# Hebreeën (Πρὸς Ἑβραίους, Pros Hebraious) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Hebreeën 1 _Elohim spreekt in een Zoon, die beter is dan de engelen_ ### Elohim heeft in een Zoon gesproken **1:1** Op veel manieren en in veel vormen heeft Elohim vroeger tot de vaders gesproken door de profeten. Brontekst: Πολυμερῶς (Polymeros) = Op veel manieren | καὶ (kai) = en | πολυτρόπως (polytropos) = in veel vormen | πάλαι (palai) = vroeger | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | λαλήσας (lalesas) = gesproken hebbend | τοῖς (tois) = tot de | πατράσιν (patrasin) = vaders | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | προφήταις (prophetais) = profeten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De brief begint zonder afzender en zonder begroeting; hij opent meteen met Elohim die spreekt. πολυμερῶς (polymeros), ‘op veel manieren’, letterlijk ‘in veel delen’, en πολυτρόπως (polytropos), ‘in veel vormen’: Elohim sprak in stukken en op verschillende wijzen. λαλέω (laleo), ‘spreken’. ‘De vaders’ zijn de voorouders van Israël; ‘de profeten’ zijn de sprekers door wie Elohim sprak. ἐν (en) staat bij ‘de profeten’ en in vers 2 bij ‘een Zoon’; wij vertalen het eerst met ‘door’ en dan met ‘in’. Zie ook: Heb 1:2 **1:2** In het laatste van deze dagen heeft Hij tot ons gesproken in een Zoon. Hem heeft Hij gesteld tot erfgenaam van alles, en door Hem heeft Hij ook de eeuwen gemaakt. Brontekst: ἐπ’ (ep’) = in | ἐσχάτου (eschatou) = het laatste | τῶν (ton) = van de | ἡμερῶν (hemeron) = dagen | τούτων (touton) = deze | ἐλάλησεν (elalesen) = sprak Hij | ἡμῖν (hemin) = tot ons | ἐν (en) = in | υἱῷ (huio) = een Zoon | ὃν (hon) = die | ἔθηκεν (etheken) = Hij stelde | κληρονόμον (kleronomon) = tot erfgenaam | πάντων (panton) = van alles | δι’ (di’) = door | οὗ (hou) = Wie | καὶ (kai) = ook | ἐποίησεν (epoiesen) = Hij maakte | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπ᾽ ἐσχάτου τῶν ἡμερῶν τούτων (ep eschatou ton hemeron touton), ‘in het laatste van deze dagen’: de tijd waarin de schrijver en zijn lezers leven. ἐν υἱῷ (en huio), ‘in een Zoon’: het Grieks heeft geen lidwoord; het gaat om wie Hij is, niet alleen om een zoon als persoon. κληρονόμος (kleronomos), ‘erfgenaam’. αἰών (aion), ‘eeuw, tijdperk’: de meervoudsvorm ‘de eeuwen’ kan ook ‘de werelden’ betekenen, alles wat in de tijd bestaat. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:3; Kol. 1:16. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘Hij ook de eeuwen gemaakt heeft’ (ἐποίησεν τοὺς αἰῶνας) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joh 1:3; Kol 1:16 **1:3** Hij is de afstraling van de heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen. Hij draagt alles door het woord van Zijn kracht. Nadat Hij door Zichzelf de reiniging van de zonden had bewerkt, ging Hij zitten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogte. Brontekst: ὃς (hos) = Hij die | ὢν (on) = is | ἀπαύγασμα (apaugasma) = afstraling | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | χαρακτὴρ (charakter) = afdruk | τῆς (tes) = van het | ὑποστάσεως (hypostaseos) = wezen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | φέρων (pheron) = dragend | τε (te) = en | τὰ (ta) = de | πάντα (panta) = alles | τῷ (to) = door het | ῥήματι (rhemati) = woord | τῆς (tes) = van de | δυνάμεως (dynameos) = kracht | δι’ (di’) = door | αὑτοῦ (hautou) = Zichzelf | καθαρισμὸν (katharismon) = reiniging | τῶν (ton) = van de | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | ποιησάμενος (poiesamenos) = bewerkt hebbend | ἐκάθισεν (ekathisen) = ging zitten | ἐν (en) = aan | δεξιᾷ (dexia) = rechterhand | τῆς (tes) = van de | μεγαλωσύνης (megalosynes) = Majesteit | ἐν (en) = in | ὑψηλοῖς (hypselois) = hoogte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπαύγασμα (apaugasma), ‘afstraling’: het licht dat van een bron uitgaat; het woord kan ook ‘weerschijn’ zijn. χαρακτήρ (charakter), ‘afdruk’: het merk van een stempel of zegel. ὑπόστασις (hypostasis), ‘wezen’: wat iets werkelijk is; het woord komt ook voor in 3:14 (‘grondslag’) en 11:1. Het Grieks heeft ‘Zijn’ (αὐτοῦ) alleen achter ‘wezen’; het kan ook bij ‘heerlijkheid’ horen. ‘Het woord van Zijn kracht’: bij ‘kracht’ staat in het Grieks geen bezittelijk voornaamwoord; wij vullen ‘Zijn’ aan. φέρω (fero), ‘dragen’. καθαρισμός (katharismos), ‘reiniging’. ‘Aan de rechterhand van de Majesteit’ (μεγαλωσύνη, megalosyne): de plaats van eer en gezag, zoals in Ps. 110:1. ‘In de hoogte’ (ἐν ὑψηλοῖς, en hypselois): letterlijk ‘in de hoge plaatsen’, een omschrijving voor de hemel. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:1; Kol. 1:15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘door Zichzelf’ (δι᾽ αὑτοῦ) en bij ‘de zonden bewerkt hebbend’ (τῶν ἁμαρτιῶν ποιησάμενος). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 110:1; Kol 1:15 ### De Zoon, beter dan de engelen **1:4** Hij is zoveel beter geworden dan de engelen, als de naam die Hij geërfd heeft voortreffelijker is dan de hunne. Brontekst: τοσούτῳ (tosouto) = zoveel | κρείττων (kreitton) = beter | γενόμενος (genomenos) = geworden | τῶν (ton) = dan de | ἀγγέλων (angelon) = engelen | ὅσῳ (hoso) = als | διαφορώτερον (diaphoroteron) = voortreffelijker | παρ’ (par’) = dan | αὐτοὺς (autous) = zij | κεκληρονόμηκεν (kekleronomeken) = Hij heeft geërfd | ὄνομα (onoma) = naam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρείττων (kreitton), ‘beter’: dit woord keert in de brief steeds terug (bijvoorbeeld 7:7, 7:19, 7:22). κεκληρονόμηκεν (kekleronomeken), ‘Hij heeft geërfd’: een voltooide tijd; de naam is Zijn bezit gebleven. Het Grieks zegt niet welke naam bedoeld is; vers 5 noemt de titel ‘Zoon’. Zie ook: Heb 1:5 ### De Schrift over de Zoon en de engelen **1:5** Want tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: **„Mijn Zoon ben jij, Ik heb jou vandaag verwekt”**? En weer: **„Ik zal voor Hem een Vader zijn, en Hij zal voor Mij een Zoon zijn”**? Brontekst: Τίνι (Tini) = aan wie | γὰρ (gar) = want | εἶπέν (eipen) = zei Hij | ποτε (pote) = ooit | τῶν (ton) = van de | ἀγγέλων (angelon) = engelen | Υἱός (Huios) = Zoon | μου (mou) = Mijn | εἶ (ei) = ben | σύ (sy) = jij | ἐγὼ (ego) = Ik | σήμερον (semeron) = vandaag | γεγέννηκά (gegenneka) = heb verwekt | σε (se) = jou | καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = weer | Ἐγὼ (Ego) = Ik | ἔσομαι (esomai) = zal zijn | αὐτῷ (auto) = voor Hem | εἰς (eis) = tot | πατέρα (patera) = Vader | καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = Hij | ἔσται (estai) = zal zijn | μοι (moi) = voor Mij | εἰς (eis) = tot | υἱόν (huion) = Zoon Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De eerste aanhaling is Ps. 2:7: ‘Mijn zoon ben jij. Ik heb jou vandaag verwekt.’ De tweede is 2 Sam. 7:14: ‘Ik zal voor hem een vader zijn, en hij zal voor Mij een zoon zijn.’ Ons Hebreeuws heeft in 2 Sam. 7:14 hetzelfde en gaat verder met ‘Wanneer hij verkeerd handelt…’; Hebreeën laat dat deel weg. γεννάω (gennao), ‘verwekken’. ἄγγελος (angelos), ‘engel’: ook ‘bode, boodschapper’. Beide aanhalingen zijn woorden van Elohim in de eerste persoon; wij zetten ze rood. Voetnoot : Zie ook Ps. 2:7; 2 Sam. 7:14; Hand. 13:33. Zie ook: 2 Sam 7:14; Ps 2:7; Hand 13:33 **1:6** Maar wanneer Hij de eerstgeborene weer in de bewoonde wereld brengt, zegt Hij: „En laten alle engelen van Elohim zich voor Hem neerbuigen.” Brontekst: ὅταν (hotan) = wanneer | δὲ (de) = maar | πάλιν (palin) = weer | εἰσαγάγῃ (eisagage) = Hij binnenbrengt | τὸν (ton) = de | πρωτότοκον (prototokon) = eerstgeborene | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | οἰκουμένην (oikoumenen) = bewoonde wereld | λέγει (legei) = zegt Hij | Καὶ (Kai) = en | προσκυνησάτωσαν (proskynesatosan) = laten zich neerbuigen | αὐτῷ (auto) = voor Hem | πάντες (pantes) = alle | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρωτότοκος (prototokos), ‘eerstgeborene’: de eerste in rang en in tijd, zoals in Ps. 89:28 en Kol. 1:15. πάλιν (palin), ‘weer’: het kan bij ‘brengt’ horen (‘opnieuw in de wereld brengt’) of bij ‘zegt’ (‘verder zegt Hij’, zoals in vers 5); wij houden het bij ‘brengt’. οἰκουμένη (oikoumene), ‘de bewoonde wereld’: zoals in Luc. 2:1. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’. De woorden staan zwart: Hebreeën zegt dat Elohim ze spreekt, maar ze spreken over Hem in de derde persoon. Ons Hebreeuws van Deut. 32:43 heeft deze regel niet; Ps. 97:7 heeft ‘Buig je neer voor Hem, alle goden’ (Hebr. אֱלֹהִים, elohim). Hebreeën heeft ‘engelen van Elohim’. Voetnoot : Zie ook Deut. 32:43; Ps. 97:7. Zie ook: Deut 32:43; Ps 89:28; Ps 97:7; Luc 2:1; Kol 1:15; Heb 1:5 **1:7** En over de engelen zegt Hij wel: „Hij die Zijn engelen tot geesten maakt, en Zijn dienaren tot een vlam van vuur.” Brontekst: καὶ (kai) = en | πρὸς (pros) = over | μὲν (men) = wel | τοὺς (tous) = de | ἀγγέλους (angelous) = engelen | λέγει (legei) = zegt Hij | Ὁ (Ho) = Hij die | ποιῶν (poion) = maakt | τοὺς (tous) = de | ἀγγέλους (angelous) = engelen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | πνεύματα (pneumata) = tot geesten | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | λειτουργοὺς (leitourgous) = dienaren | αὐτοῦ (autou) = Zijn | πυρὸς (pyros) = van vuur | φλόγα (phloga) = vlam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρός (pros) met de vierde naamval kan ‘tegen’ of ‘met het oog op’ betekenen; omdat de woorden over de engelen gaan, vertalen wij ‘over’, en in vers 8, waar de Zoon wordt aangesproken, ‘tegen’. Aanhaling van Ps. 104:4. Ons Hebreeuws heeft: ‘U maakt winden tot Uw boodschappers, laaiend vuur tot Uw dienaren’; het Hebreeuws laat ook de lezing ‘U maakt Uw engelen tot winden’ toe. Hebreeën heeft ‘Hij die Zijn engelen tot geesten maakt’. πνεῦμα (pneuma) is ‘wind’ en ‘geest’. λειτουργός (leitourgos), ‘dienaar’: zoals in Rom. 13:6. Voetnoot : Zie ook Ps. 104:4. Zie ook: Ps 104:4; Rom 13:6; Heb 1:8 **1:8** Maar tegen de Zoon: „Uw troon, Elohim, is voor eeuwig en altijd, en de scepter van de rechtheid is de scepter van Uw koninkrijk. Brontekst: πρὸς (pros) = tegen | δὲ (de) = maar | τὸν (ton) = de | υἱόν (huion) = Zoon | Ὁ (Ho) = de | θρόνος (thronos) = troon | σου (sou) = Uw | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | εἰς (eis) = voor | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuw | τοῦ (tou) = van de | αἰῶνος (aionos) = eeuw | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ῥάβδος (rhabdos) = scepter | τῆς (tes) = van de | εὐθύτητος (euthytetos) = rechtheid | ῥάβδος (rhabdos) = scepter | τῆς (tes) = van het | βασιλείας (basileias) = koninkrijk | σου (sou) = Uw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 45:7–8 (Hebreeuwse telling; in Nederlandse bijbels Ps. 45:6–7). Ons Hebreeuws heeft: ‘Uw troon, Elohim, blijft voor eeuwig en altijd. De scepter van uw koningschap is een scepter van rechtheid.’ De Griekse tekst zet de delen van de tweede zin in andere volgorde. ὁ θεός (ho theos) kan een aanspreking zijn (‘Uw troon, Elohim’), maar het Grieks laat ook ‘Elohim is Uw troon’ toe; wij vertalen als aanspreking, zoals het Hebreeuws. De woorden worden hier tot de Zoon gericht en gaan over Hem, niet over Elohim in de eerste persoon; daarom staan ze zwart. ῥάβδος (rabdos), ‘scepter’, εὐθύτης (euthytes), ‘rechtheid’. Voetnoot : Zie ook Ps. 45:7–8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘en de scepter van de rechtheid’ (καὶ ἡ ῥάβδος τῆς εὐθύτητος) en bij ‘Uw’ (σου). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 45:6–7; Ps 45:7–8 **1:9** U hebt gerechtigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat. Daarom heeft Elohim, Uw Elohim, U gezalfd met olie van jubel boven Uw metgezellen.” Brontekst: ἠγάπησας (egapesas) = U hebt liefgehad | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | καὶ (kai) = en | ἐμίσησας (emisesas) = U hebt gehaat | ἀνομίαν (anomian) = wetteloosheid | διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | ἔχρισέν (echrisen) = heeft gezalfd | σε (se) = U | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | σου (sou) = Uw | ἔλαιον (elaion) = olie | ἀγαλλιάσεως (agalliaseos) = van jubel | παρὰ (para) = boven | τοὺς (tous) = de | μετόχους (metochous) = metgezellen | σου (sou) = Uw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’: leven zonder de wet van Elohim; het Hebreeuws van Ps. 45:8 heeft ‘goddeloosheid’. ἀγαλλίασις (agalliasis), ‘jubel’: uitbundige vreugde; ons Hebreeuws heeft ‘olie van vreugde’. χρίω (chrio), ‘zalven’: hetzelfde grondwoord als Χριστός, ‘Messias, gezalfde’. μέτοχος (metochos), ‘metgezel, deelgenoot’: het woord komt ook voor in 3:1, 3:14 en 6:4, waar wij ‘deelhebbers’ vertalen; hier volgen wij ‘metgezellen’ van Ps. 45:8. Voetnoot : Zie ook Ps. 45:8. Zie ook: Ps 45:8 **1:10** En: „U, Heer, hebt in het begin de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn werken van Uw handen. Brontekst: καί (kai) = en | Σὺ (Sy) = U | κατ’ (kat’) = in | ἀρχάς (archas) = begin | κύριε (kyrie) = Heer | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | ἐθεμελίωσας (ethemeliosas) = hebt gegrondvest | καὶ (kai) = en | ἔργα (erga) = werken | τῶν (ton) = van de | χειρῶν (cheiron) = handen | σού (sou) = Uw | εἰσιν (eisin) = zijn | οἱ (hoi) = de | οὐρανοί (ouranoi) = hemelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 102:26–28 (Hebreeuwse telling; in Nederlandse bijbels Ps. 102:25–27). In de psalm wordt Yahweh aangesproken. Het woord κύριε (kyrie), ‘Heer’, staat niet in ons Hebreeuws van dit vers; Hebreeën past de woorden toe op de Zoon. θεμελιόω (themelioo), ‘de grondslag leggen, grondvesten’. κατ᾽ ἀρχάς (kat archas), ‘in het begin’. Voetnoot : Zie ook Ps. 102:26–28; Joh. 1:1–3. Zie ook: Ps 102:25–27; Ps 102:26–28; Joh 1:1–3 **1:11** Zij zullen vergaan, maar U blijft. Zij allen zullen verslijten als een kleed, Brontekst: αὐτοὶ (autoi) = zij | ἀπολοῦνται (apolountai) = zullen vergaan | σὺ (sy) = U | δὲ (de) = maar | διαμένεις (diameneis) = blijft | καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = allen | ὡς (hos) = als | ἱμάτιον (himation) = kleed | παλαιωθήσονται (palaiothesontai) = zullen verslijten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόλλυμι (apollymi), ‘vergaan’; διαμένω (diameno), ‘blijven, standhouden’; παλαιόω (palaioo), ‘oud worden, verslijten’. Het ‘zij’ zijn de aarde en de hemelen van vers 10. Zie ook: Heb 1:10 **1:12** en als een mantel zult U hen oprollen, als een kleed, en zij zullen veranderd worden. Maar U bent dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.” Brontekst: καὶ (kai) = en | ὡσεὶ (hosei) = als | περιβόλαιον (peribolaion) = mantel | ἑλίξεις (helixeis) = zult U oprollen | αὐτούς (autous) = hen | ὡς (hos) = als | ἱμάτιον (himation) = kleed | καὶ (kai) = en | ἀλλαγήσονται (allagesontai) = zullen veranderd worden | σὺ (sy) = U | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | αὐτὸς (autos) = dezelfde | εἶ (ei) = bent | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | ἔτη (ete) = jaren | σου (sou) = Uw | οὐκ (ouk) = niet | ἐκλείψουσιν (ekleipsousin) = zullen ophouden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιβόλαιον (peribolaion), ‘mantel’: een omslagkleed. ἑλίσσω (helisso), ‘oprollen’. ἀλλάσσω (allasso), ‘veranderen’; ons Hebreeuws heeft ‘verwisselen’. ‘Uw jaren zullen niet ophouden’ (οὐκ ἐκλείψουσιν, ouk ekleipsousin): zij lopen niet af. Ons Hebreeuws heeft: ‘Maar U bent dezelfde, en Uw jaren nemen geen einde.’ Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘als een kleed’ (ὡς ἱμάτιον) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **1:13** Maar tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: **„Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik je vijanden zet als voetbank voor je voeten”**? Brontekst: πρὸς (pros) = tot | τίνα (tina) = wie | δὲ (de) = maar | τῶν (ton) = van de | ἀγγέλων (angelon) = engelen | εἴρηκέν (eireken) = heeft gezegd | ποτε (pote) = ooit | Κάθου (Kathou) = zit | ἐκ (ek) = aan | δεξιῶν (dexion) = rechterhand | μου (mou) = Mijn | ἕως (heos) = totdat | ἂν (an) = ooit | θῶ (tho) = Ik zet | τοὺς (tous) = de | ἐχθρούς (echthrous) = vijanden | σου (sou) = je | ὑποπόδιον (hypopodion) = tot voetbank | τῶν (ton) = van de | ποδῶν (podon) = voeten | σου (sou) = je Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 110:1. Ons Hebreeuws heeft: ‘Uitspraak van Yahweh tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik je vijanden zet als voetbank voor je voeten.’ Hebreeën laat de inleiding weg en geeft het als woorden van Elohim tot de Zoon; wij zetten ze rood. ὑποπόδιον (hypopodion), ‘voetbank’. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:1; Matt. 22:44; Hand. 2:34–35. Zie ook: Ps 110:1; Mat 22:44; Hand 2:34–35 **1:14** Zijn zij niet allen dienende geesten, uitgezonden tot dienst vanwege hen die redding zullen erven? Brontekst: οὐχὶ (ouchi) = niet | πάντες (pantes) = allen | εἰσὶν (eisin) = zijn zij | λειτουργικὰ (leitourgika) = dienende | πνεύματα (pneumata) = geesten | εἰς (eis) = tot | διακονίαν (diakonian) = dienst | ἀποστελλόμενα (apostellomena) = uitgezonden | διὰ (dia) = vanwege | τοὺς (tous) = hen die | μέλλοντας (mellontas) = op het punt staan | κληρονομεῖν (kleronomein) = te erven | σωτηρίαν (soterian) = redding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λειτουργικός (leitourgikos), ‘dienend’: zij zijn in dienst, zoals de ‘dienaren’ van vers 7. ἀποστέλλω (apostello), ‘uitzenden’. διακονία (diakonia), ‘dienst’. ‘Redding erven’ (κληρονομεῖν σωτηρίαν): de redding is een erfenis; zie ook 1:2 en 1:4. De vraag verwacht het antwoord ‘ja’. Voetnoot : Zie ook Ps. 91:11. Zie ook: Ps 91:11; Heb 1:7 ## Hebreeën 2 _Let op wat wij gehoord hebben: de Zoon deelt in bloed en vlees en wordt een barmhartige hogepriester_ ### Een ernstige waarschuwing **2:1** Daarom moeten wij des te meer letten op wat wij gehoord hebben, opdat wij niet ooit wegdrijven. Brontekst: Διὰ (Dia) = Om | τοῦτο (touto) = dit | δεῖ (dei) = moet | περισσοτέρως (perissoteros) = des te meer | προσέχειν (prosechein) = letten op | ἡμᾶς (hemas) = wij | τοῖς (tois) = op wat | ἀκουσθεῖσιν (akoustheisin) = gehoord is | μήποτε (mepote) = opdat niet ooit | παραρυῶμεν (pararyomen) = wij wegdrijven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσέχω (prosecho), ‘letten op’. περισσοτέρως (perissoteros), ‘des te meer, overvloediger’. παραρρέω (pararreo), ‘wegdrijven, wegglijden’: letterlijk ‘langs iets heen stromen’, zoals een schip dat afdrijft. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘letten op … wij’ (προσέχειν ἡμᾶς) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **2:2** Want als het woord dat door engelen gesproken werd, vast kwam te staan, en elke overtreding en ongehoorzaamheid een rechtvaardige vergelding kreeg, Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = het | δι’ (di’) = door | ἀγγέλων (angelon) = engelen | λαληθεὶς (laletheis) = gesproken | λόγος (logos) = woord | ἐγένετο (egeneto) = werd | βέβαιος (bebaios) = vast | καὶ (kai) = en | πᾶσα (pasa) = elke | παράβασις (parabasis) = overtreding | καὶ (kai) = en | παρακοὴ (parakoe) = ongehoorzaamheid | ἔλαβεν (elaben) = ontving | ἔνδικον (endikon) = rechtvaardige | μισθαποδοσίαν (misthapodosian) = vergelding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Het woord dat door engelen gesproken werd’: het Grieks zegt niet welk woord; vergelijk Hand. 7:53 en Gal. 3:19, waar de wet in verband met engelen wordt genoemd. βέβαιος (bebaios), ‘vast, bindend’. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: het overschrijden van een grens. παρακοή (parakoe), ‘ongehoorzaamheid’: letterlijk ‘niet luisteren’. μισθαποδοσία (misthapodosia), ‘vergelding’: letterlijk ‘loonbetaling’; ἔνδικος (endikos), ‘rechtvaardig’. De zin loopt door in vers 3. Voetnoot : Zie ook Hand. 7:53; Gal. 3:19. Zie ook: Hand 7:53; Gal 3:19; Heb 2:3 **2:3** hoe zullen wij dan ontkomen, als wij een zo grote redding verwaarlozen? Zij is in het begin door de Heer gesproken en is voor ons bevestigd door hen die het gehoord hebben, Brontekst: πῶς (pos) = hoe | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἐκφευξόμεθα (ekpheuxometha) = zullen ontkomen | τηλικαύτης (telikautes) = zo grote | ἀμελήσαντες (amelesantes) = verwaarlozend | σωτηρίας (soterias) = redding | ἥτις (hetis) = die | ἀρχὴν (archen) = begin | λαβοῦσα (labousa) = genomen hebbend | λαλεῖσθαι (laleisthai) = gesproken te worden | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = hen die | ἀκουσάντων (akousanton) = gehoord hebben | εἰς (eis) = voor | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἐβεβαιώθη (ebebaiothe) = is bevestigd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀμελέω (ameleo), ‘verwaarlozen’. ‘De Heer’ (ὁ κύριος) is hier Yeshua: de redding is eerst door Hem gesproken. βεβαιόω (bebaioo), ‘bevestigen’. ‘Hen die het gehoord hebben’ zijn degenen die Hem gehoord hebben; het Grieks noemt hen niet bij naam. De zin loopt door in vers 4. Zie ook: Heb 2:4 **2:4** terwijl Elohim met hen meegetuigde door tekenen en wonderen en allerlei krachten, en door uitdelingen van de Heilige Geest naar Zijn wil. Brontekst: συνεπιμαρτυροῦντος (synepimartyrountos) = meegetuigend | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | σημείοις (semeiois) = met tekenen | τε (te) = en | καὶ (kai) = ook | τέρασιν (terasin) = wonderen | καὶ (kai) = en | ποικίλαις (poikilais) = allerlei | δυνάμεσιν (dynamesin) = krachten | καὶ (kai) = en | πνεύματος (pneumatos) = van de Geest | ἁγίου (hagiou) = Heilige | μερισμοῖς (merismois) = uitdelingen | κατὰ (kata) = naar | τὴν (ten) = de | αὐτοῦ (autou) = Zijn | θέλησιν (thelesin) = wil Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνεπιμαρτυρέω (synepimartyreo), ‘meegetuigen’: Elohim getuigde mee met hen die het gehoord hadden. σημεῖον (semeion), ‘teken’; τέρας (teras), ‘wonder’; δύναμις (dynamis), ‘kracht’: een krachtige daad. μερισμός (merismos), ‘uitdeling’: de Geest verdeelt Zijn gaven. θέλησις (thelesis), ‘wil’: ‘naar Zijn wil’ kan op Elohim slaan. Voetnoot : Zie ook Hand. 2:22; Hand. 14:3; 1 Kor. 12:11. Zie ook: Hand 2:22; Hand 14:3; 1 Kor 12:11 ### De bewoonde wereld en de mens **2:5** Want niet aan engelen heeft Hij de komende bewoonde wereld onderworpen, waarover wij spreken. Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἀγγέλοις (angelois) = aan engelen | ὑπέταξεν (hypetaxen) = onderwierp Hij | τὴν (ten) = de | οἰκουμένην (oikoumenen) = bewoonde wereld | τὴν (ten) = de | μέλλουσαν (mellousan) = komende | περὶ (peri) = over | ἧς (hes) = welke | λαλοῦμεν (laloumen) = wij spreken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’: zoals in 1:6. μέλλουσα (mellousa), ‘komend, toekomstig’: de wereld waarover de brief spreekt is nog niet gekomen. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’: zo ook in vers 8 en in Rom. 8:20. Zie ook: Rom 8:20; Heb 2:8 **2:6** Ergens heeft iemand ernstig getuigd: „Wat is de mens, dat U aan hem denkt, of het mensenkind, dat U naar hem omkijkt? Brontekst: διεμαρτύρατο (diemartyrato) = getuigde ernstig | δέ (de) = maar | πού (pou) = ergens | τις (tis) = iemand | λέγων (legon) = zeggend | Τί (Ti) = wat | ἐστιν (estin) = is | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ὅτι (hoti) = dat | μιμνῄσκῃ (mimneske) = U denkt | αὐτοῦ (autou) = aan hem | ἢ (e) = of | υἱὸς (huios) = zoon | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | ὅτι (hoti) = dat | ἐπισκέπτῃ (episkepte) = U kijkt om | αὐτόν (auton) = naar hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 8:5–7 (Hebreeuwse telling; in Nederlandse bijbels Ps. 8:4–6). Hebreeën noemt de schrijver niet: ‘Ergens heeft iemand ernstig getuigd’ (πού τις, pou tis). διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘ernstig getuigen’: zoals in Hand. 2:40. μιμνῄσκομαι (mimnesko), ‘denken aan’; ἐπισκέπτομαι (episkeptomai), ‘omkijken naar, bezoeken’. υἱὸς ἀνθρώπου (huios anthropou), ‘mensenkind’: zonder lidwoord, de uitdrukking van de psalm; het is niet de titel ‘de Mensenzoon’ uit de evangeliën, al past vers 9 de woorden toe op Yeshua. Voetnoot : Zie ook Ps. 8:5–7. Zie ook: Ps 8:4–6; Ps 8:5–7; Hand 2:40; Heb 2:9 **2:7** U hebt hem een weinig minder gemaakt dan engelen. Met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond. Brontekst: ἠλάττωσας (elattosas) = U maakte minder | αὐτὸν (auton) = hem | βραχύ (brachy) = een weinig | τι (ti) = iets | παρ’ (par’) = dan | ἀγγέλους (angelous) = engelen | δόξῃ (doxe) = met heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τιμῇ (time) = eer | ἐστεφάνωσας (estephanosas) = U kroonde | αὐτόν (auton) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws van Ps. 8:6 heeft ‘U hebt hem weinig minder gemaakt dan Elohim’ (אֱלֹהִים, elohim); de Griekse tekst heeft ‘dan engelen’. βραχύ τι (brachy ti), ‘een weinig’: het kan een geringe mate zijn (‘iets minder’) of een korte tijd (‘een korte tijd minder’); zie vers 9. ἐλαττόω (elattoo), ‘minder maken’. De regel van Ps. 8:7 ‘U laat hem heersen over de werken van Uw handen’ staat niet in de SBLGNT-tekst van dit vers. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘hem’ (αὐτόν) aan het eind van het vers een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 8:6; Ps 8:7; Heb 2:9 **2:8** Alles hebt U onder zijn voeten onderworpen.” Want doordat Hij alles aan hem onderwierp, heeft Hij niets overgelaten dat niet aan hem onderworpen is. Nu zien wij echter nog niet dat alles aan hem onderworpen is. Brontekst: πάντα (panta) = alles | ὑπέταξας (hypetaxas) = U onderwierp | ὑποκάτω (hypokato) = onder | τῶν (ton) = de | ποδῶν (podon) = voeten | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | γὰρ (gar) = want | ὑποτάξαι (hypotaxai) = onderwerpen | τὰ (ta) = de | πάντα (panta) = alles | οὐδὲν (ouden) = niets | ἀφῆκεν (apheken) = liet Hij over | αὐτῷ (auto) = aan hem | ἀνυπότακτον (anypotakton) = niet onderworpen | νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | οὔπω (oupo) = nog niet | ὁρῶμεν (horomen) = zien wij | αὐτῷ (auto) = aan hem | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | ὑποτεταγμένα (hypotetagmena) = onderworpen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De aanhaling van Ps. 8 eindigt bij ‘onder zijn voeten’; daarna legt Hebreeën haar uit. ‘Hem’ is in de psalm de mens; in vers 9 past Hebreeën de woorden toe op Yeshua. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’; ἀνυπότακτος (anypotaktos), ‘niet onderworpen’. ‘Nog niet’ (οὔπω, oupo): de onderwerping is nog niet zichtbaar. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 15:27. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij τῷ γάρ (‘doordat … want’) en bij ‘onderwerpen’ (ὑποτάξαι). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kor 15:27; Heb 2:9 **2:9** Maar Yeshua zien wij, die een weinig minder dan engelen gemaakt is. Vanwege het lijden van de dood is Hij gekroond met heerlijkheid en eer, opdat Hij, los van Elohim, voor ieder de dood zou smaken. Brontekst: τὸν (ton) = Hem | δὲ (de) = maar | βραχύ (brachy) = een weinig | τι (ti) = iets | παρ’ (par’) = dan | ἀγγέλους (angelous) = engelen | ἠλαττωμένον (elattomenon) = minder gemaakt | βλέπομεν (blepomen) = zien wij | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | διὰ (dia) = vanwege | τὸ (to) = het | πάθημα (pathema) = lijden | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood | δόξῃ (doxe) = met heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τιμῇ (time) = eer | ἐστεφανωμένον (estephanomenon) = gekroond | ὅπως (hopos) = opdat | χωρὶς (choris) = zonder | θεοῦ (theou) = Elohim | ὑπὲρ (hyper) = voor | παντὸς (pantos) = ieder | γεύσηται (geusetai) = Hij zou smaken | θανάτου (thanatou) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βλέπω (blepo), ‘zien’. Het Grieks zet ‘vanwege het lijden van de dood’ (διὰ τὸ πάθημα τοῦ θανάτου) tussen ‘gemaakt’ en ‘gekroond’; het kan bij ‘gekroond’ horen (gekroond vanwege het lijden) of bij ‘minder gemaakt’. Wij hebben het bij ‘gekroond’ gezet. πάθημα (pathema), ‘lijden’. γεύομαι (geuomai), ‘smaken’: de dood werkelijk ondergaan. παντός (pantos), ‘ieder, alles’: de vorm kan ‘voor ieder mens’ of ‘voor alles’ zijn. χωρὶς θεοῦ (choris theou), ‘zonder Elohim, los van Elohim’: het Grieks laat meer dan één opvatting toe, bijvoorbeeld ‘in verlatenheid van Elohim’ of ‘met uitzondering van Elohim’ (vergelijk 1 Kor. 15:27); wij vertalen letterlijk. Voetnoot : Zie ook Matt. 27:46; 1 Kor. 15:27. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘zonder’ (χωρίς) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 27:46; 1 Kor 15:27 ### De Leidsman en Zijn broers **2:10** Het paste Hem namelijk, om wie alles is en door wie alles is, de Leidsman van hun redding door lijden te volmaken, terwijl Hij veel zonen tot heerlijkheid bracht. Brontekst: Ἔπρεπεν (Eprepen) = het paste | γὰρ (gar) = want | αὐτῷ (auto) = Hem | δι’ (di’) = om | ὃν (hon) = wie | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | καὶ (kai) = en | δι’ (di’) = door | οὗ (hou) = wie | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | πολλοὺς (pollous) = velen | υἱοὺς (huious) = zonen | εἰς (eis) = tot | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | ἀγαγόντα (agagonta) = gebracht hebbend | τὸν (ton) = de | ἀρχηγὸν (archegon) = Leidsman | τῆς (tes) = van de | σωτηρίας (soterias) = redding | αὐτῶν (auton) = hun | διὰ (dia) = door | παθημάτων (pathematon) = lijden | τελειῶσαι (teleiosai) = te volmaken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Hem’ is Elohim: ‘om wie alles is en door wie alles is’. ἀρχηγός (archegos), ‘Leidsman’: wie voorop gaat en anderen meeneemt, zoals in Hand. 3:15; het kan ook ‘Aanvoerder’ of ‘Oorsprong’ zijn. τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: tot het doel brengen, zijn bestemming laten bereiken; zo ook in 5:9, 7:28 en 11:40. ἀγαγόντα (agagonta), ‘gebracht hebbend’: de vorm kan bij ‘Hem’ (Elohim) horen of bij ‘de Leidsman’; wij kiezen het eerste en vertalen ‘terwijl Hij … bracht’. πάθημα (pathema), ‘lijden’; ‘hun redding’ is de redding van de ‘veel zonen’. Voetnoot : Zie ook Hand. 3:15; Hand. 5:31. Zie ook: Hand 3:15; Hand 5:31 **2:11** Want zowel Hij die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broers te noemen, Brontekst: ὅ (ho) = Hij die | τε (te) = zowel | γὰρ (gar) = want | ἁγιάζων (hagiazon) = heiligt | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = zij die | ἁγιαζόμενοι (hagiazomenoi) = geheiligd worden | ἐξ (ex) = uit | ἑνὸς (henos) = één | πάντες (pantes) = allen | δι’ (di’) = om | ἣν (hen) = welke | αἰτίαν (aitian) = oorzaak | οὐκ (ouk) = niet | ἐπαισχύνεται (epaischynetai) = schaamt Hij Zich | ἀδελφοὺς (adelphous) = broers | αὐτοὺς (autous) = hen | καλεῖν (kalein) = te noemen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: apart zetten voor Elohim. ‘Hij die heiligt’ is Yeshua; ‘zij die geheiligd worden’ zijn de gelovigen. ἐξ ἑνός (ex henos), ‘uit één’: het Grieks zegt niet uit wie of wat; het kan ‘uit één Vader’ of ‘uit één oorsprong’ zijn. ἐπαισχύνομαι (epaischynomai), ‘zich schamen’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. Wij gebruiken ‘broers’ in de hele brief. **2:12** en Hij zegt: **„Ik zal Uw naam verkondigen aan Mijn broers, in het midden van de gemeente zal Ik U lofzingen.”** Brontekst: λέγων (legon) = zeggend | Ἀπαγγελῶ (Apangelo) = Ik zal verkondigen | τὸ (to) = de | ὄνομά (onoma) = naam | σου (sou) = Uw | τοῖς (tois) = aan de | ἀδελφοῖς (adelphois) = broers | μου (mou) = Mijn | ἐν (en) = in | μέσῳ (meso) = het midden | ἐκκλησίας (ekklesias) = van de gemeente | ὑμνήσω (hymneso) = Ik zal lofzingen | σε (se) = U Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 22:23 (Hebreeuwse telling; in Nederlandse bijbels Ps. 22:22). Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik zal Uw naam vertellen aan mijn broeders. Te midden van de vergadering zal ik U prijzen.’ Het Hebreeuwse woord voor ‘vergadering’ is קָהָל (qahal); Hebreeën heeft ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’. Hebreeën legt deze woorden in de mond van Yeshua; daarom staan ze rood. ἀπαγγέλλω (apangello), ‘verkondigen’; ὑμνέω (hymneo), ‘lofzingen’. Voetnoot : Zie ook Ps. 22:23. Zie ook: Ps 22:22; Ps 22:23 **2:13** En weer: **„Ik zal op Hem vertrouwen.”** En weer: **„Zie, Ik en de kinderen die Elohim Mij gegeven heeft.”** Brontekst: καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = weer | Ἐγὼ (Ego) = Ik | ἔσομαι (esomai) = zal zijn | πεποιθὼς (pepoithos) = vertrouwend | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῷ (auto) = Hem | καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = weer | Ἰδοὺ (Idou) = zie | ἐγὼ (ego) = Ik | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | παιδία (paidia) = kinderen | ἅ (ha) = die | μοι (moi) = aan Mij | ἔδωκεν (edoken) = gaf | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Twee aanhalingen, elk met ‘En weer’. De tweede is Jes. 8:18: ‘Zie, ik en de kinderen die Yahweh mij heeft gegeven’; Hebreeën heeft ‘Elohim’ in plaats van ‘Yahweh’. De eerste (‘Ik zal op Hem vertrouwen’) lijkt in ons Hebreeuws op Jes. 8:17, ‘Ik zal op Hem hopen’, en op Ps. 18:3, ‘bij Hem schuil ik’ (Hebreeuwse telling). Hebreeën legt deze woorden in de mond van Yeshua; daarom staan ze rood. παιδία (paidia), ‘kinderen’. Voetnoot : Zie ook Jes. 8:17–18; Ps. 18:3. Zie ook: Ps 18:3; Jes 8:17; Jes 8:18 ### Bloed en vlees, de dood en de duivel **2:14** Omdat de kinderen dus deel hebben aan bloed en vlees, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen. Zo zou Hij door de dood hem buiten werking stellen die de macht over de dood heeft, dat is de duivel, Brontekst: Ἐπεὶ (Epei) = omdat | οὖν (oun) = dus | τὰ (ta) = de | παιδία (paidia) = kinderen | κεκοινώνηκεν (kekoinoneken) = deel hebben | αἵματος (haimatos) = aan bloed | καὶ (kai) = en | σαρκός (sarkos) = vlees | καὶ (kai) = ook | αὐτὸς (autos) = Hij | παραπλησίως (paraplesios) = op gelijke wijze | μετέσχεν (meteschen) = nam deel | τῶν (ton) = aan de | αὐτῶν (auton) = dezelfde dingen | ἵνα (hina) = opdat | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | θανάτου (thanatou) = dood | καταργήσῃ (katargese) = Hij buiten werking zou stellen | τὸν (ton) = hem | τὸ (to) = de | κράτος (kratos) = macht | ἔχοντα (echonta) = hebbend | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστι (esti) = is | τὸν (ton) = de | διάβολον (diabolon) = duivel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft in de verzen 14–15 één zin met ‘opdat’ (ἵνα, hina); wij splitsen haar en beginnen een nieuwe zin met ‘Zo’. κοινωνέω (koinoneo), ‘deel hebben aan’; μετέχω (metecho), ‘deelnemen aan’. ‘Bloed en vlees’ is het gewone Griekse (en Hebreeuwse) woordenpaar voor de menselijke natuur. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Gal. 3:17. κράτος (kratos), ‘macht’. διάβολος (diabolos), ‘duivel’, letterlijk ‘lasteraar, aanklager’. De Griekse zin loopt door in vers 15. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:14; Rom. 8:3; Gal. 4:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘bloed en vlees’ (αἵματος καὶ σαρκός) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joh 1:14; Gal 3:17; Gal 4:4; Rom 8:3; Heb 2:15 **2:15** en hen zou bevrijden die door angst voor de dood hun hele leven aan slavernij onderworpen waren. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀπαλλάξῃ (apallaxe) = Hij zou bevrijden | τούτους (toutous) = dezen | ὅσοι (hosoi) = allen die | φόβῳ (phobo) = door angst | θανάτου (thanatou) = voor de dood | διὰ (dia) = door | παντὸς (pantos) = heel | τοῦ (tou) = het | ζῆν (zen) = leven | ἔνοχοι (enochoi) = onderworpen | ἦσαν (esan) = waren | δουλείας (douleias) = aan slavernij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπαλλάσσω (apallasso), ‘bevrijden, losmaken’. ἔνοχος (enochos), ‘onderworpen aan, vastgehouden door’. δουλεία (douleia), ‘slavernij’: zoals in Rom. 8:15, waar ook ‘angst’ en ‘slavernij’ bij elkaar staan. Voetnoot : Zie ook Rom. 8:15. Zie ook: Rom 8:15 **2:16** Want Hij neemt zich zeker niet van engelen aan, maar Hij neemt zich van het zaad van Abraham aan. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | δήπου (depou) = zeker | ἀγγέλων (angelon) = engelen | ἐπιλαμβάνεται (epilambanetai) = neemt Hij zich aan | ἀλλὰ (alla) = maar | σπέρματος (spermatos) = het zaad | Ἀβραὰμ (Abraam) = van Abraham | ἐπιλαμβάνεται (epilambanetai) = neemt Hij zich aan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιλαμβάνομαι (epilambanomai), ‘vastgrijpen, zich aannemen van’: het woord beschrijft de hand die uitgestoken wordt om iemand te redden, zoals in Matt. 14:31. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: de nakomelingen van Abraham; zie Gal. 3:29. Wij houden het ‘zaad’, zoals in Galaten. Voetnoot : Zie ook Matt. 14:31; Gal. 3:29. Zie ook: Mat 14:31; Gal 3:29 ### Een barmhartige en trouwe hogepriester **2:17** Daarom moest Hij in alles aan de broers gelijk worden. Zo zou Hij een barmhartig en trouw hogepriester worden in wat Elohim betreft, om verzoening te doen voor de zonden van het volk. Brontekst: ὅθεν (hothen) = daarom | ὤφειλεν (opheilen) = moest Hij | κατὰ (kata) = in | πάντα (panta) = alles | τοῖς (tois) = aan de | ἀδελφοῖς (adelphois) = broers | ὁμοιωθῆναι (homoiothenai) = gelijk worden | ἵνα (hina) = opdat | ἐλεήμων (eleemon) = barmhartig | γένηται (genetai) = Hij zou worden | καὶ (kai) = en | πιστὸς (pistos) = trouw | ἀρχιερεὺς (archiereus) = hogepriester | τὰ (ta) = wat | πρὸς (pros) = bij | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim | εἰς (eis) = om | τὸ (to) = te | ἱλάσκεσθαι (hilaskesthai) = verzoening te doen | τὰς (tas) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden | τοῦ (tou) = van het | λαοῦ (laou) = volk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ook hier splitsen wij de Griekse zin met ‘opdat’ (ἵνα) en beginnen wij de tweede zin met ‘Zo’. ὁμοιόω (homoioo), ‘gelijk maken’. ἐλεήμων (eleemon), ‘barmhartig’; πιστός (pistos), ‘trouw, betrouwbaar’. ἀρχιερεύς (archiereus), ‘hogepriester’: de priester die op de Verzoendag het heiligdom inging (Lev. 16). ἱλάσκομαι (hilaskomai), ‘verzoening doen’: het Hebreeuwse werkwoord כִּפֶּר (kipper), ‘verzoening doen’, staat in Lev. 16:16. τὰ πρὸς τὸν θεόν (ta pros ton theon), ‘wat Elohim betreft’: de zaken die tussen mensen en Elohim staan. Voetnoot : Zie ook Lev. 16:15–16. Zie ook: Lev 16:15–16; Lev 16:16 **2:18** Want doordat Hij zelf, op de proef gesteld, geleden heeft, kan Hij hen te hulp komen die op de proef gesteld worden. Brontekst: ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | γὰρ (gar) = want | πέπονθεν (peponthen) = heeft geleden | αὐτὸς (autos) = Hij zelf | πειρασθείς (peirastheis) = op de proef gesteld | δύναται (dynatai) = Hij kan | τοῖς (tois) = hen die | πειραζομένοις (peirazomenois) = op de proef gesteld worden | βοηθῆσαι (boethesai) = te hulp komen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: het Griekse woord betekent zowel ‘beproeven’ als ‘verzoeken’. βοηθέω (boetheo), ‘te hulp komen’. Dit thema keert terug in 4:15. Voetnoot : Zie ook Hebr. 4:15. Zie ook: Heb 4:15 ## Hebreeën 3 _De Messias trouw als Zoon over Zijn huis; Verhard jullie harten niet_ ### Yeshua, trouw zoals Mozes, en meer dan Mozes **3:1** Daarom, heilige broers, deelhebbers aan een hemelse roeping, let goed op Yeshua, de apostel en hogepriester van onze belijdenis, Brontekst: Ὅθεν (Hothen) = Daarom | ἀδελφοὶ (adelphoi) = broers | ἅγιοι (hagioi) = heilige | κλήσεως (kleseos) = van een roeping | ἐπουρανίου (epouraniou) = hemelse | μέτοχοι (metochoi) = deelhebbers | κατανοήσατε (katanoesate) = let goed op | τὸν (ton) = de | ἀπόστολον (apostolon) = apostel | καὶ (kai) = en | ἀρχιερέα (archierea) = hogepriester | τῆς (tes) = van de | ὁμολογίας (homologias) = belijdenis | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit is de eerste keer dat de brief de lezers aanspreekt. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: zie bij 2:11. ἅγιοι (hagioi), ‘heilige’: de toegewijden, het volk dat voor Elohim apart staat. κλῆσις (klesis), ‘roeping’; ἐπουράνιος (epouranios), ‘hemels’. μέτοχοι (metochoi), ‘deelhebbers’: wie deel heeft aan iets; zo ook in 3:14 en 6:4. κατανοέω (katanoeo), ‘goed letten op, aandachtig beschouwen’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: letterlijk ‘gezondene’; Yeshua wordt alleen hier zo genoemd. ὁμολογία (homologia), ‘belijdenis’: wat wij openlijk erkennen; zo ook 4:14. De zin loopt door in vers 2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘Yeshua’ (Ἰησοῦν) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 3:2 **3:2** die trouw is aan Hem die Hem gemaakt heeft, zoals ook Mozes in Zijn huis. Brontekst: πιστὸν (piston) = trouw | ὄντα (onta) = zijnde | τῷ (to) = aan Hem die | ποιήσαντι (poiesanti) = gemaakt heeft | αὐτὸν (auton) = Hem | ὡς (hos) = zoals | καὶ (kai) = ook | Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | οἴκῳ (oiko) = huis | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ποιέω (poieo), ‘maken’: het kan ook ‘aanstellen’ betekenen; het Grieks zegt niet in welke zin. ‘Zijn huis’ is het huis van Elohim, zoals in Num. 12:7: ‘in heel Mijn huis is hij betrouwbaar’. Daar spreekt Yahweh over Mozes. Voetnoot : Zie ook Num. 12:7. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘in’ (ἐν) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Num 12:7 **3:3** Want Hij is meer heerlijkheid waardig geacht dan Mozes, voor zover wie het huis gebouwd heeft meer eer heeft dan het huis. Brontekst: πλείονος (pleionos) = van meer | γὰρ (gar) = want | οὗτος (houtos) = Deze | δόξης (doxes) = heerlijkheid | παρὰ (para) = dan | Μωϋσῆν (Moysen) = Mozes | ἠξίωται (exiotai) = is waardig geacht | καθ’ (kath’) = in de mate | ὅσον (hoson) = dat | πλείονα (pleiona) = meer | τιμὴν (timen) = eer | ἔχει (echei) = heeft | τοῦ (tou) = dan het | οἴκου (oikou) = huis | ὁ (ho) = hij die | κατασκευάσας (kataskeuasas) = gebouwd heeft | αὐτόν (auton) = het Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀξιόω (axioo), ‘waardig achten’. κατασκευάζω (kataskeuazo), ‘bouwen, inrichten’. οἶκος (oikos), ‘huis’: ook ‘huisgezin, volk’; zo ook in de verzen 5–6. De vergelijking is: wie het huis bouwt, heeft meer eer dan het huis. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘Hij … heerlijkheid’ (οὗτος δόξης) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **3:4** Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar wie alles gebouwd heeft, is Elohim. Brontekst: πᾶς (pas) = elk | γὰρ (gar) = want | οἶκος (oikos) = huis | κατασκευάζεται (kataskeuazetai) = wordt gebouwd | ὑπό (hypo) = door | τινος (tinos) = iemand | ὁ (ho) = hij die | δὲ (de) = maar | πάντα (panta) = alles | κατασκευάσας (kataskeuasas) = gebouwd heeft | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het vers zet ‘iemand’ tegenover ‘Elohim’: elk huis heeft een bouwer, en de bouwer van alles is Elohim. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘maar’ (δέ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **3:5** En Mozes was wel trouw in heel Zijn huis als dienaar, tot een getuigenis van wat gesproken zou worden, Brontekst: καὶ (kai) = en | Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | μὲν (men) = wel | πιστὸς (pistos) = trouw | ἐν (en) = in | ὅλῳ (holo) = heel | τῷ (to) = het | οἴκῳ (oiko) = huis | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὡς (hos) = als | θεράπων (therapon) = dienaar | εἰς (eis) = tot | μαρτύριον (martyrion) = getuigenis | τῶν (ton) = van wat | λαληθησομένων (lalethesomenon) = gesproken zal worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεράπων (therapon), ‘dienaar’: een persoonlijke dienaar; het is niet hetzelfde Griekse woord als δοῦλος (‘knecht’) of διάκονος (‘dienaar’). In Num. 12:7 staat ‘Mijn dienaar Mozes’. μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’: Mozes’ dienst wees vooruit op wat nog gesproken zou worden. De zin loopt door in vers 6. Voetnoot : Zie ook Num. 12:7. Zie ook: Num 12:7; Heb 3:6 **3:6** maar de Messias als Zoon over Zijn huis. Zijn huis zijn wij, als wij de vrijmoedigheid en de roem van de hoop vasthouden. Brontekst: Χριστὸς (Christos) = de Messias | δὲ (de) = maar | ὡς (hos) = als | υἱὸς (huios) = Zoon | ἐπὶ (epi) = over | τὸν (ton) = het | οἶκον (oikon) = huis | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὃς (hos) = wiens | οἶκός (oikos) = huis | ἐσμεν (esmen) = zijn | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἐὰν (ean) = als | τὴν (ten) = de | παρρησίαν (parresian) = vrijmoedigheid | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | καύχημα (kauchema) = roem | τῆς (tes) = van de | ἐλπίδος (elpidos) = hoop | κατάσχωμεν (kataschomen) = wij vasthouden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft hier geen werkwoord; ‘was trouw’ uit vers 5 loopt door. ἐπί (epi) met de vierde naamval: ‘over’. ‘Zijn huis’: het Grieks (αὐτοῦ) zegt niet of dit het huis van Elohim is, zoals in vers 2 en 5, of het huis van de Zoon zelf; wij laten dat open. ὃς οἶκός ἐσμεν ἡμεῖς (hos oikos esmen hemeis), letterlijk ‘wiens huis zijn wij’. καύχημα (kauchema), ‘roem’: waarop wij ons beroemen. παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘wiens’ (ὅς), ‘als’ (ἐάν) en ‘hoop’ (ἐλπίδος). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 3:2; Heb 3:5 ### Vandaag, als jullie Zijn stem horen **3:7** Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: „Vandaag, als jullie Zijn stem horen, Brontekst: Διό (Dio) = daarom | καθὼς (kathos) = zoals | λέγει (legei) = zegt | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | τὸ (to) = de | ἅγιον (hagion) = Heilige | Σήμερον (Semeron) = vandaag | ἐὰν (ean) = als | τῆς (tes) = van de | φωνῆς (phones) = stem | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἀκούσητε (akousete) = jullie horen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vanaf hier haalt Hebreeën Ps. 95:7–11 aan (Hebreeuwse telling, ook in Nederlandse bijbels 95:7–11) en zegt dat de Heilige Geest spreekt. Ons Hebreeuws heeft ‘Vandaag, als jullie naar Zijn stem luisteren’; het gaat in de psalm door met de woorden van Yahweh. Het ‘Vandaag’ keert terug in 3:13, 3:15 en 4:7. Voetnoot : Zie ook Ps. 95:7–11. Zie ook: Ps 95:7–11 **3:8** **verhard jullie harten niet, zoals bij de verbittering, op de dag van de beproeving in de woestijn,** Brontekst: μὴ (me) = niet | σκληρύνητε (sklerynete) = verhardt | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὡς (hos) = zoals | ἐν (en) = bij | τῷ (to) = de | παραπικρασμῷ (parapikrasmo) = verbittering | κατὰ (kata) = op | τὴν (ten) = de | ἡμέραν (hemeran) = dag | τοῦ (tou) = van de | πειρασμοῦ (peirasmou) = beproeving | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἐρήμῳ (eremo) = woestijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκληρύνω (skleryno), ‘verharden’. Het Hebreeuws van de psalm heeft twee plaatsnamen: Meriba (מְרִיבָה, meriva), ‘twist’, en Massa (מַסָּה, massa), ‘proeven, beproeving’. Hebreeën vertaalt ze met παραπικρασμός (parapikrasmos), ‘verbittering’, en πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’. Vanaf hier spreekt Yahweh Zelf in de eerste persoon; zoals in Ps. 95:8–11 staan deze woorden rood. Voetnoot : Zie ook Exod. 17:7; Num. 20:13. Zie ook: Ex 17:7; Num 20:13; Ps 95:8–11 **3:9** **waar jullie vaders Mij op de proef stelden, bij een toetsing, en Mijn werken zagen** Brontekst: οὗ (hou) = waar | ἐπείρασαν (epeirasan) = op de proef stelden | οἱ (hoi) = de | πατέρες (pateres) = vaders | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐν (en) = bij | δοκιμασίᾳ (dokimasia) = een toetsing | καὶ (kai) = en | εἶδον (eidon) = zagen | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | μου (mou) = Mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft bij ‘op de proef stelden’ geen lijdend voorwerp; wij vullen ‘Mij’ aan, zoals het Hebreeuws van Ps. 95:9 heeft. δοκιμασία (dokimasia), ‘toetsing’: ons Hebreeuws heeft ‘zij toetsten Mij’. ‘Zagen Mijn werken’: zie Num. 14:22. Voetnoot : Zie ook Num. 14:22. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘op de proef stelden’ (ἐπείρασαν) en bij ‘bij een toetsing’ (ἐν δοκιμασίᾳ). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Num 14:22; Ps 95:9 **3:10** **veertig jaar lang. Daarom walgde Ik van deze generatie en zei Ik: ‘Altijd dwalen zij met het hart. Zij hebben Mijn wegen niet gekend.’** Brontekst: τεσσεράκοντα (tesserakonta) = veertig | ἔτη (ete) = jaar | διὸ (dio) = daarom | προσώχθισα (prosochthisa) = walgde Ik | τῇ (te) = van de | γενεᾷ (genea) = generatie | ταύτῃ (taute) = deze | καὶ (kai) = en | εἶπον (eipon) = zei Ik | Ἀεὶ (Aei) = altijd | πλανῶνται (planontai) = dwalen zij | τῇ (te) = met het | καρδίᾳ (kardia) = hart | αὐτοὶ (autoi) = zij | δὲ (de) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἔγνωσαν (egnosan) = hebben gekend | τὰς (tas) = de | ὁδούς (hodous) = wegen | μου (mou) = Mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Wij volgen de leestekens van de SBLGNT: ‘veertig jaar’ hoort bij ‘zagen Mijn werken’. Ons Hebreeuws heeft ‘Veertig jaar lang walgde Ik van die generatie’, en in vers 17 hoort het ook bij ‘walgde’; het Grieks laat dus beide opvattingen toe. προσοχθίζω (prosochthizo), ‘walgen, afkeer hebben’. πλανάω (planao), ‘dwalen’. ‘Met het hart’ (τῇ καρδίᾳ): het hart is de zetel van denken en willen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘deze’ (ταύτῃ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 3:17 **3:11** **Zo zwoer Ik in Mijn toorn: ‘Nooit zullen zij in Mijn rust ingaan.’”** Brontekst: ὡς (hos) = zo | ὤμοσα (omosa) = Ik zwoer | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ὀργῇ (orge) = toorn | μου (mou) = Mijn | Εἰ (Ei) = nooit | εἰσελεύσονται (eiseleusontai) = zullen zij ingaan | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | κατάπαυσίν (katapausin) = rust | μου (mou) = Mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὡς (hos), ‘zoals, zodat’: wij vertalen ‘Zo’; ons Hebreeuws heeft ‘daarom’. De Griekse woorden εἰ εἰσελεύσονται (ei eiseleusontai) zijn letterlijk ‘als zij ingaan’: een eedformule uit het Hebreeuws, die betekent ‘zij zullen zeker niet ingaan’. κατάπαυσις (katapausis), ‘rust’: de plaats van rust; in Ps. 95:11 is dat het land. Het woord keert terug in 4:1–11. Voetnoot : Zie ook Num. 14:23; Deut. 12:9. Zie ook: Num 14:23; Deut 12:9; Ps 95:11 ### Pas op voor een hart van ongeloof **3:12** Kijk uit, broers, dat er niet ooit in iemand van jullie een boos hart van ongeloof is, dat zich afkeert van de levende Elohim. Brontekst: βλέπετε (blepete) = kijk uit | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μήποτε (mepote) = opdat niet ooit | ἔσται (estai) = zal zijn | ἔν (en) = in | τινι (tini) = iemand | ὑμῶν (hymon) = van jullie | καρδία (kardia) = hart | πονηρὰ (ponera) = boos | ἀπιστίας (apistias) = van ongeloof | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | ἀποστῆναι (apostenai) = afvallen | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ζῶντος (zontos) = levende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βλέπω (blepo), ‘uitkijken, oppassen’. ἀπιστία (apistia), ‘ongeloof’. ἀφίστημι (aphistemi), ‘afvallen, zich afkeren’. ‘De levende Elohim’ (θεὸς ζῶν, theos zon): Hij is niet dood als de afgoden. **3:13** Maar spoor elkaar elke dag aan, zolang het ‘Vandaag’ genoemd wordt, opdat niemand van jullie verhard wordt door het bedrog van de zonde. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | παρακαλεῖτε (parakaleite) = spoort aan | ἑαυτοὺς (heautous) = elkaar | καθ’ (kath’) = elke | ἑκάστην (hekasten) = enkele | ἡμέραν (hemeran) = dag | ἄχρις (achris) = zolang | οὗ (hou) = dat | τὸ (to) = het | Σήμερον (Semeron) = Vandaag | καλεῖται (kaleitai) = wordt genoemd | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | σκληρυνθῇ (sklerynthe) = verhard wordt | τις (tis) = iemand | ἐξ (ex) = uit | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀπάτῃ (apate) = door bedrog | τῆς (tes) = van de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen, bemoedigen’. ἑαυτούς (heautous) is letterlijk ‘uzelf’; hier ‘elkaar’. ἀπάτη (apate), ‘bedrog’: de zonde laat het anders voorkomen dan het is. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘iemand uit jullie’ (τις ἐξ ὑμῶν) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **3:14** Want wij zijn deelhebbers aan de Messias geworden, als wij het begin van de grondslag tot het einde stevig vasthouden. Brontekst: μέτοχοι (metochoi) = deelhebbers | γὰρ (gar) = want | τοῦ (tou) = aan de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | γεγόναμεν (gegonamen) = wij zijn geworden | ἐάνπερ (eanper) = als tenminste | τὴν (ten) = het | ἀρχὴν (archen) = begin | τῆς (tes) = van de | ὑποστάσεως (hypostaseos) = grondslag | μέχρι (mechri) = tot | τέλους (telous) = einde | βεβαίαν (bebaian) = vast | κατάσχωμεν (kataschomen) = wij vasthouden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπόστασις (hypostasis), ‘grondslag’: wat onder iets ligt en het draagt; het woord kan ook ‘zekerheid, vertrouwen’ betekenen (zie 1:3 en 11:1). ‘Het begin van de grondslag’ is de grond waarop wij in het begin staan, of ons eerste vertrouwen. ἐάνπερ (eanper), ‘als tenminste’. βεβαίαν (bebaian), ‘vast’. ‘Deelhebbers aan de Messias’ kan ook ‘deelhebbers met de Messias’ zijn. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘aan de Messias … geworden’ (τοῦ Χριστοῦ γεγόναμεν) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **3:15** Zolang gezegd wordt: „Vandaag, als jullie Zijn stem horen, verhard jullie harten niet, zoals bij de verbittering.” Brontekst: ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | λέγεσθαι (legesthai) = gezegd worden | Σήμερον (Semeron) = vandaag | ἐὰν (ean) = als | τῆς (tes) = van de | φωνῆς (phones) = stem | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἀκούσητε (akousete) = jullie horen | Μὴ (Me) = niet | σκληρύνητε (sklerynete) = verhardt | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὡς (hos) = zoals | ἐν (en) = bij | τῷ (to) = de | παραπικρασμῷ (parapikrasmo) = verbittering Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Hier herhaalt Hebreeën de aanhaling van vers 7–8. Het Grieks zegt niet wie spreekt; de woorden staan zwart. παραπικρασμός (parapikrasmos), ‘verbittering’: zie vers 8. Zie ook: Heb 3:7–8; Heb 3:8 **3:16** Wie waren het immers die hoorden en toch verbitterden? Waren het niet allen die door Mozes uit Egypte waren uitgetrokken? Brontekst: τίνες (tines) = wie | γὰρ (gar) = want | ἀκούσαντες (akousantes) = gehoord hebbend | παρεπίκραναν (parepikranan) = verbitterden | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | πάντες (pantes) = allen | οἱ (hoi) = die | ἐξελθόντες (exelthontes) = uitgetrokken zijn | ἐξ (ex) = uit | Αἰγύπτου (Aigyptou) = Egypte | διὰ (dia) = door | Μωϋσέως (Moyseos) = Mozes Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: παραπικραίνω (parapikraino), ‘verbitteren’: zij verbitterden Elohim. Het Grieks laat open of τίνες (tines) ‘wie?’ is, zoals wij vertalen, of τινές ‘sommigen’; dan luidt de zin: ‘Sommigen verbitterden na het horen, maar niet allen die uit Egypte uitgetrokken waren.’ Voetnoot : Zie ook Num. 14:2; Num. 14:22. Zie ook: Num 14:2; Num 14:22 **3:17** En van wie walgde Hij veertig jaar? Was het niet van hen die gezondigd hadden, wier lijken in de woestijn vielen? Brontekst: τίσιν (tisin) = aan wie | δὲ (de) = maar | προσώχθισεν (prosochthisen) = walgde Hij | τεσσεράκοντα (tesserakonta) = veertig | ἔτη (ete) = jaar | οὐχὶ (ouchi) = niet | τοῖς (tois) = van hen die | ἁμαρτήσασιν (hamartesasin) = gezondigd hebben | ὧν (hon) = van wie | τὰ (ta) = de | κῶλα (kola) = lijken | ἔπεσεν (epesen) = vielen | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἐρήμῳ (eremo) = woestijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κῶλον (kolon), ‘lid, ledemaat’: het gaat om de lichamen die in de woestijn vielen; ons Hebreeuws van Num. 14:29 heeft ‘lijken’ (פְּגָרִים, pegarim). ἁμαρτάνω (hamartano), ‘zondigen’. De veertig jaar: Num. 14:33–34. Voetnoot : Zie ook Num. 14:29; Num. 14:33–34. Zie ook: Num 14:29; Num 14:33–34 **3:18** En aan wie zwoer Hij dat zij niet in Zijn rust zouden ingaan, als niet aan hen die ongehoorzaam waren? Brontekst: τίσιν (tisin) = aan wie | δὲ (de) = maar | ὤμοσεν (omosen) = zwoer Hij | μὴ (me) = niet | εἰσελεύσεσθαι (eiseleusesthai) = zouden ingaan | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | κατάπαυσιν (katapausin) = rust | αὐτοῦ (autou) = Zijn | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | τοῖς (tois) = aan hen die | ἀπειθήσασιν (apeithesasin) = ongehoorzaam waren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὄμνυμι (omnymi), ‘zweren’: Elohim zwoer in Num. 14:23 en 14:30 dat zij het land niet zouden zien. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’; het tegenovergestelde van πείθω, ‘overtuigen’. Zie ook 4:6 en 4:11. Voetnoot : Zie ook Num. 14:23; Num. 14:30. Zie ook: Num 14:23; Num 14:30 **3:19** En wij zien dat zij vanwege ongeloof niet konden ingaan. Brontekst: καὶ (kai) = en | βλέπομεν (blepomen) = wij zien | ὅτι (hoti) = dat | οὐκ (ouk) = niet | ἠδυνήθησαν (edynethesan) = zij konden | εἰσελθεῖν (eiselthein) = ingaan | δι’ (di’) = vanwege | ἀπιστίαν (apistian) = ongeloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπιστία (apistia), ‘ongeloof’. Het vers noemt de oorzaak: ongeloof. Dit vers sluit de gedachte van de verzen 12–19 af en leidt naar 4:1. ## Hebreeën 4 _De rust van Elohim, het levende woord en de grote hogepriester_ ### De belofte van de rust blijft **4:1** Laten wij dus vrezen, opdat niet ooit iemand van jullie, terwijl een belofte om in Zijn rust in te gaan nog overblijft, tekort gekomen lijkt te zijn. Brontekst: Φοβηθῶμεν (Phobethomen) = laten wij vrezen | οὖν (oun) = dus | μήποτε (mepote) = opdat niet ooit | καταλειπομένης (kataleipomenes) = overblijvend | ἐπαγγελίας (epangelias) = belofte | εἰσελθεῖν (eiselthein) = in te gaan | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | κατάπαυσιν (katapausin) = rust | αὐτοῦ (autou) = Zijn | δοκῇ (doke) = het lijkt | τις (tis) = iemand | ἐξ (ex) = uit | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὑστερηκέναι (hysterekenai) = tekort te zijn gekomen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φοβέομαι (fobeomai), ‘vrezen’: ontzag en bezorgdheid; met μήποτε (mepote), ‘opdat niet ooit’, noemt het de vrees dat iemand tekortkomt. καταλείπομαι (kataleipomai), ‘overblijven’: de belofte staat nog open. ‘Zijn rust’: de rust van Elohim, uit Ps. 95:11 (3:11). ὑστερέω (hystereo), ‘tekortkomen, achterblijven’: het doel niet bereiken. Zie ook: Ps 95:11 **4:2** Want ook aan ons is de goede boodschap gebracht, net als aan hen. Maar het woord van het horen heeft hen niet geholpen, omdat zij door het geloof niet verenigd waren met hen die het gehoord hadden. Brontekst: καὶ (kai) = ook | γάρ (gar) = want | ἐσμεν (esmen) = zijn wij | εὐηγγελισμένοι (euengelismenoi) = de goede boodschap gebracht | καθάπερ (kathaper) = net zoals | κἀκεῖνοι (kakeinoi) = ook aan hen | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ὠφέλησεν (ophelesen) = heeft geholpen | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | τῆς (tes) = van het | ἀκοῆς (akoes) = horen | ἐκείνους (ekeinous) = hen | μὴ (me) = niet | συγκεκερασμένους (synkekerasmenous) = verenigd zijnde | τῇ (te) = door het | πίστει (pistei) = geloof | τοῖς (tois) = met hen die | ἀκούσασιν (akousasin) = gehoord hebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’: de goede boodschap van de belofte van de rust is zowel aan de woestijngeneratie als aan ons gebracht. ‘Het woord van het horen’ (ὁ λόγος τῆς ἀκοῆς): het woord dat gehoord werd. συγκεράννυμι (sygkerannymi), ‘vermengen, verenigen’. Het Grieks noemt niet wie ‘hen die het gehoord hadden’ zijn. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘verenigd zijnde’ (συγκεκερασμένους) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **4:3** Want wij die geloofd hebben, gaan binnen in rust, zoals Hij gezegd heeft: **„Zo zwoer Ik in Mijn toorn: ‘Nooit zullen zij in Mijn rust ingaan’”**, hoewel de werken sinds de grondlegging van de wereld tot stand gekomen waren. Brontekst: εἰσερχόμεθα (eiserchometha) = gaan binnen | γὰρ (gar) = want | εἰς (eis) = in | κατάπαυσιν (katapausin) = rust | οἱ (hoi) = wij die | πιστεύσαντες (pisteusantes) = geloofd hebben | καθὼς (kathos) = zoals | εἴρηκεν (eireken) = Hij heeft gezegd | Ὡς (Hos) = zo | ὤμοσα (omosa) = Ik zwoer | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ὀργῇ (orge) = toorn | μου (mou) = Mijn | Εἰ (Ei) = nooit | εἰσελεύσονται (eiseleusontai) = zullen zij ingaan | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | κατάπαυσίν (katapausin) = rust | μου (mou) = Mijn | καίτοι (kaitoi) = hoewel | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | ἀπὸ (apo) = sinds | καταβολῆς (kataboles) = grondlegging | κόσμου (kosmou) = van de wereld | γενηθέντων (genethenton) = tot stand gekomen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 95:11 (zie 3:11). Het Grieks heeft bij ‘in rust’ (εἰς κατάπαυσιν) geen lidwoord; het gaat om de rust waarover de aanhaling spreekt. εἴρηκεν (eireken), ‘Hij heeft gezegd’: een voltooide tijd; wat gezegd is, blijft gelden. De Griekse woorden εἰ εἰσελεύσονται zijn een eedformule: ‘zij zullen zeker niet ingaan’. καταβολή (katabole), ‘grondlegging’: ‘sinds de grondlegging van de wereld’. De werken waren dus al gedaan; vers 4 noemt de rust van de zevende dag. Voetnoot : Zie ook Ps. 95:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘in’ (εἰς) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 95:11; Heb 4:4 **4:4** Want ergens heeft Hij over de zevende dag aldus gezegd: „En Elohim rustte op de zevende dag van al Zijn werken.” Brontekst: εἴρηκεν (eireken) = Hij heeft gezegd | γάρ (gar) = want | που (pou) = ergens | περὶ (peri) = over | τῆς (tes) = de | ἑβδόμης (hebdomes) = zevende | οὕτως (houtos) = aldus | Καὶ (Kai) = en | κατέπαυσεν (katepausen) = rustte | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐν (en) = op | τῇ (te) = de | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | τῇ (te) = de | ἑβδόμῃ (hebdome) = zevende | ἀπὸ (apo) = van | πάντων (panton) = al | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks zegt niet waar: ‘ergens’ (που, pou). Het citaat is Gen. 2:2. Ons Hebreeuws heeft: ‘Op de zevende dag rustte Hij van al het werk dat Hij gedaan had’; Hebreeën heeft ‘Elohim rustte … van al Zijn werken’. Zie ook Exod. 20:11 en 31:17. ‘Over de zevende’ is: over de zevende dag. De woorden staan zwart: Elohim wordt in de derde persoon genoemd. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:2; Exod. 20:11. Zie ook: Gen 2:2; Ex 20:11; Ex 31:17 **4:5** En op deze plaats weer: **„Nooit zullen zij in Mijn rust ingaan.”** Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐν (en) = op | τούτῳ (touto) = deze plaats | πάλιν (palin) = weer | Εἰ (Ei) = nooit | εἰσελεύσονται (eiseleusontai) = zullen zij ingaan | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | κατάπαυσίν (katapausin) = rust | μου (mou) = Mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν τούτῳ (en touto), ‘op deze plaats, hierin’: in deze tekst, namelijk Ps. 95:11. De woorden zijn die van Yahweh uit Ps. 95:11; zie 3:11. Voetnoot : Zie ook Ps. 95:11. Zie ook: Ps 95:11 **4:6** Omdat het dus nog overblijft dat sommigen daarin ingaan, en zij die eerst de goede boodschap hoorden niet zijn ingegaan vanwege ongehoorzaamheid, Brontekst: ἐπεὶ (epei) = omdat | οὖν (oun) = dus | ἀπολείπεται (apoleipetai) = blijft over | τινὰς (tinas) = sommigen | εἰσελθεῖν (eiselthein) = in te gaan | εἰς (eis) = in | αὐτήν (auten) = haar | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = zij die | πρότερον (proteron) = eerst | εὐαγγελισθέντες (euangelisthentes) = de goede boodschap hoorden | οὐκ (ouk) = niet | εἰσῆλθον (eiselthon) = zijn ingegaan | δι’ (di’) = vanwege | ἀπείθειαν (apeitheian) = ongehoorzaamheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπολείπεται (apoleipetai), ‘het blijft over’: zoals in vers 9. πρότερον (proteron), ‘eerder’. εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap hoorden’: letterlijk ‘de goede boodschap gebracht kregen’. ἀπείθεια (apeitheia), ‘ongehoorzaamheid’: zoals in vers 11 en 3:18. De zin loopt door in vers 7. Zie ook: Heb 4:7; Heb 4:9; Heb 4:11 **4:7** bepaalt Hij opnieuw een zekere dag, ‘Vandaag’, als Hij na zo lange tijd in David zegt, zoals eerder gezegd is: „Vandaag, als jullie Zijn stem horen, verhard jullie harten niet.” Brontekst: πάλιν (palin) = weer | τινὰ (tina) = een zekere | ὁρίζει (horizei) = bepaalt Hij | ἡμέραν (hemeran) = dag | Σήμερον (Semeron) = vandaag | ἐν (en) = in | Δαυὶδ (Dauid) = David | λέγων (legon) = zeggend | μετὰ (meta) = na | τοσοῦτον (tosouton) = zo lange | χρόνον (chronon) = tijd | καθὼς (kathos) = zoals | προείρηται (proeiretai) = eerder gezegd is | Σήμερον (Semeron) = vandaag | ἐὰν (ean) = als | τῆς (tes) = van de | φωνῆς (phones) = stem | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἀκούσητε (akousete) = jullie horen | μὴ (me) = niet | σκληρύνητε (sklerynete) = verhardt | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁρίζω (horizo), ‘bepalen’: Elohim bepaalt een dag, ‘Vandaag’. ‘In David’ (ἐν Δαυίδ, en Dauid): in het woord van David; Hebreeën noemt David als spreker van de psalm. Ons Hebreeuws heeft bij Ps. 95 geen opschrift. De woorden zijn die van 3:7–8; hier staan ze zwart, omdat zij als woorden van David worden aangehaald. Voetnoot : Zie ook Ps. 95:7–8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘zoals eerder gezegd is’ (προείρηται) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 95:7–8 **4:8** Want als Jozua hen tot rust had gebracht, zou Hij daarna niet over een andere dag gesproken hebben. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | αὐτοὺς (autous) = hen | Ἰησοῦς (Iesous) = Jozua | κατέπαυσεν (katepausen) = tot rust had gebracht | οὐκ (ouk) = niet | ἂν (an) = zou | περὶ (peri) = over | ἄλλης (alles) = een andere | ἐλάλει (elalei) = sprak Hij | μετὰ (meta) = daarna | ταῦτα (tauta) = deze dingen | ἡμέρας (hemeras) = dag Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰησοῦς (Iesous) is hier Jozua, de opvolger van Mozes: dezelfde naam als Yeshua; zo ook in Hand. 7:45. καταπαύω (katapauo), ‘tot rust brengen’: Jozua gaf het volk rust in het land. Het argument is dat Ps. 95, ver na Jozua, nog over een andere dag spreekt. Voetnoot : Zie ook Joz. 21:44; Joz. 22:4; Hand. 7:45. Zie ook: Joz 21:44; Joz 22:4; Hand 7:45 ### Een sabbatsrust voor het volk van Elohim **4:9** Er blijft dus een sabbatsrust over voor het volk van Elohim. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | ἀπολείπεται (apoleipetai) = blijft over | σαββατισμὸς (sabbatismos) = sabbatsrust | τῷ (to) = voor het | λαῷ (lao) = volk | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σαββατισμός (sabbatismos), ‘sabbatsrust’: een woord dat in het Nieuwe Testament alleen hier voorkomt; het hangt samen met het werkwoord ‘sabbat houden’ en met het Hebreeuwse שַׁבָּת (shabbat), ‘rust’. De rust van de zevende dag (vers 4) en de rust van Ps. 95 komen hier samen. λαός (laos), ‘volk’. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:2–3; Exod. 20:8–11. Zie ook: Gen 2:2–3; Ex 20:8–11; Heb 4:4 **4:10** Want wie in Zijn rust is ingegaan, heeft ook zelf van zijn werken gerust, zoals Elohim van de Zijne. Brontekst: ὁ (ho) = hij die | γὰρ (gar) = want | εἰσελθὼν (eiselthon) = is ingegaan | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = de | κατάπαυσιν (katapausin) = rust | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = ook | αὐτὸς (autos) = zelf | κατέπαυσεν (katepausen) = heeft gerust | ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = de | ἔργων (ergon) = werken | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὥσπερ (hosper) = zoals | ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = de | ἰδίων (idion) = eigen | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Zijn rust’ (τὴν κατάπαυσιν αὐτοῦ): de rust van Elohim. ‘Zijn werken’ (τῶν ἔργων αὐτοῦ): de werken van de mens; ‘de Zijne’ (τῶν ἰδίων) zijn de eigen werken van Elohim. Het Grieks heeft ‘zoals van de eigen, Elohim’. **4:11** Laten wij dus ons best doen om in die rust in te gaan, opdat niemand valt naar hetzelfde voorbeeld van ongehoorzaamheid. Brontekst: σπουδάσωμεν (spoudasomen) = laten wij ons best doen | οὖν (oun) = dus | εἰσελθεῖν (eiselthein) = in te gaan | εἰς (eis) = in | ἐκείνην (ekeinen) = die | τὴν (ten) = de | κατάπαυσιν (katapausin) = rust | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | αὐτῷ (auto) = zelfde | τις (tis) = iemand | ὑποδείγματι (hypodeigmati) = voorbeeld | πέσῃ (pese) = valt | τῆς (tes) = van de | ἀπειθείας (apeitheias) = ongehoorzaamheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπουδάζω (spoudazo), ‘zich beijveren, zijn best doen’. ὑπόδειγμα (hypodeigma), ‘voorbeeld’: hier het voorbeeld van de ongehoorzaamheid van de woestijngeneratie (3:16–19); elders in de brief (8:5, 9:23) heeft hetzelfde woord de betekenis ‘afbeelding’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 3:18–19. Zie ook: Heb 3:18–19 ### Het woord van Elohim **4:12** Want het woord van Elohim is levend en werkzaam en scherper dan elk tweesnijdend zwaard. Het dringt door tot de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt over de overwegingen en gedachten van het hart. Brontekst: Ζῶν (Zon) = levend | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἐνεργὴς (energes) = werkzaam | καὶ (kai) = en | τομώτερος (tomoteros) = scherper | ὑπὲρ (hyper) = dan | πᾶσαν (pasan) = elk | μάχαιραν (machairan) = zwaard | δίστομον (distomon) = tweesnijdend | καὶ (kai) = en | διϊκνούμενος (diiknoumenos) = doordringend | ἄχρι (achri) = tot | μερισμοῦ (merismou) = scheiding | ψυχῆς (psyches) = van ziel | καὶ (kai) = en | πνεύματος (pneumatos) = geest | ἁρμῶν (harmon) = van gewrichten | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = en | μυελῶν (myelon) = merg | καὶ (kai) = en | κριτικὸς (kritikos) = oordelend | ἐνθυμήσεων (enthymeseon) = over overwegingen | καὶ (kai) = en | ἐννοιῶν (ennoion) = gedachten | καρδίας (kardias) = van het hart Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λόγος τοῦ θεοῦ (logos tou theou), ‘het woord van Elohim’: het gesproken woord dat in de aanhalingen van de vorige verzen klinkt. In vers 13 gaat ‘het woord’ over in ‘Hem’; het Grieks laat die overgang open. ἐνεργής (energes), ‘werkzaam’; τομώτερος (tomoteros), ‘scherper’; δίστομος (distomos), ‘tweesnijdend’, letterlijk ‘met twee monden’. μερισμός (merismos), ‘scheiding’. ψυχή (psyche), ‘ziel’; πνεῦμα (pneuma), ‘geest’. ἁρμός (harmos), ‘gewricht’; μυελός (myelos), ‘merg’. κριτικός (kritikos), ‘in staat te oordelen’. ἐνθύμησις (enthymesis), ‘overweging’; ἔννοια (ennoia), ‘gedachte’. Voetnoot : Zie ook Jes. 49:2; Ef. 6:17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘en’ (καί) voor ‘geest’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jes 49:2; Ef 6:17; Heb 4:13 **4:13** En er is geen schepsel dat voor Hem verborgen is, maar alles is naakt en blootgelegd voor Zijn ogen, aan wie wij rekenschap moeten geven. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | κτίσις (ktisis) = schepsel | ἀφανὴς (aphanes) = verborgen | ἐνώπιον (enopion) = voor | αὐτοῦ (autou) = Hem | πάντα (panta) = alles | δὲ (de) = maar | γυμνὰ (gymna) = naakt | καὶ (kai) = en | τετραχηλισμένα (tetrachelismena) = blootgelegd | τοῖς (tois) = voor de | ὀφθαλμοῖς (ophthalmois) = ogen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | πρὸς (pros) = aan | ὃν (hon) = wie | ἡμῖν (hemin) = voor ons | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κτίσις (ktisis), ‘schepsel’. ἀφανής (afanes), ‘onzichtbaar, verborgen’. τραχηλίζω (trachelizo), ‘blootleggen’: het komt van τράχηλος, ‘nek’; een zeldzaam woord. αὐτοῦ (autou), ‘Hem, Zijn’: Elohim; het Grieks laat het verband met ‘het woord’ van vers 12 open. πρὸς ὃν ἡμῖν ὁ λόγος (pros hon hemin ho logos), letterlijk ‘tot wie voor ons het woord’: λόγος is ‘woord’ en ook ‘rekenschap’; het kan dus ‘aan wie wij rekenschap moeten geven’ of ‘met wie wij te maken hebben’ betekenen. Zie ook: Heb 4:12 ### Een grote hogepriester **4:14** Omdat wij dus een grote hogepriester hebben, die door de hemelen is heengegaan, Yeshua, de Zoon van Elohim, laten wij de belijdenis vasthouden. Brontekst: Ἔχοντες (Echontes) = hebbend | οὖν (oun) = dus | ἀρχιερέα (archierea) = hogepriester | μέγαν (megan) = grote | διεληλυθότα (dielelythota) = die is heengegaan | τοὺς (tous) = door de | οὐρανούς (ouranous) = hemelen | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | κρατῶμεν (kratomen) = laten wij vasthouden | τῆς (tes) = de | ὁμολογίας (homologias) = belijdenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρχιερεύς (archiereus), ‘hogepriester’: zie 2:17. διέρχομαι (dierchomai), ‘heengaan door’: Hij is door de hemelen heen naar de plaats van Elohim gegaan, zoals de hogepriester door de voorhang het heiligdom inging (Lev. 16:2–3). ὁμολογία (homologia), ‘belijdenis’: zie 3:1. Voetnoot : Zie ook Lev. 16:2–3. Zie ook: Lev 16:2–3 **4:15** Want wij hebben geen hogepriester die niet met onze zwakheden kan meevoelen, maar een die in alles op gelijke wijze op de proef gesteld is, zonder zonde. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἔχομεν (echomen) = hebben wij | ἀρχιερέα (archierea) = hogepriester | μὴ (me) = niet | δυνάμενον (dynamenon) = kunnende | συμπαθῆσαι (sympathesai) = meevoelen | ταῖς (tais) = met de | ἀσθενείαις (astheneiais) = zwakheden | ἡμῶν (hemon) = onze | πεπειρασμένον (pepeirasmenon) = op de proef gesteld | δὲ (de) = maar | κατὰ (kata) = in | πάντα (panta) = alles | καθ’ (kath’) = naar | ὁμοιότητα (homoioteta) = gelijkheid | χωρὶς (choris) = zonder | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συμπαθέω (sympatheo), ‘meevoelen’; ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’. πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: zie 2:18. καθ᾽ ὁμοιότητα (kath homoioteta), ‘op gelijke wijze’: letterlijk ‘naar gelijkheid’. χωρὶς ἁμαρτίας (choris hamartias), ‘zonder zonde’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 2:17–18. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘op de proef gesteld’ (πεπειρασμένον) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 2:17–18 **4:16** Laten wij dus met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden tot hulp op het juiste moment. Brontekst: προσερχώμεθα (proserchometha) = laten wij naderen | οὖν (oun) = dus | μετὰ (meta) = met | παρρησίας (parresias) = vrijmoedigheid | τῷ (to) = tot de | θρόνῳ (throno) = troon | τῆς (tes) = van de | χάριτος (charitos) = genade | ἵνα (hina) = opdat | λάβωμεν (labomen) = wij ontvangen | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | καὶ (kai) = en | χάριν (charin) = genade | εὕρωμεν (heuromen) = wij vinden | εἰς (eis) = tot | εὔκαιρον (eukairon) = juist op tijd | βοήθειαν (boetheian) = hulp Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσέρχομαι (proserchomai), ‘naderen’: het werkwoord voor wie Elohim nadert. ‘De troon van de genade’: de plaats waar Elohim als koning genade geeft. ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’; εὔκαιρος (eukairos), ‘juist op tijd, op het goede moment’; βοήθεια (boetheia), ‘hulp’. Zie ook 7:19, 10:22. Voetnoot : Zie ook Hebr. 7:19. Zie ook: Heb 7:19 ## Hebreeën 5 _Een hogepriester volgens de orde van Melchisedek, geleerd door lijden; melk en vast voedsel_ ### Wat een hogepriester is **5:1** Want elke hogepriester, uit mensen genomen, wordt voor mensen aangesteld in wat Elohim betreft, om gaven en offers voor zonden te offeren. Brontekst: Πᾶς (Pas) = elke | γὰρ (gar) = want | ἀρχιερεὺς (archiereus) = hogepriester | ἐξ (ex) = uit | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | λαμβανόμενος (lambanomenos) = genomen | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | καθίσταται (kathistatai) = wordt aangesteld | τὰ (ta) = wat | πρὸς (pros) = bij | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | προσφέρῃ (prosphere) = hij offert | δῶρά (dora) = gaven | τε (te) = en | καὶ (kai) = ook | θυσίας (thysias) = offers | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρχιερεύς (archiereus), ‘hogepriester’: zie 2:17. Hij wordt uit de mensen genomen en voor de mensen aangesteld. τὰ πρὸς τὸν θεόν (ta pros ton theon), ‘wat Elohim betreft’: zoals in 2:17. προσφέρω (prosfero), ‘offeren, aanbieden’: wij vertalen het overal met ‘offeren’; δῶρον (doron), ‘gave’, θυσία (thysia), ‘offer’ (slachtoffer). Voetnoot : Zie ook Lev. 16:6. Zie ook: Lev 16:6 **5:2** Hij kan mild omgaan met de onwetenden en dwalenden, omdat ook hijzelf met zwakheid omgeven is, Brontekst: μετριοπαθεῖν (metriopathein) = mild omgaan | δυνάμενος (dynamenos) = kunnend | τοῖς (tois) = met de | ἀγνοοῦσι (agnoousi) = onwetenden | καὶ (kai) = en | πλανωμένοις (planomenois) = dwalenden | ἐπεὶ (epei) = omdat | καὶ (kai) = ook | αὐτὸς (autos) = hijzelf | περίκειται (perikeitai) = is omgeven | ἀσθένειαν (astheneian) = zwakheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μετριοπαθέω (metriopatheo), ‘mild omgaan, zijn gevoel in toom houden’: de hogepriester voelt mee zonder in woede of onverschilligheid te vervallen. ἀγνοέω (agnoeo), ‘onwetend zijn’; πλανάω (planao), ‘dwalen’. περίκειται ἀσθένειαν (perikeitai astheneian), letterlijk ‘hij ligt omringd met zwakheid’. De zin loopt door in vers 3. Zie ook: Heb 5:3 **5:3** en vanwege die zwakheid is hij verplicht, zoals voor het volk, zo ook voor zichzelf voor zonden te offeren. Brontekst: καὶ (kai) = en | δι’ (di’) = vanwege | αὐτὴν (auten) = haar | ὀφείλει (opheilei) = is hij verplicht | καθὼς (kathos) = zoals | περὶ (peri) = voor | τοῦ (tou) = het | λαοῦ (laou) = volk | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | περὶ (peri) = voor | αὑτοῦ (hautou) = zichzelf | προσφέρειν (prospherein) = te offeren | περὶ (peri) = voor | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De hogepriester moest ook voor zichzelf een zondeoffer brengen, vóór het offer voor het volk (Lev. 16:6, 16:11). De zwakheid van vers 2 is de reden. Voetnoot : Zie ook Lev. 16:6; Lev. 16:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘vanwege haar’ (δι᾽ αὐτήν), ‘zichzelf’ (αὑτοῦ) en ‘voor’ (περί). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Lev 16:6; Lev 16:11; Heb 5:2 **5:4** En niemand neemt de eer voor zichzelf, maar alleen wie door Elohim geroepen wordt, zoals ook Aäron. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐχ (ouch) = niet | ἑαυτῷ (heauto) = voor zichzelf | τις (tis) = iemand | λαμβάνει (lambanei) = neemt | τὴν (ten) = de | τιμήν (timen) = eer | ἀλλὰ (alla) = maar | καλούμενος (kaloumenos) = geroepen wordend | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | καθώσπερ (kathosper) = zoals | καὶ (kai) = ook | Ἀαρών (Aaron) = Aäron Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τιμή (time), ‘eer’: het ambt van hogepriester is een eer die men zich niet zelf geeft. Aäron werd geroepen: zie Exod. 28:1. Voetnoot : Zie ook Exod. 28:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘zoals’ (καθώσπερ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 28:1 ### De Messias, hogepriester volgens de orde van Melchisedek **5:5** Zo heeft ook de Messias Zichzelf niet verheerlijkt om hogepriester te worden, maar Hij die tot Hem gesproken heeft: **„Mijn Zoon ben jij, Ik heb jou vandaag verwekt.”** Brontekst: Οὕτως (Houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | Χριστὸς (Christos) = Messias | οὐχ (ouch) = niet | ἑαυτὸν (heauton) = Zichzelf | ἐδόξασεν (edoxasen) = verheerlijkte | γενηθῆναι (genethenai) = te worden | ἀρχιερέα (archierea) = hogepriester | ἀλλ’ (all’) = maar | ὁ (ho) = Hij die | λαλήσας (lalesas) = gesproken heeft | πρὸς (pros) = tot | αὐτόν (auton) = Hem | Υἱός (Huios) = Zoon | μου (mou) = Mijn | εἶ (ei) = ben | σύ (sy) = jij | ἐγὼ (ego) = Ik | σήμερον (semeron) = vandaag | γεγέννηκά (gegenneka) = heb verwekt | σε (se) = jou Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 2:7, dezelfde woorden als in 1:5. ‘Hij die tot Hem sprak’ is Elohim; Zijn woorden tot de Zoon staan rood. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’: de Messias heeft Zichzelf niet de eer van het ambt gegeven. γεννάω (gennao), ‘verwekken’. Voetnoot : Zie ook Ps. 2:7; Hebr. 1:5. Zie ook: Ps 2:7; Heb 1:5 **5:6** Zoals Hij ook op een andere plaats zegt: **„Jij bent priester voor eeuwig, volgens de orde van Melchisedek.”** Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | ἑτέρῳ (hetero) = een andere | λέγει (legei) = zegt Hij | Σὺ (Sy) = jij | ἱερεὺς (hiereus) = priester | εἰς (eis) = voor | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuwigheid | κατὰ (kata) = naar | τὴν (ten) = de | τάξιν (taxin) = orde | Μελχισέδεκ (Melchisedek) = Melchisedek Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 110:4. Ons Hebreeuws heeft: ‘Jij bent priester voor eeuwig, volgens de wijze van Melchisedek’; Hebreeën heeft τάξις (taxis), ‘orde, rangorde’, voor het Hebreeuwse עַל דִּבְרָתִי (al divrati), dat moeilijk is (zie de Lezing-voetnoot bij Ps. 110:4). De woorden zijn in Ps. 110:4 een eed van Yahweh; zij staan rood. Over Melchisedek: Gen. 14:18–20 en hoofdstuk 7. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:4; Gen. 14:18–20. Zie ook: Gen 14:18–20; Ps 110:4 **5:7** Hij heeft in de dagen van Zijn vlees met sterk geroep en tranen smeekbeden en gebeden geofferd aan Hem die Hem uit de dood kon redden. Hij is verhoord vanwege Zijn ontzag. Brontekst: ὃς (hos) = Hij die | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἡμέραις (hemerais) = dagen | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | αὐτοῦ (autou) = Zijn | δεήσεις (deeseis) = smeekbeden | τε (te) = en | καὶ (kai) = ook | ἱκετηρίας (hiketerias) = gebeden | πρὸς (pros) = tot | τὸν (ton) = Hem die | δυνάμενον (dynamenon) = kon | σῴζειν (sozein) = redden | αὐτὸν (auton) = Hem | ἐκ (ek) = uit | θανάτου (thanatou) = dood | μετὰ (meta) = met | κραυγῆς (krauges) = geroep | ἰσχυρᾶς (ischyras) = sterk | καὶ (kai) = en | δακρύων (dakryon) = tranen | προσενέγκας (prosenenkas) = geofferd hebbend | καὶ (kai) = en | εἰσακουσθεὶς (eisakoustheis) = verhoord zijnde | ἀπὸ (apo) = vanwege | τῆς (tes) = het | εὐλαβείας (eulabeias) = ontzag Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 7–10 zijn moeilijk en worden verschillend verstaan. ‘In de dagen van Zijn vlees’: in Zijn aardse leven. δέησις (deesis), ‘smeekbede’; ἱκετηρία (hiketeria), ‘smeekgebed’. Het werkwoord προσφέρω, ‘offeren’, is hetzelfde als in vers 1: Hij bracht gebeden en smeekbeden als offer. κραυγή (krauge), ‘geroep’. ‘Aan Hem die Hem uit de dood kon redden’: Elohim. εὐλάβεια (eulabeia), ‘ontzag, godvrezendheid’: het Grieks heeft alleen ‘het ontzag’, zonder bezittelijk voornaamwoord; wij vullen ‘Zijn’ aan; ἀπό (apo) kan ‘vanwege’ zijn, zoals wij vertalen, maar ook ‘uit’ (‘verhoord en bevrijd van de angst’). Voetnoot : Zie ook Matt. 26:39; Mark. 14:36. Zie ook: Mat 26:39; Mar 14:36; Heb 5:1 **5:8** Hoewel Hij Zoon was, heeft Hij de gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij geleden heeft, Brontekst: καίπερ (kaiper) = hoewel | ὢν (on) = zijnde | υἱός (huios) = Zoon | ἔμαθεν (emathen) = leerde Hij | ἀφ’ (aph’) = uit | ὧν (hon) = wat | ἔπαθεν (epathen) = leed Hij | τὴν (ten) = de | ὑπακοήν (hypakoen) = gehoorzaamheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καίπερ (kaiper), ‘hoewel’. Er is een woordspeling in het Grieks: ἔμαθεν (emathen), ‘Hij leerde’, en ἔπαθεν (epathen), ‘Hij leed’. ὑπακοή (hypakoe), ‘gehoorzaamheid’. De zin loopt door in vers 9. Zie ook: Heb 5:9 **5:9** en toen Hij volmaakt gemaakt was, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwige redding, Brontekst: καὶ (kai) = en | τελειωθεὶς (teleiotheis) = volmaakt gemaakt zijnde | ἐγένετο (egeneto) = werd Hij | πᾶσιν (pasin) = voor allen | τοῖς (tois) = die | ὑπακούουσιν (hypakouousin) = gehoorzamen | αὐτῷ (auto) = Hem | αἴτιος (aitios) = oorzaak | σωτηρίας (soterias) = van redding | αἰωνίου (aioniou) = eeuwige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: zie 2:10; Hij bereikte Zijn doel. αἴτιος (aitios), ‘oorzaak, bewerker’. ὑπακούω (hypakouo), ‘gehoorzamen’: dezelfde stam als ‘gehoorzaamheid’ in vers 8. σωτηρία αἰώνιος (soteria aionios), ‘eeuwige redding’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘allen die Hem gehoorzamen’ (πᾶσιν τοῖς ὑπακούουσιν αὐτῷ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 5:8 **5:10** door Elohim uitgeroepen tot hogepriester volgens de orde van Melchisedek. Brontekst: προσαγορευθεὶς (prosagoreutheis) = uitgeroepen | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἀρχιερεὺς (archiereus) = hogepriester | κατὰ (kata) = naar | τὴν (ten) = de | τάξιν (taxin) = orde | Μελχισέδεκ (Melchisedek) = Melchisedek Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσαγορεύω (prosagoreuo), ‘uitroepen tot, noemen’: Elohim sprak Hem aan als hogepriester, zoals in vers 6. Hier eindigt de zin die in vers 7 begon. Zie ook: Heb 5:6; Heb 5:7 ### Melk en vast voedsel **5:11** Hierover hebben wij veel te zeggen, en het is moeilijk uit te leggen, omdat jullie traag van gehoor geworden zijn. Brontekst: Περὶ (Peri) = over | οὗ (hou) = wie | πολὺς (polys) = veel | ἡμῖν (hemin) = voor ons | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | καὶ (kai) = en | δυσερμήνευτος (dysermeneutos) = moeilijk uit te leggen | λέγειν (legein) = te zeggen | ἐπεὶ (epei) = omdat | νωθροὶ (nothroi) = traag | γεγόνατε (gegonate) = jullie zijn geworden | ταῖς (tais) = in de | ἀκοαῖς (akoais) = oren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Hierover’ (περὶ οὗ): over Melchisedek, of over de hogepriester volgens zijn orde. δυσερμήνευτος (dysermeneutos), ‘moeilijk uit te leggen’. νωθρός (nothros), ‘traag, afgestompt’; zo ook in 6:12. ἀκοή (akoe), ‘gehoor’. **5:12** Want hoewel jullie na zo veel tijd leraars zouden moeten zijn, hebben jullie opnieuw nodig dat iemand jullie de grondbeginselen van het begin van de uitspraken van Elohim leert. Jullie zijn geworden als mensen die melk nodig hebben, geen vast voedsel. Brontekst: καὶ (kai) = en | γὰρ (gar) = want | ὀφείλοντες (opheilontes) = zijnde verplicht | εἶναι (einai) = te zijn | διδάσκαλοι (didaskaloi) = leraars | διὰ (dia) = vanwege | τὸν (ton) = de | χρόνον (chronon) = tijd | πάλιν (palin) = weer | χρείαν (chreian) = behoefte | ἔχετε (echete) = hebben jullie | τοῦ (tou) = aan het | διδάσκειν (didaskein) = leren | ὑμᾶς (hymas) = jullie | τινὰ (tina) = iemand | τὰ (ta) = de | στοιχεῖα (stoicheia) = grondbeginselen | τῆς (tes) = van het | ἀρχῆς (arches) = begin | τῶν (ton) = van de | λογίων (logion) = uitspraken | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | γεγόνατε (gegonate) = jullie zijn geworden | χρείαν (chreian) = behoefte | ἔχοντες (echontes) = hebbend | γάλακτος (galaktos) = aan melk | οὐ (ou) = niet | στερεᾶς (stereas) = vast | τροφῆς (trophes) = voedsel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στοιχεῖα (stoicheia), ‘grondbeginselen’: zoals in Gal. 4:3. λόγια (logia), ‘uitspraken’: zoals in Rom. 3:2. γάλα (gala), ‘melk’; στερεὰ τροφή (sterea trofe), ‘vast voedsel’. Voetnoot : Zie ook Gal. 4:3; Rom. 3:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘iemand’ (τινά) en bij ‘niet’ (οὐ). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gal 4:3; Rom 3:2 **5:13** Want ieder die van melk leeft, is onervaren in het woord van gerechtigheid, want hij is een klein kind. Brontekst: πᾶς (pas) = ieder | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = die | μετέχων (metechon) = deelneemt | γάλακτος (galaktos) = aan melk | ἄπειρος (apeiros) = onervaren | λόγου (logou) = in het woord | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = van gerechtigheid | νήπιος (nepios) = klein kind | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = het is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μετέχω (metecho), ‘deelnemen aan, gebruiken’. ἄπειρος (apeiros), ‘onervaren’. λόγος δικαιοσύνης (logos dikaiosynes), ‘woord van gerechtigheid’: het kan het woord over de gerechtigheid zijn of het woord dat gerechtigheid werkt. νήπιος (nepios), ‘klein kind’: zoals in 1 Kor. 3:1. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 3:1–2. Zie ook: 1 Kor 3:1 **5:14** Maar vast voedsel is voor volmaakten, voor hen die door gewenning hun zintuigen getraind hebben om goed en kwaad te onderscheiden. Brontekst: τελείων (teleion) = van volmaakten | δέ (de) = maar | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = het | στερεὰ (sterea) = vaste | τροφή (trophe) = voedsel | τῶν (ton) = van hen die | διὰ (dia) = door | τὴν (ten) = de | ἕξιν (hexin) = gewenning | τὰ (ta) = de | αἰσθητήρια (aistheteria) = zintuigen | γεγυμνασμένα (gegymnasmena) = getraind | ἐχόντων (echonton) = hebben | πρὸς (pros) = tot | διάκρισιν (diakrisin) = onderscheiding | καλοῦ (kalou) = van goed | τε (te) = en | καὶ (kai) = ook | κακοῦ (kakou) = kwaad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέλειος (teleios), ‘volmaakt’; het woord kan ook ‘volwassen’ betekenen. ἕξις (hexis), ‘gewenning, geoefendheid’. αἰσθητήριον (aistheterion), ‘zintuig’: het vermogen om waar te nemen. γυμνάζω (gymnazo), ‘trainen, oefenen’. διάκρισις (diakrisis), ‘onderscheiding’. ## Hebreeën 6 _Voortgaan naar de volmaaktheid, een waarschuwing, en de belofte met een eed als anker van de hoop_ ### Voortgaan naar de volmaaktheid **6:1** Laten wij daarom het woord van het begin van de Messias achterlaten en voortgedragen worden naar de volmaaktheid. Laten wij niet opnieuw een fundament leggen van bekering van dode werken en van geloof in Elohim, Brontekst: Διὸ (Dio) = daarom | ἀφέντες (aphentes) = achtergelaten hebbend | τὸν (ton) = het | τῆς (tes) = van het | ἀρχῆς (arches) = begin | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | λόγον (logon) = woord | ἐπὶ (epi) = naar | τὴν (ten) = de | τελειότητα (teleioteta) = volmaaktheid | φερώμεθα (pherometha) = laten wij voortgedragen worden | μὴ (me) = niet | πάλιν (palin) = opnieuw | θεμέλιον (themelion) = fundament | καταβαλλόμενοι (kataballomenoi) = leggend | μετανοίας (metanoias) = van bekering | ἀπὸ (apo) = van | νεκρῶν (nekron) = dode | ἔργων (ergon) = werken | καὶ (kai) = en | πίστεως (pisteos) = van geloof | ἐπὶ (epi) = in | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft één zin met deelwoorden; wij splitsen haar en maken van ‘zonder opnieuw een fundament te leggen’ een eigen zin met ‘Laten wij niet’. ἀφίημι (afiemi), ‘achterlaten’. ‘Het woord van het begin van de Messias’ (τὸν τῆς ἀρχῆς τοῦ Χριστοῦ λόγον): de eerste onderwijzing over de Messias; de zaken die in de verzen 1–2 volgen, horen daarbij. τελειότης (teleiotes), ‘volmaaktheid’: zie 5:14, ‘volmaakten’. φερώμεθα (ferometha) is lijdend of middelvorm: ‘laten wij gedragen worden, laten wij voortgaan’. θεμέλιον (themelion), ‘fundament’. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: verandering van denken. ‘Dode werken’ komt ook voor in 9:14. De zin loopt door in vers 2. Voetnoot : Zie ook Hebr. 9:14. Zie ook: Heb 6:2; Heb 9:14 **6:2** van de leer over wassingen, over oplegging van handen, over opstanding van doden en over eeuwig oordeel. Brontekst: βαπτισμῶν (baptismon) = van wassingen | διδαχὴν (didachen) = leer | ἐπιθέσεώς (epitheseos) = van oplegging | τε (te) = en | χειρῶν (cheiron) = van handen | ἀναστάσεώς (anastaseos) = van opstanding | τε (te) = en | νεκρῶν (nekron) = van doden | καὶ (kai) = en | κρίματος (krimatos) = van oordeel | αἰωνίου (aioniou) = eeuwig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βαπτισμός (baptismos), ‘wassing, onderdompeling’: zoals in 9:10 en Mark. 7:4; het meervoud kan ook de doop omvatten. ἐπίθεσις χειρῶν (epithesis cheiron), ‘oplegging van handen’: zoals in Hand. 8:17 en 19:6. ἀνάστασις νεκρῶν (anastasis nekron), ‘opstanding van doden’. κρῖμα (krima), ‘oordeel’. Het zijn zes onderwerpen van de eerste onderwijzing. Voetnoot : Zie ook Hand. 8:17; Hand. 17:31. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘leer’ (διδαχήν) en bij ‘en’ (τε). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mar 7:4; Hand 8:17; Hand 17:31; Hand 19:6 **6:3** En dit zullen wij doen, als Elohim het toestaat. Brontekst: καὶ (kai) = en | τοῦτο (touto) = dit | ποιήσομεν (poiesomen) = zullen wij doen | ἐάνπερ (eanper) = als tenminste | ἐπιτρέπῃ (epitrepe) = toestaat | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιτρέπω (epitrepo), ‘toestaan’: vergelijk Jak. 4:15, ‘als de Heer wil’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘zullen wij doen’ (ποιήσομεν) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jak 4:15 ### Onmogelijk om opnieuw te vernieuwen **6:4** Want het is onmogelijk om hen die eenmaal verlicht zijn, die de hemelse gave gesmaakt hebben en deelhebbers van de Heilige Geest geworden zijn, Brontekst: Ἀδύνατον (Adynaton) = onmogelijk | γὰρ (gar) = want | τοὺς (tous) = hen die | ἅπαξ (hapax) = eenmaal | φωτισθέντας (photisthentas) = verlicht zijn | γευσαμένους (geusamenous) = gesmaakt hebben | τε (te) = en | τῆς (tes) = de | δωρεᾶς (doreas) = gave | τῆς (tes) = de | ἐπουρανίου (epouraniou) = hemelse | καὶ (kai) = en | μετόχους (metochous) = deelhebbers | γενηθέντας (genethentas) = geworden zijn | πνεύματος (pneumatos) = van Geest | ἁγίου (hagiou) = Heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit is een van de moeilijkste passages van de brief; wij vertalen zo letterlijk mogelijk. De verzen 4–6 vormen één Griekse zin. ἀδύνατον (adynaton), ‘onmogelijk’: het Grieks zegt niet wie of wat het onmogelijk maakt. ἅπαξ (hapax), ‘eenmaal’: zoals ἐφάπαξ, ‘eens voor altijd’, in 7:27. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’. γεύομαι (geuomai), ‘smaken, ervaren’: zoals in 2:9. δωρεά (dorea), ‘gave’; ἐπουράνιος (epouranios), ‘hemels’. μέτοχοι (metochoi), ‘deelhebbers’: zoals in 3:1 en 3:14. **6:5** en die het goede woord van Elohim en de krachten van de komende eeuw gesmaakt hebben, Brontekst: καὶ (kai) = en | καλὸν (kalon) = goede | γευσαμένους (geusamenous) = gesmaakt hebbend | θεοῦ (theou) = van Elohim | ῥῆμα (rhema) = woord | δυνάμεις (dynameis) = krachten | τε (te) = en | μέλλοντος (mellontos) = van de komende | αἰῶνος (aionos) = eeuw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ῥῆμα (rema), ‘woord’: het gesproken woord, zoals in 1:3. δύναμις (dynamis), ‘kracht’. μέλλων αἰών (mellon aion), ‘de komende eeuw’: de tijd die nog moet komen; vergelijk 2:5, ‘de komende bewoonde wereld’. **6:6** en die zijn afgevallen, opnieuw tot bekering te vernieuwen, terwijl zij voor zichzelf de Zoon van Elohim opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken. Brontekst: καὶ (kai) = en | παραπεσόντας (parapesontas) = afgevallen zijn | πάλιν (palin) = weer | ἀνακαινίζειν (anakainizein) = te vernieuwen | εἰς (eis) = tot | μετάνοιαν (metanoian) = bekering | ἀνασταυροῦντας (anastaurountas) = opnieuw kruisigend | ἑαυτοῖς (heautois) = voor zichzelf | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | παραδειγματίζοντας (paradeigmatizontas) = openlijk te schande makend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραπίπτω (parapipto), ‘afvallen’: letterlijk ‘ernaast vallen, wegvallen’. ἀνακαινίζω (anakainizo), ‘vernieuwen’. ἀνασταυρόω (anastauroo), ‘kruisigen’: het voorvoegsel ἀνα- kan ‘opnieuw’ of ‘omhoog’ betekenen; wij vertalen ‘opnieuw kruisigen’. παραδειγματίζω (paradeigmatizo), ‘openlijk te schande maken, tot een voorbeeld stellen’. De deelwoorden ‘kruisigen’ en ‘te schande maken’ staan in de tegenwoordige tijd en kunnen als reden (‘omdat’) of als tijdsbepaling (‘zolang’) gelezen worden; wij vertalen ‘terwijl’. Vers 9 laat zien dat de schrijver van de lezers betere dingen verwacht. Voetnoot : Zie ook Hebr. 10:26–31. Zie ook: Heb 6:9; Heb 10:26–31 **6:7** Want land dat de regen drinkt die telkens op haar valt, en nuttig gewas voortbrengt voor hen om wie het ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van Elohim. Brontekst: γῆ (ge) = land | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = dat | πιοῦσα (piousa) = drinkt | τὸν (ton) = de | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῆς (autes) = haar | ἐρχόμενον (erchomenon) = komende | πολλάκις (pollakis) = telkens | ὑετόν (hyeton) = regen | καὶ (kai) = en | τίκτουσα (tiktousa) = voortbrengt | βοτάνην (botanen) = gewas | εὔθετον (eutheton) = nuttig | ἐκείνοις (ekeinois) = voor die | δι’ (di’) = om | οὓς (hous) = wie | καὶ (kai) = ook | γεωργεῖται (georgeitai) = wordt bewerkt | μεταλαμβάνει (metalambanei) = ontvangt | εὐλογίας (eulogias) = zegen | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Een beeld uit de landbouw. γῆ (ge), ‘land, grond’. ὑετός (hyetos), ‘regen’. βοτάνη (botane), ‘gewas’; εὔθετος (euthetos), ‘nuttig, geschikt’. γεωργέω (georgeo), ‘bewerken’. μεταλαμβάνω (metalambano), ‘deelhebben aan, ontvangen’. εὐλογία (eulogia), ‘zegen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘komende … telkens’ (ἐρχόμενον πολλάκις) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **6:8** Maar als het doornen en distels voortbrengt, is het onbruikbaar en dicht bij een vloek. Het einde ervan is verbranding. Brontekst: ἐκφέρουσα (ekpherousa) = voortbrengend | δὲ (de) = maar | ἀκάνθας (akanthas) = doornen | καὶ (kai) = en | τριβόλους (tribolous) = distels | ἀδόκιμος (adokimos) = onbruikbaar | καὶ (kai) = en | κατάρας (kataras) = van een vloek | ἐγγύς (engys) = dichtbij | ἧς (hes) = waarvan | τὸ (to) = het | τέλος (telos) = einde | εἰς (eis) = tot | καῦσιν (kausin) = verbranding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄκανθα (akantha), ‘doorn’; τρίβολος (tribolos), ‘distel’: vergelijk Gen. 3:18, ‘Doorns en distels’. ἀδόκιμος (adokimos), ‘onbruikbaar, afgekeurd’: wat de toets niet doorstaan heeft. κατάρα (katara), ‘vloek’: vergelijk Gen. 3:17. καῦσις (kausis), ‘verbranding’. Voetnoot : Zie ook Gen. 3:17–18. Zie ook: Gen 3:17; Gen 3:18 ### Overtuigd van betere dingen **6:9** Maar wij zijn overtuigd van betere dingen over jullie, geliefden, dingen die bij redding horen, ook al spreken wij zo. Brontekst: Πεπείσμεθα (Pepeismetha) = overtuigd zijn wij | δὲ (de) = maar | περὶ (peri) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | τὰ (ta) = de | κρείσσονα (kreissona) = betere dingen | καὶ (kai) = en | ἐχόμενα (echomena) = behorend bij | σωτηρίας (soterias) = redding | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | οὕτως (houtos) = zo | λαλοῦμεν (laloumen) = spreken wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πείθω (peitho), ‘overtuigen’: πεπείσμεθα is een voltooide tijd, ‘wij zijn overtuigd’. ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’: de enige keer dat de brief zo aanspreekt. κρείσσων (kreisson), ‘beter’: zoals in 1:4. ἐχόμενα σωτηρίας (echomena soterias), letterlijk ‘wat aan redding vasthoudt’: dingen die bij de redding horen. **6:10** Want Elohim is niet onrechtvaardig om jullie werk te vergeten, en de liefde die jullie voor Zijn naam getoond hebben. Jullie hebben de heiligen gediend en dienen nog. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἄδικος (adikos) = onrechtvaardig | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐπιλαθέσθαι (epilathesthai) = te vergeten | τοῦ (tou) = het | ἔργου (ergou) = werk | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = de | ἀγάπης (agapes) = liefde | ἧς (hes) = die | ἐνεδείξασθε (enedeixasthe) = getoond hebben | εἰς (eis) = voor | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτοῦ (autou) = Zijn | διακονήσαντες (diakonesantes) = gediend hebbend | τοῖς (tois) = aan de | ἁγίοις (hagiois) = heiligen | καὶ (kai) = en | διακονοῦντες (diakonountes) = dienend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft één zin; wij splitsen haar en beginnen een nieuwe zin bij ‘Jullie hebben … gediend’ (διακονήσαντες … καὶ διακονοῦντες). ἄδικος (adikos), ‘onrechtvaardig’. ἐπιλανθάνομαι (epilanthanomai), ‘vergeten’. ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘tonen’. διακονέω (diakoneo), ‘dienen’. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de gelovigen. ‘Voor Zijn naam’: ter wille van Elohim. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘en’ (καί) voor ‘de liefde’ een variant. Wij volgen de SBLGNT. **6:11** Wij verlangen er echter naar dat ieder van jullie tot het einde dezelfde ijver toont voor de volle zekerheid van de hoop, Brontekst: ἐπιθυμοῦμεν (epithymoumen) = wij verlangen | δὲ (de) = maar | ἕκαστον (hekaston) = ieder | ὑμῶν (hymon) = van jullie | τὴν (ten) = de | αὐτὴν (auten) = zelfde | ἐνδείκνυσθαι (endeiknysthai) = te tonen | σπουδὴν (spouden) = ijver | πρὸς (pros) = tot | τὴν (ten) = de | πληροφορίαν (plerophorian) = volle zekerheid | τῆς (tes) = van de | ἐλπίδος (elpidos) = hoop | ἄχρι (achri) = tot | τέλους (telous) = einde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιθυμέω (epithymeo), ‘verlangen’. σπουδή (spoude), ‘ijver’. πληροφορία (pleroforia), ‘volle zekerheid’: het volledig gevuld zijn met vertrouwen. De zin vervolgt met ‘tot het einde’ (ἄχρι τέλους). **6:12** opdat jullie niet traag worden, maar navolgers van hen die door geloof en geduld de beloften erven. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | νωθροὶ (nothroi) = traag | γένησθε (genesthe) = jullie worden | μιμηταὶ (mimetai) = navolgers | δὲ (de) = maar | τῶν (ton) = van hen die | διὰ (dia) = door | πίστεως (pisteos) = geloof | καὶ (kai) = en | μακροθυμίας (makrothymias) = geduld | κληρονομούντων (kleronomounton) = erven | τὰς (tas) = de | ἐπαγγελίας (epangelias) = beloften Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νωθροί (nothroi), ‘traag’: zoals in 5:11. μιμητής (mimetes), ‘navolger’. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘lange adem’. κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 11:8–12. Zie ook: Heb 11:8–12 ### De belofte en de eed van Elohim **6:13** Want toen Elohim aan Abraham een belofte deed, zwoer Hij bij Zichzelf, omdat Hij bij niemand die groter was kon zweren, Brontekst: Τῷ (To) = aan | γὰρ (gar) = want | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ἐπαγγειλάμενος (epangeilamenos) = beloofd hebbend | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ἐπεὶ (epei) = omdat | κατ’ (kat’) = bij | οὐδενὸς (oudenos) = niemand | εἶχεν (eichen) = had Hij | μείζονος (meizonos) = groter | ὀμόσαι (omosai) = te zweren | ὤμοσεν (omosen) = zwoer Hij | καθ’ (kath’) = bij | ἑαυτοῦ (heautou) = Zichzelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘beloven’. ὄμνυμι (omnymi), ‘zweren’: Elohim zweert bij Zichzelf, omdat niemand groter is; zie Gen. 22:16, ‘Ik zweer bij Mijzelf, spreekt Yahweh’. Het zweren is de eed uit Gen. 22; de belofte van het nageslacht staat ook in Gen. 12:2–3. Voetnoot : Zie ook Gen. 22:16; Gen. 12:2. Zie ook: Gen 12:2–3; Gen 22:16 **6:14** en zei: **„Waarlijk, rijkelijk zal Ik je zegenen en sterk zal Ik je vermeerderen.”** Brontekst: λέγων (legon) = zeggend | Εἰ (Ei) = als | μὴν (men) = waarlijk | εὐλογῶν (eulogon) = zegenend | εὐλογήσω (eulogeso) = zal Ik zegenen | σε (se) = jou | καὶ (kai) = en | πληθύνων (plethynon) = vermeerderend | πληθυνῶ (plethyno) = zal Ik vermeerderen | σε (se) = jou Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Gen. 22:17. Ons Hebreeuws heeft: ‘dat Ik je rijkelijk zal zegenen en je nageslacht sterk vermeerderen’; Hebreeën heeft ‘je’ in plaats van ‘je nageslacht’. De dubbele vorm ‘zegenend zal Ik zegenen’ en ‘vermeerderend zal Ik vermeerderen’ (εὐλογῶν εὐλογήσω, πληθύνων πληθυνῶ) weerspiegelt een Hebreeuwse versterking van het werkwoord: ‘rijkelijk’ en ‘sterk’. εἰ μήν (ei men) is een eedformule, ‘waarlijk’. Elohim spreekt in de eerste persoon; de woorden staan rood. Voetnoot : Zie ook Gen. 22:16–17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘Waarlijk’ (Εἰ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 22:16–17; Gen 22:17 **6:15** En zo heeft hij, nadat hij geduld had gehad, de belofte verkregen. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | μακροθυμήσας (makrothymesas) = geduld gehad hebbend | ἐπέτυχεν (epetychen) = verkreeg hij | τῆς (tes) = de | ἐπαγγελίας (epangelias) = belofte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακροθυμέω (makrothymeo), ‘geduld hebben’. ἐπιτυγχάνω (epitygchano), ‘verkrijgen, bereiken’. De brief zegt in 11:13 en 11:39 dat de vaders de beloften niet in vervulling zagen; het Grieks zegt hier niet welk deel van de belofte Abraham verkreeg. Voetnoot : Zie ook Hebr. 11:13. Zie ook: Heb 11:13 **6:16** Want mensen zweren bij de grotere, en de eed is voor hen het einde van alle tegenspraak, tot bevestiging. Brontekst: ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen | γὰρ (gar) = want | κατὰ (kata) = bij | τοῦ (tou) = de | μείζονος (meizonos) = grotere | ὀμνύουσιν (omnyousin) = zweren | καὶ (kai) = en | πάσης (pases) = van elke | αὐτοῖς (autois) = hen | ἀντιλογίας (antilogias) = tegenspraak | πέρας (peras) = einde | εἰς (eis) = tot | βεβαίωσιν (bebaiosin) = bevestiging | ὁ (ho) = de | ὅρκος (horkos) = eed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀμνύω (omnyo), ‘zweren’. ἀντιλογία (antilogia), ‘tegenspraak, geschil’. πέρας (peras), ‘einde’. βεβαίωσις (bebaiosis), ‘bevestiging’. ὅρκος (horkos), ‘eed’. De eed maakt een einde aan het geschil. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘mensen’ (ἄνθρωποι) een variant. Wij volgen de SBLGNT. **6:17** Daarom trad Elohim, die de erfgenamen van de belofte des te meer de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde tonen, met een eed tussenbeide, Brontekst: ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | περισσότερον (perissoteron) = overvloediger | βουλόμενος (boulomenos) = willend | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐπιδεῖξαι (epideixai) = te tonen | τοῖς (tois) = aan de | κληρονόμοις (kleronomois) = erfgenamen | τῆς (tes) = van de | ἐπαγγελίας (epangelias) = belofte | τὸ (to) = het | ἀμετάθετον (ametatheton) = onveranderlijke | τῆς (tes) = van het | βουλῆς (boules) = raadsbesluit | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐμεσίτευσεν (emesiteusen) = trad tussenbeide | ὅρκῳ (horko) = met een eed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περισσότερον (perissoteron), ‘des te meer, overvloediger’. ἀμετάθετον (ametatheton), ‘onveranderlijk’. βουλή (boule), ‘raadsbesluit, plan’. μεσιτεύω (mesiteuo), ‘tussenbeide treden, bemiddelen’: afgeleid van μεσίτης (mesites), ‘bemiddelaar’; de eed staat als het ware tussen Elohim en de erfgenamen. De zin loopt door in vers 18. Zie ook: Heb 6:18 **6:18** opdat wij, door twee onveranderlijke zaken waarin het onmogelijk is dat Elohim liegt, een sterke vertroosting hebben, wij die gevlucht zijn om de voorgehouden hoop vast te grijpen. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | διὰ (dia) = door | δύο (dyo) = twee | πραγμάτων (pragmaton) = zaken | ἀμεταθέτων (ametatheton) = onveranderlijke | ἐν (en) = in | οἷς (hois) = welke | ἀδύνατον (adynaton) = onmogelijk | ψεύσασθαι (pseusasthai) = liegen | θεόν (theon) = Elohim | ἰσχυρὰν (ischyran) = sterke | παράκλησιν (paraklesin) = vertroosting | ἔχωμεν (echomen) = wij hebben | οἱ (hoi) = wij die | καταφυγόντες (kataphygontes) = gevlucht zijn | κρατῆσαι (kratesai) = vast te grijpen | τῆς (tes) = de | προκειμένης (prokeimenes) = voorliggende | ἐλπίδος (elpidos) = hoop Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Twee onveranderlijke zaken’: het Grieks noemt ze niet; in de verzen 13–17 komen de belofte en de eed voor. ψεύδομαι (pseudomai), ‘liegen’. παράκλησις (paraklesis), ‘vertroosting’: ook ‘aansporing, aanmoediging’. καταφεύγω (katafeugo), ‘vluchten naar een toevlucht’. κρατέω (krateo), ‘vastgrijpen’. πρόκειμαι (prokeimai), ‘voor ons liggen, voorgehouden worden’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘Elohim’ (θεόν) een variant. Wij volgen de SBLGNT. ### Het anker van de hoop **6:19** Die hoop hebben wij als een anker van de ziel, zeker en vast, en zij gaat binnen in het binnenste achter de voorhang, Brontekst: ἣν (hen) = die | ὡς (hos) = als | ἄγκυραν (ankyran) = anker | ἔχομεν (echomen) = hebben wij | τῆς (tes) = van de | ψυχῆς (psyches) = ziel | ἀσφαλῆ (asphale) = zeker | τε (te) = en | καὶ (kai) = ook | βεβαίαν (bebaian) = vast | καὶ (kai) = en | εἰσερχομένην (eiserchomenen) = binnengaand | εἰς (eis) = in | τὸ (to) = het | ἐσώτερον (esoteron) = binnenste | τοῦ (tou) = van de | καταπετάσματος (katapetasmatos) = voorhang Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄγκυρα (agkyra), ‘anker’; ψυχή (psyche), ‘ziel’. ἀσφαλής (asfales), ‘zeker’; βέβαιος (bebaios), ‘vast’. καταπέτασμα (katapetasma), ‘voorhang’: de voorhang die in de tabernakel en de tempel het Heilige der heiligen afsloot. Het Grieks heeft ‘het binnenste van de voorhang’ (τὸ ἐσώτερον τοῦ καταπετάσματος): de ruimte erachter, waar alleen de hogepriester op de Verzoendag kwam. Voetnoot : Zie ook Lev. 16:2; Lev. 16:12; Exod. 26:31–33. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘zeker’ (ἀσφαλῆ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 26:31–33; Lev 16:2; Lev 16:12 **6:20** waar Yeshua als voorloper voor ons is binnengegaan, hogepriester geworden voor eeuwig volgens de orde van Melchisedek. Brontekst: ὅπου (hopou) = waar | πρόδρομος (prodromos) = voorloper | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | εἰσῆλθεν (eiselthen) = is binnengegaan | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | κατὰ (kata) = naar | τὴν (ten) = de | τάξιν (taxin) = orde | Μελχισέδεκ (Melchisedek) = Melchisedek | ἀρχιερεὺς (archiereus) = hogepriester | γενόμενος (genomenos) = geworden | εἰς (eis) = voor | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuwigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρόδρομος (prodromos), ‘voorloper’: wie vooruit rent om de weg te openen voor wie volgt; het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. Ἰησοῦς (Iesous), ‘Yeshua’. De woorden ‘hogepriester volgens de orde van Melchisedek’ zijn die van Ps. 110:4 (zie 5:6 en 5:10); hoofdstuk 7 werkt ze uit. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:4; Hebr. 5:6. Zie ook: Ps 110:4; Heb 5:6 ## Hebreeën 7 _Melchisedek, een andere priester naar zijn orde, en de Zoon die voor eeuwig volmaakt is_ ### Melchisedek, koning van Salem en priester van de Allerhoogste **7:1** Want deze Melchisedek, koning van Salem, priester van Elohim, de Allerhoogste, kwam Abraham tegemoet toen hij terugkeerde van de slachting van de koningen, en zegende hem. Brontekst: Οὗτος (Houtos) = Deze | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | Μελχισέδεκ (Melchisedek) = Melchisedek | βασιλεὺς (basileus) = koning | Σαλήμ (Salem) = van Salem | ἱερεὺς (hiereus) = priester | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = de | ὑψίστου (hypsistou) = Allerhoogste | ὁ (ho) = die | συναντήσας (synantesas) = tegemoet kwam | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ὑποστρέφοντι (hypostrephonti) = terugkerend | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | κοπῆς (kopes) = slachting | τῶν (ton) = van de | βασιλέων (basileon) = koningen | καὶ (kai) = en | εὐλογήσας (eulogesas) = zegende | αὐτόν (auton) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Salem (Jeruzalem?; ligging onzeker): Salem is de stad van Melchisedek (Genesis 14:18). Het wordt van oudsher gelezen als Jeruzalem (Psalm 76:3), maar de ligging is niet zeker. Voetnoot Uitleg: Vanaf hier legt de brief Melchisedek uit, de koning van Salem uit Gen. 14:17–20; hij komt ook voor in Ps. 110:4 (zie 5:6). Wij geven alleen weer wat de tekst zegt. ὕψιστος (hypsistos), ‘de Allerhoogste’: in Gen. 14:18 staat ‘priester van El, de Allerhoogste’ (אֵל עֶלְיוֹן, El Elyon); het Grieks heeft θεός, ‘Elohim’. In Ps. 76:3 staat Salem naast Sion; de brief zegt niet welke plaats Salem is. κοπή (kope), ‘slachting’: de nederlaag van Kedorlaomer en de koningen met hem (Gen. 14:17). εὐλογέω (eulogeo), ‘zegenen’. Het Grieks heeft de verzen 1–3 als één zin, met het werkwoord ‘blijft’ pas in vers 3; wij splitsen haar (zie bij vers 3). Voetnoot : Zie ook Gen. 14:17–20; Ps. 76:3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘die’ (ὁ voor συναντήσας) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 14:17–20; Gen 14:18; Ps 76:3; Ps 110:4; Heb 7:3 **7:2** Aan hem deelde Abraham ook een tiende van alles toe. Hij is eerst, vertaald, ‘koning van gerechtigheid’, en vervolgens ook ‘koning van Salem’, dat is ‘koning van vrede’. Brontekst: ᾧ (ho) = aan wie | καὶ (kai) = ook | δεκάτην (dekaten) = tiende | ἀπὸ (apo) = van | πάντων (panton) = alles | ἐμέρισεν (emerisen) = deelde toe | Ἀβραάμ (Abraam) = Abraham | πρῶτον (proton) = eerst | μὲν (men) = wel | ἑρμηνευόμενος (hermeneuomenos) = vertaald | βασιλεὺς (basileus) = koning | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = van gerechtigheid | ἔπειτα (epeita) = daarna | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | βασιλεὺς (basileus) = koning | Σαλήμ (Salem) = van Salem | ὅ (ho) = dat | ἐστιν (estin) = is | βασιλεὺς (basileus) = koning | εἰρήνης (eirenes) = van vrede Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Salem (Jeruzalem?; ligging onzeker): Salem is de stad van Melchisedek (Genesis 14:18). Het wordt van oudsher gelezen als Jeruzalem (Psalm 76:3), maar de ligging is niet zeker. Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws van Gen. 14:20 zegt alleen ‘en hij gaf hem een tiende van alles’; Hebreeën leest dat Abraham gaf. δεκάτη (dekate), ‘tiende’; μερίζω (merizo), ‘toedelen’. ἑρμηνεύω (hermeneuo), ‘vertalen, uitleggen’: de naam מַלְכִּי־צֶדֶק (Malki-tsedek) betekent ‘mijn koning is gerechtigheid’ of ‘koning van gerechtigheid’; שָׁלֵם (Shalem), ‘Salem’, hangt samen met שָׁלוֹם (shalom), ‘vrede’. Zie ook Gen. 14:20. Zie ook: Gen 14:20 **7:3** Hij is zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister. Hij heeft geen begin van dagen en geen einde van leven, maar is gelijkgemaakt aan de Zoon van Elohim en blijft priester voor altijd. Brontekst: ἀπάτωρ (apator) = zonder vader | ἀμήτωρ (ametor) = zonder moeder | ἀγενεαλόγητος (agenealogetos) = zonder geslachtsregister | μήτε (mete) = noch | ἀρχὴν (archen) = begin | ἡμερῶν (hemeron) = van dagen | μήτε (mete) = noch | ζωῆς (zoes) = van leven | τέλος (telos) = einde | ἔχων (echon) = hebbend | ἀφωμοιωμένος (aphomoiomenos) = gelijkgemaakt | δὲ (de) = maar | τῷ (to) = aan de | υἱῷ (huio) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μένει (menei) = blijft | ἱερεὺς (hiereus) = priester | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | διηνεκές (dienekes) = voortdurende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk; wij vertalen letterlijk en kiezen geen verklaring. ἀπάτωρ (apator), ‘zonder vader’; ἀμήτωρ (ametor), ‘zonder moeder’; ἀγενεαλόγητος (agenealogetos), ‘zonder geslachtsregister’. Gen. 14 noemt van Melchisedek geen ouders, geen afkomst, geen begin en geen einde. ἀφομοιόω (afhomoioo), ‘gelijk maken, afbeelden’: het Grieks zegt ‘gelijkgemaakt aan de Zoon van Elohim’, niet dat hij de Zoon is. διηνεκές (dienekes), ‘doorlopend, ononderbroken’: ‘voor altijd’. De verzen 1–3 zijn in het Grieks één zin met deelwoorden; Melchisedek is er het onderwerp van ‘blijft’. Wij splitsen haar in drie zinnen en voegen in de verzen 2–3 ‘Hij is’ toe. ### Hoe groot deze is **7:4** Bekijk nu hoe groot deze is, aan wie Abraham, de aartsvader, een tiende van de beste buit gaf. Brontekst: Θεωρεῖτε (Theoreite) = bekijk | δὲ (de) = nu | πηλίκος (pelikos) = hoe groot | οὗτος (houtos) = deze | ᾧ (ho) = aan wie | δεκάτην (dekaten) = tiende | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ἔδωκεν (edoken) = gaf | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | ἀκροθινίων (akrothinion) = beste buit | ὁ (ho) = de | πατριάρχης (patriarches) = aartsvader Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεωρέω (theoreo), ‘bekijken, aandachtig zien’. πηλίκος (pelikos), ‘hoe groot’. ἀκροθίνια (akrothinia), ‘het beste deel van de buit’: letterlijk ‘het bovenste van de hoop’. πατριάρχης (patriarches), ‘aartsvader’: zoals in Hand. 7:8. Voetnoot : Zie ook Gen. 14:20. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘aan wie’ (ᾧ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 14:20; Hand 7:8 **7:5** En zij die van de zonen van Levi het priesteramt ontvangen, hebben een gebod om volgens de wet de tiende van het volk te nemen, dat wil zeggen van hun broers, hoewel dezen uit de lendenen van Abraham zijn voortgekomen. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = zij die | μὲν (men) = wel | ἐκ (ek) = van | τῶν (ton) = de | υἱῶν (huion) = zonen | Λευὶ (Leui) = van Levi | τὴν (ten) = het | ἱερατείαν (hierateian) = priesteramt | λαμβάνοντες (lambanontes) = ontvangen | ἐντολὴν (entolen) = gebod | ἔχουσιν (echousin) = hebben | ἀποδεκατοῦν (apodekatoun) = de tiende te nemen | τὸν (ton) = het | λαὸν (laon) = volk | κατὰ (kata) = volgens | τὸν (ton) = de | νόμον (nomon) = wet | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | τοὺς (tous) = de | ἀδελφοὺς (adelphous) = broers | αὐτῶν (auton) = hun | καίπερ (kaiper) = hoewel | ἐξεληλυθότας (exelelythotas) = uitgegaan | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | ὀσφύος (osphyos) = lendenen | Ἀβραάμ (Abraam) = van Abraham Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἱερατεία (hierateia), ‘priesteramt’. ἀποδεκατόω (apodekatoo), ‘de tiende nemen van’. De wet geeft de tienden aan de zonen van Levi: Num. 18:21, 18:26. De ‘broers’ zijn hier de andere Israëlieten (ἀδελφοί als familie); ὀσφύς (osfys), ‘lendenen’: de voortplantingskracht, zodat ‘uit de lendenen van Abraham voortgekomen’ betekent: van hem afstammend. Voetnoot : Zie ook Num. 18:21; Num. 18:26. Zie ook: Num 18:21; Num 18:26 **7:6** Maar hij die niet van hen afstamt, heeft van Abraham de tiende genomen en heeft hem die de beloften heeft, gezegend. Brontekst: ὁ (ho) = hij die | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | γενεαλογούμενος (genealogoumenos) = afstamt | ἐξ (ex) = van | αὐτῶν (auton) = hen | δεδεκάτωκεν (dedekatoken) = de tiende heeft genomen | Ἀβραάμ (Abraam) = van Abraham | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = hem die | ἔχοντα (echonta) = heeft | τὰς (tas) = de | ἐπαγγελίας (epangelias) = beloften | εὐλόγηκεν (eulogeken) = heeft gezegend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γενεαλογέω (genealogeo), ‘in een geslachtsregister opgenomen zijn, een afstamming hebben’: Melchisedek komt niet uit de lijn van Levi. δεκατόω (dekatoo), ‘de tiende nemen’. ‘Hem die de beloften heeft’ is Abraham (Gen. 12:2–3; 14:19). Beide werkwoorden staan in de voltooide tijd: ‘heeft genomen’, ‘heeft gezegend’. Voetnoot : Zie ook Gen. 12:2–3; Gen. 14:19. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘Abraham’ (Ἀβραάμ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 12:2–3; Gen 14:19 **7:7** Zonder enige tegenspraak wordt het mindere door het betere gezegend. Brontekst: χωρὶς (choris) = zonder | δὲ (de) = maar | πάσης (pases) = enige | ἀντιλογίας (antilogias) = tegenspraak | τὸ (to) = het | ἔλαττον (elatton) = mindere | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = het | κρείττονος (kreittonos) = betere | εὐλογεῖται (eulogeitai) = wordt gezegend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀντιλογία (antilogia), ‘tegenspraak’. ἔλαττον (elatton), ‘het mindere’; κρείττων (kreitton), ‘het betere’: zie 1:4. Het Grieks heeft onzijdige vormen: de regel geldt in het algemeen. **7:8** En hier ontvangen sterfelijke mensen de tienden, maar daar iemand van wie getuigd wordt dat hij leeft. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὧδε (hode) = hier | μὲν (men) = wel | δεκάτας (dekatas) = tienden | ἀποθνῄσκοντες (apothneskontes) = sterfelijke | ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen | λαμβάνουσιν (lambanousin) = ontvangen | ἐκεῖ (ekei) = daar | δὲ (de) = maar | μαρτυρούμενος (martyroumenos) = van wie getuigd wordt | ὅτι (hoti) = dat | ζῇ (ze) = hij leeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Hier’ zijn de Levitische priesters, ‘daar’ is Melchisedek. μαρτυρέω (martyreo), ‘getuigen’: ‘iemand van wie getuigd wordt dat hij leeft’. Gen. 14 noemt geen einde van zijn leven; Hebreeën leest dat als ‘hij leeft’ (zie ook vers 3). Zie ook: Heb 7:3 **7:9** En om het zo te zeggen: door Abraham heeft ook Levi, die de tienden ontvangt, de tiende betaald, Brontekst: καὶ (kai) = en | ὡς (hos) = om zo | ἔπος (epos) = te | εἰπεῖν (eipein) = zeggen | δι’ (di’) = door | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | καὶ (kai) = ook | Λευὶ (Leui) = Levi | ὁ (ho) = die | δεκάτας (dekatas) = tienden | λαμβάνων (lambanon) = ontvangt | δεδεκάτωται (dedekatotai) = heeft de tiende betaald Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὡς ἔπος εἰπεῖν (hos epos eipein), ‘om het zo te zeggen’: een voorzichtige uitdrukking. δεκατόω (dekatoo), ‘de tiende betalen’; hier in de lijdende vorm: ‘de tiende is van hem genomen’. De zin loopt door in vers 10. Zie ook: Heb 7:10 **7:10** want hij was nog in de lendenen van zijn vader toen Melchisedek hem tegemoet kwam. Brontekst: ἔτι (eti) = nog | γὰρ (gar) = want | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ὀσφύϊ (osphui) = lendenen | τοῦ (tou) = van de | πατρὸς (patros) = vader | ἦν (en) = was hij | ὅτε (hote) = toen | συνήντησεν (synentesen) = tegemoet kwam | αὐτῷ (auto) = hem | Μελχισέδεκ (Melchisedek) = Melchisedek Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀσφύς (osfys), ‘lendenen’: Levi was nog niet geboren; hij was in Abraham aanwezig als nageslacht, zoals in vers 5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘Melchisedek’ (Μελχισέδεκ) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 7:5 ### Een andere priester, naar de orde van Melchisedek **7:11** Als er dus volmaaktheid was door het Levitische priesterschap, want op grond ervan heeft het volk de wet ontvangen, wat is er dan nog voor behoefte aan een andere priester die opstaat volgens de orde van Melchisedek, en die niet volgens de orde van Aäron genoemd wordt? Brontekst: Εἰ (Ei) = als | μὲν (men) = wel | οὖν (oun) = dus | τελείωσις (teleiosis) = volmaaktheid | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | Λευιτικῆς (Leuitikes) = Levitische | ἱερωσύνης (hierosynes) = priesterschap | ἦν (en) = was | ὁ (ho) = het | λαὸς (laos) = volk | γὰρ (gar) = want | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῆς (autes) = haar | νενομοθέτηται (nenomothetetai) = de wet heeft ontvangen | τίς (tis) = wat | ἔτι (eti) = nog | χρεία (chreia) = behoefte | κατὰ (kata) = volgens | τὴν (ten) = de | τάξιν (taxin) = orde | Μελχισέδεκ (Melchisedek) = Melchisedek | ἕτερον (heteron) = een andere | ἀνίστασθαι (anistasthai) = op te staan | ἱερέα (hierea) = priester | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | κατὰ (kata) = volgens | τὴν (ten) = de | τάξιν (taxin) = orde | Ἀαρὼν (Aaron) = Aäron | λέγεσθαι (legesthai) = genoemd te worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τελείωσις (teleiosis), ‘volmaaktheid, het bereiken van het doel’: van dezelfde stam als τελειόω, ‘volmaken’ (zie 2:10). Λευιτικός (Leuitikos), ‘Levitisch’; ἱερωσύνη (hierosyne), ‘priesterschap’. νομοθετέω (nomotheteo), ‘de wet geven’: het volk heeft op grond van het Levitische priesterschap de wet ontvangen. τάξις (taxis), ‘orde’. ἕτερος (heteros), ‘een andere’ van een andere soort. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘ervan’ (αὐτῆς) en bij ‘de wet heeft ontvangen’ (νενομοθέτηται). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 110:4 **7:12** Want als het priesterschap veranderd wordt, ontstaat noodzakelijk ook een verandering van de wet. Brontekst: μετατιθεμένης (metatithemenes) = veranderd wordend | γὰρ (gar) = want | τῆς (tes) = het | ἱερωσύνης (hierosynes) = priesterschap | ἐξ (ex) = uit | ἀνάγκης (anankes) = noodzaak | καὶ (kai) = ook | νόμου (nomou) = van de wet | μετάθεσις (metathesis) = verandering | γίνεται (ginetai) = ontstaat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μετατίθημι (metatithemi), ‘veranderen, overzetten’; μετάθεσις (metathesis), ‘verandering’. ἐξ ἀνάγκης (ex anankes), ‘noodzakelijk’: het volgt vanzelf. De wet en het priesterschap horen bij elkaar. **7:13** Want Hij op wie dit gezegd wordt, behoort tot een andere stam, waaruit niemand bij het altaar dienst heeft gedaan. Brontekst: ἐφ’ (eph’) = op | ὃν (hon) = wie | γὰρ (gar) = want | λέγεται (legetai) = wordt gezegd | ταῦτα (tauta) = dit | φυλῆς (phyles) = van een stam | ἑτέρας (heteras) = andere | μετέσχηκεν (metescheken) = behoort tot | ἀφ’ (aph’) = uit | ἧς (hes) = welke | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | προσέσχηκεν (prosescheken) = heeft dienst gedaan | τῷ (to) = bij het | θυσιαστηρίῳ (thysiasterio) = altaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Hij op wie dit gezegd wordt’: Yeshua, over wie Ps. 110:4 spreekt. φυλή (fyle), ‘stam’. μετέχω (metecho), ‘deel hebben aan, behoren tot’. προσέχω (prosecho) met ‘het altaar’: zich daaraan wijden, er dienst doen. θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’. Zie ook: Ps 110:4 **7:14** Het is immers duidelijk dat onze Heer uit Juda is opgekomen, een stam waarover Mozes niets over priesters gesproken heeft. Brontekst: πρόδηλον (prodelon) = duidelijk | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | ἐξ (ex) = uit | Ἰούδα (Iouda) = Juda | ἀνατέταλκεν (anatetalken) = is opgekomen | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | εἰς (eis) = naar | ἣν (hen) = welke | φυλὴν (phylen) = stam | περὶ (peri) = over | ἱερέων (hiereon) = priesters | οὐδὲν (ouden) = niets | Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | ἐλάλησεν (elalesen) = sprak Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρόδηλος (prodelos), ‘duidelijk, voor ieder zichtbaar’. ἀνατέλλω (anatello), ‘opkomen’: het werkwoord wordt ook gebruikt voor de opgang van de zon en voor een spruit die uitloopt. ‘Onze Heer’ is Yeshua; Hij stamt uit Juda (Gen. 49:10; Matt. 1:2–3). De wet van Mozes noemt voor Juda geen priesters. Voetnoot : Zie ook Gen. 49:10; Matt. 1:2–3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘over priesters niets’ (περὶ ἱερέων οὐδέν) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 49:10; Mat 1:2–3 **7:15** En het is nog veel duidelijker, als er een andere priester opstaat naar de gelijkenis van Melchisedek, Brontekst: Καὶ (Kai) = en | περισσότερον (perissoteron) = veel duidelijker | ἔτι (eti) = nog | κατάδηλόν (katadelon) = helder | ἐστιν (estin) = is | εἰ (ei) = als | κατὰ (kata) = naar | τὴν (ten) = de | ὁμοιότητα (homoioteta) = gelijkenis | Μελχισέδεκ (Melchisedek) = Melchisedek | ἀνίσταται (anistatai) = opstaat | ἱερεὺς (hiereus) = priester | ἕτερος (heteros) = een andere Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατάδηλος (katadelos), ‘heel duidelijk’. ὁμοιότης (homoiotes), ‘gelijkenis’: zoals in 4:15. ἕτερος (heteros), ‘een andere’: zie vers 11. De zin loopt door in vers 16. Zie ook: Heb 7:11; Heb 7:16 **7:16** die priester geworden is niet volgens de wet van een vleselijk gebod, maar volgens de kracht van een onverwoestbaar leven. Brontekst: ὃς (hos) = die | οὐ (ou) = niet | κατὰ (kata) = volgens | νόμον (nomon) = wet | ἐντολῆς (entoles) = van een gebod | σαρκίνης (sarkines) = vleselijk | γέγονεν (gegonen) = is geworden | ἀλλὰ (alla) = maar | κατὰ (kata) = volgens | δύναμιν (dynamin) = kracht | ζωῆς (zoes) = van een leven | ἀκαταλύτου (akatalytou) = onverwoestbaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐντολή (entole), ‘gebod’. σάρκινος (sarkinos), ‘vleselijk, van vlees’: een gebod dat aan afstamming gebonden is, zoals de afstamming van Levi in vers 5. ἀκατάλυτος (akatalytos), ‘onverwoestbaar, niet te ontbinden’. δύναμις (dynamis), ‘kracht’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘vleselijk’ (σαρκίνης) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 7:5 **7:17** Want er wordt getuigd: **„Jij bent priester voor eeuwig, volgens de orde van Melchisedek.”** Brontekst: μαρτυρεῖται (martyreitai) = wordt getuigd | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | Σὺ (Sy) = jij | ἱερεὺς (hiereus) = priester | εἰς (eis) = voor | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuwigheid | κατὰ (kata) = naar | τὴν (ten) = de | τάξιν (taxin) = orde | Μελχισέδεκ (Melchisedek) = Melchisedek Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 110:4; zie 5:6. Ons Hebreeuws heeft ‘volgens de wijze van Melchisedek’; Hebreeën heeft τάξις, ‘orde’. In de psalm zweert Yahweh deze woorden; zij staan rood. μαρτυρέω (martyreo), ‘getuigen’: de Schrift getuigt. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘er wordt getuigd’ (μαρτυρεῖται) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 110:4 **7:18** Want er is een opheffing van het voorafgaande gebod, vanwege de zwakheid en nutteloosheid ervan, Brontekst: ἀθέτησις (athetesis) = opheffing | μὲν (men) = wel | γὰρ (gar) = want | γίνεται (ginetai) = ontstaat | προαγούσης (proagouses) = van een voorafgaand | ἐντολῆς (entoles) = gebod | διὰ (dia) = vanwege | τὸ (to) = de | αὐτῆς (autes) = haar | ἀσθενὲς (asthenes) = zwakheid | καὶ (kai) = en | ἀνωφελές (anopheles) = nutteloosheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀθέτησις (athetesis), ‘ongeldigverklaring, opheffing’. προάγω (proago), ‘voorafgaan’: het gebod over het Levitische priesterschap ging eerder. ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’; ἀνωφελής (anofeles), ‘nutteloos’. De zin loopt door in vers 19. Zie ook: Heb 7:19 **7:19** want de wet heeft niets volmaakt. Maar daar komt de invoering van een betere hoop bij, waardoor wij Elohim naderen. Brontekst: οὐδὲν (ouden) = niets | γὰρ (gar) = want | ἐτελείωσεν (eteleiosen) = maakte volmaakt | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | ἐπεισαγωγὴ (epeisagoge) = invoering erbij | δὲ (de) = maar | κρείττονος (kreittonos) = van een betere | ἐλπίδος (elpidos) = hoop | δι’ (di’) = door | ἧς (hes) = welke | ἐγγίζομεν (engizomen) = wij naderen | τῷ (to) = aan | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: zie vers 11. ἐπεισαγωγή (epeisagoge), ‘invoering erbij, erbij brengen’: er komt iets bij dat de wet niet gaf. ἐγγίζω (eggizo), ‘naderen’: vergelijk 4:16, ‘laten wij naderen’. Zie ook: Heb 7:11 ### Met een eed: borg van een beter verbond **7:20** En naarmate het niet zonder eedaflegging is (want zij zijn zonder eedaflegging priesters geworden, Brontekst: Καὶ (Kai) = en | καθ’ (kath’) = naarmate | ὅσον (hoson) = zoveel | οὐ (ou) = niet | χωρὶς (choris) = zonder | ὁρκωμοσίας (horkomosias) = eedaflegging | οἱ (hoi) = zij | μὲν (men) = wel | γὰρ (gar) = want | χωρὶς (choris) = zonder | ὁρκωμοσίας (horkomosias) = eedaflegging | εἰσὶν (eisin) = zijn | ἱερεῖς (hiereis) = priesters | γεγονότες (gegonotes) = geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Verzen 20–22 vormen één Griekse zin met een tussenzin tussen haakjes; wij houden de haakjes van de SBLGNT. ὁρκωμοσία (horkomosia), ‘eedaflegging’: de priesters van Levi werden zonder eed aangesteld. De zin loopt door in vers 21. Zie ook: Heb 7:21 **7:21** maar Hij met eedaflegging, door Hem die tegen Hem zei: „Yahweh heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: **jij bent priester voor eeuwig**”), Brontekst: ὁ (ho) = Hij | δὲ (de) = maar | μετὰ (meta) = met | ὁρκωμοσίας (horkomosias) = eedaflegging | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = Hem die | λέγοντος (legontos) = zegt | πρὸς (pros) = tegen | αὐτόν (auton) = Hem | Ὤμοσεν (Omosen) = heeft gezworen | κύριος (kyrios) = Yahweh | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | μεταμεληθήσεται (metamelethesetai) = zal berouwen | Σὺ (Sy) = jij | ἱερεὺς (hiereus) = priester | εἰς (eis) = voor | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuwigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 110:4: ‘Yahweh heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Jij bent priester voor eeuwig.’ κύριος (kyrios) is hier Yahweh, zoals het Hebreeuws van de psalm heeft. De woorden van de eed staan rood, zoals in Ps. 110:4; de inleiding ‘Yahweh heeft gezworen’ is zwart. μεταμέλομαι (metamelomai), ‘berouw hebben’. Hij die tegen Hem zei: Elohim tegen Yeshua. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘eeuwigheid’ (αἰῶνα) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 110:4 **7:22** in zoverre is Yeshua borg geworden van een beter verbond. Brontekst: κατὰ (kata) = naar | τοσοῦτο (tosouto) = zoveel | κρείττονος (kreittonos) = van een beter | διαθήκης (diathekes) = verbond | γέγονεν (gegonen) = is geworden | ἔγγυος (engyos) = borg | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔγγυος (eggyos), ‘borg’: wie instaat voor een ander; het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: in het gewone Grieks ook ‘testament, laatste wil’ (zie 9:16–17); wij vertalen ‘verbond’, zoals in Gal. 3:15. Het ‘betere verbond’ is het ‘nieuwe verbond’ van Jer. 31:31–34 (zie hoofdstuk 8). κρείττων (kreitton), ‘beter’. Voetnoot : Zie ook Jer. 31:31; Gal. 3:15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘in zoverre’ (τοσοῦτο) en bij ‘beter’ (κρείττονος). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jer 31:31–34; Gal 3:15 ### Een priesterschap dat niet overgaat **7:23** En zij zijn met velen priesters geworden, omdat de dood hen verhinderde te blijven. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | οἱ (hoi) = zij | μὲν (men) = wel | πλείονές (pleiones) = velen | εἰσιν (eisin) = zijn | γεγονότες (gegonotes) = geworden | ἱερεῖς (hiereis) = priesters | διὰ (dia) = omdat | τὸ (to) = de | θανάτῳ (thanato) = door de dood | κωλύεσθαι (kolyesthai) = verhinderd te worden | παραμένειν (paramenein) = te blijven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλείονες (pleiones), ‘talrijker, in grotere aantallen’: de Levitische priesters volgden elkaar op. κωλύω (kolyo), ‘verhinderen’. παραμένω (parameno), ‘blijven’. **7:24** Maar Hij heeft, omdat Hij voor eeuwig blijft, een priesterschap dat niet overgaat. Brontekst: ὁ (ho) = Hij | δὲ (de) = maar | διὰ (dia) = omdat | τὸ (to) = de | μένειν (menein) = blijven | αὐτὸν (auton) = Hij | εἰς (eis) = voor | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuwigheid | ἀπαράβατον (aparabaton) = niet overgaand | ἔχει (echei) = heeft | τὴν (ten) = het | ἱερωσύνην (hierosynen) = priesterschap Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μένω (meno), ‘blijven’. ἀπαράβατος (aparabatos), ‘niet voorbijgaand’: een priesterschap dat niet op een ander overgaat en niet ophoudt. ἱερωσύνη (hierosyne), ‘priesterschap’. **7:25** Daarom kan Hij ook volkomen redden hen die door Hem tot Elohim naderen, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. Brontekst: ὅθεν (hothen) = daarom | καὶ (kai) = ook | σῴζειν (sozein) = te redden | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | παντελὲς (panteles) = volkomene | δύναται (dynatai) = kan Hij | τοὺς (tous) = hen die | προσερχομένους (proserchomenous) = naderen | δι’ (di’) = door | αὐτοῦ (autou) = Hem | τῷ (to) = tot de | θεῷ (theo) = Elohim | πάντοτε (pantote) = altijd | ζῶν (zon) = levend | εἰς (eis) = om | τὸ (to) = te | ἐντυγχάνειν (entynchanein) = pleiten | ὑπὲρ (hyper) = voor | αὐτῶν (auton) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰς τὸ παντελές (eis to panteles), ‘volkomen’ of ‘voor altijd’: het Grieks laat beide toe. προσέρχομαι (proserchomai), ‘naderen’: zoals in 4:16. ἐντυγχάνω (entygchano), ‘pleiten voor’: zoals in Rom. 8:34. Voetnoot : Zie ook Rom. 8:34. Zie ook: Rom 8:34 **7:26** Want zo'n hogepriester paste ons ook: toegewijd, onschuldig, onbesmet, gescheiden van de zondaars en hoger dan de hemelen geworden. Brontekst: Τοιοῦτος (Toioutos) = zo'n | γὰρ (gar) = want | ἡμῖν (hemin) = voor ons | καὶ (kai) = ook | ἔπρεπεν (eprepen) = paste | ἀρχιερεύς (archiereus) = hogepriester | ὅσιος (hosios) = toegewijd | ἄκακος (akakos) = onschuldig | ἀμίαντος (amiantos) = onbesmet | κεχωρισμένος (kechorismenos) = gescheiden | ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = de | ἁμαρτωλῶν (hamartolon) = zondaars | καὶ (kai) = en | ὑψηλότερος (hypseloteros) = hoger | τῶν (ton) = dan de | οὐρανῶν (ouranon) = hemelen | γενόμενος (genomenos) = geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅσιος (hosios), ‘toegewijd, vroom’: in Hand. 2:27 staat hetzelfde woord voor ‘getrouwe’. ἄκακος (akakos), ‘onschuldig, zonder kwaad’; ἀμίαντος (amiantos), ‘onbesmet’. χωρίζω (chorizo), ‘scheiden’. ‘Hoger dan de hemelen’: vergelijk 4:14, ‘door de hemelen heengegaan’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 4:14. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘ook’ (καί) een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hand 2:27; Heb 4:14 **7:27** Hij heeft het niet dagelijks nodig, zoals de hogepriesters, eerst voor de eigen zonden offers te brengen en daarna voor die van het volk. Dit heeft Hij immers eens voor altijd gedaan, door Zichzelf te offeren. Brontekst: ὃς (hos) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἔχει (echei) = heeft | καθ’ (kath’) = per | ἡμέραν (hemeran) = dag | ἀνάγκην (ananken) = noodzaak | ὥσπερ (hosper) = zoals | οἱ (hoi) = de | ἀρχιερεῖς (archiereis) = hogepriesters | πρότερον (proteron) = eerst | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῶν (ton) = de | ἰδίων (idion) = eigen | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | θυσίας (thysias) = offers | ἀναφέρειν (anapherein) = op te dragen | ἔπειτα (epeita) = daarna | τῶν (ton) = die | τοῦ (tou) = van het | λαοῦ (laou) = volk | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | ἐποίησεν (epoiesen) = deed Hij | ἐφάπαξ (ephapax) = eens voor altijd | ἑαυτὸν (heauton) = Zichzelf | ἀνενέγκας (anenenkas) = opgedragen hebbend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Dagelijks’ (καθ᾽ ἡμέραν, kath hemeran): Lev. 16:34 noemt de zondeoffers van de Verzoendag eenmaal per jaar; het Grieks zegt hier ‘dagelijks’. De brief laat open hoe dit zich verhoudt tot de dagelijkse offers; het gaat om de herhaling van de offers van de priesters. De hogepriester bracht eerst een offer voor zichzelf (Lev. 16:6, 16:11). ἀναφέρω (anafero), ‘opdragen, offeren’. ἐφάπαξ (efapax), ‘eens voor altijd’. Voetnoot : Zie ook Lev. 16:6; Lev. 16:11; Lev. 16:34. Zie ook: Lev 16:6; Lev 16:11; Lev 16:34 **7:28** Want de wet stelt mensen aan als hogepriesters, die zwakheid hebben, maar het woord van de eedaflegging, die na de wet kwam, stelt een Zoon aan, die voor eeuwig volmaakt is gemaakt. Brontekst: ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | γὰρ (gar) = want | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | καθίστησιν (kathistesin) = stelt aan | ἀρχιερεῖς (archiereis) = hogepriesters | ἔχοντας (echontas) = hebbend | ἀσθένειαν (astheneian) = zwakheid | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | δὲ (de) = maar | τῆς (tes) = van de | ὁρκωμοσίας (horkomosias) = eedaflegging | τῆς (tes) = die | μετὰ (meta) = na | τὸν (ton) = de | νόμον (nomon) = wet | υἱόν (huion) = Zoon | εἰς (eis) = tot | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuwigheid | τετελειωμένον (teteleiomenon) = volmaakt gemaakt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καθίστημι (kathistemi), ‘aanstellen’: het werkwoord geldt voor beide delen van de zin. ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’. ‘Het woord van de eedaflegging, die na de wet kwam’: de eed van Ps. 110:4 is later dan de wet van Mozes. τετελειωμένον (teteleiomenon), ‘volmaakt gemaakt’: een voltooide tijd; zie 2:10, 5:9. Met dit vers eindigt de uiteenzetting over het priesterschap volgens de orde van Melchisedek; hoofdstuk 8 gaat verder. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:4. Zie ook: Ps 110:4 ## Hebreeën 8 _De hogepriester in het hemelse heiligdom en het nieuwe verbond uit Jeremia_ ### Een hogepriester in het hemelse heiligdom **8:1** De hoofdzaak van wat gezegd wordt, is dit: wij hebben zo’n hogepriester. Hij is gaan zitten aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen, Brontekst: Κεφάλαιον (Kephalaion) = hoofdzaak | δὲ (de) = nu | ἐπὶ (epi) = bij | τοῖς (tois) = de | λεγομένοις (legomenois) = gezegde dingen | τοιοῦτον (toiouton) = zo’n | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | ἀρχιερέα (archierea) = hogepriester | ὃς (hos) = die | ἐκάθισεν (ekathisen) = is gaan zitten | ἐν (en) = in | δεξιᾷ (dexia) = rechterhand | τοῦ (tou) = van de | θρόνου (thronou) = troon | τῆς (tes) = van de | μεγαλωσύνης (megalosynes) = Majesteit | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | οὐρανοῖς (ouranois) = hemelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κεφάλαιον (kefalaion), ‘hoofdzaak’: ook ‘samenvatting’ of ‘kern’; het woord stelt de zin van het voorafgaande samen. ‘Hij is gaan zitten’ (ἐκάθισεν, ekathisen) herhaalt wat in 1:3 staat. μεγαλωσύνη (megalosyne), ‘Majesteit’: eerbiedige omschrijving voor Elohim, zoals in 1:3. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:1; Hebr. 1:3; Hebr. 10:12; Hebr. 12:2. Zie ook: Ps 110:1; Heb 1:3; Heb 10:12; Heb 12:2 **8:2** als dienaar van het heiligdom en van de ware tent, die de Heer heeft opgeslagen en niet een mens. Brontekst: τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligdom | λειτουργὸς (leitourgos) = dienaar | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van de | σκηνῆς (skenes) = tent | τῆς (tes) = de | ἀληθινῆς (alethines) = ware | ἣν (hen) = die | ἔπηξεν (epexen) = heeft opgeslagen | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | οὐκ (ouk) = niet | ἄνθρωπος (anthropos) = mens Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὰ ἅγια (ta hagia), ‘het heiligdom’: letterlijk ‘de heilige dingen, de heilige plaatsen’; het Grieks gebruikt dit voor de plaats van Elohim, zoals ‘het heiligdom’ in Lev. 16:2. λειτουργός (leitourgos), ‘dienaar’: iemand die een openbare dienst verricht, zoals in Rom. 13:6. σκηνή (skene), ‘tent’: de Griekse naam voor het Hebreeuwse מִשְׁכָּן (mishkan), de tabernakel; in onze OT-bestanden ‘tabernakel’ of ‘tent van samenkomst’. ἀληθινός (alethinos), ‘waar’: de echte tent, tegenover de afbeelding in vers 5. πήγνυμι (pegnymi), ‘opslaan’: van een tent die vastgezet wordt. κύριος (kyrios), ‘Heer’: het Grieks zegt niet of Elohim of Yeshua bedoeld is; wij schrijven ‘Heer’. Voetnoot : Zie ook Exod. 40:2; Hebr. 9:11; Hebr. 9:24. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὐκ (ouk), ‘niet’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 40:2; Lev 16:2; Rom 13:6; Heb 8:5; Heb 9:11; Heb 9:24 **8:3** Want elke hogepriester wordt aangesteld om zowel gaven als offers aan te bieden. Daarom is het nodig dat ook Deze iets heeft om aan te bieden. Brontekst: πᾶς (pas) = elke | γὰρ (gar) = want | ἀρχιερεὺς (archiereus) = hogepriester | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | προσφέρειν (prospherein) = aanbieden | δῶρά (dora) = gaven | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = en | θυσίας (thysias) = offers | καθίσταται (kathistatai) = wordt aangesteld | ὅθεν (hothen) = daarom | ἀναγκαῖον (anankaion) = nodig | ἔχειν (echein) = te hebben | τι (ti) = iets | καὶ (kai) = ook | τοῦτον (touton) = Deze | ὃ (ho) = wat | προσενέγκῃ (prosenenke) = hij aanbiedt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καθίσταται (kathistatai), ‘wordt aangesteld’: zoals in 5:1. δῶρα (dora), ‘gaven’, en θυσίαι (thysiai), ‘offers’: zo staan ze ook in 5:1. προσφέρω (prosfero), ‘aanbieden’: het gewone Griekse werkwoord voor het brengen van een offer; wij houden ‘aanbieden’ in heel de brief. Het Grieks heeft ‘Deze’ (τοῦτον, touton): de hogepriester van vers 1. Voetnoot : Zie ook Hebr. 5:1; Hebr. 9:14. Zie ook: Heb 5:1; Heb 8:1; Heb 9:14 **8:4** Als Hij nu op aarde was, zou Hij zelfs geen priester zijn, omdat er mensen zijn die de gaven volgens de wet aanbieden. Brontekst: εἰ (ei) = als | μὲν (men) = wel | οὖν (oun) = dus | ἦν (en) = was | ἐπὶ (epi) = op | γῆς (ges) = aarde | οὐδ’ (oud’) = zelfs niet | ἂν (an) = zou | ἦν (en) = zijn | ἱερεύς (hiereus) = priester | ὄντων (onton) = omdat er zijn | τῶν (ton) = die | προσφερόντων (prospheronton) = aanbieden | κατὰ (kata) = volgens | νόμον (nomon) = wet | τὰ (ta) = de | δῶρα (dora) = gaven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Op aarde’ en ‘de priesters volgens de wet’ staan tegenover het hemelse heiligdom van vers 1. De priesters die de gaven aanbieden zijn de priesters uit de stam Levi; zie 7:5 en 7:11–14. Het Grieks zegt niet in welk heiligdom zij dienen. Voetnoot : Zie ook Hebr. 7:5; Hebr. 7:11–14. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij οὖν (oun), ‘dus’, ὄντων (onton), ‘omdat er zijn’, en νόμον (nomon), ‘wet’. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 7:5; Heb 7:11–14; Heb 8:1 **8:5** Zij dienen in een afbeelding en schaduw van het hemelse, zoals Mozes gewaarschuwd werd toen hij op het punt stond de tent te voltooien. Want Hij zegt: **„Zie toe dat je alles maakt naar het model dat je op de berg getoond is.”** Brontekst: οἵτινες (hoitines) = zij | ὑποδείγματι (hypodeigmati) = in afbeelding | καὶ (kai) = en | σκιᾷ (skia) = schaduw | λατρεύουσιν (latreuousin) = dienen | τῶν (ton) = van het | ἐπουρανίων (epouranion) = hemelse | καθὼς (kathos) = zoals | κεχρημάτισται (kechrematistai) = werd gewaarschuwd | Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | μέλλων (mellon) = op het punt staand | ἐπιτελεῖν (epitelein) = te voltooien | τὴν (ten) = de | σκηνήν (skenen) = tent | Ὅρα (Hora) = zie toe | γάρ (gar) = want | φησίν (phesin) = zegt Hij | ποιήσεις (poieseis) = je zult maken | πάντα (panta) = alles | κατὰ (kata) = naar | τὸν (ton) = het | τύπον (typon) = model | τὸν (ton) = dat | δειχθέντα (deichthenta) = getoond is | σοι (soi) = je | ἐν (en) = op | τῷ (to) = de | ὄρει (orei) = berg Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπόδειγμα (hypodeigma), ‘afbeelding’: ook ‘voorbeeld’; σκιά (skia), ‘schaduw’: het hemelse is het ware, de aardse dienst wijst erop; zo ook 9:23 en 10:1. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’: godsdienstig dienen, eredienst verrichten. χρηματίζω (chrematizo), ‘waarschuwen’: een goddelijke aanwijzing ontvangen; wij vertalen ‘gewaarschuwd werd’. ἐπιτελέω (epiteleo), ‘voltooien’. Voetnoot : Aanhaling van Exod. 25:40. Ons Hebreeuws heeft: ‘Zorg dat je ze maakt naar het model dat je op de berg getoond wordt’. De Griekse tekst heeft ‘Zie toe dat je alles maakt naar het model’ en zet ‘alles’ erbij. τύπος (typos), ‘model’: patroon, afdruk; Hebreeuws תַּבְנִית (tavnit). Elohim spreekt hier tot Mozes: wij maken het citaat rood; de woorden ‘zegt Hij’ zijn de inleiding. Voetnoot : Zie ook Exod. 25:40; Exod. 25:9; Exod. 26:30; Num. 8:4. Zie ook: Ex 25:9; Ex 25:40; Ex 26:30; Num 8:4 **8:6** Nu echter heeft Hij een dienst gekregen die des te voortreffelijker is, naarmate Hij ook bemiddelaar is van een beter verbond. Dat verbond is op betere beloften vastgesteld. Brontekst: νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | διαφορωτέρας (diaphoroteras) = voortreffelijker | τέτυχεν (tetychen) = heeft verkregen | λειτουργίας (leitourgias) = dienst | ὅσῳ (hoso) = zoveel | καὶ (kai) = ook | κρείττονός (kreittonos) = beter | ἐστιν (estin) = is | διαθήκης (diathekes) = verbond | μεσίτης (mesites) = bemiddelaar | ἥτις (hetis) = die | ἐπὶ (epi) = op | κρείττοσιν (kreittosin) = betere | ἐπαγγελίαις (epangeliais) = beloften | νενομοθέτηται (nenomothetetai) = is als wet vastgesteld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διαφορώτερος (diaforoteros), ‘voortreffelijker’: vergrotende trap van een woord dat ‘verschillend, uitstekend’ betekent. λειτουργία (leitourgia), ‘dienst’. μεσίτης (mesites), ‘bemiddelaar’: zoals in 9:15 en 12:24. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: in de brief de Griekse weergave van het Hebreeuwse בְּרִית (berit). νενομοθέτηται (nenomothetetai), ‘is als wet vastgesteld’, van νομοθετέω, ‘een wet geven’: het verbond is op betere beloften gegrond, zegt het Grieks; wij vertalen ‘vastgesteld’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 7:22; Hebr. 9:15; Hebr. 12:24. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij νυνί (nyni), ‘nu’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 7:22; Heb 9:15; Heb 12:24 ### Het nieuwe verbond **8:7** Want als dat eerste verbond onberispelijk was, zou er niet naar een plaats voor een tweede gezocht zijn. Brontekst: Εἰ (Ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = het | πρώτη (prote) = eerste | ἐκείνη (ekeine) = dat | ἦν (en) = was | ἄμεμπτος (amemptos) = onberispelijk | οὐκ (ouk) = niet | ἂν (an) = zou | δευτέρας (deuteras) = tweede | ἐζητεῖτο (ezeteito) = werd gezocht | τόπος (topos) = plaats Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄμεμπτος (amemptos), ‘onberispelijk’: zonder fout, zodat men er niets op aan te merken heeft. Het ‘eerste’ is het verbond van Sinaï (zie vers 9); τόπος (topos), ‘plaats’: ook ‘ruimte, gelegenheid’. Zo ook Hebr. 7:11. Voetnoot : Zie ook Hebr. 7:11. Zie ook: Heb 7:11; Heb 8:9 **8:8** Want Hij berispt hen en zegt: **„Zie, er komen dagen,** zegt Yahweh, **dat Ik voor het huis van Israël en voor het huis van Juda een nieuw verbond tot stand breng.** Brontekst: μεμφόμενος (memphomenos) = berispend | γὰρ (gar) = want | αὐτοὺς (autous) = hen | λέγει (legei) = zegt Hij | Ἰδοὺ (Idou) = zie | ἡμέραι (hemerai) = dagen | ἔρχονται (erchontai) = komen | λέγει (legei) = zegt | κύριος (kyrios) = Yahweh | καὶ (kai) = en | συντελέσω (synteleso) = zal Ik tot stand brengen | ἐπὶ (epi) = voor | τὸν (ton) = het | οἶκον (oikon) = huis | Ἰσραὴλ (Israel) = Israël | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = voor | τὸν (ton) = het | οἶκον (oikon) = huis | Ἰούδα (Iouda) = Juda | διαθήκην (diatheken) = verbond | καινήν (kainen) = nieuw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μέμφομαι (memfomai), ‘berispen’: het Grieks noemt de onderwerpspersoon niet; de woorden van het citaat zijn van Yahweh, en ‘hen’ zijn degenen over wie vers 9 spreekt. Vanaf hier tot en met 8:12 volgt een citaat van Jer. 31:31–34 (Hebreeuwse en Nederlandse telling zijn hier gelijk). Het is een toespraak van Yahweh in de eerste persoon; wij maken die rood, met ‘zegt Yahweh’ zwart. κύριος is hier Yahweh, zoals ons Hebreeuws heeft. Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond sluit’. De Griekse tekst heeft συντελέσω (synteleso), ‘Ik zal voltooien, tot stand brengen’, met ‘voor het huis’ (ἐπί, epi). Voetnoot : Zie ook Jer. 31:31; Jer. 33:14. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὐτούς (autous), ‘hen’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jer 31:31–34; Jer 33:14; Heb 8:9 **8:9** **Niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden. Zij zijn immers niet in Mijn verbond gebleven. Ik heb Mij niet om hen bekommerd,** zegt Yahweh. Brontekst: οὐ (ou) = niet | κατὰ (kata) = zoals | τὴν (ten) = het | διαθήκην (diatheken) = verbond | ἣν (hen) = dat | ἐποίησα (epoiesa) = Ik sloot | τοῖς (tois) = met de | πατράσιν (patrasin) = vaderen | αὐτῶν (auton) = hun | ἐν (en) = op | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | ἐπιλαβομένου (epilabomenou) = toen Ik greep | μου (mou) = Mijn | τῆς (tes) = de | χειρὸς (cheiros) = hand | αὐτῶν (auton) = hun | ἐξαγαγεῖν (exagagein) = om uit te leiden | αὐτοὺς (autous) = hen | ἐκ (ek) = uit | γῆς (ges) = land | Αἰγύπτου (Aigyptou) = Egypte | ὅτι (hoti) = omdat | αὐτοὶ (autoi) = zij | οὐκ (ouk) = niet | ἐνέμειναν (enemeinan) = bleven | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | διαθήκῃ (diatheke) = verbond | μου (mou) = Mijn | κἀγὼ (kago) = en Ik | ἠμέλησα (emelesa) = bekommerde Mij niet | αὐτῶν (auton) = om hen | λέγει (legei) = zegt | κύριος (kyrios) = Yahweh Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: Citaat van Jer. 31:32. ἐπιλαμβάνομαι (epilambanomai), ‘vastpakken’. ἐμμένω (emmeno), ‘blijven in’. ἀμελέω (ameleo), ‘zich niet bekommeren om’: ook ‘verwaarlozen’. Ons Hebreeuws heeft: ‘Dat verbond van Mij hebben zij verbroken, hoewel Ik hun echtgenoot was’; de Griekse tekst heeft ‘Zij bleven niet in Mijn verbond, en Ik bekommerde Mij niet om hen’. Wij vertalen wat het Grieks heeft. Voetnoot : Zie ook Jer. 31:32; Exod. 19:5–8; Exod. 24:7–8. Zie ook: Ex 19:5–8; Ex 24:7–8; Jer 31:32 **8:10** **Want dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël zal sluiten,** zegt Yahweh. **Ik geef Mijn wetten in hun gedachten. Op hun harten zal Ik ze schrijven. Ik zal voor hen Elohim zijn, en zij zullen voor Mij een volk zijn.** Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | αὕτη (haute) = dit | ἡ (he) = het | διαθήκη (diatheke) = verbond | ἣν (hen) = dat | διαθήσομαι (diathesomai) = Ik zal sluiten | τῷ (to) = met het | οἴκῳ (oiko) = huis | Ἰσραὴλ (Israel) = Israël | μετὰ (meta) = na | τὰς (tas) = die | ἡμέρας (hemeras) = dagen | ἐκείνας (ekeinas) = die | λέγει (legei) = zegt | κύριος (kyrios) = Yahweh | διδοὺς (didous) = gevend | νόμους (nomous) = wetten | μου (mou) = Mijn | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = het | διάνοιαν (dianoian) = verstand | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | καρδίας (kardias) = harten | αὐτῶν (auton) = hun | ἐπιγράψω (epigrapso) = zal Ik schrijven | αὐτούς (autous) = ze | καὶ (kai) = en | ἔσομαι (esomai) = Ik zal zijn | αὐτοῖς (autois) = voor hen | εἰς (eis) = tot | θεόν (theon) = Elohim | καὶ (kai) = en | αὐτοὶ (autoi) = zij | ἔσονταί (esontai) = zullen zijn | μοι (moi) = voor Mij | εἰς (eis) = tot | λαόν (laon) = volk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat van Jer. 31:33. διαθήσομαι (diathesomai), ‘Ik zal sluiten, vaststellen’: werkwoord bij διαθήκη. Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik leg Mijn wet in hun binnenste, en op hun hart schrijf Ik haar’. De Griekse tekst heeft ‘Mijn wetten’ (meervoud), ‘in hun gedachten’ (διάνοια, dianoia) en ‘op hun harten’. Het Hebreeuws heeft ‘wet’, tora: ‘onderwijs, instructie’. ‘Ik zal voor hen Elohim zijn, en zij zullen voor Mij een volk zijn’ is de bekende verbondsformule; zie bijvoorbeeld Lev. 26:12. Voetnoot : Zie ook Jer. 31:33; Lev. 26:12; Ezech. 37:27; Hebr. 10:16. Zie ook: Lev 26:12; Jer 31:33; Ezech 37:27; Heb 10:16 **8:11** **Zij zullen beslist niet ieder zijn medeburger en ieder zijn broer onderwijzen met de woorden: ‘Ken Yahweh!’ Want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste van hen.** Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | διδάξωσιν (didaxosin) = zullen onderwijzen | ἕκαστος (hekastos) = ieder | τὸν (ton) = de | πολίτην (politen) = medeburger | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | ἕκαστος (hekastos) = ieder | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | λέγων (legon) = zeggend | Γνῶθι (Gnothi) = ken | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Yahweh | ὅτι (hoti) = omdat | πάντες (pantes) = allen | εἰδήσουσίν (eidesousin) = zullen kennen | με (me) = Mij | ἀπὸ (apo) = van | μικροῦ (mikrou) = kleinste | ἕως (heos) = tot | μεγάλου (megalou) = grootste | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat van Jer. 31:34. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. πολίτης (polites), ‘medeburger’: ons Hebreeuws heeft ‘zijn naaste’ (רֵעֵהוּ, reehu). ‘Ken Yahweh!’: κύριος is hier Yahweh, zoals ons Hebreeuws heeft. Ons Hebreeuws heeft ‘niet meer’; het Grieks heeft οὐ μή (‘beslist niet’) zonder ‘meer’. De woorden ‘van de kleinste tot de grootste van hen’ staan in het Hebreeuws en in het Grieks. Voetnoot : Zie ook Jer. 31:34. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μικροῦ (mikrou), ‘kleinste’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jer 31:34 **8:12** **Want Ik zal genadig zijn voor hun ongerechtigheden, en aan hun zonden zal Ik beslist niet meer denken.”** Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | ἵλεως (hileos) = genadig | ἔσομαι (esomai) = zal Ik zijn | ταῖς (tais) = aan de | ἀδικίαις (adikiais) = ongerechtigheden | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van de | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | αὐτῶν (auton) = hun | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | μνησθῶ (mnestho) = zal Ik denken | ἔτι (eti) = meer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat van Jer. 31:34 (tweede helft). ἵλεως (hileos), ‘genadig’: verwant met het werkwoord ἱλάσκομαι (hilaskomai), ‘verzoening doen’, zoals in 2:17. Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik zal hun schuld vergeven, en aan hun zonde zal Ik niet meer denken’. De Griekse tekst heeft: ‘Ik zal genadig zijn voor hun ongerechtigheden’. Het citaat eindigt hier; het sluitende aanhalingsteken staat in dit vers. Voetnoot : Zie ook Jer. 31:34; Hebr. 10:17; Hebr. 2:17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὐτῶν (auton), ‘hun’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jer 31:34; Heb 2:17; Heb 10:17 **8:13** Doordat Hij ‘nieuw’ zegt, heeft Hij het eerste oud verklaard. Wat oud verklaard wordt en veroudert, is dicht bij het verdwijnen. Brontekst: ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | λέγειν (legein) = zeggen | Καινὴν (Kainen) = nieuw | πεπαλαίωκεν (pepalaioken) = heeft oud verklaard | τὴν (ten) = het | πρώτην (proten) = eerste | τὸ (to) = wat | δὲ (de) = maar | παλαιούμενον (palaioumenon) = oud verklaard wordt | καὶ (kai) = en | γηράσκον (geraskon) = veroudert | ἐγγὺς (engys) = dicht bij | ἀφανισμοῦ (aphanismou) = verdwijning Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καινός (kainos), ‘nieuw’; παλαιόω (palaioo), ‘oud maken, oud verklaren’: ‘Hij heeft het eerste oud verklaard’ is: door te spreken van een nieuw verbond noemt de Spreker (Yahweh in het citaat) het eerste oud. γηράσκω (gerasko), ‘verouderen’. ἀφανισμός (afanismos), ‘het verdwijnen, het onzichtbaar worden’. Het Grieks zegt niet wanneer het oude verbond verdwijnt; het zegt dat het ‘dichtbij’ is. Voetnoot : Zie ook Hebr. 7:18; Hebr. 10:9. Zie ook: Heb 7:18; Heb 10:9 ## Hebreeën 9 _De eerste tent en de dienst van de hogepriester, het bloed van de Messias en het eenmalige offer_ ### De eerste tent en haar dienst **9:1** Het eerste verbond had dus wel voorschriften voor de eredienst en een heiligdom van deze wereld. Brontekst: Εἶχε (Eiche) = had | μὲν (men) = wel | οὖν (oun) = dus | ἡ (he) = het | πρώτη (prote) = eerste | δικαιώματα (dikaiomata) = voorschriften | λατρείας (latreias) = van eredienst | τό (to) = het | τε (te) = en | ἅγιον (hagion) = heiligdom | κοσμικόν (kosmikon) = van deze wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft hier ‘het eerste’ zonder zelfstandig naamwoord. Vers 2 noemt ‘de eerste tent’; vers 15 en 18 spreken van ‘het eerste verbond’. Wij vullen ‘verbond’ aan, zoals in 8:7 en 8:13. δικαίωμα (dikaioma), ‘voorschrift’: wat als recht is vastgesteld. λατρεία (latreia), ‘eredienst’: de dienst voor Elohim. κοσμικός (kosmikos), ‘van deze wereld’: aards, tegenover het hemelse van 8:5. τὸ ἅγιον (to hagion), ‘het heiligdom’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὖν (oun), ‘dus’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 9:2; Heb 9:15; Heb 9:18 **9:2** Er werd namelijk een tent ingericht, de eerste, waarin de kandelaar was, en de tafel en de uitstalling van de broden. Die wordt het Heilige genoemd. Brontekst: σκηνὴ (skene) = tent | γὰρ (gar) = want | κατεσκευάσθη (kateskeuasthe) = werd ingericht | ἡ (he) = de | πρώτη (prote) = eerste | ἐν (en) = in | ᾗ (he) = waarin | ἥ (he) = de | τε (te) = en | λυχνία (lychnia) = kandelaar | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | τράπεζα (trapeza) = tafel | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | πρόθεσις (prothesis) = uitstalling | τῶν (ton) = van de | ἄρτων (arton) = broden | ἥτις (hetis) = die | λέγεται (legetai) = wordt genoemd | Ἅγια (Hagia) = Heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκηνή (skene), ‘tent’: de tabernakel; ‘de eerste tent’ is het voorste vertrek, zoals vers 6 laat zien. λυχνία (lychnia), ‘kandelaar’. πρόθεσις τῶν ἄρτων (prothesis ton arton), ‘de uitstalling van de broden’: het toonbrood, in ons OT ‘toonbrood’, Hebreeuws ‘brood van het aangezicht’. Ἅγια (Hagia), ‘het Heilige’: de naam van dit vertrek, zoals in Exod. 26:33. Voetnoot : Zie ook Exod. 25:23–40; Exod. 26:33; Lev. 24:5–9. Zie ook: Ex 25:23–40; Ex 26:33; Lev 24:5–9; Heb 9:6 **9:3** Achter de tweede voorhang was een tent die het Heilige der heiligen genoemd wordt. Brontekst: μετὰ (meta) = achter | δὲ (de) = maar | τὸ (to) = de | δεύτερον (deuteron) = tweede | καταπέτασμα (katapetasma) = voorhang | σκηνὴ (skene) = tent | ἡ (he) = de | λεγομένη (legomene) = genoemd | Ἅγια (Hagia) = Heilige | Ἁγίων (Hagion) = der heiligen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταπέτασμα (katapetasma), ‘voorhang’: ‘de tweede voorhang’ scheidt het Heilige van het Heilige der heiligen. Ἅγια Ἁγίων (Hagia Hagion), ‘het Heilige der heiligen’: Hebreeuws qodesh haqodashim; zie Exod. 26:33–34. Voetnoot : Zie ook Exod. 26:31–35. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij Ἅγια Ἁγίων (Hagia Hagion), ‘Heilige der heiligen’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 26:31–35; Ex 26:33–34 **9:4** Die had een gouden wierookaltaar en de ark van het verbond, aan alle kanten met goud bedekt. Daarin waren een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron die uitgebot had, en de tafelen van het verbond. Brontekst: χρυσοῦν (chrysoun) = gouden | ἔχουσα (echousa) = hebbend | θυμιατήριον (thymiaterion) = wierookaltaar | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | κιβωτὸν (kiboton) = ark | τῆς (tes) = van het | διαθήκης (diathekes) = verbond | περικεκαλυμμένην (perikekalymmenen) = bedekt | πάντοθεν (pantothen) = van alle kanten | χρυσίῳ (chrysio) = met goud | ἐν (en) = in | ᾗ (he) = waarin | στάμνος (stamnos) = kruik | χρυσῆ (chryse) = gouden | ἔχουσα (echousa) = bevattend | τὸ (to) = het | μάννα (manna) = manna | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ῥάβδος (rhabdos) = staf | Ἀαρὼν (Aaron) = Aäron | ἡ (he) = de | βλαστήσασα (blastesasa) = die uitgebot had | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | πλάκες (plakes) = tafelen | τῆς (tes) = van het | διαθήκης (diathekes) = verbond Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θυμιατήριον (thymiaterion), ‘wierookaltaar’: het Griekse woord kan ook ‘wierookvat’ betekenen. Volgens Exod. 30:6 stond het wierookaltaar vóór de voorhang; hier staat het bij het tweede vertrek. Wij vertalen ‘wierookaltaar’ en laten de plaatsing zoals het Grieks heeft. Over de kruik met manna zie Exod. 16:33–34, over de staf van Aäron Num. 17:23 en 17:25 (Hebreeuwse telling; NL 17:8 en 17:10), over de tafelen Deut. 10:2–5. 1 Kon. 8:9 zegt dat er in de ark alleen de twee tafelen waren; het Grieks noemt meer dingen ‘in welke’, dat wil zeggen bij de ark. βλαστάνω (blastano), ‘uitbotten’. Voetnoot : Zie ook Exod. 25:10–22; Exod. 30:1–10; Exod. 16:33; Num. 17:23; Deut. 10:2; 1 Kon. 8:9. Zie ook: Ex 16:33–34; Ex 25:10–22; Ex 30:1–10; Ex 30:6; Num 17:23; Num 17:25; Deut 10:2–5; 1 Kon 8:9 **9:5** Boven de ark waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden. Over deze dingen kunnen wij nu niet stuk voor stuk spreken. Brontekst: ὑπεράνω (hyperano) = boven | δὲ (de) = maar | αὐτῆς (autes) = haar | Χερουβὶν (Cheroubin) = cherubs | δόξης (doxes) = van de heerlijkheid | κατασκιάζοντα (kataskiazonta) = overschaduwend | τὸ (to) = het | ἱλαστήριον (hilasterion) = verzoendeksel | περὶ (peri) = over | ὧν (hon) = welke | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is het mogelijk | νῦν (nyn) = nu | λέγειν (legein) = te spreken | κατὰ (kata) = volgens | μέρος (meros) = onderdeel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Χερουβίν (Cheroubin), ‘cherubs’: de gouden beelden op de ark. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’: ‘cherubs van de heerlijkheid’, bij het verzoendeksel waar Elohim zich laat vinden. κατασκιάζω (kataskiazo), ‘overschaduwen’. ἱλαστήριον (hilasterion), ‘verzoendeksel’: Hebreeuws כַּפֹּרֶת (kapporet), het deksel op de ark; wij houden de weergave van onze OT-bestanden. In Rom. 3:25 staat hetzelfde Griekse woord, daar vertaald als ‘verzoeningsplaats’. κατὰ μέρος (kata meros), ‘stuk voor stuk’: de schrijver wil nu niet op de afzonderlijke onderdelen ingaan. Voetnoot : Zie ook Exod. 25:17–22; Lev. 16:2; Rom. 3:25. Zie ook: Ex 25:17–22; Lev 16:2; Rom 3:25 **9:6** Nu dit zo is ingericht, gaan de priesters voortdurend de eerste tent binnen om de eredienst te verrichten. Brontekst: Τούτων (Touton) = dit | δὲ (de) = maar | οὕτως (houtos) = zo | κατεσκευασμένων (kateskeuasmenon) = ingericht zijnde | εἰς (eis) = in | μὲν (men) = wel | τὴν (ten) = de | πρώτην (proten) = eerste | σκηνὴν (skenen) = tent | διὰ (dia) = steeds | παντὸς (pantos) = altijd | εἰσίασιν (eisiasin) = gaan binnen | οἱ (hoi) = de | ἱερεῖς (hiereis) = priesters | τὰς (tas) = de | λατρείας (latreias) = erediensten | ἐπιτελοῦντες (epitelountes) = verrichtend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιτελέω (epiteleo), ‘verrichten, uitvoeren’: hetzelfde werkwoord als in 8:5, waar het ‘voltooien’ is. διὰ παντός (dia pantos), ‘voortdurend’: dag na dag. ‘De eerste tent’ is hier het voorste vertrek; de priesters verzorgen er de kandelaar, het toonbrood en de wierook. Voetnoot : Zie ook Exod. 30:7–8; Num. 28:3; Lev. 24:8. Zie ook: Ex 30:7–8; Lev 24:8; Num 28:3 **9:7** In de tweede gaat alleen de hogepriester, eenmaal per jaar, niet zonder bloed. Dat biedt hij aan voor zichzelf en voor de zonden uit onwetendheid van het volk. Brontekst: εἰς (eis) = in | δὲ (de) = maar | τὴν (ten) = de | δευτέραν (deuteran) = tweede | ἅπαξ (hapax) = eenmaal | τοῦ (tou) = van het | ἐνιαυτοῦ (eniautou) = jaar | μόνος (monos) = alleen | ὁ (ho) = de | ἀρχιερεύς (archiereus) = hogepriester | οὐ (ou) = niet | χωρὶς (choris) = zonder | αἵματος (haimatos) = bloed | ὃ (ho) = dat | προσφέρει (prospherei) = hij aanbiedt | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἑαυτοῦ (heautou) = zichzelf | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = de | τοῦ (tou) = van het | λαοῦ (laou) = volk | ἀγνοημάτων (agnoematon) = onwetende zonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἅπαξ (hapax), ‘eenmaal’: de grote verzoendag; zie Lev. 16:34. ἀγνόημα (agnoema), ‘zonde uit onwetendheid’, letterlijk ‘onwetendheid’: zonden die per vergissing begaan zijn; zie Lev. 4:2 (‘bij vergissing’). Op de verzoendag brengt de hogepriester het bloed binnen de voorhang, voor zichzelf en voor het volk (Lev. 16:11–15). Voetnoot : Zie ook Lev. 16:2; Lev. 16:11–15; Lev. 16:34; Hebr. 5:3; Hebr. 7:27. Zie ook: Lev 4:2; Lev 16:2; Lev 16:11–15; Lev 16:34; Heb 5:3; Heb 7:27 **9:8** Hiermee laat de Heilige Geest zien dat de weg naar het heiligdom nog niet zichtbaar gemaakt is, zolang de eerste tent nog bestaat. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | δηλοῦντος (delountos) = aantonend | τοῦ (tou) = de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | τοῦ (tou) = de | ἁγίου (hagiou) = Heilige | μήπω (mepo) = nog niet | πεφανερῶσθαι (pephanerosthai) = zichtbaar gemaakt te zijn | τὴν (ten) = de | τῶν (ton) = van het | ἁγίων (hagion) = heiligdom | ὁδὸν (hodon) = weg | ἔτι (eti) = nog | τῆς (tes) = van de | πρώτης (protes) = eerste | σκηνῆς (skenes) = tent | ἐχούσης (echouses) = hebbend | στάσιν (stasin) = bestaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δηλόω (deloo), ‘aantonen, duidelijk maken’. Dat de Heilige Geest dit laat zien, betekent dat de inrichting van de tent zelf iets zegt: zolang het voorste vertrek bestaat als toegang, is de weg naar het heiligdom nog niet zichtbaar gemaakt. στάσις (stasis), ‘staan, bestaan’: de eerste tent ‘heeft nog een staan’, dat wil zeggen: zij staat er nog. Het Grieks zegt niet of ‘de eerste tent’ hier het voorste vertrek is of de hele eerste ordening; wij vertalen letterlijk. Voetnoot : Zie ook Hebr. 10:19–20. Zie ook: Heb 10:19–20 **9:9** Zij is een beeldspraak voor de tijd van nu. Daarin worden gaven en offers aangeboden, maar die kunnen degene die dient niet volmaken wat het geweten betreft. Brontekst: ἥτις (hetis) = die | παραβολὴ (parabole) = beeldspraak | εἰς (eis) = voor | τὸν (ton) = de | καιρὸν (kairon) = tijd | τὸν (ton) = de | ἐνεστηκότα (enestekota) = aanwezige | καθ’ (kath’) = volgens | ἣν (hen) = welke | δῶρά (dora) = gaven | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = en | θυσίαι (thysiai) = offers | προσφέρονται (prospherontai) = worden aangeboden | μὴ (me) = niet | δυνάμεναι (dynamenai) = in staat zijnde | κατὰ (kata) = wat betreft | συνείδησιν (syneidesin) = geweten | τελειῶσαι (teleiosai) = te volmaken | τὸν (ton) = de | λατρεύοντα (latreuonta) = dienende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραβολή (parabole), ‘beeldspraak’: een voorbeeld dat naar iets anders wijst; zo ook 11:19. ἐνεστηκώς (enestekos), ‘aanwezig, tegenwoordig’: de tijd waarin de brief geschreven wordt. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: ook ‘tot het doel brengen’; zo ook 7:19, 10:1, 10:14, 11:40. λατρεύων (latreuon), ‘degene die dient’: wie de eredienst verricht, de aanbidder. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἣν (hen), ‘welke’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. **9:10** Zij gaan alleen over spijzen, dranken en allerlei wassingen. Het zijn voorschriften voor het vlees, opgelegd tot de tijd van herstel. Brontekst: μόνον (monon) = alleen | ἐπὶ (epi) = over | βρώμασιν (bromasin) = spijzen | καὶ (kai) = en | πόμασιν (pomasin) = dranken | καὶ (kai) = en | διαφόροις (diaphorois) = verschillende | βαπτισμοῖς (baptismois) = wassingen | δικαιώματα (dikaiomata) = voorschriften | σαρκὸς (sarkos) = van het vlees | μέχρι (mechri) = tot | καιροῦ (kairou) = van de tijd | διορθώσεως (diorthoseos) = van herstel | ἐπικείμενα (epikeimena) = opgelegd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βαπτισμός (baptismos), ‘wassing’: een onderdompeling of afwassing om rein te worden; zie Lev. 11:32 en Num. 19:7–8, 19. δικαίωμα (dikaioma), ‘voorschrift’, zoals in vers 1. σαρκός (sarkos), ‘van het vlees’: wat uiterlijk is, tegenover het geweten van vers 9. διόρθωσις (diorthosis), ‘herstel, rechtzetting’: het woord komt in de brief alleen hier voor; letterlijk ‘recht zetten’. Het Grieks zegt niet wanneer die tijd komt; zie vers 11 en 26. Voetnoot : Zie ook Lev. 11:32; Num. 19:7–8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij δικαιώματα (dikaiomata), ‘voorschriften’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Lev 11:32; Num 19:7–8; Heb 9:1; Heb 9:9; Heb 9:11; Heb 9:26 ### Het bloed van de Messias **9:11** Maar de Messias is verschenen als hogepriester van de goede dingen die gekomen zijn. Hij ging door de grotere en volmaaktere tent, die niet met handen gemaakt is, dat wil zeggen niet van deze schepping. Brontekst: Χριστὸς (Christos) = de Messias | δὲ (de) = maar | παραγενόμενος (paragenomenos) = verschenen | ἀρχιερεὺς (archiereus) = hogepriester | τῶν (ton) = de | γενομένων (genomenon) = gekomen | ἀγαθῶν (agathon) = goede dingen | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | μείζονος (meizonos) = grotere | καὶ (kai) = en | τελειοτέρας (teleioteras) = volmaaktere | σκηνῆς (skenes) = tent | οὐ (ou) = niet | χειροποιήτου (cheiropoietou) = met handen gemaakt | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | οὐ (ou) = niet | ταύτης (tautes) = van deze | τῆς (tes) = de | κτίσεως (ktiseos) = schepping Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 11–12 zijn in het Grieks één zin; het werkwoord εἰσῆλθεν (eiselthen), ‘is binnengegaan’, staat pas in vers 12. Wij splitsen de zin en vullen in vers 11 ‘ging’ aan. διά (dia), ‘door’: ook ‘met behulp van’. Het Grieks zegt niet met zoveel woorden wat ‘de grotere en volmaaktere tent’ is; vers 24 noemt als plaats van het binnengaan ‘de hemel zelf’. χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’; κτίσις (ktisis), ‘schepping’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 8:2; Hebr. 9:24. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij γενομένων (genomenon), ‘gekomen’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 8:2; Heb 9:12; Heb 9:24 **9:12** Niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met Zijn eigen bloed is Hij eens voor altijd het heiligdom binnengegaan. Zo heeft Hij een eeuwige loskoping verkregen. Brontekst: οὐδὲ (oude) = ook niet | δι’ (di’) = door | αἵματος (haimatos) = bloed | τράγων (tragon) = van bokken | καὶ (kai) = en | μόσχων (moschon) = kalveren | διὰ (dia) = door | δὲ (de) = maar | τοῦ (tou) = het | ἰδίου (idiou) = eigen | αἵματος (haimatos) = bloed | εἰσῆλθεν (eiselthen) = is binnengegaan | ἐφάπαξ (ephapax) = eens voor altijd | εἰς (eis) = in | τὰ (ta) = het | ἅγια (hagia) = heiligdom | αἰωνίαν (aionian) = eeuwige | λύτρωσιν (lytrosin) = loskoping | εὑράμενος (heuramenos) = verkregen hebbend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vervolg van de zin uit vers 11. ἐφάπαξ (efapax), ‘eens voor altijd’: sterker dan ἅπαξ in vers 7; zo ook 7:27 en 10:10. τὰ ἅγια (ta hagia), ‘het heiligdom’, zoals in 8:2. μόσχος (moschos), ‘kalf, jong rund’; Lev. 16:3 en 16:5 noemen voor de verzoendag een jonge stier, geitenbokken en rammen. λύτρωσις (lytrosis), ‘loskoping’: verwant met ἀπολύτρωσις in vers 15; het woord is verwant met λύτρον (lytron), ‘losgeld’. εὑράμενος (heuramenos), ‘verkregen hebbend’: van εὑρίσκω, ‘vinden’. Voetnoot : Zie ook Lev. 16:3; Lev. 16:14–15. Zie ook: Lev 16:3; Lev 16:5; Lev 16:14–15; Heb 9:7; Heb 9:11; Heb 9:15 **9:13** Want als het bloed van bokken en stieren en de as van een vaars, gesprenkeld over wie onrein geworden zijn, heiligt tot reinheid van het vlees, Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | τράγων (tragon) = van bokken | καὶ (kai) = en | ταύρων (tauron) = van stieren | καὶ (kai) = en | σποδὸς (spodos) = as | δαμάλεως (damaleos) = van een vaars | ῥαντίζουσα (rhantizousa) = sprenkelend | τοὺς (tous) = de | κεκοινωμένους (kekoinomenous) = onrein geworden | ἁγιάζει (hagiazei) = heiligt | πρὸς (pros) = tot | τὴν (ten) = de | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | καθαρότητα (katharoteta) = reinheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het bloed van bokken en stieren: zie Lev. 16:14–15. De as van een vaars (δάμαλις, damalis): de rode koe van Num. 19:2–10 en de besprenkeling in Num. 19:17–19. ῥαντίζω (rantizo), ‘besprenkelen’. κοινόω (koinoo), ‘onrein maken, gewoon (gemeen) maken’: wie onrein geworden is door aanraking van een dode. ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: afzonderen voor Elohim, toewijden. Hier gaat het om de reinheid van het vlees (καθαρότης, katharotes), de uiterlijke reinheid. De zin loopt door in vers 14. Voetnoot : Zie ook Lev. 16:14–15; Num. 19:2–10; Num. 19:17–19. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τράγων … ταύρων (tragon … tauron), ‘van bokken … van stieren’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Lev 16:14–15; Num 19:2–10; Num 19:17–19; Heb 9:14 **9:14** hoeveel te meer zal dan het bloed van de Messias ons geweten reinigen van dode werken, om de levende Elohim te dienen? Hij heeft Zichzelf door de eeuwige Geest smetteloos aan Elohim aangeboden. Brontekst: πόσῳ (poso) = hoeveel | μᾶλλον (mallon) = meer | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ὃς (hos) = die | διὰ (dia) = door | πνεύματος (pneumatos) = Geest | αἰωνίου (aioniou) = eeuwige | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | προσήνεγκεν (prosenenken) = heeft aangeboden | ἄμωμον (amomon) = smetteloos | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | καθαριεῖ (kathariei) = zal reinigen | τὴν (ten) = het | συνείδησιν (syneidesin) = geweten | ἡμῶν (hemon) = ons | ἀπὸ (apo) = van | νεκρῶν (nekron) = dode | ἔργων (ergon) = werken | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | λατρεύειν (latreuein) = dienen | θεῷ (theo) = Elohim | ζῶντι (zonti) = levende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄμωμος (amomos), ‘smetteloos, zonder gebrek’: het woord voor een offerdier zonder gebrek, zoals in Lev. 1:3. διὰ πνεύματος αἰωνίου (dia pneumatos aioniou), ‘door eeuwige Geest’: het Grieks heeft geen lidwoord; wij schrijven ‘Geest’ met een hoofdletter, de Geest van Elohim. Het kan ook de eigen geest van de Messias bedoelen. νεκρὰ ἔργα (nekra erga), ‘dode werken’: zoals in 6:1. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’. ‘De levende Elohim’ staat ook in 3:12, 10:31 en 12:22. Voetnoot : Zie ook Lev. 1:3; Hebr. 6:1; Hebr. 10:22; 1 Petr. 1:19. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἡμῶν (hemon), ‘ons’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Lev 1:3; 1 Petr 1:19; Heb 6:1; Heb 10:22 ### Het nieuwe verbond en de dood **9:15** En daarom is Hij bemiddelaar van een nieuw verbond. Er is een dood gebeurd tot loskoping van de overtredingen onder het eerste verbond, opdat de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | διαθήκης (diathekes) = van verbond | καινῆς (kaines) = nieuw | μεσίτης (mesites) = bemiddelaar | ἐστίν (estin) = is | ὅπως (hopos) = opdat | θανάτου (thanatou) = dood | γενομένου (genomenou) = gebeurd zijnde | εἰς (eis) = tot | ἀπολύτρωσιν (apolytrosin) = loskoping | τῶν (ton) = van de | ἐπὶ (epi) = onder | τῇ (te) = het | πρώτῃ (prote) = eerste | διαθήκῃ (diatheke) = verbond | παραβάσεων (parabaseon) = overtredingen | τὴν (ten) = de | ἐπαγγελίαν (epangelian) = belofte | λάβωσιν (labosin) = ontvangen | οἱ (hoi) = de | κεκλημένοι (keklemenoi) = geroepenen | τῆς (tes) = van de | αἰωνίου (aioniou) = eeuwige | κληρονομίας (kleronomias) = erfenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μεσίτης (mesites), ‘bemiddelaar’: zoals in 8:6 en 12:24. ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘loskoping’. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: het overschrijden van een gebod; ‘onder het eerste verbond’ zijn de overtredingen die onder het eerste verbond begaan zijn. κεκλημένοι (keklemenoi), ‘de geroepenen’. κληρονομία (kleronomia), ‘erfenis’. De Griekse zin gebruikt hier het werkwoord ‘gebeuren’ bij ‘dood’ (θανάτου γενομένου); wij vertalen ‘er is een dood gebeurd’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 3:1; Hebr. 8:6; Hebr. 12:24. Zie ook: Heb 3:1; Heb 8:6; Heb 12:24 **9:16** Want waar een verbond is, moet de dood van degene die het verbond sluit, worden aangetoond. Brontekst: ὅπου (hopou) = waar | γὰρ (gar) = want | διαθήκη (diatheke) = verbond | θάνατον (thanaton) = dood | ἀνάγκη (ananke) = nodig | φέρεσθαι (pheresthai) = te worden aangetoond | τοῦ (tou) = van de | διαθεμένου (diathemenou) = verbondssluiter Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διαθήκη (diatheke) is in heel de brief ‘verbond’, de Griekse weergave van het Hebreeuwse בְּרִית (berit). In het gewone Griekse taalgebruik betekent het woord ook ‘testament’: een beschikking die pas geldt na de dood van wie haar opstelt. In de verzen 16–17 speelt die tweede betekenis mee. Wij houden ‘verbond’, omdat het ook in Israël bij een verbond om een dood ging (dieren werden gedood: Gen. 15:9–10, 17; Exod. 24:5–8), en vertalen διαθέμενος (diathemenos) als ‘degene die het verbond sluit’. φέρεσθαι (feresthai), ‘aangetoond worden’: ook ‘aangebracht, vastgesteld worden’. Voetnoot : Zie ook Gen. 15:9–10; Exod. 24:5–8; Gal. 3:15. Zie ook: Gen 15:9–10; Ex 24:5–8; Gal 3:15 **9:17** Want een verbond is pas bij doden vast, aangezien het nooit van kracht is zolang degene die het sluit, leeft. Brontekst: διαθήκη (diatheke) = verbond | γὰρ (gar) = want | ἐπὶ (epi) = bij | νεκροῖς (nekrois) = doden | βεβαία (bebaia) = vast | ἐπεὶ (epei) = aangezien | μήποτε (mepote) = nooit | ἰσχύει (ischyei) = is van kracht | ὅτε (hote) = wanneer | ζῇ (ze) = leeft | ὁ (ho) = de | διαθέμενος (diathemenos) = verbondssluiter Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βέβαιος (bebaios), ‘vast, geldig’. ἰσχύω (ischyo), ‘van kracht zijn’. ἐπεὶ μήποτε (epei mepote), ‘aangezien nooit’: wij lezen het als een bewering. Het Grieks kan ook als vraag gelezen worden: ‘is het soms nooit van kracht zolang hij leeft?’ Zie bij vers 16 het woord διαθήκη. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μήποτε (mepote), ‘nooit’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 9:16 **9:18** Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd. Brontekst: ὅθεν (hothen) = vandaar | οὐδὲ (oude) = ook niet | ἡ (he) = het | πρώτη (prote) = eerste | χωρὶς (choris) = zonder | αἵματος (haimatos) = bloed | ἐγκεκαίνισται (enkekainistai) = is ingewijd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκαινίζω (enkainizo), ‘inwijden’: voor het eerst in gebruik nemen; het werkwoord staat ook in 10:20, waar de nieuwe weg ‘ingewijd’ is. ‘Het eerste’ is het eerste verbond; het Grieks laat het zelfstandig naamwoord weg, zoals in vers 1. Voetnoot : Zie ook Exod. 24:5–8; Hebr. 10:20. Zie ook: Ex 24:5–8; Heb 9:1; Heb 10:20 **9:19** Want toen elk gebod volgens de wet door Mozes tot heel het volk was gesproken, nam hij het bloed van de kalveren met water, scharlakenrode wol en hysop. Hij besprenkelde zowel het boek zelf als heel het volk. Brontekst: λαληθείσης (laletheises) = toen was gesproken | γὰρ (gar) = want | πάσης (pases) = elk | ἐντολῆς (entoles) = gebod | κατὰ (kata) = volgens | τὸν (ton) = de | νόμον (nomon) = wet | ὑπὸ (hypo) = door | Μωϋσέως (Moyseos) = Mozes | παντὶ (panti) = tot heel | τῷ (to) = het | λαῷ (lao) = volk | λαβὼν (labon) = nemend | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | τῶν (ton) = van de | μόσχων (moschon) = kalveren | μετὰ (meta) = met | ὕδατος (hydatos) = water | καὶ (kai) = en | ἐρίου (eriou) = wol | κοκκίνου (kokkinou) = scharlakenrode | καὶ (kai) = en | ὑσσώπου (hyssopou) = hysop | αὐτό (auto) = het zelf | τε (te) = zowel | τὸ (to) = het | βιβλίον (biblion) = boek | καὶ (kai) = en | πάντα (panta) = heel | τὸν (ton) = het | λαὸν (laon) = volk | ἐράντισεν (erantisen) = besprenkelde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het verhaal van Exod. 24:3–8, met enkele toevoegingen. Exod. 24:5–8 noemt het bloed van stieren (hier ‘kalveren’), dat op het altaar en over het volk gesprenkeld wordt; het boek van het verbond wordt voorgelezen (24:7) en niet besprenkeld. Water, scharlakenrode wol (ons Hebreeuws noemt bij reinigingen ‘karmozijnrood garen’) en hysop staan bij andere reinigingen: Lev. 14:4–6 en Num. 19:6, 18. Het Grieks voegt die onderdelen hier samen. ὕσσωπος (hyssopos), ‘hysop’. ῥαντίζω (rantizo), ‘besprenkelen’. Voetnoot : Zie ook Exod. 24:3–8; Lev. 14:4–6; Num. 19:6; Num. 19:18. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τὸν (ton), ‘het’, en bij μόσχων (moschon), ‘kalveren’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 24:3–8; Ex 24:5–8; Lev 14:4–6; Num 19:6; Num 19:18 **9:20** Hij zei: „Dit is het bloed van het verbond dat Elohim jullie geboden heeft.” Brontekst: λέγων (legon) = zeggend | Τοῦτο (Touto) = dit | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | τῆς (tes) = van het | διαθήκης (diathekes) = verbond | ἧς (hes) = dat | ἐνετείλατο (eneteilato) = heeft geboden | πρὸς (pros) = aan | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Exod. 24:8 (zelfde telling in de app). Ons Hebreeuws heeft: ‘Zie, het bloed van het verbond dat Yahweh met jullie gesloten heeft op grond van al deze woorden’. De Griekse tekst heeft ‘Dit is het bloed van het verbond dat Elohim jullie geboden heeft’: ‘Dit is’ in plaats van ‘Zie’, ‘Elohim’ in plaats van ‘Yahweh’ en ‘geboden’ in plaats van ‘gesloten’. ἐντέλλομαι (entellomai), ‘gebieden, opdragen’. Mozes spreekt hier: het citaat staat zwart. Voetnoot : Zie ook Exod. 24:8; Matt. 26:28; Mark. 14:24. Zie ook: Ex 24:8; Mat 26:28; Mar 14:24 **9:21** Ook de tent en alle voorwerpen voor de dienst besprenkelde hij op dezelfde wijze met het bloed. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | σκηνὴν (skenen) = tent | δὲ (de) = ook | καὶ (kai) = en | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | σκεύη (skeue) = voorwerpen | τῆς (tes) = van de | λειτουργίας (leitourgias) = dienst | τῷ (to) = met het | αἵματι (haimati) = bloed | ὁμοίως (homoios) = op dezelfde wijze | ἐράντισεν (erantisen) = besprenkelde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκεῦος (skeuos), ‘voorwerp’; λειτουργία (leitourgia), ‘dienst’. In ons OT zalft Mozes de tabernakel met olie (Exod. 40:9–11) en doet hij bloed op het altaar (Lev. 8:15); op de verzoendag wordt het heiligdom met bloed besprenkeld (Lev. 16:14–19); Num. 19:18 noemt een besprenkeling van de tent en alle vaten met reinigingswater. Het Grieks zegt dat Mozes de tent en de voorwerpen met bloed besprenkelde. Voetnoot : Zie ook Exod. 40:9–11; Lev. 8:15; Lev. 16:14–19; Num. 19:18. Zie ook: Ex 40:9–11; Lev 8:15; Lev 16:14–19; Num 19:18 **9:22** En bijna alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd, en zonder bloedvergieten komt er geen vergeving. Brontekst: καὶ (kai) = en | σχεδὸν (schedon) = bijna | ἐν (en) = met | αἵματι (haimati) = bloed | πάντα (panta) = alles | καθαρίζεται (katharizetai) = wordt gereinigd | κατὰ (kata) = volgens | τὸν (ton) = de | νόμον (nomon) = wet | καὶ (kai) = en | χωρὶς (choris) = zonder | αἱματεκχυσίας (haimatekchysias) = bloedvergieten | οὐ (ou) = niet | γίνεται (ginetai) = komt | ἄφεσις (aphesis) = vergeving Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Zie Lev. 17:11: ‘het leven van het vlees is in het bloed … het is het bloed dat door het leven verzoening doet’. ‘Bijna alles’ (σχεδόν, schedon): sommige dingen werden zonder bloed gereinigd, zoals met vuur en water (Num. 31:22–24) of met meel (Lev. 5:11–13). ἄφεσις (afesis), ‘vergeving’: ook ‘kwijtschelding’. αἱματεκχυσία (haimatekchysia), ‘bloedvergieten’: het uitstorten van bloed; dit woord staat in de brief alleen hier. Voetnoot : Zie ook Lev. 17:11; Lev. 5:11–13; Num. 31:22–24. Zie ook: Lev 5:11–13; Lev 17:11; Num 31:22–24 ### Eenmaal aangeboden **9:23** Het was dus nodig dat de afbeeldingen van wat in de hemelen is hiermee gereinigd werden, maar het hemelse zelf met betere offers dan deze. Brontekst: Ἀνάγκη (Ananke) = nodig | οὖν (oun) = dus | τὰ (ta) = de | μὲν (men) = enerzijds | ὑποδείγματα (hypodeigmata) = afbeeldingen | τῶν (ton) = van de | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | οὐρανοῖς (ouranois) = hemelen | τούτοις (toutois) = hiermee | καθαρίζεσθαι (katharizesthai) = gereinigd te worden | αὐτὰ (auta) = zelf | δὲ (de) = maar | τὰ (ta) = de | ἐπουράνια (epourania) = hemelse dingen | κρείττοσι (kreittosi) = betere | θυσίαις (thysiais) = offers | παρὰ (para) = dan | ταύτας (tautas) = deze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπόδειγμα (hypodeigma), ‘afbeelding’: zoals in 8:5. ‘Hiermee’ slaat terug op bloed en reiniging van de verzen 19–22. Het Grieks zegt niet wat er in de hemel gereinigd wordt; wij vertalen letterlijk. θυσίαι (thysiai), ‘offers’, staat in het meervoud, hoewel het offer van de Messias één offer is (vers 28; 10:12). Voetnoot : Zie ook Hebr. 8:5; Hebr. 10:12. Zie ook: Heb 8:5; Heb 9:28; Heb 10:12 **9:24** Want de Messias is niet binnengegaan in een met handen gemaakt heiligdom, een afbeelding van het ware. Hij is in de hemel zelf binnengegaan, om nu voor het aangezicht van Elohim te verschijnen voor ons. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | εἰς (eis) = in | χειροποίητα (cheiropoieta) = met handen gemaakte | εἰσῆλθεν (eiselthen) = is binnengegaan | ἅγια (hagia) = heiligdom | Χριστός (Christos) = de Messias | ἀντίτυπα (antitypa) = afbeeldingen | τῶν (ton) = van de | ἀληθινῶν (alethinon) = ware | ἀλλ’ (all’) = maar | εἰς (eis) = in | αὐτὸν (auton) = zelf | τὸν (ton) = de | οὐρανόν (ouranon) = hemel | νῦν (nyn) = nu | ἐμφανισθῆναι (emphanisthenai) = te verschijnen | τῷ (to) = voor het | προσώπῳ (prosopo) = aangezicht | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’. ἀντίτυπος (antitypos), ‘afbeelding’: letterlijk ‘tegenhanger’; het aardse heiligdom is de afbeelding van het ware. ἐμφανίζω (emfanizo), ‘verschijnen, zichtbaar worden’. Wij zetten ‘heiligdom’ in het enkelvoud, omdat het Griekse meervoud τὰ ἅγια (ta hagia) het heiligdom zelf aanduidt, zoals in 8:2. Voetnoot : Zie ook Hebr. 8:2; Hebr. 9:11; Hebr. 7:25. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij εἰσῆλθεν … ἅγια (eiselthen … hagia), ‘is binnengegaan … heiligdom’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 7:25; Heb 8:2; Heb 9:11 **9:25** Hij is ook niet binnengegaan om Zichzelf vaak aan te bieden, zoals de hogepriester elk jaar het heiligdom binnengaat met bloed van een ander. Brontekst: οὐδ’ (oud’) = ook niet | ἵνα (hina) = opdat | πολλάκις (pollakis) = vaak | προσφέρῃ (prosphere) = Hij aanbiedt | ἑαυτόν (heauton) = Zichzelf | ὥσπερ (hosper) = zoals | ὁ (ho) = de | ἀρχιερεὺς (archiereus) = hogepriester | εἰσέρχεται (eiserchetai) = gaat binnen | εἰς (eis) = in | τὰ (ta) = het | ἅγια (hagia) = heiligdom | κατ’ (kat’) = per | ἐνιαυτὸν (eniauton) = jaar | ἐν (en) = met | αἵματι (haimati) = bloed | ἀλλοτρίῳ (allotrio) = van een ander Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀλλότριος (allotrios), ‘van een ander’: het bloed van dieren, niet het eigen bloed van de hogepriester. De hogepriester gaat ‘elk jaar’ binnen (vers 7; Lev. 16:34). προσφέρω (prosfero), ‘aanbieden’: de Messias biedt Zichzelf eenmaal aan (vers 14, 28). Voetnoot : Zie ook Lev. 16:2–3; Lev. 16:34. Zie ook: Lev 16:2–3; Lev 16:34; Heb 9:7; Heb 9:14; Heb 9:28 **9:26** Want dan had Hij vanaf de grondlegging van de wereld vaak moeten lijden. Nu echter is Hij eenmaal, bij de voleinding van de eeuwen, verschenen om de zonde op te heffen door Zijn offer. Brontekst: ἐπεὶ (epei) = want anders | ἔδει (edei) = was het nodig | αὐτὸν (auton) = Hem | πολλάκις (pollakis) = vaak | παθεῖν (pathein) = te lijden | ἀπὸ (apo) = vanaf | καταβολῆς (kataboles) = grondlegging | κόσμου (kosmou) = van de wereld | νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | ἅπαξ (hapax) = eenmaal | ἐπὶ (epi) = bij | συντελείᾳ (synteleia) = voleinding | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | εἰς (eis) = tot | ἀθέτησιν (athetesin) = opheffing | ἁμαρτίας (hamartias) = van zonde | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | θυσίας (thysias) = offer | αὐτοῦ (autou) = Zijn | πεφανέρωται (pephanerotai) = is verschenen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταβολή (katabole), ‘grondlegging’: het leggen van de fundamenten van de wereld. συντέλεια τῶν αἰώνων (synteleia ton aionon), ‘voleinding van de eeuwen’: het einde van de tijdperken; wij houden het letterlijk. ἀθέτησις (athetesis), ‘opheffing, ongeldigverklaring’. πεφανέρωται (pefanerotai), ‘is verschenen, is openbaar geworden’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 1:2; Hebr. 10:10; 1 Petr. 1:20. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij νυνί (nuni), ‘nu’, en bij ἁμαρτίας (hamartias), ‘zonde’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Petr 1:20; Heb 1:2; Heb 10:10 **9:27** En zoals het voor de mensen weggelegd is eenmaal te sterven, en daarna het oordeel, Brontekst: καὶ (kai) = en | καθ’ (kath’) = naarmate | ὅσον (hoson) = zoals | ἀπόκειται (apokeitai) = is weggelegd | τοῖς (tois) = voor de | ἀνθρώποις (anthropois) = mensen | ἅπαξ (hapax) = eenmaal | ἀποθανεῖν (apothanein) = te sterven | μετὰ (meta) = na | δὲ (de) = maar | τοῦτο (touto) = dit | κρίσις (krisis) = oordeel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόκειται (apokeitai), ‘is weggelegd’: het ligt voor de mensen klaar. κρίσις (krisis), ‘oordeel’. De zin gaat door in vers 28 met ‘zo ook de Messias’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 9:28. Zie ook: Heb 9:28 **9:28** zo zal ook de Messias, eenmaal aangeboden om de zonden van velen te dragen, voor de tweede keer zonder zonde verschijnen aan hen die Hem verwachtingsvol afwachten, tot redding. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | Χριστός (Christos) = Messias | ἅπαξ (hapax) = eenmaal | προσενεχθεὶς (prosenechtheis) = aangeboden | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | πολλῶν (pollon) = van velen | ἀνενεγκεῖν (anenenkein) = te dragen | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden | ἐκ (ek) = voor | δευτέρου (deuterou) = tweede keer | χωρὶς (choris) = zonder | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | ὀφθήσεται (ophthesetai) = zal verschijnen | τοῖς (tois) = aan hen | αὐτὸν (auton) = Hem | ἀπεκδεχομένοις (apekdechomenois) = verwachtingsvol afwachtend | εἰς (eis) = tot | σωτηρίαν (soterian) = redding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναφέρω (anafero), ‘dragen, op zich nemen’: ook ‘opdragen’ als offer. Het woord herinnert aan Jes. 53:12: ‘Hij heeft de zonde van velen gedragen’. ἐκ δευτέρου (ek deuterou), ‘voor de tweede keer’. ‘Zonder zonde’: Hij komt niet meer om zonde te dragen. ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘verwachtingsvol afwachten’: zoals in Rom. 8:23 en 8:25. Voetnoot : Zie ook Jes. 53:12; Rom. 8:23; Rom. 8:25; 1 Petr. 2:24; 1 Petr. 3:18. Zie ook: Jes 53:12; Rom 8:23; Rom 8:25; 1 Petr 2:24; 1 Petr 3:18 ## Hebreeën 10 _Eén offer voor altijd, de weg door de voorhang, de waarschuwing en de oproep tot volharding_ ### De wet is een schaduw **10:1** Want de wet heeft slechts een schaduw van de goede dingen die komen, niet het beeld zelf van de dingen. Met dezelfde offers die zij jaar na jaar aanbieden, kan zij nooit degenen die naderen voor altijd volmaken. Brontekst: Σκιὰν (Skian) = schaduw | γὰρ (gar) = want | ἔχων (echon) = heeft | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | τῶν (ton) = van de | μελλόντων (mellonton) = komende | ἀγαθῶν (agathon) = goede dingen | οὐκ (ouk) = niet | αὐτὴν (auten) = zelf | τὴν (ten) = het | εἰκόνα (eikona) = beeld | τῶν (ton) = van de | πραγμάτων (pragmaton) = dingen | κατ’ (kat’) = per | ἐνιαυτὸν (eniauton) = jaar | ταῖς (tais) = met de | αὐταῖς (autais) = dezelfde | θυσίαις (thysiais) = offers | ἃς (has) = die | προσφέρουσιν (prospherousin) = zij aanbieden | εἰς (eis) = voor | τὸ (to) = het | διηνεκὲς (dienekes) = voortdurend | οὐδέποτε (oudepote) = nooit | δύναται (dynatai) = kan zij | τοὺς (tous) = degenen | προσερχομένους (proserchomenous) = die naderen | τελειῶσαι (teleiosai) = volmaken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκιά (skia), ‘schaduw’: zoals in 8:5. εἰκών (eikon), ‘beeld’: het eigenlijke beeld, de afdruk die de zaak zelf laat zien; de wet heeft alleen de schaduw. πράγματα (pragmata), ‘dingen, zaken’: de zaken zelf. εἰς τὸ διηνεκές (eis to dienekes), ‘voor altijd, onafgebroken’: de woorden kunnen bij ‘aanbieden’ of bij ‘volmaken’ horen; wij zetten ze bij ‘volmaken’. τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: het doel bereiken, zoals in 7:19 en 9:9. Voetnoot : Zie ook Hebr. 7:19; Hebr. 8:5; Hebr. 9:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij δύναται (dynatai), ‘kan zij’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 7:19; Heb 8:5; Heb 9:9 **10:2** Zouden zij anders niet opgehouden zijn aangeboden te worden, omdat wie dienen, eenmaal gereinigd, geen geweten van zonden meer zouden hebben? Brontekst: ἐπεὶ (epei) = anders | οὐκ (ouk) = niet | ἂν (an) = zouden | ἐπαύσαντο (epausanto) = zijn opgehouden | προσφερόμεναι (prospheromenai) = aangeboden te worden | διὰ (dia) = vanwege | τὸ (to) = het | μηδεμίαν (medemian) = geen | ἔχειν (echein) = hebben | ἔτι (eti) = nog | συνείδησιν (syneidesin) = geweten | ἁμαρτιῶν (hamartion) = van zonden | τοὺς (tous) = degenen | λατρεύοντας (latreuontas) = die dienen | ἅπαξ (hapax) = eenmaal | κεκαθαρισμένους (kekatharismenous) = gereinigd zijnd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks stelt een vraag: ‘Zouden zij anders niet opgehouden zijn …?’ Wij houden de vraagvorm. συνείδησις ἁμαρτιῶν (syneidesis hamartion), ‘geweten van zonden’: het bewustzijn dat de zonden nog niet weggenomen zijn. κεκαθαρισμένους (kekatharismenous), ‘gereinigd’: voltooide vorm, een reiniging die blijft gelden; zie 9:14. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij κεκαθαρισμένους (kekatharismenous), ‘gereinigd’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. **10:3** Maar in die offers is er jaar na jaar een herinnering aan zonden. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | αὐταῖς (autais) = deze | ἀνάμνησις (anamnesis) = herinnering | ἁμαρτιῶν (hamartion) = van zonden | κατ’ (kat’) = per | ἐνιαυτόν (eniauton) = jaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνάμνησις (anamnesis), ‘herinnering’: elk jaar op de verzoendag worden de zonden weer in herinnering gebracht, zie Lev. 16:21, 34. Voetnoot : Zie ook Lev. 16:21; Lev. 16:34; Hebr. 9:7. Zie ook: Lev 16:21; Lev 16:34; Heb 9:7 **10:4** Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken zonden wegneemt. Brontekst: ἀδύνατον (adynaton) = onmogelijk | γὰρ (gar) = want | αἷμα (haima) = bloed | ταύρων (tauron) = van stieren | καὶ (kai) = en | τράγων (tragon) = van bokken | ἀφαιρεῖν (aphairein) = weg te nemen | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀφαιρέω (afaireo), ‘wegnemen’: in vers 11 staat het sterkere περιαιρέω (periaireo), ‘volledig wegnemen, rondom wegdoen’. Het bloed van stieren en bokken is dat van de verzoendag (Lev. 16:14–15). Voetnoot : Zie ook Lev. 16:14–15; Hebr. 9:13. Zie ook: Lev 16:14–15; Heb 9:13; Heb 10:11 ### Het lichaam dat voor Hem bereid is **10:5** Daarom zegt Hij, als Hij in de wereld komt: **„Offer en offergave hebt U niet gewild, maar een lichaam hebt U voor Mij bereid.** Brontekst: διὸ (dio) = daarom | εἰσερχόμενος (eiserchomenos) = binnenkomend | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | λέγει (legei) = zegt Hij | Θυσίαν (Thysian) = offer | καὶ (kai) = en | προσφορὰν (prosphoran) = offergave | οὐκ (ouk) = niet | ἠθέλησας (ethelesas) = hebt U gewild | σῶμα (soma) = lichaam | δὲ (de) = maar | κατηρτίσω (katertiso) = hebt U bereid | μοι (moi) = voor Mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vanaf hier tot en met vers 7 een aanhaling van Ps. 40:7–9 (Hebreeuwse telling; NL 40:6–8). Het is een toespraak van de Zoon, bij Zijn komst in de wereld: wij maken ze rood, met deze Uitleg. Ons Hebreeuws heeft: ‘Slachtoffer en graanoffer wilde U niet. Oren hebt U voor mij gegraven.’ De Griekse tekst heeft: ‘Offer en offergave hebt U niet gewild, maar een lichaam hebt U voor Mij bereid’: dus θυσία en προσφορά (thysia, prosfora) voor ‘slachtoffer en graanoffer’, en σῶμα (soma), ‘lichaam’, voor ‘oren’. κατηρτίσω (kateartiso), ‘U hebt bereid’: ook ‘U hebt toegerust, klaargemaakt’. Voetnoot : Zie ook Ps. 40:7–9; Hebr. 2:12–13; Hebr. 10:10. Zie ook: Ps 40:7–9; Heb 2:12–13; Heb 10:7; Heb 10:10 **10:6** **In brandoffers en zondeoffers hebt U geen behagen gehad.** Brontekst: ὁλοκαυτώματα (holokautomata) = brandoffers | καὶ (kai) = en | περὶ (peri) = voor | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | οὐκ (ouk) = niet | εὐδόκησας (eudokesas) = hebt U behagen gehad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vervolg van Ps. 40:7. Ons Hebreeuws heeft: ‘Brandoffer en zondeoffer hebt U niet gevraagd’. De Griekse tekst heeft εὐδόκησας (eudokesas), ‘U hebt behagen gehad’; het Hebreeuwse ‘gevraagd’ wordt hier ‘behagen gehad’. ὁλοκαύτωμα (holokautoma), ‘brandoffer’; περὶ ἁμαρτίας (peri hamartias), ‘voor zonde’, ‘zondeoffer’, zoals in Rom. 8:3. Voetnoot : Zie ook Ps. 40:7; Rom. 8:3. Zie ook: Ps 40:7; Rom 8:3 **10:7** **Toen zei Ik: ‘Zie, Ik ben gekomen. In de boekrol is over Mij geschreven. Ik kom om Uw wil te doen, Elohim.’”** Brontekst: τότε (tote) = toen | εἶπον (eipon) = zei Ik | Ἰδοὺ (Idou) = zie | ἥκω (heko) = ben Ik gekomen | ἐν (en) = in | κεφαλίδι (kephalidi) = boekrol | βιβλίου (bibliou) = van het boek | γέγραπται (gegraptai) = is geschreven | περὶ (peri) = over | ἐμοῦ (emou) = Mij | τοῦ (tou) = om | ποιῆσαι (poiesai) = te doen | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | τὸ (to) = de | θέλημά (thelema) = wil | σου (sou) = Uw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vervolg van Ps. 40:8–9. Ons Hebreeuws heeft: ‘Toen zei ik: Zie, ik ben gekomen. In de boekrol staat over mij geschreven. Om Uw wil te doen, mijn Elohim, heb ik lust. Uw wet is diep in mijn binnenste.’ De Griekse tekst heeft hier ‘om te doen, Elohim, Uw wil’ en laat ‘heb ik lust’ en ‘Uw wet is diep in mijn binnenste’ weg; ‘mijn Elohim’ is ‘Elohim’. κεφαλίς (kefalis), ‘boekrol’: letterlijk ‘rolletje, roltop’. ἥκω (heko), ‘ik ben gekomen’. De Zoon spreekt tot de Vader: ‘U’ en ‘Uw’, met hoofdletters. Voetnoot : Zie ook Ps. 40:8–9. Zie ook: Ps 40:8–9 **10:8** Eerst zegt Hij: **„Offers en offergaven en brandoffers en zondeoffers hebt U niet gewild, en U hebt er geen behagen in gehad.”** Dat zijn offers die volgens de wet worden aangeboden. Brontekst: ἀνώτερον (anoteron) = eerder | λέγων (legon) = zeggend | ὅτι (hoti) = dat | Θυσίας (Thysias) = offers | καὶ (kai) = en | προσφορὰς (prosphoras) = offergaven | καὶ (kai) = en | ὁλοκαυτώματα (holokautomata) = brandoffers | καὶ (kai) = en | περὶ (peri) = voor | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | οὐκ (ouk) = niet | ἠθέλησας (ethelesas) = hebt U gewild | οὐδὲ (oude) = ook niet | εὐδόκησας (eudokesas) = hebt U behagen gehad | αἵτινες (haitines) = die | κατὰ (kata) = volgens | νόμον (nomon) = wet | προσφέρονται (prospherontai) = worden aangeboden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνώτερον (anoteron), ‘eerder, hierboven’: de schrijver neemt de woorden van vers 5–6 nog eens op. Hij zet de vier soorten offers naast elkaar. Wij maken ook deze herhaling rood, omdat het de aangehaalde woorden van de Zoon zijn; de woorden ‘Dat zijn offers die volgens de wet worden aangeboden’ zijn van de schrijver (zwart). Voetnoot : Zie ook Ps. 40:7; Hebr. 10:5–6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij Θυσίας … προσφορὰς (Thysias … prosforas), ‘offers … offergaven’, en bij νόμον (nomon), ‘wet’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 40:7; Heb 10:5–6 **10:9** Daarna heeft Hij gezegd: **„Zie, Ik ben gekomen om Uw wil te doen.”** Hij neemt het eerste weg om het tweede te vestigen. Brontekst: τότε (tote) = toen | εἴρηκεν (eireken) = heeft Hij gezegd | Ἰδοὺ (Idou) = zie | ἥκω (heko) = ben Ik gekomen | τοῦ (tou) = om | ποιῆσαι (poiesai) = te doen | τὸ (to) = de | θέλημά (thelema) = wil | σου (sou) = Uw | ἀναιρεῖ (anairei) = neemt Hij weg | τὸ (to) = het | πρῶτον (proton) = eerste | ἵνα (hina) = opdat | τὸ (to) = het | δεύτερον (deuteron) = tweede | στήσῃ (stese) = Hij vestigt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τότε εἴρηκεν (tote eireken), ‘toen heeft Hij gezegd’: de verleden tijd staat in de voltooide vorm. ἀναιρέω (anaireo), ‘wegnemen, afschaffen’. ‘Het eerste’ is het offeren van vers 8, ‘het tweede’ de wil van Elohim doen. ἵστημι (histemi), ‘vestigen, doen standhouden’. De woorden ‘Hij neemt het eerste weg …’ zijn van de schrijver (zwart). Voetnoot : Zie ook Ps. 40:8–9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ποιῆσαι (poiesai), ‘te doen’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 40:8–9; Heb 10:8 **10:10** In die wil zijn wij geheiligd door het aanbieden van het lichaam van Yeshua de Messias, eens voor altijd. Brontekst: ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = die | θελήματι (thelemati) = wil | ἡγιασμένοι (hegiasmenoi) = geheiligd | ἐσμὲν (esmen) = zijn wij | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | προσφορᾶς (prosphoras) = aanbieding | τοῦ (tou) = van het | σώματος (somatos) = lichaam | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ἐφάπαξ (ephapax) = eens voor altijd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: toewijden aan Elohim, afzonderen. ἡγιασμένοι ἐσμέν (hegiasmenoi esmen), ‘wij zijn geheiligd’: een toestand die blijft. προσφορά (prosfora), ‘aanbieding, offergave’: hier het aanbieden van het lichaam van de Messias. ἐφάπαξ (efapax), ‘eens voor altijd’: zoals in 7:27 en 9:12. Voetnoot : Zie ook Hebr. 7:27; Hebr. 9:12; Hebr. 10:14. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐσμέν (esmen), ‘wij zijn’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 7:27; Heb 9:12; Heb 10:14 ### Eén offer voor altijd **10:11** En elke priester staat wel dag na dag dienst te doen en dezelfde offers vaak aan te bieden. Die kunnen nooit zonden volledig wegnemen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | πᾶς (pas) = elke | μὲν (men) = wel | ἱερεὺς (hiereus) = priester | ἕστηκεν (hesteken) = staat | καθ’ (kath’) = per | ἡμέραν (hemeran) = dag | λειτουργῶν (leitourgon) = dienst doend | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = de | αὐτὰς (autas) = dezelfde | πολλάκις (pollakis) = vaak | προσφέρων (prospheron) = aanbiedend | θυσίας (thysias) = offers | αἵτινες (haitines) = die | οὐδέποτε (oudepote) = nooit | δύνανται (dynantai) = kunnen | περιελεῖν (perielein) = volledig wegnemen | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἕστηκεν (hesteken), ‘staat’: de priester staat dienst te doen, tegenover de gezeten Zoon in vers 12. λειτουργέω (leitourgeo), ‘dienst doen’. καθ’ ἡμέραν (kath’ hemeran), ‘dag na dag’: dagelijks; de wet kent daarnaast het jaarlijkse offer van vers 3. περιαιρέω (periaireo), ‘volledig wegnemen’: zie bij vers 4. Voetnoot : Zie ook Hebr. 7:27; Exod. 29:38–42. Zie ook: Ex 29:38–42; Heb 7:27; Heb 10:3; Heb 10:4; Heb 10:12 **10:12** Maar Deze heeft één offer voor zonden aangeboden en is voor altijd gaan zitten aan de rechterhand van Elohim, Brontekst: οὗτος (houtos) = Deze | δὲ (de) = maar | μίαν (mian) = één | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | προσενέγκας (prosenenkas) = aangeboden hebbend | θυσίαν (thysian) = offer | εἰς (eis) = voor | τὸ (to) = het | διηνεκὲς (dienekes) = voortdurend | ἐκάθισεν (ekathisen) = is gaan zitten | ἐν (en) = aan | δεξιᾷ (dexia) = rechterhand | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft geen komma tussen ‘aangeboden’ en ‘voor altijd’: εἰς τὸ διηνεκές (eis to dienekes), ‘voor altijd’, kan bij ‘offer’ horen (een offer dat voor altijd geldt) of bij ‘gaan zitten’ (Hij zit voor altijd). Wij zetten het bij ‘gaan zitten’; beide lezingen zijn mogelijk en passen bij vers 14. οὗτος (houtos), ‘Deze’: de Messias. ‘Aan de rechterhand van Elohim’: zie Ps. 110:1. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:1; Hebr. 1:3; Hebr. 8:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὗτος (houtos), ‘Deze’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 110:1; Heb 1:3; Heb 8:1; Heb 10:14 **10:13** en wacht nu verder tot Zijn vijanden gelegd worden als voetbank voor Zijn voeten. Brontekst: τὸ (to) = het | λοιπὸν (loipon) = overige | ἐκδεχόμενος (ekdechomenos) = wachtend | ἕως (heos) = totdat | τεθῶσιν (tethosin) = worden gelegd | οἱ (hoi) = de | ἐχθροὶ (echthroi) = vijanden | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὑποπόδιον (hypopodion) = voetbank | τῶν (ton) = van de | ποδῶν (podon) = voeten | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκδέχομαι (ekdechomai), ‘wachten, verwachten’. ὑποπόδιον (hypopodion), ‘voetbank’. Toespeling op Ps. 110:1: ons OT-bestand heeft ‘totdat Ik je vijanden zet als voetbank voor je voeten’. Vergelijk Hebr. 1:13. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:1; Hebr. 1:13. Zie ook: Ps 110:1; Heb 1:13 **10:14** Want met één offergave heeft Hij voor altijd hen volmaakt die geheiligd worden. Brontekst: μιᾷ (mia) = met één | γὰρ (gar) = want | προσφορᾷ (prosphora) = offergave | τετελείωκεν (teteleioken) = heeft volmaakt | εἰς (eis) = voor | τὸ (to) = het | διηνεκὲς (dienekes) = voortdurend | τοὺς (tous) = degenen | ἁγιαζομένους (hagiazomenous) = die geheiligd worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τετελείωκεν (teteleioken), ‘heeft volmaakt’: voltooide vorm, een volmaaktheid die blijft; ἁγιαζομένους (hagiazomenous), ‘die geheiligd worden’: een tegenwoordige tijd, het gaat om een voortgaande handeling. Het Grieks laat open of dit ‘volmaken’ al volledig is of nog voortgaat; wij vertalen letterlijk. Voetnoot : Zie ook Hebr. 10:10. Zie ook: Heb 10:10 **10:15** Ook de Heilige Geest getuigt ons. Want nadat Hij gezegd heeft: Brontekst: μαρτυρεῖ (martyrei) = getuigt | δὲ (de) = en | ἡμῖν (hemin) = ons | καὶ (kai) = ook | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | τὸ (to) = de | ἅγιον (hagion) = Heilige | μετὰ (meta) = na | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = het | εἰρηκέναι (eirekenai) = gezegd hebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘Want nadat Hij gezegd heeft’ (μετὰ γὰρ τὸ εἰρηκέναι, meta gar to eirekenai) en maakt de zin niet af: de hoofdzin (‘dan zegt Hij …’) ontbreekt, of de zin loopt door in vers 17. Wij laten dat zo staan. De Geest getuigt in de woorden van het Schriftcitaat dat volgt; zie vers 16. Voetnoot : Zie ook Hebr. 3:7. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij εἰρηκέναι (eirekenai), ‘gezegd hebben’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 3:7; Heb 10:16; Heb 10:17 **10:16** **„Dit is het verbond dat Ik na die dagen met hen zal sluiten,** zegt Yahweh. **Ik leg Mijn wetten op hun harten, en op hun gedachten zal Ik ze schrijven,** Brontekst: Αὕτη (Haute) = dit | ἡ (he) = het | διαθήκη (diatheke) = verbond | ἣν (hen) = dat | διαθήσομαι (diathesomai) = Ik zal sluiten | πρὸς (pros) = met | αὐτοὺς (autous) = hen | μετὰ (meta) = na | τὰς (tas) = de | ἡμέρας (hemeras) = dagen | ἐκείνας (ekeinas) = die | λέγει (legei) = zegt | κύριος (kyrios) = Yahweh | διδοὺς (didous) = gevend | νόμους (nomous) = wetten | μου (mou) = Mijn | ἐπὶ (epi) = op | καρδίας (kardias) = harten | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = de | διάνοιαν (dianoian) = gedachten | αὐτῶν (auton) = hun | ἐπιγράψω (epigrapso) = zal Ik schrijven | αὐτούς (autous) = ze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Jer. 31:33–34 (zelfde telling in de app). Het is een toespraak van Yahweh in de eerste persoon: rood, met ‘zegt Yahweh’ zwart. κύριος is hier Yahweh, zoals ons Hebreeuws heeft. Zie ook 8:10–12. Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik leg Mijn wet in hun binnenste, en op hun hart schrijf Ik haar’. De Griekse tekst heeft hier ‘Mijn wetten op hun harten, en op hun gedachten zal Ik ze schrijven’; in 8:10 staat dezelfde aanhaling met ‘in hun gedachten’ en ‘op hun harten’. Hier is het ‘verbond met hen’ (πρὸς αὐτούς, pros autous), in 8:10 ‘met het huis van Israël’. Voetnoot : Zie ook Jer. 31:33; Hebr. 8:10. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τὴν διάνοιαν (ten dianoian), ‘de gedachten’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jer 31:33–34; Heb 8:10 **10:17** **en aan hun zonden en hun wetteloosheden zal Ik beslist niet meer denken.”** Brontekst: καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = de | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = de | ἀνομιῶν (anomion) = wetteloosheden | αὐτῶν (auton) = hun | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | μνησθήσομαι (mnesthesomai) = zal Ik denken | ἔτι (eti) = meer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Slot van de aanhaling uit Jer. 31:34. Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik zal hun schuld vergeven, en aan hun zonde zal Ik niet meer denken’. De Griekse tekst heeft ‘aan hun zonden en hun wetteloosheden zal Ik beslist niet meer denken’. ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’: zoals Rom. 4:7 (Ps. 32:1). Voetnoot : Zie ook Jer. 31:34; Rom. 4:7; Hebr. 8:12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, en bij μνησθήσομαι (mnesthesomai), ‘zal Ik denken’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 32:1; Jer 31:34; Rom 4:7; Heb 8:12 **10:18** Waar vergeving van deze dingen is, is er geen offergave voor zonde meer. Brontekst: ὅπου (hopou) = waar | δὲ (de) = maar | ἄφεσις (aphesis) = vergeving | τούτων (touton) = van deze | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | προσφορὰ (prosphora) = offergave | περὶ (peri) = voor | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄφεσις (afesis), ‘vergeving’; οὐκέτι (ouketi), ‘niet meer’. ‘Van deze’ (τούτων, touton) zijn de zonden en wetteloosheden van vers 17. Daarmee eindigt het betoog over het offer: waar vergeving is, is er geen offergave voor zonde meer nodig. Voetnoot : Zie ook Hebr. 8:12. Zie ook: Heb 8:12; Heb 10:17 ### Laten wij naderen **10:19** Daar wij dus, broers, vrijmoedigheid hebben voor de toegang tot het heiligdom door het bloed van Yeshua, Brontekst: Ἔχοντες (Echontes) = hebbend | οὖν (oun) = dus | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | παρρησίαν (parresian) = vrijmoedigheid | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | εἴσοδον (eisodon) = toegang | τῶν (ton) = van het | ἁγίων (hagion) = heiligdom | ἐν (en) = door | τῷ (to) = het | αἵματι (haimati) = bloed | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Met vers 19 begint het praktische deel. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters in de gemeente; zo ook in 13:22. παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: openlijk spreken, vrije toegang. εἴσοδος (eisodos), ‘toegang’. τὰ ἅγια (ta hagia), ‘het heiligdom’, zoals in 8:2 en 9:24. ‘Door het bloed van Yeshua’ is het middel van de toegang. De verzen 19–22 vormen één Griekse zin: ‘Daar wij … hebben … laten wij naderen.’ Voetnoot : Zie ook Hebr. 4:16; Hebr. 9:12; Hebr. 9:24. Zie ook: Heb 4:16; Heb 9:12; Heb 9:24 **10:20** een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons ingewijd heeft door de voorhang, dat wil zeggen Zijn vlees, Brontekst: ἣν (hen) = die | ἐνεκαίνισεν (enekainisen) = heeft ingewijd | ἡμῖν (hemin) = voor ons | ὁδὸν (hodon) = weg | πρόσφατον (prosphaton) = nieuwe | καὶ (kai) = en | ζῶσαν (zosan) = levende | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | καταπετάσματος (katapetasmatos) = voorhang | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft: ‘een nieuwe en levende weg die Hij voor ons ingewijd heeft door de voorhang, dat wil zeggen Zijn vlees’. πρόσφατος (prosfatos), ‘nieuw, vers’. ἐγκαινίζω (enkainizo), ‘inwijden’, zoals in 9:18. διὰ τοῦ καταπετάσματος (dia tou katapetasmatos), ‘door de voorhang’: het Grieks laat open of ‘Zijn vlees’ de voorhang is (die geopend wordt) of het middel waardoor de weg gaat. De voorhang van het heiligdom: zie 6:19 en 9:3. Voetnoot : Zie ook Hebr. 6:19; Hebr. 9:3; Hebr. 9:8. Zie ook: Heb 6:19; Heb 9:3; Heb 9:8 **10:21** en een grote priester over het huis van Elohim, Brontekst: καὶ (kai) = en | ἱερέα (hierea) = priester | μέγαν (megan) = grote | ἐπὶ (epi) = over | τὸν (ton) = het | οἶκον (oikon) = huis | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἱερεὺς μέγας (hiereus megas), ‘grote priester’: dezelfde persoon als de ἀρχιερεύς, ‘hogepriester’ (4:14). ‘Het huis van Elohim’: zie 3:6. Voetnoot : Zie ook Hebr. 3:6; Hebr. 4:14. Zie ook: Heb 3:6; Heb 4:14 **10:22** laten wij naderen met een waar hart, in volle zekerheid van geloof. Onze harten zijn besprenkeld en vrij van een boos geweten, en ons lichaam is gewassen met rein water. Brontekst: προσερχώμεθα (proserchometha) = laten wij naderen | μετὰ (meta) = met | ἀληθινῆς (alethines) = waar | καρδίας (kardias) = hart | ἐν (en) = in | πληροφορίᾳ (plerophoria) = volle zekerheid | πίστεως (pisteos) = van geloof | ῥεραντισμένοι (rherantismenoi) = besprenkeld | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | ἀπὸ (apo) = van | συνειδήσεως (syneideseos) = geweten | πονηρᾶς (poneras) = boos | καὶ (kai) = en | λελουσμένοι (lelousmenoi) = gewassen | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | ὕδατι (hydati) = met water | καθαρῷ (katharo) = rein Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσέρχομαι (proserchomai), ‘naderen’: het werkwoord van 4:16. πληροφορία (plerofhoria), ‘volle zekerheid’. ῥαντίζω (rantizo), ‘besprenkelen’: zie 9:13, 19, 21. ‘Rein water’ (ὕδωρ καθαρόν, hydor katharon) herinnert aan Ezech. 36:25 (‘Ik zal rein water over jullie sprenkelen’) en aan het wassen van de priesters in Lev. 8:6. Het Grieks heeft de deelwoorden ‘besprenkeld’ en ‘gewassen’ bij het onderwerp ‘wij’; wij maken er twee korte zinnen van zonder iets toe te voegen. Voetnoot : Zie ook Ezech. 36:25; Lev. 8:6; Hebr. 4:16; Hebr. 9:13; Tit. 3:5. Zie ook: Lev 8:6; Ezech 36:25; Tit 3:5; Heb 4:16; Heb 9:13 **10:23** Laten wij de belijdenis van de hoop onwankelbaar vasthouden, want Hij die beloofd heeft, is trouw. Brontekst: κατέχωμεν (katechomen) = laten wij vasthouden | τὴν (ten) = de | ὁμολογίαν (homologian) = belijdenis | τῆς (tes) = van de | ἐλπίδος (elpidos) = hoop | ἀκλινῆ (akline) = onwankelbaar | πιστὸς (pistos) = trouw | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = Hij | ἐπαγγειλάμενος (epangeilamenos) = die beloofd heeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμολογία (homologia), ‘belijdenis’: zoals in 3:1 en 4:14. ἀκλινής (aklines), ‘onwankelbaar’: niet buigend, niet overhellend. ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘beloven’: ‘Hij die beloofd heeft’ is Elohim, zoals in 6:13–18. Voetnoot : Zie ook Hebr. 3:1; Hebr. 4:14; Hebr. 6:13–18. Zie ook: Heb 3:1; Heb 4:14; Heb 6:13–18 **10:24** Laten wij op elkaar letten om elkaar aan te sporen tot liefde en goede werken, Brontekst: καὶ (kai) = en | κατανοῶμεν (katanoomen) = laten wij letten op | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | εἰς (eis) = tot | παροξυσμὸν (paroxysmon) = aansporing | ἀγάπης (agapes) = van liefde | καὶ (kai) = en | καλῶν (kalon) = goede | ἔργων (ergon) = werken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατανοέω (katanoeo), ‘letten op, aandachtig bekijken’. παροξυσμός (paroxysmos), ‘aansporing’: het Griekse woord wijst op een prikkel; hier ten goede, naar liefde en goede werken. **10:25** en onze eigen samenkomst niet verlaten, zoals sommigen gewoon zijn, maar elkaar bemoedigen. Doe dat des te meer, naarmate jullie de dag zien naderen. Brontekst: μὴ (me) = niet | ἐγκαταλείποντες (enkataleipontes) = verlatend | τὴν (ten) = de | ἐπισυναγωγὴν (episynagogen) = samenkomst | ἑαυτῶν (heauton) = onze eigen | καθὼς (kathos) = zoals | ἔθος (ethos) = gewoonte | τισίν (tisin) = bij sommigen | ἀλλὰ (alla) = maar | παρακαλοῦντες (parakalountes) = bemoedigend | καὶ (kai) = en | τοσούτῳ (tosouto) = zoveel | μᾶλλον (mallon) = meer | ὅσῳ (hoso) = naarmate | βλέπετε (blepete) = jullie zien | ἐγγίζουσαν (engizousan) = naderend | τὴν (ten) = de | ἡμέραν (hemeran) = dag Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπισυναγωγή (episynagoge), ‘samenkomst’: letterlijk ‘bijeenkomen’; zoals 2 Tess. 2:1 het ‘bijeenkomen bij Hem’ noemt. ‘Onze eigen samenkomst’: de samenkomst van de gelovigen onder elkaar. ‘De dag’ (ἡ ἡμέρα, he hemera) is de dag van de komst van de Heer, de ‘dag van de Heer’ uit de profeten; het Grieks zegt niet meer. Het Grieks gaat hier van ‘wij’ over op ‘jullie’ (βλέπετε, blepete). Voetnoot : Zie ook 2 Tess. 2:1; 1 Kor. 3:13; 1 Tess. 5:4. Zie ook: 1 Tess 5:4; 2 Tess 2:1; 1 Kor 3:13 ### Opzettelijk zondigen **10:26** Want als wij opzettelijk zondigen nadat wij de volle kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er voor zonden geen offer meer over, Brontekst: Ἑκουσίως (Hekousios) = opzettelijk | γὰρ (gar) = want | ἁμαρτανόντων (hamartanonton) = zondigend | ἡμῶν (hemon) = wij | μετὰ (meta) = na | τὸ (to) = het | λαβεῖν (labein) = ontvangen | τὴν (ten) = de | ἐπίγνωσιν (epignosin) = volle kennis | τῆς (tes) = van de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | περὶ (peri) = voor | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | ἀπολείπεται (apoleipetai) = blijft over | θυσία (thysia) = offer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἑκουσίως (hekousios), ‘opzettelijk, vrijwillig’. ἁμαρτανόντων (hamartanonton), ‘zondigend’: een tegenwoordig deelwoord; het kan gaan om voortdurend, gewoontegetrouw zondigen. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’. Het vers stelt opzettelijk zondigen tegenover zonden per vergissing (Lev. 4:2; zie ook 9:7); Num. 15:27–31 maakt hetzelfde onderscheid. Zie ook 6:4–8. Voetnoot : Zie ook Hebr. 6:4–8; Num. 15:27–31; Lev. 4:2. Zie ook: Lev 4:2; Num 15:27–31; Heb 6:4–8 **10:27** maar wel een vreeswekkende verwachting van oordeel en een ijver van vuur, die de tegenstanders zal verteren. Brontekst: φοβερὰ (phobera) = vreeswekkende | δέ (de) = maar | τις (tis) = enige | ἐκδοχὴ (ekdoche) = verwachting | κρίσεως (kriseos) = van oordeel | καὶ (kai) = en | πυρὸς (pyros) = van vuur | ζῆλος (zelos) = ijver | ἐσθίειν (esthiein) = te verteren | μέλλοντος (mellontos) = die staat | τοὺς (tous) = de | ὑπεναντίους (hypenantious) = tegenstanders Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκδοχή (ekdoche), ‘verwachting, het uitzien’. φοβερός (foberos), ‘vreeswekkend’. ζῆλος πυρός (zelos pyros), ‘ijver van vuur’: de heilige ijver van Elohim, die als vuur is. Het beeld herinnert aan Jes. 26:11 (‘het vuur voor Uw vijanden zal hen verteren’). ὑπεναντίος (hypenantios), ‘tegenstander’. Voetnoot : Zie ook Jes. 26:11; Hebr. 12:29. Zie ook: Jes 26:11; Heb 12:29 **10:28** Wie de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, sterft zonder ontferming op het woord van twee of drie getuigen. Brontekst: ἀθετήσας (athetesas) = terzijde gesteld hebbend | τις (tis) = iemand | νόμον (nomon) = wet | Μωϋσέως (Moyseos) = van Mozes | χωρὶς (choris) = zonder | οἰκτιρμῶν (oiktirmon) = ontferming | ἐπὶ (epi) = op | δυσὶν (dysin) = twee | ἢ (e) = of | τρισὶν (trisin) = drie | μάρτυσιν (martysin) = getuigen | ἀποθνῄσκει (apothneskei) = sterft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀθετέω (atheteo), ‘terzijde stellen, verwerpen’: iets ongeldig verklaren. οἰκτιρμοί (oiktirmoi), ‘ontferming’. De regel van de twee of drie getuigen staat in Deut. 17:6 (waar het om afgoderij gaat, Deut. 17:2–5) en Deut. 19:15. Voetnoot : Zie ook Deut. 17:2–7; Deut. 19:15. Zie ook: Deut 17:2–5; Deut 17:6; Deut 19:15 **10:29** Hoeveel zwaardere straf, denken jullie, zal hij waard geacht worden? Hij heeft de Zoon van Elohim met voeten getreden. Hij heeft het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd is, als gewoon beschouwd. En hij heeft de Geest van de genade beledigd. Brontekst: πόσῳ (poso) = hoeveel | δοκεῖτε (dokeite) = denken jullie | χείρονος (cheironos) = zwaardere | ἀξιωθήσεται (axiothesetai) = zal waard geacht worden | τιμωρίας (timorias) = straf | ὁ (ho) = hij die | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καταπατήσας (katapatesas) = met voeten heeft getreden | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | τῆς (tes) = van het | διαθήκης (diathekes) = verbond | κοινὸν (koinon) = gewoon | ἡγησάμενος (hegesamenos) = heeft geacht | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = waardoor | ἡγιάσθη (hegiasthe) = hij werd geheiligd | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | τῆς (tes) = van de | χάριτος (charitos) = genade | ἐνυβρίσας (enybrisas) = heeft beledigd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταπατέω (katapateo), ‘met voeten treden’. κοινός (koinos), ‘gewoon, onrein’: iets wat niet heilig is; zoals Rom. 14:14. ἡγιάσθη (hegiasthe), ‘hij werd geheiligd’: het Grieks laat open wie geheiligd is (de afvallige, zoals wij vertalen, of de Zoon); wij volgen de eerste lezing. ἐνυβρίζω (enybrizo), ‘beledigen, smaden’. ‘De Geest van de genade’ herinnert aan Zach. 12:10 (‘een geest van genade en smeking’). τιμωρία (timoria), ‘straf’. Voetnoot : Zie ook Zach. 12:10; Hebr. 6:6; Hebr. 9:13–14. Zie ook: Zach 12:10; Rom 14:14; Heb 6:6; Heb 9:13–14 **10:30** Want wij kennen Hem die gezegd heeft: **„Mij komt de wraak toe, Ik zal vergelden.”** En opnieuw: „Yahweh zal Zijn volk oordelen.” Brontekst: οἴδαμεν (oidamen) = wij kennen | γὰρ (gar) = want | τὸν (ton) = Hem | εἰπόντα (eiponta) = die gezegd heeft | Ἐμοὶ (Emoi) = aan Mij | ἐκδίκησις (ekdikesis) = wraak | ἐγὼ (ego) = Ik | ἀνταποδώσω (antapodoso) = zal vergelden | καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = opnieuw | Κρινεῖ (Krinei) = zal oordelen | κύριος (kyrios) = Yahweh | τὸν (ton) = het | λαὸν (laon) = volk | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Twee aanhalingen van Deut. 32:35–36 (Hebreeuwse telling; zelfde in NL). Ons Hebreeuws heeft: ‘Mij komen wraak en vergelding toe’. De Griekse tekst heeft ‘Mij komt de wraak toe, Ik zal vergelden’, zoals ook Rom. 12:19. Het is een toespraak van Elohim in de eerste persoon: rood. Het tweede citaat, ‘Yahweh zal Zijn volk oordelen’, is de aanhaling van Deut. 32:36 (ons Hebreeuws: ‘Yahweh zal recht doen aan Zijn volk’); hier spreekt de schrijver over Yahweh, dus zwart. κύριος is hier Yahweh. ἐκδίκησις (ekdikesis), ‘wraak’: ook ‘recht doen’, ‘vergelding’. Voetnoot : Zie ook Deut. 32:35–36; Rom. 12:19. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀνταποδώσω (antapodoso), ‘Ik zal vergelden’, een variant, en bij Κρινεῖ κύριος (Krinei kyrios), ‘Yahweh zal oordelen’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Deut 32:35–36; Deut 32:36; Rom 12:19 **10:31** Het is vreselijk te vallen in de handen van de levende Elohim. Brontekst: φοβερὸν (phoberon) = vreselijk | τὸ (to) = het | ἐμπεσεῖν (empesein) = vallen | εἰς (eis) = in | χεῖρας (cheiras) = handen | θεοῦ (theou) = van Elohim | ζῶντος (zontos) = levende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐμπίπτω (empipto), ‘vallen in’. ‘De handen van de levende Elohim’ herinnert aan 2 Sam. 24:14 (‘laat ons toch in de hand van Yahweh vallen’). ‘De levende Elohim’ staat ook in 3:12, 9:14 en 12:22. Voetnoot : Zie ook 2 Sam. 24:14; Hebr. 3:12. Zie ook: 2 Sam 24:14; Heb 3:12 ### Houd vol in het geloof **10:32** Denk terug aan de vroegere dagen, waarin jullie, toen jullie verlicht waren, een zware strijd van lijden hebben doorstaan, Brontekst: Ἀναμιμνῄσκεσθε (Anamimneskesthe) = denk terug | δὲ (de) = maar | τὰς (tas) = de | πρότερον (proteron) = vroegere | ἡμέρας (hemeras) = dagen | ἐν (en) = in | αἷς (hais) = welke | φωτισθέντες (photisthentes) = verlicht geworden | πολλὴν (pollen) = grote | ἄθλησιν (athlesin) = strijd | ὑπεμείνατε (hypemeinate) = hebben doorstaan | παθημάτων (pathematon) = van lijden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναμιμνῄσκομαι (anamimnesko), ‘terugdenken aan, zich herinneren’. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’: zoals in 6:4. ἄθλησις (athlesis), ‘strijd’: het woord komt uit de wedstrijden; hier een strijd van lijden. ὑπομένω (hypomeno), ‘volharden’, ‘doorstaan’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 6:4. Zie ook: Heb 6:4 **10:33** enerzijds doordat jullie door smaad en verdrukkingen tot schouwspel gemaakt werden, anderzijds doordat jullie deelgenoten werden van hen die zo leefden. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | μὲν (men) = enerzijds | ὀνειδισμοῖς (oneidismois) = door smaad | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = en | θλίψεσιν (thlipsesin) = verdrukkingen | θεατριζόμενοι (theatrizomenoi) = tot schouwspel gemaakt | τοῦτο (touto) = dit | δὲ (de) = anderzijds | κοινωνοὶ (koinonoi) = deelgenoten | τῶν (ton) = van degenen | οὕτως (houtos) = zo | ἀναστρεφομένων (anastrephomenon) = die leefden | γενηθέντες (genethentes) = geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεατρίζω (theatrizo), ‘tot schouwspel maken’: openlijk blootstellen, als in een theater (θέατρον). ὀνειδισμός (oneidismos), ‘smaad’; θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. κοινωνοί (koinonoi), ‘deelgenoten’. Het Grieks heeft τοῦτο μέν … τοῦτο δέ (touto men … touto de), ‘dit enerzijds … dat anderzijds’. **10:34** Want jullie hebben meegeleden met de gevangenen. De roof van jullie bezittingen hebben jullie met vreugde aanvaard, want jullie wisten dat jullie zelf een betere en blijvende bezitting hebben. Brontekst: καὶ (kai) = en | γὰρ (gar) = want | τοῖς (tois) = met de | δεσμίοις (desmiois) = gevangenen | συνεπαθήσατε (synepathesate) = hebben meegeleden | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ἁρπαγὴν (harpagen) = roof | τῶν (ton) = van de | ὑπαρχόντων (hyparchonton) = bezittingen | ὑμῶν (hymon) = jullie | μετὰ (meta) = met | χαρᾶς (charas) = vreugde | προσεδέξασθε (prosedexasthe) = hebben aanvaard | γινώσκοντες (ginoskontes) = wetend | ἔχειν (echein) = te hebben | ἑαυτοὺς (heautous) = zelf | κρείττονα (kreittona) = betere | ὕπαρξιν (hyparxin) = bezitting | καὶ (kai) = en | μένουσαν (menousan) = blijvende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δέσμιος (desmios), ‘gevangene’; ἁρπαγή (harpage), ‘roof’; ὕπαρξις (hyparxis), ‘bezit’. De brief zegt niet wie de gevangenen waren of wie de bezittingen roofde. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij δεσμίοις (desmiois), ‘gevangenen’, ἑαυτούς (heautous), ‘zelf’, en ὕπαρξιν (hyparxin), ‘bezitting’, varianten. Wij volgen de SBLGNT. **10:35** Werp dus jullie vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning heeft. Brontekst: μὴ (me) = niet | ἀποβάλητε (apobalete) = werp weg | οὖν (oun) = dus | τὴν (ten) = de | παρρησίαν (parresian) = vrijmoedigheid | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἥτις (hetis) = die | ἔχει (echei) = heeft | μεγάλην (megalen) = grote | μισθαποδοσίαν (misthapodosian) = beloning Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’, zoals in vers 19 en in 3:6. μισθαποδοσία (misthapodosia), ‘beloning’: het uitbetaalde loon. Voetnoot : Zie ook Hebr. 3:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μεγάλην μισθαποδοσίαν (megalen misthapodosian), ‘grote beloning’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 3:6; Heb 10:19 **10:36** Want jullie hebben volharding nodig, opdat jullie, wanneer jullie de wil van Elohim gedaan hebben, de belofte ontvangen. Brontekst: ὑπομονῆς (hypomones) = volharding | γὰρ (gar) = want | ἔχετε (echete) = hebben jullie | χρείαν (chreian) = nodig | ἵνα (hina) = opdat | τὸ (to) = de | θέλημα (thelema) = wil | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ποιήσαντες (poiesantes) = gedaan hebbend | κομίσησθε (komisesthe) = jullie ontvangt | τὴν (ten) = de | ἐπαγγελίαν (epangelian) = belofte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’; κομίζομαι (komizomai), ‘ontvangen, verkrijgen’. ‘De belofte’ is de belofte van Elohim, zoals in 6:12–15 en 11:39. Voetnoot : Zie ook Hebr. 6:12; Hebr. 11:39. Zie ook: Heb 6:12; Heb 11:39 **10:37** Want **„nog een zeer korte tijd, en Hij die komt, zal komen en niet talmen.** Brontekst: ἔτι (eti) = nog | γὰρ (gar) = want | μικρὸν (mikron) = zeer korte tijd | ὅσον (hoson) = zo | ὅσον (hoson) = zo | ὁ (ho) = Hij | ἐρχόμενος (erchomenos) = die komt | ἥξει (hexei) = zal komen | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | χρονίσει (chronisei) = zal talmen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vanaf hier tot en met vers 38 een aanhaling uit Hab. 2:3–4 (Hebreeuwse telling; zelfde in NL), met bijvoeging van ‘nog een zeer korte tijd’ (ὅσον ὅσον, hoson hoson), een uitdrukking als in Jes. 26:20 (‘voor heel even’). Het is een toespraak van Yahweh in de eerste persoon (Hab. 2:2: ‘Yahweh antwoordde mij’): wij maken ze rood. Ons Hebreeuws heeft: ‘Als het draalt, wacht erop, want het komt zeker, het komt niet te laat’ (het visioen). De Griekse tekst heeft: ‘Hij die komt, zal komen en niet talmen’: een persoon, ὁ ἐρχόμενος (ho erchomenos), ‘Hij die komt’. χρονίζω (chronizo), ‘talmen, uitblijven’. Voetnoot : Zie ook Hab. 2:3; Jes. 26:20; Matt. 11:3. Zie ook: Jes 26:20; Hab 2:2; Hab 2:3–4; Mat 11:3; Heb 10:38 **10:38** **Mijn rechtvaardige zal uit geloof leven. En als hij terugdeinst, heeft Mijn ziel geen behagen in hem.”** Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | δίκαιός (dikaios) = rechtvaardige | μου (mou) = Mijn | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | ζήσεται (zesetai) = zal leven | καὶ (kai) = en | ἐὰν (ean) = als | ὑποστείληται (hyposteiletai) = hij terugdeinst | οὐκ (ouk) = niet | εὐδοκεῖ (eudokei) = behagen heeft | ἡ (he) = de | ψυχή (psyche) = ziel | μου (mou) = Mijn | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vervolg van Hab. 2:4. Ons Hebreeuws heeft: ‘Zie, opgeblazen, niet recht is zijn ziel in hem. Maar de rechtvaardige zal leven door zijn trouw.’ De Griekse tekst zet de zinsdelen in een andere volgorde: ‘Mijn rechtvaardige zal uit geloof leven, en als hij terugdeinst, heeft Mijn ziel geen behagen in hem’. Hij voegt ‘Mijn’ toe bij ‘rechtvaardige’, heeft ‘geloof’ (πίστις, pistis) waar ons Hebreeuws ‘trouw’ (אֱמוּנָה, emunah) heeft en ‘Mijn ziel’ waar het Hebreeuws ‘zijn ziel’ heeft. ὑποστέλλω (hypostello), ‘terugdeinzen, zich terugtrekken’. Zie ook Rom. 1:17 en Gal. 3:11, waar dezelfde woorden zonder ‘Mijn’ staan. Voetnoot : Zie ook Hab. 2:4; Rom. 1:17; Gal. 3:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μου (mou), ‘Mijn’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hab 2:4; Gal 3:11; Rom 1:17 **10:39** Wij echter horen niet bij het terugdeinzen dat tot verderf leidt, maar bij het geloof dat de ziel behoudt. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐσμὲν (esmen) = zijn | ὑποστολῆς (hypostoles) = van het terugdeinzen | εἰς (eis) = tot | ἀπώλειαν (apoleian) = verderf | ἀλλὰ (alla) = maar | πίστεως (pisteos) = van geloof | εἰς (eis) = tot | περιποίησιν (peripoiesin) = behoud | ψυχῆς (psyches) = van de ziel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑποστολή (hypostole), ‘het terugdeinzen’; ἀπώλεια (apoleia), ‘verderf’; περιποίησις (peripoiesis), ‘behoud, verwerving’; ψυχή (psyche), ‘ziel’: ook ‘leven’, het hele mensenleven. Het Grieks heeft ‘wij zijn niet van het terugdeinzen tot verderf, maar van het geloof tot behoud van de ziel’; wij vertalen ‘horen niet bij … maar bij …’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 10:38. Zie ook: Heb 10:38 ## Hebreeën 11 _Wat geloof is, en de wolk van getuigen van Abel tot de profeten_ ### Wat geloof is **11:1** Nu is geloof de grondslag van wat men hoopt, het bewijs van dingen die men niet ziet. Brontekst: Ἔστιν (Estin) = is | δὲ (de) = nu | πίστις (pistis) = geloof | ἐλπιζομένων (elpizomenon) = van wat gehoopt wordt | ὑπόστασις (hypostasis) = grondslag | πραγμάτων (pragmaton) = van dingen | ἔλεγχος (elenchos) = bewijs | οὐ (ou) = niet | βλεπομένων (blepomenon) = van wat gezien wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers is geen sluitende bepaling maar een omschrijving van wat geloof doet. ὑπόστασις (hypostasis), ‘grondslag’: letterlijk ‘wat eronder staat’; het woord betekent ook ‘zekerheid’ en ‘wezen’ (zoals in 1:3). Het Grieks laat open of de ‘grondslag’ de werkelijkheid zelf is of de zekerheid die geloof geeft; wij vertalen ‘grondslag’. ἔλεγχος (elenchos), ‘bewijs’: ook ‘overtuiging’, het aantonen van wat niet zichtbaar is. Het Grieks heeft geen lidwoord bij πίστις (pistis), ‘geloof’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 1:3; Hebr. 3:14; Hebr. 10:38–39. Zie ook: Heb 1:3; Heb 3:14; Heb 10:38–39 **11:2** Want daardoor hebben de ouderen getuigenis ontvangen. Brontekst: ἐν (en) = in | ταύτῃ (taute) = deze | γὰρ (gar) = want | ἐμαρτυρήθησαν (emartyrethesan) = kregen getuigenis | οἱ (hoi) = de | πρεσβύτεροι (presbyteroi) = ouderen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘ouderen’: de mensen van vroeger, de gelovigen uit het OT; hier geen ambtsdragers. μαρτυρέω (martyreo), ‘getuigen’: het lijdende ἐμαρτυρήθησαν (emartyrethesan) betekent ‘zij kregen getuigenis’, dat is: Elohim getuigde in hun voordeel (vers 4, 5, 39). Voetnoot : Zie ook Hebr. 11:39. Zie ook: Heb 11:4; Heb 11:5; Heb 11:39 **11:3** Door geloof begrijpen wij dat de eeuwen door het woord van Elohim gevormd zijn, zodat wat men ziet, niet uit zichtbare dingen is ontstaan. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | νοοῦμεν (nooumen) = begrijpen wij | κατηρτίσθαι (katertisthai) = gevormd te zijn | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | ῥήματι (rhemati) = door woord | θεοῦ (theou) = van Elohim | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | ἐκ (ek) = uit | φαινομένων (phainomenon) = zichtbare dingen | τὸ (to) = het | βλεπόμενον (blepomenon) = geziene | γεγονέναι (gegonenai) = ontstaan te zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: αἰών (aion), ‘eeuw, wereldtijd’: de wereld met haar tijd, zoals in 1:2. καταρτίζω (katartizo), ‘in orde brengen, vormen’: hetzelfde werkwoord als in 10:5 (‘bereid’) en 13:21 (‘toerusten’). ῥῆμα θεοῦ (rema theou), ‘woord van Elohim’. Het Grieks zegt: ‘dat wat gezien wordt niet uit verschijnende dingen is ontstaan’. Voetnoot : Zie ook Gen. 1:1–3; Ps. 33:6; Ps. 33:9; Hebr. 1:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τὸ βλεπόμενον (to blepomenon), ‘wat men ziet’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 1:1–3; Ps 33:6; Ps 33:9; Heb 1:2 ### Abel, Henoch en Noach **11:4** Door geloof bood Abel Elohim een groter offer aan dan Kaïn. Daardoor ontving hij het getuigenis dat hij rechtvaardig was, doordat Elohim zelf over zijn gaven getuigde. En daardoor spreekt hij nog, hoewel hij gestorven is. Brontekst: Πίστει (Pistei) = door geloof | πλείονα (pleiona) = groter | θυσίαν (thysian) = offer | Ἅβελ (Habel) = Abel | παρὰ (para) = dan | Κάϊν (Kain) = Kaïn | προσήνεγκεν (prosenenken) = bood aan | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | δι’ (di’) = door | ἧς (hes) = welke | ἐμαρτυρήθη (emartyrethe) = kreeg getuigenis | εἶναι (einai) = te zijn | δίκαιος (dikaios) = rechtvaardig | μαρτυροῦντος (martyrountos) = getuigend | ἐπὶ (epi) = over | τοῖς (tois) = de | δώροις (dorois) = gaven | αὐτοῦ (autou) = zijn | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | δι’ (di’) = door | αὐτῆς (autes) = haar | ἀποθανὼν (apothanon) = gestorven zijnd | ἔτι (eti) = nog | λαλεῖ (lalei) = spreekt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Gen. 4:3–10. πλείων (pleion), ‘groter, meer’: het Griekse woord is hier niet ‘beter’ (κρείττων); de brief zegt niet waarin het offer ‘groter’ was. ‘Door welke’ (δι’ ἧς, di’ hes): het Griekse woord is vrouwelijk en kan op ‘geloof’ of op ‘offer’ wijzen; wij schrijven ‘daardoor’. In Gen. 4:4 ziet Yahweh Abel en zijn offergave vriendelijk aan; dat is het ‘getuigen over zijn gaven’. ‘Hij spreekt nog’: zie Gen. 4:10 (‘het bloed van je broer schreeuwt naar Mij’) en Hebr. 12:24. Kaïn staat in het Grieks als Κάϊν (Kain). Voetnoot : Zie ook Gen. 4:4; Gen. 4:10; Hebr. 12:24; Matt. 23:35. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij λαλεῖ (lalei), ‘spreekt’, een variant en bij τοῦ θεοῦ (tou theou), ‘Elohim’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 4:3–10; Gen 4:4; Gen 4:10; Mat 23:35; Heb 12:24 **11:5** Door geloof werd Henoch weggenomen, zodat hij de dood niet zou zien. En hij werd niet gevonden, omdat Elohim hem weggenomen had. Want vóór zijn wegneming is van hem getuigd dat hij Elohim behaagd had. Brontekst: Πίστει (Pistei) = door geloof | Ἑνὼχ (Henoch) = Henoch | μετετέθη (metetethe) = werd weggenomen | τοῦ (tou) = om | μὴ (me) = niet | ἰδεῖν (idein) = te zien | θάνατον (thanaton) = dood | καὶ (kai) = en | οὐχ (ouch) = niet | ηὑρίσκετο (heyrisketo) = werd gevonden | διότι (dioti) = omdat | μετέθηκεν (metetheken) = had weggenomen | αὐτὸν (auton) = hem | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | πρὸ (pro) = vóór | γὰρ (gar) = want | τῆς (tes) = de | μεταθέσεως (metatheseos) = wegneming | μεμαρτύρηται (memartyretai) = is getuigd | εὐαρεστηκέναι (euarestekenai) = behaagd te hebben | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Gen. 5:21–24. μετατίθημι (metatithemi), ‘wegnemen, overbrengen’: in Gen. 5:24 staat ‘Elohim nam hem weg’. ‘Hij werd niet gevonden’: ons Hebreeuws heeft ‘hij was er niet meer’. εὐαρεστέω (euaresteo), ‘behagen’: ons Hebreeuws heeft ‘Henoch wandelde met Elohim’; de brief zegt ‘van hem is getuigd dat hij Elohim behaagd had’. Over Henoch vertellen ook de aanvullende geschriften. Voetnoot : Zie ook Gen. 5:24; Henoch 12:1; Jubileeën 4:23. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μεταθέσεως (metatheseos), ‘wegneming’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 5:21–24; Gen 5:24; Hen 12:1; Jub 4:23 **11:6** Zonder geloof is het onmogelijk Elohim te behagen. Want wie tot Elohim komt, moet geloven dat Hij is en dat Hij een beloner wordt voor hen die Hem zoeken. Brontekst: χωρὶς (choris) = zonder | δὲ (de) = maar | πίστεως (pisteos) = geloof | ἀδύνατον (adynaton) = onmogelijk | εὐαρεστῆσαι (euarestesai) = te behagen | πιστεῦσαι (pisteusai) = geloven | γὰρ (gar) = want | δεῖ (dei) = moet | τὸν (ton) = degene | προσερχόμενον (proserchomenon) = die nadert | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | ὅτι (hoti) = dat | ἔστιν (estin) = Hij is | καὶ (kai) = en | τοῖς (tois) = aan hen | ἐκζητοῦσιν (ekzetousin) = die zoeken | αὐτὸν (auton) = Hem | μισθαποδότης (misthapodotes) = beloner | γίνεται (ginetai) = Hij wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐαρεστέω (euaresteo), ‘behagen’, zoals in vers 5. προσέρχομαι (proserchomai), ‘nadert’, het werkwoord van 4:16 en 10:22. ἐκζητέω (ekzeteo), ‘zoeken’: met nadruk, ‘opzoeken’. μισθαποδότης (misthapodotes), ‘beloner’: verwant met μισθαποδοσία (misthapodosia), ‘beloning’ in 10:35 en 11:26. Voetnoot : Zie ook Jer. 29:13; Deut. 4:29; Hebr. 10:35. Zie ook: Deut 4:29; Jer 29:13; Heb 10:35; Heb 11:5 **11:7** Door geloof bouwde Noach, gewaarschuwd over wat nog niet gezien werd, uit ontzag een ark tot redding van zijn huis. Daardoor veroordeelde hij de wereld, en hij werd erfgenaam van de gerechtigheid die naar het geloof is. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | χρηματισθεὶς (chrematistheis) = gewaarschuwd | Νῶε (Noe) = Noach | περὶ (peri) = over | τῶν (ton) = de | μηδέπω (medepo) = nog niet | βλεπομένων (blepomenon) = geziene dingen | εὐλαβηθεὶς (eulabetheis) = uit ontzag | κατεσκεύασεν (kateskeuasen) = bouwde | κιβωτὸν (kiboton) = ark | εἰς (eis) = tot | σωτηρίαν (soterian) = redding | τοῦ (tou) = van het | οἴκου (oikou) = huis | αὐτοῦ (autou) = zijn | δι’ (di’) = door | ἧς (hes) = welke | κατέκρινεν (katekrinen) = veroordeelde hij | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van de | κατὰ (kata) = naar | πίστιν (pistin) = geloof | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | ἐγένετο (egeneto) = werd | κληρονόμος (kleronomos) = erfgenaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Gen. 6:9–22; 7:1. χρηματίζω (chrematizo), ‘waarschuwen’: zoals in 8:5. εὐλαβέομαι (eulabeomai), ‘uit ontzag handelen, voorzichtig zijn’. ‘Hij veroordeelde de wereld’: zijn handelen stond tegenover dat van de wereld. ‘De gerechtigheid die naar het geloof is’: δικαιοσύνη κατὰ πίστιν (dikaiosyne kata pistin); Gen. 6:9 noemt Noach ‘rechtvaardig’. Voetnoot : Zie ook Gen. 6:9; Gen. 6:13–22; Gen. 7:1. Zie ook: Gen 6:9–22; Gen 6:13–22; Gen 7:1 ### Abraham en Sarah, vreemdelingen op weg naar de stad **11:8** Door geloof gehoorzaamde Abraham, toen hij geroepen werd, door uit te gaan naar een plaats die hij als erfenis zou ontvangen. Hij ging uit zonder te weten waarheen hij ging. Brontekst: Πίστει (Pistei) = door geloof | καλούμενος (kaloumenos) = geroepen wordend | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ὑπήκουσεν (hypekousen) = gehoorzaamde | ἐξελθεῖν (exelthein) = uit te gaan | εἰς (eis) = naar | τόπον (topon) = plaats | ὃν (hon) = die | ἤμελλεν (emellen) = hij zou | λαμβάνειν (lambanein) = ontvangen | εἰς (eis) = als | κληρονομίαν (kleronomian) = erfenis | καὶ (kai) = en | ἐξῆλθεν (exelthen) = ging uit | μὴ (me) = niet | ἐπιστάμενος (epistamenos) = wetend | ποῦ (pou) = waarheen | ἔρχεται (erchetai) = hij gaat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Gen. 12:1–4. De brief gebruikt de naam Abraham, die hij pas in Gen. 17:5 krijgt (daarvoor heet hij Abram). κληρονομία (kleronomia), ‘erfenis’. Het Grieks heeft ‘gehoorzaamde door uit te gaan’ (ὑπήκουσεν ἐξελθεῖν, hypekousen exelthein). Voetnoot : Zie ook Gen. 12:1–5; Gen. 17:5; Hand. 7:2–4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij Πίστει (Pistei), ‘Door geloof’, en bij τόπον (topon), ‘plaats’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 12:1–4; Gen 17:5; Hand 7:2–4 **11:9** Door geloof verbleef hij als vreemdeling in het land van de belofte, als in een land dat niet van hem was. Hij woonde in tenten, met Isaak en Jakob, de mede-erfgenamen van dezelfde belofte. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | παρῴκησεν (parokesen) = verbleef als vreemdeling | εἰς (eis) = in | γῆν (gen) = land | τῆς (tes) = van de | ἐπαγγελίας (epangelias) = belofte | ὡς (hos) = als | ἀλλοτρίαν (allotrian) = vreemd | ἐν (en) = in | σκηναῖς (skenais) = tenten | κατοικήσας (katoikesas) = wonend | μετὰ (meta) = met | Ἰσαὰκ (Isaak) = Isaak | καὶ (kai) = en | Ἰακὼβ (Iakob) = Jakob | τῶν (ton) = de | συγκληρονόμων (synkleronomon) = mede-erfgenamen | τῆς (tes) = van de | ἐπαγγελίας (epangelias) = belofte | τῆς (tes) = de | αὐτῆς (autes) = dezelfde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παροικέω (paroikeo), ‘als vreemdeling verblijven’: ‘vreemdeling en bijwoner’ is wat Abraham zich in Gen. 23:4 noemt. σκηναῖς (skenais), ‘tenten’: gewone tenten, anders dan de σκηνή van 8:2. συγκληρονόμοι (synkleronomoi), ‘mede-erfgenamen’. Voetnoot : Zie ook Gen. 12:8; Gen. 13:18; Gen. 23:4; Gen. 26:3; Gen. 35:12. Zie ook: Gen 12:8; Gen 13:18; Gen 23:4; Gen 26:3; Gen 35:12 **11:10** Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan Elohim de ontwerper en bouwer is. Brontekst: ἐξεδέχετο (exedecheto) = verwachtte hij | γὰρ (gar) = want | τὴν (ten) = de | τοὺς (tous) = die | θεμελίους (themelious) = fundamenten | ἔχουσαν (echousan) = heeft | πόλιν (polin) = stad | ἧς (hes) = waarvan | τεχνίτης (technites) = ontwerper | καὶ (kai) = en | δημιουργὸς (demiourgos) = bouwer | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεμέλιοι (themelioi), ‘fundamenten’: tegenover de tenten van vers 9. τεχνίτης (technites), ‘ontwerper, vakman’, δημιουργός (demiourgos), ‘bouwer, maker’. De stad is die van vers 16: het hemelse Jeruzalem (12:22) en de toekomstige stad (13:14). Voetnoot : Zie ook Hebr. 12:22; Hebr. 13:14. Zie ook: Heb 11:9; Heb 11:16; Heb 12:22; Heb 13:14 **11:11** Door geloof ontving ook Sarah zelf kracht om zaad te ontvangen. Dat was zelfs voorbij de tijd van haar leeftijd, omdat zij Hem die beloofd had, trouw achtte. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | καὶ (kai) = ook | αὐτῇ (aute) = zelf | Σάρρᾳ (Sarra) = Sarah | δύναμιν (dynamin) = kracht | εἰς (eis) = tot | καταβολὴν (katabolen) = ontvangen | σπέρματος (spermatos) = van zaad | ἔλαβεν (elaben) = ontving | καὶ (kai) = en | παρὰ (para) = voorbij | καιρὸν (kairon) = de tijd | ἡλικίας (helikias) = van leeftijd | ἐπεὶ (epei) = omdat | πιστὸν (piston) = trouw | ἡγήσατο (hegesato) = zij achtte | τὸν (ton) = Hem die | ἐπαγγειλάμενον (epangeilamenon) = beloofd had Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταβολὴ σπέρματος (katabole spermatos), ‘het ontvangen van zaad’: letterlijk ‘het leggen van zaad’, dat is: zwanger worden. Het Grieks heeft ‘Sarah zelf’ in de derde naamval (αὐτῇ Σάρρᾳ, aute Sarra); daardoor kan de zin ook gelezen worden als: Abraham kreeg kracht ‘met Sarah zelf’. Wij nemen Sarah als onderwerp. ἡλικία (helikia), ‘leeftijd’. Zie Gen. 17:17; 18:11–14; 21:1–2. Voetnoot : Zie ook Gen. 17:17; Gen. 18:11–14; Gen. 21:1–2; Rom. 4:19. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij αὐτῇ Σάρρᾳ (aute Sarra), ‘Sarah zelf’, een variant en bij ἡλικίας (helikias), ‘leeftijd’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 17:17; Gen 18:11; Gen 21:1–2; Rom 4:19 **11:12** Daarom zijn er ook uit één man, en dan nog een verstorven man, mensen geboren. Zij zijn zo talrijk als de sterren van de hemel en als het ontelbare zand aan de oever van de zee. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | καὶ (kai) = ook | ἀφ’ (aph’) = uit | ἑνὸς (henos) = één | ἐγεννήθησαν (egennethesan) = werden geboren | καὶ (kai) = en | ταῦτα (tauta) = dat | νενεκρωμένου (nenekromenou) = verstorven | καθὼς (kathos) = zoals | τὰ (ta) = de | ἄστρα (astra) = sterren | τοῦ (tou) = van de | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | τῷ (to) = in | πλήθει (plethei) = menigte | καὶ (kai) = en | ὡς (hos) = als | ἡ (he) = het | ἄμμος (ammos) = zand | ἡ (he) = dat | παρὰ (para) = aan | τὸ (to) = de | χεῖλος (cheilos) = oever | τῆς (tes) = van de | θαλάσσης (thalasses) = zee | ἡ (he) = dat | ἀναρίθμητος (anarithmetos) = ontelbaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νενεκρωμένος (venekromenos), ‘verstorven’: zoals Rom. 4:19. Zo talrijk als de sterren en het zand: Gen. 15:5; 22:17; 32:13. χεῖλος (cheilos), ‘lip, oever’: ‘de lip van de zee’ is de oever. Voetnoot : Zie ook Gen. 15:5; Gen. 22:17; Gen. 32:13; Rom. 4:19. Zie ook: Gen 15:5; Gen 22:17; Gen 32:13; Rom 4:19 **11:13** In het geloof zijn dezen allen gestorven, zonder de beloften te hebben ontvangen. Zij hebben ze van verre gezien en begroet, en zij hebben beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners zijn op de aarde. Brontekst: Κατὰ (Kata) = volgens | πίστιν (pistin) = geloof | ἀπέθανον (apethanon) = stierven | οὗτοι (houtoi) = dezen | πάντες (pantes) = allen | μὴ (me) = niet | λαβόντες (labontes) = ontvangen hebbend | τὰς (tas) = de | ἐπαγγελίας (epangelias) = beloften | ἀλλὰ (alla) = maar | πόρρωθεν (porrothen) = van verre | αὐτὰς (autas) = ze | ἰδόντες (idontes) = gezien hebbend | καὶ (kai) = en | ἀσπασάμενοι (aspasamenoi) = begroet hebbend | καὶ (kai) = en | ὁμολογήσαντες (homologesantes) = beleden hebbend | ὅτι (hoti) = dat | ξένοι (xenoi) = vreemdelingen | καὶ (kai) = en | παρεπίδημοί (parepidemoi) = bijwoners | εἰσιν (eisin) = zijn | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Κατὰ πίστιν (kata pistin), ‘in het geloof’: volgens het geloof; anders dan Πίστει (Pistei), ‘Door geloof’, in de andere verzen. ‘Dezen allen’ zijn Abel tot en met Sarah (verzen 4–12). ξένοι καὶ παρεπίδημοι (xenoi kai parepidemoi), ‘vreemdelingen en bijwoners’: in ons OT ‘vreemdeling en bijwoner’ (Gen. 23:4; Ps. 39:13; 1 Kron. 29:15). ἀσπάζομαι (aspazomai), ‘begroeten’. Voetnoot : Zie ook Gen. 23:4; Ps. 39:13; 1 Kron. 29:15; 1 Petr. 2:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij λαβόντες (labontes), ‘ontvangen hebbend’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 23:4; 1 Kron 29:15; Ps 39:13; 1 Petr 2:11 **11:14** Want wie zulke dingen zeggen, maken duidelijk dat zij een vaderland zoeken. Brontekst: οἱ (hoi) = zij die | γὰρ (gar) = want | τοιαῦτα (toiauta) = zulke dingen | λέγοντες (legontes) = zeggend | ἐμφανίζουσιν (emphanizousin) = maken duidelijk | ὅτι (hoti) = dat | πατρίδα (patrida) = vaderland | ἐπιζητοῦσιν (epizetousin) = zoeken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πατρίς (patris), ‘vaderland’. ἐμφανίζω (emfanizo), ‘duidelijk maken, aan het licht brengen’: zoals in 9:24. **11:15** En als zij nog dachten aan het land waaruit zij vertrokken waren, zouden zij gelegenheid hebben gehad terug te keren. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἰ (ei) = als | μὲν (men) = wel | ἐκείνης (ekeines) = aan dat | μνημονεύουσιν (mnemoneuousin) = denken zij | ἀφ’ (aph’) = uit | ἧς (hes) = welke | ἐξέβησαν (exebesan) = zij vertrokken | εἶχον (eichon) = hadden zij | ἂν (an) = zouden | καιρὸν (kairon) = gelegenheid | ἀνακάμψαι (anakampsai) = terug te keren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μνημονεύω (mnemoneuo), ‘denken aan, gedenken’. Het Grieks heeft de tegenwoordige tijd; de zin zegt: als zij nog dachten aan het land waaruit zij waren vertrokken, zouden zij gelegenheid hebben gehad terug te keren. Dat zij dat niet deden, laat zien waar zij naar uit zagen (vers 16). Voetnoot : Zie ook Gen. 24:6–8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μνημονεύουσιν (mnemoneuousin), ‘denken aan’, en bij ἐξέβησαν (exebesan), ‘zij vertrokken’, varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 24:6–8; Heb 11:16 **11:16** Nu streven zij echter naar een beter land, dat wil zeggen een hemels. Daarom schaamt Elohim Zich er niet voor hun Elohim genoemd te worden, want Hij heeft een stad voor hen gereedgemaakt. Brontekst: νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | κρείττονος (kreittonos) = naar een beter | ὀρέγονται (oregontai) = streven zij | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | ἐπουρανίου (epouraniou) = naar een hemels | διὸ (dio) = daarom | οὐκ (ouk) = niet | ἐπαισχύνεται (epaischynetai) = schaamt zich | αὐτοὺς (autous) = zich voor hen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | θεὸς (theos) = Elohim | ἐπικαλεῖσθαι (epikaleisthai) = genoemd te worden | αὐτῶν (auton) = hun | ἡτοίμασεν (hetoimasen) = heeft gereedgemaakt | γὰρ (gar) = want | αὐτοῖς (autois) = voor hen | πόλιν (polin) = stad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀρέγομαι (oregomai), ‘streven naar’. κρείττων (kreitton), ‘beter’: het Grieks zegt niet wat er beter is; wij vullen ‘land’ aan, naar vers 14 (‘vaderland’). ἐπαισχύνομαι (epaischynomai), ‘zich schamen’. ‘Hun Elohim genoemd worden’: Exod. 3:6 en 3:15 (‘de Elohim van Abraham, de Elohim van Isaak en de Elohim van Jakob’). ἑτοιμάζω (hetoimazo), ‘gereedmaken’. ‘De stad’: zie bij vers 10. Voetnoot : Zie ook Exod. 3:6; Exod. 3:15; Hebr. 12:22; Hebr. 13:14. Zie ook: Ex 3:6; Ex 3:15; Heb 11:10; Heb 11:14; Heb 12:22; Heb 13:14 ### De offering van Isaak **11:17** Door geloof heeft Abraham, op de proef gesteld, Isaak aangeboden. Hij die de beloften had ontvangen, bood zijn enige zoon aan, Brontekst: Πίστει (Pistei) = door geloof | προσενήνοχεν (prosenenochen) = heeft aangeboden | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | τὸν (ton) = de | Ἰσαὰκ (Isaak) = Isaak | πειραζόμενος (peirazomenos) = op de proef gesteld | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | μονογενῆ (monogene) = enige | προσέφερεν (prosepheren) = bood aan | ὁ (ho) = hij die | τὰς (tas) = de | ἐπαγγελίας (epangelias) = beloften | ἀναδεξάμενος (anadexamenos) = ontvangen had Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Gen. 22:1–19. πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: zoals in Gen. 22:1. Het Grieks heeft twee tijden: προσενήνοχεν (prosenenochen), ‘heeft aangeboden’ (voltooide tijd), en προσέφερεν (prosferen), ‘bood aan’ (onvoltooide tijd, ‘was bezig aan te bieden’): Abraham heeft Isaak niet werkelijk geofferd (Gen. 22:12). μονογενής (monogenes), ‘enige’: Gen. 22:2 heeft ‘je enige’. ἀναδέχομαι (anadechomai), ‘ontvangen, op zich nemen’. Voetnoot : Zie ook Gen. 22:1–19; Jak. 2:21. Zie ook: Gen 22:1–19; Gen 22:2; Gen 22:12; Jak 2:21 **11:18** tot wie gezegd was: „In Isaak zal jouw zaad genoemd worden.” Brontekst: πρὸς (pros) = tot | ὃν (hon) = wie | ἐλαλήθη (elalethe) = was gezegd | ὅτι (hoti) = dat | Ἐν (En) = in | Ἰσαὰκ (Isaak) = Isaak | κληθήσεταί (klethesetai) = zal worden genoemd | σοι (soi) = voor jou | σπέρμα (sperma) = zaad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Gen. 21:12. Ons Hebreeuws heeft: ‘door Isaak zal jouw nageslacht genoemd worden’. De Griekse tekst heeft ‘In Isaak zal jouw zaad genoemd worden’, zoals ook Rom. 9:7. De woorden worden hier door de brief aangehaald, zonder eerste persoon: zwart. Voetnoot : Zie ook Gen. 21:12; Rom. 9:7. Zie ook: Gen 21:12; Rom 9:7 **11:19** Hij rekende erop dat Elohim zelfs uit de doden kan opwekken. Vandaar kreeg hij hem ook terug, in beeldspraak. Brontekst: λογισάμενος (logisamenos) = redenerend | ὅτι (hoti) = dat | καὶ (kai) = ook | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | ἐγείρειν (egeirein) = op te wekken | δυνατὸς (dynatos) = machtig | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὅθεν (hothen) = vandaar | αὐτὸν (auton) = hem | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | παραβολῇ (parabole) = beeldspraak | ἐκομίσατο (ekomisato) = ontving hij terug Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λογίζομαι (logizomai), ‘redeneren, rekenen op’. ἐν παραβολῇ (en parabole), ‘in beeldspraak’: ook ‘als voorafbeelding’; zoals in 9:9. ἐκομίσατο (ekomisato), ‘ontving terug’. De brief ziet in het behoud van Isaak een beeld van opstanding. Voetnoot : Zie ook Gen. 22:5; Gen. 22:12–13; Rom. 4:17. Zie ook: Gen 22:5; Gen 22:12–13; Rom 4:17 ### Isaak, Jakob en Jozef **11:20** Door geloof zegende Isaak ook Jakob en Ezau, met het oog op wat komen zou. Brontekst: Πίστει (Pistei) = door geloof | καὶ (kai) = ook | περὶ (peri) = over | μελλόντων (mellonton) = komende dingen | εὐλόγησεν (eulogesen) = zegende | Ἰσαὰκ (Isaak) = Isaak | τὸν (ton) = de | Ἰακὼβ (Iakob) = Jakob | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | Ἠσαῦ (Esau) = Ezau Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Gen. 27:27–40. Het Grieks heeft ‘over komende dingen’ (περὶ μελλόντων, peri mellonton): met het oog op de toekomst van beiden. Voetnoot : Zie ook Gen. 27:27–29; Gen. 27:39–40. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘ook’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 27:27–40; Gen 27:39–40 **11:21** Door geloof zegende Jakob, stervend, elk van de zonen van Jozef, en hij boog zich neer op de top van zijn staf. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | Ἰακὼβ (Iakob) = Jakob | ἀποθνῄσκων (apothneskon) = stervend | ἕκαστον (hekaston) = elk | τῶν (ton) = van de | υἱῶν (huion) = zonen | Ἰωσὴφ (Ioseph) = Jozef | εὐλόγησεν (eulogesen) = zegende | καὶ (kai) = en | προσεκύνησεν (prosekynesen) = boog zich neer | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = de | ἄκρον (akron) = top | τῆς (tes) = van de | ῥάβδου (rhabdou) = staf | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Gen. 48:8–20 en 47:31. Ons Hebreeuws heeft in Gen. 47:31 ‘Israël boog zich neer aan het hoofdeinde van het bed’; de Griekse tekst heeft ‘op de top van zijn staf’. Het Hebreeuwse woord voor ‘bed’ (מִטָּה, mittah) en dat voor ‘staf’ (מַטֶּה, matteh) hebben dezelfde medeklinkers. προσκυνέω (proskuneo), ‘zich neerbuigen’. Jakob heet hier met zijn eigen naam; in het Hebreeuws heet hij daar Israël. Voetnoot : Zie ook Gen. 47:29–31; Gen. 48:15–20. Zie ook: Gen 47:29–31; Gen 47:31; Gen 48:8–20; Gen 48:15–20 **11:22** Door geloof sprak Jozef, stervend, over de uittocht van de zonen van Israël en gaf hij bevel over zijn beenderen. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | Ἰωσὴφ (Ioseph) = Jozef | τελευτῶν (teleuton) = stervend | περὶ (peri) = over | τῆς (tes) = de | ἐξόδου (exodou) = uittocht | τῶν (ton) = van de | υἱῶν (huion) = zonen | Ἰσραὴλ (Israel) = Israël | ἐμνημόνευσεν (emnemoneusen) = sprak | καὶ (kai) = en | περὶ (peri) = over | τῶν (ton) = de | ὀστέων (osteon) = beenderen | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐνετείλατο (eneteilato) = gaf bevel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔξοδος (exodos), ‘uittocht’. Jozef gaf bevel over zijn beenderen: Gen. 50:24–25; ze werden meegenomen, Exod. 13:19, en begraven in Joz. 24:32. Voetnoot : Zie ook Gen. 50:24–26; Exod. 13:19; Joz. 24:32. Zie ook: Gen 50:24–25; Ex 13:19; Joz 24:32 ### Mozes **11:23** Door geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden verborgen door zijn ouders, omdat zij zagen dat het kind mooi was. Zij waren niet bang voor het bevel van de koning. Brontekst: Πίστει (Pistei) = door geloof | Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | γεννηθεὶς (gennetheis) = geboren zijnd | ἐκρύβη (ekrybe) = werd verborgen | τρίμηνον (trimenon) = drie maanden | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de | πατέρων (pateron) = ouders | αὐτοῦ (autou) = zijn | διότι (dioti) = omdat | εἶδον (eidon) = zij zagen | ἀστεῖον (asteion) = mooi | τὸ (to) = het | παιδίον (paidion) = kind | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἐφοβήθησαν (ephobethesan) = zij vreesden | τὸ (to) = het | διάταγμα (diatagma) = bevel | τοῦ (tou) = van de | βασιλέως (basileos) = koning Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Exod. 2:1–3; 1:22. πατέρες (pateres), ‘vaders’: hier de ouders, vader en moeder; Exod. 2:2 noemt de moeder, die haar zoon verborg. ἀστεῖος (asteios), ‘mooi’: ons Hebreeuws heeft in Exod. 2:2 ‘goed’; zo ook Hand. 7:20. διάταγμα (diatagma), ‘bevel’: het bevel van de farao in Exod. 1:22. Voetnoot : Zie ook Exod. 1:22; Exod. 2:2; Hand. 7:20. Zie ook: Ex 1:22; Ex 2:1–3; Ex 2:2; Hand 7:20 **11:24** Door geloof weigerde Mozes, toen hij groot geworden was, zoon van de dochter van Farao genoemd te worden. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | μέγας (megas) = groot | γενόμενος (genomenos) = geworden | ἠρνήσατο (ernesato) = weigerde | λέγεσθαι (legesthai) = genoemd te worden | υἱὸς (huios) = zoon | θυγατρὸς (thygatros) = van de dochter | Φαραώ (Pharao) = van Farao Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Exod. 2:10–12. De brief zegt ‘groot geworden’ (μέγας γενόμενος, megas genomenos), zoals Exod. 2:11. Het Grieks heeft ‘Farao’ als eigennaam. Voetnoot : Zie ook Exod. 2:10–12. Zie ook: Ex 2:10–12; Ex 2:11 **11:25** Hij koos er liever voor met het volk van Elohim mee te lijden dan voor korte tijd het genot van de zonde te hebben. Brontekst: μᾶλλον (mallon) = liever | ἑλόμενος (helomenos) = gekozen hebbend | συγκακουχεῖσθαι (synkakoucheisthai) = mee te lijden | τῷ (to) = met het | λαῷ (lao) = volk | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἢ (e) = dan | πρόσκαιρον (proskairon) = voor korte tijd | ἔχειν (echein) = te hebben | ἁμαρτίας (hamartias) = van zonde | ἀπόλαυσιν (apolausin) = genot Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συγκακουχέομαι (synkakoucheomai), ‘mee mishandeld worden, mee lijden’. πρόσκαιρος (proskairos), ‘voor korte tijd’. ἀπόλαυσις (apolausis), ‘genot’. Voetnoot : Zie ook Exod. 2:11. Zie ook: Ex 2:11 **11:26** Hij achtte de smaad van de Messias een grotere rijkdom dan de schatten van Egypte, want hij zag uit naar de beloning. Brontekst: μείζονα (meizona) = grotere | πλοῦτον (plouton) = rijkdom | ἡγησάμενος (hegesamenos) = achtend | τῶν (ton) = dan de | Αἰγύπτου (Aigyptou) = van Egypte | θησαυρῶν (thesauron) = schatten | τὸν (ton) = de | ὀνειδισμὸν (oneidismon) = smaad | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ἀπέβλεπεν (apeblepen) = hij zag uit | γὰρ (gar) = want | εἰς (eis) = naar | τὴν (ten) = de | μισθαποδοσίαν (misthapodosian) = beloning Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: ὀνειδισμός (oneidismos), ‘smaad’. Χριστός (Christos), ‘Messias, Gezalfde’: de brief zegt niet hoe Mozes de ‘smaad van de Messias’ droeg; Ps. 89:51–52 spreekt van de smaad van Yahweh’s gezalfde. μισθαποδοσία (misthapodosia), ‘beloning’: zoals in 10:35. Voetnoot : Zie ook Ps. 89:51–52; Hebr. 10:35; Hebr. 13:13. Zie ook: Ps 89:51–52; Heb 10:35; Heb 13:13 **11:27** Door geloof verliet hij Egypte, zonder de woede van de koning te vrezen. Want hij hield vol, alsof hij de Onzienlijke zag. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | κατέλιπεν (katelipen) = verliet hij | Αἴγυπτον (Aigypton) = Egypte | μὴ (me) = niet | φοβηθεὶς (phobetheis) = vrezend | τὸν (ton) = de | θυμὸν (thymon) = woede | τοῦ (tou) = van de | βασιλέως (basileos) = koning | τὸν (ton) = de | γὰρ (gar) = want | ἀόρατον (aoraton) = Onzienlijke | ὡς (hos) = alsof | ὁρῶν (horon) = ziend | ἐκαρτέρησεν (ekarteresen) = hield hij vol Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: Het Grieks laat open welk vertrek uit Egypte bedoeld is: Exod. 2:14–15 vertelt dat Mozes bang werd en vluchtte; Exod. 12:37 vertelt de uittocht van het volk. De brief zegt dat hij de woede van de koning niet vreesde. τὸν ἀόρατον (ton aoraton), ‘de Onzienlijke’: Elohim, zoals Kol. 1:15 Hem noemt. καρτερέω (kartereo), ‘volhouden, standvastig zijn’. Voetnoot : Zie ook Exod. 2:14–15; Exod. 12:37; Kol. 1:15. Zie ook: Ex 2:14–15; Ex 12:37; Kol 1:15 **11:28** Door geloof heeft hij het Pesach gehouden en het bloed gesprenkeld, opdat de verderver de eerstgeborenen van hen niet zou aanraken. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | πεποίηκεν (pepoieken) = heeft gehouden | τὸ (to) = het | πάσχα (pascha) = Pesach | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | πρόσχυσιν (proschysin) = sprenkeling | τοῦ (tou) = van het | αἵματος (haimatos) = bloed | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ὁ (ho) = de | ὀλοθρεύων (olothreuon) = verderver | τὰ (ta) = de | πρωτότοκα (prototoka) = eerstgeborenen | θίγῃ (thige) = aanraakt | αὐτῶν (auton) = van hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Exod. 12:1–13 en 12:21–23. πάσχα (pascha), ‘Pesach’. πρόσχυσις (proschysis), ‘sprenkeling’: het uitgieten van het bloed op de deurposten. ὁ ὀλοθρεύων (ho olothreuon), ‘de verderver’: zo ook Exod. 12:23. πρωτότοκα (prototoka), ‘eerstgeborenen’. Voetnoot : Zie ook Exod. 12:21–23. Zie ook: Ex 12:1–13; Ex 12:21; Ex 12:23 ### De zee, Jericho en Rachab **11:29** Door geloof trokken zij door de Rietzee als over droog land. Toen de Egyptenaren dat probeerden, werden zij verzwolgen. Brontekst: Πίστει (Pistei) = door geloof | διέβησαν (diebesan) = trokken door | τὴν (ten) = de | Ἐρυθρὰν (Erythran) = Rode | Θάλασσαν (Thalassan) = zee | ὡς (hos) = als | διὰ (dia) = over | ξηρᾶς (xeras) = droog | γῆς (ges) = land | ἧς (hes) = waarvan | πεῖραν (peiran) = poging | λαβόντες (labontes) = ondernomen hebbend | οἱ (hoi) = de | Αἰγύπτιοι (Aigyptioi) = Egyptenaren | κατεπόθησαν (katepothesan) = werden verzwolgen Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Rietzee: De Rietzee (Hebreeuws: Yam Suf) wordt gezocht in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez. De precieze plaats van de doortocht is niet zeker. Voetnoot Uitleg: Exod. 14:21–31. Ἐρυθρὰ Θάλασσα (Erythra Thalassa) betekent ‘Rode Zee’; in ons OT heet de zee in de vertelling van de uittocht de Rietzee, naar het Hebreeuws; wij houden ‘Rietzee’, zoals in Hand. 7:36. πεῖραν λαμβάνω (peiran lambano), ‘een poging doen, het proberen’. καταπίνω (katapino), ‘verzwelgen’. Voetnoot : Zie ook Exod. 14:21–31; Exod. 15:4; Hand. 7:36. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij γῆς (ges), ‘land’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 14:21–31; Ex 15:4; Hand 7:36 **11:30** Door geloof vielen de muren van Jericho, nadat men zeven dagen rondom ze had gelopen. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | τὰ (ta) = de | τείχη (teiche) = muren | Ἰεριχὼ (Iericho) = Jericho | ἔπεσαν (epesan) = vielen | κυκλωθέντα (kyklothenta) = omringd zijnd | ἐπὶ (epi) = gedurende | ἑπτὰ (hepta) = zeven | ἡμέρας (hemeras) = dagen Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jericho: Jericho ligt in het Jordaandal, ongeveer 25 km ten noordoosten van Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: Joz. 6:1–20. κυκλόω (kykloo), ‘omringen, rondtrekken’. Zeven dagen: Joz. 6:3–4, 14–15, 20. Voetnoot : Zie ook Joz. 6:1–21. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἔπεσαν (epesan), ‘vielen’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joz 6:1–20; Joz 6:3–4 **11:31** Door geloof kwam Rachab, de hoer, niet om met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners in vrede ontving. Brontekst: πίστει (pistei) = door geloof | Ῥαὰβ (Rhaab) = Rachab | ἡ (he) = de | πόρνη (porne) = hoer | οὐ (ou) = niet | συναπώλετο (synapoleto) = kwam mee om | τοῖς (tois) = met de | ἀπειθήσασιν (apeithesasin) = ongehoorzamen | δεξαμένη (dexamene) = ontvangen hebbend | τοὺς (tous) = de | κατασκόπους (kataskopous) = verkenners | μετ’ (met’) = met | εἰρήνης (eirenes) = vrede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Joz. 2 en 6:22–25. Rachab: de spelling van Joz. 2. πόρνη (porne), ‘hoer’: Joz. 2:1. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’: de inwoners van Jericho, die de aankondiging van de ondergang niet geloofden. κατάσκοπος (kataskopos), ‘verkenner, spion’. Voetnoot : Zie ook Joz. 2:1–21; Joz. 6:22–25; Jak. 2:25. Zie ook: Joz 2:1; Joz 6:22–25; Jak 2:25 ### Zij die door geloof overwonnen en zij die leden **11:32** En wat zal ik nog zeggen? De tijd zou mij tekortschieten als ik vertelde over Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuël en de profeten. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | τί (ti) = wat | ἔτι (eti) = nog | λέγω (lego) = zeg ik | ἐπιλείψει (epileipsei) = zal tekortschieten | με (me) = mij | γὰρ (gar) = want | διηγούμενον (diegoumenon) = vertellend | ὁ (ho) = de | χρόνος (chronos) = tijd | περὶ (peri) = over | Γεδεών (Gedeon) = Gideon | Βαράκ (Barak) = Barak | Σαμψών (Sampson) = Simson | Ἰεφθάε (Iephthae) = Jefta | Δαυίδ (Dauid) = David | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = en | Σαμουὴλ (Samouel) = Samuël | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = de | προφητῶν (propheton) = profeten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ‘Gideon, Barak, Simson, Jefta’: niet in de volgorde van het boek Richteren, waar Barak (Richt. 4–5) vóór Gideon (Richt. 6–8) komt. ‘David en Samuël en de profeten’ staan er naast. διηγέομαι (diegeomai), ‘vertellen’. De tijd zou de schrijver tekortschieten: hij geeft slechts een opsomming. Voetnoot : Zie ook Richt. 4:6; Richt. 6:11; Richt. 11:1; Richt. 13:24; 1 Sam. 16:13; 1 Sam. 3:20. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij με γάρ (me gar), ‘mij want’, een variant en bij Σαμψών (Sampson), ‘Simson’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Re 4:6; Re 6:11; Re 11:1; Re 13:24; 1 Sam 3:20; 1 Sam 16:13 **11:33** Zij hebben door geloof koninkrijken overwonnen, gerechtigheid gewrocht, beloften verkregen en de muilen van leeuwen gesloten. Brontekst: οἳ (hoi) = die | διὰ (dia) = door | πίστεως (pisteos) = geloof | κατηγωνίσαντο (kategonisanto) = overwonnen | βασιλείας (basileias) = koninkrijken | εἰργάσαντο (eirgasanto) = werkten | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | ἐπέτυχον (epetychon) = verkregen | ἐπαγγελιῶν (epangelion) = beloften | ἔφραξαν (ephraxan) = sloten | στόματα (stomata) = muilen | λεόντων (leonton) = van leeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατηγωνίσαντο (katagonisanto), ‘overwonnen’: ook ‘bestreden’. εἰργάσαντο δικαιοσύνην (eirgasanto dikaiosynen), ‘gerechtigheid gewrocht’: recht gedaan. De brief noemt hier geen namen; bij de ‘muilen van leeuwen’ past bijvoorbeeld Dan. 6:23, bij de koninkrijken en de gerechtigheid 2 Sam. 8:1–15. Voetnoot : Zie ook Dan. 6:23; Richt. 14:5–6; 1 Sam. 17:34–36; 2 Sam. 8:15. Zie ook: Re 14:5–6; 1 Sam 17:34–36; 2 Sam 8:1–15; 2 Sam 8:15; Dan 6:23 **11:34** Zij doofden de kracht van vuur, ontkwamen aan de scherpte van het zwaard, kregen kracht uit zwakheid en werden sterk in de oorlog. Zij deden legers van vreemden wijken. Brontekst: ἔσβεσαν (esbesan) = doofden | δύναμιν (dynamin) = kracht | πυρός (pyros) = van vuur | ἔφυγον (ephygon) = ontvluchtten | στόματα (stomata) = scherpte | μαχαίρης (machaires) = van het zwaard | ἐδυναμώθησαν (edynamothesan) = werden krachtig gemaakt | ἀπὸ (apo) = uit | ἀσθενείας (astheneias) = zwakheid | ἐγενήθησαν (egenethesan) = werden | ἰσχυροὶ (ischyroi) = sterk | ἐν (en) = in | πολέμῳ (polemo) = oorlog | παρεμβολὰς (parembolas) = legers | ἔκλιναν (eklinan) = deden wijken | ἀλλοτρίων (allotrion) = van vreemden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De brief noemt geen namen. ‘De kracht van vuur’: vergelijk Dan. 3:19–27. στόματα μαχαίρης (stomata machaires), ‘scherpte van het zwaard’: letterlijk ‘mond van het zwaard’, een uitdrukking voor de snede. ‘Kracht uit zwakheid’: vergelijk Richt. 16:28–30. παρεμβολή (parembole), ‘leger, legerkamp’; ἀλλότριοι (allotrioi), ‘vreemden’. Voetnoot : Zie ook Dan. 3:19–27; Richt. 16:28–30; Richt. 7:21; 1 Sam. 14:20. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μαχαίρης (machaires), ‘zwaard’, en bij ἐδυναμώθησαν (edynamothesan), ‘werden krachtig gemaakt’, varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Re 7:21; Re 16:28–30; 1 Sam 14:20; Dan 3:19–27 **11:35** Vrouwen kregen hun doden terug door opstanding. Anderen werden gemarteld. Zij namen de loskoping niet aan, om een betere opstanding te verkrijgen. Brontekst: ἔλαβον (elabon) = kregen terug | γυναῖκες (gynaikes) = vrouwen | ἐξ (ex) = door | ἀναστάσεως (anastaseos) = opstanding | τοὺς (tous) = de | νεκροὺς (nekrous) = doden | αὐτῶν (auton) = hun | ἄλλοι (alloi) = anderen | δὲ (de) = maar | ἐτυμπανίσθησαν (etympanisthesan) = werden gemarteld | οὐ (ou) = niet | προσδεξάμενοι (prosdexamenoi) = aannemend | τὴν (ten) = de | ἀπολύτρωσιν (apolytrosin) = loskoping | ἵνα (hina) = opdat | κρείττονος (kreittonos) = betere | ἀναστάσεως (anastaseos) = opstanding | τύχωσιν (tychosin) = zij verkrijgen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vrouwen kregen hun doden terug: vergelijk 1 Kon. 17:17–24 en 2 Kon. 4:32–37. ἐτυμπανίσθησαν (etympanisthesan), ‘werden gemarteld’: van τύμπανον (tympanon), ‘trom, slagwerktuig’; het werkwoord betekent ‘slaan, folteren’. ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘loskoping’: hier de vrijlating die hun geboden werd, als zij hun geloof zouden opgeven. κρείττων ἀνάστασις (kreitton anastasis), ‘betere opstanding’: tegenover de terugkeer in dit leven. Voetnoot : Zie ook 1 Kon. 17:17–24; 2 Kon. 4:32–37; Hebr. 9:15. Zie ook: 1 Kon 17:17–24; 2 Kon 4:32–37; Heb 9:15 **11:36** Weer anderen ondergingen bespotting en geseling, en bovendien boeien en gevangenis. Brontekst: ἕτεροι (heteroi) = weer anderen | δὲ (de) = maar | ἐμπαιγμῶν (empaigmon) = van bespottingen | καὶ (kai) = en | μαστίγων (mastigon) = van geseling | πεῖραν (peiran) = ervaring | ἔλαβον (elabon) = kregen | ἔτι (eti) = bovendien | δὲ (de) = maar | δεσμῶν (desmon) = van boeien | καὶ (kai) = en | φυλακῆς (phylakes) = van gevangenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐμπαιγμός (empaigmos), ‘bespotting’; μάστιξ (mastix), ‘geseling’; δεσμά (desma), ‘boeien’; φυλακή (fylake), ‘gevangenis’. De brief noemt geen namen; vergelijk 1 Kon. 22:26–27, Jer. 20:2 en Jer. 37:15. Voetnoot : Zie ook 1 Kon. 22:26–27; Jer. 20:2; Jer. 37:15. Zie ook: 1 Kon 22:26–27; Jer 20:2; Jer 37:15 **11:37** Zij werden gestenigd, in tweeën gezaagd, door het zwaard gedood. Zij zwierven rond in schapenvachten en geitenvellen, in gebrek, verdrukt, mishandeld. Brontekst: ἐλιθάσθησαν (elithasthesan) = werden gestenigd | ἐπρίσθησαν (epristhesan) = werden doormidden gezaagd | ἐν (en) = door | φόνῳ (phono) = moord | μαχαίρης (machaires) = van het zwaard | ἀπέθανον (apethanon) = stierven | περιῆλθον (perielthon) = zwierven rond | ἐν (en) = in | μηλωταῖς (melotais) = schapenvachten | ἐν (en) = in | αἰγείοις (aigeiois) = van geiten | δέρμασιν (dermasin) = vellen | ὑστερούμενοι (hysteroumenoi) = gebrek lijdend | θλιβόμενοι (thlibomenoi) = verdrukt | κακουχούμενοι (kakouchoumenoi) = mishandeld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Gestenigd: vergelijk 2 Kron. 24:20–22. ‘In tweeën gezaagd’: ἐπρίσθησαν (epristhesan), van πρίζω, ‘zagen’; de brief noemt geen naam of bron. ‘Door het zwaard gedood’: vergelijk 1 Kon. 19:10 en Jer. 26:23. μηλωτή (melote), ‘schapenvacht’; αἴγειον δέρμα (aigeion derma), ‘geitenvel’: vergelijk 2 Kon. 1:8 en Zach. 13:4. ὑστερέομαι (hysteromai), ‘gebrek lijden’; κακουχέομαι (kakoucheomai), ‘mishandeld worden’. Voetnoot : Zie ook 2 Kron. 24:20–22; Jer. 26:23; 1 Kon. 19:10; 2 Kon. 1:8; Zach. 13:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐπρίσθησαν (epristhesan), ‘werden gezaagd’, en bij μαχαίρης (machaires), ‘zwaard’, varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kon 19:10; 2 Kon 1:8; 2 Kron 24:20–22; Jer 26:23; Zach 13:4 **11:38** De wereld was hen niet waardig. Zij dwaalden rond in woestenijen en bergen en spelonken en de holen van de aarde. Brontekst: ὧν (hon) = van wie | οὐκ (ouk) = niet | ἦν (en) = was | ἄξιος (axios) = waardig | ὁ (ho) = de | κόσμος (kosmos) = wereld | ἐπὶ (epi) = in | ἐρημίαις (eremiais) = woestenijen | πλανώμενοι (planomenoi) = dwalend | καὶ (kai) = en | ὄρεσι (oresi) = bergen | καὶ (kai) = en | σπηλαίοις (spelaiois) = spelonken | καὶ (kai) = en | ταῖς (tais) = de | ὀπαῖς (opais) = holen | τῆς (tes) = van de | γῆς (ges) = aarde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐρημία (eremia), ‘woestenij, verlaten streek’; σπήλαιον (spelaion), ‘spelonk’; ὀπή (ope), ‘gat, hol’. Vergelijk 1 Kon. 18:4 en 19:9. ‘De wereld was hen niet waardig’: de wereld die hen verstootte, was hun niet waard. Voetnoot : Zie ook 1 Kon. 18:4; 1 Kon. 19:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐπί (epi), ‘in’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kon 18:4; 1 Kon 19:9 **11:39** En al dezen, die door het geloof getuigenis ontvangen hebben, hebben de belofte niet verkregen, Brontekst: καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = allen | μαρτυρηθέντες (martyrethentes) = getuigenis gekregen hebbend | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | πίστεως (pisteos) = geloof | οὐκ (ouk) = niet | ἐκομίσαντο (ekomisanto) = ontvingen | τὴν (ten) = de | ἐπαγγελίαν (epangelian) = belofte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Getuigenis ontvangen’: zoals in vers 2. ‘De belofte niet verkregen’: zoals in vers 13; de belofte is de volle vervulling, zie 6:12–15 en 10:36. Voetnoot : Zie ook Hebr. 6:12; Hebr. 10:36; Hebr. 11:13. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 6:12; Heb 10:36; Heb 11:2; Heb 11:13 **11:40** omdat Elohim iets beters voor ons tevoren had uitgezien, opdat zij niet zonder ons volmaakt zouden worden. Brontekst: τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | περὶ (peri) = over | ἡμῶν (hemon) = ons | κρεῖττόν (kreitton) = beter | τι (ti) = iets | προβλεψαμένου (problepsamenou) = tevoren had uitgezien | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | χωρὶς (choris) = zonder | ἡμῶν (hemon) = ons | τελειωθῶσιν (teleiothosin) = zij worden volmaakt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προβλέπω (problepo), ‘tevoren uitzien, tevoren voorzien’. τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: zoals in 9:9, 10:1 en 10:14. ‘Zij’ zijn de gelovigen van vers 39. Het ‘betere’ wordt niet verder genoemd; vergelijk 12:23 (‘de geesten van de rechtvaardigen die volmaakt zijn gemaakt’). Voetnoot : Zie ook Hebr. 10:14; Hebr. 12:23. Zie ook: Heb 10:14; Heb 11:39; Heb 12:23 ## Hebreeën 12 _Volhouden onder de tucht van de Vader, en de berg Sion tegenover de berg Sinaï_ ### Volhouden in de wedstrijd, onder de tucht van de Vader **12:1** Daarom dan, omdat ook wij zo’n grote wolk van getuigen om ons heen hebben, laten wij elke last afleggen en de zonde die ons zo gemakkelijk omringt, en met volharding de wedstrijd lopen die voor ons ligt, Brontekst: Τοιγαροῦν (Toigaroun) = daarom dan | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | τοσοῦτον (tosouton) = zo’n grote | ἔχοντες (echontes) = hebbend | περικείμενον (perikeimenon) = omringend | ἡμῖν (hemin) = ons | νέφος (nephos) = wolk | μαρτύρων (martyron) = van getuigen | ὄγκον (onkon) = last | ἀποθέμενοι (apothemenoi) = afgelegd hebbend | πάντα (panta) = alle | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | εὐπερίστατον (euperistaton) = gemakkelijk omringende | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | δι’ (di’) = door | ὑπομονῆς (hypomones) = volharding | τρέχωμεν (trechomen) = laten wij lopen | τὸν (ton) = de | προκείμενον (prokeimenon) = voorliggende | ἡμῖν (hemin) = ons | ἀγῶνα (agona) = wedstrijd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νέφος μαρτύρων (nephos martyron), ‘wolk van getuigen’: de getuigen zijn de gelovigen van hoofdstuk 11, getuigen van wat geloof vermag (vergelijk 11:2, 11:39). εὐπερίστατον (euperistaton), ‘gemakkelijk omringend’, komt alleen hier voor; het kan ook ‘gemakkelijk te omringen’, dat wil zeggen ‘lastig’, betekenen of ‘waar men gemakkelijk in verstrikt raakt’. ἀγών (agon), ‘wedstrijd, strijd’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 11:2; Hebr. 11:39; Hebr. 10:36. Zie ook: Heb 10:36; Heb 11:2; Heb 11:39 **12:2** terwijl wij opzien naar Yeshua, de Leidsman en Volmaker van het geloof. In plaats van de vreugde die Hem voorlag, verdroeg Hij het kruis, de schande verachtend, en Hij is gaan zitten aan de rechterhand van de troon van Elohim. Brontekst: ἀφορῶντες (aphorontes) = opzienend | εἰς (eis) = naar | τὸν (ton) = de | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | ἀρχηγὸν (archegon) = Leidsman | καὶ (kai) = en | τελειωτὴν (teleioten) = Volmaker | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | ὃς (hos) = die | ἀντὶ (anti) = in plaats van | τῆς (tes) = de | προκειμένης (prokeimenes) = voorliggende | αὐτῷ (auto) = hem | χαρᾶς (charas) = vreugde | ὑπέμεινεν (hypemeinen) = verdroeg | σταυρὸν (stauron) = kruis | αἰσχύνης (aischynes) = schande | καταφρονήσας (kataphronesas) = verachtend | ἐν (en) = aan | δεξιᾷ (dexia) = rechterhand | τε (te) = en | τοῦ (tou) = van de | θρόνου (thronou) = troon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | κεκάθικεν (kekathiken) = is gaan zitten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρχηγός (archegos), ‘Leidsman’: zoals in 2:10; τελειωτής (teleiotes), ‘Volmaker’, komt alleen hier voor, van τελειόω, ‘volmaken’ (zie 2:10 en 5:9). ἀντί (anti) kan betekenen ‘in plaats van’ (de vreugde die Hij kon hebben gehad) of ‘om’ (met het oog op de vreugde die Hem wachtte). Wij kiezen ‘in plaats van’. ‘Is gaan zitten’: κεκάθικεν (kekathiken), voltooide tijd; zie Ps. 110:1 en Hebr. 1:3, 8:1, 10:12. Voetnoot : Zie ook Hebr. 2:10; Hebr. 5:9; Hebr. 1:3; Hebr. 10:12; Ps. 110:1; Fil. 2:8. Zie ook: Ps 110:1; Fil 2:8; Heb 1:3; Heb 2:10; Heb 5:9; Heb 8:1; Heb 10:12 **12:3** Overweeg immers Hem die zo’n tegenspraak van de zondaars tegen zichzelf heeft verdragen, opdat jullie niet moe worden en in jullie ziel uitgeput raken. Brontekst: Ἀναλογίσασθε (Analogisasthe) = overweegt | γὰρ (gar) = want | τὸν (ton) = degene | τοιαύτην (toiauten) = zo’n | ὑπομεμενηκότα (hypomemenekota) = verdragen hebbend | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de | ἁμαρτωλῶν (hamartolon) = zondaars | εἰς (eis) = tegen | ἑαυτοὺς (heautous) = zichzelf | ἀντιλογίαν (antilogian) = tegenspraak | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | κάμητε (kamete) = moe wordt | ταῖς (tais) = de | ψυχαῖς (psychais) = zielen | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐκλυόμενοι (eklyomenoi) = uitgeput rakend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναλογίζομαι (analogizomai), ‘nauwkeurig overwegen, tegen elkaar afwegen’. ἀντιλογία (antilogia), ‘tegenspraak, tegenstand’. De SBLGNT leest εἰς ἑαυτούς (eis heautous), ‘tegen zichzelf’: de tegenspraak van de zondaars richt zich zo tegen henzelf. κάμνω (kamno), ‘moe worden’; ἐκλύομαι (eklyomai), ‘uitgeput raken, verslappen’, zoals in vers 5. Voetnoot : Zie ook Hebr. 12:5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἑαυτούς (heautous), ‘zichzelf’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 12:5 **12:4** Jullie hebben nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in de strijd tegen de zonde. Brontekst: οὔπω (oupo) = nog niet | μέχρις (mechris) = tot | αἵματος (haimatos) = bloed | ἀντικατέστητε (antikatestete) = hebben weerstand geboden | πρὸς (pros) = tegen | τὴν (ten) = de | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | ἀνταγωνιζόμενοι (antagonizomenoi) = strijdend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Tot bloedens toe’: μέχρις αἵματος (mechris haimatos), letterlijk ‘tot bloed’. Het kan betekenen: tot het vergieten van het eigen bloed, dat wil zeggen tot de marteldood. ἀνταγωνίζομαι (antagonizomai), ‘strijden tegen’; hetzelfde beeld van de wedstrijd als in vers 1. Voetnoot : Zie ook Hebr. 10:32–34. Zie ook: Heb 10:32–34; Heb 12:1 **12:5** En jullie zijn de vermaning vergeten die tot jullie als tot zonen spreekt: „Mijn zoon, acht de tucht van Yahweh niet gering en verslap niet wanneer je door Hem terechtgewezen wordt; Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐκλέλησθε (eklelesthe) = jullie zijn vergeten | τῆς (tes) = de | παρακλήσεως (parakleseos) = vermaning | ἥτις (hetis) = die | ὑμῖν (hymin) = tot jullie | ὡς (hos) = als | υἱοῖς (huiois) = zonen | διαλέγεται (dialegetai) = spreekt | Υἱέ (Huie) = zoon | μου (mou) = mijn | μὴ (me) = niet | ὀλιγώρει (oligorei) = acht gering | παιδείας (paideias) = tucht | κυρίου (kyriou) = van Yahweh | μηδὲ (mede) = noch | ἐκλύου (eklyou) = verslap | ὑπ’ (hyp’) = door | αὐτοῦ (autou) = Hem | ἐλεγχόμενος (elenchomenos) = terechtgewezen wordend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Spr. 3:11–12 (Hebreeuwse telling = NL-telling), in de vorm van de Griekse tekst van de brief. Ons OT-bestand heeft in 3:11: ‘Mijn zoon, verwerp de tucht van Yahweh niet en walg niet van Zijn terechtwijzing.’ De Griekse tekst heeft: ‘acht de tucht van de Heer niet gering en verslap niet wanneer je door Hem terechtgewezen wordt’. Het wordt hier als vermaning aan ‘zonen’ voorgesteld. Wij zetten het citaat zwart: een mens spreekt over Yahweh in de derde persoon, zoals in Spr. 3:11–12 zelf (‘tucht van Yahweh’). Zie de Uitleg bij vers 6. ὀλιγωρέω (oligoreo), ‘geringschatten’; ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen, overtuigen’. παιδεία (paideia), ‘tucht’, zoals in ons OT-bestand (Spr. 3:11). Voetnoot : Zie ook Spr. 3:11; Spr. 3:12. Zie ook: Spr 3:11–12; Spr 3:12; Heb 12:6 **12:6** want wie Yahweh liefheeft, tuchtigt Hij, en Hij geselt elke zoon die Hij aanneemt.” Brontekst: ὃν (hon) = wie | γὰρ (gar) = want | ἀγαπᾷ (agapa) = liefheeft | κύριος (kyrios) = Yahweh | παιδεύει (paideuei) = tuchtigt | μαστιγοῖ (mastigoi) = geselt | δὲ (de) = en | πάντα (panta) = elke | υἱὸν (huion) = zoon | ὃν (hon) = die | παραδέχεται (paradechetai) = aanneemt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Slot van het citaat uit Spr. 3:12. Ons OT-bestand heeft: ‘Want Yahweh wijst terecht wie Hij liefheeft, zoals een vader de zoon in wie hij behagen heeft.’ De Griekse tekst van de brief heeft: ‘Wie de Heer liefheeft, tuchtigt Hij, en Hij geselt elke zoon die Hij aanneemt.’ Het beeld van de vader (tweede helft van de Hebreeuwse regel) is dus vervangen door ‘Hij geselt’. μαστιγόω (mastigoo), ‘geselen’; παραδέχομαι (paradechomai), ‘aannemen, in ontvangst nemen’. Het Griekse κύριος (kyrios) geven wij in dit citaat als Yahweh weer, zoals in het OT. Voetnoot : Zie ook Spr. 3:12. Zie ook: Spr 3:12 **12:7** Houd vol met het oog op tucht: Elohim behandelt jullie als zonen. Want wat voor zoon is er die een vader niet tuchtigt? Brontekst: εἰς (eis) = tot | παιδείαν (paideian) = tucht | ὑπομένετε (hypomenete) = houdt vol | ὡς (hos) = als | υἱοῖς (huiois) = zonen | ὑμῖν (hymin) = jullie | προσφέρεται (prospheretai) = behandelt | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | τίς (tis) = wat voor | γὰρ (gar) = want | υἱὸς (huios) = zoon | ὃν (hon) = die | οὐ (ou) = niet | παιδεύει (paideuei) = tuchtigt | πατήρ (pater) = vader Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰς παιδείαν ὑπομένετε (eis paideian hypomenete): de vorm ὑπομένετε kan een gebiedende wijs (‘houd vol’) of een aanzegging (‘jullie houden vol’) zijn. Wij kiezen de gebiedende wijs, omdat de zin met ‘want’ de reden geeft. Het gaat om volharding ‘met het oog op tucht’: de tucht is bedoeld als opvoeding. προσφέρεται (prospheretai), ‘Hij behandelt, Hij gaat om met’; hetzelfde woord als voor het ‘aanbieden’ van offers (bijvoorbeeld 5:1, 9:14). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij γάρ (gar), ‘want’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. **12:8** Maar als jullie zonder tucht zijn, waaraan allen deel hebben gekregen, dan zijn jullie onechte kinderen en geen zonen. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = nu | χωρίς (choris) = zonder | ἐστε (este) = jullie zijn | παιδείας (paideias) = tucht | ἧς (hes) = waaraan | μέτοχοι (metochoi) = deelhebbers | γεγόνασι (gegonasi) = zijn geworden | πάντες (pantes) = allen | ἄρα (ara) = dan | νόθοι (nothoi) = onechte kinderen | καὶ (kai) = en | οὐχ (ouch) = niet | υἱοί (huioi) = zonen | ἐστε (este) = jullie zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μέτοχοι (metochoi), ‘deelhebbers, deelnemers’; νόθοι (nothoi), ‘onechte kinderen, kinderen buiten het huwelijk’, die niet de erfgenamen zijn. Wie niet getuchtigd wordt, hoort dus niet tot het gezin. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, en bij ἐστε (este), ‘jullie zijn’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. **12:9** Verder: wij hadden onze vaders naar het vlees als tuchtmeesters, en wij ontzagen hen. Zullen wij ons dan niet veel meer onderwerpen aan de Vader van de geesten, en leven? Brontekst: εἶτα (eita) = vervolgens | τοὺς (tous) = de | μὲν (men) = wel | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | ἡμῶν (hemon) = onze | πατέρας (pateras) = vaders | εἴχομεν (eichomen) = hadden wij | παιδευτὰς (paideutas) = tuchtmeesters | καὶ (kai) = en | ἐνετρεπόμεθα (enetrepometha) = ontzagen wij | οὐ (ou) = niet | πολὺ (poly) = veel | μᾶλλον (mallon) = meer | ὑποταγησόμεθα (hypotagesometha) = zullen wij ons onderwerpen | τῷ (to) = aan de | πατρὶ (patri) = Vader | τῶν (ton) = van de | πνευμάτων (pneumaton) = geesten | καὶ (kai) = en | ζήσομεν (zesomen) = zullen wij leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De Vader van de geesten’: vergelijk Num. 16:22 en 27:16, ‘Elohim van de geesten van alle vlees’; de tegenstelling is met ‘onze vaders naar het vlees’. ἐνετρεπόμεθα (enetrepometha), ‘wij ontzagen, wij hadden eerbied voor’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderwerpen’. ‘En leven’: het leven dat Hij geeft. Voetnoot : Zie ook Num. 16:22; Num. 27:16. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij πολύ (poly), ‘veel’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Num 16:22; Num 27:16 **12:10** Want zij tuchtigden voor weinige dagen, naar hun goeddunken, maar Hij tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid. Brontekst: οἱ (hoi) = zij | μὲν (men) = wel | γὰρ (gar) = want | πρὸς (pros) = voor | ὀλίγας (oligas) = weinige | ἡμέρας (hemeras) = dagen | κατὰ (kata) = naar | τὸ (to) = het | δοκοῦν (dokoun) = goeddunken | αὐτοῖς (autois) = hun | ἐπαίδευον (epaideuon) = tuchtigden | ὁ (ho) = Hij | δὲ (de) = maar | ἐπὶ (epi) = tot | τὸ (to) = het | συμφέρον (sympheron) = nuttige | εἰς (eis) = met het oog op | τὸ (to) = het | μεταλαβεῖν (metalabein) = deel te krijgen | τῆς (tes) = aan de | ἁγιότητος (hagiotetos) = heiligheid | αὐτοῦ (autou) = van Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ τὸ δοκοῦν αὐτοῖς (kata to dokoun autois), ‘naar wat hun goeddacht’: de aardse vaders tuchtigden niet altijd naar wat goed was. τὸ συμφέρον (to sympheron), ‘wat nuttig is’. ἁγιότης (hagiotes), ‘heiligheid’: dat wil zeggen deel krijgen aan Zijn heiligheid, zoals in 12:14 de ἁγιασμός (heiliging). Voetnoot : Zie ook Hebr. 12:14. Zie ook: Heb 12:14 **12:11** Elke tucht lijkt voor het ogenblik geen vreugde maar verdriet te zijn, maar later geeft zij een vredevolle vrucht van gerechtigheid aan hen die erdoor getraind zijn. Brontekst: πᾶσα (pasa) = elke | δὲ (de) = maar | παιδεία (paideia) = tucht | πρὸς (pros) = voor | μὲν (men) = wel | τὸ (to) = het | παρὸν (paron) = heden | οὐ (ou) = niet | δοκεῖ (dokei) = lijkt | χαρᾶς (charas) = van vreugde | εἶναι (einai) = te zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | λύπης (lypes) = van verdriet | ὕστερον (hysteron) = later | δὲ (de) = maar | καρπὸν (karpon) = vrucht | εἰρηνικὸν (eirenikon) = vredevolle | τοῖς (tois) = aan hen die | δι’ (di’) = door | αὐτῆς (autes) = haar | γεγυμνασμένοις (gegymnasmenois) = getraind zijn | ἀποδίδωσιν (apodidosin) = geeft zij | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = van gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γυμνάζω (gymnazo), ‘trainen, oefenen’: het beeld van de atleet uit vers 1. ‘Vrucht van gerechtigheid’ kan ook ‘de vrucht die gerechtigheid is’ betekenen; vergelijk Jak. 3:18. Voetnoot : Zie ook Jak. 3:18; Fil. 1:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij δέ (de), ‘maar’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Jak 3:18; Fil 1:11; Heb 12:1 ### Jaag vrede en heiliging na **12:12** Richt daarom de slap geworden handen en de verlamde knieën weer op Brontekst: Διὸ (Dio) = daarom | τὰς (tas) = de | παρειμένας (pareimenas) = verslapte | χεῖρας (cheiras) = handen | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | παραλελυμένα (paralelymena) = verlamde | γόνατα (gonata) = knieën | ἀνορθώσατε (anorthosate) = richt weer op Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vrij naar Jes. 35:3. Ons OT-bestand heeft: ‘Versterk de slappe handen. Maak de struikelende knieën sterk.’ Het Grieks heeft ‘richt weer op’ (ἀνορθόω, anorthoo). παρίημι (pariemi), ‘slap laten hangen’; παραλύομαι (paralyomai), ‘verlamd raken’. Het is een vrije aanhaling in de zin van de schrijver, geen woordelijk citaat; daarom zwart en zonder aanhalingstekens. Voetnoot : Zie ook Jes. 35:3. Zie ook: Jes 35:3 **12:13** en maak rechte paden voor jullie voeten, opdat wat lam is, niet van de weg raakt, maar liever genezen wordt. Brontekst: καὶ (kai) = en | τροχιὰς (trochias) = paden | ὀρθὰς (orthas) = rechte | ποιεῖτε (poieite) = maakt | τοῖς (tois) = voor de | ποσὶν (posin) = voeten | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | τὸ (to) = het | χωλὸν (cholon) = lamme | ἐκτραπῇ (ektrape) = van de weg raakt | ἰαθῇ (iathe) = genezen wordt | δὲ (de) = maar | μᾶλλον (mallon) = liever Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Spr. 4:26 (Hebreeuwse telling = NL-telling), dat in ons OT-bestand luidt: ‘Maak het pad van je voet effen, en al je wegen zullen vaststaan.’ τροχιά (trochia), ‘spoor, pad’. ἐκτρέπω (ektrepo) kan betekenen ‘van de weg afraken’ of, als medische term, ‘ontwricht raken’; het gaat om wat lam is, dus beide betekenissen liggen dicht bij elkaar. Wij kiezen ‘van de weg raken’. Voetnoot : Zie ook Spr. 4:26. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ποιεῖτε (poieite), ‘maakt’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Spr 4:26 **12:14** Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Heer zal zien. Brontekst: Εἰρήνην (Eirenen) = vrede | διώκετε (diokete) = jaagt na | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = allen | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | ἁγιασμόν (hagiasmon) = heiliging | οὗ (hou) = van welke | χωρὶς (choris) = zonder | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ὄψεται (opsetai) = zal zien | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Bij ‘de Heer’ onderscheidt het Grieks κύριος (kyrios) niet of Yeshua of Elohim bedoeld is. Vergelijk Ps. 34:15, in ons OT-bestand ‘Zoek vrede en jaag erop na’. ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’. Zie 12:10 en 10:10. Voetnoot : Zie ook Ps. 34:15; Hebr. 10:10; 1 Petr. 1:15–16. Zie ook: Ps 34:15; 1 Petr 1:15–16; Heb 10:10 **12:15** Zie erop toe dat niemand achterblijft bij de genade van Elohim, dat geen wortel van bitterheid die naar boven opschiet, last veroorzaakt, en dat velen daardoor niet besmet raken. Brontekst: ἐπισκοποῦντες (episkopountes) = toeziend | μή (me) = dat niet | τις (tis) = iemand | ὑστερῶν (hysteron) = achterblijft | ἀπὸ (apo) = bij | τῆς (tes) = de | χάριτος (charitos) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μή (me) = dat niet | τις (tis) = een | ῥίζα (rhiza) = wortel | πικρίας (pikrias) = van bitterheid | ἄνω (ano) = omhoog | φύουσα (phyousa) = opschietend | ἐνοχλῇ (enochle) = last veroorzaakt | καὶ (kai) = en | δι’ (di’) = door | αὐτῆς (autes) = haar | μιανθῶσιν (mianthosin) = besmet worden | πολλοί (polloi) = velen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπισκοπέω (episkopeo), ‘toezien, letten op’. ὑστερέω ἀπό (hystereo apo), ‘achterblijven bij’. ‘Wortel van bitterheid’: vergelijk Deut. 29:17 (Hebreeuwse telling; NL-telling 29:18), in ons OT-bestand: ‘Zorg dat er onder jullie geen wortel is die gif en alsem voortbrengt.’ De Griekse tekst van de brief heeft ‘wortel van bitterheid’. μιαίνω (miaino), ‘besmetten’. Voetnoot : Zie ook Deut. 29:17. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij δι’ αὐτῆς (di’ autes), ‘daardoor’, en bij πολλοί (polloi), ‘velen’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Deut 29:17 **12:16** Zie erop toe dat niemand een ontuchtige of een onheilige is, zoals Ezau, die voor één maaltijd zijn eerstgeboorterecht verkocht. Brontekst: μή (me) = dat niet | τις (tis) = iemand | πόρνος (pornos) = ontuchtige | ἢ (e) = of | βέβηλος (bebelos) = onheilige | ὡς (hos) = zoals | Ἠσαῦ (Esau) = Ezau | ὃς (hos) = die | ἀντὶ (anti) = voor | βρώσεως (broseos) = spijs | μιᾶς (mias) = één | ἀπέδετο (apedeto) = verkocht | τὰ (ta) = het | πρωτοτόκια (prototokia) = eerstgeboorterecht | ἑαυτοῦ (heautou) = zijn eigen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ezau (Ἠσαῦ) verkocht zijn eerstgeboorterecht (πρωτοτόκια, prototokia) voor linzengerecht: zie Gen. 25:29–34, vooral 25:34 (‘Zo minachtte Ezau het eerstgeboorterecht’). βέβηλος (bebelos), ‘onheilig, ongewijd’: iemand voor wie het heilige niets betekent. ‘Ontuchtige’ (πόρνος, pornos) en ‘onheilige’ zijn twee soorten mensen voor wie gewaarschuwd wordt; ‘zoals Ezau’ hoort vooral bij ‘onheilige’. Voetnoot : Zie ook Gen. 25:29–34; Gen. 25:34. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἑαυτοῦ (heautou), ‘zijn eigen’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 25:29–34; Gen 25:34 **12:17** Want jullie weten dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, werd afgewezen. Want hij vond geen plaats voor bekering, hoewel hij die met tranen zocht. Brontekst: ἴστε (iste) = jullie weten | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | καὶ (kai) = ook | μετέπειτα (metepeita) = daarna | θέλων (thelon) = willend | κληρονομῆσαι (kleronomesai) = erven | τὴν (ten) = de | εὐλογίαν (eulogian) = zegen | ἀπεδοκιμάσθη (apedokimasthe) = werd afgewezen | μετανοίας (metanoias) = van bekering | γὰρ (gar) = want | τόπον (topon) = plaats | οὐχ (ouch) = niet | εὗρεν (heuren) = vond hij | καίπερ (kaiper) = hoewel | μετὰ (meta) = met | δακρύων (dakryon) = tranen | ἐκζητήσας (ekzetesas) = gezocht hebbend | αὐτήν (auten) = die Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Gen. 27:34 en 27:38 (Ezau huilt om de zegen). μετανοίας τόπον (metanoias topon), ‘plaats voor bekering’ (μετάνοια, ‘verandering van denken’, zoals in 6:1 en 6:6): dit kan betekenen dat Ezau geen gelegenheid vond om de zegen terug te krijgen, of dat hij geen omkeer bij zijn vader Isaak kon bewerken. Het slotwoord αὐτήν (auten) is vrouwelijk en kan terugslaan op de zegen (εὐλογίαν) of op de bekering (μετανοίας). Wij laten het op ‘de zegen’ slaan, maar de zin laat beide toe. De brief gebruikt dit beeld ook in 6:4–6. Voetnoot : Zie ook Gen. 27:34; Gen. 27:38; Hebr. 6:4–6. Zie ook: Gen 27:34; Gen 27:38; Heb 6:4–6 ### Niet de berg Sinaï, maar de berg Sion **12:18** Want jullie zijn niet gekomen tot iets wat aangeraakt kan worden, tot brandend vuur, tot een donkere wolk, tot duisternis en storm, Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | γὰρ (gar) = want | προσεληλύθατε (proselelythate) = jullie zijn gekomen | ψηλαφωμένῳ (pselaphomeno) = aanraakbaar | καὶ (kai) = en | κεκαυμένῳ (kekaumeno) = brandend | πυρὶ (pyri) = vuur | καὶ (kai) = en | γνόφῳ (gnopho) = donkere wolk | καὶ (kai) = en | ζόφῳ (zopho) = duisternis | καὶ (kai) = en | θυέλλῃ (thyelle) = storm Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 18–21 beschrijven de gebeurtenissen aan de berg Sinaï (Exod. 19:12–22; 20:18–21; Deut. 4:11–12; 5:22–26). Het Grieks heeft geen woord ‘berg’; ψηλαφωμένῳ (psephalomeno), ‘aangeraakt wordend’, is onzijdig en slaat terug op een berg die men niet mocht aanraken (zie vers 20). In ons OT-bestand: ‘donkere wolk’ (Deut. 4:11). γνόφος (gnophos), ‘donkere wolk, duisternis’; ζόφος (zophos), ‘duisternis’; θύελλα (thyella), ‘storm’. Voetnoot : Zie ook Exod. 19:12; Exod. 19:16; Deut. 4:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ψηλαφωμένῳ (psephalomeno), ‘aanraakbaar’, en bij ζόφῳ (zopho), ‘duisternis’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 19:12–22; Ex 19:16; Ex 20:18; Deut 4:11–12; Deut 5:22; Heb 12:20 **12:19** tot bazuingeklank en een stem van woorden. Wie die hoorden, smeekten dat hun geen woord meer zou worden toegevoegd. Brontekst: καὶ (kai) = en | σάλπιγγος (salpingos) = van bazuin | ἤχῳ (echo) = klank | καὶ (kai) = en | φωνῇ (phone) = stem | ῥημάτων (rhematon) = van woorden | ἧς (hes) = waarvan | οἱ (hoi) = die | ἀκούσαντες (akousantes) = hoorden | παρῃτήσαντο (paretesanto) = smeekten | μὴ (me) = niet | προστεθῆναι (prostethenai) = toegevoegd te worden | αὐτοῖς (autois) = aan hen | λόγον (logon) = woord Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σάλπιγξ (salpinx), ‘bazuin’, zoals elders in de brieven; heeft ons OT-bestand in Exod. 19:13 ‘ramshoorn’ en in Exod. 19:16 ‘hoorngeluid’. παραιτέομαι (paraiteomai), ‘afwijzen, zich verontschuldigen’: het volk smeekte dat Elohim niet meer tot hen zou spreken (Exod. 20:19; Deut. 5:25). Voetnoot : Zie ook Exod. 19:16; Exod. 20:19; Deut. 5:25. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij μή (me), ‘niet’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 19:13; Ex 19:16; Ex 20:19; Deut 5:25 **12:20** Want zij konden niet verdragen wat bevolen werd: „Zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het gestenigd worden.” Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἔφερον (epheron) = konden dragen | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = het | διαστελλόμενον (diastellomenon) = bevolene | Κἂν (Kan) = zelfs als | θηρίον (therion) = dier | θίγῃ (thige) = aanraakt | τοῦ (tou) = de | ὄρους (orous) = berg | λιθοβοληθήσεται (lithobolethesetai) = zal worden gestenigd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Exod. 19:12–13. In ons OT-bestand staat: ‘Wie de berg aanraakt, zal zeker gedood worden’ (19:12) en ‘Geen hand mag hem aanraken, want hij zal gestenigd of doorschoten worden. Of het een dier is of een mens, hij mag niet blijven leven’ (19:13). Het Griekse citaat is een samenvatting; de brief voegt ‘een dier’ vooraan en laat ‘of doorschoten’ weg. Wij zetten het zwart: het is een weergave door de schrijver, geen woordelijke uitspraak. διαστέλλω (diastello), ‘bevelen, nadrukkelijk gebieden’. Voetnoot : Zie ook Exod. 19:12; Exod. 19:13. Zie ook: Ex 19:12–13; Ex 19:13 **12:21** En zo schrikwekkend was wat verscheen, dat Mozes zei: „Ik ben bevreesd en bevend.” Brontekst: καί (kai) = en | οὕτω (houto) = zo | φοβερὸν (phoberon) = schrikwekkend | ἦν (en) = was | τὸ (to) = het | φανταζόμενον (phantazomenon) = verschijnende | Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | εἶπεν (eipen) = zei | Ἔκφοβός (Ekphobos) = bevreesd | εἰμι (eimi) = ik ben | καὶ (kai) = en | ἔντρομος (entromos) = bevend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De woorden ‘Ik ben bevreesd en bevend’ staan niet zo in het OT. Vergelijk Deut. 9:19, in ons OT-bestand: ‘Want ik was bang voor de toorn en de woede waarmee Yahweh zich tegen jullie verbolgen had.’ Wij zetten de woorden zwart (de schrijver haalt ze aan). ἔκφοβος (ekphobos), ‘doodsbang’; ἔντρομος (entromos), ‘bevend’ (Hand. 7:32). Voetnoot : Zie ook Deut. 9:19; Hand. 7:32. Zie ook: Deut 9:19; Hand 7:32 **12:22** Maar jullie zijn gekomen tot de berg Sion en de stad van de levende Elohim, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizenden engelen, tot de feestelijke vergadering Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | προσεληλύθατε (proselelythate) = jullie zijn gekomen | Σιὼν (Sion) = Sion | ὄρει (orei) = berg | καὶ (kai) = en | πόλει (polei) = stad | θεοῦ (theou) = van Elohim | ζῶντος (zontos) = levende | Ἰερουσαλὴμ (Ierousalem) = Jeruzalem | ἐπουρανίῳ (epouranio) = hemels | καὶ (kai) = en | μυριάσιν (myriasin) = tienduizenden | ἀγγέλων (angelon) = van engelen | πανηγύρει (panegyrei) = feestvergadering Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: Σιὼν ὄρει (Sion orei) is ‘de berg Sion’. Sion is hier de hemelse stad (Jeruzalem), de plaats van de levende Elohim; zie 11:10, 11:16 en 13:14. μυριάς (myrias), ‘tienduizendtal’. De SBLGNT zet een komma vóór πανηγύρει (panegyrei), ‘feestelijke vergadering’, zodat dit woord bij het volgende ἐκκλησίᾳ (ekklesia), ‘gemeente’, hoort: ‘tot de feestelijke vergadering en gemeente van eerstgeborenen’. Een andere indeling verbindt het met de engelen: ‘tienduizenden engelen in feestelijke vergadering’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 11:10; Hebr. 11:16; Hebr. 13:14; Openb. 21:2; Openb. 21:10. Zie ook: Heb 11:10; Heb 11:16; Heb 13:14; Openb 21:2; Openb 21:10 **12:23** en de gemeente van eerstgeborenen die in de hemelen ingeschreven zijn, en tot Elohim, de Rechter van allen, en tot de geesten van rechtvaardigen die volmaakt gemaakt zijn, Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | πρωτοτόκων (prototokon) = van eerstgeborenen | ἀπογεγραμμένων (apogegrammenon) = ingeschreven | ἐν (en) = in | οὐρανοῖς (ouranois) = hemelen | καὶ (kai) = en | κριτῇ (krite) = Rechter | θεῷ (theo) = Elohim | πάντων (panton) = van allen | καὶ (kai) = en | πνεύμασι (pneumasi) = geesten | δικαίων (dikaion) = van rechtvaardigen | τετελειωμένων (teteleiomenon) = volmaakt gemaakt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’. πρωτότοκοι (prototokoi), ‘eerstgeborenen’: de gelovigen als erfgenamen; zie ook de Uitleg bij vers 16. ἀπογράφω (apographo), ‘inschrijven, optekenen’; vergelijk Luk. 10:20. ‘Rechter van allen’ is Elohim zelf. ‘Geesten van rechtvaardigen die volmaakt zijn gemaakt’: de gelovigen van hoofdstuk 11 (zie 11:40). τελειόω (teleioo), ‘volmaken’, zoals in 10:14 en 11:40. Voetnoot : Zie ook Luk. 10:20; Hebr. 10:14; Hebr. 11:40; Fil. 4:3; Openb. 21:27. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἀπογεγραμμένων ἐν οὐρανοῖς (apogegrammenon en ouranois), ‘ingeschreven in de hemelen’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Luc 10:20; Fil 4:3; Heb 10:14; Heb 11:40; Heb 12:16; Openb 21:27 **12:24** en tot Yeshua, de bemiddelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed van besprenkeling, dat beter spreekt dan Abel. Brontekst: καὶ (kai) = en | διαθήκης (diathekes) = van verbond | νέας (neas) = nieuw | μεσίτῃ (mesite) = bemiddelaar | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | καὶ (kai) = en | αἵματι (haimati) = bloed | ῥαντισμοῦ (rhantismou) = van besprenkeling | κρεῖττον (kreitton) = beter | λαλοῦντι (lalounti) = sprekend | παρὰ (para) = dan | τὸν (ton) = de | Ἅβελ (Habel) = Abel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νέα (nea), ‘nieuw’ (ook ‘jong’). In 8:8 en 9:15 staat καινή (kaine), ‘nieuw’; het Grieks gebruikt hier een ander woord, wij vertalen beide ‘nieuw’. ‘Bloed van besprenkeling’: zie 9:19–21 en 10:22. ‘Dat beter spreekt dan Abel’: het bloed van Abel riep (Gen. 4:10, in ons OT-bestand: ‘het bloed van je broer schreeuwt naar Mij vanuit de grond’); het bloed van Yeshua spreekt beter. Het Grieks heeft παρὰ τὸν Ἅβελ (para ton Habel), ‘dan Abel’, dat wil zeggen dan het bloed van Abel. Voetnoot : Zie ook Gen. 4:10; Hebr. 9:15; Hebr. 11:4. Zie ook: Gen 4:10; Heb 9:15; Heb 11:4 ### Weiger Hem niet die spreekt **12:25** Zie erop toe dat jullie Hem die spreekt, niet weigeren. Want als zij niet ontkwamen, toen zij hem weigerden die op aarde waarschuwde, hoeveel te meer wij, als wij ons afwenden van Hem die uit de hemelen waarschuwt, Brontekst: Βλέπετε (Blepete) = ziet toe | μὴ (me) = dat niet | παραιτήσησθε (paraitesesthe) = jullie weigeren | τὸν (ton) = de | λαλοῦντα (lalounta) = sprekende | εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἐκεῖνοι (ekeinoi) = zij | οὐκ (ouk) = niet | ἐξέφυγον (exephygon) = ontkwamen | ἐπὶ (epi) = op | γῆς (ges) = aarde | παραιτησάμενοι (paraitesamenoi) = weigerend hebbend | τὸν (ton) = de | χρηματίζοντα (chrematizonta) = waarschuwende | πολὺ (poly) = veel | μᾶλλον (mallon) = meer | ἡμεῖς (hemeis) = wij | οἱ (hoi) = die | τὸν (ton) = de | ἀπ’ (ap’) = van | οὐρανῶν (ouranon) = hemelen | ἀποστρεφόμενοι (apostrephomenoi) = ons afwendend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραιτέομαι (paraiteomai), ‘weigeren, afwijzen’, zoals in vers 19. χρηματίζω (chrematizo), ‘een godswoord geven, waarschuwen’: dit is de stem op de Sinaï (‘op aarde’) tegenover de stem uit de hemelen. ‘Uit de hemelen’ is Elohim als Spreker van het nieuwe verbond; zie 1:1–2 en 2:1–4. Voetnoot : Zie ook Hebr. 1:1; Hebr. 2:2–3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐξέφυγον (exefygon), ‘ontkwamen’, bij ἐπὶ γῆς … τὸν (epi ges … ton), ‘op aarde’, en bij πολύ (poly), ‘veel’, varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 1:1; Heb 2:2–3; Heb 12:19 **12:26** wiens stem toen de aarde deed schudden. Nu echter heeft Hij beloofd: **„Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel schudden.”** Brontekst: οὗ (hou) = wiens | ἡ (he) = de | φωνὴ (phone) = stem | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | ἐσάλευσεν (esaleusen) = deed schudden | τότε (tote) = toen | νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | ἐπήγγελται (epengeltai) = heeft beloofd | λέγων (legon) = zeggend | Ἔτι (Eti) = nog | ἅπαξ (hapax) = eenmaal | ἐγὼ (ego) = Ik | σείσω (seiso) = zal schudden | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | τὴν (ten) = de | γῆν (gen) = aarde | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | τὸν (ton) = de | οὐρανόν (ouranon) = hemel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Hag. 2:6 (Hebreeuwse telling = NL-telling). Ons OT-bestand heeft: ‘Nog één keer, binnen korte tijd, schud Ik de hemel en de aarde, de zee en het droge.’ De Griekse tekst van de brief heeft: ‘Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel schudden.’ Dit is een samenvatting met de nadruk op ‘niet alleen … maar ook’; ‘de zee en het droge’ ontbreekt. Wij zetten het citaat rood: Yahweh spreekt in de eerste persoon (‘Ik’). ‘Wiens stem’: de stem van Elohim op de Sinaï (Exod. 19:18, de berg beefde; Ps. 68:9). σείω (seio), ‘schudden’. Voetnoot : Zie ook Hag. 2:6; Exod. 19:18; Ps. 68:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij σείσω (seiso), ‘zal schudden’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ex 19:18; Ps 68:9; Hag 2:6 **12:27** Dit ‘nog eenmaal’ maakt de wegneming duidelijk van wat geschud wordt, als van gemaakte dingen, opdat blijft wat niet geschud wordt. Brontekst: τὸ (to) = het | δὲ (de) = maar | Ἔτι (Eti) = nog | ἅπαξ (hapax) = eenmaal | δηλοῖ (deloi) = maakt duidelijk | τῶν (ton) = van de | σαλευομένων (saleuomenon) = geschud wordende dingen | μετάθεσιν (metathesin) = wegneming | ὡς (hos) = als | πεποιημένων (pepoiemenon) = van gemaakte | ἵνα (hina) = opdat | μείνῃ (meine) = blijft | τὰ (ta) = de | μὴ (me) = niet | σαλευόμενα (saleuomena) = geschud wordende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μετάθεσις (metathesis), ‘wegneming’: zoals het ‘weggenomen worden’ van Henoch in 11:5 (μετατίθημι, ‘wegnemen’). Het ‘nog eenmaal’ wijst erop dat het geschapen, schuddende wordt weggenomen, zodat het blijft wat niet geschud wordt, het onwankelbare koninkrijk uit vers 28. σαλεύω (saleuo), ‘schudden, doen wankelen’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 11:5; Hebr. 12:28. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij τῶν σαλευομένων (ton saleuomenon), ‘van wat geschud wordt’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 11:5; Heb 12:28 **12:28** Laten wij daarom, nu wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, de genade vasthouden, waardoor wij Elohim welgevallig mogen dienen, met ontzag en vrees. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | ἀσάλευτον (asaleuton) = onwankelbaar | παραλαμβάνοντες (paralambanontes) = ontvangend | ἔχωμεν (echomen) = laten wij hebben | χάριν (charin) = genade | δι’ (di’) = door | ἧς (hes) = welke | λατρεύωμεν (latreuomen) = laten wij dienen | εὐαρέστως (euarestos) = welgevallig | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | μετὰ (meta) = met | εὐλαβείας (eulabeias) = ontzag | καὶ (kai) = en | δέους (deous) = vrees Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔχωμεν χάριν (echomen charin) kan betekenen ‘laten wij dankbaar zijn’ (een bekende uitdrukking: ‘dank hebben’) of ‘laten wij de genade vasthouden’. Wij kiezen het tweede, omdat ‘waardoor’ (δι’ ἧς) dan op de genade terugslaat. λατρεύω (latreuo), ‘godsdienstig dienen’, zoals in 8:5 en 9:14; λατρεύωμεν is aanvoegende wijs, daarom ‘mogen dienen’. εὐλάβεια (eulabeia), ‘ontzag’; δέος (deos), ‘vrees’. ἀσάλευτος (asaleutos), ‘onwankelbaar’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 9:14; Hebr. 12:27. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij λατρεύωμεν (latreuomen), ‘laten wij dienen’, en bij εὐλαβείας καὶ δέους (eulabeias kai deous), ‘ontzag en vrees’, varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 9:14; Heb 12:27 **12:29** Want onze Elohim is ook een verterend vuur. Brontekst: καὶ (kai) = ja | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | πῦρ (pyr) = vuur | καταναλίσκον (katanaliskon) = verterend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Deut. 4:24: ‘Want Yahweh, jullie Elohim, is een verterend vuur, een na-ijverige El.’ (ons OT-bestand). De brief past het toe op ‘onze Elohim’. καταναλίσκω (katanalisko), ‘geheel verteren’. Hier zwart: de schrijver spreekt, hij citeert de bekende woorden van Mozes. Voetnoot : Zie ook Deut. 4:24; Hebr. 10:27. Zie ook: Deut 4:24; Heb 10:27 ## Hebreeën 13 _Vermaningen, het altaar buiten het kamp, zegenbede en groeten_ ### Laatste vermaningen **13:1** Laat de broederliefde blijven. Brontekst: Ἡ (He) = de | φιλαδελφία (philadelphia) = broederliefde | μενέτω (meneto) = blijve Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλαδελφία (philadelphia), ‘broederliefde’: liefde voor broers en zussen in het geloof (vergelijk 10:19 en 3:1). μενέτω (meneto) is een gebiedende wijs: ‘laat blijven’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 3:1; Hebr. 10:19. Zie ook: Heb 3:1; Heb 10:19 **13:2** Vergeet de gastvrijheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen ontvangen. Brontekst: τῆς (tes) = de | φιλοξενίας (philoxenias) = gastvrijheid | μὴ (me) = niet | ἐπιλανθάνεσθε (epilanthanesthe) = vergeet | διὰ (dia) = door | ταύτης (tautes) = deze | γὰρ (gar) = want | ἔλαθόν (elathon) = bleven onopgemerkt | τινες (tines) = sommigen | ξενίσαντες (xenisantes) = gastvrij ontvangen hebbend | ἀγγέλους (angelous) = engelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλοξενία (philoxenia), ‘gastvrijheid’, letterlijk ‘liefde voor vreemden’. ‘Engelen ontvangen’ verwijst naar Abraham (Gen. 18:1–8) en Lot (Gen. 19:1–3); ons OT-bestand noemt in Gen. 19:1 ‘de twee engelen’, in Gen. 18:2 ‘drie mannen’. De brief noemt geen naam. Voetnoot : Zie ook Gen. 18:2; Gen. 19:1; 1 Petr. 4:9; Tit. 1:8. Zie ook: Gen 18:1–8; Gen 18:2; Gen 19:1–3; Tit 1:8; 1 Petr 4:9 **13:3** Denk aan de gevangenen, alsof jullie met hen gevangen zijn, en aan hen die mishandeld worden, omdat ook jullie zelf in het lichaam zijn. Brontekst: μιμνῄσκεσθε (mimneskesthe) = denkt | τῶν (ton) = aan de | δεσμίων (desmion) = gevangenen | ὡς (hos) = alsof | συνδεδεμένοι (syndedemenoi) = mede-gevangenen | τῶν (ton) = aan de | κακουχουμένων (kakouchoumenon) = mishandelden | ὡς (hos) = alsof | καὶ (kai) = ook | αὐτοὶ (autoi) = zelf | ὄντες (ontes) = zijnde | ἐν (en) = in | σώματι (somati) = lichaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δέσμιος (desmios), ‘gevangene’; συνδέω (syndeo), ‘mede-gevangen zijn’: zoals 10:34. κακουχέω (kakoucheo), ‘mishandelen’, zoals 11:37. ‘In het lichaam zijn’ betekent: zelf ook kwetsbaar. Voetnoot : Zie ook Hebr. 10:34; Hebr. 11:37. Zie ook: Heb 10:34; Heb 11:37 **13:4** Het huwelijk is eervol onder allen, en het bed onbezoedeld, want ontuchtigen en overspelers zal Elohim oordelen. Brontekst: τίμιος (timios) = eervol | ὁ (ho) = het | γάμος (gamos) = huwelijk | ἐν (en) = onder | πᾶσιν (pasin) = allen | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | κοίτη (koite) = bed | ἀμίαντος (amiantos) = onbezoedeld | πόρνους (pornous) = ontuchtigen | γὰρ (gar) = want | καὶ (kai) = en | μοιχοὺς (moichous) = overspelers | κρινεῖ (krinei) = zal oordelen | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het werkwoord ‘is’ ontbreekt in het Grieks; de zin kan een vaststelling (‘het huwelijk is eervol’) of een opdracht (‘het huwelijk zij eervol’) zijn. Wij kiezen de vaststelling, omdat het ‘want’ erna een oordeel geeft. κοίτη (koite), ‘bed’, hier het huwelijksbed; ἀμίαντος (amiantos), ‘onbezoedeld’. πόρνος (pornos), ‘ontuchtige’; μοιχός (moichos), ‘overspeler’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij γάρ (gar), ‘want’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. **13:5** Laat jullie levenswijze vrij zijn van geldzucht en wees tevreden met wat er is. Want Hij heeft Zelf gezegd: **„Ik zal je beslist niet loslaten en je beslist niet verlaten.”** Brontekst: ἀφιλάργυρος (aphilargyros) = zonder geldzucht | ὁ (ho) = de | τρόπος (tropos) = levenswijze | ἀρκούμενοι (arkoumenoi) = tevreden | τοῖς (tois) = met het | παροῦσιν (parousin) = aanwezige | αὐτὸς (autos) = Hij | γὰρ (gar) = want | εἴρηκεν (eireken) = heeft gezegd | Οὐ (Ou) = niet | μή (me) = geenszins | σε (se) = je | ἀνῶ (ano) = zal Ik loslaten | οὐδ’ (oud’) = noch | οὐ (ou) = niet | μή (me) = geenszins | σε (se) = je | ἐγκαταλίπω (enkatalipo) = zal Ik verlaten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zin ‘Ik zal je beslist niet loslaten en je beslist niet verlaten’ staat zo niet woordelijk in het OT. Vergelijk Deut. 31:6 en 31:8 (Mozes spreekt over Yahweh in de derde persoon: ‘Hij zal jullie niet loslaten en jullie niet verlaten’) en Joz. 1:5 (Yahweh spreekt: ‘Ik zal je niet loslaten en je niet verlaten’). Het Griekse citaat staat in de eerste persoon en lijkt het meest op Joz. 1:5. Wij zetten het citaat rood, omdat Yahweh zelf spreekt (‘Hij heeft Zelf gezegd’). Ons OT-bestand heeft ‘loslaten’ en ‘verlaten’. ἀφιλάργυρος (aphilargyros), ‘zonder geldzucht’; de dubbele ontkenning οὐ μή (ou me) versterkt: ‘beslist niet’. Voetnoot : Zie ook Deut. 31:6; Deut. 31:8; Joz. 1:5; 1 Tim. 6:8–10. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἐγκαταλίπω (enkatalipo), ‘ik zal verlaten’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Deut 31:6; Deut 31:8; Joz 1:5; 1 Tim 6:8–10 **13:6** Zodat wij vol vertrouwen kunnen zeggen: „Yahweh is mijn helper, ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?” Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | θαρροῦντας (tharrountas) = vol vertrouwen | ἡμᾶς (hemas) = wij | λέγειν (legein) = zeggen | Κύριος (Kyrios) = Yahweh | ἐμοὶ (emoi) = mij | βοηθός (boethos) = helper | οὐ (ou) = niet | φοβηθήσομαι (phobethesomai) = zal ik vrezen | τί (ti) = wat | ποιήσει (poiesei) = zal doen | μοι (moi) = mij | ἄνθρωπος (anthropos) = mens Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Ps. 118:6 (Hebreeuwse telling = NL-telling). Ons OT-bestand heeft: ‘Yahweh is aan mijn kant, ik zal niet vrezen. Wat kan een mens mij doen?’ De Griekse tekst heeft ‘Heer is mij een helper’; ‘helper’ (βοηθός, boethos) staat alleen in de Griekse tekst van de brief; ons Hebreeuws heeft ‘aan mijn kant’. Wij zetten het citaat zwart: een gelovige spreekt over Yahweh in de derde persoon, en de brief laat ‘wij’ deze woorden zeggen. Het Griekse κύριος (kyrios) geven wij als Yahweh weer. Voetnoot : Zie ook Ps. 118:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὐ (ou), ‘niet’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 118:6 ### Yeshua is dezelfde; buiten het kamp **13:7** Gedenk jullie leiders, die het woord van Elohim tot jullie gesproken hebben. Beschouw de uitkomst van hun levenswandel en volg hun geloof na. Brontekst: Μνημονεύετε (Mnemoneuete) = gedenkt | τῶν (ton) = de | ἡγουμένων (hegoumenon) = leiders | ὑμῶν (hymon) = jullie | οἵτινες (hoitines) = die | ἐλάλησαν (elalesan) = spraken | ὑμῖν (hymin) = tot jullie | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὧν (hon) = van wie | ἀναθεωροῦντες (anatheorountes) = beschouwend | τὴν (ten) = de | ἔκβασιν (ekbasin) = uitkomst | τῆς (tes) = van de | ἀναστροφῆς (anastrophes) = levenswandel | μιμεῖσθε (mimeisthe) = volgt na | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡγούμενοι (hegoumenoi), ‘leiders’: zoals in vers 17 en 24. ‘Zij die het woord van Elohim tot jullie gesproken hebben’ zijn leiders van vroeger; het Grieks zegt niet of zij nog leven (vergelijk ‘uitkomst van hun levenswandel’). ἔκβασις (ekbasis), ‘uitkomst, einde’; ἀναστροφή (anastrophe), ‘levenswandel’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 13:17; Hebr. 13:24. Zie ook: Heb 13:17; Heb 13:24 **13:8** Yeshua de Messias is gisteren en vandaag dezelfde, en tot in de eeuwen. Brontekst: Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | Χριστὸς (Christos) = Messias | ἐχθὲς (echthes) = gisteren | καὶ (kai) = en | σήμερον (semeron) = vandaag | ὁ (ho) = de | αὐτός (autos) = dezelfde | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Yeshua de Messias is gisteren en vandaag dezelfde, en tot in de eeuwen’: een bekentenis tussen de vermaningen. Vergelijk 1:12 (‘Jij bent dezelfde’) en 7:24. αἰών (aion), ‘eeuw’, hier meervoud: ‘tot in de eeuwen’, zoals elders in de brief. Voetnoot : Zie ook Hebr. 1:12; Hebr. 7:24. Zie ook: Heb 1:12; Heb 7:24 **13:9** Laat jullie niet meevoeren door allerlei vreemde leringen. Want het is goed dat het hart door genade gesterkt wordt, niet door spijzen, waarvan zij die erin wandelden, geen voordeel hebben gehad. Brontekst: διδαχαῖς (didachais) = door leringen | ποικίλαις (poikilais) = velerlei | καὶ (kai) = en | ξέναις (xenais) = vreemde | μὴ (me) = niet | παραφέρεσθε (parapheresthe) = laat jullie meevoeren | καλὸν (kalon) = goed | γὰρ (gar) = want | χάριτι (chariti) = door genade | βεβαιοῦσθαι (bebaiousthai) = gesterkt te worden | τὴν (ten) = het | καρδίαν (kardian) = hart | οὐ (ou) = niet | βρώμασιν (bromasin) = door spijzen | ἐν (en) = in | οἷς (hois) = welke | οὐκ (ouk) = niet | ὠφελήθησαν (ophelethesan) = werden geholpen | οἱ (hoi) = zij die | περιπατοῦντες (peripatountes) = wandelden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Vreemde leringen’: leringen die niet bij het evangelie horen. βρώματα (bromata), ‘spijzen’: zoals in 9:10; het Grieks zegt niet om welke regels het gaat (vergelijk vers 10). βεβαιόω (bebaioo), ‘versterken, bevestigen’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen, leven’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 9:10; Hebr. 13:10. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij περιπατοῦντες (peripatountes), ‘wandelden’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Heb 9:10; Heb 13:10 **13:10** Wij hebben een altaar waarvan zij die de tent dienen, niet het recht hebben te eten. Brontekst: ἔχομεν (echomen) = wij hebben | θυσιαστήριον (thysiasterion) = altaar | ἐξ (ex) = van | οὗ (hou) = welk | φαγεῖν (phagein) = te eten | οὐκ (ouk) = niet | ἔχουσιν (echousin) = hebben | ἐξουσίαν (exousian) = recht | οἱ (hoi) = zij die | τῇ (te) = de | σκηνῇ (skene) = tent | λατρεύοντες (latreuontes) = dienen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’: hier de plaats van het offer van Yeshua. ‘Zij die de tent dienen’ (οἱ τῇ σκηνῇ λατρεύοντες): de priesters van het oude verbond, zoals in 8:5 en 9:9. Zij hadden recht op delen van het offer (Lev. 7:6, 7:31), maar niet op wat voor de zonde werd verbrand (Lev. 6:23). Voetnoot : Zie ook Hebr. 8:5; Hebr. 9:9; Lev. 6:23. Zie ook: Lev 6:23; Lev 7:6; Lev 7:31; Heb 8:5; Heb 9:9 **13:11** Want de lichamen van de dieren, waarvan het bloed voor de zonde door de hogepriester het heiligdom wordt binnengebracht, worden buiten het kamp verbrand. Brontekst: ὧν (hon) = van welke | γὰρ (gar) = want | εἰσφέρεται (eispheretai) = wordt binnengebracht | ζῴων (zoon) = dieren | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | περὶ (peri) = voor | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | εἰς (eis) = in | τὰ (ta) = het | ἅγια (hagia) = heiligdom | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | ἀρχιερέως (archiereos) = hogepriester | τούτων (touton) = van deze | τὰ (ta) = de | σώματα (somata) = lichamen | κατακαίεται (katakaietai) = worden verbrand | ἔξω (exo) = buiten | τῆς (tes) = het | παρεμβολῆς (paremboles) = kamp Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Lev. 16:27, in ons OT-bestand: ‘De stier van het zondoffer en de bok van het zondoffer, waarvan het bloed binnengebracht is om verzoening te doen in het heiligdom, moet hij naar buiten brengen. Buiten het kamp.’ Zie ook Lev. 4:12 en 16:28. παρεμβολή (parembole), ‘kamp’. τὰ ἅγια (ta hagia), ‘het heiligdom’: de plaats van Elohim, zoals Lev. 16:2. κατακαίεται (katakaietai), ‘wordt verbrand’. Voetnoot : Zie ook Lev. 16:27; Lev. 16:28; Lev. 4:12; Lev. 16:2. Zie ook: Lev 4:12; Lev 16:2; Lev 16:27; Lev 16:28 **13:12** Daarom heeft ook Yeshua buiten de poort geleden, om het volk door Zijn eigen bloed te heiligen. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | καὶ (kai) = ook | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | ἵνα (hina) = opdat | ἁγιάσῃ (hagiase) = Hij heiligt | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = het | ἰδίου (idiou) = eigen | αἵματος (haimatos) = bloed | τὸν (ton) = het | λαόν (laon) = volk | ἔξω (exo) = buiten | τῆς (tes) = de | πύλης (pyles) = poort | ἔπαθεν (epathen) = heeft geleden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Buiten de poort’: de poort van Jeruzalem, naar het beeld van het kamp. Yeshua is gekruisigd buiten de stad (zie Joh. 19:17–20). ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’, in de zin van afzonderen voor Elohim, zoals in 2:11, 10:10, 10:14 en 13:12; zie ook 10:29. ἴδιος (idios), ‘eigen’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 2:11; Hebr. 10:10; Hebr. 10:29; Joh. 19:17. Zie ook: Joh 19:17–20; Heb 2:11; Heb 10:10; Heb 10:29 **13:13** Laten wij dus naar Hem uitgaan, buiten het kamp, en Zijn smaad dragen. Brontekst: τοίνυν (toinyn) = dus | ἐξερχώμεθα (exerchometha) = laten wij uitgaan | πρὸς (pros) = naar | αὐτὸν (auton) = Hem | ἔξω (exo) = buiten | τῆς (tes) = het | παρεμβολῆς (paremboles) = kamp | τὸν (ton) = de | ὀνειδισμὸν (oneidismon) = smaad | αὐτοῦ (autou) = van Hem | φέροντες (pherontes) = dragend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Buiten het kamp’: de plaats van de smaad, buiten wat veilig en vertrouwd is. ὀνειδισμός (oneidismos), ‘smaad’, zoals 11:26 (‘de smaad van de Messias’) en 10:33. ‘Naar Hem uitgaan’ betekent: Hem volgen op Zijn weg. Voetnoot : Zie ook Hebr. 11:26; Hebr. 10:33. Zie ook: Heb 10:33; Heb 11:26 **13:14** Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de komende. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | ὧδε (hode) = hier | μένουσαν (menousan) = blijvende | πόλιν (polin) = stad | ἀλλὰ (alla) = maar | τὴν (ten) = de | μέλλουσαν (mellousan) = komende | ἐπιζητοῦμεν (epizetoumen) = zoeken wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Een blijvende stad’ staat tegenover ‘de komende’: de stad met fundamenten (11:10, 11:16), het hemelse Jeruzalem (12:22). ἐπιζητέω (epizeteo), ‘zoeken, verlangen naar’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 11:10; Hebr. 11:16; Hebr. 12:22. Zie ook: Heb 11:10; Heb 11:16; Heb 12:22 ### Offers van lof en goeddoen **13:15** Laten wij dan door Hem voortdurend een lofoffer aan Elohim opbrengen, dat wil zeggen de vrucht van lippen die Zijn naam belijden. Brontekst: δι’ (di’) = door | αὐτοῦ (autou) = Hem | οὖν (oun) = dan | ἀναφέρωμεν (anapheromen) = laten wij opbrengen | θυσίαν (thysian) = offer | αἰνέσεως (aineseos) = van lof | διὰ (dia) = door | παντὸς (pantos) = altijd | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | τοῦτ’ (tout’) = dat | ἔστιν (estin) = is | καρπὸν (karpon) = vrucht | χειλέων (cheileon) = van lippen | ὁμολογούντων (homologounton) = belijdend | τῷ (to) = aan de | ὀνόματι (onomati) = naam | αὐτοῦ (autou) = van Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Hos. 14:3 (Hebreeuwse telling; NL-telling 14:2). Ons OT-bestand heeft: ‘Neem woorden met jullie mee en keer terug tot Yahweh. Zeg tot Hem: „Neem alle schuld weg en ontvang het goede. Dan betalen wij de stieren van onze lippen.”’ De brief heeft ‘vrucht van lippen’ (καρπὸν χειλέων, karpon cheileon) waar ons Hebreeuws ‘stieren van onze lippen’ heeft; wij vertalen wat het Grieks heeft. θυσία αἰνέσεως (thysia aineseos), ‘lofoffer’: vergelijk Lev. 7:12 (‘dankoffer’) en Ps. 50:14. ἀναφέρω (anaphero), ‘opbrengen, op het altaar leggen’. ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’. Voetnoot : Zie ook Hos. 14:3; Lev. 7:12; Ps. 50:14; 1 Petr. 2:5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij οὖν (oun), ‘dan’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Lev 7:12; Ps 50:14; Hos 14:3; 1 Petr 2:5 **13:16** Vergeet echter het goeddoen en het delen niet, want aan zulke offers heeft Elohim behagen. Brontekst: τῆς (tes) = de | δὲ (de) = maar | εὐποιΐας (eupoiias) = weldadigheid | καὶ (kai) = en | κοινωνίας (koinonias) = gemeenschap | μὴ (me) = niet | ἐπιλανθάνεσθε (epilanthanesthe) = vergeet | τοιαύταις (toiautais) = zulke | γὰρ (gar) = want | θυσίαις (thysiais) = offers | εὐαρεστεῖται (euaresteitai) = heeft behagen | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐποιΐα (eupoiia), ‘goeddoen, weldadigheid’; κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap, delen met anderen’. εὐαρεστέομαι (euaresteomai), ‘behagen vinden’: Elohim heeft behagen in zulke offers. Voetnoot : Zie ook Hebr. 13:15. Zie ook: Heb 13:15 ### Leiders en gebed **13:17** Wees gehoorzaam aan jullie leiders en geef toe, want zij waken over jullie zielen, als mensen die rekenschap zullen afleggen. Laten zij dit met vreugde doen en niet zuchtend, want dat zou voor jullie nadelig zijn. Brontekst: Πείθεσθε (Peithesthe) = wees gehoorzaam | τοῖς (tois) = aan de | ἡγουμένοις (hegoumenois) = leiders | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | ὑπείκετε (hypeikete) = geef toe | αὐτοὶ (autoi) = zij | γὰρ (gar) = want | ἀγρυπνοῦσιν (agrypnousin) = waken | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῶν (ton) = de | ψυχῶν (psychon) = zielen | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὡς (hos) = als | λόγον (logon) = rekenschap | ἀποδώσοντες (apodosontes) = die zullen afleggen | ἵνα (hina) = opdat | μετὰ (meta) = met | χαρᾶς (charas) = vreugde | τοῦτο (touto) = dit | ποιῶσιν (poiosin) = zij doen | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | στενάζοντες (stenazontes) = zuchtend | ἀλυσιτελὲς (alysiteles) = nadelig | γὰρ (gar) = want | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | τοῦτο (touto) = dit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡγούμενοι (hegoumenoi), ‘leiders’, hier de leiders die er nu zijn. πείθομαι (peithomai), ‘zich laten overtuigen, gehoorzamen’; ὑπείκω (hypeiko), ‘toegeven, zich schikken’. ἀγρυπνέω (agrypneo), ‘waken’. ἀλυσιτελής (alysiteles), ‘nadelig, geen voordeel brengend’. ‘Rekenschap afleggen’ (λόγον ἀποδιδόναι, logon apodidonai): zoals 4:13. Voetnoot : Zie ook Hebr. 4:13; Hebr. 13:7. Zie ook: Heb 4:13; Heb 13:7 **13:18** Bid voor ons, want wij zijn ervan overtuigd dat wij een goed geweten hebben, daar wij in alles goed willen wandelen. Brontekst: Προσεύχεσθε (Proseuchesthe) = bidt | περὶ (peri) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | πειθόμεθα (peithometha) = wij zijn overtuigd | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | καλὴν (kalen) = goed | συνείδησιν (syneidesin) = geweten | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = alles | καλῶς (kalos) = goed | θέλοντες (thelontes) = willend | ἀναστρέφεσθαι (anastrephesthai) = wandelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Bid voor ons’: de schrijver verbindt zich met een ‘wij’. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’, zoals 9:9, 9:14 en 10:22. ἀναστρέφομαι (anastrephomai), ‘wandelen, zich gedragen’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 9:14; Hebr. 10:22; 1 Tim. 1:5; 1 Petr. 3:16. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij πειθόμεθα (peithometha), ‘wij zijn overtuigd’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tim 1:5; 1 Petr 3:16; Heb 9:14; Heb 10:22 **13:19** Ik vermaan jullie nog dringender dit te doen, opdat ik sneller aan jullie teruggegeven word. Brontekst: περισσοτέρως (perissoteros) = nog dringender | δὲ (de) = maar | παρακαλῶ (parakalo) = ik vermaan | τοῦτο (touto) = dit | ποιῆσαι (poiesai) = te doen | ἵνα (hina) = opdat | τάχιον (tachion) = sneller | ἀποκατασταθῶ (apokatastatho) = ik teruggegeven word | ὑμῖν (hymin) = aan jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποκαθίστημι (apokathistemi), ‘terugbrengen, herstellen’: de schrijver hoopt spoedig bij hen terug te zijn. Wat hem tegenhoudt, noemt de brief niet. ### Zegenbede en slotgroet **13:20** En de Elohim van de vrede, die de grote Herder van de schapen uit de doden heeft teruggebracht, onze Heer Yeshua, door het bloed van een eeuwig verbond, Brontekst: Ὁ (Ho) = de | δὲ (de) = maar | θεὸς (theos) = Elohim | τῆς (tes) = van de | εἰρήνης (eirenes) = vrede | ὁ (ho) = die | ἀναγαγὼν (anagagon) = teruggebracht heeft | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | τὸν (ton) = de | ποιμένα (poimena) = herder | τῶν (ton) = van de | προβάτων (probaton) = schapen | τὸν (ton) = de | μέγαν (megan) = grote | ἐν (en) = in | αἵματι (haimati) = bloed | διαθήκης (diathekes) = van verbond | αἰωνίου (aioniou) = eeuwig | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De Elohim van de vrede’: vergelijk 1 Thess. 5:23 en Rom. 15:33. ἀνάγω (anago), ‘terugbrengen, omhoog brengen’; ‘uit de doden’ is de opwekking van Yeshua. ‘De grote Herder van de schapen’: vergelijk Jes. 63:11, in ons OT-bestand ‘Waar is Hij die hen uit de zee deed opkomen, met de herders van Zijn kudde?’; de Griekse tekst heeft ‘de herder van de schapen’. ‘Door het bloed van een eeuwig verbond’: vergelijk Zach. 9:11 (‘door het bloed van je verbond heb Ik je gevangenen vrijgelaten’) en Exod. 24:8 (‘het bloed van het verbond’); ‘eeuwig verbond’ ook in Jes. 55:3 en Jer. 32:40. De ‘eeuwige’ verlossing staat in 9:12 en de erfenis in 9:15; zie ook 12:24. Voetnoot : Zie ook Jes. 63:11; Zach. 9:11; Exod. 24:8; Jes. 55:3; Jer. 32:40; Hebr. 9:12; Hebr. 12:24; 1 Petr. 2:25; 1 Petr. 5:4; Fil. 4:9. Zie ook: Ex 24:8; Jes 55:3; Jes 63:11; Jer 32:40; Zach 9:11; 1 Tess 5:23; Rom 15:33; Fil 4:9; 1 Petr 2:25; 1 Petr 5:4; Heb 9:12; Heb 12:24 **13:21** moge Hij jullie in alles wat goed is toerusten om Zijn wil te doen, en in ons uitwerken wat in Zijn ogen welgevallig is, door Yeshua de Messias. Hem zij de heerlijkheid tot in de eeuwen. Amen. Brontekst: καταρτίσαι (katartisai) = moge toerusten | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | ἀγαθῷ (agatho) = goeds | εἰς (eis) = om | τὸ (to) = het | ποιῆσαι (poiesai) = te doen | τὸ (to) = de | θέλημα (thelema) = wil | αὐτοῦ (autou) = van Hem | ποιῶν (poion) = werkend | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | τὸ (to) = het | εὐάρεστον (euareston) = welbehaaglijke | ἐνώπιον (enopion) = voor | αὐτοῦ (autou) = Hem | διὰ (dia) = door | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ᾧ (ho) = wie | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταρτίζω (katartizo), ‘toerusten, volledig gereedmaken’: ook gebruikt voor het herstellen van netten (Matt. 4:21). De zin loopt door van vers 20: de Elohim van de vrede ‘moge toerusten’ (een wens in de aanvoegende wijs). ‘Door Yeshua de Messias’: Hij werkt door Yeshua. Het ‘Hem’ in ‘Hem zij de heerlijkheid’ (ᾧ, ho) kan op Elohim of op Yeshua slaan; wij laten dit open. ἀμήν (amen), ‘voorwaar, zo zij het’. Voetnoot : Zie ook Matt. 4:21. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij παντί (panti), ‘alles’, bij ἡμῖν (hemin), ‘ons’, en bij αἰῶνας (aionas), ‘eeuwen’, varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 4:21; Heb 13:20 **13:22** Ik vermaan jullie, broers: verdraag dit woord van vermaning, want ik heb jullie slechts in weinig woorden geschreven. Brontekst: Παρακαλῶ (Parakalo) = ik vermaan | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ἀνέχεσθε (anechesthe) = verdraagt | τοῦ (tou) = het | λόγου (logou) = woord | τῆς (tes) = van de | παρακλήσεως (parakleseos) = vermaning | καὶ (kai) = ja | γὰρ (gar) = want | διὰ (dia) = met | βραχέων (bracheon) = weinige | ἐπέστειλα (epesteila) = heb geschreven | ὑμῖν (hymin) = aan jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters, zoals in 10:19. ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen, aanvaarden’. ‘Het woord van vermaning’ (λόγος τῆς παρακλήσεως, logos tes parakleseos) is de hele brief; vergelijk Hand. 13:15, waar hetzelfde woord een toespraak in de synagoge aanduidt. διὰ βραχέων (dia brachean), ‘in weinig woorden’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 10:19; Hand. 13:15. Zie ook: Hand 13:15; Heb 10:19 **13:23** Weet dat onze broer Timoteüs is vrijgelaten. Met hem zal ik jullie zien, als hij snel komt. Brontekst: γινώσκετε (ginoskete) = weet | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | ἡμῶν (hemon) = onze | Τιμόθεον (Timotheon) = Timoteüs | ἀπολελυμένον (apolelymenon) = vrijgelaten | μεθ’ (meth’) = met | οὗ (hou) = wie | ἐὰν (ean) = als | τάχιον (tachion) = spoedig | ἔρχηται (erchetai) = hij komt | ὄψομαι (opsomai) = zal ik zien | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Timoteüs (Τιμόθεος): de brief zegt niet wie hij is en noemt hem alleen hier; vergelijk Hand. 16:1. ἀπολύω (apolyo) betekent ‘loslaten, vrijlaten, wegsturen’: Timoteüs is vrijgelaten uit de gevangenis, of hij is op reis gestuurd. Wij kiezen ‘vrijgelaten’. Vergelijk vers 3. Voetnoot : Zie ook Hebr. 13:3; Hand. 16:1. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ἡμῶν (hemon), ‘onze’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hand 16:1; Heb 13:3 **13:24** Groet al jullie leiders en alle heiligen. Zij die uit Italië zijn, groeten jullie. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | πάντας (pantas) = allen | τοὺς (tous) = de | ἡγουμένους (hegoumenous) = leiders | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | πάντας (pantas) = allen | τοὺς (tous) = de | ἁγίους (hagious) = heiligen | ἀσπάζονται (aspazontai) = groeten | ὑμᾶς (hymas) = jullie | οἱ (hoi) = zij die | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = het | Ἰταλίας (Italias) = Italië Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Italië (vasteland): Italië is het schiereiland waarop Rome ligt. De omtrek hier is de moderne kustlijn van het vasteland, bij benadering. Voetnoot Uitleg: οἱ ἀπὸ τῆς Ἰταλίας (hoi apo tes Italias), ‘zij van Italië’: kan betekenen ‘zij die uit Italië zijn’ (de schrijver is in Italië) of ‘zij die uit Italië komen en nu elders zijn’. Wij kiezen de eerste weergave; de tweede blijft mogelijk. ἡγούμενοι (hegoumenoi), ‘leiders’, zoals in vers 7 en 17. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’. Voetnoot : Zie ook Hebr. 13:7; Hebr. 13:17. Zie ook: Heb 13:7; Heb 13:17 **13:25** De genade zij met jullie allen. Brontekst: ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Slotwens: ‘de genade zij met jullie allen’; vergelijk Kol. 4:18. Voetnoot : Zie ook Kol. 4:18; Tit. 3:15. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ὑμῶν (hymon), ‘jullie’, een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Kol 4:18; Tit 3:15