# Galaten (Πρὸς Γαλάτας, Pros Galatas) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Galaten 1 _Aanhef, geen andere goede boodschap en de roeping van Paulus_ ### Paulus aan de gemeenten van Galatië **1:1** Paulus, apostel, niet van mensen en niet door een mens, maar door Yeshua de Messias en door Elohim, de Vader, die Hem uit de doden heeft opgewekt, Brontekst: Παῦλος (Paulos) = Paulus | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | οὐκ (ouk) = niet | ἀπ’ (ap’) = van | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | οὐδὲ (oude) = noch | δι’ (di’) = door | ἀνθρώπου (anthropou) = een mens | ἀλλὰ (alla) = maar | διὰ (dia) = door | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | καὶ (kai) = en | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | τοῦ (tou) = die | ἐγείραντος (egeirantos) = opgewekt heeft | αὐτὸν (auton) = Hem | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is, met het gezag van wie hem zendt. Paulus zegt dat zijn zending niet van mensen komt, maar van Yeshua de Messias en van Elohim, de Vader. Χριστός (Christos), ‘Messias’: de Gezalfde, Hebreeuws מָשִׁיחַ (mashiach). ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’: uit de dood laten opstaan. Verzen 1–5 vormen één brief-aanhef: ‘Paulus … aan de gemeenten van Galatië: genade en vrede …’. Voetnoot : Zie ook Hand. 9:15. Zie ook: Hand 9:15 **1:2** en alle broers die bij mij zijn, aan de gemeenten van Galatië: Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = die | σὺν (syn) = met | ἐμοὶ (emoi) = mij | πάντες (pantes) = alle | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ταῖς (tais) = aan de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | τῆς (tes) = van | Γαλατίας (Galatias) = Galatië Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Galatië (ongeveer): Galatië is het binnenland van het huidige Turkije, rond Ankara. Of Paulus de streek in het noorden bedoelt of de Romeinse provincie, die ook Pisidië en Lykaonië omvatte (met Ikonium, Lystra en Derbe), is niet zeker; het punt is bij benadering. Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente; wij schrijven ‘broers’, zoals in Handelingen. ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: de bijeengeroepen gelovigen. Het meervoud ‘gemeenten’ wijst op meer plaatsen. Galatië is een landstreek in het midden van het huidige Turkije. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:6; Hand. 18:23. Zie ook: Hand 16:6; Hand 18:23 **1:3** genade en vrede voor jullie van Elohim, de Vader, en van onze Heer Yeshua de Messias, Brontekst: χάρις (charis) = genade | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | καὶ (kai) = en | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’, en εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: de vaste groet van Paulus aan het begin van zijn brieven. κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier Yeshua. **1:4** die Zichzelf heeft gegeven voor onze zonden, om ons te bevrijden uit de huidige boze eeuw, naar de wil van onze Elohim en Vader. Brontekst: τοῦ (tou) = die | δόντος (dontos) = gegeven heeft | ἑαυτὸν (heauton) = Zichzelf | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῶν (ton) = de | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | ἡμῶν (hemon) = onze | ὅπως (hopos) = opdat | ἐξέληται (exeletai) = Hij bevrijdt | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | αἰῶνος (aionos) = eeuw | τοῦ (tou) = de | ἐνεστῶτος (enestotos) = huidige | πονηροῦ (ponerou) = boze | κατὰ (kata) = volgens | τὸ (to) = de | θέλημα (thelema) = wil | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατρὸς (patros) = Vader | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξαιρέω (exaireo), ‘bevrijden’: iemand uit een macht wegtrekken. αἰών (aion), ‘eeuw’: een tijdperk; ‘de huidige boze eeuw’ is de wereldtijd waarin wij nu leven. θέλημα (thelema), ‘wil’. Vergelijk 2:20, waar Paulus hetzelfde zegt over Yeshua. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:20. Zie ook: Gal 2:20 **1:5** Aan Hem zij de heerlijkheid tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen. Brontekst: ᾧ (ho) = aan wie | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’. εἰς τοὺς αἰῶνας τῶν αἰώνων (eis tous aionas ton aionon), letterlijk ‘tot in de eeuwen van de eeuwen’: voor altijd. ἀμήν (amen), ‘amen’: Hebreeuws אָמֵן, ‘zo is het’; hier de afsluiting van een lofprijzing. ### Er is geen andere goede boodschap **1:6** Ik verbaas me dat jullie zo snel overstappen van Hem die jullie in de genade van de Messias heeft geroepen naar een andere goede boodschap. Brontekst: Θαυμάζω (Thaumazo) = ik verwonder mij | ὅτι (hoti) = dat | οὕτως (houtos) = zo | ταχέως (tacheos) = snel | μετατίθεσθε (metatithesthe) = jullie stappen over | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = Hem die | καλέσαντος (kalesantos) = geroepen heeft | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | χάριτι (chariti) = genade | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | εἰς (eis) = naar | ἕτερον (heteron) = een andere | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θαυμάζω (thaumazo), ‘zich verbazen’. Paulus begint deze brief zonder dankzegging en gaat meteen over tot een verwijt. μετατίθημι (metatithemi), ‘overstappen’: ook ‘van standpunt veranderen’ of ‘overlopen’. ‘Hem die jullie geroepen heeft’ is Elohim (vergelijk vers 15). ἕτερον (heteron), ‘een andere’. Zie ook: Gal 1:15 **1:7** Een andere is er niet. Er zijn alleen enkelen die jullie in verwarring brengen en de goede boodschap van de Messias willen verdraaien. Brontekst: ὃ (ho) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἄλλο (allo) = een andere | εἰ (ei) = als | μή (me) = niet | τινές (tines) = enigen | εἰσιν (eisin) = zijn | οἱ (hoi) = die | ταράσσοντες (tarassontes) = verwarren | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | θέλοντες (thelontes) = willen | μεταστρέψαι (metastrepsai) = verdraaien | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄλλο (allo), ‘een andere’: een ander woord voor ‘andere’ dan ἕτερον (heteron) in vers 6. Paulus zegt: een tweede goede boodschap bestaat niet. De Griekse zin ‘die niet een andere is, als niet enigen zijn die …’ loopt niet soepel; wij maken er twee zinnen van. ταράσσω (tarasso), ‘in verwarring brengen’. μεταστρέφω (metastrefo), ‘verdraaien’: in het tegendeel veranderen. Zie ook: Gal 1:6 **1:8** Maar ook als wij of een engel uit de hemel jullie de goede boodschap brengen anders dan wij jullie die gebracht hebben, hij zij vervloekt. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | ἐὰν (ean) = als | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἢ (e) = of | ἄγγελος (angelos) = een engel | ἐξ (ex) = uit | οὐρανοῦ (ouranou) = de hemel | εὐαγγελίζηται (euangelizetai) = de goede boodschap brengt | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | παρ’ (par’) = anders dan | ὃ (ho) = wat | εὐηγγελισάμεθα (euengelisametha) = wij de goede boodschap brachten | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἀνάθεμα (anathema) = vervloekt | ἔστω (esto) = hij zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. παρά (para) met ‘wat’: ‘anders dan’, ook ‘in strijd met’; de Griekse zin kan beide betekenen. ἀνάθεμα (anathema), ‘vervloekt’: iemand die aan het oordeel van Elohim is overgegeven. ἔστω (esto), ‘hij zij’: een wens of bevel. Het Griekse woord in 3:10 en 3:13 is een ander woord, ἐπικατάρατος (epikataratos), dat wij ook met ‘vervloekt’ weergeven. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:10; Gal. 3:13. Zie ook: Gal 3:10; Gal 3:13 **1:9** Zoals wij eerder gezegd hebben, zeg ik nu opnieuw: als iemand jullie de goede boodschap brengt anders dan jullie die ontvangen hebben, hij zij vervloekt. Brontekst: ὡς (hos) = zoals | προειρήκαμεν (proeirekamen) = wij eerder zeiden | καὶ (kai) = en | ἄρτι (arti) = nu | πάλιν (palin) = opnieuw | λέγω (lego) = zeg ik | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ὑμᾶς (hymas) = jullie | εὐαγγελίζεται (euangelizetai) = de goede boodschap brengt | παρ’ (par’) = anders dan | ὃ (ho) = wat | παρελάβετε (parelabete) = jullie ontvingen | ἀνάθεμα (anathema) = vervloekt | ἔστω (esto) = hij zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προειρήκαμεν (proeirekamen), ‘wij hebben eerder gezegd’: dat kan verwijzen naar vers 8 of naar wat Paulus eerder bij de gemeenten gezegd heeft. Paulus herhaalt de vervloeking uit vers 8 met nadruk. Zie ook: Gal 1:8 **1:10** Want overtuig ik nu mensen, of Elohim? Of zoek ik mensen te behagen? Als ik nog mensen behaagde, zou ik geen knecht van de Messias zijn. Brontekst: Ἄρτι (Arti) = nu | γὰρ (gar) = want | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | πείθω (peitho) = overtuig ik | ἢ (e) = of | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim | ἢ (e) = of | ζητῶ (zeto) = zoek ik | ἀνθρώποις (anthropois) = mensen | ἀρέσκειν (areskein) = te behagen | εἰ (ei) = als | ἔτι (eti) = nog | ἀνθρώποις (anthropois) = mensen | ἤρεσκον (ereskon) = behaagde ik | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | δοῦλος (doulos) = knecht | οὐκ (ouk) = niet | ἂν (an) = zou | ἤμην (emen) = ik was Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πείθω (peitho), ‘overtuigen’: ook ‘voor zich winnen’ of ‘gunstig stemmen’. ἀρέσκω (aresko), ‘behagen’. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’, iemand die helemaal aan zijn heer toebehoort; wij schrijven overal ‘knecht’. ### De goede boodschap komt van Yeshua de Messias **1:11** Want ik maak jullie bekend, broers, dat de goede boodschap die door mij gebracht is, niet naar menselijke maat is. Brontekst: Γνωρίζω (Gnorizo) = ik maak bekend | γὰρ (gar) = want | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τὸ (to) = die | εὐαγγελισθὲν (euangelisthen) = als goede boodschap gebracht is | ὑπ’ (hyp’) = door | ἐμοῦ (emou) = mij | ὅτι (hoti) = dat | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | κατὰ (kata) = naar | ἄνθρωπον (anthropon) = menselijke maat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γνωρίζω (gnorizo), ‘bekendmaken’. κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘naar menselijke maat’: volgens de mens, van menselijke oorsprong of aard. Hetzelfde staat in 3:15. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:15. Zie ook: Gal 3:15 **1:12** Want ik heb haar ook niet van een mens ontvangen, en ik ben haar niet geleerd, maar door een onthulling van Yeshua de Messias. Brontekst: οὐδὲ (oude) = ook niet | γὰρ (gar) = want | ἐγὼ (ego) = ik | παρὰ (para) = van | ἀνθρώπου (anthropou) = een mens | παρέλαβον (parelabon) = ontving | αὐτό (auto) = haar | οὔτε (oute) = noch | ἐδιδάχθην (edidachthen) = werd ik onderwezen | ἀλλὰ (alla) = maar | δι’ (di’) = door | ἀποκαλύψεως (apokalypseos) = onthulling | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’. ‘Onthulling van Yeshua de Messias’: het Griekse ‘van’ kan betekenen dat Yeshua de Messias Degene is die onthult, of dat Hij de inhoud van de onthulling is (vergelijk vers 16: ‘Zijn Zoon in mij te onthullen’). Voetnoot : Zie ook Hand. 9:3–6. Zie ook: Hand 9:3–6; Gal 1:16 ### Van vervolger tot boodschapper **1:13** Want jullie hebben gehoord over mijn levenswandel van vroeger in het jodendom: ik vervolgde de gemeente van Elohim buitensporig en verwoestte haar. Brontekst: Ἠκούσατε (Ekousate) = jullie hebben gehoord | γὰρ (gar) = want | τὴν (ten) = de | ἐμὴν (emen) = mijn | ἀναστροφήν (anastrophen) = levenswandel | ποτε (pote) = eens | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | Ἰουδαϊσμῷ (Ioudaismo) = jodendom | ὅτι (hoti) = dat | καθ’ (kath’) = naar | ὑπερβολὴν (hyperbolen) = overmaat | ἐδίωκον (ediokon) = vervolgde ik | τὴν (ten) = de | ἐκκλησίαν (ekklesian) = gemeente | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἐπόρθουν (eporthoun) = verwoestte ik | αὐτήν (auten) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰουδαϊσμός (Ioudaismos), ‘jodendom’: de levenswijze van de Joden volgens de wet en de overleveringen. ἀναστροφή (anastrofe), ‘levenswandel’: hoe iemand leeft. πορθέω (portheo), ‘verwoesten’: zoals in Hand. 9:21. Vergelijk ook de woorden van Paulus over zijn vroegere leven in Hand. 22:4. Voetnoot : Zie ook Hand. 8:3; Hand. 9:1–2; Hand. 9:21; Hand. 22:4. Zie ook: Hand 8:3; Hand 9:1–2; Hand 9:21; Hand 22:4 **1:14** Ik ging in het jodendom verder dan veel leeftijdsgenoten in mijn volk, en ik was een veel groter ijveraar voor de overleveringen van mijn vaders. Brontekst: καὶ (kai) = en | προέκοπτον (proekopton) = ging vooruit ik | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | Ἰουδαϊσμῷ (Ioudaismo) = jodendom | ὑπὲρ (hyper) = boven | πολλοὺς (pollous) = velen | συνηλικιώτας (synelikiotas) = leeftijdsgenoten | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | γένει (genei) = volk | μου (mou) = mijn | περισσοτέρως (perissoteros) = meer | ζηλωτὴς (zelotes) = ijveraar | ὑπάρχων (hyparchon) = zijnde | τῶν (ton) = van de | πατρικῶν (patrikon) = vaderlijke | μου (mou) = mijn | παραδόσεων (paradoseon) = overleveringen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζηλωτής (zelotes), ‘ijveraar’: iemand die vurig opkomt voor wat hij heilig acht. παράδοσις (paradosis), ‘overlevering’: wat door de voorouders is doorgegeven, ook uitleg van de wet die niet in de wet zelf staat; zie Matt. 15:2. συνηλικιώτης (synelikiotes), ‘leeftijdsgenoot’. Voetnoot : Zie ook Matt. 15:2; Hand. 22:3. Zie ook: Mat 15:2; Hand 22:3 **1:15** Maar toen Hij die mij vanaf de schoot van mijn moeder had afgezonderd en door Zijn genade had geroepen, het goed vond Brontekst: ὅτε (hote) = toen | δὲ (de) = maar | εὐδόκησεν (eudokesen) = het behaagde | ὁ (ho) = Hem die | ἀφορίσας (aphorisas) = afgezonderd heeft | με (me) = mij | ἐκ (ek) = uit | κοιλίας (koilias) = de schoot | μητρός (metros) = van moeder | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = en | καλέσας (kalesas) = geroepen heeft | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | χάριτος (charitos) = genade | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 15–16 vormen in het Grieks één zin: ‘toen Hij … het goed vond om Zijn Zoon in mij te onthullen …, ben ik meteen niet te rade gegaan bij vlees en bloed’. Wij splitsen die in twee zinnen. Het Grieks noemt Elohim hier niet bij naam: ‘Hij die mij afgezonderd heeft’. ἀφορίζω (aforizo), ‘afzonderen’: apart zetten voor een taak. ‘Vanaf de schoot van mijn moeder’ betekent: vanaf mijn geboorte. Vergelijk de roeping van een profeet in Jer. 1:5 en Jes. 49:1. Voetnoot : Zie ook Jer. 1:5; Jes. 49:1. Zie ook: Jes 49:1; Jer 1:5 **1:16** Zijn Zoon in mij te onthullen, zodat ik Hem onder de volken de goede boodschap zou brengen. Meteen heb ik geen overleg gepleegd met vlees en bloed. Brontekst: ἀποκαλύψαι (apokalypsai) = te onthullen | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐν (en) = in | ἐμοὶ (emoi) = mij | ἵνα (hina) = opdat | εὐαγγελίζωμαι (euangelizomai) = ik de goede boodschap breng | αὐτὸν (auton) = Hem | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = de | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | εὐθέως (eutheos) = meteen | οὐ (ou) = niet | προσανεθέμην (prosanethemen) = ik raadpleegde | σαρκὶ (sarki) = vlees | καὶ (kai) = en | αἵματι (haimati) = bloed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν ἐμοί (en emoi), ‘in mij’: ook ‘aan mij’ of ‘door mij’; de Zoon werd onthuld in Paulus zelf, vergelijk de verschijning bij Damascus. σάρξ (sarx), ‘vlees’, en αἷμα (haima), ‘bloed’: ‘vlees en bloed’ staat voor gewone mensen; zie bij 3:3 voor het woord ‘vlees’. προσανατίθεμαι (prosanatithemai), ‘te rade gaan bij’: iemand om raad of uitleg vragen. Voetnoot : Zie ook Hand. 9:3–6; Hand. 26:16–18. Zie ook: Hand 9:3–6; Hand 26:16–18 **1:17** Ik ging ook niet op naar Jeruzalem, naar de apostelen die vóór mij waren. Ik ging weg naar Arabië en keerde weer terug naar Damascus. Brontekst: οὐδὲ (oude) = ook niet | ἀνῆλθον (anelthon) = ging ik op | εἰς (eis) = naar | Ἱεροσόλυμα (Hierosolyma) = Jeruzalem | πρὸς (pros) = naar | τοὺς (tous) = de | πρὸ (pro) = vóór | ἐμοῦ (emou) = mij | ἀποστόλους (apostolous) = apostelen | ἀλλὰ (alla) = maar | ἀπῆλθον (apelthon) = ging ik weg | εἰς (eis) = naar | Ἀραβίαν (Arabian) = Arabië | καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = opnieuw | ὑπέστρεψα (hypestrepsa) = keerde ik terug | εἰς (eis) = naar | Δαμασκόν (Damaskon) = Damascus Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie Arabië (ongeveer): Arabië is het woestijngebied ten oosten en zuiden van Israël. De grenzen zijn niet scherp te trekken. Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië. Voetnoot Uitleg: Ἀραβία (Arabia), ‘Arabië’: het gebied ten oosten en zuiden van Damascus. Wat Paulus daar deed en welke streek hij bedoelt, zegt de tekst niet. Handelingen noemt deze reis niet; vergelijk Hand. 9:19–25. Voetnoot : Zie ook Hand. 9:19–25. Zie ook: Hand 9:19–25 ### Het eerste bezoek aan Jeruzalem **1:18** Daarna, na drie jaar, ging ik op naar Jeruzalem om kennis te maken met Kefas, en ik bleef 15 dagen bij hem. Brontekst: Ἔπειτα (Epeita) = daarna | μετὰ (meta) = na | ἔτη (ete) = jaren | τρία (tria) = drie | ἀνῆλθον (anelthon) = ging ik op | εἰς (eis) = naar | Ἱεροσόλυμα (Hierosolyma) = Jeruzalem | ἱστορῆσαι (historesai) = kennis te maken met | Κηφᾶν (Kephan) = Kefas | καὶ (kai) = en | ἐπέμεινα (epemeina) = ik bleef | πρὸς (pros) = bij | αὐτὸν (auton) = hem | ἡμέρας (hemeras) = dagen | δεκαπέντε (dekapente) = 15 Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: ἱστορέω (historeo), ‘kennismaken met’: iemand bezoeken om hem te leren kennen. Κηφᾶς (Kefas), ‘Kefas’: Aramees, ‘rots’; dit is dezelfde man als Petrus (Grieks Πέτρος, ook ‘rots’). De ‘drie jaar’ rekent men vanaf Paulus’ roeping of vanaf zijn terugkeer naar Damascus; de tekst zegt dat niet. Voetnoot : Zie ook Hand. 9:26–30; Joh. 1:42. Zie ook: Joh 1:42; Hand 9:26–30 **1:19** Een andere apostel zag ik niet, behalve Jakobus, de broer van de Heer. Brontekst: ἕτερον (heteron) = een andere | δὲ (de) = maar | τῶν (ton) = van de | ἀποστόλων (apostolon) = apostelen | οὐκ (ouk) = niet | εἶδον (eidon) = zag ik | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | Ἰάκωβον (Iakobon) = Jakobus | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰάκωβος ὁ ἀδελφὸς τοῦ κυρίου (Iakobos ho adelfos tou kyriou), ‘Jakobus, de broer van de Heer’: de Jakobus die later de gemeente in Jeruzalem leidt. Het Grieks laat open of Paulus Jakobus ook ‘apostel’ noemt of hem alleen als uitzondering noemt. κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier Yeshua. Voetnoot : Zie ook Matt. 13:55; Hand. 15:13. Zie ook: Mat 13:55; Hand 15:13 **1:20** Wat ik jullie schrijf, zie, voor het aangezicht van Elohim: ik lieg niet. Brontekst: ἃ (ha) = wat | δὲ (de) = maar | γράφω (grapho) = ik schrijf | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἰδοὺ (idou) = zie | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὅτι (hoti) = dat | οὐ (ou) = niet | ψεύδομαι (pseudomai) = ik lieg Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἰδού (idou), ‘zie’: Paulus bevestigt wat hij schrijft met een plechtige verzekering voor Elohim. ### In Syrië en Cilicië **1:21** Daarna kwam ik in de streken van Syrië en Cilicië. Brontekst: ἔπειτα (epeita) = daarna | ἦλθον (elthon) = ik kwam | εἰς (eis) = naar | τὰ (ta) = de | κλίματα (klimata) = streken | τῆς (tes) = van | Συρίας (Syrias) = Syrië | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van | Κιλικίας (Kilikias) = Cilicië Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Syrië (Romeinse provincie; ongeveer): Syrië was een Romeinse provincie ten noorden van Galilea, met Antiochië als hoofdstad. De grenzen waren niet scherp. Zie Cilicië (ongeveer): Cilicië was de kuststreek in het zuidoosten van het huidige Turkije, met Tarsus als belangrijkste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: κλίμα (klima), ‘streek’: een landstreek. Syrië en Cilicië liggen ten noorden van Israël; Tarsus, de stad van Paulus, lag in Cilicië. Voetnoot : Zie ook Hand. 9:30; Hand. 15:41. Zie ook: Hand 9:30; Hand 15:41 **1:22** Maar ik was van gezicht onbekend bij de gemeenten van Judea die in de Messias zijn. Brontekst: ἤμην (emen) = ik was | δὲ (de) = maar | ἀγνοούμενος (agnooumenos) = onbekend | τῷ (to) = wat betreft het | προσώπῳ (prosopo) = gezicht | ταῖς (tais) = voor de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | τῆς (tes) = van | Ἰουδαίας (Ioudaias) = Judea | ταῖς (tais) = die | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem. Het komt overeen met het oude Juda. Voetnoot Uitleg: ἀγνοούμενος τῷ προσώπῳ (agnooumenos to prosopo), ‘van gezicht onbekend’: de gemeenten kenden hem niet persoonlijk. ‘In de Messias’ zegt dat de gemeenten bij de Messias horen. **1:23** Zij hoorden alleen: „Hij die ons eens vervolgde, brengt nu als goede boodschap het geloof dat hij eens verwoestte.” Brontekst: μόνον (monon) = alleen | δὲ (de) = maar | ἀκούοντες (akouontes) = horend | ἦσαν (esan) = waren zij | ὅτι (hoti) = dat | Ὁ (Ho) = de | διώκων (diokon) = vervolgende | ἡμᾶς (hemas) = ons | ποτε (pote) = eens | νῦν (nyn) = nu | εὐαγγελίζεται (euangelizetai) = de goede boodschap brengt | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | ἥν (hen) = dat | ποτε (pote) = eens | ἐπόρθει (eporthei) = verwoestte hij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus haalt aan wat de gemeenten van Judea over hem hoorden. πίστις (pistis), ‘geloof’: hier de inhoud van het geloof in de Messias. ‘Verwoesten’ is hetzelfde werkwoord als in vers 13. Zie ook: Gal 1:13 **1:24** En zij verheerlijkten Elohim om mij. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐδόξαζον (edoxazon) = verheerlijkten zij | ἐν (en) = in | ἐμοὶ (emoi) = mij | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν ἐμοί (en emoi), ‘in mij’: ook ‘in mijn geval’ of ‘vanwege mij’; zij prezen Elohim om wat er met Paulus gebeurd was. Het Nederlandse ‘om’ geeft dat weer. ## Galaten 2 _Het bezoek aan Jeruzalem, Kefas in Antiochië en rechtvaardig verklaard door het geloof_ ### Paulus, Barnabas en Titus in Jeruzalem **2:1** Daarna ging ik na 14 jaar opnieuw op naar Jeruzalem, samen met Barnabas. Ik nam ook Titus mee. Brontekst: Ἔπειτα (Epeita) = daarna | διὰ (dia) = na | δεκατεσσάρων (dekatessaron) = 14 | ἐτῶν (eton) = jaren | πάλιν (palin) = opnieuw | ἀνέβην (aneben) = ging ik op | εἰς (eis) = naar | Ἱεροσόλυμα (Hierosolyma) = Jeruzalem | μετὰ (meta) = met | Βαρναβᾶ (Barnaba) = Barnabas | συμπαραλαβὼν (symparalabon) = meegenomen hebbend | καὶ (kai) = ook | Τίτον (Titon) = Titus Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: ‘Na 14 jaar’: de tekst zegt niet vanaf welk moment Paulus telt, vanaf zijn roeping of vanaf het bezoek van 1:18. Dit bezoek wordt vaak vergeleken met de vergadering in Jeruzalem die Hand. 15 beschrijft (of met het bezoek van Hand. 11:30); of het hetzelfde bezoek is, zegt de tekst niet. Τίτος (Titos), ‘Titus’: een medewerker van Paulus; Handelingen noemt hem niet. Voetnoot : Zie ook Hand. 15:1–29; Hand. 11:30; Gal. 1:18. Zie ook: Hand 11:30; Hand 15:1–29; Gal 1:18 **2:2** Ik ging op vanwege een onthulling. Ik legde hun de goede boodschap voor die ik onder de volken verkondig. Apart legde ik haar voor aan de aanzienlijken, voor het geval dat ik tevergeefs loop of gelopen heb. Brontekst: ἀνέβην (aneben) = ging ik op | δὲ (de) = maar | κατὰ (kata) = volgens | ἀποκάλυψιν (apokalypsin) = onthulling | καὶ (kai) = en | ἀνεθέμην (anethemen) = legde ik voor | αὐτοῖς (autois) = aan hen | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | ὃ (ho) = die | κηρύσσω (kerysso) = ik verkondig | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = de | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | κατ’ (kat’) = naar | ἰδίαν (idian) = afzonderlijk | δὲ (de) = maar | τοῖς (tois) = aan de | δοκοῦσιν (dokousin) = aanzienlijken | μή (me) = niet | πως (pos) = misschien | εἰς (eis) = tot | κενὸν (kenon) = leegte | τρέχω (trecho) = ik loop | ἢ (e) = of | ἔδραμον (edramon) = ik liep Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ ἀποκάλυψιν (kata apokalypsin), ‘vanwege een onthulling’: Paulus ging op omdat hij een onthulling had ontvangen. κηρύσσω (keryso), ‘verkondigen’: als heraut luid bekendmaken. οἱ δοκοῦντες (hoi dokountes), ‘de aanzienlijken’: letterlijk ‘zij die geacht worden’; de leiders in Jeruzalem (vers 9). Het Grieks zegt niet wie ‘hun’ zijn, waarschijnlijk de gemeente in Jeruzalem. Bij ‘apart … aan de aanzienlijken’ heeft het Grieks geen werkwoord; wij nemen ‘legde ik haar voor’ uit het eerste deel over. ‘Tevergeefs lopen’ is een beeld uit de hardloopwedstrijd: zijn werk zou zinloos zijn. Zie ook: Gal 2:9 **2:3** Maar zelfs Titus, die bij mij was en een Griek is, werd niet gedwongen zich te laten besnijden. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | οὐδὲ (oude) = zelfs niet | Τίτος (Titos) = Titus | ὁ (ho) = die | σὺν (syn) = met | ἐμοί (emoi) = mij | Ἕλλην (Hellen) = Griek | ὤν (on) = zijnde | ἠναγκάσθη (enankasthe) = werd gedwongen | περιτμηθῆναι (peritmethenai) = zich te laten besnijden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἕλλην (Hellen), ‘Griek’: hier iemand uit de volken, een niet-Jood. περιτέμνω (peritemno), ‘besnijden’: het wegsnijden van de voorhuid, het teken van het verbond met Abraham. De vraag was of niet-Joden eerst Joods moesten worden. Voetnoot : Zie ook Gen. 17:10–12; Hand. 15:1. Zie ook: Gen 17:10–12; Hand 15:1 **2:4** Maar vanwege de binnengeslopen valse broers, die binnengekomen waren om onze vrijheid te bespieden die wij in Yeshua de Messias hebben. Zij wilden ons tot knechten maken. Brontekst: διὰ (dia) = vanwege | δὲ (de) = maar | τοὺς (tous) = de | παρεισάκτους (pareisaktous) = binnengeslopen | ψευδαδέλφους (pseudadelphous) = valse broers | οἵτινες (hoitines) = die | παρεισῆλθον (pareiselthon) = kwamen binnen | κατασκοπῆσαι (kataskopesai) = te bespieden | τὴν (ten) = de | ἐλευθερίαν (eleutherian) = vrijheid | ἡμῶν (hemon) = onze | ἣν (hen) = die | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἵνα (hina) = opdat | ἡμᾶς (hemas) = ons | καταδουλώσουσιν (katadoulosousin) = zij tot knechten zullen maken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse zin breekt hier af: ‘vanwege de binnengeslopen valse broers …’ krijgt geen eigen werkwoord, en vers 5 begint met ‘aan wie’. Wij hebben er twee korte zinnen van gemaakt en ‘Zij wilden’ aangevuld voor ἵνα (hina), ‘opdat’. ψευδάδελφοι (pseudadelfoi), ‘valse broers’: mensen die zich broers noemden. παρείσακτος (pareisaktos), ‘binnengeslopen’: heimelijk binnengebracht. κατασκοπέω (kataskopeo), ‘bespieden’: als spion onderzoeken. ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’. καταδουλόω (katadouloo), ‘tot knechten maken’: van δοῦλος (doulos), ‘knecht’, letterlijk ‘slaaf’. Zie ook: Gal 2:5 **2:5** Wij hebben hun zelfs voor een uur niet toegegeven door ons te onderwerpen, opdat de waarheid van de goede boodschap bij jullie zou blijven. Brontekst: οἷς (hois) = aan wie | οὐδὲ (oude) = zelfs niet | πρὸς (pros) = voor | ὥραν (horan) = een uur | εἴξαμεν (eixamen) = gaven wij toe | τῇ (te) = aan de | ὑποταγῇ (hypotage) = onderwerping | ἵνα (hina) = opdat | ἡ (he) = de | ἀλήθεια (aletheia) = waarheid | τοῦ (tou) = van de | εὐαγγελίου (euangeliou) = goede boodschap | διαμείνῃ (diameine) = blijft | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἴκω (eiko), ‘toegeven’. ὑποταγή (hypotage), ‘onderwerping’: ook hier kan het gaan om onderwerping aan de eis van de valse broers. ‘Voor een uur niet’ betekent: niet het minste moment. **2:6** Van hen die geacht worden iets te zijn: hoe zij ooit waren, maakt voor mij geen verschil. Elohim ziet de persoon van een mens niet aan. Want mij hebben de aanzienlijken niets toegevoegd, Brontekst: ἀπὸ (apo) = van | δὲ (de) = maar | τῶν (ton) = die | δοκούντων (dokounton) = geacht worden | εἶναί (einai) = te zijn | τι (ti) = iets | ὁποῖοί (hopoioi) = hoedanig | ποτε (pote) = eens | ἦσαν (esan) = zij waren | οὐδέν (ouden) = niets | μοι (moi) = voor mij | διαφέρει (diapherei) = maakt verschil | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | θεὸς (theos) = Elohim | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | οὐ (ou) = niet | λαμβάνει (lambanei) = neemt aan | ἐμοὶ (emoi) = aan mij | γὰρ (gar) = want | οἱ (hoi) = de | δοκοῦντες (dokountes) = aanzienlijken | οὐδὲν (ouden) = niets | προσανέθεντο (prosanethento) = voegden toe Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zin in de verzen 6–9 is in het Grieks moeilijk: hij begint met ‘van hen die geacht worden iets te zijn’ en zet daarna niet door met een werkwoord bij die woorden. Wij hebben die inleiding laten staan en de rest in korte zinnen gezet. δοκέω (dokeo), ‘geacht worden’: ook ‘schijnen’. πρόσωπον … λαμβάνει (prosopon … lambanei), letterlijk ‘het gezicht niet aannemen’: iemand om zijn positie voortrekken. Dit lijkt op Deut. 10:17, waar Elohim niemand voortrekt; het Hebreeuws heeft letterlijk dat Hij ‘het gezicht niet opheft’. προσανατίθεμαι (prosanatithemai), ‘toevoegen’: hier wat de aanzienlijken Paulus nog meegaven; het is hetzelfde werkwoord als in 1:16 (‘te rade gaan bij’). Voetnoot : Zie ook Deut. 10:17; Gal. 1:16. Zie ook: Deut 10:17; Gal 1:16 **2:7** maar integendeel: zij zagen dat mij de goede boodschap voor de onbesnedenheid is toevertrouwd, zoals Petrus die voor de besnijdenis. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | τοὐναντίον (tounantion) = integendeel | ἰδόντες (idontes) = gezien hebbend | ὅτι (hoti) = dat | πεπίστευμαι (pepisteumai) = ik ben toevertrouwd | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τῆς (tes) = van de | ἀκροβυστίας (akrobystias) = onbesnedenheid | καθὼς (kathos) = zoals | Πέτρος (Petros) = Petrus | τῆς (tes) = van de | περιτομῆς (peritomes) = besnijdenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστεύω (pisteuo), ‘geloven’; in de lijdende vorm πεπίστευμαι (pepisteumai): ‘mij is toevertrouwd’. ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’: letterlijk ‘voorhuid’. Net als ‘de besnijdenis’ (περιτομή, peritome) staat het hier voor de mensen: ‘de onbesnedenheid’ zijn de niet-Joden, ‘de besnijdenis’ de besneden Joden. Wij houden in heel de brief ‘onbesnedenheid’ (zie 5:6 en 6:15). Πέτρος (Petros), ‘Petrus’: dezelfde man als Kefas in 1:18 en 2:9. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:18. Zie ook: Gal 1:18 **2:8** Want Hij die in Petrus werkte voor het apostelschap voor de besnijdenis, werkte ook in mij voor de volken. Brontekst: ὁ (ho) = Hij die | γὰρ (gar) = want | ἐνεργήσας (energesas) = gewerkt heeft | Πέτρῳ (Petro) = in Petrus | εἰς (eis) = tot | ἀποστολὴν (apostolen) = apostelschap | τῆς (tes) = van de | περιτομῆς (peritomes) = besnijdenis | ἐνήργησεν (energesen) = werkte | καὶ (kai) = ook | ἐμοὶ (emoi) = in mij | εἰς (eis) = tot | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνεργέω (energeo), ‘werken’: werkzaam zijn. Het Grieks heeft ‘Petrus’ in de derde naamval: dat kan ‘in Petrus’ of ‘voor Petrus’ betekenen; wij kiezen ‘in’. ἀποστολή (apostole), ‘apostelschap’: de zending als apostel. **2:9** En Jakobus, Kefas en Johannes, die geacht worden zuilen te zijn, erkenden de genade die mij gegeven was. Zij gaven mij en Barnabas hun rechterhand als teken van gemeenschap, opdat wij naar de volken zouden gaan en zij naar de besnijdenis. Brontekst: καὶ (kai) = en | γνόντες (gnontes) = erkend hebbend | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = genade | τὴν (ten) = die | δοθεῖσάν (dotheisan) = gegeven is | μοι (moi) = aan mij | Ἰάκωβος (Iakobos) = Jakobus | καὶ (kai) = en | Κηφᾶς (Kephas) = Kefas | καὶ (kai) = en | Ἰωάννης (Ioannes) = Johannes | οἱ (hoi) = die | δοκοῦντες (dokountes) = geacht worden | στῦλοι (styloi) = zuilen | εἶναι (einai) = te zijn | δεξιὰς (dexias) = rechterhanden | ἔδωκαν (edokan) = gaven zij | ἐμοὶ (emoi) = aan mij | καὶ (kai) = en | Βαρναβᾷ (Barnaba) = Barnabas | κοινωνίας (koinonias) = van gemeenschap | ἵνα (hina) = opdat | ἡμεῖς (hemeis) = wij | εἰς (eis) = naar | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | αὐτοὶ (autoi) = zij | δὲ (de) = maar | εἰς (eis) = naar | τὴν (ten) = de | περιτομήν (peritomen) = besnijdenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Κηφᾶς (Kefas): zie 1:18. στῦλος (stylos), ‘zuil’: een steunpilaar; hier de leiders van de gemeente in Jeruzalem. δεξιὰς … κοινωνίας (dexias … koinonias), ‘rechterhanden van gemeenschap’: een handdruk als teken van verbondenheid. Het ‘als teken’ en het ‘gaan’ hebben wij aangevuld. κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: samen delen. Voetnoot : Zie ook Hand. 15:6–12; Hand. 15:19–21. Zie ook: Hand 15:6–12; Hand 15:19–21 **2:10** Alleen opdat wij aan de armen zouden denken. Juist dat heb ik ook ijverig getracht te doen. Brontekst: μόνον (monon) = alleen | τῶν (ton) = van de | πτωχῶν (ptochon) = armen | ἵνα (hina) = opdat | μνημονεύωμεν (mnemoneuomen) = wij denken | ὃ (ho) = wat | καὶ (kai) = ook | ἐσπούδασα (espoudasa) = ik beijverde mij | αὐτὸ (auto) = juist | τοῦτο (touto) = dit | ποιῆσαι (poiesai) = te doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πτωχός (ptochos), ‘arme’: wie niets bezit; waarschijnlijk de armen in de gemeente in Jeruzalem. μνημονεύω (mnemoneuo), ‘denken aan’. σπουδάζω (spoudazo), ‘zich beijveren’. Voetnoot : Zie ook Hand. 11:29–30. Zie ook: Hand 11:29–30 ### Paulus en Kefas in Antiochië **2:11** Maar toen Kefas in Antiochië kwam, stond ik hem in zijn gezicht tegen, omdat hij veroordeeld was. Brontekst: Ὅτε (Hote) = toen | δὲ (de) = maar | ἦλθεν (elthen) = kwam | Κηφᾶς (Kephas) = Kefas | εἰς (eis) = naar | Ἀντιόχειαν (Antiocheian) = Antiochië | κατὰ (kata) = in | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | αὐτῷ (auto) = hem | ἀντέστην (antesten) = stond ik tegen | ὅτι (hoti) = omdat | κατεγνωσμένος (kategnosmenos) = veroordeeld | ἦν (en) = hij was Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië. Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd. Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië. Voetnoot Uitleg: Ἀντιόχεια (Antiocheia), ‘Antiochië’: de stad in Syrië waar Joden en niet-Joden in dezelfde gemeente zaten. κατὰ πρόσωπον (kata prosopon), ‘in zijn gezicht’: openlijk. καταγινώσκω (kataginosko), ‘veroordelen’; in de lijdende vorm: ‘veroordeeld zijn’. Het Grieks zegt niet door wie: Kefas stond in zijn ongelijk of werd door zijn gedrag veroordeeld. Voetnoot : Zie ook Hand. 11:19–26; Hand. 15:35. Zie ook: Hand 11:19–26; Hand 15:35 **2:12** Want voordat sommigen van Jakobus kwamen, at hij samen met de mensen uit de volken. Maar toen zij kwamen, trok hij zich terug en zonderde zich af, uit angst voor hen die uit de besnijdenis waren. Brontekst: πρὸ (pro) = vóór | τοῦ (tou) = het | γὰρ (gar) = want | ἐλθεῖν (elthein) = komen | τινας (tinas) = sommigen | ἀπὸ (apo) = van | Ἰακώβου (Iakobou) = Jakobus | μετὰ (meta) = met | τῶν (ton) = de | ἐθνῶν (ethnon) = volken | συνήσθιεν (synesthien) = at hij samen | ὅτε (hote) = toen | δὲ (de) = maar | ἦλθον (elthon) = zij kwamen | ὑπέστελλεν (hypestellen) = trok hij terug | καὶ (kai) = en | ἀφώριζεν (aphorizen) = zonderde af | ἑαυτόν (heauton) = zichzelf | φοβούμενος (phoboumenos) = vrezend | τοὺς (tous) = hen | ἐκ (ek) = uit | περιτομῆς (peritomes) = besnijdenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνεσθίω (synesthio), ‘samen eten’: de maaltijd met niet-Joden. Wij schrijven ‘de mensen uit de volken’, omdat ‘de volken’ alleen in het Nederlands moeilijk als personen te lezen is. ὑποστέλλω (hypostello), ‘zich terugtrekken’. ἀφορίζω (aforizo), ‘afzonderen’: hetzelfde werkwoord als in 1:15. οἱ ἐκ περιτομῆς (hoi ek peritomes), ‘zij die uit de besnijdenis zijn’: Joden die aan de besnijdenis vasthielden; vergelijk Hand. 11:2. Voetnoot : Zie ook Hand. 11:2; Gal. 1:15. Zie ook: Hand 11:2; Gal 1:15 **2:13** Ook de overige Joden huichelden met hem mee, zodat zelfs Barnabas door hun huichelarij werd meegesleept. Brontekst: καὶ (kai) = en | συνυπεκρίθησαν (synypekrithesan) = huichelden mee | αὐτῷ (auto) = met hem | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | λοιποὶ (loipoi) = overige | Ἰουδαῖοι (Ioudaioi) = Joden | ὥστε (hoste) = zodat | καὶ (kai) = zelfs | Βαρναβᾶς (Barnabas) = Barnabas | συναπήχθη (synapechthe) = werd meegevoerd | αὐτῶν (auton) = hun | τῇ (te) = door de | ὑποκρίσει (hypokrisei) = huichelarij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνυποκρίνομαι (synypokrinomai), ‘meehuichelen’: meespelen in een rol. ὑπόκρισις (hypokrisis), ‘huichelarij’: doen alsof. συναπάγω (synapago), ‘meevoeren’: meegesleept worden. Barnabas was met Paulus meegegaan naar Jeruzalem (vers 1). Voetnoot : Zie ook Gal. 2:1. Zie ook: Gal 2:1 **2:14** Maar ik zag dat zij niet rechtuit liepen naar de waarheid van de goede boodschap. Toen zei ik tegen Kefas, voor ogen van allen: „Als jij, een Jood, leeft zoals de volken en niet zoals de Joden, hoe dwing je dan de volken als Joden te leven?” Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ὅτε (hote) = toen | εἶδον (eidon) = ik zag | ὅτι (hoti) = dat | οὐκ (ouk) = niet | ὀρθοποδοῦσιν (orthopodousin) = rechtuit lopen zij | πρὸς (pros) = naar | τὴν (ten) = de | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid | τοῦ (tou) = van de | εὐαγγελίου (euangeliou) = goede boodschap | εἶπον (eipon) = zei ik | τῷ (to) = aan | Κηφᾷ (Kepha) = Kefas | ἔμπροσθεν (emprosthen) = voor | πάντων (panton) = allen | Εἰ (Ei) = als | σὺ (sy) = jij | Ἰουδαῖος (Ioudaios) = Jood | ὑπάρχων (hyparchon) = zijnde | ἐθνικῶς (ethnikos) = zoals de volken | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | Ἰουδαϊκῶς (Ioudaikos) = zoals de Joden | ζῇς (zes) = leeft | πῶς (pos) = hoe | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | ἀναγκάζεις (anankazeis) = dwing je | Ἰουδαΐζειν (Ioudaizein) = als Jood te leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀρθοποδέω (orthopodeo), ‘rechtuit lopen’: letterlijk ‘rechte voeten hebben’, dat wil zeggen: de rechte weg gaan. ἐθνικῶς (ethnikos), ‘zoals de volken’; Ἰουδαϊκῶς (Ioudaikos), ‘zoals de Joden’; Ἰουδαΐζω (Ioudaizo), ‘als Jood leven’. Waar de woorden tot Kefas ophouden, zegt het Grieks niet. Wij sluiten de aanhaling na vers 14; de verzen 15–21 lezen wij als Paulus’ uitleg, die Kefas en ook de Galaten aangaat. Sommige lezers laten de toespraak doorlopen tot en met vers 21; het Grieks heeft geen aanhalingstekens. Voetnoot : Zie ook Hand. 15:1–11. Zie ook: Hand 15:1–11; Gal 2:21 ### Rechtvaardig verklaard door het geloof **2:15** Wij zijn van nature Joden en geen zondaars uit de volken, Brontekst: Ἡμεῖς (Hemeis) = wij | φύσει (physei) = van nature | Ἰουδαῖοι (Ioudaioi) = Joden | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἐξ (ex) = uit | ἐθνῶν (ethnon) = volken | ἁμαρτωλοί (hamartoloi) = zondaars Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φύσει (physei), ‘van nature’: door geboorte. ἁμαρτωλοί (hamartoloi), ‘zondaars’: de uitdrukking ‘zondaars uit de volken’ zegt hoe Joden naar niet-Joden keken, die de wet niet hadden. De zin loopt door in vers 16. Zie ook: Gal 2:16 **2:16** maar wij weten dat een mens niet rechtvaardig verklaard wordt uit werken van de wet, behalve door het geloof in Yeshua de Messias. Ook wij hebben in Yeshua de Messias geloofd. Zo zouden wij rechtvaardig verklaard worden uit het geloof in de Messias en niet uit werken van de wet. Want uit werken van de wet zal geen enkel vlees rechtvaardig verklaard worden. Brontekst: εἰδότες (eidotes) = wetend | δὲ (de) = maar | ὅτι (hoti) = dat | οὐ (ou) = niet | δικαιοῦται (dikaioutai) = wordt rechtvaardig verklaard | ἄνθρωπος (anthropos) = een mens | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | νόμου (nomou) = van de wet | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | διὰ (dia) = door | πίστεως (pisteos) = geloof | Ἰησοῦ (Iesou) = in Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | εἰς (eis) = in | Χριστὸν (Christon) = de Messias | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | ἐπιστεύσαμεν (episteusamen) = hebben geloofd | ἵνα (hina) = opdat | δικαιωθῶμεν (dikaiothomen) = wij rechtvaardig verklaard worden | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | Χριστοῦ (Christou) = in de Messias | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | νόμου (nomou) = van de wet | ὅτι (hoti) = omdat | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | νόμου (nomou) = van de wet | οὐ (ou) = niet | δικαιωθήσεται (dikaiothesetai) = zal rechtvaardig verklaard worden | πᾶσα (pasa) = alle | σάρξ (sarx) = vlees Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: een woord uit de rechtbank, ‘vrijspreken, in het gelijk stellen’. Wij schrijven overal ‘rechtvaardig verklaren’; δικαιοσύνη (dikaiosyne) is ‘gerechtigheid’. νόμος (nomos), ‘wet’: het Hebreeuwse תּוֹרָה (tora), ‘onderwijs, instructie’. ἔργα νόμου (erga nomou), ‘werken van de wet’: wat men doet om de wet te houden. πίστεως Ἰησοῦ Χριστοῦ (pisteos Iesou Christou): wij vertalen ‘het geloof in Yeshua de Messias’; de Griekse tweede naamval kan ook ‘het geloof van’ of ‘de trouw van Yeshua de Messias’ betekenen. Hetzelfde geldt voor πίστεως Χριστοῦ (‘uit het geloof in de Messias’) verderop in dit vers, voor 2:20 en voor 3:22. ἐὰν μή (ean me), ‘behalve’: kan ook gelezen worden als ‘maar alleen’. σάρξ (sarx), ‘vlees’: ‘geen enkel vlees’ betekent geen enkel mens; zie bij 3:3. De slotwoorden lijken op Ps. 143:2, waar staat dat niemand die leeft rechtvaardig is voor Elohim. Voetnoot : Zie ook Ps. 143:2; Gal. 3:11; Gal. 3:22. Zie ook: Ps 143:2; Gal 3:11; Gal 3:22 **2:17** Maar wij zoeken rechtvaardig verklaard te worden in de Messias. Als wij zelf ook zondaars blijken te zijn, is de Messias dan een dienaar van de zonde? Dat nooit! Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ζητοῦντες (zetountes) = zoekend | δικαιωθῆναι (dikaiothenai) = rechtvaardig verklaard te worden | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | εὑρέθημεν (heurethemen) = werden bevonden | καὶ (kai) = ook | αὐτοὶ (autoi) = zelf | ἁμαρτωλοί (hamartoloi) = zondaars | ἆρα (ara) = dan toch | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἁμαρτίας (hamartias) = van zonde | διάκονος (diakonos) = dienaar | μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁμαρτωλοί (hamartoloi), ‘zondaars’: zie vers 15. διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. μὴ γένοιτο (me genoito), letterlijk ‘moge het niet gebeuren’: wij schrijven ‘Dat nooit!’, een sterke ontkenning die Paulus vaker gebruikt (3:21). Voetnoot : Zie ook Gal. 3:21. Zie ook: Gal 2:15; Gal 3:21 **2:18** Want als ik wat ik heb afgebroken, opnieuw opbouw, toon ik mezelf aan als overtreder. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἃ (ha) = wat | κατέλυσα (katelysa) = ik afbrak | ταῦτα (tauta) = dit | πάλιν (palin) = opnieuw | οἰκοδομῶ (oikodomo) = ik bouw op | παραβάτην (parabaten) = overtreder | ἐμαυτὸν (emauton) = mezelf | συνιστάνω (synistano) = toon ik aan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταλύω (katalyo), ‘afbreken’, en οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’: het beeld van een gebouw dat afgebroken en weer opgezet wordt. Waarschijnlijk is wat Paulus afbrak, het vertrouwen op de wet als weg om rechtvaardig verklaard te worden. παραβάτης (parabates), ‘overtreder’. συνίστημι (synistemi), ‘aantonen’: ook ‘aanbevelen’. ### Met de Messias gekruisigd **2:19** Want ik ben door de wet voor de wet gestorven, om voor Elohim te leven. Met de Messias ben ik gekruisigd. Brontekst: ἐγὼ (ego) = ik | γὰρ (gar) = want | διὰ (dia) = door | νόμου (nomou) = wet | νόμῳ (nomo) = voor de wet | ἀπέθανον (apethanon) = ben gestorven | ἵνα (hina) = opdat | θεῷ (theo) = voor Elohim | ζήσω (zeso) = ik leef | Χριστῷ (Christo) = met de Messias | συνεσταύρωμαι (synestauromai) = ben ik gekruisigd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Door de wet … voor de wet gestorven’: het Grieks zegt niet nader hoe de wet Paulus tot sterven bracht en wat ‘voor de wet gestorven’ precies inhoudt, namelijk dat de wet geen aanspraak meer op hem heeft. συσταυρόω (systauroo), ‘samen kruisigen’: Paulus is met de Messias gekruisigd; vergelijk 6:14. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:14. Zie ook: Gal 6:14 **2:20** Niet meer ik leef, maar de Messias leeft in mij. Wat ik nu in het vlees leef, leef ik in het geloof in de Zoon van Elohim. Hij heeft mij liefgehad en Zichzelf voor mij overgegeven. Brontekst: ζῶ (zo) = ik leef | δὲ (de) = maar | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | ἐγώ (ego) = ik | ζῇ (ze) = leeft | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = in | ἐμοὶ (emoi) = mij | Χριστός (Christos) = de Messias | ὃ (ho) = wat | δὲ (de) = maar | νῦν (nyn) = nu | ζῶ (zo) = ik leef | ἐν (en) = in | σαρκί (sarki) = vlees | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof | ζῶ (zo) = leef ik | τῇ (te) = dat | τοῦ (tou) = van de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = die | ἀγαπήσαντός (agapesantos) = liefgehad heeft | με (me) = mij | καὶ (kai) = en | παραδόντος (paradontos) = overgegeven heeft | ἑαυτὸν (heauton) = Zichzelf | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἐμοῦ (emou) = mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν πίστει … τῇ τοῦ υἱοῦ τοῦ θεοῦ (en pistei … te tou huiou tou theou), letterlijk ‘in het geloof dat van de Zoon van Elohim is’: wij schrijven ‘het geloof in de Zoon van Elohim’; het Grieks kan ook ‘het geloof van de Zoon van Elohim’ betekenen (zie vers 16). σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier het gewone menselijke leven in het lichaam. ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’: vergelijk 1:4. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:4. Zie ook: Gal 1:4; Gal 2:16 **2:21** Ik maak de genade van Elohim niet ongeldig. Want als er gerechtigheid is door de wet, dan is de Messias dus voor niets gestorven. Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἀθετῶ (atheto) = maak ik ongeldig | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | διὰ (dia) = door | νόμου (nomou) = wet | δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid | ἄρα (ara) = dan | Χριστὸς (Christos) = de Messias | δωρεὰν (dorean) = voor niets | ἀπέθανεν (apethanen) = is gestorven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀθετέω (atheteo), ‘ongeldig maken’: ook ‘terzijde schuiven’; hetzelfde werkwoord staat in 3:15. δωρεάν (dorean), ‘voor niets’: ook ‘om niet’, ‘zonder reden’. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:15. Zie ook: Gal 3:15 ## Galaten 3 _De Geest en het geloof van Abraham, de vloek van de wet, de belofte en de opvoeder_ ### De Geest door het geloof **3:1** O onverstandige Galaten, wie heeft jullie betoverd, jullie voor wier ogen Yeshua de Messias als gekruisigde openlijk is voorgesteld? Brontekst: Ὦ (O) = o | ἀνόητοι (anoetoi) = onverstandige | Γαλάται (Galatai) = Galaten | τίς (tis) = wie | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐβάσκανεν (ebaskanen) = heeft betoverd | οἷς (hois) = voor wie | κατ’ (kat’) = voor | ὀφθαλμοὺς (ophthalmous) = ogen | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | Χριστὸς (Christos) = de Messias | προεγράφη (proegraphe) = is openlijk voorgesteld | ἐσταυρωμένος (estauromenos) = gekruisigd Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Galatië (ongeveer): Galatië is het binnenland van het huidige Turkije, rond Ankara. Of Paulus de streek in het noorden bedoelt of de Romeinse provincie, die ook Pisidië en Lykaonië omvatte (met Ikonium, Lystra en Derbe), is niet zeker; het punt is bij benadering. Voetnoot Uitleg: ἀνόητος (anoetos), ‘onverstandig’. βασκαίνω (baskaino), ‘betoveren’: iemand met een boze blik of een toverkracht schaden; Paulus bedoelt: wie heeft jullie het verstand benomen? προγράφω (prografo), ‘openlijk voorstellen’: ook ‘tevoren opschrijven’ of ‘openlijk bekendmaken’, zoals op een aanplakbiljet. ἐσταυρωμένος (estaurromenos), ‘gekruisigd’, van σταυρός (stauros), ‘kruis’. De Galaten zijn de mensen in Galatië (zie 1:2). Welke streek met ‘de Galaten’ bedoeld is, zegt de brief niet. Handelingen noemt ‘het Galatische land’ in Hand. 16:6 en 18:23 en beschrijft Paulus’ werk in Klein-Azië in Hand. 13–14. Voetnoot : Zie ook Hand. 13:14; Hand. 14:1; Hand. 14:8; Hand. 16:6; Hand. 18:23. Zie ook: Hand 13:14; Hand 14:1; Hand 14:8; Hand 16:6; Hand 18:23 **3:2** Dit alleen wil ik van jullie weten: hebben jullie de Geest ontvangen uit werken van de wet, of uit het horen met geloof? Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | μόνον (monon) = alleen | θέλω (thelo) = wil ik | μαθεῖν (mathein) = te leren | ἀφ’ (aph’) = van | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | νόμου (nomou) = van de wet | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | ἐλάβετε (elabete) = ontvingen jullie | ἢ (e) = of | ἐξ (ex) = uit | ἀκοῆς (akoes) = horen | πίστεως (pisteos) = van geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκοή (akoe), ‘het horen’: ook ‘wat gehoord wordt, de boodschap’. πίστεως (pisteos), ‘van geloof’: ‘het horen met geloof’ is ons voorstel; het Grieks kan ook ‘het horen van de boodschap van het geloof’ betekenen. πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’: de Geest van Elohim. ἔργα νόμου: zie 2:16. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:16. Zie ook: Gal 2:16 **3:3** Zijn jullie zo onverstandig? Jullie zijn met de Geest begonnen. Voltooien jullie het nu met het vlees? Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | ἀνόητοί (anoetoi) = onverstandig | ἐστε (este) = zijn jullie | ἐναρξάμενοι (enarxamenoi) = begonnen hebbend | πνεύματι (pneumati) = met de Geest | νῦν (nyn) = nu | σαρκὶ (sarki) = met vlees | ἐπιτελεῖσθε (epiteleisthe) = voltooien jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σάρξ (sarx), ‘vlees’: niet alleen het lichaam, maar ook de zwakke, aardse menselijke natuur, tegenover de Geest. ἐπιτελέω (epiteleo), ‘voltooien’: de Griekse vorm kan ook lijdend zijn: ‘worden jullie nu met het vlees voltooid?’ **3:4** Zoveel hebben jullie vergeefs geleden? Als het tenminste vergeefs was. Brontekst: τοσαῦτα (tosauta) = zoveel | ἐπάθετε (epathete) = leden jullie | εἰκῇ (eike) = vergeefs | εἴ (ei) = als | γε (ge) = tenminste | καὶ (kai) = ook | εἰκῇ (eike) = vergeefs Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πάσχω (pascho), ‘lijden’: ook ‘ervaren, meemaken’; Paulus bedoelt wat de Galaten meegemaakt hebben, goed of kwaad. εἰκῇ (eike), ‘vergeefs’: ook ‘zonder reden’. εἴ γε καὶ εἰκῇ (ei ge kai eike), ‘als het tenminste vergeefs was’: Paulus laat open dat het niet vergeefs hoeft te zijn. **3:5** Hij dan die jullie de Geest schenkt en krachten onder jullie werkt: is dat uit werken van de wet, of uit het horen met geloof? Brontekst: ὁ (ho) = Hij die | οὖν (oun) = dan | ἐπιχορηγῶν (epichoregon) = schenkt | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | καὶ (kai) = en | ἐνεργῶν (energon) = werkt | δυνάμεις (dynameis) = krachten | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | νόμου (nomou) = van de wet | ἢ (e) = of | ἐξ (ex) = uit | ἀκοῆς (akoes) = horen | πίστεως (pisteos) = van geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιχορηγέω (epichoregeo), ‘schenken’: rijkelijk verschaffen. δύναμις (dynamis), ‘kracht’: in het meervoud krachtige daden, wonderen. ἐν ὑμῖν (en humin), ‘onder jullie’: ook ‘in jullie’. Het Grieks heeft in de vraag geen werkwoord; wij vullen ‘is dat’ aan. ### Abraham, het geloof en de zegen **3:6** Zoals Abraham Elohim geloofde, en het werd hem toegerekend als gerechtigheid. Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ἐπίστευσεν (episteusen) = geloofde | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἐλογίσθη (elogisthe) = werd toegerekend | αὐτῷ (auto) = aan hem | εἰς (eis) = tot | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Gen. 15:6. Ons Hebreeuws heeft: ‘Abram geloofde Yahweh, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid’. De Griekse tekst heeft ‘Abraham geloofde Elohim, en het werd hem gerekend tot gerechtigheid’: het Griekse citaat noemt Abraham (in Gen. 15:6 heet hij nog Abram), heeft ‘Elohim’ waar ons Hebreeuws ‘Yahweh’ heeft en zet het toerekenen in de lijdende vorm. λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen, toerekenen’: iets op iemands rekening zetten. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan. Voetnoot : Zie ook Gen. 15:6. Zie ook: Gen 15:6 **3:7** Weet dus: wie uit het geloof zijn, die zijn zonen van Abraham. Brontekst: Γινώσκετε (Ginoskete) = weet | ἄρα (ara) = dus | ὅτι (hoti) = dat | οἱ (hoi) = die | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | οὗτοι (houtoi) = dezen | υἱοί (huioi) = zonen | εἰσιν (eisin) = zijn | Ἀβραάμ (Abraam) = van Abraham Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Γινώσκετε (ginoskete), ‘weet’: de Griekse vorm kan ook een mededeling zijn, ‘jullie weten’. οἱ ἐκ πίστεως (hoi ek pisteos), ‘zij die uit geloof zijn’: wie uit het geloof leeft. υἱοί (huioi), ‘zonen’: het woord omvat in de gemeente ook de dochters, zoals ἀδελφοί bij 1:2. **3:8** De Schrift zag vooraf dat Elohim de volken uit geloof rechtvaardig verklaart. Zij bracht Abraham vooraf de goede boodschap: „In jou zullen alle volken gezegend worden.” Brontekst: προϊδοῦσα (proidousa) = voorzien hebbend | δὲ (de) = maar | ἡ (he) = de | γραφὴ (graphe) = Schrift | ὅτι (hoti) = dat | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | δικαιοῖ (dikaioi) = rechtvaardig verklaart | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | προευηγγελίσατο (proeuengelisato) = bracht vooraf de goede boodschap | τῷ (to) = aan | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ὅτι (hoti) = dat | Ἐνευλογηθήσονται (Eneulogethesontai) = zullen gezegend worden | ἐν (en) = in | σοὶ (soi) = jou | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γραφή (grafe), ‘Schrift’: de heilige geschriften, hier als sprekend voorgesteld. προευαγγελίζομαι (proeuangelizomai), ‘vooraf de goede boodschap brengen’. Aanhaling van Gen. 12:3. Ons Hebreeuws heeft ‘In jou zullen alle families van de grond gezegend worden’; de Griekse tekst heeft ‘alle volken’ (ἔθνη). Vergelijk Gen. 22:18, waar ons Hebreeuws ‘alle volken van de aarde’ heeft. In Genesis spreekt Yahweh deze woorden; hier haalt Paulus ze aan als wat de Schrift zegt, daarom zwart. Voetnoot : Zie ook Gen. 12:3; Gen. 22:18. Zie ook: Gen 12:3; Gen 22:18 **3:9** Zo worden zij die uit het geloof zijn, gezegend samen met de gelovige Abraham. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | οἱ (hoi) = die | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | εὐλογοῦνται (eulogountai) = worden gezegend | σὺν (syn) = samen met | τῷ (to) = de | πιστῷ (pisto) = gelovige | Ἀβραάμ (Abraam) = Abraham Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστός (pistos), ‘gelovig’: ook ‘trouw, betrouwbaar’; Abraham wordt hier de gelovige genoemd. ### De vloek van de wet en de Messias **3:10** Want allen die uit werken van de wet zijn, staan onder een vloek. Er staat immers geschreven: „Vervloekt is ieder die niet blijft bij alles wat geschreven staat in het boek van de wet, om het te doen.” Brontekst: Ὅσοι (Hosoi) = allen die | γὰρ (gar) = want | ἐξ (ex) = uit | ἔργων (ergon) = werken | νόμου (nomou) = van de wet | εἰσὶν (eisin) = zijn | ὑπὸ (hypo) = onder | κατάραν (kataran) = vloek | εἰσίν (eisin) = zijn | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | Ἐπικατάρατος (Epikataratos) = vervloekt | πᾶς (pas) = ieder | ὃς (hos) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἐμμένει (emmenei) = blijft | πᾶσιν (pasin) = bij alle | τοῖς (tois) = de | γεγραμμένοις (gegrammenois) = geschrevene | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | βιβλίῳ (biblio) = boek | τοῦ (tou) = van de | νόμου (nomou) = wet | τοῦ (tou) = om | ποιῆσαι (poiesai) = te doen | αὐτά (auta) = ze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατάρα (katara), ‘vloek’; ἐπικατάρατος (epikataratos), ‘vervloekt’. Aanhaling van Deut. 27:26. Ons Hebreeuws heeft: ‘Vervloekt is wie de woorden van deze wet niet laat standhouden door ze te doen’. De Griekse tekst heeft: ‘Vervloekt is ieder die niet blijft bij alles wat geschreven staat in het boek van de wet, om het te doen’: met ‘ieder’, ‘alles’ en ‘het boek’. ὅσοι ἐξ ἔργων νόμου (hosoi ex ergon nomou), ‘allen die uit werken van de wet zijn’: wie op de wet vertrouwt. Voetnoot : Zie ook Deut. 27:26. Zie ook: Deut 27:26 **3:11** Dat niemand in de wet bij Elohim rechtvaardig verklaard wordt, is duidelijk, want: „De rechtvaardige zal uit geloof leven.” Brontekst: ὅτι (hoti) = dat | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = in | νόμῳ (nomo) = wet | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | δικαιοῦται (dikaioutai) = wordt rechtvaardig verklaard | παρὰ (para) = bij | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | δῆλον (delon) = duidelijk | ὅτι (hoti) = dat | Ὁ (Ho) = de | δίκαιος (dikaios) = rechtvaardige | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | ζήσεται (zesetai) = zal leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Hab. 2:4. Ons Hebreeuws heeft: ‘de rechtvaardige zal leven door zijn trouw’. De Griekse tekst heeft: ‘de rechtvaardige zal uit geloof leven’, zonder ‘zijn’. Het Hebreeuwse אֱמוּנָה (emunah) betekent ‘trouw, betrouwbaarheid’, het Griekse πίστις (pistis) ‘geloof’. ἐκ πίστεως kan bij ‘de rechtvaardige’ horen (‘de uit geloof rechtvaardige zal leven’) of bij ‘zal leven’; wij kiezen het tweede. In Habakuk spreekt Yahweh deze woorden; hier haalt Paulus ze aan, daarom zwart. ἐν νόμῳ (en nomo), ‘in de wet’: in het gebied van de wet. Hetzelfde Griekse ἐν νόμῳ staat in 5:4; wij vertalen het beide keren ‘in de wet’. Voetnoot : Zie ook Hab. 2:4; Gal. 5:4. Zie ook: Hab 2:4; Gal 5:4 **3:12** De wet is niet uit geloof, maar: „Wie ze doet, zal erin leven.” Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | νόμος (nomos) = wet | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | ἀλλ’ (all’) = maar | Ὁ (Ho) = hij die | ποιήσας (poiesas) = gedaan heeft | αὐτὰ (auta) = ze | ζήσεται (zesetai) = zal leven | ἐν (en) = in | αὐτοῖς (autois) = ze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Lev. 18:5. Ons Hebreeuws heeft: ‘De mens die ze doet, zal erdoor leven’. De Griekse tekst heeft: ‘Wie ze doet, zal erin leven’. ‘Ze’ zijn de voorschriften en rechtsregels van Yahweh. ‘De wet is niet uit geloof’: de wet vraagt om doen. Voetnoot : Zie ook Lev. 18:5. Zie ook: Lev 18:5 **3:13** De Messias heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet, door voor ons een vloek te worden. Er staat immers geschreven: „Vervloekt is ieder die aan het hout hangt.” Brontekst: Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἐξηγόρασεν (exegorasen) = kocht vrij | ἐκ (ek) = van | τῆς (tes) = de | κατάρας (kataras) = vloek | τοῦ (tou) = van de | νόμου (nomou) = wet | γενόμενος (genomenos) = geworden | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | κατάρα (katara) = vloek | ὅτι (hoti) = want | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ἐπικατάρατος (Epikataratos) = vervloekt | πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | κρεμάμενος (kremamenos) = hangt | ἐπὶ (epi) = aan | ξύλου (xylou) = hout Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξαγοράζω (exagorazo), ‘vrijkopen’: met een prijs uit een macht bevrijden. ξύλον (xylon), ‘hout’: ook ‘boom’. Aanhaling van Deut. 21:23. Ons Hebreeuws heeft: ‘een gehangene is een vervloeking van Elohim’. De Griekse tekst heeft: ‘Vervloekt is ieder die aan hout hangt’. In Deut. 21 gaat het om iemand die gedood is en daarna aan een boom wordt gehangen; Paulus past het toe op de kruisiging van de Messias. Voetnoot : Zie ook Deut. 21:22–23. Zie ook: Deut 21:22–23; Deut 21:23 **3:14** Zo zou de zegen van Abraham in Yeshua de Messias tot de volken komen. Zo zouden wij door het geloof de belofte van de Geest ontvangen. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | εἰς (eis) = tot | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | ἡ (he) = de | εὐλογία (eulogia) = zegen | τοῦ (tou) = van | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | γένηται (genetai) = komt | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἵνα (hina) = opdat | τὴν (ten) = de | ἐπαγγελίαν (epangelian) = belofte | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | λάβωμεν (labomen) = wij ontvangen | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | πίστεως (pisteos) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐλογία (eulogia), ‘zegen’. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. ‘De belofte van de Geest’: de beloofde Geest. Vergelijk de zegen voor alle volken in vers 8. Voetnoot : Zie ook Gen. 12:3. Zie ook: Gen 12:3; Gal 3:8 ### De belofte en de wet **3:15** Broers, ik spreek naar menselijke maat. Zelfs een verbond van een mens, als het bekrachtigd is, maakt niemand ongeldig en niemand voegt er iets aan toe. Brontekst: Ἀδελφοί (Adelphoi) = broers | κατὰ (kata) = naar | ἄνθρωπον (anthropon) = menselijke maat | λέγω (lego) = ik zeg | ὅμως (homos) = toch | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | κεκυρωμένην (kekyromenen) = bekrachtigd | διαθήκην (diatheken) = verbond | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἀθετεῖ (athetei) = maakt ongeldig | ἢ (e) = of | ἐπιδιατάσσεται (epidiatassetai) = voegt eraan toe Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘naar menselijke maat’: zie 1:11. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: in het gewone Grieks ook ‘testament, laatste wil’; hier gaat het om een rechtsgeldige regeling die niemand mag wijzigen. ἀθετέω (atheteo), ‘ongeldig maken’: zie 2:21. ἐπιδιατάσσομαι (epidiatassomai), ‘erbij voorschrijven’: er iets aan toevoegen. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:11; Gal. 2:21. Zie ook: Gal 1:11; Gal 2:21 **3:16** Aan Abraham zijn de beloften gezegd, en aan zijn zaad. Er wordt niet gezegd: „En aan de zaden”, alsof het om velen ging, maar: „En aan jouw zaad”, alsof het om één ging. Dat is de Messias. Brontekst: τῷ (to) = aan | δὲ (de) = maar | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | ἐρρέθησαν (errethesan) = werden gezegd | αἱ (hai) = de | ἐπαγγελίαι (epangeliai) = beloften | καὶ (kai) = en | τῷ (to) = aan | σπέρματι (spermati) = zaad | αὐτοῦ (autou) = zijn | οὐ (ou) = niet | λέγει (legei) = hij zegt | Καὶ (Kai) = en | τοῖς (tois) = aan de | σπέρμασιν (spermasin) = zaden | ὡς (hos) = alsof | ἐπὶ (epi) = over | πολλῶν (pollon) = velen | ἀλλ’ (all’) = maar | ὡς (hos) = alsof | ἐφ’ (eph’) = over | ἑνός (henos) = één | Καὶ (Kai) = en | τῷ (to) = aan | σπέρματί (spermati) = zaad | σου (sou) = jouw | ὅς (hos) = die | ἐστιν (estin) = is | Χριστός (Christos) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπέρμα (sperma), ‘zaad’: in het Hebreeuws זֶרַע (zera), ‘zaad, nageslacht’; het Hebreeuwse woord staat in het enkelvoud ook voor veel nakomelingen. De belofte aan het nageslacht van Abraham staat in Gen. 12:7, 13:15 en 17:7 (ons Genesis schrijft daar ‘nageslacht’). Paulus let hier op het enkelvoud van het woord en past het toe op de Messias. Het Grieks heeft ‘hij zegt’ zonder naam; wij schrijven ‘er wordt gezegd’, omdat de tekst niet zegt of de Schrift of Elohim bedoeld is. Wij houden ‘zaad’ vast, zodat het enkelvoud zichtbaar blijft. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. Voetnoot : Zie ook Gen. 12:7; Gen. 13:15; Gen. 17:7. Zie ook: Gen 12:7; Gen 13:15; Gen 17:7 **3:17** Dit bedoel ik. De wet die 430 jaar later kwam, maakt een verbond dat Elohim tevoren bekrachtigd heeft niet krachteloos om de belofte buiten werking te stellen. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | δὲ (de) = maar | λέγω (lego) = ik zeg | διαθήκην (diatheken) = verbond | προκεκυρωμένην (prokekyromenen) = tevoren bekrachtigd | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὁ (ho) = de | μετὰ (meta) = na | τετρακόσια (tetrakosia) = 400 | καὶ (kai) = en | τριάκοντα (triakonta) = 30 | ἔτη (ete) = jaren | γεγονὼς (gegonos) = geworden | νόμος (nomos) = wet | οὐκ (ouk) = niet | ἀκυροῖ (akyroi) = maakt krachteloos | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | καταργῆσαι (katargesai) = buiten werking stellen | τὴν (ten) = de | ἐπαγγελίαν (epangelian) = belofte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘430 jaar’ (in het Grieks ‘400 en 30 jaar’): Paulus rekent van de belofte aan Abraham tot het geven van de wet. Exod. 12:40 noemt in onze Hebreeuwse tekst 430 jaar voor het verblijf van de zonen van Israël in Egypte; Paulus noemt ze voor de tijd tussen de belofte en de wet. Zie de voetnoot bij Exod. 12:40 voor de lezing waarin de 430 jaar bij Abraham beginnen. Hoe men de 430 jaar rekent, zegt de tekst zelf niet. προκυρόω (prokyroo), ‘tevoren bekrachtigen’. ἀκυρόω (akyroo), ‘krachteloos maken’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: wij gebruiken dezelfde weergave in 5:4 en 5:11. Voetnoot : Zie ook Exod. 12:40. Zie ook: Ex 12:40 **3:18** Want als de erfenis uit de wet komt, komt zij niet meer uit belofte. Maar aan Abraham heeft Elohim haar uit genade geschonken door een belofte. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἐκ (ek) = uit | νόμου (nomou) = wet | ἡ (he) = de | κληρονομία (kleronomia) = erfenis | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | ἐξ (ex) = uit | ἐπαγγελίας (epangelias) = belofte | τῷ (to) = aan | δὲ (de) = maar | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | δι’ (di’) = door | ἐπαγγελίας (epangelias) = belofte | κεχάρισται (kecharistai) = heeft geschonken | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κληρονομία (kleronomia), ‘erfenis’. χαρίζομαι (charizomai), ‘uit genade schenken’: verwant aan χάρις (charis), ‘genade’. De erfenis is wat Elohim aan Abraham beloofd heeft. ### Waartoe de wet? **3:19** Wat is de wet dan? Zij is vanwege de overtredingen toegevoegd, totdat het zaad zou komen aan wie het beloofd is. Zij is verordend door engelen, door de hand van een middelaar. Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | τῶν (ton) = van de | παραβάσεων (parabaseon) = overtredingen | χάριν (charin) = vanwege | προσετέθη (prosetethe) = is toegevoegd | ἄχρις (achris) = tot | οὗ (hou) = wanneer | ἔλθῃ (elthe) = komt | τὸ (to) = het | σπέρμα (sperma) = zaad | ᾧ (ho) = aan wie | ἐπήγγελται (epengeltai) = is beloofd | διαταγεὶς (diatageis) = verordend | δι’ (di’) = door | ἀγγέλων (angelon) = engelen | ἐν (en) = in | χειρὶ (cheiri) = hand | μεσίτου (mesitou) = van een middelaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 19–20 zijn in het Grieks moeilijk en worden verschillend gelezen; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’. προστίθημι (prostithemi), ‘toevoegen’. χάριν (charin), ‘vanwege’: de tekst zegt niet of dit ‘om overtredingen te laten zien’ of ‘om ze tegen te gaan’ bedoelt. διατάσσω (diatasso), ‘verordenen’. μεσίτης (mesites), ‘middelaar’: wie tussen twee partijen staat; de tekst noemt geen naam; men denkt vaak aan Mozes (vergelijk Deut. 5:5). ‘Door engelen’: engelen bij het geven van de wet; vergelijk Deut. 33:2, waar Yahweh van Sinaï komt met heilige tienduizenden, en Hand. 7:53. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: zie vers 16. Voetnoot : Zie ook Deut. 5:5; Deut. 33:2; Hand. 7:53; Gal. 3:16. Zie ook: Deut 5:5; Deut 33:2; Hand 7:53; Gal 3:16 **3:20** Een middelaar is niet van één, maar Elohim is één. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | μεσίτης (mesites) = middelaar | ἑνὸς (henos) = van één | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | θεὸς (theos) = Elohim | εἷς (heis) = één | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers is zeer kort en moeilijk. Letterlijk: ‘Een middelaar is niet van één, maar Elohim is één.’ Een mogelijke lezing: een middelaar staat tussen twee partijen, terwijl Elohim bij de belofte alleen handelde. Het vers wordt ook anders gelezen; wij laten de beknopte, duistere vorm van de zin staan. Vergelijk Deut. 6:4: ‘Yahweh is één’. Voetnoot : Zie ook Deut. 6:4. Zie ook: Deut 6:4 **3:21** Is de wet dan tegen de beloften van Elohim? Dat nooit! Want als er een wet gegeven was die levend kon maken, dan zou de gerechtigheid werkelijk uit de wet zijn. Brontekst: Ὁ (Ho) = de | οὖν (oun) = dan | νόμος (nomos) = wet | κατὰ (kata) = tegen | τῶν (ton) = de | ἐπαγγελιῶν (epangelion) = beloften | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = moge het zijn | εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | νόμος (nomos) = wet | ὁ (ho) = die | δυνάμενος (dynamenos) = kan | ζῳοποιῆσαι (zoopoiesai) = levend maken | ὄντως (ontos) = werkelijk | ἐκ (ek) = uit | νόμου (nomou) = wet | ἂν (an) = zou | ἦν (en) = was | ἡ (he) = de | δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μὴ γένοιτο (me genoito): ‘Dat nooit!’, zoals in 2:17. ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’: leven geven. ὄντως (ontos), ‘werkelijk’. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’: zie 2:21. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:17; Gal. 2:21. Zie ook: Gal 2:17; Gal 2:21 **3:22** Maar de Schrift heeft alles onder de zonde opgesloten. Zo zou de belofte uit het geloof in Yeshua de Messias gegeven worden aan hen die geloven. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | συνέκλεισεν (synekleisen) = sloot op | ἡ (he) = de | γραφὴ (graphe) = Schrift | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | ὑπὸ (hypo) = onder | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | ἵνα (hina) = opdat | ἡ (he) = de | ἐπαγγελία (epangelia) = belofte | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | Ἰησοῦ (Iesou) = in Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | δοθῇ (dothe) = gegeven wordt | τοῖς (tois) = aan de | πιστεύουσιν (pisteuousin) = gelovenden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συγκλείω (sygkleio), ‘opsluiten’: samen insluiten, zoals vissen in een net. ἡ γραφή (he grafe), ‘de Schrift’: zie vers 8. τὰ πάντα (ta panta), ‘alles’: alle dingen, alle mensen. πίστεως Ἰησοῦ Χριστοῦ (pisteos Iesou Christou): wij vertalen ‘het geloof in Yeshua de Messias’; het Grieks kan ook ‘het geloof van’ of ‘de trouw van Yeshua de Messias’ betekenen, zie 2:16. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:16. Zie ook: Gal 2:16; Gal 3:8 ### De opvoeder en de zonen van Elohim **3:23** Voordat het geloof kwam, werden wij onder de wet bewaakt, opgesloten tot het geloof dat onthuld zou worden. Brontekst: Πρὸ (Pro) = vóór | τοῦ (tou) = het | δὲ (de) = maar | ἐλθεῖν (elthein) = komen | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet | ἐφρουρούμεθα (ephrouroumetha) = werden wij bewaakt | συγκλειόμενοι (synkleiomenoi) = opgesloten | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = het | μέλλουσαν (mellousan) = komende | πίστιν (pistin) = geloof | ἀποκαλυφθῆναι (apokalyphthenai) = onthuld te worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φρουρέω (phroureo), ‘bewaken’: zoals soldaten een stad of gevangenen bewaken. συγκλείω (sygkleio), ‘opsluiten’: zie vers 22. ‘Het geloof’ komt hier en wordt onthuld: het geloof in de Messias, die gekomen is. Zie ook: Gal 3:22 **3:24** Zo is de wet onze opvoeder geworden tot de Messias, opdat wij uit geloof rechtvaardig verklaard zouden worden. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | παιδαγωγὸς (paidagogos) = opvoeder | ἡμῶν (hemon) = onze | γέγονεν (gegonen) = is geworden | εἰς (eis) = tot | Χριστόν (Christon) = de Messias | ἵνα (hina) = opdat | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | δικαιωθῶμεν (dikaiothomen) = wij rechtvaardig verklaard worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παιδαγωγός (paidagogos), ‘opvoeder’: in de Griekse en Romeinse wereld een slaaf die het kind van het huis naar school begeleidde en toezicht hield; hij was geen leraar. εἰς Χριστόν (eis Christon), ‘tot de Messias’: kan ‘tot aan de komst van de Messias’ of ‘naar de Messias toe’ betekenen. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:25. Zie ook: Gal 3:25 **3:25** Nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een opvoeder. Brontekst: ἐλθούσης (elthouses) = gekomen zijnde | δὲ (de) = maar | τῆς (tes) = het | πίστεως (pisteos) = geloof | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | ὑπὸ (hypo) = onder | παιδαγωγόν (paidagogon) = opvoeder | ἐσμεν (esmen) = zijn wij Bron: SBLGNT **3:26** Want jullie zijn allen zonen van Elohim door het geloof in Yeshua de Messias. Brontekst: πάντες (pantes) = allen | γὰρ (gar) = want | υἱοὶ (huioi) = zonen | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐστε (este) = zijn jullie | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | πίστεως (pisteos) = geloof | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: υἱοὶ θεοῦ (huioi theou), ‘zonen van Elohim’: in de gemeente zijn allen, mannen en vrouwen, zonen met erfrecht; vergelijk de verzen 28–29. ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ (en Christo Iesou), ‘in Yeshua de Messias’: kan bij ‘het geloof’ horen of bij ‘zonen zijn’. **3:27** Want ieder van jullie die in de Messias gedoopt is, heeft de Messias aangetrokken. Brontekst: ὅσοι (hosoi) = ieder die | γὰρ (gar) = want | εἰς (eis) = in | Χριστὸν (Christon) = de Messias | ἐβαπτίσθητε (ebaptisthete) = gedoopt bent | Χριστὸν (Christon) = de Messias | ἐνεδύσασθε (enedysasthe) = trok aan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’: onderdompelen. εἰς Χριστόν (eis Christon), ‘in de Messias’: ook ‘tot de Messias’. ἐνδύομαι (endyomai), ‘aantrekken’: zich met iets kleden; hier: de Messias aandoen. **3:28** Er is geen Jood en geen Griek. Er is geen knecht en geen vrije. Er is geen mannelijk en vrouwelijk. Want jullie allen zijn één in Yeshua de Messias. Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἔνι (eni) = is er | Ἰουδαῖος (Ioudaios) = Jood | οὐδὲ (oude) = noch | Ἕλλην (Hellen) = Griek | οὐκ (ouk) = niet | ἔνι (eni) = is er | δοῦλος (doulos) = knecht | οὐδὲ (oude) = noch | ἐλεύθερος (eleutheros) = vrije | οὐκ (ouk) = niet | ἔνι (eni) = is er | ἄρσεν (arsen) = mannelijk | καὶ (kai) = en | θῆλυ (thely) = vrouwelijk | πάντες (pantes) = allen | γὰρ (gar) = want | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | εἷς (heis) = één | ἐστε (este) = zijn | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οὐκ ἔνι (ouk eni), ‘er is niet’: er is geen plaats voor een scheiding. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’; ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrije’. ἄρσεν καὶ θῆλυ (arsen kai thely), ‘mannelijk en vrouwelijk’: de woorden van Gen. 1:27 in de Griekse tekst; in dit derde paar staat ‘en’ in plaats van ‘noch’. Voetnoot : Zie ook Gen. 1:27; Matt. 19:4. Zie ook: Gen 1:27; Mat 19:4 **3:29** En als jullie van de Messias zijn, dan zijn jullie zaad van Abraham, erfgenamen volgens de belofte. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | ἄρα (ara) = dan | τοῦ (tou) = van | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | σπέρμα (sperma) = zaad | ἐστέ (este) = zijn | κατ’ (kat’) = volgens | ἐπαγγελίαν (epangelian) = belofte | κληρονόμοι (kleronomoi) = erfgenamen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπέρμα (sperma), ‘zaad’: zie vers 16. κληρονόμος (kleronomos), ‘erfgenaam’: zie vers 18. κατ᾽ ἐπαγγελίαν (kat epangelian), ‘volgens de belofte’. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:16; Gal. 3:18. Zie ook: Gal 3:16; Gal 3:18 ## Galaten 4 _Zonen en niet langer knechten: Paulus’ zorg om de Galaten en de twee vrouwen, Hagar en de vrije_ ### Knechten en zonen **4:1** Ik zeg nu: zolang de erfgenaam een kind is, verschilt hij in niets van een knecht, hoewel hij heer is over alles. Brontekst: Λέγω (Lego) = ik zeg | δέ (de) = nu | ἐφ’ (eph’) = zolang | ὅσον (hoson) = hoe lang | χρόνον (chronon) = tijd | ὁ (ho) = de | κληρονόμος (kleronomos) = erfgenaam | νήπιός (nepios) = kind | ἐστιν (estin) = is | οὐδὲν (ouden) = in niets | διαφέρει (diapherei) = verschilt hij | δούλου (doulou) = van een knecht | κύριος (kyrios) = heer | πάντων (panton) = van alles | ὤν (on) = zijnde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νήπιος (nepios), ‘kind’: letterlijk iemand die nog niet kan spreken; hier een minderjarige die nog niet over zijn erfenis beschikt. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: iemand die eigendom is van een heer; zie ook Gal. 3:28. Paulus beschrijft met een voorbeeld uit het gewone leven hoe iets wat van een kind is, toch onder gezag staat. Zie ook: Gal 3:28 **4:2** Hij staat onder voogden en beheerders tot de tijd die de vader vooraf heeft vastgesteld. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ὑπὸ (hypo) = onder | ἐπιτρόπους (epitropous) = voogden | ἐστὶ (esti) = hij staat | καὶ (kai) = en | οἰκονόμους (oikonomous) = beheerders | ἄχρι (achri) = tot | τῆς (tes) = de | προθεσμίας (prothesmias) = vastgestelde tijd | τοῦ (tou) = van de | πατρός (patros) = vader Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπίτροπος (epitropos), ‘voogd’, en οἰκονόμος (oikonomos), ‘beheerder’: mensen die voor een minderjarige zorgen en zijn bezit beheren. προθεσμία (prothesmia), ‘vastgestelde tijd’: de dag die de vader vooraf bepaald heeft. **4:3** Zo waren ook wij, toen wij kinderen waren, tot knechten gemaakt onder de grondbeginselen van de wereld. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ὅτε (hote) = toen | ἦμεν (emen) = wij waren | νήπιοι (nepioi) = kinderen | ὑπὸ (hypo) = onder | τὰ (ta) = de | στοιχεῖα (stoicheia) = grondbeginselen | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | ἤμεθα (emetha) = waren wij | δεδουλωμένοι (dedoulomenoi) = tot knechten gemaakt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στοιχεῖα τοῦ κόσμου (stoicheia tou kosmou), ‘de grondbeginselen van de wereld’: στοιχεῖον betekent eigenlijk ‘iets wat in een rij staat’, een eerste onderdeel, zoals een letter van het alfabet. Het kan de eerste beginselen van onderwijs bedoelen, of de elementen van de wereld. Ook in 4:9. Het Grieks zegt niet uitdrukkelijk wat Paulus precies bedoelt; wij houden ‘grondbeginselen’. Voetnoot : δεδουλωμένοι (dedoulomenoi), ‘tot knechten gemaakt’: van hetzelfde woord als δοῦλος. Voetnoot : Zie ook Gal. 4:9. Zie ook: Gal 4:9 **4:4** Maar toen de volheid van de tijd kwam, zond Elohim Zijn Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, Brontekst: ὅτε (hote) = toen | δὲ (de) = maar | ἦλθεν (elthen) = kwam | τὸ (to) = de | πλήρωμα (pleroma) = volheid | τοῦ (tou) = van de | χρόνου (chronou) = tijd | ἐξαπέστειλεν (exapesteilen) = zond | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | γενόμενον (genomenon) = geboren | ἐκ (ek) = uit | γυναικός (gynaikos) = een vrouw | γενόμενον (genomenon) = geboren | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξαπέστειλεν (exapesteilen), ‘zond’: van ἐξαποστέλλω; wij houden ‘zenden’ voor ἀποστέλλω en verwanten. πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’: de tijd was ‘vol’, het vastgestelde moment (vers 2) was gekomen. ‘Geboren uit een vrouw’ en ‘geboren onder de wet’: het Grieks heeft tweemaal hetzelfde woord (γενόμενον, gegonen); wij vertalen beide ‘geboren’. ‘Onder de wet’: zie 4:21. Zie ook: Gal 4:2 **4:5** om hen die onder de wet waren vrij te kopen, zodat wij de aanneming als zonen zouden ontvangen. Brontekst: ἵνα (hina) = om | τοὺς (tous) = hen die | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet | ἐξαγοράσῃ (exagorase) = vrij te kopen | ἵνα (hina) = zodat | τὴν (ten) = de | υἱοθεσίαν (huiothesian) = aanneming als zonen | ἀπολάβωμεν (apolabomen) = wij ontvangen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξαγοράζω (exagorazo), ‘vrijkopen’: iemand uit de macht van een ander kopen. υἱοθεσία (huiothesia), ‘aanneming als zoon’: letterlijk ‘het zoon-plaatsen’, de wettelijke stap waarmee iemand als zoon en erfgenaam wordt aangenomen. Voetnoot : Zie ook Gal. 4:7. Zie ook: Gal 4:7 **4:6** En omdat jullie zonen zijn, heeft Elohim de Geest van Zijn Zoon in onze harten gezonden. Hij roept: „Abba, Vader!” Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | δέ (de) = nu | ἐστε (este) = jullie zijn | υἱοί (huioi) = zonen | ἐξαπέστειλεν (exapesteilen) = zond | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | τοῦ (tou) = van de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | εἰς (eis) = in | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | ἡμῶν (hemon) = onze | κρᾶζον (krazon) = roepend | Αββα (Abba) = Abba | ὁ (ho) = de | πατήρ (pater) = Vader Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἀββά (Abba): Aramees voor ‘vader’; wij laten het staan. De Messias gebruikt het woord zelf in Mark. 14:36. Het Grieks voegt ὁ πατήρ (ho pater), ‘Vader’, toe. Het Grieks heeft ‘onze harten’, hoewel het begin van het vers ‘jullie’ zegt; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : De woorden ‘Abba, Vader’ zijn de roep van de Geest in ons, gericht tot Elohim; wij zetten ze daarom zwart, niet rood. Voetnoot : Zie ook Mark. 14:36. Zie ook: Mar 14:36 **4:7** Je bent dus niet langer een knecht, maar een zoon. En als je een zoon bent, ben je ook erfgenaam door Elohim. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | οὐκέτι (ouketi) = niet langer | εἶ (ei) = je bent | δοῦλος (doulos) = knecht | ἀλλὰ (alla) = maar | υἱός (huios) = zoon | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = nu | υἱός (huios) = zoon | καὶ (kai) = ook | κληρονόμος (kleronomos) = erfgenaam | διὰ (dia) = door | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De aanspreking wisselt van ‘jullie’ (vers 6) naar ‘je’: het Grieks heeft hier het enkelvoud. Paulus spreekt elke lezer persoonlijk aan. Zie ook: Gal 4:6 ### Terug naar de grondbeginselen? **4:8** Maar toen jullie Elohim niet kenden, dienden jullie als knechten hen die van nature geen goden zijn. Brontekst: Ἀλλὰ (Alla) = maar | τότε (tote) = toen | μὲν (men) = wel | οὐκ (ouk) = niet | εἰδότες (eidotes) = kennend | θεὸν (theon) = Elohim | ἐδουλεύσατε (edouleusate) = dienden jullie als knechten | τοῖς (tois) = hen | φύσει (physei) = van nature | μὴ (me) = niet | οὖσι (ousi) = zijnde | θεοῖς (theois) = goden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τοῖς φύσει μὴ οὖσι θεοῖς (tois physei me ousi theois), ‘hen die van nature geen goden zijn’: de afgoden van de volken. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’: wij vertalen het overal zo (4:8, 4:9, 4:25; vergelijk 5:13). **4:9** Maar nu jullie Elohim kennen, of liever: door Elohim gekend zijn, hoe keren jullie dan weer terug naar de zwakke en arme grondbeginselen? Willen jullie hun opnieuw, van voren af aan, als knechten dienen? Brontekst: νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | γνόντες (gnontes) = kennend | θεόν (theon) = Elohim | μᾶλλον (mallon) = liever | δὲ (de) = maar | γνωσθέντες (gnosthentes) = gekend zijnd | ὑπὸ (hypo) = door | θεοῦ (theou) = Elohim | πῶς (pos) = hoe | ἐπιστρέφετε (epistrephete) = keren jullie terug | πάλιν (palin) = weer | ἐπὶ (epi) = naar | τὰ (ta) = de | ἀσθενῆ (asthene) = zwakke | καὶ (kai) = en | πτωχὰ (ptocha) = arme | στοιχεῖα (stoicheia) = grondbeginselen | οἷς (hois) = aan wie | πάλιν (palin) = opnieuw | ἄνωθεν (anothen) = van voren af aan | δουλεύειν (douleuein) = als knechten te dienen | θέλετε (thelete) = willen jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γνωσθέντες ὑπὸ θεοῦ (gnosthentes hypo theou), ‘door Elohim gekend’: Elohim neemt het initiatief. ἄνωθεν (anothen), ‘van voren af aan’: het woord betekent ook ‘van boven’. ἀσθενῆ καὶ πτωχὰ στοιχεῖα (asthene kai ptocha stoicheia), ‘zwakke en arme grondbeginselen’: zie 4:3. **4:10** Jullie houden dagen, maanden, tijden en jaren nauwlettend in acht. Brontekst: ἡμέρας (hemeras) = dagen | παρατηρεῖσθε (paratereisthe) = houden jullie in acht | καὶ (kai) = en | μῆνας (menas) = maanden | καὶ (kai) = en | καιροὺς (kairous) = tijden | καὶ (kai) = en | ἐνιαυτούς (eniautous) = jaren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καιροί (kairoi), ‘tijden’: vaste tijden, zoals feesttijden en seizoenen. Paulus noemt niet welke dagen of maanden hij bedoelt; wij voegen niets toe. **4:11** Ik vrees voor jullie. Misschien heb ik tevergeefs voor jullie gearbeid. Brontekst: φοβοῦμαι (phoboumai) = ik vrees | ὑμᾶς (hymas) = voor jullie | μή (me) = dat | πως (pos) = misschien | εἰκῇ (eike) = tevergeefs | κεκοπίακα (kekopiaka) = ik heb gearbeid | εἰς (eis) = voor | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοπιάω (kopiao), ‘arbeiden’: zwaar werk doen, zich inspannen. ### Paulus’ zorg om hen **4:12** Word zoals ik, want ook ik ben zoals jullie. Broers, ik smeek jullie: jullie hebben mij in niets onrecht gedaan. Brontekst: Γίνεσθε (Ginesthe) = word | ὡς (hos) = zoals | ἐγώ (ego) = ik | ὅτι (hoti) = want | κἀγὼ (kago) = ook ik | ὡς (hos) = zoals | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | δέομαι (deomai) = ik smeek | ὑμῶν (hymon) = jullie | οὐδέν (ouden) = in niets | με (me) = mij | ἠδικήσατε (edikesate) = hebben jullie onrecht gedaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente; zie Gal. 1:2. Voetnoot : In het tweede deel (‘want ook ik ben zoals jullie’) heeft het Grieks geen werkwoord; wij vullen ‘ben’ aan. Paulus bedoelt: ik ben geworden zoals jullie, dus zonder de wet van Mozes als maatstaf; de tekst zegt het niet uitdrukkelijk. Zie ook: Gal 1:2 **4:13** Jullie weten dat ik jullie de eerste keer de goede boodschap heb gebracht vanwege een zwakheid van het vlees. Brontekst: οἴδατε (oidate) = jullie weten | δὲ (de) = nu | ὅτι (hoti) = dat | δι’ (di’) = wegens | ἀσθένειαν (astheneian) = zwakheid | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | εὐηγγελισάμην (euengelisamen) = ik bracht de goede boodschap | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | τὸ (to) = de | πρότερον (proteron) = eerste keer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σάρξ (sarx), ‘vlees’: het woord noemt hier het lichaam en tegelijk de zwakke menselijke natuur. De zwakheid wordt niet nader omschreven. τὸ πρότερον (to proteron), ‘de eerste keer’: het kan ook ‘eerder’ betekenen. Voetnoot : εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:3. Zie ook: Gal 3:3 **4:14** En jullie beproeving in mijn vlees hebben jullie niet veracht en niet uitgespuwd. Jullie ontvingen mij als een engel van Elohim, als Messias Yeshua. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | πειρασμὸν (peirasmon) = beproeving | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | σαρκί (sarki) = vlees | μου (mou) = mijn | οὐκ (ouk) = niet | ἐξουθενήσατε (exouthenesate) = hebben jullie veracht | οὐδὲ (oude) = en niet | ἐξεπτύσατε (exeptysate) = uitgespuwd | ἀλλὰ (alla) = maar | ὡς (hos) = als | ἄγγελον (angelon) = engel | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐδέξασθέ (edexasthe) = ontvingen jullie | με (me) = mij | ὡς (hos) = als | Χριστὸν (Christon) = Messias | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: het Griekse woord betekent zowel ‘beproeving’ als ‘verzoeking’. Het Grieks heeft hier ‘jullie beproeving in mijn vlees’: de zwakheid van Paulus was een beproeving voor de Galaten. ἐξεπτύσατε (exeptysate), ‘uitgespuwd’: letterlijk ‘uitgespuugd’, een gebaar van afkeer. ἄγγελον θεοῦ (angelon theou), ‘een engel van Elohim’: een bode van Elohim. Het Grieks heeft geen lidwoord vóór ‘Messias Yeshua’; wij schrijven ‘als Messias Yeshua’. **4:15** Waar is dan jullie geluk? Want ik getuig van jullie dat jullie, als het mogelijk was geweest, jullie ogen zouden hebben uitgerukt en aan mij zouden hebben gegeven. Brontekst: ποῦ (pou) = waar | οὖν (oun) = dan | ὁ (ho) = het | μακαρισμὸς (makarismos) = geluk | ὑμῶν (hymon) = jullie | μαρτυρῶ (martyro) = ik getuig | γὰρ (gar) = want | ὑμῖν (hymin) = van jullie | ὅτι (hoti) = dat | εἰ (ei) = als | δυνατὸν (dynaton) = mogelijk | τοὺς (tous) = de | ὀφθαλμοὺς (ophthalmous) = ogen | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐξορύξαντες (exoryxantes) = uitgerukt hebbend | ἐδώκατέ (edokate) = gaven jullie | μοι (moi) = aan mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακαρισμός (makarismos), ‘het gelukkig noemen’: verwant met μακάριος (makarios), ‘gelukkig’, zoals in Matt. 5:3. Wij schrijven ‘geluk’. Het Grieks zegt niet wat precies bedoeld wordt: de vreugde of het geluk dat zij toen ervoeren. ‘De ogen uitrukken’ is een uitdrukking voor het grootste offer dat iemand kan brengen. Zie ook: Mat 5:3 **4:16** Ben ik dan jullie vijand geworden doordat ik jullie de waarheid zeg? Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | ἐχθρὸς (echthros) = vijand | ὑμῶν (hymon) = van jullie | γέγονα (gegona) = ben ik geworden | ἀληθεύων (aletheuon) = de waarheid sprekend | ὑμῖν (hymin) = tegen jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft geen vraagteken: dit kan een vraag zijn of een verontruste vaststelling. ἀληθεύω (aletheuo), ‘de waarheid zeggen’. **4:17** Zij ijveren voor jullie, maar niet op een goede manier. Zij willen jullie buitensluiten, opdat jullie voor hen ijveren. Brontekst: ζηλοῦσιν (zelousin) = zij ijveren | ὑμᾶς (hymas) = voor jullie | οὐ (ou) = niet | καλῶς (kalos) = op goede manier | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐκκλεῖσαι (ekkleisai) = buiten te sluiten | ὑμᾶς (hymas) = jullie | θέλουσιν (thelousin) = zij willen | ἵνα (hina) = opdat | αὐτοὺς (autous) = voor hen | ζηλοῦτε (zeloute) = ijveren jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζηλόω (zeloo), ‘ijveren voor’: het kan ook ‘jaloers zijn op’ betekenen. ἐκκλείω (ekkleio), ‘buitensluiten’: het Grieks zegt niet van wat; mogelijk van Paulus, van de gemeente of van de genade. Wij laten dat open. **4:18** Het is goed om altijd met ijver gezocht te worden in het goede, en niet alleen wanneer ik bij jullie ben. Brontekst: καλὸν (kalon) = goed | δὲ (de) = maar | ζηλοῦσθαι (zelousthai) = met ijver gezocht te worden | ἐν (en) = in | καλῷ (kalo) = het goede | πάντοτε (pantote) = altijd | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | μόνον (monon) = alleen | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | παρεῖναί (pareinai) = aanwezig zijn | με (me) = mijn | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζηλοῦσθαι (zelousthai), ‘met ijver gezocht te worden’: een lijdende vorm; iemand wil dat anderen zich met ijver aan hem wijden. Paulus zegt: ijver is goed, mits die altijd in het goede is en niet alleen wanneer hij erbij is. **4:19** Mijn kinderen, voor wie ik opnieuw weeën heb, totdat de Messias in jullie gestalte krijgt. Brontekst: τέκνα (tekna) = kinderen | μου (mou) = mijn | οὓς (hous) = voor wie | πάλιν (palin) = opnieuw | ὠδίνω (odino) = heb ik weeën | μέχρις (mechris) = totdat | οὗ (hou) = dat | μορφωθῇ (morphothe) = gestalte krijgt | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὠδίνω (odino), ‘weeën hebben’: het beeld van een moeder die baart. μορφόω (morphoo), ‘gestalte geven’: de Messias krijgt in hen gestalte. Het Grieks heeft hier geen volledige zin; wij laten dat zo. **4:20** Ik zou nu graag bij jullie zijn en mijn stem veranderen, want ik ben ten einde raad over jullie. Brontekst: ἤθελον (ethelon) = ik wilde | δὲ (de) = nu | παρεῖναι (pareinai) = aanwezig zijn | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἄρτι (arti) = nu | καὶ (kai) = en | ἀλλάξαι (allaxai) = veranderen | τὴν (ten) = de | φωνήν (phonen) = stem | μου (mou) = mijn | ὅτι (hoti) = want | ἀποροῦμαι (aporoumai) = ben ik ten einde raad | ἐν (en) = over | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀλλάξαι τὴν φωνήν μου (allaxai ten phonen mou), ‘mijn stem veranderen’: van toon wisselen. ἀποροῦμαι (aporoumai), ‘ten einde raad zijn’: letterlijk ‘geen uitweg weten’. ### Hagar en de vrije vrouw **4:21** Zeg mij, jullie die onder de wet willen zijn: horen jullie de wet niet? Brontekst: Λέγετέ (Legete) = zegt | μοι (moi) = mij | οἱ (hoi) = jullie die | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet | θέλοντες (thelontes) = willend | εἶναι (einai) = zijn | τὸν (ton) = de | νόμον (nomon) = wet | οὐκ (ouk) = niet | ἀκούετε (akouete) = horen jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νόμος (nomos), ‘wet’: het Griekse woord vertaalt Hebreeuws תּוֹרָה (tora), ‘onderwijs, instructie’. Het kan de wet van Mozes bedoelen of de eerste vijf boeken. Wij houden overal ‘de wet’. In de tweede vermelding (‘horen jullie de wet niet?’) lijkt ‘de wet’ te wijzen op het geschrevene, want vers 22 gaat verder met ‘er staat geschreven’. Voetnoot : Zie ook Gen. 16:15; Gen. 21:1–3. Zie ook: Gen 16:15; Gen 21:1–3; Gal 4:22 **4:22** Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen had, één van de slavin en één van de vrije vrouw. Brontekst: γέγραπται (gegraptai) = er staat geschreven | γὰρ (gar) = immers | ὅτι (hoti) = dat | Ἀβραὰμ (Abraam) = Abraham | δύο (dyo) = twee | υἱοὺς (huious) = zonen | ἔσχεν (eschen) = had | ἕνα (hena) = één | ἐκ (ek) = van | τῆς (tes) = de | παιδίσκης (paidiskes) = slavin | καὶ (kai) = en | ἕνα (hena) = één | ἐκ (ek) = van | τῆς (tes) = de | ἐλευθέρας (eleutheras) = vrije vrouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παιδίσκη (paidiske), ‘slavin’: Hagar, de Egyptische slavin van Sarai, zoals Sarah in Gen. 16:1 nog heet (haar nieuwe naam volgt in Gen. 17:15); het Grieks noemt Hagars naam pas in vers 24. De vrije vrouw is Sarah; haar naam staat niet in de tekst. Abrahams twee zonen zijn Ismaël en Isaak (Gen. 16:15; 21:2–3); ook hun namen noemt Paulus hier niet. Voetnoot : Zie ook Gen. 16:1; Gen. 16:15; Gen. 17:15; Gen. 21:2–3. Zie ook: Gen 16:1; Gen 16:15; Gen 17:15; Gen 21:2; Gal 4:24 **4:23** Maar de zoon van de slavin is geboren naar het vlees, en de zoon van de vrije vrouw door een belofte. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ὁ (ho) = de | μὲν (men) = enerzijds | ἐκ (ek) = van | τῆς (tes) = de | παιδίσκης (paidiskes) = slavin | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | γεγέννηται (gegennetai) = is geboren | ὁ (ho) = de | δὲ (de) = anderzijds | ἐκ (ek) = van | τῆς (tes) = de | ἐλευθέρας (eleutheras) = vrije vrouw | δι’ (di’) = door | ἐπαγγελίας (epangelias) = een belofte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: op de gewone menselijke wijze. δι᾽ ἐπαγγελίας (di epangelias), ‘door een belofte’: de geboorte van Isaak kwam voort uit wat Elohim beloofd had (Gen. 17:16–19; 18:10). ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. Voetnoot : Zie ook Gen. 17:16–19; Gen. 18:10. Zie ook: Gen 17:16–19; Gen 18:10 **4:24** Dit wordt allegorisch gezegd. Deze vrouwen zijn immers twee verbonden. Het ene is van de berg Sinaï en baart tot knechtschap. Dat is Hagar. Brontekst: ἅτινά (hatina) = welke dingen | ἐστιν (estin) = is | ἀλληγορούμενα (allegoroumena) = allegorisch gezegd | αὗται (hautai) = deze | γάρ (gar) = immers | εἰσιν (eisin) = zijn | δύο (dyo) = twee | διαθῆκαι (diathekai) = verbonden | μία (mia) = een | μὲν (men) = enerzijds | ἀπὸ (apo) = van | ὄρους (orous) = berg | Σινᾶ (Sina) = Sinaï | εἰς (eis) = tot | δουλείαν (douleian) = knechtschap | γεννῶσα (gennosa) = baart | ἥτις (hetis) = dat | ἐστὶν (estin) = is | Ἁγάρ (Hagar) = Hagar Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï. Voetnoot Uitleg: ἀλληγορούμενα (allegoroumena), ‘allegorisch gezegd’: een verhaal wordt gebruikt om iets anders te zeggen. Paulus leest het verhaal van Hagar en Sarah als een beeld. Voetnoot : διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: in het gewone Grieks ook ‘testament’; wij houden ‘verbond’, zoals in Gal. 3:15. Voetnoot : Het Grieks heeft bij ‘baart’ geen voorwerp; wij voegen ‘kinderen’ niet toe. Σινᾶ (Sina), ‘Sinaï’: de berg waar de wet gegeven werd (Exod. 19:20). Voetnoot : Zie ook Exod. 19:20. Zie ook: Ex 19:20; Gal 3:15 **4:25** Hagar nu is de berg Sinaï in Arabië. Zij staat in dezelfde rij als het huidige Jeruzalem, want zij dient als knecht samen met haar kinderen. Brontekst: τὸ (to) = het | δὲ (de) = nu | Ἁγὰρ (Hagar) = Hagar | Σινᾶ (Sina) = Sinaï | ὄρος (oros) = berg | ἐστὶν (estin) = is | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | Ἀραβίᾳ (Arabia) = Arabië | συστοιχεῖ (systoichei) = staat in dezelfde rij | δὲ (de) = nu | τῇ (te) = met het | νῦν (nyn) = huidige | Ἰερουσαλήμ (Ierousalem) = Jeruzalem | δουλεύει (douleuei) = dient als knecht | γὰρ (gar) = want | μετὰ (meta) = samen met | τῶν (ton) = de | τέκνων (teknon) = kinderen | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï. Zie Arabië (ongeveer): Arabië is het woestijngebied ten oosten en zuiden van Israël. De grenzen zijn niet scherp te trekken. Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft een lidwoord vóór ‘Hagar’ (τὸ Ἁγάρ), alsof de naam zelf bedoeld wordt: de naam ‘Hagar’ staat voor de berg Sinaï in Arabië. Voetnoot : Συστοιχεῖ (systoichei), ‘staat in dezelfde rij’: hetzelfde stamwoord als στοιχεῖα (4:3) en στοιχέω (5:25, 6:16): wat in één rij staat, hoort bij elkaar. ‘Het huidige Jeruzalem’: de stad zoals zij nu is, tegenover ‘het Jeruzalem boven’ (vers 26). Het Grieks laat open of ‘zij dient als knecht’ over Hagar of over Jeruzalem gaat. Zie ook: Gal 4:26 **4:26** Maar het Jeruzalem boven is vrij. Zij is onze moeder. Brontekst: ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | ἄνω (ano) = boven | Ἰερουσαλὴμ (Ierousalem) = Jeruzalem | ἐλευθέρα (eleuthera) = vrij | ἐστίν (estin) = is | ἥτις (hetis) = zij | ἐστὶν (estin) = is | μήτηρ (meter) = moeder | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: ἄνω Ἰερουσαλήμ (ano Ierousalem), ‘het Jeruzalem boven’: het hemelse Jeruzalem, tegenover ‘het huidige Jeruzalem’ (vers 25). Zie ook: Gal 4:25 **4:27** Er staat immers geschreven: „Verheug je, onvruchtbare, jij die niet baart. Breek uit en roep, jij die geen weeën hebt. Want de kinderen van de verlatene zijn talrijker dan van haar die de man heeft.” Brontekst: γέγραπται (gegraptai) = er staat geschreven | γάρ (gar) = immers | Εὐφράνθητι (Euphrantheti) = verheug je | στεῖρα (steira) = onvruchtbare | ἡ (he) = jij die | οὐ (ou) = niet | τίκτουσα (tiktousa) = baart | ῥῆξον (rhexon) = breek uit | καὶ (kai) = en | βόησον (boeson) = roep | ἡ (he) = jij die | οὐκ (ouk) = niet | ὠδίνουσα (odinousa) = weeën hebt | ὅτι (hoti) = want | πολλὰ (polla) = vele | τὰ (ta) = de | τέκνα (tekna) = kinderen | τῆς (tes) = van de | ἐρήμου (eremou) = verlatene | μᾶλλον (mallon) = meer | ἢ (e) = dan | τῆς (tes) = van haar | ἐχούσης (echouses) = die heeft | τὸν (ton) = de | ἄνδρα (andra) = man Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het citaat is uit Jes. 54:1. Ons Hebreeuws heeft: ‘Jubel, onvruchtbare, jij die niet gebaard hebt. Breek uit in gejubel en schreeuw het uit, jij die geen weeën hebt gehad. Want de zonen van de verwoeste vrouw zijn talrijker dan de zonen van de gehuwde vrouw’. De Griekse tekst heeft ‘Verheug je’ en ‘de verlatene’ (ἔρημος kan ook ‘woestijn’ betekenen) en ‘haar die de man heeft’. In Jesaja sluit het vers af met ‘zegt Yahweh’; Paulus haalt het aan als wat ‘geschreven’ staat, zonder die slotwoorden, daarom zwart. Voetnoot : Zie ook Jes. 54:1. Zie ook: Jes 54:1 **4:28** Jullie nu, broers, zijn zoals Isaak kinderen van de belofte. Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | δέ (de) = nu | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | κατὰ (kata) = zoals | Ἰσαὰκ (Isaak) = Isaak | ἐπαγγελίας (epangelias) = van de belofte | τέκνα (tekna) = kinderen | ἐστέ (este) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ Ἰσαάκ (kata Isaak), ‘zoals Isaak’: naar de wijze van Isaak. Zie vers 23. Voetnoot : Zie ook Gen. 21:2–3. Zie ook: Gen 21:2–3; Gal 4:23 **4:29** Maar zoals toen degene die naar het vlees geboren was, degene vervolgde die naar de Geest geboren was, zo is het ook nu. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ὥσπερ (hosper) = zoals | τότε (tote) = toen | ὁ (ho) = degene die | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | γεννηθεὶς (gennetheis) = geboren | ἐδίωκε (edioke) = vervolgde | τὸν (ton) = degene die | κατὰ (kata) = naar | πνεῦμα (pneuma) = Geest | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | νῦν (nyn) = nu Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐδίωκε (edioke), ‘vervolgde’: het Grieks gebruikt het gewone woord voor ‘vervolgen’. In Gen. 21:9 staat in ons Hebreeuws dat Ismaël Isaak ‘treiterde’. κατὰ πνεῦμα (kata pneuma), ‘naar de Geest’: Paulus zet het tegenover ‘naar het vlees’ (vers 23): Isaak werd geboren door wat Elohim had beloofd. Voetnoot : Zie ook Gen. 21:9. Zie ook: Gen 21:9; Gal 4:23 **4:30** Maar wat zegt de Schrift? „Werp de slavin en haar zoon uit, want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije vrouw.” Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | τί (ti) = wat | λέγει (legei) = zegt | ἡ (he) = de | γραφή (graphe) = Schrift | Ἔκβαλε (Ekbale) = werp uit | τὴν (ten) = de | παιδίσκην (paidisken) = slavin | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = zoon | αὐτῆς (autes) = haar | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | μὴ (me) = beslist | κληρονομήσει (kleronomesei) = zal erven | ὁ (ho) = de | υἱὸς (huios) = zoon | τῆς (tes) = van de | παιδίσκης (paidiskes) = slavin | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = de | υἱοῦ (huiou) = zoon | τῆς (tes) = van de | ἐλευθέρας (eleutheras) = vrije vrouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het citaat is uit Gen. 21:10. Ons Hebreeuws heeft: ‘Jaag deze slavin weg, en haar zoon, want de zoon van deze slavin zal niet erven met mijn zoon, met Isaak.’ De Griekse tekst van Paulus heeft ‘de zoon van de vrije vrouw’ in plaats van ‘mijn zoon, met Isaak’. In Genesis spreekt Sarah; de woorden zijn dus zwart. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. Voetnoot : Zie ook Gen. 21:10. Zie ook: Gen 21:10 **4:31** Daarom, broers, zijn wij geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw. Brontekst: διό (dio) = daarom | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | οὐκ (ouk) = niet | ἐσμὲν (esmen) = zijn wij | παιδίσκης (paidiskes) = van een slavin | τέκνα (tekna) = kinderen | ἀλλὰ (alla) = maar | τῆς (tes) = van de | ἐλευθέρας (eleutheras) = vrije vrouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus sluit af met de gevolgtrekking: wij horen bij de vrije vrouw, niet bij de slavin. Vergelijk het begin van het volgende hoofdstuk, 5:1. ## Galaten 5 _Vrijheid in de Messias: het vlees en de Geest_ ### Sta vast in de vrijheid **5:1** Voor de vrijheid heeft de Messias ons vrijgemaakt. Blijf dus pal staan en laat jullie niet opnieuw gevangen houden door een juk van knechtschap. Brontekst: τῇ (te) = voor de | ἐλευθερίᾳ (eleutheria) = vrijheid | ἡμᾶς (hemas) = ons | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἠλευθέρωσεν (eleutherosen) = heeft vrijgemaakt | στήκετε (stekete) = blijf staan | οὖν (oun) = dus | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | πάλιν (palin) = weer | ζυγῷ (zygo) = door een juk | δουλείας (douleias) = van knechtschap | ἐνέχεσθε (enechesthe) = laat jullie gevangen houden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’, en ἐλευθερόω (eleutheroo), ‘vrijmaken’: de vrijheid van de knecht die vrijgelaten wordt, tegenover het knechtschap van 4:24–25. ζυγός (zygos), ‘juk’: een balk over de nek van een trekdier, hier een beeld voor een zware verplichting; vergelijk Matt. 11:29–30 en Hand. 15:10. Het Grieks heeft ‘voor de vrijheid’ (een naamval zonder voorzetsel); het kan ook ‘met de vrijheid’ of ‘in de vrijheid’ bedoelen. Voetnoot : Zie ook Matt. 11:29–30; Hand. 15:10. Zie ook: Mat 11:29–30; Hand 15:10 **5:2** Zie, ik, Paulus, zeg jullie: als jullie je laten besnijden, zal de Messias jullie niets baten. Brontekst: Ἴδε (Ide) = zie | ἐγὼ (ego) = ik | Παῦλος (Paulos) = Paulus | λέγω (lego) = zeg | ὑμῖν (hymin) = jullie | ὅτι (hoti) = dat | ἐὰν (ean) = als | περιτέμνησθε (peritemnesthe) = jullie je laten besnijden | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ὑμᾶς (hymas) = jullie | οὐδὲν (ouden) = niets | ὠφελήσει (ophelesei) = zal baten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιτέμνω (peritemno), ‘besnijden’; hier een vorm die ‘zich laten besnijden’ betekent. Besnijdenis is het teken van het verbond met Abraham (Gen. 17:10–12). Hier gaat het om besnijdenis als voorwaarde om rechtvaardig verklaard te worden (vergelijk vers 4), niet om de gewoonte op zich. ὠφελέω (opheleo), ‘baten’: van nut zijn. Voetnoot : Zie ook Gen. 17:10–12; Hand. 15:1. Zie ook: Gen 17:10–12; Hand 15:1; Gal 5:4 **5:3** Ik betuig opnieuw aan ieder mens die zich laat besnijden dat hij verplicht is de hele wet te doen. Brontekst: μαρτύρομαι (martyromai) = ik betuig | δὲ (de) = nu | πάλιν (palin) = opnieuw | παντὶ (panti) = aan ieder | ἀνθρώπῳ (anthropo) = mens | περιτεμνομένῳ (peritemnomeno) = die zich laat besnijden | ὅτι (hoti) = dat | ὀφειλέτης (opheiletes) = verplicht | ἐστὶν (estin) = is | ὅλον (holon) = de hele | τὸν (ton) = de | νόμον (nomon) = wet | ποιῆσαι (poiesai) = te doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀφειλέτης (opheletes), ‘verplicht’: letterlijk ‘schuldenaar’, iemand die iets verschuldigd is. ‘De hele wet doen’ (ποιῆσαι, poiesai): de wet is een geheel; wie een deel aanneemt, neemt het geheel op zich. **5:4** Jullie zijn buiten werking gesteld, los van de Messias, jullie die in de wet rechtvaardig verklaard worden. Jullie zijn uit de genade gevallen. Brontekst: κατηργήθητε (katergethete) = zijn buiten werking gesteld | ἀπὸ (apo) = van | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | οἵτινες (hoitines) = jullie die | ἐν (en) = in | νόμῳ (nomo) = wet | δικαιοῦσθε (dikaiousthe) = rechtvaardig verklaard worden | τῆς (tes) = van de | χάριτος (charitos) = genade | ἐξεπέσατε (exepesate) = zijn jullie gevallen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατηργήθητε ἀπὸ Χριστοῦ (katergethete apo Christou), ‘jullie zijn buiten werking gesteld, los van de Messias’: καταργέω (katargeo) betekent ‘buiten werking stellen’, zoals in 3:17 en 5:11. Hier: wat de Messias betreft zijn zij buiten werking, afgesneden van Hem. Voetnoot : δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: het Griekse werkwoord is rechterlijk, ‘vrijspreken’, uitspreken dat iemand gerecht is. Het Grieks heeft de tegenwoordige tijd (‘worden’); het kan ook bedoelen ‘proberen rechtvaardig verklaard te worden’. ἐν νόμῳ (en nomo), ‘in de wet’: zoals in 3:11. ἐκπίπτω (ekpipto), ‘vallen uit’: de genade verlaten. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:16; Gal. 3:11; Gal. 3:17. Zie ook: Gal 2:16; Gal 3:11; Gal 3:17 **5:5** Want wij verwachten door de Geest, uit geloof, de hoop op gerechtigheid. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | γὰρ (gar) = want | πνεύματι (pneumati) = door de Geest | ἐκ (ek) = uit | πίστεως (pisteos) = geloof | ἐλπίδα (elpida) = hoop | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = op gerechtigheid | ἀπεκδεχόμεθα (apekdechometha) = verwachten wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘verwachten’: met verlangen uitkijken. ‘De hoop op gerechtigheid’: de genitief kan bedoelen dat de hoop uit gerechtigheid bestaat, of dat zij op gerechtigheid gericht is (de uitspraak ‘rechtvaardig’ aan het einde). δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. **5:6** Want in de Messias Yeshua heeft noch besnijdenis noch onbesnedenheid enige kracht, maar geloof dat door liefde werkzaam is. Brontekst: ἐν (en) = in | γὰρ (gar) = want | Χριστῷ (Christo) = Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | οὔτε (oute) = noch | περιτομή (peritome) = besnijdenis | τι (ti) = enige | ἰσχύει (ischyei) = kracht heeft | οὔτε (oute) = noch | ἀκροβυστία (akrobystia) = onbesnedenheid | ἀλλὰ (alla) = maar | πίστις (pistis) = geloof | δι’ (di’) = door | ἀγάπης (agapes) = liefde | ἐνεργουμένη (energoumene) = werkzaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’: letterlijk ‘voorhuid’; de toestand van wie niet besneden is. ἰσχύω (ischyo), ‘kracht hebben’. ἐνεργουμένη (energoumene), ‘werkzaam’: een vorm die ‘werkend’ of ‘in werking gezet’ kan betekenen; wij houden ‘dat door liefde werkzaam is’. πίστις (pistis), ‘geloof’. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:15. Zie ook: Gal 6:15 ### Een waarschuwing **5:7** Jullie liepen goed. Wie heeft jullie belemmerd om de waarheid te gehoorzamen? Brontekst: Ἐτρέχετε (Etrechete) = jullie liepen | καλῶς (kalos) = goed | τίς (tis) = wie | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐνέκοψεν (enekopsen) = heeft belemmerd | τῇ (te) = de | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid | μὴ (me) = niet | πείθεσθαι (peithesthai) = te gehoorzamen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἐτρέχετε (Etrechete), ‘jullie liepen’: een beeld uit de wedloop. ἐγκόπτω (enkopto), ‘belemmeren’: iemand in de weg komen terwijl hij loopt. πείθομαι (peithomai), ‘gehoorzamen, zich laten overtuigen’: hetzelfde stamwoord als πεισμονή in vers 8. Zie ook: Gal 5:8 **5:8** Die overreding komt niet van Hem die jullie roept. Brontekst: ἡ (he) = de | πεισμονὴ (peismone) = overreding | οὐκ (ouk) = niet | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = Hem die | καλοῦντος (kalountos) = roept | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πεισμονή (peismone), ‘overreding’: het zelfstandig naamwoord bij πείθω (peitho), ‘overtuigen’. ‘Hem die jullie roept’ (ὁ καλῶν, ho kalon): Elohim; vergelijk 1:6. **5:9** Een beetje zuurdesem maakt het hele deeg zuur. Brontekst: μικρὰ (mikra) = een beetje | ζύμη (zyme) = zuurdesem | ὅλον (holon) = het hele | τὸ (to) = de | φύραμα (phyrama) = deeg | ζυμοῖ (zymoi) = maakt zuur Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζύμη (zyme), ‘zuurdesem’: deeg dat het hele brooddeeg laat rijzen; hier een beeld voor een kleine invloed die alles doortrekt, zoals in Matt. 16:6. Dit gezegde staat ook in 1 Kor. 5:6. Voetnoot : Zie ook Matt. 16:6; 1 Kor. 5:6. Zie ook: Mat 16:6; 1 Kor 5:6 **5:10** Ik heb in de Heer het vertrouwen over jullie dat jullie niets anders zullen denken. Maar wie jullie in verwarring brengt, zal het oordeel dragen, wie hij ook is. Brontekst: ἐγὼ (ego) = ik | πέποιθα (pepoitha) = heb vertrouwen | εἰς (eis) = over | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | ὅτι (hoti) = dat | οὐδὲν (ouden) = niets | ἄλλο (allo) = anders | φρονήσετε (phronesete) = jullie zullen denken | ὁ (ho) = die | δὲ (de) = maar | ταράσσων (tarasson) = in verwarring brengt | ὑμᾶς (hymas) = jullie | βαστάσει (bastasei) = zal dragen | τὸ (to) = het | κρίμα (krima) = oordeel | ὅστις (hostis) = wie | ἐὰν (ean) = ook | ᾖ (e) = hij is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’: de Heer is Yeshua. ὅστις ἐὰν ᾖ (hostis ean ei), ‘wie hij ook is’: Paulus noemt de persoon niet bij naam. κρίμα (krima), ‘oordeel’. **5:11** Maar ik, broers, als ik nog besnijdenis verkondig, waarom word ik dan nog vervolgd? Dan is het struikelblok van het kruis immers buiten werking gesteld. Brontekst: ἐγὼ (ego) = ik | δέ (de) = maar | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | εἰ (ei) = als | περιτομὴν (peritomen) = besnijdenis | ἔτι (eti) = nog | κηρύσσω (kerysso) = ik verkondig | τί (ti) = waarom | ἔτι (eti) = nog | διώκομαι (diokomai) = word ik vervolgd | ἄρα (ara) = dan | κατήργηται (katergetai) = is buiten werking gesteld | τὸ (to) = het | σκάνδαλον (skandalon) = struikelblok | τοῦ (tou) = van het | σταυροῦ (staurou) = kruis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus stelt hier een vraag: als hij nog besnijdenis zou verkondigen, zou hij niet meer vervolgd worden. Het Grieks zegt niet wie dat van hem beweert. σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: iets waar men over struikelt; wij vertalen overal zo, zoals Matt. 16:23. ‘Buiten werking gesteld’: καταργέω (katargeo), zie 5:4 en 3:17. σταυρός (stauros), ‘kruis’. Zie ook: Mat 16:23 **5:12** Ik wou dat zij die jullie op zijn kop zetten, zich zelfs lieten afsnijden. Brontekst: ὄφελον (ophelon) = ik wou | καὶ (kai) = zelfs | ἀποκόψονται (apokopsontai) = zullen zich laten afsnijden | οἱ (hoi) = zij die | ἀναστατοῦντες (anastatountes) = op zijn kop zetten | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποκόπτω (apokopto), ‘afsnijden’: het woord kan bedoelen dat men zich laat verminken, in aansluiting bij de besnijdenis, of dat men zich van de gemeente laat afsnijden. De tekst zegt het niet; wij vertalen letterlijk. ἀναστατόω (anastatoo), ‘op zijn kop zetten’: zoals in Hand. 17:6. Voetnoot : Zie ook Hand. 17:6. Zie ook: Hand 17:6 ### Vrijheid en liefde **5:13** Want jullie zijn tot vrijheid geroepen, broers. Gebruik de vrijheid alleen niet als aanleiding voor het vlees, maar dien elkaar als knechten door de liefde. Brontekst: Ὑμεῖς (Hymeis) = jullie | γὰρ (gar) = want | ἐπ’ (ep’) = tot | ἐλευθερίᾳ (eleutheria) = vrijheid | ἐκλήθητε (eklethete) = zijn geroepen | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μόνον (monon) = alleen | μὴ (me) = niet | τὴν (ten) = de | ἐλευθερίαν (eleutherian) = vrijheid | εἰς (eis) = tot | ἀφορμὴν (aphormen) = aanleiding | τῇ (te) = voor het | σαρκί (sarki) = vlees | ἀλλὰ (alla) = maar | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | ἀγάπης (agapes) = liefde | δουλεύετε (douleuete) = dient als knechten | ἀλλήλοις (allelois) = elkaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft in de tweede zin geen werkwoord; wij vullen ‘gebruik’ aan. ἀφορμή (aphorme), ‘aanleiding’: letterlijk een uitgangspunt, een ‘steunpunt’ om iets te beginnen. σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier de zwakke menselijke natuur die tegenover de Geest staat (vers 16–17). δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’: dezelfde stam als δοῦλος; vrijheid wordt dienen door liefde. Zie ook: Gal 5:16–17 **5:14** Want de hele wet is in één woord vervuld, in dit: „Heb je naaste lief als jezelf.” Brontekst: ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | πᾶς (pas) = hele | νόμος (nomos) = wet | ἐν (en) = in | ἑνὶ (heni) = één | λόγῳ (logo) = woord | πεπλήρωται (peplerotai) = is vervuld | ἐν (en) = in | τῷ (to) = dit | Ἀγαπήσεις (Agapeseis) = je zult liefhebben | τὸν (ton) = de | πλησίον (plesion) = naaste | σου (sou) = je | ὡς (hos) = als | σεαυτόν (seauton) = jezelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het citaat is uit Lev. 19:18. Onze Hebreeuwse tekst heeft: ‘Heb je naaste lief als jezelf.’ De woorden zijn in Leviticus van Yahweh, maar Paulus haalt ze hier aan zonder ze als woorden van Elohim in te leiden; wij zetten ze zwart. Yeshua haalt dit gebod ook aan. Voetnoot : πεπλήρωται (pepleroutai), ‘is vervuld’: de hele wet is in dit ene woord vervuld. Voetnoot : Zie ook Lev. 19:18; Matt. 22:39; Mark. 12:31. Zie ook: Lev 19:18; Mat 22:39; Mar 12:31 **5:15** Maar als jullie elkaar bijten en verslinden, pas dan op dat jullie niet door elkaar worden verteerd. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | δάκνετε (daknete) = jullie bijten | καὶ (kai) = en | κατεσθίετε (katesthiete) = verslinden | βλέπετε (blepete) = pas op | μὴ (me) = dat niet | ὑπ’ (hyp’) = door | ἀλλήλων (allelon) = elkaar | ἀναλωθῆτε (analothete) = jullie worden verteerd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δάκνω (dakno), ‘bijten’, κατεσθίω (katesthio), ‘verslinden’ en ἀναλίσκω (analisko), ‘verteren’: beelden van dieren die elkaar opeten. ### Het vlees en de Geest **5:16** Ik zeg nu: wandel door de Geest, en jullie zullen de begeerte van het vlees beslist niet volbrengen. Brontekst: Λέγω (Lego) = ik zeg | δέ (de) = nu | πνεύματι (pneumati) = door de Geest | περιπατεῖτε (peripateite) = wandel | καὶ (kai) = en | ἐπιθυμίαν (epithymian) = begeerte | σαρκὸς (sarkos) = van het vlees | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | τελέσητε (telesete) = jullie zullen volbrengen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: leven. ‘Door de Geest wandelen’ is een uitdrukking voor een leven dat door de Geest wordt bepaald. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’. **5:17** Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees. Deze staan immers tegenover elkaar, opdat jullie niet datgene doen wat jullie ook maar willen. Brontekst: ἡ (he) = het | γὰρ (gar) = want | σὰρξ (sarx) = vlees | ἐπιθυμεῖ (epithymei) = begeert | κατὰ (kata) = tegen | τοῦ (tou) = de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | τὸ (to) = de | δὲ (de) = maar | πνεῦμα (pneuma) = Geest | κατὰ (kata) = tegen | τῆς (tes) = het | σαρκός (sarkos) = vlees | ταῦτα (tauta) = deze | γὰρ (gar) = want | ἀλλήλοις (allelois) = tegenover elkaar | ἀντίκειται (antikeitai) = staan | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ἃ (ha) = wat | ἐὰν (ean) = ook maar | θέλητε (thelete) = jullie willen | ταῦτα (tauta) = dat | ποιῆτε (poiete) = jullie doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zin met ἵνα (hina), ‘opdat’, is dubbelzinnig: de Geest en het vlees staan zo tegenover elkaar dat jullie niet doen wat jullie ook maar willen, of: dat jullie niet kunnen doen wat jullie willen. Het Grieks zegt het niet uitdrukkelijk. Wij houden de letterlijke vorm. **5:18** Maar als jullie door de Geest geleid worden, zijn jullie niet onder de wet. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | πνεύματι (pneumati) = door de Geest | ἄγεσθε (agesthe) = jullie geleid worden | οὐκ (ouk) = niet | ἐστὲ (este) = jullie zijn | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄγω (ago), ‘leiden’. ‘Onder de wet’: zie 4:4 en 4:21. ### De werken van het vlees **5:19** De werken van het vlees zijn duidelijk. Dat zijn: ontucht, onreinheid, losbandigheid, Brontekst: φανερὰ (phanera) = duidelijk | δέ (de) = nu | ἐστιν (estin) = zijn | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | τῆς (tes) = van het | σαρκός (sarkos) = vlees | ἅτινά (hatina) = welke | ἐστιν (estin) = zijn | πορνεία (porneia) = ontucht | ἀκαθαρσία (akatharsia) = onreinheid | ἀσέλγεια (aselgeia) = losbandigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele zonde buiten het huwelijk. ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’. ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’: leven zonder rem. **5:20** afgodendienst, toverij, vijandschappen, twist, naijver, driftbuien, zelfzucht, verdeeldheid, partijschappen, Brontekst: εἰδωλολατρία (eidololatria) = afgodendienst | φαρμακεία (pharmakeia) = toverij | ἔχθραι (echthrai) = vijandschappen | ἔρις (eris) = twist | ζῆλος (zelos) = naijver | θυμοί (thymoi) = driftbuien | ἐριθεῖαι (eritheiai) = zelfzucht | διχοστασίαι (dichostasiai) = verdeeldheid | αἱρέσεις (haireseis) = partijschappen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φαρμακεία (pharmakeia), ‘toverij’: het gebruik van middelen en spreuken om iets te bewerken. ζῆλος (zelos), ‘naijver’: hetzelfde woord als ‘ijver’ (4:17), hier in kwade zin. ἐριθεῖαι (eritheiai), ‘zelfzucht’. αἵρεσις (hairesis), ‘partijschap’: een groep met een eigen leer; elders ‘richting’ (Hand. 5:17; 15:5). Voetnoot : Zie ook Hand. 5:17; Hand. 15:5. Zie ook: Hand 5:17; Hand 15:5 **5:21** afgunst, dronkenschap, braspartijen en dergelijke. Hierover zeg ik jullie vooraf, zoals ik ook al eerder heb gezegd: wie zulke dingen doen, zullen het koninkrijk van Elohim niet erven. Brontekst: φθόνοι (phthonoi) = afgunst | μέθαι (methai) = dronkenschap | κῶμοι (komoi) = braspartijen | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | ὅμοια (homoia) = dergelijke | τούτοις (toutois) = aan deze | ἃ (ha) = wat | προλέγω (prolego) = ik zeg vooraf | ὑμῖν (hymin) = jullie | καθὼς (kathos) = zoals | προεῖπον (proeipon) = ik zei eerder | ὅτι (hoti) = dat | οἱ (hoi) = zij die | τὰ (ta) = de | τοιαῦτα (toiauta) = zulke dingen | πράσσοντες (prassontes) = doen | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | θεοῦ (theou) = van Elohim | οὐ (ou) = niet | κληρονομήσουσιν (kleronomesousin) = zullen erven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κῶμος (komos), ‘braspartij’: een feestelijke, losbandige optocht. προλέγω (prolego), ‘vooraf zeggen’: Paulus herinnert aan wat hij eerder zei. κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’. βασιλεία θεοῦ (basileia theou), ‘koninkrijk van Elohim’. ### De vrucht van de Geest **5:22** Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, Brontekst: Ὁ (Ho) = de | δὲ (de) = maar | καρπὸς (karpos) = vrucht | τοῦ (tou) = van de | πνεύματός (pneumatos) = Geest | ἐστιν (estin) = is | ἀγάπη (agape) = liefde | χαρά (chara) = vreugde | εἰρήνη (eirene) = vrede | μακροθυμία (makrothymia) = geduld | χρηστότης (chrestotes) = vriendelijkheid | ἀγαθωσύνη (agathosyne) = goedheid | πίστις (pistis) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καρπός (karpos), ‘vrucht’: het Grieks heeft het enkelvoud, ook na een lijst van negen. πίστις (pistis), ‘geloof’: in een lijst van eigenschappen kan het ook ‘trouw’ of ‘betrouwbaarheid’ betekenen. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘lange adem’. χρηστότης (chrestotes), ‘vriendelijkheid’. ἀγαθωσύνη (agathosyne), ‘goedheid’. **5:23** zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zulke dingen is geen wet. Brontekst: πραΰτης (prautes) = zachtmoedigheid | ἐγκράτεια (enkrateia) = zelfbeheersing | κατὰ (kata) = tegen | τῶν (ton) = de | τοιούτων (toiouton) = zulke | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | νόμος (nomos) = wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πραΰτης (prauties), ‘zachtmoedigheid’: zoals Matt. 5:5. ἐγκράτεια (enkrateia), ‘zelfbeheersing’. ‘Tegen zulke dingen is geen wet’: er is geen wet die dit verbiedt. Zie ook: Mat 5:5 **5:24** Zij die van de Messias zijn, hebben het vlees samen met de hartstochten en de begeerten gekruisigd. Brontekst: οἱ (hoi) = zij die | δὲ (de) = maar | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | τὴν (ten) = het | σάρκα (sarka) = vlees | ἐσταύρωσαν (estaurosan) = hebben gekruisigd | σὺν (syn) = samen met | τοῖς (tois) = de | παθήμασιν (pathemasin) = hartstochten | καὶ (kai) = en | ταῖς (tais) = de | ἐπιθυμίαις (epithymiais) = begeerten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σταυρόω (stauroo), ‘kruisigen’. πάθημα (pathema), ‘hartstocht’: letterlijk wat iemand ondergaat; hier de driften die met het vlees meekomen. Zie ook 2:19 en 6:14. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:19; Gal. 6:14. Zie ook: Gal 2:19; Gal 6:14 **5:25** Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest in de pas lopen. Brontekst: εἰ (ei) = als | ζῶμεν (zomen) = wij leven | πνεύματι (pneumati) = door de Geest | πνεύματι (pneumati) = door de Geest | καὶ (kai) = ook | στοιχῶμεν (stoichomen) = laten wij in de pas lopen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στοιχέω (stoicheo), ‘in de pas lopen’: letterlijk ‘in de rij lopen’; verwant met στοιχεῖα (4:3) en συστοιχέω (4:25). Zo ook 6:16. πνεύματι (pneumati) staat tweemaal: ‘door de Geest leven’ en ‘door de Geest in de pas lopen’. **5:26** Laten wij niet ijdel worden: elkaar uitdagen en elkaar benijden. Brontekst: μὴ (me) = niet | γινώμεθα (ginometha) = laten wij worden | κενόδοξοι (kenodoxoi) = ijdel | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | προκαλούμενοι (prokaloumenoi) = uitdagend | ἀλλήλοις (allelois) = elkaar | φθονοῦντες (phthonountes) = benijdend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κενόδοξος (kenodoxos), ‘ijdel’: letterlijk ‘leeg van eer’, iemand die om eer ijdel is. προκαλέομαι (prokaleomai), ‘uitdagen’. φθονέω (phthoneo), ‘benijden’. ## Galaten 6 _Elkaars lasten dragen, zaaien en oogsten, en Paulus’ slot_ ### Elkaar herstellen en elkaars lasten dragen **6:1** Broers, als een mens zelfs in enige overtreding wordt betrapt, herstel zo iemand dan, jullie die van de Geest zijn, in een geest van zachtmoedigheid. Houd jezelf in het oog, zodat ook jij niet op de proef wordt gesteld. Brontekst: Ἀδελφοί (Adelphoi) = broers | ἐὰν (ean) = als | καὶ (kai) = zelfs | προλημφθῇ (prolemphthe) = wordt betrapt | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ἔν (en) = in | τινι (tini) = enige | παραπτώματι (paraptomati) = overtreding | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | οἱ (hoi) = die | πνευματικοὶ (pneumatikoi) = van de Geest zijn | καταρτίζετε (katartizete) = herstel | τὸν (ton) = de | τοιοῦτον (toiouton) = zodanige | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = een geest | πραΰτητος (prautetos) = van zachtmoedigheid | σκοπῶν (skopon) = in het oog houdend | σεαυτόν (seauton) = jezelf | μὴ (me) = opdat niet | καὶ (kai) = ook | σὺ (sy) = jij | πειρασθῇς (peirasthes) = op de proef gesteld wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’: letterlijk een misstap, een uitglijder. προλαμβάνω (prolambano), ‘betrapt worden’: het kan ook ‘overvallen worden’ betekenen. οἱ πνευματικοί (hoi pneumatikoi), ‘jullie die van de Geest zijn’: mensen die door de Geest geleid worden (vergelijk 5:16 en 5:18). καταρτίζω (katartizo), ‘herstellen’: iets weer in orde brengen, zoals een breuk of een net. πνεῦμα πραΰτητος (pneuma prauteitos), ‘een geest van zachtmoedigheid’: hier een houding, daarom met kleine letter. De aanspreking springt van ‘jullie’ naar ‘je/jij’: Paulus spreekt de lezer persoonlijk aan. πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: het kan ook ‘verzoeken’ betekenen. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:16; Gal. 5:18. Zie ook: Gal 5:16; Gal 5:18 **6:2** Draag elkaars lasten, en zo zullen jullie de wet van de Messias vervullen. Brontekst: ἀλλήλων (allelon) = elkaars | τὰ (ta) = de | βάρη (bare) = lasten | βαστάζετε (bastazete) = draag | καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | ἀναπληρώσετε (anaplerosete) = zullen jullie vervullen | τὸν (ton) = de | νόμον (nomon) = wet | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βάρος (baros), ‘last’: zwaarte; een druk die iemand te zwaar kan worden. ‘De wet van de Messias’ (ὁ νόμος τοῦ Χριστοῦ): het Grieks zegt niet uitdrukkelijk welke wet dit is; vergelijk 5:14, waar de hele wet in het gebod van de liefde wordt samengevat. ἀναπληρόω (anapleroo), ‘vervullen’: volledig maken. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:14. Zie ook: Gal 5:14 **6:3** Want als iemand denkt iets te zijn terwijl hij niets is, misleidt hij zichzelf. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | δοκεῖ (dokei) = denkt | τις (tis) = iemand | εἶναί (einai) = te zijn | τι (ti) = iets | μηδὲν (meden) = niets | ὤν (on) = zijnde | φρεναπατᾷ (phrenapata) = misleidt | ἑαυτόν (heauton) = zichzelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φρεναπατάω (phrenapatao), ‘misleiden’: letterlijk ‘het denken bedriegen’. **6:4** Laat ieder zijn eigen werk beproeven. Dan zal hij alleen ten opzichte van zichzelf reden tot roem hebben, en niet ten opzichte van de ander. Brontekst: τὸ (to) = het | δὲ (de) = maar | ἔργον (ergon) = werk | ἑαυτοῦ (heautou) = zijn eigen | δοκιμαζέτω (dokimazeto) = laat beproeven | ἕκαστος (hekastos) = ieder | καὶ (kai) = en | τότε (tote) = dan | εἰς (eis) = ten opzichte van | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | μόνον (monon) = alleen | τὸ (to) = de | καύχημα (kauchema) = reden tot roem | ἕξει (hexei) = zal hij hebben | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | εἰς (eis) = ten opzichte van | τὸν (ton) = de | ἕτερον (heteron) = ander Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκιμάζω (dokimazo), ‘beproeven’: toetsen of iets echt is. καύχημα (kauchema), ‘reden tot roem’: iets om op te roemen. Het Grieks zegt: ‘ten opzichte van zichzelf alleen’ en ‘niet ten opzichte van de ander’. **6:5** Want ieder zal zijn eigen last dragen. Brontekst: ἕκαστος (hekastos) = ieder | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = de | ἴδιον (idion) = eigen | φορτίον (phortion) = last | βαστάσει (bastasei) = zal dragen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φορτίον (phortion), ‘last’: een lading die iemand draagt. Het is een ander woord dan βάρος (baros) in vers 2. In vers 2 gaat het om lasten die iemand te zwaar worden; hier om de eigen lading van ieder. Voetnoot : Zie ook Matt. 11:30. Zie ook: Mat 11:30; Gal 6:2 **6:6** Laat wie in het woord onderricht wordt, alle goede dingen delen met wie hem onderricht. Brontekst: Κοινωνείτω (Koinoneito) = laat delen | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = wie | κατηχούμενος (katechoumenos) = onderricht wordt | τὸν (ton) = in het | λόγον (logon) = woord | τῷ (to) = met wie | κατηχοῦντι (katechounti) = onderricht | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = alle | ἀγαθοῖς (agathois) = goede dingen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατηχέω (katecheo), ‘onderrichten’: zoals in Luc. 1:4. κοινωνέω (koinoneo), ‘delen’: gemeenschappelijk deel hebben. Het Grieks zegt niet wat er precies gedeeld wordt: ‘alle goede dingen’ kan geestelijke en stoffelijke dingen omvatten. Voetnoot : Zie ook Luc. 1:4. Zie ook: Luc 1:4 ### Zaaien en oogsten **6:7** Dwaal niet: Elohim laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Brontekst: μὴ (me) = niet | πλανᾶσθε (planasthe) = dwaal | θεὸς (theos) = Elohim | οὐ (ou) = niet | μυκτηρίζεται (mykterizetai) = laat met Zich spotten | ὃ (ho) = wat | γὰρ (gar) = want | ἐὰν (ean) = ook maar | σπείρῃ (speire) = zaait | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | τοῦτο (touto) = dat | καὶ (kai) = ook | θερίσει (therisei) = zal hij oogsten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλανάω (planao), ‘dwalen’ of ‘misleid worden’: letterlijk ‘rondzwerven’. μυκτηρίζω (mykterizo), ‘bespotten’: letterlijk ‘de neus ophalen over’. Het beeld van zaaien en oogsten loopt door tot vers 9. Zie ook: Gal 6:9 **6:8** Want wie zaait in zijn eigen vlees, zal uit het vlees verderf oogsten. Maar wie zaait in de Geest, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten. Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | ὁ (ho) = wie | σπείρων (speiron) = zaait | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = het | σάρκα (sarka) = vlees | ἑαυτοῦ (heautou) = zijn eigen | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | θερίσει (therisei) = zal oogsten | φθοράν (phthoran) = verderf | ὁ (ho) = wie | δὲ (de) = maar | σπείρων (speiron) = zaait | εἰς (eis) = in | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | θερίσει (therisei) = zal oogsten | ζωὴν (zoen) = leven | αἰώνιον (aionion) = eeuwig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπείρω εἰς (speiro eis), ‘zaaien in’: zaaien in de grond van het vlees of van de Geest. σάρξ (sarx), ‘vlees’, tegenover πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’; zie 5:16–24. φθορά (phthora), ‘verderf’: vergankelijkheid, ondergang. ζωὴ αἰώνιος (zoe aionios), ‘eeuwig leven’. **6:9** Laten wij niet moedeloos worden in het doen van het goede, want op zijn eigen tijd zullen wij oogsten, als wij niet verslappen. Brontekst: τὸ (to) = het | δὲ (de) = maar | καλὸν (kalon) = goede | ποιοῦντες (poiountes) = doend | μὴ (me) = niet | ἐγκακῶμεν (enkakomen) = laten wij moedeloos worden | καιρῷ (kairo) = op tijd | γὰρ (gar) = want | ἰδίῳ (idio) = eigen | θερίσομεν (therisomen) = zullen wij oogsten | μὴ (me) = niet | ἐκλυόμενοι (eklyomenoi) = verslappend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκακέω (enkakeo), ‘moedeloos worden’: het opgeven van de moed. ἐκλύομαι (eklyomai), ‘verslappen’: letterlijk ‘losgemaakt worden’, de kracht verliezen. καιρὸς ἴδιος (kairos idios), ‘eigen tijd’: de tijd die daarvoor bestemd is. **6:10** Laten wij dus, zolang wij de tijd hebben, het goede doen aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | οὖν (oun) = daarom | ὡς (hos) = zolang | καιρὸν (kairon) = tijd | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | ἐργαζώμεθα (ergazometha) = laten wij doen | τὸ (to) = het | ἀγαθὸν (agathon) = goede | πρὸς (pros) = aan | πάντας (pantas) = allen | μάλιστα (malista) = vooral | δὲ (de) = maar | πρὸς (pros) = aan | τοὺς (tous) = de | οἰκείους (oikeious) = huisgenoten | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἱ οἰκεῖοι τῆς πίστεως (hoi oikeioi tes pisteos), ‘de huisgenoten van het geloof’: zij die in het geloof bij het huis (de gemeente) horen. Het Grieks heeft ‘het goede werken’ (ἐργάζομαι, ergazomai, ‘werken’); wij schrijven ‘het goede doen’. ### Paulus’ slot met eigen hand **6:11** Zie met welke grote letters ik jullie met mijn eigen hand schrijf. Brontekst: Ἴδετε (Idete) = zie | πηλίκοις (pelikois) = met welke grote | ὑμῖν (hymin) = jullie | γράμμασιν (grammasin) = letters | ἔγραψα (egrapsa) = ik schrijf | τῇ (te) = met mijn | ἐμῇ (eme) = eigen | χειρί (cheiri) = hand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γράμμα (gramma), ‘letter’: het Grieks kan ook ‘brief’ betekenen. πηλίκος (pelikos), ‘hoe groot’: dit kan op de grootte van de letters wijzen of op de lengte van de brief. Wij volgen het eerste, omdat de vorm ‘met mijn eigen hand’ erbij staat. ἔγραψα (egrapsa) staat in het Grieks in de verleden tijd, zoals een briefschrijver die vanuit de lezer schrijft; wij vertalen met de tegenwoordige tijd. **6:12** Allen die in het vlees een goede indruk willen maken, dwingen jullie je te laten besnijden. Alleen opdat zij niet vervolgd worden vanwege het kruis van de Messias. Brontekst: ὅσοι (hosoi) = allen die | θέλουσιν (thelousin) = willen | εὐπροσωπῆσαι (euprosopesai) = een goede indruk maken | ἐν (en) = in | σαρκί (sarki) = vlees | οὗτοι (houtoi) = deze | ἀναγκάζουσιν (anankazousin) = dwingen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | περιτέμνεσθαι (peritemnesthai) = je te laten besnijden | μόνον (monon) = alleen | ἵνα (hina) = opdat | τῷ (to) = voor het | σταυρῷ (stauro) = kruis | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | μὴ (me) = niet | διώκωνται (diokontai) = zij vervolgd worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐπροσωπέω (euprosopeo), ‘een goede indruk maken’: letterlijk ‘een mooi gezicht laten zien’. ‘In het vlees’: naar de buitenkant, op menselijke wijze; zie 3:3. σταυρός (stauros), ‘kruis’. Het Grieks heeft ‘voor het kruis’ (een naamval zonder voorzetsel); wij schrijven ‘vanwege het kruis’. **6:13** Want zelfs zij die zich laten besnijden, houden zelf de wet niet. Maar zij willen dat jullie je laten besnijden, om te kunnen roemen in jullie vlees. Brontekst: οὐδὲ (oude) = zelfs niet | γὰρ (gar) = want | οἱ (hoi) = zij die | περιτεμνόμενοι (peritemnomenoi) = zich laten besnijden | αὐτοὶ (autoi) = zelf | νόμον (nomon) = wet | φυλάσσουσιν (phylassousin) = houden | ἀλλὰ (alla) = maar | θέλουσιν (thelousin) = zij willen | ὑμᾶς (hymas) = dat jullie | περιτέμνεσθαι (peritemnesthai) = je laten besnijden | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | ὑμετέρᾳ (hymetera) = jullie | σαρκὶ (sarki) = vlees | καυχήσωνται (kauchesontai) = zij roemen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἱ περιτεμνόμενοι (hoi peritemnomenoi), ‘zij die zich laten besnijden’: een tegenwoordige vorm; het kan ook ‘de besneden mensen’ bedoelen. Paulus zegt dat zij zelf de wet niet houden; de tekst noemt niet op welke punten. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’. **6:14** Het zij verre van mij te roemen, behalve in het kruis van onze Heer Yeshua de Messias. Daardoor is de wereld voor mij gekruisigd, en ik voor de wereld. Brontekst: ἐμοὶ (emoi) = voor mij | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | γένοιτο (genoito) = zij verre | καυχᾶσθαι (kauchasthai) = te roemen | εἰ (ei) = behalve | μὴ (me) = niet | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | σταυρῷ (stauro) = kruis | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias | δι’ (di’) = door | οὗ (hou) = wat | ἐμοὶ (emoi) = voor mij | κόσμος (kosmos) = wereld | ἐσταύρωται (estaurotai) = is gekruisigd | κἀγὼ (kago) = en ik | κόσμῳ (kosmo) = voor de wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μὴ γένοιτο (me genoito), ‘het zij verre’: een sterke uitdrukking van afwijzing. δι᾿ οὗ (di hou), ‘daardoor’: het betrekkelijk voornaamwoord kan naar het kruis wijzen of naar de Heer. Het Grieks laat dat open; wij vertalen ‘daardoor’. κόσμος (kosmos), ‘wereld’. ‘De wereld is voor mij gekruisigd, en ik voor de wereld’: de band met de wereld is doorgesneden. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:19; Gal. 5:24. Zie ook: Gal 2:19; Gal 5:24 **6:15** Want noch besnijdenis is iets, noch onbesnedenheid, maar een nieuwe schepping. Brontekst: οὔτε (oute) = noch | γὰρ (gar) = want | περιτομή (peritome) = besnijdenis | τί (ti) = iets | ἐστιν (estin) = is | οὔτε (oute) = noch | ἀκροβυστία (akrobystia) = onbesnedenheid | ἀλλὰ (alla) = maar | καινὴ (kaine) = nieuwe | κτίσις (ktisis) = schepping Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’, letterlijk ‘voorhuid’. καινὴ κτίσις (kaine ktisis), ‘nieuwe schepping’: een nieuw geschapen mens en een nieuwe wereld. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:6. Zie ook: Gal 5:6 **6:16** En allen die met deze regel in de pas zullen lopen: vrede zij over hen, en barmhartigheid, ook over het Israël van Elohim. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὅσοι (hosoi) = allen die | τῷ (to) = met | κανόνι (kanoni) = deze | τούτῳ (touto) = regel | στοιχήσουσιν (stoichesousin) = in de pas zullen lopen | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτοὺς (autous) = hen | καὶ (kai) = en | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = over | τὸν (ton) = het | Ἰσραὴλ (Israel) = Israël | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κανών (kanon), ‘regel’: letterlijk een maatstok, een richtsnoer; hier de regel van vers 15. στοιχέω (stoicheo), ‘in de pas lopen’: zie 5:25. Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘vrede over hen’; wij schrijven ‘zij’. De tekst kan op twee manieren gelezen worden: ‘en over het Israël van Elohim’ als een tweede groep naast ‘allen die met deze regel in de pas lopen’, of als dezelfde groep (‘namelijk het Israël van Elohim’). Het Grieks zegt het niet uitdrukkelijk; wij houden de letterlijke volgorde. Voetnoot : ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’. Zie ook: Gal 6:15 **6:17** Voortaan moet niemand mij moeite bezorgen. Want ik draag de merktekens van Yeshua in mijn lichaam. Brontekst: Τοῦ (Tou) = van het | λοιποῦ (loipou) = overige | κόπους (kopous) = moeite | μοι (moi) = mij | μηδεὶς (medeis) = niemand | παρεχέτω (parecheto) = moet bezorgen | ἐγὼ (ego) = ik | γὰρ (gar) = want | τὰ (ta) = de | στίγματα (stigmata) = merktekens | τοῦ (tou) = van | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | σώματί (somati) = lichaam | μου (mou) = mijn | βαστάζω (bastazo) = draag Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στίγματα (stigmata), ‘merktekens’: tekens die in de huid zijn gebrand, gestoken of gesneden. Waar mensen in die tijd iets of iemand wilden merken, zoals een bezit, deden zij dat zo. De tekst zegt niet uitdrukkelijk wat Paulus bedoelt: littekens van wat hij heeft doorstaan, of tekens dat hij van Yeshua is. κόπους παρέχω (kopous parecho), ‘moeite bezorgen’. ### De zegenwens **6:18** De genade van onze Heer Yeshua de Messias zij met jullie geest, broers. Amen. Brontekst: Ἡ (He) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = de | πνεύματος (pneumatos) = geest | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀμήν (amen): ‘zo zij het’; wij laten het staan, zoals in Gal. 1:5. ‘Met jullie geest’: de geest van de mens, daarom met kleine letter. De zegenwens sluit aan op de groet van het begin (Gal. 1:3). Voetnoot : Zie ook Gal. 1:3; Gal. 1:5. Zie ook: Gal 1:3; Gal 1:5