# Jakobus (Ἰακώβου, Iakobou) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Jakobus 1 _Beproevingen, wijsheid en volharding; horen en doen_ ### Aanhef **1:1** Jakobus, knecht van Elohim en van de Heer Yeshua de Messias, aan de twaalf stammen in de verstrooiing: vreugde! Brontekst: Ἰάκωβος (Iakobos) = Jakobus | θεοῦ (theou) = van Elohim | καὶ (kai) = en | κυρίου (kyriou) = van de Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | δοῦλος (doulos) = knecht | ταῖς (tais) = aan de | δώδεκα (dodeka) = twaalf | φυλαῖς (phylais) = stammen | ταῖς (tais) = die | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | διασπορᾷ (diaspora) = verstrooiing | χαίρειν (chairein) = vreugde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰάκωβος (Iakobos), ‘Jakobus’: de Griekse vorm van Jakob. In het Nieuwe Testament dragen meer mannen deze naam (Matt. 10:2–3; Hand. 12:2; 15:13). De brief zegt niet welke Jakobus de schrijver is; hij noemt zich alleen ‘knecht’ (δοῦλος, doulos). Voetnoot : χαίρειν (chairein), ‘vreugde’ of ‘wees gegroet’: de gewone groet aan het begin van een Griekse brief. Het woord hoort bij χαρά (chara), ‘vreugde’, in vers 2. Vergelijk de groet in Hand. 15:23. Voetnoot : διασπορά (diaspora), ‘verstrooiing’: het wonen verspreid buiten het eigen land; vergelijk Joh. 7:35. De twaalf stammen zijn de twaalf stammen van Israël. Voetnoot : Zie ook Hand. 15:23; Joh. 7:35. Zie ook: Mat 10:2–3; Joh 7:35; Hand 12:2; Hand 15:13; Hand 15:23; Jak 1:2 ### Beproevingen brengen volharding **1:2** Beschouw het als volkomen vreugde, mijn broers, wanneer jullie in allerlei beproevingen terechtkomen. Brontekst: Πᾶσαν (Pasan) = alle | χαρὰν (charan) = vreugde | ἡγήσασθε (hegesasthe) = beschouw het als | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | ὅταν (hotan) = wanneer | πειρασμοῖς (peirasmois) = in beproevingen | περιπέσητε (peripesete) = jullie terechtkomen | ποικίλοις (poikilois) = allerlei Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. Wij houden ‘broers’, zoals in Handelingen; ἀδελφοί μου is ‘mijn broers’. Waar het Grieks een broer of zuster als familie bedoelt, blijft het ‘broer’ of ‘zuster’ (zie 2:15). Voetnoot : πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: het Griekse woord betekent zowel ‘beproeving’ als ‘verzoeking’. Wij vertalen het zelfstandig naamwoord met ‘beproeving’ en het werkwoord πειράζω (peirazo) met ‘op de proef stellen’ (1:13–14). ποικίλος (poikilos), ‘allerlei’: veelkleurig, van velerlei soort. πᾶσαν χαράν (pasan charan), letterlijk ‘alle vreugde’: volkomen vreugde. **1:3** Jullie weten dat de toetsing van jullie geloof volharding voortbrengt. Brontekst: γινώσκοντες (ginoskontes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | τὸ (to) = de | δοκίμιον (dokimion) = toetsing | ὑμῶν (hymon) = van jullie | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | κατεργάζεται (katergazetai) = brengt voort | ὑπομονήν (hypomonen) = volharding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκίμιον (dokimion), ‘toetsing’: het toetsen of iets echt is, en wat daaruit blijkt. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’: standvastig blijven onder druk; zie Luc. 8:15. Voetnoot : Zie ook Luc. 8:15. Zie ook: Luc 8:15 **1:4** Maar laat de volharding een volmaakt werk hebben, zodat jullie volmaakt en volledig zijn en in niets tekortschieten. Brontekst: ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | ὑπομονὴ (hypomone) = volharding | ἔργον (ergon) = werk | τέλειον (teleion) = volmaakt | ἐχέτω (echeto) = laat hebben | ἵνα (hina) = opdat | ἦτε (ete) = jullie zijn | τέλειοι (teleioi) = volmaakt | καὶ (kai) = en | ὁλόκληροι (holokleroi) = volledig | ἐν (en) = in | μηδενὶ (medeni) = niets | λειπόμενοι (leipomenoi) = tekortschietend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέλειος (teleios), ‘volmaakt’: volledig, tot het doel gekomen. ὁλόκληρος (holokleros), ‘volledig’: geheel, zonder gebrek. ### Wijsheid vragen zonder te twijfelen **1:5** Als iemand van jullie wijsheid tekortkomt, laat hij die vragen aan Elohim, die aan allen ruimhartig geeft en niet verwijt. En het zal hem gegeven worden. Brontekst: Εἰ (Ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | ὑμῶν (hymon) = van jullie | λείπεται (leipetai) = tekortkomt | σοφίας (sophias) = aan wijsheid | αἰτείτω (aiteito) = laat hij vragen | παρὰ (para) = van | τοῦ (tou) = de | διδόντος (didontos) = gevende | θεοῦ (theou) = Elohim | πᾶσιν (pasin) = aan allen | ἁπλῶς (haplos) = ruimhartig | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ὀνειδίζοντος (oneidizontos) = verwijtend | καὶ (kai) = en | δοθήσεται (dothesetai) = zal gegeven worden | αὐτῷ (auto) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁπλῶς (haplos), ‘ruimhartig’: letterlijk ‘eenvoudig’, dus zonder bijbedoeling of voorbehoud. Het staat tegenover de man met een verdeeld hart in vers 8. ὀνειδίζω (oneidizo), ‘verwijten’: iemand voor een gift vernederen. Voetnoot : Zie ook Spr. 2:6. Zie ook: Spr 2:6; Jak 1:8 **1:6** Maar laat hij vragen in geloof, zonder enige twijfel. Want wie twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind wordt voortgedreven en heen en weer geslingerd. Brontekst: αἰτείτω (aiteito) = laat hij vragen | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof | μηδὲν (meden) = niets | διακρινόμενος (diakrinomenos) = twijfelend | ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | διακρινόμενος (diakrinomenos) = twijfelende | ἔοικεν (eoiken) = lijkt op | κλύδωνι (klydoni) = een golf | θαλάσσης (thalasses) = van de zee | ἀνεμιζομένῳ (anemizomeno) = door de wind gedreven | καὶ (kai) = en | ῥιπιζομένῳ (rhipizomeno) = heen en weer geslingerd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακρίνομαι (diakrinomai), ‘twijfelen’: letterlijk ‘een onderscheid maken in zichzelf’. Hetzelfde werkwoord staat in 2:4 (‘onderscheid maken’). **1:7** Want die mens moet niet denken dat hij iets van Yahweh zal ontvangen. Brontekst: μὴ (me) = niet | γὰρ (gar) = want | οἰέσθω (oiestho) = laat denken | ὁ (ho) = de | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ἐκεῖνος (ekeinos) = die | ὅτι (hoti) = dat | λήμψεταί (lempsetai) = hij zal ontvangen | τι (ti) = iets | παρὰ (para) = van | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Yahweh Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κύριος (kyrios): hier is de gever van de wijsheid bedoeld, dus Elohim (vers 5). Wij schrijven daarom ‘Yahweh’. Het Grieks kan ook de Heer Yeshua bedoelen. Zie ook: Jak 1:5 **1:8** Een man met een verdeeld hart is onstandvastig in al zijn wegen. Brontekst: ἀνὴρ (aner) = man | δίψυχος (dipsychos) = met verdeeld hart | ἀκατάστατος (akatastatos) = onstandvastig | ἐν (en) = in | πάσαις (pasais) = alle | ταῖς (tais) = de | ὁδοῖς (hodois) = wegen | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δίψυχος (dipsychos), ‘met een verdeeld hart’: letterlijk ‘met twee zielen’; zie ook 4:8. ἀκατάστατος (akatastatos), ‘onstandvastig’: zonder vaste koers; zie 3:8. Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord; wij voegen ‘is’ toe. ### De nederige en de rijke **1:9** De broer die nederig is, moet roemen in zijn verhoging. Brontekst: Καυχάσθω (Kauchastho) = laat roemen | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | ὁ (ho) = de | ταπεινὸς (tapeinos) = nederige | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ὕψει (hypsei) = verhoging | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ταπεινός (tapeinos), ‘nederig’: laag, ook in rang of bezit. ὕψος (hypsos), ‘verhoging’: hoogte, verheven plaats; het werkwoord ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’, staat in 4:10. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’: zich beroemen op iets; hier in goede zin. **1:10** De rijke moet roemen in zijn vernedering, want hij zal voorbijgaan als de bloem van het gras. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | πλούσιος (plousios) = rijke | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ταπεινώσει (tapeinosei) = vernedering | αὐτοῦ (autou) = zijn | ὅτι (hoti) = want | ὡς (hos) = als | ἄνθος (anthos) = bloem | χόρτου (chortou) = van gras | παρελεύσεται (pareleusetai) = zal voorbijgaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord; ‘moet roemen’ nemen wij uit vers 9. ταπείνωσις (tapeinosis), ‘vernedering’: het laag gemaakt worden. Voetnoot : De beelden van gras en bloem komen uit Jes. 40:6–8; vergelijk Ps. 103:15–16. In ons Hebreeuws staat in Jes. 40:6 ‘al zijn trouw is als de bloem van het veld’. Voetnoot : Zie ook Jes. 40:6–8; Ps. 103:15–16. Zie ook: Ps 103:15–16; Jes 40:6–8; Jak 1:9 **1:11** Want de zon kwam op met de hitte en liet het gras verdorren. De bloem ervan viel af en de schoonheid van zijn uiterlijk ging verloren. Zo zal ook de rijke in zijn tochten verwelken. Brontekst: ἀνέτειλεν (aneteilen) = ging op | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | ἥλιος (helios) = zon | σὺν (syn) = met | τῷ (to) = de | καύσωνι (kausoni) = hitte | καὶ (kai) = en | ἐξήρανεν (exeranen) = liet verdorren | τὸν (ton) = het | χόρτον (chorton) = gras | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ἄνθος (anthos) = bloem | αὐτοῦ (autou) = ervan | ἐξέπεσεν (exepesen) = viel af | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | εὐπρέπεια (euprepeia) = schoonheid | τοῦ (tou) = van het | προσώπου (prosopou) = gezicht | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἀπώλετο (apoleto) = ging verloren | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | πλούσιος (plousios) = rijke | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | πορείαις (poreiais) = tochten | αὐτοῦ (autou) = zijn | μαρανθήσεται (maranthesetai) = zal verwelken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καύσων (kauson), ‘hitte’: een brandende hitte of hete wind. πορεία (poreia), ‘tocht’: de weg die iemand aflegt; hier ook zijn zaken en bezigheden. μαραίνω (maraino), ‘verwelken’: langzaam uitdoven, zoals een bloem. ### Gelukkig wie volhardt **1:12** Gelukkig de man die volhardt in de beproeving. Want als hij beproefd is, zal hij de krans van het leven ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. Brontekst: Μακάριος (Makarios) = gelukkig | ἀνὴρ (aner) = man | ὃς (hos) = die | ὑπομένει (hypomenei) = volhardt | πειρασμόν (peirasmon) = beproeving | ὅτι (hoti) = want | δόκιμος (dokimos) = beproefd | γενόμενος (genomenos) = geworden | λήμψεται (lempsetai) = zal ontvangen | τὸν (ton) = de | στέφανον (stephanon) = krans | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven | ὃν (hon) = die | ἐπηγγείλατο (epengeilato) = Hij beloofde | τοῖς (tois) = aan wie | ἀγαπῶσιν (agaposin) = liefhebben | αὐτόν (auton) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: zie Matt. 5:3. ὑπομένω (hypomeno), ‘volharden’: hoort bij ὑπομονή in vers 3. δόκιμος (dokimos), ‘beproefd’: getoetst en echt gebleken. στέφανος (stephanos), ‘krans’: de krans van de overwinnaar. Voetnoot : Het Grieks noemt niet wie het beloofd heeft; vergelijk 2:5, waar dat Elohim is. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:3. Zie ook: Mat 5:3; Jak 1:3 ### Elohim stelt niemand met het kwade op de proef **1:13** Niemand die op de proef gesteld wordt, moet zeggen: „Ik word door Elohim op de proef gesteld.” Want Elohim kan door het kwade niet op de proef gesteld worden, en Hijzelf stelt niemand op de proef. Brontekst: μηδεὶς (medeis) = niemand | πειραζόμενος (peirazomenos) = op de proef gesteld wordend | λεγέτω (legeto) = laat zeggen | ὅτι (hoti) = dat | Ἀπὸ (Apo) = door | θεοῦ (theou) = Elohim | πειράζομαι (peirazomai) = ik word op de proef gesteld | ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | θεὸς (theos) = Elohim | ἀπείραστός (apeirastos) = niet op de proef te stellen | ἐστιν (estin) = is | κακῶν (kakon) = door het kwade | πειράζει (peirazei) = Hij stelt op de proef | δὲ (de) = maar | αὐτὸς (autos) = Hijzelf | οὐδένα (oudena) = niemand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: hier in de zin van ‘tot het kwade verleiden’. In vers 2 zijn het de beproevingen die het geloof toetsen; hier gaat het om de verzoeking tot kwaad. Elohim doet dat niet. Voetnoot : ἀπείραστος (apeirastos), ‘niet op de proef te stellen’: een zeldzaam woord. Het kan ook ‘onervaren in het kwade’ betekenen; in beide gevallen heeft het kwade geen vat op Elohim. Zie ook: Jak 1:2 **1:14** Maar ieder wordt op de proef gesteld door zijn eigen begeerte, terwijl hij door haar wordt meegesleept en gelokt. Brontekst: ἕκαστος (hekastos) = ieder | δὲ (de) = maar | πειράζεται (peirazetai) = wordt op de proef gesteld | ὑπὸ (hypo) = door | τῆς (tes) = de | ἰδίας (idias) = eigen | ἐπιθυμίας (epithymias) = begeerte | ἐξελκόμενος (exelkomenos) = meegesleept | καὶ (kai) = en | δελεαζόμενος (deleazomenos) = gelokt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’: sterk verlangen, hier naar wat niet mag. ἐξέλκω (exelko), ‘meesleuren’, en δελεάζω (deleazo), ‘lokken’: beelden van jacht en visvangst, waarin het dier met aas wordt gelokt. **1:15** Dan wordt de begeerte zwanger en baart zonde. En als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood ter wereld. Brontekst: εἶτα (eita) = daarna | ἡ (he) = de | ἐπιθυμία (epithymia) = begeerte | συλλαβοῦσα (syllabousa) = zwanger geworden | τίκτει (tiktei) = baart | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἀποτελεσθεῖσα (apotelestheisa) = volgroeid | ἀποκύει (apokyei) = brengt ter wereld | θάνατον (thanaton) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het beeld is dat van zwangerschap en geboorte: συλλαμβάνω (syllambano), ‘zwanger worden’, τίκτω (tikto), ‘baren’, en ἀποκυέω (apokyeo), ‘ter wereld brengen’. Hetzelfde werkwoord staat in vers 18: de begeerte brengt de dood ter wereld, Elohim brengt ons ter wereld door het woord. Zie ook: Jak 1:18 ### Elke goede gave komt van boven **1:16** Dwaal niet, mijn geliefde broers. Brontekst: μὴ (me) = niet | πλανᾶσθε (planasthe) = dwaal | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefde Bron: SBLGNT **1:17** Elke goede gave en elk volmaakt geschenk komt van boven. Het daalt neer van de Vader van de lichten, bij wie geen verandering is of schaduw van wending. Brontekst: Πᾶσα (Pasa) = elke | δόσις (dosis) = gave | ἀγαθὴ (agathe) = goede | καὶ (kai) = en | πᾶν (pan) = elk | δώρημα (dorema) = geschenk | τέλειον (teleion) = volmaakt | ἄνωθέν (anothen) = van boven | ἐστιν (estin) = is | καταβαῖνον (katabainon) = neerdalend | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | πατρὸς (patros) = Vader | τῶν (ton) = van de | φώτων (photon) = lichten | παρ’ (par’) = bij | ᾧ (ho) = wie | οὐκ (ouk) = niet | ἔνι (eni) = is | παραλλαγὴ (parallage) = verandering | ἢ (e) = of | τροπῆς (tropes) = van wending | ἀποσκίασμα (aposkiasma) = schaduw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πατὴρ τῶν φώτων (pater ton foton), ‘Vader van de lichten’: de lichten aan de hemel, zoals in Gen. 1:14–16. Elohim verandert niet, anders dan zon, maan en sterren. Voetnoot : παραλλαγὴ ἢ τροπῆς ἀποσκίασμα (parallage e tropes aposkiasma): ‘verandering’ en ‘schaduw van wending’, een beeld uit de sterrenhemel. Voetnoot : Zie ook Gen. 1:14–16. Zie ook: Gen 1:14–16 **1:18** Hij wilde het en bracht ons ter wereld door het woord van de waarheid, zodat wij een soort eersteling zijn van Zijn schepselen. Brontekst: βουληθεὶς (bouletheis) = Hij wilde | ἀπεκύησεν (apekyesen) = bracht ter wereld | ἡμᾶς (hemas) = ons | λόγῳ (logo) = door woord | ἀληθείας (aletheias) = van waarheid | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | εἶναι (einai) = zijn | ἡμᾶς (hemas) = wij | ἀπαρχήν (aparchen) = eersteling | τινα (tina) = een soort | τῶν (ton) = van de | αὐτοῦ (autou) = Zijn | κτισμάτων (ktismaton) = schepselen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπεκύησεν (apekyesen), ‘bracht ter wereld’: zie vers 15. ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: het eerste deel van de opbrengst, dat aan Elohim wordt gegeven; vergelijk Lev. 23:10, ‘het eerste van jullie oogst’. τινα (tina), ‘een soort’: de eersteling is een voorbeeld van wat nog volgt. Voetnoot : Zie ook Lev. 23:10. Zie ook: Lev 23:10; Jak 1:15 ### Snel om te horen, langzaam om te spreken **1:19** Weet het, mijn geliefde broers. Ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn. Brontekst: Ἴστε (Iste) = weet het | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefde | ἔστω (esto) = laat zijn | δὲ (de) = maar | πᾶς (pas) = ieder | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ταχὺς (tachys) = snel | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ἀκοῦσαι (akousai) = horen | βραδὺς (bradys) = langzaam | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | λαλῆσαι (lalesai) = spreken | βραδὺς (bradys) = langzaam | εἰς (eis) = tot | ὀργήν (orgen) = toorn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἴστε (iste) kan zowel ‘jullie weten’ als ‘weet’ zijn. Wij kiezen de gebiedende wijs: ‘Weet het’. **1:20** Want de toorn van een man brengt de gerechtigheid van Elohim niet tot stand. Brontekst: ὀργὴ (orge) = toorn | γὰρ (gar) = want | ἀνδρὸς (andros) = van een man | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | θεοῦ (theou) = van Elohim | οὐκ (ouk) = niet | ἐργάζεται (ergazetai) = brengt tot stand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’: het Griekse woord is rechterlijk; het hoort bij δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’ in 2:21, 2:24 en 2:25. ἐργάζομαι (ergazomai), ‘tot stand brengen’: letterlijk ‘werken’. **1:21** Leg daarom alle vuilheid af en alle overmaat aan boosheid. Ontvang in zachtmoedigheid het ingeplante woord, dat jullie zielen kan redden. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | ἀποθέμενοι (apothemenoi) = afgelegd hebbend | πᾶσαν (pasan) = alle | ῥυπαρίαν (rhyparian) = vuilheid | καὶ (kai) = en | περισσείαν (perisseian) = overmaat | κακίας (kakias) = van boosheid | ἐν (en) = in | πραΰτητι (prauteti) = zachtmoedigheid | δέξασθε (dexasthe) = ontvang | τὸν (ton) = het | ἔμφυτον (emphyton) = ingeplante | λόγον (logon) = woord | τὸν (ton) = dat | δυνάμενον (dynamenon) = kunnende | σῶσαι (sosai) = redden | τὰς (tas) = de | ψυχὰς (psychas) = zielen | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ῥυπαρία (ryparia), ‘vuilheid’, en περισσεία (perisseia), ‘overmaat’. ἔμφυτος (emfytos), ‘ingeplant’: als een zaad in iemand gezet. πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’: zie Matt. 5:5. ψυχή (psyche), ‘ziel’: ook ‘leven’ of ‘het hele wezen’. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:5. Zie ook: Mat 5:5 ### Daders van het woord **1:22** Word daders van het woord en niet alleen hoorders. Anders misleiden jullie jezelf. Brontekst: Γίνεσθε (Ginesthe) = word | δὲ (de) = maar | ποιηταὶ (poietai) = daders | λόγου (logou) = van het woord | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ἀκροαταὶ (akroatai) = hoorders | μόνον (monon) = alleen | παραλογιζόμενοι (paralogizomenoi) = misleidend | ἑαυτούς (heautous) = jezelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ποιητής (poietes), ‘dader’, en ἀκροατής (akroates), ‘hoorder’. Het Grieks heeft hier een deelwoord: ‘terwijl zij zichzelf misleiden’. Wij maken er een aparte zin van met ‘Anders’. **1:23** Want als iemand een hoorder van het woord is en geen dader, dan lijkt hij op een man. Die bekijkt het gezicht van zijn geboorte in een spiegel. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ἀκροατὴς (akroates) = hoorder | λόγου (logou) = van het woord | ἐστὶν (estin) = is | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | ποιητής (poietes) = dader | οὗτος (houtos) = deze | ἔοικεν (eoiken) = lijkt op | ἀνδρὶ (andri) = een man | κατανοοῦντι (katanoounti) = bekijkend | τὸ (to) = het | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | τῆς (tes) = van de | γενέσεως (geneseos) = geboorte | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐν (en) = in | ἐσόπτρῳ (esoptro) = een spiegel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ πρόσωπον τῆς γενέσεως (to prosopon tes geneseos), letterlijk ‘het gezicht van zijn geboorte’: het gezicht waarmee hij geboren is, zijn eigen natuurlijke gezicht. ἔσοπτρον (esoptron), ‘spiegel’: een gepolijste metalen plaat. **1:24** Want hij heeft zichzelf bekeken, is weggegaan en is meteen vergeten hoe hij eruitzag. Brontekst: κατενόησεν (katenoesen) = heeft bekeken | γὰρ (gar) = want | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | καὶ (kai) = en | ἀπελήλυθεν (apelelythen) = is weggegaan | καὶ (kai) = en | εὐθέως (eutheos) = meteen | ἐπελάθετο (epelatheto) = is vergeten | ὁποῖος (hopoios) = hoe | ἦν (en) = hij was Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁποῖος ἦν (hopoios en), letterlijk ‘wat voor iemand hij was’. Wij vertalen ‘hoe hij eruitzag’, omdat het beeld van de spiegel dat vraagt. **1:25** Maar wie zich buigt over de volmaakte wet van de vrijheid en daarbij blijft, is geen vergeetachtige hoorder geworden maar een dader van het werk. Hij zal gelukkig zijn in wat hij doet. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | παρακύψας (parakypsas) = die zich buigt | εἰς (eis) = over | νόμον (nomon) = wet | τέλειον (teleion) = volmaakt | τὸν (ton) = de | τῆς (tes) = van de | ἐλευθερίας (eleutherias) = vrijheid | καὶ (kai) = en | παραμείνας (parameinas) = blijvend | οὐκ (ouk) = niet | ἀκροατὴς (akroates) = hoorder | ἐπιλησμονῆς (epilesmones) = van vergeetachtigheid | γενόμενος (genomenos) = geworden | ἀλλὰ (alla) = maar | ποιητὴς (poietes) = dader | ἔργου (ergou) = van werk | οὗτος (houtos) = deze | μακάριος (makarios) = gelukkig | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | ποιήσει (poiesei) = doen | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἔσται (estai) = zal zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νόμος (nomos), ‘wet’: het Hebreeuwse woord tora (תּוֹרָה) betekent ‘onderwijs, instructie’. Wij houden consequent ‘de wet’. ‘De wet van de vrijheid’ staat ook in 2:12; de ‘volmaakte wet’ is de wet die tot vrijheid leidt. Voetnoot : παρακύπτω (parakypto), ‘zich buigen om goed te kijken’: hetzelfde werkwoord staat in Joh. 20:5, waar iemand zich bukt om in het graf te kijken. ποίησις (poiesis), ‘doen’. Voetnoot : Zie ook Joh. 20:5. Zie ook: Joh 20:5 ### Zuivere godsdienst **1:26** Als iemand denkt godsdienstig te zijn, maar zijn tong niet beteugelt en zijn hart bedriegt, dan is zijn godsdienst nutteloos. Brontekst: Εἴ (Ei) = als | τις (tis) = iemand | δοκεῖ (dokei) = denkt | θρησκὸς (threskos) = godsdienstig | εἶναι (einai) = te zijn | μὴ (me) = niet | χαλιναγωγῶν (chalinagogon) = beteugelend | γλῶσσαν (glossan) = tong | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | ἀπατῶν (apaton) = bedriegend | καρδίαν (kardian) = hart | αὐτοῦ (autou) = zijn | τούτου (toutou) = van deze | μάταιος (mataios) = nutteloos | ἡ (he) = de | θρησκεία (threskeia) = godsdienst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θρησκεία (threskeia), ‘godsdienst’: de uiterlijke uitoefening van vroomheid, zoals de eredienst; het woord staat ook in Hand. 26:5. χαλιναγωγέω (chalinagogeo), ‘beteugelen’: met een bit in bedwang houden; zie 3:2–3. Voetnoot : Zie ook Hand. 26:5. Zie ook: Hand 26:5 **1:27** Zuivere en onbezoedelde godsdienst bij Elohim, de Vader, is dit: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbevlekt houden van de wereld. Brontekst: θρησκεία (threskeia) = godsdienst | καθαρὰ (kathara) = zuiver | καὶ (kai) = en | ἀμίαντος (amiantos) = onbezoedeld | παρὰ (para) = bij | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατρὶ (patri) = Vader | αὕτη (haute) = deze | ἐστίν (estin) = is | ἐπισκέπτεσθαι (episkeptesthai) = bezoeken | ὀρφανοὺς (orphanous) = wezen | καὶ (kai) = en | χήρας (cheras) = weduwen | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | θλίψει (thlipsei) = verdrukking | αὐτῶν (auton) = hun | ἄσπιλον (aspilon) = onbevlekt | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | τηρεῖν (terein) = houden | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | κόσμου (kosmou) = wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘bij de Elohim en Vader’ met één lidwoord; wij vertalen ‘bij Elohim, de Vader’. ἐπισκέπτομαι (episkeptomai), ‘bezoeken’: met zorg bezoeken, zich om iemand bekommeren; vergelijk Hand. 15:36. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. Wezen en weduwen staan in de wet onder Elohims bescherming. Voetnoot : Zie ook Exod. 22:21; Deut. 10:18; Ps. 68:6. Zie ook: Ex 22:21; Deut 10:18; Ps 68:6; Hand 15:36 ## Jakobus 2 _Geen aanzien van personen; geloof en werken_ ### Geen aanzien van personen **2:1** Mijn broers, houden jullie het geloof van onze Heer Yeshua de Messias, de Heerlijkheid, soms vast met aanzien van personen? Brontekst: Ἀδελφοί (Adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | μὴ (me) = niet | ἐν (en) = met | προσωπολημψίαις (prosopolempsiais) = aanzien van personen | ἔχετε (echete) = houden jullie | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = ons | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = Heerlijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσωπολημψία (prosopolempsia), ‘aanzien van personen’: letterlijk ‘het gezicht opnemen’; iemand om zijn uiterlijk of rang voortrekken. Vergelijk Deut. 10:17, waar Yahweh niemand voortrekt. Voetnoot : De SBLGNT zet hier een vraagteken. De zin kan ook als gebod gelezen worden: ‘Houd het geloof … niet vast met aanzien van personen.’ Voetnoot : πίστιν τοῦ κυρίου ἡμῶν (pistin tou kyriou hemon), ‘het geloof van onze Heer’: de Griekse genitief kan ‘het geloof in onze Heer’ of ‘het geloof/de trouw van onze Heer’ betekenen. Wij houden ‘van’. τῆς δόξης (tes doxes), ‘de Heerlijkheid’: dit staat in het Grieks als bijstelling bij ‘onze Heer Yeshua de Messias’. Het kan ook ‘de Heer van de heerlijkheid’ gelezen worden. Voetnoot : Zie ook Deut. 10:17. Zie ook: Deut 10:17 **2:2** Want stel dat er in jullie synagoge een man binnenkomt met gouden ringen en schitterende kleding. Stel dat er ook een arme binnenkomt in vuile kleding. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | γὰρ (gar) = want | εἰσέλθῃ (eiselthe) = binnenkomt | εἰς (eis) = in | συναγωγὴν (synagogen) = synagoge | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀνὴρ (aner) = man | χρυσοδακτύλιος (chrysodaktylios) = met gouden ringen | ἐν (en) = in | ἐσθῆτι (estheti) = kleding | λαμπρᾷ (lampra) = schitterende | εἰσέλθῃ (eiselthe) = binnenkomt | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | πτωχὸς (ptochos) = arme | ἐν (en) = in | ῥυπαρᾷ (rhypara) = vuile | ἐσθῆτι (estheti) = kleding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συναγωγή (synagoge), ‘synagoge’: letterlijk ‘bijeenkomst’; ook de plaats van samenkomst. Wij houden ‘synagoge’, zoals in de evangeliën. χρυσοδακτύλιος (chrysodaktylios), ‘met gouden ringen’: iemand met een gouden ring aan de vinger. Voetnoot : De zin begint met ‘als’ (ἐάν) en loopt door tot vers 4; wij splitsen hem en schrijven ‘stel dat’. Zie ook: Jak 2:4 **2:3** Stel dat jullie dan kijken naar degene die de schitterende kleding draagt en zeggen: „Ga jij hier maar mooi zitten.” En stel dat jullie tegen de arme zeggen: „Jij, blijf daar staan, of ga onder mijn voetbank zitten.” Brontekst: ἐπιβλέψητε (epiblepsete) = jullie kijken | δὲ (de) = maar | ἐπὶ (epi) = naar | τὸν (ton) = de | φοροῦντα (phorounta) = dragende | τὴν (ten) = de | ἐσθῆτα (estheta) = kleding | τὴν (ten) = de | λαμπρὰν (lampran) = schitterende | καὶ (kai) = en | εἴπητε (eipete) = jullie zeggen | Σὺ (Sy) = jij | κάθου (kathou) = ga zitten | ὧδε (hode) = hier | καλῶς (kalos) = mooi | καὶ (kai) = en | τῷ (to) = aan de | πτωχῷ (ptocho) = arme | εἴπητε (eipete) = jullie zeggen | Σὺ (Sy) = jij | στῆθι (stethi) = blijf staan | ἢ (e) = of | κάθου (kathou) = ga zitten | ἐκεῖ (ekei) = daar | ὑπὸ (hypo) = onder | τὸ (to) = de | ὑποπόδιόν (hypopodion) = voetbank | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑποπόδιον (hypopodion), ‘voetbank’: de steun voor de voeten, zoals in Matt. 5:35. Wie ‘onder de voetbank’ moet zitten, zit op de grond. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:35. Zie ook: Mat 5:35 **2:4** Hebben jullie dan geen onderscheid gemaakt onder elkaar en zijn jullie rechters geworden met kwade overwegingen? Brontekst: οὐ (ou) = niet | διεκρίθητε (diekrithete) = maakten jullie onderscheid | ἐν (en) = onder | ἑαυτοῖς (heautois) = elkaar | καὶ (kai) = en | ἐγένεσθε (egenesthe) = werden jullie | κριταὶ (kritai) = rechters | διαλογισμῶν (dialogismon) = van overwegingen | πονηρῶν (poneron) = kwade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακρίνω (diakrino), ‘onderscheid maken’: hetzelfde werkwoord als in 1:6, waar het ‘twijfelen’ is. ἑαυτοῖς (heautois): ‘onder elkaar’, maar ook ‘in jezelf’. διαλογισμός (dialogismos), ‘overweging’: wat iemand bij zichzelf overlegt. ‘Rechters met kwade overwegingen’ is letterlijk ‘rechters van kwade overwegingen’. **2:5** Luister, mijn geliefde broers. Heeft Elohim niet de armen voor de wereld uitgekozen als rijken in geloof en als erfgenamen van het koninkrijk? Dat heeft Hij beloofd aan wie Hem liefhebben. Brontekst: ἀκούσατε (akousate) = luister | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefde | οὐχ (ouch) = niet | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐξελέξατο (exelexato) = koos uit | τοὺς (tous) = de | πτωχοὺς (ptochous) = armen | τῷ (to) = voor de | κόσμῳ (kosmo) = wereld | πλουσίους (plousious) = als rijken | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof | καὶ (kai) = en | κληρονόμους (kleronomous) = als erfgenamen | τῆς (tes) = van het | βασιλείας (basileias) = koninkrijk | ἧς (hes) = dat | ἐπηγγείλατο (epengeilato) = Hij beloofde | τοῖς (tois) = aan wie | ἀγαπῶσιν (agaposin) = liefhebben | αὐτόν (auton) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τῷ κόσμῳ (to kosmo), ‘voor de wereld’: een datief. Het kan betekenen ‘in de ogen van de wereld’: arm naar de maatstaf van de wereld. Rijk in geloof: vergelijk Luc. 6:20. ‘Hij beloofd heeft’: zie 1:12. Voetnoot : Zie ook Luc. 6:20. Zie ook: Luc 6:20 **2:6** Maar jullie hebben de arme veracht. Zijn het niet de rijken die jullie onderdrukken en die jullie zelf voor de rechtbanken slepen? Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | δὲ (de) = maar | ἠτιμάσατε (etimasate) = hebben veracht | τὸν (ton) = de | πτωχόν (ptochon) = arme | οὐχ (ouch) = niet | οἱ (hoi) = de | πλούσιοι (plousioi) = rijken | καταδυναστεύουσιν (katadynasteuousin) = onderdrukken | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | αὐτοὶ (autoi) = zijzelf | ἕλκουσιν (helkousin) = slepen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | εἰς (eis) = naar | κριτήρια (kriteria) = rechtbanken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταδυναστεύω (katadynasteuo), ‘onderdrukken’: met macht neerdrukken. κριτήρια (kriteria), ‘rechtbanken’. **2:7** Zijn zij het niet die de goede naam lasteren die over jullie is uitgeroepen? Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | αὐτοὶ (autoi) = zijzelf | βλασφημοῦσιν (blasphemousin) = lasteren | τὸ (to) = de | καλὸν (kalon) = goede | ὄνομα (onoma) = naam | τὸ (to) = die | ἐπικληθὲν (epiklethen) = uitgeroepen is | ἐφ’ (eph’) = over | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘de goede naam die over jullie is uitgeroepen’, dezelfde uitdrukking als in Hand. 15:17 (Amos 9:12): een naam die over iemand wordt uitgeroepen, omdat hij bij die naam hoort. Welke naam het is, zegt de tekst niet; vers 1 noemt de Heer Yeshua. Voetnoot : Zie ook Hand. 15:17. Zie ook: Amos 9:12; Hand 15:17; Jak 2:1 ### De koninklijke wet **2:8** Als jullie wel de koninklijke wet volbrengen volgens de Schrift: „Heb je naaste lief als jezelf”, dan doen jullie goed. Brontekst: Εἰ (Ei) = als | μέντοι (mentoi) = echter | νόμον (nomon) = wet | τελεῖτε (teleite) = volbrengen jullie | βασιλικὸν (basilikon) = koninklijke | κατὰ (kata) = volgens | τὴν (ten) = de | γραφήν (graphen) = Schrift | Ἀγαπήσεις (Agapeseis) = je zult liefhebben | τὸν (ton) = de | πλησίον (plesion) = naaste | σου (sou) = je | ὡς (hos) = als | σεαυτόν (seauton) = jezelf | καλῶς (kalos) = goed | ποιεῖτε (poieite) = doen jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νόμος βασιλικός (nomos basilikos), ‘koninklijke wet’: de wet die hoort bij het koninkrijk (vers 5), of de wet die boven alle andere staat. Het citaat is Lev. 19:18: ‘Heb je naaste lief als jezelf.’ De Heer haalt dit ook aan in Matt. 22:39. Voetnoot : Zie ook Lev. 19:18; Matt. 22:39. Zie ook: Lev 19:18; Mat 22:39; Jak 2:5 **2:9** Maar als jullie op het aanzien van personen letten, begaan jullie zonde en worden jullie door de wet overtuigd als overtreders. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | προσωπολημπτεῖτε (prosopolempteite) = jullie letten op het aanzien van personen | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | ἐργάζεσθε (ergazesthe) = begaan jullie | ἐλεγχόμενοι (elenchomenoi) = overtuigd wordend | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | νόμου (nomou) = wet | ὡς (hos) = als | παραβάται (parabatai) = overtreders Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλέγχω (elencho), ‘overtuigen’: iemand van schuld overtuigen; zie Joh. 16:8. παραβάτης (parabates), ‘overtreder’: iemand die de grens over gaat. Voetnoot : Zie ook Joh. 16:8. Zie ook: Joh 16:8 **2:10** Want wie de hele wet houdt maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alles. Brontekst: ὅστις (hostis) = wie | γὰρ (gar) = want | ὅλον (holon) = hele | τὸν (ton) = de | νόμον (nomon) = wet | τηρήσῃ (terese) = houdt | πταίσῃ (ptaise) = struikelt | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = op | ἑνί (heni) = één | γέγονεν (gegonen) = is geworden | πάντων (panton) = van alles | ἔνοχος (enochos) = schuldig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πταίω (ptaio), ‘struikelen’: hetzelfde werkwoord staat in 3:2. ἔνοχος (enochos), ‘schuldig aan’: aansprakelijk voor. **2:11** Want Hij die zei: „Je zult geen overspel plegen”, zei ook: „Je zult niet moorden.” Als je geen overspel pleegt, maar wel moordt, ben je een overtreder van de wet geworden. Brontekst: ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | εἰπών (eipon) = gezegd hebbend | Μὴ (Me) = niet | μοιχεύσῃς (moicheuses) = je zult overspel plegen | εἶπεν (eipen) = zei | καί (kai) = ook | Μὴ (Me) = niet | φονεύσῃς (phoneuses) = je zult moorden | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | οὐ (ou) = niet | μοιχεύεις (moicheueis) = je pleegt overspel | φονεύεις (phoneueis) = je moordt | δέ (de) = maar | γέγονας (gegonas) = je bent geworden | παραβάτης (parabates) = overtreder | νόμου (nomou) = van de wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φονεύω (foneuo), ‘moorden’: wij vertalen zo in Exod. 20:13 en Deut. 5:17. Het Hebreeuws zet ‘moorden’ vóór ‘overspel’ (Exod. 20:13–14; Deut. 5:17–18); Jakobus noemt overspel eerst. μοιχεύω (moicheuo), ‘overspel plegen’. Voetnoot : Zie ook Exod. 20:13–14; Deut. 5:17–18. Zie ook: Ex 20:13; Deut 5:17 ### De wet van de vrijheid en de barmhartigheid **2:12** Spreek zo en handel zo als mensen die door de wet van de vrijheid geoordeeld zullen worden. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | λαλεῖτε (laleite) = spreek | καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | ποιεῖτε (poieite) = doe | ὡς (hos) = als | διὰ (dia) = door | νόμου (nomou) = wet | ἐλευθερίας (eleutherias) = van vrijheid | μέλλοντες (mellontes) = op het punt staand | κρίνεσθαι (krinesthai) = geoordeeld te worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νόμος ἐλευθερίας (nomos eleutherias), ‘wet van de vrijheid’: zie 1:25. κρίνω (krino), ‘oordelen’. **2:13** Want het oordeel is zonder barmhartigheid voor wie geen barmhartigheid heeft bewezen. Barmhartigheid triomfeert over het oordeel. Brontekst: ἡ (he) = het | γὰρ (gar) = want | κρίσις (krisis) = oordeel | ἀνέλεος (aneleos) = zonder barmhartigheid | τῷ (to) = voor wie | μὴ (me) = niet | ποιήσαντι (poiesanti) = bewezen heeft | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | κατακαυχᾶται (katakauchatai) = triomfeert | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | κρίσεως (kriseos) = over het oordeel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνέλεος (aneleos), ‘zonder barmhartigheid’, en ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’. κατακαυχάομαι (katakauchaomai), ‘triomferen over’: letterlijk ‘roemen tegen’. Vergelijk Matt. 5:7. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:7. Zie ook: Mat 5:7 ### Geloof zonder werken is dood **2:14** Wat baat het, mijn broers, als iemand zegt geloof te hebben, maar geen werken heeft? Kan dat geloof hem soms redden? Brontekst: Τί (Ti) = wat | ὄφελος (ophelos) = nut | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | ἐὰν (ean) = als | πίστιν (pistin) = geloof | λέγῃ (lege) = zegt | τις (tis) = iemand | ἔχειν (echein) = te hebben | ἔργα (erga) = werken | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | ἔχῃ (eche) = heeft | μὴ (me) = niet | δύναται (dynatai) = kan | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | σῶσαι (sosai) = redden | αὐτόν (auton) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: In 2:14–26 houden wij vast aan: πίστις (pistis) ‘geloof’, ἔργα (erga) ‘werken’, δικαιόω (dikaioo) ‘rechtvaardig verklaard worden’ en σῴζω (sozo) ‘redden’. ὄφελος (ofelos), ‘nut’. Voetnoot : μὴ δύναται (me dynatai): de vraag verwacht het antwoord ‘nee’; daarom ‘soms’. ἡ πίστις met lidwoord is ‘dat geloof’: het geloof dat geen werken heeft. **2:15** Stel dat een broer of een zuster naakt is en tekortkomt aan het dagelijkse voedsel. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | ἢ (e) = of | ἀδελφὴ (adelphe) = zuster | γυμνοὶ (gymnoi) = naakt | ὑπάρχωσιν (hyparchosin) = zijn | καὶ (kai) = en | λειπόμενοι (leipomenoi) = tekortkomend | τῆς (tes) = aan het | ἐφημέρου (ephemerou) = dagelijkse | τροφῆς (trophes) = voedsel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφὸς ἢ ἀδελφή (adelfos e adelfe): hier staat uitdrukkelijk ‘een broer of een zuster’. γυμνός (gymnos), ‘naakt’: ook ‘slecht gekleed’. ἐφήμερος (efemeros), ‘dagelijks’: voor die dag. **2:16** En iemand van jullie zegt hun: „Ga in vrede, warm je en eet je zat”, maar jullie geven hun niet wat het lichaam nodig heeft. Wat baat het? Brontekst: εἴπῃ (eipe) = zegt | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | αὐτοῖς (autois) = tegen hen | ἐξ (ex) = uit | ὑμῶν (hymon) = jullie | Ὑπάγετε (Hypagete) = ga | ἐν (en) = in | εἰρήνῃ (eirene) = vrede | θερμαίνεσθε (thermainesthe) = warm je | καὶ (kai) = en | χορτάζεσθε (chortazesthe) = eet je zat | μὴ (me) = niet | δῶτε (dote) = jullie geeft | δὲ (de) = maar | αὐτοῖς (autois) = hun | τὰ (ta) = de | ἐπιτήδεια (epitedeia) = benodigdheden | τοῦ (tou) = van het | σώματος (somatos) = lichaam | τί (ti) = wat | ὄφελος (ophelos) = nut Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ὑπάγετε ἐν εἰρήνῃ (hypagete en eirene), ‘Ga in vrede’: een gewone groet bij het afscheid; vergelijk Mark. 5:34. θερμαίνεσθε (thermainesthe), ‘warm je’, en χορτάζεσθε (chortazesthe), ‘eet je zat’: mooie wensen zonder daad. Voetnoot : Zie ook Mark. 5:34. Zie ook: Mar 5:34 **2:17** Zo is ook het geloof dood op zichzelf, als het geen werken heeft. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | ἔχῃ (eche) = het heeft | ἔργα (erga) = werken | νεκρά (nekra) = dood | ἐστιν (estin) = is | καθ’ (kath’) = op | ἑαυτήν (heauten) = zichzelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καθ’ ἑαυτήν (kath’ heauten), ‘op zichzelf’: afgezien van wat erbij hoort. **2:18** Maar iemand zal zeggen: „Jij hebt geloof en ik heb werken. Toon mij jouw geloof zonder de werken, en ik zal jou mijn geloof tonen uit mijn werken.” Brontekst: Ἀλλ’ (All’) = maar | ἐρεῖ (erei) = zal zeggen | τις (tis) = iemand | Σὺ (Sy) = jij | πίστιν (pistin) = geloof | ἔχεις (echeis) = hebt | κἀγὼ (kago) = en ik | ἔργα (erga) = werken | ἔχω (echo) = heb | δεῖξόν (deixon) = toon | μοι (moi) = mij | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | σου (sou) = van jou | χωρὶς (choris) = zonder | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | κἀγώ (kago) = en ik | σοι (soi) = aan jou | δείξω (deixo) = zal tonen | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | μου (mou) = mijn | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Hier spreekt een denkbeeldige tegenstander (ἐρεῖ τις, ‘iemand zal zeggen’). Waar zijn woorden eindigen, zegt het Grieks niet. Wij laten ze eindigen aan het slot van dit vers; sommigen laten ze doorlopen in vers 19 of verder. Zie ook: Jak 2:19 **2:19** Jij gelooft dat Elohim één is? Daar doe je goed aan. Ook de demonen geloven het, en zij sidderen. Brontekst: σὺ (sy) = jij | πιστεύεις (pisteueis) = gelooft | ὅτι (hoti) = dat | εἷς (heis) = één | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | καλῶς (kalos) = goed | ποιεῖς (poieis) = doe je | καὶ (kai) = ook | τὰ (ta) = de | δαιμόνια (daimonia) = demonen | πιστεύουσιν (pisteuousin) = geloven | καὶ (kai) = en | φρίσσουσιν (phrissousin) = sidderen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἷς ὁ θεός (heis ho theos), ‘Elohim is één’: de belijdenis van Israël, Deut. 6:4. δαιμόνια (daimonia), ‘demonen’. φρίσσω (frisso), ‘sidderen’: huiveren van angst. Voetnoot : Zie ook Deut. 6:4. Zie ook: Deut 6:4 **2:20** Wil je weten, lege mens, dat het geloof zonder de werken werkeloos is? Brontekst: θέλεις (theleis) = wil je | δὲ (de) = maar | γνῶναι (gnonai) = weten | ὦ (o) = o | ἄνθρωπε (anthrope) = mens | κενέ (kene) = leeg | ὅτι (hoti) = dat | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | χωρὶς (choris) = zonder | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | ἀργή (arge) = werkeloos | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀργή (arge), ‘werkeloos’: ἀ-ργός, ‘zonder werk’; een woordspeling met ἔργα. Op deze plaats verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. κενός (kenos), ‘leeg’: zonder inhoud, dwaas. ### Abraham en Rachab **2:21** Is Abraham, onze vader, niet uit werken rechtvaardig verklaard, toen hij Isaak, zijn zoon, op het altaar offerde? Brontekst: Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ὁ (ho) = de | πατὴρ (pater) = vader | ἡμῶν (hemon) = onze | οὐκ (ouk) = niet | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | ἐδικαιώθη (edikaiothe) = werd rechtvaardig verklaard | ἀνενέγκας (anenenkas) = opgedragen hebbend | Ἰσαὰκ (Isaak) = Isaak | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = zoon | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | θυσιαστήριον (thysiasterion) = altaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: het Griekse werkwoord is rechterlijk, ‘vrijspreken’; wij houden één weergave in 2:21, 2:24 en 2:25. ἀναφέρω (anafero), ‘opdragen’: offeren op het altaar. Het verhaal staat in Gen. 22:9–12. Voetnoot : Zie ook Gen. 22:9; Gen. 22:12. Zie ook: Gen 22:9–12; Gen 22:12 **2:22** Je ziet dat het geloof samenwerkte met zijn werken, en dat het geloof uit de werken volmaakt werd. Brontekst: βλέπεις (blepeis) = je ziet | ὅτι (hoti) = dat | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | συνήργει (synergei) = werkte samen | τοῖς (tois) = met de | ἔργοις (ergois) = werken | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | ἐτελειώθη (eteleiothe) = werd volmaakt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνεργέω (synergeo), ‘samenwerken’. τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: tot het doel brengen; vergelijk τέλειος in 1:4. **2:23** En de Schrift werd vervuld die zegt: „Abraham geloofde Elohim, en het werd hem toegerekend als gerechtigheid.” En hij werd vriend van Elohim genoemd. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐπληρώθη (eplerothe) = werd vervuld | ἡ (he) = de | γραφὴ (graphe) = Schrift | ἡ (he) = die | λέγουσα (legousa) = zegt | Ἐπίστευσεν (Episteusen) = geloofde | δὲ (de) = maar | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἐλογίσθη (elogisthe) = werd toegerekend | αὐτῷ (auto) = hem | εἰς (eis) = tot | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | καὶ (kai) = en | φίλος (philos) = vriend | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐκλήθη (eklethe) = werd genoemd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het citaat is Gen. 15:6. Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Abram geloofde Yahweh, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.’ De Griekse tekst heeft ‘Elohim’ en noemt hem Abraham; in Gen. 15 heet hij nog Abram. λογίζομαι (logizomai), ‘toerekenen’. Voetnoot : ‘Vriend van Elohim’: vergelijk Jes. 41:8 en 2 Kron. 20:7, waar het Hebreeuws een vorm van ‘liefhebben’ heeft (אֹהֲבִי, ohavi, ‘die Mij liefheeft’; אֹהַבְךָ, ohavcha, ‘die U liefhad’). Voetnoot : Zie ook Gen. 15:6; Jes. 41:8; 2 Kron. 20:7. Zie ook: Gen 15:6; 2 Kron 20:7; Jes 41:8 **2:24** Jullie zien dat een mens uit werken rechtvaardig verklaard wordt en niet alleen uit geloof. Brontekst: ὁρᾶτε (horate) = jullie zien | ὅτι (hoti) = dat | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | δικαιοῦται (dikaioutai) = wordt rechtvaardig verklaard | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | μόνον (monon) = alleen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁρᾶτε (orate), ‘jullie zien’: de vorm kan ook ‘kijk’ zijn; het gaat hier om meer mensen, daarom ‘jullie’ (anders dan ‘je ziet’ in vers 22). Zie ook: Jak 2:22 **2:25** Is op dezelfde manier ook Rachab, de hoer, niet uit werken rechtvaardig verklaard, toen zij de boden ontving en hen langs een andere weg wegstuurde? Brontekst: ὁμοίως (homoios) = op dezelfde manier | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | Ῥαὰβ (Rhaab) = Rachab | ἡ (he) = de | πόρνη (porne) = hoer | οὐκ (ouk) = niet | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | ἐδικαιώθη (edikaiothe) = werd rechtvaardig verklaard | ὑποδεξαμένη (hypodexamene) = ontvangen hebbend | τοὺς (tous) = de | ἀγγέλους (angelous) = boden | καὶ (kai) = en | ἑτέρᾳ (hetera) = langs andere | ὁδῷ (hodo) = weg | ἐκβαλοῦσα (ekbalousa) = weggestuurd hebbend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Rachab komt voor in Joz. 2:1–21 en Joz. 6:25. ἄγγελοι (angeloi), ‘boden’: zo vertalen wij het ook in Luc. 7:24; in Joz. 2:1 zijn het twee mannen die als spionnen waren gestuurd. De ‘andere weg’ is de weg die zij hun wees (Joz. 2:15–16). Voetnoot : Zie ook Joz. 2:1; Joz. 2:15–16. Zie ook: Joz 2:1–21; Joz 2:15–16; Joz 6:25; Luc 7:24 **2:26** Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood. Brontekst: ὥσπερ (hosper) = zoals | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | χωρὶς (choris) = zonder | πνεύματος (pneumatos) = geest | νεκρόν (nekron) = dood | ἐστιν (estin) = is | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | χωρὶς (choris) = zonder | ἔργων (ergon) = werken | νεκρά (nekra) = dood | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier de levensadem; daarom een kleine letter. ## Jakobus 3 _De tong en de twee soorten wijsheid_ ### Leraars en de tong **3:1** Laat niet velen van jullie leraar worden, mijn broers. Wij weten dat wij een zwaarder oordeel zullen ontvangen. Brontekst: Μὴ (Me) = niet | πολλοὶ (polloi) = velen | διδάσκαλοι (didaskaloi) = leraren | γίνεσθε (ginesthe) = word | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | εἰδότες (eidotes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | μεῖζον (meizon) = zwaarder | κρίμα (krima) = oordeel | λημψόμεθα (lempsometha) = zullen ontvangen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’: wij vertalen zo ook in de evangeliën. Jakobus rekent zichzelf erbij: ‘wij’ zullen een zwaarder oordeel ontvangen. κρίμα (krima), ‘oordeel’. **3:2** Want wij struikelen allemaal in veel dingen. Als iemand in wat hij zegt niet struikelt, is hij een volmaakt man, in staat ook het hele lichaam te beteugelen. Brontekst: πολλὰ (polla) = in veel | γὰρ (gar) = want | πταίομεν (ptaiomen) = struikelen wij | ἅπαντες (hapantes) = allen | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ἐν (en) = in | λόγῳ (logo) = woord | οὐ (ou) = niet | πταίει (ptaiei) = struikelt | οὗτος (houtos) = deze | τέλειος (teleios) = volmaakt | ἀνήρ (aner) = man | δυνατὸς (dynatos) = in staat | χαλιναγωγῆσαι (chalinagogesai) = te beteugelen | καὶ (kai) = ook | ὅλον (holon) = heel | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πταίω (ptaio), ‘struikelen’: zie 2:10. τέλειος (teleios), ‘volmaakt’: zie 1:4. χαλιναγωγέω (chalinagogeo), ‘beteugelen’: zie 1:26. λόγῳ (logo), letterlijk ‘in woord’: in wat iemand zegt. **3:3** Als wij paarden het bit in de mond leggen, zodat zij ons gehoorzamen, dan sturen wij ook hun hele lichaam. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | τῶν (ton) = van de | ἵππων (hippon) = paarden | τοὺς (tous) = de | χαλινοὺς (chalinous) = bitten | εἰς (eis) = in | τὰ (ta) = de | στόματα (stomata) = monden | βάλλομεν (ballomen) = leggen wij | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | πείθεσθαι (peithesthai) = gehoorzamen | αὐτοὺς (autous) = zij | ἡμῖν (hemin) = ons | καὶ (kai) = en | ὅλον (holon) = heel | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | αὐτῶν (auton) = hun | μετάγομεν (metagomen) = sturen wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χαλινός (chalinos), ‘bit’: het ijzeren stuk in de mond van het paard, waaraan de teugels vastzitten. **3:4** Zie ook de schepen. Ze zijn zo groot en worden door harde winden voortgedreven. Maar ze worden door een heel klein roer gestuurd, waarheen de drang van de stuurman maar wil. Brontekst: ἰδοὺ (idou) = zie | καὶ (kai) = ook | τὰ (ta) = de | πλοῖα (ploia) = schepen | τηλικαῦτα (telikauta) = zo groot | ὄντα (onta) = zijnde | καὶ (kai) = en | ὑπὸ (hypo) = door | ἀνέμων (anemon) = winden | σκληρῶν (skleron) = harde | ἐλαυνόμενα (elaunomena) = voortgedreven | μετάγεται (metagetai) = worden gestuurd | ὑπὸ (hypo) = door | ἐλαχίστου (elachistou) = kleinste | πηδαλίου (pedaliou) = roer | ὅπου (hopou) = waarheen | ἡ (he) = de | ὁρμὴ (horme) = drang | τοῦ (tou) = van de | εὐθύνοντος (euthynontos) = stuurman | βούλεται (bouletai) = wil Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πηδάλιον (pedalion), ‘roer’. ὁρμή (horme), ‘drang’: wat iemand beweegt. ὁ εὐθύνων (ho euthynon) is letterlijk ‘degene die recht richt’: de stuurman. ### De tong is een vuur **3:5** Zo is ook de tong een klein lid, en zij pocht op grote dingen. Zie, een klein vuur steekt een groot bos in brand. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = de | γλῶσσα (glossa) = tong | μικρὸν (mikron) = klein | μέλος (melos) = lid | ἐστὶν (estin) = is | καὶ (kai) = en | μεγάλα (megala) = grote dingen | αὐχεῖ (auchei) = pocht | Ἰδοὺ (Idou) = zie | ἡλίκον (helikon) = hoe klein | πῦρ (pyr) = vuur | ἡλίκην (heliken) = hoe groot | ὕλην (hylen) = bos | ἀνάπτει (anaptei) = steekt in brand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μέλος (melos), ‘lid’: een deel van het lichaam. ἡλίκος (helikos) kan zowel ‘hoe groot’ als ‘hoe klein’ betekenen. Het contrast wordt zo vertaald: een klein vuur, een groot bos. ὕλη (hyle), ‘bos’: ook ‘hout’. Op deze plaats verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. **3:6** Ook de tong is een vuur, de wereld van het onrecht. De tong staat onder onze leden. Zij bevlekt het hele lichaam, steekt het wiel van de geboorte in brand en wordt zelf door de Gehenna in brand gestoken. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | γλῶσσα (glossa) = tong | πῦρ (pyr) = vuur | ὁ (ho) = de | κόσμος (kosmos) = wereld | τῆς (tes) = van het | ἀδικίας (adikias) = onrecht | ἡ (he) = de | γλῶσσα (glossa) = tong | καθίσταται (kathistatai) = staat | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = de | μέλεσιν (melesin) = leden | ἡμῶν (hemon) = onze | ἡ (he) = die | σπιλοῦσα (spilousa) = bevlekt | ὅλον (holon) = heel | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | καὶ (kai) = en | φλογίζουσα (phlogizousa) = in brand stekend | τὸν (ton) = het | τροχὸν (trochon) = wiel | τῆς (tes) = van de | γενέσεως (geneseos) = geboorte | καὶ (kai) = en | φλογιζομένη (phlogizomene) = in brand gestoken wordend | ὑπὸ (hypo) = door | τῆς (tes) = de | γεέννης (geennes) = Gehenna Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Gehenna (dal van Hinnom): Gehenna is de Griekse naam voor het dal van Hinnom, ten zuiden en westen van Jeruzalem. In Jakobus 3:6 is het een beeld van het oordeel; het punt wijst alleen de plek aan waar de naam vandaan komt. Voetnoot Uitleg: κόσμος τῆς ἀδικίας (kosmos tes adikias), ‘de wereld van het onrecht’: het woord κόσμος kan ook ‘versiering’ of ‘het geheel’ betekenen. Wij houden ‘wereld’. Voetnoot : τροχὸς τῆς γενέσεως (trochos tes geneseos), ‘het wiel van de geboorte’: een moeilijke uitdrukking. Vaak wordt zij opgevat als de levensloop van geboorte tot dood. γένεσις is hetzelfde woord als in 1:23 (‘geboorte’). Voetnoot : γέεννα (geenna), ‘Gehenna’: het dal van Hinnom (Hebreeuws ge-hinnom) bij Jeruzalem. In de Schrift is het een beeld van het oordeel door vuur. Wij houden ‘Gehenna’, zoals in de evangeliën. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:22; Matt. 10:28. Zie ook: Mat 5:22; Mat 10:28 **3:7** Want elke soort wilde dieren en vogels, kruipende dieren en zeedieren wordt getemd en is getemd door de menselijke aard. Brontekst: πᾶσα (pasa) = elke | γὰρ (gar) = want | φύσις (physis) = soort | θηρίων (therion) = van wilde dieren | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = en | πετεινῶν (peteinon) = van vogels | ἑρπετῶν (herpeton) = van kruipende dieren | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = en | ἐναλίων (enalion) = van zeedieren | δαμάζεται (damazetai) = wordt getemd | καὶ (kai) = en | δεδάμασται (dedamastai) = is getemd | τῇ (te) = door de | φύσει (physei) = aard | τῇ (te) = de | ἀνθρωπίνῃ (anthropine) = menselijke Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θηρία (theria), ‘wilde dieren’, πετεινά (peteina), ‘vogels’, ἑρπετά (herpeta), ‘kruipende dieren’, ἐνάλια (enalia), ‘zeedieren’: vergelijk de indeling van de dieren in Gen. 1:26. φύσις (fysis) staat twee keer: eerst ‘soort’, daarna ‘aard’ van de mens. Voetnoot : Zie ook Gen. 1:26. Zie ook: Gen 1:26 **3:8** Maar de tong kan niemand van de mensen temmen. Zij is een onstandvastig kwaad, vol dodelijk gif. Brontekst: τὴν (ten) = de | δὲ (de) = maar | γλῶσσαν (glossan) = tong | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | δαμάσαι (damasai) = temmen | δύναται (dynatai) = kan | ἀνθρώπων (anthropon) = van de mensen | ἀκατάστατον (akatastaton) = onstandvastig | κακόν (kakon) = kwaad | μεστὴ (meste) = vol | ἰοῦ (iou) = van gif | θανατηφόρου (thanatephorou) = dodelijk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκατάστατος (akatastatos), ‘onstandvastig’: zie 1:8. ἰός (ios), ‘gif’: hetzelfde woord betekent in 5:3 ‘roest’. Vergelijk Ps. 140:4, waar het gif van de adder onder de lippen is. Voetnoot : Zie ook Ps. 140:4. Zie ook: Ps 140:4 ### Zegen en vloek uit dezelfde mond **3:9** Met haar zegenen wij de Heer en Vader, en met haar vervloeken wij de mensen die naar de gelijkenis van Elohim zijn gemaakt. Brontekst: ἐν (en) = met | αὐτῇ (aute) = haar | εὐλογοῦμεν (eulogoumen) = zegenen wij | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | καὶ (kai) = en | πατέρα (patera) = Vader | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = met | αὐτῇ (aute) = haar | καταρώμεθα (katarometha) = vervloeken wij | τοὺς (tous) = de | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | τοὺς (tous) = die | καθ’ (kath’) = naar | ὁμοίωσιν (homoiosin) = gelijkenis | θεοῦ (theou) = van Elohim | γεγονότας (gegonotas) = gemaakt zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κύριος καὶ πατήρ (kyrios kai pater), ‘Heer en Vader’: hier is Elohim bedoeld. Sommige oude handschriften hebben hier een ander woord voor ‘Heer’; wij volgen de SBLGNT. ὁμοίωσις (homoiosis), ‘gelijkenis’: het woord uit Gen. 1:26, ‘als Onze gelijkenis’. Vergelijk Gen. 1:26–27. Voetnoot : Zie ook Gen. 1:26–27. Zie ook: Gen 1:26 **3:10** Uit dezelfde mond komen zegen en vloek. Dit moet niet zo gebeuren, mijn broers. Brontekst: ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | αὐτοῦ (autou) = dezelfde | στόματος (stomatos) = mond | ἐξέρχεται (exerchetai) = komt | εὐλογία (eulogia) = zegen | καὶ (kai) = en | κατάρα (katara) = vloek | οὐ (ou) = niet | χρή (chre) = het hoort | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | ταῦτα (tauta) = dit | οὕτως (houtos) = zo | γίνεσθαι (ginesthai) = te gebeuren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρή (chre), ‘het hoort’: wat betaamt. **3:11** Welt een bron soms uit dezelfde opening het zoete en het bittere op? Brontekst: μήτι (meti) = soms | ἡ (he) = de | πηγὴ (pege) = bron | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | αὐτῆς (autes) = dezelfde | ὀπῆς (opes) = opening | βρύει (bryei) = welt op | τὸ (to) = het | γλυκὺ (glyky) = zoete | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | πικρόν (pikron) = bittere Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀπή (ope), ‘opening’: een spleet in de rots waaruit een bron komt. μήτι (meti): de vraag verwacht het antwoord ‘nee’; daarom ‘soms’. **3:12** Kan een vijgenboom soms olijven voortbrengen, mijn broers, of een wijnstok vijgen? Evenmin kan zout water zoet water voortbrengen. Brontekst: μὴ (me) = niet | δύναται (dynatai) = kan | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | συκῆ (syke) = vijgenboom | ἐλαίας (elaias) = olijven | ποιῆσαι (poiesai) = voortbrengen | ἢ (e) = of | ἄμπελος (ampelos) = wijnstok | σῦκα (syka) = vijgen | οὔτε (oute) = evenmin | ἁλυκὸν (halykon) = zout | γλυκὺ (glyky) = zoet | ποιῆσαι (poiesai) = voortbrengen | ὕδωρ (hydor) = water Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Voor de tweede helft van dit vers (‘Evenmin kan zout water zoet water voortbrengen’) verschillen sommige oude handschriften. Wij volgen de SBLGNT; ‘water’ moeten wij in het Nederlands erbij zetten. Voetnoot : συκῆ (syke), ‘vijgenboom’, ἐλαία (elaia), ‘olijf’, ἄμπελος (ampelos), ‘wijnstok’. ### Wijsheid van boven en wijsheid van beneden **3:13** Wie is wijs en verstandig onder jullie? Laat hij zijn werken tonen door zijn goede levenswandel, in de zachtmoedigheid van de wijsheid. Brontekst: Τίς (Tis) = wie | σοφὸς (sophos) = wijs | καὶ (kai) = en | ἐπιστήμων (epistemon) = verstandig | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | δειξάτω (deixato) = laat hij tonen | ἐκ (ek) = door | τῆς (tes) = de | καλῆς (kales) = goede | ἀναστροφῆς (anastrophes) = levenswandel | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐν (en) = in | πραΰτητι (prauteti) = zachtmoedigheid | σοφίας (sophias) = van wijsheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναστροφή (anastrophe), ‘levenswandel’: hoe iemand leeft. πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’: zie 1:21. **3:14** Maar als jullie bittere jaloezie en eigenbelang in jullie hart hebben, roem dan niet en lieg niet tegen de waarheid. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ζῆλον (zelon) = jaloezie | πικρὸν (pikron) = bittere | ἔχετε (echete) = hebben jullie | καὶ (kai) = en | ἐριθείαν (eritheian) = eigenbelang | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | καρδίᾳ (kardia) = hart | ὑμῶν (hymon) = jullie | μὴ (me) = niet | κατακαυχᾶσθε (katakauchasthe) = roem | καὶ (kai) = en | ψεύδεσθε (pseudesthe) = lieg | κατὰ (kata) = tegen | τῆς (tes) = de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζῆλος (zelos), ‘jaloezie’: het woord kan ook ‘ijver’ betekenen; hier is het bitter. ἐριθεία (eritheia), ‘eigenbelang’: zelfzuchtig streven, ook ‘partijzucht’. κατακαυχάομαι (katakauchaomai), ‘roemen tegen’: zie 2:13. **3:15** Dit is niet de wijsheid die van boven neerdaalt, maar een aardse, zielsmatige en demonische wijsheid. Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | αὕτη (haute) = deze | ἡ (he) = de | σοφία (sophia) = wijsheid | ἄνωθεν (anothen) = van boven | κατερχομένη (katerchomene) = neerdalend | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐπίγειος (epigeios) = aards | ψυχική (psychike) = zielsmatig | δαιμονιώδης (daimoniodes) = demonisch Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψυχική (psychike), ‘zielsmatig’: van de ψυχή, de gewone menselijke ziel, in tegenstelling tot wat ‘van boven’ komt. δαιμονιώδης (daimoniodes), ‘demonisch’. ἐπίγειος (epigeios), ‘aards’: wat van de aarde is. **3:16** Want waar jaloezie en eigenbelang zijn, daar zijn wanorde en elke slechte zaak. Brontekst: ὅπου (hopou) = waar | γὰρ (gar) = want | ζῆλος (zelos) = jaloezie | καὶ (kai) = en | ἐριθεία (eritheia) = eigenbelang | ἐκεῖ (ekei) = daar | ἀκαταστασία (akatastasia) = wanorde | καὶ (kai) = en | πᾶν (pan) = elk | φαῦλον (phaulon) = slecht | πρᾶγμα (pragma) = ding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκαταστασία (akatastasia), ‘wanorde’: hoort bij ἀκατάστατος in 1:8 en 3:8. φαῦλος (faulos), ‘slecht’, πρᾶγμα (pragma), ‘zaak’. **3:17** Maar de wijsheid van boven is eerst zuiver, daarna vredelievend, mild en luisterbereid. Zij is vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig en zonder huichelarij. Brontekst: ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | ἄνωθεν (anothen) = van boven | σοφία (sophia) = wijsheid | πρῶτον (proton) = eerst | μὲν (men) = immers | ἁγνή (hagne) = zuiver | ἐστιν (estin) = is | ἔπειτα (epeita) = daarna | εἰρηνική (eirenike) = vredelievend | ἐπιεικής (epieikes) = mild | εὐπειθής (eupeithes) = luisterbereid | μεστὴ (meste) = vol | ἐλέους (eleous) = van barmhartigheid | καὶ (kai) = en | καρπῶν (karpon) = van vruchten | ἀγαθῶν (agathon) = goede | ἀδιάκριτος (adiakritos) = onpartijdig | ἀνυπόκριτος (anypokritos) = zonder huichelarij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγνός (hagnos), ‘zuiver’: zie ook 4:8. ἐπιεικής (epieikes), ‘mild’: redelijk, inschikkelijk. εὐπειθής (eupeithes), ‘luisterbereid’: wie zich laat leiden. ἀδιάκριτος (adiakritos), ‘onpartijdig’: zonder onderscheid of twijfel; het woord hoort bij διακρίνω in 1:6 en 2:4. ἀνυπόκριτος (anypokritos), ‘zonder huichelarij’. **3:18** En de vrucht van gerechtigheid wordt in vrede gezaaid door hen die vrede stichten. Brontekst: καρπὸς (karpos) = vrucht | δὲ (de) = maar | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = van gerechtigheid | ἐν (en) = in | εἰρήνῃ (eirene) = vrede | σπείρεται (speiretai) = wordt gezaaid | τοῖς (tois) = door de | ποιοῦσιν (poiousin) = stichtenden | εἰρήνην (eirenen) = vrede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse datief τοῖς ποιοῦσιν εἰρήνην kan ‘door hen’ of ‘voor hen die vrede maken’ betekenen. Wij vertalen ‘vrede stichten’, zoals bij ‘vredestichters’ in Matt. 5:9. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:9. Zie ook: Mat 5:9 ## Jakobus 4 _Strijd en lusten, vriendschap met de wereld, nederigheid en het plannen van morgen_ ### Oorlogen en lusten **4:1** Waar komen oorlogen vandaan en waar komen gevechten vandaan onder jullie? Komen ze niet hiervandaan: uit jullie lusten, die strijd voeren in jullie leden? Brontekst: Πόθεν (Pothen) = vanwaar | πόλεμοι (polemoi) = oorlogen | καὶ (kai) = en | πόθεν (pothen) = vanwaar | μάχαι (machai) = gevechten | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | οὐκ (ouk) = niet | ἐντεῦθεν (enteuthen) = vanhier | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | ἡδονῶν (hedonon) = lusten | ὑμῶν (hymon) = jullie | τῶν (ton) = die | στρατευομένων (strateuomenon) = strijd voerende | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | μέλεσιν (melesin) = leden | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πόλεμος (polemos), ‘oorlog’, en μάχη (mache), ‘gevecht’: het gaat om de twisten onder de lezers zelf. ἡδονή (hedone), ‘lust’: verlangen naar genot. στρατεύομαι (strateuomai), ‘strijd voeren’: als soldaat optrekken. μέλος (melos), ‘lid’: lichaamsdeel, zoals in 3:5–6. **4:2** Jullie begeren en hebben niet. Jullie moorden en zijn jaloers, en kunnen niets bereiken. Jullie vechten en voeren oorlog. Jullie hebben niet, omdat jullie niet vragen. Brontekst: ἐπιθυμεῖτε (epithymeite) = jullie begeren | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἔχετε (echete) = hebben | φονεύετε (phoneuete) = jullie moorden | καὶ (kai) = en | ζηλοῦτε (zeloute) = zijn jaloers | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | δύνασθε (dynasthe) = kunnen | ἐπιτυχεῖν (epitychein) = bereiken | μάχεσθε (machesthe) = jullie vechten | καὶ (kai) = en | πολεμεῖτε (polemeite) = voeren oorlog | οὐκ (ouk) = niet | ἔχετε (echete) = hebben | διὰ (dia) = omdat | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | αἰτεῖσθαι (aiteisthai) = vragen | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιθυμέω (epithymeo), ‘begeren’: zie 1:14. φονεύω (foneuo), ‘moorden’: hetzelfde woord als in 2:11. ζηλόω (zeloo), ‘jaloers zijn’: hoort bij ζῆλος in 3:14. **4:3** Jullie vragen en ontvangen niet, omdat jullie verkeerd vragen, om het uit te geven aan jullie lusten. Brontekst: αἰτεῖτε (aiteite) = jullie vragen | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | λαμβάνετε (lambanete) = ontvangen | διότι (dioti) = omdat | κακῶς (kakos) = verkeerd | αἰτεῖσθε (aiteisthe) = jullie vragen | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἡδοναῖς (hedonais) = lusten | ὑμῶν (hymon) = jullie | δαπανήσητε (dapanesete) = jullie uitgeven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: αἰτέω (aiteo), ‘vragen’: in de tweede helft staat de middenvorm, ‘voor zichzelf vragen’. δαπανάω (dapanao), ‘uitgeven’: verbruiken, verspillen. ### Vriendschap met de wereld **4:4** Overspelige vrouwen! Weten jullie niet dat vriendschap met de wereld vijandschap tegen Elohim is? Wie dus vriend van de wereld wil zijn, wordt een vijand van Elohim. Brontekst: μοιχαλίδες (moichalides) = overspelige vrouwen | οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | ἡ (he) = de | φιλία (philia) = vriendschap | τοῦ (tou) = met de | κόσμου (kosmou) = wereld | ἔχθρα (echthra) = vijandschap | τοῦ (tou) = tegen | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐστιν (estin) = is | ὃς (hos) = wie | ἐὰν (ean) = ook maar | οὖν (oun) = dus | βουληθῇ (boulethe) = wil | φίλος (philos) = vriend | εἶναι (einai) = zijn | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | ἐχθρὸς (echthros) = vijand | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | καθίσταται (kathistatai) = wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μοιχαλίς (moichalis), ‘overspelige vrouw’: in de Schrift wordt ontrouw aan Elohim vaak overspel genoemd; vergelijk Hos. 2:4 en Ezech. 16:32. Het is een beeldspraak voor ontrouw aan Elohim. φιλία (filia), ‘vriendschap’, ἔχθρα (echthra), ‘vijandschap’. καθίσταται (kathistatai), ‘wordt’: letterlijk ‘wordt gesteld, stelt zich op’. Voetnoot Lezing: Op deze plaats verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT, die ‘overspelige vrouwen’ heeft. Voetnoot : Zie ook Hos. 2:4; Ezech. 16:32. Zie ook: Hos 2:4; Ezech 16:32 **4:5** Of denken jullie dat de Schrift tevergeefs zegt: „De geest die Hij in ons heeft laten wonen, verlangt tot afgunst”? Brontekst: ἢ (e) = of | δοκεῖτε (dokeite) = denken jullie | ὅτι (hoti) = dat | κενῶς (kenos) = tevergeefs | ἡ (he) = de | γραφὴ (graphe) = Schrift | λέγει (legei) = zegt | Πρὸς (Pros) = tot | φθόνον (phthonon) = afgunst | ἐπιποθεῖ (epipothei) = verlangt | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = geest | ὃ (ho) = die | κατῴκισεν (katokisen) = Hij liet wonen | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk en wordt op verschillende manieren gelezen. Welk Schriftwoord wordt bedoeld, zegt het Grieks niet; in ons Oude Testament vinden wij deze woorden niet letterlijk. Voetnoot : (a) πνεῦμα (pneuma) is het onderwerp: ‘de geest die Hij in ons heeft laten wonen, verlangt tot afgunst’; dat is de menselijke geest. Zo vertalen wij, met een kleine letter. Voetnoot : (b) πνεῦμα is het voorwerp: ‘Hij (Elohim) verlangt jaloers naar de geest die Hij in ons heeft laten wonen’. Voetnoot : (c) Met een hoofdletter kan het de Heilige Geest zijn. φθόνος (fthonos), ‘afgunst’: ongenoegen over wat een ander heeft. ἐπιποθέω (epipotheo), ‘verlangen’. Voetnoot Lezing: Voor het werkwoord ‘heeft laten wonen’ (κατῴκισεν, katoikisen) verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. **4:6** Maar Hij geeft grotere genade. Daarom wordt gezegd: „Elohim verzet Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.” Brontekst: μείζονα (meizona) = grotere | δὲ (de) = maar | δίδωσιν (didosin) = geeft Hij | χάριν (charin) = genade | διὸ (dio) = daarom | λέγει (legei) = wordt gezegd | Ὁ (Ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ὑπερηφάνοις (hyperephanois) = aan hoogmoedigen | ἀντιτάσσεται (antitassetai) = verzet Zich | ταπεινοῖς (tapeinois) = aan nederigen | δὲ (de) = maar | δίδωσιν (didosin) = geeft Hij | χάριν (charin) = genade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het citaat is Spr. 3:34. Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Spotters bespot Hij zelf, maar aan de nederigen geeft Hij gunst.’ De Griekse tekst heeft ‘Elohim verzet Zich tegen de hoogmoedigen’ in plaats van ‘spotters’, en ‘genade’ in plaats van ‘gunst’. ἀντιτάσσομαι (antitassomai), ‘zich verzetten tegen’: zich in slagorde tegenover iemand opstellen. Dit citaat staat ook in 1 Petr. 5:5. Voetnoot : Zie ook Spr. 3:34; 1 Petr. 5:5. Zie ook: Spr 3:34; 1 Petr 5:5 ### Onderwerp jullie aan Elohim **4:7** Onderwerp jullie dus aan Elohim. Maar weersta de duivel, en hij zal van jullie wegvluchten. Brontekst: ὑποτάγητε (hypotagete) = onderwerp je | οὖν (oun) = dus | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | ἀντίστητε (antistete) = weersta | δὲ (de) = maar | τῷ (to) = aan de | διαβόλῳ (diabolo) = duivel | καὶ (kai) = en | φεύξεται (pheuxetai) = zal vluchten | ἀφ’ (aph’) = van | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’. διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘lasteraar’; zo ook in Matt. 4:1. ἀνθίστημι (anthistemi), ‘weerstaan’. Voetnoot : Zie ook Matt. 4:1. Zie ook: Mat 4:1 **4:8** Nader tot Elohim, en Hij zal tot jullie naderen. Reinig jullie handen, zondaars, en zuiver jullie harten, jullie met een verdeeld hart. Brontekst: ἐγγίσατε (engisate) = nader | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἐγγιεῖ (engiei) = zal naderen | ὑμῖν (hymin) = tot jullie | καθαρίσατε (katharisate) = reinig | χεῖρας (cheiras) = handen | ἁμαρτωλοί (hamartoloi) = zondaars | καὶ (kai) = en | ἁγνίσατε (hagnisate) = zuiver | καρδίας (kardias) = harten | δίψυχοι (dipsychoi) = met verdeeld hart Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγγίζω (engizo), ‘naderen’. De uitdrukking doet denken aan Zach. 1:3, ‘Keer terug tot Mij, en Ik zal tot jullie terugkeren’. ‘Handen reinigen’ gaat over daden, ‘harten zuiveren’ over wat binnen is. δίψυχος (dipsychos), ‘met een verdeeld hart’: zie 1:8. Voetnoot : Zie ook Zach. 1:3. Zie ook: Zach 1:3 **4:9** Voel jullie ellendig, rouw en huil. Laat jullie lachen veranderen in rouw en jullie vreugde in somberheid. Brontekst: ταλαιπωρήσατε (talaiporesate) = voel je ellendig | καὶ (kai) = en | πενθήσατε (penthesate) = rouw | καὶ (kai) = en | κλαύσατε (klausate) = huil | ὁ (ho) = het | γέλως (gelos) = lachen | ὑμῶν (hymon) = jullie | εἰς (eis) = in | πένθος (penthos) = rouw | μετατραπήτω (metatrapeto) = laat veranderen | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | χαρὰ (chara) = vreugde | εἰς (eis) = in | κατήφειαν (katepheian) = somberheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ταλαιπωρέω (talaipooreo), ‘zich ellendig voelen’: erkennen hoe ellendig men eraan toe is. πενθέω (pentheo), ‘rouwen’: zie Matt. 5:4. κατήφεια (katefeia), ‘somberheid’: de neergeslagen blik. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:4. Zie ook: Mat 5:4 **4:10** Verneder jullie voor het aangezicht van Yahweh, en Hij zal jullie verhogen. Brontekst: ταπεινώθητε (tapeinothete) = verneder je | ἐνώπιον (enopion) = voor het aangezicht van | κυρίου (kyriou) = Yahweh | καὶ (kai) = en | ὑψώσει (hypsosei) = zal verhogen | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ταπεινόω (tapeinoo), ‘vernederen’: zich klein maken; zie ταπεινός in 1:9. ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’. κύριος (kyrios): hier wordt het verhogen toegeschreven aan de Heer; wij schrijven ‘Yahweh’, omdat het gaat om het neerbuigen voor het aangezicht van Elohim. Het Grieks kan ook de Heer Yeshua bedoelen. Voetnoot : Vergelijk 1 Petr. 5:6. Zie ook: 1 Petr 5:6 ### Oordeel niet over elkaar **4:11** Praat geen kwaad over elkaar, broers. Wie kwaad praat over een broer of zijn broer oordeelt, praat kwaad over de wet en oordeelt de wet. Maar als je de wet oordeelt, ben je geen dader van de wet maar een rechter. Brontekst: Μὴ (Me) = niet | καταλαλεῖτε (katalaleite) = praat kwaad | ἀλλήλων (allelon) = over elkaar | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ὁ (ho) = de | καταλαλῶν (katalalon) = kwaadsprekende | ἀδελφοῦ (adelphou) = over een broer | ἢ (e) = of | κρίνων (krinon) = oordelend | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | καταλαλεῖ (katalalei) = praat kwaad | νόμου (nomou) = over wet | καὶ (kai) = en | κρίνει (krinei) = oordeelt | νόμον (nomon) = wet | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | νόμον (nomon) = wet | κρίνεις (krineis) = je oordeelt | οὐκ (ouk) = niet | εἶ (ei) = je bent | ποιητὴς (poietes) = dader | νόμου (nomou) = van wet | ἀλλὰ (alla) = maar | κριτής (krites) = rechter Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταλαλέω (katalaleo), ‘kwaad praten’: kwaadspreken over iemand. κρίνω (krino), ‘oordelen’. Wie zijn broer oordeelt, stelt zich boven de wet. Vergelijk Matt. 7:1 en Lev. 19:16, ‘Je mag niet als roddelaar rondgaan’. Voetnoot : Zie ook Matt. 7:1; Lev. 19:16. Zie ook: Lev 19:16; Mat 7:1 **4:12** Er is één wetgever en rechter, die kan redden en laten omkomen. Maar wie ben jij, die over je naaste oordeelt? Brontekst: εἷς (heis) = één | ἐστιν (estin) = is | νομοθέτης (nomothetes) = wetgever | καὶ (kai) = en | κριτής (krites) = rechter | ὁ (ho) = de | δυνάμενος (dynamenos) = kunnende | σῶσαι (sosai) = redden | καὶ (kai) = en | ἀπολέσαι (apolesai) = laten omkomen | σὺ (sy) = jij | δὲ (de) = maar | τίς (tis) = wie | εἶ (ei) = ben | ὁ (ho) = de | κρίνων (krinon) = oordelende | τὸν (ton) = de | πλησίον (plesion) = naaste Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νομοθέτης (nomothetes), ‘wetgever’, en κριτής (krites), ‘rechter’: vergelijk Jes. 33:22, ‘Yahweh is onze rechter, Yahweh is onze wetgever’. ἀπόλλυμι (apollymi), ‘laten omkomen’: zo ook in Matt. 10:28. πλησίον (plesion), ‘naaste’. Voetnoot : Zie ook Jes. 33:22; Matt. 10:28. Zie ook: Jes 33:22; Mat 10:28 ### Plannen maken zonder de Heer **4:13** Kom nu, jullie die zeggen: „Vandaag of morgen gaan wij naar die en die stad. Daar brengen wij een jaar door, doen zaken en maken winst.” Brontekst: Ἄγε (Age) = kom | νῦν (nyn) = nu | οἱ (hoi) = die | λέγοντες (legontes) = zeggen | Σήμερον (Semeron) = vandaag | ἢ (e) = of | αὔριον (aurion) = morgen | πορευσόμεθα (poreusometha) = zullen wij gaan | εἰς (eis) = naar | τήνδε (tende) = deze en deze | τὴν (ten) = de | πόλιν (polin) = stad | καὶ (kai) = en | ποιήσομεν (poiesomen) = zullen wij doorbrengen | ἐκεῖ (ekei) = daar | ἐνιαυτὸν (eniauton) = jaar | καὶ (kai) = en | ἐμπορευσόμεθα (emporeusometha) = zullen wij zaken doen | καὶ (kai) = en | κερδήσομεν (kerdesomen) = zullen wij winst maken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἄγε νῦν (age nyn), ‘kom nu’: een oproep om op te letten; zie ook 5:1. τήνδε τὴν πόλιν (tende ten polin), ‘die en die stad’: een willekeurige stad. ἐμπορεύομαι (emporeuomai), ‘zaken doen’, κερδαίνω (kerdaino), ‘winst maken’. De zin wordt een toespraak van de handelaars; wij zetten haar tussen aanhalingstekens. **4:14** Jullie weten niet hoe jullie leven morgen zal zijn. Want jullie zijn een damp, die een korte tijd verschijnt en daarna weer verdwijnt. Brontekst: οἵτινες (hoitines) = jullie die | οὐκ (ouk) = niet | ἐπίστασθε (epistasthe) = weten | τὸ (to) = het | τῆς (tes) = van | αὔριον (aurion) = morgen | ποία (poia) = hoe | ἡ (he) = het | ζωὴ (zoe) = leven | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀτμὶς (atmis) = damp | γάρ (gar) = want | ἐστε (este) = jullie zijn | ἡ (he) = die | πρὸς (pros) = voor | ὀλίγον (oligon) = korte tijd | φαινομένη (phainomene) = verschijnt | ἔπειτα (epeita) = daarna | καὶ (kai) = ook | ἀφανιζομένη (aphanizomene) = verdwijnt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀτμίς (atmis), ‘damp’: vergelijk Spr. 27:1, ‘je weet niet wat een dag zal baren’. ποία ἡ ζωὴ ὑμῶν (poia he zoe hymon), letterlijk ‘wat voor ding jullie leven is’. Voetnoot : Zie ook Spr. 27:1. Zie ook: Spr 27:1 **4:15** In plaats daarvan zouden jullie moeten zeggen: „Als de Heer wil, zullen wij leven en dit of dat doen.” Brontekst: ἀντὶ (anti) = in plaats van | τοῦ (tou) = het | λέγειν (legein) = zeggen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | Ἐὰν (Ean) = als | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | θελήσῃ (thelese) = wil | καὶ (kai) = dan | ζήσομεν (zesomen) = zullen wij leven | καὶ (kai) = en | ποιήσομεν (poiesomen) = zullen wij doen | τοῦτο (touto) = dit | ἢ (e) = of | ἐκεῖνο (ekeino) = dat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κύριος (kyrios), ‘de Heer’: wie bedoeld wordt, zegt het Grieks niet; wij schrijven ‘de Heer’ en laten open of dit Yeshua of Elohim is. Het Grieks heeft hier geen werkwoord (‘in plaats van het zeggen door jullie’); wij vullen ‘zouden jullie moeten zeggen’ aan. **4:16** Maar nu roemen jullie in jullie grootspraak. Al zulk roemen is slecht. Brontekst: νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | καυχᾶσθε (kauchasthe) = roemen jullie | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἀλαζονείαις (alazoneiais) = grootspraak | ὑμῶν (hymon) = jullie | πᾶσα (pasa) = al | καύχησις (kauchesis) = roemen | τοιαύτη (toiaute) = zulk | πονηρά (ponera) = slecht | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀλαζονεία (alazoneia), ‘grootspraak’: opschepperij. καύχησις (kauchesis), ‘roemen’: zie 1:9 en 4:13. **4:17** Wie dus weet het goede te doen en het niet doet, voor hem is het zonde. Brontekst: εἰδότι (eidoti) = wetend | οὖν (oun) = dus | καλὸν (kalon) = goed | ποιεῖν (poiein) = te doen | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ποιοῦντι (poiounti) = doend | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | αὐτῷ (auto) = voor hem | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰδότι … καλὸν ποιεῖν (eidoti … kalon poiein), ‘wie weet het goede te doen’: wie weet wat goed is om te doen. De zin trekt een conclusie (οὖν, ‘dus’) uit 4:13–16. ## Jakobus 5 _Tegen de rijken, geduld tot de komst van de Heer, gebed en terugbrengen_ ### Tegen de rijken **5:1** Kom nu, jullie rijken: huil en jammer luid over de ellende die over jullie komt. Brontekst: Ἄγε (Age) = kom | νῦν (nyn) = nu | οἱ (hoi) = de | πλούσιοι (plousioi) = rijken | κλαύσατε (klausate) = huil | ὀλολύζοντες (ololyzontes) = luid jammerend | ἐπὶ (epi) = over | ταῖς (tais) = de | ταλαιπωρίαις (talaiporiais) = ellende | ὑμῶν (hymon) = jullie | ταῖς (tais) = die | ἐπερχομέναις (eperchomenais) = komende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἄγε νῦν (age nyn), ‘kom nu’: zie 4:13. ὀλολύζω (ololyzo), ‘luid jammeren’: de klacht bij een ramp; vergelijk Jes. 13:6, ‘Jammer, want de dag van Yahweh is nabij’. ταλαιπωρία (talaipooria), ‘ellende’: hoort bij ταλαιπωρέω in 4:9. Voetnoot : Zie ook Jes. 13:6. Zie ook: Jes 13:6 **5:2** Jullie rijkdom is verrot en jullie kleren zijn door de mot aangevreten. Brontekst: ὁ (ho) = de | πλοῦτος (ploutos) = rijkdom | ὑμῶν (hymon) = jullie | σέσηπεν (sesepen) = is verrot | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | ἱμάτια (himatia) = kleren | ὑμῶν (hymon) = jullie | σητόβρωτα (setobrota) = door motten aangevreten | γέγονεν (gegonen) = zijn geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σήπω (sepo), ‘verrotten’, en σητόβρωτος (setobrotos), ‘door de mot aangevreten’: rijkdom bestond in voorraden en kleding. Vergelijk Matt. 6:19. Voetnoot : Zie ook Matt. 6:19. Zie ook: Mat 6:19 **5:3** Jullie goud en zilver zijn verroest. Hun roest zal een getuigenis tegen jullie zijn en jullie vlees opeten als vuur. Jullie hebben schatten verzameld in de laatste dagen. Brontekst: ὁ (ho) = het | χρυσὸς (chrysos) = goud | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | ἄργυρος (argyros) = zilver | κατίωται (katiotai) = zijn verroest | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ἰὸς (ios) = roest | αὐτῶν (auton) = ervan | εἰς (eis) = tot | μαρτύριον (martyrion) = getuigenis | ὑμῖν (hymin) = tegen jullie | ἔσται (estai) = zal zijn | καὶ (kai) = en | φάγεται (phagetai) = zal opeten | τὰς (tas) = het | σάρκας (sarkas) = vlees | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὡς (hos) = als | πῦρ (pyr) = vuur | ἐθησαυρίσατε (ethesaurisate) = jullie hebben schatten verzameld | ἐν (en) = in | ἐσχάταις (eschatais) = laatste | ἡμέραις (hemerais) = dagen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἰός (ios), ‘roest’: hetzelfde woord betekent in 3:8 ‘gif’. εἰς μαρτύριον ὑμῖν (eis martyrion hymin): de datief kan ‘voor jullie’ of ‘tegen jullie’ betekenen; hier past ‘tegen’. Voetnoot : ὡς πῦρ (hos pyr), ‘als vuur’: de SBLGNT zet er een punt voor, zodat het bij het volgende hoort (‘als vuur hebben jullie schatten verzameld’). Wij verbinden het met het voorgaande: de roest eet jullie vlees op als vuur. ἐν ἐσχάταις ἡμέραις (en eschatais hemerais), ‘in de laatste dagen’: de tijd waarin het oordeel nabij is. **5:4** Zie, het loon van de arbeiders die jullie velden hebben gemaaid, het loon dat door jullie is achtergehouden, schreeuwt. De kreten van de oogsters zijn in de oren van Yahweh van de legermachten gekomen. Brontekst: ἰδοὺ (idou) = zie | ὁ (ho) = het | μισθὸς (misthos) = loon | τῶν (ton) = van de | ἐργατῶν (ergaton) = arbeiders | τῶν (ton) = die | ἀμησάντων (amesanton) = maaiden | τὰς (tas) = de | χώρας (choras) = velden | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὁ (ho) = het | ἀφυστερημένος (aphysteremenos) = achtergehouden | ἀφ’ (aph’) = door | ὑμῶν (hymon) = jullie | κράζει (krazei) = schreeuwt | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | βοαὶ (boai) = kreten | τῶν (ton) = van de | θερισάντων (therisanton) = oogsters | εἰς (eis) = in | τὰ (ta) = de | ὦτα (ota) = oren | Κυρίου (Kyriou) = van Yahweh | Σαβαὼθ (Sabaoth) = van de legermachten | εἰσεληλύθασιν (eiselelythasin) = zijn gekomen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Σαβαώθ (Sabaoth) is de Griekse weergave van het Hebreeuwse צְבָאוֹת (tsevaot), ‘legers, legermachten’. Wij schrijven ‘Yahweh van de legermachten’, zoals in Jes. 1:9. In Jes. 5:9 staat dezelfde naam bij een eed: ‘In mijn oren heeft Yahweh van de legermachten gezworen’. Voetnoot : Het loon van de dagloner mocht niet worden achtergehouden; zie Lev. 19:13 en Deut. 24:14–15, waar de arbeider tot Yahweh roept. κράζω (krazo), ‘schreeuwen’; βοή (boe), ‘kreet’. Voetnoot : Zie ook Jes. 1:9; Jes. 5:9; Lev. 19:13; Deut. 24:14–15. Zie ook: Lev 19:13; Deut 24:14–15; Jes 1:9; Jes 5:9 **5:5** Jullie hebben op aarde in weelde geleefd en uitbundig genoten. Jullie hebben jullie harten gevoed op een dag van slachting. Brontekst: ἐτρυφήσατε (etryphesate) = jullie leefden in weelde | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | καὶ (kai) = en | ἐσπαταλήσατε (espatalesate) = jullie genoten uitbundig | ἐθρέψατε (ethrepsate) = jullie voedden | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐν (en) = op | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | σφαγῆς (sphages) = van slachting Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τρυφάω (tryfao), ‘in weelde leven’, en σπαταλάω (spatalao), ‘uitbundig genieten’. ἐθρέψατε (ethrepsate), ‘voeden’: de harten zijn vetgemest, zoals vee vóór de slacht. ‘Een dag van slachting’ is beeld van het oordeel; vergelijk Jer. 12:3, ‘Zet hen apart voor de dag van het doden’. Voetnoot : Zie ook Jer. 12:3. Zie ook: Jer 12:3 **5:6** Jullie hebben de rechtvaardige veroordeeld en gemoord. Verzet hij zich niet tegen jullie? Brontekst: κατεδικάσατε (katedikasate) = jullie veroordeelden | ἐφονεύσατε (ephoneusate) = jullie moordden | τὸν (ton) = de | δίκαιον (dikaion) = rechtvaardige | οὐκ (ouk) = niet | ἀντιτάσσεται (antitassetai) = verzet hij zich | ὑμῖν (hymin) = tegen jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δίκαιος (dikaios), ‘rechtvaardige’: de tekst zegt niet wie; het kan elke rechtvaardige zijn, zoals de arme arbeider. ἀντιτάσσεται (antitassetai), ‘zich verzetten’: hetzelfde werkwoord als in 4:6, waar Elohim zich tegen de hoogmoedigen verzet. Voetnoot : De SBLGNT zet een vraagteken: ‘Verzet hij zich niet tegen jullie?’ Zonder vraagteken is het een mededeling: ‘Hij verzet zich niet tegen jullie.’ Het onderwerp (de rechtvaardige of Elohim) is dan niet zeker. ### Geduld tot de komst van de Heer **5:7** Heb dus geduld, broers, tot de komst van de Heer. Zie, de boer wacht op de kostbare vrucht van de aarde. Hij heeft er geduld mee, totdat hij de vroege en de late regen ontvangt. Brontekst: Μακροθυμήσατε (Makrothymesate) = heb geduld | οὖν (oun) = dus | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ἕως (heos) = tot | τῆς (tes) = de | παρουσίας (parousias) = komst | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἰδοὺ (idou) = zie | ὁ (ho) = de | γεωργὸς (georgos) = boer | ἐκδέχεται (ekdechetai) = wacht op | τὸν (ton) = de | τίμιον (timion) = kostbare | καρπὸν (karpon) = vrucht | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde | μακροθυμῶν (makrothymon) = geduld hebbend | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτῷ (auto) = het | ἕως (heos) = totdat | λάβῃ (labe) = hij ontvangt | πρόϊμον (proimon) = vroege | καὶ (kai) = en | ὄψιμον (opsimon) = late Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’; het woord voor de komst van een koning. Het staat ook in Matt. 24:3 voor de komst van de Heer. Voetnoot : κύριος (kyrios): ‘de Heer’ is hier Yeshua. γεωργός (georgos), ‘boer’. πρόϊμον καὶ ὄψιμον (proimon kai opsimon), ‘de vroege en de late’: het woord ‘regen’ staat niet in de SBLGNT, maar wordt bedoeld; vergelijk Deut. 11:14, ‘de vroege en de late regen’. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:3; Deut. 11:14. Zie ook: Deut 11:14; Mat 24:3 **5:8** Heb ook jullie geduld. Versterk jullie harten, want de komst van de Heer is nabij. Brontekst: μακροθυμήσατε (makrothymesate) = heb geduld | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | στηρίξατε (sterixate) = versterk | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὅτι (hoti) = want | ἡ (he) = de | παρουσία (parousia) = komst | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἤγγικεν (engiken) = is nabij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στηρίζω (sterizo), ‘versterken’. ἤγγικεν (engiken), ‘is nabij gekomen’: het werkwoord uit Matt. 3:2. Zie ook: Mat 3:2 **5:9** Klaag niet over elkaar, broers, zodat jullie niet geoordeeld worden. Zie, de rechter staat voor de deuren. Brontekst: μὴ (me) = niet | στενάζετε (stenazete) = klaag | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | κατ’ (kat’) = over | ἀλλήλων (allelon) = elkaar | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | κριθῆτε (krithete) = jullie geoordeeld worden | ἰδοὺ (idou) = zie | ὁ (ho) = de | κριτὴς (krites) = rechter | πρὸ (pro) = voor | τῶν (ton) = de | θυρῶν (thyron) = deuren | ἕστηκεν (hesteken) = staat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στενάζω (stenazo), ‘zuchten, kreunen’: hier klagen over elkaar. ‘De rechter staat voor de deuren’: vergelijk Matt. 24:33, ‘nabij, voor de deur’. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:33. Zie ook: Mat 24:33 **5:10** Neem de profeten, die in de naam van Yahweh gesproken hebben, als voorbeeld van lijden en geduld, broers. Brontekst: ὑπόδειγμα (hypodeigma) = voorbeeld | λάβετε (labete) = neem | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | τῆς (tes) = van het | κακοπαθίας (kakopathias) = lijden | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van het | μακροθυμίας (makrothymias) = geduld | τοὺς (tous) = de | προφήτας (prophetas) = profeten | οἳ (hoi) = die | ἐλάλησαν (elalesan) = spraken | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ὀνόματι (onomati) = naam | κυρίου (kyriou) = van Yahweh Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπόδειγμα (hypodeigma), ‘voorbeeld’. κακοπαθία (kakopathia), ‘lijden’: kwalijke behandeling. κύριος (kyrios): ‘in de naam van Yahweh’ is de gewone formule voor wie namens Elohim spreekt. **5:11** Zie, wij prijzen hen gelukkig die volhard hebben. Jullie hebben van de volharding van Job gehoord en het einde van Yahweh gezien: Yahweh is vol ontferming en barmhartig. Brontekst: ἰδοὺ (idou) = zie | μακαρίζομεν (makarizomen) = prijzen wij gelukkig | τοὺς (tous) = de | ὑπομείναντας (hypomeinantas) = volhard hebbenden | τὴν (ten) = de | ὑπομονὴν (hypomonen) = volharding | Ἰὼβ (Iob) = Job | ἠκούσατε (ekousate) = jullie hebben gehoord | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τέλος (telos) = einde | κυρίου (kyriou) = van Yahweh | εἴδετε (eidete) = jullie hebben gezien | ὅτι (hoti) = dat | πολύσπλαγχνός (polysplanchnos) = vol ontferming | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Yahweh | καὶ (kai) = en | οἰκτίρμων (oiktirmon) = barmhartig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακαρίζω (makarizo), ‘gelukkig prijzen’. Job: zie Job 1:21–22; 2:10; 42:10–12. Het woord ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’, is hetzelfde als in 1:3–4. Voetnoot : τὸ τέλος κυρίου (to telos kyriou), letterlijk ‘het einde van Yahweh’: de afloop die Yahweh gaf; vergelijk Job 42:10, waar Yahweh Jobs lot keert. πολύσπλαγχνος (polysplanchnos), ‘vol ontferming’: letterlijk ‘rijk aan innerlijk medelijden’. οἰκτίρμων (oiktirmon), ‘barmhartig’: vergelijk Ps. 103:8 en Exod. 34:6, ‘barmhartig en genadig’. Voetnoot : Zie ook Job 1:21–22; Job 2:10; Job 42:10; Ps. 103:8; Exod. 34:6. Zie ook: Job 1:21–22; Job 2:10; Job 42:10; Ex 34:6; Ps 103:8 ### Niet zweren **5:12** Maar vóór alles, mijn broers: zweer niet, niet bij de hemel, niet bij de aarde en met geen enkele andere eed. Laat jullie „ja, ja” zijn en jullie „nee, nee”, zodat jullie niet onder het oordeel vallen. Brontekst: Πρὸ (Pro) = vóór | πάντων (panton) = alles | δέ (de) = maar | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | μὴ (me) = niet | ὀμνύετε (omnyete) = zweer | μήτε (mete) = noch | τὸν (ton) = de | οὐρανὸν (ouranon) = hemel | μήτε (mete) = noch | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | μήτε (mete) = noch | ἄλλον (allon) = andere | τινὰ (tina) = enige | ὅρκον (horkon) = eed | ἤτω (eto) = laat zijn | δὲ (de) = maar | ὑμῶν (hymon) = jullie | τὸ (to) = het | Ναὶ (Nai) = ja | ναὶ (nai) = ja | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | Οὒ (Ou) = nee | οὔ (ou) = nee | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ὑπὸ (hypo) = onder | κρίσιν (krisin) = oordeel | πέσητε (pesete) = jullie vallen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Yeshua zegt hetzelfde in Matt. 5:34–37. ὀμνύω (omnyo), ‘zweren’, ὅρκος (horkos), ‘eed’. ὑπὸ κρίσιν (hypo krisin), ‘onder het oordeel’: onder oordeel vallen, veroordeeld worden. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:34–37. Voetnoot Lezing: Voor de slotwoorden ‘onder het oordeel’ verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 5:34–37 ### Lijden, ziekte en gebed **5:13** Lijdt iemand onder jullie? Laat hij bidden. Is iemand opgewekt? Laat hij een lofzang zingen. Brontekst: Κακοπαθεῖ (Kakopathei) = lijdt | τις (tis) = iemand | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | προσευχέσθω (proseuchestho) = laat bidden | εὐθυμεῖ (euthymei) = is opgewekt | τις (tis) = iemand | ψαλλέτω (psalleto) = laat lofzang zingen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κακοπαθέω (kakopatheo), ‘lijden’. εὐθυμέω (euthymeo), ‘opgewekt zijn’. ψάλλω (psallo), ‘een lofzang zingen’: letterlijk ‘aan de snaren trekken’, dus zingen met begeleiding. **5:14** Is iemand onder jullie ziek? Laat hij de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen. Laten zij over hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. Brontekst: ἀσθενεῖ (asthenei) = is ziek | τις (tis) = iemand | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | προσκαλεσάσθω (proskalesastho) = laat roepen | τοὺς (tous) = de | πρεσβυτέρους (presbyterous) = ouderlingen | τῆς (tes) = van de | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | καὶ (kai) = en | προσευξάσθωσαν (proseuxasthosan) = laten bidden | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτὸν (auton) = hem | ἀλείψαντες (aleipsantes) = zalvend | αὐτὸν (auton) = hem | ἐλαίῳ (elaio) = met olie | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ὀνόματι (onomati) = naam | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘ouderlingen’: zo vertalen wij het ook in Handelingen. ἀσθενέω (astheneo), ‘ziek zijn’: letterlijk ‘zwak zijn’. ἀλείφω (aleifo), ‘zalven’: met olie insmeren; vergelijk Mark. 6:13. ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’. Voetnoot : τοῦ κυρίου (tou kyriou), ‘van de Heer’: wij schrijven ‘de Heer’ en bedoelen Yeshua; het Grieks zegt het niet uitdrukkelijk. Voetnoot : Zie ook Mark. 6:13; Hand. 15:2. Zie ook: Mar 6:13; Hand 15:2 **5:15** En het gebed van het geloof zal de zieke redden, en de Heer zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal het hem vergeven worden. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | εὐχὴ (euche) = gebed | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | σώσει (sosei) = zal redden | τὸν (ton) = de | κάμνοντα (kamnonta) = zieke | καὶ (kai) = en | ἐγερεῖ (egerei) = zal oprichten | αὐτὸν (auton) = hem | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | κἂν (kan) = en als | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden | ᾖ (e) = hij is | πεποιηκώς (pepoiekos) = gedaan hebbend | ἀφεθήσεται (aphethesetai) = zal vergeven worden | αὐτῷ (auto) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σῴζω (sozo), ‘redden’: ook ‘genezen’; hier gaat het om de zieke. ἐγείρω (egeiro), ‘oprichten’: ook ‘opwekken’. κάμνω (kamno), ‘ziek zijn, uitgeput zijn’. εὐχή (euche), ‘gebed’: ook ‘gelofte’. **5:16** Belijd dus elkaar de zonden en bid voor elkaar, zodat jullie genezen worden. Veel vermag het gebed van een rechtvaardige, als het werkzaam is. Brontekst: ἐξομολογεῖσθε (exomologeisthe) = belijd | οὖν (oun) = dus | ἀλλήλοις (allelois) = aan elkaar | τὰς (tas) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden | καὶ (kai) = en | εὔχεσθε (euchesthe) = bid | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἀλλήλων (allelon) = elkaar | ὅπως (hopos) = opdat | ἰαθῆτε (iathete) = jullie genezen worden | πολὺ (poly) = veel | ἰσχύει (ischyei) = vermag | δέησις (deesis) = gebed | δικαίου (dikaiou) = van een rechtvaardige | ἐνεργουμένη (energoumene) = werkzaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξομολογέω (exomologeo), ‘belijden’: hardop erkennen. ἁμαρτία (hamartia) is ‘zonde’; wij schrijven ‘zonden’. Voetnoot Lezing: Voor ‘de zonden’ verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : ἐνεργουμένη (energoumene), ‘werkzaam’: dit deelwoord kan ook ‘krachtig werkend’ betekenen, of ‘wanneer het in werking wordt gezet’. **5:17** Elia was een mens met dezelfde aard als wij. Hij bad vurig dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op de aarde. Brontekst: Ἠλίας (Elias) = Elia | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ἦν (en) = was | ὁμοιοπαθὴς (homoiopathes) = van dezelfde aard | ἡμῖν (hemin) = als wij | καὶ (kai) = en | προσευχῇ (proseuche) = met gebed | προσηύξατο (proseyxato) = bad | τοῦ (tou) = dat | μὴ (me) = niet | βρέξαι (brexai) = het zou regenen | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἔβρεξεν (ebrexen) = het regende | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde | ἐνιαυτοὺς (eniautous) = jaren | τρεῖς (treis) = drie | καὶ (kai) = en | μῆνας (menas) = maanden | ἕξ (hex) = zes Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμοιοπαθής (homoiopathes), ‘van dezelfde aard’: zo vertalen wij het ook in Hand. 14:15. προσευχῇ προσηύξατο (proseuche proseuxato), letterlijk ‘bad met gebed’: een Hebreeuwse wending voor ‘bad vurig’. De droogte kondigt Elia aan in 1 Kon. 17:1; een gebed staat daar niet bij. De duur van drie jaar en zes maanden noemt ook Luc. 4:25; in 1 Kon. 18:1 komt de regen ‘in het derde jaar’. Voetnoot : Zie ook 1 Kon. 17:1; 1 Kon. 18:1; Luc. 4:25. Zie ook: 1 Kon 17:1; 1 Kon 18:1; Luc 4:25; Hand 14:15 **5:18** En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort. Brontekst: καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = opnieuw | προσηύξατο (proseyxato) = bad hij | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | οὐρανὸς (ouranos) = hemel | ὑετὸν (hyeton) = regen | ἔδωκεν (edoken) = gaf | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | γῆ (ge) = aarde | ἐβλάστησεν (eblastesen) = liet spruiten | τὸν (ton) = de | καρπὸν (karpon) = vrucht | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Elia bidt op de Karmel en de regen komt: 1 Kon. 18:42–45. ἐβλάστησεν (eblastesen), ‘liet spruiten’: de aarde laat haar gewas uitlopen. Voetnoot : Zie ook 1 Kon. 18:42; 1 Kon. 18:45. Zie ook: 1 Kon 18:42–45; 1 Kon 18:45 ### Wie afdwaalt terugbrengen **5:19** Mijn broers, als iemand onder jullie van de waarheid afdwaalt en iemand brengt hem terug, Brontekst: Ἀδελφοί (Adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | ἐάν (ean) = als | τις (tis) = iemand | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | πλανηθῇ (planethe) = afdwaalt | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | καὶ (kai) = en | ἐπιστρέψῃ (epistrepse) = terugbrengt | τις (tis) = iemand | αὐτόν (auton) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιστρέφω (epistrefo), ‘terugbrengen’: ook ‘omkeren, zich bekeren’. De zin begint in vers 19 met ‘als’ en loopt door in vers 20. Zie ook: Jak 5:20 **5:20** dan moet hij weten: wie een zondaar terugbrengt van de dwaling van zijn weg, zal zijn ziel van de dood redden. Hij zal een menigte zonden bedekken. Brontekst: γινωσκέτω (ginosketo) = laat hij weten | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = de | ἐπιστρέψας (epistrepsas) = teruggebracht hebbende | ἁμαρτωλὸν (hamartolon) = zondaar | ἐκ (ek) = van | πλάνης (planes) = dwaling | ὁδοῦ (hodou) = weg | αὐτοῦ (autou) = zijn | σώσει (sosei) = zal redden | ψυχὴν (psychen) = ziel | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐκ (ek) = van | θανάτου (thanatou) = dood | καὶ (kai) = en | καλύψει (kalypsei) = zal bedekken | πλῆθος (plethos) = menigte | ἁμαρτιῶν (hamartion) = van zonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψυχὴν αὐτοῦ (psychen autou), ‘zijn ziel’: de ziel van de teruggebrachte zondaar, of van degene die hem terugbrengt; het Grieks laat dat open. Wij houden ‘zijn ziel’. ‘Een menigte zonden bedekken’ is een beeld uit Spr. 10:12, ‘liefde bedekt alle overtredingen’. De brief eindigt hier zonder slotgroet. Het ‘dan’ aan het begin is ons toegevoegd om vers 19 en 20 aan elkaar te knopen. Voetnoot : Zie ook Spr. 10:12. Zie ook: Spr 10:12; Jak 5:19