# Filemon (Πρὸς Φιλήμονα, Pros Philemona) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Filemon 1 _Aanhef en dank, een verzoek voor Onesimus, opgenomen als broer, en de groeten_ ### Aanhef **1:1** Paulus, gevangene van Yeshua de Messias, en Timoteüs, de broer, aan Filemon, onze geliefde medewerker, Brontekst: Παῦλος (Paulos) = Paulus | δέσμιος (desmios) = gevangene | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | καὶ (kai) = en | Τιμόθεος (Timotheos) = Timoteüs | ὁ (ho) = de | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | Φιλήμονι (Philemoni) = aan Filemon | τῷ (to) = de | ἀγαπητῷ (agapeto) = geliefde | καὶ (kai) = en | συνεργῷ (synergo) = medewerker | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δέσμιος (desmios), ‘gevangene’: iemand die in boeien zit; zo ook in vers 9. Paulus noemt zich ‘gevangene van Yeshua de Messias’. Over de boeien (δεσμοί, desmoi) spreekt hij ook in de verzen 10 en 13. Timoteüs (Τιμόθεος) is de medewerker uit Hand. 16:1–3 en uit de brieven; hij heet hier ‘de broer’. ἀδελφός (adelfos), ‘broer’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters; hier is Timoteüs een broer in het geloof. Filemon (Φιλήμων) is een gelovige uit de gemeente in zijn huis (vers 2). συνεργός (synergos), ‘medewerker’; ἀγαπητός (agapetos), ‘geliefd’. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:1–3; Fil. 1:1; Kol. 1:1; Kol. 4:7–17. Zie ook: Hand 16:1–3; Fil 1:1; Kol 1:1; Kol 4:7–17; Filem 1:2; Filem 1:9 **1:2** en aan Apfia, de zuster, en aan Archippus, onze medestrijder, en aan de gemeente in jouw huis: Brontekst: καὶ (kai) = en | Ἀπφίᾳ (Apphia) = aan Apfia | τῇ (te) = de | ἀδελφῇ (adelphe) = zuster | καὶ (kai) = en | Ἀρχίππῳ (Archippo) = aan Archippus | τῷ (to) = de | συστρατιώτῃ (systratiote) = medestrijder | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | τῇ (te) = aan de | κατ’ (kat’) = in | οἶκόν (oikon) = huis | σου (sou) = van jou | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Apfia (Ἀπφία) wordt in deze brief genoemd; Archippus (Ἄρχιππος) ook in Kol. 4:17. Het Grieks zegt niet of Apfia de vrouw van Filemon is. συστρατιώτης (systratiotes), ‘medestrijder’: letterlijk ‘medesoldaat’. ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: de gemeente die bij Filemon thuis samenkwam. Zie Kol. 4:15, waar de gemeente in het huis van Nymfa wordt genoemd, en Rom. 16:5. Voetnoot : Zie ook Kol. 4:15; Kol. 4:17; Rom. 16:5. Voetnoot Lezing: Bij ‘zuster’ (ἀδελφῇ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 16:5; Kol 4:15; Kol 4:17 **1:3** genade en vrede voor jullie van Elohim, onze Vader, en van de Heer Yeshua de Messias. Brontekst: χάρις (charis) = genade | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’, en εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: de groet van de brieven van Paulus. De groet staat in het meervoud (‘jullie’); zo ook in vers 22 en 25: de brief richt zich ook tot de anderen uit vers 2. In de verzen 4–21 spreekt Paulus Filemon met ‘je’ aan (enkelvoud). Voetnoot : Zie ook Gal. 1:3; Kol. 1:2. Zie ook: Gal 1:3; Kol 1:2; Filem 1:2; Filem 1:22 ### Dank en gebed **1:4** Ik dank mijn Elohim altijd, terwijl ik je noem in mijn gebeden, Brontekst: Εὐχαριστῶ (Eucharisto) = ik dank | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | μου (mou) = mijn | πάντοτε (pantote) = altijd | μνείαν (mneian) = vermelding | σου (sou) = van jou | ποιούμενος (poioumenos) = makend | ἐπὶ (epi) = bij | τῶν (ton) = de | προσευχῶν (proseuchon) = gebeden | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’. μνείαν ποιέομαι (mneian poieomai), ‘ik noem’: letterlijk ‘ik maak vermelding van’. Paulus dankt ‘mijn Elohim’, zoals in Rom. 1:8; Fil. 1:3. Voetnoot : Zie ook Rom. 1:8–10; Fil. 1:3; Kol. 1:3. Zie ook: Rom 1:8; Fil 1:3; Kol 1:3 **1:5** omdat ik hoor van jouw liefde en het geloof dat je hebt jegens de Heer Yeshua en jegens alle heiligen, Brontekst: ἀκούων (akouon) = horend | σου (sou) = van jou | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | ἣν (hen) = dat | ἔχεις (echeis) = je hebt | πρὸς (pros) = jegens | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = jegens | πάντας (pantas) = alle | τοὺς (tous) = de | ἁγίους (hagious) = heiligen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκούω (akouo), ‘horen’: Paulus heeft over Filemon gehoord; van wie, zegt de tekst niet. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de gelovigen die voor Elohim apart gezet zijn; zo ook in vers 7. In het Grieks staan ‘de liefde en het geloof’ voorop en daarna ‘jegens de Heer Yeshua en jegens alle heiligen’; mogelijk hoort de liefde bij de heiligen en het geloof bij de Heer. Wij vertalen ‘jegens’ voor beide. Voetnoot : Zie ook Kol. 1:4; Ef. 1:15. Voetnoot Lezing: Bij ‘jegens’ (πρός) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ef 1:15; Kol 1:4; Filem 1:7 **1:6** opdat de gemeenschap van jouw geloof werkzaam wordt in volle kennis van al het goede dat in ons is, met het oog op de Messias. Brontekst: ὅπως (hopos) = opdat | ἡ (he) = de | κοινωνία (koinonia) = gemeenschap | τῆς (tes) = van het | πίστεώς (pisteos) = geloof | σου (sou) = van jou | ἐνεργὴς (energes) = werkzaam | γένηται (genetai) = wordt | ἐν (en) = in | ἐπιγνώσει (epignosei) = volle kennis | παντὸς (pantos) = van al het | ἀγαθοῦ (agathou) = goede | τοῦ (tou) = dat | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | εἰς (eis) = met het oog op | Χριστόν (Christon) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: het delen met elkaar; het kan ook ‘deelname’ of ‘bijdrage’ zijn; het Grieks zegt niet in welke zin. ἐνεργής (energes), ‘werkzaam’. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’. εἰς Χριστόν (eis Christon), ‘met het oog op de Messias’: tot Hem, ten behoeve van Hem. Het vers is moeilijk; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert twee varianten: bij ‘dat’ (τοῦ) en bij ‘de Messias’ (Χριστόν). Wij volgen de SBLGNT. **1:7** Want ik heb grote vreugde en vertroosting gehad over jouw liefde, omdat het binnenste van de heiligen door jou is verkwikt, broer. Brontekst: χαρὰν (charan) = vreugde | γὰρ (gar) = want | πολλὴν (pollen) = grote | ἔσχον (eschon) = ik had | καὶ (kai) = en | παράκλησιν (paraklesin) = vertroosting | ἐπὶ (epi) = over | τῇ (te) = de | ἀγάπῃ (agape) = liefde | σου (sou) = van jou | ὅτι (hoti) = omdat | τὰ (ta) = het | σπλάγχνα (splanchna) = binnenste | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | ἀναπέπαυται (anapepautai) = is verkwikt | διὰ (dia) = door | σοῦ (sou) = jou | ἀδελφέ (adelphe) = broer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπλάγχνα (splanchna), ‘binnenste’: letterlijk de ingewanden, de plaats van gevoel en medelijden; ook ‘hart’. ἀναπαύω (anapauo), ‘verkwikken’: rust geven; zo ook in vers 20. παράκλησις (paraklesis), ‘vertroosting’. ἀδελφέ (adelfe), ‘broer’: aanspreking aan Filemon. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 7:13. Voetnoot Lezing: Bij het eerste woord, ‘vreugde’ (χαράν), en bij ‘grote … gehad’ (πολλὴν ἔσχον) markeert de SBLGNT varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 2 Kor 7:13; Filem 1:20 ### Een verzoek voor Onesimus **1:8** Daarom: hoewel ik in de Messias veel vrijmoedigheid heb om je te bevelen wat betamelijk is, Brontekst: Διό (Dio) = daarom | πολλὴν (pollen) = grote | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | παρρησίαν (parresian) = vrijmoedigheid | ἔχων (echon) = hebbend | ἐπιτάσσειν (epitassein) = te bevelen | σοι (soi) = aan jou | τὸ (to) = wat | ἀνῆκον (anekon) = betamelijk is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: het recht om vrij te spreken. ἐπιτάσσω (epitasso), ‘bevelen’: een bevel geven; het gaat om wat Paulus als apostel zou mogen vragen. τὸ ἀνῆκον (to anekon), ‘wat betamelijk is’: wat passend is. **1:9** vraag ik je liever om de liefde. Ik ben zo iemand: Paulus, een oude man en nu ook gevangene van Yeshua de Messias. Brontekst: διὰ (dia) = om | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | μᾶλλον (mallon) = liever | παρακαλῶ (parakalo) = vraag ik | τοιοῦτος (toioutos) = zo iemand | ὢν (on) = zijnde | ὡς (hos) = als | Παῦλος (Paulos) = Paulus | πρεσβύτης (presbytes) = oude man | νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | δέσμιος (desmios) = gevangene | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρεσβύτης (presbytes), ‘oude man’. Het is een ander woord dan πρεσβύτερος (presbyteros), ‘oudere’, in 1 Tim. 5:1. τοιοῦτος ὢν ὡς Παῦλος (toioutos on hos Paulos), ‘zo iemand zijnde als Paulus’: het Grieks is kort; de zin laat open of Paulus zijn persoon, zijn leeftijd of zijn gezag noemt. Wij vertalen letterlijk. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 5:1. Voetnoot Lezing: Bij ‘Yeshua de Messias’ markeert de SBLGNT een variant. Wij vertalen steeds ‘Yeshua de Messias’. Zie ook: 1 Tim 5:1 **1:10** Ik vraag je voor mijn kind, Onesimus, die ik in mijn boeien heb verwekt, Brontekst: παρακαλῶ (parakalo) = vraag ik | σε (se) = jou | περὶ (peri) = over | τοῦ (tou) = het | ἐμοῦ (emou) = mijn | τέκνου (teknou) = kind | ὃν (hon) = die | ἐγέννησα (egennesa) = ik verwekte | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | δεσμοῖς (desmois) = boeien | Ὀνήσιμον (Onesimon) = Onesimus Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Onesimus (Ὀνήσιμος) betekent ‘nuttig’; zie vers 11 en 20. In Kol. 4:9 heet hij ‘de trouwe en geliefde broer, die een van jullie is’. τέκνον (teknon), ‘kind’: Paulus noemt Onesimus zijn kind, zoals hij ook Timoteüs noemt in 1 Tim. 1:2. γεννάω (gennao), ‘verwekken’: Onesimus is Paulus’ ‘kind’; de tekst zegt niet hoe en wanneer Onesimus bij Paulus kwam. δεσμοί (desmoi), ‘boeien’: ook ‘gevangenschap’. Voetnoot : Zie ook Kol. 4:9; 1 Tim. 1:2; 1 Kor. 4:15. Voetnoot Lezing: Bij ‘boeien’ (δεσμοῖς) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kor 4:15; Kol 4:9; Filem 1:11; Filem 1:20; 1 Tim 1:2 **1:11** die vroeger nutteloos voor je was, maar nu nuttig is voor jou en voor mij. Brontekst: τόν (ton) = die | ποτέ (pote) = eens | σοι (soi) = voor jou | ἄχρηστον (achreston) = nutteloos | νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | σοὶ (soi) = voor jou | καὶ (kai) = en | ἐμοὶ (emoi) = voor mij | εὔχρηστον (euchreston) = nuttig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄχρηστος (achrestos), ‘nutteloos’ en εὔχρηστος (euchrestos), ‘nuttig’: Paulus speelt met de naam Onesimus (‘nuttig’). De tekst zegt niet wat Onesimus eerder deed. In 2 Tim. 4:11 vertalen wij εὔχρηστος met ‘bruikbaar’. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 4:11. Voetnoot Lezing: Bij ‘maar’ (δέ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 2 Tim 4:11 **1:12** Hem stuur ik naar je terug, dat is: mijn eigen binnenste. Brontekst: ὃν (hon) = die | ἀνέπεμψά (anepempsa) = ik stuur terug | σοι (soi) = naar jou | αὐτόν (auton) = hem | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | τὰ (ta) = het | ἐμὰ (ema) = mijn | σπλάγχνα (splanchna) = binnenste Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναπέμπω (anapempo), ‘terugsturen’: het woord kan ook ‘opsturen’ betekenen. Het Grieks heeft ‘ik stuur hem terug’ in de verleden tijd, zoals een brief die bij aankomst wordt gelezen; wij schrijven de tegenwoordige tijd. σπλάγχνα (splanchna), ‘binnenste’: zoals in vers 7; ‘mijn eigen binnenste’ is Onesimus zelf. Voetnoot Lezing: Bij de woorden van ‘aan jou’ (σοι) tot ‘binnenste’ (σπλάγχνα) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Filem 1:7 **1:13** Ik wilde hem bij mij houden, opdat hij mij in jouw plaats zou dienen in de boeien van de goede boodschap. Brontekst: ὃν (hon) = die | ἐγὼ (ego) = ik | ἐβουλόμην (eboulomen) = ik wilde | πρὸς (pros) = bij | ἐμαυτὸν (emauton) = mijzelf | κατέχειν (katechein) = houden | ἵνα (hina) = opdat | ὑπὲρ (hyper) = in plaats van | σοῦ (sou) = jou | μοι (moi) = mij | διακονῇ (diakone) = hij dient | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | δεσμοῖς (desmois) = boeien | τοῦ (tou) = van de | εὐαγγελίου (euangeliou) = goede boodschap Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατέχω (katecho), ‘vasthouden, bij zich houden’. ὑπὲρ σοῦ (hyper sou), ‘in jouw plaats’: of ‘namens jou’; Onesimus zou Paulus dienen zoals Filemon zelf zou hebben gedaan. διακονέω (diakoneo), ‘dienen’. τὰ δεσμὰ τοῦ εὐαγγελίου (ta desma tou euangeliou), ‘de boeien van de goede boodschap’: de boeien die Paulus om de goede boodschap draagt. Voetnoot Lezing: Bij ‘mij dient’ (μοι διακονῇ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. **1:14** Maar zonder jouw instemming wilde ik niets doen, opdat jouw goede daad niet als uit dwang zou zijn, maar uit vrije wil. Brontekst: χωρὶς (choris) = zonder | δὲ (de) = maar | τῆς (tes) = de | σῆς (ses) = jouw | γνώμης (gnomes) = instemming | οὐδὲν (ouden) = niets | ἠθέλησα (ethelesa) = wilde ik | ποιῆσαι (poiesai) = doen | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ὡς (hos) = als | κατὰ (kata) = uit | ἀνάγκην (ananken) = dwang | τὸ (to) = het | ἀγαθόν (agathon) = goede | σου (sou) = van jou | ᾖ (e) = is | ἀλλὰ (alla) = maar | κατὰ (kata) = uit | ἑκούσιον (hekousion) = vrije wil Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γνώμη (gnome), ‘instemming’: ook ‘mening, besluit’. ἀνάγκη (anagke), ‘dwang’; ἑκούσιος (hekousios), ‘uit vrije wil’. Paulus wil dat het goede dat Filemon doet niet onder dwang geschiedt. **1:15** Want misschien is hij daarom voor een uur van je gescheiden, opdat je hem voor altijd terug zou hebben, Brontekst: τάχα (tacha) = misschien | γὰρ (gar) = want | διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | ἐχωρίσθη (echoristhe) = werd gescheiden | πρὸς (pros) = voor | ὥραν (horan) = een uur | ἵνα (hina) = opdat | αἰώνιον (aionion) = blijvend | αὐτὸν (auton) = hem | ἀπέχῃς (apeches) = je terug hebt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐχωρίσθη (echoristhe), ‘werd gescheiden’: het Griekse werkwoord staat in de lijdende vorm, zonder te noemen wie of wat hem scheidde. πρὸς ὥραν (pros horan), ‘voor een uur’: voor korte tijd. αἰώνιος (aionios), ‘blijvend’, hier ‘voor altijd’. ἀπέχω (apecho), ‘terugkrijgen, ontvangen’. Wat de verzen 15–16 betekenen voor Onesimus’ status laat de brief open; zie ook vers 16. Zie ook: Filem 1:16 **1:16** niet meer als een knecht, maar meer dan een knecht: een geliefde broer, vooral voor mij, maar hoeveel meer voor jou, zowel in het vlees als in de Heer. Brontekst: οὐκέτι (ouketi) = niet meer | ὡς (hos) = als | δοῦλον (doulon) = knecht | ἀλλὰ (alla) = maar | ὑπὲρ (hyper) = boven | δοῦλον (doulon) = knecht | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | ἀγαπητόν (agapeton) = geliefde | μάλιστα (malista) = vooral | ἐμοί (emoi) = voor mij | πόσῳ (poso) = hoeveel | δὲ (de) = maar | μᾶλλον (mallon) = meer | σοὶ (soi) = voor jou | καὶ (kai) = zowel | ἐν (en) = in | σαρκὶ (sarki) = vlees | καὶ (kai) = als | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’, iemand die eigendom is van een meester. ‘Niet meer als een knecht, maar meer dan een knecht’: het Grieks voegt toe ‘een geliefde broer’. Het vers geeft geen oordeel over slavernij zelf en zegt niet wat Filemon moet doen; Paulus vraagt in vers 17 dat Filemon hem aanneemt. ἐν σαρκί (en sarki), ‘in het vlees’, en ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’: de tekst zegt niet uitdrukkelijk wat elk van beide inhoudt; ‘in het vlees’ kan het gewone leven bedoelen, ‘in de Heer’ de gemeenschap met Yeshua. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 6:1–2; Kol. 3:22–4:1; Gal. 3:28. Zie ook: Gal 3:28; Kol 3:22–4:1; Filem 1:17; 1 Tim 6:1–2 ### Neem hem aan **1:17** Als je mij dus als deelgenoot hebt, neem hem dan aan zoals mij. Brontekst: Εἰ (Ei) = als | οὖν (oun) = dus | με (me) = mij | ἔχεις (echeis) = je hebt | κοινωνόν (koinonon) = deelgenoot | προσλαβοῦ (proslabou) = neem aan | αὐτὸν (auton) = hem | ὡς (hos) = als | ἐμέ (eme) = mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοινωνός (koinonos), ‘deelgenoot’: iemand die samen met een ander deelt of een zaak deelt; verwant met κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’, in vers 6. προσλαμβάνομαι (proslambanomai), ‘aannemen’: zoals iemand in huis opgenomen wordt; hetzelfde werkwoord staat in Rom. 14:1 en 15:7. Voetnoot : Zie ook Rom. 14:1; Rom. 15:7. Zie ook: Rom 14:1; Rom 15:7; Filem 1:6 **1:18** Maar als hij je enig onrecht heeft gedaan of je iets schuldig is, reken dat mij toe. Brontekst: εἰ (ei) = als | δέ (de) = maar | τι (ti) = iets | ἠδίκησέν (edikesen) = hij deed onrecht | σε (se) = jou | ἢ (e) = of | ὀφείλει (opheilei) = schuldig is | τοῦτο (touto) = dit | ἐμοὶ (emoi) = aan mij | ἐλλόγα (elloga) = reken toe Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδικέω (adikeo), ‘onrecht doen’; ὀφείλω (ofeilo), ‘schuldig zijn’. ἐλλογέω (ellogeo), ‘op rekening zetten’: een bedrag in de boeken schrijven. Het Grieks zegt niet wat Onesimus misdaan of verschuldigd was; het ‘onrecht’ en de ‘schuld’ worden alleen als mogelijkheid genoemd. Voetnoot Lezing: Bij ‘reken toe’ (ἐλλόγα) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. **1:19** Ik, Paulus, heb met mijn eigen hand geschreven: ik zal het terugbetalen. Ik hoef je niet te zeggen dat je ook jezelf aan mij verschuldigd bent. Brontekst: ἐγὼ (ego) = ik | Παῦλος (Paulos) = Paulus | ἔγραψα (egrapsa) = schreef | τῇ (te) = met de | ἐμῇ (eme) = mijn | χειρί (cheiri) = hand | ἐγὼ (ego) = ik | ἀποτίσω (apotiso) = zal terugbetalen | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | λέγω (lego) = ik zeg | σοι (soi) = aan jou | ὅτι (hoti) = dat | καὶ (kai) = ook | σεαυτόν (seauton) = jezelf | μοι (moi) = aan mij | προσοφείλεις (prosopheileis) = je verschuldigd bent Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔγραψα τῇ ἐμῇ χειρί (egrapsa te eme cheiri), ‘ik heb met mijn eigen hand geschreven’: Paulus neemt zelf de pen over, zoals hij ook doet in 1 Kor. 16:21, Gal. 6:11 en Kol. 4:18. Het Grieks gebruikt de verleden tijd, zoals een briefschrijver doet. ἀποτίνω (apotino), ‘terugbetalen’. προσοφείλω (prosofeilo), ‘bovendien schuldig zijn’: het zegt dat Filemon zichzelf aan Paulus te danken heeft; hoe, zegt de tekst niet. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 16:21; Gal. 6:11; Kol. 4:18. Zie ook: Gal 6:11; 1 Kor 16:21; Kol 4:18 **1:20** Ja, broer, laat mij voordeel van je hebben in de Heer. Verkwik mijn binnenste in de Messias. Brontekst: ναί (nai) = ja | ἀδελφέ (adelphe) = broer | ἐγώ (ego) = ik | σου (sou) = van jou | ὀναίμην (onaimen) = moge voordeel hebben | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ἀνάπαυσόν (anapauson) = verkwik | μου (mou) = mijn | τὰ (ta) = het | σπλάγχνα (splanchna) = binnenste | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀναίμην (onaimen), ‘moge ik voordeel hebben’: een wens in de wensende wijs, met een woordspeling op Onesimus (‘nuttig’); zie vers 10–11. ἀναπαύω (anapauo), ‘verkwikken’: zoals in vers 7. Dit vers sluit aan bij vers 7 (‘het binnenste van de heiligen is door jou verkwikt’). Voetnoot Lezing: Bij ‘in de Messias’ (ἐν Χριστῷ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Filem 1:7; Filem 1:10–11 ### Vertrouwen en groeten **1:21** Overtuigd van je gehoorzaamheid heb ik je geschreven, want ik weet dat je zelfs meer zult doen dan ik zeg. Brontekst: πεποιθὼς (pepoithos) = overtuigd | τῇ (te) = van de | ὑπακοῇ (hypakoe) = gehoorzaamheid | σου (sou) = van jou | ἔγραψά (egrapsa) = schreef ik | σοι (soi) = aan jou | εἰδὼς (eidos) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | καὶ (kai) = ook | ὑπὲρ (hyper) = boven | ἃ (ha) = wat | λέγω (lego) = ik zeg | ποιήσεις (poieseis) = je zult doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπακοή (hypakoe), ‘gehoorzaamheid’. πεποιθώς (pepoithos), ‘overtuigd’: er zeker van. ‘Meer dan ik zeg’ (ὑπὲρ ἃ λέγω): Paulus noemt niet wat hij verwacht; het Grieks laat open waaraan hij denkt. Voetnoot Lezing: Bij ‘wat’ (ἃ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. **1:22** Maak tegelijk ook een verblijf voor mij gereed, want ik hoop dat ik door jullie gebeden aan jullie geschonken zal worden. Brontekst: ἅμα (hama) = tegelijk | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | ἑτοίμαζέ (hetoimaze) = maak gereed | μοι (moi) = voor mij | ξενίαν (xenian) = verblijf | ἐλπίζω (elpizo) = ik hoop | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | διὰ (dia) = door | τῶν (ton) = de | προσευχῶν (proseuchon) = gebeden | ὑμῶν (hymon) = van jullie | χαρισθήσομαι (charisthesomai) = ik geschonken zal worden | ὑμῖν (hymin) = aan jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ξενία (xenia), ‘verblijf’: een gastenkamer, onderdak. χαρίζομαι (charizomai), ‘schenken’: in de lijdende vorm ‘geschonken worden’; Paulus hoopt door hun gebeden aan hen geschonken te worden; de tekst noemt de weg niet. De woorden ‘jullie’ en ‘jullie gebeden’ staan weer in het meervoud (zie vers 3). Voetnoot : Zie ook Fil. 2:24. Zie ook: Fil 2:24; Filem 1:3 **1:23** Epafras, mijn medegevangene in Yeshua de Messias, groet je, Brontekst: Ἀσπάζεταί (Aspazetai) = groet | σε (se) = je | Ἐπαφρᾶς (Epaphras) = Epafras | ὁ (ho) = de | συναιχμάλωτός (synaichmalotos) = medegevangene | μου (mou) = mijn | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Epafras (Ἐπαφρᾶς) is de man uit Kol. 1:7 en 4:12, niet Epafroditus uit Fil. 2:25. συναιχμάλωτος (synaichmalotos), ‘medegevangene’: letterlijk ‘medekrijgsgevangene’. In Kol. 4:10 heet Aristarchus ‘mijn medegevangene’. Voetnoot : Zie ook Kol. 1:7; Kol. 4:12; Kol. 4:10; Fil. 2:25. Voetnoot Lezing: Bij ‘groet je’ (Ἀσπάζεταί) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Fil 2:25; Kol 1:7; Kol 4:10; Kol 4:12 **1:24** evenals Markus, Aristarchus, Demas en Lucas, mijn medewerkers. Brontekst: Μᾶρκος (Markos) = Markus | Ἀρίσταρχος (Aristarchos) = Aristarchus | Δημᾶς (Demas) = Demas | Λουκᾶς (Loukas) = Lucas | οἱ (hoi) = de | συνεργοί (synergoi) = medewerkers | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Markus (Μᾶρκος), Aristarchus (Ἀρίσταρχος), Demas (Δημᾶς) en Lucas (Λουκᾶς) staan ook in Kol. 4:10–14. Hand. 12:12 noemt ‘Johannes die Markus genoemd wordt’; of dat dezelfde Markus is, zegt deze brief niet. Aristarchus komt uit Tessalonica (Hand. 20:4; 27:2). Demas wordt ook in 2 Tim. 4:10 genoemd. Lucas heet in Kol. 4:14 ‘de geliefde arts’. συνεργός (synergos), ‘medewerker’: zoals in vers 1. Voetnoot : Zie ook Kol. 4:10; Kol. 4:14; Hand. 12:12; Hand. 20:4; Hand. 27:2; 2 Tim. 4:10. Zie ook: Hand 12:12; Hand 20:4; Hand 27:2; Kol 4:10–14; Kol 4:14; Filem 1:1; 2 Tim 4:10 **1:25** De genade van de Heer Yeshua de Messias zij met jullie geest. Brontekst: Ἡ (He) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = de | πνεύματος (pneumatos) = geest | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De slotgroet gebruikt het meervoud ‘jullie’: de genade is voor de hele gemeente, zoals in de aanhef. πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier de menselijke geest van de lezers, daarom met een kleine letter; vergelijk Gal. 6:18. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:18; Fil. 4:23. Voetnoot Lezing: Bij ‘Heer’ (κυρίου) en bij ‘jullie’ (ὑμῶν) markeert de SBLGNT varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gal 6:18; Fil 4:23