# Psalmen (תהלים, Tehillim) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Psalmen 1 _De twee wegen: de rechtvaardige en de goddelozen_ ### De gelukkige man **1:1** Gelukkig de man die niet leeft naar de raad van goddelozen. Hij staat niet op de weg van zondaars en zit niet in de kring van spotters. Brontekst: אַ֥שְֽׁרֵי (ashrei) = gelukkig | הָאִ֗ישׁ (haish) = de man | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | לֹ֥א (lo) = niet | הָלַךְ֮ (halakh) = wandelt | בַּעֲצַ֪ת (baatsat) = in de raad van | רְשָׁ֫עִ֥ים (reshaim) = goddelozen | וּבְדֶ֣רֶךְ (uvederekh) = en op de weg van | חַ֭טָּאִים (chataim) = zondaars | לֹ֥א (lo) = niet | עָמָ֑ד (amad) = staat | וּבְמוֹשַׁ֥ב (uvemoshav) = en in de kring van | לֵ֝צִ֗ים (letsim) = spotters | לֹ֣א (lo) = niet | יָשָֽׁב (yashav) = zit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַשְׁרֵי (ashre), ‘gelukkig’: gelukkig is wie in goede verhouding met Yahweh leeft. Psalm 2 eindigt met hetzelfde woord: ‘Gelukkig allen die bij Hem schuilen’ (Ps. 2:12). Voetnoot : Het boek Psalmen heeft vijf delen. Psalm 1 tot en met 41 vormen het eerste deel. Zie ook: Ps 2:12; Ps 26:4–5; Ps 119:1–2; Spr 4:14–15; Spr 13:20; Jer 15:17 **1:2** Maar zijn lust is de wet van Yahweh, en over Zijn wet overpeinst hij dag en nacht. Brontekst: כִּ֤י (ki) = maar | אִ֥ם (im) = juist | בְּתוֹרַ֥ת (betorat) = in de wet van | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | חֶ֫פְצ֥וֹ (cheftso) = zijn lust | וּֽבְתוֹרָת֥וֹ (uvetorato) = en over Zijn wet | יֶהְגֶּ֗ה (yehge) = overpeinst hij | יוֹמָ֥ם (yomam) = overdag | וָלָֽיְלָה (valayela) = en 's nachts Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹרָה (torah), ‘wet’: het woord betekent ook ‘onderwijs’. Het gaat om wat Yahweh Zijn volk leert, vooral in de wet van Mozes. Voetnoot : יֶהְגֶּה (yehgeh), ‘overpeinst’: zacht voor zich uit lezen of prevelen en er tegelijk over nadenken. Vergelijk Joz. 1:8. Zie ook: Joz 1:8; Ps 119:11; Ps 119:92; Ps 119:97–99; Rom 7:22 **1:3** Hij is als een boom, geplant aan waterlopen, die op zijn tijd zijn vrucht geeft. Zijn blad verwelkt niet. Alles wat hij doet, lukt. Brontekst: וְֽהָיָ֗ה (vehaya) = en hij is | כְּעֵץ֮ (keets) = als een boom | שָׁת֪וּל (shatul) = geplant | עַֽל (al) = aan | פַּלְגֵ֫י (palgei) = waterlopen van | מָ֥יִם (mayim) = water | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | פִּרְי֨וֹ (piryo) = zijn vrucht | יִתֵּ֬ן (yiten) = geeft | בְּעִתּ֗וֹ (beito) = op zijn tijd | וְעָלֵ֥הוּ (vealehu) = en zijn blad | לֹֽא (lo) = niet | יִבּ֑וֹל (yibol) = verwelkt | וְכֹ֖ל (vekhol) = en alles | אֲשֶׁר (asher) = wat | יַעֲשֶׂ֣ה (yaase) = hij doet | יַצְלִֽיחַ (yatsliach) = lukt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 92:15; Jer 17:8; Ezech 19:10; Ezech 47:12; Joh 15:6 ### De goddelozen zijn als kaf **1:4** Zo zijn de goddelozen niet, maar zij zijn als kaf dat de wind wegjaagt. Brontekst: לֹא (lo) = niet | כֵ֥ן (ken) = zo | הָרְשָׁעִ֑ים (hareshaim) = de goddelozen | כִּ֥י (ki) = maar | אִם (im) = juist | כַּ֝מֹּ֗ץ (kamots) = als kaf | אֲֽשֶׁר (asher) = dat | תִּדְּפֶ֥נּוּ (tidefenu) = wegjaagt | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 21:18; Ps 35:5; Jes 17:13; Jes 29:5; Mat 3:12 **1:5** Daarom houden goddelozen geen stand in het gericht, en zondaars niet in de gemeenschap van rechtvaardigen. Brontekst: עַל (al) = daarom | כֵּ֤ן (ken) = (zo) | לֹא (lo) = niet | יָקֻ֣מוּ (yaqumu) = zullen opstaan | רְ֭שָׁעִים (reshaim) = goddelozen | בַּמִּשְׁפָּ֑ט (bamishpat) = in het gericht | וְ֝חַטָּאִ֗ים (vechataim) = en zondaars | בַּעֲדַ֥ת (baadat) = in de gemeenschap van | צַדִּיקִֽים (tsadiqim) = rechtvaardigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּט (mishpat) betekent meestal ‘recht’. Hier gaat het om de rechtszaak waarin Yahweh oordeelt; daarom vertalen wij ‘gericht’. Voetnoot : לֹא יָקֻמוּ (lo yaqumu), ‘zij staan niet op’: zij houden geen stand. Zie ook: Ps 5:6; Mal 3:18; Mat 25:41; Mat 25:46; Luc 21:36 **1:6** Want Yahweh kent de weg van de rechtvaardigen, maar de weg van de goddelozen gaat verloren. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | יוֹדֵ֣עַ (yodea) = kent | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | דֶּ֣רֶךְ (derekh) = de weg van | צַדִּיקִ֑ים (tsadiqim) = rechtvaardigen | וְדֶ֖רֶךְ (vederekh) = maar de weg van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | תֹּאבֵֽד (toved) = gaat verloren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יוֹדֵעַ (yodea), ‘kent’: ‘kennen’ is hier erkennen en zorg dragen voor. Wie Yahweh kent, wordt door Hem gekend; de weg van de goddelozen loopt dood. Zie ook: Ps 37:18–24; Spr 15:9; Nah 1:7; Joh 10:14; 2 Tim 2:19 ## Psalmen 2 _Yahweh en Zijn gezalfde koning_ ### De volken komen in opstand **2:1** Waarom woeden de volken en bedenken de naties iets zinloos? Brontekst: לָ֭מָּה (lama) = waarom | רָגְשׁ֣וּ (rageshu) = woeden | גוֹיִ֑ם (goyim) = volken | וּ֝לְאֻמִּ֗ים (uleumim) = en naties | יֶהְגּוּ (yehgu) = bedenken | רִֽיק (riq) = iets zinloos Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יֶהְגּוּ (yehgu), ‘zij bedenken’: hetzelfde werkwoord als ‘overpeinst’ in Ps. 1:2. Hier gaat het om het prevelen van plannen. Voetnoot : רִיק (riq), ‘iets zinloos’: leeg, vruchteloos. Psalm 2 heeft in de Hebreeuwse tekst geen opschrift. Zie ook: Ps 1:2; Ps 21:12; Ps 46:7; Ps 83:5–9; Hand 4:25–26; Openb 17:14 **2:2** De koningen van de aarde stellen zich op en vorsten overleggen samen tegen Yahweh en tegen Zijn gezalfde: Brontekst: יִ֥תְיַצְּב֨וּ (yityatsevu) = stellen zich op | מַלְכֵי (malkhei) = koningen van | אֶ֗רֶץ (erets) = de aarde | וְרוֹזְנִ֥ים (verozenim) = en vorsten | נֽוֹסְדוּ (nosedu) = overleggen | יָ֑חַד (yachad) = samen | עַל (al) = tegen | יְ֝הוָה (Yahweh) = Yahweh | וְעַל (veal) = en tegen | מְשִׁיחֽוֹ (meshicho) = Zijn gezalfde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָשִׁיחַ (mashiach), ‘gezalfde’: de koning die met olie is gezalfd, zoals David in 1 Sam. 16:13 en Saul in 1 Sam. 10:1. Het woord is hier verbonden met ‘Yahweh’: de aanval op de koning is een aanval op Hem. Zie ook: 1 Sam 10:1; 1 Sam 16:13; Ps 45:8; Mat 26:59; Mat 27:1; Luc 23:11–12; Openb 17:12–14 **2:3** „Laten wij hun boeien verscheuren en hun touwen van ons afwerpen.” Brontekst: נְֽ֭נַתְּקָה (nenateqa) = laten wij verscheuren | אֶת (et) = (obj.) | מֽוֹסְרוֹתֵ֑ימוֹ (moseroteimo) = hun boeien | וְנַשְׁלִ֖יכָה (venashlikha) = en laten wij werpen | מִמֶּ֣נּוּ (mimenu) = van ons | עֲבֹתֵֽימוֹ (avoteimo) = hun touwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jer 5:5; Luc 19:14; Luc 19:27; 1 Petr 2:7–8 ### Yahweh lacht **2:4** Hij die in de hemel zetelt, lacht; de Heer spot met hen. Brontekst: יוֹשֵׁ֣ב (yoshev) = Hij die zetelt | בַּשָּׁמַ֣יִם (bashamayim) = in de hemel | יִשְׂחָ֑ק (yischaq) = lacht | אֲ֝דֹנָ֗י (adonay) = de Heer | יִלְעַג (yilag) = spot | לָֽמוֹ (lamo) = met hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘de Heer’: hier staat het woord in de derde persoon, als naam voor Yahweh. Waar mensen Yahweh aanspreken, vertalen wij ‘mijn Heer’. Zie ook: Ps 11:4; Ps 37:13; Ps 59:9; Spr 1:26; Jes 40:22 **2:5** Dan spreekt Hij hen toe in Zijn toorn en verschrikt hen in Zijn brandende woede: Brontekst: אָ֤ז (az) = dan | יְדַבֵּ֣ר (yedaber) = spreekt Hij | אֵלֵ֣ימוֹ (eleimo) = tot hen | בְאַפּ֑וֹ (beapo) = in Zijn toorn | וּֽבַחֲרוֹנ֥וֹ (uvacharono) = en in Zijn brandende woede | יְבַהֲלֵֽמוֹ (yevahalemo) = verschrikt hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 21:10; Ps 78:49–50; Ps 110:5–6; Jes 11:4; Openb 19:15 ### Yahweh stelt Zijn koning in **2:6** **„Ik zelf heb Mijn koning ingesteld op Sion, Mijn heilige berg.”** Brontekst: וַ֭אֲנִי (vaani) = en Ik | נָסַ֣כְתִּי (nasakhti) = heb ingesteld | מַלְכִּ֑י (malki) = Mijn koning | עַל (al) = op | צִ֝יּ֗וֹן (tsiyon) = Sion | הַר (har) = berg van | קָדְשִֽׁי (qadeshi) = Mijn heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Vers 6 is rood: Yahweh spreekt zelf. נָסַכְתִּי (nasakhti), ‘Ik heb ingesteld’: het werkwoord betekent eigenlijk ‘gieten’ en is hier ‘neerzetten, instellen’. Sion is de heilige berg bij Jeruzalem. Zie ook: Ps 45:7; Jes 9:5–6; Mat 28:18; Ef 1:22; Openb 14:1 ### Het besluit van Yahweh **2:7** Ik wil het besluit van Yahweh vertellen. Hij zei tot mij: **„Mijn zoon ben jij. Ik heb jou vandaag verwekt.** Brontekst: אֲסַפְּרָ֗ה (asapera) = ik wil vertellen | אֶֽ֫ל (el) = over | חֹ֥ק (choq) = het besluit van | יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אָמַ֘ר (amar) = Hij zei | אֵלַ֥י (elay) = tot mij | בְּנִ֥י (beni) = mijn zoon | אַ֑תָּה (ata) = jij | אֲ֝נִ֗י (ani) = Ik | הַיּ֥וֹם (hayom) = vandaag | יְלִדְתִּֽיךָ (yelidtikha) = heb Ik jou verwekt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De spreker is de koning. Hij haalt het besluit van Yahweh aan; de woorden van Yahweh (verzen 7–9) zijn rood. Voetnoot : חֹק (choq), ‘besluit’: een vaststaand besluit of verordening. Voetnoot : יְלִדְתִּיךָ (yelidtikha), ‘Ik heb jou verwekt’: op de dag van zijn troonsbestijging wordt de koning als ‘zoon’ van Yahweh aangenomen. Vergelijk 2 Sam. 7:14. Zie ook Hand. 13:33 en Hebr. 1:5. Zie ook: 2 Sam 7:14; Mat 3:17; Mat 17:5; Hand 13:33; Heb 1:5–6; Heb 5:5 **2:8** **Vraag het Mij, dan geef Ik de volken als jouw erfdeel en de einden van de aarde als jouw bezit.** Brontekst: שְׁאַ֤ל (sheal) = vraag | מִמֶּ֗נִּי (mimeni) = van Mij | וְאֶתְּנָ֣ה (veetena) = en Ik geef | ג֭וֹיִם (goyim) = volken | נַחֲלָתֶ֑ךָ (nachalatekha) = als je erfdeel | וַ֝אֲחֻזָּתְךָ֗ (vaachuzatekha) = en als je bezit | אַפְסֵי (afsei) = einden van | אָֽרֶץ (arets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:28; Ps 72:8; Ps 89:28; Dan 7:13; Joh 17:4–5 **2:9** **Je zult hen breken met een ijzeren staf; als aardewerk van een pottenbakker verbrijzel je hen.”** Brontekst: תְּ֭רֹעֵם (teroem) = je zult hen breken | בְּשֵׁ֣בֶט (beshevet) = met een staf van | בַּרְזֶ֑ל (barzel) = ijzer | כִּכְלִ֖י (kikhli) = als een vat van | יוֹצֵ֣ר (yotser) = een pottenbakker | תְּנַפְּצֵֽם (tenapetsem) = je zult hen verbrijzelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: De klinkers van de Masoretische tekst lezen תְּרֹעֵם (tero’em) van het werkwoord ‘breken’. Met dezelfde medeklinkers kan men ook ‘hoeden, weiden’ lezen (tir’em). Wij volgen de klinkers en vertalen ‘breken’. Zie ook: Ps 89:24; Jes 30:14; Openb 2:26–27; Openb 12:5; Openb 19:15 ### Waarschuwing aan de koningen **2:10** Nu dan, koningen, word verstandig. Laat je waarschuwen, rechters van de aarde. Brontekst: וְ֭עַתָּה (veata) = en nu | מְלָכִ֣ים (melakhim) = koningen | הַשְׂכִּ֑ילוּ (haskilu) = word verstandig | הִ֝וָּסְר֗וּ (hivaseru) = laat je waarschuwen | שֹׁ֣פְטֵי (shofetei) = rechters van | אָֽרֶץ (arets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הִוָּסְרוּ (hivvasru), ‘laat je waarschuwen’: laat je onderwijzen of terechtwijzen. Zie ook: Ps 45:13; Ps 82:1–8; Hos 14:10; Jes 52:15; Jes 60:10–11 **2:11** Dien Yahweh met ontzag en juich met beven. Brontekst: עִבְד֣וּ (ivdu) = dient | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּיִרְאָ֑ה (beyira) = met ontzag | וְ֝גִ֗ילוּ (vegilu) = en juicht | בִּרְעָדָֽה (birada) = met beven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 89:8; Ps 119:119–120; Fil 2:12; Heb 12:25; Heb 12:28–29 **2:12** Kus de zoon, anders wordt Hij toornig en komen jullie om op de weg, want Zijn toorn ontbrandt snel. Gelukkig allen die bij Hem schuilen. Brontekst: נַשְּׁקוּ (nashequ) = kus | בַ֡ר (bar) = de zoon | פֶּן (pen) = opdat niet | יֶאֱנַ֤ף (yeenaf) = Hij toornig wordt | וְתֹ֬אבְדוּ (vetovdu) = en jullie omkomen | דֶ֗רֶךְ (derekh) = op de weg | כִּֽי (ki) = want | יִבְעַ֣ר (yivar) = ontbrandt | כִּמְעַ֣ט (kimat) = snel | אַפּ֑וֹ (apo) = Zijn toorn | אַ֝שְׁרֵ֗י (ashrei) = gelukkig | כָּל (kal) = allen | ח֥וֹסֵי (chosei) = die schuilen | בֽוֹ (bo) = bij Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: בַּר (bar), ‘zoon’, is Aramees. In het Hebreeuws betekent bar meestal ‘rein, zuiver’ (Ps. 24:4; 73:1). Daarom is ook ‘huldig in reinheid’ mogelijk. Wij kiezen ‘Kus de zoon’: de kus is een teken van eerbied voor de koning (1 Sam. 10:1). Voetnoot : Onduidelijk is wie ‘Hij’ in ‘anders wordt Hij toornig’ is: Yahweh of de zoon. Wij lezen Yahweh, zoals in vers 5. Zie ook: 1 Sam 10:1; Ps 2:5; Ps 24:4; Ps 34:9; Ps 40:5; Ps 73:1; Ps 84:13; Spr 16:20; Joh 5:23 ## Psalmen 3 _Gebed van David op de vlucht voor Absalom_ ### Opschrift **3:1** Een psalm van David, toen hij vluchtte voor zijn zoon Absalom. Brontekst: מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִ֑ד (ledavid) = van David | בְּ֝בָרְח֗וֹ (bevarecho) = toen hij vluchtte | מִפְּנֵ֤י (mipenei) = voor | אַבְשָׁל֬וֹם (avshalom) = Absalom | בְּנֽוֹ (beno) = zijn zoon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לְדָוִד (ledavid), ‘van David’: het voorzetsel kan ook ‘voor’ of ‘over’ David betekenen. Het opschrift verwijst naar de vlucht van David voor Absalom: zie 2 Sam. 15:14 en 2 Sam. 15:30. Zie ook: 2 Sam 15:1–18; 2 Sam 15:14; 2 Sam 15:30; 2 Sam 16:15; 2 Sam 17:11–13; Ps 17:7; Mat 27:25 ### De vijanden zijn talrijk **3:2** Yahweh, hoe talrijk zijn mijn tegenstanders! Velen staan op tegen mij. Brontekst: יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | מָֽה (ma) = hoe | רַבּ֣וּ (rabu) = zijn talrijk | צָרָ֑י (tsaray) = mijn tegenstanders | רַ֝בִּ֗ים (rabim) = velen | קָמִ֥ים (qamim) = staan op | עָלָֽי (alay) = tegen mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 15:1–18; 2 Sam 16:15; 2 Sam 17:11–13; Ps 17:7; Mat 27:25 **3:3** Velen zeggen van mij: „Er is geen redding voor hem bij Elohim.” Sela. Brontekst: רַבִּים֮ (rabim) = velen | אֹמְרִ֪ים (omerim) = zeggen | לְנַ֫פְשִׁ֥י (lenafshi) = van mijn ziel | אֵ֤ין (ein) = er is geen | יְֽשׁוּעָ֓תָה (yeshuata) = redding | לּ֬וֹ (lo) = voor hem | בֵֽאלֹהִ֬ים (bElohim) = bij Elohim | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. In ‘van mijn ziel’ betekent het hier gewoon ‘van mij’. Voetnoot : סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker; waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze in de zang. Zie ook: Ps 4:5; Ps 22:8; Ps 42:4; Ps 42:11; Ps 71:11 **3:4** Maar U, Yahweh, bent een schild om mij heen. U bent mijn heerlijkheid en U heft mijn hoofd op. Brontekst: וְאַתָּ֣ה (veata) = maar U | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | מָגֵ֣ן (magen) = schild | בַּעֲדִ֑י (baadi) = om mij heen | כְּ֝בוֹדִ֗י (kevodi) = mijn heerlijkheid | וּמֵרִ֥ים (umerim) = en U die verheft | רֹאשִֽׁי (roshi) = mijn hoofd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’: Yahweh is wat de dichter glans en waardigheid geeft; Hij heft zijn gebogen hoofd op. Zie ook: Gen 15:1; Ps 27:6; Ps 28:7; Ps 119:114; Jes 60:19 **3:5** Met mijn stem roep ik tot Yahweh, en Hij antwoordt mij vanaf Zijn heilige berg. Sela. Brontekst: ק֭וֹלִי (qoli) = mijn stem | אֶל (el) = tot | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֶקְרָ֑א (eqra) = roep ik | וַיַּֽעֲנֵ֨נִי (vayaaneni) = en Hij antwoordt mij | מֵהַ֖ר (mehar) = van de berg van | קָדְשׁ֣וֹ (qadesho) = Zijn heiligheid | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De ‘heilige berg’ is Sion, waar Yahweh woont (Ps. 2:6). Zie ook: Ps 2:6; Ps 34:5; Ps 34:7; Ps 91:15; Jes 65:24; Jak 5:13 ### Vertrouwen op Yahweh **3:6** Ik ging liggen en sliep. Ik werd wakker, want Yahweh ondersteunt mij. Brontekst: אֲנִ֥י (ani) = ik | שָׁכַ֗בְתִּי (shakhavti) = ging liggen | וָֽאִ֫ישָׁ֥נָה (vaishana) = en sliep | הֱקִיצ֑וֹתִי (heqitsoti) = werd wakker | כִּ֖י (ki) = want | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | יִסְמְכֵֽנִי (yismekheni) = ondersteunt mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 11:18–19; Lev 26:6; Ps 4:9; Spr 3:24; Jes 26:3 **3:7** Ik ben niet bang voor tienduizenden van het volk die zich rondom tegen mij hebben opgesteld. Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | אִ֭ירָא (ira) = ben ik bang | מֵרִבְב֥וֹת (merivvot) = voor tienduizenden van | עָ֑ם (am) = volk | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | סָ֝בִ֗יב (saviv) = rondom | שָׁ֣תוּ (shatu) = zich hebben opgesteld | עָלָֽי (alay) = tegen mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 23:4; Ps 27:1–3; Ps 118:10–12; 2 Kon 6:15–17; Rom 8:31 ### Bede om redding **3:8** Sta op, Yahweh! Red mij, mijn Elohim! Want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen; de tanden van goddelozen hebt U gebroken. Brontekst: ק֘וּמָ֤ה (quma) = sta op | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | הוֹשִׁ֘יעֵ֤נִי (hoshieni) = red mij | אֱלֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | כִּֽי (ki) = want | הִכִּ֣יתָ (hikita) = U hebt geslagen | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = alle | אֹיְבַ֣י (oyevay) = mijn vijanden | לֶ֑חִי (lechi) = op de kaak | שִׁנֵּ֖י (shinei) = tanden van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | שִׁבַּֽרְתָּ (shibarta) = hebt U gebroken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het slaan op de kaak en het breken van de tanden zijn beelden van een roofdier dat onschadelijk wordt gemaakt (vergelijk Job 29:17). Zie ook: Job 16:10; Job 29:17; Ps 10:12; Ps 58:7; Ps 59:6 **3:9** Aan Yahweh behoort de redding. Over Uw volk is Uw zegen. Sela. Brontekst: לַיהוָ֥ה (laYahweh) = aan Yahweh | הַיְשׁוּעָ֑ה (hayshua) = de redding | עַֽל (al) = over | עַמְּךָ֖ (amekha) = Uw volk | בִרְכָתֶ֣ךָ (birkhatekha) = Uw zegen | סֶּֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:39–40; Jona 2:10; Hos 13:4; Jes 43:11; Openb 7:10 ## Psalmen 4 _Avondgebed: in vrede slapen bij Yahweh_ ### Opschrift **4:1** Voor de koorleider, met snarenspel. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | בִּנְגִינ֗וֹת (binginot) = met snarenspel | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; waarschijnlijk is het de leider van de zang of muziek in de eredienst. Voetnoot : בִּנְגִינוֹת (binginot), ‘met snarenspel’: onzeker; het woord hoort bij het spelen op snaarinstrumenten. Zie ook: Ex 34:6–7; Ps 18:19–20; Ps 40:2–4; Ps 119:132; 2 Kor 1:10 ### Bede om antwoord **4:2** Antwoord mij als ik roep, Elohim van mijn gerechtigheid. In de nood hebt U mij ruimte gemaakt. Wees mij genadig en hoor mijn gebed. Brontekst: בְּקָרְאִ֡י (beqarei) = als ik roep | עֲנֵ֤נִי (aneni) = antwoord mij | אֱלֹ֘הֵ֤י (elohei) = Elohim van | צִדְקִ֗י (tsidqi) = mijn gerechtigheid | בַּ֭צָּר (batsar) = in de nood | הִרְחַ֣בְתָּ (hirchavta) = hebt U ruimte gemaakt | לִּ֑י (li) = voor mij | חָ֝נֵּ֗נִי (chaneni) = wees mij genadig | וּשְׁמַ֥ע (ushema) = en hoor | תְּפִלָּתִֽי (tefilati) = mijn gebed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 34:6–7; Ps 18:19–20; Ps 40:2–4; Ps 119:132; 2 Kor 1:10 ### Tot de vijanden **4:3** Mannen, hoe lang nog wordt mijn eer tot schande? Hoe lang nog hebben jullie het zinloze lief en zoeken jullie leugen? Sela. Brontekst: בְּנֵ֥י (benei) = zonen van | אִ֡ישׁ (ish) = een man | עַד (ad) = tot | מֶ֬ה (me) = wanneer | כְבוֹדִ֣י (kevodi) = mijn eer | לִ֭כְלִמָּה (likhlima) = tot schande | תֶּאֱהָב֣וּן (teehavun) = hebben jullie lief | רִ֑יק (riq) = het zinloze | תְּבַקְשׁ֖וּ (tevaqshu) = zoeken jullie | כָזָ֣ב (kazav) = leugen | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי אִישׁ (bene ish), ‘zonen van een man’: mannen, vaak mannen van aanzien. Voetnoot : רִיק (riq), ‘het zinloze’: zoals in Ps. 2:1. Zie ook: Ps 2:1; Ps 3:4; Ps 106:20; Spr 1:22; Hos 4:7; Jer 2:11 **4:4** Weet dat Yahweh de getrouwe voor Zich heeft afgezonderd. Yahweh hoort als ik tot Hem roep. Brontekst: וּדְע֗וּ (udeu) = en weet | כִּֽי (ki) = dat | הִפְלָ֣ה (hifla) = heeft afgezonderd | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | חָסִ֣יד (chasid) = een getrouwe | ל֑וֹ (lo) = voor Zich | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | יִ֝שְׁמַ֗ע (yishma) = hoort | בְּקָרְאִ֥י (beqarei) = als ik roep | אֵלָֽיו (elav) = tot Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הִפְלָה (hiflah), ‘heeft afgezonderd’: het werkwoord betekent ‘onderscheiden’ en ook ‘wonderbaarlijk behandelen’. חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die trouw (chesed) bewijst en aan wie trouw wordt bewezen. Het Hebreeuws heeft hier het enkelvoud. Zie ook: Ps 34:16; Ps 91:14–15; Joh 15:16; 2 Tess 2:13–14; 2 Tim 2:19 **4:5** Beef, maar zondig niet. Spreek in jullie hart, op jullie bed, en wees stil. Sela. Brontekst: רִגְז֗וּ (rigzu) = beeft | וְֽאַל (veal) = en niet | תֶּ֫חֱטָ֥אוּ (techetau) = zondigt | אִמְר֣וּ (imru) = spreekt | בִ֭לְבַבְכֶם (bilvavkhem) = in jullie hart | עַֽל (al) = op | מִשְׁכַּבְכֶ֗ם (mishkavkhem) = jullie bed | וְדֹ֣מּוּ (vedomu) = en wees stil | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רִגְזוּ (rigzu), ‘beef’: het werkwoord kan ‘beven’ én ‘boos worden’ betekenen. Sommige oude vertalingen hebben ‘word boos’. Zie ook Ef. 4:26. Voetnoot : בְּנֵי אִישׁ uit vers 3 worden hier met ‘jullie’ aangesproken. Zie ook: Ps 4:3; Ps 46:11; Ps 63:7; Ps 77:7; Spr 3:7; Ef 4:26 **4:6** Breng slachtoffers van gerechtigheid en vertrouw op Yahweh. Brontekst: זִבְח֥וּ (zivchu) = brengt | זִבְחֵי (zivchei) = slachtoffers van | צֶ֑דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | וּ֝בִטְח֗וּ (uvitchu) = en vertrouwt | אֶל (el) = op | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זִבְחֵי־צֶדֶק (zivche tsedeq), ‘slachtoffers van gerechtigheid’: slachtoffers die op de juiste manier en met een rechtvaardig hart worden gebracht. Zie ook: Deut 33:19; Ps 37:3; Ps 51:21; 1 Petr 4:19; Heb 13:15–16 ### Vreugde en vrede **4:7** Velen zeggen: „Wie laat ons het goede zien?” Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, Yahweh. Brontekst: רַבִּ֥ים (rabim) = velen | אֹמְרִים֮ (omerim) = zeggen | מִֽי (mi) = wie | יַרְאֵ֪נ֫וּ (yarenu) = laat ons zien | ט֥וֹב (tov) = het goede | נְֽסָה (nesa) = verhef | עָ֭לֵינוּ (aleinu) = over ons | א֨וֹר (or) = licht van | פָּנֶ֬יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Het licht van Uw aangezicht’ is de zegen van Yahweh die Zijn gezicht laat stralen. Vergelijk de priesterzegen in Num. 6:25. Zie ook: Num 6:25; Num 6:26; Ps 67:2; Ps 80:8; Ps 80:20; Ps 119:135 **4:8** U hebt meer vreugde in mijn hart gegeven dan toen hun koren en hun nieuwe wijn overvloedig waren. Brontekst: נָתַ֣תָּה (natata) = U hebt gegeven | שִׂמְחָ֣ה (simcha) = vreugde | בְלִבִּ֑י (belibi) = in mijn hart | מֵעֵ֬ת (meet) = meer dan toen | דְּגָנָ֖ם (deganam) = hun koren | וְתִֽירוֹשָׁ֣ם (vetirosham) = en hun nieuwe wijn | רָֽבּוּ (rabu) = veel waren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תִּירוֹשׁ (tirosh), ‘nieuwe wijn’: vers geperst druivensap en wijn. Koren en nieuwe wijn staan voor een rijke oogst. Zie ook: Ps 37:4; Ps 43:4; Ps 63:3–6; Ps 92:5; Jes 9:2 **4:9** In vrede ga ik liggen en slaap ik meteen. Want U alleen, Yahweh, laat mij veilig wonen. Brontekst: בְּשָׁל֣וֹם (beshalom) = in vrede | יַחְדָּו֮ (yachdav) = tegelijk | אֶשְׁכְּבָ֪ה (eshkeva) = ga ik liggen | וְאִ֫ישָׁ֥ן (veishan) = en slaap ik | כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֣ה (ata) = U | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | לְבָדָ֑ד (levadad) = alleen | לָ֝בֶ֗טַח (lavetach) = in veiligheid | תּוֹשִׁיבֵֽנִי (toshiveni) = laat U mij wonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 11:18–19; Ps 3:6; Ps 16:8–9; Spr 3:24; 1 Tess 5:10 ## Psalmen 5 _Morgengebed om leiding en bescherming_ ### Opschrift **5:1** Voor de koorleider, bij de fluiten. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | אֶֽל (el) = bij | הַנְּחִיל֗וֹת (hanechilot) = de fluiten | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Voetnoot : הַנְּחִילוֹת (hannechilot), ‘de fluiten’: onzeker. Het woord hangt misschien samen met een werkwoord dat ‘doorboren’ betekent (fluit). Het kan ook de naam van een melodie zijn. Zie ook: Ps 19:15; Ps 54:4; Ps 55:2–3; 1 Petr 3:12; 1 Joh 5:14–15 ### Elke morgen tot Yahweh **5:2** Luister naar mijn woorden, Yahweh. Merk mijn zucht op. Brontekst: אֲמָרַ֖י (amaray) = mijn woorden | הַאֲזִ֥ינָה (haazina) = luister | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בִּ֣ינָה (bina) = merk op | הֲגִֽיגִי (hagigi) = mijn zucht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָגִיג (hagig), ‘zucht’: een zacht prevelen of een gedachte die nog geen woorden heeft. Het woord komt van hetzelfde werkwoord als ‘overpeinst’ in Ps. 1:2. Zie ook: Ps 1:2; Ps 19:15; Ps 54:4; Ps 55:2–3; 1 Petr 3:12; 1 Joh 5:14–15 **5:3** Let op de stem van mijn hulpgeroep, mijn Koning en mijn Elohim. Want tot U bid ik. Brontekst: הַקְשִׁ֤יבָה (haqshiva) = let op | לְק֬וֹל (leqol) = de stem van | שַׁוְעִ֗י (shavi) = mijn hulpgeroep | מַלְכִּ֥י (malki) = mijn Koning | וֵאלֹהָ֑י (velohay) = en mijn Elohim | כִּֽי (ki) = want | אֵ֝לֶ֗יךָ (eleikha) = tot U | אֶתְפַּלָּֽל (etpalal) = bid ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:5; Ps 65:3; Ps 84:4; Ps 145:1; Jes 33:22 **5:4** Yahweh, in de morgen hoort U mijn stem. In de morgen leg ik het voor U klaar, en ik houd uitkijk. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בֹּ֭קֶר (boqer) = in de morgen | תִּשְׁמַ֣ע (tishma) = hoort U | קוֹלִ֑י (qoli) = mijn stem | בֹּ֥קֶר (boqer) = in de morgen | אֶֽעֱרָךְ (eerakh) = leg ik klaar | לְ֝ךָ֗ (lekha) = voor U | וַאֲצַפֶּֽה (vaatsape) = en houd ik uitkijk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָרַךְ (arakh), ‘klaarleggen’: het werkwoord wordt gebruikt voor het klaarleggen van offerstukken op het altaar en van een zaak voor de rechter. Het voorwerp staat niet in de tekst; het gaat om het gebed. Zie ook: Ps 55:18; Ps 88:14; Ps 119:147; Ps 130:6; Mar 1:35 ### Yahweh haat het kwaad **5:5** Want U bent geen El die behagen heeft in goddeloosheid. Het kwaad verblijft niet bij U. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹ֤א (lo) = niet | אֵֽל (el) = El | חָפֵ֘ץ (chafets) = die behagen heeft in | רֶ֥שַׁע (resha) = goddeloosheid | אָ֑תָּה (ata) = U | לֹ֖א (lo) = niet | יְגֻרְךָ֣ (yegurkha) = verblijft bij U | רָֽע (ra) = het kwaad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 11:5; Ps 50:21; Mal 2:17; Heb 12:14; Openb 21:27 **5:6** Opscheppers kunnen niet standhouden voor Uw ogen. U haat alle werkers van onheil. Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | יִתְיַצְּב֣וּ (yityatsevu) = zullen standhouden | הֽ֭וֹלְלִים (holelim) = opscheppers | לְנֶ֣גֶד (leneged) = voor | עֵינֶ֑יךָ (eineikha) = Uw ogen | שָׂ֝נֵ֗אתָ (saneta) = U haat | כָּל (kal) = alle | פֹּ֥עֲלֵי (poalei) = werkers van | אָֽוֶן (aven) = onheil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הוֹלְלִים (holelim), ‘opscheppers’: mensen die op zichzelf roemen. Voetnoot : אָוֶן (aven), ‘onheil’: kwaad dat schade doet. Zie ook: Ps 1:5; Ps 11:5; Spr 6:16–19; Hos 9:15; Mat 25:41 **5:7** U laat de sprekers van leugen omkomen. Yahweh verafschuwt de man van bloedvergieten en bedrog. Brontekst: תְּאַבֵּד֮ (teabed) = U laat omkomen | דֹּבְרֵ֪י (doverei) = sprekers van | כָ֫זָ֥ב (kazav) = leugen | אִישׁ (ish) = een man van | דָּמִ֥ים (damim) = bloedvergieten | וּמִרְמָ֗ה (umirma) = en bedrog | יְתָ֘עֵ֥ב (yetaev) = verafschuwt | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 34:25–26; Ps 55:24; Jes 26:21; Openb 21:8; Openb 22:15 ### Leid mij in Uw gerechtigheid **5:8** Maar ik kom door de overvloed van Uw trouw in Uw huis. Ik buig mij neer naar Uw heilige tempel, in ontzag voor U. Brontekst: וַאֲנִ֗י (vaani) = en ik | בְּרֹ֣ב (berov) = door de overvloed van | חַ֭סְדְּךָ (chasdekha) = Uw trouw | אָב֣וֹא (avo) = kom ik | בֵיתֶ֑ךָ (beitekha) = in Uw huis | אֶשְׁתַּחֲוֶ֥ה (eshtachave) = buig ik mij neer | אֶל (el) = naar | הֵֽיכַל (heikhal) = de tempel van | קָ֝דְשְׁךָ֗ (qadeshekha) = Uw heiligheid | בְּיִרְאָתֶֽךָ (beyiratekha) = in ontzag voor U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Wij vertalen steeds ‘trouw’. Voetnoot : הֵיכָל (hekhal), ‘tempel’: het woord betekent ‘groot gebouw’ en wordt gebruikt voor het heiligdom van Yahweh, ook in Silo (1 Sam. 1:9). Zie ook: 1 Sam 1:9; Ps 69:14; Ps 132:7; Ps 138:2; Heb 4:16; Heb 12:28–29 **5:9** Yahweh, leid mij in Uw gerechtigheid vanwege mijn bespieders. Maak Uw weg recht voor mij. Brontekst: יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | נְחֵ֬נִי (necheni) = leid mij | בְצִדְקָתֶ֗ךָ (betsidqatekha) = in Uw gerechtigheid | לְמַ֥עַן (lemaan) = vanwege | שׁוֹרְרָ֑י (shoreray) = mijn bespieders | הַיְשַׁ֖ר (hayshar) = maak recht | לְפָנַ֣י (lefanay) = voor mij | דַּרְכֶּֽךָ (darkekha) = Uw weg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שׁוֹרְרָי (shorerai), ‘mijn bespieders’: mensen die mij in het oog houden om mij te treffen. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is הושר (hoshar), ‘wordt recht gemaakt’. De te lezen vorm (qere) is הישר (hayshar), ‘maak recht’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 25:4–5; Ps 27:11; Ps 86:11; Ps 119:10; Spr 3:5–6 **5:10** Want in hun mond is niets betrouwbaars. Hun binnenste is verderf. Hun keel is een open graf. Met hun tong vleien zij. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אֵ֪ין (ein) = er is niet | בְּפִ֡יהוּ (befihu) = in zijn mond | נְכוֹנָה֮ (nekhona) = iets betrouwbaars | קִרְבָּ֪ם (qirbam) = hun binnenste | הַ֫וּ֥וֹת (hauot) = verderf | קֶֽבֶר (qever) = een graf | פָּת֥וּחַ (patuach) = open | גְּרוֹנָ֑ם (geronam) = hun keel | לְ֝שׁוֹנָ֗ם (leshonam) = hun tong | יַחֲלִֽיקוּן (yachaliqun) = zij vleien Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws heeft hier ‘in zijn mond’ (enkelvoud); daarna staat het meervoud. Wij vertalen ‘hun mond’. Voetnoot : יַחֲלִיקוּן (yachliqun), ‘zij vleien’: letterlijk ‘zij maken glad’. Zie ook: Ps 62:5; Spr 29:5; Mi 6:12; Jer 9:2–5; Rom 3:13 ### Verklaar hen schuldig **5:11** Verklaar hen schuldig, Elohim. Laat hen vallen door hun eigen plannen. Verdrijf hen vanwege de overvloed van hun overtredingen, want zij waren weerspannig tegen U. Brontekst: הַֽאֲשִׁימֵ֨ם (haashimem) = verklaar hen schuldig | אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | יִפְּלוּ֮ (yipelu) = laat hen vallen | מִֽמֹּעֲצ֪וֹתֵ֫יהֶ֥ם (mimoatsoteihem) = door hun plannen | בְּרֹ֣ב (berov) = vanwege de overvloed van | פִּ֭שְׁעֵיהֶם (pisheihem) = hun overtredingen | הַדִּיחֵ֑מוֹ (hadichemo) = verdrijf hen | כִּי (ki) = want | מָ֥רוּ (maru) = zij waren weerspannig | בָֽךְ (bakh) = tegen U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַאֲשִׁימֵם (ha’ashimem), ‘verklaar hen schuldig’: van het woord voor schuld (asham). Zie ook: 2 Sam 15:31; 2 Sam 17:14; Ps 31:19; Ps 140:10–11; Jes 63:10 ### Laat de schuilenden jubelen **5:12** Maar laten allen die bij U schuilen zich verheugen en voor eeuwig jubelen. Bescherm hen, en laten zij die Uw naam liefhebben in U van vreugde springen. Brontekst: וְיִשְׂמְח֨וּ (veyismechu) = en laten zich verheugen | כָל (kal) = allen | ח֪וֹסֵי (chosei) = die schuilen | בָ֡ךְ (bakh) = bij U | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | יְ֭רַנֵּנוּ (yeranenu) = laten zij jubelen | וְתָסֵ֣ךְ (vetasekh) = en bescherm | עָלֵ֑ימוֹ (aleimo) = over hen | וְֽיַעְלְצ֥וּ (veyaletsu) = en laten zij van vreugde springen | בְ֝ךָ֗ (bekha) = in U | אֹהֲבֵ֥י (ohavei) = die liefhebben | שְׁמֶֽךָ (shemekha) = Uw naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:17; Ps 68:4; 1 Kor 2:9; Rom 8:28; Openb 19:1–7 **5:13** Want U zegent de rechtvaardige, Yahweh. Als met een groot schild omringt U hem met welbehagen. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַתָּה֮ (ata) = U | תְּבָרֵ֪ךְ (tevarekh) = zegent | צַ֫דִּ֥יק (tsadiq) = de rechtvaardige | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כַּ֝צִּנָּ֗ה (katsina) = als met een groot schild | רָצ֥וֹן (ratson) = welbehagen | תַּעְטְרֶֽנּוּ (taterenu) = omringt U hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:1–3; Ps 32:10; Ps 84:12; Ps 112:1; Ps 115:13 ## Psalmen 6 _Bede van een zieke en bedroefde om genezing_ ### Opschrift **6:1** Voor de koorleider, met snarenspel, op de achtste. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֣חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | בִּ֭נְגִינוֹת (binginot) = met snarenspel | עַֽל (al) = op | הַשְּׁמִינִ֗ית (hasheminit) = de achtste | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : עַל־הַשְּׁמִינִית (al hasheminit), ‘op de achtste’: onzeker. Het kan gaan om een instrument met acht snaren, of om een octaaf of toonsoort. Zie ook 1 Kron. 15:21, waar hetzelfde woord als ‘sjeminit’ is overgenomen. Zie ook: 1 Kron 15:21; Ps 38:2; Ps 118:18; Jer 10:24; Jer 46:28; 1 Kor 11:31–32 ### Straf mij niet in Uw toorn **6:2** Yahweh, wijs mij niet terecht in Uw toorn en tuchtig mij niet in Uw gramschap. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אַל (al) = niet | בְּאַפְּךָ֥ (beapekha) = in Uw toorn | תוֹכִיחֵ֑נִי (tokhicheni) = wijs mij terecht | וְֽאַל (veal) = en niet | בַּחֲמָתְךָ֥ (bachamatekha) = in Uw gramschap | תְיַסְּרֵֽנִי (teyasereni) = tuchtig mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit gebed vraagt om genade, niet om vrijspraak: de bidder weet dat hij tuchtiging verdient, maar vraagt dat die niet in toorn gebeurt. Zie ook: Ps 38:2; Ps 118:18; Jer 10:24; Jer 46:28; 1 Kor 11:31–32 **6:3** Wees mij genadig, Yahweh, want ik ben verzwakt. Genees mij, Yahweh, want mijn beenderen zijn ontzet. Brontekst: חָנֵּ֥נִי (chaneni) = wees mij genadig | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | כִּ֤י (ki) = want | אֻמְלַ֫ל (umlal) = verzwakt | אָ֥נִי (ani) = ben ik | רְפָאֵ֥נִי (refaeni) = genees mij | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֖י (ki) = want | נִבְהֲל֣וּ (nivhalu) = zijn ontzet | עֲצָמָֽי (atsamay) = mijn beenderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶצֶם (etsem), ‘beenderen’: staat hier voor het hele lichaam. Zie ook: Ps 30:3; Ps 31:11; Ps 41:4–5; Hos 6:1; Jer 17:14 **6:4** Ook mijn ziel is zeer ontzet. En U, Yahweh, hoe lang nog? Brontekst: וְ֭נַפְשִׁי (venafshi) = en mijn ziel | נִבְהֲלָ֣ה (nivhala) = is ontzet | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | וְאַתָּ֥ה (veata) = en U | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | עַד (ad) = tot | מָתָֽי (matay) = wanneer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is ואת (ve’at); de te lezen vorm (qere) is ואתה (ve’attah), ‘en U’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 42:6; Ps 42:12; Ps 90:13; Luc 18:7; Joh 12:27 **6:5** Keer terug, Yahweh, bevrijd mijn ziel. Red mij omwille van Uw trouw. Brontekst: שׁוּבָ֣ה (shuva) = keer terug | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | חַלְּצָ֣ה (chaletsa) = bevrijd | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | ה֝וֹשִׁיעֵ֗נִי (hoshieni) = red mij | לְמַ֣עַן (lemaan) = omwille van | חַסְדֶּֽךָ (chasdekha) = Uw trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:13; Ps 22:21; Ps 116:4; Dan 9:18; Ef 2:7–8 **6:6** Want in de dood is er geen gedachtenis aan U. Wie dankt U in de Sjeol? Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אֵ֣ין (ein) = er is niet | בַּמָּ֣וֶת (bamavet) = in de dood | זִכְרֶ֑ךָ (zikhrekha) = aan U gedenken | בִּ֝שְׁא֗וֹל (bishol) = in de Sjeol | מִ֣י (mi) = wie | יֽוֹדֶה (yode) = dankt | לָּֽךְ (lakh) = U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (Sjeol), ‘dodenrijk’: de plaats van de doden, zoals in 1 Sam. 2:6. Voetnoot : יוֹדֶה (yodeh), ‘dankt’: belijden en bekendmaken wat Yahweh doet. In de dood is er geen dankzegging zoals in de eredienst op aarde; de bidder smeekt daarom om leven. Zie ook Ps. 30:10. Zie ook: 1 Sam 2:6; Ps 30:10; Ps 88:11–13; Ps 115:17; Pred 9:10; Jes 38:18–19 ### Moe van het zuchten **6:7** Ik ben moe van mijn zuchten. Elke nacht maak ik mijn bed nat; met mijn tranen doorweek ik mijn rustbank. Brontekst: יָגַ֤עְתִּי (yagati) = ik ben moe | בְּֽאַנְחָתִ֗י (beanchati) = van mijn zuchten | אַשְׂחֶ֣ה (asche) = ik maak nat | בְכָל (bekhal) = elke | לַ֭יְלָה (layla) = nacht | מִטָּתִ֑י (mitati) = mijn bed | בְּ֝דִמְעָתִ֗י (bedimati) = met mijn tranen | עַרְשִׂ֥י (arsi) = mijn rustbank | אַמְסֶֽה (amse) = doorweek ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַשְׂחֶה (asheh), ‘ik laat zwemmen’, en אַמְסֶה (amseh), ‘ik laat wegsmelten’: sterke beelden voor het huilen. Wij vertalen ‘nat maken’ en ‘doorweken’. Zie ook: Job 7:3; Ps 38:10; Ps 42:4; Ps 69:4; Klaagl 1:16 **6:8** Mijn oog is verteerd van verdriet. Het is oud geworden door al mijn belagers. Brontekst: עָֽשְׁשָׁ֣ה (ashesha) = is verteerd | מִכַּ֣עַס (mikaas) = van verdriet | עֵינִ֑י (eini) = mijn oog | עָֽ֝תְקָ֗ה (ateqa) = is oud geworden | בְּכָל (bekhal) = door | צוֹרְרָֽי (tsoreray) = al mijn belagers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 17:7; Ps 31:10–11; Ps 38:11; Ps 88:10; Klaagl 5:17 ### Yahweh heeft mijn gebed gehoord **6:9** Wijk van mij, alle werkers van onheil, want Yahweh heeft de stem van mijn geween gehoord. Brontekst: ס֣וּרוּ (suru) = wijkt | מִ֭מֶּנִּי (mimeni) = van mij | כָּל (kal) = alle | פֹּ֣עֲלֵי (poalei) = werkers van | אָ֑וֶן (aven) = onheil | כִּֽי (ki) = want | שָׁמַ֥ע (shama) = heeft gehoord | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | ק֣וֹל (qol) = de stem van | בִּכְיִֽי (bikhyi) = mijn geween Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:5; Ps 119:115; Ps 145:18; Mat 7:23; Luc 13:27 **6:10** Yahweh heeft mijn smeking gehoord. Yahweh neemt mijn gebed aan. Brontekst: שָׁמַ֣ע (shama) = heeft gehoord | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | תְּחִנָּתִ֑י (techinati) = mijn smeking | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | תְּֽפִלָּתִ֥י (tefilati) = mijn gebed | יִקָּֽח (yiqach) = neemt aan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 66:19–20; Ps 118:5; Ps 120:1; Ps 138:3; 2 Kor 12:8–10 **6:11** Laten al mijn vijanden beschaamd en zeer ontzet worden. Laten zij terugkeren en in een oogwenk beschaamd worden. Brontekst: יֵבֹ֤שׁוּ (yevoshu) = laten beschaamd worden | וְיִבָּהֲל֣וּ (veyibahalu) = en laten ontzet worden | מְ֭אֹד (meod) = zeer | כָּל (kal) = alle | אֹיְבָ֑י (oyevay) = mijn vijanden | יָ֝שֻׁ֗בוּ (yashuvu) = laten terugkeren | יֵבֹ֥שׁוּ (yevoshu) = laten beschaamd worden | רָֽגַע (raga) = in een oogwenk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 71:24; Ps 86:17; Spr 29:1; Jer 20:11; Mal 3:18 ## Psalmen 7 _Gebed van een onschuldig vervolgde om recht_ ### Opschrift **7:1** Een Sjiggajon van David, dat hij voor Yahweh zong naar aanleiding van de woorden van Kush, een Benjaminiet. Brontekst: שִׁגָּי֗וֹן (shigayon) = sjiggajon | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | אֲשֶׁר (asher) = dat | שָׁ֥ר (shar) = hij zong | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = voor Yahweh | עַל (al) = over | דִּבְרֵי (divrei) = de woorden van | כ֝֗וּשׁ (kush) = Kush | בֶּן (ben) = zoon van | יְמִינִֽי (yemini) = een Benjaminiet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : שִׁגָּיוֹן (shiggayon), ‘Sjiggajon’: de betekenis is onzeker; het is een soort lied of muziekstuk. Vergelijk Hab. 3:1. Voetnoot : בֶּן־יְמִינִי (ben yemini), ‘zoon van een Benjaminiet’: dat is, een Benjaminiet (vergelijk 1 Sam. 9:21). Een Benjaminiet Kush wordt in 1 en 2 Samuël niet genoemd. Wie hij is, weten wij niet; het opschrift verbindt de psalm met de tijd van Saul en David. Zie ook: 1 Sam 9:21; Ps 31:16; Ps 35:1–3; Jer 20:11; Hab 3:1; 1 Petr 4:19 ### Red mij van mijn vervolgers **7:2** Yahweh, mijn Elohim, bij U schuil ik. Red mij van al mijn vervolgers en bevrijd mij, Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱ֭לֹהַי (elohay) = mijn Elohim | בְּךָ֣ (bekha) = bij U | חָסִ֑יתִי (chasiti) = schuil ik | הוֹשִׁיעֵ֥נִי (hoshieni) = red mij | מִכָּל (mikal) = van alle | רֹ֝דְפַ֗י (rodefay) = mijn vervolgers | וְהַצִּילֵֽנִי (vehatsileni) = en bevrijd mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:16; Ps 35:1–3; Jer 20:11; Hab 3:1; 1 Petr 4:19 **7:3** anders verscheurt hij mijn ziel als een leeuw en rukt haar uiteen, terwijl er niemand is die redt. Brontekst: פֶּן (pen) = opdat niet | יִטְרֹ֣ף (yitrof) = hij verscheurt | כְּאַרְיֵ֣ה (kearye) = als een leeuw | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | פֹּ֝רֵ֗ק (poreq) = uiteenrukkend | וְאֵ֣ין (veein) = en er is niet | מַצִּֽיל (matsil) = redder Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. Zie ook: Ps 35:15; Ps 50:22; Jes 38:13; 1 Petr 5:8; 2 Tim 4:17 ### De eed van onschuld **7:4** Yahweh, mijn Elohim, als ik dit heb gedaan, als er onrecht in mijn handen is, Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱ֭לֹהַי (elohay) = mijn Elohim | אִם (im) = als | עָשִׂ֣יתִי (asiti) = ik heb gedaan | זֹ֑את (zot) = dit | אִֽם (im) = als | יֶשׁ (yesh) = er is | עָ֥וֶל (avel) = onrecht | בְּכַפָּֽי (bekhapay) = in mijn handen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 11:14; Joz 22:22; 1 Sam 24:12; 1 Sam 26:18–19; Ps 59:4 **7:5** als ik kwaad heb vergolden aan wie vrede met mij had, of mijn belager zonder reden heb beroofd, Brontekst: אִם (im) = als | גָּ֭מַלְתִּי (gamalti) = ik vergold | שֽׁוֹלְמִ֥י (sholemi) = wie vrede met mij had | רָ֑ע (ra) = kwaad | וָאֲחַלְּצָ֖ה (vaachaletsa) = en ik beroofde | צוֹרְרִ֣י (tsoreri) = mijn belager | רֵיקָֽם (reiqam) = zonder reden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: וָאֲחַלְּצָה (va’achaltsah) is moeilijk. Het werkwoord kan ‘bevrijden, redden’ of ‘ontdoen van, beroven’ betekenen. De zin kan dus ook zijn: ‘en heb ik mijn belager zonder reden gered’. Wij kiezen ‘beroofd’. Zie ook: 1 Sam 19:4–5; 1 Sam 24:18–20; Ps 55:21; Ps 109:5; Jer 18:20–21 **7:6** dan moge de vijand mijn ziel achtervolgen en inhalen, mijn leven ter aarde vertrappen en mijn eer in het stof laten wonen. Sela. Brontekst: יִֽרַדֹּ֥ף (yiradof) = moge achtervolgen | אוֹיֵ֨ב (oyev) = een vijand | נַפְשִׁ֡י (nafshi) = mijn ziel | וְיַשֵּׂ֗ג (veyaseg) = en inhalen | וְיִרְמֹ֣ס (veyirmos) = en vertrappen | לָאָ֣רֶץ (laarets) = ter aarde | חַיָּ֑י (chayay) = mijn leven | וּכְבוֹדִ֓י (ukhevodi) = en mijn eer | לֶעָפָ֖ר (leafar) = in het stof | יַשְׁכֵּ֣ן (yashken) = laten wonen | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:3; Ps 44:6; Ps 49:13; Jer 17:13; Mal 3:21 ### Yahweh, rechter van de volkeren **7:7** Sta op, Yahweh, in Uw toorn. Verhef U tegen de woede van mijn belagers. Word wakker voor mij: recht hebt U bevolen. Brontekst: ק֘וּמָ֤ה (quma) = sta op | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | בְּאַפֶּ֗ךָ (beapekha) = in Uw toorn | הִ֭נָּשֵׂא (hinase) = verhef U | בְּעַבְר֣וֹת (beavrot) = tegen de woede van | צוֹרְרָ֑י (tsoreray) = mijn belagers | וְע֥וּרָה (veura) = en word wakker | אֵ֝לַ֗י (elay) = voor mij | מִשְׁפָּ֥ט (mishpat) = recht | צִוִּֽיתָ (tsivita) = hebt U bevolen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: De laatste woorden zijn moeilijk. Wij lezen: ‘recht hebt U bevolen’, dat wil zeggen: U hebt zelf bepaald dat recht moet geschieden. Zie ook: Ps 3:8; Ps 35:23; Ps 44:24; Ps 138:7; Jes 33:10 **7:8** Laat de gemeenschap van naties U omringen, en keer boven haar terug naar de hoogte. Brontekst: וַעֲדַ֣ת (vaadat) = en de gemeenschap van | לְ֭אֻמִּים (leumim) = naties | תְּסוֹבְבֶ֑ךָּ (tesoveveka) = omringe U | וְ֝עָלֶ֗יהָ (vealeiha) = en boven haar | לַמָּר֥וֹם (lamarom) = naar de hoogte | שֽׁוּבָה (shuva) = keer terug Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: שׁוּבָה (shuvah), ‘keer terug’: het werkwoord kan ook van een ander werkwoord komen (yashav) en dan ‘neem plaats’ betekenen. De bedoeling is dat Yahweh terugkeert naar de hoogte, op de rechterstoel. Zie ook: Ps 138:6; Jes 57:15; Openb 16:5–7; Openb 18:20; Openb 19:2 **7:9** Yahweh houdt gericht over de volkeren. Verschaf mij recht, Yahweh, naar mijn gerechtigheid en naar mijn onberispelijkheid die op mij is. Brontekst: יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | יָדִ֪ין (yadin) = houdt gericht | עַ֫מִּ֥ים (amim) = volkeren | שָׁפְטֵ֥נִי (shafeteni) = verschaf mij recht | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כְּצִדְקִ֖י (ketsidqi) = naar mijn gerechtigheid | וּכְתֻמִּ֣י (ukhetumi) = en naar mijn onberispelijkheid | עָלָֽי (alay) = die op mij is Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תֹּם (tom), ‘onberispelijkheid’: heel en ongeschonden zijn. Het gaat om dezelfde eigenschap als ‘onberispelijk’ bij Job (Job 1:1). Zie ook: Job 1:1; Ps 43:1; Ps 96:13; Ps 98:9; 2 Kor 1:12; Rom 14:10–12 **7:10** Laat toch het kwaad van de goddelozen ophouden en maak de rechtvaardige standvastig. U onderzoekt harten en nieren, rechtvaardige Elohim. Brontekst: יִגְמָר (yigmar) = laat ophouden | נָ֬א (na) = toch | רַ֨ע (ra) = het kwaad van | רְשָׁעִים֮ (reshaim) = goddelozen | וּתְכוֹנֵ֪ן (utekhonen) = en maak standvastig | צַ֫דִּ֥יק (tsadiq) = de rechtvaardige | וּבֹחֵ֣ן (uvochen) = en U onderzoekt | לִ֭בּ֗וֹת (libot) = harten | וּכְלָי֗וֹת (ukhelayot) = en nieren | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | צַדִּֽיק (tsadiq) = rechtvaardige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כְּלָיוֹת (kelayot), ‘nieren’: in de Bijbel is het binnenste van een mens, de zetel van gevoelens en geweten. ‘Harten en nieren’ betekent: alles wat in een mens leeft. Zie ook: 1 Sam 16:7; 1 Kron 28:9; Jer 11:20; Jer 17:10; Jer 20:12 **7:11** Mijn schild is bij Elohim, die de oprechten van hart redt. Brontekst: מָֽגִנִּ֥י (magini) = mijn schild | עַל (al) = bij | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | מ֝וֹשִׁ֗יעַ (moshia) = die redt | יִשְׁרֵי (yishrei) = de oprechten van | לֵֽב (lev) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 15:1; Ps 84:12; Ps 125:4; Spr 11:20; Spr 28:18 ### Het kwaad keert zich tegen de boosdoener **7:12** Elohim is een rechtvaardige rechter en een El die elke dag verontwaardigd is. Brontekst: אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | שׁוֹפֵ֣ט (shofet) = rechter | צַדִּ֑יק (tsadiq) = rechtvaardige | וְ֝אֵ֗ל (veel) = en El | זֹעֵ֥ם (zoem) = verontwaardigd | בְּכָל (bekhal) = elke | יֽוֹם (yom) = dag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 7:9; Ps 50:6; Ps 94:15; Nah 1:2; Nah 1:6 **7:13** Als hij zich niet bekeert, slijpt Hij Zijn zwaard. Hij spant Zijn boog en richt hem. Brontekst: אִם (im) = als | לֹ֣א (lo) = niet | יָ֭שׁוּב (yashuv) = hij zich bekeert | חַרְבּ֣וֹ (charbo) = Zijn zwaard | יִלְט֑וֹשׁ (yiltosh) = slijpt Hij | קַשְׁתּ֥וֹ (qashto) = Zijn boog | דָ֝רַ֗ךְ (darakh) = heeft Hij gespannen | וַֽיְכוֹנְנֶֽהָ (vaykhoneneha) = en richt haar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Wie ‘hij’ is en wiens zwaard en boog het zijn, is onduidelijk. Wij lezen: als de boosdoener zich niet bekeert, maakt Yahweh Zijn wapens klaar. Vers 14 zegt dat zij ‘voor hem’ klaarstaan. Zie ook: Deut 32:41; Ps 7:14; Ps 85:5; Jes 55:6–7; Mat 3:10; Hand 3:19 **7:14** Voor hem heeft Hij wapens van de dood gereedgemaakt; Zijn pijlen maakt Hij tot brandende pijlen. Brontekst: וְ֭לוֹ (velo) = en voor hem | הֵכִ֣ין (hekhin) = heeft Hij gereedgemaakt | כְּלֵי (kelei) = wapens van | מָ֑וֶת (mavet) = dood | חִ֝צָּ֗יו (chitsav) = Zijn pijlen | לְֽדֹלְקִ֥ים (ledoleqim) = tot brandende | יִפְעָֽל (yifal) = maakt Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 45:6; Ps 64:8; Hab 3:13; 2 Tess 1:6; Openb 16:6 **7:15** Zie, hij heeft barensweeën van onheil, hij is zwanger van moeite en baart leugen. Brontekst: הִנֵּ֥ה (hine) = zie | יְחַבֶּל (yechabel) = heeft barensweeën van | אָ֑וֶן (aven) = onheil | וְהָרָ֥ה (vehara) = en is zwanger | עָ֝מָ֗ל (amal) = van moeite | וְיָ֣לַד (veyalad) = en baart | שָֽׁקֶר (shaqer) = leugen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 15:20; Job 15:35; Jes 33:11; Jes 59:4–5; Jak 1:15 **7:16** Een kuil heeft hij gegraven en diep uitgegraven, maar hij valt in de kuil die hij maakt. Brontekst: בּ֣וֹר (bor) = een kuil | כָּ֭רָֽה (kara) = hij groef | וַֽיַּחְפְּרֵ֑הוּ (vayachperehu) = en hij groef hem diep uit | וַ֝יִּפֹּ֗ל (vayipol) = en hij valt | בְּשַׁ֣חַת (beshachat) = in de kuil | יִפְעָֽל (yifal) = die hij maakt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בּוֹר (bor) en שַׁחַת (shachat) zijn twee woorden voor ‘kuil’. Wij vertalen ze beide met ‘kuil’. Zie ook: Job 4:8; Ps 35:7–8; Ps 141:10; Spr 26:27; Pred 10:8–9 **7:17** Zijn moeite keert terug op zijn eigen hoofd, en zijn geweld daalt neer op zijn eigen kruin. Brontekst: יָשׁ֣וּב (yashuv) = keert terug | עֲמָל֣וֹ (amalo) = zijn moeite | בְרֹאשׁ֑וֹ (berosho) = op zijn hoofd | וְעַ֥ל (veal) = en op | קָ֝דְקֳד֗וֹ (qadeqodo) = zijn kruin | חֲמָס֥וֹ (chamaso) = zijn geweld | יֵרֵֽד (yered) = daalt neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 24:13–14; 1 Sam 28:19; Ps 37:12–13; 1 Kon 2:32; Est 9:25 ### Dankzegging **7:18** Ik zal Yahweh danken om Zijn gerechtigheid, en de naam van Yahweh, de Allerhoogste, bezingen. Brontekst: אוֹדֶ֣ה (ode) = ik zal danken | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | כְּצִדְק֑וֹ (ketsidqo) = naar Zijn gerechtigheid | וַ֝אֲזַמְּרָ֗ה (vaazamera) = en ik zal bezingen | שֵֽׁם (shem) = de naam van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | עֶלְיֽוֹן (elyon) = de Allerhoogste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam voor Elohim als de hoogste boven alle machten. Vergelijk Gen. 14:18–20. Zie ook: Gen 14:18–20; Ps 9:3; Ps 71:15–16; Ps 92:9; Ps 98:2; Ps 111:3 ## Psalmen 8 _De majesteit van Yahweh en de plaats van de mens_ ### Opschrift **8:1** Voor de koorleider, op de Gittit. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַֽל (al) = op | הַגִּתִּ֗ית (hagitit) = de Gittit | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : עַל־הַגִּתִּית (al haggittit), ‘op de Gittit’: onzeker. Het woord hangt misschien samen met de stad Gat, of met het woord voor ‘wijnpers’ (gat). Het kan een muziekinstrument of een melodie zijn. Het staat ook boven Ps. 81 en 84. Zie ook: Ex 15:11; Ps 8:10; Ps 57:6; Ps 113:2–4; Ps 148:13 ### Hoe machtig is Uw naam **8:2** Yahweh, onze Heer, hoe machtig is Uw naam op heel de aarde! U hebt Uw majesteit boven de hemel gezet. Brontekst: יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | אֲדֹנֵ֗ינוּ (adoneinu) = onze Heer | מָֽה (ma) = hoe | אַדִּ֣יר (adir) = machtig | שִׁ֭מְךָ (shimkha) = Uw naam | בְּכָל (bekhal) = op heel | הָאָ֑רֶץ (haarets) = de aarde | אֲשֶׁ֥ר (asher) = U die | תְּנָ֥ה (tena) = hebt gezet | ה֝וֹדְךָ֗ (hodekha) = Uw majesteit | עַל (al) = boven | הַשָּׁמָֽיִם (hashamayim) = de hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנֵינוּ (adonenu), ‘onze Heer’: aanspreking van Yahweh. Voetnoot Lezing: תְּנָה (tenah) is een ongewone vorm. Wij lezen: ‘U die Uw majesteit boven de hemel hebt gezet’. Zie ook: Ex 15:11; Ps 8:10; Ps 57:6; Ps 113:2–4; Ps 148:13 **8:3** Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt U kracht gegrondvest, vanwege Uw belagers, om de vijand en wie wraak zoekt te laten ophouden. Brontekst: מִפִּ֤י (mipi) = uit de mond van | עֽוֹלְלִ֨ים (olelim) = kinderen | וְֽיֹנְקִים֮ (veyoneqim) = en zuigelingen | יִסַּ֪דְתָּ֫ (yisadta) = hebt U gegrondvest | עֹ֥ז (oz) = kracht | לְמַ֥עַן (lemaan) = vanwege | צוֹרְרֶ֑יךָ (tsorereikha) = Uw belagers | לְהַשְׁבִּ֥ית (lehashbit) = om te doen ophouden | א֝וֹיֵ֗ב (oyev) = de vijand | וּמִתְנַקֵּֽם (umitnaqem) = en wie wraak zoekt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִתְנַקֵּם (mitnaqqem), ‘wie wraak zoekt’: iemand die zelf wraak neemt in plaats van Yahweh recht te laten doen. Voetnoot Lezing: עֹז (oz), ‘kracht’. Sommige oude vertalingen hebben hier ‘lof’. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Ps 46:11; Jes 40:31; Mat 21:16; 1 Kor 1:27; 2 Kor 12:9–10 ### Wat is de mens? **8:4** Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren die U hebt bevestigd: Brontekst: כִּֽי (ki) = als | אֶרְאֶ֣ה (ere) = ik zie | שָׁ֭מֶיךָ (shameikha) = Uw hemel | מַעֲשֵׂ֣י (maasei) = het werk van | אֶצְבְּעֹתֶ֑יךָ (etsbeoteikha) = Uw vingers | יָרֵ֥חַ (yareach) = maan | וְ֝כוֹכָבִ֗ים (vekhokhavim) = en sterren | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | כּוֹנָֽנְתָּה (konanta) = U hebt bevestigd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:1; Ps 33:6; Ps 89:12; Ps 104:19; Ps 111:2 **8:5** wat is de mens dat U aan hem denkt, en het mensenkind dat U naar hem omkijkt? Brontekst: מָֽה (ma) = wat | אֱנ֥וֹשׁ (enosh) = is de mens | כִּֽי (ki) = dat | תִזְכְּרֶ֑נּוּ (tizkerenu) = U aan hem denkt | וּבֶן (uven) = en het kind van | אָ֝דָ֗ם (adam) = een mens | כִּ֣י (ki) = dat | תִפְקְדֶֽנּוּ (tifqedenu) = U naar hem omkijkt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱנוֹשׁ (enosh), ‘de mens’: de zwakke, sterfelijke mens. בֶּן־אָדָם (ben adam), ‘mensenkind’: een mens. Zie ook Hebr. 2:6–8. Zie ook: Job 7:17; Ps 144:3; Ps 146:3; Luc 1:68; Heb 2:6–9 **8:6** U hebt hem weinig minder gemaakt dan Elohim, en U kroont hem met eer en luister. Brontekst: וַתְּחַסְּרֵ֣הוּ (vatechaserehu) = en U hebt hem minder gemaakt | מְּ֭עַט (meat) = weinig | מֵאֱלֹהִ֑ים (meElohim) = dan Elohim | וְכָב֖וֹד (vekhavod) = en met eer | וְהָדָ֣ר (vehadar) = en luister | תְּעַטְּרֵֽהוּ (teaterehu) = kroont U hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֵאֱלֹהִים (me’elohim), ‘minder dan Elohim’: het Hebreeuws heeft ‘van Elohim’. Sommige oude vertalingen hebben ‘dan engelen’. Het woord kan dus ook de hemelse wezens rondom Yahweh aanduiden. Zie ook: Gen 1:26–27; Fil 2:7–11; Heb 2:7; Heb 2:9; Heb 2:16 ### De mens als heerser over de schepping **8:7** U laat hem heersen over de werken van Uw handen. Alles hebt U onder zijn voeten gelegd: Brontekst: תַּ֭מְשִׁילֵהוּ (tamshilehu) = U laat hem heersen | בְּמַעֲשֵׂ֣י (bemaasei) = over de werken van | יָדֶ֑יךָ (yadeikha) = Uw handen | כֹּ֝ל (kol) = alles | שַׁ֣תָּה (shata) = hebt U gelegd | תַֽחַת (tachat) = onder | רַגְלָֽיו (raglav) = zijn voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:26; Gen 1:28; Mat 28:18; Ef 1:22; Heb 2:8 **8:8** kleinvee en runderen, allemaal, en ook de dieren van het veld, Brontekst: צֹנֶ֣ה (tsone) = kleinvee | וַאֲלָפִ֣ים (vaalafim) = en runderen | כֻּלָּ֑ם (kulam) = allemaal | וְ֝גַ֗ם (vegam) = en ook | בַּהֲמ֥וֹת (bahamot) = de dieren van | שָׂדָֽי (saday) = het veld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 2:20 **8:9** de vogel van de hemel en de vissen van de zee, alles wat de paden van de zeeën doorkruist. Brontekst: צִפּ֣וֹר (tsipor) = vogel van | שָׁ֭מַיִם (shamayim) = de hemel | וּדְגֵ֣י (udegei) = en vissen van | הַיָּ֑ם (hayam) = de zee | עֹ֝בֵ֗ר (over) = wat doorkruist | אָרְח֥וֹת (arechot) = paden van | יַמִּֽים (yamim) = zeeën Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:20–25; Job 38:39–39:30; Job 40:15–41:26; Ps 148:10 **8:10** Yahweh, onze Heer, hoe machtig is Uw naam op heel de aarde! Brontekst: יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֲדֹנֵ֑ינוּ (adoneinu) = onze Heer | מָֽה (ma) = hoe | אַדִּ֥יר (adir) = machtig | שִׁ֝מְךָ֗ (shimkha) = Uw naam | בְּכָל (bekhal) = op heel | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 11:7; Deut 33:26; Ps 8:2; Ps 104:24 ## Psalmen 9 _Dankpsalm: Yahweh is rechter en burcht_ ### Opschrift **9:1** Voor de koorleider, op Alamot-labben. Een psalm van David. Brontekst: לַ֭מְנַצֵּחַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַלְמ֥וּת (almut) = Alamot | לַבֵּ֗ן (laben) = labben | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : עַלְמוּת לַבֵּן (almut labben): de betekenis is onzeker. Het kan ‘over het sterven van de zoon’ zijn (muth labben), of ‘jonge vrouwen’ (alamot) gevolgd door een woord voor ‘zoon’. Het is waarschijnlijk de naam van een melodie of een aanwijzing voor de uitvoering. Wij laten het staan als ‘Alamot-labben’. Voetnoot : Psalm 9 en 10 horen bij elkaar: samen vormen zij een alfabetische reeks (de verzen beginnen met opeenvolgende letters van het Hebreeuwse alfabet), die niet helemaal compleet is. Psalm 10 heeft geen opschrift. Sommige oude vertalingen rekenen beide als één psalm. Zie ook: 1 Kron 16:24; Ps 86:12; Ps 103:1–2; Ps 111:1; Ps 145:1–3 ### Ik wil Yahweh danken **9:2** Ik zal Yahweh danken met heel mijn hart. Ik zal al Uw wonderen vertellen. Brontekst: אוֹדֶ֣ה (ode) = ik zal danken | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בְּכָל (bekhal) = met heel | לִבִּ֑י (libi) = mijn hart | אֲ֝סַפְּרָ֗ה (asapera) = ik zal vertellen | כָּל (kal) = al | נִפְלְאוֹתֶֽיךָ (nifleoteikha) = Uw wonderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 16:24; Ps 86:12; Ps 103:1–2; Ps 111:1; Ps 145:1–3 **9:3** Ik zal mij verheugen en jubelen in U. Ik zal Uw naam bezingen, Allerhoogste. Brontekst: אֶשְׂמְחָ֣ה (esmecha) = ik zal mij verheugen | וְאֶעֶלְצָ֣ה (veeeltsa) = en jubelen | בָ֑ךְ (bakh) = in U | אֲזַמְּרָ֖ה (azamera) = ik zal bezingen | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | עֶלְיֽוֹן (elyon) = Allerhoogste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Eljon), ‘Allerhoogste’: zie Ps. 7:18. Zie ook: Ps 5:12; Ps 7:18; Ps 28:7; Ps 83:19; Ps 97:9 **9:4** Wanneer mijn vijanden achteruit wijken, struikelen zij en komen zij om voor Uw aangezicht. Brontekst: בְּשׁוּב (beshuv) = als terugkeren | אוֹיְבַ֥י (oyevay) = mijn vijanden | אָח֑וֹר (achor) = achterwaarts | יִכָּשְׁל֥וּ (yikashelu) = struikelen zij | וְ֝יֹאבְד֗וּ (veyovdu) = en komen zij om | מִפָּנֶֽיךָ (mipaneikha) = voor Uw aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 76:8; Ps 80:17; 2 Tess 1:9; Openb 6:12–17; Openb 20:11 ### Yahweh zit op de troon als rechter **9:5** Want U hebt mijn recht en mijn rechtszaak uitgevoerd. U zit op de troon als rechter van gerechtigheid. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | עָ֭שִׂיתָ (asita) = U hebt gedaan | מִשְׁפָּטִ֣י (mishpati) = mijn recht | וְדִינִ֑י (vedini) = en mijn rechtszaak | יָשַׁ֥בְתָּ (yashavta) = U zit | לְ֝כִסֵּ֗א (lekhise) = op de troon | שׁוֹפֵ֥ט (shofet) = rechter van | צֶֽדֶק (tsedeq) = gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּטִי (mishpati), ‘mijn recht’, en דִּינִי (dini), ‘mijn rechtszaak’: twee woorden uit de rechtspraak. Zie ook: Ps 47:9; Ps 98:9; Ps 140:13; Jes 11:4; 1 Petr 2:23 **9:6** U hebt de volken bestraft en de goddeloze laten omkomen. Hun naam hebt U uitgewist voor eeuwig en altijd. Brontekst: גָּעַ֣רְתָּ (gaarta) = U hebt bestraft | ג֭וֹיִם (goyim) = volken | אִבַּ֣דְתָּ (ibadta) = U hebt laten omkomen | רָשָׁ֑ע (rasha) = de goddeloze | שְׁמָ֥ם (shemam) = hun naam | מָ֝חִ֗יתָ (machita) = hebt U uitgewist | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | וָעֶֽד (vaed) = en altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 9:14; Spr 10:7; Spr 13:9; Mal 3:21; Openb 19:15 **9:7** De vijand: zijn verwoestingen zijn voorgoed ten einde. Steden hebt U uitgerukt; hun gedachtenis is verloren, zij zelf ook. Brontekst: הָֽאוֹיֵ֨ב (haoyev) = de vijand | תַּ֥מּוּ (tamu) = zijn ten einde | חֳרָב֗וֹת (choravot) = verwoestingen | לָ֫נֶ֥צַח (lanetsach) = voorgoed | וְעָרִ֥ים (vearim) = en steden | נָתַ֑שְׁתָּ (natashta) = hebt U uitgerukt | אָבַ֖ד (avad) = is verloren | זִכְרָ֣ם (zikhram) = hun gedachtenis | הֵֽמָּה (hema) = zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Dit vers is moeilijk. Het Hebreeuws begint met ‘de vijand’ zonder werkwoord; het kan een aanspreking zijn (‘O vijand’) of de zin kan zeggen dat de vijand is afgedaan. Ook is onduidelijk of de ‘verwoestingen’ de verwoestingen zijn die de vijand aanrichtte, of die over hem komen. Wij volgen de Masoretische tekst en vertalen zo letterlijk mogelijk. Zie ook: Ex 14:13; 2 Kon 19:25; Jes 14:22–23; Mi 7:8; 1 Kor 15:26 **9:8** Maar Yahweh zetelt voor eeuwig. Hij heeft Zijn troon gegrondvest voor het gericht. Brontekst: וַֽ֭יהוָה (vaYahweh) = maar Yahweh | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | יֵשֵׁ֑ב (yeshev) = zetelt | כּוֹנֵ֖ן (konen) = heeft gegrondvest | לַמִּשְׁפָּ֣ט (lamishpat) = voor het gericht | כִּסְאֽוֹ (kiso) = Zijn troon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּט (mishpat), ‘gericht’: de rechtspraak van Yahweh; zie Ps. 1:5. Zie ook: Ps 1:5; Ps 89:15; Ps 102:13; Ps 103:19; Heb 13:8; Openb 20:11 **9:9** Hij zal de wereld richten in gerechtigheid. Hij zal de naties oordelen in rechtheid. Brontekst: וְה֗וּא (vehu) = en Hij | יִשְׁפֹּֽט (yishpot) = zal richten | תֵּבֵ֥ל (tevel) = de wereld | בְּצֶ֑דֶק (betsedeq) = in gerechtigheid | יָדִ֥ין (yadin) = zal oordelen | לְ֝אֻמִּ֗ים (leumim) = naties | בְּמֵישָׁרִֽים (bemeisharim) = in rechtheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 96:13; Ps 98:9; Hand 17:31; Rom 2:5–6; Openb 20:12–13 ### Een burcht voor de verpletterde **9:10** Yahweh is een burcht voor de verpletterde, een burcht in tijden van nood. Brontekst: וִ֘יהִ֤י (vihi) = en is | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | מִשְׂגָּ֣ב (misgav) = een burcht | לַדָּ֑ךְ (ladakh) = voor de verpletterde | מִ֝שְׂגָּ֗ב (misgav) = een burcht | לְעִתּ֥וֹת (leitot) = in tijden | בַּצָּרָֽה (batsara) = van nood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 32:7; Ps 46:2; Ps 91:1–2; Spr 18:10; Nah 1:7 **9:11** Zij die Uw naam kennen, vertrouwen op U, want U hebt wie U zoeken, Yahweh, niet verlaten. Brontekst: וְיִבְטְח֣וּ (veyivtechu) = en zij vertrouwen | בְ֭ךָ (bekha) = op U | יוֹדְעֵ֣י (yodeei) = die kennen | שְׁמֶ֑ךָ (shemekha) = Uw naam | כִּ֤י (ki) = want | לֹֽא (lo) = niet | עָזַ֖בְתָּ (azavta) = U hebt verlaten | דֹרְשֶׁ֣יךָ (doresheikha) = die U zoeken | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 91:14; Ps 105:3–4; Spr 18:10; Jes 26:3–4; 2 Kor 1:9–10 **9:12** Bezing Yahweh, die op Sion woont. Maak onder de volkeren Zijn daden bekend. Brontekst: זַמְּר֗וּ (zameru) = bezingt | לַ֭יהוָה (laYahweh) = Yahweh | יֹשֵׁ֣ב (yoshev) = die woont | צִיּ֑וֹן (tsiyon) = op Sion | הַגִּ֥ידוּ (hagidu) = maakt bekend | בָ֝עַמִּ֗ים (baamim) = onder de volkeren | עֲלִֽילוֹתָֽיו (alilotav) = Zijn daden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Sion is de berg van Jeruzalem, waar Yahweh woont (Ps. 2:6). Zie ook: Ps 2:6; Ps 66:2; Ps 96:1–2; Ps 107:22; Ps 148:1–5; Jes 12:4–6 **9:13** Want Hij die voor bloedvergieten rekenschap vraagt, heeft aan hen gedacht. Hij heeft de noodkreet van de nederigen niet vergeten. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | דֹרֵ֣שׁ (doresh) = Hij die opeist | דָּ֭מִים (damim) = bloedvergieten | אוֹתָ֣ם (otam) = hen | זָכָ֑ר (zakhar) = heeft gedacht | לֹֽא (lo) = niet | שָׁ֝כַ֗ח (shakhach) = heeft vergeten | צַעֲקַ֥ת (tsaaqat) = de noodkreet van | עֲנָוִֽים (anavim) = nederigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דֹּרֵשׁ דָּמִים (doresh damim), ‘Hij die voor bloedvergieten rekenschap vraagt’: Yahweh eist de rekening op voor vergoten bloed (Gen. 9:5). Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is עניים (aniyyim), ‘ellendigen’. De te lezen vorm (qere) is ענוים (anavim), ‘nederigen’. Wij volgen de qere. Zie ook: Gen 9:5; Ex 3:7; Ps 34:7; Openb 6:9–10; Openb 16:6 ### Bede om genade **9:14** Wees mij genadig, Yahweh. Zie mijn ellende door wie mij haten, U die mij optilt uit de poorten van de dood, Brontekst: חָֽנְנֵ֬נִי (chaneneni) = wees mij genadig | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | רְאֵ֣ה (ree) = zie | עָ֭נְיִי (aneyi) = mijn ellende | מִשֹּׂנְאָ֑י (misoneay) = van wie mij haten | מְ֝רוֹמְמִ֗י (meromemi) = U die mij optilt | מִשַּׁ֥עֲרֵי (mishaarei) = uit de poorten van | מָֽוֶת (mavet) = dood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘De poorten van de dood’ zijn de toegang tot het dodenrijk. Vergelijk Job 38:17. Zie ook: Job 38:17; Ps 13:4; Ps 30:4; Ps 86:13; Ps 119:153; Jes 38:10 **9:15** opdat ik al Uw lofprijzingen vertel in de poorten van de dochter van Sion en jubel om Uw redding. Brontekst: לְמַ֥עַן (lemaan) = opdat | אֲסַפְּרָ֗ה (asapera) = ik vertel | כָּֽל (kal) = al | תְּהִלָּ֫תֶ֥יךָ (tehilateikha) = Uw lofprijzingen | בְּשַֽׁעֲרֵ֥י (beshaarei) = in de poorten van | בַת (bat) = de dochter van | צִיּ֑וֹן (tsiyon) = Sion | אָ֝גִ֗ילָה (agila) = ik zal jubelen | בִּישׁוּעָתֶֽךָ (bishuatekha) = in Uw redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: בַּת־צִיּוֹן (bat Tsiyyon), ‘dochter van Sion’: een beeld voor Jeruzalem en haar inwoners. Zie ook: Ps 13:6; Ps 20:6; Ps 35:9; Ps 51:14; Ps 106:2 **9:16** De volken zijn gezonken in de kuil die zij maakten. In het net dat zij verborgen, is hun voet gevangen. Brontekst: טָבְע֣וּ (taveu) = zijn gezonken | ג֭וֹיִם (goyim) = volken | בְּשַׁ֣חַת (beshachat) = in een kuil | עָשׂ֑וּ (asu) = die zij maakten | בְּרֶֽשֶׁת (bereshet) = in het net | ז֥וּ (zu) = dat | טָ֝מָ֗נוּ (tamanu) = zij verborgen | נִלְכְּדָ֥ה (nilkeda) = is gevangen | רַגְלָֽם (raglam) = hun voet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 7:16–17; Ps 35:8; Ps 57:7; Spr 5:22; Spr 22:8 ### De goddelozen vallen in hun eigen kuil **9:17** Yahweh heeft Zich bekendgemaakt. Hij heeft recht gedaan. In het werk van zijn eigen handen is de goddeloze verstrikt. Higgajon. Sela. Brontekst: נ֤וֹדַ֨ע (noda) = heeft Zich bekendgemaakt | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | מִשְׁפָּ֪ט (mishpat) = recht | עָ֫שָׂ֥ה (asa) = heeft gedaan | בְּפֹ֣עַל (befoal) = in het werk van | כַּ֭פָּיו (kapav) = zijn handen | נוֹקֵ֣שׁ (noqesh) = verstrikt | רָשָׁ֑ע (rasha) = de goddeloze | הִגָּי֥וֹן (higayon) = Higgajon | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הִגָּיוֹן (higgajon), ‘Higgajon’: onzeker. Het woord komt van het werkwoord dat ‘overpeinzen, zacht spelen’ betekent (zie Ps. 1:2). Het is waarschijnlijk een aanwijzing voor de muziek of een moment van overpeinzing. Voetnoot : סֶלָה (Sela): zie Ps. 3:3. Zie ook: Ex 7:5; Ex 14:31; Joz 2:10–11; Ps 1:2; Ps 3:3; Ps 83:18–19; Spr 12:13 **9:18** De goddelozen zullen terugkeren naar de Sjeol, alle volken die Elohim vergeten. Brontekst: יָשׁ֣וּבוּ (yashuvu) = zullen terugkeren | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | לִשְׁא֑וֹלָה (lishola) = naar de Sjeol | כָּל (kal) = alle | גּ֝וֹיִ֗ם (goyim) = volken | שְׁכֵחֵ֥י (shekhechei) = die vergeten | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk, zie Ps. 6:6. Zie ook: Job 8:13; Ps 6:6; Ps 50:22; 2 Tess 1:7–9; Rom 2:8–9; Openb 21:8 **9:19** Want de arme wordt niet voorgoed vergeten, en de hoop van de ellendigen gaat niet voor altijd verloren. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹ֣א (lo) = niet | לָ֭נֶצַח (lanetsach) = voorgoed | יִשָּׁכַ֣ח (yishakhach) = wordt vergeten | אֶבְי֑וֹן (evyon) = de arme | תִּקְוַ֥ת (tiqvat) = hoop van | עֲ֝נִיִּ֗ים (aniyim) = ellendigen | תֹּאבַ֥ד (tovad) = gaat verloren | לָעַֽד (laad) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is ענוים (anavim), ‘nederigen’. De te lezen vorm (qere) is עניים (aniyyim), ‘ellendigen’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 12:6; Spr 23:18; Spr 24:14; Luc 6:20; Jak 2:5 ### Sta op, Yahweh **9:20** Sta op, Yahweh. Laat de mens niet sterk worden. Laat de volken geoordeeld worden voor Uw aangezicht. Brontekst: קוּמָ֣ה (quma) = sta op | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אַל (al) = niet | יָעֹ֣ז (yaoz) = laat sterk worden | אֱנ֑וֹשׁ (enosh) = de mens | יִשָּׁפְט֥וּ (yishafetu) = laat geoordeeld worden | ג֝וֹיִ֗ם (goyim) = volken | עַל (al) = voor | פָּנֶֽיךָ (paneikha) = Uw aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:8; Ps 7:7; Ps 10:12; Ps 44:24; Ps 44:27 **9:21** Jaag hun ontzag in, Yahweh. Laat de volken weten dat zij mensen zijn. Sela. Brontekst: שִׁ֘יתָ֤ה (shita) = leg | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | מוֹרָ֗ה (mora) = ontzag | לָ֫הֶ֥ם (lahem) = op hen | יֵדְע֥וּ (yedeu) = laat weten | גוֹיִ֑ם (goyim) = volken | אֱנ֖וֹשׁ (enosh) = dat mensen | הֵ֣מָּה (hema) = zij | סֶּֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: מוֹרָה (morah) kan ‘ontzag, schrik’ betekenen, of, met andere klinkers, ‘leraar’ (moreh). Sommige oude vertalingen hebben ‘wetgever’. Wij volgen de Masoretische klinkers: ‘ontzag’. Zie ook: Deut 2:25; Ps 62:10; Ps 82:6–7; Jes 31:3; Jer 32:40 ## Psalmen 10 _Klacht over de goddeloze en vertrouwen op Yahweh als koning_ ### Waarom staat U in de verte? **10:1** Waarom staat U, Yahweh, in de verte? Waarom verbergt U Zich in tijden van nood? Brontekst: לָמָ֣ה (lama) = waarom | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | תַּעֲמֹ֣ד (taamod) = staat U | בְּרָח֑וֹק (berachoq) = in de verte | תַּ֝עְלִ֗ים (talim) = verbergt U Zich | לְעִתּ֥וֹת (leitot) = in tijden | בַּצָּרָֽה (batsara) = van nood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Psalm 10 heeft geen opschrift en hoort bij Psalm 9: samen vormen zij een alfabetische reeks. Zie bij Ps. 9:1. Zie ook: Job 13:24; Ps 9:1; Ps 13:2–4; Ps 22:2; Ps 27:9; Ps 46:2 **10:2** In hoogmoed jaagt de goddeloze de ellendige na. Laat hen gegrepen worden in de plannen die zij bedacht hebben. Brontekst: בְּגַאֲוַ֣ת (begaavat) = in hoogmoed | רָ֭שָׁע (rasha) = de goddeloze | יִדְלַ֣ק (yidlaq) = jaagt na | עָנִ֑י (ani) = de ellendige | יִתָּפְשׂ֓וּ (yitafesu) = laat hen gegrepen worden | בִּמְזִמּ֖וֹת (bimzimot) = in plannen | ז֣וּ (zu) = die | חָשָֽׁבוּ (chashavu) = zij bedachten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 7:17; Ps 31:19; Ps 36:12; Ps 59:13; Spr 5:22 ### De goddeloze en zijn plannen **10:3** Want de goddeloze pocht op het verlangen van zijn ziel, en de roofzuchtige zegent hij, maar Yahweh veracht hij. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הִלֵּ֣ל (hilel) = pocht | רָ֭שָׁע (rasha) = de goddeloze | עַל (al) = op | תַּאֲוַ֣ת (taavat) = het verlangen van | נַפְשׁ֑וֹ (nafsho) = zijn ziel | וּבֹצֵ֥עַ (uvotsea) = en de roofzuchtige | בֵּ֝רֵ֗ךְ (berekh) = zegent hij | נִ֘אֵ֥ץ (niets) = veracht hij | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בֵּרֵךְ (berekh), ‘zegent’: dit werkwoord kan ook ‘vervloeken’ betekenen. De zin kan dus zijn: ‘de roofzuchtige zegent hij en Yahweh vervloekt hij’, of ‘de roofzuchtige zegent zichzelf’. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. Zie ook: Ps 94:4; Jes 37:23; Mi 6:10–12; Zach 11:5–8; Luc 12:19 **10:4** De goddeloze houdt zijn neus hoog en zoekt niet. Al zijn plannen zijn: „Er is geen Elohim.” Brontekst: רָשָׁ֗ע (rasha) = de goddeloze | כְּגֹ֣בַהּ (kegovah) = naar de hoogte van | אַ֭פּוֹ (apo) = zijn neus | בַּל (bal) = niet | יִדְרֹ֑שׁ (yidrosh) = zoekt hij | אֵ֥ין (ein) = er is geen | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | כָּל (kal) = al | מְזִמּוֹתָֽיו (mezimotav) = zijn plannen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דָּרַשׁ (darash), ‘zoeken, opeisen’: het werkwoord staat in de verzen 4, 13 en 15. De goddeloze zoekt Elohim niet (vers 4) en denkt dat Elohim geen rekenschap vraagt (vers 13); Yahweh zal zijn goddeloosheid opeisen (vers 15). Voetnoot : בִּגְבַהּ אַפּוֹ (kigvoah appo), ‘naar de hoogte van zijn neus’: een uitdrukking voor hoogmoed. Zie ook: Gen 6:5; Ps 10:13; Ps 10:15; Ps 14:1–2; Hand 8:22; Rom 1:21; Rom 1:28 **10:5** Zijn wegen gelukken te allen tijde. Uw oordelen zijn te hoog, buiten zijn zicht. Al zijn belagers snuift hij minachtend toe. Brontekst: יָ֘חִ֤ילוּ (yachilu) = slagen | דְרָכָ֨יו (derakhav) = zijn wegen | בְּכָל (bekhal) = op elk | עֵ֗ת (et) = tijdstip | מָר֣וֹם (marom) = hoog | מִ֭שְׁפָּטֶיךָ (mishpateikha) = Uw oordelen | מִנֶּגְדּ֑וֹ (minegdo) = buiten zijn zicht | כָּל (kal) = al | צ֝וֹרְרָ֗יו (tsorerav) = zijn belagers | יָפִ֥יחַ (yafiach) = snuift hij minachtend | בָּהֶֽם (bahem) = op hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָפִיחַ (yafiach), ‘hij snuift minachtend’: hij blaast naar hen. Voetnoot Lezing: יָחִילוּ (yachilu), ‘zij slagen’: de betekenis is onzeker; het werkwoord kan ook ‘wordt krachtig’ of ‘draait zich (in pijn)’ betekenen. Het geschreven woord (ketiv) is דרכו (darko), ‘zijn weg’. De te lezen vorm (qere) is דרכיו (derakhav), ‘zijn wegen’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 12:6; Ps 92:6–7; Spr 2:15; Hos 14:10; Jes 26:11 **10:6** Hij zegt in zijn hart: „Ik zal niet wankelen. Van geslacht op geslacht overkomt mij geen kwaad.” Brontekst: אָמַ֣ר (amar) = hij zegt | בְּ֭לִבּוֹ (belibo) = in zijn hart | בַּל (bal) = niet | אֶמּ֑וֹט (emot) = zal ik wankelen | לְדֹ֥ר (ledor) = van geslacht | וָ֝דֹ֗ר (vador) = en geslacht | אֲשֶׁ֣ר (asher) = dat | לֹֽא (lo) = niet | בְרָֽע (bera) = in het kwaad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 11:1; Pred 8:11; Jes 56:12; Nah 1:10; Mat 24:48 **10:7** Zijn mond is vol vloek, bedrog en onderdrukking. Onder zijn tong zijn moeite en onheil. Brontekst: אָלָ֤ה (ala) = vloek | פִּ֣יהוּ (pihu) = zijn mond | מָ֭לֵא (male) = is vol | וּמִרְמ֣וֹת (umirmot) = en bedrog | וָתֹ֑ךְ (vatokh) = en onderdrukking | תַּ֥חַת (tachat) = onder | לְ֝שׁוֹנ֗וֹ (leshono) = zijn tong | עָמָ֥ל (amal) = moeite | וָאָֽוֶן (vaaven) = en onheil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 7:15; Ps 59:13; Ps 64:4; Ps 140:4; Ps 140:10 **10:8** Hij zit in een hinderlaag bij de dorpen. In schuilplaatsen doodt hij de onschuldige. Zijn ogen loeren op de weerloze. Brontekst: יֵשֵׁ֤ב (yeshev) = hij zit | בְּמַאְרַ֬ב (bemarav) = in een hinderlaag van | חֲצֵרִ֗ים (chatserim) = dorpen | בַּֽ֭מִּסְתָּרִים (bamistarim) = in schuilplaatsen | יַהֲרֹ֣ג (yaharog) = doodt hij | נָקִ֑י (naqi) = de onschuldige | עֵ֝ינָ֗יו (einav) = zijn ogen | לְֽחֵלְכָ֥ה (lechelekha) = op de weerloze | יִצְפֹּֽנוּ (yitsponu) = loeren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶלְכָּה (chelkah), ‘weerloze’: onzeker; waarschijnlijk iemand die ongelukkig en zonder hulp is. Het woord komt ook voor in de verzen 10 en 14. Zie ook: 1 Sam 22:18; Ps 94:6; Jer 22:17; Hab 3:14; Luc 8:1 **10:9** Hij loert in een schuilplaats als een leeuw in zijn hol. Hij loert om de ellendige te grijpen. Hij grijpt de ellendige door hem in zijn net te trekken. Brontekst: יֶאֱרֹ֬ב (yeerov) = hij loert | בַּמִּסְתָּ֨ר (bamistar) = in een schuilplaats | כְּאַרְיֵ֬ה (kearye) = als een leeuw | בְסֻכֹּ֗ה (besuko) = in zijn hol | יֶ֭אֱרֹב (yeerov) = hij loert | לַחֲט֣וֹף (lachatof) = om te grijpen | עָנִ֑י (ani) = de ellendige | יַחְטֹ֥ף (yachtof) = hij grijpt | עָ֝נִ֗י (ani) = de ellendige | בְּמָשְׁכ֥וֹ (bemashekho) = door hem binnen te trekken | בְרִשְׁתּֽוֹ (berishto) = in zijn net Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:15–16; Ps 17:12; Ps 35:10; Ps 59:4; Mi 7:2 **10:10** Hij kromt zich en duikt weg, en de ongelukkige weerlozen vallen door zijn sterken. Brontekst: יִדְכֶּ֥ה (yidke) = hij kromt zich | יָשֹׁ֑חַ (yashoach) = hij duikt weg | וְנָפַ֥ל (venafal) = en valt | בַּ֝עֲצוּמָ֗יו (baatsumav) = door zijn sterken | חֵ֣יל (cheil) = de weerlozen | כָּאִֽים (kaim) = de ongelukkigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is ודכה (vedakhah), ‘en hij wordt verpletterd’, en חלכאים (chelka’im), ‘ongelukkigen’. De te lezen vormen (qere) zijn ידכה (yidkeh), ‘hij kromt zich’, en חיל כאים (chel ka’im), ‘weerlozen, ongelukkigen’. Wij volgen de qere. De tekst blijft moeilijk. Zie ook: 1 Sam 2:36; 1 Sam 18:21–26; 1 Sam 23:21–22; 2 Sam 15:5 **10:11** Hij zegt in zijn hart: „El heeft het vergeten. Hij heeft Zijn aangezicht verborgen. Hij ziet het nooit.” Brontekst: אָמַ֣ר (amar) = hij zegt | בְּ֭לִבּוֹ (belibo) = in zijn hart | שָׁ֣כַֽח (shakhach) = heeft vergeten | אֵ֑ל (el) = El | הִסְתִּ֥יר (histir) = heeft verborgen | פָּ֝נָ֗יו (panav) = Zijn aangezicht | בַּל (bal) = niet | רָאָ֥ה (raa) = ziet | לָנֶֽצַח (lanetsach) = voorgoed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 10:6; Ps 73:11; Ps 94:7; Ezech 8:12; Ezech 9:9 ### Sta op, Yahweh **10:12** Sta op, Yahweh. El, hef Uw hand op. Vergeet de nederigen niet. Brontekst: קוּמָ֤ה (quma) = sta op | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אֵ֭ל (el) = El | נְשָׂ֣א (nesa) = hef op | יָדֶ֑ךָ (yadekha) = Uw hand | אַל (al) = niet | תִּשְׁכַּ֥ח (tishkach) = vergeet | עֲנָוִֽים (anavim) = nederigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is עניים (aniyyim), ‘ellendigen’. De te lezen vorm (qere) is ענוים (anavim), ‘nederigen’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 9:13; Ps 17:7; Ps 94:2; Jes 33:10; Mi 5:8 **10:13** Waarom veracht de goddeloze Elohim? Hij zegt in zijn hart: „U vraagt geen rekenschap.” Brontekst: עַל (al) = waarom | מֶ֤ה (me) = (wat) | נִאֵ֖ץ (niets) = veracht | רָשָׁ֥ע (rasha) = de goddeloze | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | אָמַ֥ר (amar) = hij zegt | בְּ֝לִבּ֗וֹ (belibo) = in zijn hart | לֹ֣א (lo) = niet | תִּדְרֹֽשׁ (tidrosh) = vraagt U rekenschap Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 74:10; Ps 74:18; 2 Kron 24:22; Luc 10:16; 1 Tess 4:8 **10:14** U hebt het gezien. Want U kijkt naar moeite en verdriet, om het in Uw hand te nemen. Op U laat de weerloze het over. Voor de wees bent U een helper geweest. Brontekst: רָאִ֡תָה (raita) = U hebt gezien | כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֤ה (ata) = U | עָ֘מָ֤ל (amal) = moeite | וָכַ֨עַס (vakhaas) = en verdriet | תַּבִּיט֮ (tabit) = kijkt | לָתֵ֪ת (latet) = om te geven | בְּיָ֫דֶ֥ךָ (beyadekha) = in Uw hand | עָ֭לֶיךָ (aleikha) = op U | יַעֲזֹ֣ב (yaazov) = laat over | חֵלֶ֑כָה (chelekha) = de weerloze | יָ֝ת֗וֹם (yatom) = de wees | אַתָּ֤ה (ata) = U | הָיִ֬יתָ (hayita) = bent geweest | עוֹזֵֽר (ozer) = helper Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לָתֵת בְּיָדֶךָ (latet beyadekha), ‘om het in Uw hand te geven’: om het zelf te nemen en recht te doen. Zie ook: Deut 10:18; Ps 55:23; Ps 68:6; Ps 146:9; Hos 14:4 **10:15** Breek de arm van de goddeloze en van de kwade. Vraag zijn goddeloosheid op, totdat U niets meer vindt. Brontekst: שְׁ֭בֹר (shevor) = breek | זְר֣וֹעַ (zeroa) = de arm van | רָשָׁ֑ע (rasha) = de goddeloze | וָ֝רָ֗ע (vara) = en van de kwade | תִּֽדְרוֹשׁ (tidrosh) = vraagt U op | רִשְׁע֥וֹ (risho) = zijn goddeloosheid | בַל (bal) = niet | תִּמְצָֽא (timtsa) = vindt U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 38:15; Ps 7:10; Ps 37:17; Sef 1:12; Ezech 30:21–22 ### Yahweh is koning **10:16** Yahweh is koning voor eeuwig en altijd. De volken zijn uit Zijn land verdwenen. Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | מֶ֭לֶךְ (melekh) = koning | עוֹלָ֣ם (olam) = voor eeuwig | וָעֶ֑ד (vaed) = en altijd | אָבְד֥וּ (avedu) = zijn verdwenen | ג֝וֹיִ֗ם (goyim) = volken | מֵֽאַרְצֽוֹ (meartso) = uit Zijn land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Yahweh is koning’ is een belijdenis die in andere psalmen terugkomt, bijvoorbeeld in Ps. 93:1 en 97:1. Zie ook: Ps 29:10; Ps 93:1; Ps 97:1; Ps 145:13; Jer 10:10; Dan 6:27; 1 Tim 1:17 **10:17** Het verlangen van de nederigen hebt U gehoord, Yahweh. U maakt hun hart vast en laat Uw oor luisteren, Brontekst: תַּאֲוַ֬ת (taavat) = het verlangen van | עֲנָוִ֣ים (anavim) = nederigen | שָׁמַ֣עְתָּ (shamata) = hebt U gehoord | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | תָּכִ֥ין (takhin) = maakt U vast | לִ֝בָּ֗ם (libam) = hun hart | תַּקְשִׁ֥יב (taqshiv) = laat U luisteren | אָזְנֶֽךָ (azenekha) = Uw oor Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:16; Ps 145:19; 2 Kron 34:27; Jes 65:24; 1 Petr 3:12 **10:18** om recht te doen aan de wees en de verdrukte, zodat de sterfelijke mens van de aarde niet langer schrik aanjaagt. Brontekst: לִשְׁפֹּ֥ט (lishpot) = om recht te doen | יָת֗וֹם (yatom) = aan de wees | וָ֫דָ֥ךְ (vadakh) = en de verdrukte | בַּל (bal) = niet | יוֹסִ֥יף (yosif) = zal voortgaan | ע֑וֹד (od) = nog | לַעֲרֹ֥ץ (laarots) = om schrik aan te jagen | אֱ֝נ֗וֹשׁ (enosh) = de mens | מִן (min) = van | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 9:10; Ps 82:3; Jes 11:4; Luc 18:7–8; 1 Kor 15:47–48 ## Psalmen 11 _Bij Yahweh schuilen, ook als de grondvesten wankelen_ ### Vlucht naar jullie berg? **11:1** Voor de koorleider, van David. Bij Yahweh heb ik schuil gezocht. Hoe kunnen jullie tegen mijn ziel zeggen: „Vlucht naar jullie berg, vogel!” Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | בַּֽיהוָ֨ה (baYahweh) = bij Yahweh | חָסִ֗יתִי (chasiti) = ik heb schuil gezocht | אֵ֭יךְ (eikh) = hoe | תֹּאמְר֣וּ (tomru) = zeggen jullie | לְנַפְשִׁ֑י (lenafshi) = tegen mijn ziel | נ֝֗וּדִי (nudi) = vlucht | הַרְכֶ֥ם (harkhem) = naar jullie berg | צִפּֽוֹר (tsipor) = vogel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: zie bij Ps. 3:3. לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: zie bij Ps. 4:1. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is נוּדוּ (nudu), ‘vlucht’ in het meervoud. De te lezen vorm (qere) is נוּדִי (nudi), ‘vlucht’ in het vrouwelijk enkelvoud; ‘ziel’ (nefesh) is in het Hebreeuws vrouwelijk. Wij volgen de qere. ‘Jullie berg’ staat in het meervoud: de raadgevers zijn meer dan één. Zie ook: 1 Sam 23:14; Ps 3:3; Ps 4:1; Ps 25:2; Ps 56:12; Jes 26:3–4; Luc 13:31 ### De goddelozen spannen de boog **11:2** Want zie, de goddelozen spannen de boog. Zij hebben hun pijl op de pees gelegd om in het donker te schieten op wie oprecht van hart zijn. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | הִנֵּ֪ה (hine) = zie | הָרְשָׁעִ֡ים (hareshaim) = de goddelozen | יִדְרְכ֬וּן (yidrekhun) = zij spannen | קֶ֗שֶׁת (qeshet) = boog | כּוֹנְנ֣וּ (konenu) = zij hebben klaargelegd | חִצָּ֣ם (chitsam) = hun pijl | עַל (al) = op | יֶ֑תֶר (yeter) = de pees | לִיר֥וֹת (lirot) = om te schieten | בְּמוֹ (bemo) = in | אֹ֝֗פֶל (ofel) = duisternis | לְיִשְׁרֵי (leyishrei) = op de oprechten van | לֵֽב (lev) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יֶתֶר (yeter), ‘pees’: de koorde van de boog. בְּמוֹ־אֹפֶל (bemo ofel), ‘in het donker’: de schutters verbergen zich. Zie ook: Ps 7:11; Ps 21:13; Ps 37:14; Ps 64:4–6; Jer 9:2 **11:3** Want de grondvesten worden afgebroken. Wat heeft de rechtvaardige gedaan? Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | הַ֭שָּׁתוֹת (hashatot) = de grondvesten | יֵֽהָרֵס֑וּן (yeharesun) = worden afgebroken | צַ֝דִּ֗יק (tsadiq) = de rechtvaardige | מַה (ma) = wat | פָּעָֽל (paal) = heeft gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁתוֹת (shatot), ‘grondvesten’: letterlijk ‘wat gelegd is’. Bedoeld is de vaste orde van recht en trouw waarop een samenleving rust. Voetnoot : מַה־פָּעָל (mah pa’al), letterlijk ‘wat heeft hij gedaan?’ De zin kan ook luiden: ‘Wat kan de rechtvaardige doen?’ Wij volgen de verleden tijd van het Hebreeuws. Zie ook: Ps 75:4; Ps 82:5; Jes 58:12; Hand 4:24–33; 2 Tim 2:19 ### Yahweh is in Zijn heilige tempel **11:4** Yahweh is in Zijn heilige tempel. Yahweh: Zijn troon is in de hemel. Zijn ogen zien, Zijn oogleden onderzoeken de mensenkinderen. Brontekst: יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | בְּֽהֵ֘יכַ֤ל (beheikhal) = in de tempel van | קָדְשׁ֗וֹ (qadesho) = Zijn heiligheid | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | בַּשָּׁמַ֪יִם (bashamayim) = in de hemel | כִּ֫סְא֥וֹ (kiso) = Zijn troon | עֵינָ֥יו (einav) = Zijn ogen | יֶחֱז֑וּ (yechezu) = zien | עַפְעַפָּ֥יו (afapav) = Zijn oogleden | יִ֝בְחֲנ֗וּ (yivchanu) = onderzoeken | בְּנֵ֣י (benei) = de kinderen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֵיכַל (hekal), ‘tempel’: hier de hemelse tempel, naast ‘Zijn troon in de hemel’. Zie ook Ps. 18:7. Voetnoot : Het Hebreeuws zet vier korte zinnen naast elkaar; Yahweh is steeds het onderwerp. Wij laten het parallellisme staan. Zie ook: Ps 2:4; Ps 18:7; Ps 34:16–17; Ps 103:19; Hab 2:20 **11:5** Yahweh onderzoekt de rechtvaardige. De goddeloze en wie geweld liefheeft: Zijn ziel haat hen. Brontekst: יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | צַדִּ֪יק (tsadiq) = de rechtvaardige | יִ֫בְחָ֥ן (yivchan) = onderzoekt | וְ֭רָשָׁע (verasha) = en de goddeloze | וְאֹהֵ֣ב (veohev) = en wie liefheeft | חָמָ֑ס (chamas) = geweld | שָֽׂנְאָ֥ה (sanea) = haat | נַפְשֽׁוֹ (nafsho) = Zijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 7:10; Ps 26:2; Spr 6:16–19; Jak 1:12; 1 Petr 1:7 **11:6** Over de goddelozen laat Hij strikken regenen, vuur en zwavel. Een verzengende wind is het deel van hun beker. Brontekst: יַמְטֵ֥ר (yamter) = Hij laat regenen | עַל (al) = over | רְשָׁעִ֗ים (reshaim) = goddelozen | פַּ֫חִ֥ים (pachim) = strikken | אֵ֣שׁ (esh) = vuur | וְ֭גָפְרִית (vegaferit) = en zwavel | וְר֥וּחַ (veruach) = en wind | זִלְעָפ֗וֹת (zilafot) = verzengende | מְנָ֣ת (menat) = het deel van | כּוֹסָֽם (kosam) = hun beker Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פַּחִים (pachim), ‘strikken’: vogelstrikken of netten. ‘Vuur en zwavel’ doet denken aan de ondergang van Sodom (Gen. 19:24). Voetnoot : זַלְעָפוֹת (zil’afot), ‘verzengende’: een gloeiende hete wind. Voetnoot : ‘Het deel van hun beker’ is wat hun wordt toegemeten. Zie ook: Gen 19:24; Ps 75:9; Ezech 13:13; Ezech 38:22; Luc 17:29 **11:7** Want Yahweh is rechtvaardig; Hij heeft daden van gerechtigheid lief. De oprechten zullen Zijn aangezicht zien. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | צַדִּ֣יק (tsadiq) = rechtvaardig | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | צְדָק֣וֹת (tsedaqot) = gerechtigheden | אָהֵ֑ב (ahev) = Hij heeft lief | יָ֝שָׁ֗ר (yashar) = de oprechte | יֶחֱז֥וּ (yechezu) = zij zullen zien | פָנֵֽימוֹ (paneimo) = Zijn aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צְדָקוֹת (tsedaqot), meervoud van צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’: wij vertalen ‘daden van gerechtigheid’. Voetnoot Lezing: יָשָׁר (yashar), ‘de oprechte’, staat in het enkelvoud; ‘zullen zien’ in het meervoud. Het kan ook luiden: ‘Zijn aangezicht ziet de oprechte’. Wij vertalen ‘De oprechten zullen Zijn aangezicht zien’, zoals Ps. 17:15. Zie ook: Ps 17:15; Ps 45:8; 1 Petr 3:12; 1 Joh 3:2; Openb 22:4 ## Psalmen 12 _Red, Yahweh, want de getrouwe is verdwenen_ ### Opschrift **12:1** Voor de koorleider, op de achtste. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַֽל (al) = op | הַשְּׁמִינִ֗ית (hasheminit) = de achtste | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Voetnoot : עַל־הַשְּׁמִינִית (al hasheminit), ‘op de achtste’: een muziekterm, vermoedelijk een achtsnarig instrument of de achtste toon. De betekenis is onzeker. Zie ook 1 Kron. 15:21, waar hetzelfde woord als ‘sjeminit’ is overgenomen. Zie ook: 1 Kron 15:21; Ps 4:1; Jes 1:21–22; Jes 57:1; Jes 59:13–15; Jer 5:1; Mat 24:12 ### Leugen en gladde lippen **12:2** Red, Yahweh, want de getrouwe is verdwenen. Want de betrouwbaren zijn weg onder de mensenkinderen. Brontekst: הוֹשִׁ֣יעָה (hoshia) = red | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כִּי (ki) = want | גָמַ֣ר (gamar) = is verdwenen | חָסִ֑יד (chasid) = de getrouwe | כִּי (ki) = want | פַ֥סּוּ (pasu) = zijn weg | אֱ֝מוּנִ֗ים (emunim) = de betrouwbaren | מִבְּנֵ֥י (mibenei) = onder de kinderen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חָסִיד (chasid), ‘de getrouwe’: iemand die trouw (chesed) bewijst en houdt aan het verbond. אֱמוּנִים (emunim), ‘de betrouwbaren’: mensen op wie je kunt bouwen. Zie ook: Jes 1:21–22; Jes 57:1; Jes 59:13–15; Jer 5:1; Mat 24:12 **12:3** Leugen spreken zij, ieder tegen zijn naaste. Met gladde lippen en een dubbel hart spreken zij. Brontekst: שָׁ֤וְא (shave) = leugen | יְֽדַבְּרוּ֮ (yedaberu) = zij spreken | אִ֤ישׁ (ish) = ieder | אֶת (et) = (obj.) | רֵ֫עֵ֥הוּ (reehu) = zijn naaste | שְׂפַ֥ת (sefat) = lippen van | חֲלָק֑וֹת (chalaqot) = gladheden | בְּלֵ֖ב (belev) = met hart | וָלֵ֣ב (valev) = en hart | יְדַבֵּֽרוּ (yedaberu) = zij spreken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּלֵב וָלֵב (belev valev), letterlijk ‘met hart en hart’: dubbelhartig, met een hart voor de ene en een hart voor de andere zaak. Zie ook 1 Kron. 12:34. Zie ook: 1 Kron 12:34; Ps 5:10; Ps 10:7; Ps 41:7; Jer 9:7; Rom 16:18 **12:4** Moge Yahweh alle gladde lippen afsnijden, de tong die grote dingen spreekt. Brontekst: יַכְרֵ֣ת (yakhret) = moge afsnijden | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = alle | שִׂפְתֵ֣י (siftei) = lippen van | חֲלָק֑וֹת (chalaqot) = gladheden | לָ֝שׁ֗וֹן (lashon) = tong | מְדַבֶּ֥רֶת (medaberet) = sprekende | גְּדֹלֽוֹת (gedolot) = grote dingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 2:3; Ps 17:10; Spr 18:21; Dan 7:8; Openb 13:5 **12:5** Zij zeggen: „Met onze tong zijn wij sterk. Onze lippen zijn met ons. Wie is heer over ons?” Brontekst: אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | אָֽמְר֨וּ (ameru) = zij zeggen | לִלְשֹׁנֵ֣נוּ (lilshonenu) = met onze tong | נַ֭גְבִּיר (nagbir) = wij zijn sterk | שְׂפָתֵ֣ינוּ (sefateinu) = onze lippen | אִתָּ֑נוּ (itanu) = met ons | מִ֖י (mi) = wie | אָד֣וֹן (adon) = heer | לָֽנוּ (lanu) = over ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 21:14–15; Ex 5:2; Jer 18:18; Jak 3:5–6; 2 Tess 2:4 ### Yahweh staat op **12:6** **„Vanwege de plundering van de ellendigen, vanwege het zuchten van de armen sta Ik nu op,”** zegt Yahweh. **„Ik breng in redding wie ernaar snakt.”** Brontekst: מִשֹּׁ֥ד (mishod) = vanwege de plundering van | עֲנִיִּים֮ (aniyim) = de ellendigen | מֵאַנְקַ֪ת (meanqat) = vanwege het zuchten van | אֶבְי֫וֹנִ֥ים (evyonim) = de armen | עַתָּ֣ה (ata) = nu | אָ֭קוּם (aqum) = sta Ik op | יֹאמַ֣ר (yomar) = zegt | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אָשִׁ֥ית (ashit) = Ik breng | בְּ֝יֵ֗שַׁע (beyesha) = in redding | יָפִ֥יחַֽ (yafiach) = hij snakt | לֽוֹ (lo) = ernaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit zijn woorden van Yahweh zelf. Daarom staan ze rood. De dichter laat Yahweh antwoorden op het zuchten van de armen. Voetnoot : עָנִי (ani), ‘ellendige’: iemand die klein en gedrukt is. אֶבְיוֹן (evyon), ‘arme’: iemand die niets heeft en op hulp wacht. Voetnoot Lezing: יָפִיחַ לוֹ (yafiach lo) is moeilijk. Het werkwoord kan ‘snakken’ of ‘blazen’ betekenen. Wij vertalen ‘wie ernaar snakt’. Het kan ook luiden: ‘tegen wie hij blaast’ (zijn belager die hem smaadt). Zie ook: Ps 34:7; Ps 146:7–8; Spr 14:31; Mi 7:8–9; Jak 5:4 ### De woorden van Yahweh zijn zuiver **12:7** De woorden van Yahweh zijn zuivere woorden, zilver gelouterd in een smeltoven in de aarde, zevenmaal gezuiverd. Brontekst: אִֽמֲר֣וֹת (imarot) = woorden van | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | אֲמָר֪וֹת (amarot) = woorden | טְהֹ֫ר֥וֹת (tehorot) = zuivere | כֶּ֣סֶף (kesef) = zilver | צָ֭רוּף (tsaruf) = gelouterd | בַּעֲלִ֣יל (baalil) = in een smeltoven | לָאָ֑רֶץ (laarets) = in de aarde | מְ֝זֻקָּ֗ק (mezuqaq) = gezuiverd | שִׁבְעָתָֽיִם (shivatayim) = zevenmaal Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צָרוּף (tsaruf), ‘gelouterd’ en מְזֻקָּק (mezuqqaq), ‘gezuiverd’: zilver dat in het vuur van onzuiverheid is bevrijd. Zie ook Ps. 18:31. Voetnoot : עֲלִיל (alil), ‘smeltoven’: een zeldzaam woord; de betekenis is onzeker. ‘Zevenmaal’ wijst op volledigheid. Zie ook: 2 Sam 22:31; Ps 18:31; Ps 19:9; Ps 66:10; Spr 30:5 **12:8** U, Yahweh, zult hen bewaren. U zult hem behoeden voor dit geslacht, voor eeuwig. Brontekst: אַתָּֽה (ata) = U | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | תִּשְׁמְרֵ֑ם (tishmerem) = U zult hen bewaren | תִּצְּרֶ֓נּוּ (titserenu) = U zult hem behoeden | מִן (min) = van | הַדּ֖וֹר (hador) = het geslacht | ז֣וּ (zu) = dit | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws wisselt van ‘hen’ (tishmerem) naar ‘hem’ (titsserennu). Wij laten dat zo staan. Wie met ‘hen’ en ‘hem’ bedoeld is, is niet zeker; waarschijnlijk de ellendigen en armen van vers 6. Zie ook: 1 Sam 2:9; Ps 12:6; Ps 37:40; Ps 121:8; Ps 145:20; 1 Petr 1:5 **12:9** Overal lopen de goddelozen rond, terwijl gemeenheid onder de mensenkinderen wordt verheven. Brontekst: סָבִ֗יב (saviv) = rondom | רְשָׁעִ֥ים (reshaim) = goddelozen | יִתְהַלָּכ֑וּן (yithalakhun) = zij lopen rond | כְּרֻ֥ם (kerum) = wanneer verheven wordt | זֻ֝לּ֗וּת (zulut) = gemeenheid | לִבְנֵ֥י (livnei) = onder de kinderen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זֻלּוּת (zulut), ‘gemeenheid’: een zeldzaam woord; de betekenis is onzeker. Het vers zegt dat de goddelozen vrij rondlopen als gemeenheid onder mensen geëerd wordt. Zie ook: Ps 55:11–12; Spr 29:12; Hos 5:11; Jes 32:4–6; Mar 14:63–65 ## Psalmen 13 _Hoe lang nog, Yahweh?_ ### Opschrift **13:1** Voor de koorleider. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Zie ook: Job 13:24; Ps 4:1; Ps 22:2–3; Ps 89:47; Ps 94:3–4; Klaagl 5:20 ### Hoe lang nog? **13:2** Hoe lang nog, Yahweh? Vergeet U mij voor altijd? Hoe lang verbergt U Uw aangezicht voor mij? Brontekst: עַד (ad) = tot | אָ֣נָה (ana) = waar | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | תִּשְׁכָּחֵ֣נִי (tishkacheni) = vergeet U mij | נֶ֑צַח (netsach) = voor altijd | עַד (ad) = tot | אָ֓נָה (ana) = waar | תַּסְתִּ֖יר (tastir) = verbergt U | אֶת (et) = (obj.) | פָּנֶ֣יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַד־אָנָה (ad anah), ‘hoe lang nog’: letterlijk ‘tot waar?’. Het komt vier keer voor (vers 2 en 3). נֶצַח (netsach), ‘voor altijd’: ook ‘eindeloos’. Zie ook: Job 13:24; Ps 13:3; Ps 22:2–3; Ps 89:47; Ps 94:3–4; Klaagl 5:20 **13:3** Hoe lang moet ik plannen beramen in mijn ziel, met verdriet in mijn hart, overdag? Hoe lang verheft mijn vijand zich over mij? Brontekst: עַד (ad) = tot | אָ֨נָה (ana) = waar | אָשִׁ֪ית (ashit) = moet ik beramen | עֵצ֡וֹת (etsot) = plannen | בְּנַפְשִׁ֗י (benafshi) = in mijn ziel | יָג֣וֹן (yagon) = verdriet | בִּלְבָבִ֣י (bilvavi) = in mijn hart | יוֹמָ֑ם (yomam) = overdag | עַד (ad) = tot | אָ֓נָה (ana) = waar | יָר֖וּם (yarum) = verheft zich | אֹיְבִ֣י (oyevi) = mijn vijand | עָלָֽי (alay) = over mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֵצוֹת (etsot), ‘plannen’, ‘raadslagen’: hij overlegt met zichzelf, zonder uitkomst. יוֹמָם (yomam), ‘overdag’. Zie ook: Ps 143:3–4; Spr 15:13; Mi 7:8–10; Jer 8:18; Jer 15:18 ### Kijk naar mij en antwoord **13:4** Kijk naar mij en antwoord mij, Yahweh, mijn Elohim. Maak mijn ogen helder, anders slaap ik in de dood. Brontekst: הַבִּ֣יטָֽה (habita) = kijk | עֲ֭נֵנִי (aneni) = antwoord mij | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהָ֑י (elohay) = mijn Elohim | הָאִ֥ירָה (haira) = maak helder | עֵ֝ינַ֗י (einay) = mijn ogen | פֶּן (pen) = anders | אִישַׁ֥ן (ishan) = slaap ik | הַמָּֽוֶת (hamavet) = in de dood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָאִירָה עֵינַי (ha’irah einai), ‘maak mijn ogen helder’: licht in de ogen is kracht en leven. Zie ook 1 Sam. 14:27 en 14:29. Voetnoot : הַמָּוֶת (hammavet), ‘de dood’: de slaap die in de dood overgaat. Zie ook: 1 Sam 14:27; 1 Sam 14:29; Ps 5:2; Ps 18:29; Jer 51:39; Ezra 9:8 **13:5** Anders zegt mijn vijand: „Ik heb hem overwonnen.” Dan juichen mijn tegenstanders, omdat ik wankel. Brontekst: פֶּן (pen) = anders | יֹאמַ֣ר (yomar) = zegt | אֹיְבִ֣י (oyevi) = mijn vijand | יְכָלְתִּ֑יו (yekhaltiv) = ik heb hem overwonnen | צָרַ֥י (tsaray) = mijn tegenstanders | יָ֝גִ֗ילוּ (yagilu) = zullen juichen | כִּ֣י (ki) = omdat | אֶמּֽוֹט (emot) = ik wankel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:2; Ps 62:7; Spr 12:3; Jer 1:19; Klaagl 1:16 ### Ik vertrouw op Uw trouw **13:6** Maar ik vertrouw op Uw trouw. Mijn hart jubelt in Uw redding. Ik zing voor Yahweh, want Hij heeft mij goed behandeld. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = maar ik | בְּחַסְדְּךָ֣ (bechasdekha) = op Uw trouw | בָטַחְתִּי֮ (batachti) = vertrouw ik | יָ֤גֵ֥ל (yagel) = jubelt | לִבִּ֗י (libi) = mijn hart | בִּֽישׁוּעָ֫תֶ֥ךָ (bishuatekha) = in Uw redding | אָשִׁ֥ירָה (ashira) = ik zing | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = voor Yahweh | כִּ֖י (ki) = want | גָמַ֣ל (gamal) = Hij heeft goed behandeld | עָלָֽי (alay) = mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: zie bij Ps. 5:8. Voetnoot : גָּמַל (gamal), ‘goed behandelen’, ‘vergelden’: het kan goed of kwaad betreffen; hier is het goed. Zie ook Ps. 18:21. Zie ook: Ps 5:8; Ps 18:21; Ps 52:10; Ps 119:81; Jes 12:2; Hab 3:18; Jud 1:21 ## Psalmen 14 _De dwaas zegt: er is geen Elohim_ ### De dwaas en zijn daden **14:1** Voor de koorleider, van David. De dwaas zegt in zijn hart: „Er is geen Elohim.” Zij zijn verdorven, hun daden zijn afschuwelijk. Er is niemand die goed doet. Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | אָ֘מַ֤ר (amar) = zegt | נָבָ֣ל (naval) = de dwaas | בְּ֭לִבּוֹ (belibo) = in zijn hart | אֵ֣ין (ein) = er is niet | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | הִֽשְׁחִ֗יתוּ (hishchitu) = zij zijn verdorven | הִֽתְעִ֥יבוּ (hitivu) = zij zijn afschuwelijk | עֲלִילָ֗ה (alila) = een daad | אֵ֣ין (ein) = er is niet | עֹֽשֵׂה (ose) = iemand die doet | טֽוֹב (tov) = goed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Psalm 53 is bijna dezelfde tekst. In de Elohistische psalter (Ps. 42–83) staat daar Elohim waar hier Yahweh staat (Ps. 53:3, 5 en 7). Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Voetnoot : נָבָל (naval), ‘dwaas’: iemand die zonder ontzag voor Elohim leeft; het gaat niet om een gebrek aan verstand. Zie ook 1 Sam. 25:25. Voetnoot : עֲלִילָה (alilah), ‘daad’: wat iemand doet. Het Hebreeuws zegt: ‘zij hebben een daad gruwelijk gemaakt’; wij vertalen ‘hun daden zijn afschuwelijk’. Zie ook: 1 Sam 25:25; Ps 4:1; Ps 10:4; Ps 53:2; Ps 53:3; Ps 92:7; Rom 1:21–32; Rom 3:10–12 ### Yahweh kijkt neer vanuit de hemel **14:2** Yahweh kijkt vanuit de hemel neer op de mensenkinderen, om te zien of er iemand is met inzicht, iemand die Elohim zoekt. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מִשָּׁמַיִם֮ (mishamayim) = vanuit de hemel | הִשְׁקִ֪יף (hishqif) = kijkt neer | עַֽל (al) = op | בְּנֵי (benei) = de kinderen van | אָ֫דָ֥ם (adam) = mensen | לִ֭רְאוֹת (lirot) = om te zien | הֲיֵ֣שׁ (hayesh) = is er | מַשְׂכִּ֑יל (maskil) = iemand met inzicht | דֹּ֝רֵשׁ (doresh) = iemand die zoekt | אֶת (et) = (obj.) | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 6:12; Ps 33:13–14; Ps 102:20–21; Rom 3:11; Heb 11:6 **14:3** Allen zijn afgeweken, samen zijn zij bedorven. Er is niemand die goed doet, er is zelfs niet één. Brontekst: הַכֹּ֥ל (hakol) = allen | סָר֮ (sar) = zijn afgeweken | יַחְדָּ֪ו (yachdav) = samen | נֶ֫אֱלָ֥חוּ (neelachu) = zijn bedorven | אֵ֤ין (ein) = er is niet | עֹֽשֵׂה (ose) = iemand die doet | ט֑וֹב (tov) = goed | אֵ֝֗ין (ein) = er is niet | גַּם (gam) = zelfs | אֶחָֽד (echad) = één Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶאֱלָחוּ (ne’elachu), ‘zij zijn bedorven’: een zeldzaam woord, ook in Job 15:16, van iets dat bedorven en niet meer te gebruiken is. Zie ook: Job 15:16; Ps 14:1; Jes 53:6; Jes 64:5; Rom 3:10–12; Rom 3:23 **14:4** Weten zij het dan niet, alle werkers van onrecht, die mijn volk opeten alsof zij brood eten? Yahweh roepen zij niet aan. Brontekst: הֲלֹ֥א (halo) = weten zij het niet | יָדְעוּ֮ (yadeu) = zij weten | כָּל (kal) = alle | פֹּ֪עֲלֵ֫י (poalei) = werkers van | אָ֥וֶן (aven) = onrecht | אֹכְלֵ֣י (okhelei) = die opeten | עַ֭מִּי (ami) = mijn volk | אָ֣כְלוּ (akhelu) = zij eten | לֶ֑חֶם (lechem) = brood | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לֹ֣א (lo) = niet | קָרָֽאוּ (qarau) = zij roepen aan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָוֶן (aven), ‘onrecht’: kwaad, moeite die men anderen bezorgt. ‘Mijn volk’: het Hebreeuws zegt niet wie hier spreekt. Wij laten het zo staan. Zie ook: Ps 79:6; Ps 82:5; Jes 64:6; Jer 10:25; Rom 1:28 ### Elohim is bij de rechtvaardigen **14:5** Daar sidderen zij van schrik, want Elohim is in het geslacht van de rechtvaardige. Brontekst: שָׁ֤ם (sham) = daar | פָּ֣חֲדוּ (pachadu) = sidderen zij | פָ֑חַד (pachad) = van schrik | כִּֽי (ki) = want | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | בְּד֣וֹר (bedor) = in het geslacht van | צַדִּֽיק (tsadiq) = de rechtvaardige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 24:6; Ps 46:8; Ps 73:15; Ps 112:2; Jes 43:1–2 **14:6** De raad van de ellendige maken jullie te schande, want Yahweh is zijn toevlucht. Brontekst: עֲצַת (atsat) = de raad van | עָנִ֥י (ani) = de ellendige | תָבִ֑ישׁוּ (tavishu) = maken jullie te schande | כִּ֖י (ki) = want | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | מַחְסֵֽהוּ (machsehu) = is zijn toevlucht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תָבִישׁוּ (tavishu), ‘maken jullie te schande’: de goddelozen bespotten de plannen van de ellendige. Zie ook: Ps 4:3; Ps 9:10; Ps 42:11; Jes 37:10–11; Mat 27:40–43 ### Redding uit Sion **14:7** Mocht er toch uit Sion redding voor Israël komen! Wanneer Yahweh het lot van Zijn volk keert, zal Jakob juichen en Israël zich verblijden. Brontekst: מִ֥י (mi) = wie | יִתֵּ֣ן (yiten) = geeft | מִצִּיּוֹן֮ (mitsiyon) = uit Sion | יְשׁוּעַ֪ת (yeshuat) = de redding van | יִשְׂרָ֫אֵ֥ל (yisrael) = Israël | בְּשׁ֣וּב (beshuv) = wanneer keert | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | שְׁב֣וּת (shevut) = het lot van | עַמּ֑וֹ (amo) = Zijn volk | יָגֵ֥ל (yagel) = zal juichen | יַ֝עֲקֹ֗ב (yaaqov) = Jakob | יִשְׂמַ֥ח (yismach) = zal zich verblijden | יִשְׂרָֽאֵל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: מִי יִתֵּן (mi yiten), letterlijk ‘wie geeft’: een wens, ‘mocht er toch komen’. Voetnoot : שְׁבוּת (shevut), ‘lot’: ‘het lot keren’ is een vaste uitdrukking voor herstel; ook ‘ballingschap’ is mogelijk. Wij vertalen ‘lot’. Zie ook: Ps 53:7; Ps 85:2 ## Psalmen 15 _Wie mag wonen op Uw heilige berg?_ ### De vraag: wie mag verblijven bij Yahweh? **15:1** Een psalm van David. Yahweh, wie mag als gast verblijven in Uw tent? Wie mag wonen op Uw heilige berg? Brontekst: מִזְמ֗וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | יְ֭הֹוָה (Yahweh) = Yahweh | מִי (mi) = wie | יָג֣וּר (yagur) = mag als gast verblijven | בְּאָהֳלֶ֑ךָ (beaholekha) = in Uw tent | מִֽי (mi) = wie | יִ֝שְׁכֹּ֗ן (yishkon) = mag wonen | בְּהַ֣ר (behar) = op de berg van | קָדְשֶֽׁךָ (qadeshekha) = Uw heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֹהֶל (ohel), ‘tent’: de tent van Yahweh, vergelijk de tent die David voor de ark neerzette (2 Sam. 6:17). ‘Uw heilige berg’ is de berg van Yahweh, Sion. Voetnoot : גּוּר (gur), ‘als gast verblijven’: de verblijfplaats van een gast of vreemdeling. שָׁכַן (shakan), ‘wonen’: blijvend wonen. Zie ook: 2 Sam 6:17; Ps 23:6; Ps 24:3–5; Ps 61:5; Ps 84:5; Ps 92:14 ### Het antwoord: wie oprecht leeft **15:2** Wie onberispelijk wandelt, gerechtigheid doet en in zijn hart de waarheid spreekt. Brontekst: הוֹלֵ֣ךְ (holekh) = wie wandelt | תָּ֭מִים (tamim) = onberispelijk | וּפֹעֵ֥ל (ufoel) = en doet | צֶ֑דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | וְדֹבֵ֥ר (vedover) = en spreekt | אֱ֝מֶ֗ת (emet) = waarheid | בִּלְבָבֽוֹ (bilvavo) = in zijn hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:13–14; Spr 2:7–8; Spr 28:18; Ef 4:25; Kol 3:9 **15:3** Wie niet lastert met zijn tong, zijn naaste geen kwaad doet en geen smaad opneemt tegen zijn verwant. Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | רָגַ֨ל (ragal) = lastert | עַל (al) = met | לְשֹׁנ֗וֹ (leshono) = zijn tong | לֹא (lo) = niet | עָשָׂ֣ה (asa) = doet | לְרֵעֵ֣הוּ (lereehu) = aan zijn naaste | רָעָ֑ה (raa) = kwaad | וְ֝חֶרְפָּ֗ה (vecherpa) = en smaad | לֹא (lo) = niet | נָשָׂ֥א (nasa) = opneemt | עַל (al) = tegen | קְרֹֽבוֹ (qerovo) = zijn verwant Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָגַל (ragal), ‘lasteren’: letterlijk ‘rondgaan’ (met kwaad over iemand). Zie ook 2 Sam. 19:28. Voetnoot : נָשָׂא חֶרְפָּה (nasa cherpah), ‘smaad opnemen’: een schimpwoord over iemand aannemen en doorgeven. Zie ook: 2 Sam 19:28; Ps 101:5–8; Mat 7:12; Jak 4:11; Rom 13:10; 3 Joh 1:11 **15:4** In wiens ogen de verworpene veracht is, maar die degenen eert die Yahweh vrezen. Wie zweert tot eigen nadeel en niet terugkomt op zijn woord. Brontekst: נִבְזֶ֤ה (nivze) = verachtelijk | בְּֽעֵ֘ינָ֤יו (beeinav) = in zijn ogen | נִמְאָ֗ס (nimas) = de verworpene | וְאֶת (veet) = en | יִרְאֵ֣י (yirei) = die vrezen | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | יְכַבֵּ֑ד (yekhabed) = hij eert | נִשְׁבַּ֥ע (nishba) = hij zweert | לְ֝הָרַ֗ע (lehara) = tot nadeel | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יָמִֽר (yamir) = hij verandert Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְהָרַע (lehara), ‘tot kwaad’: tot eigen nadeel. Wie een eed heeft gezworen, houdt hem, ook als dat hem kost. Voetnoot Lezing: Sommige oude vertalingen lezen hier ‘aan zijn naaste’ (lere’ehu); de medeklinkers verschillen weinig. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Re 11:35; Ps 101:4; Ps 101:6; Jes 32:5–6; Mat 5:33 **15:5** Wie zijn geld niet op rente uitleent en geen steekpenning neemt tegen de onschuldige. Wie dit doet, zal nooit wankelen. Brontekst: כַּסְפּ֤וֹ (kaspo) = zijn geld | לֹא (lo) = niet | נָתַ֣ן (natan) = geeft | בְּנֶשֶׁךְ֮ (beneshekh) = op rente | וְשֹׁ֥חַד (veshochad) = en steekpenning | עַל (al) = tegen | נָקִ֗י (naqi) = de onschuldige | לֹ֥א (lo) = niet | לָ֫קָ֥ח (laqach) = neemt | עֹֽשֵׂה (ose) = wie doet | אֵ֑לֶּה (ele) = dit | לֹ֖א (lo) = niet | יִמּ֣וֹט (yimot) = zal wankelen | לְעוֹלָֽם (leolam) = tot in eeuwigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶשֶׁךְ (neshech), ‘rente’: letterlijk ‘beet’. Zie Exod. 22:24; Lev. 25:36; Deut. 23:20. Voetnoot : שֹׁחַד (shochad), ‘steekpenning’: een geschenk om recht te buigen. Zie Deut. 16:19. Voetnoot : Het slot, ‘zal nooit wankelen’, vergelijk Ps. 16:8. Zie ook: Ex 22:24; Lev 25:36; Deut 16:19; Deut 23:20–21; Ps 16:8; Ezech 18:8; Ezech 22:12 ## Psalmen 16 _Yahweh is het deel van mijn erfdeel_ ### Bij U heb ik schuil gezocht **16:1** Michtam van David. Bewaar mij, El, want bij U heb ik schuil gezocht. Brontekst: מִכְתָּ֥ם (mikhtam) = michtam | לְדָוִ֑ד (ledavid) = van David | שָֽׁמְרֵ֥נִי (shamereni) = bewaar mij | אֵ֝֗ל (el) = El | כִּֽי (ki) = want | חָסִ֥יתִי (chasiti) = ik heb schuil gezocht | בָֽךְ (bakh) = bij U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִכְתָּם (michtam): de betekenis is onzeker. Het is een woord in het opschrift van Ps. 16 en 56–60; sommigen denken aan ‘inscriptie’, anderen aan ‘gouden (kostbaar) lied’. Wij laten ‘Michtam’ staan. Voetnoot : אֵל (El): een korte vorm van Elohim. Wij laten ‘El’ staan. Voetnoot : Het opschrift is in de Hebreeuwse telling een deel van vers 1; de Nederlandse telling is hier gelijk. Voetnoot : חָסָה (chasah), ‘schuilen’: bescherming zoeken bij iemand. Zie ook: Ps 17:8; Ps 31:24; Ps 56:2; Jes 26:3–4; 2 Tim 1:12 **16:2** Je hebt tot Yahweh gezegd: „Mijn Heer bent U. Buiten U heb ik geen goed.” Brontekst: אָמַ֣רְתְּ (amart) = je hebt gezegd | לַֽ֭יהוָה (laYahweh) = tot Yahweh | אֲדֹנָ֣י (adonay) = mijn Heer | אָ֑תָּה (ata) = U | ט֝וֹבָתִ֗י (tovati) = mijn goed | בַּל (bal) = niet | עָלֶֽיךָ (aleikha) = boven U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: אָמַרְתְּ (amart) is een vrouwelijke vorm: ‘jij (vrouwelijk) hebt gezegd’. De dichter spreekt dus zijn eigen ziel (nefesh, vrouwelijk) aan. Andere lezing: ‘ik zei’ (amarti), zoals sommige oude vertalingen hebben. Wij volgen de Masoretische tekst. Voetnoot : אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: hier Yahweh als Heer. Voetnoot : טוֹבָתִי בַּל־עָלֶיךָ (tovati bal alecha): letterlijk ‘mijn goed is niet boven U’. De betekenis is onzeker; wij vertalen ‘buiten U heb ik geen goed’. Zie ook: Job 22:2–3; Ps 8:2; Ps 31:15; Ps 73:25; Ps 89:27 **16:3** Wat de heiligen betreft die in het land zijn: zij zijn de edelen, in wie ik al mijn behagen heb. Brontekst: לִ֭קְדוֹשִׁים (liqdoshim) = wat de heiligen betreft | אֲשֶׁר (asher) = die | בָּאָ֣רֶץ (baarets) = in het land | הֵ֑מָּה (hema) = zij | וְ֝אַדִּירֵ֗י (veadirei) = en de edelen van | כָּל (kal) = al | חֶפְצִי (cheftsi) = mijn behagen | בָֽם (bam) = in hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קְדוֹשִׁים (qedoshim), ‘heiligen’: mensen die voor Yahweh zijn afgezonderd. Voetnoot Lezing: Dit vers is moeilijk. Het Hebreeuws laat het werkwoord weg en heeft ‘en’ voor ‘de edelen’. Wij lezen: de heiligen zijn de edelen. Een andere lezing: ‘voor de heiligen … en de edelen’ als begin van een zin. Onzeker. Zie ook: Spr 12:26; Spr 13:20; 2 Kron 6:41; Hand 9:13; Heb 6:10 **16:4** Hun smarten worden talrijk, zij die zich naar een ander haasten. Ik giet hun plengoffers van bloed niet uit en neem hun namen niet op mijn lippen. Brontekst: יִרְבּ֥וּ (yirbu) = worden talrijk | עַצְּבוֹתָם֮ (atsevotam) = hun smarten | אַחֵ֪ר (acher) = een ander | מָ֫הָ֥רוּ (maharu) = zij haasten zich | בַּל (bal) = niet | אַסִּ֣יךְ (asikh) = ik giet uit | נִסְכֵּיהֶ֣ם (niskeihem) = hun plengoffers | מִדָּ֑ם (midam) = van bloed | וּֽבַל (uval) = en niet | אֶשָּׂ֥א (esa) = ik neem op | אֶת (et) = (obj.) | שְׁ֝מוֹתָ֗ם (shemotam) = hun namen | עַל (al) = op | שְׂפָתָֽי (sefatay) = mijn lippen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֵסֶךְ (nesech), ‘plengoffer’: drank die voor een god wordt uitgegoten. ‘Van bloed’ wijst op een gruwelijke offerdienst. Voetnoot Lezing: אַחֵר (acher), ‘een ander’: het Hebreeuws noemt het woord ‘god’ niet. Wij laten dat ook weg en vertalen ‘een ander’; bedoeld is vermoedelijk een andere god. Een andere lezing van מָהָרוּ (maharu): ‘zij kopen’ (een bruid of een god). Wij vertalen ‘zij haasten zich’. Zie ook: Ex 23:13; Joz 23:7; Ps 32:10; Ps 97:7; Jona 2:9 ### Yahweh is mijn deel **16:5** Yahweh is het deel van mijn erfdeel en van mijn beker. U houdt mijn lot vast. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מְנָת (menat) = het deel van | חֶלְקִ֥י (chelqi) = mijn erfdeel | וְכוֹסִ֑י (vekhosi) = en van mijn beker | אַ֝תָּ֗ה (ata) = U | תּוֹמִ֥יךְ (tomikh) = houdt vast | גּוֹרָלִֽי (gorali) = mijn lot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְנָת־חֶלְקִי (menat chelqi), ‘het deel van mijn erfdeel’: Yahweh zelf is wat de dichter toekomt, zoals Yahweh het erfdeel van de Levieten is (Num. 18:20). Het beeld van de beker is dat van het toegewezen deel. Zie ook: Num 18:20; Ps 23:5; Ps 73:26; Ps 119:57; Ps 142:6; Klaagl 3:24 **16:6** Meetsnoeren zijn mij gevallen in lieflijke streken. Ja, mijn erfdeel is mooi voor mij. Brontekst: חֲבָלִ֣ים (chavalim) = meetsnoeren | נָֽפְלוּ (nafelu) = zijn gevallen | לִ֭י (li) = voor mij | בַּנְּעִמִ֑ים (baneimim) = in lieflijke streken | אַף (af) = ja | נַ֝חֲלָ֗ת (nachalat) = het erfdeel | שָֽׁפְרָ֥ה (shafera) = is mooi | עָלָֽי (alay) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲבָלִים (chavalim), ‘meetsnoeren’: touwen waarmee grond wordt afgemeten en verdeeld. Zie ook Joz. 17:5. Zie ook: Joz 17:5; Ps 21:2–4; Ps 78:55; Jer 3:19; Ef 1:18; Heb 12:2 **16:7** Ik zegen Yahweh, die mij raad heeft gegeven. Ook ’s nachts onderwijzen mijn nieren mij. Brontekst: אֲבָרֵ֗ךְ (avarekh) = ik zegen | אֶת (et) = (obj.) | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | יְעָצָ֑נִי (yeatsani) = mij raad heeft gegeven | אַף (af) = ook | לֵ֝יל֗וֹת (leilot) = nachten | יִסְּר֥וּנִי (yiseruni) = onderwijzen mij | כִלְיוֹתָֽי (kilyotay) = mijn nieren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כְּלָיוֹת (kilyot), ‘nieren’: de plaats van de innerlijke gedachten en gevoelens. Wij laten ‘nieren’ staan. Zie ook: Ps 17:3; Ps 63:7; Ps 73:24; Ps 77:7; Jes 50:4 **16:8** Ik heb Yahweh altijd voor mij gesteld. Want Hij is aan mijn rechterhand, ik zal niet wankelen. Brontekst: שִׁוִּ֬יתִי (shiviti) = ik heb gesteld | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | לְנֶגְדִּ֣י (lenegdi) = voor mij | תָמִ֑יד (tamid) = altijd | כִּ֥י (ki) = want | מִֽ֝ימִינִ֗י (mimini) = aan mijn rechterhand | בַּל (bal) = niet | אֶמּֽוֹט (emot) = zal ik wankelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 62:7; Ps 73:23; Ps 73:26; Ps 121:5; Hand 2:25–28 ### Daarom jubelt mijn hart **16:9** Daarom is mijn hart blij en jubelt mijn eer. Ook mijn vlees zal in veiligheid wonen. Brontekst: לָכֵ֤ן (lakhen) = daarom | שָׂמַ֣ח (samach) = is blij | לִ֭בִּי (libi) = mijn hart | וַיָּ֣גֶל (vayagel) = en jubelt | כְּבוֹדִ֑י (kevodi) = mijn eer | אַף (af) = ook | בְּ֝שָׂרִ֗י (besari) = mijn vlees | יִשְׁכֹּ֥ן (yishkon) = zal wonen | לָבֶֽטַח (lavetach) = in veiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כָּבוֹד (kavod), ‘eer’, ‘heerlijkheid’: hier staat het voor de dichter zelf. Het woord is in de Hebreeuwse tekst onzeker; sommige oude vertalingen lezen ‘mijn tong’. Zie ook: Ps 4:8–9; Ps 30:13; Ps 57:9; Ps 108:2; Hand 2:26 **16:10** Want U laat mijn ziel niet achter in Sjeol. U laat Uw getrouwe de kuil niet zien. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹא (lo) = niet | תַעֲזֹ֣ב (taazov) = U laat achter | נַפְשִׁ֣י (nafshi) = mijn ziel | לִשְׁא֑וֹל (lishol) = in Sjeol | לֹֽא (lo) = niet | תִתֵּ֥ן (titen) = U geeft | חֲ֝סִידְךָ֗ (chasidekha) = Uw getrouwe | לִרְא֥וֹת (lirot) = om te zien | שָֽׁחַת (shachat) = de kuil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk. Zie ook Ps. 6:6. שַׁחַת (shachat), ‘kuil’: graf of dodenrijk. חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die trouw (chesed) bewijst. Het vers wordt aangehaald in Hand. 2:27 en 13:35. Zie ook: Ps 6:6; Ps 49:16; Jes 14:9; Hand 2:27–31; Hand 13:35–38; Openb 1:18 **16:11** U maakt mij het pad van het leven bekend. Verzadiging van vreugde is bij Uw aangezicht, lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, voor altijd. Brontekst: תּֽוֹדִיעֵנִי֮ (todieni) = U maakt mij bekend | אֹ֤רַח (orach) = het pad van | חַ֫יִּ֥ים (chayim) = leven | שֹׂ֣בַע (sova) = verzadiging van | שְׂ֭מָחוֹת (semachot) = vreugde | אֶת (et) = bij | פָּנֶ֑יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | נְעִמ֖וֹת (neimot) = lieflijkheden | בִּימִינְךָ֣ (biminekha) = in Uw rechterhand | נֶֽצַח (netsach) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֹרַח חַיִּים (orach chayyim), ‘pad van het leven’: de weg die tot leven leidt. Voetnoot : שֹׂבַע (sove’a), ‘verzadiging’: het gevoel van volheid, bij Yahweh vindt de dichter genoeg. Zie ook: Ps 36:8–9; Hand 2:28; Ef 3:19; Jud 1:24; Openb 7:15–17 ## Psalmen 17 _Een gebed om recht en bescherming_ ### Hoor een rechtvaardige zaak **17:1** Een gebed van David. Hoor, Yahweh, een rechtvaardige zaak. Let op mijn roep. Luister naar mijn gebed, uit lippen zonder bedrog. Brontekst: תְּפִלָּ֗ה (tefila) = een gebed | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | שִׁמְעָ֤ה (shima) = hoor | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | צֶ֗דֶק (tsedeq) = een rechtvaardige zaak | הַקְשִׁ֥יבָה (haqshiva) = let op | רִנָּתִ֗י (rinati) = mijn roep | הַאֲזִ֥ינָה (haazina) = luister | תְפִלָּתִ֑י (tefilati) = naar mijn gebed | בְּ֝לֹ֗א (belo) = zonder | שִׂפְתֵ֥י (siftei) = lippen van | מִרְמָֽה (mirma) = bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּפִלָּה (tefillah), ‘gebed’: zo heet ook het opschrift van Ps. 86, 90, 102 en 142. Voetnoot : צֶדֶק (tsedeq), ‘gerechtigheid’: hier ‘een rechtvaardige zaak’, een zaak waarin de dichter recht zoekt. Voetnoot : רִנָּה (rinnah), ‘roep’: een luide, ontroerde kreet. Zie ook: Ps 61:2; Ps 142:7; Dan 9:18–19; Mat 15:8; 1 Joh 3:21 **17:2** Van voor Uw aangezicht ga mijn recht uit. Laat Uw ogen zien wat recht is. Brontekst: מִ֭לְּפָנֶיךָ (milefaneikha) = van voor Uw aangezicht | מִשְׁפָּטִ֣י (mishpati) = mijn recht | יֵצֵ֑א (yetse) = ga uit | עֵ֝ינֶ֗יךָ (eineikha) = Uw ogen | תֶּחֱזֶ֥ינָה (techezeina) = laat zien | מֵישָׁרִֽים (meisharim) = wat recht is Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:6; Ezech 18:25; Ezech 18:29; 2 Tess 1:6–9; Jud 1:24 ### U hebt mijn hart onderzocht **17:3** U hebt mijn hart onderzocht, U hebt mij ’s nachts bezocht, U hebt mij gelouterd. U vindt niets. Ik heb besloten: mijn mond zal niet overtreden. Brontekst: בָּ֘חַ֤נְתָּ (bachanta) = U hebt onderzocht | לִבִּ֨י (libi) = mijn hart | פָּ֘קַ֤דְתָּ (paqadta) = U hebt bezocht | לַּ֗יְלָה (layla) = ’s nachts | צְרַפְתַּ֥נִי (tseraftani) = U hebt mij gelouterd | בַל (bal) = niets | תִּמְצָ֑א (timtsa) = U vindt | זַ֝מֹּתִ֗י (zamoti) = ik heb besloten | בַּל (bal) = niet | יַעֲבָר (yaavar) = zal overtreden | פִּֽי (pi) = mijn mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צָרַף (tsaraf), ‘louteren’: zoals zilver in het vuur. Zie ook Ps. 12:7. Voetnoot Lezing: זַמֹּתִי בַּל־יַעֲבָר פִּי (zammoti bal ya’avor pi) is moeilijk. Wij lezen zammoti als ‘ik heb besloten’; ook mogelijk: ‘mijn plannen gaan mijn mond niet te buiten’. Zie ook: Job 23:10; Ps 12:7; Ps 26:2; Ps 39:2; Mal 3:2; Hand 11:23 **17:4** Wat de daden van mensen betreft: door het woord van Uw lippen heb ik mij gehoed voor de paden van de geweldenaar. Brontekst: לִפְעֻלּ֣וֹת (lifulot) = wat de daden betreft van | אָ֭דָם (adam) = mensen | בִּדְבַ֣ר (bidvar) = door het woord van | שְׂפָתֶ֑יךָ (sefateikha) = Uw lippen | אֲנִ֥י (ani) = ik | שָׁ֝מַ֗רְתִּי (shamarti) = heb mij gehoed | אָרְח֥וֹת (arechot) = voor de paden van | פָּרִֽיץ (parits) = de geweldenaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פָּרִיץ (paritz), ‘geweldenaar’: iemand die met geweld de grens doorbreekt. ‘Het woord van Uw lippen’ is wat Yahweh heeft gezegd, Zijn wet. Zie ook: Ps 119:9–11; Mat 4:7; 1 Kor 3:3; 1 Petr 5:8; Openb 12:11 **17:5** Mijn schreden hielden vast aan Uw sporen, mijn voeten zijn niet gewankeld. Brontekst: תָּמֹ֣ךְ (tamokh) = houden vast | אֲ֭שֻׁרַי (ashuray) = mijn schreden | בְּמַעְגְּלוֹתֶ֑יךָ (bemageloteikha) = aan Uw sporen | בַּל (bal) = niet | נָמ֥וֹטּוּ (namotu) = zijn gewankeld | פְעָמָֽי (peamay) = mijn voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: תָּמֹךְ (tamoch) staat in de onbepaalde wijs. Het kan ook als bevel worden gelezen: ‘Houd mijn schreden vast aan Uw sporen’. Wij nemen de verleden tijd, want de volgende regel zegt ‘zijn niet gewankeld’. Zie ook: 1 Sam 2:9; Ps 18:37; Ps 44:19; Ps 119:133; Ps 121:7 ### Behoed mij als de oogappel **17:6** Ik roep U aan, want U antwoordt mij, El. Neig Uw oor tot mij en hoor mijn woord. Brontekst: אֲנִֽי (ani) = ik | קְרָאתִ֣יךָ (qeratikha) = roep U aan | כִֽי (ki) = want | תַעֲנֵ֣נִי (taaneni) = U antwoordt mij | אֵ֑ל (el) = El | הַֽט (hat) = neig | אָזְנְךָ֥ (azenekha) = Uw oor | לִ֝֗י (li) = tot mij | שְׁמַ֣ע (shema) = hoor | אִמְרָתִֽי (imrati) = mijn woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 55:17; Ps 66:19–20; Ps 86:7; Ps 88:3; Ps 116:2 **17:7** Toon wonderbaar Uw trouw, U die wie bij U schuilen met Uw rechterhand redt van hen die tegen hen opstaan. Brontekst: הַפְלֵ֣ה (hafle) = toon wonderbaar | חֲ֭סָדֶיךָ (chasadeikha) = Uw trouw | מוֹשִׁ֣יעַ (moshia) = U die redt | חוֹסִ֑ים (chosim) = wie schuilen | מִ֝מִּתְקוֹמְמִ֗ים (mimitqomemim) = van hen die opstaan | בִּֽימִינֶֽךָ (biminekha) = met Uw rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַפְלֵה (hafleh), ‘toon wonderbaar’: doe een wonder. Voetnoot Lezing: בִּימִינֶךָ (biminecha), ‘met Uw rechterhand’, staat in het Hebreeuws aan het einde. Het kan horen bij ‘redt’ (zo vertalen wij) of bij ‘schuilen’: ‘die schuilen bij Uw rechterhand’. Zie ook: Ps 5:12–13; Ps 20:7; Ps 31:22; Ps 60:7; Jes 41:10 **17:8** Behoed mij als de oogappel, de dochter van het oog. Verberg mij in de schaduw van Uw vleugels, Brontekst: שָׁ֭מְרֵנִי (shamereni) = behoed mij | כְּאִישׁ֣וֹן (keishon) = als de oogappel van | בַּת (bat) = de dochter van | עָ֑יִן (ayin) = het oog | בְּצֵ֥ל (betsel) = in de schaduw van | כְּ֝נָפֶ֗יךָ (kenafeikha) = Uw vleugels | תַּסְתִּירֵֽנִי (tastireni) = verberg mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִישׁוֹן בַּת־עָיִן (ishon bat ayin), letterlijk ‘mannetje, dochter van het oog’: de oogappel. Zie ook Deut. 32:10. Voetnoot : ‘De schaduw van Uw vleugels’: het beeld van een vogel die zijn jongen beschermt. Zie ook Ruth 2:12 en Ps. 36:8. Zie ook: Deut 32:10; Ruth 2:12; Ps 36:8; Ps 61:5; Ps 91:1; Ps 91:4; Spr 7:2 **17:9** voor de goddelozen die mij verwoesten, mijn vijanden die mij omsingelen om mijn leven. Brontekst: מִפְּנֵ֣י (mipenei) = voor | רְ֭שָׁעִים (reshaim) = goddelozen | ז֣וּ (zu) = die | שַׁדּ֑וּנִי (shaduni) = mij verwoesten | אֹיְבַ֥י (oyevay) = mijn vijanden | בְּ֝נֶ֗פֶשׁ (benefesh) = om mijn leven | יַקִּ֥יפוּ (yaqifu) = omsingelen | עָלָֽי (alay) = mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), hier ‘leven’: zij zijn uit op het leven van de dichter. Zie ook: 1 Sam 24:12; 1 Kron 17:9; Ps 35:4; Ps 35:7; Ps 35:12 **17:10** Zij hebben hun vet gesloten. Hun mond spreekt hoogmoedig. Brontekst: חֶלְבָּ֥מוֹ (chelbamo) = hun vet | סָּגְר֑וּ (sageru) = hebben gesloten | פִּ֝֗ימוֹ (pimo) = hun mond | דִּבְּר֥וּ (diberu) = spreekt | בְגֵאֽוּת (begeut) = hoogmoedig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵלֶב (chelev), ‘vet’: vet als beeld van gevoelloosheid en eigenwaan; zij zijn dichtgegroeid voor medelijden. Zie ook Ps. 73:7 en 119:70. Zie ook: 1 Sam 2:3; Ps 31:19; Ps 73:7; Ps 119:70; Ps 123:4; Mat 13:15; Openb 13:5–6 **17:11** Onze schreden: nu omsingelen zij ons. Zij richten hun ogen erop om ons ter aarde te werpen. Brontekst: אַ֭שֻּׁרֵינוּ (ashureinu) = onze schreden | עַתָּ֣ה (ata) = nu | סְבָב֑וּנוּ (sevavunu) = omsingelen ons | עֵינֵיהֶ֥ם (eineihem) = hun ogen | יָ֝שִׁ֗יתוּ (yashitu) = richten zij | לִנְט֥וֹת (lintot) = om neer te werpen | בָּאָֽרֶץ (baarets) = ter aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is סבבוני (savavuni), ‘zij omsingelen mij’. De te lezen vorm (qere) is סבבונו (savavunu), ‘zij omsingelen ons’. Wij volgen de qere. Voetnoot : לִנְטוֹת (linot): het werkwoord betekent ‘uitstrekken’ of ‘buigen’. Wij lezen ‘ter aarde werpen’; de zin is niet geheel zeker. Zie ook: 1 Sam 24:3–4; 1 Sam 26:2–3; Ps 10:8–10; Ps 37:14; Spr 6:13–14 **17:12** Hij lijkt op een leeuw die ernaar hunkert te verscheuren, en op een jonge leeuw die in schuilplaatsen op de loer zit. Brontekst: דִּמְיֹנ֗וֹ (dimyono) = zijn gedaante | כְּ֭אַרְיֵה (kearye) = als een leeuw | יִכְס֣וֹף (yikhsof) = hunkert | לִטְר֑וֹף (litrof) = om te verscheuren | וְ֝כִכְפִ֗יר (vekhikhfir) = en als een jonge leeuw | יֹשֵׁ֥ב (yoshev) = zit | בְּמִסְתָּרִֽים (bemistarim) = in schuilplaatsen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַרְיֵה (aryeh), ‘leeuw’, en כְּפִיר (kefir), ‘jonge leeuw’: twee woorden voor dezelfde belager. ‘Hij’ is de vijand uit vers 9, in het enkelvoud. Zie ook: Ps 7:3; Ps 10:9; Ps 17:9; Ps 22:14; 1 Petr 5:8; 2 Tim 4:17 ### Sta op, Yahweh **17:13** Sta op, Yahweh, treed hem tegemoet, breng hem op de knieën. Red mijn ziel van de goddeloze, met Uw zwaard. Brontekst: קוּמָ֤ה (quma) = sta op | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | קַדְּמָ֣ה (qadema) = treed tegemoet | פָ֭נָיו (panav) = zijn aangezicht | הַכְרִיעֵ֑הוּ (hakhriehu) = breng hem op de knieën | פַּלְּטָ֥ה (paleta) = red | נַ֝פְשִׁ֗י (nafshi) = mijn ziel | מֵרָשָׁ֥ע (merasha) = van de goddeloze | חַרְבֶּֽךָ (charbekha) = Uw zwaard Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קַדְּמָה פָנָיו (qaddemah panav), ‘treed hem tegemoet’: ga zijn aangezicht voor. הַכְרִיעֵהוּ (hakri’ehu), ‘breng hem op de knieën’: laat hem knielen. Zie ook: Ps 3:8; Ps 7:7; Ps 44:24; Ps 44:27; Hand 4:28 **17:14** Red mij met Uw hand, Yahweh, van mensen, van mensen van deze wereld, wier deel in het leven is. U vult hun buik met wat U hebt verborgen. Zij worden verzadigd met zonen en laten hun overschot na aan hun kleine kinderen. Brontekst: מִֽמְתִ֥ים (mimtim) = van mensen | יָדְךָ֨ (yadekha) = Uw hand | יְהוָ֡ה (Yahweh) = Yahweh | מִֽמְתִ֬ים (mimtim) = van mensen | מֵחֶ֗לֶד (mecheled) = van de wereld | חֶלְקָ֥ם (chelqam) = hun deel | בַּֽחַיִּים֮ (bachayim) = in het leven | וּֽצְפוּנְךָ֮ (utsefunekha) = en wat U hebt verborgen | תְּמַלֵּ֪א (temale) = vult U | בִ֫טְנָ֥ם (bitnam) = hun buik | יִשְׂבְּע֥וּ (yisbeu) = zij worden verzadigd | בָנִ֑ים (banim) = met zonen | וְהִנִּ֥יחוּ (vehinichu) = en zij laten na | יִ֝תְרָ֗ם (yitram) = hun overschot | לְעוֹלְלֵיהֶֽם (leoleleihem) = aan hun kleine kinderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Dit vers is moeilijk. Het begint met ‘van mensen, door Uw hand’ en heeft geen werkwoord. Wij nemen ‘red’ uit vers 13 over; dat werkwoord staat hier niet in het Hebreeuws. Voetnoot : Het geschreven woord (ketiv) is וצפינך (utsfinecha). De te lezen vorm (qere) is וּצְפוּנְךָ (utsfunecha), ‘wat U hebt verborgen’. Wij volgen de qere. Voetnoot : חֶלֶד (cheled), ‘wereld’: de vergankelijke levenstijd. Zie ook Ps. 39:6 en 49:2. Zie ook: Job 22:18; Ps 17:13; Ps 39:6; Ps 49:2; Ps 49:18–20; Luc 16:25; Joh 15:19; Joh 17:14 ### Ik zal Uw aangezicht aanschouwen **17:15** Ik zal in gerechtigheid Uw aangezicht aanschouwen. Als ik wakker word, zal ik verzadigd worden met Uw gestalte. Brontekst: אֲנִ֗י (ani) = ik | בְּ֭צֶדֶק (betsedeq) = in gerechtigheid | אֶחֱזֶ֣ה (echeze) = zal aanschouwen | פָנֶ֑יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | אֶשְׂבְּעָ֥ה (esbea) = zal verzadigd worden | בְ֝הָקִ֗יץ (behaqits) = bij het wakker worden | תְּמוּנָתֶֽךָ (temunatekha) = met Uw gestalte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּמוּנָה (temunah), ‘gestalte’: de gedaante van Yahweh, zoals Mozes die zag (Num. 12:8). Voetnoot : בְּהָקִיץ (behaqitz), ‘als ik wakker word’: de tekst zegt niet of het gaat om het ontwaken ’s ochtends of om meer; wij laten dat open. Zie ook: Num 12:8; Ps 4:7–8; Ps 11:7; Ps 16:11; Mat 5:6; 2 Kor 3:18 ## Psalmen 18 _Davids lied van dank voor Yahweh_ ### Opschrift **18:1** Voor de koorleider, van de dienaar van Yahweh, van David, die de woorden van dit lied tot Yahweh sprak. Dat was op de dag dat Yahweh hem redde uit de hand van al zijn vijanden en uit de hand van Saul. Brontekst: לַמְנַצֵּ֤חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לְעֶ֥בֶד (leeved) = van de dienaar van | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | דִּבֶּ֨ר (diber) = sprak | לַיהוָ֗ה (laYahweh) = tot Yahweh | אֶת (et) = (obj.) | דִּ֭בְרֵי (divrei) = de woorden van | הַשִּׁירָ֣ה (hashira) = het lied | הַזֹּ֑את (hazot) = dit | בְּי֤וֹם (beyom) = op de dag | הִֽצִּיל (hitsil) = redde | יְהוָ֘ה (Yahweh) = Yahweh | אוֹת֥וֹ (oto) = hem | מִכַּ֥ף (mikaf) = uit de hand van | כָּל (kal) = al | אֹ֝יְבָ֗יו (oyevav) = zijn vijanden | וּמִיַּ֥ד (umiyad) = en uit de hand van | שָׁאֽוּל (shaul) = Saul Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : Dit lied staat ook in 2 Sam. 22. De twee teksten zijn bijna gelijk; ze verschillen op veel plaatsen, onder meer in vers 8, 11, 16, 46 en 51. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Voetnoot : עֶבֶד יְהוָה (eved Yahweh), ‘dienaar van Yahweh’: een eretitel. Het opschrift verwijst naar de dag dat Yahweh David redde van Saul; zie 2 Sam. 22:1 en 1 Sam. 19:10. Zie ook: 1 Sam 19:10; 2 Sam 22:1–51; Ps 4:1; Ps 18:8; Ps 18:11; Ps 18:16; Ps 18:46; Ps 18:51; Jes 12:1–6; Fil 4:13; Kol 1:11; 1 Joh 4:19 ### Ik heb U innig lief **18:2** Hij zei: „Ik heb U innig lief, Yahweh, mijn kracht. Brontekst: וַיֹּאמַ֡ר (vayomar) = en hij zei | אֶרְחָמְךָ֖ (erchamekha) = ik heb innig lief | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | חִזְקִֽי (chizqi) = mijn kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֶרְחָמְךָ (ercham’cha), ‘ik heb U innig lief’: van רַחַם (racham), ‘teder liefhebben’, verwant met רֶחֶם (rechem), ‘baarmoeder’. Het werkwoord staat in deze vorm alleen hier. Het vers ontbreekt in 2 Sam. 22. Zie ook: 2 Sam 22:1–51; Jes 12:1–6; Fil 4:13; Kol 1:11; 1 Joh 4:19 **18:3** Yahweh is mijn rots, mijn burcht en mijn bevrijder. Mijn El is mijn rots; bij Hem schuil ik. Hij is mijn schild en de hoorn van mijn redding, mijn hoge schuilplaats. Brontekst: יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | סַֽלְעִ֥י (sali) = mijn rots | וּמְצוּדָתִ֗י (umetsudati) = en mijn burcht | וּמְפַ֫לְטִ֥י (umefalti) = en mijn bevrijder | אֵלִ֣י (eli) = mijn El | צ֭וּרִי (tsuri) = mijn rots | אֶֽחֱסֶה (echese) = ik schuil | בּ֑וֹ (bo) = bij Hem | מָֽגִנִּ֥י (magini) = mijn schild | וְקֶֽרֶן (veqeren) = en de hoorn van | יִ֝שְׁעִ֗י (yishi) = mijn redding | מִשְׂגַּבִּֽי (misgabi) = mijn hoge schuilplaats Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלַע (sela) en צוּר (tsur) worden allebei ‘rots’: sela is een steile rotswand, tsur een vaste rots. קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: kracht. אֵל (El): een korte vorm van Elohim. Voetnoot : Vergelijk 2 Sam. 22:2–3, met kleine verschillen. Zie ook: 2 Sam 22:2–3; Ps 19:15; Ps 62:8; Ps 91:2; Ps 144:2; Spr 18:10 **18:4** Ik roep Yahweh aan, die lof waard is, en word gered van mijn vijanden. Brontekst: מְ֭הֻלָּל (mehulal) = de lofwaardige | אֶקְרָ֣א (eqra) = ik roep aan | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּמִן (umin) = en van | אֹ֝יְבַ֗י (oyevay) = mijn vijanden | אִוָּשֵֽׁעַ (ivashea) = ik word gered Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 62:9; Ps 91:15; Ps 145:3; Luc 1:71; Rom 8:31–39 ### De nood en de hulpkreet **18:5** De touwen van de dood omringden mij. De stromen van Belial joegen mij schrik aan. Brontekst: אֲפָפ֥וּנִי (afafuni) = omringden mij | חֶבְלֵי (chevlei) = de touwen van | מָ֑וֶת (mavet) = de dood | וְֽנַחֲלֵ֖י (venachalei) = en de stromen van | בְלִיַּ֣עַל (beliyaal) = Belial | יְבַֽעֲתֽוּנִי (yevaatuni) = zij joegen mij schrik aan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶבְלֵי (chevlei), ‘touwen’: het woord kan ook ‘weeën’ betekenen. Wij vertalen ‘touwen’, zoals in vers 6. Voetnoot : בְּלִיַּעַל (beliyya’al), ‘Belial’: letterlijk ‘waardeloosheid’, het onheil dat naar beneden trekt. Zie ook 1 Sam. 2:12. Zie ook: 1 Sam 2:12; Ps 18:6; Ps 22:13–14; Ps 116:3; Mat 27:24–25; Mar 14:33–34; 2 Kor 1:9 **18:6** De touwen van Sjeol omringden mij. De strikken van de dood kwamen mij tegemoet. Brontekst: חֶבְלֵ֣י (chevlei) = de touwen van | שְׁא֣וֹל (sheol) = Sjeol | סְבָב֑וּנִי (sevavuni) = omringden mij | קִ֝דְּמ֗וּנִי (qidemuni) = kwamen mij tegemoet | מ֣וֹקְשֵׁי (moqeshei) = de strikken van | מָֽוֶת (mavet) = de dood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk, zie bij Ps. 6:6. De dood en Sjeol worden voorgesteld als jagers met touwen en strikken. Zie ook: Ps 6:6; Ps 86:13; Ps 88:4–9; Ps 88:16–18; Ps 116:3; Hand 2:24 **18:7** In mijn nood riep ik Yahweh aan, en tot mijn Elohim riep ik om hulp. Vanuit Zijn tempel hoorde Hij mijn stem. Mijn hulpgeroep kwam voor Zijn aangezicht, in Zijn oren. Brontekst: בַּצַּר (batsar) = in nood | לִ֤י (li) = voor mij | אֶֽקְרָ֣א (eqra) = ik riep aan | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | וְאֶל (veel) = en tot | אֱלֹהַ֪י (elohay) = mijn Elohim | אֲשַׁ֫וֵּ֥עַ (ashavea) = ik riep om hulp | יִשְׁמַ֣ע (yishma) = Hij hoorde | מֵהֵיכָל֣וֹ (meheikhalo) = vanuit Zijn tempel | קוֹלִ֑י (qoli) = mijn stem | וְ֝שַׁוְעָתִ֗י (veshavati) = en mijn hulpgeroep | לְפָנָ֤יו (lefanav) = voor Zijn aangezicht | תָּב֬וֹא (tavo) = kwam | בְאָזְנָֽיו (beazenav) = in Zijn oren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֵיכָל (hekal), ‘tempel’: hier de hemelse tempel, waar Yahweh troont. Zie ook Ps. 11:4. Zie ook: 2 Sam 22:7; Ps 11:4; Ps 34:16; Ps 50:15; Ps 120:1; Ps 130:1–2 ### Yahweh komt **18:8** Toen schudde en beefde de aarde. De grondvesten van de bergen trilden en schudden, want Hij was ontbrand. Brontekst: וַתִּגְעַ֬שׁ (vatigash) = en schudde | וַתִּרְעַ֨שׁ (vatirash) = en beefde | הָאָ֗רֶץ (haarets) = de aarde | וּמוֹסְדֵ֣י (umosedei) = en de grondvesten van | הָרִ֣ים (harim) = bergen | יִרְגָּ֑זוּ (yirgazu) = trilden | וַ֝יִּתְגָּֽעֲשׁ֗וּ (vayitgaashu) = en schudden | כִּי (ki) = want | חָ֥רָה (chara) = was ontbrand | לֽוֹ (lo) = voor Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 8–16 beschrijven Yahweh die uit de hemel komt om te redden, met aardbeving, vuur, donder en storm. Vergelijk Richt. 5:4 en Exod. 19:18. Voetnoot Lezing: Hier staat ‘de grondvesten van de bergen’; 2 Sam. 22:8 heeft ‘de grondvesten van de hemel’. Zie ook: Ex 19:18; Deut 32:22; Re 5:4; 2 Sam 22:8; Ps 68:8–9; Ezech 38:19–20; Hand 4:31; Hand 16:25–26 **18:9** Rook steeg op uit Zijn neus. Vuur uit Zijn mond verteerde. Kolen brandden van Hem uit. Brontekst: עָ֘לָ֤ה (ala) = steeg op | עָשָׁ֨ן (ashan) = rook | בְּאַפּ֗וֹ (beapo) = uit Zijn neus | וְאֵשׁ (veesh) = en vuur | מִפִּ֥יו (mipiv) = uit Zijn mond | תֹּאכֵ֑ל (tokhel) = verteerde | גֶּ֝חָלִ֗ים (gechalim) = kolen | בָּעֲר֥וּ (baaru) = brandden | מִמֶּֽנּוּ (mimenu) = van Hem uit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 16:35; Ps 11:6; Ps 21:10; Amos 4:11; Nah 1:5–6 **18:10** Hij boog de hemel en daalde neer. Donkere wolken waren onder Zijn voeten. Brontekst: וַיֵּ֣ט (vayet) = en Hij boog | שָׁ֭מַיִם (shamayim) = hemel | וַיֵּרַ֑ד (vayerad) = en daalde neer | וַ֝עֲרָפֶ֗ל (vaarafel) = en donkere wolken | תַּ֣חַת (tachat) = onder | רַגְלָֽיו (raglav) = Zijn voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 5:22–23; Deut 33:26; 2 Sam 22:10; Ps 144:5–15; 2 Petr 3:10 **18:11** Hij reed op een cherub en vloog. Hij zweefde op de vleugels van de wind. Brontekst: וַיִּרְכַּ֣ב (vayirkav) = en Hij reed | עַל (al) = op | כְּ֭רוּב (keruv) = een cherub | וַיָּעֹ֑ף (vayaof) = en vloog | וַ֝יֵּ֗דֶא (vayede) = en zweefde | עַל (al) = op | כַּנְפֵי (kanfei) = de vleugels van | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כְּרוּב (kerub), ‘cherub’: een hemels wezen dat bij de troon van Yahweh hoort. Zie ook Gen. 3:24 en Exod. 25:20. Voetnoot Lezing: וַיֵּדֶא (vayyede), ‘Hij zweefde’; 2 Sam. 22:11 heeft וַיֵּרָא (vayyera), ‘Hij werd gezien’. De twee woorden lijken op elkaar. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Gen 3:24; Ex 25:20; 2 Sam 22:11–12; Ps 99:1; Ps 104:3; Ezech 1:5–14; Ezech 10:20–22 **18:12** Hij maakte de duisternis tot Zijn schuilplaats. Rondom Hem was Zijn hut: donkere wateren, dikke wolken van de wolkenhemel. Brontekst: יָ֤שֶׁת (yashet) = Hij maakte | חֹ֨שֶׁךְ (choshekh) = duisternis | סִתְר֗וֹ (sitro) = Zijn schuilplaats | סְבִֽיבוֹתָ֥יו (sevivotav) = rondom Hem | סֻכָּת֑וֹ (sukato) = Zijn hut | חֶשְׁכַת (cheshkhat) = donkerte van | מַ֝֗יִם (mayim) = water | עָבֵ֥י (avei) = wolken van | שְׁחָקִֽים (shechaqim) = de wolkenhemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:11; Ps 81:8; Ps 91:1; Ps 97:2; Joël 2:2 **18:13** Uit de glans voor Hem trokken Zijn wolken voorbij: hagel en kolen van vuur. Brontekst: מִנֹּ֗גַהּ (minogah) = uit de glans | נֶ֫גְדּ֥וֹ (negdo) = voor Hem | עָבָ֥יו (avav) = Zijn wolken | עָבְר֑וּ (averu) = trokken voorbij | בָּ֝רָ֗ד (barad) = hagel | וְגַֽחֲלֵי (vegachalei) = en kolen van | אֵֽשׁ (esh) = vuur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 9:23–24; Joz 10:11; Mat 17:2; Mat 17:5; Openb 16:21 **18:14** Yahweh donderde in de hemel. De Allerhoogste liet Zijn stem klinken: hagel en kolen van vuur. Brontekst: וַיַּרְעֵ֬ם (vayarem) = en Hij donderde | בַּשָּׁמַ֨יִם (bashamayim) = in de hemel | יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | וְ֭עֶלְיוֹן (veelyon) = en de Allerhoogste | יִתֵּ֣ן (yiten) = liet horen | קֹל֑וֹ (qolo) = Zijn stem | בָּ֝רָ֗ד (barad) = hagel | וְגַֽחֲלֵי (vegachalei) = en kolen van | אֵֽשׁ (esh) = vuur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: zie bij Ps. 7:18. Zie ook: Job 40:9; 1 Sam 7:10; Ps 7:18; Ps 29:3–4; Ps 104:7; Ps 140:11 **18:15** Hij zond Zijn pijlen en verstrooide hen, vele bliksems, en bracht hen in verwarring. Brontekst: וַיִּשְׁלַ֣ח (vayishlach) = en Hij zond | חִ֭צָּיו (chitsav) = Zijn pijlen | וַיְפִיצֵ֑ם (vayfitsem) = en verstrooide hen | וּבְרָקִ֥ים (uveraqim) = en bliksems | רָ֝ב (rav) = vele | וַיְהֻמֵּֽם (vayhumem) = en bracht in verwarring Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:23; Deut 32:42; Ps 144:6; Jes 30:30; Hab 3:11 **18:16** De beddingen van de wateren werden gezien. De grondvesten van de wereld werden blootgelegd door Uw bestraffing, Yahweh, door het blazen van de adem van Uw neus. Brontekst: וַיֵּ֤רָא֨וּ (vayerau) = en werden gezien | אֲפִ֥יקֵי (afiqei) = de beddingen van | מַ֗יִם (mayim) = water | וַֽיִּגָּלוּ֮ (vayigalu) = en werden blootgelegd | מוֹסְד֪וֹת (mosedot) = de grondvesten van | תֵּ֫בֵ֥ל (tevel) = de wereld | מִגַּעֲרָ֣תְךָ֣ (migaaratekha) = door Uw bestraffing | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | מִ֝נִּשְׁמַ֗ת (minishmat) = door het blazen van | ר֣וּחַ (ruach) = adem | אַפֶּֽךָ (apekha) = Uw neus Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Hier staat ‘de beddingen van de wateren’ (afiqei mayim); 2 Sam. 22:16 heeft ‘de beddingen van de zee’ (afiqei yam). Voetnoot : רוּחַ (ruach), hier ‘adem’: de adem van Yahweh, als een storm. Zie ook: Job 4:9; Ex 15:8; 2 Sam 22:16; Ps 76:7; Ps 106:9; Mi 6:2 ### Yahweh trekt mij uit de wateren **18:17** Hij reikte neer uit de hoogte. Hij nam mij. Hij trok mij uit grote wateren. Brontekst: יִשְׁלַ֣ח (yishlach) = Hij reikte | מִ֭מָּרוֹם (mimarom) = uit de hoogte | יִקָּחֵ֑נִי (yiqacheni) = nam mij | יַֽ֝מְשֵׁ֗נִי (yamsheni) = trok mij | מִמַּ֥יִם (mimayim) = uit wateren | רַבִּֽים (rabim) = grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָשָׁה (mashah), ‘trekken’: uit het water trekken. Hetzelfde stamwoord ligt onder de naam Mozes (Exod. 2:10). Zie ook: Ex 2:10; 2 Sam 22:17; Ps 18:44; Ps 57:4; Ps 144:7; Jona 2:6–7 **18:18** Hij redde mij van mijn sterke vijand en van wie mij haatten, want zij waren te sterk voor mij. Brontekst: יַצִּילֵ֗נִי (yatsileni) = Hij redde mij | מֵאֹיְבִ֥י (meoyevi) = van mijn vijand | עָ֑ז (az) = sterk | וּ֝מִשֹּׂנְאַ֗י (umisoneay) = en van wie mij haatten | כִּֽי (ki) = want | אָמְצ֥וּ (ametsu) = zij waren te sterk | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 16:9; Ps 35:10; Ps 69:5–15; Ps 142:7; Heb 2:14–15 **18:19** Zij kwamen mij tegemoet op de dag van mijn ramp. Maar Yahweh werd mijn steun. Brontekst: יְקַדְּמ֥וּנִי (yeqademuni) = zij kwamen mij tegemoet | בְיוֹם (beyom) = op de dag van | אֵידִ֑י (eidi) = mijn ramp | וַֽיְהִי (vayhi) = maar was | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | לְמִשְׁעָ֣ן (lemishan) = tot steun | לִֽי (li) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:35; Ps 46:12; Ps 59:17; Jer 18:17; Ob 1:10–14 **18:20** Hij bracht mij naar de ruimte. Hij bevrijdde mij, want Hij had behagen in mij. Brontekst: וַיּוֹצִיאֵ֥נִי (vayotsieni) = en Hij bracht mij uit | לַמֶּרְחָ֑ב (lamerchav) = naar de ruimte | יְ֝חַלְּצֵ֗נִי (yechaletseni) = Hij bevrijdde mij | כִּ֘י (ki) = want | חָ֥פֵֽץ (chafets) = Hij had behagen | בִּֽי (bi) = in mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 36:16; Ps 18:37; Ps 31:9; Ps 40:3; Ps 118:5 ### Yahweh beloont mij **18:21** Yahweh beloonde mij naar mijn gerechtigheid. Naar de reinheid van mijn handen gaf Hij mij terug. Brontekst: יִגְמְלֵ֣נִי (yigmeleni) = Hij beloonde mij | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | כְּצִדְקִ֑י (ketsidqi) = naar mijn gerechtigheid | כְּבֹ֥ר (kevor) = naar de reinheid van | יָ֝דַ֗י (yaday) = mijn handen | יָשִׁ֥יב (yashiv) = Hij gaf terug | לִֽי (li) = aan mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Davids ‘gerechtigheid’ en ‘reinheid van handen’ gaan over zijn onschuld tegenover Saul en zijn andere vijanden. Zie ook 1 Sam. 26:23. Voetnoot : בֹּר (bor), ‘reinheid’: zuiverheid van iemands daden. Zie ook: Job 22:30; 1 Sam 26:23; Ps 24:4; Ps 58:12; Mat 6:4; 1 Kor 3:8 **18:22** Want ik heb de wegen van Yahweh bewaard. Ik ben niet goddeloos van mijn Elohim afgeweken. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | שָׁ֭מַרְתִּי (shamarti) = ik heb bewaard | דַּרְכֵ֣י (darkhei) = de wegen van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְלֹֽא (velo) = en niet | רָ֝שַׁ֗עְתִּי (rashati) = ben ik goddeloos geweest | מֵאֱלֹהָֽי (meelohay) = van mijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:4; Ps 26:1; Ps 119:102; Spr 8:32; 1 Joh 2:19 **18:23** Want al Zijn rechten staan voor mij. Van Zijn voorschriften wijk ik niet af. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | כָל (kal) = al | מִשְׁפָּטָ֣יו (mishpatav) = Zijn rechten | לְנֶגְדִּ֑י (lenegdi) = voor mij | וְ֝חֻקֹּתָ֗יו (vechuqotav) = en Zijn voorschriften | לֹא (lo) = niet | אָסִ֥יר (asir) = wijk ik af | מֶֽנִּי (meni) = van mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּטִים (mishpatim), ‘rechten’, en חֻקּוֹת (chuqqot), ‘voorschriften’: de regels uit de wet van Yahweh. Zie ook: Ps 119:13; Ps 119:30; Ps 119:112; Ps 119:117; Ps 119:128 **18:24** Ik was onberispelijk bij Hem en hoedde mij voor mijn schuld. Brontekst: וָאֱהִ֣י (vaehi) = en ik was | תָמִ֣ים (tamim) = onberispelijk | עִמּ֑וֹ (imo) = bij Hem | וָ֝אֶשְׁתַּמֵּ֗ר (vaeshtamer) = en ik hoedde mij | מֵעֲוֺנִֽי (meavoni) = voor mijn schuld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 29:17; Ps 17:3; Ps 37:27; Mat 5:29–30; Mat 18:8–9 **18:25** Yahweh gaf mij terug naar mijn gerechtigheid, naar de reinheid van mijn handen voor Zijn ogen. Brontekst: וַיָּֽשֶׁב (vayashev) = en gaf terug | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | לִ֣י (li) = aan mij | כְצִדְקִ֑י (ketsidqi) = naar mijn gerechtigheid | כְּבֹ֥ר (kevor) = naar de reinheid van | יָ֝דַ֗י (yaday) = mijn handen | לְנֶ֣גֶד (leneged) = voor | עֵינָֽיו (einav) = Zijn ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ruth 2:12; 1 Sam 26:23; Mat 10:41–42; 2 Tess 1:6–7; Heb 6:16 ### Yahweh tegenover mensen **18:26** Tegenover een getrouwe toont U Zich trouw. Tegenover een onberispelijke man toont U Zich onberispelijk. Brontekst: עִם (im) = tegenover | חָסִ֥יד (chasid) = een getrouwe | תִּתְחַסָּ֑ד (titchasad) = toont U Zich trouw | עִם (im) = tegenover | גְּבַ֥ר (gevar) = een man | תָּ֝מִ֗ים (tamim) = onberispelijk | תִּתַּמָּֽם (titamam) = toont U Zich onberispelijk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De verzen 26 en 27 zeggen hoe Yahweh Zich verhoudt tot mensen: Hij beantwoordt hun houding. Het Hebreeuws gebruikt hier steeds dezelfde stam met steeds een andere vorm: getrouw (chasid, titchassad), onberispelijk (tamim, titammam), rein (navar, titbarar). ‘Gekronkeld’ (titpattal) bij de kromme is Hebreeuws woordspel. Zie ook: Ps 41:2–5; Ps 62:13; 1 Kon 8:32; Mat 5:7; Mat 18:33–35 **18:27** Tegenover een reine toont U Zich rein. Tegenover een kromme toont U Zich gekronkeld. Brontekst: עִם (im) = tegenover | נָבָ֥ר (navar) = een reine | תִּתְבָּרָ֑ר (titbarar) = toont U Zich rein | וְעִם (veim) = en tegenover | עִ֝קֵּ֗שׁ (iqesh) = een kromme | תִּתְפַּתָּֽל (titpatal) = toont U Zich gekronkeld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Lev 26:23–24; Lev 26:27–28; Ps 109:17–19; Spr 3:34; Jak 2:13 **18:28** Want U redt een ellendig volk, maar hoge ogen vernedert U. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַ֭תָּה (ata) = U | עַם (am) = volk | עָנִ֣י (ani) = ellendig | תוֹשִׁ֑יעַ (toshia) = redt | וְעֵינַ֖יִם (veeinayim) = en ogen | רָמ֣וֹת (ramot) = hoge | תַּשְׁפִּֽיל (tashpil) = vernedert U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָנִי (ani), ‘ellendige’: zie bij Ps. 12:6. Zie ook: 2 Sam 22:28; Ps 12:6; Ps 101:5; Jes 57:15; Jes 66:2; Jak 2:5 ### Yahweh geeft kracht in de oorlog **18:29** Want U laat mijn lamp schijnen, Yahweh. Mijn Elohim maakt mijn duisternis helder. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַ֭תָּה (ata) = U | תָּאִ֣יר (tair) = laat schijnen | נֵרִ֑י (neri) = mijn lamp | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱ֝לֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | יַגִּ֥יהַּ (yagiha) = maakt helder | חָשְׁכִּֽי (chashki) = mijn duisternis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 29:3; 2 Sam 22:29; Jes 42:16; Mat 4:16; Luc 1:79 **18:30** Want met U ren ik tegen een bende aan. Met mijn Elohim spring ik over een muur. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | בְ֭ךָ (bekha) = met U | אָרֻ֣ץ (aruts) = ren ik | גְּד֑וּד (gedud) = een bende | וּ֝בֵֽאלֹהַ֗י (uvelohay) = en met mijn Elohim | אֲדַלֶּג (adaleg) = spring ik | שֽׁוּר (shur) = over een muur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גְּדוּד (gedud), ‘bende’: een groep strijders of rovers. Zie ook: 2 Sam 22:30; 2 Kor 12:9–10; Ef 6:10–13; Kol 2:15; Openb 3:21 **18:31** Wat El betreft: Zijn weg is onberispelijk. Het woord van Yahweh is gelouterd. Hij is een schild voor allen die bij Hem schuilen. Brontekst: הָאֵל֮ (hael) = de El | תָּמִ֪ים (tamim) = onberispelijk | דַּ֫רְכּ֥וֹ (darko) = Zijn weg | אִמְרַֽת (imrat) = het woord van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | צְרוּפָ֑ה (tserufa) = gelouterd | מָגֵ֥ן (magen) = een schild | ה֝֗וּא (hu) = Hij | לְכֹ֤ל (lekhol) = voor allen | הַחֹסִ֬ים (hachosim) = die schuilen | בּֽוֹ (bo) = bij Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִמְרַת יְהוָה צְרוּפָה (imrat Yahweh tseruphah), ‘het woord van Yahweh is gelouterd’: zie Ps. 12:7. Zie ook: Deut 32:4; 2 Sam 22:31; Ps 12:7; Ps 84:12–13; Spr 30:5 **18:32** Want wie is Eloah, behalve Yahweh? En wie is een rots, behalve onze Elohim? Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | מִ֣י (mi) = wie | אֱ֭לוֹהַּ (eloha) = Eloah | מִבַּלְעֲדֵ֣י (mibaladei) = behalve | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּמִ֥י (umi) = en wie | צ֝֗וּר (tsur) = een rots | זוּלָתִ֥י (zulati) = behalve | אֱלֹהֵֽינוּ (eloheinu) = onze Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלוֹהַּ (Eloah): enkelvoud van Elohim. Wij laten ‘Eloah’ staan, zoals in Job. Zie ook: Deut 32:31; Deut 32:39; 2 Sam 22:32; Ps 86:8; Jes 45:5 **18:33** Het is El die mij met kracht omgordt en mijn weg onberispelijk maakt. Brontekst: הָ֭אֵל (hael) = de El | הַמְאַזְּרֵ֣נִי (hamazereni) = die mij omgordt | חָ֑יִל (chayil) = met kracht | וַיִּתֵּ֖ן (vayiten) = en maakt | תָּמִ֣ים (tamim) = onberispelijk | דַּרְכִּֽי (darki) = mijn weg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 22:33; Ps 28:7; Ps 91:2; Jes 45:5; 2 Kor 3:5 **18:34** Hij maakt mijn voeten als die van hinden. Hij laat mij staan op mijn hoogten. Brontekst: מְשַׁוֶּ֣ה (meshave) = Hij maakt | רַ֭גְלַי (raglay) = mijn voeten | כָּאַיָּל֑וֹת (kaayalot) = als hinden | וְעַ֥ל (veal) = en op | בָּ֝מֹתַ֗י (bamotay) = mijn hoogten | יַעֲמִידֵֽנִי (yaamideni) = laat Hij mij staan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַיָּלוֹת (ayyalot), ‘hinden’: vrouwelijke herten, snel en zeker op bergpaden. ‘Mijn hoogten’: de bergruggen. Zie ook: Deut 32:13; Deut 33:29; 2 Sam 2:18; 2 Sam 22:14; Hab 3:19 **18:35** Hij leert mijn handen de oorlog. Mijn armen spannen een koperen boog. Brontekst: מְלַמֵּ֣ד (melamed) = Hij leert | יָ֭דַי (yaday) = mijn handen | לַמִּלְחָמָ֑ה (lamilchama) = de oorlog | וְֽנִחֲתָ֥ה (venichata) = en spannen | קֶֽשֶׁת (qeshet) = een boog | נְ֝חוּשָׁ֗ה (nechusha) = koperen | זְרוֹעֹתָֽי (zerootay) = mijn armen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 22:36; Ps 46:10; Ps 144:1; Jes 28:6; Jes 45:1 **18:36** U geeft mij het schild van Uw redding. Uw rechterhand ondersteunt mij en Uw zachtmoedigheid maakt mij groot. Brontekst: וַתִּתֶּן (vatiten) = en U geeft | לִי֮ (li) = mij | מָגֵ֪ן (magen) = een schild | יִ֫שְׁעֶ֥ךָ (yishekha) = Uw redding | וִֽימִינְךָ֥ (viminekha) = en Uw rechterhand | תִסְעָדֵ֑נִי (tisadeni) = ondersteunt mij | וְֽעַנְוַתְךָ֥ (veanvatkha) = en Uw zachtmoedigheid | תַרְבֵּֽנִי (tarbeni) = maakt mij groot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַנְוָה (anvah), ‘zachtmoedigheid’: de neerbuigende goedheid van Yahweh tot de kleine mens. Het woord kan ook ‘nederigheid’ betekenen. Zie ook: 2 Sam 22:36; Ps 28:7; Jak 3:17–18; Gal 5:22–23; 2 Kor 10:1 **18:37** U maakt mijn stappen ruim onder mij. Mijn enkels wankelden niet. Brontekst: תַּרְחִ֣יב (tarchiv) = U maakt ruim | צַעֲדִ֣י (tsaadi) = mijn stappen | תַחְתָּ֑י (tachtay) = onder mij | וְלֹ֥א (velo) = en niet | מָ֝עֲד֗וּ (maadu) = zijn gewankeld | קַרְסֻלָּֽי (qarsulay) = mijn enkels Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 36:16; 2 Sam 22:37; Ps 4:2; Spr 4:12; Luc 12:50 ### De overwinning op de vijanden **18:38** Ik achtervolg mijn vijanden en haal hen in. Ik keer niet terug voordat zij vernietigd zijn. Brontekst: אֶרְדּ֣וֹף (erdof) = ik achtervolg | א֭וֹיְבַי (oyevay) = mijn vijanden | וְאַשִּׂיגֵ֑ם (veasigem) = en haal hen in | וְלֹֽא (velo) = en niet | אָ֝שׁוּב (ashuv) = keer ik terug | עַד (ad) = tot | כַּלּוֹתָֽם (kalotam) = zij vernietigd zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:8; Ps 9:4; Ps 44:6; Jes 53:10–12; Jes 63:1–6 **18:39** Ik verbrijzel hen, zodat zij niet kunnen opstaan. Zij vallen onder mijn voeten. Brontekst: אֶ֭מְחָצֵם (emchatsem) = ik verbrijzel hen | וְלֹא (velo) = en niet | יֻ֣כְלוּ (yukhlu) = kunnen zij | ק֑וּם (qum) = opstaan | יִ֝פְּל֗וּ (yipelu) = zij vallen | תַּ֣חַת (tachat) = onder | רַגְלָֽי (raglay) = mijn voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 17:49–51; 2 Sam 5:1–25; 2 Sam 10:1–19; 2 Sam 22:39; Ps 47:4 **18:40** U omgordt mij met kracht voor de oorlog. U laat mijn tegenstanders onder mij knielen. Brontekst: וַתְּאַזְּרֵ֣נִי (vateazereni) = en U omgordt mij | חַ֭יִל (chayil) = met kracht | לַמִּלְחָמָ֑ה (lamilchama) = voor de oorlog | תַּכְרִ֖יעַ (takhria) = U laat knielen | קָמַ֣י (qamay) = mijn tegenstanders | תַּחְתָּֽי (tachtay) = onder mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 22:40–41; Ps 18:33; Jes 45:14; 1 Kor 15:25–28; Ef 1:22 **18:41** U laat mijn vijanden mij de rug toekeren. Wie mij haten, roei ik uit. Brontekst: וְֽאֹיְבַ֗י (veoyevay) = en mijn vijanden | נָתַ֣תָּה (natata) = U geeft | לִּ֣י (li) = mij | עֹ֑רֶף (oref) = de nek | וּ֝מְשַׂנְאַ֗י (umesanay) = en wie mij haten | אַצְמִיתֵֽם (atsmitem) = vernietig ik hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֹרֶף (oref), ‘nek’: ‘iemand de nek geven’ is hem de rug toekeren om te vluchten. Zie ook: Ps 21:13; Ps 94:23 **18:42** Zij roepen om hulp, maar er is geen redder. Zij roepen tot Yahweh, maar Hij antwoordt hen niet. Brontekst: יְשַׁוְּע֥וּ (yeshaveu) = zij roepen om hulp | וְאֵין (veein) = en er is niet | מוֹשִׁ֑יעַ (moshia) = een redder | עַל (al) = tot | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | וְלֹ֣א (velo) = en niet | עָנָֽם (anam) = antwoordt Hij hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 27:9; Spr 1:28; Jes 1:15; Jer 11:11; Luc 13:25 **18:43** Ik vermaal hen als stof voor de wind. Als straatmodder giet ik hen uit. Brontekst: וְֽאֶשְׁחָקֵ֗ם (veeshchaqem) = en ik vermaal hen | כְּעָפָ֥ר (keafar) = als stof | עַל (al) = voor | פְּנֵי (penei) = het gezicht van | ר֑וּחַ (ruach) = de wind | כְּטִ֖יט (ketit) = als modder van | חוּצ֣וֹת (chutsot) = straten | אֲרִיקֵֽם (ariqem) = giet ik hen uit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲרִיקֵם (ariqem), ‘ik giet hen uit’: letterlijk ‘ik maak hen leeg’. Zie ook: 2 Kon 13:7; Jes 10:6; Jes 25:10; Jes 41:15–16; Zach 10:5 **18:44** U laat mij ontkomen aan de twisten van het volk. U maakt mij tot hoofd van de volken. Een volk dat ik niet kende, dient mij. Brontekst: תְּפַלְּטֵנִי֮ (tefaleteni) = U laat mij ontkomen | מֵרִ֪יבֵ֫י (merivei) = aan de twisten van | עָ֥ם (am) = het volk | תְּ֭שִׂימֵנִי (tesimeni) = U maakt mij | לְרֹ֣אשׁ (lerosh) = tot hoofd van | גּוֹיִ֑ם (goyim) = volken | עַ֖ם (am) = een volk | לֹא (lo) = dat niet | יָדַ֣עְתִּי (yadati) = ik kende | יַֽעַבְדֽוּנִי (yaavduni) = dient mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 3:1; 2 Sam 19:10; Jes 52:15; Jes 55:5; 1 Petr 2:10 **18:45** Zodra het oor het hoort, gehoorzamen zij mij. Vreemden veinzen onderworpenheid aan mij. Brontekst: לְשֵׁ֣מַֽע (leshema) = bij het horen van | אֹ֭זֶן (ozen) = het oor | יִשָּׁ֣מְעוּ (yishameu) = gehoorzamen zij | לִ֑י (li) = mij | בְּנֵֽי (benei) = de zonen van | נֵ֝כָ֗ר (nekhar) = de vreemde | יְכַחֲשׁוּ (yekhachashu) = veinzen onderworpenheid | לִֽי (li) = aan mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְכַחֲשׁוּ (yechachashu), ‘veinzen’: zich onderdanig gedragen zonder het te menen. Zie ook: Deut 33:29; 2 Sam 22:44–46; Ps 66:3; Ps 81:16; Ezech 44:7 **18:46** Vreemden verwelken. Sidderend komen zij uit hun burchten. Brontekst: בְּנֵי (benei) = de zonen van | נֵכָ֥ר (nekhar) = de vreemde | יִבֹּ֑לוּ (yibolu) = verwelken | וְ֝יַחְרְג֗וּ (veyachregu) = en komen sidderend | מִֽמִּסְגְּרֽוֹתֵיהֶֽם (mimisgeroteihem) = uit hun burchten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: 2 Sam. 22:46 heeft ויחגרו (vayachgeru): dezelfde letters als hier (ויחרגו), met twee letters verwisseld. De betekenis is dezelfde: zij komen angstig tevoorschijn. Zie ook: 2 Sam 22:46; Jes 24:4; Mi 7:17; Jak 1:11; Openb 6:16 ### Lofprijs voor Yahweh **18:47** Yahweh leeft! Gezegend is mijn rots! Verheven zij de Elohim van mijn redding. Brontekst: חַי (chay) = levend | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | וּבָר֣וּךְ (uvarukh) = en gezegend | צוּרִ֑י (tsuri) = mijn rots | וְ֝יָר֗וּם (veyarum) = en verheven zij | אֱלוֹהֵ֥י (elohei) = de Elohim van | יִשְׁעִֽי (yishi) = mijn redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 22:47; Ps 18:3; Ps 57:6; Jer 10:10; Openb 1:18 **18:48** Het is El die mij wraak geeft en volken onder mij onderwerpt. Brontekst: הָאֵ֗ל (hael) = de El | הַנּוֹתֵ֣ן (hanoten) = die geeft | נְקָמ֣וֹת (neqamot) = wraak | לִ֑י (li) = aan mij | וַיַּדְבֵּ֖ר (vayadber) = en onderwerpt | עַמִּ֣ים (amim) = volken | תַּחְתָּֽי (tachtay) = onder mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וַיַּדְבֵּר (vayadber), ‘onderwerpen’: een zeldzame vorm van een stam die ‘achter zich brengen’ betekent; de betekenis is niet geheel zeker. Zie ook: 2 Sam 22:48; Ps 47:4; Ps 144:2; Nah 1:2; Rom 12:19 **18:49** Mijn bevrijder van mijn vijanden! Ja, boven mijn tegenstanders verheft U mij. Van de man van geweld redt U mij. Brontekst: מְפַלְּטִ֗י (mefaleti) = mijn bevrijder | מֵאֹ֫יְבָ֥י (meoyevay) = van mijn vijanden | אַ֣ף (af) = ja | מִן (min) = boven | קָ֭מַי (qamay) = mijn tegenstanders | תְּרוֹמְמֵ֑נִי (teromemeni) = verheft U mij | מֵאִ֥ישׁ (meish) = van de man van | חָ֝מָ֗ס (chamas) = geweld | תַּצִּילֵֽנִי (tatsileni) = redt U mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 59:2–3; Ps 86:14; Ps 140:2; Ps 140:5; Ps 140:12 **18:50** Daarom loof ik U, Yahweh, onder de volken. Voor Uw naam zal ik spelen. Brontekst: עַל (al) = op | כֵּ֤ן (ken) = zo | אוֹדְךָ֖ (odekha) = loof ik U | בַגּוֹיִ֥ם (bagoyim) = onder de volken | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּלְשִׁמְךָ֥ (uleshimkha) = en voor Uw naam | אֲזַמֵּֽרָה (azamera) = zal ik spelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers wordt aangehaald in Rom. 15:9. Zie ook: 2 Sam 22:50–51; Ps 108:2; Ps 108:4; Ps 138:4; Rom 15:9 **18:51** Hij maakt de reddingen van Zijn koning groot en bewijst trouw aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.” Brontekst: מַגְדִּיל֮ (magdil) = Hij die groot maakt | יְשׁוּע֪וֹת (yeshuot) = de reddingen van | מַ֫לְכּ֥וֹ (malko) = Zijn koning | וְעֹ֤שֶׂה (veose) = en Hij bewijst | חֶ֨סֶד (chesed) = trouw | לִמְשִׁיח֗וֹ (limshicho) = aan Zijn gezalfde | לְדָוִ֥ד (ledavid) = aan David | וּלְזַרְע֗וֹ (ulezaro) = en aan zijn nageslacht | עַד (ad) = tot | עוֹלָֽם (olam) = eeuwigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is מגדל (‘toren’). De te lezen vorm (qere) is מַגְדִּיל (magdil), ‘Hij maakt groot’. Wij volgen de qere. In 2 Sam. 22:51 is het omgekeerd: daar volgen wij de te lezen vorm מִגְדּוֹל (migdol), ‘toren’; het geschreven woord is daar ‘maakt groot’. Voetnoot : מָשִׁיחַ (mashiach), ‘gezalfde’: de koning. Hier verschuift het gebed van ‘U’ naar ‘Hij’. Zie ook: 2 Sam 7:13; 2 Sam 22:51; Ps 78:71–72; Ps 89:4–5; Ps 132:10; Ps 144:10 ## Psalmen 19 _De hemel vertelt de heerlijkheid van El, en de wet van Yahweh_ ### Opschrift **19:1** Voor de koorleider. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Het woord wijst op iemand die de leiding heeft, waarschijnlijk bij de zang en muziek in de dienst. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 8:4; Ps 33:6; Ps 50:6; Ps 148:3–4; Rom 1:19–20 ### De hemel en de zon vertellen de heerlijkheid van El **19:2** De hemel vertelt de heerlijkheid van El. Het uitspansel maakt het werk van Zijn handen bekend. Brontekst: הַשָּׁמַ֗יִם (hashamayim) = de hemel | מְֽסַפְּרִ֥ים (mesaperim) = vertellen | כְּבֽוֹד (kevod) = heerlijkheid van | אֵ֑ל (el) = El | וּֽמַעֲשֵׂ֥ה (umaase) = en het werk van | יָ֝דָ֗יו (yadav) = Zijn handen | מַגִּ֥יד (magid) = maakt bekend | הָרָקִֽיעַ (haraqia) = het uitspansel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֵל (El): een korte vorm van Elohim. Wij laten ‘El’ staan. Voetnoot : כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’: de zichtbare grootheid van Elohim, zoals in Exod. 40:34. Voetnoot : רָקִיעַ (raqia), ‘uitspansel’: zoals in Gen. 1:6. Zie ook: Gen 1:6; Ex 40:34; Ps 8:4; Ps 33:6; Ps 50:6; Ps 148:3–4; Rom 1:19–20 **19:3** Dag na dag laat spraak uitstromen. Nacht na nacht geeft kennis door. Brontekst: י֣וֹם (yom) = dag | לְ֭יוֹם (leyom) = aan dag | יַבִּ֣יעַֽ (yabia) = laat uitstromen | אֹ֑מֶר (omer) = spraak | וְלַ֥יְלָה (velayla) = en nacht | לְּ֝לַ֗יְלָה (lelayla) = aan nacht | יְחַוֶּה (yechave) = geeft door | דָּֽעַת (daat) = kennis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:17–18; Gen 8:22; Ps 24:7–10; Ps 74:16; Ps 134:1–3 **19:4** Er is geen spraak en er zijn geen woorden. Hun stem wordt niet gehoord. Brontekst: אֵֽין (ein) = er is niet | אֹ֭מֶר (omer) = spraak | וְאֵ֣ין (veein) = en er zijn niet | דְּבָרִ֑ים (devarim) = woorden | בְּ֝לִ֗י (beli) = zonder (niet) | נִשְׁמָ֥ע (nishma) = wordt gehoord | קוֹלָֽם (qolam) = hun stem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: בְּלִי נִשְׁמָע קוֹלָם (bli nishma qolam), ‘zonder dat hun stem gehoord wordt’, kan op twee manieren gelezen worden. Of: er is geen spraak en geen woord, hun stem wordt niet gehoord (een stil getuigenis). Of: er is geen spraak en geen taal waar hun stem niet gehoord wordt. Wij vertalen letterlijk volgens de eerste lezing. Zie ook: Deut 4:19 **19:5** Over heel de aarde gaat hun lijn uit, en tot aan het einde van de wereld hun woorden. Voor de zon heeft Hij in hen een tent gezet. Brontekst: בְּכָל (bekhal) = over heel | הָאָ֨רֶץ (haarets) = de aarde | יָ֘צָ֤א (yatsa) = gaat uit | קַוָּ֗ם (qavam) = hun lijn | וּבִקְצֵ֣ה (uviqtse) = en tot het einde van | תֵ֭בֵל (tevel) = de wereld | מִלֵּיהֶ֑ם (mileihem) = hun woorden | לַ֝שֶּׁ֗מֶשׁ (lashemesh) = voor de zon | שָֽׂם (sam) = heeft Hij gezet | אֹ֥הֶל (ohel) = een tent | בָּהֶֽם (bahem) = in hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: קַוָּם (qavvam), ‘hun lijn’ (meetsnoer): sommige oude vertalingen hebben ‘hun klank’, wat een andere lezing van de medeklinkers veronderstelt (קולם, qolam). Wij volgen de Masoretische tekst. Voetnoot : Rom. 10:18 haalt dit vers aan. Zie ook: Gen 1:14–18; Ps 98:3; Ps 104:2; Mal 3:20; Rom 10:18 **19:6** En hij is als een bruidegom die uit zijn bruidskamer komt. Hij verheugt zich als een held om de baan te lopen. Brontekst: וְה֗וּא (vehu) = en hij | כְּ֭חָתָן (kechatan) = als een bruidegom | יֹצֵ֣א (yotse) = die uitgaat | מֵחֻפָּת֑וֹ (mechupato) = uit zijn bruidskamer | יָשִׂ֥ישׂ (yasis) = verheugt zich | כְּ֝גִבּ֗וֹר (kegibor) = als een held | לָר֥וּץ (laruts) = om te lopen | אֹֽרַח (orach) = een baan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de verzen 6 en 7 gaat het over de zon. Daarom staan ‘hij’ en ‘zijn’ met een kleine letter. Zie ook: Jes 61:10; Jes 62:5; 1 Kor 9:24–26; Fil 3:13–14; Heb 12:1–2 **19:7** Zijn opgang is vanaf het einde van de hemel, en zijn omloop loopt tot aan de einden ervan. Niets blijft verborgen voor zijn hitte. Brontekst: מִקְצֵ֤ה (miqtse) = vanaf het einde van | הַשָּׁמַ֨יִם (hashamayim) = de hemel | מֽוֹצָא֗וֹ (motsao) = zijn opgang | וּתְקוּפָת֥וֹ (utequfato) = en zijn omloop | עַל (al) = tot | קְצוֹתָ֑ם (qetsotam) = hun einden | וְאֵ֥ין (veein) = en niet is | נִ֝סְתָּ֗ר (nistar) = verborgen | מֵֽחַמָּתוֹ (mechamato) = voor zijn hitte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 22:14; Job 25:3; Ps 113:3; Pred 1:5; Kol 1:23 ### De wet van Yahweh **19:8** De wet van Yahweh is volkomen; zij brengt de ziel terug. Het getuigenis van Yahweh is betrouwbaar; het maakt de eenvoudige wijs. Brontekst: תּ֘וֹרַ֤ת (torat) = wet van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | תְּ֭מִימָה (temima) = volkomen | מְשִׁ֣יבַת (meshivat) = die terugbrengt | נָ֑פֶשׁ (nafesh) = ziel | עֵד֥וּת (edut) = getuigenis van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | נֶ֝אֱמָנָ֗ה (neemana) = betrouwbaar | מַחְכִּ֥ימַת (machkimat) = die wijs maakt | פֶּֽתִי (peti) = de eenvoudige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de verzen 8–10 staan zes namen voor het woord van Yahweh: wet (torah), getuigenis (edut), bevelen (pikkudim), gebod (mitsvah), vrees (yirah) en bepalingen (mishpatim). Wij geven elk woord overal met hetzelfde Nederlandse woord weer. Voetnoot : תּוֹרָה (torah), ‘wet’: letterlijk ‘onderwijs’. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de hele persoon. Voetnoot : מְשִׁיבַת נָפֶשׁ (meshivat nefesh), ‘die de ziel terugbrengt’: ze geeft nieuw leven. Zo ook in Ps. 23:3. Zie ook: Ps 23:3; Ps 111:7; Ps 119:130; Spr 1:4; Kol 3:16 **19:9** De bevelen van Yahweh zijn recht; zij verheugen het hart. Het gebod van Yahweh is zuiver; het verlicht de ogen. Brontekst: פִּקּ֘וּדֵ֤י (piqudei) = bevelen van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | יְ֭שָׁרִים (yesharim) = recht | מְשַׂמְּחֵי (mesamechei) = die verheugen | לֵ֑ב (lev) = hart | מִצְוַ֥ת (mitsvat) = gebod van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | בָּ֝רָ֗ה (bara) = zuiver | מְאִירַ֥ת (meirat) = dat verlicht | עֵינָֽיִם (einayim) = ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 12:7; Ps 119:105; Ps 119:128; Spr 30:5; Jer 15:16 **19:10** De vrees voor Yahweh is rein; zij blijft voor altijd bestaan. De bepalingen van Yahweh zijn waarheid; zij zijn tezamen rechtvaardig. Brontekst: יִרְאַ֤ת (yirat) = vrees voor | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | טְהוֹרָה֮ (tehora) = rein | עוֹמֶ֪דֶת (omedet) = blijft bestaan | לָ֫עַ֥ד (laad) = voor altijd | מִֽשְׁפְּטֵי (mishpetei) = bepalingen van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱמֶ֑ת (emet) = waarheid | צָֽדְק֥וּ (tsadequ) = zijn rechtvaardig | יַחְדָּֽו (yachdav) = tezamen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּטִים (mishpatim), ‘bepalingen’: meervoud van מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’. Het zijn de rechtsregels van Yahweh, zoals in Exod. 21:1. Zie ook: Ex 21:1; 1 Sam 12:24; Ps 111:10–112:6; Ps 119:137–138; Ps 119:142; Openb 15:3 **19:11** Zij zijn begeerlijker dan goud, dan veel fijn goud, en zoeter dan honing, dan druppels uit de honingraten. Brontekst: הַֽנֶּחֱמָדִ֗ים (hanechemadim) = de begeerlijke | מִ֭זָּהָב (mizahav) = dan goud | וּמִפַּ֣ז (umipaz) = en dan fijn goud | רָ֑ב (rav) = veel | וּמְתוּקִ֥ים (umetuqim) = en zoeter | מִ֝דְּבַ֗שׁ (midevash) = dan honing | וְנֹ֣פֶת (venofet) = en druppels van | צוּפִֽים (tsufim) = raten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:72; Ps 119:103; Ps 119:127; Spr 3:13–15; Spr 16:16 **19:12** Ook Uw dienaar wordt door hen gewaarschuwd. Het houden ervan brengt groot loon. Brontekst: גַּֽם (gam) = ook | עַ֭בְדְּךָ (avdekha) = Uw dienaar | נִזְהָ֣ר (nizhar) = wordt gewaarschuwd | בָּהֶ֑ם (bahem) = door hen | בְּ֝שָׁמְרָ֗ם (beshameram) = in het houden ervan | עֵ֣קֶב (eqev) = loon | רָֽב (rav) = groot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִזְהָר (nizhar), ‘wordt gewaarschuwd’: dezelfde stam kan ook ‘glanzen’ betekenen; dan zou de dienaar ‘verlicht’ worden. Voetnoot : עֵקֶב (eqev), ‘loon’: letterlijk wat volgt als gevolg. Zie ook: Ps 119:11; Spr 29:18; Jak 1:25; Heb 11:6–7; 2 Joh 1:8 ### Het gebed van de dienaar **19:13** Dwalingen: wie begrijpt ze? Spreek mij vrij van wat verborgen is. Brontekst: שְׁגִיא֥וֹת (shegiot) = dwalingen | מִֽי (mi) = wie | יָבִ֑ין (yavin) = begrijpt | מִֽנִּסְתָּר֥וֹת (ministarot) = van verborgen dingen | נַקֵּֽנִי (naqeni) = spreek mij vrij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 6:24; Ps 40:13; Ps 90:8; Ps 139:23–24; Jer 17:9 **19:14** Houd ook Uw dienaar terug van de overmoedigen. Laat hen niet over mij heersen. Dan ben ik volkomen en vrij van grote overtreding. Brontekst: גַּ֤ם (gam) = ook | מִזֵּדִ֨ים (mizedim) = van overmoedigen | חֲשֹׂ֬ךְ (chasokh) = houd terug | עַבְדֶּ֗ךָ (avdekha) = Uw dienaar | אַֽל (al) = niet | יִמְשְׁלוּ (yimshelu) = laat heersen | בִ֣י (bi) = over mij | אָ֣ז (az) = dan | אֵיתָ֑ם (eitam) = ben ik volkomen | וְ֝נִקֵּ֗יתִי (veniqeiti) = en vrij | מִפֶּ֥שַֽׁע (mipesha) = van overtreding | רָֽב (rav) = grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: מִזֵּדִים (mizzedim), ‘van de overmoedigen’: dit kunnen mensen zijn die overmoedig zijn. Het kan ook ‘van overmoedige daden’ betekenen. Wij vertalen ‘de overmoedigen’. Zie ook: 1 Sam 25:39; Ps 7:11; Ps 119:133; Hand 24:16; Rom 6:12–14 **19:15** Laten de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart welgevallig zijn voor Uw aangezicht, Yahweh, mijn rots en mijn losser. Brontekst: יִֽהְי֥וּ (yihyu) = laten zijn | לְרָצ֨וֹן (leratson) = tot welgevallen | אִמְרֵי (imrei) = woorden van | פִ֡י (pi) = mijn mond | וְהֶגְי֣וֹן (vehegyon) = en overdenking van | לִבִּ֣י (libi) = mijn hart | לְפָנֶ֑יךָ (lefaneikha) = voor Uw aangezicht | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | צוּרִ֥י (tsuri) = mijn rots | וְגֹאֲלִֽי (vegoali) = en mijn losser Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גֹּאֲלִי (go’ali), ‘mijn losser’: degene die een familielid vrijkoopt en beschermt. Zie ook Lev. 25:25 en Ruth 4:4. Zie ook: Lev 25:25; Ruth 4:4; Ps 51:17; Ps 66:18–20; Ps 104:34; Ps 119:108; 1 Petr 2:5 ## Psalmen 20 _Een gebed voor de koning vóór de strijd_ ### Opschrift **20:1** Voor de koorleider. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; het wijst op iemand die de leiding heeft bij de zang en muziek. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 46:12; Ps 91:14–15; Ps 138:7; Spr 18:10; Heb 5:7 ### Een zegenbede voor de koning **20:2** Moge Yahweh je antwoorden op de dag van nood. Moge de naam van de Elohim van Jakob je beschermen. Brontekst: יַֽעַנְךָ֣ (yaankha) = moge antwoorden | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בְּי֣וֹם (beyom) = op de dag van | צָרָ֑ה (tsara) = nood | יְ֝שַׂגֶּבְךָ֗ (yesagevkha) = moge beschermen | שֵׁ֤ם (shem) = naam van | אֱלֹהֵ֬י (elohei) = Elohim van | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de verzen 2–6 gaat het om de koning. Het volk bidt voor hem; daarom staat er ‘je’ met een kleine letter. Voetnoot : יְשַׂגֶּבְךָ (yesaggevcha), ‘Hij beschermt je’: letterlijk ‘Hij zet je hoog’, buiten het bereik van gevaar. Zie ook: Ps 46:12; Ps 91:14–15; Ps 138:7; Spr 18:10; Heb 5:7 **20:3** Moge Hij hulp voor je sturen vanuit het heiligdom en je steunen vanuit Sion. Brontekst: יִשְׁלַֽח (yishlach) = moge sturen | עֶזְרְךָ֥ (ezrekha) = hulp voor je | מִקֹּ֑דֶשׁ (miqodesh) = uit het heiligdom | וּ֝מִצִּיּ֗וֹן (umitsiyon) = en uit Sion | יִסְעָדֶֽךָּ (yisadeka) = moge steunen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: 1 Kon 6:16; 1 Kon 8:44–45; 2 Kron 20:8–9; Jes 12:6; Jes 14:32 **20:4** Moge Hij al je graanoffers gedenken en je brandoffer aanvaarden. Sela. Brontekst: יִזְכֹּ֥ר (yizkor) = moge gedenken | כָּל (kal) = al | מִנְחֹתֶ֑ךָ (minchotekha) = je graanoffers | וְעוֹלָתְךָ֖ (veolatekha) = en je brandoffer | יְדַשְּׁנֶ֣ה (yedashene) = moge aanvaarden | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker; het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Het woord komt in veel psalmen voor. Voetnoot : יְדַשְּׁנֶה (yedasshene), ‘vet maken’: het brandoffer vet, dat wil zeggen rijk en aangenaam, noemen. Wij vertalen ‘aanvaarden’. Zie ook: 1 Kron 21:26; Ps 51:21; 2 Kron 7:1; Hand 10:4; Ef 5:2 **20:5** Moge Hij je geven naar je hart en al je plannen vervullen. Brontekst: יִֽתֶּן (yiten) = moge geven | לְךָ֥ (lekha) = aan jou | כִלְבָבֶ֑ךָ (kilvavekha) = naar je hart | וְֽכָל (vekhal) = en al | עֲצָתְךָ֥ (atsatekha) = je plannen | יְמַלֵּֽא (yemale) = moge vervullen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 21:3; Ps 37:4; Ps 145:19; Mat 21:22; Joh 16:23 **20:6** Laten wij jubelen om je redding en in de naam van onze Elohim de banier opheffen. Moge Yahweh al je verzoeken vervullen. Brontekst: נְרַנְּנָ֤ה (neranena) = laten wij jubelen | בִּ֘ישׁ֤וּעָתֶ֗ךָ (bishuatekha) = om je redding | וּבְשֵֽׁם (uveshem) = en in de naam van | אֱלֹהֵ֥ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | נִדְגֹּ֑ל (nidgol) = laten wij de banier opheffen | יְמַלֵּ֥א (yemale) = moge vervullen | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = al | מִשְׁאֲלוֹתֶֽיךָ (mishaloteikha) = je verzoeken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִדְגֹּל (nidgol): van דֶּגֶל (degel), ‘banier’. Wij vertalen ‘wij heffen de banier op’. Anderen lezen ‘wij worden met banieren opgesteld’; de betekenis is onzeker. Zie ook: Ex 17:15; 1 Sam 1:17; Ps 60:6; Jes 25:9; Hab 3:18 ### Yahweh redt Zijn gezalfde **20:7** Nu weet ik dat Yahweh Zijn gezalfde redt. Hij antwoordt hem vanuit Zijn heilige hemel, met de reddende machtsdaden van Zijn rechterhand. Brontekst: עַתָּ֤ה (ata) = nu | יָדַ֗עְתִּי (yadati) = weet ik | כִּ֤י (ki) = dat | הוֹשִׁ֥יעַ (hoshia) = redt | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מְשִׁ֫יח֥וֹ (meshicho) = Zijn gezalfde | יַ֭עֲנֵהוּ (yaanehu) = Hij antwoordt hem | מִשְּׁמֵ֣י (mishemei) = vanuit de hemel van | קָדְשׁ֑וֹ (qadesho) = Zijn heiligheid | בִּ֝גְבֻר֗וֹת (bigvurot) = met de machtsdaden van | יֵ֣שַׁע (yesha) = redding van | יְמִינֽוֹ (yemino) = Zijn rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְשִׁיחוֹ (meshicho), ‘Zijn gezalfde’: de koning, met olie gezalfd voor Yahweh. Zie ook 1 Sam. 10:1 en 1 Sam. 16:13. Voetnoot : גְּבֻרוֹת (gevurot), ‘machtsdaden’: daden van kracht. Zie ook: 1 Sam 10:1; 1 Sam 16:13; Ps 18:51; Ps 28:8; Ps 89:21–24; Jes 63:15; Hand 5:31 **20:8** Dezen met wagens en dezen met paarden. Maar wij vermelden de naam van Yahweh, onze Elohim. Brontekst: אֵ֣לֶּה (ele) = dezen | בָ֭רֶכֶב (barekhev) = met wagens | וְאֵ֣לֶּה (veele) = en dezen | בַסּוּסִ֑ים (basusim) = met paarden | וַאֲנַ֓חְנוּ (vaanachnu) = maar wij | בְּשֵׁם (beshem) = de naam van | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֣ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | נַזְכִּֽיר (nazkir) = vermelden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws heeft hier geen werkwoord: ‘dezen met wagens en dezen met paarden’. Daar denk je ‘vertrouwen’ of ‘roemen’ bij. Wij laten het zoals het staat. Voetnoot : נַזְכִּיר (nazkir), ‘wij vermelden’: de naam van Yahweh noemen en in herinnering roepen. Zie ook: Ps 33:16–17; Spr 21:31; 2 Kron 32:8; Jes 31:1; Jer 17:5 **20:9** Zij zijn neergeknield en gevallen. Maar wij zijn opgestaan en staan overeind. Brontekst: הֵ֭מָּה (hema) = zij | כָּרְע֣וּ (kareu) = zijn neergeknield | וְנָפָ֑לוּ (venafalu) = en gevallen | וַאֲנַ֥חְנוּ (vaanachnu) = maar wij | קַּ֝֗מְנוּ (qamnu) = zijn opgestaan | וַנִּתְעוֹדָֽד (vanitodad) = en staan overeind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 5:31; Ps 34:22–23; Ps 125:1; Mi 7:8; Jer 17:7–8 ### Slotgebed **20:10** Yahweh, red de koning! Moge Hij ons antwoorden op de dag dat wij roepen. Brontekst: יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | הוֹשִׁ֑יעָה (hoshia) = red | הַ֝מֶּ֗לֶךְ (hamelekh) = de koning | יַעֲנֵ֥נוּ (yaanenu) = moge Hij ons antwoorden | בְיוֹם (beyom) = op de dag dat | קָרְאֵֽנוּ (qareenu) = wij roepen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws kan op twee manieren worden gelezen. Of: ‘Yahweh, red de koning! Moge Hij ons antwoorden.’ Of: ‘Yahweh, red! Moge de koning ons antwoorden.’ Wij nemen ‘Hij’ als Yahweh. Zie ook: Ps 5:3; Ps 44:5; Ps 74:12; Ps 118:25–26; Mat 21:15 ## Psalmen 21 _Dank voor de koning en vertrouwen op Yahweh_ ### Opschrift **21:1** Voor de koorleider. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; het wijst op iemand die de leiding heeft bij de zang en muziek. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 28:7; Ps 59:17–18; Ps 62:8; Mat 2:2; Heb 12:2 ### Dank voor wat Yahweh de koning gaf **21:2** Yahweh, in Uw kracht is de koning blij, en hoezeer verheugt hij zich om Uw redding! Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בְּעָזְּךָ֥ (beazekha) = in Uw kracht | יִשְׂמַח (yismach) = is blij | מֶ֑לֶךְ (melekh) = de koning | וּ֝בִישׁ֥וּעָתְךָ֗ (uvishuatekha) = en om Uw redding | מַה (ma) = hoezeer | יָּ֥גֶל (yagel) = verheugt hij zich | מְאֹֽד (meod) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In dit lied gaat het over de koning; het volk spreekt Yahweh aan. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is יגיל (yagil), ‘hij jubelt’. De te lezen vorm (qere) is יגל (yagel), met dezelfde betekenis. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 28:7; Ps 59:17–18; Ps 62:8; Mat 2:2; Heb 12:2 **21:3** Het verlangen van zijn hart hebt U hem gegeven. Het verzoek van zijn lippen hebt U niet onthouden. Sela. Brontekst: תַּאֲוַ֣ת (taavat) = verlangen van | לִ֭בּוֹ (libo) = zijn hart | נָתַ֣תָּה (natata) = hebt U gegeven | לּ֑וֹ (lo) = aan hem | וַאֲרֶ֥שֶׁת (vaareshet) = en het verzoek van | שְׂ֝פָתָ֗יו (sefatav) = zijn lippen | בַּל (bal) = niet | מָנַ֥עְתָּ (manata) = hebt U onthouden | סֶּֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): zie bij Ps. 20:4. Voetnoot : אֲרֶשֶׁת (areshet), ‘verzoek’: dit woord komt alleen hier voor. Zie ook: Ps 2:8–9; Ps 20:4; Ps 20:5–6; Ps 37:4; Jes 49:6–12; Heb 7:25 **21:4** Want U komt hem tegemoet met goede zegeningen. U zet een kroon van zuiver goud op zijn hoofd. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | תְ֭קַדְּמֶנּוּ (teqademenu) = U komt hem tegemoet | בִּרְכ֣וֹת (birkhot) = met zegeningen van | ט֑וֹב (tov) = goed | תָּשִׁ֥ית (tashit) = U zet | לְ֝רֹאשׁ֗וֹ (lerosho) = op zijn hoofd | עֲטֶ֣רֶת (ateret) = een kroon van | פָּֽז (paz) = zuiver goud Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 12:30; 1 Kron 20:2; Ps 31:20; Ps 59:11; Ef 1:3 **21:5** Leven vroeg hij van U. U hebt het hem gegeven: lengte van dagen, voor eeuwig en altijd. Brontekst: חַיִּ֤ים (chayim) = leven | שָׁאַ֣ל (shaal) = vroeg hij | מִ֭מְּךָ (mimekha) = van U | נָתַ֣תָּה (natata) = hebt U gegeven | לּ֑וֹ (lo) = aan hem | אֹ֥רֶךְ (orekh) = lengte van | יָ֝מִ֗ים (yamim) = dagen | עוֹלָ֥ם (olam) = voor eeuwig | וָעֶֽד (vaed) = en altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 61:6–7; Ps 91:16; Ps 119:77; Ps 133:3; Openb 1:18 **21:6** Groot is zijn eer door Uw redding. Majesteit en luister legt U op hem. Brontekst: גָּד֣וֹל (gadol) = groot | כְּ֭בוֹדוֹ (kevodo) = is zijn eer | בִּישׁוּעָתֶ֑ךָ (bishuatekha) = door Uw redding | ה֥וֹד (hod) = majesteit | וְ֝הָדָר (vehadar) = en luister | תְּשַׁוֶּ֥ה (teshave) = legt U | עָלָֽיו (alav) = op hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joh 17:22; Ef 1:20–22; 1 Petr 3:22; Heb 8:1; Openb 5:8–13 **21:7** Want U maakt hem tot zegeningen voor altijd. U verblijdt hem met vreugde bij Uw aangezicht. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | תְשִׁיתֵ֣הוּ (teshitehu) = U maakt hem tot | בְרָכ֣וֹת (berakhot) = zegeningen | לָעַ֑ד (laad) = voor altijd | תְּחַדֵּ֥הוּ (techadehu) = U verblijdt hem | בְ֝שִׂמְחָ֗ה (besimcha) = met vreugde | אֶת (et) = bij | פָּנֶֽיךָ (paneikha) = Uw aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׁית בְּרָכוֹת (shit berakhot), ‘tot zegeningen maken’: de koning wordt zelf een zegen voor anderen. Vergelijk Gen. 12:2. Zie ook: Gen 12:2; Ps 16:11; Ps 45:8; Hand 2:28; Hand 3:26; Gal 3:9 **21:8** Want de koning vertrouwt op Yahweh. Door de trouw van de Allerhoogste wankelt hij niet. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הַ֭מֶּלֶךְ (hamelekh) = de koning | בֹּטֵ֣חַ (boteach) = vertrouwt | בַּיהוָ֑ה (baYahweh) = op Yahweh | וּבְחֶ֥סֶד (uvechesed) = en door de trouw van | עֶ֝לְי֗וֹן (elyon) = de Allerhoogste | בַּל (bal) = niet | יִמּֽוֹט (yimot) = wankelt hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam voor Elohim. Zie ook Gen. 14:18–20. Voetnoot : חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Zie ook Ruth 1:8. Zie ook: Gen 14:18–20; Ruth 1:8; Ps 16:8; Ps 20:8–9; Ps 26:1; Ps 91:2; Dan 7:14 ### Yahweh slaat de vijanden van de koning **21:9** Uw hand zal al Uw vijanden vinden. Uw rechterhand zal wie U haten vinden. Brontekst: תִּמְצָ֣א (timtsa) = vindt | יָ֭דְךָ (yadekha) = Uw hand | לְכָל (lekhal) = alle | אֹיְבֶ֑יךָ (oyeveikha) = Uw vijanden | יְ֝מִֽינְךָ (yeminekha) = Uw rechterhand | תִּמְצָ֥א (timtsa) = zal vinden | שֹׂנְאֶֽיךָ (soneeikha) = wie U haten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 72:9; Ps 110:1–2; Luc 19:27; 1 Kor 15:25; Heb 10:28–29 **21:10** U maakt hen tot een vuuroven ten tijde van Uw aangezicht. Yahweh zal hen in Zijn toorn verslinden, en vuur zal hen verteren. Brontekst: תְּשִׁיתֵ֤מוֹ (teshitemo) = U maakt hen | כְּתַנּ֥וּר (ketanur) = als een oven van | אֵשׁ֮ (esh) = vuur | לְעֵ֪ת (leet) = ten tijde van | פָּ֫נֶ֥יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בְּאַפּ֣וֹ (beapo) = in Zijn toorn | יְבַלְּעֵ֑ם (yevaleem) = zal hen verslinden | וְֽתֹאכְלֵ֥ם (vetokhlem) = en zal hen verteren | אֵֽשׁ (esh) = vuur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In dit vers gaat de tekst van ‘U’ over op ‘Yahweh’ in de derde persoon. Wij laten dat zo staan. Voetnoot : לְעֵת פָּנֶיךָ (le’et panecha), ‘ten tijde van Uw aangezicht’: wanneer U verschijnt. Zie ook: Ps 18:9; Ps 50:3; Klaagl 2:2; Mal 3:19; 2 Tess 1:8 **21:11** Hun vrucht zult U van de aarde laten verdwijnen, en hun nageslacht uit de mensenkinderen. Brontekst: פִּ֭רְיָמוֹ (piryamo) = hun vrucht | מֵאֶ֣רֶץ (meerets) = van de aarde | תְּאַבֵּ֑ד (teabed) = zult U laten verdwijnen | וְ֝זַרְעָ֗ם (vezaram) = en hun nageslacht | מִבְּנֵ֥י (mibenei) = van | אָדָֽם (adam) = de mensenkinderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 20:28; Ps 37:28; Ps 109:13; 1 Kon 13:34; Jes 14:20 **21:12** Want zij strekten kwaad tegen U uit. Zij bedachten een plan, maar zij zijn er niet toe in staat. Brontekst: כִּי (ki) = want | נָט֣וּ (natu) = zij strekten | עָלֶ֣יךָ (aleikha) = tegen U | רָעָ֑ה (raa) = kwaad | חָֽשְׁב֥וּ (chashevu) = zij bedachten | מְ֝זִמָּ֗ה (mezima) = een plan | בַּל (bal) = niet | יוּכָֽלוּ (yukhalu) = zijn zij in staat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 2:1; Ps 10:2; Ps 31:14; Jes 7:6–7; Jer 11:18–19 **21:13** Want U laat hen de rug toekeren. Met Uw bogepezen richt U op hun gezichten. Brontekst: כִּ֭י (ki) = want | תְּשִׁיתֵ֣מוֹ (teshitemo) = U maakt hen | שֶׁ֑כֶם (shekhem) = tot rug | בְּ֝מֵֽיתָרֶ֗יךָ (bemeitareikha) = met Uw bogepezen | תְּכוֹנֵ֥ן (tekhonen) = U richt | עַל (al) = op | פְּנֵיהֶֽם (peneihem) = hun gezichten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֶׁכֶם (shekhem), letterlijk ‘schouder’, ‘rug’. ‘U maakt hen rug’ betekent: U laat hen de rug toekeren, zij vluchten. Voetnoot : מֵיתָר (meitar), ‘koord’, hier de pees van een boog. Zie ook: Job 7:20; Ps 7:13–14; Ps 18:41; Ps 64:8; Klaagl 3:12 ### Slotbede **21:14** Verhef U, Yahweh, in Uw kracht! Wij willen zingen en Uw macht bezingen. Brontekst: ר֣וּמָה (ruma) = verhef U | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּעֻזֶּ֑ךָ (beuzekha) = in Uw kracht | נָשִׁ֥ירָה (nashira) = wij willen zingen | וּֽ֝נְזַמְּרָה (unezamera) = en wij willen bezingen | גְּבוּרָתֶֽךָ (gevuratekha) = Uw macht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 57:12; Ps 113:5; Openb 15:3–4; Openb 16:5–7; Openb 19:1–6 ## Psalmen 22 _Van noodkreet naar lofzang: de lijdende en de volken_ ### Opschrift **22:1** Voor de koorleider, naar ‘De hinde van de dageraad’. Een psalm van David. Brontekst: לַ֭מְנַצֵּחַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַל (al) = naar | אַיֶּ֥לֶת (ayelet) = de hinde van | הַשַּׁ֗חַר (hashachar) = de dageraad | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַיֶּלֶת הַשַּׁחַר (ayyelet hashachar), ‘de hinde van de dageraad’: waarschijnlijk de naam van een melodie of een aanwijzing voor de muziek. De betekenis is onzeker. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Job 3:24; Ps 22:17; Mat 27:46; Mar 15:34; Heb 5:7 ### Waarom hebt U mij verlaten? **22:2** Mijn El, mijn El, waarom hebt U mij verlaten? Ver van mijn redding zijn de woorden van mijn gebrul. Brontekst: אֵלִ֣י (eli) = mijn El | אֵ֭לִי (eli) = mijn El | לָמָ֣ה (lama) = waarom | עֲזַבְתָּ֑נִי (azavtani) = hebt U mij verlaten | רָח֥וֹק (rachoq) = ver van | מִֽ֝ישׁוּעָתִ֗י (mishuati) = mijn redding | דִּבְרֵ֥י (divrei) = de woorden van | שַׁאֲגָתִֽי (shaagati) = mijn gebrul Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֵלִי (Eli), ‘mijn El’: El is een korte vorm van Elohim. Matt. 27:46 en Mark. 15:34 halen het begin van dit vers aan. Voetnoot : שְׁאָגָה (she’agah), ‘gebrul’: eigenlijk het brullen van een leeuw, hier de kreet van de lijdende. Zie ook Job 3:24. Zie ook: Job 3:24; Ps 22:17; Mat 27:46; Mar 15:34; Heb 5:7 **22:3** Mijn Elohim, overdag roep ik, maar U antwoordt niet. ’s Nachts is er geen stilte voor mij. Brontekst: אֱֽלֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | אֶקְרָ֣א (eqra) = ik roep | י֭וֹמָם (yomam) = overdag | וְלֹ֣א (velo) = en niet | תַעֲנֶ֑ה (taane) = U antwoordt | וְ֝לַ֗יְלָה (velayla) = en 's nachts | וְֽלֹא (velo) = en niet | דֽוּמִיָּ֥ה (dumiya) = stilte | לִֽי (li) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דּוּמִיָּה (dumiyyah), ‘stilte’: dit kan ‘rust’ betekenen of ‘ik zwijg niet’. Wij laten ‘stilte’ staan. Zie ook: Ps 42:4; Ps 55:17–18; Ps 88:2; Luc 18:7; Luc 22:41–46 ### Onze vaders vertrouwden op U **22:4** Maar U bent heilig. U zetelt op de lofzangen van Israël. Brontekst: וְאַתָּ֥ה (veata) = maar U | קָד֑וֹשׁ (qadosh) = heilig | י֝וֹשֵׁ֗ב (yoshev) = zetelt | תְּהִלּ֥וֹת (tehilot) = lofzangen van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יוֹשֵׁב תְּהִלּוֹת יִשְׂרָאֵל (yoshev tehillot Yisrael), ‘zetelend op de lofzangen van Israël’: de lof van het volk is als een troon voor Yahweh. Zie ook: Deut 10:21; Ps 50:23; Ps 99:9; Jes 6:3; Openb 4:8 **22:5** Op U vertrouwden onze vaders. Zij vertrouwden, en U liet hen ontkomen. Brontekst: בְּ֭ךָ (bekha) = op U | בָּטְח֣וּ (batechu) = vertrouwden | אֲבֹתֵ֑ינוּ (avoteinu) = onze vaders | בָּ֝טְח֗וּ (batechu) = zij vertrouwden | וַֽתְּפַלְּטֵֽמוֹ (vatefaletemo) = en U liet hen ontkomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 15:6; Gen 32:28; Ex 14:13–14; Ex 14:31; Rom 4:18–22 **22:6** Tot U riepen zij om hulp en zij ontkwamen. Op U vertrouwden zij en zij werden niet beschaamd. Brontekst: אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = tot U | זָעֲק֣וּ (zaaqu) = riepen zij om hulp | וְנִמְלָ֑טוּ (venimlatu) = en zij ontkwamen | בְּךָ֖ (bekha) = op U | בָטְח֣וּ (batechu) = vertrouwden zij | וְלֹא (velo) = en niet | בֽוֹשׁוּ (boshu) = werden zij beschaamd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 45:17; Jes 49:23; Rom 9:33; Rom 10:11; 1 Petr 2:6 ### Bespot door de mensen **22:7** Maar ik ben een worm en geen man, de smaad van de mensen, veracht door het volk. Brontekst: וְאָנֹכִ֣י (veanokhi) = maar ik | תוֹלַ֣עַת (tolaat) = een worm | וְלֹא (velo) = en niet | אִ֑ישׁ (ish) = een man | חֶרְפַּ֥ת (cherpat) = smaad van | אָ֝דָ֗ם (adam) = de mens | וּבְז֥וּי (uvezuy) = en veracht door | עָֽם (am) = het volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹלַעַת (tola’at), ‘worm’: een klein, weerloos dier. Zie ook: Job 25:6; Ps 69:8–13; Jes 41:14; Jes 49:7; Jes 53:3 **22:8** Allen die mij zien, bespotten mij. Zij trekken de lip op en schudden het hoofd: Brontekst: כָּל (kal) = allen | רֹ֭אַי (roay) = die mij zien | יַלְעִ֣גוּ (yaligu) = bespotten | לִ֑י (li) = mij | יַפְטִ֥ירוּ (yaftiru) = zij spreiden open | בְ֝שָׂפָ֗ה (besafa) = de lip | יָנִ֥יעוּ (yaniu) = zij schudden | רֹֽאשׁ (rosh) = het hoofd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 109:25; Mat 26:66–68; Mat 27:39–40; Mar 15:29; Luc 23:11 **22:9** „Wentel het op Yahweh! Laat Hij hem laten ontkomen, laat Hij hem bevrijden, want Hij heeft behagen in hem.” Brontekst: גֹּ֣ל (gol) = wentel | אֶל (el) = op | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | יְפַלְּטֵ֑הוּ (yefaletehu) = laat Hij hem laten ontkomen | יַ֝צִּילֵ֗הוּ (yatsilehu) = laat Hij hem bevrijden | כִּ֘י (ki) = want | חָ֥פֵֽץ (chafets) = Hij heeft behagen | בּֽוֹ (bo) = in hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גֹּל (gol), ‘wentel’: van גָּלַל (galal), ‘rollen’. ‘Wentel het op Yahweh’ betekent: laat het aan Yahweh over. Vergelijk Spr. 16:3. Hier zijn het de spotters die spreken. Zie ook: Ps 18:20; Ps 91:14; Spr 16:3; Mat 27:42–43; Mar 15:30–32 ### Sinds de geboorte op U geworpen **22:10** Want U bent het die mij uit de buik trok, die mij liet vertrouwen aan de borsten van mijn moeder. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֣ה (ata) = U | גֹחִ֣י (gochi) = die mij trok | מִבָּ֑טֶן (mibaten) = uit de buik | מַ֝בְטִיחִ֗י (mavtichi) = die mij liet vertrouwen | עַל (al) = aan | שְׁדֵ֥י (shedei) = de borsten van | אִמִּֽי (imi) = mijn moeder Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 71:6; Ps 71:17; Ps 139:15–16; Jes 49:1–2; Mat 2:13–15 **22:11** Op U ben ik geworpen vanaf de schoot. Vanaf de buik van mijn moeder bent U mijn El. Brontekst: עָ֭לֶיךָ (aleikha) = op U | הָשְׁלַ֣כְתִּי (hashelakhti) = ben ik geworpen | מֵרָ֑חֶם (merachem) = vanaf de schoot | מִבֶּ֥טֶן (mibeten) = vanaf de buik van | אִ֝מִּ֗י (imi) = mijn moeder | אֵ֣לִי (eli) = mijn El | אָֽתָּה (ata) = bent U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 46:3–4; Jes 49:1; Jer 1:5; Joh 20:17; Gal 1:15 **22:12** Wees niet ver van mij, want de nood is nabij, want er is geen helper. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּרְחַ֣ק (tirchaq) = wees ver | מִ֭מֶּנִּי (mimeni) = van mij | כִּי (ki) = want | צָרָ֣ה (tsara) = nood | קְרוֹבָ֑ה (qerova) = is nabij | כִּי (ki) = want | אֵ֥ין (ein) = er is niet | עוֹזֵֽר (ozer) = een helper Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 10:1; Ps 71:12; Ps 72:12; Joh 16:32; Heb 5:7 ### Omringd door vijanden **22:13** Veel jonge stieren omringen mij. De machtigen van Basan omsluiten mij. Brontekst: סְ֭בָבוּנִי (sevavuni) = omringen mij | פָּרִ֣ים (parim) = stieren | רַבִּ֑ים (rabim) = veel | אַבִּירֵ֖י (abirei) = de machtigen van | בָשָׁ֣ן (bashan) = Basan | כִּתְּרֽוּנִי (kiteruni) = omsluiten mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Basan ligt ten oosten van de Jordaan en het meer van Galilea, in het huidige Golan en Hauran (Syrië en Israël). Voetnoot Uitleg: אַבִּירֵי בָשָׁן (abbire Bashan), ‘de machtigen van Basan’: Basan was beroemd om zijn vee, zie Deut. 32:14. Hier zijn het sterke stieren, een beeld voor de vijanden. Zie ook: Deut 32:14–15; Ps 68:31; Amos 4:1–3; Mat 27:1; Hand 4:27 **22:14** Zij sperren hun mond tegen mij open, als een leeuw die verscheurt en brult. Brontekst: פָּצ֣וּ (patsu) = zij sperren open | עָלַ֣י (alay) = tegen mij | פִּיהֶ֑ם (pihem) = hun mond | אַ֝רְיֵ֗ה (arye) = een leeuw | טֹרֵ֥ף (toref) = die verscheurt | וְשֹׁאֵֽג (veshoeg) = en brult Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:12; Ps 35:21; Mat 26:3–4; Mat 26:59–65; 1 Petr 5:8 **22:15** Als water ben ik uitgegoten en al mijn beenderen zijn uit elkaar gegaan. Mijn hart is als was geworden, gesmolten in het midden van mijn ingewanden. Brontekst: כַּמַּ֥יִם (kamayim) = als water | נִשְׁפַּכְתִּי֮ (nishpakhti) = ben ik uitgegoten | וְהִתְפָּֽרְד֗וּ (vehitparedu) = en zijn uit elkaar gegaan | כָּֽל (kal) = al | עַצְמ֫וֹתָ֥י (atsmotay) = mijn beenderen | הָיָ֣ה (haya) = is geworden | לִ֭בִּי (libi) = mijn hart | כַּדּוֹנָ֑ג (kadonag) = als was | נָ֝מֵ֗ס (names) = gesmolten | בְּת֣וֹךְ (betokh) = in het midden van | מֵעָֽי (meay) = mijn ingewanden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הִתְפָּרְדוּ (hitparedu), ‘zijn uit elkaar gegaan’: de beenderen raken los van elkaar. Zie ook: Job 23:16; Job 30:16; Ps 22:18; Ps 31:11; Dan 5:6 **22:16** Mijn kracht is droog als een potscherf en mijn tong kleeft aan mijn kaken. In het stof van de dood legt U mij neer. Brontekst: יָ֘בֵ֤שׁ (yavesh) = droog is | כַּחֶ֨רֶשׂ (kacheres) = als een potscherf | כֹּחִ֗י (kochi) = mijn kracht | וּ֭לְשׁוֹנִי (uleshoni) = en mijn tong | מֻדְבָּ֣ק (mudbaq) = kleeft | מַלְקוֹחָ֑י (malqochay) = aan mijn kaken | וְֽלַעֲפַר (velaafar) = en in het stof van | מָ֥וֶת (mavet) = de dood | תִּשְׁפְּתֵֽנִי (tishpeteni) = legt U mij neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תִּשְׁפְּתֵנִי (tishpetheni), ‘U legt mij neer’: de vorm komt van een werkwoord dat ‘neerzetten’ betekent. De betekenis is onzeker. Voetnoot : מַלְקוֹחַי (malqochai), ‘mijn kaken’: letterlijk wat de kaken en het gehemelte vasthoudt. Zie ook: Ps 69:4; Ps 69:22; Ps 104:29; Jes 53:12; Joh 19:28 **22:17** Want honden omringen mij. Een gemeenschap van kwaaddoeners sluit mij in. Als een leeuw – mijn handen en mijn voeten. Brontekst: כִּ֥י (ki) = want | סְבָב֗וּנִי (sevavuni) = omringen mij | כְּלָ֫בִ֥ים (kelavim) = honden | עֲדַ֣ת (adat) = een gemeenschap van | מְ֭רֵעִים (mereim) = kwaaddoeners | הִקִּיפ֑וּנִי (hiqifuni) = sluit mij in | כָּ֝אֲרִ֗י (kaari) = als een leeuw | יָדַ֥י (yaday) = mijn handen | וְרַגְלָֽי (veraglay) = en mijn voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲדַת מְרֵעִים (adat mere’im), ‘een gemeenschap van kwaaddoeners’: een groep die samen kwaad doet. Voetnoot Lezing: כָּאֲרִי (ka’ari), ‘als een leeuw’: in de Masoretische tekst staat hier geen werkwoord: ‘als een leeuw mijn handen en mijn voeten’. Dat is moeilijk te verstaan. Sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen hebben een werkwoord, ‘zij hebben doorboord’ (kara of karu). Wij volgen de Masoretische tekst letterlijk. Zie ook: Zach 12:10; Mat 27:35; Joh 19:23; Joh 19:37; Joh 20:25 **22:18** Ik kan al mijn beenderen tellen. Zij kijken toe en staren naar mij. Brontekst: אֲסַפֵּ֥ר (asaper) = ik kan tellen | כָּל (kal) = al | עַצְמוֹתָ֑י (atsmotay) = mijn beenderen | הֵ֥מָּה (hema) = zij | יַ֝בִּ֗יטוּ (yabitu) = kijken toe | יִרְאוּ (yiru) = staren | בִֽי (bi) = naar mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 33:21; Jes 52:14; Mat 27:39–41; Luc 23:27; Luc 23:35 **22:19** Zij verdelen mijn kleren onder zich en over mijn gewaad werpen zij het lot. Brontekst: יְחַלְּק֣וּ (yechalequ) = zij verdelen | בְגָדַ֣י (begaday) = mijn kleren | לָהֶ֑ם (lahem) = onder zich | וְעַל (veal) = en over | לְ֝בוּשִׁ֗י (levushi) = mijn gewaad | יַפִּ֥ילוּ (yapilu) = werpen zij | גוֹרָֽל (goral) = het lot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בֶּגֶד (beged), ‘kleren’, en לְבוּשׁ (levush), ‘gewaad’: twee woorden voor kleding in een parallelle regel. Joh. 19:24 haalt dit vers aan. Zie ook: Mat 27:35; Mar 15:24; Luc 23:34; Joh 19:23–24; Joh 19:24 ### Bidden om redding **22:20** Maar U, Yahweh, wees niet ver. Mijn sterkte, haast U mij te helpen. Brontekst: וְאַתָּ֣ה (veata) = maar U | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אַל (al) = niet | תִּרְחָ֑ק (tirchaq) = wees ver | אֱ֝יָלוּתִ֗י (eyaluti) = mijn sterkte | לְעֶזְרָ֥תִי (leezrati) = tot mijn hulp | חֽוּשָׁה (chusha) = haast U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱיָלוּת (eyaluth), ‘sterkte’: het woord komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 10:1; Ps 21:2; Ps 22:12; Ps 40:14; Ps 40:18 **22:21** Bevrijd mijn ziel van het zwaard, mijn enige uit de hand van de hond. Brontekst: הַצִּ֣ילָה (hatsila) = bevrijd | מֵחֶ֣רֶב (mecherev) = van het zwaard | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | מִיַּד (miyad) = uit de hand van | כֶּ֝֗לֶב (kelev) = de hond | יְחִידָתִֽי (yechidati) = mijn enige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְחִידָתִי (yechidati), ‘mijn enige’: het ene leven dat wij hebben. Zie ook: Ps 17:13; Ps 35:17; Zach 13:7 **22:22** Red mij uit de muil van de leeuw. Van de hoorns van de wilde stieren af hebt U mij geantwoord. Brontekst: ה֭וֹשִׁיעֵנִי (hoshieni) = red mij | מִפִּ֣י (mipi) = uit de muil van | אַרְיֵ֑ה (arye) = de leeuw | וּמִקַּרְנֵ֖י (umiqarnei) = en van de hoorns van | רֵמִ֣ים (remim) = de wilde stieren | עֲנִיתָֽנִי (anitani) = U hebt mij geantwoord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲנִיתָּנִי (anitani), ‘U hebt mij geantwoord’: het gebed slaat hier om in zekerheid dat Yahweh heeft verhoord. Het is een voltooide tijd; er staat geen bevel. Voetnoot Lezing: רֵמִים (re’emim), ‘wilde stieren’: de medeklinkers (רמים) kunnen ook ‘hoge’ (ramim) lezen. Wij volgen de klinkers; zo ook Num. 23:22. Zie ook: Num 23:22; Joh 14:30; Hand 4:27; 1 Petr 5:8; 2 Tim 4:17 ### Lofzang in de vergadering **22:23** Ik zal Uw naam vertellen aan mijn broeders. Te midden van de vergadering zal ik U prijzen. Brontekst: אֲסַפְּרָ֣ה (asapera) = ik zal vertellen | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | לְאֶחָ֑י (leechay) = aan mijn broeders | בְּת֖וֹךְ (betokh) = te midden van | קָהָ֣ל (qahal) = de vergadering | אֲהַלְלֶֽךָּ (ahalleka) = zal ik U prijzen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Hebr. 2:12 haalt dit vers aan. Zie ook: Ps 40:10–11; Mat 12:48–49; Mat 28:10; Rom 8:29; Heb 2:11–12; Heb 2:12 **22:24** Jullie die Yahweh vrezen, prijs Hem! Heel het nageslacht van Jakob, eer Hem. Huiver voor Hem, heel het nageslacht van Israël. Brontekst: יִרְאֵ֤י (yirei) = die vrezen | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | הַֽלְל֗וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | כָּל (kal) = heel | זֶ֣רַע (zera) = het nageslacht van | יַעֲקֹ֣ב (yaaqov) = Jakob | כַּבְּד֑וּהוּ (kabeduhu) = eert Hem | וְג֥וּרוּ (veguru) = en huivert | מִ֝מֶּ֗נּוּ (mimenu) = voor Hem | כָּל (kal) = heel | זֶ֥רַע (zera) = het nageslacht van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גּוּר (gur), ‘huiveren’: ontzag hebben voor Yahweh. Zie ook: Ps 107:1–2; Ps 115:11; Ps 135:19–20; Luc 1:50; Openb 15:4 **22:25** Want Hij heeft de ellende van de ellendige niet veracht en niet verafschuwd. Hij heeft Zijn aangezicht niet voor hem verborgen. Toen hij tot Hem om hulp riep, heeft Hij gehoord. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹֽא (lo) = niet | בָזָ֨ה (baza) = heeft Hij veracht | וְלֹ֪א (velo) = en niet | שִׁקַּ֡ץ (shiqats) = verafschuwd | עֱנ֬וּת (enut) = de ellende van | עָנִ֗י (ani) = de ellendige | וְלֹא (velo) = en niet | הִסְתִּ֣יר (histir) = heeft Hij verborgen | פָּנָ֣יו (panav) = Zijn aangezicht | מִמֶּ֑נּוּ (mimenu) = voor hem | וּֽבְשַׁוְּע֖וֹ (uveshaveo) = en toen hij om hulp riep | אֵלָ֣יו (elav) = tot Hem | שָׁמֵֽעַ (shamea) = heeft Hij gehoord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָנִי (ani), ‘ellendige’: iemand die ellende lijdt. Dat is een ander woord dan עֲנָוִים (anavim), ‘nederigen’, in vers 27. Zie ook: Ps 22:27; Ps 69:30–35; Ps 116:3–6; Ps 118:5; Jes 50:6–9; Heb 5:7 **22:26** Van U komt mijn lofzang in de grote vergadering. Mijn geloften zal ik inlossen voor wie Hem vrezen. Brontekst: מֵ֥אִתְּךָ֗ (meitekha) = van U | תְֽהִלָּ֫תִ֥י (tehilati) = mijn lofzang | בְּקָהָ֥ל (beqahal) = in de vergadering | רָ֑ב (rav) = grote | נְדָרַ֥י (nedaray) = mijn geloften | אֲ֝שַׁלֵּ֗ם (ashalem) = zal ik inlossen | נֶ֣גֶד (neged) = voor | יְרֵאָֽיו (yereav) = wie Hem vrezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 35:18; Ps 40:10–11; Ps 66:13; Ps 111:1; Ps 116:14–19 **22:27** De nederigen zullen eten en verzadigd worden. Zij die Hem zoeken, zullen Yahweh prijzen. Moge jullie hart voor altijd leven. Brontekst: יֹאכְל֬וּ (yokhlu) = zullen eten | עֲנָוִ֨ים (anavim) = de nederigen | וְיִשְׂבָּ֗עוּ (veyisbau) = en zich verzadigen | יְהַֽלְל֣וּ (yehallu) = zullen prijzen | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | דֹּ֣רְשָׁ֑יו (doreshav) = die Hem zoeken | יְחִ֖י (yechi) = leve | לְבַבְכֶ֣ם (levavkhem) = jullie hart | לָעַֽד (laad) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:17; Ps 69:33; Ps 105:3–4; Jes 25:6; Jes 65:13 ### Alle einden van de aarde keren zich tot Yahweh **22:28** Alle einden van de aarde zullen zich herinneren en zich keren tot Yahweh. Alle families van de volken zullen zich neerbuigen voor Uw aangezicht. Brontekst: יִזְכְּר֤וּ (yizkeru) = zullen zich herinneren | וְיָשֻׁ֣בוּ (veyashuvu) = en zich keren | אֶל (el) = tot | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = alle | אַפְסֵי (afsei) = einden van | אָ֑רֶץ (arets) = de aarde | וְיִֽשְׁתַּחֲו֥וּ (veyishtachavu) = en zullen zich neerbuigen | לְ֝פָנֶ֗יךָ (lefaneikha) = voor Uw aangezicht | כָּֽל (kal) = alle | מִשְׁפְּח֥וֹת (mishpechot) = families van | גּוֹיִֽם (goyim) = de volken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 2:8; Ps 86:9; Jes 45:22; Jes 49:6; Openb 7:9–12 **22:29** Want aan Yahweh behoort het koningschap, en Hij heerst over de volken. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | לַ֭יהוָה (laYahweh) = aan Yahweh | הַמְּלוּכָ֑ה (hamelukha) = het koningschap | וּ֝מֹשֵׁ֗ל (umoshel) = en Hij heerst | בַּגּוֹיִֽם (bagoyim) = over de volken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 47:8–9; Ob 1:21; Dan 7:14; Zach 14:9; Openb 11:15 **22:30** Alle vetten van de aarde hebben gegeten en zich neergebogen. Voor Zijn aangezicht zullen allen knielen die naar het stof neerdalen, ook wie zijn ziel niet in leven heeft gehouden. Brontekst: אָכְל֬וּ (akhelu) = zij hebben gegeten | וַיִּֽשְׁתַּחֲוּ֨וּ (vayishtachauu) = en zich neergebogen | כָּֽל (kal) = alle | דִּשְׁנֵי (dishnei) = vetten van | אֶ֗רֶץ (erets) = de aarde | לְפָנָ֣יו (lefanav) = voor Zijn aangezicht | יִ֭כְרְעוּ (yikhreu) = zullen knielen | כָּל (kal) = alle | יוֹרְדֵ֣י (yoredei) = die neerdalen naar | עָפָ֑ר (afar) = het stof | וְ֝נַפְשׁ֗וֹ (venafsho) = en zijn ziel | לֹ֣א (lo) = niet | חִיָּֽה (chiya) = heeft hij in leven gehouden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: דִּשְׁנֵי אֶרֶץ (dishne erets), ‘vetten van de aarde’: de welgestelden. Het vers is moeilijk. Letterlijk staat er: ‘zij hebben gegeten en zich neergebogen, alle vetten van de aarde. Voor Zijn aangezicht zullen knielen allen die neerdalen naar het stof, en zijn ziel heeft hij niet in leven gehouden.’ Wij volgen de Masoretische tekst letterlijk; de betekenis van het slot is onzeker. Zie ook: Ps 45:13; Ps 113:7; Jes 26:19; Joh 11:25–26; Fil 2:10 **22:31** Een nageslacht zal Hem dienen. Over de Heer zal worden verteld aan het volgende geslacht. Brontekst: זֶ֥רַע (zera) = een nageslacht | יַֽעַבְדֶ֑נּוּ (yaavdenu) = zal Hem dienen | יְסֻפַּ֖ר (yesupar) = er zal worden verteld | לַֽאדֹנָ֣י (ladonay) = over de Heer | לַדּֽוֹר (lador) = aan het geslacht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘Heer’: hier in de derde persoon over Yahweh. Het Hebreeuws zegt alleen ‘aan het geslacht’ (לַדּוֹר); wij schrijven ‘het volgende geslacht’, omdat vers 32 over een volk spreekt dat nog geboren wordt. Zie ook: Ps 22:32; Ps 102:29; Mat 3:9; Gal 3:26–29; 1 Petr 2:9; Heb 2:13 **22:32** Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid bekendmaken aan een volk dat nog geboren wordt, want Hij heeft het gedaan. Brontekst: יָ֭בֹאוּ (yavou) = zij zullen komen | וְיַגִּ֣ידוּ (veyagidu) = en bekendmaken | צִדְקָת֑וֹ (tsidqato) = Zijn gerechtigheid | לְעַ֥ם (leam) = aan een volk | נ֝וֹלָ֗ד (nolad) = dat geboren zal worden | כִּ֣י (ki) = want | עָשָֽׂה (asa) = Hij heeft gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 78:6; Ps 86:9; Ps 102:19; Jes 44:3–5; Rom 1:17 ## Psalmen 23 _Yahweh is mijn herder_ ### Yahweh is mijn herder **23:1** Een psalm van David. Yahweh is mijn herder. Ik zal niets tekortkomen. Brontekst: מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִ֑ד (ledavid) = van David | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | רֹ֝עִ֗י (roi) = mijn herder | לֹ֣א (lo) = niet | אֶחְסָֽר (echsar) = zal ik tekortkomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רֹעִי (ro’i), ‘mijn herder’: Yahweh zorgt voor mij zoals een herder voor zijn schapen. Zie ook Gen. 48:15. Voetnoot : In dit lied spreekt David over Yahweh (vers 1–3) en vanaf vers 4 tot Yahweh. Zie ook: Gen 48:15; Ps 23:4; Jes 40:11; Joh 10:11; Joh 10:14; Joh 10:27–30; Fil 4:19 **23:2** Op grazige weiden laat Hij mij neerliggen. Langs wateren van rust leidt Hij mij. Brontekst: בִּנְא֣וֹת (binot) = in weiden van | דֶּ֭שֶׁא (deshe) = gras | יַרְבִּיצֵ֑נִי (yarbitseni) = laat Hij mij neerliggen | עַל (al) = langs | מֵ֖י (mei) = wateren van | מְנֻח֣וֹת (menuchot) = rust | יְנַהֲלֵֽנִי (yenahaleni) = leidt Hij mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 46:5; Ezech 34:13–14; Openb 7:17; Openb 21:6; Openb 22:1 **23:3** Mijn ziel brengt Hij terug. Hij leidt mij op sporen van gerechtigheid, omwille van Zijn naam. Brontekst: נַפְשִׁ֥י (nafshi) = mijn ziel | יְשׁוֹבֵ֑ב (yeshovev) = brengt Hij terug | יַֽנְחֵ֥נִי (yancheni) = leidt Hij mij | בְמַעְגְּלֵי (bemagelei) = op sporen van | צֶ֝֗דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | לְמַ֣עַן (lemaan) = omwille van | שְׁמֽוֹ (shemo) = Zijn naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de hele persoon. Voetnoot : יְשׁוֹבֵב (yeshovev), ‘Hij brengt terug’: Hij geeft nieuw leven en kracht. Zo ook Ps. 19:8. Voetnoot : מַעְגְּלֵי (ma’glei), ‘sporen’: de sporen of paden waarop men gaat. Zie ook: Ps 19:8; Ps 31:4; Ps 51:12; Ps 143:8–10; Jes 42:16 ### U bent met mij **23:4** Ook als ik ga door het dal van diepe schaduw, vrees ik geen kwaad, want U bent met mij. Uw stok en Uw staf, zij troosten mij. Brontekst: גַּ֤ם (gam) = ook | כִּֽי (ki) = als | אֵלֵ֨ךְ (elekh) = ik ga | בְּגֵ֪יא (begei) = door het dal van | צַלְמָ֡וֶת (tsalmavet) = diepe schaduw | לֹא (lo) = niet | אִ֘ירָ֤א (ira) = vrees ik | רָ֗ע (ra) = kwaad | כִּי (ki) = want | אַתָּ֥ה (ata) = U | עִמָּדִ֑י (imadi) = met mij | שִׁבְטְךָ֥ (shivtekha) = Uw stok | וּ֝מִשְׁעַנְתֶּ֗ךָ (umishantekha) = en Uw staf | הֵ֣מָּה (hema) = zij | יְנַֽחֲמֻֽנִי (yenachamuni) = troosten mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צַלְמָוֶת (tsalmavet), ‘diepe schaduw’: ook te lezen als ‘schaduw van de dood’. Zo ook Job 3:5. Voetnoot : שֵׁבֶט (shevet), ‘stok’, en מִשְׁעֶנֶת (mish’enet), ‘staf’: de stok van de herder om te beschermen en de staf om op te steunen. Zie ook: Job 3:5; Ps 3:7; Ps 118:6; Ps 138:7; Jes 41:10; Jes 43:1–2 ### De tafel en het huis van Yahweh **23:5** U bereidt voor mij een tafel tegenover mijn vijanden. U zalft mijn hoofd met olie. Mijn beker is overvloedig. Brontekst: תַּעֲרֹ֬ךְ (taarokh) = U bereidt | לְפָנַ֨י (lefanay) = voor mij | שֻׁלְחָ֗ן (shulchan) = een tafel | נֶ֥גֶד (neged) = tegenover | צֹרְרָ֑י (tsoreray) = mijn vijanden | דִּשַּׁ֖נְתָּ (dishanta) = U zalft | בַשֶּׁ֥מֶן (bashemen) = met olie | רֹ֝אשִׁ֗י (roshi) = mijn hoofd | כּוֹסִ֥י (kosi) = mijn beker | רְוָיָֽה (revaya) = is overvloedig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דִּשַּׁנְתָּ (dishanta), letterlijk ‘U hebt vet gemaakt’: het hoofd van een gast met olie verzorgen. Wij vertalen ‘zalft’. Zie ook Ps. 20:4. Voetnoot : רְוָיָה (revayah), ‘overvloedig’: letterlijk ‘verzadiging’. Zie ook: Ps 16:5; Ps 20:4; Ps 45:8; Ps 92:11; Ef 3:20; 1 Joh 2:20 **23:6** Zeker, goedheid en trouw zullen mij achtervolgen alle dagen van mijn leven. En ik zal terugkeren in het huis van Yahweh, voor de lengte van dagen. Brontekst: אַ֤ךְ (akh) = zeker | ט֤וֹב (tov) = goedheid | וָחֶ֣סֶד (vachesed) = en trouw | יִ֭רְדְּפוּנִי (yirdefuni) = zullen mij achtervolgen | כָּל (kal) = alle | יְמֵ֣י (yemei) = dagen van | חַיָּ֑י (chayay) = mijn leven | וְשַׁבְתִּ֥י (veshavti) = en ik zal terugkeren | בְּבֵית (beveit) = in het huis van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לְאֹ֣רֶךְ (leorekh) = voor de lengte van | יָמִֽים (yamim) = dagen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Zie ook Ruth 1:8. Voetnoot Lezing: וְשַׁבְתִּי (veshavti), ‘en ik zal terugkeren’: de Masoretische tekst heeft de klinkers van שׁוּב (shuv), ‘terugkeren’. Sommige oude vertalingen hebben ‘wonen’, wat bij de medeklinkers past als וְשִׁבְתִּי (veshivti). Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Ruth 1:8; Ps 16:11; Ps 27:4; Ps 36:8–11; 2 Kor 5:1; 2 Tim 4:18 ## Psalmen 24 _De koning van de heerlijkheid trekt de poorten binnen_ ### De aarde is van Yahweh **24:1** Van David. Een psalm. Aan Yahweh behoort de aarde en haar volheid, de wereld en wie daarin wonen. Brontekst: לְדָוִ֗ד (ledavid) = van David | מִ֫זְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לַֽ֭יהוָה (laYahweh) = aan Yahweh | הָאָ֣רֶץ (haarets) = de aarde | וּמְלוֹאָ֑הּ (umeloah) = en haar volheid | תֵּ֝בֵ֗ל (tevel) = de wereld | וְיֹ֣שְׁבֵי (veyoshevei) = en wie wonen | בָֽהּ (bah) = daarin Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תֵּבֵל (tevel), ‘wereld’: de bewoonde aarde. Zie ook: Job 41:3; Deut 10:14; 1 Kron 29:11; Ps 89:12; 1 Kor 10:26 **24:2** Want Hij heeft haar op zeeën gegrondvest en op rivieren bevestigt Hij haar. Brontekst: כִּי (ki) = want | ה֭וּא (hu) = Hij | עַל (al) = op | יַמִּ֣ים (yamim) = zeeën | יְסָדָ֑הּ (yesadah) = heeft haar gegrondvest | וְעַל (veal) = en op | נְ֝הָר֗וֹת (neharot) = rivieren | יְכוֹנְנֶֽהָ (yekhoneneha) = bevestigt haar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַל יַמִּים (al yammim), ‘op zeeën’: de aarde rust op de wateren. Vergelijk Gen. 1:9–10. Zie ook: Gen 1:9–10; Job 38:4; Ps 104:5–6; Ps 136:6; Jer 5:22 ### Wie mag de berg van Yahweh bestijgen? **24:3** Wie mag opgaan op de berg van Yahweh, en wie mag staan op Zijn heilige plaats? Brontekst: מִֽי (mi) = wie | יַעֲלֶ֥ה (yaale) = mag opgaan | בְהַר (behar) = op de berg van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּמִי (umi) = en wie | יָ֝קוּם (yaqum) = mag staan | בִּמְק֥וֹם (bimqom) = op de plaats van | קָדְשֽׁוֹ (qadesho) = Zijn heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַר יְהוָה (har Yahweh), ‘de berg van Yahweh’: de heilige berg Sion in Jeruzalem, waar het heiligdom staat. Zie ook: Ps 2:6; Ps 15:1; Ps 65:5; Mal 3:1; Heb 12:28 **24:4** Wie onschuldige handen en een zuiver hart heeft, wie mijn ziel niet heeft opgeheven naar ijdelheid en niet heeft gezworen om te bedriegen. Brontekst: נְקִ֥י (neqi) = onschuldig van | כַפַּ֗יִם (kapayim) = handen | וּֽבַר (uvar) = en zuiver van | לֵ֫בָ֥ב (levav) = hart | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | לֹא (lo) = niet | נָשָׂ֣א (nasa) = heeft opgeheven | לַשָּׁ֣וְא (lashave) = naar ijdelheid | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | וְלֹ֖א (velo) = en niet | נִשְׁבַּ֣ע (nishba) = heeft gezworen | לְמִרְמָֽה (lemirma) = tot bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁוְא (shav), ‘ijdelheid’: het lege en valse; zoals in Exod. 20:7. Voetnoot Lezing: נַפְשִׁי (nafshi), ‘mijn ziel’: de Masoretische tekst heeft ‘mijn ziel’. Dat kan Yahweh zelf bedoelen: wie Zijn naam en Zijn leven niet gebruikt voor een valse eed (vergelijk Exod. 20:7). Sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen lezen ‘zijn ziel’, dus de ziel van de man zelf. Wij volgen de Masoretische tekst letterlijk. Zie ook: Job 17:9; Ex 20:7; Ps 51:12; Ps 73:1; Mat 5:8; Jak 4:8 **24:5** Hij zal zegen ontvangen van Yahweh en gerechtigheid van de Elohim van zijn redding. Brontekst: יִשָּׂ֣א (yisa) = zal ontvangen | בְ֭רָכָה (berakha) = zegen | מֵאֵ֣ת (meet) = van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּ֝צְדָקָ֗ה (utsedaqa) = en gerechtigheid | מֵאֱלֹהֵ֥י (meelohei) = van de Elohim van | יִשְׁעֽוֹ (yisho) = zijn redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 46:13; Ef 1:3; Fil 3:9; Tit 3:4–6; 1 Petr 3:9 **24:6** Dit is het geslacht van wie Hem zoeken, van wie Uw aangezicht opzoeken, Jakob. Sela. Brontekst: זֶ֭ה (ze) = dit is | דּ֣וֹר (dor) = het geslacht van | דֹּרְשָׁ֑יו (doreshav) = die Hem zoeken | מְבַקְשֵׁ֨י (mevaqshei) = die opzoeken | פָנֶ֖יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | יַעֲקֹ֣ב (yaaqov) = Jakob | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): zie bij Ps. 20:4. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is דרשו (dorsho), ‘zijn zoeker’ (enkelvoud). De te lezen vorm (qere) is דרשיו (dorshav), ‘die Hem zoeken’. Wij volgen de qere. Voetnoot : Sommige oude vertalingen hebben aan het eind ‘het aangezicht van de Elohim van Jakob’. Wij volgen de Masoretische tekst, waar ‘Jakob’ het volk zelf is. Zie ook: Ps 20:4; Ps 22:31; Ps 27:8; Ps 105:4; Joh 1:47; Rom 4:16 ### De koning van de heerlijkheid komt binnen **24:7** Heft jullie hoofden op, poorten! Word opgeheven, eeuwige deuren, zodat de koning van de heerlijkheid binnenkomt. Brontekst: שְׂא֤וּ (seu) = heft op | שְׁעָרִ֨ים (shearim) = poorten | רָֽאשֵׁיכֶ֗ם (rasheikhem) = jullie hoofden | וְֽ֭הִנָּשְׂאוּ (vehinaseu) = en word opgeheven | פִּתְחֵ֣י (pitchei) = deuren van | עוֹלָ֑ם (olam) = eeuwigheid | וְ֝יָב֗וֹא (veyavo) = zodat binnenkomt | מֶ֣לֶךְ (melekh) = de koning van | הַכָּבֽוֹד (hakavod) = de heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פִּתְחֵי עוֹלָם (pitchei olam), ‘eeuwige deuren’: oeroude deuren. De poorten worden toegesproken alsof ze mensen waren die het hoofd opheffen. Voetnoot : הַכָּבוֹד (hakavod), ‘de heerlijkheid’: de zichtbare grootheid van Yahweh, zoals in Exod. 40:34 en Ps. 29:1–3. Zie ook: Ex 40:34; Ps 29:1–3; Ps 97:6; Ps 118:19–20; Jes 26:2; 1 Kor 2:8; Openb 4:11 **24:8** Wie is die koning van de heerlijkheid? Yahweh, sterk en een held; Yahweh, een held in de oorlog. Brontekst: מִ֥י (mi) = wie | זֶה֮ (ze) = is deze | מֶ֤לֶךְ (melekh) = koning van | הַכָּ֫ב֥וֹד (hakavod) = de heerlijkheid | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | עִזּ֣וּז (izuz) = sterk | וְגִבּ֑וֹר (vegibor) = en een held | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | גִּבּ֥וֹר (gibor) = een held van | מִלְחָמָֽה (milchama) = oorlog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:3; Jes 63:1–6; Kol 2:15; Openb 6:2; Openb 19:11–21 **24:9** Heft jullie hoofden op, poorten! Heft op, eeuwige deuren, zodat de koning van de heerlijkheid binnenkomt. Brontekst: שְׂא֤וּ (seu) = heft op | שְׁעָרִ֨ים (shearim) = poorten | רָֽאשֵׁיכֶ֗ם (rasheikhem) = jullie hoofden | וּ֭שְׂאוּ (useu) = en heft op | פִּתְחֵ֣י (pitchei) = deuren van | עוֹלָ֑ם (olam) = eeuwigheid | וְ֝יָבֹא (veyavo) = zodat binnenkomt | מֶ֣לֶךְ (melekh) = de koning van | הַכָּבֽוֹד (hakavod) = de heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **24:10** Wie is Hij, die koning van de heerlijkheid? Yahweh van de legermachten, Hij is de koning van de heerlijkheid. Sela. Brontekst: מִ֤י (mi) = wie | ה֣וּא (hu) = is | זֶה֮ (ze) = deze | מֶ֤לֶךְ (melekh) = koning van | הַכָּ֫ב֥וֹד (hakavod) = de heerlijkheid | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | צְבָא֑וֹת (tsevaot) = van de legermachten | ה֤וּא (hu) = Hij | מֶ֖לֶךְ (melekh) = koning van | הַכָּב֣וֹד (hakavod) = de heerlijkheid | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְהוָה צְבָאוֹת (Yahweh Tsevaot): צְבָאוֹת (tsevaot) betekent ‘legers’ of ‘heerscharen’. Wij vertalen Tsevaot overal als ‘legermachten’. Zie ook 1 Sam. 1:3. Zie ook: 1 Sam 1:3; Jes 54:5; Zach 2:12–15; Mat 25:31; Mat 25:34; Tit 2:13 ## Psalmen 25 _Een gebed om leiding, vergeving en bevrijding_ ### Op U hoop ik **25:1** Van David. Tot U, Yahweh, hef ik mijn ziel op. Brontekst: לְדָוִ֡ד (ledavid) = van David | אֵלֶ֥יךָ (eleikha) = tot U | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | נַפְשִׁ֥י (nafshi) = mijn ziel | אֶשָּֽׂא (esa) = hef ik op Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Psalm 25 is een acrostichon: de verzen volgen de letters van het Hebreeuwse alfabet. Er zijn onregelmatigheden. De bet staat in het tweede woord van vers 2. De vav begint de tweede helft van vers 5. De qof ontbreekt. De resj staat twee keer (vers 18 en 19). Vers 22 begint met een pe, net als vers 16. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de hele persoon. ‘Mijn ziel opheffen’ betekent: met heel mijn leven naar U verlangen. Vergelijk Deut. 24:15. Zie ook: Deut 24:15; 1 Sam 1:15; Ps 24:4; Ps 25:2; Ps 25:5; Ps 25:16; Ps 25:18; Ps 25:19; Ps 25:22; Ps 86:4; Ps 143:8; Klaagl 3:41 **25:2** Mijn Elohim, op U vertrouw ik. Laat mij niet beschaamd worden. Laat mijn vijanden niet over mij triomferen. Brontekst: אֱֽלֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | בְּךָ֣ (bekha) = op U | בָ֭טַחְתִּי (batachti) = vertrouw ik | אַל (al) = niet | אֵב֑וֹשָׁה (evosha) = laat mij beschaamd worden | אַל (al) = niet | יַֽעַלְצ֖וּ (yaaltsu) = laat triomferen | אֹיְבַ֣י (oyevay) = mijn vijanden | לִֽי (li) = over mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:6; Ps 41:12; Ps 71:1; Rom 5:5; Rom 10:11 **25:3** Ook allen die op U hopen, worden niet beschaamd. Beschaamd worden de trouwelozen, zonder reden. Brontekst: גַּ֣ם (gam) = ook | כָּל (kal) = allen | קֹ֭וֶיךָ (qoveikha) = die op U hopen | לֹ֣א (lo) = niet | יֵבֹ֑שׁוּ (yevoshu) = worden beschaamd | יֵ֝בֹ֗שׁוּ (yevoshu) = worden beschaamd | הַבּוֹגְדִ֥ים (habogedim) = de trouwelozen | רֵיקָֽם (reiqam) = zonder reden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רֵיקָם (reqam), ‘zonder reden’: het kan ook ‘met lege handen’ of ‘tevergeefs’ betekenen. Zie ook: Ps 62:6; Jes 40:31; Jes 49:23; Mi 7:7; Klaagl 3:25 ### Leer mij Uw wegen **25:4** Maak mij Uw wegen bekend, Yahweh. Leer mij Uw paden. Brontekst: דְּרָכֶ֣יךָ (derakheikha) = Uw wegen | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | הוֹדִיעֵ֑נִי (hodieni) = maak mij bekend | אֹ֖רְחוֹתֶ֣יךָ (orechoteikha) = Uw paden | לַמְּדֵֽנִי (lamedeni) = leer mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 5:9; Ps 27:11; Ps 86:11; Ps 119:27; Ps 143:8 **25:5** Laat mij gaan in Uw waarheid en leer mij. Want U bent de Elohim van mijn redding. Op U hoop ik de hele dag. Brontekst: הַדְרִ֘יכֵ֤נִי (hadrikheni) = laat mij gaan | בַאֲמִתֶּ֨ךָ (baamitekha) = in Uw waarheid | וְֽלַמְּדֵ֗נִי (velamedeni) = en leer mij | כִּֽי (ki) = want | אַ֭תָּה (ata) = U | אֱלֹהֵ֣י (elohei) = Elohim van | יִשְׁעִ֑י (yishi) = mijn redding | אוֹתְךָ֥ (otekha) = op U | קִ֝וִּ֗יתִי (qiviti) = hoop ik | כָּל (kal) = heel | הַיּֽוֹם (hayom) = de dag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַדְרִיכֵנִי (hadrikheni), ‘laat mij gaan’: van דָּרַךְ (darakh), ‘treden’, verwant aan דֶּרֶךְ (derekh), ‘weg’. Zie ook: Ps 25:10; Ps 43:3–4; Spr 8:34; Jes 30:18; Joh 14:26 **25:6** Gedenk Uw barmhartigheid, Yahweh, en Uw trouw, want zij zijn er van oudsher. Brontekst: זְכֹר (zekhor) = gedenk | רַחֲמֶ֣יךָ (rachameikha) = Uw barmhartigheid | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | וַחֲסָדֶ֑יךָ (vachasadeikha) = en Uw trouw | כִּ֖י (ki) = want | מֵעוֹלָ֣ם (meolam) = van oudsher | הֵֽמָּה (hema) = zijn zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רַחֲמִים (rachamim), ‘barmhartigheid’: van רֶחֶם (rechem), ‘schoot’: de liefde van een moeder voor haar kind. Voetnoot : חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Zie ook Ruth 1:8. Zie ook: Ruth 1:8; Ps 103:17; Luc 1:50; Luc 1:78; 2 Kor 1:3; Kol 3:12 **25:7** De zonden van mijn jeugd en mijn overtredingen gedenk niet. Gedenk mij naar Uw trouw, omwille van Uw goedheid, Yahweh. Brontekst: חַטֹּ֤אות (chatovt) = de zonden van | נְעוּרַ֨י (neuray) = mijn jeugd | וּפְשָׁעַ֗י (ufeshaay) = en mijn overtredingen | אַל (al) = niet | תִּ֫זְכֹּ֥ר (tizkor) = gedenk | כְּחַסְדְּךָ֥ (kechasdekha) = naar Uw trouw | זְכָר (zekhar) = gedenk | לִי (li) = mij | אַ֑תָּה (ata) = U | לְמַ֖עַן (lemaan) = omwille van | טוּבְךָ֣ (tuvekha) = Uw goedheid | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 13:26; Jes 38:17; Jes 43:25; Heb 8:12; Heb 10:16–18 ### Yahweh onderwijst de nederigen **25:8** Goed en recht is Yahweh. Daarom onderwijst Hij zondaars in de weg. Brontekst: טוֹב (tov) = goed | וְיָשָׁ֥ר (veyashar) = en recht | יְהוָ֑ה (Yahweh) = is Yahweh | עַל (al) = op | כֵּ֤ן (ken) = die grond | יוֹרֶ֖ה (yore) = onderwijst Hij | חַטָּאִ֣ים (chataim) = zondaars | בַּדָּֽרֶךְ (badarekh) = in de weg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 32:8; Ps 92:16; Joh 6:44–45; Jak 1:5; Ef 1:17–18 **25:9** Hij laat de nederigen gaan in het recht en leert de nederigen Zijn weg. Brontekst: יַדְרֵ֣ךְ (yadrekh) = laat gaan | עֲ֭נָוִים (anavim) = de nederigen | בַּמִּשְׁפָּ֑ט (bamishpat) = in het recht | וִֽילַמֵּ֖ד (vilamed) = en leert | עֲנָוִ֣ים (anavim) = de nederigen | דַּרְכּֽוֹ (darko) = Zijn weg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 23:3; Spr 3:5–6; Mat 5:5; Joh 14:6; Gal 5:23 **25:10** Alle paden van Yahweh zijn trouw en waarheid voor wie Zijn verbond en Zijn getuigenissen in acht nemen. Brontekst: כָּל (kal) = alle | אָרְח֣וֹת (arechot) = paden van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | חֶ֣סֶד (chesed) = trouw | וֶאֱמֶ֑ת (veemet) = en waarheid | לְנֹצְרֵ֥י (lenotserei) = voor wie in acht nemen | בְ֝רִית֗וֹ (berito) = Zijn verbond | וְעֵדֹתָֽיו (veedotav) = en Zijn getuigenissen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: wat vast en betrouwbaar is. Naast חֶסֶד (chesed), ‘trouw’, klinkt ook ‘betrouwbaarheid’ mee. Voetnoot : עֵדוֹת (edot), ‘getuigenissen’: zoals in Ps. 19:8. Zie ook: Ps 19:8; Ps 40:12; Ps 103:17–18; Jak 5:11; Rom 8:28; Heb 8:8–12 ### Vergeef mijn schuld **25:11** Omwille van Uw naam, Yahweh, vergeef mijn schuld, want zij is groot. Brontekst: לְמַֽעַן (lemaan) = omwille van | שִׁמְךָ֥ (shimkha) = Uw naam | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְֽסָלַחְתָּ֥ (vesalachta) = en vergeef | לַ֝עֲוֺנִ֗י (laavoni) = mijn schuld | כִּ֣י (ki) = want | רַב (rav) = groot | הֽוּא (hu) = is zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סָלַח (salach), ‘vergeven’: dit werkwoord heeft in de Bijbel steeds Yahweh als onderwerp. Zie ook: Ps 31:4; Ps 79:9; Jes 43:25; Rom 5:20–21; 1 Joh 2:12 **25:12** Wie is de man die Yahweh vreest? Hij onderwijst hem in de weg die hij moet kiezen. Brontekst: מִי (mi) = wie | זֶ֣ה (ze) = is | הָ֭אִישׁ (haish) = de man | יְרֵ֣א (yere) = die vreest | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | י֝וֹרֶ֗נּוּ (yorenu) = Hij onderwijst hem | בְּדֶ֣רֶךְ (bederekh) = in de weg | יִבְחָֽר (yivchar) = die hij kiest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 32:8; Ps 37:23; Pred 12:13; Jes 50:10; Joh 7:17 **25:13** Zijn ziel zal in het goede verblijven, en zijn nageslacht zal het land in bezit nemen. Brontekst: נַ֭פְשׁוֹ (nafsho) = zijn ziel | בְּט֣וֹב (betov) = in het goede | תָּלִ֑ין (talin) = zal verblijven | וְ֝זַרְע֗וֹ (vezaro) = en zijn nageslacht | יִ֣ירַשׁ (yirash) = zal in bezit nemen | אָֽרֶץ (arets) = het land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תָּלִין (talin), ‘zal overnachten’, dat wil zeggen verblijven. Voetnoot : אֶרֶץ (erets), ‘land’: of ‘aarde’; hier waarschijnlijk het beloofde land. Zie ook: Ps 37:11; Ps 37:26; Spr 1:33; Spr 19:23; Hand 2:39 **25:14** De vertrouwelijke raad van Yahweh is voor wie Hem vrezen, en Zijn verbond maakt Hij hun bekend. Brontekst: ס֣וֹד (sod) = de vertrouwelijke raad van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לִירֵאָ֑יו (lireav) = is voor wie Hem vrezen | וּ֝בְרִית֗וֹ (uverito) = en Zijn verbond | לְהוֹדִיעָֽם (lehodiam) = om hun bekend te maken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סוֹד (sod), ‘vertrouwelijke raad’: de kring van vertrouwden en wat zij samen bespreken. Zie ook: Joh 7:17; Joh 14:21–23; Joh 15:15; Ef 1:9; Ef 1:18 **25:15** Mijn ogen zijn voortdurend op Yahweh gericht, want Hij haalt mijn voeten uit het net. Brontekst: עֵינַ֣י (einay) = mijn ogen | תָּ֭מִיד (tamid) = voortdurend | אֶל (el) = naar | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֤י (ki) = want | הֽוּא (hu) = Hij | יוֹצִ֖יא (yotsi) = haalt | מֵרֶ֣שֶׁת (mereshet) = uit het net | רַגְלָֽי (raglay) = mijn voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:5; Ps 121:1–2; Ps 123:2; Ps 124:7–8; Ps 141:8 ### Wend U tot mij **25:16** Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig. Brontekst: פְּנֵה (pene) = wend U | אֵלַ֥י (elay) = tot mij | וְחָנֵּ֑נִי (vechaneni) = en wees mij genadig | כִּֽי (ki) = want | יָחִ֖יד (yachid) = eenzaam | וְעָנִ֣י (veani) = en ellendig | אָֽנִי (ani) = ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 69:15–21; Ps 86:16; Ps 143:4; Mi 7:19; Dan 9:17 **25:17** De noden van mijn hart zijn groot geworden. Haal mij uit mijn benauwdheden. Brontekst: צָר֣וֹת (tsarot) = de noden van | לְבָבִ֣י (levavi) = mijn hart | הִרְחִ֑יבוּ (hirchivu) = zijn groot geworden | מִ֝מְּצֽוּקוֹתַ֗י (mimetsuqotay) = uit mijn benauwdheden | הוֹצִיאֵֽנִי (hotsieni) = haal mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: הִרְחִיבוּ (hirchivu): wij lezen ‘zijn groot geworden’. De vorm kan ook als bevel worden gelezen, ‘maak ruim’. De zin is moeilijk. Zie ook: Ps 34:20; Ps 77:3–5; Ps 107:6; 1 Kor 4:11–13; 2 Kor 4:8–9 **25:18** Zie mijn ellende en mijn zwoegen, en vergeef al mijn zonden. Brontekst: רְאֵ֣ה (ree) = zie | עָ֭נְיִי (aneyi) = mijn ellende | וַעֲמָלִ֑י (vaamali) = en mijn zwoegen | וְ֝שָׂ֗א (vesa) = en vergeef | לְכָל (lekhal) = alle | חַטֹּאותָֽי (chatovtay) = mijn zonden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׂא (sa), ‘vergeef’: van נָשָׂא (nasa), ‘dragen’. Yahweh neemt de schuld op Zich en voert haar weg. Zo ook vers 11 met סָלַח (salach). Zie ook: 1 Sam 1:11; 2 Sam 16:12; Ps 25:11; Ps 32:1–5; Ps 51:10–11; Ps 119:132 **25:19** Zie mijn vijanden, want zij zijn talrijk. Zij haten mij met een haat vol geweld. Brontekst: רְאֵֽה (ree) = zie | אוֹיְבַ֥י (oyevay) = mijn vijanden | כִּי (ki) = dat | רָ֑בּוּ (rabu) = zij talrijk zijn | וְשִׂנְאַ֖ת (vesinat) = en met haat van | חָמָ֣ס (chamas) = geweld | שְׂנֵאֽוּנִי (seneuni) = haten zij mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 52:4; Ps 57:5; Ps 86:14; Ps 140:2; Ps 143:3 **25:20** Behoed mijn ziel en bevrijd mij. Laat mij niet beschaamd worden, want ik schuil bij U. Brontekst: שָׁמְרָ֣ה (shamera) = behoed | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | וְהַצִּילֵ֑נִי (vehatsileni) = en bevrijd mij | אַל (al) = niet | אֵ֝ב֗וֹשׁ (evosh) = laat mij beschaamd worden | כִּֽי (ki) = want | חָסִ֥יתִי (chasiti) = ik schuil | בָֽךְ (bakh) = bij U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:8; Ps 71:1–2; Ps 86:2; Ps 121:7; Joël 2:26–27 **25:21** Onberispelijkheid en rechtschapenheid mogen mij bewaren, want ik hoop op U. Brontekst: תֹּם (tom) = onberispelijkheid | וָיֹ֥שֶׁר (vayosher) = en rechtschapenheid | יִצְּר֑וּנִי (yitseruni) = mogen mij bewaren | כִּ֝֗י (ki) = want | קִוִּיתִֽיךָ (qivitikha) = ik hoop op U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תֹּם (tom), ‘onberispelijkheid’: heelheid, zonder gebrek. Zie ook: Ps 26:11; Ps 41:13; Spr 11:3; Spr 20:7; Hand 24:16 ### Koop Israël vrij **25:22** Koop Israël vrij, Elohim, uit al zijn noden. Brontekst: פְּדֵ֣ה (pede) = koop vrij | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | אֶת (et) = (obj.) | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | מִ֝כֹּ֗ל (mikol) = uit alle | צָֽרוֹתָיו (tsarotav) = zijn noden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 22 valt buiten het alfabet (zie vers 1). Hier staat Elohim in plaats van Yahweh. Voetnoot : פְּדֵה (pedeh), ‘koop vrij’: van פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’: een losgeld betalen om iemand vrij te maken. Zie ook: Ps 14:7; Ps 25:1; Ps 51:20–21; Ps 122:6; Ps 130:8 ## Psalmen 26 _Een onschuldige vraagt Yahweh om recht_ ### Doe mij recht, Yahweh **26:1** Van David. Doe mij recht, Yahweh, want ik ben gewandeld in mijn onberispelijkheid. Op Yahweh heb ik vertrouwd, ik wankel niet. Brontekst: לְדָוִ֨ד (ledavid) = van David | שָׁפְטֵ֤נִי (shafeteni) = doe mij recht | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כִּֽי (ki) = want | אֲ֭נִי (ani) = ik | בְּתֻמִּ֣י (betumi) = in mijn onberispelijkheid | הָלַ֑כְתִּי (halakhti) = ben gewandeld | וּבַיהוָ֥ה (uvaYahweh) = en op Yahweh | בָּ֝טַ֗חְתִּי (batachti) = heb ik vertrouwd | לֹ֣א (lo) = niet | אֶמְעָֽד (emad) = wankel ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁפְטֵנִי (shoftheni), ‘doe mij recht’: Yahweh is de rechter die vaststelt dat ik onschuldig ben. Voetnoot : תֹּם (tom), ‘onberispelijkheid’: heelheid, zonder gebrek. Zie ook: 1 Sam 24:16; Ps 7:9; Ps 28:7; Spr 20:7; 2 Kon 20:3 **26:2** Toets mij, Yahweh, en beproef mij. Zuiver mijn nieren en mijn hart. Brontekst: בְּחָנֵ֣נִי (bechaneni) = toets mij | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | וְנַסֵּ֑נִי (venaseni) = en beproef mij | צָרְפָ֖ה (tsarefa) = zuiver | כִלְיוֹתַ֣י (kilyotay) = mijn nieren | וְלִבִּֽי (velibi) = en mijn hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כְּלָיוֹת (kelayot), ‘nieren’: in het Hebreeuws de zetel van diepe gevoelens en gedachten. Zij staan hier samen met het hart. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is צרופה (tserufah), ‘gelouterd’. De te lezen vorm (qere) is צָרְפָה (tsorfah), ‘zuiver’ (bevel). Wij volgen de qere. Zie ook: Job 13:23; Ps 7:10; Ps 17:3; Ps 139:23–24; Zach 13:9 **26:3** Want Uw trouw is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | חַ֭סְדְּךָ (chasdekha) = Uw trouw | לְנֶ֣גֶד (leneged) = voor | עֵינָ֑י (einay) = mijn ogen | וְ֝הִתְהַלַּ֗כְתִּי (vehithalakhti) = en ik wandel | בַּאֲמִתֶּֽךָ (baamitekha) = in Uw waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Kon 20:3; 2 Kor 8:9; Ef 4:32–5:2; 1 Joh 1:7; 2 Joh 1:4 ### Ik zit niet bij kwaaddoeners **26:4** Ik zit niet bij mannen van ijdelheid, en bij hen die zich verbergen ga ik niet binnen. Brontekst: לֹא (lo) = niet | יָ֭שַׁבְתִּי (yashavti) = zit ik | עִם (im) = bij | מְתֵי (metei) = mannen van | שָׁ֑וְא (shave) = ijdelheid | וְעִ֥ם (veim) = en bij | נַ֝עֲלָמִ֗ים (naalamim) = hen die zich verbergen | לֹ֣א (lo) = niet | אָבֽוֹא (avo) = ga ik binnen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְתֵי שָׁוְא (metei shav), ‘mannen van ijdelheid’: mensen die met het lege en valse omgaan. Voetnoot : נַעֲלָמִים (na’alamim), ‘hen die zich verbergen’: mensen die hun bedoelingen verbergen. Zie ook: Ps 1:1; Ps 119:115; Spr 13:20; Jer 15:17; 2 Kor 6:17 **26:5** Ik haat de vergadering van kwaaddoeners, en bij goddelozen zit ik niet. Brontekst: שָׂ֭נֵאתִי (saneti) = ik haat | קְהַ֣ל (qehal) = de vergadering van | מְרֵעִ֑ים (mereim) = kwaaddoeners | וְעִם (veim) = en bij | רְ֝שָׁעִ֗ים (reshaim) = goddelozen | לֹ֣א (lo) = niet | אֵשֵֽׁב (eshev) = zit ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:1; Ps 31:7; Ps 101:3–8; Ps 139:21–22; 1 Kor 5:9–11 **26:6** Ik was mijn handen in onschuld en ga rond Uw altaar, Yahweh, Brontekst: אֶרְחַ֣ץ (erchats) = ik was | בְּנִקָּי֣וֹן (beniqayon) = in onschuld | כַּפָּ֑י (kapay) = mijn handen | וַאֲסֹבְבָ֖ה (vaasoveva) = en ik ga rond | אֶת (et) = (obj.) | מִזְבַּחֲךָ֣ (mizbachakha) = Uw altaar | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִקָּיוֹן (niqqayon), ‘onschuld’: het wassen van de handen is een teken van onschuld. Zie ook Deut. 21:6. Zie ook: Ex 30:19–20; Deut 21:6; Ps 73:13; Jes 1:16–18; Mal 2:11–13; Tit 3:5 **26:7** om met een stem van dank te laten horen en al Uw wonderen te vertellen. Brontekst: לַ֭שְׁמִעַ (lashmia) = om te laten horen | בְּק֣וֹל (beqol) = met een stem van | תּוֹדָ֑ה (toda) = dank | וּ֝לְסַפֵּ֗ר (ulesaper) = en om te vertellen | כָּל (kal) = al | נִפְלְאוֹתֶֽיךָ (nifleoteikha) = Uw wonderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַשְׁמִעַ (lashmia), ‘om te laten horen’: de vorm is een infinitief van het werkwoord ‘laten horen’. Zie ook: Ps 9:2; Ps 66:13–15; Ps 71:17–19; Ps 118:27; Ps 145:5 ### Ik heb Uw huis liefgehad **26:8** Yahweh, ik heb het verblijf van Uw huis liefgehad, en de plaats van de woning van Uw heerlijkheid. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אָ֭הַבְתִּי (ahavti) = ik heb liefgehad | מְע֣וֹן (meon) = het verblijf van | בֵּיתֶ֑ךָ (beitekha) = Uw huis | וּ֝מְק֗וֹם (umeqom) = en de plaats van | מִשְׁכַּ֥ן (mishkan) = de woning van | כְּבוֹדֶֽךָ (kevodekha) = Uw heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָעוֹן (ma’on), ‘verblijf’, en מִשְׁכַּן (mishkan), ‘woning’: het heiligdom waar de heerlijkheid van Yahweh woont. Zie ook Exod. 40:34. Zie ook: Ex 40:34; Ps 27:4–6; Ps 84:2–3; Ps 84:11; Ps 122:9; Joh 2:14–17 ### Verzamel mij niet met zondaars **26:9** Verzamel mijn ziel niet met zondaars, en mijn leven niet met mannen van bloed. Brontekst: אַל (al) = niet | תֶּאֱסֹ֣ף (teesof) = verzamel | עִם (im) = met | חַטָּאִ֣ים (chataim) = zondaars | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | וְעִם (veim) = en met | אַנְשֵׁ֖י (anshei) = mannen van | דָמִ֣ים (damim) = bloed | חַיָּֽי (chayay) = mijn leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תֶּאֱסֹף (te’esof), ‘verzamel’: ‘bij zijn volk verzameld worden’ is een uitdrukking voor sterven (Gen. 25:8). De bidder vraagt dus niet samen met zondaars te sterven. Voetnoot : אַנְשֵׁי דָמִים (anshe damim), ‘mannen van bloed’: mensen die bloed vergieten. Zie ook: Gen 25:8; Ps 28:1–3; Ps 139:19; Mat 25:32; Mat 25:44; Openb 22:14–15 **26:10** In hun handen is een schanddaad, en hun rechterhand is vol omkoping. Brontekst: אֲשֶׁר (asher) = in wier | בִּידֵיהֶ֥ם (bideihem) = handen | זִמָּ֑ה (zima) = een schanddaad is | וִֽ֝ימִינָ֗ם (viminam) = en hun rechterhand | מָ֣לְאָה (malea) = is vol | שֹּֽׁחַד (shochad) = omkoping Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זִמָּה (zimmah), ‘schanddaad’: een schandelijke daad, ook van ontucht (Lev. 18:17). Voetnoot : שֹׁחַד (shochad), ‘omkoping’: een geschenk om het recht te buigen. Zie ook Exod. 23:8. Zie ook: Ex 23:8; Lev 18:17; Deut 16:19; 1 Sam 8:3; Ps 52:4; Mi 7:3 **26:11** Maar ik wandel in mijn onberispelijkheid. Koop mij vrij en wees mij genadig. Brontekst: וַ֭אֲנִי (vaani) = maar ik | בְּתֻמִּ֥י (betumi) = in mijn onberispelijkheid | אֵלֵ֗ךְ (elekh) = wandel | פְּדֵ֣נִי (pedeni) = koop mij vrij | וְחָנֵּֽנִי (vechaneni) = en wees mij genadig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פְּדֵנִי (pedeni), ‘koop mij vrij’: van פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’: een losgeld betalen om iemand vrij te maken. Zie ook: Ps 26:1; Ps 69:19; 1 Tess 2:10; Tit 2:14; 1 Petr 1:18–19 **26:12** Mijn voet staat op effen grond. In de vergaderingen zal ik Yahweh zegenen. Brontekst: רַ֭גְלִי (ragli) = mijn voet | עָֽמְדָ֣ה (ameda) = staat | בְמִישׁ֑וֹר (bemishor) = op effen grond | בְּ֝מַקְהֵלִ֗ים (bemaqhelim) = in de vergaderingen | אֲבָרֵ֥ךְ (avarekh) = zal ik zegenen | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִישׁוֹר (mishor), ‘effen grond’: een vlak en veilig pad. Voetnoot : מַקְהֵלִים (maqhelim), ‘vergaderingen’: meervoud van קָהָל (qahal), ‘vergadering’. Zie ook: 1 Sam 2:9; Ps 22:23–26; Ps 27:11; Ps 40:3; Ps 111:1 ## Psalmen 27 _Yahweh is mijn licht en mijn burcht_ ### Yahweh is mijn licht en mijn burcht **27:1** Van David. Yahweh is mijn licht en mijn redding. Voor wie zou ik vrezen? Yahweh is de burcht van mijn leven. Voor wie zou ik schrikken? Brontekst: לְדָוִ֨ד (ledavid) = van David | יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | אוֹרִ֣י (ori) = mijn licht | וְ֭יִשְׁעִי (veyishi) = en mijn redding | מִמִּ֣י (mimi) = voor wie | אִירָ֑א (ira) = zou ik vrezen | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | מָֽעוֹז (maoz) = burcht van | חַ֝יַּ֗י (chayay) = mijn leven | מִמִּ֥י (mimi) = voor wie | אֶפְחָֽד (efchad) = zou ik schrikken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְדָוִד (ledavid), ‘van David’: het voorzetsel kan ook ‘voor’ of ‘ten behoeve van’ David betekenen. Wij vertalen ‘van David’, zoals de overlevering de psalm aan hem toeschrijft. Zie ook: Ex 15:2; Ps 84:12; Ps 118:6; 2 Kor 12:9; Heb 13:6 **27:2** Als boosdoeners mij naderen om mijn vlees te eten, mijn tegenstanders en vijanden, dan zijn juist zij gestruikeld en gevallen. Brontekst: בִּקְרֹ֤ב (biqrov) = bij het naderen | עָלַ֨י (alay) = tegen mij | מְרֵעִים֮ (mereim) = boosdoeners | לֶאֱכֹ֪ל (leekhol) = om te eten | אֶת (et) = (obj.) | בְּשָׂ֫רִ֥י (besari) = mijn vlees | צָרַ֣י (tsaray) = mijn tegenstanders | וְאֹיְבַ֣י (veoyevay) = en mijn vijanden | לִ֑י (li) = van mij | הֵ֖מָּה (hema) = zij | כָשְׁל֣וּ (kashelu) = zijn gestruikeld | וְנָפָֽלוּ (venafalu) = en gevallen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:8; Ps 9:4; Ps 22:17; Ps 118:12; Jes 8:15 **27:3** Al legert zich een leger tegen mij, mijn hart zal niet vrezen. Al breekt er oorlog tegen mij uit, ook dan vertrouw ik. Brontekst: אִם (im) = als | תַּחֲנֶ֬ה (tachane) = legert zich | עָלַ֨י (alay) = tegen mij | מַחֲנֶה֮ (machane) = een leger | לֹֽא (lo) = niet | יִירָ֪א (yira) = zal vrezen | לִ֫בִּ֥י (libi) = mijn hart | אִם (im) = als | תָּק֣וּם (taqum) = staat op | עָ֭לַי (alay) = tegen mij | מִלְחָמָ֑ה (milchama) = oorlog | בְּ֝זֹ֗את (bezot) = hierop | אֲנִ֣י (ani) = ik | בוֹטֵֽחַ (boteach) = vertrouwend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּזֹאת (bezot), ‘hierop’: letterlijk ‘hierin’. Het verwijst terug naar wat voorafgaat (Yahweh als licht en burcht) of vooruit naar de ene bede van vers 4. Wij laten het open. Zie ook: Ps 3:7; Ps 27:4; 2 Kor 5:6–8; Rom 8:35–37; Fil 1:28; 1 Petr 3:14 **27:4** Eén ding heb ik van Yahweh gevraagd, dat zoek ik: dat ik in het huis van Yahweh woon, alle dagen van mijn leven. Zo kan ik de lieflijkheid van Yahweh aanschouwen en in Zijn tempel onderzoeken. Brontekst: אַחַ֤ת (achat) = één | שָׁאַ֣לְתִּי (shaalti) = ik heb gevraagd | מֵֽאֵת (meet) = van bij | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | אוֹתָ֪הּ (otah) = die | אֲבַ֫קֵּ֥שׁ (avaqesh) = zoek ik | שִׁבְתִּ֣י (shivti) = dat ik woon | בְּבֵית (beveit) = in het huis van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = alle | יְמֵ֣י (yemei) = dagen van | חַיַּ֑י (chayay) = mijn leven | לַחֲז֥וֹת (lachazot) = om te aanschouwen | בְּנֹֽעַם (benoam) = de lieflijkheid van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | וּלְבַקֵּ֥ר (ulevaqer) = en te onderzoeken | בְּהֵיכָלֽוֹ (beheikhalo) = in Zijn tempel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֹעַם (noam), ‘lieflijkheid’: de aangename schoonheid van Yahweh. Voetnoot : לְבַקֵּר (levaqer), ‘onderzoeken’: het woord kan ook ‘zoeken’ of ‘bezoeken’ betekenen. Wij kiezen ‘onderzoeken’. Voetnoot : הֵיכָל (heichal), ‘tempel’: het heiligdom. Zie ook: Ps 23:6; Ps 26:8; Ps 65:5; Ps 84:5; Ps 84:11 **27:5** Want Hij verbergt mij in een hut op de dag van het kwaad. Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent. Hij verheft mij op een rots. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | יִצְפְּנֵ֨נִי (yitspeneni) = Hij verbergt mij | בְּסֻכֹּה֮ (besuko) = in een hut | בְּי֪וֹם (beyom) = op de dag van | רָ֫עָ֥ה (raa) = het kwaad | יַ֭סְתִּרֵנִי (yastireni) = Hij verbergt mij | בְּסֵ֣תֶר (beseter) = in het verborgene van | אָהֳל֑וֹ (aholo) = Zijn tent | בְּ֝צ֗וּר (betsur) = op een rots | יְרוֹמְמֵֽנִי (yeromemeni) = Hij verheft mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֻכֹּה (sukkah), ‘hut’: een tijdelijk afdak van takken. Het Hebreeuws heeft geen bezittelijk voornaamwoord: ‘in een hut’. Zie ook: Ps 31:21; Ps 50:15; Ps 91:1; Ps 138:7; Spr 18:10 **27:6** En nu wordt mijn hoofd verheven boven mijn vijanden rondom mij. Ik zal in Zijn tent offers van jubelgeroep brengen. Ik zal zingen en spelen voor Yahweh. Brontekst: וְעַתָּ֨ה (veata) = en nu | יָר֪וּם (yarum) = wordt verheven | רֹאשִׁ֡י (roshi) = mijn hoofd | עַ֤ל (al) = boven | אֹֽיְבַ֬י (oyevay) = mijn vijanden | סְֽבִיבוֹתַ֗י (sevivotay) = rondom mij | וְאֶזְבְּחָ֣ה (veezbecha) = en ik zal offeren | בְ֭אָהֳלוֹ (beaholo) = in Zijn tent | זִבְחֵ֣י (zivchei) = offers van | תְרוּעָ֑ה (terua) = jubelgeroep | אָשִׁ֥ירָה (ashira) = ik zal zingen | וַ֝אֲזַמְּרָ֗ה (vaazamera) = en spelen | לַיהוָֽה (laYahweh) = voor Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 22:49; Ps 3:4; Ps 107:22; Jes 12:6; Heb 13:15 ### Een gebed om leiding en bescherming **27:7** Hoor, Yahweh, mijn stem wanneer ik roep. Wees mij genadig en antwoord mij. Brontekst: שְׁמַע (shema) = hoor | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | קוֹלִ֥י (qoli) = mijn stem | אֶקְרָ֗א (eqra) = wanneer ik roep | וְחָנֵּ֥נִי (vechaneni) = en wees mij genadig | וַעֲנֵֽנִי (vaaneni) = en antwoord mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 4:2; Ps 5:3; Ps 13:4; Ps 130:2–4; Ps 143:1–2 **27:8** Tot U zegt mijn hart: „Zoek mijn aangezicht.” Uw aangezicht, Yahweh, zoek ik. Brontekst: לְךָ֤ (lekha) = tot U | אָמַ֣ר (amar) = zegt | לִ֭בִּי (libi) = mijn hart | בַּקְּשׁ֣וּ (baqeshu) = zoekt | פָנָ֑י (panay) = mijn aangezicht | אֶת (et) = (obj.) | פָּנֶ֖יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֲבַקֵּֽשׁ (avaqesh) = zoek ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws is hier kort en kan op twee manieren worden gelezen. Of het hart van de dichter spreekt (‘Zoek mijn aangezicht’ als zijn eigen woorden), of het hart herhaalt een bevel van Yahweh (‘Zoek Mijn aangezicht’). Wij laten het zwart staan en schrijven ‘mijn’. בָּקְשׁוּ (baqshu) is een meervoud: ‘zoek, jullie’. Zie ook: Ps 24:6; Ps 105:4; Ps 119:58; Jes 55:6–7; Jer 29:12–13 **27:9** Verberg Uw aangezicht niet voor mij. Wijs Uw dienaar niet in toorn af. U bent mijn hulp geweest. Laat mij niet los en verlaat mij niet, Elohim van mijn redding. Brontekst: אַל (al) = niet | תַּסְתֵּ֬ר (taster) = verberg | פָּנֶ֨יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | מִמֶּנִּי֮ (mimeni) = voor mij | אַֽל (al) = niet | תַּט (tat) = wijs af | בְּאַ֗ף (beaf) = in toorn | עַ֫בְדֶּ֥ךָ (avdekha) = Uw dienaar | עֶזְרָתִ֥י (ezrati) = mijn hulp | הָיִ֑יתָ (hayita) = U bent geweest | אַֽל (al) = niet | תִּטְּשֵׁ֥נִי (titesheni) = laat mij los | וְאַל (veal) = en niet | תַּֽ֝עַזְבֵ֗נִי (taazveni) = verlaat mij | אֱלֹהֵ֥י (elohei) = Elohim van | יִשְׁעִֽי (yishi) = mijn redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 69:18; Ps 102:3; Ps 143:7; Jes 46:3–4; 2 Tim 4:17–18 **27:10** Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar Yahweh zal mij opnemen. Brontekst: כִּי (ki) = want | אָבִ֣י (avi) = mijn vader | וְאִמִּ֣י (veimi) = en mijn moeder | עֲזָב֑וּנִי (azavuni) = hebben mij verlaten | וַֽיהוָ֣ה (vaYahweh) = maar Yahweh | יַֽאַסְפֵֽנִי (yaasfeni) = zal mij opnemen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 40:11; Jes 49:15; Mat 10:36; Joh 16:32; 2 Tim 4:16 **27:11** Onderwijs mij Uw weg, Yahweh, en leid mij op een effen pad, omwille van mijn bespieders. Brontekst: ה֤וֹרֵ֥נִי (horeni) = onderwijs mij | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | דַּ֫רְכֶּ֥ךָ (darkekha) = Uw weg | וּ֭נְחֵנִי (unecheni) = en leid mij | בְּאֹ֣רַח (beorach) = op een pad | מִישׁ֑וֹר (mishor) = effen | לְ֝מַ֗עַן (lemaan) = omwille van | שׁוֹרְרָֽי (shoreray) = mijn bespieders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 5:9; Ps 25:4–5; Ps 26:12; Ps 86:11; Ps 143:8–10 **27:12** Geef mij niet over aan de begeerte van mijn tegenstanders. Want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, en wie geweld uitademt. Brontekst: אַֽל (al) = niet | תִּ֭תְּנֵנִי (titeneni) = geef mij over | בְּנֶ֣פֶשׁ (benefesh) = aan de begeerte van | צָרָ֑י (tsaray) = mijn tegenstanders | כִּ֥י (ki) = want | קָֽמוּ (qamu) = zijn opgestaan | בִ֥י (bi) = tegen mij | עֵֽדֵי (edei) = getuigen van | שֶׁ֝֗קֶר (sheqer) = leugen | וִיפֵ֥חַ (vifeach) = en uitademend | חָמָֽס (chamas) = geweld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het woord betekent ook ‘keel’, ‘leven’ of ‘begeerte’. Hier staat ‘begeerte’: wat de vijanden willen. Zie ook: Ps 31:9; Ps 35:11; Ps 41:12; Mat 26:59–60; Hand 6:11–13 **27:13** Als ik niet had geloofd dat ik de goedheid van Yahweh zou zien in het land van de levenden… Brontekst: לׅׄוּלֵׅׄ֗אׅׄ (lule) = als niet | הֶ֭אֱמַנְתִּי (heemanti) = ik had geloofd | לִרְא֥וֹת (lirot) = om te zien | בְּֽטוּב (betuv) = de goedheid van | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בְּאֶ֣רֶץ (beerets) = in het land van | חַיִּֽים (chayim) = de levenden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De zin is in het Hebreeuws niet afgemaakt: een gevolg ontbreekt (‘…was ik vergaan’). De Masoreten zetten stippen boven de eerste letters van het woord לוּלֵא (lule), ‘als niet’. Wij laten de zin zoals hij is en voegen niets toe. Zie ook: Ps 31:20; Ps 56:4; Ps 142:6; 2 Kor 4:8–14; 2 Kor 4:16 ### Hoop op Yahweh **27:14** Hoop op Yahweh. Wees sterk en laat je hart moed vatten. Ja, hoop op Yahweh. Brontekst: קַוֵּ֗ה (qave) = hoop | אֶל (el) = op | יְה֫וָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | חֲ֭זַק (chazaq) = wees sterk | וְיַאֲמֵ֣ץ (veyaamets) = en laat moed vatten | לִבֶּ֑ךָ (libekha) = je hart | וְ֝קַוֵּ֗ה (veqave) = en hoop | אֶל (el) = op | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:25; Ps 37:34; Ps 130:5; Jes 30:18; Jes 40:31 ## Psalmen 28 _Een gebed om hulp en een dankzegging_ ### Een roep tot de Rots **28:1** Van David. Tot U, Yahweh, roep ik. Mijn rots, wees niet doof voor mij. Zwijg niet tegen mij, anders word ik gelijk aan hen die afdalen naar de kuil. Brontekst: לְדָוִ֡ד (ledavid) = van David | אֵ֘לֶ֤יךָ (eleikha) = tot U | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | אֶקְרָ֗א (eqra) = roep ik | צוּרִי֮ (tsuri) = mijn rots | אַֽל (al) = niet | תֶּחֱרַ֪שׁ (techerash) = wees doof | מִ֫מֶּ֥נִּי (mimeni) = voor mij | פֶּן (pen) = anders | תֶּֽחֱשֶׁ֥ה (techeshe) = zwijgt U | מִמֶּ֑נִּי (mimeni) = tegen mij | וְ֝נִמְשַׁ֗לְתִּי (venimshalti) = en word ik gelijk | עִם (im) = aan | י֥וֹרְדֵי (yoredei) = de afdalenden naar | בֽוֹר (bor) = de kuil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צוּר (tsur), ‘rots’: Yahweh als vaste schuilplaats. Zie ook Deut. 32:4. Voetnoot : בּוֹר (bor), ‘kuil’: een beeld van de dood en het dodenrijk. Zie ook: Deut 32:4; Ps 18:3; Ps 83:2; Ps 88:5–7; Ps 143:7; Spr 1:12 **28:2** Hoor de stem van mijn smeking als ik tot U om hulp roep, als ik mijn handen ophef naar het binnenste vertrek van Uw heiligdom. Brontekst: שְׁמַ֤ע (shema) = hoor | ק֣וֹל (qol) = de stem van | תַּ֭חֲנוּנַי (tachanunay) = mijn smeking | בְּשַׁוְּעִ֣י (beshavei) = als ik om hulp roep | אֵלֶ֑יךָ (eleikha) = tot U | בְּנָשְׂאִ֥י (benasei) = als ik ophef | יָ֝דַ֗י (yaday) = mijn handen | אֶל (el) = naar | דְּבִ֥יר (devir) = het binnenste vertrek van | קָדְשֶֽׁךָ (qadeshekha) = Uw heiligdom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דְּבִיר (devir), ‘binnenste vertrek’: het achterste vertrek van het heiligdom, zoals in 1 Kon. 6:16. Wie bidt, heft de handen op in de richting van dat vertrek. Zie ook: Ps 134:2; Ps 138:2; Ps 140:7; Ps 141:2; 1 Kon 6:16; 1 Tim 2:8 **28:3** Sleep mij niet weg met de goddelozen en met wie onrecht doen, die vrede spreken met hun naasten terwijl er kwaad is in hun hart. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּמְשְׁכֵ֣נִי (timshekheni) = sleep mij weg | עִם (im) = met | רְשָׁעִים֮ (reshaim) = goddelozen | וְעִם (veim) = en met | פֹּ֪עֲלֵ֫י (poalei) = wie doen | אָ֥וֶן (aven) = onrecht | דֹּבְרֵ֣י (doverei) = sprekers van | שָׁ֭לוֹם (shalom) = vrede | עִם (im) = met | רֵֽעֵיהֶ֑ם (reeihem) = hun naasten | וְ֝רָעָ֗ה (veraa) = en kwaad | בִּלְבָבָֽם (bilvavam) = in hun hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 12:3; Ps 26:9; Ps 55:22; Mi 3:5; Jer 9:7–8 **28:4** Geef hun naar hun daden en naar het kwaad van hun handelingen. Geef hun naar het werk van hun handen. Breng hun verdiende loon op hen terug. Brontekst: תֶּן (ten) = geef | לָהֶ֣ם (lahem) = hun | כְּפָעֳלָם֮ (kefaolam) = naar hun daden | וּכְרֹ֪עַ (ukheroa) = en naar het kwaad van | מַֽעַלְלֵ֫יהֶ֥ם (maalleihem) = hun handelingen | כְּמַעֲשֵׂ֣ה (kemaase) = naar het werk van | יְ֭דֵיהֶם (yedeihem) = hun handen | תֵּ֣ן (ten) = geef | לָהֶ֑ם (lahem) = hun | הָשֵׁ֖ב (hashev) = breng terug | גְּמוּלָ֣ם (gemulam) = hun verdiende loon | לָהֶֽם (lahem) = op hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit is een vloek op de goddelozen: wij vertalen die letterlijk, zonder verzachting. De dichter vraagt dat Yahweh hen behandelt naar wat zij zelf hebben gedaan. Zie ook: Ps 109:17–21; Ezech 38:10; 2 Tim 4:14; Openb 18:6; Openb 22:12 **28:5** Want zij letten niet op de daden van Yahweh en niet op het werk van Zijn handen. Hij zal hen afbreken en niet opbouwen. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹ֤א (lo) = niet | יָבִ֡ינוּ (yavinu) = letten zij op | אֶל (el) = naar | פְּעֻלֹּ֣ת (peulot) = de daden van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | וְאֶל (veel) = en naar | מַעֲשֵׂ֣ה (maase) = het werk van | יָדָ֑יו (yadav) = Zijn handen | יֶ֝הֶרְסֵ֗ם (yehersem) = Hij zal hen afbreken | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִבְנֵֽם (yivnem) = opbouwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 34:26–27; Ps 92:5–7; Jes 5:12; Joh 12:37; Rom 1:28 ### Gezegend is Yahweh **28:6** Gezegend is Yahweh, want Hij heeft de stem van mijn smeking gehoord. Brontekst: בָּר֥וּךְ (barukh) = gezegend | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כִּי (ki) = want | שָׁ֝מַע (shama) = Hij heeft gehoord | ק֣וֹל (qol) = de stem van | תַּחֲנוּנָֽי (tachanunay) = mijn smeking Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:22–23; Ps 66:19–20; Ps 69:34–35; Ps 107:19–22; Ps 118:5 **28:7** Yahweh is mijn kracht en mijn schild. Op Hem vertrouwt mijn hart en ik word geholpen. Mijn hart juicht, en met mijn lied dank ik Hem. Brontekst: יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | עֻזִּ֥י (uzi) = mijn kracht | וּמָגִנִּי֮ (umagini) = en mijn schild | בּ֤וֹ (bo) = op Hem | בָטַ֥ח (batach) = vertrouwt | לִבִּ֗י (libi) = mijn hart | וְֽנֶ֫עֱזָ֥רְתִּי (veneezarti) = en ik word geholpen | וַיַּעֲלֹ֥ז (vayaaloz) = en juicht | לִבִּ֑י (libi) = mijn hart | וּֽמִשִּׁירִ֥י (umishiri) = en met mijn lied | אֲהוֹדֶֽנּוּ (ahodenu) = dank ik Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 30:12–13; Ps 56:4–5; Jes 12:2; Jes 61:10; Ef 6:10 **28:8** Yahweh is een kracht voor hen. Hij is de burcht van redding voor Zijn gezalfde. Brontekst: יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | עֹֽז (oz) = kracht | לָ֑מוֹ (lamo) = voor hen | וּמָ֘ע֤וֹז (umaoz) = en burcht van | יְשׁוּע֖וֹת (yeshuot) = redding | מְשִׁיח֣וֹ (meshicho) = Zijn gezalfde | הֽוּא (hu) = Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws heeft לָמוֹ (lamo), ‘voor hen’. Sommige handschriften en oude vertalingen lezen ‘voor Zijn volk’ (לעמו). Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: 1 Sam 16:13; Ps 2:2; Ps 20:7; Ps 140:8; Jes 61:1 **28:9** Red Uw volk en zegen Uw erfdeel. Weid hen en draag hen voor eeuwig. Brontekst: הוֹשִׁ֤יעָה (hoshia) = red | אֶת (et) = (obj.) | עַמֶּ֗ךָ (amekha) = Uw volk | וּבָרֵ֥ךְ (uvarekh) = en zegen | אֶת (et) = (obj.) | נַחֲלָתֶ֑ךָ (nachalatekha) = Uw erfdeel | וּֽרְעֵ֥ם (ureem) = en weid hen | וְ֝נַשְּׂאֵ֗ם (venaseem) = en draag hen | עַד (ad) = tot | הָעוֹלָֽם (haolam) = de eeuwigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 9:29; Ps 78:71; Jes 40:11; Jes 63:9; Mat 2:6 ## Psalmen 29 _De stem van Yahweh boven de wateren_ ### Geef Yahweh de eer **29:1** Een psalm van David. Geef aan Yahweh, zonen van de goden, geef aan Yahweh heerlijkheid en kracht. Brontekst: מִזְמ֗וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | הָב֣וּ (havu) = geef | לַֽ֭יהוָה (laYahweh) = aan Yahweh | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | אֵלִ֑ים (elim) = goden | הָב֥וּ (havu) = geef | לַ֝יהוָ֗ה (laYahweh) = aan Yahweh | כָּב֥וֹד (kavod) = heerlijkheid | וָעֹֽז (vaoz) = en kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי אֵלִים (bene elim), ‘zonen van goden’: het meervoud van El. Het zijn hemelse wezens rond Yahweh, zoals de ‘zonen van Elohim’ in Job 1:6. Het woord kan ook ‘machtigen’ betekenen. Voetnoot : כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’: de zichtbare grootheid van Yahweh, zoals in Exod. 40:34. Voetnoot : מִזְמוֹר (mizmor), ‘psalm’: een lied met snarenspel. Zie ook: Job 1:6; Ex 40:34; Ps 68:32–35; Ps 96:7–9; Jes 60:12; Jer 13:16–18; Openb 5:11–14 **29:2** Geef aan Yahweh de heerlijkheid van Zijn naam. Buig u neer voor Yahweh in heilige luister. Brontekst: הָב֣וּ (havu) = geef | לַֽ֭יהוָה (laYahweh) = aan Yahweh | כְּב֣וֹד (kevod) = de heerlijkheid van | שְׁמ֑וֹ (shemo) = Zijn naam | הִשְׁתַּחֲו֥וּ (hishtachavu) = buig u neer | לַ֝יהוָ֗ה (laYahweh) = voor Yahweh | בְּהַדְרַת (behadrat) = in de luister van | קֹֽדֶשׁ (qodesh) = heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַדְרַת קֹדֶשׁ (hadrat qodesh), ‘heilige luister’: ook vertaald als ‘in heilig gewaad’. Wij houden ‘heilige luister’. Zie ook: 1 Kron 16:28–29; Ps 27:4; Ps 96:8–9; Ps 110:3; 2 Kron 20:21 ### De stem van Yahweh **29:3** De stem van Yahweh is over de wateren. De El van de heerlijkheid dondert. Yahweh is boven de grote wateren. Brontekst: ק֥וֹל (qol) = de stem van | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = over | הַ֫מָּ֥יִם (hamayim) = de wateren | אֵֽל (el) = de El van | הַכָּב֥וֹד (hakavod) = de heerlijkheid | הִרְעִ֑ים (hirim) = dondert | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = boven | מַ֥יִם (mayim) = wateren | רַבִּֽים (rabim) = grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 37:2–5; Ex 9:33; Ps 18:14–16; Ps 77:17–20; Ps 93:3–4 **29:4** De stem van Yahweh is vol kracht. De stem van Yahweh is vol luister. Brontekst: קוֹל (qol) = de stem van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | בַּכֹּ֑חַ (bakoach) = met kracht | ק֥וֹל (qol) = de stem van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בֶּהָדָֽר (behadar) = met luister Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 33:9; Ps 68:34; Jer 51:15–16; Ezech 10:5; Luc 4:36 **29:5** De stem van Yahweh breekt ceders. Yahweh breekt de ceders van de Libanon. Brontekst: ק֣וֹל (qol) = de stem van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | שֹׁבֵ֣ר (shover) = breekt | אֲרָזִ֑ים (arazim) = ceders | וַיְשַׁבֵּ֥ר (vayshaber) = en breekt | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אֶת (et) = (obj.) | אַרְזֵ֥י (arzei) = de ceders van | הַלְּבָנֽוֹן (halevanon) = de Libanon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee. Zie ook: Re 9:15; Ps 104:16; Jes 2:13 **29:6** Hij laat hen springen als een kalf, de Libanon en de Sirjon als een jonge wilde stier. Brontekst: וַיַּרְקִידֵ֥ם (vayarqidem) = en Hij laat hen springen | כְּמוֹ (kemo) = als | עֵ֑גֶל (egel) = een kalf | לְבָנ֥וֹן (levanon) = Libanon | וְ֝שִׂרְיֹ֗ן (vesiryon) = en Sirjon | כְּמ֣וֹ (kemo) = als | בֶן (ben) = een jong van | רְאֵמִֽים (reemim) = wilde stieren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee. Zie Sirjon (Hermon): Sirjon is de Sidonische naam voor de Hermon (Deuteronomium 3:9), op de grens van het huidige Libanon en Syrië. Voetnoot Uitleg: שִׂרְיֹן (sirjon), ‘Sirjon’: de naam die de Sidoniërs aan de Hermon gaven (Deut. 3:9). Voetnoot : רְאֵמִים (re’emim), ‘wilde stieren’: sterke dieren die springen. Zie ook: Num 23:22; Deut 3:9; Ps 114:4–7; Jer 4:23–25; Hab 3:6–11 **29:7** De stem van Yahweh houwt vlammen van vuur uit. Brontekst: קוֹל (qol) = de stem van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | חֹצֵ֗ב (chotsev) = houwt uit | לַהֲב֥וֹת (lahavot) = vlammen van | אֵֽשׁ (esh) = vuur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 9:23; Lev 10:2; Ps 77:19; Ps 144:5–6; 2 Kon 1:10–12 **29:8** De stem van Yahweh doet de woestijn beven. Yahweh doet de woestijn Kades beven. Brontekst: ק֣וֹל (qol) = de stem van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | יָחִ֣יל (yachil) = doet beven | מִדְבָּ֑ר (midbar) = woestijn | יָחִ֥יל (yachil) = doet beven | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מִדְבַּ֥ר (midbar) = woestijn | קָדֵֽשׁ (qadesh) = Kades Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: De woestijn Kades is de streek rond Kades (Kades-Barnea) in het noorden van de Sinaïwoestijn. Dat Kades hier bedoeld is, is waarschijnlijk, maar niet zeker. Zie ook: Job 9:6; Num 13:26; Ps 18:8; Ps 46:4; Jes 13:13 **29:9** De stem van Yahweh doet hinden baren en maakt bossen kaal. In Zijn tempel zegt alles: „Heerlijkheid!” Brontekst: ק֤וֹל (qol) = de stem van | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | יְחוֹלֵ֣ל (yecholel) = doet baren | אַיָּלוֹת֮ (ayalot) = hinden | וַֽיֶּחֱשֹׂ֪ף (vayechesof) = en maakt kaal | יְעָ֫ר֥וֹת (yearot) = bossen | וּבְהֵיכָל֑וֹ (uveheikhalo) = en in Zijn tempel | כֻּ֝לּ֗וֹ (kulo) = alles | אֹמֵ֥ר (omer) = zegt | כָּבֽוֹד (kavod) = heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַיָּלוֹת (ayyalot), ‘hinden’: de vrouwtjes van het hert. Het woord kan met andere klinkers ook ‘terebinten’ (grote bomen) betekenen. Wij volgen de klinkers van de Masoretische tekst. Voetnoot : כֻּלּוֹ אֹמֵר כָּבוֹד (kullo omer kavod), ‘alles zegt: heerlijkheid’: ieder die in Zijn tempel is, spreekt Zijn lof uit. Zie ook: Job 39:1–3; Ps 26:8; Ps 46:3–6; Ps 48:10; Ezech 21:2–4 ### Yahweh is koning voor altijd **29:10** Yahweh zetelde bij de vloed. Yahweh zetelt als koning voor eeuwig. Brontekst: יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לַמַּבּ֣וּל (lamabul) = bij de vloed | יָשָׁ֑ב (yashav) = zetelde | וַיֵּ֥שֶׁב (vayeshev) = en zetelt | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מֶ֣לֶךְ (melekh) = als koning | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַבּוּל (mabbul), ‘vloed’: het woord voor de zondvloed in Gen. 6:17. Buiten Genesis komt het alleen hier voor. Yahweh zetelde al bij de vloed als koning en blijft dat voor altijd. Zie ook: Gen 6:17; Job 38:8–11; Ps 10:16; Mar 4:41; 1 Tim 1:17 **29:11** Yahweh geeft kracht aan Zijn volk. Yahweh zegent Zijn volk met vrede. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | עֹ֭ז (oz) = kracht | לְעַמּ֣וֹ (leamo) = aan Zijn volk | יִתֵּ֑ן (yiten) = geeft | יְהוָ֓ה (Yahweh) = Yahweh | יְבָרֵ֖ךְ (yevarekh) = zegent | אֶת (et) = (obj.) | עַמּ֣וֹ (amo) = Zijn volk | בַשָּׁלֽוֹם (bashalom) = met vrede Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 6:24–27; Jes 40:31; Jes 41:10; Joh 16:33; 2 Tess 3:16 ## Psalmen 30 _Van rouw tot dans_ ### Opschrift **30:1** Een psalm. Een lied bij de inwijding van het huis. Van David. Brontekst: מִזְמ֡וֹר (mizmor) = een psalm | שִׁיר (shir) = een lied | חֲנֻכַּ֖ת (chanukat) = bij de inwijding van | הַבַּ֣יִת (habayit) = het huis | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : חֲנֻכַּת הַבַּיִת (chanukkat habayit), ‘inwijding van het huis’: het opschrift noemt niet welk huis. Het kan Davids paleis zijn (2 Sam. 5:11) of de plaats van het altaar (2 Sam. 24:18–25). Wij laten het open. Zie ook: 2 Sam 5:11; 2 Sam 24:18–25; Ps 13:5; Ps 25:2; Ps 27:6; Ps 35:19; Dan 4:34 ### Dank voor redding uit de dood **30:2** Ik verhef U, Yahweh, want U hebt mij omhooggetrokken. U liet mijn vijanden niet blij zijn over mij. Brontekst: אֲרוֹמִמְךָ֣ (aromimkha) = ik verhef U | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֣י (ki) = want | דִלִּיתָ֑נִי (dilitani) = U hebt mij omhooggetrokken | וְלֹא (velo) = en niet | שִׂמַּ֖חְתָּ (simachta) = U liet blij zijn | אֹיְבַ֣י (oyevay) = mijn vijanden | לִֽי (li) = over mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 13:5; Ps 25:2; Ps 27:6; Ps 35:19; Dan 4:34 **30:3** Yahweh, mijn Elohim, ik riep tot U om hulp en U hebt mij genezen. Brontekst: יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהָ֑י (elohay) = mijn Elohim | שִׁוַּ֥עְתִּי (shivati) = ik riep om hulp | אֵ֝לֶ֗יךָ (eleikha) = tot U | וַתִּרְפָּאֵֽנִי (vatirpaeni) = en U hebt mij genezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:26; Ps 6:3; Ps 103:3–4; Ps 147:3; 2 Kon 20:5 **30:4** Yahweh, U hebt mijn ziel uit de Sjeol omhooggebracht. U hebt mij in leven gehouden, zodat ik niet in de kuil afdaalde. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | הֶֽעֱלִ֣יתָ (heelita) = U hebt omhooggebracht | מִן (min) = uit | שְׁא֣וֹל (sheol) = de Sjeol | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | חִ֝יִּיתַ֗נִי (chiyitani) = U hebt mij in leven gehouden | מִיָּֽרְדִי (miyaredi) = zodat ik niet afdaalde | בֽוֹר (bor) = de kuil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier het leven van de dichter. Voetnoot : שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk. Zie ook Gen. 37:35. Voetnoot : בּוֹר (bor), ‘kuil’: een beeld van het graf en de dood. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is מיורדי־בור, ‘van hen die afdalen naar de kuil’. De te lezen vorm (qere) is מירדי־בור, ‘dat ik niet afdaal naar de kuil’. Wij volgen de qere. Zie ook: Gen 37:35; Ps 16:10; Ps 28:1; Ps 86:13; Jona 2:5–7; Jes 38:17–18 **30:5** Zing voor Yahweh, Zijn getrouwen, en dank bij de herinnering aan Zijn heiligheid. Brontekst: זַמְּר֣וּ (zameru) = zing | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = voor Yahweh | חֲסִידָ֑יו (chasidav) = Zijn getrouwen | וְ֝הוֹד֗וּ (vehodu) = en dank | לְזֵ֣כֶר (lezekher) = bij de herinnering aan | קָדְשֽׁוֹ (qadesho) = Zijn heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲסִידִים (chasidim), ‘getrouwen’: mensen die trouw (chesed) bewijzen en aan wie Yahweh trouw bewijst. Voetnoot : זֵכֶר (zecher), ‘herinnering’: ook ‘gedachtenis’ of ‘naam’, zoals in Exod. 3:15. Zie ook: Ex 3:15; 1 Kron 16:4; Ps 97:12; Ps 132:9; Ps 148:14–149:1; Openb 4:8 **30:6** Want één ogenblik duurt Zijn toorn, een leven lang Zijn welbehagen. Bij de avond blijft het wenen overnachten, maar bij de morgen is er jubel. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | רֶ֨גַע (rega) = een ogenblik | בְּאַפּוֹ֮ (beapo) = in Zijn toorn | חַיִּ֪ים (chayim) = leven | בִּרְצ֫וֹנ֥וֹ (birtsono) = in Zijn welbehagen | בָּ֭עֶרֶב (baerev) = bij de avond | יָלִ֥ין (yalin) = overnacht | בֶּ֗כִי (bekhi) = wenen | וְלַבֹּ֥קֶר (velaboqer) = en bij de morgen | רִנָּֽה (rina) = jubel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רִנָּה (rinnah), ‘jubel’: een blij geroep. Zie ook: Ps 126:5–6; Jes 54:7–8; Mat 5:4; Joh 16:20–22; 2 Kor 4:17 ### Voorspoed, nood en gebed **30:7** Ik zei in mijn gerustheid: „Ik zal nooit wankelen.” Brontekst: וַ֭אֲנִי (vaani) = en ik | אָמַ֣רְתִּי (amarti) = zei ik | בְשַׁלְוִ֑י (beshalvi) = in mijn gerustheid | בַּל (bal) = niet | אֶמּ֥וֹט (emot) = zal ik wankelen | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 16:8; Ps 119:117; Dan 4:27; Luc 12:19; 2 Kor 12:7 **30:8** Yahweh, door Uw welbehagen had U mijn berg sterk doen staan. U verborg Uw aangezicht en ik werd verschrikt. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בִּרְצוֹנְךָ֮ (birtsonekha) = door Uw welbehagen | הֶעֱמַ֪דְתָּה (heemadta) = U deed staan | לְֽהַרְרִ֫י (leharri) = voor mijn berg | עֹ֥ז (oz) = sterkte | הִסְתַּ֥רְתָּ (histarta) = U verborg | פָנֶ֗יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | הָיִ֥יתִי (hayiti) = ik werd | נִבְהָֽל (nivhal) = verschrikt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַרְרִי עֹז (harri oz), ‘mijn berg, sterkte’: de berg is een beeld voor de veilige plaats of positie van de dichter. De zin is in het Hebreeuws kort en lastig. Zie ook: 1 Kron 17:26–27; Ps 5:13; Ps 30:6; Ps 104:29; Ps 143:7 **30:9** Tot U, Yahweh, riep ik. Tot mijn Heer smeekte ik om genade. Brontekst: אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = tot U | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֶקְרָ֑א (eqra) = roep ik | וְאֶל (veel) = en tot | אֲ֝דֹנָ֗י (adonay) = mijn Heer | אֶתְחַנָּֽן (etchanan) = smeek ik om genade Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreektitel voor Yahweh. Zie ook: Ps 34:7; Ps 77:2–3; Ps 130:1–2; 1 Kor 12:8–9; Fil 4:6–7 **30:10** Wat is de winst in mijn bloed, als ik afdaal naar de kuil? Zal het stof U danken? Zal het Uw waarheid verkondigen? Brontekst: מַה (ma) = wat | בֶּ֥צַע (betsa) = winst | בְּדָמִי֮ (bedami) = in mijn bloed | בְּרִדְתִּ֪י (beridti) = als ik afdaal | אֶ֫ל (el) = naar | שָׁ֥חַת (shachat) = de kuil | הֲיוֹדְךָ֥ (hayodekha) = zal het danken | עָפָ֑ר (afar) = stof | הֲיַגִּ֥יד (hayagid) = zal het verkondigen | אֲמִתֶּֽךָ (amitekha) = Uw waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דָּמִי (dami), ‘mijn bloed’: hier mijn dood. Wat baat het Yahweh, als de dichter sterft? De doden loven Yahweh niet meer (vergelijk Jes. 38:18). Zie ook: Ps 6:6; Ps 88:11–13; Ps 115:17–18; Ps 118:17; Jes 38:18 **30:11** Hoor, Yahweh, en wees mij genadig. Yahweh, wees mijn helper. Brontekst: שְׁמַע (shema) = hoor | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | וְחָנֵּ֑נִי (vechaneni) = en wees mij genadig | יְ֝הוָה (Yahweh) = Yahweh | הֱֽיֵה (heye) = wees | עֹזֵ֥ר (ozer) = helper | לִֽי (li) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:7; Ps 28:7; Ps 54:6; Ps 143:1; Ps 143:7–9 ### Rouw veranderd in dans **30:12** U hebt mijn weeklacht voor mij veranderd in een reidans. U hebt mijn rouwkleed losgemaakt en mij omgord met blijdschap. Brontekst: הָפַ֣כְתָּ (hafakhta) = U hebt veranderd | מִסְפְּדִי֮ (mispedi) = mijn weeklacht | לְמָח֪וֹל (lemachol) = in een reidans | לִ֥י (li) = voor mij | פִּתַּ֥חְתָּ (pitachta) = U hebt losgemaakt | שַׂקִּ֑י (saqi) = mijn rouwkleed | וַֽתְּאַזְּרֵ֥נִי (vateazereni) = en omgord | שִׂמְחָֽה (simcha) = blijdschap Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Pred 3:4; 2 Kron 20:12; Jes 25:8; Jer 31:4; Jer 31:13–14 **30:13** Zodat de eer U bezingt en niet zwijgt. Yahweh, mijn Elohim, voor eeuwig zal ik U danken. Brontekst: לְמַ֤עַן (lemaan) = zodat | יְזַמֶּרְךָ֣ (yezamerkha) = bezingt U | כָ֭בוֹד (kavod) = de eer | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִדֹּ֑ם (yidom) = zwijgt | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱ֝לֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | אוֹדֶֽךָּ (odeka) = zal ik U danken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: hier waarschijnlijk ‘mijn ziel’, ‘mijn eer’ als wat ik ben, die Yahweh bezingt. Dezelfde betekenis staat in Ps. 16:9 en 57:9. Zie ook: Ps 16:9; Ps 44:9; Ps 57:9; Ps 145:2; Ps 146:1–2; Luc 19:40 ## Psalmen 31 _In Uw hand zijn mijn tijden_ ### Opschrift **31:1** Voor de koorleider. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Het gaat waarschijnlijk om iemand die de zang leidde. Wij vertalen ‘koorleider’. Zie ook: Ps 22:5–6; Ps 25:2; Ps 71:1–3; Ps 143:1; Rom 10:11 ### Een schuilplaats bij Yahweh **31:2** Bij U, Yahweh, schuil ik. Laat mij nooit beschaamd worden. Laat mij ontkomen door Uw gerechtigheid. Brontekst: בְּךָ֖ (bekha) = bij U | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | חָ֭סִיתִי (chasiti) = schuil ik | אַל (al) = niet | אֵב֣וֹשָׁה (evosha) = laat mij beschaamd worden | לְעוֹלָ֑ם (leolam) = voor eeuwig | בְּצִדְקָתְךָ֥ (betsidqatekha) = in Uw gerechtigheid | פַלְּטֵֽנִי (paleteni) = laat mij ontkomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:5–6; Ps 25:2; Ps 71:1–3; Ps 143:1; Rom 10:11 **31:3** Neig Uw oor naar mij en bevrijd mij snel. Wees mij een rots als burcht, een versterkt huis om mij te redden. Brontekst: הַטֵּ֤ה (hate) = neig | אֵלַ֨י (elay) = tot mij | אָזְנְךָ֮ (azenekha) = Uw oor | מְהֵרָ֪ה (mehera) = snel | הַצִּ֫ילֵ֥נִי (hatsileni) = bevrijd mij | הֱיֵ֤ה (heye) = wees | לִ֨י (li) = voor mij | לְֽצוּר (letsur) = een rots als | מָ֭עוֹז (maoz) = burcht | לְבֵ֥ית (leveit) = een huis van | מְצוּד֗וֹת (metsudot) = vestingen | לְהוֹשִׁיעֵֽנִי (lehoshieni) = om mij te redden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צוּר (tsur), ‘rots’ en מָעוֹז (ma’oz), ‘burcht’: Yahweh als veilige schuilplaats. Voetnoot : בֵּית מְצוּדוֹת (beit metsudot), ‘huis van vestingen’: een versterkt huis op een steile plek. Zie ook: Deut 32:31; Ps 71:2–3; Ps 86:1; Ps 102:3; Ps 130:2 **31:4** Want U bent mijn klip en mijn vesting. Omwille van Uw naam leid mij en begeleid mij. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | סַלְעִ֣י (sali) = mijn klip | וּמְצוּדָתִ֣י (umetsudati) = en mijn vesting | אָ֑תָּה (ata) = U | וּלְמַ֥עַן (ulemaan) = en omwille van | שִׁ֝מְךָ֗ (shimkha) = Uw naam | תַּֽנְחֵ֥נִי (tancheni) = leid mij | וּֽתְנַהֲלֵֽנִי (utenahaleni) = en begeleid mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלַע (sela), ‘klip’ en מְצוּדָה (metsudah), ‘vesting’: beelden van veiligheid in de bergen. Zie ook: Ps 25:5; Ps 79:9; Ps 143:10–11; Luc 1:79; Joh 16:13 **31:5** Haal mij uit het net dat zij voor mij hebben verborgen, want U bent mijn burcht. Brontekst: תּוֹצִיאֵ֗נִי (totsieni) = haal mij uit | מֵרֶ֣שֶׁת (mereshet) = uit het net | ז֭וּ (zu) = dit | טָ֣מְנוּ (tamenu) = zij hebben verborgen | לִ֑י (li) = voor mij | כִּֽי (ki) = want | אַ֝תָּה (ata) = U | מָֽעוּזִּֽי (mauzi) = mijn burcht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 19:15; Ps 25:15; Ps 57:7; Ps 140:6; 2 Tim 2:26 **31:6** In Uw hand vertrouw ik mijn geest toe. U hebt mij vrijgekocht, Yahweh, El van waarheid. Brontekst: בְּיָדְךָ֮ (beyadekha) = in Uw hand | אַפְקִ֪יד (afqid) = vertrouw ik toe | ר֫וּחִ֥י (ruchi) = mijn geest | פָּדִ֖יתָה (padita) = U hebt vrijgekocht | אוֹתִ֥י (oti) = mij | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אֵ֣ל (el) = El van | אֱמֶֽת (emet) = waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘geest’: hier de levensadem. In het Nieuwe Testament staat dit vers in Luc. 23:46. Voetnoot : אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: Yahweh is betrouwbaar. Voetnoot : פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’: een losgeld betalen om iemand vrij te maken. Zie ook: Deut 32:4; Ps 71:23; Luc 23:46; Hand 7:59; 1 Petr 1:18–19 **31:7** Ik haat wie zich aan dampen van ijdelheid houden, maar ik vertrouw op Yahweh. Brontekst: שָׂנֵ֗אתִי (saneti) = ik haat | הַשֹּׁמְרִ֥ים (hashomerim) = de houdenden aan | הַבְלֵי (havlei) = dampen van | שָׁ֑וְא (shave) = ijdelheid | וַ֝אֲנִ֗י (vaani) = en ik | אֶל (el) = op | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | בָּטָֽחְתִּי (batachti) = vertrouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַבְלֵי־שָׁוְא (havle shav), ‘dampen van ijdelheid’: הֶבֶל (hevel) is ‘damp’, iets wat zo weer weg is; hier waardeloze dingen, vaak afgoden. Vergelijk Deut. 32:21, waar hetzelfde woord is vertaald met ‘nietigheden’. Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws heeft ‘ik haat’ (שָׂנֵאתִי). Enkele handschriften en oude vertalingen lezen ‘U haat’ (שנאת). Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Deut 32:21; Ps 24:4; Ps 26:5; Jona 2:9; Jer 10:8; Jer 10:15 **31:8** Ik wil mij verheugen en blij zijn in Uw trouw, omdat U mijn ellende hebt gezien. U hebt de noden van mijn ziel gekend. Brontekst: אָגִ֥ילָה (agila) = ik wil mij verheugen | וְאֶשְׂמְחָ֗ה (veesmecha) = en blij zijn | בְּחַ֫סְדֶּ֥ךָ (bechasdekha) = in Uw trouw | אֲשֶׁ֣ר (asher) = omdat | רָ֭אִיתָ (raita) = U hebt gezien | אֶת (et) = (obj.) | עָנְיִ֑י (aneyi) = mijn ellende | יָ֝דַ֗עְתָּ (yadata) = U hebt gekend | בְּצָר֥וֹת (betsarot) = de noden van | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Wij vertalen steeds met ‘trouw’, zoals in Ruth. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de dichter zelf, zijn leven. Zie ook: Ps 119:153; Jes 49:13; Jes 63:9; Jes 63:16; 2 Tim 2:19 **31:9** U hebt mij niet overgeleverd in de hand van de vijand. U hebt mijn voeten in een ruime plaats laten staan. Brontekst: וְלֹ֣א (velo) = en niet | הִ֭סְגַּרְתַּנִי (hisgartani) = U hebt mij overgeleverd | בְּיַד (beyad) = in de hand van | אוֹיֵ֑ב (oyev) = een vijand | הֶֽעֱמַ֖דְתָּ (heemadta) = U liet staan | בַמֶּרְחָ֣ב (bamerchav) = in een ruime plaats | רַגְלָֽי (raglay) = mijn voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 36:16; Deut 32:30; 1 Sam 17:46; Ps 4:2; Ps 18:20 ### Nood en verlatenheid **31:10** Wees mij genadig, Yahweh, want ik ben benauwd. Mijn oog is verteerd van verdriet, mijn ziel en mijn buik. Brontekst: חָנֵּ֥נִי (chaneni) = wees mij genadig | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | כִּ֤י (ki) = want | צַ֫ר (tsar) = benauwd | לִ֥י (li) = voor mij | עָשְׁשָׁ֖ה (ashesha) = is verteerd | בְכַ֥עַס (bekhaas) = van verdriet | עֵינִ֗י (eini) = mijn oog | נַפְשִׁ֥י (nafshi) = mijn ziel | וּבִטְנִֽי (uvitni) = en mijn buik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 33:19–22; Ps 6:8; Ps 73:26; Ps 88:10; Klaagl 4:17 **31:11** Want mijn leven gaat op in kommer en mijn jaren in zuchten. Mijn kracht struikelt door mijn schuld en mijn beenderen zijn verteerd. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | כָל֪וּ (kalu) = zijn opgegaan | בְיָג֡וֹן (beyagon) = in kommer | חַיַּי֮ (chayay) = mijn leven | וּשְׁנוֹתַ֪י (ushenotay) = en mijn jaren | בַּאֲנָ֫חָ֥ה (baanacha) = in zuchten | כָּשַׁ֣ל (kashal) = struikelt | בַּעֲוֺנִ֣י (baavoni) = door mijn schuld | כֹחִ֑י (kochi) = mijn kracht | וַעֲצָמַ֥י (vaatsamay) = en mijn beenderen | עָשֵֽׁשׁוּ (asheshu) = zijn verteerd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws heeft בַּעֲוֺנִי (ba’avoni), ‘door mijn schuld’. Een oude vertaling leest ‘in ellende’ (בְּעֳנִי, be’oni). Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Ps 32:3–4; Ps 38:4; Ps 78:33; Ps 88:16; Rom 9:2 **31:12** Door al mijn tegenstanders ben ik een smaad geworden, zeer voor mijn buren, en een schrik voor mijn bekenden. Wie mij buiten zien, vluchten voor mij. Brontekst: מִכָּל (mikal) = van al | צֹרְרַ֨י (tsoreray) = mijn tegenstanders | הָיִ֪יתִי (hayiti) = ben ik geworden | חֶרְפָּ֡ה (cherpa) = een smaad | וְלִשֲׁכֵנַ֨י (velishakhenay) = en voor mijn buren | מְאֹד֮ (meod) = zeer | וּפַ֪חַד (ufachad) = en een schrik | לִֽמְיֻדָּ֫עָ֥י (limyudaay) = voor mijn bekenden | רֹאַ֥י (roay) = zienden mij | בַּח֑וּץ (bachuts) = buiten | נָדְד֥וּ (nadedu) = vluchten | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = van mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 19:13–14; Ps 38:12; Ps 88:9; Ps 88:19; Mat 26:56 **31:13** Ik ben uit het hart vergeten als een dode. Ik ben geworden als een vat dat verloren is gegaan. Brontekst: נִ֭שְׁכַּחְתִּי (nishkachti) = ik ben vergeten | כְּמֵ֣ת (kemet) = als een dode | מִלֵּ֑ב (milev) = uit het hart | הָ֝יִ֗יתִי (hayiti) = ik ben geworden | כִּכְלִ֥י (kikhli) = als een vat | אֹבֵֽד (oved) = verloren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 2:9; Ps 88:5–6; Ps 119:83; Jes 30:14; Rom 9:21–22 **31:14** Want ik hoor het kwaadspreken van velen: schrik rondom. Terwijl zij zich samen tegen mij beraden, zijn zij van plan mijn leven te nemen. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | שָׁמַ֨עְתִּי (shamati) = ik heb gehoord | דִּבַּ֥ת (dibat) = het kwaadspreken van | רַבִּים֮ (rabim) = velen | מָג֪וֹר (magor) = schrik | מִסָּ֫בִ֥יב (misaviv) = rondom | בְּהִוָּסְדָ֣ם (behivasedam) = als zij zich beraden | יַ֣חַד (yachad) = samen | עָלַ֑י (alay) = tegen mij | לָקַ֖חַת (laqachat) = om te nemen | נַפְשִׁ֣י (nafshi) = mijn leven | זָמָֽמוּ (zamamu) = zijn zij van plan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָגוֹר מִסָּבִיב (magor missaviv), ‘schrik rondom’: een uitdrukking die ook in Jer. 20:10 staat. Zij is een kreet van angst, als van mensen die zich omsingeld voelen. Zie ook: 1 Sam 20:33; 2 Sam 17:1–4; Jer 20:10; Klaagl 2:22; Mat 27:1 ### In Uw hand zijn mijn tijden **31:15** Maar ik vertrouw op U, Yahweh. Ik zei: „U bent mijn Elohim.” Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | עָלֶ֣יךָ (aleikha) = op U | בָטַ֣חְתִּי (batachti) = vertrouw | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אָ֝מַ֗רְתִּי (amarti) = zei ik | אֱלֹהַ֥י (elohay) = mijn Elohim | אָֽתָּה (ata) = U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:3; Ps 43:5; Ps 56:4–5; Ps 140:7; Mat 26:42 **31:16** Mijn tijden zijn in Uw hand. Bevrijd mij uit de hand van mijn vijanden en van mijn achtervolgers. Brontekst: בְּיָדְךָ֥ (beyadekha) = in Uw hand | עִתֹּתָ֑י (itotay) = mijn tijden | הַצִּ֘ילֵ֤נִי (hatsileni) = bevrijd mij | מִיַּד (miyad) = uit de hand van | א֝וֹיְבַ֗י (oyevay) = mijn vijanden | וּמֵרֹדְפָֽי (umerodefay) = en van mijn achtervolgers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 142:7; Pred 3:1–8; Joh 7:6; Joh 17:1; Hand 1:7 **31:17** Laat Uw aangezicht over Uw dienaar lichten. Red mij in Uw trouw. Brontekst: הָאִ֣ירָה (haira) = laat lichten | פָ֭נֶיךָ (paneikha) = Uw aangezicht | עַל (al) = over | עַבְדֶּ֑ךָ (avdekha) = Uw dienaar | ה֖וֹשִׁיעֵ֣נִי (hoshieni) = red mij | בְחַסְדֶּֽךָ (bechasdekha) = in Uw trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk de zegen in Num. 6:25: ‘Moge Yahweh Zijn aangezicht over je laten lichten.’ Zie ook: Num 6:25–26; Ps 4:7; Ps 6:5; Ps 80:4; Dan 9:9 **31:18** Yahweh, laat mij niet beschaamd worden, want ik heb U aangeroepen. Laat de goddelozen beschaamd worden. Laat hen zwijgen in de Sjeol. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אַל (al) = niet | אֵ֭בוֹשָׁה (evosha) = laat mij beschaamd worden | כִּ֣י (ki) = want | קְרָאתִ֑יךָ (qeratikha) = ik heb U aangeroepen | יֵבֹ֥שׁוּ (yevoshu) = laat beschaamd worden | רְ֝שָׁעִ֗ים (reshaim) = goddelozen | יִדְּמ֥וּ (yidemu) = laat zwijgen | לִשְׁאֽוֹל (lishol) = in de Sjeol Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:2–3; Ps 34:6; Ps 35:26; Jes 41:11–12; Jer 20:11 **31:19** Laat de lippen van leugen verstommen, die brutaal spreken over de rechtvaardige, met hoogmoed en minachting. Brontekst: תֵּ֥אָלַ֗מְנָה (tealamna) = laat verstommen | שִׂפְתֵ֫י (siftei) = de lippen van | שָׁ֥קֶר (shaqer) = leugen | הַדֹּבְר֖וֹת (hadoverot) = die spreken | עַל (al) = over | צַדִּ֥יק (tsadiq) = de rechtvaardige | עָתָ֗ק (ataq) = brutaal | בְּגַאֲוָ֥ה (begaava) = met hoogmoed | וָבֽוּז (vavuz) = en minachting Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 2:3; Ps 94:4; Jes 54:17; Mat 12:24; Jud 1:15 ### Hoe groot is Uw goedheid **31:20** Hoe groot is Uw goedheid, die U hebt weggelegd voor wie U vrezen. U hebt het gedaan voor wie bij U schuilen, voor de ogen van de mensenkinderen. Brontekst: מָ֤ה (ma) = hoe | רַֽב (rav) = groot | טוּבְךָ֮ (tuvekha) = Uw goedheid | אֲשֶׁר (asher) = die | צָפַ֪נְתָּ (tsafanta) = U hebt weggelegd | לִּֽירֵ֫אֶ֥יךָ (lireeikha) = voor wie U vrezen | פָּ֭עַלְתָּ (paalta) = U hebt het gedaan | לַחֹסִ֣ים (lachosim) = voor wie schuilen | בָּ֑ךְ (bakh) = bij U | נֶ֝֗גֶד (neged) = voor de ogen van | בְּנֵ֣י (benei) = de zonen van | אָדָם (adam) = de mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 64:3; Klaagl 3:23–25; 1 Kor 2:9; Kol 3:2–4; 1 Petr 1:4–5 **31:21** U verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht voor de samenzweringen van mensen. U bergt hen weg in een hut voor de twist van tongen. Brontekst: תַּסְתִּירֵ֤ם (tastirem) = U verbergt hen | בְּסֵ֥תֶר (beseter) = in het verborgene van | פָּנֶיךָ֮ (paneikha) = Uw aangezicht | מֵֽרֻכְסֵ֫י (merukhsei) = voor de samenzweringen van | אִ֥ישׁ (ish) = een mens | תִּצְפְּנֵ֥ם (titspenem) = U bergt hen weg | בְּסֻכָּ֗ה (besuka) = in een hut | מֵרִ֥יב (meriv) = voor twist van | לְשֹׁנֽוֹת (leshonot) = tongen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:21; Ps 27:5; Ps 32:7; Ps 64:3–5; Ps 91:1–4 **31:22** Gezegend is Yahweh, want Hij heeft Zijn trouw aan mij wonderbaar getoond in een stad onder beleg. Brontekst: בָּר֥וּךְ (barukh) = gezegend | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֥י (ki) = want | הִפְלִ֘יא (hifli) = Hij heeft wonderbaar getoond | חַסְדּ֥וֹ (chasdo) = Zijn trouw | לִ֝֗י (li) = aan mij | בְּעִ֣יר (beir) = in een stad | מָצֽוֹר (matsor) = onder beleg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָצוֹר (matsor), ‘beleg’: de Masoretische klinkers geven ‘een stad onder beleg’. Het woord kan ook ‘versterkte (stad)’ betekenen. Zie ook: 1 Sam 23:7–13; Ps 17:7; Ps 98:1; Jer 1:18; 1 Petr 2:9 **31:23** Ik zei in mijn haast: „Ik ben weggesneden uit Uw ogen.” Toch hebt U de stem van mijn smeking gehoord toen ik tot U om hulp riep. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | אָ֘מַ֤רְתִּי (amarti) = zei ik | בְחָפְזִ֗י (bechafezi) = in mijn haast | נִגְרַזְתִּי֮ (nigrazti) = ik ben weggesneden | מִנֶּ֪גֶד (mineged) = uit het zicht van | עֵ֫ינֶ֥יךָ (eineikha) = Uw ogen | אָכֵ֗ן (akhen) = toch | שָׁ֭מַעְתָּ (shamata) = U hebt gehoord | ק֥וֹל (qol) = de stem van | תַּחֲנוּנַ֗י (tachanunay) = mijn smeking | בְּשַׁוְּעִ֥י (beshavei) = toen ik om hulp riep | אֵלֶֽיךָ (eleikha) = tot U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 35:14; Ps 6:10; Ps 88:17; Ps 116:11; Heb 5:7 **31:24** Heb Yahweh lief, al Zijn getrouwen. Yahweh behoedt de betrouwbaren, maar Hij betaalt overvloedig terug aan wie hoogmoed doet. Brontekst: אֶֽהֱב֥וּ (ehevu) = heb lief | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כָּֽל (kal) = al | חֲסִ֫ידָ֥יו (chasidav) = Zijn getrouwen | אֱ֭מוּנִים (emunim) = betrouwbaren | נֹצֵ֣ר (notser) = behoedt | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּמְשַׁלֵּ֥ם (umeshalem) = en Hij betaalt terug | עַל (al) = overvloedig | יֶ֝֗תֶר (yeter) = aan wie | עֹשֵׂ֥ה (ose) = doet | גַאֲוָֽה (gaava) = hoogmoed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱמוּנִים (emunim), ‘betrouwbaren’: wie trouw en betrouwbaar blijven. Zie ook: Ps 34:10; Ps 94:2; Ps 97:10; Ps 145:20; Joh 10:27–30 ### Wees sterk **31:25** Wees sterk en laat jullie hart moed vatten, jullie allen die op Yahweh wachten. Brontekst: חִ֭זְקוּ (chizqu) = wees sterk | וְיַאֲמֵ֣ץ (veyaamets) = en laat moed vatten | לְבַבְכֶ֑ם (levavkhem) = jullie hart | כָּל (kal) = allen | הַ֝מְיַחֲלִ֗ים (hamyachalim) = de wachtenden | לַיהוָֽה (laYahweh) = op Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:14; Ps 29:11; Ps 146:5; Jes 35:3–4; Kol 1:11 ## Psalmen 32 _Gelukkig wie vergeven is_ ### Gelukkig wie vergeven is **32:1** Van David. Een maskil. Gelukkig is hij wiens overtreding is vergeven, wiens zonde is bedekt. Brontekst: לְדָוִ֗ד (ledavid) = van David | מַ֫שְׂכִּ֥יל (maskil) = een maskil | אַשְׁרֵ֥י (ashrei) = gelukkig | נְֽשׂוּי (nesuy) = vergeven | פֶּ֗שַׁע (pesha) = overtreding | כְּס֣וּי (kesuy) = bedekt | חֲטָאָֽה (chataa) = zonde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַשְׂכִּיל (maskil): een woord bij psalmtitels. De betekenis is onzeker. Het kan ‘onderwijzend lied’ of ‘lied met inzicht’ betekenen. Wij laten ‘maskil’ staan. Voetnoot : נְשׂוּי־פֶשַׁע (nesui fesha), ‘vergeven overtreding’: letterlijk ‘weggedragen’ (נָשָׂא, nasa, ‘dragen’). Wie vergeeft, draagt de schuld weg. Wij vertalen hier ‘vergeven’, zoals in vers 5. Voetnoot : פֶּשַׁע (pesha), ‘overtreding’, חַטָּאָה (chatta’ah), ‘zonde’ en עָוֺן (avon), ‘schuld’: drie woorden voor wat de mens verkeerd doet. Wij houden ze elk bij één vaste weergave, zoals in Lev. 16:21. Rom. 4:7–8 haalt deze verzen aan. Zie ook: Lev 16:21; Ps 32:5; Ps 85:3; Jes 43:25; Jes 44:22; Hand 13:38–39; Rom 4:6–8; Rom 4:7–8 **32:2** Gelukkig is de mens aan wie Yahweh geen schuld toerekent en in wiens geest geen bedrog is. Brontekst: אַ֥שְֽׁרֵי (ashrei) = gelukkig | אָדָ֗ם (adam) = mens | לֹ֤א (lo) = niet | יַחְשֹׁ֬ב (yachshov) = rekent toe | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | ל֣וֹ (lo) = aan hem | עָוֺ֑ן (avon) = schuld | וְאֵ֖ין (veein) = en niet is | בְּרוּח֣וֹ (berucho) = in zijn geest | רְמִיָּה (remiya) = bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Lev 17:4; Joh 1:47; 2 Kor 5:19–21; 1 Petr 2:1–2; Openb 14:5 ### Zwijgen en belijden **32:3** Toen ik zweeg, teerden mijn beenderen weg, terwijl ik de hele dag brulde. Brontekst: כִּֽי (ki) = toen | הֶ֭חֱרַשְׁתִּי (hecherashti) = ik zweeg | בָּל֣וּ (balu) = teerden weg | עֲצָמָ֑י (atsamay) = mijn beenderen | בְּ֝שַׁאֲגָתִ֗י (beshaagati) = door mijn brullen | כָּל (kal) = de hele | הַיּֽוֹם (hayom) = dag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:2; Ps 38:4; Ps 38:9; Spr 28:13; Klaagl 3:8 **32:4** Want dag en nacht lag Uw hand zwaar op mij. Mijn levenssap werd veranderd in zomerse droogte. Sela. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | יוֹמָ֣ם (yomam) = dag | וָלַיְלָה֮ (valayla) = en nacht | תִּכְבַּ֥ד (tikhbad) = lag zwaar | עָלַ֗י (alay) = op mij | יָ֫דֶ֥ךָ (yadekha) = Uw hand | נֶהְפַּ֥ךְ (nehpakh) = werd veranderd | לְשַׁדִּ֑י (leshadi) = mijn levenssap | בְּחַרְבֹ֖נֵי (becharvonei) = in de droogte van | קַ֣יִץ (qayits) = zomer | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela): een woord in de psalmen waarvan de betekenis onzeker is, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Wij laten ‘Sela’ staan. Voetnoot : לְשַׁדִּי (leshadi), ‘mijn levenssap’: het vocht van het leven. Het woord is zeldzaam; het kan ook ‘mijn vet’ of ‘mijn kracht’ betekenen. Zie ook: Job 33:7; 1 Sam 5:11; Ps 22:16; Ps 38:3–9; Ps 39:11–12 **32:5** Mijn zonde maakte ik aan U bekend en mijn schuld heb ik niet bedekt. Ik zei: „Ik zal mijn overtredingen aan Yahweh belijden.” En U hebt de schuld van mijn zonde vergeven. Sela. Brontekst: חַטָּאתִ֨י (chatati) = mijn zonde | אוֹדִ֪יעֲךָ֡ (odiakha) = maakte ik bekend aan U | וַעֲוֺ֘נִ֤י (vaavoni) = en mijn schuld | לֹֽא (lo) = niet | כִסִּ֗יתִי (kisiti) = heb ik bedekt | אָמַ֗רְתִּי (amarti) = ik zei | אוֹדֶ֤ה (ode) = ik zal belijden | עֲלֵ֣י (alei) = over mij | פְ֭שָׁעַי (peshaay) = mijn overtredingen | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = aan Yahweh | וְאַתָּ֨ה (veata) = en U | נָ֘שָׂ֤אתָ (nasata) = hebt vergeven | עֲוֺ֖ן (avon) = de schuld van | חַטָּאתִ֣י (chatati) = mijn zonde | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אוֹדֶה (odeh), ‘ik zal belijden’: van het werkwoord ידה (yadah). Het betekent ‘danken’ en ook ‘belijden’. Hier gaat het om belijden van schuld. Zie ook: 2 Sam 12:13; Ps 30:6; Ps 38:19; Ps 51:5–7; Spr 28:13 **32:6** Daarom bidt iedere getrouwe tot U in een tijd waarin U te vinden bent. Zeker, de overstroming van grote wateren zal hem niet bereiken. Brontekst: עַל (al) = daarom | זֹ֡את (zot) = dit | יִתְפַּלֵּ֬ל (yitpalel) = bidt | כָּל (kal) = iedere | חָסִ֨יד (chasid) = getrouwe | אֵלֶיךָ֮ (eleikha) = tot U | לְעֵ֪ת (leet) = in een tijd | מְ֫צֹ֥א (metso) = te vinden | רַ֗ק (raq) = zeker | לְ֭שֵׁטֶף (leshetef) = de overstroming van | מַ֣יִם (mayim) = wateren | רַבִּ֑ים (rabim) = grote | אֵ֝לָ֗יו (elav) = tot hem | לֹ֣א (lo) = niet | יַגִּֽיעוּ (yagiu) = zal bereiken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: לְעֵת מְצֹא (le’et metso), ‘in een tijd van vinden’: de woorden zijn moeilijk. Wij lezen ‘in een tijd waarin U te vinden bent’. Een andere lezing is ‘in de tijd dat men schuld vindt’. Wij laten het open. Zie ook: Ps 34:3–6; Spr 1:28; Jes 43:2; Jes 55:6; 2 Kor 6:2 **32:7** U bent een schuilplaats voor mij. U bewaart mij voor benauwdheid. U omringt mij met jubel om ontkoming. Sela. Brontekst: אַתָּ֤ה (ata) = U | סֵ֥תֶר (seter) = schuilplaats | לִי֮ (li) = voor mij | מִצַּ֪ר (mitsar) = voor benauwdheid | תִּ֫צְּרֵ֥נִי (titsereni) = bewaart U mij | רָנֵּ֥י (ranei) = jubel van | פַלֵּ֑ט (palet) = ontkoming | תְּס֖וֹבְבֵ֣נִי (tesoveveni) = omringt U mij | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 9:10; Ps 27:5; Ps 91:1; Ps 119:114; Ps 143:9 ### Een raad en een waarschuwing **32:8** Ik zal je inzicht geven en je onderwijzen in de weg die je moet gaan. Ik zal je raad geven, mijn oog is op je. Brontekst: אַשְׂכִּֽילְךָ֨ (askilekha) = ik zal je inzicht geven | וְֽאוֹרְךָ֗ (veorekha) = en onderwijzen | בְּדֶֽרֶךְ (bederekh) = in de weg | ז֥וּ (zu) = deze | תֵלֵ֑ךְ (telekh) = die je gaat | אִֽיעֲצָ֖ה (iatsa) = ik zal raad geven | עָלֶ֣יךָ (aleikha) = op jou | עֵינִֽי (eini) = mijn oog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt niet wie spreekt in de verzen 8 en 9. Het kan Yahweh zijn, die de dichter antwoordt, maar ook de dichter zelf, die anderen onderwijst. Wij laten de tekst zwart staan en schrijven geen hoofdletters. Zie ook: Ps 25:8–10; Ps 33:18; Spr 3:5–6; Spr 8:10–11; Mat 11:29 **32:9** Wees niet als een paard, als een muildier zonder verstand. Met bit en toom, zijn tuig, moet men het bedwingen. Anders komt het niet bij je. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּֽהְי֤וּ (tihyu) = wees | כְּס֥וּס (kesus) = als een paard | כְּפֶרֶד֮ (kefered) = als een muildier | אֵ֤ין (ein) = zonder | הָ֫בִ֥ין (havin) = verstand | בְּמֶֽתֶג (bemeteg) = met bit | וָרֶ֣סֶן (varesen) = en toom | עֶדְי֣וֹ (edyo) = zijn tuig | לִבְל֑וֹם (livlom) = om te bedwingen | בַּ֝֗ל (bal) = anders | קְרֹ֣ב (qerov) = nadert | אֵלֶֽיךָ (eleikha) = naar je toe Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: בַּל קְרֹב אֵלֶיךָ (bal qarov elecha) is moeilijk: ‘anders komt het niet bij je’. Het woord עֶדְיוֹ (edyo) kan ‘zijn tuig’ of ‘zijn bek’ betekenen. Wij vertalen ‘tuig’. Zie ook: Job 35:11; Spr 26:3; Jer 4:22; Jer 8:6–7; Jak 3:3 **32:10** Veel pijnen heeft de goddeloze, maar wie op Yahweh vertrouwt, hem omringt trouw. Brontekst: רַבִּ֥ים (rabim) = velen | מַכְאוֹבִ֗ים (makhovim) = pijnen | לָרָ֫שָׁ֥ע (larasha) = voor de goddeloze | וְהַבּוֹטֵ֥חַ (vehaboteach) = maar wie vertrouwt | בַּיהוָ֑ה (baYahweh) = op Yahweh | חֶ֝֗סֶד (chesed) = trouw | יְסוֹבְבֶֽנּוּ (yesovevenu) = omringt hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 147:11; Spr 13:21; Spr 16:20; Jes 12:2–3; Rom 2:8–9 **32:11** Wees blij in Yahweh en verheug u, rechtvaardigen. Jubel, jullie allen die oprecht van hart zijn. Brontekst: שִׂמְח֬וּ (simchu) = wees blij | בַֽיהוָ֣ה (baYahweh) = in Yahweh | וְ֭גִילוּ (vegilu) = en verheug u | צַדִּיקִ֑ים (tsadiqim) = rechtvaardigen | וְ֝הַרְנִ֗ינוּ (veharninu) = en jubel | כָּל (kal) = allen | יִשְׁרֵי (yishrei) = oprechten van | לֵֽב (lev) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 12:12; Ps 5:12; Ps 64:11; Ps 97:12; Fil 4:4 ## Psalmen 33 _Een nieuw lied voor de Schepper en Koning_ ### Een nieuw lied **33:1** Jubel in Yahweh, rechtvaardigen. Voor de oprechten betaamt lofzang. Brontekst: רַנְּנ֣וּ (ranenu) = jubel | צַ֭דִּיקִים (tsadiqim) = rechtvaardigen | בַּֽיהוָ֑ה (baYahweh) = in Yahweh | לַ֝יְשָׁרִ֗ים (laysharim) = voor de oprechten | נָאוָ֥ה (nava) = betaamt | תְהִלָּֽה (tehila) = lofzang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 32:11; Ps 97:12; Ps 118:15; Ps 147:1; Fil 4:4 **33:2** Dank Yahweh met de lier. Speel voor Hem op de harp met tien snaren. Brontekst: הוֹד֣וּ (hodu) = dank | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = Yahweh | בְּכִנּ֑וֹר (bekhinor) = met de lier | בְּנֵ֥בֶל (benevel) = op de harp | עָ֝שׂ֗וֹר (asor) = met tien snaren | זַמְּרוּ (zameru) = speel | לֽוֹ (lo) = voor Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’ en נֵבֶל (nevel), ‘harp’: twee snaarinstrumenten. עָשׂוֹר (asor), ‘tiental’: een harp met tien snaren. Zie ook: Ex 15:20; Ps 98:4–5; Ps 144:9; Ps 150:3–6; Openb 14:2 **33:3** Zing voor Hem een nieuw lied. Speel goed, met jubelgeroep. Brontekst: שִֽׁירוּ (shiru) = zing | ל֭וֹ (lo) = voor Hem | שִׁ֣יר (shir) = een lied | חָדָ֑שׁ (chadash) = nieuw | הֵיטִ֥יבוּ (heitivu) = speel goed | נַ֝גֵּ֗ן (nagen) = de snaren | בִּתְרוּעָֽה (bitrua) = met jubelgeroep Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׁיר חָדָשׁ (shir chadash), ‘nieuw lied’: een lied voor een nieuwe daad van Yahweh. Vergelijk Ps. 96:1. Zie ook: 1 Kron 25:7; Ps 96:1; Ps 144:9; Jes 42:10; Ef 5:19 ### Het woord van Yahweh schept **33:4** Want recht is het woord van Yahweh, en al Zijn werk is betrouwbaar. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | יָשָׁ֥ר (yashar) = recht | דְּבַר (devar) = het woord van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְכָל (vekhal) = en al | מַ֝עֲשֵׂ֗הוּ (maasehu) = Zijn werk | בֶּאֱמוּנָֽה (beemuna) = in betrouwbaarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:4; Ps 12:7; Ps 19:9; Spr 30:5; Tit 1:2 **33:5** Hij houdt van gerechtigheid en recht. De aarde is vol van de trouw van Yahweh. Brontekst: אֹ֭הֵב (ohev) = Hij houdt van | צְדָקָ֣ה (tsedaqa) = gerechtigheid | וּמִשְׁפָּ֑ט (umishpat) = en recht | חֶ֥סֶד (chesed) = de trouw van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מָלְאָ֥ה (malea) = vol is | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 11:7; Ps 45:8; Ps 104:24; Ps 119:64; Mat 5:45 **33:6** Door het woord van Yahweh zijn de hemelen gemaakt, en door de adem van Zijn mond heel hun leger. Brontekst: בִּדְבַ֣ר (bidvar) = door het woord van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | שָׁמַ֣יִם (shamayim) = hemelen | נַעֲשׂ֑וּ (naasu) = zijn gemaakt | וּבְר֥וּחַ (uveruach) = en door de adem van | פִּ֝֗יו (piv) = Zijn mond | כָּל (kal) = heel | צְבָאָֽם (tsevaam) = hun leger Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘geest’, ‘adem’ of ‘wind’: bij de mond van Yahweh vertalen wij ‘adem’. Het ‘leger van de hemelen’ (צְבָאָם, tsevaam) zijn de sterren en de hemelse wezens. Zie ook: Job 33:4; Ps 33:9; Joh 1:1–3; 2 Petr 3:5; Heb 11:3 **33:7** Hij verzamelt het water van de zee als een dam. Hij legt de waterdiepten in voorraadkamers. Brontekst: כֹּנֵ֣ס (kones) = verzamelend | כַּ֭נֵּד (kaned) = als een dam | מֵ֣י (mei) = het water van | הַיָּ֑ם (hayam) = de zee | נֹתֵ֖ן (noten) = leggend | בְּאֹצָר֣וֹת (beotsarot) = in voorraadkamers | תְּהוֹמֽוֹת (tehomot) = waterdiepten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֵד (ned), ‘dam’: een opgetast water, zoals in Exod. 15:8. Voetnoot : תְּהוֹמוֹת (tehomot), ‘waterdiepten’: de diepe wateren, zoals in Gen. 1:2. Zie ook: Gen 1:2; Gen 1:9–10; Ex 15:8; Joz 3:13; Joz 3:16; Hab 3:15 **33:8** Laat heel de aarde Yahweh vrezen. Laat alle bewoners van de wereld voor Hem beven. Brontekst: יִֽירְא֣וּ (yireu) = laten vrezen | מֵ֭יְהוָה (meYahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = heel | הָאָ֑רֶץ (haarets) = de aarde | מִמֶּ֥נּוּ (mimenu) = voor Hem | יָ֝ג֗וּרוּ (yaguru) = laten beven | כָּל (kal) = alle | יֹשְׁבֵ֥י (yoshevei) = bewoners van | תֵבֵֽל (tevel) = de wereld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:28; Ps 96:9–10; Jer 10:7–12; Openb 14:6–7; Openb 15:4 **33:9** Want Hij zei, en het was er. Hij gebood, en het bleef staan. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | ה֣וּא (hu) = Hij | אָמַ֣ר (amar) = zei | וַיֶּ֑הִי (vayehi) = en het was er | הֽוּא (hu) = Hij | צִ֝וָּ֗ה (tsiva) = gebood | וַֽיַּעֲמֹֽד (vayaamod) = en het bleef staan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk de schepping door het woord in Gen. 1:3. Zie ook: Gen 1:3; Ps 33:6; Ps 148:5–6; Kol 1:16–17; Openb 4:11 ### Yahweh doorkruist de plannen van de volken **33:10** Yahweh maakt de raad van de volken ongedaan. Hij verijdelt de plannen van de naties. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | הֵפִ֥יר (hefir) = maakt ongedaan | עֲצַת (atsat) = de raad van | גּוֹיִ֑ם (goyim) = volken | הֵ֝נִ֗יא (heni) = verijdelt | מַחְשְׁב֥וֹת (machshevot) = plannen van | עַמִּֽים (amim) = naties Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:12–13; 2 Sam 15:31; Ps 21:12; Spr 21:30; Jes 44:25 **33:11** De raad van Yahweh houdt stand voor eeuwig, de plannen van Zijn hart van geslacht op geslacht. Brontekst: עֲצַ֣ת (atsat) = de raad van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | תַּעֲמֹ֑ד (taamod) = houdt stand | מַחְשְׁב֥וֹת (machshevot) = plannen van | לִ֝בּ֗וֹ (libo) = Zijn hart | לְדֹ֣ר (ledor) = van geslacht | וָדֹֽר (vador) = op geslacht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 23:13; Spr 19:21; Jes 14:24; Jes 46:10; Jes 55:8–9 **33:12** Gelukkig het volk wiens Elohim Yahweh is, het volk dat Hij als erfdeel voor Zichzelf heeft gekozen. Brontekst: אַשְׁרֵ֣י (ashrei) = gelukkig | הַ֭גּוֹי (hagoy) = het volk | אֲשֶׁר (asher) = dat | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהָ֑יו (elohav) = zijn Elohim is | הָעָ֓ם (haam) = het volk | בָּחַ֖ר (bachar) = Hij heeft gekozen | לְנַחֲלָ֣ה (lenachala) = als erfdeel | לֽוֹ (lo) = voor Zichzelf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 7:6–8; Ps 144:15; Joh 15:16; Ef 1:4; 1 Petr 2:9 ### Yahweh ziet alle mensen **33:13** Yahweh kijkt neer vanuit de hemel. Hij ziet alle mensenkinderen. Brontekst: מִ֭שָּׁמַיִם (mishamayim) = vanuit de hemel | הִבִּ֣יט (hibit) = kijkt neer | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | רָ֝אָ֗ה (raa) = Hij ziet | אֶֽת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = alle | בְּנֵ֥י (benei) = zonen van | הָאָדָֽם (haadam) = de mens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 28:24; Ps 11:4; Ps 53:3; Spr 15:3; Heb 4:13 **33:14** Vanuit de plaats waar Hij woont, kijkt Hij toe op alle bewoners van de aarde. Brontekst: מִֽמְּכוֹן (mimekhon) = vanuit de plaats van | שִׁבְתּ֥וֹ (shivto) = Zijn woning | הִשְׁגִּ֑יחַ (hishgiach) = kijkt Hij toe | אֶ֖ל (el) = op | כָּל (kal) = alle | יֹשְׁבֵ֣י (yoshevei) = bewoners van | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kon 8:27; 1 Kon 8:39; 1 Kon 8:43; Jes 66:1; Luc 11:2 **33:15** Hij vormt het hart van hen allemaal. Hij let op al hun werk. Brontekst: הַיֹּצֵ֣ר (hayotser) = de vormende | יַ֣חַד (yachad) = allemaal | לִבָּ֑ם (libam) = hun hart | הַ֝מֵּבִ֗ין (hamevin) = de lettende | אֶל (el) = op | כָּל (kal) = al | מַעֲשֵׂיהֶֽם (maaseihem) = hun werk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: יַחַד (yachad), ‘samen’ of ‘gelijk’: het kan betekenen ‘hij vormt hun hart, alle tegelijk’ of ‘op gelijke wijze’. Wij vertalen ‘van hen allemaal’. Zie ook: Ps 44:22; Hos 7:2; Jer 32:19; Hand 17:26; 1 Kor 4:5 ### Geen leger redt **33:16** Een koning wordt niet gered door een groot leger. Een held wordt niet bevrijd door veel kracht. Brontekst: אֵֽין (ein) = niet is | הַ֭מֶּלֶךְ (hamelekh) = de koning | נוֹשָׁ֣ע (nosha) = gered | בְּרָב (berav) = door groot | חָ֑יִל (chayil) = leger | גִּ֝בּ֗וֹר (gibor) = een held | לֹֽא (lo) = niet | יִנָּצֵ֥ל (yinatsel) = wordt bevrijd | בְּרָב (berav) = door groot | כֹּֽחַ (koach) = kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 7:2; Ps 44:4; Ps 44:7–8; 2 Kron 32:8–9; Jer 9:22 **33:17** Het paard is bedrog voor redding. Met zijn grote kracht laat het niemand ontkomen. Brontekst: שֶׁ֣קֶר (sheqer) = bedrog | הַ֭סּוּס (hasus) = het paard | לִתְשׁוּעָ֑ה (litshua) = voor redding | וּבְרֹ֥ב (uverov) = en met grote | חֵ֝יל֗וֹ (cheilo) = zijn kracht | לֹ֣א (lo) = niet | יְמַלֵּֽט (yemalet) = laat ontkomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 39:19–25; Ps 20:8; Ps 147:10; Spr 21:31; Hos 14:4 **33:18** Zie, het oog van Yahweh is op wie Hem vrezen, op wie wachten op Zijn trouw. Brontekst: הִנֵּ֤ה (hine) = zie | עֵ֣ין (ein) = het oog van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֶל (el) = op | יְרֵאָ֑יו (yereav) = wie Hem vrezen | לַֽמְיַחֲלִ֥ים (lamyachalim) = op wie wachten | לְחַסְדּֽוֹ (lechasdo) = op Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 36:7; Ps 34:16–21; Ps 147:11; 1 Petr 3:12; Heb 6:18 **33:19** Hij bevrijdt hun ziel van de dood en houdt hen in leven in de honger. Brontekst: לְהַצִּ֣יל (lehatsil) = om te bevrijden | מִמָּ֣וֶת (mimavet) = van de dood | נַפְשָׁ֑ם (nafsham) = hun ziel | וּ֝לְחַיּוֹתָ֗ם (ulechayotam) = en om hen in leven te houden | בָּרָעָֽב (baraav) = in honger Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier het leven van de mens, het hele wezen. Zie ook: Job 5:19–22; Ps 37:19; Spr 10:3; Jes 33:16; Mat 6:31–33 ### Onze ziel wacht op Yahweh **33:20** Onze ziel ziet uit naar Yahweh. Hij is onze hulp en ons schild. Brontekst: נַ֭פְשֵׁנוּ (nafshenu) = onze ziel | חִכְּתָ֣ה (chiketa) = ziet uit | לַֽיהוָ֑ה (laYahweh) = naar Yahweh | עֶזְרֵ֖נוּ (ezrenu) = onze hulp | וּמָגִנֵּ֣נוּ (umaginenu) = en ons schild | הֽוּא (hu) = Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חִכְּתָה (chikketah), ‘ziet uit naar’: wacht met verlangen. Het is een ander woord dan ‘wachten op’ (יָחַל, yachal) in vers 18 en 22. Zie ook: 1 Kron 5:20; Ps 27:14; Ps 33:18; Ps 33:22; Ps 115:9–12; Ps 130:5–6; Jes 40:31 **33:21** Want ons hart is blij in Hem, want op Zijn heilige naam vertrouwen wij. Brontekst: כִּי (ki) = want | ב֭וֹ (bo) = in Hem | יִשְׂמַ֣ח (yismach) = is blij | לִבֵּ֑נוּ (libenu) = ons hart | כִּ֤י (ki) = want | בְשֵׁ֖ם (beshem) = op de naam van | קָדְשׁ֣וֹ (qadesho) = Zijn heiligheid | בָטָֽחְנוּ (batachenu) = vertrouwen wij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 13:6; Ps 30:11–13; Jes 25:9; Zach 10:7; Joh 16:22 **33:22** Laat Uw trouw over ons zijn, Yahweh, zoals wij op U wachten. Brontekst: יְהִֽי (yehi) = laat zijn | חַסְדְּךָ֣ (chasdekha) = Uw trouw | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | עָלֵ֑ינוּ (aleinu) = over ons | כַּ֝אֲשֶׁ֗ר (kaasher) = zoals | יִחַ֥לְנוּ (yichalnu) = wij wachten | לָֽךְ (lakh) = op U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 5:12–13; Ps 13:6; Ps 119:49; Ps 119:76; Mat 9:29 ## Psalmen 34 _Proef en zie dat Yahweh goed is_ ### Opschrift **34:1** Van David, toen hij voor Abimelech zijn gedrag veranderde. Die joeg hem weg en hij ging heen. Brontekst: לְדָוִ֗ד (ledavid) = van David | בְּשַׁנּוֹת֣וֹ (beshanoto) = toen hij veranderde | אֶת (et) = (obj.) | טַ֭עְמוֹ (tamo) = zijn gedrag | לִפְנֵ֣י (lifnei) = voor het aangezicht van | אֲבִימֶ֑לֶךְ (avimelekh) = Abimelech | וַֽ֝יְגָרֲשֵׁ֗הוּ (vaygarashehu) = en die joeg hem weg | וַיֵּלַֽךְ (vayelakh) = en hij ging Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : טַעַם (ta’am), ‘gedrag’: letterlijk ‘smaak’, daarna ‘oordeel’ of ‘gedrag’. Wij vertalen zoals in 1 Sam. 21:14. Voetnoot : אֲבִימֶלֶךְ (Abimelech): in 1 Sam. 21:11–16 heet de koning van Gat Achis. Abimelech is waarschijnlijk een titel of tweede naam van de Filistijnse koning, zoals in Gen. 20:2 en 26:1. Zie ook: Gen 20:2; Gen 26:1; 1 Sam 21:11–16; 1 Sam 21:14; Ps 71:8; Ps 145:1–2; 1 Tess 5:18; Ef 5:20; Kol 3:17 ### Ik zal Yahweh zegenen **34:2** Ik zal Yahweh zegenen op elk moment. Zijn lof is voortdurend in mijn mond. Brontekst: אֲבָרֲכָ֣ה (avarakha) = ik zal zegenen | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּכָל (bekhal) = op elk | עֵ֑ת (et) = moment | תָּ֝מִ֗יד (tamid) = voortdurend | תְּֽהִלָּת֥וֹ (tehilato) = Zijn lof | בְּפִֽי (befi) = in mijn mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Deze psalm is een acrostichon: elk vers begint met een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet. De letter vav (ו) ontbreekt, en aan het eind staat een extra vers met de letter pe (פ) in vers 23. Zie ook: Ps 34:23; Ps 71:8; Ps 145:1–2; 1 Tess 5:18; Ef 5:20; Kol 3:17 **34:3** In Yahweh beroemt mijn ziel zich. Laat de nederigen het horen en blij zijn. Brontekst: בַּ֭יהוָה (baYahweh) = in Yahweh | תִּתְהַלֵּ֣ל (tithalel) = beroemt zich | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | יִשְׁמְע֖וּ (yishmeu) = laten horen | עֲנָוִ֣ים (anavim) = de nederigen | וְיִשְׂמָֽחוּ (veyismachu) = en laten blij zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier de dichter zelf, zijn hele wezen. Voetnoot : עֲנָוִים (anavim), ‘nederigen’: mensen die klein zijn voor Yahweh, zonder aanspraak op macht. Zie ook: Ps 22:23–25; Ps 44:9; Ps 119:74; Jer 9:23; 1 Kor 1:31 **34:4** Maak Yahweh groot met mij. Laat ons samen Zijn naam verheffen. Brontekst: גַּדְּל֣וּ (gadelu) = maak groot | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = Yahweh | אִתִּ֑י (iti) = met mij | וּנְרוֹמְמָ֖ה (uneromema) = en laat ons verheffen | שְׁמ֣וֹ (shemo) = Zijn naam | יַחְדָּֽו (yachdav) = samen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:17; Ps 69:31; Ps 148:1–14; Luc 1:46; Openb 19:5–6 **34:5** Ik zocht Yahweh en Hij antwoordde mij. Hij bevrijdde mij van al mijn angsten. Brontekst: דָּרַ֣שְׁתִּי (darashti) = ik zocht | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | וְעָנָ֑נִי (veanani) = en Hij antwoordde mij | וּמִכָּל (umikal) = en van al | מְ֝גוּרוֹתַ֗י (megurotay) = mijn angsten | הִצִּילָֽנִי (hitsilani) = bevrijdde Hij mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:7; Ps 56:4; Ps 116:1–6; Mat 7:7; 2 Tim 1:7 **34:6** Zij keken naar Hem en straalden, en hun gezicht werd niet beschaamd. Brontekst: הִבִּ֣יטוּ (hibitu) = zij keken | אֵלָ֣יו (elav) = naar Hem | וְנָהָ֑רוּ (venaharu) = en straalden | וּ֝פְנֵיהֶ֗ם (ufeneihem) = en hun gezicht | אַל (al) = niet | יֶחְפָּֽרוּ (yechparu) = werd beschaamd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: הִבִּיטוּ (hibbitu) kan een gebod zijn (‘Kijk naar Hem en straal’) of een verleden tijd (‘zij keken’). Wij volgen de klinkers van de Masoretische tekst: verleden tijd. Zie ook: Ps 18:29; Ps 25:3; Ps 123:1–2; Jes 60:5; Heb 12:2 **34:7** Deze ellendige riep, en Yahweh hoorde. Hij redde hem uit al zijn noden. Brontekst: זֶ֤ה (ze) = deze | עָנִ֣י (ani) = ellendige | קָ֭רָא (qara) = riep | וַיהוָ֣ה (vaYahweh) = en Yahweh | שָׁמֵ֑עַ (shamea) = hoorde | וּמִכָּל (umikal) = en uit al | צָ֝רוֹתָ֗יו (tsarotav) = zijn noden | הוֹשִׁיעֽוֹ (hoshio) = redde Hij hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:5; Ps 10:17; Ps 34:18–20; Ps 40:18; Ps 66:16–20 **34:8** De engel van Yahweh legert zich rondom wie Hem vrezen, en ontrukt hen. Brontekst: חֹנֶ֤ה (chone) = legert zich | מַלְאַךְ (malakh) = de engel van | יְהוָ֓ה (Yahweh) = Yahweh | סָ֘בִ֤יב (saviv) = rondom | לִֽירֵאָ֗יו (lireav) = wie Hem vrezen | וַֽיְחַלְּצֵֽם (vaychaletsem) = en ontrukt hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 91:11; 2 Kon 6:17; 2 Kon 19:35; Dan 6:23; Heb 1:14 ### Proef en zie **34:9** Proef en zie dat Yahweh goed is. Gelukkig de man die bij Hem schuilt. Brontekst: טַעֲמ֣וּ (taamu) = proef | וּ֭רְאוּ (ureu) = en zie | כִּי (ki) = dat | ט֣וֹב (tov) = goed is | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אַֽשְׁרֵ֥י (ashrei) = gelukkig | הַ֝גֶּ֗בֶר (hagever) = de man | יֶחֱסֶה (yechese) = die schuilt | בּֽוֹ (bo) = bij Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַשְׁרֵי (ashrei), ‘gelukkig’: wie zo leeft, is gezegend en tevreden. Zie ook 1 Petr. 2:3. Zie ook: Ps 63:6; Ps 119:103; Jer 31:14; 1 Petr 2:2–3; 1 Petr 2:3; Heb 6:4–5 **34:10** Vrees Yahweh, Zijn heiligen, want wie Hem vrezen, lijden geen gebrek. Brontekst: יְר֣אוּ (yeru) = vrees | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | קְדֹשָׁ֑יו (qedoshav) = Zijn heiligen | כִּי (ki) = want | אֵ֥ין (ein) = niet is | מַ֝חְס֗וֹר (machsor) = gebrek | לִירֵאָֽיו (lireav) = voor wie Hem vrezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 23:1; Ps 31:24; Luc 12:30–32; Rom 8:32; Fil 4:19 **34:11** Jonge leeuwen lijden gebrek en honger, maar wie Yahweh zoeken, ontberen geen enkel goed. Brontekst: כְּ֭פִירִים (kefirim) = jonge leeuwen | רָשׁ֣וּ (rashu) = lijden gebrek | וְרָעֵ֑בוּ (veraevu) = en honger | וְדֹרְשֵׁ֥י (vedoreshei) = maar wie zoeken | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לֹא (lo) = niet | יַחְסְר֥וּ (yachseru) = ontberen zij | כָל (kal) = enig | טֽוֹב (tov) = goed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 4:10–11; Ps 84:12; Ps 104:21; Mat 6:32; Luc 1:51–53 ### Een onderwijs over de vrees voor Yahweh **34:12** Kom, kinderen, luister naar mij. Ik zal jullie de vrees voor Yahweh leren. Brontekst: לְֽכוּ (lekhu) = kom | בָ֭נִים (banim) = kinderen | שִׁמְעוּ (shimu) = luister | לִ֑י (li) = naar mij | יִֽרְאַ֥ת (yirat) = de vrees voor | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אֲלַמֶּדְכֶֽם (alamedkhem) = ik zal jullie leren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִרְאַת יְהוָה (yirat Yahweh), ‘de vrees voor Yahweh’: ontzag en eerbied voor Yahweh. Zie ook: Ps 32:8; Ps 111:10; Spr 1:7; Spr 2:1–9; Jes 28:9 **34:13** Wie is de man die het leven wil, die dagen liefheeft om het goede te zien? Brontekst: מִֽי (mi) = wie | הָ֭אִישׁ (haish) = de man | הֶחָפֵ֣ץ (hechafets) = die verlangt | חַיִּ֑ים (chayim) = leven | אֹהֵ֥ב (ohev) = die liefheeft | יָ֝מִ֗ים (yamim) = dagen | לִרְא֥וֹת (lirot) = om te zien | טֽוֹב (tov) = het goede Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De verzen 13–17 worden aangehaald in 1 Petr. 3:10–12. Zie ook: Deut 6:2; Deut 30:20; Ps 91:16; Pred 12:13; 1 Petr 3:10–12 **34:14** Behoed je tong voor kwaad en je lippen voor het spreken van bedrog. Brontekst: נְצֹ֣ר (netsor) = behoed | לְשׁוֹנְךָ֣ (leshonekha) = je tong | מֵרָ֑ע (mera) = voor kwaad | וּ֝שְׂפָתֶ֗יךָ (usefateikha) = en je lippen | מִדַּבֵּ֥ר (midaber) = voor het spreken van | מִרְמָֽה (mirma) = bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 141:3; Spr 21:23; Jak 1:26; Jak 3:5–10; 1 Petr 2:22 **34:15** Wijk af van het kwaad en doe het goede. Zoek vrede en jaag erop na. Brontekst: ס֣וּר (sur) = wijk af | מֵ֭רָע (mera) = van kwaad | וַעֲשֵׂה (vaase) = en doe | ט֑וֹב (tov) = het goede | בַּקֵּ֖שׁ (baqesh) = zoek | שָׁל֣וֹם (shalom) = vrede | וְרָדְפֵֽהוּ (veradefehu) = en jaag na Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:27; Rom 12:9; 1 Petr 3:11; Heb 12:14; 3 Joh 1:11 ### Yahweh ziet de rechtvaardigen **34:16** De ogen van Yahweh zijn op de rechtvaardigen en Zijn oren zijn bij hun hulpgeroep. Brontekst: עֵינֵ֣י (einei) = de ogen van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֶל (el) = zijn op | צַדִּיקִ֑ים (tsadiqim) = rechtvaardigen | וְ֝אָזְנָ֗יו (veazenav) = en Zijn oren | אֶל (el) = zijn bij | שַׁוְעָתָֽם (shavatam) = hun hulpgeroep Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 36:7; Ps 33:18; Ps 34:18; Ps 130:2; 1 Petr 3:12 **34:17** Het aangezicht van Yahweh is tegen wie kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde weg te snijden. Brontekst: פְּנֵ֣י (penei) = het aangezicht van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בְּעֹ֣שֵׂי (beosei) = is tegen wie doen | רָ֑ע (ra) = kwaad | לְהַכְרִ֖ית (lehakhrit) = om af te snijden | מֵאֶ֣רֶץ (meerets) = van de aarde | זִכְרָֽם (zikhram) = hun gedachtenis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זִכְרָם (zichram), ‘hun gedachtenis’: wat van hen herinnerd wordt. ‘Afsnijden’ (כָּרַת, karat) betekent hier uitroeien. Zie ook: Job 18:17; Lev 17:10; Spr 10:7; Jer 17:13; Jer 44:11 **34:18** Zij riepen om hulp, en Yahweh hoorde. Hij bevrijdde hen uit al hun noden. Brontekst: צָעֲק֣וּ (tsaaqu) = zij riepen om hulp | וַיהוָ֣ה (vaYahweh) = en Yahweh | שָׁמֵ֑עַ (shamea) = hoorde | וּמִכָּל (umikal) = en uit al | צָ֝רוֹתָ֗ם (tsarotam) = hun noden | הִצִּילָֽם (hitsilam) = bevrijdde Hij hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:7; Ps 34:20; Ps 91:15; Ps 145:18–20; Jes 65:24 **34:19** Yahweh is nabij aan wie gebroken van hart zijn. Hij redt wie verbrijzeld van geest zijn. Brontekst: קָר֣וֹב (qarov) = nabij | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לְנִשְׁבְּרֵי (lenishberei) = aan de gebrokenen van | לֵ֑ב (lev) = hart | וְֽאֶת (veet) = en | דַּכְּאֵי (dakeei) = de verbrijzelden van | ר֥וּחַ (ruach) = geest | יוֹשִֽׁיעַ (yoshia) = redt Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 51:19; Ps 145:18; Ps 147:3; Jes 57:15; Jes 61:1 **34:20** Veel kwaad treft de rechtvaardige, maar uit alles bevrijdt Yahweh hem. Brontekst: רַ֭בּוֹת (rabot) = veel | רָע֣וֹת (raot) = kwaad | צַדִּ֑יק (tsadiq) = de rechtvaardige | וּ֝מִכֻּלָּ֗ם (umikulam) = en uit alles | יַצִּילֶ֥נּוּ (yatsilenu) = bevrijdt hem | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָעוֹת (ra’ot), ‘kwaad’ (meervoud): rampen en lijden. Het is van hetzelfde grondwoord als ‘kwaad’ in vers 14, 15, 17 en 22. Zie ook: Ps 34:7; Ps 34:14; Ps 34:15; Ps 34:17; Ps 34:18; Ps 34:22; Joh 16:33; 2 Kor 4:17; 1 Petr 4:12–13 **34:21** Hij bewaart al zijn beenderen. Niet één van hen is gebroken. Brontekst: שֹׁמֵ֥ר (shomer) = bewaart | כָּל (kal) = al | עַצְמוֹתָ֑יו (atsmotav) = zijn beenderen | אַחַ֥ת (achat) = één | מֵ֝הֵ֗נָּה (mehena) = van hen | לֹ֣א (lo) = niet | נִשְׁבָּֽרָה (nishbara) = is gebroken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk Exod. 12:46 en Num. 9:12, waar van het paaslam geen been gebroken mag worden. Joh. 19:36 verwijst naar deze woorden. Zie ook: Ex 12:46; Num 9:12; Ps 35:10; Ps 91:12; Dan 6:23–25; Joh 19:36 **34:22** Het kwaad zal de goddeloze doden. Wie de rechtvaardige haten, zullen schuldig zijn. Brontekst: תְּמוֹתֵ֣ת (temotet) = zal doden | רָשָׁ֣ע (rasha) = de goddeloze | רָעָ֑ה (raa) = het kwaad | וְשֹׂנְאֵ֖י (vesoneei) = en wie haten | צַדִּ֣יק (tsadiq) = de rechtvaardige | יֶאְשָֽׁמוּ (yeshamu) = zullen schuldig zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָשַׁם (asham), ‘schuldig zijn’: het werkwoord voor schuld dragen en ervoor boeten. Het is verwant aan ‘schuldoffer’. Zie ook: Ps 37:12–15; Ps 89:24; Ps 94:23; Spr 24:16; Jes 3:11 ### Yahweh koopt vrij **34:23** Yahweh koopt de ziel van Zijn dienaren vrij. Allen die bij Hem schuilen, zullen niet schuldig zijn. Brontekst: פּוֹדֶ֣ה (pode) = koopt vrij | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | נֶ֣פֶשׁ (nefesh) = de ziel van | עֲבָדָ֑יו (avadav) = Zijn dienaren | וְלֹ֥א (velo) = en niet | יֶ֝אְשְׁמ֗וּ (yeshemu) = zullen schuldig zijn | כָּֽל (kal) = allen | הַחֹסִ֥ים (hachosim) = die schuilen | בּֽוֹ (bo) = bij Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פּוֹדֶה (podeh), ‘koopt vrij’: van פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’: een losgeld betalen om iemand vrij te maken. Zie ook: 2 Sam 4:9; Ps 31:6; Ps 71:23; Ps 103:4; 1 Petr 1:18–19 ## Psalmen 35 _Een bede om recht tegen valse vijanden_ ### Yahweh, voer mijn strijd **35:1** Van David. Twist, Yahweh, met wie met mij twisten. Vecht tegen wie tegen mij vechten. Brontekst: לְדָוִ֨ד (ledavid) = van David | רִיבָ֣ה (riva) = twist | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֶת (et) = (obj.) | יְרִיבַ֑י (yerivay) = mijn tegenstanders | לְ֝חַ֗ם (lecham) = vecht | אֶת (et) = (obj.) | לֹֽחֲמָֽי (lochamay) = mijn bestrijders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רִיבָה (rivah), ‘twist’: het woord uit het recht. De dichter ziet zijn nood tegelijk als een rechtszaak en als een gevecht. Vergelijk ‘mijn rechtszaak’ in vers 23. Zie ook: Ps 35:23; Ps 43:1; Ps 119:154; Spr 23:11; Jes 49:25; Jer 51:36 **35:2** Grijp het kleine en het grote schild en sta op om mij te helpen. Brontekst: הַחֲזֵ֣ק (hachazeq) = grijp | מָגֵ֣ן (magen) = klein schild | וְצִנָּ֑ה (vetsina) = en groot schild | וְ֝ק֗וּמָה (vequma) = en sta op | בְּעֶזְרָתִֽי (beezrati) = tot mijn hulp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:3; Deut 32:41–42; Ps 7:13–14; Ps 91:4; Jes 42:13 **35:3** Trek de speer en sluit de weg af voor mijn vervolgers. Zeg tegen mijn ziel: „Ik ben je redding.” Brontekst: וְהָ֘רֵ֤ק (vehareq) = trek | חֲנִ֣ית (chanit) = speer | וּ֭סְגֹר (usegor) = en sluit af | לִקְרַ֣את (liqrat) = tegemoet | רֹדְפָ֑י (rodefay) = mijn vervolgers | אֱמֹ֥ר (emor) = zeg | לְ֝נַפְשִׁ֗י (lenafshi) = tot mijn ziel | יְֽשֻׁעָתֵ֥ךְ (yeshuatekh) = je redding | אָֽנִי (ani) = ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de levende mens met zijn adem en verlangen. Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ (vers 4 en 7). Voetnoot : Zeg tegen mijn ziel: de dichter vraagt Yahweh dit te zeggen. Het is een gevraagde uitspraak en geen uitspraak van Yahweh zelf; daarom staat ze niet in het rood. Voetnoot Lezing: וּסְגֹר (usegor) is in de Masoretische tekst een gebiedende wijs, ‘sluit af’: sluit de weg voor de vervolgers. Sommige uitleggers lezen het als een wapen, ‘strijdbijl’. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Ps 27:2; Ps 35:4; Ps 35:7; Ps 51:14; Ps 91:16; Jes 8:9–10; Jes 12:2 **35:4** Mogen zij beschaamd en vernederd worden, die mijn leven zoeken. Mogen zij achteruit wijken en schaamrood worden, die kwaad tegen mij beramen. Brontekst: יֵבֹ֣שׁוּ (yevoshu) = mogen beschaamd worden | וְיִכָּלְמוּ֮ (veyikalemu) = en vernederd worden | מְבַקְשֵׁ֪י (mevaqshei) = zoekers van | נַ֫פְשִׁ֥י (nafshi) = mijn leven | יִסֹּ֣גוּ (yisogu) = mogen wijken | אָח֣וֹר (achor) = achteruit | וְיַחְפְּר֑וּ (veyachperu) = en schaamrood worden | חֹ֝שְׁבֵ֗י (choshevei) = bedenkers van | רָעָתִֽי (raati) = mijn kwaad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:18–19; Ps 35:26; Ps 38:13; Ps 70:3–4; Jer 46:5 **35:5** Mogen zij zijn als kaf voor de wind, terwijl de engel van Yahweh hen wegdrijft. Brontekst: יִֽהְי֗וּ (yihyu) = mogen zij zijn | כְּמֹ֥ץ (kemots) = als kaf | לִפְנֵי (lifnei) = voor | ר֑וּחַ (ruach) = wind | וּמַלְאַ֖ךְ (umalakh) = en engel van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | דּוֹחֶֽה (doche) = wegdrijvend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַלְאַךְ יְהוָה (malach Yahweh), ‘engel van Yahweh’: hier een bode die Yahwehs strijd uitvoert. Zie ook Ps. 34:8. Zie ook: Job 21:18; Ex 14:19; Ps 34:8; Hos 13:3; Jes 29:5; Jes 37:36 **35:6** Moge hun weg duisternis en gladheid zijn, terwijl de engel van Yahweh hen achtervolgt. Brontekst: יְֽהִי (yehi) = moge zijn | דַרְכָּ֗ם (darkam) = hun weg | חֹ֥שֶׁךְ (choshekh) = duisternis | וַחֲלַקְלַקּ֑וֹת (vachalaqlaqot) = en gladheid | וּמַלְאַ֥ךְ (umalakh) = en engel van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | רֹדְפָֽם (rodefam) = hun vervolger Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 73:18; Spr 4:19; Jer 13:16; Jer 23:12 **35:7** Want zonder reden hebben zij hun net voor mij verborgen in een kuil. Zonder reden hebben zij een kuil gegraven voor mijn leven. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | חִנָּ֣ם (chinam) = zonder reden | טָֽמְנוּ (tamenu) = zij verborgen | לִ֭י (li) = voor mij | שַׁ֣חַת (shachat) = kuil | רִשְׁתָּ֑ם (rishtam) = hun net | חִ֝נָּ֗ם (chinam) = zonder reden | חָפְר֥וּ (chaferu) = zij groeven | לְנַפְשִֽׁי (lenafshi) = voor mijn leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 18:8; Ps 9:16; Ps 25:3; Ps 140:6; Joh 15:25 **35:8** Moge verwoesting hem overvallen zonder dat hij het weet. Moge zijn net, dat hij verborg, hem vangen. Moge hij erin vallen, in de verwoesting. Brontekst: תְּבוֹאֵ֣הוּ (tevoehu) = moge komen over hem | שׁוֹאָה֮ (shoa) = verwoesting | לֹֽא (lo) = niet | יֵ֫דָ֥ע (yeda) = hij weet | וְרִשְׁתּ֣וֹ (verishto) = en zijn net | אֲשֶׁר (asher) = dat | טָמַ֣ן (taman) = hij verborg | תִּלְכְּד֑וֹ (tilkedo) = moge vangen hem | בְּ֝שׁוֹאָ֗ה (beshoa) = in verwoesting | יִפָּל (yipal) = moge hij vallen | בָּֽהּ (bah) = daarin Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 9:16; Ps 57:7; Ps 141:9–10; Spr 5:22; Luc 21:34 **35:9** Maar mijn ziel zal jubelen in Yahweh. Zij zal zich verheugen in Zijn redding. Brontekst: וְ֭נַפְשִׁי (venafshi) = en mijn ziel | תָּגִ֣יל (tagil) = zal jubelen | בַּיהוָ֑ה (baYahweh) = in Yahweh | תָּ֝שִׂישׂ (tasis) = zal zich verheugen | בִּישׁוּעָתֽוֹ (bishuato) = in Zijn redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 48:12; Ps 58:11–12; Jes 61:10; Hab 3:18; Luc 1:46–47 **35:10** Al mijn beenderen zullen zeggen: „Yahweh, wie is zoals U? U bevrijdt de ellendige van wie sterker is dan hij; U bevrijdt de ellendige en de arme van wie hem berooft.” Brontekst: כָּ֥ל (kal) = al | עַצְמוֹתַ֨י (atsmotay) = mijn beenderen | תֹּאמַרְנָה֮ (tomarna) = zullen zeggen | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מִ֥י (mi) = wie | כָ֫מ֥וֹךָ (kamokha) = zoals U | מַצִּ֣יל (matsil) = bevrijder van | עָ֭נִי (ani) = ellendige | מֵחָזָ֣ק (mechazaq) = van sterker | מִמֶּ֑נּוּ (mimenu) = dan hij | וְעָנִ֥י (veani) = en ellendige | וְ֝אֶבְי֗וֹן (veevyon) = en arme | מִגֹּזְלֽוֹ (migozelo) = van zijn berover Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:11; Ps 51:10; Ps 86:8; Ps 109:31; Ps 140:13 ### Kwaad voor goed **35:11** Getuigen van geweld staan op. Zij ondervragen mij over dingen die ik niet weet. Brontekst: יְ֭קוּמוּן (yequmun) = zij staan op | עֵדֵ֣י (edei) = getuigen van | חָמָ֑ס (chamas) = geweld | אֲשֶׁ֥ר (asher) = wat | לֹא (lo) = niet | יָ֝דַ֗עְתִּי (yadati) = ik wist | יִשְׁאָלֽוּנִי (yishaluni) = zij ondervragen mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֵדֵי חָמָס (edei chamas), ‘getuigen van geweld’: valse getuigen die met geweld een zaak winnen. Zie ook Exod. 23:1. Zie ook: Ex 23:1; 1 Sam 24:10; Ps 27:12; Mat 26:59–60; Hand 6:13; Hand 24:5–6 **35:12** Zij vergelden mij kwaad voor goed. Mijn ziel is beroofd. Brontekst: יְשַׁלְּמ֣וּנִי (yeshalemuni) = zij vergelden mij | רָ֭עָה (raa) = kwaad | תַּ֥חַת (tachat) = in plaats van | טוֹבָ֗ה (tova) = goed | שְׁכ֣וֹל (shekhol) = verlies | לְנַפְשִֽׁי (lenafshi) = voor mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁכוֹל (shekol), ‘verlies’: eigenlijk het verlies van kinderen. Het woord beschrijft hier de leegte die de dichter voelt. Zie ook: Ps 38:21; Spr 17:13; Jer 18:20; Luc 23:21–23; Joh 10:32 **35:13** Maar ik droeg een rouwkleed toen zij ziek waren. Ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde terug in mijn boezem. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | בַּחֲלוֹתָ֡ם (bachalotam) = toen zij ziek waren | לְב֬וּשִׁי (levushi) = mijn kleed | שָׂ֗ק (saq) = rouwkleed | עִנֵּ֣יתִי (ineiti) = ik kwelde | בַצּ֣וֹם (batsom) = met vasten | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | וּ֝תְפִלָּתִ֗י (utefilati) = en mijn gebed | עַל (al) = op | חֵיקִ֥י (cheiqi) = mijn boezem | תָשֽׁוּב (tashuv) = keerde terug Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 30:25; Lev 16:31; Ps 69:11–12; Jes 58:5; Mat 5:44 **35:14** Alsof het mijn vriend en mijn broer was, liep ik rond. Als iemand die rouwt om zijn moeder, boog ik mij, in het zwart gehuld. Brontekst: כְּרֵֽעַ (kerea) = als vriend | כְּאָ֣ח (keach) = als broer | לִ֭י (li) = voor mij | הִתְהַלָּ֑כְתִּי (hithalakhti) = ik liep rond | כַּאֲבֶל (kaavel) = als rouwende om | אֵ֝֗ם (em) = moeder | קֹדֵ֥ר (qoder) = in het zwart | שַׁחֽוֹתִי (shachoti) = ik boog mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 24:67; 2 Sam 1:11–12; 2 Sam 1:17–27; Ps 38:7; Luc 19:41–42 **35:15** Maar bij mijn val verheugden zij zich en kwamen samen. Aanvallers kwamen samen tegen mij, zonder dat ik het wist. Zij scheurden en zwegen niet. Brontekst: וּבְצַלְעִי֮ (uvetsali) = en bij mijn val | שָׂמְח֪וּ (samechu) = zij verheugden zich | וְֽנֶאֱ֫סָ֥פוּ (veneesafu) = en verzamelden zich | נֶאֶסְפ֬וּ (neesfu) = zij verzamelden zich | עָלַ֣י (alay) = tegen mij | נֵ֭כִים (nekhim) = aanvallers | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יָדַ֑עְתִּי (yadati) = ik wist | קָֽרְע֥וּ (qareu) = zij scheurden | וְלֹא (velo) = en niet | דָֽמּוּ (damu) = zij zwegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֵכִים (nekim), ‘aanvallers’: het woord is zeldzaam en de betekenis onzeker. Het komt van het werkwoord ‘slaan’. Voetnoot : צֶלַע (tsela), ‘val’: een misstap of struikeling. Het woord staat ook in Ps. 38:18. Zie ook: Ps 7:3; Ps 38:18; Ps 71:10–11; Jer 20:10; Mat 27:27–30; Mar 14:65 **35:16** Met onheilige spotters, om een koek, knarsen zij met hun tanden tegen mij. Brontekst: בְּ֭חַנְפֵי (bechanfei) = met onheiligen | לַעֲגֵ֣י (laagei) = spotters van | מָע֑וֹג (maog) = koek | חָרֹ֖ק (charoq) = knarsen | עָלַ֣י (alay) = tegen mij | שִׁנֵּֽימוֹ (shineimo) = hun tanden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: לַעֲגֵי מָעוֹג (la’agei ma’og), letterlijk ‘spotters van een koek’. De betekenis is onzeker. Waarschijnlijk zijn het mensen die voor een maaltijd spot drijven. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Job 16:9; Ps 37:12; Klaagl 2:16; Joh 18:28; Hand 7:54 ### Hoelang kijkt U toe? **35:17** Mijn Heer, hoelang kijkt U toe? Breng mijn ziel terug van hun verwoestingen, mijn enige van de jonge leeuwen. Brontekst: אֲדֹנָי֮ (adonay) = mijn Heer | כַּמָּ֪ה (kama) = hoelang | תִּ֫רְאֶ֥ה (tire) = kijkt U toe | הָשִׁ֣יבָה (hashiva) = breng terug | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | מִשֹּׁאֵיהֶ֑ם (mishoeihem) = van hun verwoestingen | מִ֝כְּפִירִ֗ים (mikefirim) = van jonge leeuwen | יְחִידָתִֽי (yechidati) = mijn enige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh. Voetnoot : יְחִידָתִי (yechidati), ‘mijn enige’: het leven dat niet te vervangen is. Zie ook Ps. 22:21. Zie ook: Ps 22:21–22; Ps 57:5; Ps 74:9–10; Ps 94:3–4; Hab 1:13 **35:18** Ik zal U loven in de grote vergadering. Onder een machtig volk zal ik U prijzen. Brontekst: א֭וֹדְךָ (odekha) = ik zal U loven | בְּקָהָ֣ל (beqahal) = in vergadering | רָ֑ב (rav) = grote | בְּעַ֖ם (beam) = onder volk | עָצ֣וּם (atsum) = machtig | אֲהַֽלְלֶֽךָּ (ahalleka) = ik zal U prijzen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:23–26; Ps 116:14; Ps 116:18; Jes 25:3; Heb 2:12 **35:19** Laat mijn vijanden, die met leugen tegen mij zijn, zich niet over mij verheugen. Laat mijn haters, zonder reden, niet met het oog knipogen. Brontekst: אַֽל (al) = niet | יִשְׂמְחוּ (yismechu) = laten zich verheugen | לִ֣י (li) = over mij | אֹיְבַ֣י (oyevay) = mijn vijanden | שֶׁ֑קֶר (sheqer) = leugen | שֹׂנְאַ֥י (soneay) = mijn haters | חִ֝נָּ֗ם (chinam) = zonder reden | יִקְרְצוּ (yiqretsu) = laten knipogen | עָֽיִן (ayin) = oog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 13:5; Ps 38:20; Ps 69:5; Spr 6:13; Joh 15:25 **35:20** Want zij spreken geen vrede. Tegen de rustigen van het land bedenken zij woorden van bedrog. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹ֥א (lo) = niet | שָׁל֗וֹם (shalom) = vrede | יְדַ֫בֵּ֥רוּ (yedaberu) = zij spreken | וְעַ֥ל (veal) = en tegen | רִגְעֵי (rigei) = rustigen van | אֶ֑רֶץ (erets) = het land | דִּבְרֵ֥י (divrei) = woorden van | מִ֝רְמוֹת (mirmot) = bedrog | יַחֲשֹׁבֽוּן (yachashovun) = zij bedenken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 36:4–5; Jer 11:19; Mat 12:24; Mat 26:4; 1 Petr 2:22–23 **35:21** Zij sperren hun mond wijd tegen mij open. Zij zeggen: „Aha, aha! Onze ogen hebben het gezien.” Brontekst: וַיַּרְחִ֥יבוּ (vayarchivu) = en zij sperren open | עָלַ֗י (alay) = tegen mij | פִּ֫יהֶ֥ם (pihem) = hun mond | אָ֭מְרוּ (ameru) = zij zeggen | הֶאָ֣ח (heach) = aha | הֶאָ֑ח (heach) = aha | רָאֲתָ֥ה (raata) = heeft gezien | עֵינֵֽינוּ (eineinu) = onze ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:14; Ps 40:16; Ps 54:9; Ps 70:4; Luc 11:53–54 ### Doe mij recht, Yahweh **35:22** U hebt het gezien, Yahweh. Zwijg niet. Mijn Heer, wees niet ver van mij. Brontekst: רָאִ֣יתָה (raita) = U hebt gezien | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אַֽל (al) = niet | תֶּחֱרַ֑שׁ (techerash) = zwijg | אֲ֝דֹנָ֗י (adonay) = mijn Heer | אֲל (al) = niet | תִּרְחַ֥ק (tirchaq) = wees ver | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = van mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 3:7; Ps 10:1; Ps 22:12; Ps 28:1; Jes 65:6 **35:23** Word wakker en ontwaak voor mijn recht, mijn Elohim en mijn Heer, voor mijn rechtszaak. Brontekst: הָעִ֣ירָה (haira) = word wakker | וְ֭הָקִיצָה (vehaqitsa) = en ontwaak | לְמִשְׁפָּטִ֑י (lemishpati) = voor mijn recht | אֱלֹהַ֖י (elohay) = mijn Elohim | וַֽאדֹנָ֣י (vadonay) = en mijn Heer | לְרִיבִֽי (lerivi) = voor mijn rechtszaak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 7:7; Ps 44:24; Ps 59:5; Ps 89:27; Joh 20:28 **35:24** Doe mij recht naar Uw gerechtigheid, Yahweh, mijn Elohim. Laat hen zich niet over mij verheugen. Brontekst: שָׁפְטֵ֣נִי (shafeteni) = doe mij recht | כְ֭צִדְקְךָ (ketsidqekha) = naar Uw gerechtigheid | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהָ֗י (elohay) = mijn Elohim | וְאַל (veal) = en niet | יִשְׂמְחוּ (yismechu) = laten zij zich verheugen | לִֽי (li) = over mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 7:9; Ps 26:1; Ps 35:19; Ps 43:1; 2 Tess 1:6 **35:25** Laat hen niet in hun hart zeggen: „Aha, ons verlangen!” Laat hen niet zeggen: „Wij hebben hem verslonden.” Brontekst: אַל (al) = niet | יֹאמְר֣וּ (yomru) = laten zij zeggen | בְ֭לִבָּם (belibam) = in hun hart | הֶאָ֣ח (heach) = aha | נַפְשֵׁ֑נוּ (nafshenu) = ons verlangen | אַל (al) = niet | יֹ֝אמְר֗וּ (yomru) = laten zij zeggen | בִּֽלַּעֲנֽוּהוּ (bilaanuhu) = wij hebben hem verslonden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 20:19; Ps 124:3; Klaagl 2:16; Mat 27:43; Mar 2:6 **35:26** Mogen zij samen beschaamd en schaamrood worden, die zich over mijn ongeluk verheugen. Mogen zij die zich tegen mij groot maken, met schande en smaad bekleed worden. Brontekst: יֵ֘בֹ֤שׁוּ (yevoshu) = mogen beschaamd worden | וְיַחְפְּר֨וּ (veyachperu) = en schaamrood worden | יַחְדָּו֮ (yachdav) = samen | שְׂמֵחֵ֪י (semechei) = zich verheugenden over | רָעָ֫תִ֥י (raati) = mijn ongeluk | יִֽלְבְּשׁוּ (yilbeshu) = mogen zij zich kleden in | בֹ֥שֶׁת (boshet) = schande | וּכְלִמָּ֑ה (ukhelima) = en smaad | הַֽמַּגְדִּילִ֥ים (hamagdilim) = de zich groot makenden | עָלָֽי (alay) = tegen mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 8:22; Job 19:5; Ps 38:17; Ps 132:18; Jes 41:11 **35:27** Mogen zij jubelen en zich verheugen, die mijn gerechtigheid wensen. Mogen zij steeds zeggen: „Groot is Yahweh, die vrede wenst voor Zijn dienaar.” Brontekst: יָרֹ֣נּוּ (yaronu) = mogen zij jubelen | וְיִשְׂמְחוּ֮ (veyismechu) = en zich verheugen | חֲפֵצֵ֪י (chafetsei) = wensers van | צִ֫דְקִ֥י (tsidqi) = mijn gerechtigheid | וְיֹאמְר֣וּ (veyomru) = en mogen zij zeggen | תָ֭מִיד (tamid) = steeds | יִגְדַּ֣ל (yigdal) = is groot | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | הֶ֝חָפֵ֗ץ (hechafets) = die wenst | שְׁל֣וֹם (shelom) = vrede van | עַבְדּֽוֹ (avdo) = Zijn dienaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:17; Ps 149:4; Spr 8:18; Sef 3:17; Jer 32:40–41 **35:28** Dan zal mijn tong over Uw gerechtigheid spreken, de hele dag over Uw lof. Brontekst: וּ֭לְשׁוֹנִי (uleshoni) = en mijn tong | תֶּהְגֶּ֣ה (tehge) = zal mompelen | צִדְקֶ֑ךָ (tsidqekha) = Uw gerechtigheid | כָּל (kal) = heel | הַ֝יּוֹם (hayom) = de dag | תְּהִלָּתֶֽךָ (tehilatekha) = Uw lof Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 51:16–17; Ps 71:24; Ps 104:33–34; Ps 145:5; Ps 145:21 ## Psalmen 36 _De goddeloze en de trouw van Yahweh_ ### Opschrift **36:1** Voor de koorleider. Van de dienaar van Yahweh, van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֬חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לְעֶֽבֶד (leeved) = van de dienaar van | יְהוָ֬ה (Yahweh) = Yahweh | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Wij kiezen ‘koorleider’. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : עֶבֶד יְהוָה (eved Yahweh), ‘dienaar van Yahweh’: een eretitel, hier voor David. Zie ook: Ps 112:1; Spr 8:13; Spr 16:6; Mat 12:33–34; Rom 3:18 ### De overtreding spreekt tot de goddeloze **36:2** Een uitspraak van de overtreding aan de goddeloze, diep in mijn hart: er is geen vrees voor Elohim voor zijn ogen. Brontekst: נְאֻֽם (neum) = uitspraak van | פֶּ֣שַׁע (pesha) = overtreding | לָ֭רָשָׁע (larasha) = aan de goddeloze | בְּקֶ֣רֶב (beqerev) = in het binnenste van | לִבִּ֑י (libi) = mijn hart | אֵֽין (ein) = er is niet | פַּ֥חַד (pachad) = vrees voor | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | לְנֶ֣גֶד (leneged) = voor | עֵינָֽיו (einav) = zijn ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְאֻם (ne’um), ‘uitspraak’: het woord dat gewoonlijk bij een uitspraak van Yahweh staat. Hier spreekt de overtreding zelf. Voetnoot Lezing: De Masoretische tekst heeft ‘in het binnenste van mijn hart’. Sommige oude vertalingen hebben ‘zijn hart’. Wij volgen de Masoretische tekst: de dichter hoort de overtreding in zichzelf spreken. Zie ook: Ps 112:1; Spr 8:13; Spr 16:6; Mat 12:33–34; Rom 3:18 **36:3** Want hij vleit zichzelf in zijn eigen ogen. Zijn ongerechtigheid zal niet gevonden en gehaat worden. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הֶחֱלִ֣יק (hecheliq) = hij vleit | אֵלָ֣יו (elav) = zichzelf | בְּעֵינָ֑יו (beeinav) = in zijn ogen | לִמְצֹ֖א (limtso) = om te vinden | עֲוֺנ֣וֹ (avono) = zijn ongerechtigheid | לִשְׂנֹֽא (lisno) = om te haten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: De zin is moeilijk. Letterlijk staat er: ‘om zijn ongerechtigheid te vinden, te haten’. Wij begrijpen: hij maakt zichzelf wijs dat zijn ongerechtigheid niet gevonden en gehaat zal worden. De betekenis is onzeker. Zie ook: Deut 29:18; 1 Kron 10:13–14; Ps 10:3; Ps 49:19; Rom 7:9 **36:4** De woorden van zijn mond zijn onheil en bedrog. Hij is gestopt met inzicht te hebben en goed te doen. Brontekst: דִּבְרֵי (divrei) = woorden van | פִ֭יו (piv) = zijn mond | אָ֣וֶן (aven) = onheil | וּמִרְמָ֑ה (umirma) = en bedrog | חָדַ֖ל (chadal) = hij is opgehouden | לְהַשְׂכִּ֣יל (lehaskil) = om inzicht te hebben | לְהֵיטִֽיב (leheitiv) = om goed te doen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 10:7; Ps 55:22; Jer 4:22; Mat 22:15–18; 1 Joh 2:19 **36:5** Onheil bedenkt hij op zijn bed. Hij stelt zich op een weg die niet goed is. Het kwaad wijst hij niet af. Brontekst: אָ֤וֶן (aven) = onheil | יַחְשֹׁ֗ב (yachshov) = bedenkt hij | עַֽל (al) = op | מִשְׁכָּ֫ב֥וֹ (mishkavo) = zijn bed | יִ֭תְיַצֵּב (yityatsev) = hij stelt zich op | עַל (al) = op | דֶּ֣רֶךְ (derekh) = weg | לֹא (lo) = niet | ט֑וֹב (tov) = goed | רָ֝֗ע (ra) = kwaad | לֹ֣א (lo) = niet | יִמְאָֽס (yimas) = wijst hij af Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 97:10; Spr 4:16; Jes 65:2; Mi 2:1; Rom 12:9 ### Uw trouw reikt tot de hemel **36:6** Yahweh, tot in de hemel reikt Uw trouw, Uw betrouwbaarheid tot aan de wolken. Brontekst: יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בְּהַשָּׁמַ֣יִם (behashamayim) = in de hemel | חַסְדֶּ֑ךָ (chasdekha) = Uw trouw | אֱ֝מֽוּנָתְךָ֗ (emunatekha) = Uw betrouwbaarheid | עַד (ad) = tot | שְׁחָקִֽים (shechaqim) = wolken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Voetnoot : אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: dat wat vaststaat en waarop men kan bouwen. Zie ook: Ps 57:11; Ps 89:3; Ps 100:5; Ps 103:11; Ps 108:5 **36:7** Uw gerechtigheid is als de bergen van El, Uw recht als de grote watermassa. Mens en dier redt U, Yahweh. Brontekst: צִדְקָֽתְךָ֨ (tsidqatekha) = Uw gerechtigheid | כְּֽהַרְרֵי (keharrei) = als de bergen van | אֵ֗ל (el) = El | מִ֭שְׁפָּטֶךָ (mishpatekha) = Uw recht | תְּה֣וֹם (tehom) = watermassa | רַבָּ֑ה (raba) = grote | אָ֤דָֽם (adam) = mens | וּבְהֵמָ֖ה (uvehema) = en dier | תוֹשִׁ֣יעַ (toshia) = redt U | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַרְרֵי אֵל (harrei El), ‘bergen van El’: het kan ‘machtige bergen’ betekenen. Wij laten ‘El’ staan. Voetnoot : תְּהוֹם (tehom), ‘watermassa’: de diepe wateren. Zo vertalen wij het woord ook in Gen. 1:2. Zie ook: Gen 1:2; Ps 71:19; Ps 77:20; Jes 40:28; Neh 9:6; Rom 11:33 **36:8** Hoe kostbaar is Uw trouw, Elohim! De mensenkinderen schuilen in de schaduw van Uw vleugels. Brontekst: מַה (ma) = hoe | יָּקָ֥ר (yaqar) = kostbaar | חַסְדְּךָ֗ (chasdekha) = Uw trouw | אֱלֹ֫הִ֥ים (Elohim) = Elohim | וּבְנֵ֥י (uvenei) = en zonen van | אָדָ֑ם (adam) = mens | בְּצֵ֥ל (betsel) = in de schaduw van | כְּ֝נָפֶ֗יךָ (kenafeikha) = Uw vleugels | יֶחֱסָיֽוּן (yechesayun) = schuilen zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ruth 2:12; Ps 86:5; Ps 91:4; 1 Joh 3:1; 1 Joh 4:9–10 **36:9** Zij worden verzadigd met het vette van Uw huis. U laat hen drinken uit de beek van Uw verrukkingen. Brontekst: יִ֭רְוְיֻן (yirveyun) = zij worden verzadigd | מִדֶּ֣שֶׁן (mideshen) = van het vette van | בֵּיתֶ֑ךָ (beitekha) = Uw huis | וְנַ֖חַל (venachal) = en beek van | עֲדָנֶ֣יךָ (adaneikha) = Uw verrukkingen | תַשְׁקֵֽם (tashqem) = laat U hen drinken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲדָנֶיךָ (adanecha), ‘Uw verrukkingen’: het woord klinkt aan op Eden (עֵדֶן). De dichter beschrijft Yahwehs huis als een plaats van overvloed. Vergelijk Gen. 2:10. Zie ook: Gen 2:10; Ps 16:11; Ps 65:5; Jes 25:6; Jes 58:11; Jer 31:12–14 **36:10** Want bij U is de bron van het leven. In Uw licht zien wij licht. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | עִ֭מְּךָ (imekha) = bij U | מְק֣וֹר (meqor) = bron van | חַיִּ֑ים (chayim) = leven | בְּ֝אוֹרְךָ֗ (beorekha) = in Uw licht | נִרְאֶה (nire) = zien wij | אֽוֹר (or) = licht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joh 4:10; Joh 4:14; Joh 7:37–39; Joh 8:12; 1 Joh 1:7 ### Houd Uw trouw aan **36:11** Houd Uw trouw aan voor wie U kennen, en Uw gerechtigheid voor wie oprecht van hart zijn. Brontekst: מְשֹׁ֣ךְ (meshokh) = houd aan | חַ֭סְדְּךָ (chasdekha) = Uw trouw | לְיֹדְעֶ֑יךָ (leyodeeikha) = voor wie U kennen | וְ֝צִדְקָֽתְךָ֗ (vetsidqatekha) = en Uw gerechtigheid | לְיִשְׁרֵי (leyishrei) = voor oprechten van | לֵֽב (lev) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 9:11; Ps 97:10–11; Jer 22:16; Jer 24:7; Heb 8:11 **36:12** Laat de voet van de hoogmoed mij niet bereiken. Laat de hand van de goddelozen mij niet wegjagen. Brontekst: אַל (al) = niet | תְּ֭בוֹאֵנִי (tevoeni) = laat bereiken mij | רֶ֣גֶל (regel) = voet van | גַּאֲוָ֑ה (gaava) = hoogmoed | וְיַד (veyad) = en hand van | רְ֝שָׁעִ֗ים (reshaim) = goddelozen | אַל (al) = niet | תְּנִדֵֽנִי (tenideni) = laat wegjagen mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 40:11–12; Ps 12:4–6; Ps 16:8; Ps 123:3–4; Jes 51:23 **36:13** Daar zijn zij gevallen die onheil doen. Zij zijn neergestoten en kunnen niet opstaan. Brontekst: שָׁ֣ם (sham) = daar | נָ֭פְלוּ (nafelu) = zijn gevallen | פֹּ֣עֲלֵי (poalei) = doeners van | אָ֑וֶן (aven) = onheil | דֹּ֝ח֗וּ (dochu) = zij zijn neergestoten | וְלֹא (velo) = en niet | יָ֥כְלוּ (yakhelu) = zij konden | קֽוּם (qum) = opstaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 5:31; Ps 1:5; Jer 51:64; 2 Tess 1:8–9; Openb 15:4 ## Psalmen 37 _Vertrouw op Yahweh: de rechtvaardigen erven het land_ ### Erger je niet over de kwaaddoeners **37:1** Van David. Erger je niet over de kwaaddoeners. Wees niet jaloers op wie onrecht doen. Brontekst: לְדָוִ֨ד (ledavid) = van David | אַל (al) = niet | תִּתְחַ֥ר (titchar) = erger je | בַּמְּרֵעִ֑ים (bamereim) = over kwaaddoeners | אַל (al) = niet | תְּ֝קַנֵּ֗א (teqane) = wees jaloers | בְּעֹשֵׂ֥י (beosei) = op doeners van | עַוְלָֽה (avla) = onrecht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Psalm 37 is voor een groot deel een alfabetisch lied: ongeveer om de twee verzen begint een nieuwe letter van het Hebreeuwse alfabet. Voetnoot : תִּתְחַר (titchar), ‘erger je’: letterlijk ‘word verhit’, ontbrand van woede of afgunst. Zie ook: Ps 37:7; Spr 3:31; Spr 23:17; Spr 24:1; Spr 24:19 **37:2** Want snel verwelken zij als gras. Als groene sprieten vallen zij af. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | כֶ֭חָצִיר (kechatsir) = als gras | מְהֵרָ֣ה (mehera) = snel | יִמָּ֑לוּ (yimalu) = zij verwelken | וּכְיֶ֥רֶק (ukheyereq) = en als groen van | דֶּ֝֗שֶׁא (deshe) = gras | יִבּוֹלֽוּן (yibolun) = zij vallen af Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 14:2; Ps 37:35–36; Ps 90:5–6; Ps 92:8; Jak 1:10–11 **37:3** Vertrouw op Yahweh en doe het goede. Woon in het land en weid in betrouwbaarheid. Brontekst: בְּטַ֣ח (betach) = vertrouw | בַּֽ֭יהוָה (baYahweh) = op Yahweh | וַעֲשֵׂה (vaase) = en doe | ט֑וֹב (tov) = goed | שְׁכָן (shekhan) = woon | אֶ֝֗רֶץ (erets) = land | וּרְעֵ֥ה (uree) = en weid | אֱמוּנָֽה (emuna) = betrouwbaarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וּרְעֵה אֱמוּנָה (ure’eh emunah), ‘weid in betrouwbaarheid’: het kan ook betekenen ‘voed je met trouw’. De betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 34:10–11; Ps 62:9; Jer 17:7–8; Mat 6:31–33; 1 Kor 15:57–58 **37:4** Verheug je in Yahweh. Dan geeft Hij je de wensen van je hart. Brontekst: וְהִתְעַנַּ֥ג (vehitanag) = en verheug je | עַל (al) = in | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְיִֽתֶּן (veyiten) = en Hij zal geven | לְ֝ךָ֗ (lekha) = aan jou | מִשְׁאֲלֹ֥ת (mishalot) = wensen van | לִבֶּֽךָ (libekha) = je hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 145:19; Jes 58:14; Joh 15:7; Joh 15:16; 1 Joh 5:14–15 **37:5** Rol je weg op Yahweh, vertrouw op Hem, en Hij zal handelen. Brontekst: גּ֣וֹל (gol) = rol | עַל (al) = op | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | דַּרְכֶּ֑ךָ (darkekha) = je weg | וּבְטַ֥ח (uvetach) = en vertrouw | עָ֝לָ֗יו (alav) = op Hem | וְה֣וּא (vehu) = en Hij | יַעֲשֶֽׂה (yaase) = zal handelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 55:23; Spr 16:3; Mat 6:25; Fil 4:6–7; 1 Petr 5:7 **37:6** Hij zal je gerechtigheid doen uitgaan als het licht en je recht als de middag. Brontekst: וְהוֹצִ֣יא (vehotsi) = en Hij zal uitbrengen | כָא֣וֹר (kaor) = als licht | צִדְקֶ֑ךָ (tsidqekha) = je gerechtigheid | וּ֝מִשְׁפָּטֶ֗ךָ (umishpatekha) = en je recht | כַּֽצָּהֳרָֽיִם (katsahorayim) = als de middag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 11:17; Jes 54:17; Jes 58:8; Mi 7:8–9; Mat 13:43 **37:7** Wees stil voor Yahweh en wacht op Hem. Erger je niet over wie voorspoed heeft op zijn weg, over een man die kwade plannen uitvoert. Brontekst: דּ֤וֹם (dom) = wees stil | לַיהוָה֮ (laYahweh) = voor Yahweh | וְהִתְח֪וֹלֵ֫ל (vehitcholel) = en wacht | ל֥וֹ (lo) = op Hem | אַל (al) = niet | תִּ֭תְחַר (titchar) = erger je | בְּמַצְלִ֣יחַ (bematsliach) = over wie voorspoed heeft | דַּרְכּ֑וֹ (darko) = op zijn weg | בְּ֝אִ֗ישׁ (beish) = over een man | עֹשֶׂ֥ה (ose) = die uitvoert | מְזִמּֽוֹת (mezimot) = plannen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְזִמּוֹת (mezimmot), ‘plannen’: hier kwade plannen, die iemand slim uitvoert. Zie ook: Ps 27:14; Ps 62:6; Klaagl 3:25–26; Jak 5:7–11; Heb 10:36–37 **37:8** Laat de toorn los en laat de woede varen. Erger je niet: dat leidt alleen tot kwaad. Brontekst: הֶ֣רֶף (heref) = laat los | מֵ֭אַף (meaf) = de toorn | וַעֲזֹ֣ב (vaazov) = en laat varen | חֵמָ֑ה (chema) = woede | אַל (al) = niet | תִּ֝תְחַ֗ר (titchar) = erger je | אַךְ (akh) = het leidt alleen | לְהָרֵֽעַ (leharea) = tot kwaad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:2; Spr 14:29; Spr 16:32; Jak 1:19–20; Ef 4:31 ### De nederigen erven het land **37:9** Want kwaaddoeners worden afgesneden. Maar wie op Yahweh hopen, zij zullen het land erven. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | מְ֭רֵעִים (mereim) = kwaaddoeners | יִכָּרֵת֑וּן (yikaretun) = worden afgesneden | וְקֹוֵ֥י (veqovei) = en hopers op | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | הֵ֣מָּה (hema) = zij | יִֽירְשׁוּ (yireshu) = zullen erven | אָֽרֶץ (arets) = land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:13; Ps 37:29; Spr 2:21; Jes 57:13; Jes 60:21 **37:10** Nog een korte tijd, en de goddeloze is er niet meer. Je let goed op zijn plaats, en hij is er niet. Brontekst: וְע֣וֹד (veod) = en nog | מְ֭עַט (meat) = een beetje | וְאֵ֣ין (veein) = en niet is | רָשָׁ֑ע (rasha) = goddeloze | וְהִתְבּוֹנַ֖נְתָּ (vehitbonanta) = en je let goed op | עַל (al) = op | מְקוֹמ֣וֹ (meqomo) = zijn plaats | וְאֵינֶֽנּוּ (veeinenu) = en hij is er niet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 24:24; Ps 37:35–36; Ps 103:16; Ps 107:42–43; 1 Petr 4:7 **37:11** Maar de nederigen zullen het land erven en zich verheugen in overvloed van vrede. Brontekst: וַעֲנָוִ֥ים (vaanavim) = en nederigen | יִֽירְשׁוּ (yireshu) = zullen erven | אָ֑רֶץ (arets) = land | וְ֝הִתְעַנְּג֗וּ (vehitanegu) = en zullen zich verheugen | עַל (al) = in | רֹ֥ב (rov) = overvloed van | שָׁלֽוֹם (shalom) = vrede Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲנָוִים (anavim), ‘nederigen’: mensen die klein en afhankelijk van Yahweh zijn. Het woord staat ook in Num. 12:3, daar voor Mozes. Zie ook: Num 12:3; Ps 119:165; Jes 26:3; Mat 5:5; Jak 3:13; Gal 5:22–23 ### De zwaarden van de goddelozen **37:12** De goddeloze smeedt plannen tegen de rechtvaardige en knarst met zijn tanden tegen hem. Brontekst: זֹמֵ֣ם (zomem) = smeedt plannen | רָ֭שָׁע (rasha) = goddeloze | לַצַּדִּ֑יק (latsadiq) = tegen de rechtvaardige | וְחֹרֵ֖ק (vechoreq) = en knarst | עָלָ֣יו (alav) = tegen hem | שִׁנָּֽיו (shinav) = zijn tanden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:14; Ps 35:16; Mi 2:1; Dan 8:12; Mat 26:16 **37:13** Mijn Heer lacht om hem, want Hij ziet dat zijn dag komt. Brontekst: אֲדֹנָ֥י (adonay) = mijn Heer | יִשְׂחַק (yischaq) = lacht | ל֑וֹ (lo) = om hem | כִּֽי (ki) = want | רָ֝אָ֗ה (raa) = Hij ziet | כִּֽי (ki) = dat | יָבֹ֥א (yavo) = komt | יוֹמֽוֹ (yomo) = zijn dag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh. Hier spreekt de dichter over Hem. Zie ook: 1 Sam 26:10; Ps 2:4; Spr 1:26; Ezech 21:30; Dan 5:26 **37:14** De goddelozen trekken het zwaard en spannen hun boog. Zij willen de ellendige en de arme neerslaan en wie oprecht leven, slachten. Brontekst: חֶ֤רֶב (cherev) = zwaard | פָּֽתְח֣וּ (patechu) = zij trekken | רְשָׁעִים֮ (reshaim) = goddelozen | וְדָרְכ֪וּ (vedarekhu) = en spannen | קַ֫שְׁתָּ֥ם (qashtam) = hun boog | לְ֭הַפִּיל (lehapil) = om neer te slaan | עָנִ֣י (ani) = ellendige | וְאֶבְי֑וֹן (veevyon) = en arme | לִ֝טְב֗וֹחַ (litvoach) = om te slachten | יִשְׁרֵי (yishrei) = oprechten van | דָֽרֶךְ (darekh) = weg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 24:18; Ps 11:2; Spr 29:10; Spr 29:27; 1 Joh 3:12 **37:15** Hun zwaard zal in hun eigen hart doordringen, en hun bogen zullen gebroken worden. Brontekst: חַ֭רְבָּם (charbam) = hun zwaard | תָּב֣וֹא (tavo) = zal binnengaan | בְלִבָּ֑ם (belibam) = in hun hart | וְ֝קַשְּׁתוֹתָ֗ם (veqashetotam) = en hun bogen | תִּשָּׁבַֽרְנָה (tishavarna) = zullen gebroken worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 17:23; Ps 7:15–16; Ps 35:8; Ps 46:10; Jer 51:56 ### Beter weinig **37:16** Beter is het weinige van de rechtvaardige dan de overvloed van velen die goddeloos zijn. Brontekst: טוֹב (tov) = beter | מְ֭עַט (meat) = weinig | לַצַּדִּ֑יק (latsadiq) = voor de rechtvaardige | מֵ֝הֲמ֗וֹן (mehamon) = dan overvloed van | רְשָׁעִ֥ים (reshaim) = goddelozen | רַבִּֽים (rabim) = velen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 3:33; Spr 13:25; Spr 15:16–17; Spr 16:8; 1 Tim 6:6 **37:17** Want de armen van de goddelozen worden gebroken, maar Yahweh ondersteunt de rechtvaardigen. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | זְרוֹע֣וֹת (zeroot) = armen van | רְ֭שָׁעִים (reshaim) = goddelozen | תִּשָּׁבַ֑רְנָה (tishavarna) = zullen gebroken worden | וְסוֹמֵ֖ךְ (vesomekh) = en ondersteuner van | צַדִּיקִ֣ים (tsadiqim) = rechtvaardigen | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:24; Ps 63:9; Ps 145:14; Jes 41:10; Jes 42:1 **37:18** Yahweh kent de dagen van de onberispelijken, en hun erfdeel zal voor eeuwig zijn. Brontekst: יוֹדֵ֣עַ (yodea) = kent | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | יְמֵ֣י (yemei) = dagen van | תְמִימִ֑ם (temimim) = onberispelijken | וְ֝נַחֲלָתָ֗ם (venachalatam) = en hun erfdeel | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | תִּהְיֶֽה (tihye) = zal zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:6; Ps 103:17; Rom 6:23; 2 Tim 2:19; Openb 11:3–5 **37:19** Zij worden niet beschaamd in een tijd van onheil. In dagen van honger worden zij verzadigd. Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | יֵ֭בֹשׁוּ (yevoshu) = worden beschaamd | בְּעֵ֣ת (beet) = in tijd van | רָעָ֑ה (raa) = onheil | וּבִימֵ֖י (uvimei) = en in dagen van | רְעָב֣וֹן (reavon) = honger | יִשְׂבָּֽעוּ (yisbau) = worden verzadigd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:20–22; Ps 33:19; Spr 10:3; Amos 5:13; Jes 33:16 **37:20** Maar de goddelozen gaan verloren, en de vijanden van Yahweh zijn als de pracht van de weiden. Zij zijn voorbij; in rook zijn zij voorbij. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | רְשָׁעִ֨ים (reshaim) = goddelozen | יֹאבֵ֗דוּ (yovedu) = gaan verloren | וְאֹיְבֵ֣י (veoyevei) = en vijanden van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כִּיקַ֣ר (kiqar) = als pracht van | כָּרִ֑ים (karim) = weiden | כָּל֖וּ (kalu) = zij zijn voorbij | בֶעָשָׁ֣ן (beashan) = in rook | כָּֽלוּ (kalu) = zij zijn voorbij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: כִּיקַר כָּרִים (kiqar karim), ‘als de pracht van de weiden’: het kan ook betekenen ‘als het vet van lammeren’, dat bij het offer in rook opgaat. De betekenis is onzeker. Wij kiezen ‘pracht van de weiden’: het gras verdort in vers 2. Zie ook: Deut 33:14–16; Re 5:31; Ps 37:2; Ps 68:3; Ps 102:4; Luc 13:3 **37:21** De goddeloze leent en betaalt niet terug. Maar de rechtvaardige is mild en geeft. Brontekst: לֹוֶ֣ה (love) = leent | רָ֭שָׁע (rasha) = goddeloze | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יְשַׁלֵּ֑ם (yeshalem) = betaalt terug | וְ֝צַדִּ֗יק (vetsadiq) = en rechtvaardige | חוֹנֵ֥ן (chonen) = is mild | וְנוֹתֵֽן (venoten) = en geeft Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חוֹנֵן (chonen), ‘is mild’: iemand die gunst (chen) toont en gul geeft. Zie ook: Ps 112:5; Ps 112:9; Spr 22:7; Luc 6:30; Heb 13:16 **37:22** Want wie door Hem gezegend zijn, zullen het land erven. Wie door Hem vervloekt zijn, worden afgesneden. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | מְ֭בֹרָכָיו (mevorakhav) = zijn gezegenden | יִ֣ירְשׁוּ (yireshu) = zullen erven | אָ֑רֶץ (arets) = land | וּ֝מְקֻלָּלָ֗יו (umequlalav) = en zijn vervloekten | יִכָּרֵֽתוּ (yikaretu) = worden afgesneden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws heeft ‘zijn gezegenden’ en ‘zijn vervloekten’. Wij begrijpen: gezegend of vervloekt door Yahweh, daarom ‘Hem’. Zie ook: Ps 37:9; Ps 37:28; Spr 3:33; Gal 3:10; 1 Kor 16:22 ### Yahweh ondersteunt de rechtvaardige **37:23** Door Yahweh worden de schreden van een man bevestigd, en Hij heeft behagen in zijn weg. Brontekst: מֵ֭יְהוָה (meYahweh) = van Yahweh | מִֽצְעֲדֵי (mitsadei) = schreden van | גֶ֥בֶר (gever) = man | כּוֹנָ֗נוּ (konanu) = zijn bevestigd | וְדַרְכּ֥וֹ (vedarko) = en zijn weg | יֶחְפָּֽץ (yechpats) = Hij heeft behagen in Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 2:9; Ps 40:3; Ps 119:133; Spr 4:26; Spr 16:9 **37:24** Als hij valt, wordt hij niet neergeworpen, want Yahweh ondersteunt zijn hand. Brontekst: כִּֽי (ki) = als | יִפֹּ֥ל (yipol) = hij valt | לֹֽא (lo) = niet | יוּטָ֑ל (yutal) = wordt hij neergeworpen | כִּֽי (ki) = want | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | סוֹמֵ֥ךְ (somekh) = ondersteunt | יָדֽוֹ (yado) = zijn hand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 94:18; Ps 145:14; Spr 24:16; Mi 7:7–8; Joh 10:27–30 **37:25** Ik was een jongen en ben ook oud geworden. Ik heb nooit gezien dat een rechtvaardige verlaten werd, of dat zijn nageslacht om brood moest zoeken. Brontekst: נַ֤עַר (naar) = jongen | הָיִ֗יתִי (hayiti) = ik was | גַּם (gam) = ook | זָ֫קַ֥נְתִּי (zaqanti) = ik ben oud geworden | וְֽלֹא (velo) = en niet | רָ֭אִיתִי (raiti) = ik zag | צַדִּ֣יק (tsadiq) = rechtvaardige | נֶעֱזָ֑ב (neezav) = verlaten | וְ֝זַרְע֗וֹ (vezaro) = en zijn nageslacht | מְבַקֶּשׁ (mevaqesh) = zoekend | לָֽחֶם (lachem) = brood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 12:22; Ps 25:13; Ps 37:28; Ps 112:2; Heb 13:5 **37:26** De hele dag is hij mild en leent hij uit, en zijn nageslacht wordt tot een zegen. Brontekst: כָּל (kal) = heel | הַ֭יּוֹם (hayom) = de dag | חוֹנֵ֣ן (chonen) = is mild | וּמַלְוֶ֑ה (umalve) = en leent uit | וְ֝זַרְע֗וֹ (vezaro) = en zijn nageslacht | לִבְרָכָֽה (livrakha) = tot zegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 15:8–10; Ps 37:21; Ps 112:5; Mat 5:7; Luc 6:35–38 **37:27** Wijk af van het kwade en doe het goede, en woon voor eeuwig in het land. Brontekst: ס֣וּר (sur) = wijk af | מֵ֭רָע (mera) = van kwaad | וַעֲשֵׂה (vaase) = en doe | ט֗וֹב (tov) = goed | וּשְׁכֹ֥ן (ushekhon) = en woon | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:15; Spr 16:6; 1 Tess 5:15; Heb 13:16; 1 Joh 2:16–17 **37:28** Want Yahweh heeft het recht lief en verlaat Zijn getrouwen niet. Voor eeuwig zijn zij bewaard, maar het nageslacht van de goddelozen wordt afgesneden. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | אֹ֘הֵ֤ב (ohev) = heeft lief | מִשְׁפָּ֗ט (mishpat) = recht | וְלֹא (velo) = en niet | יַעֲזֹ֣ב (yaazov) = Hij verlaat | אֶת (et) = (obj.) | חֲ֭סִידָיו (chasidav) = Zijn getrouwen | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | נִשְׁמָ֑רוּ (nishmaru) = zijn bewaard | וְזֶ֖רַע (vezera) = en nageslacht van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | נִכְרָֽת (nikhrat) = is afgesneden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 11:7; Ps 21:11; Spr 2:22; Jes 14:20–21; Jes 59:21 **37:29** De rechtvaardigen zullen het land erven en er voor altijd op wonen. Brontekst: צַדִּיקִ֥ים (tsadiqim) = rechtvaardigen | יִֽירְשׁוּ (yireshu) = zullen erven | אָ֑רֶץ (arets) = land | וְיִשְׁכְּנ֖וּ (veyishkenu) = en zullen wonen | לָעַ֣ד (laad) = voor altijd | עָלֶֽיהָ (aleiha) = daarop Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:9; Ps 37:11; Spr 2:21; 2 Petr 3:13; Openb 21:7 ### De wet in het hart **37:30** De mond van de rechtvaardige mompelt wijsheid, en zijn tong spreekt recht. Brontekst: פִּֽי (pi) = mond van | צַ֭דִּיק (tsadiq) = rechtvaardige | יֶהְגֶּ֣ה (yehge) = mompelt | חָכְמָ֑ה (chakhema) = wijsheid | וּ֝לְשׁוֹנ֗וֹ (uleshono) = en zijn tong | תְּדַבֵּ֥ר (tedaber) = spreekt | מִשְׁפָּֽט (mishpat) = recht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 15:7; Spr 25:11–13; Mat 12:35; Ef 4:29; Kol 4:6 **37:31** De wet van zijn Elohim is in zijn hart. Zijn schreden wankelen niet. Brontekst: תּוֹרַ֣ת (torat) = wet van | אֱלֹהָ֣יו (elohav) = zijn Elohim | בְּלִבּ֑וֹ (belibo) = in zijn hart | לֹ֖א (lo) = niet | תִמְעַ֣ד (timad) = wankelt | אֲשֻׁרָיו (ashurav) = zijn schreden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹרָה (torah), ‘wet’: eigenlijk ‘onderwijs’, wat Elohim aanwijst. Zie ook: Deut 6:6; Ps 40:9; Ps 119:11; Jes 51:7; Jer 31:33 **37:32** De goddeloze loert op de rechtvaardige en zoekt hem te doden. Brontekst: צוֹפֶ֣ה (tsofe) = loert | רָ֭שָׁע (rasha) = goddeloze | לַצַּדִּ֑יק (latsadiq) = op de rechtvaardige | וּ֝מְבַקֵּ֗שׁ (umevaqesh) = en zoekt | לַהֲמִיתוֹ (lahamito) = hem te doden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 10:8–10; Jer 20:10; Luc 14:1; Luc 19:47–48; Luc 20:20 **37:33** Yahweh laat hem niet in diens hand achter en verklaart hem niet schuldig als hij geoordeeld wordt. Brontekst: יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לֹא (lo) = niet | יַעַזְבֶ֣נּוּ (yaazvenu) = laat hem achter | בְיָד֑וֹ (beyado) = in zijn hand | וְלֹ֥א (velo) = en niet | יַ֝רְשִׁיעֶ֗נּוּ (yarshienu) = verklaart hem schuldig | בְּהִשָּׁפְטֽוֹ (behishafeto) = als hij geoordeeld wordt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:8–9; Ps 109:31; Rom 8:1; Rom 8:33–34; 2 Petr 2:9 **37:34** Hoop op Yahweh en houd je aan Zijn weg. Dan verheft Hij je om het land te erven. Je zult zien hoe de goddelozen worden afgesneden. Brontekst: קַוֵּ֤ה (qave) = hoop | אֶל (el) = op | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | וּשְׁמֹ֬ר (ushemor) = en houd | דַּרְכּ֗וֹ (darko) = Zijn weg | וִֽ֭ירוֹמִמְךָ (viromimkha) = en Hij zal je verheffen | לָרֶ֣שֶׁת (lareshet) = om te erven | אָ֑רֶץ (arets) = land | בְּהִכָּרֵ֖ת (behikaret) = als worden afgesneden | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | תִּרְאֶֽה (tire) = zul je zien Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:14; Ps 37:7; Ps 37:9; Spr 20:22; Mat 24:13 ### Ik zag een goddeloze **37:35** Ik zag een goddeloze, een geweldenaar, die zich uitspreidde als een welige inheemse boom. Brontekst: רָ֭אִיתִי (raiti) = ik zag | רָשָׁ֣ע (rasha) = goddeloze | עָרִ֑יץ (arits) = geweldenaar | וּ֝מִתְעָרֶ֗ה (umitare) = en zich uitspreidend | כְּאֶזְרָ֥ח (keezrach) = als inheemse | רַעֲנָֽן (raanan) = welig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws heeft alleen ‘als een welige inheemse’ (אֶזְרָח רַעֲנָן). Wij vullen ‘boom’ aan, omdat ‘welig’ en ‘zich uitspreiden’ bij een boom passen. De betekenis is onzeker. Zie ook: Job 5:3; Job 8:13–19; Job 21:7–17; Ps 73:3–11; Jes 14:14–19 **37:36** Toen ging hij voorbij, en zie, hij was er niet meer. Ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden. Brontekst: וַ֭יַּֽעֲבֹר (vayaavor) = en hij ging voorbij | וְהִנֵּ֣ה (vehine) = en zie | אֵינֶ֑נּוּ (einenu) = hij is er niet | וָֽ֝אֲבַקְשֵׁ֗הוּ (vaavaqshehu) = en ik zocht hem | וְלֹ֣א (velo) = en niet | נִמְצָֽא (nimtsa) = hij werd gevonden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:19; Ps 37:10; Jes 10:16–19; Jes 10:33–34; Hand 12:22–23 **37:37** Let op de onberispelijke en kijk naar de oprechte, want er is een toekomst voor de man van vrede. Brontekst: שְׁמָר (shemar) = let op | תָּ֭ם (tam) = onberispelijke | וּרְאֵ֣ה (uree) = en zie | יָשָׁ֑ר (yashar) = oprechte | כִּֽי (ki) = want | אַחֲרִ֖ית (acharit) = toekomst | לְאִ֣ישׁ (leish) = voor man van | שָׁלֽוֹם (shalom) = vrede Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַחֲרִית (acharit), ‘toekomst’: letterlijk ‘wat achteraan komt’, dus het einde, de toekomst of het nageslacht. Wij kiezen in vers 37 en 38 hetzelfde woord. Zie ook: Job 42:12–17; Ps 37:38; Jes 32:17; Jes 57:1–2; Hand 7:59–60; 2 Tim 4:6–8 **37:38** Maar de overtreders worden samen verdelgd. De toekomst van de goddelozen wordt afgesneden. Brontekst: וּֽ֭פֹשְׁעִים (ufosheim) = en overtreders | נִשְׁמְד֣וּ (nishmedu) = zijn verdelgd | יַחְדָּ֑ו (yachdav) = samen | אַחֲרִ֖ית (acharit) = toekomst van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | נִכְרָֽתָה (nikhrata) = is afgesneden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:4–6; Ps 52:7; Spr 14:32; Mat 13:49–50; 2 Tess 1:8–9 **37:39** De redding van de rechtvaardigen komt van Yahweh, hun vesting in een tijd van nood. Brontekst: וּתְשׁוּעַ֣ת (uteshuat) = en redding van | צַ֭דִּיקִים (tsadiqim) = rechtvaardigen | מֵיְהוָ֑ה (meYahweh) = van Yahweh | מָֽ֝עוּזָּ֗ם (mauzam) = hun vesting | בְּעֵ֣ת (beet) = in tijd van | צָרָֽה (tsara) = nood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:9; Ps 9:10; Ps 91:15; Jes 12:2; 2 Tim 4:17 **37:40** Yahweh helpt hen en bevrijdt hen. Hij bevrijdt hen van de goddelozen en redt hen, want zij hebben bij Hem hun toevlucht gezocht. Brontekst: וַֽיַּעְזְרֵ֥ם (vayazerem) = en Hij helpt hen | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | וַֽיְפַ֫לְּטֵ֥ם (vayfaletem) = en Hij bevrijdt hen | יְפַלְּטֵ֣ם (yefaletem) = Hij bevrijdt hen | מֵ֭רְשָׁעִים (mereshaim) = van goddelozen | וְיוֹשִׁיעֵ֑ם (veyoshiem) = en Hij redt hen | כִּי (ki) = want | חָ֥סוּ (chasu) = zij zochten toevlucht | בֽוֹ (bo) = bij Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 5:20; Jes 31:5; Jes 46:4; Dan 3:17; Dan 3:28 ## Psalmen 38 _Een zieke belijdt zijn zonde en wacht op Yahweh_ ### Tuchtig mij niet in Uw woede **38:1** Een psalm. Van David. Om te gedenken. Brontekst: מִזְמ֖וֹר (mizmor) = psalm | לְדָוִ֣ד (ledavid) = van David | לְהַזְכִּֽיר (lehazkir) = om te gedenken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְהַזְכִּיר (lehazkir), ‘om te gedenken’: de betekenis is onzeker. Het woord staat ook in het opschrift van Ps. 70:1. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 6:2; Ps 70:1; Ps 70:2; Jes 54:8; Jer 30:11; Heb 12:5–11 **38:2** Yahweh, wijs mij niet terecht in Uw verbolgenheid. Tuchtig mij niet in Uw woede. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אַל (al) = niet | בְּקֶצְפְּךָ֥ (beqetspekha) = in Uw verbolgenheid | תוֹכִיחֵ֑נִי (tokhicheni) = wijs mij terecht | וּֽבַחֲמָתְךָ֥ (uvachamatekha) = en in Uw woede | תְיַסְּרֵֽנִי (teyasereni) = tuchtig mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 2 lijkt sterk op Ps. 6:2. Zie ook: Ps 6:2; Ps 70:2; Jes 54:8; Jer 30:11; Heb 12:5–11 **38:3** Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand daalt op mij neer. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | חִ֭צֶּיךָ (chitseikha) = Uw pijlen | נִ֣חֲתוּ (nichatu) = zijn neergedaald | בִ֑י (bi) = in mij | וַתִּנְחַ֖ת (vatinchat) = en neerdaalt | עָלַ֣י (alay) = op mij | יָדֶֽךָ (yadekha) = Uw hand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De ‘pijlen’ zijn een beeld voor Yahwehs oordeel dat de dichter treft. Vergelijk Job 6:4. Zie ook: Job 6:4; Deut 2:15; 1 Sam 5:6; Ps 32:4; Klaagl 3:12 ### Mijn lichaam en mijn zonde **38:4** Er is niets heels in mijn vlees vanwege Uw gramschap. Er is geen vrede in mijn beenderen vanwege mijn zonde. Brontekst: אֵין (ein) = er is niet | מְתֹ֣ם (metom) = heel | בִּ֭בְשָׂרִי (bivsari) = in mijn vlees | מִפְּנֵ֣י (mipenei) = vanwege | זַעְמֶ֑ךָ (zamekha) = Uw gramschap | אֵין (ein) = er is niet | שָׁל֥וֹם (shalom) = vrede | בַּ֝עֲצָמַ֗י (baatsamay) = in mijn beenderen | מִפְּנֵ֥י (mipenei) = vanwege | חַטָּאתִֽי (chatati) = mijn zonde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 6:3; Ps 31:10–11; Ps 51:10; Jes 1:5–6; Klaagl 3:40–42 **38:5** Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd heen. Als een zware last zijn zij te zwaar voor mij. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | עֲ֭וֺנֹתַי (avonotay) = mijn ongerechtigheden | עָבְר֣וּ (averu) = gaan over | רֹאשִׁ֑י (roshi) = mijn hoofd | כְּמַשָּׂ֥א (kemasa) = als last | כָ֝בֵ֗ד (kaved) = zware | יִכְבְּד֥וּ (yikhbedu) = zijn te zwaar | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:13; Klaagl 1:14; Ezra 9:6; Mat 11:28; 1 Petr 2:24 **38:6** Mijn striemen stinken en zijn ontstoken vanwege mijn dwaasheid. Brontekst: הִבְאִ֣ישׁוּ (hivishu) = zij stinken | נָ֭מַקּוּ (namaqu) = zij etteren | חַבּוּרֹתָ֑י (chaburotay) = mijn striemen | מִ֝פְּנֵ֗י (mipenei) = vanwege | אִוַּלְתִּֽי (ivalti) = mijn dwaasheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַבּוּרֹתַי (chabburotai), ‘striemen’: sporen van slagen, open of gezwollen wonden. Zie ook: Ps 32:3; Ps 38:8; Ps 69:6; Jes 1:5–6; Jer 8:22 **38:7** Ik ben gekromd en diep gebogen. De hele dag loop ik in het zwart rond. Brontekst: נַעֲוֵ֣יתִי (naaveiti) = ik ben gekromd | שַׁחֹ֣תִי (shachoti) = ik ben gebogen | עַד (ad) = tot | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | כָּל (kal) = heel | הַ֝יּ֗וֹם (hayom) = de dag | קֹדֵ֥ר (qoder) = in het zwart | הִלָּֽכְתִּי (hilakhti) = ik loop rond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 30:28; Ps 31:11; Ps 35:14; Ps 42:10; Ps 43:2 **38:8** Want mijn lendenen zijn vol van een brandende ontsteking, en er is niets heels in mijn vlees. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | כְ֭סָלַי (kesalay) = mijn lendenen | מָלְא֣וּ (maleu) = zijn vol | נִקְלֶ֑ה (niqle) = brandende ontsteking | וְאֵ֥ין (veein) = en er is niet | מְ֝תֹ֗ם (metom) = heel | בִּבְשָׂרִֽי (bivsari) = in mijn vlees Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: נִקְלֶה (nikleh), ‘brandende ontsteking’: het woord is onzeker. Het komt waarschijnlijk van ‘branden’ en kan ook ‘iets verachtelijks’ betekenen. Zie ook: Job 7:5; Ps 41:9; Ps 102:4; 2 Kron 21:18–19; Hand 12:23 **38:9** Ik ben verlamd en vermorzeld, zeer. Ik brul van het kreunen van mijn hart. Brontekst: נְפוּג֣וֹתִי (nefugoti) = ik ben verlamd | וְנִדְכֵּ֣יתִי (venidkeiti) = en vermorzeld | עַד (ad) = tot | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | שָׁ֝אַ֗גְתִּי (shaagti) = ik brul | מִֽנַּהֲמַ֥ת (minahamat) = van het kreunen van | לִבִּֽי (libi) = mijn hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 3:24; Job 30:28; Ps 22:2–3; Ps 32:3; Jes 59:11 **38:10** Mijn Heer, al mijn verlangen ligt open voor U, en mijn zucht is niet voor U verborgen. Brontekst: אֲֽדֹנָי (adonay) = mijn Heer | נֶגְדְּךָ֥ (negdekha) = voor U | כָל (kal) = al | תַּאֲוָתִ֑י (taavati) = mijn verlangen | וְ֝אַנְחָתִ֗י (veanchati) = en mijn zucht | מִמְּךָ֥ (mimekha) = voor U | לֹא (lo) = niet | נִסְתָּֽרָה (nistara) = is verborgen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh. Zie ook: Ps 6:7; Ps 10:17; Ps 102:6; 2 Kor 5:2; Rom 8:26–27 **38:11** Mijn hart bonst, mijn kracht heeft mij verlaten. Ook het licht van mijn ogen is niet meer bij mij. Brontekst: לִבִּ֣י (libi) = mijn hart | סְ֭חַרְחַר (secharchar) = bonst | עֲזָבַ֣נִי (azavani) = heeft verlaten mij | כֹחִ֑י (kochi) = mijn kracht | וְֽאוֹר (veor) = en licht van | עֵינַ֥י (einay) = mijn ogen | גַּם (gam) = ook | הֵ֝֗ם (hem) = zij | אֵ֣ין (ein) = niet | אִתִּֽי (iti) = bij mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סְחַרְחַר (secharchar), ‘bonst’: een zeldzaam woord voor een hart dat snel en onrustig klopt. Zie ook: Ps 6:8; Ps 69:4; Ps 88:10; Ps 119:123; Klaagl 5:16–17 ### Verlaten en belaagd **38:12** Mijn geliefden en mijn vrienden staan tegenover mijn plaag, en mijn naasten staan van veraf. Brontekst: אֹֽהֲבַ֨י (ohavay) = mijn geliefden | וְרֵעַ֗י (vereay) = en mijn vrienden | מִנֶּ֣גֶד (mineged) = tegenover | נִגְעִ֣י (nigi) = mijn plaag | יַעֲמֹ֑דוּ (yaamodu) = staan | וּ֝קְרוֹבַ֗י (uqerovay) = en mijn naasten | מֵרָחֹ֥ק (merachoq) = van veraf | עָמָֽדוּ (amadu) = staan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 19:13–17; Ps 31:12; Ps 88:19; Luc 23:49; Joh 16:32 **38:13** Zij die mijn leven zoeken, leggen strikken. Zij die mijn ongeluk zoeken, spreken verderf, en de hele dag mompelen zij bedrog. Brontekst: וַיְנַקְשׁ֤וּ (vaynaqshu) = en zij leggen strikken | מְבַקְשֵׁ֬י (mevaqshei) = zoekers van | נַפְשִׁ֗י (nafshi) = mijn leven | וְדֹרְשֵׁ֣י (vedoreshei) = en zoekers van | רָ֭עָתִי (raati) = mijn ongeluk | דִּבְּר֣וּ (diberu) = spreken | הַוּ֑וֹת (hauot) = verderf | וּ֝מִרְמ֗וֹת (umirmot) = en bedrog | כָּל (kal) = heel | הַיּ֥וֹם (hayom) = de dag | יֶהְגּֽוּ (yehgu) = mompelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de levende mens. Hier vertalen wij ‘leven’, omdat de vijanden naar het leven staan. Zie ook: 2 Sam 17:1–3; Ps 35:20; Ps 54:5; Ps 64:3–6; Ps 140:6 **38:14** Maar ik ben als een dove: ik hoor niet. Ik ben als een stomme die zijn mond niet opent. Brontekst: וַאֲנִ֣י (vaani) = en ik | כְ֭חֵרֵשׁ (kecheresh) = als dove | לֹ֣א (lo) = niet | אֶשְׁמָ֑ע (eshma) = ik hoor | וּ֝כְאִלֵּ֗ם (ukheilem) = en als stomme | לֹ֣א (lo) = niet | יִפְתַּח (yiftach) = opent | פִּֽיו (piv) = zijn mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 16:10–12; Ps 39:3; Ps 39:10; Jes 53:7; 1 Petr 2:23 **38:15** Ik ben geworden als een man die niet hoort en in wiens mond geen weerwoorden zijn. Brontekst: וָאֱהִ֗י (vaehi) = en ik ben geworden | כְּ֭אִישׁ (keish) = als man | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | לֹא (lo) = niet | שֹׁמֵ֑עַ (shomea) = hoort | וְאֵ֥ין (veein) = en niet is | בְּ֝פִ֗יו (befiv) = in zijn mond | תּוֹכָחֽוֹת (tokhachot) = weerwoorden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Amos 5:13; Mi 7:5; Mar 15:3–5; Joh 8:6 ### Op U wacht ik **38:16** Want op U, Yahweh, heb ik gewacht. U zult antwoorden, mijn Heer, mijn Elohim. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | לְךָ֣ (lekha) = op U | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | הוֹחָ֑לְתִּי (hochalti) = ik heb gewacht | אַתָּ֥ה (ata) = U | תַ֝עֲנֶ֗ה (taane) = zult antwoorden | אֲדֹנָ֥י (adonay) = mijn Heer | אֱלֹהָֽי (elohay) = mijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:6; Ps 39:8; Ps 123:1–3; Ps 138:3 **38:17** Want ik zei: „Laat hen zich niet over mij verheugen! Als mijn voet wankelt, maken zij zich groot tegen mij.” Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אָ֭מַרְתִּי (amarti) = ik zei | פֶּן (pen) = dat niet | יִשְׂמְחוּ (yismechu) = zij zich verheugen | לִ֑י (li) = over mij | בְּמ֥וֹט (bemot) = als wankelt | רַ֝גְלִ֗י (ragli) = mijn voet | עָלַ֥י (alay) = tegen mij | הִגְדִּֽילוּ (higdilu) = zij maken zich groot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:35; Ps 13:4–5; Ps 35:24–26; Ps 94:18 **38:18** Want ik ben gereed om te struikelen, en mijn pijn is altijd voor mij. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אֲ֭נִי (ani) = ik | לְצֶ֣לַע (letsela) = om te struikelen | נָכ֑וֹן (nakhon) = ben gereed | וּמַכְאוֹבִ֖י (umakhovi) = en mijn pijn | נֶגְדִּ֣י (negdi) = voor mij | תָמִֽיד (tamid) = altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צֶלַע (tsela), ‘struikelen’: ook in Ps. 35:15 (‘val’). Zie ook: Ps 6:7; Ps 35:15; Ps 38:7; Jes 53:3–5; Mi 4:6–7 **38:19** Want ik belijd mijn ongerechtigheid. Ik ben bezorgd om mijn zonde. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | עֲוֺנִ֥י (avoni) = mijn ongerechtigheid | אַגִּ֑יד (agid) = ik belijd | אֶ֝דְאַ֗ג (edag) = ik ben bezorgd | מֵֽחַטָּאתִֽי (mechatati) = om mijn zonde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 33:27; Ps 32:5; Ps 51:5; Spr 28:13; 2 Kor 7:7–11 **38:20** Maar mijn vijanden zijn levend en sterk, en velen haten mij ten onrechte. Brontekst: וְֽ֭אֹיְבַי (veoyevay) = en mijn vijanden | חַיִּ֣ים (chayim) = levend | עָצֵ֑מוּ (atsemu) = zijn sterk | וְרַבּ֖וּ (verabu) = en velen zijn | שֹׂנְאַ֣י (soneay) = mijn haters | שָֽׁקֶר (shaqer) = ten onrechte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:18; Ps 35:19; Ps 69:5; Mat 10:22; Joh 15:18–25 **38:21** Zij die kwaad voor goed vergelden, treden als tegenstanders tegen mij op, omdat ik het goede najaag. Brontekst: וּמְשַׁלְּמֵ֣י (umeshalemei) = en vergelders van | רָ֭עָה (raa) = kwaad | תַּ֣חַת (tachat) = in plaats van | טוֹבָ֑ה (tova) = goed | יִ֝שְׂטְנ֗וּנִי (yistenuni) = zijn tegenstanders van mij | תַּ֣חַת (tachat) = in plaats van | רָֽדְפִי (radefi) = mijn najagen | טֽוֹב (tov) = goed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִשְׂטְנוּנִי (yistenuni), ‘zij treden als tegenstanders tegen mij op’: het werkwoord is verwant aan het woord ‘satan’, ‘tegenstander’. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is רדופי (radofi). De te lezen vorm (qere) is רדפי (rodfi). Beide betekenen ‘mijn najagen’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 35:12; Jer 18:20; Joh 10:32; 1 Petr 4:14–16; 1 Joh 3:12 **38:22** Verlaat mij niet, Yahweh. Mijn Elohim, wees niet ver van mij. Brontekst: אַל (al) = niet | תַּֽעַזְבֵ֥נִי (taazveni) = verlaat mij | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אֱ֝לֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | אַל (al) = niet | תִּרְחַ֥ק (tirchaq) = wees ver | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = van mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:2; Ps 22:12; Ps 22:20; Ps 22:25; Ps 35:21–22 **38:23** Haast U om mij te helpen, mijn Heer, mijn redding. Brontekst: ח֥וּשָׁה (chusha) = haast U | לְעֶזְרָתִ֑י (leezrati) = tot mijn hulp | אֲ֝דֹנָ֗י (adonay) = mijn Heer | תְּשׁוּעָתִֽי (teshuati) = mijn redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:1; Ps 40:14; Ps 71:12; Ps 141:1; Jes 12:2 ## Psalmen 39 _De mens is een handbreedte: een bede van een vreemdeling_ ### Ik legde mijn mond een muilkorf aan **39:1** Voor de koorleider, voor Jedutun. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לִֽידוּת֗וּן (lidutun) = voor Jedutun | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Wij kiezen ‘koorleider’. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : יְדוּתוּן (Jedutun): een zanger en musicus uit de tijd van David (1 Kron. 16:41). Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is ידיתון (Jeditun). De te lezen vorm (qere) is ידותון (Jedutun). Wij volgen de qere. Zie ook: 1 Kron 16:41; Ps 34:14; Ps 119:9; Ps 141:3; Spr 21:23; Jak 1:26 **39:2** Ik zei: „Ik wil op mijn wegen letten, zodat ik niet zondig met mijn tong. Ik leg mijn mond een muilkorf aan, zolang een goddeloze voor mij staat.” Brontekst: אָמַ֗רְתִּי (amarti) = ik zei | אֶֽשְׁמְרָ֣ה (eshmera) = ik wil bewaken | דְרָכַי֮ (derakhay) = mijn wegen | מֵחֲט֪וֹא (mechato) = tegen zondigen | בִלְשׁ֫וֹנִ֥י (bilshoni) = met mijn tong | אֶשְׁמְרָ֥ה (eshmera) = ik wil bewaken | לְפִ֥י (lefi) = voor mijn mond | מַחְס֑וֹם (machsom) = muilkorf | בְּעֹ֖ד (beod) = zolang | רָשָׁ֣ע (rasha) = goddeloze | לְנֶגְדִּֽי (lenegdi) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַחְסוֹם (machsom), ‘muilkorf’: een band voor de mond van een dier. De dichter wil zijn mond bedwingen uit angst dat hij voor de goddelozen verkeerd spreekt. Zie ook: Ps 34:14; Ps 119:9; Ps 141:3; Spr 21:23; Jak 1:26 **39:3** Ik werd stom, in stilte. Ik zweeg, zelfs over het goede, en mijn pijn werd opgeroerd. Brontekst: נֶאֱלַ֣מְתִּי (neelamti) = ik werd stom | ד֭וּמִיָּה (dumiya) = stilte | הֶחֱשֵׁ֣יתִי (hechesheiti) = ik zweeg | מִטּ֑וֹב (mitov) = van goed | וּכְאֵבִ֥י (ukheevi) = en mijn pijn | נֶעְכָּֽר (nekar) = werd opgeroerd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: מִטּוֹב (mittov), ‘zelfs over het goede’: letterlijk ‘van goed af’. De betekenis is onzeker. Zie ook: Job 32:19–20; Ps 38:14–15; Jes 53:7; Mat 27:12–14; Hand 4:20 **39:4** Mijn hart werd heet in mij. Terwijl ik nadacht, brandde een vuur. Toen sprak ik met mijn tong. Brontekst: חַם (cham) = mijn hart | לִבִּ֨י (libi) = werd heet | בְּקִרְבִּ֗י (beqirbi) = in mij | בַּהֲגִיגִ֥י (bahagigi) = bij mijn nadenken | תִבְעַר (tivar) = brandde | אֵ֑שׁ (esh) = vuur | דִּ֝בַּ֗רְתִּי (dibarti) = ik sprak | בִּלְשֽׁוֹנִי (bilshoni) = met mijn tong Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jer 20:9; Ezech 3:14; Luc 24:32 ### Laat mij mijn einde weten **39:5** Yahweh, laat mij mijn einde weten en de maat van mijn dagen, wat die is. Dan weet ik hoe vergankelijk ik ben. Brontekst: הוֹדִ֘יעֵ֤נִי (hodieni) = laat mij weten | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | קִצִּ֗י (qitsi) = mijn einde | וּמִדַּ֣ת (umidat) = en maat van | יָמַ֣י (yamay) = mijn dagen | מַה (ma) = wat | הִ֑יא (hi) = zij is | אֵ֝דְעָ֗ה (edea) = ik wil weten | מֶה (me) = hoe | חָדֵ֥ל (chadel) = vergankelijk | אָֽנִי (ani) = ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חָדֵל (chadel), ‘vergankelijk’: letterlijk ‘ophoudend’, iemand die ophoudt te bestaan. Zie ook: Job 14:13; Ps 90:12; Ps 103:14; Ps 119:84 **39:6** Zie, handbreedten hebt U mijn dagen gegeven, en mijn levensduur is als niets voor U. Ja, ieder mens, hoe vast hij ook staat, is een en al damp. Sela. Brontekst: הִנֵּ֤ה (hine) = zie | טְפָח֨וֹת (tefachot) = handbreedten | נָ֘תַ֤תָּה (natata) = U hebt gegeven | יָמַ֗י (yamay) = mijn dagen | וְחֶלְדִּ֣י (vecheldi) = en mijn levensduur | כְאַ֣יִן (keayin) = als niets | נֶגְדֶּ֑ךָ (negdekha) = voor U | אַ֥ךְ (akh) = ja | כָּֽל (kal) = heel | הֶ֥בֶל (hevel) = damp | כָּל (kal) = heel | אָ֝דָ֗ם (adam) = mens | נִצָּ֥ב (nitsav) = die staat | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: טְפָחוֹת (tefachot), ‘handbreedten’: een handbreedte is ongeveer 8 cm. Het beeld is: heel kort. Voetnoot : הֶבֶל (hevel), ‘damp’: letterlijk een ademtocht, wat vervliegt. Het woord betekent ook ‘ijdelheid’. Wij houden ‘damp’, ook in vers 7 en 12. Voetnoot : סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Zie ook: Ps 39:7; Ps 39:12; Ps 62:10; Ps 89:48; Ps 90:9–10; Ps 144:4; Pred 2:11 **39:7** Ja, als een schim loopt de mens rond. Ja, voor damp maken zij lawaai. Hij stapelt op en weet niet wie het binnenhaalt. Brontekst: אַךְ (akh) = ja | בְּצֶ֤לֶם (betselem) = als schim | יִֽתְהַלֶּךְ (yithalekh) = loopt rond | אִ֗ישׁ (ish) = man | אַךְ (akh) = ja | הֶ֥בֶל (hevel) = damp | יֶהֱמָי֑וּן (yehemayun) = zij maken lawaai | יִ֝צְבֹּ֗ר (yitsbor) = hij stapelt op | וְֽלֹא (velo) = en niet | יֵדַ֥ע (yeda) = hij weet | מִי (mi) = wie | אֹסְפָֽם (osefam) = haalt binnen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Pred 2:26; Pred 12:13; Luc 12:20–21; Jak 4:14; 1 Kor 7:31 ### Mijn hoop is op U **39:8** En nu, waarvoor heb ik gehoopt, mijn Heer? Mijn hoop is op U. Brontekst: וְעַתָּ֣ה (veata) = en nu | מַה (ma) = waarvoor | קִּוִּ֣יתִי (qiviti) = heb ik gehoopt | אֲדֹנָ֑י (adonay) = mijn Heer | תּ֝וֹחַלְתִּ֗י (tochalti) = mijn hoop | לְךָ֣ (lekha) = op U | הִֽיא (hi) = zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh. Zie ook: Gen 49:18; Job 13:15; Ps 38:16; Ps 119:81; Rom 15:13 **39:9** Bevrijd mij van al mijn overtredingen. Maak mij niet tot een smaad voor de dwaas. Brontekst: מִכָּל (mikal) = van alle | פְּשָׁעַ֥י (peshaay) = mijn overtredingen | הַצִּילֵ֑נִי (hatsileni) = bevrijd mij | חֶרְפַּ֥ת (cherpat) = smaad van | נָ֝בָ֗ל (naval) = dwaas | אַל (al) = niet | תְּשִׂימֵֽנִי (tesimeni) = stel mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 44:14; Ps 51:16; Ps 57:4; Joël 2:17; Mi 7:19 **39:10** Ik ben stom geworden, ik open mijn mond niet, want U hebt het gedaan. Brontekst: נֶ֭אֱלַמְתִּי (neelamti) = ik werd stom | לֹ֣א (lo) = niet | אֶפְתַּח (eftach) = ik open | פִּ֑י (pi) = mijn mond | כִּ֖י (ki) = want | אַתָּ֣ה (ata) = U | עָשִֽׂיתָ (asita) = hebt gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 1:21; Job 2:10; 1 Sam 3:18; 2 Sam 16:10; Dan 4:32 **39:11** Neem Uw plaag van mij weg. Door de slag van Uw hand ben ik bezweken. Brontekst: הָסֵ֣ר (haser) = neem weg | מֵעָלַ֣י (mealay) = van mij | נִגְעֶ֑ךָ (nigekha) = Uw plaag | מִתִּגְרַ֥ת (mitigrat) = van de slag van | יָ֝דְךָ֗ (yadekha) = Uw hand | אֲנִ֣י (ani) = ik | כָלִֽיתִי (kaliti) = ben bezweken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 9:34; Job 13:21; Ps 25:16–17; Ps 32:4; Ps 38:4–5 **39:12** Met terechtwijzingen tuchtigt U een man om zijn ongerechtigheid. U laat vergaan wat hij kostbaar vindt, zoals een mot. Ja, ieder mens is een en al damp. Sela. Brontekst: בְּֽתוֹכָ֘ח֤וֹת (betokhachot) = met terechtwijzingen | עַל (al) = om | עָוֺ֨ן (avon) = ongerechtigheid | יִסַּ֬רְתָּ (yisarta) = tuchtigt U | אִ֗ישׁ (ish) = man | וַתֶּ֣מֶס (vatemes) = en U laat vergaan | כָּעָ֣שׁ (kaash) = als een mot | חֲמוּד֑וֹ (chamudo) = wat hij kostbaar vindt | אַ֤ךְ (akh) = ja | הֶ֖בֶל (hevel) = damp | כָּל (kal) = heel | אָדָ֣ם (adam) = mens | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָוֺן (avon), ‘ongerechtigheid’: schuld die iemand draagt. Zie ook: Job 13:28; Jes 50:9; 1 Kor 11:30–32; Heb 12:6; Openb 3:19 ### Een vreemdeling bij U **39:13** Hoor mijn gebed, Yahweh, en luister naar mijn hulpgeroep. Zwijg niet bij mijn tranen. Want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner zoals al mijn vaders. Brontekst: שִֽׁמְעָ֥ה (shima) = hoor | תְפִלָּתִ֨י (tefilati) = mijn gebed | יְהוָ֡ה (Yahweh) = Yahweh | וְשַׁוְעָתִ֨י (veshavati) = en mijn hulpgeroep | הַאֲזִינָה֮ (haazina) = luister | אֶֽל (el) = naar | דִּמְעָתִ֗י (dimati) = mijn tranen | אַֽל (al) = niet | תֶּ֫חֱרַ֥שׁ (techerash) = zwijg | כִּ֤י (ki) = want | גֵ֣ר (ger) = vreemdeling | אָנֹכִ֣י (anokhi) = ik | עִמָּ֑ךְ (imakh) = bij U | תּ֝וֹשָׁ֗ב (toshav) = bijwoner | כְּכָל (kekhal) = zoals alle | אֲבוֹתָֽי (avotay) = mijn vaders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גֵּר (ger), ‘vreemdeling’, en תּוֹשָׁב (toshav), ‘bijwoner’: iemand die op andermans grond woont en daar geen eigen bezit heeft. Zie ook Lev. 25:23 en Gen. 23:4. Zie ook: Gen 23:4; Gen 47:9; Lev 25:23; 2 Kon 20:5; 1 Petr 2:11; Heb 11:13 **39:14** Kijk van mij weg, zodat ik opleef, voordat ik heenga en er niet meer ben. Brontekst: הָשַׁ֣ע (hasha) = kijk weg | מִמֶּ֣נִּי (mimeni) = van mij | וְאַבְלִ֑יגָה (veavliga) = opdat ik opleef | בְּטֶ֖רֶם (beterem) = voordat | אֵלֵ֣ךְ (elekh) = ik heenga | וְאֵינֶֽנִּי (veeineni) = en ik ben er niet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָשַׁע (hasha), ‘wend af’: het Hebreeuws heeft hier geen voorwerp. Wij begrijpen ‘Uw blik’; hetzelfde woord staat in Job 14:6. Zie ook: Gen 5:24; Job 7:19; Job 10:20–21; Job 14:5–6; Job 14:6; Job 14:10–12 ## Psalmen 40 _Een nieuw lied na redding uit de kuil_ **40:1** Voor de koorleider. Van David. Een psalm. Brontekst: לַ֝מְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לְדָוִ֥ד (ledavid) = van David | מִזְמֽוֹר (mizmor) = psalm Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Wij kiezen ‘koorleider’. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 27:13–14; Ps 34:16; Ps 37:7; Ps 116:2; Jak 5:7–11 ### Yahweh heeft mij uit de kuil gehaald **40:2** Ik wachtte en wachtte op Yahweh. Hij boog Zich naar mij toe en hoorde mijn hulpgeroep. Brontekst: קַוֺּ֣ה (qavo) = wachtend | קִוִּ֣יתִי (qiviti) = ik heb gewacht | יְהוָ֑ה (Yahweh) = op Yahweh | וַיֵּ֥ט (vayet) = en Hij boog | אֵ֝לַ֗י (elay) = naar mij | וַיִּשְׁמַ֥ע (vayishma) = en Hij hoorde | שַׁוְעָתִֽי (shavati) = mijn hulpgeroep Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:13–14; Ps 34:16; Ps 37:7; Ps 116:2; Jak 5:7–11 **40:3** Hij haalde mij omhoog uit de kuil van het verderf, uit het slijk van de modder. Hij zette mijn voeten op een rots en maakte mijn stappen vast. Brontekst: וַיַּעֲלֵ֤נִי (vayaaleni) = en Hij deed mij opkomen | מִבּ֥וֹר (mibor) = uit de kuil van | שָׁאוֹן֮ (shaon) = verderf | מִטִּ֪יט (mitit) = uit het slijk van | הַיָּ֫וֵ֥ן (hayaven) = de modder | וַיָּ֖קֶם (vayaqem) = en Hij zette | עַל (al) = op | סֶ֥לַע (sela) = rots | רַגְלַ֗י (raglay) = mijn voeten | כּוֹנֵ֥ן (konen) = Hij maakte vast | אֲשֻׁרָֽי (ashuray) = mijn stappen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בּוֹר שָׁאוֹן (bor sha’on), ‘kuil van het verderf’: een diepe put die verwoesting, rumoer en dood brengt. Het beeld staat voor een uitzichtloze nood. Vergelijk Ps. 30:4. Zie ook: Ps 27:5; Ps 30:4; Ps 37:23; Ps 61:3; Ps 119:133; Mat 7:24–25 **40:4** Hij legde een nieuw lied in mijn mond, een lofzang voor onze Elohim. Velen zullen het zien en ontzag hebben, en zij zullen op Yahweh vertrouwen. Brontekst: וַיִּתֵּ֬ן (vayiten) = en Hij legde | בְּפִ֨י (befi) = in mijn mond | שִׁ֥יר (shir) = lied | חָדָשׁ֮ (chadash) = nieuw | תְּהִלָּ֪ה (tehila) = lofzang | לֵֽאלֹ֫הֵ֥ינוּ (leloheinu) = voor onze Elohim | יִרְא֣וּ (yiru) = zullen zien | רַבִּ֣ים (rabim) = velen | וְיִירָ֑אוּ (veyirau) = en zullen ontzag hebben | וְ֝יִבְטְח֗וּ (veyivtechu) = en zullen vertrouwen | בַּיהוָֽה (baYahweh) = op Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 33:3; Ps 34:2–7; Ps 52:8; Ps 103:1–5; Openb 5:9–10 **40:5** Gelukkig de man die Yahweh tot zijn vertrouwen maakt en zich niet wendt tot de trotsen, tot wie afdwalen naar leugen. Brontekst: אַ֥שְֽׁרֵי (ashrei) = gelukkig | הַגֶּ֗בֶר (hagever) = de man | אֲשֶׁר (asher) = die | שָׂ֣ם (sam) = maakt | יְ֭הֹוָה (Yahweh) = Yahweh | מִבְטַח֑וֹ (mivtacho) = tot zijn vertrouwen | וְֽלֹא (velo) = en niet | פָנָ֥ה (pana) = wendt zich | אֶל (el) = tot | רְ֝הָבִ֗ים (rehavim) = trotsen | וְשָׂטֵ֥י (vesatei) = en afdwalenden naar | כָזָֽב (kazav) = leugen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רְהָבִים (rehavim), ‘de trotsen’: mensen die hoog van zichzelf denken. Het woord klinkt aan op Rahab, de zeemonster-naam in Ps. 89:11. Wij vertalen ‘trotsen’. Zie ook: Ps 34:9; Ps 84:12–13; Ps 89:11; Ps 118:8–9; Ps 125:5; Jer 17:7–8 **40:6** Veel hebt U gedaan, U, Yahweh, mijn Elohim: Uw wonderen en Uw gedachten over ons. Niemand is aan U gelijk. Ik wil ervan vertellen en spreken, maar het zijn er te veel om te tellen. Brontekst: רַבּ֤וֹת (rabot) = veel | עָשִׂ֨יתָ (asita) = hebt gedaan | אַתָּ֤ה (ata) = U | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהַי֮ (elohay) = mijn Elohim | נִֽפְלְאֹתֶ֥יךָ (nifleoteikha) = Uw wonderen | וּמַחְשְׁבֹתֶ֗יךָ (umachshevoteikha) = en Uw gedachten | אֵ֫לֵ֥ינוּ (eleinu) = over ons | אֵ֤ין (ein) = niemand | עֲרֹ֬ךְ (arokh) = gelijke | אֵלֶ֗יךָ (eleikha) = aan U | אַגִּ֥ידָה (agida) = ik wil vertellen | וַאֲדַבֵּ֑רָה (vaadabera) = en spreken | עָ֝צְמ֗וּ (atsemu) = zij zijn talrijk | מִסַּפֵּֽר (misaper) = om te tellen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:11; Ps 71:15; Ps 92:6; Ps 139:17–18; Jer 29:11 ### Niet offers, maar gehoorzaamheid **40:7** Slachtoffer en graanoffer wilde U niet. Oren hebt U voor mij gegraven. Brandoffer en zondoffer hebt U niet gevraagd. Brontekst: זֶ֤בַח (zevach) = slachtoffer | וּמִנְחָ֨ה (umincha) = en graanoffer | לֹֽא (lo) = niet | חָפַ֗צְתָּ (chafatsta) = wilde U | אָ֭זְנַיִם (azenayim) = oren | כָּרִ֣יתָ (karita) = hebt U gegraven | לִּ֑י (li) = voor mij | עוֹלָ֥ה (ola) = brandoffer | וַ֝חֲטָאָ֗ה (vachataa) = en zondoffer | לֹ֣א (lo) = niet | שָׁאָֽלְתָּ (shaalta) = hebt U gevraagd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָזְנַיִם כָּרִיתָ לִּי (aznajim karita li), ‘oren hebt U voor mij gegraven’: waarschijnlijk een beeld voor oren die U geopend hebt, zodat wij kunnen horen en gehoorzamen. Zie ook Hebr. 10:5–7. Voetnoot Lezing: Sommige oude vertalingen hebben hier ‘een lichaam hebt U voor mij bereid’. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: 1 Sam 15:22; Ps 51:18; Hos 6:6; Jes 1:11; Heb 10:5–12 **40:8** Toen zei ik: „Zie, ik ben gekomen. In de boekrol staat over mij geschreven. Brontekst: אָ֣ז (az) = toen | אָ֭מַרְתִּי (amarti) = zei ik | הִנֵּה (hine) = zie | בָ֑אתִי (bati) = ik ben gekomen | בִּמְגִלַּת (bimgilat) = in de rol van | סֵ֝֗פֶר (sefer) = boek | כָּת֥וּב (katuv) = geschreven | עָלָֽי (alay) = over mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּמְגִלַּת־סֵפֶר (bimgillat sefer), ‘in de boekrol’: wat voor boek bedoeld is, is onzeker. Het kan de wet zijn (vergelijk Deut. 17:18–19) of een boek van Elohim. Zie ook: Deut 17:18–19; Luc 24:27; Luc 24:44; Joh 5:39; 1 Kor 15:3–4; Heb 10:7–9 **40:9** Om Uw wil te doen, mijn Elohim, heb ik lust. Uw wet is diep in mijn binnenste.” Brontekst: לַֽעֲשֽׂוֹת (laasot) = om te doen | רְצוֹנְךָ֣ (retsonekha) = Uw wil | אֱלֹהַ֣י (elohay) = mijn Elohim | חָפָ֑צְתִּי (chafatsti) = heb ik lust | וְ֝ת֥וֹרָתְךָ֗ (vetoratekha) = en Uw wet | בְּת֣וֹךְ (betokh) = diep in | מֵעָֽי (meay) = mijn binnenste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹרָה (torah), ‘wet’: eigenlijk ‘onderwijs’, wat Elohim aanwijst. Zie ook: Ps 119:16; Ps 119:24; Jer 15:16; Joh 4:34; Rom 7:22 **40:10** Ik heb gerechtigheid als goed nieuws verkondigd in de grote vergadering. Zie, mijn lippen houd ik niet tegen. Yahweh, U weet het. Brontekst: בִּשַּׂ֤רְתִּי (bisarti) = ik heb als goed nieuws verkondigd | צֶ֨דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | בְּקָ֘הָ֤ל (beqahal) = in de vergadering | רָ֗ב (rav) = grote | הִנֵּ֣ה (hine) = zie | שְׂ֭פָתַי (sefatay) = mijn lippen | לֹ֣א (lo) = niet | אֶכְלָ֑א (ekhla) = houd ik tegen | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אַתָּ֥ה (ata) = U | יָדָֽעְתָּ (yadata) = weet het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:23; Ps 22:26; Ps 71:15–18; Ps 119:13; Mar 16:15–16 ### Ik heb Uw trouw niet verzwegen **40:11** Uw gerechtigheid heb ik niet verborgen in mijn hart. Over Uw betrouwbaarheid en Uw redding heb ik gesproken. Uw trouw en Uw waarheid heb ik niet verzwegen voor de grote vergadering. Brontekst: צִדְקָתְךָ֬ (tsidqatekha) = Uw gerechtigheid | לֹא (lo) = niet | כִסִּ֨יתִי (kisiti) = heb ik verborgen | בְּת֬וֹךְ (betokh) = in het midden van | לִבִּ֗י (libi) = mijn hart | אֱמוּנָתְךָ֣ (emunatekha) = Uw betrouwbaarheid | וּתְשׁוּעָתְךָ֣ (uteshuatekha) = en Uw redding | אָמָ֑רְתִּי (amarti) = ik heb gesproken | לֹא (lo) = niet | כִחַ֥דְתִּי (kichadti) = heb ik verzwegen | חַסְדְּךָ֥ (chasdekha) = Uw trouw | וַ֝אֲמִתְּךָ֗ (vaamitekha) = en Uw waarheid | לְקָהָ֥ל (leqahal) = voor de vergadering | רָֽב (rav) = grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid. Het paar staat ook in vers 12. Zie ook: Ps 40:12; Luc 2:30–32; Hand 20:20–21; Rom 1:16–17; Rom 10:9–10; 1 Tim 1:15 **40:12** U, Yahweh, houd Uw barmhartigheid niet van mij terug. Laat Uw trouw en Uw waarheid mij altijd beschermen. Brontekst: אַתָּ֤ה (ata) = U | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לֹא (lo) = niet | תִכְלָ֣א (tikhla) = houd terug | רַחֲמֶ֣יךָ (rachameikha) = Uw barmhartigheid | מִמֶּ֑נִּי (mimeni) = van mij | חַסְדְּךָ֥ (chasdekha) = Uw trouw | וַ֝אֲמִתְּךָ֗ (vaamitekha) = en Uw waarheid | תָּמִ֥יד (tamid) = altijd | יִצְּרֽוּנִי (yitseruni) = laten mij beschermen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 23:6; Ps 43:3; Ps 57:4; Ps 69:17; Spr 20:28 ### Hulp, Yahweh, haast U **40:13** Want kwaad zonder getal heeft mij omringd. Mijn ongerechtigheden hebben mij ingehaald, en ik kan niets meer zien. Zij zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd, en mijn hart heeft mij verlaten. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אָפְפ֥וּ (afefu) = hebben omringd | עָלַ֨י (alay) = mij | רָע֡וֹת (raot) = kwaden | עַד (ad) = tot | אֵ֬ין (ein) = niet is | מִסְפָּ֗ר (mispar) = getal | הִשִּׂיג֣וּנִי (hisiguni) = hebben mij ingehaald | עֲ֭וֺנֹתַי (avonotay) = mijn ongerechtigheden | וְלֹא (velo) = en niet | יָכֹ֣לְתִּי (yakholti) = ik kon | לִרְא֑וֹת (lirot) = zien | עָצְמ֥וּ (atsemu) = zijn talrijker | מִשַּֽׂעֲר֥וֹת (misaarot) = dan haren van | רֹ֝אשִׁ֗י (roshi) = mijn hoofd | וְלִבִּ֥י (velibi) = en mijn hart | עֲזָבָֽנִי (azavani) = heeft mij verlaten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 19:13; Ps 38:5; Ps 69:5; Ps 73:26; Jes 53:6 **40:14** Wees welwillend, Yahweh, om mij te bevrijden. Yahweh, haast U om mij te helpen. Brontekst: רְצֵ֣ה (retse) = wees welwillend | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לְהַצִּילֵ֑נִי (lehatsileni) = om mij te bevrijden | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לְעֶזְרָ֥תִי (leezrati) = tot mijn hulp | חֽוּשָׁה (chusha) = haast U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 14–18 staan ook, met kleine verschillen, in Ps. 70:2–6. Daar staat vaker Elohim waar hier Yahweh staat. Zie ook: Ps 25:17–18; Ps 38:23; Ps 70:2–6; Ps 71:12; Mat 26:36–44 **40:15** Laten zij beschaamd en schaamrood worden, allen samen, die mijn leven zoeken om het weg te vagen. Laten zij achteruit wijken en gehoond worden, die behagen scheppen in mijn ongeluk. Brontekst: יֵ֘בֹ֤שׁוּ (yevoshu) = laten beschaamd worden | וְיַחְפְּר֨וּ (veyachperu) = en schaamrood worden | יַחַד֮ (yachad) = samen | מְבַקְשֵׁ֥י (mevaqshei) = zoekers van | נַפְשִׁ֗י (nafshi) = mijn leven | לִסְפּ֫וֹתָ֥הּ (lispotah) = om het weg te vagen | יִסֹּ֣גוּ (yisogu) = laten wijken | אָ֭חוֹר (achor) = achteruit | וְיִכָּלְמ֑וּ (veyikalemu) = en gehoond worden | חֲ֝פֵצֵ֗י (chafetsei) = behagenden in | רָעָתִֽי (raati) = mijn ongeluk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het hele levende wezen. Hier vertalen wij ‘leven’, omdat de vijanden naar het leven staan. Zie ook: Ps 9:4; Ps 35:4; Ps 35:26; Jes 45:24; Joh 18:6 **40:16** Laten zij verwoest worden als gevolg van hun schande, zij die tegen mij zeggen: „Ha, ha!” Brontekst: יָ֭שֹׁמּוּ (yashomu) = laten verwoest worden | עַל (al) = als | עֵ֣קֶב (eqev) = gevolg van | בָּשְׁתָּ֑ם (bashtam) = hun schande | הָאֹמְרִ֥ים (haomerim) = die zeggen | לִ֝֗י (li) = tegen mij | הֶ֘אָ֥ח (heach) = ha | הֶאָֽח (heach) = ha Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 35:21; Ps 35:25; Ps 69:25–26; Ps 73:19; Luc 19:43–44 **40:17** Laten allen die U zoeken, jubelen en zich in U verheugen. Laten zij die van Uw redding houden, steeds zeggen: „Yahweh is groot!” Brontekst: יָ֘שִׂ֤ישׂוּ (yasisu) = laten jubelen | וְיִשְׂמְח֨וּ (veyismechu) = en zich verheugen | בְּךָ֗ (bekha) = in U | כָּֽל (kal) = allen | מְבַ֫קְשֶׁ֥יךָ (mevaqsheikha) = die U zoeken | יֹאמְר֣וּ (yomru) = laten zeggen | תָ֭מִיד (tamid) = steeds | יִגְדַּ֣ל (yigdal) = is groot | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אֹֽ֝הֲבֵ֗י (ohavei) = liefhebbers van | תְּשׁוּעָתֶֽךָ (teshuatekha) = Uw redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 35:27; Ps 68:4; Ps 105:3; Ps 119:123; Hand 19:17 **40:18** Ik ben ellendig en arm, maar mijn Heer denkt aan mij. U bent mijn hulp en mijn bevrijder. Mijn Elohim, wacht niet langer. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | עָנִ֣י (ani) = ellendig | וְאֶבְיוֹן֮ (veevyon) = en arm | אֲדֹנָ֪י (adonay) = mijn Heer | יַחֲשָׁ֫ב (yachashav) = denkt | לִ֥י (li) = aan mij | עֶזְרָתִ֣י (ezrati) = mijn hulp | וּמְפַלְטִ֣י (umefalti) = en mijn bevrijder | אַ֑תָּה (ata) = U | אֱ֝לֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | אַל (al) = niet | תְּאַחַֽר (teachar) = wacht langer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Elohim. In dit lied staat het alleen hier; elders gebruikt de dichter Yahweh en Elohim. Zie ook: Ps 34:7; Ps 70:6; Jes 41:17; 1 Petr 5:7; Heb 13:6 ## Psalmen 41 _Gelukkig wie zorgt voor de zwakke_ **41:1** Voor de koorleider. Een psalm. Van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Wij kiezen ‘koorleider’. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Spr 14:21; Spr 19:17; Mat 25:34–39; Hand 20:35; 2 Kor 9:8–14 ### Yahweh zorgt voor wie zorgt voor de zwakke **41:2** Gelukkig wie inzicht heeft in de zwakke. Op de dag van onheil redt Yahweh hem. Brontekst: אַ֭שְׁרֵי (ashrei) = gelukkig | מַשְׂכִּ֣יל (maskil) = wie inzicht heeft | אֶל (el) = in | דָּ֑ל (dal) = de zwakke | בְּי֥וֹם (beyom) = op de dag van | רָ֝עָ֗ה (raa) = onheil | יְֽמַלְּטֵ֥הוּ (yemaletehu) = zal hem redden | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַשְׂכִּיל אֶל־דָּל (maskil el dal), ‘wie inzicht heeft in de zwakke’: wie verstandig en met aandacht omgaat met iemand die zwak, arm of ziek is. Zie ook: Spr 14:21; Spr 19:17; Mat 25:34–39; Hand 20:35; 2 Kor 9:8–14 **41:3** Yahweh bewaart hem en houdt hem in leven. Hij wordt gelukkig genoemd in het land. Geef hem niet over aan de begeerte van zijn vijanden. Brontekst: יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | יִשְׁמְרֵ֣הוּ (yishmerehu) = zal hem bewaren | וִֽ֭יחַיֵּהוּ (vichayehu) = en zal hem in leven houden | וְאֻשַּׁ֣ר (veushar) = en hij wordt gelukkig genoemd | בָּאָ֑רֶץ (baarets) = in het land | וְאַֽל (veal) = en niet | תִּ֝תְּנֵ֗הוּ (titenehu) = geef hem | בְּנֶ֣פֶשׁ (benefesh) = aan de begeerte van | אֹיְבָֽיו (oyevav) = zijn vijanden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: eigenlijk het levende wezen met zijn verlangens. In vers 3 vertalen wij ‘begeerte’; in vers 5 staat ‘ziel’. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is יאשר (ya’asher), een andere vorm van het werkwoord ‘gelukkig zijn’ of ‘gelukkig prijzen’. De te lezen vorm (qere) is וְאֻשַּׁר (ve’ushshar), ‘en hij wordt gelukkig genoemd’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 27:12; Ps 33:19; Ps 37:32–33; Ps 41:5; Jer 45:4–5; 1 Tim 4:8 **41:4** Yahweh ondersteunt hem op zijn ziekbed. Heel zijn legerstede maakt U om in zijn ziekte. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | יִ֭סְעָדֶנּוּ (yisadenu) = ondersteunt hem | עַל (al) = op | עֶ֣רֶשׂ (eres) = ziekbed van | דְּוָ֑י (devay) = ziekte | כָּל (kal) = heel | מִ֝שְׁכָּב֗וֹ (mishkavo) = zijn legerstede | הָפַ֥כְתָּ (hafakhta) = U maakt om | בְחָלְיֽוֹ (bechaleyo) = in zijn ziekte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָפַכְתָּ (hafakta), ‘U maakt om’: letterlijk ‘U draait om’. Het beeld is waarschijnlijk dat Yahweh het bed van de zieke opnieuw opmaakt en hem zo helpt te herstellen. Zie ook: Ps 73:26; 2 Kon 1:16; 2 Kon 20:5–6; 2 Kor 4:16–17; Fil 2:26–27 ### Een zieke tussen vijanden en een valse vriend **41:5** Ik zei: „Yahweh, wees mij genadig. Genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.” Brontekst: אֲֽנִי (ani) = ik | אָ֭מַרְתִּי (amarti) = zei | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | חָנֵּ֑נִי (chaneni) = wees mij genadig | רְפָאָ֥ה (refaa) = genees | נַ֝פְשִׁ֗י (nafshi) = mijn ziel | כִּי (ki) = want | חָטָ֥אתִי (chatati) = ik heb gezondigd | לָֽךְ (lakh) = tegen U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רְפָאָה נַפְשִׁי (refa’ah nafshi), ‘genees mijn ziel’: de dichter vraagt om genezing van zijn hele wezen en belijdt zijn zonde. Zie ook: Ps 6:3–5; Ps 103:3; 2 Kron 30:18–20; Hos 6:1; Jak 5:15–16 **41:6** Mijn vijanden spreken kwaad over mij: „Wanneer sterft hij, en gaat zijn naam verloren?” Brontekst: אוֹיְבַ֗י (oyevay) = mijn vijanden | יֹאמְר֣וּ (yomru) = zeggen | רַ֣ע (ra) = kwaad | לִ֑י (li) = over mij | מָתַ֥י (matay) = wanneer | יָ֝מ֗וּת (yamut) = zal hij sterven | וְאָבַ֥ד (veavad) = en gaat verloren | שְׁמֽוֹ (shemo) = zijn naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 20:7; Ps 22:7–9; Ps 38:13; Ps 102:9; Spr 10:7 **41:7** Als er iemand komt om te kijken, spreekt hij leugens. Zijn hart verzamelt onheil voor zichzelf. Hij gaat naar buiten en spreekt erover. Brontekst: וְאִם (veim) = en als | בָּ֤א (ba) = komt | לִרְא֨וֹת (lirot) = om te zien | שָׁ֤וְא (shave) = leugen | יְדַבֵּ֗ר (yedaber) = spreekt | לִבּ֗וֹ (libo) = zijn hart | יִקְבָּץ (yiqbats) = verzamelt | אָ֥וֶן (aven) = onheil | ל֑וֹ (lo) = voor zich | יֵצֵ֖א (yetse) = hij gaat | לַח֣וּץ (lachuts) = naar buiten | יְדַבֵּֽר (yedaber) = hij spreekt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 12:3; Spr 26:24–26; Luc 11:53–54; Luc 20:20–23; 2 Kor 11:26 **41:8** Samen fluisteren al mijn haters over mij. Zij bedenken kwaad voor mij: Brontekst: יַ֗חַד (yachad) = samen | עָלַ֣י (alay) = over mij | יִ֭תְלַחֲשׁוּ (yitlachashu) = fluisteren | כָּל (kal) = allen | שֹׂנְאָ֑י (soneay) = mijn haters | עָלַ֓י (alay) = over mij | יַחְשְׁב֖וּ (yachshevu) = bedenken | רָעָ֣ה (raa) = kwaad | לִֽי (li) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 56:6–7; Spr 16:28; Mat 22:15; Mat 26:3–4; Rom 1:29 **41:9** „Een ding van Belial is over hem uitgegoten. Nu hij ligt, staat hij niet meer op.” Brontekst: דְּֽבַר (devar) = ding van | בְּ֭לִיַּעַל (beliyaal) = Belial | יָצ֣וּק (yatsuq) = is uitgegoten | בּ֑וֹ (bo) = over hem | וַאֲשֶׁ֥ר (vaasher) = en wie | שָׁ֝כַ֗ב (shakhav) = neerligt | לֹא (lo) = niet | יוֹסִ֥יף (yosif) = komt weer | לָקֽוּם (laqum) = om op te staan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דְּבַר־בְּלִיַּעַל (devar belijja’al), ‘een ding van Belial’: een verderfelijke zaak of ziekte. Het woord דָּבָר (davar) betekent ‘woord’ of ‘ding’. Belial betekent ‘waardeloosheid’ of ‘verderf’. Zie ook: Ps 3:3; Ps 71:11; Mat 27:41–46; Mat 27:63–64; Luc 13:16 **41:10** Zelfs de man met wie ik in vrede leefde, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de hiel groot gemaakt tegen mij. Brontekst: גַּם (gam) = ook | אִ֤ישׁ (ish) = man van | שְׁלוֹמִ֨י (shelomi) = mijn vrede | אֲשֶׁר (asher) = op wie | בָּטַ֣חְתִּי (batachti) = ik vertrouwde | ב֭וֹ (bo) = in hem | אוֹכֵ֣ל (okhel) = die at | לַחְמִ֑י (lachmi) = mijn brood | הִגְדִּ֖יל (higdil) = heeft groot gemaakt | עָלַ֣י (alay) = tegen mij | עָקֵֽב (aqev) = de hiel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִישׁ שְׁלוֹמִי (ish shelomi), ‘de man van mijn vrede’: een goede vriend, met wie de dichter vrede had en brood at. הִגְדִּיל עָלַי עָקֵב (higdil alai aqev), ‘heeft de hiel groot gemaakt tegen mij’: waarschijnlijk een beeld van schoppen of verraad. Zie ook Joh. 13:18. Zie ook: Ps 55:13–15; Ps 55:21–23; Mat 26:23; Joh 13:18; Joh 13:26–27 ### Richt mij op **41:11** Maar U, Yahweh, wees mij genadig en richt mij op. Dan zal ik het hun vergelden. Brontekst: וְאַתָּ֤ה (veata) = en U | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | חָנֵּ֥נִי (chaneni) = wees mij genadig | וַהֲקִימֵ֑נִי (vahaqimeni) = en richt mij op | וַֽאֲשַׁלְּמָ֥ה (vaashalema) = en ik zal vergelden | לָהֶֽם (lahem) = hun Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וַאֲשַׁלְּמָה לָהֶם (va’ashallemah lahem), ‘dan zal ik het hun vergelden’: wij vertalen letterlijk, zonder verzachting. Zie ook: Ps 3:4; Ps 18:38–43; Ps 21:9–11; Ps 57:2; Luc 19:27 **41:12** Hieraan weet ik dat U vreugde aan mij hebt: mijn vijand juicht niet over mij. Brontekst: בְּזֹ֣את (bezot) = hieraan | יָ֭דַעְתִּי (yadati) = weet ik | כִּֽי (ki) = dat | חָפַ֣צְתָּ (chafatsta) = U vreugde hebt | בִּ֑י (bi) = aan mij | כִּ֤י (ki) = dat | לֹֽא (lo) = niet | יָרִ֖יעַ (yaria) = juicht | אֹיְבִ֣י (oyevi) = mijn vijand | עָלָֽי (alay) = over mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:2; Ps 124:6; Ps 147:11; Jer 20:13; Kol 2:15 **41:13** Mij hebt U vastgehouden vanwege mijn rechtschapenheid. U stelt mij voor Uw aangezicht, voor eeuwig. Brontekst: וַאֲנִ֗י (vaani) = en ik | בְּ֭תֻמִּי (betumi) = in mijn rechtschapenheid | תָּמַ֣כְתָּ (tamakhta) = hebt U vastgehouden | בִּ֑י (bi) = mij | וַתַּצִּיבֵ֖נִי (vatatsiveni) = en U stelt mij | לְפָנֶ֣יךָ (lefaneikha) = voor Uw aangezicht | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 36:7; Ps 34:16; Ps 37:17; Ps 73:23–24; Joh 17:24 ### Slotzegen van het eerste boek **41:14** Gezegend zij Yahweh, de Elohim van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen en amen. Brontekst: בָּ֘ר֤וּךְ (barukh) = gezegend | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹ֘הֵ֤י (elohei) = Elohim van | יִשְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | מֵֽ֭הָעוֹלָם (mehaolam) = van de eeuwigheid | וְעַ֥ד (vead) = en tot | הָעוֹלָ֗ם (haolam) = de eeuwigheid | אָ֘מֵ֥ן (amen) = amen | וְאָמֵֽן (veamen) = en amen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is geen deel van het lied zelf, maar de afsluitende lofzegening van het eerste boek van de Psalmen (Ps. 1–41). Vergelijk Ps. 72:18–19, Ps. 89:53 en Ps. 106:48. Zie ook: Ps 72:18–19; Ps 89:53; Ps 106:48; Ef 1:3; Openb 4:8; Openb 5:9–14 ## Psalmen 42 _Mijn ziel dorst naar de levende El_ **42:1** Voor de koorleider. Een maskil. Van de zonen van Korach. Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מַשְׂכִּ֥יל (maskil) = maskil | לִבְנֵי (livnei) = van de zonen van | קֹֽרַח (qorach) = Korach Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker; waarschijnlijk een kunstig of lerend lied. Wij laten ‘Maskil’ staan. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : Psalm 42 en 43 horen waarschijnlijk bij elkaar: ze hebben dezelfde terugkerende regel (42:6, 42:12 en 43:5). Psalm 42–83 noemt Elohim waar andere psalmen Yahweh hebben. Zie ook: Ps 63:2–3; Ps 84:2–3; Ps 119:131; Ps 143:6–7; Jes 26:8–9 ### Mijn ziel dorst naar Elohim **42:2** Zoals een hert smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar U, Elohim. Brontekst: כְּאַיָּ֗ל (keayal) = zoals een hert | תַּעֲרֹ֥ג (taarog) = smacht | עַל (al) = naar | אֲפִֽיקֵי (afiqei) = stromen van | מָ֑יִם (mayim) = water | כֵּ֤ן (ken) = zo | נַפְשִׁ֨י (nafshi) = mijn ziel | תַעֲרֹ֖ג (taarog) = smacht | אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = naar U | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het levende wezen met zijn verlangens. In deze psalm vertalen wij ‘ziel’. Zie ook: Ps 63:2–3; Ps 84:2–3; Ps 119:131; Ps 143:6–7; Jes 26:8–9 **42:3** Mijn ziel dorst naar Elohim, naar de levende El. Wanneer mag ik komen en voor het aangezicht van Elohim verschijnen? Brontekst: צָמְאָ֬ה (tsamea) = dorst | נַפְשִׁ֨י (nafshi) = mijn ziel | לֵאלֹהִים֮ (lElohim) = naar Elohim | לְאֵ֪ל (leel) = naar El | חָ֥י (chay) = levende | מָתַ֥י (matay) = wanneer | אָב֑וֹא (avo) = zal ik komen | וְ֝אֵרָאֶ֗ה (veerae) = en verschijnen | פְּנֵ֣י (penei) = aangezicht van | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְאֵל חָי (le’el chay), ‘naar de levende El’: El is een korte vorm van Elohim. אֵרָאֶה (era’eh), ‘ik zal verschijnen’: wie de tempel bezoekt, verschijnt voor het aangezicht van Elohim. Zie ook: Ps 27:4; Ps 63:2; Ps 84:11; Joh 7:37; Openb 22:1 **42:4** Mijn tranen zijn mijn brood geweest, overdag en 's nachts, terwijl men de hele dag tegen mij zegt: „Waar is je Elohim?” Brontekst: הָֽיְתָה (hayeta) = zijn geweest | לִּ֬י (li) = voor mij | דִמְעָתִ֣י (dimati) = mijn tranen | לֶ֭חֶם (lechem) = brood | יוֹמָ֣ם (yomam) = overdag | וָלָ֑יְלָה (valayela) = en 's nachts | בֶּאֱמֹ֥ר (beemor) = terwijl men zegt | אֵלַ֥י (elay) = tegen mij | כָּל (kal) = heel | הַ֝יּ֗וֹם (hayom) = de dag | אַיֵּ֥ה (aye) = waar is | אֱלֹהֶֽיךָ (eloheikha) = je Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 42:11; Ps 79:10; Ps 80:6; Ps 115:2; Joël 2:17 **42:5** Dit wil ik gedenken en mijn ziel in mij uitstorten: hoe ik meetrok in de stoet en hen leidde naar het huis van Elohim. Er was jubelgeluid en lofzang, een feestvierende menigte. Brontekst: אֵ֤לֶּה (ele) = deze dingen | אֶזְכְּרָ֨ה (ezkera) = wil ik gedenken | וְאֶשְׁפְּכָ֬ה (veeshpekha) = en uitstorten | עָלַ֨י (alay) = in mij | נַפְשִׁ֗י (nafshi) = mijn ziel | כִּ֤י (ki) = hoe | אֶֽעֱבֹ֨ר (eevor) = ik meetrok | בַּסָּךְ֮ (basakh) = in de stoet | אֶדַּדֵּ֗ם (edadem) = ik leidde hen | עַד (ad) = naar | בֵּ֥ית (beit) = huis van | אֱלֹ֫הִ֥ים (Elohim) = Elohim | בְּקוֹל (beqol) = met geluid van | רִנָּ֥ה (rina) = gejuich | וְתוֹדָ֗ה (vetoda) = en lofzang | הָמ֥וֹן (hamon) = menigte | חוֹגֵֽג (chogeg) = feestvierende Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סָךְ (sakh), ‘stoet’, en אֶדַּדֵּם (eddaddem), ‘ik leidde hen’: beide woorden komen zo weinig voor dat de betekenis onzeker is. Wij vertalen naar de zin: een feestelijke optocht naar de tempel. Zie ook: Job 29:2–30:31; 1 Sam 1:15–16; Ps 62:9; Ps 122:1; Jes 30:29 **42:6** Waarom ben je terneergeslagen, mijn ziel, en kreun je over mij? Wacht op Elohim, want ik zal Hem nog danken: de reddingen van Zijn aangezicht. Brontekst: מַה (ma) = waarom | תִּשְׁתּ֬וֹחֲחִ֨י (tishtochachi) = ben je terneergeslagen | נַפְשִׁי֮ (nafshi) = mijn ziel | וַתֶּהֱמִ֪י (vatehemi) = en kreun je | עָ֫לָ֥י (alay) = over mij | הוֹחִ֣ילִי (hochili) = wacht | לֵֽ֭אלֹהִים (lElohim) = op Elohim | כִּי (ki) = want | ע֥וֹד (od) = nog | אוֹדֶ֗נּוּ (odenu) = zal ik Hem danken | יְשׁוּע֥וֹת (yeshuot) = reddingen van | פָּנָֽיו (panav) = Zijn aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: In de Masoretische tekst hoort ‘Zijn aangezicht’ bij vers 6, en vers 7 begint met ‘Mijn Elohim’. In vers 12 en in Ps. 43:5 staat ‘de redding van mijn aangezicht en mijn Elohim’. Sommige oude vertalingen lezen ook in vers 6 ‘mijn aangezicht en mijn Elohim’. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Ps 27:13–14; Ps 37:7; Ps 42:7; Ps 42:12; Ps 43:5; Ps 61:3; Mat 1:23; Heb 10:36–37 ### Vanuit het land van de Jordaan **42:7** Mijn Elohim, over mij is mijn ziel terneergeslagen. Daarom denk ik aan U vanuit het land van de Jordaan en de Hermons, vanaf de berg Mizar. Brontekst: אֱֽלֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | עָלַי֮ (alay) = over mij | נַפְשִׁ֪י (nafshi) = mijn ziel | תִשְׁתּ֫וֹחָ֥ח (tishtochach) = is terneergeslagen | עַל (al) = daarom | כֵּ֗ן (ken) = (zo) | אֶ֭זְכָּרְךָ (ezkarekha) = denk ik aan U | מֵאֶ֣רֶץ (meerets) = uit het land van | יַרְדֵּ֑ן (yarden) = Jordaan | וְ֝חֶרְמוֹנִ֗ים (vechermonim) = en Hermons | מֵהַ֥ר (mehar) = vanaf de berg | מִצְעָֽר (mitsar) = Mizar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Het land van de Jordaan en de Hermons (meervoud: de toppen van het Hermongebergte) liggen in het uiterste noorden. De berg Mizar (מִצְעָר, mitsar, ‘klein’) is onbekend; het kan de naam van een kleine top zijn. Onzeker. Zie Berg Mizar (ligging onzeker): De berg Mizar (‘klein’) wordt in Psalm 42:7 genoemd bij de Jordaan en de Hermon. De ligging is onbekend; hij wordt in het noorden gezocht, bij de bronnen van de Jordaan. Zie ook: Deut 3:8–9; Ps 43:4; Ps 61:3; Jona 2:8; Mat 27:46 **42:8** Watermassa roept tot watermassa bij het geluid van Uw watervallen. Al Uw branding en Uw golven zijn over mij heen gegaan. Brontekst: תְּהֽוֹם (tehom) = watermassa | אֶל (el) = tot | תְּה֣וֹם (tehom) = watermassa | ק֭וֹרֵא (qore) = roept | לְק֣וֹל (leqol) = bij het geluid van | צִנּוֹרֶ֑יךָ (tsinoreikha) = Uw watervallen | כָּֽל (kal) = al | מִשְׁבָּרֶ֥יךָ (mishbareikha) = Uw branding | וְ֝גַלֶּ֗יךָ (vegaleikha) = en Uw golven | עָלַ֥י (alay) = over mij | עָבָֽרוּ (avaru) = zijn heengegaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּהוֹם (tehom), ‘watermassa’: de diepe wateren onder de aarde. Zo vertalen wij het woord ook in Gen. 1:2 en Ps. 36:7. צִנּוֹר (tsinnor), ‘waterval’: het woord is zeldzaam; het kan ook ‘waterpijp’ of ‘waterstraal’ betekenen. Het beeld is een overweldigende nood. Zie ook: Gen 1:2; Ps 36:7; Ps 69:15–16; Ps 88:8; Jona 2:4; Jer 4:20; Klaagl 3:53–55 **42:9** Overdag beveelt Yahweh Zijn trouw, en 's nachts is Zijn lied bij mij, een gebed tot de El van mijn leven. Brontekst: יוֹמָ֤ם (yomam) = overdag | יְצַוֶּ֬ה (yetsave) = beveelt | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | חַסְדּ֗וֹ (chasdo) = Zijn trouw | וּ֭בַלַּיְלָה (uvalayla) = en 's nachts | שִׁיר֣וֹ (shiro) = Zijn lied | עִמִּ֑י (imi) = bij mij | תְּ֝פִלָּ֗ה (tefila) = gebed | לְאֵ֣ל (leel) = tot El van | חַיָּֽי (chayay) = mijn leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is שירה (shirah), ‘lied’. De te lezen vorm (qere) is שִׁירוֹ (shiro), ‘Zijn lied’. Wij volgen de qere. Zie ook: Job 35:10; Deut 28:8; Ps 16:7; Ps 63:7; Ps 149:5 ### Waarom hebt U mij vergeten? **42:10** Ik zeg tot El, mijn rots: „Waarom hebt U mij vergeten? Waarom ga ik somber rond onder de druk van de vijand?” Brontekst: אוֹמְרָ֤ה (omera) = ik zeg | לְאֵ֥ל (leel) = tot El | סַלְעִי֮ (sali) = mijn rots | לָמָ֪ה (lama) = waarom | שְׁכַ֫חְתָּ֥נִי (shekhachtani) = hebt U mij vergeten | לָֽמָּה (lama) = waarom | קֹדֵ֥ר (qoder) = somber | אֵלֵ֗ךְ (elekh) = ga ik rond | בְּלַ֣חַץ (belachats) = onder de druk van | אוֹיֵֽב (oyev) = vijand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֹדֵר (qoder), ‘somber’: het woord voor in het zwart gekleed gaan, in rouw. Zie ook: Ps 18:3; Ps 28:1; Ps 38:7; Ps 43:2; Klaagl 5:1–16 **42:11** Als een doodsteek in mijn beenderen hoonden mijn belagers mij, terwijl zij de hele dag tegen mij zeggen: „Waar is je Elohim?” Brontekst: בְּרֶ֤צַח (beretsach) = als een doodsteek | בְּֽעַצְמוֹתַ֗י (beatsmotay) = in mijn beenderen | חֵרְפ֥וּנִי (cherefuni) = hebben mij gehoond | צוֹרְרָ֑י (tsoreray) = mijn belagers | בְּאָמְרָ֥ם (beameram) = terwijl zij zeggen | אֵלַ֥י (elay) = tegen mij | כָּל (kal) = heel | הַ֝יּ֗וֹם (hayom) = de dag | אַיֵּ֥ה (aye) = waar is | אֱלֹהֶֽיךָ (eloheikha) = je Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 42:4; Spr 12:18; Joël 2:17; Mi 7:10; Luc 2:35 **42:12** Waarom ben je terneergeslagen, mijn ziel, en waarom kreun je over mij? Wacht op Elohim, want ik zal Hem nog danken, de redding van mijn aangezicht en mijn Elohim. Brontekst: מַה (ma) = waarom | תִּשְׁתּ֬וֹחֲחִ֨י (tishtochachi) = ben je terneergeslagen | נַפְשִׁי֮ (nafshi) = mijn ziel | וּֽמַה (uma) = en waarom | תֶּהֱמִ֪י (tehemi) = kreun je | עָ֫לָ֥י (alay) = over mij | הוֹחִ֣ילִי (hochili) = wacht | לֵֽ֭אלֹהִים (lElohim) = op Elohim | כִּי (ki) = want | ע֣וֹד (od) = nog | אוֹדֶ֑נּוּ (odenu) = zal ik Hem danken | יְשׁוּעֹ֥ת (yeshuot) = redding van | פָּ֝נַ֗י (panay) = mijn aangezicht | וֵֽאלֹהָֽי (velohay) = en mijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 42:6; Ps 43:5; Jer 30:17; Jer 33:6; Mat 9:12 ## Psalmen 43 _Zend Uw licht en Uw waarheid_ ### Doe mij recht, Elohim **43:1** Doe mij recht, Elohim, en voer mijn rechtszaak tegen een volk zonder trouw. Red mij van een man van bedrog en onrecht. Brontekst: שָׁפְטֵ֤נִי (shafeteni) = doe mij recht | אֱלֹהִ֨ים (Elohim) = Elohim | וְרִ֘יבָ֤ה (veriva) = en voer | רִיבִ֗י (rivi) = mijn rechtszaak | מִגּ֥וֹי (migoy) = tegen een volk | לֹא (lo) = niet | חָסִ֑יד (chasid) = trouw | מֵ֤אִישׁ (meish) = van een man van | מִרְמָ֖ה (mirma) = bedrog | וְעַוְלָ֣ה (veavla) = en onrecht | תְפַלְּטֵֽנִי (tefaleteni) = red mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Deze psalm heeft geen opschrift en hoort waarschijnlijk bij Psalm 42: dezelfde terugkerende regel (42:6, 42:12 en 43:5) en hetzelfde thema. Voetnoot : חָסִיד (chasid), ‘trouw’: iemand die trouw (chesed) bewijst. ‘Een volk zonder trouw’ is een volk dat zich niet aan verbond en recht houdt. Zie ook: 1 Sam 24:16; Ps 7:9; Ps 26:1; Ps 35:1; Ps 35:24 **43:2** Want U bent de Elohim van mijn vesting. Waarom hebt U mij verstoten? Waarom ga ik somber rond onder de druk van de vijand? Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֤ה (ata) = U | אֱלֹהֵ֣י (elohei) = Elohim van | מָֽעוּזִּי֮ (mauzi) = mijn vesting | לָמָ֪ה (lama) = waarom | זְנַ֫חְתָּ֥נִי (zenachtani) = hebt U mij verstoten | לָֽמָּה (lama) = waarom | קֹדֵ֥ר (qoder) = somber | אֶתְהַלֵּ֗ךְ (ethalekh) = ga ik rond | בְּלַ֣חַץ (belachats) = onder de druk van | אוֹיֵֽב (oyev) = vijand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָעוּזִּי (ma’uzzi), ‘mijn vesting’: een sterke, onneembare plaats om je te beschermen. Zie ook: Ps 28:7; Ps 42:10; Ps 94:14; Jes 40:31; Ef 6:10 ### Zend Uw licht en Uw waarheid **43:3** Zend Uw licht en Uw waarheid. Laten zij mij leiden en mij brengen naar Uw heilige berg en naar Uw woningen. Brontekst: שְׁלַח (shelach) = zend | אוֹרְךָ֣ (orekha) = Uw licht | וַ֭אֲמִתְּךָ (vaamitekha) = en Uw waarheid | הֵ֣מָּה (hema) = zij | יַנְח֑וּנִי (yanchuni) = laten mij leiden | יְבִיא֥וּנִי (yeviuni) = laten mij brengen | אֶל (el) = naar | הַֽר (har) = berg van | קָ֝דְשְׁךָ֗ (qadeshekha) = Uw heiligheid | וְאֶל (veel) = en naar | מִשְׁכְּנוֹתֶֽיךָ (mishkenoteikha) = Uw woningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Licht’ en ‘waarheid’ worden hier voorgesteld als twee gidsen die Yahweh uitzendt. Zij leiden de dichter naar de tempel. Zie ook: Ps 36:10; Ps 97:11; Ps 143:10; Spr 3:5–6; Joh 1:4 **43:4** Dan kom ik bij het altaar van Elohim, bij de El van mijn jubelende vreugde. En ik dank U met de lier, Elohim, mijn Elohim. Brontekst: וְאָב֤וֹאָה (veavoa) = en ik zal komen | אֶל (el) = naar | מִזְבַּ֬ח (mizbach) = altaar van | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | אֶל (el) = naar | אֵל֮ (el) = El | שִׂמְחַ֪ת (simchat) = vreugde van | גִּ֫ילִ֥י (gili) = mijn jubel | וְאוֹדְךָ֥ (veodekha) = en ik zal U danken | בְכִנּ֗וֹר (bekhinor) = met lier | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | אֱלֹהָֽי (elohay) = mijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’: een snaarinstrument. Zie ook: Ps 57:9; Ps 66:13–15; Ps 116:12–19; Jes 61:10; Hab 3:17–18 **43:5** Waarom ben je terneergeslagen, mijn ziel, en waarom kreun je over mij? Wacht op Elohim, want ik zal Hem nog danken, de redding van mijn aangezicht en mijn Elohim. Brontekst: מַה (ma) = waarom | תִּשְׁתּ֬וֹחֲחִ֨י (tishtochachi) = ben je terneergeslagen | נַפְשִׁי֮ (nafshi) = mijn ziel | וּֽמַה (uma) = en waarom | תֶּהֱמִ֪י (tehemi) = kreun je | עָ֫לָ֥י (alay) = over mij | הוֹחִ֣ילִי (hochili) = wacht | לֵֽ֭אלֹהִים (lElohim) = op Elohim | כִּי (ki) = want | ע֣וֹד (od) = nog | אוֹדֶ֑נּוּ (odenu) = zal ik Hem danken | יְשׁוּעֹ֥ת (yeshuot) = redding van | פָּ֝נַ֗י (panay) = mijn aangezicht | וֵֽאלֹהָֽי (velohay) = en mijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 42:6; Ps 42:12 ## Psalmen 44 _Klaaglied van het volk na een nederlaag_ **44:1** Voor de koorleider. Van de zonen van Korach. Een maskil. Brontekst: לַמְנַצֵּ֬חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לִבְנֵי (livnei) = van de zonen van | קֹ֬רַח (qorach) = Korach | מַשְׂכִּֽיל (maskil) = maskil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : Dit is een klaaglied van het volk (‘wij’), maar in de verzen 5, 7 en 16 spreekt één stem (‘ik’), misschien de koning of de leider van het volk. Zie ook: Ex 13:14–15; Deut 6:20; Re 6:13; Ps 78:3–6; Joël 1:3 ### Wat onze vaders ons vertelden **44:2** Elohim, met onze oren hebben wij het gehoord. Onze vaders hebben het ons verteld: het werk dat U gedaan hebt in hun dagen, in de dagen van lang geleden. Brontekst: אֱלֹהִ֤ים (Elohim) = Elohim | בְּאָזְנֵ֬ינוּ (beazeneinu) = met onze oren | שָׁמַ֗עְנוּ (shamanu) = hebben wij gehoord | אֲבוֹתֵ֥ינוּ (avoteinu) = onze vaders | סִפְּרוּ (siperu) = hebben verteld | לָ֑נוּ (lanu) = ons | פֹּ֥עַל (poal) = werk | פָּעַ֥לְתָּ (paalta) = dat U deed | בִֽ֝ימֵיהֶ֗ם (bimeihem) = in hun dagen | בִּ֣ימֵי (bimei) = in de dagen van | קֶֽדֶם (qedem) = lang geleden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 13:14–15; Deut 6:20; Re 6:13; Ps 78:3–6; Joël 1:3 **44:3** U zelf hebt met Uw hand volken verdreven en hen geplant. U hebt natiën kwaad gedaan en hen laten uitlopen. Brontekst: אַתָּ֤ה (ata) = U | יָדְךָ֡ (yadekha) = Uw hand | גּוֹיִ֣ם (goyim) = volken | ה֭וֹרַשְׁתָּ (horashta) = verdreef U | וַתִּטָּעֵ֑ם (vatitaem) = en U plantte hen | תָּרַ֥ע (tara) = U deed kwaad | לְ֝אֻמִּ֗ים (leumim) = aan natiën | וַֽתְּשַׁלְּחֵֽם (vateshalechem) = en liet hen uitlopen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In dit vers verwijst ‘hen’ naar de vaders: Elohim heeft de volken verdreven en de vaders geplant en laten uitlopen. In het Hebreeuws kan ‘hen’ ook de volken zijn. תָּרַע (tera), ‘U deed kwaad’: U hebt de natiën zwaar getroffen. Wij houden het Nederlands even open als het Hebreeuws. Zie ook: Ex 15:17; Joz 21:43; 2 Sam 7:10; Ps 78:55; Ps 135:10–12 **44:4** Want niet met hun zwaard hebben zij het land in bezit genomen, en hun arm heeft hen niet gered. Maar Uw rechterhand, Uw arm en het licht van Uw aangezicht, want U had behagen in hen. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹ֪א (lo) = niet | בְחַרְבָּ֡ם (becharbam) = met hun zwaard | יָ֥רְשׁוּ (yareshu) = namen in bezit | אָ֗רֶץ (arets) = land | וּזְרוֹעָם֮ (uzeroam) = en hun arm | לֹא (lo) = niet | הוֹשִׁ֪יעָ֫ה (hoshia) = heeft gered | לָּ֥מוֹ (lamo) = hen | כִּֽי (ki) = maar | יְמִֽינְךָ֣ (yeminekha) = Uw rechterhand | וּ֭זְרוֹעֲךָ (uzeroakha) = en Uw arm | וְא֥וֹר (veor) = en licht van | פָּנֶ֗יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | כִּ֣י (ki) = want | רְצִיתָֽם (retsitam) = U had behagen in hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Het land’ is Kanaän. De dichter herinnert eraan dat de verovering het werk van Elohim was, niet dat van de vaders. Vergelijk Deut. 8:17–18 en Joz. 24:12. Zie ook: Deut 7:7–8; Deut 8:17–18; Joz 24:12; Zach 4:6; 2 Kor 4:7 **44:5** U zelf bent mijn koning, Elohim. Gebied reddingen voor Jakob. Brontekst: אַתָּה (ata) = U | ה֣וּא (hu) = zelf | מַלְכִּ֣י (malki) = mijn koning | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | צַ֝וֵּ֗ה (tsave) = gebied | יְשׁוּע֥וֹת (yeshuot) = reddingen voor | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 42:9; Ps 74:12; Ps 89:19; Ps 149:2; Mar 9:25 **44:6** Met U stoten wij onze tegenstanders neer. In Uw naam vertrappen wij wie tegen ons opstaan. Brontekst: בְּ֭ךָ (bekha) = met U | צָרֵ֣ינוּ (tsareinu) = onze tegenstanders | נְנַגֵּ֑חַ (nenageach) = stoten wij neer | בְּ֝שִׁמְךָ֗ (beshimkha) = in Uw naam | נָב֥וּס (navus) = vertrappen wij | קָמֵֽינוּ (qameinu) = wie tegen ons opstaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 33:17; Ps 60:14; Ps 108:14; Ps 118:10–13; Fil 4:13 **44:7** Want ik vertrouw niet op mijn boog, en mijn zwaard redt mij niet. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹ֣א (lo) = niet | בְקַשְׁתִּ֣י (beqashti) = op mijn boog | אֶבְטָ֑ח (evtach) = vertrouw ik | וְ֝חַרְבִּ֗י (vecharbi) = en mijn zwaard | לֹ֣א (lo) = niet | תוֹשִׁיעֵֽנִי (toshieni) = redt mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 17:47; Ps 20:8; Ps 33:16–17; Hos 1:7 **44:8** Want U hebt ons gered van onze tegenstanders, en wie ons haten hebt U beschaamd gemaakt. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | ה֭וֹשַׁעְתָּנוּ (hoshatanu) = U redt ons | מִצָּרֵ֑ינוּ (mitsareinu) = van onze tegenstanders | וּמְשַׂנְאֵ֥ינוּ (umesaneinu) = en wie ons haten | הֱבִישֽׁוֹתָ (hevishota) = maakt U beschaamd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 1:5; Joz 23:9–10; Ps 132:18; Ps 136:24; Ps 140:8 **44:9** In Elohim prezen wij de hele dag, en Uw naam danken wij voor eeuwig. Sela. Brontekst: בֵּֽ֭אלֹהִים (bElohim) = in Elohim | הִלַּלְ֣נוּ (hilalnu) = prezen wij | כָל (kal) = heel | הַיּ֑וֹם (hayom) = de dag | וְשִׁמְךָ֓ (veshimkha) = en Uw naam | לְעוֹלָ֖ם (leolam) = voor eeuwig | נוֹדֶ֣ה (node) = danken wij | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker. Het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Wij laten het staan als ‘Sela’. Zie ook: Ps 30:13; Ps 34:3; Jer 9:23; 1 Kor 1:29–31; Rom 2:17 ### Toch hebt U ons verstoten **44:10** Toch hebt U ons verstoten en te schande gemaakt, en U trekt niet uit met onze legers. Brontekst: אַף (af) = toch | זָ֭נַחְתָּ (zanachta) = hebt U verstoten | וַתַּכְלִימֵ֑נוּ (vatakhlimenu) = en maakt ons te schande | וְלֹא (velo) = en niet | תֵ֝צֵ֗א (tetse) = trekt U uit | בְּצִבְאוֹתֵֽינוּ (betsivoteinu) = met onze legers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 43:2; Ps 60:3; Ps 60:12; Ps 74:1; Ps 108:12 **44:11** U laat ons terugwijken voor de tegenstander, en wie ons haten plunderen voor zichzelf. Brontekst: תְּשִׁיבֵ֣נוּ (teshivenu) = U laat ons wijken | אָ֭חוֹר (achor) = achteruit | מִנִּי (mini) = voor | צָ֑ר (tsar) = de tegenstander | וּ֝מְשַׂנְאֵ֗ינוּ (umesaneinu) = en wie ons haten | שָׁ֣סוּ (shasu) = plunderen | לָֽמוֹ (lamo) = voor zichzelf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Lev 26:17; Joz 7:8; Joz 7:12; Ps 89:42; Jes 10:6 **44:12** U geeft ons weg als schapen om op te eten, en onder de volken hebt U ons verspreid. Brontekst: תִּ֭תְּנֵנוּ (titenenu) = U geeft ons | כְּצֹ֣אן (ketson) = als schapen | מַאֲכָ֑ל (maakhal) = om te eten | וּ֝בַגּוֹיִ֗ם (uvagoyim) = en onder de volken | זֵרִיתָֽנוּ (zeritanu) = hebt U ons verspreid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:27; Deut 28:64; Jes 11:11–12; Ezech 34:12; Rom 8:36 **44:13** U verkoopt Uw volk voor niets, en U hebt geen winst gemaakt op hun prijs. Brontekst: תִּמְכֹּֽר (timkor) = U verkoopt | עַמְּךָ֥ (amekha) = Uw volk | בְלֹא (belo) = voor | ה֑וֹן (hon) = niets | וְלֹ֥א (velo) = en niet | רִ֝בִּ֗יתָ (ribita) = hebt U winst gemaakt | בִּמְחִירֵיהֶֽם (bimchireihem) = op hun prijs Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּמְחִירֵיהֶם (bimchireihem), ‘op hun prijs’: Elohim heeft Zijn volk verkocht en er niets aan verdiend. Het beeld laat zien hoe weinig het volk nog waard lijkt. Zie ook: Deut 32:30; Re 2:14; Jes 50:1; Jes 52:3–4; Jer 15:13 **44:14** U maakt ons tot een smaad voor onze buren, tot spot en hoon voor wie ons omringen. Brontekst: תְּשִׂימֵ֣נוּ (tesimenu) = U maakt ons | חֶ֭רְפָּה (cherpa) = tot smaad | לִשְׁכֵנֵ֑ינוּ (lishkheneinu) = voor onze buren | לַ֥עַג (laag) = spot | וָ֝קֶ֗לֶס (vaqeles) = en hoon | לִסְבִיבוֹתֵֽינוּ (lisvivoteinu) = voor wie ons omringen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 28:37; Ps 79:4; Ps 80:7; Jer 24:9; Ezech 36:19–23 **44:15** U maakt ons tot een spreekwoord onder de volken, tot een hoofdschudding onder de natiën. Brontekst: תְּשִׂימֵ֣נוּ (tesimenu) = U maakt ons | מָ֭שָׁל (mashal) = tot spreekwoord | בַּגּוֹיִ֑ם (bagoyim) = onder de volken | מְנֽוֹד (menod) = tot schudden van | רֹ֝֗אשׁ (rosh) = het hoofd | בַּל (bal) = onder | אֻמִּֽים (umim) = de natiën Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְנוֹד־רֹאשׁ (menod rosh), ‘hoofdschudding’: mensen schudden het hoofd om spot of afkeuring te tonen. בַּל אֻמִּים (bal ummim), ‘onder de natiën’: hier wordt het woordje בַּל (bal) als ‘onder’ gelezen; de betekenis is onzeker. Zie ook: Job 16:4; Job 17:6; Deut 28:37; Jer 24:9; Klaagl 2:15–17 **44:16** De hele dag staat mijn schande voor mij, en de schaamte van mijn gezicht bedekt mij, Brontekst: כָּל (kal) = heel | הַ֭יּוֹם (hayom) = de dag | כְּלִמָּתִ֣י (kelimati) = mijn schande | נֶגְדִּ֑י (negdi) = voor mij | וּבֹ֖שֶׁת (uvoshet) = en schaamte van | פָּנַ֣י (panay) = mijn gezicht | כִּסָּֽתְנִי (kisateni) = bedekt mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 7:7–9; Ps 69:8; Ps 71:13; 2 Kron 32:21; Jer 51:51 **44:17** door de stem van wie hoont en lastert, door de aanblik van de vijand en de wraakzuchtige. Brontekst: מִ֭קּוֹל (miqol) = door stem van | מְחָרֵ֣ף (mecharef) = de hoonder | וּמְגַדֵּ֑ף (umegadef) = en lasteraar | מִפְּנֵ֥י (mipenei) = door aanblik van | א֝וֹיֵ֗ב (oyev) = vijand | וּמִתְנַקֵּֽם (umitnaqem) = en wraakzuchtige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 8:3; Ps 74:10; Ps 74:18; Ps 74:22–23; Jes 37:3–4 ### Wij zijn U niet ontrouw geweest **44:18** Dit alles is ons overkomen, maar wij hebben U niet vergeten. Wij hebben niet vals gehandeld tegen Uw verbond. Brontekst: כָּל (kal) = heel | זֹ֣את (zot) = dit | בָּ֭אַתְנוּ (baatnu) = is ons overkomen | וְלֹ֣א (velo) = en niet | שְׁכַחֲנ֑וּךָ (shekhachanukha) = hebben wij U vergeten | וְלֹֽא (velo) = en niet | שִׁ֝קַּ֗רְנוּ (shiqarnu) = hebben wij vals gehandeld | בִּבְרִיתֶֽךָ (bivritekha) = in Uw verbond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּרִיתֶךָ (berit’cha), ‘Uw verbond’: het verbond van Yahweh met Israël. שִׁקַּרְנוּ (shiqqarnu), ‘wij hebben vals gehandeld’: wij hebben het verbond niet verraden. Zie ook: Deut 6:12; Deut 8:14; Ps 78:7; Jes 17:10; Dan 9:13 **44:19** Ons hart is niet teruggeweken, en onze schreden zijn niet afgeweken van Uw pad. Brontekst: לֹא (lo) = niet | נָס֣וֹג (nasog) = is geweken | אָח֣וֹר (achor) = achteruit | לִבֵּ֑נוּ (libenu) = ons hart | וַתֵּ֥ט (vatet) = en nam een zijpad | אֲשֻׁרֵ֗ינוּ (ashureinu) = onze schreden | מִנִּ֥י (mini) = van | אָרְחֶֽךָ (arechekha) = Uw pad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 23:11–12; Ps 78:57; Ps 119:51; Ps 119:157; Sef 1:6 **44:20** Toch hebt U ons verbrijzeld op de plaats van de jakhalzen, en U hebt ons bedekt met diepe schaduw. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | דִ֭כִּיתָנוּ (dikitanu) = U hebt ons verbrijzeld | בִּמְק֣וֹם (bimqom) = op een plaats van | תַּנִּ֑ים (tanim) = jakhalzen | וַתְּכַ֖ס (vatekhas) = en U bedekte | עָלֵ֣ינוּ (aleinu) = ons | בְצַלְמָֽוֶת (betsalmavet) = met diepe schaduw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תַּנִּים (tannim), ‘jakhalzen’: wilde dieren in de woestenij. ‘De plaats van de jakhalzen’ is een verlaten plek. צַלְמָוֶת (tsalmavet), ‘diepe schaduw’: zwarte duisternis. Wij vertalen zoals in Job. Zie ook: Job 3:5; Ps 23:4; Ps 51:10; Jes 34:13–14; Jer 14:17 **44:21** Als wij de naam van onze Elohim waren vergeten en onze handen hadden uitgespreid naar een vreemde god, Brontekst: אִם (im) = als | שָׁ֭כַחְנוּ (shakhachnu) = wij hebben vergeten | שֵׁ֣ם (shem) = naam van | אֱלֹהֵ֑ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | וַנִּפְרֹ֥שׂ (vanifros) = en wij zouden uitspreiden | כַּ֝פֵּ֗ינוּ (kapeinu) = onze handen | לְאֵ֣ל (leel) = naar een god | זָֽר (zar) = vreemde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֵל זָר (El zar), ‘een vreemde god’: een afgod. Hier staat El als gewone naam voor een god. Vergelijk Deut. 32:12, waar ‘vreemde El’ (El nekar) staat. Zie ook: Job 11:13; Job 31:5–40; Deut 32:12; Ps 7:4–6; Ps 68:32; Ps 81:10 **44:22** zou Elohim dit dan niet doorgronden? Want Hij kent de geheimen van het hart. Brontekst: הֲלֹ֣א (halo) = niet | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | יַֽחֲקָר (yachaqar) = zou doorgronden | זֹ֑את (zot) = dit | כִּֽי (ki) = want | ה֥וּא (hu) = Hij | יֹ֝דֵ֗עַ (yodea) = kent | תַּעֲלֻמ֥וֹת (taalumot) = geheimen van | לֵֽב (lev) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 34:21–22; Pred 12:14; Jer 17:10; Jer 23:24; Heb 4:12–13 **44:23** Want om Uwentwil worden wij de hele dag gedood. Wij worden geacht als schapen voor de slacht. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | עָ֭לֶיךָ (aleikha) = om Uwentwil | הֹרַ֣גְנוּ (horagnu) = worden wij gedood | כָל (kal) = heel | הַיּ֑וֹם (hayom) = de dag | נֶ֝חְשַׁ֗בְנוּ (nechshavnu) = worden wij geacht | כְּצֹ֣אן (ketson) = als schapen | טִבְחָֽה (tivcha) = van slacht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie ook Rom. 8:36. Zie ook: Ps 44:12; Jes 53:7; Joh 16:2–3; 1 Kor 4:9; Rom 8:36 ### Word wakker, sta op **44:24** Word wakker! Waarom slaapt U, mijn Heer? Word wakker! Verstoot ons niet voor altijd. Brontekst: ע֤וּרָה (ura) = word wakker | לָ֖מָּה (lama) = waarom | תִישַׁ֥ן (tishan) = slaapt U | אֲדֹנָ֑י (adonay) = mijn Heer | הָ֝קִ֗יצָה (haqitsa) = word wakker | אַל (al) = niet | תִּזְנַ֥ח (tiznach) = verstoot | לָנֶֽצַח (lanetsach) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Elohim. Zie ook: Ps 7:7; Ps 35:23; Ps 77:8; Ps 78:65; Ps 88:15 **44:25** Waarom verbergt U Uw aangezicht? Waarom vergeet U onze ellende en onze onderdrukking? Brontekst: לָֽמָּה (lama) = waarom | פָנֶ֥יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | תַסְתִּ֑יר (tastir) = verbergt U | תִּשְׁכַּ֖ח (tishkach) = vergeet U | עָנְיֵ֣נוּ (aneyenu) = onze ellende | וְֽלַחֲצֵֽנוּ (velachatsenu) = en onze onderdrukking Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 13:24; Deut 32:20; Ps 42:10; Ps 43:1–4; Ps 74:23 **44:26** Want onze ziel is gebogen tot in het stof; onze buik kleeft aan de grond. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | שָׁ֣חָה (shacha) = is gebogen | לֶעָפָ֣ר (leafar) = tot in het stof | נַפְשֵׁ֑נוּ (nafshenu) = onze ziel | דָּבְקָ֖ה (daveqa) = kleeft | לָאָ֣רֶץ (laarets) = aan de grond | בִּטְנֵֽנוּ (bitnenu) = onze buik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het levende wezen met zijn verlangens. Hier staat de ziel, ‘gebogen tot in het stof’, naast de buik, ‘vastgekleefd aan de grond’: de hele mens ligt plat. Zie ook: Ps 66:11–12; Ps 119:25; Jes 51:23; Klaagl 4:5 **44:27** Sta op, help ons en koop ons vrij omwille van Uw trouw. Brontekst: ק֭וּמָֽה (quma) = sta op | עֶזְרָ֣תָה (ezrata) = help | לָּ֑נוּ (lanu) = ons | וּ֝פְדֵ֗נוּ (ufedenu) = en koop ons vrij | לְמַ֣עַן (lemaan) = omwille van | חַסְדֶּֽךָ (chasdekha) = Uw trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:22; Ps 26:11; Ps 35:2; Ps 130:7–8 ## Psalmen 45 _Een lied voor de koning op zijn bruiloft_ **45:1** Voor de koorleider. Op „Lelies”. Van de zonen van Korach. Een maskil. Een lied van liefde. Brontekst: לַמְנַצֵּ֣חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַל (al) = op | שֹׁ֭שַׁנִּים (shoshanim) = lelies | לִבְנֵי (livnei) = van de zonen van | קֹ֑רַח (qorach) = Korach | מַ֝שְׂכִּ֗יל (maskil) = maskil | שִׁ֣יר (shir) = lied van | יְדִידֹֽת (yedidot) = liefde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַל־שֹׁשַׁנִּים (al shoshannim), ‘op Lelies’: waarschijnlijk de naam van een melodie of een instrument; de betekenis is onzeker. שִׁיר יְדִידֹת (shir yedidot), ‘een lied van liefde’: ook dit is onzeker; het kan ook ‘lied van geliefden’ betekenen. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : Dit lied is gericht tot een koning op zijn bruiloft. In de verzen 2–10 spreekt de dichter tot de koning, in 11–16 tot de bruid, en in 17–18 weer tot de koning. Wij schrijven ‘u’ voor de koning en ‘je’ voor de bruid. Zie ook: Job 32:18–20; Job 33:3; 2 Sam 23:2; Ps 49:4; Spr 16:23 ### Mijn tong is de pen van een schrijver **45:2** Mijn hart borrelt over van een goed woord. Ik zeg: mijn werk is voor een koning. Mijn tong is de pen van een vlugge schrijver. Brontekst: רָ֘חַ֤שׁ (rachash) = borrelt over | לִבִּ֨י (libi) = mijn hart | דָּ֘בָ֤ר (davar) = van een woord | ט֗וֹב (tov) = goed | אֹמֵ֣ר (omer) = ik zeg | אָ֭נִי (ani) = ik | מַעֲשַׂ֣י (maasay) = mijn werk | לְמֶ֑לֶךְ (lemelekh) = voor een koning | לְ֝שׁוֹנִ֗י (leshoni) = mijn tong | עֵ֤ט (et) = pen van | סוֹפֵ֬ר (sofer) = schrijver | מָהִֽיר (mahir) = vlugge Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 32:18–20; Job 33:3; 2 Sam 23:2; Ps 49:4; Spr 16:23 ### Lof voor de koning **45:3** U bent mooier dan de mensenkinderen. Gunst is uitgegoten over uw lippen. Daarom heeft Elohim u gezegend voor eeuwig. Brontekst: יָפְיָפִ֡יתָ (yafeyafita) = u bent zeer mooi | מִבְּנֵ֬י (mibenei) = meer dan de zonen van | אָדָ֗ם (adam) = mens | ה֣וּצַק (hutsaq) = is uitgegoten | חֵ֭ן (chen) = gunst | בְּשְׂפְתוֹתֶ֑יךָ (besefetoteikha) = over uw lippen | עַל (al) = daarom | כֵּ֤ן (ken) = (zo) | בֵּֽרַכְךָ֖ (berakhkha) = heeft u gezegend | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵן (chen), ‘gunst’: de aantrekkelijkheid waarmee iemand welwillendheid wekt. Zie ook: Ps 21:7; Hoogl 5:10–16; Luc 4:22; Joh 7:46; Heb 7:26 **45:4** Gord uw zwaard aan uw heup, held, met uw luister en uw pracht. Brontekst: חֲגֽוֹר (chagor) = gord | חַרְבְּךָ֣ (charbekha) = uw zwaard | עַל (al) = om | יָרֵ֣ךְ (yarekh) = heup | גִּבּ֑וֹר (gibor) = held | ה֝וֹדְךָ֗ (hodekha) = uw luister | וַהֲדָרֶֽךָ (vahadarekha) = en uw pracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 49:2; Jes 63:1–6; Heb 4:12; Openb 1:16; Openb 19:15 **45:5** En in uw pracht, wees voorspoedig: rijd voor de zaak van waarheid, nederigheid en gerechtigheid. Laat uw rechterhand u ontzagwekkende daden leren. Brontekst: וַהֲדָ֬רְךָ֨ (vahadarekha) = en uw pracht | צְלַ֬ח (tselach) = wees voorspoedig | רְכַ֗ב (rekhav) = rijd | עַֽל (al) = voor | דְּבַר (devar) = zaak van | אֱ֭מֶת (emet) = waarheid | וְעַנְוָה (veanva) = en nederigheid | צֶ֑דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | וְתוֹרְךָ֖ (vetorekha) = en laat u leren | נוֹרָא֣וֹת (noraot) = ontzagwekkende daden | יְמִינֶֽךָ (yeminekha) = uw rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְעַנְוָה־צֶדֶק (ve’anvah-tsedek), ‘nederigheid, gerechtigheid’: de woorden staan zo kort naast elkaar dat ook ‘rechtvaardige nederigheid’ mogelijk is. Het Hebreeuws is hier moeilijk; de betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 65:6; Jes 59:17–18; Mat 11:29; Openb 6:2; Openb 19:11 **45:6** Uw pijlen zijn scherp. Volken vallen onder u, in het hart van de vijanden van de koning. Brontekst: חִצֶּ֗יךָ (chitseikha) = uw pijlen | שְׁנ֫וּנִ֥ים (shenunim) = scherp | עַ֭מִּים (amim) = volken | תַּחְתֶּ֣יךָ (tachteikha) = onder u | יִפְּל֑וּ (yipelu) = vallen | בְּ֝לֵ֗ב (belev) = in het hart van | אוֹיְבֵ֥י (oyevei) = vijanden van | הַמֶּֽלֶךְ (hamelekh) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 24:8; Ps 21:13; Ps 22:28; Ps 38:3; Zach 9:13–14 **45:7** Uw troon, Elohim, blijft voor eeuwig en altijd. De scepter van uw koningschap is een scepter van rechtheid. Brontekst: כִּסְאֲךָ֣ (kisakha) = uw troon | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | עוֹלָ֣ם (olam) = eeuwig | וָעֶ֑ד (vaed) = en altijd | שֵׁ֥בֶט (shevet) = scepter van | מִ֝ישֹׁ֗ר (mishor) = rechtheid | שֵׁ֣בֶט (shevet) = scepter van | מַלְכוּתֶֽךָ (malkhutekha) = uw koningschap Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כִּסְאֲךָ אֱלֹהִים (kis’acha Elohim), ‘uw troon, Elohim’: het Hebreeuws laat meer dan één lezing toe. Mogelijk spreekt de dichter de koning aan met ‘Elohim’ (ook omdat de koning Elohim vertegenwoordigt); of het is ‘Uw troon is van Elohim’, of ‘uw goddelijke troon’. Wij vertalen letterlijk. Zie ook Hebr. 1:8–9. Zie ook: Ps 93:2; Jes 9:5–6; Jer 23:5–6; Joh 1:1; Heb 1:8–9 **45:8** U hebt gerechtigheid liefgehad en goddeloosheid gehaat. Daarom heeft Elohim, uw Elohim, u gezalfd met olie van vreugde boven uw metgezellen. Brontekst: אָהַ֣בְתָּ (ahavta) = u hebt liefgehad | צֶּדֶק֮ (tsedeq) = gerechtigheid | וַתִּשְׂנָ֫א (vatisna) = en gehaat | רֶ֥שַׁע (resha) = goddeloosheid | עַל (al) = daarom | כֵּ֤ן (ken) = (zo) | מְשָׁחֲךָ֡ (meshachakha) = heeft u gezalfd | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | אֱ֭לֹהֶיךָ (eloheikha) = uw Elohim | שֶׁ֥מֶן (shemen) = olie van | שָׂשׂ֗וֹן (sason) = vreugde | מֵֽחֲבֵרֶֽיךָ (mechavereikha) = boven uw metgezellen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Olie van vreugde’: de zalving op de dag van de bruiloft. Het woord ‘gezalfd’ (מְשָׁחֲךָ, meshachacha) is hetzelfde grondwoord als ‘gezalfde’ (masjiach). Zie ook: Ps 21:7; Ps 33:5; Jes 61:1–3; Ef 1:3; Heb 1:9 **45:9** Al uw kleren geuren naar mirre, aloë en kassia. Uit ivoren paleizen verheugen snaren u. Brontekst: מֹר (mor) = mirre | וַאֲהָל֣וֹת (vaahalot) = en aloë | קְ֭צִיעוֹת (qetsiot) = kassia | כָּל (kal) = al | בִּגְדֹתֶ֑יךָ (bigdoteikha) = uw kleren | מִֽן (min) = uit | הֵ֥יכְלֵי (heikhelei) = paleizen van | שֵׁ֝֗ן (shen) = ivoor | מִנִּ֥י (mini) = snaren | שִׂמְּחֽוּךָ (simechukha) = verheugen u Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In het Hebreeuws staat hier geen werkwoord: ‘mirre en aloë en kassia, al uw kleren’. Wij voegen ‘geuren naar’ toe. מִנִּי (minni), ‘snaren’: waarschijnlijk snaarinstrumenten; de betekenis is onzeker. Ofir (vers 10) is een land van goud; zie ook 1 Kon. 9:28. Zie ook: Ps 45:10; Hoogl 1:3; Hoogl 4:6; 1 Kon 9:28; Mat 2:11; Joh 19:39; 2 Kor 2:14–16 **45:10** Koningsdochters zijn onder uw geliefden. De koningin staat aan uw rechterhand, in goud van Ofir. Brontekst: בְּנ֣וֹת (benot) = dochters van | מְ֭לָכִים (melakhim) = koningen | בְּיִקְּרוֹתֶ֑יךָ (beyiqeroteikha) = onder uw geliefden | נִצְּבָ֥ה (nitseva) = staat | שֵׁגַ֥ל (shegal) = koningin | לִֽ֝ימִינְךָ֗ (liminekha) = aan uw rechterhand | בְּכֶ֣תֶם (bekhetem) = in goud van | אוֹפִֽיר (ofir) = Ofir Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Ofir (Arabië?): De ligging van Ofir is onzeker. Eén voorstel is het zuidwesten van Arabië. Zie Ofir (Oost-Afrika?): Een ander voorstel voor Ofir is de kust van Oost-Afrika (de Hoorn van Afrika); ook India is voorgesteld. Zie ook: 1 Kon 2:19; Ef 5:26–27; Openb 19:7; Openb 21:2; Openb 21:9 ### Woorden tot de koningsbruid **45:11** Luister, dochter, kijk en neig je oor. Vergeet je volk en het huis van je vader. Brontekst: שִׁמְעִי (shimi) = luister | בַ֣ת (bat) = dochter | וּ֭רְאִי (urei) = en kijk | וְהַטִּ֣י (vehati) = en neig | אָזְנֵ֑ךְ (azenekh) = je oor | וְשִׁכְחִ֥י (veshikhchi) = en vergeet | עַ֝מֵּ֗ךְ (amekh) = je volk | וּבֵ֥ית (uveit) = en huis van | אָבִֽיךְ (avikh) = je vader Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 12:1; Hoogl 2:10–13; Mat 10:37; Mat 19:29; 2 Kor 6:17–7:1 **45:12** Dan verlangt de koning naar je schoonheid. Want hij is je heer. Buig je neer voor hem. Brontekst: וְיִתְאָ֣ו (veyitav) = en verlangt | הַמֶּ֣לֶךְ (hamelekh) = de koning | יָפְיֵ֑ךְ (yafeyekh) = naar je schoonheid | כִּי (ki) = want | ה֥וּא (hu) = hij | אֲ֝דֹנַ֗יִךְ (adonayikh) = je heer | וְהִשְׁתַּֽחֲוִי (vehishtachavi) = en buig je neer | לֽוֹ (lo) = voor hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנַיִךְ (adonayich), ‘je heer’: de koning is haar heer. Zie ook: Ps 95:6; Hoogl 4:1–5; Jes 54:5; Sef 3:17; Fil 2:10–11 **45:13** De dochter van Tyrus komt met een geschenk. De rijken van het volk zoeken je gunst. Brontekst: וּבַֽת (uvat) = en dochter van | צֹ֨ר (tsor) = Tyrus | בְּ֭מִנְחָה (bemincha) = met een geschenk | פָּנַ֥יִךְ (panayikh) = je gezicht | יְחַלּ֗וּ (yechalu) = zoeken | עֲשִׁ֣ירֵי (ashirei) = rijken van | עָֽם (am) = volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon. Voetnoot Uitleg: ‘De dochter van Tyrus’: Tyrus was een rijke havenstad aan de kust. פָּנַיִךְ יְחַלּוּ (panayich yechallu), ‘zij zoeken je gunst’: letterlijk ‘zij maken je gezicht zacht’. מִנְחָה (minchah), ‘geschenk’: hier geen offer maar een gift aan de bruid of de koning. Zie ook: Ps 22:30; Ps 72:10; Jes 23:17–18; Jes 60:3; Mat 2:11 **45:14** Heel haar pracht is de koningsdochter binnen. Haar kleed is geweven van goud. Brontekst: כָּל (kal) = heel | כְּבוּדָּ֣ה (kevuda) = haar pracht | בַת (bat) = dochter van | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning | פְּנִ֑ימָה (penima) = binnen | מִֽמִּשְׁבְּצ֖וֹת (mimishbetsot) = uit vlechtwerk van | זָהָ֣ב (zahav) = goud | לְבוּשָֽׁהּ (levushah) = haar kleed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פְּנִימָה (penimah), ‘binnen’: in de binnenkamers van het paleis. Het kan ook betekenen dat haar schoonheid van binnen is. Zie ook: Jes 61:10; Mat 5:16; Rom 3:22; Rom 13:14; Openb 19:7–8 **45:15** In geborduurde stoffen wordt zij naar de koning geleid. De maagden achter haar, haar vriendinnen, worden naar jou gebracht. Brontekst: לִרְקָמוֹת֮ (lirqamot) = in geborduurde stoffen | תּוּבַ֪ל (tuval) = wordt geleid | לַ֫מֶּ֥לֶךְ (lamelekh) = naar de koning | בְּתוּל֣וֹת (betulot) = maagden | אַ֭חֲרֶיהָ (achareiha) = achter haar | רֵעוֹתֶ֑יהָ (reoteiha) = haar vriendinnen | מ֖וּבָא֣וֹת (muvaot) = worden gebracht | לָֽךְ (lakh) = naar jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 28:39; Hoogl 1:3–5; Hoogl 6:1; Hoogl 8:13; 2 Kor 11:2 **45:16** Zij worden geleid met vreugde en jubel. Zij gaan het paleis van de koning binnen. Brontekst: תּ֭וּבַלְנָה (tuvalna) = worden geleid | בִּשְׂמָחֹ֣ת (bismachot) = met vreugde | וָגִ֑יל (vagil) = en jubel | תְּ֝בֹאֶ֗ינָה (tevoeina) = gaan binnen | בְּהֵ֣יכַל (beheikhal) = in paleis van | מֶֽלֶךְ (melekh) = koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֵיכַל (heikal): het woord kan ‘paleis’ of ‘tempel’ betekenen. Hier gaat het om het paleis van de koning. Zie ook: Jes 35:10; Jes 56:5; Jes 61:10; Jud 1:24; Openb 7:15–17 ### De zonen van de koning en zijn naam **45:17** In plaats van uw vaders zullen uw zonen zijn. U zult hen tot vorsten stellen over heel de aarde. Brontekst: תַּ֣חַת (tachat) = in plaats van | אֲ֭בֹתֶיךָ (avoteikha) = uw vaders | יִהְי֣וּ (yihyu) = zullen zijn | בָנֶ֑יךָ (baneikha) = uw zonen | תְּשִׁיתֵ֥מוֹ (teshitemo) = u zult hen stellen | לְ֝שָׂרִ֗ים (lesarim) = tot vorsten | בְּכָל (bekhal) = in heel | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De dichter wenst de koning zonen die als vorsten de plaats van de vaders innemen. Zie ook: Ps 22:31; Jes 60:1–5; 1 Petr 2:9; Openb 1:6; Openb 5:10 **45:18** Ik zal uw naam gedenken in elk geslacht. Daarom zullen volken u loven voor eeuwig en altijd. Brontekst: אַזְכִּ֣ירָה (azkira) = ik zal gedenken | שִׁ֭מְךָ (shimkha) = uw naam | בְּכָל (bekhal) = in elk | דֹּ֣ר (dor) = geslacht | וָדֹ֑ר (vador) = en geslacht | עַל (al) = daarom | כֵּ֥ן (ken) = (zo) | עַמִּ֥ים (amim) = volken | יְ֝הוֹדֻ֗ךָ (yehodukha) = zullen u loven | לְעֹלָ֥ם (leolam) = voor altijd | וָעֶֽד (vaed) = en altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 72:17–19; Hoogl 6:9; Jes 61:9; Jes 62:3; Mal 1:11 ## Psalmen 46 _Elohim is onze toevlucht_ **46:1** Voor de koorleider. Van de zonen van Korach. Op Alamot. Een lied. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לִבְנֵי (livnei) = van de zonen van | קֹ֑רַח (qorach) = Korach | עַֽל (al) = op | עֲלָמ֥וֹת (alamot) = Alamot | שִֽׁיר (shir) = lied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַל־עֲלָמוֹת (al alamot), ‘op Alamot’: de betekenis is onzeker. Het woord betekent mogelijk ‘jonge vrouwen’ en wijst dan op hoge (vrouwen)stemmen; vergelijk 1 Kron. 15:20. Wij laten ‘Alamot’ staan. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : De terugkerende regel in vers 8 en 12 (‘Yahweh van de legermachten is met ons’) sluit twee delen af. Na vers 4 ontbreekt hij, hoewel daar een Sela staat; sommige lezers denken dat de regel daar oorspronkelijk ook stond. Dat is onzeker. Zie ook: 1 Kron 15:20; Ps 9:10; Ps 46:4; Ps 46:8; Ps 46:12; Ps 62:8–9; Ps 91:1–9; Ps 145:18; Spr 18:10 ### Elohim is onze toevlucht **46:2** Elohim is voor ons een toevlucht en kracht, een hulp in benauwdheden die zeer zeker gevonden wordt. Brontekst: אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | לָ֭נוּ (lanu) = voor ons | מַחֲסֶ֣ה (machase) = toevlucht | וָעֹ֑ז (vaoz) = en kracht | עֶזְרָ֥ה (ezra) = hulp | בְ֝צָר֗וֹת (betsarot) = in benauwdheden | נִמְצָ֥א (nimtsa) = wordt gevonden | מְאֹֽד (meod) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַחֲסֶה (machaseh), ‘toevlucht’: een plek om je te schuilen. נִמְצָא מְאֹד (nimtsa me’od), ‘zeer zeker gevonden’: letterlijk ‘zeer gevonden’; de hulp is in nood zeker te vinden. Zie ook: Ps 9:10; Ps 62:8–9; Ps 91:1–9; Ps 145:18; Spr 18:10 **46:3** Daarom vrezen wij niet als de aarde omslaat en de bergen wankelen in het hart van de zeeën. Brontekst: עַל (al) = daarom | כֵּ֣ן (ken) = (zo) | לֹא (lo) = niet | נִ֭ירָא (nira) = vrezen wij | בְּהָמִ֣יר (behamir) = als omslaat | אָ֑רֶץ (arets) = aarde | וּבְמ֥וֹט (uvemot) = en als wankelen | הָ֝רִ֗ים (harim) = bergen | בְּלֵ֣ב (belev) = in hart van | יַמִּֽים (yamim) = zeeën Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 23:4; Ps 27:3; Mat 21:21; Luc 21:9–11; Heb 13:6 **46:4** Al bruisen en schuimen zijn wateren, al beven de bergen bij zijn opzwellen. Sela. Brontekst: יֶהֱמ֣וּ (yehemu) = bruisen | יֶחְמְר֣וּ (yechmeru) = schuimen | מֵימָ֑יו (meimav) = zijn wateren | יִֽרְעֲשֽׁוּ (yirashu) = beven | הָרִ֖ים (harim) = bergen | בְּגַאֲוָת֣וֹ (begaavato) = bij zijn opzwellen | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker. Het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Wij laten het staan als ‘Sela’. Voetnoot : ‘Zijn wateren’ en ‘zijn opzwellen’ verwijzen naar de zeeën uit vers 3. Zie ook: Job 9:5–6; Re 5:4–5; Ps 46:3; Ps 93:3–4; Nah 1:5; Jer 5:22 ### Een rivier verblijdt de stad van Elohim **46:5** Er is een rivier. Haar stromen verblijden de stad van Elohim, het heiligdom van de woningen van de Allerhoogste. Brontekst: נָהָ֗ר (nahar) = rivier | פְּלָגָ֗יו (pelagav) = haar stromen | יְשַׂמְּח֥וּ (yesamechu) = verblijden | עִיר (ir) = stad van | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | קְ֝דֹ֗שׁ (qedosh) = heiligdom van | מִשְׁכְּנֵ֥י (mishkenei) = woningen van | עֶלְיֽוֹן (elyon) = de Allerhoogste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam van Elohim, die laat zien dat Hij hoog boven alles staat. Voetnoot : De rivier is een beeld van de zegen van Elohim in Jeruzalem. In de stad zelf loopt geen grote rivier; vergelijk Ezech. 47:1–12. Zie ook: Ps 36:9–10; Ps 48:9; Ps 87:3; Ezech 47:1–12; Openb 22:1–3 **46:6** Elohim is in haar midden; zij wankelt niet. Elohim helpt haar bij het aanbreken van de morgen. Brontekst: אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | בְּ֭קִרְבָּהּ (beqirbah) = in haar midden | בַּל (bal) = niet | תִּמּ֑וֹט (timot) = wankelt zij | יַעְזְרֶ֥הָ (yazereha) = helpt haar | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | לִפְנ֥וֹת (lifnot) = bij aanbreken van | בֹּֽקֶר (boqer) = morgen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לִפְנוֹת בֹּקֶר (lifnot boqer), ‘bij het aanbreken van de morgen’: in het eerste licht van de dag. Vergelijk Exod. 14:24. Zie ook: Ex 14:24; Joël 2:27; Sef 3:15; Ezech 43:7; Zach 2:9; Zach 2:14–15 **46:7** Volken bruisen, koninkrijken wankelen. Hij laat Zijn stem klinken; de aarde smelt. Brontekst: הָמ֣וּ (hamu) = bruisen | ג֭וֹיִם (goyim) = volken | מָ֣טוּ (matu) = wankelen | מַמְלָכ֑וֹת (mamlakhot) = koninkrijken | נָתַ֥ן (natan) = Hij geeft | בְּ֝קוֹל֗וֹ (beqolo) = zijn stem | תָּמ֥וּג (tamug) = smelt | אָֽרֶץ (arets) = aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:14; Amos 9:5; Mi 1:4; Nah 1:5; Hab 3:5–6 **46:8** Yahweh van de legermachten is met ons, een veilige burcht voor ons: de Elohim van Jakob. Sela. Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | צְבָא֣וֹת (tsevaot) = van de legermachten | עִמָּ֑נוּ (imanu) = met ons | מִשְׂגָּֽב (misgav) = veilige burcht | לָ֝נוּ (lanu) = voor ons | אֱלֹהֵ֖י (elohei) = Elohim van | יַעֲקֹ֣ב (yaaqov) = Jakob | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׂגָּב (misgav), ‘veilige burcht’: een hoge, ontoegankelijke plaats. Zie ook: Num 14:9; Ps 9:10; 2 Kron 13:12; Mat 28:20; Rom 8:31 ### Kom en aanschouw de werken van Yahweh **46:9** Kom, aanschouw de werken van Yahweh, die verwoestingen op aarde heeft aangericht. Brontekst: לְֽכוּ (lekhu) = kom | חֲ֭זוּ (chazu) = aanschouw | מִפְעֲל֣וֹת (mifalot) = werken van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אֲשֶׁר (asher) = die | שָׂ֖ם (sam) = heeft aangericht | שַׁמּ֣וֹת (shamot) = verwoestingen | בָּאָֽרֶץ (baarets) = op aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 66:5; Ps 92:5–7; Jes 24:1; Jes 34:2–17; Jes 61:4 **46:10** Hij laat oorlogen ophouden tot aan het einde van de aarde. De boog breekt Hij en de speer hakt Hij stuk. Wagens verbrandt Hij in het vuur. Brontekst: מַשְׁבִּ֥ית (mashbit) = die laat ophouden | מִלְחָמוֹת֮ (milchamot) = oorlogen | עַד (ad) = tot | קְצֵ֪ה (qetse) = einde van | הָ֫אָ֥רֶץ (haarets) = de aarde | קֶ֣שֶׁת (qeshet) = boog | יְ֭שַׁבֵּר (yeshaber) = breekt Hij | וְקִצֵּ֣ץ (veqitsets) = en hakt stuk | חֲנִ֑ית (chanit) = speer | עֲ֝גָל֗וֹת (agalot) = wagens | יִשְׂרֹ֥ף (yisrof) = verbrandt Hij | בָּאֵֽשׁ (baesh) = in het vuur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲגָלוֹת (agalot), ‘wagens’: karren of oorlogswagens. Voetnoot Lezing: Sommige oude vertalingen lezen ‘schilden’ in plaats van ‘wagens’. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Joz 11:9; Jes 2:4; Jes 60:18; Mi 4:3–4; Mi 5:9 **46:11** **„Houd op en weet dat Ik Elohim ben. Ik word verheven onder de volken, Ik word verheven op de aarde.”** Brontekst: הַרְפּ֣וּ (harpu) = houd op | וּ֭דְעוּ (udeu) = en weet | כִּי (ki) = dat | אָנֹכִ֣י (anokhi) = Ik | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | אָר֥וּם (arum) = Ik word verheven | בַּ֝גּוֹיִ֗ם (bagoyim) = onder de volken | אָר֥וּם (arum) = Ik word verheven | בָּאָֽרֶץ (baarets) = op de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is een uitspraak van Elohim zelf. הַרְפּוּ (harpu), ‘houd op’: letterlijk ‘laat los’ of ‘wees stil’. De woorden zijn waarschijnlijk gericht tot de volken die oorlog voeren. Zie ook: Ps 83:19; Ps 100:3; Hab 2:20; Ezech 38:23; Zach 2:17 **46:12** Yahweh van de legermachten is met ons, een veilige burcht voor ons: de Elohim van Jakob. Sela. Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | צְבָא֣וֹת (tsevaot) = van de legermachten | עִמָּ֑נוּ (imanu) = met ons | מִשְׂגָּֽב (misgav) = veilige burcht | לָ֝נוּ (lanu) = voor ons | אֱלֹהֵ֖י (elohei) = Elohim van | יַעֲקֹ֣ב (yaaqov) = Jakob | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 33:27; Ps 46:2; Ps 46:8; Ps 48:4; Jer 16:19 ## Psalmen 47 _Elohim is koning over heel de aarde_ **47:1** Voor de koorleider. Van de zonen van Korach. Een psalm. Brontekst: לַמְנַצֵּ֬חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לִבְנֵי (livnei) = van de zonen van | קֹ֬רַח (qorach) = Korach | מִזְמֽוֹר (mizmor) = psalm Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : Dit lied bezingt Elohim als koning van alle volken; de verzen 6–9 doen denken aan een kroningsfeest. Zie ook: Ps 46:2; Ps 98:4; Ps 106:47; Jer 31:7; Openb 19:1–2 ### Klap in de handen, alle volken **47:2** Klap in de handen, alle volken. Juich Elohim toe met een stem van jubel. Brontekst: כָּֽל (kal) = alle | הָ֭עַמִּים (haamim) = volken | תִּקְעוּ (tiqu) = klap | כָ֑ף (kaf) = in de handen | הָרִ֥יעוּ (hariu) = juich | לֵ֝אלֹהִ֗ים (lElohim) = voor Elohim | בְּק֣וֹל (beqol) = met stem van | רִנָּֽה (rina) = jubel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 46:2; Ps 98:4; Ps 106:47; Jer 31:7; Openb 19:1–2 **47:3** Want Yahweh, de Allerhoogste, is ontzagwekkend, een grote koning over heel de aarde. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | עֶלְי֣וֹן (elyon) = Allerhoogste | נוֹרָ֑א (nora) = ontzagwekkend | מֶ֥לֶךְ (melekh) = koning | גָּ֝דוֹל (gadol) = groot | עַל (al) = over | כָּל (kal) = heel | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam van Elohim, die laat zien dat Hij hoog boven alles staat. Zie ook: Deut 7:21; Ps 68:36; Ps 95:3; Ps 99:3; Mal 1:14 **47:4** Hij onderwerpt volken aan ons en natiën onder onze voeten. Brontekst: יַדְבֵּ֣ר (yadber) = Hij onderwerpt | עַמִּ֣ים (amim) = volken | תַּחְתֵּ֑ינוּ (tachteinu) = onder ons | וּ֝לְאֻמִּ֗ים (uleumim) = en natiën | תַּ֣חַת (tachat) = onder | רַגְלֵֽינוּ (ragleinu) = onze voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יַדְבֵּר (yadber), ‘Hij onderwerpt’: het grondwoord betekent ‘leiden’ of ‘voor zich uit drijven’; sommige lezen ‘Hij legt het zwijgen op’. De betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 18:48; Ps 81:15; Ps 110:1; 1 Kor 15:25; Fil 3:21 **47:5** Hij kiest ons erfdeel voor ons uit, de trots van Jakob die Hij liefheeft. Sela. Brontekst: יִבְחַר (yivchar) = Hij kiest uit | לָ֥נוּ (lanu) = voor ons | אֶת (et) = (obj.) | נַחֲלָתֵ֑נוּ (nachalatenu) = ons erfdeel | אֶ֥ת (et) = (obj.) | גְּא֨וֹן (geon) = trots van | יַעֲקֹ֖ב (yaaqov) = Jakob | אֲשֶׁר (asher) = die | אָהֵ֣ב (ahev) = Hij liefheeft | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker. Het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Wij laten het staan als ‘Sela’. Voetnoot : גְּאוֹן יַעֲקֹב (ge’on Ya’aqov), ‘de trots van Jakob’: het land, het erfdeel waar Jakob zich op beroemt. Zie ook: Amos 6:8; Amos 8:7; Hos 14:5; Nah 2:3; 1 Petr 1:4 ### Elohim is opgestegen **47:6** Elohim is opgestegen onder gejuich, Yahweh bij het geluid van de ramshoorn. Brontekst: עָלָ֣ה (ala) = is opgestegen | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | בִּתְרוּעָ֑ה (bitrua) = onder gejuich | יְ֝הֹוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בְּק֣וֹל (beqol) = bij geluid van | שׁוֹפָֽר (shofar) = ramshoorn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָלָה (alah), ‘is opgestegen’: Elohim klimt omhoog, mogelijk met de ark naar de tempel; dat is onzeker. Vergelijk 2 Sam. 6:15 en Ps. 24:7–10. Zie ook: 2 Sam 6:15; Ps 24:7–10; Ps 68:34; Ps 78:65; 1 Tess 4:16; Openb 11:15 **47:7** Zing voor Elohim, zing. Zing voor onze koning, zing. Brontekst: זַמְּר֣וּ (zameru) = zing | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | זַמֵּ֑רוּ (zameru) = zing | זַמְּר֖וּ (zameru) = zing | לְמַלְכֵּ֣נוּ (lemalkenu) = voor onze koning | זַמֵּֽרוּ (zameru) = zing Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זַמְּרוּ (zammeru), ‘zing’: zingen met begeleiding van een instrument; het werkwoord komt in dit vers vier keer voor. Zie ook: Ps 68:5; Ps 117:1–2; Jes 12:4–6; Jes 33:22; Mat 25:34 **47:8** Want Elohim is koning van heel de aarde. Zing met inzicht. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | מֶ֖לֶךְ (melekh) = koning van | כָּל (kal) = heel | הָאָ֥רֶץ (haarets) = de aarde | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | זַמְּר֥וּ (zameru) = zing | מַשְׂכִּֽיל (maskil) = met inzicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַשְׂכִּיל (maskil): hier staat het woord midden in het lied, als aanwijzing hoe er gezongen moet worden: ‘met inzicht’. In opschriften laten wij ‘Maskil’ staan; de betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 47:3; Ps 47:9; Zach 14:9; Kol 3:16; Openb 11:15 **47:9** Elohim is koning geworden over de volken. Elohim zit op Zijn heilige troon. Brontekst: מָלַ֣ךְ (malakh) = is koning geworden | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | עַל (al) = over | גּוֹיִ֑ם (goyim) = volken | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | יָשַׁ֤ב (yashav) = zit | עַל (al) = op | כִּסֵּ֬א (kise) = troon van | קָדְשֽׁוֹ (qadesho) = Zijn heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 16:31; Ps 45:7–8; Ps 93:1; Ps 96:10; Openb 19:6 **47:10** De edelen van de volken hebben zich verzameld, het volk van de Elohim van Abraham. Want aan Elohim behoren de schilden van de aarde. Hij is hoog verheven. Brontekst: נְדִ֘יבֵ֤י (nedivei) = edelen van | עַמִּ֨ים (amim) = volken | נֶאֱסָ֗פוּ (neesafu) = hebben zich verzameld | עַם֮ (am) = volk van | אֱלֹהֵ֪י (elohei) = Elohim van | אַבְרָ֫הָ֥ם (avraham) = Abraham | כִּ֣י (ki) = want | לֵֽ֭אלֹהִים (lElohim) = aan Elohim | מָֽגִנֵּי (maginei) = schilden van | אֶ֗רֶץ (erets) = de aarde | מְאֹ֣ד (meod) = zeer | נַעֲלָֽה (naala) = is hoog verheven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַם אֱלֹהֵי אַבְרָהָם (am Elohei Avraham), ‘het volk van de Elohim van Abraham’: het woord עַם (am) kan ook ‘met’ betekenen, dan ‘samen met het volk van de Elohim van Abraham’. מָגִנֵּי־אֶרֶץ (maginne erets), ‘de schilden van de aarde’: de heersers, die hun volk beschermen. Zij horen aan Elohim. Zie ook: Gen 17:7–8; Gen 49:10; Ex 3:6; Ps 72:7–9; Ps 89:19 ## Psalmen 48 _Sion, de stad van de grote Koning_ ### Opschrift **48:1** Een lied. Een psalm van de zonen van Korach. Brontekst: שִׁ֥יר (shir) = een lied | מִ֝זְמוֹר (mizmor) = een psalm | לִבְנֵי (livnei) = van de zonen van | קֹֽרַח (qorach) = Korach Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : בְּנֵי קֹרַח (bnei Korach), ‘zonen van Korach’: de nakomelingen van Korach; zie Num. 26:11. Het voorzetsel לְ (le) kan ‘van’, ‘voor’ of ‘door’ betekenen; wij vertalen ‘van’. Zie ook: Num 26:11; Ps 46:5; Ps 96:4; Jes 2:2–3; Mi 4:1; Zach 8:3 ### Groot is Yahweh in de stad van onze Elohim **48:2** Groot is Yahweh en zeer geprezen in de stad van onze Elohim, op Zijn heilige berg. Brontekst: גָּ֘ד֤וֹל (gadol) = groot | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | וּמְהֻלָּ֣ל (umehulal) = en geprezen | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | בְּעִ֥יר (beir) = in de stad van | אֱ֝לֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | הַר (har) = berg van | קָדְשֽׁוֹ (qadesho) = Zijn heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְהֻלָּל (mehullal), ‘geprezen’: hetzelfde grondwoord als in Halleluja, ‘prijst Jah’. Voetnoot : De stad van onze Elohim is Jeruzalem; de heilige berg is de berg Sion. Zie ook: Ps 46:5; Ps 96:4; Jes 2:2–3; Mi 4:1; Zach 8:3 **48:3** Mooi in haar verheven ligging, vreugde van heel de aarde: de berg Sion, de uithoeken van het noorden, de stad van de grote Koning. Brontekst: יְפֵ֥ה (yefe) = mooi | נוֹף֮ (nof) = ligging | מְשׂ֪וֹשׂ (mesos) = vreugde van | כָּל (kal) = heel | הָ֫אָ֥רֶץ (haarets) = de aarde | הַר (har) = berg | צִ֭יּוֹן (tsiyon) = Sion | יַרְכְּתֵ֣י (yarketei) = uithoeken van | צָפ֑וֹן (tsafon) = het noorden | קִ֝רְיַ֗ת (qiryat) = stad van | מֶ֣לֶךְ (melekh) = Koning | רָֽב (rav) = de grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Sion is hier de berg van de tempel in Jeruzalem, de tempelberg in de oude stad, in het huidige Israël. Voetnoot Uitleg: נוֹף (nof), ‘ligging’: een zeldzaam woord; de betekenis (‘hoogte’ of ‘ligging’) is onzeker. Voetnoot : יַרְכְּתֵי צָפוֹן (yarkete tsafon), ‘de uithoeken van het noorden’: tsafon betekent ‘noord’ en is ook de naam van een berg in het noorden. De uitdrukking is dichterlijk; wij vertalen letterlijk. Voetnoot : מֶלֶךְ רָב (melech rav), ‘de grote Koning’: Elohim zelf. Zie ook: Ps 50:2; Klaagl 2:15; Dan 11:16; Mat 5:35; Heb 12:22 **48:4** Elohim is in haar paleizen bekend als een veilige burcht. Brontekst: אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | בְּאַרְמְנוֹתֶ֗יהָ (bearmenoteiha) = in haar paleizen | נוֹדַ֥ע (noda) = is bekend | לְמִשְׂגָּֽב (lemisgav) = als veilige burcht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׂגָּב (misgav), ‘veilige burcht’: een hoge plaats die niet te bereiken is voor vijanden. Zie ook: Ps 46:8; Ps 76:2–6; Ps 125:1; Jes 37:33–36; Zach 2:8–9 ### De koningen vluchten **48:5** Want zie, de koningen kwamen samen. Zij trokken tezamen verder. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הִנֵּ֣ה (hine) = zie | הַ֭מְּלָכִים (hamelakhim) = de koningen | נֽוֹעֲד֑וּ (noadu) = zij kwamen samen | עָבְר֥וּ (averu) = zij trokken verder | יַחְדָּֽו (yachdav) = tezamen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 10:6–19; Jes 7:1; Jes 8:8–10; Openb 17:12–14; Openb 20:8–9 **48:6** Zij zagen het, en zo stonden zij versteld. Zij schrokken en vluchtten haastig weg. Brontekst: הֵ֣מָּה (hema) = zij | רָ֭אוּ (rau) = zagen | כֵּ֣ן (ken) = zo | תָּמָ֑הוּ (tamahu) = zij stonden versteld | נִבְהֲל֥וּ (nivhalu) = zij schrokken | נֶחְפָּֽזוּ (nechpazu) = zij vluchtten haastig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 14:25; 2 Kon 7:6–7; 2 Kon 19:35–37 **48:7** Siddering greep hen daar aan, weeën als van een barende vrouw. Brontekst: רְ֭עָדָה (reada) = siddering | אֲחָזָ֣תַם (achazatam) = greep hen aan | שָׁ֑ם (sham) = daar | חִ֝֗יל (chil) = weeën | כַּיּוֹלֵֽדָה (kayoleda) = als van een barende vrouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Hos 13:13; Jes 13:6–8; Jes 21:3; Jer 30:6–7; Dan 5:6 **48:8** Met de oostenwind verbrijzelt U de schepen van Tarsis. Brontekst: בְּר֥וּחַ (beruach) = met de wind | קָדִ֑ים (qadim) = oost | תְּ֝שַׁבֵּ֗ר (teshaber) = verbrijzelt U | אֳנִיּ֥וֹת (oniyot) = schepen van | תַּרְשִֽׁישׁ (tarshish) = Tarsis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Tarsis: de ligging is onzeker. Genoemd worden o.a. Tartessos in het zuiden van Spanje, Tarsus in het zuiden van Turkije en Sardinië. In de Bijbel is het een ver land aan de zee. Voetnoot Uitleg: ‘Schepen van Tarsis’ zijn grote zeeschepen. Zie ook: 1 Kon 10:22; 1 Kon 22:49; Jes 2:16; Jer 18:17; Ezech 27:25–26 ### Wat wij gehoord hebben, hebben wij gezien **48:9** Zoals wij gehoord hebben, zo hebben wij het gezien in de stad van Yahweh van de legermachten, in de stad van onze Elohim. Elohim zal haar bevestigen voor eeuwig. Sela. Brontekst: כַּאֲשֶׁ֤ר (kaasher) = zoals | שָׁמַ֨עְנוּ (shamanu) = wij hebben gehoord | כֵּ֤ן (ken) = zo | רָאִ֗ינוּ (rainu) = wij hebben gezien | בְּעִיר (beir) = in de stad van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | צְ֭בָאוֹת (tsevaot) = van de legermachten | בְּעִ֣יר (beir) = in de stad van | אֱלֹהֵ֑ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | אֱלֹ֘הִ֤ים (Elohim) = Elohim | יְכוֹנְנֶ֖הָ (yekhoneneha) = zal haar bevestigen | עַד (ad) = tot | עוֹלָ֣ם (olam) = eeuwig | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot : יְהוָה צְבָאוֹת (Yahweh Tsevaot), ‘Yahweh van de legermachten’: Yahweh als Aanvoerder van de hemelse legers. Zie ook: Ps 44:2–3; Ps 87:5; Jes 2:2; Mi 4:1; Mat 16:18 **48:10** Wij hebben nagedacht over Uw trouw, Elohim, midden in Uw tempel. Brontekst: דִּמִּ֣ינוּ (diminu) = wij hebben nagedacht | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | חַסְדֶּ֑ךָ (chasdekha) = over Uw trouw | בְּ֝קֶ֗רֶב (beqerev) = midden in | הֵיכָלֶֽךָ (heikhalekha) = Uw tempel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Voetnoot : דִּמִּינוּ (dimminu), ‘wij hebben nagedacht’: van דָּמָה (damah), ‘zich voorstellen, overdenken’. Het kan ook ‘stil wachten’ betekenen. Voetnoot : הֵיכָל (heichal), ‘tempel’: het huis van Yahweh in Jeruzalem. Zie ook: Ps 26:3; Ps 40:11; Ps 63:3–4; Ps 77:11–15; 2 Kron 20:5–13 **48:11** Zoals Uw naam, Elohim, zo reikt Uw lof tot aan de einden van de aarde. Uw rechterhand is vol gerechtigheid. Brontekst: כְּשִׁמְךָ֤ (keshimkha) = zoals Uw naam | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | כֵּ֣ן (ken) = zo | תְּ֭הִלָּתְךָ (tehilatekha) = Uw lof | עַל (al) = tot aan | קַצְוֵי (qatsvei) = de einden van | אֶ֑רֶץ (erets) = de aarde | צֶ֝֗דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | מָלְאָ֥ה (malea) = vol is | יְמִינֶֽךָ (yeminekha) = Uw rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 28:58; Joz 7:9; Ps 113:3; Jes 41:10; Mal 1:11 ### Rondgang om Sion **48:12** De berg Sion verheugt zich. De dochters van Juda juichen vanwege Uw rechtsuitspraken. Brontekst: יִשְׂמַ֤ח (yismach) = verheugt zich | הַר (har) = berg | צִיּ֗וֹן (tsiyon) = Sion | תָּ֭גֵלְנָה (tagelena) = zij juichen | בְּנ֣וֹת (benot) = dochters van | יְהוּדָ֑ה (yehuda) = Juda | לְ֝מַ֗עַן (lemaan) = vanwege | מִשְׁפָּטֶֽיךָ (mishpateikha) = Uw rechtsuitspraken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: בְּנוֹת יְהוּדָה (b’not Yehudah), ‘dochters van Juda’: dat kunnen de steden en dorpen van Juda zijn, of de vrouwen van Juda. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Ps 97:8; Openb 15:4; Openb 16:5–7; Openb 18:20; Openb 19:1–3 **48:13** Trek rond Sion en ga om haar heen. Tel haar torens. Brontekst: סֹ֣בּוּ (sobu) = trek rond | צִ֭יּוֹן (tsiyon) = Sion | וְהַקִּיפ֑וּהָ (vehaqifuha) = en ga om haar heen | סִ֝פְר֗וּ (sifru) = tel | מִגְדָּלֶֽיהָ (migdaleiha) = haar torens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Jes 33:18–20; Neh 12:31–40; Mat 24:1–2 **48:14** Richt jullie hart op haar vestingwal. Doorloop haar paleizen, zodat jullie het vertellen aan het volgende geslacht. Brontekst: שִׁ֤יתוּ (shitu) = richt | לִבְּכֶ֨ם (libekhem) = jullie hart | לְֽחֵילָ֗ה (lecheila) = op haar vestingwal | פַּסְּג֥וּ (pasegu) = doorloop | אַרְמְנוֹתֶ֑יהָ (armenoteiha) = haar paleizen | לְמַ֥עַן (lemaan) = zodat | תְּ֝סַפְּר֗וּ (tesaperu) = jullie vertellen | לְד֣וֹר (ledor) = aan het geslacht | אַחֲרֽוֹן (acharon) = het volgende Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵיל (chel), ‘vestingwal’: de lage buitenmuur voor de hoofdmuur. פַּסְּגוּ (passegu), ‘doorloop’: het woord komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker. Zie ook: Deut 11:19; Ps 71:18; Ps 78:4–6; Ps 122:7; Joël 1:3 **48:15** Want deze Elohim is onze Elohim voor eeuwig en altijd. Hij zal ons leiden tot aan de dood. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | זֶ֨ה (ze) = deze | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | אֱ֭לֹהֵינוּ (eloheinu) = onze Elohim | עוֹלָ֣ם (olam) = voor eeuwig | וָעֶ֑ד (vaed) = en altijd | ה֖וּא (hu) = Hij | יְנַהֲגֵ֣נוּ (yenahagenu) = zal ons leiden | עַל (al) = tot aan | מֽוּת (mut) = de dood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: עַל־מוּת (al-mut), ‘tot aan de dood’: wij volgen de Masoretische tekst. Sommige oude vertalingen lezen ‘tot in eeuwigheid’. Het kan ook een muziekterm zijn, zoals in het opschrift van Ps. 9:1. De betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 9:1; Ps 23:3–4; Ps 25:9; Ps 73:24; Jes 58:11; Joh 16:13 ## Psalmen 49 _Rijkdom redt niemand van de dood_ ### Opschrift **49:1** Voor de koorleider. Van de zonen van Korach. Een psalm. Brontekst: לַמְנַצֵּ֬חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לִבְנֵי (livnei) = van de zonen van | קֹ֬רַח (qorach) = Korach | מִזְמֽוֹר (mizmor) = psalm Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Voetnoot : בְּנֵי קֹרַח (bnei Korach), ‘zonen van Korach’: zie bij Ps. 48:1. Zie ook: Ps 4:1; Ps 33:8; Ps 48:1; Ps 78:1; Mat 11:15; Rom 3:29; Openb 2:17 ### Een oproep aan alle volken **49:2** Hoor dit, alle volken. Luister, alle bewoners van de wereld, Brontekst: שִׁמְעוּ (shimu) = hoort | זֹ֭את (zot) = dit | כָּל (kal) = alle | הָֽעַמִּ֑ים (haamim) = volken | הַ֝אֲזִ֗ינוּ (haazinu) = luistert | כָּל (kal) = alle | יֹ֥שְׁבֵי (yoshevei) = bewoners van | חָֽלֶד (chaled) = de wereld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 33:8; Ps 78:1; Mat 11:15; Rom 3:29; Openb 2:17 **49:3** zowel mensenkinderen als zonen van mannen, rijk en arm tezamen. Brontekst: גַּם (gam) = zowel | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | אָ֭דָם (adam) = mensen | גַּם (gam) = zowel | בְּנֵי (benei) = zonen van | אִ֑ישׁ (ish) = man | יַ֝֗חַד (yachad) = tezamen | עָשִׁ֥יר (ashir) = rijk | וְאֶבְיֽוֹן (veevyon) = en arm Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי אָדָם (bnei adam), ‘mensenkinderen’, en בְּנֵי אִישׁ (bnei ish), letterlijk ‘zonen van een man’: de twee uitdrukkingen staan tegenover elkaar, zoals ‘rijk’ en ‘arm’ in dezelfde regel. Ze worden gewoonlijk verstaan als gewone mensen en aanzienlijke mensen. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Job 34:19; 1 Sam 2:7–8; Ps 62:10; Jer 5:4–5; Jak 2:1–7 **49:4** Mijn mond spreekt wijsheid, en het overpeinzen van mijn hart is inzicht. Brontekst: פִּ֭י (pi) = mijn mond | יְדַבֵּ֣ר (yedaber) = spreekt | חָכְמ֑וֹת (chakhemot) = wijsheid | וְהָג֖וּת (vehagut) = en het overpeinzen van | לִבִּ֣י (libi) = mijn hart | תְבוּנֽוֹת (tevunot) = inzicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 33:3; Ps 19:15; Spr 22:17; Spr 22:20–21; Mat 12:35 **49:5** Ik neig mijn oor tot een spreuk. Ik open mijn raadsel bij de lier. Brontekst: אַטֶּ֣ה (ate) = ik neig | לְמָשָׁ֣ל (lemashal) = tot een spreuk | אָזְנִ֑י (azeni) = mijn oor | אֶפְתַּ֥ח (eftach) = ik open | בְּ֝כִנּ֗וֹר (bekhinor) = bij de lier | חִידָתִֽי (chidati) = mijn raadsel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חִידָה (chidah), ‘raadsel’: een diepe, verborgen uitspraak. De lier (כִּנּוֹר, kinnor) begeleidt het spreken van de dichter. Zie ook: Num 12:8; Num 23:7; Ps 78:2; Mat 13:35; 2 Kor 3:12 ### Waarom zou ik vrezen? **49:6** Waarom zou ik vrezen in de dagen van het kwaad, als de schuld van mijn hielen mij omringt? Brontekst: לָ֣מָּה (lama) = waarom | אִ֭ירָא (ira) = zou ik vrezen | בִּ֣ימֵי (bimei) = in de dagen van | רָ֑ע (ra) = kwaad | עֲוֺ֖ן (avon) = schuld van | עֲקֵבַ֣י (aqevay) = mijn hielen | יְסוּבֵּֽנִי (yesubeni) = omringt mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲוֹן עֲקֵבַי (avon aqevai), ‘de schuld van mijn hielen’: het is onduidelijk wat bedoeld is. Het kan de schuld zijn die de dichter op de hielen zit, of de schuld van wie hem op de hielen zitten. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Spr 24:10; Amos 5:13; Hand 27:24; Rom 8:33–34; Fil 1:28 **49:7** Zij die vertrouwen op hun bezit, beroemen zich op de overvloed van hun rijkdom. Brontekst: הַבֹּטְחִ֥ים (habotechim) = zij die vertrouwen | עַל (al) = op | חֵילָ֑ם (cheilam) = hun bezit | וּבְרֹ֥ב (uverov) = en op de overvloed van | עָ֝שְׁרָ֗ם (asheram) = hun rijkdom | יִתְהַלָּֽלוּ (yithalalu) = beroemen zich Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 52:9; Spr 11:28; Jer 9:22; Ezech 28:4–5; 1 Tim 6:17 ### Niemand kan zichzelf of een ander vrijkopen **49:8** Geen man kan een broer vrijkopen. Hij kan aan Elohim het losgeld voor hem niet geven. Brontekst: אָ֗ח (ach) = een broer | לֹא (lo) = niet | פָדֹ֣ה (pado) = vrijkopen | יִפְדֶּ֣ה (yifde) = zal vrijkopen | אִ֑ישׁ (ish) = man | לֹא (lo) = niet | יִתֵּ֖ן (yiten) = zal geven | לֵאלֹהִ֣ים (lElohim) = aan Elohim | כָּפְרֽוֹ (kafero) = zijn losgeld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’: de betaling waarmee men een leven vrijkoopt; zie Exod. 30:12. Voetnoot Lezing: אָח (ach), ‘een broer’: wij volgen de Masoretische tekst, waarin ‘broer’ het voorwerp van ‘vrijkopen’ is. Met een andere klinker is het אַךְ (ach), ‘zeker’: ‘geen man kan zeker iemand vrijkopen’. Zie ook: Ex 30:12; Mat 16:26; Mat 20:28; Mat 25:9; 1 Tim 2:6; 1 Petr 1:18 **49:9** De losprijs voor hun ziel is kostbaar en blijft voor eeuwig achterwege, Brontekst: וְ֭יֵקַר (veyeqar) = en kostbaar | פִּדְי֥וֹן (pidyon) = losprijs van | נַפְשָׁ֗ם (nafsham) = hun ziel | וְחָדַ֥ל (vechadal) = en blijft achterwege | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de persoon zelf, met zijn verlangen en zijn adem. Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’. Voetnoot : פִּדְיוֹן (pidyon), ‘losprijs’: wat nodig is om een leven vrij te kopen. Het slot van het vers is kort en moeilijk: de prijs is zo hoog dat een mens hem nooit kan betalen. Zie ook: Job 36:18–19; Mat 16:26 **49:10** zodat hij nog voor altijd zou leven en de kuil niet zou zien. Brontekst: וִֽיחִי (vichi) = zodat hij leeft | ע֥וֹד (od) = nog | לָנֶ֑צַח (lanetsach) = voor altijd | לֹ֖א (lo) = niet | יִרְאֶ֣ה (yire) = ziet | הַשָּֽׁחַת (hashachat) = de kuil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers hoort grammaticaal bij vers 9: de losprijs is te hoog, ‘zodat’ hij niet voor altijd kan blijven leven. Het Hebreeuws heeft hier geen bindwoord. Voetnoot : שַׁחַת (shachat), ‘kuil’: het graf. Zie ook: Ps 16:10; Ps 49:9; Ps 89:49; Spr 10:2; Spr 11:4; Pred 8:8 ### Wijzen en dwazen sterven **49:11** Want hij ziet dat wijzen sterven, dat de dwaas en de onverstandige samen verloren gaan en hun bezit aan anderen nalaten. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | יִרְאֶ֨ה (yire) = hij ziet | חֲכָ֘מִ֤ים (chakhamim) = wijzen | יָמ֗וּתוּ (yamutu) = sterven | יַ֤חַד (yachad) = samen | כְּסִ֣יל (kesil) = dwaas | וָבַ֣עַר (vavaar) = en onverstandige | יֹאבֵ֑דוּ (yovedu) = gaan verloren | וְעָזְב֖וּ (veazevu) = en zij laten na | לַאֲחֵרִ֣ים (laacherim) = aan anderen | חֵילָֽם (cheilam) = hun bezit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בַּעַר (ba’ar), ‘onverstandige’: iemand die zich gedraagt als een dier, zonder inzicht. Zie ook: Ps 39:7; Pred 5:12–15; Luc 12:20; 1 Tim 6:6–10; Heb 9:27 **49:12** Hun diepste gedachte is dat hun huizen voor eeuwig blijven, hun woningen van geslacht op geslacht. Zij noemen landerijen naar hun eigen namen. Brontekst: קִרְבָּ֤ם (qirbam) = hun diepste gedachte | בָּתֵּ֨ימוֹ (bateimo) = hun huizen | לְֽעוֹלָ֗ם (leolam) = voor eeuwig | מִ֭שְׁכְּנֹתָם (mishkenotam) = hun woningen | לְדֹ֣ר (ledor) = van geslacht | וָדֹ֑ר (vador) = tot geslacht | קָֽרְא֥וּ (qareu) = zij noemen | בִ֝שְׁמוֹתָ֗ם (bishmotam) = naar hun namen | עֲלֵ֣י (alei) = over | אֲדָמֽוֹת (adamot) = landerijen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: קִרְבָּם (qirbam), ‘hun innerlijk’: wij volgen de Masoretische tekst. Sommige oude vertalingen lezen קִבְרָם (qivram), ‘hun graf’: ‘hun graven zijn hun huizen voor altijd’. Zie ook: Gen 4:17; 2 Sam 18:18; Ps 5:10; Ps 64:7; Ezech 38:10 **49:13** Maar een mens in aanzien blijft niet overnachten. Hij is gelijk aan de dieren die omkomen. Brontekst: וְאָדָ֣ם (veadam) = en een mens | בִּ֭יקָר (biqar) = in aanzien | בַּל (bal) = niet | יָלִ֑ין (yalin) = blijft overnachten | נִמְשַׁ֖ל (nimshal) = hij is gelijk | כַּבְּהֵמ֣וֹת (kabehemot) = aan de dieren | נִדְמֽוּ (nidmu) = zij gaan teloor Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בַּל־יָלִין (bal-yalin), ‘hij blijft niet overnachten’: hij blijft er niet. Vers 21 heeft dezelfde regel, maar met ‘en niet begrijpt’ (וְלֹא יָבִין, velo yavin). Voetnoot Lezing: Sommige oude vertalingen hebben in vers 13 dezelfde woorden als in vers 21. Wij volgen de Masoretische tekst, die twee verschillende woorden heeft. Zie ook: Ps 39:6; Ps 49:21; Ps 82:7; Pred 3:18–21; Pred 9:12 **49:14** Dit is hun weg: dwaasheid is het voor hen. Wie na hen komen, hebben welgevallen aan hun woorden. Sela. Brontekst: זֶ֣ה (ze) = dit | דַ֭רְכָּם (darkam) = hun weg | כֵּ֣סֶל (kesel) = dwaasheid | לָ֑מוֹ (lamo) = voor hen | וְאַחֲרֵיהֶ֓ם (veachareihem) = en wie na hen komen | בְּפִיהֶ֖ם (befihem) = in hun mond | יִרְצ֣וּ (yirtsu) = hebben welgevallen | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כֶּסֶל (kesel), ‘dwaasheid’: het woord kan ook ‘vertrouwen’ betekenen. Wij vertalen ‘dwaasheid’. Voetnoot : סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Zie ook: Jer 44:17; Luc 11:47–48; Luc 12:20; Luc 16:27–28; 1 Kor 3:19 **49:15** Als schapen worden zij naar Sjeol gebracht; de dood weidt hen. De oprechten heersen over hen in de morgen. Hun gestalte vergaat in Sjeol, weg uit zijn woning. Brontekst: כַּצֹּ֤אן (katson) = als schapen | לִֽשְׁא֣וֹל (lishol) = naar Sjeol | שַׁתּוּ֮ (shatu) = zij worden gezet | מָ֤וֶת (mavet) = de dood | יִ֫רְעֵ֥ם (yirem) = weidt hen | וַיִּרְדּ֘וּ (vayirdu) = en zij heersen | בָ֤ם (bam) = over hen | יְשָׁרִ֨ים (yesharim) = de oprechten | לַבֹּ֗קֶר (laboqer) = in de morgen | וְ֭צוּרָם (vetsuram) = en hun gestalte | לְבַלּ֥וֹת (levalot) = om te vergaan | שְׁא֗וֹל (sheol) = Sjeol | מִזְּבֻ֥ל (mizevul) = weg uit woning | לֽוֹ (lo) = zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (Sjeol), ‘dodenrijk’: de plaats van de doden. Voetnoot : לָבֹּקֶר (laboqer), ‘in de morgen’: de betekenis is niet zeker. Voetnoot Lezing: Dit vers is moeilijk. Het geschreven woord (ketiv) is וְצִירָם (vetsiram). De te lezen vorm (qere) is וְצוּרָם (vetsuram), ‘hun gestalte’. Wij volgen de qere. Het slot, מִזְּבֻל לוֹ (mizzevul lo), is onzeker; letterlijk ‘weg van woning, voor hem’. Wij vertalen ‘weg uit zijn woning’. Zie ook: Job 24:19–20; Job 30:23; Dan 7:22; Mal 3:21; 1 Kor 6:2 ### Elohim koopt mijn ziel vrij **49:16** Maar Elohim zal mijn ziel vrijkopen uit de hand van Sjeol, want Hij zal mij opnemen. Sela. Brontekst: אַךְ (akh) = maar | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | יִפְדֶּ֣ה (yifde) = zal vrijkopen | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | מִֽיַּד (miyad) = uit de hand van | שְׁא֑וֹל (sheol) = Sjeol | כִּ֖י (ki) = want | יִקָּחֵ֣נִי (yiqacheni) = Hij zal mij opnemen | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לָקַח (laqach), ‘nemen’: het Hebreeuws zegt alleen ‘Hij zal mij nemen’. Hetzelfde werkwoord staat bij Henoch (‘Elohim nam hem weg’). Wij vertalen ‘opnemen’. Zie ook: Ps 56:14; Ps 73:24; Ps 86:13; Ps 89:49; Hos 13:14 ### Wees niet bang voor de rijke **49:17** Wees niet bang als een man rijk wordt, als de eer van zijn huis groter wordt. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּ֭ירָא (tira) = wees bang | כִּֽי (ki) = wanneer | יַעֲשִׁ֣ר (yaashir) = rijk wordt | אִ֑ישׁ (ish) = een man | כִּֽי (ki) = wanneer | יִ֝רְבֶּה (yirbe) = groter wordt | כְּב֣וֹד (kevod) = de eer van | בֵּיתֽוֹ (beito) = zijn huis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 31:1; Ps 37:1; Ps 37:7; Openb 21:24; Openb 21:26 **49:18** Want bij zijn sterven neemt hij niets mee. Zijn eer daalt niet achter hem af. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹ֣א (lo) = niet | בְ֭מוֹתוֹ (bemoto) = bij zijn sterven | יִקַּ֣ח (yiqach) = neemt hij | הַכֹּ֑ל (hakol) = alles | לֹא (lo) = niet | יֵרֵ֖ד (yered) = daalt af | אַחֲרָ֣יו (acharav) = achter hem | כְּבוֹדֽוֹ (kevodo) = zijn eer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 1:21; Job 27:19; Pred 5:14; 1 Kor 15:43; 1 Tim 6:7 **49:19** Al zegent hij zijn ziel bij zijn leven, en al looft men je omdat je het jezelf goed maakt, Brontekst: כִּֽי (ki) = want | נַ֭פְשׁוֹ (nafsho) = zijn ziel | בְּחַיָּ֣יו (bechayav) = in zijn leven | יְבָרֵ֑ךְ (yevarekh) = hij zegent | וְ֝יוֹדֻ֗ךָ (veyodukha) = en men looft je | כִּי (ki) = want | תֵיטִ֥יב (teitiv) = je maakt het goed | לָֽךְ (lakh) = voor jezelf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כִּי (ki), ‘want’: hier ‘hoewel’. Het vers zegt dat de rijke zichzelf zegent en door anderen wordt geprezen, en toch sterft. Zie ook: Deut 29:18; Ps 10:3; Hos 12:9; Luc 12:19; Openb 13:3–4 **49:20** toch komt hij tot het geslacht van zijn vaderen. Voor altijd zien zij het licht niet. Brontekst: תָּ֭בוֹא (tavo) = komt | עַד (ad) = tot | דּ֣וֹר (dor) = geslacht van | אֲבוֹתָ֑יו (avotav) = zijn vaderen | עַד (ad) = voor | נֵ֝֗צַח (netsach) = altijd | לֹ֣א (lo) = niet | יִרְאוּ (yiru) = zij zien | אֽוֹר (or) = licht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het werkwoord תָּבוֹא (tavo), ‘komt’, is vrouwelijk en wijst terug op ‘ziel’ (נַפְשׁוֹ) in vers 19. Wij vertalen ‘hij komt’. Zie ook: Gen 15:15; Job 33:30; Ps 49:19; Ps 56:14; Mat 8:12; Luc 12:20 **49:21** Een mens in aanzien die niets begrijpt, is gelijk aan de dieren die omkomen. Brontekst: אָדָ֣ם (adam) = een mens | בִּ֭יקָר (biqar) = in aanzien | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יָבִ֑ין (yavin) = begrijpt | נִמְשַׁ֖ל (nimshal) = is gelijk | כַּבְּהֵמ֣וֹת (kabehemot) = aan de dieren | נִדְמֽוּ (nidmu) = zij gaan teloor Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 4:21; Ps 49:13; Ps 73:18–19; Pred 3:18–19; Est 7:10 ## Psalmen 50 _Elohim roept Zijn volk voor het gericht_ ### Elohim roept de aarde **50:1** Een psalm van Asaf. El, Elohim, Yahweh heeft gesproken en de aarde geroepen, van de opgang van de zon tot haar ondergang. Brontekst: מִזְמ֗וֹר (mizmor) = psalm | לְאָ֫סָ֥ף (leasaf) = van Asaf | אֵ֤ל (el) = El | אֱֽלֹהִ֡ים (Elohim) = Elohim | יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | דִּבֶּ֥ר (diber) = heeft gesproken | וַיִּקְרָא (vayiqra) = en heeft geroepen | אָ֑רֶץ (arets) = de aarde | מִמִּזְרַח (mimizrach) = van de opgang van | שֶׁ֝֗מֶשׁ (shemesh) = zon | עַד (ad) = tot | מְבֹאֽוֹ (mevoo) = haar ondergang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֵל אֱלֹהִים יְהוָה (El Elohim Yahweh): drie namen naast elkaar. Wij laten ze alle drie staan. Voetnoot : לְאָסָף (leAsaf), ‘van Asaf’: het voorzetsel לְ (le) kan ‘van’, ‘voor’ of ‘door’ betekenen; wij vertalen ‘van’. Het opschrift is hier geen apart vers; de Hebreeuwse en de Nederlandse telling lopen gelijk. Zie ook: Joz 22:22; Ps 113:3; Amos 3:8; Jer 32:18–19; Mat 25:32 **50:2** Uit Sion, het toppunt van schoonheid, is Elohim verschenen. Brontekst: מִצִּיּ֥וֹן (mitsiyon) = uit Sion | מִכְלַל (mikhlal) = toppunt van | יֹ֗פִי (yofi) = schoonheid | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | הוֹפִֽיעַ (hofia) = is verschenen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Sion is hier de berg van de tempel in Jeruzalem, de tempelberg in de oude stad, in het huidige Israël. Zie ook: Ps 48:3; Ps 80:2; Hab 3:3–4; Openb 1:16; Openb 21:23 **50:3** Onze Elohim komt en zwijgt niet. Voor Zijn aangezicht verteert vuur, en rondom Hem stormt het zeer hevig. Brontekst: יָ֤בֹ֥א (yavo) = komt | אֱלֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | וְֽאַל (veal) = en niet | יֶ֫חֱרַ֥שׁ (yecherash) = zwijgt | אֵשׁ (esh) = vuur | לְפָנָ֥יו (lefanav) = voor Zijn aangezicht | תֹּאכֵ֑ל (tokhel) = verteert | וּ֝סְבִיבָ֗יו (usevivav) = en rondom Hem | נִשְׂעֲרָ֥ה (nisara) = stormt het | מְאֹֽד (meod) = zeer hevig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְאַל־יֶחֱרַשׁ (ve’al yecherash), ‘en Hij zwijgt niet’: het kan ook een wens zijn, ‘laat Hij niet zwijgen’. Vuur en storm gaan Elohim voor, zoals bij de Sinaï (Exod. 19:16–18). Zie ook: Ex 19:16–18; Lev 10:2; Num 16:35; Ps 97:3–5; Dan 7:10; Mat 3:12 **50:4** Hij roept de hemel van boven en de aarde om Zijn volk te richten: Brontekst: יִקְרָ֣א (yiqra) = Hij roept | אֶל (el) = naar | הַשָּׁמַ֣יִם (hashamayim) = de hemel | מֵעָ֑ל (meal) = van boven | וְאֶל (veel) = en naar | הָ֝אָ֗רֶץ (haarets) = de aarde | לָדִ֥ין (ladin) = om te richten | עַמּֽוֹ (amo) = Zijn volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:26; Deut 30:19; Deut 31:28; Deut 32:1; Jes 1:2 ### Verzamel Mijn getrouwen **50:5** **„Verzamel voor Mij Mijn getrouwen, die Mijn verbond hebben gesloten bij een slachtoffer.”** Brontekst: אִסְפוּ (isfu) = verzamel | לִ֥י (li) = voor Mij | חֲסִידָ֑י (chasiday) = Mijn getrouwen | כֹּרְתֵ֖י (koretei) = die sloten | בְרִיתִ֣י (beriti) = Mijn verbond | עֲלֵי (alei) = bij | זָֽבַח (zavach) = een slachtoffer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 5 nemen wij als woorden van Elohim zelf. In vers 6 spreekt de dichter; in vers 7–15 en 16–23 spreekt Elohim opnieuw. Voetnoot : כֹּרְתֵי בְרִיתִי (kortei veriti), letterlijk ‘die Mijn verbond sneden’: zo zegt het Hebreeuws ‘een verbond sluiten’. Een slachtoffer hoort bij het sluiten van het verbond; zie Exod. 24:5–8. Zie ook: Ex 24:3–8; Ex 24:5–8; Deut 33:2–3; Ps 50:6; Ps 50:7–15; Ps 50:16; Mat 26:28; Heb 12:24; Heb 13:20 **50:6** De hemel maakt Zijn gerechtigheid bekend, want Elohim Zelf is rechter. Sela. Brontekst: וַיַּגִּ֣ידוּ (vayagidu) = en maakt bekend | שָׁמַ֣יִם (shamayim) = de hemel | צִדְק֑וֹ (tsidqo) = Zijn gerechtigheid | כִּֽי (ki) = want | אֱלֹהִ֓ים (Elohim) = Elohim | שֹׁפֵ֖ט (shofet) = rechter | ה֣וּא (hu) = Zelf | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Zie ook: Ps 9:17; Ps 75:8; Ps 89:6; Ps 97:6; Openb 19:2 ### Geen slachtoffers, maar dank **50:7** **„Luister, Mijn volk, en laat Mij spreken. Israël, laat Mij tegen je getuigen: Ik ben Elohim, jouw Elohim.** Brontekst: שִׁמְעָ֤ה (shima) = luister | עַמִּ֨י (ami) = Mijn volk | וַאֲדַבֵּ֗רָה (vaadabera) = en laat Mij spreken | יִ֭שְׂרָאֵל (yisrael) = Israël | וְאָעִ֣ידָה (veaida) = en laat Mij getuigen | בָּ֑ךְ (bakh) = tegen jou | אֱלֹהִ֖ים (Elohim) = Elohim | אֱלֹהֶ֣יךָ (eloheikha) = jouw Elohim | אָנֹֽכִי (anokhi) = Ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 19:5–6; Ex 20:2; Ps 81:9; Jer 2:4–5; Jer 2:9 **50:8** **Niet om je slachtoffers wijs Ik je terecht, en je brandoffers zijn voortdurend voor Mij.** Brontekst: לֹ֣א (lo) = niet | עַל (al) = om | זְ֭בָחֶיךָ (zevacheikha) = je slachtoffers | אוֹכִיחֶ֑ךָ (okhichekha) = wijs Ik je terecht | וְעוֹלֹתֶ֖יךָ (veoloteikha) = en je brandoffers | לְנֶגְדִּ֣י (lenegdi) = voor Mij | תָמִֽיד (tamid) = voortdurend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Elohim zegt dat Hij hen niet terechtwijst om het ontbreken van slachtoffers; hun brandoffers worden steeds gebracht. Zie ook: Ps 40:7–9; Ps 51:18; Hos 6:6; Jes 1:11–31; Heb 10:4–10 **50:9** **Ik neem geen stier uit je huis, geen bokken uit je kooien.** Brontekst: לֹא (lo) = niet | אֶקַּ֣ח (eqach) = neem Ik | מִבֵּיתְךָ֣ (mibeitekha) = uit je huis | פָ֑ר (par) = stier | מִ֝מִּכְלְאֹתֶ֗יךָ (mimikhleoteikha) = uit je kooien | עַתּוּדִֽים (atudim) = bokken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 69:32; Jes 43:23–24; Mi 6:6–8; Hand 17:25; Heb 10:4–6 **50:10** **Want van Mij is al het wild van het woud, de dieren op duizend bergen.** Brontekst: כִּי (ki) = want | לִ֥י (li) = van Mij | כָל (kal) = al | חַיְתוֹ (chayto) = het wild van | יָ֑עַר (yaar) = het woud | בְּ֝הֵמ֗וֹת (behemot) = de dieren | בְּהַרְרֵי (beharrei) = op de bergen van | אָֽלֶף (alef) = duizend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 8:7–9; Ps 104:14; Ps 104:24–25; Jer 27:5–6; Dan 2:38 **50:11** **Ik ken alle vogels van de bergen, en wat zich roert op het veld, is bij Mij.** Brontekst: יָ֭דַעְתִּי (yadati) = Ik ken | כָּל (kal) = alle | ע֣וֹף (of) = vogels van | הָרִ֑ים (harim) = de bergen | וְזִ֥יז (veziz) = en wat zich roert | שָׂ֝דַ֗י (saday) = op het veld | עִמָּדִֽי (imadi) = bij Mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זִיז שָׂדַי (ziz sadai), ‘wat zich roert op het veld’: het woord ziz is zeldzaam; de betekenis (kleine of kruipende dieren) is onzeker. Zie ook: Gen 1:20–22; Job 39:26–30; Mat 6:26; Mat 10:29–31; Luc 12:24 **50:12** **Als Ik honger had, zou Ik het je niet zeggen, want van Mij is de wereld en haar volheid.** Brontekst: אִם (im) = als | אֶ֭רְעַב (erav) = Ik honger had | לֹא (lo) = niet | אֹ֣מַר (omar) = zou Ik zeggen | לָ֑ךְ (lakh) = tegen jou | כִּי (ki) = want | לִ֥י (li) = van Mij | תֵ֝בֵ֗ל (tevel) = de wereld | וּמְלֹאָֽהּ (umeloah) = en haar volheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 41:3; Ex 19:5; Deut 10:14; Ps 24:1–2; 1 Kor 10:26–28 **50:13** **Eet Ik het vlees van sterke stieren, of drink Ik het bloed van bokken?** Brontekst: הַֽ֭אוֹכַל (haokhal) = eet Ik | בְּשַׂ֣ר (besar) = vlees van | אַבִּירִ֑ים (abirim) = sterke stieren | וְדַ֖ם (vedam) = en bloed van | עַתּוּדִ֣ים (atudim) = bokken | אֶשְׁתֶּֽה (eshte) = drink Ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַבִּירִים (abbirim), ‘sterke stieren’: letterlijk ‘machtigen’; het woord wordt gebruikt voor krachtige stieren. **50:14** **Offer aan Elohim dank en betaal de Allerhoogste je geloften.** Brontekst: זְבַ֣ח (zevach) = offer | לֵאלֹהִ֣ים (lElohim) = aan Elohim | תּוֹדָ֑ה (toda) = dank | וְשַׁלֵּ֖ם (veshalem) = en betaal | לְעֶלְי֣וֹן (leelyon) = aan de Allerhoogste | נְדָרֶֽיךָ (nedareikha) = je geloften Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam of titel van Elohim, de Hoogste boven alles. Voetnoot : תּוֹדָה (todah), ‘dank’: het woord kan ook het dankoffer zijn (Lev. 7:12). Wij vertalen ‘offer dank’. Zie ook: Lev 7:12; Deut 23:22; Ps 56:13; Ps 107:21–22; Ps 116:12–14; Heb 13:15 **50:15** **Roep Mij aan op de dag van nood. Ik zal je bevrijden, en je zult Mij eren.”** Brontekst: וּ֭קְרָאֵנִי (uqeraeni) = en roep Mij aan | בְּי֣וֹם (beyom) = op de dag van | צָרָ֑ה (tsara) = nood | אֲ֝חַלֶּצְךָ֗ (achaletskha) = Ik zal je bevrijden | וּֽתְכַבְּדֵֽנִי (utekhabedeni) = en je zult Mij eren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:4–5; Ps 91:15; Ps 107:19; Ps 107:28; Zach 13:9 ### Tegen de goddeloze **50:16** Maar tegen de goddeloze zegt Elohim: **„Wat heb jij Mijn voorschriften op te sommen, en Mijn verbond in je mond te nemen?** Brontekst: וְלָ֤רָשָׁ֨ע (velarasha) = maar tegen de goddeloze | אָ֘מַ֤ר (amar) = zegt | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | מַה (ma) = wat | לְּ֭ךָ (lekha) = is voor jou | לְסַפֵּ֣ר (lesaper) = om op te sommen | חֻקָּ֑י (chuqay) = Mijn voorschriften | וַתִּשָּׂ֖א (vatisa) = en je neemt | בְרִיתִ֣י (beriti) = Mijn verbond | עֲלֵי (alei) = op | פִֽיךָ (pikha) = je mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De inleiding is van de dichter. Daarna spreekt Elohim tegen de goddeloze, tot en met vers 23. Voetnoot : חֻקַּי (chuqqai), ‘Mijn voorschriften’: de bepalingen van het verbond. Zie ook: Ps 25:14; Ps 50:23; Ps 78:36–38; Jes 29:13; Jes 55:6–7; Rom 2:17–24 **50:17** **Jij haat tucht en werpt Mijn woorden achter je.** Brontekst: וְ֭אַתָּה (veata) = en jij | שָׂנֵ֣אתָ (saneta) = haat | מוּסָ֑ר (musar) = tucht | וַתַּשְׁלֵ֖ךְ (vatashlekh) = en werpt | דְּבָרַ֣י (devaray) = Mijn woorden | אַחֲרֶֽיךָ (achareikha) = achter je Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 1:28–29; Spr 12:1; Neh 9:26; 2 Tess 2:10–12; 2 Tim 4:3–4 **50:18** **Als je een dief ziet, loop je met hem mee, en je deel is bij overspelers.** Brontekst: אִם (im) = als | רָאִ֣יתָ (raita) = je ziet | גַ֭נָּב (ganav) = een dief | וַתִּ֣רֶץ (vatirets) = dan loop je | עִמּ֑וֹ (imo) = met hem | וְעִ֖ם (veim) = en met | מְנָאֲפִ֣ים (menaafim) = overspelers | חֶלְקֶֽךָ (chelqekha) = je deel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Mi 7:3; Rom 1:32; Ef 5:11–13; 1 Tim 5:22; Heb 13:4 **50:19** **Je mond laat je los op het kwaad, en je tong spant bedrog aaneen.** Brontekst: פִּ֭יךָ (pikha) = je mond | שָׁלַ֣חְתָּ (shalachta) = laat je los | בְרָעָ֑ה (beraa) = op het kwaad | וּ֝לְשׁוֹנְךָ֗ (uleshonekha) = en je tong | תַּצְמִ֥יד (tatsmid) = spant aaneen | מִרְמָֽה (mirma) = bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 10:7; Ps 52:4–6; Jer 9:4; Jak 3:5–9; Openb 21:8 **50:20** **Je zit en spreekt tegen je broer; tegen de zoon van je moeder leg je een smet.** Brontekst: תֵּ֭שֵׁב (teshev) = je zit | בְּאָחִ֣יךָ (beachikha) = tegen je broer | תְדַבֵּ֑ר (tedaber) = je spreekt | בְּבֶֽן (beven) = tegen de zoon van | אִ֝מְּךָ֗ (imekha) = je moeder | תִּתֶּן (titen) = je legt | דֹּֽפִי (dofi) = een smet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דֹּפִי (dofi), ‘smet’: een zeldzaam woord; de betekenis (smet, smaad) is onzeker. Zie ook: Lev 19:16; Spr 10:18; Mat 5:11; Mat 10:21; Openb 12:10 **50:21** **Dit heb je gedaan, en Ik zweeg. Je dacht dat Ik werkelijk net als jij was. Ik zal je terechtwijzen en het je onder ogen brengen.** Brontekst: אֵ֤לֶּה (ele) = dit | עָשִׂ֨יתָ (asita) = je hebt gedaan | וְֽהֶחֱרַ֗שְׁתִּי (vehecherashti) = en Ik zweeg | דִּמִּ֗יתָ (dimita) = je dacht | הֱֽיוֹת (heyot) = dat | אֶֽהְיֶ֥ה (ehye) = Ik werkelijk ben | כָמ֑וֹךָ (kamokha) = zoals jij | אוֹכִיחֲךָ֖ (okhichakha) = Ik zal je terechtwijzen | וְאֶֽעֶרְכָ֣ה (veeerkha) = en Ik zal het ordenen | לְעֵינֶֽיךָ (leeineikha) = voor je ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָיוֹת אֶהְיֶה (hayot ehyeh), ‘Ik ben werkelijk’: de dubbele vorm legt nadruk. Elohim zegt: je dacht dat Ik echt net zo ben als jij. Zie ook: Ps 94:7–11; Spr 29:1; Pred 12:14; Jes 57:11; Rom 2:4–5 **50:22** **Begrijp dit toch, jullie die Eloah vergeten. Anders verscheur Ik, en er is niemand die bevrijdt.** Brontekst: בִּֽינוּ (binu) = begrijp | נָ֣א (na) = toch | זֹ֭את (zot) = dit | שֹׁכְחֵ֣י (shokhechei) = jullie die vergeten | אֱל֑וֹהַּ (eloha) = Eloah | פֶּן (pen) = anders | אֶ֝טְרֹ֗ף (etrof) = verscheur Ik | וְאֵ֣ין (veein) = en er is niet | מַצִּֽיל (matsil) = een bevrijder Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלוֹהַּ (Eloah), ‘Eloah’: een vorm van de naam Elohim in het enkelvoud, zoals in Job. Zie ook: Job 8:13; Deut 32:18; Ps 7:3; Ps 9:18; Hos 4:6 **50:23** **Wie dank offert, eert Mij. En wie zijn weg bereidt, hem zal Ik het heil van Elohim laten zien.”** Brontekst: זֹבֵ֥חַ (zoveach) = wie offert | תּוֹדָ֗ה (toda) = dank | יְֽכַ֫בְּדָ֥נְנִי (yekhabedaneni) = eert Mij | וְשָׂ֥ם (vesam) = en wie bereidt | דֶּ֑רֶךְ (derekh) = weg | אַ֝רְאֶ֗נּוּ (arenu) = Ik zal hem laten zien | בְּיֵ֣שַׁע (beyesha) = het heil van | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘het heil van Elohim’: Elohim spreekt hier over Zichzelf in de derde persoon. Voetnoot Lezing: וְשָׂם דֶּרֶךְ (vesam derech), ‘en wie de weg bereidt’: de Masoretische tekst is hier moeilijk. Sommige oude vertalingen lijken iets anders te lezen (‘en daar is de weg’). Wij volgen de Masoretische tekst; de betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 24:4–5; Ps 50:14–15; Ps 86:12; Ps 91:16; Jak 3:13 ## Psalmen 51 _Boetepsalm van David na Natans bezoek_ ### Opschrift **51:1** Voor de koorleider. Een psalm van David, Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling beslaat het opschrift vers 1 en 2; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Zie ook: Ps 4:1; Ps 51:2; Ps 51:11; Jes 43:25; Jes 44:22; Hand 3:19; Kol 2:14 **51:2** toen de profeet Natan bij hem kwam, nadat hij naar Bat-Sjeba was gegaan. Brontekst: בְּֽבוֹא (bevo) = bij het komen | אֵ֭לָיו (elav) = tot hem | נָתָ֣ן (natan) = Natan | הַנָּבִ֑יא (hanavi) = de profeet | כַּֽאֲשֶׁר (kaasher) = zoals | בָּ֝֗א (ba) = hij was gekomen | אֶל (el) = tot | בַּת (bat) = Bat | שָֽׁבַע (shava) = Sjeba Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit historische opschrift verwijst naar 2 Sam. 11:2–5 en 12:1–15. Het hoort bij vers 1. Voetnoot : בָּא אֶל (ba el), ‘kwam tot’: dezelfde uitdrukking wordt gebruikt voor het ingaan bij een vrouw. Wij vertalen ‘naar … was gegaan’. Zie ook: 2 Sam 11:2–5; 2 Sam 12:1; Ps 51:1; Ps 51:11; Jes 43:25; Jes 44:22; Hand 3:19; Kol 2:14 ### Wees mij genadig **51:3** Wees mij genadig, Elohim, naar Uw trouw. Delg mijn overtredingen uit naar de grootheid van Uw ontferming. Brontekst: חָנֵּ֣נִי (chaneni) = wees mij genadig | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | כְּחַסְדֶּ֑ךָ (kechasdekha) = naar Uw trouw | כְּרֹ֥ב (kerov) = naar de grootheid van | רַ֝חֲמֶ֗יךָ (rachameikha) = Uw ontferming | מְחֵ֣ה (meche) = delg uit | פְשָׁעָֽי (peshaay) = mijn overtredingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Voetnoot : רַחֲמִים (rachamim), ‘ontferming’: de zorg van een moeder voor haar kind; het woord hoort bij רֶחֶם (rechem), ‘baarmoeder’. Voetnoot : פֶּשַׁע (pesha), ‘overtreding’: opstand tegen een gezag, hier tegen Elohim. Zie ook: Ps 51:11; Jes 43:25; Jes 44:22; Hand 3:19; Kol 2:14 **51:4** Was mij ruimschoots van mijn schuld en reinig mij van mijn zonde. Brontekst: הֶ֭רֶב (herev) = ruimschoots | כַּבְּסֵ֣נִי (kabeseni) = was mij | מֵעֲוֺנִ֑י (meavoni) = van mijn schuld | וּֽמֵחַטָּאתִ֥י (umechatati) = en van mijn zonde | טַהֲרֵֽנִי (tahareni) = reinig mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָוֹן (avon), ‘schuld’; חַטָּאת (chatat), ‘zonde’: het tweede woord is ook het woord voor ‘zondoffer’. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is הַרְבֵּה (harbeh). De te lezen vorm (qere) is הֶרֶב (herev). Beide betekenen ‘ruimschoots’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 51:9; Jer 4:14; Ezech 36:25; Heb 10:21–22; 1 Joh 1:7–9 **51:5** Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is voortdurend voor mij. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | פְ֭שָׁעַי (peshaay) = mijn overtredingen | אֲנִ֣י (ani) = ik | אֵדָ֑ע (eda) = ken ik | וְחַטָּאתִ֖י (vechatati) = en mijn zonde | נֶגְדִּ֣י (negdi) = voor mij | תָמִֽיד (tamid) = voortdurend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 32:5; Ps 38:19; Spr 28:13; Jes 59:12; Luc 15:18–21 ### Tegen U alleen heb ik gezondigd **51:6** Tegen U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in Uw ogen. Zo bent U rechtvaardig wanneer U spreekt en zuiver wanneer U oordeelt. Brontekst: לְךָ֤ (lekha) = tegen U | לְבַדְּךָ֨ (levadekha) = alleen U | חָטָאתִי֮ (chatati) = ik heb gezondigd | וְהָרַ֥ע (vehara) = en wat kwaad is | בְּעֵינֶ֗יךָ (beeineikha) = in Uw ogen | עָ֫שִׂ֥יתִי (asiti) = ik heb gedaan | לְ֭מַעַן (lemaan) = opdat | תִּצְדַּ֥ק (titsdaq) = U rechtvaardig bent | בְּדָבְרֶ֗ךָ (bedaverekha) = wanneer U spreekt | תִּזְכֶּ֥ה (tizke) = U zuiver bent | בְשָׁפְטֶֽךָ (beshafetekha) = wanneer U oordeelt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: David heeft ook mensen onrecht gedaan (2 Sam. 11:15–17). Hier erkent hij dat zijn zonde in de eerste plaats tegen Elohim is gericht. Vergelijk zijn woorden in 2 Sam. 12:13. Voetnoot : תִּצְדַּק (titsdaq), ‘U bent rechtvaardig’: Elohim heeft gelijk in wat Hij zegt en doet. Zie ook: Gen 20:6; Gen 39:9; 2 Sam 11:15–17; 2 Sam 12:13–14; Luc 15:21; Rom 3:4 **51:7** Zie, ik ben in schuld voortgebracht, en in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen. Brontekst: הֵן (hen) = zie | בְּעָו֥וֹן (beavon) = in schuld | חוֹלָ֑לְתִּי (cholalti) = ben ik voortgebracht | וּ֝בְחֵ֗טְא (uvechete) = en in zonde | יֶֽחֱמַ֥תְנִי (yechematni) = heeft mij ontvangen | אִמִּֽי (imi) = mijn moeder Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חוֹלָלְתִּי (cholalti), ‘ik ben voortgebracht’: van de wortel van ‘baren’, het beeld van de weeën van een geboorte. יֶחֱמַתְנִי (yechematni), ‘heeft mij ontvangen’: letterlijk ‘werd warm over mij’. Voetnoot : De dichter zegt dat zijn zonde van het begin van zijn leven bij hem hoort. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Job 14:4; Job 15:14–16; Ps 58:4; Rom 5:12; Ef 2:3 **51:8** Zie, U hebt behagen in waarheid in het binnenste, en in het verborgene laat U mij wijsheid weten. Brontekst: הֵן (hen) = zie | אֱ֭מֶת (emet) = waarheid | חָפַ֣צְתָּ (chafatsta) = U hebt behagen in | בַטֻּח֑וֹת (batuchot) = in het binnenste | וּ֝בְסָתֻ֗ם (uvesatum) = en in het verborgene | חָכְמָ֥ה (chakhema) = wijsheid | תוֹדִיעֵֽנִי (todieni) = laat U mij weten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: טֻחוֹת (tuchot), ‘het binnenste’; סָתֻם (satum), ‘het verborgene’: de diepste plaats van een mens, waar niemand kijkt. Zie ook: Job 38:36; 1 Sam 16:7; Ps 15:2; Rom 7:22; 1 Petr 3:4 ### Zuiver mij en maak mij nieuw **51:9** Zuiver mij van zonde met hysop, en ik word rein. Was mij, en ik word witter dan sneeuw. Brontekst: תְּחַטְּאֵ֣נִי (techateeni) = ontzondig mij | בְאֵז֣וֹב (beezov) = met hysop | וְאֶטְהָ֑ר (veethar) = en ik word rein | תְּ֝כַבְּסֵ֗נִי (tekhabeseni) = was mij | וּמִשֶּׁ֥לֶג (umisheleg) = en meer dan sneeuw | אַלְבִּֽין (albin) = word ik wit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּחַטְּאֵנִי (techatteni), ‘zuiver mij van zonde’: van חַטָּאת (chatat), ‘zonde’; het werkwoord betekent ‘van zonde ontdoen’. Voetnoot : אֵזוֹב (ezov), ‘hysop’: een plant die bij de reiniging werd gebruikt om te besprenkelen; zie Lev. 14:4–6. Zie ook: Lev 14:4–6; Num 19:18–20; Jes 1:18; Heb 9:13–14; Heb 9:19; 1 Joh 1:7 **51:10** Laat mij vreugde en blijdschap horen. Laat de beenderen jubelen die U verbrijzeld hebt. Brontekst: תַּ֭שְׁמִיעֵנִי (tashmieni) = laat mij horen | שָׂשׂ֣וֹן (sason) = vreugde | וְשִׂמְחָ֑ה (vesimcha) = en blijdschap | תָּ֝גֵ֗לְנָה (tagelena) = laten jubelen | עֲצָמ֥וֹת (atsamot) = beenderen | דִּכִּֽיתָ (dikita) = U hebt verbrijzeld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:17–18; Ps 6:3–4; Ps 119:81–82; Hos 6:1–2; Mat 5:4 **51:11** Verberg Uw aangezicht voor mijn zonden en delg al mijn schuld uit. Brontekst: הַסְתֵּ֣ר (haster) = verberg | פָּ֭נֶיךָ (paneikha) = Uw aangezicht | מֵחֲטָאָ֑י (mechataay) = voor mijn zonden | וְֽכָל (vekhal) = en al | עֲוֺ֖נֹתַ֣י (avonotay) = mijn schuld | מְחֵֽה (meche) = delg uit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 51:3; Jes 38:17; Mi 7:18–19; Jer 16:17; Kol 2:14 ### Schep in mij een rein hart **51:12** Schep voor mij een rein hart, Elohim, en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest. Brontekst: לֵ֣ב (lev) = hart | טָ֭הוֹר (tahor) = rein | בְּרָא (bera) = schep | לִ֣י (li) = voor mij | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | וְר֥וּחַ (veruach) = en geest | נָ֝כ֗וֹן (nakhon) = standvastig | חַדֵּ֥שׁ (chadesh) = vernieuw | בְּקִרְבִּֽי (beqirbi) = in mijn binnenste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּרָא (bara), ‘scheppen’: het werkwoord waarmee Elohim in Gen. 1:1 hemel en aarde schiep. נָכוֹן (nakon), ‘standvastig’: vast en betrouwbaar. Zie ook: Gen 1:1; Ezech 11:19; Ezech 18:31; Mat 5:8; 2 Kor 5:17; Ef 4:22–24 **51:13** Werp mij niet weg van Uw aangezicht en neem Uw heilige Geest niet van mij weg. Brontekst: אַל (al) = niet | תַּשְׁלִיכֵ֥נִי (tashlikheni) = werp mij weg | מִלְּפָנֶ֑יךָ (milefaneikha) = van Uw aangezicht | וְר֥וּחַ (veruach) = en Geest | קָ֝דְשְׁךָ֗ (qadeshekha) = Uw heilige | אַל (al) = niet | תִּקַּ֥ח (tiqach) = neem | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = van mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ קָדְשְׁךָ (ruach qodshecha), ‘Uw heilige Geest’: deze uitdrukking komt in het Oude Testament slechts op twee plaatsen voor, hier en in Jes. 63:10–11. Zie ook: Gen 6:3; 2 Kon 13:23; Jes 63:10–11; Rom 8:9; Ef 4:30 **51:14** Geef mij de vreugde van Uw heil terug en ondersteun mij met een willige geest. Brontekst: הָשִׁ֣יבָה (hashiva) = geef terug | לִּ֭י (li) = aan mij | שְׂשׂ֣וֹן (seson) = vreugde van | יִשְׁעֶ֑ךָ (yishekha) = Uw heil | וְר֖וּחַ (veruach) = en geest | נְדִיבָ֣ה (nediva) = willige | תִסְמְכֵֽנִי (tismekheni) = ondersteun mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 13:6; Jes 41:10; Jes 61:10; Luc 1:47; 2 Kor 3:17 **51:15** Ik zal overtreders Uw wegen leren, en zondaars zullen naar U terugkeren. Brontekst: אֲלַמְּדָ֣ה (alameda) = ik zal leren | פֹשְׁעִ֣ים (posheim) = overtreders | דְּרָכֶ֑יךָ (derakheikha) = Uw wegen | וְ֝חַטָּאִ֗ים (vechataim) = en zondaars | אֵלֶ֥יךָ (eleikha) = tot U | יָשֽׁוּבוּ (yashuvu) = zullen terugkeren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Luc 22:32; Joh 21:15–17; Hand 3:19; Hand 26:18–20; Jak 5:19–20 **51:16** Bevrijd mij van bloedvergieten, Elohim, Elohim van mijn redding. Dan zal mijn tong jubelen over Uw gerechtigheid. Brontekst: הַצִּ֘ילֵ֤נִי (hatsileni) = bevrijd mij | מִדָּמִ֨ים (midamim) = van bloedvergieten | אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | אֱלֹהֵ֥י (elohei) = Elohim van | תְּשׁוּעָתִ֑י (teshuati) = mijn redding | תְּרַנֵּ֥ן (teranen) = zal jubelen | לְ֝שׁוֹנִ֗י (leshoni) = mijn tong | צִדְקָתֶֽךָ (tsidqatekha) = Uw gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דָּמִים (damim), ‘bloedvergieten’: letterlijk ‘bloeden’ (meervoud); bloed dat is vergoten en dat schuld brengt. Voetnoot : תְּשׁוּעָה (teshuah), ‘redding’. Zie ook: 2 Sam 12:9; Ps 26:9; Ps 35:28; Hos 4:2; Hand 20:26 ### Wat Elohim behaagt **51:17** Mijn Heer, open mijn lippen, en mijn mond zal Uw lof verkondigen. Brontekst: אֲ֭דֹנָי (adonay) = mijn Heer | שְׂפָתַ֣י (sefatay) = mijn lippen | תִּפְתָּ֑ח (tiftach) = open | וּ֝פִ֗י (ufi) = en mijn mond | יַגִּ֥יד (yagid) = zal verkondigen | תְּהִלָּתֶֽךָ (tehilatekha) = Uw lof Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh. Zie ook: Ps 9:15; Ps 63:4–6; Ps 119:13; Ezech 29:21; Heb 13:15 **51:18** Want U hebt geen behagen in een slachtoffer, anders zou ik het geven. In een brandoffer hebt U geen welgevallen. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹא (lo) = niet | תַחְפֹּ֣ץ (tachpots) = U hebt behagen | זֶ֣בַח (zevach) = slachtoffer | וְאֶתֵּ֑נָה (veetena) = zodat ik zou geven | ע֝וֹלָ֗ה (ola) = brandoffer | לֹ֣א (lo) = niet | תִרְצֶֽה (tirtse) = U hebt welgevallen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 15:22; Ps 40:7; Ps 51:8; Hos 6:6; Heb 10:5–6 **51:19** De slachtoffers van Elohim zijn een gebroken geest. Een gebroken en verbrijzeld hart veracht U niet, Elohim. Brontekst: זִֽבְחֵ֣י (zivchei) = slachtoffers van | אֱלֹהִים֮ (Elohim) = Elohim | ר֪וּחַ (ruach) = geest | נִשְׁבָּ֫רָ֥ה (nishbara) = gebroken | לֵב (lev) = hart | נִשְׁבָּ֥ר (nishbar) = gebroken | וְנִדְכֶּ֑ה (venidke) = en verbrijzeld | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | לֹ֣א (lo) = niet | תִבְזֶֽה (tivze) = U veracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:19; Ps 147:3; Jes 66:2; Mar 12:33; Luc 15:10 **51:20** Doe Sion wel naar Uw welbehagen. Bouw de muren van Jeruzalem. Brontekst: הֵיטִ֣יבָה (heitiva) = doe wel | בִ֭רְצוֹנְךָ (birtsonekha) = naar Uw welbehagen | אֶת (et) = (obj.) | צִיּ֑וֹן (tsiyon) = Sion | תִּ֝בְנֶ֗ה (tivne) = bouw | חוֹמ֥וֹת (chomot) = muren van | יְרוּשָׁלִָֽם (yerushalaim) = Jeruzalem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Ps 102:17; Ps 122:6–9; Zach 2:9; Ef 1:5; Fil 2:13 **51:21** Dan zult U behagen hebben in slachtoffers van gerechtigheid, in brandoffer en volledig offer. Dan zullen stieren op Uw altaar worden opgebracht. Brontekst: אָ֤ז (az) = dan | תַּחְפֹּ֣ץ (tachpots) = zult U behagen hebben in | זִבְחֵי (zivchei) = slachtoffers van | צֶ֭דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | עוֹלָ֣ה (ola) = brandoffer | וְכָלִ֑יל (vekhalil) = en volledig offer | אָ֤ז (az) = dan | יַעֲל֖וּ (yaalu) = zullen opgebracht worden | עַל (al) = op | מִזְבַּחֲךָ֣ (mizbachakha) = Uw altaar | פָרִֽים (parim) = stieren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כָּלִיל (kalil), ‘volledig offer’: het hele offer gaat op in het vuur; zie Lev. 6:15–16. Zie ook: Lev 6:15–16; Ps 4:6; Ps 66:13–15; Mal 3:3; Rom 12:1; Ef 5:2 ## Psalmen 52 _Elohim breekt de bedrieger af; ik ben een groene olijfboom_ ### Opschrift **52:1** Voor de koorleider. Een maskil van David, Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מַשְׂכִּ֥יל (maskil) = maskil | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling beslaat het opschrift vers 1 en 2; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Voetnoot : מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker, misschien ‘een lied met inzicht’ of ‘een kunstig lied’. Wij laten het woord staan. Zie ook: 1 Sam 21:8; Ps 4:1; Ps 52:2; Ps 94:4; Ps 103:17; Ps 107:1; Spr 6:14 **52:2** toen Doëg, de Edomiet, kwam, het aan Saul vertelde en tegen hem zei: „David is naar het huis van Achimelech gekomen.” Brontekst: בְּב֤וֹא (bevo) = bij het komen van | דּוֹאֵ֣ג (doeg) = Doëg | הָאֲדֹמִי֮ (haadomi) = de Edomiet | וַיַּגֵּ֪ד (vayaged) = en hij vertelde | לְשָׁ֫א֥וּל (leshaul) = aan Saul | וַיֹּ֥אמֶר (vayomer) = en hij zei | ל֑וֹ (lo) = tegen hem | בָּ֥א (ba) = is gekomen | דָ֝וִ֗ד (david) = David | אֶל (el) = naar | בֵּ֥ית (beit) = het huis van | אֲחִימֶֽלֶךְ (achimelekh) = Achimelech Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit historische opschrift verwijst naar 1 Sam. 21:2–10 en 22:9–10; zie ook 1 Sam. 22:18–19, waar Doëg de priesters van Nob doodt. Zie ook: 1 Sam 21:2–10; 1 Sam 21:8; 1 Sam 22:9; 1 Sam 22:18–19; Ps 94:4; Ps 103:17; Ps 107:1; Spr 6:14 ### Waarom roem je op het kwaad? **52:3** Wat roem je op het kwaad, machtige? De trouw van El duurt de hele dag. Brontekst: מַה (ma) = wat | תִּתְהַלֵּ֣ל (tithalel) = roem je | בְּ֭רָעָה (beraa) = op het kwaad | הַגִּבּ֑וֹר (hagibor) = machtige | חֶ֥סֶד (chesed) = trouw van | אֵ֝֗ל (el) = El | כָּל (kal) = de hele | הַיּֽוֹם (hayom) = dag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. אֵל (El), ‘El’: een korte vorm van Elohim. Voetnoot : הַגִּבּוֹר (haggibbor), ‘machtige’: het woord is hier spottend bedoeld, voor iemand die zich op zijn kwaad beroemt. Zie ook: 1 Sam 21:8; Ps 94:4; Ps 103:17; Ps 107:1; Spr 6:14 **52:4** Je tong bedenkt verderf als een scherp geslepen scheermes, jij die valsheid bedrijft. Brontekst: הַ֭וּוֹת (hauot) = verderf | תַּחְשֹׁ֣ב (tachshov) = bedenkt | לְשׁוֹנֶ֑ךָ (leshonekha) = je tong | כְּתַ֥עַר (ketaar) = als een scheermes | מְ֝לֻטָּ֗שׁ (melutash) = geslepen | עֹשֵׂ֥ה (ose) = jij die bedrijft | רְמִיָּֽה (remiya) = valsheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַוּוֹת (havvot), ‘verderf’: ondergang en onheil (meervoud). רְמִיָּה (remiyah), ‘valsheid’: bedrog in woorden. Zie ook: Ps 57:5; Spr 6:16–19; Spr 12:18; Spr 18:21; Jer 9:2–3 **52:5** Je houdt meer van kwaad dan van goed, van leugen meer dan van het spreken van gerechtigheid. Sela. Brontekst: אָהַ֣בְתָּ (ahavta) = je houdt van | רָּ֣ע (ra) = kwaad | מִטּ֑וֹב (mitov) = meer dan goed | שֶׁ֓קֶר (sheqer) = leugen | מִדַּבֵּ֖ר (midaber) = meer dan spreken | צֶ֣דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Zie ook: Jer 9:2–4; Joh 8:44; Rom 1:25; 2 Tim 3:4; Openb 22:15 **52:6** Je houdt van alle woorden die verslinden, jij tong van bedrog. Brontekst: אָהַ֥בְתָּ (ahavta) = je houdt van | כָֽל (kal) = alle | דִּבְרֵי (divrei) = woorden van | בָ֗לַע (bala) = verslinden | לְשׁ֣וֹן (leshon) = tong van | מִרְמָֽה (mirma) = bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 22:18–19; Ps 120:3; Jak 3:6–9 ### El zal je afbreken **52:7** Ook El zal je voor altijd afbreken. Hij zal je grijpen en uit je tent wegrukken. Hij zal je wortel uitrukken uit het land van de levenden. Sela. Brontekst: גַּם (gam) = ook | אֵל֮ (el) = El | יִתָּצְךָ֪ (yitatsekha) = zal je afbreken | לָ֫נֶ֥צַח (lanetsach) = voor altijd | יַחְתְּךָ֣ (yachtekha) = zal je grijpen | וְיִסָּחֲךָ֣ (veyisachakha) = en zal je wegrukken | מֵאֹ֑הֶל (meohel) = uit de tent | וְשֵֽׁרֶשְׁךָ֨ (veshereshkha) = en je wortel | מֵאֶ֖רֶץ (meerets) = uit het land | חַיִּ֣ים (chayim) = van de levenden | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De beelden zijn die van een tent die wordt afgebroken en van een boom die met zijn wortel uit de grond wordt gerukt. Zie ook: Job 18:14; Ps 27:13; Spr 2:22; Spr 12:19; Openb 21:8 ### De rechtvaardigen lachen om hem **52:8** De rechtvaardigen zullen het zien en vrezen, en zullen om hem lachen: Brontekst: וְיִרְא֖וּ (veyiru) = en zullen zien | צַדִּיקִ֥ים (tsadiqim) = de rechtvaardigen | וְיִירָ֗אוּ (veyirau) = en zullen vrezen | וְעָלָ֥יו (vealav) = en over hem | יִשְׂחָֽקוּ (yischaqu) = zullen lachen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְיִרְאוּ … וְיִירָאוּ (veyiru … veyira’u), ‘zij zullen zien … en zij zullen vrezen’: de twee werkwoorden klinken in het Hebreeuws bijna gelijk. Zie ook: Job 22:19; Ps 37:34; Ps 40:4; Openb 15:4; Openb 18:20 **52:9** „Zie, de man die Elohim niet tot zijn sterkte maakte, maar vertrouwde op de overvloed van zijn rijkdom en sterk was in zijn verderf.” Brontekst: הִנֵּ֤ה (hine) = zie | הַגֶּ֗בֶר (hagever) = de man | לֹ֤א (lo) = niet | יָשִׂ֥ים (yasim) = maakte | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | מָֽע֫וּזּ֥וֹ (mauzo) = zijn sterkte | וַ֭יִּבְטַח (vayivtach) = maar vertrouwde | בְּרֹ֣ב (berov) = op de overvloed van | עָשְׁר֑וֹ (ashero) = zijn rijkdom | יָ֝עֹ֗ז (yaoz) = was sterk | בְּהַוָּתֽוֹ (behavato) = in zijn verderf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָעוֹז (maoz), ‘sterkte’: de plaats of kracht waar men veilig is. הַוָּה (havvah), ‘verderf’: kan ook ‘kwaad’ betekenen. Zie ook: Job 31:24–25; Ps 49:7–21; Ps 73:18–20; Pred 8:8; Jer 17:5 ### Een groene olijfboom in het huis van Elohim **52:10** Maar ik ben als een groene olijfboom in het huis van Elohim. Ik vertrouw op de trouw van Elohim, voor eeuwig en altijd. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | כְּזַ֣יִת (kezayit) = als een olijfboom | רַ֭עֲנָן (raanan) = groen | בְּבֵ֣ית (beveit) = in het huis van | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | בָּטַ֥חְתִּי (batachti) = ik vertrouw | בְחֶֽסֶד (bechesed) = op de trouw van | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | עוֹלָ֥ם (olam) = voor eeuwig | וָעֶֽד (vaed) = en altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Tegenover de wortel die uit het land van de levenden wordt gerukt (vers 7) staat hier een groene olijfboom in het huis van Elohim. Zie ook: Ps 1:3; Ps 13:6; Ps 52:7; Ps 92:13–15; Hos 14:7–9; Jer 11:16 **52:11** Ik zal U voor eeuwig danken, want U hebt het gedaan. Ik zal hopen op Uw naam, want die is goed, voor het oog van Uw getrouwen. Brontekst: אוֹדְךָ֣ (odekha) = ik zal U danken | לְ֭עוֹלָם (leolam) = voor eeuwig | כִּ֣י (ki) = want | עָשִׂ֑יתָ (asita) = U hebt gedaan | וַאֲקַוֶּ֖ה (vaaqave) = en ik zal hopen | שִׁמְךָ֥ (shimkha) = op Uw naam | כִֽי (ki) = want | ט֝֗וֹב (tov) = goed | נֶ֣גֶד (neged) = voor het oog van | חֲסִידֶֽיךָ (chasideikha) = Uw getrouwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קָוָה (qavah), ‘hopen’: uitzien naar, wachten op. חֲסִידִים (chasidim), ‘getrouwen’: zij die trouw zijn aan het verbond. Zie ook: Ps 54:8; Ps 73:25–26; Ps 73:28; Ps 130:5–6; Klaagl 3:25–26 ## Psalmen 53 _De dwaas zegt: er is geen Elohim_ ### Opschrift **53:1** Voor de koorleider. Op Machalat. Een maskil van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַֽל (al) = op | מָחֲלַ֗ת (machalat) = Machalat | מַשְׂכִּ֥יל (maskil) = maskil | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : Psalm 14 heeft bijna dezelfde tekst. In de Elohistische psalter (Ps. 42–83) staat hier Elohim waar Ps. 14 Yahweh heeft (vers 3, 5 en 7). Vers 6 is hier veel langer dan Ps. 14:5–6. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Voetnoot : עַל־מָחֲלַת (al-machalat), ‘op Machalat’: een muziekterm; de betekenis is onzeker. Het kan een melodie, een instrument of een thema zijn (het woord lijkt op ‘ziekte’ of ‘reidans’). Wij laten het staan. Zie ook Ps. 88:1. Voetnoot : מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker, misschien ‘een lied met inzicht’ of ‘een kunstig lied’. Wij laten het woord staan. Zie ook: Ps 4:1; Ps 10:4; Ps 14:1–7; Ps 14:5–6; Ps 53:3; Ps 53:5; Ps 53:6; Ps 53:7; Ps 88:1; Luc 12:20; Rom 1:28; Rom 3:10–31 ### De dwaas en zijn daden **53:2** De dwaas zegt in zijn hart: „Er is geen Elohim.” Zij zijn verdorven en hebben gruwelijk onrecht gedaan. Er is niemand die goed doet. Brontekst: אָ֘מַ֤ר (amar) = zegt | נָבָ֣ל (naval) = de dwaas | בְּ֭לִבּוֹ (belibo) = in zijn hart | אֵ֣ין (ein) = er is niet | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | הִֽ֝שְׁחִ֗יתוּ (hishchitu) = zij zijn verdorven | וְהִֽתְעִ֥יבוּ (vehitivu) = en zij hebben gruwelijk gemaakt | עָ֝֗וֶל (avel) = onrecht | אֵ֣ין (ein) = er is niet | עֹֽשֵׂה (ose) = iemand die doet | טֽוֹב (tov) = goed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נָבָל (naval), ‘dwaas’: iemand die zonder ontzag voor Elohim leeft; het gaat niet om een gebrek aan verstand. Zie ook 1 Sam. 25:25. Voetnoot : In Ps. 14:1 staat ‘hun daden zijn afschuwelijk’ (עֲלִילָה); hier staat עָוֶל (avel), ‘onrecht’. Zie ook: 1 Sam 25:25; Ps 10:4; Ps 14:1–7; Luc 12:20; Rom 1:28; Rom 3:10–31 ### Elohim kijkt neer vanuit de hemel **53:3** Elohim kijkt vanuit de hemel neer op de mensenkinderen, om te zien of er iemand is met inzicht, iemand die Elohim zoekt. Brontekst: אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | מִשָּׁמַיִם֮ (mishamayim) = vanuit de hemel | הִשְׁקִ֪יף (hishqif) = kijkt neer | עַֽל (al) = op | בְּנֵ֫י (benei) = de kinderen van | אָדָ֥ם (adam) = mensen | לִ֭רְאוֹת (lirot) = om te zien | הֲיֵ֣שׁ (hayesh) = is er | מַשְׂכִּ֑יל (maskil) = iemand met inzicht | דֹּ֝רֵ֗שׁ (doresh) = iemand die zoekt | אֶת (et) = (obj.) | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַשְׂכִּיל (maskil), ‘iemand met inzicht’: hetzelfde woord als in het opschrift. Zie ook: Ps 27:8; 2 Kron 15:2; Jes 55:6; Jer 16:17; Jer 23:24 **53:4** Allen zijn afgeweken, samen zijn zij bedorven. Er is niemand die goed doet, er is zelfs niet één. Brontekst: כֻּלּ֥וֹ (kulo) = allen | סָג֮ (sag) = zijn afgeweken | יַחְדָּ֪ו (yachdav) = samen | נֶ֫אֱלָ֥חוּ (neelachu) = zijn bedorven | אֵ֤ין (ein) = er is niet | עֹֽשֵׂה (ose) = iemand die doet | ט֑וֹב (tov) = goed | אֵ֝֗ין (ein) = er is niet | גַּם (gam) = zelfs | אֶחָֽד (echad) = één Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶאֱלָחוּ (ne’elachu), ‘zij zijn bedorven’: een zeldzaam woord, van iets dat bedorven en niet meer te gebruiken is. Zie ook: Ps 14:3; Jes 53:6; Jes 64:5; Jer 8:5–6; Rom 3:12 **53:5** Weten zij het dan niet, de werkers van onrecht, die mijn volk opeten alsof zij brood eten? Elohim roepen zij niet aan. Brontekst: הֲלֹ֥א (halo) = weten zij het niet | יָדְעוּ֮ (yadeu) = zij weten | פֹּ֤עֲלֵ֫י (poalei) = werkers van | אָ֥וֶן (aven) = onrecht | אֹכְלֵ֣י (okhelei) = die opeten | עַ֭מִּי (ami) = mijn volk | אָ֣כְלוּ (akhelu) = zij eten | לֶ֑חֶם (lechem) = brood | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | לֹ֣א (lo) = niet | קָרָֽאוּ (qarau) = zij roepen aan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָוֶן (aven), ‘onrecht’: kwaad, moeite die men anderen bezorgt. ‘Mijn volk’: de dichter spreekt hier namens Elohim of als lid van het volk; het Hebreeuws zegt alleen ‘mijn volk’. Zie ook: Ps 27:2; Ps 94:8; Jes 27:11; Jer 4:22; Jer 10:25 ### Elohim verstrooit de belegeraars **53:6** Daar sidderden zij van angst, waar geen angst was. Want Elohim heeft de beenderen verstrooid van wie tegen jou kampeert. Jij hebt hen beschaamd, want Elohim heeft hen verworpen. Brontekst: שָׁ֤ם (sham) = daar | פָּֽחֲדוּ (pachadu) = sidderden zij | פַחַד֮ (pachad) = van angst | לֹא (lo) = niet | הָ֪יָה֫ (haya) = was | פָ֥חַד (pachad) = angst | כִּֽי (ki) = want | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | פִּ֭זַּר (pizar) = heeft verstrooid | עַצְמ֣וֹת (atsmot) = beenderen van | חֹנָ֑ךְ (chonakh) = wie tegen jou kampeert | הֱ֝בִשֹׁ֗תָה (hevishota) = jij hebt beschaamd | כִּֽי (ki) = want | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | מְאָסָֽם (measam) = heeft hen verworpen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Dit vers is veel langer dan het overeenkomende Ps. 14:5–6. חֹנָךְ (chonach), letterlijk ‘je kampeerder’: het woord is moeilijk; wij vertalen ‘wie tegen jou kampeert’, de belegeraars. Het is niet duidelijk wie met ‘jij’ is bedoeld, waarschijnlijk het volk van Elohim. Zie ook: Lev 26:36; Ps 14:5–6; Ps 141:7; Spr 28:1; Jer 6:30; Ezech 6:5 ### Redding uit Sion **53:7** Mocht er toch uit Sion redding voor Israël komen! Wanneer Elohim het lot van Zijn volk keert, zal Jakob juichen en Israël zich verblijden. Brontekst: מִ֥י (mi) = wie | יִתֵּ֣ן (yiten) = geeft | מִצִּיּוֹן֮ (mitsiyon) = uit Sion | יְשֻׁע֪וֹת (yeshuot) = redding van | יִשְׂרָ֫אֵ֥ל (yisrael) = Israël | בְּשׁ֣וּב (beshuv) = wanneer keert | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | שְׁב֣וּת (shevut) = het lot van | עַמּ֑וֹ (amo) = Zijn volk | יָגֵ֥ל (yagel) = zal juichen | יַ֝עֲקֹ֗ב (yaaqov) = Jakob | יִשְׂמַ֥ח (yismach) = zal zich verblijden | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: מִי יִתֵּן (mi yiten), letterlijk ‘wie geeft’: een wens, ‘mocht er toch komen’. Voetnoot : שְׁבוּת (shevut), ‘lot’: ‘het lot keren’ is een vaste uitdrukking voor herstel; ook ‘ballingschap’ is mogelijk. Wij vertalen ‘lot’. Zie ook: Ps 14:7; Jes 12:6; Jes 14:32; Jer 30:18; Neh 12:43 ## Psalmen 54 _Elohim is mijn helper_ ### Opschrift **54:1** Voor de koorleider. Met snarenspel. Een maskil van David, Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | בִּנְגִינֹ֗ת (binginot) = met snarenspel | מַשְׂכִּ֥יל (maskil) = maskil | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling beslaat het opschrift vers 1 en 2; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Voetnoot : בִּנְגִינֹת (binginot), ‘met snarenspel’: een muziekterm voor muziek op snaarinstrumenten; de betekenis is onzeker. Voetnoot : מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker, misschien ‘een lied met inzicht’ of ‘een kunstig lied’. Wij laten het woord staan. Zie ook: 1 Sam 26:1; Ps 4:1; Ps 20:2; Ps 54:2; Ps 79:9; Spr 18:10; Hand 4:12 **54:2** toen de Zifieten kwamen en tegen Saul zeiden: „Houdt David zich niet bij ons verborgen?” Brontekst: בְּב֣וֹא (bevo) = bij het komen van | הַ֭זִּיפִים (hazifim) = de Zifieten | וַיֹּאמְר֣וּ (vayomru) = en zij zeiden | לְשָׁא֑וּל (leshaul) = aan Saul | הֲלֹ֥א (halo) = is niet | דָ֝וִ֗ד (david) = David | מִסְתַּתֵּ֥ר (mistater) = verbergt zich | עִמָּֽנוּ (imanu) = bij ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Zif (streek): De Zifieten woonden in de streek rond Zif, bij Tell Zif, ten zuidoosten van Hebron, in het bergland van Juda. Voetnoot Uitleg: Dit historische opschrift verwijst naar 1 Sam. 23:19. De Zifieten wonen bij Zif, ten zuidoosten van Hebron. Zie ook: 1 Sam 23:19; 1 Sam 26:1; Ps 20:2; Ps 79:9; Spr 18:10; Hand 4:12 ### Red mij door Uw naam **54:3** Elohim, red mij door Uw naam en doe mij recht door Uw kracht. Brontekst: אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | בְּשִׁמְךָ֣ (beshimkha) = door Uw naam | הוֹשִׁיעֵ֑נִי (hoshieni) = red mij | וּבִגְבוּרָתְךָ֥ (uvigvuratekha) = en door Uw kracht | תְדִינֵֽנִי (tedineni) = doe mij recht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּדִינֵנִי (tedineni), ‘doe mij recht’: van דִּין (din), ‘richten’; de dichter vraagt dat Elohim hem in het gelijk stelt. Zie ook: 1 Sam 26:1; Ps 20:2; Ps 79:9; Spr 18:10; Hand 4:12 **54:4** Elohim, hoor mijn gebed. Luister naar de woorden van mijn mond. Brontekst: אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | שְׁמַ֣ע (shema) = hoor | תְּפִלָּתִ֑י (tefilati) = mijn gebed | הַ֝אֲזִ֗ינָה (haazina) = luister | לְאִמְרֵי (leimrei) = naar de woorden van | פִֽי (pi) = mijn mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 5:2–4; Ps 13:4; Ps 55:2–3; Ps 130:2; Ps 143:7 ### Geweldenaars zoeken mijn leven **54:5** Want vreemden zijn tegen mij opgestaan, en geweldenaars zoeken mijn leven. Zij stellen Elohim niet voor zich. Sela. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | זָרִ֨ים (zarim) = vreemden | קָ֤מוּ (qamu) = zijn opgestaan | עָלַ֗י (alay) = tegen mij | וְֽ֭עָרִיצִים (vearitsim) = en geweldenaars | בִּקְשׁ֣וּ (biqshu) = zoeken | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn leven | לֹ֤א (lo) = niet | שָׂ֨מוּ (samu) = stellen | אֱלֹהִ֖ים (Elohim) = Elohim | לְנֶגְדָּ֣ם (lenegdam) = voor zich | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de persoon zelf, met zijn verlangen en zijn adem. Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’. Hier: ‘leven’. Voetnoot : עָרִיצִים (aritsim), ‘geweldenaars’: gewelddadige, meedogenloze mensen. Voetnoot : סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot Lezing: זָרִים (zarim), ‘vreemden’: wij volgen de Masoretische tekst. In Ps. 86:14 staat in dezelfde zin זֵדִים (zedim), ‘overmoedigen’; sommige oude vertalingen lezen dat ook hier. Zie ook: Ps 36:2; Ps 53:5; Ps 69:9; Ps 86:14; Joh 16:3 **54:6** Zie, Elohim is mijn helper. Mijn Heer is onder hen die mijn leven steunen. Brontekst: הִנֵּ֣ה (hine) = zie | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | עֹזֵ֣ר (ozer) = helper | לִ֑י (li) = voor mij | אֲ֝דֹנָ֗י (adonay) = mijn Heer | בְּֽסֹמְכֵ֥י (besomekhei) = onder hen die steunen | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh. Hier spreekt de dichter over Hem. Voetnoot : בְּסֹמְכֵי נַפְשִׁי (besomkhei nafshi), letterlijk ‘onder hen die mijn leven steunen’: Elohim is degene die steunt, of Hij is één van hen. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Ps 118:6–7; Ps 118:13; Jes 41:10; Rom 8:31; Heb 13:6 **54:7** Hij laat het kwaad terugkeren op mijn belagers. Vernietig hen in Uw waarheid. Brontekst: יָשִׁ֣יב (yashiv) = Hij laat terugkeren | הָ֭רַע (hara) = het kwaad | לְשֹׁרְרָ֑י (leshoreray) = op mijn belagers | בַּ֝אֲמִתְּךָ֗ (baamitekha) = in Uw waarheid | הַצְמִיתֵֽם (hatsmitem) = vernietig hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שׁוֹרְרַי (shorerai), ‘mijn belagers’: wie mij beloert. אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is יָשׁוּב (yashuv), ‘het kwaad keert terug’. De te lezen vorm (qere) is יָשִׁיב (yashiv), ‘Hij laat terugkeren’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 31:24; Ps 89:50; Ps 94:23; Ps 143:12; 2 Tim 4:14 ### Een vrijwillig offer **54:8** Met een vrijwillige gave zal ik voor U offeren. Ik zal Uw naam danken, Yahweh, want die is goed. Brontekst: בִּנְדָבָ֥ה (bindava) = met vrijwillige gave | אֶזְבְּחָה (ezbecha) = zal ik offeren | לָּ֑ךְ (lakh) = voor U | א֤וֹדֶה (ode) = ik zal danken | שִּׁמְךָ֖ (shimkha) = Uw naam | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | כִּי (ki) = want | טֽוֹב (tov) = goed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְדָבָה (nedavah), ‘vrijwillige gave’: een offer dat men uit eigen wil brengt. Voetnoot : In deze psalm uit de Elohistische psalter staat in dit vers de naam Yahweh. Zie ook: Ps 7:18; Ps 52:11; Ps 107:22; Ps 140:14; Ps 147:1 **54:9** Want uit alle nood heeft Hij mij bevrijd, en mijn oog heeft neergezien op mijn vijanden. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | מִכָּל (mikal) = uit alle | צָ֭רָה (tsara) = nood | הִצִּילָ֑נִי (hitsilani) = heeft Hij mij bevrijd | וּ֝בְאֹיְבַ֗י (uveoyevay) = en op mijn vijanden | רָאֲתָ֥ה (raata) = heeft gezien | עֵינִֽי (eini) = mijn oog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָאֲתָה עֵינִי בְּאֹיְבַי (ra’atah eyni be’oyevai), ‘mijn oog heeft gezien op mijn vijanden’: dit wordt gewoonlijk verstaan als met voldoening neerzien op de val van de vijand. Zie ook: Ps 59:11; Ps 92:12; Ps 112:8; Ps 118:7; 2 Tim 4:18 ## Psalmen 55 _Verraad van een vriend; werp je last op Yahweh_ ### Opschrift **55:1** Voor de koorleider. Met snarenspel. Een maskil van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | בִּנְגִינֹ֗ת (binginot) = met snarenspel | מַשְׂכִּ֥יל (maskil) = maskil | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Voetnoot : בִּנְגִינֹת (binginot), ‘met snarenspel’: een muziekterm; zie bij Ps. 54:1. Voetnoot : מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker, misschien ‘een lied met inzicht’ of ‘een kunstig lied’. Wij laten het woord staan. Zie ook: Ps 4:1; Ps 27:9; Ps 54:1; Ps 61:2; Ps 64:2; Ps 86:6; 1 Petr 3:12 ### Luister naar mijn gebed **55:2** Luister, Elohim, naar mijn gebed en verberg U niet voor mijn smeking. Brontekst: הַאֲזִ֣ינָה (haazina) = luister | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | תְּפִלָּתִ֑י (tefilati) = naar mijn gebed | וְאַל (veal) = en niet | תִּ֝תְעַלַּ֗ם (titalam) = verberg U | מִתְּחִנָּתִֽי (mitechinati) = voor mijn smeking Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:9; Ps 61:2; Ps 64:2; Ps 86:6; 1 Petr 3:12 **55:3** Let op mij en antwoord mij. Ik dwaal rusteloos rond in mijn klacht en ben in opschudding, Brontekst: הַקְשִׁ֣יבָה (haqshiva) = let op | לִּ֣י (li) = mij | וַעֲנֵ֑נִי (vaaneni) = en antwoord mij | אָרִ֖יד (arid) = ik dwaal rusteloos | בְּשִׂיחִ֣י (besichi) = in mijn klacht | וְאָהִֽימָה (veahima) = en ben in opschudding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָרִיד (arid), ‘ik dwaal rusteloos’: ik beweeg mij zonder rust heen en weer. וְאָהִימָה (ve’ahimah), ‘en ben in opschudding’: de betekenis is niet helemaal zeker. Zie ook: Ps 64:2; Ps 66:19; Ps 77:4; Jes 38:14; Jes 59:11 **55:4** vanwege de stem van de vijand, vanwege de druk van de goddeloze. Want zij laten ongerechtigheid op mij neerkomen en haten mij in hun toorn. Brontekst: מִקּ֤וֹל (miqol) = vanwege de stem van | אוֹיֵ֗ב (oyev) = de vijand | מִפְּנֵ֣י (mipenei) = vanwege | עָקַ֣ת (aqat) = de druk van | רָשָׁ֑ע (rasha) = de goddeloze | כִּי (ki) = want | יָמִ֥יטוּ (yamitu) = zij laten neerkomen | עָלַ֥י (alay) = op mij | אָ֝֗וֶן (aven) = ongerechtigheid | וּבְאַ֥ף (uveaf) = en in toorn | יִשְׂטְמֽוּנִי (yistemuni) = haten zij mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָוֶן (aven), ‘ongerechtigheid’: kwaad, moeite die men anderen bezorgt. יָמִיטוּ (yamitu), ‘zij laten neerkomen’: letterlijk ‘zij laten wankelen of vallen’. וַיִּשְׂטְמוּנִי (yistemuni), ‘zij haten mij’: een vijandschap die men koestert. Zie ook: 2 Sam 16:7–8; 2 Sam 19:20; Ps 27:12; Ps 35:11; Ps 71:11 **55:5** Mijn hart wringt zich in mijn binnenste, en de schrikken van de dood zijn op mij gevallen. Brontekst: לִ֭בִּי (libi) = mijn hart | יָחִ֣יל (yachil) = wringt zich | בְּקִרְבִּ֑י (beqirbi) = in mijn binnenste | וְאֵימ֥וֹת (veeimot) = en schrikken van | מָ֝֗וֶת (mavet) = de dood | נָפְל֥וּ (nafelu) = zijn gevallen | עָלָֽי (alay) = op mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de persoon zelf, met zijn verlangen en zijn adem. Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’. Zie ook: Ps 18:5–6; Ps 116:3; Mar 14:33–34; 2 Kor 1:8–10; Heb 5:7 ### Had ik maar vleugels als een duif **55:6** Vrees en beven komen over mij, en huivering overdekt mij. Brontekst: יִרְאָ֣ה (yira) = vrees | וָ֭רַעַד (varaad) = en beven | יָ֣בֹא (yavo) = komt | בִ֑י (bi) = over mij | וַ֝תְּכַסֵּ֗נִי (vatekhaseni) = en bedekt mij | פַּלָּצֽוּת (palatsut) = huivering Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 21:6; Ps 61:3; Ps 119:120; Jes 21:4; Luc 22:44 **55:7** Ik zei: „Wie geeft mij vleugels als een duif! Dan zou ik wegvliegen en mij vestigen. Brontekst: וָאֹמַ֗ר (vaomar) = en ik zei | מִֽי (mi) = wie | יִתֶּן (yiten) = geeft | לִּ֣י (li) = mij | אֵ֭בֶר (ever) = vleugels | כַּיּוֹנָ֗ה (kayona) = als een duif | אָע֥וּפָה (aufa) = ik zou wegvliegen | וְאֶשְׁכֹּֽנָה (veeshkona) = en mij vestigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֵבֶר (ever), ‘vleugel’: de dichter verlangt ernaar weg te vliegen. De duif is hier het beeld van vrijheid en rust. Zie ook: Ps 11:1; Ps 139:9; Openb 12:14 **55:8** Zie, ik zou ver wegvluchten; ik zou overnachten in de woestijn. Sela. Brontekst: הִ֭נֵּה (hine) = zie | אַרְחִ֣יק (archiq) = ik zou ver weggaan | נְדֹ֑ד (nedod) = vluchtend | אָלִ֖ין (alin) = ik zou overnachten | בַּמִּדְבָּ֣ר (bamidbar) = in de woestijn | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Zie ook: 2 Sam 15:14; 2 Sam 17:21–22; Spr 6:4–5; Jer 9:1; Jer 37:12 **55:9** Ik zou mij haasten naar een vluchtplaats, weg van de loeiende wind en de storm.” Brontekst: אָחִ֣ישָׁה (achisha) = ik zou mij haasten | מִפְלָ֣ט (miflat) = een vluchtplaats | לִ֑י (li) = voor mij | מֵר֖וּחַ (meruach) = weg van de wind | סֹעָ֣ה (soa) = loeiende | מִסָּֽעַר (misaar) = weg van de storm Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֹעָה (so’ah), ‘loeiend’: het woord komt alleen hier voor; de betekenis (‘razend, loeiend’) is onzeker. Zie ook: Ps 18:5; Jes 4:6; Jes 17:12–13; Mat 7:25–27 ### Geweld en twist in de stad **55:10** Verslind, mijn Heer, verdeel hun tong, want ik zie geweld en twist in de stad. Brontekst: בַּלַּ֣ע (bala) = verslind | אֲ֭דֹנָי (adonay) = mijn Heer | פַּלַּ֣ג (palag) = verdeel | לְשׁוֹנָ֑ם (leshonam) = hun tong | כִּֽי (ki) = want | רָאִ֨יתִי (raiti) = ik zie | חָמָ֖ס (chamas) = geweld | וְרִ֣יב (veriv) = en twist | בָּעִֽיר (bair) = in de stad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh. Voetnoot : פַּלַּג לְשׁוֹנָם (pallag leshonam), ‘verdeel hun tong’: laat hun spraak uiteenvallen, zodat hun plannen mislukken. Het Hebreeuws zegt geen voorwerp bij ‘verslind’; wij vertalen letterlijk. Zie ook: Gen 11:7–9; 2 Sam 15:31; Jer 6:7; Jer 23:14; Hand 23:6–10 **55:11** Dag en nacht gaan zij rond op haar muren; ongerechtigheid en moeite zijn binnen in haar. Brontekst: יוֹמָ֤ם (yomam) = overdag | וָלַ֗יְלָה (valayla) = en 's nachts | יְסוֹבְבֻ֥הָ (yesovevuha) = gaan zij rond | עַל (al) = op | חוֹמֹתֶ֑יהָ (chomoteiha) = haar muren | וְאָ֖וֶן (veaven) = en ongerechtigheid | וְעָמָ֣ל (veamal) = en moeite | בְּקִרְבָּֽהּ (beqirbah) = binnen in haar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 59:7; Ps 59:15–16; Jes 59:6–15; Ezech 9:4; Joh 18:28 **55:12** Verderf is binnen in haar. Onderdrukking en bedrog wijken niet van haar plein. Brontekst: הַוּ֥וֹת (hauot) = verderf | בְּקִרְבָּ֑הּ (beqirbah) = binnen in haar | וְֽלֹא (velo) = en niet | יָמִ֥ישׁ (yamish) = wijkt | מֵ֝רְחֹבָ֗הּ (merechovah) = van haar plein | תֹּ֣ךְ (tokh) = onderdrukking | וּמִרְמָֽה (umirma) = en bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תֹּךְ (tokh), ‘onderdrukking’: druk en uitbuiting. רְחוֹב (rechov), ‘plein’: de open plaats bij de stadspoort. Zie ook: Ps 5:10; Ps 10:7; Jes 59:7; Jer 5:26–27; Hand 7:51–52 ### Het verraad van mijn vertrouweling **55:13** Want het is niet een vijand die mij smaadt, dat zou ik dragen. Het is niet mijn hater die zich groot maakt tegen mij, dan zou ik mij voor hem verbergen. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹֽא (lo) = niet | אוֹיֵ֥ב (oyev) = een vijand | יְחָֽרְפֵ֗נִי (yecharefeni) = smaadt mij | וְאֶ֫שָּׂ֥א (veesa) = en ik zou het dragen | לֹֽא (lo) = niet | מְ֭שַׂנְאִי (mesani) = mijn hater | עָלַ֣י (alay) = tegen mij | הִגְדִּ֑יל (higdil) = maakte zich groot | וְאֶסָּתֵ֥ר (veesater) = en ik zou mij verbergen | מִמֶּֽנּוּ (mimenu) = voor hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 35:26; Ps 41:10; Mat 26:21–23; Joh 13:18; Joh 18:2–3 **55:14** Maar jij, een man van mijn rang, mijn vertrouweling en mijn bekende, Brontekst: וְאַתָּ֣ה (veata) = en jij | אֱנ֣וֹשׁ (enosh) = een man | כְּעֶרְכִּ֑י (keerki) = als mijn rang | אַ֝לּוּפִ֗י (alufi) = mijn vertrouweling | וּמְיֻדָּֽעִי (umeyudai) = en mijn bekende Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱנוֹשׁ (enosh), ‘man’: een mens. כְּעֶרְכִּי (ke’erki), letterlijk ‘volgens mijn rang’: iemand die gelijk is aan de dichter. Zie ook: 2 Sam 15:12; 2 Sam 16:23; Mi 7:5; Jer 9:3; Mar 14:44–45 **55:15** wij die samen zoete vertrouwelijkheid deelden, liepen in het huis van Elohim tussen de menigte. Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = wij die | יַ֭חְדָּו (yachdav) = samen | נַמְתִּ֣יק (namtiq) = zoet maakten | ס֑וֹד (sod) = vertrouwelijkheid | בְּבֵ֥ית (beveit) = in het huis van | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | נְהַלֵּ֥ךְ (nehalekh) = liepen wij | בְּרָֽגֶשׁ (beragesh) = in de menigte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סוֹד (sod), ‘vertrouwelijkheid’: een innig, vertrouwelijk gesprek in de kring van vertrouwelingen. Zie ook: Ps 42:5; Ps 122:1; Jes 2:3; Ezech 33:31 **55:16** Moge de dood hen overvallen. Mogen zij levend afdalen naar Sjeol, want er is kwaad in hun woonplaats, in hun binnenste. Brontekst: יַשִּׁ֤י (yashi) = moge overvallen | מָ֨וֶת (mavet) = dood | עָלֵ֗ימוֹ (aleimo) = hen | יֵרְד֣וּ (yeredu) = mogen afdalen | שְׁא֣וֹל (sheol) = naar Sjeol | חַיִּ֑ים (chayim) = levend | כִּֽי (ki) = want | רָע֖וֹת (raot) = kwaad | בִּמְגוּרָ֣ם (bimguram) = in hun woonplaats | בְּקִרְבָּֽם (beqirbam) = in hun binnenste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (Sjeol), ‘dodenrijk’: de plaats van de doden. Voetnoot : ‘Levend naar Sjeol afdalen’ is een vloek; vergelijk wat met Korach en de zijnen gebeurde in Num. 16:30–33. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is יְשִׁימָוֶת (yeshimavet). De te lezen vorm (qere) is יַשִּׁי מָוֶת (yashi mavet), ‘moge de dood hen overvallen’. Wij volgen de qere; de vorm van het werkwoord is onzeker. Zie ook: Num 16:30–33; Ps 9:18; Ps 59:14; Ps 64:8; Ps 109:6–20; Hand 1:18–20 ### Ik roep tot Elohim **55:17** Ik roep tot Elohim, en Yahweh zal mij redden. Brontekst: אֲ֭נִי (ani) = ik | אֶל (el) = tot | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | אֶקְרָ֑א (eqra) = roep ik | וַ֝יהוָ֗ה (vaYahweh) = en Yahweh | יוֹשִׁיעֵֽנִי (yoshieni) = zal mij redden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In deze psalm uit de Elohistische psalter staat de naam Yahweh in dit vers en in vers 23. Zie ook: Ps 50:15; Ps 55:23; Ps 73:28; Ps 91:15; Ps 109:4; Luc 6:11–12 **55:18** Avond, morgen en middag klaag ik en kreun ik, en Hij hoort mijn stem. Brontekst: עֶ֤רֶב (erev) = avond | וָבֹ֣קֶר (vavoqer) = en morgen | וְ֭צָהֳרַיִם (vetsahorayim) = en middag | אָשִׂ֣יחָה (asicha) = klaag ik | וְאֶהֱמֶ֑ה (veeheme) = en kreun ik | וַיִּשְׁמַ֥ע (vayishma) = en Hij hoort | קוֹלִֽי (qoli) = mijn stem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 141:2; Hand 3:1; 1 Tess 5:17; Ef 6:18; Heb 5:7 **55:19** Hij heeft mijn ziel in vrede vrijgekocht uit de strijd tegen mij, want met velen waren zij tegen mij. Brontekst: פָּ֘דָ֤ה (pada) = Hij heeft vrijgekocht | בְשָׁל֣וֹם (beshalom) = in vrede | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | מִקֲּרָב (miqarav) = uit de strijd | לִ֑י (li) = tegen mij | כִּֽי (ki) = want | בְ֝רַבִּ֗ים (berabim) = met velen | הָי֥וּ (hayu) = waren zij | עִמָּדִֽי (imadi) = bij mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Dit vers is moeilijk. De woorden כִּי בְרַבִּים הָיוּ עִמָּדִי (ki verabbim hayu immadi) zeggen letterlijk ‘want met velen waren zij bij mij’. Wij lezen: ‘met velen waren zij tegen mij’, zoals de samenhang eist. Mogelijk is ook: ‘velen stonden aan mijn zijde’. Zie ook: 2 Sam 22:1; Ps 3:7–8; Ps 57:4; Mat 26:53; 1 Joh 4:4 **55:20** El hoort en antwoordt hen, Hij die van oudsher troont. Sela. Zij kennen geen verandering en vrezen Elohim niet. Brontekst: יִשְׁמַ֤ע (yishma) = hoort | אֵ֨ל (el) = El | וְֽיַעֲנֵם֮ (veyaanem) = en antwoordt hen | וְיֹ֤שֵׁ֥ב (veyoshev) = en Hij die troont | קֶ֗דֶם (qedem) = van oudsher | סֶ֥לָה (sela) = Sela | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | אֵ֣ין (ein) = er is niet | חֲלִיפ֣וֹת (chalifot) = verandering | לָ֑מוֹ (lamo) = voor hen | וְלֹ֖א (velo) = en niet | יָרְא֣וּ (yareu) = vrezen zij | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲלִיפוֹת (chaliphot), ‘verandering’: het woord kan ‘wisseling’ of ‘ommekeer’ betekenen; de betekenis is onzeker. Voetnoot : יֹשֵׁב קֶדֶם (yoshev qedem), ‘Hij die van oudsher troont’: Elohim, de Koning van oudsher. Zie ook: Deut 33:27; Pred 8:11; Sef 1:12; Kol 1:17; Openb 6:10–11 **55:21** Hij heeft zijn handen uitgestrekt tegen zijn bondgenoten. Hij heeft zijn verbond ontwijd. Brontekst: שָׁלַ֣ח (shalach) = hij heeft uitgestrekt | יָ֭דָיו (yadav) = zijn handen | בִּשְׁלֹמָ֗יו (bishlomav) = tegen zijn bondgenoten | חִלֵּ֥ל (chilel) = hij heeft ontwijd | בְּרִיתֽוֹ (berito) = zijn verbond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In vers 21–22 spreekt de dichter niet meer tegen de vriend uit vers 14–15, maar over ‘hij’. Het blijft onzeker of dezelfde man bedoeld is. בִּשְׁלֹמָיו (bishlomav), ‘tegen zijn bondgenoten’: letterlijk ‘tegen zijn vredesgenoten’. Zie ook: Ps 7:5; Ps 55:14–15; Ps 89:35; Ps 109:5; Ps 120:6–7; Hand 12:1 **55:22** Zijn mond is gladder dan boter, maar oorlog is in zijn hart. Zijn woorden zijn zachter dan olie, maar het zijn getrokken zwaarden. Brontekst: חָלְק֤וּ (chalequ) = glad zijn | מַחְמָאֹ֣ת (machmaot) = boter | פִּיו֮ (piv) = van zijn mond | וּֽקֲרָב (uqarav) = en oorlog | לִ֫בּ֥וֹ (libo) = in zijn hart | רַכּ֖וּ (raku) = zachter zijn | דְבָרָ֥יו (devarav) = zijn woorden | מִשֶּׁ֗מֶן (mishemen) = dan olie | וְהֵ֣מָּה (vehema) = en zij | פְתִחֽוֹת (petichot) = getrokken zwaarden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 28:3; Ps 57:5; Ps 64:4; Spr 5:3–4; Spr 26:28 ### Werp je last op Yahweh **55:23** Werp je last op Yahweh, en Hij zal je ondersteunen. Hij zal de rechtvaardige nooit laten wankelen. Brontekst: הַשְׁלֵ֤ךְ (hashlekh) = werp | עַל (al) = op | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | יְהָבְךָ֮ (yehavekha) = je last | וְה֪וּא (vehu) = en Hij | יְכַ֫לְכְּלֶ֥ךָ (yekhalkelekha) = zal je ondersteunen | לֹא (lo) = niet | יִתֵּ֖ן (yiten) = zal toelaten | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | מ֗וֹט (mot) = wankelen | לַצַּדִּֽיק (latsadiq) = voor de rechtvaardige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְהָבְךָ (yehavcha), ‘je last’: een zeldzaam woord; de betekenis ‘last’ is gangbaar, maar niet zeker. יְכַלְכְּלֶךָ (yekalkelecha), ‘Hij zal je ondersteunen’: onderhouden, vasthouden. Zie ook: Ps 37:5; Ps 62:7; Mat 6:25; Fil 4:6–7; 1 Petr 5:7 **55:24** Maar U, Elohim, zult hen laten afdalen naar de put van de kuil. Mannen van bloed en bedrog zullen de helft van hun dagen niet bereiken. Maar ik vertrouw op U. Brontekst: וְאַתָּ֤ה (veata) = en U | אֱלֹהִ֨ים (Elohim) = Elohim | תּוֹרִדֵ֬ם (toridem) = zult hen laten afdalen | לִבְאֵ֬ר (liver) = naar de put van | שַׁ֗חַת (shachat) = de kuil | אַנְשֵׁ֤י (anshei) = mannen van | דָמִ֣ים (damim) = bloed | וּ֭מִרְמָה (umirma) = en bedrog | לֹא (lo) = niet | יֶחֱצ֣וּ (yechetsu) = zullen halveren | יְמֵיהֶ֑ם (yemeihem) = hun dagen | וַ֝אֲנִ֗י (vaani) = maar ik | אֶבְטַח (evtach) = vertrouw | בָּֽךְ (bakh) = op U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּאֵר שַׁחַת (be’er shachat), ‘de put van de kuil’: de diepte van het dodenrijk. לֹא יֶחֱצוּ (lo yechetsu), ‘zij zullen niet halveren’: zij bereiken niet eens de helft van hun dagen. Zie ook: Job 15:32; Ps 5:7; Ps 7:16–17; Ps 73:18; Spr 10:27 ## Psalmen 56 _Op Elohim vertrouw ik, ik vrees niet_ ### Opschrift **56:1** Voor de koorleider. Op de wijs van ‘De stomme duif van de verre plaatsen’. Van David. Een Michtam, toen de Filistijnen hem grepen in Gat. Brontekst: לַמְנַצֵּ֤חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַל (al) = op | י֬וֹנַת (yonat) = duif van | אֵ֣לֶם (elem) = stomme | רְ֭חֹקִים (rechoqim) = verre plaatsen | לְדָוִ֣ד (ledavid) = van David | מִכְתָּ֑ם (mikhtam) = Michtam | בֶּֽאֱחֹ֨ז (beechoz) = toen grepen | אֹת֖וֹ (oto) = hem | פְלִשְׁתִּ֣ים (pelishtim) = de Filistijnen | בְּגַֽת (begat) = in Gat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod. Zie Gat (Tell es-Safi): Gat, een van de Filistijnse steden, wordt gezocht bij Tell es-Safi. Dit is niet geheel zeker. Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’. Voetnoot : יוֹנַת אֵלֶם רְחֹקִים (yonat elem rechoqim), ‘de stomme duif van de verre plaatsen’: waarschijnlijk de naam van een melodie. De betekenis is onzeker. Voetnoot : מִכְתָּם (michtam), ‘Michtam’: de betekenis van dit woord is onzeker. Het staat ook boven Ps. 16 en Ps. 57–60. Voetnoot : Het opschrift verwijst naar 1 Sam. 21:11–16, toen David bij Achis, de koning van Gat, was. Zie ook: 1 Sam 21:11–16; 1 Sam 29:4; Ps 16:1; Ps 31:10; Ps 59:2; Ps 69:14–17 ### Mensen belagen mij **56:2** Wees mij genadig, Elohim, want een mens belaagt mij. De hele dag onderdrukt hij mij in de strijd. Brontekst: חָנֵּ֣נִי (chaneni) = wees mij genadig | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | כִּֽי (ki) = want | שְׁאָפַ֣נִי (sheafani) = belaagt mij | אֱנ֑וֹשׁ (enosh) = een mens | כָּל (kal) = heel | הַ֝יּ֗וֹם (hayom) = de dag | לֹחֵ֥ם (lochem) = strijdend | יִלְחָצֵֽנִי (yilchatseni) = onderdrukt mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁאַף (sha’af), ‘belagen’: het woord betekent letterlijk ‘hijgen naar’ of ‘vertrappen’. Zo beschrijft de dichter hoe de vijand achter hem aan zit. Voetnoot : אֱנוֹשׁ (enosh), ‘een mens’: een sterfelijk, zwak mens, tegenover Elohim. Zie ook: 1 Sam 29:4; Ps 16:1; Ps 31:10; Ps 59:2; Ps 69:14–17 **56:3** Mijn tegenstanders belagen mij de hele dag. Want velen strijden tegen mij, o Hoge. Brontekst: שָׁאֲפ֣וּ (shaafu) = belagen | שׁ֭וֹרְרַי (shoreray) = mijn tegenstanders | כָּל (kal) = heel | הַיּ֑וֹם (hayom) = de dag | כִּֽי (ki) = want | רַבִּ֨ים (rabim) = velen | לֹחֲמִ֖ים (lochamim) = strijdend | לִ֣י (li) = tegen mij | מָרֽוֹם (marom) = o Hoge Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָרוֹם (marom), ‘o Hoge’: wij lezen dit als aanspreking van Elohim, de Hoge in de hoogte. Het woord kan ook ‘in hoogmoed’ betekenen: dan strijden de vijanden hoogmoedig. De betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 3:2; Ps 54:7; Ps 57:4; Ps 92:9; Ps 118:10–12 **56:4** Op de dag dat ik bang ben, vertrouw ik op U. Brontekst: י֥וֹם (yom) = dag | אִירָ֑א (ira) = ik ben bang | אֲ֝נִ֗י (ani) = ik | אֵלֶ֥יךָ (eleikha) = op U | אֶבְטָֽח (evtach) = vertrouw ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 30:6; Ps 11:1; Ps 34:5; Ps 55:5–6; 2 Kor 7:5–6 ### Op Elohim vertrouw ik **56:5** In Elohim prijs ik Zijn woord. Op Elohim vertrouw ik; ik vrees niet. Wat kan vlees mij doen? Brontekst: בֵּאלֹהִים֮ (bElohim) = in Elohim | אֲהַלֵּ֪ל (ahalel) = prijs ik | דְּבָ֫ר֥וֹ (devaro) = Zijn woord | בֵּאלֹהִ֣ים (bElohim) = op Elohim | בָּ֭טַחְתִּי (batachti) = vertrouw ik | לֹ֣א (lo) = niet | אִירָ֑א (ira) = ik vrees | מַה (ma) = wat | יַּעֲשֶׂ֖ה (yaase) = kan doen | בָשָׂ֣ר (basar) = vlees | לִֽי (li) = mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּשָׂר (basar), ‘vlees’: de mens als broos en sterfelijk wezen. Wij laten het woord ‘vlees’ staan, zoals de grondtekst. Vergelijk vers 12, waar ‘mens’ (אָדָם) staat. Voetnoot : Het refrein van vers 5 keert terug in vers 11–12. Zie ook: Ps 27:1; Ps 56:11–12; Ps 56:12; Ps 118:6; Jes 41:10; Rom 8:31–39; Heb 13:6 ### De vijanden loeren op mij **56:6** De hele dag krenken zij mijn woorden. Al hun gedachten zijn tegen mij, ten kwade. Brontekst: כָּל (kal) = heel | הַ֭יּוֹם (hayom) = de dag | דְּבָרַ֣י (devaray) = mijn woorden | יְעַצֵּ֑בוּ (yeatsevu) = krenken zij | עָלַ֖י (alay) = tegen mij | כָּל (kal) = al | מַחְשְׁבֹתָ֣ם (machshevotam) = hun gedachten | לָרָֽע (lara) = ten kwade Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 41:8; Jes 29:20–21; Mat 22:15; Luc 11:54; 2 Petr 3:16 **56:7** Zij verzamelen zich, zij verbergen zich. Zij letten op mijn hielen, terwijl zij op mijn leven wachten. Brontekst: יָג֤וּרוּ (yaguru) = zij verzamelen zich | יִצְפּ֗וֹנוּ (yitsponu) = zij verbergen zich | הֵ֭מָּה (hema) = zij | עֲקֵבַ֣י (aqevay) = mijn hielen | יִשְׁמֹ֑רוּ (yishmoru) = zij letten op | כַּ֝אֲשֶׁ֗ר (kaasher) = terwijl | קִוּ֥וּ (qiuu) = zij wachten op | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. Wij vertalen hier ‘leven’, omdat de vijanden het op Davids leven hebben gemunt; in vers 14 staat ‘ziel’. Voetnoot : קִוּוּ (qivvu), ‘wachten op’: hier in kwade zin, als een belager die op zijn prooi wacht. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is יצפינו (yatspinu), de te lezen vorm (qere) is יִצְפּוֹנוּ (yitspônu). Beide betekenen ‘zij verbergen zich’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 56:14; Ps 59:4; Ps 71:10; Ps 140:3; Luc 20:20; Hand 23:12–14 **56:8** Zouden zij vanwege hun onrecht ontkomen? Werp de volken neer in toorn, Elohim. Brontekst: עַל (al) = vanwege | אָ֥וֶן (aven) = onrecht | פַּלֶּט (palet) = ontkomen | לָ֑מוֹ (lamo) = voor hen | בְּ֝אַ֗ף (beaf) = in toorn | עַמִּ֤ים (amim) = volken | הוֹרֵ֬ד (hored) = werp neer | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: De Hebreeuwse tekst van dit vers is kort en moeilijk. Letterlijk staat er: ‘Over onrecht – ontkomen voor hen?’ Wij lezen het als een vraag: zouden zij door hun onrecht ontkomen? Een andere lezing maakt er een bede van: laat hen niet ontkomen vanwege hun onrecht. De tekst is onzeker. Zie ook: Ps 55:10; Ps 55:24; Jes 28:15; Jer 7:10; Jer 10:25 ### Elohim telt mijn tranen **56:9** Mijn omzwervingen hebt U zelf geteld. Leg mijn tranen in Uw waterzak. Staan zij niet in Uw boek? Brontekst: נֹדִי֮ (nodi) = mijn omzwervingen | סָפַ֪רְתָּ֫ה (safarta) = hebt U geteld | אָ֥תָּה (ata) = U | שִׂ֣ימָה (sima) = leg | דִמְעָתִ֣י (dimati) = mijn tranen | בְנֹאדֶ֑ךָ (benodekha) = in Uw waterzak | הֲ֝לֹ֗א (halo) = is het niet | בְּסִפְרָתֶֽךָ (besifratekha) = in Uw boek Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֹאד (no’d), ‘waterzak’: een leren zak voor water of wijn. Elohim bewaart de tranen van de dichter als een kostbare voorraad. Voetnoot : De omzwervingen (נֹדִי) en de waterzak (נֹאד) klinken in het Hebreeuws op elkaar. Voetnoot : Het boek is een lijst waarin Elohim bijhoudt wat de dichter heeft meegemaakt. Zie ook: Ps 39:13; Ps 126:5–6; 2 Kon 20:5; Mal 3:16; Openb 7:17 **56:10** Dan keren mijn vijanden achteruit op de dag dat ik roep. Dit weet ik: Elohim is voor mij. Brontekst: אָ֥֨ז (az) = dan | יָ֘שׁ֤וּבוּ (yashuvu) = keren | אוֹיְבַ֣י (oyevay) = mijn vijanden | אָ֭חוֹר (achor) = achteruit | בְּי֣וֹם (beyom) = op de dag dat | אֶקְרָ֑א (eqra) = ik roep | זֶה (ze) = dit | יָ֝דַ֗עְתִּי (yadati) = ik weet | כִּֽי (ki) = dat | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | לִֽי (li) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 46:12; Ps 118:6; Ps 118:11–13; Jes 8:9–10; Rom 8:31 **56:11** In Elohim prijs ik het woord, in Yahweh prijs ik het woord. Brontekst: בֵּֽ֭אלֹהִים (bElohim) = in Elohim | אֲהַלֵּ֣ל (ahalel) = prijs ik | דָּבָ֑ר (davar) = het woord | בַּ֝יהוָ֗ה (baYahweh) = in Yahweh | אֲהַלֵּ֥ל (ahalel) = prijs ik | דָּבָֽר (davar) = het woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In het refrein van vers 5 en 12 staat alleen Elohim. Hier staat in de tweede helft ‘Yahweh’. In Ps. 42–83 staat meestal Elohim, waar andere psalmen Yahweh hebben. Zie ook: Gen 32:11; Ps 56:5; Ps 56:12; Mat 24:35; 2 Petr 1:4; Heb 6:18 **56:12** Op Elohim vertrouw ik; ik vrees niet. Wat kan een mens mij doen? Brontekst: בֵּֽאלֹהִ֣ים (bElohim) = op Elohim | בָּ֭טַחְתִּי (batachti) = vertrouw ik | לֹ֣א (lo) = niet | אִירָ֑א (ira) = ik vrees | מַה (ma) = wat | יַּעֲשֶׂ֖ה (yaase) = kan doen | אָדָ֣ם (adam) = een mens | לִֽי (li) = mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:1; Ps 112:7–8; Jes 51:7–8; Jes 51:12–13 ### Dank voor de redding **56:13** Uw geloften rusten op mij, Elohim. Ik zal U dankoffers betalen. Brontekst: עָלַ֣י (alay) = op mij | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | נְדָרֶ֑יךָ (nedareikha) = Uw geloften | אֲשַׁלֵּ֖ם (ashalem) = ik zal betalen | תּוֹדֹ֣ת (todot) = dankoffers | לָֽךְ (lakh) = aan U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹדָה (todah), ‘dankoffer’: een offer om Elohim te danken voor een redding. Zie Lev. 7:12. Zie ook: Lev 7:12; Num 30:3–17; 1 Sam 1:24–28; Ps 9:2–4; Ps 50:14; Pred 5:3–5 **56:14** Want U hebt mijn ziel van de dood bevrijd. Ja, ook mijn voeten van het struikelen. Zo kan ik wandelen voor het aangezicht van Elohim, in het licht van de levenden. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | הִצַּ֪לְתָּ (hitsalta) = U hebt bevrijd | נַפְשִׁ֡י (nafshi) = mijn ziel | מִמָּוֶת֮ (mimavet) = van de dood | הֲלֹ֥א (halo) = ja niet | רַגְלַ֗י (raglay) = mijn voeten | מִ֫דֶּ֥חִי (midechi) = van het struikelen | לְ֭הִֽתְהַלֵּךְ (lehithalekh) = om te wandelen | לִפְנֵ֣י (lifnei) = voor het aangezicht van | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | בְּ֝א֗וֹר (beor) = in het licht van | הַֽחַיִּֽים (hachayim) = de levenden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Het licht van de levenden’ is het leven op aarde, tegenover de donkere Sjeol. Zie ook: Job 33:30; Ps 49:16; Ps 116:8–9; Ps 145:14; Openb 21:23–24 ## Psalmen 57 _Ik schuil in de schaduw van Uw vleugels_ ### Opschrift **57:1** Voor de koorleider. ‘Verwoest niet.’ Van David. Een Michtam, toen hij voor Saul vluchtte, in de grot. Brontekst: לַמְנַצֵּ֣חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | אַל (al) = verwoest | תַּ֭שְׁחֵת (tashchet) = niet | לְדָוִ֣ד (ledavid) = van David | מִכְתָּ֑ם (mikhtam) = Michtam | בְּבָרְח֥וֹ (bevarecho) = toen hij vluchtte | מִפְּנֵי (mipenei) = voor | שָׁ֝א֗וּל (shaul) = Saul | בַּמְּעָרָֽה (bameara) = in de grot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Grot (Adullam?; ligging onzeker): In de opschriften van Psalm 57 en 142 wordt niet gezegd welke grot bedoeld is. Volgens 1 Samuël 22:1 vluchtte David naar de grot van Adullam, in de Sefela ten zuidwesten van Jeruzalem. Dit is niet zeker. Zie Grot (En-Gedi?; ligging onzeker): Een andere grot uit het leven van David is die bij En-Gedi, aan de Dode Zee (1 Samuël 24:4). Welke grot de opschriften van Psalm 57 en 142 bedoelen, is niet zeker. Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’. Voetnoot : אַל תַּשְׁחֵת (al tashchet), ‘verwoest niet’: waarschijnlijk de naam van een melodie of een aanwijzing voor het zingen. De betekenis is onzeker. Het staat ook boven Ps. 58, 59 en 75. Voetnoot : מִכְתָּם (michtam), ‘Michtam’: de betekenis is onzeker. Voetnoot : Het opschrift verwijst naar Davids vlucht voor Saul. Een grot komt voor in 1 Sam. 22:1 (de grot van Adullam) en in 1 Sam. 24:4 (de grot bij En-Gedi). Zie ook: 1 Sam 22:1; 1 Sam 24:4; Ps 9:11; Ps 17:7–8; Ps 36:8; Ps 63:8; Ps 91:4 ### Ik schuil bij U **57:2** Wees mij genadig, Elohim, wees mij genadig. Want bij U schuilt mijn ziel. In de schaduw van Uw vleugels schuil ik, tot het verderf voorbij is. Brontekst: חָנֵּ֤נִי (chaneni) = wees mij genadig | אֱלֹהִ֨ים (Elohim) = Elohim | חָנֵּ֗נִי (chaneni) = wees mij genadig | כִּ֥י (ki) = want | בְךָ֮ (bekha) = bij U | חָסָ֪יָה (chasaya) = schuilt | נַ֫פְשִׁ֥י (nafshi) = mijn ziel | וּבְצֵֽל (uvetsel) = en in de schaduw van | כְּנָפֶ֥יךָ (kenafeikha) = Uw vleugels | אֶחְסֶ֑ה (echse) = ik schuil | עַ֝֗ד (ad) = tot | יַעֲבֹ֥ר (yaavor) = voorbijgaat | הַוּֽוֹת (hauot) = het verderf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. Voetnoot : הַוּוֹת (havvot), ‘het verderf’: ondergang, rampen die over iemand komen. Zie ook: Ps 9:11; Ps 17:7–8; Ps 36:8; Ps 63:8; Ps 91:4 **57:3** Ik roep tot Elohim, de Allerhoogste, tot El, die het voor mij tot een einde brengt. Brontekst: אֶ֭קְרָא (eqra) = ik roep | לֵֽאלֹהִ֣ים (lElohim) = tot Elohim | עֶלְי֑וֹן (elyon) = Allerhoogste | לָ֝אֵ֗ל (lael) = tot El | גֹּמֵ֥ר (gomer) = die voltooit | עָלָֽי (alay) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (elyon), ‘de Allerhoogste’: een naam of titel van Elohim, de Hoogste boven alles. Voetnoot : אֵל (el), ‘El’: een korte vorm van Elohim. Voetnoot : גֹּמֵר (gomer), ‘die voltooit’: Elohim brengt Zijn werk voor mij tot het einde. Zie ook: Ps 138:8; Jes 26:12; Fil 1:6; Fil 2:12; Heb 13:21 **57:4** Hij zendt uit de hemel en redt mij. Hij beschaamt wie mij belaagt. Sela. Elohim zendt Zijn trouw en Zijn waarheid. Brontekst: יִשְׁלַ֤ח (yishlach) = Hij zendt | מִשָּׁמַ֨יִם (mishamayim) = uit de hemel | וְֽיוֹשִׁיעֵ֗נִי (veyoshieni) = en Hij redt mij | חֵרֵ֣ף (cheref) = beschaamt | שֹׁאֲפִ֣י (shoafi) = wie mij belaagt | סֶ֑לָה (sela) = Sela | יִשְׁלַ֥ח (yishlach) = zendt | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | חַסְדּ֥וֹ (chasdo) = Zijn trouw | וַאֲמִתּֽוֹ (vaamito) = en Zijn waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot : חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid. Samen noemen ze twee kanten van Elohims trouw, zoals in 2 Sam. 2:6. Zie ook: 2 Sam 2:6; Ps 40:12; Ps 43:3; Ps 61:8; Ps 144:5–7; Hand 12:11 ### Tussen de leeuwen **57:5** Mijn ziel is te midden van leeuwen. Ik lig neer bij laaiende mensenkinderen. Hun tanden zijn speer en pijlen. Hun tong is een scherp zwaard. Brontekst: נַפְשִׁ֤י (nafshi) = mijn ziel | בְּת֥וֹךְ (betokh) = te midden van | לְבָאִם֮ (levaim) = leeuwen | אֶשְׁכְּבָ֪ה (eshkeva) = ik lig neer | לֹ֫הֲטִ֥ים (lohatim) = laaiend | בְּֽנֵי (benei) = zonen van | אָדָ֗ם (adam) = mensen | שִׁ֭נֵּיהֶם (shineihem) = hun tanden | חֲנִ֣ית (chanit) = speer | וְחִצִּ֑ים (vechitsim) = en pijlen | וּ֝לְשׁוֹנָ֗ם (uleshonam) = en hun tong | חֶ֣רֶב (cherev) = zwaard | חַדָּֽה (chada) = scherp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לֹהֲטִים (lohatim), ‘laaiend’: mensen die als vuur branden van woede. Voetnoot : De vergelijking met leeuwen, speren, pijlen en zwaarden is letterlijk bedoeld als beeld van de vijanden. Zie ook: Ps 35:17; Ps 55:22; Ps 58:7; Ps 64:4; Spr 30:14 **57:6** Verhef U boven de hemel, Elohim. Uw heerlijkheid zij over heel de aarde. Brontekst: ר֣וּמָה (ruma) = verhef U | עַל (al) = boven | הַשָּׁמַ֣יִם (hashamayim) = de hemel | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | עַ֖ל (al) = over | כָּל (kal) = heel | הָאָ֣רֶץ (haarets) = de aarde | כְּבוֹדֶֽךָ (kevodekha) = Uw heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’: de zichtbare grootheid en eer van Elohim. Dit vers is het refrein van de psalm en staat ook in vers 12. Zie ook: Num 14:21; Ps 57:12; Ps 72:19; Jes 6:3; Hab 2:14 ### Zij vallen in hun eigen kuil **57:7** Een net hebben zij gespreid voor mijn voeten; mijn ziel is ineengedoken. Zij groeven een kuil voor mij. Zij zijn er zelf in gevallen. Sela. Brontekst: רֶ֤שֶׁת (reshet) = een net | הֵכִ֣ינוּ (hekhinu) = zij hebben gespreid | לִפְעָמַי֮ (lifamay) = voor mijn voeten | כָּפַ֪ף (kafaf) = is ineengedoken | נַ֫פְשִׁ֥י (nafshi) = mijn ziel | כָּר֣וּ (karu) = zij groeven | לְפָנַ֣י (lefanay) = voor mij | שִׁיחָ֑ה (shicha) = een kuil | נָפְל֖וּ (nafelu) = zij zijn gevallen | בְתוֹכָ֣הּ (betokhah) = erin | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Zij zijn er zelf in gevallen’: de vijand valt in de kuil die hij voor de dichter groef. Zie ook: Ps 7:16–17; Ps 140:6; Ps 145:14; Spr 28:10; Mi 7:2 ### Mijn hart is vast **57:8** Mijn hart is vast, Elohim, mijn hart is vast. Ik wil zingen en psalmen spelen. Brontekst: נָ֘כ֤וֹן (nakhon) = vast | לִבִּ֣י (libi) = mijn hart | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | נָכ֣וֹן (nakhon) = vast | לִבִּ֑י (libi) = mijn hart | אָ֝שִׁ֗ירָה (ashira) = ik wil zingen | וַאֲזַמֵּֽרָה (vaazamera) = en ik wil psalmen spelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 8–12 staat ook in Ps. 108:2–6. Zie ook: Ps 34:5; Ps 108:2–6; Ps 112:7; Rom 5:3; Ef 5:20 **57:9** Word wakker, mijn eer. Word wakker, harp en lier. Ik wil de dageraad wakker maken. Brontekst: ע֤וּרָה (ura) = word wakker | כְבוֹדִ֗י (kevodi) = mijn eer | ע֭וּרָֽה (ura) = word wakker | הַנֵּ֥בֶל (hanevel) = harp | וְכִנּ֗וֹר (vekhinor) = en lier | אָעִ֥ירָה (aira) = ik wil wakker maken | שָּֽׁחַר (shachar) = de dageraad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֵבֶל (nevel), ‘harp’, en כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’: twee snaarinstrumenten. Voetnoot : כְּבוֹדִי (kevodi), ‘mijn eer’: de dichter spreekt zijn eigen ziel toe. Zie Ps. 108:2. Zie ook: Re 5:12; Ps 16:9; Ps 30:13; Ps 108:2–4; Jes 52:1 **57:10** Ik zal U danken onder de volken, mijn Heer. Ik zal U bezingen onder de naties. Brontekst: אוֹדְךָ֖ (odekha) = ik zal danken | בָעַמִּ֥ים (baamim) = onder de volken | אֲדֹנָ֑י (adonay) = mijn Heer | אֲ֝זַמֶּרְךָ֗ (azamerkha) = ik zal bezingen | בַּל (bal) = onder | אֻמִּֽים (umim) = de naties Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Elohim. Zie ook: Ps 18:50; Ps 22:23–24; Ps 96:3; Ps 138:1; Rom 15:9 **57:11** Want groot, tot aan de hemel, is Uw trouw. Tot aan de wolken reikt Uw waarheid. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | גָדֹ֣ל (gadol) = groot | עַד (ad) = tot aan | שָׁמַ֣יִם (shamayim) = de hemel | חַסְדֶּ֑ךָ (chasdekha) = Uw trouw | וְֽעַד (vead) = en tot aan | שְׁחָקִ֥ים (shechaqim) = de wolken | אֲמִתֶּֽךָ (amitekha) = Uw waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 36:6; Ps 71:19; Ps 103:11; Ps 108:5; Jes 54:7–10 **57:12** Verhef U boven de hemel, Elohim. Uw heerlijkheid zij over heel de aarde. Brontekst: ר֣וּמָה (ruma) = verhef U | עַל (al) = boven | שָׁמַ֣יִם (shamayim) = de hemel | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | עַ֖ל (al) = over | כָּל (kal) = heel | הָאָ֣רֶץ (haarets) = de aarde | כְּבוֹדֶֽךָ (kevodekha) = Uw heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 8:2; Ps 8:10; Ps 57:6; Openb 15:3–4 ## Psalmen 58 _Er is een Elohim die recht spreekt op de aarde_ ### Opschrift **58:1** Voor de koorleider. ‘Verwoest niet.’ Van David. Een Michtam. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | אַל (al) = verwoest | תַּשְׁחֵ֗ת (tashchet) = niet | לְדָוִ֥ד (ledavid) = van David | מִכְתָּֽם (mikhtam) = Michtam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : אַל תַּשְׁחֵת (al tashchet), ‘verwoest niet’: waarschijnlijk de naam van een melodie. De betekenis is onzeker. Zie ook Ps. 57:1. Voetnoot : מִכְתָּם (michtam), ‘Michtam’: de betekenis is onzeker. Zie ook: Deut 16:18–19; 2 Sam 23:3; Ps 57:1; Ps 57:2; Ps 72:1–4; Jes 11:3–5 ### Aan de machtigen die recht moeten spreken **58:2** Spreken jullie werkelijk gerechtigheid, jullie machtigen? Oordelen jullie rechtschapen, mensenkinderen? Brontekst: הַֽאֻמְנָ֗ם (haumnam) = is het werkelijk | אֵ֣לֶם (elem) = machtigen | צֶ֭דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | תְּדַבֵּר֑וּן (tedaberun) = spreken jullie | מֵישָׁרִ֥ים (meisharim) = rechtschapen | תִּ֝שְׁפְּט֗וּ (tishpetu) = oordelen jullie | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit is een psalm tegen onrechtvaardige machthebbers, zoals rechters en bestuurders. Voetnoot Lezing: Het woord אֵלֶם (elem) is moeilijk. Het kan ‘stilte’ betekenen: dan staat er ‘spreken jullie in stilte gerechtigheid?’ of ‘u zwijgers’. Het kan ook gelezen worden als אֵלִים (elim), ‘machtigen’, of ‘goden’. Wij kiezen ‘machtigen’. De tekst is onzeker. Zie ook: Deut 16:18–19; 2 Sam 23:3; Ps 57:2; Ps 72:1–4; Jes 11:3–5 **58:3** Integendeel, in jullie hart verrichten jullie onrecht. Op de aarde wegen jullie handen geweld toe. Brontekst: אַף (af) = integendeel | בְּלֵב֮ (belev) = in het hart | עוֹלֹ֪ת (olot) = onrecht | תִּפְעָ֫ל֥וּן (tifalun) = verrichten jullie | בָּאָ֡רֶץ (baarets) = op de aarde | חֲמַ֥ס (chamas) = geweld | יְ֝דֵיכֶ֗ם (yedeikhem) = jullie handen | תְּפַלֵּֽסֽוּן (tefalesun) = wegen toe Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 94:20; Pred 3:16; Jes 10:1; Mi 3:1–3; Ezech 22:27 ### De goddelozen zijn als slangen **58:4** De goddelozen zijn afvallig vanaf de moederschoot. Vanaf de buik dwalen zij, zij die leugens spreken. Brontekst: זֹ֣רוּ (zoru) = zijn afvallig | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | מֵרָ֑חֶם (merachem) = vanaf de schoot | תָּע֥וּ (tau) = dwalen | מִ֝בֶּ֗טֶן (mibeten) = vanaf de buik | דֹּבְרֵ֥י (doverei) = sprekers van | כָזָֽב (kazav) = leugen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Vanaf de moederschoot’: de dichter zegt dat het kwaad in hen zit sinds hun geboorte. Zie ook: Job 15:14; Ps 51:7; Spr 22:15; Jes 48:8; Ef 2:3 **58:5** Zij hebben gif, zoals het gif van een slang, zoals een dove adder die zijn oor dichtstopt, Brontekst: חֲמַת (chamat) = gif | לָ֗מוֹ (lamo) = voor hen | כִּדְמ֥וּת (kidmut) = als gelijkenis van | חֲמַת (chamat) = gif van | נָחָ֑שׁ (nachash) = slang | כְּמוֹ (kemo) = zoals | פֶ֥תֶן (peten) = adder | חֵ֝רֵ֗שׁ (cheresh) = doof | יַאְטֵ֥ם (yatem) = stopt dicht | אָזְנֽוֹ (azeno) = zijn oor Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵמָה (chemah), ‘gif’: het woord betekent ook ‘gloed’ of ‘woede’. Bij een slang is het het vergif. Voetnoot : פֶּתֶן (peten), ‘adder’: een gifslang. De doofheid van de adder is een beeld van mensen die niet willen horen. Zie ook: Ps 140:4; Pred 10:11; Jer 8:17; Jak 3:8; Rom 3:13 **58:6** die niet luistert naar de stem van de bezweerders, van de bekwame bezweerder van bezweringen. Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | לֹא (lo) = niet | יִ֭שְׁמַע (yishma) = luistert | לְק֣וֹל (leqol) = naar de stem van | מְלַחֲשִׁ֑ים (melachashim) = bezweerders | חוֹבֵ֖ר (chover) = bezweerder van | חֲבָרִ֣ים (chavarim) = bezweringen | מְחֻכָּֽם (mechukam) = bekwame Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Slangenbezweerders gebruikten klanken en bezweringen om slangen te sussen. Deze adder luistert niet. Zie ook: Deut 18:11; Jes 19:3; Jer 8:17 ### Een bede om het oordeel **58:7** Elohim, breek hun tanden in hun mond. Sla de kiezen van de jonge leeuwen stuk, Yahweh. Brontekst: אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | הֲרָס (haras) = breek | שִׁנֵּ֥ימוֹ (shineimo) = hun tanden | בְּפִ֑ימוֹ (befimo) = in hun mond | מַלְתְּע֥וֹת (malteot) = kiezen van | כְּ֝פִירִ֗ים (kefirim) = jonge leeuwen | נְתֹ֣ץ (netots) = sla stuk | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit is een bede om Elohims oordeel over wie geweld pleegt. Wij vertalen de woorden letterlijk, zonder verzachting. Voetnoot : כְּפִירִים (kefirim), ‘jonge leeuwen’: sterke, jonge dieren; een beeld van de machtigen. Zie ook: Job 4:10–11; Job 29:17; Ps 3:8; Ps 10:15; Hos 5:14 **58:8** Laat hen wegvloeien als water dat wegstroomt. Spant hij zijn pijlen, laat ze dan zijn als afgeknot. Brontekst: יִמָּאֲס֣וּ (yimaasu) = laat wegvloeien | כְמוֹ (kemo) = als | מַ֭יִם (mayim) = water | יִתְהַלְּכוּ (yithalekhu) = laat wegstromen | לָ֑מוֹ (lamo) = zij | יִדְרֹ֥ךְ (yidrokh) = hij spant | חִ֝צָּ֗יו (chitsav) = zijn pijlen | כְּמ֣וֹ (kemo) = als | יִתְמֹלָֽלוּ (yitmolalu) = afgeknot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Dit vers is moeilijk en de betekenis is onzeker. Het werkwoord יִתְמֹלָלוּ (yitmolalu) komt maar één keer voor. Wij lezen het als ‘zij zijn afgeknot’: de pijlen van de vijand hebben geen kracht meer. Wie ‘hij’ is die de pijlen spant, is niet duidelijk: Elohim of de goddeloze. Voetnoot : De geschreven vorm (ketiv) is חִצּוֹ (chitso), ‘zijn pijl’. De te lezen vorm (qere) is חִצָּיו (chitsav), ‘zijn pijlen’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ex 15:15; Joz 2:9–11; Joz 7:5; Ps 112:10; Jes 13:7 **58:9** Laat hen zijn als een slak die wegsmelt terwijl hij voortgaat, als de misgeboorte van een vrouw, die de zon niet heeft gezien. Brontekst: כְּמ֣וֹ (kemo) = als | שַׁ֭בְּלוּל (shabelul) = slak | תֶּ֣מֶס (temes) = wegsmelt | יַהֲלֹ֑ךְ (yahalokh) = voortgaat | נֵ֥פֶל (nefel) = misgeboorte van | אֵ֝֗שֶׁת (eshet) = een vrouw | בַּל (bal) = niet | חָ֥זוּ (chazu) = zij hebben gezien | שָֽׁמֶשׁ (shamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׁבְּלוּל (shabbelul), ‘slak’: een slak laat een glibberig spoor achter en lijkt weg te smelten. De hele zin is een wens dat de goddelozen verdwijnen. Zie ook: Job 3:16; Ps 37:35–36; Pred 6:3; Mat 24:35; Jak 1:10 **58:10** Voordat jullie potten de doornen voelen, vaagt Hij het weg met een storm, levend en brandend van toorn. Brontekst: בְּטֶ֤רֶם (beterem) = voordat | יָבִ֣ינוּ (yavinu) = zij voelen | סִּֽירֹתֵיכֶ֣ם (siroteikhem) = jullie potten | אָטָ֑ד (atad) = de doornen | כְּמוֹ (kemo) = als | חַ֥י (chay) = levend | כְּמוֹ (kemo) = als | חָ֝ר֗וֹן (charon) = brandend van toorn | יִשְׂעָרֶֽנּוּ (yisarenu) = vaagt Hij weg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Dit vers is moeilijk en de betekenis is onzeker. Letterlijk staat er: ‘Voordat jullie potten de doorn voelen, zoals levend, zoals brandend, vaagt Hij hem weg.’ Het beeld is waarschijnlijk dat een storm de doornen wegvaagt voordat ze onder de potten zijn aangestoken. Zo snel komt het oordeel. Zie ook: Ps 118:12; Spr 10:25; Pred 7:6; Jes 17:13; Jer 23:19 ### De rechtvaardige verheugt zich **58:11** De rechtvaardige zal zich verheugen, want hij ziet de wraak. Zijn voeten wast hij in het bloed van de goddeloze. Brontekst: יִשְׂמַ֣ח (yismach) = verheugt zich | צַ֭דִּיק (tsadiq) = rechtvaardige | כִּי (ki) = want | חָזָ֣ה (chaza) = hij ziet | נָקָ֑ם (naqam) = wraak | פְּעָמָ֥יו (peamav) = zijn voeten | יִ֝רְחַ֗ץ (yirchats) = wast hij | בְּדַ֣ם (bedam) = in het bloed van | הָרָשָֽׁע (harasha) = de goddeloze Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נָקָם (naqam), ‘wraak’: vergelding van het kwaad door Elohim. De rechtvaardige verheugt zich niet over het kwaad zelf, maar over het recht dat Elohim herstelt. Wij vertalen de woorden letterlijk. Zie ook: Ps 64:11; Ps 68:24; Ps 91:8; Spr 11:10; Openb 11:17–18 **58:12** Dan zal een mens zeggen: „Er is zeker vrucht voor de rechtvaardige. Er is zeker een Elohim die recht spreekt op de aarde.” Brontekst: וְיֹאמַ֣ר (veyomar) = en zal zeggen | אָ֭דָם (adam) = een mens | אַךְ (akh) = zeker | פְּרִ֣י (peri) = vrucht | לַצַּדִּ֑יק (latsadiq) = voor de rechtvaardige | אַ֥ךְ (akh) = zeker | יֵשׁ (yesh) = er is | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | שֹׁפְטִ֥ים (shofetim) = recht sprekend | בָּאָֽרֶץ (baarets) = op de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֹׁפְטִים (shofetim), ‘recht sprekend’: dit is een meervoud bij Elohim. Een meervoud bij Elohim staat ook in Gen. 20:13, waar het werkwoord meervoud is. Voetnoot : De psalm begint met machtigen die geen recht spreken. Hij eindigt met de zekerheid dat er een rechter is. Zie ook: Gen 20:13; Ps 33:18; Ps 64:10; Ps 67:5; Jes 3:10; Mal 2:17 ## Psalmen 59 _Bevrijd mij van mijn vijanden, Elohim, mijn hoge toevlucht_ ### Opschrift **59:1** Voor de koorleider. ‘Verwoest niet.’ Van David. Een Michtam, toen Saul boden stuurde en zij het huis bewaakten om hem te doden. Brontekst: לַמְנַצֵּ֣חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | אַל (al) = verwoest | תַּשְׁחֵת֮ (tashchet) = niet | לְדָוִ֪ד (ledavid) = van David | מִ֫כְתָּ֥ם (mikhtam) = Michtam | בִּשְׁלֹ֥חַ (bishloach) = toen stuurde | שָׁא֑וּל (shaul) = Saul | וַֽיִּשְׁמְר֥וּ (vayishmeru) = en zij bewaakten | אֶת (et) = (obj.) | הַ֝בַּ֗יִת (habayit) = het huis | לַהֲמִיתֽוֹ (lahamito) = om hem te doden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’. Voetnoot : אַל תַּשְׁחֵת (al tashchet), ‘verwoest niet’: waarschijnlijk de naam van een melodie. De betekenis is onzeker. Zie ook Ps. 57:1. Voetnoot : מִכְתָּם (michtam), ‘Michtam’: de betekenis is onzeker. Voetnoot : Het opschrift verwijst naar 1 Sam. 19:11, waar Saul boden naar Davids huis stuurt. Zie ook: 1 Sam 19:11–24; Ps 18:49; Ps 57:1; Ps 57:2; Jes 33:16; Luc 1:74–75 ### Bevrijd mij van wie mij belagen **59:2** Bevrijd mij van mijn vijanden, mijn Elohim. Zet mij hoog, buiten het bereik van wie tegen mij opstaan. Brontekst: הַצִּילֵ֖נִי (hatsileni) = bevrijd mij | מֵאֹיְבַ֥י (meoyevay) = van mijn vijanden | אֱלֹהָ֑י (elohay) = mijn Elohim | מִּמִתְקוֹמְמַ֥י (mimitqomemay) = van wie tegen mij opstaan | תְּשַׂגְּבֵֽנִי (tesageveni) = zet mij hoog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 19:11–24; Ps 18:49; Ps 57:2; Jes 33:16; Luc 1:74–75 **59:3** Bevrijd mij van wie onrecht doen. Red mij van mannen van bloed. Brontekst: הַ֭צִּילֵנִי (hatsileni) = bevrijd mij | מִפֹּ֣עֲלֵי (mipoalei) = van de daders van | אָ֑וֶן (aven) = onrecht | וּֽמֵאַנְשֵׁ֥י (umeanshei) = en van mannen van | דָ֝מִ֗ים (damim) = bloed | הוֹשִׁיעֵֽנִי (hoshieni) = red mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 26:9; Ps 27:2; Ps 55:24; Ps 139:19 **59:4** Want zie, zij liggen op de loer op mijn leven. Sterke mannen vallen mij aan. Niet om mijn overtreding en niet om mijn zonde, Yahweh. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | הִנֵּ֪ה (hine) = zie | אָֽרְב֡וּ (arevu) = zij liggen op de loer | לְנַפְשִׁ֗י (lenafshi) = op mijn leven | יָג֣וּרוּ (yaguru) = vallen aan | עָלַ֣י (alay) = mij | עַזִ֑ים (azim) = sterke mannen | לֹא (lo) = niet | פִשְׁעִ֖י (pishi) = om mijn overtreding | וְלֹא (velo) = en niet | חַטָּאתִ֣י (chatati) = om mijn zonde | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. Wij vertalen hier ‘leven’. Voetnoot : יָגוּרוּ (yaguru), ‘zij vallen aan’: letterlijk ‘zij verzamelen zich’ om aan te vallen. Zie ook: 1 Sam 24:12; Ps 56:7; Ps 69:5; Spr 12:6; Joh 15:25 ### Word wakker, Yahweh **59:5** Zonder dat ik schuld heb, rennen zij op mij af en nemen zij stelling in. Word wakker, kom mij tegemoet en zie. Brontekst: בְּֽלִי (beli) = zonder | עָ֭וֺן (avon) = schuld | יְרוּצ֣וּן (yerutsun) = zij rennen | וְיִכּוֹנָ֑נוּ (veyikonanu) = en zij nemen stelling in | ע֖וּרָה (ura) = word wakker | לִקְרָאתִ֣י (liqrati) = mij tegemoet | וּרְאֵה (uree) = en zie Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 5:7; Ps 35:23; Ps 44:24; Hand 23:15; Rom 3:15 **59:6** U, Yahweh, Elohim van de legermachten, Elohim van Israël, word wakker om alle volken te bezoeken. Wees niet genadig aan alle trouwelozen die onrecht doen. Sela. Brontekst: וְאַתָּ֤ה (veata) = en U | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | צְבָא֡וֹת (tsevaot) = van de legermachten | אֱלֹ֘הֵ֤י (elohei) = Elohim van | יִשְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | הָקִ֗יצָה (haqitsa) = word wakker | לִפְקֹ֥ד (lifqod) = om te bezoeken | כָּֽל (kal) = alle | הַגּוֹיִ֑ם (hagoyim) = de volken | אַל (al) = niet | תָּחֹ֨ן (tachon) = wees genadig | כָּל (kal) = aan alle | בֹּ֖גְדֵי (bogedei) = trouwelozen | אָ֣וֶן (aven) = onrecht | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Hier staan drie namen achter elkaar: Yahweh, Elohim van de legermachten en Elohim van Israël. Tsevaot (צְבָאוֹת) betekent ‘legers’. Voetnoot : לִפְקֹד (lifqod), ‘bezoeken’: hier betekent het dat Elohim de volken ter verantwoording roept en straft. Zo ook in 1 Sam. 2:21, waar Yahweh Hanna ‘bezoekt’ met zegen. Voetnoot : בֹּגְדֵי (bogdei), ‘trouwelozen’: mensen die het verbond met Elohim of met anderen verraden. Voetnoot : סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Zie ook: 1 Sam 2:21; Ps 9:16; Ps 55:16; Ps 80:5; Ps 84:9; Jer 18:23 ### De vijanden zwerven rond als honden **59:7** Zij keren terug tegen de avond. Zij grommen als een hond en gaan rond door de stad. Brontekst: יָשׁ֣וּבוּ (yashuvu) = zij keren terug | לָ֭עֶרֶב (laerev) = tegen de avond | יֶהֱמ֥וּ (yehemu) = zij grommen | כַכָּ֗לֶב (kakalev) = als een hond | וִיס֥וֹבְבוּ (visovevu) = en zij gaan rond | עִֽיר (ir) = de stad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 19:11; Ps 22:17; Ps 59:15 **59:8** Zie, zij spuwen met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen. Want wie hoort het? Brontekst: הִנֵּ֤ה (hine) = zie | יַבִּ֘יע֤וּן (yabiun) = zij spuwen | בְּפִיהֶ֗ם (befihem) = met hun mond | חֲ֭רָבוֹת (charavot) = zwaarden | בְּשִׂפְתוֹתֵיהֶ֑ם (besiftoteihem) = op hun lippen | כִּי (ki) = want | מִ֥י (mi) = wie | שֹׁמֵֽעַ (shomea) = hoort Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יַבִּיעוּן (yabbi’un), ‘zij spuwen’: het water of de woorden stromen uit de mond als een bron. Zie ook: Ps 10:11; Ps 57:5; Ps 73:11; Spr 15:2; Spr 15:28 **59:9** Maar U, Yahweh, lacht om hen. U bespot alle volken. Brontekst: וְאַתָּ֣ה (veata) = en U | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | תִּשְׂחַק (tischaq) = lacht | לָ֑מוֹ (lamo) = om hen | תִּ֝לְעַ֗ג (tilag) = bespot | לְכָל (lekhal) = alle | גּוֹיִֽם (goyim) = volken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 2:4; Ps 37:13; Ps 59:6; Spr 1:26; Mat 18:17 ### Elohim is mijn hoge toevlucht **59:10** Wegens zijn kracht houd ik de wacht voor U. Want Elohim is mijn hoge toevlucht. Brontekst: עֻ֭זּוֹ (uzo) = zijn kracht | אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = naar U | אֶשְׁמֹ֑רָה (eshmora) = ik houd de wacht | כִּֽי (ki) = want | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | מִשְׂגַּבִּֽי (misgabi) = mijn hoge toevlucht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws heeft עֻזּוֹ (uzzo), ‘zijn kracht’: de kracht van de vijand. Wij vertalen ‘wegens zijn kracht’. Wij volgen de Masoretische tekst. In vers 18 staat עֻזִּי (uzzi), ‘mijn sterkte’. Sommige oude vertalingen lezen dat ook hier. Als zij gelijk hebben, staat er: ‘Mijn sterkte, op U wacht ik.’ Zie ook: Ps 9:10; Ps 27:14; Ps 59:18; Ps 62:3; Jes 26:3–4 **59:11** De Elohim van mijn trouw komt mij tegemoet. Elohim laat mij mijn belagers zien. Brontekst: אֱלֹהֵ֣י (elohei) = Elohim van | חַסְדִּ֣י (chasdi) = mijn trouw | יְקַדְּמֵ֑נִי (yeqademeni) = komt mij tegemoet | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | יַרְאֵ֥נִי (yareni) = laat mij zien | בְשֹׁרְרָֽי (beshoreray) = mijn belagers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. ‘De Elohim van mijn trouw’ is de Elohim die mij trouw bewijst. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is חסדו (chasdo), ‘Zijn trouw’. De te lezen vorm (qere) is חַסְדִּי (chasdi), ‘mijn trouw’. Wij volgen de qere. Zie ook vers 18. Zie ook: Ps 21:4; Ps 54:9; Ps 59:18; Ps 92:12; 1 Petr 5:10 ### Een bede om hun val **59:12** Dood hen niet, anders vergeet mijn volk het. Laat hen zwerven door Uw kracht en breng hen neer, ons schild, mijn Heer. Brontekst: אַל (al) = niet | תַּהַרְגֵ֤ם (tahargem) = dood hen | פֶּֽן (pen) = anders | יִשְׁכְּח֬וּ (yishkechu) = vergeten | עַמִּ֗י (ami) = mijn volk | הֲנִיעֵ֣מוֹ (haniemo) = laat hen zwerven | בְ֭חֵילְךָ (becheilekha) = door Uw kracht | וְהוֹרִידֵ֑מוֹ (vehoridemo) = en breng hen neer | מָֽגִנֵּ֣נוּ (maginenu) = ons schild | אֲדֹנָֽי (adonay) = mijn Heer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Dood hen niet, anders vergeet mijn volk het’: de dichter vraagt dat het oordeel zichtbaar blijft, zodat het volk het onthoudt. Wij vertalen de woorden letterlijk. Voetnoot : מָגֵן (magen), ‘schild’ is een beeld van Elohim als beschermer. Voetnoot : אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Elohim. Zie ook: Deut 4:27; Deut 28:64; Ps 3:4; Luc 1:51–52; Openb 9:6 **59:13** Om de zonde van hun mond, het woord van hun lippen, laat hen gevangen worden in hun hoogmoed. Om de vloek en de leugen die zij vertellen. Brontekst: חַטַּאת (chatat) = zonde van | פִּ֗ימוֹ (pimo) = hun mond | דְּֽבַר (devar) = woord van | שְׂפָ֫תֵ֥ימוֹ (sefateimo) = hun lippen | וְיִלָּכְד֥וּ (veyilakhedu) = en laat gevangen worden | בִגְאוֹנָ֑ם (bigonam) = in hun hoogmoed | וּמֵאָלָ֖ה (umeala) = en om de vloek | וּמִכַּ֣חַשׁ (umikachash) = en om de leugen | יְסַפֵּֽרוּ (yesaperu) = zij vertellen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָלָה (alah), ‘vloek’: een uitgesproken vervloeking. De dichter wil dat de vijanden vallen in hun eigen woorden. Zie ook: Ps 10:7; Spr 12:13; Spr 18:7; Hos 4:2; Mat 12:36–37 **59:14** Maak er een eind aan in toorn, maak er een eind aan, zodat zij er niet meer zijn. Dan zullen zij weten dat Elohim heerst in Jakob, tot de einden van de aarde. Sela. Brontekst: כַּלֵּ֥ה (kale) = maak een eind | בְחֵמָה֮ (bechema) = in toorn | כַּלֵּ֪ה (kale) = maak een eind | וְֽאֵ֫ינֵ֥מוֹ (veeinemo) = zodat zij er niet meer zijn | וְֽיֵדְע֗וּ (veyedeu) = en zij zullen weten | כִּֽי (ki) = dat | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | מֹשֵׁ֣ל (moshel) = heerst | בְּיַעֲקֹ֑ב (beyaaqov) = in Jakob | לְאַפְסֵ֖י (leafsei) = tot de einden van | הָאָ֣רֶץ (haarets) = de aarde | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit is een bede om het oordeel. Wij vertalen de woorden letterlijk, zonder verzachting. Zie ook: Num 32:13; Ps 7:10; Ps 59:12; Ps 83:19; Ezech 39:7 **59:15** Zij keren terug tegen de avond. Zij grommen als een hond en gaan rond door de stad. Brontekst: וְיָשׁ֣וּבוּ (veyashuvu) = en zij keren terug | לָ֭עֶרֶב (laerev) = tegen de avond | יֶהֱמ֥וּ (yehemu) = zij grommen | כַכָּ֗לֶב (kakalev) = als een hond | וִיס֥וֹבְבוּ (visovevu) = en zij gaan rond | עִֽיר (ir) = de stad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit is het refrein van vers 7, nu met ‘en’ ervoor. Zie ook: Ps 22:17; Ps 59:7 **59:16** Zij zwerven rond om te eten. Worden zij niet verzadigd, dan morren zij. Brontekst: הֵ֭מָּה (hema) = zij | יְנִיע֣וּן (yeniun) = zij zwerven rond | לֶאֱכֹ֑ל (leekhol) = om te eten | אִם (im) = als | לֹ֥א (lo) = niet | יִ֝שְׂבְּע֗וּ (yisbeu) = zij verzadigd worden | וַיָּלִֽינוּ (vayalinu) = dan morren zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וַיָּלִינוּ (vayyalinu): het kan komen van het werkwoord ‘overnachten’ (zij blijven de nacht rondhangen) of van ‘morren’. Wij kiezen ‘morren’. De betekenis is onzeker. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is ינועו (yenu’u), de te lezen vorm (qere) is יְנִיעוּן (yeni’un). Beide betekenen ‘zij zwerven rond’. Wij volgen de qere. Zie ook: Job 15:23; Job 30:1–7; Deut 28:53–58; Ps 109:10; Klaagl 5:9 ### Ik zing van Uw sterkte **59:17** Maar ik zal zingen van Uw sterkte. In de morgen jubel ik over Uw trouw. Want U bent mijn hoge toevlucht geweest, een toevlucht op de dag van mijn nood. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | אָשִׁ֣יר (ashir) = zal zingen | עֻזֶּךָ֮ (uzekha) = Uw sterkte | וַאֲרַנֵּ֥ן (vaaranen) = en ik zal jubelen | לַבֹּ֗קֶר (laboqer) = in de morgen | חַ֫סְדֶּ֥ךָ (chasdekha) = Uw trouw | כִּֽי (ki) = want | הָיִ֣יתָ (hayita) = U bent geweest | מִשְׂגָּ֣ב (misgav) = hoge toevlucht | לִ֑י (li) = voor mij | וּ֝מָנ֗וֹס (umanos) = en toevlucht | בְּי֣וֹם (beyom) = op de dag van | צַר (tsar) = nood | לִֽי (li) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֹז (oz), ‘sterkte’: de kracht die Elohim geeft. Vers 17–18 vormen het lofzeggende slot van de psalm, tegenover het refrein in vers 7 en 15. Zie ook: Ps 21:14; Ps 30:6; Ps 59:7; Ps 59:15; Ps 143:8; Rom 15:9; Ef 3:20 **59:18** Mijn sterkte, U zing ik psalmen toe. Want Elohim is mijn hoge toevlucht, de Elohim van mijn trouw. Brontekst: עֻ֭זִּי (uzi) = mijn sterkte | אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = naar U | אֲזַמֵּ֑רָה (azamera) = ik zal psalmen zingen | כִּֽי (ki) = want | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | מִ֝שְׂגַּבִּ֗י (misgabi) = mijn hoge toevlucht | אֱלֹהֵ֥י (elohei) = Elohim van | חַסְדִּֽי (chasdi) = mijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:2; Ps 46:2; Ps 59:10–11 ## Psalmen 60 _Elohim heeft gesproken in Zijn heiligheid_ ### Opschrift **60:1** Voor de koorleider. Op ‘De lelie van de getuigenis’. Een Michtam van David, om te onderwijzen, Brontekst: לַ֭מְנַצֵּחַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַל (al) = op | שׁוּשַׁ֣ן (shushan) = lelie van | עֵד֑וּת (edut) = getuigenis | מִכְתָּ֖ם (mikhtam) = Michtam | לְדָוִ֣ד (ledavid) = van David | לְלַמֵּֽד (lelamed) = om te onderwijzen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling zijn vers 1 en 2 het opschrift; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : שׁוּשַׁן עֵדוּת (shushan edut), ‘De lelie van de getuigenis’: waarschijnlijk de naam van een melodie. De betekenis is onzeker. Voetnoot : מִכְתָּם (michtam), ‘Michtam’: de betekenis is onzeker. Voetnoot : לְלַמֵּד (lelammed), ‘om te onderwijzen’: de psalm moest geleerd worden, zoals Davids klaaglied in 2 Sam. 1:18. Zie ook: 2 Sam 1:18; 2 Sam 5:20; 2 Sam 8:3; 2 Sam 8:12–13; 1 Kron 18:3; Ps 44:10; Ps 60:2 **60:2** toen hij Aram-Naharaim en Aram-Tsoba bestreed, en Joab terugkeerde en Edom versloeg in het Zoutdal: twaalfduizend. Brontekst: בְּהַצּוֹת֨וֹ (behatsoto) = toen hij bestreed | אֶ֥ת (et) = (obj.) | אֲרַ֣ם (aram) = Aram | נַהֲרַיִם֮ (naharayim) = Naharaim | וְאֶת (veet) = en (obj.) | אֲרַ֪ם (aram) = Aram | צ֫וֹבָ֥ה (tsova) = Tsoba | וַיָּ֤שָׁב (vayashav) = en keerde terug | יוֹאָ֗ב (yoav) = Joab | וַיַּ֣ךְ (vayakh) = en versloeg | אֶת (et) = (obj.) | אֱד֣וֹם (edom) = Edom | בְּגֵיא (begei) = in het dal van | מֶ֑לַח (melach) = zout | שְׁנֵ֖ים (sheneim) = twee | עָשָׂ֣ר (asar) = tien | אָֽלֶף (alef) = duizend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Het Zoutdal ligt waarschijnlijk ten zuiden van de Zoutzee, in de Arabah (Israël en Jordanië). De ligging is onzeker. Zie Mesopotamië: Aram-Naharaim (Mesopotamië, ‘Aram van de twee rivieren’) is het gebied rond de bovenloop van de Eufraat en de Tigris; Paddan-Aram ligt daar, bij Charan. Zie Aram-Tsoba (ligging onzeker): Aram-Tsoba was een Aramees rijk ten noorden van Damascus, vermoedelijk in de Bekaa-vallei en het Antilibanon. De precieze grenzen zijn niet bekend. Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Voetnoot Uitleg: Het opschrift verwijst naar Davids oorlogen in 2 Sam. 8:3–14 en 2 Sam. 10:6–19. In 2 Sam. 8:13 verslaat David Aram in het Zoutdal en zijn het 18.000 man. In 1 Kron. 18:12 verslaat Abisai Edom in het Zoutdal, 18.000 man. Dit opschrift noemt Joab en twaalfduizend. Het verschil in naam en getal is niet op te lossen. Voetnoot : אֲרַם נַהֲרַיִם (Aram-Naharaim), ‘Aram van de twee rivieren’: het gebied tussen de Eufraat en de Tigris. Zie ook: 2 Sam 5:20; 2 Sam 8:3; 2 Sam 8:12–13; 2 Sam 8:13; 2 Sam 10:6–19; 1 Kron 18:3; 1 Kron 18:12; Ps 44:10 ### Elohim, U hebt ons verworpen **60:3** Elohim, U hebt ons verworpen, U hebt ons doorbroken. U was toornig. Herstel ons. Brontekst: אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | זְנַחְתָּ֣נוּ (zenachtanu) = U hebt ons verworpen | פְרַצְתָּ֑נוּ (peratstanu) = U hebt ons doorbroken | אָ֝נַ֗פְתָּ (anafta) = U was toornig | תְּשׁ֣וֹבֵ֥ב (teshovev) = herstel | לָֽנוּ (lanu) = ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּשׁוֹבֵב (teshovev), ‘herstel’: letterlijk ‘doe terugkeren’. De bede is dat Elohim zich weer naar Zijn volk keert en het herstelt. Zie ook: 2 Sam 5:20; 2 Sam 8:3; 2 Sam 8:12–13; 1 Kron 18:3; Ps 44:10 **60:4** U hebt het land doen beven, U hebt het opengescheurd. Genees de breuken ervan, want het wankelt. Brontekst: הִרְעַ֣שְׁתָּה (hirashta) = U hebt doen beven | אֶ֣רֶץ (erets) = het land | פְּצַמְתָּ֑הּ (petsamtah) = U hebt het opengescheurd | רְפָ֖ה (refa) = genees | שְׁבָרֶ֣יהָ (shevareiha) = de breuken ervan | כִי (ki) = want | מָֽטָה (mata) = het wankelt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פְּצַמְתָּהּ (petsamtah), ‘U hebt het opengescheurd’: dit woord komt maar één keer voor. De betekenis ‘openscheuren’ is onzeker. De aarde is een beeld van het land na de nederlaag. Zie ook: 2 Kron 7:14; Hos 6:1; Jes 30:26; Jer 48:38; Ezech 34:16 **60:5** U hebt Uw volk harde dingen laten zien. U hebt ons wijn laten drinken die doet waggelen. Brontekst: הִרְאִ֣יתָה (hirita) = U hebt laten zien | עַמְּךָ֣ (amekha) = Uw volk | קָשָׁ֑ה (qasha) = harde dingen | הִ֝שְׁקִיתָ֗נוּ (hishqitanu) = U hebt ons laten drinken | יַ֣יִן (yayin) = wijn | תַּרְעֵלָֽה (tarela) = die doet waggelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תַּרְעֵלָה (tar’elah), ‘wat doet waggelen’: de wijn van Elohims toorn. Vergelijk Jes. 51:17. Zie ook: Ps 71:20; Jes 51:17; Jes 51:22; Jer 25:15; Ezech 23:31–32 **60:6** Aan wie U vrezen, hebt U een banier gegeven, om zich te verheffen vanwege de waarheid. Sela. Brontekst: נָ֘תַ֤תָּה (natata) = U hebt gegeven | לִּירֵאֶ֣יךָ (lireeikha) = aan wie U vrezen | נֵּ֭ס (nes) = een banier | לְהִתְנוֹסֵ֑ס (lehitnoses) = om zich te verheffen | מִ֝פְּנֵ֗י (mipenei) = vanwege | קֹ֣שֶׁט (qoshet) = de waarheid | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot Lezing: קֹשֶׁט (qoshet): de klinkers van de Masoretische tekst geven ‘waarheid’ (zoals in Spr. 22:21). Het woord klinkt ook als קֶשֶׁת (qeshet), ‘boog’. Dan staat er: ‘om zich te verheffen vanwege de boog’, dus op de vlucht voor de boog. Wij volgen de klinkers van de tekst. De betekenis is onzeker. Zie ook: Ex 17:15; Ps 20:6; Spr 22:21; Jes 5:26; Jes 11:12; Jes 13:2 **60:7** Opdat Uw geliefden bevrijd worden: red met Uw rechterhand en antwoord mij. Brontekst: לְ֭מַעַן (lemaan) = opdat | יֵחָלְצ֣וּן (yechaletsun) = bevrijd worden | יְדִידֶ֑יךָ (yedideikha) = Uw geliefden | הוֹשִׁ֖יעָה (hoshia) = red | יְמִֽינְךָ֣ (yeminekha) = met Uw rechterhand | וַעֲנֵֽנִי (vaaneni) = en antwoord mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 7–14 staat ook in Ps. 108:7–14. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is ענינו (anenu), ‘antwoord ons’. De te lezen vorm (qere) is וַעֲנֵנִי (va’aneni), ‘antwoord mij’. Wij volgen de qere. In Ps. 108:7 staat dit ook. Zie ook: Ex 15:6; Ps 17:7; Ps 18:36; Ps 108:7–14; Jes 41:10 ### Elohim heeft gesproken **60:8** Elohim heeft gesproken in Zijn heiligheid: **„Ik zal jubelen. Ik zal Sichem verdelen en het dal van Sukkot afmeten.** Brontekst: אֱלֹהִ֤ים (Elohim) = Elohim | דִּבֶּ֥ר (diber) = heeft gesproken | בְּקָדְשׁ֗וֹ (beqadesho) = in Zijn heiligheid | אֶ֫עְלֹ֥זָה (eloza) = ik zal jubelen | אֲחַלְּקָ֥ה (achaleqa) = ik zal verdelen | שְׁכֶ֑ם (shekhem) = Sichem | וְעֵ֖מֶק (veemeq) = en dal van | סֻכּ֣וֹת (sukot) = Sukkot | אֲמַדֵּֽד (amaded) = ik zal afmeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Sichem: Sichem lag bij het huidige Nablus, tussen de bergen Gerizim en Ebal. Zie Sukkot: Sukkot lag ten oosten van de Jordaan, bij de monding van de Jabbok; de precieze plaats is niet zeker. Voetnoot Uitleg: Vanaf hier spreekt Elohim zelf, tot en met vers 10. Het woord בְּקָדְשׁוֹ (beqodsho) kan ‘in Zijn heiligheid’ of ‘in Zijn heiligdom’ betekenen. Wij vertalen ‘in Zijn heiligheid’. Voetnoot : Sichem en het dal van Sukkot zijn plaatsen ten westen en ten oosten van de Jordaan: Elohim verdeelt het hele land als Zijn eigen bezit. Zie ook: Gen 12:6; Joz 1:6; Joz 13:27; Ps 56:5; Ps 60:10; Ps 89:36 **60:9** **Van Mij is Gilead en van Mij is Manasse. Efraïm is de helm van Mijn hoofd. Juda is Mijn heersersstaf.** Brontekst: לִ֤י (li) = van Mij | גִלְעָ֨ד (gilad) = Gilead | וְלִ֬י (veli) = en van Mij | מְנַשֶּׁ֗ה (menashe) = Manasse | וְ֭אֶפְרַיִם (veefrayim) = en Efraïm | מָע֣וֹז (maoz) = helm van | רֹאשִׁ֑י (roshi) = Mijn hoofd | יְ֝הוּדָ֗ה (yehuda) = Juda | מְחֹֽקְקִי (mechoqeqi) = Mijn heersersstaf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee. Voetnoot Uitleg: Gilead en Manasse liggen ten oosten van de Jordaan. Efraïm en Juda zijn de grote stammen ten westen ervan. De helm (מָעוֹז, ma’oz) is letterlijk ‘vesting, bescherming’. De heersersstaf (מְחֹקְקִי, mechoqeqi) is letterlijk ‘mijn wetgever’; Juda is de stam van de koning (Gen. 49:10). Zie ook: Gen 49:10; Deut 33:17; Joz 13:31; 1 Kron 12:20; 1 Kron 12:38 **60:10** **Moab is Mijn waskom. Over Edom werp Ik Mijn sandaal. Filistea, juich om Mij!”** Brontekst: מוֹאָ֤ב (moav) = Moab | סִ֬יר (sir) = waskom | רַחְצִ֗י (rachtsi) = Mijn wassing | עַל (al) = over | אֱ֭דוֹם (edom) = Edom | אַשְׁלִ֣יךְ (ashlikh) = ik werp | נַעֲלִ֑י (naali) = Mijn sandaal | עָ֝לַ֗י (alay) = om Mij | פְּלֶ֣שֶׁת (peleshet) = Filistea | הִתְרֹעָֽעִֽי (hitroai) = juich Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië. Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod. Voetnoot Uitleg: Moab als waskom, Edom als plek waar Elohim Zijn sandaal werpt: beelden van overheersing. De precieze betekenis van het beeld is onzeker. Voetnoot : הִתְרֹעָעִי (hitro’a’i), ‘juich’: de vorm is onzeker. In Ps. 108:10 staat ‘over Filistea juich Ik’. Hier leest de tekst als een spottende uitnodiging aan Filistea. Zie ook: 2 Sam 8:1–2; 2 Sam 8:14; 2 Sam 21:15–22; 1 Kron 18:13; Ps 108:10–11 ### Wie leidt mij naar Edom? **60:11** Wie brengt mij naar de versterkte stad? Wie leidt mij tot in Edom? Brontekst: מִ֣י (mi) = wie | יֹ֭בִלֵנִי (yovileni) = brengt mij | עִ֣יר (ir) = stad | מָצ֑וֹר (matsor) = versterkte | מִ֖י (mi) = wie | נָחַ֣נִי (nachani) = leidt mij | עַד (ad) = tot | אֱדֽוֹם (edom) = Edom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Voetnoot Uitleg: עִיר מִבְצָר (ir matsor), ‘de versterkte stad’: de hoofdstad van Edom, waarschijnlijk Bosra of Sela (Petra). De ligging is onzeker. Zie ook: Re 1:12; 2 Sam 11:1; 2 Sam 12:26–31; 1 Kron 11:6; 1 Kron 11:17–19 **60:12** Is het niet U, Elohim, die ons verworpen heeft? U trekt niet uit, Elohim, met onze legers. Brontekst: הֲלֹֽא (halo) = is het niet | אַתָּ֣ה (ata) = U | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | זְנַחְתָּ֑נוּ (zenachtanu) = U hebt ons verworpen | וְֽלֹא (velo) = en niet | תֵצֵ֥א (tetse) = trekt U uit | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | בְּצִבְאוֹתֵֽינוּ (betsivoteinu) = met onze legers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּצִבְאוֹתֵינוּ (betsiv’otenu), ‘met onze legers’: letterlijk ‘met onze scharen’. Zie ook: Deut 1:42; Deut 20:4; Joz 7:12; Ps 60:3; Ps 108:12 **60:13** Geef ons hulp uit de nood, want ijdel is de redding door een mens. Brontekst: הָֽבָה (hava) = geef | לָּ֣נוּ (lanu) = ons | עֶזְרָ֣ת (ezrat) = hulp | מִצָּ֑ר (mitsar) = uit de nood | וְ֝שָׁ֗וְא (veshave) = en ijdel | תְּשׁוּעַ֥ת (teshuat) = redding van | אָדָם (adam) = een mens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 108:13; Ps 124:1–3; Ps 130:8; Ps 146:3; Jes 30:7 **60:14** Met Elohim zullen wij machtige daden doen. Hij zal onze vijanden vertrappen. Brontekst: בֵּֽאלֹהִ֥ים (bElohim) = met Elohim | נַעֲשֶׂה (naase) = zullen wij doen | חָ֑יִל (chayil) = macht | וְ֝ה֗וּא (vehu) = en Hij | יָב֥וּס (yavus) = zal vertrappen | צָרֵֽינוּ (tsareinu) = onze vijanden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 1:9; 1 Kron 19:13; Ps 44:6; Jes 63:3; Openb 19:15 ## Psalmen 61 _Leid mij naar de rots die hoger is dan ik_ ### Opschrift **61:1** Voor de koorleider. Op snarenspel. Van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֬חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַֽל (al) = op | נְגִינַ֬ת (neginat) = snarenspel | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’. Voetnoot : עַל נְגִינַת (al neginat), ‘op snarenspel’: een aanwijzing voor de begeleiding met snaarinstrumenten. De betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 4:2; Ps 55:2–3; Ps 86:6; Ps 130:2; Fil 4:6 ### Een roep vanaf het einde van de aarde **61:2** Hoor mijn roep, Elohim. Luister naar mijn gebed. Brontekst: שִׁמְעָ֣ה (shima) = hoor | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | רִנָּתִ֑י (rinati) = mijn roep | הַ֝קְשִׁ֗יבָה (haqshiva) = luister | תְּפִלָּתִֽי (tefilati) = naar mijn gebed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רִנָּה (rinnah), ‘roep’: een luide kreet, hier een hulpkreet. Het woord kan ook een jubelkreet zijn. Zie ook: Ps 4:2; Ps 55:2–3; Ps 86:6; Ps 130:2; Fil 4:6 **61:3** Vanaf het einde van de aarde roep ik tot U, als mijn hart verzwakt. Leid mij naar de rots die hoger is dan ik. Brontekst: מִקְצֵ֤ה (miqtse) = vanaf het einde van | הָאָ֨רֶץ (haarets) = de aarde | אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = tot U | אֶ֭קְרָא (eqra) = ik roep | בַּעֲטֹ֣ף (baatof) = als verzwakt | לִבִּ֑י (libi) = mijn hart | בְּצוּר (betsur) = naar de rots | יָר֖וּם (yarum) = die hoger is | מִמֶּ֣נִּי (mimeni) = dan ik | תַנְחֵֽנִי (tancheni) = leid mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בַּעֲטֹף לִבִּי (ba’atof libbi), ‘als mijn hart verzwakt’: het hart is bedekt of uitgeput, zoals een mens die bijna bezwijkt. Voetnoot : ‘De rots die hoger is dan ik’ (צוּר, tsur): Elohim als een veilige plaats, te hoog voor de dichter om zelf te bereiken. Zie ook: Deut 4:29; Ps 18:3; Ps 62:7; Ps 139:9–10; Jes 32:2 **61:4** Want U bent een toevlucht voor mij geweest, een sterke toren tegenover de vijand. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הָיִ֣יתָ (hayita) = U bent geweest | מַחְסֶ֣ה (machse) = toevlucht | לִ֑י (li) = voor mij | מִגְדַּל (migdal) = toren van | עֹ֝֗ז (oz) = sterkte | מִפְּנֵ֥י (mipenei) = tegenover | אוֹיֵֽב (oyev) = de vijand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:3; Ps 62:8; Ps 116:2; Ps 140:8; Spr 18:10 **61:5** Laat mij voor eeuwig in Uw tent verblijven. Laat mij schuilen in de beschutting van Uw vleugels. Sela. Brontekst: אָג֣וּרָה (agura) = laat mij verblijven | בְ֭אָהָלְךָ (beahalekha) = in Uw tent | עוֹלָמִ֑ים (olamim) = voor eeuwig | אֶֽחֱסֶ֨ה (echese) = laat mij schuilen | בְסֵ֖תֶר (beseter) = in de beschutting van | כְּנָפֶ֣יךָ (kenafeikha) = Uw vleugels | סֶּֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot : אֹהֶל (ohel), ‘tent’: hier de woning van Elohim, het heiligdom. Zie ook Ps. 15:1. Zie ook: Ps 15:1; Ps 17:8; Ps 23:6; Ps 27:4; Ps 63:8; Ps 91:4 ### Elohim heeft mijn geloften gehoord **61:6** Want U, Elohim, hebt mijn geloften gehoord. U hebt mij het erfdeel gegeven van wie Uw naam vrezen. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֣ה (ata) = U | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | שָׁמַ֣עְתָּ (shamata) = hebt gehoord | לִנְדָרָ֑י (lindaray) = mijn geloften | נָתַ֥תָּ (natata) = U hebt gegeven | יְ֝רֻשַּׁ֗ת (yerushat) = het erfdeel van | יִרְאֵ֥י (yirei) = wie vrezen | שְׁמֶֽךָ (shemekha) = Uw naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְרֻשָּׁה (yerushah), ‘erfdeel’: het bezit dat Elohim aan wie Hem vrezen geeft, zoals het land aan Israël. Zie ook: Ps 56:13; Ps 65:2; Ps 86:11; Ps 115:13; Mal 3:16–18 ### Een gebed voor de koning **61:7** Voeg dagen toe aan de dagen van de koning. Laat zijn jaren zijn als generatie na generatie. Brontekst: יָמִ֣ים (yamim) = dagen | עַל (al) = aan | יְמֵי (yemei) = de dagen van | מֶ֣לֶךְ (melekh) = de koning | תּוֹסִ֑יף (tosif) = voeg toe | שְׁ֝נוֹתָ֗יו (shenotav) = zijn jaren | כְּמוֹ (kemo) = als | דֹ֥ר (dor) = generatie | וָדֹֽר (vador) = en generatie Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De dichter bidt voor de koning. Het kan David zijn, of de koning uit Davids huis. In vers 2–6 spreekt de dichter over zichzelf; nu bidt hij voor de koning. Voetnoot : כְּמוֹ דֹר וָדֹר (kemo dor vador), ‘als generatie na generatie’: de jaren van de koning moeten heel lang duren. Zie ook: Ps 21:5; Ps 21:7; Ps 61:2–6; Ps 72:15–17; Ps 89:37–38; Jes 53:10 **61:8** Moge hij voor eeuwig zitten voor het aangezicht van Elohim. Wijs trouw en waarheid aan om hem te bewaren. Brontekst: יֵשֵׁ֣ב (yeshev) = moge hij zitten | ע֭וֹלָם (olam) = voor eeuwig | לִפְנֵ֣י (lifnei) = voor het aangezicht van | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | חֶ֥סֶד (chesed) = trouw | וֶ֝אֱמֶ֗ת (veemet) = en waarheid | מַ֣ן (man) = wijs aan | יִנְצְרֻֽהוּ (yintseruhu) = zij bewaren hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’, en אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: Elohim wijst deze twee toe, als bewakers van de koning. מַן (man), ‘wijs aan’: ook ‘bepaal, benoem’. Zie ook: Gen 24:27; Ps 40:12; Ps 41:13; Ps 57:4; Jes 9:5–6 **61:9** Zo zal ik Uw naam bezingen, voor altijd, terwijl ik dag aan dag mijn geloften betaal. Brontekst: כֵּ֤ן (ken) = zo | אֲזַמְּרָ֣ה (azamera) = zal ik bezingen | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | לָעַ֑ד (laad) = voor altijd | לְֽשַׁלְּמִ֥י (leshalemi) = terwijl ik betaal | נְדָרַ֗י (nedaray) = mijn geloften | י֣וֹם (yom) = dag | יֽוֹם (yom) = dag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 65:2; Ps 66:13–16; Ps 71:22; Ps 79:13; Ps 145:1–2 ## Psalmen 62 _Alleen voor Elohim is mijn ziel stil_ ### Opschrift **62:1** Voor de koorleider. Voor Jedutun. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַֽל (al) = voor | יְדוּת֗וּן (yedutun) = Jedutun | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’. Voetnoot : עַל יְדוּתוּן (al Yedutun), ‘voor Jedutun’: Jedutun was een Leviet, leider van de zang in de tempel. Het kan ook een aanwijzing voor een melodie zijn. De betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 33:20; Ps 62:3; Jes 12:2; Jes 40:31; Klaagl 3:25 ### Alleen bij Elohim is mijn redding **62:2** Alleen voor Elohim is mijn ziel stil. Van Hem komt mijn redding. Brontekst: אַ֣ךְ (akh) = alleen | אֶל (el) = voor | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | דּֽוּמִיָּ֣ה (dumiya) = stil | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | מִ֝מֶּ֗נּוּ (mimenu) = van Hem | יְשׁוּעָתִֽי (yeshuati) = mijn redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. Hier betekent het de dichter zelf. Voetnoot : אַךְ (ach), ‘alleen’: dit woord opent vers 2, 3, 5, 6, 7 en 10. Het kan ook ‘zeker’ of ‘slechts’ betekenen. Wij vertalen steeds ‘alleen’. Voetnoot : דּוּמִיָּה (dumiyyah), ‘stil’: een rustige stilte, een wachten op Elohim. Zie ook: Ps 33:20; Ps 62:3; Ps 62:5; Ps 62:6; Ps 62:7; Ps 62:10; Jes 12:2; Jes 40:31; Klaagl 3:25 **62:3** Alleen Hij is mijn rots en mijn redding, mijn hoge toevlucht. Ik zal niet zeer wankelen. Brontekst: אַךְ (akh) = alleen | ה֣וּא (hu) = Hij | צ֭וּרִי (tsuri) = mijn rots | וִֽישׁוּעָתִ֑י (vishuati) = en mijn redding | מִ֝שְׂגַּבִּ֗י (misgabi) = mijn hoge toevlucht | לֹא (lo) = niet | אֶמּ֥וֹט (emot) = ik zal wankelen | רַבָּֽה (raba) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רַבָּה (rabbah), ‘zeer’: de dichter zegt dat hij niet zwaar zal wankelen. In vers 7 ontbreekt dit woord. Zie ook: Ps 18:3; Ps 62:7; Ps 73:25–26; Jes 26:4; 2 Kor 4:8–9 ### Tegen hen die een man willen laten vallen **62:4** Hoe lang storten jullie je op één man, om hem allen te doden, als een overhellende muur, een wankelende afscheiding? Brontekst: עַד (ad) = tot | אָ֤נָה (ana) = wanneer | תְּהֽוֹתְת֣וּ (tehotetu) = storten jullie je | עַל (al) = op | אִישׁ֮ (ish) = een man | תְּרָצְּח֪וּ (teratsechu) = doden jullie hem | כֻ֫לְּכֶ֥ם (kulekhem) = allen | כְּקִ֥יר (keqir) = als een muur | נָט֑וּי (natuy) = overhellend | גָּ֝דֵ֗ר (gader) = afscheiding | הַדְּחוּיָֽה (hadechuya) = wankelend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּרָצְּחוּ (teratsechu), ‘doden’: het werkwoord betekent ‘vermoorden’. Het beeld is een man die als een scheve muur door een groep wordt omgeduwd. Zie ook: Ex 16:28; Ps 82:2; Ps 140:3; Spr 1:22; Jer 4:14 **62:5** Zij beramen alleen om hem van zijn hoogte te stoten. Zij hebben behagen in leugen. Met hun mond zegenen zij, maar innerlijk vervloeken zij. Sela. Brontekst: אַ֤ךְ (akh) = alleen | מִשְּׂאֵת֨וֹ (miseeto) = van zijn hoogte | יָעֲצ֣וּ (yaatsu) = zij beramen | לְהַדִּיחַ֮ (lehadiach) = om te stoten | יִרְצ֪וּ (yirtsu) = zij hebben behagen in | כָ֫זָ֥ב (kazav) = leugen | בְּפִ֥יו (befiv) = met zijn mond | יְבָרֵ֑כוּ (yevarekhu) = zij zegenen | וּ֝בְקִרְבָּ֗ם (uveqirbam) = en innerlijk | יְקַלְלוּ (yeqallu) = zij vervloeken | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְּׂאֵת (misse’et), ‘hoogte’: de hoge plaats van een man, zijn waardigheid. Voetnoot : סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Zie ook: Ps 5:10; Ps 28:3; Ps 55:22; Rom 1:32; Rom 7:22 ### Wees stil, mijn ziel **62:6** Alleen voor Elohim, wees stil, mijn ziel. Want van Hem komt mijn hoop. Brontekst: אַ֣ךְ (akh) = alleen | לֵ֭אלֹהִים (lElohim) = voor Elohim | דּ֣וֹמִּי (domi) = wees stil | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | כִּי (ki) = want | מִ֝מֶּ֗נּוּ (mimenu) = van Hem | תִּקְוָתִֽי (tiqvati) = mijn hoop Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:13–14; Ps 42:12; Ps 71:5; Mi 7:7; Klaagl 3:24–26 **62:7** Alleen Hij is mijn rots en mijn redding, mijn hoge toevlucht. Ik zal niet wankelen. Brontekst: אַךְ (akh) = alleen | ה֣וּא (hu) = Hij | צ֭וּרִי (tsuri) = mijn rots | וִֽישׁוּעָתִ֑י (vishuati) = en mijn redding | מִ֝שְׂגַּבִּ֗י (misgabi) = mijn hoge toevlucht | לֹ֣א (lo) = niet | אֶמּֽוֹט (emot) = ik zal wankelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 16:8; Ps 18:32–33; Ps 62:3; Ps 112:6; Spr 10:30 **62:8** Op Elohim rusten mijn redding en mijn eer. De rots van mijn sterkte, mijn toevlucht is in Elohim. Brontekst: עַל (al) = op | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | יִשְׁעִ֣י (yishi) = mijn redding | וּכְבוֹדִ֑י (ukhevodi) = en mijn eer | צוּר (tsur) = rots van | עֻזִּ֥י (uzi) = mijn sterkte | מַ֝חְסִ֗י (machsi) = mijn toevlucht | בֵּֽאלֹהִֽים (bElohim) = in Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: hier de eer van de dichter zelf, die bij Elohim rust. Zie ook: Ps 3:4; Ps 18:3; Ps 94:22; Jes 26:4; Jer 3:23 ### Vertrouw op Hem, volk **62:9** Vertrouw te allen tijde op Hem, volk. Stort jullie hart voor Hem uit. Elohim is een toevlucht voor ons. Sela. Brontekst: בִּטְח֘וּ (bitchu) = vertrouw | ב֤וֹ (bo) = op Hem | בְכָל (bekhal) = te allen | עֵ֨ת (et) = tijde | עָ֗ם (am) = volk | שִׁפְכֽוּ (shifkhu) = stort uit | לְפָנָ֥יו (lefanav) = voor Hem | לְבַבְכֶ֑ם (levavkhem) = jullie hart | אֱלֹהִ֖ים (Elohim) = Elohim | מַחֲסֶה (machase) = toevlucht | לָּ֣נוּ (lanu) = voor ons | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָם (am), ‘volk’: hier spreekt de dichter het volk aan, met ‘jullie’. Zie ook: 1 Sam 1:15; Ps 142:3; Jes 26:4; Klaagl 2:19; Fil 4:6 ### Mensen zijn damp **62:10** Alleen damp zijn de mensenkinderen, leugen zijn de zonen van mannen. In de weegschaal gaan zij omhoog. Samen zijn zij lichter dan damp. Brontekst: אַ֤ךְ (akh) = alleen | הֶ֥בֶל (hevel) = damp | בְּנֵֽי (benei) = zonen van | אָדָם֮ (adam) = mensen | כָּזָ֪ב (kazav) = leugen | בְּנֵ֫י (benei) = zonen van | אִ֥ישׁ (ish) = mannen | בְּמֹאזְנַ֥יִם (bemoznayim) = in de weegschaal | לַעֲל֑וֹת (laalot) = om omhoog te gaan | הֵ֝֗מָּה (hema) = zij | מֵהֶ֥בֶל (mehevel) = lichter dan damp | יָֽחַד (yachad) = samen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֶבֶל (hevel), ‘damp’: een ademtocht, een zucht. Het woord is ook de naam Abel (Gen. 4:2). Het staat voor wat vluchtig en leeg is. Voetnoot : בְּנֵי אָדָם (bene adam) en בְּנֵי אִישׁ (bene ish): ‘mensenkinderen’ en ‘zonen van mannen’. Mogelijk gewone mensen en aanzienlijke mensen. Allen samen wegen minder dan een zucht. Zie ook: Gen 4:2; Ps 39:6; Ps 39:12; Ps 118:9; Jes 40:15; Jes 40:17 **62:11** Vertrouw niet op afpersing en word niet ijdel door roof. Als rijkdom toeneemt, zet er dan je hart niet op. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּבְטְח֣וּ (tivtechu) = vertrouw | בְעֹשֶׁק֮ (beosheq) = op afpersing | וּבְגָזֵ֪ל (uvegazel) = en op roof | אַל (al) = niet | תֶּ֫הְבָּ֥לוּ (tehbalu) = word ijdel | חַ֤יִל (chayil) = rijkdom | כִּֽי (ki) = als | יָנ֑וּב (yanuv) = het toeneemt | אַל (al) = niet | תָּשִׁ֥יתוּ (tashitu) = zet | לֵֽב (lev) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַיִל (chayil), ‘rijkdom’: ook ‘kracht’ of ‘bezit’. Zie ook: Job 31:24–25; Ps 52:9; Jes 61:8; Jer 17:11; 1 Tim 6:17 ### Bij Elohim is sterkte en trouw **62:12** Eén keer heeft Elohim gesproken. Twee keer heb ik dit gehoord: dat de sterkte bij Elohim is. Brontekst: אַחַ֤ת (achat) = eenmaal | דִּבֶּ֬ר (diber) = heeft gesproken | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | שְׁתַּֽיִם (shetayim) = tweemaal | ז֥וּ (zu) = dit | שָׁמָ֑עְתִּי (shamati) = heb ik gehoord | כִּ֥י (ki) = dat | עֹ֝֗ז (oz) = sterkte | לֵאלֹהִֽים (lElohim) = bij Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Eén keer… twee keer’ (אַחַת… שְׁתַּיִם): een Hebreeuwse manier om te zeggen dat iets zeker is en vaak herhaald. Wij vertalen de getallen letterlijk. Zie ook: Job 33:14; Job 40:5; Ps 68:35–36; Jes 26:4; Openb 19:1 **62:13** En bij U, mijn Heer, is trouw. Want U vergeldt ieder naar zijn werk. Brontekst: וּלְךָֽ (ulekha) = en bij U | אֲדֹנָ֥י (adonay) = mijn Heer | חָ֑סֶד (chased) = trouw | כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֨ה (ata) = U | תְשַׁלֵּ֖ם (teshalem) = vergeldt | לְאִ֣ישׁ (leish) = aan ieder | כְּֽמַעֲשֵֽׂהוּ (kemaasehu) = naar zijn werk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Elohim. Voetnoot : חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Zie ook: Job 34:11; Ps 103:8; Mat 16:27; 2 Kor 5:10; Rom 2:6 ## Psalmen 63 _Mijn ziel dorst naar U_ ### Opschrift **63:1** Een psalm van David, toen hij in de woestijn van Juda was. Brontekst: מִזְמ֥וֹר (mizmor) = psalm | לְדָוִ֑ד (ledavid) = van David | בִּ֝הְיוֹת֗וֹ (bihyoto) = toen hij was | בְּמִדְבַּ֥ר (bemidbar) = in de woestijn van | יְהוּדָֽה (yehuda) = Juda Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: De woestijn van Juda ligt tussen het bergland van Juda en de Zoutzee, in het oosten van de Westelijke Jordaanoever. Zie Woestijn van Juda: De woestijn van Juda is het dorre gebied tussen het bergland van Juda en de Dode Zee. Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : Het opschrift verwijst naar een tijd dat David in de woestijn was, bijvoorbeeld op de vlucht voor Saul (1 Sam. 23:14; 24:2) of voor zijn zoon Absalom (2 Sam. 15:23; 16:2; 17:29). Het opschrift noemt niet welke tijd. Zie ook: 1 Sam 23:14; 1 Sam 24:2; 2 Sam 15:23; 2 Sam 16:2; 2 Sam 17:29; Ps 42:2–3; Ps 84:3; Ps 91:2; Ps 143:6; Mat 6:33 ### Mijn ziel dorst naar U **63:2** Elohim, U bent mijn El; ik zoek U vroeg. Mijn ziel dorst naar U. Mijn vlees smacht naar U in een dor en uitgeput land zonder water. Brontekst: אֱלֹהִ֤ים (Elohim) = Elohim | אֵלִ֥י (eli) = mijn El | אַתָּ֗ה (ata) = U | אֲֽשַׁחֲ֫רֶ֥ךָּ (ashachareka) = ik zoek U vroeg | צָמְאָ֬ה (tsamea) = dorst | לְךָ֨ (lekha) = naar U | נַפְשִׁ֗י (nafshi) = mijn ziel | כָּמַ֣הּ (kamah) = smacht | לְךָ֣ (lekha) = naar U | בְשָׂרִ֑י (besari) = mijn vlees | בְּאֶֽרֶץ (beerets) = in een land | צִיָּ֖ה (tsiya) = dor | וְעָיֵ֣ף (veayef) = en uitgeput | בְּלִי (beli) = zonder | מָֽיִם (mayim) = water Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. Voetnoot : בָּשָׂר (basar), ‘vlees’: het lichaam, de mens als wezen van vlees. Voetnoot : אֲשַׁחֲרֶךָּ (asjacharecha), ‘ik zoek U vroeg’: het werkwoord hangt samen met ‘morgenrood’ (שַׁחַר). Het kan ook ‘ernstig zoeken’ betekenen. Wij vertalen ‘vroeg zoeken’. Voetnoot : כָּמַהּ (kamah), ‘smachten’: dit woord komt maar één keer voor. De betekenis ‘smachten’ is onzeker. Zie ook: Ps 42:2–3; Ps 84:3; Ps 91:2; Ps 143:6; Mat 6:33 **63:3** Zo heb ik U in het heiligdom aanschouwd, om Uw macht en Uw heerlijkheid te zien. Brontekst: כֵּ֭ן (ken) = zo | בַּקֹּ֣דֶשׁ (baqodesh) = in het heiligdom | חֲזִיתִ֑יךָ (chazitikha) = heb ik U aanschouwd | לִרְא֥וֹת (lirot) = om te zien | עֻ֝זְּךָ֗ (uzekha) = Uw macht | וּכְבוֹדֶֽךָ (ukhevodekha) = en Uw heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֹדֶשׁ (qodesh), ‘heiligdom’: de heilige plaats. David zegt dat hij Elohim daar eerder heeft gezien, nu in de woestijn vol verlangen. Zie ook: 1 Kron 16:11; Ps 27:4; Ps 84:3–12; Ps 96:6; Ps 105:4 **63:4** Want Uw trouw is beter dan het leven. Mijn lippen zullen U loven. Brontekst: כִּי (ki) = want | ט֣וֹב (tov) = beter | חַ֭סְדְּךָ (chasdekha) = Uw trouw | מֵֽחַיִּ֗ים (mechayim) = dan het leven | שְׂפָתַ֥י (sefatay) = mijn lippen | יְשַׁבְּחֽוּנְךָ (yeshabechunekha) = zullen U loven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. שִׁבַּח (shibbach), ‘loven’: met luide stem prijzen. Zie ook: Ps 30:6; Ps 51:17; Ps 69:17; Fil 1:23; Heb 13:15 **63:5** Zo zal ik U zegenen mijn leven lang. In Uw naam hef ik mijn handen op. Brontekst: כֵּ֣ן (ken) = zo | אֲבָרֶכְךָ֣ (avarekhkha) = zal ik U zegenen | בְחַיָּ֑י (bechayay) = mijn leven lang | בְּ֝שִׁמְךָ (beshimkha) = in Uw naam | אֶשָּׂ֥א (esa) = ik hef op | כַפָּֽי (kapay) = mijn handen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Mijn handen opheffen’ is een gebedshouding. Zie ook: Ps 28:2; Ps 104:33; Ps 134:2; Ps 145:1–3; 1 Kon 8:22–66 **63:6** Mijn ziel wordt verzadigd als met vet en overvloed. Met jubelende lippen prijst mijn mond. Brontekst: כְּמ֤וֹ (kemo) = als | חֵ֣לֶב (chelev) = vet | וָ֭דֶשֶׁן (vadeshen) = en overvloed | תִּשְׂבַּ֣ע (tisba) = wordt verzadigd | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | וְשִׂפְתֵ֥י (vesiftei) = en lippen van | רְ֝נָנ֗וֹת (renanot) = jubel | יְהַלֶּל (yehalel) = prijst | פִּֽי (pi) = mijn mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵלֶב וָדֶשֶׁן (chelev vadeshen), ‘vet en overvloed’: de rijkste delen van een maaltijd. De dichter vergelijkt de nabijheid van Elohim met een feestmaal. Zie ook: Ps 17:15; Ps 36:8–10; Ps 43:4; Ps 118:14–15; Jes 25:6 ### Op mijn bed denk ik aan U **63:7** Als ik op mijn bed aan U denk, mijmer ik over U tijdens de nachtwaken. Brontekst: אִם (im) = als | זְכַרְתִּ֥יךָ (zekhartikha) = ik denk aan U | עַל (al) = op | יְצוּעָ֑י (yetsuay) = mijn bed | בְּ֝אַשְׁמֻר֗וֹת (beashmurot) = tijdens de nachtwaken | אֶהְגֶּה (ehge) = mijmer ik | בָּֽךְ (bakh) = over U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 42:9; Ps 119:55; Ps 119:147–148; Ps 149:5; Klaagl 2:19 **63:8** Want U bent mijn hulp geweest. In de schaduw van Uw vleugels jubel ik. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הָיִ֣יתָ (hayita) = U bent geweest | עֶזְרָ֣תָה (ezrata) = mijn hulp | לִּ֑י (li) = voor mij | וּבְצֵ֖ל (uvetsel) = en in de schaduw van | כְּנָפֶ֣יךָ (kenafeikha) = Uw vleugels | אֲרַנֵּֽן (aranen) = jubel ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:8; Ps 27:9; Ps 54:5–6; Ps 61:5; 2 Kor 1:10 **63:9** Mijn ziel hangt achter U aan. Uw rechterhand ondersteunt mij. Brontekst: דָּבְקָ֣ה (daveqa) = hangt aan | נַפְשִׁ֣י (nafshi) = mijn ziel | אַחֲרֶ֑יךָ (achareikha) = achter U | בִּ֝֗י (bi) = mij | תָּמְכָ֥ה (tamekha) = ondersteunt | יְמִינֶֽךָ (yeminekha) = Uw rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:36; Ps 37:24; Ps 73:23; Hoogl 2:6; Jes 41:10 ### Mijn vijanden gaan de diepte in **63:10** Maar zij zoeken mijn leven om het te vernietigen. Zij zullen de diepten van de aarde ingaan. Brontekst: וְהֵ֗מָּה (vehema) = maar zij | לְ֭שׁוֹאָה (leshoa) = om te vernietigen | יְבַקְשׁ֣וּ (yevaqshu) = zij zoeken | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn leven | יָ֝בֹ֗אוּ (yavou) = zij zullen ingaan | בְּֽתַחְתִּיּ֥וֹת (betachtiyot) = in de diepten van | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Hier betekent נֶפֶשׁ (nefesh) ‘leven’: de vijanden zoeken Davids leven. In de andere verzen staat ‘ziel’. Zie ook: Num 16:30–33; 1 Sam 25:29; Ps 9:18; Ps 40:15; Ps 55:16 **63:11** Men zal hen overgeven aan de macht van het zwaard. Zij worden een prooi voor vossen. Brontekst: יַגִּירֻ֥הוּ (yagiruhu) = men zal overgeven | עַל (al) = aan | יְדֵי (yedei) = de macht van | חָ֑רֶב (charev) = het zwaard | מְנָ֖ת (menat) = prooi van | שֻׁעָלִ֣ים (shualim) = vossen | יִהְיֽוּ (yihyu) = zij zullen worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֻׁעָלִים (shu’alim), ‘vossen’: ook ‘jakhalzen’. Vossen of jakhalzen eten aas. Een lijk dat niet begraven wordt, is hun prooi. Voetnoot : יַגִּירֻהוּ (yagiruhu), ‘men zal hen overgeven’: letterlijk ‘men giet hem uit’. Zie ook: 1 Sam 26:10; Jer 18:21; Ezech 35:5; Ezech 39:4; Openb 19:17–18 **63:12** Maar de koning zal zich verheugen in Elohim. Ieder die bij Hem zweert, zal zich beroemen. Want de mond van de leugensprekers wordt gestopt. Brontekst: וְהַמֶּלֶךְ֮ (vehamelekh) = en de koning | יִשְׂמַ֪ח (yismach) = zal zich verheugen | בֵּאלֹ֫הִ֥ים (bElohim) = in Elohim | יִ֭תְהַלֵּל (yithalel) = zal zich beroemen | כָּל (kal) = ieder | הַנִּשְׁבָּ֣ע (hanishba) = die zweert | בּ֑וֹ (bo) = bij Hem | כִּ֥י (ki) = want | יִ֝סָּכֵ֗ר (yisakher) = wordt gestopt | פִּ֣י (pi) = de mond van | דֽוֹבְרֵי (doverei) = sprekers van | שָֽׁקֶר (shaqer) = leugen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בּוֹ (bo), ‘bij Hem’: dit kan Elohim zijn of de koning. Wij lezen Elohim, omdat in het Hebreeuws zweren bij Elohim gebruikelijk is. Zie Deut. 6:13. Zie ook: Deut 6:13; Ps 21:2; Jes 45:23; Jes 65:16; Rom 3:19 ## Psalmen 64 _Elohim schiet een pijl op hen_ ### Opschrift **64:1** Voor de koorleider. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’. Zie ook: Ps 34:5; Ps 130:1–2; Ps 140:2; Ps 141:1; Ps 143:1–3 ### Bescherm mijn leven tegen de vijand **64:2** Hoor mijn stem, Elohim, in mijn klacht. Behoed mijn leven voor de schrik van de vijand. Brontekst: שְׁמַע (shema) = hoor | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | קוֹלִ֣י (qoli) = mijn stem | בְשִׂיחִ֑י (besichi) = in mijn klacht | מִפַּ֥חַד (mipachad) = voor de schrik van | א֝וֹיֵ֗ב (oyev) = de vijand | תִּצֹּ֥ר (titsor) = behoed | חַיָּֽי (chayay) = mijn leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׂיחַ (sichah), ‘klacht’: een zucht, een gesprek met Elohim in nood. Het kan ook ‘gepeins’ betekenen. Zie ook: Ps 34:5; Ps 130:1–2; Ps 140:2; Ps 141:1; Ps 143:1–3 **64:3** Verberg mij voor het geheime beraad van de kwaaddoeners, voor de woelige menigte van onrechtdoeners. Brontekst: תַּ֭סְתִּירֵנִי (tastireni) = verberg mij | מִסּ֣וֹד (misod) = voor het beraad van | מְרֵעִ֑ים (mereim) = kwaaddoeners | מֵ֝רִגְשַׁ֗ת (merigshat) = voor de woelige menigte van | פֹּ֣עֲלֵי (poalei) = daders van | אָֽוֶן (aven) = onrecht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סוֹד (sod), ‘geheim beraad’: een vergadering waar men in het geheim plannen smeedt. Zie ook: Ps 27:5; Ps 31:21; Ps 59:3; Ps 109:2–3; Ps 143:9 ### Zij scherpen hun tong als een zwaard **64:4** Zij hebben hun tong geslepen als een zwaard. Zij hebben hun pijl gespannen: een bitter woord. Brontekst: אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | שָׁנְנ֣וּ (shanenu) = hebben geslepen | כַחֶ֣רֶב (kacherev) = als een zwaard | לְשׁוֹנָ֑ם (leshonam) = hun tong | דָּרְכ֥וּ (darekhu) = zij hebben gespannen | חִ֝צָּ֗ם (chitsam) = hun pijl | דָּבָ֥ר (davar) = woord | מָֽר (mar) = bitter Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De tong als zwaard en het woord als pijl: beelden van laster en leugen. Vergelijk Ps. 57:5. Zie ook: Ps 57:5; Ps 58:8; Jes 54:17; Jer 9:2; Jak 3:6–8 **64:5** Zo schieten zij in het verborgene op de onberispelijke. Plotseling schieten zij op hem en vrezen niet. Brontekst: לִיר֣וֹת (lirot) = om te schieten | בַּמִּסְתָּרִ֣ים (bamistarim) = in het verborgene | תָּ֑ם (tam) = op de onberispelijke | פִּתְאֹ֥ם (pitom) = plotseling | יֹ֝רֻ֗הוּ (yoruhu) = schieten zij op hem | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִירָֽאוּ (yirau) = vrezen zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תָּם (tam), ‘onberispelijke’: iemand die zonder schuld is. Zie ook: Ps 10:8–9; Ps 11:2; Ps 55:20; Neh 4:5; 1 Petr 2:22–23 **64:6** Zij sterken zich in een kwaad plan. Zij praten over het verbergen van strikken. Zij zeggen: „Wie ziet ons?” Brontekst: יְחַזְּקוּ (yechazequ) = zij sterken | לָ֨מוֹ (lamo) = zich | דָּ֘בָ֤ר (davar) = zaak | רָ֗ע (ra) = kwaad | יְֽ֭סַפְּרוּ (yesaperu) = zij praten | לִטְמ֣וֹן (litmon) = over het verbergen van | מוֹקְשִׁ֑ים (moqeshim) = strikken | אָ֝מְר֗וּ (ameru) = zij zeggen | מִ֣י (mi) = wie | יִרְאֶה (yire) = zal zien | לָּֽמוֹ (lamo) = ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 22:13; Ps 10:11; Ps 94:7; Ps 140:6; Ezech 8:12 **64:7** Zij speuren onrecht na: „Wij zijn klaar, het plan is uitgedacht.” Het binnenste van een man en zijn hart zijn diep. Brontekst: יַֽחְפְּֽשׂוּ (yachpesu) = zij speuren na | עוֹלֹ֗ת (olot) = onrecht | תַּ֭מְנוּ (tamnu) = wij zijn klaar | חֵ֣פֶשׂ (chefes) = plan | מְחֻפָּ֑שׂ (mechupas) = uitgedacht | וְקֶ֥רֶב (veqerev) = en het binnenste van | אִ֝֗ישׁ (ish) = een man | וְלֵ֣ב (velev) = en hart | עָמֹֽק (amoq) = diep Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk. Het Hebreeuws herhaalt het woord ‘speuren’ (חפש): ‘zij speuren onrecht na, een uitgespeurd plan’. Wij vertalen letterlijk. Voetnoot Lezing: De zin ‘Wij zijn klaar, het plan is uitgedacht’ (תַּמְנוּ חֵפֶשׂ מְחֻפָּשׂ) staat bij ons als wat de vijanden zeggen. Het kan ook de dichter zijn die over hen spreekt. De tekst is onzeker. Zie ook: Ps 5:10; Jes 29:15; Jer 17:9–10; Dan 6:5–6; Mat 26:59 ### Elohim treft hen **64:8** Dan schiet Elohim een pijl op hen. Plotseling zijn hun wonden er. Brontekst: וַיֹּרֵ֗ם (vayorem) = en schiet | אֱלֹ֫הִ֥ים (Elohim) = Elohim | חֵ֥ץ (chets) = pijl | פִּתְא֑וֹם (pitom) = plotseling | הָ֝י֗וּ (hayu) = zijn | מַכּוֹתָֽם (makotam) = hun wonden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וַיֹּרֵם (vayyorem), ‘dan schiet Hij hen’: Elohim doet met de vijand wat zij met anderen deden. Zij schoten pijlen van woorden; nu schiet Hij een echte pijl. Zie ook: Ps 7:13–14; Ps 18:15; Spr 6:15; Spr 29:1; 1 Tess 5:2–3 **64:9** Zij laten hem struikelen: hun eigen tong is tegen hen. Allen die hen zien, schudden het hoofd. Brontekst: וַיַּכְשִׁיל֣וּהוּ (vayakhshiluhu) = en zij laten hem struikelen | עָלֵ֣ימוֹ (aleimo) = tegen hen | לְשׁוֹנָ֑ם (leshonam) = hun tong | יִ֝תְנֹדֲד֗וּ (yitnodadu) = schudden het hoofd | כָּל (kal) = allen | רֹ֥אֵה (roe) = die ziet | בָֽם (bam) = hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִתְנֹדְדוּ (yitnodedu), ‘schudden het hoofd’: het werkwoord betekent ook ‘wegvluchten’ of ‘zwerven’. De betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 31:12; Ps 140:10; Spr 12:13; Spr 18:7; Mat 21:41 **64:10** Dan vrezen alle mensen. Zij verkondigen het werk van Elohim en beseffen wat Hij heeft gedaan. Brontekst: וַיִּֽירְא֗וּ (vayireu) = en zij vrezen | כָּל (kal) = alle | אָ֫דָ֥ם (adam) = mensen | וַ֭יַּגִּידוּ (vayagidu) = en zij verkondigen | פֹּ֥עַל (poal) = werk van | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | וּֽמַעֲשֵׂ֥הוּ (umaasehu) = en Zijn daad | הִשְׂכִּֽילוּ (hiskilu) = beseffen zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Wat Elohim doet, ziet iedereen, en dat maakt dat de mensen Hem vrezen. Zie ook: Ps 40:4; Ps 107:42–43; Hos 14:10; Jes 5:12; Jer 51:10 ### De rechtvaardige verheugt zich in Yahweh **64:11** De rechtvaardige zal zich verheugen in Yahweh en bij Hem schuilen. Alle oprechten van hart zullen zich beroemen. Brontekst: יִשְׂמַ֬ח (yismach) = verheugt zich | צַדִּ֣יק (tsadiq) = rechtvaardige | בַּ֭יהוָה (baYahweh) = in Yahweh | וְחָ֣סָה (vechasa) = en schuilt | ב֑וֹ (bo) = bij Hem | וְ֝יִתְהַֽלְל֗וּ (veyithallu) = en zullen zich beroemen | כָּל (kal) = alle | יִשְׁרֵי (yishrei) = oprechten van | לֵֽב (lev) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִתְהַלְלוּ (yithallelu), ‘zich beroemen’: zich beroemen in Yahweh, dat is Hem prijzen. Zie ook: Ps 25:20; Ps 32:11–33:1; Ps 40:4; Ps 112:2; 1 Kor 1:30–31 ## Psalmen 65 _Lofzang voor de Elohim van Sion, die de aarde laat overvloeien_ ### Opschrift **65:1** Voor de koorleider. Een psalm van David, een lied. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מִזְמ֗וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִ֥ד (ledavid) = van David | שִֽׁיר (shir) = een lied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Wij vertalen ‘koorleider’. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 21:14; Ps 56:13; Ps 62:2; Ps 76:12; Ps 116:17–18 ### Lofzang in Sion **65:2** Voor U is de stilte lofzang, Elohim, in Sion. En aan U wordt de gelofte betaald. Brontekst: לְךָ֤ (lekha) = voor U | דֻֽמִיָּ֬ה (dumiya) = stilte | תְהִלָּ֓ה (tehila) = lofzang | אֱלֹ֘הִ֥ים (Elohim) = Elohim | בְּצִיּ֑וֹן (betsiyon) = in Sion | וּ֝לְךָ֗ (ulekha) = en voor U | יְשֻׁלַּם (yeshulam) = wordt betaald | נֶֽדֶר (neder) = gelofte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: דֻמִיָּה (dumiyyah), ‘stilte’: de stilte van wie in ontzag zwijgt en wacht. De uitleggers verschillen. Het kan ook ‘wachten’ betekenen. Voetnoot Lezing: Wij volgen de Masoretische tekst: ‘Voor U is de stilte lofzang’. Sommige oude vertalingen hebben ‘U komt lofzang toe’. Zie ook: Ps 21:14; Ps 56:13; Ps 62:2; Ps 76:12; Ps 116:17–18 **65:3** U die het gebed hoort, tot U komt al wat vlees is. Brontekst: שֹׁמֵ֥עַ (shomea) = hoorder van | תְּפִלָּ֑ה (tefila) = gebed | עָ֝דֶ֗יךָ (adeikha) = tot U | כָּל (kal) = alle | בָּשָׂ֥ר (basar) = vlees | יָבֹֽאוּ (yavou) = zij komen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 86:9; Jes 65:24; Jes 66:23; Jer 29:12–13; 1 Joh 5:14–15 **65:4** Dingen van schuld zijn mij te sterk geworden. Onze overtredingen: U doet er verzoening voor. Brontekst: דִּבְרֵ֣י (divrei) = dingen van | עֲ֭וֺנֹת (avonot) = schulden | גָּ֣בְרוּ (gaveru) = zijn te sterk geworden | מֶ֑נִּי (meni) = voor mij | פְּ֝שָׁעֵ֗ינוּ (peshaeinu) = onze overtredingen | אַתָּ֥ה (ata) = U | תְכַפְּרֵֽם (tekhaperem) = doet verzoening voor hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דִּבְרֵי עֲוֺנֹת (divrei avonot), ‘dingen van schuld’: de schuld die op de dichter ligt. Hij spreekt eerst voor zichzelf (‘mij’) en dan voor het volk (‘onze’). Voetnoot : כִּפֶּר (kipper), ‘verzoening doen’: schuld bedekken en wegdoen (Lev. 16:30). Zie ook: Lev 16:30; Ps 38:5; Ps 79:9; Jes 6:7; Heb 9:14; 1 Joh 1:7–9 **65:5** Gelukkig is hij die U kiest en laat naderen, zodat hij in Uw voorhoven woont. Wij worden verzadigd met het goede van Uw huis, het heilige van Uw tempel. Brontekst: אַשְׁרֵ֤י (ashrei) = gelukkig | תִּֽבְחַ֣ר (tivchar) = U kiest | וּתְקָרֵב֮ (uteqarev) = en laat naderen | יִשְׁכֹּ֪ן (yishkon) = hij woont | חֲצֵ֫רֶ֥יךָ (chatsereikha) = Uw voorhoven | נִ֭שְׂבְּעָה (nisbea) = wij worden verzadigd | בְּט֣וּב (betuv) = met het goede van | בֵּיתֶ֑ךָ (beitekha) = Uw huis | קְ֝דֹ֗שׁ (qedosh) = het heilige van | הֵיכָלֶֽךָ (heikhalekha) = Uw tempel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַשְׁרֵי (ashrei), ‘gelukkig’: gelukkig is wie door Elohim gekozen is. Voetnoot : הֵיכָל (heichal), ‘tempel’: het heiligdom in Jeruzalem. Zie ook: Ps 23:6; Ps 33:12; Ps 84:5; Ps 106:4–5; Ef 1:4 ### Elohim, vertrouwen van de uithoeken van de aarde **65:6** Met ontzagwekkende daden antwoordt U ons in gerechtigheid, Elohim van onze redding. U bent het vertrouwen van alle uithoeken van de aarde en van de verre zee. Brontekst: נ֤וֹרָא֨וֹת (noraot) = ontzagwekkende daden | בְּצֶ֣דֶק (betsedeq) = in gerechtigheid | תַּ֭עֲנֵנוּ (taanenu) = U antwoordt ons | אֱלֹהֵ֣י (elohei) = Elohim van | יִשְׁעֵ֑נוּ (yishenu) = onze redding | מִבְטָ֥ח (mivtach) = vertrouwen van | כָּל (kal) = alle | קַצְוֵי (qatsvei) = uithoeken van | אֶ֝֗רֶץ (erets) = aarde | וְיָ֣ם (veyam) = en zee | רְחֹקִֽים (rechoqim) = verre Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws heeft hier geen werkwoord bij ‘vertrouwen’. Wij schrijven ‘U bent’. Zie ook: Deut 10:21; Ps 45:5; Ps 66:3; Jes 45:22; Openb 15:3–4 **65:7** Hij zet de bergen vast door Zijn kracht. Hij is omgord met macht. Brontekst: מֵכִ֣ין (mekhin) = die vastzet | הָרִ֣ים (harim) = bergen | בְּכֹח֑וֹ (bekhocho) = door Zijn kracht | נֶ֝אְזָ֗ר (nezar) = omgord | בִּגְבוּרָֽה (bigvura) = met macht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 24:2; Ps 93:1; Ps 119:90; Mi 6:2; Hab 3:6 **65:8** Hij brengt het gebulder van de zeeën tot rust, het gebulder van hun golven, en het rumoer van de volken. Brontekst: מַשְׁבִּ֤יחַ (mashbiach) = die tot rust brengt | שְׁא֣וֹן (sheon) = gebulder van | יַ֭מִּים (yamim) = zeeën | שְׁא֥וֹן (sheon) = gebulder van | גַּלֵּיהֶ֗ם (galeihem) = hun golven | וַהֲמ֥וֹן (vahamon) = en rumoer van | לְאֻמִּֽים (leumim) = volken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 89:10; Ps 93:3–4; Ps 107:29; Jes 17:12–13; Joh 18:6 **65:9** De bewoners van de uithoeken vrezen Uw tekenen. De plaatsen waar de morgen en de avond uitgaan, doet U jubelen. Brontekst: וַיִּ֤ירְא֨וּ (vayireu) = en zij vrezen | יֹשְׁבֵ֣י (yoshevei) = bewoners van | קְ֭צָוֺת (qetsavot) = uithoeken | מֵאוֹתֹתֶ֑יךָ (meototeikha) = voor Uw tekenen | מ֤וֹצָֽאֵי (motsaei) = uitgangen van | בֹ֖קֶר (boqer) = morgen | וָעֶ֣רֶב (vaerev) = en avond | תַּרְנִֽין (tarnin) = U doet jubelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מוֹצָאֵי בֹקֶר וָעֶרֶב (motsa’ei boqer va’erev), ‘de uitgangen van morgen en avond’: de plaatsen waar de zon opkomt en ondergaat, dus het oosten en het westen. Zie ook: Ps 74:16; Ps 104:20–23; Ps 126:2; Ps 136:8; Ps 148:3 ### Elohim laat de aarde overvloeien **65:10** U bezoekt de aarde en laat haar overvloeien. U maakt haar zeer rijk. De stroom van Elohim is vol water. U maakt hun koren gereed, want zo maakt U haar gereed. Brontekst: פָּקַ֥דְתָּ (paqadta) = U bezoekt | הָאָ֨רֶץ (haarets) = de aarde | וַתְּשֹׁ֪קְקֶ֡הָ (vateshoqeqeha) = en U laat haar overvloeien | רַבַּ֬ת (rabat) = zeer | תַּעְשְׁרֶ֗נָּה (tasherena) = U maakt haar rijk | פֶּ֣לֶג (peleg) = stroom van | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | מָ֣לֵא (male) = vol | מָ֑יִם (mayim) = water | תָּכִ֥ין (takhin) = U maakt gereed | דְּ֝גָנָ֗ם (deganam) = hun koren | כִּי (ki) = want | כֵ֥ן (ken) = zo | תְּכִינֶֽהָ (tekhineha) = U maakt haar gereed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פֶּלֶג אֱלֹהִים (peleg Elohim), ‘de stroom van Elohim’: de bron van de regen in de hemel. Het is een beeld van Zijn zorg voor het land. Voetnoot : פָּקַד (paqad), ‘bezoeken’: U komt naar de aarde toe en zorgt voor haar. Zie ook: Ps 46:5; Ps 68:10–11; Ps 104:13–15; Jer 5:24; Openb 22:1 **65:11** Haar voren drenkt U, haar ruggen effent U. Met regenbuien maakt U haar zacht, haar gewas zegent U. Brontekst: תְּלָמֶ֣יהָ (telameiha) = haar voren | רַ֭וֵּה (rave) = drenk | נַחֵ֣ת (nachet) = effen | גְּדוּדֶ֑יהָ (gedudeiha) = haar ruggen | בִּרְבִיבִ֥ים (birvivim) = met regenbuien | תְּ֝מֹגְגֶ֗נָּה (temogegena) = U maakt haar zacht | צִמְחָ֥הּ (tsimchah) = haar gewas | תְּבָרֵֽךְ (tevarekh) = U zegent Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רַוֵּה (ravveh) en נַחֵת (nachet) hebben in het Hebreeuws een vorm die op een gebod lijkt. Wij lezen ze als beschrijving van wat Elohim doet: ‘drenken’ en ‘effenen’. Zie ook: Deut 32:2; Ps 147:8; 1 Kor 3:6–7 **65:12** U kroont het jaar met Uw goedheid, en Uw sporen druipen van vet. Brontekst: עִ֭טַּרְתָּ (itarta) = U kroont | שְׁנַ֣ת (shenat) = jaar van | טוֹבָתֶ֑ךָ (tovatekha) = Uw goedheid | וּ֝מַעְגָּלֶ֗יךָ (umagaleikha) = en Uw sporen | יִרְעֲפ֥וּן (yirafun) = druipen | דָּֽשֶׁן (dashen) = vet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דֶּשֶׁן (deshen), ‘vet’: beeld van overvloed. De sporen zijn de sporen van Zijn wagen, die vruchtbaarheid achterlaten. Zie ook: Ps 5:13; Ps 36:9; Ps 103:4; Joël 2:21–26; Hag 2:19 **65:13** De weiden van de woestijn druipen, en de heuvels omgorden zich met vreugde. Brontekst: יִ֭רְעֲפוּ (yirafu) = zij druipen | נְא֣וֹת (neot) = weiden van | מִדְבָּ֑ר (midbar) = woestijn | וְ֝גִ֗יל (vegil) = en vreugde | גְּבָע֥וֹת (gevaot) = heuvels | תַּחְגֹּֽרְנָה (tachgorena) = zij omgorden zich Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 38:26–27; Ps 65:7; Ps 104:10–13; Joël 2:22; Jes 61:10–11 **65:14** De weiden kleden zich met de kudden, en de dalen bedekken zich met koren. Ze juichen, ja, ze zingen. Brontekst: לָבְשׁ֬וּ (laveshu) = zij kleden zich | כָרִ֨ים (karim) = weiden | הַצֹּ֗אן (hatson) = de kudden | וַעֲמָקִ֥ים (vaamaqim) = en dalen | יַֽעַטְפוּ (yaatfu) = zij bedekken zich | בָ֑ר (bar) = koren | יִ֝תְרוֹעֲע֗וּ (yitroau) = zij juichen | אַף (af) = ja | יָשִֽׁירוּ (yashiru) = zij zingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כָּרִים (karim), ‘weiden’: het woord kan ook ‘lammeren’ betekenen. Wij vertalen ‘weiden’ vanwege de ‘dalen’ in de tweede helft. Zie ook: Ps 96:11–13; Jes 30:23; Jes 35:1–2; Jes 55:12; Hand 14:17 ## Psalmen 66 _Juich voor Elohim en breng Hem de geloften_ ### Allen: juich voor Elohim **66:1** Voor de koorleider. Een lied, een psalm. Juich voor Elohim, heel de aarde. Brontekst: לַ֭מְנַצֵּחַ (lamnatseach) = voor de koorleider | שִׁ֣יר (shir) = een lied | מִזְמ֑וֹר (mizmor) = een psalm | הָרִ֥יעוּ (hariu) = juich | לֵ֝אלֹהִים (lElohim) = voor Elohim | כָּל (kal) = heel | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Wij vertalen ‘koorleider’. Zie ook: 1 Kron 16:23–24; Ps 81:2; Ps 98:4; Ps 100:1; Ps 150:6 **66:2** Bezing de heerlijkheid van Zijn naam. Maak Zijn lof heerlijk. Brontekst: זַמְּר֥וּ (zameru) = bezing | כְבֽוֹד (kevod) = heerlijkheid van | שְׁמ֑וֹ (shemo) = Zijn naam | שִׂ֥ימוּ (simu) = maak | כָ֝ב֗וֹד (kavod) = heerlijk | תְּהִלָּתֽוֹ (tehilato) = Zijn lof Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 105:2–3; Jes 42:12; Jes 49:13; Openb 4:8–11; Openb 5:13 **66:3** Zeg tot Elohim: „Wat zijn Uw daden ontzagwekkend! Door de grootheid van Uw kracht liegen Uw vijanden tegen U. Brontekst: אִמְר֣וּ (imru) = zegt | לֵ֭אלֹהִים (lElohim) = tot Elohim | מַה (ma) = hoe | נּוֹרָ֣א (nora) = ontzagwekkend | מַעֲשֶׂ֑יךָ (maaseikha) = Uw daden | בְּרֹ֥ב (berov) = door de grootheid van | עֻ֝זְּךָ֗ (uzekha) = Uw kracht | יְֽכַחֲשׁ֖וּ (yekhachashu) = zij liegen | לְךָ֣ (lekha) = tegen U | אֹיְבֶֽיךָ (oyeveikha) = Uw vijanden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְכַחֲשׁוּ (yekhachashu), ‘zij liegen’: de vijanden doen alsof zij zich onderwerpen, uit angst voor Zijn kracht. Het is geen echte onderwerping. Zie ook: Ps 18:45; Ps 22:29–30; Ps 47:3; Ps 65:6; Ps 81:16 **66:4** Heel de aarde buigt zich neer voor U en bezingt U. Zij bezingen Uw naam.” Sela. Brontekst: כָּל (kal) = heel | הָאָ֤רֶץ (haarets) = de aarde | יִשְׁתַּחֲו֣וּ (yishtachavu) = zij buigen zich neer | לְ֭ךָ (lekha) = voor U | וִֽיזַמְּרוּ (vizameru) = en zij bezingen | לָ֑ךְ (lakh) = U | יְזַמְּר֖וּ (yezameru) = zij bezingen | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker. Het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot : De aanhalingstekens sluiten hier, omdat vers 3–4 de woorden zijn die men tot Elohim moet zeggen. Zie ook: Ps 22:28; Ps 66:3–4; Ps 96:1–2; Ps 117:1; Mal 1:11; Openb 15:4 ### Kom en zie de werken van Elohim **66:5** Kom en zie de werken van Elohim. Ontzagwekkend is Zijn handelen onder de mensenkinderen. Brontekst: לְכ֣וּ (lekhu) = kom | וּ֭רְאוּ (ureu) = en zie | מִפְעֲל֣וֹת (mifalot) = werken van | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | נוֹרָ֥א (nora) = ontzagwekkend | עֲ֝לִילָ֗ה (alila) = in handelen | עַל (al) = onder | בְּנֵ֥י (benei) = kinderen van | אָדָֽם (adam) = de mens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 23:23; Ps 66:3; Ps 66:16; Ps 111:2; Ps 126:1–3 **66:6** Hij heeft de zee veranderd in droog land. Zij trekken te voet door de rivier. Daar laten wij ons in Hem verblijden. Brontekst: הָ֤פַךְ (hafakh) = Hij heeft veranderd | יָ֨ם (yam) = zee | לְֽיַבָּשָׁ֗ה (leyabasha) = in droog land | בַּ֭נָּהָר (banahar) = door de rivier | יַֽעַבְר֣וּ (yaavru) = zij trekken door | בְרָ֑גֶל (beragel) = te voet | שָׁ֝֗ם (sham) = daar | נִשְׂמְחָה (nismecha) = laten wij ons verblijden | בּֽוֹ (bo) = in Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De zee is de Rietzee (Exod. 14:21–22). De rivier is de Jordaan (Joz. 3:14–17). Het volk herinnert zich beide wonderen. Zie ook: Ex 14:21–22; Ex 15:1–21; Joz 3:14; Joz 3:16; Ps 78:13 **66:7** Hij heerst door Zijn macht voor eeuwig. Zijn ogen houden de volken in het oog. De weerspannigen mogen zich niet verheffen. Sela. Brontekst: מֹ֘שֵׁ֤ל (moshel) = heerser | בִּגְבוּרָת֨וֹ (bigvurato) = door Zijn macht | עוֹלָ֗ם (olam) = eeuwig | עֵ֭ינָיו (einav) = Zijn ogen | בַּגּוֹיִ֣ם (bagoyim) = onder de volken | תִּצְפֶּ֑ינָה (titspeina) = zij houden in het oog | הַסּוֹרְרִ֓ים (hasorerim) = de weerspannigen | אַל (al) = niet | יָר֖וּמוּ (yarumu) = laten zij zich verheffen | לָ֣מוֹ (lamo) = voor zichzelf | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het schrift heeft יָרִימוּ (yarimu), ‘zij verheffen’. De leestraditie (qere) heeft יָרוּמוּ (yarumu), ‘zij zullen zich verheffen’. Wij volgen de leestraditie. Zie ook: Job 9:4; Ps 11:4; 2 Kron 16:9; Dan 4:32; Mat 28:18 ### Elohim heeft ons beproefd en uitgeleid **66:8** Zegen onze Elohim, volkeren, en laat de stem van Zijn lof horen. Brontekst: בָּרְכ֖וּ (barekhu) = zegent | עַמִּ֥ים (amim) = volkeren | אֱלֹהֵ֑ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | וְ֝הַשְׁמִ֗יעוּ (vehashmiu) = en laat horen | ק֣וֹל (qol) = stem van | תְּהִלָּתֽוֹ (tehilato) = Zijn lof Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 47:2; Ps 66:2; Ps 98:4; Jer 33:11; Openb 19:1 **66:9** Hij zet onze ziel in het leven en laat onze voet niet wankelen. Brontekst: הַשָּׂ֣ם (hasam) = die zet | נַ֭פְשֵׁנוּ (nafshenu) = onze ziel | בַּֽחַיִּ֑ים (bachayim) = in het leven | וְלֹֽא (velo) = en niet | נָתַ֖ן (natan) = Hij laat | לַמּ֣וֹט (lamot) = wankelen | רַגְלֵֽנוּ (raglenu) = onze voet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het gehele levende wezen, de persoon met zijn leven en adem. Waar de zin dat nodig heeft, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’. Zie ook: 1 Sam 2:9; Ps 37:23–24; Ps 94:18; Ps 112:6; Ps 121:3 **66:10** Want U hebt ons beproefd, Elohim. U hebt ons gelouterd zoals zilver wordt gelouterd. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | בְחַנְתָּ֥נוּ (bechantanu) = U hebt beproefd ons | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | צְ֝רַפְתָּ֗נוּ (tseraftanu) = U hebt gelouterd ons | כִּצְרָף (kitsraf) = zoals louteren van | כָּֽסֶף (kasef) = zilver Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 23:10; Ps 17:3; Spr 17:3; Jes 48:10; 1 Petr 1:6–7 **66:11** U hebt ons in het net gebracht. U hebt een zware last op onze lenden gelegd. Brontekst: הֲבֵאתָ֥נוּ (havetanu) = U hebt gebracht ons | בַמְּצוּדָ֑ה (bametsuda) = in het net | שַׂ֖מְתָּ (samta) = U hebt gelegd | מוּעָקָ֣ה (muaqa) = een last | בְמָתְנֵֽינוּ (bemateneinu) = op onze lenden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְצוּדָה (metsudah), ‘net’: een vangnet of strik. Het woord kan ook ‘bergvesting’ betekenen. Hier past ‘net’ bij de gevangenschap. Voetnoot : מָתְנַיִם (motnayim), ‘lenden’: de heupen, waar een last gedragen wordt. Zie ook: Job 19:6; Hos 7:12; Klaagl 1:13; Klaagl 3:2–66; Ezech 12:13 **66:12** U liet mensen over ons hoofd rijden. Wij zijn door vuur en water gegaan, maar U hebt ons uitgeleid naar overvloed. Brontekst: הִרְכַּ֥בְתָּ (hirkavta) = U liet rijden | אֱנ֗וֹשׁ (enosh) = mens | לְרֹ֫אשֵׁ֥נוּ (leroshenu) = over ons hoofd | בָּֽאנוּ (banu) = wij kwamen | בָאֵ֥שׁ (baesh) = door vuur | וּבַמַּ֑יִם (uvamayim) = en door water | וַ֝תּוֹצִיאֵ֗נוּ (vatotsienu) = en U leidde ons uit | לָֽרְוָיָֽה (larevaya) = naar overvloed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱנוֹשׁ (enosh), ‘mens’: een sterfelijk mens. Het beeld is dat mensen over ons heen rijden en ons onderdrukken. ‘Door vuur en water’ is een uitdrukking voor zware nood. Zie ook: Ps 40:3–4; Jes 43:1–2; Jes 51:23; Jak 5:11; Openb 7:14–17 ### Eén persoon brengt zijn geloften **66:13** Ik kom in Uw huis met brandoffers. Ik betaal U mijn geloften, Brontekst: אָב֣וֹא (avo) = ik kom | בֵיתְךָ֣ (beitekha) = Uw huis | בְעוֹל֑וֹת (beolot) = met brandoffers | אֲשַׁלֵּ֖ם (ashalem) = ik betaal | לְךָ֣ (lekha) = U | נְדָרָֽי (nedaray) = mijn geloften Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 56:13; Ps 100:4; Ps 116:17–19; Pred 5:3; Heb 13:15 **66:14** wat mijn lippen hebben uitgesproken en mijn mond heeft gezegd toen ik in nood was. Brontekst: אֲשֶׁר (asher) = wat | פָּצ֥וּ (patsu) = zij openden | שְׂפָתָ֑י (sefatay) = mijn lippen | וְדִבֶּר (vediber) = en sprak | פִּ֝֗י (pi) = mijn mond | בַּצַּר (batsar) = in nood | לִֽי (li) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 30:3; Re 11:35–36; 1 Sam 1:11; 2 Sam 22:7; Ps 18:7 **66:15** Brandoffers van vette dieren laat ik voor U opgaan, met de rook van rammen. Ik offer runderen met bokken. Sela. Brontekst: עֹ֘ל֤וֹת (olot) = brandoffers van | מֵחִ֣ים (mechim) = vette dieren | אַעֲלֶה (aale) = ik laat opgaan | לָּ֭ךְ (lakh) = voor U | עִם (im) = met | קְטֹ֣רֶת (qetoret) = rook van | אֵילִ֑ים (eilim) = rammen | אֶ֥עֱשֶֽׂה (eese) = ik offer | בָקָ֖ר (baqar) = runderen | עִם (im) = met | עַתּוּדִ֣ים (atudim) = bokken | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קְטֹרֶת (qetoret), ‘rook’: de rook die van het offer opstijgt. Voetnoot : עֹלוֹת (olot), ‘brandoffers’: offers die geheel op het altaar worden verbrand (Lev. 1). Zie ook: Num 6:14; 2 Sam 6:13; 2 Sam 6:17–19; Ps 51:21; Jer 41:5 ### Kom, luister: wat Elohim voor mij deed **66:16** Kom, luister, allen die Elohim vrezen, en ik zal vertellen wat Hij voor mijn ziel heeft gedaan. Brontekst: לְכֽוּ (lekhu) = kom | שִׁמְע֣וּ (shimu) = luister | וַ֭אֲסַפְּרָה (vaasapera) = en ik zal vertellen | כָּל (kal) = allen | יִרְאֵ֣י (yirei) = die vrezen | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | אֲשֶׁ֖ר (asher) = wat | עָשָׂ֣ה (asa) = Hij heeft gedaan | לְנַפְשִֽׁי (lenafshi) = voor mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:12; Ps 71:15; Ps 71:18; Mal 3:16; 1 Joh 1:3 **66:17** Tot Hem riep ik met mijn mond, en een lofzang was onder mijn tong. Brontekst: אֵלָ֥יו (elav) = tot Hem | פִּֽי (pi) = mijn mond | קָרָ֑אתִי (qarati) = ik riep | וְ֝רוֹמַ֗ם (veromam) = en lofzang | תַּ֣חַת (tachat) = onder | לְשׁוֹנִֽי (leshoni) = mijn tong Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוֹמַם (romam), ‘verheffing’: een verheven lof. Het beeld is dat de lofzang al onder de tong ligt, klaar om uit te spreken. Zie ook: Ps 30:2; Ps 34:4–5; Ps 34:7; Ps 116:1–2; Ps 116:12 **66:18** Als ik onrecht in mijn hart had gezien, zou mijn Heer niet horen. Brontekst: אָ֭וֶן (aven) = onrecht | אִם (im) = als | רָאִ֣יתִי (raiti) = ik zag | בְלִבִּ֑י (belibi) = in mijn hart | לֹ֖א (lo) = niet | יִשְׁמַ֣ע (yishma) = zou horen | אֲדֹנָֽי (adonay) = mijn Heer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: hier de aanspreking van Elohim. Voetnoot : רָאִיתִי (ra’iti), ‘ik zag’: onrecht in het hart zien is het koesteren, het met instemming bekijken. Zie ook: Spr 15:8; Spr 15:29; Spr 28:9; Jes 1:15; Joh 9:31 **66:19** Maar Elohim heeft werkelijk gehoord. Hij heeft gelet op de stem van mijn gebed. Brontekst: אָ֭כֵן (akhen) = werkelijk | שָׁמַ֣ע (shama) = Hij heeft gehoord | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | הִ֝קְשִׁ֗יב (hiqshiv) = Hij heeft gelet | בְּק֣וֹל (beqol) = op de stem van | תְּפִלָּתִֽי (tefilati) = mijn gebed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 6:10; Ps 116:1–2; Klaagl 3:55–56; Heb 5:7; 1 Joh 3:20–22 **66:20** Gezegend is Elohim, die mijn gebed niet heeft afgewezen en Zijn trouw niet van mij heeft weggenomen. Brontekst: בָּר֥וּךְ (barukh) = gezegend | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | לֹֽא (lo) = niet | הֵסִ֘יר (hesir) = Hij heeft afgewezen | תְּפִלָּתִ֥י (tefilati) = mijn gebed | וְ֝חַסְדּ֗וֹ (vechasdo) = en Zijn trouw | מֵאִתִּֽי (meiti) = van mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֵסִיר (hesir), ‘wegnemen’: één werkwoord bij ‘gebed’ en ‘trouw’. Wij vertalen het twee keer: ‘afgewezen’ bij het gebed, ‘weggenomen’ bij de trouw. Voetnoot : חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Zie ook: 2 Sam 7:14–15; Ps 22:25; Ps 51:13; Ps 68:36; Ps 86:12–13 ## Psalmen 67 _Moge Elohim ons zegenen, zodat alle volkeren Hem loven_ ### Opschrift **67:1** Voor de koorleider, met snarenspel. Een psalm, een lied. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥ח (lamnatsech) = voor de koorleider | בִּנְגִינֹ֗ת (binginot) = met snarenspel | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | שִֽׁיר (shir) = een lied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Wij vertalen ‘koorleider’. Voetnoot : נְגִינֹת (neginot), ‘snarenspel’: muziek op snaarinstrumenten. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Num 6:24–27; Ps 4:2; Ps 4:7; Ps 31:17; 2 Kor 4:6 ### Zegen over ons **67:2** Moge Elohim ons genadig zijn en ons zegenen. Moge Hij Zijn aangezicht bij ons laten schijnen. Sela. Brontekst: אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | יְחָנֵּ֥נוּ (yechanenu) = moge genadig zijn voor ons | וִֽיבָרְכֵ֑נוּ (vivarekhenu) = en zegenen ons | יָ֤אֵ֥ר (yaer) = moge laten schijnen | פָּנָ֖יו (panav) = Zijn aangezicht | אִתָּ֣נוּ (itanu) = bij ons | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker. Het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot : Het vers lijkt op de zegen van Aäron (Num. 6:24–26). חָנַן (chanan), ‘genadig zijn’, hoort bij חֵן (chen), ‘gunst’. Zie ook: Num 6:24–27; Ps 4:2; Ps 4:7; Ps 31:17; 2 Kor 4:6 **67:3** Opdat men op aarde Uw weg kent, onder alle volken Uw redding. Brontekst: לָדַ֣עַת (ladaat) = opdat men kent | בָּאָ֣רֶץ (baarets) = op aarde | דַּרְכֶּ֑ךָ (darkekha) = Uw weg | בְּכָל (bekhal) = onder alle | גּ֝וֹיִ֗ם (goyim) = volken | יְשׁוּעָתֶֽךָ (yeshuatekha) = Uw redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 98:2–3; Luc 2:30–31; Luc 3:6; Hand 18:25; Tit 2:11 ### Alle volkeren loven U **67:4** Mogen de volkeren U loven, Elohim. Mogen alle volkeren U loven. Brontekst: יוֹד֖וּךָ (yodukha) = mogen loven U | עַמִּ֥ים (amim) = volkeren | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | י֝וֹד֗וּךָ (yodukha) = mogen loven U | עַמִּ֥ים (amim) = volkeren | כֻּלָּֽם (kulam) = allen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 45:18; Ps 67:6; Ps 74:21; Ps 119:175; Jes 38:18–19 **67:5** Mogen de naties zich verheugen en jubelen, want U spreekt recht over de volkeren in rechtheid, en U leidt de naties op aarde. Sela. Brontekst: יִֽשְׂמְח֥וּ (yismechu) = mogen zich verheugen | וִֽירַנְּנ֗וּ (viranenu) = en jubelen | לְאֻ֫מִּ֥ים (leumim) = naties | כִּֽי (ki) = want | תִשְׁפֹּ֣ט (tishpot) = U spreekt recht | עַמִּ֣ים (amim) = volkeren | מִישׁ֑וֹר (mishor) = in rechtheid | וּלְאֻמִּ֓ים (uleumim) = en naties | בָּאָ֖רֶץ (baarets) = op aarde | תַּנְחֵ֣ם (tanchem) = U leidt | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִישׁוֹר (mishor), ‘rechtheid’: een vlakke, rechte baan. Het beeld is eerlijk recht, zonder onrecht of partijdigheid. Zie ook: Ps 9:9; Ps 98:9; Ps 138:4–5; Jes 42:10–12; Rom 15:10–11 **67:6** Mogen de volkeren U loven, Elohim. Mogen alle volkeren U loven. Brontekst: יוֹד֖וּךָ (yodukha) = mogen loven U | עַמִּ֥ים (amim) = volkeren | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | י֝וֹד֗וּךָ (yodukha) = mogen loven U | עַמִּ֥ים (amim) = volkeren | כֻּלָּֽם (kulam) = allen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 67:4; Mat 6:9–10 ### De aarde heeft haar opbrengst gegeven **67:7** De aarde heeft haar opbrengst gegeven. Moge Elohim, onze Elohim, ons zegenen. Brontekst: אֶ֭רֶץ (erets) = aarde | נָתְנָ֣ה (natena) = heeft gegeven | יְבוּלָ֑הּ (yevulah) = haar opbrengst | יְ֝בָרְכֵ֗נוּ (yevarekhenu) = moge zegenen ons | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | אֱלֹהֵֽינוּ (eloheinu) = onze Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נָתְנָה (natnah), ‘heeft gegeven’: de opbrengst is er al, of de dichter ziet haar al als gegeven. Vergelijk Lev. 26:4. Zie ook: Gen 17:7; Ex 3:15; Lev 26:4; Hos 2:23–24; Jes 30:23–24 **67:8** Moge Elohim ons zegenen, en mogen alle uithoeken van de aarde Hem vrezen. Brontekst: יְבָרְכֵ֥נוּ (yevarekhenu) = moge zegenen ons | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | וְיִֽירְא֥וּ (veyireu) = en mogen vrezen | אֹ֝ת֗וֹ (oto) = Hem | כָּל (kal) = alle | אַפְסֵי (afsei) = uithoeken van | אָֽרֶץ (arets) = aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:28; Ps 65:6; Jes 45:22; Hand 13:26; Openb 15:4 ## Psalmen 68 _Moge Elohim opstaan: Vader van wezen, Ruiter op de hemelen, Elohim van Israël_ ### Opschrift **68:1** Voor de koorleider. Van David, een psalm, een lied. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לְדָוִ֗ד (ledavid) = van David | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | שִֽׁיר (shir) = een lied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Wij vertalen ‘koorleider’. Voetnoot : De Elohim-psalmen (42–83) gebruiken meestal Elohim waar andere psalmen Yahweh hebben. Hier staat Yahweh alleen in 68:17, 21 en 27. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Num 10:35; Ps 44:27; Ps 89:11; Jes 42:13–14; Jes 51:9–10 ### Moge Elohim opstaan **68:2** Moge Elohim opstaan. Mogen Zijn vijanden uiteengedreven worden en mogen wie Hem haten voor Zijn aangezicht vluchten. Brontekst: יָק֣וּם (yaqum) = moge opstaan | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | יָפ֣וּצוּ (yafutsu) = mogen uiteengedreven worden | אוֹיְבָ֑יו (oyevav) = Zijn vijanden | וְיָנ֥וּסוּ (veyanusu) = en mogen vluchten | מְ֝שַׂנְאָ֗יו (mesanav) = wie Hem haten | מִפָּנָֽיו (mipanav) = voor Zijn aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het vers lijkt op de woorden van Mozes bij het opbreken van de ark (Num. 10:35). De psalm gebruikt ze voor de intocht van Elohim. Zie ook: Num 10:35; Ps 44:27; Ps 89:11; Jes 42:13–14; Jes 51:9–10 **68:3** Zoals rook wordt weggedreven, drijft U hen weg. Zoals was smelt voor het vuur, mogen de goddelozen omkomen voor het aangezicht van Elohim. Brontekst: כְּהִנְדֹּ֥ף (kehindof) = zoals weggedreven wordt | עָשָׁ֗ן (ashan) = rook | תִּ֫נְדֹּ֥ף (tindof) = U drijft weg | כְּהִמֵּ֣ס (kehimes) = zoals smelt | דּ֭וֹנַג (donag) = was | מִפְּנֵי (mipenei) = voor het aangezicht van | אֵ֑שׁ (esh) = vuur | יֹאבְד֥וּ (yovdu) = mogen omkomen | רְ֝שָׁעִ֗ים (reshaim) = goddelozen | מִפְּנֵ֥י (mipenei) = voor het aangezicht van | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:20; Hos 13:3; Jes 9:17; Mi 1:4; Openb 6:16–17 **68:4** En de rechtvaardigen verheugen zich. Ze zijn opgetogen voor het aangezicht van Elohim en verblijden zich met vreugde. Brontekst: וְֽצַדִּיקִ֗ים (vetsadiqim) = en rechtvaardigen | יִשְׂמְח֣וּ (yismechu) = zij verheugen zich | יַֽ֭עַלְצוּ (yaaltsu) = zij zijn opgetogen | לִפְנֵ֥י (lifnei) = voor het aangezicht van | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | וְיָשִׂ֥ישׂוּ (veyasisu) = en zij verblijden zich | בְשִׂמְחָֽה (besimcha) = met vreugde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 64:11; Ps 100:1–2; 1 Tess 5:16; 1 Petr 1:8; Openb 18:20 ### Zing voor Hem die door de vlakten rijdt **68:5** Zing voor Elohim, bezing Zijn naam. Baan een weg voor Hem die door de vlakten rijdt. Jah is Zijn naam. Wees opgetogen voor Zijn aangezicht. Brontekst: שִׁ֤ירוּ (shiru) = zingt | לֵֽאלֹהִים֮ (lElohim) = voor Elohim | זַמְּר֪וּ (zameru) = bezingt | שְׁ֫מ֥וֹ (shemo) = Zijn naam | סֹ֡לּוּ (solu) = baant een weg | לָרֹכֵ֣ב (larokhev) = voor Hem die rijdt | בָּ֭עֲרָבוֹת (baaravot) = door de vlakten | בְּיָ֥הּ (beyah) = Jah | שְׁמ֗וֹ (shemo) = Zijn naam | וְעִלְז֥וּ (veilzu) = en wees opgetogen | לְפָנָֽיו (lefanav) = voor Zijn aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָהּ (Yah), ‘Jah’: een korte vorm van de naam Yahweh (Exod. 15:2). Voetnoot : עֲרָבוֹת (aravot), ‘vlakten’: de steppen en woestijnvlakten. Het woord kan ook ‘wolken’ betekenen (vergelijk vers 34). Voetnoot : סֹלּוּ (sollu), ‘baan een weg’: maak een opgehoogde weg vrij voor de komst van Elohim. Zie ook: Ex 15:2; Deut 33:26; Ps 66:2; Ps 66:4; Ps 68:34; Ps 104:3; Jes 12:4–6 **68:6** Vader van wezen en rechter van weduwen is Elohim in Zijn heilige woning. Brontekst: אֲבִ֣י (avi) = vader van | יְ֭תוֹמִים (yetomim) = wezen | וְדַיַּ֣ן (vedayan) = en rechter van | אַלְמָנ֑וֹת (almanot) = weduwen | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | בִּמְע֥וֹן (bimon) = in de woning van | קָדְשֽׁוֹ (qadesho) = Zijn heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 10:18; Ps 10:14; Ps 82:3–4; Ps 146:9; Jer 49:11 **68:7** Elohim laat de eenzamen in een huis wonen. Hij voert gevangenen uit in voorspoed. Maar de weerspannigen wonen in dorre grond. Brontekst: אֱלֹהִ֤ים (Elohim) = Elohim | מ֘וֹשִׁ֤יב (moshiv) = die doet wonen | יְחִידִ֨ים (yechidim) = eenzamen | בַּ֗יְתָה (bayta) = in een huis | מוֹצִ֣יא (motsi) = die uitvoert | אֲ֭סִירִים (asirim) = gevangenen | בַּכּוֹשָׁר֑וֹת (bakosharot) = in voorspoed | אַ֥ךְ (akh) = maar | ס֝וֹרֲרִ֗ים (sorarim) = weerspannigen | שָׁכְנ֥וּ (shakhenu) = zij wonen | צְחִיחָֽה (tsechicha) = dorre grond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בַּכּוֹשָׁרוֹת (bakosharot), ‘in voorspoed’: het woord komt maar één keer voor. De betekenis is onzeker; sommigen lezen ‘met gezang’. Voetnoot : יְחִידִים (yechidim), ‘eenzamen’: mensen die alleen staan, zonder familie. Zie ook: Ps 69:34; Ps 107:10; Ps 107:14; Ps 113:9; Jes 61:1 ### Elohim trekt uit voor Zijn volk **68:8** Elohim, toen U uittrok voor het aangezicht van Uw volk, toen U door de woestenij schreed. Sela. Brontekst: אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | בְּ֭צֵאתְךָ (betsetkha) = bij Uw uittocht | לִפְנֵ֣י (lifnei) = voor het aangezicht van | עַמֶּ֑ךָ (amekha) = Uw volk | בְּצַעְדְּךָ֖ (betsadekha) = bij Uw schrijden | בִֽישִׁימ֣וֹן (bishimon) = door de woestenij | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker. Het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot : Het vers en vers 9 lijken op het lied van Debora (Richt. 5:4–5). Zie ook: Ex 13:21; Deut 4:34; Re 4:14; Re 5:4; Ps 68:9; Hab 3:12–13 **68:9** De aarde beefde. Ook de hemel droop voor het aangezicht van Elohim, die van Sinaï, voor het aangezicht van Elohim, de Elohim van Israël. Brontekst: אֶ֤רֶץ (erets) = aarde | רָעָ֨שָׁה (raasha) = beefde | אַף (af) = ook | שָׁמַ֣יִם (shamayim) = hemel | נָטְפוּ֮ (natefu) = droop | מִפְּנֵ֪י (mipenei) = voor het aangezicht van | אֱלֹ֫הִ֥ים (Elohim) = Elohim | זֶ֥ה (ze) = die van | סִינַ֑י (sinay) = Sinaï | מִפְּנֵ֥י (mipenei) = voor het aangezicht van | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | אֱלֹהֵ֥י (elohei) = Elohim van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï. Voetnoot Uitleg: זֶה סִינַי (zeh Sinai), ‘die van Sinaï’: Elohim zoals Hij zich op de Sinaï liet zien (Exod. 19:18). Zie ook: Ex 19:16; Ex 19:18; Deut 5:23–25; Re 5:4–5; Heb 12:26 **68:10** Een regen van gulle gaven goot U uit, Elohim. Uw erfdeel, toen het uitgeput was, U zelf hebt het stevig gemaakt. Brontekst: גֶּ֣שֶׁם (geshem) = regen | נְ֭דָבוֹת (nedavot) = gulle gaven | תָּנִ֣יף (tanif) = U goot uit | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | נַחֲלָתְךָ֥ (nachalatekha) = Uw erfdeel | וְ֝נִלְאָ֗ה (venila) = en dat uitgeput was | אַתָּ֥ה (ata) = U zelf | כֽוֹנַנְתָּֽהּ (konantah) = U hebt het stevig gemaakt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גֶּשֶׁם נְדָבוֹת (geshem nedavot), ‘een regen van gulle gaven’: een regen die vrijwillig en rijkelijk wordt geschonken. Hier gaat het om het land (het erfdeel) dat dorstig was. Zie ook: Deut 11:10–12; Deut 11:14; Ps 65:10–14; Ps 78:24–27; Ezech 34:26 **68:11** Uw schare woonde daarin. U maakt klaar, in Uw goedheid, voor de ellendige, Elohim. Brontekst: חַיָּתְךָ֥ (chayatekha) = Uw schare | יָֽשְׁבוּ (yashevu) = zij woonden | בָ֑הּ (bah) = daarin | תָּ֤כִ֥ין (takhin) = U maakt klaar | בְּטוֹבָתְךָ֖ (betovatekha) = in Uw goedheid | לֶעָנִ֣י (leani) = voor de ellendige | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַיָּה (chayyah) betekent ‘levend wezen’, ‘dier’ of ‘schare’. De betekenis is hier onzeker. Wij vertalen ‘schare’: het volk dat in het land woont. Voetnoot : Het Hebreeuws noemt niet wat Elohim klaarmaakt. Het gaat om wat de arme nodig heeft. Zie ook: Deut 26:9–10; 1 Sam 2:8; Ps 74:19; Mat 11:5; Luc 1:53 **68:12** Mijn Heer geeft het woord. Groot is het leger van de vrouwen die het goede nieuws brengen. Brontekst: אֲדֹנָ֥י (adonay) = mijn Heer | יִתֶּן (yiten) = Hij geeft | אֹ֑מֶר (omer) = woord | הַֽ֝מְבַשְּׂר֗וֹת (hamvaserot) = de vrouwen die het nieuws brengen | צָבָ֥א (tsava) = leger | רָֽב (rav) = groot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: hier de naam waarmee Elohim wordt aangesproken en genoemd. Voetnoot : Het Hebreeuws heeft ‘vrouwen’ (מְבַשְּׂרוֹת, mevasserot): het zijn vrouwen die de overwinning melden, zoals bij de liederen na de overwinning (Exod. 15:20–21). Zie ook: Ex 15:20; Ex 17:9–16; Re 4:6–5:31; Ps 40:4; Ps 68:26 **68:13** Koningen van legers vluchten, ze vluchten, en de bewoonster van het huis verdeelt de buit. Brontekst: מַלְכֵ֣י (malkhei) = koningen van | צְ֭בָאוֹת (tsevaot) = legers | יִדֹּד֣וּן (yidodun) = zij vluchten | יִדֹּד֑וּן (yidodun) = zij vluchten | וּנְוַת (unevat) = en de bewoonster van | בַּ֝֗יִת (bayit) = het huis | תְּחַלֵּ֥ק (techaleq) = zij verdeelt | שָׁלָֽל (shalal) = buit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 10:16; Joz 12:7–24; Re 5:19; 1 Sam 30:24; Openb 19:17–20 **68:14** Als jullie tussen de schaapskooien liggen: de vleugels van een duif zijn bedekt met zilver en haar slagpennen met groenglanzend goud. Brontekst: אִֽם (im) = als | תִּשְׁכְּבוּן֮ (tishkevun) = jullie liggen | בֵּ֪ין (bein) = tussen | שְׁפַ֫תָּ֥יִם (shefatayim) = schaapskooien | כַּנְפֵ֣י (kanfei) = vleugels van | י֭וֹנָה (yona) = duif | נֶחְפָּ֣ה (nechpa) = bedekt | בַכֶּ֑סֶף (bakesef) = met zilver | וְ֝אֶבְרוֹתֶ֗יהָ (veevroteiha) = en haar slagpennen | בִּֽירַקְרַ֥ק (biraqraq) = met groenglanzend | חָרֽוּץ (charuts) = goud Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁפַתַּיִם (shefatayim): de betekenis is onzeker. Het kan gaan om schaapskooien, om vuurplaten of om de ruimte tussen twee grenzen. Wij vertalen ‘schaapskooien’. Voetnoot : יְרַקְרַק (yeraqraq), ‘groenglanzend’: de kleur van goud met een groene gloed. Voetnoot : Het vers is moeilijk: de tekst vertelt van een duif met kostbare veren. De uitleggers verschillen over wat hiermee wordt bedoeld. Zie ook: Gen 49:14; Re 5:16; Ps 105:37; Tit 3:3; Openb 1:5–6 **68:15** Toen Sjaddai daar koningen verspreidde, sneeuwde het op de Zalmon. Brontekst: בְּפָ֘רֵ֤שׂ (befares) = toen verspreidde | שַׁדַּ֓י (shaday) = Sjaddai | מְלָ֘כִ֤ים (melakhim) = koningen | בָּ֗הּ (bah) = daar | תַּשְׁלֵ֥ג (tashleg) = het sneeuwde | בְּצַלְמֽוֹן (betsalmon) = op de Zalmon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: צַלְמוֹן (Tsalmon), Zalmon: een berg bij Sichem (Richt. 9:48). De ligging is onzeker; traditioneel wordt hij gezocht in het bergland van Efraïm, bij Sichem. Voetnoot Uitleg: שַׁדַּי (Shaddai), ‘Sjaddai’: een naam van Elohim (Gen. 17:1). Zie ook: Gen 17:1; Joz 10:10–43; Re 9:48; Ps 51:9; Jes 1:18; Openb 19:14–21 ### De berg die Elohim begeerde **68:16** Een berg van Elohim is de berg Basan. Een berg met vele toppen is de berg Basan. Brontekst: הַר (har) = berg van | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | הַר (har) = berg van | בָּשָׁ֑ן (bashan) = Basan | הַ֥ר (har) = berg | גַּ֝בְנֻנִּ֗ים (gavnunim) = met vele toppen | הַר (har) = berg van | בָּשָֽׁן (bashan) = Basan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: בָּשָׁן (Bashan), Basan: de hoogvlakte ten oosten van de Jordaan, met hoge bergen in het noorden. Voetnoot Uitleg: גַּבְנֻנִּים (gavnunim), ‘met vele toppen’: een berg met veel toppen of ruggen. Het woord komt alleen in vers 16–17 voor. Het kan ook ‘bultig’ betekenen. Zie ook: Ps 2:6; Ps 78:68–69; Ps 87:1–2; Jes 2:2–3; Mi 7:14 **68:17** Waarom kijken jullie jaloers, bergen met vele toppen, naar de berg die Elohim begeerde als Zijn woonplaats? Ja, Yahweh zal er wonen voor altijd. Brontekst: לָ֤מָּה (lama) = waarom | תְּֽרַצְּדוּן֮ (teratsedun) = jullie kijken jaloers | הָרִ֪ים (harim) = bergen | גַּבְנֻ֫נִּ֥ים (gavnunim) = met vele toppen | הָהָ֗ר (hahar) = naar de berg | חָמַ֣ד (chamad) = begeerde | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | לְשִׁבְתּ֑וֹ (leshivto) = als Zijn woonplaats | אַף (af) = ja | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | יִשְׁכֹּ֥ן (yishkon) = hij zal wonen | לָנֶֽצַח (lanetsach) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּרַצְּדוּן (tetsaddun), ‘jullie kijken jaloers’: het werkwoord komt maar één keer voor. De betekenis is onzeker; het past bij ‘schuin kijken’ of ‘afgunstig kijken’. Zie ook: Deut 12:5; Deut 12:11; Ps 132:13–14; Heb 12:22–23; Openb 21:2–3 **68:18** De wagens van Elohim zijn twintigduizend, duizenden en nog eens duizenden. Mijn Heer is onder hen, Sinaï, in het heiligdom. Brontekst: רֶ֤כֶב (rekhev) = wagens van | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | רִבֹּתַ֣יִם (ribotayim) = twintigduizend | אַלְפֵ֣י (alfei) = duizenden van | שִׁנְאָ֑ן (shinan) = en duizenden | אֲדֹנָ֥י (adonay) = mijn Heer | בָ֝֗ם (bam) = onder hen | סִינַ֥י (sinay) = Sinaï | בַּקֹּֽדֶשׁ (baqodesh) = in het heiligdom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï. Voetnoot Uitleg: רִבֹּתַיִם (ribbotayim), ‘twee maal tienduizend’: dat is twintigduizend. שִׁנְאָן (shin’an) komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker. Wij vertalen ‘en nog eens duizenden’: een ontelbaar leger. Voetnoot : Het slot zegt dat de aanwezigheid van Elohim van de Sinaï nu in het heiligdom is. Zie ook: Deut 33:2; Dan 7:10; Mat 26:53; Openb 5:11; Openb 9:16 ### U steeg op naar de hoogte **68:19** U steeg op naar de hoogte. U voerde gevangenen weg. U ontving gaven onder de mensen, ja zelfs weerspannigen, zodat Jah, Elohim, kan wonen. Brontekst: עָ֘לִ֤יתָ (alita) = U steeg op | לַמָּר֨וֹם (lamarom) = naar de hoogte | שָׁ֘בִ֤יתָ (shavita) = U voerde weg | שֶּׁ֗בִי (shevi) = gevangenen | לָקַ֣חְתָּ (laqachta) = U ontving | מַ֭תָּנוֹת (matanot) = gaven | בָּאָדָ֑ם (baadam) = onder de mens | וְאַ֥ף (veaf) = ja zelfs | ס֝וֹרְרִ֗ים (sorerim) = weerspannigen | לִשְׁכֹּ֤ן (lishkon) = om te wonen | יָ֬הּ (yah) = Jah | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּאָדָם (ba’adam), ‘onder de mensen’: letterlijk ‘in de mens’. Ef. 4:8 haalt dit vers aan in een andere vorm. Voetnoot : יָהּ (Yah), ‘Jah’: zie bij vers 5. Zie ook: Ps 68:5; 2 Kor 6:16; Ef 4:8–10; Tit 3:3–7; 1 Petr 3:22; Openb 21:3 **68:20** Gezegend is mijn Heer. Dag na dag draagt Hij de last voor ons, de El, onze redding. Sela. Brontekst: בָּ֤ר֣וּךְ (barukh) = gezegend | אֲדֹנָי֮ (adonay) = mijn Heer | י֤וֹם (yom) = dag | י֥וֹם (yom) = dag | יַֽעֲמָס (yaamas) = Hij draagt | לָ֗נוּ (lanu) = voor ons | הָ֘אֵ֤ל (hael) = de El | יְֽשׁוּעָתֵ֬נוּ (yeshuatenu) = onze redding | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יַעֲמָס (ya’amas), ‘Hij draagt de last’: Elohim draagt dag na dag de last van Zijn volk. Zie ook: Ps 55:23; Ps 103:1–22; Jes 46:4; Klaagl 3:23; Ef 1:3 **68:21** De El is voor ons een El van reddingen. Bij Yahweh, mijn Heer, horen de uitwegen uit de dood. Brontekst: הָ֤אֵ֣ל (hael) = de El | לָנוּ֮ (lanu) = voor ons | אֵ֤ל (el) = El | לְֽמוֹשָׁ֫ע֥וֹת (lemoshaot) = van reddingen | וְלֵיהוִ֥ה (veleYahweh) = en bij Yahweh | אֲדֹנָ֑י (adonay) = mijn Heer | לַ֝מָּ֗וֶת (lamavet) = uit de dood | תּוֹצָאֽוֹת (totsaot) = uitwegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹצָאוֹת (totsa’ot), ‘uitwegen’: de uitgangen uit de dood. Yahweh kan een mens uit de dood laten uitgaan. Zie ook: Deut 32:39; 1 Sam 2:6; Jes 12:2; Joh 5:21; Openb 1:18 ### Elohim verbrijzelt Zijn vijanden **68:22** Maar Elohim verbrijzelt het hoofd van Zijn vijanden, de harige schedel van wie rondgaat in zijn schuld. Brontekst: אַךְ (akh) = maar | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | יִמְחַץ֮ (yimchats) = Hij verbrijzelt | רֹ֤אשׁ (rosh) = hoofd van | אֹ֫יְבָ֥יו (oyevav) = Zijn vijanden | קָדְקֹ֥ד (qadeqod) = schedel van | שֵׂעָ֑ר (sear) = haar | מִ֝תְהַלֵּ֗ךְ (mithalekh) = wie rondgaat | בַּאֲשָׁמָֽיו (baashamav) = in zijn schuld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֵׂעָר (se’ar), ‘haar’: een harige schedel is het beeld van een trotse krijger met lang haar. Zie ook: Ps 7:13; Ps 110:6; Hab 3:13; Luc 13:5; Openb 2:14–16 **68:23** Mijn Heer zei: **„Uit Basan breng Ik terug, uit de diepten van de zee breng Ik terug,** Brontekst: אָמַ֣ר (amar) = Hij zei | אֲ֭דֹנָי (adonay) = mijn Heer | מִבָּשָׁ֣ן (mibashan) = uit Basan | אָשִׁ֑יב (ashiv) = Ik breng terug | אָ֝שִׁ֗יב (ashiv) = Ik breng terug | מִֽמְּצֻל֥וֹת (mimetsulot) = uit de diepten van | יָֽם (yam) = zee Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië. Voetnoot Uitleg: Dit zijn de woorden van ‘mijn Heer’ (Adonai), die zelf spreekt. Wij nemen ze als woorden van Elohim zelf en zetten ze rood. Voetnoot : Het Hebreeuws noemt niet wie Hij terugbrengt. Het kan gaan om het volk uit de verte of om de vijanden die voor het oordeel moeten komen. Zie ook: Ex 14:29; Num 21:33; Amos 9:2–3; Jes 11:11–16; Ezech 36:24 **68:24** **opdat je voet in bloed verbrijzelt, de tong van je honden, van de vijanden, ieder zijn deel.”** Brontekst: לְמַ֤עַן (lemaan) = opdat | תִּֽמְחַ֥ץ (timchats) = je verbrijzelt | רַגְלְךָ֗ (raglekha) = je voet | בְּ֫דָ֥ם (bedam) = in bloed | לְשׁ֥וֹן (leshon) = tong van | כְּלָבֶ֑יךָ (kelaveikha) = je honden | מֵאֹיְבִ֥ים (meoyevim) = van de vijanden | מִנֵּֽהוּ (minehu) = zijn deel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De uitdrukking ‘ieder zijn deel’ (מִנֵּהוּ, minnehu) is letterlijk ‘zijn deel van hem’. Voetnoot Lezing: Sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen lezen ‘laat je voet baden in bloed’ in plaats van ‘verbrijzelen’. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Ps 58:11; 1 Kon 21:19; 1 Kon 22:38; 2 Kon 9:33–37; Openb 19:17–21 ### De optocht in het heiligdom **68:25** Zij hebben Uw optochten gezien, Elohim, de optochten van mijn El, mijn Koning, in het heiligdom. Brontekst: רָא֣וּ (rau) = zij hebben gezien | הֲלִיכוֹתֶ֣יךָ (halikhoteikha) = Uw optochten | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | הֲלִ֘יכ֤וֹת (halikhot) = optochten van | אֵלִ֖י (eli) = mijn El | מַלְכִּ֣י (malki) = mijn Koning | בַקֹּֽדֶשׁ (baqodesh) = in het heiligdom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 13:8; 1 Kron 15:16–24; Ps 24:7–10; Ps 47:6–8; Ps 63:3 **68:26** Voorop gaan de zangers, daarachter de snarenspelers, in het midden jonge vrouwen die de tamboerijn slaan. Brontekst: קִדְּמ֣וּ (qidemu) = zij gaan voorop | שָׁ֭רִים (sharim) = zangers | אַחַ֣ר (achar) = daarachter | נֹגְנִ֑ים (nogenim) = snarenspelers | בְּת֥וֹךְ (betokh) = in het midden van | עֲ֝לָמ֗וֹת (alamot) = jonge vrouwen | תּוֹפֵפֽוֹת (tofefot) = tamboerijn slaand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׂרִים (sharim), ‘zangers’: Met een andere klinker zou hetzelfde woord ‘vorsten’ zijn. Voetnoot : עֲלָמוֹת (alamot), ‘jonge vrouwen’: ongehuwde jonge vrouwen. Voetnoot : תּוֹפֵפוֹת (tofefot), ‘tamboerijn slaand’: de tof is een tamboerijn. Zie ook: Ex 15:20; Re 11:34; 1 Sam 18:6; 1 Kron 13:8; Openb 14:2–3 **68:27** Zegen Elohim in de vergaderingen, Yahweh, jullie uit de bron van Israël. Brontekst: בְּֽ֭מַקְהֵלוֹת (bemaqhelot) = in de vergaderingen | בָּרְכ֣וּ (barekhu) = zegent | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מִמְּק֥וֹר (mimeqor) = uit de bron van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִמְּקוֹר יִשְׂרָאֵל (mimmeqor Yisra’el), ‘uit de bron van Israël’: de afstammelingen van Jakob. De bron is de stamvader, of de bron van het volk. Zie ook: Deut 33:28; Ps 26:12; Ps 111:1; Spr 5:16; Jes 48:1 **68:28** Daar is Benjamin, de jongste, die hen aanvoert. De vorsten van Juda zijn er met hun menigte, de vorsten van Zebulon, de vorsten van Naftali. Brontekst: שָׁ֤ם (sham) = daar | בִּנְיָמִ֨ן (binyamin) = Benjamin | צָעִ֡יר (tsair) = de jongste | רֹדֵ֗ם (rodem) = die hen aanvoert | שָׂרֵ֣י (sarei) = vorsten van | יְ֭הוּדָה (yehuda) = Juda | רִגְמָתָ֑ם (rigmatam) = hun menigte | שָׂרֵ֥י (sarei) = vorsten van | זְ֝בֻל֗וּן (zevulun) = Zebulon | שָׂרֵ֥י (sarei) = vorsten van | נַפְתָּלִֽי (naftali) = Naftali Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רִגְמָתָם (rigmatam) komt alleen hier voor. De betekenis is onzeker; wij vertalen ‘hun menigte’. Voetnoot : Het vers noemt vier stammen. Benjamin heet ‘de jongste’: hij was de jongste zoon van Jakob. Zie ook: 1 Sam 9:21; 1 Kron 12:17; 1 Kron 12:30; Ps 60:9; Jes 11:13 **68:29** Jouw Elohim heeft jouw kracht bevolen. Toon kracht, Elohim, U die dit voor ons hebt gedaan. Brontekst: צִוָּ֥ה (tsiva) = Hij heeft bevolen | אֱלֹהֶ֗יךָ (eloheikha) = jouw Elohim | עֻ֫זֶּ֥ךָ (uzekha) = jouw kracht | עוּזָּ֥ה (uza) = toon kracht | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | ז֝֗וּ (zu) = dit | פָּעַ֥לְתָּ (paalta) = U hebt gedaan | לָּֽנוּ (lanu) = voor ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: De Masoretische tekst heeft צִוָּה (tsivvah), ‘Hij heeft bevolen’. Sommige oude vertalingen lezen een gebod: ‘Beveel, Elohim, Uw kracht’. Zie ook: Ps 42:9; Ps 71:3; Ps 138:8; Jes 40:31; Fil 1:6 **68:30** Vanuit Uw tempel, boven Jeruzalem, brengen koningen U geschenken. Brontekst: מֵֽ֭הֵיכָלֶךָ (meheikhalekha) = vanuit Uw tempel | עַל (al) = boven | יְרוּשָׁלִָ֑ם (yerushalaim) = Jeruzalem | לְךָ֤ (lekha) = aan U | יוֹבִ֖ילוּ (yovilu) = zij brengen | מְלָכִ֣ים (melakhim) = koningen | שָֽׁי (shay) = geschenk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: 1 Kron 29:3; Ps 76:12; 1 Kon 10:10; Jes 18:7; Jes 60:16–17 **68:31** Bedreig het dier van het riet, de kudde van stieren met de kalveren van de volkeren, wie zich neerwerpt met staven zilver. Hij heeft de volkeren verstrooid die naar oorlogen verlangen. Brontekst: גְּעַ֨ר (gear) = bedreig | חַיַּ֪ת (chayat) = dier van | קָנֶ֡ה (qane) = riet | עֲדַ֤ת (adat) = kudde van | אַבִּירִ֨ים (abirim) = stieren | בְּעֶגְלֵ֬י (beeglei) = met de kalveren van | עַמִּ֗ים (amim) = volkeren | מִתְרַפֵּ֥ס (mitrapes) = wie zich neerwerpt | בְּרַצֵּי (beratsei) = met staven van | כָ֑סֶף (kasef) = zilver | בִּזַּ֥ר (bizar) = Hij heeft verstrooid | עַ֝מִּ֗ים (amim) = volkeren | קְרָב֥וֹת (qeravot) = oorlogen | יֶחְפָּֽצוּ (yechpatsu) = zij verlangen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk. חַיַּת קָנֶה (chayyat qaneh), ‘het dier van het riet’, is een dier uit het riet. Welk dier bedoeld is, is onzeker. ‘Stieren’ en ‘kalveren van de volkeren’ zijn beelden voor machtige volken en hun leiders. De bedoeling van ‘staven zilver’ is: tribuut. Zie ook: 2 Sam 8:1–18; Ps 22:13–14; Ps 89:11; Jak 4:1; Rom 7:22 **68:32** Gezanten komen uit Egypte. Kush laat haastig zijn handen naar Elohim reiken. Brontekst: יֶאֱתָ֣יוּ (yeetayu) = zij komen | חַ֭שְׁמַנִּים (chashmanim) = gezanten | מִנִּ֣י (mini) = uit | מִצְרָ֑יִם (mitsrayim) = Egypte | כּ֥וּשׁ (kush) = Kush | תָּרִ֥יץ (tarits) = laat haasten | יָ֝דָ֗יו (yadav) = zijn handen | לֵאלֹהִֽים (lElohim) = naar Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Zie Kush: Kush was het gebied ten zuiden van Egypte, Nubië, het huidige Noord-Soedan. Voetnoot Uitleg: חַשְׁמַנִּים (chashmannim), ‘gezanten’: het woord komt alleen hier voor. De betekenis is onzeker; sommigen denken aan ‘vorsten’, anderen aan ‘brons’ of ‘blauwe stof’. Voetnoot : כּוּשׁ (Kush) ligt ten zuiden van Egypte. Zie ook: Ps 44:21; Jes 19:18–25; Jes 45:14; Sef 3:10; Hand 8:27–40 ### Koninkrijken van de aarde, zing voor Elohim **68:33** Koninkrijken van de aarde, zing voor Elohim, bezing mijn Heer. Sela. Brontekst: מַמְלְכ֣וֹת (mamlekhot) = koninkrijken van | הָ֭אָרֶץ (haarets) = de aarde | שִׁ֣ירוּ (shiru) = zingt | לֵאלֹהִ֑ים (lElohim) = voor Elohim | זַמְּר֖וּ (zameru) = bezingt | אֲדֹנָ֣י (adonay) = mijn Heer | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:43; Ps 67:3–6; Ps 117:1–2; Rom 15:10–11; Openb 15:4 **68:34** Voor Hem die rijdt door de hemel van de hemelen, van oudsher. Zie, Hij laat Zijn stem klinken, een stem van kracht. Brontekst: לָ֭רֹכֵב (larokhev) = voor Hem die rijdt | בִּשְׁמֵ֣י (bishmei) = door de hemel van | שְׁמֵי (shemei) = de hemelen van | קֶ֑דֶם (qedem) = oudsher | הֵ֥ן (hen) = zie | יִתֵּ֥ן (yiten) = Hij geeft | בְּ֝קוֹלוֹ (beqolo) = met Zijn stem | ק֣וֹל (qol) = stem van | עֹֽז (oz) = kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁמֵי שְׁמֵי קֶדֶם (shemei shemei qedem), ‘de hemel van de hemelen van oudsher’: de oudste, hoogste hemel. Zie ook: Ps 18:11; Ps 68:5; Ps 104:3; 1 Kon 8:27; Openb 11:19 **68:35** Geef kracht aan Elohim. Over Israël is Zijn majesteit, en Zijn kracht is in de wolken. Brontekst: תְּנ֥וּ (tenu) = geeft | עֹ֗ז (oz) = kracht | לֵֽאלֹ֫הִ֥ים (lElohim) = aan Elohim | עַֽל (al) = over | יִשְׂרָאֵ֥ל (yisrael) = Israël | גַּאֲוָת֑וֹ (gaavato) = Zijn majesteit | וְ֝עֻזּ֗וֹ (veuzo) = en Zijn kracht | בַּשְּׁחָקִֽים (bashechaqim) = in de wolken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁחָקִים (shechaqim), ‘wolken’: de hoge luchten waarin het wolkendek hangt. Zie ook: 1 Kron 16:28–29; Ps 29:1–2; Ps 150:1; 2 Petr 1:17; Openb 19:6 **68:36** Ontzagwekkend bent U, Elohim, vanuit Uw heiligdommen. De El van Israël, Hij geeft het volk kracht en sterkte. Gezegend is Elohim. Brontekst: נ֤וֹרָ֥א (nora) = ontzagwekkend | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | מִֽמִּקְדָּ֫שֶׁ֥יךָ (mimiqdasheikha) = vanuit Uw heiligdommen | אֵ֤ל (el) = El van | יִשְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | ה֤וּא (hu) = Hij | נֹתֵ֨ן (noten) = geeft | עֹ֖ז (oz) = kracht | וְתַעֲצֻמ֥וֹת (vetaatsumot) = en sterkte | לָעָ֗ם (laam) = aan het volk | בָּר֥וּךְ (barukh) = gezegend | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִקְדָּשֶׁיךָ (miqdashekha), ‘Uw heiligdommen’: het meervoud kan wijzen op het heiligdom in al zijn delen. Zie ook: Ps 29:11; Ps 65:6; Jes 40:29; Fil 4:13; Kol 1:11 ## Psalmen 69 _Red mij, Elohim: het water staat tot aan mijn ziel_ ### Opschrift **69:1** Voor de koorleider. Naar ‘De lelies’. Van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֬חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַֽל (al) = naar | שׁוֹשַׁנִּ֬ים (shoshanim) = de lelies | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Wij vertalen ‘koorleider’. Voetnoot : עַל שׁוֹשַׁנִּים (al shoshannim), ‘naar De lelies’: waarschijnlijk de naam van een melodie of een instrument. De betekenis is onzeker. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 69:15–16; Jona 2:4–6; Jes 43:2; Klaagl 3:54; Openb 12:15–16 ### Het water staat tot aan mijn ziel **69:2** Red mij, Elohim, want het water is tot aan mijn ziel gekomen. Brontekst: הוֹשִׁיעֵ֥נִי (hoshieni) = red mij | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | כִּ֤י (ki) = want | בָ֖אוּ (bau) = zijn gekomen | מַ֣יִם (mayim) = water | עַד (ad) = tot | נָֽפֶשׁ (nafesh) = ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het gehele levende wezen. Hier kan het ook ‘keel’ of ‘leven’ zijn: het water staat tot aan de keel, dus het leven is in gevaar. Zie ook: Ps 69:15–16; Jona 2:4–6; Jes 43:2; Klaagl 3:54; Openb 12:15–16 **69:3** Ik ben gezonken in diep slijk, waar geen houvast is. Ik ben in de diepten van het water gekomen, en een stroom heeft mij meegesleurd. Brontekst: טָבַ֤עְתִּי (tavati) = ik ben gezonken | בִּיוֵ֣ן (biven) = in slijk van | מְ֭צוּלָה (metsula) = diepte | וְאֵ֣ין (veein) = en niet | מָעֳמָ֑ד (maomad) = houvast | בָּ֥אתִי (bati) = ik ben gekomen | בְמַעֲמַקֵּי (bemaamaqei) = in de diepten van | מַ֝֗יִם (mayim) = water | וְשִׁבֹּ֥לֶת (veshibolet) = en stroom | שְׁטָפָֽתְנִי (shetafateni) = heeft meegesleurd mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָוֵן (yaven), ‘slijk’: modder die geen houvast geeft. מְצוּלָה (metsulah), ‘diepte’: de diepte van het water. שִׁבֹּלֶת (shibbolet), ‘stroom’: hier een stromende vloed (vergelijk vers 16). Zie ook: Ps 32:6; Ps 40:3; Ps 69:16; Ps 88:7–8; Jer 38:6; Mat 7:25 **69:4** Ik ben moe van mijn roepen. Mijn keel is verschroeid. Mijn ogen zijn bezweken, terwijl ik wacht op mijn Elohim. Brontekst: יָגַ֣עְתִּי (yagati) = ik ben moe | בְקָרְאִי֮ (beqarei) = van mijn roepen | נִחַ֪ר (nichar) = is verschroeid | גְּר֫וֹנִ֥י (geroni) = mijn keel | כָּל֥וּ (kalu) = zijn bezweken | עֵינַ֑י (einay) = mijn ogen | מְ֝יַחֵ֗ל (meyachel) = wachtend | לֵאלֹהָֽי (lelohay) = op mijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 28:32; Ps 6:7; Ps 119:82; Ps 119:123; Jes 38:14 **69:5** Talrijker dan de haren van mijn hoofd zijn zij die mij zonder reden haten. Machtig zijn zij die mij willen vernietigen, mijn vijanden, ten onrechte. Wat ik niet geroofd heb, moet ik dan teruggeven. Brontekst: רַבּ֤וּ (rabu) = zijn talrijker | מִשַּׂעֲר֣וֹת (misaarot) = dan haren van | רֹאשִׁי֮ (roshi) = mijn hoofd | שֹׂנְאַ֪י (soneay) = die mij haten | חִ֫נָּ֥ם (chinam) = zonder reden | עָצְמ֣וּ (atsemu) = zijn machtig | מַ֭צְמִיתַי (matsmitay) = die mij willen vernietigen | אֹיְבַ֣י (oyevay) = mijn vijanden | שֶׁ֑קֶר (sheqer) = ten onrechte | אֲשֶׁ֥ר (asher) = wat | לֹא (lo) = niet | גָ֝זַ֗לְתִּי (gazalti) = ik heb geroofd | אָ֣ז (az) = dan | אָשִֽׁיב (ashiv) = moet ik teruggeven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De laatste zin is een beeld van iemand die beschuldigd wordt van iets wat hij niet heeft gedaan: hij moet teruggeven wat hij niet heeft genomen. Zie ook: Ps 35:11–12; Ps 35:19; Ps 109:3–5; Joh 15:25; 2 Kor 5:21 **69:6** Elohim, U kent mijn dwaasheid, en mijn schulden zijn niet voor U verborgen. Brontekst: אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | אַתָּ֣ה (ata) = U | יָ֭דַעְתָּ (yadata) = U kent | לְאִוַּלְתִּ֑י (leivalti) = mijn dwaasheid | וְ֝אַשְׁמוֹתַ֗י (veashmotay) = en mijn schulden | מִמְּךָ֥ (mimekha) = voor U | לֹא (lo) = niet | נִכְחָֽדוּ (nikhchadu) = zijn verborgen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:3; Ps 19:13; Ps 38:6; Ps 38:10; Jer 16:17 **69:7** Laat zij die op U hopen, door mij niet beschaamd worden, mijn Heer, Yahweh van de legermachten. Laat zij die U zoeken, door mij niet te schande komen, Elohim van Israël. Brontekst: אַל (al) = niet | יֵ֘בֹ֤שׁוּ (yevoshu) = laten beschaamd worden | בִ֨י (bi) = door mij | קֹוֶיךָ֮ (qoveikha) = die op U hopen | אֲדֹנָ֥י (adonay) = mijn Heer | יְהוִ֗ה (Yahweh) = Yahweh | צְבָ֫א֥וֹת (tsevaot) = van de legermachten | אַל (al) = niet | יִכָּ֣לְמוּ (yikalemu) = laten te schande komen | בִ֣י (bi) = door mij | מְבַקְשֶׁ֑יךָ (mevaqsheikha) = die U zoeken | אֱ֝לֹהֵ֗י (elohei) = Elohim van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’, hier samen met de naam Yahweh van de legermachten, ‘Yahweh van de legermachten’ (1 Sam. 1:3). Zie ook: 1 Sam 1:3; Ps 25:3; Ps 35:26; Ps 72:18; Jes 49:23; Luc 24:19–21 ### Om U draag ik smaad **69:8** Want om U heb ik smaad gedragen. Schande heeft mijn gezicht bedekt. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | עָ֭לֶיךָ (aleikha) = om U | נָשָׂ֣אתִי (nasati) = ik heb gedragen | חֶרְפָּ֑ה (cherpa) = smaad | כִּסְּתָ֖ה (kiseta) = heeft bedekt | כְלִמָּ֣ה (kelima) = schande | פָנָֽי (panay) = mijn gezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 44:23; Jes 50:6; Jer 15:15; Joh 15:21–24; Heb 12:2 **69:9** Een vreemde ben ik geworden voor mijn broers, een buitenlander voor de zonen van mijn moeder. Brontekst: מ֭וּזָר (muzar) = een vreemde | הָיִ֣יתִי (hayiti) = ik ben geworden | לְאֶחָ֑י (leechay) = voor mijn broers | וְ֝נָכְרִ֗י (venakheri) = en een buitenlander | לִבְנֵ֥י (livnei) = voor de zonen van | אִמִּֽי (imi) = mijn moeder Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:12; Ps 38:12; Mat 26:70–74; Joh 1:11; Joh 7:5 **69:10** Want de ijver voor Uw huis heeft mij verteerd, en de smaad van wie U smaden, is op mij gevallen. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | קִנְאַ֣ת (qinat) = ijver voor | בֵּיתְךָ֣ (beitekha) = Uw huis | אֲכָלָ֑תְנִי (akhalateni) = heeft mij verteerd | וְחֶרְפּ֥וֹת (vecherpot) = en smaad van | ח֝וֹרְפֶ֗יךָ (chorefeikha) = wie U smaden | נָפְל֥וּ (nafelu) = zijn gevallen | עָלָֽי (alay) = op mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קִנְאָה (qin’ah), ‘ijver’: vurige zorg voor Zijn huis. Het woord kan ook ‘jaloezie’ betekenen. Voetnoot : Joh. 2:17 en Rom. 15:3 halen dit vers aan. Zie ook: Ps 119:139; 1 Kon 19:10; Mar 11:15–17; Joh 2:14–17; Joh 2:17; Rom 15:3 **69:11** Ik huilde, terwijl mijn ziel vastte, en het werd mij tot smaad. Brontekst: וָאֶבְכֶּ֣ה (vaevke) = en ik huilde | בַצּ֣וֹם (batsom) = bij het vasten | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | וַתְּהִ֖י (vatehi) = en het werd | לַחֲרָפ֣וֹת (lacharafot) = tot smaad | לִֽי (li) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Mijn ziel vastte’: wie vastte, ‘vernederde zijn ziel’ (Lev. 16:29). Het vasten is een teken van rouw en gebed. Zie ook: Lev 16:29; Ps 35:13; Ps 102:9–10; Ps 109:24–25; Luc 7:33–34 **69:12** Ik maakte een rouwkleed tot mijn kleding, en ik werd voor hen een spreekwoord. Brontekst: וָאֶתְּנָ֣ה (vaetena) = en ik maakte | לְבוּשִׁ֣י (levushi) = mijn kleding | שָׂ֑ק (saq) = rouwkleed | וָאֱהִ֖י (vaehi) = en ik werd | לָהֶ֣ם (lahem) = voor hen | לְמָשָֽׁל (lemashal) = tot spreekwoord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׂק (saq), ‘rouwkleed’: een grof kleed van geitenhaar dat men bij rouw droeg (Gen. 37:34). Zie ook: Gen 37:34; Job 17:6; Deut 28:37; 1 Kon 9:7; Joël 1:8; Jer 24:9 **69:13** Wie in de poort zitten, praten over mij, en ik ben het lied van de drinkers van sterke drank. Brontekst: יָשִׂ֣יחוּ (yasichu) = zij praten | בִ֭י (bi) = over mij | יֹ֣שְׁבֵי (yoshevei) = zittenden van | שָׁ֑עַר (shaar) = poort | וּ֝נְגִינ֗וֹת (uneginot) = en liederen | שׁוֹתֵ֥י (shotei) = drinkers van | שֵׁכָֽר (shekhar) = sterke drank Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְגִינוֹת (neginot), ‘liederen’: hier spotliederen. De dichter is het onderwerp van het lied. Zie ook: Job 30:8–9; Ps 35:15–16; Mat 27:41–42; Mat 27:62–63; Hand 4:26–27 ### Antwoord mij, Yahweh **69:14** Maar ik, mijn gebed is tot U, Yahweh, op een tijd van welbehagen. Elohim, antwoord mij in de grootheid van Uw trouw, met de waarheid van Uw redding. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = maar ik | תְפִלָּתִֽי (tefilati) = mijn gebed | לְךָ֨ (lekha) = tot U | יְהוָ֡ה (Yahweh) = Yahweh | עֵ֤ת (et) = tijd van | רָצ֗וֹן (ratson) = welbehagen | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | בְּרָב (berav) = in grootheid van | חַסְדֶּ֑ךָ (chasdekha) = Uw trouw | עֲ֝נֵ֗נִי (aneni) = antwoord mij | בֶּאֱמֶ֥ת (beemet) = met waarheid van | יִשְׁעֶֽךָ (yishekha) = Uw redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָצוֹן (ratson), ‘welbehagen’: een tijd waarin Yahweh welwillend is. חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw. אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid. Zie ook vers 17. Zie ook: Ps 55:17–18; Ps 69:17; Ps 91:15; Jes 49:8; Jes 55:6; 2 Kor 6:2 **69:15** Bevrijd mij uit de modder, zodat ik niet wegzink. Laat mij bevrijd worden van wie mij haten, en uit de diepten van het water. Brontekst: הַצִּילֵ֣נִי (hatsileni) = bevrijd mij | מִ֭טִּיט (mitit) = uit modder | וְאַל (veal) = en niet | אֶטְבָּ֑עָה (etbaa) = laat ik wegzinken | אִנָּצְלָ֥ה (inatsela) = laat mij bevrijd worden | מִ֝שֹּֽׂנְאַ֗י (misoneay) = van wie mij haten | וּמִמַּֽעֲמַקֵּי (umimaamaqei) = en uit de diepten van | מָֽיִם (mayim) = water Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 69:2–3; Ps 109:21; Ps 144:7; Jer 38:6–13; Klaagl 3:55 **69:16** Laat de stroom van het water mij niet meesleuren. Laat de diepte mij niet verslinden. Laat de put zijn mond niet boven mij sluiten. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּשְׁטְפֵ֤נִי (tishtefeni) = laat meesleuren mij | שִׁבֹּ֣לֶת (shibolet) = stroom van | מַ֭יִם (mayim) = water | וְאַל (veal) = en niet | תִּבְלָעֵ֣נִי (tivlaeni) = laat verslinden mij | מְצוּלָ֑ה (metsula) = diepte | וְאַל (veal) = en niet | תֶּאְטַר (tetar) = laat sluiten | עָלַ֖י (alay) = boven mij | בְּאֵ֣ר (beer) = put | פִּֽיהָ (piha) = haar mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 16:10; Jona 2:3–8; Jes 43:1–2; Hand 2:24; Openb 12:15–16 **69:17** Antwoord mij, Yahweh, want goed is Uw trouw. Wend U naar mij toe, naar de grootheid van Uw ontferming. Brontekst: עֲנֵ֣נִי (aneni) = antwoord mij | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כִּי (ki) = want | ט֣וֹב (tov) = goed | חַסְדֶּ֑ךָ (chasdekha) = Uw trouw | כְּרֹ֥ב (kerov) = naar grootheid van | רַ֝חֲמֶ֗יךָ (rachameikha) = Uw ontferming | פְּנֵ֣ה (pene) = wend U | אֵלָֽי (elay) = naar mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רַחֲמִים (rachamim), ‘ontferming’: het woord hoort bij רֶחֶם (rechem), ‘baarmoeder’: de liefde van een moeder. Zie ook: Ps 25:16; Ps 63:4; Ps 69:14; Ps 109:21; Mi 7:19 **69:18** Verberg Uw aangezicht niet voor Uw dienaar, want ik ben in nood. Antwoord mij snel. Brontekst: וְאַל (veal) = en niet | תַּסְתֵּ֣ר (taster) = verberg | פָּ֭נֶיךָ (paneikha) = Uw aangezicht | מֵֽעַבְדֶּ֑ךָ (meavdekha) = voor Uw dienaar | כִּֽי (ki) = want | צַר (tsar) = nood | לִ֝֗י (li) = voor mij | מַהֵ֥ר (maher) = snel | עֲנֵֽנִי (aneni) = antwoord mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:9; Ps 70:2; Ps 102:3; Ps 143:9; Mat 27:46 **69:19** Kom dicht bij mijn ziel, verlos haar. Koop mij vrij, vanwege mijn vijanden. Brontekst: קָרְבָ֣ה (qareva) = kom dicht | אֶל (el) = bij | נַפְשִׁ֣י (nafshi) = mijn ziel | גְאָלָ֑הּ (gealah) = verlos haar | לְמַ֖עַן (lemaan) = omwille van | אֹיְבַ֣י (oyevay) = mijn vijanden | פְּדֵֽנִי (pedeni) = koop mij vrij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גָּאַל (ga’al), ‘verlossen’: als naaste familielid iemand uit de nood halen en zijn recht terugkopen (Ruth 4:4–6). פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’: met een losprijs bevrijden. Zie ook: Ruth 4:4–6; Ps 10:1; Ps 22:2; Ps 22:20; Ps 49:16; Ps 111:9 **69:20** U kent mijn smaad, mijn schaamte en mijn schande. Al mijn tegenstanders zijn voor U. Brontekst: אַתָּ֤ה (ata) = U | יָדַ֗עְתָּ (yadata) = U kent | חֶרְפָּתִ֣י (cherpati) = mijn smaad | וּ֭בָשְׁתִּי (uvashti) = en mijn schaamte | וּכְלִמָּתִ֑י (ukhelimati) = en mijn schande | נֶ֝גְדְּךָ֗ (negdekha) = voor U | כָּל (kal) = al | צוֹרְרָֽי (tsoreray) = mijn tegenstanders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 2:2–4; Ps 38:10; Jes 53:3; 1 Petr 2:23; Heb 12:2 **69:21** Smaad heeft mijn hart gebroken, en ik ben ziek. Ik hoopte op iemand die met mij meeleeft, maar er was niemand, en op mensen die troosten, maar ik vond ze niet. Brontekst: חֶרְפָּ֤ה (cherpa) = smaad | שָֽׁבְרָ֥ה (shavera) = heeft gebroken | לִבִּ֗י (libi) = mijn hart | וָֽאָ֫נ֥וּשָׁה (vaanusha) = en ik ben ziek | וָאֲקַוֶּ֣ה (vaaqave) = en ik hoopte | לָנ֣וּד (lanud) = op meeleven | וָאַ֑יִן (vaayin) = en niemand | וְ֝לַמְנַחֲמִ֗ים (velamnachamim) = en op mensen die troosten | וְלֹ֣א (velo) = en niet | מָצָֽאתִי (matsati) = ik vond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְאָנוּשָׁה (va’anushah), ‘en ik ben ziek’: het woord kan ook ‘wanhopig’ of ‘ongeneeslijk’ betekenen. Zie ook: Job 16:2; Ps 142:5; Jes 63:5; Mat 26:56; Mar 14:50 **69:22** Ze gaven mij gif als voedsel, en voor mijn dorst lieten ze mij azijn drinken. Brontekst: וַיִּתְּנ֣וּ (vayitenu) = en zij gaven | בְּבָרוּתִ֣י (bevaruti) = als mijn voedsel | רֹ֑אשׁ (rosh) = gif | וְ֝לִצְמָאִ֗י (velitsmai) = en voor mijn dorst | יַשְׁק֥וּנִי (yashquni) = zij lieten mij drinken | חֹֽמֶץ (chomets) = azijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רֹאשׁ (rosh), ‘gif’: een bittere, giftige plant (vergelijk Deut. 29:17). חֹמֶץ (chomets), ‘azijn’: zure wijn. Voetnoot : Matt. 27:34 en 27:48 verwijzen naar dit vers. Zie ook: Deut 29:17; Mat 27:34; Mat 27:48; Mar 15:23; Mar 15:36; Luc 23:36 ### Laat hun tafel een strik worden **69:23** Laat hun tafel voor hen een strik worden, en voor wie in vrede leeft, een val. Brontekst: יְהִֽי (yehi) = laat zijn | שֻׁלְחָנָ֣ם (shulchanam) = hun tafel | לִפְנֵיהֶ֣ם (lifneihem) = voor hen | לְפָ֑ח (lefach) = tot strik | וְלִשְׁלוֹמִ֥ים (velishlomim) = en voor wie in vrede leeft | לְמוֹקֵֽשׁ (lemoqesh) = tot val Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְלִשְׁלוֹמִים (velishlomim): de betekenis is onzeker. Het kan gaan om ‘wie in vrede leeft’, om ‘hun vredeoffers’ of om ‘hun welzijn’. Wij vertalen ‘wie in vrede leeft’. Zie ook: Spr 1:32; Jes 8:14–15; 1 Tess 5:3; Rom 11:8–10; 1 Petr 2:8 **69:24** Laat hun ogen donker worden, zodat ze niet zien, en laat hun lenden voortdurend wankelen. Brontekst: תֶּחְשַׁ֣כְנָה (techshakhna) = laat donker worden | עֵ֭ינֵיהֶם (eineihem) = hun ogen | מֵרְא֑וֹת (mereot) = van zien | וּ֝מָתְנֵ֗יהֶם (umateneihem) = en hun lenden | תָּמִ֥יד (tamid) = voortdurend | הַמְעַֽד (hamad) = laat wankelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 6:9–10; Jer 30:6; Dan 5:6; 2 Kor 3:14; Rom 11:10 **69:25** Giet Uw gramschap over hen uit, en laat de gloed van Uw toorn hen inhalen. Brontekst: שְׁפָךְ (shefakh) = giet uit | עֲלֵיהֶ֥ם (aleihem) = over hen | זַעְמֶ֑ךָ (zamekha) = Uw gramschap | וַחֲר֥וֹן (vacharon) = en gloed van | אַ֝פְּךָ֗ (apekha) = Uw toorn | יַשִּׂיגֵֽם (yasigem) = laat inhalen hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 79:6; Hos 5:10; Jes 13:8; Luc 21:22; Openb 16:1 **69:26** Laat hun kamp een woestenij worden. Laat er geen bewoner zijn in hun tenten. Brontekst: תְּהִי (tehi) = laat zijn | טִֽירָתָ֥ם (tiratam) = hun kamp | נְשַׁמָּ֑ה (neshama) = woestenij | בְּ֝אָהֳלֵיהֶ֗ם (beaholeihem) = in hun tenten | אַל (al) = niet | יְהִ֥י (yehi) = laat zijn | יֹשֵֽׁב (yoshev) = bewoner Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 6:11; Jer 7:12–14; Mat 23:38; Luc 13:35; Hand 1:20 **69:27** Want zij vervolgen wie U geslagen hebt, en zij vertellen van de pijn van Uw gewonden. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֣ה (ata) = U | אֲשֶׁר (asher) = wie | הִכִּ֣יתָ (hikita) = U hebt geslagen | רָדָ֑פוּ (radafu) = zij vervolgen | וְאֶל (veel) = en over | מַכְא֖וֹב (makhov) = pijn van | חֲלָלֶ֣יךָ (chalaleikha) = Uw gewonden | יְסַפֵּֽרוּ (yesaperu) = zij vertellen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 53:4; Jes 53:10; Zach 1:15; Mar 15:27–32; 1 Tess 2:15 **69:28** Leg schuld op hun schuld, en laat hen niet komen tot Uw gerechtigheid. Brontekst: תְּֽנָה (tena) = leg | עָ֭וֺן (avon) = schuld | עַל (al) = op | עֲוֺנָ֑ם (avonam) = hun schuld | וְאַל (veal) = en niet | יָ֝בֹ֗אוּ (yavou) = laat komen | בְּצִדְקָתֶֽךָ (betsidqatekha) = tot Uw gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָוֺן (avon), ‘schuld’: schuld die verkeerd gedrag achterlaat. Het vers vraagt dat zij niet in Zijn gerechtigheid binnenkomen, dus niet vrijgesproken worden. Zie ook: Jes 26:10; Neh 3:37; 2 Tess 2:11–12; Rom 1:28; Openb 22:10–11 **69:29** Laat hen uitgewist worden uit het boek van het leven, en laat hen niet met de rechtvaardigen opgeschreven worden. Brontekst: יִ֭מָּחֽוּ (yimachu) = laat uitgewist worden | מִסֵּ֣פֶר (misefer) = uit boek van | חַיִּ֑ים (chayim) = leven | וְעִ֥ם (veim) = en met | צַ֝דִּיקִ֗ים (tsadiqim) = rechtvaardigen | אַל (al) = niet | יִכָּתֵֽבוּ (yikatevu) = laat opgeschreven worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֵפֶר חַיִּים (sefer chayyim), ‘boek van het leven’: het boek van de levenden (vergelijk Exod. 32:32–33). Zie ook: Ex 32:32–33; Luc 10:20; Fil 4:3; Openb 13:8; Openb 20:12–15 ### Ik prijs de naam van Elohim **69:30** Maar ik ben ellendig en lijd pijn. Moge Uw redding, Elohim, mij hoog en veilig zetten. Brontekst: וַ֭אֲנִי (vaani) = maar ik | עָנִ֣י (ani) = ellendig | וְכוֹאֵ֑ב (vekhoev) = en pijn lijdend | יְשׁוּעָתְךָ֖ (yeshuatekha) = Uw redding | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | תְּשַׂגְּבֵֽנִי (tesageveni) = moge mij hoog en veilig zetten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 20:2; Ps 40:18; Ps 70:6; Ps 91:14–16; Ps 109:22 **69:31** Ik wil de naam van Elohim prijzen met een lied en Hem groot maken met dankzegging. Brontekst: אֲהַֽלְלָ֣ה (ahalla) = ik wil prijzen | שֵׁם (shem) = naam van | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | בְּשִׁ֑יר (beshir) = met een lied | וַאֲגַדְּלֶ֥נּוּ (vaagadelenu) = en ik wil Hem groot maken | בְתוֹדָֽה (betoda) = met dankzegging Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 28:7; Ps 34:4; Ps 40:2–4; Ps 50:14; Ps 118:28–29 **69:32** Dat zal Yahweh beter bevallen dan een os, een jonge stier met horens en gespleten hoeven. Brontekst: וְתִיטַ֣ב (vetitav) = en het zal beter bevallen | לַֽ֭יהוָה (laYahweh) = Yahweh | מִשּׁ֥וֹר (mishor) = dan een os | פָּ֗ר (par) = jonge stier | מַקְרִ֥ן (maqrin) = met horens | מַפְרִֽיס (mafris) = met gespleten hoeven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַקְרִן (maqrin), ‘met horens’, מַפְרִיס (mafris), ‘met gespleten hoeven’: een rein dier dat geofferd mag worden (Lev. 11:3). Zie ook: Lev 11:3; Ps 50:13–14; Ps 50:23; Ef 5:19–20; 1 Petr 2:5; Heb 13:15 **69:33** De nederigen zien het en verheugen zich. Jullie die Elohim zoeken, laat jullie hart leven. Brontekst: רָא֣וּ (rau) = zij zien | עֲנָוִ֣ים (anavim) = nederigen | יִשְׂמָ֑חוּ (yismachu) = zij verheugen zich | דֹּרְשֵׁ֥י (doreshei) = zoekers van | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | וִיחִ֥י (vichi) = en laat leven | לְבַבְכֶֽם (levavkhem) = jullie hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:27; Ps 34:3; Jes 55:6–7; Jes 61:1–3; Joh 16:22 **69:34** Want Yahweh hoort de armen, en Zijn gevangenen veracht Hij niet. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | שֹׁמֵ֣עַ (shomea) = hoort | אֶל (el) = naar | אֶבְיוֹנִ֣ים (evyonim) = armen | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְאֶת (veet) = en | אֲ֝סִירָ֗יו (asirav) = Zijn gevangenen | לֹ֣א (lo) = niet | בָזָֽה (baza) = Hij veracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 68:7; Zach 9:11–12; Luc 4:18; Hand 5:18–19; Openb 2:10 ### Hemel en aarde, prijs Hem **69:35** Laat hemel en aarde Hem prijzen, de zeeën en alles wat zich erin voortbeweegt. Brontekst: יְֽ֭הַלְלוּהוּ (yehalluhu) = laat Hem prijzen | שָׁמַ֣יִם (shamayim) = hemel | וָאָ֑רֶץ (vaarets) = en aarde | יַ֝מִּ֗ים (yamim) = zeeën | וְֽכָל (vekhal) = en alles | רֹמֵ֥שׂ (romes) = wat zich voortbeweegt | בָּֽם (bam) = erin Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 96:11; Ps 150:6; Jes 44:22–23; Jes 49:13; Jes 55:12 **69:36** Want Elohim zal Sion redden en de steden van Juda bouwen. Zij zullen daar wonen en het in bezit nemen. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אֱלֹהִ֨ים (Elohim) = Elohim | י֘וֹשִׁ֤יעַ (yoshia) = Hij zal redden | צִיּ֗וֹן (tsiyon) = Sion | וְ֭יִבְנֶה (veyivne) = en Hij zal bouwen | עָרֵ֣י (arei) = steden van | יְהוּדָ֑ה (yehuda) = Juda | וְיָ֥שְׁבוּ (veyashevu) = en zij zullen wonen | שָׁ֝֗ם (sham) = daar | וִירֵשֽׁוּהָ (vireshuha) = en zij zullen het bezitten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Sion is de berg in Jeruzalem met het heiligdom. Juda is het gebied rond Jeruzalem, in het zuidelijke bergland. Zie ook: Ps 48:12–14; Ps 51:20; Ps 102:17; Jes 44:26; Jes 46:13 **69:37** En het nageslacht van Zijn dienaren zal het erven, en wie Zijn naam liefhebben, zullen erin wonen. Brontekst: וְזֶ֣רַע (vezera) = en nageslacht van | עֲ֭בָדָיו (avadav) = Zijn dienaren | יִנְחָל֑וּהָ (yinchaluha) = zullen het erven | וְאֹהֲבֵ֥י (veohavei) = en liefhebbers van | שְׁ֝מ֗וֹ (shemo) = Zijn naam | יִשְׁכְּנוּ (yishkenu) = zullen wonen | בָֽהּ (bah) = erin Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:29; Ps 102:29; Jes 61:9; Hand 2:39; Jak 1:12 ## Psalmen 70 _Haast U, Elohim, om mij te bevrijden_ ### Een roep om haastige hulp **70:1** Voor de koorleider. Van David. Om te gedenken. Brontekst: לַ֝מְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לְדָוִ֥ד (ledavid) = van David | לְהַזְכִּֽיר (lehazkir) = om te gedenken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij kiezen ‘koorleider’. Voetnoot : לְהַזְכִּיר (lehazkir), ‘om te gedenken’: de betekenis is onzeker. Hetzelfde opschrift staat boven Ps. 38. Voetnoot : Psalm 70 komt vrijwel overeen met Ps. 40:14–18. In deze psalm staat op enkele plaatsen Elohim waar Psalm 40 Yahweh of ‘mijn Heer’ heeft (vers 5 en 6 ↔ Ps. 40:17 en 18; vers 2 ↔ 40:14). Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 38:2; Ps 40:14–18; Ps 40:17; Ps 69:19; Ps 70:2; Ps 70:5; Ps 70:6; Ps 71:12; Ps 143:7 **70:2** Elohim, om mij te bevrijden; Yahweh, om mij te helpen: haast U. Brontekst: אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | לְהַצִּילֵ֑נִי (lehatsileni) = om mij te bevrijden | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לְעֶזְרָ֥תִי (leezrati) = om mij te helpen | חֽוּשָֽׁה (chusha) = haast U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 38:2; Ps 40:14–18; Ps 69:19; Ps 71:12; Ps 143:7 **70:3** Laten zij beschaamd en schaamrood worden, die mijn leven zoeken. Laten zij achteruit wijken en te schande worden, die mijn ongeluk begeren. Brontekst: יֵבֹ֣שׁוּ (yevoshu) = laten beschaamd worden | וְיַחְפְּרוּ֮ (veyachperu) = en laten schaamrood worden | מְבַקְשֵׁ֪י (mevaqshei) = zoekers van | נַ֫פְשִׁ֥י (nafshi) = mijn ziel | יִסֹּ֣גוּ (yisogu) = laten wijken | אָ֭חוֹר (achor) = achteruit | וְיִכָּלְמ֑וּ (veyikalemu) = en laten te schande worden | חֲ֝פֵצֵ֗י (chafetsei) = begerers van | רָעָתִֽי (raati) = mijn ongeluk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier het leven zelf. ‘Wie mijn ziel zoeken’ betekent: wie mij naar het leven staan. Wij schrijven daarom ‘mijn leven’. Zie ook: Ps 35:4; Ps 35:26; Ps 109:29; Jes 41:11; Joh 18:6 **70:4** Laten zij terugdeinzen als gevolg van hun schande, die zeggen: „Ha, ha!” Brontekst: יָ֭שׁוּבוּ (yashuvu) = laten terugkeren | עַל (al) = op | עֵ֣קֶב (eqev) = als gevolg van | בָּשְׁתָּ֑ם (bashtam) = hun schande | הָ֝אֹמְרִ֗ים (haomerim) = die zeggen | הֶ֘אָ֥ח (heach) = ha | הֶאָֽח (heach) = ha Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:16; Spr 24:17–18; Ezech 25:3; Ezech 26:2; Hand 1:18 **70:5** Laten allen die U zoeken, in U jubelen en zich verheugen. Laten zij die van Uw redding houden, steeds zeggen: „Elohim is groot!” Brontekst: יָ֘שִׂ֤ישׂוּ (yasisu) = laten jubelen | וְיִשְׂמְח֨וּ (veyismechu) = en laten zich verheugen | בְּךָ֗ (bekha) = in U | כָּֽל (kal) = allen | מְבַ֫קְשֶׁ֥יךָ (mevaqsheikha) = zoekers van U | וְיֹאמְר֣וּ (veyomru) = en laten zeggen | תָ֭מִיד (tamid) = steeds | יִגְדַּ֣ל (yigdal) = is groot | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | אֹ֝הֲבֵ֗י (ohavei) = liefhebbers van | יְשׁוּעָתֶֽךָ (yeshuatekha) = Uw redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 35:27; Ps 40:17; Jes 61:10; Jes 65:13–14; Klaagl 3:25 **70:6** Maar ik ben ellendig en arm. Elohim, haast U naar mij toe. U bent mijn hulp en mijn bevrijder. Yahweh, wacht niet langer. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | עָנִ֣י (ani) = ellendig | וְאֶבְיוֹן֮ (veevyon) = en arm | אֱלֹהִ֪ים (Elohim) = Elohim | חֽוּשָׁ֫ה (chusha) = haast U | לִּ֥י (li) = naar mij toe | עֶזְרִ֣י (ezri) = mijn hulp | וּמְפַלְטִ֣י (umefalti) = en mijn bevrijder | אַ֑תָּה (ata) = U | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אַל (al) = niet | תְּאַחַֽר (teachar) = wacht langer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָנִי (ani), ‘ellendig’, en אֶבְיוֹן (evyon), ‘arm’: wie arm is en weinig of geen hulp heeft. Zie ook: Ps 40:18; Ps 69:30; Ps 141:1; Heb 10:37; Openb 22:20 ## Psalmen 71 _Verlaat mij niet in mijn ouderdom_ ### Bij U schuil ik **71:1** Bij U, Yahweh, schuil ik. Laat mij nooit beschaamd worden. Brontekst: בְּךָֽ (bekha) = bij U | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | חָסִ֑יתִי (chasiti) = ik schuil | אַל (al) = niet | אֵב֥וֹשָׁה (evosha) = laat mij beschaamd worden | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Psalm 71 heeft geen opschrift. Veel van de woorden komen ook voor in andere psalmen, vooral in Ps. 31:2–4. Zie ook: Ps 22:6; Ps 25:2–3; Ps 31:2–4; Jer 17:18; 1 Petr 2:6 **71:2** Bevrijd mij door Uw gerechtigheid en laat mij ontkomen. Neig Uw oor naar mij en red mij. Brontekst: בְּצִדְקָתְךָ֗ (betsidqatekha) = door Uw gerechtigheid | תַּצִּילֵ֥נִי (tatsileni) = bevrijd mij | וּֽתְפַלְּטֵ֑נִי (utefaleteni) = en laat mij ontkomen | הַטֵּֽה (hate) = neig | אֵלַ֥י (elay) = naar mij | אָ֝זְנְךָ֗ (azenekha) = Uw oor | וְהוֹשִׁיעֵֽנִי (vehoshieni) = en red mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:6; Ps 31:2; Ps 34:16; Ps 116:1–2; Ps 143:11 **71:3** Wees mij een rots als woning, waar ik altijd heen kan gaan. U hebt bevolen mij te redden, want U bent mijn klip en mijn vesting. Brontekst: הֱיֵ֤ה (heye) = wees | לִ֨י (li) = mij | לְצ֥וּר (letsur) = tot een rots van | מָע֡וֹן (maon) = woning | לָב֗וֹא (lavo) = om te komen | תָּמִ֗יד (tamid) = altijd | צִוִּ֥יתָ (tsivita) = U hebt bevolen | לְהוֹשִׁיעֵ֑נִי (lehoshieni) = om mij te redden | כִּֽי (ki) = want | סַלְעִ֖י (sali) = mijn klip | וּמְצוּדָתִ֣י (umetsudati) = en mijn vesting | אָֽתָּה (ata) = U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Wij volgen de Masoretische tekst: ‘een rots van woning’ (מָעוֹן, maon). In Ps. 31:3 staat een verwant woord met de betekenis ‘burcht’ (מָעוֹז, maoz); beide lezingen geven ongeveer dezelfde gedachte. Zie ook: Deut 33:27; Ps 18:3; Ps 31:3–4; Ps 91:9; Spr 18:10 **71:4** Mijn Elohim, laat mij ontkomen uit de hand van de goddeloze, uit de greep van wie onrecht doet en geweld pleegt. Brontekst: אֱֽלֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | פַּ֭לְּטֵנִי (paleteni) = laat mij ontkomen | מִיַּ֣ד (miyad) = uit de hand van | רָשָׁ֑ע (rasha) = goddeloze | מִכַּ֖ף (mikaf) = uit de greep van | מְעַוֵּ֣ל (meavel) = onrechtpleger | וְחוֹמֵץ (vechomets) = en geweldenaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חוֹמֵץ (chometz), ‘geweldenaar’: het woord komt elders niet voor en de betekenis is onzeker; het gaat om iemand die hard en gewelddadig is. Zie ook: 2 Sam 17:1–2; Ps 17:8–9; Ps 17:13; Ps 59:2–3; Ps 140:2–5 **71:5** Want U bent mijn hoop, mijn Heer Yahweh, mijn vertrouwen van jongs af aan. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֥ה (ata) = U | תִקְוָתִ֑י (tiqvati) = mijn hoop | אֲדֹנָ֥י (adonay) = mijn Heer | יְ֝הוִ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מִבְטַחִ֥י (mivtachi) = mijn vertrouwen | מִנְּעוּרָֽי (mineuray) = van mijn jeugd af Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘mijn Heer Yahweh’: zie ook Gen. 15:2. Adonai is hier de aanspreking; Yahweh de naam. Zie ook: Gen 15:2; Ps 39:8; Ps 71:17; Ps 119:81; Jer 17:7; Jer 17:17 **71:6** Op U steun ik van de moederschoot af. U bent het die mij uit de buik van mijn moeder hebt gehaald. U bent altijd het onderwerp van mijn lofzang. Brontekst: עָלֶ֤יךָ (aleikha) = op U | נִסְמַ֬כְתִּי (nismakhti) = ik steun | מִבֶּ֗טֶן (mibeten) = van de buik af | מִמְּעֵ֣י (mimeei) = van de ingewanden van | אִ֭מִּי (imi) = mijn moeder | אַתָּ֣ה (ata) = U | גוֹזִ֑י (gozi) = mijn uithaler | בְּךָ֖ (bekha) = in U | תְהִלָּתִ֣י (tehilati) = mijn lofzang | תָמִֽיד (tamid) = altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גֹּזִי (gozi), ‘die mij uithaalde’: het woord komt elders niet voor en de betekenis is onzeker. De betekenis ‘degene die mij uit de buik haalde’ past bij de zin; zo vertalen wij. Zie ook: Ps 22:10–11; Ps 139:15–16; Jes 49:1; Jer 1:5; Gal 1:15 **71:7** Voor velen ben ik een teken geweest, maar U bent mijn sterke toevlucht. Brontekst: כְּ֭מוֹפֵת (kemofet) = als een teken | הָיִ֣יתִי (hayiti) = ik ben geweest | לְרַבִּ֑ים (lerabim) = voor velen | וְ֝אַתָּ֗ה (veata) = maar U | מַֽחֲסִי (machasi) = mijn toevlucht | עֹֽז (oz) = sterk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מוֹפֵת (mofet), ‘teken’: iemand aan wie anderen zich verbazen, vanwege wat hem overkomt (of vanwege Elohims hulp). De betekenis hier is niet geheel zeker. Zie ook: Ps 62:8; Jes 8:18; Hand 4:13; 1 Kor 4:9; 2 Kor 6:8–10 **71:8** Mijn mond is vol van Uw lof, de hele dag vol van Uw luister. Brontekst: יִמָּ֣לֵא (yimale) = wordt vol | פִ֭י (pi) = mijn mond | תְּהִלָּתֶ֑ךָ (tehilatekha) = Uw lof | כָּל (kal) = de hele | הַ֝יּ֗וֹם (hayom) = dag | תִּפְאַרְתֶּֽךָ (tifartekha) = Uw luister Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 35:28; Ps 71:15; Ps 71:24; Ps 104:1; Ps 146:2 ### Verlaat mij niet in mijn ouderdom **71:9** Verwerp mij niet in de tijd van de ouderdom. Verlaat mij niet nu mijn kracht opraakt. Brontekst: אַֽל (al) = niet | תַּ֭שְׁלִיכֵנִי (tashlikheni) = verwerp mij | לְעֵ֣ת (leet) = in de tijd van | זִקְנָ֑ה (ziqna) = ouderdom | כִּכְל֥וֹת (kikhlot) = als opraakt | כֹּ֝חִ֗י (kochi) = mijn kracht | אַֽל (al) = niet | תַּעַזְבֵֽנִי (taazveni) = verlaat mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 71:18; Ps 90:10; Ps 92:14–16; Jes 46:4; 2 Tim 1:12 **71:10** Want mijn vijanden praten over mij, en zij die op mijn leven loeren, beramen samen een plan. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אָמְר֣וּ (ameru) = zeggen | אוֹיְבַ֣י (oyevay) = mijn vijanden | לִ֑י (li) = over mij | וְשֹׁמְרֵ֥י (veshomerei) = en loerders op | נַ֝פְשִׁ֗י (nafshi) = mijn leven | נוֹעֲצ֥וּ (noatsu) = beramen | יַחְדָּֽו (yachdav) = samen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: zie bij Ps. 70:3. Hier ‘leven’. Zie ook: Ps 31:14; Ps 56:7; Ps 70:3; Ps 83:4; Jer 20:10; Mat 26:3–4 **71:11** Zij zeggen: „Elohim heeft hem verlaten. Jaag hem na en grijp hem, want er is niemand die bevrijdt.” Brontekst: לֵ֭אמֹר (lemor) = zeggend | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | עֲזָב֑וֹ (azavo) = heeft verlaten | רִֽדְפ֥וּ (ridfu) = jaag na | וְ֝תִפְשׂ֗וּהוּ (vetifsuhu) = en grijp hem | כִּי (ki) = want | אֵ֥ין (ein) = niet | מַצִּֽיל (matsil) = bevrijder Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:3; Ps 7:3; Ps 50:22; Mat 27:42–43; Mat 27:46 **71:12** Elohim, wees niet ver van mij. Mijn Elohim, haast U mij te helpen. Brontekst: אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | אַל (al) = niet | תִּרְחַ֣ק (tirchaq) = wees ver | מִמֶּ֑נִּי (mimeni) = van mij | אֱ֝לֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | לְעֶזְרָ֥תִי (leezrati) = om mij te helpen | חֽוּשָׁה (chusha) = haast U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is חישה (chishah); de te lezen vorm (qere) is חוּשָׁה (chushah), ‘haast U’. Het is een andere spelling van hetzelfde woord. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 10:1; Ps 22:12; Ps 35:22; Ps 38:22–23; Ps 69:19 **71:13** Laten zij beschaamd worden en vergaan, die mijn leven aanklagen. Laten zij zich hullen in smaad en schande, die mijn ongeluk zoeken. Brontekst: יֵבֹ֣שׁוּ (yevoshu) = laten beschaamd worden | יִכְלוּ֮ (yikhlu) = laten vergaan | שֹׂטְנֵ֪י (sotenei) = aanklagers van | נַ֫פְשִׁ֥י (nafshi) = mijn ziel | יַֽעֲט֣וּ (yaatu) = laten zich hullen in | חֶ֭רְפָּה (cherpa) = smaad | וּכְלִמָּ֑ה (ukhelima) = en schande | מְ֝בַקְשֵׁ֗י (mevaqshei) = zoekers van | רָעָתִֽי (raati) = mijn ongeluk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׂטָן (satan), ‘tegenstander, aanklager’: hier een deelwoord, ‘zij die mij aanklagen’, geen eigennaam. Zie ook: Ps 35:4; Ps 35:26; Ps 71:24; Ps 109:29; Jer 20:11 ### Ik blijf hopen en U prijzen **71:14** Maar ik blijf altijd hopen, en ik voeg toe aan al Uw lof. Brontekst: וַ֭אֲנִי (vaani) = en ik | תָּמִ֣יד (tamid) = altijd | אֲיַחֵ֑ל (ayachel) = zal hopen | וְ֝הוֹסַפְתִּ֗י (vehosafti) = en ik zal toevoegen | עַל (al) = aan | כָּל (kal) = al | תְּהִלָּתֶֽךָ (tehilatekha) = Uw lof Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 43:5; Ps 71:6; Ps 130:7; Klaagl 3:26; 1 Joh 3:3 **71:15** Mijn mond vertelt van Uw gerechtigheid, de hele dag van Uw redding, want ik ken er het getal niet van. Brontekst: פִּ֤י (pi) = mijn mond | יְסַפֵּ֬ר (yesaper) = vertelt | צִדְקָתֶ֗ךָ (tsidqatekha) = Uw gerechtigheid | כָּל (kal) = de hele | הַיּ֥וֹם (hayom) = dag | תְּשׁוּעָתֶ֑ךָ (teshuatekha) = Uw redding | כִּ֤י (ki) = want | לֹ֖א (lo) = niet | יָדַ֣עְתִּי (yadati) = ik ken | סְפֹרֽוֹת (seforot) = getallen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סְפֹרוֹת (sefarot), ‘getal’: het woord komt elders niet voor. De betekenis ‘getal, aantal’ is waarschijnlijk; wij vertalen ‘ik ken er het getal niet van’. Zie ook: Ps 35:28; Ps 40:6; Ps 71:8; Ps 139:17–18; Ps 145:5–14 **71:16** Ik kom met de machtige daden van mijn Heer Yahweh. Ik roep Uw gerechtigheid in herinnering, die van U alleen. Brontekst: אָב֗וֹא (avo) = ik kom | בִּ֭גְבֻרוֹת (bigvurot) = met machtige daden van | אֲדֹנָ֣י (adonay) = mijn Heer | יְהוִ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אַזְכִּ֖יר (azkir) = ik herinner | צִדְקָתְךָ֣ (tsidqatekha) = Uw gerechtigheid | לְבַדֶּֽךָ (levadekha) = U alleen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt letterlijk ‘ik kom met de machtige daden van mijn Heer Yahweh’. Daarbij kan bedoeld zijn: ‘ik treed op in de kracht van’ of ‘ik kom om te vertellen van’. De tekst kiest niet. Zie ook: Ps 51:16; Zach 10:12; Mat 6:33; Fil 3:9; Fil 4:13 ### Van jongs af onderwezen **71:17** Elohim, U hebt mij onderwezen van jongs af aan, en tot nu toe vertel ik van Uw wonderen. Brontekst: אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | לִמַּדְתַּ֥נִי (limadtani) = U hebt mij onderwezen | מִנְּעוּרָ֑י (mineuray) = van mijn jeugd af | וְעַד (vead) = en tot | הֵ֝֗נָּה (hena) = nu | אַגִּ֥יד (agid) = ik vertel | נִפְלְאוֹתֶֽיךָ (nifleoteikha) = Uw wonderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:5; Ps 66:16; Ps 71:5; Ps 119:9; Ps 119:102 **71:18** Ook tot in mijn ouderdom en grijze haren, Elohim, verlaat mij niet, totdat ik Uw arm bekendmaak aan het volgende geslacht. Uw kracht maak ik bekend aan allen die komen. Brontekst: וְגַ֤ם (vegam) = en ook | עַד (ad) = tot | זִקְנָ֨ה (ziqna) = ouderdom | וְשֵׂיבָה֮ (veseiva) = en grijze haren | אֱלֹהִ֪ים (Elohim) = Elohim | אַֽל (al) = niet | תַּעַ֫זְבֵ֥נִי (taazveni) = verlaat mij | עַד (ad) = totdat | אַגִּ֣יד (agid) = ik vertel | זְרוֹעֲךָ֣ (zeroakha) = Uw arm | לְד֑וֹר (ledor) = aan het geslacht | לְכָל (lekhal) = aan allen | יָ֝ב֗וֹא (yavo) = die zullen komen | גְּבוּרָתֶֽךָ (gevuratekha) = Uw kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 71:9; Ps 78:4; Ps 78:6; Ps 145:4–5; Jes 46:4 **71:19** Uw gerechtigheid, Elohim, reikt tot in de hoogte. U hebt grote dingen gedaan. Elohim, wie is aan U gelijk? Brontekst: וְצִדְקָתְךָ֥ (vetsidqatekha) = en Uw gerechtigheid | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | עַד (ad) = tot | מָ֫ר֥וֹם (marom) = de hoogte | אֲשֶׁר (asher) = die | עָשִׂ֥יתָ (asita) = U hebt gedaan | גְדֹל֑וֹת (gedolot) = grote dingen | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | מִ֣י (mi) = wie | כָמֽוֹךָ (kamokha) = is zoals U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:11; Ps 35:10; Ps 36:6–7; Ps 57:11; Jes 55:9 **71:20** U die mij vele noden en rampen hebt laten zien, U zult mij weer doen leven. U zult mij weer omhoog brengen uit de oerdiepten van de aarde. Brontekst: אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | הִרְאִיתַ֨נִי (hiritani) = U hebt mij laten zien | צָר֥וֹת (tsarot) = noden | רַבּ֗וֹת (rabot) = vele | וְרָ֫ע֥וֹת (veraot) = en rampen | תָּשׁ֥וּב (tashuv) = U zult weer | תְּחַיֵּ֑ינִי (techayeini) = mij doen leven | וּֽמִתְּהֹמ֥וֹת (umitehomot) = en uit de oerdiepten van | הָ֝אָ֗רֶץ (haarets) = de aarde | תָּשׁ֥וּב (tashuv) = U zult weer | תַּעֲלֵֽנִי (taaleni) = mij omhoog brengen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּהֹמוֹת הָאָרֶץ (tehomot haarets), ‘de oerdiepten van de aarde’: de diepte onder de aarde, het rijk van de dood. Vergelijk Job 38:16. Voetnoot Lezing: Het geschreven Hebreeuws (ketiv) heeft ‘U hebt ons laten zien’ en ‘U zult ons weer doen leven’; de gelezen vorm (qere) heeft ‘mij’. Wij volgen de qere, want de hele psalm spreekt in het enkelvoud. Zie ook: Job 38:16; Ps 60:5; Ps 86:13; Ps 138:7; Hos 6:1–2; Ezech 37:12–13 **71:21** U zult mijn grootheid vergroten. U zult mij omringen en troosten. Brontekst: תֶּ֤רֶב (terev) = U zult vermeerderen | גְּֽדֻלָּתִ֗י (gedulati) = mijn grootheid | וְתִסֹּ֥ב (vetisov) = en U zult omringen | תְּֽנַחֲמֵֽנִי (tenachameni) = mij troosten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּסֹבֵּנִי (tesobeni), ‘U zult mij omringen’: van סָבַב (savav), ‘omringen, zich omkeren’. Het kan ook betekenen: ‘U zult zich weer naar mij toekeren’. Zie ook: 2 Sam 3:1; Ps 18:36; Ps 86:17; Jes 12:1; 2 Kor 1:4–5 ### Ik zal U bezingen **71:22** Ook ik zal U loven met harpspel, om Uw waarheid, mijn Elohim. Ik zal U bezingen met de lier, Heilige van Israël. Brontekst: גַּם (gam) = ook | אֲנִ֤י (ani) = ik | אוֹדְךָ֣ (odekha) = ik zal U loven | בִכְלִי (bikhli) = met het instrument van | נֶבֶל֮ (nevel) = harp | אֲמִתְּךָ֪ (amitekha) = Uw waarheid | אֱלֹ֫הָ֥י (elohay) = mijn Elohim | אֲזַמְּרָ֣ה (azamera) = ik zal bezingen | לְךָ֣ (lekha) = U | בְכִנּ֑וֹר (bekhinor) = met de lier | קְ֝ד֗וֹשׁ (qedosh) = Heilige van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קְדוֹשׁ יִשְׂרָאֵל (qedosh Yisrael), ‘Heilige van Israël’: een naam van Yahweh, vooral bij Jesaja. Voetnoot : כְּלִי נֶבֶל (keli nevel), ‘het instrument van de harp’: wij vertalen ‘harpspel’. כִּנּוֹר (kinnor) is de lier. Zie ook: Ps 33:2; Ps 89:19; Ps 92:2–4; 2 Kon 19:22; Hab 3:18–19 **71:23** Mijn lippen zullen jubelen als ik U bezing, en ook mijn ziel, die U hebt vrijgekocht. Brontekst: תְּרַנֵּ֣נָּ֣ה (teranena) = zullen jubelen | שְׂ֭פָתַי (sefatay) = mijn lippen | כִּ֣י (ki) = want | אֲזַמְּרָה (azamera) = ik bezing | לָּ֑ךְ (lakh) = U | וְ֝נַפְשִׁ֗י (venafshi) = en mijn ziel | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | פָּדִֽיתָ (padita) = U hebt vrijgekocht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’: iemand vrijmaken door een losprijs te betalen. Zie ook: Ps 34:23; Ps 103:4; Ps 104:33; Luc 1:46–47; Openb 5:9 **71:24** Ook mijn tong spreekt de hele dag over Uw gerechtigheid, want beschaamd en te schande gemaakt zijn zij die mijn ongeluk zoeken. Brontekst: גַּם (gam) = ook | לְשׁוֹנִ֗י (leshoni) = mijn tong | כָּל (kal) = de hele | הַ֭יּוֹם (hayom) = dag | תֶּהְגֶּ֣ה (tehge) = spreekt | צִדְקָתֶ֑ךָ (tsidqatekha) = Uw gerechtigheid | כִּי (ki) = want | בֹ֥שׁוּ (boshu) = zijn beschaamd | כִֽי (ki) = want | חָ֝פְר֗וּ (chaferu) = zijn te schande gemaakt | מְבַקְשֵׁ֥י (mevaqshei) = zoekers van | רָעָתִֽי (raati) = mijn ongeluk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָגָה (hagah), ‘zacht spreken, overdenken’: hier van de tong: de tong spreekt over Uw gerechtigheid, voortdurend. Zie ook: Ps 18:38–44; Ps 35:28; Ps 71:13; Ps 92:12; 1 Kor 15:25 ## Psalmen 72 _Gebed voor de koning_ ### Elohim, geef de koning Uw recht **72:1** Van Salomo. Elohim, geef de koning Uw recht en de zoon van de koning Uw gerechtigheid. Brontekst: לִשְׁלֹמֹ֨ה (lishlomo) = van Salomo | אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | מִ֭שְׁפָּטֶיךָ (mishpateikha) = Uw recht | לְמֶ֣לֶךְ (lemelekh) = aan de koning | תֵּ֑ן (ten) = geef | וְצִדְקָתְךָ֥ (vetsidqatekha) = en Uw gerechtigheid | לְבֶן (leven) = aan de zoon van | מֶֽלֶךְ (melekh) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לִשְׁלֹמֹה (lishlomo), ‘van Salomo’: het voorzetsel ל (le) kan ‘van’, ‘voor’ of ‘over’ betekenen. De psalm kan door Salomo, voor Salomo of over Salomo zijn. Voetnoot : מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’, en צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’: de twee kernwoorden van de psalm (zie ook vers 2 en 7). Zie ook: 1 Kron 22:12–13; 1 Kron 29:19; Ps 72:2; Ps 72:7; 1 Kon 1:39–2:4; 2 Kron 1:10; Jer 23:5–6 **72:2** Moge hij Uw volk richten met gerechtigheid en Uw ellendigen met recht. Brontekst: יָדִ֣ין (yadin) = moge hij richten | עַמְּךָ֣ (amekha) = Uw volk | בְצֶ֑דֶק (betsedeq) = met gerechtigheid | וַעֲנִיֶּ֥יךָ (vaaniyeikha) = en Uw ellendigen | בְמִשְׁפָּֽט (bemishpat) = met recht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De werkwoorden in vers 2–17 kunnen als wens (‘moge hij’) of als verwachting (‘hij zal’) worden gelezen. Wij vertalen als wens, zoals de duidelijke wensvormen in vers 16 en 17. Zie ook: Ps 72:12–14; Ps 72:16; Ps 72:17; Ps 82:3–4; Jes 11:2–5; Jes 32:1; Jes 32:17 **72:3** Laten de bergen het volk vrede brengen, en de heuvels door gerechtigheid. Brontekst: יִשְׂא֤וּ (yisu) = laten dragen | הָרִ֓ים (harim) = bergen | שָׁ֘ל֥וֹם (shalom) = vrede | לָעָ֑ם (laam) = aan het volk | וּ֝גְבָע֗וֹת (ugevaot) = en heuvels | בִּצְדָקָֽה (bitsdaqa) = door gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 65:13; Ps 85:11–12; Jes 52:7; Dan 9:24; 2 Kor 5:19–21 **72:4** Moge hij de ellendigen van het volk recht doen, de kinderen van de armen redden en de onderdrukker vermorzelen. Brontekst: יִשְׁפֹּ֤ט (yishpot) = moge hij recht doen | עֲֽנִיֵּי (aniyei) = ellendigen van | עָ֗ם (am) = volk | י֭וֹשִׁיעַ (yoshia) = moge hij redden | לִבְנֵ֣י (livnei) = de kinderen van | אֶבְי֑וֹן (evyon) = armen | וִֽידַכֵּ֣א (vidake) = en moge hij vermorzelen | עוֹשֵֽׁק (osheq) = onderdrukker Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 109:31; Jes 11:4; Ezech 34:15–16; Zach 9:8–10; Mat 11:5 **72:5** Laat men U vrezen zolang de zon er is en zolang de maan er is, van geslacht tot geslacht. Brontekst: יִֽירָא֥וּךָ (yiraukha) = laat vrezen U | עִם (im) = met | שָׁ֑מֶשׁ (shamesh) = zon | וְלִפְנֵ֥י (velifnei) = en voor het aangezicht van | יָ֝רֵ֗חַ (yareach) = maan | דּ֣וֹר (dor) = geslacht van | דּוֹרִֽים (dorim) = geslachten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Wij volgen de Masoretische tekst: ‘Laat men U vrezen’. Het onderwerp is in het Hebreeuws niet genoemd en de zin is moeilijk; andere oude vertalingen lezen een andere vorm (‘hij zal blijven’). Wij volgen dat niet. Zie ook: Ps 72:7; Ps 72:17; Ps 89:37–38; Dan 7:14; Openb 11:15 **72:6** Moge hij neerdalen als regen op het gemaaide veld, als stortbuien die de aarde drenken. Brontekst: יֵ֭רֵד (yered) = moge hij neerdalen | כְּמָטָ֣ר (kematar) = als regen | עַל (al) = op | גֵּ֑ז (gez) = gemaaid veld | כִּ֝רְבִיבִ֗ים (kirvivim) = als stortbuien | זַרְזִ֥יף (zarzif) = druppelend over | אָֽרֶץ (arets) = aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גֵּז (gez), ‘gemaaid veld’: het woord betekent eigenlijk iets dat is afgesneden, zoals geschoren wol (Richt. 6:37) of gemaaid gras. Voetnoot : זַרְזִיף (zarzif), ‘drenken’: het woord komt elders niet voor. De betekenis ‘druppelen, drenken’ past bij de zin. Zie ook: Deut 32:2; Re 6:37; 2 Sam 23:4; Ps 65:11; Hos 6:3; Jes 14:3–5 **72:7** Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien, en moge er volop vrede zijn, totdat er geen maan meer is. Brontekst: יִֽפְרַח (yifrach) = moge bloeien | בְּיָמָ֥יו (beyamav) = in zijn dagen | צַדִּ֑יק (tsadiq) = rechtvaardige | וְרֹ֥ב (verov) = en overvloed van | שָׁ֝ל֗וֹם (shalom) = vrede | עַד (ad) = totdat | בְּלִ֥י (beli) = zonder | יָרֵֽחַ (yareach) = maan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 92:13; Jes 2:4; Jes 54:11–17; Jes 60:22; Mal 3:20 **72:8** Moge hij heersen van zee tot zee en van de Rivier tot de uiteinden van de aarde. Brontekst: וְ֭יֵרְדְּ (veyerd) = en moge hij heersen | מִיָּ֣ם (miyam) = van zee | עַד (ad) = tot | יָ֑ם (yam) = zee | וּ֝מִנָּהָ֗ר (uminahar) = en van de Rivier | עַד (ad) = tot | אַפְסֵי (afsei) = uiteinden van | אָֽרֶץ (arets) = aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘De Rivier’ (הַנָּהָר, hannahar) is meestal de Eufraat; vergelijk Gen. 15:18 en Exod. 23:31. Zie ook: Gen 15:18; Ex 23:31; Ps 80:12; Ps 89:26; 1 Kon 5:1–4; Zach 9:10 **72:9** Laten de woestijnbewoners voor hem knielen, en zijn vijanden het stof likken. Brontekst: לְ֭פָנָיו (lefanav) = voor zijn aangezicht | יִכְרְע֣וּ (yikhreu) = laten knielen | צִיִּ֑ים (tsiyim) = woestijnbewoners | וְ֝אֹיְבָ֗יו (veoyevav) = en zijn vijanden | עָפָ֥ר (afar) = stof | יְלַחֵֽכוּ (yelachekhu) = laten likken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צִיִּים (tsiyim), ‘woestijnbewoners’: letterlijk ‘bewoners van dorre streken’. Het woord kan ook woestijndieren of schepen betekenen; de betekenis is onzeker. Zie ook: Ps 21:9–10; Ps 22:30; Jes 49:23; Mi 7:17; Luc 19:27 **72:10** Laten de koningen van Tarsis en de eilanden geschenken brengen. Laten de koningen van Sjeba en Seba gaven aanbieden. Brontekst: מַלְכֵ֬י (malkhei) = koningen van | תַרְשִׁ֣ישׁ (tarshish) = Tarsis | וְ֭אִיִּים (veiyim) = en de eilanden | מִנְחָ֣ה (mincha) = geschenk | יָשִׁ֑יבוּ (yashivu) = laten terugbrengen | מַלְכֵ֥י (malkhei) = koningen van | שְׁבָ֥א (sheva) = Sjeba | וּ֝סְבָ֗א (useva) = en Seba | אֶשְׁכָּ֥ר (eshkar) = gave | יַקְרִֽיבוּ (yaqrivu) = laten aanbieden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Tarsis lag ver in het westen (ligging onzeker), Sjeba in het zuidwesten van Arabië en Seba waarschijnlijk in Noordoost-Afrika (ligging onzeker). Samen staan zij voor de verste uithoeken van de bekende wereld. Voetnoot Uitleg: מִנְחָה (minchah), ‘geschenk’: hier geen offer, maar een gift van onderworpen koningen. Zie ook 2 Sam. 8:2. Voetnoot : הֵשִׁיב (heshiv), ‘terugbrengen’: hier ‘brengen, betalen’ (een geschenk dat men verschuldigd is). Voetnoot : אֶשְׁכָּר (eshkar), ‘gave’: het woord komt elders niet voor; de betekenis ‘gift’ past bij de zin. Zie ook: 2 Sam 8:2; Ps 45:13; Ps 68:30; 1 Kon 10:1; Jes 49:7; Jes 60:6 **72:11** Laten alle koningen zich voor hem neerbuigen, en alle volken hem dienen. Brontekst: וְיִשְׁתַּחֲווּ (veyishtachavu) = en laten zich neerbuigen | ל֥וֹ (lo) = voor hem | כָל (kal) = alle | מְלָכִ֑ים (melakhim) = koningen | כָּל (kal) = alle | גּוֹיִ֥ם (goyim) = volken | יַֽעַבְדֽוּהוּ (yaavduhu) = laten hem dienen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 86:9; Ps 138:4–5; Jes 49:22–23; Openb 11:15; Openb 17:14 ### Hij bevrijdt de arme en de ellendige **72:12** Want hij bevrijdt de arme die om hulp roept, en de ellendige die geen helper heeft. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | יַ֭צִּיל (yatsil) = hij bevrijdt | אֶבְי֣וֹן (evyon) = arme | מְשַׁוֵּ֑עַ (meshavea) = die om hulp roept | וְ֝עָנִ֗י (veani) = en ellendige | וְֽאֵין (veein) = en niet | עֹזֵ֥ר (ozer) = helper | לֽוֹ (lo) = voor hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 29:12; Ps 102:18; Pred 4:1; Heb 7:25; Openb 3:17–18 **72:13** Hij heeft medelijden met de zwakke en de arme, en de levens van de armen redt hij. Brontekst: יָ֭חֹס (yachos) = hij heeft medelijden | עַל (al) = met | דַּ֣ל (dal) = zwakke | וְאֶבְי֑וֹן (veevyon) = en arme | וְנַפְשׁ֖וֹת (venafshot) = en levens van | אֶבְיוֹנִ֣ים (evyonim) = armen | יוֹשִֽׁיעַ (yoshia) = hij redt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:15–16; Ps 109:31; Ezech 34:16; Mat 5:3; Jak 2:5–6 **72:14** Uit onderdrukking en geweld verlost hij hun leven, en hun bloed is kostbaar in zijn ogen. Brontekst: מִתּ֣וֹךְ (mitokh) = uit onderdrukking | וּ֭מֵחָמָס (umechamas) = en uit geweld | יִגְאַ֣ל (yigal) = hij verlost | נַפְשָׁ֑ם (nafsham) = hun leven | וְיֵיקַ֖ר (veyeiqar) = en kostbaar is | דָּמָ֣ם (damam) = hun bloed | בְּעֵינָֽיו (beeinav) = in zijn ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תֹּךְ (tokh), ‘onderdrukking’: het woord komt vooral voor in Ps. 10:7 en 55:12. גָּאַל (gaal), ‘verlossen’: de losser (goel) haalt iemand uit de nood en koopt zijn recht terug. Zie Ruth 4. Zie ook: 2 Sam 4:9; Ps 10:7; Ps 55:12; Ps 116:15; Luc 1:68–75; 1 Tess 2:15–16; Openb 19:2 ### Moge hij leven **72:15** Moge hij leven! Moge men hem van het goud van Sjeba geven. Moge men voortdurend voor hem bidden en hem de hele dag zegenen. Brontekst: וִיחִ֗י (vichi) = en moge hij leven | וְיִתֶּן (veyiten) = en moge men geven | לוֹ֮ (lo) = aan hem | מִזְּהַ֪ב (mizehav) = van goud van | שְׁ֫בָ֥א (sheva) = Sjeba | וְיִתְפַּלֵּ֣ל (veyitpalel) = en moge men bidden | בַּעֲד֣וֹ (baado) = voor hem | תָמִ֑יד (tamid) = voortdurend | כָּל (kal) = de hele | הַ֝יּ֗וֹם (hayom) = dag | יְבָרֲכֶֽנְהֽוּ (yevarakhenhu) = moge men hem zegenen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Sjeba: Sjeba lag in het zuidwesten van Arabië, in het huidige Jemen. Zie ook: 1 Kon 10:14; Jes 60:6; Fil 2:11; Jud 1:25; Openb 5:8–14 **72:16** Moge er een handvol graan zijn in het land, op de top van de bergen. Moge zijn vrucht ruisen als de Libanon, en mogen mensen uit de stad bloeien als het gras van de aarde. Brontekst: יְהִ֤י (yehi) = moge zijn | פִסַּת (pisat) = handvol van | בַּ֨ר (bar) = graan | בָּאָרֶץ֮ (baarets) = in het land | בְּרֹ֪אשׁ (berosh) = op de top van | הָ֫רִ֥ים (harim) = bergen | יִרְעַ֣שׁ (yirash) = moge ruisen | כַּלְּבָנ֣וֹן (kalevanon) = zoals de Libanon | פִּרְי֑וֹ (piryo) = zijn vrucht | וְיָצִ֥יצוּ (veyatsitsu) = en mogen bloeien | מֵ֝עִ֗יר (meir) = uit de stad | כְּעֵ֣שֶׂב (keesev) = zoals gras van | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee. Voetnoot Uitleg: פִּסַּת בַּר (pissat bar), ‘een handvol graan’: het eerste woord komt elders niet voor en de betekenis is onzeker. Het beeld is: zelfs op de bergtoppen, waar niets groeit, staat graan. Andere oude vertalingen lezen een ander woord (‘stevigheid’ of ‘overvloed’). Zie ook: Job 5:25; Ps 104:16; 1 Kon 4:20; Hand 4:4; Openb 7:9 **72:17** Moge zijn naam voor eeuwig blijven. Moge zijn naam voortduren zolang de zon er is. Mogen alle volken zich in hem zegenen en hem gelukkig prijzen. Brontekst: יְהִ֤י (yehi) = moge zijn | שְׁמ֨וֹ (shemo) = zijn naam | לְֽעוֹלָ֗ם (leolam) = voor eeuwig | לִפְנֵי (lifnei) = voor het aangezicht van | שֶׁמֶשׁ֮ (shemesh) = zon | יִנּ֪וֹן (yinon) = moge voortduren | שְׁ֫מ֥וֹ (shemo) = zijn naam | וְיִתְבָּ֥רְכוּ (veyitbarekhu) = en mogen zich zegenen | ב֑וֹ (bo) = in hem | כָּל (kal) = alle | גּוֹיִ֥ם (goyim) = volken | יְאַשְּׁרֽוּהוּ (yeasheruhu) = mogen hem gelukkig prijzen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Mogen alle volken zich in hem zegenen’ verwijst naar de belofte aan Abraham: Gen. 12:3 en 22:18. Voetnoot Lezing: Het geschreven Hebreeuws (ketiv) heeft יָנִין (yanin), de gelezen vorm (qere) יִנּוֹן (yinon). Het werkwoord komt alleen hier voor en betekent ‘voortduren, uitspruiten’. Zie ook: Gen 12:3; Gen 22:18; Ps 89:37; Jes 7:14; Mat 1:23; Luc 1:48 ### Lofprijzing en slot van het tweede boek **72:18** Gezegend is Yahweh Elohim, de Elohim van Israël, die wonderen doet, Hij alleen. Brontekst: בָּר֤וּךְ (barukh) = gezegend | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | אֱלֹהֵ֣י (elohei) = Elohim van | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | עֹשֵׂ֖ה (ose) = die doet | נִפְלָא֣וֹת (niflaot) = wonderen | לְבַדּֽוֹ (levado) = Hij alleen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 18–19 zijn de lofprijzing waarmee het tweede boek van de Psalmen eindigt. Een vergelijkbare slotprijzing staat aan het eind van Ps. 41:14, 89:53 en 106:48. Zie ook: Ex 15:11; 1 Kron 29:10; Ps 41:14; Ps 86:10; Ps 89:53; Ps 106:48 **72:19** Gezegend is voor eeuwig de naam van Zijn heerlijkheid. Moge heel de aarde vol worden van Zijn heerlijkheid. Amen en amen. Brontekst: וּבָר֤וּךְ (uvarukh) = en gezegend | שֵׁ֥ם (shem) = naam van | כְּבוֹד֗וֹ (kevodo) = Zijn heerlijkheid | לְע֫וֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | וְיִמָּלֵ֣א (veyimale) = en moge vol worden | כְ֭בוֹדוֹ (kevodo) = Zijn heerlijkheid | אֶת (et) = (obj.) | כֹּ֥ל (kol) = heel | הָאָ֗רֶץ (haarets) = de aarde | אָ֘מֵ֥ן (amen) = amen | וְאָמֵֽן (veamen) = en amen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk Num. 14:21: ‘heel de aarde wordt vol van de heerlijkheid van Yahweh’. Zie ook: Num 14:21; Ps 41:14; Hab 2:14; Mat 6:10; Openb 5:13 **72:20** Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaï. Brontekst: כָּלּ֥וּ (kalu) = zijn ten einde | תְפִלּ֑וֹת (tefilot) = gebeden van | דָּ֝וִ֗ד (david) = David | בֶּן (ben) = zoon van | יִשָֽׁי (yishay) = Isaï Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers sluit het tweede boek van de Psalmen af. Het betekent niet dat daarna geen psalmen van David meer volgen: er staan nog enkele psalmen van David in latere delen, zoals Ps. 86 en Ps. 101. Zie ook: Job 31:40; 2 Sam 23:1; Jer 51:64; Luc 24:51 ## Psalmen 73 _De welvaart van de goddelozen en de nabijheid van Elohim_ ### Elohim is goed voor wie zuiver van hart zijn **73:1** Een psalm van Asaf. Elohim is werkelijk goed voor Israël, voor wie zuiver van hart zijn. Brontekst: מִזְמ֗וֹר (mizmor) = psalm | לְאָ֫סָ֥ף (leasaf) = van Asaf | אַ֤ךְ (akh) = zeker | ט֭וֹב (tov) = goed | לְיִשְׂרָאֵ֥ל (leyisrael) = voor Israël | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | לְבָרֵ֥י (levarei) = voor zuiveren van | לֵבָֽב (levav) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַךְ (akh), ‘zeker, werkelijk’: het woord opent de psalm en keert terug in vers 13 en 18. Het kan ook ‘toch’ betekenen: de dichter erkent wat hij tegen alle schijn in vasthoudt. Zie ook: Ps 51:12; Ps 73:13; Ps 73:18; Ps 84:12; Mat 5:8; Luc 12:32; Jak 4:8 ### Ik was jaloers op de goddelozen **73:2** Maar ik: bijna waren mijn voeten uitgeweken, bijna waren mijn stappen weggegleden. Brontekst: וַאֲנִ֗י (vaani) = en ik | כִּ֭מְעַט (kimat) = bijna | נָטָ֣יוּ (natayu) = zijn uitgeweken | רַגְלָ֑י (raglay) = mijn voeten | כְּ֝אַ֗יִן (keayin) = bijna | שֻׁפְּכ֥וּ (shupekhu) = zijn weggegleden | אֲשֻׁרָֽי (ashuray) = mijn stappen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven Hebreeuws (ketiv) heeft bij de werkwoorden ‘waren uitgeweken’ en ‘waren weggegleden’ een andere vorm (נטוי en שפכה); de gelezen vorm (qere) is נָטָיוּ en שֻׁפְּכוּ. De betekenis blijft gelijk. Wij volgen de qere. Zie ook: Joz 24:15; 1 Sam 2:9; Ps 38:17; Ps 94:18; Ps 116:8 **73:3** Want ik was jaloers op de overmoedigen, toen ik de vrede van de goddelozen zag. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | קִ֭נֵּאתִי (qineti) = ik was jaloers | בַּֽהוֹלְלִ֑ים (baholelim) = op de overmoedigen | שְׁל֖וֹם (shelom) = vrede van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | אֶרְאֶֽה (ere) = ik zag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁלוֹם (shalom), ‘vrede’: hier ‘welzijn, voorspoed’. Wij houden ‘vrede’. Voetnoot : הוֹלְלִים (holelim), ‘overmoedigen’: mensen die opscheppen. Vergelijk Ps. 75:5. Zie ook: Job 21:7; Ps 37:1; Ps 37:7; Ps 75:5; Spr 23:17; Jer 12:1 **73:4** Want zij kennen geen pijnen tot aan hun dood, en hun lichaam is gezond en vet. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אֵ֖ין (ein) = niet | חַרְצֻבּ֥וֹת (chartsubot) = pijnen | לְמוֹתָ֗ם (lemotam) = bij hun dood | וּבָרִ֥יא (uvari) = en gezond | אוּלָֽם (ulam) = hun lichaam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַרְצֻבּוֹת (chartsubbot), ‘pijnen’: het woord komt ook voor in Jes. 58:6, maar de betekenis is onzeker. Het tweede deel van het vers is moeilijk; wij vertalen ‘hun lichaam is gezond en vet’. Zie ook: Job 21:23–24; Ps 17:14; Pred 2:16; Pred 7:15; Jes 58:6; Luc 16:22 **73:5** Zij delen niet in de moeite van de mens, en zij worden niet geplaagd zoals andere mensen. Brontekst: בַּעֲמַ֣ל (baamal) = in moeite van | אֱנ֣וֹשׁ (enosh) = mens | אֵינֵ֑מוֹ (einemo) = zij zijn niet | וְעִם (veim) = en met | אָ֝דָ֗ם (adam) = mensen | לֹ֣א (lo) = niet | יְנֻגָּֽעוּ (yenugau) = worden geplaagd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 21:9; Ps 73:12; Jer 12:1–2; Heb 12:8; Openb 3:19 **73:6** Daarom is hoogmoed hun halsketting, en een kleed van geweld hult hen in. Brontekst: לָ֭כֵן (lakhen) = daarom | עֲנָקַ֣תְמוֹ (anaqatmo) = is hun halsketting | גַאֲוָ֑ה (gaava) = hoogmoed | יַעֲטָף (yaataf) = bedekt | שִׁ֝֗ית (shit) = kleed van | חָמָ֥ס (chamas) = geweld | לָֽמוֹ (lamo) = hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׁית (shit), ‘kleed’: het woord komt elders niet voor; de betekenis volgt uit de zin. Zie ook: Re 8:26; Ps 109:18; Spr 1:9; Dan 4:27; 1 Petr 5:5 **73:7** Hun ogen puilen uit van het vet. De inbeeldingen van hun hart gaan alle grenzen over. Brontekst: יָ֭צָא (yatsa) = komt uit | מֵחֵ֣לֶב (mechelev) = van vet | עֵינֵ֑מוֹ (einemo) = hun ogen | עָ֝בְר֗וּ (averu) = gaan over | מַשְׂכִּיּ֥וֹת (maskiyot) = inbeeldingen van | לֵבָֽב (levav) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 15:27; 1 Sam 25:36; Ps 17:10; Ps 73:12; Jer 5:28 **73:8** Zij spotten en spreken kwaadaardig. Van boven af spreken zij onderdrukking. Brontekst: יָמִ֤יקוּ (yamiqu) = zij spotten | וִידַבְּר֣וּ (vidaberu) = en spreken | בְרָ֣ע (bera) = met kwaad | עֹ֑שֶׁק (osheq) = onderdrukking | מִמָּר֥וֹם (mimarom) = van de hoogte | יְדַבֵּֽרוּ (yedaberu) = spreken zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 10:2; Ps 17:10; Spr 30:13–14; 2 Petr 2:10; Jud 1:16 **73:9** Zij zetten hun mond tegen de hemel, en hun tong wandelt over de aarde. Brontekst: שַׁתּ֣וּ (shatu) = zij zetten | בַשָּׁמַ֣יִם (bashamayim) = in de hemel | פִּיהֶ֑ם (pihem) = hun mond | וּ֝לְשׁוֹנָ֗ם (uleshonam) = en hun tong | תִּֽהֲלַ֥ךְ (tihalakh) = wandelt | בָּאָֽרֶץ (baarets) = over de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 5:2; Dan 3:15; Dan 7:25; Jak 3:6; Openb 13:6 **73:10** Daarom keert Zijn volk zich hiertoe, en water in overvloed wordt voor hen uitgewrongen. Brontekst: לָכֵ֤ן (lakhen) = daarom | יָשׁ֣וּב (yashuv) = keert terug | עַמּ֣וֹ (amo) = Zijn volk | הֲלֹ֑ם (halom) = hiertoe | וּמֵ֥י (umei) = en water van | מָ֝לֵ֗א (male) = volheid | יִמָּ֥צוּ (yimatsu) = wordt uitgewrongen | לָֽמוֹ (lamo) = voor hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk en de betekenis is onzeker. Wij nemen aan dat het volk van Elohim zich tot de goddelozen wendt en meedrinkt van hun overvloed. Voetnoot Lezing: Het geschreven Hebreeuws (ketiv) heeft ‘Hij brengt Zijn volk terug’; de gelezen vorm (qere) heeft ‘Zijn volk keert terug’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 75:9 **73:11** Zij zeggen: „Hoe zou El het weten? Is er kennis bij de Allerhoogste?” Brontekst: וְֽאָמְר֗וּ (veameru) = en zij zeggen | אֵיכָ֥ה (eikha) = hoe | יָדַֽע (yada) = weet | אֵ֑ל (el) = El | וְיֵ֖שׁ (veyesh) = en is er | דֵּעָ֣ה (dea) = kennis | בְעֶלְיֽוֹן (beelyon) = bij de Allerhoogste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam van Elohim, zoals in Gen. 14:18–22. Zie ook: Gen 14:18–22; Job 22:13–14; Ps 44:22; Ps 94:7; Hos 7:2; Sef 1:12 **73:12** Zie, zo zijn de goddelozen: eeuwig onbezorgd vermeerderen zij hun rijkdom. Brontekst: הִנֵּה (hine) = zie | אֵ֥לֶּה (ele) = dezen | רְשָׁעִ֑ים (reshaim) = goddelozen | וְשַׁלְוֵ֥י (veshalvei) = en onbezorgd | ע֝וֹלָ֗ם (olam) = eeuwig | הִשְׂגּוּ (hisgu) = vermeerderen | חָֽיִל (chayil) = rijkdom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:35; Ps 52:9; Ps 62:11; Hos 12:8–9; Jer 5:28 ### Tevergeefs? **73:13** Zeker, het was tevergeefs dat ik mijn hart zuiver hield en mijn handen in onschuld waste. Brontekst: אַךְ (akh) = zeker | רִ֭יק (riq) = tevergeefs | זִכִּ֣יתִי (zikiti) = ik hield zuiver | לְבָבִ֑י (levavi) = mijn hart | וָאֶרְחַ֖ץ (vaerchats) = en ik waste | בְּנִקָּי֣וֹן (beniqayon) = in onschuld | כַּפָּֽי (kapay) = mijn handen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 21:15; Job 34:9; Ps 26:6; Ps 51:12; Jak 4:8 **73:14** Want de hele dag werd ik geslagen, en elke morgen kwam mijn straf. Brontekst: וָאֱהִ֣י (vaehi) = en ik werd | נָ֭גוּעַ (nagua) = geslagen | כָּל (kal) = de hele | הַיּ֑וֹם (hayom) = dag | וְ֝תוֹכַחְתִּ֗י (vetokhachti) = en mijn straf | לַבְּקָרִֽים (labeqarim) = elke morgen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De dichter was juist ‘de hele dag’ geplaagd: het beeld sluit aan op de gezonde, onbezorgde goddelozen in vers 4–5. Zie ook: Ps 34:20; Ps 73:4–5; Ps 94:12; Amos 3:2; Jer 15:18; Heb 12:5 **73:15** Als ik had gezegd: „Ik zal het zo vertellen”, zie, dan had ik het geslacht van Uw kinderen verraden. Brontekst: אִם (im) = als | אָ֭מַרְתִּי (amarti) = ik had gezegd | אֲסַפְּרָ֥ה (asapera) = ik zal vertellen | כְמ֑וֹ (kemo) = zo | הִנֵּ֤ה (hine) = zie | ד֭וֹר (dor) = geslacht van | בָּנֶ֣יךָ (baneikha) = Uw kinderen | בָגָֽדְתִּי (bagadti) = ik had verraden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:31; Ps 24:6; Mal 2:8; Mat 18:6–7; Rom 14:15 **73:16** Ik probeerde dit te begrijpen, maar het was moeizaam in mijn ogen, Brontekst: וָֽ֭אֲחַשְּׁבָה (vaachasheva) = en ik dacht na | לָדַ֣עַת (ladaat) = om te begrijpen | זֹ֑את (zot) = dit | עָמָ֖ל (amal) = moeite | ה֣וּא (hu) = het is | בְעֵינָֽי (beeinay) = in mijn ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is היא (hi); de te lezen vorm (qere) is הוּא (hu), ‘het is’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 36:7; Pred 8:17; Luc 18:32–34; Joh 16:18–19; Rom 11:33 ### In het heiligdom van El **73:17** totdat ik binnenging in het heiligdom van El. Toen lette ik op hun einde. Brontekst: עַד (ad) = totdat | אָ֭בוֹא (avo) = ik binnenging | אֶל (el) = in | מִקְדְּשֵׁי (miqdeshei) = heiligdom van | אֵ֑ל (el) = El | אָ֝בִ֗ינָה (avina) = ik lette op | לְאַחֲרִיתָֽם (leacharitam) = hun einde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִקְדְּשֵׁי־אֵל (miqdeshe El), ‘de heiligdommen van El’: het woord staat in het meervoud. Dat wijst op de hele plaats van de tempel; wij vertalen ‘het heiligdom’. Voetnoot : Pas in het heiligdom ziet de dichter hun einde (vers 18–20). De wending van de psalm ligt hier. Zie ook: Ps 27:4; Ps 73:18–20; Ps 77:14; Ps 119:24; Pred 8:12–13; Luc 12:20 **73:18** Zeker, op gladde grond zet U hen. U laat hen vallen in de ondergang. Brontekst: אַ֣ךְ (akh) = zeker | בַּ֭חֲלָקוֹת (bachalaqot) = op gladde grond | תָּשִׁ֣ית (tashit) = zet U | לָ֑מוֹ (lamo) = hen | הִ֝פַּלְתָּ֗ם (hipaltam) = U laat hen vallen | לְמַשּׁוּאֽוֹת (lemashuot) = in ondergang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲלָקוֹת (chalaqot), ‘gladde plaatsen’: een plaats waar men uitglijdt. Zie ook: Deut 32:35; Ps 35:6; Ps 94:23; Jer 23:12; 2 Tess 1:9 **73:19** Hoe zijn zij in een oogwenk tot een ruïne geworden! Zij zijn weggevaagd, ten einde door verschrikkingen. Brontekst: אֵ֤יךְ (eikh) = hoe | הָי֣וּ (hayu) = zijn zij geworden | לְשַׁמָּ֣ה (leshama) = tot ruïne | כְרָ֑גַע (keraga) = in een oogwenk | סָ֥פוּ (safu) = weggevaagd | תַ֝֗מּוּ (tamu) = ten einde | מִן (min) = door | בַּלָּהֽוֹת (balahot) = verschrikkingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 28:1; Jes 30:13; Jes 47:11; Dan 5:6; Openb 18:10 **73:20** Als een droom na het ontwaken, mijn Heer: als U opstaat, veracht U hun beeld. Brontekst: כַּחֲל֥וֹם (kachalom) = als een droom | מֵהָקִ֑יץ (mehaqits) = na het ontwaken | אֲ֝דֹנָי (adonay) = mijn Heer | בָּעִ֤יר (bair) = bij het opstaan | צַלְמָ֬ם (tsalmam) = hun beeld | תִּבְזֶֽה (tivze) = veracht U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: de aanspreking van Yahweh. Zie ook vers 28. Voetnoot : צֶלֶם (tselem), ‘beeld’: hier de schijn, het schaduwbeeld van de goddelozen, dat verdwijnt als een droom. Hetzelfde woord als ‘beeld’ in Gen. 1:26–27. Zie ook: Gen 1:26–27; Job 20:8; Ps 7:7; Ps 39:7; Ps 73:28; Ps 78:65; Jes 29:7–8 ### Dom als een dier **73:21** Toen mijn hart zuur werd en het mij in mijn nieren stak, Brontekst: כִּ֭י (ki) = want | יִתְחַמֵּ֣ץ (yitchamets) = werd zuur | לְבָבִ֑י (levavi) = mijn hart | וְ֝כִלְיוֹתַ֗י (vekhilyotay) = en mijn nieren | אֶשְׁתּוֹנָֽן (eshtonan) = stak het mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כְּלָיוֹת (kelayot), ‘nieren’: in de Bijbel de plaats van diepe gevoelens. Zie ook: Job 16:13; Ps 37:1; Ps 37:7; Ps 73:3; Klaagl 3:13 **73:22** was ik dom en begreep ik niets. Een groot dier was ik bij U. Brontekst: וַאֲנִי (vaani) = en ik | בַ֭עַר (baar) = dom | וְלֹ֣א (velo) = en niet | אֵדָ֑ע (eda) = wist ik | בְּ֝הֵמ֗וֹת (behemot) = groot dier | הָיִ֥יתִי (hayiti) = ik was | עִמָּֽךְ (imakh) = bij U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּהֵמוֹת (behemot), ‘groot dier’: het woord staat in het meervoud. Het is hetzelfde woord als in Job 40:15, waar het een bepaald groot dier aanduidt. Hier: de dichter was als een redeloos dier bij Elohim. Zie ook: Job 40:15; Ps 32:9; Ps 49:11; Ps 92:7; Pred 3:18; Jes 1:3 ### Toch altijd bij U **73:23** Toch ben ik altijd bij U. U hebt mijn rechterhand vastgehouden. Brontekst: וַאֲנִ֣י (vaani) = en ik | תָמִ֣יד (tamid) = altijd | עִמָּ֑ךְ (imakh) = bij U | אָ֝חַ֗זְתָּ (achazta) = U hebt vastgehouden | בְּיַד (beyad) = bij de hand van | יְמִינִֽי (yemini) = mijn rechter Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 16:8; Ps 63:9; Jes 41:13; Mat 28:20; Heb 13:5 **73:24** U leidt mij met Uw raad, en daarna neemt U mij op in heerlijkheid. Brontekst: בַּעֲצָתְךָ֥ (baatsatekha) = met Uw raad | תַנְחֵ֑נִי (tancheni) = leidt U mij | וְ֝אַחַ֗ר (veachar) = en daarna | כָּב֥וֹד (kavod) = heerlijkheid | תִּקָּחֵֽנִי (tiqacheni) = neemt U mij op Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לָקַח (laqach), ‘nemen, opnemen’: het werkwoord staat ook bij Henoch (Gen. 5:24) en Elia (2 Kon. 2:9–11). Of de dichter hier denkt aan opname bij Elohim na de dood, is niet zeker; het Hebreeuws zegt alleen ‘U neemt mij op in heerlijkheid’. Zie ook: Gen 5:24; Ps 32:8; Ps 48:15; Spr 3:5–6; 2 Kon 2:9–11; Jes 48:17; Jes 58:11 **73:25** Wie heb ik in de hemel? En naast U verlang ik op aarde niets. Brontekst: מִי (mi) = wie | לִ֥י (li) = voor mij | בַשָּׁמָ֑יִם (bashamayim) = in de hemel | וְ֝עִמְּךָ֗ (veimekha) = en naast U | לֹא (lo) = niet | חָפַ֥צְתִּי (chafatsti) = verlang ik | בָאָֽרֶץ (baarets) = op aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 16:2; Ps 16:5; Ps 63:4; Jes 26:8–9; Fil 3:8 **73:26** Mijn vlees en mijn hart bezwijken, maar Elohim is de rots van mijn hart en mijn deel, voor eeuwig. Brontekst: כָּלָ֥ה (kala) = bezwijkt | שְׁאֵרִ֗י (sheeri) = mijn vlees | וּלְבָ֫בִ֥י (ulevavi) = en mijn hart | צוּר (tsur) = rots van | לְבָבִ֥י (levavi) = mijn hart | וְחֶלְקִ֗י (vechelqi) = en mijn deel | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צוּר (tsur), ‘rots’, en חֵלֶק (cheleq), ‘deel’: Elohim zelf is het erfdeel van de dichter. Vergelijk Num. 18:20. Zie ook: Num 18:20; Ps 18:3; Ps 138:3; Jes 40:29–31; 2 Kor 4:8–10; 2 Kor 12:9–10 ### Wie ver van U is, gaat verloren **73:27** Want zie, wie ver van U zijn, gaan verloren. U vernietigt ieder die van U weg hoereert. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הִנֵּ֣ה (hine) = zie | רְחֵקֶ֣יךָ (recheqeikha) = die ver van U zijn | יֹאבֵ֑דוּ (yovedu) = gaan verloren | הִ֝צְמַ֗תָּה (hitsmata) = U vernietigt | כָּל (kal) = ieder | זוֹנֶ֥ה (zone) = die hoereert | מִמֶּֽךָּ (mimeka) = van U weg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זוֹנֶה (zoneh), ‘hoererend’: het beeld van een volk of mens dat Elohim ontrouw is, zoals een vrouw haar man. Vergelijk Hos. 1–2. Zie ook: Ex 34:15; Num 15:39; Ps 119:155; Jak 4:4; Openb 17:1–5 **73:28** Maar voor mij is het goed dicht bij Elohim te zijn. Ik heb mijn Heer Yahweh tot mijn toevlucht gemaakt, om al Uw werken te vertellen. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | קִֽרֲבַ֥ת (qiravat) = nabijheid van | אֱלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | לִ֫י (li) = voor mij | ט֥וֹב (tov) = goed | שַׁתִּ֤י (shati) = ik heb gesteld | בַּאדֹנָ֣י (badonay) = bij mijn Heer | יְהֹוִ֣ה (Yahweh) = Yahweh | מַחְסִ֑י (machsi) = mijn toevlucht | לְ֝סַפֵּ֗ר (lesaper) = om te vertellen | כָּל (kal) = al | מַלְאֲכוֹתֶֽיךָ (malakhoteikha) = Uw werken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De laatste regel gaat van ‘mij’ naar ‘U’. Een deel van de oude vertalingen voegt hier toe: ‘in de poorten van de dochter van Sion’; wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Ps 40:6; Ps 65:5; Klaagl 3:25–26; Jak 4:8; Heb 10:19–22 ## Psalmen 74 _Klacht over de verwoesting van het heiligdom_ ### Waarom hebt U verworpen? **74:1** Een maskil van Asaf. Waarom, Elohim, verwerpt U voor altijd? Waarom rookt Uw toorn tegen de schapen van Uw weide? Brontekst: מַשְׂכִּ֗יל (maskil) = maskil | לְאָ֫סָ֥ף (leasaf) = van Asaf | לָמָ֣ה (lama) = waarom | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | זָנַ֣חְתָּ (zanachta) = U verwerpt | לָנֶ֑צַח (lanetsach) = voor altijd | יֶעְשַׁ֥ן (yeshan) = rookt | אַ֝פְּךָ֗ (apekha) = Uw toorn | בְּצֹ֣אן (betson) = tegen de schapen van | מַרְעִיתֶֽךָ (maritekha) = Uw weide Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker; mogelijk ‘onderwijzend lied’ of ‘kunstig lied’. Wij laten het woord staan. Voetnoot : אָסָף (Asaf): Asaf was een zanger uit de tijd van David (1 Kron. 6:24). Psalm 50 en 73–83 dragen zijn naam. Voetnoot : Het ‘rooken’ van de toorn (letterlijk: van de neus) is een beeld van toorn die hoorbaar en zichtbaar brandt. Zie ook: Deut 29:19; 1 Kron 6:24; Ps 44:10; Ps 79:13; Ps 100:3; Joh 10:26–30 **74:2** Denk aan Uw gemeenschap, die U lang geleden hebt verworven. Denk aan de stam van Uw erfdeel, die U hebt verlost, aan de berg Sion, waar U gewoond hebt. Brontekst: זְכֹ֤ר (zekhor) = denk aan | עֲדָתְךָ֨ (adatekha) = Uw gemeenschap | קָ֘נִ֤יתָ (qanita) = die U hebt verworven | קֶּ֗דֶם (qedem) = van oudsher | גָּ֭אַלְתָּ (gaalta) = U hebt verlost | שֵׁ֣בֶט (shevet) = stam van | נַחֲלָתֶ֑ךָ (nachalatekha) = Uw erfdeel | הַר (har) = berg | צִ֝יּ֗וֹן (tsiyon) = Sion | זֶ֤ה (ze) = deze | שָׁכַ֬נְתָּ (shakhanta) = waar U gewoond hebt | בּֽוֹ (bo) = in haar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: עֵדָה (edah), ‘gemeenschap’: de gemeenschap van Israël, zoals in Exodus en Numeri. Sion is hier de berg waar Yahweh woont; zie ook vers 7. Zie ook: Ex 15:13; Ex 15:16; Deut 32:9; Ps 74:7; Ps 135:4; Jer 10:16 ### Het heiligdom verwoest **74:3** Zet Uw schreden naar de blijvende puinhopen. Alles heeft de vijand in het heiligdom beschadigd. Brontekst: הָרִ֣ימָה (harima) = zet | פְ֭עָמֶיךָ (peameikha) = Uw schreden | לְמַשֻּׁא֣וֹת (lemashuot) = naar de puinhopen van | נֶ֑צַח (netsach) = blijvend | כָּל (kal) = alles | הֵרַ֖ע (hera) = heeft beschadigd | אוֹיֵ֣ב (oyev) = de vijand | בַּקֹּֽדֶשׁ (baqodesh) = in het heiligdom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De psalm kijkt terug op een verwoesting van het heiligdom. De tekst noemt geen naam of jaartal. Dat kan de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs zijn (2 Kon. 25:8–17), maar de tekst zegt dat niet. Zie ook: Ps 79:1; 2 Kon 25:8–17; Klaagl 1:10; Dan 9:17; Mar 11:17; Luc 21:24 **74:4** Uw tegenstanders hebben gebruld midden in Uw samenkomstplaats. Zij hebben hun eigen tekenen als tekenen neergezet. Brontekst: שָׁאֲג֣וּ (shaagu) = hebben gebruld | צֹ֭רְרֶיךָ (tsorereikha) = Uw tegenstanders | בְּקֶ֣רֶב (beqerev) = midden in | מוֹעֲדֶ֑ךָ (moadekha) = Uw samenkomstplaats | שָׂ֖מוּ (samu) = zij hebben gesteld | אוֹתֹתָ֣ם (ototam) = hun tekenen | אֹתֽוֹת (otot) = tekenen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מוֹעֵד (moed), ‘samenkomstplaats’: de plaats waar Yahweh Zijn volk ontmoet; zie ook vers 8. Bij de tent heet het ‘tent van samenkomst’ (Exod. 27:21). Zie ook: Ex 27:21; Num 2:2; Ps 74:8; 2 Kron 36:17; Klaagl 2:7; Dan 6:28; Mat 24:15 **74:5** Het leek op iemand die hoog zijn bijlen zwaait in een dicht bos van bomen. Brontekst: יִ֭וָּדַע (yivada) = het is bekend | כְּמֵבִ֣יא (kemevi) = als iemand die brengt | לְמָ֑עְלָה (lemaela) = naar boven | בִּֽסֲבָךְ (bisavakh) = in een dicht bos | עֵ֝֗ץ (ets) = van bomen | קַרְדֻּמּֽוֹת (qardumot) = bijlen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Vers 5–6 zijn moeilijk en de betekenis van enkele woorden is onzeker. Wij volgen de Masoretische tekst zo letterlijk mogelijk: de vijand hakt in het heiligdom als een houthakker in een dicht bos. Zie ook: 1 Kon 5:20; 2 Kron 2:13; Jer 46:22–23 **74:6** En nu slaan zij al het snijwerk ervan tegelijk stuk met bijl en houweel. Brontekst: וְ֭עַתָּה (veata) = en nu | פִּתּוּחֶ֣יהָ (pitucheiha) = zijn snijwerk | יָּ֑חַד (yachad) = tegelijk | בְּכַשִּׁ֥יל (bekhashil) = met bijl | וְ֝כֵֽילַפֹּ֗ת (vekheilapot) = en houweel | יַהֲלֹמֽוּן (yahalomun) = slaan zij stuk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כֵּילַפּוֹת (kilappot), ‘houweel’: het woord komt elders niet voor; de betekenis volgt uit de zin. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is ועת (veet); de te lezen vorm (qere) is וְעַתָּה (ve’attah), ‘en nu’. Wij volgen de qere. Zie ook: 1 Kon 6:18; 1 Kon 6:29; 1 Kon 6:32; 1 Kon 6:35 **74:7** Zij hebben Uw heiligdom in brand gestoken. Zij hebben de woning van Uw naam ontheiligd tot op de grond. Brontekst: שִׁלְח֣וּ (shilchu) = zij hebben gezonden | בָ֭אֵשׁ (baesh) = in vuur | מִקְדָּשֶׁ֑ךָ (miqdashekha) = Uw heiligdom | לָ֝אָ֗רֶץ (laarets) = tot de grond | חִלְּל֥וּ (chilelu) = zij hebben ontheiligd | מִֽשְׁכַּן (mishkan) = woning van | שְׁמֶֽךָ (shemekha) = Uw naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 12:5; 2 Kon 25:9; Jes 64:10; Ezech 24:21; Mat 22:7 **74:8** Zij zeiden in hun hart: „Laten wij hen samen overweldigen.” Zij hebben alle samenkomstplaatsen van El in het land verbrand. Brontekst: אָמְר֣וּ (ameru) = zij zeiden | בְ֭לִבָּם (belibam) = in hun hart | נִינָ֣ם (ninam) = laten wij hen overweldigen | יָ֑חַד (yachad) = samen | שָׂרְפ֖וּ (sarefu) = zij hebben verbrand | כָל (kal) = alle | מוֹעֲדֵי (moadei) = samenkomstplaatsen van | אֵ֣ל (el) = El | בָּאָֽרֶץ (baarets) = in het land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִינָם (ninam), ‘laten wij hen overweldigen’: het woord komt elders niet voor en de betekenis is onzeker. Een andere verdeling van de letters geeft ‘hun nageslacht’. Wij houden de eerste mogelijkheid. Zie ook: Ps 83:5; Ps 137:7; 2 Kon 2:5; Est 3:8–9; Mat 4:23 ### Geen tekenen, geen profeet **74:9** Onze tekenen zien wij niet meer. Er is geen profeet meer, en bij ons is niemand die weet hoe lang. Brontekst: אֽוֹתֹתֵ֗ינוּ (ototeinu) = onze tekenen | לֹ֥א (lo) = niet | רָ֫אִ֥ינוּ (rainu) = zien wij | אֵֽין (ein) = er is niet | ע֥וֹד (od) = meer | נָבִ֑יא (navi) = profeet | וְלֹֽא (velo) = en niet | אִ֝תָּ֗נוּ (itanu) = bij ons | יֹדֵ֥עַ (yodea) = iemand die weet | עַד (ad) = hoe lang | מָֽה (ma) = hoe Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אוֹתוֹת (otot), ‘tekenen’: wonderen of tekenen van Yahweh's nabijheid. In vers 4 zijn het de tekenen van de vijand. Zie ook: Ex 12:13; 1 Sam 3:1; Ps 74:4; Amos 8:11; Klaagl 2:9; Ezech 7:26 **74:10** Hoe lang, Elohim, zal de tegenstander smaden? Zal de vijand Uw naam voor altijd verachten? Brontekst: עַד (ad) = hoe lang | מָתַ֣י (matay) = tot wanneer | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | יְחָ֣רֶף (yecharef) = zal smaden | צָ֑ר (tsar) = tegenstander | יְנָ֘אֵ֤ץ (yenaets) = zal verachten | אוֹיֵ֖ב (oyev) = vijand | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | לָנֶֽצַח (lanetsach) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 13:2–3; Ps 44:17; Ps 89:47; Ps 89:51–52; Openb 6:10 **74:11** Waarom trekt U Uw hand terug, Uw rechterhand? Haal haar uit Uw boezem en vernietig hen. Brontekst: לָ֤מָּה (lama) = waarom | תָשִׁ֣יב (tashiv) = trekt U terug | יָ֭דְךָ (yadekha) = Uw hand | וִֽימִינֶ֑ךָ (viminekha) = en Uw rechterhand | מִקֶּ֖רֶב (miqerev) = uit het midden van | חֵֽיקְךָ֣ (cheiqekha) = Uw boezem | כַלֵּֽה (kale) = vernietig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is חוקך (chuqekha); de te lezen vorm (qere) is חֵיקְךָ (cheiqekha), ‘Uw boezem’. Wij volgen de qere. De laatste woorden kunnen ook anders worden verdeeld: ‘haal Uw rechterhand uit Uw boezem; maak een einde.’ Zie ook: Ps 44:24; Ps 78:65–66; Jes 64:11; Klaagl 2:3 ### Elohim, mijn koning van oudsher **74:12** Toch is Elohim mijn koning van oudsher, die reddingen brengt midden op de aarde. Brontekst: וֵ֭אלֹהִים (vElohim) = maar Elohim | מַלְכִּ֣י (malki) = mijn koning | מִקֶּ֑דֶם (miqedem) = van oudsher | פֹּעֵ֥ל (poel) = brengt | יְ֝שׁוּע֗וֹת (yeshuot) = reddingen | בְּקֶ֣רֶב (beqerev) = midden op | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf vers 12 gaat de psalm over Elohims machtige daden in het verleden: de zee gespleten, de rivieren, schepping. Zie ook: Ex 19:5–6; 1 Sam 19:5; Ps 44:5; Jes 33:22; Jes 63:8 **74:13** U hebt door Uw kracht de zee gespleten. U hebt de koppen van de zeemonsters op het water verbrijzeld. Brontekst: אַתָּ֤ה (ata) = U | פוֹרַ֣רְתָּ (porarta) = hebt gespleten | בְעָזְּךָ֣ (beazekha) = door Uw kracht | יָ֑ם (yam) = zee | שִׁבַּ֖רְתָּ (shibarta) = U hebt verbrijzeld | רָאשֵׁ֥י (rashei) = koppen van | תַ֝נִּינִ֗ים (taninim) = zeemonsters | עַל (al) = op | הַמָּֽיִם (hamayim) = het water Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תַּנִּינִים (tanninim), ‘zeemonsters’: hetzelfde woord als in Gen. 1:21, waar het gewoon grote zeedieren zijn. Hier zijn het beelden van de krachten van chaos, die Elohim verslaat. Vergelijk Jes. 27:1 en 51:9. Zie ook: Gen 1:21; Ex 14:21; Ps 78:13; Jes 27:1; Jes 51:9–10; Ezech 29:3; Ezech 32:2 **74:14** U hebt de koppen van Leviatan vermorzeld. U gaf hem als voedsel aan de woestijnbewoners. Brontekst: אַתָּ֣ה (ata) = U | רִ֭צַּצְתָּ (ritsatsta) = hebt vermorzeld | רָאשֵׁ֣י (rashei) = koppen van | לִוְיָתָ֑ן (livyatan) = Leviatan | תִּתְּנֶ֥נּוּ (titenenu) = U gaf hem | מַ֝אֲכָ֗ל (maakhal) = voedsel | לְעָ֣ם (leam) = aan het volk | לְצִיִּֽים (letsiyim) = de woestijnbewoners Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לִוְיָתָן (Livyatan), ‘Leviatan’: een zeemonster. Zie ook Job 3:8 en Job 41. Het woord is hier geen plaatsnaam. Voetnoot : צִיִּים (tsiyim), ‘woestijnbewoners’: zie bij Ps. 72:9. Zie ook: Job 3:8; Job 40:25–41:26; Ps 72:9; Ps 104:25–26; Jes 27:1 **74:15** U hebt bron en beek doen opwellen. U hebt altijd stromende rivieren drooggelegd. Brontekst: אַתָּ֣ה (ata) = U | בָ֭קַעְתָּ (baqata) = hebt doen opwellen | מַעְיָ֣ן (mayan) = bron | וָנָ֑חַל (vanachal) = en beek | אַתָּ֥ה (ata) = U | ה֝וֹבַ֗שְׁתָּ (hovashta) = hebt drooggelegd | נַהֲר֥וֹת (naharot) = rivieren | אֵיתָֽן (eitan) = altijd stromend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 15 noemt twee kanten van Elohims macht over het water: Hij laat water opwellen (bijvoorbeeld Exod. 17:6) en Hij legt rivieren droog (bijvoorbeeld Joz. 3:13–17). Zie ook: Ex 17:5–6; Ex 17:6; Num 20:11; Joz 3:13–17; Ps 105:41; Jes 48:21 **74:16** Van U is de dag, ook van U is de nacht. U hebt de lichtgever en de zon gevestigd. Brontekst: לְךָ֣ (lekha) = van U | י֭וֹם (yom) = de dag | אַף (af) = ook | לְךָ֥ (lekha) = van U | לָ֑יְלָה (layela) = nacht | אַתָּ֥ה (ata) = U | הֲ֝כִינ֗וֹתָ (hakhinota) = hebt gevestigd | מָא֥וֹר (maor) = lichtgever | וָשָֽׁמֶשׁ (vashamesh) = en zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָאוֹר (maor), ‘lichtgever’: zie Gen. 1:14–16. Zie ook: Gen 1:3–5; Gen 1:14–18; Ps 104:19; Ps 136:7–9; Mat 5:45 **74:17** U hebt alle grenzen van de aarde vastgesteld. Zomer en winter, U hebt ze gevormd. Brontekst: אַתָּ֣ה (ata) = U | הִ֭צַּבְתָּ (hitsavta) = hebt vastgesteld | כָּל (kal) = alle | גְּבוּל֣וֹת (gevulot) = grenzen van | אָ֑רֶץ (arets) = aarde | קַ֥יִץ (qayits) = zomer | וָ֝חֹ֗רֶף (vachoref) = en winter | אַתָּ֥ה (ata) = U | יְצַרְתָּם (yetsartam) = hebt ze gevormd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 8:22; Deut 32:8; Ps 24:1–2; Hand 14:17; Hand 17:26 ### Denk eraan, Yahweh **74:18** Denk hieraan: de vijand heeft Yahweh gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw naam veracht. Brontekst: זְכָר (zekhar) = denk aan | זֹ֗את (zot) = dit | א֭וֹיֵב (oyev) = vijand | חֵרֵ֣ף (cheref) = heeft gesmaad | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְעַ֥ם (veam) = en volk | נָ֝בָ֗ל (naval) = dwaas | נִֽאֲצ֥וּ (niatsu) = heeft veracht | שְׁמֶֽךָ (shemekha) = Uw naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:6; Ps 39:9; Ps 89:51–52; Jes 37:23–24; Openb 16:19 **74:19** Lever het leven van Uw tortelduif niet over aan het wilde dier. Vergeet de schare van Uw ellendigen niet voor altijd. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּתֵּ֣ן (titen) = lever over | לְ֭חַיַּת (lechayat) = aan het wilde dier | נֶ֣פֶשׁ (nefesh) = leven van | תּוֹרֶ֑ךָ (torekha) = Uw tortelduif | חַיַּ֥ת (chayat) = schare van | עֲ֝נִיֶּ֗יךָ (aniyeikha) = Uw ellendigen | אַל (al) = niet | תִּשְׁכַּ֥ח (tishkach) = vergeet | לָנֶֽצַח (lanetsach) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹר (tor), ‘tortelduif’: een beeld voor het volk van Elohim, zwak en weerloos. Voetnoot : חַיָּה (chayyah), ‘wild dier’, en חַיַּת (chayyat), ‘schare’: hetzelfde Hebreeuwse woord, eerst als ‘dier’ en daarna als ‘groep’. De tweede betekenis is waarschijnlijk, maar niet helemaal zeker. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier ‘leven’. Zie ook: Ps 9:19; Ps 68:14; Hoogl 2:14; Mat 10:16; Jak 2:5–6 **74:20** Zie naar het verbond, want de donkere plaatsen van het land zijn vol van woningen van geweld. Brontekst: הַבֵּ֥ט (habet) = zie | לַבְּרִ֑ית (laberit) = naar het verbond | כִּ֥י (ki) = want | מָלְא֥וּ (maleu) = zijn vol | מַחֲשַׁכֵּי (machashakei) = donkere plaatsen van | אֶ֝֗רֶץ (erets) = land | נְא֣וֹת (neot) = woningen van | חָמָֽס (chamas) = geweld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּרִית (berit), ‘verbond’: het verbond van Yahweh met Israël; zie Gen. 17 en Exod. 19:5. Zie ook: Gen 17:7–8; Ex 19:5; Ps 89:29; Ps 106:45; Jer 33:20–26; Heb 8:10 **74:21** Laat de onderdrukte niet beschaamd terugkeren. Laat de ellendige en de arme Uw naam prijzen. Brontekst: אַל (al) = niet | יָשֹׁ֣ב (yashov) = laat terugkeren | דַּ֣ךְ (dakh) = onderdrukte | נִכְלָ֑ם (nikhlam) = beschaamd | עָנִ֥י (ani) = ellendige | וְ֝אֶבְי֗וֹן (veevyon) = en arme | יְֽהַלְל֥וּ (yehallu) = laat prijzen | שְׁמֶֽךָ (shemekha) = Uw naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 9:19; Ps 12:6; Ps 35:10; Ps 103:6; Ezra 3:11 ### Sta op, Elohim **74:22** Sta op, Elohim, voer Uw rechtszaak. Denk aan de smaad die de dwaas U de hele dag aandoet. Brontekst: קוּמָ֣ה (quma) = sta op | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | רִיבָ֣ה (riva) = voer | רִיבֶ֑ךָ (rivekha) = Uw rechtszaak | זְכֹ֥ר (zekhor) = denk aan | חֶרְפָּתְךָ֥ (cherpatekha) = Uw smaad | מִנִּי (mini) = van mij | נָ֝בָ֗ל (naval) = dwaas | כָּל (kal) = de hele | הַיּֽוֹם (hayom) = dag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רִיבָה רִיבְךָ (rivah rivekha), ‘voer Uw rechtszaak’: Elohim wordt gevraagd als aanklager of verdediger in een rechtszaak op te treden. Zie ook: Ps 9:20–21; Ps 53:2; Ps 74:18; Ps 79:9–10; Jes 52:5 **74:23** Vergeet de stem van Uw tegenstanders niet, het rumoer van wie tegen U opstaan, dat voortdurend opstijgt. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּ֭שְׁכַּח (tishkach) = vergeet | ק֣וֹל (qol) = stem van | צֹרְרֶ֑יךָ (tsorereikha) = Uw tegenstanders | שְׁא֥וֹן (sheon) = rumoer van | קָ֝מֶ֗יךָ (qameikha) = wie tegen U opstaan | עֹלֶ֥ה (ole) = stijgt op | תָמִֽיד (tamid) = voortdurend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 65:8; Ps 74:4; Jona 1:2; Jes 37:29; Openb 17:14 ## Psalmen 75 _Elohim is rechter: Hij vernedert en Hij verheft_ ### Opschrift **75:1** Voor de koorleider. „Vernietig niet.” Een psalm van Asaf. Een lied. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | אַל (al) = niet | תַּשְׁחֵ֑ת (tashchet) = vernietig | מִזְמ֖וֹר (mizmor) = psalm | לְאָסָ֣ף (leasaf) = van Asaf | שִֽׁיר (shir) = lied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, wij kiezen ‘koorleider’. Voetnoot : אַל־תַּשְׁחֵת (al-tashchet), ‘vernietig niet’: waarschijnlijk de beginwoorden van een melodie of een aanwijzing voor de uitvoering. De betekenis is onzeker. Het staat ook boven Ps. 57–59. Voetnoot : אָסָף (Asaf): zie bij Ps. 74:1. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ex 34:6–7; Deut 4:7; Ps 74:1; Ps 138:2; Ps 145:18; Jer 10:6 ### Wij danken U **75:2** Wij danken U, Elohim, wij danken U. Uw naam is nabij. Men vertelt van Uw wonderen. Brontekst: ה֘וֹדִ֤ינוּ (hodinu) = wij danken | לְּךָ֨ (lekha) = U | אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | ה֭וֹדִינוּ (hodinu) = wij danken | וְקָר֣וֹב (veqarov) = en nabij | שְׁמֶ֑ךָ (shemekha) = Uw naam | סִ֝פְּר֗וּ (siperu) = zij vertellen | נִפְלְאוֹתֶֽיךָ (nifleoteikha) = Uw wonderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 34:6–7; Deut 4:7; Ps 138:2; Ps 145:18; Jer 10:6 ### Elohim spreekt: de tijd van het oordeel **75:3** **„Als Ik de vastgestelde tijd neem, dan oordeel Ik rechtmatig.** Brontekst: כִּ֭י (ki) = want | אֶקַּ֣ח (eqach) = Ik neem | מוֹעֵ֑ד (moed) = vastgestelde tijd | אֲ֝נִ֗י (ani) = Ik | מֵישָׁרִ֥ים (meisharim) = rechtmatig | אֶשְׁפֹּֽט (eshpot) = zal Ik oordelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Wij nemen vers 3–6 als woorden van Elohim zelf (rood). De tekst geeft geen aanwijzing wie er spreekt; de wissel van ‘wij’ in vers 2 naar ‘Ik’ in vers 3 wijst op een woord van Elohim, en vers 8 spreekt over Hem in de derde persoon. Voetnoot : מוֹעֵד (moed), ‘vastgestelde tijd’: de door Elohim bepaalde tijd van het oordeel. Zie ook: Ps 75:2; Ps 75:8; Ps 102:14; Pred 3:17; Joh 7:6; Hand 1:7; Hand 17:31 **75:4** **De aarde en al haar bewoners wankelen; Ik heb haar pilaren stevig vastgezet.** Sela. Brontekst: נְֽמֹגִ֗ים (nemogim) = wankelend | אֶ֥רֶץ (erets) = aarde | וְכָל (vekhal) = en alle | יֹשְׁבֶ֑יהָ (yosheveiha) = haar bewoners | אָנֹכִ֨י (anokhi) = Ik | תִכַּ֖נְתִּי (tikanti) = heb stevig vastgezet | עַמּוּדֶ֣יהָ (amudeiha) = haar pilaren | סֶּֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of pauze. Voetnoot : נְמֹגִים (nemogim), ‘wankelen’: letterlijk ‘smelten, vergaan’. Zie ook: 1 Sam 2:8; Ps 78:60–72; Jes 24:19; Jes 49:8; Heb 1:3 **75:5** **Ik zeg tegen de overmoedigen: ‘Wees niet overmoedig’, en tegen de goddelozen: ‘Steek de hoorn niet omhoog.** Brontekst: אָמַ֣רְתִּי (amarti) = Ik zeg | לַֽ֭הוֹלְלִים (laholelim) = tegen de overmoedigen | אַל (al) = niet | תָּהֹ֑לּוּ (taholu) = wees overmoedig | וְ֝לָרְשָׁעִ֗ים (velareshaim) = en tegen de goddelozen | אַל (al) = niet | תָּרִ֥ימוּ (tarimu) = steek omhoog | קָֽרֶן (qaren) = hoorn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: het beeld van kracht en trots, zoals bij een stier. ‘De hoorn omhoogsteken’ betekent: zich trots en sterk tonen. Zie ook: Ps 89:18; Ps 148:14; Spr 1:22; Spr 8:5; Zach 2:4 **75:6** **Steek jullie hoorn niet hoog op, en spreek niet met een opgeheven nek brutale woorden.’”** Brontekst: אַל (al) = niet | תָּרִ֣ימוּ (tarimu) = steek omhoog | לַמָּר֣וֹם (lamarom) = naar de hoogte | קַרְנְכֶ֑ם (qarnekhem) = jullie hoorn | תְּדַבְּר֖וּ (tedaberu) = spreek | בְצַוָּ֣אר (betsavar) = met nek | עָתָֽק (ataq) = brutaal Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 32:9; Deut 31:27; 2 Kron 30:8; Jes 48:4; Hand 7:51 **75:7** Want niet uit het oosten, niet uit het westen en niet uit de woestijn van de bergen komt het. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹ֣א (lo) = niet | מִ֭מּוֹצָא (mimotsa) = uit het oosten | וּמִֽמַּעֲרָ֑ב (umimaarav) = en uit het westen | וְ֝לֹ֗א (velo) = en niet | מִמִּדְבַּ֥ר (mimidbar) = uit de woestijn van | הָרִֽים (harim) = bergen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws heeft in dit vers geen werkwoord. Wij voegen ‘komt het’ toe, omdat het Nederlands een werkwoord nodig heeft. Het woord הָרִים (harim) kan ‘bergen’ zijn (wij volgen dat) of ‘verheffing’, van רוּם (rum). Zie ook: Ps 3:4 ### Elohim is rechter **75:8** Want Elohim is rechter: de een vernedert Hij, de ander verheft Hij. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | שֹׁפֵ֑ט (shofet) = rechter | זֶ֥ה (ze) = deze | יַ֝שְׁפִּ֗יל (yashpil) = vernedert Hij | וְזֶ֣ה (veze) = en gene | יָרִֽים (yarim) = verheft Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 6:21; Ps 113:7–8; Ps 147:6; Dan 2:21–22; Luc 1:52 **75:9** Want er is een beker in de hand van Yahweh, met schuimende wijn, vol van kruiden. Hij schenkt ervan in. Zeker, de droesem ervan zullen alle goddelozen van de aarde leegdrinken. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | כ֪וֹס (kos) = beker | בְּֽיַד (beyad) = in de hand van | יְהוָ֡ה (Yahweh) = Yahweh | וְיַ֤יִן (veyayin) = en wijn | חָמַ֨ר (chamar) = schuimend | מָ֥לֵא (male) = vol van | מֶסֶךְ֮ (mesekh) = gemengd | וַיַּגֵּ֪ר (vayager) = en Hij schenkt in | מִ֫זֶּ֥ה (mize) = daaruit | אַךְ (akh) = zeker | שְׁ֭מָרֶיהָ (shemareiha) = de droesem ervan | יִמְצ֣וּ (yimtsu) = zullen leegdrinken | יִשְׁתּ֑וּ (yishtu) = zullen drinken | כֹּ֝֗ל (kol) = alle | רִשְׁעֵי (rishei) = goddelozen van | אָֽרֶץ (arets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶמֶר (chemer), ‘schuimend’: de betekenis is onzeker; het gaat om wijn die gist of schuimt. Voetnoot : De beker van Yahweh is een beeld voor Zijn oordeel; vergelijk Ps. 11:6 en Jer. 25:15. Zie ook: Job 21:20; Ps 11:6; Jer 25:15; Openb 14:9–10; Openb 16:19 ### Ik zal zingen **75:10** Maar ik zal het voor eeuwig vertellen; ik zal zingen voor de Elohim van Jakob. Brontekst: וַ֭אֲנִי (vaani) = en ik | אַגִּ֣יד (agid) = zal vertellen | לְעֹלָ֑ם (leolam) = voor eeuwig | אֲ֝זַמְּרָ֗ה (azamera) = zal zingen | לֵאלֹהֵ֥י (lelohei) = voor de Elohim van | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 9:15; Ps 40:11; Ps 104:33; Ps 145:1–2 **75:11** En alle hoorns van de goddelozen zal ik afhouwen; de hoorns van de rechtvaardige zullen omhoog worden geheven. Brontekst: וְכָל (vekhal) = en alle | קַרְנֵ֣י (qarnei) = hoorns van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | אֲגַדֵּ֑עַ (agadea) = zal ik afhouwen | תְּ֝רוֹמַ֗מְנָה (teromamna) = zullen worden geheven | קַֽרְנ֥וֹת (qarnot) = hoorns van | צַדִּֽיק (tsadiq) = rechtvaardige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Wie spreekt in vers 10–11 is niet aangegeven. Het kan de dichter zijn (vers 10 spreekt van ‘ik zal zingen’) of Elohim, die verder spreekt. Wij houden het zwart. Zie ook: Ps 75:10–11; Ps 89:18; Ps 92:11; Ps 148:14; Jer 48:25; Zach 2:3–4 ## Psalmen 76 _Elohim is groot in Sion en spreekt recht_ ### Opschrift **76:1** Voor de koorleider, met snarenspel. Een psalm van Asaf. Een lied. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | בִּנְגִינֹ֑ת (binginot) = met snarenspel | מִזְמ֖וֹר (mizmor) = een psalm | לְאָסָ֣ף (leasaf) = van Asaf | שִֽׁיר (shir) = een lied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Het woord wijst op iemand die de zang of het spel leidt. Voetnoot : בִּנְגִינֹת (binginot), ‘met snarenspel’: muziek op snaarinstrumenten. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Deut 4:7–8; 1 Kron 29:10–12; Dan 3:29; Dan 3:31–32; Hand 17:23 ### Elohim is bekend in Juda **76:2** Elohim is bekend in Juda; in Israël is Zijn naam groot. Brontekst: נוֹדָ֣ע (noda) = bekend | בִּֽיהוּדָ֣ה (bihuda) = in Juda | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | בְּ֝יִשְׂרָאֵ֗ל (beyisrael) = in Israël | גָּד֥וֹל (gadol) = groot | שְׁמֽוֹ (shemo) = Zijn naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:7–8; 1 Kron 29:10–12; Dan 3:29; Dan 3:31–32; Hand 17:23 **76:3** In Salem is Zijn hut, en Zijn woning in Sion. Brontekst: וַיְהִ֣י (vayhi) = en er is | בְשָׁלֵ֣ם (beshalem) = in Salem | סֻכּ֑וֹ (suko) = Zijn hut | וּמְע֖וֹנָת֣וֹ (umeonato) = en Zijn woning | בְצִיּֽוֹן (betsiyon) = in Sion Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: שָׁלֵם (Salem) is een oude naam voor Jeruzalem, zoals in Gen. 14:18. Sion is de berg van de stad. Zie ook: Gen 14:18; Ps 27:5; Ps 132:13–14; 2 Kron 6:6; Jes 12:6 **76:4** Daar brak Hij de vlammende pijlen van de boog, het schild, het zwaard en de oorlog. Sela. Brontekst: שָׁ֭מָּה (shama) = daar | שִׁבַּ֣ר (shibar) = brak Hij | רִשְׁפֵי (rishfei) = vlammen van | קָ֑שֶׁת (qashet) = de boog | מָגֵ֬ן (magen) = schild | וְחֶ֖רֶב (vecherev) = en zwaard | וּמִלְחָמָ֣ה (umilchama) = en oorlog | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רִשְׁפֵי (rishpe), ‘vlammen van’: vlammende pijlen, pijlen die als vuur raken. Voetnoot : סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Wij laten het woord staan. Zie ook: Ps 46:10; 2 Kron 32:21; Jes 37:35–36; Ezech 39:3–4; Ezech 39:9–10 ### De krijgers zijn machteloos **76:5** U bent stralend en machtig, meer dan de bergen van de prooi. Brontekst: נָ֭אוֹר (naor) = stralend | אַתָּ֥ה (ata) = U | אַדִּ֗יר (adir) = machtig | מֵֽהַרְרֵי (meharrei) = van de bergen van | טָֽרֶף (taref) = prooi Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: טָרֶף (taref), ‘prooi’: ‘bergen van de prooi’ zijn bergen waar roofdieren hun prooi verslinden. De uitdrukking is onzeker. Voetnoot Lezing: Sommige oude vertalingen lezen hier ‘eeuwige bergen’. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Jer 4:7; Ezech 19:1–4; Ezech 19:6; Ezech 38:12–13; Dan 7:17–28 **76:6** De stouthartigen zijn beroofd; zij zijn in hun slaap weggezonken. Geen van de krijgers kon zijn handen nog vinden. Brontekst: אֶשְׁתּוֹלְל֨וּ (eshtolelu) = zijn beroofd | אַבִּ֣ירֵי (abirei) = stouthartigen | לֵ֭ב (lev) = hart | נָמ֣וּ (namu) = zijn weggezonken | שְׁנָתָ֑ם (shenatam) = hun slaap | וְלֹא (velo) = en niet | מָצְא֖וּ (matseu) = vonden | כָל (kal) = alle | אַנְשֵׁי (anshei) = mannen van | חַ֣יִל (chayil) = kracht | יְדֵיהֶֽם (yedeihem) = hun handen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Zijn handen niet vinden’ betekent: hun kracht om te vechten kwijt zijn. Zie ook: Ps 13:4; Jes 46:12; Nah 3:18; Jer 51:39; Ezech 30:21–25 **76:7** Door Uw bestraffing, Elohim van Jakob, zijn wagen en paard in diepe slaap gevallen. Brontekst: מִ֭גַּעֲרָ֣תְךָ (migaaratekha) = van Uw bestraffing | אֱלֹהֵ֣י (elohei) = Elohim van | יַעֲקֹ֑ב (yaaqov) = Jakob | נִ֝רְדָּ֗ם (nirdam) = is in diepe slaap gevallen | וְרֶ֣כֶב (verekhev) = en wagen | וָסֽוּס (vasus) = en paard Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רֶכֶב (rekev) betekent ‘wagen’ of ‘wagens’; samen met ‘paard’ staat het voor het hele leger. Zie ook: Ex 15:1; Ex 15:10; Ex 15:21; Ps 80:17; Ezech 39:20 **76:8** U, ontzagwekkend bent U! Wie kan voor Uw aangezicht standhouden, zodra Uw toorn er is? Brontekst: אַתָּ֤ה (ata) = U | נ֥וֹרָא (nora) = ontzagwekkend | אַ֗תָּה (ata) = U | וּמִֽי (umi) = en wie | יַעֲמֹ֥ד (yaamod) = zal standhouden | לְפָנֶ֗יךָ (lefaneikha) = voor Uw aangezicht | מֵאָ֥ז (meaz) = van het moment af | אַפֶּֽךָ (apekha) = Uw toorn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֵאָז אַפֶּךָ (me’az apecha), ‘van het moment van Uw toorn af’: zodra Uw toorn er is. Zie ook: Ps 2:12; Ps 89:8; Nah 1:6; 1 Kor 10:22; Openb 14:7 ### Het vonnis uit de hemel **76:9** Vanuit de hemel liet U een vonnis horen; de aarde werd bevreesd en werd stil, Brontekst: מִ֭שָּׁמַיִם (mishamayim) = vanuit de hemel | הִשְׁמַ֣עְתָּ (hishmata) = liet U horen | דִּ֑ין (din) = vonnis | אֶ֖רֶץ (erets) = de aarde | יָֽרְאָ֣ה (yarea) = vreesde | וְשָׁקָֽטָה (veshaqata) = en werd stil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 5:20; 2 Kron 20:29–30; Hab 2:20; Ezech 38:20–23; Zach 2:17 **76:10** toen Elohim opstond om recht te spreken, om alle nederigen van de aarde te redden. Sela. Brontekst: בְּקוּם (bequm) = bij het opstaan | לַמִּשְׁפָּ֥ט (lamishpat) = voor recht | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | לְהוֹשִׁ֖יעַ (lehoshia) = om te redden | כָּל (kal) = alle | עַנְוֵי (anvei) = nederigen van | אֶ֣רֶץ (erets) = de aarde | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 9:8–10; Ps 25:9; Jes 11:4; Sef 2:3; Mat 5:5 **76:11** Want de woede van de mens zal U loven; met wat overblijft van de woede omgordt U zich. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | חֲמַ֣ת (chamat) = woede van | אָדָ֣ם (adam) = mens | תּוֹדֶ֑ךָּ (todeka) = zal U loven | שְׁאֵרִ֖ית (sheerit) = wat overblijft van | חֵמֹ֣ת (chemot) = woede | תַּחְגֹּֽר (tachgor) = omgordt U zich Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk. Letterlijk staat er: ‘de woede van de mens zal U loven; de rest van de woede omgordt U’. Wij begrijpen dit zo: ook de woede van mensen komt Elohim ten goede, en wat daarvan overblijft houdt Hij in bedwang als een gordel. Andere verklaringen zijn mogelijk. Zie ook: Ps 65:8; Dan 3:19–20; Mat 24:22; Hand 4:26–28; Rom 9:17 ### Breng U geloften en geschenken **76:12** Doe geloften aan Yahweh, jullie Elohim, en los ze in. Laat allen rondom Hem een geschenk brengen aan de Ontzagwekkende. Brontekst: נִֽדֲר֣וּ (nidaru) = doet geloften | וְשַׁלְּמוּ֮ (veshalemu) = en betaalt | לַיהוָ֪ה (laYahweh) = aan Yahweh | אֱֽלֹהֵ֫יכֶ֥ם (eloheikhem) = jullie Elohim | כָּל (kal) = allen | סְבִיבָ֑יו (sevivav) = rondom Hem | יוֹבִ֥ילוּ (yovilu) = laten brengen | שַׁ֝֗י (shay) = geschenk | לַמּוֹרָֽא (lamora) = aan de Ontzagwekkende Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het gaat om geloften die men Yahweh heeft beloofd, en om geschenken voor de Ontzagwekkende, Yahweh zelf. Zie ook: Num 30:3; Ps 50:14; Ps 68:30; Ps 89:8; Pred 5:3–5 **76:13** Hij snijdt de geest van de vorsten af; Hij is ontzagwekkend voor de koningen van de aarde. Brontekst: יִ֭בְצֹר (yivtsor) = snijdt af | ר֣וּחַ (ruach) = geest van | נְגִידִ֑ים (negidim) = vorsten | נ֝וֹרָ֗א (nora) = ontzagwekkend | לְמַלְכֵי (lemalkhei) = voor koningen van | אָֽרֶץ (arets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִבְצֹר (yivtsor), ‘Hij snijdt af’: het werkwoord wordt gebruikt voor het afsnijden van druiven bij de oogst. Hier gaat het om het wegnemen van de geest en moed van vorsten. Zie ook: Ps 2:5; Ps 68:13; Jes 13:6–8; Jes 24:21; Sef 3:6 ## Psalmen 77 _In de nacht denken aan wat Elohim heeft gedaan_ ### Opschrift **77:1** Voor de koorleider, naar Jedutun. Van Asaf, een psalm. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַֽל (al) = naar | יְדוּת֗וּן (yedutun) = Jedutun | לְאָסָ֥ף (leasaf) = van Asaf | מִזְמֽוֹר (mizmor) = een psalm Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְדוּתוּן (Jedutun) is de naam van een zangmeester van David (1 Kron. 25:1). ‘Naar Jedutun’ kan betekenen: voor zijn koor of volgens zijn wijze. Dat is onzeker. Voetnoot : In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is ידיתון (Jeditun). De te lezen vorm (qere) is ידותון (Jedutun). Wij volgen de qere. Zie ook: 1 Kron 25:1; Ps 3:5; Ps 39:2; Ps 50:1; Ps 62:2; Ps 142:2–4 ### Roepen tot Elohim in de nacht **77:2** Mijn stem gaat naar Elohim, en ik roep luid; mijn stem gaat naar Elohim, en Hij luistert naar mij. Brontekst: קוֹלִ֣י (qoli) = mijn stem | אֶל (el) = naar | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | וְאֶצְעָ֑קָה (veetsaqa) = en ik roep | קוֹלִ֥י (qoli) = mijn stem | אֶל (el) = naar | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | וְהַאֲזִ֥ין (vehaazin) = en Hij luistert | אֵלָֽי (elay) = naar mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:5; Ps 39:2; Ps 50:1; Ps 62:2; Ps 142:2–4 **77:3** Op de dag van mijn nood zocht ik mijn Heer. ’s Nachts was mijn hand uitgestrekt en werd niet slap; mijn ziel weigerde getroost te worden. Brontekst: בְּי֥וֹם (beyom) = op de dag van | צָרָתִי֮ (tsarati) = mijn nood | אֲדֹנָ֪י (adonay) = mijn Heer | דָּ֫רָ֥שְׁתִּי (darashti) = zocht ik | יָדִ֤י (yadi) = mijn hand | לַ֣יְלָה (layla) = nacht | נִ֭גְּרָה (nigera) = was uitgestrekt | וְלֹ֣א (velo) = en niet | תָפ֑וּג (tafug) = werd slap | מֵאֲנָ֖ה (meana) = weigerde | הִנָּחֵ֣ם (hinachem) = getroost te worden | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: wij laten het zo staan, zoals in Genesis. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het hele innerlijke leven van de mens, met zijn verlangen en verdriet. Voetnoot : נִגְּרָה (niggerah), ‘was uitgestrekt’: letterlijk ‘stroomde, werd uitgegoten’. De betekenis is hier onzeker; het beeld is dat de hand de hele nacht naar Elohim wordt opgestoken. Zie ook: Gen 37:35; Ps 50:15; Jes 26:9; Jes 26:16; Heb 5:7 **77:4** Ik denk aan Elohim en kreun; ik overpeins, en mijn geest versmacht. Sela. Brontekst: אֶזְכְּרָ֣ה (ezkera) = ik denk aan | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | וְאֶֽהֱמָיָ֑ה (veehemaya) = en ik kreun | אָשִׂ֓יחָה (asicha) = ik overpeins | וְתִתְעַטֵּ֖ף (vetitatef) = en versmacht | רוּחִ֣י (ruchi) = mijn geest | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Wij laten het woord staan. Zie ook: Job 7:11; Job 23:15–16; Job 31:23; Ps 61:3; Ps 142:3–4 **77:5** U houdt mijn ogen wakend; ik ben ontdaan en kan niet spreken. Brontekst: אָ֭חַזְתָּ (achazta) = U hield vast | שְׁמֻר֣וֹת (shemurot) = wakers van | עֵינָ֑י (einay) = mijn ogen | נִ֝פְעַ֗מְתִּי (nifamti) = ik ben ontdaan | וְלֹ֣א (velo) = en niet | אֲדַבֵּֽר (adaber) = ik spreek Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁמֻרוֹת (shemurot): letterlijk ‘wachten, waken’. Elohim houdt de ogen van de dichter wakker. De betekenis van het woord is onzeker. Zie ook: Job 2:13; Job 6:3; Job 7:13–15; Ps 6:7; Est 6:1 **77:6** Ik overdenk de dagen van vroeger, de jaren van lang vervlogen tijden. Brontekst: חִשַּׁ֣בְתִּי (chishavti) = ik overdacht | יָמִ֣ים (yamim) = dagen | מִקֶּ֑דֶם (miqedem) = van vroeger | שְׁ֝נ֗וֹת (shenot) = jaren van | עוֹלָמִֽים (olamim) = lang vervlogen tijden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:7; Ps 44:2; Ps 74:12–18; Ps 143:5; Jes 51:9 **77:7** ’s Nachts denk ik aan mijn snarenspel; met mijn hart overpeins ik, en mijn geest speurt rond. Brontekst: אֶֽזְכְּרָ֥ה (ezkera) = ik denk aan | נְגִינָתִ֗י (neginati) = mijn snarenspel | בַּ֫לָּ֥יְלָה (balayela) = in de nacht | עִם (im) = met | לְבָבִ֥י (levavi) = mijn hart | אָשִׂ֑יחָה (asicha) = ik overpeins | וַיְחַפֵּ֥שׂ (vaychapes) = en speurt rond | רוּחִֽי (ruchi) = mijn geest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְגִינָתִי (neginati), ‘mijn snarenspel’: het lied dat met snaarinstrumenten wordt begeleid. Zie ook: Ps 4:5; Ps 42:9; Ps 139:23–24; Klaagl 3:40; Hand 16:25 ### Zal Elohim voor eeuwig verwerpen? **77:8** Zal mijn Heer voor eeuwig verwerpen? Zal Hij nooit meer welwillend zijn? Brontekst: הַֽ֭לְעוֹלָמִים (halolamim) = zal voor eeuwig | יִזְנַ֥ח (yiznach) = verwerpen | אֲדֹנָ֑י (adonay) = mijn Heer | וְלֹֽא (velo) = en niet | יֹסִ֖יף (yosif) = zal blijven | לִרְצ֣וֹת (lirtsot) = welwillend zijn | עֽוֹד (od) = nog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 85:2; Ps 85:6; Ps 89:47; Klaagl 3:31–32; Rom 11:1–2 **77:9** Is Zijn trouw voorgoed opgehouden? Is Zijn woord ten einde, van generatie op generatie? Brontekst: הֶאָפֵ֣ס (heafes) = is opgehouden | לָנֶ֣צַח (lanetsach) = voor altijd | חַסְדּ֑וֹ (chasdo) = Zijn trouw | גָּ֥מַר (gamar) = is ten einde | אֹ֝֗מֶר (omer) = woord | לְדֹ֣ר (ledor) = van generatie | וָדֹֽר (vador) = tot generatie Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Zie ook: Num 14:34; Num 23:19; Jer 15:18; Rom 9:6; 2 Petr 3:9 **77:10** Is El vergeten genadig te zijn? Of heeft Hij in toorn Zijn ontferming gesloten? Sela. Brontekst: הֲשָׁכַ֣ח (hashakhach) = is vergeten | חַנּ֣וֹת (chanot) = genadig te zijn | אֵ֑ל (el) = El | אִם (im) = of | קָפַ֥ץ (qafats) = heeft gesloten | בְּ֝אַ֗ף (beaf) = in toorn | רַחֲמָ֥יו (rachamav) = Zijn ontferming | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:12; Jes 40:27; Jes 49:14–15; Rom 11:32; 1 Joh 3:17 **77:11** Toen zei ik: „Dit is mijn zwakte: de jaren van de rechterhand van de Allerhoogste.” Brontekst: וָ֭אֹמַר (vaomar) = en ik zei | חַלּ֣וֹתִי (chaloti) = mijn zwakte | הִ֑יא (hi) = dit is | שְׁ֝נ֗וֹת (shenot) = jaren van | יְמִ֣ין (yemin) = rechterhand van | עֶלְיֽוֹן (elyon) = de Allerhoogste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk. חַלּוֹתִי (challoti) kan ‘mijn zwakte’ of ‘mijn ziekte’ betekenen. שְׁנוֹת (shenot) kan ‘jaren van’ betekenen, maar ook ‘verandering van’. Dan staat er: ‘Dit is mijn zwakte: de verandering van de rechterhand van de Allerhoogste.’ Wij kiezen ‘jaren’. Voetnoot : עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam of titel van Elohim, ‘de hoogste’ boven alles. Zie ook: Job 42:3; Ex 15:6; Ps 31:23; Ps 77:6; Mar 9:24 ### Terugdenken aan Uw daden **77:12** Ik wil de daden van Jah gedenken; ja, ik wil Uw wonder van vroeger gedenken. Brontekst: אֶזְכּ֥וֹר (ezkor) = ik wil gedenken | מַֽעַלְלֵי (maallei) = daden van | יָ֑הּ (yah) = Jah | כִּֽי (ki) = ja | אֶזְכְּרָ֖ה (ezkera) = ik wil gedenken | מִקֶּ֣דֶם (miqedem) = van vroeger | פִּלְאֶֽךָ (pilekha) = Uw wonder Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָהּ (Jah) is een korte vorm van Yahweh. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is אזכיר (ezkir), ‘ik laat gedenken, ik noem’. De te lezen vorm (qere) is אזכור (ezkor), ‘ik wil gedenken’. Wij volgen de qere. Zie ook: 1 Kron 16:12; Ps 78:11; Ps 105:5; Ps 143:5; Jes 5:12 **77:13** Ik overdenk heel Uw werk en mijmer over Uw daden. Brontekst: וְהָגִ֥יתִי (vehagiti) = en ik overdenk | בְכָל (bekhal) = heel | פָּעֳלֶ֑ךָ (paolekha) = Uw werk | וּֽבַעֲלִ֖ילוֹתֶ֣יךָ (uvaaliloteikha) = en Uw daden | אָשִֽׂיחָה (asicha) = ik mijmer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 6:7; Ps 71:24; Ps 105:2; Ps 143:5; Ps 145:11 **77:14** Elohim, Uw weg is in het heiligdom. Wie is een El zo groot als Elohim? Brontekst: אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | בַּקֹּ֣דֶשׁ (baqodesh) = in het heiligdom | דַּרְכֶּ֑ךָ (darkekha) = Uw weg | מִי (mi) = wie | אֵ֥ל (el) = El | גָּ֝ד֗וֹל (gadol) = groot | כֵּֽאלֹהִֽים (kelohim) = zoals Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בַּקֹּדֶשׁ (baqodesh) kan ‘in het heiligdom’ of ‘in heiligheid’ betekenen. Wij kiezen ‘in het heiligdom’. Zie ook: Ex 15:11; Ps 73:17; Ps 89:7–9; Jes 40:18; Jes 40:25 **77:15** U bent de El die wonderen doet; U hebt Uw kracht bekendgemaakt onder de volken. Brontekst: אַתָּ֣ה (ata) = U | הָ֭אֵל (hael) = de El | עֹ֣שֵׂה (ose) = die doet | פֶ֑לֶא (pele) = wonder | הוֹדַ֖עְתָּ (hodata) = U hebt bekendgemaakt | בָעַמִּ֣ים (baamim) = onder de volken | עֻזֶּֽךָ (uzekha) = Uw kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:11; Ps 72:18; Ps 136:4; Jes 51:9; Dan 6:28 **77:16** Met Uw arm hebt U Uw volk verlost, de zonen van Jakob en Josef. Sela. Brontekst: גָּאַ֣לְתָּ (gaalta) = U hebt verlost | בִּזְר֣וֹעַ (bizroa) = met een arm | עַמֶּ֑ךָ (amekha) = Uw volk | בְּנֵי (benei) = zonen van | יַעֲקֹ֖ב (yaaqov) = Jakob | וְיוֹסֵ֣ף (veyosef) = en Josef | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘De zonen van Jakob en Josef’ zijn heel het volk; de naam van Josef staat erbij, zoals in Ps. 78:67. Zie Exod. 14:30. Zie ook: Ex 6:6; Ex 14:30; Deut 9:26; Deut 9:29; Ps 74:2; Ps 78:67; Jes 63:9 ### De wateren zagen U **77:17** De wateren zagen U, Elohim; de wateren zagen U en beefden. Ook de oerdiepten sidderden. Brontekst: רָ֘א֤וּךָ (raukha) = zagen U | מַּ֨יִם (mayim) = wateren | אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | רָא֣וּךָ (raukha) = zagen U | מַּ֣יִם (mayim) = wateren | יָחִ֑ילוּ (yachilu) = beefden | אַ֝֗ף (af) = ook | יִרְגְּז֥וּ (yirgezu) = sidderden | תְהֹמֽוֹת (tehomot) = oerdiepten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 14:21; Joz 3:15–16; Ps 114:3–6; Hab 3:8–10; Hab 3:15 **77:18** De wolken stortten water uit; de luchten lieten een geluid horen; ook Uw pijlen vlogen heen en weer. Brontekst: זֹ֤רְמוּ (zoremu) = stortten uit | מַ֨יִם (mayim) = water | עָב֗וֹת (avot) = wolken | ק֭וֹל (qol) = geluid | נָתְנ֣וּ (natenu) = gaven | שְׁחָקִ֑ים (shechaqim) = luchten | אַף (af) = ook | חֲ֝צָצֶ֗יךָ (chatsatseikha) = Uw pijlen | יִתְהַלָּֽכוּ (yithalakhu) = vliegen heen en weer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 22:15; Ps 18:15; Ps 68:9–10; Ps 68:34; Ps 144:6 **77:19** Het geluid van Uw donder was in de wervelwind; bliksems verlichtten de wereld; de aarde beefde en schudde. Brontekst: ק֤וֹל (qol) = geluid van | רַעַמְךָ֨ (raamkha) = Uw donder | בַּגַּלְגַּ֗ל (bagalgal) = in de wervelwind | הֵאִ֣ירוּ (heiru) = verlichtten | בְרָקִ֣ים (beraqim) = bliksems | תֵּבֵ֑ל (tevel) = wereld | רָגְזָ֖ה (rageza) = beefde | וַתִּרְעַ֣שׁ (vatirash) = en schudde | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גַּלְגַּל (galgal): letterlijk ‘wiel’, ook ‘wervelwind’. De betekenis hier is onzeker. Zie ook: Ex 19:16; 2 Sam 22:14; Ps 97:4; Hab 3:4; Openb 11:19 **77:20** Uw weg liep door de zee, Uw pad door de grote wateren; Uw voetsporen werden niet gekend. Brontekst: בַּיָּ֤ם (bayam) = in de zee | דַּרְכֶּ֗ךָ (darkekha) = Uw weg | וּֽ֭שְׁבִֽילְךָ (ushevilekha) = en Uw pad | בְּמַ֣יִם (bemayim) = in wateren | רַבִּ֑ים (rabim) = grote | וְ֝עִקְּבוֹתֶ֗יךָ (veiqevoteikha) = en Uw voetsporen | לֹ֣א (lo) = niet | נֹדָֽעוּ (nodau) = werden gekend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers beschrijft de doortocht door de zee (Exod. 14:21–22). Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is ושבילי ך (veshevilecha, meervoud), ‘en Uw paden’. De te lezen vorm (qere) is וּשְׁבִילְךָ, ‘en Uw pad’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ex 14:21–22; Ex 14:28; Ps 29:10; Hab 3:15; Neh 9:11; Rom 11:33 **77:21** U leidde Uw volk als een kudde, door de hand van Mozes en Aäron. Brontekst: נָחִ֣יתָ (nachita) = U leidde | כַצֹּ֣אן (katson) = als een kudde | עַמֶּ֑ךָ (amekha) = Uw volk | בְּֽיַד (beyad) = door de hand van | מֹשֶׁ֥ה (moshe) = Mozes | וְאַהֲרֹֽן (veaharon) = en Aäron Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het volk wordt geleid als een kudde. Mozes en Aäron zijn de hand waardoor Elohim leidt. Zie ook: Ex 13:21; Ex 14:19; Ps 78:52; Ps 80:2; Jes 63:11–12 ## Psalmen 78 _De geschiedenis van Israël als les voor de volgende generatie_ ### Luister naar de wet van de dichter **78:1** Een Maskil van Asaf. Luister, mijn volk, naar mijn wet; neig jullie oor naar de woorden van mijn mond. Brontekst: מַשְׂכִּ֗יל (maskil) = een Maskil | לְאָ֫סָ֥ף (leasaf) = van Asaf | הַאֲזִ֣ינָה (haazina) = luister | עַ֭מִּי (ami) = mijn volk | תּוֹרָתִ֑י (torati) = naar mijn wet | הַטּ֥וּ (hatu) = neigt | אָ֝זְנְכֶ֗ם (azenekhem) = jullie oor | לְאִמְרֵי (leimrei) = naar de woorden van | פִֽי (pi) = mijn mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַשְׂכִּיל (Maskil): een soort psalm of lied. De betekenis van het woord is onzeker; het kan ‘onderwijzend lied’ betekenen. Voetnoot : תּוֹרָתִי (torati), ‘mijn wet’: torah betekent ook ‘onderwijs’. Hier spreekt de dichter, die het onderwijs doorgeeft uit de geschiedenis van het volk. Zie ook: Ps 49:2–4; Ps 74:1; 2 Kron 15:1–16; Jes 51:4; Jes 55:3 **78:2** Ik open mijn mond met een spreuk; ik laat raadsels uit de oudheid stromen, Brontekst: אֶפְתְּחָ֣ה (eftecha) = ik open | בְמָשָׁ֣ל (bemashal) = met een spreuk | פִּ֑י (pi) = mijn mond | אַבִּ֥יעָה (abia) = ik laat stromen | חִ֝יד֗וֹת (chidot) = raadsels | מִנִּי (mini) = uit | קֶֽדֶם (qedem) = de oudheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָשָׁל (mashal), ‘spreuk’: een gezegde of les in beeldende taal. חִידוֹת (chidot), ‘raadsels’: verborgen betekenis die uitleg nodig heeft. Voetnoot : Matt. 13:35 haalt dit vers aan. Zie ook: Ps 49:5; Spr 1:6; Mat 13:11–13; Mat 13:34–35; Mat 13:35; Mar 4:34 **78:3** wat wij hebben gehoord en gekend, en wat onze vaders ons hebben verteld. Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = wat | שָׁ֭מַעְנוּ (shamanu) = wij hebben gehoord | וַנֵּדָעֵ֑ם (vanedaem) = en wij kennen het | וַ֝אֲבוֹתֵ֗ינוּ (vaavoteinu) = en onze vaders | סִפְּרוּ (siperu) = hebben verteld | לָֽנוּ (lanu) = ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 12:26–27; Ex 13:8; Ex 13:14–15; Ps 44:2; Ps 48:9 **78:4** Wij verbergen het niet voor hun zonen. Aan de volgende generatie vertellen wij de lof van Yahweh, Zijn kracht en Zijn wonderen die Hij deed. Brontekst: לֹ֤א (lo) = niet | נְכַחֵ֨ד (nekhached) = wij verbergen het | מִבְּנֵיהֶ֗ם (mibeneihem) = voor hun zonen | לְד֥וֹר (ledor) = aan generatie | אַחֲר֗וֹן (acharon) = latere | מְֽ֭סַפְּרִים (mesaperim) = vertellend | תְּהִלּ֣וֹת (tehilot) = lof van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וֶעֱזוּז֥וֹ (veezuzo) = en Zijn kracht | וְ֝נִפְלְאוֹתָ֗יו (venifleotav) = en Zijn wonderen | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | עָשָֽׂה (asa) = Hij deed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּהִלּוֹת (tehillot), ‘lof’: lofwaardige daden die men bezingt. Zie ook: Deut 4:9; Deut 6:7; Deut 11:19; Ps 145:4–6; Joël 1:3 **78:5** Hij richtte een getuigenis op in Jakob en stelde een wet in Israël. Die gebood Hij onze vaders aan hun zonen bekend te maken, Brontekst: וַיָּ֤קֶם (vayaqem) = en Hij richtte op | עֵד֨וּת (edut) = getuigenis | בְּֽיַעֲקֹ֗ב (beyaaqov) = in Jakob | וְתוֹרָה֮ (vetora) = en wet | שָׂ֤ם (sam) = stelde Hij | בְּיִשְׂרָ֫אֵ֥ל (beyisrael) = in Israël | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | צִ֭וָּה (tsiva) = Hij gebood | אֶת (et) = (obj.) | אֲבוֹתֵ֑ינוּ (avoteinu) = onze vaders | לְ֝הוֹדִיעָ֗ם (lehodiam) = om bekend te maken | לִבְנֵיהֶֽם (livneihem) = aan hun zonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 18:19; Deut 4:45; Deut 6:7; Ps 81:6; Ef 6:4 **78:6** opdat de volgende generatie het zou kennen, de zonen die nog geboren zouden worden. Dezen zouden opstaan en het aan hun zonen vertellen, Brontekst: לְמַ֤עַן (lemaan) = opdat | יֵדְע֨וּ (yedeu) = zij zouden kennen | דּ֣וֹר (dor) = generatie | אַ֭חֲרוֹן (acharon) = latere | בָּנִ֣ים (banim) = zonen | יִוָּלֵ֑דוּ (yivaledu) = die geboren zouden worden | יָ֝קֻ֗מוּ (yaqumu) = zij zouden opstaan | וִֽיסַפְּר֥וּ (visaperu) = en vertellen | לִבְנֵיהֶֽם (livneihem) = aan hun zonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:10; Ps 90:16; Ps 102:19; Ps 145:4; Joël 1:3 **78:7** zodat zij hun vertrouwen op Elohim zouden stellen, de daden van El niet zouden vergeten en Zijn geboden zouden bewaren. Brontekst: וְיָשִׂ֥ימוּ (veyasimu) = en zij zouden stellen | בֵֽאלֹהִ֗ים (bElohim) = op Elohim | כִּ֫סְלָ֥ם (kislam) = hun vertrouwen | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִ֭שְׁכְּחוּ (yishkechu) = zij zouden vergeten | מַֽעַלְלֵי (maallei) = daden van | אֵ֑ל (el) = El | וּמִצְוֺתָ֥יו (umitsvotav) = en Zijn geboden | יִנְצֹֽרוּ (yintsoru) = zij zouden bewaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:9; Deut 5:29; Joh 14:21–24; 1 Joh 5:3; Openb 14:12 **78:8** Zij zouden niet zijn zoals hun vaders, een weerspannige en opstandige generatie. Een generatie die haar hart niet standvastig maakte en wier geest niet trouw was aan El. Brontekst: וְלֹ֤א (velo) = en niet | יִהְי֨וּ (yihyu) = zouden zijn | כַּאֲבוֹתָ֗ם (kaavotam) = zoals hun vaders | דּוֹר֮ (dor) = generatie | סוֹרֵ֪ר (sorer) = weerspannig | וּמֹ֫רֶ֥ה (umore) = en opstandig | דּ֭וֹר (dor) = generatie | לֹא (lo) = niet | הֵכִ֣ין (hekhin) = maakte standvastig | לִבּ֑וֹ (libo) = haar hart | וְלֹא (velo) = en niet | נֶאֶמְנָ֖ה (neemna) = was trouw | אֶת (et) = aan | אֵ֣ל (el) = El | רוּחֽוֹ (rucho) = haar geest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 32:9; Deut 31:27; Ps 78:37; 2 Kon 17:14; Ezech 20:18 ### De zonen van Efraïm keren om **78:9** De zonen van Efraïm, gewapende boogschutters, keerden zich om op de dag van de strijd. Brontekst: בְּֽנֵי (benei) = zonen van | אֶפְרַ֗יִם (efrayim) = Efraïm | נוֹשְׁקֵ֥י (nosheqei) = gewapenden | רוֹמֵי (romei) = schutters van | קָ֑שֶׁת (qashet) = boog | הָ֝פְכ֗וּ (hafekhu) = keerden om | בְּי֣וֹם (beyom) = op de dag van | קְרָֽב (qerav) = strijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Welke gebeurtenis bedoeld wordt met de omkering van de zonen van Efraïm, is onzeker. Efraïm kan hier staan voor het noordelijke rijk of voor de stam zelf; zie ook vers 67. Voetnoot : רוֹמֵי (romei), ‘schutters’: het woord betekent ‘werpers’ of ‘schutters’. Zie ook: Deut 1:41–44; Joz 17:16–18; Re 9:28; 1 Sam 31:1; Ps 78:57; Ps 78:67 **78:10** Zij hielden het verbond van Elohim niet en weigerden te wandelen in Zijn wet. Brontekst: לֹ֣א (lo) = niet | שָׁ֭מְרוּ (shameru) = hielden | בְּרִ֣ית (berit) = verbond van | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | וּ֝בְתוֹרָת֗וֹ (uvetorato) = en in Zijn wet | מֵאֲנ֥וּ (meanu) = weigerden | לָלֶֽכֶת (lalekhet) = te wandelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 31:16; Deut 31:20; Re 2:10–12; Jer 31:32; Neh 9:26–29 **78:11** Zij vergaten Zijn daden en Zijn wonderen, die Hij hun had laten zien. Brontekst: וַיִּשְׁכְּח֥וּ (vayishkechu) = en zij vergaten | עֲלִילוֹתָ֑יו (alilotav) = Zijn daden | וְ֝נִפְלְאוֹתָ֗יו (venifleotav) = en Zijn wonderen | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | הֶרְאָֽם (heram) = Hij liet zien aan hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:18; Ps 78:7; Ps 106:13; Ps 106:21–22; Jer 2:32 ### Wonderen in Egypte en in de woestijn **78:12** Voor de ogen van hun vaders deed Hij wonderen in het land Egypte, in het veld van Soan. Brontekst: נֶ֣גֶד (neged) = voor | אֲ֭בוֹתָם (avotam) = hun vaders | עָ֣שָׂה (asa) = deed Hij | פֶ֑לֶא (pele) = wonder | בְּאֶ֖רֶץ (beerets) = in het land van | מִצְרַ֣יִם (mitsrayim) = Egypte | שְׂדֵה (sede) = veld van | צֹֽעַן (tsoan) = Soan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Zie Soan: Soan (Tanis) lag in de noordoostelijke Nijldelta, bij het huidige San el-Hagar. Voetnoot Uitleg: De ‘tekenen’ in Egypte worden in de verzen 43–51 uitgewerkt. Zie Exod. 7–12. Zie ook: Ex 7:1–12:51; Num 13:22; Jes 19:11; Jes 19:13; Ezech 30:14 **78:13** Hij spleet de zee en liet hen erdoor trekken; Hij liet het water staan als een dam. Brontekst: בָּ֣קַע (baqa) = spleet | יָ֭ם (yam) = zee | וַיַּֽעֲבִירֵ֑ם (vayaavirem) = en liet hen doortrekken | וַֽיַּצֶּב (vayatsev) = en liet staan | מַ֥יִם (mayim) = water | כְּמוֹ (kemo) = als | נֵֽד (ned) = een dam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֵד (ned), ‘dam’: een opgehoopte muur van water. Zie Exod. 15:8. Zie ook: Ex 14:21; Ex 15:8; Ps 66:6; Ps 106:9–10; Ps 136:13–15 **78:14** Overdag leidde Hij hen met een wolk, en de hele nacht met het licht van vuur. Brontekst: וַיַּנְחֵ֣ם (vayanchem) = en leidde hen | בֶּעָנָ֣ן (beanan) = met een wolk | יוֹמָ֑ם (yomam) = overdag | וְכָל (vekhal) = en heel | הַ֝לַּ֗יְלָה (halayla) = de nacht | בְּא֣וֹר (beor) = met licht van | אֵֽשׁ (esh) = vuur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De wolk en het vuur zijn de wolkkolom en de vuurkolom van Exod. 13:21. Zie ook: Ex 13:21–22; Ex 14:24; Ex 40:35–38; Ps 105:39; Neh 9:12 **78:15** Hij spleet rotsen in de woestijn en gaf hun te drinken als uit de grote oerdiepten. Brontekst: יְבַקַּ֣ע (yevaqa) = spleet | צֻ֭רִים (tsurim) = rotsen | בַּמִּדְבָּ֑ר (bamidbar) = in de woestijn | וַ֝יַּ֗שְׁקְ (vayashq) = en gaf te drinken | כִּתְהֹמ֥וֹת (kithomot) = als uit oerdiepten | רַבָּֽה (raba) = grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Exod. 17:6 en Num. 20:11. כִּתְהֹמוֹת (kitehomot), ‘als uit oerdiepten’: de dichter vergelijkt de stroom uit de rots met een eindeloze waterbron. Zie ook: Ex 17:6; Num 20:11; Ps 105:41; Ps 114:8; 1 Kor 10:4 **78:16** Hij liet stromen uit de rots komen en liet water afdalen als rivieren. Brontekst: וַיּוֹצִ֣א (vayotsi) = en bracht voort | נוֹזְלִ֣ים (nozelim) = stromen | מִסָּ֑לַע (misala) = uit de rots | וַיּ֖וֹרֶד (vayored) = en liet afdalen | כַּנְּהָר֣וֹת (kaneharot) = als rivieren | מָֽיִם (mayim) = water Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 20:8; Num 20:10–11; Deut 8:15; Deut 9:21; Ps 105:41 ### Opstand in de woestijn **78:17** Toch bleven zij tegen Hem zondigen en in opstand komen tegen de Allerhoogste in de dorre grond. Brontekst: וַיּוֹסִ֣יפוּ (vayosifu) = en zij bleven | ע֭וֹד (od) = nog | לַחֲטֹא (lachato) = zondigen | ל֑וֹ (lo) = tegen Hem | לַֽמְר֥וֹת (lamrot) = in opstand komen tegen | עֶ֝לְי֗וֹן (elyon) = de Allerhoogste | בַּצִּיָּֽה (batsiya) = in de dorre grond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een titel van Elohim, ‘de hoogste’ boven alles. Zie ook: Deut 9:8; Deut 9:12–22; Ps 106:13–32; Jes 63:10; Heb 3:16–19 **78:18** Zij stelden El op de proef in hun hart door voedsel te eisen voor hun ziel. Brontekst: וַיְנַסּוּ (vaynasu) = en zij stelden op de proef | אֵ֥ל (el) = El | בִּלְבָבָ֑ם (bilvavam) = in hun hart | לִֽשְׁאָל (lishal) = door te eisen | אֹ֥כֶל (okhel) = voedsel | לְנַפְשָֽׁם (lenafsham) = voor hun ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier de eetlust en het verlangen. Wij houden ‘ziel’ aan, zoals elders. Zie ook: Num 11:4; Deut 6:16; Ps 106:14–15; 1 Kor 10:6; 1 Kor 10:9 **78:19** Zij spraken tegen Elohim. Zij zeiden: „Kan El een tafel toebereiden in de woestijn? Brontekst: וַֽיְדַבְּר֗וּ (vaydaberu) = en zij spraken | בֵּֽאלֹ֫הִ֥ים (bElohim) = tegen Elohim | אָ֭מְרוּ (ameru) = zij zeiden | הֲי֣וּכַל (hayukhal) = kan | אֵ֑ל (el) = El | לַעֲרֹ֥ךְ (laarokh) = toebereiden | שֻׁ֝לְחָ֗ן (shulchan) = een tafel | בַּמִּדְבָּֽר (bamidbar) = in de woestijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het verhaal van de klachten van het volk om voedsel staat in Exod. 16 en Num. 11. Zie ook: Ex 16:3; Ex 16:8–10; Num 11:4; Num 21:5; Ps 23:5 **78:20** Zie, Hij sloeg de rots, en water stroomde eruit en beken overstroomden. Kan Hij ook brood geven? Of kan Hij vlees bereiden voor Zijn volk?” Brontekst: הֵ֤ן (hen) = zie | הִכָּה (hika) = Hij sloeg | צ֨וּר (tsur) = rots | וַיָּז֣וּבוּ (vayazuvu) = en stroomden | מַיִם֮ (mayim) = water | וּנְחָלִ֪ים (unechalim) = en beken | יִ֫שְׁטֹ֥פוּ (yishtofu) = overstroomden | הֲגַם (hagam) = ook | לֶ֭חֶם (lechem) = brood | י֣וּכַל (yukhal) = kan Hij | תֵּ֑ת (tet) = geven | אִם (im) = of | יָכִ֖ין (yakhin) = kan Hij bereiden | שְׁאֵ֣ר (sheer) = vlees | לְעַמּֽוֹ (leamo) = voor Zijn volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 18:12–14; Num 11:18; Num 11:21–23; Num 20:11; Ps 78:41 ### De toorn van Yahweh en het manna **78:21** Daarom hoorde Yahweh het en werd woedend. Een vuur werd aangestoken tegen Jakob, en ook toorn steeg op tegen Israël, Brontekst: לָכֵ֤ן (lakhen) = daarom | שָׁמַ֥ע (shama) = hoorde | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | וַֽיִּתְעַבָּ֥ר (vayitabar) = en werd woedend | וְ֭אֵשׁ (veesh) = en vuur | נִשְּׂקָ֣ה (niseqa) = werd aangestoken | בְיַעֲקֹ֑ב (beyaaqov) = tegen Jakob | וְגַם (vegam) = en ook | אַ֝֗ף (af) = toorn | עָלָ֥ה (ala) = steeg op | בְיִשְׂרָאֵֽל (beyisrael) = tegen Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 11:1–3; Num 11:10; 1 Kor 10:11; Heb 12:29; Jud 1:5 **78:22** want zij geloofden Elohim niet en vertrouwden niet op Zijn redding. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹ֣א (lo) = niet | הֶ֭אֱמִינוּ (heeminu) = zij geloofden | בֵּאלֹהִ֑ים (bElohim) = Elohim | וְלֹ֥א (velo) = en niet | בָ֝טְח֗וּ (batechu) = zij vertrouwden | בִּֽישׁוּעָתֽוֹ (bishuato) = op Zijn redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 1:32; Heb 3:12; Heb 3:18–19; Heb 11:6; Jud 1:5 **78:23** Toch gebood Hij de wolken boven, en de deuren van de hemel opende Hij. Brontekst: וַיְצַ֣ו (vaytsav) = en Hij gebood | שְׁחָקִ֣ים (shechaqim) = wolken | מִמָּ֑עַל (mimaal) = boven | וְדַלְתֵ֖י (vedaltei) = en deuren van | שָׁמַ֣יִם (shamayim) = hemel | פָּתָֽח (patach) = opende Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘De deuren van de hemel’ zijn de sluizen waaruit het manna, de regen, valt. Zie Exod. 16:4. Zie ook: Gen 7:11; Ex 16:4; Ps 33:9; 2 Kon 7:2; 2 Kon 7:19; Mal 3:10 **78:24** Hij liet manna op hen regenen om te eten en gaf hun graan van de hemel. Brontekst: וַיַּמְטֵ֬ר (vayamter) = en Hij liet regenen | עֲלֵיהֶ֣ם (aleihem) = op hen | מָ֣ן (man) = manna | לֶאֱכֹ֑ל (leekhol) = om te eten | וּדְגַן (udegan) = en graan van | שָׁ֝מַ֗יִם (shamayim) = hemel | נָ֣תַן (natan) = gaf Hij | לָֽמוֹ (lamo) = hun Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָן (man), ‘manna’: het brood uit de hemel in de woestijn. Zie Exod. 16:15. Zie ook: Ex 16:4; Ex 16:15; Deut 8:3; Ps 105:40; Neh 9:15; Joh 6:31–71 **78:25** Ieder at het brood van de sterken; Hij zond hun voedsel tot verzadiging. Brontekst: לֶ֣חֶם (lechem) = brood van | אַ֭בִּירִים (abirim) = sterken | אָ֣כַל (akhal) = at | אִ֑ישׁ (ish) = ieder | צֵידָ֬ה (tseida) = voedsel | שָׁלַ֖ח (shalach) = zond Hij | לָהֶ֣ם (lahem) = hun | לָשֹֽׂבַע (lasova) = tot verzadiging Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַבִּירִים (abbirim), ‘sterken’: machtigen of hemelse wezens. Het ‘brood van de sterken’ is dus brood dat uit de hemel komt of waarvan sterken eten. Sommige oude vertalingen lezen hier ‘engelen’. Wij houden ‘sterken’ aan. Zie ook: Ex 16:8; Ps 103:20; Mat 14:20; Mat 15:37 **78:26** Hij liet de oostenwind opsteken aan de hemel en dreef met Zijn kracht de zuidenwind aan. Brontekst: יַסַּ֣ע (yasa) = liet opsteken | קָ֭דִים (qadim) = oostenwind | בַּשָּׁמָ֑יִם (bashamayim) = aan de hemel | וַיְנַהֵ֖ג (vaynaheg) = en dreef aan | בְּעֻזּ֣וֹ (beuzo) = met Zijn kracht | תֵימָֽן (teiman) = zuidenwind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 11:31; Ps 135:7 **78:27** Hij liet vlees op hen regenen als stof, en gevleugelde vogels als het zand van de zeeën. Brontekst: וַיַּמְטֵ֬ר (vayamter) = en liet regenen | עֲלֵיהֶ֣ם (aleihem) = op hen | כֶּעָפָ֣ר (keafar) = als stof | שְׁאֵ֑ר (sheer) = vlees | וּֽכְח֥וֹל (ukhechol) = en als zand van | יַ֝מִּ֗ים (yamim) = zeeën | ע֣וֹף (of) = vogels | כָּנָֽף (kanaf) = gevleugelde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit gaat om de kwartels. Zie Num. 11:31. Zie ook: Ex 16:12–13; Num 11:18–19; Num 11:31; Num 11:32 **78:28** Hij liet het vallen midden in hun kamp, rondom hun woningen. Brontekst: וַ֭יַּפֵּל (vayapel) = en liet vallen | בְּקֶ֣רֶב (beqerev) = midden in | מַחֲנֵ֑הוּ (machanehu) = hun kamp | סָ֝בִ֗יב (saviv) = rondom | לְמִשְׁכְּנֹתָֽיו (lemishkenotav) = hun woningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **78:29** Zij aten en werden zeer verzadigd; wat zij begeerden, bracht Hij hun. Brontekst: וַיֹּאכְל֣וּ (vayokhlu) = en zij aten | וַיִּשְׂבְּע֣וּ (vayisbeu) = en werden verzadigd | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | וְ֝תַֽאֲוָתָ֗ם (vetaavatam) = en hun begeerte | יָבִ֥א (yavi) = bracht Hij | לָהֶֽם (lahem) = hun Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 11:19–20; Ps 106:15 **78:30** Zij waren nog niet afgekeerd van hun begeerte, hun voedsel was nog in hun mond, Brontekst: לֹא (lo) = niet | זָר֥וּ (zaru) = waren afgekeerd | מִתַּאֲוָתָ֑ם (mitaavatam) = van hun begeerte | ע֝֗וֹד (od) = nog | אָכְלָ֥ם (akhelam) = hun voedsel | בְּפִיהֶֽם (befihem) = in hun mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 11:33–34; Num 22:20–22; Spr 1:32; Luc 16:19–23 **78:31** toen de toorn van Elohim tegen hen opsteeg. Hij doodde de vetsten onder hen en wierp de jongemannen van Israël neer. Brontekst: וְאַ֤ף (veaf) = en toorn van | אֱלֹהִ֨ים (Elohim) = Elohim | עָ֘לָ֤ה (ala) = steeg op | בָהֶ֗ם (bahem) = tegen hen | וַֽ֭יַּהֲרֹג (vayaharog) = en Hij doodde | בְּמִשְׁמַנֵּיהֶ֑ם (bemishmaneihem) = onder hun vetsten | וּבַחוּרֵ֖י (uvachurei) = en jongemannen van | יִשְׂרָאֵ֣ל (yisrael) = Israël | הִכְרִֽיעַ (hikhria) = wierp Hij neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Num. 11:33. Zie ook: Num 11:33; Jes 10:16 ### Ontrouw ondanks Zijn ontferming **78:32** Bij dit alles zondigden zij nog steeds en geloofden zij Zijn wonderen niet. Brontekst: בְּכָל (bekhal) = bij | זֹ֭את (zot) = dit alles | חָֽטְאוּ (chateu) = zondigden zij | ע֑וֹד (od) = nog | וְלֹֽא (velo) = en niet | הֶ֝אֱמִ֗ינוּ (heeminu) = zij geloofden | בְּנִפְלְאוֹתָֽיו (benifleotav) = Zijn wonderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 78:11; Ps 78:22; Ezech 20:13; Luc 16:31; Joh 12:37 **78:33** Daarom liet Hij hun dagen vergaan in damp en hun jaren in schrik. Brontekst: וַיְכַל (vaykhal) = en Hij liet vergaan | בַּהֶ֥בֶל (bahevel) = in damp | יְמֵיהֶ֑ם (yemeihem) = hun dagen | וּ֝שְׁנוֹתָ֗ם (ushenotam) = en hun jaren | בַּבֶּהָלָֽה (babehala) = in schrik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 14:29; Num 14:35; Num 26:64–65; Deut 2:14–16; Pred 12:13–14 **78:34** Wanneer Hij hen doodde, zochten zij Hem; zij keerden terug en zochten El met ijver. Brontekst: אִם (im) = wanneer | הֲרָגָ֥ם (haragam) = Hij hen doodde | וּדְרָשׁ֑וּהוּ (uderashuhu) = dan zochten zij Hem | וְ֝שָׁ֗בוּ (veshavu) = en zij keerden terug | וְשִֽׁחֲרוּ (veshicharu) = en zochten ijverig | אֵֽל (el) = El Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׁחֲרוּ (shichru), ‘zochten ijverig’: het woord komt van ‘morgen’ en betekent: vroeg en gretig zoeken. Zie ook: Num 21:7; Re 3:8–9; Re 3:12–15; Hos 5:15; Jer 22:23 **78:35** Zij dachten eraan dat Elohim hun rots was, en El, de Allerhoogste, hun losser. Brontekst: וַֽ֭יִּזְכְּרוּ (vayizkeru) = en zij dachten eraan | כִּֽי (ki) = dat | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | צוּרָ֑ם (tsuram) = hun rots | וְאֵ֥ל (veel) = en El | עֶ֝לְיוֹן (elyon) = de Allerhoogste | גֹּאֲלָֽם (goalam) = hun losser Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גֹּאֵל (goel), ‘losser’: degene die een familielid vrijkoopt, zoals Boaz in het boek Ruth. Hier is Elohim de losser van Zijn volk. Zie ook: Ex 15:13; Deut 32:4; Jes 41:14; Jes 48:17; Tit 2:14 **78:36** Maar zij vleiden Hem met hun mond en logen tegen Hem met hun tong. Brontekst: וַיְפַתּ֥וּהוּ (vayfatuhu) = en zij vleiden Hem | בְּפִיהֶ֑ם (befihem) = met hun mond | וּ֝בִלְשׁוֹנָ֗ם (uvilshonam) = en met hun tong | יְכַזְּבוּ (yekhazevu) = logen zij | לֽוֹ (lo) = tegen Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:45; Ps 106:12–13; Hos 12:1; Jes 29:13; Ezech 33:31 **78:37** Hun hart was niet standvastig bij Hem, en zij waren niet trouw aan Zijn verbond. Brontekst: וְ֭לִבָּם (velibam) = en hun hart | לֹא (lo) = niet | נָכ֣וֹן (nakhon) = standvastig | עִמּ֑וֹ (imo) = bij Hem | וְלֹ֥א (velo) = en niet | נֶ֝אֶמְנ֗וּ (neemnu) = waren trouw | בִּבְרִיתֽוֹ (bivrito) = aan Zijn verbond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 51:12; Ps 78:8; Ps 119:80; Hos 7:16–8:1; Hand 8:21 **78:38** Maar Hij is barmhartig. Hij doet verzoening voor de schuld en richt niet te gronde. Vaak hield Hij Zijn toorn terug. Hij wekte niet heel Zijn woede op. Brontekst: וְה֤וּא (vehu) = en Hij | רַח֨וּם (rachum) = barmhartig | יְכַפֵּ֥ר (yekhaper) = doet verzoening voor | עָוֺן֮ (avon) = schuld | וְֽלֹא (velo) = en niet | יַ֫שְׁחִ֥ית (yashchit) = richt te gronde | וְ֭הִרְבָּה (vehirba) = en vaak | לְהָשִׁ֣יב (lehashiv) = hield Hij terug | אַפּ֑וֹ (apo) = Zijn toorn | וְלֹֽא (velo) = en niet | יָ֝עִיר (yair) = wekte Hij op | כָּל (kal) = heel | חֲמָתֽוֹ (chamato) = Zijn woede Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רַחוּם (rachum), ‘barmhartig’: de woorden sluiten aan bij Exod. 34:6–7. Voetnoot : כִּפֶּר (kipper), ‘verzoening doen’: schuld bedekken of uitwissen. Zie ook: Ex 34:6–7; Num 14:18–20; Jes 44:21–22; Jes 48:9; Ezech 20:17; Ezech 20:21–22 **78:39** Hij dacht eraan dat zij vlees zijn, een wind die heengaat en niet terugkeert. Brontekst: וַ֭יִּזְכֹּר (vayizkor) = en Hij dacht eraan | כִּי (ki) = dat | בָשָׂ֣ר (basar) = vlees | הֵ֑מָּה (hema) = zij | ר֥וּחַ (ruach) = wind | ה֝וֹלֵ֗ךְ (holekh) = die heengaat | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יָשֽׁוּב (yashuv) = terugkeert Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘wind’: hier gaat het om de wind die voorbijgaat, een beeld van de vergankelijkheid van de mens. Zie ook: Gen 6:3; Job 7:7; Job 7:16; Ps 103:14–16; Jak 4:14 **78:40** Hoe vaak waren zij tegen Hem opstandig in de woestijn en bedroefden zij Hem in de woestenij! Brontekst: כַּ֭מָּה (kama) = hoe vaak | יַמְר֣וּהוּ (yamruhu) = waren zij opstandig tegen Hem | בַמִּדְבָּ֑ר (bamidbar) = in de woestijn | יַ֝עֲצִיב֗וּהוּ (yaatsivuhu) = bedroefden zij Hem | בִּֽישִׁימֽוֹן (bishimon) = in de woestenij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 14:11; Ps 95:8–10; Jes 63:10; Ef 4:30; Heb 3:15–17 **78:41** Steeds weer stelden zij El op de proef en tergden zij de Heilige van Israël. Brontekst: וַיָּשׁ֣וּבוּ (vayashuvu) = en zij keerden terug | וַיְנַסּ֣וּ (vaynasu) = en stelden op de proef | אֵ֑ל (el) = El | וּקְד֖וֹשׁ (uqedosh) = en de Heilige van | יִשְׂרָאֵ֣ל (yisrael) = Israël | הִתְווּ (hitvu) = tergden zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הִתְווּ (hitvu), ‘tergden’: de betekenis van dit werkwoord is onzeker. Het komt van een woord dat ‘teken’ of ‘grens’ betekent. Het kan zijn: ‘zij stelden Hem grenzen’ of ‘zij kwetsten Hem’. Wij kiezen ‘tergden’, naar de samenhang. Zie ook: Num 14:4; Num 14:22; Deut 6:16; Hand 7:39; Heb 3:8–11 **78:42** Zij dachten niet aan Zijn hand, aan de dag waarop Hij hen vrijkocht van de tegenstander, Brontekst: לֹא (lo) = niet | זָכְר֥וּ (zakheru) = zij dachten aan | אֶת (et) = (obj.) | יָד֑וֹ (yado) = Zijn hand | י֝֗וֹם (yom) = de dag | אֲֽשֶׁר (asher) = waarop | פָּדָ֥ם (padam) = Hij hen vrijkocht | מִנִּי (mini) = van | צָֽר (tsar) = tegenstander Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 14:12; Re 8:34; Ps 78:11; Ps 136:10–15; Jer 32:21 ### De tekenen in Egypte **78:43** toen Hij Zijn tekenen in Egypte stelde en Zijn wonderen in het veld van Soan. Brontekst: אֲשֶׁר (asher) = waarop | שָׂ֣ם (sam) = Hij stelde | בְּ֭מִצְרַיִם (bemitsrayim) = in Egypte | אֹֽתוֹתָ֑יו (ototav) = Zijn tekenen | וּ֝מוֹפְתָ֗יו (umofetav) = en Zijn wonderen | בִּשְׂדֵה (bisde) = in het veld van | צֹֽעַן (tsoan) = Soan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Zie Soan: Soan (Tanis) lag in de noordoostelijke Nijldelta, bij het huidige San el-Hagar. Zie ook: Ex 3:19–20; Ex 4:21; Ex 7:3; Deut 6:22; Neh 9:10 **78:44** Hij veranderde hun Nijlstromen in bloed, en hun beken konden zij niet drinken. Brontekst: וַיַּהֲפֹ֣ךְ (vayahafokh) = en Hij veranderde | לְ֭דָם (ledam) = in bloed | יְאֹרֵיהֶ֑ם (yeoreihem) = hun Nijlstromen | וְ֝נֹזְלֵיהֶ֗ם (venozeleihem) = en hun beken | בַּל (bal) = niet | יִשְׁתָּיֽוּן (yishtayun) = konden zij drinken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Nijl: De Nijl stroomt van het zuiden naar het noorden door Egypte en mondt met een delta uit in de Middellandse Zee. Voetnoot Uitleg: יְאֹרֵיהֶם (ye’orehem), ‘hun Nijlstromen’: de armen en kanalen van de Nijl. Zie Exod. 7:20. Zie ook: Ex 7:17–21; Ex 7:20; Ps 105:29; Openb 16:3–6 **78:45** Hij zond zwermen onder hen, die hen opaten, en kikkers, die hen verdierven. Brontekst: יְשַׁלַּ֬ח (yeshalach) = Hij zond | בָּהֶ֣ם (bahem) = onder hen | עָ֭רֹב (arov) = zwermen | וַיֹּאכְלֵ֑ם (vayokhlem) = en die aten hen | וּ֝צְפַרְדֵּ֗עַ (utsefardea) = en kikkers | וַתַּשְׁחִיתֵֽם (vatashchitem) = en die verdierven hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָרֹב (arov), ‘zwermen’: wij houden de vertaling van Exodus aan (Exod. 8:17). Het kan om steekvliegen of andere insecten gaan. Zie ook: Ex 7:27–8:11; Ex 8:17–20; Ps 105:30–31; Openb 16:3 **78:46** Hij gaf hun oogst aan de afvreter en hun zwoegen aan de sprinkhaan. Brontekst: וַיִּתֵּ֣ן (vayiten) = en Hij gaf | לֶחָסִ֣יל (lechasil) = aan de afvreter | יְבוּלָ֑ם (yevulam) = hun oogst | וִֽ֝יגִיעָ֗ם (vigiam) = en hun zwoegen | לָאַרְבֶּֽה (laarbe) = aan de sprinkhaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חָסִיל (chasil), ‘afvreter’: een soort sprinkhaan of een larve van de sprinkhaan. De precieze soort is onzeker. אַרְבֶּה (arbeh) is de sprinkhaan, zoals in Exod. 10:12. Zie ook: Ex 10:12–15; Ps 105:34–35; Joël 2:25; Amos 7:1–2; Openb 9:2–11 **78:47** Hij doodde hun wijnstokken met hagel en hun wilde vijgenbomen met vorst. Brontekst: יַהֲרֹ֣ג (yaharog) = Hij doodde | בַּבָּרָ֣ד (babarad) = met hagel | גַּפְנָ֑ם (gafnam) = hun wijnstokken | וְ֝שִׁקְמוֹתָ֗ם (veshiqmotam) = en hun wilde vijgenbomen | בַּֽחֲנָמַֽל (bachanamal) = met vorst Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲנָמַל (chanamal), ‘vorst’: dit woord komt maar één keer in de Bijbel voor. De betekenis ‘vorst’ is onzeker. Voetnoot : שִׁקְמוֹת (shiqmot), ‘wilde vijgenbomen’: sycomoren. Zie ook: Ex 9:18–34; Ps 105:32–33 **78:48** Hij leverde hun vee uit aan de hagel en hun kudden aan de vlammen. Brontekst: וַיַּסְגֵּ֣ר (vayasger) = en Hij leverde uit | לַבָּרָ֣ד (labarad) = aan de hagel | בְּעִירָ֑ם (beiram) = hun vee | וּ֝מִקְנֵיהֶ֗ם (umiqneihem) = en hun kudden | לָרְשָׁפִֽים (lareshafim) = aan de vlammen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רְשָׁפִים (reshafim), ‘vlammen’: vlammen of bliksemschichten. Zie ook Ps. 76:4. Zie ook: Ex 9:19; Ex 9:28; Ps 76:4 **78:49** Hij zond de gloed van Zijn toorn tegen hen: grimmigheid, woede en nood, een gezantschap van onheilsengelen. Brontekst: יְשַׁלַּח (yeshalach) = Hij zond | בָּ֨ם (bam) = onder hen | חֲר֬וֹן (charon) = gloed van | אַפּ֗וֹ (apo) = Zijn toorn | עֶבְרָ֣ה (evra) = grimmigheid | וָזַ֣עַם (vazaam) = en woede | וְצָרָ֑ה (vetsara) = en nood | מִ֝שְׁלַ֗חַת (mishlachat) = gezantschap van | מַלְאֲכֵ֥י (malakhei) = engelen van | רָעִֽים (raim) = onheil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַלְאֲכֵי רָעִים (mal’akhe ra’im), ‘onheilsengelen’: boodschappers of engelen die onheil brengen. De uitdrukking is onzeker. Zie ook: Ex 12:13; Ex 15:7; Ps 11:6; 1 Kon 22:21–22; Klaagl 4:11 **78:50** Hij maakte een pad voor Zijn toorn. Hij hield hun ziel niet terug van de dood en leverde hun leven uit aan de pest. Brontekst: יְפַלֵּ֥ס (yefales) = Hij maakte een pad | נָתִ֗יב (nativ) = een weg | לְאַ֫פּ֥וֹ (leapo) = voor Zijn toorn | לֹא (lo) = niet | חָשַׂ֣ךְ (chasakh) = hield Hij terug | מִמָּ֣וֶת (mimavet) = van de dood | נַפְשָׁ֑ם (nafsham) = hun ziel | וְ֝חַיָּתָ֗ם (vechayatam) = en hun leven | לַדֶּ֥בֶר (ladever) = aan de pest | הִסְגִּֽיר (hisgir) = leverde Hij uit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְחַיָּתָם (vechayyatam) kan ‘en hun leven’ betekenen, maar ook ‘en hun vee’. Wij kiezen ‘leven’. Zie ook: Ezech 7:4; Ezech 8:18; Ezech 9:10; Rom 8:32; 2 Petr 2:4–5 **78:51** Hij sloeg alle eerstgeborenen in Egypte, de eerste van hun kracht in de tenten van Cham. Brontekst: וַיַּ֣ךְ (vayakh) = en Hij sloeg | כָּל (kal) = alle | בְּכ֣וֹר (bekhor) = eerstgeborene | בְּמִצְרָ֑יִם (bemitsrayim) = in Egypte | רֵאשִׁ֥ית (reshit) = eerste van | א֝וֹנִ֗ים (onim) = kracht | בְּאָהֳלֵי (beaholei) = in de tenten van | חָֽם (cham) = Cham Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: Dit is de dood van de eerstgeborenen, Exod. 12:29. ‘Cham’ is hier een andere naam voor Egypte, zoals in Ps. 105:23. Voetnoot : אוֹנִים (onim), ‘kracht’: de eerste van hun mannelijke kracht, de eerste zoon. Zie ook: Ex 12:29; Ps 105:23; Ps 105:36; Ps 106:22; Ps 135:8; Ps 136:10 ### De intocht in het land **78:52** Hij liet Zijn volk opbreken als schapen en leidde hen als een kudde in de woestijn. Brontekst: וַיַּסַּ֣ע (vayasa) = en Hij liet opbreken | כַּצֹּ֣אן (katson) = als schapen | עַמּ֑וֹ (amo) = Zijn volk | וַֽיְנַהֲגֵ֥ם (vaynahagem) = en leidde hen | כַּ֝עֵ֗דֶר (kaeder) = als een kudde | בַּמִּדְבָּֽר (bamidbar) = in de woestijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 77:21; Ps 95:7; Jes 63:11–14; Neh 9:12; Joh 10:11–42 **78:53** Hij leidde hen veilig, en zij vreesden niet; hun vijanden bedekte de zee. Brontekst: וַיַּנְחֵ֣ם (vayanchem) = en Hij leidde hen | לָ֭בֶטַח (lavetach) = veilig | וְלֹ֣א (velo) = en niet | פָחָ֑דוּ (pachadu) = zij vreesden | וְאֶת (veet) = en (obj.) | א֝וֹיְבֵיהֶ֗ם (oyeveihem) = hun vijanden | כִּסָּ֥ה (kisa) = bedekte | הַיָּֽם (hayam) = de zee Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 14:19–20; Ex 14:27–28; Ex 15:10; Ps 136:15; Heb 11:29 **78:54** Hij bracht hen naar het gebied van Zijn heiligdom, naar deze berg die Zijn rechterhand had verworven. Brontekst: וַ֭יְבִיאֵם (vayviem) = en Hij bracht hen | אֶל (el) = naar | גְּב֣וּל (gevul) = gebied van | קָדְשׁ֑וֹ (qadesho) = Zijn heiligdom | הַר (har) = berg | זֶ֝֗ה (ze) = deze | קָנְתָ֥ה (qaneta) = verwierf | יְמִינֽוֹ (yemino) = Zijn rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Deze berg’ is het heilige land of de berg Sion. Zie ook Exod. 15:17. Zie ook: Ex 15:17; Ps 44:4; Ps 68:17; Dan 9:16–20; Dan 11:45 **78:55** Hij verdreef volken voor hen uit en liet hun het erfdeel toevallen met het meetsnoer; Hij liet de stammen van Israël in hun tenten wonen. Brontekst: וַיְגָ֤רֶשׁ (vaygaresh) = en Hij verdreef | מִפְּנֵיהֶ֨ם (mipeneihem) = voor hen uit | גּוֹיִ֗ם (goyim) = volken | וַֽ֭יַּפִּילֵם (vayapilem) = en liet hun toevallen | בְּחֶ֣בֶל (bechevel) = met het meetsnoer van | נַחֲלָ֑ה (nachala) = erfdeel | וַיַּשְׁכֵּ֥ן (vayashken) = en liet wonen | בְּ֝אָהֳלֵיהֶ֗ם (beaholeihem) = in hun tenten | שִׁבְטֵ֥י (shivtei) = stammen van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וַיַּפִּילֵם (vayappilem), ‘liet hun toevallen’: letterlijk ‘liet hen vallen’, als bij het loten voor het erfdeel. Zie ook: Deut 6:10–12; Joz 13:7; Ps 44:3; Ps 136:18–22; Neh 9:22–25 ### Opnieuw ontrouw **78:56** Toch stelden zij Elohim, de Allerhoogste, op de proef en waren zij tegen Hem opstandig; Zijn getuigenissen hielden zij niet. Brontekst: וַיְנַסּ֣וּ (vaynasu) = en zij stelden op de proef | וַ֭יַּמְרוּ (vayamru) = en waren opstandig tegen | אֶת (et) = (obj.) | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | עֶלְי֑וֹן (elyon) = de Allerhoogste | וְ֝עֵדוֹתָ֗יו (veedotav) = en Zijn getuigenissen | לֹ֣א (lo) = niet | שָׁמָֽרוּ (shamaru) = zij hielden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 31:16–20; Deut 32:15–21; Re 2:11–12; 2 Kon 17:7–23; Neh 9:25–26 **78:57** Zij weken af en handelden trouweloos zoals hun vaders; zij draaiden om als een bedrieglijke boog. Brontekst: וַיִּסֹּ֣גוּ (vayisogu) = en zij weken af | וַֽ֭יִּבְגְּדוּ (vayivgedu) = en handelden trouweloos | כַּאֲבוֹתָ֑ם (kaavotam) = zoals hun vaders | נֶ֝הְפְּכ֗וּ (nehpekhu) = zij draaiden om | כְּקֶ֣שֶׁת (keqeshet) = als een boog | רְמִיָּֽה (remiya) = bedrieglijke Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 3:5–7; Ps 78:8; Ps 78:41; Hos 7:16; Ezech 20:27–28 **78:58** Zij maakten Hem boos met hun offerhoogten en maakten Hem jaloers met hun gesneden beelden. Brontekst: וַיַּכְעִיס֥וּהוּ (vayakhisuhu) = en zij maakten Hem boos | בְּבָמוֹתָ֑ם (bevamotam) = met hun offerhoogten | וּ֝בִפְסִילֵיהֶ֗ם (uvifsileihem) = en met hun gesneden beelden | יַקְנִיאֽוּהוּ (yaqniuhu) = maakten zij Hem jaloers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּמוֹת (bamot), ‘offerhoogten’: heiligdommen op bergen, vaak voor afgoden. Zie ook: Lev 26:30; Deut 32:21; Re 2:11–12; 1 Kon 12:31; 1 Kor 10:22 **78:59** Elohim hoorde het en werd woedend; Hij verwierp Israël ten zeerste. Brontekst: שָׁמַ֣ע (shama) = hoorde | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | וַֽיִּתְעַבָּ֑ר (vayitabar) = en werd woedend | וַיִּמְאַ֥ס (vayimas) = en verwierp | מְ֝אֹ֗ד (meod) = zeer | בְּיִשְׂרָאֵֽל (beyisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Lev 26:44; Deut 32:19; Ps 106:40; Klaagl 2:7; Zach 11:8 ### Silo wordt verlaten **78:60** Hij verliet de woning in Silo, de tent waar Hij onder de mensen woonde. Brontekst: וַ֭יִּטֹּשׁ (vayitosh) = en Hij verliet | מִשְׁכַּ֣ן (mishkan) = woning van | שִׁל֑וֹ (shilo) = Silo | אֹ֝֗הֶל (ohel) = tent | שִׁכֵּ֥ן (shiken) = waar Hij woonde | בָּאָדָֽם (baadam) = onder de mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Silo: Silo lag in het bergland van Efraïm, ongeveer 30 km ten noorden van Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: Silo was het heiligdom in het bergland van Efraïm, waar de tent van samenkomst stond. Zie 1 Sam. 1:3 en 1 Sam. 4:11. Zie ook: Joz 18:1; 1 Sam 1:3; 1 Sam 4:4–11; 1 Sam 4:11; Jer 7:12–14; Jer 26:6–9 **78:61** Hij gaf Zijn kracht in gevangenschap en Zijn luister in de hand van de tegenstander. Brontekst: וַיִּתֵּ֣ן (vayiten) = en Hij gaf | לַשְּׁבִ֣י (lashevi) = in gevangenschap | עֻזּ֑וֹ (uzo) = Zijn kracht | וְֽתִפְאַרְתּ֥וֹ (vetifarto) = en Zijn luister | בְיַד (beyad) = in de hand van | צָֽר (tsar) = tegenstander Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֻזּוֹ (uzzo), ‘Zijn kracht’, en תִּפְאַרְתּוֹ (tifarto), ‘Zijn luister’: dit is de ark van het verbond, die de Filistijnen namen (1 Sam. 4:11). Zie ook: Re 18:30; 1 Sam 4:11; 1 Sam 4:17; 1 Sam 4:21–5:2; Ps 24:7; Ps 132:8 **78:62** Hij leverde Zijn volk uit aan het zwaard en was woedend op Zijn erfdeel. Brontekst: וַיַּסְגֵּ֣ר (vayasger) = en Hij leverde uit | לַחֶ֣רֶב (lacherev) = aan het zwaard | עַמּ֑וֹ (amo) = Zijn volk | וּ֝בְנַחֲלָת֗וֹ (uvenachalato) = en op Zijn erfdeel | הִתְעַבָּֽר (hitabar) = was Hij woedend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 4:2; 1 Sam 4:10–11; Ps 89:39; Jes 64:8 **78:63** Het vuur verslond hun jongemannen, en hun meisjes kregen geen bruiloftslied. Brontekst: בַּחוּרָ֥יו (bachurav) = hun jongemannen | אָֽכְלָה (akhela) = verslond | אֵ֑שׁ (esh) = vuur | וּ֝בְתוּלֹתָ֗יו (uvetulotav) = en hun meisjes | לֹ֣א (lo) = niet | הוּלָּֽלוּ (hulalu) = kregen bruiloftslied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הוּלָּלוּ (hullalu): letterlijk ‘werden geprezen’, dus ‘kregen een bruiloftslied’. Er waren geen bruiloften. Zie ook: Num 11:1; Deut 29:19; Jes 4:1; Jer 7:34; Jer 16:9 **78:64** Hun priesters vielen door het zwaard, en hun weduwen konden niet wenen. Brontekst: כֹּ֭הֲנָיו (kohanav) = hun priesters | בַּחֶ֣רֶב (bacherev) = door het zwaard | נָפָ֑לוּ (nafalu) = vielen | וְ֝אַלְמְנֹתָ֗יו (vealmenotav) = en hun weduwen | לֹ֣א (lo) = niet | תִבְכֶּֽינָה (tivkeina) = wenen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 27:15; 1 Sam 4:11; 1 Sam 4:17; 1 Sam 22:18–19; Ezech 24:23 ### Het wakker worden van mijn Heer **78:65** Toen ontwaakte mijn Heer als uit de slaap, als een held die jubelt na de wijn. Brontekst: וַיִּקַ֖ץ (vayiqats) = en ontwaakte | כְּיָשֵׁ֥ן (keyashen) = als een slapende | אֲדֹנָ֑י (adonay) = mijn Heer | כְּ֝גִבּ֗וֹר (kegibor) = als een held | מִתְרוֹנֵ֥ן (mitronen) = die jubelt | מִיָּֽיִן (miyayin) = na de wijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: wij laten het zo staan, zoals in Genesis. Voetnoot : מִתְרוֹנֵן (mitronen), ‘die jubelt’: een held die schreeuwt van vreugde na de wijn. Het beeld is: Yahweh lijkt lang te hebben geslapen en staat dan krachtig op. Zie ook: Ps 7:7; Ps 44:24; Ps 73:20; Jes 42:13–14; Jes 51:9 **78:66** Hij sloeg Zijn tegenstanders terug; eeuwige smaad gaf Hij hun. Brontekst: וַיַּךְ (vayakh) = en Hij sloeg | צָרָ֥יו (tsarav) = Zijn tegenstanders | אָח֑וֹר (achor) = terug | חֶרְפַּ֥ת (cherpat) = smaad | ע֝וֹלָ֗ם (olam) = eeuwige | נָ֣תַן (natan) = gaf Hij | לָֽמוֹ (lamo) = hun Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 40:12; 1 Sam 5:6; 1 Sam 6:4; Jer 23:40 ### Juda, Sion en David **78:67** Hij verwierp de tent van Josef en koos de stam van Efraïm niet. Brontekst: וַ֭יִּמְאַס (vayimas) = en Hij verwierp | בְּאֹ֣הֶל (beohel) = de tent van | יוֹסֵ֑ף (yosef) = Josef | וּֽבְשֵׁ֥בֶט (uveshevet) = en de stam van | אֶ֝פְרַ֗יִם (efrayim) = Efraïm | לֹ֣א (lo) = niet | בָחָֽר (bachar) = koos Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘De tent van Josef’ en ‘de stam van Efraïm’: het noordelijke deel van het volk, waar Silo lag. Zie ook: 1 Sam 6:21–7:1; 2 Sam 6:2; 2 Sam 6:17 **78:68** Maar Hij koos de stam Juda, de berg Sion, die Hij liefhad. Brontekst: וַ֭יִּבְחַר (vayivchar) = en Hij koos | אֶת (et) = (obj.) | שֵׁ֣בֶט (shevet) = stam van | יְהוּדָ֑ה (yehuda) = Juda | אֶֽת (et) = (obj.) | הַ֥ר (har) = berg | צִ֝יּ֗וֹן (tsiyon) = Sion | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | אָהֵֽב (ahev) = Hij liefhad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Sion is de berg van Jeruzalem, de heilige berg. Zie ook: Gen 49:8–10; Ruth 4:17–22; Ps 87:2; Ps 132:12–14; 2 Kron 6:6 **78:69** Hij bouwde Zijn heiligdom als de hoogten, als de aarde die Hij voor eeuwig grondvestte. Brontekst: וַיִּ֣בֶן (vayiven) = en Hij bouwde | כְּמוֹ (kemo) = als | רָ֭מִים (ramim) = hoogten | מִקְדָּשׁ֑וֹ (miqdasho) = Zijn heiligdom | כְּ֝אֶ֗רֶץ (keerets) = als de aarde | יְסָדָ֥הּ (yesadah) = Hij grondvestte haar | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 26:7; Ps 104:5; 1 Kon 6:1–38; Jes 51:6; Kol 1:16–17 **78:70** Hij koos David, Zijn dienaar, en nam hem weg uit de schaapskooien. Brontekst: וַ֭יִּבְחַר (vayivchar) = en Hij koos | בְּדָוִ֣ד (bedavid) = David | עַבְדּ֑וֹ (avdo) = Zijn dienaar | וַ֝יִּקָּחֵ֗הוּ (vayiqachehu) = en nam hem | מִֽמִּכְלְאֹ֥ת (mimikhleot) = uit de kooien van | צֹֽאן (tson) = schapen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: David was herder voor hij koning werd. Zie 1 Sam. 16:11–13. Zie ook: Ex 3:1; Ex 3:10; 1 Sam 16:11–12; 1 Kon 19:19–20; Hand 13:22 **78:71** Van achter de zogende ooien haalde Hij hem om Jakob, Zijn volk, te weiden, en Israël, Zijn erfdeel. Brontekst: מֵאַחַ֥ר (meachar) = van achter | עָל֗וֹת (alot) = zogende ooien | הֱ֫בִיא֥וֹ (hevio) = haalde Hij hem | לִ֭רְעוֹת (lirot) = om te weiden | בְּיַעֲקֹ֣ב (beyaaqov) = Jakob | עַמּ֑וֹ (amo) = Zijn volk | וּ֝בְיִשְׂרָאֵ֗ל (uveyisrael) = en Israël | נַחֲלָתֽוֹ (nachalato) = Zijn erfdeel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het werkwoord ‘weiden’ staat hier in beeldtaal voor het koningschap: David wordt de herder van Jakob, het volk van Elohim. Zie ook: 2 Sam 5:2; 1 Kron 11:2; Ps 75:7–8; Jes 40:11; Ezech 34:23–24 **78:72** Hij weidde hen met een oprecht hart en leidde hen met de inzichten van zijn handen. Brontekst: וַ֭יִּרְעֵם (vayirem) = en hij weidde hen | כְּתֹ֣ם (ketom) = met oprechtheid van | לְבָב֑וֹ (levavo) = zijn hart | וּבִתְבוּנ֖וֹת (uvitvunot) = en met inzichten van | כַּפָּ֣יו (kapav) = zijn handen | יַנְחֵֽם (yanchem) = leidde hij hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kon 9:4; 1 Kon 15:5; Jes 11:2–4; Hand 13:22; 2 Tim 2:15 ## Psalmen 79 _Klaagzang om de verwoesting van Jeruzalem_ ### Volken in Uw erfdeel **79:1** Een psalm van Asaf. Elohim, volken zijn in Uw erfdeel gekomen. Zij hebben Uw heilige tempel onrein gemaakt; zij hebben Jeruzalem tot puinhopen gemaakt. Brontekst: מִזְמ֗וֹר (mizmor) = een psalm | לְאָ֫סָ֥ף (leasaf) = van Asaf | אֱֽלֹהִ֡ים (Elohim) = Elohim | בָּ֤אוּ (bau) = zijn gekomen | גוֹיִ֨ם (goyim) = volken | בְּֽנַחֲלָתֶ֗ךָ (benachalatekha) = in Uw erfdeel | טִ֭מְּאוּ (timeu) = hebben onrein gemaakt | אֶת (et) = (obj.) | הֵיכַ֣ל (heikhal) = tempel van | קָדְשֶׁ֑ךָ (qadeshekha) = Uw heiligdom | שָׂ֖מוּ (samu) = hebben gemaakt | אֶת (et) = (obj.) | יְרוּשָׁלִַ֣ם (yerushalaim) = Jeruzalem | לְעִיִּֽים (leiyim) = tot puinhopen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: הֵיכַל (hekal), ‘tempel’: het heiligdom in Jeruzalem. De psalm noemt niet welke verwoesting van Jeruzalem bedoeld is. Voetnoot : נַחֲלָה (nachalah), ‘erfdeel’: het land dat Elohim aan Zijn volk gaf. Zie ook: Ps 74:1–4; 2 Kron 36:19; Mi 3:12; Jer 26:18; Klaagl 1:10 **79:2** Zij hebben de lijken van Uw dienaren als voedsel gegeven aan de vogels van de hemel. Het vlees van Uw getrouwen gaven zij aan de wilde dieren van de aarde. Brontekst: נָֽתְנ֡וּ (natenu) = zij hebben gegeven | אֶת (et) = (obj.) | נִבְלַ֬ת (nivlat) = lijken van | עֲבָדֶ֗יךָ (avadeikha) = Uw dienaren | מַ֭אֲכָל (maakhal) = als voedsel | לְע֣וֹף (leof) = aan de vogel van | הַשָּׁמָ֑יִם (hashamayim) = de hemel | בְּשַׂ֥ר (besar) = vlees van | חֲ֝סִידֶ֗יךָ (chasideikha) = Uw getrouwen | לְחַיְתוֹ (lechayto) = aan de dieren van | אָֽרֶץ (arets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲסִידִים (chasidim), ‘getrouwen’: mensen die trouw (chesed) bewijzen en aan wie Yahweh trouw bewijst. Zie ook: Deut 28:26; Jer 7:33; Jer 16:4; Jer 19:7; Jer 34:20 **79:3** Zij hebben hun bloed als water vergoten rondom Jeruzalem, en er was niemand om te begraven. Brontekst: שָׁפְכ֬וּ (shafekhu) = zij hebben vergoten | דָמָ֨ם (damam) = hun bloed | כַּמַּ֗יִם (kamayim) = als water | סְֽבִ֘יב֤וֹת (sevivot) = rondom | יְֽרוּשָׁלִָ֗ם (yerushalaim) = Jeruzalem | וְאֵ֣ין (veein) = en niet is er | קוֹבֵֽר (qover) = begraver Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Niet begraven worden gold als een grote schande. Zie ook vers 2. Zie ook: Ps 79:2; Ps 141:7; Jer 8:1–2; Jer 14:16; Jer 16:4; Openb 11:9 **79:4** Wij zijn een smaad geworden voor onze buren, een spot en een hoon voor wie rondom ons zijn. Brontekst: הָיִ֣ינוּ (hayinu) = wij zijn geworden | חֶ֭רְפָּה (cherpa) = smaad | לִשְׁכֵנֵ֑ינוּ (lishkheneinu) = voor onze buren | לַ֥עַג (laag) = spot | וָ֝קֶ֗לֶס (vaqeles) = en hoon | לִסְבִיבוֹתֵֽינוּ (lisvivoteinu) = voor wie rondom ons zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 80:7; Ps 89:42; Jer 25:18; Klaagl 5:1; Ezech 36:15 ### Hoe lang nog, Yahweh? **79:5** Hoe lang nog, Yahweh? Zult U voor altijd toornen? Zal Uw ijver branden als vuur? Brontekst: עַד (ad) = tot | מָ֣ה (ma) = wanneer | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | תֶּאֱנַ֣ף (teenaf) = zult U toornen | לָנֶ֑צַח (lanetsach) = voor altijd | תִּבְעַ֥ר (tivar) = zal branden | כְּמוֹ (kemo) = als | אֵ֝֗שׁ (esh) = vuur | קִנְאָתֶֽךָ (qinatekha) = Uw ijver Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 29:19; Ps 74:1; Ps 85:6; Ps 89:47; Sef 3:8 **79:6** Stort Uw woede uit over de volken die U niet kennen, en over de koninkrijken die Uw naam niet hebben aangeroepen. Brontekst: שְׁפֹ֤ךְ (shefokh) = stort uit | חֲמָתְךָ֨ (chamatekha) = Uw woede | אֶֽל (el) = over | הַגּוֹיִם֮ (hagoyim) = de volken | אֲשֶׁ֪ר (asher) = die | לֹא (lo) = niet | יְדָ֫ע֥וּךָ (yedaukha) = U kennen | וְעַ֥ל (veal) = en over | מַמְלָכ֑וֹת (mamlakhot) = koninkrijken | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | בְּ֝שִׁמְךָ֗ (beshimkha) = Uw naam | לֹ֣א (lo) = niet | קָרָֽאוּ (qarau) = hebben aangeroepen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De verzen 6–7 komen bijna woordelijk voor in Jer. 10:25. Zie ook: Ps 14:4; Ps 53:5; Ps 69:25; Jer 10:25; 2 Tess 1:8 **79:7** Want hij heeft Jakob verslonden, en zij hebben zijn woonplaats verwoest. Brontekst: כִּ֭י (ki) = want | אָכַ֣ל (akhal) = hij heeft verslonden | אֶֽת (et) = (obj.) | יַעֲקֹ֑ב (yaaqov) = Jakob | וְֽאֶת (veet) = en (obj.) | נָוֵ֥הוּ (navehu) = zijn woonplaats | הֵשַֽׁמּוּ (heshamu) = hebben zij verwoest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het werkwoord ‘hebben verwoest’ staat in het meervoud, terwijl ‘heeft verslonden’ in het enkelvoud staat. Wij laten dat zo staan: de vijand wordt eerst als één geheel genoemd, daarna als meerdere. Zie ook: Jes 24:1–12; Jes 64:9–10; Jer 50:7; Jer 51:34–35; Zach 1:15 ### Bevrijd ons omwille van Uw naam **79:8** Gedenk ons de schulden van de vroegeren niet. Laat Uw ontferming ons snel tegemoetkomen, want wij zijn zeer zwak geworden. Brontekst: אַֽל (al) = niet | תִּזְכָּר (tizkar) = gedenk | לָנוּ֮ (lanu) = ons | עֲוֺנֹ֪ת (avonot) = schulden van | רִאשֹׁ֫נִ֥ים (rishonim) = de vroegeren | מַ֭הֵר (maher) = snel | יְקַדְּמ֣וּנוּ (yeqademunu) = laten tegemoetkomen ons | רַחֲמֶ֑יךָ (rachameikha) = Uw ontferming | כִּ֖י (ki) = want | דַלּ֣וֹנוּ (dalonu) = wij zijn zwak geworden | מְאֹֽד (meod) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רִאשֹׁנִים (rishonim), ‘de vroegeren’: de woorden kunnen zowel de voorouders als eerdere schulden bedoelen. Wij houden ‘de vroegeren’ aan. Zie ook: Ps 21:4; Ps 116:6; Ps 142:7; Jes 64:8; Openb 18:5 **79:9** Help ons, Elohim van onze redding, om de heerlijkheid van Uw naam. Bevrijd ons en doe verzoening voor onze zonden, omwille van Uw naam. Brontekst: עָזְרֵ֤נוּ (azerenu) = help ons | אֱלֹ֘הֵ֤י (elohei) = Elohim van | יִשְׁעֵ֗נוּ (yishenu) = onze redding | עַל (al) = om | דְּבַ֥ר (devar) = de zaak van | כְּבֽוֹד (kevod) = heerlijkheid van | שְׁמֶ֑ךָ (shemekha) = Uw naam | וְהַצִּילֵ֥נוּ (vehatsilenu) = en bevrijd ons | וְכַפֵּ֥ר (vekhaper) = en doe verzoening | עַל (al) = voor | חַ֝טֹּאתֵ֗ינוּ (chatoteinu) = onze zonden | לְמַ֣עַן (lemaan) = omwille van | שְׁמֶֽךָ (shemekha) = Uw naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כַּפֵּר (kapper), ‘doe verzoening’: bedek en wis de schuld uit. Zie ook: Ps 25:11; 2 Kron 14:10; Jes 48:9; Jer 14:7; Jer 14:21 **79:10** Waarom zouden de volken zeggen: „Waar is hun Elohim?” Laat de wraak voor het vergoten bloed van Uw dienaren voor onze ogen onder de volken bekend worden. Brontekst: לָ֤מָּה (lama) = waarom | יֹאמְר֣וּ (yomru) = zouden zeggen | הַגּוֹיִם֮ (hagoyim) = de volken | אַיֵּ֪ה (aye) = waar is | אֱֽלֹהֵ֫יהֶ֥ם (eloheihem) = hun Elohim | יִוָּדַ֣ע (yivada) = laat bekend worden | בַּגּוֹיִ֣ם (bagoyim) = onder de volken | לְעֵינֵ֑ינוּ (leeineinu) = voor onze ogen | נִ֝קְמַ֗ת (niqmat) = wraak voor | דַּֽם (dam) = bloed van | עֲבָדֶ֥יךָ (avadeikha) = Uw dienaren | הַשָּׁפֽוּךְ (hashafukh) = dat vergoten is Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is בגיים (bagayim), een schrijfvorm voor ‘onder de volken’. De te lezen vorm (qere) is בַּגּוֹיִם (baggoyim), ‘onder de volken’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ex 6:7; Ps 42:11; Ps 94:1; Ps 115:2; Ezech 39:21–22 **79:11** Laat het zuchten van de gevangene voor Uw aangezicht komen. Laat naar de grootte van Uw arm de zonen van de dood overblijven. Brontekst: תָּ֤ב֣וֹא (tavo) = laat komen | לְפָנֶיךָ֮ (lefaneikha) = voor Uw aangezicht | אֶנְקַ֪ת (enqat) = het zuchten van | אָ֫סִ֥יר (asir) = de gevangene | כְּגֹ֥דֶל (kegodel) = naar de grootte van | זְרוֹעֲךָ֑ (zeroakha) = Uw arm | ה֝וֹתֵ֗ר (hoter) = laat overblijven | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | תְמוּתָֽה (temuta) = dood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי תְמוּתָה (bene temutah), ‘zonen van de dood’: mensen die ter dood veroordeeld zijn. De dichter vraagt dat zij in leven blijven. Zie ook: Ex 2:23–24; Ps 102:21; Ps 146:6–7; Jes 33:2; Jes 42:7 **79:12** Geef onze buren zevenvoudig in hun boezem terug de smaad waarmee zij U hebben gesmaad, mijn Heer. Brontekst: וְהָ֘שֵׁ֤ב (vehashev) = en geef terug | לִשְׁכֵנֵ֣ינוּ (lishkheneinu) = aan onze buren | שִׁ֭בְעָתַיִם (shivatayim) = zevenvoudig | אֶל (el) = in | חֵיקָ֑ם (cheiqam) = hun boezem | חֶרְפָּ֘תָ֤ם (cherpatam) = hun smaad | אֲשֶׁ֖ר (asher) = waarmee | חֵרְפ֣וּךָ (cherefukha) = zij U hebben gesmaad | אֲדֹנָֽי (adonay) = mijn Heer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: wij laten het zo staan, zoals in Genesis. Zie ook: Gen 4:15; Lev 26:21; Ps 74:18–22; Spr 6:31; Jer 32:18 ### Wij zullen U loven **79:13** Wij, Uw volk en de kudde van Uw weide, zullen U voor eeuwig loven; van generatie op generatie vertellen wij van Uw lof. Brontekst: וַאֲנַ֤חְנוּ (vaanachnu) = en wij | עַמְּךָ֨ (amekha) = Uw volk | וְצֹ֥אן (vetson) = en kudde van | מַרְעִיתֶךָ֮ (maritekha) = Uw weide | נ֤וֹדֶ֥ה (node) = zullen loven | לְּךָ֗ (lekha) = U | לְע֫וֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | לְדֹ֥ר (ledor) = van generatie | וָדֹ֑ר (vador) = en generatie | נְ֝סַפֵּ֗ר (nesaper) = wij vertellen | תְּהִלָּתֶֽךָ (tehilatekha) = Uw lof Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 74:1; Ps 95:7; Ps 100:3; Ps 145:4; Jes 43:21 ## Psalmen 80 _Herder van Israël, breng ons terug_ **80:1** Voor de koorleider. Op ‘De lelies’. Een getuigenis, van Asaf. Een psalm. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | אֶל (el) = op | שֹׁשַׁנִּ֑ים (shoshanim) = de lelies | עֵד֖וּת (edut) = getuigenis | לְאָסָ֣ף (leasaf) = van Asaf | מִזְמֽוֹר (mizmor) = psalm Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : שֹׁשַׁנִּים עֵדוּת (shoshannim edut), ‘lelies, getuigenis’: waarschijnlijk een aanwijzing voor melodie of instrument. De betekenis is onzeker; wij vertalen letterlijk. Zie ook: Ps 50:2; Ps 77:21; Ps 99:1; 1 Petr 2:25; Openb 21:23 ### Herder van Israël, luister **80:2** Herder van Israël, luister, U die Jozef leidt als een kudde. U die op de cherubs troont, straal uit. Brontekst: רֹ֘עֵ֤ה (roe) = herder van | יִשְׂרָאֵ֨ל (yisrael) = Israël | הַאֲזִ֗ינָה (haazina) = luister | נֹהֵ֣ג (noheg) = leidend | כַּצֹּ֣אן (katson) = als een kudde | יוֹסֵ֑ף (yosef) = Jozef | יֹשֵׁ֖ב (yoshev) = troonde | הַכְּרוּבִ֣ים (hakeruvim) = de cherubs | הוֹפִֽיעָה (hofia) = straal uit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רֹעֵה יִשְׂרָאֵל (roeh Yisra’el), ‘herder van Israël’: Elohim als herder van Zijn volk. Zie ook Gen. 48:15; 49:24; Ps. 23:1. Voetnoot : יוֹסֵף (Yosef), ‘Jozef’, staat hier voor het hele volk, met name de stammen Efraïm en Manasse (vers 3). Voetnoot : הַכְּרוּבִים (hakkeruvim), ‘de cherubs’: de gevleugelde wezens boven het verzoendeksel van de ark. Elohim ‘troont’ boven hen. Zie ook Exod. 25:18–22; 1 Sam. 4:4. Zie ook: Gen 48:15; Gen 49:24; Ex 25:18–22; 1 Sam 4:4; Ps 23:1; Ps 50:2; Ps 77:21; Ps 80:3; Ps 99:1; 1 Petr 2:25; Openb 21:23 **80:3** Voor de ogen van Efraïm, Benjamin en Manasse: wek Uw kracht op en kom ons redden. Brontekst: לִפְנֵ֤י (lifnei) = voor de ogen van | אֶפְרַ֨יִם (efrayim) = Efraïm | וּבִנְיָ֘מִ֤ן (uvinyamin) = en Benjamin | וּמְנַשֶּׁ֗ה (umenashe) = en Manasse | עוֹרְרָ֥ה (orera) = wek op | אֶת (et) = (obj.) | גְּבֽוּרָתֶ֑ךָ (gevuratekha) = Uw kracht | וּלְכָ֖ה (ulekha) = en kom | לִישֻׁעָ֣תָה (lishuata) = tot redding | לָּֽנוּ (lanu) = voor ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Efraïm, Manasse en Benjamin legerden zich aan de westkant van de tabernakel, achter de ark. Zie Num. 2:18–24; 10:22–24. Voetnoot : גְּבוּרָה (gevurah), ‘kracht’: Elohim wordt gevraagd Zijn kracht te ‘wekken’ om te redden. Zie ook: Num 2:18–24; Num 10:22; Ps 35:23; Ps 44:24–27; Ps 78:38; Jes 42:13–14 **80:4** Elohim, breng ons terug; laat Uw aangezicht schijnen, dan worden wij gered. Brontekst: אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | הֲשִׁיבֵ֑נוּ (hashivenu) = breng ons terug | וְהָאֵ֥ר (vehaer) = en laat schijnen | פָּ֝נֶ֗יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | וְנִוָּשֵֽׁעָה (venivashea) = en wij zullen gered worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit refrein komt drie keer voor en wordt telkens vollediger: ‘Elohim’ (vers 4), ‘Elohim van de legermachten’ (vers 8) en ‘Yahweh, Elohim van de legermachten’ (vers 20). Voetnoot : הֲשִׁיבֵנוּ (hashivenu), ‘breng ons terug’: de tekst zegt niet waarheen. Het kan gaan om terugkeer naar het land, naar Elohim of naar vroeger. Voetnoot : הָאֵר פָּנֶיךָ (ha’er panecha), ‘laat Uw aangezicht schijnen’: de woorden van de zegen in Num. 6:25. Zie ook: Num 6:25–26; Ps 80:8; Ps 80:20; Ps 85:5; Klaagl 5:21 **80:5** Yahweh, Elohim van de legermachten, hoelang blijft U toornen over het gebed van Uw volk? Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | צְבָא֑וֹת (tsevaot) = van de legermachten | עַד (ad) = tot | מָתַ֥י (matay) = wanneer | עָ֝שַׁ֗נְתָּ (ashanta) = blijft U toornen | בִּתְפִלַּ֥ת (bitfilat) = over het gebed van | עַמֶּֽךָ (amekha) = Uw volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צְבָאוֹת (Tsevaot) betekent ‘legers’ of ‘heerscharen’. Wij vertalen Tsevaot overal als ‘legermachten’. Zie ook 1 Sam. 1:3. Voetnoot : עָשַׁן (ashan), letterlijk ‘roken’: het beeld van een toornende bij wie de rook uit de neus komt. Zie ook Ps. 74:1; Deut. 29:19. Zie ook: Deut 29:19; 1 Sam 1:3; Ps 59:6; Ps 74:1; Ps 85:6; Jes 58:6–9; Luc 18:1–8 **80:6** U hebt hen het brood van tranen laten eten. U hebt hen tranen laten drinken in een volle maat. Brontekst: הֶ֭אֱכַלְתָּם (heekhaltam) = U hebt laten eten | לֶ֣חֶם (lechem) = brood | דִּמְעָ֑ה (dima) = van tranen | וַ֝תַּשְׁקֵ֗מוֹ (vatashqemo) = en U hebt laten drinken | בִּדְמָע֥וֹת (bidmaot) = in tranen | שָׁלִֽישׁ (shalish) = maat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁלִישׁ (shalish), ‘derde’: waarschijnlijk een inhoudsmaat, een derde deel van een grotere maat (vergelijk Jes. 40:12). Het kan ook ‘driemaal zoveel’ betekenen. De betekenis is onzeker; wij vertalen ‘een volle maat’. Voetnoot : Maat: een derde efa is ongeveer 7 liter. Zie ook: Job 6:7; Ps 42:4; Ps 102:10; Jes 30:20; Jes 40:12; Ezech 4:16–17 **80:7** U maakt ons tot een twistpunt voor onze buren. Onze vijanden spotten onder elkaar. Brontekst: תְּשִׂימֵ֣נוּ (tesimenu) = U stelt ons | מָ֭דוֹן (madon) = twist | לִשְׁכֵנֵ֑ינוּ (lishkheneinu) = voor onze buren | וְ֝אֹיְבֵ֗ינוּ (veoyeveinu) = en onze vijanden | יִלְעֲגוּ (yilagu) = spotten | לָֽמוֹ (lamo) = onder elkaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 79:4; Jes 36:12–20; Jes 37:23; Jer 15:10; Ezech 36:4 **80:8** Elohim van de legermachten, breng ons terug; laat Uw aangezicht schijnen, dan worden wij gered. Brontekst: אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | צְבָא֣וֹת (tsevaot) = van de legermachten | הֲשִׁיבֵ֑נוּ (hashivenu) = breng ons terug | וְהָאֵ֥ר (vehaer) = en laat schijnen | פָּ֝נֶ֗יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | וְנִוָּשֵֽׁעָה (venivashea) = en wij zullen gered worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 51:12; Ps 80:4; Ps 80:20; Jes 64:4; Jer 4:14 ### De wijnstok uit Egypte **80:9** Een wijnstok haalde U uit Egypte. U verdreef volken en plantte hem. Brontekst: גֶּ֭פֶן (gefen) = een wijnstok | מִמִּצְרַ֣יִם (mimitsrayim) = uit Egypte | תַּסִּ֑יעַ (tasia) = U haalde uit | תְּגָרֵ֥שׁ (tegaresh) = U verdreef | גּ֝וֹיִ֗ם (goyim) = volken | וַתִּטָּעֶֽהָ (vatitaeha) = en U plantte hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Zie ook: Ps 44:3; Jes 5:1–7; Jer 2:21; Jer 12:10; Ezech 17:6 **80:10** U maakte ruimte voor hem. Hij sloeg wortel en vulde het land. Brontekst: פִּנִּ֥יתָ (pinita) = U maakte vrij | לְפָנֶ֑יהָ (lefaneiha) = voor hem | וַתַּשְׁרֵ֥שׁ (vatashresh) = en hij sloeg wortel | שָׁ֝רָשֶׁ֗יהָ (sharasheiha) = zijn wortels | וַתְּמַלֵּא (vatemale) = en hij vulde | אָֽרֶץ (arets) = land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 23:28–30; Joz 24:12; Ps 105:44; Jes 27:6; Jer 12:2 **80:11** Bergen werden bedekt door zijn schaduw, de ceders van El door zijn takken. Brontekst: כָּסּ֣וּ (kasu) = bedekten | הָרִ֣ים (harim) = bergen | צִלָּ֑הּ (tsilah) = zijn schaduw | וַ֝עֲנָפֶ֗יהָ (vaanafeiha) = en zijn takken | אַֽרְזֵי (arzei) = ceders van | אֵֽל (el) = El Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַרְזֵי־אֵל (arzei-El), ‘ceders van El’: of ‘machtige ceders’, want El kan ook een overtreffende trap vormen. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Ps 104:16 **80:12** Hij strekte zijn ranken uit tot de zee, en zijn scheuten tot de rivier. Brontekst: תְּשַׁלַּ֣ח (teshalach) = hij strekte uit | קְצִירֶ֣הָ (qetsireha) = zijn ranken | עַד (ad) = tot | יָ֑ם (yam) = zee | וְאֶל (veel) = en tot | נָ֝הָ֗ר (nahar) = rivier | יֽוֹנְקוֹתֶֽיהָ (yoneqoteiha) = zijn scheuten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘De zee’ is waarschijnlijk de Middellandse Zee en ‘de rivier’ de Eufraat: de grenzen van het beloofde land. Zie ook Gen. 15:18; Exod. 23:31. Zie ook: Gen 15:18; Ex 23:31; 1 Kron 18:3; Ps 72:8; 1 Kon 5:1 ### De wijnstok is verwoest **80:13** Waarom hebt U zijn omheiningen doorbroken? Alle voorbijgangers plukken hem. Brontekst: לָ֭מָּה (lama) = waarom | פָּרַ֣צְתָּ (paratsta) = U hebt doorbroken | גְדֵרֶ֑יהָ (gedereiha) = zijn omheiningen | וְ֝אָר֗וּהָ (vearuha) = en plukken hem | כָּל (kal) = alle | עֹ֥בְרֵי (overei) = voorbijgangers van | דָֽרֶךְ (darekh) = weg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 89:41–42; Jes 5:5; Jes 18:5–6; Nah 2:3; Luc 20:16 **80:14** Het wilde zwijn uit het woud vreet hem kaal, en het gedierte van het veld graast erop. Brontekst: יְכַרְסְמֶ֣נָּֽה (yekharsemena) = vreet hem kaal | חֲזִ֣יר (chazir) = zwijn | מִיָּ֑עַר (miyaar) = uit het woud | וְזִ֖יז (veziz) = en gedierte van | שָׂדַ֣י (saday) = het veld | יִרְעֶֽנָּה (yirena) = graast erop Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲזִיר (chazir), ‘zwijn’: een wild zwijn, voor Israël een onrein dier (Lev. 11:7). זִיז שָׂדַי (ziz sadai), ‘gedierte van het veld’: de betekenis van ziz is onzeker. Zie ook Ps. 50:11. Voetnoot Lezing: In de overlevering van de Masoretische tekst staat de letter ע van מִיַּעַר (miyya’ar), ‘uit het woud’, boven de regel. Dat is een merkteken van de kopiisten; de tekst zelf verandert er niet door. Zie ook: Lev 11:7; Ps 50:11; 2 Kon 18:1–19; 2 Kron 36:1–23; Jer 4:7; Jer 5:6; Jer 39:1–3 **80:15** Elohim van de legermachten, keer toch terug. Kijk neer vanuit de hemel, zie, en zie om naar deze wijnstok, Brontekst: אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | צְבָאוֹת֮ (tsevaot) = van de legermachten | שֽׁ֫וּב (shuv) = keer terug | נָ֥א (na) = toch | הַבֵּ֣ט (habet) = kijk neer | מִשָּׁמַ֣יִם (mishamayim) = uit de hemel | וּרְאֵ֑ה (uree) = en zie | וּ֝פְקֹ֗ד (ufeqod) = en zie om naar | גֶּ֣פֶן (gefen) = wijnstok | זֹֽאת (zot) = deze Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 90:13; Jes 63:15; Jes 63:17; Dan 9:16–19; Mal 3:7 **80:16** naar de stek die Uw rechterhand geplant heeft. En naar de zoon die U voor Uzelf sterk hebt gemaakt. Brontekst: וְ֭כַנָּה (vekhana) = en de stek | אֲשֶׁר (asher) = die | נָטְעָ֣ה (natea) = plantte | יְמִינֶ֑ךָ (yeminekha) = Uw rechterhand | וְעַל (veal) = en naar | בֵּ֝֗ן (ben) = zoon | אִמַּ֥צְתָּה (imatsta) = U hebt sterk gemaakt | לָּֽךְ (lakh) = voor Uzelf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בֵּן (ben), ‘zoon’: ook ‘loot’ van een plant (vergelijk Gen. 49:22). Wij laten ‘zoon’ staan, zoals in vers 18. Voetnoot Lezing: כַּנָּה (kannah) komt alleen hier voor. De betekenis ‘stek’ (een geplant jong plantje) is een keuze uit het verband; de betekenis is onzeker. Zie ook: Gen 49:22; Ps 80:18; Jer 2:21; Jer 23:5–6; Zach 3:8; Zach 6:12; Joh 15:1 **80:17** Hij is met vuur verbrand, afgehakt. Door de bestraffing van Uw aangezicht komen zij om. Brontekst: שְׂרֻפָ֣ה (serufa) = verbrand | בָאֵ֣שׁ (baesh) = met vuur | כְּסוּחָ֑ה (kesucha) = afgehakt | מִגַּעֲרַ֖ת (migaarat) = door de bestraffing van | פָּנֶ֣יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | יֹאבֵֽדוּ (yovedu) = zij komen om Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 39:12; Ps 79:5; Jes 27:11; Joh 15:6; 2 Tess 1:9 ### Gebed om herstel **80:18** Laat Uw hand rusten op de man aan Uw rechterhand, op de mensenzoon die U voor Uzelf sterk hebt gemaakt. Brontekst: תְּֽהִי (tehi) = laat zijn | יָ֭דְךָ (yadekha) = Uw hand | עַל (al) = op | אִ֣ישׁ (ish) = de man van | יְמִינֶ֑ךָ (yeminekha) = Uw rechterhand | עַל (al) = op | בֶּן (ben) = zoon van | אָ֝דָ֗ם (adam) = mens | אִמַּ֥צְתָּ (imatsta) = U hebt sterk gemaakt | לָּֽךְ (lakh) = voor Uzelf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִישׁ יְמִינֶךָ (ish yeminecha), ‘de man aan Uw rechterhand’, en בֶּן־אָדָם (ben adam), ‘mensenzoon’ (letterlijk ‘zoon van een mens’): wie hiermee bedoeld wordt, is niet zeker. De tekst laat ruimte voor het volk Israël (vers 16 noemt dezelfde ‘zoon’ bij de wijnstok) of voor een koning. Zie ook Ps. 8:5; 110:1. Zie ook: Ps 8:5; Ps 80:16; Ps 89:22; Ps 110:1; Jes 53:5; Dan 7:13–14 **80:19** Dan wijken wij niet meer van U af. Geef ons leven, dan zullen wij Uw naam aanroepen. Brontekst: וְלֹא (velo) = en niet | נָס֥וֹג (nasog) = wij wijken | מִמֶּ֑ךָּ (mimeka) = van U | תְּ֝חַיֵּ֗נוּ (techayenu) = geef ons leven | וּבְשִׁמְךָ֥ (uveshimkha) = en bij Uw naam | נִקְרָֽא (niqra) = wij zullen aanroepen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:25; Ps 119:40; Ps 119:107; Joh 6:66–69; Fil 2:12–13 **80:20** Yahweh, Elohim van de legermachten, breng ons terug; laat Uw aangezicht schijnen, dan worden wij gered. Brontekst: יְה֘וָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | צְבָא֣וֹת (tsevaot) = van de legermachten | הֲשִׁיבֵ֑נוּ (hashivenu) = breng ons terug | הָאֵ֥ר (haer) = laat schijnen | פָּ֝נֶ֗יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | וְנִוָּשֵֽׁעָה (venivashea) = en wij zullen gered worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:4; Ps 44:4; Ps 80:2; Ps 80:4; Jer 3:22–23 ## Psalmen 81 _Hoor, mijn volk_ **81:1** Voor de koorleider. Op de gittit. Van Asaf. Brontekst: לַמְנַצֵּ֬חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַֽל (al) = op | הַגִּתִּ֬ית (hagitit) = de gittit | לְאָסָֽף (leasaf) = van Asaf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : הַגִּתִּית (haggittit), ‘de gittit’: een muziekterm van onzekere betekenis, misschien ‘uit Gat’ (een melodie of instrument). Wij laten het onvertaald. Zie ook Ps. 8:1; 84:1. Zie ook: Ps 8:1; Ps 8:2; Ps 66:1; Ps 84:1; Ps 100:1–2; Jer 31:7; Fil 4:13 ### Jubel voor Elohim **81:2** Jubel voor Elohim, onze sterkte. Juich voor de Elohim van Jakob. Brontekst: הַ֭רְנִינוּ (harninu) = jubel | לֵאלֹהִ֣ים (lElohim) = voor Elohim | עוּזֵּ֑נוּ (uzenu) = onze sterkte | הָ֝רִ֗יעוּ (hariu) = juich | לֵאלֹהֵ֥י (lelohei) = voor de Elohim van | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 8:2; Ps 66:1; Ps 100:1–2; Jer 31:7; Fil 4:13 **81:3** Hef een lied aan en sla de tamboerijn, de lieflijke lier met de harp. Brontekst: שְֽׂאוּ (seu) = hef op | זִ֭מְרָה (zimra) = lied | וּתְנוּ (utenu) = en geef | תֹ֑ף (tof) = tamboerijn | כִּנּ֖וֹר (kinor) = lier | נָעִ֣ים (naim) = lieflijke | עִם (im) = met | נָֽבֶל (navel) = harp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תֹּף (tof), ‘tamboerijn’; כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’; נֶבֶל (nevel), ‘harp’. Zie ook: Ex 15:20; Ps 92:4; Ps 149:1–3; Mar 14:26; Kol 3:16 **81:4** Blaas de ramshoorn bij de nieuwe maan, bij de volle maan, op onze feestdag. Brontekst: תִּקְע֣וּ (tiqu) = blaas | בַחֹ֣דֶשׁ (bachodesh) = bij de nieuwe maan | שׁוֹפָ֑ר (shofar) = ramshoorn | בַּ֝כֵּ֗סֶה (bakese) = bij de volle maan | לְי֣וֹם (leyom) = op de dag van | חַגֵּֽנוּ (chagenu) = ons feest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שׁוֹפָר (shofar), ‘ramshoorn’; חֹדֶשׁ (chodesh), ‘nieuwe maan’, het begin van de maand. Voetnoot : כֶּסֶה (keseh), ‘volle maan’: de betekenis is onzeker (vergelijk Spr. 7:20). Welk feest bedoeld wordt, is niet zeker; mogelijk het feest op de eerste dag van de zevende maand (Lev. 23:24; Num. 29:1) of het Loofhuttenfeest (Lev. 23:34). Zie ook: Lev 23:24–25; Lev 23:34; Num 10:1–10; Num 15:3; Num 29:1; Spr 7:20; 2 Kron 2:3; 2 Kron 13:14 **81:5** Want het is een verordening voor Israël, een recht van de Elohim van Jakob. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | חֹ֣ק (choq) = verordening | לְיִשְׂרָאֵ֣ל (leyisrael) = voor Israël | ה֑וּא (hu) = het | מִ֝שְׁפָּ֗ט (mishpat) = recht | לֵאלֹהֵ֥י (lelohei) = van de Elohim van | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) ### Een woord dat de dichter hoort **81:6** Als getuigenis heeft Hij het in Jozef gesteld, toen Hij uittrok tegen het land Egypte. Ik hoor een taal die ik niet kende: Brontekst: עֵ֤דוּת (edut) = getuigenis | בִּֽיה֘וֹסֵ֤ף (bihosef) = in Jozef | שָׂמ֗וֹ (samo) = Hij stelde het | בְּ֭צֵאתוֹ (betseto) = bij Zijn uittocht | עַל (al) = tegen | אֶ֣רֶץ (erets) = land van | מִצְרָ֑יִם (mitsrayim) = Egypte | שְׂפַ֖ת (sefat) = taal van | לֹא (lo) = niet | יָדַ֣עְתִּי (yadati) = ik kende | אֶשְׁמָֽע (eshma) = ik hoor Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: יְהוֹסֵף (Yehosef), ‘Jozef’, in een langere spelling met de korte vorm van Yahweh erin. Dit is de enige plek waar de naam zo geschreven staat. ‘Jozef’ staat hier voor het volk Israël. Voetnoot : שְׂפַת לֹא־יָדַעְתִּי אֶשְׁמָע (sefat lo yadati eshma), ‘een taal die ik niet kende, hoor ik’: de spreker is hier de dichter, die een woord van Elohim hoort. Het woord van Elohim zelf, in rood, begint in vers 7. Voetnoot Lezing: בְּצֵאתוֹ עַל־אֶרֶץ מִצְרָיִם (betseto al erets Mitsrayim), ‘toen Hij uittrok tegen het land Egypte’: de tekst zegt niet wie uittrekt. Het kan ook Jozef zijn, die over Egypte trok. Wij kiezen Elohim, omdat Hij in vers 5 en 11 de handelende is. Zie ook Exod. 12:12. Zie ook: Ex 12:12; Ex 13:8–9; Deut 28:49; Ps 81:5; Ps 81:7; Ps 81:11; Ps 114:1; Jer 5:15; 1 Kor 14:21–22 **81:7** **„Ik heb zijn schouder van de last ontlast; zijn handen verlieten de draagmand.** Brontekst: הֲסִיר֣וֹתִי (hasiroti) = Ik heb ontlast | מִסֵּ֣בֶל (misevel) = van de last | שִׁכְמ֑וֹ (shikhmo) = zijn schouder | כַּ֝פָּ֗יו (kapav) = zijn handen | מִדּ֥וּד (midud) = van de draagmand | תַּעֲבֹֽרְנָה (taavorena) = zij verlieten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דּוּד (dud), ‘draagmand’: een mand voor lasten, bijvoorbeeld bakstenen. Elders betekent het woord ‘pot’ (1 Sam. 2:14). Zie ook Exod. 1:14; 6:6. Zie ook: Ex 1:14; Ex 6:6; 1 Sam 2:14; Jes 9:3; Jes 10:27; Mat 11:29 **81:8** **In de nood riep je, en Ik heb je gered. Ik antwoordde je in de schuilplaats van de donder. Ik heb je beproefd bij het water van Meriba.** Sela. Brontekst: בַּצָּרָ֥ה (batsara) = in de nood | קָרָ֗אתָ (qarata) = je riep | וָאֲחַ֫לְּצֶ֥ךָּ (vaachaletseka) = en Ik redde je | אֶ֭עֶנְךָ (eenkha) = Ik antwoord je | בְּסֵ֣תֶר (beseter) = in de schuilplaats van | רַ֑עַם (raam) = donder | אֶבְחָֽנְךָ֨ (evchanekha) = Ik beproef je | עַל (al) = bij | מֵ֖י (mei) = water van | מְרִיבָ֣ה (meriva) = Meriba | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Meriba (‘twist’) is de naam van twee plaatsen waar het volk Yahweh op de proef stelde: bij Refidim bij de berg Horeb (Exod. 17:1–7) en bij Kades (Num. 20:1–13). De ligging is onzeker; Kades wordt gezocht bij Ain Qudeirat in de Negev (Israël). Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): een woord van onzekere betekenis, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot : סֵתֶר רַעַם (seter ra’am), ‘schuilplaats van de donder’: de wolk met donder waaruit Elohim sprak bij de Sinaï. Zie ook Exod. 19:16–19. Zie ook: Ex 2:23; Ex 14:30–31; Ex 17:1–7; Ex 19:16–19; Ex 19:19; Num 20:1–13; Num 20:13; Ps 50:15 **81:9** **Hoor, Mijn volk, dan getuig Ik tegen je. Israël, als je maar naar Mij zou luisteren!** Brontekst: שְׁמַ֣ע (shema) = hoor | עַ֭מִּי (ami) = Mijn volk | וְאָעִ֣ידָה (veaida) = en Ik getuig | בָּ֑ךְ (bakh) = tegen jou | יִ֝שְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | אִם (im) = als | תִּֽשְׁמַֽע (tishma) = je zou luisteren | לִֽי (li) = naar Mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:26; Ps 50:7; Jes 1:19; Jes 55:3–4; Joh 3:11 **81:10** **Er zal bij jou geen vreemde god zijn, en je zult je niet buigen voor een buitenlandse god.** Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | יִהְיֶ֣ה (yihye) = er zal zijn | בְ֭ךָ (bekha) = bij jou | אֵ֣ל (el) = god | זָ֑ר (zar) = vreemde | וְלֹ֥א (velo) = en niet | תִ֝שְׁתַּחֲוֶ֗ה (tishtachave) = je zult je buigen | לְאֵ֣ל (leel) = voor god | נֵכָֽר (nekhar) = buitenlandse Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֵל זָר (el zar), ‘vreemde god’, en אֵל נֵכָר (el nechar), ‘buitenlandse god’: goden van andere volken. Zie ook Exod. 20:3–5; Deut. 32:12. Zie ook: Ex 20:3–5; Deut 32:12; Jes 43:12; Mal 2:11; 1 Kor 8:5–6 **81:11** **Ik ben Yahweh, jouw Elohim, die je uit het land Egypte liet optrekken. Doe je mond wijd open, dan zal Ik hem vullen.** Brontekst: אָנֹכִ֨י (anokhi) = Ik | יְה֘וָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֶ֗יךָ (eloheikha) = jouw Elohim | הַֽ֭מַּעַלְךָ (hamaalkha) = die je omhoog liet komen | מֵאֶ֣רֶץ (meerets) = uit het land van | מִצְרָ֑יִם (mitsrayim) = Egypte | הַרְחֶב (harchev) = open wijd | פִּ֝֗יךָ (pikha) = je mond | וַאֲמַלְאֵֽהוּ (vaamalehu) = en Ik zal hem vullen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: אָנֹכִי יְהוָה אֱלֹהֶיךָ (anochi Yahweh Elohecha), ‘Ik ben Yahweh, jouw Elohim’: het begin van de tien woorden. Zie ook Exod. 20:2; Deut. 5:6. Zie ook: Ex 20:2; Deut 5:6; Ps 107:9; Joh 7:37; Joh 15:7; Openb 21:6 **81:12** **Maar Mijn volk luisterde niet naar Mijn stem, en Israël wilde Mij niet.** Brontekst: וְלֹא (velo) = en niet | שָׁמַ֣ע (shama) = luisterde | עַמִּ֣י (ami) = Mijn volk | לְקוֹלִ֑י (leqoli) = naar Mijn stem | וְ֝יִשְׂרָאֵ֗ל (veyisrael) = en Israël | לֹא (lo) = niet | אָ֥בָה (ava) = wilde | לִֽי (li) = Mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 32:1; Deut 32:18; Spr 1:30; Jer 2:11–13; Jer 7:23–24 **81:13** **Toen liet Ik hen gaan in de koppigheid van hun hart. Zij gingen hun eigen plannen na.** Brontekst: וָֽ֭אֲשַׁלְּחֵהוּ (vaashalechehu) = en Ik liet hem gaan | בִּשְׁרִיר֣וּת (bishrirut) = in de koppigheid van | לִבָּ֑ם (libam) = hun hart | יֵ֝לְכ֗וּ (yelekhu) = zij gingen | בְּֽמוֹעֲצוֹתֵיהֶֽם (bemoatsoteihem) = in hun eigen plannen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁרִירוּת לֵב (sherirut lev), ‘hardheid van het hart’: koppigheid. Zie ook Deut. 29:18; Jer. 3:17. Zie ook: Deut 29:18; Jes 30:1; Jer 3:17; Jer 7:24; Hand 7:42; 2 Tess 2:9–11; Rom 1:24 ### Als Mijn volk maar luisterde **81:14** **Och, dat Mijn volk naar Mij luisterde, dat Israël op Mijn wegen liep!** Brontekst: ל֗וּ (lu) = o dat | עַ֭מִּי (ami) = Mijn volk | שֹׁמֵ֣עַֽ (shomea) = luisterde | לִ֑י (li) = naar Mij | יִ֝שְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | בִּדְרָכַ֥י (bidrakhay) = op Mijn wegen | יְהַלֵּֽכוּ (yehalekhu) = liep Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 5:29; Deut 10:12–13; Jes 48:18; Mat 23:37; Luc 19:41–42 **81:15** **Dan zou Ik hun vijanden snel onderwerpen en Mijn hand tegen hun tegenstanders keren.** Brontekst: כִּ֭מְעַט (kimat) = bijna | אוֹיְבֵיהֶ֣ם (oyeveihem) = hun vijanden | אַכְנִ֑יעַ (akhnia) = Ik zou onderwerpen | וְעַ֥ל (veal) = en tegen | צָ֝רֵיהֶ֗ם (tsareihem) = hun tegenstanders | אָשִׁ֥יב (ashiv) = Ik zou keren | יָדִֽי (yadi) = Mijn hand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 14:9; Num 14:45; Joz 23:13; Re 2:20–23; Amos 1:8 **81:16** **De haters van Yahweh zouden zich huichelend aan Hem onderwerpen, en hun tijd zou voor eeuwig zijn.** Brontekst: מְשַׂנְאֵ֣י (mesanei) = de haters van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | יְכַֽחֲשׁוּ (yekhachashu) = zouden huichelen | ל֑וֹ (lo) = voor Hem | וִיהִ֖י (vihi) = en zou zijn | עִתָּ֣ם (itam) = hun tijd | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de verzen 16–17 verandert de aanspreking: Yahweh wordt in de derde persoon genoemd (‘Yahweh’, ‘Hem’, ‘Hij’), en in vers 17 volgt weer ‘Ik’. Wij laten de Masoretische tekst staan en houden het rood tot en met vers 17. Voetnoot : יְכַחֲשׁוּ לוֹ (yechachashu lo), letterlijk ‘zij liegen tegen Hem’: zij onderwerpen zich uit schijn. Zie ook Ps. 18:45. Voetnoot : עִתָּם (ittam), ‘hun tijd’: of de tijd van Israël, of het lot van de haters. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Deut 7:10; Ps 18:45; Ps 63:4; Ps 81:17; Joël 4:20; Rom 1:30; Rom 8:7 **81:17** **Hij zou hen laten eten van het vet van de tarwe. Met honing uit de rots zou Ik je verzadigen.”** Brontekst: וַֽ֭יַּאֲכִילֵהוּ (vayaakhilehu) = en Hij zou laten eten | מֵחֵ֣לֶב (mechelev) = van het vet van | חִטָּ֑ה (chita) = tarwe | וּ֝מִצּ֗וּר (umitsur) = en uit de rots | דְּבַ֣שׁ (devash) = honing | אַשְׂבִּיעֶֽךָ (asbiekha) = Ik zou verzadigen jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֵחֵלֶב חִטָּה (mechelev chittah), letterlijk ‘van het vet van de tarwe’: het beste van de tarwe. Zie ook Deut. 32:14. Zie ook: Deut 32:13–14; Deut 32:14; Re 14:18; 1 Sam 14:25–26; Ps 147:14; Joël 2:24 ## Psalmen 82 _Elohim houdt gericht onder de goden_ ### Elohim in de raad van El **82:1** Een psalm van Asaf. Elohim staat in de raad van El. Te midden van de goden spreekt Hij recht. Brontekst: מִזְמ֗וֹר (mizmor) = psalm | לְאָ֫סָ֥ף (leasaf) = van Asaf | אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | נִצָּ֥ב (nitsav) = staat | בַּעֲדַת (baadat) = in de raad van | אֵ֑ל (el) = El | בְּקֶ֖רֶב (beqerev) = te midden van | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = goden | יִשְׁפֹּֽט (yishpot) = spreekt Hij recht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלֹהִים (Elohim) staat hier twee keer: eerst als naam van de Elohim van Israël, daarna in het meervoud (‘goden’) voor de wezens in Zijn raad. Wie zij zijn, is omstreden: hemelse wezens, de goden van de volken of aardse rechters (vergelijk Exod. 21:6; 22:8). Wij vertalen het meervoud met ‘goden’ en laten de keuze open. Zie ook Deut. 32:8; Ps. 89:7–8. Voetnoot : עֲדַת־אֵל (adat El), ‘raad van El’: עֵדָה (edah) is elders ‘gemeenschap’; hier vertalen wij ‘raad’, omdat het gaat om een bijeenkomst rond El. Zie ook: Ex 21:6; Ex 22:8; Deut 32:8; Ps 82:6–7; Ps 89:7–8; Pred 5:7; 2 Kron 19:6–7; Jes 3:13; Joh 10:35 **82:2** **„Hoelang spreken jullie onrechtvaardig recht en trekken jullie de goddelozen voor?** Sela. Brontekst: עַד (ad) = tot | מָתַ֥י (matay) = wanneer | תִּשְׁפְּטוּ (tishpetu) = spreken jullie recht | עָ֑וֶל (avel) = onrecht | וּפְנֵ֥י (ufenei) = en het gezicht van | רְ֝שָׁעִ֗ים (reshaim) = goddelozen | תִּשְׂאוּ (tisu) = trekken jullie voor | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf hier tot en met vers 7 spreekt Elohim zelf, tot de ‘goden’ van vers 1. Wij gebruiken ‘jullie’. Voetnoot : שָׂא פָנִים (sa panim), letterlijk ‘het gezicht opheffen’: partij kiezen, voortrekken. Zie ook: Ex 10:3; Deut 1:17; Ps 58:2–3; Ps 82:1; Ps 82:7; Spr 18:5; Gal 2:6 **82:3** **Spreek recht voor de zwakke en de wees. Geef de ellendige en de berooide gerechtigheid.** Brontekst: שִׁפְטוּ (shiftu) = spreek recht | דַ֥ל (dal) = zwakke | וְיָת֑וֹם (veyatom) = en wees | עָנִ֖י (ani) = ellendige | וָרָ֣שׁ (varash) = en berooide | הַצְדִּֽיקוּ (hatsdiqu) = geef gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דַּל (dal), ‘zwakke’; עָנִי (ani), ‘ellendige’; רָשׁ (rash), ‘berooide’; אֶבְיוֹן (evyon), ‘arme’ (vers 4): vier woorden voor wie zonder macht is. Voetnoot : הַצְדִּיקוּ (hatsdiqu), ‘geef gerechtigheid’: geef hun gelijk. Zie ook: Ps 10:18; Ps 82:4; Jes 1:17; Jer 5:28; Jer 22:3; Jak 1:27 **82:4** **Laat de zwakke en de arme ontkomen. Bevrijd hen uit de hand van de goddelozen.** Brontekst: פַּלְּטוּ (paletu) = laat ontkomen | דַ֥ל (dal) = zwakke | וְאֶבְי֑וֹן (veevyon) = en arme | מִיַּ֖ד (miyad) = uit de hand van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | הַצִּֽילוּ (hatsilu) = bevrijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:15–16; Job 29:12; Ps 72:12–14; Ps 140:13; Spr 24:11–12 **82:5** **Zij weten het niet en begrijpen het niet. In de duisternis lopen zij rond. Alle grondvesten van de aarde wankelen.** Brontekst: לֹ֤א (lo) = niet | יָֽדְע֨וּ (yadeu) = zij weten | וְלֹ֥א (velo) = en niet | יָבִ֗ינוּ (yavinu) = zij begrijpen | בַּחֲשֵׁכָ֥ה (bachashekha) = in duisternis | יִתְהַלָּ֑כוּ (yithalakhu) = zij lopen rond | יִ֝מּ֗וֹטוּ (yimotu) = wankelen | כָּל (kal) = alle | מ֥וֹסְדֵי (mosedei) = grondvesten van | אָֽרֶץ (arets) = aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Zij’ zijn de goden uit vers 1. De ‘grondvesten van de aarde’ zijn de vaste orde van de wereld; als het recht wankelt, wankelt alles. Zie ook Ps. 11:3; 75:4. Zie ook: Ps 11:3; Ps 75:4; Ps 82:1; Spr 1:29; Spr 2:13; Mi 3:1; Rom 1:28 **82:6** **Ik heb gezegd: ‘Goden zijn jullie, en zonen van de Allerhoogste, jullie allen.’** Brontekst: אֲֽנִי (ani) = Ik | אָ֭מַרְתִּי (amarti) = Ik heb gezegd | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = goden | אַתֶּ֑ם (atem) = jullie | וּבְנֵ֖י (uvenei) = en zonen van | עֶלְי֣וֹן (elyon) = Allerhoogste | כֻּלְּכֶֽם (kulekhem) = jullie allen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי עֶלְיוֹן (bene Elyon), ‘zonen van de Allerhoogste’: עֶלְיוֹן (Elyon), ‘de Allerhoogste’, is een naam voor Elohim. Zie ook Gen. 14:18–22. Voetnoot : Elohim noemt hen hier ‘goden’ en ‘zonen van de Allerhoogste’. Zie ook Joh. 10:34. Zie ook: Gen 14:18–22; Ex 22:8; Ex 22:27; Ps 82:1; Joh 10:34–36 **82:7** **Maar jullie zullen sterven als mensen en vallen als een van de vorsten.”** Brontekst: אָ֭כֵן (akhen) = maar | כְּאָדָ֣ם (keadam) = als mens | תְּמוּת֑וּן (temutun) = jullie zullen sterven | וּכְאַחַ֖ד (ukheachad) = en als één van | הַשָּׂרִ֣ים (hasarim) = de vorsten | תִּפֹּֽלוּ (tipolu) = jullie zullen vallen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Sterven als mensen’: het zijn geen onsterfelijke wezens. Zij vallen zoals elke vorst valt. Zie ook: Job 21:32; Ps 49:13; Ps 83:12; Ezech 31:14 ### Sta op, Elohim **82:8** Sta op, Elohim, spreek recht over de aarde, want U zult alle volken als erfdeel bezitten. Brontekst: קוּמָ֣ה (quma) = sta op | אֱ֭לֹהִים (Elohim) = Elohim | שָׁפְטָ֣ה (shafeta) = spreek recht | הָאָ֑רֶץ (haarets) = over de aarde | כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֥ה (ata) = U | תִ֝נְחַ֗ל (tinchal) = zult erven | בְּכָל (bekhal) = in alle | הַגּוֹיִֽם (hagoyim) = de volken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תִּנְחַל (tinchal), ‘U zult als erfdeel bezitten’: נָחַל (nachal) is ‘erven’, verwant aan נַחֲלָה (nachalah), ‘erfdeel’. Zie ook Ps. 2:8; Deut. 32:8–9. Zie ook: Deut 32:8–9; Ps 2:8; Ps 22:29; Ps 96:13; Ps 102:14; Openb 11:15 ## Psalmen 83 _Gebed tegen het verbond van de volken_ **83:1** Een lied, een psalm van Asaf. Brontekst: שִׁ֖יר (shir) = lied | מִזְמ֣וֹר (mizmor) = psalm | לְאָסָֽף (leasaf) = van Asaf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 28:1; Ps 35:22; Ps 50:3; Ps 109:1–2; Jes 42:14 ### Elohim, zwijg niet **83:2** Elohim, bewaar geen stilte. Zwijg niet en wees niet rustig, El. Brontekst: אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | אַל (al) = niet | דֳּמִי (domi) = stilte | לָ֑ךְ (lakh) = voor U | אַל (al) = niet | תֶּחֱרַ֖שׁ (techerash) = zwijg | וְאַל (veal) = en niet | תִּשְׁקֹ֣ט (tishqot) = wees rustig | אֵֽל (el) = El Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 28:1; Ps 35:22; Ps 50:3; Ps 109:1–2; Jes 42:14 **83:3** Want zie, Uw vijanden razen, en wie U haten, heffen het hoofd. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הִנֵּ֣ה (hine) = zie | א֭וֹיְבֶיךָ (oyeveikha) = Uw vijanden | יֶהֱמָי֑וּן (yehemayun) = razen | וּ֝מְשַׂנְאֶ֗יךָ (umesaneikha) = en wie U haten | נָ֣שְׂאוּ (naseu) = heffen | רֹֽאשׁ (rosh) = het hoofd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 81:16; Jes 17:12; Jes 37:23; Jer 1:19; Mat 27:24 **83:4** Tegen Uw volk smeden zij een listig plan, en zij overleggen tegen wie bij U verborgen zijn. Brontekst: עַֽל (al) = tegen | עַ֭מְּךָ (amekha) = Uw volk | יַעֲרִ֣ימוּ (yaarimu) = zij smeden listig | ס֑וֹד (sod) = plan | וְ֝יִתְיָעֲצ֗וּ (veyityaatsu) = en zij overleggen | עַל (al) = tegen | צְפוּנֶֽיךָ (tsefuneikha) = wie bij U verborgen zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צְפוּנֶיךָ (tsefuneicha), ‘Uw verborgenen’: zij die U beschermt, zoals een kostbare schat die U bewaart. Wij vertalen ‘wie bij U verborgen zijn’. Zie ook Ps. 27:5; 31:20. Zie ook: Ps 27:5; Ps 31:20; Ps 31:21; Ps 64:3; Jes 7:6–7; Luc 20:20–23 **83:5** Zij zeggen: „Kom, laten wij hen wegvagen als volk. Dan wordt de naam Israël niet meer herdacht.” Brontekst: אָמְר֗וּ (ameru) = zij zeggen | לְ֭כוּ (lekhu) = kom | וְנַכְחִידֵ֣ם (venakhchidem) = en laten wij hen wegvagen | מִגּ֑וֹי (migoy) = als volk | וְלֹֽא (velo) = en niet | יִזָּכֵ֖ר (yizakher) = wordt herdacht | שֵֽׁם (shem) = naam van | יִשְׂרָאֵ֣ל (yisrael) = Israël | עֽוֹד (od) = meer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 74:8; Jer 11:19; Jer 48:2; Est 3:6–9; Hand 9:1–2 **83:6** Want zij hebben eensgezind samen overlegd. Tegen U sluiten zij een verbond: Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | נוֹעֲצ֣וּ (noatsu) = zij overleggen | לֵ֣ב (lev) = hart | יַחְדָּ֑ו (yachdav) = samen | עָ֝לֶ֗יךָ (aleikha) = tegen U | בְּרִ֣ית (berit) = verbond | יִכְרֹֽתוּ (yikhrotu) = zij sluiten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 2:2; Jes 7:5–7; Jes 8:9–10; Openb 17:13; Openb 19:19 ### De volken rondom Israël **83:7** de tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de Hagrieten, Brontekst: אָהֳלֵ֣י (aholei) = tenten van | אֱ֭דוֹם (edom) = Edom | וְיִשְׁמְעֵאלִ֗ים (veyishmeelim) = en Ismaëlieten | מוֹאָ֥ב (moav) = Moab | וְהַגְרִֽים (vehagrim) = en Hagrieten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië. Voetnoot Uitleg: In de verzen 7–9 staan tien volken: Edom, de Ismaëlieten, Moab, de Hagrieten, Gebal, Ammon, Amalek, Filistea, Tyrus en Assur. Zie ook Gen. 25:12–18 (Ismaël) en 1 Kron. 5:10 (de Hagrieten). Zie ook: Gen 25:12–18; 1 Kron 5:10; Ps 137:7; 2 Kron 20:1; 2 Kron 20:10–11 **83:8** Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de inwoners van Tyrus. Brontekst: גְּבָ֣ל (geval) = Gebal | וְ֭עַמּוֹן (veamon) = en Ammon | וַעֲמָלֵ֑ק (vaamaleq) = en Amalek | פְּ֝לֶ֗שֶׁת (peleshet) = Filistea | עִם (im) = met | יֹ֥שְׁבֵי (yoshevei) = inwoners van | צֽוֹר (tsor) = Tyrus Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Gebal (גְּבָל) is onzeker: mogelijk het bergland van Edom ten zuiden van de Dode Zee (Jordanië), mogelijk Byblos aan de kust van Libanon. Het gaat hier waarschijnlijk om een volk in het zuiden, naast Edom. Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië. Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod. Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon. Voetnoot Uitleg: פְּלֶשֶׁת (Peleshet), ‘Filistea’: het land van de Filistijnen aan de kust. Zie ook Exod. 15:14. Zie ook: Ex 15:14; Joz 13:5; 1 Sam 4:1; Amos 1:9; Ezech 27:3; Ezech 27:9 **83:9** Ook Assur heeft zich bij hen gevoegd. Zij zijn een arm voor de zonen van Lot. Sela. Brontekst: גַּם (gam) = ook | אַ֭שּׁוּר (ashur) = Assur | נִלְוָ֣ה (nilva) = heeft zich gevoegd | עִמָּ֑ם (imam) = bij hen | הָ֤י֥וּ (hayu) = zij zijn | זְר֖וֹעַ (zeroa) = arm | לִבְנֵי (livnei) = voor de zonen van | ל֣וֹט (lot) = Lot | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Assur (Assyrië): Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak. Voetnoot Uitleg: זְרוֹעַ (zeroa), ‘arm’: hulp, steun. Assur is een steun voor ‘de zonen van Lot’, dat zijn Moab en Ammon (Gen. 19:36–38). Sela: zie bij Ps. 81:8. Zie ook: Gen 10:11; Gen 19:36–38; Gen 19:37–38; Gen 25:3; Deut 2:9; Ps 81:8; Jes 33:2 ### Doe met hen zoals vroeger **83:10** Doe met hen zoals met Midian, zoals met Sisera, zoals met Jabin bij de beek Kison. Brontekst: עֲשֵֽׂה (ase) = doe | לָהֶ֥ם (lahem) = met hen | כְּמִדְיָ֑ן (kemidyan) = zoals met Midian | כְּֽסִֽיסְרָ֥א (kesisera) = zoals met Sisera | כְ֝יָבִ֗ין (keyavin) = zoals met Jabin | בְּנַ֣חַל (benachal) = bij de beek | קִישֽׁוֹן (qishon) = Kison Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Midian: Midian wordt gezocht in het noordwesten van het Arabisch schiereiland, ten oosten van de Golf van Akaba. Zie Kison: De Kison (Nachal Kishon) stroomt door de vlakte van Jizreël naar de Middellandse Zee, bij het huidige Haifa. Voetnoot Uitleg: Midian: Richt. 6–8; Sisera en Jabin: Richt. 4–5. De beek Kison (נַחַל קִישׁוֹן) loopt door de vlakte van Jizreël. Zie ook: Num 31:7–8; Re 4:7; Re 4:15–24; Re 5:21; Jes 9:3 **83:11** Zij werden verdelgd bij En-Dor. Zij werden mest voor de grond. Brontekst: נִשְׁמְד֥וּ (nishmedu) = zij werden verdelgd | בְֽעֵין (beein) = bij En | דֹּ֑אר (dor) = Dor | הָ֥יוּ (hayu) = zij werden | דֹּ֝֗מֶן (domen) = mest | לָאֲדָמָֽה (laadama) = voor de grond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: En-Dor ligt in Noord-Israël, ongeveer 7 km ten zuiden van de berg Tabor. Zie ook 1 Sam. 28:7. Dat Sisera of Midian daar verdelgd werd, staat niet in Richteren zelf. Voetnoot Uitleg: דֹּמֶן (domen), ‘mest’. Zie ook: Joz 17:11; 1 Sam 28:7; 2 Kon 9:37; Sef 1:17; Jer 8:2 **83:12** Maak hun edelen als Oreb en als Zeëb, en al hun vorsten als Zebach en als Zalmunna. Brontekst: שִׁיתֵ֣מוֹ (shitemo) = maak hen | נְ֭דִיבֵמוֹ (nedivemo) = hun edelen | כְּעֹרֵ֣ב (keorev) = als Oreb | וְכִזְאֵ֑ב (vekhizev) = en als Zeëb | וּֽכְזֶ֥בַח (ukhezevach) = en als Zebach | וּ֝כְצַלְמֻנָּ֗ע (ukhetsalmuna) = en als Zalmunna | כָּל (kal) = al | נְסִיכֵֽמוֹ (nesikhemo) = hun vorsten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Oreb en Zeëb: de vorsten van Midian, door Gideon verslagen (Richt. 7:25). Zebach en Zalmunna: de koningen van Midian (Richt. 8:5–21). נָסִיךְ (nasich), ‘vorst’; נָדִיב (nadiv), ‘edele’. Zie ook: Re 7:25; Re 8:5–21; Re 8:12–21 **83:13** Zij zeiden: „Laten wij de weidegronden van Elohim in bezit nemen.” Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | אָ֭מְרוּ (ameru) = zeiden | נִ֣ירֲשָׁה (nirasha) = laten wij in bezit nemen | לָּ֑נוּ (lanu) = voor ons | אֵ֝֗ת (et) = (obj.) | נְא֣וֹת (neot) = weidegronden van | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְאוֹת (neot), ‘weidegronden’ of ‘woonplaatsen’: hier het land van Elohim, het land van Israël. Zie ook Exod. 15:13. Zie ook: Ex 15:13; Ps 74:7–8; Ps 83:5; 2 Kron 20:11 ### Maak hen als stoppels voor de wind **83:14** Mijn Elohim, maak hen als een rollend rad, als stoppels voor de wind. Brontekst: אֱֽלֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | שִׁיתֵ֥מוֹ (shitemo) = maak hen | כַגַּלְגַּ֑ל (kagalgal) = als een rollend rad | כְּ֝קַ֗שׁ (keqash) = als stoppels | לִפְנֵי (lifnei) = voor het aangezicht van | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גַּלְגַּל (galgal), ‘rad’ of ‘rollend ding’: wat door de wind wordt meegevoerd, zoals een tuimelende distel of een stofwolk. De betekenis is onzeker. Zie ook Jes. 17:13. Voetnoot : קַשׁ (qash), ‘stoppels’: wat na de oogst op het veld blijft staan. Zie ook: Job 13:25; Job 21:18; Ps 35:5; Jes 17:12–14; Jes 17:13; Jes 40:24 **83:15** Als vuur dat een bos in brand zet, als een vlam die bergen in lichterlaaie zet. Brontekst: כְּאֵ֥שׁ (keesh) = als vuur | תִּבְעַר (tivar) = brandt | יָ֑עַר (yaar) = bos | וּ֝כְלֶהָבָ֗ה (ukhelehava) = en als vlam | תְּלַהֵ֥ט (telahet) = zet in lichterlaaie | הָרִֽים (harim) = bergen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:22; Jes 9:17; Jes 63:19–64:1; Ezech 21:3–4; Mal 3:19 **83:16** Zo achtervolg hen met Uw storm en verschrik hen met Uw wervelwind. Brontekst: כֵּ֭ן (ken) = zo | תִּרְדְּפֵ֣ם (tirdefem) = achtervolg hen | בְּסַעֲרֶ֑ךָ (besaarekha) = met Uw storm | וּבְסוּפָתְךָ֥ (uvesufatekha) = en met Uw wervelwind | תְבַהֲלֵֽם (tevahalem) = verschrik hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 9:17; Ps 50:3; Ps 58:10; Jes 28:17; Heb 12:18 ### Opdat zij Uw naam zoeken **83:17** Vul hun gezicht met schande, dan zoeken zij Uw naam, Yahweh. Brontekst: מַלֵּ֣א (male) = vul | פְנֵיהֶ֣ם (peneihem) = hun gezicht | קָל֑וֹן (qalon) = schande | וִֽיבַקְשׁ֖וּ (vivaqshu) = en zij zoeken | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 10:15; Ps 6:11; Ps 9:20–21; Ps 34:6; Ps 132:18 **83:18** Laat hen voor altijd beschaamd en verschrikt zijn. Laat hen te schande worden en omkomen. Brontekst: יֵבֹ֖שׁוּ (yevoshu) = laten zij beschaamd worden | וְיִבָּהֲל֥וּ (veyibahalu) = en verschrikt worden | עֲדֵי (adei) = tot | עַ֗ד (ad) = altijd | וְֽיַחְפְּר֥וּ (veyachperu) = en te schande worden | וְיֹאבֵֽדוּ (veyovedu) = en omkomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 35:4; Ps 35:26; Ps 40:15–16; Ps 109:29 **83:19** Dan weten zij dat U, wiens naam Yahweh is, alleen de Allerhoogste bent over heel de aarde. Brontekst: וְֽיֵדְע֗וּ (veyedeu) = en zij zullen weten | כִּֽי (ki) = dat | אַתָּ֬ה (ata) = U | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | לְבַדֶּ֑ךָ (levadekha) = alleen U | עֶ֝לְי֗וֹן (elyon) = Allerhoogste | עַל (al) = over | כָּל (kal) = heel | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Elyon), ‘de Allerhoogste’: zie ook Ps. 82:6. Voetnoot : שִׁמְךָ יְהוָה (shimcha Yahweh), ‘Uw naam is Yahweh’: zie ook Exod. 6:3; 15:3. Zie ook: Ex 6:3; Ex 15:3; Ps 59:14; Ps 82:6; 2 Kon 19:19; Jer 16:21; Ezech 38:23 ## Psalmen 84 _Hoe lieflijk zijn Uw woningen_ **84:1** Voor de koorleider. Op de gittit. Van de zonen van Korach. Een psalm. Brontekst: לַמְנַצֵּ֥חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַֽל (al) = op | הַגִּתִּ֑ית (hagitit) = de gittit | לִבְנֵי (livnei) = van de zonen van | קֹ֥רַח (qorach) = Korach | מִזְמֽוֹר (mizmor) = psalm Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : הַגִּתִּית (haggittit), ‘de gittit’: zie bij Ps. 81:1. Zie ook: Ps 27:4; Ps 36:9; Ps 43:3; Ps 81:1; Ps 122:1; Ps 132:5 ### Hoe lieflijk zijn Uw woningen **84:2** Hoe lieflijk zijn Uw woningen, Yahweh van de legermachten! Brontekst: מַה (ma) = hoe | יְּדִיד֥וֹת (yedidot) = lieflijk | מִשְׁכְּנוֹתֶ֗יךָ (mishkenoteikha) = Uw woningen | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | צְבָאֽוֹת (tsevaot) = van de legermachten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁכָּן (mishkan), ‘woning’: het heiligdom, waar Yahweh woont. Zie ook Exod. 25:8–9. Zie ook: Ex 25:8–9; Ps 27:4; Ps 36:9; Ps 43:3; Ps 122:1; Ps 132:5 **84:3** Mijn ziel verlangt en smacht naar de voorhoven van Yahweh. Mijn hart en mijn vlees jubelen tot de levende El. Brontekst: נִכְסְפָ֬ה (nikhsefa) = verlangt | וְגַם (vegam) = en ook | כָּלְתָ֨ה (kaleta) = smacht | נַפְשִׁי֮ (nafshi) = mijn ziel | לְחַצְר֪וֹת (lechatsrot) = naar de voorhoven van | יְה֫וָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | לִבִּ֥י (libi) = mijn hart | וּבְשָׂרִ֑י (uvesari) = en mijn vlees | יְ֝רַנְּנ֗וּ (yeranenu) = jubelen | אֶ֣ל (el) = tot | אֵֽל (el) = El | חָֽי (chay) = levende Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven, de hele persoon. Voetnoot : חֲצֵרוֹת (chatserot), ‘voorhoven’: de ruimte rond het heiligdom. Voetnoot : אֵל חָי (El chai), ‘de levende El’. Zie ook Ps. 42:3. Zie ook: Ps 42:2–3; Ps 42:3; Ps 63:2–3; Ps 73:26; Ps 119:81; Jes 26:9 **84:4** Zelfs de mus vindt een huis, en de zwaluw een nest voor zichzelf, waar zij haar jongen neerlegt. Uw altaren, Yahweh van de legermachten, mijn Koning en mijn Elohim. Brontekst: גַּם (gam) = ook | צִפּ֨וֹר (tsipor) = mus | מָ֪צְאָה (matsea) = vindt | בַ֡יִת (bayit) = huis | וּדְר֤וֹר (uderor) = en zwaluw | קֵ֥ן (qen) = nest | לָהּ֮ (lah) = voor zichzelf | אֲשֶׁר (asher) = waar | שָׁ֪תָה (shata) = zij legt neer | אֶפְרֹ֫חֶ֥יהָ (efrocheiha) = haar jongen | אֶֽת (et) = (obj.) | מִ֭זְבְּחוֹתֶיךָ (mizbechoteikha) = Uw altaren | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | צְבָא֑וֹת (tsevaot) = van de legermachten | מַ֝לְכִּ֗י (malki) = mijn Koning | וֵאלֹהָֽי (velohay) = en mijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צִפּוֹר (tsippor), ‘vogel’, hier de mus; דְּרוֹר (deror), ‘zwaluw’ (onzeker; elders ‘vrije vogel’). Beide vogels vinden een plek bij het heiligdom. De tekst zegt niet of ze echt bij het altaar nestelen of dat het een beeld is; wij vertalen letterlijk. Zie ook: Ps 43:4; Ps 90:1; Ps 91:1; Ps 116:7; Mat 8:20 ### Gelukkig wie in Uw huis wonen **84:5** Gelukkig zijn zij die in Uw huis wonen. Zij blijven U prijzen. Sela. Brontekst: אַ֭שְׁרֵי (ashrei) = gelukkig | יוֹשְׁבֵ֣י (yoshevei) = wie wonen in | בֵיתֶ֑ךָ (beitekha) = Uw huis | ע֝֗וֹד (od) = nog | יְֽהַלְל֥וּךָ (yehallukha) = zij prijzen U | סֶּֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 23:6; Ps 27:4; Ps 65:5; Ps 71:8; Jes 12:4–5 **84:6** Gelukkig de mens wiens kracht in U is, met de gebaande wegen in hun hart. Brontekst: אַשְׁרֵ֣י (ashrei) = gelukkig | אָ֭דָם (adam) = mens | עֽוֹז (oz) = kracht | ל֥וֹ (lo) = voor hem | בָ֑ךְ (bakh) = in U | מְ֝סִלּ֗וֹת (mesilot) = gebaande wegen | בִּלְבָבָֽם (bilvavam) = in hun hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְסִלּוֹת (mesillot), ‘gebaande wegen’: opgehoogde hoofdwegen (vergelijk Jes. 40:3). Het verband (vers 8) wijst op de weg naar Sion. Zie ook: Ps 28:7–8; Ps 40:9; Ps 84:8; Jes 40:3; Zach 10:12; 2 Kor 12:9; Fil 4:13 **84:7** Wie door het Bacha-dal trekt, maakt het tot een bron. Ook bedekt de vroege regen het met zegeningen. Brontekst: עֹבְרֵ֤י (overei) = doortrekkers van | בְּעֵ֣מֶק (beemeq) = in het dal van | הַ֭בָּכָא (habakha) = de Bacha | מַעְיָ֣ן (mayan) = tot bron | יְשִׁית֑וּהוּ (yeshituhu) = zij maken het | גַּם (gam) = ook | בְּ֝רָכ֗וֹת (berakhot) = zegeningen | יַעְטֶ֥ה (yate) = bedekt | מוֹרֶֽה (more) = vroege regen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: הַבָּכָא (habaka), ‘de Bacha’: de ligging van het Bacha-dal is onbekend. Het woord kan een struik zijn (vergelijk de ‘balsemstruiken’ in 2 Sam. 5:23), of het kan verwant zijn aan ‘wenen’ (בָּכָה, bacha): ‘dal van tranen’. Een plaats met deze naam is niet bekend; het kan ook een beeld zijn. Voetnoot Uitleg: מוֹרֶה (moreh), ‘vroege regen’: de regen aan het begin van het regenseizoen, in het najaar. Het woord betekent ook ‘leraar’. Zie ook Joël 2:23. Zie ook: 2 Sam 5:23; Joël 2:23; Joh 16:33; 2 Kor 4:17; Rom 5:3–5; Rom 8:37 **84:8** Zij gaan van kracht naar kracht. Elk van hen verschijnt voor Elohim in Sion. Brontekst: יֵ֭לְכוּ (yelekhu) = zij gaan | מֵחַ֣יִל (mechayil) = van kracht | אֶל (el) = naar | חָ֑יִל (chayil) = kracht | יֵרָאֶ֖ה (yerae) = hij verschijnt | אֶל (el) = voor | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | בְּצִיּֽוֹן (betsiyon) = in Sion Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: חַיִל (chayil), ‘kracht’ (ook ‘leger’, ‘rijkdom’): of ‘van kracht tot kracht’, of ‘van groep tot groep’ van pelgrims. Zie ook Deut. 16:16. Zie ook: Job 17:9; Deut 16:16; Spr 4:18; Jes 40:31; Joh 1:16; 2 Kor 3:18 ### Gebed voor de gezalfde **84:9** Yahweh, Elohim van de legermachten, hoor mijn gebed. Luister, Elohim van Jakob. Sela. Brontekst: יְה֘וָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | צְ֭בָאוֹת (tsevaot) = van de legermachten | שִׁמְעָ֣ה (shima) = hoor | תְפִלָּתִ֑י (tefilati) = mijn gebed | הַאֲזִ֨ינָה (haazina) = luister | אֱלֹהֵ֖י (elohei) = Elohim van | יַעֲקֹ֣ב (yaaqov) = Jakob | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 59:6 **84:10** Zie, Elohim, ons schild, en kijk naar het gezicht van Uw gezalfde. Brontekst: מָ֭גִנֵּנוּ (maginenu) = ons schild | רְאֵ֣ה (ree) = zie | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | וְ֝הַבֵּ֗ט (vehabet) = en kijk | פְּנֵ֣י (penei) = gezicht van | מְשִׁיחֶֽךָ (meshichekha) = Uw gezalfde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָגֵן (magen), ‘schild’. מָשִׁיחַ (mashiach), ‘gezalfde’: de gezalfde koning. Zie ook 1 Sam. 16:13; Ps. 2:2. Zie ook: Gen 15:1; 1 Sam 16:13; Ps 2:2; Ps 84:12; Ps 98:1; 2 Kron 6:42 ### Een dag in Uw voorhoven **84:11** Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend. Ik koos ervoor op de drempel te staan in het huis van mijn Elohim, liever dan te wonen in de tenten van de goddeloze. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | טֽוֹב (tov) = goed | י֥וֹם (yom) = dag | בַּחֲצֵרֶ֗יךָ (bachatsereikha) = in Uw voorhoven | מֵ֫אָ֥לֶף (mealef) = dan duizend | בָּחַ֗רְתִּי (bacharti) = ik koos | הִ֭סְתּוֹפֵף (histofef) = op de drempel te staan | בְּבֵ֣ית (beveit) = in het huis van | אֱלֹהַ֑י (elohay) = mijn Elohim | מִ֝דּ֗וּר (midur) = dan te wonen | בְּאָהֳלֵי (beaholei) = in de tenten van | רֶֽשַׁע (resha) = de goddeloze Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הִסְתּוֹפֵף (histofef), ‘op de drempel staan’ of ‘bij de drempel verblijven’: de plek van een poortwachter of bezoeker. De betekenis is niet helemaal zeker. Zie ook Ps. 27:4. Zie ook: Ps 26:8–10; Ps 27:4; Ps 63:3; Rom 8:5–6; Fil 3:20 **84:12** Want Yahweh Elohim is een zon en een schild. Yahweh geeft gunst en heerlijkheid. Hij onthoudt niets goeds aan wie onberispelijk wandelen. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | שֶׁ֨מֶשׁ (shemesh) = zon | וּמָגֵן֮ (umagen) = en schild | יְהוָ֪ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹ֫הִ֥ים (Elohim) = Elohim | חֵ֣ן (chen) = gunst | וְ֭כָבוֹד (vekhavod) = en heerlijkheid | יִתֵּ֣ן (yiten) = geeft | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | לֹ֥א (lo) = niet | יִמְנַע (yimna) = onthoudt | ט֝֗וֹב (tov) = goed | לַֽהֹלְכִ֥ים (laholekhim) = aan wie wandelen | בְּתָמִֽים (betamim) = onberispelijk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֶׁמֶשׁ (shemesh), ‘zon’: een bron van licht en leven. חֵן (chen), ‘gunst’; כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’; תָּמִים (tamim), ‘onberispelijk’. Zie ook: Ps 34:10–11; Ps 85:13; Spr 2:7; Mat 6:33; Fil 4:19 **84:13** Yahweh van de legermachten, gelukkig de mens die op U vertrouwt. Brontekst: יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | צְבָא֑וֹת (tsevaot) = van de legermachten | אַֽשְׁרֵ֥י (ashrei) = gelukkig | אָ֝דָ֗ם (adam) = mens | בֹּטֵ֥חַ (boteach) = vertrouwend | בָּֽךְ (bakh) = op U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 2:12; Ps 62:9; Jes 30:18; Jes 50:10; Jer 17:7–8 ## Psalmen 85 _Trouw en waarheid ontmoeten elkaar_ **85:1** Voor de koorleider. Van de zonen van Korach. Een psalm. Brontekst: לַמְנַצֵּ֬חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לִבְנֵי (livnei) = van de zonen van | קֹ֬רַח (qorach) = Korach | מִזְמֽוֹר (mizmor) = psalm Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 14:7; Ps 77:8; Joël 4:1; Jer 30:18; Ezech 39:25 ### Yahweh heeft het lot gewend **85:2** Yahweh, U had welgevallen aan Uw land. U hebt het lot van Jakob gewend. Brontekst: רָצִ֣יתָ (ratsita) = U had welgevallen | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אַרְצֶ֑ךָ (artsekha) = aan Uw land | שַׁ֝֗בְתָּ (shavta) = U hebt gewend | שְׁבִ֣ית (shevit) = lot van | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שׁוּב שְׁבוּת (shuv shevut), ‘het lot wenden’: herstel; vaak ook ‘de gevangenen terugbrengen’. Welke terugkeer hier bedoeld is, zegt de tekst niet. Zie ook Jer. 29:14. Voetnoot Lezing: Ketiv: שְׁבוּת (shevut); qere: שְׁבִית (shevit). Beide betekenen ‘lot’ of ‘gevangenschap’. Wij volgen de qere, die in de tekst staat. Zie ook: Ps 14:7; Ps 77:8; Joël 4:1; Jer 29:14; Jer 30:18; Ezech 39:25 **85:3** U hebt de schuld van Uw volk gedragen. U hebt al hun zonde bedekt. Sela. Brontekst: נָ֭שָׂאתָ (nasata) = U hebt gedragen | עֲוֺ֣ן (avon) = schuld van | עַמֶּ֑ךָ (amekha) = Uw volk | כִּסִּ֖יתָ (kisita) = U hebt bedekt | כָל (kal) = al | חַטָּאתָ֣ם (chatatam) = hun zonde | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נָשָׂא עָוֺן (nasa avon), letterlijk ‘schuld dragen’: de schuld wegnemen, vergeven. Zie ook Exod. 34:7; Ps. 32:5. Zie ook: Ex 34:7; Num 14:19; Ps 32:1; Ps 32:5; Mi 7:18; Jer 50:20; Kol 2:13 **85:4** U hebt al Uw woede ingetrokken. U bent teruggekeerd van de gloed van Uw toorn. Brontekst: אָסַ֥פְתָּ (asafta) = U hebt ingetrokken | כָל (kal) = al | עֶבְרָתֶ֑ךָ (evratekha) = Uw woede | הֱ֝שִׁיב֗וֹתָ (heshivota) = U bent teruggekeerd | מֵחֲר֥וֹן (mecharon) = van de gloed van | אַפֶּֽךָ (apekha) = Uw toorn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 13:18; Ps 106:23; Jona 3:9; Jes 6:7; Jes 12:1 ### Breng ons terug **85:5** Breng ons terug, Elohim van onze redding, en breek Uw wrevel tegen ons. Brontekst: שׁ֭וּבֵנוּ (shuvenu) = breng ons terug | אֱלֹהֵ֣י (elohei) = Elohim van | יִשְׁעֵ֑נוּ (yishenu) = onze redding | וְהָפֵ֖ר (vehafer) = en breek | כַּֽעַסְךָ֣ (kaaskha) = Uw wrevel | עִמָּֽנוּ (imanu) = tegen ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:1; Ps 80:4; Ps 80:8; Mi 7:7; Klaagl 5:21 **85:6** Zult U voor eeuwig op ons toornen? Trekt U Uw toorn door van geslacht op geslacht? Brontekst: הַלְעוֹלָ֥ם (halolam) = voor altijd | תֶּֽאֱנַף (teenaf) = zult U toornen | בָּ֑נוּ (banu) = op ons | תִּמְשֹׁ֥ךְ (timshokh) = zult U doortrekken | אַ֝פְּךָ֗ (apekha) = Uw toorn | לְדֹ֣ר (ledor) = van geslacht | וָדֹֽר (vador) = op geslacht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 74:1; Ps 79:5; Ps 80:5; Jes 64:8–11; Openb 18:21–23 **85:7** Zult U niet zelf terugkeren en ons weer leven geven, zodat Uw volk zich in U verheugt? Brontekst: הֲֽלֹא (halo) = niet | אַ֭תָּה (ata) = U | תָּשׁ֣וּב (tashuv) = zult terugkeren | תְּחַיֵּ֑נוּ (techayenu) = geef ons leven | וְ֝עַמְּךָ֗ (veamekha) = en Uw volk | יִשְׂמְחוּ (yismechu) = zal zich verheugen | בָֽךְ (bakh) = in U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 80:19; Ps 90:14; Hos 6:2; Jes 57:15; Hab 3:2 **85:8** Laat ons Uw trouw zien, Yahweh. Geef ons Uw redding. Brontekst: הַרְאֵ֣נוּ (harenu) = laat ons zien | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | חַסְדֶּ֑ךָ (chasdekha) = Uw trouw | וְ֝יֶשְׁעֲךָ֗ (veyeshakha) = en Uw redding | תִּתֶּן (titen) = geef | לָֽנוּ (lanu) = ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. יֶשַׁע (yesha), ‘redding’. Zie ook: Ps 50:23; Ps 91:16; Jer 42:12 ### Ik wil horen wat Yahweh spreekt **85:9** Ik wil horen wat de El, Yahweh, spreekt. Want Hij spreekt vrede tot Zijn volk en tot Zijn getrouwen. Laten zij niet terugkeren tot dwaasheid. Brontekst: אֶשְׁמְעָ֗ה (eshmea) = ik wil horen | מַה (ma) = wat | יְדַבֵּר֮ (yedaber) = spreekt | הָאֵ֪ל (hael) = de El | יְה֫וָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֤י (ki) = want | יְדַבֵּ֬ר (yedaber) = Hij spreekt | שָׁל֗וֹם (shalom) = vrede | אֶל (el) = tot | עַמּ֥וֹ (amo) = Zijn volk | וְאֶל (veel) = en tot | חֲסִידָ֑יו (chasidav) = Zijn getrouwen | וְֽאַל (veal) = en laten niet | יָשׁ֥וּבוּ (yashuvu) = zij terugkeren | לְכִסְלָֽה (lekhisla) = tot dwaasheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲסִידִים (chasidim), ‘getrouwen’: wie in verbondstrouw (chesed) leeft. כִּסְלָה (kislah), ‘dwaasheid’. Voetnoot : Het gaat hier om een weergave van wat Yahweh zegt, geen woordelijke aanhaling. Daarom staat het niet in rood. Zie ook: Ps 29:11; Hab 2:1; Zach 9:10; Joh 14:27; Openb 3:19 **85:10** Zijn redding is zeker nabij voor wie Hem vrezen, zodat de heerlijkheid in ons land woont. Brontekst: אַ֤ךְ (akh) = zeker | קָר֣וֹב (qarov) = nabij | לִירֵאָ֣יו (lireav) = voor wie Hem vrezen | יִשְׁע֑וֹ (yisho) = Zijn redding | לִשְׁכֹּ֖ן (lishkon) = om te wonen | כָּב֣וֹד (kavod) = heerlijkheid | בְּאַרְצֵֽנוּ (beartsenu) = in ons land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 24:4–5; Jes 46:13; Zach 2:9; Zach 2:12; Joh 7:17 ### Trouw en waarheid ontmoeten elkaar **85:11** Trouw en waarheid ontmoeten elkaar. Gerechtigheid en vrede kussen elkaar. Brontekst: חֶֽסֶד (chesed) = trouw | וֶאֱמֶ֥ת (veemet) = en waarheid | נִפְגָּ֑שׁוּ (nifgashu) = ontmoeten elkaar | צֶ֖דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | וְשָׁל֣וֹם (veshalom) = en vrede | נָשָֽׁקוּ (nashaqu) = kussen elkaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד וֶאֱמֶת (chesed ve’emet), ‘trouw en waarheid’: een vast paar, dat hier als twee personen elkaar ontmoet. Zie ook Exod. 34:6; Ps. 89:15. Zie ook: Ex 34:6; Ps 89:15; Ps 100:5; Spr 3:3; Jes 32:16–18; Joh 1:17 **85:12** Waarheid ontspruit uit de aarde, en gerechtigheid kijkt neer uit de hemel. Brontekst: אֱ֭מֶת (emet) = waarheid | מֵאֶ֣רֶץ (meerets) = uit de aarde | תִּצְמָ֑ח (titsmach) = ontspruit | וְ֝צֶ֗דֶק (vetsedeq) = en gerechtigheid | מִשָּׁמַ֥יִם (mishamayim) = uit de hemel | נִשְׁקָֽף (nishqaf) = kijkt neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 42:21; Jes 45:8; Mat 17:5; Joh 14:6; 1 Joh 5:20–21 **85:13** Ook Yahweh geeft het goede, en ons land geeft zijn opbrengst. Brontekst: גַּם (gam) = ook | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | יִתֵּ֣ן (yiten) = geeft | הַטּ֑וֹב (hatov) = het goede | וְ֝אַרְצֵ֗נוּ (veartsenu) = en ons land | תִּתֵּ֥ן (titen) = geeft | יְבוּלָֽהּ (yevulah) = zijn opbrengst Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Lev 26:4; Ps 67:7; Ps 84:12; Jes 30:23–24; Jak 1:17 **85:14** Gerechtigheid gaat voor Hem uit en zet Zijn voetstappen op de weg. Brontekst: צֶ֭דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | לְפָנָ֣יו (lefanav) = voor Hem | יְהַלֵּ֑ךְ (yehalekh) = gaat | וְיָשֵׂ֖ם (veyasem) = en zet | לְדֶ֣רֶךְ (lederekh) = op de weg | פְּעָמָֽיו (peamav) = Zijn voetstappen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: וְיָשֵׂם לְדֶרֶךְ פְּעָמָיו (veyasem lederech peamav) kan betekenen ‘en zet Zijn voetstappen op de weg’ of ‘en maakt van Zijn voetstappen een weg’. Wij kiezen de eerste lezing. Zie ook: Ps 89:15; Joh 13:34; Gal 2:20; 1 Petr 4:1; 1 Joh 2:6 ## Psalmen 86 _U bent goed en vergevensgezind_ ### Een gebed van David **86:1** Een gebed van David. Neig Uw oor, Yahweh, en antwoord mij, want ik ben ellendig en arm. Brontekst: תְּפִלָּ֗ה (tefila) = gebed | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | הַטֵּֽה (hate) = neig | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אָזְנְךָ֣ (azenekha) = Uw oor | עֲנֵ֑נִי (aneni) = antwoord mij | כִּֽי (ki) = want | עָנִ֖י (ani) = ellendig | וְאֶבְי֣וֹן (veevyon) = en arm | אָֽנִי (ani) = ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּפִלָּה (tefillah), ‘gebed’: als opschrift zegt het hoe de psalm bedoeld is. Wat het als soort psalm betekent, is onzeker. Voetnoot : עָנִי וְאֶבְיוֹן (ani veevyon), ‘ellendig en arm’: zie ook Ps. 40:18; 109:22. Zie ook: Ps 31:3; Ps 34:7; Ps 40:18; Ps 109:22; Dan 9:18; Mat 5:3 **86:2** Bewaar mijn ziel, want ik ben getrouw. Red Uw dienaar, U, mijn Elohim, die op U vertrouwt. Brontekst: שָֽׁמְרָ֣ה (shamera) = bewaar | נַפְשִׁי֮ (nafshi) = mijn ziel | כִּֽי (ki) = want | חָסִ֪יד (chasid) = getrouwe | אָ֥נִי (ani) = ik | הוֹשַׁ֣ע (hosha) = red | עַ֭בְדְּךָ (avdekha) = Uw dienaar | אַתָּ֣ה (ata) = U | אֱלֹהַ֑י (elohay) = mijn Elohim | הַבּוֹטֵ֥חַ (haboteach) = die vertrouwt | אֵלֶֽיךָ (eleikha) = op U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven, de hele persoon. Voetnoot : חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: wie in verbondstrouw (chesed) leeft. Zie ook: Ps 4:4; Ps 13:6; Ps 25:2; Ps 119:94; Joh 17:11 **86:3** Wees mij genadig, mijn Heer, want tot U roep ik de hele dag. Brontekst: חָנֵּ֥נִי (chaneni) = wees genadig voor mij | אֲדֹנָ֑י (adonay) = mijn Heer | כִּ֥י (ki) = want | אֵלֶ֥יךָ (eleikha) = tot U | אֶ֝קְרָ֗א (eqra) = ik roep | כָּל (kal) = heel | הַיּֽוֹם (hayom) = de dag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: zo spreekt de dichter Yahweh aan. Het woord komt in deze psalm zeven keer voor (verzen 3, 4, 5, 8, 9, 12 en 15). Voetnoot : חָנַן (chanan), ‘genadig zijn’. Zie ook: Ps 4:2; Ps 25:5; Ps 57:2; Ps 88:10; Ef 6:18 **86:4** Verblijd de ziel van Uw dienaar, want tot U, mijn Heer, hef ik mijn ziel op. Brontekst: שַׂ֭מֵּחַ (sameach) = verblijd | נֶ֣פֶשׁ (nefesh) = de ziel van | עַבְדֶּ֑ךָ (avdekha) = Uw dienaar | כִּ֥י (ki) = want | אֵלֶ֥יךָ (eleikha) = tot U | אֲ֝דֹנָ֗י (adonay) = mijn Heer | נַפְשִׁ֥י (nafshi) = mijn ziel | אֶשָּֽׂא (esa) = ik hef op Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:1; Ps 51:14; Ps 143:8; Jes 61:3; Jes 66:13–14 ### U bent goed en vergevensgezind **86:5** Want U, mijn Heer, bent goed en vergevensgezind, rijk aan trouw voor allen die U aanroepen. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֣ה (ata) = U | אֲ֭דֹנָי (adonay) = mijn Heer | ט֣וֹב (tov) = goed | וְסַלָּ֑ח (vesalach) = en vergevend | וְרַב (verav) = en rijk aan | חֶ֝֗סֶד (chesed) = trouw | לְכָל (lekhal) = voor allen | קֹרְאֶֽיךָ (qoreeikha) = die U aanroepen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Voetnoot : סַלָּח (sallach), ‘vergevensgezind’: iemand die graag vergeeft. Zie ook: Ex 34:6; Ps 103:8; Ps 145:8–9; Joël 2:13; Neh 9:17 **86:6** Luister, Yahweh, naar mijn gebed. Let op de stem van mijn smeekbeden. Brontekst: הַאֲזִ֣ינָה (haazina) = luister | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | תְּפִלָּתִ֑י (tefilati) = naar mijn gebed | וְ֝הַקְשִׁ֗יבָה (vehaqshiva) = en let op | בְּק֣וֹל (beqol) = de stem van | תַּחֲנוּנוֹתָֽי (tachanunotay) = mijn smeekbeden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 5:2–3; Ps 17:1; Ps 55:2; Ps 130:2 **86:7** Op de dag van mijn nood roep ik U aan, want U antwoordt mij. Brontekst: בְּי֣וֹם (beyom) = op de dag van | צָ֭רָתִ֥י (tsarati) = mijn nood | אֶקְרָאֶ֗ךָּ (eqraeka) = ik roep U aan | כִּ֣י (ki) = want | תַעֲנֵֽנִי (taaneni) = U antwoordt mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:6; Ps 34:5–7; Ps 50:15; Jona 2:3; Heb 5:7 ### Er is niemand als U **86:8** Er is niemand als U onder de goden, mijn Heer, en niets is als Uw werken. Brontekst: אֵין (ein) = er is niet | כָּמ֖וֹךָ (kamokha) = zoals U | בָאֱלֹהִ֥ים (baelohim) = onder de goden | אֲדֹנָ֗י (adonay) = mijn Heer | וְאֵ֣ין (veein) = en er is niet | כְּֽמַעֲשֶֽׂיךָ (kemaaseikha) = zoals Uw werken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָאֱלֹהִים (ba-Elohim), ‘onder de goden’: de goden van de volken. Vergelijk Exod. 15:11 en Ps. 82:1. Zie ook: Ex 15:11; Deut 3:24; Ps 82:1; Ps 89:7; Ps 89:9; Dan 3:29 **86:9** Alle volken die U gemaakt hebt, zullen komen en zich voor U neerbuigen, mijn Heer. Zij zullen Uw naam eren. Brontekst: כָּל (kal) = alle | גּוֹיִ֤ם (goyim) = volken | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | עָשִׂ֗יתָ (asita) = U gemaakt hebt | יָב֤וֹאוּ (yavou) = zullen komen | וְיִשְׁתַּחֲו֣וּ (veyishtachavu) = en zich neerbuigen | לְפָנֶ֣יךָ (lefaneikha) = voor U | אֲדֹנָ֑י (adonay) = mijn Heer | וִֽיכַבְּד֣וּ (vikhabedu) = en zullen eren | לִשְׁמֶֽךָ (lishmekha) = Uw naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 66:4; Ps 102:16; Jes 2:2–4; Jes 66:23; Openb 15:4 **86:10** Want U bent groot en doet wonderen. U alleen bent Elohim. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | גָד֣וֹל (gadol) = groot | אַ֭תָּה (ata) = U | וְעֹשֵׂ֣ה (veose) = en doend | נִפְלָא֑וֹת (niflaot) = wonderen | אַתָּ֖ה (ata) = U | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = Elohim | לְבַדֶּֽךָ (levadekha) = U alleen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:11; Ps 72:18; Jes 37:16; Mar 12:29; 1 Kor 8:4 ### Leer mij Uw weg **86:11** Leer mij Uw weg, Yahweh; ik zal wandelen in Uw waarheid. Verenig mijn hart, om Uw naam te vrezen. Brontekst: ה֘וֹרֵ֤נִי (horeni) = leer mij | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | דַּרְכֶּ֗ךָ (darkekha) = Uw weg | אֲהַלֵּ֥ךְ (ahalekh) = ik zal wandelen | בַּאֲמִתֶּ֑ךָ (baamitekha) = in Uw waarheid | יַחֵ֥ד (yached) = verenig | לְ֝בָבִ֗י (levavi) = mijn hart | לְיִרְאָ֥ה (leyira) = om te vrezen | שְׁמֶֽךָ (shemekha) = Uw naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יַחֵד לְבָבִי (yached levavi), ‘verenig mijn hart’: een ongedeeld hart. Zie ook Jer. 32:39. Zie ook: Ps 5:9; Ps 25:4–5; Ps 119:33; Ps 143:8–10; Jer 32:38–39; Jer 32:39 **86:12** Ik wil U danken, mijn Heer, mijn Elohim, met heel mijn hart, en Uw naam eren voor eeuwig. Brontekst: אוֹדְךָ֤ (odekha) = ik wil danken | אֲדֹנָ֣י (adonay) = mijn Heer | אֱ֭לֹהַי (elohay) = mijn Elohim | בְּכָל (bekhal) = met heel | לְבָבִ֑י (levavi) = mijn hart | וַאֲכַבְּדָ֖ה (vaakhabeda) = en ik zal eren | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | לְעוֹלָֽם (leolam) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 6:5; Ps 146:1–2; Jes 12:1; Rom 15:6; Openb 19:5–6 **86:13** Want Uw trouw is groot over mij. U hebt mijn ziel bevrijd uit de laagste Sjeol. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | חַ֭סְדְּךָ (chasdekha) = Uw trouw | גָּד֣וֹל (gadol) = groot | עָלָ֑י (alay) = over mij | וְהִצַּ֥לְתָּ (vehitsalta) = en U hebt bevrijd | נַ֝פְשִׁ֗י (nafshi) = mijn ziel | מִשְּׁא֥וֹל (misheol) = uit Sjeol | תַּחְתִּיָּֽה (tachtiya) = de laagste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל תַּחְתִּיָּה (she’ol tachtiyyah), ‘de laagste Sjeol’: Sjeol is de plaats van de doden. Zie ook Deut. 32:22. Zie ook: Deut 32:22; Ps 56:14; Ps 57:11; Ps 103:8–12; Ps 116:8; Luc 1:58 ### Overmoedigen staan tegen mij op **86:14** Elohim, overmoedigen zijn tegen mij opgestaan, en een bende van geweldenaars zoekt mijn ziel. Zij hebben U niet voor ogen. Brontekst: אֱלֹהִ֤ים (Elohim) = Elohim | זֵ֘דִ֤ים (zedim) = overmoedigen | קָֽמוּ (qamu) = zijn opgestaan | עָלַ֗י (alay) = tegen mij | וַעֲדַ֣ת (vaadat) = en bende van | עָ֭רִיצִים (aritsim) = geweldenaars | בִּקְשׁ֣וּ (biqshu) = zoeken | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | וְלֹ֖א (velo) = en niet | שָׂמ֣וּךָ (samukha) = zij hebben U gesteld | לְנֶגְדָּֽם (lenegdam) = voor zich Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲדַת עָרִיצִים (adat aritsim), ‘een bende van geweldenaars’: עֵדָה (edah) is elders ‘gemeenschap’, in Ps. 82:1 ‘raad’; hier gaat het om een rovershoop. Zie ook: Ps 14:4; Ps 36:2; Ps 54:5; Ps 82:1; Mat 26:3–4; Mat 27:1–2 **86:15** Maar U, mijn Heer, bent een El, barmhartig en genadig, langzaam tot toorn, rijk aan trouw en waarheid. Brontekst: וְאַתָּ֣ה (veata) = maar U | אֲ֭דֹנָי (adonay) = mijn Heer | אֵל (el) = El | רַח֣וּם (rachum) = barmhartig | וְחַנּ֑וּן (vechanun) = en genadig | אֶ֥רֶךְ (erekh) = langzaam van | אַ֝פַּ֗יִם (apayim) = toorn | וְרַב (verav) = en rijk aan | חֶ֥סֶד (chesed) = trouw | וֶאֱמֶֽת (veemet) = en waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers herhaalt de woorden van Yahweh over Zichzelf in Exod. 34:6. Zie ook Num. 14:18; Ps. 103:8; Joël 2:13. Zie ook: Ex 34:6; Num 14:18; Ps 103:8; Ps 130:7; Ps 145:8; Joël 2:13; Ef 1:7; Ef 2:4–7 **86:16** Wend U tot mij en wees mij genadig. Geef Uw sterkte aan Uw dienaar en red de zoon van Uw dienares. Brontekst: פְּנֵ֥ה (pene) = wend U | אֵלַ֗י (elay) = tot mij | וְחָ֫נֵּ֥נִי (vechaneni) = en wees genadig voor mij | תְּנָֽה (tena) = geef | עֻזְּךָ֥ (uzekha) = Uw sterkte | לְעַבְדֶּ֑ךָ (leavdekha) = aan Uw dienaar | וְ֝הוֹשִׁ֗יעָה (vehoshia) = en red | לְבֶן (leven) = de zoon van | אֲמָתֶֽךָ (amatekha) = Uw dienares Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בֶּן־אֲמָתֶךָ (ben amatecha), ‘zoon van Uw dienares’: iemand die in het huis geboren is. Zie ook Ps. 116:16. Zie ook: Ps 25:16; Ps 116:16; Jes 40:29–31; Ef 6:10; Fil 4:13 **86:17** Doe een teken ten goede voor mij. Dan zien wie mij haten het en worden zij beschaamd, omdat U, Yahweh, mij geholpen en getroost hebt. Brontekst: עֲשֵֽׂה (ase) = doe | עִמִּ֥י (imi) = met mij | א֗וֹת (ot) = teken | לְט֫וֹבָ֥ה (letova) = ten goede | וְיִרְא֣וּ (veyiru) = en zullen zien | שֹׂנְאַ֣י (soneay) = wie mij haten | וְיֵבֹ֑שׁוּ (veyevoshu) = en zullen beschaamd worden | כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֥ה (ata) = U | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | עֲזַרְתַּ֥נִי (azartani) = hebt geholpen mij | וְנִחַמְתָּֽנִי (venichamtani) = en getroost mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אוֹת לְטוֹבָה (ot letovah), ‘een teken ten goede’: een zichtbaar bewijs van Yahweh’s hulp. Zie ook: Re 6:17; Ps 41:11–12; Ps 71:9–13; Ps 71:20–21; Mi 7:8–10 ## Psalmen 87 _Allen zijn in Sion geboren_ ### De stad van Elohim **87:1** Van de zonen van Korach. Een psalm, een lied. Zijn grondvesting is op de heilige bergen. Brontekst: לִבְנֵי (livnei) = van de zonen van | קֹ֭רַח (qorach) = Korach | מִזְמ֣וֹר (mizmor) = psalm | שִׁ֑יר (shir) = lied | יְ֝סוּדָת֗וֹ (yesudato) = Zijn grondvesting | בְּהַרְרֵי (beharrei) = op de bergen van | קֹֽדֶשׁ (qodesh) = heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Zijn grondvesting’: Yahweh heeft de stad gegrondvest (vers 2 noemt de poorten van Sion). ‘De heilige bergen’ zijn de bergen van Jeruzalem. Zie ook Ps. 48:2–3; 125:2. Zie ook: Ps 48:2–3; Ps 87:2; Ps 125:2; Jes 2:2–3; Jes 28:16; Jes 56:7; Mat 16:18; Ef 2:20–22 **87:2** Yahweh houdt van de poorten van Sion, meer dan van alle woningen van Jakob. Brontekst: אֹהֵ֣ב (ohev) = houdend van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | שַׁעֲרֵ֣י (shaarei) = poorten van | צִיּ֑וֹן (tsiyon) = Sion | מִ֝כֹּ֗ל (mikol) = meer dan alle | מִשְׁכְּנ֥וֹת (mishkenot) = woningen van | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Deut 12:5; Ps 78:67–69; Ps 132:13–14; 2 Kron 6:6; Jes 14:32 **87:3** Roemrijke dingen worden over jou gesproken, stad van Elohim. Sela. Brontekst: נִ֭כְבָּדוֹת (nikhbadot) = roemrijke dingen | מְדֻבָּ֣ר (medubar) = wordt gesproken | בָּ֑ךְ (bakh) = over jou | עִ֖יר (ir) = stad van | הָאֱלֹהִ֣ים (haElohim) = Elohim | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִיר הָאֱלֹהִים (ir ha-Elohim), ‘stad van Elohim’: Sion, Jeruzalem. Zie ook Ps. 46:5; 48:2. Zie ook: Ps 46:5; Ps 48:2; Ps 48:3–4; Ezech 36:11–38; Ezech 37:27–28; Heb 12:22–23; Openb 21:10–27 **87:4** Ik noem Rahab en Babel bij wie Mij kennen. Zie, Filistea en Tyrus, met Kush: „Deze is daar geboren.” Brontekst: אַזְכִּ֤יר (azkir) = ik noem | רַ֥הַב (rahav) = Rahab | וּבָבֶ֗ל (uvavel) = en Babel | לְֽיֹ֫דְעָ֥י (leyodeay) = bij wie Mij kennen | הִנֵּ֤ה (hine) = zie | פְלֶ֣שֶׁת (peleshet) = Filistea | וְצ֣וֹר (vetsor) = en Tyrus | עִם (im) = met | כּ֑וּשׁ (kush) = Kush | זֶ֝֗ה (ze) = deze | יֻלַּד (yulad) = is geboren | שָֽׁם (sham) = daar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod. Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon. Zie Kush: Kush was het gebied ten zuiden van Egypte, Nubië, het huidige Noord-Soedan. Voetnoot Uitleg: רַהַב (Rahab) is een dichterlijke naam voor Egypte, geen plaatsnaam. Zie ook Ps. 89:11; Jes. 30:7. Babel, Filistea, Tyrus en Kush staan voor volken in de wijde wereld. Voetnoot : De spreker is niet aangegeven. Het ligt voor de hand dat Yahweh zelf spreekt, maar vers 6 noemt Hem in de derde persoon. Wij zetten de tekst daarom niet in rood. Voetnoot : שָׁם (sham), ‘daar’: de verzen 5–6 maken duidelijk dat dit Sion is. Zie ook: Job 9:13; Ps 45:13; Ps 68:32; Ps 87:6; Ps 89:11; Jes 19:23–25; Jes 30:7 **87:5** Maar over Sion wordt gezegd: „Man en man is in haar geboren.” Hij zelf, de Allerhoogste, zal haar vestigen. Brontekst: וּֽלֲצִיּ֨וֹן (ulatsiyon) = en over Sion | יֵאָמַ֗ר (yeamar) = wordt gezegd | אִ֣ישׁ (ish) = man | וְ֭אִישׁ (veish) = en man | יֻלַּד (yulad) = is geboren | בָּ֑הּ (bah) = in haar | וְה֖וּא (vehu) = en Hij | יְכוֹנְנֶ֣הָ (yekhoneneha) = zal haar vestigen | עֶלְיֽוֹן (elyon) = de Allerhoogste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: אִישׁ וְאִישׁ (ish ve’ish), ‘man en man’: ieder afzonderlijk, of ‘de een en de ander’. Zie ook: Ezech 48:35; Joh 1:12–14; Gal 3:26–28; Rom 8:31; 1 Petr 1:23–24 **87:6** Yahweh telt, wanneer Hij de volken optekent: „Deze is daar geboren.” Sela. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | יִ֭סְפֹּר (yispor) = telt | בִּכְת֣וֹב (bikhtov) = bij het optekenen van | עַמִּ֑ים (amim) = volken | זֶ֖ה (ze) = deze | יֻלַּד (yulad) = is geboren | שָׁ֣ם (sham) = daar | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּכְתוֹב עַמִּים (bichtov ammim), ‘bij het optekenen van volken’: Yahweh schrijft de volken in een register in. Zie ook Exod. 32:32; Ps. 69:29. Zie ook: Ex 32:32; Ps 69:29; Jes 4:3; Ezech 13:9; Luc 10:20; Openb 20:15 **87:7** Zangers en ook dansers: „Al mijn bronnen zijn in jou.” Brontekst: וְשָׁרִ֥ים (vesharim) = en zangers | כְּחֹלְלִ֑ים (kecholelim) = als dansers | כָּֽל (kal) = al | מַעְיָנַ֥י (mayanay) = mijn bronnen | בָּֽךְ (bakh) = in jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֹלְלִים (cholelim): ‘dansers’ (van חוּל, chul) of ‘fluitspelers’ (van חָלִיל, chalil). De betekenis is onzeker. Voetnoot : מַעְיָנַי (mayanai), ‘mijn bronnen’: bronnen van vreugde of leven; onzeker. In het Hebreeuws staat geen werkwoord als ‘zeggen’; wij laten de dubbele punt dat opvangen. Zie ook Ps. 36:10. Zie ook: Ps 36:10; Jes 12:3; Joh 1:16; Joh 4:14; Openb 22:17 ## Psalmen 88 _Een klaaglied uit de diepte van de Sjeol_ ### Opschrift **88:1** Een lied, een psalm van de zonen van Korach. Voor de koorleider, op Machalat, om te antwoorden. Een Maskil van Heman, de Ezrachiet. Brontekst: שִׁ֥יר (shir) = een lied | מִזְמ֗וֹר (mizmor) = een psalm | לִבְנֵ֫י (livnei) = van de zonen van | קֹ֥רַח (qorach) = Korach | לַמְנַצֵּ֣חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | עַל (al) = op | מָחֲלַ֣ת (machalat) = Machalat | לְעַנּ֑וֹת (leanot) = om te antwoorden | מַ֝שְׂכִּ֗יל (maskil) = Maskil | לְהֵימָ֥ן (leheiman) = van Heman | הָאֶזְרָחִֽי (haezrachi) = de Ezrachiet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : מַחֲלַת לְעַנּוֹת (machalat le’annot): waarschijnlijk een aanwijzing voor een melodie of manier van zingen. De betekenis is onzeker; mogelijk ‘ziekte’ en ‘om te antwoorden’ of ‘om te kreunen’. Wij laten het woord staan als naam. Voetnoot : מַשְׂכִּיל (maskil): betekenis onzeker; waarschijnlijk een leerdicht of kunstig lied. Voetnoot : Heman de Ezrachiet wordt ook genoemd in 1 Kon. 5:11 en 1 Kron. 2:6. De zonen van Korach waren levieten die in de tempel zongen (1 Kron. 6:16–22). Zie ook: Gen 49:18; 1 Kron 2:6; 1 Kron 6:16–22; Ps 22:3; Ps 86:3; 1 Kon 5:11; Jes 12:2; Luc 18:7 ### Gebed uit de nood **88:2** Yahweh, Elohim van mijn redding, bij dag roep ik om hulp, en ’s nachts ben ik voor U. Brontekst: יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֣י (elohei) = Elohim van | יְשׁוּעָתִ֑י (yeshuati) = mijn redding | יוֹם (yom) = bij dag | צָעַ֖קְתִּי (tsaaqti) = ik roep om hulp | בַלַּ֣יְלָה (balayla) = in de nacht | נֶגְדֶּֽךָ (negdekha) = voor U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 49:18; Ps 22:3; Ps 86:3; Jes 12:2; Luc 18:7 **88:3** Laat mijn gebed voor U komen. Neig Uw oor naar mijn luide roep. Brontekst: תָּב֣וֹא (tavo) = laat komen | לְ֭פָנֶיךָ (lefaneikha) = voor U | תְּפִלָּתִ֑י (tefilati) = mijn gebed | הַטֵּֽה (hate) = neig | אָ֝זְנְךָ֗ (azenekha) = Uw oor | לְרִנָּתִֽי (lerinati) = naar mijn luide roep Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:3; Ps 79:11; Ps 141:1–2; 1 Kon 8:31; Klaagl 3:8 ### Dicht bij de Sjeol **88:4** Want mijn ziel is vol van rampen, en mijn leven is bij de Sjeol aangekomen. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | שָֽׂבְעָ֣ה (savea) = is vol | בְרָע֣וֹת (beraot) = van rampen | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | וְחַיַּ֗י (vechayay) = en mijn leven | לִשְׁא֥וֹל (lishol) = tot de Sjeol | הִגִּֽיעוּ (higiu) = is aangekomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier het leven van de persoon zelf. Zie ook: Ps 77:3; Ps 107:18; Jes 53:10–11; Klaagl 3:15–19; Mar 14:33–34 **88:5** Ik word gerekend bij hen die in de kuil neerdalen. Ik ben als een man zonder kracht. Brontekst: נֶ֭חְשַׁבְתִּי (nechshavti) = ik word gerekend | עִם (im) = bij | י֣וֹרְדֵי (yoredei) = die neerdalen naar | ב֑וֹר (bor) = de kuil | הָ֝יִ֗יתִי (hayiti) = ik ben | כְּגֶ֣בֶר (kegever) = als een man | אֵֽין (ein) = er is geen | אֱיָֽל (eyal) = kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 28:1; Ps 31:13; Ps 143:7; Jes 38:17–18; 2 Kor 1:9 **88:6** Onder de doden ben ik vrij, als de verslagenen die in het graf liggen. U denkt niet meer aan hen, want zij zijn van Uw hand afgesneden. Brontekst: בַּמֵּתִ֗ים (bametim) = onder de doden | חָ֫פְשִׁ֥י (chafeshi) = vrij | כְּמ֤וֹ (kemo) = als | חֲלָלִ֨ים (chalalim) = verslagenen | שֹׁ֥כְבֵי (shokhevei) = liggend | קֶ֗בֶר (qever) = in het graf | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | לֹ֣א (lo) = niet | זְכַרְתָּ֣ם (zekhartam) = U hebt gedacht aan hen | ע֑וֹד (od) = meer | וְ֝הֵ֗מָּה (vehema) = en zij | מִיָּדְךָ֥ (miyadekha) = van Uw hand | נִגְזָֽרוּ (nigzaru) = zijn afgesneden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חָפְשִׁי (chofshi), ‘vrij’: de gestorvene is vrij van alle plichten en ook van de zorg van Yahweh. Het is een bittere uitdrukking: vrij, maar afgesneden. Zie ook: Ps 31:23; Ps 136:23; Jes 14:9–12; Jes 38:10–12; Jes 53:8 **88:7** U hebt mij in de kuil gelegd, in de diepste plaatsen, in duistere plaatsen, in de diepten. Brontekst: שַׁ֭תַּנִי (shatani) = U hebt mij gelegd | בְּב֣וֹר (bevor) = in de kuil | תַּחְתִּיּ֑וֹת (tachtiyot) = de diepste plaatsen | בְּ֝מַחֲשַׁכִּ֗ים (bemachashakim) = in duistere plaatsen | בִּמְצֹלֽוֹת (bimtsolot) = in de diepten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:3; Ps 69:16; Ps 86:13; Ps 143:3; Klaagl 3:2 **88:8** Uw woede ligt zwaar op mij, en met al Uw golven hebt U mij neergedrukt. Sela. Brontekst: עָ֭לַי (alay) = op mij | סָמְכָ֣ה (samekha) = ligt zwaar | חֲמָתֶ֑ךָ (chamatekha) = Uw woede | וְכָל (vekhal) = en met al | מִ֝שְׁבָּרֶ֗יךָ (mishbareikha) = Uw golven | עִנִּ֥יתָ (inita) = hebt U mij neergedrukt | סֶּֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze; de betekenis is onzeker. Zie ook: Job 6:4; Ps 42:8; Rom 2:5–9; 1 Petr 2:24; Openb 6:16–17 ### Opgesloten en verlaten **88:9** U hebt mijn bekenden van mij verwijderd. U hebt mij voor hen tot een gruwel gemaakt. Ik zit opgesloten en kan niet naar buiten. Brontekst: הִרְחַ֥קְתָּ (hirchaqta) = U hebt verwijderd | מְיֻדָּעַ֗י (meyudaay) = mijn bekenden | מִ֫מֶּ֥נִּי (mimeni) = van mij | שַׁתַּ֣נִי (shatani) = U hebt mij gemaakt | תוֹעֵב֣וֹת (toevot) = tot gruwelen | לָ֑מוֹ (lamo) = voor hen | כָּ֝לֻ֗א (kalu) = opgesloten | וְלֹ֣א (velo) = en niet | אֵצֵֽא (etse) = kan ik naar buiten gaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 19:13–19; Job 30:10; Ps 31:12; Jes 49:7; Zach 11:8 **88:10** Mijn oog kwijnt weg door ellende. Ik roep U aan, Yahweh, elke dag; ik spreid mijn handen naar U uit. Brontekst: עֵינִ֥י (eini) = mijn oog | דָאֲבָ֗ה (daava) = kwijnt weg | מִנִּ֫י (mini) = door | עֹ֥נִי (oni) = ellende | קְרָאתִ֣יךָ (qeratikha) = ik roep U aan | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּכָל (bekhal) = elke | י֑וֹם (yom) = dag | שִׁטַּ֖חְתִּי (shitachti) = ik spreid uit | אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = naar U | כַפָּֽי (kapay) = mijn handen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het spreiden van de handen is de houding van het gebed. Zie ook Ps. 143:6. Zie ook: Job 11:13; Ps 38:11; Ps 42:4; Ps 86:3; Ps 143:6 ### Wat heeft de dood aan Uw wonderen? **88:11** Doet U voor de doden een wonder? Of staan de schimmen op om U te danken? Sela. Brontekst: הֲלַמֵּתִ֥ים (halametim) = voor de doden | תַּעֲשֶׂה (taase) = doet U | פֶּ֑לֶא (pele) = een wonder | אִם (im) = of | רְ֝פָאִ֗ים (refaim) = schimmen | יָק֤וּמוּ (yaqumu) = staan op | יוֹד֬וּךָ (yodukha) = danken U | סֶּֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רְפָאִים (refa’im), ‘schimmen’: de doden in het dodenrijk. Zie ook Job 26:5 en Jes. 26:14. Zie ook: Job 26:5; Ps 6:6; Ps 30:10; Jes 26:14; Jes 26:19; Jes 38:18–19; 1 Kor 15:52–57 **88:12** Wordt in het graf Uw trouw verteld, Uw betrouwbaarheid in de Afgrond? Brontekst: הַיְסֻפַּ֣ר (haysupar) = wordt verteld | בַּקֶּ֣בֶר (baqever) = in het graf | חַסְדֶּ֑ךָ (chasdekha) = Uw trouw | אֱ֝מֽוּנָתְךָ֗ (emunatekha) = Uw betrouwbaarheid | בָּאֲבַדּֽוֹן (baavadon) = in de Afgrond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲבַדּוֹן (Avaddon), ‘de Afgrond’ of ‘Verderf’: een andere naam voor het dodenrijk. Zo ook in Job 26:6. Zie ook: Job 26:6; Ps 55:24; Spr 15:11; Mat 7:13; Rom 9:22; 2 Petr 2:1 **88:13** Wordt Uw wonder in de duisternis gekend, en Uw gerechtigheid in het land van de vergetelheid? Brontekst: הֲיִוָּדַ֣ע (hayivada) = wordt gekend | בַּחֹ֣שֶׁךְ (bachoshekh) = in de duisternis | פִּלְאֶ֑ךָ (pilekha) = Uw wonder | וְ֝צִדְקָתְךָ֗ (vetsidqatekha) = en Uw gerechtigheid | בְּאֶ֣רֶץ (beerets) = in het land van | נְשִׁיָּֽה (neshiya) = de vergetelheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֶרֶץ נְשִׁיָּה (erets neshiyyah), ‘land van de vergetelheid’: het dodenrijk, waar men Yahweh niet meer gedenkt. Vergelijk Ps. 6:6 en Ps. 115:17. Zie ook: Job 10:21–22; Ps 6:6; Ps 31:13; Ps 115:17; Ps 143:3; Pred 9:5; Mat 8:12 ### Waarom verbergt U Zich? **88:14** Maar ik roep tot U om hulp, Yahweh; in de morgen komt mijn gebed U tegemoet. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = tot U | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | שִׁוַּ֑עְתִּי (shivati) = roep ik om hulp | וּ֝בַבֹּ֗קֶר (uvaboqer) = en in de morgen | תְּֽפִלָּתִ֥י (tefilati) = mijn gebed | תְקַדְּמֶֽךָּ (teqademeka) = komt U tegemoet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 5:4; Ps 30:3; Ps 119:147–148; Mar 1:35 **88:15** Waarom, Yahweh, verwerpt U mijn ziel? Waarom verbergt U Uw aangezicht voor mij? Brontekst: לָמָ֣ה (lama) = waarom | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | תִּזְנַ֣ח (tiznach) = verwerpt U | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | תַּסְתִּ֖יר (tastir) = verbergt U | פָּנֶ֣יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 13:24; Ps 13:2; Ps 43:2; Ps 44:25; Mat 27:46 **88:16** Ellendig ben ik en aan het sterven, van jongs af aan. Ik draag Uw verschrikkingen; ik ben radeloos. Brontekst: עָ֘נִ֤י (ani) = ellendig | אֲנִ֣י (ani) = ben ik | וְגֹוֵ֣עַ (vegovea) = en aan het sterven | מִנֹּ֑עַר (minoar) = van jongs af aan | נָשָׂ֖אתִי (nasati) = ik draag | אֵמֶ֣יךָ (emeikha) = Uw verschrikkingen | אָפֽוּנָה (afuna) = ik ben radeloos Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָפוּנָה (afunah) komt alleen hier voor; de betekenis ‘ik ben radeloos’ is een gissing naar de samenhang. Zie ook: Job 6:4; Job 7:11–16; Ps 73:14; Jes 53:10; Luc 22:44 **88:17** Uw brandende toorn is over mij heen gegaan; Uw verschrikkingen hebben mij vernietigd. Brontekst: עָ֭לַי (alay) = over mij | עָבְר֣וּ (averu) = zijn heen gegaan | חֲרוֹנֶ֑יךָ (charoneikha) = Uw brandende toorn | בִּ֝עוּתֶ֗יךָ (biuteikha) = Uw verschrikkingen | צִמְּתוּתֻֽנִי (tsimetutuni) = hebben mij vernietigd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 102:11; Jes 53:4–6; Jes 53:8; Gal 3:13; Openb 6:17 **88:18** Zij omringen mij de hele dag als water; samen sluiten zij mij in. Brontekst: סַבּ֣וּנִי (sabuni) = zij omringen mij | כַ֭מַּיִם (kamayim) = als water | כָּל (kal) = de hele | הַיּ֑וֹם (hayom) = dag | הִקִּ֖יפוּ (hiqifu) = zij sluiten in | עָלַ֣י (alay) = mij | יָֽחַד (yachad) = samen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:17; Ps 42:8; Ps 69:2–3; Ps 116:3; Mat 27:39–44 **88:19** U hebt geliefde en vriend van mij verwijderd; mijn bekenden zijn duisternis. Brontekst: הִרְחַ֣קְתָּ (hirchaqta) = U hebt verwijderd | מִ֭מֶּנִּי (mimeni) = van mij | אֹהֵ֣ב (ohev) = geliefde | וָרֵ֑עַ (varea) = en vriend | מְֽיֻדָּעַ֥י (meyudaay) = mijn bekenden | מַחְשָֽׁךְ (machshakh) = duisternis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De psalm eindigt zonder woorden van vertrouwen of lofprijs: ‘mijn bekenden zijn duisternis’. Het gebed blijft open. Zie ook: Job 19:12–15; Ps 31:12; Ps 38:12; Ps 88:9 ## Psalmen 89 _Yahweh, waar is Uw trouw aan David?_ ### Opschrift **89:1** Een Maskil van Etan, de Ezrachiet. Brontekst: מַ֝שְׂכִּ֗יל (maskil) = Maskil | לְאֵיתָ֥ן (leeitan) = van Etan | הָֽאֶזְרָחִֽי (haezrachi) = de Ezrachiet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : אֵיתָן הָאֶזְרָחִי (Etan ha-Ezrachi), ‘Etan de Ezrachiet’: de wijze die ook in 1 Kon. 5:11 en 1 Kron. 2:6 voorkomt. Zie ook: 1 Kron 2:6; Ps 89:9; Ps 89:34; Ps 101:1; Ps 119:90; 1 Kon 5:11; Klaagl 3:23 ### Ik bezing de trouw van Yahweh **89:2** Ik zal voor eeuwig de trouw van Yahweh bezingen. Van geslacht op geslacht maak ik met mijn mond Uw betrouwbaarheid bekend. Brontekst: חַֽסְדֵ֣י (chasdei) = de daden van trouw van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | עוֹלָ֣ם (olam) = voor eeuwig | אָשִׁ֑ירָה (ashira) = ik zal zingen | לְדֹ֥ר (ledor) = van geslacht | וָדֹ֓ר (vador) = tot geslacht | אוֹדִ֖יעַ (odia) = ik maak bekend | אֱמוּנָתְךָ֣ (emunatekha) = Uw betrouwbaarheid | בְּפִֽי (befi) = met mijn mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: dat Yahweh Zijn woord houdt. Beide woorden komen in deze psalm steeds terug. Zie ook: Ps 89:9; Ps 89:34; Ps 101:1; Ps 119:90; Klaagl 3:23 **89:3** Want ik zei: „Voor eeuwig wordt trouw gebouwd; de hemel, daarin vestigt U Uw betrouwbaarheid.” Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אָמַ֗רְתִּי (amarti) = ik zei | ע֭וֹלָם (olam) = voor eeuwig | חֶ֣סֶד (chesed) = trouw | יִבָּנֶ֑ה (yibane) = wordt gebouwd | שָׁמַ֓יִם (shamayim) = de hemel | תָּכִ֖ן (takhin) = U vestigt | אֱמוּנָתְךָ֣ (emunatekha) = Uw betrouwbaarheid | בָהֶֽם (bahem) = daarin Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De dichter citeert zijn eigen gedachte: de trouw van Yahweh staat zo vast als de hemel. Zie ook: Num 23:19; Ps 36:6; Ps 89:6; Ps 103:17; Neh 9:31 ### De belofte aan David **89:4** **„Ik heb een verbond gesloten met Mijn uitverkorene. Ik heb gezworen aan David, Mijn dienaar:** Brontekst: כָּרַ֣תִּֽי (karati) = ik heb gesloten | בְ֭רִית (berit) = een verbond | לִבְחִירִ֑י (livchiri) = met Mijn uitverkorene | נִ֝שְׁבַּ֗עְתִּי (nishbati) = ik heb gezworen | לְדָוִ֥ד (ledavid) = aan David | עַבְדִּֽי (avdi) = Mijn dienaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf hier tot en met vers 5 haalt de dichter de belofte van Yahweh aan David aan. Wij zetten die woorden rood, omdat Yahweh zelf in de eerste persoon spreekt. Zie 2 Sam. 7:8–16 en Ps. 132:11–12. Zie ook: 2 Sam 7:8–16; 2 Sam 7:10–16; Ps 89:5; Ps 89:29; Ps 132:11; 1 Kon 8:16; Hand 2:30 **89:5** **Tot in eeuwigheid zal Ik uw nageslacht vestigen, en Ik zal uw troon bouwen van geslacht op geslacht.”** Sela. Brontekst: עַד (ad) = tot | ע֭וֹלָם (olam) = eeuwigheid | אָכִ֣ין (akhin) = ik zal vestigen | זַרְעֶ֑ךָ (zarekha) = uw nageslacht | וּבָנִ֨יתִי (uvaniti) = en ik zal bouwen | לְדֹר (ledor) = van geslacht | וָד֖וֹר (vador) = tot geslacht | כִּסְאֲךָ֣ (kisakha) = uw troon | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 7:12–16; 1 Kron 17:10–14; Ps 132:12; Jes 9:5–6; Luc 1:32–33 ### Yahweh in de hemel en over de schepping **89:6** De hemel looft Uw wonder, Yahweh, ook Uw betrouwbaarheid in de vergadering van de heiligen. Brontekst: וְי֘וֹד֤וּ (veyodu) = en loven | שָׁמַ֣יִם (shamayim) = de hemel | פִּלְאֲךָ֣ (pilakha) = Uw wonder | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אַף (af) = ook | אֱ֝מֽוּנָתְךָ֗ (emunatekha) = Uw betrouwbaarheid | בִּקְהַ֥ל (biqhal) = in de vergadering van | קְדֹשִֽׁים (qedoshim) = de heiligen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 19:2; Ps 50:6; Ps 97:6; Jes 44:23; Openb 7:10–12 **89:7** Want wie in de wolken is te vergelijken met Yahweh? Wie onder de zonen van de goden is gelijk aan Yahweh? Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | מִ֣י (mi) = wie | בַ֭שַּׁחַק (bashachaq) = in de wolken | יַעֲרֹ֣ךְ (yaarokh) = is te vergelijken | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = met Yahweh | יִדְמֶ֥ה (yidme) = is gelijk | לַ֝יהוָ֗ה (laYahweh) = aan Yahweh | בִּבְנֵ֥י (bivnei) = onder de zonen van | אֵלִים (elim) = de goden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּבְנֵי אֵלִים (bivnei elim), ‘onder de zonen van de goden’: אֵלִים (elim) is het meervoud van אֵל (El). Het zijn hemelse wezens in de raad van Yahweh. Zie ook vers 8 en Ps. 82:1. Voetnoot : שַׁחַק (shachaq), ‘wolken’: de lucht en de hemelhoogte boven de aarde. Zie ook: Ps 29:1; Ps 71:19; Ps 82:1; Ps 86:8; Ps 89:8; Ps 113:5; Jer 10:6 **89:8** El wordt gevreesd in de raad van de heiligen. Hij is groot en ontzagwekkend, meer dan allen rondom Hem. Brontekst: אֵ֣ל (el) = El | נַ֭עֲרָץ (naarats) = gevreesd | בְּסוֹד (besod) = in de raad van | קְדֹשִׁ֣ים (qedoshim) = de heiligen | רַבָּ֑ה (raba) = groot | וְ֝נוֹרָ֗א (venora) = en ontzagwekkend | עַל (al) = boven | כָּל (kal) = allen | סְבִיבָֽיו (sevivav) = rondom Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סוֹד (sod), ‘raad’: een kring van vertrouwelijke gesprekspartners. Zie ook: Ps 47:3; Ps 76:8–12; Jer 10:7; Heb 12:28–29; Openb 15:3–4 **89:9** Yahweh, Elohim van de legermachten, wie is zoals U, machtige Jah? Uw betrouwbaarheid is rondom U. Brontekst: יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹ֘הֵ֤י (elohei) = Elohim van | צְבָא֗וֹת (tsevaot) = van de legermachten | מִֽי (mi) = wie | כָֽמ֖וֹךָ (kamokha) = is zoals U | חֲסִ֥ין (chasin) = machtig | יָ֑הּ (yah) = Jah | וֶ֝אֱמֽוּנָתְךָ֗ (veemunatekha) = en Uw betrouwbaarheid | סְבִיבוֹתֶֽיךָ (sevivoteikha) = rondom U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְהוָה אֱלֹהֵי צְבָאוֹת (Yahweh Elohei Tsevaot), ‘Yahweh, Elohim van de legermachten’. צְבָאוֹת (tsevaot) betekent ‘legers’ of ‘machten’. Zie ook: 1 Sam 2:2; Ps 71:19; Ps 147:5; Jes 40:25–26; Jer 32:17 **89:10** U heerst over de opzwelling van de zee. Als haar golven zich verheffen, stilt U ze. Brontekst: אַתָּ֣ה (ata) = U | מ֭וֹשֵׁל (moshel) = heerst | בְּגֵא֣וּת (begeut) = over de opzwelling van | הַיָּ֑ם (hayam) = de zee | בְּשׂ֥וֹא (beso) = als zich verheffen | גַ֝לָּ֗יו (galav) = haar golven | אַתָּ֥ה (ata) = U | תְשַׁבְּחֵֽם (teshabechem) = stilt ze Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גֵּאוּת (ge’ut), ‘opzwelling’: het stijgen van de zee, ook ‘hoogmoed’. Vergelijk Job 38:11. Zie ook: Job 38:11; Ps 65:8; Ps 107:25–29; Mat 8:24–27; Mar 4:39; Mar 4:41 **89:11** U hebt Rahab verbrijzeld als een gesneuvelde; met Uw sterke arm hebt U Uw vijanden verstrooid. Brontekst: אַתָּ֤ה (ata) = U | דִכִּ֣אתָ (dikita) = hebt verbrijzeld | כֶחָלָ֣ל (kechalal) = als een gesneuvelde | רָ֑הַב (rahav) = Rahab | בִּזְר֥וֹעַ (bizroa) = met de arm van | עֻ֝זְּךָ֗ (uzekha) = Uw kracht | פִּזַּ֥רְתָּ (pizarta) = U hebt verstrooid | אוֹיְבֶֽיךָ (oyeveikha) = Uw vijanden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רַהַב (Rahav), ‘Rahab’: een zeemonster dat staat voor de krachten van chaos. Zie ook Job 26:12. De naam wordt ook voor Egypte gebruikt (Ps. 87:4). Wij beschouwen de naam niet als plaatsnaam. Zie ook: Job 26:12; Ex 3:19–20; Deut 4:34; Ps 68:31; Ps 87:4; Ps 144:6 **89:12** Van U is de hemel, ook van U is de aarde. De wereld en alles wat haar vervult, U hebt ze gegrondvest. Brontekst: לְךָ֣ (lekha) = van U | שָׁ֭מַיִם (shamayim) = de hemel | אַף (af) = ook | לְךָ֥ (lekha) = van U | אָ֑רֶץ (arets) = de aarde | תֵּבֵ֥ל (tevel) = de wereld | וּ֝מְלֹאָ֗הּ (umeloah) = en alles wat haar vervult | אַתָּ֥ה (ata) = U | יְסַדְתָּֽם (yesadtam) = hebt ze gegrondvest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:1; 1 Kron 29:11; Ps 24:1–2; Ps 115:16; 1 Kor 10:26 **89:13** Het noorden en het zuiden, U hebt ze geschapen. De Tabor en de Hermon jubelen bij Uw naam. Brontekst: צָפ֣וֹן (tsafon) = het noorden | וְ֭יָמִין (veyamin) = en het zuiden | אַתָּ֣ה (ata) = U | בְרָאתָ֑ם (beratam) = hebt ze geschapen | תָּב֥וֹר (tavor) = de Tabor | וְ֝חֶרְמ֗וֹן (vechermon) = en de Hermon | בְּשִׁמְךָ֥ (beshimkha) = bij Uw naam | יְרַנֵּֽנוּ (yeranenu) = jubelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: De Tabor (Har Tavor) is een afgeronde berg van ongeveer 588 meter in Neder-Galilea, ten oosten van Nazaret, in het huidige Israël. De Hermon (Jebel esh-Sheikh) is een berg van ongeveer 2.814 meter in het noorden, op de grens van Syrië en Libanon. Voetnoot Uitleg: צָפוֹן וְיָמִין (tsafon veyamin), ‘het noorden en het zuiden’. יָמִין (yamin) betekent ‘rechterhand’ en vanuit het oosten gezien ook ‘het zuiden’. Zie ook: Job 26:7; Joz 12:1; Joz 19:22; Re 4:12; Ps 133:3 **89:14** U hebt een arm met kracht. Sterk is Uw hand, verheven is Uw rechterhand. Brontekst: לְךָ֣ (lekha) = aan U | זְ֭רוֹעַ (zeroa) = een arm | עִם (im) = met | גְּבוּרָ֑ה (gevura) = kracht | תָּעֹ֥ז (taoz) = is sterk | יָ֝דְךָ֗ (yadekha) = Uw hand | תָּר֥וּם (tarum) = is verheven | יְמִינֶֽךָ (yeminekha) = Uw rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 62:12; Ps 89:11; Dan 4:31–32; Mat 6:13 **89:15** Gerechtigheid en recht zijn de grondslag van Uw troon. Trouw en waarheid gaan voor Uw aangezicht uit. Brontekst: צֶ֣דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | וּ֭מִשְׁפָּט (umishpat) = en recht | מְכ֣וֹן (mekhon) = grondslag van | כִּסְאֶ֑ךָ (kisekha) = Uw troon | חֶ֥סֶד (chesed) = trouw | וֶ֝אֱמֶ֗ת (veemet) = en waarheid | יְֽקַדְּמ֥וּ (yeqademu) = gaan voor uit | פָנֶֽיךָ (paneikha) = Uw aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צֶדֶק (tsedeq), ‘gerechtigheid’, en מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: de grondslag van de troon. חֶסֶד וֶאֱמֶת (chesed ve’emet), ‘trouw en waarheid’. Zie ook Exod. 34:6, waar dit paar met ‘trouw en betrouwbaarheid’ is weergegeven. Zie ook: Ex 34:6; Ps 45:7–8; Ps 85:14; Ps 97:2; Ps 145:17; Spr 16:12 ### Gelukkig het volk dat Yahweh kent **89:16** Gelukkig het volk dat de jubelroep kent. Zij wandelen in het licht van Uw aangezicht, Yahweh. Brontekst: אַשְׁרֵ֣י (ashrei) = gelukkig | הָ֭עָם (haam) = het volk | יוֹדְעֵ֣י (yodeei) = dat kent | תְרוּעָ֑ה (terua) = de jubelroep | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בְּֽאוֹר (beor) = in het licht van | פָּנֶ֥יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | יְהַלֵּכֽוּן (yehalekhun) = zij wandelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּרוּעָה (teru’ah), ‘jubelroep’: de kreet van vreugde bij de ark en bij de feesten, maar ook de ramshoornstoot bij de strijd. Zie ook Num. 23:21. Zie ook: Job 29:3; Num 23:21; Ps 4:7; Ps 44:4; Ps 100:1; Jes 2:5 **89:17** Zij juichen de hele dag om Uw naam, en door Uw gerechtigheid worden zij verheven. Brontekst: בְּ֭שִׁמְךָ (beshimkha) = om Uw naam | יְגִיל֣וּן (yegilun) = zij juichen | כָּל (kal) = de hele | הַיּ֑וֹם (hayom) = dag | וּבְצִדְקָתְךָ֥ (uvetsidqatekha) = en door Uw gerechtigheid | יָרֽוּמוּ (yarumu) = worden zij verheven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 29:7; Ps 89:13; 2 Kor 5:21; Fil 3:9; Fil 4:4 **89:18** Want U bent de luister van hun kracht, en door Uw welbehagen wordt onze hoorn verheven. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | תִפְאֶ֣רֶת (tiferet) = de luister van | עֻזָּ֣מוֹ (uzamo) = hun kracht | אָ֑תָּה (ata) = U | וּ֝בִרְצֹנְךָ֗ (uvirtsonekha) = en door Uw welbehagen | תָּר֥וּם (tarum) = wordt verheven | קַרְנֵֽנוּ (qarnenu) = onze hoorn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: beeld van kracht en overwinning, zoals bij een stier. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is תָּרִים (tarim), ‘U verheft onze hoorn’. Het gelezen woord (qere) is תָּרוּם (tarum), ‘onze hoorn wordt verheven’. Wij volgen de qere. Zie ook: 1 Sam 2:10; Ps 75:11; Ps 92:11; Ps 148:14; 2 Kor 12:9–10 **89:19** Want van Yahweh is ons schild, en van de Heilige van Israël is onze koning. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | לַֽ֭יהוָה (laYahweh) = van Yahweh | מָֽגִנֵּ֑נוּ (maginenu) = ons schild | וְלִקְד֖וֹשׁ (veliqdosh) = en van de Heilige van | יִשְׂרָאֵ֣ל (yisrael) = Israël | מַלְכֵּֽנוּ (malkenu) = onze koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 47:10; Ps 71:22; Jes 1:4; Jes 33:22; Jes 43:3 ### Yahweh spreekt over David **89:20** Toen sprak U in een visioen tot Uw getrouwen. U zei: **„Ik heb hulp gelegd op een held; Ik heb een uitgekozen jongeman uit het volk verheven.** Brontekst: אָ֤ז (az) = toen | דִּבַּ֥רְתָּֽ (dibarta) = sprak U | בְחָ֡זוֹן (bechazon) = in een visioen | לַֽחֲסִידֶ֗יךָ (lachasideikha) = tot Uw getrouwen | וַתֹּ֗אמֶר (vatomer) = en U zei | שִׁוִּ֣יתִי (shiviti) = ik heb gelegd | עֵ֭זֶר (ezer) = hulp | עַל (al) = op | גִּבּ֑וֹר (gibor) = een held | הֲרִימ֖וֹתִי (harimoti) = ik heb verheven | בָח֣וּר (bachur) = een uitgekozen jongeman | מֵעָֽם (meam) = uit het volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Met ‘visioen’ (חָזוֹן, chazon) wordt de profetie van Natan bedoeld (2 Sam. 7:17). De woorden van Yahweh in dit visioen staan rood tot en met vers 38. De dichter citeert hier Yahweh zelf in de eerste persoon. Voetnoot : חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die in het verbond met Yahweh leeft. Zie ook: 1 Sam 16:18; 2 Sam 7:8–17; 2 Sam 7:17; Ps 89:38; 1 Kon 11:34; Jes 9:5; Heb 2:9–17 **89:21** **Ik heb David, Mijn dienaar, gevonden. Met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd.** Brontekst: מָ֭צָאתִי (matsati) = ik heb gevonden | דָּוִ֣ד (david) = David | עַבְדִּ֑י (avdi) = Mijn dienaar | בְּשֶׁ֖מֶן (beshemen) = met olie | קָדְשִׁ֣י (qadeshi) = Mijn heilige | מְשַׁחְתִּֽיו (meshachtiv) = heb ik hem gezalfd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: David wordt gezalfd: 1 Sam. 16:13. Zie ook: 1 Sam 16:1; 1 Sam 16:12–13; 1 Sam 16:13; Jes 61:1–3; Joh 3:34; Hand 13:22 **89:22** **Mijn hand zal vast bij hem staan, ook Mijn arm zal hem sterk maken.** Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | יָ֭דִי (yadi) = Mijn hand | תִּכּ֣וֹן (tikon) = zal vast staan | עִמּ֑וֹ (imo) = bij hem | אַף (af) = ook | זְרוֹעִ֥י (zeroi) = Mijn arm | תְאַמְּצֶֽנּוּ (teametsenu) = zal hem sterk maken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:33–40; Ps 80:16–18; Ps 89:14; Jes 41:10; Jes 42:1 **89:23** **Geen vijand zal hem iets afdwingen, en geen zoon van onrecht zal hem kwellen.** Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | יַשִּׁ֣א (yashi) = zal afdwingen | אוֹיֵ֣ב (oyev) = een vijand | בּ֑וֹ (bo) = van hem | וּבֶן (uven) = en een zoon van | עַ֝וְלָ֗ה (avla) = onrecht | לֹ֣א (lo) = niet | יְעַנֶּֽנּוּ (yeanenu) = zal hem kwellen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 7:10; 1 Kron 17:9; Mat 4:1–10; Joh 17:12; 2 Tess 2:3 **89:24** **Ik verbrijzel zijn tegenstanders voor hem uit; wie hem haten, sla Ik neer.** Brontekst: וְכַתּוֹתִ֣י (vekhatoti) = en ik verbrijzel | מִפָּנָ֣יו (mipanav) = voor hem uit | צָרָ֑יו (tsarav) = zijn tegenstanders | וּמְשַׂנְאָ֥יו (umesanav) = en wie hem haten | אֶגּֽוֹף (egof) = ik sla neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 7:1; 2 Sam 7:9; 2 Sam 22:40–44; Ps 132:18; Joh 15:23 **89:25** **Mijn betrouwbaarheid en Mijn trouw zijn met hem, en door Mijn naam wordt zijn hoorn verheven.** Brontekst: וֶֽאֶֽמוּנָתִ֣י (veemunati) = en Mijn betrouwbaarheid | וְחַסְדִּ֣י (vechasdi) = en Mijn trouw | עִמּ֑וֹ (imo) = met hem | וּ֝בִשְׁמִ֗י (uvishmi) = en door Mijn naam | תָּר֥וּם (tarum) = wordt verheven | קַרְנֽוֹ (qarno) = zijn hoorn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 89:17–18; Ps 89:29; Ps 91:14; Joh 17:11; 2 Kor 1:20 **89:26** **Ik leg zijn hand op de zee en zijn rechterhand op de rivieren.** Brontekst: וְשַׂמְתִּ֣י (vesamti) = en ik leg | בַיָּ֣ם (bayam) = op de zee | יָד֑וֹ (yado) = zijn hand | וּֽבַנְּהָר֥וֹת (uvaneharot) = en op de rivieren | יְמִינֽוֹ (yemino) = zijn rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De hand op ‘de zee’ en ‘de rivieren’ geeft het gebied van het rijk aan, van de Middellandse Zee tot de Eufraat. Zie ook Exod. 23:31 en Ps. 72:8. Zie ook: Ex 23:31; Ps 2:8; Ps 72:8–11; Ps 80:12; 1 Kon 5:1; Openb 11:15 **89:27** **Hij zal Mij aanroepen: ‘U bent mijn vader, mijn El en de rots van mijn redding.’** Brontekst: ה֣וּא (hu) = hij | יִ֭קְרָאֵנִי (yiqraeni) = zal Mij aanroepen | אָ֣בִי (avi) = mijn vader | אָ֑תָּה (ata) = U | אֵ֝לִ֗י (eli) = mijn El | וְצ֣וּר (vetsur) = en rots van | יְשׁוּעָתִֽי (yeshuati) = mijn redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De koning noemt Yahweh ‘mijn vader’. Zie ook 2 Sam. 7:14. Zie ook: 2 Sam 7:14; 2 Sam 22:47; Ps 62:3; Ps 62:7–8; Ps 95:1 **89:28** **Ook zal Ik hem tot eerstgeborene maken, de hoogste bij de koningen van de aarde.** Brontekst: אַף (af) = ook | אָ֭נִי (ani) = Ik | בְּכ֣וֹר (bekhor) = eerstgeborene | אֶתְּנֵ֑הוּ (etenehu) = zal ik hem maken | עֶ֝לְי֗וֹן (elyon) = de hoogste | לְמַלְכֵי (lemalkhei) = bij de koningen van | אָֽרֶץ (arets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּכוֹר (bechor), ‘eerstgeborene’: de koning krijgt de plaats van de eerstgeborene. Zie ook Exod. 4:22. Voetnoot : עֶלְיוֹן (elyon) staat hier als bijvoeglijk naamwoord: ‘de hoogste’. Het is niet de naam ‘de Allerhoogste’. Zie ook: Ex 4:22; Ps 2:7; Rom 8:29; Kol 1:15; Kol 1:18; Openb 19:16 **89:29** **Mijn trouw bewaar Ik voor hem voor eeuwig, en Mijn verbond is betrouwbaar voor hem.** Brontekst: לְ֭עוֹלָ֗ם (leolam) = voor eeuwig | אֶשְׁמָר (eshmar) = bewaar ik | ל֣וֹ (lo) = voor hem | חַסְדִּ֑י (chasdi) = Mijn trouw | וּ֝בְרִיתִ֗י (uveriti) = en Mijn verbond | נֶאֱמֶ֥נֶת (neemenet) = betrouwbaar | לֽוֹ (lo) = voor hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is אֶשְׁמוֹר (eshmor), het gelezen woord (qere) is אֶשְׁמָר (eshmar). Beide betekenen ‘Ik bewaar’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 111:9; Jes 54:10; Jes 55:3; Jer 33:20–21; Hand 13:32–34 **89:30** **Ik maak zijn nageslacht tot een blijvend nageslacht en zijn troon tot een troon zoals de dagen van de hemel.** Brontekst: וְשַׂמְתִּ֣י (vesamti) = en ik maak | לָעַ֣ד (laad) = tot blijvend | זַרְע֑וֹ (zaro) = zijn nageslacht | וְ֝כִסְא֗וֹ (vekhiso) = en zijn troon | כִּימֵ֥י (kimei) = zoals de dagen van | שָׁמָֽיִם (shamayim) = de hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 11:21; Ps 89:5; Ps 89:37; Jes 9:6; Dan 2:44 **89:31** **Als zijn zonen Mijn wet verlaten en niet wandelen volgens Mijn bepalingen,** Brontekst: אִם (im) = als | יַֽעַזְב֣וּ (yaazvu) = verlaten | בָ֭נָיו (banav) = zijn zonen | תּוֹרָתִ֑י (torati) = Mijn wet | וּ֝בְמִשְׁפָּטַ֗י (uvemishpatay) = en Mijn bepalingen | לֹ֣א (lo) = niet | יֵלֵכֽוּן (yelekhun) = wandelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹרָה (torah), ‘wet’: onderwijs en richtlijn. מִשְׁפָּטִים (mishpatim), ‘bepalingen’; חֻקּוֹת (chuqqot), ‘verordeningen’; מִצְוֹת (mitsvot), ‘geboden’ (vers 32). Zie ook: 2 Sam 7:14; 1 Kron 28:9; Ps 89:32; Ps 119:53; Ps 132:12; Spr 28:4 **89:32** **als zij Mijn verordeningen ontheiligen en Mijn geboden niet bewaren.** Brontekst: אִם (im) = als | חֻקֹּתַ֥י (chuqotay) = Mijn verordeningen | יְחַלֵּ֑לוּ (yechalelu) = ontheiligen | וּ֝מִצְוֺתַ֗י (umitsvotay) = en Mijn geboden | לֹ֣א (lo) = niet | יִשְׁמֹֽרוּ (yishmoru) = bewaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 55:21 **89:33** **Dan straf Ik hun overtreding met de staf en hun schuld met slagen.** Brontekst: וּפָקַדְתִּ֣י (ufaqadti) = en ik straf | בְשֵׁ֣בֶט (beshevet) = met de staf | פִּשְׁעָ֑ם (pisham) = hun overtreding | וּבִנְגָעִ֥ים (uvingaim) = en met slagen | עֲוֺנָֽם (avonam) = hun schuld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De zonen van David zullen bij ontrouw worden gestraft. Zie ook 2 Sam. 7:14. De belofte van Yahweh houdt echter Zijn trouw in stand (vers 34). Zie ook: 2 Sam 7:14; Ps 89:34; Spr 3:11–12; 1 Kon 11:39; Amos 3:2; Heb 12:6–11 **89:34** **Maar Mijn trouw zal Ik niet van hem wegnemen, en Ik zal niet liegen in Mijn betrouwbaarheid.** Brontekst: וְ֭חַסְדִּי (vechasdi) = en Mijn trouw | לֹֽא (lo) = niet | אָפִ֣יר (afir) = zal ik wegnemen | מֵֽעִמּ֑וֹ (meimo) = van hem | וְלֹֽא (velo) = en niet | אֲ֝שַׁקֵּ֗ר (ashaqer) = zal ik liegen | בֶּאֱמוּנָתִֽי (beemunati) = in Mijn betrouwbaarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 7:15; Jes 54:8–10; Jer 33:20–26; Klaagl 3:31–32; Heb 6:18 **89:35** **Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen en niet veranderen wat over Mijn lippen is gekomen.** Brontekst: לֹא (lo) = niet | אֲחַלֵּ֥ל (achalel) = zal ik ontheiligen | בְּרִיתִ֑י (beriti) = Mijn verbond | וּמוֹצָ֥א (umotsa) = en wat uitgaat van | שְׂ֝פָתַ֗י (sefatay) = Mijn lippen | לֹ֣א (lo) = niet | אֲשַׁנֶּֽה (ashane) = zal ik veranderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 23:19; Mal 3:6; Mat 24:35; Jak 1:17; Rom 11:29 **89:36** **Eenmaal heb Ik gezworen bij Mijn heiligheid: nooit zal Ik David bedriegen.** Brontekst: אַ֭חַת (achat) = eenmaal | נִשְׁבַּ֣עְתִּי (nishbati) = heb ik gezworen | בְקָדְשִׁ֑י (beqadeshi) = bij Mijn heiligheid | אִֽם (im) = zeker niet | לְדָוִ֥ד (ledavid) = aan David | אֲכַזֵּֽב (akhazev) = zal ik bedriegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִם־לְדָוִד אֲכַזֵּב (im ledavid achazzev), letterlijk ‘als Ik David bedrieg’. Dit is een eedformule: ‘nooit zal Ik David bedriegen’. Zie ook: Ps 132:11; Amos 4:2; Tit 1:2; Heb 6:13; Heb 6:17 **89:37** **Zijn nageslacht zal er voor eeuwig zijn, en zijn troon is als de zon voor Mij.** Brontekst: זַ֭רְעוֹ (zaro) = zijn nageslacht | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | יִהְיֶ֑ה (yihye) = zal zijn | וְכִסְא֖וֹ (vekhiso) = en zijn troon | כַשֶּׁ֣מֶשׁ (kashemesh) = als de zon | נֶגְדִּֽי (negdi) = voor Mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 72:5; Ps 72:17; Ps 89:30; Jes 59:21; Luc 1:33 **89:38** **Als de maan wordt hij voor eeuwig bevestigd, en de getuige in de wolken is betrouwbaar.”** Sela. Brontekst: כְּ֭יָרֵחַ (keyareach) = als de maan | יִכּ֣וֹן (yikon) = wordt bevestigd | עוֹלָ֑ם (olam) = voor eeuwig | וְעֵ֥ד (veed) = en de getuige | בַּ֝שַּׁ֗חַק (bashachaq) = in de wolken | נֶאֱמָ֥ן (neeman) = betrouwbaar | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֵד (ed), ‘getuige’: de maan, of de regenboog, of de hemel zelf als getuige. De dichter noemt niet wie bedoeld wordt. Wij vertalen het woord letterlijk. Zie ook: Gen 1:14–18; Gen 9:13–16; Ps 104:19; Jes 54:9–10; Jer 31:35–36 ### Maar U hebt verworpen **89:39** Maar U hebt verstoten en verworpen. U bent vertoornd op Uw gezalfde. Brontekst: וְאַתָּ֣ה (veata) = en U | זָ֭נַחְתָּ (zanachta) = hebt verstoten | וַתִּמְאָ֑ס (vatimas) = en verworpen | הִ֝תְעַבַּ֗רְתָּ (hitabarta) = U bent vertoornd | עִם (im) = op | מְשִׁיחֶֽךָ (meshichekha) = Uw gezalfde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְשִׁיחַ (masjiach), ‘gezalfde’: de koning uit het huis van David. Het woord komt ook voor in vers 52. Zie ook: Deut 32:19; 1 Kron 28:9; Ps 89:52; Ps 106:40; Zach 13:7 **89:40** Het verbond met Uw dienaar hebt U afgewezen. Zijn kroon hebt U op de grond ontheiligd. Brontekst: נֵ֭אַרְתָּה (nearta) = U hebt afgewezen | בְּרִ֣ית (berit) = verbond van | עַבְדֶּ֑ךָ (avdekha) = Uw dienaar | חִלַּ֖לְתָּ (chilalta) = U hebt ontheiligd | לָאָ֣רֶץ (laarets) = op de grond | נִזְרֽוֹ (nizro) = zijn kroon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֵאַרְתָּה (ne’artah), ‘afgewezen’: het woord komt alleen hier voor; de betekenis volgt uit de samenhang. Zie ook: Ps 74:7; Ps 89:35–37; Ps 143:3; Jes 43:28; Klaagl 5:16 **89:41** U hebt al zijn muren doorbroken. U hebt zijn vestingen tot puin gemaakt. Brontekst: פָּרַ֥צְתָּ (paratsta) = U hebt doorbroken | כָל (kal) = alle | גְּדֵרֹתָ֑יו (gederotav) = zijn muren | שַׂ֖מְתָּ (samta) = U hebt gemaakt | מִבְצָרָ֣יו (mivtsarav) = zijn vestingen | מְחִתָּה (mechita) = tot puin Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 1:10; Ps 80:13; Jes 5:5–6; Klaagl 2:2; Klaagl 2:5 **89:42** Alle voorbijgangers plunderen hem. Hij is een smaad geworden voor zijn buren. Brontekst: שַׁ֭סֻּהוּ (shasuhu) = plunderen hem | כָּל (kal) = alle | עֹ֣בְרֵי (overei) = voorbijgangers van | דָ֑רֶךְ (darekh) = de weg | הָיָ֥ה (haya) = hij is geworden | חֶ֝רְפָּ֗ה (cherpa) = een smaad | לִשְׁכֵנָֽיו (lishkhenav) = voor zijn buren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 79:4; Ps 80:14; Jer 24:9; Klaagl 5:1; Neh 5:9 **89:43** U hebt de rechterhand van zijn tegenstanders verheven. U hebt al zijn vijanden verheugd. Brontekst: הֲ֭רִימוֹתָ (harimota) = U hebt verheven | יְמִ֣ין (yemin) = de rechterhand van | צָרָ֑יו (tsarav) = zijn tegenstanders | הִ֝שְׂמַ֗חְתָּ (hismachta) = U hebt verheugd | כָּל (kal) = alle | אוֹיְבָֽיו (oyevav) = zijn vijanden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Lev 26:17; Lev 26:25; Ps 80:7; Klaagl 2:17; Openb 11:10 **89:44** Ook doet U de snede van zijn zwaard terugkeren, en U hebt hem in de strijd niet laten standhouden. Brontekst: אַף (af) = ook | תָּ֭שִׁיב (tashiv) = doet U terugkeren | צ֣וּר (tsur) = de snede van | חַרְבּ֑וֹ (charbo) = zijn zwaard | וְלֹ֥א (velo) = en niet | הֲ֝קֵימֹת֗וֹ (haqeimoto) = U hebt hem laten standhouden | בַּמִּלְחָמָֽה (bamilchama) = in de strijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צוּר (tsur) kan ‘rots’, ‘vuursteen’ of ‘snede’ betekenen. Wij nemen ‘de snede van zijn zwaard’; de betekenis is onzeker. Zie ook: Lev 26:36–37; Num 14:45; Joz 7:4–5; Joz 7:8–12; 2 Kron 25:8 **89:45** U hebt een einde gemaakt aan zijn glans, en zijn troon hebt U ter aarde geworpen. Brontekst: הִשְׁבַּ֥תָּ (hishbata) = U hebt doen ophouden | מִטְּהָר֑וֹ (miteharo) = van zijn glans | וְ֝כִסְא֗וֹ (vekhiso) = en zijn troon | לָאָ֥רֶץ (laarets) = ter aarde | מִגַּֽרְתָּה (migarta) = hebt U geworpen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִטֶּהֳרוֹ (mittehoro), ‘van zijn glans’: dit woord komt alleen hier voor en de betekenis is onzeker. Mogelijk gaat het om zijn glans of zijn reinheid. Zie ook: 1 Sam 4:21–22; Ps 89:40; 1 Kon 12:16–20; 1 Kon 14:25–28; 2 Tess 2:3–10 **89:46** U hebt de dagen van zijn jeugd verkort. U hebt hem met schaamte bedekt. Sela. Brontekst: הִ֭קְצַרְתָּ (hiqtsarta) = U hebt verkort | יְמֵ֣י (yemei) = de dagen van | עֲלוּמָ֑יו (alumav) = zijn jeugd | הֶֽעֱטִ֨יתָ (heetita) = U hebt bedekt | עָלָ֖יו (alav) = over hem | בּוּשָׁ֣ה (busha) = schaamte | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 44:16; Ps 89:29–30; Ps 102:24; Ps 109:29; Mi 7:10 ### Hoe lang nog, Yahweh? **89:47** Hoe lang nog, Yahweh? Blijft U voor altijd verborgen? Hoe lang brandt Uw woede als vuur? Brontekst: עַד (ad) = hoe lang | מָ֣ה (ma) = nog | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | תִּסָּתֵ֣ר (tisater) = blijft U verborgen | לָנֶ֑צַח (lanetsach) = voor altijd | תִּבְעַ֖ר (tivar) = brandt | כְּמוֹ (kemo) = als | אֵ֣שׁ (esh) = vuur | חֲמָתֶֽךָ (chamatekha) = Uw woede Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַד־מָה (ad mah), ‘hoe lang nog’: de klacht van de psalmist. Zie ook Ps. 13:2 en Ps. 79:5. Zie ook: Ps 13:2; Ps 78:63; Ps 79:5; Ps 90:13; Jes 8:17; Jes 45:15 **89:48** Gedenk hoe kort mijn tijd is. Voor welke ijdelheid hebt U alle mensenkinderen geschapen? Brontekst: זְכָר (zekhar) = gedenk | אֲנִ֥י (ani) = ik | מֶה (me) = hoe | חָ֑לֶד (chaled) = kort mijn tijd is | עַל (al) = voor | מַה (ma) = welke | שָּׁ֝֗וְא (shave) = ijdelheid | בָּרָ֥אתָ (barata) = hebt U geschapen | כָל (kal) = alle | בְּנֵי (benei) = zonen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: זְכָר־אֲנִי מֶה־חָלֶד (zechor ani meh-chaled): de tekst is moeilijk. Wij lezen: ‘Gedenk hoe kort mijn tijd is.’ Het woord חֶלֶד (cheled) betekent ‘levensduur’ of ‘wereld’. De betekenis blijft onzeker; wij laten de dichter zelf spreken. Zie ook: Job 7:7; Job 9:25–26; Job 10:9; Job 14:1; Jak 4:14 **89:49** Welke man leeft en ziet de dood niet? Wie redt zijn ziel uit de hand van de Sjeol? Sela. Brontekst: מִ֤י (mi) = wie | גֶ֣בֶר (gever) = man | יִֽ֭חְיֶה (yichye) = leeft | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִרְאֶה (yire) = ziet | מָּ֑וֶת (mavet) = de dood | יְמַלֵּ֨ט (yemalet) = redt | נַפְשׁ֖וֹ (nafsho) = zijn ziel | מִיַּד (miyad) = uit de hand van | שְׁא֣וֹל (sheol) = de Sjeol | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (She’ol), ‘Sjeol’: het dodenrijk. Zie ook Ps. 6:6. Zie ook: Ps 6:6; Ps 49:16; Pred 8:8; Pred 9:5; Pred 12:7; Heb 11:5 **89:50** Waar zijn Uw eerdere daden van trouw, mijn Heer, die U in Uw betrouwbaarheid aan David hebt gezworen? Brontekst: אַיֵּ֤ה (aye) = waar | חֲסָדֶ֖יךָ (chasadeikha) = Uw daden van trouw | הָרִאשֹׁנִ֥ים (harishonim) = de eerdere | אֲדֹנָ֑י (adonay) = mijn Heer | נִשְׁבַּ֥עְתָּ (nishbata) = die U gezworen hebt | לְ֝דָוִ֗ד (ledavid) = aan David | בֶּאֱמוּנָתֶֽךָ (beemunatekha) = in Uw betrouwbaarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: de aanspreking van Yahweh, in dit slot ook in vers 51. Zie ook: 2 Sam 7:15; Ps 89:36; Ps 89:51; Ps 132:11–12; Jes 55:3; Heb 7:21 **89:51** Gedenk, mijn Heer, de smaad van Uw dienaren, die ik in mijn boezem draag, van alle grote volken. Brontekst: זְכֹ֣ר (zekhor) = gedenk | אֲ֭דֹנָי (adonay) = mijn Heer | חֶרְפַּ֣ת (cherpat) = de smaad van | עֲבָדֶ֑יךָ (avadeikha) = Uw dienaren | שְׂאֵתִ֥י (seeti) = die ik draag | בְ֝חֵיקִ֗י (becheiqi) = in mijn boezem | כָּל (kal) = alle | רַבִּ֥ים (rabim) = grote | עַמִּֽים (amim) = volken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De spreker draagt de smaad van de volken ‘in zijn boezem’: hij voelt die als eigen pijn. Er staat ‘alle grote volken’ (rabbim ammim), letterlijk ‘vele volken’. Zie ook: Ps 44:14–17; Ps 69:10; Ps 74:18; Ps 74:22; Rom 15:3 **89:52** Daarmee hebben Uw vijanden gesmaad, Yahweh, daarmee hebben zij de voetsporen van Uw gezalfde gesmaad. Brontekst: אֲשֶׁ֤ר (asher) = waarmee | חֵרְפ֖וּ (cherefu) = hebben gesmaad | אוֹיְבֶ֥יךָ (oyeveikha) = Uw vijanden | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אֲשֶׁ֥ר (asher) = waarmee | חֵ֝רְפ֗וּ (cherefu) = hebben gesmaad | עִקְּב֥וֹת (iqevot) = de voetsporen van | מְשִׁיחֶֽךָ (meshichekha) = Uw gezalfde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 16:7–8; Ps 74:10; 1 Petr 3:16; 1 Petr 4:14–16; Heb 10:33 ### Lofprijs **89:53** Gezegend zij Yahweh voor eeuwig. Amen en amen. Brontekst: בָּר֖וּךְ (barukh) = gezegend | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | לְ֝עוֹלָ֗ם (leolam) = voor eeuwig | אָ֘מֵ֥ן (amen) = amen | וְאָמֵֽן (veamen) = en amen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Deze lofprijs sluit het derde boek van de Psalmen af (Ps. 73–89). Elk van de vijf boeken van de Psalmen sluit af met zo’n lofprijs: Ps. 41:14, 72:18–19, 89:53, 106:48 en Ps. 150. Zie ook: Ps 41:14; Ps 72:18–19; Ps 106:48; Hab 3:17–19; 1 Tim 1:17 ## Psalmen 90 _Leer ons onze dagen tellen_ ### Een gebed van Mozes **90:1** Een gebed van Mozes, de man van Elohim. Mijn Heer, U bent voor ons een woonplaats geweest, van geslacht op geslacht. Brontekst: תְּפִלָּה֮ (tefila) = een gebed | לְמֹשֶׁ֪ה (lemoshe) = van Mozes | אִֽישׁ (ish) = man van | הָאֱלֹ֫הִ֥ים (haElohim) = de Elohim | אֲֽדֹנָ֗י (adonay) = mijn Heer | מָע֣וֹן (maon) = een woonplaats | אַ֭תָּה (ata) = U | הָיִ֥יתָ (hayita) = bent geweest | לָּ֗נוּ (lanu) = voor ons | בְּדֹ֣ר (bedor) = van geslacht | וָדֹֽר (vador) = tot geslacht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּפִלָּה (tefillah), ‘gebed’. מֹשֶׁה אִישׁ הָאֱלֹהִים (Mosjeh ish ha-Elohim), ‘Mozes, de man van Elohim’: zo wordt Mozes ook genoemd in Deut. 33:1. Dit is de enige psalm met zijn naam. Met deze psalm begint het vierde boek van de Psalmen (Ps. 90–106). Voetnoot : אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: de aanspreking van Yahweh. Voetnoot : מָעוֹן (ma’on), ‘woonplaats’: een plek om te wonen en veilig te zijn. Vergelijk Deut. 33:27 en Ps. 91:9. Zie ook: Deut 33:1; Deut 33:27; Ps 71:3; Ps 91:1; Ps 91:9; Ezech 11:16; 1 Joh 4:16 **90:2** Voordat de bergen geboren werden en U de aarde en de wereld deed baren, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid, bent U El. Brontekst: בְּטֶ֤רֶם (beterem) = voordat | הָ֘רִ֤ים (harim) = bergen | יֻלָּ֗דוּ (yuladu) = geboren werden | וַתְּח֣וֹלֵֽל (vatecholel) = en U deed baren | אֶ֣רֶץ (erets) = de aarde | וְתֵבֵ֑ל (vetevel) = en de wereld | וּֽמֵעוֹלָ֥ם (umeolam) = en van eeuwigheid | עַד (ad) = tot | ע֝וֹלָ֗ם (olam) = eeuwigheid | אַתָּ֥ה (ata) = U | אֵֽל (el) = El Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וַתְּחוֹלֵל (vattecholel), ‘en U deed baren’: het beeld is dat van een geboorte. Het werkwoord kan ook anders worden opgevat: ‘en de aarde en de wereld werden voortgebracht’. Wij nemen Elohim als onderwerp. Zie ook: Gen 1:1; Ps 93:2; Ps 102:25–28; Heb 13:8; Openb 1:8 ### De mens is sterfelijk **90:3** U laat de sterveling terugkeren tot stof, en U zegt: „Keer terug, mensenkinderen.” Brontekst: תָּשֵׁ֣ב (tashev) = U laat terugkeren | אֱ֭נוֹשׁ (enosh) = de sterveling | עַד (ad) = tot | דַּכָּ֑א (daka) = stof | וַ֝תֹּ֗אמֶר (vatomer) = en U zegt | שׁ֣וּבוּ (shuvu) = keer terug | בְנֵי (benei) = zonen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱנוֹשׁ (enosh), ‘sterveling’: de mens in zijn zwakheid. דַּכָּא (dakka), ‘stof’: letterlijk ‘het verpletterde’. Vergelijk Gen. 3:19. Zie ook: Gen 3:19; Job 34:14–15; Num 14:35; Ps 146:4; Pred 12:7 **90:4** Want duizend jaar zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, wanneer die voorbij is, en als een wake in de nacht. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אֶ֪לֶף (elef) = duizend | שָׁנִ֡ים (shanim) = jaren | בְּֽעֵינֶ֗יךָ (beeineikha) = in Uw ogen | כְּי֣וֹם (keyom) = als de dag | אֶ֭תְמוֹל (etmol) = gisteren | כִּ֣י (ki) = wanneer | יַעֲבֹ֑ר (yaavor) = hij voorbij is | וְאַשְׁמוּרָ֥ה (veashmura) = en als een wake | בַלָּֽיְלָה (balayela) = in de nacht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 39:6; Mat 14:25; Mat 24:43; Luc 12:38; 2 Petr 3:8 **90:5** U spoelt hen weg. Zij worden een slaap. In de morgen zijn zij als gras dat verandert. Brontekst: זְ֭רַמְתָּם (zeramtam) = U spoelt hen weg | שֵׁנָ֣ה (shena) = slaap | יִהְי֑וּ (yihyu) = zij worden | בַּ֝בֹּ֗קֶר (baboqer) = in de morgen | כֶּחָצִ֥יר (kechatsir) = als gras | יַחֲלֹֽף (yachalof) = dat verandert Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: חָלַף (chalaf), ‘verandert’: dit werkwoord betekent zowel ‘voorbijgaan’ als ‘opnieuw uitlopen’. Het staat in vers 5 en in vers 6. Wij vertalen beide keren met ‘verandert’, zodat beide mogelijkheden open blijven. Vergelijk Jes. 40:6–8. Zie ook: Job 22:16; Ps 73:20; Ps 90:6; Ps 103:15–16; Jes 40:6; 1 Petr 1:24 **90:6** In de morgen bloeit het en verandert het. Tegen de avond wordt het afgesneden en verdort het. Brontekst: בַּ֭בֹּקֶר (baboqer) = in de morgen | יָצִ֣יץ (yatsits) = bloeit het | וְחָלָ֑ף (vechalaf) = en verandert het | לָ֝עֶ֗רֶב (laerev) = tegen de avond | יְמוֹלֵ֥ל (yemolel) = wordt het afgesneden | וְיָבֵֽשׁ (veyavesh) = en verdort het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 14:2; Ps 92:8; Mat 6:30; Jak 1:11 ### Onder Uw toorn **90:7** Want door Uw toorn komen wij ten einde, en door Uw woede raken wij in paniek. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | כָלִ֥ינוּ (kalinu) = wij komen ten einde | בְאַפֶּ֑ךָ (beapekha) = door Uw toorn | וּֽבַחֲמָתְךָ֥ (uvachamatekha) = en door Uw woede | נִבְהָֽלְנוּ (nivhalenu) = raken wij in paniek Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 14:24; Num 17:27–28; Deut 2:14–16; Ps 39:12; Ps 90:11 **90:8** U hebt onze schuld voor U gezet, ons verborgene in het licht van Uw aangezicht. Brontekst: שַׁתָּ֣ה (shata) = U hebt gezet | עֲוֺנֹתֵ֣ינוּ (avonoteinu) = onze schuld | לְנֶגְדֶּ֑ךָ (lenegdekha) = voor U | עֲ֝לֻמֵ֗נוּ (alumenu) = ons verborgene | לִמְא֥וֹר (limor) = in het licht van | פָּנֶֽיךָ (paneikha) = Uw aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲלֻמֵנוּ (alumenu), ‘ons verborgene’: de zonden die wij verborgen houden. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is שַׁת (shat), het gelezen woord (qere) is שַׁתָּה (shattah). Beide betekenen ‘U hebt gezet’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 19:13; Pred 12:14; Jer 16:17; Jer 23:24; Heb 4:12–13 **90:9** Want al onze dagen lopen af door Uw gramschap. Wij brengen onze jaren door als een zucht. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | כָל (kal) = al | יָ֭מֵינוּ (yameinu) = onze dagen | פָּנ֣וּ (panu) = lopen af | בְעֶבְרָתֶ֑ךָ (beevratekha) = door Uw gramschap | כִּלִּ֖ינוּ (kilinu) = wij brengen door | שָׁנֵ֣ינוּ (shaneinu) = onze jaren | כְמוֹ (kemo) = als | הֶֽגֶה (hege) = een zucht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 39:6; Ps 78:33; Ps 90:4 **90:10** De dagen van onze jaren: het zijn er zeventig. Als wij sterk zijn, zijn het er tachtig. Hun trots is moeite en onheil. Want snel is het voorbij, en wij vliegen heen. Brontekst: יְמֵֽי (yemei) = de dagen van | שְׁנוֹתֵ֨ינוּ (shenoteinu) = onze jaren | בָהֶ֥ם (bahem) = daarin | שִׁבְעִ֪ים (shivim) = zeventig | שָׁנָ֡ה (shana) = jaar | וְאִ֤ם (veim) = en als | בִּגְבוּרֹ֨ת (bigvurot) = bij kracht | שְׁמ֘וֹנִ֤ים (shemonim) = tachtig | שָׁנָ֗ה (shana) = jaar | וְ֭רָהְבָּם (verahbam) = en hun trots | עָמָ֣ל (amal) = moeite | וָאָ֑וֶן (vaaven) = en onheil | כִּי (ki) = want | גָ֥ז (gaz) = voorbij | חִ֝֗ישׁ (chish) = snel | וַנָּעֻֽפָה (vanaufa) = en wij vliegen heen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zeventig of tachtig jaar is hier de gewone levensduur van een mens. רָהְבָּם (rahbam), hier ‘hun trots’: wat de mens als zijn roem ziet, blijkt moeite en onheil. De betekenis van dit woord is onzeker; het kan ook ‘hun uitgestrektheid’ betekenen. Zie ook: Gen 47:9; Deut 34:7; 2 Sam 19:36; Ps 78:39; Jak 4:14 **90:11** Wie kent de kracht van Uw toorn, en Uw gramschap zoals het ontzag voor U vraagt? Brontekst: מִֽי (mi) = wie | י֭וֹדֵעַ (yodea) = kent | עֹ֣ז (oz) = de kracht van | אַפֶּ֑ךָ (apekha) = Uw toorn | וּ֝כְיִרְאָתְךָ֗ (ukheyiratekha) = en zoals het ontzag voor U | עֶבְרָתֶֽךָ (evratekha) = Uw gramschap Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Lev 26:18; Lev 26:24; Jes 33:14; Nah 1:6; Openb 6:17 ### Leer ons onze dagen tellen **90:12** Leer ons zo onze dagen tellen, dat wij een hart van wijsheid krijgen. Brontekst: לִמְנ֣וֹת (limnot) = om te tellen | יָ֭מֵינוּ (yameinu) = onze dagen | כֵּ֣ן (ken) = zo | הוֹדַ֑ע (hoda) = leer ons kennen | וְ֝נָבִ֗א (venavi) = zodat wij krijgen | לְבַ֣ב (levav) = een hart van | חָכְמָֽה (chakhema) = wijsheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:29; Ps 39:5; Spr 4:7; Joh 9:4; Ef 5:16–17 ### Keer terug, Yahweh **90:13** Keer terug, Yahweh! Hoe lang nog? Heb medelijden met Uw dienaren. Brontekst: שׁוּבָ֣ה (shuva) = keer terug | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | עַד (ad) = hoe lang | מָתָ֑י (matay) = nog | וְ֝הִנָּחֵ֗ם (vehinachem) = en heb medelijden | עַל (al) = over | עֲבָדֶֽיךָ (avadeikha) = Uw dienaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נָחַם (nacham), ‘medelijden hebben’: ook ‘zich bedenken’ of ‘berouw hebben’. Vergelijk Exod. 32:12 en 32:14. Zie ook: Ex 32:12; Ex 32:14; Deut 32:36; Ps 80:15; Ps 106:45; Ps 135:14; Joël 2:13–14 **90:14** Verzadig ons in de morgen met Uw trouw, dan zullen wij jubelen en ons verheugen al onze dagen. Brontekst: שַׂבְּעֵ֣נוּ (sabeenu) = verzadig ons | בַבֹּ֣קֶר (baboqer) = in de morgen | חַסְדֶּ֑ךָ (chasdekha) = met Uw trouw | וּֽנְרַנְּנָ֥ה (uneranena) = dan zullen wij jubelen | וְ֝נִשְׂמְחָ֗ה (venismecha) = en ons verheugen | בְּכָל (bekhal) = al | יָמֵֽינוּ (yameinu) = onze dagen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 23:6; Ps 31:8; Ps 85:7; Ps 86:4; Ps 103:3–5 **90:15** Verheug ons naar de dagen dat U ons hebt gekweld, naar de jaren dat wij onheil zagen. Brontekst: שַׂ֭מְּחֵנוּ (samechenu) = verheug ons | כִּימ֣וֹת (kimot) = naar de dagen | עִנִּיתָ֑נוּ (initanu) = dat U ons gekweld hebt | שְׁ֝נ֗וֹת (shenot) = de jaren | רָאִ֥ינוּ (rainu) = dat wij zagen | רָעָֽה (raa) = onheil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De dichter bidt dat de jaren van vreugde even lang zijn als de jaren van ellende. רָעָה (ra’ah), ‘onheil’. Zie ook: Ps 30:6; Ps 126:5–6; Jes 40:1–2; Jer 31:12–13; Joh 16:20 **90:16** Laat Uw werk zichtbaar worden voor Uw dienaren, en Uw luister voor hun zonen. Brontekst: יֵרָאֶ֣ה (yerae) = laat zichtbaar worden | אֶל (el) = voor | עֲבָדֶ֣יךָ (avadeikha) = Uw dienaren | פָעֳלֶ֑ךָ (paolekha) = Uw werk | וַ֝הֲדָרְךָ֗ (vahadarekha) = en Uw luister | עַל (al) = over | בְּנֵיהֶֽם (beneihem) = hun zonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 14:15–24; Deut 1:39; Deut 32:4; Ps 44:2; Hab 3:2 **90:17** Laat de vriendelijkheid van mijn Heer, onze Elohim, op ons rusten. Bevestig voor ons het werk van onze handen; ja, bevestig het werk van onze handen. Brontekst: וִיהִ֤י (vihi) = en laat zijn | נֹ֤עַם (noam) = vriendelijkheid van | אֲדֹנָ֥י (adonay) = mijn Heer | אֱלֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | עָ֫לֵ֥ינוּ (aleinu) = op ons | וּמַעֲשֵׂ֣ה (umaase) = en het werk van | יָ֭דֵינוּ (yadeinu) = onze handen | כּוֹנְנָ֥ה (konena) = bevestig | עָלֵ֑ינוּ (aleinu) = voor ons | וּֽמַעֲשֵׂ֥ה (umaase) = en het werk van | יָ֝דֵ֗ינוּ (yadeinu) = onze handen | כּוֹנְנֵֽהוּ (konenehu) = bevestig het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֹעַם (no’am), ‘vriendelijkheid’: het goede, aangename in het gezicht van Yahweh. De dichter bidt dat het werk van de mens zin heeft doordat Yahweh het bevestigt. Zie ook: Job 22:28; Spr 16:3; Jes 26:12; 2 Tess 2:16–3:1; 1 Kor 3:7 ## Psalmen 91 _Wie bij de Allerhoogste woont_ ### Veilig in de schuilplaats van de Allerhoogste **91:1** Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste woont, vernacht in de schaduw van Sjaddai. Brontekst: יֹ֭שֵׁב (yoshev) = wie woont | בְּסֵ֣תֶר (beseter) = in de schuilplaats van | עֶלְי֑וֹן (elyon) = de Allerhoogste | בְּצֵ֥ל (betsel) = in de schaduw van | שַׁ֝דַּ֗י (shaday) = Sjaddai | יִתְלוֹנָֽן (yitlonan) = vernacht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Deze psalm kent meer dan één stem. In de verzen 1–2 spreekt een dichter over zichzelf. In de verzen 3–13 wordt een ander aangesproken met ‘je’; in vers 9 antwoordt de dichter weer. In de verzen 14–16 spreekt Yahweh zelf. Wij laten de verdeling zien met rood in de verzen 14–16 en geven geen namen van sprekers die de tekst niet noemt. Voetnoot : עֶלְיוֹן (Elyon), ‘de Allerhoogste’, en שַׁדַּי (Sjaddai): twee namen van Elohim. Zie ook: Ps 17:8; Ps 27:5; Ps 32:7; Ps 36:8; Ps 91:9; 1 Joh 4:15–16 **91:2** Ik zeg tot Yahweh: „Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn Elohim, op wie ik vertrouw.” Brontekst: אֹמַ֗ר (omar) = ik zeg | לַֽ֭יהוָה (laYahweh) = tot Yahweh | מַחְסִ֣י (machsi) = mijn toevlucht | וּמְצוּדָתִ֑י (umetsudati) = en mijn burcht | אֱ֝לֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | אֶבְטַח (evtach) = ik vertrouw | בּֽוֹ (bo) = op Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:3; Ps 142:6; Spr 18:10; Jes 12:2; Jes 26:3–4 ### Beschermd tegen gevaar **91:3** Want Hij bevrijdt jou van de strik van de vogelaar, van de dodelijke pest. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | ה֣וּא (hu) = Hij | יַ֭צִּֽילְךָ (yatsilekha) = bevrijdt jou | מִפַּ֥ח (mipach) = van de strik van | יָק֗וּשׁ (yaqush) = de vogelaar | מִדֶּ֥בֶר (midever) = van de pest | הַוּֽוֹת (hauot) = van het verderf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דֶּבֶר (dever), ‘pest’: een dodelijke ziekte die zich verspreidt. הַוּוֹת (havvot), ‘verderf’ of ‘ondergang’: de ellende die volgt. Zie ook: Job 5:10–22; Ps 124:7; Ps 141:9; Spr 6:5; Spr 7:23 **91:4** Met Zijn veren bedekt Hij je, en onder Zijn vleugels vind je toevlucht. Zijn waarheid is een schild en een beschutting. Brontekst: בְּאֶבְרָת֨וֹ (beevrato) = met Zijn veren | יָ֣סֶךְ (yasekh) = bedekt Hij | לָ֭ךְ (lakh) = je | וְתַֽחַת (vetachat) = en onder | כְּנָפָ֣יו (kenafav) = Zijn vleugels | תֶּחְסֶ֑ה (techse) = vind je toevlucht | צִנָּ֖ה (tsina) = schild | וְֽסֹחֵרָ֣ה (vesochera) = en beschutting | אֲמִתּֽוֹ (amito) = Zijn waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֹחֵרָה (socherah), ‘beschutting’: dit woord komt alleen hier voor. De betekenis is onzeker; mogelijk een schild of een wal. Wij nemen het als ‘beschutting’. Voetnoot : אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: Yahweh houdt Zijn woord. Zie ook: Deut 32:11; Ps 17:8; Ps 57:2; Ps 61:5; Jes 43:1–2 **91:5** Je zult niet bang zijn voor de verschrikking van de nacht, voor de pijl die overdag vliegt. Brontekst: לֹא (lo) = niet | תִ֭ירָא (tira) = zul je bang zijn | מִפַּ֣חַד (mipachad) = voor de verschrikking van | לָ֑יְלָה (layela) = de nacht | מֵ֝חֵ֗ץ (mechets) = de pijl | יָע֥וּף (yauf) = die vliegt | יוֹמָֽם (yomam) = overdag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:19–27; Ps 3:6–7; Spr 3:23–25; Jes 43:2; Heb 13:6 **91:6** Ook niet voor de pest die in de duisternis rondgaat, voor de plaag die op het middaguur verwoest. Brontekst: מִ֭דֶּבֶר (midever) = van de pest | בָּאֹ֣פֶל (baofel) = in de duisternis | יַהֲלֹ֑ךְ (yahalokh) = die rondgaat | מִ֝קֶּ֗טֶב (miqetev) = van de plaag | יָשׁ֥וּד (yashud) = die verwoest | צָהֳרָֽיִם (tsahorayim) = op het middaguur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֶטֶב (qetev), ‘plaag’: een verwoestende ramp. Het woord komt ook voor in Deut. 32:24. Zie ook: Ex 12:29–30; Num 17:13; Deut 32:24; Ps 121:5–6; 2 Kon 19:35; Mat 24:6–7 **91:7** Duizend vallen er aan je zijde en tienduizend aan je rechterhand. Naar jou komt het niet. Brontekst: יִפֹּ֤ל (yipol) = vallen | מִצִּדְּךָ֨ (mitsidekha) = aan je zijde | אֶ֗לֶף (elef) = duizend | וּרְבָבָ֥ה (urevava) = en tienduizend | מִימִינֶ֑ךָ (miminekha) = aan je rechterhand | אֵ֝לֶ֗יךָ (eleikha) = naar jou | לֹ֣א (lo) = niet | יִגָּֽשׁ (yigash) = komt het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 7:23; Ex 12:12–13; Num 14:37–38; Joz 14:10; Ps 32:6 **91:8** Alleen met je ogen zul je toezien, en je zult zien hoe de goddelozen worden vergolden. Brontekst: רַ֭ק (raq) = alleen | בְּעֵינֶ֣יךָ (beeineikha) = met je ogen | תַבִּ֑יט (tabit) = zul je toezien | וְשִׁלֻּמַ֖ת (veshilumat) = en de vergelding van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = de goddelozen | תִּרְאֶֽה (tire) = zul je zien Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:34; Ps 58:11–12; Ps 92:12; Spr 3:25–26; Mal 1:5 ### De engelen van Yahweh **91:9** Want U, Yahweh, bent mijn toevlucht! De Allerhoogste heb je tot je woonplaats gemaakt. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֣ה (ata) = U | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | מַחְסִ֑י (machsi) = mijn toevlucht | עֶ֝לְי֗וֹן (elyon) = de Allerhoogste | שַׂ֣מְתָּ (samta) = heb je gemaakt | מְעוֹנֶֽךָ (meonekha) = tot je woonplaats Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 71:3; Ps 90:1; Ps 91:1–2; Ps 142:5–6; Ps 146:5–6 **91:10** Geen kwaad zal je overkomen, en geen plaag nadert je tent. Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | תְאֻנֶּ֣ה (teune) = zal overkomen | אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = je | רָעָ֑ה (raa) = kwaad | וְ֝נֶ֗גַע (venega) = en plaag | לֹא (lo) = niet | יִקְרַ֥ב (yiqrav) = nadert | בְּאָהֳלֶֽךָ (beaholekha) = je tent Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:24; Deut 7:15; Ps 121:7; Spr 12:21; Rom 8:25 **91:11** Want Hij geeft Zijn engelen de opdracht over jou om je te beschermen op al je wegen. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | מַ֭לְאָכָיו (malakhav) = Zijn engelen | יְצַוֶּה (yetsave) = geeft Hij opdracht | לָּ֑ךְ (lakh) = over jou | לִ֝שְׁמָרְךָ֗ (lishmarekha) = om je te beschermen | בְּכָל (bekhal) = op al | דְּרָכֶֽיךָ (derakheikha) = je wegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De verzen 11–12 worden in het Nieuwe Testament aangehaald: Matt. 4:6 en Luc. 4:10–11. Zie ook: Ps 34:8; Spr 3:6; Mat 4:6; Luc 4:10–11; Heb 1:14 **91:12** Op de handen zullen zij je dragen, opdat je voet niet tegen een steen stoot. Brontekst: עַל (al) = op | כַּפַּ֥יִם (kapayim) = handen | יִשָּׂא֑וּנְךָ (yisaunekha) = zullen zij je dragen | פֶּן (pen) = opdat niet | תִּגֹּ֖ף (tigof) = je stoot | בָּאֶ֣בֶן (baeven) = tegen een steen | רַגְלֶֽךָ (raglekha) = je voet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:24; Spr 3:23; Jes 63:9; Mat 4:6; Luc 4:11 **91:13** Over leeuw en adder zul je lopen, jonge leeuw en draak zul je vertrappen. Brontekst: עַל (al) = over | שַׁ֣חַל (shachal) = leeuw | וָפֶ֣תֶן (vafeten) = en adder | תִּדְרֹ֑ךְ (tidrokh) = zul je lopen | תִּרְמֹ֖ס (tirmos) = zul je vertrappen | כְּפִ֣יר (kefir) = jonge leeuw | וְתַנִּֽין (vetanin) = en draak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׁחַל (shachal), ‘leeuw’; כְּפִיר (kefir), ‘jonge leeuw’; פֶּתֶן (peten), ‘adder’; תַּנִּין (tannin), ‘draak’: een groot slangachtig dier of zeemonster. Het woord is elders (Gen. 1:21; Ps. 74:13; 148:7) in het meervoud ‘zeemonsters’; hier is het een slangachtig dier op het land, vandaar ‘draak’. De dieren staan voor de gevaren die de mens bedreigen. Zie ook: Gen 1:21; Re 14:5–6; 1 Sam 17:37; Ps 74:13; Ps 148:7; Dan 6:23; Mar 16:18; Luc 10:19 ### Yahweh zelf spreekt **91:14** **„Omdat hij aan Mij gehecht is, zal Ik hem redden. Ik zal hem hoog beschermen, omdat hij Mijn naam kent.** Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | בִ֣י (bi) = aan Mij | חָ֭שַׁק (chashaq) = hij is gehecht | וַאֲפַלְּטֵ֑הוּ (vaafaletehu) = dus ik zal hem redden | אֲ֝שַׂגְּבֵ֗הוּ (asagevehu) = ik zal hem hoog beschermen | כִּֽי (ki) = want | יָדַ֥ע (yada) = hij kent | שְׁמִֽי (shemi) = Mijn naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf hier spreekt Yahweh in de eerste persoon. Wij zetten de woorden van vers 14–16 rood. Voetnoot : חָשַׁק (chashaq), ‘gehecht zijn’: met liefde aan iemand vasthouden. Zie ook Deut. 7:7. Zie ook: Deut 7:7; Ps 9:11; Joh 14:23; Joh 16:27; Jak 1:12; Rom 8:28 **91:15** **Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem antwoorden. Ik ben met hem in de nood. Ik zal hem bevrijden en hem eren.** Brontekst: יִקְרָאֵ֨נִי (yiqraeni) = hij zal Mij aanroepen | וְֽאֶעֱנֵ֗הוּ (veeenehu) = en ik zal hem antwoorden | עִמּֽוֹ (imo) = met hem | אָנֹכִ֥י (anokhi) = Ik | בְצָרָ֑ה (betsara) = in de nood | אֲ֝חַלְּצֵ֗הוּ (achaletsehu) = ik zal hem bevrijden | וַֽאֲכַבְּדֵֽהוּ (vaakhabedehu) = en ik zal hem eren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk Ps. 50:15. Zie ook: Ps 50:15; Ps 138:7; Jes 65:24; Jer 33:3; Joh 12:26 **91:16** **Met lange dagen zal Ik hem verzadigen en hem Mijn redding laten zien.”** Brontekst: אֹ֣רֶךְ (orekh) = lengte van | יָ֭מִים (yamim) = dagen | אַשְׂבִּיעֵ֑הוּ (asbiehu) = ik zal hem verzadigen | וְ֝אַרְאֵ֗הוּ (vearehu) = en ik zal hem laten zien | בִּֽישׁוּעָתִֽי (bishuati) = in Mijn redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 21:5; Ps 50:23; Spr 3:2; Spr 3:16; Jes 65:20–22 ## Psalmen 92 _Een lied voor de sabbatdag_ ### Opschrift **92:1** Een psalm, een lied voor de sabbatdag. Brontekst: מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | שִׁ֗יר (shir) = een lied | לְי֣וֹם (leyom) = voor de dag van | הַשַּׁבָּֽת (hashabat) = de sabbat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : שַׁבָּת (shabbat), ‘sabbat’: de dag van rust, de zevende dag. Dit is de enige psalm met een opschrift voor de sabbat. Zie ook Exod. 20:8–11. Zie ook: Ex 20:8–11; Ps 107:1; Ps 107:21–22; Ps 135:3; Ps 147:1; Ef 5:19 ### Het is goed Yahweh te danken **92:2** Het is goed Yahweh te danken en Uw naam, Allerhoogste, te bezingen. Brontekst: ט֗וֹב (tov) = goed | לְהֹד֥וֹת (lehodot) = om te danken | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = Yahweh | וּלְזַמֵּ֖ר (ulezamer) = en te bezingen | לְשִׁמְךָ֣ (leshimkha) = Uw naam | עֶלְיֽוֹן (elyon) = Allerhoogste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 107:1; Ps 107:21–22; Ps 135:3; Ps 147:1; Ef 5:19 **92:3** In de morgen Uw trouw te verkondigen en in de nachten Uw betrouwbaarheid. Brontekst: לְהַגִּ֣יד (lehagid) = om te verkondigen | בַּבֹּ֣קֶר (baboqer) = in de morgen | חַסְֽדֶּ֑ךָ (chasdekha) = Uw trouw | וֶ֝אֱמֽוּנָתְךָ֗ (veemunatekha) = en Uw betrouwbaarheid | בַּלֵּילֽוֹת (baleilot) = in de nachten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 42:9; Ps 89:2–3; Jes 63:7; Klaagl 3:22–23; Joh 1:17 **92:4** Op het instrument met tien snaren en op de harp, met Higgajon op de lier. Brontekst: עֲֽלֵי (alei) = op | עָ֭שׂוֹר (asor) = tien snaren | וַעֲלֵי (vaalei) = en op | נָ֑בֶל (navel) = harp | עֲלֵ֖י (alei) = met | הִגָּי֣וֹן (higayon) = Higgajon | בְּכִנּֽוֹר (bekhinor) = op de lier Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָשׂוֹר (asor), ‘tien’: een instrument met tien snaren. נֶבֶל (nevel), ‘harp’. כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’. Voetnoot : הִגָּיוֹן (Higgajon): een muziekterm. De betekenis is onzeker; mogelijk ‘zacht spel’ of ‘gemompel’. Zie ook Ps. 9:17. Wij laten het woord staan. Zie ook: 1 Kron 13:8; Ps 9:17; Ps 33:2; Ps 68:26; 2 Kron 23:5; Neh 12:27 **92:5** Want U hebt mij blij gemaakt, Yahweh, door Uw werk. Over het werk van Uw handen jubel ik. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | שִׂמַּחְתַּ֣נִי (simachtani) = U hebt mij blij gemaakt | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּפָעֳלֶ֑ךָ (befaolekha) = door Uw werk | בְּֽמַעֲשֵׂ֖י (bemaasei) = over de werken van | יָדֶ֣יךָ (yadeikha) = Uw handen | אֲרַנֵּֽן (aranen) = ik jubel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 8:7; Ps 126:3; Luc 1:47; Joh 16:22; 2 Kor 2:14 ### Hoe groot zijn Uw werken **92:6** Hoe groot zijn Uw werken, Yahweh! Zeer diep zijn Uw gedachten. Brontekst: מַה (ma) = hoe | גָּדְל֣וּ (gadelu) = groot zijn | מַעֲשֶׂ֣יךָ (maaseikha) = Uw werken | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | מְ֝אֹ֗ד (meod) = zeer | עָמְק֥וּ (amequ) = diep zijn | מַחְשְׁבֹתֶֽיךָ (machshevoteikha) = Uw gedachten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:6; Ps 139:17; Ps 145:3–4; Jes 55:8–9; Rom 11:33–34 **92:7** Een dom mens weet het niet, en een dwaas begrijpt dit niet. Brontekst: אִֽישׁ (ish) = een man | בַּ֭עַר (baar) = dom | לֹ֣א (lo) = niet | יֵדָ֑ע (yeda) = weet het | וּ֝כְסִ֗יל (ukhesil) = en een dwaas | לֹא (lo) = niet | יָבִ֥ין (yavin) = begrijpt | אֶת (et) = (obj.) | זֹֽאת (zot) = dit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בַּעַר (ba’ar), ‘dom’: iemand zonder inzicht, bijna als een dier. כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’: wie weigert te leren. Zie ook: Ps 49:11; Ps 73:22; Ps 94:8; Spr 1:22; 1 Kor 2:14 **92:8** Als de goddelozen uitbotten als gras en alle kwaaddoeners bloeien, dan is het om hen voor altijd te verdelgen. Brontekst: בִּפְרֹ֤חַ (bifroach) = als uitbotten | רְשָׁעִ֨ים (reshaim) = goddelozen | כְּמ֥וֹ (kemo) = als | עֵ֗שֶׂב (esev) = gras | וַ֭יָּצִיצוּ (vayatsitsu) = en bloeien | כָּל (kal) = alle | פֹּ֣עֲלֵי (poalei) = werkers van | אָ֑וֶן (aven) = onrecht | לְהִשָּֽׁמְדָ֥ם (lehishamedam) = om hen te verdelgen | עֲדֵי (adei) = tot | עַֽד (ad) = altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De goddelozen bloeien, maar hun bloei is kort: zij zijn als gras. Zie ook Ps. 37:2 en Ps. 90:5–6. Zie ook: Ps 37:1–2; Ps 37:2; Ps 37:38; Ps 73:18–20; Ps 90:5–6; Jer 12:1–2; 1 Petr 1:24 ### Yahweh is verheven **92:9** Maar U bent verheven voor eeuwig, Yahweh. Brontekst: וְאַתָּ֥ה (veata) = en U | מָר֗וֹם (marom) = verheven | לְעֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 18:11; Ps 83:19; Dan 4:31–32; Hand 12:1; Hand 12:22–24 **92:10** Want zie, Uw vijanden, Yahweh, want zie, Uw vijanden komen om. Alle kwaaddoeners worden verstrooid. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | הִנֵּ֪ה (hine) = zie | אֹיְבֶ֡יךָ (oyeveikha) = Uw vijanden | יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כִּֽי (ki) = want | הִנֵּ֣ה (hine) = zie | אֹיְבֶ֣יךָ (oyeveikha) = Uw vijanden | יֹאבֵ֑דוּ (yovedu) = komen om | יִ֝תְפָּרְד֗וּ (yitparedu) = worden verstrooid | כָּל (kal) = alle | פֹּ֥עֲלֵי (poalei) = werkers van | אָֽוֶן (aven) = onrecht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:20; Ps 68:2–3; Ps 89:11; Mat 7:23; 2 Tess 1:7–9 **92:11** Maar U hebt mijn hoorn verheven als die van een wilde stier. Ik ben overgoten met verse olie. Brontekst: וַתָּ֣רֶם (vatarem) = en U hebt verheven | כִּרְאֵ֣ים (kireim) = als die van een wilde stier | קַרְנִ֑י (qarni) = mijn hoorn | בַּ֝לֹּתִ֗י (baloti) = ik ben overgoten | בְּשֶׁ֣מֶן (beshemen) = met olie | רַעֲנָֽן (raanan) = vers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רְאֵם (re’em), ‘wilde stier’: een groot, sterk dier. De hoorn is het beeld van kracht. בַּלֹּתִי (ballotti), ‘ik ben overgoten’: de betekenis van dit woord is onzeker. Zie ook: Ps 23:5; Ps 45:8; Ps 75:11; Ps 89:18; 2 Kor 1:21 **92:12** Mijn oog ziet neer op mijn belagers. Mijn oren horen over de boosdoeners die tegen mij opstaan. Brontekst: וַתַּבֵּ֥ט (vatabet) = en ziet neer | עֵינִ֗י (eini) = mijn oog | בְּשׁ֫וּרָ֥י (beshuray) = op mijn belagers | בַּקָּמִ֖ים (baqamim) = op wie opstaan | עָלַ֥י (alay) = tegen mij | מְרֵעִ֗ים (mereim) = boosdoeners | תִּשְׁמַ֥עְנָה (tishmana) = horen | אָזְנָֽי (azenay) = mijn oren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שׁוּרַי (shurai), ‘mijn belagers’: wie op de loer ligt. Zie ook: Ps 37:34; Ps 54:9; Ps 59:11; Ps 91:8; Ps 112:8 ### De rechtvaardige bloeit **92:13** De rechtvaardige bloeit als de palm. Als de ceder op de Libanon groeit hij. Brontekst: צַ֭דִּיק (tsadiq) = een rechtvaardige | כַּתָּמָ֣ר (katamar) = als de palm | יִפְרָ֑ח (yifrach) = bloeit | כְּאֶ֖רֶז (keerez) = als een ceder | בַּלְּבָנ֣וֹן (balevanon) = op de Libanon | יִשְׂגֶּֽה (yisge) = groeit hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee. Voetnoot Uitleg: תָּמָר (tamar), ‘palm’: de dadelpalm, een boom die lang vrucht draagt. Zo ook de ceder, die groot en sterk wordt. Zie ook: Ps 1:3; Ps 52:10; Ps 104:16; Hos 14:6–7; Jer 17:8 **92:14** Geplant in het huis van Yahweh, bloeien zij in de voorhoven van onze Elohim. Brontekst: שְׁ֭תוּלִים (shetulim) = geplant | בְּבֵ֣ית (beveit) = in het huis van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | בְּחַצְר֖וֹת (bechatsrot) = in de voorhoven van | אֱלֹהֵ֣ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | יַפְרִֽיחוּ (yafrichu) = bloeien zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 60:21; Jes 61:3; Rom 6:5; Ef 3:17; 2 Petr 3:18 **92:15** Nog in hun grijze ouderdom dragen zij vrucht. Zij blijven vol sap en fris, Brontekst: ע֭וֹד (od) = nog | יְנוּב֣וּן (yenuvun) = dragen zij vrucht | בְּשֵׂיבָ֑ה (beseiva) = in grijze ouderdom | דְּשֵׁנִ֖ים (deshenim) = vol sap | וְרַֽעֲנַנִּ֣ים (veraananim) = en fris | יִהְיֽוּ (yihyu) = zij blijven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֵׂיבָה (seivah), ‘grijze ouderdom’: de rechtvaardige draagt ook op hoge leeftijd nog vrucht. Zie ook: Ps 71:18; Jes 46:4; Jer 17:8; Joh 15:2–5; Fil 1:11 **92:16** om te verkondigen dat Yahweh recht is, mijn rots, en dat er geen onrecht in Hem is. Brontekst: לְ֭הַגִּיד (lehagid) = om te verkondigen | כִּֽי (ki) = dat | יָשָׁ֣ר (yashar) = recht is | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | צ֝וּרִ֗י (tsuri) = mijn rots | וְֽלֹא (velo) = en niet | עַוְלָ֥תָה (avlata) = onrecht | בּֽוֹ (bo) = in Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is עַלְתָה (alatah), het gelezen woord (qere) is עַוְלָתָה (avlatah). Beide betekenen ‘onrecht’. Wij volgen de qere. Zie ook: Job 34:10; Deut 32:4; Ps 18:3; Ps 62:7; Rom 9:14 ## Psalmen 93 _Yahweh is koning, machtiger dan de zee_ ### Yahweh is koning **93:1** Yahweh is koning. Hij heeft Zich bekleed met hoogheid. Yahweh heeft Zich bekleed, Hij heeft Zich omgord met kracht. Ook de wereld staat vast; zij wankelt niet. Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | מָלָךְ֮ (malakh) = is koning | גֵּא֪וּת (geut) = hoogheid | לָ֫בֵ֥שׁ (lavesh) = heeft Zich bekleed | לָבֵ֣שׁ (lavesh) = heeft Zich bekleed | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | עֹ֣ז (oz) = kracht | הִתְאַזָּ֑ר (hitazar) = heeft Zich omgord | אַף (af) = ook | תִּכּ֥וֹן (tikon) = staat vast | תֵּ֝בֵ֗ל (tevel) = wereld | בַּל (bal) = niet | תִּמּֽוֹט (timot) = wankelt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָלָךְ (malakh), ‘is koning’: het werkwoord kan ook ‘is koning geworden’ betekenen. Wij vertalen met de gewone vorm. Dezelfde uitroep staat in 96:10, 97:1 en 99:1. Voetnoot : גֵּאוּת (ge’ut), ‘hoogheid’: verheven grootsheid. Voetnoot : תֵּבֵל (tevel), ‘wereld’: de bewoonde wereld. Zie ook 96:10. Zie ook: 1 Kron 29:12; Ps 96:10; Ps 99:1; Ps 103:19; Openb 19:6 **93:2** Uw troon staat vast sinds oude tijden. U bent van eeuwigheid. Brontekst: נָכ֣וֹן (nakhon) = vast staat | כִּסְאֲךָ֣ (kisakha) = Uw troon | מֵאָ֑ז (meaz) = sinds toen | מֵֽעוֹלָ֣ם (meolam) = van eeuwigheid | אָֽתָּה (ata) = U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 45:7; Ps 90:2; Spr 8:22–23; Heb 13:8; Openb 1:8 ### De stromen en de zee **93:3** De stromen verheffen zich, Yahweh. De stromen verheffen hun stem. De stromen verheffen hun beuken. Brontekst: נָשְׂא֤וּ (naseu) = verheffen | נְהָר֨וֹת (neharot) = stromen | יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | נָשְׂא֣וּ (naseu) = verheffen | נְהָר֣וֹת (neharot) = stromen | קוֹלָ֑ם (qolam) = hun stem | יִשְׂא֖וּ (yisu) = verheffen | נְהָר֣וֹת (neharot) = stromen | דָּכְיָֽם (dakheyam) = hun beuken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְהָרוֹת (neharot), ‘stromen’: rivieren of stromende wateren. Hier zijn ze een beeld van de machten die zich tegen Yahweh verheffen. Voetnoot : דָּכְיָם (dokhyam), ‘hun beuken’: van een werkwoord dat ‘vermorzelen’ betekent. Het is een zeldzaam woord: de golven slaan en beuken. Zie ook: Ps 69:2–3; Ps 96:11; Ps 124:3–5; Jes 17:12–13; Jer 46:7–8 **93:4** Boven het geluid van vele wateren, boven de machtige golfslagen van de zee, is Yahweh machtig in de hoogte. Brontekst: מִקֹּל֨וֹת (miqolot) = boven het geluid van | מַ֤יִם (mayim) = wateren | רַבִּ֗ים (rabim) = vele | אַדִּירִ֣ים (adirim) = machtige | מִשְׁבְּרֵי (mishberei) = golfslagen van | יָ֑ם (yam) = zee | אַדִּ֖יר (adir) = machtig | בַּמָּר֣וֹם (bamarom) = in de hoogte | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִן (min), ‘boven’: dit voorzetsel kan ook ‘meer dan’ betekenen. Het vers zegt dat Yahweh in de hoogte machtiger is dan het gebulder van de zee. Zie ook: Job 38:11; Ps 65:8; Ps 89:10; Ps 114:3–5; Jer 5:22 ### Uw getuigenissen en Uw huis **93:5** Uw getuigenissen zijn zeer betrouwbaar. Bij Uw huis past heiligheid, Yahweh, voor de lengte van dagen. Brontekst: עֵֽדֹתֶ֨יךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen | נֶאֶמְנ֬וּ (neemnu) = zijn betrouwbaar | מְאֹ֗ד (meod) = zeer | לְבֵיתְךָ֥ (leveitekha) = bij Uw huis | נַאֲוָה (naava) = past | קֹ֑דֶשׁ (qodesh) = heiligheid | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לְאֹ֣רֶךְ (leorekh) = voor de lengte van | יָמִֽים (yamim) = dagen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֵדוֹת (edot), ‘getuigenissen’: wat Yahweh heeft laten weten, Zijn woorden en Zijn geboden. Zo ook in Ps. 19:8. Voetnoot : נָאוָה (na’avah), ‘past’: heiligheid hoort bij Zijn huis als een sieraad. Het ‘huis’ is het heiligdom. Zie ook: Lev 19:2; Ps 19:8–9; Ps 29:2; Ps 119:111; Ps 119:129 ## Psalmen 94 _El van de wraak, treed op tegen de hoogmoedigen_ ### El van de wraak **94:1** Yahweh, El van de wraak. El van de wraak, straal uit. Brontekst: אֵל (el) = El van | נְקָמ֥וֹת (neqamot) = wraak | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אֵ֖ל (el) = El van | נְקָמ֣וֹת (neqamot) = wraak | הוֹפִֽיַע (hofiya) = straal uit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְקָמוֹת (nekamot), ‘wraak’: het herstellen van het recht door Yahweh, niet een persoonlijke wraakzucht. Zie ook Deut. 32:35. Voetnoot : הוֹפִיעַ (hofia), ‘straal uit’: laat Uw glans zien en treed naar voren. Zie ook Deut. 33:2. Zie ook: Deut 32:35; Deut 32:41–42; Deut 33:2; Jes 35:4; Nah 1:2; Heb 10:30 **94:2** Verhef U, rechter van de aarde. Geef de hoogmoedigen terug wat zij verdienen. Brontekst: הִ֭נָּשֵׂא (hinase) = verhef U | שֹׁפֵ֣ט (shofet) = rechter van | הָאָ֑רֶץ (haarets) = de aarde | הָשֵׁ֥ב (hashev) = breng terug | גְּ֝מ֗וּל (gemul) = vergelding | עַל (al) = op | גֵּאִֽים (geim) = hoogmoedigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גְּמוּל (gemul), ‘wat men verdient’: de terugbetaling van wat iemand gedaan heeft. Zie ook: Gen 18:25; Ps 7:7; Ps 31:24; Joh 5:22–23; 2 Kor 5:10 **94:3** Hoe lang nog zullen de goddelozen, Yahweh, hoe lang nog zullen de goddelozen juichen? Brontekst: עַד (ad) = hoe | מָתַ֖י (matay) = lang | רְשָׁעִ֥ים (reshaim) = goddelozen | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | עַד (ad) = hoe | מָ֝תַ֗י (matay) = lang | רְשָׁעִ֥ים (reshaim) = goddelozen | יַעֲלֹֽזוּ (yaalozu) = zullen juichen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 20:5; Ps 43:2; Ps 73:8; Jer 12:1–2; Openb 6:10 **94:4** Zij spuwen woorden uit en spreken brutaal. Alle werkers van onrecht scheppen op. Brontekst: יַבִּ֣יעוּ (yabiu) = zij laten stromen | יְדַבְּר֣וּ (yedaberu) = zij spreken | עָתָ֑ק (ataq) = brutaal | יִֽ֝תְאַמְּר֗וּ (yitameru) = zij scheppen op | כָּל (kal) = alle | פֹּ֥עֲלֵי (poalei) = werkers van | אָֽוֶן (aven) = onrecht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:9–10; Ps 31:19; Ps 52:3; Ps 140:4; Jud 1:14–15 **94:5** Uw volk, Yahweh, vermorzelen zij, en Uw erfdeel onderdrukken zij. Brontekst: עַמְּךָ֣ (amekha) = Uw volk | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | יְדַכְּא֑וּ (yedakeu) = zij vermorzelen | וְֽנַחֲלָתְךָ֥ (venachalatekha) = en Uw erfdeel | יְעַנּֽוּ (yeanu) = zij onderdrukken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 7:3; Ps 79:2–3; Jes 3:15; Mi 3:2–3; Jer 50:11 **94:6** Weduwe en vreemdeling doden zij, en wezen vermoorden zij. Brontekst: אַ֭לְמָנָה (almana) = weduwe | וְגֵ֣ר (veger) = en vreemdeling | יַהֲרֹ֑גוּ (yaharogu) = zij doden | וִֽיתוֹמִ֣ים (vitomim) = en wezen | יְרַצֵּֽחוּ (yeratsechu) = zij vermoorden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 10:2; Jes 13:15–18; Jer 7:6; Ezech 22:7; Mal 3:5 **94:7** Zij zeggen: „Jah ziet het niet, en de Elohim van Jakob merkt het niet.” Brontekst: וַ֭יֹּ֣אמְרוּ (vayomru) = en zij zeiden | לֹ֣א (lo) = niet | יִרְאֶה (yire) = ziet | יָּ֑הּ (yah) = Jah | וְלֹא (velo) = en niet | יָ֝בִ֗ין (yavin) = merkt | אֱלֹהֵ֥י (elohei) = Elohim van | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָהּ (Jah): een korte vorm van de naam Yahweh. Zie ook Ps. 68:5. Voetnoot : De goddelozen zeggen dat de Elohim van Jakob niets merkt. Wij zetten hun woorden tussen aanhalingstekens; het zijn geen woorden van Yahweh. Zie ook: Job 22:12–13; Ps 10:11–13; Ps 68:5; Jes 29:15; Sef 1:12; Luc 18:3–4 ### Begrijp het, jullie dwazen **94:8** Begrijp het, jullie domme mensen onder het volk. En jullie dwazen, wanneer worden jullie verstandig? Brontekst: בִּ֭ינוּ (binu) = begrijp het | בֹּעֲרִ֣ים (boarim) = domme mensen | בָּעָ֑ם (baam) = onder het volk | וּ֝כְסִילִ֗ים (ukhesilim) = en dwazen | מָתַ֥י (matay) = wanneer | תַּשְׂכִּֽילוּ (taskilu) = worden jullie verstandig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:29; Ps 49:11; Ps 92:7; Spr 12:1; Tit 3:3 **94:9** Zou Hij die het oor geplant heeft niet horen? Zou Hij die het oog gevormd heeft niet zien? Brontekst: הֲנֹ֣טַֽע (hanota) = zou Hij die plant | אֹ֭זֶן (ozen) = oor | הֲלֹ֣א (halo) = zou niet | יִשְׁמָ֑ע (yishma) = horen | אִֽם (im) = of | יֹ֥צֵֽר (yotser) = Hij die vormt | עַ֝֗יִן (ayin) = oog | הֲלֹ֣א (halo) = zou niet | יַבִּֽיט (yabit) = zien Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De vraag verwacht het antwoord ‘ja’: wie het oor en het oog gemaakt heeft, hoort en ziet zelf ook. Zie ook: Ex 4:11; Ps 11:4; Ps 44:22; Spr 20:12; Jer 23:23–24 **94:10** Zou Hij die de volken corrigeert niet terechtwijzen? Hij is het die de mens kennis leert. Brontekst: הֲיֹסֵ֣ר (hayoser) = zou Hij die corrigeert | גּ֭וֹיִם (goyim) = volken | הֲלֹ֣א (halo) = zou niet | יוֹכִ֑יחַ (yokhiach) = terechtwijzen | הַֽמְלַמֵּ֖ד (hamlamed) = Hij die leert | אָדָ֣ם (adam) = mens | דָּֽעַת (daat) = kennis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָסַר (yasar), ‘corrigeren’: iemand opvoeden en bijsturen. הוֹכִיחַ (hokhiach), ‘terechtwijzen’. Het vers eindigt kort: ‘Hij die de mens kennis leert’. Wij maken er een eigen zin van, zonder iets toe te voegen aan de betekenis. Zie ook: Job 35:11; Spr 2:6; Jes 28:26; Jer 10:25; Joh 6:45 **94:11** Yahweh kent de gedachten van de mens: zij zijn een damp. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | יֹ֭דֵעַ (yodea) = kent | מַחְשְׁב֣וֹת (machshevot) = gedachten van | אָדָ֑ם (adam) = mens | כִּי (ki) = dat | הֵ֥מָּה (hema) = zij | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 11:11–12; 1 Kor 1:19; 1 Kor 1:21; 1 Kor 3:20; Rom 1:21–22 ### Gelukkig wie U corrigeert **94:12** Gelukkig de man die U corrigeert, Jah, en die U onderwijst uit Uw wet. Brontekst: אַשְׁרֵ֤י (ashrei) = gelukkig | הַגֶּ֣בֶר (hagever) = de man | אֲשֶׁר (asher) = die | תְּיַסְּרֶ֣נּוּ (teyaserenu) = U corrigeert hem | יָּ֑הּ (yah) = Jah | וּֽמִתּוֹרָתְךָ֥ (umitoratekha) = en uit Uw wet | תְלַמְּדֶֽנּוּ (telamedenu) = U onderwijst hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹרָה (torah), ‘wet’: letterlijk ‘onderwijs’. Yahweh leert wie Hij corrigeert. Zie ook: Job 5:17; Spr 3:11–12; 1 Kor 11:32; Heb 12:5–11; Openb 3:19 **94:13** Zo geeft U hem rust van de dagen van onheil, totdat er een kuil gegraven wordt voor de goddeloze. Brontekst: לְהַשְׁקִ֣יט (lehashqit) = om rust te geven | ל֭וֹ (lo) = hem | מִ֣ימֵי (mimei) = van de dagen van | רָ֑ע (ra) = onheil | עַ֤ד (ad) = totdat | יִכָּרֶ֖ה (yikare) = gegraven wordt | לָרָשָׁ֣ע (larasha) = voor de goddeloze | שָֽׁחַת (shachat) = kuil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׁחַת (shachat), ‘kuil’: een kuil om dieren of vijanden in te vangen. Het beeld van de kuil voor de goddeloze komt ook voor in 7:16 en 9:16. Zie ook: Ps 9:16; Ps 55:24; 2 Tess 1:7–8; 2 Petr 2:9; Openb 14:13 **94:14** Want Yahweh verstoot Zijn volk niet, en Zijn erfdeel verlaat Hij niet. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹא (lo) = niet | יִטֹּ֣שׁ (yitosh) = verstoot | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | עַמּ֑וֹ (amo) = Zijn volk | וְ֝נַחֲלָת֗וֹ (venachalato) = en Zijn erfdeel | לֹ֣א (lo) = niet | יַעֲזֹֽב (yaazov) = verlaat Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:9; 1 Sam 12:22; Ps 37:28; Joh 10:27–31; Rom 11:1–2 **94:15** Want het recht keert terug tot gerechtigheid, en alle oprechten van hart volgen erachter aan. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | עַד (ad) = tot | צֶ֭דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | יָשׁ֣וּב (yashuv) = keert terug | מִשְׁפָּ֑ט (mishpat) = recht | וְ֝אַחֲרָ֗יו (veacharav) = en achter hem | כָּל (kal) = alle | יִשְׁרֵי (yishrei) = oprechten van | לֵֽב (lev) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het vers is kort: ‘het recht keert terug tot gerechtigheid’. Het recht, dat nu is verdraaid, wordt weer gerechtigheid. Alle oprechten van hart sluiten zich daarbij aan. Zie ook: Ps 37:34; Ps 97:2; Ps 125:3–5; Mi 7:9; Mal 3:18 ### Wie staat voor mij op? **94:16** Wie staat voor mij op tegen de kwaaddoeners? Wie gaat voor mij staan tegen de werkers van onrecht? Brontekst: מִֽי (mi) = wie | יָק֣וּם (yaqum) = staat op | לִ֭י (li) = voor mij | עִם (im) = tegen | מְרֵעִ֑ים (mereim) = kwaaddoeners | מִֽי (mi) = wie | יִתְיַצֵּ֥ב (yityatsev) = gaat staan | לִ֝י (li) = voor mij | עִם (im) = tegen | פֹּ֥עֲלֵי (poalei) = werkers van | אָֽוֶן (aven) = onrecht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 25:6–13; Re 5:23; Jes 63:5; Joh 7:50–51; 3 Joh 1:8 **94:17** Als Yahweh mijn hulp niet was geweest, dan had mijn ziel bijna in de stilte gewoond. Brontekst: לוּלֵ֣י (lulei) = als niet | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | עֶזְרָ֣תָה (ezrata) = hulp | לִּ֑י (li) = voor mij | כִּמְעַ֓ט (kimat) = bijna | שָֽׁכְנָ֖ה (shakhena) = had gewoond | דוּמָ֣ה (duma) = stilte | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. Voetnoot : דּוּמָה (dumah), ‘stilte’: een beeld voor het rijk van de doden. Zie ook Ps. 115:17. Zie ook: Ps 13:4; Ps 31:18; Ps 115:17; Ps 118:13; Ps 124:1–2; 2 Tim 4:16–17 **94:18** Als ik zei: „Mijn voet wankelt”, dan ondersteunde Uw trouw mij, Yahweh. Brontekst: אִם (im) = als | אָ֭מַרְתִּי (amarti) = ik zei | מָ֣טָה (mata) = wankelt | רַגְלִ֑י (ragli) = mijn voet | חַסְדְּךָ֥ (chasdekha) = Uw trouw | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | יִסְעָדֵֽנִי (yisadeni) = ondersteunt mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Zie ook: Ps 37:23–24; Ps 38:17; Ps 119:116–117; Ps 121:3; Jes 41:10 **94:19** Als mijn zorgen zich in mij ophopen, verblijden Uw troostingen mijn ziel. Brontekst: בְּרֹ֣ב (berov) = in de menigte van | שַׂרְעַפַּ֣י (sarapay) = mijn zorgen | בְּקִרְבִּ֑י (beqirbi) = in mij | תַּ֝נְחוּמֶ֗יךָ (tanchumeikha) = Uw troostingen | יְֽשַׁעַשְׁע֥וּ (yeshaashu) = verblijden | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׂרְעַפִּים (sar’appim), ‘zorgen’: onrustige, verdeelde gedachten. Zie ook Ps. 139:23. Zie ook: Ps 61:3; Ps 63:6–7; Ps 77:3–11; Ps 139:23; 2 Kor 1:4–5; Rom 5:2–5 **94:20** Zou de troon van verderf met U verbonden zijn, die onheil vormt door een voorschrift? Brontekst: הַֽ֭יְחָבְרְךָ (haychaverekha) = zou verbonden zijn met U | כִּסֵּ֣א (kise) = troon van | הַוּ֑וֹת (hauot) = verderf | יֹצֵ֖ר (yotser) = die vormt | עָמָ֣ל (amal) = onheil | עֲלֵי (alei) = door | חֹֽק (choq) = voorschrift Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: עֲלֵי חֹק (alei choq): ‘door een voorschrift’ of ‘tegen een voorschrift’. Het Hebreeuws kan beide betekenen: onheil dat zich beroept op een wet, of onheil dat tegen de wet ingaat. Wij houden het letterlijke ‘door een voorschrift’. Zie ook: Ps 58:3; Pred 3:16; Jes 10:1; Joh 11:57; Openb 13:15–17 **94:21** Zij rotten zich samen tegen het leven van de rechtvaardige, en onschuldig bloed verklaren zij schuldig. Brontekst: יָ֭גוֹדּוּ (yagodu) = zij rotten samen | עַל (al) = tegen | נֶ֣פֶשׁ (nefesh) = leven van | צַדִּ֑יק (tsadiq) = rechtvaardige | וְדָ֖ם (vedam) = en bloed | נָקִ֣י (naqi) = onschuldig | יַרְשִֽׁיעוּ (yarshiu) = zij verklaren schuldig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָגוֹדּוּ (yagodu), ‘zij rotten zich samen’: zij komen in een bende bijeen om aan te vallen. Zie ook: Ex 23:7; Ps 59:4; Spr 17:15; Mat 27:1; Openb 17:6 ### Yahweh is mijn burcht **94:22** Maar Yahweh werd voor mij een veilige burcht, en mijn Elohim de rots van mijn toevlucht. Brontekst: וַיְהִ֬י (vayhi) = en werd | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | לִ֣י (li) = voor mij | לְמִשְׂגָּ֑ב (lemisgav) = tot burcht | וֵ֝אלֹהַ֗י (velohay) = en mijn Elohim | לְצ֣וּר (letsur) = tot rots van | מַחְסִֽי (machsi) = mijn toevlucht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:3; Ps 27:1–3; Ps 59:10; Ps 59:17–18; Ps 62:7 **94:23** Hij brengt hun ongerechtigheid op hen terug en vernietigt hen om hun kwaad. Yahweh, onze Elohim, vernietigt hen. Brontekst: וַיָּ֤שֶׁב (vayashev) = en Hij brengt terug | עֲלֵיהֶ֨ם (aleihem) = op hen | אֶת (et) = (obj.) | אוֹנָ֗ם (onam) = hun ongerechtigheid | וּבְרָעָתָ֥ם (uveraatam) = en om hun kwaad | יַצְמִיתֵ֑ם (yatsmitem) = vernietigt hen | יַ֝צְמִיתֵ֗ם (yatsmitem) = vernietigt hen | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵֽינוּ (eloheinu) = onze Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אוֹנָם (onam), ‘hun ongerechtigheid’: het kwaad dat zij zelf gedaan hebben. Voetnoot Lezing: וַיָּשֶׁב (vayyashev): de vorm lijkt verleden tijd, maar spreekt hier van wat zeker gebeurt. Wij vertalen met de tegenwoordige tijd. De herhaling ‘vernietigt hen, vernietigt hen’ staat ook in het Hebreeuws. Zie ook: Ps 7:17; Ps 55:24; Spr 2:22; Spr 5:22; Spr 14:32 ## Psalmen 95 _Kom, laten wij ons buigen; verhard jullie hart niet_ ### Kom, laten wij jubelen **95:1** Kom, laten wij jubelen voor Yahweh. Laten wij juichen voor de rots van onze redding. Brontekst: לְ֭כוּ (lekhu) = komt | נְרַנְּנָ֣ה (neranena) = laten wij jubelen | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = voor Yahweh | נָ֝רִ֗יעָה (naria) = laten wij juichen | לְצ֣וּר (letsur) = voor de rots van | יִשְׁעֵֽנוּ (yishenu) = onze redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צוּר (tsur), ‘rots’: een beeld voor Yahweh als schuilplaats en steun. Zie ook Deut. 32:4. Voetnoot : יֶשַׁע (yesha), ‘redding’: bevrijding uit nood. Zie ook: Deut 32:4; 2 Sam 22:47; Ps 81:2; Ps 96:1–2; Ps 150:6; 1 Kor 10:4 **95:2** Laten wij Hem tegemoet komen met dank. Laten wij met liederen voor Hem juichen. Brontekst: נְקַדְּמָ֣ה (neqadema) = laten wij tegemoet komen | פָנָ֣יו (panav) = Zijn aangezicht | בְּתוֹדָ֑ה (betoda) = met dank | בִּ֝זְמִר֗וֹת (bizmirot) = met liederen | נָרִ֥יעַֽ (naria) = laten wij juichen | לֽוֹ (lo) = voor Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹדָה (todah), ‘dank’: dank die men uitspreekt en laat horen, ook bij het dankoffer. זְמִרוֹת (zemirot), ‘liederen’: gezongen lofliederen met muziek. Zie ook: Ps 100:4; Ps 105:2; Mi 6:6; Jer 31:12–13; Ef 5:19 **95:3** Want Yahweh is een grote El, en een grote koning boven alle goden. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אֵ֣ל (el) = El | גָּד֣וֹל (gadol) = groot | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּמֶ֥לֶךְ (umelekh) = en koning | גָּ֝ד֗וֹל (gadol) = groot | עַל (al) = boven | כָּל (kal) = alle | אֱלֹהִֽים (Elohim) = goden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלֹהִים (Elohim) in ‘alle goden’: de goden van de volken. Zie ook 96:4–5 en 97:9. Zie ook: Ps 96:4; Ps 97:9; Ps 135:5; Ps 145:3; Jer 10:6–7 **95:4** In Zijn hand zijn de diepten van de aarde, en de toppen van de bergen zijn van Hem. Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = dat | בְּ֭יָדוֹ (beyado) = in Zijn hand | מֶחְקְרֵי (mechqerei) = diepten van | אָ֑רֶץ (arets) = aarde | וְתוֹעֲפ֖וֹת (vetoafot) = en toppen van | הָרִ֣ים (harim) = de bergen | לֽוֹ (lo) = van Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֶחְקְרֵי (mechqerei), ‘diepten’: een zeldzaam woord; de betekenis is onzeker. Het kan ook ‘uithoeken’ betekenen. Voetnoot : תּוֹעֲפוֹת (to’afot), ‘toppen’: ook een zeldzaam woord, onzeker. De twee helften samen zeggen dat de aarde van de diepste plaats tot de hoogste top van Yahweh is. Zie ook: Ps 135:6; Mi 1:4; Nah 1:5; Hab 3:6; Hab 3:10 **95:5** Van Hem is de zee, want Hij heeft haar gemaakt. Zijn handen hebben het droge land gevormd. Brontekst: אֲשֶׁר (asher) = dat | ל֣וֹ (lo) = van Hem | הַ֭יָּם (hayam) = de zee | וְה֣וּא (vehu) = en Hij | עָשָׂ֑הוּ (asahu) = heeft haar gemaakt | וְ֝יַבֶּ֗שֶׁת (veyabeshet) = en droge land | יָדָ֥יו (yadav) = Zijn handen | יָצָֽרוּ (yatsaru) = hebben gevormd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:9–10; Ps 33:7; Spr 8:29; Jona 1:9; Jer 5:22 ### Kom, laten wij ons buigen **95:6** Kom, laten wij ons buigen en neerknielen. Laten wij knielen voor het aangezicht van Yahweh, onze Maker. Brontekst: בֹּ֭אוּ (bou) = komt | נִשְׁתַּחֲוֶ֣ה (nishtachave) = laten wij ons buigen | וְנִכְרָ֑עָה (venikhraa) = en laten wij neerknielen | נִ֝בְרְכָ֗ה (nivrekha) = laten wij knielen | לִֽפְנֵי (lifnei) = voor het aangezicht van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | עֹשֵֽׂנוּ (osenu) = onze Maker Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: נִבְרְכָה (nivrekhah), ‘laten wij knielen’: het woord komt van בֶּרֶךְ (berekh), ‘knie’, en lijkt op het werkwoord ‘zegenen’ (בָּרַךְ, barakh). Wij kiezen ‘knielen’ vanwege de reeks ‘buigen, neerknielen, knielen’. Zie ook: Ps 95:1; Ps 100:3; 1 Kor 6:20; Ef 3:14; Fil 2:10 **95:7** Want Hij is onze Elohim, en wij zijn het volk van Zijn weide en de schapen van Zijn hand. Vandaag, als jullie naar Zijn stem luisteren: Brontekst: כִּ֘י (ki) = want | ה֤וּא (hu) = Hij | אֱלֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | וַאֲנַ֤חְנוּ (vaanachnu) = en wij | עַ֣ם (am) = volk van | מַ֭רְעִיתוֹ (marito) = Zijn weide | וְצֹ֣אן (vetson) = en schapen van | יָד֑וֹ (yado) = Zijn hand | הַ֝יּ֗וֹם (hayom) = vandaag | אִֽם (im) = als | בְּקֹל֥וֹ (beqolo) = naar Zijn stem | תִשְׁמָֽעוּ (tishmau) = jullie luisteren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Tot en met ‘Zijn hand’ spreekt de dichter over Yahweh. Het Hebreeuws laat het vers open: ‘Vandaag, als jullie naar Zijn stem luisteren —’. Wij laten dit in vers 8 doorlopen. Zie ook Hebr. 3:7–11. Zie ook: Ps 48:15; Ps 95:8; Heb 3:7–11; Heb 3:15; Heb 4:7; Openb 3:20 ### Verhard jullie hart niet **95:8** **„Verhard jullie hart niet, zoals bij Meriba, zoals op de dag van Massa in de woestijn,** Brontekst: אַל (al) = niet | תַּקְשׁ֣וּ (taqshu) = verhardt | לְ֭בַבְכֶם (levavkhem) = jullie hart | כִּמְרִיבָ֑ה (kimriva) = zoals bij Meriba | כְּי֥וֹם (keyom) = zoals op de dag van | מַ֝סָּ֗ה (masa) = Massa | בַּמִּדְבָּֽר (bamidbar) = in de woestijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Massa (‘proeven’) en Meriba (‘twist’) zijn de namen die de plaats kreeg waar het volk water eiste bij Refidim (Exod. 17:1–7). Ook bij Kades is er een Meriba (Num. 20:13). De ligging is onzeker. Voetnoot Uitleg: Vanaf dit vers spreekt Yahweh Zelf, in de eerste persoon. Wij zetten deze woorden rood, tot en met vers 11. De dichter brengt het volk in herinnering wat Yahweh toen zei. Zie ook: Ex 17:1–7; Ex 17:7; Num 14:11; Num 14:22; Num 20:13; Ps 95:11; Heb 3:8–9 **95:9** **waar jullie vaders Mij op de proef stelden. Zij toetsten Mij, hoewel zij Mijn werk hadden gezien.** Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = waar | נִ֭סּוּנִי (nisuni) = stelden Mij op de proef | אֲבוֹתֵיכֶ֑ם (avoteikhem) = jullie vaders | בְּ֝חָנ֗וּנִי (bechanuni) = toetsten Mij | גַּם (gam) = ook | רָא֥וּ (rau) = zagen | פָעֳלִֽי (paoli) = Mijn werk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִסָּה (nissah), ‘op de proef stellen’, en בָּחַן (bachan), ‘toetsen’: het volk eiste bewijs dat Yahweh onder hen was. Zie Exod. 17:7. Zie ook: Ex 17:7; Num 14:22; Ps 78:17–18; Ps 78:40–41; Ps 78:56; 1 Kor 10:9 **95:10** **Veertig jaar lang walgde Ik van die generatie. Ik zei: ‘Het is een volk met een dwalend hart. Zij kennen Mijn wegen niet.’** Brontekst: אַרְבָּ֘עִ֤ים (arbaim) = veertig | שָׁנָ֨ה (shana) = jaar | אָ֘ק֤וּט (aqut) = walgde Ik | בְּד֗וֹר (bedor) = van de generatie | וָאֹמַ֗ר (vaomar) = en Ik zei | עַ֤ם (am) = volk van | תֹּעֵ֣י (toei) = dwalend | לֵבָ֣ב (levav) = hart | הֵ֑ם (hem) = zij | וְ֝הֵ֗ם (vehem) = en zij | לֹא (lo) = niet | יָדְע֥וּ (yadeu) = kenden | דְרָכָֽי (derakhay) = Mijn wegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָקוּט (aqut), ‘walgen’: een sterke afkeer, een verdriet dat bijna gaat tot walging. Voetnoot : De veertig jaar zijn de tijd in de woestijn (Num. 14:33–34). Zie ook: Num 14:33–34; Spr 1:22–29; Jes 63:17; Hand 13:18; Heb 3:9–10; Heb 3:17 **95:11** **Daarom zwoer Ik in Mijn toorn: ‘Nooit zullen zij in Mijn rust komen.’”** Brontekst: אֲשֶׁר (asher) = zodat | נִשְׁבַּ֥עְתִּי (nishbati) = Ik zwoer | בְאַפִּ֑י (beapi) = in Mijn toorn | אִם (im) = als | יְ֝בֹא֗וּן (yevoun) = zij komen | אֶל (el) = naar | מְנוּחָתִֽי (menuchati) = Mijn rust Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְנוּחָה (menuchah), ‘rust’: het land waar het volk zou wonen. Zie Deut. 12:9 en Num. 14:23. Voetnoot : Het Hebreeuws zegt letterlijk ‘als zij komen’. Dat is een eedformule: ‘zij zullen zeker niet komen’. Zie ook: Num 14:23; Deut 12:9; Heb 3:11; Heb 3:18; Heb 4:3; Heb 4:5 ## Psalmen 96 _Zing een nieuw lied: Yahweh komt om recht te spreken_ ### Zing een nieuw lied **96:1** Zing voor Yahweh een nieuw lied. Zing voor Yahweh, heel de aarde. Brontekst: שִׁ֣ירוּ (shiru) = zingt | לַ֭יהוָה (laYahweh) = voor Yahweh | שִׁ֣יר (shir) = lied | חָדָ֑שׁ (chadash) = nieuw | שִׁ֥ירוּ (shiru) = zingt | לַ֝יהוָ֗ה (laYahweh) = voor Yahweh | כָּל (kal) = heel | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׁיר חָדָשׁ (shir chadash), ‘een nieuw lied’: een lied bij een nieuwe daad van Yahweh. Zie ook Ps. 33:3 en 98:1. Voetnoot : Dit lied staat, met kleine verschillen, ook in 1 Kron. 16:23–33. Daar is het deel van het lied bij het binnenbrengen van de ark. Zie ook: 1 Kron 16:23–33; Ps 33:3; Ps 98:1; Ps 149:1; Openb 14:3 **96:2** Zing voor Yahweh, zegen Zijn naam. Verkondig van dag tot dag Zijn redding. Brontekst: שִׁ֣ירוּ (shiru) = zingt | לַ֭יהוָה (laYahweh) = voor Yahweh | בָּרֲכ֣וּ (barakhu) = zegent | שְׁמ֑וֹ (shemo) = Zijn naam | בַּשְּׂר֥וּ (baseru) = verkondigt | מִיּֽוֹם (miyom) = van dag | לְ֝י֗וֹם (leyom) = tot dag | יְשׁוּעָתֽוֹ (yeshuato) = Zijn redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:11; Ps 71:15; Ps 103:1–2; Ps 145:1; Mar 16:15 **96:3** Vertel onder de volken van Zijn heerlijkheid, onder alle volken van Zijn wonderen. Brontekst: סַפְּר֣וּ (saperu) = vertelt | בַגּוֹיִ֣ם (bagoyim) = onder de volken | כְּבוֹד֑וֹ (kevodo) = Zijn heerlijkheid | בְּכָל (bekhal) = onder alle | הָֽ֝עַמִּ֗ים (haamim) = de volken | נִפְלְאוֹתָֽיו (nifleotav) = Zijn wonderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’: letterlijk ‘gewicht’, de zichtbare grootheid van Yahweh. Wij vertalen overal met ‘heerlijkheid’. Zie ook: Ps 22:28; Jes 19:23–25; Jes 49:6; Dan 3:31–33; Luc 24:47 ### Yahweh boven alle goden **96:4** Want groot is Yahweh en zeer lofwaardig. Ontzagwekkend is Hij, boven alle goden. Brontekst: כִּ֥י (ki) = want | גָ֘ד֤וֹל (gadol) = groot | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | וּמְהֻלָּ֣ל (umehulal) = en lofwaardig | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | נוֹרָ֥א (nora) = ontzagwekkend | ה֝֗וּא (hu) = Hij | עַל (al) = boven | כָּל (kal) = alle | אֱלֹהִֽים (Elohim) = goden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:4; Ps 95:3; Ps 145:3; Jer 10:6–7; Openb 15:4 **96:5** Want alle goden van de volken zijn nietige goden. Maar Yahweh heeft de hemel gemaakt. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | כָּל (kal) = alle | אֱלֹהֵ֣י (elohei) = goden van | הָעַמִּ֣ים (haamim) = de volken | אֱלִילִ֑ים (elilim) = nietige goden | וַֽ֝יהוָ֗ה (vaYahweh) = maar Yahweh | שָׁמַ֥יִם (shamayim) = de hemel | עָשָֽׂה (asa) = heeft gemaakt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלִילִים (elilim), ‘nietige goden’: letterlijk ‘nietigheden’ (zoals Lev. 19:4). Zie ook: Lev 19:4; Ps 115:15; Jes 42:5; Jer 10:3–5; Jer 10:14–15; 1 Kor 8:4 **96:6** Majesteit en luister zijn voor Zijn aangezicht. Kracht en schoonheid zijn in Zijn heiligdom. Brontekst: הוֹד (hod) = majesteit | וְהָדָ֥ר (vehadar) = en luister | לְפָנָ֑יו (lefanav) = voor Zijn aangezicht | עֹ֥ז (oz) = kracht | וְ֝תִפְאֶ֗רֶת (vetiferet) = en schoonheid | בְּמִקְדָּשֽׁוֹ (bemiqdasho) = in Zijn heiligdom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִקְדָּשׁ (miqdash), ‘heiligdom’: de plaats waar Yahweh heilig is en aanwezig is. Zie ook: 1 Kron 16:27; Ps 63:3–4; Ps 93:1; Ps 104:1; Heb 1:3 ### Geef aan Yahweh **96:7** Geef aan Yahweh, families van de volken, geef aan Yahweh heerlijkheid en kracht. Brontekst: הָב֣וּ (havu) = geeft | לַ֭יהוָה (laYahweh) = aan Yahweh | מִשְׁפְּח֣וֹת (mishpechot) = families van | עַמִּ֑ים (amim) = volken | הָב֥וּ (havu) = geeft | לַ֝יהוָ֗ה (laYahweh) = aan Yahweh | כָּב֥וֹד (kavod) = heerlijkheid | וָעֹֽז (vaoz) = en kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֹז (oz), ‘kracht’. Dit lied wijkt hier af van 1 Kron. 16:28–29: daar staat ‘eer’ waar wij ‘heerlijkheid’ lezen en ‘kom voor Zijn aangezicht’ waar hier ‘kom in Zijn voorhoven’ staat. Zie ook: 1 Kron 16:28–29; 1 Kron 29:11–13; Mat 6:13; Openb 5:9; Openb 7:12; Openb 19:1 **96:8** Geef aan Yahweh de heerlijkheid van Zijn naam. Draag een offergave en kom in Zijn voorhoven. Brontekst: הָב֣וּ (havu) = geeft | לַ֭יהוָה (laYahweh) = aan Yahweh | כְּב֣וֹד (kevod) = heerlijkheid van | שְׁמ֑וֹ (shemo) = Zijn naam | שְׂאֽוּ (seu) = draagt | מִ֝נְחָ֗ה (mincha) = een offergave | וּבֹ֥אוּ (uvou) = en komt | לְחַצְרוֹתָֽיו (lechatsrotav) = in Zijn voorhoven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 34:5–9; Ps 100:4; Mal 1:11; Rom 12:1; Heb 13:15–16 **96:9** Werp je neer voor Yahweh in heilige pracht. Beef voor Zijn aangezicht, heel de aarde. Brontekst: הִשְׁתַּחֲו֣וּ (hishtachavu) = werpt je neer | לַ֭יהוָה (laYahweh) = voor Yahweh | בְּהַדְרַת (behadrat) = in pracht van | קֹ֑דֶשׁ (qodesh) = heiligheid | חִ֥ילוּ (chilu) = beeft | מִ֝פָּנָ֗יו (mipanav) = voor Zijn aangezicht | כָּל (kal) = heel | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 29:2; Ps 33:8; Ps 110:3; Ps 114:7; Dan 11:45 ### Yahweh is koning **96:10** Zeg onder de volken: „Yahweh is koning! Ook de wereld staat vast; zij wankelt niet. Hij zal de volken richten met rechtschapenheid.” Brontekst: אִמְר֤וּ (imru) = zegt | בַגּוֹיִ֨ם (bagoyim) = onder de volken | יְה֘וָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | מָלָ֗ךְ (malakh) = is koning | אַף (af) = ook | תִּכּ֣וֹן (tikon) = staat vast | תֵּ֭בֵל (tevel) = wereld | בַּל (bal) = niet | תִּמּ֑וֹט (timot) = wankelt | יָדִ֥ין (yadin) = Hij zal richten | עַ֝מִּ֗ים (amim) = volken | בְּמֵישָׁרִֽים (bemeisharim) = met rechtschapenheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De roep ‘Yahweh is koning’ staat ook in 93:1, 97:1 en 99:1. De woorden ‘de wereld staat vast, zij wankelt niet’ staan ook in 93:1. Voetnoot : מֵישָׁרִים (mesharim), ‘rechtschapenheid’: rechtheid, eerlijkheid. Zie ook: Ps 9:9; Ps 67:5; Ps 93:1; Ps 98:9–99:1; Hand 17:31 ### Hemel en aarde juichen **96:11** Laat de hemel zich verheugen en de aarde juichen. Laat de zee bruisen met alles wat haar vult. Brontekst: יִשְׂמְח֣וּ (yismechu) = laten zich verheugen | הַ֭שָּׁמַיִם (hashamayim) = de hemel | וְתָגֵ֣ל (vetagel) = en laat juichen | הָאָ֑רֶץ (haarets) = de aarde | יִֽרְעַ֥ם (yiram) = laat bruisen | הַ֝יָּ֗ם (hayam) = de zee | וּמְלֹאֽוֹ (umeloo) = en wat haar vult Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 69:35; Ps 97:1; Ps 98:7–9; Ps 148:1–4; Jes 49:13 **96:12** Laat het veld jubelen met alles wat erin is. Dan zullen alle bomen van het bos juichen Brontekst: יַעֲלֹ֣ז (yaaloz) = laat jubelen | שָׂ֭דַי (saday) = het veld | וְכָל (vekhal) = en alles | אֲשֶׁר (asher) = wat | בּ֑וֹ (bo) = erin is | אָ֥ז (az) = dan | יְ֝רַנְּנ֗וּ (yeranenu) = zullen jubelen | כָּל (kal) = alle | עֲצֵי (atsei) = bomen van | יָֽעַר (yaar) = het bos Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 65:13–14; Jes 35:1; Jes 42:10–11; Jes 44:23; Jes 55:12–13 **96:13** voor het aangezicht van Yahweh, want Hij komt. Ja, Hij komt om recht te spreken over de aarde. Hij zal recht spreken over de wereld in gerechtigheid, en over de volken in Zijn betrouwbaarheid. Brontekst: לִפְנֵ֤י (lifnei) = voor het aangezicht van | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֬י (ki) = want | בָ֗א (ba) = Hij komt | כִּ֥י (ki) = ja | בָא֮ (ba) = Hij komt | לִשְׁפֹּ֪ט (lishpot) = om recht te spreken | הָ֫אָ֥רֶץ (haarets) = de aarde | יִשְׁפֹּֽט (yishpot) = Hij zal recht spreken | תֵּבֵ֥ל (tevel) = wereld | בְּצֶ֑דֶק (betsedeq) = in gerechtigheid | וְ֝עַמִּ֗ים (veamim) = en volken | בֶּאֱמוּנָתֽוֹ (beemunato) = in Zijn betrouwbaarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: wat vast en te vertrouwen is. Zie ook 98:3 en 100:5. Voetnoot : Het vers loopt door uit vers 12 en herhaalt ‘Hij komt’ (in het Hebreeuws tweemaal ‘want Hij komt’). Dat komt ook in het Hebreeuws voor. Zie ook: Ps 67:5; Ps 96:12; Jes 25:8–9; Tit 2:13; 2 Tim 4:8; Openb 19:11 ## Psalmen 97 _Yahweh is koning, de Allerhoogste boven alle goden_ ### Yahweh is koning **97:1** Yahweh is koning! Laat de aarde juichen. Laten de vele eilanden zich verheugen. Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | מָ֭לָךְ (malakh) = is koning | תָּגֵ֣ל (tagel) = laat juichen | הָאָ֑רֶץ (haarets) = de aarde | יִ֝שְׂמְח֗וּ (yismechu) = laten zich verheugen | אִיִּ֥ים (iyim) = eilanden | רַבִּֽים (rabim) = vele Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִיִּים (iyyim), ‘eilanden’: ook ‘kustlanden’, de verre landen aan de zee. De hele wereld wordt opgeroepen te juichen. Zie ook: Ps 93:1; Ps 96:10–11; Ps 98:4–6; Ps 99:1; Kol 1:13 **97:2** Wolk en donkerte zijn rondom Hem. Gerechtigheid en recht zijn de grondslag van Zijn troon. Brontekst: עָנָ֣ן (anan) = wolk | וַעֲרָפֶ֣ל (vaarafel) = en donkerte | סְבִיבָ֑יו (sevivav) = rondom Hem | צֶ֥דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | וּ֝מִשְׁפָּ֗ט (umishpat) = en recht | מְכ֣וֹן (mekhon) = grondslag van | כִּסְאֽוֹ (kiso) = Zijn troon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָנָן וַעֲרָפֶל (anan va’arafel), ‘wolk en donkerte’: zo verscheen Yahweh bij de Sinaï (Deut. 4:11). Voetnoot : מָכוֹן (makhon), ‘grondslag’: de vaste plaats waarop de troon rust. Zie ook Ps. 89:15. Zie ook: Ex 19:9; Deut 4:11; Ps 89:15; Ps 99:4; Spr 16:12; Heb 1:8–9 **97:3** Vuur gaat voor Zijn aangezicht uit en zet Zijn tegenstanders rondom in vlammen. Brontekst: אֵ֭שׁ (esh) = vuur | לְפָנָ֣יו (lefanav) = voor Zijn aangezicht | תֵּלֵ֑ךְ (telekh) = gaat | וּתְלַהֵ֖ט (utelahet) = en zet in vlammen | סָבִ֣יב (saviv) = rondom | צָרָֽיו (tsarav) = Zijn tegenstanders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:9; Ps 50:3; Mal 3:19; 2 Tess 1:8; Heb 12:29 **97:4** Zijn bliksems verlichten de wereld. De aarde ziet het en beeft. Brontekst: הֵאִ֣ירוּ (heiru) = verlichten | בְרָקָ֣יו (beraqav) = Zijn bliksems | תֵּבֵ֑ל (tevel) = de wereld | רָאֲתָ֖ה (raata) = ziet het | וַתָּחֵ֣ל (vatachel) = en beeft | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 9:6; Ex 19:16–18; Ps 77:19; Ps 104:32; Openb 11:19 **97:5** De bergen smelten als was voor het aangezicht van Yahweh, voor het aangezicht van de Heer van heel de aarde. Brontekst: הָרִ֗ים (harim) = bergen | כַּדּוֹנַ֗ג (kadonag) = als was | נָ֭מַסּוּ (namasu) = smelten | מִלִּפְנֵ֣י (milifnei) = voor het aangezicht van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | מִ֝לִּפְנֵ֗י (milifnei) = voor het aangezicht van | אֲד֣וֹן (adon) = Heer van | כָּל (kal) = heel | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָדוֹן (adon), ‘Heer’: hier de Heer van heel de aarde. Zie ook: Jes 24:19–20; Jes 63:19–64:1; Mi 1:3–4; Nah 1:5; Hab 3:6 **97:6** De hemel maakt Zijn gerechtigheid bekend, en alle volken zien Zijn heerlijkheid. Brontekst: הִגִּ֣ידוּ (higidu) = maken bekend | הַשָּׁמַ֣יִם (hashamayim) = de hemel | צִדְק֑וֹ (tsidqo) = Zijn gerechtigheid | וְרָא֖וּ (verau) = en zien | כָל (kal) = alle | הָעַמִּ֣ים (haamim) = volken | כְּבוֹדֽוֹ (kevodo) = Zijn heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 22:47; Ps 19:2; Ps 50:6; Ps 67:5; Jes 66:18 ### Beschaamd staan de beelddienaars **97:7** Beschaamd staan allen die beelden dienen, die zich beroemen op nietige goden. Buig je neer voor Hem, alle goden. Brontekst: יֵבֹ֤שׁוּ (yevoshu) = staan beschaamd | כָּל (kal) = allen | עֹ֬בְדֵי (ovedei) = dienaren van | פֶ֗סֶל (pesel) = beelden | הַמִּֽתְהַלְלִ֥ים (hamithallim) = die zich beroemen | בָּאֱלִילִ֑ים (baelilim) = op nietige goden | הִשְׁתַּחֲווּ (hishtachavu) = buigt je neer | ל֝וֹ (lo) = voor Hem | כָּל (kal) = alle | אֱלֹהִֽים (Elohim) = goden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פֶּסֶל (pesel), ‘beeld’: een gesneden beeld (Exod. 20:4). Voetnoot : אֱלֹהִים (Elohim) in ‘alle goden’: de goden van de volken. Zij moeten zich voor Yahweh buigen. Zie ook: Ex 20:4; Lev 26:1; Jes 42:17; Jer 10:14; Heb 1:6; Openb 5:11–14 **97:8** Sion hoorde het en verheugde zich. De dochters van Juda juichten om Uw rechtsuitspraken, Yahweh. Brontekst: שָׁמְעָ֬ה (shamea) = hoorde | וַתִּשְׂמַ֨ח (vatismach) = en verheugde zich | צִיּ֗וֹן (tsiyon) = Sion | וַ֭תָּגֵלְנָה (vatagelena) = en juichten | בְּנ֣וֹת (benot) = dochters van | יְהוּדָ֑ה (yehuda) = Juda | לְמַ֖עַן (lemaan) = om | מִשְׁפָּטֶ֣יךָ (mishpateikha) = Uw rechtsuitspraken | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּטֶיךָ (mishpatekha), ‘Uw rechtsuitspraken’: de daden en uitspraken waarmee Yahweh recht doet. Het enkelvoud ‘recht’ staat in vers 2. Voetnoot : בְּנוֹת יְהוּדָה (benot Yehudah), ‘dochters van Juda’: de steden en dorpen van Juda. Zie ook: Ps 48:12; Ps 97:2; Jes 62:11; Zach 9:9; Mat 21:4–9; Openb 18:20 **97:9** Want U, Yahweh, bent de Allerhoogste boven heel de aarde. U bent zeer hoog verheven boven alle goden. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֤ה (ata) = U | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | עֶלְי֥וֹן (elyon) = Allerhoogste | עַל (al) = boven | כָּל (kal) = heel | הָאָ֑רֶץ (haarets) = de aarde | מְאֹ֥ד (meod) = zeer | נַ֝עֲלֵ֗יתָ (naaleita) = zijt verheven | עַל (al) = boven | כָּל (kal) = alle | אֱלֹהִֽים (Elohim) = goden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een titel voor Elohim als de hoogste. Zie ook Gen. 14:18–22. Zie ook: Gen 14:18–22; Ex 18:11; Ps 83:19; Ps 95:3; Jer 10:10; Fil 2:9–11 ### Licht voor de rechtvaardigen **97:10** Jullie die Yahweh liefhebben: haat het kwaad. Hij bewaakt de zielen van Zijn getrouwen. Uit de hand van de goddelozen bevrijdt Hij hen. Brontekst: אֹהֲבֵ֥י (ohavei) = liefhebbers van | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | שִׂנְא֫וּ (sinu) = haat | רָ֥ע (ra) = kwaad | שֹׁ֭מֵר (shomer) = Hij bewaakt | נַפְשׁ֣וֹת (nafshot) = zielen van | חֲסִידָ֑יו (chasidav) = Zijn getrouwen | מִיַּ֥ד (miyad) = uit de hand van | רְ֝שָׁעִ֗ים (reshaim) = goddelozen | יַצִּילֵֽם (yatsilem) = bevrijdt hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲסִידָיו (chasidav), ‘Zijn getrouwen’: van חֶסֶד (chesed), ‘trouw’ (verbondstrouw, goedertierenheid). Het zijn zij die Yahweh trouw zijn en Zijn trouw ontvangen. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon. Zie ook: Ps 34:15; Ps 145:20; Spr 8:13; Jer 15:21; Rom 12:9 **97:11** Licht is gezaaid voor de rechtvaardige, en vreugde voor wie oprecht van hart is. Brontekst: א֭וֹר (or) = licht | זָרֻ֣עַ (zarua) = is gezaaid | לַצַּדִּ֑יק (latsadiq) = voor de rechtvaardige | וּֽלְיִשְׁרֵי (uleyishrei) = en voor oprechten van | לֵ֥ב (lev) = hart | שִׂמְחָֽה (simcha) = vreugde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זָרֻעַ (zaru’a), ‘gezaaid’: het licht is als zaad uitgestrooid voor de rechtvaardigen; het zal opkomen. Zie ook: Job 22:28; Spr 4:18; Jes 60:1–2; Joh 12:46; Jak 5:7–11 **97:12** Verheug jullie in Yahweh, rechtvaardigen, en loof Hem bij de gedachtenis aan Zijn heiligheid. Brontekst: שִׂמְח֣וּ (simchu) = verheugt jullie | צַ֭דִּיקִים (tsadiqim) = rechtvaardigen | בַּֽיהוָ֑ה (baYahweh) = in Yahweh | וְ֝הוֹד֗וּ (vehodu) = en looft | לְזֵ֣כֶר (lezekher) = bij de gedachtenis aan | קָדְשֽׁוֹ (qadesho) = Zijn heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זֵכֶר (zecher), ‘gedachtenis’: de naam waarmee Yahweh herinnerd en aangeroepen wordt (Exod. 3:15). Zie ook: Ex 3:15; Ps 30:5; Ps 32:11–33:1; Ps 60:8; Fil 4:4; Heb 12:10 ## Psalmen 98 _Zing een nieuw lied, want Yahweh komt om recht te spreken_ ### Een nieuw lied voor Yahweh **98:1** Een psalm. Zing voor Yahweh een nieuw lied, want wonderen heeft Hij gedaan. Zijn rechterhand heeft redding voor Hem gebracht, en Zijn heilige arm. Brontekst: מִזְמ֡וֹר (mizmor) = psalm | שִׁ֤ירוּ (shiru) = zingt | לַֽיהוָ֨ה (laYahweh) = voor Yahweh | שִׁ֣יר (shir) = lied | חָ֭דָשׁ (chadash) = nieuw | כִּֽי (ki) = want | נִפְלָא֣וֹת (niflaot) = wonderen | עָשָׂ֑ה (asa) = heeft Hij gedaan | הוֹשִֽׁיעָה (hoshia) = heeft redding gebracht | לּ֥וֹ (lo) = voor Hem | יְ֝מִינ֗וֹ (yemino) = Zijn rechterhand | וּזְר֥וֹעַ (uzeroa) = en arm van | קָדְשֽׁוֹ (qadesho) = Zijn heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִזְמוֹר (mizmor), ‘psalm’: een lied met muziek. Voetnoot : יְמִינוֹ (yemino), ‘Zijn rechterhand’, en זְרוֹעַ קָדְשׁוֹ (zero’a qodsho), ‘Zijn heilige arm’: beelden voor de kracht van Yahweh (Exod. 15:6; Jes. 52:10). הוֹשִׁיעָה לּוֹ (hoshi’ah lo), ‘heeft redding voor Hem gebracht’: Yahweh won de overwinning met Zijn eigen kracht. Voetnoot : Zie ook Ps. 96:1. Zie ook: Ex 15:6; Ps 33:3; Ps 96:1; Ps 96:3; Jes 52:10; Openb 14:3 **98:2** Yahweh heeft Zijn redding bekendgemaakt. Voor de ogen van de volken heeft Hij Zijn gerechtigheid onthuld. Brontekst: הוֹדִ֣יעַ (hodia) = heeft bekendgemaakt | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | יְשׁוּעָת֑וֹ (yeshuato) = Zijn redding | לְעֵינֵ֥י (leeinei) = voor de ogen van | הַ֝גּוֹיִ֗ם (hagoyim) = de volken | גִּלָּ֥ה (gila) = heeft onthuld | צִדְקָתֽוֹ (tsidqato) = Zijn gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:32; Jes 52:10; Jes 62:2; Rom 1:17; Rom 3:21–26 **98:3** Hij heeft gedacht aan Zijn trouw en Zijn betrouwbaarheid voor het huis van Israël. Alle einden van de aarde hebben de redding van onze Elohim gezien. Brontekst: זָ֘כַ֤ר (zakhar) = heeft gedacht | חַסְדּ֨וֹ (chasdo) = Zijn trouw | וֶֽאֱֽמוּנָתוֹ֮ (veemunato) = en Zijn betrouwbaarheid | לְבֵ֪ית (leveit) = voor het huis van | יִשְׂרָ֫אֵ֥ל (yisrael) = Israël | רָא֥וּ (rau) = hebben gezien | כָל (kal) = alle | אַפְסֵי (afsei) = einden van | אָ֑רֶץ (arets) = de aarde | אֵ֝֗ת (et) = (obj.) | יְשׁוּעַ֥ת (yeshuat) = redding van | אֱלֹהֵֽינוּ (eloheinu) = onze Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Voetnoot : אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: wat vast en te vertrouwen is. Zie ook 96:13 en 100:5. Zie ook: Deut 4:31; Ps 22:28; Luc 1:72; Hand 13:47; Hand 28:28 ### Juich voor de koning, Yahweh **98:4** Juich voor Yahweh, heel de aarde. Breek uit in gejuich, jubel en zing lofzangen. Brontekst: הָרִ֣יעוּ (hariu) = juicht | לַֽ֭יהוָה (laYahweh) = voor Yahweh | כָּל (kal) = heel | הָאָ֑רֶץ (haarets) = de aarde | פִּצְח֖וּ (pitschu) = breekt uit | וְרַנְּנ֣וּ (veranenu) = en jubelt | וְזַמֵּֽרוּ (vezameru) = en zingt lofzangen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 66:1; Ps 100:1; Jes 12:6; Jes 44:23; Openb 19:6 **98:5** Zing lof voor Yahweh met de lier, met de lier en met de klank van gezang. Brontekst: זַמְּר֣וּ (zameru) = zingt lof | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = voor Yahweh | בְּכִנּ֑וֹר (bekhinor) = met de lier | בְּ֝כִנּ֗וֹר (bekhinor) = met de lier | וְק֣וֹל (veqol) = en klank van | זִמְרָֽה (zimra) = gezang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’, חֲצֹצְרוֹת (chatsotserot), ‘trompetten’ en שׁוֹפָר (shofar), ‘ramshoorn’: instrumenten van de dienst in het heiligdom. Zie ook: Ps 33:2; 2 Kron 29:25; Jes 51:3; Openb 5:8; Openb 14:2–3 **98:6** Met trompetten en met het geluid van de ramshoorn: juich voor het aangezicht van de koning, Yahweh. Brontekst: בַּ֭חֲצֹ֣צְרוֹת (bachatsotserot) = met trompetten | וְק֣וֹל (veqol) = en klank van | שׁוֹפָ֑ר (shofar) = ramshoorn | הָ֝רִ֗יעוּ (hariu) = juicht | לִפְנֵ֤י (lifnei) = voor het aangezicht van | הַמֶּ֬לֶךְ (hamelekh) = de koning | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 15:28; Ps 81:3–5; 2 Kron 15:14; 2 Kron 29:27; Openb 19:16 ### De zee, de stromen en de bergen **98:7** Laat de zee bruisen met alles wat haar vult, de wereld en wie daarin wonen. Brontekst: יִרְעַ֣ם (yiram) = laat bruisen | הַ֭יָּם (hayam) = de zee | וּמְלֹא֑וֹ (umeloo) = en wat haar vult | תֵּ֝בֵ֗ל (tevel) = wereld | וְיֹ֣שְׁבֵי (veyoshevei) = en wie wonen | בָֽהּ (bah) = daarin Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 24:1; Ps 96:11–97:1; Jes 49:13; Jes 61:11 **98:8** Laat de stromen in de handen klappen. Laten de bergen tegelijk jubelen Brontekst: נְהָר֥וֹת (neharot) = stromen | יִמְחֲאוּ (yimchau) = laten klappen | כָ֑ף (kaf) = de hand | יַ֝֗חַד (yachad) = tegelijk | הָרִ֥ים (harim) = bergen | יְרַנֵּֽנוּ (yeranenu) = laten jubelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 47:2; Ps 65:13–14; Ps 89:13; Ps 93:3; Jes 55:12 **98:9** voor het aangezicht van Yahweh, want Hij komt om recht te spreken over de aarde. Hij zal recht spreken over de wereld in gerechtigheid, en over de volken met rechtschapenheid. Brontekst: לִֽפְֽנֵי (lifnei) = voor het aangezicht van | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֥י (ki) = want | בָא֮ (ba) = Hij komt | לִשְׁפֹּ֪ט (lishpot) = om recht te spreken | הָ֫אָ֥רֶץ (haarets) = de aarde | יִשְׁפֹּֽט (yishpot) = Hij zal recht spreken | תֵּבֵ֥ל (tevel) = wereld | בְּצֶ֑דֶק (betsedeq) = in gerechtigheid | וְ֝עַמִּ֗ים (veamim) = en volken | בְּמֵישָׁרִֽים (bemeisharim) = met rechtschapenheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is bijna gelijk aan 96:13. Ook dat is het slot van een lied dat Yahweh als rechter en koning prijst. Zie ook: Ps 72:2; Ps 96:10; Ps 96:13; Hand 17:31; Openb 1:7 ## Psalmen 99 _Yahweh is koning, heilig is Hij_ ### Yahweh is koning in Sion **99:1** Yahweh is koning. De volken beven. Hij zetelt op de cherubs. De aarde wankelt. Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | מָ֭לָךְ (malakh) = is koning | יִרְגְּז֣וּ (yirgezu) = beven | עַמִּ֑ים (amim) = volken | יֹשֵׁ֥ב (yoshev) = Hij die zetelt op | כְּ֝רוּבִ֗ים (keruvim) = cherubs | תָּנ֥וּט (tanut) = wankelt | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יֹשֵׁב כְּרוּבִים (yoshev keruvim), ‘Hij zetelt op de cherubs’: de cherubs op het verzoendeksel van de ark, waar Yahweh Zijn aanwezigheid laat zien. Zie ook Exod. 25:22 en 1 Sam. 4:4. Voetnoot : מָלָךְ (malakh), ‘is koning’: zoals in 93:1, 96:10 en 97:1. Zie ook: Ex 25:22; 1 Sam 4:4; Ps 80:2; Ps 93:1; Ps 97:1; Ps 97:4 **99:2** Yahweh is groot in Sion. Hij is hoog verheven boven alle volken. Brontekst: יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בְּצִיּ֣וֹן (betsiyon) = in Sion | גָּד֑וֹל (gadol) = groot | וְרָ֥ם (veram) = en hoog verheven | ה֝֗וּא (hu) = Hij | עַל (al) = boven | כָּל (kal) = alle | הָֽעַמִּֽים (haamim) = de volken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Ps 66:7; Ps 97:9; Ps 113:4; Jes 12:6; Jes 14:32 **99:3** Laten zij Uw grote en ontzagwekkende naam loven. Heilig is Hij. Brontekst: יוֹד֣וּ (yodu) = laten loven | שִׁ֭מְךָ (shimkha) = Uw naam | גָּד֥וֹל (gadol) = groot | וְנוֹרָ֗א (venora) = en ontzagwekkend | קָד֥וֹשׁ (qadosh) = heilig | הֽוּא (hu) = Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het refrein ‘Heilig is Hij’ komt driemaal voor: in vers 3, 5 en 9. Zie ook: Deut 28:58; Ps 99:5; Ps 99:9; Ps 111:9; Jes 6:3; Neh 1:5; Openb 15:3–4 ### De koning die het recht liefheeft **99:4** De kracht van de koning is dat Hij het recht liefheeft. U hebt rechtschapenheid gevestigd. Recht en gerechtigheid hebt U zelf gedaan in Jakob. Brontekst: וְעֹ֥ז (veoz) = en kracht van | מֶלֶךְ֮ (melekh) = koning | מִשְׁפָּ֪ט (mishpat) = recht | אָ֫הֵ֥ב (ahev) = die liefheeft | אַ֭תָּה (ata) = U | כּוֹנַ֣נְתָּ (konanta) = U hebt gevestigd | מֵישָׁרִ֑ים (meisharim) = rechtschapenheid | מִשְׁפָּ֥ט (mishpat) = recht | וּ֝צְדָקָ֗ה (utsedaqa) = en gerechtigheid | בְּיַעֲקֹ֤ב (beyaaqov) = in Jakob | אַתָּ֬ה (ata) = U | עָשִֽׂיתָ (asita) = hebt gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֵישָׁרִים (mesharim), ‘rechtschapenheid’: rechtheid, eerlijkheid. Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws is kort en kan op twee manieren gelezen worden: ‘de kracht van de koning is dat Hij het recht liefheeft’, of ‘sterke koning, die het recht liefheeft’. In beide gevallen hoort de macht van Yahweh bij het recht. Wij kiezen de eerste lezing; daarna spreekt de dichter Yahweh rechtstreeks aan. Zie ook: Job 36:5–7; Deut 32:3–4; Ps 11:7; Ps 45:7–8; Jer 23:5 **99:5** Verhef Yahweh, onze Elohim, en buig je neer voor de voetbank van Zijn voeten. Heilig is Hij. Brontekst: רֽוֹמְמ֡וּ (romemu) = verheft | יְה֘וָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | וְֽ֭הִשְׁתַּחֲווּ (vehishtachavu) = en buigt je neer | לַהֲדֹ֥ם (lahadom) = voor de voetbank van | רַגְלָ֗יו (raglav) = Zijn voeten | קָד֥וֹשׁ (qadosh) = heilig | הֽוּא (hu) = Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֲדֹם רַגְלָיו (hadom raglav), ‘de voetbank van Zijn voeten’: vermoedelijk de ark of het heiligdom op Sion. Zie 1 Kron. 28:2 en Klaagl. 2:1. Zie ook: Ex 15:2; 1 Kron 28:2; Ps 34:4; Ps 108:6; Ps 132:7; Jes 66:1; Klaagl 2:1 ### Mozes, Aäron en Samuël **99:6** Mozes en Aäron waren onder Zijn priesters, en Samuël onder hen die Zijn naam aanriepen. Zij riepen tot Yahweh, en Hij antwoordde hen. Brontekst: מֹ֘שֶׁ֤ה (moshe) = Mozes | וְאַהֲרֹ֨ן (veaharon) = en Aäron | בְּֽכֹהֲנָ֗יו (bekhohanav) = onder Zijn priesters | וּ֭שְׁמוּאֵל (ushemuel) = en Samuël | בְּקֹרְאֵ֣י (beqoreei) = onder hen die aanriepen | שְׁמ֑וֹ (shemo) = Zijn naam | קֹרִ֥אים (qoriym) = zij die riepen | אֶל (el) = tot | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | וְה֣וּא (vehu) = en Hij | יַעֲנֵֽם (yaanem) = antwoordde hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Drie voorbeelden van mensen die tot Yahweh riepen en antwoord kregen: Mozes (Exod. 32:11–14), Aäron (Num. 17:11–13) en Samuël (1 Sam. 7:9; 12:18). Mozes verrichtte de priesterdienst bij de wijding van Aäron (Lev. 8). Zie ook: Ex 14:15; Ex 15:25; Ex 24:6–8; Ex 32:11–14; Num 17:11–13; 1 Sam 7:9–12; 1 Sam 12:18; Jer 15:1 **99:7** In een wolkkolom sprak Hij tot hen. Zij bewaarden Zijn getuigenissen en het voorschrift dat Hij hun gaf. Brontekst: בְּעַמּ֣וּד (beamud) = in kolom van | עָ֭נָן (anan) = wolk | יְדַבֵּ֣ר (yedaber) = sprak Hij | אֲלֵיהֶ֑ם (aleihem) = tot hen | שָׁמְר֥וּ (shameru) = zij bewaarden | עֵ֝דֹתָ֗יו (edotav) = Zijn getuigenissen | וְחֹ֣ק (vechoq) = en voorschrift | נָֽתַן (natan) = gaf Hij | לָֽמוֹ (lamo) = hun Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie voor de wolkkolom Exod. 33:9 en Num. 12:5. Voetnoot : עֵדוֹת (edot), ‘getuigenissen’: wat Yahweh liet weten. Zie ook 93:5. Zie ook: Ex 33:9; Num 12:5; Deut 4:5; Heb 3:2; 1 Joh 3:21–22 **99:8** Yahweh, onze Elohim, U antwoordde hen. U was voor hen een El die vergaf, maar ook wraak nam op hun daden. Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵינוּ֮ (eloheinu) = onze Elohim | אַתָּ֪ה (ata) = U | עֲנִ֫יתָ֥ם (anitam) = antwoordde hen | אֵ֣ל (el) = El | נֹ֭שֵׂא (nose) = die vergaf | הָיִ֣יתָ (hayita) = U was | לָהֶ֑ם (lahem) = voor hen | וְ֝נֹקֵ֗ם (venoqem) = en wraak nemend | עַל (al) = op | עֲלִילוֹתָֽם (alilotam) = hun daden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֹשֵׂא (nose), ‘die vergaf’: letterlijk ‘die droeg’, namelijk de schuld van het volk op Zich nam. Zie Exod. 34:7. Zie ook: Ex 34:7; Num 20:12; Deut 9:19–20; Ps 89:34; Pred 7:29; Jer 46:28 ### Heilig is Yahweh, onze Elohim **99:9** Verhef Yahweh, onze Elohim, en buig je neer bij Zijn heilige berg, want heilig is Yahweh, onze Elohim. Brontekst: רֽוֹמְמ֡וּ (romemu) = verheft | יְה֘וָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | וְ֭הִֽשְׁתַּחֲווּ (vehishtachavu) = en buigt je neer | לְהַ֣ר (lehar) = bij berg van | קָדְשׁ֑וֹ (qadesho) = Zijn heiligheid | כִּֽי (ki) = want | קָ֝ד֗וֹשׁ (qadosh) = heilig | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵֽינוּ (eloheinu) = onze Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַר קָדְשׁוֹ (har qodsho), ‘Zijn heilige berg’: Sion. Zie ook: Jes 5:16; Jes 57:15; Luc 1:49; 1 Petr 1:15–16; Openb 4:8 ## Psalmen 100 _Een psalm van dankzegging: dien Yahweh met vreugde_ ### Juich voor Yahweh **100:1** Een psalm bij de dankzegging. Juich voor Yahweh, heel de aarde. Brontekst: מִזְמ֥וֹר (mizmor) = psalm | לְתוֹדָ֑ה (letoda) = bij dankzegging | הָרִ֥יעוּ (hariu) = juicht | לַ֝יהוָ֗ה (laYahweh) = voor Yahweh | כָּל (kal) = heel | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְתוֹדָה (letodah), ‘bij de dankzegging’: het woord betekent ‘dank’ en ook ‘dankoffer’ (Lev. 7:12). Het opschrift zegt waarschijnlijk dat de psalm hoort bij het danken of bij het dankoffer. Zie ook: Lev 7:12; Ps 32:11; Ps 95:1–2; Ps 98:4; Sef 3:14; Luc 19:37 **100:2** Dien Yahweh met vreugde. Kom voor Zijn aangezicht met gejubel. Brontekst: עִבְד֣וּ (ivdu) = dient | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּשִׂמְחָ֑ה (besimcha) = met vreugde | בֹּ֥אוּ (bou) = komt | לְ֝פָנָ֗יו (lefanav) = voor Zijn aangezicht | בִּרְנָנָֽה (birnana) = met gejubel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 28:47; Ps 71:23; Ps 95:2; 2 Kron 20:27–28; Fil 4:4 ### Weet dat Yahweh Elohim is **100:3** Weet dat Yahweh Elohim is. Hij heeft ons gemaakt, en wij zijn van Hem: Zijn volk en de schapen van Zijn weide. Brontekst: דְּע֗וּ (deu) = weet | כִּֽי (ki) = dat | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | ה֤וּא (hu) = Hij | אֱלֹ֫הִ֥ים (Elohim) = Elohim | הֽוּא (hu) = Hij | עָ֭שָׂנוּ (asanu) = heeft ons gemaakt | וְל֣וֹ (velo) = en van Hem | אֲנַ֑חְנוּ (anachnu) = wij | עַ֝מּ֗וֹ (amo) = Zijn volk | וְצֹ֣אן (vetson) = en schapen van | מַרְעִיתֽוֹ (marito) = Zijn weide Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie ook Ps. 95:7, waar hetzelfde beeld van het volk als schapen voorkomt. Voetnoot Lezing: In de geschreven tekst (ketiv) staat לֹא (lo), ‘niet’: ‘Hij heeft ons gemaakt, en niet wijzelf’. De voorgelezen tekst (qere) leest לוֹ (lo), ‘van Hem’: ‘wij zijn van Hem’. Wij volgen de qere. Beide lezingen passen bij het vers. Zie ook: Ps 46:11; Ps 95:6–7; Ps 95:7; Ps 119:73; Joh 17:3; Ef 2:10 ### Ga Zijn poorten binnen **100:4** Ga Zijn poorten binnen met dank, Zijn voorhoven met lofzang. Loof Hem, zegen Zijn naam. Brontekst: בֹּ֤אוּ (bou) = gaat binnen | שְׁעָרָ֨יו (shearav) = Zijn poorten | בְּתוֹדָ֗ה (betoda) = met dank | חֲצֵרֹתָ֥יו (chatserotav) = Zijn voorhoven | בִּתְהִלָּ֑ה (bithila) = met lofzang | הֽוֹדוּ (hodu) = looft | ל֝֗וֹ (lo) = Hem | בָּרֲכ֥וּ (barakhu) = zegent | שְׁמֽוֹ (shemo) = Zijn naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 29:13; Ps 103:1–2; Ps 116:17–19; Kol 3:16–17; Heb 13:15 **100:5** Want Yahweh is goed. Zijn trouw is voor eeuwig, en van generatie op generatie Zijn betrouwbaarheid. Brontekst: כִּי (ki) = want | ט֣וֹב (tov) = goed | יְ֭הֹוָה (Yahweh) = Yahweh | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּ֑וֹ (chasdo) = Zijn trouw | וְעַד (vead) = en tot | דֹּ֥ר (dor) = generatie | וָ֝דֹ֗ר (vador) = en generatie | אֱמוּנָתֽוֹ (emunato) = Zijn betrouwbaarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Voetnoot : אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: wat vast en te vertrouwen is. Zie ook 98:3. Zie ook: 1 Kron 16:34; Ps 36:6; Ps 86:5; Ps 106:1; Ps 107:1 ## Psalmen 101 _Davids gelofte: trouw en recht in mijn huis_ ### Trouw en recht wil ik zingen **101:1** Van David. Een psalm. Trouw en recht wil ik zingen. Voor U, Yahweh, wil ik lofzingen. Brontekst: לְדָוִ֗ד (ledavid) = van David | מִ֫זְמ֥וֹר (mizmor) = psalm | חֶֽסֶד (chesed) = trouw | וּמִשְׁפָּ֥ט (umishpat) = en recht | אָשִׁ֑ירָה (ashira) = wil ik zingen | לְךָ֖ (lekha) = voor U | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֲזַמֵּֽרָה (azamera) = wil ik lofzingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְדָוִד (ledavid), ‘van David’: het voorzetsel kan ‘van’, ‘voor’ of ‘over’ David betekenen. Wij lezen: een psalm van David. Voetnoot : חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Zie ook: Ps 51:16; Ps 71:22–23; Ps 89:2; Ps 145:7; Openb 19:1–3 **101:2** Ik wil verstandig leven op de weg van wat onberispelijk is. Wanneer komt U tot mij? Ik wil wandelen met een onberispelijk hart in mijn huis. Brontekst: אַשְׂכִּ֤ילָה (askila) = wil ik verstandig leven | בְּדֶ֬רֶךְ (bederekh) = op de weg van | תָּמִ֗ים (tamim) = wat onberispelijk is | מָ֭תַי (matay) = wanneer | תָּב֣וֹא (tavo) = komt U | אֵלָ֑י (elay) = tot mij | אֶתְהַלֵּ֥ךְ (ethalekh) = wil ik wandelen | בְּתָם (betam) = met onberispelijk | לְ֝בָבִ֗י (levavi) = hart | בְּקֶ֣רֶב (beqerev) = binnen | בֵּיתִֽי (beiti) = mijn huis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַשְׂכִּילָה (askilah), ‘ik wil verstandig leven’: ik wil met inzicht handelen. Voetnoot : תָּמִים (tamim), ‘onberispelijk’: heel, zonder fout, zoals ook Noach heette (Gen. 6:9). Zie ook: Gen 6:9; Ps 40:18; Ps 119:106; 1 Kon 9:4; 1 Kon 11:4; 1 Tim 3:4–5 ### Geen kwaad voor mijn ogen **101:3** Ik zet niets van Belial voor mijn ogen. Het werk van wie afwijken haat ik. Het blijft niet aan mij kleven. Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | אָשִׁ֨ית (ashit) = zet ik | לְנֶ֥גֶד (leneged) = voor | עֵינַ֗י (einay) = mijn ogen | דְּֽבַר (devar) = zaak van | בְּלִ֫יָּ֥עַל (beliyaal) = Belial | עֲשֹֽׂה (aso) = het werk van | סֵטִ֥ים (setim) = wie afwijken | שָׂנֵ֑אתִי (saneti) = haat ik | לֹ֖א (lo) = niet | יִדְבַּ֣ק (yidbaq) = blijft kleven | בִּֽי (bi) = aan mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּלִיַּעַל (beliyya’al), ‘Belial’: letterlijk ‘waardeloosheid’, wat tot niets deugt en tot het kwaad leidt. Zie ook 2 Sam. 22:5. Voetnoot : סֵטִים (setim), ‘wie afwijken’: zij die van de weg van Yahweh afwijken. Zie ook: Job 31:1; 2 Sam 11:2–3; 2 Sam 22:5; Ps 119:37; Spr 6:25; Jak 1:13–15 **101:4** Een verdraaid hart moet van mij wijken. Het kwade wil ik niet kennen. Brontekst: לֵבָ֣ב (levav) = hart | עִ֭קֵּשׁ (iqesh) = verdraaid | יָס֣וּר (yasur) = moet wijken | מִמֶּ֑נִּי (mimeni) = van mij | רָ֝֗ע (ra) = kwaad | לֹ֣א (lo) = niet | אֵדָֽע (eda) = wil ik kennen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִקֵּשׁ (iqqesh), ‘verdraaid’: krom, onbetrouwbaar. Zie ook: Spr 8:13; Spr 11:20; Spr 22:24; 2 Kor 6:14–16; 2 Tim 2:19 **101:5** Wie in het geheim zijn naaste belastert, breng ik tot zwijgen. Wie hoogmoedige ogen heeft en een opgeblazen hart, die kan ik niet verdragen. Brontekst: מְלָשְׁנִ֬י (melasheni) = wie belastert mij | בַסֵּ֨תֶר (baseter) = in het geheim | רֵעֵהוּ֮ (reehu) = zijn naaste | אוֹת֪וֹ (oto) = hem | אַ֫צְמִ֥ית (atsmit) = breng ik tot zwijgen | גְּֽבַהּ (gevah) = hoogte van | עֵ֭ינַיִם (einayim) = ogen | וּרְחַ֣ב (urechav) = en breed van | לֵבָ֑ב (levav) = hart | אֹ֝ת֗וֹ (oto) = hem | לֹ֣א (lo) = niet | אוּכָֽל (ukhal) = kan ik verdragen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַצְמִית (atsmit), ‘ik breng tot zwijgen’, in vers 8 ‘ik vernietig’: hetzelfde woord, dat ‘tot een einde brengen’ betekent. Voetnoot Lezing: In de geschreven tekst staat מְלוֹשְׁנִי (meloshni), in de voorgelezen tekst (qere) מְלָשְׁנִי (melashni). Beide vormen komen van לָשַׁן (lashan), ‘met de tong belasteren’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 15:3; Ps 18:28; Ps 101:8; Ob 1:3–4; Luc 18:14; 1 Kor 5:11 ### Mijn ogen zijn op de betrouwbaren **101:6** Mijn ogen zijn gericht op de betrouwbaren van het land, zodat zij bij mij wonen. Wie op de weg van wat onberispelijk is gaat, die zal mij dienen. Brontekst: עֵינַ֤י (einay) = mijn ogen | בְּנֶֽאֶמְנֵי (beneemnei) = op de betrouwbaren van | אֶרֶץ֮ (erets) = het land | לָשֶׁ֪בֶת (lashevet) = zodat zij wonen | עִמָּ֫דִ֥י (imadi) = bij mij | הֹ֭לֵךְ (holekh) = wie gaat | בְּדֶ֣רֶךְ (bederekh) = op de weg van | תָּמִ֑ים (tamim) = wat onberispelijk is | ה֝֗וּא (hu) = hij | יְשָׁרְתֵֽנִי (yeshareteni) = zal mij dienen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶאֱמְנֵי (ne’emenei), ‘de betrouwbaren’: mensen op wie men kan bouwen, van dezelfde stam als אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’. Zie ook: Ps 119:1–3; Ps 119:63; Luc 12:43–44; Joh 12:26; Openb 21:3 **101:7** Wie bedrog pleegt, zal niet in mijn huis wonen. Wie leugens spreekt, zal niet bestaan voor mijn ogen. Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | יֵשֵׁ֨ב (yeshev) = zal wonen | בְּקֶ֥רֶב (beqerev) = binnen | בֵּיתִי֮ (beiti) = mijn huis | עֹשֵׂ֪ה (ose) = wie pleegt | רְמִ֫יָּ֥ה (remiya) = bedrog | דֹּבֵ֥ר (dover) = wie spreekt | שְׁקָרִ֑ים (sheqarim) = leugens | לֹֽא (lo) = niet | יִ֝כּ֗וֹן (yikon) = zal bestaan | לְנֶ֣גֶד (leneged) = voor | עֵינָֽי (einay) = mijn ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 4:10–12; Ps 52:4; Spr 29:12; Hand 1:16–20; Hand 5:1–10 **101:8** Elke morgen wil ik alle goddelozen van het land vernietigen, om alle werkers van onrecht uit de stad van Yahweh uit te roeien. Brontekst: לַבְּקָרִ֗ים (labeqarim) = elke morgen | אַצְמִ֥ית (atsmit) = wil ik vernietigen | כָּל (kal) = alle | רִשְׁעֵי (rishei) = goddelozen van | אָ֑רֶץ (arets) = het land | לְהַכְרִ֥ית (lehakhrit) = om uit te roeien | מֵֽעִיר (meir) = uit de stad van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = alle | פֹּ֥עֲלֵי (poalei) = werkers van | אָֽוֶן (aven) = onrecht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַבְּקָרִים (labbeqarim), ‘elke morgen’: letterlijk ‘de morgens’. De morgen was het moment van rechtspraak (Jer. 21:12). Voetnoot : עִיר יְהוָה (ir Yahweh), ‘de stad van Yahweh’: Jeruzalem, de stad met het heiligdom. Zie ook: Ps 48:9; Ps 75:11; Spr 16:12; Jer 21:12; Openb 22:14–15 ## Psalmen 102 _Gebed van een ellendige: U blijft, Sion wordt herbouwd_ ### Gebed van een ellendige **102:1** Een gebed van een ellendige, wanneer hij bezwijkt en zijn klacht voor het aangezicht van Yahweh uitstort. Brontekst: תְּ֭פִלָּה (tefila) = gebed | לְעָנִ֣י (leani) = van een ellendige | כִֽי (ki) = wanneer | יַעֲטֹ֑ף (yaatof) = hij bezwijkt | וְלִפְנֵ֥י (velifnei) = en voor het aangezicht van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | יִשְׁפֹּ֥ךְ (yishpokh) = stort uit | שִׂיחֽוֹ (sicho) = zijn klacht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : תְּפִלָּה (tefillah), ‘gebed’. עָנִי (ani), ‘ellendige’: iemand die in nood is en onderdrukt wordt. יַעֲטֹף (ya’atof), ‘bezwijken’: zwak worden en bijna flauwvallen. שִׂיחוֹ (sicho), ‘zijn klacht’: wat hij in zijn nood overpeinst en uitspreekt. Zie ook: Ex 2:23; Ps 18:7; Ps 61:3; Ps 130:1–2; Ps 142:3–4 **102:2** Yahweh, hoor mijn gebed. Laat mijn hulpgeroep tot U komen. Brontekst: יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | שִׁמְעָ֣ה (shima) = hoor | תְפִלָּתִ֑י (tefilati) = mijn gebed | וְ֝שַׁוְעָתִ֗י (veshavati) = en mijn hulpgeroep | אֵלֶ֥יךָ (eleikha) = tot U | תָבֽוֹא (tavo) = laat komen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׁוְעָה (shav’ah), ‘hulpgeroep’: een schreeuw om hulp. Zie ook: Ex 2:23; Ps 18:7; Ps 61:3; Ps 130:1–2; Ps 142:3–4 **102:3** Verberg Uw aangezicht niet voor mij op de dag van mijn nood. Neig Uw oor tot mij. Op de dag dat ik roep, antwoord mij snel. Brontekst: אַל (al) = niet | תַּסְתֵּ֬ר (taster) = verberg | פָּנֶ֨יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | מִמֶּנִּי֮ (mimeni) = voor mij | בְּי֪וֹם (beyom) = op de dag van | צַ֫ר (tsar) = nood | לִ֥י (li) = mij | הַטֵּֽה (hate) = neig | אֵלַ֥י (elay) = tot mij | אָזְנֶ֑ךָ (azenekha) = Uw oor | בְּי֥וֹם (beyom) = op de dag dat | אֶ֝קְרָ֗א (eqra) = ik roep | מַהֵ֥ר (maher) = snel | עֲנֵֽנִי (aneni) = antwoord mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 27:9; Ps 69:18; Ps 70:2; Ps 104:29; Jes 8:17 ### Mijn dagen vergaan als rook **102:4** Want mijn dagen zijn vergaan in rook, en mijn beenderen gloeien als een haard. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | כָל֣וּ (kalu) = zijn vergaan | בְעָשָׁ֣ן (beashan) = in rook | יָמָ֑י (yamay) = mijn dagen | וְ֝עַצְמוֹתַ֗י (veatsmotay) = en mijn beenderen | כְּמוֹ (kemo) = als | קֵ֥ד (qed) = haard | נִחָֽרוּ (nicharu) = gloeien Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֵד (qed), ‘haard’: een zeldzaam woord; de betekenis is onzeker (‘haard’ of ‘brandhout’). נִחָרוּ (nicharu), ‘gloeien’: verhit zijn door koorts of smart. Zie ook: Job 30:30; Ps 31:11; Ps 37:20; Klaagl 1:13; Jak 4:14 **102:5** Mijn hart is geslagen en verdord als gras. Ik vergeet zelfs mijn brood te eten. Brontekst: הוּכָּֽה (huka) = is geslagen | כָ֭עֵשֶׂב (kaesev) = als gras | וַיִּבַ֣שׁ (vayivash) = en verdord | לִבִּ֑י (libi) = mijn hart | כִּֽי (ki) = want | שָׁ֝כַ֗חְתִּי (shakhachti) = ik vergeet | מֵאֲכֹ֥ל (meakhol) = te eten | לַחְמִֽי (lachmi) = mijn brood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לֵב (lev), ‘hart’: de zetel van gevoel en wil. Wie ziek is van smart, eet niet meer. Zie ook: 2 Sam 12:17; Ps 37:2; Jes 40:7; Ezra 10:6; Mat 26:37–38 **102:6** Door het geluid van mijn gekreun kleeft mijn gebeente aan mijn vlees. Brontekst: מִקּ֥וֹל (miqol) = door het geluid van | אַנְחָתִ֑י (anchati) = mijn gekreun | דָּבְקָ֥ה (daveqa) = kleeft | עַ֝צְמִ֗י (atsmi) = mijn gebeente | לִבְשָׂרִֽי (livsari) = aan mijn vlees Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 19:20; Ps 6:9; Ps 32:3–4; Spr 17:22; Klaagl 4:8 **102:7** Ik lijk op een pelikaan in de woestijn. Ik ben als een steenuiltje van de ruïnes. Brontekst: דָּ֭מִיתִי (damiti) = ik lijk op | לִקְאַ֣ת (liqat) = pelikaan van | מִדְבָּ֑ר (midbar) = woestijn | הָ֝יִ֗יתִי (hayiti) = ben geworden | כְּכ֣וֹס (kekhos) = als steenuiltje van | חֳרָבֽוֹת (choravot) = ruïnes Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קְאַת (qa’at), ‘pelikaan’, en כּוֹס (kos), ‘steenuiltje’: dezelfde woorden en dieren als in Lev. 11:17–18. Het zijn vogels van verlaten, eenzame plaatsen. Zie ook: Job 30:29–30; Lev 11:17–18; Jes 34:11–15; Jes 38:14; Sef 2:14; Openb 18:2 **102:8** Ik lig wakker. Ik ben geworden als een eenzame vogel op een dak. Brontekst: שָׁקַ֥דְתִּי (shaqadti) = ik lig wakker | וָאֶֽהְיֶ֑ה (vaehye) = en ik ben geworden | כְּ֝צִפּ֗וֹר (ketsipor) = als vogel | בּוֹדֵ֥ד (boded) = eenzaam | עַל (al) = op | גָּֽג (gag) = dak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 7:13–16; Deut 28:66–67; Ps 77:5; Klaagl 3:28–30; Mar 14:33–37 **102:9** De hele dag smaden mijn vijanden mij. Wie tegen mij razen, zweren bij mij. Brontekst: כָּל (kal) = de hele | הַ֭יּוֹם (hayom) = dag | חֵרְפ֣וּנִי (cherefuni) = smaden mij | אוֹיְבָ֑י (oyevay) = mijn vijanden | מְ֝הוֹלָלַ֗י (meholalay) = wie razen tegen mij | בִּ֣י (bi) = bij mij | נִשְׁבָּֽעוּ (nishbau) = zweren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּי נִשְׁבָּעוּ (bi nishba’u), ‘zij zweren bij mij’: zij gebruiken de naam van de ellendige in hun vloeken. Zie ook Jer. 29:22. Zie ook: Ps 69:10–11; Jes 65:15; Jer 29:22; Hand 23:12–35; Hand 26:11; Rom 15:3 **102:10** Want as eet ik als brood, en mijn drank meng ik met tranen. Brontekst: כִּי (ki) = want | אֵ֭פֶר (efer) = as | כַּלֶּ֣חֶם (kalechem) = als brood | אָכָ֑לְתִּי (akhalti) = eet ik | וְ֝שִׁקֻּוַ֗י (veshiquvay) = en mijn drank | בִּבְכִ֥י (bivkhi) = met tranen | מָסָֽכְתִּי (masakhti) = meng ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 3:24; Ps 42:4; Ps 80:6; Jes 44:20; Klaagl 3:15–16 **102:11** Het komt door Uw verontwaardiging en Uw woede, want U hebt mij opgetild en neergeworpen. Brontekst: מִפְּנֵֽי (mipenei) = vanwege | זַֽעַמְךָ֥ (zaamkha) = Uw verontwaardiging | וְקִצְפֶּ֑ךָ (veqitspekha) = en Uw woede | כִּ֥י (ki) = want | נְ֝שָׂאתַ֗נִי (nesatani) = U hebt mij opgetild | וַתַּשְׁלִיכֵֽנִי (vatashlikheni) = en neergeworpen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 38:4; Klaagl 1:18; Klaagl 3:39–42; 2 Kor 4:9; Rom 3:19 **102:12** Mijn dagen zijn als een schaduw die zich uitstrekt, en ik verdor als gras. Brontekst: יָ֭מַי (yamay) = mijn dagen | כְּצֵ֣ל (ketsel) = als schaduw | נָט֑וּי (natuy) = die zich uitstrekt | וַ֝אֲנִ֗י (vaani) = en ik | כָּעֵ֥שֶׂב (kaesev) = als gras | אִיבָֽשׁ (ivash) = verdor Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 14:2; Ps 109:23; Ps 144:4; Jak 1:10; 1 Petr 1:24 ### Maar U blijft, Yahweh **102:13** Maar U, Yahweh, blijft voor eeuwig. De gedachtenis aan U is van generatie op generatie. Brontekst: וְאַתָּ֣ה (veata) = en U | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | תֵּשֵׁ֑ב (teshev) = blijft | וְ֝זִכְרְךָ֗ (vezikhrekha) = en de gedachtenis aan U | לְדֹ֣ר (ledor) = van generatie | וָדֹֽר (vador) = en generatie Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 3:15; Ps 9:8; Ps 135:13; Klaagl 5:19; Heb 13:8 **102:14** U zult opstaan en Sion erbarmen tonen, want het is tijd om haar genadig te zijn. Want de vastgestelde tijd is gekomen. Brontekst: אַתָּ֣ה (ata) = U | תָ֭קוּם (taqum) = zult opstaan | תְּרַחֵ֣ם (terachem) = zult erbarmen tonen | צִיּ֑וֹן (tsiyon) = Sion | כִּי (ki) = want | עֵ֥ת (et) = tijd | לְ֝חֶֽנְנָ֗הּ (lechennah) = om haar genadig te zijn | כִּי (ki) = want | בָ֥א (ba) = is gekomen | מוֹעֵֽד (moed) = de vastgestelde tijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: מוֹעֵד (mo’ed), ‘vastgestelde tijd’: de tijd die Yahweh Zelf heeft bepaald. Zie ook: Ps 44:27; Jes 40:2; Jes 60:1; Zach 2:14–16; Gal 4:4 **102:15** Want Uw dienaren hebben behagen in haar stenen, en zij tonen mededogen met haar stof. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | רָצ֣וּ (ratsu) = hebben behagen | עֲ֭בָדֶיךָ (avadeikha) = Uw dienaren | אֶת (et) = (obj.) | אֲבָנֶ֑יהָ (avaneiha) = haar stenen | וְֽאֶת (veet) = en | עֲפָרָ֥הּ (afarah) = haar stof | יְחֹנֵֽנוּ (yechonenu) = tonen mededogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲבָנֶיהָ (avaneha), ‘haar stenen’, en עֲפָרָהּ (afarah), ‘haar stof’: de puinhopen van Sion. Wie van Yahweh houdt, houdt ook van de verwoeste stad. Zie ook: Ps 79:1; Ps 137:5–6; Ezra 1:5; Ezra 7:27; Neh 3:34 ### De volken zullen Yahweh vrezen **102:16** Dan zullen de volken de naam van Yahweh vrezen, en alle koningen van de aarde Uw heerlijkheid. Brontekst: וְיִֽירְא֣וּ (veyireu) = en zullen vrezen | ג֭וֹיִם (goyim) = volken | אֶת (et) = (obj.) | שֵׁ֣ם (shem) = naam van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְֽכָל (vekhal) = en alle | מַלְכֵ֥י (malkhei) = koningen van | הָ֝אָ֗רֶץ (haarets) = de aarde | אֶת (et) = (obj.) | כְּבוֹדֶֽךָ (kevodekha) = Uw heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 86:9; Ps 138:4; 1 Kon 8:43; Jes 60:3–22; Zach 8:20–23 **102:17** Want Yahweh heeft Sion herbouwd. Hij is verschenen in Zijn heerlijkheid. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | בָנָ֣ה (bana) = heeft herbouwd | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | צִיּ֑וֹן (tsiyon) = Sion | נִ֝רְאָ֗ה (nira) = is verschenen | בִּכְבוֹדֽוֹ (bikhvodo) = in Zijn heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Ps 147:2; Jes 2:2–3; Jes 60:1–2; Jer 31:4; Jer 33:7 **102:18** Hij heeft Zich gewend tot het gebed van de berooiden. Hij heeft hun gebed niet veracht. Brontekst: פָּ֭נָה (pana) = heeft Zich gewend | אֶל (el) = tot | תְּפִלַּ֣ת (tefilat) = gebed van | הָעַרְעָ֑ר (haarar) = de berooiden | וְלֹֽא (velo) = en niet | בָ֝זָ֗ה (baza) = heeft veracht | אֶת (et) = (obj.) | תְּפִלָּתָֽם (tefilatam) = hun gebed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַרְעָר (ar’ar), ‘berooide’: een zeldzaam woord; de betekenis is onzeker (‘naakte’, ‘berooide’). Zie ook: Deut 4:29; Ps 9:19; Ps 22:25; Jer 29:11–14; Neh 1:6 **102:19** Dit zal worden opgeschreven voor een volgende generatie. Een volk dat geschapen wordt, zal Jah prijzen. Brontekst: תִּכָּ֣תֶב (tikatev) = zal worden opgeschreven | זֹ֭את (zot) = dit | לְד֣וֹר (ledor) = voor generatie | אַחֲר֑וֹן (acharon) = volgende | וְעַ֥ם (veam) = en volk | נִ֝בְרָ֗א (nivra) = dat geschapen wordt | יְהַלֶּל (yehalel) = zal prijzen | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָהּ (Jah): een korte vorm van de naam Yahweh. Zie ook Ps. 68:5 en 94:7. Voetnoot : עַם נִבְרָא (am nivra), ‘een volk dat geschapen wordt’: een volk dat nog niet geboren is. Zie ook: Ps 22:31–32; Ps 68:5; Ps 78:4–6; Ps 94:7; Jes 43:21; Rom 15:4; 1 Petr 2:9–10 **102:20** Want Hij heeft neergekeken vanuit Zijn heilige hoogte. Yahweh heeft vanuit de hemel naar de aarde gekeken: Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הִ֭שְׁקִיף (hishqif) = heeft neergekeken | מִמְּר֣וֹם (mimerom) = vanuit hoogte van | קָדְשׁ֑וֹ (qadesho) = Zijn heiligheid | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מִשָּׁמַ֤יִם (mishamayim) = vanuit de hemel | אֶל (el) = naar | אֶ֬רֶץ (erets) = de aarde | הִבִּֽיט (hibit) = heeft gekeken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 26:15; Ps 14:2; 1 Kon 8:39; 1 Kon 8:43; 2 Kron 16:9 **102:21** om het gezucht van de gevangene te horen; om de zonen van de dood los te maken; Brontekst: לִ֭שְׁמֹעַ (lishmoa) = om te horen | אֶנְקַ֣ת (enqat) = gezucht van | אָסִ֑יר (asir) = gevangene | לְ֝פַתֵּ֗חַ (lefateach) = om los te maken | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | תְמוּתָֽה (temuta) = de dood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי תְמוּתָה (benei temutah), ‘zonen van de dood’: wie ter dood veroordeeld is of op sterven ligt. Zie ook: Ex 3:7; Ps 79:11; Ps 146:7; Jes 14:17; Jes 61:1–3 **102:22** om in Sion de naam van Yahweh te vertellen en Zijn lof in Jeruzalem; Brontekst: לְסַפֵּ֣ר (lesaper) = om te vertellen | בְּ֭צִיּוֹן (betsiyon) = in Sion | שֵׁ֣ם (shem) = naam van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּ֝תְהִלָּת֗וֹ (utehilato) = en Zijn lof | בִּירוּשָׁלִָֽם (birushalaim) = in Jeruzalem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Ps 22:23; Ps 79:13; Jes 51:11; Ef 3:21; 1 Petr 2:9 **102:23** wanneer de volken zich samen verzamelen, en de koninkrijken, om Yahweh te dienen. Brontekst: בְּהִקָּבֵ֣ץ (behiqavets) = wanneer zij zich verzamelen | עַמִּ֣ים (amim) = volken | יַחְדָּ֑ו (yachdav) = samen | וּ֝מַמְלָכ֗וֹת (umamlakhot) = en koninkrijken | לַעֲבֹ֥ד (laavod) = om te dienen | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 72:8–11; Jes 49:22–23; Jes 60:3–22; Zach 8:20–23; Mat 24:14 ### Uw jaren nemen geen einde **102:24** Hij heeft mijn kracht onderweg uitgeput. Hij heeft mijn dagen verkort. Brontekst: עִנָּ֖ה (ina) = heeft uitgeput | בַדֶּ֥רֶךְ (baderekh) = onderweg | כֹּחִ֗י (kochi) = mijn kracht | קִצַּ֥ר (qitsar) = heeft verkort | יָמָֽי (yamay) = mijn dagen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: In de geschreven tekst (ketiv) staat כֹּחוֹ (kocho), ‘zijn kracht’. De voorgelezen tekst (qere) leest כֹּחִי (kochi), ‘mijn kracht’. Wij volgen de qere. Zie ook: Job 21:21; Ps 89:39–48; 2 Tess 2:3–12; 2 Tim 3:1–17; Openb 11:2–19 **102:25** Ik zei: „Mijn El, neem mij niet weg in de helft van mijn dagen. Uw jaren duren van generatie op generatie.” Brontekst: אֹמַ֗ר (omar) = ik zei | אֵלִ֗י (eli) = mijn El | אַֽל (al) = niet | תַּ֭עֲלֵנִי (taaleni) = neem mij weg | בַּחֲצִ֣י (bachatsi) = in de helft van | יָמָ֑י (yamay) = mijn dagen | בְּד֖וֹר (bedor) = van generatie op | דּוֹרִ֣ים (dorim) = generaties | שְׁנוֹתֶֽיךָ (shenoteikha) = Uw jaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֵלִי (Eli), ‘mijn El’: een aanspreking van Elohim. Zie ook: Ps 39:14; Ps 102:13; Jes 38:10–22; Hab 1:12; Openb 1:8 **102:26** Lang geleden hebt U de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn het werk van Uw handen. Brontekst: לְ֭פָנִים (lefanim) = lang geleden | הָאָ֣רֶץ (haarets) = de aarde | יָסַ֑דְתָּ (yasadta) = hebt U gegrondvest | וּֽמַעֲשֵׂ֖ה (umaase) = en werk van | יָדֶ֣יךָ (yadeikha) = Uw handen | שָׁמָֽיִם (shamayim) = de hemelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De verzen 26–28 worden aangehaald in Hebr. 1:10–12. Zie ook: Gen 1:1; Ex 20:11; Jer 32:17; Heb 1:10–12; Heb 3:3–4 **102:27** Zij zullen vergaan, maar U blijft staan. Zij allen zullen verslijten als een kleed. Als een gewaad verwisselt U hen, en zij worden verwisseld. Brontekst: הֵ֤מָּה (hema) = zij | יֹאבֵדוּ֮ (yovedu) = zullen vergaan | וְאַתָּ֪ה (veata) = en U | תַ֫עֲמֹ֥ד (taamod) = blijft staan | וְ֭כֻלָּם (vekhulam) = en zij allen | כַּבֶּ֣גֶד (kabeged) = als een kleed | יִבְל֑וּ (yivlu) = verslijten | כַּלְּב֖וּשׁ (kalevush) = als gewaad | תַּחֲלִיפֵ֣ם (tachalifem) = verwisselt U hen | וְֽיַחֲלֹֽפוּ (veyachalofu) = en zij worden verwisseld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 34:4; Jes 51:6; Mat 24:35; Luc 21:33; Openb 20:11 **102:28** Maar U bent dezelfde, en Uw jaren nemen geen einde. Brontekst: וְאַתָּה (veata) = en U | ה֑וּא (hu) = Hij | וּ֝שְׁנוֹתֶ֗יךָ (ushenoteikha) = en Uw jaren | לֹ֣א (lo) = niet | יִתָּֽמּוּ (yitamu) = nemen een einde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְאַתָּה הוּא (ve’attah hu), ‘U bent Hij’: U blijft dezelfde. Vergelijk Jes. 41:4 en 43:10, waar Yahweh zegt: ‘Ik ben Hij’. Zie ook: Job 36:26; Jes 41:4; Jes 43:10; Mal 3:6; Jak 1:17; Heb 13:8; Openb 1:8 **102:29** De zonen van Uw dienaren zullen blijven wonen, en hun nageslacht zal voor Uw aangezicht standhouden. Brontekst: בְּנֵֽי (benei) = zonen van | עֲבָדֶ֥יךָ (avadeikha) = Uw dienaren | יִשְׁכּ֑וֹנוּ (yishkonu) = zullen blijven wonen | וְ֝זַרְעָ֗ם (vezaram) = en hun nageslacht | לְפָנֶ֥יךָ (lefaneikha) = voor Uw aangezicht | יִכּֽוֹן (yikon) = standhouden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 45:17–18; Ps 69:36–37; Ps 89:5; Ps 90:16–17; Jes 66:22 ## Psalmen 103 _Zegen Yahweh, mijn ziel_ ### Zegen Yahweh om al Zijn weldaden **103:1** Van David. Zegen Yahweh, mijn ziel, en heel mijn binnenste Zijn heilige naam. Brontekst: לְדָוִ֨ד (ledavid) = van David | בָּרֲכִ֣י (barakhi) = zegen | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְכָל (vekhal) = en heel | קְ֝רָבַ֗י (qeravay) = mijn binnenste | אֶת (et) = (obj.) | שֵׁ֥ם (shem) = naam van | קָדְשֽׁוֹ (qadesho) = Zijn heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּרֲכִי (barachi), ‘zegen’: de dichter spreekt zichzelf aan. Zegenen is hier Yahweh danken en prijzen. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het levende wezen, de hele persoon met zijn leven en zijn wil. Voetnoot : לְדָוִד (ledavid), ‘van David’: dit kan ‘door David’, ‘voor David’ of ‘in de stijl van David’ betekenen. Wij vertalen ‘Van David’. Zie ook: Ps 57:8–12; Ps 111:1; Ps 146:1–2; Joh 4:24; 1 Kor 14:15 **103:2** Zegen Yahweh, mijn ziel, en vergeet niet al Zijn weldaden. Brontekst: בָּרֲכִ֣י (barakhi) = zegen | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְאַל (veal) = en niet | תִּ֝שְׁכְּחִ֗י (tishkechi) = vergeet | כָּל (kal) = al | גְּמוּלָֽיו (gemulav) = Zijn weldaden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 6:12; Ps 105:5; Ps 116:12; Jes 63:7; Luc 17:15–18 **103:3** Hij vergeeft al je schuld. Hij geneest al je ziekten. Brontekst: הַסֹּלֵ֥חַ (hasoleach) = die vergeeft | לְכָל (lekhal) = aan al | עֲוֺנֵ֑כִי (avonekhi) = je schuld | הָ֝רֹפֵ֗א (harofe) = die geneest | לְכָל (lekhal) = aan al | תַּחֲלֻאָֽיְכִי (tachaluayekhi) = je ziekten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:26; Ps 30:3; Ps 41:4–5; Jes 53:5; Jer 17:14 **103:4** Hij verlost je leven uit de kuil. Hij kroont je met trouw en ontferming. Brontekst: הַגּוֹאֵ֣ל (hagoel) = die verlost | מִשַּׁ֣חַת (mishachat) = uit de kuil | חַיָּ֑יְכִי (chayayekhi) = je leven | הַֽ֝מְעַטְּרֵ֗כִי (hamaterekhi) = die je kroont | חֶ֣סֶד (chesed) = trouw | וְרַחֲמִֽים (verachamim) = en ontferming Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Voetnoot : רַחֲמִים (rachamim), ‘ontferming’: de zorg van een moeder voor haar kind; het woord hoort bij רֶחֶם (rechem), ‘baarmoeder’. Zie ook: Ps 34:23; Ps 56:14; Ps 71:23; Ps 103:12; 1 Petr 5:4 **103:5** Hij verzadigt je bestaan met het goede. Je jeugd vernieuwt zich als de arend. Brontekst: הַמַּשְׂבִּ֣יַע (hamasbiya) = die verzadigt | בַּטּ֣וֹב (batov) = met het goede | עֶדְיֵ֑ךְ (edyekh) = je bestaan | תִּתְחַדֵּ֖שׁ (titchadesh) = vernieuwt zich | כַּנֶּ֣שֶׁר (kanesher) = als de arend | נְעוּרָֽיְכִי (neurayekhi) = je jeugd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶשֶׁר (nesher), ‘arend’: het kan ook een gier zijn; zie Lev. 11:13. Voetnoot Lezing: עֶדְיֵךְ (edech) is moeilijk te vertalen. Het kan ‘je sieraad’, ‘je mond’ of ‘je levensdagen’ betekenen. Wij vertalen ‘je bestaan’. Zie ook: Lev 11:13; Ps 63:6; Ps 107:9; Jes 40:31; 2 Kor 4:16; 1 Tim 6:17 ### Yahweh en Zijn volk **103:6** Yahweh doet gerechtigheid en spreekt recht voor allen die onderdrukt worden. Brontekst: עֹשֵׂ֣ה (ose) = doet | צְדָק֣וֹת (tsedaqot) = gerechtigheid | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּ֝מִשְׁפָּטִ֗ים (umishpatim) = en recht | לְכָל (lekhal) = voor allen | עֲשׁוּקִֽים (ashuqim) = die onderdrukt worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 9:10; Ps 12:6; Ps 72:12; Ps 146:7; Spr 14:31 **103:7** Hij maakte Zijn wegen bekend aan Mozes, Zijn daden aan de zonen van Israël. Brontekst: יוֹדִ֣יעַ (yodia) = Hij maakt bekend | דְּרָכָ֣יו (derakhav) = Zijn wegen | לְמֹשֶׁ֑ה (lemoshe) = aan Mozes | לִבְנֵ֥י (livnei) = aan zonen van | יִ֝שְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | עֲלִילֽוֹתָיו (alilotav) = Zijn daden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk Exod. 33:13 en Exod. 34:6–7: daar maakt Yahweh Zijn wegen en Zijn naam bekend aan Mozes. Zie ook: Ex 33:13; Ex 34:6–7; Deut 34:10; Ps 78:11; Ps 147:19; Neh 9:14 **103:8** Yahweh is barmhartig en genadig, langzaam tot toorn en rijk aan trouw. Brontekst: רַח֣וּם (rachum) = barmhartig | וְחַנּ֣וּן (vechanun) = en genadig | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אֶ֖רֶךְ (erekh) = langzaam van | אַפַּ֣יִם (apayim) = toorn | וְרַב (verav) = en rijk aan | חָֽסֶד (chased) = trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers herhaalt de woorden van Exod. 34:6. Zie ook Num. 14:18. Zie ook: Ex 34:6–7; Num 14:18; Ps 86:15; Ps 145:8; Joël 2:13; Nah 1:3 **103:9** Hij zal niet voor altijd twisten en niet eeuwig toorn bewaren. Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | לָנֶ֥צַח (lanetsach) = voor altijd | יָרִ֑יב (yariv) = Hij zal twisten | וְלֹ֖א (velo) = en niet | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | יִטּֽוֹר (yitor) = Hij zal bewaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 30:6; Jes 57:16; Mi 7:18–19; Jer 3:5; Jer 3:12 **103:10** Hij handelt met ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze schuld. Brontekst: לֹ֣א (lo) = niet | כַ֭חֲטָאֵינוּ (kachataeinu) = naar onze zonden | עָ֣שָׂה (asa) = Hij deed | לָ֑נוּ (lanu) = aan ons | וְלֹ֥א (velo) = en niet | כַ֝עֲוֺנֹתֵ֗ינוּ (kaavonoteinu) = naar onze schuld | גָּמַ֥ל (gamal) = Hij vergold | עָלֵֽינוּ (aleinu) = ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 130:3; Klaagl 3:22; Dan 9:18–19; Ezra 9:13; Neh 9:31 ### Zijn trouw is groter dan onze zonde **103:11** Want zo hoog als de hemel boven de aarde is, zo machtig is Zijn trouw over wie Hem vrezen. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | כִגְבֹ֣הַּ (kigvoha) = zoals de hoogte van | שָׁ֭מַיִם (shamayim) = hemel | עַל (al) = boven | הָאָ֑רֶץ (haarets) = de aarde | גָּבַ֥ר (gavar) = is machtig | חַ֝סְדּ֗וֹ (chasdo) = Zijn trouw | עַל (al) = over | יְרֵאָֽיו (yereav) = wie Hem vrezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 36:6; Ps 57:11; Ps 103:17; Luc 1:50; Ef 2:4–7 **103:12** Zo ver als het oosten van het westen is, zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons verwijderd. Brontekst: כִּרְחֹ֣ק (kirchoq) = zoals de afstand van | מִ֭זְרָח (mizrach) = oosten | מִֽמַּֽעֲרָ֑ב (mimaarav) = van het westen | הִֽרְחִ֥יק (hirchiq) = Hij verwijderde | מִ֝מֶּ֗נּוּ (mimenu) = van ons | אֶת (et) = (obj.) | פְּשָׁעֵֽינוּ (peshaeinu) = onze overtredingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 38:17; Jes 43:25; Mi 7:18; Jer 31:34; 1 Joh 1:7 **103:13** Zoals een vader zich ontfermt over zonen, zo ontfermt Yahweh Zich over wie Hem vrezen. Brontekst: כְּרַחֵ֣ם (kerachem) = zoals de ontferming van | אָ֭ב (av) = een vader | עַל (al) = over | בָּנִ֑ים (banim) = zonen | רִחַ֥ם (richam) = ontfermt Zich | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = over | יְרֵאָֽיו (yereav) = wie Hem vrezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 103:17; Jer 31:20; Luc 11:11–12; Luc 15:21–22; Heb 12:5–11 **103:14** Want Hij zelf kent ons maaksel. Hij denkt eraan dat wij stof zijn. Brontekst: כִּי (ki) = want | ה֖וּא (hu) = Hij | יָדַ֣ע (yada) = kent | יִצְרֵ֑נוּ (yitsrenu) = ons maaksel | זָ֝כ֗וּר (zakhur) = denkt eraan | כִּי (ki) = dat | עָפָ֥ר (afar) = stof | אֲנָֽחְנוּ (anachenu) = wij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יֵצֶר (yetser), ‘maaksel’: wat gevormd is, zoals een pottenbakker klei vormt. Zie ook Gen. 2:7 en Gen. 3:19. Zie ook: Gen 2:7; Gen 3:19; Job 10:9; Ps 78:38–39; Ps 89:48; Pred 12:7 ### De mens is vergankelijk, Yahweh blijft **103:15** De mens: zijn dagen zijn als gras. Hij bloeit als de bloem van het veld. Brontekst: אֱ֭נוֹשׁ (enosh) = mens | כֶּחָצִ֣יר (kechatsir) = als gras | יָמָ֑יו (yamav) = zijn dagen | כְּצִ֥יץ (ketsits) = als bloem van | הַ֝שָּׂדֶ֗ה (hasade) = het veld | כֵּ֣ן (ken) = zo | יָצִֽיץ (yatsits) = bloeit hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱנוֹשׁ (enosh), ‘mens’: de zwakke, sterfelijke mens. Zie ook: Jes 28:1; Jes 40:6–8; Jes 51:12; Jak 1:10–11; 1 Petr 1:24 **103:16** Want een wind gaat over hem heen, en hij is er niet meer. Zijn plaats kent hem niet meer. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | ר֣וּחַ (ruach) = wind | עָֽבְרָה (avera) = gaat over | בּ֣וֹ (bo) = hem | וְאֵינֶ֑נּוּ (veeinenu) = en hij is niet meer | וְלֹא (velo) = en niet | יַכִּירֶ֖נּוּ (yakirenu) = zal kennen hem | ע֣וֹד (od) = nog | מְקוֹמֽוֹ (meqomo) = zijn plaats Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘wind’: hier de hete wind die het gras doet verdorren. Hetzelfde woord betekent ook ‘geest’ en ‘adem’. Zie ook: Gen 5:24; Job 7:6–10; Job 14:10; Job 20:9; Jes 40:7 **103:17** Maar de trouw van Yahweh is van eeuwigheid tot eeuwigheid over wie Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid voor de zonen van hun zonen; Brontekst: וְחֶ֤סֶד (vechesed) = en trouw van | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | מֵעוֹלָ֣ם (meolam) = van eeuwigheid | וְעַד (vead) = en tot | ע֭וֹלָם (olam) = eeuwigheid | עַל (al) = over | יְרֵאָ֑יו (yereav) = wie Hem vrezen | וְ֝צִדְקָת֗וֹ (vetsidqato) = en Zijn gerechtigheid | לִבְנֵ֥י (livnei) = voor zonen van | בָנִֽים (banim) = zonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 20:6; Ps 100:5; Rom 1:17; Ef 2:4–7; 2 Tim 1:9 **103:18** voor wie Zijn verbond bewaren en aan Zijn bevelen denken om ze te doen. Brontekst: לְשֹׁמְרֵ֥י (leshomerei) = voor wie bewaren | בְרִית֑וֹ (berito) = Zijn verbond | וּלְזֹכְרֵ֥י (ulezokherei) = en voor wie denken aan | פִ֝קֻּדָ֗יו (piqudav) = Zijn bevelen | לַעֲשׂוֹתָֽם (laasotam) = om ze te doen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פִּקּוּדִים (piqqudim), ‘bevelen’: wat Yahweh heeft opgedragen. Zie ook: Ex 24:8; Deut 7:9; Ps 132:12; Mat 28:20; Luc 1:6 ### Heel de schepping zegent Yahweh **103:19** Yahweh heeft Zijn troon in de hemel gevestigd, en Zijn koningschap heerst over alles. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בַּ֭שָּׁמַיִם (bashamayim) = in de hemel | הֵכִ֣ין (hekhin) = heeft gevestigd | כִּסְא֑וֹ (kiso) = Zijn troon | וּ֝מַלְכוּת֗וֹ (umalkhuto) = en Zijn koningschap | בַּכֹּ֥ל (bakol) = over alles | מָשָֽׁלָה (mashala) = heerst Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 9:8; Ps 11:4; Ps 47:3; Fil 2:9–10; 1 Petr 3:22 **103:20** Zegen Yahweh, Zijn engelen, helden van kracht die Zijn woord uitvoeren door te luisteren naar de stem van Zijn woord. Brontekst: בָּרֲכ֥וּ (barakhu) = zegent | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מַלְאָ֫כָ֥יו (malakhav) = Zijn engelen | גִּבֹּ֣רֵי (giborei) = helden van | כֹ֭חַ (koach) = kracht | עֹשֵׂ֣י (osei) = die uitvoeren | דְבָר֑וֹ (devaro) = Zijn woord | לִ֝שְׁמֹ֗עַ (lishmoa) = door te luisteren | בְּק֣וֹל (beqol) = naar de stem van | דְּבָרֽוֹ (devaro) = Zijn woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַלְאָךְ (mal’ach), ‘engel’: letterlijk ‘bode’. Zie ook: Ps 148:2; Mat 26:53; Luc 1:19; Luc 2:13–14; Heb 1:14 **103:21** Zegen Yahweh, al Zijn legers, Zijn dienaren die Zijn wil doen. Brontekst: בָּרֲכ֣וּ (barakhu) = zegent | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = al | צְבָאָ֑יו (tsevaav) = Zijn legers | מְ֝שָׁרְתָ֗יו (mesharetav) = Zijn dienaren | עֹשֵׂ֥י (osei) = die doen | רְצוֹנֽוֹ (retsono) = Zijn wil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 5:14; Ps 104:4; 1 Kon 22:19; Neh 9:6; Luc 2:13 **103:22** Zegen Yahweh, al Zijn werken, op alle plaatsen van Zijn heerschappij. Zegen Yahweh, mijn ziel. Brontekst: בָּרֲכ֤וּ (barakhu) = zegent | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | כָּֽל (kal) = al | מַעֲשָׂ֗יו (maasav) = Zijn werken | בְּכָל (bekhal) = op alle | מְקֹמ֥וֹת (meqomot) = plaatsen van | מֶמְשַׁלְתּ֑וֹ (memshalto) = Zijn heerschappij | בָּרֲכִ֥י (barakhi) = zegen | נַ֝פְשִׁ֗י (nafshi) = mijn ziel | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De psalm eindigt zoals hij begon: de dichter roept eerst de hele schepping op om Yahweh te zegenen en keert dan terug naar zichzelf. Zie ook: Ps 145:10; Ps 148:3–12; Ps 150:6; Jes 42:10–12; Jes 49:13 ## Psalmen 104 _Yahweh, de Schepper en Onderhouder_ ### Yahweh, gehuld in licht **104:1** Zegen Yahweh, mijn ziel. Yahweh, mijn Elohim, U bent zeer groot. U hebt U gekleed met pracht en majesteit. Brontekst: בָּרֲכִ֥י (barakhi) = zegen | נַפְשִׁ֗י (nafshi) = mijn ziel | אֶת (et) = (obj.) | יְה֫וָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱ֭לֹהַי (elohay) = mijn Elohim | גָּדַ֣לְתָּ (gadalta) = U bent groot | מְּאֹ֑ד (meod) = zeer | ה֭וֹד (hod) = pracht | וְהָדָ֣ר (vehadar) = en majesteit | לָבָֽשְׁתָּ (lavashta) = U hebt U gekleed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het levende wezen, de hele persoon. Voetnoot : Deze psalm heeft geen opschrift. Hij loopt in volgorde van de scheppingsdagen in Gen. 1 en heeft vele overeenkomsten met Job 38–41. Zie ook: Ps 96:6; Ps 103:1–2; Ps 103:22; Ps 145:3; Dan 9:4 **104:2** U hult U in licht als in een mantel. U spant de hemel uit als een tentdoek. Brontekst: עֹֽטֶה (ote) = die zich hult | א֭וֹר (or) = licht | כַּשַּׂלְמָ֑ה (kasalma) = als een mantel | נוֹטֶ֥ה (note) = die uitspant | שָׁ֝מַ֗יִם (shamayim) = hemel | כַּיְרִיעָֽה (kayria) = als een tentdoek Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 40:22; Jes 45:12; Dan 7:9; Zach 12:1; 1 Joh 1:5 **104:3** U legt de balken van Uw bovenzalen in de wateren. U maakt wolken tot Uw wagen. U gaat op de vleugels van de wind. Brontekst: הַ֥מְקָרֶֽה (hamqare) = die de balken legt | בַמַּ֗יִם (bamayim) = in de wateren | עֲֽלִיּ֫וֹתָ֥יו (aliyotav) = Uw bovenzalen | הַשָּׂם (hasam) = die maakt | עָבִ֥ים (avim) = wolken | רְכוּב֑וֹ (rekhuvo) = Uw wagen | הַֽ֝מְהַלֵּ֗ךְ (hamhalekh) = die wandelt | עַל (al) = op | כַּנְפֵי (kanfei) = vleugels van | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲלִיּוֹת (aliyyot), ‘bovenzalen’: bovenvertrekken op het dak. Yahweh bouwt Zijn woning boven de wateren van de hemel. Zie ook Gen. 1:6–7. Zie ook: Gen 1:6–7; 2 Sam 22:11; Ps 18:11–12; Amos 9:6; Jes 19:1; Nah 1:3 **104:4** U maakt winden tot Uw boodschappers, laaiend vuur tot Uw dienaren. Brontekst: עֹשֶׂ֣ה (ose) = die maakt | מַלְאָכָ֣יו (malakhav) = Uw boodschappers | רוּח֑וֹת (ruchot) = winden | מְ֝שָׁרְתָ֗יו (mesharetav) = Uw dienaren | אֵ֣שׁ (esh) = vuur | לֹהֵֽט (lohet) = laaiend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַלְאָךְ (mal’ach), ‘boodschapper’ of ‘engel’: letterlijk ‘bode’. Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws kan ook gelezen worden als ‘U maakt Uw engelen tot winden’. Wij vertalen ‘U maakt winden tot Uw boodschappers’, omdat de volgorde van de woorden dat het eerst aanbiedt. Zie ook: Ps 148:8; 2 Kon 2:11; 2 Kon 6:17; Heb 1:7; Heb 1:14 ### De aarde en de wateren **104:5** U hebt de aarde op haar grondvesten gezet. Zij zal niet wankelen, voor eeuwig en altijd. Brontekst: יָֽסַד (yasad) = Hij grondvestte | אֶ֭רֶץ (erets) = aarde | עַל (al) = op | מְכוֹנֶ֑יהָ (mekhoneiha) = haar grondvesten | בַּל (bal) = niet | תִּ֝מּ֗וֹט (timot) = zal wankelen | עוֹלָ֥ם (olam) = eeuwigheid | וָעֶֽד (vaed) = en altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 26:7; Ps 24:2; Ps 33:9; Ps 96:10; Openb 20:11 **104:6** U bedekte haar met de oerdiepte als met een kleed. De wateren stonden boven de bergen. Brontekst: תְּ֭הוֹם (tehom) = oerdiepte | כַּלְּב֣וּשׁ (kalevush) = als een kleed | כִּסִּית֑וֹ (kisito) = U bedekte haar | עַל (al) = boven | הָ֝רִ֗ים (harim) = bergen | יַֽעַמְדוּ (yaamdu) = stonden | מָֽיִם (mayim) = wateren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּהוֹם (tehom), ‘oerdiepte’: de oerwateren van Gen. 1:2. Zie ook: Gen 1:2–10; Gen 7:19; 2 Petr 3:5 **104:7** Voor Uw bestraffing vluchtten zij. Voor de stem van Uw donder renden zij weg. Brontekst: מִן (min) = van | גַּעֲרָ֣תְךָ֣ (gaaratekha) = Uw bestraffing | יְנוּס֑וּן (yenusun) = zij vluchten | מִן (min) = van | ק֥וֹל (qol) = stem van | רַֽ֝עַמְךָ֗ (raamkha) = Uw donder | יֵחָפֵזֽוּן (yechafezun) = zij haasten zich Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 8:1; Ps 18:16; Ps 106:9; Ps 114:3–7; Mar 4:39 **104:8** Bergen rezen op, dalen zonken neer, naar de plaats die U voor hen hebt vastgesteld. Brontekst: יַעֲל֣וּ (yaalu) = zij stijgen op | הָ֭רִים (harim) = bergen | יֵרְד֣וּ (yeredu) = zij dalen af | בְקָע֑וֹת (beqaot) = dalen | אֶל (el) = naar | מְ֝ק֗וֹם (meqom) = plaats | זֶ֤ה (ze) = die | יָסַ֬דְתָּ (yasadta) = U hebt vastgesteld | לָהֶֽם (lahem) = voor hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws zegt alleen: ‘Bergen stijgen op, dalen dalen af’. Wij laten dat zo staan. Het kan ook gelezen worden als: de wateren stijgen over de bergen op en dalen af in de dalen, naar de plaats die Yahweh voor hen bepaald heeft. Zie ook Gen. 1:9 en Job 38:8–11. Zie ook: Gen 1:9; Gen 8:5; Job 38:8–11; Ps 33:7 **104:9** U hebt een grens gesteld die zij niet mogen overschrijden. Zij mogen niet terugkeren om de aarde te bedekken. Brontekst: גְּֽבוּל (gevul) = grens | שַׂ֭מְתָּ (samta) = U hebt gesteld | בַּל (bal) = niet | יַֽעֲבֹר֑וּן (yaavorun) = zij zullen overschrijden | בַּל (bal) = niet | יְ֝שׁוּב֗וּן (yeshuvun) = zij zullen terugkeren | לְכַסּ֥וֹת (lekhasot) = om te bedekken | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 9:11–15; Job 26:10; Job 38:10–11; Jes 54:9; Jer 5:22 ### Bronnen, vogels en regen **104:10** U laat bronnen stromen in de beekdalen. Tussen de bergen lopen zij. Brontekst: הַֽמְשַׁלֵּ֣חַ (hamshaleach) = die zendt | מַ֭עְיָנִים (mayanim) = bronnen | בַּנְּחָלִ֑ים (banechalim) = in de beekdalen | בֵּ֥ין (bein) = tussen | הָ֝רִ֗ים (harim) = bergen | יְהַלֵּכֽוּן (yehalekhun) = zij lopen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 8:7; Ps 107:35; Jes 35:7; Jes 41:18 **104:11** Zij geven alle wilde dieren van het veld te drinken. De wilde ezels lessen hun dorst. Brontekst: יַ֭שְׁקוּ (yashqu) = zij geven te drinken | כָּל (kal) = alle | חַיְת֣וֹ (chayto) = wilde dieren van | שָׂדָ֑י (saday) = het veld | יִשְׁבְּר֖וּ (yishberu) = zij lessen | פְרָאִ֣ים (peraim) = wilde ezels | צְמָאָֽם (tsemaam) = hun dorst Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 39:5–8; Ps 104:13; Ps 145:16 **104:12** Bij hen wonen de vogels van de hemel. Tussen het gebladerte laten zij hun stem horen. Brontekst: עֲ֭לֵיהֶם (aleihem) = bij hen | עוֹף (of) = vogel van | הַשָּׁמַ֣יִם (hashamayim) = de hemel | יִשְׁכּ֑וֹן (yishkon) = woont | מִבֵּ֥ין (mibein) = tussen | עֳ֝פָאיִ֗ם (ofayim) = gebladerte | יִתְּנוּ (yitenu) = zij geven | קֽוֹל (qol) = stem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֳפָאיִם (ofayim), ‘gebladerte’: het woord komt maar één keer voor; de betekenis is afgeleid van de zin. Zie ook: Ps 50:11; Ps 84:4; Ps 148:10; Mat 6:26; Mat 8:20 **104:13** U geeft de bergen te drinken uit Uw bovenzalen. Van de vrucht van Uw werken wordt de aarde verzadigd. Brontekst: מַשְׁקֶ֣ה (mashqe) = die te drinken geeft | הָ֭רִים (harim) = bergen | מֵעֲלִיּוֹתָ֑יו (mealiyotav) = uit Zijn bovenzalen | מִפְּרִ֥י (miperi) = van vrucht van | מַ֝עֲשֶׂ֗יךָ (maaseikha) = Uw werken | תִּשְׂבַּ֥ע (tisba) = wordt verzadigd | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 11:11; Ps 65:10–14; Ps 147:8; Jer 10:13; Jer 14:22 ### Gras, wijn en cederbomen **104:14** U laat gras groeien voor het vee en kruid voor de arbeid van de mens, zodat hij brood uit de aarde voortbrengt; Brontekst: מַצְמִ֤יחַ (matsmiach) = die laat groeien | חָצִ֨יר (chatsir) = gras | לַבְּהֵמָ֗ה (labehema) = voor het vee | וְ֭עֵשֶׂב (veesev) = en kruid | לַעֲבֹדַ֣ת (laavodat) = voor de arbeid van | הָאָדָ֑ם (haadam) = de mens | לְה֥וֹצִיא (lehotsi) = om voort te brengen | לֶ֝֗חֶם (lechem) = brood | מִן (min) = uit | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 28:5; Ps 136:25; Ps 145:15–16; Ps 147:8–9; 1 Kor 3:7 **104:15** en wijn die het hart van de mens verheugt, olie om het gezicht te laten glanzen, en brood dat het hart van de mens ondersteunt. Brontekst: וְיַ֤יִן (veyayin) = en wijn | יְשַׂמַּ֬ח (yesamach) = verheugt | לְֽבַב (levav) = hart van | אֱנ֗וֹשׁ (enosh) = mens | לְהַצְהִ֣יל (lehatshil) = om te laten glanzen | פָּנִ֣ים (panim) = gezicht | מִשָּׁ֑מֶן (mishamen) = met olie | וְ֝לֶ֗חֶם (velechem) = en brood | לְֽבַב (levav) = hart van | אֱנ֥וֹשׁ (enosh) = mens | יִסְעָֽד (yisad) = ondersteunt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 9:13; Ps 23:5; Ps 92:11; Pred 9:7; Pred 10:19 **104:16** De bomen van Yahweh worden verzadigd, de cederbomen van de Libanon die Hij geplant heeft. Brontekst: יִ֭שְׂבְּעוּ (yisbeu) = worden verzadigd | עֲצֵ֣י (atsei) = bomen van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אַֽרְזֵ֥י (arzei) = cederbomen van | לְ֝בָנ֗וֹן (levanon) = Libanon | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | נָטָֽע (nata) = Hij heeft geplant Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee. Zie ook: Num 24:6; Ps 29:5; Ps 92:3; Ezech 17:23 **104:17** Daar nestelen de vogels. De ooievaar heeft haar huis in de cipressen. Brontekst: אֲשֶׁר (asher) = waar | שָׁ֭ם (sham) = daar | צִפֳּרִ֣ים (tsiporim) = vogels | יְקַנֵּ֑נוּ (yeqanenu) = zij nestelen | חֲ֝סִידָ֗ה (chasida) = ooievaar | בְּרוֹשִׁ֥ים (beroshim) = cipressen | בֵּיתָֽהּ (beitah) = haar huis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲסִידָה (chasidah), ‘ooievaar’: letterlijk ‘de trouwe’. Zie ook Lev. 11:19. Zie ook: Lev 11:19; Ps 104:12; Jer 8:7; Jer 22:23; Ob 1:4 **104:18** De hoge bergen zijn voor de steenbokken. De rotsen zijn een toevlucht voor de klipdassen. Brontekst: הָרִ֣ים (harim) = bergen | הַ֭גְּבֹהִים (hagevohim) = de hoge | לַיְּעֵלִ֑ים (layeelim) = voor de steenbokken | סְ֝לָעִ֗ים (selaim) = rotsen | מַחְסֶ֥ה (machse) = toevlucht | לַֽשְׁפַנִּֽים (lashfanim) = voor de klipdassen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָעֵל (ya’el), ‘steenbok’; שָׁפָן (shafan), ‘klipdas’: een klein dier dat tussen de rotsen woont. Zie ook Lev. 11:5. Zie ook: Job 39:1; Lev 11:5; Deut 14:7; 1 Sam 24:3; Spr 30:26 ### Maan, zon en de dieren van het woud **104:19** U hebt de maan gemaakt voor de vaste tijden. De zon kent haar ondergang. Brontekst: עָשָׂ֣ה (asa) = Hij maakte | יָ֭רֵחַ (yareach) = maan | לְמוֹעֲדִ֑ים (lemoadim) = voor de vaste tijden | שֶׁ֝֗מֶשׁ (shemesh) = zon | יָדַ֥ע (yada) = kent | מְבוֹאֽוֹ (mevoo) = haar ondergang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מוֹעֲדִים (mo’adim), ‘vaste tijden’: de vastgestelde tijden van de feesten en de seizoenen. Zie ook Gen. 1:14. Zie ook: Gen 1:14–18; Job 38:12; Ps 8:4; Ps 136:7–9; Jer 31:35 **104:20** U maakt het donker, en het wordt nacht. Dan bewegen alle wilde dieren van het woud zich voort. Brontekst: תָּֽשֶׁת (tashet) = U brengt | חֹ֭שֶׁךְ (choshekh) = duisternis | וִ֣יהִי (vihi) = en het wordt | לָ֑יְלָה (layela) = nacht | בּֽוֹ (bo) = daarin | תִ֝רְמֹ֗שׂ (tirmos) = bewegen zich voort | כָּל (kal) = alle | חַיְתוֹ (chayto) = wilde dieren van | יָֽעַר (yaar) = woud Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָמַשׂ (ramas), ‘zich voortbewegen’: dezelfde stam als in Gen. 1:24–25. Zie ook: Gen 1:4–5; Gen 1:24–25; Gen 8:22; Ps 74:16; Ps 139:10–12; Jes 45:7 **104:21** De jonge leeuwen brullen naar prooi en eisen hun voedsel van El. Brontekst: הַ֭כְּפִירִים (hakefirim) = de jonge leeuwen | שֹׁאֲגִ֣ים (shoagim) = brullend | לַטָּ֑רֶף (lataref) = naar prooi | וּלְבַקֵּ֖שׁ (ulevaqesh) = en om te zoeken | מֵאֵ֣ל (meel) = van El | אָכְלָֽם (akhelam) = hun voedsel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Ook de brullende leeuwen vragen hun voedsel aan El. Zie ook Job 38:39–40. Zie ook: Job 38:39; Ps 34:11; Joël 1:20; Joël 2:22; Ezech 19:2–14 **104:22** Als de zon opkomt, trekken zij zich terug en liggen neer in hun holen. Brontekst: תִּזְרַ֣ח (tizrach) = zij schijnt op | הַ֭שֶּׁמֶשׁ (hashemesh) = de zon | יֵאָסֵפ֑וּן (yeasefun) = zij trekken zich terug | וְאֶל (veel) = en naar | מְ֝עוֹנֹתָ֗ם (meonotam) = hun holen | יִרְבָּצֽוּן (yirbatsun) = zij liggen neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 24:13–17; Job 37:8; Nah 3:17; Joh 3:20 **104:23** De mens gaat uit naar zijn werk en naar zijn arbeid, tot de avond. Brontekst: יֵצֵ֣א (yetse) = gaat uit | אָדָ֣ם (adam) = mens | לְפָעֳל֑וֹ (lefaolo) = naar zijn werk | וְֽלַעֲבֹ֖דָת֣וֹ (velaavodato) = en naar zijn arbeid | עֲדֵי (adei) = tot | עָֽרֶב (arev) = avond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 3:19; Re 19:16; Pred 5:11; 2 Tess 3:8–12; Ef 4:28 ### De zee en alle levende wezens **104:24** Hoe talrijk zijn Uw werken, Yahweh! U hebt ze allemaal met wijsheid gemaakt. De aarde is vol van Uw bezittingen. Brontekst: מָֽה (ma) = hoe | רַבּ֬וּ (rabu) = zijn talrijk | מַעֲשֶׂ֨יךָ (maaseikha) = Uw werken | יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כֻּ֭לָּם (kulam) = alle | בְּחָכְמָ֣ה (bechakhema) = met wijsheid | עָשִׂ֑יתָ (asita) = U hebt gemaakt | מָלְאָ֥ה (malea) = is vol | הָ֝אָ֗רֶץ (haarets) = de aarde | קִנְיָנֶֽךָ (qinyanekha) = Uw bezittingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קִנְיָן (qinyan), ‘bezit’: wat Yahweh gemaakt heeft en wat Hem toebehoort. Zie ook: Ps 40:6; Ps 50:10–12; Jer 10:12; Rom 11:33; Ef 3:10 **104:25** Daar is de zee, groot en wijd van omvang. Daarin bewegen zich dieren zonder getal, kleine met grote. Brontekst: זֶ֤ה (ze) = deze | הַיָּ֥ם (hayam) = de zee | גָּדוֹל֮ (gadol) = groot | וּרְחַ֪ב (urechav) = en wijd van | יָ֫דָ֥יִם (yadayim) = handen | שָֽׁם (sham) = daar | רֶ֭מֶשׂ (remes) = bewegend | וְאֵ֣ין (veein) = en niet | מִסְפָּ֑ר (mispar) = getal | חַיּ֥וֹת (chayot) = dieren | קְ֝טַנּ֗וֹת (qetanot) = kleine | עִם (im) = met | גְּדֹלֽוֹת (gedolot) = grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:20–22; Gen 1:28; Ps 69:35; Ps 95:4–5; Hand 28:5 **104:26** Daar varen de schepen. Daar is de Leviatan, die U gevormd hebt om met hem te spelen. Brontekst: שָׁ֭ם (sham) = daar | אֳנִיּ֣וֹת (oniyot) = schepen | יְהַלֵּכ֑וּן (yehalekhun) = zij varen | לִ֝וְיָתָ֗ן (livyatan) = Leviatan | זֶֽה (ze) = die | יָצַ֥רְתָּ (yatsarta) = U hebt gevormd | לְשַֽׂחֶק (lesacheq) = om te spelen | בּֽוֹ (bo) = met hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לִוְיָתָן (liwyatan), ‘Leviatan’: een zeemonster. Zie ook Job 3:8 en Job 40:25–32. Voetnoot Lezing: ‘Om met hem te spelen’ kan ook gelezen worden als ‘om daarin te spelen’, namelijk in de zee. Wij volgen het eerste, omdat de Leviatan net genoemd is. Zie ook: Gen 49:13; Job 3:8; Job 40:25–32; Ps 74:14; Ps 107:23; Jes 27:1; Ezech 27:9 **104:27** Zij allen zien naar U uit, opdat U hun voedsel geeft op zijn tijd. Brontekst: כֻּ֭לָּם (kulam) = allen | אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = naar U | יְשַׂבֵּר֑וּן (yesaberun) = zij wachten | לָתֵ֖ת (latet) = om te geven | אָכְלָ֣ם (akhelam) = hun voedsel | בְּעִתּֽוֹ (beito) = op zijn tijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 38:41; Ps 136:25; Ps 145:15–16; Ps 147:9; Luc 12:24–28 **104:28** U geeft het hun, zij verzamelen het. U opent Uw hand, zij worden verzadigd met het goede. Brontekst: תִּתֵּ֣ן (titen) = U geeft | לָ֭הֶם (lahem) = hun | יִלְקֹט֑וּן (yilqotun) = zij verzamelen | תִּפְתַּ֥ח (tiftach) = U opent | יָֽ֝דְךָ֗ (yadekha) = Uw hand | יִשְׂבְּע֥וּן (yisbeun) = zij worden verzadigd | טֽוֹב (tov) = goed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 145:16 **104:29** Verbergt U Uw aangezicht, dan schrikken zij. Neemt U hun geest weg, dan sterven zij en keren zij terug tot hun stof. Brontekst: תַּסְתִּ֥יר (tastir) = U verbergt | פָּנֶיךָ֮ (paneikha) = Uw aangezicht | יִֽבָּהֵ֫ל֥וּן (yibahelun) = zij schrikken | תֹּסֵ֣ף (tosef) = U neemt weg | ר֭וּחָם (rucham) = hun geest | יִגְוָע֑וּן (yigvaun) = zij sterven | וְֽאֶל (veel) = en naar | עֲפָרָ֥ם (afaram) = hun stof | יְשׁוּבֽוּן (yeshuvun) = zij keren terug Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘geest’: de levensadem die Yahweh geeft en terugneemt. Hetzelfde woord betekent ook ‘wind’. Zie ook Gen. 6:3 en Job 34:14–15. Zie ook: Gen 6:3; Job 34:14–15; Ps 30:8; Ps 90:3; Ps 146:4; Pred 12:7 **104:30** Zendt U Uw geest uit, dan worden zij geschapen. U vernieuwt het oppervlak van de grond. Brontekst: תְּשַׁלַּ֣ח (teshalach) = U zendt | ר֭וּחֲךָ (ruchakha) = Uw geest | יִבָּרֵא֑וּן (yibareun) = zij worden geschapen | וּ֝תְחַדֵּ֗שׁ (utechadesh) = en U vernieuwt | פְּנֵ֣י (penei) = oppervlak van | אֲדָמָֽה (adama) = de grond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדָמָה (adamah), ‘grond’: zie Gen. 2:7. Zie ook: Gen 2:7; Job 26:13; Job 33:4; Jes 65:17; Ezech 37:9; Openb 21:5 ### Lof en wens **104:31** Moge de heerlijkheid van Yahweh voor eeuwig zijn. Moge Yahweh Zich verheugen in Zijn werken. Brontekst: יְהִ֤י (yehi) = moge zijn | כְב֣וֹד (kevod) = heerlijkheid van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | לְעוֹלָ֑ם (leolam) = voor eeuwig | יִשְׂמַ֖ח (yismach) = moge zich verheugen | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּמַעֲשָֽׂיו (bemaasav) = in Zijn werken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:31; Jer 32:41; Ef 3:21; 2 Tim 4:18; Openb 5:12–13 **104:32** Hij kijkt naar de aarde, en zij beeft. Hij raakt de bergen aan, en zij roken. Brontekst: הַמַּבִּ֣יט (hamabit) = die kijkt | לָ֭אָרֶץ (laarets) = naar de aarde | וַתִּרְעָ֑ד (vatirad) = en zij beeft | יִגַּ֖ע (yiga) = Hij raakt aan | בֶּהָרִ֣ים (beharim) = de bergen | וְֽיֶעֱשָֽׁנוּ (veyeeshanu) = en zij roken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 19:18; Ps 97:4–5; Ps 114:7; Ps 144:5; Hab 3:10 **104:33** Ik zal voor Yahweh zingen mijn leven lang. Ik zal voor mijn Elohim muziek maken zolang ik er nog ben. Brontekst: אָשִׁ֣ירָה (ashira) = ik zal zingen | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = voor Yahweh | בְּחַיָּ֑י (bechayay) = in mijn leven | אֲזַמְּרָ֖ה (azamera) = ik zal muziek maken | לֵאלֹהַ֣י (lelohay) = voor mijn Elohim | בְּעוֹדִֽי (beodi) = zolang ik er nog ben Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 63:5; Ps 145:1–2; Ps 146:2 **104:34** Moge mijn overdenking Hem aangenaam zijn. Ik verheug mij in Yahweh. Brontekst: יֶעֱרַ֣ב (yeerav) = moge aangenaam zijn | עָלָ֣יו (alav) = voor Hem | שִׂיחִ֑י (sichi) = mijn overdenking | אָ֝נֹכִ֗י (anokhi) = ik | אֶשְׂמַ֥ח (esmach) = ik zal mij verheugen | בַּיהוָֽה (baYahweh) = in Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:2; Ps 119:15–16; Ps 119:127–128; Hab 3:17–18; Fil 4:4 **104:35** Mogen zondaars van de aarde verdwijnen, en goddelozen er niet meer zijn. Zegen Yahweh, mijn ziel. Halleluja. Brontekst: יִתַּ֤מּוּ (yitamu) = mogen verdwijnen | חַטָּאִ֨ים (chataim) = zondaars | מִן (min) = van | הָאָ֡רֶץ (haarets) = de aarde | וּרְשָׁעִ֤ים (ureshaim) = en goddelozen | ע֤וֹד (od) = nog | אֵינָ֗ם (einam) = zij zijn niet | בָּרֲכִ֣י (barakhi) = zegen | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’. Jah is een korte vorm van Yahweh. Zie ook: Ps 37:38; Ps 68:2–3; Ps 103:22–104:1; Spr 2:22; Openb 19:1–2 ## Psalmen 105 _Yahweh denkt aan Zijn verbond: van Abraham tot het land_ ### Dank Yahweh en maak Zijn daden bekend **105:1** Dank Yahweh, roep Zijn naam aan. Maak Zijn daden bekend onder de volken. Brontekst: הוֹד֣וּ (hodu) = dank | לַ֭יהוָה (laYahweh) = aan Yahweh | קִרְא֣וּ (qiru) = roep aan | בִּשְׁמ֑וֹ (bishmo) = Zijn naam | הוֹדִ֥יעוּ (hodiu) = maak bekend | בָ֝עַמִּ֗ים (baamim) = onder de volken | עֲלִילוֹתָֽיו (alilotav) = Zijn daden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De verzen 1–15 komen ook voor in 1 Kron. 16:8–22. Daar zegt David deze woorden bij de aankomst van de ark in Jeruzalem. Zie ook: 1 Kron 16:8–22; 1 Kron 16:34; Ps 106:1; Ps 145:11–12; Jes 12:4; Rom 10:13 **105:2** Zing voor Hem, speel voor Hem, spreek over al Zijn wonderen. Brontekst: שִֽׁירוּ (shiru) = zing | ל֭וֹ (lo) = voor Hem | זַמְּרוּ (zameru) = speel | ל֑וֹ (lo) = voor Hem | שִׂ֝֗יחוּ (sichu) = spreek | בְּכָל (bekhal) = over al | נִפְלְאוֹתָֽיו (nifleotav) = Zijn wonderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 77:13; Ps 98:1; Ps 98:5; Ps 119:27; Jes 12:5–6 **105:3** Roem in Zijn heilige naam. Laat het hart van wie Yahweh zoeken zich verheugen. Brontekst: הִֽ֭תְהַלְלוּ (hithallu) = roem | בְּשֵׁ֣ם (beshem) = in naam van | קָדְשׁ֑וֹ (qadesho) = Zijn heiligheid | יִ֝שְׂמַ֗ח (yismach) = moge zich verheugen | לֵ֤ב (lev) = hart van | מְבַקְשֵׁ֬י (mevaqshei) = zoekers van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 8:17; Klaagl 3:25; Gal 6:14; 1 Kor 1:29; 1 Kor 1:31 **105:4** Zoek Yahweh en Zijn kracht. Zoek voortdurend Zijn aangezicht. Brontekst: דִּרְשׁ֣וּ (dirshu) = zoek | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | וְעֻזּ֑וֹ (veuzo) = en Zijn kracht | בַּקְּשׁ֖וּ (baqeshu) = zoek | פָנָ֣יו (panav) = Zijn aangezicht | תָּמִֽיד (tamid) = voortdurend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דָּרַשׁ (darash) en בִּקֵּשׁ (biqqesh) betekenen allebei ‘zoeken’. Wij vertalen beide met ‘zoek’, zoals in 1 Kron. 16:11. Zie ook: 1 Kron 16:11; Ps 27:8; Ps 132:8; 2 Kron 6:41; Amos 5:4–6; Sef 2:2–3 **105:5** Denk aan Zijn wonderen die Hij deed, aan Zijn wondertekenen en aan de rechtsuitspraken van Zijn mond. Brontekst: זִכְר֗וּ (zikhru) = denk aan | נִפְלְאוֹתָ֥יו (nifleotav) = Zijn wonderen | אֲשֶׁר (asher) = die | עָשָׂ֑ה (asa) = Hij deed | מֹ֝פְתָ֗יו (mofetav) = Zijn wondertekenen | וּמִשְׁפְּטֵי (umishpetei) = en rechtsuitspraken van | פִֽיו (piv) = Zijn mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:7; Ps 77:12; Ps 119:13; Jes 43:18–19; Luc 22:19 **105:6** Nageslacht van Abraham, Zijn dienaar! Zonen van Jakob, Zijn uitverkorenen! Brontekst: זֶ֭רַע (zera) = nageslacht van | אַבְרָהָ֣ם (avraham) = Abraham | עַבְדּ֑וֹ (avdo) = Zijn dienaar | בְּנֵ֖י (benei) = zonen van | יַעֲקֹ֣ב (yaaqov) = Jakob | בְּחִירָֽיו (bechirav) = Zijn uitverkorenen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 106:5; Jes 41:8; Jes 44:1–2; Joh 15:16; 1 Petr 2:9 ### Het verbond met Abraham, Isaak en Jakob **105:7** Hij is Yahweh, onze Elohim. Over heel de aarde gelden Zijn rechtsuitspraken. Brontekst: ה֭וּא (hu) = Hij | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֑ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | בְּכָל (bekhal) = over heel | הָ֝אָ֗רֶץ (haarets) = de aarde | מִשְׁפָּטָֽיו (mishpatav) = Zijn rechtsuitspraken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 20:2; Deut 26:17–18; Ps 95:7; Jes 26:9; Openb 15:4 **105:8** Hij heeft voor eeuwig aan Zijn verbond gedacht, aan het woord dat Hij beval voor duizend generaties; Brontekst: זָכַ֣ר (zakhar) = Hij heeft gedacht | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | בְּרִית֑וֹ (berito) = aan Zijn verbond | דָּבָ֥ר (davar) = woord | צִ֝וָּ֗ה (tsiva) = Hij beval | לְאֶ֣לֶף (leelef) = voor duizend | דּֽוֹר (dor) = generatie Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In 1 Kron. 16:15 staat hier een bevel: ‘Denk voor altijd aan Zijn verbond’. In de psalm staat een verleden tijd: ‘Hij heeft gedacht’. Zie ook Gen. 17:7. Zie ook: Gen 17:7; Deut 7:9; 1 Kron 16:15; Ps 105:42; Ps 106:45; Ps 111:5; Luc 1:72–74 **105:9** aan het verbond dat Hij sloot met Abraham, en aan Zijn eed aan Isaak. Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = dat | כָּ֭רַת (karat) = Hij sloot | אֶת (et) = met | אַבְרָהָ֑ם (avraham) = Abraham | וּשְׁב֖וּעָת֣וֹ (ushevuato) = en Zijn eed | לְיִשְׂחָֽק (leyischaq) = aan Isaak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 17:2; Gen 22:16–18; Gen 26:3; Hand 7:8; Heb 6:17 **105:10** Hij liet het voor Jakob gelden als voorschrift, voor Israël als eeuwig verbond. Brontekst: וַיַּֽעֲמִידֶ֣הָ (vayaamideha) = en Hij liet het gelden | לְיַעֲקֹ֣ב (leyaaqov) = voor Jakob | לְחֹ֑ק (lechoq) = als voorschrift | לְ֝יִשְׂרָאֵ֗ל (leyisrael) = voor Israël | בְּרִ֣ית (berit) = verbond | עוֹלָֽם (olam) = eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 17:7–8; Gen 28:13–15; 2 Sam 23:5; Heb 13:20 **105:11** Hij zei: **„Aan jou zal Ik het land Kanaän geven, als het toegemeten deel van jullie erfdeel.”** Brontekst: לֵאמֹ֗ר (lemor) = zeggende | לְךָ֗ (lekha) = aan jou | אֶתֵּ֥ן (eten) = Ik zal geven | אֶת (et) = (obj.) | אֶֽרֶץ (erets) = land van | כְּנָ֑עַן (kenaan) = Kanaän | חֶ֝֗בֶל (chevel) = toegemeten deel van | נַחֲלַתְכֶֽם (nachalatkhem) = jullie erfdeel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon. Voetnoot Uitleg: Dit zijn woorden van Yahweh zelf, die de dichter aanhaalt. Wij zetten ze rood, zoals de woorden van Yahweh in andere psalmen. Zie Gen. 15:18 en Gen. 28:13. De Hebreeuwse tekst gebruikt eerst ‘jou’ (enkelvoud) en dan ‘jullie’ (meervoud). Voetnoot : חֶבֶל (chevel), ‘toegemeten deel’: letterlijk ‘meetsnoer’, het stuk land dat met een snoer is afgemeten. Zie ook: Gen 13:15; Gen 15:18; Gen 26:3–4; Gen 28:13; Ps 78:55 ### Vreemdelingen in het land **105:12** Toen waren zij nog maar weinig mannen, bijna niets, en vreemdelingen in het land. Brontekst: בִּֽ֭הְיוֹתָם (bihyotam) = toen zij waren | מְתֵ֣י (metei) = mannen van | מִסְפָּ֑ר (mispar) = aantal | כִּ֝מְעַ֗ט (kimat) = bijna niets | וְגָרִ֥ים (vegarim) = en vreemdelingen | בָּֽהּ (bah) = daarin Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 23:4; Gen 34:30; Deut 7:7; Deut 26:5; Heb 11:9 **105:13** Zij trokken rond van volk naar volk, van het ene koninkrijk naar een ander volk. Brontekst: וַֽ֭יִּתְהַלְּכוּ (vayithalekhu) = en zij trokken rond | מִגּ֣וֹי (migoy) = van volk | אֶל (el) = naar | גּ֑וֹי (goy) = volk | מִ֝מַּמְלָכָ֗ה (mimamlakha) = van koninkrijk | אֶל (el) = naar | עַ֥ם (am) = volk | אַחֵֽר (acher) = ander Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **105:14** Hij liet niemand toe hen te onderdrukken. Om hen strafte Hij koningen: Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | הִנִּ֣יחַ (hiniach) = Hij liet toe | אָדָ֣ם (adam) = een mens | לְעָשְׁקָ֑ם (leasheqam) = hen te onderdrukken | וַיּ֖וֹכַח (vayokhach) = en Hij strafte | עֲלֵיהֶ֣ם (aleihem) = om hen | מְלָכִֽים (melakhim) = koningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Gen. 12:17 en Gen. 20:3, waar Yahweh de farao en Abimelech straft om Sara. Zie ook: Gen 12:14–17; Gen 12:17; Gen 20:1–7; Gen 20:3; Gen 26:14–33; Gen 35:5; Ex 7:16–17 **105:15** **„Raak Mijn gezalfden niet aan en doe Mijn profeten geen kwaad.”** Brontekst: אַֽל (al) = niet | תִּגְּע֥וּ (tigeu) = raak aan | בִמְשִׁיחָ֑י (bimshichay) = Mijn gezalfden | וְ֝לִנְבִיאַי (velinviay) = en Mijn profeten | אַל (al) = niet | תָּרֵֽעוּ (tareu) = doe kwaad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Ook deze woorden zijn van Yahweh. De ‘gezalfden’ zijn hier de aartsvaders; ‘profeten’ wordt in Gen. 20:7 van Abraham gezegd. In 1 Kron. 16:22 staan deze woorden zwart; hier volgen wij de regel dat woorden van Yahweh rood zijn. Zie ook: Gen 20:7; Gen 26:11; Gen 49:8–33; 1 Kron 16:22; Zach 2:12; 1 Joh 2:27 ### Jozef in Egypte **105:16** Hij riep een hongersnood over het land en brak elke staf van brood. Brontekst: וַיִּקְרָ֣א (vayiqra) = en Hij riep | רָ֭עָב (raav) = honger | עַל (al) = over | הָאָ֑רֶץ (haarets) = het land | כָּֽל (kal) = elke | מַטֵּה (mate) = staf van | לֶ֥חֶם (lechem) = brood | שָׁבָֽר (shavar) = Hij brak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 41:54; Lev 26:26; Jes 3:1; Ezech 4:16; Hand 7:11 **105:17** Hij zond een man voor hen uit: Jozef, die als dienaar werd verkocht. Brontekst: שָׁלַ֣ח (shalach) = Hij zond | לִפְנֵיהֶ֣ם (lifneihem) = voor hen uit | אִ֑ישׁ (ish) = man | לְ֝עֶ֗בֶד (leeved) = als dienaar | נִמְכַּ֥ר (nimkar) = werd verkocht | יוֹסֵֽף (yosef) = Jozef Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Gen. 37:28 en Gen. 45:5. Zie ook: Gen 37:27–28; Gen 37:28; Gen 37:36; Gen 45:4–5; Gen 45:5; Gen 50:20; Hand 7:9 **105:18** Zij kwelden zijn voet met boeien. Zijn ziel kwam in het ijzer. Brontekst: עִנּ֣וּ (inu) = zij kwelden | בַכֶּ֣בֶל (bakevel) = met boeien | רַגְל֑וֹ (raglo) = zijn voet | בַּ֝רְזֶ֗ל (barzel) = ijzer | בָּ֣אָה (baa) = kwam | נַפְשֽׁוֹ (nafsho) = zijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier de persoon zelf. ‘Zijn ziel kwam in het ijzer’ betekent: het ijzer drukte op zijn hals, of: hij zelf kwam in het ijzer. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) wijkt af van de te lezen vorm (qere): de ketiv is רַגְלָיו, ‘zijn voeten’, de qere is ‘zijn voet’. Wij volgen de qere. Zie ook: Gen 39:20; Gen 40:15; Ps 107:10; Hand 16:24 **105:19** Tot de tijd kwam dat zijn woord uitkwam, heeft de uitspraak van Yahweh hem gelouterd. Brontekst: עַד (ad) = tot | עֵ֥ת (et) = tijd | בֹּֽא (bo) = uitkomen | דְבָר֑וֹ (devaro) = zijn woord | אִמְרַ֖ת (imrat) = uitspraak van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | צְרָפָֽתְהוּ (tserafatehu) = heeft hem gelouterd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: ‘Zijn woord’ kan het woord van Jozef zijn (zijn uitleg van de dromen in Gen. 40–41) of het woord van Yahweh. Wij vertalen ‘zijn woord’ met kleine letter: het woord van Jozef, dat uitkwam. Zie ook Gen. 41:25–32. Zie ook: Gen 40:20–21; Gen 41:11–16; Gen 41:25–32; Spr 21:1; Dan 2:30; Hand 7:10 **105:20** De koning zond iemand en maakte hem los. De heerser over volken liet hem vrij. Brontekst: שָׁ֣לַח (shalach) = zond | מֶ֭לֶךְ (melekh) = koning | וַיַּתִּירֵ֑הוּ (vayatirehu) = en maakte hem los | מֹשֵׁ֥ל (moshel) = heerser over | עַ֝מִּ֗ים (amim) = volken | וַֽיְפַתְּחֵֽהוּ (vayfatechehu) = en liet hem vrij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 41:14 **105:21** Hij maakte hem heer van zijn huis en heerser over al zijn bezit; Brontekst: שָׂמ֣וֹ (samo) = hij stelde hem | אָד֣וֹן (adon) = heer | לְבֵית֑וֹ (leveito) = over zijn huis | וּ֝מֹשֵׁ֗ל (umoshel) = en heerser | בְּכָל (bekhal) = over al | קִנְיָנֽוֹ (qinyano) = zijn bezit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָדוֹן (adon), ‘heer’: een mens met gezag, anders dan Adonai (‘mijn Heer’) voor Yahweh. Zie Gen. 41:40–41. Zie ook: Gen 41:40–44; Gen 41:55; Gen 45:8; Gen 45:26 **105:22** om zijn vorsten naar eigen wil te binden en zijn oudsten wijsheid te leren. Brontekst: לֶאְסֹ֣ר (lesor) = om te binden | שָׂרָ֣יו (sarav) = zijn vorsten | בְּנַפְשׁ֑וֹ (benafsho) = naar zijn wil | וּזְקֵנָ֥יו (uzeqenav) = en zijn oudsten | יְחַכֵּֽם (yechakem) = hij leert wijsheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 41:33; Gen 41:38; Gen 41:44; Jes 19:11 ### Israël in Egypte **105:23** Toen kwam Israël in Egypte, en Jakob verbleef als vreemdeling in het land van Cham. Brontekst: וַיָּבֹ֣א (vayavo) = en kwam | יִשְׂרָאֵ֣ל (yisrael) = Israël | מִצְרָ֑יִם (mitsrayim) = in Egypte | וְ֝יַעֲקֹ֗ב (veyaaqov) = en Jakob | גָּ֣ר (gar) = vreemdeling | בְּאֶֽרֶץ (beerets) = in het land van | חָֽם (cham) = Cham Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Cham (chām) is hier een dichterlijke naam voor Egypte; het land van de nakomelingen van Cham, de zoon van Noach (Gen. 10:6). Zie ook 105:27 en 106:22. Zie ook: Gen 10:6; Gen 46:2–7; Ps 78:51; Ps 106:22; Hand 7:11–15; Hand 13:17 **105:24** Hij maakte Zijn volk zeer vruchtbaar en maakte het sterker dan zijn tegenstanders. Brontekst: וַיֶּ֣פֶר (vayefer) = en Hij maakte vruchtbaar | אֶת (et) = (obj.) | עַמּ֣וֹ (amo) = Zijn volk | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | וַ֝יַּֽעֲצִמֵהוּ (vayaatsimehu) = en Hij maakte het sterker | מִצָּרָֽיו (mitsarav) = dan zijn tegenstanders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 46:3; Ex 1:7–9; Deut 26:5; Hand 7:17; Heb 11:12 **105:25** Hij veranderde hun hart, zodat zij Zijn volk haatten en listig handelden tegen Zijn dienaren. Brontekst: הָפַ֣ךְ (hafakh) = Hij veranderde | לִ֭בָּם (libam) = hun hart | לִשְׂנֹ֣א (lisno) = om te haten | עַמּ֑וֹ (amo) = Zijn volk | לְ֝הִתְנַכֵּ֗ל (lehitnakel) = om listig te handelen | בַּעֲבָדָֽיו (baavadav) = tegen Zijn dienaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 15:13; Ex 1:16; Ex 9:16; Hand 7:19; Rom 9:17–19 ### Mozes, Aäron en de tien plagen **105:26** Hij zond Mozes, Zijn dienaar, en Aäron, die Hij had gekozen. Brontekst: שָׁ֭לַח (shalach) = Hij zond | מֹשֶׁ֣ה (moshe) = Mozes | עַבְדּ֑וֹ (avdo) = Zijn dienaar | אַ֝הֲרֹ֗ן (aharon) = Aäron | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | בָּֽחַר (bachar) = Hij had gekozen | בּֽוֹ (bo) = in hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 3:10; Ex 28:1–2; Ex 28:29–38; Ex 29:5–46; Num 17:5 **105:27** Zij verrichtten onder hen de daden van Zijn tekenen en wonderen in het land van Cham. Brontekst: שָֽׂמוּ (samu) = zij stelden | בָ֭ם (bam) = onder hen | דִּבְרֵ֣י (divrei) = daden van | אֹתוֹתָ֑יו (ototav) = Zijn tekenen | וּ֝מֹפְתִ֗ים (umofetim) = en wonderen | בְּאֶ֣רֶץ (beerets) = in het land van | חָֽם (cham) = Cham Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Land van Cham (Egypte): Cham is hier een dichterlijke naam voor Egypte (zie Psalm 105:23): het land van Cham is Egypte, rond de Nijl. Voetnoot Uitleg: דִּבְרֵי (divre), ‘woorden van’, ook ‘zaken’ of ‘daden van’. Wij vertalen ‘de daden van Zijn tekenen’: de tekenen en wonderen die Yahweh door Mozes en Aäron liet gebeuren. Zie ook: Ps 78:43–51; Ps 135:8–9; Jes 63:11–12; Jer 32:20–21; Neh 9:10–11 **105:28** Hij zond duisternis en maakte het donker. Zij waren niet weerspannig tegen Zijn woord. Brontekst: שָׁ֣לַֽח (shalach) = Hij zond | חֹ֭שֶׁךְ (choshekh) = duisternis | וַיַּחְשִׁ֑ךְ (vayachshikh) = en het werd donker | וְלֹֽא (velo) = en niet | מָ֝ר֗וּ (maru) = waren weerspannig | אֶת (et) = (obj.) | דְּבָרֽוֹ (devaro) = Zijn woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) wijkt af van de te lezen vorm (qere) ‘Zijn woord’. Wij volgen de qere. Wie met ‘zij’ bedoeld is, blijft onduidelijk: Mozes en Aäron, of de Egyptenaren. Wij houden de tekst letterlijk. Sommige oude vertalingen lijken hier ‘zij waren weerspannig’ te lezen, zonder ‘niet’; wij blijven bij de Masoretische tekst. Zie ook Exod. 10:21–23. Zie ook: Ex 10:21–23; Ps 99:7; Joël 3:4; Luc 23:44–45; 2 Petr 2:4; 2 Petr 2:17 **105:29** Hij veranderde hun wateren in bloed en liet hun vis sterven. Brontekst: הָפַ֣ךְ (hafakh) = Hij veranderde | אֶת (et) = (obj.) | מֵימֵיהֶ֣ם (meimeihem) = hun wateren | לְדָ֑ם (ledam) = in bloed | וַ֝יָּ֗מֶת (vayamet) = en Hij liet sterven | אֶת (et) = (obj.) | דְּגָתָֽם (degatam) = hun vis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 7:20–21; Ps 78:44; Jes 50:2; Ezech 29:4–5; Openb 16:3 **105:30** Hun land wemelde van kikkers, tot in de kamers van hun koningen. Brontekst: שָׁרַ֣ץ (sharats) = wemelde | אַרְצָ֣ם (artsam) = hun land | צְפַרְדְּעִ֑ים (tsefardeim) = van kikkers | בְּ֝חַדְרֵ֗י (bechadrei) = in de kamers van | מַלְכֵיהֶֽם (malkheihem) = hun koningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 7:28–8:10; Ps 78:45; Openb 16:13–14 **105:31** Hij sprak, en er kwamen zwermen, muggen in heel hun gebied. Brontekst: אָ֭מַר (amar) = Hij sprak | וַיָּבֹ֣א (vayavo) = en kwam | עָרֹ֑ב (arov) = zwerm | כִּ֝נִּ֗ים (kinim) = muggen | בְּכָל (bekhal) = in heel | גְּבוּלָֽם (gevulam) = hun gebied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָרֹב (arov), ‘zwerm’: zwermen insecten, zoals in Exod. 8:17. כִּנִּים (kinnim), ‘muggen’: zoals in Exod. 8:12. Zie ook: Ex 8:12–14; Ex 8:17–20; Ps 78:45; Jes 7:18 **105:32** Hij gaf hun hagel als regen, vuur van vlammen in hun land. Brontekst: נָתַ֣ן (natan) = Hij gaf | גִּשְׁמֵיהֶ֣ם (gishmeihem) = hun regens | בָּרָ֑ד (barad) = hagel | אֵ֖שׁ (esh) = vuur | לֶהָב֣וֹת (lehavot) = vlammen | בְּאַרְצָֽם (beartsam) = in hun land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 9:18–28; Ps 78:47–48; Openb 8:7; Openb 11:19; Openb 16:21 **105:33** Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgenboom en brak de bomen van hun gebied. Brontekst: וַיַּ֣ךְ (vayakh) = en Hij sloeg | גַּ֭פְנָם (gafnam) = hun wijnstok | וּתְאֵנָתָ֑ם (uteenatam) = en hun vijgenboom | וַ֝יְשַׁבֵּ֗ר (vayshaber) = en Hij brak | עֵ֣ץ (ets) = bomen van | גְּבוּלָֽם (gevulam) = hun gebied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 78:47; Openb 9:4 **105:34** Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen en jonge sprinkhanen zonder getal. Brontekst: אָ֭מַר (amar) = Hij sprak | וַיָּבֹ֣א (vayavo) = en kwam | אַרְבֶּ֑ה (arbe) = sprinkhaan | וְ֝יֶ֗לֶק (veyeleq) = en jonge sprinkhaan | וְאֵ֣ין (veein) = en niet | מִסְפָּֽר (mispar) = getal Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַרְבֶּה (arbeh), ‘sprinkhanen’: zie Exod. 10:4. יֶלֶק (yeleq), ‘jonge sprinkhanen’: een tweede soort of een ander stadium van de sprinkhaan; de betekenis is onzeker. Zie ook: Ex 10:4; Ex 10:12–15; Ps 78:46; Joël 1:4–7; Joël 2:25; Openb 9:3–10 **105:35** Zij aten al het gewas in hun land en aten de vrucht van hun grond. Brontekst: וַיֹּ֣אכַל (vayokhal) = en zij aten | כָּל (kal) = al | עֵ֣שֶׂב (esev) = gewas | בְּאַרְצָ֑ם (beartsam) = in hun land | וַ֝יֹּ֗אכַל (vayokhal) = en zij aten | פְּרִ֣י (peri) = vrucht van | אַדְמָתָֽם (admatam) = hun grond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **105:36** Hij sloeg elke eerstgeborene in hun land, de eersteling van al hun kracht. Brontekst: וַיַּ֣ךְ (vayakh) = en Hij sloeg | כָּל (kal) = elke | בְּכ֣וֹר (bekhor) = eerstgeborene | בְּאַרְצָ֑ם (beartsam) = in hun land | רֵ֝אשִׁ֗ית (reshit) = eersteling van | לְכָל (lekhal) = alle | אוֹנָֽם (onam) = hun kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Exod. 12:29. Zie ook: Gen 49:3; Ex 4:23; Ex 12:12; Ex 12:29; Ps 136:10; Heb 11:28 ### De uittocht en de woestijn **105:37** Hij leidde hen uit met zilver en goud, en onder Zijn stammen was niemand die struikelde. Brontekst: וַֽ֭יּוֹצִיאֵם (vayotsiem) = en Hij leidde hen uit | בְּכֶ֣סֶף (bekhesef) = met zilver | וְזָהָ֑ב (vezahav) = en goud | וְאֵ֖ין (veein) = en niet | בִּשְׁבָטָ֣יו (bishvatav) = onder Zijn stammen | כּוֹשֵֽׁל (koshel) = struikelend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Exod. 12:35–36: de Egyptenaren gaven zilver en goud mee. Zie ook: Gen 15:14; Ex 3:22; Ex 12:35–36; Hand 13:17 **105:38** Egypte was blij toen zij uittrokken, want de schrik voor hen was over hen gevallen. Brontekst: שָׂמַ֣ח (samach) = was blij | מִצְרַ֣יִם (mitsrayim) = Egypte | בְּצֵאתָ֑ם (betsetam) = bij hun uittocht | כִּֽי (ki) = want | נָפַ֖ל (nafal) = viel | פַּחְדָּ֣ם (pachdam) = hun schrik | עֲלֵיהֶֽם (aleihem) = over hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Zie ook: Gen 35:5; Ex 10:7; Ex 12:33; Ex 15:16; Joz 2:9 **105:39** Hij spreidde een wolk uit als dek en vuur om de nacht te verlichten. Brontekst: פָּרַ֣שׂ (paras) = Hij spreidde uit | עָנָ֣ן (anan) = wolk | לְמָסָ֑ךְ (lemasakh) = als dek | וְ֝אֵ֗שׁ (veesh) = en vuur | לְהָאִ֥יר (lehair) = om te verlichten | לָֽיְלָה (layela) = nacht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 13:21–22; Ex 14:24; Ps 78:14; Jes 4:5; Neh 9:12 **105:40** Zij vroegen, en Hij liet kwartels komen. Hij verzadigde hen met brood uit de hemel. Brontekst: שָׁאַ֣ל (shaal) = zij vroegen | וַיָּבֵ֣א (vayave) = en Hij liet komen | שְׂלָ֑ו (selav) = kwartels | וְלֶ֥חֶם (velechem) = en brood van | שָׁ֝מַ֗יִם (shamayim) = de hemel | יַשְׂבִּיעֵֽם (yasbiem) = Hij verzadigde hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Exod. 16:13–15 en Num. 11:31. Zie ook: Ex 16:13–15; Num 11:31; Joz 5:12; Ps 78:18; Ps 78:23–28; Neh 9:20; Joh 6:31–33 **105:41** Hij opende de rots, en er stroomde water. Het liep als een rivier door de dorre streken. Brontekst: פָּ֣תַח (patach) = Hij opende | צ֭וּר (tsur) = rots | וַיָּז֣וּבוּ (vayazuvu) = en stroomde | מָ֑יִם (mayim) = water | הָ֝לְכ֗וּ (halekhu) = het liep | בַּצִּיּ֥וֹת (batsiyot) = door de dorre streken | נָהָֽר (nahar) = rivier Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Exod. 17:6 en Num. 20:11. Zie ook: Ex 17:6; Num 20:11; Ps 114:8; Jes 48:21; 1 Kor 10:4 ### Het land en het doel **105:42** Want Hij dacht aan Zijn heilige woord, aan Abraham, Zijn dienaar. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | זָ֭כַר (zakhar) = Hij dacht aan | אֶת (et) = (obj.) | דְּבַ֣ר (devar) = woord van | קָדְשׁ֑וֹ (qadesho) = Zijn heiligheid | אֶֽת (et) = (obj.) | אַבְרָהָ֥ם (avraham) = Abraham | עַבְדּֽוֹ (avdo) = Zijn dienaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 12:7; Ex 2:24; Ex 32:13; Luc 1:54–55; Luc 1:72–73 **105:43** Hij leidde Zijn volk uit met vreugde, Zijn uitverkorenen met jubel. Brontekst: וַיּוֹצִ֣א (vayotsi) = en Hij leidde uit | עַמּ֣וֹ (amo) = Zijn volk | בְשָׂשׂ֑וֹן (besason) = met vreugde | בְּ֝רִנָּ֗ה (berina) = met jubel | אֶת (et) = (obj.) | בְּחִירָֽיו (bechirav) = Zijn uitverkorenen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 35:10; Jes 55:12; Jer 31:11–12; Hand 7:36; Hand 13:17 **105:44** Hij gaf hun de landen van de volken. Zij namen de moeite van de natiën in bezit, Brontekst: וַיִּתֵּ֣ן (vayiten) = en Hij gaf | לָ֭הֶם (lahem) = hun | אַרְצ֣וֹת (artsot) = landen van | גּוֹיִ֑ם (goyim) = volken | וַעֲמַ֖ל (vaamal) = en moeite van | לְאֻמִּ֣ים (leumim) = natiën | יִירָֽשׁוּ (yirashu) = zij namen in bezit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲמַל (amal), ‘moeite’: wat een volk met arbeid heeft verworven. Hier gaat het om de oogst, de steden en de huizen die de volken van Kanaän hadden gebouwd. Zie ook Deut. 6:10–11. Voetnoot : לְאֻמִּים (le’ummim), ‘natiën’: een dichterlijk woord voor ‘volken’. Zie ook: Deut 6:10–11; Joz 24:8; Joz 24:13; Ps 44:3–4; Ps 78:55 **105:45** opdat zij Zijn voorschriften bewaren en Zijn wetten in acht nemen. Halleluja. Brontekst: בַּעֲב֤וּר (baavur) = opdat | יִשְׁמְר֣וּ (yishmeru) = zij bewaren | חֻ֭קָּיו (chuqav) = Zijn voorschriften | וְתוֹרֹתָ֥יו (vetorotav) = en Zijn wetten | יִנְצֹ֗רוּ (yintsoru) = zij in acht nemen | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹרָה (torah), ‘wet’: letterlijk ‘onderwijs’. Hier staat het woord in het meervoud. Voetnoot : הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’. Zie ook: Deut 4:1; Deut 4:40; Ef 2:8–10; Tit 2:14; Openb 19:3–4 ## Psalmen 106 _Wij hebben gezondigd, maar Yahweh denkt aan Zijn verbond_ ### Lof en gebed om redding **106:1** Halleluja. Dank Yahweh, want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָ֨הּ (yah) = Jah | הוֹד֣וּ (hodu) = dank | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = aan Yahweh | כִּי (ki) = want | ט֑וֹב (tov) = goed | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’. Jah is een korte vorm van Yahweh. Voetnoot : חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Voetnoot : Vers 1 en de verzen 47–48 komen ook voor in 1 Kron. 16:34–36. Psalm 106 sluit het vierde deel van de Psalmen af (Ps. 90–106). Zie ook: 1 Kron 16:34; Ps 105:1; Ps 136:1; Jer 33:11; 1 Tess 5:18 **106:2** Wie kan de krachtige daden van Yahweh uitspreken, al Zijn lof laten horen? Brontekst: מִ֗י (mi) = wie | יְ֭מַלֵּל (yemalel) = kan uitspreken | גְּבוּר֣וֹת (gevurot) = krachtige daden van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | יַ֝שְׁמִ֗יעַ (yashmia) = laat horen | כָּל (kal) = al | תְּהִלָּתֽוֹ (tehilato) = Zijn lof Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 26:14; Ps 139:17–18; Ps 145:3–12; Rom 11:33; Ef 1:19 **106:3** Gelukkig wie het recht bewaren, wie te allen tijde gerechtigheid doet. Brontekst: אַ֭שְׁרֵי (ashrei) = gelukkig | שֹׁמְרֵ֣י (shomerei) = wie bewaren | מִשְׁפָּ֑ט (mishpat) = recht | עֹשֵׂ֖ה (ose) = wie doet | צְדָקָ֣ה (tsedaqa) = gerechtigheid | בְכָל (bekhal) = te allen | עֵֽת (et) = tijde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’; צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’. Het werkwoord ‘doet’ staat in het enkelvoud; wij vertalen ‘wie … doet’. Zie ook: Ps 15:2; Joh 13:17; Joh 15:14; Jak 1:25; Gal 6:9 **106:4** Denk aan mij, Yahweh, in Uw welbehagen voor Uw volk. Bezoek mij met Uw redding: Brontekst: זָכְרֵ֣נִי (zakhereni) = denk aan mij | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בִּרְצ֣וֹן (birtson) = in welbehagen van | עַמֶּ֑ךָ (amekha) = Uw volk | פָּ֝קְדֵ֗נִי (paqedeni) = bezoek mij | בִּישׁוּעָתֶֽךָ (bishuatekha) = met Uw redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פָּקַד (paqad), ‘bezoeken’: Yahweh komt zorgend bij mensen. Zie ook Gen. 21:1. Zie ook: Gen 21:1; Ps 25:7; Ps 119:132; Neh 13:14; Neh 13:31; Luc 23:42 **106:5** om het goede van Uw uitverkorenen te zien; om mij te verheugen in de vreugde van Uw natie; om mij te beroemen samen met Uw erfdeel. Brontekst: לִרְא֤וֹת (lirot) = om te zien | בְּט֘וֹבַ֤ת (betovat) = het goede van | בְּחִירֶ֗יךָ (bechireikha) = Uw uitverkorenen | לִ֭שְׂמֹחַ (lismoach) = om te verheugen | בְּשִׂמְחַ֣ת (besimchat) = in vreugde van | גּוֹיֶ֑ךָ (goyekha) = Uw natie | לְ֝הִתְהַלֵּ֗ל (lehithalel) = om te beroemen | עִם (im) = samen met | נַחֲלָתֶֽךָ (nachalatekha) = Uw erfdeel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:3; Ps 105:43; Jes 12:6; Sef 3:14; Joh 15:16 ### De Rietzee en de woestijn **106:6** Wij hebben gezondigd, evenals onze vaders. Wij hebben onrecht gedaan, wij hebben goddeloos gehandeld. Brontekst: חָטָ֥אנוּ (chatanu) = wij hebben gezondigd | עִם (im) = met | אֲבוֹתֵ֗ינוּ (avoteinu) = onze vaders | הֶעֱוִ֥ינוּ (heevinu) = wij hebben onrecht gedaan | הִרְשָֽׁעְנוּ (hirshaenu) = wij hebben goddeloos gehandeld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf hier belijdt de dichter de zonden van het volk, in drie delen: bij de Rietzee (vers 7–12), in de woestijn (vers 13–33) en in het land (vers 34–46). Zie ook: Ps 78:8; Ps 106:7–12; Ps 106:13–33; Ps 106:34–46; 1 Kon 8:47; Ezra 9:6–7; Neh 9:16; Neh 9:32–34 **106:7** Onze vaders in Egypte hadden geen inzicht in Uw wonderen. Zij dachten niet aan Uw overvloedige trouw. Zij waren weerspannig bij de zee, bij de Rietzee. Brontekst: אֲב֘וֹתֵ֤ינוּ (avoteinu) = onze vaders | בְמִצְרַ֨יִם (bemitsrayim) = in Egypte | לֹא (lo) = niet | הִשְׂכִּ֬ילוּ (hiskilu) = hadden inzicht in | נִפְלְאוֹתֶ֗יךָ (nifleoteikha) = Uw wonderen | לֹ֣א (lo) = niet | זָ֭כְרוּ (zakheru) = dachten aan | אֶת (et) = (obj.) | רֹ֣ב (rov) = overvloed van | חֲסָדֶ֑יךָ (chasadeikha) = Uw trouw | וַיַּמְר֖וּ (vayamru) = en zij waren weerspannig | עַל (al) = bij | יָ֣ם (yam) = zee | בְּיַם (beyam) = bij de zee van | סֽוּף (suf) = Riet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: De Rietzee (yam suf) is de zee waar Israël doorheen trok (Exod. 14). De ligging is niet zeker: de Golf van Suez of een meer ten noorden daarvan. Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Zie ook: Ex 14:11–12; Ps 78:11; Ps 78:42; Spr 1:22; 2 Tess 2:10–12 **106:8** Toch redde Hij hen omwille van Zijn naam, om Zijn kracht bekend te maken. Brontekst: וַֽ֭יּוֹשִׁיעֵם (vayoshiem) = en Hij redde hen | לְמַ֣עַן (lemaan) = omwille van | שְׁמ֑וֹ (shemo) = Zijn naam | לְ֝הוֹדִ֗יעַ (lehodia) = om bekend te maken | אֶת (et) = (obj.) | גְּבוּרָתֽוֹ (gevurato) = Zijn kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 9:16; Ezech 20:9; Ezech 20:14; Ezech 20:22; Ezech 20:44 **106:9** Hij bestrafte de Rietzee, en zij droogde op. Hij liet hen door de diepten gaan als door een woestijn. Brontekst: וַיִּגְעַ֣ר (vayigar) = en Hij bestrafte | בְּיַם (beyam) = de zee van | ס֭וּף (suf) = Riet | וַֽיֶּחֱרָ֑ב (vayecherav) = en zij droogde op | וַיּוֹלִיכֵ֥ם (vayolikhem) = en Hij liet hen gaan | בַּ֝תְּהֹמ֗וֹת (batehomot) = door de diepten | כַּמִּדְבָּֽר (kamidbar) = als door een woestijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Rietzee: De Rietzee (Hebreeuws: Yam Suf) wordt gezocht in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez. De precieze plaats van de doortocht is niet zeker. Voetnoot Uitleg: Zie Exod. 14:21–22 en Exod. 15:4–5. Zie ook: Ex 14:21–22; Ex 15:4–5; Ps 18:16; Ps 78:13; Jes 51:10; Jes 63:11–14; Nah 1:4 **106:10** Hij redde hen uit de hand van wie hen haatte, en verloste hen uit de hand van de vijand. Brontekst: וַֽ֭יּוֹשִׁיעֵם (vayoshiem) = en Hij redde hen | מִיַּ֣ד (miyad) = uit de hand van | שׂוֹנֵ֑א (sone) = haters | וַ֝יִּגְאָלֵ֗ם (vayigalem) = en Hij verloste hen | מִיַּ֥ד (miyad) = uit de hand van | אוֹיֵֽב (oyev) = vijand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 6:22–23; Ex 14:30; Ps 107:2; Ps 136:24; Mi 6:4 **106:11** De wateren bedekten hun tegenstanders. Niet één van hen bleef over. Brontekst: וַיְכַסּוּ (vaykhasu) = en bedekten | מַ֥יִם (mayim) = wateren | צָרֵיהֶ֑ם (tsareihem) = hun tegenstanders | אֶחָ֥ד (echad) = één | מֵ֝הֶ֗ם (mehem) = van hen | לֹ֣א (lo) = niet | נוֹתָֽר (notar) = bleef over Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 14:13; Ex 14:27–28; Ex 15:5; Ex 15:19; Ps 78:53 **106:12** Toen geloofden zij Zijn woorden. Zij zongen Zijn lof. Brontekst: וַיַּאֲמִ֥ינוּ (vayaaminu) = en zij geloofden | בִדְבָרָ֑יו (bidvarav) = in Zijn woorden | יָ֝שִׁ֗ירוּ (yashiru) = zij zongen | תְּהִלָּתֽוֹ (tehilato) = Zijn lof Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 14:31–15:21; Luc 8:13; Joh 8:30–31 **106:13** Snel vergaten zij Zijn werken. Zij wachtten niet op Zijn raad. Brontekst: מִֽ֭הֲרוּ (miharu) = snel | שָׁכְח֣וּ (shakhechu) = zij vergaten | מַעֲשָׂ֑יו (maasav) = Zijn werken | לֹֽא (lo) = niet | חִ֝כּ֗וּ (chiku) = wachtten | לַעֲצָתֽוֹ (laatsato) = op Zijn raad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:24; Ex 16:2; Ps 78:11; Ps 107:11; Jes 48:17–18 **106:14** Zij werden vol begeerte in de woestijn en stelden El op de proef in de wildernis. Brontekst: וַיִּתְאַוּ֣וּ (vayitauu) = en zij werden begerig | תַ֭אֲוָה (taava) = begeerte | בַּמִּדְבָּ֑ר (bamidbar) = in de woestijn | וַיְנַסּוּ (vaynasu) = en zij stelden op de proef | אֵ֝֗ל (el) = El | בִּֽישִׁימֽוֹן (bishimon) = in de wildernis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְשִׁימוֹן (yeshimon), ‘wildernis’: een kale, lege streek. Zie Num. 11:4 en Num. 11:34. Zie ook: Ex 17:2; Num 11:4; Num 11:34; 1 Kor 10:6; 1 Kor 10:9; Heb 3:8–10 **106:15** Hij gaf hun wat zij vroegen, maar zond magerheid in hun ziel. Brontekst: וַיִּתֵּ֣ן (vayiten) = en Hij gaf | לָ֭הֶם (lahem) = hun | שֶׁאֱלָתָ֑ם (sheelatam) = wat zij vroegen | וַיְשַׁלַּ֖ח (vayshalach) = en Hij zond | רָז֣וֹן (razon) = magerheid | בְּנַפְשָֽׁם (benafsham) = in hun ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָזוֹן (razon), ‘magerheid’: de betekenis is ‘verval’ of ‘uitputting’. Zie Num. 11:33. Zie ook: Num 11:31–34; Num 11:33; Ps 78:29–31; Jes 10:16; Jes 24:16 **106:16** In het kamp werden zij jaloers op Mozes en op Aäron, de heilige van Yahweh. Brontekst: וַיְקַנְא֣וּ (vayqanu) = en zij werden jaloers | לְ֭מֹשֶׁה (lemoshe) = op Mozes | בַּֽמַּחֲנֶ֑ה (bamachane) = in het kamp | לְ֝אַהֲרֹ֗ן (leaharon) = op Aäron | קְד֣וֹשׁ (qedosh) = heilige van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Num. 16:1–3. ‘De heilige van Yahweh’ is Aäron, die voor de dienst van Yahweh is afgezonderd (Num. 16:7). Zie ook: Ex 28:36; Lev 21:6–8; Lev 21:10–12; Num 16:1–17:15; Num 16:7 **106:17** De aarde ging open en verslond Datan, en bedekte de gemeenschap van Abiram. Brontekst: תִּפְתַּח (tiftach) = ging open | אֶ֭רֶץ (erets) = aarde | וַתִּבְלַ֣ע (vativla) = en verslond | דָּתָ֑ן (datan) = Datan | וַ֝תְּכַ֗ס (vatekhas) = en bedekte | עַל (al) = over | עֲדַ֥ת (adat) = gemeenschap van | אֲבִירָֽם (aviram) = Abiram Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Num. 16:31–33. Korach wordt hier niet genoemd. Datan en Abiram zijn de mannen die de aarde verslond. Zie ook: Num 16:29–33; Num 16:31–33; Num 26:10; Deut 11:6 **106:18** Een vuur ontbrandde in hun gemeenschap. Een vlam verbrandde de goddelozen. Brontekst: וַתִּבְעַר (vativar) = en ontbrandde | אֵ֥שׁ (esh) = vuur | בַּעֲדָתָ֑ם (baadatam) = in hun gemeenschap | לֶ֝הָבָ֗ה (lehava) = vlam | תְּלַהֵ֥ט (telahet) = verbrandde | רְשָׁעִֽים (reshaim) = goddelozen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Num. 16:35. Zie ook: Num 16:35–17:5; Num 17:11; Heb 12:29 ### Het gouden kalf **106:19** Zij maakten een kalf bij de Horeb en bogen zich neer voor een gegoten beeld. Brontekst: יַעֲשׂוּ (yaasu) = zij maakten | עֵ֥גֶל (egel) = kalf | בְּחֹרֵ֑ב (bechorev) = bij de Horeb | וַ֝יִּשְׁתַּחֲו֗וּ (vayishtachavu) = en zij bogen zich neer | לְמַסֵּכָֽה (lemasekha) = voor een gegoten beeld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: De Horeb is een andere naam voor de Sinaï (Exod. 3:1; Deut. 5:2). De ligging van de berg is onzeker; traditioneel wordt hij gezocht bij de Gebel Musa in het zuiden van het schiereiland Sinaï (Egypte). Voetnoot Uitleg: Zie Exod. 32:1–8. מַסֵּכָה (massekhah), ‘gegoten beeld’. Zie ook: Ex 3:1; Ex 32:1–8; Ex 32:4–8; Ex 32:35; Deut 5:2; Deut 9:21; Neh 9:18; 1 Kor 10:7 **106:20** Zij ruilden hun heerlijkheid in voor het beeld van een stier die gras eet. Brontekst: וַיָּמִ֥ירוּ (vayamiru) = en zij ruilden in | אֶת (et) = (obj.) | כְּבוֹדָ֑ם (kevodam) = hun heerlijkheid | בְּתַבְנִ֥ית (betavnit) = voor het beeld van | שׁ֝֗וֹר (shor) = stier | אֹכֵ֥ל (okhel) = etend | עֵֽשֶׂב (esev) = gras Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: ‘Hun heerlijkheid’ (kevodam) is hier Elohim zelf, de heerlijkheid van Israël. Vergelijk Jer. 2:11, waar het volk ‘zijn heerlijkheid’ ruilt voor wat niet helpt. Zie ook: Ex 20:4–5; Ps 89:18; Jes 40:18–25; Jer 2:11; Rom 1:22–23 **106:21** Zij vergaten El, hun redder, die grote dingen deed in Egypte, Brontekst: שָׁ֭כְחוּ (shakhechu) = zij vergaten | אֵ֣ל (el) = El | מוֹשִׁיעָ֑ם (moshiam) = hun redder | עֹשֶׂ֖ה (ose) = die deed | גְדֹל֣וֹת (gedolot) = grote dingen | בְּמִצְרָֽיִם (bemitsrayim) = in Egypte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Zie ook: Deut 32:17–18; Ps 78:11–12; Ps 78:42–51; Ps 106:13; Jer 2:32 **106:22** wonderen in het land van Cham, ontzagwekkende daden bij de Rietzee. Brontekst: נִ֭פְלָאוֹת (niflaot) = wonderen | בְּאֶ֣רֶץ (beerets) = in het land van | חָ֑ם (cham) = Cham | נ֝וֹרָא֗וֹת (noraot) = ontzagwekkende daden | עַל (al) = bij | יַם (yam) = de zee van | סֽוּף (suf) = Riet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Land van Cham (Egypte): Cham is hier een dichterlijke naam voor Egypte (zie Psalm 105:23): het land van Cham is Egypte, rond de Nijl. Zie Rietzee: De Rietzee (Hebreeuws: Yam Suf) wordt gezocht in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez. De precieze plaats van de doortocht is niet zeker. Zie ook: Ex 14:25–28; Ex 15:10; Ps 78:51; Ps 105:23; Ps 105:27–36 **106:23** Toen zei Hij dat Hij hen wilde verdelgen. Maar Mozes, Zijn uitverkorene, stond voor Hem in de bres om Zijn woede af te wenden, zodat die hen niet zou vernietigen. Brontekst: וַיֹּ֗אמֶר (vayomer) = en Hij zei | לְֽהַשְׁמִ֫ידָ֥ם (lehashmidam) = om hen te verdelgen | לוּלֵ֡י (lulei) = als niet | מֹ֘שֶׁ֤ה (moshe) = Mozes | בְחִיר֗וֹ (bechiro) = Zijn uitverkorene | עָמַ֣ד (amad) = stond | בַּפֶּ֣רֶץ (baperets) = in de bres | לְפָנָ֑יו (lefanav) = voor Hem | לְהָשִׁ֥יב (lehashiv) = om af te wenden | חֲ֝מָת֗וֹ (chamato) = Zijn woede | מֵֽהַשְׁחִֽית (mehashchit) = van vernietigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Exod. 32:9–14. ‘In de bres staan’ betekent: in de opening van de gebroken muur staan, om de stad te beschermen. Mozes bidt voor het volk. Zie ook: Ex 32:9–14; Num 16:5; Deut 9:13–14; Deut 9:25; Ezech 22:30; Jak 5:16 ### Opstand in de woestijn **106:24** Zij verwierpen het begeerlijke land en geloofden Zijn woord niet. Brontekst: וַֽ֭יִּמְאֲסוּ (vayimasu) = en zij verwierpen | בְּאֶ֣רֶץ (beerets) = land van | חֶמְדָּ֑ה (chemda) = begeerlijk | לֹֽא (lo) = niet | הֶ֝אֱמִ֗ינוּ (heeminu) = geloofden | לִדְבָרֽוֹ (lidvaro) = Zijn woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Num. 14:1–4. ‘Het begeerlijke land’ is Kanaän. Zie ook: Num 14:1–4; Num 14:31; Deut 1:32; Ezech 20:6; Heb 3:18–19; Heb 4:6 **106:25** Zij morden in hun tenten en luisterden niet naar de stem van Yahweh. Brontekst: וַיֵּרָגְנ֥וּ (vayeragenu) = en zij morden | בְאָהֳלֵיהֶ֑ם (beaholeihem) = in hun tenten | לֹ֥א (lo) = niet | שָׁ֝מְע֗וּ (shameu) = luisterden | בְּק֣וֹל (beqol) = naar de stem van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Num. 14:2 en Deut. 1:27. Zie ook: Num 14:2; Num 14:22; Deut 1:26–27; Deut 1:27; Ps 95:7–9; Heb 3:7–8; Heb 3:15 **106:26** Toen hief Hij Zijn hand over hen op om hen in de woestijn te laten vallen; Brontekst: וַיִּשָּׂ֣א (vayisa) = en Hij hief op | יָד֣וֹ (yado) = Zijn hand | לָהֶ֑ם (lahem) = over hen | לְהַפִּ֥יל (lehapil) = om te laten vallen | א֝וֹתָ֗ם (otam) = hen | בַּמִּדְבָּֽר (bamidbar) = in de woestijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Zijn hand opheffen’ is een eed zweren. Zie Num. 14:28–35. Hij zwoer dat die generatie in de woestijn zou sterven. Zie ook: Num 14:28–35; Ps 95:11; Ezech 20:15; Heb 3:11; Heb 3:18 **106:27** om hun nageslacht onder de volken te laten vallen en hen over de landen te verspreiden. Brontekst: וּלְהַפִּ֣יל (ulehapil) = en om te laten vallen | זַ֭רְעָם (zaram) = hun nageslacht | בַּגּוֹיִ֑ם (bagoyim) = onder de volken | וּ֝לְזָרוֹתָ֗ם (ulezarotam) = en om hen te verspreiden | בָּאֲרָצֽוֹת (baaratsot) = over de landen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws heeft hier ‘laten vallen’, zoals in vers 26. Ezech. 20:23 heeft een vergelijkbare uitspraak met ‘verspreiden’. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook Lev. 26:33 en Deut. 28:64. Zie ook: Lev 26:33; Deut 4:26–27; Deut 28:64–65; Ps 44:12; Ps 106:26; Ezech 20:23 ### Baäl-Peor en Meriba **106:28** Zij hechtten zich aan Baäl-Peor en aten de slachtoffers van de doden. Brontekst: וַ֭יִּצָּ֣מְדוּ (vayitsamedu) = en zij hechtten zich | לְבַ֣עַל (levaal) = aan Baäl | פְּע֑וֹר (peor) = Peor | וַ֝יֹּאכְל֗וּ (vayokhlu) = en zij aten | זִבְחֵ֥י (zivchei) = slachtoffers van | מֵתִֽים (metim) = doden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Baäl-Peor ligt in Moab, ten oosten van de Jordaan (Jordanië). De ligging is onzeker; zie Num. 25:1–3. Voetnoot Uitleg: זִבְחֵי מֵתִים (zivche metim), ‘slachtoffers van de doden’: offers aan de afgoden, die ‘dood’ zijn, of offers aan de doden. Zie ook: Num 25:1–3; Num 25:5; Deut 4:3; Hos 9:10; 1 Kor 10:19–20 **106:29** Zij tartten Hem met hun daden, en een plaag brak onder hen los. Brontekst: וַ֭יַּכְעִיסוּ (vayakhisu) = en zij tartten | בְּמַֽעַלְלֵיהֶ֑ם (bemaalleihem) = met hun daden | וַתִּפְרָץ (vatifrats) = en brak los | בָּ֝֗ם (bam) = onder hen | מַגֵּפָֽה (magefa) = plaag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:16–21; Ps 106:39; Pred 7:29; 1 Kor 10:8; Rom 1:21–24 **106:30** Toen stond Pinechas op en greep in, en de plaag werd gestopt. Brontekst: וַיַּעֲמֹ֣ד (vayaamod) = en stond op | פִּֽ֭ינְחָס (pinechas) = Pinechas | וַיְפַלֵּ֑ל (vayfalel) = en greep in | וַ֝תֵּעָצַ֗ר (vateatsar) = en werd gestopt | הַמַּגֵּפָֽה (hamagefa) = de plaag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וַיְפַלֵּל (wayefallel), ‘hij greep in’: de betekenis is onzeker. Het kan ook ‘hij trad op als rechter’ of ‘hij bad’ betekenen. Zie Num. 25:7–8. Zie ook: Num 25:6–8; Num 25:7–8; Num 25:14–15; Deut 13:10–12; Joz 7:12; Jona 1:12–15 **106:31** Dat werd hem als gerechtigheid toegerekend, van generatie op generatie, tot in eeuwigheid. Brontekst: וַתֵּחָ֣שֶׁב (vatechashev) = en werd toegerekend | ל֭וֹ (lo) = aan hem | לִצְדָקָ֑ה (litsdaqa) = als gerechtigheid | לְדֹ֥ר (ledor) = van generatie | וָ֝דֹ֗ר (vador) = en generatie | עַד (ad) = tot | עוֹלָֽם (olam) = eeuwigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk Gen. 15:6, waar hetzelfde werkwoord en dezelfde woorden staan voor Abraham. Zie ook Num. 25:10–13. Zie ook: Gen 15:6; Num 25:10–13; Num 25:11–13; Deut 24:13; Mar 14:3–9 **106:32** Zij maakten Hem ook boos bij de wateren van Meriba, en het ging Mozes slecht om hunnentwil. Brontekst: וַ֭יַּקְצִיפוּ (vayaqtsifu) = en zij maakten boos | עַל (al) = bij | מֵ֥י (mei) = wateren van | מְרִיבָ֑ה (meriva) = Meriba | וַיֵּ֥רַע (vayera) = en het ging slecht | לְ֝מֹשֶׁ֗ה (lemoshe) = met Mozes | בַּעֲבוּרָֽם (baavuram) = om hunnentwil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Meriba (‘ruzie’): het water bij Kades. De ligging is onzeker; zie Num. 20:1–13. Zie ook: Num 20:1–13; Num 20:2–13; Num 20:23–24; Deut 1:37; Deut 4:21; Ps 81:8 **106:33** Want zij waren weerspannig tegen zijn geest, en hij sprak onbezonnen met zijn lippen. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הִמְר֥וּ (himru) = zij waren weerspannig | אֶת (et) = tegen | רוּח֑וֹ (rucho) = zijn geest | וַ֝יְבַטֵּ֗א (vayvate) = en hij sprak onbezonnen | בִּשְׂפָתָֽיו (bisfatav) = met zijn lippen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: ‘Zijn geest’ kan de geest van Mozes zijn (zij maakten hem verbitterd) of de Geest van Yahweh. Wij vertalen ‘zijn geest’ met kleine letter, omdat het tweede deel van het vers over Mozes gaat (Num. 20:10). Zie ook: Num 20:10–11; Ps 39:2; Ps 78:40; Ps 107:11; Jak 3:2 ### Afgoderij in het land **106:34** Zij verdelgden de volken niet, zoals Yahweh hun gezegd had. Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | הִ֭שְׁמִידוּ (hishmidu) = zij verdelgden | אֶת (et) = (obj.) | הָֽעַמִּ֑ים (haamim) = de volken | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | אָמַ֖ר (amar) = zei | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | לָהֶֽם (lahem) = hun Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Deut. 7:2 en Deut. 20:16–18. Zie ook: Deut 7:2; Deut 7:16; Deut 20:16–18; Joz 23:12–13; Re 1:21; 1 Sam 15:22–23 **106:35** Zij vermengden zich met de volken en leerden hun daden. Brontekst: וַיִּתְעָרְב֥וּ (vayitarevu) = en zij vermengden zich | בַגּוֹיִ֑ם (bagoyim) = met de volken | וַֽ֝יִּלְמְד֗וּ (vayilmedu) = en zij leerden | מַֽעֲשֵׂיהֶֽם (maaseihem) = hun daden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 1:27–36; Re 2:2–3; Re 3:5–6; 1 Kor 5:6; 1 Kor 15:33 **106:36** Zij dienden hun afgodsbeelden, en die werden voor hen een valstrik. Brontekst: וַיַּעַבְד֥וּ (vayaavdu) = en zij dienden | אֶת (et) = (obj.) | עֲצַבֵּיהֶ֑ם (atsabeihem) = hun afgodsbeelden | וַיִּהְי֖וּ (vayihyu) = en zij werden | לָהֶ֣ם (lahem) = voor hen | לְמוֹקֵֽשׁ (lemoqesh) = tot valstrik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲצַבִּים (atsabbim), ‘afgodsbeelden’: door mensen gemaakte beelden. Zie ook Richt. 2:12–13. Zie ook: Ex 23:33; Deut 7:16; Re 2:3; Re 2:12–15; Ps 78:58 **106:37** Zij brachten hun zonen en hun dochters als slachtoffer aan de demonen. Brontekst: וַיִּזְבְּח֣וּ (vayizbechu) = en zij brachten slachtoffers | אֶת (et) = (obj.) | בְּ֭נֵיהֶם (beneihem) = hun zonen | וְאֶת (veet) = en (obj.) | בְּנֽוֹתֵיהֶ֗ם (benoteihem) = hun dochters | לַשֵּֽׁדִים (lashedim) = aan de demonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֵׁדִים (shedim), ‘demonen’: geesten achter de afgoden. Het woord komt ook voor in Deut. 32:17. Zie ook: Deut 12:30–31; Deut 32:17; 2 Kon 16:3; 2 Kon 17:17; Jer 7:31 **106:38** Zij vergoten onschuldig bloed, het bloed van hun zonen en dochters, die zij offerden aan de afgodsbeelden van Kanaän. Het land werd bezoedeld door het bloed. Brontekst: וַיִּֽשְׁפְּכ֨וּ (vayishpekhu) = en zij vergoten | דָ֪ם (dam) = bloed | נָקִ֡י (naqi) = onschuldig | דַּם (dam) = bloed van | בְּנֵ֘יהֶ֤ם (beneihem) = hun zonen | וּֽבְנוֹתֵיהֶ֗ם (uvenoteihem) = en hun dochters | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | זִ֭בְּחוּ (zibechu) = zij offerden | לַעֲצַבֵּ֣י (laatsabei) = aan afgodsbeelden van | כְנָ֑עַן (kenaan) = Kanaän | וַתֶּחֱנַ֥ף (vatechenaf) = en werd bezoedeld | הָ֝אָ֗רֶץ (haarets) = het land | בַּדָּמִֽים (badamim) = door het bloed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon. Voetnoot Uitleg: Zie Num. 35:33–34: bloed bezoedelt het land. Zie ook: Num 35:33; Deut 21:9; 2 Kon 21:16; Jes 26:21; Ezech 7:23 **106:39** Zij werden onrein door hun werken en hoereerden met hun daden. Brontekst: וַיִּטְמְא֥וּ (vayitmeu) = en zij werden onrein | בְמַעֲשֵׂיהֶ֑ם (bemaaseihem) = door hun werken | וַ֝יִּזְנוּ֗ (vayiznu) = en zij hoereerden | בְּמַֽעַלְלֵיהֶֽם (bemaalleihem) = met hun daden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Lev 17:7; Num 15:39; Ezech 20:18; Ezech 20:30–31; Ezech 20:43 ### Yahweh straft en ontfermt Zich **106:40** Toen ontbrandde de toorn van Yahweh tegen Zijn volk, en Hij verafschuwde Zijn erfdeel. Brontekst: וַיִּֽחַר (vayichar) = en ontbrandde | אַ֣ף (af) = toorn van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּעַמּ֑וֹ (beamo) = tegen Zijn volk | וַ֝יְתָעֵ֗ב (vaytaev) = en Hij verafschuwde | אֶת (et) = (obj.) | נַחֲלָתֽוֹ (nachalato) = Zijn erfdeel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 9:29; Deut 32:19; Re 2:14; Re 2:20; Re 3:8 **106:41** Hij gaf hen in de hand van de volken, en wie hen haatten, heersten over hen. Brontekst: וַיִּתְּנֵ֥ם (vayitenem) = en Hij gaf hen | בְּיַד (beyad) = in de hand van | גּוֹיִ֑ם (goyim) = volken | וַֽיִּמְשְׁל֥וּ (vayimshelu) = en heersten | בָ֝הֶ֗ם (bahem) = over hen | שֹׂנְאֵיהֶֽם (soneeihem) = wie hen haatten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 2:14; Re 3:8; Re 3:12; Re 4:1–2; Neh 9:27–10:1 **106:42** Hun vijanden onderdrukten hen, en zij werden gebogen onder hun hand. Brontekst: וַיִּלְחָצ֥וּם (vayilchatsum) = en onderdrukten hen | אוֹיְבֵיהֶ֑ם (oyeveihem) = hun vijanden | וַ֝יִּכָּנְע֗וּ (vayikaneu) = en zij werden gebogen | תַּ֣חַת (tachat) = onder | יָדָֽם (yadam) = hun hand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 4:3; Re 10:12 **106:43** Vele malen bevrijdde Hij hen. Maar zij waren weerspannig met hun eigen raad en zakten weg in hun schuld. Brontekst: פְּעָמִ֥ים (peamim) = malen | רַבּ֗וֹת (rabot) = vele | יַצִּ֫ילֵ֥ם (yatsilem) = Hij bevrijdde hen | וְ֭הֵמָּה (vehema) = en zij | יַמְר֣וּ (yamru) = waren weerspannig | בַעֲצָתָ֑ם (baatsatam) = met hun raad | וַ֝יָּמֹ֗כּוּ (vayamoku) = en zakten weg | בַּעֲוֺנָֽם (baavonam) = in hun schuld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָכַךְ (makak), ‘wegzinken’: het werkwoord betekent ‘laag worden, bezwijken’. Zie ook: Re 2:16–18; 1 Sam 12:9–11; Ps 1:1; Ps 81:13; Ps 106:29 **106:44** Toch zag Hij hun nood aan toen Hij hun roep hoorde. Brontekst: וַ֭יַּרְא (vayar) = en Hij zag | בַּצַּ֣ר (batsar) = de nood | לָהֶ֑ם (lahem) = hun | בְּ֝שָׁמְע֗וֹ (beshameo) = toen Hij hoorde | אֶת (et) = (obj.) | רִנָּתָֽם (rinatam) = hun roep Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 3:9; Re 4:3; 1 Sam 7:8–12; 2 Kon 14:26–27; Neh 9:27–10:1 **106:45** Hij dacht aan Zijn verbond met hen en kreeg berouw naar de grootte van Zijn trouw. Brontekst: וַיִּזְכֹּ֣ר (vayizkor) = en Hij dacht aan | לָהֶ֣ם (lahem) = voor hen | בְּרִית֑וֹ (berito) = Zijn verbond | וַ֝יִּנָּחֵ֗ם (vayinachem) = en kreeg berouw | כְּרֹ֣ב (kerov) = naar de grootte van | חֲסָדָֽיו (chasadav) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נָחַם (nacham), ‘berouw krijgen’: Yahweh laat Zich door Zijn trouw bewegen om het aangekondigde kwaad niet te doen. Zie ook Exod. 32:14. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is חסדו, ‘Zijn trouw’ (enkelvoud). De te lezen vorm (qere) is חסדיו, ‘Zijn trouwbewijzen’ (meervoud). Wij volgen de qere en vertalen ‘Zijn trouw’. Zie ook: Ex 32:14; Re 2:18; Ps 105:8; 2 Kon 13:23; Klaagl 3:32 **106:46** Hij liet hen ontferming vinden bij allen die hen gevangen hielden. Brontekst: וַיִּתֵּ֣ן (vayiten) = en Hij gaf | אוֹתָ֣ם (otam) = hen | לְרַחֲמִ֑ים (lerachamim) = tot ontferming | לִ֝פְנֵ֗י (lifnei) = voor het aangezicht van | כָּל (kal) = allen | שׁוֹבֵיהֶֽם (shoveihem) = die hen gevangen hielden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie 1 Kon. 8:50. Zie ook: 1 Kon 8:50; Jer 15:11; Jer 42:12; Ezra 9:9; Neh 1:11 ### Gebed om verzameling **106:47** Red ons, Yahweh, onze Elohim, en verzamel ons uit de volken, om Uw heilige naam te danken en ons te beroemen in Uw lof. Brontekst: הוֹשִׁיעֵ֨נוּ (hoshienu) = red ons | יְה֘וָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | וְקַבְּצֵנוּ֮ (veqabetsenu) = en verzamel ons | מִֽן (min) = uit | הַגּ֫וֹיִ֥ם (hagoyim) = de volken | לְ֭הֹדוֹת (lehodot) = om te danken | לְשֵׁ֣ם (leshem) = aan de naam van | קָדְשֶׁ֑ךָ (qadeshekha) = Uw heiligheid | לְ֝הִשְׁתַּבֵּ֗חַ (lehishtabeach) = om ons te beroemen | בִּתְהִלָּתֶֽךָ (bithilatekha) = in Uw lof Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit gebed vraagt om terugkeer uit de ballingschap. Het staat ook in 1 Kron. 16:35, daar met ‘Elohim van onze redding’. Zie ook: 1 Kron 16:35–36; Ps 14:7; Ezech 36:24–28; 2 Kor 2:14; Openb 7:10–12 **106:48** Gezegend is Yahweh, de Elohim van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Heel het volk zal zeggen: „Amen!” Halleluja. Brontekst: בָּר֤וּךְ (barukh) = gezegend | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֪י (elohei) = Elohim van | יִשְׂרָאֵ֡ל (yisrael) = Israël | מִן (min) = van | הָ֤עוֹלָ֨ם (haolam) = eeuwigheid | וְעַ֬ד (vead) = en tot | הָעוֹלָ֗ם (haolam) = eeuwigheid | וְאָמַ֖ר (veamar) = en zal zeggen | כָּל (kal) = heel | הָעָ֥ם (haam) = het volk | אָמֵ֗ן (amen) = amen | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is de lofprijzing waarmee het vierde deel van de Psalmen sluit. Vergelijk 1 Kron. 16:36, waar ‘Heel het volk zei: Amen’ staat. Zie ook: 1 Kron 16:36; 1 Kron 29:10; Ps 41:14; Ps 72:18–19; Ps 89:53; 1 Kor 14:16 ## Psalmen 107 _Dankt Yahweh: de verlosten vertellen_ ### Dankt Yahweh, verlosten van Yahweh **107:1** Dank Yahweh, want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: הֹד֣וּ (hodu) = dankt | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = aan Yahweh | כִּי (ki) = want | ט֑וֹב (tov) = goed | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Voetnoot : הוֹדוּ (hodu), ‘dankt’: ook ‘loven’ of ‘belijden’. Voetnoot : Dit vers staat ook aan het begin van Ps. 106 en Ps. 118:1. Zie ook: 1 Kron 16:34; Ps 100:5; Ps 105:1; Ps 106:1; Ps 118:1; 2 Kron 7:3 **107:2** Laten de verlosten van Yahweh het zeggen: zij die Hij verloste uit de hand van de tegenstander. Brontekst: יֹ֭אמְרוּ (yomru) = laten zeggen | גְּאוּלֵ֣י (geulei) = verlosten van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | גְּ֝אָלָ֗ם (gealam) = Hij verloste hen | מִיַּד (miyad) = uit de hand van | צָֽר (tsar) = tegenstander Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גְּאוּלֵי (ge’ulei), ‘verlosten’: van גָּאַל (ga’al), ‘verlossen’. Het woord hoort bij de losser uit de familie (Ruth 4:1). Voetnoot : צָר (tsar) kan ‘tegenstander’ of ‘nood’ betekenen. Wij vertalen hier ‘tegenstander’; in vers 6, 13 en 28 staat het woord als ‘nood’ (בַּצַּר, ‘in hun nood’). Zie ook: Ruth 4:1; Ps 31:6; Ps 106:10; Ps 107:6; Ps 107:13; Ps 107:28; Luc 1:74; Gal 3:13; 1 Petr 1:18–19 **107:3** Hij verzamelde hen uit de landen, uit het oosten en het westen, uit het noorden en van de zee. Brontekst: וּֽמֵאֲרָצ֗וֹת (umearatsot) = en uit landen | קִ֫בְּצָ֥ם (qibetsam) = Hij verzamelde hen | מִמִּזְרָ֥ח (mimizrach) = uit oosten | וּמִֽמַּעֲרָ֑ב (umimaarav) = en uit westen | מִצָּפ֥וֹן (mitsafon) = uit noorden | וּמִיָּֽם (umiyam) = en van zee Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וּמִיָּם (umiyyam), ‘en van de zee’: de zee is het westen, maar dat is al genoemd. Sommigen lezen hier daarom ‘het zuiden’. Wij vertalen letterlijk ‘van de zee’. De dichter noemt zo alle windstreken. Zie ook: Ps 106:47; Jes 43:5–6; Jer 29:14; Ezech 36:24; Openb 5:9 ### Dwalend in de woestijn **107:4** Zij dwaalden rond in de woestijn, in de wildernis. Een weg naar een stad om in te wonen vonden zij niet. Brontekst: תָּע֣וּ (tau) = zij dwaalden | בַ֭מִּדְבָּר (bamidbar) = in woestijn | בִּישִׁימ֣וֹן (bishimon) = in wildernis | דָּ֑רֶךְ (darekh) = weg naar | עִ֥יר (ir) = stad van | מ֝וֹשָׁ֗ב (moshav) = wonen | לֹ֣א (lo) = niet | מָצָֽאוּ (matsau) = vonden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דֶּרֶךְ עִיר מוֹשָׁב (derech ir moshav) kan ‘een weg naar een stad om in te wonen’ betekenen of ‘op de weg … een stad om in te wonen’. Wij volgen de eerste lezing. Zie ook: Job 12:24; Num 14:33; Deut 32:10; Ezech 34:6; Ezech 34:12 **107:5** Zij waren hongerig en ook dorstig; hun ziel versmachtte in hen. Brontekst: רְעֵבִ֥ים (reevim) = hongerig | גַּם (gam) = ook | צְמֵאִ֑ים (tsemeim) = dorstig | נַ֝פְשָׁ֗ם (nafsham) = hun ziel | בָּהֶ֥ם (bahem) = in hen | תִּתְעַטָּֽף (titataf) = versmachtte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het levende wezen, de hele persoon. Zie ook: Re 15:18–19; 1 Sam 30:11–12; Jes 44:12; Klaagl 2:19; Mar 8:2–3 **107:6** Zij riepen tot Yahweh in hun nood. Uit hun benauwdheden bevrijdde Hij hen. Brontekst: וַיִּצְעֲק֣וּ (vayitsaqu) = en zij riepen | אֶל (el) = tot | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בַּצַּ֣ר (batsar) = in nood | לָהֶ֑ם (lahem) = hun | מִ֝מְּצֽוּקוֹתֵיהֶ֗ם (mimetsuqoteihem) = uit hun benauwdheden | יַצִּילֵֽם (yatsilem) = bevrijdde hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 50:15; Ps 91:15; Ps 107:13; Jer 29:12–14; Heb 4:15–16 **107:7** Hij liet hen over een rechte weg lopen, op weg naar een stad om in te wonen. Brontekst: וַ֭יַּֽדְרִיכֵם (vayadrikhem) = en Hij liet hen lopen | בְּדֶ֣רֶךְ (bederekh) = op weg | יְשָׁרָ֑ה (yeshara) = recht | לָ֝לֶ֗כֶת (lalekhet) = om te gaan | אֶל (el) = naar | עִ֥יר (ir) = stad van | מוֹשָֽׁב (moshav) = wonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 77:21; Jer 31:9; Ezra 8:21–23; Heb 11:9–10; Heb 12:22 **107:8** Laten zij Yahweh danken voor Zijn trouw en voor Zijn wonderen aan de mensenkinderen. Brontekst: יוֹד֣וּ (yodu) = laten zij danken | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = aan Yahweh | חַסְדּ֑וֹ (chasdo) = Zijn trouw | וְ֝נִפְלְאוֹתָ֗יו (venifleotav) = en Zijn wonderen | לִבְנֵ֥י (livnei) = aan de kinderen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי אָדָם (bene adam), ‘mensenkinderen’, letterlijk ‘zonen van de mens’: de mensen. Voetnoot : De psalm heeft vier scènes: dwalenden in de woestijn (4–9), gevangenen (10–16), zieken (17–22) en zeevaarders (23–32). Elke scène heeft dezelfde bouw: de nood, de roep tot Yahweh (6, 13, 19, 28), de redding en het dankrefrein (8, 15, 21, 31). Zie ook: Ps 107:15; Ps 107:21; Ps 107:31; Ps 147:1; Dan 3:32–33 **107:9** Want Hij heeft de smachtende ziel verzadigd. De hongerige ziel heeft Hij gevuld met het goede. Brontekst: כִּי (ki) = want | הִ֭שְׂבִּיעַ (hisbia) = Hij verzadigde | נֶ֣פֶשׁ (nefesh) = ziel | שֹׁקֵקָ֑ה (shoqeqa) = smachtende | וְנֶ֥פֶשׁ (venefesh) = en ziel | רְ֝עֵבָה (reeva) = hongerige | מִלֵּא (mile) = Hij vulde | טֽוֹב (tov) = met goed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:11; Ps 146:7; Jer 31:25; Mat 5:6; Luc 1:53 ### Gevangen in duisternis **107:10** Zij zaten in duisternis en diepe schaduw, gevangenen van ellende en ijzer. Brontekst: יֹ֭שְׁבֵי (yoshevei) = bewoners van | חֹ֣שֶׁךְ (choshekh) = duisternis | וְצַלְמָ֑וֶת (vetsalmavet) = en diepe schaduw | אֲסִירֵ֖י (asirei) = gevangenen van | עֳנִ֣י (oni) = ellende | וּבַרְזֶֽל (uvarzel) = en ijzer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צַלְמָוֶת (tsalmavet), ‘diepe schaduw’: zoals in Job 3:5. Het woord klinkt als ‘schaduw’ (צֵל) en ‘dood’ (מָוֶת). Zie ook: Job 3:5; Jes 42:7; Mi 7:8; Mat 4:16; Luc 1:79; Rom 6:20–21 **107:11** Want zij waren opstandig tegen de woorden van El en hadden de raad van de Allerhoogste veracht. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הִמְר֥וּ (himru) = zij waren opstandig tegen | אִמְרֵי (imrei) = woorden van | אֵ֑ל (el) = El | וַעֲצַ֖ת (vaatsat) = en raad van | עֶלְי֣וֹן (elyon) = Allerhoogste | נָאָֽצוּ (naatsu) = zij verachtten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶלְיוֹן (elyon), ‘de Allerhoogste’: een naam of titel van Elohim, de Hoogste boven alles. Voetnoot : אֵל (el), ‘El’: een korte vorm van Elohim. Zie ook: Ps 78:40; Ps 106:43; Spr 1:25; Luc 7:30; Rom 1:28 **107:12** Hij vernederde hun hart met zware arbeid. Zij struikelden, en er was niemand die hielp. Brontekst: וַיַּכְנַ֣ע (vayakhna) = en Hij vernederde | בֶּעָמָ֣ל (beamal) = met zware arbeid | לִבָּ֑ם (libam) = hun hart | כָּ֝שְׁל֗וּ (kashelu) = zij struikelden | וְאֵ֣ין (veein) = en niet | עֹזֵֽר (ozer) = helper Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 2:23; Ex 5:18–19; Ps 22:12; Jes 51:23; Luc 15:14–17 **107:13** Zij schreeuwden tot Yahweh in hun nood. Hij redde hen uit hun benauwdheden. Brontekst: וַיִּזְעֲק֣וּ (vayizaqu) = en zij schreeuwden | אֶל (el) = tot | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בַּצַּ֣ר (batsar) = in nood | לָהֶ֑ם (lahem) = hun | מִ֝מְּצֻֽקוֹתֵיהֶ֗ם (mimetsuqoteihem) = uit hun benauwdheden | יוֹשִׁיעֵֽם (yoshiem) = Hij redde hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 4:3; Re 6:6–10; Ps 18:7; Ps 107:6; Ps 107:28 **107:14** Hij leidde hen uit duisternis en diepe schaduw en rukte hun boeien los. Brontekst: יֽ֭וֹצִיאֵם (yotsiem) = Hij leidde hen uit | מֵחֹ֣שֶׁךְ (mechoshekh) = uit duisternis | וְצַלְמָ֑וֶת (vetsalmavet) = en diepe schaduw | וּמוֹסְר֖וֹתֵיהֶ֣ם (umoseroteihem) = en hun boeien | יְנַתֵּֽק (yenateq) = Hij rukte los Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מוֹסְרוֹת (mosrot), ‘boeien’: de banden van de gevangenen uit vers 10. Zie ook: Ps 107:10; Ps 116:16; Jes 42:16; Zach 9:11–12; Ef 5:8; 1 Petr 2:9 **107:15** Laten zij Yahweh danken voor Zijn trouw en voor Zijn wonderen aan de mensenkinderen. Brontekst: יוֹד֣וּ (yodu) = laten zij danken | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = aan Yahweh | חַסְדּ֑וֹ (chasdo) = Zijn trouw | וְ֝נִפְלְאוֹתָ֗יו (venifleotav) = en Zijn wonderen | לִבְנֵ֥י (livnei) = aan de kinderen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 107:8; Ps 107:21; Ps 107:31; Ps 116:17–19 **107:16** Want Hij brak deuren van koper en hakte grendels van ijzer in stukken. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | שִׁ֭בַּר (shibar) = Hij brak | דַּלְת֣וֹת (daltot) = deuren van | נְחֹ֑שֶׁת (nechoshet) = koper | וּבְרִיחֵ֖י (uverichei) = en grendels van | בַרְזֶ֣ל (barzel) = ijzer | גִּדֵּֽעַ (gidea) = Hij hakte stuk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 16:3; Jes 45:1–2; Mi 2:13 ### Gekweld om hun overtreding **107:17** Dwazen werden gekweld vanwege de weg van hun overtreding en vanwege hun ongerechtigheden. Brontekst: אֱ֭וִלִים (evilim) = dwazen | מִדֶּ֣רֶךְ (miderekh) = vanwege de weg van | פִּשְׁעָ֑ם (pisham) = hun overtreding | וּֽ֝מֵעֲוֺֽנֹתֵיהֶ֗ם (umeavonoteihem) = en vanwege hun ongerechtigheden | יִתְעַנּֽוּ (yitanu) = werden gekweld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱוִלִים (evilim), ‘dwazen’: mensen die niet willen luisteren en hun eigen weg gaan. Zie ook: Num 11:33–34; Spr 1:22; Jes 57:17–18; Jer 2:19; Klaagl 3:39 **107:18** Hun ziel walgde van elk voedsel, en zij kwamen tot aan de poorten van de dood. Brontekst: כָּל (kal) = elk | אֹ֭כֶל (okhel) = voedsel | תְּתַעֵ֣ב (tetaev) = walgde | נַפְשָׁ֑ם (nafsham) = hun ziel | וַ֝יַּגִּ֗יעוּ (vayagiu) = en zij kwamen | עַד (ad) = tot | שַׁ֥עֲרֵי (shaarei) = poorten van | מָֽוֶת (mavet) = dood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 33:19–22; Job 38:17; Ps 9:14; Ps 88:4; Jes 38:10 **107:19** Zij schreeuwden tot Yahweh in hun nood. Hij redde hen uit hun benauwdheden. Brontekst: וַיִּזְעֲק֣וּ (vayizaqu) = en zij schreeuwden | אֶל (el) = tot | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בַּצַּ֣ר (batsar) = in nood | לָהֶ֑ם (lahem) = hun | מִ֝מְּצֻֽקוֹתֵיהֶ֗ם (mimetsuqoteihem) = uit hun benauwdheden | יוֹשִׁיעֵֽם (yoshiem) = Hij redde hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 30:9–13; Ps 34:5–7; Ps 78:34–35; Ps 107:13; Jer 33:3 **107:20** Hij zond Zijn woord en genas hen. Hij deed hen ontkomen aan hun kuilen. Brontekst: יִשְׁלַ֣ח (yishlach) = Hij zond | דְּ֭בָרוֹ (devaro) = Zijn woord | וְיִרְפָּאֵ֑ם (veyirpaem) = en Hij genas hen | וִֽ֝ימַלֵּ֗ט (vimalet) = en Hij deed ontkomen | מִשְּׁחִיתוֹתָֽם (mishechitotam) = aan hun kuilen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דְּבָרוֹ (devaro), ‘Zijn woord’: Yahweh geneest door Zijn woord te zenden. Voetnoot Lezing: מִשְּׁחִיתוֹתָם (mishchitotam) komt alleen hier voor. Het woord kan bij שַׁחַת (shachat), ‘kuil’, horen of bij ‘verderf’. Wij vertalen ‘kuilen’. Zie ook: Ps 103:3–4; Ps 147:3; Ps 147:15; 2 Kon 20:4–5; Mat 8:8 **107:21** Laten zij Yahweh danken voor Zijn trouw en voor Zijn wonderen aan de mensenkinderen. Brontekst: יוֹד֣וּ (yodu) = laten zij danken | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = aan Yahweh | חַסְדּ֑וֹ (chasdo) = Zijn trouw | וְ֝נִפְלְאוֹתָ֗יו (venifleotav) = en Zijn wonderen | לִבְנֵ֥י (livnei) = aan de kinderen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 66:5; Ps 107:8; Ps 107:15; 2 Kron 32:25; Luc 17:18 **107:22** Laten zij dankoffers brengen en Zijn werken vertellen met gejuich. Brontekst: וְ֭יִזְבְּחוּ (veyizbechu) = en laten zij offeren | זִבְחֵ֣י (zivchei) = offers van | תוֹדָ֑ה (toda) = dank | וִֽיסַפְּר֖וּ (visaperu) = en laten zij vertellen | מַעֲשָׂ֣יו (maasav) = Zijn werken | בְּרִנָּֽה (berina) = met gejuich Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זִבְחֵי תוֹדָה (zivchei todah), ‘dankoffers’: het offer van dank, zoals in Lev. 7:12. Zie ook: Lev 7:12; Ps 9:12; Ps 50:14; Ps 116:17; Ps 118:17; Heb 13:15 ### Zeevaarders in de storm **107:23** Zij gingen met schepen de zee op en deden hun werk op grote wateren. Brontekst: יוֹרְדֵ֣י (yoredei) = afdalenden naar | הַ֭יָּם (hayam) = de zee | בָּאֳנִיּ֑וֹת (baoniyot) = in schepen | עֹשֵׂ֥י (osei) = doeners van | מְ֝לָאכָ֗ה (melakha) = werk | בְּמַ֣יִם (bemayim) = op wateren | רַבִּֽים (rabim) = grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 48:8; Jes 42:10; Ezech 27:26; Hand 27:9–28; Openb 18:17 **107:24** Zij zagen de werken van Yahweh en Zijn wonderen in de diepte. Brontekst: הֵ֣מָּה (hema) = zij | רָ֭אוּ (rau) = zagen | מַעֲשֵׂ֣י (maasei) = werken van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְ֝נִפְלְאוֹתָ֗יו (venifleotav) = en Zijn wonderen | בִּמְצוּלָֽה (bimtsula) = in de diepte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 38:8–11; Ps 95:5; Ps 104:24–27 **107:25** Hij sprak en liet een stormwind opstaan. Die tilde de golven omhoog. Brontekst: וַיֹּ֗אמֶר (vayomer) = en Hij sprak | וַֽ֭יַּעֲמֵד (vayaamed) = en Hij liet opstaan | ר֣וּחַ (ruach) = wind van | סְעָרָ֑ה (seara) = storm | וַתְּרוֹמֵ֥ם (vateromem) = en zij tilde op | גַּלָּֽיו (galav) = zijn golven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt ‘Hij sprak’: Yahweh. Zie ook: Ps 93:3; Ps 105:34; Ps 148:8; Jona 1:4; Mat 8:24 **107:26** Zij stegen op naar de hemel, zij daalden af naar de diepten. Hun ziel smolt weg in de ellende. Brontekst: יַעֲל֣וּ (yaalu) = zij stegen op | שָׁ֭מַיִם (shamayim) = hemel | יֵרְד֣וּ (yeredu) = zij daalden af | תְהוֹמ֑וֹת (tehomot) = diepten | נַ֝פְשָׁ֗ם (nafsham) = hun ziel | בְּרָעָ֥ה (beraa) = in ellende | תִתְמוֹגָֽג (titmogag) = smolt weg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 17:10; Ps 22:15; Ps 119:28; Jes 13:7; Nah 2:11 **107:27** Zij tuimelden en wankelden als een dronkaard, en al hun wijsheid werd verzwolgen. Brontekst: יָח֣וֹגּוּ (yachogu) = zij zwaaiden | וְ֭יָנוּעוּ (veyanuu) = en wankelden | כַּשִּׁכּ֑וֹר (kashikor) = als een dronkaard | וְכָל (vekhal) = en al | חָ֝כְמָתָ֗ם (chakhematam) = hun wijsheid | תִּתְבַּלָּֽע (titbala) = werd verzwolgen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חָכְמָתָם (chokhmatam), ‘hun wijsheid’: hun kennis en vakmanschap als zeelieden. Zie ook: Job 12:25; Job 37:20; Jes 19:3; Jes 19:14; Jes 29:9 **107:28** Zij riepen tot Yahweh in hun nood. Hij leidde hen uit hun benauwdheden. Brontekst: וַיִּצְעֲק֣וּ (vayitsaqu) = en zij riepen | אֶל (el) = tot | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בַּצַּ֣ר (batsar) = in nood | לָהֶ֑ם (lahem) = hun | וּֽ֝מִמְּצֽוּקֹתֵיהֶ֗ם (umimetsuqoteihem) = en uit hun benauwdheden | יוֹצִיאֵֽם (yotsiem) = Hij leidde hen uit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 107:6; Ps 107:13; Ps 107:19; Mat 8:25; Hand 27:23–25 **107:29** Hij bracht de storm tot stilte, en de golven zwegen. Brontekst: יָקֵ֣ם (yaqem) = Hij deed opstaan | סְ֭עָרָה (seara) = storm | לִדְמָמָ֑ה (lidmama) = tot stilte | וַ֝יֶּחֱשׁ֗וּ (vayecheshu) = en zij zwegen | גַּלֵּיהֶֽם (galeihem) = hun golven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דְּמָמָה (demamah), ‘stilte’: hetzelfde woord als in 1 Kon. 19:12. Zie ook: Ps 65:8; Ps 89:10; 1 Kon 19:12; Mat 8:26; Mar 4:39–41; Luc 8:23–25 **107:30** Zij verheugden zich, want het werd stil, en Hij bracht hen naar de haven van hun verlangen. Brontekst: וַיִּשְׂמְח֥וּ (vayismechu) = en zij verheugden zich | כִֽי (ki) = want | יִשְׁתֹּ֑קוּ (yishtoqu) = zij werden stil | וַ֝יַּנְחֵ֗ם (vayanchem) = en Hij leidde hen | אֶל (el) = naar | מְח֥וֹז (mechoz) = haven van | חֶפְצָֽם (cheftsam) = hun verlangen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joh 6:21 **107:31** Laten zij Yahweh danken voor Zijn trouw en voor Zijn wonderen aan de mensenkinderen. Brontekst: יוֹד֣וּ (yodu) = laten zij danken | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = aan Yahweh | חַסְדּ֑וֹ (chasdo) = Zijn trouw | וְ֝נִפְלְאוֹתָ֗יו (venifleotav) = en Zijn wonderen | לִבְנֵ֥י (livnei) = aan de kinderen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 103:2; Ps 107:8; Ps 107:15; Ps 107:21; Openb 15:3 **107:32** Laten zij Hem verheffen in de vergadering van het volk en Hem prijzen in de zitting van de oudsten. Brontekst: וִֽ֭ירֹמְמוּהוּ (viromemuhu) = en laten zij Hem verheffen | בִּקְהַל (biqhal) = in vergadering van | עָ֑ם (am) = volk | וּבְמוֹשַׁ֖ב (uvemoshav) = en in zitting van | זְקֵנִ֣ים (zeqenim) = oudsten | יְהַלְלֽוּהוּ (yehalluhu) = laten zij Hem prijzen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:23; Ps 22:26; Ps 40:10–11; Ps 46:11; Ps 99:5 ### Yahweh verandert land en lot **107:33** Hij maakt rivieren tot woestijn en waterbronnen tot dorstig land. Brontekst: יָשֵׂ֣ם (yasem) = Hij maakt | נְהָר֣וֹת (neharot) = rivieren | לְמִדְבָּ֑ר (lemidbar) = tot woestijn | וּמֹצָ֥אֵי (umotsaei) = en bronnen van | מַ֝֗יִם (mayim) = water | לְצִמָּאֽוֹן (letsimaon) = tot dorstig land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf vers 33 beschrijft de dichter hoe Yahweh landschappen en levens verandert. Wij vertalen de werkwoorden in de tegenwoordige tijd. Zie ook: 1 Kon 18:5; Amos 4:7–8; Jes 42:15; Jes 50:2; Nah 1:4 **107:34** Vruchtbaar land maakt Hij tot zoutland, vanwege de boosheid van wie er wonen. Brontekst: אֶ֣רֶץ (erets) = land van | פְּ֭רִי (peri) = vrucht | לִמְלֵחָ֑ה (limlecha) = tot zoutland | מֵ֝רָעַ֗ת (meraat) = vanwege boosheid van | יֹ֣שְׁבֵי (yoshevei) = bewoners van | בָֽהּ (bah) = het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְלֵחָה (melechah), ‘zoutland’: onvruchtbare zoutgrond. Zie ook Job 39:6. Zie ook: Gen 13:10; Gen 14:3; Gen 19:24–25; Job 39:6; Deut 29:22–27; Ezech 47:11 **107:35** Hij maakt van een woestijn een waterpoel en van dor land waterbronnen. Brontekst: יָשֵׂ֣ם (yasem) = Hij maakt | מִ֭דְבָּר (midbar) = woestijn | לַֽאֲגַם (laagam) = tot poel van | מַ֑יִם (mayim) = water | וְאֶ֥רֶץ (veerets) = en land van | צִ֝יָּ֗ה (tsiya) = droogte | לְמֹצָ֥אֵי (lemotsaei) = tot bronnen van | מָֽיִם (mayim) = water Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 114:8; 2 Kon 3:16–20; Jes 35:6–7; Jes 41:17–19; Jes 44:3–5 **107:36** Hongerigen laat Hij daar wonen, en zij stichten een stad om in te wonen. Brontekst: וַיּ֣וֹשֶׁב (vayoshev) = en Hij laat wonen | שָׁ֣ם (sham) = daar | רְעֵבִ֑ים (reevim) = hongerigen | וַ֝יְכוֹנְנ֗וּ (vaykhonenu) = en zij stichten | עִ֣יר (ir) = stad van | מוֹשָֽׁב (moshav) = wonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 107:7; Ps 146:7; Luc 1:53; Hand 17:26 **107:37** Zij zaaien velden en planten wijngaarden, en zij brengen een oogst van vrucht voort. Brontekst: וַיִּזְרְע֣וּ (vayizreu) = en zij zaaien | שָׂ֭דוֹת (sadot) = velden | וַיִּטְּע֣וּ (vayiteu) = en zij planten | כְרָמִ֑ים (keramim) = wijngaarden | וַ֝יַּעֲשׂ֗וּ (vayaasu) = en zij maken | פְּרִ֣י (peri) = vrucht van | תְבֽוּאָה (tevua) = opbrengst Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 37:30; Jer 29:5; Zach 8:12; 1 Kor 3:7; 2 Kor 9:10 **107:38** Hij zegent hen, en zij worden zeer talrijk. Hun vee laat Hij niet minder worden. Brontekst: וַיְבָרֲכֵ֣ם (vayvarakhem) = en Hij zegent hen | וַיִּרְבּ֣וּ (vayirbu) = en zij worden talrijk | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | וּ֝בְהֶמְתָּ֗ם (uvehemtam) = en hun vee | לֹ֣א (lo) = niet | יַמְעִֽיט (yamit) = Hij laat verminderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 12:2; Gen 17:20; Ex 1:7; Deut 30:9; Ps 128:1–6 **107:39** Zij worden minder en gebogen, door de druk van onheil en verdriet. Brontekst: וַיִּמְעֲט֥וּ (vayimatu) = en zij worden minder | וַיָּשֹׁ֑חוּ (vayashochu) = en zij worden gebogen | מֵעֹ֖צֶר (meotser) = door druk van | רָעָ֣ה (raa) = onheil | וְיָגֽוֹן (veyagon) = en verdriet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 2:23–24; Re 6:3–6; 2 Kon 10:32; 2 Kon 14:26; 2 Kron 15:5–6 **107:40** Hij stort minachting uit over edelen en laat hen dwalen in een leegte zonder weg. Brontekst: שֹׁפֵ֣ךְ (shofekh) = Hij die uitstort | בּ֭וּז (buz) = minachting | עַל (al) = over | נְדִיבִ֑ים (nedivim) = edelen | וַ֝יַּתְעֵ֗ם (vayatem) = en Hij laat hen dwalen | בְּתֹ֣הוּ (betohu) = in leegte | לֹא (lo) = niet | דָֽרֶךְ (darekh) = weg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers staat bijna woordelijk ook in Job 12:21 en 12:24. Zie ook: Job 12:21; Job 12:24; Jes 23:8–9; Dan 4:30; Openb 19:18 **107:41** Maar de arme zet Hij hoog, ver van ellende, en Hij maakt de families als een kudde. Brontekst: וַיְשַׂגֵּ֣ב (vaysagev) = en Hij zet hoog | אֶבְי֣וֹן (evyon) = arme | מֵע֑וֹנִי (meoni) = uit ellende | וַיָּ֥שֶׂם (vayasem) = en Hij maakt | כַּ֝צֹּ֗אן (katson) = als een kudde | מִשְׁפָּחֽוֹת (mishpachot) = families Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 8:7; Job 21:11; 1 Sam 2:8; 1 Sam 2:21; Jes 49:20–22 ### Wie wijs is, let hierop **107:42** De oprechten zien het en verheugen zich, en alle onrecht sluit zijn mond. Brontekst: יִרְא֣וּ (yiru) = zij zien | יְשָׁרִ֣ים (yesharim) = oprechten | וְיִשְׂמָ֑חוּ (veyismachu) = en zij verheugen zich | וְכָל (vekhal) = en alle | עַ֝וְלָ֗ה (avla) = onrecht | קָ֣פְצָה (qafetsa) = sluit | פִּֽיהָ (piha) = zijn mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:15–16; Job 22:19; Ps 52:8; Ps 63:12; Rom 3:19 **107:43** Wie is wijs? Laat hij dit in acht nemen en de daden van trouw van Yahweh begrijpen. Brontekst: מִי (mi) = wie | חָכָ֥ם (chakham) = wijs | וְיִשְׁמָר (veyishmar) = en hij neemt in acht | אֵ֑לֶּה (ele) = dit | וְ֝יִתְבּֽוֹנְנ֗וּ (veyitbonenu) = en laten zij begrijpen | חַֽסְדֵ֥י (chasdei) = daden van trouw van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַסְדֵי (chasdei), ‘daden van trouw’: het meervoud van chesed, de vele bewijzen van Yahweh’s verbondstrouw die in de psalm zijn verteld. Zie ook: Ps 64:10; Hos 14:10; Jer 9:11; Dan 10:12; Ef 3:18–19 ## Psalmen 108 _Lofzang en bede om hulp tegen de tegenstanders_ **108:1** Een lied. Een psalm. Van David. Brontekst: שִׁ֖יר (shir) = lied | מִזְמ֣וֹר (mizmor) = psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Zie ook: Ps 57:8–12; Ps 71:15; Ps 71:23–24; Ps 104:33; Ps 145:21–146:2 ### Ik wil U danken onder de volken **108:2** Mijn hart is vast, Elohim. Ik wil zingen en psalmen spelen, ja, ook mijn eer. Brontekst: נָכ֣וֹן (nakhon) = vast | לִבִּ֣י (libi) = mijn hart | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | אָשִׁ֥ירָה (ashira) = ik wil zingen | וַ֝אֲזַמְּרָ֗ה (vaazamera) = en ik wil psalmen spelen | אַף (af) = ook | כְּבוֹדִֽי (kevodi) = mijn eer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כְּבוֹדִי (kevodi), ‘mijn eer’: de dichter spreekt zijn eigen ziel toe, zoals in Ps. 57:9. Voetnoot : Deze psalm bestaat uit twee delen die ook elders staan: vers 2–6 staan ook in Ps. 57:8–12, en vers 7–14 staan ook in Ps. 60:7–14. Waar het Hebreeuws verschilt, noemen wij dat bij het vers. Zie ook: Ps 57:8–12; Ps 57:9; Ps 60:7–14; Ps 71:15; Ps 71:23–24; Ps 104:33; Ps 108:7–14; Ps 145:21–146:2 **108:3** Word wakker, harp en lier. Ik wil de dageraad wakker maken. Brontekst: ע֭וּרָֽה (ura) = word wakker | הַנֵּ֥בֶל (hanevel) = harp | וְכִנּ֗וֹר (vekhinor) = en lier | אָעִ֥ירָה (aira) = ik wil wakker maken | שָּֽׁחַר (shachar) = dageraad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֵבֶל (nevel), ‘harp’, en כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’: twee snaarinstrumenten. Zie ook: Ps 33:2; Ps 57:9; Ps 69:31; Ps 81:3; Ps 103:22 **108:4** Ik wil U danken onder de volken, Yahweh. Ik wil U bezingen onder de naties. Brontekst: אוֹדְךָ֖ (odekha) = ik wil U danken | בָעַמִּ֥ים (baamim) = onder volken | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וַ֝אֲזַמֶּרְךָ֗ (vaazamerkha) = en ik wil U bezingen | בַּל (bal) = onder | אֻמִּֽים (umim) = naties Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid (vers 5). Voetnoot : In Ps. 57:10 staat hier ‘mijn Heer’ (Adonai); in dit lied staat ‘Yahweh’. Zie ook: Ps 22:23; Ps 22:28; Ps 57:10; Ps 108:5; Ps 117:1; Sef 3:14; Sef 3:20 **108:5** Want groot is Uw trouw, tot boven de hemel, en Uw waarheid tot aan de wolken. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | גָד֣וֹל (gadol) = groot | מֵֽעַל (meal) = boven | שָׁמַ֣יִם (shamayim) = hemel | חַסְדֶּ֑ךָ (chasdekha) = Uw trouw | וְֽעַד (vead) = en tot | שְׁחָקִ֥ים (shechaqim) = wolken | אֲמִתֶּֽךָ (amitekha) = Uw waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In Ps. 57:11 staat ‘tot aan de hemel’ (עַד שָׁמַיִם); hier staat ‘tot boven de hemel’ (מֵעַל שָׁמַיִם). Zie ook: Ps 36:6; Ps 57:11; Ps 89:3; Ps 103:11; Jes 55:9; Ef 2:4–7 **108:6** Verhef U boven de hemel, Elohim. Uw heerlijkheid zij over heel de aarde. Brontekst: ר֣וּמָה (ruma) = verhef U | עַל (al) = boven | שָׁמַ֣יִם (shamayim) = hemel | אֱלֹהִ֑ים (Elohim) = Elohim | וְעַ֖ל (veal) = en over | כָּל (kal) = heel | הָאָ֣רֶץ (haarets) = de aarde | כְּבוֹדֶֽךָ (kevodekha) = Uw heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In Ps. 57:12 staat voor ‘over heel de aarde’ geen ‘en’. Zie ook: 1 Kron 29:10–13; Ps 21:14; Ps 57:6; Ps 57:12; Ps 148:13; Mat 6:9–10 **108:7** Opdat Uw geliefden bevrijd worden: red met Uw rechterhand en antwoord mij. Brontekst: לְ֭מַעַן (lemaan) = opdat | יֵחָלְצ֣וּן (yechaletsun) = zij bevrijd worden | יְדִידֶ֑יךָ (yedideikha) = Uw geliefden | הוֹשִׁ֖יעָה (hoshia) = red | יְמִֽינְךָ֣ (yeminekha) = Uw rechterhand | וַעֲנֵֽנִי (vaaneni) = en antwoord mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְדִידֶיךָ (yedideicha), ‘Uw geliefden’: zij die Elohim dierbaar zijn. Zie ook: Deut 33:12; Ps 60:7–14; 2 Kron 32:20–22; Ef 1:6; Kol 3:12 ### Elohim heeft gesproken in Zijn heiligheid **108:8** Elohim heeft gesproken in Zijn heiligheid: **„Ik zal jubelen. Ik zal Sichem verdelen en het dal van Sukkot afmeten.** Brontekst: אֱלֹהִ֤ים (Elohim) = Elohim | דִּבֶּ֥ר (diber) = Hij heeft gesproken | בְּקָדְשׁ֗וֹ (beqadesho) = in Zijn heiligheid | אֶעְלֹ֥זָה (eloza) = ik zal jubelen | אֲחַלְּקָ֥ה (achaleqa) = ik zal verdelen | שְׁכֶ֑ם (shekhem) = Sichem | וְעֵ֖מֶק (veemeq) = en dal van | סֻכּ֣וֹת (sukot) = Sukkot | אֲמַדֵּֽד (amaded) = ik zal afmeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Sichem: Sichem lag bij het huidige Nablus, tussen de bergen Gerizim en Ebal. Zie Sukkot: Sukkot lag ten oosten van de Jordaan, bij de monding van de Jabbok; de precieze plaats is niet zeker. Voetnoot Uitleg: Vanaf hier spreekt Elohim zelf; het rood loopt door tot en met vers 10, net als in Ps. 60:8–10. בְּקָדְשׁוֹ (beqodsho) kan ‘in Zijn heiligheid’ of ‘in Zijn heiligdom’ betekenen. Wij vertalen ‘in Zijn heiligheid’. Voetnoot : Sichem ligt ten westen van de Jordaan, het dal van Sukkot ten oosten ervan. Elohim verdeelt en meet het hele land als Zijn eigen bezit. Zie ook: Joz 20:7; Re 8:5–6; Ps 60:8–10; Ps 108:10; 1 Petr 1:3; 1 Petr 1:8; 2 Petr 1:3–4 **108:9** **Van Mij is Gilead, van Mij is Manasse. Efraïm is de helm van Mijn hoofd. Juda is Mijn heersersstaf.** Brontekst: לִ֤י (li) = van Mij | גִלְעָ֨ד (gilad) = Gilead | לִ֤י (li) = van Mij | מְנַשֶּׁ֗ה (menashe) = Manasse | וְ֭אֶפְרַיִם (veefrayim) = en Efraïm | מָע֣וֹז (maoz) = sterkte van | רֹאשִׁ֑י (roshi) = Mijn hoofd | יְ֝הוּדָ֗ה (yehuda) = Juda | מְחֹקְקִֽי (mechoqeqi) = Mijn wetgever Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee. Voetnoot Uitleg: Gilead en Manasse liggen (deels) ten oosten van de Jordaan; Efraïm en Juda ten westen ervan. Voetnoot : מָעוֹז רֹאשִׁי (ma’oz roshi), letterlijk ‘vesting van Mijn hoofd’: een beeld voor een helm. Voetnoot : מְחֹקְקִי (mechoqeqi), letterlijk ‘Mijn wetgever’: een heersersstaf. Juda is de stam van de koning (Gen. 49:10). Zie ook: Gen 49:10; Joz 13:8–11; 1 Sam 28:4; 2 Sam 2:8; Ps 122:5 **108:10** **Moab is Mijn waskom. Over Edom werp Ik Mijn sandaal. Over Filistea zal Ik juichen.”** Brontekst: מוֹאָ֤ב (moav) = Moab | סִ֬יר (sir) = kom van | רַחְצִ֗י (rachtsi) = Mijn wassing | עַל (al) = over | אֱ֭דוֹם (edom) = Edom | אַשְׁלִ֣יךְ (ashlikh) = ik werp | נַעֲלִ֑י (naali) = Mijn sandaal | עֲלֵֽי (alei) = over | פְ֝לֶ֗שֶׁת (peleshet) = Filistea | אֶתְרוֹעָֽע (etroa) = ik zal juichen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië. Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod. Voetnoot Uitleg: Moab als waskom en Edom als plaats waar Elohim Zijn sandaal werpt zijn beelden van overheersing. De precieze betekenis is onzeker. Voetnoot : In Ps. 60:10 staat hier een andere vorm (הִתְרֹעָעִי, hitro’a’i), ‘juich, Filistea’; hier staat ‘Ik zal juichen’ (אֶתְרוֹעָע, etro’a). Zie ook: Ruth 4:7–8; 2 Sam 21:15–22; Ps 60:10; Jes 14:29–32; Joh 13:8; Joh 13:14 **108:11** Wie brengt mij naar de versterkte stad? Wie leidt mij tot in Edom? Brontekst: מִ֣י (mi) = wie | יֹ֭בִלֵנִי (yovileni) = zal mij brengen | עִ֣יר (ir) = stad van | מִבְצָ֑ר (mivtsar) = versterking | מִ֖י (mi) = wie | נָחַ֣נִי (nachani) = leidt mij | עַד (ad) = tot | אֱדֽוֹם (edom) = Edom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Voetnoot Uitleg: עִיר מִבְצָר (ir mivtsar), ‘de versterkte stad’: de stad is niet genoemd. Volgens de samenhang gaat het om een stad in Edom, misschien Bosra of Sela. De ligging is onzeker. Ps. 60:11 heeft hier מָצוֹר (matsor). Zie ook: Ps 20:7–9; Ps 60:3; Ps 60:11; Jes 63:1–6; Jer 49:7–16; Ob 1:3–4 ### Met Elohim zullen wij machtige daden doen **108:12** Hebt U ons niet verworpen, Elohim? U trekt niet uit, Elohim, met onze legers. Brontekst: הֲלֹֽא (halo) = niet | אֱלֹהִ֥ים (Elohim) = Elohim | זְנַחְתָּ֑נוּ (zenachtanu) = U hebt verworpen ons | וְֽלֹא (velo) = en niet | תֵצֵ֥א (tetse) = trekt U uit | אֱ֝לֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | בְּצִבְאֹתֵֽינוּ (betsivoteinu) = met onze legers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 17:36; 1 Sam 29:1–11; Ps 44:10; 2 Kron 13:12; 2 Kron 20:15 **108:13** Geef ons hulp uit de nood, want ijdel is de redding door een mens. Brontekst: הָֽבָה (hava) = geef | לָּ֣נוּ (lanu) = ons | עֶזְרָ֣ת (ezrat) = hulp | מִצָּ֑ר (mitsar) = uit nood | וְ֝שָׁ֗וְא (veshave) = en ijdel | תְּשׁוּעַ֥ת (teshuat) = redding van | אָדָֽם (adam) = mens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִצָּר (mitsar), ‘uit de nood’: צַר kan ook ‘tegenstander’ betekenen; zie Ps. 107:2 en 107:6. Zie ook: Ps 107:2; Ps 107:6; Ps 146:3–5; Jes 2:22; Jes 31:3; Jer 17:5–8; Klaagl 4:17 **108:14** Met Elohim zullen wij machtige daden doen. Hij zal onze tegenstanders vertrappen. Brontekst: בֵּֽאלֹהִ֥ים (bElohim) = met Elohim | נַעֲשֶׂה (naase) = wij zullen doen | חָ֑יִל (chayil) = macht | וְ֝ה֗וּא (vehu) = en Hij | יָב֥וּס (yavus) = zal vertrappen | צָרֵֽינוּ (tsareinu) = onze tegenstanders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַיִל (chayil), ‘macht, kracht’: wij vertalen ‘machtige daden doen’. Zie ook: Ps 18:30–35; Ps 60:14; Ps 118:6–13; Jes 63:3; Rom 16:20 ## Psalmen 109 _Gebed van een beschuldigde tegen zijn aanklagers_ ### Elohim van mijn lof, zwijg niet **109:1** Voor de koorleider. Van David. Een psalm. Elohim van mijn lof, zwijg niet! Brontekst: לַ֭מְנַצֵּחַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לְדָוִ֣ד (ledavid) = van David | מִזְמ֑וֹר (mizmor) = psalm | אֱלֹהֵ֥י (elohei) = Elohim van | תְ֝הִלָּתִ֗י (tehilati) = mijn lof | אַֽל (al) = niet | תֶּחֱרַֽשׁ (techerash) = zwijg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Wij kiezen ‘koorleider’. Voetnoot : אֱלֹהֵי תְהִלָּתִי (elohe tehillati), ‘Elohim van mijn lof’: Elohim is degene aan wie de dichter zijn lof richt en die zijn lof waard is. Zie ook: Ex 15:2; Deut 10:21; Ps 28:1; Ps 35:22–23; Ps 83:2 **109:2** Want een goddeloze mond en een mond van bedrog hebben zich tegen mij geopend. Zij spraken met mij met een leugentong. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | פִ֪י (pi) = mond van | רָשָׁ֡ע (rasha) = goddeloze | וּֽפִי (ufi) = en mond van | מִ֭רְמָה (mirma) = bedrog | עָלַ֣י (alay) = tegen mij | פָּתָ֑חוּ (patachu) = zij hebben geopend | דִּבְּר֥וּ (diberu) = zij spraken | אִ֝תִּ֗י (iti) = met mij | לְשׁ֣וֹן (leshon) = tong van | שָֽׁקֶר (shaqer) = leugen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:14; Ps 52:6; Ps 120:2–3; Spr 6:17; Spr 12:19 **109:3** Met woorden van haat hebben zij mij omringd, en zij hebben mij zonder reden bestreden. Brontekst: וְדִבְרֵ֣י (vedivrei) = en woorden van | שִׂנְאָ֣ה (sina) = haat | סְבָב֑וּנִי (sevavuni) = zij omringden mij | וַיִּֽלָּחֲמ֥וּנִי (vayilachamuni) = en zij bestreden mij | חִנָּֽם (chinam) = zonder reden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 35:7; Ps 35:20; Ps 69:5; Ps 88:18; Joh 15:24–25 **109:4** In plaats van mijn liefde beschuldigen zij mij, maar ik ben gebed. Brontekst: תַּֽחַת (tachat) = in plaats van | אַהֲבָתִ֥י (ahavati) = mijn liefde | יִשְׂטְנ֗וּנִי (yistenuni) = zij beschuldigen mij | וַאֲנִ֥י (vaani) = en ik | תְפִלָּֽה (tefila) = gebed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִשְׂטְנוּנִי (yistenuni), ‘zij beschuldigen mij’: van dezelfde stam als שָׂטָן (satan), ‘aanklager’. Voetnoot : וַאֲנִי תְפִלָּה (va’ani tefillah), letterlijk ‘en ik: gebed’. Wij laten dit zo staan: de dichter bidt, of hij is niets anders dan gebed. Zie ook: Ps 35:7; Ps 38:21; Ps 55:17–18; Ps 69:13–14; Luc 23:34 **109:5** Zij legden kwaad op mij in plaats van goed, en haat in plaats van mijn liefde. Brontekst: וַיָּ֘שִׂ֤ימוּ (vayasimu) = en zij legden | עָלַ֣י (alay) = op mij | רָ֭עָה (raa) = kwaad | תַּ֣חַת (tachat) = in plaats van | טוֹבָ֑ה (tova) = goed | וְ֝שִׂנְאָ֗ה (vesina) = en haat | תַּ֣חַת (tachat) = in plaats van | אַהֲבָתִֽי (ahavati) = mijn liefde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 44:4; Ps 35:7–12; Ps 38:21; Ps 55:13–16; Spr 17:13 ### De vloek over de vijand **109:6** Stel een goddeloze over hem aan. Laat een aanklager aan zijn rechterhand staan. Brontekst: הַפְקֵ֣ד (hafqed) = stel aan | עָלָ֣יו (alav) = over hem | רָשָׁ֑ע (rasha) = goddeloze | וְ֝שָׂטָ֗ן (vesatan) = en aanklager | יַעֲמֹ֥ד (yaamod) = laat staan | עַל (al) = aan | יְמִינֽוֹ (yemino) = zijn rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׂטָן (satan), ‘aanklager’: hier zonder lidwoord en dus geen eigennaam, maar de tegenpartij in een rechtszaak. In Job 1:6 staat het woord met lidwoord: ‘de satan’. Voetnoot : Vanaf hier tot en met vers 19 volgt een zware vloek over één man. Wij vertalen letterlijk, zonder verzachting. Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws heeft geen aanhalingstekens. Het is mogelijk dat vers 6–19 de woorden zijn die de vijanden over de dichter uitspreken. Voor die lezing pleit het wisselen tussen ‘zij’ (vers 2–5) en ‘hij’ (vers 6–19), en vers 20, ‘het loon van mijn aanklagers’. Wij nemen de verzen als de woorden van de dichter zelf en geven ze geen aanhalingstekens. Zie ook: Job 1:6; Ps 109:2–5; Ps 109:19; Ps 109:20; Zach 3:1; Mat 5:25; Mat 27:4; Joh 13:2; Joh 13:27 **109:7** Wanneer hij gericht wordt, moge hij als een goddeloze uitgaan. Moge zijn gebed een zonde worden. Brontekst: בְּ֭הִשָּׁ֣פְטוֹ (behishafeto) = bij zijn gericht worden | יֵצֵ֣א (yetse) = laat uitgaan | רָשָׁ֑ע (rasha) = goddeloze | וּ֝תְפִלָּת֗וֹ (utefilato) = en zijn gebed | תִּהְיֶ֥ה (tihye) = worde | לַֽחֲטָאָֽה (lachataa) = tot zonde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יֵצֵא רָשָׁע (yetse rasha), ‘moge hij als goddeloze uitgaan’: hij komt uit het gericht als iemand die schuldig is bevonden. Zie ook: Spr 15:8; Spr 21:27; Spr 28:9; Mat 23:13; Gal 3:10 **109:8** Mogen zijn dagen weinig zijn. Moge een ander zijn ambt nemen. Brontekst: יִֽהְיֽוּ (yihyu) = mogen zijn | יָמָ֥יו (yamav) = zijn dagen | מְעַטִּ֑ים (meatim) = weinig | פְּ֝קֻדָּת֗וֹ (pequdato) = zijn ambt | יִקַּ֥ח (yiqach) = neme | אַחֵֽר (acher) = een ander Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פְּקֻדָּתוֹ (pequdato), ‘zijn ambt’: wat hem is toevertrouwd. Vers 8b wordt aangehaald in Hand. 1:20. Zie ook: Ps 55:24; Mat 27:5; Hand 1:16–26; Hand 1:20 **109:9** Mogen zijn zonen wezen zijn en zijn vrouw een weduwe. Brontekst: יִֽהְיוּ (yihyu) = mogen zijn | בָנָ֥יו (banav) = zijn zonen | יְתוֹמִ֑ים (yetomim) = wezen | וְ֝אִשְׁתּוֹ (veishto) = en zijn vrouw | אַלְמָנָֽה (almana) = weduwe Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 22:23; Jer 18:21; Klaagl 5:3 **109:10** Mogen zijn zonen voortdurend rondzwerven en bedelen, en mogen zij zoeken vanuit hun puinhopen. Brontekst: וְנ֤וֹעַ (venoa) = en voortdurend | יָנ֣וּעוּ (yanuu) = laten zij zwerven | בָנָ֣יו (banav) = zijn zonen | וְשִׁאֵ֑לוּ (veshielu) = en laten zij bedelen | וְ֝דָרְשׁ֗וּ (vedareshu) = en laten zij zoeken | מֵחָרְבוֹתֵיהֶֽם (mecharevoteihem) = vanuit hun puinhopen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֵחָרְבוֹתֵיהֶם (mecharvoteihem), ‘vanuit hun puinhopen’: zij zoeken hulp en voedsel vanuit de ruïnes van hun huis. De betekenis kan ook ‘ver van hun puinhopen’ zijn. Zie ook: Gen 4:12–14; Ps 37:25; Ps 59:16; 2 Kon 5:27; Jes 16:2 **109:11** Moge de schuldeiser een strik leggen voor alles wat hij heeft. Mogen vreemden de vrucht van zijn zwoegen plunderen. Brontekst: יְנַקֵּ֣שׁ (yenaqesh) = moge strikken leggen | נ֭וֹשֶׁה (noshe) = schuldeiser | לְכָל (lekhal) = voor alles | אֲשֶׁר (asher) = wat | ל֑וֹ (lo) = hij heeft | וְיָבֹ֖זּוּ (veyavozu) = en laten plunderen | זָרִ֣ים (zarim) = vreemden | יְגִיעֽוֹ (yegio) = zijn zwoegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְגִיעוֹ (yegi’o), ‘zijn zwoegen’: het werk waarvoor hij zich heeft ingespannen, en wat dat heeft opgebracht. Zie ook: Job 5:5; Job 20:18; Deut 28:29; Deut 28:33–34; Deut 28:50–51 **109:12** Moge er niemand zijn die hem trouw betoont. Moge er niemand zijn die genadig is voor zijn wezen. Brontekst: אַל (al) = niet | יְהִי (yehi) = moge zijn | ל֭וֹ (lo) = voor hem | מֹשֵׁ֣ךְ (moshekh) = die uitrekt | חָ֑סֶד (chased) = trouw | וְֽאַל (veal) = en niet | יְהִ֥י (yehi) = moge zijn | ח֝וֹנֵ֗ן (chonen) = die genadig is | לִיתוֹמָֽיו (litomav) = voor zijn wezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. מֹשֵׁךְ חֶסֶד (moshech chesed), letterlijk ‘die trouw uitrekt’: die trouw laat voortduren. Zie ook: Job 5:4; Ps 137:8–9; Mat 27:25; Luc 6:38; Jak 2:13 **109:13** Moge wat na hem komt, afgesneden worden. Moge hun naam in de volgende generatie worden uitgewist. Brontekst: יְהִֽי (yehi) = moge zijn | אַחֲרִית֥וֹ (acharito) = wat na hem komt | לְהַכְרִ֑ית (lehakhrit) = om af te snijden | בְּד֥וֹר (bedor) = in generatie | אַ֝חֵ֗ר (acher) = volgende | יִמַּ֥ח (yimach) = worde uitgewist | שְׁמָֽם (shemam) = hun naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַחֲרִיתוֹ (acharito), ‘wat na hem komt’: zijn latere deel, dus zijn nakomelingen of zijn einde. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Job 18:19; 1 Sam 3:13; Ps 37:28; Spr 10:7; Jer 22:30 **109:14** Moge de ongerechtigheid van zijn vaders bij Yahweh in herinnering blijven. Moge de zonde van zijn moeder niet worden uitgewist. Brontekst: יִזָּכֵ֤ר (yizakher) = worde herinnerd | עֲוֺ֣ן (avon) = ongerechtigheid van | אֲ֭בֹתָיו (avotav) = zijn vaders | אֶל (el) = bij | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְחַטַּ֥את (vechatat) = en zonde van | אִ֝מּ֗וֹ (imo) = zijn moeder | אַל (al) = niet | תִּמָּֽח (timach) = worde uitgewist Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De schuld van vaders en moeder blijft bij Yahweh in herinnering. Vergelijk Exod. 20:5 en 34:7, waar Yahweh de schuld van de vaders bezoekt. Zie ook: Ex 20:5; Ex 34:7; 2 Sam 21:8–9; 2 Kon 8:27; Jer 18:23; Neh 3:37 **109:15** Mogen zij voortdurend voor Yahweh staan. Moge Hij hun gedachtenis van de aarde afsnijden. Brontekst: יִהְי֣וּ (yihyu) = mogen zijn | נֶֽגֶד (neged) = voor | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | תָּמִ֑יד (tamid) = voortdurend | וְיַכְרֵ֖ת (veyakhret) = en moge Hij afsnijden | מֵאֶ֣רֶץ (meerets) = van de aarde | זִכְרָֽם (zikhram) = hun gedachtenis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 18:17; Ps 34:17; Ps 51:11; Ps 90:8; Amos 8:7 ### Waarom hij dit verdient **109:16** Omdat hij er niet aan dacht trouw te betonen, maar een ellendige en arme man achtervolgde, en wie gebroken is van hart, om te doden. Brontekst: יַ֗עַן (yaan) = omdat | אֲשֶׁ֤ר (asher) = dat | לֹ֥א (lo) = niet | זָכַר֮ (zakhar) = hij dacht aan | עֲשׂ֪וֹת (asot) = te doen | חָ֥סֶד (chased) = trouw | וַיִּרְדֹּ֡ף (vayirdof) = en hij achtervolgde | אִישׁ (ish) = man | עָנִ֣י (ani) = ellendige | וְ֭אֶבְיוֹן (veevyon) = en arme | וְנִכְאֵ֨ה (venikhe) = en gebrokene van | לֵבָ֬ב (levav) = hart | לְמוֹתֵֽת (lemotet) = om te doden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf hier geeft de dichter de reden. De man heeft geen trouw betoond en achtervolgde de ellendige, de arme en wie gebroken is van hart. Zie ook: Ps 34:19; Ps 37:14; Ps 37:32; Mat 18:33–35; Jak 2:13 **109:17** Hij had de vloek lief, en die kwam over hem. Hij had geen zin in zegen, en die bleef ver van hem. Brontekst: וַיֶּאֱהַ֣ב (vayeehav) = en hij had lief | קְ֭לָלָה (qelala) = vloek | וַתְּבוֹאֵ֑הוּ (vatevoehu) = en zij kwam over hem | וְֽלֹא (velo) = en niet | חָפֵ֥ץ (chafets) = hij had zin | בִּ֝בְרָכָ֗ה (bivrakha) = in zegen | וַתִּרְחַ֥ק (vatirchaq) = en zij bleef ver | מִמֶּֽנּוּ (mimenu) = van hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: De werkwoorden in vers 17–18 staan in de verleden tijd. Zij kunnen ook als wens gelezen worden (‘moge hij de vloek liefhebben …’). Wij vertalen als vaststelling: de vloek die hij zocht, treft hem. Zie ook: Ps 52:6–7; Ps 59:13–14; Spr 14:14; Ezech 35:6; Mat 7:2 **109:18** Hij kleedde zich met vloek als met zijn kleed. Die kwam als water in zijn binnenste en als olie in zijn beenderen. Brontekst: וַיִּלְבַּ֥שׁ (vayilbash) = en hij kleedde zich | קְלָלָ֗ה (qelala) = vloek | כְּמַ֫דּ֥וֹ (kemado) = als zijn kleed | וַתָּבֹ֣א (vatavo) = en zij kwam | כַמַּ֣יִם (kamayim) = als water | בְּקִרְבּ֑וֹ (beqirbo) = in zijn binnenste | וְ֝כַשֶּׁ֗מֶן (vekhashemen) = en als olie | בְּעַצְמוֹתָֽיו (beatsmotav) = in zijn beenderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 5:22; Ps 73:6; Mat 26:24; Mat 27:3–5; Kol 3:12 **109:19** Moge zij voor hem zijn als een kleed waarin hij zich hult, en als een gordel waarmee hij zich altijd omgordt. Brontekst: תְּהִי (tehi) = moge zijn | ל֭וֹ (lo) = voor hem | כְּבֶ֣גֶד (keveged) = als kleed | יַעְטֶ֑ה (yate) = hij zich hult | וּ֝לְמֵ֗זַח (ulemezach) = en als gordel | תָּמִ֥יד (tamid) = altijd | יַחְגְּרֶֽהָ (yachgereha) = hij zich omgordt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֵזַח (mezach), ‘gordel’: een woord dat zelden voorkomt. De vloek omhult hem en houdt hem vast. Zie ook: Ps 35:26; Ps 109:18; Ps 109:29; Ps 132:18 ### Laat dit hun loon zijn **109:20** Dit is het loon van mijn aanklagers, dat van Yahweh komt, en van wie kwaad spreken over mijn ziel. Brontekst: זֹ֤את (zot) = dit | פְּעֻלַּ֣ת (peulat) = loon van | שֹׂ֭טְנַי (sotenay) = mijn aanklagers | מֵאֵ֣ת (meet) = van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְהַדֹּבְרִ֥ים (vehadoverim) = en van sprekers | רָ֝֗ע (ra) = kwaad | עַל (al) = over | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פְּעֻלַּת (pe’ullat), ‘loon’: wat iemand verdient voor zijn werk. Het vers kan een vaststelling zijn (‘dit is het loon’) of een wens (‘dit zij het loon’). Wij vertalen het eerste. Zie ook: Ps 94:23; Ps 110:1; 1 Kon 2:44; Mar 9:39; 2 Tim 4:14 ### Help mij, Yahweh **109:21** Maar U, Yahweh, mijn Heer: handel met mij omwille van Uw naam. Want Uw trouw is goed. Bevrijd mij. Brontekst: וְאַתָּ֤ה (veata) = en U | יְה֘וִ֤ה (Yahweh) = Yahweh | אֲדֹנָ֗י (adonay) = mijn Heer | עֲֽשֵׂה (ase) = handel | אִ֭תִּי (iti) = met mij | לְמַ֣עַן (lemaan) = omwille van | שְׁמֶ֑ךָ (shemekha) = Uw naam | כִּי (ki) = want | ט֥וֹב (tov) = goed | חַ֝סְדְּךָ֗ (chasdekha) = Uw trouw | הַצִּילֵֽנִי (hatsileni) = bevrijd mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Elohim. יְהוִה אֲדֹנָי (Yahweh Adonai) is hier ‘Yahweh, mijn Heer’. Voetnoot : חֶסֶד (chesed), ‘trouw’. Zie ook: Ps 25:11; Ps 31:4; Ps 63:4; Ps 69:17; Ps 79:9–10 **109:22** Want ik ben ellendig en arm, en mijn hart is in mijn binnenste doorboord. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | עָנִ֣י (ani) = ellendig | וְאֶבְי֣וֹן (veevyon) = en arm | אָנֹ֑כִי (anokhi) = ik | וְ֝לִבִּ֗י (velibi) = en mijn hart | חָלַ֥ל (chalal) = doorboord | בְּקִרְבִּֽי (beqirbi) = in mijn binnenste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חָלַל (chalal), ‘doorboord’: ook ‘gewond’. De dichter voelt zijn hart verwond. Zie ook: Ps 22:7; Ps 40:18; Ps 86:1; Ps 102:5; Joh 12:27 **109:23** Als een schaduw die lang wordt, ga ik heen. Ik word weggeschud als een sprinkhaan. Brontekst: כְּצֵל (ketsel) = als een schaduw | כִּנְטוֹת֥וֹ (kintoto) = wanneer zij zich neigt | נֶהֱלָ֑כְתִּי (nehelakhti) = ik ga heen | נִ֝נְעַ֗רְתִּי (ninarti) = ik word afgeschud | כָּֽאַרְבֶּֽה (kaarbe) = als sprinkhaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כִּנְטוֹתוֹ (kintoto), ‘als zij zich neigt’: de schaduw wordt lang en verdwijnt bij het vallen van de avond. Zo vervaagt de dichter. De sprinkhaan wordt van een kleed afgeschud: wie weggeschud wordt, heeft geen houvast. Zie ook: Job 14:2; Ex 10:19; 1 Kron 29:15; Ps 102:11–12; Pred 8:13 **109:24** Mijn knieën struikelen van het vasten, en mijn vlees is vermagerd, zonder vet. Brontekst: בִּ֭רְכַּי (birkay) = mijn knieën | כָּשְׁל֣וּ (kashelu) = zij struikelen | מִצּ֑וֹם (mitsom) = van vasten | וּ֝בְשָׂרִ֗י (uvesari) = en mijn vlees | כָּחַ֥שׁ (kachash) = is vermagerd | מִשָּֽׁמֶן (mishamen) = zonder vet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשָּׁמֶן (mishshamen), ‘zonder vet’: letterlijk ‘van vet’ of ‘van olie’. Het vlees is mager geworden en het vet is weg. Zie ook: Job 19:20; Ps 22:15; Ps 32:3–4; Mat 4:2; Heb 12:12 **109:25** Ik ben een smaad voor hen geworden. Als zij mij zien, schudden zij hun hoofd. Brontekst: וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | הָיִ֣יתִי (hayiti) = ik ben geworden | חֶרְפָּ֣ה (cherpa) = smaad | לָהֶ֑ם (lahem) = voor hen | יִ֝רְא֗וּנִי (yiruni) = zij zien mij | יְנִיע֥וּן (yeniun) = zij schudden | רֹאשָֽׁם (rosham) = hun hoofd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het schudden van het hoofd is een gebaar van spot. Zie ook: Ps 22:7–8; Ps 69:10–13; Ps 69:20–21; Jes 37:22; Rom 15:3 **109:26** Help mij, Yahweh, mijn Elohim. Red mij naar Uw trouw. Brontekst: עָ֭זְרֵנִי (azereni) = help mij | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהָ֑י (elohay) = mijn Elohim | ה֭וֹשִׁיעֵ֣נִי (hoshieni) = red mij | כְחַסְדֶּֽךָ (kechasdekha) = naar Uw trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 57:2; Ps 69:14; Ps 69:17; Ps 119:86; Heb 5:7 **109:27** Laat hen weten dat dit Uw hand is, dat U, Yahweh, dit hebt gedaan. Brontekst: וְֽ֭יֵדְעוּ (veyedeu) = en laten weten | כִּי (ki) = dat | יָ֣דְךָ (yadekha) = Uw hand | זֹּ֑את (zot) = dit | אַתָּ֖ה (ata) = U | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | עֲשִׂיתָֽהּ (asitah) = U hebt het gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 37:7; Ex 8:15; Ps 64:9–10; Ps 126:2; 1 Kon 18:36–37 ### Laten zij vloeken, maar zegen U **109:28** Laten zij vloeken, maar U zult zegenen. Als zij opstaan, worden zij beschaamd, maar Uw dienaar zal zich verheugen. Brontekst: יְקַֽלְלוּ (yeqallu) = laten vloeken | הֵמָּה֮ (hema) = zij | וְאַתָּ֪ה (veata) = maar U | תְבָ֫רֵ֥ךְ (tevarekh) = zult zegenen | קָ֤מוּ (qamu) = zij staan op | וַיֵּבֹ֗שׁוּ (vayevoshu) = en worden beschaamd | וְֽעַבְדְּךָ֥ (veavdekha) = maar Uw dienaar | יִשְׂמָֽח (yismach) = zal zich verheugen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws kan worden gelezen als wens (‘laten zij vloeken … mogen zij beschaamd worden’) of als vaststelling. Wij vertalen de eerste zin als wens en de volgende als zekerheid. Zie ook: Num 22:12; Num 23:20; Ps 109:17; Joh 16:22; Heb 12:2 **109:29** Mogen mijn aanklagers zich kleden in schande en zich hullen in hun schaamte als in een mantel. Brontekst: יִלְבְּשׁ֣וּ (yilbeshu) = laten zich kleden | שׂוֹטְנַ֣י (sotenay) = mijn aanklagers | כְּלִמָּ֑ה (kelima) = in schande | וְיַעֲט֖וּ (veyaatu) = en laten zich hullen | כַמְעִ֣יל (kamil) = als in een mantel | בָּשְׁתָּֽם (bashtam) = hun schaamte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 8:22; Ps 35:26; Ps 109:17–19; Ps 132:18; Jer 20:11 ### Ik zal Yahweh danken **109:30** Ik zal Yahweh zeer danken met mijn mond, en te midden van velen zal ik Hem prijzen. Brontekst: א֘וֹדֶ֤ה (ode) = ik zal danken | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | מְאֹ֣ד (meod) = zeer | בְּפִ֑י (befi) = met mijn mond | וּבְת֖וֹךְ (uvetokh) = en te midden van | רַבִּ֣ים (rabim) = velen | אֲהַֽלְלֶֽנּוּ (ahallenu) = ik zal Hem prijzen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:23–26; Ps 35:18; Ps 111:1; Ps 138:1; Ps 138:4 **109:31** Want Hij staat aan de rechterhand van de arme, om hem te redden van wie zijn ziel veroordelen. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | יַ֭עֲמֹד (yaamod) = Hij staat | לִימִ֣ין (limin) = aan de rechterhand van | אֶבְי֑וֹן (evyon) = arme | לְ֝הוֹשִׁ֗יעַ (lehoshia) = om te redden | מִשֹּׁפְטֵ֥י (mishofetei) = van veroordelaars van | נַפְשֽׁוֹ (nafsho) = zijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In vers 6 staat een aanklager aan de rechterhand van de vijand; hier staat Yahweh aan de rechterhand van de arme. Zie ook: Ps 16:8; Ps 73:23; Ps 109:6; Ps 121:5; Ps 140:13; Jes 54:17 ## Psalmen 110 _Zit aan Mijn rechterhand: priester voor eeuwig_ ### Yahweh spreekt tot mijn Heer **110:1** Van David. Een psalm. Uitspraak van Yahweh tot mijn Heer: **„Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik je vijanden zet als voetbank voor je voeten.”** Brontekst: לְדָוִ֗ד (ledavid) = van David | מִ֫זְמ֥וֹר (mizmor) = psalm | נְאֻ֤ם (neum) = uitspraak van | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | לַֽאדֹנִ֗י (ladoni) = aan mijn Heer | שֵׁ֥ב (shev) = zit | לִֽימִינִ֑י (limini) = aan Mijn rechterhand | עַד (ad) = totdat | אָשִׁ֥ית (ashit) = Ik zet | אֹ֝יְבֶ֗יךָ (oyeveikha) = je vijanden | הֲדֹ֣ם (hadom) = voetbank | לְרַגְלֶֽיךָ (leragleikha) = voor je voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְאֻם (ne’um), ‘uitspraak’: de vaste formule voor een woord van Yahweh. Voetnoot : לַאדֹנִי (la’adoni), ‘tot mijn Heer’: het woord is אֲדֹנִי (adoni), ‘mijn heer’, een aanspreking van een mens met gezag. Het is niet אֲדֹנָי (Adonai), dat alleen voor Elohim wordt gebruikt. Wij schrijven ‘Heer’ met een hoofdletter, zoals de psalm de aangesprokene hoog verheft. Voetnoot : Het opschrift zegt ‘Van David’. Wie met ‘mijn Heer’ bedoeld is, noemt de tekst niet bij naam. Na de inleiding spreekt Yahweh zelf; Zijn woorden staan rood. De rechterhand is de plaats van eer en macht. Zie ook Matt. 22:44. Zie ook: Mat 22:44; Mar 12:35–37; Luc 20:42–43; 1 Kor 15:25; Heb 1:13; Heb 10:12–13 **110:2** De staf van je kracht zendt Yahweh uit vanuit Sion. Heers te midden van je vijanden. Brontekst: מַטֵּֽה (mate) = staf van | עֻזְּךָ֗ (uzekha) = je kracht | יִשְׁלַ֣ח (yishlach) = Hij zendt uit | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | מִצִּיּ֑וֹן (mitsiyon) = vanuit Sion | רְ֝דֵ֗ה (rede) = heers | בְּקֶ֣רֶב (beqerev) = te midden van | אֹיְבֶֽיךָ (oyeveikha) = je vijanden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: מַטֵּה עֻזְּךָ (matteh uzzecha), ‘de staf van je kracht’: het teken van heerschappij. Sion is de berg in Jeruzalem; vanaf daar gaat de heerschappij uit. Zie ook: Ps 45:6–7; Ps 72:8; Jer 48:17; Mat 28:18–20; 2 Kor 10:4–5 **110:3** Jouw volk is bereidwillig op de dag van je strijdmacht, in heilige pracht. Uit de schoot van de dageraad is voor jou de dauw van je jeugd. Brontekst: עַמְּךָ֣ (amekha) = jouw volk | נְדָבֹת֮ (nedavot) = bereidwilligheden | בְּי֪וֹם (beyom) = op de dag van | חֵ֫ילֶ֥ךָ (cheilekha) = je strijdmacht | בְּֽהַדְרֵי (behadrei) = in pracht van | קֹ֭דֶשׁ (qodesh) = heiligheid | מֵרֶ֣חֶם (merechem) = uit de schoot van | מִשְׁחָ֑ר (mishchar) = dageraad | לְ֝ךָ֗ (lekha) = voor jou | טַ֣ל (tal) = dauw van | יַלְדֻתֶֽיךָ (yalduteikha) = je jeugd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְדָבֹת (nedavot), ‘bereidwilligheden’: vrijwillige gaven. Het volk komt uit zichzelf, zoals iemand een vrijwillig offer brengt. Voetnoot Lezing: Dit vers is moeilijk en de tekst is waarschijnlijk beschadigd. חֵילֶךָ (cheilecha) kan ‘je strijdmacht’, ‘je leger’ of ‘je kracht’ zijn. בְּהַדְרֵי קֹדֶשׁ (behadrei qodesh), ‘in heilige pracht’, wordt door sommige handschriften gelezen als בְּהַרְרֵי קֹדֶשׁ (beharrei qodesh), ‘op de heilige bergen’. יַלְדֻתֶיךָ (yaldutecha), ‘je jeugd’, kan ook ‘je jonge mannen’ betekenen. Sommige oude vertalingen lezen het slot van het vers anders. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Re 5:2; 1 Tess 4:7; Ef 1:4; Tit 2:14; Heb 13:21 ### De eed: priester voor eeuwig **110:4** Yahweh heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: **„Jij bent priester voor eeuwig, volgens de wijze van Melchisedek.”** Brontekst: נִשְׁבַּ֤ע (nishba) = Hij heeft gezworen | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | וְלֹ֥א (velo) = en niet | יִנָּחֵ֗ם (yinachem) = zal Hem berouwen | אַתָּֽה (ata) = jij | כֹהֵ֥ן (kohen) = priester | לְעוֹלָ֑ם (leolam) = voor eeuwig | עַל (al) = op | דִּ֝בְרָתִ֗י (divrati) = wijze van | מַלְכִּי (malki) = Melchi- | צֶֽדֶק (tsedeq) = -sedek Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Melchisedek was koning van Salem en priester van Elohim, de Allerhoogste (Gen. 14:18–20). Hier zweert Yahweh dat de aangesprokene voor eeuwig priester is. Het rood loopt over de woorden van de eed. Voetnoot Lezing: עַל דִּבְרָתִי (al divrati) is moeilijk. Wij vertalen ‘volgens de wijze van’. Het kan ook ‘op mijn woord’ of ‘ter wille van’ betekenen. מַלְכִּי צֶדֶק (Malki-tsedek) betekent ‘mijn koning is gerechtigheid’; wij schrijven de naam ‘Melchisedek’, zoals in Genesis. Zie ook: Gen 14:18; Heb 5:6; Heb 7:17; Heb 7:21; Heb 7:28 ### De Heer oordeelt de volken **110:5** De Heer is aan je rechterhand. Hij verplettert koningen op de dag van Zijn toorn. Brontekst: אֲדֹנָ֥י (adonay) = de Heer | עַל (al) = aan | יְמִֽינְךָ֑ (yeminekha) = je rechterhand | מָחַ֖ץ (machats) = Hij verplettert | בְּיוֹם (beyom) = op de dag van | אַפּ֣וֹ (apo) = Zijn toorn | מְלָכִֽים (melakhim) = koningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘de Heer’: hier de gewone aanduiding van Elohim. Wij nemen aan dat Yahweh bedoeld is, die in vers 1 de aangesprokene aan Zijn rechterhand liet zitten; nu staat Hij aan de rechterhand van de aangesprokene. Het kan ook de aangesprokene zelf zijn. Zie ook: Ps 16:8; Ps 68:15; Ps 110:1; Rom 2:5; Openb 6:15–17; Openb 17:12–14 **110:6** Hij oordeelt onder de volken. Het ligt vol lijken. Hij verplettert het hoofd over een groot land. Brontekst: יָדִ֣ין (yadin) = Hij oordeelt | בַּ֭גּוֹיִם (bagoyim) = onder de volken | מָלֵ֣א (male) = vol | גְוִיּ֑וֹת (geviyot) = lijken | מָ֥חַץ (machats) = Hij verplettert | רֹ֝֗אשׁ (rosh) = hoofd | עַל (al) = over | אֶ֥רֶץ (erets) = land | רַבָּֽה (raba) = groot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גְּוִיּוֹת (geviyyot), ‘lijken’: het Hebreeuws zegt alleen ‘vol lijken’. רֹאשׁ (rosh), ‘hoofd’, kan één leider zijn of de leiders in het algemeen. אֶרֶץ רַבָּה (erets rabbah) is ‘een groot land’ of ‘vele landen’. Zie ook: Ps 68:22; Jes 2:4; Mi 4:3; Joh 5:22; Openb 19:11 **110:7** Uit de beek langs de weg drinkt Hij. Daarom heft Hij het hoofd omhoog. Brontekst: מִ֭נַּחַל (minachal) = uit beek | בַּדֶּ֣רֶךְ (baderekh) = langs de weg | יִשְׁתֶּ֑ה (yishte) = Hij drinkt | עַל (al) = daarom | כֵּ֝֗ן (ken) = (vervolg) | יָרִ֥ים (yarim) = Hij heft op | רֹֽאשׁ (rosh) = hoofd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Wie de beek drinkt, is niet gezegd. Het beeld is dat van een krijger die onderweg drinkt, wordt verfrist en het hoofd opheft. Wij nemen Hem uit vers 5–6 als onderwerp; het kan ook de aangesprokene zijn. Zie ook: Re 7:5–6; Ps 27:6; Ps 110:5–6; Mat 26:42; Fil 2:7–11; Heb 2:9–10 ## Psalmen 111 _Groot zijn de werken van Yahweh_ ### Lof in de kring van de oprechten **111:1** Halleluja. Ik wil Yahweh danken met heel mijn hart, in de kring van de oprechten en in de gemeenschap. Brontekst: הַ֥לְלוּ (hallu) = prijst | יָ֨הּ (yah) = Jah | אוֹדֶ֣ה (ode) = ik wil danken | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בְּכָל (bekhal) = met heel | לֵבָ֑ב (levav) = hart | בְּס֖וֹד (besod) = in kring van | יְשָׁרִ֣ים (yesharim) = oprechten | וְעֵדָֽה (veeda) = en gemeenschap Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’. Jah is een korte vorm van Yahweh. Voetnoot : Deze psalm is een acrostichon: elke halve regel begint met de volgende letter van het Hebreeuwse alfabet (אלף tot en met תו). ‘Halleluja’ staat buiten de reeks. Ook Ps. 112 is zo gebouwd. Voetnoot : עֵדָה (edah), ‘gemeenschap’: de gemeenschap van het volk, zoals in Exod. 12:3. Zie ook: Ex 12:3; Ps 106:1; Ps 108:4; Ps 109:30; Ps 138:1; Ps 149:1 **111:2** Groot zijn de werken van Yahweh, onderzocht door allen die er vreugde in vinden. Brontekst: גְּ֭דֹלִים (gedolim) = groot | מַעֲשֵׂ֣י (maasei) = werken van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | דְּ֝רוּשִׁ֗ים (derushim) = onderzocht | לְכָל (lekhal) = door allen | חֶפְצֵיהֶֽם (cheftseihem) = die er vreugde in vinden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 104:24; Ps 139:14; Ps 143:5; Spr 24:14; Ef 1:19 **111:3** Pracht en luister is Zijn werk, en Zijn gerechtigheid houdt stand voor altijd. Brontekst: הוֹד (hod) = pracht | וְהָדָ֥ר (vehadar) = en luister | פָּֽעֳל֑וֹ (paolo) = Zijn werk | וְ֝צִדְקָת֗וֹ (vetsidqato) = en Zijn gerechtigheid | עֹמֶ֥דֶת (omedet) = houdt stand | לָעַֽד (laad) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:142; Ps 145:4–5; Ps 145:10–12; Ef 3:10; Openb 5:12–14 **111:4** Een gedachtenis heeft Hij gemaakt voor Zijn wonderen. Genadig en barmhartig is Yahweh. Brontekst: זֵ֣כֶר (zekher) = gedachtenis | עָ֭שָׂה (asa) = Hij heeft gemaakt | לְנִפְלְאֹתָ֑יו (lenifleotav) = voor Zijn wonderen | חַנּ֖וּן (chanun) = genadig | וְרַח֣וּם (verachum) = en barmhartig | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַנּוּן וְרַחוּם (channun verachum), ‘genadig en barmhartig’: woorden uit Exod. 34:6, waar Yahweh zich zo bekendmaakt. Zie ook: Ex 34:6; Ps 86:5; Ps 103:8; Ps 145:8; Jes 63:7; Ef 1:6–8 ### Hij denkt aan Zijn verbond **111:5** Voedsel gaf Hij aan wie ontzag voor Hem hebben. Hij denkt voor eeuwig aan Zijn verbond. Brontekst: טֶ֭רֶף (teref) = voedsel | נָתַ֣ן (natan) = Hij gaf | לִֽירֵאָ֑יו (lireav) = aan wie ontzag voor Hem hebben | יִזְכֹּ֖ר (yizkor) = Hij denkt | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | בְּרִיתֽוֹ (berito) = Zijn verbond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: טֶרֶף (teref), ‘voedsel’: eigenlijk ‘prooi’ of ‘wat men grijpt’. Hier is het voedsel dat Yahweh geeft. Zie ook: Ps 89:35; Ps 105:8; Ps 106:45; Neh 1:5; Luc 1:72 **111:6** De kracht van Zijn werken heeft Hij aan Zijn volk bekendgemaakt, door hun het erfdeel van de volken te geven. Brontekst: כֹּ֣חַ (koach) = kracht van | מַ֭עֲשָׂיו (maasav) = Zijn werken | הִגִּ֣יד (higid) = Hij heeft bekendgemaakt | לְעַמּ֑וֹ (leamo) = aan Zijn volk | לָתֵ֥ת (latet) = om te geven | לָ֝הֶ֗ם (lahem) = hun | נַחֲלַ֥ת (nachalat) = erfdeel van | גּוֹיִֽם (goyim) = volken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נַחֲלַת גּוֹיִם (nachalat goyim), ‘het erfdeel van de volken’: het land waar de volken woonden, dat Yahweh aan Israël gaf. Zie ook Ps. 105:44. Zie ook: Joz 6:20; Joz 10:13–14; Ps 2:8; Ps 44:3; Ps 80:9; Ps 105:44 **111:7** De werken van Zijn handen zijn waarheid en recht. Betrouwbaar zijn al Zijn bevelen. Brontekst: מַעֲשֵׂ֣י (maasei) = werken van | יָ֭דָיו (yadav) = Zijn handen | אֱמֶ֣ת (emet) = waarheid | וּמִשְׁפָּ֑ט (umishpat) = en recht | נֶ֝אֱמָנִ֗ים (neemanim) = betrouwbaar | כָּל (kal) = alle | פִּקּוּדָֽיו (piqudav) = Zijn bevelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פִּקּוּדִים (piqqudim), ‘bevelen’: wat Yahweh opdraagt. Zie ook: Deut 32:4; Ps 19:8; Ps 89:15; Ps 105:8; Ps 119:151 **111:8** Zij staan vast voor altijd, voor eeuwig. Zij zijn gemaakt in waarheid en oprechtheid. Brontekst: סְמוּכִ֣ים (semukhim) = vastgezet | לָעַ֣ד (laad) = voor altijd | לְעוֹלָ֑ם (leolam) = voor eeuwig | עֲ֝שׂוּיִ֗ם (asuyim) = gemaakt | בֶּאֱמֶ֥ת (beemet) = in waarheid | וְיָשָֽׁר (veyashar) = en oprechtheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 19:10; Jes 40:8; Mat 5:18; Rom 7:12; Openb 15:3 **111:9** Verlossing heeft Hij naar Zijn volk gezonden. Voor eeuwig heeft Hij Zijn verbond geboden. Heilig en ontzagwekkend is Zijn naam. Brontekst: פְּד֤וּת (pedut) = verlossing | שָׁ֘לַ֤ח (shalach) = Hij heeft gezonden | לְעַמּ֗וֹ (leamo) = naar Zijn volk | צִוָּֽה (tsiva) = Hij heeft geboden | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | בְּרִית֑וֹ (berito) = Zijn verbond | קָד֖וֹשׁ (qadosh) = heilig | וְנוֹרָ֣א (venora) = en ontzagwekkend | שְׁמֽוֹ (shemo) = Zijn naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פְּדוּת (pedut), ‘verlossing’: van פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’. Het woord wijst op de bevrijding van het volk. Zie ook: Ps 99:3; Luc 1:49; Luc 1:68; Tit 2:14; Openb 5:9 ### Het begin van wijsheid **111:10** Het begin van wijsheid is het ontzag voor Yahweh. Goed inzicht hebben allen die ze doen. Zijn lof houdt stand voor altijd. Brontekst: רֵ֘אשִׁ֤ית (reshit) = begin van | חָכְמָ֨ה (chakhema) = wijsheid | יִרְאַ֬ת (yirat) = ontzag voor | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | שֵׂ֣כֶל (sekhel) = inzicht | ט֭וֹב (tov) = goed | לְכָל (lekhal) = voor allen | עֹשֵׂיהֶ֑ם (oseihem) = die ze doen | תְּ֝הִלָּת֗וֹ (tehilato) = Zijn lof | עֹמֶ֥דֶת (omedet) = houdt stand | לָעַֽד (laad) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִרְאַת יְהוָה (yirat Yahweh), ‘ontzag voor Yahweh’: eerbied en vrees voor Hem. Zie ook Job 28:28 en Spr. 9:10. Zie ook: Job 28:28; Deut 4:6; Spr 1:7; Spr 9:10; Pred 12:13 ## Psalmen 112 _Gelukkig wie ontzag heeft voor Yahweh_ ### Gelukkig wie ontzag heeft voor Yahweh **112:1** Halleluja. Gelukkig de man die ontzag heeft voor Yahweh, die veel vreugde vindt in Zijn geboden. Brontekst: הַ֥לְלוּ (hallu) = prijst | יָ֨הּ (yah) = Jah | אַשְׁרֵי (ashrei) = gelukkig | אִ֭ישׁ (ish) = man | יָרֵ֣א (yare) = die ontzag heeft | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | בְּ֝מִצְוֺתָ֗יו (bemitsvotav) = in Zijn geboden | חָפֵ֥ץ (chafets) = vreugde vindend | מְאֹֽד (meod) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Net als Ps. 111 is deze psalm een acrostichon: elke halve regel begint met de volgende letter van het Hebreeuwse alfabet. ‘Halleluja’ staat buiten de reeks. De twee psalmen horen bij elkaar: wat in Ps. 111 van Yahweh wordt gezegd, wordt hier gezegd van wie ontzag voor Hem heeft. Voetnoot : מִצְוֺת (mitsvot), ‘geboden’: wat Yahweh gebiedt. Zie ook: Ps 119:35; Ps 119:47–48; Ps 128:1; Jes 50:10; Luc 1:50 **112:2** Zijn nageslacht zal machtig zijn op aarde. De generatie van de oprechten wordt gezegend. Brontekst: גִּבּ֣וֹר (gibor) = machtig | בָּ֭אָרֶץ (baarets) = op aarde | יִהְיֶ֣ה (yihye) = zal zijn | זַרְע֑וֹ (zaro) = zijn nageslacht | דּ֭וֹר (dor) = generatie van | יְשָׁרִ֣ים (yesharim) = oprechten | יְבֹרָֽךְ (yevorakh) = wordt gezegend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 17:7; Ps 25:13; Ps 37:26; Spr 20:7; Hand 2:39 **112:3** Bezit en rijkdom zijn in zijn huis, en zijn gerechtigheid houdt stand voor altijd. Brontekst: הוֹן (hon) = bezit | וָעֹ֥שֶׁר (vaosher) = en rijkdom | בְּבֵית֑וֹ (beveito) = in zijn huis | וְ֝צִדְקָת֗וֹ (vetsidqato) = en zijn gerechtigheid | עֹמֶ֥דֶת (omedet) = houdt stand | לָעַֽד (laad) = voor altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De slotwoorden ‘en zijn gerechtigheid houdt stand voor altijd’ staan ook in Ps. 111:3, daar van Yahweh. Vergelijk ook vers 9. Zie ook: Ps 111:3; Ps 112:9; Spr 3:16; Spr 15:6; Jes 33:6; Mat 6:33; Fil 4:18–19 **112:4** Voor de oprechten gaat in de duisternis een licht op: hij is genadig, barmhartig en rechtvaardig. Brontekst: זָ֘רַ֤ח (zarach) = gaat op | בַּחֹ֣שֶׁךְ (bachoshekh) = in duisternis | א֭וֹר (or) = licht | לַיְשָׁרִ֑ים (laysharim) = voor oprechten | חַנּ֖וּן (chanun) = genadig | וְרַח֣וּם (verachum) = en barmhartig | וְצַדִּֽיק (vetsadiq) = en rechtvaardig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַנּוּן וְרַחוּם וְצַדִּיק (channun verachum vetsaddiq), ‘genadig, barmhartig en rechtvaardig’: in Ps. 111:4 wordt dit van Yahweh gezegd (‘genadig en barmhartig is Yahweh’). Het Hebreeuws zegt niet wie hier bedoeld is: de man uit vers 1 of Yahweh. Wij nemen de man. Zie ook: Job 11:17; Ps 97:11; Ps 111:4; Ps 112:1; Jes 58:10; Luc 6:36; Kol 3:12–13 ### Hij is niet bang **112:5** Goed is de man die genadig is en uitleent, die zijn zaken beheert met recht. Brontekst: טֽוֹב (tov) = goed | אִ֭ישׁ (ish) = man | חוֹנֵ֣ן (chonen) = die genadig is | וּמַלְוֶ֑ה (umalve) = en die uitleent | יְכַלְכֵּ֖ל (yekhalkel) = hij beheert | דְּבָרָ֣יו (devarav) = zijn zaken | בְּמִשְׁפָּֽט (bemishpat) = met recht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְכַלְכֵּל דְּבָרָיו בְּמִשְׁפָּט (yechalkel devarav bemishpat), ‘hij beheert zijn zaken met recht’: het kan ook betekenen ‘hij houdt zijn zaak staande in het gericht’. Zie ook: Deut 15:7–10; Ps 37:21; Spr 2:20; Joh 6:12; Ef 5:15 **112:6** Want hij zal voor eeuwig niet wankelen. De rechtvaardige zal in eeuwige herinnering zijn. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | לֹא (lo) = niet | יִמּ֑וֹט (yimot) = zal hij wankelen | לְזֵ֥כֶר (lezekher) = tot herinnering van | ע֝וֹלָ֗ם (olam) = eeuwig | יִהְיֶ֥ה (yihye) = zal zijn | צַדִּֽיק (tsadiq) = rechtvaardige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 55:23; Ps 62:3; Ps 125:1; Spr 10:7; Heb 6:10 **112:7** Voor slecht nieuws is hij niet bang. Zijn hart is vast, het vertrouwt op Yahweh. Brontekst: מִשְּׁמוּעָ֣ה (mishemua) = voor nieuws | רָ֭עָה (raa) = slecht | לֹ֣א (lo) = niet | יִירָ֑א (yira) = is hij bang | נָכ֥וֹן (nakhon) = vast | לִ֝בּ֗וֹ (libo) = zijn hart | בָּטֻ֥חַ (batuach) = vertrouwend | בַּיהוָֽה (baYahweh) = op Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 57:8; Ps 118:6; Spr 1:33; Spr 3:25–26; Jes 26:3–4 **112:8** Zijn hart is gesteund, hij is niet bang, totdat hij zijn tegenstanders ziet. Brontekst: סָמ֣וּךְ (samukh) = gesteund | לִ֭בּוֹ (libo) = zijn hart | לֹ֣א (lo) = niet | יִירָ֑א (yira) = is hij bang | עַ֖ד (ad) = totdat | אֲשֶׁר (asher) = dat | יִרְאֶ֣ה (yire) = hij ziet | בְצָרָֽיו (betsarav) = op zijn tegenstanders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַד אֲשֶׁר יִרְאֶה בְצָרָיו (ad asher yireh vetsarav), ‘totdat hij op zijn tegenstanders neerziet’: hij ziet hun val. Zie ook: Ps 31:25; Ps 59:11; Ps 91:8; Ps 118:7; Heb 13:9 ### Hij geeft aan de armen **112:9** Hij heeft uitgestrooid en aan de armen gegeven. Zijn gerechtigheid houdt stand voor altijd. Zijn hoorn wordt verheven in eer. Brontekst: פִּזַּ֤ר (pizar) = hij heeft uitgestrooid | נָ֘תַ֤ן (natan) = hij heeft gegeven | לָאֶבְיוֹנִ֗ים (laevyonim) = aan armen | צִ֭דְקָתוֹ (tsidqato) = zijn gerechtigheid | עֹמֶ֣דֶת (omedet) = houdt stand | לָעַ֑ד (laad) = voor altijd | קַ֝רְנ֗וֹ (qarno) = zijn hoorn | תָּר֥וּם (tarum) = wordt verheven | בְּכָבֽוֹד (bekhavod) = in eer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קַרְנוֹ (qarno), ‘zijn hoorn’: een beeld voor kracht en aanzien. Zie ook 1 Sam. 2:1 en 2:10. Voetnoot : Vers 9a wordt aangehaald in 2 Kor. 9:9. Zie ook: 1 Sam 2:1; 1 Sam 2:10; Ps 75:11; Jes 58:10; Jak 2:15–16; 2 Kor 9:9–15; Heb 13:16 **112:10** De goddeloze ziet het en wordt boos. Hij knarst met zijn tanden en kwijnt weg. Het verlangen van de goddelozen gaat verloren. Brontekst: רָ֘שָׁ֤ע (rasha) = goddeloze | יִרְאֶ֨ה (yire) = ziet het | וְכָעָ֗ס (vekhaas) = en wordt boos | שִׁנָּ֣יו (shinav) = zijn tanden | יַחֲרֹ֣ק (yacharoq) = knarst hij | וְנָמָ֑ס (venamas) = en kwijnt weg | תַּאֲוַ֖ת (taavat) = verlangen van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | תֹּאבֵֽד (toved) = gaat verloren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 8:13; Ps 37:12; Ps 58:8–9; Ps 86:17; Spr 10:28 ## Psalmen 113 _Yahweh verheft de geringe_ ### Prijs de naam van Yahweh **113:1** Halleluja! Prijs, dienaren van Yahweh, prijs de naam van Yahweh. Brontekst: הַ֥לְלוּ (hallu) = prijst | יָ֨הּ (yah) = Jah | הַ֭לְלוּ (hallu) = prijst | עַבְדֵ֣י (avdei) = dienaren van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | הַֽ֝לְלוּ (hallu) = prijst | אֶת (et) = (obj.) | שֵׁ֥ם (shem) = naam van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַלְלוּ־יָהּ (halelu-Yah), ‘Halleluja’: letterlijk ‘prijst Jah’. יָהּ (Jah) is een korte vorm van de naam Yahweh. Zie ook Exod. 15:2. Voetnoot : Psalm 113 tot en met 118 heten samen het Hallel (‘lofzang’). In de joodse overlevering worden ze bij de feesten gezongen, vooral bij Pesach. Zie ook: Ex 15:2; Ps 33:1–2; Ps 103:20–21; Ps 135:1–3; Ps 135:20; Ef 5:19–20 **113:2** Gezegend zij de naam van Yahweh, van nu af en voor eeuwig. Brontekst: יְהִ֤י (yehi) = moge zijn | שֵׁ֣ם (shem) = naam van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | מְבֹרָ֑ךְ (mevorakh) = gezegend | מֵֽ֝עַתָּ֗ה (meata) = van nu af | וְעַד (vead) = en tot | עוֹלָֽם (olam) = eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 16:36; 1 Kron 29:10–13; Ps 41:14; Dan 2:20; Openb 5:13 **113:3** Van de opkomst van de zon tot haar ondergang is de naam van Yahweh te prijzen. Brontekst: מִמִּזְרַח (mimizrach) = van de opkomst van | שֶׁ֥מֶשׁ (shemesh) = zon | עַד (ad) = tot | מְבוֹא֑וֹ (mevoo) = haar ondergang | מְ֝הֻלָּ֗ל (mehulal) = te prijzen | שֵׁ֣ם (shem) = naam van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְהֻלָּל (mehullal), ‘te prijzen’: de naam van Yahweh verdient lof, overal van oost naar west. Het woord kan ook als wens gelezen worden (‘geprezen zij’). Wij lezen een vaststelling. Zie ook: Ps 18:4; Ps 48:11; Ps 86:9; Jes 59:19; Mal 1:11 ### Hoog boven alle volken **113:4** Hoog boven alle volken is Yahweh, boven de hemel is Zijn heerlijkheid. Brontekst: רָ֖ם (ram) = hoog | עַל (al) = boven | כָּל (kal) = alle | גּוֹיִ֥ם (goyim) = volken | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | עַ֖ל (al) = boven | הַשָּׁמַ֣יִם (hashamayim) = de hemel | כְּבוֹדֽוֹ (kevodo) = Zijn heerlijkheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 8:2; Ps 97:9; Ps 99:2; Ps 148:13; Jes 40:17 **113:5** Wie is als Yahweh, onze Elohim, die hoog zetelt, Brontekst: מִ֭י (mi) = wie | כַּיהוָ֣ה (kaYahweh) = is als Yahweh | אֱלֹהֵ֑ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | הַֽמַּגְבִּיהִ֥י (hamagbihi) = die Zich verheft | לָשָֽׁבֶת (lashavet) = om te zetelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַמַּגְבִּיהִי לָשָׁבֶת (hammagbihi lashavet), ‘die hoog zetelt’: letterlijk ‘die Zich hoog maakt om te wonen’. Yahweh zetelt hoog, en toch buigt Hij Zich diep naar beneden (vers 6). Zie ook: Ex 15:11; Deut 33:26; Ps 89:7; Ps 113:6; Jes 40:25; Jer 10:6 **113:6** die Zich diep buigt om te zien, in de hemel en op de aarde? Brontekst: הַֽמַּשְׁפִּילִ֥י (hamashpili) = die Zich diep buigt | לִרְא֑וֹת (lirot) = om te zien | בַּשָּׁמַ֥יִם (bashamayim) = in de hemel | וּבָאָֽרֶץ (uvaarets) = en op de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 11:4; Ps 138:6; Jes 6:2; Jes 57:15; Jes 66:2 ### Hij richt de geringe op **113:7** Hij richt de geringe op uit het stof; uit de asbelt verheft Hij de arme, Brontekst: מְקִֽימִ֣י (meqimi) = die opricht | מֵעָפָ֣ר (meafar) = uit stof | דָּ֑ל (dal) = geringe | מֵֽ֝אַשְׁפֹּ֗ת (meashpot) = uit de asbelt | יָרִ֥ים (yarim) = verheft Hij | אֶבְיֽוֹן (evyon) = arme Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 7–8 lijken sterk op het lied van Hanna: zie 1 Sam. 2:8. Voetnoot : אַשְׁפֹּת (ashpot), ‘asbelt’: de plaats waar as en afval werden gestort. Zie ook: Job 5:11; 1 Sam 2:7–8; 1 Sam 2:8; 2 Sam 7:8–9; Ps 107:41; Luc 1:52–53 **113:8** om hem te laten zitten bij de edelen, bij de edelen van Zijn volk. Brontekst: לְהוֹשִׁיבִ֥י (lehoshivi) = om te laten zitten | עִם (im) = bij | נְדִיבִ֑ים (nedivim) = edelen | עִ֝֗ם (im) = bij | נְדִיבֵ֥י (nedivei) = edelen van | עַמּֽוֹ (amo) = Zijn volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 41:41; Job 36:7; Ps 45:17; Ps 68:14; Fil 2:8–11 **113:9** Hij laat de onvruchtbare vrouw in het huis wonen als een blijde moeder van zonen. Halleluja! Brontekst: מֽוֹשִׁיבִ֨י (moshivi) = die laat wonen | עֲקֶ֬רֶת (aqeret) = onvruchtbare van | הַבַּ֗יִת (habayit) = het huis | אֵֽם (em) = als moeder van | הַבָּנִ֥ים (habanim) = de zonen | שְׂמֵחָ֗ה (semecha) = blijde | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲקֶרֶת הַבַּיִת (aqeret habbayit), ‘de onvruchtbare van het huis’: een vrouw die zonder kinderen in huis woont. Vergelijk 1 Sam. 2:5. Voetnoot : בָּנִים (banim) betekent ‘zonen’ en soms ‘kinderen’. Wij vertalen ‘zonen’, zoals in 1 Sam. 2:5. Zie ook: Gen 21:5–7; Gen 30:22–23; 1 Sam 2:5; Ps 68:7; Jes 54:1 ## Psalmen 114 _Toen Israël uit Egypte trok_ ### Toen Israël uit Egypte trok **114:1** Toen Israël uit Egypte trok, het huis van Jakob uit een volk met een vreemde taal, Brontekst: בְּצֵ֣את (betset) = bij het uittrekken van | יִ֭שְׂרָאֵל (yisrael) = Israël | מִמִּצְרָ֑יִם (mimitsrayim) = uit Egypte | בֵּ֥ית (beit) = huis van | יַ֝עֲקֹ֗ב (yaaqov) = Jakob | מֵעַ֥ם (meam) = uit een volk | לֹעֵֽז (loez) = met vreemde taal Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: לֹעֵז (lo’ez), ‘met een vreemde taal’: een volk waarvan Israël de taal niet verstaat. Het woord komt alleen hier voor. Voetnoot : De uittocht uit Egypte: zie Exod. 12:37–42 en Exod. 14. Zie ook: Gen 42:23; Ex 12:37–42; Ex 12:41–42; Ex 13:3; Ps 81:6; Jes 11:16 **114:2** werd Juda Zijn heiligdom, Israël Zijn rijk. Brontekst: הָיְתָ֣ה (hayeta) = werd | יְהוּדָ֣ה (yehuda) = Juda | לְקָדְשׁ֑וֹ (leqadesho) = tot Zijn heiligdom | יִ֝שְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | מַמְשְׁלוֹתָֽיו (mamshelotav) = Zijn rijk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קָדְשׁוֹ (qodsho), ‘Zijn heiligdom’, letterlijk ‘Zijn heiligheid’ of ‘Zijn heilige plaats’. מַמְשְׁלוֹתָיו (mamshelotav), ‘Zijn rijk’, letterlijk ‘Zijn heerschappijen’ (meervoud). Juda en Israël zijn hier het volk en het land waarin Elohim woont en regeert. Zie ook: Ex 6:7; Ex 15:17; Ex 25:8; Ps 78:68–69; Ezech 37:26–28 ### De zee vluchtte, de Jordaan keerde terug **114:3** De zee zag het en vluchtte; de Jordaan wendde zich terug. Brontekst: הַיָּ֣ם (hayam) = de zee | רָ֭אָה (raa) = zag het | וַיָּנֹ֑ס (vayanos) = en vluchtte | הַ֝יַּרְדֵּ֗ן (hayarden) = de Jordaan | יִסֹּ֥ב (yisov) = wendde zich | לְאָחֽוֹר (leachor) = terug Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee. Voetnoot Uitleg: De zee is hier de Rietzee (Exod. 14:21–22); de Jordaan is de rivier bij de intocht in het land (Joz. 3:14–17). De psalm zet beide gebeurtenissen naast elkaar. Zie ook: Ex 14:21; Joz 3:13–16; Joz 3:14–17; Ps 77:17; Hab 3:8–9; Hab 3:15 **114:4** De bergen sprongen als rammen, de heuvels als lammeren. Brontekst: הֶֽ֭הָרִים (heharim) = de bergen | רָקְד֣וּ (raqedu) = sprongen | כְאֵילִ֑ים (keeilim) = als rammen | גְּ֝בָע֗וֹת (gevaot) = heuvels | כִּבְנֵי (kivnei) = als jongen van | צֹֽאן (tson) = kleinvee Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het beven en springen van de bergen doet denken aan de Sinaï: zie Exod. 19:18 en Richt. 5:4–5. Zie ook: Ex 19:18; Ex 20:18; Re 5:4–5; Jer 4:23–24; Hab 3:6 **114:5** Wat is er met je, zee, dat je vlucht? Jordaan, dat je je terugwendt? Brontekst: מַה (ma) = wat | לְּךָ֣ (lekha) = is met je | הַ֭יָּם (hayam) = zee | כִּ֣י (ki) = dat | תָנ֑וּס (tanus) = je vlucht | הַ֝יַּרְדֵּ֗ן (hayarden) = Jordaan | תִּסֹּ֥ב (tisov) = je wendt je | לְאָחֽוֹר (leachor) = terug Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee. Zie ook: Jer 47:6–7; Hab 3:8 **114:6** Bergen, dat jullie springen als rammen? Heuvels, als lammeren? Brontekst: הֶֽ֭הָרִים (heharim) = bergen | תִּרְקְד֣וּ (tirqedu) = dat jullie springen | כְאֵילִ֑ים (keeilim) = als rammen | גְּ֝בָע֗וֹת (gevaot) = heuvels | כִּבְנֵי (kivnei) = als jongen van | צֹֽאן (tson) = kleinvee Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 29:6; Ps 114:4 ### Beef, aarde, voor de Heer **114:7** Beef, aarde, voor het aangezicht van de Heer, voor het aangezicht van Eloah van Jakob, Brontekst: מִלִּפְנֵ֣י (milifnei) = voor het aangezicht van | אָ֭דוֹן (adon) = de Heer | ח֣וּלִי (chuli) = beef | אָ֑רֶץ (arets) = aarde | מִ֝לִּפְנֵ֗י (milifnei) = voor het aangezicht van | אֱל֣וֹהַּ (eloha) = Eloah van | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָדוֹן (adon), ‘Heer’: de naam Yahweh staat in deze hele psalm niet. De ‘Heer’ is hier Yahweh, ‘Eloah van Jakob’. אֱלוֹהַּ (Eloah): wij laten ‘Eloah’ staan, zoals in Job. Voetnoot : חוּלִי (chuli), ‘beef’: ook ‘kronkel je’, zoals bij barensweeën. De aarde krijgt een bevel. Zie ook: Job 26:11; Ps 104:32; Jes 63:19–64:2; Mi 6:1–2; Jer 5:22 **114:8** die de rots verandert in een poel vol water, de keisteen in een waterbron. Brontekst: הַהֹפְכִ֣י (hahofekhi) = die verandert | הַצּ֣וּר (hatsur) = de rots | אֲגַם (agam) = in poel van | מָ֑יִם (mayim) = water | חַ֝לָּמִ֗ישׁ (chalamish) = keisteen | לְמַעְיְנוֹ (lemayeno) = in bron van | מָֽיִם (mayim) = water Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk Exod. 17:6 en Num. 20:11, waar water uit de rots komt. Voetnoot : חַלָּמִישׁ (challamish), ‘keisteen’: zeer harde steen. Zie ook: Ex 17:6; Num 20:11; Deut 8:15; Ps 105:41; Ps 107:35 ## Psalmen 115 _Niet aan ons, maar aan Uw naam_ ### Niet aan ons, maar aan Uw naam **115:1** Niet aan ons, Yahweh, niet aan ons, maar aan Uw naam geef heerlijkheid, om Uw trouw, om Uw waarheid. Brontekst: לֹ֤א (lo) = niet | לָ֥נוּ (lanu) = aan ons | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לֹ֫א (lo) = niet | לָ֥נוּ (lanu) = aan ons | כִּֽי (ki) = maar | לְ֭שִׁמְךָ (leshimkha) = aan Uw naam | תֵּ֣ן (ten) = geef | כָּב֑וֹד (kavod) = heerlijkheid | עַל (al) = om | חַ֝סְדְּךָ֗ (chasdekha) = Uw trouw | עַל (al) = om | אֲמִתֶּֽךָ (amitekha) = Uw waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid. Het paar staat ook in Ps. 40:11. Zie ook: Ps 40:11; Ps 79:9–10; Ps 96:8; Jes 48:11; Ezech 20:14; Ezech 36:32 ### Onze Elohim is in de hemel, hun beelden zijn dood **115:2** Waarom zouden de volken zeggen: „Waar is toch hun Elohim?” Brontekst: לָ֭מָּה (lama) = waarom | יֹאמְר֣וּ (yomru) = zouden zeggen | הַגּוֹיִ֑ם (hagoyim) = de volken | אַיֵּה (aye) = waar | נָ֝֗א (na) = toch | אֱלֹהֵיהֶֽם (eloheihem) = hun Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלֹהֵיהֶם (elohehem), ‘hun Elohim’: de volken spotten met de Elohim van Israël, die zij niet kunnen zien. Hun eigen goden zijn beelden (vers 4–8). Zie ook: Ex 32:12; Ps 42:4; Ps 42:11; Ps 79:10; Ps 115:4–8; Joël 2:17 **115:3** Maar onze Elohim is in de hemel. Alles wat Hem behaagt, doet Hij. Brontekst: וֵֽאלֹהֵ֥ינוּ (veloheinu) = en onze Elohim | בַשָּׁמָ֑יִם (bashamayim) = in de hemel | כֹּ֭ל (kol) = alles | אֲשֶׁר (asher) = wat | חָפֵ֣ץ (chafets) = Hem behaagt | עָשָֽׂה (asa) = doet Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 103:19; Ps 135:6; Jes 46:10; Dan 4:32; Ef 1:11 **115:4** Hun afgodsbeelden zijn zilver en goud, werk van mensenhanden. Brontekst: עֲֽ֭צַבֵּיהֶם (atsabeihem) = hun afgodsbeelden | כֶּ֣סֶף (kesef) = zilver | וְזָהָ֑ב (vezahav) = en goud | מַ֝עֲשֵׂ֗ה (maase) = werk van | יְדֵ֣י (yedei) = handen van | אָדָֽם (adam) = mens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲצַבִּים (atsabbim), ‘afgodsbeelden’: gemaakte beelden van goden. Vers 4–8 komen bijna letterlijk voor in Ps. 135:15–18. Zie ook: Deut 4:28; Ps 135:15–18; Jes 40:19–20; Jes 46:6–7; Jer 10:3–5; Hab 2:18–20 **115:5** Zij hebben een mond, maar spreken niet. Zij hebben ogen, maar zien niet. Brontekst: פֶּֽה (pe) = mond | לָ֭הֶם (lahem) = hebben zij | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יְדַבֵּ֑רוּ (yedaberu) = spreken zij | עֵינַ֥יִם (einayim) = ogen | לָ֝הֶ֗ם (lahem) = hebben zij | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִרְאֽוּ (yiru) = zien zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jer 10:5 **115:6** Zij hebben oren, maar horen niet. Zij hebben een neus, maar ruiken niet. Brontekst: אָזְנַ֣יִם (azenayim) = oren | לָ֭הֶם (lahem) = hebben zij | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִשְׁמָ֑עוּ (yishmau) = horen zij | אַ֥ף (af) = neus | לָ֝הֶ֗ם (lahem) = hebben zij | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יְרִיחֽוּן (yerichun) = ruiken zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **115:7** Hun handen voelen niet. Hun voeten lopen niet. Zij geven geen geluid met hun keel. Brontekst: יְדֵיהֶ֤ם (yedeihem) = hun handen | וְלֹ֬א (velo) = en niet | יְמִישׁ֗וּן (yemishun) = voelen zij | רַ֭גְלֵיהֶם (ragleihem) = hun voeten | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יְהַלֵּ֑כוּ (yehalekhu) = lopen zij | לֹֽא (lo) = niet | יֶ֝הְגּ֗וּ (yehgu) = geven zij geluid | בִּגְרוֹנָֽם (bigronam) = met hun keel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יֶהְגּוּ (yehgu), ‘zij geven geluid’: een laag geluid uit de keel, zoals mompelen of kreunen. Beelden kunnen dat niet. **115:8** Zoals zij worden hun makers, ieder die op hen vertrouwt. Brontekst: כְּ֭מוֹהֶם (kemohem) = zoals zij | יִהְי֣וּ (yihyu) = worden | עֹשֵׂיהֶ֑ם (oseihem) = hun makers | כֹּ֭ל (kol) = ieder | אֲשֶׁר (asher) = die | בֹּטֵ֣חַ (boteach) = vertrouwt | בָּהֶֽם (bahem) = op hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Wie de beelden maakt en wie erop vertrouwt, wordt zoals zij: zonder spreken, zien of horen. Zie ook: Ps 135:18; Jona 2:9; Jes 44:9–20; Jer 10:8; Hab 2:18–19 ### Vertrouw op Yahweh **115:9** Israël, vertrouw op Yahweh! Hij is hun hulp en hun schild. Brontekst: יִ֭שְׂרָאֵל (yisrael) = Israël | בְּטַ֣ח (betach) = vertrouw | בַּיהוָ֑ה (baYahweh) = op Yahweh | עֶזְרָ֖ם (ezram) = hun hulp | וּמָגִנָּ֣ם (umaginam) = en hun schild | הֽוּא (hu) = Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Drie groepen worden opgeroepen: Israël (vers 9), het huis van Aäron, de priesters (vers 10), en wie Yahweh vrezen (vers 11). De derde groep kan ook mensen uit de volken omvatten die Yahweh vrezen. Wij vertalen ‘wie Yahweh vrezen’ en kiezen niet. Voetnoot : Het Hebreeuws heeft in vers 9 de enkelvoudsvorm van ‘vertrouw’ (Israël als één persoon) en in vers 10–11 de meervoudsvorm. Zie ook: Ps 37:3; Ps 62:9; Ps 115:10; Ps 115:11; Ps 118:2–4; Ps 135:19–20; Spr 30:5 **115:10** Huis van Aäron, vertrouwt op Yahweh! Hij is hun hulp en hun schild. Brontekst: בֵּ֣ית (beit) = huis van | אַ֭הֲרֹן (aharon) = Aäron | בִּטְח֣וּ (bitchu) = vertrouwt | בַיהוָ֑ה (baYahweh) = op Yahweh | עֶזְרָ֖ם (ezram) = hun hulp | וּמָגִנָּ֣ם (umaginam) = en hun schild | הֽוּא (hu) = Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 28:1; Num 16:5; Num 17:5; Num 18:7; Ps 118:3 **115:11** Jullie die Yahweh vrezen, vertrouwt op Yahweh! Hij is hun hulp en hun schild. Brontekst: יִרְאֵ֣י (yirei) = vrezers van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בִּטְח֣וּ (bitchu) = vertrouwt | בַיהוָ֑ה (baYahweh) = op Yahweh | עֶזְרָ֖ם (ezram) = hun hulp | וּמָגִנָּ֣ם (umaginam) = en hun schild | הֽוּא (hu) = Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 103:11; Ps 147:11; Spr 14:26; Hand 10:35; Openb 19:5 ### Yahweh heeft aan ons gedacht **115:12** Yahweh heeft aan ons gedacht; Hij zal zegenen. Hij zal het huis van Israël zegenen; Hij zal het huis van Aäron zegenen. Brontekst: יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | זְכָרָ֪נוּ (zekharanu) = heeft aan ons gedacht | יְבָ֫רֵ֥ךְ (yevarekh) = Hij zal zegenen | יְ֭בָרֵךְ (yevarekh) = Hij zal zegenen | אֶת (et) = (obj.) | בֵּ֣ית (beit) = huis van | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | יְ֝בָרֵ֗ךְ (yevarekh) = Hij zal zegenen | אֶת (et) = (obj.) | בֵּ֥ית (beit) = huis van | אַהֲרֹֽן (aharon) = Aäron Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 12:2–3; Ps 136:23; Jes 44:21; Jes 49:14–16; Ef 1:3 **115:13** Hij zal wie Yahweh vrezen zegenen, de kleinen samen met de groten. Brontekst: יְ֭בָרֵךְ (yevarekh) = Hij zal zegenen | יִרְאֵ֣י (yirei) = vrezers van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | הַ֝קְּטַנִּ֗ים (haqetanim) = de kleinen | עִם (im) = met | הַגְּדֹלִֽים (hagedolim) = de groten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 29:11; Ps 112:1; Ps 128:1; Luc 1:50; Openb 19:5 **115:14** Moge Yahweh het vermeerderen voor jullie, voor jullie en voor jullie zonen. Brontekst: יֹסֵ֣ף (yosef) = moge vermeerderen | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | עֲלֵיכֶ֑ם (aleikhem) = voor jullie | עֲ֝לֵיכֶ֗ם (aleikhem) = voor jullie | וְעַל (veal) = en voor | בְּנֵיכֶֽם (beneikhem) = jullie zonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יֹסֵף (yosef), ‘vermeerderen’, letterlijk ‘toevoegen’: er staat geen voorwerp bij. Het gaat om zegen, leven en nageslacht. Wij laten het open. Zie ook: Gen 17:7; Deut 1:11; Jer 33:22; Hand 2:39; Hand 3:25 **115:15** Gezegend zijn jullie door Yahweh, die hemel en aarde heeft gemaakt. Brontekst: בְּרוּכִ֣ים (berukhim) = gezegend | אַ֭תֶּם (atem) = jullie | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = door Yahweh | עֹ֝שֵׂ֗ה (ose) = die maakte | שָׁמַ֥יִם (shamayim) = hemel | וָאָֽרֶץ (vaarets) = en aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:1; Gen 14:19; Ps 121:2; Ps 134:3; Openb 14:7 ### Hemel en aarde **115:16** De hemel is de hemel van Yahweh, maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven. Brontekst: הַשָּׁמַ֣יִם (hashamayim) = de hemel | שָׁ֭מַיִם (shamayim) = hemel | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = van Yahweh | וְ֝הָאָ֗רֶץ (vehaarets) = en de aarde | נָתַ֥ן (natan) = heeft Hij gegeven | לִבְנֵי (livnei) = aan kinderen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי אָדָם (bene adam), ‘mensenkinderen’, letterlijk ‘zonen van mensen’: de mensen, de mensheid. Zie ook: Gen 1:28–30; Gen 9:1–3; Ps 8:7; Ps 89:12; Jer 27:5–6 ### Niet de doden, maar wij prijzen Jah **115:17** De doden prijzen Jah niet, en ook niemand van hen die neerdalen in de stilte. Brontekst: לֹ֣א (lo) = niet | הַ֭מֵּתִים (hametim) = de doden | יְהַֽלְלוּ (yehallu) = prijzen | יָ֑הּ (yah) = Jah | וְ֝לֹ֗א (velo) = en niet | כָּל (kal) = allen | יֹרְדֵ֥י (yoredei) = die neerdalen naar | דוּמָֽה (duma) = stilte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דּוּמָה (dumah), ‘stilte’: een naam voor het dodenrijk, zoals de Sjeol. Zie ook Ps. 94:17. Zie ook: Ps 6:6; Ps 30:10; Ps 31:18; Ps 88:11–13; Ps 94:17; Jes 38:18–19 **115:18** Maar wij, wij zullen Jah zegenen, van nu af en voor eeuwig. Halleluja! Brontekst: וַאֲנַ֤חְנוּ (vaanachnu) = en wij | נְבָ֘רֵ֤ךְ (nevarekh) = zullen zegenen | יָ֗הּ (yah) = Jah | מֵֽעַתָּ֥ה (meata) = van nu af | וְעַד (vead) = en tot | עוֹלָ֗ם (olam) = eeuwig | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 17–18 zetten de doden tegenover de levenden: wie leeft, prijst Jah. Halleluja: zie bij Ps. 113:1. Zie ook: Ps 113:1; Ps 113:2; Ps 115:17–18; Ps 145:2; Ps 145:21; Dan 2:20; Openb 5:13 ## Psalmen 116 _Dank voor redding uit de dood_ ### Hij heeft mijn stem gehoord **116:1** Ik heb Hem lief, want Yahweh hoort mijn stem en mijn smeekbeden. Brontekst: אָ֭הַבְתִּי (ahavti) = ik heb lief | כִּֽי (ki) = want | יִשְׁמַ֥ע (yishma) = hoort | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אֶת (et) = (obj.) | ק֝וֹלִ֗י (qoli) = mijn stem | תַּחֲנוּנָֽי (tachanunay) = mijn smeekbeden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָהַבְתִּי (ahavti), ‘ik heb lief’: er staat geen voorwerp bij. Wij vullen ‘Hem’ aan, omdat het gaat over Yahweh, die hoort. Voetnoot Lezing: Ook mogelijk: ‘Ik heb het lief dat Yahweh mijn stem hoort.’ Wij lezen: wij hebben Hem lief. Zie ook: Ps 34:4–5; Ps 66:19–20; Joh 16:24; 1 Joh 4:19; 1 Joh 5:2–3 **116:2** Want Hij neigde Zijn oor naar mij; daarom zal ik Hem aanroepen, al mijn dagen. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הִטָּ֣ה (hita) = Hij neigde | אָזְנ֣וֹ (azeno) = Zijn oor | לִ֑י (li) = naar mij | וּבְיָמַ֥י (uveyamay) = en in mijn dagen | אֶקְרָֽא (eqra) = zal ik roepen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וּבְיָמַי (uveyamay), ‘en in mijn dagen’: mijn hele leven lang. Zie ook: Ps 40:2; Ps 55:17–18; Ps 86:6–7; Ps 145:18–19; Fil 4:6 ### De touwen van de dood **116:3** De touwen van de dood omringden mij, de benauwdheden van de Sjeol troffen mij. Ik vond nood en verdriet. Brontekst: אֲפָפ֤וּנִי (afafuni) = omringden mij | חֶבְלֵי (chevlei) = touwen van | מָ֗וֶת (mavet) = dood | וּמְצָרֵ֣י (umetsarei) = en benauwdheden van | שְׁא֣וֹל (sheol) = Sjeol | מְצָא֑וּנִי (metsauni) = troffen mij | צָרָ֖ה (tsara) = nood | וְיָג֣וֹן (veyagon) = en verdriet | אֶמְצָֽא (emtsa) = ik vond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk. Zie ook Gen. 37:35. Voetnoot : חֶבְלֵי־מָוֶת (chavle mavet), ‘touwen van de dood’: de dood grijpt als met een net. Zie ook: Gen 37:35; Ps 18:5–7; Ps 32:3–4; Ps 38:7; Ps 88:7–8; Luc 22:44 **116:4** Toen riep ik de naam van Yahweh aan: „Ach, Yahweh, red mijn ziel!” Brontekst: וּבְשֵֽׁם (uveshem) = en bij de naam van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֶקְרָ֑א (eqra) = riep ik | אָנָּ֥ה (ana) = ach | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מַלְּטָ֥ה (maleta) = red | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven, de hele persoon. In vers 4, 7 en 8 betekent ‘ziel’ steeds: ikzelf, mijn leven. Zie ook: Ps 22:21; Ps 116:7; Ps 116:8; Ps 118:5; Ps 143:6–9; Luc 18:13; Luc 23:42–43 ### Yahweh is genadig en rechtvaardig **116:5** Yahweh is genadig en rechtvaardig; onze Elohim is barmhartig. Brontekst: חַנּ֣וּן (chanun) = genadig | יְהֹוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | וְצַדִּ֑יק (vetsadiq) = en rechtvaardig | וֵ֖אלֹהֵ֣ינוּ (veloheinu) = en onze Elohim | מְרַחֵֽם (merachem) = barmhartig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk Exod. 34:6, waar Yahweh Zich bekendmaakt als barmhartig en genadig. Zie ook: Ex 34:6; Ps 86:15; Ps 103:8; Ps 119:137; Ps 145:17; Ezra 9:15 **116:6** Yahweh behoedt de eenvoudigen. Ik was gering geworden, en Hij heeft mij gered. Brontekst: שֹׁמֵ֣ר (shomer) = behoedt | פְּתָאיִ֣ם (petayim) = eenvoudigen | יְהֹוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | דַּ֝לּוֹתִ֗י (daloti) = ik was gering | וְלִ֣י (veli) = en mij | יְהוֹשִֽׁיעַ (yehoshia) = heeft Hij gered Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פְּתָאִים (peta’im), ‘eenvoudigen’: mensen zonder arglist, die gemakkelijk worden misleid. Zie ook Ps. 19:8. Zie ook: Ps 19:8; Ps 25:21; Ps 79:8; Ps 142:7; Mat 11:25 **116:7** Keer terug, mijn ziel, tot je rust, want Yahweh heeft goed aan je gedaan. Brontekst: שׁוּבִ֣י (shuvi) = keer terug | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | לִמְנוּחָ֑יְכִי (limnuchayekhi) = tot je rust | כִּֽי (ki) = want | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | גָּמַ֥ל (gamal) = heeft goed gedaan | עָלָֽיְכִי (alayekhi) = aan jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לִמְנוּחָיְכִי (limnuchayeki), ‘tot je rust’: een oude vorm met de uitgang -ki voor ‘jou’ (de ziel wordt toegesproken). Dat geldt ook voor ‘aan jou’ (alayki). Zie ook: Ps 13:6; Ps 119:17; Jer 6:16; Jer 30:10; Mat 11:28–29 ### U hebt mijn ziel van de dood gered **116:8** Want U hebt mijn ziel van de dood gered, mijn oog van tranen, mijn voet van struikelen. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | חִלַּ֥צְתָּ (chilatsta) = U hebt gered | נַפְשִׁ֗י (nafshi) = mijn ziel | מִ֫מָּ֥וֶת (mimavet) = van de dood | אֶת (et) = (obj.) | עֵינִ֥י (eini) = mijn oog | מִן (min) = van | דִּמְעָ֑ה (dima) = tranen | אֶת (et) = (obj.) | רַגְלִ֥י (ragli) = mijn voet | מִדֶּֽחִי (midechi) = van struikelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 56:14; Ps 86:13; Jes 25:8; Openb 7:17; Openb 21:4 **116:9** Ik zal wandelen voor het aangezicht van Yahweh in de landen van de levenden. Brontekst: אֶ֭תְהַלֵּךְ (ethalekh) = ik zal wandelen | לִפְנֵ֣י (lifnei) = voor het aangezicht van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | בְּ֝אַרְצ֗וֹת (beartsot) = in de landen van | הַֽחַיִּֽים (hachayim) = de levenden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּאַרְצוֹת הַחַיִּים (be’artsot hachayyim), ‘in de landen van de levenden’: het meervoud is ongewoon. Het gaat om het leven, tegenover de Sjeol (vers 3). Vergelijk Ps. 27:13. Zie ook: Gen 17:1; Ps 27:13; Ps 116:3; 1 Kon 8:25; 1 Kon 9:4; Luc 1:75 ### Wat kan ik Yahweh teruggeven? **116:10** Ik heb geloofd, ook toen ik zei: „Ik ben diep vernederd.” Brontekst: הֶ֭אֱמַנְתִּי (heemanti) = ik heb geloofd | כִּ֣י (ki) = toen | אֲדַבֵּ֑ר (adaber) = ik sprak | אֲ֝נִ֗י (ani) = ik | עָנִ֥יתִי (aniti) = ik was vernederd | מְאֹֽד (meod) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: כִּי (ki) kan ‘want’, ‘toen’ of ‘ook al’ betekenen. Wij vertalen ‘ook toen’: het geloof blijft staan terwijl de bidder zijn nood uitspreekt. Ook mogelijk: ‘Ik heb geloofd, want ik moest spreken.’ Zie ook 2 Kor. 4:13. Zie ook: Spr 21:28; 2 Kor 4:13; 2 Petr 1:16; 2 Petr 1:21; Heb 11:1 **116:11** Ik zei in mijn haast: „Alle mensen zijn een leugen.” Brontekst: אֲ֭נִי (ani) = ik | אָמַ֣רְתִּי (amarti) = zei | בְחָפְזִ֑י (bechafezi) = in mijn haast | כָּֽל (kal) = heel | הָאָדָ֥ם (haadam) = de mens | כֹּזֵֽב (kozev) = leugen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּחָפְזִי (bechofzi), ‘in mijn haast’: in angst of overhaast. Zie ook Ps. 31:23. Zie ook: 1 Sam 27:1; Ps 31:23; Ps 62:10; Jer 9:3–4; Rom 3:4 **116:12** Wat kan ik Yahweh teruggeven voor al Zijn weldaden aan mij? Brontekst: מָֽה (ma) = wat | אָשִׁ֥יב (ashiv) = zal ik teruggeven | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = aan Yahweh | כָּֽל (kal) = al | תַּגְמוּל֥וֹהִי (tagmulohi) = Zijn weldaden | עָלָֽי (alay) = aan mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תַּגְמוּלוֹהִי (tagmulohi), ‘Zijn weldaden’: een zeldzame vorm; het gaat om alles wat Yahweh heeft gegeven. Zie ook: Ps 103:2; 2 Kron 32:25; 1 Kor 6:20; 2 Kor 5:14–15; Rom 12:1 **116:13** De beker van redding zal ik opheffen en de naam van Yahweh zal ik aanroepen. Brontekst: כּוֹס (kos) = beker van | יְשׁוּע֥וֹת (yeshuot) = redding | אֶשָּׂ֑א (esa) = zal ik opheffen | וּבְשֵׁ֖ם (uveshem) = en bij de naam van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֶקְרָֽא (eqra) = zal ik aanroepen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כּוֹס־יְשׁוּעוֹת (kos yeshu’ot), ‘beker van redding’: waarschijnlijk een beker bij een dankmaaltijd of een drankoffer (vers 17). De betekenis is niet zeker. Zie ook: Ps 16:5; Ps 80:19; Ps 105:1; Ps 116:2; Ps 116:17; 1 Kor 10:21 **116:14** Mijn geloften zal ik aan Yahweh betalen, ja, ten overstaan van heel Zijn volk. Brontekst: נְ֭דָרַי (nedaray) = mijn geloften | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = aan Yahweh | אֲשַׁלֵּ֑ם (ashalem) = zal ik betalen | נֶגְדָה (negda) = tegenover | נָּ֝֗א (na) = ja | לְכָל (lekhal) = heel | עַמּֽוֹ (amo) = Zijn volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:26; Ps 50:14; Ps 66:13–15; Ps 116:18; Jona 2:10 **116:15** Kostbaar is in de ogen van Yahweh de dood van Zijn getrouwen. Brontekst: יָ֭קָר (yaqar) = kostbaar | בְּעֵינֵ֣י (beeinei) = in de ogen van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | הַ֝מָּ֗וְתָה (hamaveta) = de dood | לַחֲסִידָֽיו (lachasidav) = voor Zijn getrouwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲסִידִים (chasidim), ‘getrouwen’: mensen die trouw (chesed) bewijzen en aan wie Yahweh trouw bewijst. Voetnoot : יָקָר (yaqar), ‘kostbaar’: van groot gewicht. De dood van Zijn getrouwen is niet gering voor Yahweh. Zie ook: 1 Sam 25:29; Ps 37:32–33; Ps 72:14; Luc 16:22; Openb 14:3 ### Ik ben Uw dienaar **116:16** Ach, Yahweh, ik ben immers Uw dienaar. Ik ben Uw dienaar, de zoon van Uw dienares. U hebt mijn banden losgemaakt. Brontekst: אָֽנָּ֣ה (ana) = ach | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | כִּֽי (ki) = want | אֲנִ֪י (ani) = ik | עַ֫בְדֶּ֥ךָ (avdekha) = Uw dienaar | אֲֽנִי (ani) = ik | עַ֭בְדְּךָ (avdekha) = Uw dienaar | בֶּן (ben) = zoon van | אֲמָתֶ֑ךָ (amatekha) = Uw dienares | פִּ֝תַּ֗חְתָּ (pitachta) = U hebt geopend | לְמוֹסֵרָֽי (lemoseray) = mijn banden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בֶּן־אֲמָתֶךָ (ben amatecha), ‘zoon van Uw dienares’: iemand die in het huis van de heer is geboren en daarom van geboorte zijn dienaar is. Zie ook Ps. 86:16. Zie ook: Ps 86:16; Ps 119:125; Ps 143:12; Jak 1:1; Rom 6:22 **116:17** Aan U zal ik een dankoffer offeren, en de naam van Yahweh zal ik aanroepen. Brontekst: לְֽךָ (lekha) = aan U | אֶ֭זְבַּח (ezbach) = zal ik slachten | זֶ֣בַח (zevach) = slachtoffer van | תּוֹדָ֑ה (toda) = dank | וּבְשֵׁ֖ם (uveshem) = en bij de naam van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֶקְרָֽא (eqra) = zal ik aanroepen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זֶבַח תּוֹדָה (zevach todah), ‘dankoffer’: zie Lev. 7:12. Zie ook: Lev 7:12; Ps 50:14; Ps 107:22; Ps 116:13; Heb 13:15 **116:18** Mijn geloften zal ik aan Yahweh betalen, ja, ten overstaan van heel Zijn volk, Brontekst: נְ֭דָרַי (nedaray) = mijn geloften | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = aan Yahweh | אֲשַׁלֵּ֑ם (ashalem) = zal ik betalen | נֶגְדָה (negda) = tegenover | נָּ֝֗א (na) = ja | לְכָל (lekhal) = heel | עַמּֽוֹ (amo) = Zijn volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:26; Ps 76:12; Ps 116:14; Pred 5:4 **116:19** in de voorhoven van het huis van Yahweh, in het midden van Jeruzalem. Halleluja! Brontekst: בְּחַצְר֤וֹת (bechatsrot) = in de voorhoven van | בֵּ֤ית (beit) = huis van | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בְּֽת֘וֹכֵ֤כִי (betokhekhi) = in het midden van | יְֽרוּשָׁלִָ֗ם (yerushalaim) = Jeruzalem | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: De voorhoven van het huis van Yahweh zijn de voorhoven van de tempel in Jeruzalem. Halleluja: zie bij Ps. 113:1. Zie ook: Ps 96:8; Ps 100:4; Ps 113:1; Ps 122:3–4; Ps 135:2; 2 Kron 6:6 ## Psalmen 117 _Prijs Yahweh, alle volken_ ### Prijs Yahweh, alle volken **117:1** Prijs Yahweh, alle volken; loof Hem, alle natiën. Brontekst: הַֽלְל֣וּ (hallu) = prijst | אֶת (et) = (obj.) | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = alle | גּוֹיִ֑ם (goyim) = volken | שַׁ֝בְּח֗וּהוּ (shabechuhu) = looft Hem | כָּל (kal) = alle | הָאֻמִּֽים (haumim) = de natiën Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָאֻמִּים (ha’ummim), ‘de natiën’: een ander woord voor volken (גּוֹיִם, goyim). De hele wereld wordt opgeroepen tot lofzang. Psalm 117 is het kortste hoofdstuk van de Bijbel. Rom. 15:11 haalt dit vers aan. Zie ook: Ps 66:1; Ps 67:4; Rom 15:11; Openb 5:9; Openb 15:4 **117:2** Want Zijn trouw is machtig over ons, en de waarheid van Yahweh is voor eeuwig. Halleluja! Brontekst: כִּ֥י (ki) = want | גָ֘בַ֤ר (gavar) = is machtig | עָלֵ֨ינוּ (aleinu) = over ons | חַסְדּ֗וֹ (chasdo) = Zijn trouw | וֶֽאֱמֶת (veemet) = en waarheid van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | לְעוֹלָ֗ם (leolam) = voor eeuwig | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גָּבַר (gavar), ‘machtig zijn’: Zijn trouw heeft de overhand ‘over ons’. חֶסֶד (chesed), ‘trouw’, en אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: zie bij Ps. 115:1. Halleluja: zie bij Ps. 113:1. Zie ook: Ps 89:2; Ps 100:4–5; Ps 103:11; Ps 113:1; Ps 115:1; Jes 25:1; 1 Joh 5:6 ## Psalmen 118 _Dank Yahweh, want Zijn trouw is voor eeuwig_ ### Zijn trouw is voor eeuwig **118:1** Dank Yahweh, want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: הוֹד֣וּ (hodu) = dankt | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = Yahweh | כִּי (ki) = want | ט֑וֹב (tov) = goed | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הוֹדוּ (hodu), ‘dankt’: ook ‘belijdt, prijst’. חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. De regel ‘want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig’ staat ook in 1 Kron. 16:34. Vers 1–4 vormen een oproep aan wie meezingen; vers 29 herhaalt vers 1. Zie ook: 1 Kron 16:34; Ps 106:1; Ps 107:1; Ps 118:29; Jer 33:11 **118:2** Laat Israël toch zeggen: „Zijn trouw is voor eeuwig.” Brontekst: יֹֽאמַר (yomar) = laat zeggen | נָ֥א (na) = toch | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | כִּ֖י (ki) = dat | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Drie groepen worden opgeroepen: Israël (vers 2), het huis van Aäron (vers 3) en wie Yahweh vrezen (vers 4). Vergelijk Ps. 115:9–11. Zie ook: Ps 115:9–11; Ps 118:3; Ps 118:4; Ps 135:19–20; Ps 145:10; Ps 147:19–20; 1 Petr 2:9–10 **118:3** Laat het huis van Aäron toch zeggen: „Zijn trouw is voor eeuwig.” Brontekst: יֹֽאמְרוּ (yomru) = laten zeggen | נָ֥א (na) = toch | בֵֽית (beit) = huis van | אַהֲרֹ֑ן (aharon) = Aäron | כִּ֖י (ki) = dat | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 134:1–3; 1 Petr 2:5; Openb 1:6; Openb 4:7–11; Openb 5:8–10 **118:4** Laten zij die Yahweh vrezen toch zeggen: „Zijn trouw is voor eeuwig.” Brontekst: יֹֽאמְרוּ (yomru) = laten zeggen | נָ֭א (na) = toch | יִרְאֵ֣י (yirei) = vrezers van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֖י (ki) = dat | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:24; Openb 19:5 ### Uit de benauwdheid riep ik Jah aan **118:5** Uit de benauwdheid riep ik Jah aan; Jah antwoordde mij in de ruimte. Brontekst: מִֽן (min) = uit | הַ֭מֵּצַ֥ר (hametsar) = de benauwdheid | קָרָ֣אתִי (qarati) = riep ik | יָּ֑הּ (yah) = Jah | עָנָ֖נִי (anani) = antwoordde mij | בַמֶּרְחָ֣ב (bamerchav) = in de ruimte | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֵצַר (metsar), ‘benauwdheid’: een nauwe plaats. מֶרְחָב (merchav), ‘ruimte’: een brede plaats. Nood en ruimte staan tegenover elkaar. Jah: zie bij Ps. 113:1. Zie ook: Ps 18:7; Ps 18:20; Ps 107:19; Ps 113:1; Ps 120:1; Ps 130:1–2 **118:6** Yahweh is aan mijn kant, ik zal niet vrezen. Wat kan een mens mij doen? Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | לִ֭י (li) = aan mijn kant | לֹ֣א (lo) = niet | אִירָ֑א (ira) = zal ik vrezen | מַה (ma) = wat | יַּעֲשֶׂ֖ה (yaase) = kan doen | לִ֣י (li) = mij | אָדָֽם (adam) = mens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 56:5; Ps 56:12; Mi 7:8–10; Rom 8:31; Heb 13:6 **118:7** Yahweh is aan mijn kant, onder mijn helpers; ik zal neerzien op wie mij haten. Brontekst: יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | לִ֭י (li) = aan mijn kant | בְּעֹזְרָ֑י (beozeray) = onder mijn helpers | וַ֝אֲנִ֗י (vaani) = en ik | אֶרְאֶ֥ה (ere) = zal zien | בְשֹׂנְאָֽי (besoneay) = op wie mij haten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֶרְאֶה בְּשֹׂנְאָי (er’eh besone’ay), ‘ik zal zien op wie mij haten’: ik zal hun val zien. Zie ook: Ps 54:6; Ps 54:9; Ps 55:19; Ps 59:11; Ps 92:12 **118:8** Beter schuilen bij Yahweh dan vertrouwen op een mens. Brontekst: ט֗וֹב (tov) = goed | לַחֲס֥וֹת (lachasot) = om te schuilen | בַּיהוָ֑ה (baYahweh) = bij Yahweh | מִ֝בְּטֹ֗חַ (mibetoach) = dan vertrouwen | בָּאָדָֽם (baadam) = op mens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:5; Ps 62:9–10; Mi 7:5–7; Jer 17:5–7 **118:9** Beter schuilen bij Yahweh dan vertrouwen op edelen. Brontekst: ט֗וֹב (tov) = goed | לַחֲס֥וֹת (lachasot) = om te schuilen | בַּיהוָ֑ה (baYahweh) = bij Yahweh | מִ֝בְּטֹ֗חַ (mibetoach) = dan vertrouwen | בִּנְדִיבִֽים (bindivim) = op edelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 146:3–5; Jes 30:2–3; Jes 31:1; Jes 31:8; Ezech 29:7 ### Alle volken omringden mij **118:10** Alle volken omringden mij. In de naam van Yahweh houw ik hen zeker neer. Brontekst: כָּל (kal) = alle | גּוֹיִ֥ם (goyim) = volken | סְבָב֑וּנִי (sevavuni) = omringden mij | בְּשֵׁ֥ם (beshem) = in de naam van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֣י (ki) = zeker | אֲמִילַֽם (amilam) = ik houw hen neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲמִילַם (amilam), ‘ik houw hen neer’: van een stam die ‘besnijden’ of ‘afsnijden’ betekent; hier ‘afhouwen’, ‘wegmaaien’. De vorm komt ook in vers 11 en 12 voor. Wij vertalen steeds hetzelfde. Zie ook: 2 Sam 8:1–18; 2 Sam 10:1–19; Ps 18:41; Ps 88:18; Ps 118:11; Ps 118:12; Openb 20:8–9 **118:11** Zij omringden mij, ja, zij omsingelden mij. In de naam van Yahweh houw ik hen zeker neer. Brontekst: סַבּ֥וּנִי (sabuni) = omringden mij | גַם (gam) = ja | סְבָב֑וּנִי (sevavuni) = omringden mij | בְּשֵׁ֥ם (beshem) = in de naam van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֣י (ki) = zeker | אֲמִילַֽם (amilam) = ik houw hen neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 23:26; 1 Kron 19:10; Ps 22:13–17; Ps 88:18 **118:12** Zij omringden mij als bijen; zij doofden uit als een vuur van doornen. In de naam van Yahweh houw ik hen zeker neer. Brontekst: סַבּ֤וּנִי (sabuni) = omringden mij | כִדְבוֹרִ֗ים (kidvorim) = als bijen | דֹּ֭עֲכוּ (doakhu) = zij doofden uit | כְּאֵ֣שׁ (keesh) = als vuur van | קוֹצִ֑ים (qotsim) = doornen | בְּשֵׁ֥ם (beshem) = in de naam van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֣י (ki) = zeker | אֲמִילַֽם (amilam) = ik houw hen neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דֹּעֲכוּ (do’achu), ‘zij doofden uit’: een vuur van doornen vlamt snel op en dooft ook snel. Zie ook: Deut 1:44; 1 Sam 17:45; Ps 20:2; Ps 20:6; Pred 7:6 **118:13** Je duwde mij hard, zodat ik zou vallen, maar Yahweh hielp mij. Brontekst: דַּחֹ֣ה (dacho) = hard duwen | דְחִיתַ֣נִי (dechitani) = je duwde mij | לִנְפֹּ֑ל (linpol) = om te vallen | וַ֖יהוָ֣ה (vaYahweh) = maar Yahweh | עֲזָרָֽנִי (azarani) = hielp mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: דַּחֹה דְחִיתַנִי (dacho dechitani), ‘je duwde mij hard’: de aangesproken ‘je’ is de vijand, die na de vele volken als één persoon wordt aangesproken. Het kan ook gelezen worden als ‘men duwde mij’. Wij volgen de klinkers van de Masoretische tekst. Zie ook: Ps 18:18–19; Ps 86:17; Ps 140:5; Mi 7:8; Mat 4:1–11 ### Jah is mijn kracht en mijn lied **118:14** Mijn kracht en mijn lied is Jah, Hij is mij tot redding geworden. Brontekst: עָזִּ֣י (azi) = mijn kracht | וְזִמְרָ֣ת (vezimrat) = en lied van | יָ֑הּ (yah) = Jah | וַֽיְהִי (vayhi) = en Hij werd | לִ֝֗י (li) = voor mij | לִֽישׁוּעָֽה (lishua) = tot redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 14 staat letterlijk ook in Exod. 15:2 en Jes. 12:2. Zie ook: Ex 15:2–6; Ps 18:3; Ps 27:1; Jes 12:2; Mat 1:21–23 **118:15** Het geluid van gejuich en redding is in de tenten van de rechtvaardigen: de rechterhand van Yahweh verricht machtige daden. Brontekst: ק֤וֹל (qol) = geluid van | רִנָּ֬ה (rina) = gejuich | וִֽישׁוּעָ֗ה (vishua) = en redding | בְּאָהֳלֵ֥י (beaholei) = in tenten van | צַדִּיקִ֑ים (tsadiqim) = rechtvaardigen | יְמִ֥ין (yemin) = rechterhand van | יְ֝הוָה (Yahweh) = Yahweh | עֹ֣שָׂה (osa) = verricht | חָֽיִל (chayil) = kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֹשָׂה חָיִל (oseh chayil), ‘verricht machtige daden’: de rechterhand van Yahweh is Zijn kracht en Zijn ingrijpen. Zie ook: Ex 15:6; Ps 60:14; Ps 89:14; Ps 98:1; Hand 2:46–47 **118:16** De rechterhand van Yahweh is verheven; de rechterhand van Yahweh verricht machtige daden. Brontekst: יְמִ֣ין (yemin) = rechterhand van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | רוֹמֵמָ֑ה (romema) = is verheven | יְמִ֥ין (yemin) = rechterhand van | יְ֝הוָה (Yahweh) = Yahweh | עֹ֣שָׂה (osa) = verricht | חָֽיִל (chayil) = kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:6; Hand 2:32–36 **118:17** Ik zal niet sterven, maar leven, en ik zal de daden van Jah vertellen. Brontekst: לֹֽא (lo) = niet | אָמ֥וּת (amut) = zal ik sterven | כִּי (ki) = maar | אֶֽחְיֶ֑ה (echye) = zal ik leven | וַ֝אֲסַפֵּ֗ר (vaasaper) = en ik zal vertellen | מַֽעֲשֵׂ֥י (maasei) = daden van | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 6:6; Ps 71:17–18; Ps 73:28; Jes 38:16–20; Joh 11:4 **118:18** Streng heeft Jah mij getuchtigd, maar aan de dood heeft Hij mij niet overgegeven. Brontekst: יַסֹּ֣ר (yasor) = streng tuchtigen | יִסְּרַ֣נִּי (yiserani) = Hij tuchtigde mij | יָּ֑הּ (yah) = Jah | וְ֝לַמָּ֗וֶת (velamavet) = maar aan de dood | לֹ֣א (lo) = niet | נְתָנָֽנִי (netanani) = gaf Hij mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:17–18; Spr 3:11–12; 1 Kor 11:32; 2 Kor 1:9–11; 2 Kor 6:9 ### De poorten van de gerechtigheid **118:19** Open voor mij de poorten van de gerechtigheid; ik wil erdoor binnengaan en Jah danken. Brontekst: פִּתְחוּ (pitchu) = open | לִ֥י (li) = voor mij | שַׁעֲרֵי (shaarei) = poorten van | צֶ֑דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | אָֽבֹא (avo) = ik zal binnengaan | בָ֝ם (bam) = door hen | אוֹדֶ֥ה (ode) = ik zal danken | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׁעֲרֵי־צֶדֶק (sha’are tsedeq), ‘poorten van de gerechtigheid’: waarschijnlijk de poorten van de tempel (vers 20). Zie ook Ps. 24:7. Zie ook: Ps 9:14–15; Ps 24:7; Ps 95:2; Ps 100:4; Ps 118:20; Jes 26:2; Openb 22:14 **118:20** Dit is de poort van Yahweh; de rechtvaardigen zullen erdoor binnengaan. Brontekst: זֶֽה (ze) = dit | הַשַּׁ֥עַר (hashaar) = de poort | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = van Yahweh | צַ֝דִּיקִ֗ים (tsadiqim) = rechtvaardigen | יָבֹ֥אוּ (yavou) = zullen binnengaan | בֽוֹ (bo) = erdoor Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 24:7; Ps 24:9; Jes 26:2; Openb 21:24–27; Openb 22:14–15 **118:21** Ik dank U, want U hebt mij geantwoord en U bent mij tot redding geworden. Brontekst: א֭וֹדְךָ (odekha) = ik dank U | כִּ֣י (ki) = want | עֲנִיתָ֑נִי (anitani) = U hebt mij geantwoord | וַתְּהִי (vatehi) = en U werd | לִ֝֗י (li) = voor mij | לִֽישׁוּעָֽה (lishua) = tot redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:2; Ps 116:1; Ps 118:14; Jes 12:2; Jes 49:8 ### De steen die de bouwers verwierpen **118:22** De steen die de bouwers verwierpen, is tot hoeksteen geworden. Brontekst: אֶ֭בֶן (even) = steen | מָאֲס֣וּ (maasu) = verwierpen | הַבּוֹנִ֑ים (habonim) = de bouwers | הָ֝יְתָ֗ה (hayeta) = werd | לְרֹ֣אשׁ (lerosh) = tot hoofd van | פִּנָּֽה (pina) = de hoek Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רֹאשׁ פִּנָּה (rosh pinnah), ‘hoeksteen’, letterlijk ‘hoofd van de hoek’: de steen die de hoek bijeenhoudt of de steen bovenaan de hoek. Zie ook Matt. 21:42; Hand. 4:11; 1 Petr. 2:7. Zie ook: Mat 21:42; Mar 12:10–11; Luc 20:17; Hand 4:11; 1 Petr 2:4–8; 1 Petr 2:7 **118:23** Dit is van Yahweh gekomen; het is wonderbaar in onze ogen. Brontekst: מֵאֵ֣ת (meet) = van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | הָ֣יְתָה (hayeta) = is gekomen | זֹּ֑את (zot) = dit | הִ֖יא (hi) = het | נִפְלָ֣את (niflat) = wonderbaar | בְּעֵינֵֽינוּ (beeineinu) = in onze ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:9; Hand 4:13; Hand 5:31–32; Hand 13:41; Ef 1:19–22 **118:24** Dit is de dag die Yahweh heeft gemaakt; laten wij erin jubelen en ons verheugen. Brontekst: זֶה (ze) = dit | הַ֭יּוֹם (hayom) = de dag | עָשָׂ֣ה (asa) = maakte | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | נָגִ֖ילָה (nagila) = laten wij jubelen | וְנִשְׂמְחָ֣ה (venismecha) = en ons verheugen | בֽוֹ (bo) = in haar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בּוֹ (bo), ‘erin’: in de dag. De dag is de dag van de redding die deze psalm bezingt. Zie ook: Ps 84:11; 2 Kron 20:26–28; Jes 58:13; Neh 8:10; Openb 1:10 ### Ach, Yahweh, red toch! **118:25** Ach, Yahweh, red toch! Ach, Yahweh, geef toch voorspoed! Brontekst: אָנָּ֣א (ana) = ach | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | הוֹשִׁ֘יעָ֥ה (hoshia) = red | נָּ֑א (na) = toch | אָֽנָּ֥א (ana) = ach | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | הַצְלִ֘יחָ֥ה (hatslicha) = geef voorspoed | נָּֽא (na) = toch Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הוֹשִׁיעָה נָּא (hoshi’ah na), ‘red toch’: hieruit komt het woord ‘Hosanna’. Zie ook Matt. 21:9. Zie ook: Ps 20:10; Ps 22:22; Ps 69:2; Ps 69:14; Ps 90:17; Mat 21:9 **118:26** Gezegend is hij die komt in de naam van Yahweh. Wij zegenen jullie vanuit het huis van Yahweh. Brontekst: בָּר֣וּךְ (barukh) = gezegend | הַ֭בָּא (haba) = die komt | בְּשֵׁ֣ם (beshem) = in de naam van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | בֵּ֝רַֽכְנוּכֶ֗ם (berakhnukhem) = wij zegenen jullie | מִבֵּ֥ית (mibeit) = uit het huis van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּרוּךְ הַבָּא (baruch habba), ‘gezegend is hij die komt’: een zegengroet voor wie naar het heiligdom komt. בֵּרַכְנוּכֶם (berachnuchem), ‘wij zegenen jullie’: meervoud; een groep, waarschijnlijk de priesters, spreekt de pelgrims toe. Zie ook: Mat 21:9; Mat 23:39; Mar 11:9–10; Luc 19:38; Joh 12:13 **118:27** Yahweh is El, en Hij heeft ons licht gegeven. Bind het feestoffer met touwen, tot aan de hoorns van het altaar. Brontekst: אֵ֤ל (el) = El | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | וַיָּ֪אֶר (vayaer) = en Hij gaf licht | לָ֥נוּ (lanu) = aan ons | אִסְרוּ (isru) = bindt | חַ֥ג (chag) = feestoffer | בַּעֲבֹתִ֑ים (baavotim) = met touwen | עַד (ad) = tot | קַ֝רְנ֗וֹת (qarnot) = hoorns van | הַמִּזְבֵּֽחַ (hamizbeach) = het altaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֵל יְהוָה (el Yahweh): wij vertalen ‘Yahweh is El’. Voetnoot Lezing: חַג (chag), ‘feest’: letterlijk ‘bind het feest’. Wij vertalen ‘feestoffer’, zoals in Exod. 23:18. Het gaat waarschijnlijk om het offerdier dat naar het altaar wordt gebracht. De zin is moeilijk; de betekenis van עֲבֹתִים (avotim), ‘touwen’, is zeker. Zie ook: Ex 23:18; Ps 18:29; Jes 60:1; Est 8:16; Joh 8:12; 1 Petr 2:9 ### Mijn El bent U **118:28** Mijn El bent U, en ik zal U danken. Mijn Elohim, ik zal U verheffen. Brontekst: אֵלִ֣י (eli) = mijn El | אַתָּ֣ה (ata) = U | וְאוֹדֶ֑ךָּ (veodeka) = en ik zal U danken | אֱ֝לֹהַ֗י (elohay) = mijn Elohim | אֲרוֹמְמֶֽךָּ (aromemeka) = ik zal U verheffen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֵלִי (eli), ‘mijn El’: zie ook Exod. 15:2. Zie ook: Ex 15:2; Ps 146:2; Jes 12:2; Jes 25:1; Jes 25:9 **118:29** Dank Yahweh, want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: הוֹד֣וּ (hodu) = dankt | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = Yahweh | כִּי (ki) = want | ט֑וֹב (tov) = goed | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 103:17; Ps 118:1; Jes 63:7; Ezra 3:11 ## Psalmen 119 _Lofzang op de wet van Yahweh, per letter van het alfabet_ ### Alef (א) **119:1** Gelukkig zijn zij die onberispelijk zijn in hun weg, die wandelen in de wet van Yahweh. Brontekst: אַשְׁרֵ֥י (ashrei) = gelukkig zijn | תְמִֽימֵי (temimei) = de onberispelijken van | דָ֑רֶךְ (darekh) = weg | הַֽ֝הֹלְכִ֗ים (haholekhim) = de wandelenden | בְּתוֹרַ֥ת (betorat) = in de wet van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַשְׁרֵי (ashre), ‘gelukkig’: ook ‘zalig’ of ‘gezegend is wie’. תּוֹרָה (torah), ‘wet’: ook ‘onderwijs’, ‘richting’. Het woord komt in deze psalm vaak voor. Voetnoot : Psalm 119 is een acrostichon. De psalm heeft 22 delen van elk 8 verzen, naar de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet. Alle 8 verzen van een deel beginnen met dezelfde letter. Dat is in de vertaling niet te zien; daarom staat boven elk deel de naam van de letter. Voetnoot : De psalm noemt bijna in elk vers Yahweh’s woord met een van acht of tien woorden: wet, getuigenissen, bevelen, geboden, verordeningen, bepalingen, woord, uitspraak. Wij vertalen elk woord steeds hetzelfde. Zie ook: Ps 128:1; Ezech 11:20; Luc 11:28; Joh 13:17; Jak 1:25 **119:2** Gelukkig zijn zij die Zijn getuigenissen in acht nemen, die Hem zoeken met heel hun hart. Brontekst: אַ֭שְׁרֵי (ashrei) = gelukkig zijn | נֹצְרֵ֥י (notserei) = de in acht nemers van | עֵדֹתָ֗יו (edotav) = Zijn getuigenissen | בְּכָל (bekhal) = met heel | לֵ֥ב (lev) = hart | יִדְרְשֽׁוּהוּ (yidreshuhu) = zij zoeken Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֵדוֹת (edot), ‘getuigenissen’: wat Yahweh als getuige over Zijn wil heeft vastgelegd. Wij vertalen steeds ‘getuigenissen’. Zie ook: Deut 4:29; Ps 25:10; Ps 119:10; Jer 29:13; Joh 14:23 **119:3** Zij doen ook geen onrecht. Zij wandelen op Zijn wegen. Brontekst: אַ֭ף (af) = ook | לֹֽא (lo) = niet | פָעֲל֣וּ (paalu) = doen zij | עַוְלָ֑ה (avla) = onrecht | בִּדְרָכָ֥יו (bidrakhav) = op Zijn wegen | הָלָֽכוּ (halakhu) = wandelen zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Joh 3:9; 1 Joh 5:18 **119:4** U hebt Uw bevelen opgedragen, om ze zeer nauwgezet te bewaren. Brontekst: אַ֭תָּה (ata) = U | צִוִּ֥יתָה (tsivita) = hebt opgedragen | פִקֻּדֶ֗יךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | לִשְׁמֹ֥ר (lishmor) = om te bewaren | מְאֹֽד (meod) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פִּקּוּדִים (pikkudim), ‘bevelen’: opdrachten die Yahweh heeft toevertrouwd. Wij vertalen steeds ‘bevelen’. Zie ook: Deut 28:1–14; Jer 7:23; Mat 28:20; Joh 14:21; 1 Joh 5:3 **119:5** Och, mochten mijn wegen vast staan, zodat ik Uw verordeningen bewaar! Brontekst: אַ֭חֲלַי (achalay) = och dat | יִכֹּ֥נוּ (yikonu) = mochten vast staan | דְרָכָ֗י (derakhay) = mijn wegen | לִשְׁמֹ֥ר (lishmor) = om te bewaren | חֻקֶּֽיךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֻקִּים (chuqqim), ‘verordeningen’: wat vastgelegd is. Wij vertalen steeds ‘verordeningen’. Zie ook: Ps 51:12; Ps 119:36; Jer 31:33; 2 Tess 3:5; Heb 13:21 **119:6** Dan word ik niet beschaamd, als ik let op al Uw geboden. Brontekst: אָ֥ז (az) = dan | לֹא (lo) = niet | אֵב֑וֹשׁ (evosh) = word ik beschaamd | בְּ֝הַבִּיטִ֗י (behabiti) = als ik let | אֶל (el) = op | כָּל (kal) = al | מִצְוֺתֶֽיךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִצְוֺת (mitsvot), ‘geboden’: wat Yahweh gebiedt. Wij vertalen steeds ‘geboden’. Zie ook: Job 22:26; Ps 119:31; Ps 119:80; Joh 15:14; 1 Joh 2:28 **119:7** Ik zal U loven met een oprecht hart, als ik de bepalingen van Uw gerechtigheid leer. Brontekst: א֭וֹדְךָ (odekha) = ik zal U loven | בְּיֹ֣שֶׁר (beyosher) = met oprechtheid van | לֵבָ֑ב (levav) = hart | בְּ֝לָמְדִ֗י (belamedi) = als ik leer | מִשְׁפְּטֵ֥י (mishpetei) = bepalingen van | צִדְקֶֽךָ (tsidqekha) = Uw gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּטִים (mishpatim), ‘bepalingen’: Yahweh’s rechterlijke uitspraken en beslissingen. Wij vertalen het meervoud steeds ‘bepalingen’. Het enkelvoud (mishpat) vertalen wij ‘recht’. Voetnoot : צֶדֶק (tsedeq), ‘gerechtigheid’: wat in overeenstemming is met Yahweh’s rechtvaardigheid. Zie ook: 1 Kron 29:13–17; Ps 25:4–5; Ps 119:12; Ps 119:171; Joh 6:45 **119:8** Uw verordeningen zal ik bewaren. Verlaat mij niet helemaal. Brontekst: אֶת (et) = (obj.) | חֻקֶּ֥יךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen | אֶשְׁמֹ֑ר (eshmor) = ik zal bewaren | אַֽל (al) = niet | תַּעַזְבֵ֥נִי (taazveni) = verlaat mij | עַד (ad) = tot | מְאֹֽד (meod) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 38:22–23; Ps 51:13; Ps 71:9; Ps 119:176; Fil 4:13 ### Bet (ב) **119:9** Waarmee houdt een jongen zijn pad zuiver? Door het te bewaren volgens Uw woord. Brontekst: בַּמֶּ֣ה (bame) = waarmee | יְזַכֶּה (yezake) = houdt zuiver | נַּ֭עַר (naar) = een jongen | אֶת (et) = (obj.) | אָרְח֑וֹ (arecho) = zijn pad | לִ֝שְׁמֹ֗ר (lishmor) = om te bewaren | כִּדְבָרֶֽךָ (kidvarekha) = volgens Uw woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֹרַח (orach), ‘pad’; דֶּרֶךְ (derech), ‘weg’. Wij houden die twee uit elkaar. דָּבָר (davar), ‘woord’, en אִמְרָה (imrah), ‘uitspraak’ (vers 11), blijven ook steeds hetzelfde. Zie ook: Joz 1:7; Ps 25:7; Ps 119:11; Jak 1:21–25; 2 Tim 2:22; 2 Tim 3:15–17 **119:10** Met heel mijn hart heb ik U gezocht. Laat mij niet dwalen van Uw geboden. Brontekst: בְּכָל (bekhal) = met heel | לִבִּ֥י (libi) = mijn hart | דְרַשְׁתִּ֑יךָ (derashtikha) = ik heb U gezocht | אַל (al) = niet | תַּ֝שְׁגֵּ֗נִי (tashgeni) = laat mij dwalen | מִמִּצְוֺתֶֽיךָ (mimitsvoteikha) = van Uw geboden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 23:3; Ps 119:2; Ps 119:34; Ps 119:133; 2 Kron 15:15 **119:11** In mijn hart heb ik Uw uitspraak opgeslagen, zodat ik niet tegen U zondig. Brontekst: בְּ֭לִבִּי (belibi) = in mijn hart | צָפַ֣נְתִּי (tsafanti) = ik heb opgeslagen | אִמְרָתֶ֑ךָ (imratekha) = Uw uitspraak | לְ֝מַ֗עַן (lemaan) = opdat | לֹ֣א (lo) = niet | אֶֽחֱטָא (echeta) = ik zondig | לָֽךְ (lakh) = tegen U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:2; Ps 37:31; Ps 40:9; Jer 15:16; Kol 3:16 **119:12** Gezegend bent U, Yahweh. Leer mij Uw verordeningen. Brontekst: בָּר֖וּךְ (barukh) = gezegend | אַתָּ֥ה (ata) = U | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לַמְּדֵ֥נִי (lamedeni) = leer mij | חֻקֶּֽיךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:4–5; Ps 86:11; Ps 119:64; Luc 24:45; 1 Joh 2:27 **119:13** Met mijn lippen heb ik alle bepalingen van Uw mond verteld. Brontekst: בִּשְׂפָתַ֥י (bisfatay) = met mijn lippen | סִפַּ֑רְתִּי (siparti) = ik heb verteld | כֹּ֝֗ל (kol) = alle | מִשְׁפְּטֵי (mishpetei) = bepalingen van | פִֽיךָ (pikha) = Uw mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:12; Ps 37:30; Ps 40:10–11; Ps 71:15–18; Ps 118:17 **119:14** Over de weg van Uw getuigenissen verheug ik mij, zoals over alle rijkdom. Brontekst: בְּדֶ֖רֶךְ (bederekh) = op de weg van | עֵדְוֺתֶ֥יךָ (edevoteikha) = Uw getuigenissen | שַׂ֗שְׂתִּי (sasti) = ik verheug mij | כְּעַ֣ל (keal) = als over | כָּל (kal) = alle | הֽוֹן (hon) = rijkdom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כְּעַל (ke’al): de gewone lezing is ‘zoals over’ (kĕ + ‘al). Wij volgen die lezing. Zie ook: Ps 19:10–11; Ps 112:1; Ps 119:162; Jer 15:16; Mat 13:44 **119:15** Ik wil Uw bevelen overdenken en letten op Uw paden. Brontekst: בְּפִקֻּדֶ֥יךָ (befiqudeikha) = over Uw bevelen | אָשִׂ֑יחָה (asicha) = ik wil overdenken | וְ֝אַבִּ֗יטָה (veabita) = en ik let | אֹרְחֹתֶֽיךָ (orechoteikha) = op Uw paden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:2; Ps 119:48; Ps 119:97; Ps 119:148; Jak 1:25 **119:16** In Uw verordeningen vermaak ik mij. Uw woord vergeet ik niet. Brontekst: בְּחֻקֹּתֶ֥יךָ (bechuqoteikha) = in Uw verordeningen | אֶֽשְׁתַּעֲשָׁ֑ע (eshtaasha) = ik vermaak mij | לֹ֭א (lo) = niet | אֶשְׁכַּ֣ח (eshkach) = ik vergeet | דְּבָרֶֽךָ (devarekha) = Uw woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:24; Ps 119:35; Ps 119:47; Spr 3:1; Rom 7:22 ### Gimel (ג) **119:17** Bewijs Uw dienaar goed, dan leef ik en bewaar ik Uw woord. Brontekst: גְּמֹ֖ל (gemol) = bewijs goed | עַֽל (al) = aan | עַבְדְּךָ֥ (avdekha) = Uw dienaar | אֶֽחְיֶ֗ה (echye) = ik zal leven | וְאֶשְׁמְרָ֥ה (veeshmera) = en ik zal bewaren | דְבָרֶֽךָ (devarekha) = Uw woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 13:6; Ps 116:7; Ps 119:124; Ef 2:4–5; Tit 2:11–12 **119:18** Open mijn ogen, dan zie ik wonderen in Uw wet. Brontekst: גַּל (gal) = ontsluit | עֵינַ֥י (einay) = mijn ogen | וְאַבִּ֑יטָה (veabita) = dan zal ik zien | נִ֝פְלָא֗וֹת (niflaot) = wonderen | מִתּוֹרָתֶֽךָ (mitoratekha) = uit Uw wet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 32:3; Jes 35:5; Mat 13:13; Hand 26:18; Ef 1:17–18 **119:19** Ik ben een vreemdeling op de aarde. Verberg Uw geboden niet voor mij. Brontekst: גֵּ֣ר (ger) = vreemdeling | אָנֹכִ֣י (anokhi) = ik | בָאָ֑רֶץ (baarets) = op de aarde | אַל (al) = niet | תַּסְתֵּ֥ר (taster) = verberg | מִ֝מֶּ֗נִּי (mimeni) = voor mij | מִצְוֺתֶֽיךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 29:15; Ps 39:13; Ps 119:10; 1 Petr 2:11; Heb 11:13–16 **119:20** Mijn ziel is verbrijzeld van verlangen naar Uw bepalingen, op elk moment. Brontekst: גָּרְסָ֣ה (garesa) = is verbrijzeld | נַפְשִׁ֣י (nafshi) = mijn ziel | לְתַאֲבָ֑ה (letaava) = van verlangen | אֶֽל (el) = naar | מִשְׁפָּטֶ֥יךָ (mishpateikha) = Uw bepalingen | בְכָל (bekhal) = op elk | עֵֽת (et) = moment Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de hele levende mens met zijn verlangen. Wij houden ‘ziel’ aan, behalve waar de zin ‘leven’ of ‘persoon’ eist. Voetnoot : גָּרְסָה (garsah), ‘is verbrijzeld’: het werkwoord komt alleen hier voor. Het beeld is dat verlangen de ziel fijnmaalt. Zie ook: Job 23:11–12; Ps 42:2–3; Ps 63:2; Ps 84:3; Ps 119:131 **119:21** U hebt de overmoedigen bestraft, de vervloekten, die van Uw geboden dwalen. Brontekst: גָּ֭עַרְתָּ (gaarta) = U hebt bestraft | זֵדִ֣ים (zedim) = overmoedigen | אֲרוּרִ֑ים (arurim) = vervloekten | הַ֝שֹּׁגִים (hashogim) = de dwalenden | מִמִּצְוֺתֶֽיךָ (mimitsvoteikha) = van Uw geboden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:10; Ps 119:118; Luc 14:11; Luc 18:14; 1 Petr 5:5 **119:22** Neem smaad en minachting van mij weg, want ik heb Uw getuigenissen in acht genomen. Brontekst: גַּ֣ל (gal) = neem weg | מֵֽ֭עָלַי (mealay) = van mij | חֶרְפָּ֣ה (cherpa) = smaad | וָב֑וּז (vavuz) = en minachting | כִּ֖י (ki) = want | עֵדֹתֶ֣יךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen | נָצָֽרְתִּי (natsarti) = ik heb in acht genomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 39:9; Ps 119:39; 1 Petr 2:20; 1 Petr 3:16–17; 1 Petr 4:14–16 **119:23** Zelfs als vorsten zitten en tegen mij samenspannen, overdenkt Uw dienaar Uw verordeningen. Brontekst: גַּ֤ם (gam) = zelfs | יָֽשְׁב֣וּ (yashevu) = zitten | שָׂ֭רִים (sarim) = vorsten | בִּ֣י (bi) = tegen mij | נִדְבָּ֑רוּ (nidbaru) = spannen samen | עַ֝בְדְּךָ֗ (avdekha) = Uw dienaar | יָשִׂ֥יחַ (yasiach) = overdenkt | בְּחֻקֶּֽיךָ (bechuqeikha) = Uw verordeningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De ‘vorsten’ zijn machthebbers die tegen de psalmist samenspannen. Ondanks hen blijft hij Yahweh’s verordeningen overdenken. Zie ook: 1 Sam 20:31; 1 Sam 22:7–13; Ps 2:1–2; Luc 22:66; Luc 23:10–11 **119:24** Ook Uw getuigenissen zijn mijn vermaak. Zij zijn mijn raadgevers. Brontekst: גַּֽם (gam) = ook | עֵ֭דֹתֶיךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen | שַׁעֲשֻׁעָ֗י (shaashuay) = mijn vermaak | אַנְשֵׁ֥י (anshei) = mannen van | עֲצָתִֽי (atsati) = mijn raad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 1:8; Ps 119:16; Ps 119:92; Kol 3:16; 2 Tim 3:15–17 ### Dalet (ד) **119:25** Mijn ziel kleeft aan het stof. Geef mij leven volgens Uw woord. Brontekst: דָּֽבְקָ֣ה (daveqa) = kleeft | לֶעָפָ֣ר (leafar) = aan het stof | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | חַ֝יֵּ֗נִי (chayeni) = geef mij leven | כִּדְבָרֶֽךָ (kidvarekha) = volgens Uw woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 30:6; Ps 71:20; Ps 119:159; Rom 7:22–24; Kol 3:2 **119:26** Mijn wegen heb ik verteld en U hebt mij geantwoord. Leer mij Uw verordeningen. Brontekst: דְּרָכַ֣י (derakhay) = mijn wegen | סִ֭פַּרְתִּי (siparti) = ik heb verteld | וַֽתַּעֲנֵ֗נִי (vataaneni) = en U hebt mij geantwoord | לַמְּדֵ֥נִי (lamedeni) = leer mij | חֻקֶּֽיךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:4; Ps 25:8–9; Ps 27:11; Ps 32:5; Ps 86:11 **119:27** Laat mij de weg van Uw bevelen begrijpen, dan overdenk ik Uw wonderen. Brontekst: דֶּֽרֶךְ (derekh) = de weg van | פִּקּוּדֶ֥יךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | הֲבִינֵ֑נִי (havineni) = laat mij begrijpen | וְ֝אָשִׂ֗יחָה (veasicha) = en ik wil overdenken | בְּנִפְלְאוֹתֶֽיךָ (benifleoteikha) = Uw wonderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 71:17; Ps 78:4; Ps 105:2; Ps 145:5–6; Openb 15:3 **119:28** Mijn ziel druipt van verdriet. Richt mij op volgens Uw woord. Brontekst: דָּלְפָ֣ה (dalefa) = druipt | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | מִתּוּגָ֑ה (mituga) = van verdriet | קַ֝יְּמֵ֗נִי (qayemeni) = richt mij op | כִּדְבָרֶֽךָ (kidvarekha) = volgens Uw woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דָּלְפָה (dalfah), ‘druipt’: het kan ook ‘is doorgedrupt, vergaat’ betekenen. Zie ook: Ps 22:15; Ps 27:14; Jes 40:29; Fil 4:13; 1 Petr 5:10 **119:29** Houd de weg van leugen ver van mij en wees mij genadig met Uw wet. Brontekst: דֶּֽרֶךְ (derekh) = de weg van | שֶׁ֭קֶר (sheqer) = leugen | הָסֵ֣ר (haser) = houd weg | מִמֶּ֑נִּי (mimeni) = van mij | וְֽתוֹרָתְךָ֥ (vetoratekha) = en Uw wet | חָנֵּֽנִי (chaneni) = wees mij genadig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:37; Spr 30:8; Heb 8:10–11; 1 Joh 1:8; 1 Joh 2:4 **119:30** De weg van betrouwbaarheid heb ik gekozen. Uw bepalingen heb ik voor mij gelegd. Brontekst: דֶּֽרֶךְ (derekh) = de weg van | אֱמוּנָ֥ה (emuna) = betrouwbaarheid | בָחָ֑רְתִּי (bacharti) = ik heb gekozen | מִשְׁפָּטֶ֥יךָ (mishpateikha) = Uw bepalingen | שִׁוִּֽיתִי (shiviti) = ik heb gelegd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:29; Spr 1:29; Luc 10:42; Joh 3:19–21; 1 Petr 2:2 **119:31** Ik houd mij vast aan Uw getuigenissen, Yahweh. Laat mij niet beschaamd worden. Brontekst: דָּבַ֥קְתִּי (davaqti) = ik klem mij vast | בְעֵֽדְוֺתֶ֑יךָ (beedevoteikha) = aan Uw getuigenissen | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אַל (al) = niet | תְּבִישֵֽׁנִי (tevisheni) = laat mij beschaamd worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 23:23; Jes 45:17; Joh 8:31; Hand 11:23; Rom 5:5 **119:32** Ik wil de weg van Uw geboden lopen, want U maakt mijn hart ruim. Brontekst: דֶּֽרֶךְ (derekh) = de weg van | מִצְוֺתֶ֥יךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden | אָר֑וּץ (aruts) = ik zal lopen | כִּ֖י (ki) = want | תַרְחִ֣יב (tarchiv) = U maakt wijd | לִבִּֽי (libi) = mijn hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:37; 1 Kon 5:9; Joh 8:36; 2 Kor 3:17; Heb 12:1 ### He (ה) **119:33** Wijs mij, Yahweh, de weg van Uw verordeningen, dan neem ik hem in acht tot het einde. Brontekst: הוֹרֵ֣נִי (horeni) = wijs mij | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | דֶּ֥רֶךְ (derekh) = de weg van | חֻקֶּ֗יךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen | וְאֶצְּרֶ֥נָּה (veetserena) = en ik zal in acht nemen | עֵֽקֶב (eqev) = tot het einde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:12; Ps 119:26–27; Jes 54:13; Fil 1:6; 1 Joh 2:27 **119:34** Geef mij inzicht, dan neem ik Uw wet in acht en bewaar ik haar met heel mijn hart. Brontekst: הֲ֭בִינֵנִי (havineni) = geef mij inzicht | וְאֶצְּרָ֥ה (veetsera) = en ik zal in acht nemen | תֽוֹרָתֶ֗ךָ (toratekha) = Uw wet | וְאֶשְׁמְרֶ֥נָּה (veeshmerena) = en ik zal haar bewaren | בְכָל (bekhal) = met heel | לֵֽב (lev) = hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:73; Spr 2:5–6; Mat 7:24; Jak 1:5; Jak 1:25 **119:35** Laat mij wandelen op het pad van Uw geboden, want daarin heb ik lust. Brontekst: הַ֭דְרִיכֵנִי (hadrikheni) = laat mij wandelen | בִּנְתִ֣יב (bintiv) = op het pad van | מִצְוֺתֶ֑יךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden | כִּי (ki) = want | ב֥וֹ (bo) = daarin | חָפָֽצְתִּי (chafatsti) = ik heb lust Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 23:3; Ps 25:4; Spr 4:11; Ezech 36:26–27; 1 Joh 5:3 **119:36** Buig mijn hart naar Uw getuigenissen en niet naar winstbejag. Brontekst: הַט (hat) = buig | לִ֭בִּי (libi) = mijn hart | אֶל (el) = naar | עֵדְוֺתֶ֗יךָ (edevoteikha) = Uw getuigenissen | וְאַ֣ל (veal) = en niet | אֶל (el) = naar | בָּֽצַע (batsa) = winstbejag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 51:12; 1 Kon 8:58; Mar 7:21–22; Luc 12:15; Heb 13:5 **119:37** Laat mijn ogen niets ijdels zien. Geef mij leven op Uw weg. Brontekst: הַעֲבֵ֣ר (haaver) = laat voorbijgaan | עֵ֭ינַי (einay) = mijn ogen | מֵרְא֣וֹת (mereot) = van het zien van | שָׁ֑וְא (shave) = ijdelheid | בִּדְרָכֶ֥ךָ (bidrakhekha) = op Uw weg | חַיֵּֽנִי (chayeni) = geef mij leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 31:1; Num 15:39; Spr 4:25; Jes 33:15; 1 Joh 2:16 **119:38** Bevestig voor Uw dienaar Uw uitspraak, die bestemd is voor het ontzag voor U. Brontekst: הָקֵ֣ם (haqem) = bevestig | לְ֭עַבְדְּךָ (leavdekha) = voor Uw dienaar | אִמְרָתֶ֑ךָ (imratekha) = Uw uitspraak | אֲ֝שֶׁ֗ר (asher) = die | לְיִרְאָתֶֽךָ (leyiratekha) = voor het ontzag voor U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: אֲשֶׁר לְיִרְאָתֶךָ (asher leyiratecha), ‘die bestemd is voor het ontzag voor U’, is kort en moeilijk. Het kan ook ‘Uw dienaar, die U vreest’ betekenen. Wij volgen de woorden zoals ze staan. Zie ook: Ps 103:13; Ps 103:17; Ps 147:11; Jer 32:39–41; 2 Kor 1:20 **119:39** Neem mijn smaad weg, waar ik bang voor ben, want Uw bepalingen zijn goed. Brontekst: הַעֲבֵ֣ר (haaver) = laat voorbijgaan | חֶ֭רְפָּתִי (cherpati) = mijn smaad | אֲשֶׁ֣ר (asher) = waar | יָגֹ֑רְתִּי (yagorti) = ik bang voor ben | כִּ֖י (ki) = want | מִשְׁפָּטֶ֣יךָ (mishpateikha) = Uw bepalingen | טוֹבִֽים (tovim) = goed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 39:9; Ps 119:22; Rom 2:2; 1 Tim 3:7; Tit 2:8 **119:40** Zie, ik verlang naar Uw bevelen. Geef mij leven door Uw gerechtigheid. Brontekst: הִ֭נֵּה (hine) = zie | תָּאַ֣בְתִּי (taavti) = ik verlang | לְפִקֻּדֶ֑יךָ (lefiqudeikha) = naar Uw bevelen | בְּצִדְקָתְךָ֥ (betsidqatekha) = door Uw gerechtigheid | חַיֵּֽנִי (chayeni) = geef mij leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:20; Ps 119:159; Joh 10:10; 2 Kor 7:1; Fil 3:13–14 ### Waw (ו) **119:41** Laat Uw trouw over mij komen, Yahweh, Uw redding volgens Uw uitspraak. Brontekst: וִֽיבֹאֻ֣נִי (vivouni) = en laat komen over mij | חֲסָדֶ֣ךָ (chasadekha) = Uw trouw | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | תְּ֝שֽׁוּעָתְךָ֗ (teshuatekha) = Uw redding | כְּאִמְרָתֶֽךָ (keimratekha) = volgens Uw uitspraak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 69:17; Ps 119:58; Ps 119:76–77; Ps 119:132; Luc 2:28–32 **119:42** Dan kan ik hem antwoorden die mij hoont, want ik vertrouw op Uw woord. Brontekst: וְאֶֽעֱנֶ֣ה (veeene) = dan zal ik antwoorden | חֹרְפִ֣י (chorefi) = wie mij hoont | דָבָ֑ר (davar) = een woord | כִּֽי (ki) = want | בָ֝טַחְתִּי (batachti) = ik vertrouw | בִּדְבָרֶֽךָ (bidvarekha) = op Uw woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 56:11–12; Ps 119:49; Spr 27:11; Mat 27:63; Hand 27:25 **119:43** Ruk het woord van waarheid niet helemaal uit mijn mond, want ik hoop op Uw recht. Brontekst: וְֽאַל (veal) = en niet | תַּצֵּ֬ל (tatsel) = ruk weg | מִפִּ֣י (mipi) = uit mijn mond | דְבַר (devar) = woord van | אֱמֶ֣ת (emet) = waarheid | עַד (ad) = tot | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | כִּ֖י (ki) = want | לְמִשְׁפָּטֶ֣ךָ (lemishpatekha) = op Uw recht | יִחָֽלְתִּי (yichalti) = ik hoop Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּט (mishpat) staat hier in het enkelvoud: wij vertalen ‘recht’, Yahweh’s rechtvaardig bestuur, niet ‘bepaling’. Zie ook: Ps 9:5; Ps 71:17–18; Ps 119:175; Ef 1:13; 1 Petr 2:23 **119:44** Ik wil Uw wet altijd bewaren, voor eeuwig en altijd. Brontekst: וְאֶשְׁמְרָ֖ה (veeshmera) = en ik zal bewaren | תוֹרָתְךָ֥ (toratekha) = Uw wet | תָמִ֗יד (tamid) = altijd | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | וָעֶֽד (vaed) = en altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:33–34; Openb 7:15; Openb 22:11 **119:45** Dan wandel ik in de ruimte, want ik zoek Uw bevelen. Brontekst: וְאֶתְהַלְּכָ֥ה (veethalekha) = en ik zal wandelen | בָרְחָבָ֑ה (barechava) = in de ruimte | כִּ֖י (ki) = want | פִקֻּדֶ֣יךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | דָרָֽשְׁתִּי (darashti) = ik zoek Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:94; Ps 119:133; Spr 4:12; Joh 8:30–36; Jak 1:25 **119:46** Ik wil over Uw getuigenissen spreken voor koningen en word niet beschaamd. Brontekst: וַאֲדַבְּרָ֣ה (vaadabera) = en ik zal spreken | בְ֭עֵדֹתֶיךָ (beedoteikha) = over Uw getuigenissen | נֶ֥גֶד (neged) = tegenover | מְלָכִ֗ים (melakhim) = koningen | וְלֹ֣א (velo) = en niet | אֵבֽוֹשׁ (evosh) = word ik beschaamd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 4:22–24; Mat 10:18–19; Mar 8:38; Hand 26:1–2; Rom 1:16 **119:47** Ik wil mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb. Brontekst: וְאֶשְׁתַּֽעֲשַׁ֥ע (veeshtaasha) = en ik zal mij vermaken | בְּמִצְוֺתֶ֗יךָ (bemitsvoteikha) = in Uw geboden | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | אָהָֽבְתִּי (ahavti) = ik heb lief Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 19:8–11; Ps 119:16; Ps 119:48; Ps 119:97; Ps 119:127 **119:48** Ik hef mijn handen op naar Uw geboden, die ik liefheb, en ik wil Uw verordeningen overdenken. Brontekst: וְאֶשָּֽׂא (veesa) = en ik hef op | כַפַּ֗י (kapay) = mijn handen | אֶֽל (el) = naar | מִ֭צְוֺתֶיךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | אָהָ֗בְתִּי (ahavti) = ik heb lief | וְאָשִׂ֥יחָה (veasicha) = en ik wil overdenken | בְחֻקֶּֽיךָ (bechuqeikha) = Uw verordeningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:2; Ps 119:15; Mat 7:21; Joh 13:17; Joh 15:14 ### Zajin (ז) **119:49** Denk aan het woord voor Uw dienaar, waarop U mij hebt laten hopen. Brontekst: זְכֹר (zekhor) = gedenk | דָּבָ֥ר (davar) = het woord | לְעַבְדֶּ֑ךָ (leavdekha) = aan Uw dienaar | עַ֝֗ל (al) = waarop | אֲשֶׁ֣ר (asher) = wat | יִֽחַלְתָּֽנִי (yichaltani) = U liet mij hopen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 7:25; Ps 105:42; Ps 106:4; Ps 106:45; 1 Petr 1:13 **119:50** Dit is mijn troost in mijn ellende: Uw uitspraak geeft mij leven. Brontekst: זֹ֣את (zot) = dit | נֶחָמָתִ֣י (nechamati) = mijn troost | בְעָנְיִ֑י (beaneyi) = in mijn ellende | כִּ֖י (ki) = dat | אִמְרָתְךָ֣ (imratekha) = Uw uitspraak | חִיָּֽתְנִי (chiyateni) = geeft mij leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 28:7; Ps 42:12; Ps 94:19; Joh 6:63; Rom 15:4 **119:51** De overmoedigen hebben mij zeer bespot, maar van Uw wet ben ik niet afgeweken. Brontekst: זֵ֭דִים (zedim) = overmoedigen | הֱלִיצֻ֣נִי (helitsuni) = hebben mij bespot | עַד (ad) = tot | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | מִ֝תּֽוֹרָתְךָ֗ (mitoratekha) = van Uw wet | לֹ֣א (lo) = niet | נָטִֽיתִי (natiti) = ben ik afgeweken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 23:11; Ps 44:19; Ps 119:21; Ps 119:157; Jer 20:7 **119:52** Ik dacht aan Uw bepalingen van oudsher, Yahweh, en ik vond troost. Brontekst: זָ֘כַ֤רְתִּי (zakharti) = ik dacht aan | מִשְׁפָּטֶ֖יךָ (mishpateikha) = Uw bepalingen | מֵעוֹלָ֥ם (meolam) = van oudsher | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | וָֽאֶתְנֶחָֽם (vaetnecham) = en ik troostte mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:3–4; Ps 77:12–13; Ps 103:18; Ps 105:5; 2 Petr 2:4–9 **119:53** Gloeiende woede heeft mij gegrepen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten. Brontekst: זַלְעָפָ֣ה (zalafa) = gloed | אֲ֭חָזַתְנִי (achazatni) = heeft mij gegrepen | מֵרְשָׁעִ֑ים (mereshaim) = vanwege goddelozen | עֹ֝זְבֵ֗י (ozevei) = verlaters van | תּוֹרָתֶֽךָ (toratekha) = Uw wet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:158; Jer 13:17; Ezra 9:3; Ezra 10:6; Fil 3:18 **119:54** Uw verordeningen zijn liederen voor mij geweest in het huis van mijn vreemdelingschap. Brontekst: זְ֭מִרוֹת (zemirot) = liederen | הָֽיוּ (hayu) = zijn geweest | לִ֥י (li) = voor mij | חֻקֶּ֗יךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen | בְּבֵ֣ית (beveit) = in het huis van | מְגוּרָֽי (meguray) = mijn vreemdelingschap Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בֵּית מְגוּרַי (beit megurai), ‘het huis van mijn vreemdelingschap’: de plaats waar de psalmist als vreemdeling verblijft. Zie ook vers 19. Zie ook: Gen 47:9; Ps 10:1; Ps 89:2; Ps 119:19; Heb 11:13–16 **119:55** In de nacht dacht ik aan Uw naam, Yahweh, en bewaarde ik Uw wet. Brontekst: זָ֘כַ֤רְתִּי (zakharti) = ik dacht aan | בַלַּ֣יְלָה (balayla) = in de nacht | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וָֽ֝אֶשְׁמְרָ֗ה (vaeshmera) = en ik bewaarde | תּוֹרָתֶֽךָ (toratekha) = Uw wet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 42:9; Ps 63:7; Ps 139:18; Jes 26:9; Hand 16:25 **119:56** Dit is mij geworden, want ik heb Uw bevelen in acht genomen. Brontekst: זֹ֥את (zot) = dit | הָֽיְתָה (hayeta) = werd | לִּ֑י (li) = mij | כִּ֖י (ki) = want | פִקֻּדֶ֣יךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | נָצָֽרְתִּי (natsarti) = ik heb in acht genomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:19–23; Ps 119:165; 1 Joh 3:19–24 ### Chet (ח) **119:57** Mijn deel is Yahweh. Ik heb gezegd dat ik Uw woorden zal bewaren. Brontekst: חֶלְקִ֖י (chelqi) = mijn deel | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אָמַ֗רְתִּי (amarti) = ik heb gezegd | לִשְׁמֹ֥ר (lishmor) = om te bewaren | דְּבָרֶֽיךָ (devareikha) = Uw woorden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶלְקִי יְהוָה (chelqi Yahweh), ‘mijn deel is Yahweh’: een uitdrukking uit de erfverdeling. Yahweh Zelf is het erfdeel. Zie ook Num. 18:20 en Ps. 16:5. Zie ook: Num 18:20; Ps 16:5; Ps 73:26; Ps 142:6; Jer 10:16; Klaagl 3:24 **119:58** Ik heb Uw aangezicht gesmeekt met heel mijn hart. Wees mij genadig volgens Uw uitspraak. Brontekst: חִלִּ֣יתִי (chiliti) = ik heb gesmeekt | פָנֶ֣יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | בְכָל (bekhal) = met heel | לֵ֑ב (lev) = hart | חָ֝נֵּ֗נִי (chaneni) = wees mij genadig | כְּאִמְרָתֶֽךָ (keimratekha) = volgens Uw uitspraak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:10; Ps 119:41; Ps 119:170; 1 Kon 13:6; Heb 10:22 **119:59** Ik overwoog mijn wegen en keerde mijn voeten terug naar Uw getuigenissen. Brontekst: חִשַּׁ֥בְתִּי (chishavti) = ik overwoog | דְרָכָ֑י (derakhay) = mijn wegen | וָאָשִׁ֥יבָה (vaashiva) = en ik keerde terug | רַ֝גְלַ֗י (raglay) = mijn voeten | אֶל (el) = naar | עֵדֹתֶֽיךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Klaagl 3:40; Ezech 18:28; Luc 15:17–20; 2 Kor 12:21; 2 Kor 13:5 **119:60** Ik heb haast gemaakt en niet getreuzeld om Uw geboden te bewaren. Brontekst: חַ֭שְׁתִּי (chashti) = ik heb haast gemaakt | וְלֹ֣א (velo) = en niet | הִתְמַהְמָ֑הְתִּי (hitmahmahti) = getreuzeld | לִ֝שְׁמֹ֗ר (lishmor) = om te bewaren | מִצְוֺתֶֽיךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 95:7–8; Spr 27:1; Pred 9:10; Ezech 10:6–8; Gal 1:16 **119:61** De touwen van de goddelozen hebben mij omstrengeld, maar Uw wet vergat ik niet. Brontekst: חֶבְלֵ֣י (chevlei) = touwen van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | עִוְּדֻ֑נִי (iveduni) = hebben mij omstrengeld | תּֽ֝וֹרָתְךָ֗ (toratekha) = Uw wet | לֹ֣א (lo) = niet | שָׁכָֽחְתִּי (shakhachti) = ik vergat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:95; Ps 119:176; Spr 24:29; Hos 6:9; Rom 12:17–21 **119:62** Midden in de nacht sta ik op om U te loven om de bepalingen van Uw gerechtigheid. Brontekst: חֲצֽוֹת (chatsot) = het midden van | לַ֗יְלָה (layla) = de nacht | אָ֭קוּם (aqum) = ik sta op | לְהוֹד֣וֹת (lehodot) = om te loven | לָ֑ךְ (lakh) = U | עַ֝֗ל (al) = om | מִשְׁפְּטֵ֥י (mishpetei) = bepalingen van | צִדְקֶֽךָ (tsidqekha) = Uw gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 42:9; Ps 119:7; Ps 119:164; Mar 1:35; Hand 16:25 **119:63** Ik ben een metgezel van allen die ontzag voor U hebben en van wie Uw bevelen bewaren. Brontekst: חָבֵ֣ר (chaver) = metgezel | אָ֭נִי (ani) = ik | לְכָל (lekhal) = van allen | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | יְרֵא֑וּךָ (yereukha) = ontzag hebben voor U | וּ֝לְשֹׁמְרֵ֗י (uleshomerei) = en van de bewaarders van | פִּקּוּדֶֽיךָ (piqudeikha) = Uw bevelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 101:6; Ps 119:79; Spr 13:20; Mal 3:16–18; 1 Joh 1:3 **119:64** Van Uw trouw, Yahweh, is de aarde vol. Leer mij Uw verordeningen. Brontekst: חַסְדְּךָ֣ (chasdekha) = Uw trouw | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | מָלְאָ֥ה (malea) = vol is | הָאָ֗רֶץ (haarets) = de aarde | חֻקֶּ֥יךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen | לַמְּדֵֽנִי (lamedeni) = leer mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 33:5; Ps 119:12; Ps 145:9; Jes 48:17–18; Mat 11:29 ### Tet (ט) **119:65** U hebt goed gedaan aan Uw dienaar, Yahweh, volgens Uw woord. Brontekst: ט֭וֹב (tov) = goed | עָשִׂ֣יתָ (asita) = U hebt gedaan | עִֽם (im) = met | עַבְדְּךָ֑ (avdekha) = Uw dienaar | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כִּדְבָרֶֽךָ (kidvarekha) = volgens Uw woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 13:6; Ps 16:5–6; Ps 30:12; Ps 116:7; Ps 119:17 **119:66** Leer mij goed oordeel en kennis, want ik vertrouw op Uw geboden. Brontekst: ט֤וּב (tuv) = goed | טַ֣עַם (taam) = oordeel | וָדַ֣עַת (vadaat) = en kennis | לַמְּדֵ֑נִי (lamedeni) = leer mij | כִּ֖י (ki) = want | בְמִצְוֺתֶ֣יךָ (bemitsvoteikha) = op Uw geboden | הֶאֱמָֽנְתִּי (heemanti) = ik vertrouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: טַעַם (ta’am), ‘oordeel’: letterlijk ‘smaak’, het vermogen om te beoordelen wat goed is. Zie ook: Ps 119:34; Spr 2:1–9; 1 Kon 3:9; Jak 3:13–18; Fil 1:9 **119:67** Voordat ik werd vernederd, dwaalde ik af, maar nu bewaar ik Uw uitspraak. Brontekst: טֶ֣רֶם (terem) = voordat | אֶ֭עֱנֶה (eene) = ik werd vernederd | אֲנִ֣י (ani) = ik | שֹׁגֵ֑ג (shogeg) = dwaalde af | וְ֝עַתָּ֗ה (veata) = en nu | אִמְרָתְךָ֥ (imratekha) = Uw uitspraak | שָׁמָֽרְתִּי (shamarti) = ik bewaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:71; Ps 119:75; Ps 119:176; Hos 5:15–6:1; Jer 31:18–19 **119:68** U bent goed en doet goed. Leer mij Uw verordeningen. Brontekst: טוֹב (tov) = goed | אַתָּ֥ה (ata) = U | וּמֵטִ֗יב (umetiv) = en U doet goed | לַמְּדֵ֥נִי (lamedeni) = leer mij | חֻקֶּֽיךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 34:6–7; Ps 86:5; Ps 106:1; Ps 119:12; Mat 19:17 **119:69** De overmoedigen smeren leugen over mij uit. Ik neem Uw bevelen in acht met heel mijn hart. Brontekst: טָפְל֬וּ (tafelu) = smeren uit | עָלַ֣י (alay) = over mij | שֶׁ֣קֶר (sheqer) = leugen | זֵדִ֑ים (zedim) = overmoedigen | אֲ֝נִ֗י (ani) = ik | בְּכָל (bekhal) = met heel | לֵ֤ב (lev) = hart | אֱצֹּ֬ר (etsor) = ik neem in acht | פִּקּוּדֶֽיךָ (piqudeikha) = Uw bevelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 13:4; Ps 109:2–3; Ps 119:157; Mat 5:11–12; Mat 26:59–68 **119:70** Hun hart is gevoelloos als vet. Ik vermaak mij in Uw wet. Brontekst: טָפַ֣שׁ (tafash) = gevoelloos | כַּחֵ֣לֶב (kachelev) = als vet | לִבָּ֑ם (libam) = hun hart | אֲ֝נִ֗י (ani) = ik | תּוֹרָתְךָ֥ (toratekha) = Uw wet | שִֽׁעֲשָֽׁעְתִּי (shiashati) = ik vermaak mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:10; Ps 73:7; Ps 119:16; Jes 6:10; Hand 28:27 **119:71** Het was goed voor mij dat ik werd vernederd, zodat ik Uw verordeningen leer. Brontekst: טֽוֹב (tov) = goed | לִ֥י (li) = voor mij | כִֽי (ki) = dat | עֻנֵּ֑יתִי (uneiti) = ik werd vernederd | לְ֝מַ֗עַן (lemaan) = opdat | אֶלְמַ֥ד (elmad) = ik leer | חֻקֶּֽיךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 94:12–13; Ps 119:67; Jes 27:9; 1 Kor 11:32; Heb 12:10–11 **119:72** De wet van Uw mond is mij beter dan duizenden stukken goud en zilver. Brontekst: טֽוֹב (tov) = goed | לִ֥י (li) = voor mij | תֽוֹרַת (torat) = wet van | פִּ֑יךָ (pikha) = Uw mond | מֵ֝אַלְפֵ֗י (mealfei) = dan duizenden | זָהָ֥ב (zahav) = goud | וָכָֽסֶף (vakhasef) = en zilver Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 19:11; Ps 119:127; Spr 8:10–11; Spr 16:16; Mat 13:44–46 ### Jod (י) **119:73** Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd. Geef mij inzicht, dan leer ik Uw geboden. Brontekst: יָדֶ֣יךָ (yadeikha) = Uw handen | עָ֭שׂוּנִי (asuni) = hebben mij gemaakt | וַֽיְכוֹנְנ֑וּנִי (vaykhonenuni) = en gevormd | הֲ֝בִינֵ֗נִי (havineni) = geef mij inzicht | וְאֶלְמְדָ֥ה (veelmeda) = en ik zal leren | מִצְוֺתֶֽיךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 31:15; Ps 111:10; Ps 138:8; Ps 139:14–16; 2 Tim 2:7 **119:74** Wie ontzag voor U hebben, zien mij en zijn blij, want ik hoop op Uw woord. Brontekst: יְ֭רֵאֶיךָ (yereeikha) = die ontzag hebben voor U | יִרְא֣וּנִי (yiruni) = zien mij | וְיִשְׂמָ֑חוּ (veyismachu) = en zijn blij | כִּ֖י (ki) = want | לִדְבָרְךָ֣ (lidvarekha) = op Uw woord | יִחָֽלְתִּי (yichalti) = ik hoop Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 32:11–12; Ps 34:3–7; Ps 66:16; Ps 119:42; Ps 119:79 **119:75** Ik weet, Yahweh, dat Uw bepalingen gerechtigheid zijn, en dat U mij vernederd hebt in betrouwbaarheid. Brontekst: יָדַ֣עְתִּי (yadati) = ik weet | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כִּי (ki) = dat | צֶ֣דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | מִשְׁפָּטֶ֑יךָ (mishpateikha) = Uw bepalingen | וֶ֝אֱמוּנָ֗ה (veemuna) = en in betrouwbaarheid | עִנִּיתָֽנִי (initani) = U hebt mij vernederd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 89:31–34; Ps 119:62; Rom 3:4–5; Heb 12:10–11; Openb 3:19 **119:76** Laat Uw trouw mij toch troosten, volgens Uw uitspraak aan Uw dienaar. Brontekst: יְהִי (yehi) = laat zijn | נָ֣א (na) = toch | חַסְדְּךָ֣ (chasdekha) = Uw trouw | לְנַחֲמֵ֑נִי (lenachameni) = om mij te troosten | כְּאִמְרָתְךָ֥ (keimratekha) = volgens Uw uitspraak | לְעַבְדֶּֽךָ (leavdekha) = aan Uw dienaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 86:5; Ps 106:4–5; 2 Kor 1:3–5 **119:77** Laat Uw ontferming over mij komen, dan leef ik, want Uw wet is mijn vermaak. Brontekst: יְבֹא֣וּנִי (yevouni) = laten komen over mij | רַחֲמֶ֣יךָ (rachameikha) = Uw ontferming | וְאֶֽחְיֶ֑ה (veechye) = en ik zal leven | כִּי (ki) = want | תֽ֝וֹרָתְךָ֗ (toratekha) = Uw wet | שַֽׁעֲשֻׁעָֽי (shaashuay) = mijn vermaak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:2; Ps 119:24; Ps 119:41; Ps 119:174; Klaagl 3:22–23 **119:78** Laat de overmoedigen beschaamd worden, want zij hebben mij met leugen onrecht aangedaan. Ik overdenk Uw bevelen. Brontekst: יֵבֹ֣שׁוּ (yevoshu) = laten beschaamd worden | זֵ֭דִים (zedim) = overmoedigen | כִּי (ki) = want | שֶׁ֣קֶר (sheqer) = met leugen | עִוְּת֑וּנִי (ivetuni) = hebben mij onrecht aangedaan | אֲ֝נִ֗י (ani) = ik | אָשִׂ֥יחַ (asiach) = ik overdenk | בְּפִקּוּדֶֽיךָ (befiqudeikha) = Uw bevelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִוְּתוּנִי (ivvetuni), ‘zij hebben mij onrecht aangedaan’: letterlijk ‘krom gemaakt’. Het woord wordt gebruikt voor het verdraaien van het recht. Zie ook: Ps 25:3; Ps 119:23; Ps 119:51; Joh 15:25; 1 Petr 2:20 **119:79** Laten zij die ontzag voor U hebben zich tot mij keren, en wie Uw getuigenissen kennen. Brontekst: יָשׁ֣וּבוּ (yashuvu) = laten zich keren | לִ֣י (li) = tot mij | יְרֵאֶ֑יךָ (yereeikha) = die ontzag hebben voor U | וְ֝יֹדְעֵ֗י (veyodeei) = en die kennen | עֵדֹתֶֽיךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is וידעו (veyedu), ‘en laat hen kennen’. De leestraditie (qere) is וְיֹדְעֵי (veyod’ei), ‘en wie kennen’. Wij volgen de leestraditie. Zie ook: Ps 7:8; Ps 119:63; Ps 119:74; Ps 142:8 **119:80** Laat mijn hart onberispelijk zijn in Uw verordeningen, zodat ik niet beschaamd word. Brontekst: יְהִֽי (yehi) = laat zijn | לִבִּ֣י (libi) = mijn hart | תָמִ֣ים (tamim) = onberispelijk | בְּחֻקֶּ֑יךָ (bechuqeikha) = in Uw verordeningen | לְ֝מַ֗עַן (lemaan) = opdat | לֹ֣א (lo) = niet | אֵבֽוֹשׁ (evosh) = ik beschaamd word Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 26:16; Ps 119:6; Joh 1:47; 2 Kor 1:12; 1 Joh 2:28 ### Kaf (כ) **119:81** Mijn ziel versmacht naar Uw redding. Op Uw woord hoop ik. Brontekst: כָּלְתָ֣ה (kaleta) = is versmacht | לִתְשׁוּעָתְךָ֣ (litshuatekha) = naar Uw redding | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | לִדְבָרְךָ֥ (lidvarekha) = op Uw woord | יִחָֽלְתִּי (yichalti) = ik hoop Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 73:26; Ps 84:3; Ps 119:40; Ps 119:114; Openb 3:15–16 **119:82** Mijn ogen versmachten naar Uw uitspraak. Ik zeg: „Wanneer troost U mij?” Brontekst: כָּל֣וּ (kalu) = zijn versmacht | עֵ֭ינַי (einay) = mijn ogen | לְאִמְרָתֶ֑ךָ (leimratekha) = naar Uw uitspraak | לֵ֝אמֹ֗ר (lemor) = zeggende | מָתַ֥י (matay) = wanneer | תְּֽנַחֲמֵֽנִי (tenachameni) = troost U mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 69:4; Ps 86:17; Ps 90:13–15; Ps 119:123; Spr 13:12 **119:83** Want ik ben geworden als een leren zak in de rook. Uw verordeningen vergeet ik niet. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הָ֭יִיתִי (hayiti) = ik ben geworden | כְּנֹ֣אד (kenod) = als een leren zak | בְּקִיט֑וֹר (beqitor) = in de rook | חֻ֝קֶּ֗יךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen | לֹ֣א (lo) = niet | שָׁכָֽחְתִּי (shakhachti) = ik vergat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֹאד (no’d), ‘leren zak’: een zak van dierenhuid voor wijn of water. In de rook wordt hij hard en rimpelig. Zie ook: Job 30:30; Ps 102:4–5; Ps 119:16; Ps 119:61; Ps 119:176 **119:84** Hoeveel zijn de dagen van Uw dienaar? Wanneer doet U recht over wie mij achtervolgen? Brontekst: כַּמָּ֥ה (kama) = hoeveel | יְמֵֽי (yemei) = de dagen van | עַבְדֶּ֑ךָ (avdekha) = Uw dienaar | מָתַ֬י (matay) = wanneer | תַּעֲשֶׂ֖ה (taase) = doet U | בְרֹדְפַ֣י (berodefay) = over wie mij achtervolgen | מִשְׁפָּֽט (mishpat) = recht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כַּמָּה (kammah), ‘hoeveel’: de vraag is hoe lang de dienaar nog moet wachten en lijden. Wij vertalen letterlijk ‘hoeveel’. Zie ook: Ps 7:7; Ps 39:5–6; Ps 89:48–49; Ps 90:12; Openb 6:10–11 **119:85** De overmoedigen hebben kuilen voor mij gegraven, wat niet is volgens Uw wet. Brontekst: כָּֽרוּ (karu) = hebben gegraven | לִ֣י (li) = voor mij | זֵדִ֣ים (zedim) = overmoedigen | שִׁיח֑וֹת (shichot) = kuilen | אֲ֝שֶׁ֗ר (asher) = die | לֹ֣א (lo) = niet | כְתוֹרָתֶֽךָ (ketoratekha) = volgens Uw wet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: שִׁיחוֹת (shichot) kan ‘kuilen’ (van שׁוּחָה, shuchah) betekenen, maar het kan ook ‘gesprekken’ zijn. Wij kiezen ‘kuilen’, omdat het werkwoord ‘graven’ is. Zie ook: Ps 7:16; Ps 35:7; Ps 119:78; Spr 16:27; Jer 18:20 **119:86** Al Uw geboden zijn betrouwbaar. Met leugen vervolgen zij mij. Help mij. Brontekst: כָּל (kal) = al | מִצְוֺתֶ֥יךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden | אֱמוּנָ֑ה (emuna) = betrouwbaar | שֶׁ֖קֶר (sheqer) = leugen | רְדָפ֣וּנִי (redafuni) = zij vervolgen mij | עָזְרֵֽנִי (azereni) = help mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 35:7; Ps 35:19; Ps 70:6; Ps 109:26; Ps 119:78 **119:87** Bijna hadden zij mij op de aarde vernietigd, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten. Brontekst: כִּ֭מְעַט (kimat) = bijna | כִּלּ֣וּנִי (kiluni) = hadden zij mij vernietigd | בָאָ֑רֶץ (baarets) = op de aarde | וַ֝אֲנִ֗י (vaani) = maar ik | לֹא (lo) = niet | עָזַ֥בְתִּי (azavti) = ik verliet | פִקֻּודֶֽיךָ (piquvdeikha) = Uw bevelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 26:24; Ps 119:51; Ps 119:61; Jes 58:2; Mat 10:28 **119:88** Geef mij leven volgens Uw trouw, dan bewaar ik het getuigenis van Uw mond. Brontekst: כְּחַסְדְּךָ֥ (kechasdekha) = volgens Uw trouw | חַיֵּ֑נִי (chayeni) = geef mij leven | וְ֝אֶשְׁמְרָ֗ה (veeshmera) = en ik zal bewaren | עֵד֥וּת (edut) = getuigenis van | פִּֽיךָ (pikha) = Uw mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:10; Ps 119:25; Ps 119:40; Ps 119:146; Ps 119:159 ### Lamed (ל) **119:89** Voor eeuwig, Yahweh, staat Uw woord vast in de hemel. Brontekst: לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | דְּ֝בָרְךָ֗ (devarekha) = Uw woord | נִצָּ֥ב (nitsav) = staat vast | בַּשָּׁמָֽיִם (bashamayim) = in de hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De verzen 89–91 spreken over wat blijft: Yahweh’s woord in de hemel, Zijn betrouwbaarheid op aarde, en alles wat Hem dient. Zie ook: Ps 119:152; Ps 119:160; Mat 5:18; Mat 24:34–35; 1 Petr 1:25 **119:90** Van geslacht tot geslacht duurt Uw betrouwbaarheid. U hebt de aarde gegrondvest en zij blijft staan. Brontekst: לְדֹ֣ר (ledor) = van geslacht | וָ֭דֹר (vador) = tot geslacht | אֱמֽוּנָתֶ֑ךָ (emunatekha) = Uw betrouwbaarheid | כּוֹנַ֥נְתָּ (konanta) = U hebt gegrondvest | אֶ֝֗רֶץ (erets) = aarde | וַֽתַּעֲמֹֽד (vataamod) = en zij blijft staan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 36:6; Ps 93:1; Ps 100:5; Ps 148:6; Mi 7:20 **119:91** Naar Uw bepalingen staan zij er vandaag, want alles zijn Uw dienaren. Brontekst: לְֽ֭מִשְׁפָּטֶיךָ (lemishpateikha) = naar Uw bepalingen | עָמְד֣וּ (amedu) = staan zij | הַיּ֑וֹם (hayom) = vandaag | כִּ֖י (ki) = want | הַכֹּ֣ל (hakol) = alles | עֲבָדֶֽיךָ (avadeikha) = Uw dienaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 8:22; Ps 148:5–6; Jes 48:13; Jer 33:25; Mat 8:9 **119:92** Als Uw wet mijn vermaak niet was geweest, dan was ik omgekomen in mijn ellende. Brontekst: לוּלֵ֣י (lulei) = als niet | ת֭וֹרָתְךָ (toratekha) = Uw wet | שַׁעֲשֻׁעָ֑י (shaashuay) = mijn vermaak | אָ֝֗ז (az) = dan | אָבַ֥דְתִּי (avadti) = zou ik omgekomen zijn | בְעָנְיִֽי (beaneyi) = in mijn ellende Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 94:18–19; Ps 119:77; Ps 119:143; Spr 6:22–23; Rom 15:4 **119:93** Voor eeuwig zal ik Uw bevelen niet vergeten, want daarmee hebt U mij leven gegeven. Brontekst: לְ֭עוֹלָם (leolam) = voor eeuwig | לֹא (lo) = niet | אֶשְׁכַּ֣ח (eshkach) = ik zal vergeten | פִּקּוּדֶ֑יךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | כִּ֥י (ki) = want | בָ֝֗ם (bam) = daarmee | חִיִּיתָֽנִי (chiyitani) = U hebt mij leven gegeven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:16; Ps 119:50; Joh 6:63; 1 Petr 1:23 **119:94** Ik ben van U. Red mij, want ik heb Uw bevelen gezocht. Brontekst: לְֽךָ (lekha) = van U | אֲ֭נִי (ani) = ik | הוֹשִׁיעֵ֑נִי (hoshieni) = red mij | כִּ֖י (ki) = want | פִקּוּדֶ֣יךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | דָרָֽשְׁתִּי (darashti) = ik heb gezocht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 86:2; Jes 44:2; Jes 64:7–9; Sef 3:17; Hand 27:23–24 **119:95** Goddelozen wachten op mij om mij te vernietigen. Ik let op Uw getuigenissen. Brontekst: לִ֤י (li) = op mij | קִוּ֣וּ (qiuu) = wachten | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | לְאַבְּדֵ֑נִי (leabedeni) = om mij te vernietigen | עֵ֝דֹתֶ֗יךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen | אֶתְבּוֹנָֽן (etbonan) = ik let op Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 10:8–10; Ps 119:31; Ps 119:69; Ps 119:85–87; Ps 119:167 **119:96** Aan alle volmaaktheid heb ik een einde gezien, maar Uw gebod is zeer wijd. Brontekst: לְֽכָל (lekhal) = bij alle | תִּ֭כְלָה (tikhla) = volmaaktheid | רָאִ֣יתִי (raiti) = ik heb gezien | קֵ֑ץ (qets) = een einde | רְחָבָ֖ה (rechava) = wijd | מִצְוָתְךָ֣ (mitsvatekha) = Uw gebod | מְאֹֽד (meod) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תִּכְלָה (tichlah), ‘volmaaktheid’: letterlijk ‘afronding, het einde van iets’. Het gaat om alles wat mensen als volmaakt zien. Het woord ‘gebod’ staat in het enkelvoud (mitsvah). Zie ook: 1 Sam 9:2; Pred 2:11; Mat 5:18; Mat 22:37–40; Mat 24:35 ### Mem (מ) **119:97** Hoe lief heb ik Uw wet! De hele dag is zij mijn overdenking. Brontekst: מָֽה (ma) = hoe | אָהַ֥בְתִּי (ahavti) = ik heb lief | תוֹרָתֶ֑ךָ (toratekha) = Uw wet | כָּל (kal) = de hele | הַ֝יּ֗וֹם (hayom) = dag | הִ֣יא (hi) = zij | שִׂיחָתִֽי (sichati) = mijn overdenking Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 1:8; Ps 1:2; Ps 119:48; Ps 119:159; Spr 2:10 **119:98** Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden, want het is voor eeuwig bij mij. Brontekst: מֵ֭אֹ֣יְבַי (meoyevay) = dan mijn vijanden | תְּחַכְּמֵ֣נִי (techakemeni) = maakt mij wijzer | מִצְוֺתֶ֑ךָ (mitsvotekha) = Uw gebod | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | הִיא (hi) = het is | לִֽי (li) = bij mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:6; Ps 119:104–105; Spr 2:6; Jak 1:25; Kol 3:16 **119:99** Ik ben verstandiger dan al mijn leraren, want Uw getuigenissen zijn mijn overdenking. Brontekst: מִכָּל (mikal) = dan al | מְלַמְּדַ֥י (melameday) = mijn leraren | הִשְׂכַּ֑לְתִּי (hiskalti) = ben ik verstandiger | כִּ֥י (ki) = want | עֵ֝דְוֺתֶ֗יךָ (edevoteikha) = Uw getuigenissen | שִׂ֣יחָה (sicha) = overdenking | לִֽֿי (li) = mijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:24; Mat 11:25; Mat 13:11; Mat 23:24–36; 2 Tim 3:15–17 **119:100** Ik heb meer begrip dan de oudsten, want ik neem Uw bevelen in acht. Brontekst: מִזְּקֵנִ֥ים (mizeqenim) = dan oudsten | אֶתְבּוֹנָ֑ן (etbonan) = ik heb begrip | כִּ֖י (ki) = want | פִקּוּדֶ֣יךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | נָצָֽרְתִּי (natsarti) = ik heb in acht genomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 15:9–10; Job 28:28; Ps 111:10; Jer 8:8–9; Jak 3:13 **119:101** Van elk kwaad pad heb ik mijn voeten teruggehouden, om Uw woord te bewaren. Brontekst: מִכָּל (mikal) = van elk | אֹ֣רַח (orach) = pad van | רָ֭ע (ra) = kwaad | כָּלִ֣אתִי (kaliti) = ik heb tegengehouden | רַגְלָ֑י (raglay) = mijn voeten | לְ֝מַ֗עַן (lemaan) = opdat | אֶשְׁמֹ֥ר (eshmor) = ik bewaar | דְּבָרֶֽךָ (devarekha) = Uw woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:104; Spr 1:15; Jes 53:6; Jes 55:7; 1 Petr 3:10–11 **119:102** Van Uw bepalingen ben ik niet afgeweken, want U hebt mij onderwezen. Brontekst: מִמִּשְׁפָּטֶ֥יךָ (mimishpateikha) = van Uw bepalingen | לֹא (lo) = niet | סָ֑רְתִּי (sarti) = ben ik afgeweken | כִּֽי (ki) = want | אַ֝תָּ֗ה (ata) = U | הוֹרֵתָֽנִי (horetani) = hebt mij onderwezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:22; Spr 5:7; Jer 32:40; 1 Tess 2:13; 1 Joh 2:27 **119:103** Hoe zoet is Uw uitspraak voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond! Brontekst: מַה (ma) = hoe | נִּמְלְצ֣וּ (nimletsu) = zijn zoet | לְ֭חִכִּי (lechiki) = voor mijn gehemelte | אִמְרָתֶ֗ךָ (imratekha) = Uw uitspraak | מִדְּבַ֥שׁ (midevash) = meer dan honing | לְפִֽי (lefi) = voor mijn mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 23:12; Ps 19:11; Ps 63:6; Spr 8:11; Spr 24:13–14 **119:104** Door Uw bevelen krijg ik begrip. Daarom haat ik elk pad van leugen. Brontekst: מִפִּקּוּדֶ֥יךָ (mipiqudeikha) = door Uw bevelen | אֶתְבּוֹנָ֑ן (etbonan) = krijg ik begrip | עַל (al) = op | כֵּ֝֗ן (ken) = zo | שָׂנֵ֤אתִי (saneti) = ik haat | כָּל (kal) = elk | אֹ֬רַח (orach) = pad van | שָֽׁקֶר (shaqer) = leugen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 97:10; Ps 119:98; Ps 119:128; Spr 8:13; Spr 14:12 ### Noen (נ) **119:105** Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad. Brontekst: נֵר (ner) = lamp | לְרַגְלִ֥י (leragli) = voor mijn voet | דְבָרֶ֑ךָ (devarekha) = Uw woord | וְ֝א֗וֹר (veor) = en licht | לִנְתִיבָתִֽי (lintivati) = voor mijn pad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 29:3; Ps 18:29; Ps 43:3; Spr 6:23; 2 Petr 1:19 **119:106** Ik heb gezworen, en ik zal het waarmaken: de bepalingen van Uw gerechtigheid te bewaren. Brontekst: נִשְׁבַּ֥עְתִּי (nishbati) = ik heb gezworen | וָאֲקַיֵּ֑מָה (vaaqayema) = en ik zal het waarmaken | לִ֝שְׁמֹ֗ר (lishmor) = om te bewaren | מִשְׁפְּטֵ֥י (mishpetei) = bepalingen van | צִדְקֶֽךָ (tsidqekha) = Uw gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 56:13; Ps 66:13–14; 2 Kon 23:3; Neh 10:30; 2 Kor 8:5 **119:107** Ik ben zeer vernederd, Yahweh. Geef mij leven volgens Uw woord. Brontekst: נַעֲנֵ֥יתִי (naaneiti) = ik ben vernederd | עַד (ad) = tot | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | חַיֵּ֥נִי (chayeni) = geef mij leven | כִדְבָרֶֽךָ (kidvarekha) = volgens Uw woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:15–19; Ps 34:20; Ps 119:25; Ps 119:88; Ps 143:11 **119:108** Heb toch behagen in de vrijwillige offers van mijn mond, Yahweh, en leer mij Uw bepalingen. Brontekst: נִדְב֣וֹת (nidvot) = vrijwillige offers van | פִּ֭י (pi) = mijn mond | רְצֵה (retse) = heb behagen | נָ֣א (na) = toch | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּֽמִשְׁפָּטֶ֥יךָ (umishpateikha) = en Uw bepalingen | לַמְּדֵֽנִי (lamedeni) = leer mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִדְבוֹת (nidvot), ‘vrijwillige offers’: offers die men uit eigen beweging brengt. Hier zijn het de woorden van lof uit de mond van de psalmist. Zie ook: Num 29:39; Ps 119:12; Ps 119:169; Hos 14:3; Heb 13:15 **119:109** Mijn ziel is altijd in mijn hand, maar Uw wet vergeet ik niet. Brontekst: נַפְשִׁ֣י (nafshi) = mijn ziel | בְכַפִּ֣י (bekhapi) = in mijn hand | תָמִ֑יד (tamid) = altijd | וְ֝תֽוֹרָתְךָ֗ (vetoratekha) = en Uw wet | לֹ֣א (lo) = niet | שָׁכָֽחְתִּי (shakhachti) = ik vergat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Mijn ziel is in mijn hand’: een uitdrukking voor een leven dat voortdurend in gevaar is (zie ook Richt. 12:3 en 1 Sam. 19:5). Hier staat ‘ziel’ voor het leven. Zie ook: Job 13:14; Re 12:3; 1 Sam 19:5; Ps 119:83; Ps 119:152; 1 Kor 15:31 **119:110** De goddelozen hebben een strik voor mij gezet, maar van Uw bevelen ben ik niet afgedwaald. Brontekst: נָתְנ֬וּ (natenu) = hebben gezet | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | פַּ֣ח (pach) = een strik | לִ֑י (li) = voor mij | וּ֝מִפִּקּוּדֶ֗יךָ (umipiqudeikha) = en van Uw bevelen | לֹ֣א (lo) = niet | תָעִֽיתִי (taiti) = ben ik afgedwaald Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:10; Ps 119:85; Ps 119:95; Ps 140:6; Ps 141:9 **119:111** Uw getuigenissen heb ik voor eeuwig als erfdeel gekregen, want zij zijn de blijdschap van mijn hart. Brontekst: נָחַ֣לְתִּי (nachalti) = ik heb tot erfdeel gekregen | עֵדְוֺתֶ֣יךָ (edevoteikha) = Uw getuigenissen | לְעוֹלָ֑ם (leolam) = voor eeuwig | כִּֽי (ki) = want | שְׂשׂ֖וֹן (seson) = blijdschap van | לִבִּ֣י (libi) = mijn hart | הֵֽמָּה (hema) = zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 16:5; Ps 119:92; Ps 119:174; Jer 15:16; 1 Petr 1:4 **119:112** Ik heb mijn hart gericht op het doen van Uw verordeningen, voor eeuwig, tot het einde. Brontekst: נָטִ֣יתִי (natiti) = ik heb gericht | לִ֭בִּי (libi) = mijn hart | לַעֲשׂ֥וֹת (laasot) = om te doen | חֻקֶּ֗יךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | עֵֽקֶב (eqev) = tot het einde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 24:23; Ps 119:33; Ps 119:36; Ps 141:4; 1 Kon 8:58 ### Samech (ס) **119:113** Weifelaars haat ik, maar Uw wet heb ik lief. Brontekst: סֵעֲפִ֥ים (seafim) = weifelaars | שָׂנֵ֑אתִי (saneti) = ik haat | וְֽתוֹרָתְךָ֥ (vetoratekha) = maar Uw wet | אָהָֽבְתִּי (ahavti) = ik heb lief Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֵעֲפִים (se’afim), ‘weifelaars’: mensen die tussen twee meningen heen en weer zwalken, verdeeld in hun hart. Het woord komt alleen hier voor. Zie ook: Ps 119:97; Jes 55:7; Jer 4:14; Mar 7:21; Jak 1:8 **119:114** U bent mijn schuilplaats en mijn schild. Op Uw woord hoop ik. Brontekst: סִתְרִ֣י (sitri) = mijn schuilplaats | וּמָגִנִּ֣י (umagini) = en mijn schild | אָ֑תָּה (ata) = U | לִדְבָרְךָ֥ (lidvarekha) = op Uw woord | יִחָֽלְתִּי (yichalti) = ik hoop Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:4; Ps 32:7; Ps 91:1–2; Ps 119:81; Jes 32:2 **119:115** Wijk van mij, kwaaddoeners, dan neem ik de geboden van mijn Elohim in acht. Brontekst: סֽוּרוּ (suru) = wijkt | מִמֶּ֥נִּי (mimeni) = van mij | מְרֵעִ֑ים (mereim) = kwaaddoeners | וְ֝אֶצְּרָ֗ה (veetsera) = en ik zal in acht nemen | מִצְוֺ֥ת (mitsvot) = geboden van | אֱלֹהָֽי (elohay) = mijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 6:9; Ps 26:5; Ps 139:19; Mat 7:23; 1 Kor 15:33 **119:116** Ondersteun mij volgens Uw uitspraak, dan leef ik. Laat mij niet beschaamd worden in mijn hoop. Brontekst: סָמְכֵ֣נִי (samekheni) = ondersteun mij | כְאִמְרָתְךָ֣ (keimratekha) = volgens Uw uitspraak | וְאֶֽחְיֶ֑ה (veechye) = en ik zal leven | וְאַל (veal) = en niet | תְּ֝בִישֵׁ֗נִי (tevisheni) = laat mij beschaamd worden | מִשִּׂבְרִֽי (misivri) = in mijn hoop Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׂבְרִי (sivri), ‘mijn hoop’: een woord dat verwant is aan ‘hopen, uitzien’. Zie ook vers 166. Zie ook: Ps 25:2; Ps 37:24; Ps 119:166; Jes 41:10; Rom 5:5; 1 Petr 2:6 **119:117** Steun mij, dan word ik gered, en ik zal altijd op Uw verordeningen letten. Brontekst: סְעָדֵ֥נִי (seadeni) = steun mij | וְאִוָּשֵׁ֑עָה (veivashea) = en ik zal gered worden | וְאֶשְׁעָ֖ה (veesha) = en ik zal letten | בְחֻקֶּ֣יךָ (bechuqeikha) = op Uw verordeningen | תָמִֽיד (tamid) = altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:5; Ps 71:6; Ps 119:6; Joh 10:28–29; Jud 1:24 **119:118** U verwerpt allen die van Uw verordeningen afdwalen, want hun bedrog is leugen. Brontekst: סָ֭לִיתָ (salita) = U verwerpt | כָּל (kal) = allen | שׁוֹגִ֣ים (shogim) = die dwalen | מֵחֻקֶּ֑יךָ (mechuqeikha) = van Uw verordeningen | כִּי (ki) = want | שֶׁ֝֗קֶר (sheqer) = leugen | תַּרְמִיתָֽם (tarmitam) = hun bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סָלִיתָ (salita), ‘U verwerpt’: het werkwoord komt alleen hier voor. Het beeld is: iets wegwerpen als waardeloos. Zie ook: Ps 119:10; Ps 119:21; Ps 119:29; Jes 44:20; Jes 63:3 **119:119** Als slakken ruimt U alle goddelozen van de aarde op. Daarom heb ik Uw getuigenissen lief. Brontekst: סִגִ֗ים (sigim) = als slakken | הִשְׁבַּ֥תָּ (hishbata) = U doet ophouden | כָל (kal) = alle | רִשְׁעֵי (rishei) = goddelozen van | אָ֑רֶץ (arets) = de aarde | לָ֝כֵ֗ן (lakhen) = daarom | אָהַ֥בְתִּי (ahavti) = ik heb lief | עֵדֹתֶֽיךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סִגִים (sigim), ‘slakken’: het afval dat bij het smelten van metaal bovenkomt en wordt weggehaald. De betekenis ‘slakken’ is de gangbare; het woord komt alleen hier voor in deze vorm. Zie ook: 1 Sam 15:23; Ps 119:111; Mal 3:2–3; Mat 7:23; Mat 13:49–50 **119:120** Mijn vlees huivert van angst voor U. Voor Uw bepalingen ben ik bevreesd. Brontekst: סָמַ֣ר (samar) = huivert | מִפַּחְדְּךָ֣ (mipachdekha) = van angst voor U | בְשָׂרִ֑י (besari) = mijn vlees | וּֽמִמִּשְׁפָּטֶ֥יךָ (umimishpateikha) = en voor Uw bepalingen | יָרֵֽאתִי (yareti) = ik ben bevreesd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 66:2; Hab 3:16; Dan 10:8–11; Heb 12:21; Heb 12:28–29 ### Ajin (ע) **119:121** Ik heb recht en gerechtigheid gedaan. Laat mij niet over aan wie mij onderdrukken. Brontekst: עָ֭שִׂיתִי (asiti) = ik heb gedaan | מִשְׁפָּ֣ט (mishpat) = recht | וָצֶ֑דֶק (vatsedeq) = en gerechtigheid | בַּל (bal) = niet | תַּ֝נִּיחֵ֗נִי (tanicheni) = laat mij over | לְעֹֽשְׁקָֽי (leosheqay) = aan wie mij onderdrukken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 24:12–16; 2 Sam 8:15; Ps 18:21–25; Ps 37:33; 2 Kor 1:12 **119:122** Sta borg voor Uw dienaar ten goede. Laat de overmoedigen mij niet onderdrukken. Brontekst: עֲרֹ֣ב (arov) = sta borg | עַבְדְּךָ֣ (avdekha) = voor Uw dienaar | לְט֑וֹב (letov) = ten goede | אַֽל (al) = niet | יַעַשְׁקֻ֥נִי (yaashquni) = laat onderdrukken mij | זֵדִֽים (zedim) = overmoedigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 17:3; Ps 119:21; Spr 22:26–27; Jes 38:14; Heb 7:22 **119:123** Mijn ogen versmachten naar Uw redding en naar de uitspraak van Uw gerechtigheid. Brontekst: עֵ֭ינַי (einay) = mijn ogen | כָּל֣וּ (kalu) = zijn versmacht | לִֽישׁוּעָתֶ֑ךָ (lishuatekha) = naar Uw redding | וּלְאִמְרַ֥ת (uleimrat) = en naar de uitspraak van | צִדְקֶֽךָ (tsidqekha) = Uw gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 69:4; Ps 119:81–82; Ps 130:6; Ps 143:7; Klaagl 4:17 **119:124** Handel met Uw dienaar volgens Uw trouw en leer mij Uw verordeningen. Brontekst: עֲשֵׂ֖ה (ase) = handel | עִם (im) = met | עַבְדְּךָ֥ (avdekha) = Uw dienaar | כְחַסְדֶּ֗ךָ (kechasdekha) = volgens Uw trouw | וְחֻקֶּ֥יךָ (vechuqeikha) = en Uw verordeningen | לַמְּדֵֽנִי (lamedeni) = leer mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 103:10; Ps 119:12; Ps 119:76–77; Ps 130:7; Dan 9:18 **119:125** Ik ben Uw dienaar. Geef mij inzicht, dan ken ik Uw getuigenissen. Brontekst: עַבְדְּךָ (avdekha) = Uw dienaar | אָ֥נִי (ani) = ik | הֲבִינֵ֑נִי (havineni) = geef mij inzicht | וְ֝אֵדְעָ֗ה (veedea) = en ik zal kennen | עֵדֹתֶֽיךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 116:16; Ps 119:34; Jak 1:5; Jak 3:13–17; 2 Kor 3:5–6 **119:126** Het is tijd voor Yahweh om te handelen: zij hebben Uw wet verbroken. Brontekst: עֵ֭ת (et) = tijd | לַעֲשׂ֣וֹת (laasot) = om te handelen | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = voor Yahweh | הֵ֝פֵ֗רוּ (heferu) = zij hebben verbroken | תּוֹרָתֶֽךָ (toratekha) = Uw wet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֵת לַעֲשׂוֹת לַיהוָה (et la’asot laYahweh) kan ook ‘het is tijd om te doen voor Yahweh’ betekenen. Wij volgen ‘het is tijd voor Yahweh om te handelen’. Zie ook: Ps 9:20; Jer 8:8; Hab 1:4; Mal 2:8; Rom 4:14 **119:127** Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan fijn goud. Brontekst: עַל (al) = op | כֵּ֭ן (ken) = zo | אָהַ֣בְתִּי (ahavti) = ik heb lief | מִצְוֺתֶ֑יךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden | מִזָּהָ֥ב (mizahav) = meer dan goud | וּמִפָּֽז (umipaz) = en dan fijn goud Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 19:11; Spr 3:13–18; Spr 8:11; Spr 16:16; Mat 13:45–46 **119:128** Daarom houd ik al Uw bevelen, alle, voor recht. Elk pad van leugen haat ik. Brontekst: עַל (al) = op | כֵּ֤ן (ken) = zo | כָּל (kal) = alle | פִּקּ֣וּדֵי (piqudei) = bevelen van | כֹ֣ל (kol) = alle | יִשָּׁ֑רְתִּי (yisharti) = ik houd voor recht | כָּל (kal) = elk | אֹ֖רַח (orach) = pad van | שֶׁ֣קֶר (sheqer) = leugen | שָׂנֵֽאתִי (saneti) = ik haat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: כָּל פִּקּוּדֵי כֹל יִשָּׁרְתִּי (kol pikkudei kol yishshar’ti) is moeilijk. Letterlijk staat er: ‘alle bevelen van alles houd ik voor recht’. Wij vertalen ‘al Uw bevelen, alle, houd ik voor recht’. De zin is onzeker. Zie ook: Ps 19:8–9; Ps 119:6; Ps 119:104; Spr 30:5; Rom 7:22 ### Pe (פ) **119:129** Wonderlijk zijn Uw getuigenissen. Daarom neemt mijn ziel ze in acht. Brontekst: פְּלָא֥וֹת (pelaot) = wonderlijk | עֵדְוֺתֶ֑יךָ (edevoteikha) = Uw getuigenissen | עַל (al) = op | כֵּ֝֗ן (ken) = zo | נְצָרָ֥תַם (netsaratam) = neemt ze in acht | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:10; Ps 119:18; Ps 119:146; Ps 139:6; Jes 25:1 **119:130** De ontsluiting van Uw woorden geeft licht. Zij geeft inzicht aan de eenvoudigen. Brontekst: פֵּ֖תַח (petach) = ontsluiting van | דְּבָרֶ֥יךָ (devareikha) = Uw woorden | יָאִ֗יר (yair) = geeft licht | מֵבִ֥ין (mevin) = geeft inzicht | פְּתָיִֽים (petayim) = aan eenvoudigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פֵּתַח (petach), ‘ontsluiting’: ook ‘opening’. Het kan ook ‘ingang’ zijn: de ingang van Uw woorden brengt licht. Zie ook: Ps 19:8; Ps 119:105; Spr 6:23; Hand 26:18; 2 Kor 4:6 **119:131** Ik heb mijn mond wijd geopend en gehijgd, want ik verlang naar Uw geboden. Brontekst: פִּֽי (pi) = mijn mond | פָ֭עַרְתִּי (paarti) = ik heb wijd geopend | וָאֶשְׁאָ֑פָה (vaeshafa) = en ik hijgde | כִּ֖י (ki) = want | לְמִצְוֺתֶ֣יךָ (lemitsvoteikha) = naar Uw geboden | יָאָֽבְתִּי (yaavti) = ik verlang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 42:2; Ps 81:11; Ps 119:20; Jes 26:8–9; 1 Petr 2:2 **119:132** Wend U tot mij en wees mij genadig, zoals het recht is voor wie Uw naam liefhebben. Brontekst: פְּנֵה (pene) = wend U | אֵלַ֥י (elay) = tot mij | וְחָנֵּ֑נִי (vechaneni) = en wees mij genadig | כְּ֝מִשְׁפָּ֗ט (kemishpat) = zoals het recht is | לְאֹהֲבֵ֥י (leohavei) = voor wie liefhebben | שְׁמֶֽךָ (shemekha) = Uw naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 1:11; Ps 25:16; Ps 25:18; Ps 106:4; Ps 119:124 **119:133** Maak mijn stappen vast in Uw uitspraak en laat geen onrecht over mij heersen. Brontekst: פְּ֭עָמַי (peamay) = mijn stappen | הָכֵ֣ן (hakhen) = maak vast | בְּאִמְרָתֶ֑ךָ (beimratekha) = in Uw uitspraak | וְֽאַל (veal) = en niet | תַּשְׁלֶט (tashlet) = laat heersen | בִּ֥י (bi) = over mij | כָל (kal) = geen | אָֽוֶן (aven) = onrecht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:5; Ps 19:14; Ps 32:8; Ps 119:116; Rom 6:12–14 **119:134** Koop mij vrij van de onderdrukking door mensen, dan bewaar ik Uw bevelen. Brontekst: פְּ֭דֵנִי (pedeni) = koop mij vrij | מֵעֹ֣שֶׁק (meosheq) = van onderdrukking door | אָדָ֑ם (adam) = mensen | וְ֝אֶשְׁמְרָ֗ה (veeshmera) = en ik zal bewaren | פִּקּוּדֶֽיךָ (piqudeikha) = Uw bevelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 56:2–3; Ps 56:14; Ps 119:122; Ezech 11:17–20; Luc 1:74–75 **119:135** Laat Uw aangezicht schijnen over Uw dienaar en leer mij Uw verordeningen. Brontekst: פָּ֭נֶיךָ (paneikha) = Uw aangezicht | הָאֵ֣ר (haer) = laat schijnen | בְּעַבְדֶּ֑ךָ (beavdekha) = over Uw dienaar | וְ֝לַמְּדֵ֗נִי (velamedeni) = en leer mij | אֶת (et) = (obj.) | חֻקֶּֽיךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 6:25–26; Ps 4:7; Ps 80:8; Ps 80:20; Luc 24:45 **119:136** Waterbeken stromen uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet bewaren. Brontekst: פַּלְגֵי (palgei) = beken van | מַ֭יִם (mayim) = water | יָרְד֣וּ (yaredu) = stromen | עֵינָ֑י (einay) = mijn ogen | עַ֝֗ל (al) = omdat | לֹא (lo) = niet | שָׁמְר֥וּ (shameru) = zij bewaren | תוֹרָתֶֽךָ (toratekha) = Uw wet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:53; Ps 119:158; Jer 8:23; Jer 9:17; Ezech 9:4 ### Tsade (צ) **119:137** U bent rechtvaardig, Yahweh, en Uw bepalingen zijn recht. Brontekst: צַדִּ֣יק (tsadiq) = rechtvaardig | אַתָּ֣ה (ata) = U | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְ֝יָשָׁ֗ר (veyashar) = en recht | מִשְׁפָּטֶֽיךָ (mishpateikha) = Uw bepalingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:4; Ps 145:17; Jer 12:1; Dan 9:7; Ezra 9:15 **119:138** U hebt Uw getuigenissen opgedragen in gerechtigheid en in grote betrouwbaarheid. Brontekst: צִ֭וִּיתָ (tsivita) = U hebt opgedragen | צֶ֣דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | עֵדֹתֶ֑יךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen | וֶֽאֱמוּנָ֥ה (veemuna) = en betrouwbaarheid | מְאֹֽד (meod) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:8; Deut 4:45; Ps 19:8–10; Ps 119:86; Ps 119:144 **119:139** Mijn ijver heeft mij uitgeput, want mijn tegenstanders vergeten Uw woorden. Brontekst: צִמְּתַ֥תְנִי (tsimetatni) = heeft mij uitgeput | קִנְאָתִ֑י (qinati) = mijn ijver | כִּֽי (ki) = omdat | שָׁכְח֖וּ (shakhechu) = vergeten | דְבָרֶ֣יךָ (devareikha) = Uw woorden | צָרָֽי (tsaray) = mijn tegenstanders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 69:10; 1 Kon 19:10; Mat 21:42; Joh 2:17; Hand 13:27 **119:140** Uw uitspraak is zeer gelouterd, en Uw dienaar heeft haar lief. Brontekst: צְרוּפָ֖ה (tserufa) = gelouterd | אִמְרָתְךָ֥ (imratekha) = Uw uitspraak | מְאֹ֗ד (meod) = zeer | וְֽעַבְדְּךָ֥ (veavdekha) = en Uw dienaar | אֲהֵבָֽהּ (ahevah) = heeft haar lief Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 12:7; Ps 19:9; Ps 119:128; Spr 30:5; 2 Petr 1:21 **119:141** Ik ben klein en veracht, maar Uw bevelen vergeet ik niet. Brontekst: צָעִ֣יר (tsair) = klein | אָנֹכִ֣י (anokhi) = ik | וְנִבְזֶ֑ה (venivze) = en veracht | פִּ֝קֻּדֶ֗יךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | לֹ֣א (lo) = niet | שָׁכָֽחְתִּי (shakhachti) = ik vergat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:7; Luc 6:20; Luc 9:58; Jak 2:5; 2 Kor 8:9 **119:142** Uw gerechtigheid is eeuwige gerechtigheid, en Uw wet is waarheid. Brontekst: צִדְקָתְךָ֣ (tsidqatekha) = Uw gerechtigheid | צֶ֣דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | לְעוֹלָ֑ם (leolam) = voor eeuwig | וְֽתוֹרָתְךָ֥ (vetoratekha) = en Uw wet | אֱמֶֽת (emet) = waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 19:10; Ps 119:151; Jes 51:6; Jes 51:8; Joh 17:17 **119:143** Nood en benauwdheid hebben mij getroffen. Uw geboden zijn mijn vermaak. Brontekst: צַר (tsar) = nood | וּמָצ֥וֹק (umatsoq) = en benauwdheid | מְצָא֑וּנִי (metsauni) = hebben mij getroffen | מִ֝צְוֺתֶ֗יךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden | שַׁעֲשֻׁעָֽי (shaashuay) = mijn vermaak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 23:12; Ps 88:4–19; Ps 116:3; Ps 119:107; Mar 14:33–34 **119:144** Uw getuigenissen zijn voor eeuwig gerechtigheid. Geef mij inzicht, dan leef ik. Brontekst: צֶ֖דֶק (tsedeq) = gerechtigheid | עֵדְוֺתֶ֥יךָ (edevoteikha) = Uw getuigenissen | לְעוֹלָ֗ם (leolam) = voor eeuwig | הֲבִינֵ֥נִי (havineni) = geef mij inzicht | וְאֶחְיֶֽה (veechye) = en ik zal leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:169; Jer 4:22; Dan 12:10; 2 Kor 4:6; 1 Petr 1:23–25 ### Qof (ק) **119:145** Ik riep met heel mijn hart: „Antwoord mij, Yahweh!” Uw verordeningen zal ik in acht nemen. Brontekst: קָרָ֣אתִי (qarati) = ik riep | בְכָל (bekhal) = met heel | לֵ֭ב (lev) = hart | עֲנֵ֥נִי (aneni) = antwoord mij | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | חֻקֶּ֥יךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen | אֶצֹּֽרָה (etsora) = ik zal in acht nemen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 102:2; Ps 119:10; Ps 119:44; Ps 119:106; Jer 29:13 **119:146** Ik riep tot U: „Red mij!” Dan bewaar ik Uw getuigenissen. Brontekst: קְרָאתִ֥יךָ (qeratikha) = ik riep tot U | הוֹשִׁיעֵ֑נִי (hoshieni) = red mij | וְ֝אֶשְׁמְרָ֗ה (veeshmera) = en ik zal bewaren | עֵדֹתֶֽיךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 10:15–16; Ps 119:134; Mat 1:21; Tit 2:14; Tit 3:4–8 **119:147** Ik ging de schemering vooruit en riep om hulp. Op Uw woord hoop ik. Brontekst: קִדַּ֣מְתִּי (qidamti) = ik ging vooruit | בַ֭נֶּשֶׁף (baneshef) = in de schemering | וָאֲשַׁוֵּ֑עָה (vaashavea) = en ik riep om hulp | לִדְבָרְךָ֥ (lidvarekha) = op Uw woord | יִחָֽלְתִּי (yichalti) = ik hoop Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is לדבריך (lidvarekha), ‘op Uw woorden’. De leestraditie (qere) is לדברך (lidvarcha), ‘op Uw woord’. Wij volgen de leestraditie. Zie ook: Ps 5:4; Ps 88:14; Ps 119:81; Ps 130:5–6; Mar 1:35 **119:148** Mijn ogen gingen de nachtwaken vooruit, om Uw uitspraak te overdenken. Brontekst: קִדְּמ֣וּ (qidemu) = gingen vooruit | עֵ֭ינַי (einay) = mijn ogen | אַשְׁמֻר֑וֹת (ashmurot) = de nachtwaken | לָ֝שִׂ֗יחַ (lasiach) = om te overdenken | בְּאִמְרָתֶֽךָ (beimratekha) = Uw uitspraak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 63:2; Ps 63:7; Ps 139:17–18; Klaagl 2:19; Luc 6:12 **119:149** Hoor mijn stem volgens Uw trouw, Yahweh. Geef mij leven volgens Uw recht. Brontekst: ק֭וֹלִי (qoli) = mijn stem | שִׁמְעָ֣ה (shima) = hoor | כְחַסְדֶּ֑ךָ (kechasdekha) = volgens Uw trouw | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כְּֽמִשְׁפָּטֶ֥ךָ (kemishpatekha) = volgens Uw recht | חַיֵּֽנִי (chayeni) = geef mij leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 5:3–4; Ps 51:3; Ps 55:3; Ps 109:21; Jes 63:7 **119:150** Wie schandelijke plannen najagen, zijn dichtbij gekomen. Van Uw wet zijn zij ver. Brontekst: קָ֭רְבוּ (qarevu) = zijn dichtbij gekomen | רֹדְפֵ֣י (rodefei) = die najagen | זִמָּ֑ה (zima) = schandelijk plan | מִתּוֹרָתְךָ֥ (mitoratekha) = van Uw wet | רָחָֽקוּ (rachaqu) = zijn ver Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זִמָּה (zimmah), ‘schandelijk plan’: een plan met slechte bedoelingen, vaak ook seksuele schande. Zie ook: Job 21:14; 1 Sam 23:16; Ps 22:12–14; Ps 27:2; Spr 28:9 **119:151** U bent nabij, Yahweh, en al Uw geboden zijn waarheid. Brontekst: קָר֣וֹב (qarov) = nabij | אַתָּ֣ה (ata) = U | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְֽכָל (vekhal) = en al | מִצְוֺתֶ֥יךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden | אֱמֶֽת (emet) = waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:19; Ps 46:2; Ps 119:142; Ps 139:2; Ps 145:18 **119:152** Al lang geleden heb ik uit Uw getuigenissen geleerd dat U ze voor eeuwig hebt gegrondvest. Brontekst: קֶ֣דֶם (qedem) = lang geleden | יָ֭דַעְתִּי (yadati) = ik heb geleerd | מֵעֵדֹתֶ֑יךָ (meedoteikha) = uit Uw getuigenissen | כִּ֖י (ki) = dat | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | יְסַדְתָּֽם (yesadtam) = U hebt ze gegrondvest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 111:7–8; Ps 119:144; Ps 119:160; Pred 3:14; Luc 21:33 ### Resj (ר) **119:153** Zie mijn ellende en bevrijd mij, want Uw wet vergeet ik niet. Brontekst: רְאֵֽה (ree) = zie | עָנְיִ֥י (aneyi) = mijn ellende | וְחַלְּצֵ֑נִי (vechaletseni) = en bevrijd mij | כִּי (ki) = want | תֽ֝וֹרָתְךָ֗ (toratekha) = Uw wet | לֹ֣א (lo) = niet | שָׁכָֽחְתִּי (shakhachti) = ik vergat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 9:14; Ps 119:16; Ps 119:176; Spr 3:1; Klaagl 5:1 **119:154** Voer mijn rechtszaak en verlos mij. Geef mij leven door Uw uitspraak. Brontekst: רִיבָ֣ה (riva) = voer | רִ֭יבִי (rivi) = mijn rechtszaak | וּגְאָלֵ֑נִי (ugealeni) = en verlos mij | לְאִמְרָתְךָ֥ (leimratekha) = door Uw uitspraak | חַיֵּֽנִי (chayeni) = geef mij leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גְּאָלֵנִי (ge’aleni), ‘verlos mij’: het werkwoord hoort bij de losser (goel), die een familielid vrijkoopt of zijn zaak voert. Zie ook Ruth 4:4. Zie ook: Ruth 4:4; 1 Sam 24:16; Ps 35:1; Mi 7:9; Jer 11:20; Jer 50:34 **119:155** Redding is ver van de goddelozen, want zij zoeken Uw verordeningen niet. Brontekst: רָח֣וֹק (rachoq) = ver | מֵרְשָׁעִ֣ים (mereshaim) = van goddelozen | יְשׁוּעָ֑ה (yeshua) = redding | כִּֽי (ki) = want | חֻ֝קֶּיךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen | לֹ֣א (lo) = niet | דָרָֽשׁוּ (darashu) = zij zoeken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:4; Ps 18:28; Spr 1:7; Rom 3:11; Ef 2:17–18 **119:156** Uw ontferming is groot, Yahweh. Geef mij leven volgens Uw bepalingen. Brontekst: רַחֲמֶ֖יךָ (rachameikha) = Uw ontferming | רַבִּ֥ים (rabim) = groot | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כְּֽמִשְׁפָּטֶ֥יךָ (kemishpateikha) = volgens Uw bepalingen | חַיֵּֽנִי (chayeni) = geef mij leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 24:14; Ps 51:3; Ps 86:13; Ps 86:15; Jes 63:7 **119:157** Velen vervolgen mij en benauwen mij, maar van Uw getuigenissen ben ik niet afgeweken. Brontekst: רַ֭בִּים (rabim) = velen | רֹדְפַ֣י (rodefay) = vervolgen mij | וְצָרָ֑י (vetsaray) = en benauwen mij | מֵ֝עֵדְוֺתֶ֗יךָ (meedevoteikha) = van Uw getuigenissen | לֹ֣א (lo) = niet | נָטִֽיתִי (natiti) = ben ik afgeweken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 17:9; Ps 119:51; Jes 42:4; Hand 20:23–24; 1 Kor 15:58 **119:158** Ik zag de trouwelozen en walgde, omdat zij Uw uitspraak niet bewaren. Brontekst: רָאִ֣יתִי (raiti) = ik zag | בֹ֭גְדִים (bogedim) = trouwelozen | וָֽאֶתְקוֹטָ֑טָה (vaetqotata) = en ik walgde | אֲשֶׁ֥ר (asher) = omdat | אִ֝מְרָתְךָ֗ (imratekha) = Uw uitspraak | לֹ֣א (lo) = niet | שָׁמָֽרוּ (shamaru) = zij bewaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:53; Ps 119:136; Ps 139:21; Ezech 9:4; Mar 3:5 **119:159** Zie dat ik Uw bevelen liefheb. Yahweh, geef mij leven volgens Uw trouw. Brontekst: רְ֭אֵה (ree) = zie | כִּי (ki) = dat | פִקּוּדֶ֣יךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | אָהָ֑בְתִּי (ahavti) = ik heb lief | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כְּֽחַסְדְּךָ֥ (kechasdekha) = volgens Uw trouw | חַיֵּֽנִי (chayeni) = geef mij leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:97; Ps 119:153; 2 Kon 20:3; Neh 5:19; Neh 13:22 **119:160** De som van Uw woord is waarheid, en elk recht van Uw gerechtigheid is voor eeuwig. Brontekst: רֹאשׁ (rosh) = de som van | דְּבָרְךָ֥ (devarekha) = Uw woord | אֱמֶ֑ת (emet) = waarheid | וּ֝לְעוֹלָ֗ם (uleolam) = en voor eeuwig | כָּל (kal) = elk | מִשְׁפַּ֥ט (mishpat) = recht van | צִדְקֶֽךָ (tsidqekha) = Uw gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רֹאשׁ (rosh), ‘de som, het hoofd’: de hele inhoud van Uw woord is waarheid, van het begin af. Zie ook: Ps 119:142; Ps 119:144; Spr 30:5; Mat 5:18; 2 Tim 3:16 ### Sjin (ש) **119:161** Vorsten vervolgen mij zonder reden, maar mijn hart beeft voor Uw woord. Brontekst: שָׂ֭רִים (sarim) = vorsten | רְדָפ֣וּנִי (redafuni) = vervolgen mij | חִנָּ֑ם (chinam) = zonder reden | וּ֝מִדְּבָרְךָ֗ (umidevarekha) = en voor Uw woord | פָּחַ֥ד (pachad) = beeft | לִבִּֽי (libi) = mijn hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is ומדבריך (umiddivrekha), ‘en van Uw woorden’. De leestraditie (qere) is וּמִדְּבָרְךָ (umiddevarcha), ‘en van Uw woord’. Wij volgen de leestraditie. Zie ook: 1 Sam 24:10–16; 1 Sam 26:18; Ps 119:23; Ps 119:157; Jes 66:2 **119:162** Ik verheug mij over Uw uitspraak, zoals iemand die veel buit vindt. Brontekst: שָׂ֣שׂ (sas) = verheugt zich | אָ֭נֹכִֽי (anokhi) = ik | עַל (al) = over | אִמְרָתֶ֑ךָ (imratekha) = Uw uitspraak | כְּ֝מוֹצֵ֗א (kemotse) = als wie vindt | שָׁלָ֥ל (shalal) = buit | רָֽב (rav) = veel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 30:16; Ps 119:72; Ps 119:111; Jes 9:2; Jer 15:16 **119:163** Leugen haat ik en verafschuw ik. Uw wet heb ik lief. Brontekst: שֶׁ֣קֶר (sheqer) = leugen | שָׂ֭נֵאתִי (saneti) = ik haat | וַאֲתַעֵ֑בָה (vaataeva) = en ik verafschuw | תּוֹרָתְךָ֥ (toratekha) = Uw wet | אָהָֽבְתִּי (ahavti) = ik heb lief Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:29; Ps 119:128; Spr 6:16–19; Amos 5:15; Rom 12:9 **119:164** Zevenmaal per dag prijs ik U om de bepalingen van Uw gerechtigheid. Brontekst: שֶׁ֣בַע (sheva) = zevenmaal | בַּ֭יּוֹם (bayom) = per dag | הִלַּלְתִּ֑יךָ (hilaltikha) = ik prijs U | עַ֝֗ל (al) = om | מִשְׁפְּטֵ֥י (mishpetei) = bepalingen van | צִדְקֶֽךָ (tsidqekha) = Uw gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Zevenmaal’ kan een vast aantal zijn, maar ook ‘volledig, steeds opnieuw’. Zie ook: Ps 48:12; Ps 55:18; Ps 97:8; Ps 119:62; Openb 19:2 **119:165** Veel vrede hebben zij die Uw wet liefhebben, en voor hen is er geen struikelblok. Brontekst: שָׁל֣וֹם (shalom) = vrede | רָ֭ב (rav) = veel | לְאֹהֲבֵ֣י (leohavei) = voor wie liefhebben | תוֹרָתֶ֑ךָ (toratekha) = Uw wet | וְאֵֽין (veein) = en niet is | לָ֥מוֹ (lamo) = voor hen | מִכְשֽׁוֹל (mikhshol) = struikelblok Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 3:1–2; Jes 26:3; Jes 32:17; Joh 14:27; Fil 4:7 **119:166** Ik heb uitgezien naar Uw redding, Yahweh, en Uw geboden gedaan. Brontekst: שִׂבַּ֣רְתִּי (sibarti) = ik heb uitgezien | לִֽישׁוּעָתְךָ֣ (lishuatekha) = naar Uw redding | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וּֽמִצְוֺתֶ֥יךָ (umitsvoteikha) = en Uw geboden | עָשִֽׂיתִי (asiti) = ik heb gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׂבַּרְתִּי (sibbarti), ‘ik heb uitgezien’: het woord is verwant aan ‘hoop’ (zie vers 116). Zie ook: Gen 49:18; Ps 119:81; Ps 119:116; Ps 119:174; Joh 7:17; 1 Joh 2:3–4 **119:167** Mijn ziel bewaart Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief. Brontekst: שָֽׁמְרָ֣ה (shamera) = bewaart | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | עֵדֹתֶ֑יךָ (edoteikha) = Uw getuigenissen | וָאֹהֲבֵ֥ם (vaohavem) = en ik heb ze lief | מְאֹֽד (meod) = zeer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 40:9; Joh 14:21–24; Joh 15:9–10; Rom 7:22; Heb 10:16 **119:168** Ik bewaar Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen liggen open voor U. Brontekst: שָׁמַ֣רְתִּי (shamarti) = ik bewaar | פִ֭קּוּדֶיךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | וְעֵדֹתֶ֑יךָ (veedoteikha) = en Uw getuigenissen | כִּ֖י (ki) = want | כָל (kal) = al | דְּרָכַ֣י (derakhay) = mijn wegen | נֶגְדֶּֽךָ (negdekha) = voor U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 34:21; Ps 44:21–22; Ps 139:3; Spr 5:21; Jer 23:24 ### Taw (ת) **119:169** Laat mijn roep tot U komen, Yahweh. Geef mij inzicht volgens Uw woord. Brontekst: תִּקְרַ֤ב (tiqrav) = laat naderen | רִנָּתִ֣י (rinati) = mijn roep | לְפָנֶ֣יךָ (lefaneikha) = tot U | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כִּדְבָרְךָ֥ (kidvarekha) = volgens Uw woord | הֲבִינֵֽנִי (havineni) = geef mij inzicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 18:7; Ps 119:144–145; Spr 2:3–5; 2 Kron 1:10; Jak 1:5 **119:170** Laat mijn smeking voor Uw aangezicht komen. Bevrijd mij volgens Uw uitspraak. Brontekst: תָּב֣וֹא (tavo) = laat komen | תְּחִנָּתִ֣י (techinati) = mijn smeking | לְפָנֶ֑יךָ (lefaneikha) = voor Uw aangezicht | כְּ֝אִמְרָתְךָ֗ (keimratekha) = volgens Uw uitspraak | הַצִּילֵֽנִי (hatsileni) = bevrijd mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 32:9–12; 2 Sam 7:25; Ps 28:2; Ps 89:21–26; Ps 119:41 **119:171** Mijn lippen laten lof opborrelen, want U leert mij Uw verordeningen. Brontekst: תַּבַּ֣עְנָה (tabana) = laten opborrelen | שְׂפָתַ֣י (sefatay) = mijn lippen | תְּהִלָּ֑ה (tehila) = lof | כִּ֖י (ki) = want | תְלַמְּדֵ֣נִי (telamedeni) = U leert mij | חֻקֶּֽיךָ (chuqeikha) = Uw verordeningen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 51:17; Ps 71:17; Ps 71:23–24; Ps 94:12; Ps 119:7 **119:172** Mijn tong zal zingen over Uw uitspraak, want al Uw geboden zijn gerechtigheid. Brontekst: תַּ֣עַן (taan) = zal zingen | לְ֭שׁוֹנִי (leshoni) = mijn tong | אִמְרָתֶ֑ךָ (imratekha) = over Uw uitspraak | כִּ֖י (ki) = want | כָל (kal) = al | מִצְוֺתֶ֣יךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden | צֶּֽדֶק (tsedeq) = gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תַּעַן (ta’an), ‘zal zingen’: het werkwoord kan ‘antwoorden’ of ‘zingen’ betekenen. Wij kiezen ‘zingen over’. Zie ook: Ps 37:30; Mat 12:34–35; Rom 7:12; Rom 7:14; Ef 4:29 **119:173** Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen gekozen. Brontekst: תְּהִֽי (tehi) = laat zijn | יָדְךָ֥ (yadekha) = Uw hand | לְעָזְרֵ֑נִי (leazereni) = om mij te helpen | כִּ֖י (ki) = want | פִקּוּדֶ֣יךָ (piqudeikha) = Uw bevelen | בָחָֽרְתִּי (bacharti) = ik heb gekozen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 30:19; Joz 24:22; Ps 119:94; Jes 41:10–14; Mar 9:24 **119:174** Ik verlang naar Uw redding, Yahweh, en Uw wet is mijn vermaak. Brontekst: תָּאַ֣בְתִּי (taavti) = ik verlang | לִֽישׁוּעָתְךָ֣ (lishuatekha) = naar Uw redding | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְ֝תֽוֹרָתְךָ֗ (vetoratekha) = en Uw wet | שַׁעֲשֻׁעָֽי (shaashuay) = mijn vermaak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 119:16; Ps 119:47; Ps 119:111; Ps 119:162; Ps 119:166–167 **119:175** Laat mijn ziel leven en U prijzen, en laat Uw recht mij helpen. Brontekst: תְּֽחִי (techi) = laat leven | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | וּֽתְהַֽלְלֶ֑ךָּ (utehalleka) = en zij zal U prijzen | וּֽמִשְׁפָּטֶ֥ךָ (umishpatekha) = en Uw recht | יַעֲזְרֻֽנִי (yaazruni) = laat mij helpen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 51:16–17; Ps 118:18–19; Jes 26:8–9; Jes 38:19; Jes 55:3 **119:176** Ik ben dwaalgegaan als een verloren schaap. Zoek Uw dienaar, want Uw geboden vergeet ik niet. Brontekst: תָּעִ֗יתִי (taiti) = ik ben dwaalgegaan | כְּשֶׂ֣ה (kese) = als een schaap | אֹ֭בֵד (oved) = verloren | בַּקֵּ֣שׁ (baqesh) = zoek | עַבְדֶּ֑ךָ (avdekha) = Uw dienaar | כִּ֥י (ki) = want | מִ֝צְוֺתֶ֗יךָ (mitsvoteikha) = Uw geboden | לֹ֣א (lo) = niet | שָׁכָֽחְתִּי (shakhachti) = ik vergat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het slot keert terug naar het begin: de psalmist is een dwalend schaap, maar hij vergeet Yahweh’s geboden niet. Zie ook Jes. 53:6. Zie ook: Jes 53:6; Mat 15:24; Luc 15:4–7; Luc 19:10; Joh 10:16 ## Psalmen 120 _Een noodkreet tegen de leugentong_ ### Een noodkreet tot Yahweh **120:1** Een lied van de opgangen. In mijn nood riep ik tot Yahweh, en Hij antwoordde mij. Brontekst: שִׁ֗יר (shir) = lied van | הַֽמַּ֫עֲל֥וֹת (hamaalot) = de opgangen | אֶל (el) = tot | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בַּצָּרָ֣תָה (batsarata) = in nood | לִּ֑י (li) = mij | קָ֝רָ֗אתִי (qarati) = ik riep | וַֽיַּעֲנֵֽנִי (vayaaneni) = en Hij antwoordde mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׁיר הַמַּעֲלוֹת (shir hamma’alot), ‘een lied van de opgangen’: het opschrift van de psalmen 120 tot en met 134. De betekenis is niet zeker. Waarschijnlijk zongen pelgrims deze liederen op weg omhoog naar Jeruzalem en de tempel (zie 122:1–4), of bij de trappen van de tempel. Zie ook: Ps 18:7; Ps 50:15; Ps 118:5; Jona 2:3; Heb 5:7 **120:2** Yahweh, bevrijd mijn ziel van leugenachtige lippen, van een tong vol bedrog. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | הַצִּ֣ילָה (hatsila) = bevrijd | נַ֭פְשִׁי (nafshi) = mijn ziel | מִשְּׂפַת (misefat) = van lip van | שֶׁ֑קֶר (sheqer) = leugen | מִלָּשׁ֥וֹן (milashon) = van tong van | רְמִיָּֽה (remiya) = bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de mens als levend wezen, met zijn leven en verlangens. Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’. Zie ook: Ps 52:4–6; Ps 109:1–2; Ps 140:2–4; Spr 12:22; Mat 26:59–62 ### Wat wacht de valse tong? **120:3** Wat zal Hij je geven, en wat zal Hij erbij doen, jij tong vol bedrog? Brontekst: מַה (ma) = wat | יִּתֵּ֣ן (yiten) = zal Hij geven | לְ֭ךָ (lekha) = aan jou | וּמַה (uma) = en wat | יֹּסִ֥יף (yosif) = zal Hij toevoegen | לָ֗ךְ (lakh) = aan jou | לָשׁ֥וֹן (lashon) = tong van | רְמִיָּֽה (remiya) = bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws noemt geen onderwerp: ‘Wat zal geven … en wat zal toevoegen?’ Het is een vaste vorm van een eed of dreigement. Wij lezen ‘Hij’ als Elohim of Yahweh. Vergelijk 1 Sam. 3:17. Zie ook: Job 27:8; 1 Sam 3:17; Mat 16:26; Rom 6:21 **120:4** Scherpe pijlen van een held, met gloeiende kolen van de bremstruik. Brontekst: חִצֵּ֣י (chitsei) = pijlen van | גִבּ֣וֹר (gibor) = held | שְׁנוּנִ֑ים (shenunim) = scherpe | עִ֝֗ם (im) = met | גַּחֲלֵ֥י (gachalei) = kolen van | רְתָמִֽים (retamim) = bremstruik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רְתָמִים (retamim), ‘bremstruik’: een woestijnstruik waarvan het hout lang en heet gloeit. De dichter beschrijft wat de leugentong te wachten staat: scherpe pijlen en gloeiende kolen. Zie ook: Spr 12:22; Spr 16:27; Spr 18:21; Spr 19:9; Jak 3:5–8 ### Ver van huis, bij vredehaters **120:5** Wee mij, want ik leef als vreemdeling in Mesech. Ik woon bij de tenten van Kedar. Brontekst: אֽוֹיָה (oya) = wee | לִ֭י (li) = mij | כִּי (ki) = want | גַ֣רְתִּי (garti) = ik leefde als vreemdeling | מֶ֑שֶׁךְ (meshekh) = Mesech | שָׁ֝כַ֗נְתִּי (shakhanti) = ik woonde | עִֽם (im) = bij | אָהֳלֵ֥י (aholei) = tenten van | קֵדָֽר (qedar) = Kedar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Mesech lag ver in het noorden, waarschijnlijk in het oosten van het huidige Turkije (Gen. 10:2). Kedar was een Arabisch nomadenvolk in de woestijn ten oosten en zuiden van Kanaän (Gen. 25:13). De twee liggen ver uit elkaar; de dichter bedoelt: ‘ik woon onder vreemden, ver van huis’. Zie ook: Gen 10:2; Gen 25:13; Hoogl 1:5; Jes 60:6–7; Ezech 27:13 **120:6** Te lang heeft mijn ziel gewoond bij wie de vrede haat. Brontekst: רַ֭בַּת (rabat) = lang | שָֽׁכְנָה (shakhena) = heeft gewoond | לָּ֣הּ (lah) = voor zich | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | עִ֝֗ם (im) = bij | שׂוֹנֵ֥א (sone) = hater van | שָׁלֽוֹם (shalom) = vrede Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 20:30–33; Ps 57:5; Ezech 2:6; Mat 10:16; Mat 10:36 **120:7** Ik ben voor vrede, maar zodra ik spreek, zijn zij voor oorlog. Brontekst: אֲֽנִי (ani) = ik | שָׁ֭לוֹם (shalom) = vrede | וְכִ֣י (vekhi) = maar als | אֲדַבֵּ֑ר (adaber) = ik spreek | הֵ֝֗מָּה (hema) = zij | לַמִּלְחָמָֽה (lamilchama) = voor oorlog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:15; Ps 109:4; Mat 5:9; Rom 12:18; Heb 12:14 ## Psalmen 121 _Mijn hulp komt van Yahweh_ ### Waar komt mijn hulp vandaan? **121:1** Een lied van de opgangen. Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Vanwaar zal mijn hulp komen? Brontekst: שִׁ֗יר (shir) = lied | לַֽמַּ֫עֲל֥וֹת (lamaalot) = voor de opgangen | אֶשָּׂ֣א (esa) = ik sla op | עֵ֭ינַי (einay) = mijn ogen | אֶל (el) = naar | הֶהָרִ֑ים (heharim) = de bergen | מֵ֝אַ֗יִן (meayin) = vanwaar | יָבֹ֥א (yavo) = zal komen | עֶזְרִֽי (ezri) = mijn hulp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De opgang naar de bergen kan de weg naar Jeruzalem bedoelen, de bergen rond de stad (vergelijk 125:2). Het Hebreeuws kan ook gelezen worden als een bewering: ‘vanwaar mijn hulp komt’. Wij vertalen het als vraag, want vers 2 geeft het antwoord. Zie ook: Ps 2:6; Ps 120:1; Ps 121:2; Ps 123:1; Jes 2:3; Jer 3:23 **121:2** Mijn hulp komt van Yahweh, de maker van hemel en aarde. Brontekst: עֶ֭זְרִי (ezri) = mijn hulp | מֵעִ֣ם (meim) = van bij | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | עֹ֝שֵׂ֗ה (ose) = maker van | שָׁמַ֥יִם (shamayim) = hemel | וָאָֽרֶץ (vaarets) = en aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 124:8; Ps 146:5–6; Jes 40:28–29; Jes 41:13; Heb 13:6 ### Yahweh, de bewaker van Israël **121:3** Hij zal je voet niet laten wankelen. Je bewaker zal niet sluimeren. Brontekst: אַל (al) = niet | יִתֵּ֣ן (yiten) = Hij laat | לַמּ֣וֹט (lamot) = wankelen | רַגְלֶ֑ךָ (raglekha) = je voet | אַל (al) = niet | יָ֝נ֗וּם (yanum) = sluimert | שֹֽׁמְרֶֽךָ (shomerekha) = je bewaker Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In het Hebreeuws staat hier een wens met ‘niet’ (al): ‘laat Hij je voet niet wankelen’. Wij geven het als belofte weer. Met vers 3 verandert de spreker: de dichter spreekt nu tot een ander, met ‘je’. Wie dit zegt, noemt de tekst niet. Zie ook: 1 Sam 2:9; Ps 66:9; Ps 91:12; Spr 3:23; Spr 3:26 **121:4** Zie, Hij sluimert niet en Hij slaapt niet, de bewaker van Israël. Brontekst: הִנֵּ֣ה (hine) = Zie | לֹֽא (lo) = niet | יָ֭נוּם (yanum) = sluimert | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִישָׁ֑ן (yishan) = slaapt | שׁ֝וֹמֵ֗ר (shomer) = bewaker van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 32:7–8; Ps 127:1; Pred 8:16; 1 Kon 18:27; Jes 27:3 **121:5** Yahweh is je bewaker. Yahweh is je schaduw aan je rechterhand. Brontekst: יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | שֹׁמְרֶ֑ךָ (shomerekha) = je bewaker | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | צִ֝לְּךָ֗ (tsilekha) = je schaduw | עַל (al) = aan | יַ֥ד (yad) = hand van | יְמִינֶֽךָ (yeminekha) = je rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 13:21; Ps 16:8; Ps 91:1; Jes 4:5–6; Jes 25:4 **121:6** Overdag zal de zon je niet slaan, en de maan niet in de nacht. Brontekst: יוֹמָ֗ם (yomam) = overdag | הַשֶּׁ֥מֶשׁ (hashemesh) = de zon | לֹֽא (lo) = niet | יַכֶּ֗כָּה (yakeka) = zal je slaan | וְיָרֵ֥חַ (veyareach) = en de maan | בַּלָּֽיְלָה (balayela) = in de nacht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 91:5–10; Jona 4:8; Jes 49:10; Openb 7:16 **121:7** Yahweh zal je bewaken tegen alle kwaad. Hij zal je leven bewaken. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | יִשְׁמָרְךָ֥ (yishmarekha) = zal je bewaken | מִכָּל (mikal) = tegen | רָ֑ע (ra) = alle | יִ֝שְׁמֹ֗ר (yishmor) = kwaad | אֶת (et) = Hij zal bewaken | נַפְשֶֽׁךָ (nafshekha) = je leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh): hier ‘leven’, het leven van de mens zelf. Zie ook: Ps 41:3; Ps 91:9–12; Ps 145:20; Spr 12:21; 2 Tim 4:18 **121:8** Yahweh zal je gaan en komen bewaken, van nu af en voor eeuwig. Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | יִשְׁמָר (yishmar) = zal bewaken | צֵאתְךָ֥ (tsetkha) = je gaan | וּבוֹאֶ֑ךָ (uvoekha) = en je komen | מֵֽ֝עַתָּ֗ה (meata) = van nu af | וְעַד (vead) = en tot | עוֹלָֽם (olam) = eeuwigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 28:6; Ps 113:2; Spr 2:8; Spr 3:6; Ezra 8:31 ## Psalmen 122 _Blij op weg naar het huis van Yahweh_ ### Blij op weg naar het huis van Yahweh **122:1** Een lied van de opgangen. Van David. Ik was blij toen zij tegen mij zeiden: „Laten we naar het huis van Yahweh gaan.” Brontekst: שִׁ֥יר (shir) = lied van | הַֽמַּעֲל֗וֹת (hamaalot) = de opgangen | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | שָׂ֭מַחְתִּי (samachti) = ik was blij | בְּאֹמְרִ֣ים (beomerim) = toen zij zeiden | לִ֑י (li) = tegen mij | בֵּ֖ית (beit) = huis van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | נֵלֵֽךְ (nelekh) = laten we gaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Ps. 122 is een lied van de opgangen (zie bij 120:1). De pelgrims spreken tot de stad Jeruzalem zelf; daarom staat er ‘je’ en ‘jou’. Zie ook: Ps 84:2–3; Ps 84:11; Ps 134:1; Jes 2:3; Mi 4:2 **122:2** Onze voeten stonden in je poorten, Jeruzalem. Brontekst: עֹ֭מְדוֹת (omedot) = staande | הָי֣וּ (hayu) = waren | רַגְלֵ֑ינוּ (ragleinu) = onze voeten | בִּ֝שְׁעָרַ֗יִךְ (bisharayikh) = in je poorten | יְרוּשָׁלִָֽם (yerushalaim) = Jeruzalem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Ex 20:24; Ps 84:8; Ps 87:1–3; Ps 100:4; 2 Kron 6:6 ### De stad van de stammen **122:3** Jeruzalem, gebouwd als een stad die hecht aaneengesloten is. Brontekst: יְרוּשָׁלִַ֥ם (yerushalaim) = Jeruzalem | הַבְּנוּיָ֑ה (habenuya) = de gebouwde | כְּ֝עִ֗יר (keir) = als een stad | שֶׁחֻבְּרָה (shechubera) = die samengevoegd is | לָּ֥הּ (lah) = voor haar | יַחְדָּֽו (yachdav) = tezamen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt van de stad: ‘samengevoegd voor haar, tezamen’ (חֻבְּרָה־לָּהּ יַחְדָּו, chubrah lah yachdav). De huizen staan dicht tegen elkaar, als één geheel. Er kan ook een verband zijn met de eenheid van de stammen (vers 4). Zie ook: 2 Sam 5:9; Ps 122:4; Ps 147:2; Neh 3:38; Ef 2:20–21; Ef 4:4–7 **122:4** Daarheen trokken de stammen op, de stammen van Jah, als getuigenis voor Israël, om de naam van Yahweh te danken. Brontekst: שֶׁשָּׁ֨ם (shesham) = waarheen | עָל֪וּ (alu) = zijn opgetrokken | שְׁבָטִ֡ים (shevatim) = stammen | שִׁבְטֵי (shivtei) = stammen van | יָ֭הּ (yah) = Jah | עֵד֣וּת (edut) = getuigenis | לְיִשְׂרָאֵ֑ל (leyisrael) = voor Israël | לְ֝הֹד֗וֹת (lehodot) = om te danken | לְשֵׁ֣ם (leshem) = de naam van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָהּ (Jah): een korte vorm van Yahweh, vooral in lofzangen. Zie ook 68:5 en 118:5. Voetnoot : עֵדוּת (edut), ‘getuigenis’: hier de vaste regel dat heel Israël naar de plaats van Yahweh optrekt. Zie ook Deut. 16:16. Voetnoot : לְהֹדוֹת (lehodot), ‘danken’ of ‘loven’. Zie ook: Ex 34:23–24; Deut 16:16; Ps 66:13–16; Ps 107:1–3; Ps 118:19 **122:5** Want daar staan tronen voor het recht, tronen voor het huis van David. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | שָׁ֨מָּה (shama) = daar | יָשְׁב֣וּ (yashevu) = zaten | כִסְא֣וֹת (kisot) = tronen | לְמִשְׁפָּ֑ט (lemishpat) = voor recht | כִּ֝סְא֗וֹת (kisot) = tronen | לְבֵ֣ית (leveit) = voor huis van | דָּוִֽיד (david) = David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De tronen zijn de zetels waar recht werd gesproken. ‘Het huis van David’ is zijn koningshuis. Zie ook 2 Sam. 8:15. Zie ook: Deut 17:8; Deut 17:18; 2 Sam 8:15; 2 Sam 8:18; 2 Kron 11:22; 2 Kron 19:8 ### Vraag om de vrede van Jeruzalem **122:6** Vraag om de vrede van Jeruzalem: laten zij die van je houden, rustig zijn. Brontekst: שַׁ֭אֲלוּ (shaalu) = vraag | שְׁל֣וֹם (shelom) = vrede | יְרוּשָׁלִָ֑ם (yerushalaim) = Jeruzalem | יִ֝שְׁלָ֗יוּ (yishlayu) = mogen rustig zijn | אֹהֲבָֽיִךְ (ohavayikh) = je liefhebbers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Er is een woordspel: ‘vraag’ (שַׁאֲלוּ, sha’alu), ‘vrede’ (שְׁלוֹם, sjalom) en ‘Jeruzalem’ (יְרוּשָׁלִַם) klinken op elkaar. Het Hebreeuws van de tweede helft is kort: ‘mogen zij rustig zijn, je liefhebbers’. Zie ook: Gen 12:3; Num 24:9; Ps 51:20; Ps 137:6–7; Jer 29:7 **122:7** Moge er vrede zijn binnen je wallen, rust in je burchten. Brontekst: יְהִֽי (yehi) = moge zijn | שָׁל֥וֹם (shalom) = vrede | בְּחֵילֵ֑ךְ (becheilekh) = binnen je wal | שַׁ֝לְוָ֗ה (shalva) = rust | בְּאַרְמְנוֹתָֽיִךְ (bearmenotayikh) = in je burchten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵיל (chel), ‘wal’: de lage buitenmuur vóór de hoge stadsmuur. Zie ook: Ps 48:4; Ps 48:14; Jes 54:13; Joh 14:27; Jak 3:18 **122:8** Omwille van mijn broers en mijn vrienden wil ik zeggen: „Vrede zij in jou.” Brontekst: לְ֭מַעַן (lemaan) = omwille van | אַחַ֣י (achay) = mijn broers | וְרֵעָ֑י (vereay) = en mijn vrienden | אֲדַבְּרָה (adabera) = ik wil spreken | נָּ֖א (na) = toch | שָׁל֣וֹם (shalom) = vrede | בָּֽךְ (bakh) = in jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 25:6; Ps 16:3; Ps 42:5; Ps 119:63; Fil 2:2–5 **122:9** Omwille van het huis van Yahweh, onze Elohim, zoek ik het goede voor jou. Brontekst: לְ֭מַעַן (lemaan) = omwille van | בֵּית (beit) = huis van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֑ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | אֲבַקְשָׁ֖ה (avaqsha) = ik zoek | ט֣וֹב (tov) = goed | לָֽךְ (lakh) = voor jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 29:3; Ps 26:8; Ps 69:10; Ps 84:11; Neh 2:10 ## Psalmen 123 _Onze ogen zijn op Yahweh_ ### Onze ogen zijn op Yahweh **123:1** Een lied van de opgangen. Naar U heb ik mijn ogen opgeheven, U die troont in de hemel. Brontekst: שִׁ֗יר (shir) = lied van | הַֽמַּ֫עֲל֥וֹת (hamaalot) = de opgangen | אֵ֭לֶיךָ (eleikha) = naar U | נָשָׂ֣אתִי (nasati) = ik heb opgeheven | אֶת (et) = (obj.) | עֵינַ֑י (einay) = mijn ogen | הַ֝יֹּשְׁבִ֗י (hayoshevi) = die troont | בַּשָּׁמָֽיִם (bashamayim) = in de hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 2:4; Ps 11:4; Ps 25:15; Ps 121:1; Ps 141:8 **123:2** Zie, zoals de ogen van dienaren op de hand van hun heren zijn, zoals de ogen van een dienares op de hand van haar meesteres; zo zijn onze ogen op Yahweh, onze Elohim, totdat Hij ons gunst bewijst. Brontekst: הִנֵּ֨ה (hine) = zie | כְעֵינֵ֪י (keeinei) = zoals ogen van | עֲבָדִ֡ים (avadim) = dienaren | אֶל (el) = naar | יַ֤ד (yad) = hand van | אֲֽדוֹנֵיהֶ֗ם (adoneihem) = hun heren | כְּעֵינֵ֣י (keeinei) = zoals ogen van | שִׁפְחָה֮ (shifcha) = dienares | אֶל (el) = naar | יַ֪ד (yad) = hand van | גְּבִ֫רְתָּ֥הּ (gevirtah) = haar meesteres | כֵּ֣ן (ken) = zo | עֵ֭ינֵינוּ (eineinu) = onze ogen | אֶל (el) = naar | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֑ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | עַ֝֗ד (ad) = totdat | שֶׁיְּחָנֵּֽנוּ (sheyechanenu) = Hij ons gunst bewijst Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַבְדִים (avadim), ‘dienaren’: mensen die in dienst van een heer staan (eved). Zo kijken wij naar Yahweh voor hulp. Zie ook: Gen 49:18; Ps 25:15; Ps 40:2–4; Ps 130:5–6; Klaagl 3:25–26 ### Verzadigd met minachting **123:3** Bewijs ons gunst, Yahweh, bewijs ons gunst. Want wij zijn tot barstens toe verzadigd met minachting. Brontekst: חָנֵּ֣נוּ (chanenu) = bewijs ons gunst | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | חָנֵּ֑נוּ (chanenu) = bewijs ons gunst | כִּֽי (ki) = want | רַ֝֗ב (rav) = veel | שָׂבַ֥עְנוּ (savanu) = zijn we verzadigd | בֽוּז (buz) = minachting Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׂבְעָה (sav’ah), ‘verzadigd’: zo vol dat men er meer dan genoeg van heeft. De dichter is verzadigd met minachting, niet met voedsel. Hetzelfde werkwoord staat in vers 4. Zie ook: Ps 57:2; Ps 69:14–17; Ps 89:51–52; Ps 123:4; Neh 3:34–36; Luc 18:11–13 **123:4** Onze ziel is tot barstens toe verzadigd met de spot van de zorgelozen, met de minachting van de trotsen. Brontekst: רַבַּת֮ (rabat) = veel | שָֽׂבְעָה (savea) = is verzadigd | לָּ֪הּ (lah) = voor zich | נַ֫פְשֵׁ֥נוּ (nafshenu) = onze ziel | הַלַּ֥עַג (halaag) = met de spot | הַשַּׁאֲנַנִּ֑ים (hashaananim) = van de zorgelozen | הַ֝בּ֗וּז (habuz) = de minachting | לִגְאֵ֥יוֹנִֽים (ligeionim) = van de trotsen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 12:5; Ps 119:51; Jes 32:11; Hand 17:32; 1 Kor 4:13 ## Psalmen 124 _Als Yahweh niet voor ons was geweest_ ### Als Yahweh niet voor ons was geweest **124:1** Een lied van de opgangen. Van David. Als Yahweh niet voor ons was geweest, laat Israël dat nu zeggen, Brontekst: שִׁ֥יר (shir) = lied van | הַֽמַּעֲל֗וֹת (hamaalot) = de opgangen | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | לוּלֵ֣י (lulei) = als niet | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | שֶׁהָ֣יָה (shehaya) = die was | לָ֑נוּ (lanu) = voor ons | יֹֽאמַר (yomar) = laat zeggen | נָ֝א (na) = toch | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De dichter laat heel Israël zingen. Het lied is een lied van de opgangen (zie bij 120:1). Zie ook: Ps 54:6; Ps 56:10; Ps 120:1; Rom 8:31; Heb 13:5–6 **124:2** als Yahweh niet voor ons was geweest, toen mensen tegen ons opstonden, Brontekst: לוּלֵ֣י (lulei) = als niet | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | שֶׁהָ֣יָה (shehaya) = die was | לָ֑נוּ (lanu) = voor ons | בְּק֖וּם (bequm) = toen opstonden | עָלֵ֣ינוּ (aleinu) = tegen ons | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:2; Ps 21:2–3; Ps 22:13–14; Ps 22:17; Ps 37:32 **124:3** dan hadden zij ons levend verslonden, toen hun toorn tegen ons ontbrandde. Brontekst: אֲ֭זַי (azay) = dan | חַיִּ֣ים (chayim) = levend | בְּלָע֑וּנוּ (belaunu) = hadden zij ons verslonden | בַּחֲר֖וֹת (bacharot) = toen ontbrandde | אַפָּ֣ם (apam) = hun toorn | בָּֽנוּ (banu) = tegen ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Levend verslonden’: de vijand slokt hen op als de Sjeol, het dodenrijk, dat zijn prooi in één keer doorslikt (vergelijk Spr. 1:12). Zie ook: Ps 35:25; Ps 57:4; Spr 1:12; Est 3:12–13; Mat 2:16; Hand 9:2 **124:4** Dan hadden de wateren ons weggespoeld, was de stroom over onze ziel gegaan. Brontekst: אֲ֭זַי (azay) = dan | הַמַּ֣יִם (hamayim) = de wateren | שְׁטָפ֑וּנוּ (shetafunu) = hadden ons weggespoeld | נַ֗֜חְלָה (nachla) = de stroom | עָבַ֥ר (avar) = was gegaan | עַל (al) = over | נַפְשֵֽׁנוּ (nafshenu) = onze ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier de mens zelf, zijn leven. ‘Over onze ziel’ betekent: over ons heen, tot aan ons leven. Zie ook: Ps 69:3; Ps 69:16; Jer 46:7–8; Openb 12:15–16; Openb 17:15 **124:5** Dan waren de kolkende wateren over onze ziel gegaan. Brontekst: אֲ֭זַי (azay) = dan | עָבַ֣ר (avar) = was gegaan | עַל (al) = over | נַפְשֵׁ֑נוּ (nafshenu) = onze ziel | הַ֝מַּ֗יִם (hamayim) = de wateren | הַזֵּֽידוֹנִֽים (hazeidonim) = de kolkende Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 38:11; Ps 93:3–4; Jer 5:22 ### Gezegend is Yahweh **124:6** Gezegend is Yahweh, die ons niet als prooi aan hun tanden heeft gegeven. Brontekst: בָּר֥וּךְ (barukh) = gezegend | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | שֶׁלֹּ֥א (shelo) = die niet | נְתָנָ֥נוּ (netananu) = heeft gegeven ons | טֶ֝֗רֶף (teref) = als prooi | לְשִׁנֵּיהֶֽם (leshineihem) = aan hun tanden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:9–10; Ps 17:9; Ps 118:13; Ps 145:5–6; Jes 10:14–19 **124:7** Onze ziel is ontkomen als een vogel uit de strik van de vogelvangers. De strik is gebroken, en wij zijn ontkomen. Brontekst: נַפְשֵׁ֗נוּ (nafshenu) = onze ziel | כְּצִפּ֥וֹר (ketsipor) = als een vogel | נִמְלְטָה֮ (nimleta) = is ontkomen | מִפַּ֪ח (mipach) = uit de strik van | י֫וֹקְשִׁ֥ים (yoqeshim) = vogelvangers | הַפַּ֥ח (hapach) = de strik | נִשְׁבָּ֗ר (nishbar) = is gebroken | וַאֲנַ֥חְנוּ (vaanachnu) = en wij | נִמְלָֽטְנוּ (nimlatenu) = zijn ontkomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De vogel en de strik zijn een beeld van het gevaar. Het gebroken net laat de vogel vrij. Zie ook: 1 Sam 25:29; Ps 25:15; Ps 91:3; Spr 6:5; 2 Tim 2:26 **124:8** Onze hulp is in de naam van Yahweh, de maker van hemel en aarde. Brontekst: עֶ֭זְרֵנוּ (ezrenu) = onze hulp | בְּשֵׁ֣ם (beshem) = in de naam van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | עֹ֝שֵׂ֗ה (ose) = maker van | שָׁמַ֥יִם (shamayim) = hemel | וָאָֽרֶץ (vaarets) = en aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 115:15; Ps 121:2; Ps 146:5–6; Jer 32:17; Hand 4:24 ## Psalmen 125 _Vast als de berg Sion_ ### Vast als de berg Sion **125:1** Een lied van de opgangen. Wie op Yahweh vertrouwen, zijn als de berg Sion: die wankelt niet, die blijft voor eeuwig. Brontekst: שִׁ֗יר (shir) = lied van | הַֽמַּ֫עֲל֥וֹת (hamaalot) = de opgangen | הַבֹּטְחִ֥ים (habotechim) = die vertrouwen | בַּיהוָ֑ה (baYahweh) = op Yahweh | כְּֽהַר (kehar) = als berg | צִיּ֥וֹן (tsiyon) = Sion | לֹא (lo) = niet | יִ֝מּ֗וֹט (yimot) = wankelt | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor altijd | יֵשֵֽׁב (yeshev) = blijft Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt niet duidelijk wie ‘blijft’: de berg Sion of de mensen die vertrouwen. Wij lezen: de berg. Het beeld laat beide gedachten toe. Zie ook: Ps 25:2; Ps 62:3; Ps 118:8–9; Spr 3:5–6; Jer 17:7–8 **125:2** Jeruzalem heeft bergen rondom zich, en Yahweh is rondom Zijn volk, van nu af en voor eeuwig. Brontekst: יְֽרוּשָׁלִַ֗ם (yerushalaim) = Jeruzalem | הָרִים֮ (harim) = bergen | סָבִ֪יב (saviv) = rondom | לָ֥הּ (lah) = haar | וַ֭יהוָה (vaYahweh) = en Yahweh | סָבִ֣יב (saviv) = rondom | לְעַמּ֑וֹ (leamo) = Zijn volk | מֵ֝עַתָּ֗ה (meata) = van nu af | וְעַד (vead) = en tot | עוֹלָֽם (olam) = eeuwigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Ps 34:8; Ps 121:8; Jes 4:5; Zach 2:9; Joh 10:28–29 ### Het lot van de rechtvaardigen **125:3** Want de scepter van de goddeloosheid blijft niet rusten op het lot van de rechtvaardigen, opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken naar onrechtvaardigheid. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לֹ֪א (lo) = niet | יָנ֡וּחַ (yanuach) = zal rusten | שֵׁ֤בֶט (shevet) = scepter van | הָרֶ֗שַׁע (haresha) = de goddeloosheid | עַל֮ (al) = op | גּוֹרַ֪ל (goral) = lot van | הַֽצַּדִּ֫יקִ֥ים (hatsadiqim) = de rechtvaardigen | לְמַ֡עַן (lemaan) = opdat | לֹא (lo) = niet | יִשְׁלְח֖וּ (yishlechu) = uitstrekken | הַצַּדִּיקִ֨ים (hatsadiqim) = de rechtvaardigen | בְּעַוְלָ֬תָה (beavlata) = naar onrechtvaardigheid | יְדֵיהֶֽם (yedeihem) = hun handen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֵׁבֶט (shevet), ‘scepter’: de staf van wie heerst. גּוֹרָל (goral), ‘lot’: het deel dat bij loting is toegewezen, hier het land van de rechtvaardigen. Voetnoot : עַוְלָתָה (avlatah), ‘onrechtvaardigheid’: geschreven als עולתה (olatah). Zie ook: Ps 89:23; Spr 22:8; Jes 14:5–6; 1 Kor 10:13; Openb 2:10 **125:4** Doe goed, Yahweh, aan de goeden en aan wie oprecht zijn in hun hart. Brontekst: הֵיטִ֣יבָה (heitiva) = doe goed | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לַטּוֹבִ֑ים (latovim) = aan de goeden | וְ֝לִֽישָׁרִ֗ים (velisharim) = en aan de oprechten | בְּלִבּוֹתָֽם (belibotam) = in hun harten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 7:11; Ps 51:20; Ps 84:12; Ps 94:15; Ps 119:68 **125:5** Maar wie afbuigen naar hun kronkelwegen, hen zal Yahweh wegvoeren met de werkers van het onrecht. Vrede over Israël! Brontekst: וְהַמַּטִּ֤ים (vehamatim) = en die afbuigen | עַֽקַלְקַלּוֹתָ֗ם (aqalqalotam) = naar hun kronkelwegen | יוֹלִיכֵ֣ם (yolikhem) = Yahweh laat gaan | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֶת (et) = (obj.) | פֹּעֲלֵ֣י (poalei) = werkers van | הָאָ֑וֶן (haaven) = het onrecht | שָׁ֝ל֗וֹם (shalom) = vrede | עַל (al) = over | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲקַלְקַלּוֹת (aqalqallot), ‘kronkelwegen’: omwegen die van het rechte pad afgaan. Voetnoot : אָוֶן (aven), ‘onrecht’: zoals in Job 31:3. Zie ook: Job 31:3; Ps 40:5; Ps 128:6; Spr 2:15; Jes 59:8; Gal 6:16 ## Psalmen 126 _Zaaien met tranen, oogsten met gejuich_ ### Toen Yahweh het lot keerde **126:1** Een lied van de opgangen. Toen Yahweh het lot van Sion keerde, waren wij als dromers. Brontekst: שִׁ֗יר (shir) = lied van | הַֽמַּ֫עֲל֥וֹת (hamaalot) = de opgangen | בְּשׁ֣וּב (beshuv) = bij het keren van | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֶת (et) = (obj.) | שִׁיבַ֣ת (shivat) = lot van (terugkeer van) | צִיּ֑וֹן (tsiyon) = Sion | הָ֝יִ֗ינוּ (hayinu) = waren wij | כְּחֹלְמִֽים (kecholemim) = als dromers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: שׁוּב שְׁבוּת (shuv shevut) is een vaste uitdrukking voor ‘het lot keren’ of ‘herstel brengen’; het kan ook ‘de gevangenen terugbrengen’ betekenen. Hier staat de vorm שִׁיבַת (shivat), ‘terugkeer’, van het werkwoord ‘terugkeren’. Wij vertalen ‘het lot keren’ en laten de gedachte aan een terugkeer uit ballingschap open. Voetnoot : כְּחֹלְמִים (kecholemim), ‘als dromers’: zo onwerkelijk goed leek het. Het woord kan mogelijk ook ‘als genezenen’ betekenen; wij volgen ‘dromers’. Zie ook: Ps 85:2; Joël 4:1; Hos 6:11; Jer 31:8–10; Hand 12:9 **126:2** Toen werd onze mond vol gelach en onze tong vol gejuich. Toen zeiden zij onder de volken: „Yahweh heeft grote dingen met hen gedaan.” Brontekst: אָ֤ז (az) = toen | יִמָּלֵ֪א (yimale) = werd gevuld | שְׂח֡וֹק (sechoq) = gelach | פִּינוּ֮ (pinu) = onze mond | וּלְשׁוֹנֵ֪נוּ (uleshonenu) = en onze tong | רִ֫נָּ֥ה (rina) = gejuich | אָ֭ז (az) = toen | יֹאמְר֣וּ (yomru) = zij zeiden | בַגּוֹיִ֑ם (bagoyim) = onder de volken | הִגְדִּ֥יל (higdil) = heeft groot gemaakt | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לַעֲשׂ֥וֹת (laasot) = om te doen | עִם (im) = met | אֵֽלֶּה (ele) = dezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 8:21; Ps 71:19; Ps 106:47–48; Jes 35:10; Zach 8:22–23 **126:3** Yahweh heeft grote dingen met ons gedaan. Wij waren blij. Brontekst: הִגְדִּ֣יל (higdil) = heeft groot gemaakt | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לַעֲשׂ֥וֹת (laasot) = om te doen | עִמָּ֗נוּ (imanu) = met ons | הָיִ֥ינוּ (hayinu) = wij waren | שְׂמֵחִֽים (semechim) = blij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 12:4–6; Jes 51:9–11; Jes 66:14; Luc 1:49; Openb 19:1–7 ### Keer ons lot opnieuw **126:4** Keer ons lot, Yahweh, zoals de beekbeddingen in de Negev. Brontekst: שׁוּבָ֣ה (shuva) = keer | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֶת (et) = (obj.) | שְׁבִיתֵ֑נוּ (shevitenu) = ons lot | כַּאֲפִיקִ֥ים (kaafiqim) = als de beekbeddingen | בַּנֶּֽגֶב (banegev) = in de Negev Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Negev: De Negev is het droge zuidelijke deel van het land, rond Beër-Sjeba. Voetnoot Uitleg: אֲפִיקִים (afiqim), ‘beekbeddingen’: dalen in de Negev die droog liggen en na regen plotseling vol water staan. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is שבותנו (shevutenu). De te lezen vorm (qere) is שביתנו (shevitenu). Beide betekenen ‘ons lot’. Wij volgen de qere. Zie ook: Joz 3:16; Ps 85:5; Hos 2:2; Jes 35:6; Jes 43:19 **126:5** Wie met tranen zaaien, zullen met gejuich oogsten. Brontekst: הַזֹּרְעִ֥ים (hazoreim) = die zaaien | בְּדִמְעָ֗ה (bedima) = met tranen | בְּרִנָּ֥ה (berina) = met gejuich | יִקְצֹֽרוּ (yiqtsoru) = zullen oogsten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joël 2:23; Jes 35:10; Mat 5:4; Joh 16:20–22; Gal 6:9 **126:6** Huilend gaat hij heen, dragend de zak met zaad. Met gejuich komt hij zeker terug, dragend zijn schoven. Brontekst: הָ֘ל֤וֹךְ (halokh) = gaande | יֵלֵ֨ךְ (yelekh) = gaat hij | וּבָכֹה֮ (uvakho) = en huilend | נֹשֵׂ֪א (nose) = dragend | מֶֽשֶׁךְ (meshekh) = zak van | הַ֫זָּ֥רַע (hazara) = het zaad | בֹּֽ֬א (bo) = komende | יָב֥וֹא (yavo) = komt hij | בְרִנָּ֑ה (berina) = met gejuich | נֹ֝שֵׂ֗א (nose) = dragend | אֲלֻמֹּתָֽיו (alumotav) = zijn schoven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֶשֶׁךְ (meshech), ‘zak’: de betekenis van het woord is onzeker. Wij vertalen ‘zak met zaad’ (letterlijk: ‘het trekken van het zaad’). Zie ook: Ps 30:6; Jes 9:1–2; Jes 61:3; Jer 50:4–5; Gal 6:7–8 ## Psalmen 127 _Zonder Yahweh is al het werk tevergeefs_ ### Zonder Yahweh is al het werk tevergeefs **127:1** Een lied van de opgangen. Van Salomo. Als Yahweh het huis niet bouwt, hebben zijn bouwers er tevergeefs aan gewerkt. Als Yahweh de stad niet bewaakt, waakt de bewaker tevergeefs. Brontekst: שִׁ֥יר (shir) = lied van | הַֽמַּֽעֲל֗וֹת (hamaalot) = de opgangen | לִשְׁלֹ֫מֹ֥ה (lishlomo) = van Salomo | אִם (im) = als | יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | לֹא (lo) = niet | יִבְנֶ֬ה (yivne) = bouwt | בַ֗יִת (bayit) = huis | שָׁ֤וְא (shave) = tevergeefs | עָמְל֣וּ (amelu) = hebben gewerkt | בוֹנָ֣יו (bonav) = zijn bouwers | בּ֑וֹ (bo) = eraan | אִם (im) = als | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | לֹֽא (lo) = niet | יִשְׁמָר (yishmar) = bewaakt | עִ֝֗יר (ir) = stad | שָׁ֤וְא (shave) = tevergeefs | שָׁקַ֬ד (shaqad) = waakt | שׁוֹמֵֽר (shomer) = bewaker Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בַּיִת (bayit), ‘huis’: het kan het gebouw zijn (de tempel, die Salomo bouwde) en ook het gezin of koningshuis. Vergelijk 2 Sam. 7:11 en 7:13. Zie ook: 2 Sam 7:11; 2 Sam 7:13; Ps 33:16–18; Spr 16:9; Spr 21:30–31; 1 Kor 3:7; 1 Kor 3:9–15 **127:2** Het is tevergeefs dat jullie vroeg opstaan en laat blijven zitten, dat jullie het brood van zware arbeid eten. Zo geeft Hij Zijn geliefde slaap. Brontekst: שָׁ֤וְא (shave) = tevergeefs | לָכֶ֨ם (lakhem) = voor jullie | מַשְׁכִּ֪ימֵי (mashkimei) = vroeg opstaanden | ק֡וּם (qum) = om op te staan | מְאַֽחֲרֵי (meacharei) = die uitstellen | שֶׁ֗בֶת (shevet) = het zitten | אֹ֭כְלֵי (okhelei) = etende | לֶ֣חֶם (lechem) = brood van | הָעֲצָבִ֑ים (haatsavim) = de zware arbeid | כֵּ֤ן (ken) = zo | יִתֵּ֖ן (yiten) = geeft Hij | לִֽידִיד֣וֹ (lidido) = aan Zijn geliefde | שֵׁנָֽא (shena) = slaap Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לִידִידוֹ (lididó), ‘Zijn geliefde’: het woord is verwant aan de naam Jedidja, ‘geliefde van Yahweh’, die Salomo kreeg (2 Sam. 12:25). Het slotwoord (שֵׁנָא, shena) kan ook gelezen worden als ‘terwijl hij slaapt’: Hij geeft het aan Zijn geliefde in de slaap. Voetnoot : עֲצָבִים (atsavim), ‘zware arbeid’: werk dat pijn en zorgen geeft (vergelijk Gen. 3:17). Zie ook: Gen 3:17; Job 11:18; 2 Sam 12:25; Ps 3:6; Ps 4:9; Pred 5:11; Jer 31:26 ### Zonen zijn een erfdeel van Yahweh **127:3** Zie, zonen zijn een erfdeel van Yahweh, de vrucht van de schoot is een beloning. Brontekst: הִנֵּ֤ה (hine) = zie | נַחֲלַ֣ת (nachalat) = erfdeel van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בָּנִ֑ים (banim) = zonen | שָׂ֝כָ֗ר (sakhar) = beloning | פְּרִ֣י (peri) = vrucht van | הַבָּֽטֶן (habaten) = de schoot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּנִים (banim): meestal ‘zonen’, in het Hebreeuws ook ‘kinderen’. Wij vertalen overal ‘zonen’. Zie ook: Gen 48:4; Deut 28:4; 1 Sam 1:27; Ps 128:3–4; Jes 8:18 **127:4** Zoals pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen van de jeugd. Brontekst: כְּחִצִּ֥ים (kechitsim) = zoals pijlen | בְּיַד (beyad) = in de hand van | גִּבּ֑וֹר (gibor) = held | כֵּ֝֗ן (ken) = zo | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | הַנְּעוּרִֽים (haneurim) = de jeugd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 120:4; Spr 17:6; Spr 31:28; Jer 50:9 **127:5** Gelukkig de man die zijn pijlkoker ermee heeft gevuld. Zij zullen niet beschaamd worden wanneer zij met vijanden spreken in de poort. Brontekst: אַשְׁרֵ֤י (ashrei) = gelukkig | הַגֶּ֗בֶר (hagever) = de man | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | מִלֵּ֥א (mile) = heeft gevuld | אֶת (et) = (obj.) | אַשְׁפָּת֗וֹ (ashpato) = zijn pijlkoker | מֵ֫הֶ֥ם (mehem) = met hen | לֹֽא (lo) = niet | יֵבֹ֑שׁוּ (yevoshu) = zullen beschaamd worden | כִּֽי (ki) = als | יְדַבְּר֖וּ (yedaberu) = zij spreken | אֶת (et) = met | אוֹיְבִ֣ים (oyevim) = vijanden | בַּשָּֽׁעַר (bashaar) = in de poort Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘De poort’ is de plaats bij de stadspoort waar recht werd gesproken en zaken werden geregeld. Een vader met veel zonen staat er sterk. Zie ook: Gen 50:23; Job 5:4; Job 42:12–16; Ps 18:48; Spr 27:11 ## Psalmen 128 _Gezegend wie Yahweh vreest_ ### Gezegend wie Yahweh vreest **128:1** Een lied van de opgangen. Gelukkig ieder die Yahweh vreest, die op Zijn wegen gaat. Brontekst: שִׁ֗יר (shir) = lied van | הַֽמַּ֫עֲל֥וֹת (hamaalot) = de opgangen | אַ֭שְׁרֵי (ashrei) = gelukkig | כָּל (kal) = ieder | יְרֵ֣א (yere) = die vreest | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | הַ֝הֹלֵ֗ךְ (haholekh) = die gaat | בִּדְרָכָֽיו (bidrakhav) = op Zijn wegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Gelukkig (אַשְׁרֵי, ashrei): de ‘wegen’ van Yahweh zijn Zijn geboden en leefregels. Zie ook: Ps 103:13; Ps 112:1; Ps 119:1; Ps 147:11; Luc 1:50 **128:2** Want je zult eten van de arbeid van je handen. Gelukkig ben je, en het zal je goed gaan. Brontekst: יְגִ֣יעַ (yegia) = arbeid van | כַּ֭פֶּיךָ (kapeikha) = je handen | כִּ֣י (ki) = want | תֹאכֵ֑ל (tokhel) = je zult eten | אַ֝שְׁרֶ֗יךָ (ashreikha) = gelukkig ben je | וְט֣וֹב (vetov) = en goed | לָֽךְ (lakh) = voor jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws wisselt van ‘ieder’ (vers 1) naar ‘je’: de dichter spreekt nu de gelukkige zelf aan. Zie ook: Deut 28:4; Ps 128:1; Pred 5:17–18; Jes 3:10; Jes 62:8; Jes 65:21–23 **128:3** Je vrouw is als een vruchtbare wijnstok in het binnenste van je huis. Je zonen zijn als olijfscheuten rondom je tafel. Brontekst: אֶשְׁתְּךָ֤ (eshtekha) = je vrouw | כְּגֶ֥פֶן (kegefen) = als wijnstok | פֹּרִיָּה֮ (poriya) = vruchtbare | בְּיַרְכְּתֵ֪י (beyarketei) = in het binnenste van | בֵ֫יתֶ֥ךָ (beitekha) = je huis | בָּ֭נֶיךָ (baneikha) = je zonen | כִּשְׁתִלֵ֣י (kishtilei) = als scheuten van | זֵיתִ֑ים (zeitim) = olijven | סָ֝בִ֗יב (saviv) = rondom | לְשֻׁלְחָנֶֽךָ (leshulchanekha) = je tafel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 49:22; Ps 52:10; Spr 5:15–18; Ezech 19:10; Rom 11:24 **128:4** Zie, ja, zo wordt de man gezegend die Yahweh vreest. Brontekst: הִנֵּ֣ה (hine) = zie | כִי (ki) = ja | כֵ֭ן (ken) = zo | יְבֹ֥רַךְ (yevorakh) = wordt gezegend | גָּ֗בֶר (gaver) = man | יְרֵ֣א (yere) = die vreest | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) ### De zegen vanuit Sion **128:5** Yahweh zegene je vanuit Sion. Mag je het goede van Jeruzalem zien, al de dagen van je leven. Brontekst: יְבָרֶכְךָ֥ (yevarekhkha) = zegene je | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מִצִּ֫יּ֥וֹן (mitsiyon) = vanuit Sion | וּ֭רְאֵה (uree) = en zie | בְּט֣וּב (betuv) = het goede van | יְרוּשָׁלִָ֑ם (yerushalaim) = Jeruzalem | כֹּ֝֗ל (kol) = alle | יְמֵ֣י (yemei) = dagen van | חַיֶּֽיךָ (chayeikha) = je leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: De zegen komt ‘vanuit Sion’: de plaats waar Yahweh woont (zie 132:13–14). Zie ook: Ps 20:3; Ps 118:26; Ps 122:6; Ps 134:3; Jes 33:20 **128:6** Mag je de zonen van je zonen zien. Vrede over Israël! Brontekst: וּרְאֵֽה (uree) = en zie | בָנִ֥ים (banim) = zonen | לְבָנֶ֑יךָ (levaneikha) = van je zonen | שָׁ֝ל֗וֹם (shalom) = vrede | עַל (al) = over | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 50:23; Job 42:16; Ps 125:5; Spr 17:6; Jes 66:12 ## Psalmen 129 _Vaak benauwd, nooit overwonnen_ ### Van jongs af belaagd, nooit overwonnen **129:1** Een lied van de opgangen. Laat Israël nu zeggen: „Vaak hebben zij mij van jongs af aan benauwd. Brontekst: שִׁ֗יר (shir) = lied van | הַֽמַּ֫עֲל֥וֹת (hamaalot) = de opgangen | רַ֭בַּת (rabat) = vaak | צְרָר֣וּנִי (tseraruni) = hebben zij mij benauwd | מִנְּעוּרַ֑י (mineuray) = van mijn jeugd af | יֹֽאמַר (yomar) = laat zeggen | נָ֝א (na) = toch | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Van jongs af’ (מִנְּעוּרַי, minne’urai) is het volk Israël dat over zijn begintijd als volk spreekt. Wij laten de aanhalingstekens lopen tot het einde van vers 4, want de zin ‘Yahweh is rechtvaardig’ hoort bij wat Israël zegt. Zie ook: Ps 120:1; Ps 122:1; Ps 124:1; Ps 129:4; Hos 11:1; Jer 2:2 **129:2** Vaak hebben zij mij van jongs af aan benauwd, maar zij hebben mij niet overmeesterd. Brontekst: רַ֭בַּת (rabat) = vaak | צְרָר֣וּנִי (tseraruni) = hebben zij mij benauwd | מִנְּעוּרָ֑י (mineuray) = van mijn jeugd af | גַּ֝ם (gam) = toch | לֹא (lo) = niet | יָ֥כְלוּ (yakhelu) = hebben zij overmeesterd | לִֽי (li) = mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:20; Ps 42:2; Mat 16:18; 2 Kor 4:8–9; Openb 12:8–9 **129:3** Ploegers hebben op mijn rug geploegd. Zij hebben hun voren lang getrokken. Brontekst: עַל (al) = over | גַּ֭בִּי (gabi) = mijn rug | חָרְשׁ֣וּ (chareshu) = hebben geploegd | חֹרְשִׁ֑ים (choreshim) = ploegers | הֶ֝אֱרִ֗יכוּ (heerikhu) = hebben lang gemaakt | לְמַעֲנִיתָֽם (lemaanitam) = hun voren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De ploegers die op de rug ploegen: het beeld van striemen van de zweep. De ‘voren’ (מַעֲנִיָּה, ma’anyah) zijn de lange sporen van de ploeg. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is למענותם (lema’anotam). De te lezen vorm (qere) is למעניתם (lema’anitam), ‘hun voren’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 141:7; Jes 51:23 **129:4** Yahweh is rechtvaardig. Hij heeft de touwen van de goddelozen doorgesneden.” Brontekst: יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | צַדִּ֑יק (tsadiq) = rechtvaardig | קִ֝צֵּ֗ץ (qitsets) = heeft doorgesneden | עֲב֣וֹת (avot) = touwen van | רְשָׁעִֽים (reshaim) = goddelozen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲבוֹת (avot), ‘touwen’: waarmee de goddelozen de ploegdieren (Israël) vastbinden. Yahweh snijdt die door. Zie ook: Ps 119:137; Ps 124:6–7; Klaagl 3:22; Dan 9:7; Neh 9:33 ### Wie Sion haten, verdorren **129:5** Laten zij beschaamd worden en achteruit wijken, allen die Sion haten. Brontekst: יֵ֭בֹשׁוּ (yevoshu) = laten beschaamd worden | וְיִסֹּ֣גוּ (veyisogu) = en laten terugwijken | אָח֑וֹר (achor) = achteruit | כֹּ֝֗ל (kol) = alle | שֹׂנְאֵ֥י (soneei) = haters van | צִיּֽוֹן (tsiyon) = Sion Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Ps 71:13; Ps 83:5–12; Jes 37:35; Zach 12:3; Est 6:13 **129:6** Laten zij zijn als gras op de daken, dat verdort voordat het opschiet. Brontekst: יִ֭הְיוּ (yihyu) = laten zijn | כַּחֲצִ֣יר (kachatsir) = als gras van | גַּגּ֑וֹת (gagot) = daken | שֶׁקַּדְמַ֖ת (sheqadmat) = dat voordat | שָׁלַ֣ף (shalaf) = het opschiet | יָבֵֽשׁ (yavesh) = verdort Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁלַף (shalaf) betekent ‘uittrekken’ en ook ‘opschieten’ (zoals een spruit). Gras op een dak heeft geen diepe wortel en verdort snel. Wij vertalen ‘opschieten’; een andere mogelijkheid is ‘voordat men het uittrekt’. Zie ook: Ps 37:2; Ps 92:8; 2 Kon 19:26; Jer 17:5–6; Mat 13:6 **129:7** Daarmee vult de maaier zijn hand niet, en wie schoven bindt zijn armvol niet. Brontekst: שֶׁלֹּ֤א (shelo) = waarmee niet | מִלֵּ֖א (mile) = vult | כַפּ֥וֹ (kapo) = zijn hand | קוֹצֵ֗ר (qotser) = maaier | וְחִצְנ֥וֹ (vechitsno) = en zijn armvol | מְעַמֵּֽר (meamer) = binder van schoven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 126:6; Hos 8:7; Jes 17:10–11; Gal 6:8 **129:8** En de voorbijgangers zeggen niet: „De zegen van Yahweh zij met jullie. Wij zegenen jullie in de naam van Yahweh.” Brontekst: וְלֹ֤א (velo) = en niet | אָֽמְר֨וּ (ameru) = zeggen | הָעֹבְרִ֗ים (haoverim) = de voorbijgangers | בִּרְכַּֽת (birkat) = zegen van | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֲלֵיכֶ֑ם (aleikhem) = over jullie | בֵּרַ֥כְנוּ (berakhnu) = wij zegenen | אֶ֝תְכֶ֗ם (etkhem) = jullie | בְּשֵׁ֣ם (beshem) = in de naam van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Bij de oogst groette men elkaar met een zegen (vergelijk Ruth 2:4). Dit gras krijgt zo’n groet niet. Zie ook: Ruth 2:4; Ps 118:26 ## Psalmen 130 _Uit de diepten roep ik tot U_ ### Uit de diepten **130:1** Een lied van de opgangen. Uit de diepten roep ik U, Yahweh. Brontekst: שִׁ֥יר (shir) = lied van | הַֽמַּעֲל֑וֹת (hamaalot) = de opgangen | מִמַּעֲמַקִּ֖ים (mimaamaqim) = uit de diepten | קְרָאתִ֣יךָ (qeratikha) = ik roep U | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִמַּעֲמַקִּים (mimma’amaqqim), ‘uit de diepten’: diep water of de diepte van de dood. De dichter roept vanuit de grootste nood. Zie ook: Ps 42:8; Ps 69:15–16; Jona 2:3–5; Klaagl 3:53–55; Heb 5:7 **130:2** Mijn Heer, hoor mijn stem. Laat Uw oren opmerkzaam zijn op de stem van mijn smeekbeden. Brontekst: אֲדֹנָי֮ (adonay) = mijn Heer | שִׁמְעָ֪ה (shima) = hoor | בְק֫וֹלִ֥י (beqoli) = naar mijn stem | תִּהְיֶ֣ינָה (tihyeina) = laat zijn | אָ֭זְנֶיךָ (azeneikha) = Uw oren | קַשֻּׁב֑וֹת (qashuvot) = opmerkzaam | לְ֝ק֗וֹל (leqol) = naar de stem van | תַּחֲנוּנָֽי (tachanunay) = mijn smeekbeden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: aanspreking van Yahweh. Zo vertalen wij het ook in vers 3 en 6. Zie ook: Ps 61:2–3; Ps 130:3; Ps 130:6; Ps 140:7; 2 Kron 6:40; Jes 37:17; Neh 1:11 ### Bij U is vergeving **130:3** Als U ongerechtigheden bewaart, Jah, mijn Heer, wie kan dan standhouden? Brontekst: אִם (im) = als | עֲוֺנ֥וֹת (avonot) = ongerechtigheden | תִּשְׁמָר (tishmar) = U bewaart | יָ֑הּ (yah) = Jah | אֲ֝דֹנָ֗י (adonay) = mijn Heer | מִ֣י (mi) = wie | יַעֲמֹֽד (yaamod) = kan standhouden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָהּ (Jah): een korte vorm van Yahweh. Zie ook 68:5. Voetnoot : עֲוֹנוֹת (avonot), ‘ongerechtigheden’: schuld en wat verdraaid is. שָׁמַר (shamar) is hier ‘bewaren’, dat wil zeggen: bijhouden en onthouden. Zie ook: Ps 76:8; Ps 143:2; Nah 1:6; Joh 8:7–9; Rom 3:20–24 **130:4** Maar bij U is de vergeving, opdat U gevreesd wordt. Brontekst: כִּֽי (ki) = maar | עִמְּךָ֥ (imekha) = bij U | הַסְּלִיחָ֑ה (haselicha) = de vergeving | לְ֝מַ֗עַן (lemaan) = opdat | תִּוָּרֵֽא (tivare) = U gevreesd wordt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סְלִיחָה (selichah), ‘vergeving’. ‘Opdat U gevreesd wordt’: door vergeving komt eerbied, niet angst voor straf. Zie ook: Ps 86:5; 1 Kon 8:39–40; Jes 55:7; Jer 33:8–9; Dan 9:9 ### Wachten op Yahweh **130:5** Ik hoop op Yahweh, mijn ziel hoopt, en op Zijn woord wacht ik. Brontekst: קִוִּ֣יתִי (qiviti) = ik hoop | יְ֭הוָה (Yahweh) = op Yahweh | קִוְּתָ֣ה (qiveta) = hoopt | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | וְֽלִדְבָר֥וֹ (velidvaro) = en op Zijn woord | הוֹחָֽלְתִּי (hochalti) = wacht ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de mens zelf, met zijn verlangen. Wij vertalen קָוָה (qavah) met ‘hopen’ en יָחַל (yachal) met ‘wachten’. Zie ook: Ps 27:14; Ps 33:20; Ps 62:6; Ps 119:81; Jes 30:18 **130:6** Mijn ziel is gericht op mijn Heer, meer dan bewakers op de morgen, bewakers op de morgen. Brontekst: נַפְשִׁ֥י (nafshi) = mijn ziel | לַֽאדֹנָ֑י (ladonay) = naar mijn Heer | מִשֹּׁמְרִ֥ים (mishomerim) = meer dan bewakers | לַ֝בֹּ֗קֶר (laboqer) = op de morgen | שֹׁמְרִ֥ים (shomerim) = bewakers | לַבֹּֽקֶר (laboqer) = op de morgen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 63:7; Ps 119:147; Ps 134:1; Jes 21:8; Hand 27:29 **130:7** Israël, wacht op Yahweh, want bij Yahweh is de trouw, en bij Hem is de vrijkoping overvloedig. Brontekst: יַחֵ֥ל (yachel) = wacht | יִשְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | אֶל (el) = op | יְה֫וָה (Yahweh) = Yahweh | כִּֽי (ki) = want | עִם (im) = bij | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | הַחֶ֑סֶד (hachesed) = de trouw | וְהַרְבֵּ֖ה (veharbe) = en overvloedig | עִמּ֣וֹ (imo) = bij Hem | פְדֽוּת (pedut) = de vrijkoping Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. פְּדוּת (fedut), ‘vrijkoping’: een slaaf of gevangene wordt met een prijs vrijgekocht. Zo kocht Yahweh Israël vrij uit Egypte (Deut. 7:8; 15:15). Zie ook: Deut 7:8; Deut 15:15; Ps 40:4; Ps 86:5; Ps 86:15; Ef 1:7–8; Openb 5:9 **130:8** En Hij zal Israël vrijkopen van al zijn ongerechtigheden. Brontekst: וְ֭הוּא (vehu) = en Hij | יִפְדֶּ֣ה (yifde) = zal vrijkopen | אֶת (et) = (obj.) | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | מִ֝כֹּ֗ל (mikol) = van al | עֲוֺנֹתָֽיו (avonotav) = zijn ongerechtigheden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 103:3–4; Mat 1:21; Luc 1:68; Rom 6:14; Tit 2:14 ## Psalmen 131 _Een tot rust gebrachte ziel_ ### Niet hoog, niet groot **131:1** Een lied van de opgangen. Van David. Yahweh, mijn hart is niet hoogmoedig en mijn ogen zijn niet verheven. Ik heb mij niet bezig gehouden met grote dingen en met wonderen die te hoog voor mij zijn. Brontekst: שִׁ֥יר (shir) = lied van | הַֽמַּֽעֲל֗וֹת (hamaalot) = de opgangen | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | לֹא (lo) = niet | גָבַ֣הּ (gavah) = is hoog | לִ֭בִּי (libi) = mijn hart | וְלֹא (velo) = en niet | רָמ֣וּ (ramu) = zijn verheven | עֵינַ֑י (einay) = mijn ogen | וְלֹֽא (velo) = en niet | הִלַּ֓כְתִּי (hilakhti) = ik heb mij bezig gehouden | בִּגְדֹל֖וֹת (bigdolot) = met grote dingen | וּבְנִפְלָא֣וֹת (uveniflaot) = en met wonderen | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = te hoog voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws van ‘ik heb mij bezig gehouden’ is הָלַכְתִּי (halachti), ‘ik ben gegaan’ of ‘ik heb gewandeld’: wij hebben mij niet bewogen in dingen die mijn kracht te boven gaan. Zie ook: Job 42:3; Ps 101:5; Ps 139:6; Mat 11:29; Rom 12:16 **131:2** Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust gebracht en stil gemaakt, als een gespeend kind bij zijn moeder. Als een gespeend kind is mijn ziel bij mij. Brontekst: אִם (im) = voorwaar | לֹ֤א (lo) = niet | שִׁוִּ֨יתִי (shiviti) = ik heb tot rust gebracht | וְדוֹמַ֗מְתִּי (vedomamti) = en stil gemaakt | נַ֫פְשִׁ֥י (nafshi) = mijn ziel | כְּ֭גָמֻל (kegamul) = als een gespeend kind | עֲלֵ֣י (alei) = bij | אִמּ֑וֹ (imo) = zijn moeder | כַּגָּמֻ֖ל (kagamul) = als een gespeend kind | עָלַ֣י (alay) = bij mij | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִם־לֹא (im lo), ‘voorwaar’: de vorm van een eed. Letterlijk ‘als niet’. Voetnoot : גָּמֻל (gamul), ‘gespeend kind’: een kind dat niet meer drinkt en bij zijn moeder rustig is. Het beeld: de ziel vraagt niet langer, maar rust bij Yahweh. Voetnoot : שִׁוִּיתִי (shivviti), ‘tot rust gebracht’: letterlijk ‘gelijk of effen gemaakt’. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’. Zie ook: Ps 42:12; Ps 43:5; Klaagl 3:26; Mar 10:15; 1 Kor 14:20 ### Wacht op Yahweh **131:3** Israël, wacht op Yahweh, van nu af en voor eeuwig. Brontekst: יַחֵ֣ל (yachel) = wacht | יִ֭שְׂרָאֵל (yisrael) = Israël | אֶל (el) = op | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | מֵֽ֝עַתָּ֗ה (meata) = van nu af | וְעַד (vead) = en tot | עוֹלָֽם (olam) = eeuwigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 115:9–11; Ps 130:7; Ps 146:5; Jes 26:4; Jer 17:7–8 ## Psalmen 132 _Davids eed en Yahwehs eed aan David_ ### Davids eed **132:1** Een lied van de opgangen. Denk eraan, Yahweh, aan David, aan al zijn ontberingen, Brontekst: שִׁ֗יר (shir) = lied van | הַֽמַּ֫עֲל֥וֹת (hamaalot) = de opgangen | זְכוֹר (zekhor) = gedenk | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | לְדָוִ֑ד (ledavid) = aan David | אֵ֝ת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = al | עֻנּוֹתֽוֹ (unoto) = zijn ontberingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֻנּוֹתוֹ (unnoto), ‘zijn ontberingen’: de zware moeite en zorg die David droeg. De betekenis van het woord is niet helemaal zeker. Voetnoot : De psalm sluit aan bij het verhaal van de ark (2 Sam. 6) en de belofte aan David (2 Sam. 7). De eed van David uit vers 3–5 staat niet in 2 Samuël. Zie ook: Ps 120:1; Ps 121:1; Ps 126:1; Ps 129:1; Ps 132:3–5; Klaagl 5:1 **132:2** hoe hij Yahweh een eed zwoer en een gelofte deed aan de Machtige van Jakob: Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | נִ֭שְׁבַּע (nishba) = zwoer | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = aan Yahweh | נָ֝דַ֗ר (nadar) = deed een gelofte | לַאֲבִ֥יר (laavir) = aan de Machtige van | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲבִיר יַעֲקֹב (avir Ya’aqov), ‘de Machtige van Jakob’: een oude titel van Yahweh. Zie Gen. 49:24. Zie ook: Gen 49:24; Ps 46:12; Ps 56:13; Ps 65:2; Ps 146:5–6 **132:3** „Ik zal de tent van mijn huis zeker niet binnengaan. Ik zal zeker niet op het rustbed van mijn bed klimmen. Brontekst: אִם (im) = als | אָ֭בֹא (avo) = ik ga | בְּאֹ֣הֶל (beohel) = in tent van | בֵּיתִ֑י (beiti) = mijn huis | אִם (im) = als | אֶ֝עֱלֶ֗ה (eele) = ik klim | עַל (al) = op | עֶ֥רֶשׂ (eres) = rustbed van | יְצוּעָֽי (yetsuay) = mijn bed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִם (im), ‘als’: de vorm van een eed. ‘Als ik dat doe …’ betekent: ‘dat zal ik zeker niet doen’. Wij geven de betekenis weer met ‘zeker niet’. Zie ook: Pred 9:10; Hag 1:4; Mat 6:33 **132:4** Ik zal mijn ogen geen slaap geven, mijn oogleden geen sluimering, Brontekst: אִם (im) = als | אֶתֵּ֣ן (eten) = ik geef | שְׁנַ֣ת (shenat) = slaap | לְעֵינָ֑י (leeinay) = aan mijn ogen | לְֽעַפְעַפַּ֥י (leafapay) = aan mijn oogleden | תְּנוּמָֽה (tenuma) = sluimering Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 24:33; Ruth 3:18; Spr 6:4 **132:5** totdat ik een plaats voor Yahweh heb gevonden, woningen voor de Machtige van Jakob.” Brontekst: עַד (ad) = totdat | אֶמְצָ֣א (emtsa) = ik vind | מָ֭קוֹם (maqom) = plaats | לַיהוָ֑ה (laYahweh) = voor Yahweh | מִ֝שְׁכָּנ֗וֹת (mishkanot) = woningen | לַאֲבִ֥יר (laavir) = voor de Machtige van | יַעֲקֹֽב (yaaqov) = Jakob Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁכְּנוֹת (mishkenot), ‘woningen’: meervoud van mishkan, de woning van Yahweh (vergelijk vers 7). Zie ook: 1 Kron 22:7; Ps 132:7; 1 Kon 8:27; 2 Kron 2:5; Hand 7:46–49; Ef 2:22 **132:6** Zie, wij hoorden ervan in Efrata. Wij vonden het in de velden van Jaär. Brontekst: הִנֵּֽה (hine) = zie | שְׁמַֽעֲנ֥וּהָ (shemaanuha) = wij hoorden ervan | בְאֶפְרָ֑תָה (beefrata) = in Efrata | מְ֝צָאנ֗וּהָ (metsanuha) = wij vonden het | בִּשְׂדֵי (bisdei) = in de velden van | יָֽעַר (yaar) = Jaär Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Efrata is de streek rond Betlehem (Gen. 35:19). Jaär betekent ‘bos’ en is waarschijnlijk een korte naam voor Kirjat-Jearim, ‘stad van de bossen’, waarschijnlijk Abu Gosh bij Deir el-Azhar, ongeveer 13 km ten westen van Jeruzalem (1 Sam. 7:1–2; 2 Sam. 6:2). De ligging is niet helemaal zeker. Voetnoot Uitleg: De uitgang -ha (‘het’) wijst waarschijnlijk naar de ark, die in Kirjat-Jearim stond (1 Sam. 7:1–2) en die David naar Jeruzalem bracht (2 Sam. 6). Wat precies bedoeld is, is onzeker. Zie ook: Gen 35:19; Ruth 1:2; 1 Sam 7:1; 1 Sam 17:12; 2 Sam 6:2; Mi 5:1 **132:7** Laten wij naar Zijn woningen gaan. Laten wij ons neerbuigen bij de voetenbank van Zijn voeten. Brontekst: נָב֥וֹאָה (navoa) = laten wij gaan | לְמִשְׁכְּנוֹתָ֑יו (lemishkenotav) = naar Zijn woningen | נִ֝שְׁתַּחֲוֶ֗ה (nishtachave) = laten wij ons neerbuigen | לַהֲדֹ֥ם (lahadom) = bij de voetenbank van | רַגְלָֽיו (raglav) = Zijn voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 5:8; Ps 95:6; Ps 99:5; Ps 118:19; Klaagl 2:1 ### Het gebed om Yahwehs komst **132:8** Sta op, Yahweh, naar Uw rustplaats, U en de ark van Uw sterkte. Brontekst: קוּמָ֣ה (quma) = sta op | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לִמְנוּחָתֶ֑ךָ (limnuchatekha) = naar Uw rustplaats | אַ֝תָּ֗ה (ata) = U | וַאֲר֥וֹן (vaaron) = en de ark van | עֻזֶּֽךָ (uzekha) = Uw sterkte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Sta op, Yahweh’ klinkt als de roep van Mozes als de ark verder trok (Num. 10:35). Zie ook: Num 10:35–36; Ps 68:2; Ps 78:61; 2 Kron 6:41–42 **132:9** Laat Uw priesters zich kleden in gerechtigheid, en laat Uw getrouwen jubelen. Brontekst: כֹּהֲנֶ֥יךָ (kohaneikha) = Uw priesters | יִלְבְּשׁוּ (yilbeshu) = laten zich kleden | צֶ֑דֶק (tsedeq) = in gerechtigheid | וַחֲסִידֶ֥יךָ (vachasideikha) = en Uw getrouwen | יְרַנֵּֽנוּ (yeranenu) = laten jubelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 29:14; Ps 93:1; Ps 132:16; Jes 61:10; Openb 19:8 **132:10** Om David, Uw dienaar, wijs het aangezicht van Uw gezalfde niet af. Brontekst: בַּ֭עֲבוּר (baavur) = omwille van | דָּוִ֣ד (david) = David | עַבְדֶּ֑ךָ (avdekha) = Uw dienaar | אַל (al) = niet | תָּ֝שֵׁ֗ב (tashev) = wijs af | פְּנֵ֣י (penei) = het aangezicht van | מְשִׁיחֶֽךָ (meshichekha) = Uw gezalfde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְשִׁיחֶךָ (meshichecha), ‘Uw gezalfde’: de koning uit het huis van David. ‘Het aangezicht afwijzen’ is letterlijk ‘het gezicht laten terugkeren’: een verzoek afwijzen. Zie ook: Ps 84:10; 1 Kon 11:12–13; 1 Kon 15:4–5; 2 Kron 6:42; Hos 3:5 ### Yahwehs eed aan David **132:11** Yahweh heeft David een eed gezworen, een waarheid waarvan Hij niet terugkeert: **„Een vrucht van je schoot zal Ik op je troon zetten.** Brontekst: נִשְׁבַּֽע (nishba) = zwoer | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | לְדָוִ֡ד (ledavid) = aan David | אֱמֶת֮ (emet) = waarheid | לֹֽא (lo) = niet | יָשׁ֪וּב (yashuv) = zal terugkeren | מִ֫מֶּ֥נָּה (mimena) = ervan | מִפְּרִ֥י (miperi) = van de vrucht van | בִטְנְךָ֑ (bitnekha) = uw schoot | אָ֝שִׁ֗ית (ashit) = zal Ik zetten | לְכִסֵּא (lekhise) = op de troon | לָֽךְ (lakh) = voor jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt ‘van de vrucht van je schoot’: één uit het nageslacht van David, en zo steeds opnieuw. Vergelijk 2 Sam. 7:12. Voetnoot Lezing: Wij laten het rood beginnen bij ‘Een vrucht van je schoot’ en doorlopen tot en met vers 12: de inhoud van Yahwehs eed. Vers 13 is weer de dichter. Vers 14–18 zijn weer woorden van Yahweh. Zie ook: 2 Sam 7:12; Ps 89:4–5; Ps 110:4; Ps 132:12; Ps 132:13; Ps 132:14–18; 2 Kron 6:16; Hand 2:30 **132:12** **Als je zonen Mijn verbond houden en Mijn getuigenis dat Ik hun leer, dan zullen ook hun zonen voor altijd op je troon zitten.”** Brontekst: אִֽם (im) = als | יִשְׁמְר֬וּ (yishmeru) = zullen houden | בָנֶ֨יךָ (baneikha) = je zonen | בְּרִיתִי֮ (beriti) = Mijn verbond | וְעֵדֹתִ֥י (veedoti) = en Mijn getuigenis | ז֗וֹ (zo) = dit | אֲלַ֫מְּדֵ֥ם (alamedem) = dat Ik hun leer | גַּם (gam) = ook | בְּנֵיהֶ֥ם (beneihem) = hun zonen | עֲדֵי (adei) = tot | עַ֑ד (ad) = altijd | יֵ֝שְׁב֗וּ (yeshevu) = zullen zitten | לְכִסֵּא (lekhise) = op de troon | לָֽךְ (lakh) = voor jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 89:31–36; Jes 9:6; Jes 59:21; Luc 1:32–33; Hand 2:30 ### Yahweh kiest Sion **132:13** Want Yahweh heeft Sion gekozen. Hij heeft het begeerd als Zijn woonplaats: Brontekst: כִּֽי (ki) = want | בָחַ֣ר (bachar) = heeft gekozen | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּצִיּ֑וֹן (betsiyon) = in Sion | אִ֝וָּ֗הּ (ivah) = Hij heeft begeerd | לְמוֹשָׁ֥ב (lemoshav) = als woonplaats | לֽוֹ (lo) = voor Zich Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Ps 68:17; Ps 76:2–3; Ps 78:68–69; Ps 87:2; Heb 12:22 **132:14** **„Dit is Mijn rustplaats voor altijd. Hier zal Ik wonen, want Ik heb het begeerd.** Brontekst: זֹאת (zot) = dit | מְנוּחָתִ֥י (menuchati) = is Mijn rustplaats | עֲדֵי (adei) = tot | עַ֑ד (ad) = altijd | פֹּֽה (po) = hier | אֵ֝שֵׁ֗ב (eshev) = zal Ik wonen | כִּ֣י (ki) = want | אִוִּתִֽיהָ (ivitiha) = Ik heb haar begeerd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 13 is de dichter: ‘Yahweh heeft Sion gekozen’. Vanaf vers 14 spreekt Yahweh in de eerste persoon (‘Mijn rustplaats’). Wij lezen dat als Zijn eigen woorden. Zie ook: Ps 76:3; Ps 87:2; Ps 132:8; Ps 132:13; Ps 135:21; 1 Kon 8:13 **132:15** **Haar voorraad zal Ik rijkelijk zegenen. Haar armen zal Ik met brood verzadigen.** Brontekst: צֵ֭ידָהּ (tseidah) = haar voorraad | בָּרֵ֣ךְ (barekh) = rijkelijk | אֲבָרֵ֑ךְ (avarekh) = zal Ik zegenen | אֶ֝בְיוֹנֶ֗יהָ (evyoneiha) = haar armen | אַשְׂבִּ֥יעַֽ (asbia) = zal Ik verzadigen | לָֽחֶם (lachem) = met brood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Lev 26:4–5; Ps 147:14; Spr 3:9–10; Mar 8:6–9; 2 Kor 9:10–11 **132:16** **Haar priesters zal Ik kleden in redding, en haar getrouwen zullen luid jubelen.** Brontekst: וְֽ֭כֹהֲנֶיהָ (vekhohaneiha) = en haar priesters | אַלְבִּ֣ישׁ (albish) = zal Ik kleden | יֶ֑שַׁע (yesha) = in redding | וַ֝חֲסִידֶ֗יהָ (vachasideiha) = en haar getrouwen | רַנֵּ֥ן (ranen) = jubelend | יְרַנֵּֽנוּ (yeranenu) = zullen jubelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 132:9; 2 Kron 6:41; Jes 61:10; Zach 9:15–17; Joh 16:24 **132:17** **Daar zal Ik een hoorn voor David laten ontspruiten. Ik heb een lamp toegerust voor Mijn gezalfde.** Brontekst: שָׁ֤ם (sham) = daar | אַצְמִ֣יחַ (atsmiach) = zal Ik laten ontspruiten | קֶ֣רֶן (qeren) = hoorn | לְדָוִ֑ד (ledavid) = voor David | עָרַ֥כְתִּי (arakhti) = Ik heb toegerust | נֵ֝֗ר (ner) = lamp | לִמְשִׁיחִֽי (limshichi) = voor Mijn gezalfde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: een beeld van kracht (zie 1 Sam. 2:1, 10). נֵר (ner), ‘lamp’: een beeld van een blijvende nazaat (zie 1 Kon. 11:36). Zie ook: 1 Sam 2:1; 1 Kon 11:36; 1 Kon 15:4; 2 Kron 21:7; Ezech 29:21; Luc 1:69 **132:18** **Zijn vijanden zal Ik kleden in schaamte, maar op hem zal zijn kroon bloeien.”** Brontekst: א֭וֹיְבָיו (oyevav) = zijn vijanden | אַלְבִּ֣ישׁ (albish) = zal Ik kleden | בֹּ֑שֶׁת (boshet) = in schaamte | וְ֝עָלָ֗יו (vealav) = maar op hem | יָצִ֥יץ (yatsits) = zal bloeien | נִזְרֽוֹ (nizro) = zijn kroon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָצִיץ (yatsits), ‘bloeien’ of ‘schitteren’: verwant aan ציץ (tsits), ‘bloem’, ook de gouden ‘plaat’ op het hoofd van de priester (Exod. 28:36). נֵזֶר (nezer), ‘kroon’: het teken van wijding of koningschap. Zie ook: Job 8:22; Ex 28:36; Ps 21:9–10; Ps 35:26; Mat 28:18; Luc 1:32–33 ## Psalmen 133 _Hoe goed is het als broers samen wonen_ ### Hoe goed is het als broers samen wonen **133:1** Een lied van de opgangen. Van David. Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het als broers eendrachtig samen wonen. Brontekst: שִׁ֥יר (shir) = lied van | הַֽמַּעֲל֗וֹת (hamaalot) = de opgangen | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | הִנֵּ֣ה (hine) = zie | מַה (ma) = hoe | טּ֭וֹב (tov) = goed | וּמַה (uma) = en hoe | נָּעִ֑ים (naim) = lieflijk | שֶׁ֖בֶת (shevet) = het wonen van | אַחִ֣ים (achim) = broers | גַּם (gam) = ook | יָֽחַד (yachad) = tezamen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גַּם יַחַד (gam yachad), ‘ook samen’: nadruk op ‘echt samen’. Wij vertalen ‘eendrachtig samen’. Zie ook: Joh 13:35; 1 Kor 1:10; Fil 2:2–5; 1 Petr 3:8; Heb 13:1 **133:2** Het is als de goede olie op het hoofd, die neerloopt op de baard, de baard van Aäron. Die loopt neer op de rand van zijn gewaden. Brontekst: כַּשֶּׁ֤מֶן (kashemen) = zoals de olie | הַטּ֨וֹב (hatov) = de goede | עַל (al) = op | הָרֹ֗אשׁ (harosh) = het hoofd | יֹרֵ֗ד (yored) = die neerloopt | עַֽל (al) = op | הַזָּקָ֥ן (hazaqan) = de baard | זְקַֽן (zeqan) = baard van | אַהֲרֹ֑ן (aharon) = Aäron | שֶׁ֝יֹּרֵ֗ד (sheyored) = die neerloopt | עַל (al) = op | פִּ֥י (pi) = rand van | מִדּוֹתָֽיו (midotav) = zijn gewaden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De olie is de zalfolie voor de priester (Exod. 29:7; Lev. 8:12). פִּי מִדּוֹתָיו (pi middotav), ‘de rand van zijn gewaden’: letterlijk ‘de mond (opening) van zijn kleden’, de kraag. Het beeld: de zegen stroomt van het hoofd omlaag over het hele lichaam, tot aan de kleding. Zie ook: Ex 29:7; Ex 30:25–30; Ex 39:24; Lev 8:12; Spr 27:9 **133:3** Het is als de dauw van de Hermon, die neerdaalt op de bergen van Sion. Want daar heeft Yahweh de zegen geboden: leven voor eeuwig. Brontekst: כְּטַל (ketal) = zoals dauw van | חֶרְמ֗וֹן (chermon) = de Hermon | שֶׁיֹּרֵד֮ (sheyored) = die neerdaalt | עַל (al) = op | הַרְרֵ֪י (harrei) = bergen van | צִ֫יּ֥וֹן (tsiyon) = Sion | כִּ֤י (ki) = want | שָׁ֨ם (sham) = daar | צִוָּ֣ה (tsiva) = heeft geboden | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֶת (et) = (obj.) | הַבְּרָכָ֑ה (haberakha) = de zegen | חַ֝יִּ֗ים (chayim) = leven | עַד (ad) = tot | הָעוֹלָֽם (haolam) = de eeuwigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Hermon: De Hermon is de hoogste berg van het gebied, op de grens van het huidige Libanon en Syrië. Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: De Hermon is de hoge berg in het uiterste noorden van het land, ongeveer 190 km ten noorden van Sion. Het beeld: zoals de dauw van de verre Hermon, zo daalt de zegen op Sion. Zie ook: Lev 25:21; Deut 4:48; Deut 28:8; Ps 42:9; 1 Joh 5:11 ## Psalmen 134 _Zegen Yahweh in de nacht_ ### Zegen Yahweh in de nacht **134:1** Een lied van de opgangen. Zie, zegen Yahweh, alle dienaren van Yahweh, die ’s nachts in het huis van Yahweh staan. Brontekst: שִׁ֗יר (shir) = lied van | הַֽמַּ֫עֲל֥וֹת (hamaalot) = de opgangen | הִנֵּ֤ה (hine) = zie | בָּרֲכ֣וּ (barakhu) = zegent | אֶת (et) = (obj.) | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = alle | עַבְדֵ֣י (avdei) = dienaren van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | הָעֹמְדִ֥ים (haomedim) = die staan | בְּבֵית (beveit) = in het huis van | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בַּלֵּילֽוֹת (baleilot) = in de nachten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּרְכוּ (barachu), ‘zegent’: als mensen Yahweh ‘zegenen’, betekent dat: Hem loven en danken. De dienaren die ’s nachts staan, zijn waarschijnlijk de priesters en levieten die dienst deden in het huis van Yahweh. Zie ook: 1 Kron 9:33; Ps 120:1; Ps 135:1–2; 2 Kron 29:11; Openb 19:5 **134:2** Hef jullie handen op naar het heiligdom en zegen Yahweh. Brontekst: שְׂאֽוּ (seu) = heft op | יְדֵכֶ֥ם (yedekhem) = jullie handen | קֹ֑דֶשׁ (qodesh) = heiligdom | וּ֝בָרֲכוּ (uvarakhu) = en zegent | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֹדֶשׁ (qodesh) kan ‘het heiligdom’ betekenen of ‘in heiligheid’. Wij kiezen ‘naar het heiligdom’. Zie ook: Ps 28:2; Ps 63:5; Ps 141:2; Klaagl 3:41; 1 Tim 2:8 ### Yahweh zegent vanuit Sion **134:3** Yahweh zegene je vanuit Sion, Hij die hemel en aarde gemaakt heeft. Brontekst: יְבָרֶכְךָ֣ (yevarekhkha) = zegene je | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | מִצִּיּ֑וֹן (mitsiyon) = vanuit Sion | עֹ֝שֵׂ֗ה (ose) = maker van | שָׁמַ֥יִם (shamayim) = hemel | וָאָֽרֶץ (vaarets) = en aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Vers 1–2 zijn gericht aan ‘jullie’, vers 3 aan één persoon (‘je’): een zegen van een andere spreker. Wie dat is, noemt de tekst niet. Zie ook: Ps 20:3; Ps 124:8; Ps 128:5; Ps 134:1–2; Ps 135:21; Rom 11:26 ## Psalmen 135 _Prijs de naam van Yahweh, groot boven alle goden_ ### Prijs de naam van Yahweh **135:1** Halleluja! Prijs de naam van Yahweh. Prijs, dienaren van Yahweh, Brontekst: הַ֥לְלוּ (hallu) = prijst | יָ֨הּ (yah) = Jah | הַֽ֭לְלוּ (hallu) = prijst | אֶת (et) = (obj.) | שֵׁ֣ם (shem) = naam van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | הַֽ֝לְלוּ (hallu) = prijst | עַבְדֵ֥י (avdei) = dienaren van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַלְלוּ־יָהּ (Halleluja): ‘prijst Jah’. יָהּ (Jah) is een korte vorm van Yahweh. Zie ook 68:5. Voetnoot : ‘Dienaren van Yahweh’ (עַבְדֵי יְהוָה, avdei Yahweh) zijn hier waarschijnlijk de priesters en levieten die in het huis van Yahweh dienen (vers 2). Zie ook: Ps 7:18; Ps 33:1–2; Ps 96:1–4; Ps 111:1; Ps 135:2; Ps 148:13 **135:2** jullie die in het huis van Yahweh staan, in de voorhoven van het huis van onze Elohim. Brontekst: שֶׁ֣֭עֹֽמְדִים (sheomedim) = die staan | בְּבֵ֣ית (beveit) = in het huis van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | בְּ֝חַצְר֗וֹת (bechatsrot) = in de voorhoven van | בֵּ֣ית (beit) = huis van | אֱלֹהֵֽינוּ (eloheinu) = onze Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 16:37–42; Ps 92:14; Ps 96:8; Ps 116:19; Luc 2:37 **135:3** Halleluja, want Yahweh is goed. Bezing Zijn naam, want dat is lieflijk. Brontekst: הַֽ֭לְלוּ (hallu) = prijst | יָהּ (yah) = Jah | כִּי (ki) = want | ט֣וֹב (tov) = goed | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | זַמְּר֥וּ (zameru) = bezingt | לִ֝שְׁמ֗וֹ (lishmo) = Zijn naam | כִּ֣י (ki) = want | נָעִֽים (naim) = lieflijk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 33:1; Ps 106:1; Ps 118:1; Ps 119:68; Ps 147:1 **135:4** Want Jah heeft Jakob voor Zich gekozen, Israël als Zijn eigen bezit. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | יַעֲקֹ֗ב (yaaqov) = Jakob | בָּחַ֣ר (bachar) = heeft gekozen | ל֣וֹ (lo) = voor Zich | יָ֑הּ (yah) = Jah | יִ֝שְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | לִסְגֻלָּתֽוֹ (lisgulato) = als Zijn eigen bezit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סְגֻלָּה (segullah), ‘eigen bezit’: het kostbare eigendom van een koning. Zie Exod. 19:5 en Deut. 7:6. Zie ook: Ex 19:5; Deut 7:6–7; Deut 10:15; Deut 32:9; Mal 3:17; 1 Petr 2:9 ### Yahweh is groot boven alle goden **135:5** Want ik weet dat Yahweh groot is, en onze Heer boven alle goden. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אֲנִ֣י (ani) = ik | יָ֭דַעְתִּי (yadati) = weet | כִּי (ki) = dat | גָד֣וֹל (gadol) = groot | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וַ֝אֲדֹנֵ֗ינוּ (vaadoneinu) = en onze Heer | מִכָּל (mikal) = boven alle | אֱלֹהִֽים (Elohim) = goden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלֹהִים (elohim), ‘goden’: hier in het meervoud, de goden van de volken. Vergelijk Exod. 15:11 en Exod. 18:11. Voetnoot : אֲדֹנֵינוּ (adoneinu), ‘onze Heer’. Zie ook: Ex 15:11; Ex 18:11; Deut 10:17; Ps 48:2; Ps 86:8–10; Ps 95:3; Ps 97:9 **135:6** Alles wat Yahweh behaagt, doet Hij, in de hemel en op de aarde, in de zeeën en in alle diepten. Brontekst: כֹּ֤ל (kol) = alles | אֲשֶׁר (asher) = wat | חָפֵ֥ץ (chafets) = behaagt | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | עָ֫שָׂ֥ה (asa) = doet Hij | בַּשָּׁמַ֥יִם (bashamayim) = in de hemel | וּבָאָ֑רֶץ (uvaarets) = en op de aarde | בַּ֝יַּמִּ֗ים (bayamim) = in de zeeën | וְכָל (vekhal) = en alle | תְּהוֹמֽוֹת (tehomot) = diepten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּהוֹמוֹת (tehomot), ‘diepten’: het water diep onder de aarde. Zie ook: Ps 33:9; Ps 115:3; Dan 4:32; Mat 8:26–27; Mat 28:18 **135:7** Hij laat wolken opstijgen van het einde van de aarde. Hij maakt bliksemflitsen voor de regen. Hij brengt de wind uit Zijn voorraadkamers. Brontekst: מַֽעֲלֶ֣ה (maale) = Hij laat opstijgen | נְשִׂאִים֮ (nesiim) = wolken | מִקְצֵ֪ה (miqtse) = van het einde van | הָ֫אָ֥רֶץ (haarets) = de aarde | בְּרָקִ֣ים (beraqim) = bliksemflitsen | לַמָּטָ֣ר (lamatar) = voor de regen | עָשָׂ֑ה (asa) = Hij maakt | מֽוֹצֵא (motse) = Hij brengt | ר֝וּחַ (ruach) = wind | מֵאֽוֹצְרוֹתָֽיו (meotserotav) = uit Zijn voorraadkamers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְשִׂאִים (nesi’im), ‘wolken’: letterlijk ‘wat opstijgt’, de damp die omhooggaat. Voetnoot : אוֹצָרוֹת (otsarot), ‘voorraadkamers’: Yahweh houdt de wind als een voorraad in Zijn kamers. Zie ook: Job 28:25–26; Ps 148:8; Jer 10:13; Jer 51:16; Zach 10:1 ### Wat Hij in Egypte en Kanaän deed **135:8** Hij heeft de eerstgeborenen van Egypte geslagen, van mens tot dier. Brontekst: שֶֽׁ֭הִכָּה (shehika) = die sloeg | בְּכוֹרֵ֣י (bekhorei) = eerstgeborenen van | מִצְרָ֑יִם (mitsrayim) = Egypte | מֵ֝אָדָ֗ם (meadam) = van mens | עַד (ad) = tot | בְּהֵמָֽה (behema) = dier Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: De verzen 8–12 vertellen de uittocht en de verovering. Zie Exod. 12:29 voor de eerstgeborenen, en Num. 21:21–35 voor Sichon en Og. Vergelijk Psalm 136:10, 17–22. Zie ook: Ex 12:12; Ex 12:29; Ex 13:15; Num 21:21–35; Ps 78:51; Ps 105:36; Ps 136:10 **135:9** Hij heeft tekenen en wonderen gezonden in je midden, Egypte, tegen de farao en al zijn dienaren. Brontekst: שָׁלַ֤ח (shalach) = Hij zond | אֹת֣וֹת (otot) = tekenen | וּ֭מֹפְתִים (umofetim) = en wonderen | בְּתוֹכֵ֣כִי (betokhekhi) = in je midden | מִצְרָ֑יִם (mitsrayim) = Egypte | בְּ֝פַרְעֹ֗ה (befaro) = tegen de farao | וּבְכָל (uvekhal) = en tegen al | עֲבָדָֽיו (avadav) = zijn dienaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws spreekt Egypte zelf aan: ‘in je midden, Egypte’. Zie ook: Deut 4:34; Deut 6:22; Ps 136:15; Jes 51:9–10; Hand 7:36 **135:10** Hij heeft vele volken geslagen en machtige koningen gedood: Brontekst: שֶֽׁ֭הִכָּה (shehika) = die sloeg | גּוֹיִ֣ם (goyim) = volken | רַבִּ֑ים (rabim) = vele | וְ֝הָרַ֗ג (veharag) = en doodde | מְלָכִ֥ים (melakhim) = koningen | עֲצוּמִֽים (atsumim) = machtige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 21:24; Ps 44:3–4; Ps 136:17–22 **135:11** Sichon, de koning van de Amorieten, en Og, de koning van Basan, en alle koninkrijken van Kanaän. Brontekst: לְסִיח֤וֹן (lesichon) = Sichon | מֶ֤לֶךְ (melekh) = koning van | הָאֱמֹרִ֗י (haemori) = de Amoriet | וּ֭לְעוֹג (uleog) = en Og | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַבָּשָׁ֑ן (habashan) = Basan | וּ֝לְכֹ֗ל (ulekhol) = en alle | מַמְלְכ֥וֹת (mamlekhot) = koninkrijken van | כְּנָֽעַן (kenaan) = Kanaän Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië. Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon. Voetnoot Uitleg: Sichon, koning van de Amorieten, en Og, koning van Basan: Num. 21:21–35 en Deut. 3:1–11. Kanaän: het land aan de westkant van de Jordaan. Zie ook: Num 21:21–35; Deut 2:30–3:11; Deut 3:1–11; Deut 29:6; Joz 10:1–12; Joz 12:7–24; Neh 9:22 **135:12** Hij gaf hun land als erfdeel, als erfdeel aan Israël, Zijn volk. Brontekst: וְנָתַ֣ן (venatan) = en Hij gaf | אַרְצָ֣ם (artsam) = hun land | נַחֲלָ֑ה (nachala) = als erfdeel | נַ֝חֲלָ֗ה (nachala) = als erfdeel | לְיִשְׂרָאֵ֥ל (leyisrael) = aan Israël | עַמּֽוֹ (amo) = Zijn volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 29:7; Joz 11:23; Joz 12:7; Ps 78:55; Ps 136:21–22 ### Zijn naam blijft **135:13** Yahweh, Uw naam is voor eeuwig. Yahweh, Uw gedachtenis is van generatie op generatie. Brontekst: יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | לְעוֹלָ֑ם (leolam) = voor eeuwig | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | זִכְרְךָ֥ (zikhrekha) = Uw gedachtenis | לְדֹר (ledor) = van generatie | וָדֹֽר (vador) = en generatie Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk Exod. 3:15: ‘Dit is Mijn naam voor eeuwig, en dit is Mijn gedachtenis van generatie op generatie.’ Zie ook: Ex 3:15; Ps 8:2; Ps 8:10; Ps 72:17; Ps 102:13 **135:14** Want Yahweh zal recht doen aan Zijn volk en medelijden hebben met Zijn dienaren. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | יָדִ֣ין (yadin) = zal recht doen | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | עַמּ֑וֹ (amo) = Zijn volk | וְעַל (veal) = en over | עֲ֝בָדָ֗יו (avadav) = Zijn dienaren | יִתְנֶחָֽם (yitnecham) = zal Hij medelijden hebben Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De Hebreeuwse zin is gelijk aan die in Deut. 32:36. Zie ook: Deut 32:36; Ps 7:9; Ps 50:4; Jona 4:2; Amos 7:6 ### De afgodsbeelden van de volken **135:15** De afgodsbeelden van de volken zijn zilver en goud, werk van mensenhanden. Brontekst: עֲצַבֵּ֣י (atsabei) = afgodsbeelden van | הַ֭גּוֹיִם (hagoyim) = de volken | כֶּ֣סֶף (kesef) = zilver | וְזָהָ֑ב (vezahav) = en goud | מַ֝עֲשֵׂ֗ה (maase) = werk van | יְדֵ֣י (yedei) = handen van | אָדָֽם (adam) = mensen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 15–18 komen vrijwel woordelijk voor in Psalm 115:4–8. Daar noemt de dichter ook neus, handen, voeten en keel. Zie ook: Ps 115:4–8; Jes 37:19; Jer 10:3–11; Hab 2:18–19; Hand 17:29 **135:16** Zij hebben een mond, maar spreken niet. Zij hebben ogen, maar zien niet. Brontekst: פֶּֽה (pe) = mond | לָ֭הֶם (lahem) = hebben ze | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יְדַבֵּ֑רוּ (yedaberu) = spreken zij | עֵינַ֥יִם (einayim) = ogen | לָ֝הֶ֗ם (lahem) = hebben ze | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִרְאֽוּ (yiru) = zien zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 6:10; Mat 13:14–16 **135:17** Zij hebben oren, maar horen niet. Ook is er geen adem in hun mond. Brontekst: אָזְנַ֣יִם (azenayim) = oren | לָ֭הֶם (lahem) = hebben ze | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יַאֲזִ֑ינוּ (yaazinu) = horen zij | אַ֝֗ף (af) = ook | אֵין (ein) = niet | יֶשׁ (yesh) = is er | ר֥וּחַ (ruach) = adem | בְּפִיהֶֽם (befihem) = in hun mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **135:18** Zoals zij worden hun makers, ieder die op hen vertrouwt. Brontekst: כְּ֭מוֹהֶם (kemohem) = zoals zij | יִהְי֣וּ (yihyu) = zullen worden | עֹשֵׂיהֶ֑ם (oseihem) = hun makers | כֹּ֭ל (kol) = ieder | אֲשֶׁר (asher) = die | בֹּטֵ֣חַ (boteach) = vertrouwt | בָּהֶֽם (bahem) = op hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 97:7; Ps 115:8; Jes 44:18–20; Jer 10:8; 2 Kor 4:4 ### Roep tot lof **135:19** Huis van Israël, zegen Yahweh. Huis van Aäron, zegen Yahweh. Brontekst: בֵּ֣ית (beit) = huis van | יִ֭שְׂרָאֵל (yisrael) = Israël | בָּרֲכ֣וּ (barakhu) = zegent | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | בֵּ֥ית (beit) = huis van | אַ֝הֲרֹ֗ן (aharon) = Aäron | בָּרֲכ֥וּ (barakhu) = zegent | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 115:9–11; Ps 145:10; Ps 147:19–20; Ps 148:14; Openb 19:5 **135:20** Huis van Levi, zegen Yahweh. Jullie die Yahweh vrezen, zegen Yahweh. Brontekst: בֵּ֣ית (beit) = huis van | הַ֭לֵּוִי (halevi) = Levi | בָּרֲכ֣וּ (barakhu) = zegent | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | יִֽרְאֵ֥י (yirei) = die vrezen | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בָּרֲכ֥וּ (barakhu) = zegent | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **135:21** Gezegend zij Yahweh vanuit Sion, Hij die in Jeruzalem woont. Halleluja! Brontekst: בָּ֘ר֤וּךְ (barukh) = gezegend | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | מִצִּיּ֗וֹן (mitsiyon) = vanuit Sion | שֹׁ֘כֵ֤ן (shokhen) = die woont | יְֽרוּשָׁלִָ֗ם (yerushalaim) = Jeruzalem | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Yahweh ‘woont’ (שֹׁכֵן, shochen) in Jeruzalem: zie ook 132:13–14. Zie ook: Ps 76:3; Ps 132:13–14; Ps 134:3; 2 Kron 6:6; Jes 12:6 ## Psalmen 136 _Dank Yahweh, want Zijn trouw is voor eeuwig_ ### Dank Yahweh **136:1** Dank Yahweh, want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: הוֹד֣וּ (hodu) = dank | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = aan Yahweh | כִּי (ki) = want | ט֑וֹב (tov) = goed | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Dit woord sluit elk vers van de psalm af, 26 keer. Het is een lofzang met een vast antwoord, waarschijnlijk om beurtelings te zingen. Zie ook 1 Kron. 16:34 en 2 Kron. 5:13. Zie ook: 1 Kron 16:34; 1 Kron 16:41; Ps 106:1; Ps 107:1; Ps 118:1; 2 Kron 5:13 **136:2** Dank de Elohim van de goden, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: ה֭וֹדוּ (hodu) = dank | לֵֽאלֹהֵ֣י (lelohei) = de Elohim van | הָאֱלֹהִ֑ים (haElohim) = de goden | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Elohim van de goden’ en ‘Heer van de heren’ (vers 3): Yahweh is de hoogste boven alles wat men god of heer noemt. Zie ook Deut. 10:17. Zie ook: Deut 10:17; Joz 22:22; Ps 97:9; Ps 136:3; 2 Kron 2:4; Dan 2:47 **136:3** Dank de Heer van de heren, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: ה֭וֹדוּ (hodu) = dank | לַאֲדֹנֵ֣י (laadonei) = de Heer van | הָאֲדֹנִ֑ים (haadonim) = de heren | כִּ֖י (ki) = want | לְעֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Tim 6:15; Openb 17:14; Openb 19:16 ### De Schepper **136:4** Hem die alleen grote wonderen doet, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: לְעֹ֘שֵׂ֤ה (leose) = Hem die doet | נִפְלָא֣וֹת (niflaot) = wonderen | גְּדֹל֣וֹת (gedolot) = grote | לְבַדּ֑וֹ (levado) = Hij alleen | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf vers 4 staat in het Hebreeuws geen werkwoord ‘dank’ meer. Het volgt uit de verzen 1–3. Wij vullen het niet aan. Zie ook: Job 5:9; Ex 15:11; Ps 72:18; Ps 86:10; Openb 15:3 **136:5** Hem die de hemel met inzicht maakte, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: לְעֹשֵׂ֣ה (leose) = Hem die maakte | הַ֭שָּׁמַיִם (hashamayim) = de hemel | בִּתְבוּנָ֑ה (bitvuna) = met inzicht | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:1; Ps 33:6; Ps 104:24; Spr 3:19–20; Jer 51:15 **136:6** Hem die de aarde uitspreidde boven de wateren, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: לְרֹקַ֣ע (leroqa) = Hem die uitspreidde | הָ֭אָרֶץ (haarets) = de aarde | עַל (al) = boven | הַמָּ֑יִם (hamayim) = de wateren | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:9; Job 26:7; Ps 24:2; Jes 44:24; Jer 10:12 **136:7** Hem die grote lichten maakte, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: לְ֭עֹשֵׂה (leose) = Hem die maakte | אוֹרִ֣ים (orim) = lichten | גְּדֹלִ֑ים (gedolim) = grote | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:14–19; Deut 4:19; Ps 74:16–17; Ps 104:19 **136:8** De zon, om overdag te heersen, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: אֶת (et) = (obj.) | הַ֭שֶּׁמֶשׁ (hashemesh) = de zon | לְמֶמְשֶׁ֣לֶת (lememshelet) = om te heersen | בַּיּ֑וֹם (bayom) = overdag | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 1:16; Ps 148:3; Jer 31:35; Mat 5:45 **136:9** De maan en de sterren, om 's nachts te heersen, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: אֶת (et) = (obj.) | הַיָּרֵ֣חַ (hayareach) = de maan | וְ֭כוֹכָבִים (vekhokhavim) = en sterren | לְמֶמְשְׁל֣וֹת (lememshelot) = om te heersen | בַּלָּ֑יְלָה (balayela) = 's nachts | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 31:26; Ps 8:4; Ps 89:37–38 ### De uittocht uit Egypte **136:10** Hem die Egypte sloeg in hun eerstgeborenen, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: לְמַכֵּ֣ה (lemake) = Hem die sloeg | מִ֭צְרַיִם (mitsrayim) = Egypte | בִּבְכוֹרֵיהֶ֑ם (bivkhoreihem) = in hun eerstgeborenen | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: Vers 10–22 komen grotendeels overeen met Ps. 135:8–12. De eerstgeborenen van Egypte: zie Exod. 12:29. Zie ook: Ex 12:12; Ex 12:29; Ps 78:51; Ps 105:36; Ps 135:8 **136:11** En Israël uit hun midden bracht, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: וַיּוֹצֵ֣א (vayotse) = en hij bracht uit | יִ֭שְׂרָאֵל (yisrael) = Israël | מִתּוֹכָ֑ם (mitokham) = uit hun midden | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 12:51; Ex 13:3; Ex 13:17; Ps 78:52; Ps 105:37 **136:12** Met sterke hand en met uitgestrekte arm, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: בְּיָ֣ד (beyad) = met hand | חֲ֭זָקָה (chazaqa) = sterke | וּבִזְר֣וֹעַ (uvizroa) = en met arm | נְטוּיָ֑ה (netuya) = uitgestrekte | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 6:6; Deut 4:34; Ps 44:4; Jes 51:9–10; Jer 32:21 **136:13** Hem die de Rietzee in stukken sneed, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: לְגֹזֵ֣ר (legozer) = Hem die sneed | יַם (yam) = zee | ס֭וּף (suf) = van riet | לִגְזָרִ֑ים (ligzarim) = in stukken | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Rietzee: De Rietzee (Hebreeuws: Yam Suf) wordt gezocht in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez. De precieze plaats van de doortocht is niet zeker. Voetnoot Uitleg: גֹּזֵר (gozer), ‘in stukken snijden’: de Rietzee werd in delen gesplitst. Zie Exod. 14:21–22. Zie ook: Ex 14:21–22; Ps 66:5–6; Ps 78:13; Ps 106:9–11; Heb 11:29 **136:14** En Israël er middendoor liet trekken, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: וְהֶעֱבִ֣יר (veheevir) = en hij liet doortrekken | יִשְׂרָאֵ֣ל (yisrael) = Israël | בְּתוֹכ֑וֹ (betokho) = er middendoor | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 14:22; Ps 78:13; Ps 106:9 **136:15** En farao en zijn leger in de Rietzee afschudde, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: וְנִ֘עֵ֤ר (venier) = en hij schudde af | פַּרְעֹ֣ה (paro) = farao | וְחֵיל֣וֹ (vecheilo) = en zijn leger | בְיַם (beyam) = in de zee | ס֑וּף (suf) = van riet | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Rietzee: De Rietzee (Hebreeuws: Yam Suf) wordt gezocht in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez. De precieze plaats van de doortocht is niet zeker. Voetnoot Uitleg: נִעֵר (ni’er), ‘afschudden’: zoals men iets van zich afschudt. Zie Exod. 14:27. Zie ook: Ex 14:27; Ps 78:53; Ps 79:6–9; Ps 135:9; Neh 9:10–11; Luc 1:71–74 ### In de woestijn en bij de intocht **136:16** Hem die Zijn volk door de woestijn leidde, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: לְמוֹלִ֣יךְ (lemolikh) = Hem die leidde | עַ֭מּוֹ (amo) = Zijn volk | בַּמִּדְבָּ֑ר (bamidbar) = door de woestijn | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 13:18; Ex 15:22; Deut 8:2; Deut 8:15; Ps 77:21 **136:17** Hem die grote koningen sloeg, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: לְ֭מַכֵּה (lemake) = Hem die sloeg | מְלָכִ֣ים (melakhim) = koningen | גְּדֹלִ֑ים (gedolim) = grote | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 12:1–24; Ps 135:10–12 **136:18** En machtige koningen doodde, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: וַֽ֭יַּהֲרֹג (vayaharog) = en hij doodde | מְלָכִ֣ים (melakhim) = koningen | אַדִּירִ֑ים (adirim) = machtige | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 29:6 **136:19** Sichon, koning van de Amoriet, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: לְ֭סִיחוֹן (lesichon) = Sichon | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הָאֱמֹרִ֑י (haemori) = de Amoriet | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Sichon en Og waren de koningen die Israël versloeg vóór de intocht in het land. Zie Num. 21:21–35 en Deut. 2:26–3:11. Zie ook: Num 21:21–24; Deut 2:26–3:11; Deut 2:30–36; Deut 29:6 **136:20** En Og, koning van Basan, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: וּ֭לְעוֹג (uleog) = en Og | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַבָּשָׁ֑ן (habashan) = Basan | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië. Zie ook: Num 21:33; Deut 3:1–29 **136:21** En hun land als erfdeel gaf, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: וְנָתַ֣ן (venatan) = en hij gaf | אַרְצָ֣ם (artsam) = hun land | לְנַחֲלָ֑ה (lenachala) = als erfdeel | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 32:33–42; Joz 12:1–7; Ps 44:3–4; Ps 105:44; Neh 9:22–24 **136:22** Als erfdeel voor Israël, Zijn dienaar, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: נַ֭חֲלָה (nachala) = erfdeel | לְיִשְׂרָאֵ֣ל (leyisrael) = voor Israël | עַבְדּ֑וֹ (avdo) = Zijn dienaar | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 47:5; Ps 105:6 ### Hij dacht aan ons **136:23** Hij die in onze vernedering aan ons dacht, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: שֶׁ֭בְּשִׁפְלֵנוּ (shebeshiflenu) = die in onze vernedering | זָ֣כַר (zakhar) = dacht | לָ֑נוּ (lanu) = aan ons | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:36; Ps 113:7; Ps 116:6; Jes 63:9; Luc 1:48 **136:24** En ons losrukte van onze tegenstanders, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: וַיִּפְרְקֵ֥נוּ (vayifreqenu) = en hij rukte ons los | מִצָּרֵ֑ינוּ (mitsareinu) = van onze tegenstanders | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 15:13; Deut 15:15; Ps 107:2; Jes 63:9; Tit 2:14 **136:25** Hij die brood geeft aan alle vlees, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: נֹתֵ֣ן (noten) = die geeft | לֶ֭חֶם (lechem) = brood | לְכָל (lekhal) = aan alle | בָּשָׂ֑ר (basar) = vlees | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Alle vlees’ (kol basar): alle levende wezens, mens en dier. Zie ook: Ps 104:27; Ps 145:15; Ps 147:9 **136:26** Dank de El van de hemel, want Zijn trouw is voor eeuwig. Brontekst: ה֭וֹדוּ (hodu) = dank | לְאֵ֣ל (leel) = de El van | הַשָּׁמָ֑יִם (hashamayim) = de hemel | כִּ֖י (ki) = want | לְעוֹלָ֣ם (leolam) = voor eeuwig | חַסְדּֽוֹ (chasdo) = Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 115:3; Ps 123:1; Ps 136:1–3; Jona 1:9; Neh 1:4 ## Psalmen 137 _Aan de rivieren van Babel_ ### Aan de rivieren van Babel **137:1** Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij. Ook huilden wij toen wij aan Sion dachten. Brontekst: עַ֥ל (al) = aan | נַהֲר֨וֹת (naharot) = rivieren van | בָּבֶ֗ל (bavel) = Babel | שָׁ֣ם (sham) = daar | יָ֭שַׁבְנוּ (yashavnu) = wij zaten | גַּם (gam) = ook | בָּכִ֑ינוּ (bakhinu) = wij huilden | בְּ֝זָכְרֵ֗נוּ (bezakherenu) = toen wij dachten | אֶת (et) = (obj.) | צִיּֽוֹן (tsiyon) = Sion Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Babel lag aan de Eufraat, in het huidige Irak. De Judeeërs waren daar na de val van Jeruzalem in ballingschap gebracht (586 v.Chr.). De ‘rivieren van Babel’ zijn de Eufraat en de kanalen daarvan. Zie ook: Klaagl 2:10–11; Klaagl 2:18; Klaagl 3:48; Ezech 1:1; Ezech 3:15 **137:2** Aan de wilgen in haar midden hingen wij onze lieren op. Brontekst: עַֽל (al) = aan | עֲרָבִ֥ים (aravim) = wilgen | בְּתוֹכָ֑הּ (betokhah) = in haar midden | תָּ֝לִ֗ינוּ (talinu) = wij hingen op | כִּנֹּרוֹתֵֽינוּ (kinoroteinu) = onze lieren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲרָבִים (aravim), ‘wilgen’: waarschijnlijk wilgen of populieren die langs het water groeien. כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’: een snaarinstrument. Zie ook: Ps 33:2; Ps 81:3; Jes 24:8; Ezech 26:13; Openb 18:22 **137:3** Want daar vroegen onze bewakers ons om woorden van een lied, en onze kwelgeesten om vreugde: „Zing voor ons een van de liederen van Sion.” Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | שָׁ֨ם (sham) = daar | שְֽׁאֵל֪וּנוּ (sheelunu) = vroegen ons | שׁוֹבֵ֡ינוּ (shoveinu) = onze bewakers | דִּבְרֵי (divrei) = woorden van | שִׁ֭יר (shir) = lied | וְתוֹלָלֵ֣ינוּ (vetolaleinu) = en onze kwelgeesten | שִׂמְחָ֑ה (simcha) = vreugde | שִׁ֥ירוּ (shiru) = zingt | לָ֝֗נוּ (lanu) = voor ons | מִשִּׁ֥יר (mishir) = van een lied van | צִיּֽוֹן (tsiyon) = Sion Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: שׁוֹבֵינוּ (shoveinu), ‘onze bewakers’: wie ons gevangen hield. תּוֹלָל (tolal), ‘kwelgeest’: een zeldzaam woord; de betekenis is onzeker. Het kan ook ‘plunderaar’ of ‘wie ons bespot’ betekenen. Zie ook: Ps 9:15; Ps 80:7; Mi 3:12; Klaagl 2:15–16; Luc 21:6 **137:4** Hoe zouden wij het lied van Yahweh zingen op vreemde grond? Brontekst: אֵ֗יךְ (eikh) = hoe | נָשִׁ֥יר (nashir) = zouden wij zingen | אֶת (et) = (obj.) | שִׁיר (shir) = lied van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | עַ֝֗ל (al) = op | אַדְמַ֥ת (admat) = grond van | נֵכָֽר (nekhar) = vreemde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Pred 3:4; Amos 8:3; Hos 9:4; Jes 22:12; Klaagl 5:14–15 **137:5** Als ik je vergeet, Jeruzalem, moge mijn rechterhand vergeten. Brontekst: אִֽם (im) = als | אֶשְׁכָּחֵ֥ךְ (eshkachekh) = ik je vergeet | יְֽרוּשָׁלִָ֗ם (yerushalaim) = Jeruzalem | תִּשְׁכַּ֥ח (tishkach) = moge vergeten | יְמִינִֽי (yemini) = mijn rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Lezing: Bij ‘vergeten’ (tishkach) staat in het Hebreeuws geen voorwerp. De zin is daardoor kort en scherp. Wij laten dat zo. Bedoeld is vermoedelijk: moge mijn hand haar spel vergeten, of: moge zij verdorren. Onzeker. Zie ook: Ps 84:11; Ps 122:5–9; Jer 51:50; Dan 6:11–12; Zach 11:17 **137:6** Moge mijn tong aan mijn gehemelte kleven als ik niet aan je denk, als ik Jeruzalem niet boven mijn hoogste vreugde stel. Brontekst: תִּדְבַּ֥ק (tidbaq) = moge kleven | לְשׁוֹנִ֨י (leshoni) = mijn tong | לְחִכִּי֮ (lechiki) = aan mijn gehemelte | אִם (im) = als | לֹ֪א (lo) = niet | אֶ֫זְכְּרֵ֥כִי (ezkerekhi) = ik aan je denk | אִם (im) = als | לֹ֣א (lo) = niet | אַ֭עֲלֶה (aale) = ik laat opgaan | אֶת (et) = (obj.) | יְרוּשָׁלִַ֑ם (yerushalaim) = Jeruzalem | עַ֝֗ל (al) = boven | רֹ֣אשׁ (rosh) = top van | שִׂמְחָתִֽי (simchati) = mijn vreugde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Job 29:10; Ps 22:16; Ps 84:11; Jes 41:17; Ezech 3:26 ### Een bede om vergelding **137:7** Reken, Yahweh, de zonen van Edom de dag van Jeruzalem aan. Zij zeiden: „Leg haar kaal, leg haar kaal, tot op haar fundament!” Brontekst: זְכֹ֤ר (zekhor) = gedenk | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | לִבְנֵ֬י (livnei) = aan de zonen van | אֱד֗וֹם (edom) = Edom | אֵת֮ (et) = (obj.) | י֤וֹם (yom) = dag van | יְֽרוּשָׁ֫לִָ֥ם (yerushalaim) = Jeruzalem | הָ֭אֹ֣מְרִים (haomerim) = zij die zeggen | עָ֤רוּ (aru) = leg kaal | עָ֑רוּ (aru) = leg kaal | עַ֝֗ד (ad) = tot | הַיְס֥וֹד (haysod) = het fundament | בָּֽהּ (bah) = in haar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: זְכֹר (zechor), ‘gedenk’: hier met de bedoeling ‘houd het hun voor, reken het hun aan’. Wij vertalen ‘aanrekenen’. Voetnoot : ‘De dag van Jeruzalem’ is de dag van haar val. Edom juichte toen mee (Obad. 1:10–14) en riep tot de verwoesting op. Zie ook Klaagl. 4:21–22. Voetnoot : אֶדוֹם (Edom) was het buurvolk ten zuiden van de Dode Zee. Zie ook: 1 Sam 15:2; Jer 49:7–22; Klaagl 4:21–22; Ob 1:10–14; Ezech 25:12–14 **137:8** Dochter van Babel, jij die verwoest zult worden: gelukkig is hij die jou betaalt wat jij ons hebt aangedaan. Brontekst: בַּת (bat) = dochter van | בָּבֶ֗ל (bavel) = Babel | הַשְּׁד֫וּדָ֥ה (hasheduda) = de verwoeste | אַשְׁרֵ֥י (ashrei) = gelukkig | שֶׁיְשַׁלֶּם (sheyshalem) = die betaalt | לָ֑ךְ (lakh) = aan jou | אֶת (et) = (obj.) | גְּ֝מוּלֵ֗ךְ (gemulekh) = je vergelding | שֶׁגָּמַ֥לְתְּ (shegamalt) = die je deed | לָֽנוּ (lanu) = aan ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Lezing: הַשְּׁדוּדָה (hashedudah) is een lijdende vorm: ‘de verwoeste’ of ‘die verwoest zult worden’. Sommigen lezen het als ‘verwoestster’ (die verwoest). Wij volgen de lijdende vorm. Zie ook Jer. 50:15 en 50:29. Zie ook: Jes 14:4–24; Jes 21:1; Jes 47:1–15; Jer 25:12–14; Jer 50:15; Jer 50:29; Openb 18:6 **137:9** Gelukkig is hij die je kleintjes pakt en tegen de rots te pletter slaat. Brontekst: אַשְׁרֵ֤י (ashrei) = gelukkig | שֶׁיֹּאחֵ֓ז (sheyochez) = die pakt | וְנִפֵּ֬ץ (venipets) = en te pletter slaat | אֶֽת (et) = (obj.) | עֹ֝לָלַ֗יִךְ (olalayikh) = je kleintjes | אֶל (el) = tegen | הַסָּֽלַע (hasala) = de rots Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit is een vloek uit een gebed na een grote ramp. Zo behandelden legers hun overwonnen vijanden; zie 2 Kon. 8:12 en Nah. 3:10. Wij schrijven het letterlijk, zonder het te verzachten. De psalmist vraagt Yahweh niet om te vergeven maar om vergelding, en legt dit in Zijn handen. Zie ook: 2 Kon 8:12; Hos 10:14; Hos 14:1; Jes 13:16; Nah 3:10 ## Psalmen 138 _Ik dank U met heel mijn hart_ ### Ik dank U om Uw trouw en Uw woord **138:1** Van David. Ik dank U met heel mijn hart. Ten overstaan van de goden zing ik voor U. Brontekst: לְדָוִ֨ד (ledavid) = van David | אוֹדְךָ֥ (odekha) = ik dank U | בְכָל (bekhal) = met heel | לִבִּ֑י (libi) = mijn hart | נֶ֖גֶד (neged) = ten overstaan van | אֱלֹהִ֣ים (Elohim) = de goden | אֲזַמְּרֶֽךָּ (azamereka) = ik zing voor U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלֹהִים (elohim) zonder lidwoord kan hier ‘goden’, ‘hemelse wezens’ of ‘rechters’ betekenen. Zie ook Ps. 82:1 en Deut. 10:17. Wij vertalen ‘goden’. Ten overstaan van alle zogenaamde goden zingt de dichter alleen voor Yahweh. Voetnoot : זָמַר (zimmer), ‘zingen voor’: zingen met of zonder snaarspel. Zie ook: Deut 10:17; Ps 82:1; Ps 95:3; Ps 111:1; Ps 119:46; Joh 10:34–36; 1 Kor 14:15 **138:2** Ik buig mij neer naar Uw heilige tempel. Ik dank Uw naam om Uw trouw en om Uw waarheid. Want U hebt Uw woord groot gemaakt boven heel Uw naam. Brontekst: אֶשְׁתַּחֲוֶ֨ה (eshtachave) = ik buig mij neer | אֶל (el) = naar | הֵיכַ֪ל (heikhal) = tempel van | קָדְשְׁךָ֡ (qadeshekha) = Uw heiligheid | וְא֘וֹדֶ֤ה (veode) = en ik dank | אֶת (et) = (obj.) | שְׁמֶ֗ךָ (shemekha) = Uw naam | עַל (al) = om | חַסְדְּךָ֥ (chasdekha) = Uw trouw | וְעַל (veal) = en om | אֲמִתֶּ֑ךָ (amitekha) = Uw waarheid | כִּֽי (ki) = want | הִגְדַּ֥לְתָּ (higdalta) = U hebt groot gemaakt | עַל (al) = boven | כָּל (kal) = heel | שִׁ֝מְךָ֗ (shimkha) = Uw naam | אִמְרָתֶֽךָ (imratekha) = Uw woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֵיכָל (hekal), ‘tempel’: het grote huis, ook voor het paleis gebruikt. Hier is het de tempel van Yahweh, vermoedelijk in Jeruzalem; de dichter buigt zich in die richting. Voetnoot : חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: dat wat vaststaat. Zie ook Exod. 34:6. Voetnoot Lezing: De laatste regel is moeilijk. Het Hebreeuws zegt letterlijk: ‘U hebt groot gemaakt boven alle Uw naam Uw woord’. Dat kan betekenen: Uw woord staat boven alles wat Uw naam is, of: Uw woord is groter dan alles wat bekendstaat van U. Onzeker. Wij volgen de woordvolgorde van het Hebreeuws. Zie ook: Ex 34:6; Ps 56:5; Ps 56:11; Jes 42:21; Mat 5:18; Mat 24:35 **138:3** Op de dag dat ik riep, antwoordde U mij. U maakte mij stoutmoedig, met kracht in mijn ziel. Brontekst: בְּי֣וֹם (beyom) = op de dag | קָ֭רָֽאתִי (qarati) = dat ik riep | וַֽתַּעֲנֵ֑נִי (vataaneni) = en U antwoordde mij | תַּרְהִבֵ֖נִי (tarhiveni) = U maakte mij stoutmoedig | בְנַפְשִׁ֣י (benafshi) = in mijn ziel | עֹֽז (oz) = kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de persoon zelf, met zijn verlangen en zijn adem. Voetnoot : תַּרְהִבֵנִי (tarhiveni), ‘U maakte mij stoutmoedig’: het werkwoord (rahav) is zeldzaam. Het gaat om moed en kracht die Yahweh geeft. Zie ook: Ps 18:7; Ps 34:5–7; Jes 40:29–31; Fil 4:13; 1 Petr 5:10 ### Alle koningen van de aarde zullen U danken **138:4** Alle koningen van de aarde zullen U danken, Yahweh, want zij hebben de woorden van Uw mond gehoord. Brontekst: יוֹד֣וּךָ (yodukha) = zij zullen U danken | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = alle | מַלְכֵי (malkhei) = koningen van | אָ֑רֶץ (arets) = de aarde | כִּ֥י (ki) = want | שָׁ֝מְע֗וּ (shameu) = zij hebben gehoord | אִמְרֵי (imrei) = woorden van | פִֽיךָ (pikha) = Uw mond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 22:23; Ps 22:28; Ps 72:11; Ps 102:16; Ps 102:23 **138:5** Zij zullen zingen over de wegen van Yahweh, want groot is de heerlijkheid van Yahweh. Brontekst: וְ֭יָשִׁירוּ (veyashiru) = en zij zullen zingen | בְּדַרְכֵ֣י (bedarkhei) = over de wegen van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֥י (ki) = want | גָ֝ד֗וֹל (gadol) = groot is | כְּב֣וֹד (kevod) = heerlijkheid van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’: gewicht, eer, glans. Zie Exod. 40:34. Zie ook: Ex 15:11; Ex 40:34; Ps 21:6; Mal 1:11; Openb 4:11; Openb 7:12 **138:6** Want Yahweh is hoog, maar Hij ziet de lage. De hoge kent Hij van veraf. Brontekst: כִּי (ki) = want | רָ֣ם (ram) = hoog is | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | וְשָׁפָ֣ל (veshafal) = en de lage | יִרְאֶ֑ה (yire) = Hij ziet | וְ֝גָבֹ֗הַּ (vegavoha) = en de hoge | מִמֶּרְחָ֥ק (mimerchaq) = van veraf | יְיֵדָֽע (yeyeda) = Hij kent Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁפָל (shafal), ‘de lage’, en גָּבֹהַּ (gavoah), ‘de hoge’: hier gebruikt voor de nederige en de hoogmoedige. Het Hebreeuws heeft alleen ‘de lage’ en ‘de hoge’. Zie ook: 1 Sam 2:7–8; Ps 113:5–6; Spr 3:34; Jes 57:15; Jak 4:6 ### Yahweh voltooit het voor mij **138:7** Al loop ik midden in de benauwdheid, U houdt mij in leven. Tegen de toorn van mijn vijanden steekt U Uw hand uit, en Uw rechterhand redt mij. Brontekst: אִם (im) = als | אֵלֵ֤ךְ (elekh) = ik loop | בְּקֶ֥רֶב (beqerev) = midden in | צָרָ֗ה (tsara) = benauwdheid | תְּחַ֫יֵּ֥נִי (techayeni) = U houdt in leven | עַ֤ל (al) = tegen | אַ֣ף (af) = de toorn van | אֹ֭יְבַי (oyevay) = mijn vijanden | תִּשְׁלַ֣ח (tishlach) = U steekt uit | יָדֶ֑ךָ (yadekha) = Uw hand | וְת֖וֹשִׁיעֵ֣נִי (vetoshieni) = en redt mij | יְמִינֶֽךָ (yeminekha) = Uw rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Houdt in leven’ (techayyeni): U bewaart mijn leven. ‘Uw rechterhand’ is het beeld van Yahwehs macht om te redden. Zie ook: Ps 23:3–4; Ps 71:20–21; Ps 85:7; Jes 41:10; Hand 2:33 **138:8** Yahweh zal het voor mij voltooien. Yahweh, Uw trouw is voor eeuwig. Laat de werken van Uw handen niet los. Brontekst: יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | יִגְמֹ֪ר (yigmor) = zal voltooien | בַּ֫עֲדִ֥י (baadi) = voor mij | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | חַסְדְּךָ֣ (chasdekha) = Uw trouw | לְעוֹלָ֑ם (leolam) = voor eeuwig | מַעֲשֵׂ֖י (maasei) = werken van | יָדֶ֣יךָ (yadeikha) = Uw handen | אַל (al) = niet | תֶּֽרֶף (teref) = laat los Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גָּמַר בְּעַד (gamar be’ad), ‘voltooien voor’: het werk tot een goed einde brengen, voor mij. Vergelijk Ps. 57:3. Zie ook: Ps 57:3; Ps 136:1; Jes 26:12; 1 Tess 5:24; Fil 1:6 ## Psalmen 139 _Yahweh, U doorgrondt mij_ ### U kent mij door en door **139:1** Voor de koorleider. Van David. Een psalm. Yahweh, U hebt mij doorzocht en U kent mij. Brontekst: לַ֭מְנַצֵּחַ (lamnatseach) = voor de koorleider | לְדָוִ֣ד (ledavid) = van David | מִזְמ֑וֹר (mizmor) = een psalm | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | חֲ֝קַרְתַּ֗נִי (chaqartani) = U hebt mij doorzocht | וַתֵּדָֽע (vateda) = en U kent Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Voetnoot : חֲקַרְתַּנִי (chaqartani), ‘U hebt mij doorzocht’: zoals men een mijn of een bron doorzoekt tot op de bodem. Zie ook: Ps 4:1; Ps 17:3; Ps 44:22; Jer 12:3; Jer 17:9–10; Heb 4:13 **139:2** U kent mijn zitten en mijn opstaan. U begrijpt mijn gedachten van veraf. Brontekst: אַתָּ֣ה (ata) = U | יָ֭דַעְתָּ (yadata) = U kent | שִׁבְתִּ֣י (shivti) = mijn zitten | וְקוּמִ֑י (vequmi) = en mijn opstaan | בַּ֥נְתָּה (banta) = U begrijpt | לְ֝רֵעִ֗י (lerei) = mijn gedachten | מֵרָחֽוֹק (merachoq) = van veraf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 94:11; 2 Kon 19:27; Jes 37:28; Mat 9:4; Luc 9:47 **139:3** Mijn gaan en mijn liggen onderzoekt U. Met al mijn wegen bent U vertrouwd. Brontekst: אָרְחִ֣י (arechi) = mijn gaan | וְרִבְעִ֣י (verivi) = en mijn liggen | זֵרִ֑יתָ (zerita) = U onderzoekt | וְֽכָל (vekhal) = en al | דְּרָכַ֥י (derakhay) = mijn wegen | הִסְכַּֽנְתָּה (hiskanta) = bent U vertrouwd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זֵרִיתָ (zeritah), ‘U onderzoekt’: letterlijk ‘U wanneert, U zeeft’: u scheidt het ene van het andere en ziet alles. הִסְכַּנְתָּה (hiskanta), ‘bent U vertrouwd’: u kent het, u bent er vertrouwd mee. Zie ook: Gen 28:10–17; Job 31:4; 2 Sam 11:27; Spr 5:20–21; Jer 23:24 **139:4** Want er is geen woord op mijn tong, of zie, Yahweh, U kent het al helemaal. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אֵ֣ין (ein) = er is niet | מִ֭לָּה (mila) = woord | בִּלְשׁוֹנִ֑י (bilshoni) = op mijn tong | הֵ֥ן (hen) = zie | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | יָדַ֥עְתָּ (yadata) = U kent het | כֻלָּֽהּ (kulah) = helemaal Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 42:3; Ps 19:15; Ps 50:19–21; Mat 12:35–37; Heb 4:12–13 **139:5** Achter en voor sluit U mij in. U legt Uw hand op mij. Brontekst: אָח֣וֹר (achor) = achter | וָקֶ֣דֶם (vaqedem) = en voor | צַרְתָּ֑נִי (tsartani) = U sluit mij in | וַתָּ֖שֶׁת (vatashet) = en U legt | עָלַ֣י (alay) = op mij | כַּפֶּֽכָה (kapekha) = Uw hand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 23:8–9; Ex 24:11; Deut 33:27; Ps 34:8; Openb 1:17 **139:6** Zulke kennis is te wonderbaarlijk voor mij. Zij is te hoog; ik kan haar niet bevatten. Brontekst: פְּלִ֣יאָֽה (pelia) = wonderbaarlijk | דַ֣עַת (daat) = kennis | מִמֶּ֑נִּי (mimeni) = te hoog voor mij | נִ֝שְׂגְּבָ֗ה (nisgeva) = te hoog | לֹא (lo) = niet | א֥וּכַֽל (ukhal) = ik kan | לָֽהּ (lah) = haar bevatten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is פלאיה (pil’ayah), de te lezen vorm (qere) is פְּלִיאָה (pelia). Beide betekenen ‘wonderbaarlijk’. Wij volgen de qere. Zie ook: Job 11:7–9; Job 26:14; Job 42:3; Ps 40:6; Rom 11:33 ### Waar zou ik heen gaan voor Uw Geest? **139:7** Waar zou ik heen gaan voor Uw Geest? Waar zou ik vluchten voor Uw aangezicht? Brontekst: אָ֭נָ֥ה (ana) = waar | אֵלֵ֣ךְ (elekh) = zou ik gaan | מֵרוּחֶ֑ךָ (meruchekha) = voor Uw Geest | וְ֝אָ֗נָה (veana) = en waar | מִפָּנֶ֥יךָ (mipaneikha) = voor Uw aangezicht | אֶבְרָֽח (evrach) = zou ik vluchten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘geest’: hier ‘Uw Geest’, de Geest van Yahweh die overal is. Het woord kan ook ‘wind’ of ‘adem’ betekenen. Wij schrijven ‘Geest’ met hoofdletter, omdat het de Geest van Yahweh zelf is. Zie ook: Jona 1:3; Jona 1:10; Jer 23:23–24; Hand 5:9 **139:8** Als ik opstijg naar de hemel, bent U daar. Als ik mijn bed maak in de Sjeol, zie, U bent daar. Brontekst: אִם (im) = als | אֶסַּ֣ק (esaq) = ik opstijg | שָׁ֭מַיִם (shamayim) = hemel | שָׁ֣ם (sham) = daar | אָ֑תָּה (ata) = U | וְאַצִּ֖יעָה (veatsia) = en maak ik mijn bed | שְּׁא֣וֹל (sheol) = Sjeol | הִנֶּֽךָּ (hineka) = zie, U bent daar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk, de plaats van de gestorvenen. De dichter noemt de hoogste en de diepste plaats: de hemel en de Sjeol. Zie ook: Job 34:21–22; Spr 15:11; Jona 2:3; Amos 9:2–4; Ob 1:4 **139:9** Neem ik de vleugels van de dageraad en ga ik wonen aan het uiterste van de zee, Brontekst: אֶשָּׂ֥א (esa) = ik neem | כַנְפֵי (kanfei) = vleugels van | שָׁ֑חַר (shachar) = dageraad | אֶ֝שְׁכְּנָ֗ה (eshkena) = ik ga wonen | בְּאַחֲרִ֥ית (beacharit) = aan het uiterste van | יָֽם (yam) = zee Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַחֲרִית יָם (acharit yam), ‘het uiterste van de zee’: het verste punt in het westen, waar de Grote Zee (de Middellandse Zee) ophoudt. Van de dageraad (het oosten) tot het uiterste van de zee (het westen): U bent overal. Zie ook: Ps 18:11; Ps 19:7; Ps 74:16–17; Jes 24:14–16; Mal 3:20 **139:10** ook daar leidt Uw hand mij en grijpt Uw rechterhand mij vast. Brontekst: גַּם (gam) = ook | שָׁ֭ם (sham) = daar | יָדְךָ֣ (yadekha) = Uw hand | תַנְחֵ֑נִי (tancheni) = leidt mij | וְֽתֹאחֲזֵ֥נִי (vetochazeni) = en grijpt mij vast | יְמִינֶֽךָ (yeminekha) = Uw rechterhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 23:3; Ps 63:9; Ps 73:23; Ps 143:9–10; Jes 41:13 **139:11** Zeg ik: „Zeker, de duisternis zal mij overvallen, en het licht om mij heen zal nacht zijn,” Brontekst: וָ֭אֹמַר (vaomar) = en ik zeg | אַךְ (akh) = zeker | חֹ֣שֶׁךְ (choshekh) = duisternis | יְשׁוּפֵ֑נִי (yeshufeni) = zal mij overvallen | וְ֝לַ֗יְלָה (velayla) = en nacht | א֣וֹר (or) = licht | בַּעֲדֵֽנִי (baadeni) = om mij heen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: שׁוּף (shuf) komt zelden voor. Elders betekent het ‘vermorzelen’, ‘treffen’ (Gen. 3:15; Job 9:17). Hier past in de samenhang ‘overvallen’ of ‘bedekken’. Onzeker. Het Hebreeuws zegt ‘en ik zeg’ en sluit aan op de verzen 8–10 (‘als ik ... zeg ik’). Zie ook: Gen 3:15; Job 9:17; Job 12:22; Job 22:12–14; Ps 10:11–13; Ps 94:7; Jer 23:24 **139:12** dan nog maakt de duisternis het niet donker voor U. De nacht licht op als de dag. Duisternis is als licht. Brontekst: גַּם (gam) = ook | חֹשֶׁךְ֮ (choshekh) = duisternis | לֹֽא (lo) = niet | יַחְשִׁ֪יךְ (yachshikh) = maakt donker | מִ֫מֶּ֥ךָ (mimekha) = voor U | וְ֭לַיְלָה (velayla) = en nacht | כַּיּ֣וֹם (kayom) = als de dag | יָאִ֑יר (yair) = licht op | כַּ֝חֲשֵׁיכָ֗ה (kachasheikha) = als duisternis | כָּאוֹרָֽה (kaora) = als licht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 26:6; Job 34:22; Ex 20:21; Dan 2:22; Heb 4:13 ### U hebt mij gevormd in de moederschoot **139:13** Want U hebt mijn nieren gevormd. U hebt mij omhuld in de buik van mijn moeder. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אַ֭תָּה (ata) = U | קָנִ֣יתָ (qanita) = hebt gevormd | כִלְיֹתָ֑י (kilyotay) = mijn nieren | תְּ֝סֻכֵּ֗נִי (tesukeni) = U hebt mij omhuld | בְּבֶ֣טֶן (beveten) = in de buik van | אִמִּֽי (imi) = mijn moeder Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כְּלָיוֹת (kelayot), ‘nieren’: in het Hebreeuws de zetel van diepe gevoelens en gedachten (zie ook vers 23 over het hart). תְּסֻכֵּנִי (tesukkeni), ‘U hebt mij omhuld’: bedekt, afgeschermd; vergelijk Job 10:11. Het kan ook ‘U hebt mij geweven’ betekenen. Zie ook: Job 10:9–12; Job 10:11; Job 31:15; Ps 119:73; Ps 139:23; Jes 44:2; Jer 1:5 **139:14** Ik dank U, omdat ik ontzagwekkend en wonderbaarlijk gemaakt ben. Wonderbaarlijk zijn Uw werken, en mijn ziel weet dat zeer goed. Brontekst: אֽוֹדְךָ֗ (odekha) = ik dank U | עַ֤ל (al) = omdat | כִּ֥י (ki) = want | נוֹרָא֗וֹת (noraot) = ontzagwekkend | נִ֫פְלֵ֥יתִי (nifleiti) = ben ik wonderbaarlijk gemaakt | נִפְלָאִ֥ים (niflaim) = wonderbaarlijk | מַעֲשֶׂ֑יךָ (maaseikha) = Uw werken | וְ֝נַפְשִׁ֗י (venafshi) = en mijn ziel | יֹדַ֥עַת (yodaat) = weet | מְאֹֽד (meod) = zeer goed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִפְלֵיתִי (nifleti), ‘ik ben wonderbaarlijk gemaakt’: ook ‘ik ben afgezonderd’ of ‘uitgekozen’. De dichter noemt zichzelf een wonder van Yahweh. נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de persoon zelf, met zijn leven en bewustzijn. Zie ook: Gen 1:26–27; Ps 40:6; Ps 92:5–6; Ps 104:24; Ps 111:2 **139:15** Mijn gebeente was niet voor U verborgen, toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de diepten van de aarde. Brontekst: לֹא (lo) = niet | נִכְחַ֥ד (nikhchad) = was verborgen | עָצְמִ֗י (atsemi) = mijn gebeente | מִ֫מֶּ֥ךָּ (mimeka) = voor U | אֲשֶׁר (asher) = toen | עֻשֵּׂ֥יתִי (useiti) = ik werd gemaakt | בַסֵּ֑תֶר (baseter) = in het verborgene | רֻ֝קַּ֗מְתִּי (ruqamti) = geweven werd | בְּֽתַחְתִּיּ֥וֹת (betachtiyot) = in de diepten van | אָֽרֶץ (arets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רֻקַּמְתִּי (ruqqamti), ‘kunstig geweven’: letterlijk geborduurd, met gekleurde draden. ‘De diepten van de aarde’ is een beeld voor de moederschoot; vergelijk Gen. 2:7 (de mens uit de grond). Zie ook: Gen 2:7; Job 10:8–11; Ps 63:10; Ps 139:13; Pred 11:5; Ef 4:9 **139:16** Uw ogen zagen mijn ongevormde massa. In Uw boek werden zij allen geschreven, de dagen die gevormd werden, en één van hen was voor hem. Brontekst: גָּלְמִ֤י (galemi) = mijn ongevormde massa | רָ֘א֤וּ (rau) = zagen | עֵינֶ֗יךָ (eineikha) = Uw ogen | וְעַֽל (veal) = en in | סִפְרְךָ֮ (sifrekha) = Uw boek | כֻּלָּ֪ם (kulam) = allen | יִכָּ֫תֵ֥בוּ (yikatevu) = werden geschreven | יָמִ֥ים (yamim) = dagen | יֻצָּ֑רוּ (yutsaru) = die gevormd werden | וְל֖וֹ (velo) = en voor hem | אֶחָ֣ד (echad) = een | בָּהֶֽם (bahem) = van hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גָּלְמִי (golmi), ‘mijn ongevormde massa’: het woord komt alleen hier voor. Het wijst op wat nog geen vorm heeft, het kind in de vroege groei. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is וְלֹא (velo), ‘en niet één van hen’; de te lezen vorm (qere) is וְלוֹ (velo), ‘en voor hem’. De twee klinken gelijk. Wij volgen de qere: de dagen zijn voor hem bepaald, en één daarvan is voor hem. Met de ketiv luidt de zin: ‘de dagen die gevormd werden, toen nog niet één van hen bestond’. Zie ook: Ps 56:9; Mal 3:16; Openb 20:12 ### Uw gedachten zijn talrijk **139:17** Hoe kostbaar zijn voor mij Uw gedachten, El! Hoe machtig is hun som! Brontekst: וְלִ֗י (veli) = en voor mij | מַה (ma) = hoe | יָּקְר֣וּ (yaqeru) = kostbaar zijn | רֵעֶ֣יךָ (reeikha) = Uw gedachten | אֵ֑ל (el) = El | מֶ֥ה (me) = hoe | עָ֝צְמוּ (atsemu) = machtig zijn | רָאשֵׁיהֶֽם (rasheihem) = hun sommen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רֵעֶיךָ (re’eka), ‘Uw gedachten’: een woord uit het Aramees, ‘gedachten’ of ‘plannen’. רָאשֵׁיהֶם (rasheihem), ‘hun sommen’: letterlijk ‘hun hoofden’, hun totaal. Zie ook: Ps 36:8; Ps 40:6; Ps 92:6; Jes 55:8–9; Jer 29:11 **139:18** Tel ik ze, dan zijn ze talrijker dan het zand. Ik word wakker en ben nog altijd bij U. Brontekst: אֶ֭סְפְּרֵם (esperem) = ik tel ze | מֵח֣וֹל (mechol) = dan zand | יִרְבּ֑וּן (yirbun) = zijn ze talrijker | הֱ֝קִיצֹ֗תִי (heqitsoti) = ik word wakker | וְעוֹדִ֥י (veodi) = en nog ben ik | עִמָּֽךְ (imakh) = bij U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 3:6; Ps 17:15; Ps 40:6; Ps 139:3; 1 Tess 5:10 ### Tegen de bloeddorstigen **139:19** Och, Eloah, wilde U de goddeloze doden! Mannen van bloedvergieten, ga weg van mij! Brontekst: אִם (im) = och | תִּקְטֹ֖ל (tiqtol) = wilde U doden | אֱל֥וֹהַּ (eloha) = Eloah | רָשָׁ֑ע (rasha) = de goddeloze | וְאַנְשֵׁ֥י (veanshei) = en mannen van | דָ֝מִ֗ים (damim) = bloedvergieten | ס֣וּרוּ (suru) = ga weg | מֶֽנִּי (meni) = van mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלוֹהַּ (Eloah): naam of titel van Elohim, zoals in Job. Het vers begint met een uitroep: ‘ach, wilde U ...!’ Voetnoot : אַנְשֵׁי דָמִים (anshei damim), ‘mannen van bloedvergieten’: mannen die bloed vergieten. Zie ook Ps. 5:7 en 26:9. Zie ook: Ps 5:7; Ps 6:9; Ps 9:18; Ps 26:9; Ps 119:115; Jes 11:4 **139:20** Zij spreken over U met snode bedoeling. Uw tegenstanders heffen Uw naam op tot ijdelheid. Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | יֹ֭אמְרֻךָ (yomrukha) = zij spreken over U | לִמְזִמָּ֑ה (limzima) = met snode bedoeling | נָשֻׂ֖א (nasu) = zij heffen op | לַשָּׁ֣וְא (lashave) = tot ijdelheid | עָרֶֽיךָ (areikha) = Uw tegenstanders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Dit vers is moeilijk en de betekenis is onzeker. יַמְרוּךָ (yamruka) staat voor ‘zij spreken over U’ (van אמר), of ‘zij verzetten zich tegen U’ (van מרה). נָשֻׂא (nasu) betekent ‘zij heffen op’; het voorwerp ontbreekt. Wij vullen ‘Uw naam’ aan naar het gebod in Exod. 20:7 (de naam van Yahweh ijdel gebruiken; in het Hebreeuws staat dezelfde uitdrukking: de naam tot ijdelheid opheffen). עָרֶיךָ (areka) betekent ‘Uw tegenstanders’; sommige lezers vatten het op als ‘Uw steden’. Zie ook: Ex 20:7; Ps 74:18; Jes 37:23; Jud 1:15; Openb 13:6 **139:21** Haat ik niet, Yahweh, wie U haten? En walg ik niet van wie tegen U opstaan? Brontekst: הֲלֽוֹא (halo) = niet | מְשַׂנְאֶ֖יךָ (mesaneikha) = wie U haten | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֶשְׂנָ֑א (esna) = haat ik | וּ֝בִתְקוֹמְמֶ֗יךָ (uvitqomemeikha) = en die tegen U opstaan | אֶתְקוֹטָֽט (etqotat) = walg ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֶתְקוֹטָט (etqotat), ‘ik walg’: een sterk woord voor afkeer, ook ‘ik ben vol afschuw’. De dichter haat wie Yahweh haat; zijn haat is geen eigen wraak maar trouw aan Yahweh. Zie ook: Ps 26:5; Ps 31:7; Ps 119:158; 2 Kron 19:2; Openb 2:2 **139:22** Met de uiterste haat haat ik hen. Voor mij zijn zij vijanden geworden. Brontekst: תַּכְלִ֣ית (takhlit) = uiterste van | שִׂנְאָ֣ה (sina) = haat | שְׂנֵאתִ֑ים (senetim) = ik haat hen | לְ֝אוֹיְבִ֗ים (leoyevim) = tot vijanden | הָ֣יוּ (hayu) = zijn zij geworden | לִֽי (li) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit is een eed in woorden: de dichter kiest openlijk de kant van Yahweh en laat de vijanden van Yahweh vallen. Het staat er letterlijk; wij verzachten het niet. Zie ook: Ps 101:3–8; Luc 14:26 ### Doorgrond mij **139:23** Doorzoek mij, El, en ken mijn hart. Beproef mij en ken mijn onrustige gedachten. Brontekst: חָקְרֵ֣נִי (chaqereni) = doorzoek mij | אֵ֭ל (el) = El | וְדַ֣ע (veda) = en ken | לְבָבִ֑י (levavi) = mijn hart | בְּ֝חָנֵ֗נִי (bechaneni) = beproef mij | וְדַ֣ע (veda) = en ken | שַׂרְעַפָּֽי (sarapay) = mijn onrustige gedachten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׂרְעַפַּי (sarappai), ‘mijn onrustige gedachten’: gedachten die door elkaar woelen, zorgen. Het woord komt ook voor in Ps. 94:19. Zie ook: Job 31:6; Deut 8:2; Ps 26:2; Ps 94:19; Spr 17:3; 1 Petr 1:7 **139:24** Zie of er in mij een weg van pijn is, en leid mij op de eeuwige weg. Brontekst: וּרְאֵ֗ה (uree) = en zie | אִם (im) = of | דֶּֽרֶךְ (derekh) = weg van | עֹ֥צֶב (otsev) = pijn | בִּ֑י (bi) = in mij | וּ֝נְחֵ֗נִי (unecheni) = en leid mij | בְּדֶ֣רֶךְ (bederekh) = op de weg | עוֹלָֽם (olam) = eeuwige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: דֶּרֶךְ־עֹצֶב (derech otsev), ‘weg van pijn’: een weg die tot pijn of verdriet leidt, of: een weg van afgoderij (etsev betekent ook ‘afgod’). Onzeker. דֶּרֶךְ עוֹלָם (derech olam), ‘eeuwige weg’: ook ‘oude weg’ (vergelijk Jer. 6:16). Zie ook: Ps 16:11; Ps 25:8–9; Ps 119:32; Ps 143:10; Jer 6:16; Jer 17:9–10 ## Psalmen 140 _Bevrijd mij van de man van geweld_ ### Opschrift **140:1** Voor de koorleider. Een psalm van David. Brontekst: לַמְנַצֵּ֗חַ (lamnatseach) = voor de koorleider | מִזְמ֥וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָוִֽד (ledavid) = van David Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1. Zie ook: Ps 4:1; Ps 18:49; Ps 71:4; Ps 140:5; Ps 140:12; Hab 1:2–3 ### Bevrijd mij van de man van geweld **140:2** Bevrijd mij, Yahweh, van de kwade mens. Behoed mij voor de man van geweld. Brontekst: חַלְּצֵ֣נִי (chaletseni) = bevrijd mij | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | מֵאָדָ֣ם (meadam) = van mensen | רָ֑ע (ra) = kwade | מֵאִ֖ישׁ (meish) = van de man van | חֲמָסִ֣ים (chamasim) = gewelddaden | תִּנְצְרֵֽנִי (tintsereni) = behoed mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חָמָס (chamas), ‘geweld’: onrecht met kracht, vaak tegen zwakken. ‘Man van geweld’ is een man die het geweld tot zijn manier van leven heeft gemaakt. Zie ook: Ps 18:49; Ps 71:4; Ps 140:5; Ps 140:12; Hab 1:2–3 **140:3** Zij bedenken in hun hart kwaad. Elke dag roepen zij oorlogen op. Brontekst: אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | חָשְׁב֣וּ (chashevu) = zij bedenken | רָע֣וֹת (raot) = kwaad | בְּלֵ֑ב (belev) = in het hart | כָּל (kal) = elke | י֝֗וֹם (yom) = dag | יָג֥וּרוּ (yaguru) = zij roepen op | מִלְחָמֽוֹת (milchamot) = oorlogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 36:5; Ps 56:7; Ps 64:6–7; Mi 2:1–3; Nah 1:11 **140:4** Zij scherpen hun tong als een slang. Het gif van de adder is onder hun lippen. Sela. Brontekst: שָֽׁנֲנ֣וּ (shananu) = zij scherpen | לְשׁוֹנָם֮ (leshonam) = hun tong | כְּֽמוֹ (kemo) = als | נָ֫חָ֥שׁ (nachash) = een slang | חֲמַ֥ת (chamat) = gif van | עַכְשׁ֑וּב (akhshuv) = een adder | תַּ֖חַת (tachat) = onder | שְׂפָתֵ֣ימוֹ (sefateimo) = hun lippen | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker; het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot : עַכְשׁוּב (akshuv), ‘adder’: een giftige slang. Het woord komt alleen hier voor. Zie ook: Ps 58:5; Spr 23:32; Jes 59:3–5; 2 Kor 11:3; Rom 3:13–14 **140:5** Behoed mij, Yahweh, voor de handen van de goddeloze. Bescherm mij tegen de man van geweld; zij zijn van plan mijn voeten omver te stoten. Brontekst: שָׁמְרֵ֤נִי (shamereni) = behoed mij | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | מִ֘ידֵ֤י (midei) = van de handen van | רָשָׁ֗ע (rasha) = de goddeloze | מֵאִ֣ישׁ (meish) = van de man van | חֲמָסִ֣ים (chamasim) = gewelddaden | תִּנְצְרֵ֑נִי (tintsereni) = bescherm mij | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | חָ֝שְׁב֗וּ (chashevu) = zij hebben besloten | לִדְח֥וֹת (lidchot) = om omver te stoten | פְּעָמָֽי (peamay) = mijn voeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:5; Ps 17:8–9; Ps 36:12; Ps 55:2–4; Ps 71:4 **140:6** De trotsen hebben een valstrik voor mij verborgen, en touwen. Zij hebben een net uitgespreid langs het pad. Strikken hebben zij voor mij gezet. Sela. Brontekst: טָֽמְנֽוּ (tamenu) = zij hebben verborgen | גֵאִ֨ים (geim) = trotsen | פַּ֡ח (pach) = een valstrik | לִ֗י (li) = voor mij | וַחֲבָלִ֗ים (vachavalim) = en touwen | פָּ֣רְשׂוּ (paresu) = zij hebben uitgespreid | רֶ֭שֶׁת (reshet) = een net | לְיַד (leyad) = langs | מַעְגָּ֑ל (magal) = het pad | מֹקְשִׁ֖ים (moqeshim) = strikken | שָֽׁתוּ (shatu) = zij hebben gezet | לִ֣י (li) = voor mij | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גֵּאִים (ge’im), ‘de trotsen’: mensen die hoog van zichzelf denken. מַעְגָּל (ma’gal), ‘pad’: een spoor of karrenspoor. Een valstrik, touwen, een net en strikken: vier beelden van een jager. Zie ook: Ps 35:7; Ps 57:7; Ps 123:3–4; Ps 142:4; Jer 18:22 ### Ik zei tegen Yahweh: U bent mijn El **140:7** Ik zei tegen Yahweh: „U bent mijn El.” Luister, Yahweh, naar de stem van mijn smeking. Brontekst: אָמַ֣רְתִּי (amarti) = ik zei | לַ֭יהוָה (laYahweh) = tegen Yahweh | אֵ֣לִי (eli) = mijn El | אָ֑תָּה (ata) = U | הַאֲזִ֥ינָה (haazina) = luister | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | ק֣וֹל (qol) = naar de stem van | תַּחֲנוּנָֽי (tachanunay) = mijn smeking Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 16:2; Ps 31:15; Ps 119:57; Ps 142:6; Zach 13:9 **140:8** Yahweh, mijn Heer, kracht van mijn redding, U hebt mijn hoofd bedekt op de dag van de strijd. Brontekst: יְהֹוִ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֲ֭דֹנָי (adonay) = mijn Heer | עֹ֣ז (oz) = kracht van | יְשׁוּעָתִ֑י (yeshuati) = mijn redding | סַכֹּ֥תָה (sakota) = U hebt bedekt | לְ֝רֹאשִׁ֗י (leroshi) = mijn hoofd | בְּי֣וֹם (beyom) = op de dag van | נָֽשֶׁק (nasheq) = de strijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: aanspreking van Yahweh. Hier staat het naast Yahweh. נֶשֶׁק (nesheq), ‘strijd’: letterlijk ‘wapens’; de dag waarop de wapens spreken. Zie ook: Deut 33:27–29; Ps 18:2–3; Ps 62:3; Ps 62:8; Ps 89:27 **140:9** Geef, Yahweh, de verlangens van de goddeloze niet toe. Laat zijn plan niet slagen, anders verheffen zij zich. Sela. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּתֵּ֣ן (titen) = geef | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | מַאֲוַיֵּ֣י (maavayei) = de verlangens van | רָשָׁ֑ע (rasha) = de goddeloze | זְמָמ֥וֹ (zemamo) = zijn plan | אַל (al) = niet | תָּ֝פֵ֗ק (tafeq) = laat slagen | יָר֥וּמוּ (yarumu) = zij verheffen zich | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het laatste woord (yarumu) sluit aan op ‘laat zijn plan niet slagen’. Het kan ook luiden: ‘laat hen zich niet verheffen’. De zin is moeilijk; wij volgen de woordvolgorde. Zie ook: Job 5:12–13; Deut 32:27; 2 Sam 15:31; Ps 10:2–3; Ps 27:12 ### Moge het kwaad hen treffen **140:10** Wat het hoofd betreft van hen die mij omringen: moge het onheil van hun eigen lippen hen bedekken. Brontekst: רֹ֥אשׁ (rosh) = hoofd van | מְסִבָּ֑י (mesibay) = die mij omringen | עֲמַ֖ל (amal) = onheil van | שְׂפָתֵ֣ימוֹ (sefateimo) = hun lippen | יְכַסֵּֽמוֹ (yekhasemo) = moge hen bedekken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is יכסומו (yechasumo), ‘zij bedekken hen’ (meervoud); de te lezen vorm (qere) is יְכַסֵּמוֹ (yekassemo), ‘het bedekke hen’ (enkelvoud, met ‘onheil’ als onderwerp). Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 7:17; Ps 94:23; Spr 12:13; Spr 18:7; Est 7:10 **140:11** Mogen kolen op hen neerstorten. Moge Hij hen in het vuur laten vallen, in diepe kuilen, zodat zij niet meer opstaan. Brontekst: יִמּ֥וֹטוּ (yimotu) = mogen neerstorten | עֲלֵיהֶ֗ם (aleihem) = op hen | גֶּֽחָ֫לִ֥ים (gechalim) = kolen | בָּאֵ֥שׁ (baesh) = in het vuur | יַפִּלֵ֑ם (yapilem) = moge Hij hen laten vallen | בְּ֝מַהֲמֹר֗וֹת (bemahamorot) = in diepe kuilen | בַּֽל (bal) = niet | יָקֽוּמוּ (yaqumu) = zij staan op Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַהֲמֹרוֹת (mahamorot), ‘diepe kuilen’: een woord dat alleen hier voorkomt; de betekenis is onzeker. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is יָמִיטוּ (yamitu), ‘zij laten neervallen’; de te lezen vorm (qere) is יִמּוֹטוּ (yimmotu), ‘mogen zij wankelen, neerstorten’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 11:6; Ps 21:10; Ps 120:4; Openb 20:15; Openb 21:8 **140:12** Een man van de tong zal niet standhouden in het land. De man van geweld: het kwaad jaagt op hem tot hij wordt neergestoten. Brontekst: אִ֥ישׁ (ish) = man van | לָשׁוֹן֮ (lashon) = tong | בַּל (bal) = niet | יִכּ֪וֹן (yikon) = zal standhouden | בָּ֫אָ֥רֶץ (baarets) = in het land | אִישׁ (ish) = man van | חָמָ֥ס (chamas) = geweld | רָ֑ע (ra) = kwaad | יְ֝צוּדֶ֗נּוּ (yetsudenu) = zal hem jagen | לְמַדְחֵפֹֽת (lemadchefot) = tot hij wordt neergestoten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִישׁ לָשׁוֹן (ish lashon), ‘man van de tong’: iemand die met zijn tong kwaad doet, een lasteraar of grootspreker. לְמַדְחֵפֹת (lemadchefot), ‘tot hij wordt neergestoten’: een zeldzaam woord; de betekenis is onzeker. Het kan ook ‘met stoten’ betekenen. Zie ook: Ps 34:22; Spr 13:21; Spr 17:20; Spr 18:21; Jes 3:11 ### Yahweh voert het pleit van de ellendige **140:13** Ik weet dat Yahweh de zaak van de ellendige voert en het recht van de armen. Brontekst: יָדַ֗עְתִּי (yadati) = ik weet | כִּֽי (ki) = dat | יַעֲשֶׂ֣ה (yaase) = zal voeren | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | דִּ֣ין (din) = zaak van | עָנִ֑י (ani) = de ellendige | מִ֝שְׁפַּ֗ט (mishpat) = recht van | אֶבְיֹנִֽים (evyonim) = de armen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: het recht dat armen toekomt. דִּין (din), ‘zaak’: de rechtszaak. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is יָדַעְתָּ (yada’ta), ‘U weet’; de te lezen vorm (qere) is יָדַעְתִּי (yada’ti), ‘ik weet’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 9:5; Spr 23:10–11; 1 Kon 8:45; 1 Kon 8:49; Jer 22:16 **140:14** Ja, de rechtvaardigen zullen Uw naam danken. De oprechten zullen wonen voor Uw aangezicht. Brontekst: אַ֣ךְ (akh) = ja | צַ֭דִּיקִים (tsadiqim) = rechtvaardigen | יוֹד֣וּ (yodu) = zullen danken | לִשְׁמֶ֑ךָ (lishmekha) = Uw naam | יֵשְׁב֥וּ (yeshevu) = zullen wonen | יְ֝שָׁרִ֗ים (yesharim) = oprechten | אֶת (et) = (obj.) | פָּנֶֽיךָ (paneikha) = Uw aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 11:7; Ps 16:11; Jes 3:10; Joh 17:24; 1 Tess 4:17 ## Psalmen 141 _Mijn gebed als reukwerk_ ### Haast U, Yahweh **141:1** Een psalm van David. Yahweh, ik heb U aangeroepen. Kom haastig naar mij. Luister naar mijn stem als ik tot U roep. Brontekst: מִזְמ֗וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | קְ֭רָאתִיךָ (qeratikha) = ik heb U aangeroepen | ח֣וּשָׁה (chusha) = haast U | לִּ֑י (li) = naar mij | הַאֲזִ֥ינָה (haazina) = luister | ק֝וֹלִ֗י (qoli) = naar mijn stem | בְּקָרְאִי (beqarei) = als ik roep | לָֽךְ (lakh) = tot U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִזְמוֹר (mizmor), ‘psalm’: een lied met snarenspel. Zie ook: Ps 40:14; Ps 69:18–19; Ps 70:6; Ps 71:12; Ps 143:7 **141:2** Moge mijn gebed voor Uw aangezicht gereedstaan als reukwerk, het opheffen van mijn handen als het avondgraanoffer. Brontekst: תִּכּ֤וֹן (tikon) = moge gereedstaan | תְּפִלָּתִ֣י (tefilati) = mijn gebed | קְטֹ֣רֶת (qetoret) = als reukwerk | לְפָנֶ֑יךָ (lefaneikha) = voor Uw aangezicht | מַֽשְׂאַ֥ת (masat) = het opheffen van | כַּ֝פַּ֗י (kapay) = mijn handen | מִנְחַת (minchat) = als graanoffer van | עָֽרֶב (arev) = de avond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קְטֹרֶת (qetoret), ‘reukwerk’, en מִנְחָה (minchah), ‘graanoffer’: het gebed stijgt op zoals de rook van het reukwerk (Exod. 30:7–8) en zoals het avondoffer (Exod. 29:41). Het opheffen van de handen is de gebedshouding. Zie ook: Ex 29:41; Ex 30:7–8; Dan 9:21; Mal 1:11; 1 Tim 2:8; Openb 5:8; Openb 8:3–4 ### Bewaak mijn mond **141:3** Zet een wacht, Yahweh, voor mijn mond. Bewaak de deur van mijn lippen. Brontekst: שִׁיתָ֣ה (shita) = zet | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | שָׁמְרָ֣ה (shamera) = een wacht | לְפִ֑י (lefi) = voor mijn mond | נִ֝צְּרָ֗ה (nitsera) = bewaak | עַל (al) = over | דַּ֥ל (dal) = de deur | שְׂפָתָֽי (sefatay) = van mijn lippen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דַּל (dal), ‘deur’: een zeldzaam woord voor ‘deur’ of ‘poort’. Het beeld is een wachter bij de deur van de lippen. Zie ook: Ps 34:14; Ps 39:2; Mi 7:5; Jak 1:26; Jak 3:2 **141:4** Laat mijn hart niet neigen tot iets kwaads, tot het plegen van goddeloze daden met mannen die onrecht doen. Laat mij niet eten van hun lekkernijen. Brontekst: אַל (al) = niet | תַּט (tat) = laat neigen | לִבִּ֨י (libi) = mijn hart | לְדָבָ֪ר (ledavar) = tot een zaak | רָ֡ע (ra) = kwaad | לְהִתְע֘וֹלֵ֤ל (lehitolel) = om te plegen | עֲלִל֨וֹת (alilot) = daden | בְּרֶ֗שַׁע (beresha) = in goddeloosheid | אֶת (et) = met | אִישִׁ֥ים (ishim) = mannen | פֹּֽעֲלֵי (poalei) = die doen | אָ֑וֶן (aven) = onrecht | וּבַל (uval) = en niet | אֶ֝לְחַ֗ם (elcham) = laat mij eten | בְּמַנְעַמֵּיהֶֽם (bemanameihem) = van hun lekkernijen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַנְעַמִּים (man’ammim), ‘lekkernijen’: heerlijk eten. Het eten van hun lekkernijen betekent: meedoen met hun tafel en hun daden. Voetnoot Lezing: Het werkwoord אֶלְחַם (elcham) kan ‘eten’ of ‘strijden’ betekenen. Door de samenhang (lekkernijen) kiezen wij ‘eten’. Zie ook: Ps 119:36; Jes 63:17; Mat 6:13; 1 Kor 15:33; 2 Kor 6:17 ### Laat de rechtvaardige mij terechtwijzen **141:5** Moge een rechtvaardige mij slaan: dat is trouw. Moge hij mij terechtwijzen: dat is olie op het hoofd. Mijn hoofd mag dat niet weigeren. Want nog altijd is mijn gebed tegen hun kwaad. Brontekst: יֶֽהֶלְמֵֽנִי (yehelmeni) = moge slaan mij | צַדִּ֨יק (tsadiq) = een rechtvaardige | חֶ֡סֶד (chesed) = trouw | וְֽיוֹכִיחֵ֗נִי (veyokhicheni) = en moge terechtwijzen mij | שֶׁ֣מֶן (shemen) = olie van | רֹ֭אשׁ (rosh) = hoofd | אַל (al) = niet | יָנִ֣י (yani) = moge weigeren | רֹאשִׁ֑י (roshi) = mijn hoofd | כִּי (ki) = want | ע֥וֹד (od) = nog | וּ֝תְפִלָּתִ֗י (utefilati) = en mijn gebed | בְּרָעוֹתֵיהֶֽם (beraoteihem) = tegen hun kwaad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de persoon zelf, met zijn leven (vers 8). Voetnoot Lezing: Dit vers is moeilijk. Het Hebreeuws zegt: ‘laat een rechtvaardige mij slaan, trouw, en laat hem mij terechtwijzen, olie van het hoofd; mijn hoofd mag dat niet weigeren’. חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: een slag van een rechtvaardige wordt een daad van trouw genoemd. Het slot van de zin (‘want nog altijd is mijn gebed tegen hun kwaad’) is onzeker: het kan ook luiden ‘mijn gebed is nog bij hun rampen’. Zie ook: Ps 141:8; Spr 25:12; Spr 27:5–6; Pred 7:5; Gal 6:1; Openb 3:19 **141:6** Hun rechters zijn langs de rots omlaag geworpen. Dan horen zij mijn woorden, want die zijn aangenaam. Brontekst: נִשְׁמְט֣וּ (nishmetu) = zijn geworpen | בִֽידֵי (bidei) = langs de zijkanten van | סֶ֭לַע (sela) = rots | שֹׁפְטֵיהֶ֑ם (shofeteihem) = hun rechters | וְשָׁמְע֥וּ (veshameu) = en zij zullen horen | אֲ֝מָרַ֗י (amaray) = mijn woorden | כִּ֣י (ki) = want | נָעֵֽמוּ (naemu) = zij zijn aangenaam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלַע (sela), ‘rots’: hier geen muziekterm maar een gewone rots. De betekenis van de hele zin is onzeker: de rechters of leiders van de goddelozen worden langs een rotswand omlaag geworpen. Zie ook: 1 Sam 31:1–8; 2 Sam 5:1–3; 1 Kron 13:2; 2 Kron 25:12; Luc 4:22 **141:7** Zoals men de aarde klieft en splijt, zo zijn onze beenderen verspreid aan de mond van de Sjeol. Brontekst: כְּמ֤וֹ (kemo) = zoals | פֹלֵ֣חַ (poleach) = een die klieft | וּבֹקֵ֣עַ (uvoqea) = en splijt | בָּאָ֑רֶץ (baarets) = de aarde | נִפְזְר֥וּ (nifzeru) = zijn verspreid | עֲ֝צָמֵ֗ינוּ (atsameinu) = onze beenderen | לְפִ֣י (lefi) = aan de mond van | שְׁאֽוֹל (sheol) = Sjeol Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk. Het beeld is dat van de aarde die opengesneden wordt: de beenderen liggen verspreid, als bij een open graf. Zie ook: Ps 44:23; Ps 53:6; 2 Kor 1:9; Rom 8:36; Openb 11:8–9 ### Mijn ogen zijn op U gericht **141:8** Want naar U, Yahweh, mijn Heer, zijn mijn ogen gericht. Bij U schuil ik. Stort mijn ziel niet uit. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אֵלֶ֨יךָ (eleikha) = naar U | יְהֹוִ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֲדֹנָ֣י (adonay) = mijn Heer | עֵינָ֑י (einay) = mijn ogen | בְּכָ֥ה (bekha) = bij U | חָ֝סִ֗יתִי (chasiti) = ik schuil | אַל (al) = niet | תְּעַ֥ר (tear) = stort uit | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּעַר (ter), ‘stort uit’: giet leeg, ontbloot. Bedoeld is: laat mij niet sterven, laat mijn leven niet leeg lopen. Zie ook: Ps 25:15–17; Ps 102:18; Ps 123:1–2; 2 Kron 20:12; Jes 41:17 **141:9** Behoed mij voor de greep van de valstrik die zij voor mij leggen, en voor de strikken van wie onrecht doen. Brontekst: שָׁמְרֵ֗נִי (shamereni) = behoed mij | מִ֣ידֵי (midei) = voor de greep van | פַ֭ח (pach) = valstrik | יָ֣קְשׁוּ (yaqeshu) = zij leggen | לִ֑י (li) = voor mij | וּ֝מֹקְשׁ֗וֹת (umoqeshot) = en voor de strikken van | פֹּ֣עֲלֵי (poalei) = die doen | אָֽוֶן (aven) = onrecht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 38:13; Ps 119:110; Ps 140:6; Spr 13:14; Luc 20:20 **141:10** Laat de goddelozen samen in hun netten vallen, terwijl ik zelf voorbijga. Brontekst: יִפְּל֣וּ (yipelu) = laat vallen | בְמַכְמֹרָ֣יו (bemakhmorav) = in hun netten | רְשָׁעִ֑ים (reshaim) = goddelozen | יַ֥חַד (yachad) = samen | אָ֝נֹכִ֗י (anokhi) = ik zelf | עַֽד (ad) = terwijl | אֶעֱבֽוֹר (eevor) = ik voorbijga Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws zegt ‘in zijn netten’ (enkelvoud): elke goddeloze in zijn eigen net. Wij vertalen ‘hun netten’. עַד אֶעֱבוֹר (ad e’evor), ‘terwijl ik voorbijga’: ook ‘totdat ik voorbijgegaan ben’. Zie ook: Ps 35:8; Ps 64:8–9; Ps 140:10; Spr 11:8; Est 7:10 ## Psalmen 142 _Een gebed in de grot_ ### Opschrift **142:1** Een Maskil van David, toen hij in de grot was. Een gebed. Brontekst: מַשְׂכִּ֥יל (maskil) = Maskil | לְדָוִ֑ד (ledavid) = van David | בִּהְיוֹת֖וֹ (bihyoto) = toen hij was | בַמְּעָרָ֣ה (bameara) = in de grot | תְפִלָּֽה (tefila) = een gebed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Grot (Adullam?; ligging onzeker): In de opschriften van Psalm 57 en 142 wordt niet gezegd welke grot bedoeld is. Volgens 1 Samuël 22:1 vluchtte David naar de grot van Adullam, in de Sefela ten zuidwesten van Jeruzalem. Dit is niet zeker. Zie Grot (En-Gedi?; ligging onzeker): Een andere grot uit het leven van David is die bij En-Gedi, aan de Dode Zee (1 Samuël 24:4). Welke grot de opschriften van Psalm 57 en 142 bedoelen, is niet zeker. Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift. Voetnoot : מַשְׂכִּיל (Maskil): betekenis onzeker; waarschijnlijk een leerdicht of kunstig lied. תְּפִלָּה (tefillah), ‘gebed’. Voetnoot : Het opschrift noemt een grot. Dit kan de grot van Adullam zijn (1 Sam. 22:1) of de grot bij En-Gedi (1 Sam. 24:4). Beide verhalen staan in 1 Samuël; het opschrift zegt niet welke. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de persoon zelf, met zijn leven (vers 5 en 8). Zie ook: 1 Sam 22:1; 1 Sam 24:4; 1 Kron 4:10; Ps 30:9; Ps 57:2; Ps 141:1; Ps 142:5; Ps 142:8 ### Ik roep tot Yahweh **142:2** Met mijn stem roep ik tot Yahweh. Met mijn stem smeek ik Yahweh om gunst. Brontekst: ק֭וֹלִי (qoli) = mijn stem | אֶל (el) = tot | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֶזְעָ֑ק (ezaq) = roep ik | ק֝וֹלִ֗י (qoli) = mijn stem | אֶל (el) = tot | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֶתְחַנָּֽן (etchanan) = smeek ik om gunst Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 24:4; 1 Kron 4:10; Ps 30:9; Ps 57:2; Ps 141:1 **142:3** Ik stort mijn klacht uit voor Zijn aangezicht. Mijn nood maak ik voor Zijn aangezicht bekend. Brontekst: אֶשְׁפֹּ֣ךְ (eshpokh) = ik stort uit | לְפָנָ֣יו (lefanav) = voor Zijn aangezicht | שִׂיחִ֑י (sichi) = mijn klacht | צָ֝רָתִ֗י (tsarati) = mijn nood | לְפָנָ֥יו (lefanav) = voor Zijn aangezicht | אַגִּֽיד (agid) = maak ik bekend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 62:9; Jes 26:16; Rom 8:26; Fil 4:6–7; Heb 5:7 ### Niemand kent mij **142:4** Terwijl mijn geest in mij bezwijkt, kent U mijn pad. Op het pad waarop ik ga, hebben zij een valstrik voor mij verborgen. Brontekst: בְּהִתְעַטֵּ֬ף (behitatef) = terwijl bezwijkt | עָלַ֨י (alay) = in mij | רוּחִ֗י (ruchi) = mijn geest | וְאַתָּה֮ (veata) = en U | יָדַ֪עְתָּ (yadata) = kent | נְֽתִיבָ֫תִ֥י (netivati) = mijn pad | בְּאֹֽרַח (beorach) = op het pad | ז֥וּ (zu) = dat | אֲהַלֵּ֑ךְ (ahalekh) = ik ga | טָמְנ֖וּ (tamenu) = zij hebben verborgen | פַ֣ח (pach) = een valstrik | לִֽי (li) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘geest’: hier de levenskracht van de dichter, zijn adem en moed. עָטַף (atav), ‘bezwijken’: letterlijk ‘zich omhullen’, dat wil zeggen: flauwvallen, verkwijnen. Zie ook: Ps 140:6; Ps 141:9; Ps 143:4; Jer 18:22; Mar 14:33–36 **142:5** Kijk naar rechts en zie: er is niemand die mij kent. Elke toevlucht is mij ontnomen. Niemand vraagt naar mijn ziel. Brontekst: הַבֵּ֤יט (habeit) = kijk | יָמִ֨ין (yamin) = naar rechts | וּרְאֵה֮ (uree) = en zie | וְאֵֽין (veein) = en er is niet | לִ֪י (li) = voor mij | מַ֫כִּ֥יר (makir) = een die kent | אָבַ֣ד (avad) = is verloren | מָנ֣וֹס (manos) = toevlucht | מִמֶּ֑נִּי (mimeni) = van mij | אֵ֖ין (ein) = er is niet | דּוֹרֵ֣שׁ (doresh) = een die vraagt | לְנַפְשִֽׁי (lenafshi) = naar mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Naar rechts’: de rechterkant is de plaats van de helper of getuige (vergelijk Ps. 109:31). Er staat niemand aan de rechterkant van de dichter. מַכִּיר (makkir), ‘een die kent’: iemand die hem erkent en voor hem opkomt. Zie ook: Job 19:13–19; Ps 31:12; Ps 88:19; Ps 109:31; Jer 30:17; Mat 26:56 ### U bent mijn schuilplaats **142:6** Tot U heb ik geroepen, Yahweh. Ik zei: „U bent mijn schuilplaats, mijn deel in het land van de levenden.” Brontekst: זָעַ֥קְתִּי (zaaqti) = ik heb geroepen | אֵלֶ֗יךָ (eleikha) = tot U | יְה֫וָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אָ֭מַרְתִּי (amarti) = ik zei | אַתָּ֣ה (ata) = U | מַחְסִ֑י (machsi) = bent mijn schuilplaats | חֶ֝לְקִ֗י (chelqi) = mijn deel | בְּאֶ֣רֶץ (beerets) = in het land van | הַֽחַיִּים (hachayim) = de levenden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Mijn deel in het land van de levenden’: Yahweh is zijn erfdeel, zoals Yahweh het deel van Levi was (Num. 18:20). Zie ook: Num 18:20; Ps 16:5; Ps 27:13; Ps 73:26; Klaagl 3:24; 2 Tim 4:17 **142:7** Luister naar mijn roep, want ik ben zeer zwak. Red mij van mijn vervolgers, want zij zijn sterker dan ik. Brontekst: הַקְשִׁ֤יבָה (haqshiva) = luister | אֶֽל (el) = naar | רִנָּתִי֮ (rinati) = mijn roep | כִּֽי (ki) = want | דַלּ֪וֹתִ֫י (daloti) = ik ben zwak | מְאֹ֥ד (meod) = zeer | הַצִּילֵ֥נִי (hatsileni) = red mij | מֵרֹדְפַ֑י (merodefay) = van mijn vervolgers | כִּ֖י (ki) = want | אָמְצ֣וּ (ametsu) = zij zijn sterker | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = dan ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 17:1; Ps 79:8; Ps 116:6; Ps 136:23; Rom 8:33 **142:8** Leid mijn ziel uit de gevangenis, om Uw naam te danken. De rechtvaardigen zullen zich om mij scharen, want U zult mij goed doen. Brontekst: ה֘וֹצִ֤יאָה (hotsia) = leid uit | מִמַּסְגֵּ֨ר (mimasger) = de gevangenis | נַפְשִׁי֮ (nafshi) = mijn ziel | לְהוֹד֪וֹת (lehodot) = om te danken | אֶת (et) = (obj.) | שְׁ֫מֶ֥ךָ (shemekha) = Uw naam | בִּ֭י (bi) = om mij | יַכְתִּ֣רוּ (yakhtiru) = zullen zich scharen | צַדִּיקִ֑ים (tsadiqim) = rechtvaardigen | כִּ֖י (ki) = want | תִגְמֹ֣ל (tigmol) = U zult goed doen | עָלָֽי (alay) = aan mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִמַּסְגֵּר (mimmasger), ‘uit de gevangenis’: het is ook een beeld voor de benauwdheid van de grot. כָּתַר (katar), ‘zich scharen’: zich rondom iemand opstellen. Het kan ook ‘zij kronen mij’ betekenen. Onzeker. Voetnoot : גָּמַל (gamal), ‘goed doen’: iemand behandelen zoals hij verdient, hier ten goede. Zie ook: Ps 7:7–8; Ps 13:6; Ps 143:11; Ps 146:7; Hand 2:24 ## Psalmen 143 _Ga niet in het gericht met Uw dienaar_ ### Luister naar mijn smeking **143:1** Een psalm van David. Yahweh, hoor mijn gebed. Luister naar mijn smeking. Antwoord mij in Uw betrouwbaarheid, in Uw gerechtigheid. Brontekst: מִזְמ֗וֹר (mizmor) = een psalm | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | שְׁמַ֬ע (shema) = hoor | תְּפִלָּתִ֗י (tefilati) = mijn gebed | הַאֲזִ֥ינָה (haazina) = luister | אֶל (el) = naar | תַּחֲנוּנַ֑י (tachanunay) = mijn smeking | בֶּאֱמֻנָתְךָ֥ (beemunatekha) = in Uw betrouwbaarheid | עֲ֝נֵ֗נִי (aneni) = antwoord mij | בְּצִדְקָתֶֽךָ (betsidqatekha) = in Uw gerechtigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de persoon zelf, met zijn verlangen en zijn adem. Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’. Voetnoot : אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: dat wat vaststaat en waarop men kan bouwen. צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’. Zie ook: Ps 31:2; Ps 71:2; Ps 140:7; Dan 9:16; 1 Joh 1:9 **143:2** Ga niet in het gericht met Uw dienaar, want niemand die leeft is rechtvaardig voor Uw aangezicht. Brontekst: וְאַל (veal) = en niet | תָּב֣וֹא (tavo) = ga | בְ֭מִשְׁפָּט (bemishpat) = in het gericht | אֶת (et) = met | עַבְדֶּ֑ךָ (avdekha) = Uw dienaar | כִּ֤י (ki) = want | לֹֽא (lo) = niet | יִצְדַּ֖ק (yitsdaq) = is rechtvaardig | לְפָנֶ֣יךָ (lefaneikha) = voor Uw aangezicht | כָל (kal) = iedereen | חָֽי (chay) = die leeft Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּט (mishpat), ‘gericht’: hier de rechtszaak, het oordeel. De dichter vraagt niet om een oordeel naar verdienste, want geen levend mens is rechtvaardig voor Yahweh. Zie ook Ps. 130:3. Zie ook: Job 25:4; Ps 130:3; Pred 7:20; Rom 3:20; 1 Joh 1:10 ### De vijand achtervolgt mij **143:3** Want de vijand achtervolgt mijn ziel. Hij heeft mijn leven tot op de grond verbrijzeld. Hij laat mij wonen in duistere plaatsen, zoals zij die lang geleden gestorven zijn. Brontekst: כִּ֥י (ki) = want | רָ֘דַ֤ף (radaf) = achtervolgt | אוֹיֵ֨ב (oyev) = de vijand | נַפְשִׁ֗י (nafshi) = mijn ziel | דִּכָּ֣א (dika) = heeft verbrijzeld | לָ֭אָרֶץ (laarets) = tot op de grond | חַיָּתִ֑י (chayati) = mijn leven | הוֹשִׁיבַ֥נִי (hoshivani) = hij laat mij wonen | בְ֝מַחֲשַׁכִּ֗ים (bemachashakim) = in duistere plaatsen | כְּמֵתֵ֥י (kemetei) = zoals gestorvenen van | עוֹלָֽם (olam) = lang geleden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דִּכָּא (dikka), ‘verbrijzelen’: kapot slaan, zoals men iets fijn stampt. מֵתֵי עוֹלָם (metei olam), ‘zij die lang geleden gestorven zijn’: de doden van oudsher, vergeten in het donker. Zie ook: Ps 7:2–3; Ps 7:6; Ps 17:9–13; Ps 142:7; Klaagl 3:6 **143:4** Mijn geest bezwijkt in mij. In mijn binnenste is mijn hart ontzet. Brontekst: וַתִּתְעַטֵּ֣ף (vatitatef) = en bezwijkt | עָלַ֣י (alay) = in mij | רוּחִ֑י (ruchi) = mijn geest | בְּ֝תוֹכִ֗י (betokhi) = in mijn binnenste | יִשְׁתּוֹמֵ֥ם (yishtomem) = is ontzet | לִבִּֽי (libi) = mijn hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘geest’: de levenskracht van de dichter. Zie ook Ps. 142:4. Zie ook: Ps 55:6; Ps 77:4; Ps 102:4–5; Ps 142:4; Luc 22:44 ### Ik denk aan vroeger **143:5** Ik denk aan de dagen van vroeger. Ik overdenk al Uw werken. Ik mijmer over het werk van Uw handen. Brontekst: זָ֘כַ֤רְתִּי (zakharti) = ik denk | יָמִ֨ים (yamim) = dagen | מִקֶּ֗דֶם (miqedem) = van vroeger | הָגִ֥יתִי (hagiti) = ik overdenk | בְכָל (bekhal) = al | פָּעֳלֶ֑ךָ (paolekha) = Uw werken | בְּֽמַעֲשֵׂ֖ה (bemaase) = het werk van | יָדֶ֣יךָ (yadeikha) = Uw handen | אֲשׂוֹחֵֽחַ (asocheach) = ik mijmer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 17:45–50; Ps 77:6–7; Ps 77:11–13; Ps 111:4; Mi 6:5 **143:6** Ik strek mijn handen naar U uit. Mijn ziel is naar U als een uitgeput land. Sela. Brontekst: פֵּרַ֣שְׂתִּי (perasti) = ik strek uit | יָדַ֣י (yaday) = mijn handen | אֵלֶ֑יךָ (eleikha) = naar U | נַפְשִׁ֓י (nafshi) = mijn ziel | כְּאֶֽרֶץ (keerets) = als een land | עֲיֵפָ֖ה (ayefa) = uitgeput | לְךָ֣ (lekha) = naar U | סֶֽלָה (sela) = Sela Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker; het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze. Voetnoot : Het beeld van de ziel als dorstig land: vergelijk Ps. 63:2. עֲיֵפָה (ayefah), ‘uitgeput’: moe en droog van dorst. Zie ook: Job 11:13; Ps 42:2–3; Ps 63:2; Ps 84:3; Ps 88:10 ### Antwoord mij snel **143:7** Antwoord mij snel, Yahweh. Mijn geest is uitgeput. Verberg Uw aangezicht niet voor mij, anders word ik gelijk aan hen die in de kuil dalen. Brontekst: מַ֘הֵ֤ר (maher) = snel | עֲנֵ֨נִי (aneni) = antwoord mij | יְהוָה֮ (Yahweh) = Yahweh | כָּלְתָ֪ה (kaleta) = is uitgeput | ר֫וּחִ֥י (ruchi) = mijn geest | אַל (al) = niet | תַּסְתֵּ֣ר (taster) = verberg | פָּנֶ֣יךָ (paneikha) = Uw aangezicht | מִמֶּ֑נִּי (mimeni) = voor mij | וְ֝נִמְשַׁ֗לְתִּי (venimshalti) = anders word ik gelijk | עִם (im) = aan | יֹ֥רְדֵי (yoredei) = hen die dalen | בֽוֹר (bor) = in de kuil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בּוֹר (bor), ‘kuil’: het graf, de Sjeol. Zie ook: Ps 27:9; Ps 28:1; Ps 69:4; Ps 69:18; Ps 71:12 **143:8** Laat mij 's ochtends Uw trouw horen, want op U vertrouw ik. Maak mij de weg bekend waarop ik moet gaan, want naar U heb ik mijn ziel opgeheven. Brontekst: הַשְׁמִ֘יעֵ֤נִי (hashmieni) = laat mij horen | בַבֹּ֨קֶר (baboqer) = 's ochtends | חַסְדֶּךָ֮ (chasdekha) = Uw trouw | כִּֽי (ki) = want | בְךָ֪ (bekha) = op U | בָ֫טָ֥חְתִּי (batachti) = vertrouw ik | הוֹדִיעֵ֗נִי (hodieni) = maak mij bekend | דֶּֽרֶךְ (derekh) = de weg | ז֥וּ (zu) = die | אֵלֵ֑ךְ (elekh) = ik moet gaan | כִּֽי (ki) = want | אֵ֝לֶיךָ (eleikha) = naar U | נָשָׂ֥אתִי (nasati) = heb ik opgeheven | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 25:4–5; Ps 32:8; Spr 3:5–6; Jes 30:21; Jes 48:17 ### Leer mij Uw wil te doen **143:9** Red mij van mijn vijanden, Yahweh. Bij U heb ik mij verborgen. Brontekst: הַצִּילֵ֖נִי (hatsileni) = red mij | מֵאֹיְבַ֥י (meoyevay) = van mijn vijanden | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אֵלֶ֥יךָ (eleikha) = bij U | כִסִּֽתִי (kisiti) = heb ik mij verborgen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:3–5; Ps 59:2; Ps 61:4–5; Ps 142:6; Spr 18:10 **143:10** Leer mij Uw wil te doen, want U bent mijn Eloah. Moge Uw goede Geest mij leiden op vlak land. Brontekst: לַמְּדֵ֤נִי (lamedeni) = leer mij | לַֽעֲשׂ֣וֹת (laasot) = om te doen | רְצוֹנֶךָ֮ (retsonekha) = Uw wil | כִּֽי (ki) = want | אַתָּ֪ה (ata) = U | אֱל֫וֹהָ֥י (elohay) = bent mijn Eloah | רוּחֲךָ֥ (ruchakha) = Uw Geest | טוֹבָ֑ה (tova) = goede | תַּ֝נְחֵ֗נִי (tancheni) = moge mij leiden | בְּאֶ֣רֶץ (beerets) = op land | מִישֽׁוֹר (mishor) = vlak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלוֹהָי (Elohai): hier ‘mijn Eloah’, een naam of titel van Elohim, zoals in Job. רוּחַ (ruach), ‘geest’: ‘Uw goede Geest’ is de Geest van Yahweh; wij schrijven ‘Geest’ met hoofdletter. Zie ook Neh. 9:20. Voetnoot : מִישׁוֹר (mishor), ‘vlak land’: een effen weg, zonder struikelblokken. Zie ook: Ps 23:3; Ps 25:4–5; Ps 119:12; Neh 9:20; Joh 14:26; Heb 13:21 ### Om Uw naam, Yahweh **143:11** Om Uw naam, Yahweh, laat mij leven. In Uw gerechtigheid breng mijn ziel uit de nood. Brontekst: לְמַֽעַן (lemaan) = om | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | תְּחַיֵּ֑נִי (techayeni) = laat mij leven | בְּצִדְקָתְךָ֓ (betsidqatekha) = in Uw gerechtigheid | תוֹצִ֖יא (totsi) = breng uit | מִצָּרָ֣ה (mitsara) = de nood | נַפְשִֽׁי (nafshi) = mijn ziel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 31:2; Ps 34:20; Ps 71:2; Ps 119:25; Ef 2:4–5 **143:12** En in Uw trouw maak een einde aan mijn vijanden en laat omkomen allen die mijn ziel benauwen, want ik ben Uw dienaar. Brontekst: וּֽבְחַסְדְּךָ֮ (uvechasdekha) = en in Uw trouw | תַּצְמִ֪ית (tatsmit) = maak een einde aan | אֹ֫יְבָ֥י (oyevay) = mijn vijanden | וְֽ֭הַאֲבַדְתָּ (vehaavadta) = en laat omkomen | כָּל (kal) = alle | צֹרֲרֵ֣י (tsorarei) = die benauwen | נַפְשִׁ֑י (nafshi) = mijn ziel | כִּ֝֗י (ki) = want | אֲנִ֣י (ani) = ik | עַבְדֶּֽךָ (avdekha) = Uw dienaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: De werkwoorden zijn in het Hebreeuws toekomstig (‘U zult ... vernietigen’). Wij vertalen als bede, naar de samenhang met de verzen 9–11. תַּצְמִית (tatsmit), ‘een einde maken aan’: ook ‘tot zwijgen brengen’, ‘vernietigen’. Dit is een gebed om vergelding; wij verzachten het niet. Zie ook: 1 Sam 24:13–16; Ps 54:7; Ps 116:16; Ps 119:94; Ps 136:15–20 ## Psalmen 144 _Yahweh leert mijn handen strijden; zegen voor het volk_ ### Gezegend zij Yahweh, mijn rots **144:1** Van David. Gezegend zij Yahweh, mijn rots, die mijn handen leert voor de strijd, mijn vingers voor de oorlog. Brontekst: לְדָוִ֨ד (ledavid) = van David | בָּ֘ר֤וּךְ (barukh) = gezegend | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | צוּרִ֗י (tsuri) = mijn rots | הַֽמְלַמֵּ֣ד (hamlamed) = die leert | יָדַ֣י (yaday) = mijn handen | לַקְרָ֑ב (laqrav) = voor de strijd | אֶ֝צְבְּעוֹתַ֗י (etsbeotay) = mijn vingers | לַמִּלְחָמָֽה (lamilchama) = voor de oorlog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צוּר (tsur), ‘rots’: Yahweh als vaste steun en schuilplaats. Zie ook Deut. 32:4. Voetnoot : Vers 1–2 en vers 5–7 hebben veel gemeen met Psalm 18 en met 2 Sam. 22:2–3, 10, 15, 35 en 48. Dit gebed gebruikt dezelfde beelden: rots, schild, strijd en de neerdalende Yahweh. Zie ook: Deut 32:4; 2 Sam 22:2–3; 2 Sam 22:35; Ps 18:3; Ps 18:35; Ps 44:4–5; Ps 144:5–7; Ef 6:10–11 **144:2** Hij is mijn trouw en mijn vesting, mijn burcht en mijn redder voor mij, mijn schild. Bij Hem heb ik schuilplaats gezocht. Hij onderwerpt mijn volk onder mij. Brontekst: חַסְדִּ֥י (chasdi) = mijn trouw | וּמְצוּדָתִי֮ (umetsudati) = en mijn vesting | מִשְׂגַּבִּ֪י (misgabi) = mijn burcht | וּֽמְפַלְטִ֫י (umefalti) = en mijn redder | לִ֥י (li) = voor mij | מָ֭גִנִּי (magini) = mijn schild | וּב֣וֹ (uvo) = en bij Hem | חָסִ֑יתִי (chasiti) = heb ik schuilplaats gezocht | הָרוֹדֵ֖ד (haroded) = die onderwerpt | עַמִּ֣י (ami) = mijn volk | תַחְתָּֽי (tachtay) = onder mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Hier staat ‘mijn trouw’: Yahweh zelf is de bron van trouw voor de dichter. Voetnoot : מְצוּדָה (metsudah), ‘vesting’ en מִשְׂגָּב (misgav), ‘burcht’: beelden van een veilige plaats in de bergen. Voetnoot : לִי (li), ‘voor mij’ staat in het Hebreeuws tussen ‘redder’ en ‘schild’. Wij laten het bij ‘mijn redder’ staan. Voetnoot Lezing: Hier staat ‘mijn volk’ (עַמִּי, ammi). Sommige oude vertalingen hebben ‘volken’ (עַמִּים), zoals in 2 Sam. 22:48. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: 2 Sam 22:2–3; 2 Sam 22:48; Ps 18:3; Ps 18:48; Ps 59:10; Ps 91:2 ### Wat is de mens? **144:3** Yahweh, wat is de mens, dat U hem kent, een zoon van een sterveling, dat U aan hem denkt? Brontekst: יְֽהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מָה (ma) = wat | אָ֭דָם (adam) = is de mens | וַתֵּדָעֵ֑הוּ (vatedaehu) = dat U hem kent | בֶּן (ben) = zoon van | אֱ֝נ֗וֹשׁ (enosh) = sterveling | וַֽתְּחַשְּׁבֵֽהוּ (vatechashevehu) = dat U aan hem denkt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱנוֹשׁ (enosh), ‘sterveling’: de mens in zijn zwakheid. Zie ook Ps. 8:5. Voetnoot : Het vers vraagt dezelfde vraag als Ps. 8:5, maar met een andere strekking: daar verwondert de dichter zich over Elohims aandacht, hier over Zijn kennis van de zwakke mens. Zie ook: Job 7:17; Job 15:14; Ps 8:5; Ps 146:3–4; Heb 2:6 **144:4** De mens is gelijk aan damp; zijn dagen zijn als een schaduw die voorbijgaat. Brontekst: אָ֭דָם (adam) = de mens | לַהֶ֣בֶל (lahevel) = aan damp | דָּמָ֑ה (dama) = is gelijk | יָ֝מָ֗יו (yamav) = zijn dagen | כְּצֵ֣ל (ketsel) = als een schaduw | עוֹבֵֽר (over) = die voorbijgaat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֶבֶל (hevel), ‘damp’: ademtocht, iets wat zo weer weg is. Zie ook Ps. 39:6–7. Zie ook: Job 8:9; Ps 39:6–7; Ps 102:12; Ps 109:23; Pred 12:8 ### Daal af en red mij **144:5** Yahweh, buig Uw hemel neer en daal af. Raak de bergen aan, dan roken zij. Brontekst: יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | הַט (hat) = buig neer | שָׁמֶ֣יךָ (shameikha) = Uw hemel | וְתֵרֵ֑ד (vetered) = en daal af | גַּ֖ע (ga) = raak aan | בֶּהָרִ֣ים (beharim) = de bergen | וְֽיֶעֱשָֽׁנוּ (veyeeshanu) = en laat ze roken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het beeld van Yahweh die neerdaalt, zoals bij de Sinaï (Exod. 19:18): de bergen roken van Zijn aanraking. Vergelijk Ps. 104:32. Zie ook: Ex 19:18; Ps 18:10; Ps 104:32; Jes 63:19–64:1; Hab 3:3–6 **144:6** Laat bliksem flitsen en verstrooi hen. Zend Uw pijlen en breng hen in verwarring. Brontekst: בְּר֣וֹק (beroq) = bliksem | בָּ֭רָק (baraq) = flits | וּתְפִיצֵ֑ם (utefitsem) = en verstrooi hen | שְׁלַ֥ח (shelach) = zend | חִ֝צֶּ֗יךָ (chitseikha) = Uw pijlen | וּתְהֻמֵּֽם (utehumem) = en breng hen in verwarring Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּרָק (baraq), ‘bliksem’: Yahweh schiet Zijn ‘pijlen’ af. Vergelijk Ps. 18:15. Zie ook: Deut 32:23; Deut 32:42; Ps 18:14–15; Ps 18:15; Ps 21:13; Ps 45:6 **144:7** Strek Uw handen uit vanuit de hoogte. Red mij en bevrijd mij uit de grote wateren, uit de hand van vreemden, Brontekst: שְׁלַ֥ח (shelach) = zend | יָדֶ֗יךָ (yadeikha) = Uw handen | מִמָּ֫ר֥וֹם (mimarom) = vanuit de hoogte | פְּצֵ֣נִי (petseni) = red mij | וְ֭הַצִּילֵנִי (vehatsileni) = en bevrijd mij | מִמַּ֣יִם (mimayim) = uit wateren | רַבִּ֑ים (rabim) = grote | מִ֝יַּ֗ד (miyad) = uit de hand van | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | נֵכָֽר (nekhar) = de vreemde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי נֵכָר (bene nekhar), ‘vreemden’: letterlijk ‘zonen van de vreemde’, buitenlanders of vreemde volken. In vers 11 staat hetzelfde. Voetnoot : מַיִם רַבִּים (mayim rabbim), ‘grote wateren’: een beeld voor grote nood en dodelijk gevaar. Zie ook: Ps 18:17; Ps 18:45; Ps 54:5; Ps 69:2–3; Ps 144:11; Openb 17:15 **144:8** wier mond leugen spreekt en wier rechterhand een rechterhand van bedrog is. Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = wier | פִּ֭יהֶם (pihem) = mond | דִּבֶּר (diber) = spreekt | שָׁ֑וְא (shave) = leugen | וִֽ֝ימִינָ֗ם (viminam) = en hun rechterhand | יְמִ֣ין (yemin) = is rechterhand van | שָֽׁקֶר (shaqer) = bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְמִין (yamin), ‘rechterhand’: de hand waarmee men een eed of belofte bevestigt. ‘Een rechterhand van bedrog’ is waarschijnlijk een hand die vals zweert. Zie ook: Ps 12:3; Ps 41:7; Ps 62:5; Ps 109:2–3; Jes 44:20 ### Een nieuw lied **144:9** Elohim, een nieuw lied zal ik voor U zingen; op een harp van tien snaren zal ik voor U spelen. Brontekst: אֱֽלֹהִ֗ים (Elohim) = Elohim | שִׁ֣יר (shir) = lied | חָ֭דָשׁ (chadash) = nieuw | אָשִׁ֣ירָה (ashira) = zal ik zingen | לָּ֑ךְ (lakh) = voor U | בְּנֵ֥בֶל (benevel) = op harp | עָ֝שׂ֗וֹר (asor) = van tien snaren | אֲזַמְּרָה (azamera) = zal ik spelen | לָּֽךְ (lakh) = voor U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶבֶל עָשׂוֹר (nevel asor), ‘harp van tien snaren’: een snaarinstrument. Zie ook Ps. 33:2–3, waar ook ‘een nieuw lied’ staat. Zie ook: Ps 33:2–3; Ps 40:4; Ps 81:2–4; Ps 149:1; Ps 150:3–5 **144:10** Hij is het die koningen redding geeft, die David, Zijn dienaar, redt van het kwade zwaard. Brontekst: הַנּוֹתֵ֥ן (hanoten) = die geeft | תְּשׁוּעָ֗ה (teshua) = redding | לַמְּלָ֫כִ֥ים (lamelakhim) = aan koningen | הַ֭פּוֹצֶה (hapotse) = die redt | אֶת (et) = (obj.) | דָּוִ֥ד (david) = David | עַבְדּ֗וֹ (avdo) = Zijn dienaar | מֵחֶ֥רֶב (mecherev) = van zwaard | רָעָֽה (raa) = kwade Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּשׁוּעָה (teshu’ah), ‘redding’. Voetnoot : ‘Het kwade zwaard’ (חֶרֶב רָעָה, cherev ra’ah): het zwaard van het onheil, van de vijand. Dit vers lijkt op 2 Sam. 22:51. Zie ook: 2 Sam 5:19–25; 2 Sam 22:51; Ps 18:51; Ps 33:16–18; Ps 140:8; Jes 45:1–6 **144:11** Red mij en bevrijd mij uit de hand van vreemden, wier mond leugen spreekt en wier rechterhand een rechterhand van bedrog is. Brontekst: פְּצֵ֥נִי (petseni) = red mij | וְהַצִּילֵנִי֮ (vehatsileni) = en bevrijd mij | מִיַּ֪ד (miyad) = uit de hand van | בְּֽנֵי (benei) = zonen van | נֵ֫כָ֥ר (nekhar) = de vreemde | אֲשֶׁ֣ר (asher) = wier | פִּ֭יהֶם (pihem) = mond | דִּבֶּר (diber) = spreekt | שָׁ֑וְא (shave) = leugen | וִֽ֝ימִינָ֗ם (viminam) = en hun rechterhand | יְמִ֣ין (yemin) = is rechterhand van | שָֽׁקֶר (shaqer) = bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 10:6–19; 2 Sam 16:5–14; Ps 12:3; Ps 144:7–8; Jes 44:20 ### Wens voor zonen, dochters en land **144:12** Opdat onze zonen zijn als jonge planten, groot geworden in hun jeugd, en onze dochters als hoekpilaren, gehouwen naar het model van een tempel. Brontekst: אֲשֶׁ֤ר (asher) = opdat | בָּנֵ֨ינוּ (baneinu) = onze zonen | כִּנְטִעִים֮ (kintiim) = als jonge planten | מְגֻדָּלִ֪ים (megudalim) = groot geworden | בִּֽנְעוּרֵ֫יהֶ֥ם (binureihem) = in hun jeugd | בְּנוֹתֵ֥ינוּ (benoteinu) = onze dochters | כְזָוִיֹּ֑ת (kezaviyot) = als hoekpilaren | מְ֝חֻטָּב֗וֹת (mechutavot) = gehouwen | תַּבְנִ֥ית (tavnit) = model van | הֵיכָֽל (heikhal) = een tempel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲשֶׁר (asher) leidt dit stuk in. Het kan ‘opdat’ betekenen (een wens, dan volgt de zegen van vers 12–15) of ‘wier’ (dan beschrijft het de vreemden van vers 11). Wij lezen het als wens. Voetnoot : זָוִית (zavit), ‘hoekpilaar’: een gebeeldhouwde pilaar. הֵיכָל (hekal), ‘tempel’: ook ‘paleis’. Voetnoot : Vers 12–15 zijn een zegenwens voor het land: zonen die opgroeien, dochters die er sierlijk uitzien, volle voorraden en rust. Zie ook: Job 42:15; Ps 115:14–15; Ps 128:3; Ps 144:11; Jes 44:3–5; 1 Petr 3:3–6 **144:13** Onze voorraadkamers zijn vol; zij leveren de ene soort na de andere. Onze schapen worden duizenden en tienduizenden op onze straten. Brontekst: מְזָוֵ֣ינוּ (mezaveinu) = onze voorraadkamers | מְלֵאִים֮ (meleim) = zijn vol | מְפִיקִ֥ים (mefiqim) = leverend | מִזַּ֗ן (mizan) = van soort | אֶ֫ל (el) = tot | זַ֥ן (zan) = soort | צֹאונֵ֣נוּ (tsovnenu) = onze schapen | מַ֭אֲלִיפוֹת (maalifot) = worden duizendvoudig | מְרֻבָּב֗וֹת (merubavot) = worden tienduizendvoudig | בְּחוּצוֹתֵֽינוּ (bechutsoteinu) = op onze straten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִזַּן אֶל זַן (mizzan el zan), ‘de ene soort na de andere’: allerlei soorten voorraad. Voetnoot : מַאֲלִיפוֹת (ma’alifot), ‘duizendvoudig’, מְרֻבָּבוֹת (merubbavot), ‘tienduizendvoudig’: de kudden worden talrijk. Zie ook: Gen 30:29–31; Lev 26:10; Deut 7:13–14; Deut 28:4; Deut 28:8 **144:14** Onze runderen zijn zwaar beladen. Er is geen bres, geen uittocht en geen klaagkreet op onze pleinen. Brontekst: אַלּוּפֵ֗ינוּ (alufeinu) = onze runderen | מְֽסֻבָּ֫לִ֥ים (mesubalim) = zwaar beladen | אֵֽין (ein) = er is niet | פֶּ֭רֶץ (perets) = bres | וְאֵ֣ין (veein) = en er is niet | יוֹצֵ֑את (yotset) = uittocht | וְאֵ֥ין (veein) = en er is niet | צְ֝וָחָ֗ה (tsevacha) = klaagkreet | בִּרְחֹבֹתֵֽינוּ (birchovoteinu) = op onze pleinen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַלּוּף (alluf) kan ‘rund’ of ‘stamhoofd’ betekenen. Wij vertalen ‘runderen’. Voetnoot : מְסֻבָּלִים (mesubbalim), ‘zwaar beladen’: zij zijn vol van opbrengst of dragen zware lasten. Voetnoot : פֶּרֶץ (perets), ‘bres’: een gat in de stadsmuur. יוֹצֵאת (yotset), ‘uittocht’: het uitvoeren van een volk in ballingschap. De betekenis van beide woorden is onzeker; פֶּרֶץ kan ook een ‘doorbraak’ of ‘miskraam’ zijn. Voetnoot : צְוָחָה (tsevachah), ‘klaagkreet’: een kreet van nood op de pleinen van de stad. Zie ook: Deut 28:7; 1 Sam 13:17–23; Jer 13:17–19; Klaagl 1:4–6; Zach 8:3–5 **144:15** Gelukkig het volk dat het zo heeft! Gelukkig het volk wiens Elohim Yahweh is! Brontekst: אַשְׁרֵ֣י (ashrei) = gelukkig | הָ֭עָם (haam) = het volk | שֶׁכָּ֣כָה (shekakha) = dat zo | לּ֑וֹ (lo) = het heeft | אַֽשְׁרֵ֥י (ashrei) = gelukkig | הָ֝עָ֗ם (haam) = het volk | שֶׁיֲהוָ֥ה (sheYahweh) = wiens Yahweh | אֱלֹהָֽיו (elohav) = is zijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het vers is een zaligspreking, zoals Ps. 33:12. ‘Het volk dat het zo heeft’ wijst naar de zegen van vers 12–14; het echte geluk is dat Yahweh hun Elohim is. Zie ook: Deut 33:29; Ps 33:12; Ps 65:5; Ps 144:12–14; Ps 146:5; Ef 1:3 ## Psalmen 145 _Een lofzang op Yahweh, de Koning_ ### Ik wil U verheffen **145:1** Een lofzang van David. Ik wil U verheffen, mijn Eloah, de Koning; ik wil Uw naam zegenen voor altijd en eeuwig. Brontekst: תְּהִלָּ֗ה (tehila) = lofzang | לְדָ֫וִ֥ד (ledavid) = van David | אֲרוֹמִמְךָ֣ (aromimkha) = ik wil U verheffen | אֱלוֹהַ֣י (elohay) = mijn Eloah | הַמֶּ֑לֶךְ (hamelekh) = de Koning | וַאֲבָרֲכָ֥ה (vaavarakha) = en ik wil zegenen | שִׁ֝מְךָ֗ (shimkha) = Uw naam | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor altijd | וָעֶֽד (vaed) = en eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלוֹהַּ (Eloah), ‘Eloah’: de enkelvoudsvorm bij Elohim, zoals in Job. Hier staat ‘mijn Eloah’ (אֱלוֹהַי). Voetnoot : בָּרַךְ (barakh), ‘zegenen’ en הִלֵּל (hillel), ‘prijzen’: in vers 1–2 staan beide naast elkaar. Voetnoot : Deze psalm is een alfabetisch lied (acrostichon). Elk vers begint met de volgende letter van het Hebreeuwse alfabet: vers 1 met alef, vers 2 met bet, vers 3 met gimel enzovoort. De letter nun ontbreekt, zie vers 13. Het opschrift noemt de psalm een ‘lofzang’ (תְּהִלָּה, tehillah). Zie ook: Ps 30:13; Ps 34:2; Ps 45:7; Ps 47:7–9; Ps 145:2; Ps 145:3; Ps 145:13; Mat 25:34 **145:2** Elke dag wil ik U zegenen en Uw naam prijzen voor altijd en eeuwig. Brontekst: בְּכָל (bekhal) = elke | י֥וֹם (yom) = dag | אֲבָרֲכֶ֑ךָּ (avarakheka) = zal ik U zegenen | וַאֲהַלְלָ֥ה (vaahalla) = en zal ik prijzen | שִׁ֝מְךָ֗ (shimkha) = Uw naam | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor altijd | וָעֶֽד (vaed) = en eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 71:6; Ps 72:15; Ps 119:164; Openb 7:15 ### Groot is Yahweh **145:3** Groot is Yahweh en zeer te prijzen; Zijn grootheid is niet te doorgronden. Brontekst: גָּ֘ד֤וֹל (gadol) = groot | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | וּמְהֻלָּ֣ל (umehulal) = en te prijzen | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | וְ֝לִגְדֻלָּת֗וֹ (veligdulato) = en Zijn grootheid | אֵ֣ין (ein) = er is niet | חֵֽקֶר (cheqer) = doorgronding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵקֶר (cheqer), ‘doorgronding’: onderzoek. Zijn grootheid is niet na te speuren. Vergelijk Job 5:9. Zie ook: Job 5:9; Job 9:10; Ps 147:5; Jes 40:28; Rom 11:33 **145:4** Van generatie op generatie zal men Uw werken loven; Uw machtige daden maken zij bekend. Brontekst: דּ֣וֹר (dor) = generatie | לְ֭דוֹר (ledor) = tot generatie | יְשַׁבַּ֣ח (yeshabach) = zal loven | מַעֲשֶׂ֑יךָ (maaseikha) = Uw werken | וּגְב֖וּרֹתֶ֣יךָ (ugevuroteikha) = en Uw machtige daden | יַגִּֽידוּ (yagidu) = maken zij bekend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 6:7; Joz 4:21–24; Ps 71:18; Ps 78:3–7; Jes 38:19 **145:5** De luister van de heerlijkheid van Uw majesteit en de woorden van Uw wonderen wil ik overdenken. Brontekst: הֲ֭דַר (hadar) = luister van | כְּב֣וֹד (kevod) = heerlijkheid van | הוֹדֶ֑ךָ (hodekha) = Uw majesteit | וְדִבְרֵ֖י (vedivrei) = en woorden van | נִפְלְאוֹתֶ֣יךָ (nifleoteikha) = Uw wonderen | אָשִֽׂיחָה (asicha) = wil ik overdenken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׂיחַ (siach), ‘overdenken’: nadenken en er hardop over spreken. Zie ook: Ps 71:24; Ps 72:18; Ps 104:1–2; Ps 119:27; Jes 12:4 **145:6** Over de kracht van Uw ontzagwekkende daden zullen zij spreken, en Uw grootheid wil ik vertellen. Brontekst: וֶעֱז֣וּז (veezuz) = en kracht van | נוֹרְאֹתֶ֣יךָ (noreoteikha) = Uw ontzagwekkende daden | יֹאמֵ֑רוּ (yomeru) = zullen zij zeggen | וּגְדוּלָּתְךָ֥ (ugedulatekha) = en Uw grootheid | אֲסַפְּרֶֽנָּה (asaperena) = wil ik vertellen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is וגדולתיך (ugedulotecha), ‘Uw grootheden’ (meervoud); de te lezen vorm (qere) is וּגְדֻלָּתְךָ (ugedulatecha), ‘Uw grootheid’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 22:28; Ps 107:31–32; Ps 113:3; Hab 2:14; Dan 3:28–29 **145:7** Zij laten de herinnering aan Uw grote goedheid opwellen en jubelen over Uw gerechtigheid. Brontekst: זֵ֣כֶר (zekher) = herinnering aan | רַב (rav) = grote | טוּבְךָ֣ (tuvekha) = Uw goedheid | יַבִּ֑יעוּ (yabiu) = laten zij opwellen | וְצִדְקָתְךָ֥ (vetsidqatekha) = en Uw gerechtigheid | יְרַנֵּֽנוּ (yeranenu) = jubelen zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’. Zie ook: Ps 36:11; Ps 51:16; Ps 71:15–16; Jes 63:7; 2 Kor 9:11–12 ### Genadig en barmhartig **145:8** Yahweh is genadig en barmhartig, langzaam tot toorn en rijk aan trouw. Brontekst: חַנּ֣וּן (chanun) = genadig | וְרַח֣וּם (verachum) = en barmhartig | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אֶ֥רֶךְ (erekh) = langzaam van | אַ֝פַּ֗יִם (apayim) = toorn | וּגְדָל (ugedal) = en groot in | חָֽסֶד (chased) = trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַנּוּן (channun), ‘genadig’ en רַחוּם (rachum), ‘barmhartig’; חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Voetnoot : Dit vers herhaalt de woorden van Exod. 34:6. Zie ook Ps. 103:8 en Num. 14:18. Zie ook: Ex 34:6; Num 14:18; Ps 86:5; Ps 100:5; Ps 103:8; Ps 116:5 **145:9** Yahweh is goed voor allen, en Zijn ontferming rust op al Zijn werken. Brontekst: טוֹב (tov) = goed | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | לַכֹּ֑ל (lakol) = voor allen | וְ֝רַחֲמָ֗יו (verachamav) = en Zijn ontferming | עַל (al) = over | כָּל (kal) = al | מַעֲשָֽׂיו (maasav) = Zijn werken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 100:5; Ps 104:27; Jona 4:11; Nah 1:7; Mat 5:45 **145:10** Al Uw werken zullen U loven, Yahweh, en Uw getrouwen zullen U zegenen. Brontekst: יוֹד֣וּךָ (yodukha) = zullen U loven | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | כָּל (kal) = al | מַעֲשֶׂ֑יךָ (maaseikha) = Uw werken | וַ֝חֲסִידֶ֗יךָ (vachasideikha) = en Uw getrouwen | יְבָרֲכֽוּכָה (yevarakhukha) = zullen U zegenen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die trouw (chesed) bewijst en aan wie Yahweh trouw bewijst. Zie ook: Ps 19:2; Ps 103:22; Ps 148:1–14; Jes 43:20–21; 1 Petr 2:9 **145:11** Over de heerlijkheid van Uw koningschap zullen zij spreken, en over Uw kracht zullen zij vertellen, Brontekst: כְּב֣וֹד (kevod) = heerlijkheid van | מַלְכוּתְךָ֣ (malkhutekha) = Uw koningschap | יֹאמֵ֑רוּ (yomeru) = zullen zij zeggen | וּגְבוּרָתְךָ֥ (ugevuratekha) = en Uw kracht | יְדַבֵּֽרוּ (yedaberu) = zullen zij vertellen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 29:11–12; Ps 45:7–8; Ps 93:1–2; Jes 9:5–6; Dan 7:13–14 **145:12** om de mensenkinderen Zijn machtige daden bekend te maken en de heerlijkheid en luister van Zijn koningschap. Brontekst: לְהוֹדִ֤יעַ (lehodia) = om bekend te maken | לִבְנֵ֣י (livnei) = aan de kinderen van | הָ֭אָדָם (haadam) = de mens | גְּבוּרֹתָ֑יו (gevurotav) = Zijn machtige daden | וּ֝כְב֗וֹד (ukhevod) = en heerlijkheid van | הֲדַ֣ר (hadar) = luister van | מַלְכוּתֽוֹ (malkhuto) = Zijn koningschap Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי הָאָדָם (bene ha’adam), ‘mensenkinderen’: de mensen in het algemeen. Zie ook: Ps 98:1; Ps 105:1; Ps 105:5; Mat 28:18; Openb 12:10 **145:13** Uw koningschap is een koningschap voor alle eeuwen, en Uw heerschappij bestaat in elke generatie. Brontekst: מַֽלְכוּתְךָ֗ (malkhutekha) = Uw koningschap | מַלְכ֥וּת (malkhut) = koningschap van | כָּל (kal) = alle | עֹֽלָמִ֑ים (olamim) = eeuwen | וּ֝מֶֽמְשֶׁלְתְּךָ֗ (umemsheltekha) = en Uw heerschappij | בְּכָל (bekhal) = in elke | דּ֥וֹר (dor) = generatie | וָדֽוֹר (vador) = en generatie Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: In de Masoretische tekst ontbreekt tussen vers 13 en 14 een regel die met nun (נ) begint. Daardoor mist de alfabetische reeks één letter. In sommige oude vertalingen staat daar wel een extra regel. Wij vertalen de Masoretische tekst en voegen niets toe. Zie ook: Ps 10:16; Ps 145:14; Jes 9:6; Dan 7:14; 1 Tim 1:17; Openb 11:15 ### Hij ondersteunt en voedt **145:14** Yahweh ondersteunt allen die vallen en richt allen op die gebogen zijn. Brontekst: סוֹמֵ֣ךְ (somekh) = ondersteunt | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לְכָל (lekhal) = allen | הַנֹּפְלִ֑ים (hanofelim) = die vallen | וְ֝זוֹקֵ֗ף (vezoqef) = en richt op | לְכָל (lekhal) = allen | הַכְּפוּפִֽים (hakefufim) = die gebogen zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:24; Ps 94:18; Ps 119:117; Ps 146:8; Luc 22:31–32 **145:15** De ogen van allen wachten op U, en U geeft hun hun voedsel op zijn tijd. Brontekst: עֵֽינֵי (einei) = ogen van | כֹ֭ל (kol) = allen | אֵלֶ֣יךָ (eleikha) = op U | יְשַׂבֵּ֑רוּ (yesaberu) = wachten | וְאַתָּ֤ה (veata) = en U | נֽוֹתֵן (noten) = geeft | לָהֶ֖ם (lahem) = hun | אֶת (et) = (obj.) | אָכְלָ֣ם (akhelam) = hun voedsel | בְּעִתּֽוֹ (beito) = op zijn tijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 15–16 lijken op Ps. 104:27–28. Zie ook: Ps 104:27; Ps 136:25; Ps 147:8–9; Mat 6:26; Hand 17:25 **145:16** U opent Uw hand en verzadigt het verlangen van al wat leeft. Brontekst: פּוֹתֵ֥חַ (poteach) = opent | אֶת (et) = (obj.) | יָדֶ֑ךָ (yadekha) = Uw hand | וּמַשְׂבִּ֖יעַ (umasbia) = en verzadigt | לְכָל (lekhal) = van al | חַ֣י (chay) = wat leeft | רָצֽוֹן (ratson) = verlangen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָצוֹן (ratson), ‘verlangen’: ook ‘welbehagen’ of ‘wil’. Het kan dus ook bedoeld zijn: U verzadigt al wat leeft met Uw goedgunstigheid. Wij kiezen ‘verlangen’. Zie ook: Job 38:27; Ps 104:28; Ps 107:9; Ps 132:15 ### Rechtvaardig en nabij **145:17** Yahweh is rechtvaardig in al Zijn wegen en getrouw in al Zijn werken. Brontekst: צַדִּ֣יק (tsadiq) = rechtvaardig | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | בְּכָל (bekhal) = in al | דְּרָכָ֑יו (derakhav) = Zijn wegen | וְ֝חָסִ֗יד (vechasid) = en getrouw | בְּכָל (bekhal) = in al | מַעֲשָֽׂיו (maasav) = Zijn werken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:4; Ps 103:6; Ps 116:5; Jes 45:21; Sef 3:5 **145:18** Yahweh is nabij allen die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid. Brontekst: קָר֣וֹב (qarov) = nabij | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | לְכָל (lekhal) = aan allen | קֹרְאָ֑יו (qoreav) = die Hem aanroepen | לְכֹ֤ל (lekhol) = aan allen | אֲשֶׁ֖ר (asher) = die | יִקְרָאֻ֣הוּ (yiqrauhu) = Hem aanroepen | בֶאֱמֶֽת (beemet) = in waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 4:7; Ps 34:19; Jes 58:9; Jer 29:12–13; Joh 4:24 **145:19** Het verlangen van wie Hem vrezen, vervult Hij; hun hulpgeroep hoort Hij, en Hij redt hen. Brontekst: רְצוֹן (retson) = verlangen van | יְרֵאָ֥יו (yereav) = wie Hem vrezen | יַעֲשֶׂ֑ה (yaase) = doet Hij | וְֽאֶת (veet) = en | שַׁוְעָתָ֥ם (shavatam) = hun hulpgeroep | יִ֝שְׁמַ֗ע (yishma) = hoort Hij | וְיוֹשִׁיעֵֽם (veyoshiem) = en redt hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׁוְעָה (shav’ah), ‘hulpgeroep’: een schreeuw om hulp. Zie ook: Ps 37:4; Mat 5:6; Joh 15:7; Ef 3:16–20; 1 Joh 5:15 **145:20** Yahweh bewaart allen die Hem liefhebben, maar alle goddelozen vernietigt Hij. Brontekst: שׁוֹמֵ֣ר (shomer) = bewaart | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = alle | אֹהֲבָ֑יו (ohavav) = die Hem liefhebben | וְאֵ֖ת (veet) = en | כָּל (kal) = alle | הָרְשָׁעִ֣ים (hareshaim) = de goddelozen | יַשְׁמִֽיד (yashmid) = vernietigt Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 20:6; Ps 31:24; Ps 97:10; Joh 10:27–29; Rom 8:28–30 **145:21** Mijn mond zal de lof van Yahweh uitspreken, en alle vlees zal Zijn heilige naam zegenen, voor altijd en eeuwig. Brontekst: תְּהִלַּ֥ת (tehilat) = lof van | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | יְֽדַבֶּ֫ר (yedaber) = zal spreken | פִּ֥י (pi) = mijn mond | וִיבָרֵ֣ךְ (vivarekh) = en zal zegenen | כָּל (kal) = alle | בָּ֭שָׂר (basar) = vlees | שֵׁ֥ם (shem) = naam van | קָדְשׁ֗וֹ (qadesho) = Zijn heiligheid | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor altijd | וָעֶֽד (vaed) = en eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּשָׂר (basar), ‘vlees’: alles wat leeft, alle levende wezens. Het psalmslot roept dus alles wat leeft op om de naam van Yahweh te zegenen. Zie ook: Ps 30:13; Ps 51:17; Ps 71:8; Ps 150:6; Openb 5:11–14 ## Psalmen 146 _Vertrouw niet op edelen, maar op Yahweh_ ### Ik wil Yahweh prijzen **146:1** Halleluja! Prijs Yahweh, mijn ziel. Brontekst: הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָ֡הּ (yah) = Jah | הַלְלִ֥י (halli) = prijs | נַ֝פְשִׁ֗י (nafshi) = mijn ziel | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’. Jah (יָהּ) is een korte vorm van Yahweh. Zie ook Exod. 15:2. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het levende wezen, de hele persoon. De dichter spreekt zichzelf aan. Voetnoot : Psalm 146 tot en met 150 beginnen en eindigen alle met ‘Halleluja’. Zij sluiten het Psalmboek af. Zie ook: Ex 15:2; Ps 103:1; Ps 103:22–104:1; Ps 104:35; Ps 105:45 **146:2** Ik zal Yahweh prijzen zolang ik leef; ik zal mijn Elohim bezingen zolang ik er nog ben. Brontekst: אֲהַלְלָ֣ה (ahalla) = ik zal prijzen | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּחַיָּ֑י (bechayay) = zolang ik leef | אֲזַמְּרָ֖ה (azamera) = ik zal bezingen | לֵֽאלֹהַ֣י (lelohay) = mijn Elohim | בְּעוֹדִֽי (beodi) = zolang ik er nog ben Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 63:5; Ps 71:14–15; Ps 104:33; Ps 145:1–2; Openb 7:9–17 ### Vertrouw niet op edelen **146:3** Vertrouw niet op edelen, op een mensenkind bij wie geen redding is. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּבְטְח֥וּ (tivtechu) = vertrouwt | בִנְדִיבִ֑ים (bindivim) = op edelen | בְּבֶן (beven) = op een zoon van | אָדָ֓ם (adam) = mens | שֶׁ֤אֵֽין (sheein) = bij wie er niet is | ל֥וֹ (lo) = voor hem | תְשׁוּעָֽה (teshua) = redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נָדִיב (nadiv), ‘edele’: een vorst of machtig man. Voetnoot : בֶּן אָדָם (ben adam), ‘mensenkind’: een sterfelijk mens, tegenover Elohim. Vergelijk Ps. 118:8–9. Voetnoot : תְּשׁוּעָה (teshu’ah), ‘redding’. Zie ook: Ps 108:13; Ps 118:8–9; Jes 2:22; Jes 31:3; Jer 17:5–6 **146:4** Zijn geest gaat uit, hij keert terug naar zijn grond. Op diezelfde dag vergaan zijn plannen. Brontekst: תֵּצֵ֣א (tetse) = gaat uit | ר֭וּחוֹ (rucho) = zijn geest | יָשֻׁ֣ב (yashuv) = keert terug | לְאַדְמָת֑וֹ (leadmato) = naar zijn grond | בַּיּ֥וֹם (bayom) = op de dag | הַ֝ה֗וּא (hahu) = die | אָבְד֥וּ (avedu) = vergaan | עֶשְׁתֹּנֹתָֽיו (eshtonotav) = zijn plannen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘geest’: de levensadem. Zie ook Ps. 104:29. Voetnoot : אֲדָמָה (adamah), ‘grond’: de mens komt van de grond en keert ernaar terug. Zie Gen. 2:7. Voetnoot : עֶשְׁתֹּנוֹת (eshtonot), ‘plannen’: een zeldzaam woord; de betekenis is niet helemaal zeker. Het gaat om wat iemand zich voorneemt. Zie ook: Gen 2:7; Gen 3:19; Ps 104:29; Pred 12:7; 1 Kor 2:6 ### Gelukkig wie Yahweh als hulp heeft **146:5** Gelukkig wie de El van Jakob tot hulp heeft, wiens hoop op Yahweh, zijn Elohim, is. Brontekst: אַשְׁרֵ֗י (ashrei) = gelukkig | שֶׁ֤אֵ֣ל (sheel) = wie de El van | יַעֲקֹ֣ב (yaaqov) = Jakob | בְּעֶזְר֑וֹ (beezro) = tot zijn hulp heeft | שִׂ֝בְר֗וֹ (sivro) = zijn hoop | עַל (al) = op | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהָֽיו (elohav) = zijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶזֶר (ezer), ‘hulp’; שֵׂבֶר (sever), ‘hoop’: het uitzien naar hulp van Yahweh. Zie ook: Ps 33:12; Ps 71:5; Ps 84:13; Ps 144:15; Jer 17:7–8 **146:6** Hij die hemel en aarde heeft gemaakt, de zee en alles wat erin is, Hij die de waarheid bewaart tot in eeuwigheid, Brontekst: עֹשֶׂ֤ה (ose) = die maakte | שָׁ֘מַ֤יִם (shamayim) = hemel | וָאָ֗רֶץ (vaarets) = en aarde | אֶת (et) = (obj.) | הַיָּ֥ם (hayam) = de zee | וְאֶת (veet) = en (obj.) | כָּל (kal) = alles | אֲשֶׁר (asher) = wat | בָּ֑ם (bam) = erin is | הַשֹּׁמֵ֖ר (hashomer) = die bewaart | אֱמֶ֣ת (emet) = waarheid | לְעוֹלָֽם (leolam) = tot in eeuwigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: ook ‘trouw’. Yahweh blijft betrouwbaar tot in eeuwigheid. Voetnoot : Vergelijk Exod. 20:11. Zie ook: Ex 20:11; Ps 100:5; Ps 136:5–6; Jer 32:17; Openb 14:7 ### Hij komt op voor wie zwak is **146:7** die recht doet aan wie onderdrukt wordt, die brood geeft aan wie honger heeft. Yahweh maakt gevangenen vrij. Brontekst: עֹשֶׂ֤ה (ose) = die doet | מִשְׁפָּ֨ט (mishpat) = recht | לָעֲשׁוּקִ֗ים (laashuqim) = aan onderdrukten | נֹתֵ֣ן (noten) = die geeft | לֶ֭חֶם (lechem) = brood | לָרְעֵבִ֑ים (lareevim) = aan hongerigen | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | מַתִּ֥יר (matir) = maakt los | אֲסוּרִֽים (asurim) = gevangenen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: Yahweh zorgt dat onderdrukten hun recht krijgen. Zie ook Deut. 10:18. Voetnoot : אֲסוּרִים (asurim), ‘gevangenen’: letterlijk ‘gebondenen’. Zie ook: Deut 10:18; Ps 68:7; Ps 103:6; Spr 22:22–23; Jes 61:1; Zach 9:11–12 **146:8** Yahweh opent de ogen van blinden. Yahweh richt gebogenen op. Yahweh heeft de rechtvaardigen lief. Brontekst: יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | פֹּ֘קֵ֤חַ (poqeach) = opent de ogen van | עִוְרִ֗ים (ivrim) = blinden | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | זֹקֵ֣ף (zoqef) = richt op | כְּפוּפִ֑ים (kefufim) = gebogenen | יְ֝הוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אֹהֵ֥ב (ohev) = heeft lief | צַדִּיקִֽים (tsadiqim) = rechtvaardigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פֹּקֵחַ (poqeach), ‘opent’: de ogen worden opengedaan. Het woord ‘ogen’ staat er in het Hebreeuws niet bij. Zie ook: Ps 11:7; Ps 145:14; Jes 35:5; Mat 9:30; Hand 26:18 **146:9** Yahweh beschermt de vreemdelingen. De wees en de weduwe ondersteunt Hij, maar de weg van de goddelozen maakt Hij krom. Brontekst: יְהוָ֤ה (Yahweh) = Yahweh | שֹׁ֘מֵ֤ר (shomer) = beschermt | אֶת (et) = (obj.) | גֵּרִ֗ים (gerim) = vreemdelingen | יָת֣וֹם (yatom) = wees | וְאַלְמָנָ֣ה (vealmana) = en weduwe | יְעוֹדֵ֑ד (yeoded) = ondersteunt Hij | וְדֶ֖רֶךְ (vederekh) = en de weg van | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | יְעַוֵּֽת (yeavet) = maakt Hij krom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גֵּר (ger), ‘vreemdeling’: iemand die als gast tussen anderen woont, zonder eigen land. Voetnoot : עִוֵּת (ivvet), ‘krom maken’: Hij verdraait hun weg, zodat die niet doorgaat. Zie ook: Ex 22:20–21; Deut 10:18–19; Ps 68:6; Ps 147:6; Mal 3:5 **146:10** Yahweh is koning tot in eeuwigheid, jouw Elohim, Sion, van generatie op generatie. Halleluja! Brontekst: יִמְלֹ֤ךְ (yimlokh) = is koning | יְהוָ֨ה (Yahweh) = Yahweh | לְעוֹלָ֗ם (leolam) = tot in eeuwigheid | אֱלֹהַ֣יִךְ (elohayikh) = jouw Elohim | צִ֭יּוֹן (tsiyon) = Sion | לְדֹ֥ר (ledor) = van generatie | וָדֹ֗ר (vador) = en generatie | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Sion wordt hier rechtstreeks aangesproken: de stad met haar bewoners. Wij vertalen ‘jouw Elohim’, omdat Sion een stad is en geen persoon. Zie ook Ps. 147:12. Zie ook: Ex 15:18; Ps 10:16; Ps 147:12; Dan 6:27; Dan 7:14; Openb 11:15 ## Psalmen 147 _Yahweh bouwt Jeruzalem en regeert de natuur_ ### Het is goed om te zingen **147:1** Halleluja! Want goed is het om voor onze Elohim te zingen, want lieflijk is het: een lofzang past. Brontekst: הַ֥לְלוּ (hallu) = prijst | יָ֨הּ (yah) = Jah | כִּי (ki) = want | ט֭וֹב (tov) = goed | זַמְּרָ֣ה (zamera) = te zingen | אֱלֹהֵ֑ינוּ (eloheinu) = voor onze Elohim | כִּֽי (ki) = want | נָ֝עִים (naim) = lieflijk | נָאוָ֥ה (nava) = past | תְהִלָּֽה (tehila) = lofzang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’. Jah is een korte vorm van Yahweh. Voetnoot : Dit lied begint en eindigt met ‘Halleluja’, evenals de volgende psalmen tot en met Psalm 150. Zie ook: Ps 33:1; Ps 42:5; Ps 63:4–6; Ps 92:2; Ps 135:3 ### Hij bouwt Jeruzalem op **147:2** Yahweh bouwt Jeruzalem. Hij brengt de verdrevenen van Israël bijeen. Brontekst: בּוֹנֵ֣ה (bone) = bouwer van | יְרוּשָׁלִַ֣ם (yerushalaim) = Jeruzalem | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | נִדְחֵ֖י (nidchei) = verdrevenen van | יִשְׂרָאֵ֣ל (yisrael) = Israël | יְכַנֵּֽס (yekhanes) = brengt Hij bijeen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: ‘De verdrevenen van Israël’ (נִדְחֵי יִשְׂרָאֵל, nidchei Yisra’el): de mensen die uit het land zijn weggevoerd. Vergelijk Deut. 30:4. Dit vers laat denken aan de terugkeer uit de ballingschap en de herbouw van de stad. Zie ook: Deut 30:3; Deut 30:4; Ps 51:20; Ps 102:21–23; Jes 56:8; Jes 62:7 **147:3** Hij geneest wie gebroken is van hart en verbindt hun pijn. Brontekst: הָ֭רֹפֵא (harofe) = die geneest | לִשְׁב֣וּרֵי (lishvurei) = gebrokenen van | לֵ֑ב (lev) = hart | וּ֝מְחַבֵּ֗שׁ (umechabesh) = en die verbindt | לְעַצְּבוֹתָֽם (leatsevotam) = hun pijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַצְּבוֹת (atsvot), ‘pijn’: smart of verdriet. Het woord kan ook ‘wonden’ betekenen. Zie ook: Job 5:18; Ps 34:19; Jes 61:1; Jer 33:6; Luc 4:18 **147:4** Hij bepaalt het aantal van de sterren; allen noemt Hij bij hun namen. Brontekst: מוֹנֶ֣ה (mone) = die bepaalt | מִ֭סְפָּר (mispar) = aantal | לַכּוֹכָבִ֑ים (lakokhavim) = van de sterren | לְ֝כֻלָּ֗ם (lekhulam) = voor allen | שֵׁמ֥וֹת (shemot) = namen | יִקְרָֽא (yiqra) = noemt Hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De sterren tellen en bij naam noemen laat zien hoe groot Zijn kennis is. Hij kent elke ster. Zie ook: Gen 15:5; Ps 8:4; Ps 148:3; Jes 40:26 **147:5** Groot is onze Heer en machtig in kracht; Zijn inzicht heeft geen getal. Brontekst: גָּד֣וֹל (gadol) = groot | אֲדוֹנֵ֣ינוּ (adoneinu) = onze Heer | וְרַב (verav) = en machtig van | כֹּ֑חַ (koach) = kracht | לִ֝תְבוּנָת֗וֹ (litvunato) = Zijn inzicht | אֵ֣ין (ein) = er is niet | מִסְפָּֽר (mispar) = getal Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָדוֹן (adon), ‘Heer’: hier ‘onze Heer’ (אֲדֹנֵינוּ, adoneinu), geen aanspreking van Yahweh met Adonai. Zie ook: Ps 48:2; Ps 96:4; Ps 139:17–18; Jes 40:28; Rom 11:33 **147:6** Yahweh richt de nederigen op; de goddelozen vernedert Hij tot op de grond. Brontekst: מְעוֹדֵ֣ד (meoded) = die oprichten | עֲנָוִ֣ים (anavim) = nederigen | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | מַשְׁפִּ֖יל (mashpil) = die vernedert | רְשָׁעִ֣ים (reshaim) = goddelozen | עֲדֵי (adei) = tot | אָֽרֶץ (arets) = grond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָנָו (anav), ‘nederige’: iemand die klein en afhankelijk is en op Yahweh wacht. Zie ook: Ps 25:9; Ps 146:8–9; Sef 2:3; Jak 4:10; 1 Petr 5:6 ### Zing voor Yahweh om Zijn zorg voor de natuur **147:7** Antwoord Yahweh met dank; zing voor onze Elohim met de lier. Brontekst: עֱנ֣וּ (enu) = antwoordt | לַיהוָ֣ה (laYahweh) = Yahweh | בְּתוֹדָ֑ה (betoda) = met dank | זַמְּר֖וּ (zameru) = zingt | לֵאלֹהֵ֣ינוּ (leloheinu) = voor onze Elohim | בְכִנּֽוֹר (bekhinor) = met de lier Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֱנוּ (enu), ‘antwoordt’: het werkwoord kan ook ‘zingt beurtelings’ betekenen, dus een lied waarin de een de ander antwoordt. Wij laten de letterlijke weergave staan. Voetnoot : תּוֹדָה (todah), ‘dank’: ook ‘dankoffer’ of ‘dankzang’. Voetnoot : כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’: een snaarinstrument. Zie ook: Ps 47:7–8; Ps 68:33; Ps 92:2–4; Ps 95:1–2; Ps 107:21–22 **147:8** Hij bedekt de hemel met wolken, Hij maakt regen klaar voor de aarde, Hij laat gras groeien op de bergen. Brontekst: הַֽמְכַסֶּ֬ה (hamkhase) = die bedekt | שָׁמַ֨יִם (shamayim) = hemel | בְּעָבִ֗ים (beavim) = met wolken | הַמֵּכִ֣ין (hamekhin) = die klaarmaakt | לָאָ֣רֶץ (laarets) = voor de aarde | מָטָ֑ר (matar) = regen | הַמַּצְמִ֖יחַ (hamatsmiach) = die laat groeien | הָרִ֣ים (harim) = bergen | חָצִֽיר (chatsir) = gras Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 9:14; Job 5:10; Job 26:8–9; Ps 65:10–14; Hand 14:17 **147:9** Hij geeft het vee zijn voedsel, en de jonge raven wanneer zij roepen. Brontekst: נוֹתֵ֣ן (noten) = die geeft | לִבְהֵמָ֣ה (livhema) = aan het vee | לַחְמָ֑הּ (lachmah) = zijn voedsel | לִבְנֵ֥י (livnei) = aan de jongen van | עֹ֝רֵ֗ב (orev) = raaf | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | יִקְרָֽאוּ (yiqrau) = roepen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk Job 38:41, waar ook de raaf zijn voedsel krijgt. Zie ook: Job 38:41; Ps 104:27–28; Ps 136:25; Mat 6:26; Luc 12:24 **147:10** Niet in de kracht van het paard heeft Hij behagen, niet in de benen van de man vindt Hij welgevallen. Brontekst: לֹ֤א (lo) = niet | בִגְבוּרַ֣ת (bigvurat) = in de kracht van | הַסּ֣וּס (hasus) = het paard | יֶחְפָּ֑ץ (yechpats) = heeft Hij behagen | לֹֽא (lo) = niet | בְשׁוֹקֵ֖י (beshoqei) = in de benen van | הָאִ֣ישׁ (haish) = de man | יִרְצֶֽה (yirtse) = vindt Hij welgevallen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het paard is het beeld van militaire kracht; ‘de benen van de man’ zijn de snelle benen van de soldaat. Yahweh behaagt niet in menselijke macht. Vergelijk Ps. 20:8. Zie ook: 1 Sam 16:7; Ps 20:8; Ps 33:16–18; Spr 21:31; Jes 31:1 **147:11** Yahweh heeft behagen in wie Hem vrezen, in wie hopen op Zijn trouw. Brontekst: רוֹצֶ֣ה (rotse) = heeft behagen | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | אֶת (et) = in | יְרֵאָ֑יו (yereav) = wie Hem vrezen | אֶת (et) = in | הַֽמְיַחֲלִ֥ים (hamyachalim) = wie hopen | לְחַסְדּֽוֹ (lechasdo) = op Zijn trouw Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 33:18; Ps 149:4; Jes 62:4; Sef 3:17; Mal 3:16–17 ### Loof Yahweh, Jeruzalem **147:12** Loof Yahweh, Jeruzalem; prijs je Elohim, Sion. Brontekst: שַׁבְּחִ֣י (shabechi) = loof | יְ֭רוּשָׁלִַם (yerushalaim) = Jeruzalem | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | הַֽלְלִ֖י (halli) = prijs | אֱלֹהַ֣יִךְ (elohayikh) = je Elohim | צִיּֽוֹן (tsiyon) = Sion Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Jeruzalem en Sion worden hier aangesproken als de stad met haar bewoners. Zie ook: Ps 135:19–21; Ps 146:10; Joël 2:23; Jes 12:6; Jes 52:7 **147:13** Want Hij heeft de grendels van je poorten sterk gemaakt. Hij heeft je zonen in je midden gezegend. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | חִ֭זַּק (chizaq) = heeft sterk gemaakt | בְּרִיחֵ֣י (berichei) = grendels van | שְׁעָרָ֑יִךְ (shearayikh) = je poorten | בֵּרַ֖ךְ (berakh) = heeft gezegend | בָּנַ֣יִךְ (banayikh) = je zonen | בְּקִרְבֵּֽךְ (beqirbekh) = in je midden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 115:14–15; Ps 128:3–6; Ps 144:12; Jes 44:3–5; Jer 30:19–20 **147:14** Hij brengt vrede in je grenzen; met het beste van de tarwe verzadigt Hij je. Brontekst: הַשָּׂם (hasam) = die brengt | גְּבוּלֵ֥ךְ (gevulekh) = je grenzen | שָׁל֑וֹם (shalom) = vrede | חֵ֥לֶב (chelev) = het beste van | חִ֝טִּ֗ים (chitim) = tarwe | יַשְׂבִּיעֵֽךְ (yasbiekh) = verzadigt Hij je Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵלֶב (chelev), ‘het beste’: letterlijk ‘het vet’, het beste deel van de tarwe. Zie ook: Deut 32:14; Ps 29:11; Ps 81:17; Ps 132:15; Jes 60:17–18 ### Zijn woord regeert de winter **147:15** Hij zendt Zijn bevel naar de aarde; zeer snel loopt Zijn woord. Brontekst: הַשֹּׁלֵ֣חַ (hasholeach) = die zendt | אִמְרָת֣וֹ (imrato) = Zijn bevel | אָ֑רֶץ (arets) = aarde | עַד (ad) = zeer | מְ֝הֵרָ֗ה (mehera) = snel | יָר֥וּץ (yaruts) = loopt | דְּבָרֽוֹ (devaro) = Zijn woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִמְרָה (imrah), ‘bevel’: wat Hij zegt, Zijn uitspraak. דָּבָר (davar), ‘woord’. Voetnoot : Vers 15–18 beschrijven hoe Zijn woord de weersomstandigheden bestuurt: sneeuw, rijp, ijs en de dooi. Vergelijk Job 38:22. Zie ook: Job 34:29; Job 37:12; Job 38:22; Ps 107:20; Mat 8:8–9; Mat 8:13 **147:16** Hij geeft sneeuw als wol; rijp strooit Hij uit als as. Brontekst: הַנֹּתֵ֣ן (hanoten) = die geeft | שֶׁ֣לֶג (sheleg) = sneeuw | כַּצָּ֑מֶר (katsamer) = als wol | כְּ֝פ֗וֹר (kefor) = rijp | כָּאֵ֥פֶר (kaefer) = als as | יְפַזֵּֽר (yefazer) = strooit Hij uit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 37:6; Job 37:9–10; Job 38:29; Ps 148:8; Jes 55:10 **147:17** Hij werpt Zijn ijs als brokken. Wie kan standhouden voor Zijn koude? Brontekst: מַשְׁלִ֣יךְ (mashlikh) = die werpt | קַֽרְח֣וֹ (qarcho) = Zijn ijs | כְפִתִּ֑ים (kefitim) = als brokken | לִפְנֵ֥י (lifnei) = voor | קָ֝רָת֗וֹ (qarato) = Zijn koude | מִ֣י (mi) = wie | יַעֲמֹֽד (yaamod) = kan standhouden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֶרַח (qerach), ‘ijs’: hagel of ijs. פַּת (pat), ‘brok’: een stukje brood. Hij gooit ijs rond als brokken. Zie ook: Job 37:9–10; Job 38:22–23; Job 38:29–30; Ex 9:23–25; Ps 78:47–48 **147:18** Hij zendt Zijn woord en doet het smelten; Hij laat Zijn wind waaien, en het water stroomt. Brontekst: יִשְׁלַ֣ח (yishlach) = Hij zendt | דְּבָר֣וֹ (devaro) = Zijn woord | וְיַמְסֵ֑ם (veyamsem) = en doet ze smelten | יַשֵּׁ֥ב (yashev) = Hij laat waaien | ר֝וּח֗וֹ (rucho) = Zijn wind | יִזְּלוּ (yizelu) = stromen | מָֽיִם (mayim) = water Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 6:16–17; Job 37:10; Ps 33:9; Ps 107:20; Ps 147:15 ### Zijn woorden voor Jakob **147:19** Hij maakt Zijn woorden bekend aan Jakob, Zijn verordeningen en Zijn bepalingen aan Israël. Brontekst: מַגִּ֣יד (magid) = die bekendmaakt | דְּבָרָ֣יו (devarav) = Zijn woorden | לְיַעֲקֹ֑ב (leyaaqov) = aan Jakob | חֻקָּ֥יו (chuqav) = Zijn verordeningen | וּ֝מִשְׁפָּטָ֗יו (umishpatav) = en Zijn bepalingen | לְיִשְׂרָאֵֽל (leyisrael) = aan Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֻקִּים (chuqqim), ‘verordeningen’ en מִשְׁפָּטִים (mishpatim), ‘bepalingen’: zoals in Ps. 119. Vergelijk Deut. 4:7–8. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is דברו (devaro), ‘Zijn woord’ (enkelvoud); de te lezen vorm (qere) is דְּבָרָיו (devarav), ‘Zijn woorden’. Wij volgen de qere. Zie ook: Deut 4:7–8; Deut 5:22; Deut 5:31; Deut 33:2–4; Ps 78:5; Mal 3:22 **147:20** Voor geen enkel volk heeft Hij zo gehandeld, en de bepalingen: die kennen zij niet. Halleluja! Brontekst: לֹ֘א (lo) = niet | עָ֤שָׂה (asa) = heeft Hij gehandeld | כֵ֨ן (ken) = zo | לְכָל (lekhal) = voor ieder | גּ֗וֹי (goy) = volk | וּמִשְׁפָּטִ֥ים (umishpatim) = en bepalingen | בַּל (bal) = niet | יְדָע֗וּם (yedaum) = kennen zij ze | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: Hier staat ‘en bepalingen’ (וּמִשְׁפָּטִים) zonder ‘Zijn’. Sommige oude vertalingen hebben ‘en Zijn bepalingen’. Wij volgen de Masoretische tekst en laten de zin zo staan. Zie ook: Deut 4:7–8; Deut 4:32–34; Rom 3:1–2; Ef 2:12; 1 Petr 2:9–10 ## Psalmen 148 _Heel de schepping prijst Yahweh_ ### Prijs Yahweh vanuit de hemel **148:1** Halleluja! Prijs Yahweh vanuit de hemel; prijs Hem in de hoogten. Brontekst: הַ֥לְלוּ (hallu) = prijst | יָ֨הּ (yah) = Jah | הַֽלְל֣וּ (hallu) = prijst | אֶת (et) = (obj.) | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | מִן (min) = vanuit | הַשָּׁמַ֑יִם (hashamayim) = de hemel | הַֽ֝לְל֗וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | בַּמְּרוֹמִֽים (bameromim) = in de hoogten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’. Jah is een korte vorm van Yahweh. Voetnoot : De psalm roept eerst de hemel op (vers 1–6) en dan de aarde (vers 7–14) om Yahweh te prijzen. Zie ook: Ps 69:35; Ps 89:6; Ps 148:7–14; Mat 21:9; Luc 2:13–14; Openb 19:1–6 **148:2** Prijs Hem, al Zijn engelen; prijs Hem, al Zijn legers. Brontekst: הַֽלְל֥וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | כָל (kal) = al | מַלְאָכָ֑יו (malakhav) = Zijn engelen | הַֽ֝לְל֗וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | כָּל (kal) = al | צְבָאָֽיו (tsevaav) = Zijn legers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַלְאָךְ (mal’akh), ‘engel’: een bode, een hemels wezen. צָבָא (tsava), ‘leger’: het hemelse leger, de scharen om Yahweh. Voetnoot Lezing: Het geschreven woord (ketiv) is צבאו (tsiva’o), ‘Zijn leger’ (enkelvoud); de te lezen vorm (qere) is צְבָאָיו (tseva’av), ‘Zijn legers’. Wij volgen de qere. Zie ook: Gen 2:1; Job 38:7; Ps 103:20–21; Jes 6:2–4; Openb 5:11–13 **148:3** Prijs Hem, zon en maan; prijs Hem, alle sterren van licht. Brontekst: הַֽ֭לְלוּהוּ (halluhu) = prijst Hem | שֶׁ֣מֶשׁ (shemesh) = zon | וְיָרֵ֑חַ (veyareach) = en maan | הַ֝לְל֗וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | כָּל (kal) = alle | כּ֥וֹכְבֵי (kokhevei) = sterren van | אֽוֹר (or) = licht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De zon, maan en sterren zijn hier geen goden. Zij zijn schepselen die Yahweh prijzen. Zie ook: Gen 1:14–16; Ps 8:2–4; Ps 19:2–7; Ps 89:37–38; Ps 136:7–9 **148:4** Prijs Hem, hemelen van de hemelen, en wateren die boven de hemel zijn. Brontekst: הַֽ֭לְלוּהוּ (halluhu) = prijst Hem | שְׁמֵ֣י (shemei) = hemelen van | הַשָּׁמָ֑יִם (hashamayim) = de hemel | וְ֝הַמַּ֗יִם (vehamayim) = en wateren | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | מֵעַ֬ל (meal) = boven | הַשָּׁמָֽיִם (hashamayim) = de hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁמֵי הַשָּׁמָיִם (shemei hashamayim), ‘hemelen van de hemelen’: de hoogste hemel. De ‘wateren boven de hemel’ zijn de wateren boven het uitspansel (Gen. 1:6–7). Zie ook: Gen 1:6–7; Gen 1:7; Deut 10:14; Ps 113:6; 1 Kon 8:27; Neh 9:6 **148:5** Laten zij de naam van Yahweh prijzen, want Hij zelf gebood en zij werden geschapen. Brontekst: יְֽ֭הַֽלְלוּ (yehallu) = laten zij prijzen | אֶת (et) = (obj.) | שֵׁ֣ם (shem) = naam van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | כִּ֤י (ki) = want | ה֭וּא (hu) = Hij | צִוָּ֣ה (tsiva) = gebood | וְנִבְרָֽאוּ (venivrau) = en zij werden geschapen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Hij zelf gebood en zij werden geschapen’: de schepping komt door Zijn woord. Zie ook Ps. 33:9. Zie ook: Gen 1:1–2; Gen 1:6; Ps 33:6–9; Ps 33:9; Jer 10:11–13; Openb 4:11 **148:6** Hij liet hen blijven staan voor altijd en eeuwig. Hij gaf een voorschrift, en het gaat niet voorbij. Brontekst: וַיַּעֲמִידֵ֣ם (vayaamidem) = en Hij liet hen staan | לָעַ֣ד (laad) = voor altijd | לְעוֹלָ֑ם (leolam) = tot in eeuwigheid | חָק (chaq) = voorschrift | נָ֝תַ֗ן (natan) = gaf Hij | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יַעֲבֽוֹר (yaavor) = gaat het voorbij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֹק (choq), ‘voorschrift’: een vaste regel. Het werkwoord ‘gaat voorbij’ (יַעֲבוֹר, ya’avor) kan ook ‘overtreden’ betekenen. Het onderwerp kan dan ‘zij’ zijn: de hemelse wezens houden zich eraan. Zie ook: Job 38:33; Ps 89:38; Ps 119:90–91; Jer 31:35–36; Jer 33:25 ### Prijs Yahweh vanaf de aarde **148:7** Prijs Yahweh vanaf de aarde, zeemonsters en alle diepten, Brontekst: הַֽלְל֣וּ (hallu) = prijst | אֶת (et) = (obj.) | יְ֭הוָה (Yahweh) = Yahweh | מִן (min) = vanaf | הָאָ֑רֶץ (haarets) = de aarde | תַּ֝נִּינִ֗ים (taninim) = zeemonsters | וְכָל (vekhal) = en alle | תְּהֹמֽוֹת (tehomot) = diepten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תַּנִּינִים (tanninim), ‘zeemonsters’: grote zeedieren, zoals in Gen. 1:21. תְּהוֹם (tehom), ‘diepte’. Zie ook: Gen 1:21; Job 40:25–41:26; Ps 74:13–14; Ps 104:25–26; Jes 43:20 **148:8** vuur en hagel, sneeuw en rook, stormwind die Zijn woord uitvoert, Brontekst: אֵ֣שׁ (esh) = vuur | וּ֭בָרָד (uvarad) = en hagel | שֶׁ֣לֶג (sheleg) = sneeuw | וְקִיט֑וֹר (veqitor) = en rook | ר֥וּחַ (ruach) = wind van | סְ֝עָרָ֗ה (seara) = storm | עֹשָׂ֥ה (osa) = die uitvoert | דְבָרֽוֹ (devaro) = Zijn woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קִיטוֹר (qitor), ‘rook’: damp of rook, hier een verschijnsel in de lucht, zoals mist of damp. Zie ook: Num 16:35; Ps 147:15–18; Jona 1:4; Openb 16:8–9; Openb 16:21 **148:9** de bergen en alle heuvels, vruchtbomen en alle ceders, Brontekst: הֶהָרִ֥ים (heharim) = de bergen | וְכָל (vekhal) = en alle | גְּבָע֑וֹת (gevaot) = heuvels | עֵ֥ץ (ets) = boom van | פְּ֝רִ֗י (peri) = vrucht | וְכָל (vekhal) = en alle | אֲרָזִֽים (arazim) = ceders Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 97:4–5; Ps 98:7–9; Jes 44:23; Jes 49:13; Jes 55:12–13 **148:10** de wilde dieren en al het vee, kruipende dieren en gevleugelde vogels, Brontekst: הַֽחַיָּ֥ה (hachaya) = de wilde dieren | וְכָל (vekhal) = en al | בְּהֵמָ֑ה (behema) = het vee | רֶ֝֗מֶשׂ (remes) = kruipende dieren | וְצִפּ֥וֹר (vetsipor) = en vogels | כָּנָֽף (kanaf) = met vleugels Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַיָּה (chayyah), ‘wild dier’; רֶמֶשׂ (remes), ‘kruipend dier’. Zie ook: Gen 1:20–25; Gen 7:14; Ps 103:22; Ps 150:6; Ezech 17:23 ### Alle mensen, jong en oud **148:11** koningen van de aarde en alle volken, vorsten en alle rechters van de aarde, Brontekst: מַלְכֵי (malkhei) = koningen van | אֶ֭רֶץ (erets) = de aarde | וְכָל (vekhal) = en alle | לְאֻמִּ֑ים (leumim) = volken | שָׂ֝רִ֗ים (sarim) = vorsten | וְכָל (vekhal) = en alle | שֹׁ֥פְטֵי (shofetei) = rechters van | אָֽרֶץ (arets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 2:10–12; Ps 72:10–11; Ps 102:16; Jes 60:3; Openb 21:24 **148:12** jongemannen en ook jonge vrouwen, ouderen samen met jongens. Brontekst: בַּחוּרִ֥ים (bachurim) = jongemannen | וְגַם (vegam) = en ook | בְּתוּל֑וֹת (betulot) = jonge vrouwen | זְ֝קֵנִ֗ים (zeqenim) = ouderen | עִם (im) = samen met | נְעָרִֽים (nearim) = jongens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּתוּלָה (betulah), ‘jonge vrouw’: een ongehuwde jonge vrouw. Zie ook: Ps 8:3; Ps 68:26; Jer 31:13; Mat 21:15–16; Tit 2:4–6 ### Zijn naam alleen is verheven **148:13** Laten zij de naam van Yahweh prijzen, want Zijn naam alleen is verheven; Zijn majesteit is boven aarde en hemel. Brontekst: יְהַלְל֤וּ (yehallu) = laten zij prijzen | אֶת (et) = (obj.) | שֵׁ֬ם (shem) = naam van | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | כִּֽי (ki) = want | נִשְׂגָּ֣ב (nisgav) = is verheven | שְׁמ֣וֹ (shemo) = Zijn naam | לְבַדּ֑וֹ (levado) = alleen | ה֝וֹד֗וֹ (hodo) = Zijn majesteit | עַל (al) = boven | אֶ֥רֶץ (erets) = aarde | וְשָׁמָֽיִם (veshamayim) = en hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 8:2; Ps 8:10; Ps 99:3–4; Ps 113:4; Jes 12:4 **148:14** Hij heeft een hoorn verheven voor Zijn volk, een lofzang voor al Zijn getrouwen, voor de zonen van Israël, het volk dat Hem nabij is. Halleluja! Brontekst: וַיָּ֤רֶם (vayarem) = en Hij heeft verheven | קֶ֨רֶן (qeren) = hoorn | לְעַמּ֡וֹ (leamo) = voor Zijn volk | תְּהִלָּ֤ה (tehila) = lofzang | לְֽכָל (lekhal) = voor al | חֲסִידָ֗יו (chasidav) = Zijn getrouwen | לִבְנֵ֣י (livnei) = voor de zonen van | יִ֭שְׂרָאֵל (yisrael) = Israël | עַֽם (am) = volk | קְרֹב֗וֹ (qerovo) = dat Hem nabij is | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: een beeld van kracht en eer. Yahweh geeft Zijn volk kracht en aanzien. Voetnoot : חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die trouw (chesed) bewijst en aan wie Yahweh trouw bewijst. Zie ook: Deut 4:7; 1 Sam 2:1; Ps 75:11; Ps 112:9; Ef 2:17 ## Psalmen 149 _Een nieuw lied voor Yahweh en Zijn getrouwen_ ### Een nieuw lied **149:1** Halleluja! Zing voor Yahweh een nieuw lied, Zijn lofzang in de vergadering van de getrouwen. Brontekst: הַ֥לְלוּ (hallu) = prijst | יָ֨הּ (yah) = Jah | שִׁ֣ירוּ (shiru) = zingt | לַֽ֭יהוָה (laYahweh) = voor Yahweh | שִׁ֣יר (shir) = lied | חָדָ֑שׁ (chadash) = nieuw | תְּ֝הִלָּת֗וֹ (tehilato) = Zijn lofzang | בִּקְהַ֥ל (biqhal) = in de vergadering van | חֲסִידִֽים (chasidim) = getrouwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’. Jah is een korte vorm van Yahweh. Voetnoot : חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die trouw (chesed) bewijst en aan wie Yahweh trouw bewijst. Voetnoot : קָהָל (qahal), ‘vergadering’. Voetnoot : Deze psalm heeft twee delen: lof en vreugde (vers 1–5) en een opdracht tegen de volken (vers 6–9). De zinnen van vers 6–9 zijn bewust letterlijk vertaald. Zie ook: Ps 33:3; Ps 98:1; Ps 148:1; Ps 149:6–9; Heb 2:12; Openb 5:9 **149:2** Laat Israël zich verheugen in zijn Maker; laat de zonen van Sion jubelen over hun Koning. Brontekst: יִשְׂמַ֣ח (yismach) = laat zich verheugen | יִשְׂרָאֵ֣ל (yisrael) = Israël | בְּעֹשָׂ֑יו (beosav) = in zijn Maker | בְּנֵֽי (benei) = zonen van | צִ֝יּ֗וֹן (tsiyon) = Sion | יָגִ֥ילוּ (yagilu) = laten jubelen | בְמַלְכָּֽם (bemalkam) = over hun Koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: עֹשָׂיו (osav), ‘zijn Maker’: de vorm staat in het meervoud, zoals vaker bij namen en titels van Elohim. Hij is de Maker van Israël. Vergelijk Ps. 100:3. Zie ook: Ps 95:6; Ps 100:1–3; Ps 100:3; Joël 2:23; Jes 52:7; Jes 54:5 **149:3** Laat hen Zijn naam prijzen met dans; laten zij met tamboerijn en lier voor Hem zingen. Brontekst: יְהַֽלְל֣וּ (yehallu) = laten zij prijzen | שְׁמ֣וֹ (shemo) = Zijn naam | בְמָח֑וֹל (bemachol) = met dans | בְּתֹ֥ף (betof) = met tamboerijn | וְ֝כִנּ֗וֹר (vekhinor) = en lier | יְזַמְּרוּ (yezameru) = laten zij zingen | לֽוֹ (lo) = voor Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָחוֹל (machol), ‘dans’: waarschijnlijk een reidans. תֹּף (tof), ‘tamboerijn’; כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’. Zie ook: Ex 15:20; 2 Sam 6:16; 1 Kron 15:28–29; Ps 81:3; Jer 31:13 ### Yahweh heeft behagen in Zijn volk **149:4** Want Yahweh heeft behagen in Zijn volk; Hij tooit de nederigen met redding. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | רוֹצֶ֣ה (rotse) = heeft behagen | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | בְּעַמּ֑וֹ (beamo) = in Zijn volk | יְפָאֵ֥ר (yefaer) = tooit | עֲ֝נָוִ֗ים (anavim) = nederigen | בִּישׁוּעָֽה (bishua) = met redding Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָנָו (anav), ‘nederige’: iemand die klein en afhankelijk is en op Yahweh wacht. יְשׁוּעָה (yeshu’ah), ‘redding’. Zie ook: Ps 35:27; Ps 132:16; Ps 147:11; Sef 3:17; 1 Petr 3:4 **149:5** Laten de getrouwen jubelen in heerlijkheid; laten zij juichen op hun bedden. Brontekst: יַעְלְז֣וּ (yalezu) = laten jubelen | חֲסִידִ֣ים (chasidim) = getrouwen | בְּכָב֑וֹד (bekhavod) = in heerlijkheid | יְ֝רַנְּנ֗וּ (yeranenu) = laten juichen | עַל (al) = op | מִשְׁכְּבוֹתָֽם (mishkevotam) = hun bedden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁכָּב (mishkav), ‘bed’ of ‘rustplaats’. Waarschijnlijk jubelen de getrouwen ook in de rust van de nacht. De betekenis is niet helemaal zeker. Zie ook: Job 35:10; Ps 42:9; Ps 118:15; Ps 145:10; 1 Petr 1:8 ### Lof in de keel, een zwaard in de hand **149:6** Hoge lofzangen op El zijn in hun keel, en een tweesnijdend zwaard in hun hand, Brontekst: רוֹמְמ֣וֹת (romemot) = verheffingen van | אֵ֭ל (el) = El | בִּגְרוֹנָ֑ם (bigronam) = in hun keel | וְחֶ֖רֶב (vecherev) = en zwaard | פִּֽיפִיּ֣וֹת (pifiyot) = tweesnijdend | בְּיָדָֽם (beyadam) = in hun hand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוֹמְמוֹת אֵל (romemot El), ‘hoge lofzangen op El’: letterlijk ‘verheffingen van El’, loftuitingen die El verheffen. Voetnoot : פִּיפִיּוֹת (pifiyyot), ‘tweesnijdend’: letterlijk ‘van twee monden’; het zwaard snijdt aan twee kanten. Zie ook: Ps 66:17; Neh 9:5; Heb 4:12; Openb 1:16; Openb 19:6 **149:7** om wraak te nemen op de volken, straffen uit te delen aan de natiën, Brontekst: לַעֲשׂ֣וֹת (laasot) = om te doen | נְ֭קָמָה (neqama) = wraak | בַּגּוֹיִ֑ם (bagoyim) = onder de volken | תּֽ֝וֹכֵחֹ֗ת (tokhechot) = straffen | בַּל (bal) = onder | אֻמִּֽים (umim) = de natiën Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Wraak en straf op de volken zijn hier de taak van het volk van Yahweh. Wij vertalen letterlijk. Vergelijk Deut. 32:41–43, waar Yahweh wraak neemt op Zijn tegenstanders. Zie ook: Deut 32:41–43; Re 5:23; 1 Sam 15:2–3; Ps 137:8–9; Zach 14:17–19; Openb 19:11–21 **149:8** om hun koningen te binden met ketenen en hun edelen met ijzeren boeien, Brontekst: לֶאְסֹ֣ר (lesor) = om te binden | מַלְכֵיהֶ֣ם (malkheihem) = hun koningen | בְּזִקִּ֑ים (beziqim) = met ketenen | וְ֝נִכְבְּדֵיהֶ֗ם (venikhbedeihem) = en hun edelen | בְּכַבְלֵ֥י (bekhavlei) = met boeien van | בַרְזֶֽל (barzel) = ijzer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 36:8; Joz 10:23–24; Joz 12:7; Re 1:6–7 **149:9** om het geschreven recht aan hen uit te voeren. Dit is een eer voor al Zijn getrouwen. Halleluja! Brontekst: לַעֲשׂ֤וֹת (laasot) = om te doen | בָּהֶ֨ם (bahem) = aan hen | מִשְׁפָּ֬ט (mishpat) = recht | כָּת֗וּב (katuv) = geschreven | הָדָ֣ר (hadar) = eer | ה֭וּא (hu) = is dit | לְכָל (lekhal) = voor al | חֲסִידָ֗יו (chasidav) = Zijn getrouwen | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּט כָּתוּב (mishpat katuv), ‘geschreven recht’: een vonnis dat al vastligt in een geschrift. Voetnoot : Het is niet zeker welk geschreven vonnis bedoeld is. Het kan gaan om de belofte van wraak in Deut. 32:41–43 of om een vonnis in de Schriften als geheel. Zie ook: Deut 7:1–2; Deut 32:41–43; Ps 137:8; Ps 148:14; 1 Kor 6:2–3; Openb 17:14–16 ## Psalmen 150 _Alles wat adem heeft, prijze Jah_ ### Waar en waarom prijzen **150:1** Halleluja! Prijs El in Zijn heiligdom; prijs Hem in het uitspansel van Zijn kracht. Brontekst: הַ֥לְלוּ (hallu) = prijst | יָ֨הּ (yah) = Jah | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | אֵ֥ל (el) = El | בְּקָדְשׁ֑וֹ (beqadesho) = in Zijn heiligdom | הַֽ֝לְל֗וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | בִּרְקִ֥יעַ (birqia) = in het uitspansel van | עֻזּֽוֹ (uzo) = Zijn kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’. Jah is een korte vorm van Yahweh. Voetnoot : קֹדֶשׁ (qodesh), ‘heiligdom’: ook ‘heiligheid’. Het kan de tempel zijn, maar ook de heilige plaats van Elohim in de hemel. Voetnoot : רָקִיעַ (raqia), ‘uitspansel’: de hemelkoepel. ‘Het uitspansel van Zijn kracht’ is de hemel als teken van Zijn macht. Zie ook Gen. 1:6–8. Voetnoot : Psalm 150 sluit het hele Psalmboek af. Het woord ‘prijs’ (הַלְלוּ, halelu) staat in deze psalm dertien keer, in elk vers. Zie ook: Gen 1:6–8; Ps 29:9; Ps 116:18–19; Ps 134:2; Ps 149:1; Dan 12:3 **150:2** Prijs Hem om Zijn machtige daden; prijs Hem naar de overvloed van Zijn grootheid. Brontekst: הַֽלְל֥וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | בִגְבוּרֹתָ֑יו (bigvurotav) = om Zijn machtige daden | הַֽ֝לְל֗וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | כְּרֹ֣ב (kerov) = naar de overvloed van | גֻּדְלֽוֹ (gudlo) = Zijn grootheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 3:24; Ps 145:3; Ps 145:5–6; Jer 32:17–19; Openb 15:3–4 ### Met welke instrumenten **150:3** Prijs Hem met het geluid van de ramshoorn; prijs Hem met harp en lier. Brontekst: הַֽ֭לְלוּהוּ (halluhu) = prijst Hem | בְּתֵ֣קַע (beteqa) = met het geluid van | שׁוֹפָ֑ר (shofar) = ramshoorn | הַֽ֝לְל֗וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | בְּנֵ֣בֶל (benevel) = met harp | וְכִנּֽוֹר (vekhinor) = en lier Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שׁוֹפָר (shofar), ‘ramshoorn’; נֵבֶל (nevel), ‘harp’; כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’: instrumenten die ook elders in de Psalmen genoemd worden. Zie ook: Ps 33:2; Ps 81:3–4; Ps 92:4; Ps 98:5–6; Ps 149:3 **150:4** Prijs Hem met tamboerijn en dans; prijs Hem met snaren en fluit. Brontekst: הַֽ֭לְלוּהוּ (halluhu) = prijst Hem | בְתֹ֣ף (betof) = met tamboerijn | וּמָח֑וֹל (umachol) = en dans | הַֽ֝לְל֗וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | בְּמִנִּ֥ים (beminim) = met snaren | וְעוּגָֽב (veugav) = en fluit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תֹּף (tof), ‘tamboerijn’; מָחוֹל (machol), ‘dans’: ‘dans’ is de gewone betekenis; sommige lezers denken aan een instrument, maar dat is onzeker. Voetnoot : מִנִּים (minnim), ‘snaren’: snaarinstrumenten; עֻגָב (ugav), ‘fluit’: een blaasinstrument, misschien een pijp of dwarsfluit. Zie ook: Ex 15:20; Ps 92:4; Ps 144:9; Ps 149:3; Jes 38:20 **150:5** Prijs Hem met helder klinkende cimbalen; prijs Hem met luid schallende cimbalen. Brontekst: הַֽלְל֥וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | בְצִלְצְלֵי (betsiltselei) = met cimbalen van | שָׁ֑מַע (shama) = helder geluid | הַֽ֝לְל֗וּהוּ (halluhu) = prijst Hem | בְּֽצִלְצְלֵ֥י (betsiltselei) = met cimbalen van | תְרוּעָֽה (terua) = gejuich Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צֶלְצְלִים (tseltselim), ‘cimbalen’: metalen schijven die tegen elkaar worden geslagen. ‘Cimbalen van gehoor’ (שָׁמַע, shama) zijn waarschijnlijk helder klinkende cimbalen; ‘cimbalen van gejuich’ (תְּרוּעָה, teru’ah) zijn luid schallende cimbalen. Zie ook: 1 Kron 15:16; 1 Kron 15:19; 1 Kron 15:28; 1 Kron 25:1; 1 Kron 25:6 ### Alles wat adem heeft **150:6** Laat alles wat adem heeft Jah prijzen. Halleluja! Brontekst: כֹּ֣ל (kol) = alles | הַ֭נְּשָׁמָה (haneshama) = wat adem heeft | תְּהַלֵּ֥ל (tehalel) = laat prijzen | יָ֗הּ (yah) = Jah | הַֽלְלוּ (hallu) = prijst | יָֽהּ (yah) = Jah Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְשָׁמָה (neshamah), ‘adem’: de levensadem. Alles wat leeft, prijst Jah. Zie ook Gen. 2:7. Zie ook: Gen 2:7; Ps 103:22; Ps 145:10; Ps 145:21; Ps 148:7–11; Openb 5:13