# Judas (Ἰούδα, Iouda) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Judas 1 _Strijden voor het geloof; waarschuwing tegen de indringers_ ### Aanhef **1:1** Judas, knecht van Yeshua de Messias en broer van Jakobus, aan de geroepenen, die geliefd zijn in Elohim de Vader en bewaard zijn voor Yeshua de Messias: Brontekst: Ἰούδας (Ioudas) = Judas | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | δοῦλος (doulos) = knecht | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | δὲ (de) = en | Ἰακώβου (Iakobou) = van Jakobus | τοῖς (tois) = aan de | ἐν (en) = in | θεῷ (theo) = Elohim | πατρὶ (patri) = de Vader | ἠγαπημένοις (egapemenois) = geliefden | καὶ (kai) = en | Ἰησοῦ (Iesou) = voor Yeshua | Χριστῷ (Christo) = de Messias | τετηρημένοις (teteremenois) = bewaarden | κλητοῖς (kletois) = geroepenen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰούδας (Ioudas), ‘Judas’: dezelfde naam als Juda, de zoon van Jakob. Dit is niet Judas Iskariot; vergelijk Joh. 14:22, ‘Judas, niet de Iskariot’. De brief noemt de schrijver ‘broer van Jakobus’; welke Jakobus, zegt de tekst niet. In Matt. 13:55 en Mark. 6:3 staan Jakobus en Judas onder de broers van Yeshua. δοῦλος (doulos), ‘knecht’; κλητοί (kletoi), ‘geroepenen’. Voetnoot : τετηρημένοις (teteremenois), ‘bewaarden’: bewaard of bewaakt, hetzelfde werkwoord τηρέω (tereo) als in 1 Joh. 2:3 ‘onderhouden’; in vers 6, 13 en 21 ‘bewaren’. De datief Ἰησοῦ Χριστῷ kan ‘door’ of ‘voor’ Yeshua de Messias betekenen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘geliefd’ (ἠγαπημένοις); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 14:22; Matt. 13:55; Mark. 6:3. Zie ook: Mat 13:55; Mar 6:3; Joh 14:22; Jud 1:6; Jud 1:13; Jud 1:21; 1 Joh 2:3 **1:2** Moge barmhartigheid, vrede en liefde bij jullie toenemen. Brontekst: ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | ὑμῖν (hymin) = bij jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | καὶ (kai) = en | ἀγάπη (agape) = liefde | πληθυνθείη (plethyntheie) = moge toenemen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πληθυνθείη (plethyntheie), ‘moge toenemen’ (letterlijk ‘moge vermenigvuldigd worden’): een wens, zoals in 1 Petr. 1:2 en 2 Petr. 1:2. ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’. Voetnoot : Zie ook 1 Petr. 1:2; 2 Petr. 1:2. Zie ook: 1 Petr 1:2; 2 Petr 1:2 ### Strijden voor het geloof **1:3** Geliefden, ik deed er alle moeite voor om jullie te schrijven over onze gemeenschappelijke redding. Toch moest ik jullie schrijven om jullie aan te sporen te strijden voor het geloof dat eens voor altijd aan de heiligen is overgeleverd. Brontekst: Ἀγαπητοί (Agapetoi) = geliefden | πᾶσαν (pasan) = alle | σπουδὴν (spouden) = moeite | ποιούμενος (poioumenos) = doende | γράφειν (graphein) = te schrijven | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | περὶ (peri) = over | τῆς (tes) = de | κοινῆς (koines) = gemeenschappelijke | ἡμῶν (hemon) = onze | σωτηρίας (soterias) = redding | ἀνάγκην (ananken) = noodzaak | ἔσχον (eschon) = ik had | γράψαι (grapsai) = te schrijven | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | παρακαλῶν (parakalon) = aansporend | ἐπαγωνίζεσθαι (epagonizesthai) = te strijden | τῇ (te) = voor het | ἅπαξ (hapax) = eens voor altijd | παραδοθείσῃ (paradotheise) = overgeleverde | τοῖς (tois) = aan de | ἁγίοις (hagiois) = heiligen | πίστει (pistei) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σωτηρία (soteria), ‘redding’. κοινῆς σωτηρίας (koines soterias), ‘gemeenschappelijke redding’: de redding die allen delen. ἐπαγωνίζομαι (epagonizomai), ‘strijden’: zoals een atleet in een wedstrijd. ἅπαξ (hapax), ‘eens voor altijd’: eenmalig. ἀνάγκην ἔσχον (anagken eschon), ‘ik moest’: letterlijk ‘ik had noodzaak’. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de gelovigen. De brief verandert van onderwerp: de schrijver wilde over de redding schrijven, maar de situatie dwingt tot een waarschuwing. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘onze’ (ἡμῶν); wij volgen de SBLGNT. **1:4** Want er zijn enkele mensen heimelijk binnengeslopen, die al lang tevoren voor dit oordeel zijn opgetekend. Het zijn goddelozen die de genade van onze Elohim veranderen in losbandigheid en onze enige Heerser en Heer, Yeshua de Messias, verloochenen. Brontekst: παρεισέδυσαν (pareisedysan) = zijn binnengeslopen | γάρ (gar) = want | τινες (tines) = sommige | ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen | οἱ (hoi) = die | πάλαι (palai) = al lang | προγεγραμμένοι (progegrammenoi) = tevoren opgetekend | εἰς (eis) = voor | τοῦτο (touto) = dit | τὸ (to) = het | κρίμα (krima) = oordeel | ἀσεβεῖς (asebeis) = goddelozen | τὴν (ten) = de | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | χάριτα (charita) = genade | μετατιθέντες (metatithentes) = veranderend | εἰς (eis) = in | ἀσέλγειαν (aselgeian) = losbandigheid | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | μόνον (monon) = enige | δεσπότην (despoten) = Heerser | καὶ (kai) = en | κύριον (kyrion) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | Χριστὸν (Christon) = de Messias | ἀρνούμενοι (arnoumenoi) = verloochenend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρεισδύνω (pareisdyno), ‘heimelijk binnensluipen’. προγράφω (prographo), ‘tevoren opgetekend’: eerder opgeschreven, in de Schrift of in een boek van het oordeel; de tekst zegt niet waar. ἀσεβής (asebes), ‘goddeloos’: wij vertalen zo ook in 2 Petr. 2. ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’. δεσπότης (despotes), ‘Heerser’: iemand met volledig gezag, anders dan κύριος (kyrios), ‘Heer’. Wij houden ‘Heerser’ zoals in 2 Petr. 2:1; ook in Luc. 2:29 en Hand. 4:24 staat dit woord, daar voor Elohim. Het Grieks heeft één lidwoord voor ‘Heerser en Heer’; de zin kan daarom één persoon bedoelen, Yeshua de Messias. ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’: zoals in 2 Petr. 2:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘Heerser’ (δεσπότην); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Petr. 2:1–3. Zie ook: Luc 2:29; Hand 4:24; 2 Petr 2:1 ### Voorbeelden van oordeel **1:5** Ik wil jullie eraan herinneren, hoewel jullie alles eens voor altijd weten: Yeshua heeft een volk uit het land Egypte gered. Daarna heeft Hij degenen vernietigd die niet geloofden. Brontekst: Ὑπομνῆσαι (Hypomnesai) = herinneren | δὲ (de) = echter | ὑμᾶς (hymas) = jullie | βούλομαι (boulomai) = ik wil | εἰδότας (eidotas) = wetend | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἅπαξ (hapax) = eens voor altijd | πάντα (panta) = alles | ὅτι (hoti) = dat | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | λαὸν (laon) = volk | ἐκ (ek) = uit | γῆς (ges) = land | Αἰγύπτου (Aigyptou) = van Egypte | σώσας (sosas) = gered hebbend | τὸ (to) = het | δεύτερον (deuteron) = tweede | τοὺς (tous) = hen | μὴ (me) = niet | πιστεύσαντας (pisteusantas) = die geloofden | ἀπώλεσεν (apolesen) = heeft vernietigd Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: Ἰησοῦς (Iesous), ‘Yeshua’: dezelfde naam als Jozua (Hebr. Yehoshua). De SBLGNT schrijft hier Ἰησοῦς en markeert een variant. De tekst zegt niet of Jozua of Yeshua de Messias bedoeld wordt; wij vertalen de naam zoals de SBLGNT hem geeft. Het ‘daarna’ (τὸ δεύτερον, to deuteron) is letterlijk ‘het tweede’ of ‘de tweede maal’. Het verhaal van wie niet geloofde, staat in Num. 14:26–35. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ‘jullie eens voor altijd’, bij het woord ‘alles’ en bij het woord ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Exod. 14:30; Num. 14:29. Zie ook: Ex 14:30; Num 14:26–35; Num 14:29 **1:6** En engelen die hun eigen heerschappij niet bewaard hebben, maar hun eigen woning verlaten hebben, heeft Hij in eeuwige boeien onder diepe duisternis bewaard voor het oordeel van de grote dag. Brontekst: ἀγγέλους (angelous) = engelen | τε (te) = en | τοὺς (tous) = die | μὴ (me) = niet | τηρήσαντας (teresantas) = bewaard hebben | τὴν (ten) = de | ἑαυτῶν (heauton) = eigen | ἀρχὴν (archen) = heerschappij | ἀλλὰ (alla) = maar | ἀπολιπόντας (apolipontas) = verlaten hebbend | τὸ (to) = de | ἴδιον (idion) = eigen | οἰκητήριον (oiketerion) = woning | εἰς (eis) = voor | κρίσιν (krisin) = oordeel | μεγάλης (megales) = van de grote | ἡμέρας (hemeras) = dag | δεσμοῖς (desmois) = in boeien | ἀϊδίοις (aidiois) = eeuwige | ὑπὸ (hypo) = onder | ζόφον (zophon) = diepe duisternis | τετήρηκεν (tetereken) = Hij heeft bewaard Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρχή (arche), ‘heerschappij’: wij houden de weergave van Ef. 1:21; het woord kan ook ‘begin’ of ‘oorspronkelijke staat’ betekenen. οἰκητήριον (oiketerion), ‘woning’. δεσμοῖς ἀϊδίοις (desmois aidiois), ‘in eeuwige boeien’: ἀΐδιος is een ander woord dan αἰώνιος (aionios), ‘eeuwig’ in vers 7. ζόφος (zofos), ‘diepe duisternis’: zoals in 2 Petr. 2:4. De brief zegt niet om welk verhaal het gaat; vergelijk 2 Petr. 2:4. Gen. 6:1–4 en Henoch 10:4–6 vertellen over hemelse wezens en hun straf; de brief zegt niet dat hij daarnaar verwijst. Wij kiezen geen uitleg. Voetnoot : Zie ook 2 Petr. 2:4; Gen. 6:1–4; Henoch 10:4–6. Zie ook: Gen 6:1–4; Hen 10:4–6; Ef 1:21; 2 Petr 2:4; Jud 1:7 **1:7** Zoals Sodom en Gomorra en de steden rondom hen, die op dezelfde manier als dezen ontucht hebben bedreven en achter ander vlees aan zijn gegaan, als voorbeeld voorliggen, terwijl zij de straf van eeuwig vuur ondergaan. Brontekst: ὡς (hos) = zoals | Σόδομα (Sodoma) = Sodom | καὶ (kai) = en | Γόμορρα (Gomorra) = Gomorra | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | περὶ (peri) = rondom | αὐτὰς (autas) = hen | πόλεις (poleis) = steden | τὸν (ton) = op de | ὅμοιον (homoion) = gelijke | τρόπον (tropon) = manier | τούτοις (toutois) = als dezen | ἐκπορνεύσασαι (ekporneusasai) = ontucht gepleegd hebbend | καὶ (kai) = en | ἀπελθοῦσαι (apelthousai) = weggegaan | ὀπίσω (opiso) = achter | σαρκὸς (sarkos) = vlees | ἑτέρας (heteras) = ander | πρόκεινται (prokeintai) = liggen voor | δεῖγμα (deigma) = als voorbeeld | πυρὸς (pyros) = van vuur | αἰωνίου (aioniou) = eeuwig | δίκην (diken) = straf | ὑπέχουσαι (hypechousai) = ondergaand Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht. Voetnoot Uitleg: Σόδομα καὶ Γόμορρα (Sodoma kai Gomorra), ‘Sodom en Gomorra’: het verhaal staat in Gen. 18–19. ἐκπορνεύω (ekporneuo), ‘ontucht bedrijven’. ὀπίσω σαρκὸς ἑτέρας (opiso sarkos heteras), ‘achter ander vlees aan’: ander vlees dan hun eigen soort; het Grieks laat de precieze zin open. δεῖγμα (deigma), ‘voorbeeld’: wat men ter waarschuwing toont. ὡς (hos), ‘zoals’: de zin sluit aan op de voorbeelden van de verzen 5 en 6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘op de gelijke manier als dezen’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Gen. 19:24–25; 2 Petr. 2:6. Zie ook: Gen 19:24–25; 2 Petr 2:6 ### Hun werk en hun einde **1:8** Toch bezoedelen ook dezen evenzo in hun dromen het vlees, verwerpen zij de oppermacht en lasteren zij de heerlijkheden. Brontekst: Ὁμοίως (Homoios) = evenzo | μέντοι (mentoi) = toch | καὶ (kai) = ook | οὗτοι (houtoi) = dezen | ἐνυπνιαζόμενοι (enypniazomenoi) = dromend | σάρκα (sarka) = vlees | μὲν (men) = wel | μιαίνουσιν (miainousin) = bezoedelen zij | κυριότητα (kyrioteta) = oppermacht | δὲ (de) = maar | ἀθετοῦσιν (athetousin) = verwerpen zij | δόξας (doxas) = heerlijkheden | δὲ (de) = en | βλασφημοῦσιν (blasphemousin) = lasteren zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνυπνιάζομαι (enypniazomai), ‘dromen’: de tekst zegt niet of het om visioenen gaat of om een waan. σάρξ (sarx), ‘vlees’. κυριότης (kyriotes), ‘oppermacht’: zoals in Ef. 1:21 en 2 Petr. 2:10. δόξαι (doxai), ‘heerlijkheden’: het Grieks zegt niet wie bedoeld wordt, hemelse wezens of eerbiedwaardige machten; zie 2 Petr. 2:10. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’. Voetnoot : Zie ook 2 Petr. 2:10. Zie ook: Ef 1:21; 2 Petr 2:10 **1:9** Maar toen de aartsengel Michaël een geschil had met de duivel en over het lichaam van Mozes redetwistte, durfde hij geen lasterend oordeel uit te spreken. Hij zei echter: „Moge Yahweh je bestraffen.” Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | Μιχαὴλ (Michael) = Michaël | ὁ (ho) = de | ἀρχάγγελος (archangelos) = aartsengel | ὅτε (hote) = toen | τῷ (to) = met de | διαβόλῳ (diabolo) = duivel | διακρινόμενος (diakrinomenos) = een geschil hebbend | διελέγετο (dielegeto) = redetwistte hij | περὶ (peri) = over | τοῦ (tou) = het | Μωϋσέως (Moyseos) = van Mozes | σώματος (somatos) = lichaam | οὐκ (ouk) = niet | ἐτόλμησεν (etolmesen) = durfde | κρίσιν (krisin) = een oordeel | ἐπενεγκεῖν (epenenkein) = uit te spreken | βλασφημίας (blasphemias) = lasterend | ἀλλὰ (alla) = maar | εἶπεν (eipen) = zei | Ἐπιτιμήσαι (Epitimesai) = moge bestraffen | σοι (soi) = je | κύριος (kyrios) = Yahweh Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Μιχαήλ (Michael), ‘Michaël’: zie Dan. 10:13 en Dan. 12:1. ἀρχάγγελος (archangelos), ‘aartsengel’. Het verhaal over een geschil om het lichaam van Mozes staat niet in onze tekst; Deut. 34:5–6 vertelt alleen van Mozes’ dood en begrafenis. De brief zegt niet waar het verhaal vandaan komt. διακρίνομαι (diakrinomai), ‘een geschil hebben’: elders ‘twijfelen’ (Jak. 1:6) of ‘onderscheid maken’ (Jak. 2:4). βλασφημία (blasfemia), ‘lastering’. ‘Moge Yahweh je bestraffen’ (ἐπιτιμήσαι σοι κύριος) is de uitdrukking van Zach. 3:2, waar Yahweh tot de satan spreekt. Daarom schrijven wij ‘Yahweh’ voor κύριος. ἐπιτιμάω (epitimao), ‘bestraffen’. Voetnoot : Zie ook Zach. 3:2; Deut. 34:5–6; Dan. 10:13. Zie ook: Deut 34:5–6; Dan 10:13; Dan 12:1; Zach 3:2; Jak 1:6; Jak 2:4 **1:10** Maar dezen lasteren alles wat zij niet kennen. En alles wat zij van nature begrijpen, zoals de redeloze dieren, daarin vergaan zij. Brontekst: οὗτοι (houtoi) = dezen | δὲ (de) = maar | ὅσα (hosa) = alles wat | μὲν (men) = wel | οὐκ (ouk) = niet | οἴδασιν (oidasin) = zij kennen | βλασφημοῦσιν (blasphemousin) = lasteren zij | ὅσα (hosa) = alles wat | δὲ (de) = maar | φυσικῶς (physikos) = van nature | ὡς (hos) = zoals | τὰ (ta) = de | ἄλογα (aloga) = redeloze | ζῷα (zoa) = dieren | ἐπίστανται (epistantai) = zij begrijpen | ἐν (en) = in | τούτοις (toutois) = deze dingen | φθείρονται (phtheirontai) = vergaan zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅσα … οὐκ οἴδασιν (hosa … ouk oidasin), ‘alles wat zij niet kennen’: zij lasteren wat boven hun verstand gaat. φυσικῶς (fysikos), ‘van nature’: door instinct. ἄλογα ζῷα (aloga zoa), ‘redeloze dieren’: zonder verstand, zoals in 2 Petr. 2:12. φθείρομαι (ftheiromai), ‘vergaan’: zoals in 2 Petr. 2:12. Voetnoot : Zie ook 2 Petr. 2:12. Zie ook: 2 Petr 2:12 **1:11** Wee hen, want zij zijn de weg van Kaïn gegaan. Zij hebben zich om loon overgegeven aan de dwaling van Bileam, en zij zijn omgekomen in de tegenspraak van Korach. Brontekst: οὐαὶ (ouai) = wee | αὐτοῖς (autois) = hen | ὅτι (hoti) = omdat | τῇ (te) = op de | ὁδῷ (hodo) = weg | τοῦ (tou) = van | Κάϊν (Kain) = Kaïn | ἐπορεύθησαν (eporeuthesan) = zijn zij gegaan | καὶ (kai) = en | τῇ (te) = in de | πλάνῃ (plane) = dwaling | τοῦ (tou) = van | Βαλαὰμ (Balaam) = Bileam | μισθοῦ (misthou) = om loon | ἐξεχύθησαν (exechythesan) = hebben zij zich overgegeven | καὶ (kai) = en | τῇ (te) = in de | ἀντιλογίᾳ (antilogia) = tegenspraak | τοῦ (tou) = van | Κόρε (Kore) = Korach | ἀπώλοντο (apolonto) = zijn zij omgekomen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Kaïn: zie Gen. 4:1–16. Bileam (Βαλαάμ, Balaam): zie Num. 22–24; in Num. 31:16 wordt hij in verband gebracht met de verleiding van Israël. 2 Petr. 2:15 noemt Bileam ook. ἐκχέω (ekcheo), ‘uitstorten’: hier ‘zich overgeven aan’, letterlijk ‘uitgestort worden’. Korach (Κόρε, Kore): zie Num. 16; de opstand van Korach tegen Mozes en Aäron. ἀντιλογία (antilogia), ‘tegenspraak’. Voetnoot : Zie ook Gen. 4:1–16; Num. 22:1–24:25; Num. 16:1–35; 2 Petr. 2:15. Zie ook: Gen 4:1–16; Num 16:1–35; Num 22:1–24:25; Num 31:16; 2 Petr 2:15 **1:12** Dezen zijn de klippen bij jullie liefdemaaltijden, terwijl zij zonder vrees meefeesten en zichzelf weiden: wolken zonder water, door winden voortgedreven; herfstbomen zonder vrucht, tweemaal gestorven, ontworteld; Brontekst: οὗτοί (houtoi) = dezen | εἰσιν (eisin) = zijn | οἱ (hoi) = de | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἀγάπαις (agapais) = liefdemaaltijden | ὑμῶν (hymon) = jullie | σπιλάδες (spilades) = klippen | συνευωχούμενοι (syneuochoumenoi) = meefeestend | ἀφόβως (aphobos) = zonder vrees | ἑαυτοὺς (heautous) = zichzelf | ποιμαίνοντες (poimainontes) = weidend | νεφέλαι (nephelai) = wolken | ἄνυδροι (anydroi) = zonder water | ὑπὸ (hypo) = door | ἀνέμων (anemon) = winden | παραφερόμεναι (parapheromenai) = voortgedreven | δένδρα (dendra) = bomen | φθινοπωρινὰ (phthinoporina) = van de herfst | ἄκαρπα (akarpa) = zonder vrucht | δὶς (dis) = tweemaal | ἀποθανόντα (apothanonta) = gestorven | ἐκριζωθέντα (ekrizothenta) = ontworteld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγάπαι (agapai), ‘liefdemaaltijden’: het meervoud van ‘liefde’; waarschijnlijk de gezamenlijke maaltijden van de gemeente; vergelijk 1 Kor. 11:20–22. 2 Petr. 2:13 heeft op dezelfde plaats ἀπάται (apatai), ‘verleidingen’. σπιλάδες (spilades): wij lezen ‘klippen’, rotsen in zee; het kan ook ‘vlekken’ betekenen (vergelijk σπίλοι, spiloi, in 2 Petr. 2:13). Wij kiezen ‘klippen’. συνευωχέομαι (syneuocheomai), ‘meefeesten’, zoals in 2 Petr. 2:13. ποιμαίνω (poimaino), ‘weiden’: als herder zorgen; hier alleen voor zichzelf. ἄνυδροι (anydroi), ‘zonder water’: zoals in 2 Petr. 2:17. φθινοπωρινά (ftinoporina), ‘van de herfst’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het lidwoord ‘de’ (οἱ) voor ‘bij jullie liefdemaaltijden’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 11:20–22; 2 Petr. 2:13; 2 Petr. 2:17. Zie ook: 1 Kor 11:20–22; 2 Petr 2:13; 2 Petr 2:17 **1:13** wilde golven van de zee die hun eigen schande opschuimen; dwalende sterren, voor wie de diepe duisternis van de duisternis voor eeuwig bewaard is. Brontekst: κύματα (kymata) = golven | ἄγρια (agria) = wilde | θαλάσσης (thalasses) = van de zee | ἐπαφρίζοντα (epaphrizonta) = opschuimend | τὰς (tas) = de | ἑαυτῶν (heauton) = eigen | αἰσχύνας (aischynas) = schanden | ἀστέρες (asteres) = sterren | πλανῆται (planetai) = dwalende | οἷς (hois) = voor wie | ὁ (ho) = de | ζόφος (zophos) = diepe duisternis | τοῦ (tou) = van de | σκότους (skotous) = duisternis | εἰς (eis) = voor | αἰῶνα (aiona) = eeuwig | τετήρηται (teteretai) = is bewaard Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπαφρίζω (epafrizo), ‘opschuimen’: schuim als schande werpen. ἀστέρες πλανῆται (asteres planetai), ‘dwalende sterren’: sterren zonder vaste baan. ζόφος τοῦ σκότους (zofos tou skotous), ‘de diepe duisternis van de duisternis’: zoals in 2 Petr. 2:17. τετήρηται (teteretai), ‘is bewaard’: zie vers 1. Voetnoot : Zie ook 2 Petr. 2:17. Zie ook: 2 Petr 2:17; Jud 1:1 ### Henoch heeft het voorzegd **1:14** Ook over dezen heeft Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd: „Zie, Yahweh is gekomen met Zijn heilige tienduizendtallen, Brontekst: Προεφήτευσεν (Proepheteusen) = heeft geprofeteerd | δὲ (de) = en | καὶ (kai) = ook | τούτοις (toutois) = over dezen | ἕβδομος (hebdomos) = de zevende | ἀπὸ (apo) = vanaf | Ἀδὰμ (Adam) = Adam | Ἑνὼχ (Henoch) = Henoch | λέγων (legon) = zeggend | Ἰδοὺ (Idou) = zie | ἦλθεν (elthen) = is gekomen | κύριος (kyrios) = Yahweh | ἐν (en) = met | ἁγίαις (hagiais) = heilige | μυριάσιν (myriasin) = tienduizendtallen | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Henoch (Ἑνώχ, Henoch): zie Gen. 5:18–24. ‘De zevende vanaf Adam’: In Gen. 5 is Henoch de zevende in de rij vanaf Adam. Het citaat in de verzen 14–15 komt overeen met Henoch 1:9; de brief citeert dit woord van Henoch. ἦλθεν κύριος (elthen kyrios), ‘Yahweh is gekomen’: het Grieks heeft de verleden tijd; dat kan een profetische verleden tijd zijn, voor iets dat zo zeker is alsof het al gebeurd is. Wij schrijven ‘Yahweh’ voor κύριος: het citaat gaat over de komst van Elohim voor het oordeel; vergelijk Zach. 14:5. μυριάς (myrias), ‘tienduizendtal’: een heel groot aantal. Voetnoot : Zie ook Henoch 1:9; Gen. 5:18–24. Zie ook: Gen 5:18–24; Hen 1:9; Zach 14:5 **1:15** om het oordeel uit te voeren over allen en alle goddelozen te overtuigen van al hun werken van goddeloosheid, waarmee zij goddeloos gehandeld hebben, en van alle harde woorden die goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.” Brontekst: ποιῆσαι (poiesai) = uit te voeren | κρίσιν (krisin) = oordeel | κατὰ (kata) = over | πάντων (panton) = allen | καὶ (kai) = en | ἐλέγξαι (elenxai) = te overtuigen | πάντας (pantas) = alle | τοὺς (tous) = de | ἀσεβεῖς (asebeis) = goddelozen | περὶ (peri) = van | πάντων (panton) = al | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | ἀσεβείας (asebeias) = van goddeloosheid | αὐτῶν (auton) = hun | ὧν (hon) = waarmee | ἠσέβησαν (esebesan) = zij goddeloos gehandeld hebben | καὶ (kai) = en | περὶ (peri) = van | πάντων (panton) = al | τῶν (ton) = de | σκληρῶν (skleron) = harde woorden | ὧν (hon) = die | ἐλάλησαν (elalesan) = zij gesproken hebben | κατ’ (kat’) = tegen | αὐτοῦ (autou) = Hem | ἁμαρτωλοὶ (hamartoloi) = zondaars | ἀσεβεῖς (asebeis) = goddeloze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλέγχω (elencho), ‘overtuigen’: iemand van schuld overtuigen, zoals in Jak. 2:9. ἀσεβής (asebes), ‘goddeloos’, en ἀσέβεια (asebeia), ‘goddeloosheid’: het woord komt met verwante vormen vier keer in dit vers voor, ook in ‘zondaars, goddelozen’ aan het slot. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘alle goddelozen’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Henoch 1:9. Zie ook: Hen 1:9; Jak 2:9 **1:16** Dezen zijn mopperaars die over hun lot klagen en hun begeerten volgen. Hun mond spreekt opgeblazen woorden, en zij bewonderen mensen om er voordeel van te hebben. Brontekst: οὗτοί (houtoi) = dezen | εἰσιν (eisin) = zijn | γογγυσταί (gongystai) = mopperaars | μεμψίμοιροι (mempsimoiroi) = die klagen over hun lot | κατὰ (kata) = naar | τὰς (tas) = de | ἐπιθυμίας (epithymias) = begeerten | αὐτῶν (auton) = hun | πορευόμενοι (poreuomenoi) = gaand | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | στόμα (stoma) = mond | αὐτῶν (auton) = hun | λαλεῖ (lalei) = spreekt | ὑπέρογκα (hyperonka) = opgeblazen woorden | θαυμάζοντες (thaumazontes) = bewonderend | πρόσωπα (prosopa) = gezichten | ὠφελείας (opheleias) = van voordeel | χάριν (charin) = omwille van Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γογγυστής (gongystes), ‘mopperaar’: iemand die zachtjes klaagt, zoals het volk in de woestijn (vergelijk Num. 14:27). μεμψίμοιρος (mempsimoiros), ‘die over zijn lot klaagt’: iemand die steeds over zijn lot of zijn deel klaagt. ὑπέρογκα (hyperonka), ‘opgeblazen woorden’: zoals in 2 Petr. 2:18. θαυμάζοντες πρόσωπα (thaumazontes prosopa), ‘gezichten bewonderen’: mensen vleien om iets te krijgen; vergelijk ‘aanzien van personen’ in Jak. 2:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘hun’ (αὐτῶν); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Petr. 2:18; Jak. 2:1. Zie ook: Num 14:27; Jak 2:1; 2 Petr 2:18 ### Hou vol in de liefde **1:17** Maar jullie, geliefden, denk terug aan de woorden die tevoren gesproken zijn door de apostelen van onze Heer Yeshua de Messias, Brontekst: Ὑμεῖς (Hymeis) = jullie | δέ (de) = echter | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | μνήσθητε (mnesthete) = denk terug aan | τῶν (ton) = de | ῥημάτων (rhematon) = woorden | τῶν (ton) = die | προειρημένων (proeiremenon) = tevoren gesproken zijn | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de | ἀποστόλων (apostolon) = apostelen | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μνήσθητε (mnestheite), ‘denk terug aan’: herinner jullie. ῥῆμα (rema), ‘woord’. ‘Tevoren gesproken’: de apostelen hebben dit eerder gezegd; vergelijk 2 Petr. 3:2. Voetnoot : Zie ook 2 Petr. 3:2. Zie ook: 2 Petr 3:2 **1:18** dat zij tegen jullie zeiden: „In de laatste tijd zullen er spotters zijn, die hun eigen begeerten van goddeloosheid volgen.” Brontekst: ὅτι (hoti) = dat | ἔλεγον (elegon) = zij zeiden | ὑμῖν (hymin) = tegen jullie | Ἐπ’ (Ep’) = in | ἐσχάτου (eschatou) = de laatste | χρόνου (chronou) = tijd | ἔσονται (esontai) = zullen zijn | ἐμπαῖκται (empaiktai) = spotters | κατὰ (kata) = naar | τὰς (tas) = de | ἑαυτῶν (heauton) = eigen | ἐπιθυμίας (epithymias) = begeerten | πορευόμενοι (poreuomenoi) = gaand | τῶν (ton) = van de | ἀσεβειῶν (asebeion) = goddeloosheden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐμπαίκτης (empaiktes), ‘spotter’: zoals in 2 Petr. 3:3. Vergelijk 2 Petr. 3:3, dat bijna dezelfde woorden heeft. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘jullie’ (ὑμῖν) en bij de woorden ‘in de laatste tijd’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Petr. 3:3. Zie ook: 2 Petr 3:3 **1:19** Dezen zijn het die scheiding maken: natuurlijke mensen, die geen Geest hebben. Brontekst: οὗτοί (houtoi) = dezen | εἰσιν (eisin) = zijn | οἱ (hoi) = zij die | ἀποδιορίζοντες (apodiorizontes) = scheiding maken | ψυχικοί (psychikoi) = natuurlijke mensen | πνεῦμα (pneuma) = Geest | μὴ (me) = niet | ἔχοντες (echontes) = hebbend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποδιορίζω (apodiorizo), ‘scheiding maken’: afbakenen, groepen vormen. ψυχικός (psychikos), ‘natuurlijk’: de mens zonder de Geest, zoals in 1 Kor. 2:14. πνεῦμα μὴ ἔχοντες (pneuma me echontes), ‘geen Geest hebbend’: zonder lidwoord; het kan de Geest van Elohim zijn of ‘geest’ in het algemeen. Wij schrijven ‘Geest’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 2:14. Zie ook: 1 Kor 2:14 **1:20** Maar jullie, geliefden: bouw jullie zelf op in jullie allerheiligste geloof, bid in de Heilige Geest, Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | δέ (de) = echter | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | ἐποικοδομοῦντες (epoikodomountes) = opbouwend | ἑαυτοὺς (heautous) = jullie zelf | τῇ (te) = op het | ἁγιωτάτῃ (hagiotate) = allerheiligste | ὑμῶν (hymon) = jullie | πίστει (pistei) = geloof | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἁγίῳ (hagio) = Heilige | προσευχόμενοι (proseuchomenoi) = biddend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 20–21 bevatten één gebod, τηρήσατε (teresate), ‘bewaar’, in vers 21, met drie deelwoorden: ‘opbouwend’, ‘biddend’ en ‘verwachtend’. Wij vertalen de eerste twee als gebod en laten het derde als deelwoord. ἁγιωτάτῃ (hagiotate), ‘allerheiligste’: de overtreffende trap van ‘heilig’. ἐν πνεύματι ἁγίῳ (en pneumati hagio), ‘in de Heilige Geest’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘bouwend op jullie allerheiligste geloof’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jud 1:21 **1:21** bewaar jullie zelf in de liefde van Elohim, terwijl jullie de barmhartigheid van onze Heer Yeshua de Messias verwachten tot eeuwig leven. Brontekst: ἑαυτοὺς (heautous) = jullie zelf | ἐν (en) = in | ἀγάπῃ (agape) = liefde | θεοῦ (theou) = van Elohim | τηρήσατε (teresate) = bewaar | προσδεχόμενοι (prosdechomenoi) = verwachtend | τὸ (to) = de | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | εἰς (eis) = tot | ζωὴν (zoen) = leven | αἰώνιον (aionion) = eeuwig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τηρέω (tereo), ‘bewaren’: zie vers 1. ἀγάπη θεοῦ (agape theou), ‘liefde van Elohim’: de liefde van Elohim voor ons of onze liefde voor Elohim; vergelijk 1 Joh. 2:5. Het ‘verwachten’ van de barmhartigheid kan wijzen naar de komst van de Heer; de tekst zegt het niet. In de verzen 20–21 staan de Heilige Geest, Elohim en onze Heer Yeshua de Messias naast elkaar. Zie ook: Jud 1:1; 1 Joh 2:5 **1:22** En ontferm jullie over sommigen die twijfelen; Brontekst: καὶ (kai) = en | οὓς (hous) = sommigen | μὲν (men) = wel | ἐλεᾶτε (eleate) = ontferm | διακρινομένους (diakrinomenous) = twijfelend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 22–23 bestaan uit drie groepen (‘sommigen … anderen … weer anderen’). De SBLGNT markeert in de verzen 22–23 varianten. διακρίνομαι (diakrinomai), ‘twijfelen’: zoals in Jak. 1:6; in vers 9 ‘een geschil hebben’. ἐλεάω (eleao), ‘zich ontfermen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘ontferm’ (ἐλεᾶτε) en een variant bij het hele stuk van ‘twijfelend’ in vers 22 tot ‘vrees’ in vers 23; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jak 1:6; Jud 1:9; Jud 1:23 **1:23** red anderen door hen uit het vuur te rukken; en ontferm jullie in vrees over weer anderen, terwijl jullie zelfs het door het vlees bevlekte onderkleed haten. Brontekst: οὓς (hous) = anderen | δὲ (de) = maar | σῴζετε (sozete) = red | ἐκ (ek) = uit | πυρὸς (pyros) = vuur | ἁρπάζοντες (harpazontes) = wegrukkend | οὓς (hous) = anderen | δὲ (de) = maar | ἐλεᾶτε (eleate) = ontferm | ἐν (en) = in | φόβῳ (phobo) = vrees | μισοῦντες (misountes) = hatend | καὶ (kai) = zelfs | τὸν (ton) = het | ἀπὸ (apo) = door | τῆς (tes) = het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | ἐσπιλωμένον (espilomenon) = bevlekte | χιτῶνα (chitona) = onderkleed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκ πυρὸς ἁρπάζοντες (ek pyros harpazontes), ‘uit het vuur rukken’: vergelijk Zach. 3:2, ‘een brandhout, uit het vuur bevrijd’, en Amos 4:11. χιτών (chiton), ‘onderkleed’: het kledingstuk dat direct op het lichaam wordt gedragen. Bevlekt door het vlees: het beeld van besmetting. Vergelijk Zach. 3:3, waar Jozua vuile kleren draagt. Voetnoot Lezing: De SBLGNT sluit hier het stuk af dat bij vers 22 begint (‘twijfelend’ tot ‘vrees’); zie de Lezing bij vers 22. Voetnoot : Zie ook Zach. 3:2; Zach. 3:3; Amos 4:11. Zie ook: Amos 4:11; Zach 3:2; Zach 3:3; Jud 1:22 ### Slotlofprijs **1:24** Aan Hem nu die in staat is jullie zonder struikelen te behoeden en jullie smetteloos en met jubel voor Zijn heerlijkheid te stellen, Brontekst: Τῷ (To) = aan Hem | δὲ (de) = nu | δυναμένῳ (dynameno) = die in staat is | φυλάξαι (phylaxai) = te behoeden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀπταίστους (aptaistous) = zonder struikelen | καὶ (kai) = en | στῆσαι (stesai) = te stellen | κατενώπιον (katenopion) = voor | τῆς (tes) = de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἀμώμους (amomous) = smetteloos | ἐν (en) = met | ἀγαλλιάσει (agalliasei) = jubel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φυλάσσω (fylasso), ‘behoeden’. ἄπταιστος (aptaistos), ‘zonder struikelen’: zie πταίω in Jak. 2:10. ἄμωμος (amomos), ‘smetteloos’: zonder gebrek. ἀγαλλίασις (agalliasis), ‘jubel’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘jullie’ (ὑμᾶς); wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jak 2:10 **1:25** aan de enige Elohim, onze Redder, door Yeshua de Messias, onze Heer: heerlijkheid, majesteit, macht en gezag, vóór alle tijd, nu en tot in alle eeuwigheden. Amen. Brontekst: μόνῳ (mono) = aan de enige | θεῷ (theo) = Elohim | σωτῆρι (soteri) = Redder | ἡμῶν (hemon) = onze | διὰ (dia) = door | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | δόξα (doxa) = heerlijkheid | μεγαλωσύνη (megalosyne) = majesteit | κράτος (kratos) = macht | καὶ (kai) = en | ἐξουσία (exousia) = gezag | πρὸ (pro) = vóór | παντὸς (pantos) = alle | τοῦ (tou) = de | αἰῶνος (aionos) = tijd | καὶ (kai) = en | νῦν (nyn) = nu | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | πάντας (pantas) = alle | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwigheden | ἀμήν (amen) = Amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft geen werkwoord: ‘aan de enige Elohim, onze Redder … heerlijkheid, majesteit, macht en gezag’. Wij vullen niets aan. σωτήρ (soter), ‘Redder’. μεγαλωσύνη (megalosyne), ‘majesteit’. κράτος (kratos), ‘macht’. ἐξουσία (exousia), ‘gezag’. πρὸ παντὸς τοῦ αἰῶνος (pro pantos tou aionos), ‘vóór alle tijd’: letterlijk ‘voor heel de eeuw’. ἀμήν (amen), ‘amen’: zie Rom. 16:27. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ‘de enige’ (μόνῳ), ‘door Yeshua de Messias, onze Heer’, ‘heerlijkheid’ (δόξα) en ‘vóór alle tijd’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 16:27. Zie ook: Rom 16:27