# Prediker (קהלת, Qoheleth) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Prediker 1 _Alles is damp_ ### Alles is damp **1:1** De woorden van Qohelet, de zoon van David, koning in Jeruzalem. Brontekst: דִּבְרֵי֙ (divrei) = de woorden van | קֹהֶ֣לֶת (qohelet) = Qohelet | בֶּן (ben) = de zoon van | דָּוִ֔ד (david) = David | מֶ֖לֶךְ (melekh) = koning | בִּירוּשָׁלִָֽם (birushalaim) = in Jeruzalem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: קֹהֶלֶת (qohelet), ‘Qohelet’: afgeleid van קָהָל (qahal), ‘vergadering’. Het woord betekent iets als ‘verzamelaar’ of ‘spreker voor de vergadering’. Traditioneel wordt het vertaald met ‘Prediker’. Voetnoot : In dit vers wordt over Qohelet gesproken in de derde persoon. Vanaf vers 2 spreekt hij zelf in de ‘ik’-vorm. De naam Salomo staat er niet. Zie ook: Pred 1:2; Pred 1:12; Pred 7:27; Pred 12:8–10; 1 Kon 11:42–43; 2 Kron 10:17–19 **1:2** Damp van dampen, zegt Qohelet, damp van dampen. Alles is damp. Brontekst: הֲבֵ֤ל (havel) = damp van | הֲבָלִים֙ (havalim) = dampen | אָמַ֣ר (amar) = zegt | קֹהֶ֔לֶת (qohelet) = Qohelet | הֲבֵ֥ל (havel) = damp van | הֲבָלִ֖ים (havalim) = dampen | הַכֹּ֥ל (hakol) = alles | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֶבֶל (hevel), ‘damp’: letterlijk adem of damp, wat verdwijnt en niet vast te grijpen is. Het woord komt in dit boek heel vaak voor. Het wordt ook vertaald met ‘ijdelheid’ of ‘nietigheid’. Wij houden overal ‘damp’. Zie ook Ps. 144:4. Voetnoot : הֲבֵל הֲבָלִים (havel havalim), ‘damp van dampen’: de hoogste vorm, ‘de grootste damp’. Zo ook Pred. 12:8. Zie ook: Ps 39:6–7; Ps 144:4; Pred 5:9; Pred 12:8; Rom 8:20 **1:3** Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zwoegt onder de zon? Brontekst: מַה (ma) = welk | יִּתְר֖וֹן (yitron) = voordeel | לָֽאָדָ֑ם (laadam) = voor de mens | בְּכָל (bekhal) = van al | עֲמָל֔וֹ (amalo) = zijn zwoegen | שֶֽׁיַּעֲמֹ֖ל (sheyaamol) = waarmee hij zwoegt | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָמָל (amal), ‘zwoegen’: moeizaam werk en de moeite die daarbij hoort. Voetnoot : יִתְרוֹן (yitron), ‘voordeel’: wat overblijft, de winst. Voetnoot : תַּחַת הַשָּׁמֶשׁ (tachat hashamesh), ‘onder de zon’: in deze wereld, zoals wij die dagelijks zien. Dit is een vaste uitdrukking in het boek. Zie ook: Pred 2:11; Pred 2:22; Pred 3:9; Pred 5:15; Mar 8:36–37 **1:4** Een generatie gaat en een generatie komt, maar de aarde blijft voor eeuwig staan. Brontekst: דּ֤וֹר (dor) = een generatie | הֹלֵךְ֙ (holekh) = gaat | וְד֣וֹר (vedor) = en een generatie | בָּ֔א (ba) = komt | וְהָאָ֖רֶץ (vehaarets) = maar de aarde | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | עֹמָֽדֶת (omadet) = blijft staan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְעוֹלָם (le’olam), ‘voor eeuwig’. De aarde blijft staan terwijl de generaties wisselen. Zie ook Ps. 104:5. Zie ook: Ps 104:5; Ps 119:90–91; Pred 6:12; Zach 1:5; Mat 24:35 **1:5** De zon gaat op en de zon gaat onder. Hij haast zich naar zijn plaats, om daar op te gaan. Brontekst: וְזָרַ֥ח (vezarach) = en gaat op | הַשֶּׁ֖מֶשׁ (hashemesh) = de zon | וּבָ֣א (uva) = en gaat onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | וְאֶ֨ל (veel) = en naar | מְקוֹמ֔וֹ (meqomo) = zijn plaats | שׁוֹאֵ֛ף (shoef) = haast zich | זוֹרֵ֥חַֽ (zoreach) = opgaand | ה֖וּא (hu) = hij | שָֽׁם (sham) = daar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שׁוֹאֵף (sho’ef), ‘hij haast zich’: letterlijk ‘hij hijgt’, de zon snakt als het ware naar zijn plaats. Zie ook: Ps 19:5–7; Ps 42:2; Ps 89:37–38; Ps 104:19–23; Hab 3:11 **1:6** Hij gaat naar het zuiden en draait naar het noorden. Rondgaand, rondgaand gaat de wind, en op zijn kringen keert de wind terug. Brontekst: הוֹלֵךְ֙ (holekh) = gaat | אֶל (el) = naar | דָּר֔וֹם (darom) = het zuiden | וְסוֹבֵ֖ב (vesovev) = en draait | אֶל (el) = naar | צָפ֑וֹן (tsafon) = het noorden | סוֹבֵ֤ב (sovev) = rondgaand | סֹבֵב֙ (sovev) = rondgaand | הוֹלֵ֣ךְ (holekh) = gaat | הָר֔וּחַ (haruach) = de wind | וְעַל (veal) = en op | סְבִיבֹתָ֖יו (sevivotav) = zijn kringen | שָׁ֥ב (shav) = keert terug | הָרֽוּחַ (haruach) = de wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt niet wie er naar het zuiden gaat. Het kan de zon uit vers 5 zijn of de wind uit het tweede deel van het vers. Wij laten het zoals het er staat. Zie ook: Job 37:9; Ps 107:25; Ps 107:29; Pred 1:5; Pred 11:5; Joh 3:8 **1:7** Alle beken gaan naar de zee, maar de zee is niet vol. Naar de plaats waar de beken gaan, daar keren zij terug om weer te gaan. Brontekst: כָּל (kal) = alle | הַנְּחָלִים֙ (hanechalim) = de beken | הֹלְכִ֣ים (holekhim) = gaan | אֶל (el) = naar | הַיָּ֔ם (hayam) = de zee | וְהַיָּ֖ם (vehayam) = maar de zee | אֵינֶ֣נּוּ (einenu) = is niet | מָלֵ֑א (male) = vol | אֶל (el) = naar | מְק֗וֹם (meqom) = de plaats | שֶׁ֤הַנְּחָלִים֙ (shehanechalim) = waar de beken | הֹֽלְכִ֔ים (holekhim) = gaan | שָׁ֛ם (sham) = daar | הֵ֥ם (hem) = zij | שָׁבִ֖ים (shavim) = keren terug | לָלָֽכֶת (lalakhet) = om te gaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 38:10–11; Ps 104:6–9 **1:8** Alle dingen zijn vermoeiend; niemand kan erover spreken. Het oog wordt niet verzadigd van zien en het oor wordt niet vol van horen. Brontekst: כָּל (kal) = alle | הַדְּבָרִ֣ים (hadevarim) = de dingen | יְגֵעִ֔ים (yegeim) = zijn vermoeiend | לֹא (lo) = niet | יוּכַ֥ל (yukhal) = kan | אִ֖ישׁ (ish) = een man | לְדַבֵּ֑ר (ledaber) = spreken | לֹא (lo) = niet | תִשְׂבַּ֥ע (tisba) = wordt verzadigd | עַ֨יִן֙ (ayin) = het oog | לִרְא֔וֹת (lirot) = van zien | וְלֹא (velo) = en niet | תִמָּלֵ֥א (timale) = wordt vol | אֹ֖זֶן (ozen) = het oor | מִשְּׁמֹֽעַ (mishemoa) = van horen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַדְּבָרִים (hadevarim), ‘de dingen’: het woord kan ook ‘de woorden’ betekenen. Dan zou er staan: ‘alle woorden zijn vermoeiend’. Zie ook: Spr 27:20; Pred 4:1–4; Pred 4:8; Mat 11:28; Rom 8:22–23 **1:9** Wat geweest is, dat zal zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden. Er is niets nieuws onder de zon. Brontekst: מַה (ma) = wat | שֶּֽׁהָיָה֙ (shehaya) = geweest is | ה֣וּא (hu) = dat | שֶׁיִּהְיֶ֔ה (sheyihye) = zal zijn | וּמַה (uma) = en wat | שֶׁנַּֽעֲשָׂ֔ה (shenaasa) = gedaan is | ה֖וּא (hu) = dat | שֶׁיֵּעָשֶׂ֑ה (sheyease) = zal gedaan worden | וְאֵ֥ין (veein) = en er is niet | כָּל (kal) = enig | חָדָ֖שׁ (chadash) = nieuws | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Pred 2:12; Pred 3:15; Pred 6:10; Pred 7:10; Openb 21:1 **1:10** Is er iets waarvan men zegt: „Zie, dit is nieuw”? Het was al in de eeuwen die vóór ons waren. Brontekst: יֵ֥שׁ (yesh) = is er | דָּבָ֛ר (davar) = iets | שֶׁיֹּאמַ֥ר (sheyomar) = wat men zegt | רְאֵה (ree) = zie | זֶ֖ה (ze) = dit | חָדָ֣שׁ (chadash) = nieuw | ה֑וּא (hu) = het is | כְּבָר֙ (kevar) = al | הָיָ֣ה (haya) = het was | לְעֹֽלָמִ֔ים (leolamim) = in de eeuwen | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | הָיָ֖ה (haya) = was | מִלְּפָנֵֽנוּ (milefanenu) = vóór ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְעֹלָמִים (le’olamim), ‘in de eeuwen’: meervoud van olam, de lange tijden van het verleden. Zie ook: Mat 5:12; Mat 23:30–32; Luc 17:26–30; Hand 7:51; 2 Tim 3:8 **1:11** Er is geen herinnering aan de eersten. En ook aan de laatsten, die er zullen zijn, zal er geen herinnering zijn bij hen die er daarna zullen zijn. Brontekst: אֵ֥ין (ein) = er is niet | זִכְר֖וֹן (zikhron) = herinnering | לָרִאשֹׁנִ֑ים (larishonim) = aan de eersten | וְגַ֨ם (vegam) = en ook | לָאַחֲרֹנִ֜ים (laacharonim) = aan de laatsten | שֶׁיִּהְי֗וּ (sheyihyu) = die zullen zijn | לֹֽא (lo) = niet | יִהְיֶ֤ה (yihye) = zal zijn | לָהֶם֙ (lahem) = voor hen | זִכָּר֔וֹן (zikaron) = herinnering | עִ֥ם (im) = bij | שֶׁיִּהְי֖וּ (sheyihyu) = die zullen zijn | לָאַחֲרֹנָֽה (laacharona) = daarna Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws heeft ‘de eersten’ en ‘de laatsten’. Dat kunnen mensen zijn of gebeurtenissen. Wij laten het open. Zie ook: Ps 9:7; Pred 2:16; Pred 9:5; Jes 41:22–26; Jes 42:9 ### Qohelet zoekt wijsheid **1:12** Ik, Qohelet, was koning over Israël in Jeruzalem. Brontekst: אֲנִ֣י (ani) = ik | קֹהֶ֗לֶת (qohelet) = Qohelet | הָיִ֥יתִי (hayiti) = was | מֶ֛לֶךְ (melekh) = koning | עַל (al) = over | יִשְׂרָאֵ֖ל (yisrael) = Israël | בִּירוּשָׁלִָֽם (birushalaim) = in Jeruzalem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Vanaf dit vers spreekt Qohelet over zichzelf in de ‘ik’-vorm. In vers 1 en 2 werd in de derde persoon over hem gesproken. Zie ook: Pred 1:1; Pred 1:2; 1 Kon 4:1–19 **1:13** Ik gaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken en te doorzoeken alles wat onder de hemel gebeurt. Het is een kwade bezigheid, die Elohim aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich ermee bezig te houden. Brontekst: וְנָתַ֣תִּי (venatati) = en ik gaf | אֶת (et) = (obj.) | לִבִּ֗י (libi) = mijn hart | לִדְר֤וֹשׁ (lidrosh) = om te onderzoeken | וְלָתוּר֙ (velatur) = en te doorzoeken | בַּֽחָכְמָ֔ה (bachakhema) = met wijsheid | עַ֛ל (al) = over | כָּל (kal) = alles | אֲשֶׁ֥ר (asher) = wat | נַעֲשָׂ֖ה (naasa) = gedaan wordt | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁמָ֑יִם (hashamayim) = de hemel | ה֣וּא (hu) = het | עִנְיַ֣ן (inyan) = bezigheid | רָ֗ע (ra) = kwade | נָתַ֧ן (natan) = heeft gegeven | אֱלֹהִ֛ים (Elohim) = Elohim | לִבְנֵ֥י (livnei) = aan de kinderen van | הָאָדָ֖ם (haadam) = de mens | לַעֲנ֥וֹת (laanot) = om bezig te zijn | בּֽוֹ (bo) = ermee Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָאֱלֹהִים (ha’Elohim), ‘Elohim’: in dit boek staat vrijwel altijd het lidwoord bij Elohim. Wij vertalen steeds ‘Elohim’. Voetnoot : עִנְיָן (inyan), ‘bezigheid’: een taak waar men zich mee bezighoudt. Zo ook 2:23, 2:26, 3:10. Voetnoot : לַעֲנוֹת בּוֹ (la’anot bo), ‘om zich ermee bezig te houden’: letterlijk ‘om erin bezig te zijn’. Dit kan ook ‘om er mee te worstelen’ betekenen. Voetnoot : בְּנֵי הָאָדָם (bene ha’adam), ‘mensenkinderen’: de mensen, de mensheid. Zie ook: Gen 3:19; Pred 1:17; Pred 3:10; Pred 8:16–17; 1 Tim 4:15 **1:14** Ik zag alle werken die onder de zon gedaan worden, en zie: alles is damp en najagen van wind. Brontekst: רָאִ֨יתִי֙ (raiti) = ik zag | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = alle | הַֽמַּעֲשִׂ֔ים (hamaasim) = de werken | שֶֽׁנַּעֲשׂ֖וּ (shenaasu) = die gedaan worden | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | וְהִנֵּ֥ה (vehine) = en zie | הַכֹּ֛ל (hakol) = alles | הֶ֖בֶל (hevel) = damp | וּרְע֥וּת (ureut) = en najagen van | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רְעוּת רוּחַ (re’ut ruach), ‘najagen van wind’: het woord ruach betekent zowel ‘wind’ als ‘geest’. Het eerste woord komt van een wortel die ‘weiden’ of ‘najagen’ betekent. Het kan ook ‘streven’ betekenen. Zo ook 2:11, 2:17, 2:26, 4:4, 4:6 en 6:9. Zie ook: Pred 2:11; Pred 2:17; Pred 2:26; Pred 4:4; Pred 6:9 **1:15** Wat krom is, kan niet recht gemaakt worden, en wat ontbreekt, kan niet geteld worden. Brontekst: מְעֻוָּ֖ת (meuvat) = het kromme | לֹא (lo) = niet | יוּכַ֣ל (yukhal) = kan | לִתְקֹ֑ן (litqon) = recht gemaakt worden | וְחֶסְר֖וֹן (vechesron) = en het tekort | לֹא (lo) = niet | יוּכַ֥ל (yukhal) = kan | לְהִמָּנֽוֹת (lehimanot) = geteld worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְעֻוָּת (me’uvat), ‘wat krom is’: wat verdraaid of scheef is gemaakt. Zie ook: Job 11:6; Pred 3:14; Pred 7:12–13; Jes 40:4; Mat 6:27 **1:16** Ik sprak met mijn hart en zei: „Zie, ik heb wijsheid groot gemaakt en vermeerderd boven allen die vóór mij over Jeruzalem waren.” En mijn hart heeft veel wijsheid en kennis gezien. Brontekst: דִּבַּ֨רְתִּי (dibarti) = ik sprak | אֲנִ֤י (ani) = ik | עִם (im) = met | לִבִּי֙ (libi) = mijn hart | לֵאמֹ֔ר (lemor) = zeggende | אֲנִ֗י (ani) = ik | הִנֵּ֨ה (hine) = zie | הִגְדַּ֤לְתִּי (higdalti) = ik heb groot gemaakt | וְהוֹסַ֨פְתִּי֙ (vehosafti) = en vermeerderd | חָכְמָ֔ה (chakhema) = wijsheid | עַ֛ל (al) = boven | כָּל (kal) = allen | אֲשֶׁר (asher) = die | הָיָ֥ה (haya) = waren | לְפָנַ֖י (lefanay) = vóór mij | עַל (al) = over | יְרוּשָׁלִָ֑ם (yerushalaim) = Jeruzalem | וְלִבִּ֛י (velibi) = en mijn hart | רָאָ֥ה (raa) = heeft gezien | הַרְבֵּ֖ה (harbe) = veel | חָכְמָ֥ה (chakhema) = wijsheid | וָדָֽעַת (vadaat) = en kennis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Ps 4:5; Pred 2:9; 1 Kon 5:10; 1 Kon 10:7; Heb 5:14 **1:17** Ik richtte mijn hart om wijsheid en kennis te kennen, en razernij en domheid. Ik heb gemerkt dat ook dit najagen van wind is. Brontekst: וָאֶתְּנָ֤ה (vaetena) = en ik richtte | לִבִּי֙ (libi) = mijn hart | לָדַ֣עַת (ladaat) = om te kennen | חָכְמָ֔ה (chakhema) = wijsheid | וְדַ֥עַת (vedaat) = en kennis | הוֹלֵל֖וֹת (holelot) = razernij | וְשִׂכְל֑וּת (vesikhlut) = en domheid | יָדַ֕עְתִּי (yadati) = ik heb gemerkt | שֶׁגַּם (shegam) = dat ook | זֶ֥ה (ze) = dit | ה֖וּא (hu) = het is | רַעְי֥וֹן (rayon) = najagen van | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הוֹלֵלוֹת (holelot), ‘razernij’: ook ‘dwaze uitgelatenheid’. סִכְלוּת (siklut), ‘domheid’: verwant aan סָכָל (sakal), ‘dom’. Het is een ander woord dan כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’, en dan כֶּסֶל (kesel), ‘dwaasheid’. Wij vertalen siklut steeds met ‘domheid’, ook in 2:3, 2:12, 2:13 en 7:25. Voetnoot : רַעְיוֹן רוּחַ (ra’yon ruach), ‘najagen van wind’: dit lijkt op het woord uit vers 14. Wij vertalen beide gelijk. Zie ook: Pred 1:13–14; Pred 1:14; Pred 2:3; Pred 2:10–12; Pred 7:23–25; 1 Tess 5:21 **1:18** Want bij veel wijsheid is veel ergernis, en wie kennis vermeerdert, vermeerdert pijn. Brontekst: כִּ֛י (ki) = want | בְּרֹ֥ב (berov) = bij veel | חָכְמָ֖ה (chakhema) = wijsheid | רָב (rav) = veel | כָּ֑עַס (kaas) = ergernis | וְיוֹסִ֥יף (veyosif) = en wie vermeerdert | דַּ֖עַת (daat) = kennis | יוֹסִ֥יף (yosif) = vermeerdert | מַכְאֽוֹב (makhov) = pijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כַּעַס (ka’as), ‘ergernis’: ook ‘verdriet’ of ‘woede’. Wij houden steeds ‘ergernis’, ook in 2:23, 5:16, 7:3, 7:9, 11:10. Zie ook: Job 28:28; Pred 7:16; Pred 12:12–13; Jak 3:13–17; 1 Kor 3:18–20 ## Prediker 2 _Qohelet beproeft vreugde en wijsheid_ ### Vreugde en grote werken **2:1** Ik zei in mijn hart: „Kom toch, ik zal je beproeven met vreugde. Beleef het goede!” Maar zie, ook dit is damp. Brontekst: אָמַ֤רְתִּֽי (amarti) = ik zei | אֲנִי֙ (ani) = ik | בְּלִבִּ֔י (belibi) = in mijn hart | לְכָה (lekha) = kom | נָּ֛א (na) = toch | אֲנַסְּכָ֛ה (anasekha) = ik zal je beproeven | בְשִׂמְחָ֖ה (besimcha) = met vreugde | וּרְאֵ֣ה (uree) = en beleef | בְט֑וֹב (betov) = het goede | וְהִנֵּ֥ה (vehine) = en zie | גַם (gam) = ook | ה֖וּא (hu) = dit | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וּרְאֵה בְּטוֹב (ure’eh batov), ‘en beleef het goede’: letterlijk ‘en zie in het goede’. Het betekent het goede ervaren en ervan genieten. Zo ook 2:24, 3:13, 5:17, 6:6. Zie ook: Ps 27:8; Pred 8:15; Luc 12:19; Jak 5:1; Jak 5:5 **2:2** Over het lachen zei ik: „Razend!” En over de vreugde: „Wat doet die?” Brontekst: לִשְׂח֖וֹק (lischoq) = over het lachen | אָמַ֣רְתִּי (amarti) = ik zei | מְהוֹלָ֑ל (meholal) = razend | וּלְשִׂמְחָ֖ה (ulesimcha) = en over de vreugde | מַה (ma) = wat | זֹּ֥ה (zo) = dit | עֹשָֽׂה (osa) = doet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְהוֹלָל (mehollal), ‘razend’: van dezelfde wortel als הוֹלֵלוֹת (holelot), ‘razernij’ in 1:17. Zie ook: Spr 14:13; Pred 7:2–6; Amos 6:3–6; Jes 22:12–13; 1 Petr 4:2–4 **2:3** Ik onderzocht in mijn hart hoe ik mijn lichaam met wijn kon verkwikken, terwijl mijn hart met wijsheid leiding gaf. Ook onderzocht ik hoe ik de domheid kon vasthouden, totdat ik zou zien wat goed is voor de mensenkinderen om te doen onder de hemel. Dat geldt voor het aantal dagen van hun leven. Brontekst: תַּ֣רְתִּי (tarti) = ik onderzocht | בְלִבִּ֔י (belibi) = in mijn hart | לִמְשׁ֥וֹךְ (limshokh) = om te verkwikken | בַּיַּ֖יִן (bayayin) = met wijn | אֶת (et) = (obj.) | בְּשָׂרִ֑י (besari) = mijn lichaam | וְלִבִּ֞י (velibi) = en mijn hart | נֹהֵ֤ג (noheg) = leidend | בַּֽחָכְמָה֙ (bachakhema) = met wijsheid | וְלֶאֱחֹ֣ז (veleechoz) = en om vast te houden | בְּסִכְל֔וּת (besikhlut) = aan domheid | עַ֣ד (ad) = totdat | אֲשֶׁר (asher) = dat | אֶרְאֶ֗ה (ere) = ik zie | אֵי (ei) = wat | זֶ֨ה (ze) = dit | ט֜וֹב (tov) = goed | לִבְנֵ֤י (livnei) = voor de kinderen van | הָאָדָם֙ (haadam) = de mens | אֲשֶׁ֤ר (asher) = dat | יַעֲשׂוּ֙ (yaasu) = zij doen | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁמַ֔יִם (hashamayim) = de hemel | מִסְפַּ֖ר (mispar) = het aantal | יְמֵ֥י (yemei) = de dagen van | חַיֵּיהֶֽם (chayeihem) = hun leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לִמְשׁוֹךְ (limshokh), ‘verkwikken’: letterlijk ‘trekken’. Het kan betekenen dat hij zijn lichaam met wijn ‘meetrok’ of ‘vooruithielp’. De betekenis is niet zeker. Voetnoot : בָּשָׂר (basar), ‘lichaam’: letterlijk ‘vlees’. Voetnoot : סִכְלוּת (siklut), ‘domheid’: zie 1:17. Zie ook: Gen 47:9; Spr 20:1; Pred 1:17; Pred 6:12; Ef 5:18 **2:4** Ik maakte mijn werken groot. Ik bouwde huizen voor mij en plantte wijngaarden voor mij. Brontekst: הִגְדַּ֖לְתִּי (higdalti) = ik maakte groot | מַעֲשָׂ֑י (maasay) = mijn werken | בָּנִ֤יתִי (baniti) = ik bouwde | לִי֙ (li) = voor mij | בָּתִּ֔ים (batim) = huizen | נָטַ֥עְתִּי (natati) = ik plantte | לִ֖י (li) = voor mij | כְּרָמִֽים (keramim) = wijngaarden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Hoogl 8:11–12; 1 Kon 7:1–12; 1 Kon 9:1; 2 Kron 8:11; Jes 5:1 **2:5** Ik maakte tuinen en parken voor mij. Daarin plantte ik allerlei vruchtbomen. Brontekst: עָשִׂ֣יתִי (asiti) = ik maakte | לִ֔י (li) = voor mij | גַּנּ֖וֹת (ganot) = tuinen | וּפַרְדֵּסִ֑ים (ufardesim) = en parken | וְנָטַ֥עְתִּי (venatati) = en ik plantte | בָהֶ֖ם (bahem) = daarin | עֵ֥ץ (ets) = bomen van | כָּל (kal) = alle | פֶּֽרִי (peri) = vrucht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פַּרְדֵּס (pardes), ‘park’: een omheinde tuin of boomgaard. Het is een Perzisch leenwoord. Zie ook: Gen 2:8–9; Hoogl 4:12–5:1; Hoogl 6:2; Jer 39:4; Luc 17:27–29 **2:6** Ik maakte waterbekkens voor mij om er een bos van uitlopende bomen mee te besproeien. Brontekst: עָשִׂ֥יתִי (asiti) = ik maakte | לִ֖י (li) = voor mij | בְּרֵכ֣וֹת (berekhot) = bekkens van | מָ֑יִם (mayim) = water | לְהַשְׁק֣וֹת (lehashqot) = om te besproeien | מֵהֶ֔ם (mehem) = daaruit | יַ֖עַר (yaar) = een bos | צוֹמֵ֥חַ (tsomeach) = uitlopend | עֵצִֽים (etsim) = bomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 1:3; Hoogl 7:5; Jer 17:8; Neh 2:14 **2:7** Ik kocht dienaren en dienaressen, en huisgeborenen had ik. Ook had ik veel vee, runderen en kleinvee, meer dan allen die vóór mij in Jeruzalem waren. Brontekst: קָנִ֨יתִי֙ (qaniti) = ik kocht | עֲבָדִ֣ים (avadim) = dienaren | וּשְׁפָח֔וֹת (ushefachot) = en dienaressen | וּבְנֵי (uvenei) = en zonen van | בַ֖יִת (bayit) = het huis | הָ֣יָה (haya) = waren | לִ֑י (li) = voor mij | גַּ֣ם (gam) = ook | מִקְנֶה֩ (miqne) = bezit van | בָקָ֨ר (baqar) = runderen | וָצֹ֤אן (vatson) = en kleinvee | הַרְבֵּה֙ (harbe) = veel | הָ֣יָה (haya) = was | לִ֔י (li) = voor mij | מִכֹּ֛ל (mikol) = meer dan allen | שֶֽׁהָי֥וּ (shehayu) = die waren | לְפָנַ֖י (lefanay) = vóór mij | בִּירוּשָׁלִָֽם (birushalaim) = in Jeruzalem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: עֲבָדִים וּשְׁפָחוֹת (avadim ushfachot), ‘dienaren en dienaressen’: omdat Qohelet ze kocht, gaat het om mensen die in zijn dienst waren als slaven. Voetnoot : בְּנֵי בַיִת (bene bayit), ‘huisgeborenen’: letterlijk ‘zonen van het huis’, dienaren die in zijn huis geboren waren. Zie ook: Gen 13:2; Gen 15:3; Job 1:3; 1 Kron 27:29–31; 2 Kron 32:27–29 **2:8** Ik verzamelde ook zilver en goud voor mij, en de schatten van koningen en van de gewesten. Ik maakte mij zangers en zangeressen en de geneugten van de mensenkinderen: sjidda en sjiddot. Brontekst: כָּנַ֤סְתִּי (kanasti) = ik verzamelde | לִי֙ (li) = voor mij | גַּם (gam) = ook | כֶּ֣סֶף (kesef) = zilver | וְזָהָ֔ב (vezahav) = en goud | וּסְגֻלַּ֥ת (usegulat) = en schatten van | מְלָכִ֖ים (melakhim) = koningen | וְהַמְּדִינ֑וֹת (vehamedinot) = en de gewesten | עָשִׂ֨יתִי (asiti) = ik maakte | לִ֜י (li) = voor mij | שָׁרִ֣ים (sharim) = zangers | וְשָׁר֗וֹת (vesharot) = en zangeressen | וְתַעֲנוּגֹ֛ת (vetaanugot) = en geneugten van | בְּנֵ֥י (benei) = de kinderen van | הָאָדָ֖ם (haadam) = de mens | שִׁדָּ֥ה (shida) = sjidda | וְשִׁדּֽוֹת (veshidot) = en sjiddot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׁדָּה וְשִׁדּוֹת (shiddah veshiddot), ‘sjidda en sjiddot’: dit woord komt maar hier voor. De betekenis is onzeker. Het kan ‘vrouw en vrouwen’ betekenen, maar ook ‘bekers’ of iets anders. Wij laten het woord staan. Voetnoot : סְגֻלַּת (segullat), ‘schat’: eigendom dat men zorgvuldig bewaart. Zie ook: 2 Sam 19:36; Ps 150:3–5; 1 Kon 9:28; 1 Kon 10:10; 1 Kon 10:14 **2:9** Ik werd groot en ik nam toe, meer dan alles wat vóór mij in Jeruzalem was. Ook bleef mijn wijsheid bij mij staan. Brontekst: וְגָדַ֣לְתִּי (vegadalti) = en ik werd groot | וְהוֹסַ֔פְתִּי (vehosafti) = en ik nam toe | מִכֹּ֛ל (mikol) = meer dan alles | שֶׁהָיָ֥ה (shehaya) = wat was | לְפָנַ֖י (lefanay) = vóór mij | בִּירוּשָׁלִָ֑ם (birushalaim) = in Jeruzalem | אַ֥ף (af) = ook | חָכְמָתִ֖י (chakhemati) = mijn wijsheid | עָ֥מְדָה (ameda) = bleef staan | לִּֽי (li) = bij mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: 1 Kron 29:25; Pred 1:16; 1 Kon 10:7; 1 Kon 10:23; 2 Kron 9:22–23 **2:10** Alles wat mijn ogen vroegen, onthield ik hun niet. Ik hield mijn hart niet terug van enige vreugde, want mijn hart was blij door al mijn zwoegen. En dit was mijn deel uit al mijn zwoegen. Brontekst: וְכֹל֙ (vekhol) = en alles | אֲשֶׁ֣ר (asher) = wat | שָֽׁאֲל֣וּ (shaalu) = vroegen | עֵינַ֔י (einay) = mijn ogen | לֹ֥א (lo) = niet | אָצַ֖לְתִּי (atsalti) = hield ik achter | מֵהֶ֑ם (mehem) = van hen | לֹֽא (lo) = niet | מָנַ֨עְתִּי (manati) = hield ik terug | אֶת (et) = (obj.) | לִבִּ֜י (libi) = mijn hart | מִכָּל (mikal) = van elke | שִׂמְחָ֗ה (simcha) = vreugde | כִּֽי (ki) = want | לִבִּ֤י (libi) = mijn hart | שָׂמֵ֨חַ֙ (sameach) = blij | מִכָּל (mikal) = door al | עֲמָלִ֔י (amali) = mijn zwoegen | וְזֶֽה (veze) = en dit | הָיָ֥ה (haya) = was | חֶלְקִ֖י (chelqi) = mijn deel | מִכָּל (mikal) = uit al | עֲמָלִֽי (amali) = mijn zwoegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶלְקִי (chelki), ‘mijn deel’: wat hem als aandeel is toegevallen. Zo ook 3:22, 5:17, 9:9. Zie ook: Ps 119:37; Ps 128:2; Pred 3:22; Pred 5:17; Pred 9:9 **2:11** Toen wendde ik mij tot al mijn werken, die mijn handen gemaakt hadden, en tot het zwoegen waarmee ik gezwoegd had om te maken. En zie: alles is damp en najagen van wind, en er is geen voordeel onder de zon. Brontekst: וּפָנִ֣יתִֽי (ufaniti) = en ik wendde mij | אֲנִ֗י (ani) = ik | בְּכָל (bekhal) = tot al | מַעֲשַׂי֙ (maasay) = mijn werken | שֶֽׁעָשׂ֣וּ (sheasu) = die maakten | יָדַ֔י (yaday) = mijn handen | וּבֶֽעָמָ֖ל (uveamal) = en tot het zwoegen | שֶׁעָמַ֣לְתִּי (sheamalti) = waarmee ik zwoegde | לַעֲשׂ֑וֹת (laasot) = om te maken | וְהִנֵּ֨ה (vehine) = en zie | הַכֹּ֥ל (hakol) = alles | הֶ֨בֶל֙ (hevel) = damp | וּרְע֣וּת (ureut) = en najagen van | ר֔וּחַ (ruach) = wind | וְאֵ֥ין (veein) = en er is niet | יִתְר֖וֹן (yitron) = voordeel | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 39:43; Pred 1:3; Pred 1:14; 1 Tim 6:6; 1 Joh 2:16–17 ### Wijsheid en dwaasheid: één lot **2:12** Toen wendde ik mij om wijsheid te zien, en razernij en domheid. Want wat zal de mens doen die na de koning komt? Wat men al gedaan heeft. Brontekst: וּפָנִ֤יתִֽי (ufaniti) = en ik wendde mij | אֲנִי֙ (ani) = ik | לִרְא֣וֹת (lirot) = om te zien | חָכְמָ֔ה (chakhema) = wijsheid | וְהוֹלֵל֖וֹת (veholelot) = en razernij | וְסִכְל֑וּת (vesikhlut) = en domheid | כִּ֣י (ki) = want | מֶ֣ה (me) = wat | הָאָדָ֗ם (haadam) = de mens | שֶׁיָּבוֹא֙ (sheyavo) = die komt | אַחֲרֵ֣י (acharei) = na | הַמֶּ֔לֶךְ (hamelekh) = de koning | אֵ֥ת (et) = (obj.) | אֲשֶׁר (asher) = wat | כְּבָ֖ר (kevar) = al | עָשֽׂוּהוּ (asuhu) = zij hebben het gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws van het laatste deel is kort en elliptisch: ‘wat de mens die na de koning komt … dat wat zij al gemaakt hebben’. Wij vullen alleen ‘zal doen’ aan. Zie ook: Pred 1:9–10; Pred 1:17; Pred 7:25 **2:13** Ik zag dat de wijsheid voordeel heeft boven de domheid, zoals het licht voordeel heeft boven de duisternis. Brontekst: וְרָאִ֣יתִי (veraiti) = en ik zag | אָ֔נִי (ani) = ik | שֶׁיֵּ֥שׁ (sheyesh) = dat er is | יִתְר֛וֹן (yitron) = voordeel | לַֽחָכְמָ֖ה (lachakhema) = voor de wijsheid | מִן (min) = boven | הַסִּכְל֑וּת (hasikhlut) = de domheid | כִּֽיתְר֥וֹן (kiteron) = zoals het voordeel van | הָא֖וֹר (haor) = het licht | מִן (min) = boven | הַחֹֽשֶׁךְ (hachoshekh) = de duisternis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Pred 7:11–12; Pred 11:7; Mat 6:23; Luc 11:34–35; Ef 5:8 **2:14** De wijze heeft zijn ogen in zijn hoofd, maar de dwaas loopt in de duisternis. Toch wist ik ook zelf dat hen allen één lot overkomt. Brontekst: הֶֽחָכָם֙ (hechakham) = de wijze | עֵינָ֣יו (einav) = zijn ogen | בְּרֹאשׁ֔וֹ (berosho) = in zijn hoofd | וְהַכְּסִ֖יל (vehakesil) = en de dwaas | בַּחֹ֣שֶׁךְ (bachoshekh) = in de duisternis | הוֹלֵ֑ךְ (holekh) = loopt | וְיָדַ֣עְתִּי (veyadati) = en ik wist | גַם (gam) = ook | אָ֔נִי (ani) = ik | שֶׁמִּקְרֶ֥ה (shemiqre) = dat een lot | אֶחָ֖ד (echad) = één | יִקְרֶ֥ה (yiqre) = overkomt | אֶת (et) = (obj.) | כֻּלָּֽם (kulam) = hen allen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִקְרֶה (miqre), ‘lot’: wat iemand overkomt, ook ‘toeval’. Het woord blijft in het hele boek hetzelfde: ‘lot’. Zo ook 3:19, 9:2–3. Zie ook: Ps 49:11; Spr 17:24; Pred 9:1–3; Pred 9:11; 1 Joh 2:11 **2:15** Toen zei ik in mijn hart: „Zoals het lot van de dwaas, zo zal het ook mij overkomen. Waarom ben ik dan zoveel wijzer geweest?” En ik sprak in mijn hart dat ook dit damp is. Brontekst: וְאָמַ֨רְתִּֽי (veamarti) = en ik zei | אֲנִ֜י (ani) = ik | בְּלִבִּ֗י (belibi) = in mijn hart | כְּמִקְרֵ֤ה (kemiqre) = zoals het lot van | הַכְּסִיל֙ (hakesil) = de dwaas | גַּם (gam) = ook | אֲנִ֣י (ani) = mij | יִקְרֵ֔נִי (yiqreni) = zal overkomen | וְלָ֧מָּה (velama) = en waarom | חָכַ֛מְתִּי (chakhamti) = ben ik wijs geweest | אֲנִ֖י (ani) = ik | אָ֣ז (az) = dan | יוֹתֵ֑ר (yoter) = meer | וְדִבַּ֣רְתִּי (vedibarti) = en ik sprak | בְלִבִּ֔י (belibi) = in mijn hart | שֶׁגַּם (shegam) = dat ook | זֶ֖ה (ze) = dit | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יוֹתֵר (yoter), ‘zoveel’: ‘meer’, ‘overmatig’. Het kan ook ‘nu’ of ‘nog meer’ betekenen. Zie ook: Pred 1:2; Pred 1:14; Pred 1:18–2:1; Pred 2:16; Pred 6:8 **2:16** Want er is geen herinnering aan de wijze, evenmin als aan de dwaas, voor eeuwig. In de dagen die komen is alles al lang vergeten. En hoe sterft de wijze? Samen met de dwaas. Brontekst: כִּי֩ (ki) = want | אֵ֨ין (ein) = er is niet | זִכְר֧וֹן (zikhron) = herinnering | לֶחָכָ֛ם (lechakham) = aan de wijze | עִֽם (im) = met | הַכְּסִ֖יל (hakesil) = de dwaas | לְעוֹלָ֑ם (leolam) = voor eeuwig | בְּשֶׁכְּבָ֞ר (beshekevar) = omdat al | הַיָּמִ֤ים (hayamim) = de dagen | הַבָּאִים֙ (habaim) = die komen | הַכֹּ֣ל (hakol) = alles | נִשְׁכָּ֔ח (nishkach) = is vergeten | וְאֵ֛יךְ (veeikh) = en hoe | יָמ֥וּת (yamut) = sterft | הֶחָכָ֖ם (hechakham) = de wijze | עִֽם (im) = met | הַכְּסִֽיל (hakesil) = de dwaas Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְעוֹלָם (le’olam), ‘voor eeuwig’. Alle herinnering verdwijnt, ook die aan de wijze. Zie ook: Ex 1:8; Pred 1:11; Pred 9:5; Mal 3:16; Heb 9:27 ### Zwoegen voor een ander **2:17** Zo haatte ik het leven, want het werk dat onder de zon gedaan wordt, was kwaad voor mij. Want alles is damp en najagen van wind. Brontekst: וְשָׂנֵ֨אתִי֙ (vesaneti) = en ik haatte | אֶת (et) = (obj.) | הַ֣חַיִּ֔ים (hachayim) = het leven | כִּ֣י (ki) = want | רַ֤ע (ra) = kwaad | עָלַי֙ (alay) = voor mij | הַֽמַּעֲשֶׂ֔ה (hamaase) = het werk | שֶׁנַּעֲשָׂ֖ה (shenaasa) = dat gedaan wordt | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | כִּֽי (ki) = want | הַכֹּ֥ל (hakol) = alles | הֶ֖בֶל (hevel) = damp | וּרְע֥וּת (ureut) = en najagen van | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 3:20–22; Job 7:15–16; Pred 2:11; Pred 4:2; Jona 4:8 **2:18** Ik haatte ook al mijn zwoegen waarmee ik onder de zon zwoeg, omdat ik het moet achterlaten aan de mens die na mij komt. Brontekst: וְשָׂנֵ֤אתִֽי (vesaneti) = en ik haatte | אֲנִי֙ (ani) = ik | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = al | עֲמָלִ֔י (amali) = mijn zwoegen | שֶׁאֲנִ֥י (sheani) = waarmee ik | עָמֵ֖ל (amel) = zwoeg | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | שֶׁ֣אַנִּיחֶ֔נּוּ (sheanichenu) = dat ik het zal achterlaten | לָאָדָ֖ם (laadam) = aan de mens | שֶׁיִּהְיֶ֥ה (sheyihye) = die zal zijn | אַחֲרָֽי (acharay) = na mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 39:7; Ps 49:11; Pred 1:3; Pred 1:13; Luc 16:27–28 **2:19** En wie weet of hij wijs zal zijn of dom? Hij zal heersen over al mijn zwoegen, waarmee ik gezwoegd heb en waarin ik wijs ben geweest onder de zon. Ook dit is damp. Brontekst: וּמִ֣י (umi) = en wie | יוֹדֵ֗עַ (yodea) = weet | הֶֽחָכָ֤ם (hechakham) = de wijze | יִהְיֶה֙ (yihye) = hij zal zijn | א֣וֹ (o) = of | סָכָ֔ל (sakhal) = dom | וְיִשְׁלַט֙ (veyishlat) = en hij zal heersen | בְּכָל (bekhal) = over al | עֲמָלִ֔י (amali) = mijn zwoegen | שֶֽׁעָמַ֥לְתִּי (sheamalti) = waarmee ik gezwoegd heb | וְשֶׁחָכַ֖מְתִּי (veshechakhamti) = en waarin ik wijs ben geweest | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | גַּם (gam) = ook | זֶ֖ה (ze) = dit | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סָכָל (sakal), ‘dom’: een ander woord dan כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’. Zie 1:17. Zie ook: Pred 3:22; 2 Kron 10:13–16; 2 Kron 12:9–10; Luc 16:8; Jak 3:17 **2:20** Toen keerde ik mij ertoe om mijn hart te laten wanhopen over al het zwoegen waarmee ik onder de zon gezwoegd heb. Brontekst: וְסַבּ֥וֹתִֽי (vesaboti) = en ik keerde mij om | אֲנִ֖י (ani) = ik | לְיַאֵ֣שׁ (leyaesh) = om te laten wanhopen | אֶת (et) = (obj.) | לִבִּ֑י (libi) = mijn hart | עַ֚ל (al) = over | כָּל (kal) = al | הֶ֣עָמָ֔ל (heamal) = het zwoegen | שֶׁעָמַ֖לְתִּי (sheamalti) = waarmee ik gezwoegd heb | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 17:11–15; Ps 39:7–8; 1 Tess 3:3–4; 1 Kor 15:19; 2 Kor 1:8–10 **2:21** Want er is een mens wiens zwoegen met wijsheid, kennis en succes gebeurt. Hij moet zijn deel geven aan een mens die er niet voor gezwoegd heeft. Ook dit is damp en een groot kwaad. Brontekst: כִּי (ki) = want | יֵ֣שׁ (yesh) = er is | אָדָ֗ם (adam) = een mens | שֶׁעֲמָל֛וֹ (sheamalo) = wiens zwoegen | בְּחָכְמָ֥ה (bechakhema) = met wijsheid | וּבְדַ֖עַת (uvedaat) = en met kennis | וּבְכִשְׁר֑וֹן (uvekhishron) = en met succes | וּלְאָדָ֞ם (uleadam) = en aan een mens | שֶׁלֹּ֤א (shelo) = die niet | עָֽמַל (amal) = heeft gezwoegd | בּוֹ֙ (bo) = daarvoor | יִתְּנֶ֣נּוּ (yitenenu) = hij zal geven | חֶלְק֔וֹ (chelqo) = zijn deel | גַּם (gam) = ook | זֶ֥ה (ze) = dit | הֶ֖בֶל (hevel) = damp | וְרָעָ֥ה (veraa) = en een kwaad | רַבָּֽה (raba) = groot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כִּשְׁרוֹן (kishron), ‘succes’: bekwaamheid die tot slagen leidt. Zo ook 4:4 en 5:10. Wie gezwoegd heeft, moet zijn deel laten aan wie niet gezwoegd heeft. Zie ook: Pred 2:17–18; Pred 9:18; 2 Kron 34:2; 2 Kron 36:5–10; Jer 22:17 **2:22** Want wat heeft de mens aan al zijn zwoegen en aan het streven van zijn hart, waarmee hij onder de zon zwoegt? Brontekst: כִּ֠י (ki) = want | מֶֽה (me) = wat | הֹוֶ֤ה (hove) = wordt | לָֽאָדָם֙ (laadam) = de mens | בְּכָל (bekhal) = van al | עֲמָל֔וֹ (amalo) = zijn zwoegen | וּבְרַעְי֖וֹן (uverayon) = en van het streven van | לִבּ֑ו (libv) = zijn hart | שֶׁה֥וּא (shehu) = waarmee hij | עָמֵ֖ל (amel) = zwoegt | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 127:2; Pred 1:3; Mat 6:34; Fil 4:6; 1 Tim 6:8 **2:23** Want al zijn dagen zijn pijnen, en ergernis is zijn bezigheid. Zelfs in de nacht komt zijn hart niet tot rust. Ook dit is damp. Brontekst: כִּ֧י (ki) = want | כָל (kal) = al | יָמָ֣יו (yamav) = zijn dagen | מַכְאֹבִ֗ים (makhovim) = pijnen | וָכַ֨עַס֙ (vakhaas) = en ergernis | עִנְיָנ֔וֹ (inyano) = zijn bezigheid | גַּם (gam) = ook | בַּלַּ֖יְלָה (balayla) = in de nacht | לֹא (lo) = niet | שָׁכַ֣ב (shakhav) = ligt neer | לִבּ֑וֹ (libo) = zijn hart | גַּם (gam) = ook | זֶ֖ה (ze) = dit | הֶ֥בֶל (hevel) = damp | הֽוּא (hu) = het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁכַב (shakhav), ‘neerliggen’: ‘zijn hart ligt niet neer’ betekent dat hij geen rust vindt, ook niet in de nacht. Zie ook: Job 5:7; Job 7:13–14; Job 14:1; Ps 6:7–8; Ps 127:2 ### Eten en drinken uit de hand van Elohim **2:24** Er is niets goeds voor de mens dan dat hij eet en drinkt en zijn ziel het goede laat beleven in zijn zwoegen. Ook dit zag ik zelf: het is uit de hand van Elohim. Brontekst: אֵֽין (ein) = er is niet | ט֤וֹב (tov) = goeds | בָּאָדָם֙ (baadam) = in de mens | שֶׁיֹּאכַ֣ל (sheyokhal) = dat hij eet | וְשָׁתָ֔ה (veshata) = en drinkt | וְהֶרְאָ֧ה (vehera) = en laat zien | אֶת (et) = (obj.) | נַפְשׁ֛וֹ (nafsho) = zijn ziel | ט֖וֹב (tov) = het goede | בַּעֲמָל֑וֹ (baamalo) = in zijn zwoegen | גַּם (gam) = ook | זֹה֙ (zo) = dit | רָאִ֣יתִי (raiti) = zag ik | אָ֔נִי (ani) = ik | כִּ֛י (ki) = dat | מִיַּ֥ד (miyad) = uit de hand van | הָאֱלֹהִ֖ים (haElohim) = Elohim | הִֽיא (hi) = het is Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven, de hele persoon, ook de begeerte. Wij vertalen ‘ziel’, en ‘leven’, ‘persoon’ of ‘begeerte’ waar de zin dat vraagt. ‘Zijn ziel het goede laten beleven’ betekent: zichzelf laten genieten. Voetnoot : Het Hebreeuws heeft hier geen woord voor ‘dan’: ‘Er is geen goed in de mens, dat hij eet en drinkt’. In 3:12 en 3:22 staat wel een vergelijking. Wij lezen het zo dat er niets beters is dan eten, drinken en genieten. Voetnoot : מִיַּד הָאֱלֹהִים (miyad ha’Elohim), ‘uit de hand van Elohim’: als gave van Elohim. Zie ook: Pred 3:12–13; Pred 3:22; Pred 5:17–18; Pred 8:15; 1 Tim 6:17 **2:25** Want wie kan eten en wie kan genieten, buiten mij om? Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | מִ֥י (mi) = wie | יֹאכַ֛ל (yokhal) = eet | וּמִ֥י (umi) = en wie | יָח֖וּשׁ (yachush) = geniet | ח֥וּץ (chuts) = buiten | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָחוּשׁ (yachush), ‘genieten’: letterlijk ‘voelen’ of ‘zich haasten’. De betekenis is niet helemaal zeker. Voetnoot Lezing: מִמֶּנִּי (mimmenni), ‘buiten mij’: zo staat het in de Masoretische tekst. Sommige oude vertalingen lezen ‘zonder Hem’ (מִמֶּנּוּ, mimmenu), dus zonder Elohim. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Pred 2:1–12; 1 Kon 5:1–4 **2:26** Want aan de mens die goed is voor Zijn aangezicht geeft Hij wijsheid, kennis en vreugde. Maar aan de zondaar geeft Hij de bezigheid te verzamelen en op te stapelen, om het te geven aan wie goed is voor het aangezicht van Elohim. Ook dit is damp en najagen van wind. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | לְאָדָם֙ (leadam) = aan de mens | שֶׁטּ֣וֹב (shetov) = die goed is | לְפָנָ֔יו (lefanav) = voor Zijn aangezicht | נָתַ֛ן (natan) = heeft Hij gegeven | חָכְמָ֥ה (chakhema) = wijsheid | וְדַ֖עַת (vedaat) = en kennis | וְשִׂמְחָ֑ה (vesimcha) = en vreugde | וְלַחוֹטֶא֩ (velachote) = en aan de zondaar | נָתַ֨ן (natan) = heeft Hij gegeven | עִנְיָ֜ן (inyan) = bezigheid | לֶאֱס֣וֹף (leesof) = om te verzamelen | וְלִכְנ֗וֹס (velikhnos) = en op te stapelen | לָתֵת֙ (latet) = om te geven | לְטוֹב֙ (letov) = aan wie goed is | לִפְנֵ֣י (lifnei) = voor het aangezicht van | הָֽאֱלֹהִ֔ים (haElohim) = Elohim | גַּם (gam) = ook | זֶ֥ה (ze) = dit | הֶ֖בֶל (hevel) = damp | וּרְע֥וּת (ureut) = en najagen van | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חוֹטֶא (chote), ‘zondaar’: wie tekortschiet, wie de weg mist. De uitdrukking ‘goed voor Zijn aangezicht’ betekent: wie Elohim goed vindt. Voetnoot : עִנְיָן (inyan), ‘bezigheid’: zie 1:13. Zie ook: Job 27:16–17; Spr 13:22; Spr 28:8; Jes 3:10–11; Joh 16:24 ## Prediker 3 _Voor alles is er een tijd_ ### Voor alles is er een tijd **3:1** Voor alles is er een vaste tijd, en een tijd voor elke zaak onder de hemel. Brontekst: לַכֹּ֖ל (lakol) = voor alles | זְמָ֑ן (zeman) = een vaste tijd | וְעֵ֥ת (veet) = en een tijd | לְכָל (lekhal) = voor elke | חֵ֖פֶץ (chefets) = zaak | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּׁמָֽיִם (hashamayim) = de hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זְמָן (zeman), ‘vaste tijd’, en עֵת (et), ‘tijd’: twee woorden voor tijd. Het eerste is een bepaald tijdstip, het tweede het geschikte moment. In het Nederlands zeggen wij steeds ‘tijd’. Voetnoot : חֵפֶץ (chefets), ‘zaak’: wat iemand wil of bezighoudt. Het woord kan ook ‘voornemen’ of ‘genoegen’ betekenen. Zie ook: Pred 3:17; Pred 7:14; Pred 8:5–6; 2 Kon 5:26; Mat 16:3 **3:2** Een tijd om te baren en een tijd om te sterven; een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te rukken. Brontekst: עֵ֥ת (et) = een tijd | לָלֶ֖דֶת (laledet) = om te baren | וְעֵ֣ת (veet) = en een tijd | לָמ֑וּת (lamut) = om te sterven | עֵ֣ת (et) = een tijd | לָטַ֔עַת (lataat) = om te planten | וְעֵ֖ת (veet) = en een tijd | לַעֲק֥וֹר (laaqor) = om uit te rukken | נָטֽוּעַ (natua) = het geplante Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לָלֶדֶת (laledet), ‘om te baren’: het werkwoord betekent ‘baren’ of ‘voortbrengen’. Het wordt ook vertaald als ‘om geboren te worden’. Zie ook: Job 7:1; Job 14:5; Jer 18:7–10; Mat 15:13; Heb 9:27 **3:3** Een tijd om te doden en een tijd om te genezen; een tijd om af te breken en een tijd om te bouwen. Brontekst: עֵ֤ת (et) = een tijd | לַהֲרוֹג֙ (laharog) = om te doden | וְעֵ֣ת (veet) = en een tijd | לִרְפּ֔וֹא (lirpo) = om te genezen | עֵ֥ת (et) = een tijd | לִפְר֖וֹץ (lifrots) = om af te breken | וְעֵ֥ת (veet) = en een tijd | לִבְנֽוֹת (livnot) = om te bouwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 32:39; 1 Sam 2:6; Hos 6:1–2; Jer 31:28; Jer 45:4 **3:4** Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen; een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen. Brontekst: עֵ֤ת (et) = een tijd | לִבְכּוֹת֙ (livkot) = om te huilen | וְעֵ֣ת (veet) = en een tijd | לִשְׂח֔וֹק (lischoq) = om te lachen | עֵ֥ת (et) = een tijd | סְפ֖וֹד (sefod) = om te rouwen | וְעֵ֥ת (veet) = en een tijd | רְקֽוֹד (reqod) = om te dansen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 30:6; Ps 126:1–2; Joh 16:20–22; Jak 4:9; Rom 12:15 **3:5** Een tijd om stenen weg te werpen en een tijd om stenen te verzamelen; een tijd om te omhelzen en een tijd om het omhelzen te laten. Brontekst: עֵ֚ת (et) = een tijd | לְהַשְׁלִ֣יךְ (lehashlikh) = om weg te werpen | אֲבָנִ֔ים (avanim) = stenen | וְעֵ֖ת (veet) = en een tijd | כְּנ֣וֹס (kenos) = verzamelen | אֲבָנִ֑ים (avanim) = stenen | עֵ֣ת (et) = een tijd | לַחֲב֔וֹק (lachavoq) = om te omhelzen | וְעֵ֖ת (veet) = en een tijd | לִרְחֹ֥ק (lirchoq) = om ver te blijven | מֵחַבֵּֽק (mechabeq) = van omhelzen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De betekenis van het weggooien en verzamelen van stenen is niet zeker. Het kan gaan om akkers, om bouwen, of om iets anders. Wij vertalen letterlijk. Voetnoot : לִרְחֹק מֵחַבֵּק (lirchoq mechabbeq), ‘om het omhelzen te laten’: letterlijk ‘om ver te blijven van omhelzen’. Zie ook: Joz 4:3–9; Joz 10:27; 1 Sam 21:5–6; 2 Kon 3:25; Joël 2:16 **3:6** Een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen; een tijd om te bewaren en een tijd om weg te werpen. Brontekst: עֵ֤ת (et) = een tijd | לְבַקֵּשׁ֙ (levaqesh) = om te zoeken | וְעֵ֣ת (veet) = en een tijd | לְאַבֵּ֔ד (leabed) = om te verliezen | עֵ֥ת (et) = een tijd | לִשְׁמ֖וֹר (lishmor) = om te bewaren | וְעֵ֥ת (veet) = en een tijd | לְהַשְׁלִֽיךְ (lehashlikh) = om weg te werpen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 112:9; Mat 16:25–26; Mar 8:35–37; Luc 9:24–25; Fil 3:7–8 **3:7** Een tijd om te scheuren en een tijd om te naaien; een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. Brontekst: עֵ֤ת (et) = een tijd | לִקְר֨וֹעַ֙ (liqroa) = om te scheuren | וְעֵ֣ת (veet) = en een tijd | לִתְפּ֔וֹר (litpor) = om te naaien | עֵ֥ת (et) = een tijd | לַחֲשׁ֖וֹת (lachashot) = om te zwijgen | וְעֵ֥ת (veet) = en een tijd | לְדַבֵּֽר (ledaber) = om te spreken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Amos 5:13; Mi 7:5; Klaagl 3:28; Est 4:13–14; Hand 4:20 **3:8** Een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten; een tijd van oorlog en een tijd van vrede. Brontekst: עֵ֤ת (et) = een tijd | לֶֽאֱהֹב֙ (leehov) = om lief te hebben | וְעֵ֣ת (veet) = en een tijd | לִשְׂנֹ֔א (lisno) = om te haten | עֵ֥ת (et) = een tijd | מִלְחָמָ֖ה (milchama) = van oorlog | וְעֵ֥ת (veet) = en een tijd | שָׁלֽוֹם (shalom) = van vrede Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁלוֹם (shalom), ‘vrede’. Zie ook: 1 Kon 5:18; 2 Kron 19:2; Luc 14:26; Ef 5:25; Ef 5:28–29 ### Wat Elohim doet **3:9** Welk voordeel heeft de werker van dat waarmee hij zwoegt? Brontekst: מַה (ma) = welk | יִּתְרוֹן֙ (yitron) = voordeel | הָֽעוֹשֶׂ֔ה (haose) = de werker | בַּאֲשֶׁ֖ר (baasher) = van wat | ה֥וּא (hu) = hij | עָמֵֽל (amel) = zwoegt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִתְרוֹן (yitron), ‘voordeel’: zie 1:3. Zie ook: Spr 14:23; Pred 1:3; Pred 2:11; Pred 2:22–23; Pred 5:15 **3:10** Ik zag de bezigheid die Elohim aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich ermee bezig te houden. Brontekst: רָאִ֣יתִי (raiti) = ik zag | אֶת (et) = (obj.) | הָֽעִנְיָ֗ן (hainyan) = de bezigheid | אֲשֶׁ֨ר (asher) = die | נָתַ֧ן (natan) = heeft gegeven | אֱלֹהִ֛ים (Elohim) = Elohim | לִבְנֵ֥י (livnei) = aan de kinderen van | הָאָדָ֖ם (haadam) = de mens | לַעֲנ֥וֹת (laanot) = om bezig te zijn | בּֽוֹ (bo) = ermee Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַעֲנוֹת בּוֹ (la’anot bo), ‘om zich ermee bezig te houden’: zie 1:13. Zie ook: Gen 3:19; Pred 1:13–14; Pred 2:26; 1 Tess 2:9; 2 Tess 3:8 **3:11** Alles heeft Hij mooi gemaakt op zijn tijd. Ook de eeuwigheid heeft Hij in hun hart gelegd. Zo kan de mens het werk dat Elohim gedaan heeft niet vinden, van het begin tot het einde. Brontekst: אֶת (et) = (obj.) | הַכֹּ֥ל (hakol) = alles | עָשָׂ֖ה (asa) = heeft Hij gemaakt | יָפֶ֣ה (yafe) = mooi | בְעִתּ֑וֹ (beito) = op zijn tijd | גַּ֤ם (gam) = ook | אֶת (et) = (obj.) | הָעֹלָם֙ (haolam) = de eeuwigheid | נָתַ֣ן (natan) = heeft Hij gegeven | בְּלִבָּ֔ם (belibam) = in hun hart | מִבְּלִ֞י (mibeli) = zonder | אֲשֶׁ֧ר (asher) = dat | לֹא (lo) = niet | יִמְצָ֣א (yimtsa) = vindt | הָאָדָ֗ם (haadam) = de mens | אֶת (et) = (obj.) | הַֽמַּעֲשֶׂ֛ה (hamaase) = het werk | אֲשֶׁר (asher) = dat | עָשָׂ֥ה (asa) = heeft gedaan | הָאֱלֹהִ֖ים (haElohim) = Elohim | מֵרֹ֥אשׁ (merosh) = van het begin | וְעַד (vead) = en tot | סֽוֹף (sof) = einde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָעֹלָם (ha’olam), ‘de eeuwigheid’: letterlijk ‘de verborgen tijd’ of ‘de eeuwige duur’. Het woord kan ook ‘de wereld’ betekenen. Door een andere klinker (הָעֵלֶם, ha’elem) kan het ‘het verborgene’ of ‘onwetendheid’ betekenen. Wij volgen de Masoretische klinkers. Voetnoot : מִבְּלִי אֲשֶׁר לֹא (mibbeli asher lo), ‘zo ... niet’: letterlijk ‘zonder dat niet’. Wij beginnen hier een nieuwe zin. Het kan ook ‘behalve dat’ of ‘omdat’ betekenen. Zie ook: Job 5:9; Job 11:7; Pred 8:17; Rom 1:19–20; Rom 11:33 **3:12** Ik weet dat er niets goeds in hen is dan zich te verheugen en goed te doen in hun leven. Brontekst: יָדַ֕עְתִּי (yadati) = ik weet | כִּ֛י (ki) = dat | אֵ֥ין (ein) = er is niet | ט֖וֹב (tov) = goeds | בָּ֑ם (bam) = in hen | כִּ֣י (ki) = dan | אִם (im) = dat | לִשְׂמ֔וֹחַ (lismoach) = zich te verheugen | וְלַעֲשׂ֥וֹת (velaasot) = en goed te doen | ט֖וֹב (tov) = goed | בְּחַיָּֽיו (bechayav) = in zijn leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַעֲשׂוֹת טוֹב (la’asot tov), ‘goed te doen’: het kan ook ‘het goede doen’ betekenen, maar ook ‘het zich goed laten gaan’ (genieten). Zie ook 3:13. Voetnoot : בְּחַיָּיו (bechayyav), ‘in zijn leven’: het Hebreeuws heeft hier enkelvoud, terwijl ‘in hen’ meervoud is. Wij schrijven ‘in hun leven’. Zie ook: Ps 37:3; Pred 3:22; 1 Tess 5:15–16; Fil 4:4–9; 1 Tim 6:18 **3:13** En ook dat ieder mens eet en drinkt en het goede beleeft in al zijn zwoegen: het is een gave van Elohim. Brontekst: וְגַ֤ם (vegam) = en ook | כָּל (kal) = ieder | הָאָדָם֙ (haadam) = mens | שֶׁיֹּאכַ֣ל (sheyokhal) = dat hij eet | וְשָׁתָ֔ה (veshata) = en drinkt | וְרָאָ֥ה (veraa) = en beleeft | ט֖וֹב (tov) = het goede | בְּכָל (bekhal) = in al | עֲמָל֑וֹ (amalo) = zijn zwoegen | מַתַּ֥ת (matat) = gave van | אֱלֹהִ֖ים (Elohim) = Elohim | הִֽיא (hi) = het is Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַתַּת אֱלֹהִים (mattat Elohim), ‘een gave van Elohim’: zie ook 2:24. Zie ook: Ps 128:2; Pred 2:24; Pred 5:17–19; Pred 9:7; Jes 65:21–23 **3:14** Ik weet dat alles wat Elohim doet, voor eeuwig zal zijn. Daaraan valt niets toe te voegen en daarvan valt niets weg te nemen. Elohim heeft het zo gemaakt, opdat zij vrezen voor Zijn aangezicht. Brontekst: יָדַ֗עְתִּי (yadati) = ik weet | כִּ֠י (ki) = dat | כָּל (kal) = alles | אֲשֶׁ֨ר (asher) = wat | יַעֲשֶׂ֤ה (yaase) = zal doen | הָאֱלֹהִים֙ (haElohim) = Elohim | ה֚וּא (hu) = het | יִהְיֶ֣ה (yihye) = zal zijn | לְעוֹלָ֔ם (leolam) = voor eeuwig | עָלָיו֙ (alav) = daaraan | אֵ֣ין (ein) = er is niets | לְהוֹסִ֔יף (lehosif) = om toe te voegen | וּמִמֶּ֖נּוּ (umimenu) = en daarvan | אֵ֣ין (ein) = er is niets | לִגְרֹ֑עַ (ligroa) = om weg te nemen | וְהָאֱלֹהִ֣ים (vehaelohim) = en Elohim | עָשָׂ֔ה (asa) = heeft gemaakt | שֶׁיִּֽרְא֖וּ (sheyiru) = opdat zij vrezen | מִלְּפָנָֽיו (milefanav) = voor Zijn aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֶׁיִּרְאוּ מִלְּפָנָיו (sheyire’u milfanav), ‘opdat zij vrezen voor Zijn aangezicht’: het werkwoord יָרֵא (yare) betekent ‘vrezen’ en omvat ontzag. Voetnoot : Vergelijk Deut. 4:2, waar staat dat men niets mag toevoegen aan of afnemen van het woord. Zie ook: Deut 4:2; Ps 33:11; Hand 5:39; Jak 1:17; Rom 11:36; Tit 1:2 **3:15** Wat geweest is, dat is er al, en wat zijn zal, is al geweest. En Elohim zoekt wat achtervolgd wordt. Brontekst: מַה (ma) = wat | שֶּֽׁהָיָה֙ (shehaya) = geweest is | כְּבָ֣ר (kevar) = al | ה֔וּא (hu) = het is | וַאֲשֶׁ֥ר (vaasher) = en wat | לִהְי֖וֹת (lihyot) = te zijn | כְּבָ֣ר (kevar) = al | הָיָ֑ה (haya) = het was | וְהָאֱלֹהִ֖ים (vehaelohim) = en Elohim | יְבַקֵּ֥שׁ (yevaqesh) = zoekt | אֶת (et) = (obj.) | נִרְדָּֽף (nirdaf) = het achtervolgde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִרְדָּף (nirdaf), ‘wat achtervolgd wordt’: het kan ook ‘wat voorbij is’ of ‘wat verjaagd is’ betekenen. De bedoeling is onzeker. Zie ook: Pred 1:9–10; Pred 6:10 ### Recht, onrecht en de dood van mens en dier **3:16** Verder zag ik onder de zon: de plaats van het recht, daar was de goddeloosheid, en de plaats van de gerechtigheid, daar was de goddeloze. Brontekst: וְע֥וֹד (veod) = en verder | רָאִ֖יתִי (raiti) = ik zag | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | מְק֤וֹם (meqom) = de plaats van | הַמִּשְׁפָּט֙ (hamishpat) = het recht | שָׁ֣מָּה (shama) = daar | הָרֶ֔שַׁע (haresha) = de goddeloosheid | וּמְק֥וֹם (umeqom) = en de plaats van | הַצֶּ֖דֶק (hatsedeq) = de gerechtigheid | שָׁ֥מָּה (shama) = daar | הָרָֽשַׁע (harasha) = de goddeloze Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָרֶשַׁע (haresha), ‘de goddeloosheid’, en הָרָשָׁע (harasha), ‘de goddeloze’: de medeklinkers zijn gelijk, de klinkers verschillen. Zo staat het in de Masoretische tekst. Zie ook: Ps 82:2–5; Ps 94:21–22; Pred 4:1; Pred 5:7; Hand 23:3 **3:17** Ik zei in mijn hart: „Elohim zal de rechtvaardige en de goddeloze oordelen, want een tijd voor elke zaak en over elk werk is daar.” Brontekst: אָמַ֤רְתִּֽי (amarti) = ik zei | אֲנִי֙ (ani) = ik | בְּלִבִּ֔י (belibi) = in mijn hart | אֶת (et) = (obj.) | הַצַּדִּיק֙ (hatsadiq) = de rechtvaardige | וְאֶת (veet) = en (obj.) | הָ֣רָשָׁ֔ע (harasha) = de goddeloze | יִשְׁפֹּ֖ט (yishpot) = zal oordelen | הָאֱלֹהִ֑ים (haElohim) = Elohim | כִּי (ki) = want | עֵ֣ת (et) = een tijd | לְכָל (lekhal) = voor elke | חֵ֔פֶץ (chefets) = zaak | וְעַ֥ל (veal) = en over | כָּל (kal) = elk | הַֽמַּעֲשֶׂ֖ה (hamaase) = het werk | שָֽׁם (sham) = daar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁם (sham), ‘daar’: het is niet duidelijk waar. Het kan bij Elohim zijn of in het oordeel. Zie ook: Pred 3:1; Pred 11:9; Pred 12:14; Mat 16:27; 2 Kor 5:10 **3:18** Ik zei in mijn hart: „Wat de mensenkinderen betreft: Elohim toetst hen, zodat zij zien dat zij dieren zijn, zij zelf.” Brontekst: אָמַ֤רְתִּֽי (amarti) = ik zei | אֲנִי֙ (ani) = ik | בְּלִבִּ֔י (belibi) = in mijn hart | עַל (al) = over | דִּבְרַת֙ (divrat) = de kwestie van | בְּנֵ֣י (benei) = de kinderen van | הָאָדָ֔ם (haadam) = de mens | לְבָרָ֖ם (levaram) = om hen te toetsen | הָאֱלֹהִ֑ים (haElohim) = Elohim | וְלִרְא֕וֹת (velirot) = en om te zien | שְׁהֶם (shehem) = dat zij | בְּהֵמָ֥ה (behema) = dieren | הֵ֖מָּה (hema) = zij | לָהֶֽם (lahem) = voor hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְבָרָם (levaram), ‘om hen te toetsen’: de wortel kan ‘zuiveren’, ‘uitkiezen’ of ‘duidelijk maken’ betekenen. De betekenis is onzeker. Voetnoot : לָהֶם (lahem), ‘zij zelf’: letterlijk ‘voor hen’, dat wil zeggen onder elkaar of in zichzelf. Zie ook: Gen 3:17–19; Ps 49:13; Ps 73:22; 2 Petr 2:12; Heb 9:27 **3:19** Want het lot van de mensenkinderen en het lot van het dier is één lot voor hen. Zoals de één sterft, zo sterft de ander, en zij hebben allen één geest. De voorrang van de mens boven het dier is niets, want alles is damp. Brontekst: כִּי֩ (ki) = want | מִקְרֶ֨ה (miqre) = het lot van | בְֽנֵי (benei) = de kinderen van | הָאָדָ֜ם (haadam) = de mens | וּמִקְרֶ֣ה (umiqre) = en het lot van | הַבְּהֵמָ֗ה (habehema) = het dier | וּמִקְרֶ֤ה (umiqre) = en een lot | אֶחָד֙ (echad) = één | לָהֶ֔ם (lahem) = voor hen | כְּמ֥וֹת (kemot) = zoals de dood van | זֶה֙ (ze) = dit | כֵּ֣ן (ken) = zo | מ֣וֹת (mot) = de dood van | זֶ֔ה (ze) = dit | וְר֥וּחַ (veruach) = en een geest | אֶחָ֖ד (echad) = één | לַכֹּ֑ל (lakol) = voor allen | וּמוֹתַ֨ר (umotar) = en de voorrang van | הָאָדָ֤ם (haadam) = de mens | מִן (min) = boven | הַבְּהֵמָה֙ (habehema) = het dier | אָ֔יִן (ayin) = niets | כִּ֥י (ki) = want | הַכֹּ֖ל (hakol) = alles | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘geest’: het kan ook ‘adem’ betekenen. Zie ook Ps. 104:29–30. Voetnoot : מִקְרֶה (miqre), ‘lot’: zie 2:14. Zie ook: Job 14:10–12; Ps 49:13; Ps 49:21; Ps 89:48–49; Ps 104:29–30; Pred 2:20–23 **3:20** Alles gaat naar één plaats. Alles is uit het stof, en alles keert terug tot het stof. Brontekst: הַכֹּ֥ל (hakol) = alles | הוֹלֵ֖ךְ (holekh) = gaat | אֶל (el) = naar | מָק֣וֹם (maqom) = plaats | אֶחָ֑ד (echad) = één | הַכֹּל֙ (hakol) = alles | הָיָ֣ה (haya) = was | מִן (min) = uit | הֶֽעָפָ֔ר (heafar) = het stof | וְהַכֹּ֖ל (vehakol) = en alles | שָׁ֥ב (shav) = keert terug | אֶל (el) = tot | הֶעָפָֽר (heafar) = het stof Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie Gen. 3:19, waar staat dat de mens uit het stof genomen is en tot stof terugkeert. Zie ook: Gen 3:19; Job 10:9–10; Job 34:15; Pred 9:10; Pred 12:7 **3:21** Wie weet of de geest van de mensenkinderen omhoog gaat en de geest van het dier omlaag gaat, naar de aarde? Brontekst: מִ֣י (mi) = wie | יוֹדֵ֗עַ (yodea) = weet | ר֚וּחַ (ruach) = de geest van | בְּנֵ֣י (benei) = de kinderen van | הָאָדָ֔ם (haadam) = de mens | הָעֹלָ֥ה (haola) = gaat die omhoog | הִ֖יא (hi) = zij | לְמָ֑עְלָה (lemaela) = naar boven | וְר֨וּחַ֙ (veruach) = en de geest van | הַבְּהֵמָ֔ה (habehema) = het dier | הַיֹּרֶ֥דֶת (hayoredet) = gaat die omlaag | הִ֖יא (hi) = zij | לְמַ֥טָּה (lemata) = naar beneden | לָאָֽרֶץ (laarets) = naar de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws heeft hier een vraag met een lidwoord: ‘de opgaande, zij naar boven; de neerdalende, zij naar beneden’. Daarom vertalen wij het als een vraag. Zie ook: Pred 12:7; Luc 16:22–23; Joh 14:3; 2 Kor 5:1; Fil 1:23 **3:22** Zo zag ik dat er niets beters is dan dat de mens zich verheugt in zijn werken, want dat is zijn deel. Want wie brengt hem ertoe te zien wat er na hem zal zijn? Brontekst: וְרָאִ֗יתִי (veraiti) = en ik zag | כִּ֣י (ki) = dat | אֵ֥ין (ein) = er is niet | טוֹב֙ (tov) = goed | מֵאֲשֶׁ֨ר (measher) = dan dat | יִשְׂמַ֤ח (yismach) = zich verheugt | הָאָדָם֙ (haadam) = de mens | בְּֽמַעֲשָׂ֔יו (bemaasav) = in zijn werken | כִּי (ki) = want | ה֖וּא (hu) = dat | חֶלְק֑וֹ (chelqo) = zijn deel | כִּ֣י (ki) = want | מִ֤י (mi) = wie | יְבִיאֶ֨נּוּ֙ (yevienu) = brengt hem | לִרְא֔וֹת (lirot) = om te zien | בְּמֶ֖ה (beme) = in wat | שֶׁיִּהְיֶ֥ה (sheyihye) = zal zijn | אַחֲרָֽיו (acharav) = na hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Pred 2:24; Pred 3:11–12; Pred 6:12; Pred 8:7; Pred 10:14 ## Prediker 4 _Onderdrukking, zwoegen en samen zijn_ ### Onderdrukking zonder troost **4:1** Ik keerde mij weer om en zag al de onderdrukkingen die onder de zon gebeuren. Zie, de tranen van de onderdrukten, en zij hebben niemand die troost. Uit de hand van hun onderdrukkers komt macht, en zij hebben niemand die troost. Brontekst: וְשַׁ֣בְתִּֽי (veshavti) = en ik keerde terug | אֲנִ֗י (ani) = ik | וָאֶרְאֶה֙ (vaere) = en ik zag | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = al | הָ֣עֲשֻׁקִ֔ים (haashuqim) = de onderdrukkingen | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | נַעֲשִׂ֖ים (naasim) = worden gedaan | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | וְהִנֵּ֣ה (vehine) = en zie | דִּמְעַ֣ת (dimat) = de tranen van | הָעֲשֻׁקִ֗ים (haashuqim) = de onderdrukten | וְאֵ֤ין (veein) = en niet is er | לָהֶם֙ (lahem) = voor hen | מְנַחֵ֔ם (menachem) = een trooster | וּמִיַּ֤ד (umiyad) = en uit de hand van | עֹֽשְׁקֵיהֶם֙ (osheqeihem) = hun onderdrukkers | כֹּ֔חַ (koach) = macht | וְאֵ֥ין (veein) = en niet is er | לָהֶ֖ם (lahem) = voor hen | מְנַחֵֽם (menachem) = een trooster Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲשֻׁקִים (ashuqim), ‘onderdrukkingen’ en ‘onderdrukten’: het Hebreeuws gebruikt hetzelfde woord voor beide. Wij vertalen het de eerste keer als de daden (‘onderdrukkingen’) en de tweede keer als de mensen (‘onderdrukten’). Voetnoot : כֹּחַ (koach), ‘macht’: er staat geen werkwoord. Wij laten het zo staan: de macht ligt bij de onderdrukkers. Zie ook: Pred 3:16; Pred 5:7; Jes 5:7; Jes 59:13–15; 2 Tim 4:16–17 **4:2** Ik prees de doden die al gestorven zijn, meer dan de levenden die nog leven. Brontekst: וְשַׁבֵּ֧חַ (veshabeach) = en ik prees | אֲנִ֛י (ani) = ik | אֶת (et) = (obj.) | הַמֵּתִ֖ים (hametim) = de doden | שֶׁכְּבָ֣ר (shekevar) = die al | מֵ֑תוּ (metu) = gestorven zijn | מִן (min) = meer dan | הַ֣חַיִּ֔ים (hachayim) = de levenden | אֲשֶׁ֛ר (asher) = die | הֵ֥מָּה (hema) = zij | חַיִּ֖ים (chayim) = levend | עֲדֶֽנָה (adena) = nog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 3:11–26; Pred 2:17; Pred 9:4–6 **4:3** Maar beter dan zij beiden is hij die er nog niet is geweest. Hij heeft het kwade werk niet gezien dat onder de zon wordt gedaan. Brontekst: וְטוֹב֙ (vetov) = en beter | מִשְּׁנֵיהֶ֔ם (misheneihem) = dan hen beiden | אֵ֥ת (et) = (obj.) | אֲשֶׁר (asher) = wie | עֲדֶ֖ן (aden) = nog niet | לֹ֣א (lo) = niet | הָיָ֑ה (haya) = is geweest | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | לֹֽא (lo) = niet | רָאָה֙ (raa) = heeft gezien | אֶת (et) = (obj.) | הַמַּעֲשֶׂ֣ה (hamaase) = het werk | הָרָ֔ע (hara) = het kwade | אֲשֶׁ֥ר (asher) = dat | נַעֲשָׂ֖ה (naasa) = wordt gedaan | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Pred 6:3–5; Jer 9:1–2; Jer 20:17–18; Mat 24:19; Luc 23:29 ### Zwoegen en naijver **4:4** Ik zag al het zwoegen en al het succes van het werk: het is de naijver van de een op de ander. Ook dit is damp en najagen van wind. Brontekst: וְרָאִ֨יתִֽי (veraiti) = en ik zag | אֲנִ֜י (ani) = ik | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = al | עָמָ֗ל (amal) = het zwoegen | וְאֵת֙ (veet) = en (obj.) | כָּל (kal) = al | כִּשְׁר֣וֹן (kishron) = het succes van | הַֽמַּעֲשֶׂ֔ה (hamaase) = het werk | כִּ֛י (ki) = dat | הִ֥יא (hi) = het | קִנְאַת (qinat) = naijver van | אִ֖ישׁ (ish) = een man | מֵרֵעֵ֑הוּ (mereehu) = op zijn naaste | גַּם (gam) = ook | זֶ֥ה (ze) = dit | הֶ֖בֶל (hevel) = damp | וּרְע֥וּת (ureut) = en najagen van | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֶבֶל (hevel), ‘damp’: letterlijk adem of damp, iets wat verdwijnt en niet te vatten is. Wij vertalen overal ‘damp’. Voetnoot : רְעוּת רוּחַ (re’ut ruach), ‘najagen van wind’: רְעוּת komt van een werkwoord dat ‘weiden’ of ‘najagen’ kan betekenen; רוּחַ (ruach) is ‘wind’ of ‘geest’. Voetnoot : עָמָל (amal), ‘zwoegen’: vermoeiend werk met weinig opbrengst. Voetnoot : כִּשְׁרוֹן (kishron), ‘succes’: bekwaamheid die tot slagen leidt. Het woord komt ook voor in Pred. 2:21 en 5:10. Zie ook: 1 Sam 18:29–30; Pred 1:14; Pred 2:21; Pred 2:26; Pred 5:10; 1 Joh 3:12 **4:5** De dwaas vouwt zijn handen en eet zijn lichaam. Brontekst: הַכְּסִיל֙ (hakesil) = de dwaas | חֹבֵ֣ק (choveq) = vouwt | אֶת (et) = (obj.) | יָדָ֔יו (yadav) = zijn handen | וְאֹכֵ֖ל (veokhel) = en eet | אֶת (et) = (obj.) | בְּשָׂרֽוֹ (besaro) = zijn lichaam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֹבֵק אֶת־יָדָיו (chovek et-yadav), ‘hij vouwt zijn handen’: hij doet niets. בָּשָׂר (basar), ‘lichaam’: letterlijk ‘vlees’. ‘Zijn lichaam eten’ kan betekenen dat hij zichzelf te gronde richt. Zie ook: Job 13:14; Spr 6:10–11; Spr 13:4; Spr 20:4; Jes 9:19 **4:6** Beter een handpalm vol rust dan twee handenvol zwoegen en najagen van wind. Brontekst: ט֕וֹב (tov) = beter | מְלֹ֥א (melo) = een volle | כַ֖ף (kaf) = handpalm | נָ֑חַת (nachat) = rust | מִמְּלֹ֥א (mimelo) = dan het vol zijn van | חָפְנַ֛יִם (chafenayim) = twee handen | עָמָ֖ל (amal) = zwoegen | וּרְע֥וּת (ureut) = en najagen van | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נַחַת (nachat), ‘rust’. חָפְנַיִם (chofnayim) zijn de twee holle handen samen; wij vertalen ‘twee handenvol’. Zie ook: Ps 37:16; Spr 15:16–17; Spr 16:8; Spr 17:1 ### De man alleen **4:7** Ik keerde mij weer om en zag damp onder de zon. Brontekst: וְשַׁ֧בְתִּי (veshavti) = en ik keerde terug | אֲנִ֛י (ani) = ik | וָאֶרְאֶ֥ה (vaere) = en ik zag | הֶ֖בֶל (hevel) = damp | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 78:33; Pred 4:1; Zach 1:6 **4:8** Er is er één, en een tweede is er niet. Ook zoon of broer heeft hij niet. Aan al zijn zwoegen is geen einde. Ook zijn ogen worden niet verzadigd van rijkdom. „Voor wie zwoeg ik en laat ik mijn ziel het goede missen?” Ook dit is damp, en het is een kwade bezigheid. Brontekst: יֵ֣שׁ (yesh) = er is | אֶחָד֩ (echad) = een | וְאֵ֨ין (veein) = en niet is | שֵׁנִ֜י (sheni) = een tweede | גַּ֣ם (gam) = ook | בֵּ֧ן (ben) = zoon | וָאָ֣ח (vaach) = en broer | אֵֽין (ein) = niet is | ל֗וֹ (lo) = voor hem | וְאֵ֥ין (veein) = en niet is | קֵץ֙ (qets) = einde | לְכָל (lekhal) = aan al | עֲמָל֔וֹ (amalo) = zijn zwoegen | גַּם (gam) = ook | עֵינ֖וֹ (eino) = zijn ogen | לֹא (lo) = niet | תִשְׂבַּ֣ע (tisba) = worden verzadigd | עֹ֑שֶׁר (osher) = van rijkdom | וּלְמִ֣י (ulemi) = en voor wie | אֲנִ֣י (ani) = ik | עָמֵ֗ל (amel) = zwoeg | וּמְחַסֵּ֤ר (umechaser) = en laat ontberen | אֶת (et) = (obj.) | נַפְשִׁי֙ (nafshi) = mijn ziel | מִטּוֹבָ֔ה (mitova) = het goede | גַּם (gam) = ook | זֶ֥ה (ze) = dit | הֶ֛בֶל (hevel) = damp | וְעִנְיַ֥ן (veinyan) = en bezigheid | רָ֖ע (ra) = kwaad | הֽוּא (hu) = het is Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: zie 2:24. Voetnoot : עִנְיָן (inyan), ‘bezigheid’: wat iemand bezighoudt, ook ‘opgave’ of ‘zaak’. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft עֵינָיו (einav), ‘zijn ogen’. De voorgelezen tekst (qere) heeft עֵינוֹ (eino), ‘zijn oog’. Wij volgen de voorgelezen tekst; de betekenis blijft gelijk. Zie ook: Spr 27:20; Pred 1:8; Pred 1:13; Luc 12:20; 1 Joh 2:16 ### Twee zijn beter dan één **4:9** Twee zijn beter dan één, omdat zij een goed loon hebben voor hun zwoegen. Brontekst: טוֹבִ֥ים (tovim) = goed | הַשְּׁנַ֖יִם (hashenayim) = de twee | מִן (min) = boven | הָאֶחָ֑ד (haechad) = de een | אֲשֶׁ֧ר (asher) = omdat | יֵשׁ (yesh) = er is | לָהֶ֛ם (lahem) = voor hen | שָׂכָ֥ר (sakhar) = loon | ט֖וֹב (tov) = goed | בַּעֲמָלָֽם (baamalam) = in hun zwoegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 2:18; Num 11:14; Spr 27:17; Mar 6:7; 1 Kor 12:18–21 **4:10** Want als zij vallen, richt de een zijn gezel op. Maar wee de eenling die valt en geen tweede heeft om hem op te richten. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | אִם (im) = als | יִפֹּ֔לוּ (yipolu) = zij vallen | הָאֶחָ֖ד (haechad) = de een | יָקִ֣ים (yaqim) = richt op | אֶת (et) = (obj.) | חֲבֵר֑וֹ (chavero) = zijn gezel | וְאִ֣יל֗וֹ (veilo) = en wee | הָֽאֶחָד֙ (haechad) = de een | שֶׁיִּפּ֔וֹל (sheyipol) = die valt | וְאֵ֥ין (veein) = en niet is er | שֵׁנִ֖י (sheni) = een tweede | לַהֲקִימֽוֹ (lahaqimo) = om hem op te richten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְאִילוֹ (ve’ilo), ‘maar wee hem’: een uitroep van medeleven of waarschuwing. Zie ook: Job 4:3–4; Jes 35:3–4; Gal 6:1; 1 Tess 4:18; 1 Tess 5:11 **4:11** Ook als twee samen liggen, hebben zij het warm. Maar hoe kan een eenling het warm krijgen? Brontekst: גַּ֛ם (gam) = ook | אִם (im) = als | יִשְׁכְּב֥וּ (yishkevu) = zij liggen | שְׁנַ֖יִם (shenayim) = twee | וְחַ֣ם (vecham) = dan is het warm | לָהֶ֑ם (lahem) = voor hen | וּלְאֶחָ֖ד (uleechad) = en voor een alleen | אֵ֥יךְ (eikh) = hoe | יֵחָֽם (yecham) = wordt hij warm Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kon 1:1–4 **4:12** En als iemand de een overmeestert, kunnen de twee tegen hem standhouden. Het drievoudige koord wordt niet snel verbroken. Brontekst: וְאִֽם (veim) = en als | יִתְקְפוֹ֙ (yitqefo) = overmeestert hem | הָאֶחָ֔ד (haechad) = de een | הַשְּׁנַ֖יִם (hashenayim) = de twee | יַעַמְד֣וּ (yaamdu) = zullen standhouden | נֶגְדּ֑וֹ (negdo) = tegenover hem | וְהַחוּט֙ (vehachut) = en het koord | הַֽמְשֻׁלָּ֔שׁ (hamshulash) = het driedubbele | לֹ֥א (lo) = niet | בִמְהֵרָ֖ה (bimhera) = snel | יִנָּתֵֽק (yinateq) = wordt verbroken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִתְקְפוֹ (yitqefo), ‘hij overmeestert hem’: het Hebreeuws zegt niet duidelijk wie wie overmeestert. Wij lezen: iemand overvalt de een, en de twee kunnen zich verweren. De tekst kan ook betekenen: ‘als één hem overmeestert, kunnen twee standhouden’. Zie ook: 2 Sam 23:9; 2 Sam 23:18–19; 2 Sam 23:23; Dan 3:16–17; Ef 4:3 ### De behoeftige jongen en de oude koning **4:13** Beter een behoeftige maar wijze jongen dan een oude maar dwaze koning, die zich niet meer laat waarschuwen. Brontekst: ט֛וֹב (tov) = beter | יֶ֥לֶד (yeled) = een jongen | מִסְכֵּ֖ן (misken) = behoeftig | וְחָכָ֑ם (vechakham) = en wijs | מִמֶּ֤לֶךְ (mimelekh) = dan een koning | זָקֵן֙ (zaqen) = oud | וּכְסִ֔יל (ukhesil) = en dwaas | אֲשֶׁ֛ר (asher) = die | לֹא (lo) = niet | יָדַ֥ע (yada) = weet | לְהִזָּהֵ֖ר (lehizaher) = zich te laten waarschuwen | עֽוֹד (od) = nog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִסְכֵּן (misken), ‘behoeftig’: iemand die weinig bezit. Het woord komt alleen in Prediker voor. Zie ook: Spr 19:1; Spr 28:15–16; 1 Kon 22:8; 2 Kron 16:9–10; 2 Kron 25:16 **4:14** Want uit het huis van de gevangenen is hij uitgegaan om koning te worden, ook al is hij in zijn koningschap als berooide geboren. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | מִבֵּ֥ית (mibeit) = uit het huis van | הָסוּרִ֖ים (hasurim) = de gevangenen | יָצָ֣א (yatsa) = is hij uitgegaan | לִמְלֹ֑ךְ (limlokh) = om koning te zijn | כִּ֛י (ki) = want | גַּ֥ם (gam) = ook | בְּמַלְכוּת֖וֹ (bemalkhuto) = in zijn koningschap | נוֹלַ֥ד (nolad) = is geboren | רָֽשׁ (rash) = een berooide Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָסוּרִים (hasurim), ‘de gevangenen’: de tekst heeft de medeklinkers van ‘de gebondenen’. Wij volgen de gewone lezing. Voetnoot : כִּי גַם (ki gam), ‘ook al’: het Hebreeuws kan ook betekenen ‘want ook’. Het is niet duidelijk of ‘hij’ de jongen of de koning is. Wij vertalen letterlijk en laten dat open. Zie ook: Gen 41:14; Gen 41:33–44; Job 5:11; Ps 113:7–8; Klaagl 4:20 **4:15** Ik zag al de levenden die onder de zon rondgaan, met de tweede jongen die in zijn plaats opstaat. Brontekst: רָאִ֨יתִי֙ (raiti) = ik zag | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = al | הַ֣חַיִּ֔ים (hachayim) = de levenden | הַֽמְהַלְּכִ֖ים (hamhalekhim) = die rondgaan | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | עִ֚ם (im) = met | הַיֶּ֣לֶד (hayeled) = de jongen | הַשֵּׁנִ֔י (hasheni) = de tweede | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | יַעֲמֹ֖ד (yaamod) = zal opstaan | תַּחְתָּֽיו (tachtav) = in zijn plaats Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Wie ‘de tweede jongen’ is, zegt de tekst niet. Waarschijnlijk is het de jongere die de oude koning opvolgt. Zie ook: 2 Sam 15:6 **4:16** Er is geen einde aan heel het volk, aan allen die er vóór hen waren. Ook de latere mensen zullen zich niet in hem verheugen. Want ook dit is damp en najagen van wind. Brontekst: אֵֽין (ein) = niet is | קֵ֣ץ (qets) = einde | לְכָל (lekhal) = aan al | הָעָ֗ם (haam) = het volk | לְכֹ֤ל (lekhol) = aan allen | אֲשֶׁר (asher) = die | הָיָה֙ (haya) = waren | לִפְנֵיהֶ֔ם (lifneihem) = vóór hen | גַּ֥ם (gam) = ook | הָאַחֲרוֹנִ֖ים (haacharonim) = de latere | לֹ֣א (lo) = niet | יִשְׂמְחוּ (yismechu) = zullen zich verheugen | ב֑וֹ (bo) = in hem | כִּֽי (ki) = want | גַם (gam) = ook | זֶ֥ה (ze) = dit | הֶ֖בֶל (hevel) = damp | וְרַעְי֥וֹן (verayon) = en streven naar | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְפָנֵיהֶם (lifneihem), ‘vóór hen’: ook te lezen als ‘aan wier hoofd hij stond’. Wij houden de letterlijke vertaling. Voetnoot : רַעְיוֹן רוּחַ (ra’yon ruach), ‘najagen van wind’: een ander woord dan in vers 4, ook ‘streven naar wind’. Wij vertalen beide als ‘najagen van wind’. Zie ook: Re 9:19–20; 2 Sam 18:7–8; Pred 1:14; Pred 2:17; Pred 4:4; 1 Kon 1:40 ### Bij het huis van Elohim **4:17** Bewaak je voet wanneer je naar het huis van Elohim gaat. Dichtbij zijn om te luisteren, meer dan het offer geven van de dwazen. Want zij weten niet dat zij kwaad doen. Brontekst: שְׁמֹ֣ר (shemor) = bewaak | רַגְלְךָ֗ (raglekha) = je voet | כַּאֲשֶׁ֤ר (kaasher) = wanneer | תֵּלֵךְ֙ (telekh) = je gaat | אֶל (el) = naar | בֵּ֣ית (beit) = het huis van | הָאֱלֹהִ֔ים (haElohim) = Elohim | וְקָר֣וֹב (veqarov) = en dichtbij zijn | לִשְׁמֹ֔עַ (lishmoa) = om te luisteren | מִתֵּ֥ת (mitet) = meer dan het geven van | הַכְּסִילִ֖ים (hakesilim) = de dwazen | זָ֑בַח (zavach) = offer | כִּֽי (ki) = want | אֵינָ֥ם (einam) = niet zij | יוֹדְעִ֖ים (yodeim) = weten | לַעֲשׂ֥וֹת (laasot) = te doen | רָֽע (ra) = kwaad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is dit vers 4:17. Nederlandse bijbels tellen het als Pred. 5:1. Hebreeuws 5:1–19 is dus Nederlands 5:2–20. De app zet de kruisverwijzingen zelf om. Voetnoot : זֶבַח (zevach), ‘offer’: een slachtoffer waarvan men een deel eet. Het vers is kort en zonder werkwoord: ‘dichtbij zijn om te luisteren, meer dan…’ Wij laten dat zo staan. Voetnoot : לַעֲשׂוֹת רָע (la’asot ra), ‘kwaad doen’: ‘zij weten niet dat zij kwaad doen’. Het kan ook betekenen: zij weten niet hoe zij goed moeten handelen. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft רַגְלֶיךָ (raglekha), ‘je voeten’. De voorgelezen tekst (qere) heeft רַגְלְךָ (raglkha), ‘je voet’. Wij volgen de voorgelezen tekst. Zie ook: Spr 15:8; Pred 4:4; Pred 5:1; Jes 1:12–20; Jak 1:19; 1 Petr 2:1–2; Heb 12:28–29 ## Prediker 5 _Woorden voor Elohim en het bezit van rijkdom_ ### Weinig woorden voor Elohim **5:1** Haast je niet met je mond, en laat je hart zich niet haasten om een woord uit te brengen voor Elohim. Want Elohim is in de hemel en jij bent op de aarde. Laat daarom je woorden weinig zijn. Brontekst: אַל (al) = niet | תְּבַהֵ֨ל (tevahel) = haast je | עַל (al) = met | פִּ֜יךָ (pikha) = je mond | וְלִבְּךָ֧ (velibekha) = en je hart | אַל (al) = niet | יְמַהֵ֛ר (yemaher) = laat zich haasten | לְהוֹצִ֥יא (lehotsi) = om uit te brengen | דָבָ֖ר (davar) = een woord | לִפְנֵ֣י (lifnei) = voor het aangezicht van | הָאֱלֹהִ֑ים (haElohim) = Elohim | כִּ֣י (ki) = want | הָאֱלֹהִ֤ים (haElohim) = Elohim | בַּשָּׁמַ֨יִם֙ (bashamayim) = in de hemel | וְאַתָּ֣ה (veata) = en jij | עַל (al) = op | הָאָ֔רֶץ (haarets) = de aarde | עַֽל (al) = om | כֵּ֛ן (ken) = die reden | יִהְי֥וּ (yihyu) = laten zijn | דְבָרֶ֖יךָ (devareikha) = je woorden | מְעַטִּֽים (meatim) = weinig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling begint dit hoofdstuk met wat in Nederlandse bijbels Pred. 5:2 is (zie bij Pred. 4:17). Hebreeuws 5:1–19 is Nederlands 5:2–20. Voetnoot : אֱלֹהִים (Elohim): in Prediker staat steeds ‘Elohim’, met het lidwoord (הָאֱלֹהִים). Wij schrijven overal ‘Elohim’. Zie ook: Num 30:3–6; Spr 10:19; Pred 4:17; Pred 5:2; Jes 55:9; Mat 6:7; Mat 6:9 **5:2** Want de droom komt bij veel bezigheid, en de stem van een dwaas bij veel woorden. Brontekst: כִּ֛י (ki) = want | בָּ֥א (ba) = komt | הַחֲל֖וֹם (hachalom) = de droom | בְּרֹ֣ב (berov) = bij veelheid van | עִנְיָ֑ן (inyan) = bezigheid | וְק֥וֹל (veqol) = en de stem van | כְּסִ֖יל (kesil) = een dwaas | בְּרֹ֥ב (berov) = bij veelheid van | דְּבָרִֽים (devarim) = woorden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִנְיָן (inyan), ‘bezigheid’: wat iemand bezighoudt. Zie ook: Job 11:2; Spr 10:19; Spr 15:2; Pred 10:12–14 **5:3** Wanneer je Elohim een gelofte aflegt, stel het niet uit haar in te lossen. Want in de dwazen is geen behagen. Wat je belooft, los dat in. Brontekst: כַּאֲשֶׁר֩ (kaasher) = zoals | תִּדֹּ֨ר (tidor) = je belooft | נֶ֜דֶר (neder) = een gelofte | לֵֽאלֹהִ֗ים (lElohim) = aan Elohim | אַל (al) = niet | תְּאַחֵר֙ (teacher) = stel uit | לְשַׁלְּמ֔וֹ (leshalemo) = haar in te lossen | כִּ֛י (ki) = want | אֵ֥ין (ein) = niet is er | חֵ֖פֶץ (chefets) = behagen | בַּכְּסִילִ֑ים (bakesilim) = in de dwazen | אֵ֥ת (et) = (obj.) | אֲשֶׁר (asher) = wat | תִּדֹּ֖ר (tidor) = je belooft | שַׁלֵּֽם (shalem) = los in Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶדֶר (neder), ‘gelofte’; שִׁלֵּם (shillem), ‘inlossen’: een gelofte nakomen, zoals in Deut. 23:22–24 en Num. 30:3. Zie ook: Num 30:3; Deut 23:22–24; Ps 66:13–14; Ps 76:12; Mat 5:33 **5:4** Beter dat je niet belooft dan dat je belooft en niet inlost. Brontekst: ט֖וֹב (tov) = beter | אֲשֶׁ֣ר (asher) = dat | לֹֽא (lo) = niet | תִדֹּ֑ר (tidor) = je belooft | מִשֶׁתִּדּ֖וֹר (mishetidor) = dan dat je belooft | וְלֹ֥א (velo) = en niet | תְשַׁלֵּֽם (teshalem) = je inlost Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Deut 23:23; Spr 20:25; Hand 5:4 **5:5** Laat je mond je lichaam niet laten zondigen. Zeg niet voor de bode: „Het was een vergissing.” Waarom zou Elohim zich vertoornen over je stem en het werk van je handen verderven? Brontekst: אַל (al) = niet | תִּתֵּ֤ן (titen) = geef | אֶת (et) = (obj.) | פִּ֨יךָ֙ (pikha) = je mond | לַחֲטִ֣יא (lachati) = om te laten zondigen | אֶת (et) = (obj.) | בְּשָׂרֶ֔ךָ (besarekha) = je lichaam | וְאַל (veal) = en niet | תֹּאמַר֙ (tomar) = zeg | לִפְנֵ֣י (lifnei) = voor het aangezicht van | הַמַּלְאָ֔ךְ (hamalakh) = de bode | כִּ֥י (ki) = want | שְׁגָגָ֖ה (shegaga) = vergissing | הִ֑יא (hi) = het is | לָ֣מָּה (lama) = waarom | יִקְצֹ֤ף (yiqtsof) = zou Hij zich vertoornen | הָֽאֱלֹהִים֙ (haElohim) = Elohim | עַל (al) = over | קוֹלֶ֔ךָ (qolekha) = je stem | וְחִבֵּ֖ל (vechibel) = en zou verderven | אֶת (et) = (obj.) | מַעֲשֵׂ֥ה (maase) = het werk van | יָדֶֽיךָ (yadeikha) = je handen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַמַּלְאָךְ (hamal’akh), ‘de bode’: dit kan een tempelbode of priester zijn, of een engel. Het woord betekent ‘gezant’. Voetnoot : שְׁגָגָה (shegagah), ‘vergissing’: een onopzettelijke fout, zoals in Num. 15:25. Voetnoot : בְּשָׂרֶךָ (besarekha), ‘je lichaam’: letterlijk ‘je vlees’, dus jezelf, je hele persoon. Zie ook: Num 15:25; Pred 4:17–5:1; Mal 2:7; Jak 1:26; Jak 3:2; 2 Joh 1:8 **5:6** Want bij veel dromen is er damp, en bij veel woorden ook. Maar vrees Elohim. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | בְרֹ֤ב (berov) = bij veelheid van | חֲלֹמוֹת֙ (chalomot) = dromen | וַהֲבָלִ֔ים (vahavalim) = en damp | וּדְבָרִ֖ים (udevarim) = en woorden | הַרְבֵּ֑ה (harbe) = veel | כִּ֥י (ki) = maar | אֶת (et) = (obj.) | הָאֱלֹהִ֖ים (haElohim) = Elohim | יְרָֽא (yera) = vrees Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het vers is kort en moeilijk: ‘want bij veel dromen en damp en woorden veel’. Wij vullen alleen het nodige aan (‘is er’). Het tweede כִּי (ki) vertalen wij als ‘maar’; het kan ook ‘ja’ betekenen. Voetnoot : יְרָא (yera), ‘vrees’: de vrees voor Elohim omvat ook ontzag. Zie ook: Spr 23:17; Pred 8:12; Pred 12:13; Jes 50:10–11; Mat 12:36 ### Onderdrukking en voordeel **5:7** Als je in de provincie onderdrukking van de berooide ziet en roof van recht en gerechtigheid, verbaas je dan niet over de zaak. Want boven een hoge let een hogere op, en nog hogeren zijn boven hen. Brontekst: אִם (im) = als | עֹ֣שֶׁק (osheq) = onderdrukking van | רָ֠שׁ (rash) = de berooide | וְגֵ֨זֶל (vegezel) = en roof van | מִשְׁפָּ֤ט (mishpat) = recht | וָצֶ֨דֶק֙ (vatsedeq) = en gerechtigheid | תִּרְאֶ֣ה (tire) = je ziet | בַמְּדִינָ֔ה (bamedina) = in de provincie | אַל (al) = niet | תִּתְמַ֖הּ (titmah) = verbaas je | עַל (al) = over | הַחֵ֑פֶץ (hachefets) = de zaak | כִּ֣י (ki) = want | גָבֹ֜הַּ (gavoha) = een hoge | מֵעַ֤ל (meal) = boven | גָּבֹ֨הַ֙ (gavoha) = een hoge | שֹׁמֵ֔ר (shomer) = let op | וּגְבֹהִ֖ים (ugevohim) = en hogeren | עֲלֵיהֶֽם (aleihem) = boven hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָשׁ (rash), ‘berooide’: een arme zonder bezit. Voetnoot : מְדִינָה (medinah), ‘provincie’: een gewest van het rijk. Voetnoot : חֵפֶץ (chefets), ‘zaak’: ook ‘plan’ of ‘wens’. Voetnoot : גָבֹהַּ מֵעַל גָּבֹהַּ שֹׁמֵר (gavoha me’al gavoha shomer): letterlijk ‘een hoge boven een hoge let op’. Wij laten open wie de hogere is. Zie ook: Ps 12:6; Ps 82:1; Pred 3:16; Pred 4:1; Openb 17:6–7 **5:8** Het voordeel van het land is in alles: een koning voor een bewerkt veld. Brontekst: וְיִתְר֥וֹן (veyitron) = en het voordeel van | אֶ֖רֶץ (erets) = het land | בַּכֹּ֣ל (bakol) = in alles | ה֑וּא (hu) = het is | מֶ֥לֶךְ (melekh) = een koning | לְשָׂדֶ֖ה (lesade) = voor een veld | נֶעֱבָֽד (neevad) = dat bewerkt wordt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit is een van de moeilijkste verzen van Prediker. Letterlijk: ‘en het voordeel van het land in alles is het: een koning voor een bewerkt veld’. Mogelijke betekenissen: een koning die voor bewerkt land zorgt is een voordeel voor het land, of: ook een koning wordt door het land onderhouden. Wij vertalen letterlijk. Voetnoot : יִתְרוֹן (yitron), ‘voordeel’: wat overblijft na het zwoegen. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft הִיא (hi), ‘zij’. De voorgelezen tekst (qere) heeft הוּא (hu), ‘hij’. Wij volgen de voorgelezen tekst. Zie ook: Gen 1:29–30; Ps 104:14–15; Ps 115:16; Spr 13:23; 1 Kon 4:7–5:3 ### Wie van geld houdt **5:9** Wie geld liefheeft, wordt niet verzadigd van geld. En wie overvloed liefheeft: geen opbrengst. Ook dit is damp. Brontekst: אֹהֵ֥ב (ohev) = wie liefheeft | כֶּ֨סֶף֙ (kesef) = geld | לֹא (lo) = niet | יִשְׂבַּ֣ע (yisba) = wordt verzadigd | כֶּ֔סֶף (kesef) = van geld | וּמִֽי (umi) = en wie | אֹהֵ֥ב (ohev) = liefheeft | בֶּהָמ֖וֹן (behamon) = overvloed | לֹ֣א (lo) = niet | תְבוּאָ֑ה (tevua) = opbrengst | גַּם (gam) = ook | זֶ֖ה (ze) = dit | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הָמוֹן (hamon), ‘overvloed’: menigte, ook ‘rijkdom’. תְּבוּאָה (tevu’ah), ‘opbrengst’. Het tweede deel van het vers heeft geen werkwoord; wij laten dat zo. Zie ook: Pred 4:8; Mat 6:19; Mat 6:24; Luc 12:15; 1 Tim 6:10 **5:10** Als het goede toeneemt, worden zij talrijk die het eten. En wat is het succes voor zijn bezitters, behalve het zien met zijn ogen? Brontekst: בִּרְבוֹת֙ (birvot) = als toeneemt | הַטּוֹבָ֔ה (hatova) = het goede | רַבּ֖וּ (rabu) = worden talrijk | אוֹכְלֶ֑יהָ (okheleiha) = wie het eten | וּמַה (uma) = en wat | כִּשְׁרוֹן֙ (kishron) = succes | לִבְעָלֶ֔יהָ (livaleiha) = voor zijn bezitters | כִּ֖י (ki) = dan | אִם (im) = behalve | רְא֥וּת (reut) = het zien van | עֵינָֽיו (einav) = zijn ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כִּשְׁרוֹן (kishron), ‘succes’: hetzelfde woord als in Pred. 4:4. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft de medeklinkers ראית (r’yt). De voorgelezen tekst (qere) heeft רְאוּת (re’ut), ‘het zien’. Wij volgen de voorgelezen tekst. Zie ook: Ps 119:36–37; Spr 23:5; Pred 4:4; Pred 6:9; Hab 2:13; 1 Joh 2:16 **5:11** Zoet is de slaap van de werkman, of hij weinig of veel eet. Maar de verzadiging van de rijke laat hem niet slapen. Brontekst: מְתוּקָה֙ (metuqa) = zoet | שְׁנַ֣ת (shenat) = de slaap van | הָעֹבֵ֔ד (haoved) = de werkman | אִם (im) = of | מְעַ֥ט (meat) = weinig | וְאִם (veim) = of | הַרְבֵּ֖ה (harbe) = veel | יֹאכֵ֑ל (yokhel) = eet hij | וְהַשָּׂבָע֙ (vehasava) = maar de verzadiging van | לֶֽעָשִׁ֔יר (leashir) = de rijke | אֵינֶ֛נּוּ (einenu) = niet is | מַנִּ֥יחַֽ (maniach) = die laat | ל֖וֹ (lo) = hem | לִישֽׁוֹן (lishon) = slapen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 4:9; Ps 127:2; Spr 3:24; Jer 31:26 ### Rijkdom die verloren gaat **5:12** Er is een ziekmakend kwaad dat ik onder de zon zag: rijkdom die door zijn bezitter bewaard wordt tot zijn onheil. Brontekst: יֵ֚שׁ (yesh) = er is | רָעָ֣ה (raa) = een kwaad | חוֹלָ֔ה (chola) = ziekmakend | רָאִ֖יתִי (raiti) = dat ik zag | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | עֹ֛שֶׁר (osher) = rijkdom | שָׁמ֥וּר (shamur) = bewaard | לִבְעָלָ֖יו (livalav) = door zijn bezitter | לְרָעָתֽוֹ (leraato) = tot zijn onheil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָעָה חוֹלָה (ra’ah cholah), ‘ziekmakend kwaad’: een kwaad dat pijn doet, letterlijk een ‘zieke’ ramp. Zie ook: Gen 19:14; Pred 6:1–2; Luc 16:22–23; Luc 18:22–23; Jak 5:1–4 **5:13** Die rijkdom ging verloren door een kwade bezigheid. Hij verwekte een zoon, en in zijn hand is niets. Brontekst: וְאָבַ֛ד (veavad) = en ging verloren | הָעֹ֥שֶׁר (haosher) = de rijkdom | הַה֖וּא (hahu) = die | בְּעִנְיַ֣ן (beinyan) = door een bezigheid | רָ֑ע (ra) = kwaad | וְהוֹלִ֣יד (veholid) = en hij verwekte | בֵּ֔ן (ben) = een zoon | וְאֵ֥ין (veein) = en niet is er | בְּיָד֖וֹ (beyado) = in zijn hand | מְאֽוּמָה (meuma) = iets Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Wie de ‘hij’ is die een zoon verwekt, zegt de tekst niet: het is de eigenaar van de rijkdom. Zie ook: Job 5:5; Job 20:15–29; Spr 23:5; Pred 2:26; Mat 6:19–20 **5:14** Zoals hij uit de buik van zijn moeder kwam, zal hij naakt terugkeren, heengaand zoals hij gekomen is. Niets uit zijn zwoegen kan hij dragen om mee te nemen in zijn hand. Brontekst: כַּאֲשֶׁ֤ר (kaasher) = zoals | יָצָא֙ (yatsa) = hij uitging | מִבֶּ֣טֶן (mibeten) = uit de buik van | אִמּ֔וֹ (imo) = zijn moeder | עָר֛וֹם (arom) = naakt | יָשׁ֥וּב (yashuv) = zal hij terugkeren | לָלֶ֖כֶת (lalekhet) = om te gaan | כְּשֶׁבָּ֑א (kesheba) = zoals hij kwam | וּמְא֨וּמָה֙ (umeuma) = en iets | לֹא (lo) = niet | יִשָּׂ֣א (yisa) = zal hij dragen | בַעֲמָל֔וֹ (baamalo) = uit zijn zwoegen | שֶׁיֹּלֵ֖ךְ (sheyolekh) = dat hij zal meenemen | בְּיָדֽוֹ (beyado) = in zijn hand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vergelijk Job 1:21. Zie ook: Job 1:21; Ps 49:18; Luc 12:20; 1 Tim 6:7 **5:15** Ook dit is een ziekmakend kwaad: precies zoals hij kwam, zo zal hij gaan. En wat is het voordeel voor hem dat hij zwoegt voor de wind? Brontekst: וְגַם (vegam) = en ook | זֹה֙ (zo) = dit | רָעָ֣ה (raa) = kwaad | חוֹלָ֔ה (chola) = ziekmakend | כָּל (kal) = geheel | עֻמַּ֥ת (umat) = precies zoals | שֶׁבָּ֖א (sheba) = dat hij kwam | כֵּ֣ן (ken) = zo | יֵלֵ֑ךְ (yelekh) = zal hij gaan | וּמַה (uma) = en wat | יִּתְר֣וֹן (yitron) = voordeel | ל֔וֹ (lo) = voor hem | שֶֽׁיַּעֲמֹ֖ל (sheyaamol) = dat hij zwoegt | לָרֽוּחַ (laruach) = voor de wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֶׁיַּעֲמֹל לָרוּחַ (sheya’amol laruach), ‘dat hij zwoegt voor de wind’: רוּחַ (ruach) is hier ‘wind’. Zie ook: Spr 11:29; Pred 1:3; Pred 5:12; Mar 8:36; Joh 6:27 **5:16** Ook eet hij al zijn dagen in het donker, met veel ergernis, ziekte en toorn. Brontekst: גַּ֥ם (gam) = ook | כָּל (kal) = al | יָמָ֖יו (yamav) = zijn dagen | בַּחֹ֣שֶׁךְ (bachoshekh) = in het donker | יֹאכֵ֑ל (yokhel) = eet hij | וְכָעַ֥ס (vekhaas) = en ergernis | הַרְבֵּ֖ה (harbe) = veel | וְחָלְי֥וֹ (vechaleyo) = en zijn ziekte | וָקָֽצֶף (vaqatsef) = en toorn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כַּעַס (ka’as), ‘ergernis’: boosheid, verdriet. In de tekst staat het samen met ‘ziekte’ en ‘toorn’. Zie ook: Ps 78:33; Ps 90:7–11; Ps 127:2; Ezech 4:16–17; 1 Kor 11:30–32 ### Eten en drinken als gave van Elohim **5:17** Zie, wat ik zelf als goed heb gezien, wat mooi is: eten, drinken en het goede beleven. Dat is zo in al het zwoegen waarmee hij onder de zon zwoegt, het aantal dagen van zijn leven dat Elohim hem heeft gegeven. Want dat is zijn deel. Brontekst: הִנֵּ֞ה (hine) = zie | אֲשֶׁר (asher) = wat | רָאִ֣יתִי (raiti) = ik zag | אָ֗נִי (ani) = ik | ט֣וֹב (tov) = goed | אֲשֶׁר (asher) = wat | יָפֶ֣ה (yafe) = mooi is | לֶֽאֶכוֹל (leekhol) = om te eten | וְ֠לִשְׁתּוֹת (velishtot) = en te drinken | וְלִרְא֨וֹת (velirot) = en te zien | טוֹבָ֜ה (tova) = het goede | בְּכָל (bekhal) = in al | עֲמָל֣וֹ (amalo) = zijn zwoegen | שֶׁיַּעֲמֹ֣ל (sheyaamol) = waarmee hij zwoegt | תַּֽחַת (tachat) = onder | הַשֶּׁ֗מֶשׁ (hashemesh) = de zon | מִסְפַּ֧ר (mispar) = het aantal van | יְמֵי (yemei) = de dagen van | חַיָּ֛יו (chayav) = zijn leven | אֲשֶׁר (asher) = dat | נָֽתַן (natan) = heeft gegeven | ל֥וֹ (lo) = aan hem | הָאֱלֹהִ֖ים (haElohim) = Elohim | כִּי (ki) = want | ה֥וּא (hu) = dat | חֶלְקֽוֹ (chelqo) = zijn deel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵלֶק (chelek), ‘deel’: wat iemand van Elohim als zijn aandeel krijgt. Dit is een sleutelwoord in Prediker. Zie ook: Pred 2:24; Pred 3:12–13; Pred 3:22; Pred 9:7; 1 Tim 6:17 **5:18** Ook elke mens aan wie Elohim rijkdom en bezittingen heeft gegeven, geeft Hij de macht om ervan te eten. Zijn deel te nemen en zich te verheugen in zijn zwoegen: dit is een gave van Elohim. Brontekst: גַּ֣ם (gam) = ook | כָּֽל (kal) = elke | הָאָדָ֡ם (haadam) = mens | אֲשֶׁ֣ר (asher) = aan wie | נָֽתַן (natan) = heeft gegeven | ל֣וֹ (lo) = aan hem | הָאֱלֹהִים֩ (haElohim) = Elohim | עֹ֨שֶׁר (osher) = rijkdom | וּנְכָסִ֜ים (unekhasim) = en bezittingen | וְהִשְׁלִיט֨וֹ (vehishlito) = en Hij geeft hem macht | לֶאֱכֹ֤ל (leekhol) = om te eten | מִמֶּ֨נּוּ֙ (mimenu) = ervan | וְלָשֵׂ֣את (velaset) = en te nemen | אֶת (et) = (obj.) | חֶלְק֔וֹ (chelqo) = zijn deel | וְלִשְׂמֹ֖חַ (velismoach) = en zich te verheugen | בַּעֲמָל֑וֹ (baamalo) = in zijn zwoegen | זֹ֕ה (zo) = dit | מַתַּ֥ת (matat) = gave van | אֱלֹהִ֖ים (Elohim) = Elohim | הִֽיא (hi) = het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְהִשְׁלִיטוֹ (vehishlito), ‘en Hij geeft hem macht’: Elohim geeft de mens de ruimte om van het bezit te genieten. Zie ook: Deut 8:18; Pred 2:24–26; Pred 3:13; Pred 6:2; 2 Kron 1:12 **5:19** Want hij zal niet veel denken aan de dagen van zijn leven, omdat Elohim hem bezighoudt met de vreugde van zijn hart. Brontekst: כִּ֚י (ki) = want | לֹ֣א (lo) = niet | הַרְבֵּ֔ה (harbe) = veel | יִזְכֹּ֖ר (yizkor) = zal hij denken aan | אֶת (et) = (obj.) | יְמֵ֣י (yemei) = de dagen van | חַיָּ֑יו (chayav) = zijn leven | כִּ֧י (ki) = want | הָאֱלֹהִ֛ים (haElohim) = Elohim | מַעֲנֶ֖ה (maane) = houdt bezig | בְּשִׂמְחַ֥ת (besimchat) = met de vreugde van | לִבּֽוֹ (libo) = zijn hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַעֲנֶה (ma’aneh), ‘houdt bezig’: ook ‘antwoordt hem’ of ‘laat hem zingen’. Zie ook: Ps 4:7–8; Ps 37:16; Jes 65:13–14; Jes 65:21–24; Rom 5:1 ## Prediker 6 _Rijkdom zonder genieten_ ### Rijkdom zonder genieten **6:1** Er is een kwaad dat ik onder de zon zag, en het drukt zwaar op de mens. Brontekst: יֵ֣שׁ (yesh) = er is | רָעָ֔ה (raa) = een kwaad | אֲשֶׁ֥ר (asher) = dat | רָאִ֖יתִי (raiti) = ik zag | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | וְרַבָּ֥ה (veraba) = en groot | הִ֖יא (hi) = het is | עַל (al) = op | הָאָדָֽם (haadam) = de mens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רַבָּה (rabbah), ‘groot’, ‘veel’: het kwaad is groot en weegt zwaar op mensen. Zie ook: Pred 5:12 **6:2** Een man aan wie Elohim rijkdom, bezittingen en eer geeft: hem ontbreekt voor zijn ziel niets van alles wat hij begeert. Maar Elohim geeft hem niet de macht ervan te eten, want een vreemde eet het op. Dit is damp, en het is een kwade ziekte. Brontekst: אִ֣ישׁ (ish) = een man | אֲשֶׁ֣ר (asher) = aan wie | יִתֶּן (yiten) = geeft | ל֣וֹ (lo) = aan hem | הָאֱלֹהִ֡ים (haElohim) = Elohim | עֹשֶׁר֩ (osher) = rijkdom | וּנְכָסִ֨ים (unekhasim) = en bezittingen | וְכָב֜וֹד (vekhavod) = en eer | וְֽאֵינֶ֨נּוּ (veeinenu) = en niet is hij | חָסֵ֥ר (chaser) = ontbrekend | לְנַפְשׁ֣וֹ (lenafsho) = voor zijn ziel | מִכֹּ֣ל (mikol) = aan alles | אֲשֶׁר (asher) = wat | יִתְאַוֶּ֗ה (yitave) = hij begeert | וְלֹֽא (velo) = en niet | יַשְׁלִיטֶ֤נּוּ (yashlitenu) = geeft hem macht | הָֽאֱלֹהִים֙ (haElohim) = Elohim | לֶאֱכֹ֣ל (leekhol) = om te eten | מִמֶּ֔נּוּ (mimenu) = ervan | כִּ֛י (ki) = want | אִ֥ישׁ (ish) = een man | נָכְרִ֖י (nakheri) = vreemde | יֹֽאכֲלֶ֑נּוּ (yokhalenu) = zal het opeten | זֶ֥ה (ze) = dit | הֶ֛בֶל (hevel) = damp | וָחֳלִ֥י (vacholi) = en ziekte | רָ֖ע (ra) = kwaad | הֽוּא (hu) = het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: bij een mens vertalen wij ‘eer’; bij Elohim ‘heerlijkheid’. Voetnoot : נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier de begeerte en het verlangen van de persoon. Voetnoot : נָכְרִי (nokri), ‘vreemde’: iemand van buiten de familie of het volk. Voetnoot : חֳלִי רָע (choli ra), ‘kwade ziekte’: een kwaal die pijn doet. Zie ook: Ps 17:14; Ps 73:7; Pred 5:18; 1 Kon 3:13; Klaagl 5:2 ### Beter af dan de man met honderd kinderen **6:3** Als een man honderd kinderen verwekt en vele jaren leeft, ja, talrijk zijn de dagen van zijn jaren. Maar zijn ziel wordt niet verzadigd van het goede en hij heeft zelfs geen begrafenis gehad. Dan zeg ik: beter dan hij is de misgeboorte. Brontekst: אִם (im) = als | יוֹלִ֣יד (yolid) = verwekt | אִ֣ישׁ (ish) = een man | מֵאָ֡ה (mea) = honderd | וְשָׁנִים֩ (veshanim) = en jaren | רַבּ֨וֹת (rabot) = vele | יִֽחְיֶ֜ה (yichye) = leeft hij | וְרַ֣ב (verav) = en talrijk | שֶׁיִּהְי֣וּ (sheyihyu) = dat zijn | יְמֵֽי (yemei) = de dagen van | שָׁנָ֗יו (shanav) = zijn jaren | וְנַפְשׁוֹ֙ (venafsho) = en zijn ziel | לֹא (lo) = niet | תִשְׂבַּ֣ע (tisba) = wordt verzadigd | מִן (min) = van | הַטּוֹבָ֔ה (hatova) = het goede | וְגַם (vegam) = en ook | קְבוּרָ֖ה (qevura) = begrafenis | לֹא (lo) = niet | הָ֣יְתָה (hayeta) = is geweest | לּ֑וֹ (lo) = voor hem | אָמַ֕רְתִּי (amarti) = ik zeg | ט֥וֹב (tov) = beter | מִמֶּ֖נּוּ (mimenu) = dan hij | הַנָּֽפֶל (hanafel) = de misgeboorte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt alleen ‘honderd’: ‘als een man honderd verwekt’. Wij vullen ‘kinderen’ aan, omdat het werkwoord ‘verwekken’ dat nodig maakt. Voetnoot : נֵפֶל (nefel), ‘misgeboorte’: een kind dat dood geboren wordt. Voetnoot : הַטּוֹבָה (hatovah), ‘het goede’: het goede van het leven. Zie ook: Gen 47:9; Job 3:16; Pred 4:3; 2 Kon 9:35; Jer 22:19 **6:4** Want die komt in damp en gaat heen in duisternis, en in duisternis wordt zijn naam bedekt. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | בַהֶ֥בֶל (bahevel) = in damp | בָּ֖א (ba) = komt hij | וּבַחֹ֣שֶׁךְ (uvachoshekh) = en in duisternis | יֵלֵ֑ךְ (yelekh) = gaat hij | וּבַחֹ֖שֶׁךְ (uvachoshekh) = en in duisternis | שְׁמ֥וֹ (shemo) = zijn naam | יְכֻסֶּֽה (yekhuse) = wordt bedekt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het onderwerp van dit vers is de misgeboorte uit vers 3. Wij schrijven ‘die’, omdat het Hebreeuws alleen ‘hij’ heeft. Zie ook: Ps 109:13; Pred 6:3 **6:5** Ook de zon heeft hij niet gezien en niet gekend. Er is meer rust voor deze dan voor die. Brontekst: גַּם (gam) = ook | שֶׁ֥מֶשׁ (shemesh) = zon | לֹא (lo) = niet | רָאָ֖ה (raa) = heeft hij gezien | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יָדָ֑ע (yada) = heeft hij gekend | נַ֥חַת (nachat) = rust | לָזֶ֖ה (laze) = voor deze | מִזֶּֽה (mize) = meer dan voor die Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Deze’ is de misgeboorte, ‘die’ is de man uit vers 3. De tekst zegt het niet met zoveel woorden. Zie ook: Job 3:10–13; Job 14:1; Ps 58:9; Ps 90:7–9; Pred 6:3 **6:6** En al leefde hij tweemaal duizend jaar, het goede heeft hij niet beleefd. Gaat niet alles naar één plaats? Brontekst: וְאִלּ֣וּ (veilu) = en al | חָיָ֗ה (chaya) = leeft hij | אֶ֤לֶף (elef) = duizend | שָׁנִים֙ (shanim) = jaren | פַּעֲמַ֔יִם (paamayim) = tweemaal | וְטוֹבָ֖ה (vetova) = en het goede | לֹ֣א (lo) = niet | רָאָ֑ה (raa) = heeft hij gezien | הֲלֹ֛א (halo) = is het niet zo dat | אֶל (el) = naar | מָק֥וֹם (maqom) = plaats | אֶחָ֖ד (echad) = één | הַכֹּ֥ל (hakol) = alles | הוֹלֵֽךְ (holekh) = gaat Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֲלֹא (halo), ‘gaat niet…?’: een retorische vraag. ‘Eén plaats’ is de plaats van de doden, het graf. Zie ook: Job 30:23; Pred 3:20; Jes 65:22; Jer 17:6; Heb 9:27 ### Het zwoegen van de mens **6:7** Al het zwoegen van de mens is voor zijn mond, en toch wordt de ziel niet vervuld. Brontekst: כָּל (kal) = al | עֲמַ֥ל (amal) = het zwoegen van | הָאָדָ֖ם (haadam) = de mens | לְפִ֑יהוּ (lefihu) = voor zijn mond | וְגַם (vegam) = en ook | הַנֶּ֖פֶשׁ (hanefesh) = de ziel | לֹ֥א (lo) = niet | תִמָּלֵֽא (timale) = wordt vervuld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 16:26; Mat 6:25; Luc 12:19; Joh 6:27; 1 Tim 6:6–8 **6:8** Want wat heeft de wijze voor op de dwaas? Wat heeft de ellendige, die weet te gaan tegenover de levenden? Brontekst: כִּ֛י (ki) = want | מַה (ma) = wat | יּוֹתֵ֥ר (yoter) = meer | לֶחָכָ֖ם (lechakham) = heeft de wijze | מִֽן (min) = dan | הַכְּסִ֑יל (hakesil) = de dwaas | מַה (ma) = wat | לֶּעָנִ֣י (leani) = heeft de ellendige | יוֹדֵ֔עַ (yodea) = die weet | לַהֲלֹ֖ךְ (lahalokh) = te gaan | נֶ֥גֶד (neged) = tegenover | הַחַיִּֽים (hachayim) = de levenden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָנִי (ani), ‘ellendige’. Voetnoot : נֶגֶד הַחַיִּים (neged hachayyim), ‘tegenover de levenden’: de tekst is kort en onzeker. Het kan betekenen: hoe hij zich moet gedragen onder de levenden. Zie ook: Ps 116:9; Spr 19:1; Pred 2:14–16; Pred 5:10; Luc 1:6 **6:9** Beter is het zien met de ogen dan het gaan van de begeerte. Ook dit is damp en najagen van wind. Brontekst: ט֛וֹב (tov) = beter | מַרְאֵ֥ה (mare) = het zien van | עֵינַ֖יִם (einayim) = ogen | מֵֽהֲלָךְ (mehalakh) = dan het gaan van | נָ֑פֶשׁ (nafesh) = de begeerte | גַּם (gam) = ook | זֶ֥ה (ze) = dit | הֶ֖בֶל (hevel) = damp | וּרְע֥וּת (ureut) = en najagen van | רֽוּחַ (ruach) = wind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַרְאֵה עֵינַיִם (mar’eh einayim), ‘het zien van de ogen’: wat men voor zich ziet. Voetnoot : הֲלָךְ נֶפֶשׁ (halakh nefesh), ‘het gaan van de ziel’: het rondzwerven van de begeerte, het verlangen naar wat er niet is. Zie ook: Job 31:7; Pred 1:14; Pred 3:12–13; Pred 4:4; Pred 11:9 ### Wie weet wat goed is? **6:10** Wat er ook is, zijn naam is al lang genoemd, en bekend is dat hij een mens is. Hij kan niet rechten met wie sterker is dan hij. Brontekst: מַה (ma) = wat | שֶּֽׁהָיָ֗ה (shehaya) = is geweest | כְּבָר֙ (kevar) = al lang | נִקְרָ֣א (niqra) = is genoemd | שְׁמ֔וֹ (shemo) = zijn naam | וְנוֹדָ֖ע (venoda) = en is bekend | אֲשֶׁר (asher) = dat | ה֣וּא (hu) = hij | אָדָ֑ם (adam) = mens | וְלֹא (velo) = en niet | יוּכַ֣ל (yukhal) = kan hij | לָדִ֔ין (ladin) = rechten | עִ֥ם (im) = met | שֶׁתַּקִּ֖יף (shetaqif) = wie sterker is | מִמֶּֽנּוּ (mimenu) = dan hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De betekenis is: alles heeft zijn naam al ontvangen en de mens is bekend als mens. Hij is sterfelijk en kan niet rechten met wie sterker is. Wie ‘die sterker is’ is, zegt de tekst niet; het kan Elohim zijn. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft שהתקיף (shehataqif). De voorgelezen tekst (qere) heeft שֶׁתַּקִּיף (shetaqqif). Beide betekenen ‘wie sterker is’; wij volgen de voorgelezen tekst. Zie ook: Job 9:32; Job 33:13; Job 40:2; Pred 3:15; Jes 45:9–10 **6:11** Want er zijn veel woorden die de damp vermeerderen. Wat is het voordeel voor de mens? Brontekst: כִּ֛י (ki) = want | יֵשׁ (yesh) = er zijn | דְּבָרִ֥ים (devarim) = woorden | הַרְבֵּ֖ה (harbe) = veel | מַרְבִּ֣ים (marbim) = die vermeerderen | הָ֑בֶל (havel) = damp | מַה (ma) = wat | יֹּתֵ֖ר (yoter) = voordeel | לָאָדָֽם (laadam) = voor de mens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 73:6; Pred 1:6–9; Pred 1:17–18; Pred 4:16; Pred 5:6 **6:12** Want wie weet wat goed is voor de mens in het leven, in het aantal dagen van het leven van zijn damp? Hij brengt ze door als een schaduw. Want wie kan de mens vertellen wat er na hem zal zijn onder de zon? Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | מִֽי (mi) = wie | יוֹדֵעַ֩ (yodea) = weet | מַה (ma) = wat | טּ֨וֹב (tov) = goed is | לָֽאָדָ֜ם (laadam) = voor de mens | בַּֽחַיִּ֗ים (bachayim) = in het leven | מִסְפַּ֛ר (mispar) = het aantal van | יְמֵי (yemei) = de dagen van | חַיֵּ֥י (chayei) = het leven van | הֶבְל֖וֹ (hevlo) = zijn damp | וְיַעֲשֵׂ֣ם (veyaasem) = en hij brengt ze door | כַּצֵּ֑ל (katsel) = als een schaduw | אֲשֶׁר֙ (asher) = die | מִֽי (mi) = wie | יַגִּ֣יד (yagid) = kan vertellen | לָֽאָדָ֔ם (laadam) = aan de mens | מַה (ma) = wat | יִּהְיֶ֥ה (yihye) = zal zijn | אַחֲרָ֖יו (acharav) = na hem | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַיֵּי הֶבְלוֹ (chayyei hevlo), ‘het leven van zijn damp’: zijn vluchtige leven. Voetnoot : וְיַעֲשֵׂם (veya’asem), ‘en hij brengt ze door’ of ‘maakt ze’: de tekst zegt niet of de mens zelf of Elohim bedoeld is. Zie ook: Job 14:2; Ps 144:4; Pred 3:22; Klaagl 3:24–27; Jak 4:14 ## Prediker 7 _Wat beter is, en wat Qohelet zocht_ ### Wat beter is **7:1** Een naam is beter dan goede olie, en de dag van de dood dan de dag van zijn geboorte. Brontekst: ט֥וֹב (tov) = goed is | שֵׁ֖ם (shem) = een naam | מִשֶּׁ֣מֶן (mishemen) = dan olie | ט֑וֹב (tov) = goede | וְי֣וֹם (veyom) = en de dag van | הַמָּ֔וֶת (hamavet) = de dood | מִיּ֖וֹם (miyom) = dan de dag van | הִוָּלְדֽוֹ (hivaledo) = zijn geboorte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֵׁם (shem), ‘naam’: een goede naam, een goede faam bij de mensen. Het Hebreeuws speelt met שֵׁם (shem), ‘naam’, en שֶׁמֶן (shemen), ‘olie’. Zie ook Spr. 22:1. Voetnoot : הִוָּלְדוֹ (hivvaldo), ‘zijn geboorte’: letterlijk ‘dat hij geboren wordt’. Zie ook: Spr 22:1; Pred 4:2; 2 Kor 5:8; Fil 1:21–23; Openb 14:13 **7:2** Het is beter te gaan naar een huis van rouw dan te gaan naar een huis van feestmaal. Want dat is het einde van ieder mens, en wie leeft, neemt het ter harte. Brontekst: ט֞וֹב (tov) = goed is | לָלֶ֣כֶת (lalekhet) = om te gaan | אֶל (el) = naar | בֵּֽית (beit) = het huis van | אֵ֗בֶל (evel) = rouw | מִלֶּ֨כֶת֙ (milekhet) = dan om te gaan | אֶל (el) = naar | בֵּ֣ית (beit) = het huis van | מִשְׁתֶּ֔ה (mishte) = feestmaal | בַּאֲשֶׁ֕ר (baasher) = omdat | ה֖וּא (hu) = dat | ס֣וֹף (sof) = het einde van | כָּל (kal) = heel | הָאָדָ֑ם (haadam) = de mens | וְהַחַ֖י (vehachay) = en de levende | יִתֵּ֥ן (yiten) = geeft | אֶל (el) = aan | לִבּֽוֹ (libo) = zijn hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁתֶּה (mishteh), ‘feestmaal’: letterlijk een drinkmaal of gastmaal. Zie ook Ps. 90:12 over het tellen van onze dagen. Zie ook: Deut 32:29; Deut 32:46; Ps 90:12; Fil 3:19; Heb 9:27 **7:3** Ergernis is beter dan lachen, want bij een droevig gezicht wordt het hart goed. Brontekst: ט֥וֹב (tov) = goed is | כַּ֖עַס (kaas) = ergernis | מִשְּׂחֹ֑ק (misechoq) = dan lachen | כִּֽי (ki) = want | בְרֹ֥עַ (beroa) = bij kwaad van | פָּנִ֖ים (panim) = gezicht | יִ֥יטַב (yitav) = wordt goed | לֵֽב (lev) = het hart Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כַּעַס (ka’as), ‘ergernis’: het woord betekent ook ‘verdriet’, ‘wrevel’ of ‘boosheid’. Hier gaat het om het verdriet dat op het gezicht te zien is. Wij vertalen overal ‘ergernis’, ook in vers 9. Zie ook: Pred 7:9; Jer 31:15–20; Joh 16:20–22; Jak 4:8–10; 2 Kor 7:9–11; Rom 5:3–4 **7:4** Het hart van wijzen is in het huis van rouw, maar het hart van dwazen is in het huis van vreugde. Brontekst: לֵ֤ב (lev) = het hart van | חֲכָמִים֙ (chakhamim) = wijzen | בְּבֵ֣ית (beveit) = in het huis van | אֵ֔בֶל (evel) = rouw | וְלֵ֥ב (velev) = en het hart van | כְּסִילִ֖ים (kesilim) = dwazen | בְּבֵ֥ית (beveit) = in het huis van | שִׂמְחָֽה (simcha) = vreugde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Sam 25:36; Dan 5:1–4; Neh 2:2–5; Mat 8:14–16; Luc 7:12–13 **7:5** Het is beter te luisteren naar de bestraffing van een wijze dan dat iemand luistert naar het lied van dwazen. Brontekst: ט֕וֹב (tov) = goed is | לִשְׁמֹ֖עַ (lishmoa) = om te horen | גַּעֲרַ֣ת (gaarat) = bestraffing van | חָכָ֑ם (chakham) = een wijze | מֵאִ֕ישׁ (meish) = dan een man | שֹׁמֵ֖עַ (shomea) = die hoort | שִׁ֥יר (shir) = het lied van | כְּסִילִֽים (kesilim) = dwazen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 141:5; Spr 9:8; Spr 15:31–32; Spr 17:10; Openb 3:19 **7:6** Want zoals het geknetter van doornen onder de pot, zo is het lachen van de dwaas. Ook dit is damp. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | כְק֤וֹל (keqol) = als het geluid van | הַסִּירִים֙ (hasirim) = de doornen | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַסִּ֔יר (hasir) = de pot | כֵּ֖ן (ken) = zo | שְׂחֹ֣ק (sechoq) = het lachen van | הַכְּסִ֑יל (hakesil) = de dwaas | וְגַם (vegam) = en ook | זֶ֖ה (ze) = dit | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֶבֶל (hevel), ‘damp’: ook ‘adem’ of ‘vluchtigheid’. Wij vertalen in het hele boek ‘damp’. Voetnoot : Het Hebreeuws speelt met הַסִּירִים (hasirim), ‘de doornen’, en הַסִּיר (hasir), ‘de pot’. Zie ook: Ps 58:10; Ps 118:12; Pred 2:2; Luc 6:25; Jud 1:12–13 **7:7** Want afpersing maakt een wijze razend, en het laat het hart van een gift verloren gaan. Brontekst: כִּ֥י (ki) = want | הָעֹ֖שֶׁק (haosheq) = de afpersing | יְהוֹלֵ֣ל (yeholel) = maakt razend | חָכָ֑ם (chakham) = de wijze | וִֽיאַבֵּ֥ד (viabed) = en doet verloren gaan | אֶת (et) = (obj.) | לֵ֖ב (lev) = het hart van | מַתָּנָֽה (matana) = een gift Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het tweede deel is moeilijk. יְהוֹלֵל (yeholel), ‘maakt razend’: van dezelfde wortel als הוֹלֵלוֹת (holelot), ‘razernij’. Letterlijk staat er: ‘en het laat het hart van een gift verloren gaan’. Mogelijk gaat het om omkoping: een gift (מַתָּנָה, matanah) kan het hart verdoen. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Ex 23:8; Deut 16:19; Deut 28:33–34; Deut 28:65; Spr 17:23 **7:8** Het einde van een zaak is beter dan haar begin. Een geduldige geest is beter dan een hoogmoedige geest. Brontekst: ט֛וֹב (tov) = goed is | אַחֲרִ֥ית (acharit) = het einde van | דָּבָ֖ר (davar) = een zaak | מֵֽרֵאשִׁית֑וֹ (mereshito) = dan haar begin | ט֥וֹב (tov) = goed is | אֶֽרֶךְ (erekh) = geduldig van | ר֖וּחַ (ruach) = geest | מִגְּבַהּ (migevah) = dan hoogmoedig van | רֽוּחַ (ruach) = geest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֶרֶךְ רוּחַ (erek ruach), ‘geduldig van geest’, is letterlijk ‘lang van geest’. גְּבַהּ רוּחַ (gevah ruach), ‘hoogmoedig van geest’, is letterlijk ‘hoog van geest’. Zie ook: Ps 126:5–6; Spr 14:29; Jak 5:11; 1 Petr 1:13; Heb 10:36 **7:9** Haast je niet in je geest om je te ergeren, want ergernis rust in de boezem van dwazen. Brontekst: אַל (al) = niet | תְּבַהֵ֥ל (tevahel) = haast je | בְּרֽוּחֲךָ֖ (beruchakha) = in je geest | לִכְע֑וֹס (likhos) = om je te ergeren | כִּ֣י (ki) = want | כַ֔עַס (kaas) = ergernis | בְּחֵ֥יק (becheiq) = in de boezem van | כְּסִילִ֖ים (kesilim) = dwazen | יָנֽוּחַ (yanuach) = rust ze Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 14:17; Spr 16:32; Spr 26:23–26; Jak 1:19; Ef 4:26–27 **7:10** Zeg niet: „Hoe komt het dat de vroegere dagen beter waren dan deze?” Want niet uit wijsheid heb je hierover gevraagd. Brontekst: אַל (al) = niet | תֹּאמַר֙ (tomar) = zeg | מֶ֣ה (me) = wat | הָיָ֔ה (haya) = was het | שֶׁ֤הַיָּמִים֙ (shehayamim) = dat de dagen | הָרִ֣אשֹׁנִ֔ים (harishonim) = de vroegere | הָי֥וּ (hayu) = waren | טוֹבִ֖ים (tovim) = beter | מֵאֵ֑לֶּה (meele) = dan deze | כִּ֛י (ki) = want | לֹ֥א (lo) = niet | מֵחָכְמָ֖ה (mechakhema) = uit wijsheid | שָׁאַ֥לְתָּ (shaalta) = heb je gevraagd | עַל (al) = hierover | זֶֽה (ze) = dit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 6:11–12; Re 6:13; Ps 14:2–3; Jes 50:1; Rom 1:22–32 **7:11** Wijsheid is goed samen met een erfdeel, en een voordeel voor wie de zon zien. Brontekst: טוֹבָ֥ה (tova) = goed is | חָכְמָ֖ה (chakhema) = wijsheid | עִֽם (im) = met | נַחֲלָ֑ה (nachala) = een erfdeel | וְיֹתֵ֖ר (veyoter) = en een voordeel | לְרֹאֵ֥י (leroei) = voor wie zien | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִם (im), ‘met’: ook ‘zoals’. Dan staat er ‘Wijsheid is goed, zoals een erfdeel’. Zie ook: Spr 8:10–11; Pred 2:13; Pred 11:7; 1 Kon 3:6–9; 1 Tim 6:17–19 **7:12** Want in de schaduw van de wijsheid, in de schaduw van het geld. Maar het voordeel van kennis is dit: de wijsheid laat haar bezitters leven. Brontekst: כִּ֛י (ki) = want | בְּצֵ֥ל (betsel) = in de schaduw van | הַֽחָכְמָ֖ה (hachakhema) = de wijsheid | בְּצֵ֣ל (betsel) = in de schaduw van | הַכָּ֑סֶף (hakasef) = het geld | וְיִתְר֣וֹן (veyitron) = en het voordeel van | דַּ֔עַת (daat) = kennis | הַֽחָכְמָ֖ה (hachakhema) = de wijsheid | תְּחַיֶּ֥ה (techaye) = doet leven | בְעָלֶֽיהָ (bealeiha) = haar bezitters Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De eerste helft heeft geen werkwoord. Het beeld is: wijsheid en geld geven allebei beschutting, zoals de schaduw van een boom. Wij laten het werkwoord weg zoals in het Hebreeuws. Zie ook: Spr 2:7; Spr 3:18; Spr 8:35; Spr 11:4; Joh 17:3 **7:13** Zie het werk van Elohim. Want wie kan recht maken wat Hij krom heeft gemaakt? Brontekst: רְאֵ֖ה (ree) = zie | אֶת (et) = (obj.) | מַעֲשֵׂ֣ה (maase) = het werk van | הָאֱלֹהִ֑ים (haElohim) = Elohim | כִּ֣י (ki) = want | מִ֤י (mi) = wie | יוּכַל֙ (yukhal) = kan | לְתַקֵּ֔ן (letaqen) = recht maken | אֵ֖ת (et) = (obj.) | אֲשֶׁ֥ר (asher) = wat | עִוְּתֽוֹ (iveto) = Hij krom heeft gemaakt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 12:14; Ps 107:43; Pred 1:15; Pred 3:11; Jes 5:12 **7:14** Op een dag van goeds, wees in het goede. Op een dag van kwaad, zie: ook het ene heeft Elohim naast het andere gemaakt, opdat de mens niets vindt van wat na hem komt. Brontekst: בְּי֤וֹם (beyom) = op de dag van | טוֹבָה֙ (tova) = goeds | הֱיֵ֣ה (heye) = wees | בְט֔וֹב (betov) = in het goede | וּבְי֥וֹם (uveyom) = en op de dag van | רָעָ֖ה (raa) = kwaad | רְאֵ֑ה (ree) = zie | גַּ֣ם (gam) = ook | אֶת (et) = (obj.) | זֶ֤ה (ze) = dit | לְעֻמַּת (leumat) = naast | זֶה֙ (ze) = dat | עָשָׂ֣ה (asa) = heeft gemaakt | הָֽאֱלֹהִ֔ים (haElohim) = Elohim | עַל (al) = met het oog op | דִּבְרַ֗ת (divrat) = de zaak | שֶׁלֹּ֨א (shelo) = dat niet | יִמְצָ֧א (yimtsa) = zal vinden | הָֽאָדָ֛ם (haadam) = de mens | אַחֲרָ֖יו (acharav) = na hem | מְאֽוּמָה (meuma) = iets Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַחֲרָיו (acharav), ‘na hem’: letterlijk ‘na hem’. Het gaat om wat na het leven van de mens komt, of om wat na dit alles komt. Zo ook 9:3. Voetnoot : לְעֻמַּת (le’ummat), ‘naast’: het ene staat tegenover het andere. Zie ook: Deut 8:3; Pred 3:4; Pred 3:22; Pred 12:13; Jak 5:13 ### Rechtvaardigheid en wijsheid met maat **7:15** Dit alles heb ik gezien in de dagen van mijn damp. Er is een rechtvaardige die vergaat in zijn gerechtigheid, en er is een goddeloze die lang leeft in zijn kwaad. Brontekst: אֶת (et) = (obj.) | הַכֹּ֥ל (hakol) = alles | רָאִ֖יתִי (raiti) = heb ik gezien | בִּימֵ֣י (bimei) = in de dagen van | הֶבְלִ֑י (hevli) = mijn damp | יֵ֤שׁ (yesh) = er is | צַדִּיק֙ (tsadiq) = een rechtvaardige | אֹבֵ֣ד (oved) = die vergaat | בְּצִדְק֔וֹ (betsidqo) = in zijn gerechtigheid | וְיֵ֣שׁ (veyesh) = en er is | רָשָׁ֔ע (rasha) = een goddeloze | מַאֲרִ֖יךְ (maarikh) = die verlengt | בְּרָעָתֽוֹ (beraato) = in zijn kwaad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Bij ‘die lang leeft’ (מַאֲרִיךְ, ma’arikh) staat in het Hebreeuws niet wat langer wordt. Wij vullen ‘leeft’ aan, zoals in 8:12. Zie ook: Ps 73:3–13; Pred 6:12; Pred 8:12–14; Pred 9:1–2; Mat 23:34–35 **7:16** Wees niet al te rechtvaardig, en maak jezelf niet al te wijs. Waarom zou je jezelf verwoesten? Brontekst: אַל (al) = niet | תְּהִ֤י (tehi) = wees | צַדִּיק֙ (tsadiq) = rechtvaardig | הַרְבֵּ֔ה (harbe) = veel | וְאַל (veal) = en niet | תִּתְחַכַּ֖ם (titchakam) = maak jezelf wijs | יוֹתֵ֑ר (yoter) = te veel | לָ֖מָּה (lama) = waarom | תִּשּׁוֹמֵֽם (tishomem) = zou je jezelf verwoesten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 25:16; Mat 6:1–7; Jak 3:13–17; Rom 12:3; Kol 2:18 **7:17** Wees niet al te goddeloos, en wees niet dom. Waarom zou je sterven vóór je tijd? Brontekst: אַל (al) = niet | תִּרְשַׁ֥ע (tirsha) = wees goddeloos | הַרְבֵּ֖ה (harbe) = veel | וְאַל (veal) = en niet | תְּהִ֣י (tehi) = wees | סָכָ֑ל (sakhal) = dom | לָ֥מָּה (lama) = waarom | תָמ֖וּת (tamut) = zou je sterven | בְּלֹ֥א (belo) = zonder | עִתֶּֽךָ (itekha) = je tijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סָכָל (sakal), ‘dom’, en in vers 25 סִכְלוּת (siklut), ‘domheid’: een ander woord dan כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’, en dan כֶּסֶל (kesel), ‘dwaasheid’ (vers 25). Wij houden ze onderscheiden; zie 1:17. Zie ook: Job 22:16; Ps 55:24; Spr 10:27; Pred 7:25; Hand 5:10; Hand 12:23 **7:18** Het is goed dat je het ene vasthoudt en ook het andere niet loslaat, want wie Elohim vreest, komt met beide uit. Brontekst: ט֚וֹב (tov) = goed is | אֲשֶׁ֣ר (asher) = dat | תֶּאֱחֹ֣ז (teechoz) = je vasthoudt | בָּזֶ֔ה (baze) = aan dit | וְגַם (vegam) = en ook | מִזֶּ֖ה (mize) = aan dat | אַל (al) = niet | תַּנַּ֣ח (tanach) = laat los | אֶת (et) = (obj.) | יָדֶ֑ךָ (yadekha) = je hand | כִּֽי (ki) = want | יְרֵ֥א (yere) = wie vreest | אֱלֹהִ֖ים (Elohim) = Elohim | יֵצֵ֥א (yetse) = komt uit | אֶת (et) = (obj.) | כֻּלָּֽם (kulam) = hen allen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֶת־כֻּלָּם (et-kullam), ‘met hen allen’: wij vertalen ‘met beide’, omdat het gaat om de twee dingen uit de eerste helft. Wat precies bedoeld is, blijft open: ‘aan alles ontkomen’ of ‘met alles uitkomen’. Zie ook: Pred 8:12; Pred 12:13; Mal 3:20; Luc 1:50; Luc 11:42 **7:19** De wijsheid maakt de wijze sterker dan tien heersers die in de stad zijn. Brontekst: הַֽחָכְמָ֖ה (hachakhema) = de wijsheid | תָּעֹ֣ז (taoz) = maakt sterk | לֶחָכָ֑ם (lechakham) = de wijze | מֵֽעֲשָׂרָה֙ (measara) = meer dan tien | שַׁלִּיטִ֔ים (shalitim) = heersers | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | הָי֖וּ (hayu) = zijn | בָּעִֽיר (bair) = in de stad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 20:16–22; Spr 21:22; Spr 24:5; Pred 9:13–18; Kol 1:9–11 **7:20** Want er is geen rechtvaardige mens op aarde die goed doet en niet zondigt. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | אָדָ֔ם (adam) = een mens | אֵ֥ין (ein) = er is niet | צַדִּ֖יק (tsadiq) = een rechtvaardige | בָּאָ֑רֶץ (baarets) = op de aarde | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | יַעֲשֶׂה (yaase) = doet | טּ֖וֹב (tov) = goed | וְלֹ֥א (velo) = en niet | יֶחֱטָֽא (yecheta) = zondigt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie ook 1 Kon. 8:46. Zie ook: Spr 20:9; 1 Kon 8:46; Jes 53:6; Jak 3:2; Rom 3:23; 1 Joh 1:8–10 **7:21** Richt je hart ook niet op alle woorden die men spreekt, zodat je niet hoort hoe je dienaar je vervloekt. Brontekst: גַּ֤ם (gam) = ook | לְכָל (lekhal) = op alle | הַדְּבָרִים֙ (hadevarim) = de woorden | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | יְדַבֵּ֔רוּ (yedaberu) = men spreekt | אַל (al) = niet | תִּתֵּ֖ן (titen) = richt | לִבֶּ֑ךָ (libekha) = je hart | אֲשֶׁ֥ר (asher) = opdat | לֹֽא (lo) = niet | תִשְׁמַ֥ע (tishma) = je hoort | אֶֽת (et) = (obj.) | עַבְדְּךָ֖ (avdekha) = je dienaar | מְקַלְלֶֽךָ (meqallekha) = die je vervloekt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 16:10; 2 Sam 19:20; Spr 30:10; Jes 29:21; 1 Kor 13:5–7 **7:22** Want je hart weet ook: vele keren heb ook jij anderen vervloekt. Brontekst: כִּ֛י (ki) = want | גַּם (gam) = ook | פְּעָמִ֥ים (peamim) = keren | רַבּ֖וֹת (rabot) = vele | יָדַ֣ע (yada) = weet | לִבֶּ֑ךָ (libekha) = je hart | אֲשֶׁ֥ר (asher) = dat | גַּם (gam) = ook | אַתָּ֖ה (ata) = jij | קִלַּ֥לְתָּ (qilalta) = hebt vervloekt | אֲחֵרִֽים (acherim) = anderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft אַתְּ (at), een oude vorm van ‘jij’. De voorgelezen tekst (qere) heeft אַתָּה (attah), ‘jij’. Wij volgen de voorgelezen tekst; de betekenis blijft gelijk. Zie ook: 1 Kon 2:44; Mat 15:19; Mat 18:32–35; Joh 8:7–9; Jak 3:9 ### Wijsheid blijft ver weg **7:23** Dit alles heb ik beproefd met wijsheid. Ik zei: „Ik wil wijs worden.” Maar zij is ver van mij. Brontekst: כָּל (kal) = alles | זֹ֖ה (zo) = dit | נִסִּ֣יתִי (nisiti) = heb ik beproefd | בַֽחָכְמָ֑ה (bachakhema) = met wijsheid | אָמַ֣רְתִּי (amarti) = ik zei | אֶחְכָּ֔מָה (echkama) = ik wil wijs worden | וְהִ֖יא (vehi) = maar zij | רְחוֹקָ֥ה (rechoqa) = is ver | מִמֶּֽנִּי (mimeni) = van mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 3:5; 1 Kon 3:11–12; 1 Kon 11:1–8; 1 Kor 1:20; Rom 1:22 **7:24** Ver weg is wat er is, en diep, diep. Wie kan het vinden? Brontekst: רָח֖וֹק (rachoq) = ver weg | מַה (ma) = wat | שֶּׁהָיָ֑ה (shehaya) = dat is geweest | וְעָמֹ֥ק (veamoq) = en diep | עָמֹ֖ק (amoq) = diep | מִ֥י (mi) = wie | יִמְצָאֶֽנּוּ (yimtsaenu) = kan het vinden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֶׁהָיָה (shehayah), ‘wat er is’: letterlijk ‘wat geweest is’. Het gaat om alles wat bestaat en gebeurd is. Zie ook: Job 28:28; Ps 139:6; Jes 55:8–9; Rom 11:33; 1 Tim 6:16 **7:25** Ik wendde mij, ik en mijn hart, om te weten, te verkennen en te zoeken: wijsheid en berekening. En om te weten: de goddeloosheid van de dwaasheid, en de domheid, razernij. Brontekst: סַבּ֨וֹתִֽי (saboti) = ik wendde mij | אֲנִ֤י (ani) = ik | וְלִבִּי֙ (velibi) = en mijn hart | לָדַ֣עַת (ladaat) = om te weten | וְלָת֔וּר (velatur) = en te verkennen | וּבַקֵּ֥שׁ (uvaqesh) = en te zoeken | חָכְמָ֖ה (chakhema) = wijsheid | וְחֶשְׁבּ֑וֹן (vecheshbon) = en berekening | וְלָדַ֨עַת֙ (veladaat) = en om te weten | רֶ֣שַׁע (resha) = goddeloosheid van | כֶּ֔סֶל (kesel) = dwaasheid | וְהַסִּכְל֖וּת (vehasikhlut) = en de domheid | הוֹלֵלֽוֹת (holelot) = razernij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶשְׁבּוֹן (cheshbon), ‘berekening’: ook ‘rekenschap’ of ‘de uitkomst van de som’. Wij gebruiken overal ‘berekening’. Voetnoot : רֶשַׁע כֶּסֶל (resha kesel), ‘de goddeloosheid van de dwaasheid’, en הַסִּכְלוּת הוֹלֵלוֹת (hassiklut holelot), ‘de domheid, razernij’: de tweede uitdrukking heeft geen werkwoord. Zij is moeilijk te verstaan. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Joz 7:13; Pred 2:1–3; Pred 10:13; 2 Petr 2:3–9; 2 Petr 3:3–9 ### Wat bitterder is dan de dood **7:26** En ik vind dit bitterder dan de dood: de vrouw wier hart vangnetten en visnetten is en wier handen boeien zijn. Wie goed is voor het aangezicht van Elohim, ontkomt aan haar; maar de zondaar wordt door haar gevangen. Brontekst: וּמוֹצֶ֨א (umotse) = en bevindend | אֲנִ֜י (ani) = ik | מַ֣ר (mar) = bitter | מִמָּ֗וֶת (mimavet) = dan de dood | אֶת (et) = (obj.) | הָֽאִשָּׁה֙ (haisha) = de vrouw | אֲשֶׁר (asher) = die | הִ֨יא (hi) = zij | מְצוֹדִ֧ים (metsodim) = vangnetten | וַחֲרָמִ֛ים (vacharamim) = en visnetten | לִבָּ֖הּ (libah) = haar hart | אֲסוּרִ֣ים (asurim) = boeien | יָדֶ֑יהָ (yadeiha) = haar handen | ט֞וֹב (tov) = goed | לִפְנֵ֤י (lifnei) = voor het aangezicht van | הָאֱלֹהִים֙ (haElohim) = Elohim | יִמָּלֵ֣ט (yimalet) = zal ontkomen | מִמֶּ֔נָּה (mimena) = aan haar | וְחוֹטֵ֖א (vechote) = en de zondaar | יִלָּ֥כֶד (yilakhed) = wordt gevangen | בָּֽהּ (bah) = in haar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt: ‘de vrouw die zij vangnetten en visnetten is, haar hart’. Wij vertalen ‘wier hart ... is’. De tekst noemt alleen ‘de vrouw’. Wij geven er geen verdere uitleg bij. Voetnoot : מְצוֹדִים (metsodim), ‘vangnetten’ voor jacht, en חֲרָמִים (charamim), ‘visnetten’. Zie ook: Spr 2:16; Spr 2:18–19; Spr 5:3–5; Spr 22:14; Pred 2:26 **7:27** Zie, dit heb ik gevonden, zegt Qohelet, de ene bij de andere, om de berekening te vinden. Brontekst: רְאֵה֙ (ree) = zie | זֶ֣ה (ze) = dit | מָצָ֔אתִי (matsati) = heb ik gevonden | אָמְרָ֖ה (amera) = zei | קֹהֶ֑לֶת (qohelet) = Qohelet | אַחַ֥ת (achat) = één | לְאַחַ֖ת (leachat) = bij één | לִמְצֹ֥א (limtso) = om te vinden | חֶשְׁבּֽוֹן (cheshbon) = berekening Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קֹהֶלֶת (Qohelet): zie 1:1. Hier, zoals in 1:1 en 12:8–10, wordt over hem in de derde persoon gesproken. Het werkwoord אָמְרָה (amerah), ‘zegt’, is vrouwelijk, net als de vorm Qohelet. Voetnoot : חֶשְׁבּוֹן (cheshbon), ‘berekening’: zie vers 25. Zie ook: Pred 1:1–2; Pred 7:25; Pred 12:8–10 **7:28** Wat mijn ziel nog zocht en ik niet vond: één mens uit duizend heb ik gevonden. Maar een vrouw onder al deze heb ik niet gevonden. Brontekst: אֲשֶׁ֛ר (asher) = wat | עוֹד (od) = nog | בִּקְשָׁ֥ה (biqsha) = zocht | נַפְשִׁ֖י (nafshi) = mijn ziel | וְלֹ֣א (velo) = en niet | מָצָ֑אתִי (matsati) = heb ik gevonden | אָדָ֞ם (adam) = een mens | אֶחָ֤ד (echad) = een | מֵאֶ֨לֶף֙ (meelef) = uit duizend | מָצָ֔אתִי (matsati) = heb ik gevonden | וְאִשָּׁ֥ה (veisha) = maar een vrouw | בְכָל (bekhal) = onder al | אֵ֖לֶּה (ele) = deze | לֹ֥א (lo) = niet | מָצָֽאתִי (matsati) = heb ik gevonden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: zie 2:24. Voetnoot : אָדָם (adam), ‘mens’, en אִשָּׁה (ishah), ‘vrouw’: wij vertalen letterlijk. De uitspraak is moeilijk te verstaan en wij duiden haar niet. Zie ook: Job 33:23; Ps 12:2; Pred 7:23–24; 1 Kon 11:1–3; Jes 26:9 **7:29** Alleen dit heb ik gevonden: Elohim heeft de mens oprecht gemaakt, maar zij hebben vele berekeningen gezocht. Brontekst: לְבַד֙ (levad) = alleen | רְאֵה (ree) = zie | זֶ֣ה (ze) = dit | מָצָ֔אתִי (matsati) = heb ik gevonden | אֲשֶׁ֨ר (asher) = dat | עָשָׂ֧ה (asa) = heeft gemaakt | הָאֱלֹהִ֛ים (haElohim) = Elohim | אֶת (et) = (obj.) | הָאָדָ֖ם (haadam) = de mens | יָשָׁ֑ר (yashar) = oprecht | וְהֵ֥מָּה (vehema) = maar zij | בִקְשׁ֖וּ (biqshu) = hebben gezocht | חִשְּׁבֹנ֥וֹת (chishevonot) = berekeningen | רַבִּֽים (rabim) = vele Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָשָׁר (yashar), ‘oprecht’. חִשְּׁבֹנוֹת (chishbonot), ‘berekeningen’: ook ‘bedenksels’ of ‘uitvindingen’. Zie ook: Gen 5:1; Gen 6:11–12; Jer 4:22; Mar 7:8–9; Tit 3:3 ## Prediker 8 _De koning, het recht en het werk van Elohim_ ### De wijze en de koning **8:1** Wie is zoals de wijze? En wie kent de uitleg van een zaak? De wijsheid van een mens laat zijn gezicht stralen, en de hardheid van zijn gezicht wordt veranderd. Brontekst: מִ֚י (mi) = wie | כְּהֶ֣חָכָ֔ם (kehechakham) = zoals de wijze | וּמִ֥י (umi) = en wie | יוֹדֵ֖עַ (yodea) = kent | פֵּ֣שֶׁר (pesher) = de uitleg van | דָּבָ֑ר (davar) = een zaak | חָכְמַ֤ת (chakhemat) = de wijsheid van | אָדָם֙ (adam) = een mens | תָּאִ֣יר (tair) = doet stralen | פָּנָ֔יו (panav) = zijn gezicht | וְעֹ֥ז (veoz) = en de hardheid van | פָּנָ֖יו (panav) = zijn gezicht | יְשֻׁנֶּֽא (yeshune) = wordt veranderd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֹז (oz), ‘hardheid’: letterlijk ‘sterkte’ of ‘driestheid’ van het gezicht, een strenge of harde blik. יְשֻׁנֶּא (yeshunne), ‘wordt veranderd’: de blik wordt zachter. Zie ook: Ex 34:29–30; Deut 28:50; Spr 17:24; Hand 6:15; 2 Petr 1:20 **8:2** Ik zeg: neem het bevel van de koning in acht, en wel vanwege de eed bij Elohim. Brontekst: אֲנִי֙ (ani) = ik | פִּי (pi) = de mond van | מֶ֣לֶךְ (melekh) = de koning | שְׁמ֔וֹר (shemor) = bewaar | וְעַ֕ל (veal) = en wel vanwege | דִּבְרַ֖ת (divrat) = de zaak van | שְׁבוּעַ֥ת (shevuat) = de eed van | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws heeft alleen ‘Ik’: het werkwoord ‘zeg’ ontbreekt. פִּי (pi), ‘bevel’, is letterlijk ‘mond’. שְׁבוּעַת אֱלֹהִים (shevu’at Elohim), ‘de eed bij Elohim’: ook ‘de eed aan Elohim’. Zie ook: Spr 24:21; 1 Kon 2:43; Rom 13:1–5; Tit 3:1; 1 Petr 2:13–17 **8:3** Haast je niet om van hem weg te gaan. Blijf niet staan in een kwade zaak, want alles wat hem behaagt, doet hij. Brontekst: אַל (al) = niet | תִּבָּהֵ֤ל (tibahel) = haast je | מִפָּנָיו֙ (mipanav) = van zijn aangezicht | תֵּלֵ֔ךְ (telekh) = om te gaan | אַֽל (al) = niet | תַּעֲמֹ֖ד (taamod) = blijf staan | בְּדָבָ֣ר (bedavar) = in een zaak | רָ֑ע (ra) = kwaad | כִּ֛י (ki) = want | כָּל (kal) = alles | אֲשֶׁ֥ר (asher) = wat | יַחְפֹּ֖ץ (yachpots) = hem behaagt | יַעֲשֶֽׂה (yaase) = doet hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws kan ook gelezen worden als twee zinnen: ‘Haast je niet; ga weg van zijn aangezicht’ en ‘Blijf niet staan in een kwade zaak’. Wij nemen ‘haast je niet om van hem weg te gaan’ als één zin. Zie ook: Spr 14:29; Pred 10:4; Dan 4:32; Dan 5:19; Hand 5:8–9 **8:4** Want waar het woord van een koning is, is gezag. En wie kan tegen hem zeggen: „Wat doe je?” Brontekst: בַּאֲשֶׁ֥ר (baasher) = waar | דְּבַר (devar) = het woord van | מֶ֖לֶךְ (melekh) = een koning | שִׁלְט֑וֹן (shilton) = gezag is | וּמִ֥י (umi) = en wie | יֹֽאמַר (yomar) = kan zeggen | ל֖וֹ (lo) = tegen hem | מַֽה (ma) = wat | תַּעֲשֶֽׂה (taase) = doe je Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 9:12; Job 34:18–19; Spr 20:2; Dan 4:32; Rom 13:1–4 **8:5** Wie het gebod bewaart, zal geen kwade zaak kennen. Het hart van een wijze kent tijd en recht. Brontekst: שׁוֹמֵ֣ר (shomer) = wie bewaart | מִצְוָ֔ה (mitsva) = het gebod | לֹ֥א (lo) = niet | יֵדַ֖ע (yeda) = kent | דָּבָ֣ר (davar) = een zaak | רָ֑ע (ra) = kwaad | וְעֵ֣ת (veet) = en tijd | וּמִשְׁפָּ֔ט (umishpat) = en recht | יֵדַ֖ע (yeda) = kent | לֵ֥ב (lev) = het hart van | חָכָֽם (chakham) = een wijze Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לֹא יֵדַע (lo yeda), ‘zal niet kennen’: ook ‘zal niet ervaren’. Wie het gebod bewaart, krijgt geen kwaad over zich heen. Zie ook: 1 Kron 12:33; Luc 20:25; Fil 1:9–10; 1 Petr 3:13–14; Heb 5:14 **8:6** Want voor elke zaak is er een tijd en recht, want het kwaad van de mens is groot over hem. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | לְכָל (lekhal) = voor elke | חֵ֔פֶץ (chefets) = zaak | יֵ֖שׁ (yesh) = er is | עֵ֣ת (et) = tijd | וּמִשְׁפָּ֑ט (umishpat) = en recht | כִּֽי (ki) = want | רָעַ֥ת (raat) = het kwaad van | הָאָדָ֖ם (haadam) = de mens | רַבָּ֥ה (raba) = is groot | עָלָֽיו (alav) = over hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵפֶץ (chefets), ‘zaak’: wat iemand wil of bezighoudt; ook ‘voornemen’ of ‘wens’. רָעָה (ra’ah), ‘kwaad’: ook ‘ellende’. Zie ook: Pred 3:1; Pred 3:11; Pred 3:17; Pred 7:13–14; Luc 19:42–44 **8:7** Want hij weet niet wat zal zijn, want wie kan hem vertellen hoe het zal zijn? Brontekst: כִּֽי (ki) = want | אֵינֶ֥נּוּ (einenu) = hij is niet | יֹדֵ֖עַ (yodea) = wetend | מַה (ma) = wat | שֶּׁיִּֽהְיֶ֑ה (sheyihye) = het zal zijn | כִּ֚י (ki) = want | כַּאֲשֶׁ֣ר (kaasher) = hoe | יִֽהְיֶ֔ה (yihye) = het zal zijn | מִ֖י (mi) = wie | יַגִּ֥יד (yagid) = kan vertellen | לֽוֹ (lo) = hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 24:22; Pred 6:12; Pred 9:12; Pred 10:14; Mat 24:50 **8:8** Geen mens is heerser over de geest, zodat hij de geest kan tegenhouden. Niemand heeft gezag op de dag van de dood. Er is geen ontslag in de oorlog, en de goddeloosheid laat haar bezitters niet ontkomen. Brontekst: אֵ֣ין (ein) = er is geen | אָדָ֞ם (adam) = mens | שַׁלִּ֤יט (shalit) = heerser | בָּר֨וּחַ֙ (baruach) = over de geest | לִכְל֣וֹא (likhlo) = om tegen te houden | אֶת (et) = (obj.) | הָר֔וּחַ (haruach) = de geest | וְאֵ֤ין (veein) = en er is geen | שִׁלְטוֹן֙ (shilton) = gezag | בְּי֣וֹם (beyom) = op de dag van | הַמָּ֔וֶת (hamavet) = de dood | וְאֵ֥ין (veein) = en er is geen | מִשְׁלַ֖חַת (mishlachat) = ontslag | בַּמִּלְחָמָ֑ה (bamilchama) = in de oorlog | וְלֹֽא (velo) = en niet | יְמַלֵּ֥ט (yemalet) = laat ontkomen | רֶ֖שַׁע (resha) = goddeloosheid | אֶת (et) = (obj.) | בְּעָלָֽיו (bealav) = haar bezitters Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘geest’: ook ‘wind’ of ‘adem’. Het beeld past bij de dood in de tweede helft: niemand kan zijn levensadem vasthouden. שִׁלְטוֹן (shilton), ‘gezag’, en שַׁלִּיט (shallit), ‘heerser’: wij vertalen steeds met dezelfde stam. Voetnoot : מִשְׁלַחַת (mishlachat), ‘ontslag’: de vrijstelling van de dienst in de oorlog. Zie ook: Job 14:5; Ps 49:7–10; Ps 89:49; Spr 14:32; Heb 9:27 ### Rechtvaardigen en goddelozen **8:9** Dit alles heb ik gezien. Ik richtte mijn hart op elk werk dat onder de zon wordt gedaan. Het was een tijd waarin de ene mens over de andere heerst, hem ten kwade. Brontekst: אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = alles | זֶ֤ה (ze) = dit | רָאִ֨יתִי֙ (raiti) = heb ik gezien | וְנָת֣וֹן (venaton) = en gericht hebbend | אֶת (et) = (obj.) | לִבִּ֔י (libi) = mijn hart | לְכָֽל (lekhal) = op elk | מַעֲשֶׂ֔ה (maase) = werk | אֲשֶׁ֥ר (asher) = dat | נַעֲשָׂ֖ה (naasa) = gedaan wordt | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | עֵ֗ת (et) = tijd | אֲשֶׁ֨ר (asher) = waarin | שָׁלַ֧ט (shalat) = heerst | הָאָדָ֛ם (haadam) = de mens | בְּאָדָ֖ם (beadam) = over de mens | לְרַ֥ע (lera) = ten kwade | לֽוֹ (lo) = voor hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לוֹ (lo), ‘hem’: wie het kwaad treft, is niet duidelijk. Het kan de heerser zijn of degene over wie hij heerst. Zie ook: Pred 3:10; Pred 4:7–8; Pred 5:7; Pred 5:12; Pred 7:25 **8:10** En zo heb ik goddelozen gezien: begraven, en zij kwamen binnen. En van een heilige plaats gingen zij weg, en zij werden vergeten in de stad waar zij zo hadden gehandeld. Ook dit is damp. Brontekst: וּבְכֵ֡ן (uvekhen) = en zo | רָאִיתִי֩ (raiti) = heb ik gezien | רְשָׁעִ֨ים (reshaim) = goddelozen | קְבֻרִ֜ים (qevurim) = begraven | וָבָ֗אוּ (vavau) = en zij kwamen | וּמִמְּק֤וֹם (umimeqom) = en van een plaats | קָדוֹשׁ֙ (qadosh) = heilig | יְהַלֵּ֔כוּ (yehalekhu) = gingen zij weg | וְיִֽשְׁתַּכְּח֥וּ (veyishtakechu) = en werden vergeten | בָעִ֖יר (bair) = in de stad | אֲשֶׁ֣ר (asher) = waar | כֵּן (ken) = zo | עָשׂ֑וּ (asu) = zij hebben gehandeld | גַּם (gam) = ook | זֶ֖ה (ze) = dit | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk. קְבֻרִים (qevurim), ‘begraven’, en וָבָאוּ (vava’u), ‘en zij kwamen binnen’: waarheen zij binnengingen, staat er niet. Sommigen lezen ‘zij gingen binnen in de rust van het graf’. אֲשֶׁר כֵּן עָשׂוּ (asher ken asu), ‘waar zij zo hadden gehandeld’: ook ‘omdat zij recht hadden gedaan’. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Job 21:18; Spr 10:7; Pred 2:16; Pred 9:5; Luc 16:22 **8:11** Omdat het vonnis over een kwade daad niet snel wordt uitgevoerd, is het hart van de mensenkinderen ervan vol om kwaad te doen. Brontekst: אֲשֶׁר֙ (asher) = omdat | אֵין (ein) = niet | נַעֲשָׂ֣ה (naasa) = wordt uitgevoerd | פִתְגָ֔ם (pitgam) = het vonnis | מַעֲשֵׂ֥ה (maase) = over de daad van | הָרָעָ֖ה (haraa) = het kwaad | מְהֵרָ֑ה (mehera) = snel | עַל (al) = op | כֵּ֡ן (ken) = zo | מָלֵ֞א (male) = is vol | לֵ֧ב (lev) = het hart van | בְּֽנֵי (benei) = de kinderen van | הָאָדָ֛ם (haadam) = de mens | בָּהֶ֖ם (bahem) = in hen | לַעֲשׂ֥וֹת (laasot) = om te doen | רָֽע (ra) = kwaad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פִּתְגָם (pitgam), ‘vonnis’: een woord van andere herkomst, ook ‘uitspraak’ of ‘bevel’. Zie ook: Ps 50:21–22; Jes 26:10; Mat 24:49–50; Rom 2:4–5; 2 Petr 3:3–10 **8:12** Een zondaar doet honderd keer kwaad en leeft toch lang. Maar ik weet ook dat het goed zal gaan met wie Elohim vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen. Brontekst: אֲשֶׁ֣ר (asher) = dat | חֹטֶ֗א (chote) = een zondaar | עֹשֶׂ֥ה (ose) = doet | רָ֛ע (ra) = kwaad | מְאַ֖ת (meat) = honderd | וּמַאֲרִ֣יךְ (umaarikh) = en verlengt | ל֑וֹ (lo) = voor hem | כִּ֚י (ki) = maar | גַּם (gam) = ook | יוֹדֵ֣עַ (yodea) = weet | אָ֔נִי (ani) = ik | אֲשֶׁ֤ר (asher) = dat | יִהְיֶה (yihye) = het zal zijn | טּוֹב֙ (tov) = goed | לְיִרְאֵ֣י (leyirei) = voor wie vrezen | הָאֱלֹהִ֔ים (haElohim) = Elohim | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | יִֽירְא֖וּ (yireu) = vrezen | מִלְּפָנָֽיו (milefanav) = voor Zijn aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְאַת (me’at), ‘honderd’: ‘keer’ staat er niet, maar is bedoeld. Voetnoot : יִרְאֵי הָאֱלֹהִים (yire’ ha-Elohim), ‘wie Elohim vrezen’: de vrees voor Elohim omvat ontzag. Zie ook: Ps 37:11; Ps 37:18–19; Pred 7:15; Luc 1:50; 2 Petr 2:9 **8:13** Maar het zal niet goed gaan met de goddeloze. Hij zal geen lange dagen hebben, als een schaduw, omdat hij niet vreest voor het aangezicht van Elohim. Brontekst: וְטוֹב֙ (vetov) = en goed | לֹֽא (lo) = niet | יִהְיֶ֣ה (yihye) = zal zijn | לָֽרָשָׁ֔ע (larasha) = voor de goddeloze | וְלֹֽא (velo) = en niet | יַאֲרִ֥יךְ (yaarikh) = zal verlengen | יָמִ֖ים (yamim) = dagen | כַּצֵּ֑ל (katsel) = als een schaduw | אֲשֶׁ֛ר (asher) = omdat | אֵינֶ֥נּוּ (einenu) = hij niet is | יָרֵ֖א (yare) = vrezend | מִלִּפְנֵ֥י (milifnei) = voor het aangezicht van | אֱלֹהִֽים (Elohim) = Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כַּצֵּל (katsel), ‘als een schaduw’: het kan horen bij ‘geen lange dagen hebben’ of bij ‘hij vreest niet’. Wij houden de volgorde van het Hebreeuws aan. Zie ook: Job 14:2; Pred 6:12; Jes 3:11; Jes 57:21; Mal 3:18 **8:14** Er is damp die op de aarde gebeurt. Er zijn rechtvaardigen die treft wat past bij het werk van de goddelozen. En er zijn goddelozen die treft wat past bij het werk van de rechtvaardigen. Ik zei: ook dit is damp. Brontekst: יֶשׁ (yesh) = er is | הֶבֶל֮ (hevel) = damp | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | נַעֲשָׂ֣ה (naasa) = wordt gedaan | עַל (al) = op | הָאָרֶץ֒ (haarets) = de aarde | אֲשֶׁ֣ר (asher) = waarbij | יֵ֣שׁ (yesh) = er zijn | צַדִּיקִ֗ים (tsadiqim) = rechtvaardigen | אֲשֶׁ֨ר (asher) = die | מַגִּ֤יעַ (magia) = treft | אֲלֵהֶם֙ (alehem) = hen | כְּמַעֲשֵׂ֣ה (kemaase) = naar het werk van | הָרְשָׁעִ֔ים (hareshaim) = de goddelozen | וְיֵ֣שׁ (veyesh) = en er zijn | רְשָׁעִ֔ים (reshaim) = goddelozen | שֶׁמַּגִּ֥יעַ (shemagia) = die treft | אֲלֵהֶ֖ם (alehem) = hen | כְּמַעֲשֵׂ֣ה (kemaase) = naar het werk van | הַצַּדִּיקִ֑ים (hatsadiqim) = de rechtvaardigen | אָמַ֕רְתִּי (amarti) = ik zei | שֶׁגַּם (shegam) = dat ook | זֶ֖ה (ze) = dit | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie ook Job 21:7 over goddelozen die lang leven. Zie ook: Job 21:7; Pred 2:14; Pred 7:15; Pred 9:1–3; Mal 3:15 ### Vreugde in het zwoegen **8:15** Ik prees de vreugde, want er is niets beters voor de mens onder de zon dan eten en drinken en zich verheugen. Dat blijft bij hem in zijn zwoegen, in de dagen van zijn leven die Elohim hem onder de zon heeft gegeven. Brontekst: וְשִׁבַּ֤חְתִּֽי (veshibachti) = en prees | אֲנִי֙ (ani) = ik | אֶת (et) = (obj.) | הַשִּׂמְחָ֔ה (hasimcha) = de vreugde | אֲשֶׁ֨ר (asher) = omdat | אֵֽין (ein) = niet is | ט֤וֹב (tov) = goed | לָֽאָדָם֙ (laadam) = voor de mens | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשֶּׁ֔מֶשׁ (hashemesh) = de zon | כִּ֛י (ki) = want | אִם (im) = tenzij | לֶאֱכ֥וֹל (leekhol) = om te eten | וְלִשְׁתּ֖וֹת (velishtot) = en te drinken | וְלִשְׂמ֑וֹחַ (velismoach) = en zich te verheugen | וְה֞וּא (vehu) = en dat | יִלְוֶ֣נּוּ (yilvenu) = begeleidt hem | בַעֲמָל֗וֹ (baamalo) = in zijn zwoegen | יְמֵ֥י (yemei) = de dagen van | חַיָּ֛יו (chayav) = zijn leven | אֲשֶׁר (asher) = die | נָֽתַן (natan) = heeft gegeven | ל֥וֹ (lo) = hem | הָאֱלֹהִ֖ים (haElohim) = Elohim | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָמָל (amal), ‘zwoegen’: de moeite en inspanning onder de zon. Wij vertalen overal ‘zwoegen’. Zie ook: Pred 2:24; Pred 3:12–13; Pred 3:22; Pred 5:17; Pred 9:7–9 ### Het werk van Elohim blijft verborgen **8:16** Ik richtte mijn hart erop om wijsheid te kennen en de bezigheid te zien die op de aarde wordt gedaan. Want ook overdag en 's nachts ziet hij met zijn ogen geen slaap. Brontekst: כַּאֲשֶׁ֨ר (kaasher) = toen | נָתַ֤תִּי (natati) = ik gaf | אֶת (et) = (obj.) | לִבִּי֙ (libi) = mijn hart | לָדַ֣עַת (ladaat) = om te kennen | חָכְמָ֔ה (chakhema) = wijsheid | וְלִרְאוֹת֙ (velirot) = en te zien | אֶת (et) = (obj.) | הָ֣עִנְיָ֔ן (hainyan) = de bezigheid | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | נַעֲשָׂ֖ה (naasa) = wordt gedaan | עַל (al) = op | הָאָ֑רֶץ (haarets) = de aarde | כִּ֣י (ki) = want | גַ֤ם (gam) = ook | בַּיּוֹם֙ (bayom) = overdag | וּבַלַּ֔יְלָה (uvalayla) = en 's nachts | שֵׁנָ֕ה (shena) = slaap | בְּעֵינָ֖יו (beeinav) = in zijn ogen | אֵינֶ֥נּוּ (einenu) = niet | רֹאֶֽה (roe) = ziet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De verzen 16–17 vormen in het Hebreeuws één zin: ‘Toen ik mijn hart gaf ... — toen zag ik ...’. Wij splitsen haar. Voetnoot : הָעִנְיָן (ha’inyan), ‘de bezigheid’: ook ‘de bemoeienis’ of ‘het drukke bestaan’. Zie ook: Ps 127:2; Pred 1:13; Pred 2:23; Pred 4:8; Pred 5:11 **8:17** Toen zag ik al het werk van Elohim: dat de mens het werk dat onder de zon gedaan wordt niet kan vinden. Hoezeer de mens ook zwoegt om te zoeken, hij vindt het niet. En ook als de wijze zegt het te weten, kan hij het niet vinden. Brontekst: וְרָאִיתִי֮ (veraiti) = en zag ik | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = al | מַעֲשֵׂ֣ה (maase) = het werk van | הָאֱלֹהִים֒ (haElohim) = Elohim | כִּי֩ (ki) = dat | לֹ֨א (lo) = niet | יוּכַ֜ל (yukhal) = kan | הָאָדָ֗ם (haadam) = de mens | לִמְצוֹא֙ (limtso) = vinden | אֶת (et) = (obj.) | הַֽמַּעֲשֶׂה֙ (hamaase) = het werk | אֲשֶׁ֣ר (asher) = dat | נַעֲשָׂ֣ה (naasa) = wordt gedaan | תַֽחַת (tachat) = onder | הַשֶּׁ֔מֶשׁ (hashemesh) = de zon | בְּ֠שֶׁל (beshel) = wegens | אֲשֶׁ֨ר (asher) = dat | יַעֲמֹ֧ל (yaamol) = hij zwoegt | הָאָדָ֛ם (haadam) = de mens | לְבַקֵּ֖שׁ (levaqesh) = om te zoeken | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִמְצָ֑א (yimtsa) = hij vindt | וְגַ֨ם (vegam) = en ook | אִם (im) = als | יֹאמַ֤ר (yomar) = zegt | הֶֽחָכָם֙ (hechakham) = de wijze | לָדַ֔עַת (ladaat) = te weten | לֹ֥א (lo) = niet | יוּכַ֖ל (yukhal) = kan | לִמְצֹֽא (limtso) = vinden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 5:9; Job 11:7–9; Ps 73:16; Pred 3:11; Rom 11:33 ## Prediker 9 _Eén lot voor allen_ ### Eén lot voor allen **9:1** Want dit alles heb ik ter harte genomen, om dit alles te onderzoeken: de rechtvaardigen en de wijzen en hun daden zijn in Elohim’s handen. Zowel liefde als haat: de mens weet het niet. Alles ligt voor hen. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = al | זֶ֞ה (ze) = dit | נָתַ֤תִּי (natati) = heb ik gericht | אֶל (el) = op | לִבִּי֙ (libi) = mijn hart | וְלָב֣וּר (velavur) = en om te onderzoeken | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = al | זֶ֔ה (ze) = dit | אֲשֶׁ֨ר (asher) = dat | הַצַּדִּיקִ֧ים (hatsadiqim) = de rechtvaardigen | וְהַחֲכָמִ֛ים (vehachakhamim) = en de wijzen | וַעֲבָדֵיהֶ֖ם (vaavadeihem) = en hun daden | בְּיַ֣ד (beyad) = in de hand van | הָאֱלֹהִ֑ים (haElohim) = Elohim | גַּֽם (gam) = ook | אַהֲבָ֣ה (ahava) = liefde | גַם (gam) = ook | שִׂנְאָ֗ה (sina) = haat | אֵ֤ין (ein) = niet | יוֹדֵ֨עַ֙ (yodea) = weet | הָֽאָדָ֔ם (haadam) = de mens | הַכֹּ֖ל (hakol) = alles | לִפְנֵיהֶֽם (lifneihem) = voor hun aangezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲבָדֵיהֶם (avadehem), ‘hun daden’: het kan ook ‘hun werken’ of ‘hun dienst’ betekenen. בְּיַד הָאֱלֹהִים (beyad ha-Elohim), ‘in Elohim’s handen’: letterlijk ‘in de hand van Elohim’. Voetnoot : גַּם אַהֲבָה גַּם שִׂנְאָה (gam ahavah gam sin’ah), ‘zowel liefde als haat’: ook te lezen als ‘de mens weet niet of liefde of haat hem wacht’. הַכֹּל לִפְנֵיהֶם (hakol lifnehem), ‘alles ligt voor hen’: wat voor hen ligt, is niet duidelijk. Zie ook: Job 12:10; Deut 33:3; Pred 8:14; Joh 10:27–30; 1 Petr 1:5 **9:2** Alles is hetzelfde voor allen. Eén lot is er voor de rechtvaardige en de goddeloze, voor de goede, de reine en de onreine, voor wie offert en wie niet offert. Zoals de goede is, zo is de zondaar. Zoals wie zweert, zo is wie een eed vreest. Brontekst: הַכֹּ֞ל (hakol) = alles | כַּאֲשֶׁ֣ר (kaasher) = zoals | לַכֹּ֗ל (lakol) = voor allen | מִקְרֶ֨ה (miqre) = een lot | אֶחָ֜ד (echad) = één | לַצַּדִּ֤יק (latsadiq) = voor de rechtvaardige | וְלָרָשָׁע֙ (velarasha) = en voor de goddeloze | לַטּוֹב֙ (latov) = voor de goede | וְלַטָּה֣וֹר (velatahor) = en voor de reine | וְלַטָּמֵ֔א (velatame) = en voor de onreine | וְלַזֹּבֵ֔חַ (velazoveach) = en voor wie offert | וְלַאֲשֶׁ֖ר (velaasher) = en voor wie | אֵינֶ֣נּוּ (einenu) = niet is | זֹבֵ֑חַ (zoveach) = offerend | כַּטּוֹב֙ (katov) = zoals de goede | כַּֽחֹטֶ֔א (kachote) = zoals de zondaar | הַנִּשְׁבָּ֕ע (hanishba) = wie zweert | כַּאֲשֶׁ֖ר (kaasher) = zoals wie | שְׁבוּעָ֥ה (shevua) = een eed | יָרֵֽא (yare) = vreest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִקְרֶה (miqre), ‘lot’: wat iemand overkomt. Wij vertalen overal ‘lot’. Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws heeft ‘voor de goede en voor de reine en voor de onreine’. Sommige oude vertalingen hebben ‘voor de goede en voor de slechte’. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: Job 9:22; Ps 73:3; Pred 2:14–16; Mal 3:5; Mal 3:18 **9:3** Dit is een kwaad in alles wat onder de zon gedaan wordt: één lot is er voor allen. Ook het hart van de mensenkinderen is vol kwaad, en razernij is in hun hart zolang zij leven. Daarna gaan zij naar de doden. Brontekst: זֶ֣ה (ze) = dit | רָ֗ע (ra) = kwaad | בְּכֹ֤ל (bekhol) = in alles | אֲשֶֽׁר (asher) = wat | נַעֲשָׂה֙ (naasa) = wordt gedaan | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשֶּׁ֔מֶשׁ (hashemesh) = de zon | כִּֽי (ki) = dat | מִקְרֶ֥ה (miqre) = een lot | אֶחָ֖ד (echad) = één | לַכֹּ֑ל (lakol) = voor allen | וְגַ֣ם (vegam) = en ook | לֵ֣ב (lev) = het hart van | בְּֽנֵי (benei) = de kinderen van | הָ֠אָדָם (haadam) = de mens | מָלֵא (male) = is vol | רָ֨ע (ra) = kwaad | וְהוֹלֵל֤וֹת (veholelot) = en razernij | בִּלְבָבָם֙ (bilvavam) = in hun hart | בְּחַיֵּיהֶ֔ם (bechayeihem) = in hun leven | וְאַחֲרָ֖יו (veacharav) = en na hem | אֶל (el) = naar | הַמֵּתִֽים (hametim) = de doden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הוֹלֵלוֹת (holelot), ‘razernij’: zie ook 7:25. אַחֲרָיו (acharav), ‘daarna’: letterlijk ‘na hem’. Zie ook 7:14. Zie ook: Job 15:16; Pred 1:17; Pred 8:11; Jer 17:9; Tit 3:3 **9:4** Want wie bij alle levenden gevoegd wordt, heeft vertrouwen. Want een levende hond is beter dan een dode leeuw. Brontekst: כִּי (ki) = want | מִי֙ (mi) = wie | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | יְחֻבַּ֔ר (yechubar) = wordt gevoegd | אֶ֥ל (el) = bij | כָּל (kal) = alle | הַחַיִּ֖ים (hachayim) = de levenden | יֵ֣שׁ (yesh) = er is | בִּטָּח֑וֹן (bitachon) = vertrouwen | כִּֽי (ki) = want | לְכֶ֤לֶב (lekhelev) = voor een hond | חַי֙ (chay) = levend | ה֣וּא (hu) = hij | ט֔וֹב (tov) = beter | מִן (min) = dan | הָאַרְיֵ֖ה (haarye) = de leeuw | הַמֵּֽת (hamet) = de dode Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּטָּחוֹן (bittachon), ‘vertrouwen’: ook ‘hoop’ of ‘zekerheid’. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft יִבְחַר (yivchar), ‘kiest’ of ‘wordt gekozen’. De voorgelezen tekst (qere) heeft יְחֻבַּר (yechubbar), ‘wordt gevoegd’. Wij volgen de voorgelezen tekst. Zie ook: Job 14:7–12; Job 27:8; Jes 38:18; Klaagl 3:21–22; Luc 16:26–29 **9:5** Want de levenden weten dat zij zullen sterven, maar de doden weten niets. Zij hebben ook geen loon meer, want hun gedachtenis is vergeten. Brontekst: כִּ֧י (ki) = want | הַֽחַיִּ֛ים (hachayim) = de levenden | יוֹדְעִ֖ים (yodeim) = weten | שֶׁיָּמֻ֑תוּ (sheyamutu) = dat zij zullen sterven | וְהַמֵּתִ֞ים (vehametim) = en de doden | אֵינָ֧ם (einam) = niet zijn | יוֹדְעִ֣ים (yodeim) = wetend | מְא֗וּמָה (meuma) = iets | וְאֵֽין (veein) = en niet is | ע֤וֹד (od) = meer | לָהֶם֙ (lahem) = voor hen | שָׂכָ֔ר (sakhar) = loon | כִּ֥י (ki) = want | נִשְׁכַּ֖ח (nishkach) = is vergeten | זִכְרָֽם (zikhram) = hun gedachtenis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie ook Ps. 115:17 over de doden. Zie ook: Job 14:21; Ps 6:6; Ps 88:11–13; Ps 115:17; Pred 1:11; Jes 26:14 **9:6** Ook hun liefde, ook hun haat en ook hun afgunst is al verloren. Zij hebben geen deel meer, voor eeuwig, in alles wat onder de zon gedaan wordt. Brontekst: גַּ֣ם (gam) = ook | אַהֲבָתָ֧ם (ahavatam) = hun liefde | גַּם (gam) = ook | שִׂנְאָתָ֛ם (sinatam) = hun haat | גַּם (gam) = ook | קִנְאָתָ֖ם (qinatam) = hun afgunst | כְּבָ֣ר (kevar) = al | אָבָ֑דָה (avada) = is verloren | וְחֵ֨לֶק (vecheleq) = en deel | אֵין (ein) = niet is | לָהֶ֥ם (lahem) = voor hen | עוֹד֙ (od) = meer | לְעוֹלָ֔ם (leolam) = tot in eeuwigheid | בְּכֹ֥ל (bekhol) = in alles | אֲשֶֽׁר (asher) = wat | נַעֲשָׂ֖ה (naasa) = wordt gedaan | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵלֶק (chelek), ‘deel’: het deel dat iemand in het leven krijgt. Wij vertalen overal ‘deel’. Zie ook: Job 3:17–18; Ps 146:3–4; Pred 2:18–23; Pred 6:12; Mat 2:20 ### Eet je brood met vreugde **9:7** Ga, eet je brood met vreugde en drink je wijn met een goed hart, want Elohim heeft je daden al met welgevallen aanvaard. Brontekst: לֵ֣ךְ (lekh) = ga | אֱכֹ֤ל (ekhol) = eet | בְּשִׂמְחָה֙ (besimcha) = met vreugde | לַחְמֶ֔ךָ (lachmekha) = je brood | וּֽשֲׁתֵ֥ה (ushate) = en drink | בְלֶב (belev) = met een hart | ט֖וֹב (tov) = goed | יֵינֶ֑ךָ (yeinekha) = je wijn | כִּ֣י (ki) = want | כְבָ֔ר (kevar) = al | רָצָ֥ה (ratsa) = heeft behaagd | הָאֱלֹהִ֖ים (haElohim) = Elohim | אֶֽת (et) = (obj.) | מַעֲשֶֽׂיךָ (maaseikha) = je daden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie ook 8:15 en 9:9. רָצָה (ratsah), ‘aanvaard met welgevallen’: Elohim heeft je daden al goedgekeurd. Het leven genieten is dus niet verkeerd. Zie ook: Deut 12:7; Pred 2:24–26; Pred 3:12–13; Pred 8:15; Pred 10:19 **9:8** Laat je kleren te allen tijde wit zijn, en laat olie op je hoofd niet ontbreken. Brontekst: בְּכָל (bekhal) = te allen | עֵ֕ת (et) = tijde | יִהְי֥וּ (yihyu) = laten zijn | בְגָדֶ֖יךָ (begadeikha) = je kleren | לְבָנִ֑ים (levanim) = wit | וְשֶׁ֖מֶן (veshemen) = en olie | עַל (al) = op | רֹאשְׁךָ֥ (roshkha) = je hoofd | אַל (al) = niet | יֶחְסָֽר (yechsar) = laat ontbreken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Openb 3:4–5; Openb 7:9; Openb 7:13–14; Openb 19:8; Openb 19:14 **9:9** Beleef het leven met de vrouw van wie je houdt, alle dagen van je leven van damp. Hij heeft het je onder de zon gegeven, alle dagen van je damp. Want dat is je deel in het leven en in je zwoegen waarmee jij onder de zon zwoegt. Brontekst: רְאֵ֨ה (ree) = zie | חַיִּ֜ים (chayim) = leven | עִם (im) = met | אִשָּׁ֣ה (isha) = een vrouw | אֲשֶׁר (asher) = die | אָהַ֗בְתָּ (ahavta) = je liefhebt | כָּל (kal) = alle | יְמֵי֙ (yemei) = dagen van | חַיֵּ֣י (chayei) = het leven van | הֶבְלֶ֔ךָ (hevlekha) = je damp | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | נָֽתַן (natan) = Hij heeft gegeven | לְךָ֙ (lekha) = je | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשֶּׁ֔מֶשׁ (hashemesh) = de zon | כֹּ֖ל (kol) = alle | יְמֵ֣י (yemei) = dagen van | הֶבְלֶ֑ךָ (hevlekha) = je damp | כִּ֣י (ki) = want | ה֤וּא (hu) = dat | חֶלְקְךָ֙ (chelqekha) = je deel | בַּֽחַיִּ֔ים (bachayim) = in het leven | וּבַעֲמָ֣לְךָ֔ (uvaamalekha) = en in je zwoegen | אֲשֶׁר (asher) = waarmee | אַתָּ֥ה (ata) = jij | עָמֵ֖ל (amel) = zwoegt | תַּ֥חַת (tachat) = onder | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רְאֵה חַיִּים (re’eh chayyim), ‘beleef het leven’: letterlijk ‘zie leven’. אִשָּׁה (ishah), ‘vrouw’: ook ‘echtgenote’. Het subject van ‘heeft gegeven’ is Elohim, uit vers 7. Het Hebreeuws herhaalt ‘alle dagen van je damp’; wij houden de herhaling. Zie ook: Spr 5:18–19; Pred 2:10; Pred 3:13; Pred 6:12; Pred 9:7; Mal 2:15 **9:10** Alles wat je hand vindt om te doen, doe het met je kracht. Want er is geen werk, geen berekening, geen kennis en geen wijsheid in Sjeol, waar jij heen gaat. Brontekst: כֹּ֠ל (kol) = alles | אֲשֶׁ֨ר (asher) = wat | תִּמְצָ֧א (timtsa) = vindt | יָֽדְךָ֛ (yadekha) = je hand | לַעֲשׂ֥וֹת (laasot) = om te doen | בְּכֹחֲךָ֖ (bekhochakha) = met je kracht | עֲשֵׂ֑ה (ase) = doe | כִּי֩ (ki) = want | אֵ֨ין (ein) = niet is | מַעֲשֶׂ֤ה (maase) = werk | וְחֶשְׁבּוֹן֙ (vecheshbon) = en berekening | וְדַ֣עַת (vedaat) = en kennis | וְחָכְמָ֔ה (vechakhema) = en wijsheid | בִּשְׁא֕וֹל (bishol) = in Sjeol | אֲשֶׁ֥ר (asher) = waarheen | אַתָּ֖ה (ata) = jij | הֹלֵ֥ךְ (holekh) = gaat | שָֽׁמָּה (shama) = daarheen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk, zie Ps. 6:6. Voetnoot : חֶשְׁבּוֹן (cheshbon), ‘berekening’: zie 7:25. Zie ook: Ps 6:6; Pred 11:6; Rom 12:11; Ef 5:16; Kol 3:23 ### Tijd en toeval **9:11** Ik keerde terug en zag onder de zon dat de wedloop niet voor de snellen is en de strijd niet voor de helden. Ook het brood is niet voor de wijzen, ook rijkdom niet voor wie inzicht hebben, en ook gunst niet voor wie kennis hebben. Want tijd en toeval treffen hen allen. Brontekst: שַׁ֜בְתִּי (shavti) = ik keerde terug | וְרָאֹ֣ה (verao) = en zien | תַֽחַת (tachat) = onder | הַשֶּׁ֗מֶשׁ (hashemesh) = de zon | כִּ֣י (ki) = dat | לֹא֩ (lo) = niet | לַקַּלִּ֨ים (laqalim) = voor de snellen | הַמֵּר֜וֹץ (hamerots) = de wedloop | וְלֹ֧א (velo) = en niet | לַגִּבּוֹרִ֣ים (lagiborim) = voor de helden | הַמִּלְחָמָ֗ה (hamilchama) = de strijd | וְ֠גַם (vegam) = en ook | לֹ֣א (lo) = niet | לַחֲכָמִ֥ים (lachakhamim) = voor de wijzen | לֶ֨חֶם֙ (lechem) = brood | וְגַ֨ם (vegam) = en ook | לֹ֤א (lo) = niet | לַנְּבֹנִים֙ (lanevonim) = voor de inzichtvollen | עֹ֔שֶׁר (osher) = rijkdom | וְגַ֛ם (vegam) = en ook | לֹ֥א (lo) = niet | לַיֹּדְעִ֖ים (layodeim) = voor wie kennen | חֵ֑ן (chen) = gunst | כִּי (ki) = want | עֵ֥ת (et) = tijd | וָפֶ֖גַע (vafega) = en toeval | יִקְרֶ֥ה (yiqre) = treft | אֶת (et) = (obj.) | כֻּלָּֽם (kulam) = hen allen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֵת וָפֶגַע (et vafega), ‘tijd en toeval’: het toeval is wat iemand op het moment zelf overkomt. נְבֹנִים (nevonim), ‘wie inzicht hebben’, en יֹדְעִים (yode’im), ‘wie kennis hebben’. Zie ook: Job 5:11–14; Spr 21:30–31; Pred 3:17; Jer 9:22; Klaagl 3:37–38 **9:12** Want de mens kent ook zijn tijd niet. Vissen worden gevangen in een kwaad net, en vogels worden gegrepen in de strik. Zo worden de mensenkinderen verstrikt op een kwade tijd, wanneer die plotseling over hen valt. Brontekst: כִּ֡י (ki) = want | גַּם֩ (gam) = ook | לֹֽא (lo) = niet | יֵדַ֨ע (yeda) = kent | הָאָדָ֜ם (haadam) = de mens | אֶת (et) = (obj.) | עִתּ֗וֹ (ito) = zijn tijd | כַּדָּגִים֙ (kadagim) = zoals vissen | שֶׁנֶּֽאֱחָזִים֙ (sheneechazim) = die worden gegrepen | בִּמְצוֹדָ֣ה (bimtsoda) = in een net | רָעָ֔ה (raa) = kwaad | וְכַ֨צִּפֳּרִ֔ים (vekhatsiporim) = en zoals vogels | הָאֲחֻז֖וֹת (haachuzot) = die gegrepen worden | בַּפָּ֑ח (bapach) = in de strik | כָּהֵ֗ם (kahem) = zoals zij | יֽוּקָשִׁים֙ (yuqashim) = worden verstrikt | בְּנֵ֣י (benei) = de kinderen van | הָֽאָדָ֔ם (haadam) = de mens | לְעֵ֣ת (leet) = op een tijd | רָעָ֔ה (raa) = kwaad | כְּשֶׁתִּפּ֥וֹל (keshetipol) = wanneer ze valt | עֲלֵיהֶ֖ם (aleihem) = over hen | פִּתְאֹֽם (pitom) = plotseling Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws gebruikt twee woorden voor een net: מְצוֹדָה (metsodah) bij de vissen en פַּח (pach), ‘strik’, bij de vogels. Zie ook: Job 18:8–10; Spr 6:15; Spr 29:6; Luc 21:34–36; 1 Tess 5:3 ### De wijze behoeftige in de kleine stad **9:13** Ook dit heb ik gezien als wijsheid onder de zon, en zij is groot voor mij. Brontekst: גַּם (gam) = ook | זֹ֛ה (zo) = dit | רָאִ֥יתִי (raiti) = zag ik | חָכְמָ֖ה (chakhema) = wijsheid | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | וּגְדוֹלָ֥ה (ugedola) = en groot | הִ֖יא (hi) = is zij | אֵלָֽי (elay) = voor mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Pred 6:1; Pred 7:15; Pred 8:16; Pred 9:11 **9:14** Er was een kleine stad, met daarin weinig mensen. Een grote koning kwam tegen haar op, omsingelde haar en bouwde grote belegeringswerken tegen haar. Brontekst: עִ֣יר (ir) = een stad | קְטַנָּ֔ה (qetana) = klein | וַאֲנָשִׁ֥ים (vaanashim) = en mensen | בָּ֖הּ (bah) = daarin | מְעָ֑ט (meat) = weinig | וּבָֽא (uva) = en kwam | אֵלֶ֜יהָ (eleiha) = tegen haar | מֶ֤לֶךְ (melekh) = een koning | גָּדוֹל֙ (gadol) = grote | וְסָבַ֣ב (vesavav) = en omsingelde | אֹתָ֔הּ (otah) = haar | וּבָנָ֥ה (uvana) = en bouwde | עָלֶ֖יהָ (aleiha) = tegen haar | מְצוֹדִ֥ים (metsodim) = belegeringswerken | גְּדֹלִֽים (gedolim) = grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְצוֹדִים (metsodim), ‘belegeringswerken’: dezelfde schrijfwijze betekent in 7:26 ‘vangnetten’. Hier past ‘belegeringswerken’ bij het omsingelen van de stad. Zie ook: 2 Sam 20:15–22; 2 Kon 6:24–7:20 **9:15** Daarin trof hij een behoeftige, wijze man aan, en hij redde de stad door zijn wijsheid. Maar niemand dacht aan die behoeftige man. Brontekst: וּמָ֣צָא (umatsa) = en vond | בָ֗הּ (bah) = daarin | אִ֤ישׁ (ish) = een man | מִסְכֵּן֙ (misken) = behoeftig | חָכָ֔ם (chakham) = wijs | וּמִלַּט (umilat) = en redde | ה֥וּא (hu) = hij | אֶת (et) = (obj.) | הָעִ֖יר (hair) = de stad | בְּחָכְמָת֑וֹ (bechakhemato) = door zijn wijsheid | וְאָדָם֙ (veadam) = en een mens | לֹ֣א (lo) = niet | זָכַ֔ר (zakhar) = dacht aan | אֶת (et) = (obj.) | הָאִ֥ישׁ (haish) = de man | הַמִּסְכֵּ֖ן (hamisken) = de behoeftige | הַהּֽוּא (hahu) = die Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִסְכֵּן (misken), ‘behoeftige’: iemand die weinig heeft; een ander woord dan ‘arme’ of ‘berooide’. וּמִלַּט (umillat), ‘en hij redde’: letterlijk ‘en hij liet ontkomen’. Zie ook: Gen 40:23; 2 Sam 20:22; Pred 2:16; Pred 4:13; Est 6:2–3 **9:16** Ik zei: „Wijsheid is beter dan kracht.” Maar de wijsheid van de behoeftige wordt veracht, en zijn woorden worden niet gehoord. Brontekst: וְאָמַ֣רְתִּי (veamarti) = en ik zei | אָ֔נִי (ani) = ik | טוֹבָ֥ה (tova) = goed is | חָכְמָ֖ה (chakhema) = wijsheid | מִגְּבוּרָ֑ה (migevura) = dan kracht | וְחָכְמַ֤ת (vechakhemat) = maar de wijsheid van | הַמִּסְכֵּן֙ (hamisken) = de behoeftige | בְּזוּיָ֔ה (bezuya) = is veracht | וּדְבָרָ֖יו (udevarav) = en zijn woorden | אֵינָ֥ם (einam) = niet zijn | נִשְׁמָעִֽים (nishmaim) = gehoord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גְּבוּרָה (gevurah), ‘kracht’: de kracht van een held. Zie ook: Spr 21:22; Spr 24:5; Pred 7:19; Mar 6:2–3; 1 Kor 1:26–29 **9:17** De woorden van wijzen worden in rust gehoord, meer dan het geschreeuw van een heerser onder dwazen. Brontekst: דִּבְרֵ֣י (divrei) = de woorden van | חֲכָמִ֔ים (chakhamim) = wijzen | בְּנַ֖חַת (benachat) = in rust | נִשְׁמָעִ֑ים (nishmaim) = worden gehoord | מִזַּעֲקַ֥ת (mizaaqat) = meer dan het geschreeuw van | מוֹשֵׁ֖ל (moshel) = een heerser | בַּכְּסִילִֽים (bakesilim) = onder de dwazen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws heeft ‘meer dan’ (מִן, min). Dat kan betekenen: ‘worden eerder gehoord dan’ of ‘zijn beter te horen dan’. Zie ook: Gen 41:33–40; Spr 28:23; Jes 42:2; Jak 1:20; Jak 3:17–18 **9:18** Wijsheid is beter dan wapens van oorlog, maar één zondaar vernietigt veel goeds. Brontekst: טוֹבָ֥ה (tova) = goed is | חָכְמָ֖ה (chakhema) = wijsheid | מִכְּלֵ֣י (mikelei) = dan wapens van | קְרָ֑ב (qerav) = oorlog | וְחוֹטֶ֣א (vechote) = en een zondaar | אֶחָ֔ד (echad) = één | יְאַבֵּ֥ד (yeabed) = vernietigt | טוֹבָ֥ה (tova) = goed | הַרְבֵּֽה (harbe) = veel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 7:1; Joz 7:5; Joz 7:11–12; 2 Tim 2:16–18; 2 Tim 4:3–4 ## Prediker 10 _Wijsheid en domheid, de heerser en het land_ ### Een beetje domheid weegt zwaar **10:1** Dode vliegen laten de olie van de zalfmaker stinken en gisten. Een beetje domheid weegt zwaarder dan wijsheid, dan eer. Brontekst: זְב֣וּבֵי (zevuvei) = vliegen van | מָ֔וֶת (mavet) = dood | יַבְאִ֥ישׁ (yavish) = doen stinken | יַבִּ֖יעַ (yabia) = doen gisten | שֶׁ֣מֶן (shemen) = olie van | רוֹקֵ֑חַ (roqeach) = zalfmaker | יָקָ֛ר (yaqar) = zwaarder | מֵחָכְמָ֥ה (mechakhema) = dan wijsheid | מִכָּב֖וֹד (mikavod) = dan eer | סִכְל֥וּת (sikhlut) = domheid | מְעָֽט (meat) = een beetje Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זְבוּבֵי מָוֶת (zevuvei mavet), ‘vliegen van de dood’: wij vertalen ‘dode vliegen’. Voetnoot : יָקָר (yaqar), ‘kostbaar, zwaar’: een beetje domheid weegt meer dan wijsheid en eer. Voetnoot : סִכְלוּת (siklut), ‘domheid’: wij vertalen het verwante סָכָל (sakal) als ‘domme’. Dat is een ander woord dan כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’. Voetnoot : מִכָּבוֹד (mikavod): kavod is ‘heerlijkheid’; bij een mens vertalen wij ‘eer’. Zie ook: Ex 30:25; 2 Kron 19:2; Neh 13:26; Mat 5:13–16; Gal 2:12–14 **10:2** Het hart van de wijze is aan zijn rechterhand, maar het hart van de dwaas aan zijn linkerhand. Brontekst: לֵ֤ב (lev) = hart van | חָכָם֙ (chakham) = wijze | לִֽימִינ֔וֹ (limino) = aan zijn rechterhand | וְלֵ֥ב (velev) = en hart van | כְּסִ֖יל (kesil) = dwaas | לִשְׂמֹאלֽוֹ (lismolo) = aan zijn linkerhand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לִימִינוֹ (limino), ‘aan zijn rechterhand’, en לִשְׂמֹאלוֹ (lismolo), ‘aan zijn linkerhand’: rechts is de goede, voorname kant, links de verkeerde. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Spr 14:8; Spr 17:16; Pred 10:10; Pred 10:14; Luc 12:18–20 **10:3** Ook als de domme zijn weg gaat, ontbreekt zijn hart. Hij zegt tegen iedereen dat hij dom is. Brontekst: וְגַם (vegam) = en ook | בַּדֶּ֛רֶךְ (baderekh) = op de weg | כְּשֶׁסָּכָ֥ל (keshesakhal) = wanneer een domme | הֹלֵ֖ךְ (holekh) = loopt | לִבּ֣וֹ (libo) = zijn hart | חָסֵ֑ר (chaser) = ontbreekt | וְאָמַ֥ר (veamar) = en hij zegt | לַכֹּ֖ל (lakol) = tegen allen | סָכָ֥ל (sakhal) = dom | הֽוּא (hu) = hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חָסֵר לִבּוֹ (chaser libo), ‘zijn hart ontbreekt’: hij mist verstand. Het slot kan twee kanten op: hij laat iedereen zien dat hij dom is, of hij zegt van iedereen dat die dom is. Het Hebreeuws laat dit open; wij laten het ook open. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft כְּשֶׁהַסָּכָל (keshehasakal), ‘wanneer de domme’. De voorgelezen tekst (qere) heeft כְּשֶׁסָּכָל (keshesakal). Wij volgen de voorgelezen tekst; het verschil is klein. Zie ook: Spr 13:16; Spr 18:2; Spr 18:6; Pred 5:2; 1 Petr 4:4 **10:4** Als de geest van de heerser tegen je opkomt, verlaat dan je plaats niet. Want kalmte laat grote zonden rusten. Brontekst: אִם (im) = als | ר֤וּחַ (ruach) = geest van | הַמּוֹשֵׁל֙ (hamoshel) = de heerser | תַּעֲלֶ֣ה (taale) = komt op | עָלֶ֔יךָ (aleikha) = tegen jou | מְקוֹמְךָ֖ (meqomekha) = je plaats | אַל (al) = niet | תַּנַּ֑ח (tanach) = verlaat | כִּ֣י (ki) = want | מַרְפֵּ֔א (marpe) = kalmte | יַנִּ֖יחַ (yaniach) = laat rusten | חֲטָאִ֥ים (chataim) = zonden | גְּדוֹלִֽים (gedolim) = grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ הַמּוֹשֵׁל (ruach hamoshel), ‘de geest van de heerser’: zijn gemoed, zijn toorn. Voetnoot : מַרְפֵּא (marpe), ‘genezing’: hier ‘kalmte’. Voetnoot : יַנִּיחַ (yaniach), ‘laat rusten’: kalmte laat grote zonden tot rust komen. Zie ook: 1 Sam 25:24–44; Spr 25:15; Pred 8:3 ### Een kwaad onder de zon **10:5** Er is een kwaad dat ik onder de zon heb gezien, als een vergissing die van de gebieder uitgaat. Brontekst: יֵ֣שׁ (yesh) = er is | רָעָ֔ה (raa) = kwaad | רָאִ֖יתִי (raiti) = ik zag | תַּ֣חַת (tachat) = onder | הַשָּׁ֑מֶשׁ (hashamesh) = de zon | כִּשְׁגָגָ֕ה (kishgaga) = als een vergissing | שֶׁיֹּצָ֖א (sheyotsa) = die uitgaat | מִלִּפְנֵ֥י (milifnei) = van voor | הַשַּׁלִּֽיט (hashalit) = de gebieder Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תַּחַת הַשָּׁמֶשׁ (tachat hashamesh), ‘onder de zon’: de wereld zoals mensen die meemaken. Voetnoot : שַׁלִּיט (shallit), ‘gebieder’: iemand die macht heeft. Het woord voor ‘heerser’ in vers 4 is een ander woord. Zie ook: Pred 3:16; Pred 4:1; Pred 5:12; Pred 6:1; Pred 9:3; Pred 10:4 **10:6** De domheid is op vele hoogten gezet, maar rijken zitten in de laagte. Brontekst: נִתַּ֣ן (nitan) = gegeven | הַסֶּ֔כֶל (hasekhel) = de domheid | בַּמְּרוֹמִ֖ים (bameromim) = op hoogten | רַבִּ֑ים (rabim) = vele | וַעֲשִׁירִ֖ים (vaashirim) = en rijken | בַּשֵּׁ֥פֶל (bashefel) = in de laagte | יֵשֵֽׁבוּ (yeshevu) = zitten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֶּכֶל (sekhel), ‘domheid’. Voetnoot : בַּמְּרוֹמִים רַבִּים (bamromim rabbim), ‘op vele hoogten’: ook mogelijk ‘op grote hoogten’. Zie ook: Ps 12:9; Spr 28:12; Spr 29:2; 1 Kon 12:13–14; Est 3:1 **10:7** Ik zag dienaren op paarden en vorsten die als dienaren over de aarde lopen. Brontekst: רָאִ֥יתִי (raiti) = ik zag | עֲבָדִ֖ים (avadim) = dienaren | עַל (al) = op | סוּסִ֑ים (susim) = paarden | וְשָׂרִ֛ים (vesarim) = en vorsten | הֹלְכִ֥ים (holekhim) = lopend | כַּעֲבָדִ֖ים (kaavadim) = als dienaren | עַל (al) = op | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶבֶד (eved), ‘dienaar’, ook ‘slaaf’. Paarden waren voor mensen van rang; dienaren die rijden en vorsten die lopen zetten de rangorde op zijn kop. Zie ook: Spr 19:10; Spr 30:22; Est 6:8 ### Gevaren bij het werk **10:8** Wie een kuil graaft, valt erin. Wie een muur doorbreekt, wordt door een slang gebeten. Brontekst: חֹפֵ֥ר (chofer) = een graver van | גּוּמָּ֖ץ (gumats) = kuil | בּ֣וֹ (bo) = erin | יִפּ֑וֹל (yipol) = valt hij | וּפֹרֵ֥ץ (uforets) = en een doorbreker van | גָּדֵ֖ר (gader) = muur | יִשְּׁכֶ֥נּוּ (yishekhenu) = zal hem bijten | נָחָֽשׁ (nachash) = slang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גּוּמָּץ (gummats), ‘kuil’: een zeldzaam woord. Voetnoot : גָּדֵר (gader), ‘muur’: een stenen omheining; slangen kunnen zich daarin verbergen. Voetnoot : Zie ook Ps. 7:16 en Spr. 26:27. Zie ook: Ps 7:16–17; Ps 9:16–17; Spr 26:27; Amos 5:19; Est 7:10 **10:9** Wie stenen verplaatst, raakt erdoor gewond. Wie hout klooft, loopt daardoor gevaar. Brontekst: מַסִּ֣יעַ (masia) = een verplaatser van | אֲבָנִ֔ים (avanim) = stenen | יֵעָצֵ֖ב (yeatsev) = wordt gekwetst | בָּהֶ֑ם (bahem) = daardoor | בּוֹקֵ֥עַ (boqea) = een kloofer van | עֵצִ֖ים (etsim) = hout | יִסָּ֥כֶן (yisakhen) = loopt gevaar | בָּֽם (bam) = daardoor Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִסָּכֶן (yissaken), ‘loopt gevaar’: de betekenis van dit werkwoord is niet geheel zeker. De vorige regel gaat over verwonding; wij vertalen ‘gevaar’. **10:10** Als het ijzer bot is en hij de snede niet heeft geslepen, zet hij meer kracht in. Maar het voordeel van het laten slagen is wijsheid. Brontekst: אִם (im) = als | קֵהָ֣ה (qeha) = bot is | הַבַּרְזֶ֗ל (habarzel) = het ijzer | וְהוּא֙ (vehu) = en hij | לֹא (lo) = niet | פָנִ֣ים (panim) = de snede | קִלְקַ֔ל (qilqal) = heeft geslepen | וַחֲיָלִ֖ים (vachayalim) = en krachten | יְגַבֵּ֑ר (yegaber) = zet hij meer in | וְיִתְר֥וֹן (veyitron) = en voordeel van | הַכְשֵׁ֖ר (hakhsher) = het laten slagen | חָכְמָֽה (chakhema) = wijsheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פָּנִים (panim), ‘gezicht’: hier de snede van het ijzer. Voetnoot : קִלְקַל (qilqal), ‘slijpen’ (letterlijk ‘licht maken’): een zeldzaam woord. Voetnoot : הַכְשֵׁר (hakhsher), ‘het laten slagen’, van het werkwoord ‘slagen’ (zoals in Pred. 11:6). Voetnoot : יִתְרוֹן (yitron), ‘voordeel’: het woord komt vaak voor in Prediker. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft הַכְשִׁיר (hakhshir), de voorgelezen tekst (qere) הַכְשֵׁר (hakhsher). De betekenis is gelijk. Zie ook: Pred 10:15; Pred 11:6; Jak 1:5; 1 Kor 14:20; Ef 5:15–17; Kol 4:5 **10:11** Als de slang bijt zonder bezwering, heeft de meester van de tong geen voordeel. Brontekst: אִם (im) = als | יִשֹּׁ֥ךְ (yishokh) = bijt | הַנָּחָ֖שׁ (hanachash) = de slang | בְּלוֹא (belo) = zonder | לָ֑חַשׁ (lachash) = bezwering | וְאֵ֣ין (veein) = en er is geen | יִתְר֔וֹן (yitron) = voordeel | לְבַ֖עַל (levaal) = voor de meester van | הַלָּשֽׁוֹן (halashon) = de tong Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַחַשׁ (lachash), ‘bezwering’: eigenlijk ‘gefluister’. Voetnoot : בַּעַל הַלָּשׁוֹן (ba'al halashon), ‘meester van de tong’: iemand die bezweert, of iemand die goed spreekt. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Ps 52:4; Ps 58:5–6; Ps 64:4; Jer 8:17; Jak 3:6 ### De woorden van de wijze en van de dwaas **10:12** De woorden uit de mond van een wijze zijn gunst; maar de lippen van een dwaas verslinden hem. Brontekst: דִּבְרֵ֥י (divrei) = woorden van | פִי (pi) = mond van | חָכָ֖ם (chakham) = wijze | חֵ֑ן (chen) = gunst | וְשִׂפְת֥וֹת (vesiftot) = en lippen van | כְּסִ֖יל (kesil) = dwaas | תְּבַלְּעֶֽנּוּ (tevaleenu) = verslinden hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵן (chen), ‘gunst’: de woorden van de wijze winnen gunst, of zijn aangenaam om te horen. Het Hebreeuws heeft hier geen werkwoord. Voetnoot : תְּבַלְּעֶנּוּ (tevalle'ennu), ‘verslinden hem’: zijn eigen woorden brengen hem ten val. Zie ook: Spr 15:2; Spr 22:11; Luc 4:22; Ef 4:29; Kol 4:6 **10:13** Het begin van de woorden uit zijn mond is domheid, en het einde van zijn mond is kwade razernij. Brontekst: תְּחִלַּ֥ת (techilat) = begin van | דִּבְרֵי (divrei) = woorden van | פִ֖יהוּ (pihu) = zijn mond | סִכְל֑וּת (sikhlut) = domheid | וְאַחֲרִ֣ית (veacharit) = en einde van | פִּ֔יהוּ (pihu) = zijn mond | הוֹלֵל֖וּת (holelut) = razernij | רָעָֽה (raa) = kwade Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הוֹלֵלוּת (holelut), ‘razernij’: een zeldzaam woord, verwant aan הוֹלֵלוֹת (holelot) in 1:17. Zie ook: 1 Sam 25:10–11; Spr 29:9; Mat 2:16; Luc 6:11; Luc 11:53–54 **10:14** De domme maakt veel woorden. De mens weet niet wat er zal zijn. Wat er na hem zal zijn, wie vertelt het hem? Brontekst: וְהַסָּכָ֖ל (vehasakhal) = en de domme | יַרְבֶּ֣ה (yarbe) = maakt veel | דְבָרִ֑ים (devarim) = woorden | לֹא (lo) = niet | יֵדַ֤ע (yeda) = weet | הָאָדָם֙ (haadam) = de mens | מַה (ma) = wat | שֶׁיִּֽהְיֶ֔ה (sheyihye) = er zal zijn | וַאֲשֶׁ֤ר (vaasher) = en wat | יִֽהְיֶה֙ (yihye) = er zal zijn | מֵֽאַחֲרָ֔יו (meacharav) = na hem | מִ֖י (mi) = wie | יַגִּ֥יד (yagid) = vertelt | לֽוֹ (lo) = hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Wat er na hem zal zijn’: wat er na zijn leven of na zijn dood gebeurt. Vergelijk Pred. 6:12. Zie ook: Spr 15:2; Pred 3:22; Pred 5:2; Pred 6:12; Jak 4:13–14 **10:15** Het zwoegen van de dwazen put hem uit, hem die niet weet hoe hij naar de stad moet gaan. Brontekst: עֲמַ֥ל (amal) = zwoegen van | הַכְּסִילִ֖ים (hakesilim) = de dwazen | תְּיַגְּעֶ֑נּוּ (teyageenu) = put hem uit | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | לֹֽא (lo) = niet | יָדַ֖ע (yada) = weet | לָלֶ֥כֶת (lalekhet) = te gaan | אֶל (el) = naar | עִֽיר (ir) = stad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws heeft ‘hem’ in het enkelvoud: de dwaas wordt als een groep gezien, en dan weer als één persoon. Voetnoot : ‘Naar de stad gaan’: een beeld voor niet eens het eenvoudigste weten. Wij vertalen letterlijk. Zie ook: Ps 107:7; Pred 10:3; Jes 35:8–10; Jes 57:1; Jer 50:4–5 ### Het land en zijn koning **10:16** Wee jou, land, als je koning een jongen is en je vorsten 's morgens eten. Brontekst: אִֽי (i) = wee | לָ֣ךְ (lakh) = jou | אֶ֔רֶץ (erets) = land | שֶׁמַּלְכֵּ֖ךְ (shemalkekh) = dat je koning | נָ֑עַר (naar) = een jongen | וְשָׂרַ֖יִךְ (vesarayikh) = en je vorsten | בַּבֹּ֥קֶר (baboqer) = 's morgens | יֹאכֵֽלוּ (yokhelu) = eten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נַעַר (na'ar), ‘jongen’: een jonge, onervaren man. Voetnoot : ‘'s Morgens eten’: de vorsten vieren al vroeg feest in plaats van te regeren. Vergelijk het volgende vers. Zie ook: Spr 20:1–2; Jes 3:4–5; Jes 3:12; Jes 5:11–12; Jer 21:12 **10:17** Gelukkig jij, land, als je koning een zoon van edelen is en je vorsten op tijd eten, in kracht en niet in drinkgelag. Brontekst: אַשְׁרֵ֣יךְ (ashreikh) = gelukkig jij | אֶ֔רֶץ (erets) = land | שֶׁמַּלְכֵּ֖ךְ (shemalkekh) = dat je koning | בֶּן (ben) = zoon van | חוֹרִ֑ים (chorim) = edelen | וְשָׂרַ֨יִךְ֙ (vesarayikh) = en je vorsten | בָּעֵ֣ת (baet) = op tijd | יֹאכֵ֔לוּ (yokhelu) = eten | בִּגְבוּרָ֖ה (bigvura) = in kracht | וְלֹ֥א (velo) = en niet | בַשְּׁתִֽי (basheti) = in drinkgelag Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַשְׁרֵי (ashre), ‘gelukkig’. Voetnoot : חוֹרִים (chorim), ‘edelen’: mensen van vrije, edele afkomst. Voetnoot : בִּגְבוּרָה (bigvurah), ‘in kracht’: om kracht te krijgen. Voetnoot : שְׁתִי (shti), ‘drinken’: hier een drinkgelag. Zie ook: Deut 14:26; Spr 28:2–3; Spr 31:4–5; Jes 5:11; Jer 30:21 **10:18** Door dubbele luiheid zakt het dak in, en door slapheid van de handen lekt het huis. Brontekst: בַּעֲצַלְתַּ֖יִם (baatsaltayim) = door dubbele luiheid | יִמַּ֣ךְ (yimakh) = zakt in | הַמְּקָרֶ֑ה (hameqare) = het dak | וּבְשִׁפְל֥וּת (uveshiflut) = en door slapheid van | יָדַ֖יִם (yadayim) = handen | יִדְלֹ֥ף (yidlof) = lekt | הַבָּֽיִת (habayit) = het huis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בַּעֲצַלְתַּיִם (be'atsaltayim): de uitgang is een tweevoud, ‘dubbele luiheid’, dus grote luiheid. Voetnoot : הַמְּקָרֶה (hammeqareh): het balkwerk van het dak. Zie ook: Spr 14:1; Spr 20:4; Spr 21:25; Spr 24:30–34; Heb 6:11 **10:19** Om te lachen maken zij brood, en wijn verheugt het leven; en het geld antwoordt op alles. Brontekst: לִשְׂחוֹק֙ (lischoq) = om te lachen | עֹשִׂ֣ים (osim) = maken zij | לֶ֔חֶם (lechem) = brood | וְיַ֖יִן (veyayin) = en wijn | יְשַׂמַּ֣ח (yesamach) = verheugt | חַיִּ֑ים (chayim) = het leven | וְהַכֶּ֖סֶף (vehakesef) = en het geld | יַעֲנֶ֥ה (yaane) = antwoordt | אֶת (et) = (obj.) | הַכֹּֽל (hakol) = alles Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לֶחֶם (lechem), ‘brood’: ook ‘eten, maaltijd’. Voetnoot : יַעֲנֶה אֶת הַכֹּל (ya'aneh et hakol), ‘antwoordt op alles’: geld voorziet in alles wat gevraagd wordt. Zie ook: Ps 104:15; Pred 2:1–2; Pred 7:11–12; Jes 24:11; Fil 4:15–19 ### Vervloek de koning niet **10:20** Vervloek de koning niet, zelfs niet in je gedachten. Vervloek de rijke niet in de kamers van je slaapplaats. Want de vogel van de hemel brengt de stem weg, en wie vleugels heeft, maakt het woord bekend. Brontekst: גַּ֣ם (gam) = ook | בְּמַדָּֽעֲךָ֗ (bemadaakha) = in je gedachten | מֶ֚לֶךְ (melekh) = koning | אַל (al) = niet | תְּקַלֵּ֔ל (teqalel) = vervloek | וּבְחַדְרֵי֙ (uvechadrei) = en in kamers van | מִשְׁכָּ֣בְךָ֔ (mishkavekha) = je slaapplaats | אַל (al) = niet | תְּקַלֵּ֖ל (teqalel) = vervloek | עָשִׁ֑יר (ashir) = rijke | כִּ֣י (ki) = want | ע֤וֹף (of) = vogel van | הַשָּׁמַ֨יִם֙ (hashamayim) = de hemel | יוֹלִ֣יךְ (yolikh) = brengt weg | אֶת (et) = (obj.) | הַקּ֔וֹל (haqol) = de stem | וּבַ֥עַל (uvaal) = en bezitter van | כְּנָפַ֖יִם (kenafayim) = vleugels | יַגֵּ֥יד (yageid) = maakt bekend | דָּבָֽר (davar) = woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַדָּע (madda), ‘kennis, bewustzijn’, verwant aan דַּעַת (da'at), ‘kennis’. Voetnoot : תְּקַלֵּל (teqallel), ‘vervloek’: het werkwoord betekent ook ‘licht achten, verachten’. Voetnoot : ‘De vogel van de hemel brengt de stem weg’: een beeld voor het geheim dat toch bekend wordt. Vergelijk Exod. 22:27. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft הַכְּנָפַיִם (hakenafayim), ‘de bezitter van de vleugels’. De voorgelezen tekst (qere) heeft כְּנָפַיִם (kenafayim). De betekenis is gelijk. Zie ook: Ex 22:27; Pred 7:21–22; 2 Kon 6:12; Luc 12:2–3; Hand 23:5 ## Prediker 11 _Zaaien zonder te weten; verheug je in je jeugd_ ### Geef en zaai, ook al weet je niet wat komt **11:1** Stuur je brood uit over het water, want na vele dagen zul je het vinden. Brontekst: שַׁלַּ֥ח (shalach) = stuur | לַחְמְךָ֖ (lachmekha) = je brood | עַל (al) = op | פְּנֵ֣י (penei) = het oppervlak van | הַמָּ֑יִם (hamayim) = het water | כִּֽי (ki) = want | בְרֹ֥ב (berov) = in de veelheid van | הַיָּמִ֖ים (hayamim) = de dagen | תִּמְצָאֶֽנּוּ (timtsaenu) = zul je het vinden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַחְמְךָ (lachmekha), ‘je brood’: ook ‘je voedsel’. Het beeld ‘over het water’ wordt op verschillende manieren uitgelegd: zaaien in een overstroomd land, handel over zee, of vrijgevig zijn. Wij laten het beeld staan. Zie ook: Spr 19:17; Pred 11:6; Mat 10:42; 2 Kor 9:6; Heb 6:10 **11:2** Geef een deel aan zeven en ook aan acht, want je weet niet welk kwaad er op de aarde zal zijn. Brontekst: תֶּן (ten) = geef | חֵ֥לֶק (cheleq) = deel | לְשִׁבְעָ֖ה (leshiva) = aan zeven | וְגַ֣ם (vegam) = en ook | לִשְׁמוֹנָ֑ה (lishmona) = aan acht | כִּ֚י (ki) = want | לֹ֣א (lo) = niet | תֵדַ֔ע (teda) = je weet | מַה (ma) = wat | יִּהְיֶ֥ה (yihye) = zal zijn | רָעָ֖ה (raa) = kwaad | עַל (al) = op | הָאָֽרֶץ (haarets) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵלֶק (chelek), ‘deel’. Voetnoot : ‘Zeven, ja acht’: het getal stijgt van zeven naar acht en staat voor ‘velen’, zoveel als je kunt. Zie ook: Job 5:19; Ps 112:9; Spr 6:16; Luc 6:30–35; 1 Tim 6:18–19 **11:3** Als de wolken vol regen worden, legen ze die uit op de aarde. En als een boom valt, in het zuiden of in het noorden: op de plaats waar de boom valt, daar zal hij zijn. Brontekst: אִם (im) = als | יִמָּלְא֨וּ (yimaleu) = worden vol | הֶעָבִ֥ים (heavim) = de wolken | גֶּ֨שֶׁם֙ (geshem) = regen | עַל (al) = op | הָאָ֣רֶץ (haarets) = de aarde | יָרִ֔יקוּ (yariqu) = legen zij uit | וְאִם (veim) = en als | יִפּ֥וֹל (yipol) = valt | עֵ֛ץ (ets) = boom | בַּדָּר֖וֹם (badarom) = in het zuiden | וְאִ֣ם (veim) = en als | בַּצָּפ֑וֹן (batsafon) = in het noorden | מְק֛וֹם (meqom) = plaats | שֶׁיִּפּ֥וֹל (sheyipol) = waar valt | הָעֵ֖ץ (haets) = de boom | שָׁ֥ם (sham) = daar | יְהֽוּא (yehu) = zal hij zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְהוּא (yehu): een ongewone vorm van ‘zal zijn’. De betekenis is duidelijk: de boom blijft liggen waar hij valt. Het gaat om wat vaststaat; de regen en de val van de boom volgen hun eigen loop. Zie ook: Ps 65:10–14; 1 Kon 18:45; Jes 55:10–11; Luc 13:7; 1 Joh 3:17 **11:4** Wie op de wind let, zaait niet, en wie naar de wolken kijkt, oogst niet. Brontekst: שֹׁמֵ֥ר (shomer) = wie let op | ר֖וּחַ (ruach) = wind | לֹ֣א (lo) = niet | יִזְרָ֑ע (yizra) = zaait | וְרֹאֶ֥ה (veroe) = en wie kijkt naar | בֶעָבִ֖ים (beavim) = de wolken | לֹ֥א (lo) = niet | יִקְצֽוֹר (yiqtsor) = oogst Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach): hier ‘wind’. Zie ook: Spr 3:27; Spr 20:4; Spr 22:13 **11:5** Je weet niet wat de weg van de wind is, en niet hoe de beenderen zijn in de buik van de zwangere. Zo ken je ook het werk van Elohim niet, die alles doet. Brontekst: כַּאֲשֶׁ֨ר (kaasher) = zoals | אֵֽינְךָ֤ (einekha) = niet jij | יוֹדֵ֨עַ֙ (yodea) = weet | מַה (ma) = wat | דֶּ֣רֶךְ (derekh) = weg van | הָר֔וּחַ (haruach) = de wind | כַּעֲצָמִ֖ים (kaatsamim) = zoals beenderen | בְּבֶ֣טֶן (beveten) = in buik van | הַמְּלֵאָ֑ה (hamelea) = de zwangere | כָּ֗כָה (kakha) = zo | לֹ֤א (lo) = niet | תֵדַע֙ (teda) = je kent | אֶת (et) = (obj.) | מַעֲשֵׂ֣ה (maase) = werk van | הָֽאֱלֹהִ֔ים (haElohim) = Elohim | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | יַעֲשֶׂ֖ה (yaase) = maakt | אֶת (et) = (obj.) | הַכֹּֽל (hakol) = alles Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ (ruach), ‘wind’, ook ‘geest’ of ‘levensadem’. Het Hebreeuws kan dus ook zeggen: je weet niet wat de weg van de geest is in de beenderen in de buik van de zwangere. Wij vertalen ‘wind’. Voetnoot : Het Hebreeuws heeft ‘zoals … zo’: ‘zoals je niet weet … zo ken je niet’. Wij splitsen dat in twee zinnen. Bij ‘de beenderen in de buik’ staat geen werkwoord; wij vullen alleen ‘zijn’ aan. Voetnoot : Zie ook Ps. 139:13–16. Zie ook: Ps 92:6; Ps 139:13–16; Pred 8:17; Jes 40:28; Joh 3:8; Rom 11:33 **11:6** Zaai 's morgens je zaad en laat 's avonds je hand niet rusten. Want je weet niet welk van de twee zal slagen, dit of dat, of dat beide samen goed zijn. Brontekst: בַּבֹּ֨קֶר֙ (baboqer) = in de morgen | זְרַ֣ע (zera) = zaai | אֶת (et) = (obj.) | זַרְעֶ֔ךָ (zarekha) = je zaad | וְלָעֶ֖רֶב (velaerev) = en in de avond | אַל (al) = niet | תַּנַּ֣ח (tanach) = laat rusten | יָדֶ֑ךָ (yadekha) = je hand | כִּי֩ (ki) = want | אֵֽינְךָ֨ (einekha) = niet jij | יוֹדֵ֜ע (yode) = weet | אֵ֣י (ei) = welk | זֶ֤ה (ze) = dit | יִכְשָׁר֙ (yikhshar) = zal slagen | הֲזֶ֣ה (haze) = dit | אוֹ (o) = of | זֶ֔ה (ze) = dat | וְאִם (veim) = en als | שְׁנֵיהֶ֥ם (sheneihem) = beide ervan | כְּאֶחָ֖ד (keechad) = als één | טוֹבִֽים (tovim) = goed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִכְשָׁר (yikhshar), ‘zal slagen’: hetzelfde werkwoord als in Pred. 10:10. Zie ook: Pred 10:10; Hos 10:12; Jes 55:10; Hag 1:6–11; 2 Kor 9:6; 2 Kor 9:10–11 ### Het licht is zoet **11:7** Zoet is het licht, en goed voor de ogen is het om de zon te zien. Brontekst: וּמָת֖וֹק (umatoq) = en zoet | הָא֑וֹר (haor) = het licht | וְט֥וֹב (vetov) = en goed | לַֽעֵינַ֖יִם (laeinayim) = voor de ogen | לִרְא֥וֹת (lirot) = om te zien | אֶת (et) = (obj.) | הַשָּֽׁמֶשׁ (hashamesh) = de zon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘De zon zien’ staat hier voor: leven. Zie ook: Job 33:30; Ps 84:12; Spr 15:30; Pred 7:11; Mat 5:45 **11:8** Want als de mens vele jaren leeft, zal hij zich in ze allemaal verheugen. En hij zal de dagen van de duisternis gedenken, want het zullen er veel zijn. Alles wat komt, is damp. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | אִם (im) = als | שָׁנִ֥ים (shanim) = jaren | הַרְבֵּ֛ה (harbe) = veel | יִחְיֶ֥ה (yichye) = leeft | הָאָדָ֖ם (haadam) = de mens | בְּכֻלָּ֣ם (bekhulam) = in hen allen | יִשְׂמָ֑ח (yismach) = verheugt hij zich | וְיִזְכֹּר֙ (veyizkor) = en hij zal gedenken | אֶת (et) = (obj.) | יְמֵ֣י (yemei) = dagen van | הַחֹ֔שֶׁךְ (hachoshekh) = de duisternis | כִּֽי (ki) = want | הַרְבֵּ֥ה (harbe) = veel | יִהְי֖וּ (yihyu) = zullen zijn | כָּל (kal) = alles | שֶׁבָּ֥א (sheba) = wat komt | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֶבֶל (hevel), ‘damp’: een adem of dampwolk, iets vluchtigs. Zo vertalen wij het woord in heel Prediker. Voetnoot : De werkwoorden ‘hij zal zich verheugen’ en ‘hij zal gedenken’ staan in de toekomende tijd. Ze kunnen ook als opdracht worden gelezen: ‘laat hij zich verheugen, laat hij gedenken’. Zie ook: Deut 32:29; Pred 7:14; Pred 12:1–5; Joël 2:2; Joh 12:35 ### Verheug je in je jeugd **11:9** Verheug je, jongeman, in je jeugd. Laat je hart je goed doen in de dagen van je jonge jaren. Ga in de wegen van je hart en in wat je ogen zien. Maar weet dat Elohim je voor al deze dingen in het gericht zal brengen. Brontekst: שְׂמַ֧ח (semach) = verheug je | בָּח֣וּר (bachur) = jongeman | בְּיַלְדוּתֶ֗יךָ (beyalduteikha) = in je jeugd | וִֽיטִֽיבְךָ֤ (vitivekha) = en laat het goed doen aan jou | לִבְּךָ֙ (libekha) = je hart | בִּימֵ֣י (bimei) = in de dagen van | בְחוּרוֹתֶ֔ךָ (bechurotekha) = je jonge jaren | וְהַלֵּךְ֙ (vehalekh) = en ga | בְּדַרְכֵ֣י (bedarkhei) = in de wegen van | לִבְּךָ֔ (libekha) = je hart | וּבְמַרְאֵ֖י (uvemarei) = en in het zien van | עֵינֶ֑יךָ (eineikha) = je ogen | וְדָ֕ע (veda) = en weet | כִּ֧י (ki) = dat | עַל (al) = over | כָּל (kal) = al | אֵ֛לֶּה (ele) = deze dingen | יְבִֽיאֲךָ֥ (yeviakha) = zal je brengen | הָאֱלֹהִ֖ים (haElohim) = Elohim | בַּמִּשְׁפָּֽט (bamishpat) = in het gericht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּחוּר (bachur), ‘jongeman’; יַלְדוּת (yaldut), ‘jeugd’; בְּחוּרוֹת (bechurot), ‘jonge jaren’. Voetnoot : בַּמִּשְׁפָּט (bammishpat): mishpat is ‘recht’; hier is het het gericht van Elohim. Voetnoot : Vergelijk de waarschuwing in Num. 15:39, om niet je hart en je ogen achterna te lopen. Zie ook: Num 15:39; Pred 3:17; Pred 12:1; Pred 12:14; Klaagl 3:27; 1 Joh 2:15–16 **11:10** Verwijder de ergernis uit je hart en doe het kwaad weg uit je lichaam. Want de jeugd en het zwarte haar zijn damp. Brontekst: וְהָסֵ֥ר (vehaser) = en verwijder | כַּ֨עַס֙ (kaas) = ergernis | מִלִּבֶּ֔ךָ (milibekha) = uit je hart | וְהַעֲבֵ֥ר (vehaaver) = en doe weg | רָעָ֖ה (raa) = kwaad | מִבְּשָׂרֶ֑ךָ (mibesarekha) = uit je lichaam | כִּֽי (ki) = want | הַיַּלְד֥וּת (hayaldut) = de jeugd | וְהַֽשַּׁחֲר֖וּת (vehashacharut) = en het zwarte haar | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כַּעַס (ka'as), ‘ergernis’: ook ‘verdriet, woede’. Voetnoot : בָּשָׂר (basar), ‘lichaam’: letterlijk ‘vlees’. Voetnoot : שַׁחֲרוּת (shacharut), ‘zwart haar’, van het woord voor ‘zwart’. Het kan ook verwant zijn aan het woord voor ‘morgenrood’, dan is het de morgen van het leven. Wij vertalen ‘het zwarte haar’. Zie ook: Pred 1:2; Pred 1:14; Pred 12:1; 2 Kor 7:1; 2 Tim 2:22 ## Prediker 12 _Denk aan je Schepper; het einde van het boek_ ### Denk aan je Schepper voordat de oude dag komt **12:1** Denk aan je Schepper in de dagen van je jonge jaren, voordat de dagen van het kwaad komen. Voordat de jaren aankomen waarvan je zult zeggen: „Ik heb er geen behagen in.” Brontekst: וּזְכֹר֙ (uzekhor) = en denk | אֶת (et) = (obj.) | בּ֣וֹרְאֶ֔יךָ (boreeikha) = je Schepper | בִּימֵ֖י (bimei) = in de dagen van | בְּחוּרֹתֶ֑יךָ (bechuroteikha) = je jonge jaren | עַ֣ד (ad) = tot | אֲשֶׁ֤ר (asher) = dat | לֹא (lo) = niet | יָבֹ֨אוּ֙ (yavou) = komen | יְמֵ֣י (yemei) = dagen van | הָֽרָעָ֔ה (haraa) = het kwaad | וְהִגִּ֣יעוּ (vehigiu) = en aankomen | שָׁנִ֔ים (shanim) = jaren | אֲשֶׁ֣ר (asher) = waarvan | תֹּאמַ֔ר (tomar) = je zult zeggen | אֵֽין (ein) = er is niet | לִ֥י (li) = voor mij | בָהֶ֖ם (bahem) = in hen | חֵֽפֶץ (chefets) = behagen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בּוֹרְאֶיךָ (bore'ekha), ‘je Schepper’: het woord staat in een meervoudsvorm, zoals vaker bij Elohim (majesteitsmeervoud). Sommigen lezen hier een ander woord: ‘je put’ of ‘je bron’, dat in Spr. 5:15–18 ook voor de vrouw van je jeugd staat. Wij vertalen ‘je Schepper’. Voetnoot : בְּחוּרֹתֶיךָ (bechurotekha), ‘je jonge jaren’. In het Hebreeuws vormen de verzen 1–7 één zin met ‘voordat’. Wij splitsen en herhalen ‘voordat’. Voetnoot : חֵפֶץ (chefets), ‘behagen’: lust, vreugde. Zie ook: Ps 71:17–18; Spr 5:15–18; Spr 22:6; Pred 11:8; Klaagl 3:27; Luc 18:16 **12:2** Voordat de zon donker wordt, en het licht, en de maan en de sterren, en de wolken terugkeren na de regen. Brontekst: עַ֠ד (ad) = tot | אֲשֶׁ֨ר (asher) = dat | לֹֽא (lo) = niet | תֶחְשַׁ֤ךְ (techshakh) = donker wordt | הַשֶּׁ֨מֶשׁ֙ (hashemesh) = de zon | וְהָא֔וֹר (vehaor) = en het licht | וְהַיָּרֵ֖חַ (vehayareach) = en de maan | וְהַכּוֹכָבִ֑ים (vehakokhavim) = en de sterren | וְשָׁ֥בוּ (veshavu) = en terugkeren | הֶעָבִ֖ים (heavim) = de wolken | אַחַ֥ר (achar) = na | הַגָּֽשֶׁם (hagashem) = de regen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het gedicht in 12:1–7 beschrijft de ouderdom en het einde in beelden. Het sluit aan op vers 1 (‘voordat’) en loopt door tot vers 7. Het donker worden van zon, licht, maan en sterren is een beeld voor de dag die kil en donker wordt; ‘de wolken keren terug na de regen’ betekent: het ene leed volgt op het andere. Zie ook: 1 Sam 3:2; 1 Sam 4:15; 1 Sam 4:18; Ps 71:20; Pred 12:1; Pred 12:7; Jes 5:30 **12:3** Op de dag dat de bewakers van het huis beven en de krachtige mannen zich krommen, houden de maalsters op omdat ze weinig zijn geworden. Zij die door de vensters kijken, worden donker. Brontekst: בַּיּ֗וֹם (bayom) = op de dag | שֶׁיָּזֻ֨עוּ֙ (sheyazuu) = dat beven | שֹׁמְרֵ֣י (shomerei) = bewakers van | הַבַּ֔יִת (habayit) = het huis | וְהִֽתְעַוְּת֖וּ (vehitavetu) = en zich krommen | אַנְשֵׁ֣י (anshei) = mannen van | הֶחָ֑יִל (hechayil) = kracht | וּבָטְל֤וּ (uvatelu) = en houden op | הַטֹּֽחֲנוֹת֙ (hatochanot) = de maalsters | כִּ֣י (ki) = omdat | מִעֵ֔טוּ (mietu) = ze weinig zijn geworden | וְחָשְׁכ֥וּ (vechashekhu) = en worden donker | הָרֹא֖וֹת (haroot) = die kijken | בָּאֲרֻבּֽוֹת (baarubot) = door de vensters Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De beelden zijn meerduidig. Een gangbare lezing ziet hierin het lichaam van de oude mens: de ‘bewakers van het huis’ zijn de armen, de ‘krachtige mannen’ de benen, de ‘maalsters’ de tanden en zij die ‘door de vensters kijken’ de ogen. Het Hebreeuws zegt dat zelf niet; wij vertalen letterlijk. Voetnoot : שֹׁמְרֵי הַבַּיִת (shomrei habayit), ‘bewakers van het huis’. Voetnoot : הַטֹּחֲנוֹת (hattochanot), ‘de maalsters’: vrouwen die graan malen. Voetnoot : הָרֹאוֹת (haro'ot), ‘zij die kijken’ (vrouwelijk meervoud). Voetnoot : De zin in vers 3 begint met ‘op de dag dat’. Wij splitsen hem in korte zinnen. Zie ook: Gen 48:10; 2 Sam 21:15–17; Ps 90:9–10; Ps 102:24; Zach 8:4 **12:4** De deuren naar de straat worden gesloten. Het geluid van de molen wordt zacht. Men staat op bij het geluid van de vogel, en alle dochters van het lied buigen zich neer. Brontekst: וְסֻגְּר֤וּ (vesugeru) = en worden gesloten | דְלָתַ֨יִם֙ (delatayim) = deuren | בַּשּׁ֔וּק (bashuq) = naar de straat | בִּשְׁפַ֖ל (bishfal) = als wordt zacht | ק֣וֹל (qol) = geluid van | הַֽטַּחֲנָ֑ה (hatachana) = de molen | וְיָקוּם֙ (veyaqum) = en men staat op | לְק֣וֹל (leqol) = bij het geluid van | הַצִּפּ֔וֹר (hatsipor) = de vogel | וְיִשַּׁ֖חוּ (veyishachu) = en worden gebogen | כָּל (kal) = alle | בְּנ֥וֹת (benot) = dochters van | הַשִּֽׁיר (hashir) = het lied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דְּלָתַיִם (delatayim), ‘deuren’: een tweevoud, dus een dubbele deur of twee deuren. Voetnoot : בְּנוֹת הַשִּׁיר (benot hashir), ‘dochters van het lied’: zangeressen, of de tonen van het lied. Het zingen wordt zacht. Voetnoot : De zin loopt door vanaf vers 3 (‘op de dag dat’). Zie ook: 2 Sam 19:36; Pred 12:3; Jer 25:10; Openb 18:22 **12:5** Ook vrezen zij wat hoog is, en er zijn verschrikkingen op de weg. De amandelboom bloeit, de sprinkhaan sleept zich voort en de kappertjesbes verliest zijn werking. Want de mens gaat naar zijn eeuwige huis, en de rouwklagers trekken rond op de straat. Brontekst: גַּ֣ם (gam) = ook | מִגָּבֹ֤הַּ (migavoha) = voor wat hoog is | יִרָ֨אוּ֙ (yirau) = vrezen zij | וְחַתְחַתִּ֣ים (vechatchatim) = en verschrikkingen | בַּדֶּ֔רֶךְ (baderekh) = op de weg | וְיָנֵ֤אץ (veyanets) = en bloeit | הַשָּׁקֵד֙ (hashaqed) = de amandelboom | וְיִסְתַּבֵּ֣ל (veyistabel) = en sleept zich voort | הֶֽחָגָ֔ב (hechagav) = de sprinkhaan | וְתָפֵ֖ר (vetafer) = en verliest zijn werking | הָֽאֲבִיּוֹנָ֑ה (haaviyona) = de kappertjesbes | כִּֽי (ki) = want | הֹלֵ֤ךְ (holekh) = gaat | הָאָדָם֙ (haadam) = de mens | אֶל (el) = naar | בֵּ֣ית (beit) = huis van | עוֹלָמ֔וֹ (olamo) = zijn eeuwigheid | וְסָבְב֥וּ (vesavevu) = en trekken rond | בָשּׁ֖וּק (bashuq) = op de straat | הַסֹּפְדִֽים (hasofedim) = de rouwklagers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִרָאוּ (yira'u), ‘zij vrezen’, van het werkwoord ‘vrezen’. Het kan ook gelezen worden als ‘zij zien’. Voetnoot : חַתְחַתִּים (chatchatim), ‘verschrikkingen’: een zeldzaam woord. Voetnoot : יָנֵאץ (yane'ets), ‘bloeit’, van het woord voor ‘bloesem’; het kan ook ‘wordt verworpen’ betekenen. De amandelboom bloeit wit, een beeld voor wit haar. Voetnoot : יִסְתַּבֵּל (yistabbel), ‘sleept zich voort’: letterlijk ‘draagt zich als een last’. Voetnoot : הָאֲבִיּוֹנָה (ha'aviyonah): meestal de kappertjesbes, waaraan men een opwekkende werking toeschreef. תָּפֵר (tafer) betekent ‘verbreken, ongedaan worden’; wij vertalen ‘verliest zijn werking’. Voetnoot : בֵּית עוֹלָמוֹ (beit olamo), ‘zijn eeuwige huis’: het graf. Zie ook: Job 17:13; Job 30:23; Ps 49:11–15; Spr 16:31; Jer 9:16–19 **12:6** Voordat het zilveren koord losraakt, de gouden schaal verbrijzeld wordt, de kruik bij de bron breekt en het wiel bij de put verbrijzeld wordt. Brontekst: עַ֣ד (ad) = tot | אֲשֶׁ֤ר (asher) = dat | לֹֽא (lo) = niet | יֵרָתֵק֙ (yerateq) = wordt losgemaakt | חֶ֣בֶל (chevel) = koord van | הַכֶּ֔סֶף (hakesef) = het zilver | וְתָרֻ֖ץ (vetaruts) = en wordt verbrijzeld | גֻּלַּ֣ת (gulat) = schaal van | הַזָּהָ֑ב (hazahav) = het goud | וְתִשָּׁ֤בֶר (vetishaver) = en wordt gebroken | כַּד֙ (kad) = kruik | עַל (al) = bij | הַמַּבּ֔וּעַ (hamabua) = de bron | וְנָרֹ֥ץ (venarots) = en wordt verbrijzeld | הַגַּלְגַּ֖ל (hagalgal) = het wiel | אֶל (el) = bij | הַבּֽוֹר (habor) = de put Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het ‘zilveren koord’, de ‘gouden schaal’, de ‘kruik’ en het ‘wiel’ zijn beelden voor het einde van het leven. Het koord en de schaal kunnen bij een lamp horen (een schaal die aan een koord hangt); de kruik en het wiel horen bij het putwater. Voetnoot : גֻּלַּת (gullat), ‘schaal’. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft יֵרָחֵק (yerachaq), ‘ver weg raken’. De voorgelezen tekst (qere) heeft יֵרָתֵק (yerateq), ‘losgemaakt worden’. Wij volgen de voorgelezen tekst. Zie ook: Zach 4:2–3 **12:7** En het stof keert terug naar de aarde, zoals het was, en de geest keert terug naar Elohim, die haar gegeven heeft. Brontekst: וְיָשֹׁ֧ב (veyashov) = en keert terug | הֶעָפָ֛ר (heafar) = het stof | עַל (al) = op | הָאָ֖רֶץ (haarets) = de aarde | כְּשֶׁהָיָ֑ה (keshehaya) = zoals het was | וְהָר֣וּחַ (veharuach) = en de geest | תָּשׁ֔וּב (tashuv) = keert terug | אֶל (el) = naar | הָאֱלֹהִ֖ים (haElohim) = Elohim | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | נְתָנָֽהּ (netanah) = heeft gegeven haar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָפָר (afar), ‘stof’. Vergelijk Gen. 2:7, Gen. 3:19, Ps. 104:29, Ps. 146:4 en Job 34:14–15. Voetnoot : רוּחַ (ruach), ‘geest’: de levensadem die Elohim gaf. Zie ook: Gen 2:7; Gen 3:19; Job 34:14–15; Ps 104:29; Ps 146:4; Pred 3:20–21; Dan 12:2 ### Nawoord over Qohelet **12:8** Damp van dampen, zegt Qohelet. Alles is damp. Brontekst: הֲבֵ֧ל (havel) = damp | הֲבָלִ֛ים (havalim) = van dampen | אָמַ֥ר (amar) = zegt | הַקּוֹהֶ֖לֶת (haqohelet) = Qohelet | הַכֹּ֥ל (hakol) = alles | הָֽבֶל (havel) = damp Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֲבֵל הֲבָלִים (havel havalim), ‘damp van dampen’: dezelfde woorden als in Pred. 1:2, waar zij tweemaal staan. Voetnoot : הַקּוֹהֶלֶת (haqohelet), ‘de Qohelet’: het Hebreeuws heeft hier het lidwoord, dus een titel: ‘de verzamelaar’ of ‘de spreker voor de vergadering’. Voetnoot : Qohelet spreekt in het boek in de ‘ik’-vorm. In 1:1, 7:27 en 12:8–10 wordt over hem in de derde persoon gesproken. Het slot (12:9–14) klinkt als het woord van iemand die Qohelet aanhaalt. Zie ook: Pred 1:2; Pred 1:14; Pred 2:17; Pred 6:12; Pred 8:8 **12:9** Bovendien was Qohelet een wijze. Hij onderwees het volk ook in kennis. Hij woog af, onderzocht en ordende vele spreuken. Brontekst: וְיֹתֵ֕ר (veyoter) = en bovendien | שֶׁהָיָ֥ה (shehaya) = dat hij was | קֹהֶ֖לֶת (qohelet) = Qohelet | חָכָ֑ם (chakham) = wijze | ע֗וֹד (od) = nog | לִמַּד (limad) = onderwees hij | דַּ֨עַת֙ (daat) = kennis | אֶת (et) = (obj.) | הָעָ֔ם (haam) = het volk | וְאִזֵּ֣ן (veizen) = en woog af | וְחִקֵּ֔ר (vechiqer) = en onderzocht | תִּקֵּ֖ן (tiqen) = ordende | מְשָׁלִ֥ים (meshalim) = spreuken | הַרְבֵּֽה (harbe) = veel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְיֹתֵר (veyoter), ‘en bovendien’: ook ‘wat verder overblijft’. Voetnoot : אִזֵּן (izzen), ‘woog af’: mogelijk verwant aan het woord voor ‘oor’, dan ‘aandachtig luisteren’. Voetnoot : תִּקֵּן (tiqqen), ‘ordende’: letterlijk ‘recht maken’. Voetnoot : מְשָׁלִים (meshalim), ‘spreuken’. Zie ook: Spr 1:1; Spr 10:1; Spr 25:1; 1 Kon 5:12; 1 Kon 10:8 **12:10** Qohelet zocht woorden van behagen te vinden. Wat geschreven is, is oprecht: woorden van waarheid. Brontekst: בִּקֵּ֣שׁ (biqesh) = zocht | קֹהֶ֔לֶת (qohelet) = Qohelet | לִמְצֹ֖א (limtso) = te vinden | דִּבְרֵי (divrei) = woorden van | חֵ֑פֶץ (chefets) = behagen | וְכָת֥וּב (vekhatuv) = en geschreven | יֹ֖שֶׁר (yosher) = oprecht | דִּבְרֵ֥י (divrei) = woorden van | אֱמֶֽת (emet) = waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵפֶץ (chefets), ‘behagen’. Voetnoot : וְכָתוּב יֹשֶׁר (vekhatuv yosher): ‘en wat geschreven is, is oprecht’. Het kan ook gelezen worden als ‘en het oprecht opschrijven’. Wij volgen het eerste. Zie ook: Spr 1:1–6; Spr 16:21–24; Spr 22:17–21; Kol 1:5; 1 Tim 1:15 **12:11** De woorden van de wijzen zijn als ossenprikkels, en als ingeslagen spijkers zijn de meesters van de verzamelingen. Ze zijn gegeven door één Herder. Brontekst: דִּבְרֵ֤י (divrei) = woorden van | חֲכָמִים֙ (chakhamim) = wijzen | כַּדָּ֣רְבֹנ֔וֹת (kadarevonot) = als ossenprikkels | וּֽכְמַשְׂמְר֥וֹת (ukhemasmerot) = en als spijkers | נְטוּעִ֖ים (netuim) = ingeslagen | בַּעֲלֵ֣י (baalei) = meesters van | אֲסֻפּ֑וֹת (asupot) = verzamelingen | נִתְּנ֖וּ (nitenu) = zijn gegeven | מֵרֹעֶ֥ה (meroe) = door een Herder | אֶחָֽד (echad) = één Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דָּרְבָנוֹת (darvonot), ‘ossenprikkels’: puntige stokken om trekdieren te sturen. Voetnoot : מַסְמְרוֹת (masmerot), ‘spijkers’. Voetnoot : בַּעֲלֵי אֲסֻפּוֹת (ba'alei asuppot), ‘meesters van verzamelingen’: de verzamelaars van spreuken, of de wijzen zelf. ‘Verzamelingen’ kan ook ‘vergaderingen’ zijn. Voetnoot : רֹעֶה אֶחָד (ro'eh echad), ‘één Herder’. Het Hebreeuws zegt niet wie dat is. Vergelijk Ps. 23:1 en Gen. 49:24, waar Yahweh en de Machtige van Jakob Herder worden genoemd. Zie ook: Gen 49:24; Ps 23:1; Jer 23:29; Ezech 34:23; Hand 2:37; 2 Kor 10:4; Heb 4:12 **12:12** Wat meer is dan deze, mijn zoon: neem je in acht. Het maken van veel boeken heeft geen einde, en veel studeren is vermoeidheid van het lichaam. Brontekst: וְיֹתֵ֥ר (veyoter) = en wat meer is | מֵהֵ֖מָּה (mehema) = dan zij | בְּנִ֣י (beni) = mijn zoon | הִזָּהֵ֑ר (hizaher) = neem je in acht | עֲשׂ֨וֹת (asot) = maken van | סְפָרִ֤ים (sefarim) = boeken | הַרְבֵּה֙ (harbe) = veel | אֵ֣ין (ein) = er is geen | קֵ֔ץ (qets) = einde | וְלַ֥הַג (velahag) = en studeren | הַרְבֵּ֖ה (harbe) = veel | יְגִעַ֥ת (yegiat) = vermoeidheid van | בָּשָֽׂר (basar) = lichaam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנִי (beni), ‘mijn zoon’: de aanspreking van een leraar tot zijn leerling. Voetnoot : לַהַג (lahag), ‘studeren’: een zeldzaam woord. Voetnoot : יְגִעַת (yegi'at), ‘vermoeidheid’. Voetnoot : בָּשָׂר (basar), ‘lichaam’: letterlijk ‘vlees’. Zie ook: Pred 1:18; Luc 16:29–31; Joh 5:39; Joh 21:25; 2 Petr 1:19–21 ### Het slot van de zaak **12:13** Het slot van de zaak, alles is gehoord: vrees Elohim en onderhoud Zijn geboden, want dit is heel de mens. Brontekst: ס֥וֹף (sof) = einde van | דָּבָ֖ר (davar) = zaak | הַכֹּ֣ל (hakol) = alles | נִשְׁמָ֑ע (nishma) = is gehoord | אֶת (et) = (obj.) | הָאֱלֹהִ֤ים (haElohim) = Elohim | יְרָא֙ (yera) = vrees | וְאֶת (veet) = en (obj.) | מִצְוֺתָ֣יו (mitsvotav) = Zijn geboden | שְׁמ֔וֹר (shemor) = onderhoud | כִּי (ki) = want | זֶ֖ה (ze) = dit | כָּל (kal) = heel | הָאָדָֽם (haadam) = de mens Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְרָא (yera), ‘vrees’, van het werkwoord ‘vrezen’: dat omvat ook ontzag. Voetnoot : כָּל הָאָדָם (kol ha'adam), ‘heel de mens’: het Hebreeuws heeft geen werkwoord. Het kan bedoelen: dit is de hele plicht van de mens, of: dit is wat de mens in zijn geheel is. Wij vertalen letterlijk. Voetnoot : Zie ook Deut. 10:12–13. Zie ook: Job 28:28; Deut 6:2; Deut 10:12; Ps 111:10–112:1; Mi 6:8 **12:14** Want Elohim zal elk werk in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, of het goed is of kwaad. Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = elk | מַֽעֲשֶׂ֔ה (maase) = werk | הָאֱלֹהִ֛ים (haElohim) = Elohim | יָבִ֥א (yavi) = zal brengen | בְמִשְׁפָּ֖ט (bemishpat) = in het gericht | עַ֣ל (al) = over | כָּל (kal) = alles | נֶעְלָ֑ם (nelam) = wat verborgen is | אִם (im) = of | ט֖וֹב (tov) = goed | וְאִם (veim) = of | רָֽע (ra) = kwaad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: hier het gericht van Elohim. Voetnoot : נֶעְלָם (ne'lam), ‘wat verborgen is’: ook wat niemand ziet. Zie ook: Mat 10:26; Mat 12:36; 1 Kor 4:5; 2 Kor 5:10; Rom 2:16