine letter en spreken de oudere aan met ‘u’. Anders dan in 4:11, waar κύριος ‘Heer’ is, gaat het hier niet om Yeshua of Elohim. θλῖψις μεγάλη (thlipsis megale), ‘grote verdrukking’: vergelijk Dan. 12:1 en Matt. 24:21; de tekst legt het niet nader uit. Voetnoot : ‘Zij hebben hun gewaden gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam’: het Grieks voegt wassen en bloed samen; zie ook 1:5 en 22:14. Zijn antwoord loopt door tot en met vers 17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij εἴρηκα (‘heb ik gezegd’) en αὐτὰς (‘ze’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 12:1; Mat 24:21; Openb 7:17 **7:15** Daarom zijn zij voor de troon van Elohim, en zij dienen Hem dag en nacht in Zijn heiligdom. Hij die op de troon zit, zal bij hen wonen. Brontekst: διὰ (dia) = vanwege | τοῦτό (touto) = dit | εἰσιν (eisin) = zijn zij | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | λατρεύουσιν (latreuousin) = dienen zij | αὐτῷ (auto) = Hem | ἡμέρας (hemeras) = dag | καὶ (kai) = en | νυκτὸς (nyktos) = nacht | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | ναῷ (nao) = heiligdom | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = Hij die | καθήμενος (kathemenos) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | σκηνώσει (skenosei) = zal wonen | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτούς (autous) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λατρεύω (latreuo), ‘dienen’. ναός (naos), ‘heiligdom’. σκηνώσει ἐπ’ αὐτούς (skenosei ep autous): letterlijk ‘zal over hen tenten’, van σκηνή (skene), ‘tent’; ook in Joh. 1:14 (‘heeft gewoond’). Wij schrijven ‘zal bij hen wonen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τοῦ θρόνου (‘de troon’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joh 1:14 **7:16** Zij zullen niet meer honger hebben en niet meer dorst hebben, en de zon zal beslist niet op hen vallen, noch enige hitte, Brontekst: οὐ (ou) = niet | πεινάσουσιν (peinasousin) = zullen honger hebben | ἔτι (eti) = meer | οὐδὲ (oude) = noch | διψήσουσιν (dipsesousin) = zullen dorst hebben | ἔτι (eti) = meer | οὐδὲ (oude) = noch | μὴ (me) = beslist niet | πέσῃ (pese) = zal vallen | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτοὺς (autous) = hen | ὁ (ho) = de | ἥλιος (helios) = zon | οὐδὲ (oude) = noch | πᾶν (pan) = enige | καῦμα (kauma) = hitte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Jes. 49:10, ‘Zij zullen niet hongeren en niet dorsten. Hitte en zon zullen hen niet treffen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὐδὲ (‘noch’) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 49:10 **7:17** want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen leiden naar bronnen van water van het leven, en Elohim zal elke traan van hun ogen afwissen.” Brontekst: ὅτι (hoti) = want | τὸ (to) = het | ἀρνίον (arnion) = Lam | τὸ (to) = dat | ἀνὰ (ana) = in | μέσον (meson) = midden | τοῦ (tou) = van de | θρόνου (thronou) = troon | ποιμανεῖ (poimanei) = zal weiden | αὐτούς (autous) = hen | καὶ (kai) = en | ὁδηγήσει (hodegesei) = zal leiden | αὐτοὺς (autous) = hen | ἐπὶ (epi) = naar | ζωῆς (zoes) = van het leven | πηγὰς (pegas) = bronnen | ὑδάτων (hydaton) = van water | καὶ (kai) = en | ἐξαλείψει (exaleipsei) = zal afwissen | ὁ (ho) = (de) | θεὸς (theos) = Elohim | πᾶν (pan) = elke | δάκρυον (dakryon) = traan | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | ὀφθαλμῶν (ophthalmon) = ogen | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ποιμαίνω (poimaino), ‘weiden’: als een herder leiden; zoals in 2:27 (daar met een ijzeren staf). Vergelijk Jes. 25:8, ‘Heer Yahweh zal de tranen van alle gezichten wissen’, en Jes. 49:10. Zie ook 21:4. Hier eindigt het antwoord van de oudere. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ποιμανεῖ (‘zal weiden’) en ὁδηγήσει (‘zal leiden’). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 25:8; Jes 49:10 ## Openbaring 8 _Het zevende zegel en de eerste vier bazuinen_ ### Het zevende zegel: stilte in de hemel **8:1** En toen Hij het zevende zegel opende, ontstond er stilte in de hemel, ongeveer een half uur lang. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὅταν (hotan) = toen | ἤνοιξεν (enoixen) = opende Hij | τὴν (ten) = het | σφραγῖδα (sphragida) = zegel | τὴν (ten) = het | ἑβδόμην (hebdomen) = zevende | ἐγένετο (egeneto) = ontstond | σιγὴ (sige) = stilte | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | ὡς (hos) = ongeveer | ἡμιώριον (hemiorion) = een half uur Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡμιώριον (hemiorion), ‘half uur’: ongeveer 30 minuten. Het Grieks zegt alleen ‘opende’; het onderwerp is het Lam dat de zegels opent (Openb. 5:5–7; 6:1). Wij schrijven daarom ‘Hij’. Voetnoot : Zie ook Openb. 6:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὅταν (hotan), ‘wanneer’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 5:5–7; Openb 6:1 ### De 7 bazuinen worden gegeven **8:2** En ik zag de 7 engelen die voor Elohim staan. Aan hen werden 7 bazuinen gegeven. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | τοὺς (tous) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἀγγέλους (angelous) = engelen | οἳ (hoi) = die | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἑστήκασιν (hestekasin) = staan | καὶ (kai) = en | ἐδόθησαν (edothesan) = werden gegeven | αὐτοῖς (autois) = aan hen | ἑπτὰ (hepta) = 7 | σάλπιγγες (salpinges) = bazuinen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σάλπιγξ (salpinx), ‘bazuin’: hetzelfde woord als in Matt. 24:31 en 1 Kor. 15:52. Bij het blazen noemt ons Hebreeuws vaak de ramshoorn; zie Joz. 6:4 en Joël 2:1. Zie ook: Joz 6:4; Joël 2:1; Mat 24:31; 1 Kor 15:52 ### De engel met het wierookvat **8:3** Een andere engel kwam en ging bij het altaar staan. Hij had een gouden wierookvat. Hem werd veel wierook gegeven, zodat hij die zou geven bij de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἄλλος (allos) = een andere | ἄγγελος (angelos) = engel | ἦλθεν (elthen) = kwam | καὶ (kai) = en | ἐστάθη (estathe) = ging staan | ἐπὶ (epi) = bij | τοῦ (tou) = het | θυσιαστηρίου (thysiasteriou) = altaar | ἔχων (echon) = hebbend | λιβανωτὸν (libanoton) = wierookvat | χρυσοῦν (chrysoun) = gouden | καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = aan hem | θυμιάματα (thymiamata) = wierook | πολλὰ (polla) = veel | ἵνα (hina) = opdat | δώσει (dosei) = hij zou geven | ταῖς (tais) = aan de | προσευχαῖς (proseuchais) = gebeden | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | πάντων (panton) = alle | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | θυσιαστήριον (thysiasterion) = altaar | τὸ (to) = het | χρυσοῦν (chrysoun) = gouden | τὸ (to) = het | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’; λιβανωτός (libanotos), ‘wierookvat’; θυμίαμα (thymiama), ‘wierook’: zo vertalen wij het woord in heel Openbaring. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de ‘toegewijden’, de gelovigen. Voetnoot : De datief ταῖς προσευχαῖς (tais proseuchais) kan ‘aan’, ‘bij’ of ‘met’ de gebeden betekenen. ἐπί (epi) met de genitief betekent hier ‘bij’. Vergelijk Lev. 16:12 (de vuurpan met kolen van het altaar) en Ps. 141:2 (in ons Hebreeuwse bestand: ‘Moge mijn gebed … gereedstaan als reukwerk’). Zie ook Openb. 5:8; 6:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij δώσει (dosei), ‘hij zal geven’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Lev 16:12; Ps 141:2; Openb 5:8; Openb 6:9 **8:4** En de rook van de wierook steeg op met de gebeden van de heiligen, uit de hand van de engel, voor Elohim. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀνέβη (anebe) = steeg op | ὁ (ho) = de | καπνὸς (kapnos) = rook | τῶν (ton) = van de | θυμιαμάτων (thymiamaton) = wierook | ταῖς (tais) = met de | προσευχαῖς (proseuchais) = gebeden | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | ἐκ (ek) = uit | χειρὸς (cheiros) = hand | τοῦ (tou) = van de | ἀγγέλου (angelou) = engel | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT **8:5** De engel had het wierookvat genomen en het gevuld met vuur uit het altaar. Hij wierp het op de aarde. Toen kwamen er donderslagen, stemmen, bliksemflitsen en een aardbeving. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἴληφεν (eilephen) = had genomen | ὁ (ho) = de | ἄγγελος (angelos) = engel | τὸν (ton) = het | λιβανωτόν (libanoton) = wierookvat | καὶ (kai) = en | ἐγέμισεν (egemisen) = vulde | αὐτὸν (auton) = het | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | πυρὸς (pyros) = vuur | τοῦ (tou) = van het | θυσιαστηρίου (thysiasteriou) = altaar | καὶ (kai) = en | ἔβαλεν (ebalen) = wierp | εἰς (eis) = op | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐγένοντο (egenonto) = kwamen | βρονταὶ (brontai) = donderslagen | καὶ (kai) = en | φωναὶ (phonai) = stemmen | καὶ (kai) = en | ἀστραπαὶ (astrapai) = bliksemflitsen | καὶ (kai) = en | σεισμός (seismos) = aardbeving Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἴληφεν (eilephen) staat in de voltooide tijd: ‘had genomen’. Wij vertalen met ‘had genomen’ om de volgorde te laten zien. φωναί (phonai) zijn ‘stemmen’ of ‘geluiden’. Voetnoot : Zie ook Exod. 19:16; Openb. 4:5; 11:19; 16:18. Zie ook: Ex 19:16; Openb 4:5; Openb 11:19; Openb 16:18 **8:6** En de 7 engelen die de 7 bazuinen hadden, maakten zich gereed om te blazen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | οἱ (hoi) = die | ἔχοντες (echontes) = hebben | τὰς (tas) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | σάλπιγγας (salpingas) = bazuinen | ἡτοίμασαν (hetoimasan) = maakten gereed | αὑτοὺς (hautous) = zichzelf | ἵνα (hina) = opdat | σαλπίσωσιν (salpisosin) = zij zouden blazen Bron: SBLGNT Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὑτούς (hautous), ‘zichzelf’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. ### De eerste bazuin: hagel en vuur **8:7** De eerste blies op de bazuin. Er kwamen hagel en vuur, vermengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. Het derde deel van de aarde werd verbrand, het derde deel van de bomen werd verbrand, en al het groene gras werd verbrand. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὁ (ho) = de | πρῶτος (protos) = eerste | ἐσάλπισεν (esalpisen) = blies de bazuin | καὶ (kai) = en | ἐγένετο (egeneto) = kwam | χάλαζα (chalaza) = hagel | καὶ (kai) = en | πῦρ (pyr) = vuur | μεμιγμένα (memigmena) = vermengd | ἐν (en) = in | αἵματι (haimati) = bloed | καὶ (kai) = en | ἐβλήθη (eblethe) = werd geworpen | εἰς (eis) = op | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | κατεκάη (katekae) = werd verbrand | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῶν (ton) = van de | δένδρων (dendron) = bomen | κατεκάη (katekae) = werd verbrand | καὶ (kai) = en | πᾶς (pas) = al | χόρτος (chortos) = gras | χλωρὸς (chloros) = groen | κατεκάη (katekae) = werd verbrand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τρίτον (triton), ‘het derde deel’: dit woord keert in 8:7–12 steeds terug, ook in Ezech. 5:12. Voetnoot : Zie ook Exod. 9:23–25; Joël 3:3 (NL 2:30). Zie ook: Ex 9:23–25; Joël 3:3; Ezech 5:12 ### De tweede bazuin: de zee wordt bloed **8:8** De tweede engel blies op de bazuin. Iets als een grote berg, brandend met vuur, werd in de zee geworpen. Het derde deel van de zee werd bloed. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὁ (ho) = de | δεύτερος (deuteros) = tweede | ἄγγελος (angelos) = engel | ἐσάλπισεν (esalpisen) = blies de bazuin | καὶ (kai) = en | ὡς (hos) = als | ὄρος (oros) = berg | μέγα (mega) = grote | πυρὶ (pyri) = met vuur | καιόμενον (kaiomenon) = brandend | ἐβλήθη (eblethe) = werd geworpen | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | θάλασσαν (thalassan) = zee | καὶ (kai) = en | ἐγένετο (egeneto) = werd | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῆς (tes) = van de | θαλάσσης (thalasses) = zee | αἷμα (haima) = bloed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie ook Exod. 7:20–21 (het water wordt bloed) en Jer. 51:25, waar Yahweh Babylon een ‘verbrande berg’ noemt. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij πυρί (pyri), ‘met vuur’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 7:20–21; Jer 51:25 **8:9** Het derde deel van de schepselen in de zee, die leven hebben, stierf. En het derde deel van de schepen werd vernield. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀπέθανε (apethane) = stierf | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῶν (ton) = van de | κτισμάτων (ktismaton) = schepselen | τῶν (ton) = die | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | θαλάσσῃ (thalasse) = zee | τὰ (ta) = die | ἔχοντα (echonta) = hebben | ψυχάς (psychas) = leven | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῶν (ton) = van de | πλοίων (ploion) = schepen | διεφθάρησαν (diephtharesan) = werden vernield Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψυχή (psyche), ‘ziel, leven’: ‘die leven hebben’ is de omschrijving voor levende wezens. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τῶν (ton), ‘de’, voor ‘schepselen’, en bij διεφθάρησαν (diephtharesan), ‘werden vernield’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. ### De derde bazuin: de ster Alsem **8:10** De derde engel blies op de bazuin. Er viel een grote ster uit de hemel, brandend als een fakkel. Hij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὁ (ho) = de | τρίτος (tritos) = derde | ἄγγελος (angelos) = engel | ἐσάλπισεν (esalpisen) = blies de bazuin | καὶ (kai) = en | ἔπεσεν (epesen) = viel | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἀστὴρ (aster) = ster | μέγας (megas) = grote | καιόμενος (kaiomenos) = brandend | ὡς (hos) = als | λαμπάς (lampas) = fakkel | καὶ (kai) = en | ἔπεσεν (epesen) = viel | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῶν (ton) = van de | ποταμῶν (potamon) = rivieren | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὰς (tas) = de | πηγὰς (pegas) = bronnen | τῶν (ton) = van de | ὑδάτων (hydaton) = wateren Bron: SBLGNT **8:11** De naam van de ster wordt Alsem genoemd. Het derde deel van de wateren werd alsem, en veel mensen stierven door de wateren, omdat die bitter waren geworden. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | τοῦ (tou) = van de | ἀστέρος (asteros) = ster | λέγεται (legetai) = wordt genoemd | ὁ (ho) = de | Ἄψινθος (Apsinthos) = Alsem | καὶ (kai) = en | ἐγένετο (egeneto) = werd | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῶν (ton) = van de | ὑδάτων (hydaton) = wateren | εἰς (eis) = tot | ἄψινθον (apsinthon) = alsem | καὶ (kai) = en | πολλοὶ (polloi) = velen | τῶν (ton) = van de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | ἀπέθανον (apethanon) = stierven | ἐκ (ek) = door | τῶν (ton) = de | ὑδάτων (hydaton) = wateren | ὅτι (hoti) = omdat | ἐπικράνθησαν (epikranthesan) = bitter werden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄψινθος (apsinthos), ‘alsem’: een bittere plant. In de Schrift staat alsem voor bitterheid; zie Jer. 9:14; Klaagl. 3:15 en 3:19. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὁ (ho), ‘de’, voor ‘Alsem’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jer 9:14; Klaagl 3:15; Klaagl 3:19 ### De vierde bazuin: een derde deel van het licht wordt verduisterd **8:12** De vierde engel blies op de bazuin. Het derde deel van de zon werd getroffen, het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren, zodat het derde deel ervan verduisterd werd en de dag voor het derde deel ervan niet scheen, en de nacht evenzo. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὁ (ho) = de | τέταρτος (tetartos) = vierde | ἄγγελος (angelos) = engel | ἐσάλπισεν (esalpisen) = blies de bazuin | καὶ (kai) = en | ἐπλήγη (eplege) = werd getroffen | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τοῦ (tou) = van de | ἡλίου (heliou) = zon | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῆς (tes) = van de | σελήνης (selenes) = maan | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῶν (ton) = van de | ἀστέρων (asteron) = sterren | ἵνα (hina) = opdat | σκοτισθῇ (skotisthe) = verduisterd werd | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | αὐτῶν (auton) = ervan | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἡμέρα (hemera) = dag | μὴ (me) = niet | φάνῃ (phane) = scheen | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | αὐτῆς (autes) = ervan | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | νὺξ (nyx) = nacht | ὁμοίως (homoios) = evenzo Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie ook Exod. 10:21–22 (de duisternis in Egypte) en Joël 2:10. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden ἡ ἡμέρα μὴ φάνῃ τὸ τρίτον αὐτῆς (he hemera me phane to triton autes), ‘de dag niet scheen voor het derde deel ervan’, als variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 10:21–22; Joël 2:10 ### Een arend roept: wee **8:13** Ik keek en hoorde één arend die midden door de hemel vloog. Met luide stem zei hij: „Wee, wee, wee hen die op de aarde wonen, vanwege de overige klanken van de bazuin van de drie engelen die gaan blazen.” Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | ἑνὸς (henos) = één | ἀετοῦ (aetou) = arend | πετομένου (petomenou) = vliegend | ἐν (en) = in | μεσουρανήματι (mesouranemati) = midden van de hemel | λέγοντος (legontos) = zeggend | φωνῇ (phone) = met stem | μεγάλῃ (megale) = luide | Οὐαὶ (Ouai) = wee | οὐαὶ (ouai) = wee | οὐαὶ (ouai) = wee | τοὺς (tous) = hen | κατοικοῦντας (katoikountas) = die wonen | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | ἐκ (ek) = vanwege | τῶν (ton) = de | λοιπῶν (loipon) = overige | φωνῶν (phonon) = klanken | τῆς (tes) = van de | σάλπιγγος (salpingos) = bazuin | τῶν (ton) = van de | τριῶν (trion) = drie | ἀγγέλων (angelon) = engelen | τῶν (ton) = die | μελλόντων (mellonton) = gaan | σαλπίζειν (salpizein) = blazen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μεσουράνημα (mesouranema), ‘midden van de hemel’; zie ook 14:6. οὐαί (ouai), ‘wee’: een kreet van rouw en oordeel; zie 9:12 en 11:14. De drie weeën horen bij de laatste drie bazuinen. Voetnoot : Na οὐαί staat hier de accusatief (τοὺς κατοικοῦντας, tous katoikountas). Wij vertalen ‘wee hen die wonen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden τοὺς κατοικοῦντας (tous katoikountas), ‘hen die wonen’, als variant. Wij volgen de SBLGNT. ## Openbaring 9 _De vijfde en de zesde bazuin: de sprinkhanen en het leger van de ruiters_ ### De vijfde bazuin: de sprinkhanen uit de afgrond **9:1** De vijfde engel blies op de bazuin. Ik zag een ster die uit de hemel op de aarde was gevallen. Hem werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὁ (ho) = de | πέμπτος (pemptos) = vijfde | ἄγγελος (angelos) = engel | ἐσάλπισεν (esalpisen) = blies de bazuin | καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ἀστέρα (astera) = ster | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | πεπτωκότα (peptokota) = gevallen | εἰς (eis) = op | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = aan hem | ἡ (he) = de | κλεὶς (kleis) = sleutel | τοῦ (tou) = van de | φρέατος (phreatos) = put | τῆς (tes) = van de | ἀβύσσου (abyssou) = afgrond Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀστήρ (aster), ‘ster’: de ster was al gevallen (voltooide tijd) toen Johannes hem zag, en hem wordt de sleutel gegeven. ἐδόθη (edothe), ‘werd gegeven’: de gever wordt niet genoemd; dit komt in 9:3, 9:5 en 8:2–3 ook voor. φρέαρ (phrear), ‘put’; ἄβυσσος (abyssos), ‘afgrond’: letterlijk ‘zonder bodem’, zoals in Luc. 8:31. Voetnoot : Zie ook Openb. 1:18; 20:1. Zie ook: Luc 8:31; Openb 1:18; Openb 20:1 **9:2** Hij opende de put van de afgrond. Er steeg rook op uit de put, als de rook van een grote oven. De zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἤνοιξεν (enoixen) = opende hij | τὸ (to) = de | φρέαρ (phrear) = put | τῆς (tes) = van de | ἀβύσσου (abyssou) = afgrond | καὶ (kai) = en | ἀνέβη (anebe) = steeg op | καπνὸς (kapnos) = rook | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | φρέατος (phreatos) = put | ὡς (hos) = als | καπνὸς (kapnos) = rook | καμίνου (kaminou) = van een oven | μεγάλης (megales) = grote | καὶ (kai) = en | ἐσκοτώθη (eskotothe) = werd verduisterd | ὁ (ho) = de | ἥλιος (helios) = zon | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ἀὴρ (aer) = lucht | ἐκ (ek) = door | τοῦ (tou) = de | καπνοῦ (kapnou) = rook | τοῦ (tou) = van de | φρέατος (phreatos) = put Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀήρ (aer), ‘lucht’. Zie ook Gen. 19:28 en Exod. 19:18 (rook als van een oven). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μεγάλης (megales), ‘grote’, en bij ἐσκοτώθη (eskotothe), ‘werd verduisterd’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 19:28; Ex 19:18 **9:3** Uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde, en aan hen werd gezag gegeven, zoals de schorpioenen van de aarde gezag hebben. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | καπνοῦ (kapnou) = rook | ἐξῆλθον (exelthon) = kwamen | ἀκρίδες (akrides) = sprinkhanen | εἰς (eis) = op | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐταῖς (autais) = aan hen | ἐξουσία (exousia) = gezag | ὡς (hos) = zoals | ἔχουσιν (echousin) = hebben | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | οἱ (hoi) = de | σκορπίοι (skorpioi) = schorpioenen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκρίς (akris), ‘sprinkhaan’. Zie ook Joël 1:4 en 2:4–5 (het sprinkhanenleger dat op paarden lijkt) en Exod. 10:12–15. Zie ook: Ex 10:12–15; Joël 1:4; Joël 2:4 **9:4** Er werd tegen hen gezegd dat zij het gras van de aarde, niets groens en geen enkele boom schade mochten toebrengen. Zij mochten alleen de mensen schade toebrengen die het zegel van Elohim niet op hun voorhoofd hebben. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐρρέθη (errethe) = werd gezegd | αὐταῖς (autais) = aan hen | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ἀδικήσουσιν (adikesousin) = zij schade zouden toebrengen | τὸν (ton) = het | χόρτον (chorton) = gras | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | οὐδὲ (oude) = noch | πᾶν (pan) = enig | χλωρὸν (chloron) = groen | οὐδὲ (oude) = noch | πᾶν (pan) = enige | δένδρον (dendron) = boom | εἰ (ei) = tenzij | μὴ (me) = niet | τοὺς (tous) = de | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | οἵτινες (hoitines) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἔχουσι (echousi) = hebben | τὴν (ten) = het | σφραγῖδα (sphragida) = zegel | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐπὶ (epi) = op | τῶν (ton) = de | μετώπων (metopon) = voorhoofden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het zegel van Elohim op het voorhoofd: zie Openb. 7:3 en Ezech. 9:4. Het Grieks heeft in de tweede zin geen werkwoord; wij vullen ‘mochten’ aan. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀδικήσουσιν (adikesousin), ‘zij zullen schade toebrengen’, en bij μετώπων (metopon), ‘voorhoofden’, een variant. Zie ook: Ezech 9:4; Openb 7:3 **9:5** Aan hen werd gegeven dat zij hen niet zouden doden, maar dat zij gekweld zouden worden, vijf maanden lang. Hun kwelling is als de kwelling van een schorpioen wanneer hij een mens steekt. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτοῖς (autois) = aan hen | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ἀποκτείνωσιν (apokteinosin) = zij zouden doden | αὐτούς (autous) = hen | ἀλλ’ (all’) = maar | ἵνα (hina) = opdat | βασανισθήσονται (basanisthesontai) = gekweld zouden worden | μῆνας (menas) = maanden | πέντε (pente) = vijf | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | βασανισμὸς (basanismos) = kwelling | αὐτῶν (auton) = hun | ὡς (hos) = als | βασανισμὸς (basanismos) = kwelling | σκορπίου (skorpiou) = van een schorpioen | ὅταν (hotan) = wanneer | παίσῃ (paise) = hij steekt | ἄνθρωπον (anthropon) = een mens Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’: het onderwerp van ‘gekweld worden’ is niet genoemd; uit het verband zijn het de mensen, niet de sprinkhanen. Het Grieks heeft ‘vijf maanden’ als tijdsduur. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὐτοῖς (autois), ‘hun’, en bij βασανισθήσονται (basanisthesontai), ‘zij zullen gekweld worden’, een variant. **9:6** In die dagen zullen de mensen de dood zoeken en hem beslist niet vinden. Zij zullen verlangen te sterven, maar de dood vlucht van hen weg. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἡμέραις (hemerais) = dagen | ἐκείναις (ekeinais) = die | ζητήσουσιν (zetesousin) = zullen zoeken | οἱ (hoi) = de | ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen | τὸν (ton) = de | θάνατον (thanaton) = dood | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = beslist | μὴ (me) = niet | εὑρήσουσιν (heuresousin) = zullen vinden | αὐτόν (auton) = hem | καὶ (kai) = en | ἐπιθυμήσουσιν (epithymesousin) = zullen verlangen | ἀποθανεῖν (apothanein) = te sterven | καὶ (kai) = en | φεύγει (pheugei) = vlucht | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | ἀπ’ (ap’) = van | αὐτῶν (auton) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’: de sterkste ontkenning in het Grieks. Zie ook Job 3:21. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij φεύγει (pheugei), ‘vlucht’, en bij ὁ θάνατος ἀπ’ αὐτῶν (ho thanatos ap’ auton), ‘de dood van hen’, een variant. Zie ook: Job 3:21 ### De gedaante van de sprinkhanen **9:7** De gedaanten van de sprinkhanen waren gelijk aan paarden die klaargemaakt zijn voor de oorlog. Op hun koppen zaten als het ware kronen, gelijk aan goud, en hun gezichten waren als gezichten van mensen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | τὰ (ta) = de | ὁμοιώματα (homoiomata) = gedaanten | τῶν (ton) = van de | ἀκρίδων (akridon) = sprinkhanen | ὅμοια (homoia) = gelijk | ἵπποις (hippois) = aan paarden | ἡτοιμασμένοις (hetoimasmenois) = klaargemaakt | εἰς (eis) = voor | πόλεμον (polemon) = oorlog | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὰς (tas) = de | κεφαλὰς (kephalas) = koppen | αὐτῶν (auton) = hun | ὡς (hos) = als | στέφανοι (stephanoi) = kronen | ὅμοιοι (homoioi) = gelijk | χρυσῷ (chryso) = aan goud | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | πρόσωπα (prosopa) = gezichten | αὐτῶν (auton) = hun | ὡς (hos) = als | πρόσωπα (prosopa) = gezichten | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμοίωμα (homoioma), ‘gedaante’; ὡς (hos), ‘als’: het Grieks vergelijkt steeds (‘als’, ‘gelijk aan’). Het Grieks heeft bij ‘kronen’ geen werkwoord; wij vullen ‘zaten’ aan. Zie ook Joël 2:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden ὅμοιοι χρυσῷ (homoioi chryso), ‘gelijk aan goud’, als variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joël 2:4 **9:8** Zij hadden haren als de haren van vrouwen, en hun tanden waren als van leeuwen. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶχον (eichon) = hadden | τρίχας (trichas) = haren | ὡς (hos) = als | τρίχας (trichas) = haren | γυναικῶν (gynaikon) = van vrouwen | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ὀδόντες (odontes) = tanden | αὐτῶν (auton) = hun | ὡς (hos) = als | λεόντων (leonton) = van leeuwen | ἦσαν (esan) = waren Bron: SBLGNT **9:9** Zij hadden borstpantsers als borstpantsers van ijzer. Het geluid van hun vleugels was als het geluid van strijdwagens, van veel paarden die de oorlog in rennen. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶχον (eichon) = hadden | θώρακας (thorakas) = borstpantsers | ὡς (hos) = als | θώρακας (thorakas) = borstpantsers | σιδηροῦς (siderous) = ijzeren | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | φωνὴ (phone) = geluid | τῶν (ton) = van de | πτερύγων (pterygon) = vleugels | αὐτῶν (auton) = hun | ὡς (hos) = als | φωνὴ (phone) = geluid | ἁρμάτων (harmaton) = van strijdwagens | ἵππων (hippon) = van paarden | πολλῶν (pollon) = veel | τρεχόντων (trechonton) = rennend | εἰς (eis) = naar | πόλεμον (polemon) = oorlog Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἅρμα (harma), ‘strijdwagen’. Zie ook Joël 2:5. Zie ook: Joël 2:5 **9:10** Zij hebben staarten, gelijk aan schorpioenen, en angels. In hun staarten is hun gezag om de mensen vijf maanden lang schade toe te brengen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔχουσιν (echousin) = hebben | οὐρὰς (ouras) = staarten | ὁμοίας (homoias) = gelijk | σκορπίοις (skorpiois) = aan schorpioenen | καὶ (kai) = en | κέντρα (kentra) = angels | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | οὐραῖς (ourais) = staarten | αὐτῶν (auton) = hun | ἡ (he) = het | ἐξουσία (exousia) = gezag | αὐτῶν (auton) = hun | ἀδικῆσαι (adikesai) = schade toe te brengen | τοὺς (tous) = de | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | μῆνας (menas) = maanden | πέντε (pente) = vijf Bron: SBLGNT Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden ἡ ἐξουσία αὐτῶν (he exousia auton), ‘hun gezag’, als variant. Wij volgen de SBLGNT. ### De koning van de afgrond **9:11** Zij hebben als koning over zich de engel van de afgrond. Zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon, en in het Grieks heeft hij de naam Apollyon. Brontekst: ἔχουσιν (echousin) = hebben | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτῶν (auton) = hen | βασιλέα (basilea) = koning | τὸν (ton) = de | ἄγγελον (angelon) = engel | τῆς (tes) = van de | ἀβύσσου (abyssou) = afgrond | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτῷ (auto) = voor hem | Ἑβραϊστὶ (Hebraisti) = in het Hebreeuws | Ἀβαδδών (Abaddon) = Abaddon | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | Ἑλληνικῇ (Hellenike) = Grieks | ὄνομα (onoma) = naam | ἔχει (echei) = heeft hij | Ἀπολλύων (Apollyon) = Apollyon Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἀβαδδών (Abaddon) is het Hebreeuwse אֲבַדּוֹן (avaddon), ‘verderf’. In ons Oude Testament staat daarvoor ‘de Afgrond’ (Job 26:6; 28:22; Ps. 88:12; Spr. 15:11). Ἀπολλύων (Apollyon) is Grieks en betekent ‘Vernietiger’. Voetnoot : Het Grieks heeft ‘over hen een koning’; of de engel dezelfde is als de ster uit 9:1, zegt de tekst niet. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden ἔχουσιν ἐπ’ αὐτῶν βασιλέα τὸν (echousin ep’ auton basilea ton), ‘zij hebben over zich als koning’, en καὶ ἐν (kai en), ‘en in’, als variant. Zie ook: Job 26:6; Job 28:22; Ps 88:12; Spr 15:11 **9:12** Het eerste wee is voorbij. Zie, hierna komen nog twee weeën. Brontekst: Ἡ (He) = het | οὐαὶ (ouai) = wee | ἡ (he) = het | μία (mia) = eerste | ἀπῆλθεν (apelthen) = is voorbijgegaan | ἰδοὺ (idou) = zie | ἔρχεται (erchetai) = komt | ἔτι (eti) = nog | δύο (dyo) = twee | οὐαὶ (ouai) = wee | μετὰ (meta) = na | ταῦτα (tauta) = deze dingen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μία (mia) is ‘één’; hier staat het voor ‘het eerste’, omdat er drie weeën aangekondigd zijn. Zie ook Openb. 8:13; 11:14. Zie ook: Openb 8:13; Openb 11:14 ### De zesde bazuin: vier engelen bij de Eufraat **9:13** De zesde engel blies op de bazuin. Ik hoorde één stem uit de hoorns van het gouden altaar dat voor Elohim staat, Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὁ (ho) = de | ἕκτος (hektos) = zesde | ἄγγελος (angelos) = engel | ἐσάλπισεν (esalpisen) = blies de bazuin | καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | φωνὴν (phonen) = stem | μίαν (mian) = één | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | κεράτων (keraton) = hoorns | τοῦ (tou) = van het | θυσιαστηρίου (thysiasteriou) = altaar | τοῦ (tou) = het | χρυσοῦ (chrysou) = gouden | τοῦ (tou) = dat | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De hoorns van het altaar zijn de uitsteeksels op de hoeken; zie Exod. 27:2 en 30:1–3 (het gouden wierookaltaar). Zie ook Openb. 8:3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τῶν (ton), ‘de’, voor ‘hoorns’ een variant. Zie ook: Ex 27:2; Ex 30:1; Openb 8:3 **9:14** die tegen de zesde engel zei, hem die de bazuin had: „Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat.” Brontekst: λέγοντα (legonta) = zeggend | τῷ (to) = aan de | ἕκτῳ (hekto) = zesde | ἀγγέλῳ (angelo) = engel | ὁ (ho) = hij die | ἔχων (echon) = had | τὴν (ten) = de | σάλπιγγα (salpinga) = bazuin | Λῦσον (Lyson) = maak los | τοὺς (tous) = de | τέσσαρας (tessaras) = vier | ἀγγέλους (angelous) = engelen | τοὺς (tous) = die | δεδεμένους (dedemenous) = gebonden zijn | ἐπὶ (epi) = bij | τῷ (to) = de | ποταμῷ (potamo) = rivier | τῷ (to) = de | μεγάλῳ (megalo) = grote | Εὐφράτῃ (Euphrate) = Eufraat Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Eufraat: De Eufraat ontspringt in het hoogland van Turkije en stroomt door Syrië en Irak naar de Perzische Golf. Voetnoot Uitleg: De Eufraat was de oostgrens van het beloofde land (Gen. 15:18). Zie ook Openb. 16:12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij λέγοντα (legonta), ‘zeggend’, een variant. Zie ook: Gen 15:18; Openb 16:12 **9:15** De vier engelen werden losgemaakt. Zij waren klaargemaakt voor het uur, de dag, de maand en het jaar, om het derde deel van de mensen te doden. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐλύθησαν (elythesan) = werden losgemaakt | οἱ (hoi) = de | τέσσαρες (tessares) = vier | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | οἱ (hoi) = die | ἡτοιμασμένοι (hetoimasmenoi) = klaargemaakt waren | εἰς (eis) = voor | τὴν (ten) = het | ὥραν (horan) = uur | καὶ (kai) = en | ἡμέραν (hemeran) = dag | καὶ (kai) = en | μῆνα (mena) = maand | καὶ (kai) = en | ἐνιαυτόν (eniauton) = jaar | ἵνα (hina) = opdat | ἀποκτείνωσιν (apokteinosin) = zij zouden doden | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῶν (ton) = van de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft één lidwoord voor ‘uur, dag, maand en jaar’. Dat kan één vastgesteld tijdstip aanduiden of een tijdsduur; de tekst zegt het niet. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, voor ‘dag’ een variant. ### Het leger van de ruiters **9:16** Het aantal van de legers van de ruiterij was tweemaal 10.000 maal 10.000. Ik hoorde hun aantal. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | ἀριθμὸς (arithmos) = aantal | τῶν (ton) = van de | στρατευμάτων (strateumaton) = legers | τοῦ (tou) = van de | ἱππικοῦ (hippikou) = ruiterij | δισμυριάδες (dismyriades) = tweemaal 10.000 | μυριάδων (myriadon) = maal 10.000 | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | τὸν (ton) = het | ἀριθμὸν (arithmon) = aantal | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δισμυριάς (dismyrias) is ‘tweemaal 10.000’, μυριάς (myrias) ‘10.000’. Vermenigvuldigd is dat 200.000.000. Of het een telling of een beeld van een onoverzienbaar leger is, zegt de tekst niet. Zie ook Dan. 7:10 (‘10.000 maal 10.000’). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἱππικοῦ (hippikou), ‘ruiterij’, en bij δισμυριάδες (dismyriades) een variant. Zie ook: Dan 7:10 **9:17** Zo zag ik in het visioen de paarden en hen die erop zaten. Zij hadden borstpantsers, vuurrood, donkerblauw en zwavelgeel. De koppen van de paarden waren als koppen van leeuwen, en uit hun monden komen vuur, rook en zwavel. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | εἶδον (eidon) = zag ik | τοὺς (tous) = de | ἵππους (hippous) = paarden | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | ὁράσει (horasei) = visioen | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | καθημένους (kathemenous) = zittenden | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῶν (auton) = hen | ἔχοντας (echontas) = hebbend | θώρακας (thorakas) = borstpantsers | πυρίνους (pyrinous) = vuurrode | καὶ (kai) = en | ὑακινθίνους (hyakinthinous) = donkerblauwe | καὶ (kai) = en | θειώδεις (theiodeis) = zwavelgele | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | κεφαλαὶ (kephalai) = koppen | τῶν (ton) = van de | ἵππων (hippon) = paarden | ὡς (hos) = als | κεφαλαὶ (kephalai) = koppen | λεόντων (leonton) = van leeuwen | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | στομάτων (stomaton) = monden | αὐτῶν (auton) = hun | ἐκπορεύεται (ekporeuetai) = komt voort | πῦρ (pyr) = vuur | καὶ (kai) = en | καπνὸς (kapnos) = rook | καὶ (kai) = en | θεῖον (theion) = zwavel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅρασις (horasis), ‘visioen’. De kleurwoorden komen van vuur (πύρινος), van de hyacint (ὑακίνθινος) en van zwavel (θειώδης). Wij vertalen ‘vuurrood, donkerblauw, zwavelgeel’; de precieze kleuren zijn een benadering. **9:18** Door deze drie plagen werd het derde deel van de mensen gedood: door het vuur, de rook en de zwavel die uit hun monden kwam. Brontekst: ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = de | τριῶν (trion) = drie | πληγῶν (plegon) = plagen | τούτων (touton) = deze | ἀπεκτάνθησαν (apektanthesan) = werden gedood | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῶν (ton) = van de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | ἐκ (ek) = door | τοῦ (tou) = het | πυρὸς (pyros) = vuur | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = de | καπνοῦ (kapnou) = rook | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = de | θείου (theiou) = zwavel | τοῦ (tou) = die | ἐκπορευομένου (ekporeuomenou) = komend | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | στομάτων (stomaton) = monden | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πληγή (plege), ‘plaag’: letterlijk ‘slag’. Wij vertalen zo ook in 9:20 en 11:6; bij het beest staat ‘wond’ (13:3). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐκ (ek), ‘door’, voor ‘het vuur’ een variant. **9:19** Want het gezag van de paarden is in hun mond en in hun staarten. Want hun staarten zijn gelijk aan slangen en hebben koppen, en daarmee brengen zij schade toe. Brontekst: ἡ (he) = het | γὰρ (gar) = want | ἐξουσία (exousia) = gezag | τῶν (ton) = van de | ἵππων (hippon) = paarden | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | στόματι (stomati) = mond | αὐτῶν (auton) = hun | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | οὐραῖς (ourais) = staarten | αὐτῶν (auton) = hun | αἱ (hai) = de | γὰρ (gar) = want | οὐραὶ (ourai) = staarten | αὐτῶν (auton) = hun | ὅμοιαι (homoiai) = gelijk | ὄφεσιν (ophesin) = aan slangen | ἔχουσαι (echousai) = hebbend | κεφαλάς (kephalas) = koppen | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | αὐταῖς (autais) = die | ἀδικοῦσιν (adikousin) = brengen schade toe Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘gezag’ in de mond en de staarten. Zie ook Openb. 9:3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὄφεσιν (ophesin), ‘slangen’, een variant. Zie ook: Openb 9:3 ### De overigen bekeren zich niet **9:20** De overige mensen werden niet door deze plagen gedood. Zij bekeerden zich ook niet van de werken van hun handen, zodat zij zich niet zouden neerbuigen voor de demonen en voor de afgodsbeelden van goud, zilver, brons, steen en hout. Die kunnen niet zien, niet horen en niet lopen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | οἱ (hoi) = de | λοιποὶ (loipoi) = overigen | τῶν (ton) = van de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | οἳ (hoi) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἀπεκτάνθησαν (apektanthesan) = werden gedood | ἐν (en) = door | ταῖς (tais) = de | πληγαῖς (plegais) = plagen | ταύταις (tautais) = deze | οὐδὲ (oude) = ook niet | μετενόησαν (metenoesan) = bekeerden zich | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | τῶν (ton) = van de | χειρῶν (cheiron) = handen | αὐτῶν (auton) = hun | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | προσκυνήσουσιν (proskynesousin) = zij zich zouden neerbuigen | τὰ (ta) = de | δαιμόνια (daimonia) = demonen | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | εἴδωλα (eidola) = afgodsbeelden | τὰ (ta) = de | χρυσᾶ (chrysa) = gouden | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | ἀργυρᾶ (argyra) = zilveren | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | χαλκᾶ (chalka) = bronzen | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | λίθινα (lithina) = stenen | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | ξύλινα (xylina) = houten | ἃ (ha) = die | οὔτε (oute) = noch | βλέπειν (blepein) = zien | δύνανται (dynantai) = kunnen | οὔτε (oute) = noch | ἀκούειν (akouein) = horen | οὔτε (oute) = noch | περιπατεῖν (peripatein) = lopen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μετανοέω (metanoeo), ‘zich bekeren’: letterlijk ‘van gedachten veranderen’. ἵνα μή (hina me), ‘opdat niet’: wij houden de letterlijke woorden aan. De zin kan zo gelezen worden dat zij zich niet bekeerden van het neerbuigen voor demonen en afgodsbeelden. δαιμόνια (daimonia), ‘demonen’; εἴδωλα (eidola), ‘afgodsbeelden’. χαλκοῦς (chalkous) vertalen wij met ‘brons’, zoals in Dan. 5:23. Voetnoot : Zie ook Dan. 5:23; Ps. 115:4–7; Ps. 135:15–17; Deut. 32:17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὐδέ (oude), ‘ook niet’, bij προσκυνήσουσιν (proskynesousin), ‘zij zullen zich neerbuigen’, en bij δύνανται (dynantai), ‘zij kunnen’, een variant. Zie ook: Deut 32:17; Ps 115:4–7; Ps 135:15–17; Dan 5:23 **9:21** En zij bekeerden zich niet van hun moorden, noch van hun tovermiddelen, noch van hun ontucht, noch van hun diefstallen. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | μετενόησαν (metenoesan) = bekeerden zich | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | φόνων (phonon) = moorden | αὐτῶν (auton) = hun | οὔτε (oute) = noch | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | φαρμάκων (pharmakon) = tovermiddelen | αὐτῶν (auton) = hun | οὔτε (oute) = noch | ἐκ (ek) = van | τῆς (tes) = de | πορνείας (porneias) = ontucht | αὐτῶν (auton) = hun | οὔτε (oute) = noch | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | κλεμμάτων (klemmaton) = diefstallen | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φάρμακον (pharmakon), ‘tovermiddel’: verwant met φαρμακεία (pharmakeia), ‘toverij’ in Gal. 5:20. πορνεία (porneia), ‘ontucht’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij φαρμάκων (pharmakon), ‘tovermiddelen’, een variant. Zie ook: Gal 5:20 ## Openbaring 10 _De machtige engel en de kleine boekrol_ ### De machtige engel met de kleine boekrol **10:1** En ik zag een andere machtige engel uit de hemel neerdalen. Hij was gehuld in een wolk. De regenboog was boven zijn hoofd, zijn gezicht was als de zon en zijn voeten waren als zuilen van vuur. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ἄλλον (allon) = een andere | ἄγγελον (angelon) = engel | ἰσχυρὸν (ischyron) = machtige | καταβαίνοντα (katabainonta) = neerdalend | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | περιβεβλημένον (peribeblemenon) = gehuld | νεφέλην (nephelen) = wolk | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἶρις (iris) = regenboog | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = het | κεφαλὴν (kephalen) = hoofd | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | αὐτοῦ (autou) = zijn | ὡς (hos) = als | ὁ (ho) = de | ἥλιος (helios) = zon | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | πόδες (podes) = voeten | αὐτοῦ (autou) = zijn | ὡς (hos) = als | στῦλοι (styloi) = zuilen | πυρός (pyros) = van vuur Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἶρις (iris), ‘regenboog’. In Ezech. 1:28 staat ‘de boog in de wolk’ met een ander woord (in ons Hebreeuwse bestand קֶשֶׁת, qeshet, ‘boog’). Zie ook Openb. 4:3; 1:15–16; Dan. 10:5–6. Voetnoot : De tekst zegt niet wie deze machtige engel is; hij is ‘een andere’ dan de engelen van hoofdstuk 8–9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἄλλον (allon), ‘een andere’, en bij de woorden τὴν κεφαλήν (ten kephalen), ‘het hoofd’, een variant. Zie ook: Ezech 1:28; Dan 10:5–6; Openb 1:15; Openb 4:3 **10:2** Hij had in zijn hand een kleine boekrol die open was. Hij zette zijn rechtervoet op de zee en zijn linkervoet op de aarde, Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔχων (echon) = hebbend | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | χειρὶ (cheiri) = hand | αὐτοῦ (autou) = zijn | βιβλαρίδιον (biblaridion) = kleine boekrol | ἠνεῳγμένον (eneogmenon) = geopende | καὶ (kai) = en | ἔθηκεν (etheken) = zette | τὸν (ton) = de | πόδα (poda) = voet | αὐτοῦ (autou) = zijn | τὸν (ton) = de | δεξιὸν (dexion) = rechter | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | θαλάσσης (thalasses) = zee | τὸν (ton) = de | δὲ (de) = maar | εὐώνυμον (euonymon) = linker | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βιβλαρίδιον (biblaridion), ‘kleine boekrol’: een verkleinwoord van βιβλίον (biblion), ‘boekrol’ (10:8). Zie ook Openb. 5:1; Ezech. 2:9–3:3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij βιβλαρίδιον een variant. Zie ook: Ezech 2:9–3:3; Openb 5:1 ### De 7 donderslagen **10:3** en riep met luide stem, zoals een leeuw brult. Toen hij riep, spraken de 7 donderslagen met hun eigen stemmen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔκραξεν (ekraxen) = riep | φωνῇ (phone) = met stem | μεγάλῃ (megale) = luide | ὥσπερ (hosper) = zoals | λέων (leon) = leeuw | μυκᾶται (mykatai) = brult | καὶ (kai) = en | ὅτε (hote) = toen | ἔκραξεν (ekraxen) = riep hij | ἐλάλησαν (elalesan) = spraken | αἱ (hai) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | βρονταὶ (brontai) = donderslagen | τὰς (tas) = de | ἑαυτῶν (heauton) = hun eigen | φωνάς (phonas) = stemmen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βροντή (bronte), ‘donderslag’. Zie ook Ps. 29:3–9 (de stem van Yahweh), Hos. 11:10 en Amos 3:8 (Yahweh brult als een leeuw). Zie ook: Ps 29:3–9; Amos 3:8; Hos 11:10 **10:4** Toen de 7 donderslagen gesproken hadden, stond ik op het punt te schrijven. Maar ik hoorde een stem uit de hemel die zei: „Verzegel wat de 7 donderslagen gesproken hebben, en schrijf het niet op.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ὅτε (hote) = toen | ἐλάλησαν (elalesan) = spraken | αἱ (hai) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | βρονταί (brontai) = donderslagen | ἤμελλον (emellon) = stond ik op het punt | γράφειν (graphein) = te schrijven | καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | φωνὴν (phonen) = stem | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | λέγουσαν (legousan) = zeggend | Σφράγισον (Sphragison) = verzegel | ἃ (ha) = wat | ἐλάλησαν (elalesan) = spraken | αἱ (hai) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | βρονταί (brontai) = donderslagen | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | αὐτὰ (auta) = het | γράψῃς (grapses) = schrijf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σφραγίζω (sphragizo), ‘verzegelen’: dichtmaken en verborgen houden. De tekst zegt niet wie de stem uit de hemel is. Zie ook Dan. 12:4 en 12:9; Openb. 22:10. Zie ook: Dan 12:4; Dan 12:9; Openb 22:10 ### De eed van de engel **10:5** De engel die ik op de zee en op de aarde zag staan, hief zijn rechterhand op naar de hemel, Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ἄγγελος (angelos) = engel | ὃν (hon) = die | εἶδον (eidon) = zag ik | ἑστῶτα (hestota) = staand | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | θαλάσσης (thalasses) = zee | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | ἦρεν (eren) = hief op | τὴν (ten) = de | χεῖρα (cheira) = hand | αὐτοῦ (autou) = zijn | τὴν (ten) = de | δεξιὰν (dexian) = rechter | εἰς (eis) = naar | τὸν (ton) = de | οὐρανόν (ouranon) = hemel Bron: SBLGNT **10:6** en zwoer bij Hem die leeft tot in de eeuwen van de eeuwen, die de hemel heeft geschapen en wat daarin is, de aarde en wat daarin is, en de zee en wat daarin is, dat er geen tijd meer zal zijn. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὤμοσεν (omosen) = zwoer | τῷ (to) = bij Hem | ζῶντι (zonti) = die leeft | εἰς (eis) = tot in | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | ὃς (hos) = die | ἔκτισεν (ektisen) = schiep | τὸν (ton) = de | οὐρανὸν (ouranon) = hemel | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = wat | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = wat | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | θάλασσαν (thalassan) = zee | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = wat | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar | ὅτι (hoti) = dat | χρόνος (chronos) = tijd | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | ἔσται (estai) = zal zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De eed bij Hem die leeft: zie Dan. 12:7. ‘Wat daarin is’ staat in het Grieks steeds in het onzijdig; zie Exod. 20:11. Voetnoot : χρόνος (chronos), ‘tijd’: de tekst zegt niet nader wat hiermee bedoeld wordt. Wij vertalen letterlijk. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὤμοσεν (omosen), ‘hij zwoer’, een variant. Zie ook: Ex 20:11; Dan 12:7 **10:7** Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij gaat blazen, dan is het geheimenis van Elohim voltooid, zoals Hij aan Zijn eigen knechten, de profeten, de goede boodschap heeft gebracht. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἡμέραις (hemerais) = dagen | τῆς (tes) = van de | φωνῆς (phones) = stem | τοῦ (tou) = van de | ἑβδόμου (hebdomou) = zevende | ἀγγέλου (angelou) = engel | ὅταν (hotan) = wanneer | μέλλῃ (melle) = hij gaat | σαλπίζειν (salpizein) = blazen | καὶ (kai) = dan | ἐτελέσθη (etelesthe) = is voltooid | τὸ (to) = het | μυστήριον (mysterion) = geheimenis | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὡς (hos) = zoals | εὐηγγέλισεν (euengelisen) = heeft de goede boodschap gebracht | τοὺς (tous) = aan de | ἑαυτοῦ (heautou) = Zijn eigen | δούλους (doulous) = knechten | τοὺς (tous) = de | προφήτας (prophetas) = profeten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: iets verborgens dat bekend gemaakt wordt. εὐαγγελίζω (euangelizo), ‘de goede boodschap brengen’. ἐτελέσθη (etelesthe) staat in de verleden tijd: ‘is voltooid’. δοῦλος (doulos), ‘knecht’; in Amos 3:7, waar dezelfde gedachte staat, heeft ons Hebreeuwse bestand ‘dienaren’. Zie ook Openb. 11:15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden ἑαυτοῦ δούλους (heautou doulous), ‘Zijn eigen knechten’, als variant. Zie ook: Amos 3:7; Openb 11:15 ### Johannes eet de kleine boekrol **10:8** De stem die ik uit de hemel gehoord had, sprak opnieuw met mij. Zij zei: „Ga, neem de geopende boekrol uit de hand van de engel die op de zee en op de aarde staat.” Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἡ (he) = de | φωνὴ (phone) = stem | ἣν (hen) = die | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | πάλιν (palin) = opnieuw | λαλοῦσαν (lalousan) = sprekend | μετ’ (met’) = met | ἐμοῦ (emou) = mij | καὶ (kai) = en | λέγουσαν (legousan) = zeggend | Ὕπαγε (Hypage) = ga | λάβε (labe) = neem | τὸ (to) = de | βιβλίον (biblion) = boekrol | τὸ (to) = de | ἠνεῳγμένον (eneogmenon) = geopende | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | χειρὶ (cheiri) = hand | τοῦ (tou) = van de | ἀγγέλου (angelou) = engel | τοῦ (tou) = die | ἑστῶτος (hestotos) = staat | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | θαλάσσης (thalasses) = zee | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zin begint met een nominatief (‘de stem die ik hoorde’) en gaat verder met twee accusatieven (‘sprekend’, ‘zeggend’). Wij vertalen de zin als een gewone zin. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij λαλοῦσαν (lalousan), ‘sprekend’, bij λέγουσαν (legousan), ‘zeggend’, en bij βιβλίον (biblion), ‘boekrol’, een variant. **10:9** Ik ging naar de engel en zei tegen hem dat hij mij de kleine boekrol moest geven. Hij zei tegen mij: „Neem hem en eet hem helemaal op. Hij zal je buik bitter maken, maar in je mond zal hij zoet zijn als honing.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀπῆλθα (apeltha) = ging ik weg | πρὸς (pros) = naar | τὸν (ton) = de | ἄγγελον (angelon) = engel | λέγων (legon) = zeggend | αὐτῷ (auto) = tegen hem | δοῦναί (dounai) = om te geven | μοι (moi) = aan mij | τὸ (to) = de | βιβλαρίδιον (biblaridion) = kleine boekrol | καὶ (kai) = en | λέγει (legei) = zegt | μοι (moi) = tegen mij | Λάβε (Labe) = neem | καὶ (kai) = en | κατάφαγε (kataphage) = eet helemaal op | αὐτό (auto) = hem | καὶ (kai) = en | πικρανεῖ (pikranei) = zal bitter maken | σου (sou) = je | τὴν (ten) = de | κοιλίαν (koilian) = buik | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | στόματί (stomati) = mond | σου (sou) = je | ἔσται (estai) = zal zijn | γλυκὺ (glyky) = zoet | ὡς (hos) = als | μέλι (meli) = honing Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατεσθίω (katesthio), ‘helemaal opeten’. Zie ook Ezech. 2:8–3:3 en Jer. 15:16. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀπῆλθα (apelthon), ‘ik ging weg’, en bij βιβλαρίδιον een variant. Zie ook: Jer 15:16; Ezech 2:8–3:3 **10:10** Ik nam de kleine boekrol uit de hand van de engel en at hem helemaal op. In mijn mond was hij zoet als honing. Maar toen ik hem gegeten had, werd mijn buik bitter. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔλαβον (elabon) = nam ik | τὸ (to) = de | βιβλαρίδιον (biblaridion) = kleine boekrol | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | χειρὸς (cheiros) = hand | τοῦ (tou) = van de | ἀγγέλου (angelou) = engel | καὶ (kai) = en | κατέφαγον (katephagon) = at helemaal op | αὐτό (auto) = hem | καὶ (kai) = en | ἦν (en) = was | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | στόματί (stomati) = mond | μου (mou) = mijn | ὡς (hos) = als | μέλι (meli) = honing | γλυκύ (glyky) = zoet | καὶ (kai) = en | ὅτε (hote) = toen | ἔφαγον (ephagon) = at ik | αὐτό (auto) = hem | ἐπικράνθη (epikranthe) = werd bitter | ἡ (he) = de | κοιλία (koilia) = buik | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Bij Ezechiël was de rol zoet als honing (Ezech. 3:3). Hier wordt hij daarna ook bitter in de buik. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij βιβλαρίδιον een variant. Zie ook: Ezech 3:3 **10:11** Zij zeiden tegen mij: „Je moet opnieuw profeteren over volken, naties, talen en vele koningen.” Brontekst: Καὶ (Kai) = en | λέγουσίν (legousin) = zeggen | μοι (moi) = tegen mij | Δεῖ (Dei) = het is nodig | σε (se) = jou | πάλιν (palin) = opnieuw | προφητεῦσαι (propheteusai) = profeteren | ἐπὶ (epi) = over | λαοῖς (laois) = volken | καὶ (kai) = en | ἔθνεσιν (ethnesin) = naties | καὶ (kai) = en | γλώσσαις (glossais) = talen | καὶ (kai) = en | βασιλεῦσιν (basileusin) = koningen | πολλοῖς (pollois) = vele Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het onderwerp van ‘zeiden’ staat er niet bij: het Grieks heeft een meervoud zonder onderwerp. δεῖ (dei), ‘het is nodig’. Zie ook Dan. 3:4 en 7:14 (volken, naties en talen) en Openb. 5:9; 7:9; 11:9; 13:7; 14:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, voor ‘naties’ een variant. Zie ook: Dan 3:4; Dan 7:14; Openb 5:9; Openb 7:9; Openb 11:9; Openb 13:7; Openb 14:6 ## Openbaring 11 _De twee getuigen en de zevende bazuin_ ### De opdracht om het heiligdom te meten **11:1** Mij werd een riet gegeven, gelijk aan een staf. En hij zei: „Sta op en meet het heiligdom van Elohim en het altaar en hen die zich daarin neerbuigen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | μοι (moi) = aan mij | κάλαμος (kalamos) = riet | ὅμοιος (homoios) = gelijk | ῥάβδῳ (rhabdo) = aan een staf | λέγων (legon) = zeggend | Ἔγειρε (Egeire) = sta op | καὶ (kai) = en | μέτρησον (metreson) = meet | τὸν (ton) = het | ναὸν (naon) = heiligdom | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | θυσιαστήριον (thysiasterion) = altaar | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = hen | προσκυνοῦντας (proskynountas) = die zich neerbuigen | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κάλαμος (kalamos), ‘riet’: hier een meetlat; vergelijk Ezech. 40:3–5 en Zach. 2:5–6. ναός (naos), ‘heiligdom’: het eigenlijke gebouw. Het Grieks heeft ‘zeggend’ in het mannelijk enkelvoud; wie spreekt, noemt de tekst niet. Deze toespraak loopt door tot en met vers 3. Omdat de tekst niet zegt wie spreekt, zetten wij ze zwart, zoals de andere stemmen en engelen die niet bij naam genoemd worden (10:4, 10:8; 11:12). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij Ἔγειρε (Egeire), ‘sta op’, een variant. Zie ook: Ezech 40:3–5; Zach 2:5–6; Openb 11:3 **11:2** Het voorhof buiten het heiligdom, laat dat buiten, en meet het niet. Want het is aan de volken gegeven, en zij zullen de heilige stad 42 maanden lang vertreden. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = het | αὐλὴν (aulen) = voorhof | τὴν (ten) = het | ἔξωθεν (exothen) = buiten | τοῦ (tou) = van het | ναοῦ (naou) = heiligdom | ἔκβαλε (ekbale) = werp | ἔξωθεν (exothen) = naar buiten | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | αὐτὴν (auten) = het | μετρήσῃς (metreses) = zul meten | ὅτι (hoti) = omdat | ἐδόθη (edothe) = is gegeven | τοῖς (tois) = aan de | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | πόλιν (polin) = stad | τὴν (ten) = de | ἁγίαν (hagian) = heilige | πατήσουσιν (patesousin) = zullen vertreden | μῆνας (menas) = maanden | τεσσεράκοντα (tesserakonta) = veertig | δύο (dyo) = twee Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: αὐλή (aule), ‘voorhof’. ἐκβάλλω (ekballo) is letterlijk ‘uitwerpen’; wij vertalen ‘laat buiten’, omdat het om het niet meten gaat. ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de niet-Joden. 42 maanden zijn 3½ jaar, evenveel als de 1260 dagen van 11:3 en 12:6; zie ook Dan. 7:25 en 12:7 en Openb. 12:14; 13:5. πατέω (pateo), ‘vertreden’, zoals in Luc. 21:24. Voetnoot : De tekst noemt de naam van de heilige stad niet. In Neh. 11:1 en Jes. 52:1 heet Jeruzalem ‘de heilige stad’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἔξωθεν (exothen), ‘naar buiten’, en bij τεσσεράκοντα (tesserakonta), ‘veertig’, een variant. Zie ook: Jes 52:1; Dan 7:25; Dan 12:7; Neh 11:1; Luc 21:24; Openb 12:14; Openb 13:5 ### De twee getuigen **11:3** Ik zal aan mijn twee getuigen geven, en zij zullen 1260 dagen profeteren, gehuld in rouwkleed.” Brontekst: καὶ (kai) = en | δώσω (doso) = zal Ik geven | τοῖς (tois) = aan de | δυσὶν (dysin) = twee | μάρτυσίν (martysin) = getuigen | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = en | προφητεύσουσιν (propheteusousin) = zullen profeteren | ἡμέρας (hemeras) = dagen | χιλίας (chilias) = duizend | διακοσίας (diakosias) = tweehonderd | ἑξήκοντα (hexekonta) = zestig | περιβεβλημένοι (peribeblemenoi) = gehuld | σάκκους (sakkous) = rouwkleed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μάρτυς (martys), ‘getuige’. 1260 dagen zijn 42 maanden van 30 dagen. σάκκος (sakkos), ‘rouwkleed’: grove stof, teken van rouw. Het Grieks heeft bij ‘geven’ geen voorwerp. De spreker wordt niet genoemd; ‘mijn getuigen’ zou op Yeshua of op Elohim kunnen wijzen, maar de tekst zegt dat niet. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij περιβεβλημένοι (peribeblemenoi), ‘gehuld’, een variant. **11:4** Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaars die voor de Heer van de aarde staan. Brontekst: Οὗτοί (Houtoi) = dit | εἰσιν (eisin) = zijn | αἱ (hai) = de | δύο (dyo) = twee | ἐλαῖαι (elaiai) = olijfbomen | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | δύο (dyo) = twee | λυχνίαι (lychniai) = kandelaars | αἱ (hai) = die | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | ἑστῶτες (hestotes) = staan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλαία (elaia), ‘olijfboom’; λυχνία (lychnia), ‘kandelaar’. Zie ook Zach. 4:2–3 en 4:11–14: de twee ‘zonen van de olie’ staan bij ‘de Heer van heel de aarde’. Voetnoot : ἑστῶτες (hestotes), ‘staan’, is mannelijk meervoud, terwijl ‘olijfbomen’ en ‘kandelaars’ vrouwelijk zijn. Dat past bij de twee getuigen als personen, naar wie ‘dit zijn’ verwijst; de SBLGNT markeert hier een variant (zie Lezing). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἑστῶτες een variant. Zie ook: Zach 4:2–3; Zach 4:11 **11:5** Als iemand hen schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en verslindt hun vijanden. Als iemand hen schade wil toebrengen, dan moet hij zo gedood worden. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | αὐτοὺς (autous) = hen | θέλει (thelei) = wil | ἀδικῆσαι (adikesai) = schade toebrengen | πῦρ (pyr) = vuur | ἐκπορεύεται (ekporeuetai) = komt voort | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | στόματος (stomatos) = mond | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | κατεσθίει (katesthiei) = verslindt | τοὺς (tous) = de | ἐχθροὺς (echthrous) = vijanden | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | θελήσῃ (thelese) = zal willen | αὐτοὺς (autous) = hen | ἀδικῆσαι (adikesai) = schade toebrengen | οὕτως (houtos) = zo | δεῖ (dei) = het is nodig | αὐτὸν (auton) = hem | ἀποκτανθῆναι (apoktanthenai) = gedood te worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie ook 2 Kon. 1:10 (Elia roept vuur uit de hemel) en Jer. 5:14. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij θελήσῃ αὐτούς (thelese autous), ‘zal willen hen’, een variant. Zie ook: 2 Kon 1:10; Jer 5:14 **11:6** Zij hebben het gezag om de hemel te sluiten, zodat het niet regent in de dagen van hun profetie. Ook hebben zij gezag over de wateren om die in bloed te veranderen, en om de aarde met elke plaag te slaan, zo vaak als zij willen. Brontekst: οὗτοι (houtoi) = deze | ἔχουσιν (echousin) = hebben | τὴν (ten) = het | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | κλεῖσαι (kleisai) = te sluiten | τὸν (ton) = de | οὐρανόν (ouranon) = hemel | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ὑετὸς (hyetos) = regen | βρέχῃ (breche) = valt | τὰς (tas) = de | ἡμέρας (hemeras) = dagen | τῆς (tes) = van de | προφητείας (propheteias) = profetie | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | ἔχουσιν (echousin) = hebben zij | ἐπὶ (epi) = over | τῶν (ton) = de | ὑδάτων (hydaton) = wateren | στρέφειν (strephein) = te veranderen | αὐτὰ (auta) = die | εἰς (eis) = in | αἷμα (haima) = bloed | καὶ (kai) = en | πατάξαι (pataxai) = te slaan | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | ἐν (en) = met | πάσῃ (pase) = elke | πληγῇ (plege) = plaag | ὁσάκις (hosakis) = zo vaak | ἐὰν (ean) = als | θελήσωσιν (thelesosin) = zij willen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie ook 1 Kon. 17:1 (Elia en de regen) en Exod. 7:17–19 (water wordt bloed). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden τὴν ἐξουσίαν κλεῖσαι τὸν οὐρανόν (ten exousian kleisai ton ouranon), ‘het gezag om de hemel te sluiten’, en ἐν πάσῃ πληγῇ ὁσάκις ἐὰν θελήσωσιν (en pase plege hosakis ean thelesosin), ‘met elke plaag zo vaak als zij willen’, als variant. Zie ook: Ex 7:17–19; 1 Kon 17:1 ### Het beest overwint de getuigen **11:7** Wanneer zij hun getuigenis hebben voltooid, zal het beest dat uit de afgrond opkomt oorlog tegen hen voeren. Het zal hen overwinnen en doden. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὅταν (hotan) = wanneer | τελέσωσιν (telesosin) = zij voltooid hebben | τὴν (ten) = het | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | αὐτῶν (auton) = hun | τὸ (to) = het | θηρίον (therion) = beest | τὸ (to) = dat | ἀναβαῖνον (anabainon) = opkomt | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | ἀβύσσου (abyssou) = afgrond | ποιήσει (poiesei) = zal voeren | μετ’ (met’) = tegen | αὐτῶν (auton) = hen | πόλεμον (polemon) = oorlog | καὶ (kai) = en | νικήσει (nikesei) = zal overwinnen | αὐτοὺς (autous) = hen | καὶ (kai) = en | ἀποκτενεῖ (apoktenei) = zal doden | αὐτούς (autous) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θηρίον (therion), ‘beest’: hier komt ‘het beest’ voor het eerst voor; in 6:8 staat het meervoud voor ‘wilde dieren’. Zie ook Dan. 7:21; Openb. 13:1–7; 17:8. Zie ook: Dan 7:21; Openb 13:1–7; Openb 17:8 **11:8** Hun lijk ligt op het plein van de grote stad, die in geestelijke zin Sodom en Egypte wordt genoemd, waar ook hun Heer is gekruisigd. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | πτῶμα (ptoma) = lijk | αὐτῶν (auton) = hun | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = het | πλατείας (plateias) = plein | τῆς (tes) = van de | πόλεως (poleos) = stad | τῆς (tes) = de | μεγάλης (megales) = grote | ἥτις (hetis) = die | καλεῖται (kaleitai) = wordt genoemd | πνευματικῶς (pneumatikos) = in geestelijke zin | Σόδομα (Sodoma) = Sodom | καὶ (kai) = en | Αἴγυπτος (Aigyptos) = Egypte | ὅπου (hopou) = waar | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | αὐτῶν (auton) = hun | ἐσταυρώθη (estaurothe) = is gekruisigd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνευματικῶς (pneumatikos), ‘in geestelijke zin’: Sodom en Egypte zijn hier namen met een overdrachtelijke betekenis. Zie ook Gen. 19 en Jes. 1:9–10 (Sodom) en Exod. 1–12 (Egypte). Het Grieks heeft bij ‘hun lijk’ geen werkwoord; wij vullen ‘ligt’ aan. πλατεῖα (plateia) is letterlijk ‘brede straat’. Voetnoot : De tekst noemt de naam van de stad niet. Hij zegt wel dat hun Heer daar gekruisigd is; zie Joh. 19:17–20. Zie ook: Jes 1:9–10; Joh 19:17–20 **11:9** Mensen uit de volken, stammen, talen en naties zien hun lijk drie dagen en een half, en zij laten hun lijken niet in een graf leggen. Brontekst: καὶ (kai) = en | βλέπουσιν (blepousin) = zien | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | λαῶν (laon) = volken | καὶ (kai) = en | φυλῶν (phylon) = stammen | καὶ (kai) = en | γλωσσῶν (glosson) = talen | καὶ (kai) = en | ἐθνῶν (ethnon) = naties | τὸ (to) = het | πτῶμα (ptoma) = lijk | αὐτῶν (auton) = hun | ἡμέρας (hemeras) = dagen | τρεῖς (treis) = drie | καὶ (kai) = en | ἥμισυ (hemisy) = een half | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | πτώματα (ptomata) = lijken | αὐτῶν (auton) = hun | οὐκ (ouk) = niet | ἀφίουσιν (aphiousin) = laten zij | τεθῆναι (tethenai) = te leggen | εἰς (eis) = in | μνῆμα (mnema) = graf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκ (ek), ‘uit’, staat hier voor ‘sommigen uit’: het onderwerp ‘sommigen’ ontbreekt in het Grieks. Wij schrijven ‘mensen uit’. μνῆμα (mnema), ‘graf’. Niet begraven worden gold als grote schande; zie Ps. 79:2–3. Zie ook Openb. 10:11; 13:7; 14:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, voor ‘een half’ en bij ἀφίουσιν (aphiousin), ‘zij laten’, een variant. Zie ook: Ps 79:2–3; Openb 10:11; Openb 13:7; Openb 14:6 **11:10** En zij die op de aarde wonen, verheugen zich over hen en zijn vrolijk. Zij zullen elkaar geschenken sturen, want deze twee profeten hadden hen gekweld die op de aarde wonen. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = die | κατοικοῦντες (katoikountes) = wonen | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | χαίρουσιν (chairousin) = verheugen zich | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτοῖς (autois) = hen | καὶ (kai) = en | εὐφραίνονται (euphrainontai) = zijn vrolijk | καὶ (kai) = en | δῶρα (dora) = geschenken | πέμψουσιν (pempsousin) = zullen sturen | ἀλλήλοις (allelois) = aan elkaar | ὅτι (hoti) = omdat | οὗτοι (houtoi) = deze | οἱ (hoi) = de | δύο (dyo) = twee | προφῆται (prophetai) = profeten | ἐβασάνισαν (ebasanisan) = kwelden | τοὺς (tous) = hen | κατοικοῦντας (katoikountas) = die wonen | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πέμπω (pempo), ‘sturen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij εὐφραίνονται (euphrainontai), ‘zij zijn vrolijk’, en bij πέμψουσιν (pempsousin), ‘zij zullen sturen’, een variant. ### De getuigen staan op **11:11** Na de drie dagen en een half kwam een geest van leven van Elohim in hen, en zij gingen op hun voeten staan. Een grote angst viel over hen die hen zagen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | μετὰ (meta) = na | τὰς (tas) = de | τρεῖς (treis) = drie | ἡμέρας (hemeras) = dagen | καὶ (kai) = en | ἥμισυ (hemisy) = een half | πνεῦμα (pneuma) = geest | ζωῆς (zoes) = van leven | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | εἰσῆλθεν (eiselthen) = ging binnen | ἐν (en) = in | αὐτοῖς (autois) = hen | καὶ (kai) = en | ἔστησαν (estesan) = gingen staan | ἐπὶ (epi) = op | τοὺς (tous) = de | πόδας (podas) = voeten | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | φόβος (phobos) = angst | μέγας (megas) = grote | ἐπέπεσεν (epepesen) = viel | ἐπὶ (epi) = over | τοὺς (tous) = de | θεωροῦντας (theorountas) = kijkenden | αὐτούς (autous) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνεῦμα ζωῆς (pneuma zoes), ‘geest van leven’. Zie ook Ezech. 37:5 en 37:10 (een geest komt in de beenderen, en zij gaan op hun voeten staan). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden ἐν αὐτοῖς (en autois), ‘in hen’, en ἐπέπεσεν (epepesen), ‘viel’, als variant. Zie ook: Ezech 37:5; Ezech 37:10 **11:12** Zij hoorden een luide stem uit de hemel. Die zei tegen hen: „Kom hierheen omhoog!” En zij gingen in de wolk omhoog naar de hemel, en hun vijanden zagen hen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἤκουσαν (ekousan) = hoorden zij | φωνῆς (phones) = stem | μεγάλης (megales) = luide | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | λεγούσης (legouses) = zeggende | αὐτοῖς (autois) = tegen hen | Ἀνάβατε (Anabate) = kom omhoog | ὧδε (hode) = hierheen | καὶ (kai) = en | ἀνέβησαν (anebesan) = gingen omhoog | εἰς (eis) = naar | τὸν (ton) = de | οὐρανὸν (ouranon) = hemel | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | νεφέλῃ (nephele) = wolk | καὶ (kai) = en | ἐθεώρησαν (etheoresan) = zagen | αὐτοὺς (autous) = hen | οἱ (hoi) = de | ἐχθροὶ (echthroi) = vijanden | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie ook 2 Kon. 2:11 (Elia gaat naar de hemel). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier meerdere woorden als variant: ἤκουσαν (ekousan), ‘zij hoorden’, φωνῆς μεγάλης (phones megales), ‘luide stem’, λεγούσης (legouses), ‘zeggend’, en Ἀνάβατε (Anabate), ‘kom omhoog’. Zie ook: 2 Kon 2:11 **11:13** In dat uur kwam er een grote aardbeving. Het tiende deel van de stad viel, en in de aardbeving werden 7000 mensen gedood. De overigen werden bang en gaven heerlijkheid aan de Elohim van de hemel. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | ἐκείνῃ (ekeine) = dat | τῇ (te) = het | ὥρᾳ (hora) = uur | ἐγένετο (egeneto) = kwam | σεισμὸς (seismos) = aardbeving | μέγας (megas) = grote | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | δέκατον (dekaton) = tiende deel | τῆς (tes) = van de | πόλεως (poleos) = stad | ἔπεσεν (epesen) = viel | καὶ (kai) = en | ἀπεκτάνθησαν (apektanthesan) = werden gedood | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | σεισμῷ (seismo) = aardbeving | ὀνόματα (onomata) = namen | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen | χιλιάδες (chiliades) = duizendtallen | ἑπτά (hepta) = 7 | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | λοιποὶ (loipoi) = overigen | ἔμφοβοι (emphoboi) = bevreesd | ἐγένοντο (egenonto) = werden | καὶ (kai) = en | ἔδωκαν (edokan) = gaven | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | τοῦ (tou) = van de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὄνομα (onoma), ‘naam’: het Grieks heeft ‘namen van mensen’, 7000 in getal. Ook in 3:4 staan ‘namen’ voor personen. Wij vertalen ‘mensen’. ‘De Elohim van de hemel’: zie Dan. 2:18–19. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὥρᾳ (hora), ‘uur’, een variant. Zie ook: Dan 2:18–19 ### Het tweede wee is voorbij **11:14** Het tweede wee is voorbij. Zie, het derde wee komt snel. Brontekst: Ἡ (He) = het | οὐαὶ (ouai) = wee | ἡ (he) = het | δευτέρα (deutera) = tweede | ἀπῆλθεν (apelthen) = is voorbijgegaan | ἰδοὺ (idou) = zie | ἡ (he) = het | οὐαὶ (ouai) = wee | ἡ (he) = het | τρίτη (trite) = derde | ἔρχεται (erchetai) = komt | ταχύ (tachy) = snel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie ook Openb. 8:13; 9:12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden ἰδοὺ ἡ οὐαὶ ἡ τρίτη (idou he ouai he trite), ‘zie, het derde wee’, als variant. Zie ook: Openb 8:13; Openb 9:12 ### De zevende bazuin: het koninkrijk is van onze Heer **11:15** De zevende engel blies op de bazuin. Er kwamen luide stemmen in de hemel. Zij zeiden: „Het koninkrijk van de wereld is van onze Heer en van Zijn Messias geworden, en Hij zal regeren tot in de eeuwen van de eeuwen.” Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὁ (ho) = de | ἕβδομος (hebdomos) = zevende | ἄγγελος (angelos) = engel | ἐσάλπισεν (esalpisen) = blies de bazuin | καὶ (kai) = en | ἐγένοντο (egenonto) = kwamen | φωναὶ (phonai) = stemmen | μεγάλαι (megalai) = luide | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | λέγοντες (legontes) = zeggend | Ἐγένετο (Egeneto) = is geworden | ἡ (he) = het | βασιλεία (basileia) = koninkrijk | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van de | χριστοῦ (christou) = Messias | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | βασιλεύσει (basileusei) = zal regeren | εἰς (eis) = tot in | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κύριος (kyrios), ‘Heer’: de formule ‘de Heer en Zijn Messias’ roept Ps. 2:2 op (Yahweh en Zijn gezalfde); wij laten ‘Heer’ staan, omdat het geen aanhaling is. Het werkwoord ‘zal regeren’ staat in het enkelvoud, ook al worden twee genoemd. Zie ook Exod. 15:18; Dan. 2:44; 7:14 en Openb. 10:7. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij λέγοντες (legontes), ‘zeggend’, een variant. Zie ook: Ex 15:18; Ps 2:2; Dan 2:44; Dan 7:14; Openb 10:7 **11:16** En de 24 ouderen die voor Elohim op hun tronen zitten, vielen op hun gezicht en bogen zich neer voor Elohim, Brontekst: Καὶ (Kai) = en | οἱ (hoi) = de | εἴκοσι (eikosi) = twintig | τέσσαρες (tessares) = vier | πρεσβύτεροι (presbyteroi) = ouderen | οἱ (hoi) = die | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | καθήμενοι (kathemenoi) = zittend | ἐπὶ (epi) = op | τοὺς (tous) = de | θρόνους (thronous) = tronen | αὐτῶν (auton) = hun | ἔπεσαν (epesan) = vielen | ἐπὶ (epi) = op | τὰ (ta) = de | πρόσωπα (prosopa) = gezichten | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | προσεκύνησαν (prosekynesan) = bogen zich neer | τῷ (to) = voor de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie ook Openb. 4:4, 4:10; 5:8; 7:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden θεοῦ καθήμενοι (theou kathemenoi), ‘Elohim zittend’, als variant. Zie ook: Openb 4:4; Openb 4:10; Openb 5:8; Openb 7:11 **11:17** en zeiden: „Wij danken U, Yahweh Elohim, de Almachtige, Hij die is en die was, omdat U Uw grote kracht hebt genomen en bent gaan regeren. Brontekst: λέγοντες (legontes) = zeggend | Εὐχαριστοῦμέν (Eucharistoumen) = wij danken | σοι (soi) = U | κύριε (kyrie) = Yahweh | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = de | παντοκράτωρ (pantokrator) = Almachtige | ὁ (ho) = Hij die | ὢν (on) = is | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | ἦν (en) = was | ὅτι (hoti) = omdat | εἴληφας (eilephas) = U hebt genomen | τὴν (ten) = de | δύναμίν (dynamin) = kracht | σου (sou) = Uw | τὴν (ten) = de | μεγάλην (megalen) = grote | καὶ (kai) = en | ἐβασίλευσας (ebasileusas) = bent gaan regeren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κύριε ὁ θεός (kyrie ho theos), letterlijk ‘Heer, de Elohim’: dit past bij de Naam met Elohim, ‘Yahweh Elohim’; wij schrijven Yahweh Elohim, zoals in 1:8 en 4:8. παντοκράτωρ (pantokrator), ‘Almachtige’: zie de Uitleg bij 1:8. In 1:4, 1:8 en 4:8 volgt na ‘Hij die is en die was’ nog ‘die komt’; hier staan die woorden niet in de tekst. ἐβασίλευσας (ebasileusas), ‘U bent gaan regeren’: de verleden tijd; zie ook 11:15. **11:18** De volken werden toornig, en Uw toorn kwam. En de tijd kwam voor de doden om geoordeeld te worden, om het loon te geven aan Uw knechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te verderven die de aarde verderven.” Brontekst: καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | ὠργίσθησαν (orgisthesan) = werden toornig | καὶ (kai) = en | ἦλθεν (elthen) = kwam | ἡ (he) = de | ὀργή (orge) = toorn | σου (sou) = Uw | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | καιρὸς (kairos) = tijd | τῶν (ton) = van de | νεκρῶν (nekron) = doden | κριθῆναι (krithenai) = om geoordeeld te worden | καὶ (kai) = en | δοῦναι (dounai) = om te geven | τὸν (ton) = het | μισθὸν (misthon) = loon | τοῖς (tois) = aan de | δούλοις (doulois) = knechten | σου (sou) = Uw | τοῖς (tois) = aan de | προφήταις (prophetais) = profeten | καὶ (kai) = en | τοῖς (tois) = aan de | ἁγίοις (hagiois) = heiligen | καὶ (kai) = en | τοῖς (tois) = aan de | φοβουμένοις (phoboumenois) = vrezenden | τὸ (to) = de | ὄνομά (onoma) = naam | σου (sou) = Uw | τοὺς (tous) = de | μικροὺς (mikrous) = kleinen | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | μεγάλους (megalous) = groten | καὶ (kai) = en | διαφθεῖραι (diaphtheirai) = om te verderven | τοὺς (tous) = hen | διαφθείροντας (diaphtheirontas) = die verderven | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀργή (orge), ‘toorn’. Zie ook Ps. 2:1–5 en Ps. 115:13 (‘die Yahweh vrezen, de kleinen samen met de groten’). Het Grieks heeft een woordspeling: ‘verderven’ (διαφθεῖραι) hen die de aarde ‘verderven’ (διαφθείροντας). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden τοὺς μικροὺς καὶ τοὺς μεγάλους (tous mikrous kai tous megalous), ‘de kleinen en de groten’, als variant. Zie ook: Ps 2:1–5; Ps 115:13 ### Het heiligdom in de hemel gaat open **11:19** Het heiligdom van Elohim in de hemel werd geopend, en in Zijn heiligdom werd de ark van Zijn verbond gezien. Er kwamen bliksemflitsen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἠνοίγη (enoige) = werd geopend | ὁ (ho) = het | ναὸς (naos) = heiligdom | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὁ (ho) = dat | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | καὶ (kai) = en | ὤφθη (ophthe) = werd gezien | ἡ (he) = de | κιβωτὸς (kibotos) = ark | τῆς (tes) = van het | διαθήκης (diathekes) = verbond | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | ναῷ (nao) = heiligdom | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | ἐγένοντο (egenonto) = kwamen | ἀστραπαὶ (astrapai) = bliksemflitsen | καὶ (kai) = en | φωναὶ (phonai) = stemmen | καὶ (kai) = en | βρονταὶ (brontai) = donderslagen | καὶ (kai) = en | σεισμὸς (seismos) = aardbeving | καὶ (kai) = en | χάλαζα (chalaza) = hagel | μεγάλη (megale) = grote Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κιβωτός (kibotos), ‘ark’; διαθήκη (diatheke), ‘verbond’. Zie ook Exod. 25:22; 1 Kon. 8:6 en Openb. 8:5; 4:5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὁ (ho), ‘dat’, voor ‘in de hemel’, bij αὐτοῦ (autou), ‘Zijn’, en bij de woorden καὶ σεισμός (kai seismos), ‘en aardbeving’, een variant. Zie ook: Ex 25:22; 1 Kon 8:6; Openb 4:5; Openb 8:5 ## Openbaring 12 _De vrouw, de draak en de oorlog in de hemel_ ### De vrouw en de draak **12:1** Er werd een groot teken gezien in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van 12 sterren. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | σημεῖον (semeion) = teken | μέγα (mega) = groot | ὤφθη (ophthe) = werd gezien | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | γυνὴ (gyne) = vrouw | περιβεβλημένη (peribeblemene) = bekleed | τὸν (ton) = de | ἥλιον (helion) = zon | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | σελήνη (selene) = maan | ὑποκάτω (hypokato) = onder | τῶν (ton) = de | ποδῶν (podon) = voeten | αὐτῆς (autes) = haar | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = het | κεφαλῆς (kephales) = hoofd | αὐτῆς (autes) = haar | στέφανος (stephanos) = kroon | ἀστέρων (asteron) = van sterren | δώδεκα (dodeka) = 12 Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σημεῖον (semeion), ‘teken’: een teken dat naar iets anders wijst. περιβάλλω (periballo), ‘bekleden’. De tekst zegt niet wie de vrouw is. Zie ook Gen. 37:9–10 (zon, maan en sterren) en Jes. 66:7. Zie ook: Gen 37:9–10; Jes 66:7 **12:2** Zij was zwanger en schreeuwde, in barensnood en gekweld om te baren. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | γαστρὶ (gastri) = de buik | ἔχουσα (echousa) = hebbend | καὶ (kai) = en | κράζει (krazei) = schreeuwt | ὠδίνουσα (odinousa) = in barensnood | καὶ (kai) = en | βασανιζομένη (basanizomene) = gekweld | τεκεῖν (tekein) = te baren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν γαστρὶ ἔχω (en gastri echo), ‘zwanger zijn’: letterlijk ‘in de buik hebben’. ὠδίνω (odino), ‘in barensnood zijn’. Zie ook Jes. 26:17; Jes. 66:7 en Mi. 4:10. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden καὶ κράζει (kai krazei), ‘en zij schreeuwt’, als variant. Zie ook: Jes 26:17; Jes 66:7; Mi 4:10 **12:3** Er werd een ander teken gezien in de hemel: zie, een grote, vuurrode draak met 7 koppen en 10 hoorns, en op zijn koppen 7 diademen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὤφθη (ophthe) = werd gezien | ἄλλο (allo) = een ander | σημεῖον (semeion) = teken | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | δράκων (drakon) = draak | μέγας (megas) = grote | πυρρός (pyrros) = vuurrode | ἔχων (echon) = hebbend | κεφαλὰς (kephalas) = koppen | ἑπτὰ (hepta) = 7 | καὶ (kai) = en | κέρατα (kerata) = hoorns | δέκα (deka) = 10 | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὰς (tas) = de | κεφαλὰς (kephalas) = koppen | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἑπτὰ (hepta) = 7 | διαδήματα (diademata) = diademen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δράκων (drakon), ‘draak’: in 12:9 wordt hij ‘de oude slang, de duivel en de Satan’ genoemd. διάδημα (diadema), ‘diadeem’: een koninklijke hoofdband; een ander woord dan στέφανος (stephanos), ‘kroon’, in 12:1. Zie ook Dan. 7:7; Openb. 13:1; 17:3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden μέγας πυρρός (megas pyrrhos), ‘grote, vuurrode’, als variant. Zie ook: Dan 7:7; Openb 13:1; Openb 17:3 **12:4** Zijn staart sleept het derde deel van de sterren van de hemel mee, en hij wierp hen op de aarde. De draak stond voor de vrouw die op het punt stond te baren, zodat hij, zodra zij baarde, haar kind zou opeten. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | οὐρὰ (oura) = staart | αὐτοῦ (autou) = zijn | σύρει (syrei) = sleept | τὸ (to) = het | τρίτον (triton) = derde deel | τῶν (ton) = van de | ἀστέρων (asteron) = sterren | τοῦ (tou) = van de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | καὶ (kai) = en | ἔβαλεν (ebalen) = wierp | αὐτοὺς (autous) = hen | εἰς (eis) = op | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | δράκων (drakon) = draak | ἕστηκεν (hesteken) = stond | ἐνώπιον (enopion) = voor | τῆς (tes) = de | γυναικὸς (gynaikos) = vrouw | τῆς (tes) = die | μελλούσης (mellouses) = op het punt staat | τεκεῖν (tekein) = te baren | ἵνα (hina) = opdat | ὅταν (hotan) = zodra | τέκῃ (teke) = zij baart | τὸ (to) = het | τέκνον (teknon) = kind | αὐτῆς (autes) = haar | καταφάγῃ (kataphage) = zou opeten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τρίτον (triton), ‘het derde deel’: zie 8:7. Zie ook Dan. 8:10 (een deel van de sterren wordt op de aarde geworpen). Zie ook: Dan 8:10 ### Het kind wordt weggerukt **12:5** Zij beviel van een zoon, een mannelijk kind, die alle volken zal weiden met een ijzeren staf. Haar kind werd weggerukt naar Elohim en naar Zijn troon. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔτεκεν (eteken) = beviel | υἱόν (huion) = zoon | ἄρσεν (arsen) = mannelijk | ὃς (hos) = die | μέλλει (mellei) = gaat | ποιμαίνειν (poimainein) = weiden | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | ἐν (en) = met | ῥάβδῳ (rhabdo) = staf | σιδηρᾷ (sidera) = ijzeren | καὶ (kai) = en | ἡρπάσθη (herpasthe) = werd weggerukt | τὸ (to) = het | τέκνον (teknon) = kind | αὐτῆς (autes) = haar | πρὸς (pros) = naar | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | καὶ (kai) = en | πρὸς (pros) = naar | τὸν (ton) = de | θρόνον (thronon) = troon | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄρσεν (arsen) is onzijdig: ‘een mannelijk (kind)’. Wij vullen ‘kind’ aan. ποιμαίνω (poimaino), ‘weiden’: als herder leiden. Ps. 2:9 heeft in ons Hebreeuwse bestand ‘Je zult hen breken met een ijzeren staf’; de Griekse tekst gebruikt hier ‘weiden’. Zie ook Ps. 2:8–9 en Openb. 2:27; 19:15. Voetnoot : ἁρπάζω (harpazo), ‘wegrukken’, zoals in 1 Tess. 4:17 en 2 Kor. 12:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἄρσεν een variant. Zie ook: Ps 2:8–9; Ps 2:9; 1 Tess 4:17; 2 Kor 12:2; Openb 2:27; Openb 19:15 **12:6** De vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft die door Elohim is klaargemaakt, zodat men haar daar 1260 dagen zou voeden. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | ἔφυγεν (ephygen) = vluchtte | εἰς (eis) = naar | τὴν (ten) = de | ἔρημον (eremon) = woestijn | ὅπου (hopou) = waar | ἔχει (echei) = heeft zij | ἐκεῖ (ekei) = daar | τόπον (topon) = plaats | ἡτοιμασμένον (hetoimasmenon) = klaargemaakt | ἀπὸ (apo) = door | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | ἐκεῖ (ekei) = daar | τρέφωσιν (trephosin) = zij zouden voeden | αὐτὴν (auten) = haar | ἡμέρας (hemeras) = dagen | χιλίας (chilias) = duizend | διακοσίας (diakosias) = tweehonderd | ἑξήκοντα (hexekonta) = zestig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔρημος (eremos), ‘woestijn’. 1260 dagen zijn 42 maanden (11:2; 13:5) en evenveel als ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ in 12:14. Het meervoud τρέφωσιν (trephosin), ‘zij zouden voeden’, heeft geen onderwerp; wij schrijven ‘men’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀπό (apo), ‘door’, en bij τρέφωσιν een variant. ### Oorlog in de hemel **12:7** Er brak oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen gingen oorlog voeren tegen de draak. De draak en zijn engelen voerden ook oorlog, Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἐγένετο (egeneto) = kwam | πόλεμος (polemos) = oorlog | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | ὁ (ho) = de | Μιχαὴλ (Michael) = Michaël | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | αὐτοῦ (autou) = zijn | τοῦ (tou) = om | πολεμῆσαι (polemesai) = te strijden | μετὰ (meta) = tegen | τοῦ (tou) = de | δράκοντος (drakontos) = draak | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | δράκων (drakon) = draak | ἐπολέμησεν (epolemesen) = voerde oorlog | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Μιχαήλ (Michael), ‘Michaël’. Zie ook Dan. 10:13, 10:21 en 12:1. Het Grieks heeft ‘Michaël en zijn engelen om te strijden met de draak’, zonder werkwoord; wij vullen ‘gingen’ aan. μετά (meta) met de genitief kan ‘met’ of ‘tegen’ betekenen; wij vertalen ‘tegen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τοῦ (tou), voor ‘om te strijden’, een variant. Zie ook: Dan 10:13; Dan 10:21; Dan 12:1 **12:8** maar hij was niet sterk genoeg, en er werd voor hen geen plaats meer gevonden in de hemel. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἴσχυσεν (ischysen) = was sterk | οὐδὲ (oude) = noch | τόπος (topos) = plaats | εὑρέθη (heurethe) = werd gevonden | αὐτῶν (auton) = voor hen | ἔτι (eti) = meer | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘hij was niet sterk genoeg’ in het enkelvoud (de draak); de SBLGNT markeert daar een variant (zie Lezing). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἴσχυσεν (ischysen), ‘hij was sterk’, en bij αὐτῶν (auton), ‘voor hen’, een variant. **12:9** En de grote draak werd geworpen, de oude slang, die de duivel en de Satan wordt genoemd, die heel de bewoonde wereld misleidt. Hij werd op de aarde geworpen, en zijn engelen werden met hem geworpen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐβλήθη (eblethe) = werd geworpen | ὁ (ho) = de | δράκων (drakon) = draak | ὁ (ho) = de | μέγας (megas) = grote | ὁ (ho) = de | ὄφις (ophis) = slang | ὁ (ho) = de | ἀρχαῖος (archaios) = oude | ὁ (ho) = die | καλούμενος (kaloumenos) = wordt genoemd | Διάβολος (Diabolos) = duivel | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | Σατανᾶς (Satanas) = Satan | ὁ (ho) = die | πλανῶν (planon) = misleidt | τὴν (ten) = de | οἰκουμένην (oikoumenen) = bewoonde wereld | ὅλην (holen) = hele | ἐβλήθη (eblethe) = werd geworpen | εἰς (eis) = op | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | αὐτοῦ (autou) = zijn | μετ’ (met’) = met | αὐτοῦ (autou) = hem | ἐβλήθησαν (eblethesan) = werden geworpen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὄφις (ophis), ‘slang’: zie Gen. 3:1. Διάβολος (Diabolos), ‘duivel’; Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: Hebreeuws שָׂטָן (satan), ‘tegenstander’. πλανάω (planao), ‘misleiden’. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’, zoals in Luc. 2:1. Zie ook Zach. 3:1–2; Luc. 10:18; Joh. 12:31. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὁ (ho), ‘de’, voor ‘Satan’ een variant. Zie ook: Gen 3:1; Zach 3:1–2; Luc 2:1; Luc 10:18; Joh 12:31 ### De aanklager van onze broers is geworpen **12:10** Ik hoorde een luide stem in de hemel. Die zei: „Nu zijn de redding en de kracht en het koninkrijk van onze Elohim gekomen, en het gezag van Zijn Messias. Want de aanklager van onze broers is geworpen, hij die hen dag en nacht aanklaagt voor onze Elohim. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | φωνὴν (phonen) = stem | μεγάλην (megalen) = grote | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | λέγουσαν (legousan) = zeggend | Ἄρτι (Arti) = nu | ἐγένετο (egeneto) = is gekomen | ἡ (he) = de | σωτηρία (soteria) = redding | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | δύναμις (dynamis) = kracht | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | βασιλεία (basileia) = koninkrijk | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | ἐξουσία (exousia) = gezag | τοῦ (tou) = van de | χριστοῦ (christou) = Messias | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὅτι (hoti) = omdat | ἐβλήθη (eblethe) = is geworpen | ὁ (ho) = de | κατήγωρ (kategor) = aanklager | τῶν (ton) = van de | ἀδελφῶν (adelphon) = broers | ἡμῶν (hemon) = onze | ὁ (ho) = hij die | κατηγορῶν (kategoron) = aanklaagt | αὐτοὺς (autous) = hen | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | ἡμέρας (hemeras) = dag | καὶ (kai) = en | νυκτός (nyktos) = nacht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατήγωρ (kategor), ‘aanklager’; κατηγορέω (kategoreo), ‘aanklagen’. Zie ook Job 1:9–11 en Zach. 3:1. σωτηρία (soteria), ‘redding’. ἐγένετο (egeneto), ‘is gekomen’ (letterlijk ‘is geworden’). ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij κατήγωρ en bij αὐτούς (autous), ‘hen’, een variant. Zie ook: Job 1:9–11; Zach 3:1 **12:11** Zij zelf hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis. Zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood toe. Brontekst: καὶ (kai) = en | αὐτοὶ (autoi) = zijzelf | ἐνίκησαν (enikesan) = overwonnen | αὐτὸν (auton) = hem | διὰ (dia) = door | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam | καὶ (kai) = en | διὰ (dia) = door | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τῆς (tes) = van het | μαρτυρίας (martyrias) = getuigenis | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἠγάπησαν (egapesan) = hadden lief | τὴν (ten) = het | ψυχὴν (psychen) = leven | αὐτῶν (auton) = hun | ἄχρι (achri) = tot | θανάτου (thanatou) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νικάω (nikao), ‘overwinnen’. ψυχή (psyche), ‘ziel, leven’: hier ‘leven’, zoals in Joh. 12:25. μαρτυρία (martyria), ‘getuigenis’. Zie ook: Joh 12:25 **12:12** Wees daarom vrolijk, hemelen, en jullie die daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is naar jullie afgedaald. Hij heeft grote woede, omdat hij weet dat hij weinig tijd heeft.” Brontekst: διὰ (dia) = daarom | τοῦτο (touto) = dit | εὐφραίνεσθε (euphrainesthe) = wees vrolijk | οἱ (hoi) = de | οὐρανοὶ (ouranoi) = hemelen | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = die | ἐν (en) = in | αὐτοῖς (autois) = hen | σκηνοῦντες (skenountes) = wonen | οὐαὶ (ouai) = wee | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | θάλασσαν (thalassan) = zee | ὅτι (hoti) = omdat | κατέβη (katebe) = is afgedaald | ὁ (ho) = de | διάβολος (diabolos) = duivel | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἔχων (echon) = hebbend | θυμὸν (thymon) = woede | μέγαν (megan) = grote | εἰδὼς (eidos) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | ὀλίγον (oligon) = weinig | καιρὸν (kairon) = tijd | ἔχει (echei) = heeft hij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκηνόω (skenoo), ‘wonen’: letterlijk ‘een tent hebben’, hetzelfde werkwoord als in Joh. 1:14. θυμός (thymos), ‘woede’. Na οὐαί (ouai), ‘wee’, staat de accusatief, zoals in 8:13. Zie ook Openb. 8:13. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οἱ (hoi), ‘de’, voor ‘hemelen’, en de woorden τὴν γῆν καὶ τὴν θάλασσαν (ten gen kai ten thalassan), ‘de aarde en de zee’, als variant. Zie ook: Joh 1:14; Openb 8:13 ### De draak vervolgt de vrouw **12:13** Toen de draak zag dat hij op de aarde geworpen was, vervolgde hij de vrouw die het mannelijke kind had gebaard. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ὅτε (hote) = toen | εἶδεν (eiden) = zag | ὁ (ho) = de | δράκων (drakon) = draak | ὅτι (hoti) = dat | ἐβλήθη (eblethe) = werd geworpen | εἰς (eis) = op | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | ἐδίωξεν (edioxen) = vervolgde | τὴν (ten) = de | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | ἥτις (hetis) = die | ἔτεκεν (eteken) = beviel | τὸν (ton) = de | ἄρσενα (arsena) = mannelijke Bron: SBLGNT **12:14** Aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven, zodat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats. Daar wordt zij een tijd, tijden en een halve tijd gevoed, uit het gezicht van de slang. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐδόθησαν (edothesan) = werden gegeven | τῇ (te) = aan de | γυναικὶ (gynaiki) = vrouw | αἱ (hai) = de | δύο (dyo) = twee | πτέρυγες (pteryges) = vleugels | τοῦ (tou) = van de | ἀετοῦ (aetou) = arend | τοῦ (tou) = de | μεγάλου (megalou) = grote | ἵνα (hina) = opdat | πέτηται (petetai) = zij zou vliegen | εἰς (eis) = naar | τὴν (ten) = de | ἔρημον (eremon) = woestijn | εἰς (eis) = naar | τὸν (ton) = de | τόπον (topon) = plaats | αὐτῆς (autes) = haar | ὅπου (hopou) = waar | τρέφεται (trephetai) = wordt zij gevoed | ἐκεῖ (ekei) = daar | καιρὸν (kairon) = tijd | καὶ (kai) = en | καιροὺς (kairous) = tijden | καὶ (kai) = en | ἥμισυ (hemisy) = half | καιροῦ (kairou) = tijd | ἀπὸ (apo) = van | προσώπου (prosopou) = gezicht | τοῦ (tou) = van de | ὄφεως (opheos) = slang Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καιρός (kairos), ‘tijd’: ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ is 3½ tijd; zie Dan. 7:25 en 12:7 en Openb. 11:2; 12:6. ἀπὸ προσώπου (apo prosopou), ‘van het gezicht’, lijkt op een Hebreeuwse uitdrukking voor ‘weg van, uit de nabijheid van’. Zie ook Exod. 19:4 (arendsvleugels). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αἱ (hai), ‘de’, voor ‘twee vleugels’, en de woorden ὅπου τρέφεται (hopou trephetai), ‘waar zij gevoed wordt’, als variant. Zie ook: Ex 19:4; Dan 7:25; Dan 12:7; Openb 11:2; Openb 12:6 **12:15** De slang wierp water als een rivier uit zijn mond achter de vrouw aan, om haar door de rivier te laten meesleuren. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔβαλεν (ebalen) = wierp | ὁ (ho) = de | ὄφις (ophis) = slang | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | στόματος (stomatos) = mond | αὐτοῦ (autou) = zijn | ὀπίσω (opiso) = achter | τῆς (tes) = de | γυναικὸς (gynaikos) = vrouw | ὕδωρ (hydor) = water | ὡς (hos) = als | ποταμόν (potamon) = rivier | ἵνα (hina) = opdat | αὐτὴν (auten) = haar | ποταμοφόρητον (potamophoreton) = door de rivier meegesleurd | ποιήσῃ (poiese) = zou maken Bron: SBLGNT **12:16** De aarde kwam de vrouw te hulp. De aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn mond had geworpen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐβοήθησεν (eboethesen) = hielp | ἡ (he) = de | γῆ (ge) = aarde | τῇ (te) = aan de | γυναικί (gynaiki) = vrouw | καὶ (kai) = en | ἤνοιξεν (enoixen) = opende | ἡ (he) = de | γῆ (ge) = aarde | τὸ (to) = de | στόμα (stoma) = mond | αὐτῆς (autes) = haar | καὶ (kai) = en | κατέπιεν (katepien) = verzwolg | τὸν (ton) = de | ποταμὸν (potamon) = rivier | ὃν (hon) = die | ἔβαλεν (ebalen) = wierp | ὁ (ho) = de | δράκων (drakon) = draak | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | στόματος (stomatos) = mond | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie ook Exod. 15:12 en Num. 16:30–32 (de aarde verslindt). Zie ook: Ex 15:12; Num 16:30–32 ### De draak voert oorlog tegen haar nageslacht **12:17** De draak werd toornig op de vrouw. Hij ging weg om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, zij die de geboden van Elohim onderhouden en het getuigenis van Yeshua hebben. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὠργίσθη (orgisthe) = werd toornig | ὁ (ho) = de | δράκων (drakon) = draak | ἐπὶ (epi) = over | τῇ (te) = de | γυναικί (gynaiki) = vrouw | καὶ (kai) = en | ἀπῆλθεν (apelthen) = ging weg | ποιῆσαι (poiesai) = om te voeren | πόλεμον (polemon) = oorlog | μετὰ (meta) = tegen | τῶν (ton) = de | λοιπῶν (loipon) = overigen | τοῦ (tou) = van het | σπέρματος (spermatos) = nageslacht | αὐτῆς (autes) = haar | τῶν (ton) = die | τηρούντων (terounton) = onderhouden | τὰς (tas) = de | ἐντολὰς (entolas) = geboden | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἐχόντων (echonton) = hebben | τὴν (ten) = het | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπέρμα (sperma), ‘nageslacht’: letterlijk ‘zaad’; zie Gen. 3:15. τηρέω (tereo), ‘onderhouden’ (de geboden). ‘Het getuigenis van Yeshua’ (μαρτυρία Ἰησοῦ): de genitief kan ‘het getuigenis dat Yeshua gaf’ of ‘het getuigenis over Yeshua’ betekenen. Zie ook Openb. 1:2, 1:9; 19:10; 20:4. Zie ook: Gen 3:15; Openb 1:2; Openb 1:9; Openb 19:10; Openb 20:4 **12:18** En hij ging op het zand van de zee staan. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐστάθη (estathe) = ging staan | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = het | ἄμμον (ammon) = zand | τῆς (tes) = van de | θαλάσσης (thalasses) = zee Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het onderwerp is niet genoemd; uit het verband is het de draak van 12:17. Het vers sluit aan op 13:1 (‘uit de zee’). Wij volgen de versnummering van de SBLGNT. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐστάθη (estathe), ‘hij ging staan’, een variant. ## Openbaring 13 _Het beest uit de zee en het beest uit de aarde_ ### Het beest uit de zee **13:1** En ik zag een beest uit de zee opkomen. Het had 10 hoorns en 7 koppen, en op zijn hoorns 10 diademen en op zijn koppen namen van lastering. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | θαλάσσης (thalasses) = zee | θηρίον (therion) = beest | ἀναβαῖνον (anabainon) = opkomend | ἔχον (echon) = hebbend | κέρατα (kerata) = hoorns | δέκα (deka) = 10 | καὶ (kai) = en | κεφαλὰς (kephalas) = koppen | ἑπτά (hepta) = 7 | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τῶν (ton) = de | κεράτων (keraton) = hoorns | αὐτοῦ (autou) = zijn | δέκα (deka) = 10 | διαδήματα (diademata) = diademen | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὰς (tas) = de | κεφαλὰς (kephalas) = koppen | αὐτοῦ (autou) = zijn | ὀνόματα (onomata) = namen | βλασφημίας (blasphemias) = van lastering Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θηρίον (therion), ‘beest’: een wild dier. διάδημα (diadema), ‘diadeem’: een koningsband, iets anders dan de στέφανος (stephanos), ‘kroon’ van de overwinnaar. Zie ook Dan. 7:3; Openb. 12:3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὀνόματα (onomata), ‘namen’, een variant. Zie ook: Dan 7:3; Openb 12:3 **13:2** Het beest dat ik zag, was gelijk aan een luipaard. Zijn voeten waren als die van een beer en zijn mond als de mond van een leeuw. De draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en groot gezag. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | θηρίον (therion) = beest | ὃ (ho) = dat | εἶδον (eidon) = zag ik | ἦν (en) = was | ὅμοιον (homoion) = gelijk | παρδάλει (pardalei) = aan een luipaard | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | πόδες (podes) = voeten | αὐτοῦ (autou) = zijn | ὡς (hos) = als | ἄρκου (arkou) = van een beer | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | στόμα (stoma) = mond | αὐτοῦ (autou) = zijn | ὡς (hos) = als | στόμα (stoma) = mond | λέοντος (leontos) = van een leeuw | καὶ (kai) = en | ἔδωκεν (edoken) = gaf | αὐτῷ (auto) = hem | ὁ (ho) = de | δράκων (drakon) = draak | τὴν (ten) = de | δύναμιν (dynamin) = kracht | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | θρόνον (thronon) = troon | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | μεγάλην (megalen) = groot Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het beest heeft trekken van de drie dieren uit Dan. 7:4–6: de leeuw, de beer en de luipaard. De draak is die van Openb. 12. Zie ook: Dan 7:4–6 **13:3** Eén van zijn koppen was als tot de dood toe geslacht, maar zijn dodelijke wond werd genezen. En heel de aarde verwonderde zich en volgde het beest. Brontekst: καὶ (kai) = en | μίαν (mian) = één | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | κεφαλῶν (kephalon) = koppen | αὐτοῦ (autou) = zijn | ὡς (hos) = als | ἐσφαγμένην (esphagmenen) = geslacht | εἰς (eis) = tot | θάνατον (thanaton) = dood | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | πληγὴ (plege) = wond | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐθεραπεύθη (etherapeuthe) = werd genezen | καὶ (kai) = en | ἐθαυμάσθη (ethaumasthe) = verwonderde zich | ὅλη (hole) = heel | ἡ (he) = de | γῆ (ge) = aarde | ὀπίσω (opiso) = achter | τοῦ (tou) = het | θηρίου (theriou) = beest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐσφαγμένην (esphagmenen), ‘geslacht’, is hetzelfde woord als bij het Lam in 5:6. Het Grieks heeft hier geen werkwoord; wij vullen ‘was’ aan. Voetnoot : ἐθαυμάσθη ὀπίσω (ethaumasthe opiso) staat er letterlijk als ‘verwonderde zich achter het beest aan’. Wij vertalen dat als ‘verwonderde zich en volgde’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὡς (hos), ‘als’, bij ἐθαυμάσθη (ethaumasthe), ‘verwonderde zich’, en bij de woorden ὅλη ἡ γῆ (hole he ge), ‘heel de aarde’, een variant. **13:4** Zij bogen zich neer voor de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven. En zij bogen zich neer voor het beest en zeiden: „Wie is aan het beest gelijk? En wie kan oorlog tegen hem voeren?” Brontekst: καὶ (kai) = en | προσεκύνησαν (prosekynesan) = bogen zich neer | τῷ (to) = voor de | δράκοντι (drakonti) = draak | ὅτι (hoti) = omdat | ἔδωκεν (edoken) = hij gaf | τὴν (ten) = het | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | τῷ (to) = aan het | θηρίῳ (therio) = beest | καὶ (kai) = en | προσεκύνησαν (prosekynesan) = bogen zich neer | τῷ (to) = voor het | θηρίῳ (therio) = beest | λέγοντες (legontes) = zeggend | Τίς (Tis) = wie | ὅμοιος (homoios) = gelijk | τῷ (to) = aan het | θηρίῳ (therio) = beest | καὶ (kai) = en | τίς (tis) = wie | δύναται (dynatai) = kan | πολεμῆσαι (polemesai) = oorlog voeren | μετ’ (met’) = tegen | αὐτοῦ (autou) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De vraag ‘Wie is aan het beest gelijk?’ lijkt op de vraag over Yahweh in Exod. 15:11 en Ps. 113:5 (‘Wie is als…’). De vraag wordt door de mensen geroepen die zich neerbuigen; het beest en de draak zelf spreken hier niet. Wij zetten ze daarom zwart. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden ὅτι ἔδωκεν (hoti edoken), ‘omdat hij gaf’, en bij δύναται (dynatai), ‘kan’, een variant. Zie ook: Ex 15:11; Ps 113:5 **13:5** Hem werd een mond gegeven die grote dingen en lasteringen sprak, en hem werd gezag gegeven om 42 maanden te handelen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = hem | στόμα (stoma) = mond | λαλοῦν (laloun) = sprekend | μεγάλα (megala) = grote dingen | καὶ (kai) = en | βλασφημίας (blasphemias) = lasteringen | καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = hem | ἐξουσία (exousia) = gezag | ποιῆσαι (poiesai) = te doen | μῆνας (menas) = maanden | τεσσεράκοντα (tesserakonta) = veertig | δύο (dyo) = twee Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ποιῆσαι (poiesai), ‘doen’, heeft geen voorwerp; wij vertalen ‘te handelen’. Zie Dan. 7:8, 7:20 en 7:25. De 42 maanden komen ook voor in Openb. 11:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij βλασφημίας (blasphemias), ‘lasteringen’, bij ἐξουσία (exousia), ‘gezag’, en bij τεσσεράκοντα (tesserakonta), ‘veertig’, een variant. Zie ook: Dan 7:8; Dan 7:20; Dan 7:25; Openb 11:2 **13:6** Het opende zijn mond tot lasteringen tegen Elohim, om Zijn naam en Zijn tent te lasteren, hen die in de hemel wonen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἤνοιξε (enoixe) = opende | τὸ (to) = de | στόμα (stoma) = mond | αὐτοῦ (autou) = zijn | εἰς (eis) = tot | βλασφημίας (blasphemias) = lasteringen | πρὸς (pros) = tegen | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim | βλασφημῆσαι (blasphemesai) = te lasteren | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | σκηνὴν (skenen) = tent | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τοὺς (tous) = hen die | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | σκηνοῦντας (skenountas) = wonen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκηνή (skene), ‘tent’; σκηνοῦντας (skenountas), ‘die (als in een tent) wonen’. Het Grieks zet ‘hen die in de hemel wonen’ zonder voegwoord achter ‘Zijn tent’. Wij laten dat zo staan. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij βλασφημίας een variant. **13:7** Hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen. En hem werd gezag gegeven over elke stam, elk volk, elke taal en elke natie. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = hem | ποιῆσαι (poiesai) = te voeren | πόλεμον (polemon) = oorlog | μετὰ (meta) = tegen | τῶν (ton) = de | ἁγίων (hagion) = heiligen | καὶ (kai) = en | νικῆσαι (nikesai) = te overwinnen | αὐτούς (autous) = hen | καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = hem | ἐξουσία (exousia) = gezag | ἐπὶ (epi) = over | πᾶσαν (pasan) = elke | φυλὴν (phylen) = stam | καὶ (kai) = en | λαὸν (laon) = volk | καὶ (kai) = en | γλῶσσαν (glossan) = taal | καὶ (kai) = en | ἔθνος (ethnos) = natie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Stam, volk, taal en natie’: zie Dan. 7:14 en Openb. 5:9; 7:9; 10:11; 11:9; 14:6. Zie ook Dan. 7:21. Zie ook: Dan 7:14; Dan 7:21; Openb 5:9; Openb 7:9; Openb 10:11; Openb 11:9; Openb 14:6 **13:8** En allen die op de aarde wonen, zullen zich voor hem neerbuigen, ieder wiens naam niet geschreven staat in het boek van het leven van het Lam dat geslacht is sinds de grondlegging van de wereld. Brontekst: καὶ (kai) = en | προσκυνήσουσιν (proskynesousin) = zullen zich neerbuigen | αὐτὸν (auton) = voor hem | πάντες (pantes) = allen | οἱ (hoi) = die | κατοικοῦντες (katoikountes) = wonen | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | οὗ (hou) = wiens | οὐ (ou) = niet | γέγραπται (gegraptai) = is geschreven | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | βιβλίῳ (biblio) = boek | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam | τοῦ (tou) = dat | ἐσφαγμένου (esphagmenou) = geslacht is | ἀπὸ (apo) = sinds | καταβολῆς (kataboles) = grondlegging | κόσμου (kosmou) = van de wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De woorden ἀπὸ καταβολῆς κόσμου (apo katabolēs kosmou), ‘sinds de grondlegging van de wereld’, kunnen bij ‘geschreven staat’ horen of bij ‘geslacht is’. Wij houden de woordvolgorde van het Grieks aan; in het Nederlands sluit de uitdrukking daardoor aan bij ‘geslacht’. In Openb. 17:8 staat de uitdrukking bij ‘geschreven’. Voetnoot : Het boek van het leven: zie Exod. 32:32–33; Ps. 69:29; Dan. 12:1; Openb. 3:5; 17:8; 20:12; 21:27. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὐτόν (auton), ‘hem’, bij οὗ (hou), ‘wiens’, en bij αὐτοῦ (autou), ‘zijn’, een variant. Zie ook: Ex 32:32–33; Ps 69:29; Dan 12:1; Openb 3:5; Openb 17:8; Openb 20:12; Openb 21:27 **13:9** Als iemand een oor heeft, laat hij horen. Brontekst: Εἴ (Ei) = als | τις (tis) = iemand | ἔχει (echei) = heeft | οὖς (ous) = oor | ἀκουσάτω (akousato) = laat horen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dezelfde oproep staat, in een langere vorm, in de brieven aan de gemeenten (Openb. 2:7). Zie ook: Openb 2:7 **13:10** Wie voor gevangenschap bestemd is, gaat de gevangenschap in. Wie met het zwaard gedood moet worden, moet met het zwaard gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de heiligen. Brontekst: εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | εἰς (eis) = tot | αἰχμαλωσίαν (aichmalosian) = gevangenschap | εἰς (eis) = tot | αἰχμαλωσίαν (aichmalosian) = gevangenschap | ὑπάγει (hypagei) = gaat | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ἐν (en) = met | μαχαίρῃ (machaire) = zwaard | ἀποκτανθῆναι (apoktanthenai) = gedood te worden | αὐτὸν (auton) = hem | ἐν (en) = met | μαχαίρῃ (machaire) = zwaard | ἀποκτανθῆναι (apoktanthenai) = gedood te worden | ὧδέ (hode) = hier | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = de | ὑπομονὴ (hypomone) = volharding | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft hier korte, afgebroken zinnen. ‘Gedood te worden’ staat als onbepaalde wijs zonder eigen werkwoord; wij vullen ‘bestemd’ en ‘moet’ aan. Zie Jer. 15:2 voor een gelijkaardige opsomming. Voetnoot : ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’. Zie ook Openb. 14:12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden εἰς αἰχμαλωσίαν, εἰς αἰχμαλωσίαν (eis aichmalosian, eis aichmalosian), ‘tot gevangenschap, tot gevangenschap’, en bij ἀποκτανθῆναι (apoktanthenai), ‘gedood te worden’, een variant. Zie ook: Jer 15:2; Openb 14:12 ### Het beest uit de aarde **13:11** En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen. Het had twee hoorns, gelijk aan een lam, en het sprak als een draak. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ἄλλο (allo) = een ander | θηρίον (therion) = beest | ἀναβαῖνον (anabainon) = opkomend | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | εἶχεν (eichen) = had | κέρατα (kerata) = hoorns | δύο (dyo) = twee | ὅμοια (homoia) = gelijk | ἀρνίῳ (arnio) = aan een lam | καὶ (kai) = en | ἐλάλει (elalei) = sprak | ὡς (hos) = als | δράκων (drakon) = een draak Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρνίον (arnion), ‘lam’, is hetzelfde woord als voor het Lam in 5:6. Wij schrijven het hier met een kleine letter, omdat het een vergelijking is (‘gelijk aan een lam’). **13:12** Het oefent al het gezag van het eerste beest uit in zijn tegenwoordigheid. Ook zorgt het ervoor dat de aarde en hen die daarin wonen zich neerbuigen voor het eerste beest, wiens dodelijke wond genezen werd. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = het | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | τοῦ (tou) = van het | πρώτου (protou) = eerste | θηρίου (theriou) = beest | πᾶσαν (pasan) = geheel | ποιεῖ (poiei) = oefent uit | ἐνώπιον (enopion) = in aanwezigheid van | αὐτοῦ (autou) = hem | καὶ (kai) = en | ποιεῖ (poiei) = laat | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = hen die | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar | κατοικοῦντας (katoikountas) = wonen | ἵνα (hina) = opdat | προσκυνήσουσιν (proskynesousin) = zij zullen zich neerbuigen | τὸ (to) = voor het | θηρίον (therion) = beest | τὸ (to) = het | πρῶτον (proton) = eerste | οὗ (hou) = wiens | ἐθεραπεύθη (etherapeuthe) = werd genezen | ἡ (he) = de | πληγὴ (plege) = wond | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ποιέω ἵνα (poieo hina) staat hier voor ‘ervoor zorgen dat’. ἐνώπιον (enopion), ‘in de tegenwoordigheid van’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ποιεῖ (poiei), ‘doet’, en bij προσκυνήσουσιν (proskynesousin), ‘zullen zich neerbuigen’, een variant. **13:13** Het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel op de aarde laat neerdalen voor de ogen van de mensen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ποιεῖ (poiei) = doet | σημεῖα (semeia) = tekenen | μεγάλα (megala) = grote | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | πῦρ (pyr) = vuur | ποιῇ (poie) = het doet | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | καταβαίνειν (katabainein) = neerdalen | εἰς (eis) = naar | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | ἐνώπιον (enopion) = voor | τῶν (ton) = de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie 1 Kon. 18:38 en 2 Kon. 1:10 voor vuur uit de hemel. Zie ook Deut. 13:2–3 over een teken dat bij een valse profeet hoort. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden ἵνα καὶ πῦρ ποιῇ (hina kai pyr poie), ‘opdat het ook vuur doet’, en de woorden καταβαίνειν εἰς (katabainein eis), ‘neerdalen naar’, als variant. Zie ook: Deut 13:2–3; 1 Kon 18:38; 2 Kon 1:10 **13:14** Het misleidt hen die op de aarde wonen door de tekenen die hem gegeven werden te doen voor het beest. Het zegt tegen hen die op de aarde wonen dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard heeft en tot leven kwam. Brontekst: καὶ (kai) = en | πλανᾷ (plana) = misleidt | τοὺς (tous) = hen die | κατοικοῦντας (katoikountas) = wonen | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | διὰ (dia) = vanwege | τὰ (ta) = de | σημεῖα (semeia) = tekenen | ἃ (ha) = die | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = hem | ποιῆσαι (poiesai) = te doen | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = het | θηρίου (theriou) = beest | λέγων (legon) = zeggend | τοῖς (tois) = aan hen die | κατοικοῦσιν (katoikousin) = wonen | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | ποιῆσαι (poiesai) = te maken | εἰκόνα (eikona) = beeld | τῷ (to) = voor het | θηρίῳ (therio) = beest | ὃς (hos) = dat | ἔχει (echei) = heeft | τὴν (ten) = de | πληγὴν (plegen) = wond | τῆς (tes) = van het | μαχαίρης (machaires) = zwaard | καὶ (kai) = en | ἔζησεν (ezesen) = tot leven kwam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλανάω (planao), ‘misleiden’, zoals in 12:9. ‘Zeggend’ is een zin in de indirecte rede; daarom staan er geen aanhalingstekens. Het beeld: zie Dan. 3:1–6. Voetnoot : ἔζησεν (ezesen), ‘kwam tot leven’: de enkelvoudige verleden tijd; zie ook 2:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τοὺς (tous), ‘hen die’, bij de woorden ὃς ἔχει (hos echei), ‘dat heeft’, en bij de woorden τῆς μαχαίρης καὶ ἔζησεν (tes machaires kai ezesen), ‘van het zwaard en tot leven kwam’, een variant. Zie ook: Dan 3:1–6 **13:15** Hem werd gegeven adem te geven aan het beeld van het beest, zodat het beeld ook zal spreken en ervoor zal zorgen dat allen die zich niet voor dat beeld neerbuigen, gedood worden. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = hem | δοῦναι (dounai) = te geven | πνεῦμα (pneuma) = adem | τῇ (te) = aan het | εἰκόνι (eikoni) = beeld | τοῦ (tou) = van het | θηρίου (theriou) = beest | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | λαλήσῃ (lalese) = zal spreken | ἡ (he) = het | εἰκὼν (eikon) = beeld | τοῦ (tou) = van het | θηρίου (theriou) = beest | καὶ (kai) = en | ποιήσῃ (poiese) = zal doen | ἵνα (hina) = dat | ὅσοι (hosoi) = allen die | ἐὰν (ean) = indien | μὴ (me) = niet | προσκυνήσωσιν (proskynesosin) = zich neerbuigen | τῇ (te) = voor het | εἰκόνι (eikoni) = beeld | τοῦ (tou) = van het | θηρίου (theriou) = beest | ἀποκτανθῶσιν (apoktanthosin) = gedood worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνεῦμα (pneuma), ‘adem’: hetzelfde woord als voor ‘Geest’. Hier past ‘adem’ bij de context. Zie ook Ps. 135:15–17 en Dan. 3:5–6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὐτῷ (auto), ‘hem’, bij de woorden δοῦναι πνεῦμα (dounai pneuma), ‘adem te geven’, en bij ἵνα (hina), ‘opdat’, een variant. Zie ook: Ps 135:15–17; Dan 3:5–6 **13:16** Het zorgt ervoor dat men allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de knechten, een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, Brontekst: καὶ (kai) = en | ποιεῖ (poiei) = laat | πάντας (pantas) = allen | τοὺς (tous) = de | μικροὺς (mikrous) = kleinen | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | μεγάλους (megalous) = groten | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | πλουσίους (plousious) = rijken | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | πτωχούς (ptochous) = armen | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | ἐλευθέρους (eleutherous) = vrijen | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | δούλους (doulous) = knechten | ἵνα (hina) = opdat | δῶσιν (dosin) = zij geven | αὐτοῖς (autois) = hun | χάραγμα (charagma) = merkteken | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | χειρὸς (cheiros) = hand | αὐτῶν (auton) = hun | τῆς (tes) = de | δεξιᾶς (dexias) = rechter | ἢ (e) = of | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | μέτωπον (metopon) = voorhoofd | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάραγμα (charagma), ‘merkteken’: iets dat ingekrast of ingedrukt is. δοῦλος (doulos), ‘knecht’, hier tegenover ‘vrijen’. Zie ook Openb. 7:3; 14:1; 14:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij δῶσιν (dosin), ‘zij geven’, en bij χάραγμα, ‘merkteken’, een variant. Zie ook: Openb 7:3; Openb 14:1; Openb 14:9 **13:17** en dat niemand kan kopen of verkopen, tenzij hij het merkteken heeft, de naam van het beest of het getal van zijn naam. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἵνα (hina) = opdat | μή (me) = niet | τις (tis) = iemand | δύνηται (dynetai) = kan | ἀγοράσαι (agorasai) = kopen | ἢ (e) = of | πωλῆσαι (polesai) = verkopen | εἰ (ei) = indien | μὴ (me) = niet | ὁ (ho) = degene | ἔχων (echon) = hebbend | τὸ (to) = het | χάραγμα (charagma) = merkteken | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | τοῦ (tou) = van het | θηρίου (theriou) = beest | ἢ (e) = of | τὸν (ton) = het | ἀριθμὸν (arithmon) = getal | τοῦ (tou) = van de | ὀνόματος (onomatos) = naam | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie Openb. 14:9–11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij δύνηται (dynetai), ‘kan’, een variant. Zie ook: Openb 14:9–11 ### Het getal van het beest **13:18** Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is het getal van een mens, en zijn getal is 666. Brontekst: ὧδε (hode) = hier | ἡ (he) = de | σοφία (sophia) = wijsheid | ἐστίν (estin) = is | ὁ (ho) = wie | ἔχων (echon) = heeft | νοῦν (noun) = verstand | ψηφισάτω (psephisato) = laat berekenen | τὸν (ton) = het | ἀριθμὸν (arithmon) = getal | τοῦ (tou) = van het | θηρίου (theriou) = beest | ἀριθμὸς (arithmos) = getal | γὰρ (gar) = want | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | ἐστίν (estin) = is | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | ἀριθμὸς (arithmos) = getal | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἑξακόσιοι (hexakosioi) = zeshonderd | ἑξήκοντα (hexekonta) = zestig | ἕξ (hex) = zes Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψηφίζω (psephizo), ‘berekenen’ (verwant met ψῆφος, psephos, ‘steentje’). De tekst zegt niet hoe het getal berekend moet worden. ἀριθμὸς ἀνθρώπου (arithmos anthropou) kan ‘het getal van een mens’ of ‘een menselijk getal’ betekenen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὐτοῦ (autou), ‘zijn’, en bij de woorden ἑξακόσιοι ἑξήκοντα ἕξ (hexakosioi hexekonta hex), ‘zeshonderd zesenzestig’, een variant. ## Openbaring 14 _De 144.000, de drie engelen en de oogst van de aarde_ ### Het Lam en de 144.000 op de berg Sion **14:1** En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en met Hem 144.000, die Zijn naam en de naam van Zijn Vader op hun voorhoofd geschreven hebben. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | τὸ (to) = het | ἀρνίον (arnion) = Lam | ἑστὸς (hestos) = staand | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = de | ὄρος (oros) = berg | Σιών (Sion) = Sion | καὶ (kai) = en | μετ’ (met’) = met | αὐτοῦ (autou) = Hem | ἑκατὸν (hekaton) = honderd | τεσσεράκοντα (tesserakonta) = veertig | τέσσαρες (tessares) = vier | χιλιάδες (chiliades) = duizend | ἔχουσαι (echousai) = hebbend | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | τοῦ (tou) = van de | πατρὸς (patros) = Vader | αὐτοῦ (autou) = Zijn | γεγραμμένον (gegrammenon) = geschreven | ἐπὶ (epi) = op | τῶν (ton) = de | μετώπων (metopon) = voorhoofden | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: Sion: zie Ps. 2:6 (‘Mijn heilige berg’). Het getal 144.000 staat ook in 7:4 en 14:3. ἔχουσαι (echousai), ‘hebbend’, is vrouwelijk meervoud en sluit aan bij χιλιάδες (chiliades), ‘duizendtallen’. De naam op het voorhoofd: zie 7:3 en 22:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἑστός (hestos), ‘staand’, en bij αὐτοῦ (autou), ‘Zijn’, een variant. Zie ook: Ps 2:6 **14:2** En ik hoorde een stem uit de hemel, als de stem van vele wateren en als de stem van een grote donder. De stem die ik hoorde, was als van lierspelers die op hun lieren spelen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | φωνὴν (phonen) = stem | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ὡς (hos) = als | φωνὴν (phonen) = stem | ὑδάτων (hydaton) = van wateren | πολλῶν (pollon) = vele | καὶ (kai) = en | ὡς (hos) = als | φωνὴν (phonen) = stem | βροντῆς (brontes) = van donder | μεγάλης (megales) = grote | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | φωνὴ (phone) = stem | ἣν (hen) = die | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | ὡς (hos) = als | κιθαρῳδῶν (kitharodon) = van lierspelers | κιθαριζόντων (kitharizonton) = spelend | ἐν (en) = op | ταῖς (tais) = de | κιθάραις (kitharais) = lieren | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De stem als van vele wateren: zie ook 1:15. De lieren (κιθάραι, kitharai): zie ook 5:8. **14:3** En zij zingen als een nieuw lied voor de troon en voor de vier levende wezens en de ouderen. En niemand kon het lied leren, behalve de 144.000, die van de aarde gekocht zijn. Brontekst: καὶ (kai) = en | ᾄδουσιν (adousin) = zingen | ὡς (hos) = als | ᾠδὴν (oden) = lied | καινὴν (kainen) = nieuw | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | καὶ (kai) = en | ἐνώπιον (enopion) = voor | τῶν (ton) = de | τεσσάρων (tessaron) = vier | ζῴων (zoon) = levende wezens | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = de | πρεσβυτέρων (presbyteron) = ouderen | καὶ (kai) = en | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἐδύνατο (edynato) = kon | μαθεῖν (mathein) = leren | τὴν (ten) = het | ᾠδὴν (oden) = lied | εἰ (ei) = tenzij | μὴ (me) = niet | αἱ (hai) = de | ἑκατὸν (hekaton) = honderd | τεσσεράκοντα (tesserakonta) = veertig | τέσσαρες (tessares) = vier | χιλιάδες (chiliades) = duizend | οἱ (hoi) = die | ἠγορασμένοι (egorasmenoi) = gekocht zijn | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ᾠδὴ καινή (ode kaine), ‘nieuw lied’: zie Ps. 40:4 en Openb. 5:9. ἠγορασμένοι (egorasmenoi), ‘gekocht’: zie ook 5:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὡς (hos), ‘als’, een variant. Zie ook: Ps 40:4; Openb 5:9 **14:4** Dit zijn zij die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dit zijn zij die het Lam volgen, waarheen Hij ook gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eersteling voor Elohim en het Lam. Brontekst: οὗτοί (houtoi) = dezen | εἰσιν (eisin) = zijn | οἳ (hoi) = die | μετὰ (meta) = met | γυναικῶν (gynaikon) = vrouwen | οὐκ (ouk) = niet | ἐμολύνθησαν (emolynthesan) = werden bevlekt | παρθένοι (parthenoi) = maagden | γάρ (gar) = want | εἰσιν (eisin) = zijn | οὗτοι (houtoi) = dezen | οἱ (hoi) = die | ἀκολουθοῦντες (akolouthountes) = volgen | τῷ (to) = het | ἀρνίῳ (arnio) = Lam | ὅπου (hopou) = waarheen | ἂν (an) = ook | ὑπάγῃ (hypage) = gaat | οὗτοι (houtoi) = dezen | ἠγοράσθησαν (egorasthesan) = werden gekocht | ἀπὸ (apo) = uit | τῶν (ton) = de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | ἀπαρχὴ (aparche) = eersteling | τῷ (to) = voor de | θεῷ (theo) = Elohim | καὶ (kai) = en | τῷ (to) = voor het | ἀρνίῳ (arnio) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρθένοι (parthenoi), ‘maagden’, staat hier in de mannelijke vorm. De tekst zegt niet of ‘niet met vrouwen bevlekt zijn’ letterlijk of overdrachtelijk bedoeld is; wij vertalen wat er staat. ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij het eerste en het tweede οὗτοι (houtoi), ‘dezen’, en bij ὑπάγῃ (hypage), ‘hij gaat’, een variant. **14:5** In hun mond is geen leugen gevonden. Zij zijn onberispelijk. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | στόματι (stomati) = mond | αὐτῶν (auton) = hun | οὐχ (ouch) = niet | εὑρέθη (heurethe) = werd gevonden | ψεῦδος (pseudos) = leugen | ἄμωμοί (amomoi) = onberispelijk | εἰσιν (eisin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie Zef. 3:13. ἄμωμος (amomos), ‘onberispelijk’: zonder gebrek. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden ἐν τῷ στόματι αὐτῶν οὐχ εὑρέθη (en to stomati auton ouch heurethe), ‘in hun mond is niet gevonden’, en bij ἄμωμοί (amomoi), ‘onberispelijk’, een variant. Zie ook: Sef 3:13 ### De eerste engel: de eeuwige goede boodschap **14:6** En ik zag een andere engel vliegen in het midden van de hemel. Hij had een eeuwige goede boodschap om te verkondigen aan hen die op de aarde wonen en aan elke natie, stam, taal en volk. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | ἄλλον (allon) = een andere | ἄγγελον (angelon) = engel | πετόμενον (petomenon) = vliegend | ἐν (en) = in | μεσουρανήματι (mesouranemati) = midden van de hemel | ἔχοντα (echonta) = hebbend | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | αἰώνιον (aionion) = eeuwige | εὐαγγελίσαι (euangelisai) = om te verkondigen | ἐπὶ (epi) = aan | τοὺς (tous) = hen die | καθημένους (kathemenous) = zitten | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = aan | πᾶν (pan) = elke | ἔθνος (ethnos) = natie | καὶ (kai) = en | φυλὴν (phylen) = stam | καὶ (kai) = en | γλῶσσαν (glossan) = taal | καὶ (kai) = en | λαόν (laon) = volk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μεσουράνημα (mesouranema), ‘midden van de hemel’: zie ook 8:13. εὐαγγέλιον αἰώνιον (euangelion aionion), ‘eeuwige goede boodschap’; εὐαγγελίσαι (euangelisai), ‘de goede boodschap verkondigen’. καθημένους (kathemenous) is letterlijk ‘zittende’; wij vertalen ‘die wonen’, zoals in Luc. 21:35. De opsomming staat hier in de volgorde natie, stam, taal, volk; zie ook 13:7. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἄλλον (allon), ‘een andere’, en bij ἐπί (epi), ‘aan’, een variant. Zie ook: Luc 21:35 **14:7** Met luide stem zei hij: „Vrees Elohim en geef Hem heerlijkheid, want het uur van Zijn oordeel is gekomen. Buig u neer voor Hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.” Brontekst: λέγων (legon) = zeggend | ἐν (en) = met | φωνῇ (phone) = stem | μεγάλῃ (megale) = luide | Φοβήθητε (Phobethete) = vrees | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | καὶ (kai) = en | δότε (dote) = geef | αὐτῷ (auto) = Hem | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | ὅτι (hoti) = omdat | ἦλθεν (elthen) = is gekomen | ἡ (he) = het | ὥρα (hora) = uur | τῆς (tes) = van het | κρίσεως (kriseos) = oordeel | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | προσκυνήσατε (proskynesate) = buig u neer | τῷ (to) = voor Hem | ποιήσαντι (poiesanti) = die gemaakt heeft | τὸν (ton) = de | οὐρανὸν (ouranon) = hemel | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | θάλασσαν (thalassan) = zee | καὶ (kai) = en | πηγὰς (pegas) = bronnen | ὑδάτων (hydaton) = van water Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie Exod. 20:11 en Openb. 10:6 voor Hem die de hemel, de aarde en de zee gemaakt heeft. κρίσις (krisis), ‘oordeel’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij θεόν (theon), ‘Elohim’, bij de woorden τῷ ποιήσαντι (to poiesanti), ‘voor Hem die gemaakt heeft’, en bij καί (kai), ‘en’, voor ‘zee’, een variant. Zie ook: Ex 20:11; Openb 10:6 ### De tweede engel: Babylon is gevallen **14:8** Een andere, tweede engel volgde en zei: „Gevallen, gevallen is Babylon, de grote, die alle naties heeft laten drinken van de wijn van de woede van haar hoererij.” Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἄλλος (allos) = een andere | δεύτερος (deuteros) = tweede | ἄγγελος (angelos) = engel | ἠκολούθησεν (ekolouthesen) = volgde | λέγων (legon) = zeggend | Ἔπεσεν (Epesen) = gevallen | ἔπεσεν (epesen) = is gevallen | Βαβυλὼν (Babylon) = Babylon | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | ἣ (he) = die | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οἴνου (oinou) = wijn | τοῦ (tou) = van de | θυμοῦ (thymou) = woede | τῆς (tes) = van de | πορνείας (porneias) = hoererij | αὐτῆς (autes) = haar | πεπότικεν (pepotiken) = heeft laten drinken | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = naties Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie Jes. 21:9 en Jer. 51:7. Babylon de grote: zie ook 16:19; 17:5; 18:2. De tekst zegt hier niet wie of wat Babylon is. θυμός (thymos), ‘woede’; πορνεία (porneia), ‘hoererij’. Of ‘de woede van haar hoererij’ de woede is die uit haar hoererij voortkomt of die zij bij anderen opwekt, laat het Grieks open. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden δεύτερος ἄγγελος (deuteros angelos), ‘tweede engel’, bij ἔπεσεν (epesen), ‘gevallen is’, en bij ἥ (he), ‘die’, een variant. Zie ook: Jes 21:9; Jer 51:7 ### De derde engel: de waarschuwing **14:9** Een andere, derde engel volgde hen en zei met luide stem: „Als iemand zich neerbuigt voor het beest en zijn beeld en een merkteken ontvangt op zijn voorhoofd of op zijn hand, Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἄλλος (allos) = een andere | ἄγγελος (angelos) = engel | τρίτος (tritos) = derde | ἠκολούθησεν (ekolouthesen) = volgde | αὐτοῖς (autois) = hen | λέγων (legon) = zeggend | ἐν (en) = met | φωνῇ (phone) = stem | μεγάλῃ (megale) = luide | Εἴ (Ei) = als | τις (tis) = iemand | προσκυνεῖ (proskynei) = zich neerbuigt | τὸ (to) = voor het | θηρίον (therion) = beest | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = voor het | εἰκόνα (eikona) = beeld | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | λαμβάνει (lambanei) = ontvangt | χάραγμα (charagma) = merkteken | ἐπὶ (epi) = op | τοῦ (tou) = het | μετώπου (metopou) = voorhoofd | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἢ (e) = of | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = de | χεῖρα (cheira) = hand | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Voor het beest, het beeld en het merkteken: zie 13:15–17. De zin loopt door in vers 10 en 11. Zie ook: Openb 14:10; Openb 14:11 **14:10** dan zal ook hij drinken van de wijn van de woede van Elohim, die onverdund is ingeschonken in de beker van Zijn toorn. Hij zal gekweld worden in vuur en zwavel voor de heilige engelen en voor het Lam. Brontekst: καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = zelf | πίεται (pietai) = zal drinken | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οἴνου (oinou) = wijn | τοῦ (tou) = van de | θυμοῦ (thymou) = woede | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = van de | κεκερασμένου (kekerasmenou) = ingeschonken | ἀκράτου (akratou) = onverdunde | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ποτηρίῳ (poterio) = beker | τῆς (tes) = van de | ὀργῆς (orges) = toorn | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | βασανισθήσεται (basanisthesetai) = zal gekweld worden | ἐν (en) = in | πυρὶ (pyri) = vuur | καὶ (kai) = en | θείῳ (theio) = zwavel | ἐνώπιον (enopion) = voor | ἀγγέλων (angelon) = engelen | ἁγίων (hagion) = heilige | καὶ (kai) = en | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = het | ἀρνίου (arniou) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θυμός (thymos), ‘woede’, en ὀργή (orge), ‘toorn’. κεκερασμένου ἀκράτου (kekerasmenou akratou) zijn twee woorden die tegenover elkaar lijken te staan: κεράννυμι (kerannymi) is ‘mengen’, ἄκρατος (akratos) is ‘ongemengd’. Wij vertalen ‘onverdund ingeschonken’. Zie Ps. 75:9; Jes. 51:17; Jer. 51:7. βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’: zie ook 9:5. Vuur en zwavel: zie Gen. 19:24. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden ἀγγέλων ἁγίων (angelon hagion), ‘heilige engelen’, als variant. Zie ook: Gen 19:24; Ps 75:9; Jes 51:17; Jer 51:7 **14:11** En de rook van hun kwelling stijgt op tot in de eeuwen van de eeuwen. Zij hebben geen rust, dag en nacht, zij die zich neerbuigen voor het beest en zijn beeld, en als iemand het merkteken van zijn naam ontvangt.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | καπνὸς (kapnos) = rook | τοῦ (tou) = van de | βασανισμοῦ (basanismou) = kwelling | αὐτῶν (auton) = hun | εἰς (eis) = tot | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | αἰώνων (aionon) = van eeuwen | ἀναβαίνει (anabainei) = stijgt op | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἔχουσιν (echousin) = hebben | ἀνάπαυσιν (anapausin) = rust | ἡμέρας (hemeras) = dag | καὶ (kai) = en | νυκτός (nyktos) = nacht | οἱ (hoi) = zij die | προσκυνοῦντες (proskynountes) = zich neerbuigen | τὸ (to) = voor het | θηρίον (therion) = beest | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = voor het | εἰκόνα (eikona) = beeld | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | λαμβάνει (lambanei) = ontvangt | τὸ (to) = het | χάραγμα (charagma) = merkteken | τοῦ (tou) = van de | ὀνόματος (onomatos) = naam | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De rook die opstijgt: zie Jes. 34:10 en Gen. 19:28. ἡμέρας καὶ νυκτός (hemeras kai nyktos) staat in de tweede naamval: letterlijk ‘van dag en van nacht’. Zie ook: Gen 19:28; Jes 34:10 ### De volharding van de heiligen **14:12** Hier is de volharding van de heiligen: zij die de geboden van Elohim en het geloof in Yeshua onderhouden. Brontekst: Ὧδε (Hode) = hier | ἡ (he) = de | ὑπομονὴ (hypomone) = volharding | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | ἐστίν (estin) = is | οἱ (hoi) = zij die | τηροῦντες (terountes) = onderhouden | τὰς (tas) = de | ἐντολὰς (entolas) = geboden | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’: zie ook 13:10. τηρέω (tereo), ‘onderhouden’: de geboden van Elohim, zoals in 12:17. πίστιν Ἰησοῦ (pistin Iesou) heeft een tweede naamval: dat kan ‘het geloof in Yeshua’ zijn of ‘het geloof van Yeshua’. Wij vertalen ‘in’. **14:13** En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: „Schrijf: Gelukkig zijn de doden die in de Heer sterven, vanaf nu.” **„Ja,”** zegt de Geest, **„opdat zij zullen rusten van hun zwoegen, want hun werken volgen met hen mee.”** Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = hoorde ik | φωνῆς (phones) = stem | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | λεγούσης (legouses) = zeggend | Γράψον (Grapson) = schrijf | Μακάριοι (Makarioi) = gelukkig | οἱ (hoi) = de | νεκροὶ (nekroi) = doden | οἱ (hoi) = die | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ἀποθνῄσκοντες (apothneskontes) = sterven | ἀπ’ (ap’) = vanaf | ἄρτι (arti) = nu | ναί (nai) = ja | λέγει (legei) = zegt | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | ἵνα (hina) = opdat | ἀναπαήσονται (anapaesontai) = zullen rusten | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | κόπων (kopon) = zwoegen | αὐτῶν (auton) = hun | τὰ (ta) = de | γὰρ (gar) = want | ἔργα (erga) = werken | αὐτῶν (auton) = hun | ἀκολουθεῖ (akolouthei) = volgt | μετ’ (met’) = met | αὐτῶν (auton) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: een van de zaligsprekingen van dit boek; zie ook 1:3 en 22:7. ἀπ’ ἄρτι (ap arti), ‘vanaf nu’, kan bij ‘sterven’ horen of bij ‘gelukkig’; wij houden de woordvolgorde van het Grieks aan. ἵνα (hina), ‘opdat’, staat hier met een toekomende tijd. κόπος (kopos), ‘zwoegen’: vermoeiende arbeid. ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’, komt ook in de brieven voor, bijvoorbeeld 1 Kor. 15:58. De stem uit de hemel is zwart: de tekst noemt niet wie spreekt. Na ‘Ja’ zegt de tekst zelf dat de Geest spreekt; zijn woorden staan rood, zoals elders in het Nieuwe Testament waar de Heilige Geest in directe rede spreekt (bijvoorbeeld Hand. 13:2; 28:26). In 22:17 spreekt de Geest samen met de bruid; daar blijven de woorden zwart. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden ναί, λέγει (nai, legei), ‘ja, zegt’, bij ἀναπαήσονται (anapaesontai), ‘zullen rusten’, en bij γάρ (gar), ‘want’, een variant. Zie ook: Hand 13:2; Hand 28:26; 1 Kor 15:58 ### De oogst van de aarde **14:14** En ik zag, en zie, een witte wolk, en op de wolk zat iemand als een mensenzoon. Hij had op zijn hoofd een gouden kroon en in zijn hand een scherpe sikkel. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἶδον (eidon) = zag ik | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | νεφέλη (nephele) = wolk | λευκή (leuke) = witte | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = de | νεφέλην (nephelen) = wolk | καθήμενον (kathemenon) = zittend | ὅμοιον (homoion) = gelijk aan | υἱὸν (huion) = zoon | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | ἔχων (echon) = hebbend | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = het | κεφαλῆς (kephales) = hoofd | αὐτοῦ (autou) = zijn | στέφανον (stephanon) = kroon | χρυσοῦν (chrysoun) = gouden | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | χειρὶ (cheiri) = hand | αὐτοῦ (autou) = zijn | δρέπανον (drepanon) = sikkel | ὀξύ (oxy) = scherpe Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie Dan. 7:13 en Openb. 1:13: ὅμοιον υἱὸν ἀνθρώπου (homoion huion anthropou), ‘iemand als een mensenzoon’. στέφανος (stephanos), ‘kroon’. δρέπανον (drepanon), ‘sikkel’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij υἱόν (huion), ‘zoon’, een variant. Zie ook: Dan 7:13; Openb 1:13 **14:15** En een andere engel kwam uit het heiligdom naar buiten en riep met luide stem tot degene die op de wolk zat: „Zend uw sikkel en maai, want het uur is gekomen om te maaien, omdat de oogst van de aarde verdord is.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἄλλος (allos) = een andere | ἄγγελος (angelos) = engel | ἐξῆλθεν (exelthen) = kwam naar buiten | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | ναοῦ (naou) = heiligdom | κράζων (krazon) = roepend | ἐν (en) = met | φωνῇ (phone) = stem | μεγάλῃ (megale) = luide | τῷ (to) = aan degene | καθημένῳ (kathemeno) = die zit | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | νεφέλης (nepheles) = wolk | Πέμψον (Pempson) = zend | τὸ (to) = de | δρέπανόν (drepanon) = sikkel | σου (sou) = uw | καὶ (kai) = en | θέρισον (therison) = maai | ὅτι (hoti) = omdat | ἦλθεν (elthen) = is gekomen | ἡ (he) = het | ὥρα (hora) = uur | θερίσαι (therisai) = om te maaien | ὅτι (hoti) = omdat | ἐξηράνθη (exeranthe) = is verdord | ὁ (ho) = de | θερισμὸς (therismos) = oogst | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ναός (naos), ‘heiligdom’. πέμπω (pempo), ‘zenden’: de engel zegt letterlijk ‘zend uw sikkel’. Zie Joël 4:13 (NL 3:13). ἐξηράνθη (exeranthe), ‘is verdord’: het werkwoord betekent ‘droog worden, verdorren’. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Joël 4:13 **14:16** En degene die op de wolk zat, wierp zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd gemaaid. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔβαλεν (ebalen) = wierp | ὁ (ho) = degene | καθήμενος (kathemenos) = die zit | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | νεφέλης (nepheles) = wolk | τὸ (to) = de | δρέπανον (drepanon) = sikkel | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐθερίσθη (etheristhe) = werd gemaaid | ἡ (he) = de | γῆ (ge) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔβαλεν (ebalen), ‘wierp’. ἐθερίσθη (etheristhe), ‘werd gemaaid’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert de woorden τῆς νεφέλης (tes nepheles), ‘de wolk’, als variant. Wij volgen de SBLGNT. ### De wijnoogst **14:17** En een andere engel kwam uit het heiligdom in de hemel naar buiten. Ook hij had een scherpe sikkel. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἄλλος (allos) = een andere | ἄγγελος (angelos) = engel | ἐξῆλθεν (exelthen) = kwam naar buiten | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | ναοῦ (naou) = heiligdom | τοῦ (tou) = dat | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | ἔχων (echon) = hebbend | καὶ (kai) = ook | αὐτὸς (autos) = hij | δρέπανον (drepanon) = sikkel | ὀξύ (oxy) = scherpe Bron: SBLGNT **14:18** En een andere engel kwam uit het altaar, hij die gezag heeft over het vuur, en riep met luide stem tot hem die de scherpe sikkel had: „Zend uw scherpe sikkel en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want haar druiven zijn rijp.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἄλλος (allos) = een andere | ἄγγελος (angelos) = engel | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | θυσιαστηρίου (thysiasteriou) = altaar | ὁ (ho) = degene | ἔχων (echon) = die heeft | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | ἐπὶ (epi) = over | τοῦ (tou) = het | πυρός (pyros) = vuur | καὶ (kai) = en | ἐφώνησεν (ephonesen) = riep | φωνῇ (phone) = met stem | μεγάλῃ (megale) = luide | τῷ (to) = aan degene | ἔχοντι (echonti) = die heeft | τὸ (to) = de | δρέπανον (drepanon) = sikkel | τὸ (to) = de | ὀξὺ (oxy) = scherpe | λέγων (legon) = zeggend | Πέμψον (Pempson) = zend | σου (sou) = uw | τὸ (to) = de | δρέπανον (drepanon) = sikkel | τὸ (to) = de | ὀξὺ (oxy) = scherpe | καὶ (kai) = en | τρύγησον (trygeson) = oogst | τοὺς (tous) = de | βότρυας (botryas) = trossen | τῆς (tes) = van de | ἀμπέλου (ampelou) = wijnstok | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | ὅτι (hoti) = omdat | ἤκμασαν (ekmasan) = zijn rijp | αἱ (hai) = de | σταφυλαὶ (staphylai) = druiven | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft in het begin van het vers geen werkwoord; wij vullen ‘kwam’ aan, naar vers 15 en 17. θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’: zie ook 6:9; 8:3. βότρυς (botrys), ‘tros’; ἤκμασαν (ekmasan), ‘zijn rijp’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἄγγελος (angelos), ‘engel’, bij ὁ (ho), ‘degene die’, en bij φωνῇ (phone), ‘met stem’, een variant. Zie ook: Openb 14:15; Openb 14:17 **14:19** En de engel wierp zijn sikkel op de aarde en oogstte de wijnstok van de aarde, en hij wierp het in de perskuip van de woede van Elohim, de grote. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔβαλεν (ebalen) = wierp | ὁ (ho) = de | ἄγγελος (angelos) = engel | τὸ (to) = de | δρέπανον (drepanon) = sikkel | αὐτοῦ (autou) = zijn | εἰς (eis) = naar | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐτρύγησεν (etrygesen) = oogstte | τὴν (ten) = de | ἄμπελον (ampelon) = wijnstok | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | ἔβαλεν (ebalen) = wierp | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | ληνὸν (lenon) = perskuip | τοῦ (tou) = van de | θυμοῦ (thymou) = woede | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τὸν (ton) = de | μέγαν (megan) = grote Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ληνός (lenos), ‘perskuip’: zie Jes. 63:1–6 en Joël 4:13 (NL 3:13). Het Grieks heeft geen voorwerp bij het tweede ‘wierp’; wij vullen ‘het’ aan. τὸν μέγαν (ton megan), ‘de grote’, staat achter ‘Elohim’; wij laten dat zo staan. Zie ook: Joël 4:13; Jes 63:1–6 **14:20** En de perskuip werd buiten de stad getreden, en er kwam bloed uit de perskuip, tot aan de teugels van de paarden, over een afstand van 1600 stadiën. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐπατήθη (epatethe) = werd getreden | ἡ (he) = de | ληνὸς (lenos) = perskuip | ἔξωθεν (exothen) = buiten | τῆς (tes) = de | πόλεως (poleos) = stad | καὶ (kai) = en | ἐξῆλθεν (exelthen) = kwam naar buiten | αἷμα (haima) = bloed | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | ληνοῦ (lenou) = perskuip | ἄχρι (achri) = tot | τῶν (ton) = de | χαλινῶν (chalinon) = teugels | τῶν (ton) = van de | ἵππων (hippon) = paarden | ἀπὸ (apo) = over | σταδίων (stadion) = stadiën | χιλίων (chilion) = duizend | ἑξακοσίων (hexakosion) = zeshonderd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπατήθη (epatethe), ‘werd getreden’: zie Jes. 63:3. De tekst zegt niet welke stad bedoeld is. σταδίων (stadion): een stadie is een lengtemaat van ongeveer 185 meter; 1600 stadiën zijn dan ongeveer 300 kilometer (een benadering). Zie ook: Jes 63:3 ## Openbaring 15 _De 7 laatste plagen, het lied van Mozes en van het Lam en de 7 schalen van de woede van Elohim_ ### Het teken van de 7 laatste plagen **15:1** En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaarlijk: 7 engelen met 7 plagen, de laatste. Want in deze is de woede van Elohim voltooid. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | εἶδον (eidon) = ik zag | ἄλλο (allo) = een ander | σημεῖον (semeion) = teken | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | μέγα (mega) = groot | καὶ (kai) = en | θαυμαστόν (thaumaston) = wonderbaarlijk | ἀγγέλους (angelous) = engelen | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἔχοντας (echontas) = hebbend | πληγὰς (plegas) = plagen | ἑπτὰ (hepta) = 7 | τὰς (tas) = de | ἐσχάτας (eschatas) = laatste | ὅτι (hoti) = want | ἐν (en) = in | αὐταῖς (autais) = deze | ἐτελέσθη (etelesthe) = is voltooid | ὁ (ho) = de | θυμὸς (thymos) = woede | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σημεῖον (semeion), ‘teken’. πληγή (plege), ‘plaag’: letterlijk een ‘slag’. θυμός (thymos), ‘woede’: wij vertalen θυμός overal met ‘woede’ en ὀργή (orge) met ‘toorn’. ἐτελέσθη (etelesthe), ‘is voltooid’: van dezelfde stam als τέλος (telos), ‘einde, doel’; het woord komt terug in vers 8. De 7 laatste plagen zijn die van de 7 schalen (hoofdstuk 16). Het Grieks heeft ‘ander’ teken: een tweede teken na dat van 12:1 en 12:3. Voetnoot : Zie ook Lev. 26:21; Openb. 12:1; Openb. 12:3. Zie ook: Lev 26:21; Openb 12:1; Openb 12:3; Openb 15:8 ### Het lied van Mozes en van het Lam **15:2** En ik zag iets als een glazen zee, vermengd met vuur, en hen die overwinnen uit het beest, uit zijn beeld en uit het getal van zijn naam. Zij stonden op de glazen zee en hadden citers van Elohim. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | εἶδον (eidon) = ik zag | ὡς (hos) = als | θάλασσαν (thalassan) = zee | ὑαλίνην (hyalinen) = glazen | μεμιγμένην (memigmenen) = vermengd | πυρί (pyri) = met vuur | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = hen die | νικῶντας (nikontas) = overwinnen | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | θηρίου (theriou) = beest | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = het | εἰκόνος (eikonos) = beeld | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | ἀριθμοῦ (arithmou) = getal | τοῦ (tou) = van het | ὀνόματος (onomatos) = naam | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἑστῶτας (hestotas) = staande | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = de | θάλασσαν (thalassan) = zee | τὴν (ten) = de | ὑαλίνην (hyalinen) = glazen | ἔχοντας (echontas) = hebbend | κιθάρας (kitharas) = citers | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θάλασσα ὑαλίνη (thalassa hyaline), ‘glazen zee’: ook in 4:6. Het Grieks heeft νικάω ἐκ (nikao ek), ‘overwinnen uit’: een ongewone samenstelling; de bedoeling is dat zij het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam overwonnen hebben. De werkwoordsvorm is een tegenwoordig deelwoord, ‘zij die overwinnen’. κιθάρα (kithara), ‘citer’: een snaarinstrument. ‘Citers van Elohim’: de citers zijn aan Elohim gewijd of komen van Hem. Het beest, het beeld en het getal van zijn naam staan in hoofdstuk 13. Voetnoot : Zie ook Exod. 24:10; Openb. 4:6; Openb. 13:15–18. Zie ook: Ex 24:10; Openb 4:6; Openb 13:15–18 **15:3** En zij zingen het lied van Mozes, de knecht van Elohim, en het lied van het Lam. Zij zeggen: „Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Yahweh Elohim, de Almachtige. Rechtvaardig en waar zijn Uw wegen, Koning van de eeuwen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ᾄδουσιν (adousin) = zij zingen | τὴν (ten) = het | ᾠδὴν (oden) = lied | Μωϋσέως (Moyseos) = van Mozes | τοῦ (tou) = van de | δούλου (doulou) = knecht | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = het | ᾠδὴν (oden) = lied | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam | λέγοντες (legontes) = zeggend | Μεγάλα (Megala) = groot | καὶ (kai) = en | θαυμαστὰ (thaumasta) = wonderbaarlijk | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | σου (sou) = Uw | κύριε (kyrie) = Yahweh | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = de | παντοκράτωρ (pantokrator) = Almachtige | δίκαιαι (dikaiai) = rechtvaardig | καὶ (kai) = en | ἀληθιναὶ (alethinai) = waar | αἱ (hai) = de | ὁδοί (hodoi) = wegen | σου (sou) = Uw | ὁ (ho) = de | βασιλεὺς (basileus) = Koning | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Het lied van Mozes, de knecht van Elohim’: het lied van Exod. 15:1–18 (en ook Deut. 32). δοῦλος (doulos), ‘knecht’. ἀρνίον (arnion), ‘Lam’: Yeshua; zie 5:6. Het lied is gebouwd uit woorden van de Psalmen en de profeten (vergelijk Ps. 111:2; Ps. 145:17). κύριε ὁ θεὸς ὁ παντοκράτωρ (kyrie ho theos ho pantokrator): wij vertalen ‘Yahweh Elohim, de Almachtige’, omdat de lofzang de Naam uit het Oude Testament overneemt; zo ook 16:7; 19:6; 21:22. παντοκράτωρ (pantokrator), ‘Almachtige’: letterlijk ‘Alles-bestuurder’; het kan ook ‘Yahweh Tsevaot’ weergeven, ‘Yahweh van de legermachten’; wij kiezen hier niet. ὁ βασιλεὺς τῶν αἰώνων (ho basileus ton aionon), ‘Koning van de eeuwen’. Voetnoot : Zie ook Exod. 15:1–18; Deut. 32:4; Ps. 111:2; Ps. 145:17; Openb. 5:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αἰώνων (aionon), ‘eeuwen’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 15:1–18; Deut 32:4; Ps 111:2; Ps 145:17; Openb 5:6 **15:4** Wie zal beslist niet vrezen, Yahweh, en Uw naam verheerlijken? Want U alleen bent getrouw. Want alle volken zullen komen en zich voor U neerbuigen, want Uw rechtsdaden zijn openbaar geworden.” Brontekst: τίς (tis) = wie | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | φοβηθῇ (phobethe) = zal vrezen | κύριε (kyrie) = Yahweh | καὶ (kai) = en | δοξάσει (doxasei) = zal verheerlijken | τὸ (to) = de | ὄνομά (onoma) = naam | σου (sou) = Uw | ὅτι (hoti) = want | μόνος (monos) = alleen | ὅσιος (hosios) = getrouw | ὅτι (hoti) = want | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | ἥξουσιν (hexousin) = zullen komen | καὶ (kai) = en | προσκυνήσουσιν (proskynesousin) = zullen zich neerbuigen | ἐνώπιόν (enopion) = voor | σου (sou) = U | ὅτι (hoti) = want | τὰ (ta) = de | δικαιώματά (dikaiomata) = rechtsdaden | σου (sou) = Uw | ἐφανερώθησαν (ephanerothesan) = zijn openbaar geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οὐ μὴ φοβηθῇ (ou me fobethe), ‘wie zal beslist niet vrezen’: het Grieks heeft geen voorwerp bij ‘vrezen’. ὅσιος (hosios), ‘getrouw’: een ander woord dan ἅγιος (hagios), ‘heilig’; wij vertalen ὅσιος overal met ‘getrouw’ (zie ook 16:5). προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’. δικαίωμα (dikaioma), ‘rechtsdaad’: een rechtvaardige uitspraak of daad; het woord staat in het meervoud. Het lied nadert de woorden van Jer. 10:7 en Ps. 86:9–10. Het lied loopt door tot het einde van dit vers; het staat zwart, want het zijn de woorden van de overwinnaars. Voetnoot : Zie ook Jer. 10:7; Ps. 86:9; Ps. 145:17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij φοβηθῇ (fobethe), ‘zal vrezen’; δοξάσει (doxasei), ‘zal verheerlijken’ en ὅσιος (hosios), ‘getrouw’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 86:9–10; Ps 145:17; Jer 10:7 ### De 7 engelen komen uit het heiligdom **15:5** En daarna zag ik, en het heiligdom van de tent van het getuigenis in de hemel werd geopend. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | μετὰ (meta) = na | ταῦτα (tauta) = dit | εἶδον (eidon) = ik zag | καὶ (kai) = en | ἠνοίγη (enoige) = werd geopend | ὁ (ho) = het | ναὸς (naos) = heiligdom | τῆς (tes) = van de | σκηνῆς (skenes) = tent | τοῦ (tou) = van het | μαρτυρίου (martyriou) = getuigenis | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ναὸς τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου (naos tes skenes tou martyriou), ‘het heiligdom van de tent van het getuigenis’: de tent van het getuigenis is de tabernakel uit de woestijn (Num. 9:15), waarin de ark met de tafelen van het getuigenis stond. Het hemelse heiligdom wordt hier naar die tent genoemd. ναός (naos), ‘heiligdom’: het binnenste huis, niet het hele tempelterrein. Voetnoot : Zie ook Num. 9:15; Exod. 40:34. Zie ook: Ex 40:34; Num 9:15 **15:6** En de 7 engelen met de 7 plagen kwamen uit het heiligdom. Zij waren gekleed in zuiver, glanzend linnen en om de borst omgord met gouden gordels. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐξῆλθον (exelthon) = kwamen uit | οἱ (hoi) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | οἱ (hoi) = die | ἔχοντες (echontes) = hebben | τὰς (tas) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | πληγὰς (plegas) = plagen | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | ναοῦ (naou) = heiligdom | ἐνδεδυμένοι (endedymenoi) = gekleed | λίνον (linon) = linnen | καθαρὸν (katharon) = zuiver | λαμπρὸν (lampron) = glanzend | καὶ (kai) = en | περιεζωσμένοι (periezosmenoi) = omgord | περὶ (peri) = om | τὰ (ta) = de | στήθη (stethe) = borst | ζώνας (zonas) = gordels | χρυσᾶς (chrysas) = gouden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λίνον (linon), ‘linnen’; λαμπρός (lampros), ‘glanzend’. ζώνη (zone), ‘gordel’. Het Grieks heeft twee deelwoorden, ‘gekleed’ en ‘omgord’; wij maken er een eigen zin van. Voetnoot : Zie ook Ezech. 9:2; Dan. 10:5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ἐνδεδυμένοι (endedymenoi), ‘gekleed’ en λίνον (linon), ‘linnen’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ezech 9:2; Dan 10:5 ### De 7 gouden schalen **15:7** En een van de vier levende wezens gaf de 7 engelen 7 gouden schalen, vol van de woede van Elohim. Hij leeft tot in de eeuwen van de eeuwen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἓν (hen) = een | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | τεσσάρων (tessaron) = vier | ζῴων (zoon) = levende wezens | ἔδωκεν (edoken) = gaf | τοῖς (tois) = aan de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἀγγέλοις (angelois) = engelen | ἑπτὰ (hepta) = 7 | φιάλας (phialas) = schalen | χρυσᾶς (chrysas) = gouden | γεμούσας (gemousas) = gevuld | τοῦ (tou) = van de | θυμοῦ (thymou) = woede | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = die | ζῶντος (zontos) = leeft | εἰς (eis) = tot in | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιάλη (fiale), ‘schaal’: een brede, ondiepe schaal, zoals bij een plengoffer gebruikt werd. ζῷον (zoon), ‘levend wezen’: de vier levende wezens van 4:6–8. ‘Gouden schalen vol van de woede van Elohim’: de woede wordt uitgegoten in hoofdstuk 16. ‘Die leeft tot in de eeuwen van de eeuwen’: een vaste uitdrukking voor Elohim, zoals in 4:9–10 en 10:6. Voetnoot : Zie ook Openb. 4:6–8; Openb. 4:9; Openb. 10:6. Zie ook: Openb 4:6–8; Openb 4:9; Openb 10:6 **15:8** En het heiligdom werd vervuld met rook uit de heerlijkheid van Elohim en uit Zijn kracht. En niemand kon het heiligdom binnengaan, totdat de 7 plagen van de 7 engelen voltooid waren. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐγεμίσθη (egemisthe) = werd vervuld | ὁ (ho) = het | ναὸς (naos) = heiligdom | καπνοῦ (kapnou) = met rook | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | δυνάμεως (dynameos) = kracht | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἐδύνατο (edynato) = kon | εἰσελθεῖν (eiselthein) = binnengaan | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = het | ναὸν (naon) = heiligdom | ἄχρι (achri) = totdat | τελεσθῶσιν (telesthosin) = voltooid zijn | αἱ (hai) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | πληγαὶ (plegai) = plagen | τῶν (ton) = van de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἀγγέλων (angelon) = engelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καπνός (kapnos), ‘rook’: als bij de inwijding van de tabernakel en van de tempel, toen de heerlijkheid van Yahweh het huis vulde (Exod. 40:34–35; 1 Kon. 8:10–11). ‘Totdat de 7 plagen voltooid waren’: dezelfde werkwoordstam als in vers 1. Voetnoot : Zie ook Exod. 40:34–35; 1 Kon. 8:10–11; Jes. 6:4; Ezech. 44:4. Zie ook: Ex 40:34–35; 1 Kon 8:10–11; Jes 6:4; Ezech 44:4; Openb 15:1 ## Openbaring 16 _De 7 schalen van de woede van Elohim worden uitgegoten_ ### De opdracht om de 7 schalen uit te gieten **16:1** En ik hoorde een luide stem uit het heiligdom. Die zei tegen de 7 engelen: „Ga heen en giet de 7 schalen van de woede van Elohim uit over de aarde.” Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ἤκουσα (ekousa) = ik hoorde | μεγάλης (megales) = grote | φωνῆς (phones) = stem | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | ναοῦ (naou) = heiligdom | λεγούσης (legouses) = zeggende | τοῖς (tois) = tegen de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἀγγέλοις (angelois) = engelen | Ὑπάγετε (Hypagete) = gaat heen | καὶ (kai) = en | ἐκχέετε (ekcheete) = giet uit | τὰς (tas) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | φιάλας (phialas) = schalen | τοῦ (tou) = van de | θυμοῦ (thymou) = woede | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | εἰς (eis) = over | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φωνὴ μεγάλη (fone megale), ‘luide stem’: de stem komt uit het heiligdom (15:8), waar de heerlijkheid van Elohim is; het Grieks zegt niet wie spreekt. In het Grieks spreekt de stem over ‘de woede van Elohim’ in de derde persoon; daarom staat de stem zwart. ἐκχέω (ekcheo), ‘uitgieten’: het werkwoord blijft in de hele reeks (verzen 1–4, 6, 8, 10, 12, 17). φιάλη (fiale), ‘schaal’: zie 15:7. Voetnoot : Zie ook Openb. 15:7; Openb. 15:8; Ps. 69:25; Jes. 66:6; Sef. 3:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden μεγάλης φωνῆς (megales fones), ‘grote stem’ en ἐκχέετε (ekcheete), ‘giet uit’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 69:25; Jes 66:6; Openb 15:7; Openb 15:8 ### De eerste schaal: de zweren **16:2** En de eerste ging heen en goot zijn schaal uit op de aarde. Toen ontstond een kwade en boze zweer bij de mensen die het merkteken van het beest hadden en zich neerbogen voor zijn beeld. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ἀπῆλθεν (apelthen) = ging heen | ὁ (ho) = de | πρῶτος (protos) = eerste | καὶ (kai) = en | ἐξέχεεν (execheen) = goot uit | τὴν (ten) = de | φιάλην (phialen) = schaal | αὐτοῦ (autou) = zijn | εἰς (eis) = op | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐγένετο (egeneto) = ontstond | ἕλκος (helkos) = zweer | κακὸν (kakon) = kwaad | καὶ (kai) = en | πονηρὸν (poneron) = boos | ἐπὶ (epi) = bij | τοὺς (tous) = de | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | τοὺς (tous) = die | ἔχοντας (echontas) = hebben | τὸ (to) = het | χάραγμα (charagma) = merkteken | τοῦ (tou) = van het | θηρίου (theriou) = beest | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = die | προσκυνοῦντας (proskynountas) = zich neerbuigen | τῇ (te) = voor het | εἰκόνι (eikoni) = beeld | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἕλκος (helkos), ‘zweer’, een open wond; vergelijk de zesde plaag van Egypte (Exod. 9:8–11). χάραγμα (charagma), ‘merkteken’: ingekerfd of ingebrand; het merkteken van het beest staat in 13:16–17. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: voor het beeld van het beest (13:15). Voetnoot : Zie ook Exod. 9:8–11; Deut. 28:35; Openb. 13:16–17. Zie ook: Ex 9:8–11; Deut 28:35; Openb 13:16–17 ### De tweede en de derde schaal: zee en rivieren **16:3** En de tweede goot zijn schaal uit op de zee. En zij werd bloed, als van een dode, en elke levende ziel stierf, alles wat in de zee was. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ὁ (ho) = de | δεύτερος (deuteros) = tweede | ἐξέχεεν (execheen) = goot uit | τὴν (ten) = de | φιάλην (phialen) = schaal | αὐτοῦ (autou) = zijn | εἰς (eis) = op | τὴν (ten) = de | θάλασσαν (thalassan) = zee | καὶ (kai) = en | ἐγένετο (egeneto) = werd | αἷμα (haima) = bloed | ὡς (hos) = als | νεκροῦ (nekrou) = van een dode | καὶ (kai) = en | πᾶσα (pasa) = elke | ψυχὴ (psyche) = ziel | ζωῆς (zoes) = levende | ἀπέθανεν (apethanen) = stierf | τὰ (ta) = wat | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | θαλάσσῃ (thalasse) = zee Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψυχὴ ζωῆς (psyche zoes), ‘ziel van leven’, dat is: ‘levende ziel’; het Griekse ‘ziel’ betekent hier elk levend wezen. De zee wordt ‘bloed, als van een dode’. Vergelijk de eerste plaag van Egypte (Exod. 7:20–21). Voetnoot : Zie ook Exod. 7:20–21; Openb. 8:8–9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij δεύτερος (deuteros), ‘tweede’; ζωῆς (zoes), ‘levende’ en τὰ (ta), ‘wat’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 7:20–21; Openb 8:8–9 **16:4** En de derde goot zijn schaal uit op de rivieren en op de bronnen van de wateren. En zij werden bloed. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ὁ (ho) = de | τρίτος (tritos) = derde | ἐξέχεεν (execheen) = goot uit | τὴν (ten) = de | φιάλην (phialen) = schaal | αὐτοῦ (autou) = zijn | εἰς (eis) = op | τοὺς (tous) = de | ποταμοὺς (potamous) = rivieren | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = op de | πηγὰς (pegas) = bronnen | τῶν (ton) = van de | ὑδάτων (hydaton) = wateren | καὶ (kai) = en | ἐγένετο (egeneto) = werd | αἷμα (haima) = bloed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘en het werd bloed’ in het enkelvoud; wij vertalen ‘zij werden bloed’. Vergelijk de eerste plaag van Egypte. Voetnoot : Zie ook Exod. 7:19–20; Ps. 78:44; Openb. 8:10. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καὶ (kai), ‘en’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 7:19–20; Ps 78:44; Openb 8:10 **16:5** En ik hoorde de engel van de wateren zeggen: „U bent rechtvaardig, Hij die is en die was, de Getrouwe, omdat U dit geoordeeld hebt. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = ik hoorde | τοῦ (tou) = de | ἀγγέλου (angelou) = engel | τῶν (ton) = van de | ὑδάτων (hydaton) = wateren | λέγοντος (legontos) = zeggend | Δίκαιος (Dikaios) = rechtvaardig | εἶ (ei) = bent U | ὁ (ho) = Hij die | ὢν (on) = is | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | ἦν (en) = was | ὁ (ho) = de | ὅσιος (hosios) = getrouwe | ὅτι (hoti) = omdat | ταῦτα (tauta) = dit | ἔκρινας (ekrinas) = hebt geoordeeld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ ἄγγελος τῶν ὑδάτων (ho angelos ton hydaton), ‘de engel van de wateren’: de engel die over de wateren gaat; vergelijk de engel over het vuur (14:18). ὁ ὢν καὶ ὁ ἦν (ho on kai ho en), ‘Hij die is en die was’: in 1:4 en 1:8 volgt ‘en Die komt’; hier staat dat niet. ὅσιος (hosios), ‘getrouw’: zie 15:4; hier met lidwoord, ‘de Getrouwe’. ‘Omdat U dit geoordeeld hebt’: het oordeel is de straf van vers 4. Wij laten de aanhaling doorlopen tot vers 6. Voetnoot : Zie ook Openb. 1:4; Openb. 1:8; Openb. 14:18; Ps. 145:17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὁ (ho), ‘de’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 145:17; Openb 1:4; Openb 1:8; Openb 14:18; Openb 16:4; Openb 16:6 **16:6** Want zij hebben het bloed van heiligen en profeten vergoten, en bloed hebt U hun te drinken gegeven. Zij zijn het waard.” Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | αἷμα (haima) = bloed | ἁγίων (hagion) = van heiligen | καὶ (kai) = en | προφητῶν (propheton) = profeten | ἐξέχεαν (exechean) = vergoten zij | καὶ (kai) = en | αἷμα (haima) = bloed | αὐτοῖς (autois) = aan hen | δέδωκας (dedokas) = hebt gegeven | πιεῖν (piein) = te drinken | ἄξιοί (axioi) = waard | εἰσιν (eisin) = zijn zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Het bloed van heiligen en profeten’: zie 6:9–10, 11:7–10 en 17:6. ‘Bloed hebt U hun te drinken gegeven’: het water is bloed geworden, de straf past bij de misdaad (vergelijk 17:6; 18:24). ἄξιοί εἰσιν (axioi eisin), ‘zij zijn het waard’: zij verdienen het. Voetnoot : Zie ook Openb. 6:9–10; Openb. 17:6; Openb. 18:24; Jes. 49:26. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij δέδωκας (dedokas), ‘hebt gegeven’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 49:26; Openb 6:9–10; Openb 17:6; Openb 18:24 **16:7** En ik hoorde het altaar zeggen: „Ja, Yahweh Elohim, de Almachtige, waar en rechtvaardig zijn Uw oordelen.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = ik hoorde | τοῦ (tou) = het | θυσιαστηρίου (thysiasteriou) = altaar | λέγοντος (legontos) = zeggend | Ναί (Nai) = ja | κύριε (kyrie) = Yahweh | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = de | παντοκράτωρ (pantokrator) = Almachtige | ἀληθιναὶ (alethinai) = waar | καὶ (kai) = en | δίκαιαι (dikaiai) = rechtvaardig | αἱ (hai) = de | κρίσεις (kriseis) = oordelen | σου (sou) = Uw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’: het Grieks heeft ‘hoorde het altaar zeggen’, dus het altaar zelf, of iemand ‘van het altaar’ (vergelijk 6:9; 8:3–5; 9:13). Wij volgen het Grieks. κρίσις (krisis), ‘oordeel’. De woorden ‘Yahweh Elohim, de Almachtige’ als in 15:3; de bevestiging ‘waar en rechtvaardig’ klinkt als 15:3 en Ps. 19:10 (‘de bepalingen van Yahweh zijn waarheid; zij zijn tezamen rechtvaardig’). Voetnoot : Zie ook Openb. 6:9; Openb. 8:3; Openb. 15:3; Ps. 19:10. Zie ook: Ps 19:10; Openb 6:9; Openb 8:3; Openb 15:3 ### De vierde schaal: de zon **16:8** En de vierde goot zijn schaal uit op de zon. En aan haar werd gegeven om de mensen met vuur te verschroeien. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ὁ (ho) = de | τέταρτος (tetartos) = vierde | ἐξέχεεν (execheen) = goot uit | τὴν (ten) = de | φιάλην (phialen) = schaal | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐπὶ (epi) = op | τὸν (ton) = de | ἥλιον (helion) = zon | καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῷ (auto) = aan haar | καυματίσαι (kaumatisai) = te verschroeien | τοὺς (tous) = de | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | ἐν (en) = met | πυρί (pyri) = vuur Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘en het werd aan hem gegeven’, ‘hem’ is de zon (ἥλιος, helios, mannelijk); wij schrijven ‘haar’. καυματίζω (kaumatizo), ‘verschroeien, verbranden’. Het Grieks noemt niet wie het geeft. Vergelijk de vierde bazuin (8:12), waar de zon juist verduisterd wordt. Voetnoot : Zie ook Openb. 8:12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij τέταρτος (tetartos), ‘vierde’ en de woorden τοὺς ἀνθρώπους ἐν πυρί (tous anthropous en pyri), ‘de mensen met vuur’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 8:12 **16:9** En de mensen werden verschroeid door grote hitte. Zij lasterden de naam van Elohim, die gezag heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐκαυματίσθησαν (ekaumatisthesan) = werden verschroeid | οἱ (hoi) = de | ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen | καῦμα (kauma) = hitte | μέγα (mega) = grote | καὶ (kai) = en | ἐβλασφήμησαν (eblasphemesan) = lasterden | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = die | ἔχοντος (echontos) = heeft | τὴν (ten) = het | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | ἐπὶ (epi) = over | τὰς (tas) = de | πληγὰς (plegas) = plagen | ταύτας (tautas) = deze | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | μετενόησαν (metenoesan) = bekeerden zij zich | δοῦναι (dounai) = om te geven | αὐτῷ (auto) = aan Hem | δόξαν (doxan) = heerlijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καῦμα (kauma), ‘hitte’. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’: spreken tegen Elohim; zo ook in de verzen 11 en 21. ‘Die gezag heeft over deze plagen’: Elohim heeft de macht over de plagen; de mensen erkennen dat niet. μετανοέω (metanoeo), ‘zich bekeren’: de mensen veranderen niet van denken (zie ook vers 11 en 2:21; 9:20–21). ‘Heerlijkheid geven’: eer geven aan Elohim; vergelijk 14:7. Voetnoot : Zie ook Openb. 9:20–21; Openb. 14:7. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ἐβλασφήμησαν (eblasfemesan), ‘lasterden’ en τὴν (ten), ‘het’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 9:20–21; Openb 14:7; Openb 16:11 ### De vijfde schaal: het koninkrijk van het beest **16:10** En de vijfde goot zijn schaal uit op de troon van het beest. En zijn koninkrijk werd verduisterd, en zij knaagden aan hun tongen van de pijn. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ὁ (ho) = de | πέμπτος (pemptos) = vijfde | ἐξέχεεν (execheen) = goot uit | τὴν (ten) = de | φιάλην (phialen) = schaal | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐπὶ (epi) = op | τὸν (ton) = de | θρόνον (thronon) = troon | τοῦ (tou) = van het | θηρίου (theriou) = beest | καὶ (kai) = en | ἐγένετο (egeneto) = werd | ἡ (he) = het | βασιλεία (basileia) = koninkrijk | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐσκοτωμένη (eskotomene) = verduisterd | καὶ (kai) = en | ἐμασῶντο (emasonto) = knaagden zij aan | τὰς (tas) = de | γλώσσας (glossas) = tongen | αὐτῶν (auton) = hun | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = de | πόνου (ponou) = pijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θρόνος (thronos), ‘troon’: de zetel van de macht van het beest (13:2). σκοτόω (skotoo), ‘verduisteren’: het koninkrijk wordt donker, zoals Egypte in de negende plaag (Exod. 10:21–23). μασάομαι (masaomai), ‘kauwen, knagen’: zij knagen van pijn aan hun tong. Voetnoot : Zie ook Exod. 10:21–23; Openb. 13:2. Zie ook: Ex 10:21–23; Openb 13:2 **16:11** En zij lasterden de Elohim van de hemel vanwege hun pijnen en hun zweren, en zij bekeerden zich niet van hun werken. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐβλασφήμησαν (eblasphemesan) = lasterden | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | τοῦ (tou) = van de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἐκ (ek) = vanwege | τῶν (ton) = de | πόνων (ponon) = pijnen | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = vanwege | τῶν (ton) = de | ἑλκῶν (helkon) = zweren | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | μετενόησαν (metenoesan) = bekeerden zij zich | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ θεὸς τοῦ οὐρανοῦ (ho theos tou ouranou), ‘de Elohim van de hemel’: een naam die in het Oude Testament voor Elohim wordt gebruikt (Ezra 1:2; Neh. 1:4; Dan. 2:18). πόνος (ponos), ‘pijn’; ἕλκος (helkos), ‘zweer’: zie vers 2. Voetnoot : Zie ook Ezra 1:2; Neh. 1:4; Dan. 2:18. Zie ook: Dan 2:18; Ezra 1:2; Neh 1:4; Openb 16:2 ### De zesde schaal: de Eufraat en Harmagedon **16:12** En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg bereid werd voor de koningen uit de zonsopgang. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ὁ (ho) = de | ἕκτος (hektos) = zesde | ἐξέχεεν (execheen) = goot uit | τὴν (ten) = de | φιάλην (phialen) = schaal | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐπὶ (epi) = op | τὸν (ton) = de | ποταμὸν (potamon) = rivier | τὸν (ton) = de | μέγαν (megan) = grote | τὸν (ton) = de | Εὐφράτην (Euphraten) = Eufraat | καὶ (kai) = en | ἐξηράνθη (exeranthe) = droogde op | τὸ (to) = het | ὕδωρ (hydor) = water | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἵνα (hina) = opdat | ἑτοιμασθῇ (hetoimasthe) = bereid werd | ἡ (he) = de | ὁδὸς (hodos) = weg | τῶν (ton) = van de | βασιλέων (basileon) = koningen | τῶν (ton) = die | ἀπὸ (apo) = uit | ἀνατολῆς (anatoles) = opgang | ἡλίου (heliou) = van de zon Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Eufraat: De Eufraat ontspringt in het hoogland van Turkije en stroomt door Syrië en Irak naar de Perzische Golf. Voetnoot Uitleg: Εὐφράτης (Eufrates), ‘Eufraat’: de rivier in het oosten van het Beloofde Land (Gen. 15:18). ἐξηράνθη (exeranthe), ‘droogde op’: zoals de Rietzee en de Jordaan (Exod. 14:21; Joz. 3:16–17) en zoals de Eufraat bij de val van Babel (Jes. 44:27; Jer. 50:38; 51:36). ἀπὸ ἀνατολῆς ἡλίου (apo anatoles heliou), ‘uit de opgang van de zon’: dat is: uit het oosten. Het Grieks noemt niet wie de koningen zijn. Voetnoot : Zie ook Gen. 15:18; Jes. 44:27; Jer. 50:38; Jer. 51:36; Openb. 9:14. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τὸν (ton), ‘de’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 15:18; Ex 14:21; Joz 3:16–17; Jes 44:27; Jer 50:38; Jer 51:36; Openb 9:14 **16:13** En ik zag uit de mond van de draak, uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten, als kikkers. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = ik zag | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | στόματος (stomatos) = mond | τοῦ (tou) = van de | δράκοντος (drakontos) = draak | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | στόματος (stomatos) = mond | τοῦ (tou) = van het | θηρίου (theriou) = beest | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | στόματος (stomatos) = mond | τοῦ (tou) = van de | ψευδοπροφήτου (pseudoprophetou) = valse profeet | πνεύματα (pneumata) = geesten | τρία (tria) = drie | ἀκάθαρτα (akatharta) = onrein | ὡς (hos) = als | βάτραχοι (batrachoi) = kikkers Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De drie sprekende monden zijn die van de draak (12:3, 12:9), het beest uit de zee (13:1) en de valse profeet, dat is het beest van de aarde (13:11; 19:20). Het Grieks heeft ‘drie onreine geesten, als kikkers’. ἀκάθαρτος (akathartos), ‘onrein’. De kikkers verwijzen naar de tweede plaag van Egypte (Exod. 7:26–8:11; in de Nederlandse telling Exod. 8:1–15). Voetnoot : Zie ook Exod. 7:26–8:11; Openb. 12:3; Openb. 13:1; Openb. 13:11; Openb. 19:20. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden τρία ἀκάθαρτα (tria akatharta), ‘drie onrein’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 7:26–8:11; Ex 8:1–15; Openb 12:3; Openb 13:1; Openb 13:11; Openb 19:20 **16:14** Het zijn immers geesten van demonen die tekenen doen. Zij gaan uit naar de koningen van heel de bewoonde wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van Elohim, de Almachtige. Brontekst: εἰσὶν (eisin) = zijn | γὰρ (gar) = want | πνεύματα (pneumata) = geesten | δαιμονίων (daimonion) = van demonen | ποιοῦντα (poiounta) = doende | σημεῖα (semeia) = tekenen | ἃ (ha) = die | ἐκπορεύεται (ekporeuetai) = gaan uit | ἐπὶ (epi) = naar | τοὺς (tous) = de | βασιλεῖς (basileis) = koningen | τῆς (tes) = van de | οἰκουμένης (oikoumenes) = bewoonde wereld | ὅλης (holes) = hele | συναγαγεῖν (synagagein) = te verzamelen | αὐτοὺς (autous) = hen | εἰς (eis) = voor | τὸν (ton) = de | πόλεμον (polemon) = oorlog | τῆς (tes) = van de | ἡμέρας (hemeras) = dag | τῆς (tes) = de | μεγάλης (megales) = grote | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = de | παντοκράτορος (pantokratoros) = Almachtige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks begint met ‘zijn immers’ en heeft een werkwoord in het enkelvoud, ἐκπορεύεται (ekporeuetai), ‘gaat uit’: het onderwerp is een onzijdig meervoud. Wij vertalen ‘zij gaan uit’. δαιμόνιον (daimonion), ‘demon’; σημεῖον (semeion), ‘teken’. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’. ‘De grote dag van Elohim, de Almachtige’: de dag van Yahweh uit de profeten (Joël 2:11; Zef. 1:14). Voetnoot : Zie ook Joël 2:11; Zef. 1:14. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἡμέρας (hemeras), ‘dag’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joël 2:11; Sef 1:14 **16:15** **„Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, zodat hij niet naakt wandelt en zij zijn schande niet zien.”** Brontekst: Ἰδοὺ (Idou) = zie | ἔρχομαι (erchomai) = Ik kom | ὡς (hos) = als | κλέπτης (kleptes) = dief | μακάριος (makarios) = gelukkig | ὁ (ho) = hij die | γρηγορῶν (gregoron) = waakt | καὶ (kai) = en | τηρῶν (teron) = bewaart | τὰ (ta) = de | ἱμάτια (himatia) = kleren | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | γυμνὸς (gymnos) = naakt | περιπατῇ (peripate) = wandelt | καὶ (kai) = en | βλέπωσιν (bleposin) = zij zien | τὴν (ten) = de | ἀσχημοσύνην (aschemosynen) = schande | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers wordt in de SBLGNT met gedachtestrepen in de tekst gezet; het onderbreekt het verhaal. De spreker is Yeshua: ‘Zie, Ik kom als een dief’ is Zijn eigen woord (vergelijk Matt. 24:43–44; Luc. 12:39–40; 1 Tess. 5:2; 2 Petr. 3:10; Openb. 3:3). Wij zetten het daarom rood. γρηγορέω (gregoreo), ‘waken’. τηρέω (tereo), ‘bewaren’. ἱμάτια (himatia), ‘kleren, bovenkleren’. ἀσχημοσύνη (aschemosyne), ‘schande, naaktheid’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: hier: zijn leven leiden. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:43–44; Luc. 12:39–40; 1 Tess. 5:2; Openb. 3:3; Openb. 3:18. Zie ook: Mat 24:43–44; Luc 12:39–40; 1 Tess 5:2; 2 Petr 3:10; Openb 3:3; Openb 3:18 **16:16** En hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Harmagedon heet. Brontekst: καὶ (kai) = en | συνήγαγεν (synegagen) = verzamelde hij | αὐτοὺς (autous) = hen | εἰς (eis) = op | τὸν (ton) = de | τόπον (topon) = plaats | τὸν (ton) = de | καλούμενον (kaloumenon) = genoemde | Ἑβραϊστὶ (Hebraisti) = in het Hebreeuws | Ἁρμαγεδών (Harmagedon) = Harmagedon Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Harmagedon (ligging onzeker): Harmagedon is een Hebreeuwse naam in Griekse letters, vaak verstaan als ‘berg van Megiddo’. Het Grieks zegt niet waar de plaats ligt; het punt is het gebied van Megiddo, in de Jizreëlvlakte, en is onzeker. Voetnoot Uitleg: Ἁρμαγεδών (Harmagedon): een Hebreeuwse naam in Griekse letters. Het woord wordt vaak verstaan als ‘berg van Megiddo’ (Hebr. har, ‘berg’, en Megiddo, de plaats van Richt. 5:19 en 2 Kon. 23:29); de spelling wordt verschillend verklaard, en het Grieks zegt niet waar de plaats ligt. Wij schrijven ‘Harmagedon’ en kiezen geen ligging. Het Grieks heeft een enkelvoud zonder genoemd onderwerp (‘hij verzamelde hen’); de zin sluit aan op vers 14. Voetnoot : Zie ook Richt. 5:19; 2 Kon. 23:29; Zach. 12:11. Zie ook: Re 5:19; 2 Kon 23:29; Zach 12:11; Openb 16:14 ### De zevende schaal: „Het is geschied!” **16:17** En de zevende goot zijn schaal uit op de lucht. En er kwam een luide stem uit het heiligdom, van de troon, die zei: „Het is geschied!” Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ὁ (ho) = de | ἕβδομος (hebdomos) = zevende | ἐξέχεεν (execheen) = goot uit | τὴν (ten) = de | φιάλην (phialen) = schaal | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐπὶ (epi) = op | τὸν (ton) = de | ἀέρα (aera) = lucht | καὶ (kai) = en | ἐξῆλθεν (exelthen) = kwam | φωνὴ (phone) = stem | μεγάλη (megale) = grote | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | ναοῦ (naou) = heiligdom | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | λέγουσα (legousa) = zeggend | Γέγονεν (Gegonen) = het is geschied Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀήρ (aer), ‘lucht’. De stem komt uit het heiligdom, van de troon. Γέγονεν (gegonen), ‘het is geschied’: hetzelfde woord als in 21:6, daar in de mond van Hem die op de troon zit. Hier noemt het Grieks de spreker niet; de woorden staan zwart. Voetnoot : Zie ook Openb. 21:6; Openb. 11:19. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ἐκ (ek), ‘uit’ en ναοῦ (naou), ‘heiligdom’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 11:19; Openb 21:6 **16:18** En er kwamen bliksems, stemmen en donderslagen. En er kwam een grote aardbeving, zoals er niet geweest is sinds er mensen op de aarde zijn, zo'n aardbeving, zo groot. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐγένοντο (egenonto) = kwamen | ἀστραπαὶ (astrapai) = bliksems | καὶ (kai) = en | φωναὶ (phonai) = stemmen | καὶ (kai) = en | βρονταί (brontai) = donderslagen | καὶ (kai) = en | σεισμὸς (seismos) = aardbeving | ἐγένετο (egeneto) = kwam | μέγας (megas) = grote | οἷος (hoios) = zoals | οὐκ (ouk) = niet | ἐγένετο (egeneto) = kwam | ἀφ’ (aph’) = sinds | οὗ (hou) = wie | ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen | ἐγένοντο (egenonto) = waren | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | τηλικοῦτος (telikoutos) = zo'n | σεισμὸς (seismos) = aardbeving | οὕτω (houto) = zo | μέγας (megas) = groot Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk voor ‘bliksems, stemmen en donderslagen’ 4:5, 8:5 en 11:19. σεισμός (seismos), ‘aardbeving’. Het Grieks heeft ‘zoals er niet geweest is, sinds mensen op de aarde zijn geworden’; vergelijk Dan. 12:1 en Exod. 9:18, 9:24. Voetnoot : Zie ook Exod. 19:16; Dan. 12:1; Openb. 4:5; Openb. 8:5; Openb. 11:19. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden φωναὶ καὶ βρονταί (fonai kai brontai), ‘stemmen en donderslagen’; ἐγένετο (egeneto), ‘kwam’ en de woorden ἄνθρωποι ἐγένοντο (anthropoi egenonto), ‘mensen waren’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 9:18; Ex 9:24; Ex 19:16; Dan 12:1; Openb 4:5; Openb 8:5; Openb 11:19 **16:19** En de grote stad werd in drie delen, en de steden van de volken vielen. En Babylon, de grote, werd herdacht voor het aangezicht van Elohim, om haar de beker met de wijn van de woede van Zijn toorn te geven. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐγένετο (egeneto) = werd | ἡ (he) = de | πόλις (polis) = stad | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | εἰς (eis) = tot | τρία (tria) = drie | μέρη (mere) = delen | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | πόλεις (poleis) = steden | τῶν (ton) = van de | ἐθνῶν (ethnon) = volken | ἔπεσαν (epesan) = vielen | καὶ (kai) = en | Βαβυλὼν (Babylon) = Babylon | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | ἐμνήσθη (emnesthe) = werd herdacht | ἐνώπιον (enopion) = voor het aangezicht van | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | δοῦναι (dounai) = om te geven | αὐτῇ (aute) = aan haar | τὸ (to) = de | ποτήριον (poterion) = beker | τοῦ (tou) = van de | οἴνου (oinou) = wijn | τοῦ (tou) = van de | θυμοῦ (thymou) = woede | τῆς (tes) = van de | ὀργῆς (orges) = toorn | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγένετο εἰς τρία μέρη (egeneto eis tria mere), ‘werd tot drie delen’: een Hebreeuws gekleurde uitdrukking; wij vertalen ‘werd in drie delen’. Het Grieks noemt eerst ‘de grote stad’ (ἡ πόλις ἡ μεγάλη) en daarna ‘Babylon, de grote’. Βαβυλών (Babylon): wij schrijven ‘Babylon’ voor het Griekse woord (in het Oude Testament ‘Babel’, zoals Jes. 13). De tekst zegt niet welke stad bedoeld is; wij kiezen niet. μνημονεύω (mnemoneuo), ‘denken aan, herdenken’: ‘werd herdacht voor het aangezicht van Elohim’ is: Elohim dacht aan haar. ‘De beker met de wijn van de woede van Zijn toorn’: zie ook 14:10 (beker van Zijn toorn). θυμός (thymos), ‘woede’; ὀργή (orge), ‘toorn’. Voetnoot : Zie ook Jes. 51:17; Jer. 25:15; Openb. 11:8; Openb. 14:8; Openb. 14:10; Openb. 17:18. Zie ook: Jes 51:17; Jer 25:15; Openb 11:8; Openb 14:8; Openb 14:10; Openb 17:18 **16:20** En elk eiland vluchtte weg, en bergen werden niet gevonden. Brontekst: καὶ (kai) = en | πᾶσα (pasa) = elk | νῆσος (nesos) = eiland | ἔφυγεν (ephygen) = vluchtte | καὶ (kai) = en | ὄρη (ore) = bergen | οὐχ (ouch) = niet | εὑρέθησαν (heurethesan) = werden gevonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk 6:14 (alle bergen en eilanden werden van hun plaats bewogen) en 21:1 (de zee is niet meer). φεύγω (feugo), ‘vluchten’. Voetnoot : Zie ook Openb. 6:14. Zie ook: Openb 6:14 **16:21** En een grote hagel, ongeveer een talent zwaar, komt uit de hemel neer op de mensen. En de mensen lasterden Elohim vanwege de plaag van de hagel, want haar plaag is zeer groot. Brontekst: καὶ (kai) = en | χάλαζα (chalaza) = hagel | μεγάλη (megale) = grote | ὡς (hos) = als | ταλαντιαία (talantiaia) = een talent zwaar | καταβαίνει (katabainei) = komt neer | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἐπὶ (epi) = op | τοὺς (tous) = de | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | καὶ (kai) = en | ἐβλασφήμησαν (eblasphemesan) = lasterden | οἱ (hoi) = de | ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἐκ (ek) = vanwege | τῆς (tes) = de | πληγῆς (pleges) = plaag | τῆς (tes) = van de | χαλάζης (chalazes) = hagel | ὅτι (hoti) = omdat | μεγάλη (megale) = groot | ἐστὶν (estin) = is | ἡ (he) = de | πληγὴ (plege) = plaag | αὐτῆς (autes) = haar | σφόδρα (sphodra) = zeer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ταλαντιαῖος (talantiaios), ‘een talent zwaar’: een talent is ongeveer 30 tot 40 kilogram (de gewichten van de oudheid verschilden per streek); het gaat om een zeer grote hagelsteen. χάλαζα (chalaza), ‘hagel’. Vergelijk de zevende plaag van Egypte, de hagel (Exod. 9:22–26), en Joz. 10:11. De mensen lasteren Elohim weer, zoals in de verzen 9 en 11. Voetnoot : Zie ook Exod. 9:22–26; Joz. 10:11; Openb. 11:19. Zie ook: Ex 9:22–26; Joz 10:11; Openb 11:19 ## Openbaring 17 _De grote hoer op het beest, Babylon de grote, en het oordeel dat over haar komt_ ### De grote hoer **17:1** En een van de 7 engelen met de 7 schalen kwam en sprak met mij. Hij zei: „Kom, ik zal je het oordeel laten zien over de grote hoer, die op vele wateren zit, Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ἦλθεν (elthen) = kwam | εἷς (heis) = een | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἀγγέλων (angelon) = engelen | τῶν (ton) = die | ἐχόντων (echonton) = hebben | τὰς (tas) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | φιάλας (phialas) = schalen | καὶ (kai) = en | ἐλάλησεν (elalesen) = sprak | μετ’ (met’) = met | ἐμοῦ (emou) = mij | λέγων (legon) = zeggend | Δεῦρο (Deuro) = kom | δείξω (deixo) = ik zal laten zien | σοι (soi) = aan je | τὸ (to) = het | κρίμα (krima) = oordeel | τῆς (tes) = over de | πόρνης (pornes) = hoer | τῆς (tes) = de | μεγάλης (megales) = grote | τῆς (tes) = die | καθημένης (kathemenes) = zit | ἐπὶ (epi) = op | ὑδάτων (hydaton) = wateren | πολλῶν (pollon) = vele Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίμα (krima), ‘oordeel’: een uitspraak van een rechter, een vonnis. πόρνη (porne), ‘hoer’: in het Oude Testament beeldt een stad die Elohim ontrouw is een hoer uit (Jes. 1:21; Jes. 23:17; Nah. 3:4). ‘Vele wateren’: vergelijk Jer. 51:13, waar Babel ‘aan vele wateren woont’; vers 15 legt de wateren uit. De engel is een van de engelen met de 7 schalen van hoofdstuk 16; dezelfde woorden ‘Kom, ik zal je laten zien’ komen terug in 21:9, waar het over de bruid van het Lam gaat. Voetnoot : Zie ook Jes. 1:21; Jes. 23:17; Nah. 3:4; Jer. 51:13; Openb. 16:1; Openb. 21:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὑδάτων (hydaton), ‘wateren’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 1:21; Jes 23:17; Nah 3:4; Jer 51:13; Openb 16:1; Openb 17:15; Openb 21:9 **17:2** met wie de koningen van de aarde ontucht hebben gepleegd. Van de wijn van haar ontucht zijn zij dronken geworden, zij die op de aarde wonen.” Brontekst: μεθ’ (meth’) = met | ἧς (hes) = wie | ἐπόρνευσαν (eporneusan) = pleegden ontucht | οἱ (hoi) = de | βασιλεῖς (basileis) = koningen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐμεθύσθησαν (emethysthesan) = werden dronken | οἱ (hoi) = die | κατοικοῦντες (katoikountes) = wonen | τὴν (ten) = op de | γῆν (gen) = aarde | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = de | οἴνου (oinou) = wijn | τῆς (tes) = van de | πορνείας (porneias) = ontucht | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πορνεύω (porneuo), ‘ontucht plegen’ en πορνεία (porneia), ‘ontucht’: ook in het Oude Testament het beeld voor trouwbreuk tegenover Elohim. μεθύσκω (methysko), ‘dronken worden’. Vergelijk Jer. 51:7: ‘Babel was een gouden beker in de hand van Yahweh … de volken dronken van haar wijn’. De woorden van de engel lopen door tot vers 2; zij staan zwart. Voetnoot : Zie ook Jer. 51:7; Openb. 14:8; Openb. 18:3. Zie ook: Jer 51:7; Openb 14:8; Openb 18:3 ### De vrouw op het scharlakenrode beest **17:3** En hij voerde mij in de Geest weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, vol namen van lastering, met 7 koppen en 10 hoorns. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀπήνεγκέν (apenenken) = voerde weg | με (me) = mij | εἰς (eis) = naar | ἔρημον (eremon) = woestijn | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = ik zag | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | καθημένην (kathemenen) = zittend | ἐπὶ (epi) = op | θηρίον (therion) = beest | κόκκινον (kokkinon) = scharlakenrood | γέμοντα (gemonta) = vol | ὀνόματα (onomata) = namen | βλασφημίας (blasphemias) = van lastering | ἔχων (echon) = hebbend | κεφαλὰς (kephalas) = koppen | ἑπτὰ (hepta) = 7 | καὶ (kai) = en | κέρατα (kerata) = hoorns | δέκα (deka) = 10 Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν πνεύματι (en pneumati), ‘in de Geest’: zoals in 1:10 en 4:2. ἔρημος (eremos), ‘woestijn’. κόκκινος (kokkinos), ‘scharlakenrood’. βλασφημία (blasfemia), ‘lastering’: de namen van het beest zijn lasterlijk tegen Elohim (13:1, ‘namen van lastering’). De 7 koppen en 10 hoorns zijn die van het beest uit de zee (13:1) en van de draak (12:3). Voetnoot : Zie ook Openb. 1:10; Openb. 4:2; Openb. 12:3; Openb. 13:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij γέμοντα (gemonta), ‘vol’, en bij ἔχων (echon), ‘hebbend’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 1:10; Openb 4:2; Openb 12:3; Openb 13:1 **17:4** En de vrouw was gehuld in purper en scharlaken, en getooid met goud, kostbare steen en parels. In haar hand had zij een gouden beker, vol gruwelen en de onreine dingen van haar ontucht. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | ἦν (en) = was | περιβεβλημένη (peribeblemene) = gehuld | πορφυροῦν (porphyroun) = in purper | καὶ (kai) = en | κόκκινον (kokkinon) = scharlaken | καὶ (kai) = en | κεχρυσωμένη (kechrysomene) = getooid | χρυσίῳ (chrysio) = met goud | καὶ (kai) = en | λίθῳ (litho) = steen | τιμίῳ (timio) = kostbare | καὶ (kai) = en | μαργαρίταις (margaritais) = parels | ἔχουσα (echousa) = hebbend | ποτήριον (poterion) = beker | χρυσοῦν (chrysoun) = gouden | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | χειρὶ (cheiri) = hand | αὐτῆς (autes) = haar | γέμον (gemon) = vol | βδελυγμάτων (bdelygmaton) = van gruwelen | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | ἀκάθαρτα (akatharta) = onreine dingen | τῆς (tes) = van de | πορνείας (porneias) = ontucht | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιβάλλω (periballo), ‘omhullen, kleden’; πορφυροῦς (porfyrous), ‘purper’; κόκκινος (kokkinos), ‘scharlaken’. χρυσόω (chrysoo), ‘met goud tooien’ (letterlijk ‘vergulden’). μαργαρίτης (margarites), ‘parel’. βδέλυγμα (bdelygma), ‘gruwel’: een afschuwelijk afgodsding. Het Grieks heeft ‘vol’ (onzijdig, γέμον, gemon) bij de beker, daarna ‘van gruwelen’ (tweede naamval) en ‘de onreine dingen’ (vierde naamval); wij vertalen wat er staat en maken geen glad Grieks. Vergelijk Jer. 51:7 voor de gouden beker. Voetnoot : Zie ook Jer. 51:7; Openb. 18:16. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij καὶ (kai), ‘en’ en bij χρυσίῳ (chrysio), ‘met goud’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jer 51:7; Openb 18:16 **17:5** En op haar voorhoofd stond een naam geschreven, een geheimenis: Babylon, de grote, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | μέτωπον (metopon) = voorhoofd | αὐτῆς (autes) = haar | ὄνομα (onoma) = naam | γεγραμμένον (gegrammenon) = geschreven | μυστήριον (mysterion) = geheimenis | Βαβυλὼν (Babylon) = Babylon | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | ἡ (he) = de | μήτηρ (meter) = moeder | τῶν (ton) = van de | πορνῶν (pornon) = hoeren | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van de | βδελυγμάτων (bdelygmaton) = gruwelen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: het woord staat onverbonden naast ‘naam’ en ‘Babylon’. Het kan een deel van de opschrift zijn (‘Geheimenis: Babylon de grote …’) of een toelichting van Johannes (‘een naam … een geheimenis’); wij laten het Grieks zo en zetten een komma. Βαβυλών (Babylon): de tekst zegt niet welke plaats bedoeld is, en wij kiezen niet. In het Oude Testament heet de stad ‘Babel’ (Gen. 11:9; Jes. 13:19). Voetnoot : Zie ook Gen. 11:9; Jes. 13:19; Openb. 14:8; Openb. 16:19; Openb. 18:2. Zie ook: Gen 11:9; Jes 13:19; Openb 14:8; Openb 16:19; Openb 18:2 ### De verbazing van Johannes **17:6** En ik zag de vrouw, dronken van het bloed van de heiligen en van het bloed van de getuigen van Yeshua. En toen ik haar zag, verbaasde ik mij zeer. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = ik zag | τὴν (ten) = de | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | μεθύουσαν (methyousan) = dronken | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = het | αἵματος (haimatos) = bloed | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = het | αἵματος (haimatos) = bloed | τῶν (ton) = van de | μαρτύρων (martyron) = getuigen | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Καὶ (Kai) = en | ἐθαύμασα (ethaumasa) = verbaasde ik mij | ἰδὼν (idon) = ziende | αὐτὴν (auten) = haar | θαῦμα (thauma) = verbazing | μέγα (mega) = grote Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μάρτυς (martys), ‘getuige’: die getuigd hebben van Yeshua; vergelijk 6:9; 11:7; 12:11, 12:17. μεθύουσα (methyousa), ‘dronken’. θαῦμα (thauma), ‘verbazing’; θαυμάζω (thaumazo), ‘zich verbazen’: ‘ik verbaasde mij met grote verbazing’. Voetnoot : Zie ook Openb. 6:9; Openb. 11:7; Openb. 16:6; Openb. 18:24. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 6:9; Openb 11:7; Openb 16:6; Openb 18:24 ### Het geheimenis van de vrouw en van het beest **17:7** En de engel zei tegen mij: „Waarom heb je je verbaasd? Ik zal je het geheimenis zeggen van de vrouw en van het beest dat haar draagt, dat de 7 koppen en de 10 hoorns heeft. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶπέν (eipen) = zei | μοι (moi) = tegen mij | ὁ (ho) = de | ἄγγελος (angelos) = engel | Διὰ (Dia) = om | τί (ti) = wat | ἐθαύμασας (ethaumasas) = heb je je verbaasd | ἐγὼ (ego) = ik | ἐρῶ (ero) = zal zeggen | σοι (soi) = je | τὸ (to) = het | μυστήριον (mysterion) = geheimenis | τῆς (tes) = van de | γυναικὸς (gynaikos) = vrouw | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van het | θηρίου (theriou) = beest | τοῦ (tou) = dat | βαστάζοντος (bastazontos) = draagt | αὐτήν (auten) = haar | τοῦ (tou) = dat | ἔχοντος (echontos) = heeft | τὰς (tas) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | κεφαλὰς (kephalas) = koppen | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | δέκα (deka) = 10 | κέρατα (kerata) = hoorns Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De engel gaat de verbazing van Johannes uitleggen: ‘Ik zal je het geheimenis zeggen’. βαστάζω (bastazo), ‘dragen’. **17:8** Het beest dat je zag, was en is niet. Het staat op het punt uit de afgrond op te komen, en het gaat naar de ondergang. En zij die op de aarde wonen, zullen zich verbazen als zij zien dat het beest was en niet is en er zal zijn. Hun naam is niet geschreven in het boek van het leven sinds de grondlegging van de wereld. Brontekst: τὸ (to) = het | θηρίον (therion) = beest | ὃ (ho) = dat | εἶδες (eides) = je zag | ἦν (en) = was | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | μέλλει (mellei) = staat op het punt | ἀναβαίνειν (anabainein) = op te komen | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | ἀβύσσου (abyssou) = afgrond | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = naar | ἀπώλειαν (apoleian) = ondergang | ὑπάγει (hypagei) = gaat het | καὶ (kai) = en | θαυμασθήσονται (thaumasthesontai) = zullen zich verbazen | οἱ (hoi) = die | κατοικοῦντες (katoikountes) = wonen | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | ὧν (hon) = wier | οὐ (ou) = niet | γέγραπται (gegraptai) = is geschreven | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | ἐπὶ (epi) = in | τὸ (to) = het | βιβλίον (biblion) = boek | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | ἀπὸ (apo) = sinds | καταβολῆς (kataboles) = grondlegging | κόσμου (kosmou) = van de wereld | βλεπόντων (bleponton) = zien | τὸ (to) = het | θηρίον (therion) = beest | ὅτι (hoti) = dat | ἦν (en) = was | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | παρέσται (parestai) = er zal zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De woorden ‘was en is niet’ en ‘er zal zijn’ klinken als een tegenbeeld van ‘Hij die is en die was en die komt’ (1:4, 1:8). μέλλει ἀναβαίνειν (mellei anabainein), ‘staat op het punt op te komen’. ἄβυσσος (abyssos), ‘afgrond’: zoals in 9:1 en 11:7. ἀπώλεια (apoleia), ‘ondergang’. παρέσται (paresetai), ‘er zal zijn’, letterlijk ‘aanwezig zal zijn’. ‘Het boek van het leven’ en ‘sinds de grondlegging van de wereld’ staan ook in 13:8. Het Grieks heeft ‘van wie de naam niet geschreven is’ als bijzin; wij maken er een eigen zin van. Voetnoot : Zie ook Openb. 1:4; Openb. 1:8; Openb. 11:7; Openb. 13:3; Openb. 13:8; Openb. 20:15; Openb. 21:27. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ὑπάγει (hypagei), ‘gaat’; θαυμασθήσονται (thaumasthesontai), ‘zullen zich verbazen’; de woorden τὸ ὄνομα (to onoma), ‘de naam’; en de woorden τὸ θηρίον ὅτι ἦν (to therion hoti en), ‘het beest dat het was’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 1:4; Openb 1:8; Openb 11:7; Openb 13:3; Openb 13:8; Openb 20:15; Openb 21:27 **17:9** Hier is het verstand dat wijsheid heeft: de 7 koppen zijn 7 bergen, waar de vrouw op zit. En het zijn 7 koningen. Brontekst: Ὧδε (Hode) = hier | ὁ (ho) = het | νοῦς (nous) = verstand | ὁ (ho) = dat | ἔχων (echon) = heeft | σοφίαν (sophian) = wijsheid | αἱ (hai) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | κεφαλαὶ (kephalai) = koppen | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ὄρη (ore) = bergen | εἰσίν (eisin) = zijn | ὅπου (hopou) = waar | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | κάθηται (kathetai) = zit | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῶν (auton) = hen | καὶ (kai) = en | βασιλεῖς (basileis) = koningen | ἑπτά (hepta) = 7 | εἰσιν (eisin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ νοῦς ὁ ἔχων σοφίαν (ho nous ho echon sofian), ‘het verstand dat wijsheid heeft’: een oproep om na te denken, zoals in 13:18. De tekst zegt dat de 7 koppen zowel 7 bergen als (vers 10) 7 koningen zijn; hij noemt geen stad of volk. Wij geven de woorden en kiezen niet. Voetnoot : Zie ook Openb. 13:18. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden ἑπτά εἰσιν (hepta eisin), ‘7 zijn’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 13:18; Openb 17:10 **17:10** De vijf zijn gevallen, de een is, de ander is nog niet gekomen. En wanneer hij komt, moet hij kort blijven. Brontekst: οἱ (hoi) = de | πέντε (pente) = vijf | ἔπεσαν (epesan) = zijn gevallen | ὁ (ho) = de | εἷς (heis) = een | ἔστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | ἄλλος (allos) = ander | οὔπω (oupo) = nog niet | ἦλθεν (elthen) = is gekomen | καὶ (kai) = en | ὅταν (hotan) = wanneer | ἔλθῃ (elthe) = hij komt | ὀλίγον (oligon) = kort | αὐτὸν (auton) = hem | δεῖ (dei) = moet | μεῖναι (meinai) = blijven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De vijf zijn gevallen, de een is, de ander is nog niet gekomen’: het Grieks geeft geen namen en geen tijd; wij kiezen niet. In Dan. 7:17 en 7:23 staan ‘koning’ en ‘koninkrijk’ bijna door elkaar; het Grieks βασιλεύς (basileus) is ‘koning’. ὀλίγον (oligon), ‘kort, een korte tijd’. Voetnoot : Zie ook Dan. 7:17; Dan. 7:23. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden αὐτὸν δεῖ (auton dei), ‘hem moet’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 7:17; Dan 7:23 **17:11** En het beest dat was en niet is, is zelf de achtste, en hij is uit de 7, en hij gaat naar de ondergang. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | θηρίον (therion) = beest | ὃ (ho) = dat | ἦν (en) = was | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = zelf | ὄγδοός (ogdoos) = achtste | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | ἑπτά (hepta) = 7 | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = naar | ἀπώλειαν (apoleian) = ondergang | ὑπάγει (hypagei) = gaat hij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὄγδοος (ogdoos), ‘achtste’: het beest is ‘zelf de achtste’ en toch ‘uit de 7’. Het Grieks verklaart dit niet verder; wij laten het zo. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὐτός (autos), ‘zelf’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. ### De 10 hoorns en het Lam **17:12** En de 10 hoorns die je zag, zijn 10 koningen die nog geen koninkrijk hebben ontvangen. Maar gezag als koningen ontvangen zij één uur lang met het beest. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | δέκα (deka) = 10 | κέρατα (kerata) = hoorns | ἃ (ha) = die | εἶδες (eides) = je zag | δέκα (deka) = 10 | βασιλεῖς (basileis) = koningen | εἰσιν (eisin) = zijn | οἵτινες (hoitines) = die | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | οὔπω (oupo) = nog niet | ἔλαβον (elabon) = ontvingen | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | ὡς (hos) = als | βασιλεῖς (basileis) = koningen | μίαν (mian) = één | ὥραν (horan) = uur | λαμβάνουσιν (lambanousin) = ontvangen zij | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = het | θηρίου (theriou) = beest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Tien koningen’: vergelijk Dan. 7:24. βασιλεία (basileia), ‘koninkrijk’: zij hebben nog geen koninkrijk. ‘Één uur’ (μίαν ὥραν, mian horan): een korte tijd; het woord ‘uur’ staat ook in 18:10, 18:17 en 18:19. Voetnoot : Zie ook Dan. 7:24; Openb. 18:10; Openb. 18:17; Openb. 18:19. Zie ook: Dan 7:24; Openb 18:10; Openb 18:17; Openb 18:19 **17:13** Dezen hebben één voornemen en geven hun kracht en gezag aan het beest. Brontekst: οὗτοι (houtoi) = dezen | μίαν (mian) = één | γνώμην (gnomen) = voornemen | ἔχουσιν (echousin) = hebben zij | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | δύναμιν (dynamin) = kracht | καὶ (kai) = en | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | αὐτῶν (auton) = hun | τῷ (to) = aan het | θηρίῳ (therio) = beest | διδόασιν (didoasin) = geven zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γνώμη (gnome), ‘voornemen, inzicht’: wat iemand zich voorneemt of meent. Wij vertalen γνώμη overal met ‘voornemen’ (ook in vers 17). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden γνώμην ἔχουσιν (gnomen echousin), ‘voornemen hebben zij’, en bij καί (kai), ‘en’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 17:17 **17:14** Dezen zullen oorlog voeren met het Lam, en het Lam zal hen overwinnen. Want Hij is Heer van de heren en Koning van de koningen. En zij die met Hem zijn, zijn geroepen, uitverkoren en trouw.” Brontekst: οὗτοι (houtoi) = dezen | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = het | ἀρνίου (arniou) = Lam | πολεμήσουσιν (polemesousin) = zullen oorlog voeren | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | ἀρνίον (arnion) = Lam | νικήσει (nikesei) = zal overwinnen | αὐτούς (autous) = hen | ὅτι (hoti) = want | κύριος (kyrios) = Heer | κυρίων (kyrion) = van heren | ἐστὶν (estin) = is | καὶ (kai) = en | βασιλεὺς (basileus) = Koning | βασιλέων (basileon) = van koningen | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = zij die | μετ’ (met’) = met | αὐτοῦ (autou) = Hem | κλητοὶ (kletoi) = geroepen | καὶ (kai) = en | ἐκλεκτοὶ (eklektoi) = uitverkoren | καὶ (kai) = en | πιστοί (pistoi) = trouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Heer van de heren en Koning van de koningen’ (κύριος κυρίων … βασιλεὺς βασιλέων): de titels van Elohim, ‘de Elohim van de goden en de Heer van de heren’ (Deut. 10:17; vergelijk Dan. 2:47), worden hier aan het Lam gegeven; zie ook 19:16. κλητός (kletos), ‘geroepen’; ἐκλεκτός (eklektos), ‘uitverkoren’; πιστός (pistos), ‘trouw’. Het Grieks heeft bij ‘geroepen, uitverkoren en trouw’ geen werkwoord; wij vullen ‘zijn’ aan. De woorden van de engel lopen door tot het einde van vers 14. Voetnoot : Zie ook Deut. 10:17; Dan. 2:47; Openb. 19:16. Zie ook: Deut 10:17; Dan 2:47; Openb 19:16 ### Het oordeel over de hoer **17:15** En hij zegt tegen mij: „De wateren die je zag, waar de hoer zit, zijn volken en menigten, naties en talen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | λέγει (legei) = zegt | μοι (moi) = tegen mij | Τὰ (Ta) = de | ὕδατα (hydata) = wateren | ἃ (ha) = die | εἶδες (eides) = je zag | οὗ (hou) = waar | ἡ (he) = de | πόρνη (porne) = hoer | κάθηται (kathetai) = zit | λαοὶ (laoi) = volken | καὶ (kai) = en | ὄχλοι (ochloi) = menigten | εἰσὶν (eisin) = zijn | καὶ (kai) = en | ἔθνη (ethne) = naties | καὶ (kai) = en | γλῶσσαι (glossai) = talen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De wateren (vers 1) worden uitgelegd. Het Grieks noemt vier groepen: λαοί (laoi), ‘volken’; ὄχλοι (ochloi), ‘menigten’; ἔθνη (ethne), ‘naties’; γλῶσσαι (glossai), ‘talen’ (in deze reeks vertalen wij ἔθνη met ‘naties’, zoals in 10:11; elders ‘volken’); de vierdelige reeks komt in Openbaring vaker voor (zie 5:9; 7:9; 10:11; 11:9; 13:7; 14:6) in steeds andere woorden en volgorde. Vergelijk Jes. 8:7, waar ‘de vele wateren van de Rivier’ het leger van Assyrië zijn. Voetnoot : Zie ook Jes. 8:7; Openb. 5:9; Openb. 7:9; Openb. 10:11; Openb. 11:9; Openb. 13:7; Openb. 14:6. Zie ook: Jes 8:7; Openb 5:9; Openb 7:9; Openb 10:11; Openb 11:9; Openb 13:7; Openb 14:6; Openb 17:1 **17:16** En de 10 hoorns die je zag, en het beest, dezen zullen de hoer haten. Zij zullen haar verwoest en naakt maken, haar vlees opeten en haar met vuur verbranden. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | δέκα (deka) = 10 | κέρατα (kerata) = hoorns | ἃ (ha) = die | εἶδες (eides) = je zag | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | θηρίον (therion) = beest | οὗτοι (houtoi) = dezen | μισήσουσι (misesousi) = zullen haten | τὴν (ten) = de | πόρνην (pornen) = hoer | καὶ (kai) = en | ἠρημωμένην (eremomenen) = verwoest | ποιήσουσιν (poiesousin) = zullen maken | αὐτὴν (auten) = haar | καὶ (kai) = en | γυμνήν (gymnen) = naakt | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = het | σάρκας (sarkas) = vlees | αὐτῆς (autes) = haar | φάγονται (phagontai) = zullen eten | καὶ (kai) = en | αὐτὴν (auten) = haar | κατακαύσουσιν (katakausousin) = zullen verbranden | ἐν (en) = met | πυρί (pyri) = vuur Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐρημόω (eremoo), ‘verwoesten, leeg maken’. De beelden van ‘naakt maken’, ‘het vlees opeten’ en ‘met vuur verbranden’ lijken op Ezech. 16:37–41 en Ezech. 23:25–29, waar de minnaars zich tegen de ontrouwe stad keren. Voetnoot : Zie ook Ezech. 16:37–41; Ezech. 23:25–29; Openb. 18:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij γυμνήν (gymnen), ‘naakt’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ezech 16:37–41; Ezech 23:25–29; Openb 18:8 **17:17** Want Elohim heeft hun in het hart gegeven om Zijn voornemen uit te voeren, om één voornemen uit te voeren en hun koninkrijk aan het beest te geven, totdat de woorden van Elohim voltooid zullen zijn. Brontekst: ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | θεὸς (theos) = Elohim | ἔδωκεν (edoken) = gaf | εἰς (eis) = in | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | αὐτῶν (auton) = hun | ποιῆσαι (poiesai) = om uit te voeren | τὴν (ten) = het | γνώμην (gnomen) = voornemen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | ποιῆσαι (poiesai) = om uit te voeren | μίαν (mian) = één | γνώμην (gnomen) = voornemen | καὶ (kai) = en | δοῦναι (dounai) = om te geven | τὴν (ten) = het | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | αὐτῶν (auton) = hun | τῷ (to) = aan het | θηρίῳ (therio) = beest | ἄχρι (achri) = totdat | τελεσθήσονται (telesthesontai) = voltooid zullen worden | οἱ (hoi) = de | λόγοι (logoi) = woorden | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Elohim heeft in hun hart gegeven’: Elohim richt hun voornemen; het Grieks spreekt van ‘Zijn voornemen’ (γνώμη, gnome) en van ‘één voornemen’. τελέω (teleo), ‘voltooien’: zoals in 15:1 en 15:8; de ‘woorden van Elohim’ worden voltooid. Voetnoot : Zie ook Openb. 10:7; Openb. 15:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden μίαν γνώμην (mian gnomen), ‘één voornemen’, en bij τελεσθήσονται (telesthesontai), ‘zullen voltooid worden’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 10:7; Openb 15:1 **17:18** En de vrouw die je zag, is de grote stad, die het koningschap heeft over de koningen van de aarde.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | ἣν (hen) = die | εἶδες (eides) = je zag | ἔστιν (estin) = is | ἡ (he) = de | πόλις (polis) = stad | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | ἡ (he) = die | ἔχουσα (echousa) = heeft | βασιλείαν (basileian) = koningschap | ἐπὶ (epi) = over | τῶν (ton) = de | βασιλέων (basileon) = koningen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De grote stad’: de vrouw is de stad. Het Grieks noemt hier geen naam; vergelijk 14:8, 16:19 en 18:10. βασιλεία (basileia), ‘koningschap, heerschappij’: zij heeft die ‘over de koningen van de aarde’. Hiermee eindigen de woorden van de engel, die in vers 1 begonnen. Voetnoot : Zie ook Openb. 14:8; Openb. 16:19; Openb. 18:10. Zie ook: Openb 14:8; Openb 16:19; Openb 17:1; Openb 18:10 ## Openbaring 18 _De val van Babylon, de rouw van koningen, kooplieden en zeelieden en de molensteen in de zee_ ### Een andere engel: Babylon is gevallen **18:1** Hierna zag ik een andere engel uit de hemel neerdalen. Hij had groot gezag, en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid. Brontekst: Μετὰ (Meta) = Na | ταῦτα (tauta) = dit | εἶδον (eidon) = ik zag | ἄλλον (allon) = andere | ἄγγελον (angelon) = engel | καταβαίνοντα (katabainonta) = neerdalend | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἔχοντα (echonta) = hebbend | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | μεγάλην (megalen) = groot | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | γῆ (ge) = aarde | ἐφωτίσθη (ephotisthe) = werd verlicht | ἐκ (ek) = door | τῆς (tes) = de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄλλος (allos), ‘andere’. ἐξουσία (exousia), ‘gezag’. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’. Vergelijk Ezech. 43:2, waar de aarde straalt van de heerlijkheid van de Elohim van Israël. Voetnoot : Zie ook Ezech. 43:2. Zie ook: Ezech 43:2 **18:2** En hij riep met een sterke stem: „Gevallen, gevallen is Babylon, de grote! Zij is een woonplaats van demonen geworden en een gevangenis van elke onreine geest, een gevangenis van elke onreine vogel en een gevangenis van elk onrein en gehaat dier. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔκραξεν (ekraxen) = riep | ἐν (en) = met | ἰσχυρᾷ (ischyra) = sterke | φωνῇ (phone) = stem | λέγων (legon) = zeggend | Ἔπεσεν (Epesen) = gevallen | ἔπεσεν (epesen) = gevallen | Βαβυλὼν (Babylon) = Babylon | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | καὶ (kai) = en | ἐγένετο (egeneto) = werd | κατοικητήριον (katoiketerion) = woonplaats | δαιμονίων (daimonion) = van demonen | καὶ (kai) = en | φυλακὴ (phylake) = gevangenis | παντὸς (pantos) = van elke | πνεύματος (pneumatos) = geest | ἀκαθάρτου (akathartou) = onreine | καὶ (kai) = en | φυλακὴ (phylake) = gevangenis | παντὸς (pantos) = van elke | ὀρνέου (orneou) = vogel | ἀκαθάρτου (akathartou) = onreine | καὶ (kai) = en | φυλακὴ (phylake) = gevangenis | παντὸς (pantos) = van elk | θηρίου (theriou) = dier | ἀκαθάρτου (akathartou) = onrein | καὶ (kai) = en | μεμισημένου (memisemenou) = gehaat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Gevallen, gevallen is Babylon’: de woorden van Jes. 21:9, ook in 14:8. κατοικητήριον (katoiketerion), ‘woonplaats’. φυλακή (fylake), ‘gevangenis’, ook ‘bewaakte plaats, wachtpost’: de ruïne is een plaats waar onreine geesten en dieren opgesloten zijn. Vergelijk Jes. 13:21; Jes. 34:11; Jer. 50:39; Jer. 51:37, waar verwoeste steden bewoond worden door wilde dieren. θηρίον (therion), ‘dier’: hier zonder lidwoord, ‘elk dier’, en niet ‘het beest’ van hoofdstuk 13. Βαβυλών (Babylon): zie 14:8, 16:19 en 17:5; de tekst zegt niet welke plaats bedoeld is, en wij kiezen niet. Voetnoot : Zie ook Jes. 21:9; Jes. 13:21; Jes. 34:11; Jer. 50:39; Jer. 51:8; Jer. 51:37; Openb. 14:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ἐν (en), ‘met’, bij ἔπεσεν (epesen), ‘gevallen’, bij δαιμονίων (daimonion), ‘van demonen’ en bij de woorden καὶ φυλακὴ παντὸς θηρίου ἀκαθάρτου (kai fylake pantos theriou akathartou), ‘en gevangenis van elk dier onrein’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 13:21; Jes 21:9; Jes 34:11; Jer 50:39; Jer 51:8; Jer 51:37; Openb 14:8 **18:3** Want door de wijn van de woede van haar ontucht zijn alle volken gevallen. De koningen van de aarde hebben met haar ontucht gepleegd, en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de kracht van haar overdaad.” Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | ἐκ (ek) = door | τοῦ (tou) = de | οἴνου (oinou) = wijn | τοῦ (tou) = van de | θυμοῦ (thymou) = woede | τῆς (tes) = van de | πορνείας (porneias) = ontucht | αὐτῆς (autes) = haar | πέπτωκαν (peptokan) = zijn gevallen | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | βασιλεῖς (basileis) = koningen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | μετ’ (met’) = met | αὐτῆς (autes) = haar | ἐπόρνευσαν (eporneusan) = pleegden ontucht | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἔμποροι (emporoi) = kooplieden | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | ἐκ (ek) = door | τῆς (tes) = de | δυνάμεως (dynameos) = kracht | τοῦ (tou) = van de | στρήνους (strenous) = overdaad | αὐτῆς (autes) = haar | ἐπλούτησαν (eploutesan) = werden rijk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στρῆνος (strenos), ‘overdaad, weelde’: een zeldzaam woord; het werkwoord στρηνιάω (strenia) staat in de verzen 7 en 9. ἔμπορος (emporos), ‘koopman’. De ‘wijn van de woede van haar ontucht’ is de wijn waarvan 14:8 spreekt. Vergelijk Jes. 23:8 en Ezech. 27:33, waar de kooplieden van Tyrus rijkdom brengen aan de koningen van de aarde. Voetnoot : Zie ook Jes. 23:8; Ezech. 27:33; Jer. 51:7; Openb. 14:8; Openb. 17:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij πέπτωκαν (peptokan), ‘zijn gevallen’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 23:8; Jer 51:7; Ezech 27:33; Openb 14:8; Openb 17:2 ### „Ga weg uit haar, mijn volk” **18:4** En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: „Ga weg uit haar, mijn volk, zodat jullie niet delen in haar zonden en niet ontvangen van haar plagen. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ἤκουσα (ekousa) = ik hoorde | ἄλλην (allen) = andere | φωνὴν (phonen) = stem | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | λέγουσαν (legousan) = zeggend | Ἐξέλθατε (Exelthate) = ga weg | ὁ (ho) = het | λαός (laos) = volk | μου (mou) = mijn | ἐξ (ex) = uit | αὐτῆς (autes) = haar | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | συγκοινωνήσητε (synkoinonesete) = jullie delen | ταῖς (tais) = in de | ἁμαρτίαις (hamartiais) = zonden | αὐτῆς (autes) = haar | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | πληγῶν (plegon) = plagen | αὐτῆς (autes) = haar | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | λάβητε (labete) = jullie ontvangen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks zegt niet wie spreekt: ‘een andere stem uit de hemel’. De stem zegt ‘mijn volk’, en spreekt in vers 5 over Elohim in de derde persoon; wij zetten de woorden zwart en schrijven ‘mijn’ met een kleine letter. De oproep klinkt als Jes. 48:20; Jes. 52:11; Jer. 50:8; Jer. 51:6 en Jer. 51:45 (‘Ga uit haar midden, Mijn volk’). συγκοινωνέω (sygkoinoneo), ‘deel hebben aan’. De woorden van de stem lopen door tot het einde van vers 8. Voetnoot : Zie ook Jes. 48:20; Jes. 52:11; Jer. 50:8; Jer. 51:6; Jer. 51:45. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij Ἐξέλθατε (exelthate), ‘ga weg’ en bij de woorden ὁ λαός μου ἐξ αὐτῆς (ho laos mou ex autes), ‘het volk mijn uit haar’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 48:20; Jes 52:11; Jer 50:8; Jer 51:6; Jer 51:45; Openb 18:5; Openb 18:8 **18:5** Want haar zonden zijn tot aan de hemel vastgehecht, en Elohim heeft gedacht aan haar onrechtvaardige daden. Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | ἐκολλήθησαν (ekollethesan) = zijn vastgehecht | αὐτῆς (autes) = haar | αἱ (hai) = de | ἁμαρτίαι (hamartiai) = zonden | ἄχρι (achri) = tot aan | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | καὶ (kai) = en | ἐμνημόνευσεν (emnemoneusen) = dacht aan | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὰ (ta) = de | ἀδικήματα (adikemata) = onrechtvaardige daden | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κολλάω (kollao), ‘vastkleven, vasthechten’: de zonden hebben zich tot aan de hemel aaneengehecht. Vergelijk Jer. 51:9: ‘haar vonnis reikt tot aan de hemel’. μνημονεύω (mnemoneuo), ‘denken aan’: zoals in 16:19. ἀδίκημα (adikema), ‘onrechtvaardige daad’. Voetnoot : Zie ook Jer. 51:9; Openb. 16:19. Zie ook: Jer 51:9; Openb 16:19 **18:6** Geef haar terug zoals zijzelf ook teruggegeven heeft, en verdubbel het dubbele naar haar werken. In de beker waarin zij heeft ingeschonken, schenk haar dubbel in. Brontekst: ἀπόδοτε (apodote) = geef terug | αὐτῇ (aute) = haar | ὡς (hos) = zoals | καὶ (kai) = ook | αὐτὴ (aute) = zijzelf | ἀπέδωκεν (apedoken) = gaf terug | καὶ (kai) = en | διπλώσατε (diplosate) = verdubbel | τὰ (ta) = het | διπλᾶ (dipla) = dubbele | κατὰ (kata) = volgens | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | αὐτῆς (autes) = haar | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ποτηρίῳ (poterio) = beker | ᾧ (ho) = waarin | ἐκέρασεν (ekerasen) = zij schonk in | κεράσατε (kerasate) = schenk in | αὐτῇ (aute) = haar | διπλοῦν (diploun) = dubbel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποδίδωμι (apodidomi), ‘teruggeven’, ‘betalen’. διπλόω (diploo), ‘verdubbelen’. κεράννυμι (kerannymi), ‘mengen, inschenken’: zoals in 14:10. De oproep is dezelfde als Jer. 50:29 (‘Betaal haar naar haar daad terug’); vergelijk ook Ps. 137:8 en Jer. 16:18 (‘dubbel vergelden’). Het Grieks zegt niet tot wie de oproep ‘Geef haar terug’ gericht is. Voetnoot : Zie ook Jer. 50:29; Jer. 16:18; Ps. 137:8; Openb. 14:10. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij διπλώσατε (diplosate), ‘verdubbel’ en bij τὰ (ta), ‘het’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 137:8; Jer 16:18; Jer 50:29; Openb 14:10 **18:7** Zoveel zij zichzelf verheerlijkt heeft en overdadig geleefd heeft, zoveel kwelling en rouw moeten jullie haar geven. Want in haar hart zegt zij: _‘Ik zit als koningin, ik ben geen weduwe, en rouw zal ik beslist niet zien.’_ Brontekst: ὅσα (hosa) = zoveel | ἐδόξασεν (edoxasen) = verheerlijkte zij | αὑτὴν (hauten) = zichzelf | καὶ (kai) = en | ἐστρηνίασεν (estreniasen) = leefde overdadig | τοσοῦτον (tosouton) = zoveel | δότε (dote) = geef | αὐτῇ (aute) = haar | βασανισμὸν (basanismon) = kwelling | καὶ (kai) = en | πένθος (penthos) = rouw | ὅτι (hoti) = omdat | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | καρδίᾳ (kardia) = hart | αὐτῆς (autes) = haar | λέγει (legei) = zegt zij | ὅτι (hoti) = dat | Κάθημαι (Kathemai) = ik zit | βασίλισσα (basilissa) = koningin | καὶ (kai) = en | χήρα (chera) = weduwe | οὐκ (ouk) = niet | εἰμί (eimi) = ben ik | καὶ (kai) = en | πένθος (penthos) = rouw | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | ἴδω (ido) = zal ik zien Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’: zichzelf eer geven. στρηνιάω (strenia), ‘overdadig leven’. βασανισμός (basanismos), ‘kwelling’; πένθος (penthos), ‘rouw’. Haar woorden lijken sterk op Jes. 47:8 (‘Ik zal niet als weduwe zitten’) en Zef. 2:15. Haar woorden, die zij ‘in haar hart’ zegt, zetten wij apart, zoals elders de woorden van de tegenstanders van Elohim (bijvoorbeeld de slang in Gen. 3:1), tussen enkele aanhalingstekens binnen de woorden van de stem. Voetnoot : Zie ook Jes. 47:8; Jes. 47:9; Zef. 2:15. Zie ook: Gen 3:1; Jes 47:8; Jes 47:9; Sef 2:15 **18:8** Daarom zullen haar plagen op één dag komen: dood en rouw en honger. En zij zal met vuur verbrand worden. Want sterk is Yahweh Elohim, die haar geoordeeld heeft.” Brontekst: διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | ἐν (en) = in | μιᾷ (mia) = één | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | ἥξουσιν (hexousin) = zullen komen | αἱ (hai) = de | πληγαὶ (plegai) = plagen | αὐτῆς (autes) = haar | θάνατος (thanatos) = dood | καὶ (kai) = en | πένθος (penthos) = rouw | καὶ (kai) = en | λιμός (limos) = honger | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | πυρὶ (pyri) = vuur | κατακαυθήσεται (katakauthesetai) = zal worden verbrand | ὅτι (hoti) = omdat | ἰσχυρὸς (ischyros) = sterk | κύριος (kyrios) = Yahweh | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ὁ (ho) = die | κρίνας (krinas) = oordeelde | αὐτήν (auten) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Op één dag’: vergelijk Jes. 47:9, waar kinderverlies en weduwschap ‘op één dag’ komen. λιμός (limos), ‘honger’. κατακαίω (katakaio), ‘verbranden’: zie 17:16. κύριος ὁ θεός (kyrios ho theos): ‘Yahweh Elohim’, de Naam van de Elohim van Israël, zoals in 15:3. De woorden van de stem eindigen hier. Voetnoot : Zie ook Jes. 47:9; Openb. 15:3; Openb. 17:16. Zie ook: Jes 47:9; Openb 15:3; Openb 17:16 ### De klacht van de koningen **18:9** En de koningen van de aarde die met haar ontucht hebben gepleegd en overdadig hebben geleefd, zullen over haar huilen en de rouwklacht aanheffen, wanneer zij de rook van haar brand zien. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | κλαύσουσιν (klausousin) = zullen huilen | καὶ (kai) = en | κόψονται (kopsontai) = de rouwklacht aanheffen | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτὴν (auten) = haar | οἱ (hoi) = de | βασιλεῖς (basileis) = koningen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | οἱ (hoi) = die | μετ’ (met’) = met | αὐτῆς (autes) = haar | πορνεύσαντες (porneusantes) = ontucht pleegden | καὶ (kai) = en | στρηνιάσαντες (streniasantes) = overdadig leefden | ὅταν (hotan) = wanneer | βλέπωσιν (bleposin) = zij zien | τὸν (ton) = de | καπνὸν (kapnon) = rook | τῆς (tes) = van de | πυρώσεως (pyroseos) = brand | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κόπτω (kopto), ‘slaan’: zich in rouw op de borst slaan, de rouwklacht aanheffen. πύρωσις (pyrosis), ‘brand’: een brand die iets zuivert of verteert. Vergelijk Ezech. 26:16–17 en Ezech. 27:30–35, waar vorsten en zeelieden de ondergang van Tyrus bewenen. Voetnoot : Zie ook Ezech. 26:16; Ezech. 27:30–35. Zie ook: Ezech 26:16–17; Ezech 27:30–35 **18:10** Zij staan van verre, vanwege de angst voor haar kwelling, en zeggen: „Wee, wee, de grote stad, Babylon, de sterke stad! Want in één uur is jouw oordeel gekomen.” Brontekst: ἀπὸ (apo) = van | μακρόθεν (makrothen) = ver | ἑστηκότες (hestekotes) = staande | διὰ (dia) = vanwege | τὸν (ton) = de | φόβον (phobon) = angst | τοῦ (tou) = van de | βασανισμοῦ (basanismou) = kwelling | αὐτῆς (autes) = haar | λέγοντες (legontes) = zeggend | Οὐαὶ (Ouai) = wee | οὐαί (ouai) = wee | ἡ (he) = de | πόλις (polis) = stad | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | Βαβυλὼν (Babylon) = Babylon | ἡ (he) = de | πόλις (polis) = stad | ἡ (he) = de | ἰσχυρά (ischyra) = sterke | ὅτι (hoti) = omdat | μιᾷ (mia) = in één | ὥρᾳ (hora) = uur | ἦλθεν (elthen) = kwam | ἡ (he) = het | κρίσις (krisis) = oordeel | σου (sou) = jouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οὐαί (ouai), ‘wee’. ‘In één uur’ (μιᾷ ὥρᾳ, mia hora): zoals in 17:12 en in de verzen 17 en 19. Het Grieks heeft ‘de stad, de grote, Babylon, de stad, de sterke’ in de eerste naamval; wij laten het zo staan. Voetnoot : Zie ook Openb. 17:12; Openb. 18:17; Openb. 18:19. Zie ook: Openb 17:12; Openb 18:17; Openb 18:19 ### De klacht van de kooplieden **18:11** En de kooplieden van de aarde huilen en rouwen om haar, omdat niemand hun lading nog koopt: Brontekst: Καὶ (Kai) = En | οἱ (hoi) = de | ἔμποροι (emporoi) = kooplieden | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | κλαίουσιν (klaiousin) = huilen | καὶ (kai) = en | πενθοῦσιν (penthousin) = rouwen | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτήν (auten) = haar | ὅτι (hoti) = omdat | τὸν (ton) = de | γόμον (gomon) = lading | αὐτῶν (auton) = hun | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἀγοράζει (agorazei) = koopt | οὐκέτι (ouketi) = niet meer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γόμος (gomos), ‘lading, vracht’: de goederen van een schip. De verzen 11–13 zijn een lijst; vergelijk Ezech. 27:12–25, waar de handelswaar van Tyrus wordt opgesomd. Voetnoot : Zie ook Ezech. 27:12–25. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden κλαίουσιν καὶ πενθοῦσιν (klaiousin kai penthousin), ‘huilen en rouwen’ en bij αὐτήν (auten), ‘haar’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ezech 27:12–25 **18:12** lading van goud en zilver en kostbare steen en parels en fijn linnen en purper en zijde en scharlaken, en allerlei thuja-hout, en allerlei ivoren voorwerp, en allerlei voorwerp van zeer kostbaar hout en van koper en ijzer en marmer, Brontekst: γόμον (gomon) = lading | χρυσοῦ (chrysou) = van goud | καὶ (kai) = en | ἀργύρου (argyrou) = van zilver | καὶ (kai) = en | λίθου (lithou) = van steen | τιμίου (timiou) = kostbare | καὶ (kai) = en | μαργαριτῶν (margariton) = van parels | καὶ (kai) = en | βυσσίνου (byssinou) = van fijn linnen | καὶ (kai) = en | πορφύρας (porphyras) = van purper | καὶ (kai) = en | σιρικοῦ (sirikou) = van zijde | καὶ (kai) = en | κοκκίνου (kokkinou) = van scharlaken | καὶ (kai) = en | πᾶν (pan) = alle | ξύλον (xylon) = hout | θύϊνον (thuinon) = van thuja | καὶ (kai) = en | πᾶν (pan) = alle | σκεῦος (skeuos) = voorwerp | ἐλεφάντινον (elephantinon) = ivoren | καὶ (kai) = en | πᾶν (pan) = alle | σκεῦος (skeuos) = voorwerp | ἐκ (ek) = uit | ξύλου (xylou) = hout | τιμιωτάτου (timiotatou) = zeer kostbaar | καὶ (kai) = en | χαλκοῦ (chalkou) = van koper | καὶ (kai) = en | σιδήρου (siderou) = van ijzer | καὶ (kai) = en | μαρμάρου (marmarou) = van marmer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βύσσινον (byssinon), ‘fijn linnen’; σιρικόν (sirikon), ‘zijde’; θύϊνον ξύλον (thyinon xylon), ‘thuja-hout’: een kostbaar hout; de precieze boomsoort is onzeker; ἐλεφάντινος (elefantinos), ‘ivoren’; μάρμαρος (marmaros), ‘marmer’. χαλκός (chalkos), ‘koper’: zoals in het Oude Testament (Exod. 25:3). Voetnoot : Zie ook Exod. 25:3; Ezech. 27:12–22. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij μαργαριτῶν (margariton), ‘van parels’, en bij πορφύρας (porfyras), ‘van purper’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 25:3; Ezech 27:12–22 **18:13** en kaneel en amomum en wierook en zalfolie en wierookhars en wijn en olie en meelbloem en graan en vee en schapen, en paarden en wagens en lichamen, en zielen van mensen. Brontekst: καὶ (kai) = en | κιννάμωμον (kinnamomon) = kaneel | καὶ (kai) = en | ἄμωμον (amomon) = amomum | καὶ (kai) = en | θυμιάματα (thymiamata) = wierook | καὶ (kai) = en | μύρον (myron) = zalfolie | καὶ (kai) = en | λίβανον (libanon) = wierookhars | καὶ (kai) = en | οἶνον (oinon) = wijn | καὶ (kai) = en | ἔλαιον (elaion) = olie | καὶ (kai) = en | σεμίδαλιν (semidalin) = meelbloem | καὶ (kai) = en | σῖτον (siton) = graan | καὶ (kai) = en | κτήνη (ktene) = vee | καὶ (kai) = en | πρόβατα (probata) = schapen | καὶ (kai) = en | ἵππων (hippon) = van paarden | καὶ (kai) = en | ῥεδῶν (rhedon) = van wagens | καὶ (kai) = en | σωμάτων (somaton) = van lichamen | καὶ (kai) = en | ψυχὰς (psychas) = zielen | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κιννάμωμον (kinnamomon), ‘kaneel’; ἄμωμον (amomon), ‘amomum’: een specerij. θυμίαμα (thymiama), ‘wierook’: wat men brandt voor de geur; zo vertalen wij θυμίαμα in heel Openbaring (5:8; 8:3–4) en in Luc. 1:9–11. λίβανος (libanos) is een ander Grieks woord, de hars zelf; om het verschil te laten zien schrijven wij hier ‘wierookhars’. Het Hebreeuwse woord daarvoor is לְבוֹנָה (levonah), zoals in Lev. 2:1, waar wij ‘wierook’ schrijven. μύρον (myron), ‘zalfolie’. σεμίδαλις (semidalis), ‘meelbloem’. ῥέδη (rhede), ‘wagen’: een leenwoord uit het Latijn. σῶμα (soma), ‘lichaam’: het woord wordt in de Griekse wereld ook voor slaven gebruikt; daarna staat ψυχαὶ ἀνθρώπων (psychai anthropon), ‘zielen van mensen’. Vergelijk Ezech. 27:13, waar ‘mensenzielen’ worden verhandeld. Voetnoot : Zie ook Lev. 2:1; Ezech. 27:13; Luc. 1:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden καὶ ἄμωμον (kai amomon), ‘en amomum’ en bij de woorden κτήνη καὶ πρόβατα (ktene kai probata), ‘vee en schapen’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Lev 2:1; Ezech 27:13; Luc 1:9–11 **18:14** „En de vruchten van het verlangen van je ziel zijn van je weggegaan, en al het weelderige en het schitterende is van je verloren gegaan, en zij zullen die beslist niet meer vinden.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ὀπώρα (opora) = vruchten | σου (sou) = je | τῆς (tes) = van het | ἐπιθυμίας (epithymias) = verlangen | τῆς (tes) = van de | ψυχῆς (psyches) = ziel | ἀπῆλθεν (apelthen) = zijn weggegaan | ἀπὸ (apo) = van | σοῦ (sou) = jou | καὶ (kai) = en | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | λιπαρὰ (lipara) = weelderige dingen | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | λαμπρὰ (lampra) = schitterende dingen | ἀπώλετο (apoleto) = zijn verloren gegaan | ἀπὸ (apo) = van | σοῦ (sou) = jou | καὶ (kai) = en | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | αὐτὰ (auta) = die | εὑρήσουσιν (heuresousin) = zullen vinden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers richt zich tot de stad (‘je’, ‘jou’); het Grieks noemt de spreker niet. Wij zetten het tussen aanhalingstekens. ὀπώρα (opora), ‘vrucht, oogst’; ἐπιθυμία (epithymia), ‘verlangen’; λιπαρός (liparos), ‘weelderig, rijk’; λαμπρός (lampros), ‘schitterend’. De dubbele ontkenning οὐκέτι οὐ μή (ouketi ou me) vertalen wij met ‘beslist niet meer’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden σου τῆς ἐπιθυμίας τῆς ψυχῆς (sou tes epithymias tes psyches), ‘je van het verlangen van de ziel’, bij οὐκέτι (ouketi), ‘niet meer’ en bij de woorden οὐ μὴ αὐτὰ εὑρήσουσιν (ou me auta heuresousin), ‘niet beslist die zullen vinden’. Wij volgen de SBLGNT. **18:15** De kooplieden van deze dingen, die van haar rijk zijn geworden, zullen van verre gaan staan vanwege de angst voor haar kwelling, huilend en rouwend. Brontekst: οἱ (hoi) = de | ἔμποροι (emporoi) = kooplieden | τούτων (touton) = van deze dingen | οἱ (hoi) = die | πλουτήσαντες (ploutesantes) = rijk geworden zijn | ἀπ’ (ap’) = van | αὐτῆς (autes) = haar | ἀπὸ (apo) = van | μακρόθεν (makrothen) = ver | στήσονται (stesontai) = zullen gaan staan | διὰ (dia) = vanwege | τὸν (ton) = de | φόβον (phobon) = angst | τοῦ (tou) = van de | βασανισμοῦ (basanismou) = kwelling | αὐτῆς (autes) = haar | κλαίοντες (klaiontes) = huilend | καὶ (kai) = en | πενθοῦντες (penthountes) = rouwend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De kooplieden gaan ‘van verre’ staan, zoals de koningen in vers 10. Vergelijk Ezech. 27:29–32. Voetnoot : Zie ook Ezech. 27:29–32. Zie ook: Ezech 27:29–32; Openb 18:10 **18:16** En zij zeggen: „Wee, wee, de grote stad, gehuld in fijn linnen en purper en scharlaken, en getooid met goud en kostbare steen en parel! Brontekst: λέγοντες (legontes) = zeggend | Οὐαὶ (Ouai) = wee | οὐαί (ouai) = wee | ἡ (he) = de | πόλις (polis) = stad | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | ἡ (he) = die | περιβεβλημένη (peribeblemene) = gehuld is | βύσσινον (byssinon) = in fijn linnen | καὶ (kai) = en | πορφυροῦν (porphyroun) = in purper | καὶ (kai) = en | κόκκινον (kokkinon) = in scharlaken | καὶ (kai) = en | κεχρυσωμένη (kechrysomene) = getooid | χρυσίῳ (chrysio) = met goud | καὶ (kai) = en | λίθῳ (litho) = met steen | τιμίῳ (timio) = kostbare | καὶ (kai) = en | μαργαρίτῃ (margarite) = met parel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De rouwklacht van de kooplieden begint hier (‘Wee, wee, de grote stad’) en loopt tot het eerste deel van vers 17. De kleding van de stad (‘fijn linnen, purper, scharlaken’) is die van de vrouw in 17:4. Voetnoot : Zie ook Openb. 17:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij λέγοντες (legontes), ‘zeggend’, en bij κεχρυσωμένη (kechrysomene), ‘getooid’, en bij μαργαρίτῃ (margarite), ‘parel’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 17:4; Openb 18:17 ### De klacht van de zeelieden **18:17** Want in één uur is zoveel rijkdom verwoest.” En elke stuurman en iedereen die naar een plaats vaart, en de zeelieden en allen die op de zee werken, gingen van verre staan. Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | μιᾷ (mia) = in één | ὥρᾳ (hora) = uur | ἠρημώθη (eremothe) = is verwoest | ὁ (ho) = de | τοσοῦτος (tosoutos) = zoveel | πλοῦτος (ploutos) = rijkdom | Καὶ (Kai) = en | πᾶς (pas) = elke | κυβερνήτης (kybernetes) = stuurman | καὶ (kai) = en | πᾶς (pas) = elke | ὁ (ho) = die | ἐπὶ (epi) = naar | τόπον (topon) = plaats | πλέων (pleon) = vaart | καὶ (kai) = en | ναῦται (nautai) = zeelieden | καὶ (kai) = en | ὅσοι (hosoi) = allen die | τὴν (ten) = de | θάλασσαν (thalassan) = zee | ἐργάζονται (ergazontai) = werken | ἀπὸ (apo) = van | μακρόθεν (makrothen) = ver | ἔστησαν (estesan) = gingen staan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κυβερνήτης (kybernetes), ‘stuurman’; ναύτης (nautes), ‘zeeman’. ἐπὶ τόπον πλέων (epi topon pleon), ‘wie naar een plaats vaart’: ook de reizigers. ὅσοι τὴν θάλασσαν ἐργάζονται (hosoi ten thalassan ergazontai), ‘allen die de zee bewerken’: allen die op zee werken. Vergelijk Ezech. 27:29. Voetnoot : Zie ook Ezech. 27:29. Zie ook: Ezech 27:29 **18:18** En zij riepen, toen zij de rook van haar brand zagen: „Wie is gelijk aan de grote stad?” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔκραξαν (ekraxan) = riepen | βλέποντες (blepontes) = ziende | τὸν (ton) = de | καπνὸν (kapnon) = rook | τῆς (tes) = van de | πυρώσεως (pyroseos) = brand | αὐτῆς (autes) = haar | λέγοντες (legontes) = zeggend | Τίς (Tis) = wie | ὁμοία (homoia) = gelijk | τῇ (te) = aan de | πόλει (polei) = stad | τῇ (te) = de | μεγάλῃ (megale) = grote Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De vraag ‘Wie is gelijk aan de grote stad?’ klinkt als de vraag over Tyrus in Ezech. 27:32 (‘Wie was als Tyrus’) en als de vraag over het beest in 13:4. Voetnoot : Zie ook Ezech. 27:32; Openb. 13:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἔκραξαν (ekraxan), ‘riepen’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ezech 27:32; Openb 13:4 **18:19** En zij wierpen stof op hun hoofden en riepen, huilend en rouwend: „Wee, wee, de grote stad, waarin allen die schepen op de zee hadden, rijk werden door haar kostbaarheid! Want in één uur is zij verwoest.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔβαλον (ebalon) = wierpen | χοῦν (choun) = stof | ἐπὶ (epi) = op | τὰς (tas) = de | κεφαλὰς (kephalas) = hoofden | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ἔκραξαν (ekraxan) = riepen | κλαίοντες (klaiontes) = huilend | καὶ (kai) = en | πενθοῦντες (penthountes) = rouwend | λέγοντες (legontes) = zeggend | Οὐαὶ (Ouai) = wee | οὐαί (ouai) = wee | ἡ (he) = de | πόλις (polis) = stad | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | ἐν (en) = in | ᾗ (he) = die | ἐπλούτησαν (eploutesan) = werden rijk | πάντες (pantes) = allen | οἱ (hoi) = die | ἔχοντες (echontes) = hebben | τὰ (ta) = de | πλοῖα (ploia) = schepen | ἐν (en) = op | τῇ (te) = de | θαλάσσῃ (thalasse) = zee | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | τιμιότητος (timiotetos) = kostbaarheid | αὐτῆς (autes) = haar | ὅτι (hoti) = omdat | μιᾷ (mia) = in één | ὥρᾳ (hora) = uur | ἠρημώθη (eremothe) = is verwoest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Stof op het hoofd werpen’ is een rouwgebaar (Joz. 7:6; Ezech. 27:30). τιμιότης (timiotes), ‘kostbaarheid, rijkdom’. Voetnoot : Zie ook Joz. 7:6; Ezech. 27:30. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ἔκραξαν (ekraxan), ‘riepen’ en bij πενθοῦντες (penthountes), ‘rouwend’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joz 7:6; Ezech 27:30 ### Verheug je over haar **18:20** „Verheug je over haar, hemel, en jullie heiligen en apostelen en profeten! Want Elohim heeft uitspraak gedaan in jullie zaak tegen haar.” Brontekst: Εὐφραίνου (Euphrainou) = verheug je | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτῇ (aute) = haar | οὐρανέ (ourane) = hemel | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἅγιοι (hagioi) = heiligen | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἀπόστολοι (apostoloi) = apostelen | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | προφῆται (prophetai) = profeten | ὅτι (hoti) = omdat | ἔκρινεν (ekrinen) = oordeelde | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὸ (to) = het | κρίμα (krima) = oordeel | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐξ (ex) = uit | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐφραίνω (eufraino), ‘zich verheugen’; het eerste woord is enkelvoud, gericht tot ‘hemel’, en daarna staan ‘heiligen, apostelen en profeten’ in de eerste naamval. ἔκρινεν τὸ κρίμα ὑμῶν ἐξ αὐτῆς (ekrinen to krima hymon ex autes), letterlijk ‘heeft jullie oordeel uit haar geoordeeld’: Elohim heeft in de zaak van de heiligen tegen haar uitspraak gedaan. Het Grieks noemt niet wie spreekt; wij zetten het tussen aanhalingstekens. Vergelijk Deut. 32:43 en Jer. 51:48 (hemel en aarde juichen over Babel); zie ook 19:2. Voetnoot : Zie ook Deut. 32:43; Jer. 51:48; Openb. 19:2. Zie ook: Deut 32:43; Jer 51:48; Openb 19:2 ### De molensteen in de zee **18:21** En een sterke engel nam een steen op, als een grote molensteen, en wierp die in de zee. Hij zei: „Zo zal Babylon, de grote stad, met geweld worden geworpen, en zij zal beslist niet meer gevonden worden. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ἦρεν (eren) = nam op | εἷς (heis) = een | ἄγγελος (angelos) = engel | ἰσχυρὸς (ischyros) = sterke | λίθον (lithon) = steen | ὡς (hos) = als | μύλινον (mylinon) = molen- | μέγαν (megan) = grote | καὶ (kai) = en | ἔβαλεν (ebalen) = wierp | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | θάλασσαν (thalassan) = zee | λέγων (legon) = zeggend | Οὕτως (Houtos) = zo | ὁρμήματι (hormemati) = met geweld | βληθήσεται (blethesetai) = zal worden geworpen | Βαβυλὼν (Babylon) = Babylon | ἡ (he) = de | μεγάλη (megale) = grote | πόλις (polis) = stad | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | εὑρεθῇ (heurethe) = zal worden gevonden | ἔτι (eti) = meer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἷς (heis), ‘één, een’: ‘een sterke engel’. μύλινος (mylinos), ‘van een molen’: een grote molensteen. ὅρμημα (hormema), ‘heftige beweging, geweld’. Vergelijk Jer. 51:63–64, waar een boekrol met een steen in de Eufraat wordt geworpen. De woorden van de engel lopen door tot het einde van vers 24. Voetnoot : Zie ook Jer. 51:63–64. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μύλινον (mylinon), ‘molen-’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jer 51:63–64; Openb 18:24 **18:22** En het geluid van citerspelers en muzikanten en fluitspelers en bazuinblazers zal beslist niet meer in jou gehoord worden. En elke vakman van welk vak ook zal beslist niet meer in jou gevonden worden. En het geluid van een molen zal beslist niet meer in jou gehoord worden. Brontekst: καὶ (kai) = en | φωνὴ (phone) = geluid | κιθαρῳδῶν (kitharodon) = van citerspelers | καὶ (kai) = en | μουσικῶν (mousikon) = van muzikanten | καὶ (kai) = en | αὐλητῶν (auleton) = van fluitspelers | καὶ (kai) = en | σαλπιστῶν (salpiston) = van bazuinblazers | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | ἀκουσθῇ (akousthe) = zal worden gehoord | ἐν (en) = in | σοὶ (soi) = jou | ἔτι (eti) = meer | καὶ (kai) = en | πᾶς (pas) = elke | τεχνίτης (technites) = vakman | πάσης (pases) = van elk | τέχνης (technes) = vak | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | εὑρεθῇ (heurethe) = zal worden gevonden | ἐν (en) = in | σοὶ (soi) = jou | ἔτι (eti) = meer | καὶ (kai) = en | φωνὴ (phone) = geluid | μύλου (mylou) = van een molen | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | ἀκουσθῇ (akousthe) = zal worden gehoord | ἐν (en) = in | σοὶ (soi) = jou | ἔτι (eti) = meer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κιθαρῳδός (kitharodos), ‘citerspeler’, de zanger bij de citer; μουσικός (mousikos), ‘muzikant’; αὐλητής (auletes), ‘fluitspeler’; σαλπιστής (salpistes), ‘bazuinblazer’. τεχνίτης (technites), ‘vakman’. Het Grieks herhaalt ‘beslist niet meer’ (οὐ μή … ἔτι, ou me … eti); wij houden de herhaling. Voetnoot : Zie ook Jer. 25:10. Zie ook: Jer 25:10 **18:23** En het licht van een lamp zal beslist niet meer in jou schijnen. En de stem van bruidegom en bruid zal beslist niet meer in jou gehoord worden. Want jouw kooplieden waren de groten van de aarde, want door jouw toverij zijn alle volken misleid. Brontekst: καὶ (kai) = en | φῶς (phos) = licht | λύχνου (lychnou) = van een lamp | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | φάνῃ (phane) = zal schijnen | ἐν (en) = in | σοὶ (soi) = jou | ἔτι (eti) = meer | καὶ (kai) = en | φωνὴ (phone) = stem | νυμφίου (nymphiou) = van bruidegom | καὶ (kai) = en | νύμφης (nymphes) = van bruid | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | ἀκουσθῇ (akousthe) = zal worden gehoord | ἐν (en) = in | σοὶ (soi) = jou | ἔτι (eti) = meer | ὅτι (hoti) = omdat | οἱ (hoi) = de | ἔμποροί (emporoi) = kooplieden | σου (sou) = jouw | ἦσαν (esan) = waren | οἱ (hoi) = de | μεγιστᾶνες (megistanes) = groten | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | ὅτι (hoti) = omdat | ἐν (en) = door | τῇ (te) = de | φαρμακείᾳ (pharmakeia) = toverij | σου (sou) = jouw | ἐπλανήθησαν (eplanethesan) = werden misleid | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Jer. 25:10: ‘het geluid van de bruidegom en het geluid van de bruid, het geluid van de molenstenen en het licht van de lamp’ verdwijnen. μεγιστᾶνες (megistanes), ‘groten’. φαρμακεία (farmakeia), ‘toverij’: zoals in Nah. 3:4 (‘meesteres van de toverij’). πλανάω (planao), ‘op een dwaalspoor brengen, misleiden’. Voetnoot : Zie ook Jer. 25:10; Nah. 3:4. Zie ook: Nah 3:4; Jer 25:10 **18:24** En in haar is het bloed van profeten en heiligen gevonden, en van allen die op de aarde zijn geslacht.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar | αἷμα (haima) = bloed | προφητῶν (propheton) = van profeten | καὶ (kai) = en | ἁγίων (hagion) = van heiligen | εὑρέθη (heurethe) = werd gevonden | καὶ (kai) = en | πάντων (panton) = van allen | τῶν (ton) = de | ἐσφαγμένων (esphagmenon) = geslachten | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σφάζω (sfazo), ‘slachten’: zoals het Lam ‘geslacht’ is (5:6). Het bloed van de profeten en heiligen wordt ook genoemd in 16:6 en 17:6. Vergelijk Jer. 51:49, waar Babel valt vanwege de gesneuvelden. Voetnoot : Zie ook Jer. 51:49; Openb. 16:6; Openb. 17:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αἷμα (haima), ‘bloed’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jer 51:49; Openb 16:6; Openb 17:6 ## Openbaring 19 _Halleluja, de bruiloft van het Lam, de ruiter op het witte paard en het einde van het beest en de valse profeet_ ### Halleluja in de hemel **19:1** Hierna hoorde ik iets als een luide stem van een grote menigte in de hemel. Zij zeiden: „Halleluja! De redding en de heerlijkheid en de kracht zijn van onze Elohim, Brontekst: Μετὰ (Meta) = Na | ταῦτα (tauta) = dit | ἤκουσα (ekousa) = ik hoorde | ὡς (hos) = als | φωνὴν (phonen) = stem | μεγάλην (megalen) = luide | ὄχλου (ochlou) = van menigte | πολλοῦ (pollou) = grote | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | λεγόντων (legonton) = zeggend | Ἁλληλουϊά (Hallelouia) = halleluja | ἡ (he) = de | σωτηρία (soteria) = redding | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | δύναμις (dynamis) = kracht | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἁλληλουϊά (halleloeia), ‘halleluja’: Hebreeuws הַלְלוּ־יָהּ, ‘prijst Yah’ (Yah is een korte vorm van Yahweh); het staat in Openbaring alleen in dit hoofdstuk (de verzen 1, 3, 4 en 6). Vergelijk Ps. 146:1; Ps. 106:1. σωτηρία (soteria), ‘redding’; ὄχλος (ochlos), ‘menigte’. Het Grieks heeft bij ‘de redding en de heerlijkheid en de kracht’ geen werkwoord: ‘van onze Elohim’ is dus ‘zijn van onze Elohim’. Voetnoot : Zie ook Ps. 146:1; Ps. 106:1; Openb. 7:10; Openb. 12:10. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden δόξα καὶ ἡ δύναμις (doxa kai he dynamis), ‘heerlijkheid en de kracht’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 106:1; Ps 146:1; Openb 7:10; Openb 12:10 **19:2** want waar en rechtvaardig zijn Zijn oordelen. Want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde verdorven heeft met haar ontucht, en Hij heeft het bloed van Zijn knechten uit haar hand gewroken.” Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | ἀληθιναὶ (alethinai) = waar | καὶ (kai) = en | δίκαιαι (dikaiai) = rechtvaardig | αἱ (hai) = de | κρίσεις (kriseis) = oordelen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὅτι (hoti) = omdat | ἔκρινεν (ekrinen) = oordeelde Hij | τὴν (ten) = de | πόρνην (pornen) = hoer | τὴν (ten) = de | μεγάλην (megalen) = grote | ἥτις (hetis) = die | ἔφθειρεν (ephtheiren) = verdierf | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | ἐν (en) = met | τῇ (te) = de | πορνείᾳ (porneia) = ontucht | αὐτῆς (autes) = haar | καὶ (kai) = en | ἐξεδίκησεν (exedikesen) = wreekte Hij | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | τῶν (ton) = van de | δούλων (doulon) = knechten | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐκ (ek) = uit | χειρὸς (cheiros) = hand | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίσις (krisis), ‘oordeel’. φθείρω (ftheiro), ‘verderven, te gronde richten’. ἐκδικέω (ekdikeo), ‘wreken’: ‘het bloed van Zijn knechten uit haar hand wreken’ is een vaste uitdrukking uit het Oude Testament (2 Kon. 9:7; Deut. 32:43). De ‘grote hoer’ is die van 17:1. δοῦλος (doulos), ‘knecht’. Voetnoot : Zie ook 2 Kon. 9:7; Deut. 32:43; Openb. 6:10; Openb. 16:7; Openb. 17:1; Openb. 18:20. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἔφθειρεν (eftheiren), ‘verdierf’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Deut 32:43; 2 Kon 9:7; Openb 6:10; Openb 16:7; Openb 17:1; Openb 18:20 **19:3** En voor de tweede keer hebben zij gezegd: „Halleluja!” En haar rook stijgt op tot in de eeuwen van de eeuwen. Brontekst: καὶ (kai) = en | δεύτερον (deuteron) = voor de tweede keer | εἴρηκαν (eirekan) = hebben gezegd | Ἁλληλουϊά (Hallelouia) = halleluja | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | καπνὸς (kapnos) = rook | αὐτῆς (autes) = haar | ἀναβαίνει (anabainei) = stijgt op | εἰς (eis) = tot in | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δεύτερον εἴρηκαν (deuteron eirekan), ‘voor de tweede keer hebben zij gezegd’: een voltooide tijd. καπνός (kapnos), ‘rook’. ‘Haar rook stijgt op tot in de eeuwen van de eeuwen’ klinkt als Jes. 34:10. Voetnoot : Zie ook Jes. 34:10; Openb. 14:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij εἴρηκαν (eirekan), ‘hebben gezegd’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 34:10; Openb 14:11 **19:4** En de 24 ouderen en de vier levende wezens vielen neer en bogen zich neer voor Elohim, die op de troon zit. Zij zeiden: „Amen, halleluja!” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔπεσαν (epesan) = vielen neer | οἱ (hoi) = de | πρεσβύτεροι (presbyteroi) = ouderen | οἱ (hoi) = de | εἴκοσι (eikosi) = twintig | τέσσαρες (tessares) = vier | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | τέσσαρα (tessara) = vier | ζῷα (zoa) = levende wezens | καὶ (kai) = en | προσεκύνησαν (prosekynesan) = bogen zich neer | τῷ (to) = voor de | θεῷ (theo) = Elohim | τῷ (to) = die | καθημένῳ (kathemeno) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τῷ (to) = de | θρόνῳ (throno) = troon | λέγοντες (legontes) = zeggend | Ἀμήν (Amen) = amen | Ἁλληλουϊά (Hallelouia) = halleluja Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De 24 ouderen en de vier levende wezens zijn die van 4:4–10 en 5:8–14. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’. Ἀμήν (amen), ‘voorwaar, zo zij het’. Dit is de derde keer ‘halleluja’ in dit hoofdstuk (na vers 1 en 3); de vierde keer volgt in vers 6. Voetnoot : Zie ook Openb. 4:4; Openb. 4:10; Openb. 5:14; Openb. 7:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden τῷ θρόνῳ (to throno), ‘de troon’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 4:4; Openb 4:10; Openb 5:14; Openb 7:11; Openb 19:1; Openb 19:3; Openb 19:6 **19:5** En een stem ging uit van de troon. Zij zei: „Prijs onze Elohim, al Zijn knechten, en die Hem vrezen, de kleinen en de groten.” Brontekst: Καὶ (Kai) = En | φωνὴ (phone) = stem | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | ἐξῆλθεν (exelthen) = ging uit | λέγουσα (legousa) = zeggend | Αἰνεῖτε (Aineite) = prijst | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | πάντες (pantes) = alle | οἱ (hoi) = de | δοῦλοι (douloi) = knechten | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = die | φοβούμενοι (phoboumenoi) = vrezen | αὐτόν (auton) = Hem | οἱ (hoi) = de | μικροὶ (mikroi) = kleinen | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | μεγάλοι (megaloi) = groten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Een stem uit de troon spreekt over ‘onze Elohim’; het is dus niet Elohim zelf die spreekt. De woorden staan zwart. αἰνέω (aineo), ‘prijzen’. φοβέομαι (fobeomai), ‘vrezen’: ‘die Hem vrezen’ zijn de ontzagvollen; ‘de kleinen en de groten’ staat zo ook in Ps. 115:13. Voetnoot : Zie ook Ps. 115:13; Ps. 135:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier de woorden τῷ θεῷ (to theo), ‘de Elohim’, en καί (kai), ‘en’, als variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 115:13; Ps 135:1 **19:6** En ik hoorde iets als een stem van een grote menigte en als een stem van vele wateren en als een stem van sterke donderslagen. Zij zeiden: „Halleluja! Want Yahweh Elohim, de Almachtige, is koning geworden. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = ik hoorde | ὡς (hos) = als | φωνὴν (phonen) = stem | ὄχλου (ochlou) = van menigte | πολλοῦ (pollou) = grote | καὶ (kai) = en | ὡς (hos) = als | φωνὴν (phonen) = stem | ὑδάτων (hydaton) = van wateren | πολλῶν (pollon) = vele | καὶ (kai) = en | ὡς (hos) = als | φωνὴν (phonen) = stem | βροντῶν (bronton) = van donderslagen | ἰσχυρῶν (ischyron) = sterke | λεγόντων (legonton) = zeggend | Ἁλληλουϊά (Hallelouia) = halleluja | ὅτι (hoti) = omdat | ἐβασίλευσεν (ebasileusen) = is koning geworden | κύριος (kyrios) = Yahweh | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = de | παντοκράτωρ (pantokrator) = Almachtige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Als een stem van vele wateren’ en ‘van sterke donderslagen’: vergelijk 1:15 en 14:2. ἐβασίλευσεν (ebasileusen), ‘is koning geworden’: de verleden tijd drukt hier het begin van het koningschap uit; zo ook in Ps. 47:9 en Jes. 52:7 (‘Je Elohim is koning geworden’). κύριος ὁ θεὸς ὁ παντοκράτωρ (kyrios ho theos ho pantokrator): ‘Yahweh Elohim, de Almachtige’, zoals in 15:3. Vergelijk 11:15 en 11:17. Voetnoot : Zie ook Ps. 47:9; Ps. 93:1; Ps. 99:1; Jes. 52:7; Zach. 14:9; Openb. 11:15; Openb. 11:17; Openb. 15:3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij λεγόντων (legonton), ‘zeggend’ en bij θεός (theos), ‘Elohim’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 47:9; Ps 93:1; Ps 99:1; Jes 52:7; Zach 14:9; Openb 11:15; Openb 11:17; Openb 15:3 ### De bruiloft van het Lam **19:7** Laten wij ons verheugen en juichen, en wij zullen Hem de heerlijkheid geven. Want de bruiloft van het Lam is gekomen, en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. Brontekst: χαίρωμεν (chairomen) = laten wij ons verheugen | καὶ (kai) = en | ἀγαλλιῶμεν (agalliomen) = laten wij juichen | καὶ (kai) = en | δώσομεν (dosomen) = wij zullen geven | τὴν (ten) = de | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | αὐτῷ (auto) = aan Hem | ὅτι (hoti) = omdat | ἦλθεν (elthen) = is gekomen | ὁ (ho) = de | γάμος (gamos) = bruiloft | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἡτοίμασεν (hetoimasen) = maakte gereed | ἑαυτήν (heauten) = zichzelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγαλλιάω (agalliao), ‘juichen’. δώσομεν (dosomen), ‘wij zullen geven’, een toekomende tijd. γάμος (gamos), ‘bruiloft’. γυνή (gyne), ‘vrouw’: ook ‘bruid’; in 21:9 heet zij ‘de bruid, de vrouw van het Lam’. ‘Zichzelf gereedmaken’ (ἑτοιμάζω, hetoimazo). Elohim als bruidegom van Zijn volk: Jes. 54:5; Jes. 62:5; Hos. 2:21. Voetnoot : Zie ook Jes. 54:5; Jes. 62:5; Hos. 2:21; Openb. 21:2; Openb. 21:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ἀγαλλιῶμεν (agalliomen), ‘laten wij juichen’ en bij δώσομεν (dosomen), ‘wij zullen geven’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hos 2:21; Jes 54:5; Jes 62:5; Openb 21:2; Openb 21:9 **19:8** En haar werd gegeven zich te kleden in glanzend, zuiver fijn linnen. Want het fijne linnen is: de rechtsdaden van de heiligen.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτῇ (aute) = aan haar | ἵνα (hina) = opdat | περιβάληται (peribaletai) = zij zich kleedt | βύσσινον (byssinon) = fijn linnen | λαμπρὸν (lampron) = glanzend | καθαρόν (katharon) = zuiver | τὸ (to) = het | γὰρ (gar) = want | βύσσινον (byssinon) = fijn linnen | τὰ (ta) = de | δικαιώματα (dikaiomata) = rechtsdaden | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | ἐστίν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βύσσινον (byssinon), ‘fijn linnen’. περιβάλλω (periballo), ‘zich kleden’. δικαίωμα (dikaioma), ‘rechtsdaad’: een daad die aan het recht voldoet; hetzelfde woord staat in 15:4 voor de ‘rechtsdaden’ van Elohim. Het fijne linnen ‘is’ de rechtsdaden: het beeld wordt uitgelegd. Vergelijk Jes. 61:10 (‘een mantel van gerechtigheid’). De woorden van de menigte, die in vers 6 begonnen, eindigen hier. Voetnoot : Zie ook Jes. 61:10; Openb. 3:4; Openb. 7:14; Openb. 15:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij λαμπρὸν (lampron), ‘glanzend’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 61:10; Openb 3:4; Openb 7:14; Openb 15:4; Openb 19:6 ### De engel weigert dat Johannes zich neerbuigt **19:9** En hij zegt tegen mij: „Schrijf: Gelukkig zijn zij die uitgenodigd zijn voor het maal van de bruiloft van het Lam.” En hij zegt tegen mij: „Dit zijn de ware woorden van Elohim.” Brontekst: Καὶ (Kai) = En | λέγει (legei) = zegt hij | μοι (moi) = tegen mij | Γράψον (Grapson) = schrijf | Μακάριοι (Makarioi) = gelukkig | οἱ (hoi) = zij die | εἰς (eis) = naar | τὸ (to) = het | δεῖπνον (deipnon) = maal | τοῦ (tou) = van de | γάμου (gamou) = bruiloft | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam | κεκλημένοι (keklemenoi) = uitgenodigd zijn | καὶ (kai) = en | λέγει (legei) = zegt hij | μοι (moi) = tegen mij | Οὗτοι (Houtoi) = dit | οἱ (hoi) = de | λόγοι (logoi) = woorden | ἀληθινοὶ (alethinoi) = waar | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | εἰσιν (eisin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks noemt niet wie spreekt (‘hij zegt tegen mij’); in vers 10 noemt de spreker zichzelf een medeknecht. Vergelijk de engel in 17:1 en 21:9. μακάριος (makarios), ‘gelukkig’; κεκλημένοι (keklemenoi), ‘uitgenodigden’; δεῖπνον (deipnon), ‘maal’. Vergelijk de bruiloft in de gelijkenis van Matt. 22:1–14 en Luc. 14:15–24. Voetnoot : Zie ook Matt. 22:1–14; Luc. 14:15–24; Openb. 17:1; Openb. 21:9. Zie ook: Mat 22:1–14; Luc 14:15–24; Openb 17:1; Openb 19:10; Openb 21:9 **19:10** En ik viel neer voor zijn voeten om mij voor hem neer te buigen. En hij zegt tegen mij: „Doe het niet! Ik ben een medeknecht van jou en van je broers die het getuigenis van Yeshua hebben. Buig je neer voor Elohim! Want het getuigenis van Yeshua is de geest van de profetie.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔπεσα (epesa) = viel ik neer | ἔμπροσθεν (emprosthen) = voor | τῶν (ton) = de | ποδῶν (podon) = voeten | αὐτοῦ (autou) = zijn | προσκυνῆσαι (proskynesai) = om zich neer te buigen | αὐτῷ (auto) = voor hem | καὶ (kai) = en | λέγει (legei) = zegt hij | μοι (moi) = tegen mij | Ὅρα (Hora) = zie toe | μή (me) = niet | σύνδουλός (syndoulos) = medeknecht | σού (sou) = van jou | εἰμι (eimi) = ben ik | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van de | ἀδελφῶν (adelphon) = broers | σου (sou) = van jou | τῶν (ton) = die | ἐχόντων (echonton) = hebben | τὴν (ten) = het | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | τῷ (to) = voor de | θεῷ (theo) = Elohim | προσκύνησον (proskyneson) = buig je neer | ἡ (he) = het | γὰρ (gar) = want | μαρτυρία (martyria) = getuigenis | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | ἐστιν (estin) = is | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = geest | τῆς (tes) = van de | προφητείας (propheteias) = profetie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Johannes valt neer om zich voor de engel neer te buigen (προσκυνέω, proskyneo). De engel weigert: ὅρα μή (hora me), letterlijk ‘zie toe: niet!’, dat is: ‘Doe het niet!’. Hij noemt zichzelf een σύνδουλος (syndoulos), ‘medeknecht’, van Johannes en van zijn ‘broers’ (ἀδελφοί, adelfoi: het Griekse woord omvat ook de zusters) die het getuigenis van Yeshua hebben. ‘Buig je neer voor Elohim’: aanbidding is alleen voor Elohim. Ook in 22:8–9 weigert de engel aanbidding. μαρτυρία Ἰησοῦ (martyria Iesou), ‘het getuigenis van Yeshua’: de tweede naamval kan ‘getuigenis over’ of ‘getuigenis door’ Yeshua zijn; zie 1:2 en 1:9. ‘De geest van de profetie’: wat de profeten drijft. Voetnoot : Zie ook Openb. 22:8–9; Hand. 10:25–26; Hand. 14:14–15; Openb. 1:2; Openb. 1:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μαρτυρία (martyria), ‘getuigenis’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hand 10:25–26; Hand 14:14–15; Openb 1:2; Openb 1:9; Openb 22:8–9 ### De ruiter op het witte paard **19:11** En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard. Hij die erop zit, heet de Trouwe en Ware. In gerechtigheid oordeelt Hij en voert Hij oorlog. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | εἶδον (eidon) = ik zag | τὸν (ton) = de | οὐρανὸν (ouranon) = hemel | ἠνεῳγμένον (eneogmenon) = geopend | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | ἵππος (hippos) = paard | λευκός (leukos) = wit | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = Hij die | καθήμενος (kathemenos) = zit | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτὸν (auton) = het | πιστὸς (pistos) = Trouwe | καλούμενος (kaloumenos) = genoemd | καὶ (kai) = en | ἀληθινός (alethinos) = Ware | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | δικαιοσύνῃ (dikaiosyne) = gerechtigheid | κρίνει (krinei) = oordeelt Hij | καὶ (kai) = en | πολεμεῖ (polemei) = voert oorlog Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De hemel geopend’: een nieuw gezicht (vergelijk 4:1; 11:19). ἵππος λευκός (hippos leukos), ‘wit paard’: zoals in 6:2, maar de ruiter is hier een andere. πιστός (pistos), ‘trouw’, en ἀληθινός (alethinos), ‘waar’: namen van Yeshua, zoals ‘de trouwe en ware Getuige’ (1:5; 3:14); in het Grieks staan ze hier zonder lidwoord, wij schrijven ‘de Trouwe en Ware’. ‘In gerechtigheid oordeelt Hij’ klinkt als Jes. 11:4 en Ps. 96:13. De ruiter is Yeshua: zie vers 13 (‘Het Woord van Elohim’) en vers 16. Voetnoot : Zie ook Jes. 11:4; Ps. 96:13; Ps. 98:9; Openb. 1:5; Openb. 3:14; Openb. 6:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden πιστὸς καλούμενος (pistos kaloumenos), ‘Trouwe genoemd’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 96:13; Ps 98:9; Jes 11:4; Openb 1:5; Openb 3:14; Openb 6:2; Openb 19:13; Openb 19:16 **19:12** Zijn ogen zijn een vlam van vuur, en op Zijn hoofd zijn vele diademen. Hij heeft een naam geschreven die niemand kent behalve Hijzelf. Brontekst: οἱ (hoi) = de | δὲ (de) = maar | ὀφθαλμοὶ (ophthalmoi) = ogen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | φλὸξ (phlox) = vlam | πυρός (pyros) = van vuur | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = het | κεφαλὴν (kephalen) = hoofd | αὐτοῦ (autou) = Zijn | διαδήματα (diademata) = diademen | πολλά (polla) = vele | ἔχων (echon) = hebbend | ὄνομα (onoma) = naam | γεγραμμένον (gegrammenon) = geschreven | ὃ (ho) = die | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | οἶδεν (oiden) = kent | εἰ (ei) = indien | μὴ (me) = niet | αὐτός (autos) = Hijzelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Zijn ogen als een vlam van vuur’: zoals in 1:14 en 2:18; vergelijk Dan. 10:6. διάδημα (diadema), ‘diadeem’: een koningsband; de draak had er 7 (12:3), de ruiter heeft er ‘vele’. ‘Een naam die niemand kent behalve Hijzelf’: vergelijk de nieuwe naam in 2:17 en 3:12. Voetnoot : Zie ook Dan. 10:6; Openb. 1:14; Openb. 2:17; Openb. 3:12; Openb. 12:3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij αὐτοῦ (autou), ‘Zijn’, en bij ἔχων (echon), ‘hebbend’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 10:6; Openb 1:14; Openb 2:17; Openb 3:12; Openb 12:3 **19:13** Hij is gehuld in een kleed dat in bloed gedoopt is, en Zijn naam is genoemd: Het Woord van Elohim. Brontekst: καὶ (kai) = en | περιβεβλημένος (peribeblemenos) = gehuld | ἱμάτιον (himation) = kleed | βεβαμμένον (bebammenon) = gedoopt | αἵματι (haimati) = in bloed | καὶ (kai) = en | κέκληται (kekletai) = is genoemd | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὁ (ho) = Het | Λόγος (Logos) = Woord | τοῦ (tou) = van de | Θεοῦ (Theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βάπτω (bapto), ‘onderdompelen, doopen’: het kleed is in bloed gedoopt; het Grieks zegt niet van wie het bloed is. Vergelijk Jes. 63:1–3. ὁ Λόγος τοῦ Θεοῦ (ho Logos tou Theou), ‘Het Woord van Elohim’: zoals in Joh. 1:1 en Joh. 1:14; de SBLGNT schrijft hier hoofdletters. κέκληται (keklētai), ‘is genoemd’: een voltooide tijd. Voetnoot : Zie ook Jes. 63:1–3; Joh. 1:1; Joh. 1:14. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij βεβαμμένον (bebammenon), ‘gedoopt’, en bij κέκληται (kekletai), ‘is genoemd’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 63:1–3; Joh 1:1; Joh 1:14 **19:14** En de legers die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gekleed in wit, zuiver fijn linnen. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | στρατεύματα (strateumata) = legers | τὰ (ta) = die | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | οὐρανῷ (ourano) = hemel | ἠκολούθει (ekolouthei) = volgden | αὐτῷ (auto) = Hem | ἐφ’ (eph’) = op | ἵπποις (hippois) = paarden | λευκοῖς (leukois) = witte | ἐνδεδυμένοι (endedymenoi) = gekleed | βύσσινον (byssinon) = fijn linnen | λευκὸν (leukon) = wit | καθαρόν (katharon) = zuiver Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στράτευμα (strateuma), ‘leger’: het meervoud is ‘legers’, de heerscharen in de hemel. ἀκολουθέω (akoloutheo), ‘volgen’. Hun ‘fijn linnen, wit en zuiver’ is het linnen van vers 8. Voetnoot : Zie ook Openb. 17:14; Openb. 19:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij het lidwoord τά (ta), ‘de’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 17:14; Openb 19:8 **19:15** Uit Zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmee de volken te slaan. Hijzelf zal hen weiden met een ijzeren staf. Hijzelf treedt de perskuip van de wijn van de woede van de toorn van Elohim, de Almachtige. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | στόματος (stomatos) = mond | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐκπορεύεται (ekporeuetai) = komt uit | ῥομφαία (rhomphaia) = zwaard | ὀξεῖα (oxeia) = scherp | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = met | αὐτῇ (aute) = het | πατάξῃ (pataxe) = Hij slaat | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = Hijzelf | ποιμανεῖ (poimanei) = zal weiden | αὐτοὺς (autous) = hen | ἐν (en) = met | ῥάβδῳ (rhabdo) = staf | σιδηρᾷ (sidera) = ijzeren | καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = Hijzelf | πατεῖ (patei) = treedt | τὴν (ten) = de | ληνὸν (lenon) = perskuip | τοῦ (tou) = van de | οἴνου (oinou) = wijn | τοῦ (tou) = van de | θυμοῦ (thymou) = woede | τῆς (tes) = van de | ὀργῆς (orges) = toorn | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = van de | παντοκράτορος (pantokratoros) = Almachtige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ῥομφαία (romfaia), ‘zwaard’, het lange zwaard; het scherpe zwaard uit de mond is ook in 1:16 en 2:12, 2:16; vergelijk Jes. 11:4 en Jes. 49:2. ποιμαίνω (poimaino), ‘weiden’: de herder die zijn kudde leidt; hetzelfde woord is in 2:27 en 12:5 ook met ‘weiden’ vertaald. Ons Hebreeuws van Ps. 2:9 heeft ‘breken met een ijzeren staf’; hier staat het Griekse ‘weiden’. ληνός (lenos), ‘perskuip’: de wijnpers van Jes. 63:3 en Joël 4:13 (Hebr. telling; NL 3:13); zie ook 14:19–20. ‘De wijn van de woede van de toorn van Elohim’: zie 14:10 en 16:19. Voetnoot : Zie ook Ps. 2:9; Jes. 11:4; Jes. 49:2; Jes. 63:3; Joël 4:13; Openb. 1:16; Openb. 2:16; Openb. 2:27; Openb. 12:5; Openb. 14:19; Openb. 14:20. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ῥομφαία (romfaia), ‘zwaard’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 2:9; Joël 4:13; Jes 11:4; Jes 49:2; Jes 63:3; Openb 1:16; Openb 2:16; Openb 2:27; Openb 12:5; Openb 14:19; Openb 14:20 **19:16** En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij een naam geschreven: Koning van de koningen en Heer van de heren. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔχει (echei) = heeft Hij | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | ἱμάτιον (himation) = kleed | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὸν (ton) = de | μηρὸν (meron) = dij | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὄνομα (onoma) = naam | γεγραμμένον (gegrammenon) = geschreven | Βασιλεὺς (Basileus) = Koning | βασιλέων (basileon) = van koningen | καὶ (kai) = en | κύριος (kyrios) = Heer | κυρίων (kyrion) = van heren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μηρός (meros), ‘dij’. Het Grieks heeft ‘op het kleed en op zijn dij’; het kan zijn ‘op het kleed, namelijk op de dij’. ‘Koning van de koningen en Heer van de heren’: de titels van 17:14 in omgekeerde volgorde; vergelijk Deut. 10:17 en Dan. 2:47. Voetnoot : Zie ook Deut. 10:17; Dan. 2:47; Openb. 17:14. Zie ook: Deut 10:17; Dan 2:47; Openb 17:14 ### Het grote maal van Elohim **19:17** En ik zag een engel in de zon staan. Hij riep met een luide stem en zei tegen alle vogels die in het midden van de hemel vliegen: „Kom, verzamel u voor het grote maal van Elohim, Brontekst: Καὶ (Kai) = En | εἶδον (eidon) = ik zag | ἕνα (hena) = een | ἄγγελον (angelon) = engel | ἑστῶτα (hestota) = staand | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ἡλίῳ (helio) = zon | καὶ (kai) = en | ἔκραξεν (ekraxen) = riep | φωνῇ (phone) = met stem | μεγάλῃ (megale) = luide | λέγων (legon) = zeggend | πᾶσι (pasi) = tegen alle | τοῖς (tois) = de | ὀρνέοις (orneois) = vogels | τοῖς (tois) = die | πετομένοις (petomenois) = vliegen | ἐν (en) = in | μεσουρανήματι (mesouranemati) = het midden van de hemel | Δεῦτε (Deute) = komt | συνάχθητε (synachthete) = verzamel u | εἰς (eis) = naar | τὸ (to) = het | δεῖπνον (deipnon) = maal | τὸ (to) = het | μέγα (mega) = grote | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μεσουράνημα (mesouranema), ‘het midden van de hemel’, waar de zon staat: zoals in 8:13 en 14:6. δεῖπνον τὸ μέγα τοῦ θεοῦ (deipnon to mega tou theou), ‘het grote maal van Elohim’: tegenover het ‘maal van de bruiloft’ in vers 9. Vergelijk Ezech. 39:17–20, waar de vogels worden geroepen naar Elohims slachtoffer. De woorden van de engel lopen door tot het einde van vers 18. Voetnoot : Zie ook Ezech. 39:17–20; Openb. 8:13; Openb. 14:6; Openb. 19:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἕνα (hena), ‘een’, en bij ἔκραξεν (ekraxen), ‘riep’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ezech 39:17–20; Openb 8:13; Openb 14:6; Openb 19:9; Openb 19:18 **19:18** om het vlees te eten van koningen en het vlees van tribunen en het vlees van sterken, het vlees van paarden en van wie erop zitten, en het vlees van allen, vrijen en knechten, kleinen en groten.” Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | φάγητε (phagete) = jullie eten | σάρκας (sarkas) = vlees | βασιλέων (basileon) = van koningen | καὶ (kai) = en | σάρκας (sarkas) = vlees | χιλιάρχων (chiliarchon) = van tribunen | καὶ (kai) = en | σάρκας (sarkas) = vlees | ἰσχυρῶν (ischyron) = van sterken | καὶ (kai) = en | σάρκας (sarkas) = vlees | ἵππων (hippon) = van paarden | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van hen die | καθημένων (kathemenon) = zitten | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῶν (auton) = hen | καὶ (kai) = en | σάρκας (sarkas) = vlees | πάντων (panton) = van allen | ἐλευθέρων (eleutheron) = van vrijen | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = en | δούλων (doulon) = van knechten | καὶ (kai) = en | μικρῶν (mikron) = van kleinen | καὶ (kai) = en | μεγάλων (megalon) = van groten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χιλίαρχος (chiliarchos), ‘tribuun’, letterlijk ‘leider van duizend’: een bevelhebber; zo heet in Hand. 21:31 de tribuun van de cohort in Jeruzalem. ἰσχυρός (ischyros), ‘sterk’: de sterken, de krijgers. ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrije’; δοῦλος (doulos), ‘knecht’. Vergelijk Ezech. 39:18–20. Voetnoot : Zie ook Ezech. 39:18–20; Hand. 21:31. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij αὐτῶν (auton), ‘hen’, en bij καί (kai), ‘en’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ezech 39:18–20; Hand 21:31 ### Het beest en de valse profeet worden geworpen **19:19** En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers, verzameld om oorlog te voeren tegen Hem die op het paard zit en tegen Zijn leger. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = ik zag | τὸ (to) = het | θηρίον (therion) = beest | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | βασιλεῖς (basileis) = koningen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | στρατεύματα (strateumata) = legers | αὐτῶν (auton) = hun | συνηγμένα (synegmena) = verzameld | ποιῆσαι (poiesai) = om te voeren | τὸν (ton) = de | πόλεμον (polemon) = oorlog | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = Hem die | καθημένου (kathemenou) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τοῦ (tou) = het | ἵππου (hippou) = paard | καὶ (kai) = en | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = het | στρατεύματος (strateumatos) = leger | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het beest en de koningen van de aarde zijn die van 13:1 en 16:14, 16:16; zij zijn verzameld om oorlog te voeren zoals Ps. 2:2 zegt (‘de koningen van de aarde stellen zich op … tegen Yahweh en tegen Zijn gezalfde’). Het woord ‘oorlog’ (πόλεμος, polemos) staat ook in 16:14, 17:14 en 20:8. Voetnoot : Zie ook Ps. 2:2; Openb. 13:1; Openb. 16:14; Openb. 16:16; Openb. 17:14; Openb. 20:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij het lidwoord τόν (ton) vóór ‘oorlog’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 2:2; Openb 13:1; Openb 16:14; Openb 16:16; Openb 17:14; Openb 20:8 **19:20** En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet die de tekenen voor zijn ogen had gedaan. Daarmee had hij hen misleid die het merkteken van het beest hadden ontvangen en zich neerbogen voor zijn beeld. Levend werden de twee geworpen in het meer van vuur, dat met zwavel brandt. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐπιάσθη (epiasthe) = werd gegrepen | τὸ (to) = het | θηρίον (therion) = beest | καὶ (kai) = en | μετ’ (met’) = met | αὐτοῦ (autou) = hem | ὁ (ho) = de | ψευδοπροφήτης (pseudoprophetes) = valse profeet | ὁ (ho) = die | ποιήσας (poiesas) = deed | τὰ (ta) = de | σημεῖα (semeia) = tekenen | ἐνώπιον (enopion) = voor | αὐτοῦ (autou) = hem | ἐν (en) = met | οἷς (hois) = welke | ἐπλάνησεν (eplanesen) = misleidde hij | τοὺς (tous) = hen die | λαβόντας (labontas) = ontvingen | τὸ (to) = het | χάραγμα (charagma) = merkteken | τοῦ (tou) = van het | θηρίου (theriou) = beest | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = hen die | προσκυνοῦντας (proskynountas) = zich neerbogen | τῇ (te) = voor het | εἰκόνι (eikoni) = beeld | αὐτοῦ (autou) = zijn | ζῶντες (zontes) = levend | ἐβλήθησαν (eblethesan) = werden geworpen | οἱ (hoi) = de | δύο (dyo) = twee | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = het | λίμνην (limnen) = meer | τοῦ (tou) = van het | πυρὸς (pyros) = vuur | τῆς (tes) = dat | καιομένης (kaiomenes) = brandt | ἐν (en) = met | θείῳ (theio) = zwavel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιάζω (piazo), ‘grijpen, vangen’. ‘De valse profeet’ is het beest uit de aarde van 13:11–17 (zie ook 16:13). λίμνη τοῦ πυρός (limne tou pyros), ‘meer van vuur’: hier voor het eerst; zie ook 20:10, 20:14–15 en 21:8. θεῖον (theion), ‘zwavel’. ζῶντες ἐβλήθησαν (zontes eblethesan), ‘levend werden zij geworpen’. Vergelijk Dan. 7:11, waar het dier wordt gedood en aan het vuur wordt overgegeven. Voetnoot : Zie ook Dan. 7:11; Openb. 13:11; Openb. 13:14; Openb. 16:13; Openb. 20:10; Openb. 21:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij μετ᾽ (met), ‘met’, en bij ὁ (ho), ‘de’, en bij de woorden τῆς καιομένης (tes kaiomenes), ‘dat brandt’, en bij het lidwoord τῆς (tes). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 7:11; Openb 13:11; Openb 13:14; Openb 16:13; Openb 20:10; Openb 21:8 **19:21** En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem die op het paard zit, het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd van hun vlees. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | λοιποὶ (loipoi) = overigen | ἀπεκτάνθησαν (apektanthesan) = werden gedood | ἐν (en) = met | τῇ (te) = het | ῥομφαίᾳ (rhomphaia) = zwaard | τοῦ (tou) = van Hem die | καθημένου (kathemenou) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τοῦ (tou) = het | ἵππου (hippou) = paard | τῇ (te) = dat | ἐξελθούσῃ (exelthouse) = uitgegaan | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | στόματος (stomatos) = mond | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ὄρνεα (ornea) = vogels | ἐχορτάσθησαν (echortasthesan) = werden verzadigd | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = het | σαρκῶν (sarkon) = vlees | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Het zwaard dat uit Zijn mond kwam’: zie vers 15. ὄρνεον (orneon), ‘vogel’. χορτάζω (chortazo), ‘verzadigen’. Vergelijk Ezech. 39:20. Voetnoot : Zie ook Ezech. 39:20; Openb. 19:15. Zie ook: Ezech 39:20; Openb 19:15 ## Openbaring 20 _De Satan 1000 jaar gebonden, de eerste opstanding, Gog en Magog, de grote witte troon en het meer van vuur_ ### De Satan wordt 1000 jaar gebonden **20:1** En ik zag een engel uit de hemel neerdalen. Hij had de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | εἶδον (eidon) = ik zag | ἄγγελον (angelon) = engel | καταβαίνοντα (katabainonta) = neerdalend | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἔχοντα (echonta) = hebbend | τὴν (ten) = de | κλεῖν (klein) = sleutel | τῆς (tes) = van de | ἀβύσσου (abyssou) = afgrond | καὶ (kai) = en | ἅλυσιν (halysin) = ketting | μεγάλην (megalen) = grote | ἐπὶ (epi) = in | τὴν (ten) = de | χεῖρα (cheira) = hand | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄβυσσος (abyssos), ‘afgrond’: zoals in 9:1–2, 11:7 en 17:8. κλείς (kleis), ‘sleutel’: ook in 1:18 en 9:1. ἅλυσις (halysis), ‘ketting’. Voetnoot : Zie ook Openb. 1:18; Openb. 9:1; Openb. 11:7; Openb. 17:8. Zie ook: Openb 1:18; Openb 9:1; Openb 11:7; Openb 17:8 **20:2** En hij greep de draak, de oude slang, die duivel en de Satan is, en bond hem 1000 jaar. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐκράτησεν (ekratesen) = greep | τὸν (ton) = de | δράκοντα (drakonta) = draak | ὁ (ho) = de | ὄφις (ophis) = slang | ὁ (ho) = de | ἀρχαῖος (archaios) = oude | ὅς (hos) = die | ἐστιν (estin) = is | Διάβολος (Diabolos) = duivel | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | Σατανᾶς (Satanas) = Satan | καὶ (kai) = en | ἔδησεν (edesen) = bond | αὐτὸν (auton) = hem | χίλια (chilia) = 1000 | ἔτη (ete) = jaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρατέω (krateo), ‘grijpen, vastgrijpen’. ‘De draak, de oude slang, die duivel en de Satan is’: zie 12:9. χίλια ἔτη (chilia ete), ‘1000 jaar’: wij vertalen dit letterlijk en nemen geen standpunt in over de manier waarop het getal verstaan wordt; het staat in de verzen 2–7 zesmaal. Voetnoot : Zie ook Openb. 12:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ὁ ὄφις ὁ ἀρχαῖος (ho ofis ho archaios), ‘de slang de oude’ en bij Σατανᾶς (satanas), ‘Satan’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 12:9 **20:3** En hij wierp hem in de afgrond en sloot haar af en verzegelde haar boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de 1000 jaar voltooid zijn. Daarna moet hij een korte tijd losgelaten worden. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔβαλεν (ebalen) = wierp | αὐτὸν (auton) = hem | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | ἄβυσσον (abysson) = afgrond | καὶ (kai) = en | ἔκλεισεν (ekleisen) = sloot af | καὶ (kai) = en | ἐσφράγισεν (esphragisen) = verzegelde | ἐπάνω (epano) = boven | αὐτοῦ (autou) = hem | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | πλανήσῃ (planese) = hij misleidt | ἔτι (eti) = meer | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | ἄχρι (achri) = totdat | τελεσθῇ (telesthe) = voltooid zijn | τὰ (ta) = de | χίλια (chilia) = 1000 | ἔτη (ete) = jaar | μετὰ (meta) = na | ταῦτα (tauta) = dit | δεῖ (dei) = moet | λυθῆναι (lythenai) = losgelaten worden | αὐτὸν (auton) = hij | μικρὸν (mikron) = kort | χρόνον (chronon) = tijd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘sloot en verzegelde boven hem’ zonder voorwerp; wij vullen ‘haar’ aan, de afgrond. σφραγίζω (sfragizo), ‘verzegelen’. πλανάω (planao), ‘misleiden’: het werk van de draak (12:9). δεῖ (dei), ‘moet’: wat noodzakelijk is, zoals vaak in Openbaring. ‘Een korte tijd’ (μικρὸν χρόνον, mikron chronon). Voetnoot : Zie ook Openb. 12:9; Openb. 20:7–8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij πλανήσῃ (planese), ‘hij misleidt’, bij μετὰ (meta), ‘na’ en bij de woorden λυθῆναι αὐτὸν (lythenai auton), ‘losgelaten worden hij’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 12:9; Openb 20:7–8 ### De tronen en de 1000 jaar **20:4** En ik zag tronen, en zij gingen erop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die met de bijl onthoofd waren vanwege het getuigenis van Yeshua en vanwege het woord van Elohim, en degenen die zich niet voor het beest en zijn beeld neerbogen en het merkteken niet ontvingen op hun voorhoofd en hun hand. En zij leefden en regeerden met de Messias 1000 jaar. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | εἶδον (eidon) = ik zag | θρόνους (thronous) = tronen | καὶ (kai) = en | ἐκάθισαν (ekathisan) = gingen zitten | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτούς (autous) = hen | καὶ (kai) = en | κρίμα (krima) = oordeel | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | αὐτοῖς (autois) = aan hen | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = de | ψυχὰς (psychas) = zielen | τῶν (ton) = van hen die | πεπελεκισμένων (pepelekismenon) = met de bijl onthoofd waren | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = het | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | καὶ (kai) = en | διὰ (dia) = vanwege | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | οἵτινες (hoitines) = wie | οὐ (ou) = niet | προσεκύνησαν (prosekynesan) = zich neerbogen voor | τὸ (to) = het | θηρίον (therion) = beest | οὐδὲ (oude) = noch | τὴν (ten) = het | εἰκόνα (eikona) = beeld | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἔλαβον (elabon) = ontvingen | τὸ (to) = het | χάραγμα (charagma) = merkteken | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | μέτωπον (metopon) = voorhoofd | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = de | χεῖρα (cheira) = hand | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ἔζησαν (ezesan) = leefden | καὶ (kai) = en | ἐβασίλευσαν (ebasileusan) = regeerden | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = de | χριστοῦ (christou) = Messias | χίλια (chilia) = 1000 | ἔτη (ete) = jaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks zegt niet wie op de tronen zit; vergelijk Dan. 7:9, 7:22 en 7:27, waar tronen worden neergezet en het gericht ‘ten gunste van de heiligen’ wordt gegeven. κρίμα (krima), ‘oordeel’. ψυχή (psyche), ‘ziel’: de zielen van 6:9–11. πελεκίζω (pelekizo), ‘met de bijl onthoofden’. μαρτυρία Ἰησοῦ (martyria Iesou), ‘het getuigenis van Yeshua’. ‘Zich neerbuigen’: zie 13:4, 13:15; ‘het merkteken’: zie 13:16–17. ἔζησαν (ezesan), ‘zij leefden’: de verleden tijd kan ook ‘zij kwamen tot leven’ betekenen; wij vertalen ‘leefden’ en kiezen niet. ἐβασίλευσαν (ebasileusan), ‘zij regeerden’: of ‘zij werden koning’. De 1000 jaar laten wij zoals het Grieks ze noemt. Voetnoot : Zie ook Dan. 7:9; Dan. 7:22; Dan. 7:27; Openb. 6:9; Openb. 13:4; Openb. 13:15; Openb. 13:16. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij χίλια (chilia), ‘1000’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 7:9; Dan 7:22; Dan 7:27; Openb 6:9; Openb 13:4; Openb 13:15; Openb 13:16 **20:5** De overigen van de doden leefden niet, totdat de 1000 jaar voltooid zijn. Dit is de eerste opstanding. Brontekst: οἱ (hoi) = de | λοιποὶ (loipoi) = overigen | τῶν (ton) = van de | νεκρῶν (nekron) = doden | οὐκ (ouk) = niet | ἔζησαν (ezesan) = leefden | ἄχρι (achri) = totdat | τελεσθῇ (telesthe) = voltooid zijn | τὰ (ta) = de | χίλια (chilia) = 1000 | ἔτη (ete) = jaar | αὕτη (haute) = dit | ἡ (he) = de | ἀνάστασις (anastasis) = opstanding | ἡ (he) = de | πρώτη (prote) = eerste Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De overigen van de doden’: de doden die niet in vers 4 genoemd zijn. οὐκ ἔζησαν (ouk ezesan), ‘leefden niet’: dezelfde werkwoordsvorm als in vers 4. ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’. ‘De eerste opstanding’: de tekst noemt haar hier alleen zo; wij leggen geen schema uit. Vergelijk Dan. 12:2; Joh. 5:29; Hand. 24:15. Voetnoot : Zie ook Dan. 12:2; Luc. 14:14; Joh. 5:29; Hand. 24:15; Fil. 3:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij het lidwoord οἱ (hoi), ‘de’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 12:2; Luc 14:14; Joh 5:29; Hand 24:15; Fil 3:11; Openb 20:4 **20:6** Gelukkig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over dezen heeft de tweede dood geen gezag, maar zij zullen priesters zijn van Elohim en van de Messias, en zij zullen met Hem regeren 1000 jaar. Brontekst: μακάριος (makarios) = gelukkig | καὶ (kai) = en | ἅγιος (hagios) = heilig | ὁ (ho) = hij die | ἔχων (echon) = heeft | μέρος (meros) = deel | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἀναστάσει (anastasei) = opstanding | τῇ (te) = de | πρώτῃ (prote) = eerste | ἐπὶ (epi) = over | τούτων (touton) = dezen | ὁ (ho) = de | δεύτερος (deuteros) = tweede | θάνατος (thanatos) = dood | οὐκ (ouk) = niet | ἔχει (echei) = heeft | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | ἀλλ’ (all’) = maar | ἔσονται (esontai) = zullen zijn | ἱερεῖς (hiereis) = priesters | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van de | χριστοῦ (christou) = Messias | καὶ (kai) = en | βασιλεύσουσιν (basileusousin) = zullen regeren | μετ’ (met’) = met | αὐτοῦ (autou) = Hem | χίλια (chilia) = 1000 | ἔτη (ete) = jaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακάριος (makarios), ‘gelukkig’; ἅγιος (hagios), ‘heilig’. ἱερεύς (hiereus), ‘priester’: vergelijk Exod. 19:6 (‘een koninkrijk van priesters’) en Jes. 61:6; zie ook 1:6 en 5:10. ‘De tweede dood’: zie 2:11, 20:14 en 21:8. ‘Met Hem’ is met de Messias. Voetnoot : Zie ook Exod. 19:6; Jes. 61:6; Openb. 1:6; Openb. 2:11; Openb. 5:10; Openb. 20:14; Openb. 21:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij χίλια (chilia), ‘1000’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 19:6; Jes 61:6; Openb 1:6; Openb 2:11; Openb 5:10; Openb 20:14; Openb 21:8 ### De Satan wordt losgelaten: Gog en Magog **20:7** En wanneer de 1000 jaar voltooid zijn, zal de Satan uit zijn gevangenis losgelaten worden. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ὅταν (hotan) = wanneer | τελεσθῇ (telesthe) = voltooid zijn | τὰ (ta) = de | χίλια (chilia) = 1000 | ἔτη (ete) = jaar | λυθήσεται (lythesetai) = zal losgelaten worden | ὁ (ho) = de | Σατανᾶς (Satanas) = Satan | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | φυλακῆς (phylakes) = gevangenis | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λύω (lyo), ‘losmaken, vrijlaten’. φυλακή (fylake), ‘gevangenis’: ook ‘bewaakte plaats’, zoals in 18:2. Voetnoot : Zie ook Openb. 18:2. Zie ook: Openb 18:2 **20:8** En hij zal uitgaan om de volken in de vier hoeken van de aarde te misleiden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. Hun getal is als het zand van de zee. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐξελεύσεται (exeleusetai) = zal uitgaan | πλανῆσαι (planesai) = om te misleiden | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | τὰ (ta) = die | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | τέσσαρσι (tessarsi) = vier | γωνίαις (goniais) = hoeken | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | τὸν (ton) = de | Γὼγ (Gon) = Gog | καὶ (kai) = en | Μαγώγ (Magon) = Magog | συναγαγεῖν (synagagein) = om te verzamelen | αὐτοὺς (autous) = hen | εἰς (eis) = naar | τὸν (ton) = de | πόλεμον (polemon) = oorlog | ὧν (hon) = van wie | ὁ (ho) = het | ἀριθμὸς (arithmos) = getal | αὐτῶν (auton) = hun | ὡς (hos) = als | ἡ (he) = het | ἄμμος (ammos) = zand | τῆς (tes) = van de | θαλάσσης (thalasses) = zee Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De vier hoeken van de aarde’: het Grieks noemt de uiterste uithoeken; vergelijk 7:1. Γὼγ καὶ Μαγώγ (Gog kai Magog): in Ezech. 38:2 en 39:6 is Gog de vorst van het land Magog; hier staan ‘Gog en Magog’ als namen van de volken die de Satan misleidt. Wij vertalen de woorden letterlijk en kiezen niet. ‘Als het zand van de zee’: een beeld voor een onoverzienbaar aantal (Gen. 22:17; Joz. 11:4; Richt. 7:12). πόλεμος (polemos), ‘oorlog’: zie 16:14, 16:16 en 19:19. Voetnoot : Zie ook Ezech. 38:2; Ezech. 39:6; Gen. 22:17; Openb. 7:1; Openb. 16:14; Openb. 19:19. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij καί (kai), ‘en’, en bij αὐτῶν (auton), ‘hun’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 22:17; Joz 11:4; Re 7:12; Ezech 38:2; Ezech 39:6; Openb 7:1; Openb 16:14; Openb 19:19 **20:9** En zij trokken op over de breedte van de aarde en omsingelden het legerkamp van de heiligen en de geliefde stad. En vuur kwam uit de hemel neer en verslond hen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀνέβησαν (anebesan) = trokken op | ἐπὶ (epi) = over | τὸ (to) = de | πλάτος (platos) = breedte | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐκύκλευσαν (ekykleusan) = omsingelden | τὴν (ten) = het | παρεμβολὴν (parembolen) = legerkamp | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | πόλιν (polin) = stad | τὴν (ten) = de | ἠγαπημένην (egapemenen) = geliefde | καὶ (kai) = en | κατέβη (katebe) = kwam neer | πῦρ (pyr) = vuur | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | καὶ (kai) = en | κατέφαγεν (katephagen) = verslond | αὐτούς (autous) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλάτος (platos), ‘breedte’: over heel het oppervlak van de aarde. παρεμβολή (parembole), ‘legerkamp’. ‘De geliefde stad’ (ἡ πόλις ἡ ἠγαπημένη): het Grieks noemt de stad niet bij naam; vergelijk ‘de heilige stad’ in 11:2 en 21:2. ‘Vuur kwam neer uit de hemel’ en verslond hen: vergelijk Ezech. 38:22 en Ezech. 39:6, en 2 Kon. 1:10. Voetnoot : Zie ook Ezech. 38:22; Ezech. 39:6; 2 Kon. 1:10; Openb. 11:2; Openb. 21:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ἐκύκλευσαν (ekykleusan), ‘omsingelden’, en bij de woorden ἐκ τοῦ οὐρανοῦ (ek tou ouranou), ‘uit de hemel’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 2 Kon 1:10; Ezech 38:22; Ezech 39:6; Openb 11:2; Openb 21:2 ### De duivel in het meer van vuur **20:10** En de duivel, die hen misleidde, werd geworpen in het meer van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn. En zij zullen dag en nacht gekweld worden tot in de eeuwen van de eeuwen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | διάβολος (diabolos) = duivel | ὁ (ho) = die | πλανῶν (planon) = misleidde | αὐτοὺς (autous) = hen | ἐβλήθη (eblethe) = werd geworpen | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = het | λίμνην (limnen) = meer | τοῦ (tou) = van het | πυρὸς (pyros) = vuur | καὶ (kai) = en | θείου (theiou) = zwavel | ὅπου (hopou) = waar | καὶ (kai) = ook | τὸ (to) = het | θηρίον (therion) = beest | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ψευδοπροφήτης (pseudoprophetes) = valse profeet | καὶ (kai) = en | βασανισθήσονται (basanisthesontai) = zullen gekweld worden | ἡμέρας (hemeras) = dag | καὶ (kai) = en | νυκτὸς (nyktos) = nacht | εἰς (eis) = tot in | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λίμνη τοῦ πυρὸς καὶ θείου (limne tou pyros kai theiou), ‘het meer van vuur en zwavel’: zie 19:20. βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’: zoals in 14:10–11. Het Grieks heeft bij ‘het beest en de valse profeet’ geen werkwoord; wij vullen ‘zijn’ aan. ‘Zullen gekweld worden’ staat in het meervoud: de duivel, het beest en de valse profeet. Voetnoot : Zie ook Openb. 14:10; Openb. 14:11; Openb. 19:20. Zie ook: Openb 14:10; Openb 14:11; Openb 19:20 ### De grote witte troon en het oordeel over de doden **20:11** En ik zag een grote witte troon en Hem die erop zit, van wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en er werd voor hen geen plaats gevonden. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | εἶδον (eidon) = ik zag | θρόνον (thronon) = troon | μέγαν (megan) = grote | λευκὸν (leukon) = witte | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = Hem die | καθήμενον (kathemenon) = zit | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτοῦ (autou) = hem | οὗ (hou) = van wie | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = het | προσώπου (prosopou) = aangezicht | ἔφυγεν (ephygen) = vluchtte | ἡ (he) = de | γῆ (ge) = aarde | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | οὐρανός (ouranos) = hemel | καὶ (kai) = en | τόπος (topos) = plaats | οὐχ (ouch) = niet | εὑρέθη (heurethe) = werd gevonden | αὐτοῖς (autois) = voor hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Hem die erop zit’: het Grieks noemt Hem niet bij naam; vergelijk ‘Hij die op de troon zit’ in 4:2–3 en 5:1. ἔφυγεν (efygen), ‘vluchtte’: het werkwoord staat in het enkelvoud bij twee onderwerpen, ‘de aarde en de hemel’; wij vertalen het meervoud. Vergelijk 6:14, 16:20 en 21:1. Voetnoot : Zie ook Openb. 4:2; Openb. 6:14; Openb. 16:20; Openb. 21:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ἐπ᾽ αὐτοῦ (ep autou), ‘op hem’, en bij het lidwoord τοῦ (tou) vóór ‘aangezicht’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 4:2; Openb 6:14; Openb 16:20; Openb 21:1 **20:12** En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staan voor de troon. En boeken werden geopend. En een ander boek werd geopend, dat van het leven is. En de doden werden geoordeeld naar wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = ik zag | τοὺς (tous) = de | νεκρούς (nekrous) = doden | τοὺς (tous) = de | μεγάλους (megalous) = groten | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | μικρούς (mikrous) = kleinen | ἑστῶτας (hestotas) = staande | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | καὶ (kai) = en | βιβλία (biblia) = boeken | ἠνοίχθησαν (enoichthesan) = werden geopend | καὶ (kai) = en | ἄλλο (allo) = ander | βιβλίον (biblion) = boek | ἠνοίχθη (enoichthe) = werd geopend | ὅ (ho) = dat | ἐστιν (estin) = is | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | καὶ (kai) = en | ἐκρίθησαν (ekrithesan) = werden geoordeeld | οἱ (hoi) = de | νεκροὶ (nekroi) = doden | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | γεγραμμένων (gegrammenon) = geschreven dingen | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | βιβλίοις (bibliois) = boeken | κατὰ (kata) = naar | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Boeken werden geopend’ klinkt als Dan. 7:10. βιβλίον (biblion), ‘boek’: hier meervoud ‘boeken’, daarnaast ‘een ander boek’, het boek van het leven (zie 3:5, 13:8, 17:8). ἔργα (erga), ‘werken’: het oordeel is ‘naar hun werken’; vergelijk Ps. 62:13, Jer. 17:10, Spr. 24:12 en Rom. 2:6. Voetnoot : Zie ook Dan. 7:10; Ps. 62:13; Jer. 17:10; Spr. 24:12; Rom. 2:6; Openb. 3:5; Openb. 13:8; Openb. 17:8; Openb. 22:12. Zie ook: Ps 62:13; Spr 24:12; Jer 17:10; Dan 7:10; Rom 2:6; Openb 3:5; Openb 13:8; Openb 17:8; Openb 22:12 **20:13** En de zee gaf de doden die erin waren. En de dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren. En zij werden geoordeeld, ieder naar zijn werken. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔδωκεν (edoken) = gaf | ἡ (he) = de | θάλασσα (thalassa) = zee | τοὺς (tous) = de | νεκροὺς (nekrous) = doden | τοὺς (tous) = die | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | ᾅδης (hades) = dodenrijk | ἔδωκαν (edokan) = gaven | τοὺς (tous) = de | νεκροὺς (nekrous) = doden | τοὺς (tous) = die | ἐν (en) = in | αὐτοῖς (autois) = hen | καὶ (kai) = en | ἐκρίθησαν (ekrithesan) = werden geoordeeld | ἕκαστος (hekastos) = ieder | κατὰ (kata) = naar | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ᾅδης (hades), ‘dodenrijk’: de plaats van de doden, het Hebreeuwse Sheol. ‘De dood en het dodenrijk’ staan ook samen in 1:18 en 6:8. Het Grieks heeft ‘de zee … de doden die in haar waren’: ook zij die in zee omkwamen. Voetnoot : Zie ook Openb. 1:18; Openb. 6:8. Zie ook: Openb 1:18; Openb 6:8 **20:14** En de dood en het dodenrijk werden geworpen in het meer van vuur. Dit is de tweede dood: het meer van vuur. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | ᾅδης (hades) = dodenrijk | ἐβλήθησαν (eblethesan) = werden geworpen | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = het | λίμνην (limnen) = meer | τοῦ (tou) = van het | πυρός (pyros) = vuur | οὗτος (houtos) = dit | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | ὁ (ho) = de | δεύτερός (deuteros) = tweede | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = het | λίμνη (limne) = meer | τοῦ (tou) = van het | πυρός (pyros) = vuur Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Dit is de tweede dood: het meer van vuur’: zie 2:11, 20:6 en 21:8. Voetnoot : Zie ook Openb. 2:11; Openb. 20:6; Openb. 21:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier de woorden θάνατος … δεύτερός (thanatos … deuteros), ‘dood … tweede’, als variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 2:11; Openb 20:6; Openb 21:8 **20:15** En als iemand niet geschreven gevonden werd in het boek van het leven, werd hij geworpen in het meer van vuur. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | οὐχ (ouch) = niet | εὑρέθη (heurethe) = werd gevonden | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | βίβλῳ (biblo) = boek | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | γεγραμμένος (gegrammenos) = geschreven | ἐβλήθη (eblethe) = werd geworpen | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = het | λίμνην (limnen) = meer | τοῦ (tou) = van het | πυρός (pyros) = vuur Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βίβλος (biblos), ‘boek’: hier hetzelfde ‘boek van het leven’ als in vers 12. Vergelijk Exod. 32:32; Ps. 69:29; Dan. 12:1. Voetnoot : Zie ook Exod. 32:32; Ps. 69:29; Dan. 12:1; Openb. 3:5; Openb. 13:8; Openb. 17:8; Openb. 21:27. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden τῇ βίβλῳ (te biblo), ‘het boek’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 32:32; Ps 69:29; Dan 12:1; Openb 3:5; Openb 13:8; Openb 17:8; Openb 20:12; Openb 21:27 ## Openbaring 21 _De nieuwe hemel en de nieuwe aarde, het nieuwe Jeruzalem, de bruid van het Lam: haar muren, poorten en maten_ ### Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde **21:1** En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde zijn weggegaan, en de zee is er niet meer. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | εἶδον (eidon) = ik zag | οὐρανὸν (ouranon) = hemel | καινὸν (kainon) = nieuwe | καὶ (kai) = en | γῆν (gen) = aarde | καινήν (kainen) = nieuwe | ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | πρῶτος (protos) = eerste | οὐρανὸς (ouranos) = hemel | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | πρώτη (prote) = eerste | γῆ (ge) = aarde | ἀπῆλθαν (apelthan) = gingen weg | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | θάλασσα (thalassa) = zee | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἔτι (eti) = meer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καινός (kainos), ‘nieuw’: nieuw van aard, niet alleen later in de tijd; hetzelfde woord als in ‘een nieuwe naam’ (2:17, 3:12) en ‘een nieuw lied’ (5:9). ἀπῆλθαν (apelthan), ‘zijn weggegaan’: de eerste hemel en de eerste aarde. ‘De zee is er niet meer’: de zee waaruit het beest opkwam (13:1). Vergelijk Jes. 65:17 en Jes. 66:22, en 2 Petr. 3:13. Voetnoot : Zie ook Jes. 65:17; Jes. 66:22; 2 Petr. 3:13; Openb. 13:1. Zie ook: Jes 65:17; Jes 66:22; 2 Petr 3:13; Openb 13:1 **21:2** En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, neerdalen uit de hemel, van Elohim, toebereid als een bruid, getooid voor haar man. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | πόλιν (polin) = stad | τὴν (ten) = de | ἁγίαν (hagian) = heilige | Ἰερουσαλὴμ (Ierousalem) = Jeruzalem | καινὴν (kainen) = nieuwe | εἶδον (eidon) = ik zag | καταβαίνουσαν (katabainousan) = neerdalend | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡτοιμασμένην (hetoimasmenen) = toebereid | ὡς (hos) = als | νύμφην (nymphen) = bruid | κεκοσμημένην (kekosmemenen) = getooid | τῷ (to) = voor de | ἀνδρὶ (andri) = man | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: ‘Een nieuw Jeruzalem’: καινὴν (kainen) staat achter ‘Jeruzalem’ en hoort bij de stad; zie ook 3:12. ἡτοιμασμένην (hetoimasmenen), ‘toebereid’: zoals de bruid in 19:7. κεκοσμημένην (kekosmemenen), ‘getooid, versierd’. νύμφη (nymfe), ‘bruid’. Voetnoot : Zie ook Openb. 3:12; Openb. 19:7; Jes. 52:1; Jes. 61:10. Zie ook: Jes 52:1; Jes 61:10; Openb 3:12; Openb 19:7 **21:3** En ik hoorde een grote stem uit de troon zeggen: „Zie, de tent van Elohim is bij de mensen. Hij zal bij hen tenten, en zij zullen Zijn volkeren zijn, en Elohim Zelf zal bij hen zijn. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἤκουσα (ekousa) = ik hoorde | φωνῆς (phones) = stem | μεγάλης (megales) = grote | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | λεγούσης (legouses) = zeggend | Ἰδοὺ (Idou) = zie | ἡ (he) = de | σκηνὴ (skene) = tent | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μετὰ (meta) = met | τῶν (ton) = de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | καὶ (kai) = en | σκηνώσει (skenosei) = zal tenten | μετ’ (met’) = met | αὐτῶν (auton) = hen | καὶ (kai) = en | αὐτοὶ (autoi) = zij | λαοὶ (laoi) = volkeren | αὐτοῦ (autou) = van Hem | ἔσονται (esontai) = zullen zijn | καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = Hijzelf | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | μετ’ (met’) = met | αὐτῶν (auton) = hen | ἔσται (estai) = zal zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκηνή (skene), ‘tent’: de verblijfplaats; het werkwoord σκηνόω (skenoo), ‘tenten’, is gebaseerd op hetzelfde woord. Het Grieks heeft λαοί (laoi), ‘volkeren’, in het meervoud; wij schrijven ‘volkeren’ om het meervoud te laten zien; ἔθνη (ethne) is in 21:24 en 21:26 ‘volken’. Vergelijk Lev. 26:11–12; Ezech. 37:27; Zach. 2:14–15. De woorden van de stem lopen door tot en met vers 4. Voetnoot : Zie ook Lev. 26:11; Lev. 26:12; Ezech. 37:27; Zach. 2:14; Openb. 7:15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij θρόνου (thronou), ‘troon’; λαοὶ (laoi), ‘volkeren’ en de woorden μετ’ αὐτῶν ἔσται (met auton estai), ‘met hen zal zijn’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Lev 26:11–12; Lev 26:12; Ezech 37:27; Zach 2:14–15; Openb 7:15; Openb 21:4 **21:4** En Hij zal elke traan uit hun ogen afwissen. En de dood zal er niet meer zijn. Noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er nog zijn. De eerste dingen zijn weggegaan.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐξαλείψει (exaleipsei) = zal afwissen | πᾶν (pan) = elke | δάκρυον (dakryon) = traan | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | ὀφθαλμῶν (ophthalmon) = ogen | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | οὐκ (ouk) = niet | ἔσται (estai) = zal zijn | ἔτι (eti) = meer | οὔτε (oute) = noch | πένθος (penthos) = rouw | οὔτε (oute) = noch | κραυγὴ (krauge) = geschreeuw | οὔτε (oute) = noch | πόνος (ponos) = pijn | οὐκ (ouk) = niet | ἔσται (estai) = zal zijn | ἔτι (eti) = meer | τὰ (ta) = de | πρῶτα (prota) = eerste dingen | ἀπῆλθαν (apelthan) = gingen weg Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξαλείφω (exaleifo), ‘afwissen, uitwissen’: zoals in 7:17. ‘De dood zal er niet meer zijn’: vergelijk Jes. 25:8. πένθος (penthos), ‘rouw’; κραυγή (krauge), ‘geschreeuw’; πόνος (ponos), ‘pijn’. ‘De eerste dingen’ (τὰ πρῶτα, ta prota): wat voorafging, zoals de eerste hemel en de eerste aarde in vers 1. Voetnoot : Zie ook Jes. 25:8; Jes. 65:19; Openb. 7:17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ἐκ (ek), ‘uit’ en ἔτι (eti), ‘meer’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 25:8; Jes 65:19; Openb 7:17; Openb 21:1 **21:5** En Hij die op de troon zit, zei: **„Zie, Ik maak alles nieuw.”** En Hij zegt: **„Schrijf, want deze woorden zijn trouw en waar.”** Brontekst: Καὶ (Kai) = En | εἶπεν (eipen) = zei | ὁ (ho) = Hij die | καθήμενος (kathemenos) = zit | ἐπὶ (epi) = op | τῷ (to) = de | θρόνῳ (throno) = troon | Ἰδοὺ (Idou) = zie | καινὰ (kaina) = nieuwe | ποιῶ (poio) = ik maak | πάντα (panta) = alles | καὶ (kai) = en | λέγει (legei) = Hij zegt | Γράψον (Grapson) = schrijf | ὅτι (hoti) = want | οὗτοι (houtoi) = deze | οἱ (hoi) = de | λόγοι (logoi) = woorden | πιστοὶ (pistoi) = trouw | καὶ (kai) = en | ἀληθινοί (alethinoi) = waar | εἰσιν (eisin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Hier spreekt Hij die op de troon zit zelf (vergelijk 1:8). καινά (kaina), ‘nieuw’: ‘Ik maak alles nieuw’, niet ‘Ik maak nieuwe dingen’. γράψον (grapson), ‘schrijf’: zoals in 1:19, 14:13 en 19:9. πιστός (pistos), ‘trouw’; ἀληθινός (alethinos), ‘waar’ (zoals in 3:14: ‘de trouwe en ware Getuige’). Vergelijk Jes. 43:19. Voetnoot : Zie ook Jes. 43:19; Openb. 1:19; Openb. 14:13; Openb. 19:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden καινὰ ποιῶ πάντα (kaina poio panta), ‘nieuwe ik maak alles’; λέγει (legei), ‘Hij zegt’ en de woorden πιστοὶ καὶ ἀληθινοί (pistoi kai alethinoi), ‘trouw en waar’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 43:19; Openb 1:19; Openb 14:13; Openb 19:9 **21:6** En Hij zei tot mij: **„Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Aan wie dorst heeft, zal Ik geven uit de bron van het water van het leven, om niet.** Brontekst: καὶ (kai) = en | εἶπέν (eipen) = zei | μοι (moi) = tot mij | Γέγοναν (Gegonan) = het is geschied | ἐγὼ (ego) = Ik | τὸ (to) = de | Ἄλφα (Alpha) = Alfa | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | Ὦ (O) = Omega | ἡ (he) = het | ἀρχὴ (arche) = begin | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τέλος (telos) = einde | ἐγὼ (ego) = Ik | τῷ (to) = aan hem die | διψῶντι (dipsonti) = dorst | δώσω (doso) = zal geven | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | πηγῆς (peges) = bron | τοῦ (tou) = van het | ὕδατος (hydatos) = water | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | δωρεάν (dorean) = om niet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γέγοναν (gegonan), ‘het is geschied’: het werkwoord γίνομαι (ginomai), ‘worden, geschieden’; vergelijk 16:17, ‘Het is geschied’. Het werkwoord staat hier in het meervoud (‘zij zijn geschied’), in 16:17 in het enkelvoud. ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde’: zoals in 1:8 en 22:13. Alfa en Omega zijn de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet. διψάω (dipsao), ‘dorst hebben’; πηγὴ τοῦ ὕδατος τῆς ζωῆς (pege tou hydatos tes zoes), ‘de bron van het water van het leven’: zie 7:17 en 22:1. δωρεάν (dorean), ‘om niet, voor niets’. Vergelijk Jes. 55:1; Joh. 4:10; Joh. 7:37. De rode tekst loopt door in de verzen 7 en 8. Voetnoot : Zie ook Jes. 55:1; Joh. 4:10; Joh. 7:37; Openb. 1:8; Openb. 7:17; Openb. 16:17; Openb. 22:1; Openb. 22:13. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden Γέγοναν ἐγὼ (gegonan ego), ‘het is geschied Ik’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 55:1; Joh 4:10; Joh 7:37; Openb 1:8; Openb 7:17; Openb 16:17; Openb 22:1; Openb 22:13 **21:7** **Wie overwint, zal deze dingen erven, en Ik zal hem tot Elohim zijn, en hij zal Mij tot zoon zijn.** Brontekst: ὁ (ho) = hij die | νικῶν (nikon) = overwint | κληρονομήσει (kleronomesei) = zal erven | ταῦτα (tauta) = deze dingen | καὶ (kai) = en | ἔσομαι (esomai) = Ik zal zijn | αὐτῷ (auto) = voor hem | θεὸς (theos) = Elohim | καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = hij | ἔσται (estai) = zal zijn | μοι (moi) = voor mij | υἱός (huios) = zoon Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νικάω (nikao), ‘overwinnen’: de belofte aan wie overwint (2:7, 2:11, 2:17, 2:26, 3:5, 3:12, 3:21). ‘Ik zal hem tot Elohim zijn, en hij zal Mij tot zoon zijn’: de taal van 2 Sam. 7:14 en Ps. 89:27–28. Het Grieks heeft ‘zoon’ (υἱός, huios), in het enkelvoud. Voetnoot : Zie ook 2 Sam. 7:14; Ps. 89:27; Openb. 2:7; Openb. 3:21. Zie ook: 2 Sam 7:14; Ps 89:27–28; Openb 2:7; Openb 3:21 **21:8** **Maar voor de lafaards en ongelovigen en met gruwel bevlekten, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars is hun deel in het meer dat brandt van vuur en zwavel. Dat is de tweede dood.”** Brontekst: τοῖς (tois) = aan de | δὲ (de) = maar | δειλοῖς (deilois) = lafaards | καὶ (kai) = en | ἀπίστοις (apistois) = ongelovigen | καὶ (kai) = en | ἐβδελυγμένοις (ebdelygmenois) = met gruwel bevlekten | καὶ (kai) = en | φονεῦσι (phoneusi) = moordenaars | καὶ (kai) = en | πόρνοις (pornois) = ontuchtplegers | καὶ (kai) = en | φαρμάκοις (pharmakois) = tovenaars | καὶ (kai) = en | εἰδωλολάτραις (eidololatrais) = afgodendienaars | καὶ (kai) = en | πᾶσι (pasi) = aan alle | τοῖς (tois) = de | ψευδέσιν (pseudesin) = leugenaars | τὸ (to) = het | μέρος (meros) = deel | αὐτῶν (auton) = hun | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | λίμνῃ (limne) = meer | τῇ (te) = dat | καιομένῃ (kaiomene) = brandt | πυρὶ (pyri) = met vuur | καὶ (kai) = en | θείῳ (theio) = zwavel | ὅ (ho) = wat | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | ὁ (ho) = de | δεύτερος (deuteros) = tweede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De lijst begint met δειλοῖς (deilois), ‘lafaards’: wie uit angst niet standhoudt. ἀπίστοις (apistois), ‘ongelovigen’; ἐβδελυγμένοις (ebdelygmenois), ‘met gruwel bevlekten’: wie door βδέλυγμα (bdelygma), ‘gruwel’, besmet zijn (17:4–5). φονεῦσι (foneusi), ‘moordenaars’; πόρνοις (pornois), ‘ontuchtplegers’; φαρμάκοις (farmakois), ‘tovenaars’; εἰδωλολάτραις (eidololatrais), ‘afgodendienaars’; ψευδέσιν (pseudesin), ‘leugenaars’. ‘Het meer dat brandt van vuur en zwavel’: zie 19:20 en 20:10. ‘De tweede dood’: zie 2:11, 20:6 en 20:14. Met dit vers eindigt de rode tekst die in vers 6 begon. Voetnoot : Zie ook Openb. 2:11; Openb. 17:4; Openb. 19:20; Openb. 20:10; Openb. 20:14; Openb. 22:15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀπίστοις (apistois), ‘ongelovigen’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 2:11; Openb 17:4; Openb 19:20; Openb 20:10; Openb 20:14; Openb 21:6; Openb 22:15 ### De bruid, de vrouw van het Lam **21:9** En een van de 7 engelen die de 7 schalen hadden, vol van de 7 laatste plagen, kwam en sprak met mij. Hij zei: „Kom, ik zal je de bruid laten zien, de vrouw van het Lam.” Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ἦλθεν (elthen) = kwam | εἷς (heis) = een | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | ἀγγέλων (angelon) = engelen | τῶν (ton) = die | ἐχόντων (echonton) = hadden | τὰς (tas) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | φιάλας (phialas) = schalen | τῶν (ton) = die | γεμόντων (gemonton) = vol waren | τῶν (ton) = de | ἑπτὰ (hepta) = 7 | πληγῶν (plegon) = plagen | τῶν (ton) = de | ἐσχάτων (eschaton) = laatste | καὶ (kai) = en | ἐλάλησεν (elalesen) = sprak | μετ’ (met’) = met | ἐμοῦ (emou) = mij | λέγων (legon) = zeggend | Δεῦρο (Deuro) = kom | δείξω (deixo) = ik zal laten zien | σοι (soi) = aan je | τὴν (ten) = de | νύμφην (nymphen) = bruid | τὴν (ten) = de | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Deze zin lijkt op 17:1: ook daar komt een van de 7 engelen die de 7 schalen hadden, om iets te laten zien. ‘De bruid, de vrouw van het Lam’ (τὴν νύμφην τὴν γυναῖκα τοῦ ἀρνίου): de bruid wordt hier ‘de vrouw’ genoemd; vergelijk 19:7. De engel zegt: ‘de bruid’, en wat Johannes ziet is de stad (vers 10). Voetnoot : Zie ook Openb. 17:1; Openb. 19:7. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden τῶν γεμόντων (ton gemonton), ‘die vol waren’ en de woorden νύμφην τὴν γυναῖκα (nymfen ten gynaika), ‘bruid de vrouw’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 17:1; Openb 19:7; Openb 21:10 **21:10** En hij voerde mij in de Geest weg naar een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad Jeruzalem, die neerdaalde uit de hemel, van Elohim. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀπήνεγκέν (apenenken) = voerde weg | με (me) = mij | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἐπὶ (epi) = op | ὄρος (oros) = berg | μέγα (mega) = grote | καὶ (kai) = en | ὑψηλόν (hypselon) = hoge | καὶ (kai) = en | ἔδειξέν (edeixen) = toonde | μοι (moi) = mij | τὴν (ten) = de | πόλιν (polin) = stad | τὴν (ten) = de | ἁγίαν (hagian) = heilige | Ἰερουσαλὴμ (Ierousalem) = Jeruzalem | καταβαίνουσαν (katabainousan) = neerdalend | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: ‘In de Geest’ (ἐν πνεύματι, en pneumati): zoals in 1:10, 4:2 en 17:3. ‘Een grote en hoge berg’: vergelijk Ezech. 40:2, waar ook een gezicht van een stad op een zeer hoge berg wordt gegeven. De stad is hier ‘de heilige stad Jeruzalem’; in vers 2 stond ‘een nieuw Jeruzalem’. Voetnoot : Zie ook Ezech. 40:2; Openb. 1:10; Openb. 4:2; Openb. 17:3; Openb. 21:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij πόλιν (polin), ‘stad’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ezech 40:2; Openb 1:10; Openb 4:2; Openb 17:3; Openb 21:2 **21:11** Zij had de heerlijkheid van Elohim. Haar lichtbron was gelijk aan een zeer kostbare steen, als een kristalheldere jaspis. Brontekst: ἔχουσαν (echousan) = hebbend | τὴν (ten) = de | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὁ (ho) = de | φωστὴρ (phoster) = lichtbron | αὐτῆς (autes) = haar | ὅμοιος (homoios) = gelijk | λίθῳ (litho) = aan steen | τιμιωτάτῳ (timiotato) = zeer kostbare | ὡς (hos) = als | λίθῳ (litho) = steen | ἰάσπιδι (iaspidi) = jaspis | κρυσταλλίζοντι (krystallizonti) = kristalhelder Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’: zoals in 15:8. φωστήρ (foster), ‘lichtbron, lichtgever’: dat wat licht geeft; het woord komt alleen hier in Openbaring voor, en in Fil. 2:15 voor de lichten in de wereld. De vergelijking is met ἴασπις (iaspis), ‘jaspis’, en κρυσταλλίζω (krystallizo), ‘kristalhelder zijn’: de jaspis is hier doorzichtig. Vergelijk 4:3, waar Hij die op de troon zit ‘als een jaspis’ is. Voetnoot : Zie ook Openb. 4:3; Openb. 15:8. Zie ook: Fil 2:15; Openb 4:3; Openb 15:8 **21:12** Zij had een grote en hoge muur, met 12 poorten, en bij de poorten 12 engelen, en namen die erop geschreven waren: de namen van de 12 stammen van de zonen van Israël. Brontekst: ἔχουσα (echousa) = hebbend | τεῖχος (teichos) = muur | μέγα (mega) = grote | καὶ (kai) = en | ὑψηλόν (hypselon) = hoge | ἔχουσα (echousa) = hebbend | πυλῶνας (pylonas) = poorten | δώδεκα (dodeka) = 12 | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τοῖς (tois) = de | πυλῶσιν (pylosin) = poorten | ἀγγέλους (angelous) = engelen | δώδεκα (dodeka) = 12 | καὶ (kai) = en | ὀνόματα (onomata) = namen | ἐπιγεγραμμένα (epigegrammena) = opgeschreven | ἅ (ha) = die | ἐστιν (estin) = zijn | τῶν (ton) = van de | δώδεκα (dodeka) = 12 | φυλῶν (phylon) = stammen | υἱῶν (huion) = zonen | Ἰσραήλ (Israel) = van Israël Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De stad is een vierkant (vers 16) met 12 poorten, 3 aan elke kant (vers 13). ‘De 12 stammen van de zonen van Israël’: de namen staan op de poorten. Vergelijk Ezech. 48:30–35, waar de poorten van de stad de namen van de stammen van Israël dragen. Vergelijk 7:4–8. Voetnoot : Zie ook Ezech. 48:30; Ezech. 48:31; Ezech. 48:32; Ezech. 48:33; Ezech. 48:34; Ezech. 48:35; Openb. 7:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden τοῖς πυλῶσιν (tois pylosin), ‘de poorten’; ἐστιν (estin), ‘zijn’ en φυλῶν (fylon), ‘stammen’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ezech 48:30–35; Ezech 48:31; Ezech 48:32; Ezech 48:33; Ezech 48:34; Ezech 48:35; Openb 7:4; Openb 21:13; Openb 21:16 **21:13** Aan de oostkant drie poorten, aan de noordkant drie poorten, aan de zuidkant drie poorten en aan de westkant drie poorten. Brontekst: ἀπὸ (apo) = aan | ἀνατολῆς (anatoles) = oosten | πυλῶνες (pylones) = poorten | τρεῖς (treis) = drie | καὶ (kai) = en | ἀπὸ (apo) = aan | βορρᾶ (borra) = noorden | πυλῶνες (pylones) = poorten | τρεῖς (treis) = drie | καὶ (kai) = en | ἀπὸ (apo) = aan | νότου (notou) = zuiden | πυλῶνες (pylones) = poorten | τρεῖς (treis) = drie | καὶ (kai) = en | ἀπὸ (apo) = aan | δυσμῶν (dysmon) = westen | πυλῶνες (pylones) = poorten | τρεῖς (treis) = drie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De volgorde in het Grieks is: oosten, noorden, zuiden, westen. ἀνατολή (anatole), ‘opkomst’ (van de zon): het oosten; δυσμαί (dysmai), ‘ondergang’: het westen. Vergelijk Ezech. 48:31–34, waar elke kant 3 poorten heeft. Voetnoot : Zie ook Ezech. 48:31; Ezech. 48:32; Ezech. 48:33; Ezech. 48:34. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀνατολῆς (anatoles), ‘oosten’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ezech 48:31–34; Ezech 48:32; Ezech 48:33; Ezech 48:34 **21:14** En de muur van de stad had 12 funderingen, en daarop de 12 namen van de 12 apostelen van het Lam. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | τεῖχος (teichos) = muur | τῆς (tes) = van de | πόλεως (poleos) = stad | ἔχων (echon) = hebbend | θεμελίους (themelious) = funderingen | δώδεκα (dodeka) = 12 | καὶ (kai) = en | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῶν (auton) = hen | δώδεκα (dodeka) = 12 | ὀνόματα (onomata) = namen | τῶν (ton) = van de | δώδεκα (dodeka) = 12 | ἀποστόλων (apostolon) = apostelen | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεμέλιος (themelios), ‘fundering’. ‘De 12 apostelen van het Lam’: het Grieks noemt hier de twaalf bij hun naam niet. Vergelijk Ef. 2:20, waar de gemeente is gebouwd op de fundering van de apostelen en profeten. Voetnoot : Zie ook Ef. 2:20; Matt. 10:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἔχων (echon), ‘hebbend’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 10:2; Ef 2:20 ### De maten van de stad **21:15** En hij die met mij sprak, had als maat een gouden rietstok, om de stad te meten en haar poorten en haar muur. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ὁ (ho) = hij die | λαλῶν (lalon) = sprak | μετ’ (met’) = met | ἐμοῦ (emou) = mij | εἶχεν (eichen) = had | μέτρον (metron) = maat | κάλαμον (kalamon) = rietstok | χρυσοῦν (chrysoun) = gouden | ἵνα (hina) = opdat | μετρήσῃ (metrese) = hij zou meten | τὴν (ten) = de | πόλιν (polin) = stad | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | πυλῶνας (pylonas) = poorten | αὐτῆς (autes) = haar | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | τεῖχος (teichos) = muur | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μέτρον (metron), ‘maat’; κάλαμος (kalamos), ‘rietstok’: een riet dat als maatstaf gebruikt werd; zie ook 11:1, waar Johannes een rietstok krijgt, en Ezech. 40:3, waar de man een meetsnoer en een meetriet heeft. Hier is de rietstok van goud. Voetnoot : Zie ook Ezech. 40:3; Zach. 2:5; Openb. 11:1. Zie ook: Ezech 40:3; Zach 2:5; Openb 11:1 **21:16** En de stad ligt vierkant, en haar lengte is even groot als haar breedte. En hij mat de stad met de rietstok: 12.000 stadiën. De lengte en de breedte en haar hoogte zijn gelijk. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | πόλις (polis) = stad | τετράγωνος (tetragonos) = vierkant | κεῖται (keitai) = ligt | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | μῆκος (mekos) = lengte | αὐτῆς (autes) = haar | ὅσον (hoson) = zoveel als | τὸ (to) = de | πλάτος (platos) = breedte | καὶ (kai) = en | ἐμέτρησεν (emetresen) = mat | τὴν (ten) = de | πόλιν (polin) = stad | τῷ (to) = met de | καλάμῳ (kalamo) = rietstok | ἐπὶ (epi) = tot | σταδίους (stadious) = stadiën | δώδεκα (dodeka) = 12 | χιλιάδων (chiliadon) = duizendtallen | τὸ (to) = de | μῆκος (mekos) = lengte | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | πλάτος (platos) = breedte | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ὕψος (hypsos) = hoogte | αὐτῆς (autes) = haar | ἴσα (isa) = gelijk | ἐστίν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τετράγωνος (tetragonos), ‘vierkant’. Het Grieks heeft ‘12 duizendtallen stadiën’: 12.000 stadiën. Een stadie is ongeveer 185 m; 12.000 stadiën zijn dan ongeveer 2200 km. Het Grieks zegt niet duidelijk of dit de omtrek van de stad is of de lengte van elke zijde; wij vertalen wat er staat: ‘12.000 stadiën’ en laten ‘lengte, breedte, hoogte’ gelijk zijn (ἴσα, isa). Wij rekenen niet verder. Vergelijk Ezech. 48:16, waar de stad 4500 maten is aan elke zijde. Voetnoot : Zie ook Ezech. 48:16; Ezech. 48:30–35. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ὅσον (hoson), ‘zoveel als’; σταδίους (stadious), ‘stadiën’ en χιλιάδων (chiliadon), ‘duizendtallen’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ezech 48:16; Ezech 48:30–35 **21:17** En hij mat haar muur: 144 el, een mensenmaat, dat is een engelenmaat. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐμέτρησεν (emetresen) = mat | τὸ (to) = de | τεῖχος (teichos) = muur | αὐτῆς (autes) = haar | ἑκατὸν (hekaton) = 100 | τεσσεράκοντα (tesserakonta) = 40 | τεσσάρων (tessaron) = 4 | πηχῶν (pechon) = el | μέτρον (metron) = maat | ἀνθρώπου (anthropou) = van mens | ὅ (ho) = wat | ἐστιν (estin) = is | ἀγγέλου (angelou) = van engel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πῆχυς (pechys), ‘el’: de afstand van de elleboog tot de top van de middelvinger, ongeveer 45 cm; 144 el zijn dan ongeveer 65 m. Het Grieks zegt niet of dit de hoogte of de dikte van de muur is; wij vertalen wat er staat. ‘Een mensenmaat, dat is een engelenmaat’ (μέτρον ἀνθρώπου, ὅ ἐστιν ἀγγέλου): de maat die de engel gebruikt, is een menselijke maat. 144 is 12 × 12. ### De muur, de funderingen en de poorten **21:18** En de bouw van haar muur was jaspis, en de stad was zuiver goud, gelijk aan zuiver glas. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἐνδώμησις (endomesis) = bouw | τοῦ (tou) = van de | τείχους (teichous) = muur | αὐτῆς (autes) = haar | ἴασπις (iaspis) = jaspis | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | πόλις (polis) = stad | χρυσίον (chrysion) = goud | καθαρὸν (katharon) = zuiver | ὅμοιον (homoion) = gelijk | ὑάλῳ (hyalo) = aan glas | καθαρῷ (katharo) = zuiver Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνδώμησις (endomesis), ‘bouw, bouwwerk’: in het Nieuwe Testament komt het woord alleen hier voor; het gaat om het materiaal waarmee de muur is opgetrokken. ἴασπις (iaspis), ‘jaspis’. χρυσίον καθαρόν (chrysion katharon), ‘zuiver goud’; ὕαλος (hyalos), ‘glas’: zoals ‘een glazen zee’ in 4:6. Het glas is ‘zuiver’, en ‘doorschijnend’ in vers 21. Voetnoot : Zie ook Openb. 4:6; Openb. 21:11; Openb. 21:21. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καὶ (kai), ‘en’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 4:6; Openb 21:11; Openb 21:21 **21:19** De funderingen van de muur van de stad waren getooid met alle soorten kostbare steen: de eerste fundering was jaspis, de tweede saffier, de derde chalcedoon, de vierde smaragd, Brontekst: οἱ (hoi) = de | θεμέλιοι (themelioi) = funderingen | τοῦ (tou) = van de | τείχους (teichous) = muur | τῆς (tes) = van de | πόλεως (poleos) = stad | παντὶ (panti) = met elke | λίθῳ (litho) = steen | τιμίῳ (timio) = kostbare | κεκοσμημένοι (kekosmemenoi) = getooid | ὁ (ho) = de | θεμέλιος (themelios) = fundering | ὁ (ho) = de | πρῶτος (protos) = eerste | ἴασπις (iaspis) = jaspis | ὁ (ho) = de | δεύτερος (deuteros) = tweede | σάπφιρος (sapphiros) = saffier | ὁ (ho) = de | τρίτος (tritos) = derde | χαλκηδών (chalkedon) = chalcedoon | ὁ (ho) = de | τέταρτος (tetartos) = vierde | σμάραγδος (smaragdos) = smaragd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De 12 stenen: ἴασπις, σάπφιρος, χαλκηδών, σμάραγδος (vers 19), σαρδόνυξ, σάρδιον, χρυσόλιθος, βήρυλλος, τοπάζιον, χρυσόπρασος, ὑάκινθος, ἀμέθυστος (vers 20). Wij geven de gangbare Nederlandse namen weer; bij sommige is niet zeker welke steen de Griekse naam bedoelt, want de oude namen van stenen komen niet altijd overeen met de onze. Vergelijk de 12 stenen op de borstplaat van de hogepriester in Exod. 28:17–20; in onze vertaling daar staan de stenen in een andere volgorde en met deels andere namen. Voetnoot : Zie ook Exod. 28:17; Exod. 28:18; Exod. 28:19; Exod. 28:20; Jes. 54:11–12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οἱ (hoi), ‘de’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 28:17–20; Ex 28:18; Ex 28:19; Ex 28:20; Jes 54:11–12; Openb 21:20 **21:20** de vijfde sardonyx, de zesde sardius, de zevende chrysoliet, de achtste beril, de negende topaas, de tiende chrysopraas, de elfde hyacint, de twaalfde amethist. Brontekst: ὁ (ho) = de | πέμπτος (pemptos) = vijfde | σαρδόνυξ (sardonyx) = sardonyx | ὁ (ho) = de | ἕκτος (hektos) = zesde | σάρδιον (sardion) = sardius | ὁ (ho) = de | ἕβδομος (hebdomos) = zevende | χρυσόλιθος (chrysolithos) = chrysoliet | ὁ (ho) = de | ὄγδοος (ogdoos) = achtste | βήρυλλος (beryllos) = beril | ὁ (ho) = de | ἔνατος (enatos) = negende | τοπάζιον (topazion) = topaas | ὁ (ho) = de | δέκατος (dekatos) = tiende | χρυσόπρασος (chrysoprasos) = chrysopraas | ὁ (ho) = de | ἑνδέκατος (hendekatos) = elfde | ὑάκινθος (hyakinthos) = hyacint | ὁ (ho) = de | δωδέκατος (dodekatos) = twaalfde | ἀμέθυστος (amethystos) = amethist Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie de Uitleg bij vers 19. De opsomming loopt van vers 19 door; de rangtelwoorden (de vijfde tot en met de twaalfde) staan hier in letters. Voetnoot : Zie ook Exod. 28:17–20; Openb. 21:19. Zie ook: Ex 28:17–20; Openb 21:19 **21:21** En de 12 poorten waren 12 parels, elke poort afzonderlijk was uit één parel. En de straat van de stad was zuiver goud, als doorschijnend glas. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | δώδεκα (dodeka) = 12 | πυλῶνες (pylones) = poorten | δώδεκα (dodeka) = 12 | μαργαρῖται (margaritai) = parels | ἀνὰ (ana) = elk | εἷς (heis) = een | ἕκαστος (hekastos) = ieder | τῶν (ton) = van de | πυλώνων (pylonon) = poorten | ἦν (en) = was | ἐξ (ex) = uit | ἑνὸς (henos) = één | μαργαρίτου (margaritou) = parel | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | πλατεῖα (plateia) = straat | τῆς (tes) = van de | πόλεως (poleos) = stad | χρυσίον (chrysion) = goud | καθαρὸν (katharon) = zuiver | ὡς (hos) = als | ὕαλος (hyalos) = glas | διαυγής (diauges) = doorschijnend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μαργαρίτης (margarites), ‘parel’. ἀνὰ εἷς ἕκαστος (ana heis hekastos), ‘ieder afzonderlijk, één voor één’. πλατεῖα (plateia), ‘straat, brede weg’; het Grieks heeft het enkelvoud; vergelijk 22:2. διαυγής (diauges), ‘doorschijnend’: letterlijk ‘waar het licht doorheen komt’. Voetnoot : Zie ook Openb. 22:2; Jes. 54:12. Zie ook: Jes 54:12; Openb 22:2 ### Geen heiligdom: Elohim en het Lam **21:22** En ik zag geen heiligdom in haar, want Yahweh Elohim, de Almachtige, is haar heiligdom, en het Lam. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ναὸν (naon) = heiligdom | οὐκ (ouk) = niet | εἶδον (eidon) = ik zag | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar | ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | κύριος (kyrios) = Yahweh | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = de | παντοκράτωρ (pantokrator) = Almachtige | ναὸς (naos) = heiligdom | αὐτῆς (autes) = haar | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | ἀρνίον (arnion) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ναός (naos), ‘heiligdom’: in 11:1–2 en 15:5 is er een heiligdom; hier is het ‘de Heer, Elohim, de Almachtige’ zelf. Wij schrijven ‘Yahweh Elohim, de Almachtige’ (κύριος ὁ θεὸς ὁ παντοκράτωρ, kyrios ho theos ho pantokrator), zoals in 1:8 en 4:8. Het Lam staat naast Hem als heiligdom. Voetnoot : Zie ook Openb. 1:8; Openb. 4:8; Openb. 11:19; Openb. 15:5. Zie ook: Openb 1:8; Openb 4:8; Openb 11:19; Openb 15:5 **21:23** En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om op haar te schijnen, want de heerlijkheid van Elohim heeft haar verlicht, en haar lamp is het Lam. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | πόλις (polis) = stad | οὐ (ou) = niet | χρείαν (chreian) = behoefte | ἔχει (echei) = heeft | τοῦ (tou) = van de | ἡλίου (heliou) = zon | οὐδὲ (oude) = noch | τῆς (tes) = van de | σελήνης (selenes) = maan | ἵνα (hina) = opdat | φαίνωσιν (phainosin) = zij schijnen | αὐτῇ (aute) = op haar | ἡ (he) = de | γὰρ (gar) = want | δόξα (doxa) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐφώτισεν (ephotisen) = verlichtte | αὐτήν (auten) = haar | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | λύχνος (lychnos) = lamp | αὐτῆς (autes) = haar | τὸ (to) = het | ἀρνίον (arnion) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρεία (chreia), ‘behoefte, nodig hebben’. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’. λύχνος (lychnos), ‘lamp’: haar lamp is het Lam. Vergelijk Jes. 60:19–20, waar de zon en de maan niet meer nodig zijn omdat Yahweh het eeuwige licht is. Voetnoot : Zie ook Jes. 60:19; Jes. 60:20; Openb. 22:5. Zie ook: Jes 60:19–20; Jes 60:20; Openb 22:5 **21:24** En de volken zullen wandelen door haar licht, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid in haar. Brontekst: καὶ (kai) = en | περιπατήσουσιν (peripatesousin) = zullen wandelen | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = het | φωτὸς (photos) = licht | αὐτῆς (autes) = haar | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | βασιλεῖς (basileis) = koningen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | φέρουσιν (pherousin) = brengen | τὴν (ten) = de | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | αὐτῶν (auton) = hun | εἰς (eis) = in | αὐτήν (auten) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’. ‘Door haar licht’ (διὰ τοῦ φωτὸς αὐτῆς, dia tou fotos autes). ‘De koningen van de aarde’ brengen hun heerlijkheid: vergelijk Jes. 60:3 en Jes. 60:11, waar koningen en volken naar het licht van Jeruzalem komen. Voetnoot : Zie ook Jes. 60:3; Jes. 60:11; Ps. 72:10–11; Openb. 21:26. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden τὴν δόξαν αὐτῶν (ten doxan auton), ‘de heerlijkheid hun’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 72:10–11; Jes 60:3; Jes 60:11; Openb 21:26 **21:25** En haar poorten zullen overdag beslist niet gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | πυλῶνες (pylones) = poorten | αὐτῆς (autes) = haar | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | κλεισθῶσιν (kleisthosin) = zullen gesloten worden | ἡμέρας (hemeras) = overdag | νὺξ (nyx) = nacht | γὰρ (gar) = want | οὐκ (ouk) = niet | ἔσται (estai) = zal zijn | ἐκεῖ (ekei) = daar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οὐ μὴ κλεισθῶσιν (ou me kleisthosin), ‘zullen beslist niet gesloten worden’: de dubbele ontkenning is sterk. De poorten staan ‘overdag’ open, en ‘nacht zal er niet zijn’: dus altijd. Vergelijk Jes. 60:11 en Openb. 22:5. Voetnoot : Zie ook Jes. 60:11; Openb. 22:5. Zie ook: Jes 60:11; Openb 22:5 **21:26** En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de volken in haar brengen. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἴσουσιν (oisousin) = zullen brengen | τὴν (ten) = de | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | τιμὴν (timen) = eer | τῶν (ton) = van de | ἐθνῶν (ethnon) = volken | εἰς (eis) = in | αὐτήν (auten) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τιμή (time), ‘eer, kostbaarheid’: wat het meest waardevol is bij de volken. Vergelijk Jes. 60:5–6 en 60:11. Voetnoot : Zie ook Jes. 60:5; Jes. 60:6; Openb. 21:24. Zie ook: Jes 60:5–6; Jes 60:6; Jes 60:11; Openb 21:24 **21:27** En er zal beslist niets onreins in haar binnengaan, en niemand die gruwel en leugen doet, behalve zij die geschreven staan in het boek van het leven van het Lam. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | εἰσέλθῃ (eiselthe) = zal binnengaan | εἰς (eis) = in | αὐτὴν (auten) = haar | πᾶν (pan) = alles | κοινὸν (koinon) = onreins | καὶ (kai) = en | ποιῶν (poion) = doend | βδέλυγμα (bdelygma) = gruwel | καὶ (kai) = en | ψεῦδος (pseudos) = leugen | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | οἱ (hoi) = de | γεγραμμένοι (gegrammenoi) = geschrevenen | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | βιβλίῳ (biblio) = boek | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοινός (koinos), ‘gewoon, onrein’: wat gemeen is, het tegengestelde van heilig. βδέλυγμα (bdelygma), ‘gruwel’; ψεῦδος (pseudos), ‘leugen’. ‘Het boek van het leven van het Lam’: zie 13:8 en 20:12. Vergelijk Jes. 52:1 en Jes. 35:8. Voetnoot : Zie ook Jes. 35:8; Jes. 52:1; Openb. 13:8; Openb. 20:12; Openb. 22:14; Openb. 22:15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ποιῶν (poion), ‘doend’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 35:8; Jes 52:1; Openb 13:8; Openb 20:12; Openb 22:14; Openb 22:15 ## Openbaring 22 _De rivier van het water van het leven, de boom van het leven, de engel weigert dat Johannes zich neerbuigt, ‘Ik kom spoedig’ en de slotwoorden_ ### De rivier van het water van het leven **22:1** En hij toonde mij een rivier van water van het leven, glanzend als kristal, uitgaand van de troon van Elohim en van het Lam. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | ἔδειξέν (edeixen) = toonde | μοι (moi) = mij | ποταμὸν (potamon) = rivier | ὕδατος (hydatos) = van water | ζωῆς (zoes) = van leven | λαμπρὸν (lampron) = glanzend | ὡς (hos) = als | κρύσταλλον (krystallon) = kristal | ἐκπορευόμενον (ekporeuomenon) = uitgaand | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θρόνου (thronou) = troon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ποταμὸς ὕδατος ζωῆς (potamos hydatos zoes), ‘een rivier van water van leven’: het water van het leven, zoals in 21:6 en 7:17. λαμπρός (lampros), ‘glanzend’; κρύσταλλος (krystallos), ‘kristal’. De rivier komt uit de troon van Elohim en van het Lam: één troon (zie vers 3). Vergelijk Ezech. 47:1–12; Zach. 14:8; Gen. 2:10. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:10; Ezech. 47:1; Zach. 14:8; Openb. 7:17; Openb. 21:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ποταμὸν (potamon), ‘rivier’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 2:10; Ezech 47:1–12; Zach 14:8; Openb 7:17; Openb 21:6; Openb 22:3 **22:2** In het midden van haar straat, en aan deze en gene kant van de rivier, is een boom van het leven, die 12 vruchten voortbrengt en elke maand zijn vrucht oplevert. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de volken. Brontekst: ἐν (en) = in | μέσῳ (meso) = midden | τῆς (tes) = van de | πλατείας (plateias) = straat | αὐτῆς (autes) = haar | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van de | ποταμοῦ (potamou) = rivier | ἐντεῦθεν (enteuthen) = aan deze kant | καὶ (kai) = en | ἐκεῖθεν (ekeithen) = aan gene kant | ξύλον (xylon) = boom | ζωῆς (zoes) = van leven | ποιοῦν (poioun) = voortbrengend | καρποὺς (karpous) = vruchten | δώδεκα (dodeka) = 12 | κατὰ (kata) = per | μῆνα (mena) = maand | ἕκαστον (hekaston) = elke | ἀποδιδοῦν (apodidoun) = opleverend | τὸν (ton) = de | καρπὸν (karpon) = vrucht | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | φύλλα (phylla) = bladeren | τοῦ (tou) = van de | ξύλου (xylou) = boom | εἰς (eis) = tot | θεραπείαν (therapeian) = genezing | τῶν (ton) = van de | ἐθνῶν (ethnon) = volken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks is moeilijk te ordenen: ‘in het midden van haar straat, en van de rivier aan deze kant en aan gene kant’. De boom staat dus ofwel in het midden van de straat, met de rivier aan beide zijden, ofwel aan beide oevers van de rivier. Wij laten dat zoals het Grieks het laat. ξύλον ζωῆς (xylon zoes), ‘boom van het leven’: ξύλον is eigenlijk ‘hout’ of ‘boom’; zie Gen. 2:9 en Gen. 3:22. Het Grieks heeft ‘12 vruchten’ en voegt toe dat de boom ‘elke maand’ zijn vrucht oplevert; het zegt niet dat het om 12 soorten gaat. θεραπεία (therapeia), ‘genezing’. Vergelijk Ezech. 47:12. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:9; Gen. 3:22; Ezech. 47:12; Spr. 3:18; Openb. 2:7. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀποδιδοῦν (apodidoun), ‘opleverend’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 2:9; Gen 3:22; Spr 3:18; Ezech 47:12; Openb 2:7 **22:3** En er zal geen vervloeking meer zijn. En de troon van Elohim en van het Lam zal in haar zijn, en Zijn knechten zullen Hem dienen, Brontekst: καὶ (kai) = en | πᾶν (pan) = elke | κατάθεμα (katathema) = vervloeking | οὐκ (ouk) = niet | ἔσται (estai) = zal zijn | ἔτι (eti) = meer | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | θρόνος (thronos) = troon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van het | ἀρνίου (arniou) = Lam | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar | ἔσται (estai) = zal zijn | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | δοῦλοι (douloi) = knechten | αὐτοῦ (autou) = Zijn | λατρεύσουσιν (latreusousin) = zullen dienen | αὐτῷ (auto) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατάθεμα (katathema), ‘vervloeking’: iets of iemand die onder de ban valt; vergelijk Zach. 14:11, ‘de ban zal er niet meer zijn’. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’ (met eerbied, als in de eredienst); zie ook 7:15. ‘Zijn knechten’ (δοῦλοι, douloi): zoals in 1:1. Voetnoot : Zie ook Zach. 14:11; Openb. 1:1; Openb. 7:15. Zie ook: Zach 14:11; Openb 1:1; Openb 7:15 **22:4** en zij zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn naam zal op hun voorhoofden zijn. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὄψονται (opsontai) = zullen zien | τὸ (to) = het | πρόσωπον (prosopon) = aangezicht | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐπὶ (epi) = op | τῶν (ton) = de | μετώπων (metopon) = voorhoofden | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Zij zullen Zijn aangezicht zien’: vergelijk Ps. 17:15; Matt. 5:8. ‘Zijn naam op hun voorhoofden’: tegenover het merkteken van het beest (13:16) en het zegel van Elohim (7:3, 14:1). Voetnoot : Zie ook Ps. 17:15; Matt. 5:8; Openb. 3:12; Openb. 7:3; Openb. 13:16; Openb. 14:1. Zie ook: Ps 17:15; Mat 5:8; Openb 3:12; Openb 7:3; Openb 13:16; Openb 14:1 **22:5** En er zal geen nacht meer zijn, en zij hebben geen licht van een lamp nodig, en geen licht van de zon, want Yahweh Elohim zal over hen schijnen. En zij zullen regeren tot in de eeuwen van de eeuwen. Brontekst: καὶ (kai) = en | νὺξ (nyx) = nacht | οὐκ (ouk) = niet | ἔσται (estai) = zal zijn | ἔτι (eti) = meer | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἔχουσιν (echousin) = hebben | χρείαν (chreian) = behoefte | φωτὸς (photos) = aan licht | λύχνου (lychnou) = van lamp | καὶ (kai) = en | φῶς (phos) = licht | ἡλίου (heliou) = van zon | ὅτι (hoti) = want | κύριος (kyrios) = Yahweh | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | φωτίσει (photisei) = zal verlichten | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτούς (autous) = hen | καὶ (kai) = en | βασιλεύσουσιν (basileusousin) = zullen regeren | εἰς (eis) = tot in | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Er zal geen nacht meer zijn’: vergelijk 21:25. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’: zoals in 21:23. ‘Zullen regeren tot in de eeuwen van de eeuwen’: vergelijk 20:4–6 en Dan. 7:18. ‘Yahweh Elohim’ (κύριος ὁ θεός, kyrios ho theos): zoals in 21:22. Voetnoot : Zie ook Jes. 60:19; Dan. 7:18; Openb. 20:4; Openb. 21:23; Openb. 21:25. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ἔτι (eti), ‘meer’; de woorden οὐκ ἔχουσιν χρείαν (ouk echousin chreian), ‘niet hebben behoefte’; φωτὸς (fotos), ‘aan licht’; φῶς (fos), ‘licht’ en ἐπ’ (ep), ‘over’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 60:19; Dan 7:18; Openb 20:4; Openb 21:23; Openb 21:25 ### De slotwoorden: ‘Ik kom spoedig’ **22:6** En hij zei tot mij: „Deze woorden zijn trouw en waar. En Yahweh Elohim van de geesten van de profeten heeft Zijn engel gezonden om aan Zijn knechten te tonen wat spoedig moet gebeuren.” Brontekst: Καὶ (Kai) = En | εἶπέν (eipen) = zei | μοι (moi) = tot mij | Οὗτοι (Houtoi) = deze | οἱ (hoi) = de | λόγοι (logoi) = woorden | πιστοὶ (pistoi) = trouw | καὶ (kai) = en | ἀληθινοί (alethinoi) = waar | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Yahweh | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τῶν (ton) = van de | πνευμάτων (pneumaton) = geesten | τῶν (ton) = van de | προφητῶν (propheton) = profeten | ἀπέστειλεν (apesteilen) = zond | τὸν (ton) = de | ἄγγελον (angelon) = engel | αὐτοῦ (autou) = Zijn | δεῖξαι (deixai) = om te tonen | τοῖς (tois) = aan de | δούλοις (doulois) = knechten | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἃ (ha) = wat | δεῖ (dei) = moet | γενέσθαι (genesthai) = gebeuren | ἐν (en) = in | τάχει (tachei) = haast Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Deze woorden zijn trouw en waar’: zoals in 21:5. ‘Yahweh Elohim van de geesten van de profeten’ (ὁ κύριος ὁ θεὸς τῶν πνευμάτων τῶν προφητῶν): ‘geesten’ is hier de geesten die de profeten bewogen hebben; vergelijk 1 Kor. 14:32 (‘de geesten van de profeten’). ‘Wat spoedig moet gebeuren’ (ἃ δεῖ γενέσθαι ἐν τάχει): zoals in 1:1. Het Grieks heeft geen aanhalingstekens; wij laten de engel spreken tot en met vers 6. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 14:32; Openb. 1:1; Openb. 21:5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij εἶπέν (eipen), ‘zei’ en ὁ (ho), ‘de’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kor 14:32; Openb 1:1; Openb 21:5 **22:7** **„En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.”** Brontekst: καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | ἔρχομαι (erchomai) = Ik kom | ταχύ (tachy) = spoedig | μακάριος (makarios) = gelukkig | ὁ (ho) = hij die | τηρῶν (teron) = bewaart | τοὺς (tous) = de | λόγους (logous) = woorden | τῆς (tes) = van de | προφητείας (propheteias) = profetie | τοῦ (tou) = van het | βιβλίου (bibliou) = boek | τούτου (toutou) = dit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks geeft niet aan wie spreekt. De woorden ‘Ik kom spoedig’ zijn in vers 12 en vers 20 van Yeshua; wij zetten ze daarom ook hier in het rood. ‘Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart’: zoals in 1:3. τηρέω (tereo), ‘bewaren’. Vergelijk 3:11. Voetnoot : Zie ook Openb. 1:3; Openb. 3:11; Openb. 22:12; Openb. 22:20. Zie ook: Openb 1:3; Openb 3:11; Openb 22:12; Openb 22:20 ### De engel weigert dat Johannes zich neerbuigt **22:8** En ik, Johannes, ben degene die dit hoort en ziet. En toen ik het hoorde en zag, viel ik neer om mij neer te buigen voor de voeten van de engel die mij dit toonde. Brontekst: Κἀγὼ (Kago) = En ik | Ἰωάννης (Ioannes) = Johannes | ὁ (ho) = de | ἀκούων (akouon) = horende | καὶ (kai) = en | βλέπων (blepon) = ziende | ταῦτα (tauta) = deze dingen | καὶ (kai) = en | ὅτε (hote) = toen | ἤκουσα (ekousa) = ik hoorde | καὶ (kai) = en | ἔβλεψα (eblepsa) = ik zag | ἔπεσα (epesa) = ik viel | προσκυνῆσαι (proskynesai) = om neer te buigen | ἔμπροσθεν (emprosthen) = voor | τῶν (ton) = de | ποδῶν (podon) = voeten | τοῦ (tou) = van de | ἀγγέλου (angelou) = engel | τοῦ (tou) = die | δεικνύοντός (deiknyontos) = toonde | μοι (moi) = mij | ταῦτα (tauta) = deze dingen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Ik, Johannes’: zoals in 1:9. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: ook Johannes buigt zich neer; vergelijk 19:10, waar hetzelfde gebeurt. De engel weigert in vers 9. Voetnoot : Zie ook Openb. 1:9; Openb. 19:10. Zie ook: Openb 1:9; Openb 19:10; Openb 22:9 **22:9** En hij zegt tegen mij: „Doe het niet! Ik ben een medeknecht van jou en van je broers, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek bewaren. Buig je neer voor Elohim!” Brontekst: καὶ (kai) = en | λέγει (legei) = zegt | μοι (moi) = mij | Ὅρα (Hora) = zie toe | μή (me) = niet | σύνδουλός (syndoulos) = medeknecht | σού (sou) = van jou | εἰμι (eimi) = ik ben | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van de | ἀδελφῶν (adelphon) = broers | σου (sou) = van jou | τῶν (ton) = van de | προφητῶν (propheton) = profeten | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van de | τηρούντων (terounton) = bewarenden | τοὺς (tous) = de | λόγους (logous) = woorden | τοῦ (tou) = van het | βιβλίου (bibliou) = boek | τούτου (toutou) = dit | τῷ (to) = voor de | θεῷ (theo) = Elohim | προσκύνησον (proskyneson) = buig je neer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅρα μή (hora me), ‘doe het niet!’: letterlijk ‘pas op, niet’. σύνδουλος (syndoulos), ‘medeknecht’. ‘Buig je neer voor Elohim’ (τῷ θεῷ προσκύνησον): zoals in 19:10; wij vertalen προσκυνέω hier niet als ‘aanbidden’ maar als ‘zich neerbuigen’. De engel noemt zich medeknecht van Johannes, van zijn broers, de profeten, en van wie de woorden van dit boek bewaren. Voetnoot : Zie ook Openb. 19:10; Openb. 22:7. Zie ook: Openb 19:10; Openb 22:7 **22:10** En hij zegt tegen mij: „Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij. Brontekst: Καὶ (Kai) = En | λέγει (legei) = zegt | μοι (moi) = mij | Μὴ (Me) = niet | σφραγίσῃς (sphragises) = verzegel | τοὺς (tous) = de | λόγους (logous) = woorden | τῆς (tes) = van de | προφητείας (propheteias) = profetie | τοῦ (tou) = van het | βιβλίου (bibliou) = boek | τούτου (toutou) = dit | ὁ (ho) = de | καιρὸς (kairos) = tijd | γὰρ (gar) = want | ἐγγύς (engys) = nabij | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σφραγίζω (sfragizo), ‘verzegelen’: dit boek wordt niet verzegeld; vergelijk Dan. 12:4 (‘verzegel het boek’) en Openb. 10:4. ὁ καιρὸς ἐγγύς (ho kairos eggus), ‘de tijd is nabij’: zoals in 1:3. Voetnoot : Zie ook Dan. 12:4; Openb. 1:3; Openb. 10:4. Zie ook: Dan 12:4; Openb 1:3; Openb 10:4 **22:11** Wie onrecht doet, laat hij nog onrecht doen, en wie vuil is, laat hij nog vuil worden, en wie rechtvaardig is, laat hij nog gerechtigheid doen, en wie heilig is, laat hij nog geheiligd worden.” Brontekst: ὁ (ho) = de | ἀδικῶν (adikon) = onrecht doende | ἀδικησάτω (adikesato) = laat onrecht doen | ἔτι (eti) = nog | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ῥυπαρὸς (rhyparos) = vuile | ῥυπαρευθήτω (rhypareutheto) = laat vuil worden | ἔτι (eti) = nog | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | δίκαιος (dikaios) = rechtvaardige | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | ποιησάτω (poiesato) = laat doen | ἔτι (eti) = nog | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ἅγιος (hagios) = heilige | ἁγιασθήτω (hagiastheto) = laat geheiligd worden | ἔτι (eti) = nog Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De opdrachten zijn in het Grieks in de gebiedende wijs van de derde persoon: ‘laat hij nog onrecht doen’. ἀδικέω (adikeo), ‘onrecht doen’; ῥυπαρός (rhyparos), ‘vuil’; δίκαιος (dikaios), ‘rechtvaardig’; ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’. Vergelijk Dan. 12:10. De woorden ‘nog’ (ἔτι, eti) staan bij elk van de vier. Voetnoot : Zie ook Dan. 12:10; Openb. 22:15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ῥυπαρευθήτω (rhypareutheto), ‘laat vuil worden’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 12:10; Openb 22:15 ### Yeshua spreekt: ‘Ik kom spoedig’ **22:12** **„Zie, Ik kom spoedig, en Mijn loon is met Mij, om aan ieder te geven zoals zijn werk is.** Brontekst: Ἰδοὺ (Idou) = zie | ἔρχομαι (erchomai) = Ik kom | ταχύ (tachy) = spoedig | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | μισθός (misthos) = loon | μου (mou) = Mijn | μετ’ (met’) = met | ἐμοῦ (emou) = Mij | ἀποδοῦναι (apodounai) = om te geven | ἑκάστῳ (hekasto) = aan ieder | ὡς (hos) = zoals | τὸ (to) = het | ἔργον (ergon) = werk | ἐστὶν (estin) = is | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vanaf hier spreekt Yeshua zelf: ‘Zie, Ik kom spoedig’ (zie vers 7 en vers 20). ‘Mijn loon is met Mij’: vergelijk Jes. 40:10; Jes. 62:11. ‘Aan ieder te geven zoals zijn werk is’: vergelijk Ps. 62:13; Spr. 24:12; Jer. 17:10; Rom. 2:6 en Openb. 20:12–13. De aanhaling loopt door in vers 13. Voetnoot : Zie ook Jes. 40:10; Jes. 62:11; Ps. 62:13; Spr. 24:12; Jer. 17:10; Rom. 2:6; Openb. 20:12; Openb. 22:7. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐστὶν (estin), ‘is’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 62:13; Spr 24:12; Jes 40:10; Jes 62:11; Jer 17:10; Rom 2:6; Openb 20:12–13; Openb 22:7; Openb 22:13; Openb 22:20 **22:13** **Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde.”** Brontekst: ἐγὼ (ego) = Ik | τὸ (to) = de | Ἄλφα (Alpha) = Alfa | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | Ὦ (O) = Omega | ὁ (ho) = de | πρῶτος (protos) = eerste | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ἔσχατος (eschatos) = laatste | ἡ (he) = het | ἀρχὴ (arche) = begin | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τέλος (telos) = einde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde’: zie 1:8, 1:17, 2:8 en 21:6. Vergelijk Jes. 44:6 en Jes. 48:12. Voetnoot : Zie ook Jes. 44:6; Jes. 48:12; Openb. 1:8; Openb. 1:17; Openb. 2:8; Openb. 21:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ἡ (he), ‘het’ en τὸ (to), ‘het’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 44:6; Jes 48:12; Openb 1:8; Openb 1:17; Openb 2:8; Openb 21:6 **22:14** Gelukkig zij die hun gewaden wassen, opdat zij recht zullen hebben op de boom van het leven en door de poorten de stad mogen binnengaan. Brontekst: Μακάριοι (Makarioi) = gelukkig | οἱ (hoi) = zij die | πλύνοντες (plynontes) = wassen | τὰς (tas) = de | στολὰς (stolas) = gewaden | αὐτῶν (auton) = hun | ἵνα (hina) = opdat | ἔσται (estai) = zal zijn | ἡ (he) = het | ἐξουσία (exousia) = recht | αὐτῶν (auton) = hun | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = de | ξύλον (xylon) = boom | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | καὶ (kai) = en | τοῖς (tois) = aan de | πυλῶσιν (pylosin) = poorten | εἰσέλθωσιν (eiselthosin) = zij binnengaan | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | πόλιν (polin) = stad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλύνω (plyno), ‘wassen’; στολή (stole), ‘gewaad, lang kleed’. Vergelijk 7:14, waar zij hun gewaden hebben gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam. ἐξουσία (exousia), ‘recht, gezag’: het recht op de boom van het leven, zie vers 2. ‘De poorten’: zie 21:12–13, 21:21 en 21:25. Voetnoot : Zie ook Openb. 2:7; Openb. 7:14; Openb. 21:12; Openb. 21:25. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij de woorden πλύνοντες τὰς στολὰς αὐτῶν (plynontes tas stolas auton), ‘wassen de gewaden hun’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Openb 2:7; Openb 7:14; Openb 21:12; Openb 21:25; Openb 22:2 **22:15** Buiten zijn de honden en de tovenaars en de ontuchtplegers en de moordenaars en de afgodendienaars en ieder die een leugen liefheeft en doet. Brontekst: ἔξω (exo) = buiten | οἱ (hoi) = de | κύνες (kynes) = honden | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | φάρμακοι (pharmakoi) = tovenaars | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | πόρνοι (pornoi) = ontuchtplegers | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | φονεῖς (phoneis) = moordenaars | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | εἰδωλολάτραι (eidololatrai) = afgodendienaars | καὶ (kai) = en | πᾶς (pas) = ieder | φιλῶν (philon) = liefhebbend | καὶ (kai) = en | ποιῶν (poion) = doend | ψεῦδος (pseudos) = leugen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κύων (kyon), ‘hond’: een scheldwoord voor wie onrein is; vergelijk Deut. 23:19 en Fil. 3:2. De opsomming lijkt op 21:8 en 21:27: ‘tovenaars, ontuchtplegers, moordenaars, afgodendienaars’. ‘Een leugen liefhebben en doen’ (φιλῶν καὶ ποιῶν ψεῦδος, filon kai poion pseudos). Voetnoot : Zie ook Deut. 23:19; Fil. 3:2; Openb. 21:8; Openb. 21:27. Zie ook: Deut 23:19; Fil 3:2; Openb 21:8; Openb 21:27 ### Yeshua, de morgenster **22:16** **„Ik, Yeshua, heb Mijn engel gezonden om jullie deze dingen te getuigen over de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de stralende morgenster.”** Brontekst: Ἐγὼ (Ego) = Ik | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | ἔπεμψα (epempsa) = zond | τὸν (ton) = de | ἄγγελόν (angelon) = engel | μου (mou) = Mijn | μαρτυρῆσαι (martyresai) = om te getuigen | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ταῦτα (tauta) = deze dingen | ἐπὶ (epi) = over | ταῖς (tais) = de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | ἐγώ (ego) = Ik | εἰμι (eimi) = ben | ἡ (he) = de | ῥίζα (rhiza) = wortel | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | γένος (genos) = geslacht | Δαυίδ (Dauid) = van David | ὁ (ho) = de | ἀστὴρ (aster) = ster | ὁ (ho) = de | λαμπρός (lampros) = stralende | ὁ (ho) = de | πρωϊνός (proinos) = vroege Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Ik, Yeshua’: Hij noemt zichzelf bij de naam. ‘De gemeenten’ (ἐκκλησίαι, ekklesiai): de 7 gemeenten van hoofdstuk 2–3. ῥίζα (rhiza), ‘wortel’, en γένος (genos), ‘geslacht’: ‘de wortel en het geslacht van David’; vergelijk 5:5 en Jes. 11:1, 11:10. ἀστὴρ ὁ λαμπρὸς ὁ πρωϊνός (aster ho lampros ho proinos), ‘de stralende morgenster’: vergelijk 2:28 en Num. 24:17. Voetnoot : Zie ook Num. 24:17; Jes. 11:1; Jes. 11:10; Openb. 2:28; Openb. 5:5. Zie ook: Num 24:17; Jes 11:1; Jes 11:10; Openb 2:28; Openb 5:5 **22:17** En de Geest en de bruid zeggen: „Kom!” En wie hoort, laat hem zeggen: „Kom!” En wie dorst heeft, laat hij komen; wie wil, laat hij het water van het leven nemen, om niet. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | νύμφη (nymphe) = bruid | λέγουσιν (legousin) = zeggen | Ἔρχου (Erchou) = kom | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = hij die | ἀκούων (akouon) = hoort | εἰπάτω (eipato) = laat zeggen | Ἔρχου (Erchou) = kom | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = hij die | διψῶν (dipson) = dorst | ἐρχέσθω (erchestho) = laat komen | ὁ (ho) = hij die | θέλων (thelon) = wil | λαβέτω (labeto) = laat nemen | ὕδωρ (hydor) = water | ζωῆς (zoes) = van leven | δωρεάν (dorean) = om niet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De Geest en de bruid’: de bruid is de stad uit 21:2 en 21:9. ἔρχου (erchou), ‘kom’: de oproep richt zich tot Yeshua (vers 20), maar het Grieks zegt niet tot wie. Het tweede ‘kom’ komt van wie het hoort. ‘Wie dorst heeft … het water van het leven … om niet’: zoals in 21:6. Vergelijk Jes. 55:1. Voetnoot : Zie ook Jes. 55:1; Openb. 21:2; Openb. 21:6; Openb. 21:9; Openb. 22:20. Zie ook: Jes 55:1; Openb 21:2; Openb 21:6; Openb 21:9; Openb 22:20 ### Een waarschuwing bij dit boek **22:18** Ik getuig tegenover ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort. Als iemand aan deze dingen toevoegt, zal Elohim aan hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven staan. Brontekst: Μαρτυρῶ (Martyro) = getuig | ἐγὼ (ego) = ik | παντὶ (panti) = aan ieder | τῷ (to) = die | ἀκούοντι (akouonti) = hoort | τοὺς (tous) = de | λόγους (logous) = woorden | τῆς (tes) = van de | προφητείας (propheteias) = profetie | τοῦ (tou) = van het | βιβλίου (bibliou) = boek | τούτου (toutou) = dit | ἐάν (ean) = als | τις (tis) = iemand | ἐπιθῇ (epithe) = toevoegt | ἐπ’ (ep’) = aan | αὐτά (auta) = deze dingen | ἐπιθήσει (epithesei) = zal toevoegen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐπ’ (ep’) = aan | αὐτὸν (auton) = hem | τὰς (tas) = de | πληγὰς (plegas) = plagen | τὰς (tas) = die | γεγραμμένας (gegrammenas) = geschreven zijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | βιβλίῳ (biblio) = boek | τούτῳ (touto) = dit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks zegt niet wie hier spreekt (‘ik getuig’). Wij nemen Johannes aan, die in vers 8 ook ‘ik’ zei, en zetten de woorden zwart; het kan ook Yeshua zijn, die in vers 20 ‘Hij die dit getuigt’ heet. ἐπιτίθημι (epitithemi), ‘toevoegen, erop leggen’: wie iets toevoegt aan dit boek, krijgt de plagen die erin staan. Vergelijk Deut. 4:2 en Deut. 13:1 (Hebr. telling; NL 12:32). Wij vertalen letterlijk. Voetnoot : Zie ook Deut. 4:2; Deut. 13:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐπιθήσει (epithesei), ‘zal toevoegen’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Deut 4:2; Deut 13:1; Openb 22:8; Openb 22:20 **22:19** En als iemand iets wegneemt van de woorden van het boek van deze profetie, zal Elohim zijn deel wegnemen van de boom van het leven en uit de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven staan. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐάν (ean) = als | τις (tis) = iemand | ἀφέλῃ (aphele) = wegneemt | ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = de | λόγων (logon) = woorden | τοῦ (tou) = van het | βιβλίου (bibliou) = boek | τῆς (tes) = van de | προφητείας (propheteias) = profetie | ταύτης (tautes) = deze | ἀφελεῖ (aphelei) = zal wegnemen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὸ (to) = het | μέρος (meros) = deel | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | ξύλου (xylou) = boom | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | πόλεως (poleos) = stad | τῆς (tes) = de | ἁγίας (hagias) = heilige | τῶν (ton) = van de | γεγραμμένων (gegrammenon) = geschreven dingen | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | βιβλίῳ (biblio) = boek | τούτῳ (touto) = dit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀφαιρέω (afaireo), ‘wegnemen’. Het Grieks zegt dat Elohim zijn deel wegneemt ‘van de boom van het leven en uit de heilige stad’, dat is: van de dingen die in dit boek geschreven staan. Vergelijk Deut. 4:2 en Deut. 13:1 (Hebr. telling; NL 12:32). Wij vertalen letterlijk. Voetnoot : Zie ook Deut. 4:2; Deut. 13:1; Openb. 22:2; Openb. 22:14. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀφελεῖ (afelei), ‘zal wegnemen’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Deut 4:2; Deut 13:1; Openb 22:2; Openb 22:14 ### ‘Ja, Ik kom spoedig’ **22:20** Hij die dit getuigt, zegt: **„Ja, Ik kom spoedig.”** Amen, kom, Heer Yeshua! Brontekst: Λέγει (Legei) = zegt | ὁ (ho) = hij die | μαρτυρῶν (martyron) = getuigt | ταῦτα (tauta) = deze dingen | Ναί (Nai) = ja | ἔρχομαι (erchomai) = Ik kom | ταχύ (tachy) = spoedig | Ἀμήν (Amen) = amen | ἔρχου (erchou) = kom | κύριε (kyrie) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Hij die dit getuigt’ is Yeshua (zie 1:5 en 3:14: ‘de trouwe getuige’). ‘Ja, Ik kom spoedig’ is Zijn antwoord op de oproep van vers 17. ‘Amen, kom, Heer Yeshua’: de woorden van Johannes; vergelijk het Aramese ‘Maranatha’ in 1 Kor. 16:22. Hier is κύριε (kyrie) ‘Heer’, de aanspreking van Yeshua. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 16:22; Openb. 1:5; Openb. 3:14; Openb. 22:7; Openb. 22:12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἔρχου (erchou), ‘kom’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kor 16:22; Openb 1:5; Openb 3:14; Openb 22:7; Openb 22:12; Openb 22:17 **22:21** De genade van de Heer Yeshua zij met allen. Brontekst: Ἡ (He) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De genade van de Heer Yeshua’: zoals de slotgroet van de brieven, bijvoorbeeld Rom. 16:20 en Rom. 16:24. Voetnoot : Zie ook Rom. 16:20. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij Ἰησοῦ (iesou), ‘Yeshua’ en πάντων (panton), ‘allen’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 16:20; Rom 16:24