# Daniël (דניאל, Daniyyel) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Daniël 1 _Daniël en zijn drie vrienden aan het hof van Babel_ ### Jeruzalem valt en jongens gaan naar Babel **1:1** In het derde jaar van het koningschap van Jojakim, de koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem. Hij belegerde de stad. Brontekst: בִּשְׁנַ֣ת (bishnat) = in het jaar van | שָׁל֔וֹשׁ (shalosh) = drie | לְמַלְכ֖וּת (lemalkhut) = van het koningschap van | יְהוֹיָקִ֣ים (yehoyaqim) = Jojakim | מֶֽלֶךְ (melekh) = koning van | יְהוּדָ֑ה (yehuda) = Juda | בָּ֣א (ba) = kwam | נְבוּכַדְנֶאצַּ֧ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מֶֽלֶךְ (melekh) = koning van | בָּבֶ֛ל (bavel) = Babel | יְרוּשָׁלִַ֖ם (yerushalaim) = naar Jeruzalem | וַיָּ֥צַר (vayatsar) = en belegerde | עָלֶֽיהָ (aleiha) = haar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: נְבוּכַדְנֶאצַּר (Nevukhadne’tsar), ‘Nebukadnezar’: het Hebreeuws schrijft deze naam in Daniël op verschillende manieren, ook als נְבוּכַדְנֶצַּר (Nevukhadnetsar). Wij schrijven overal Nebukadnezar, zoals in 2 Kon. 24. Voetnoot : Het ‘derde jaar’ van Jojakim: Jer. 25:1 noemt het vierde jaar van Jojakim het eerste jaar van Nebukadnezar. Het verschil komt waarschijnlijk uit een andere manier van jaren tellen. Dat is niet zeker. Voetnoot : Vergelijk 2 Kon. 24:1 en 2 Kron. 36:6–7. Zie ook: 2 Kon 24:1–2; 2 Kon 24:13; 2 Kron 36:5–7; 2 Kron 36:6–7; Jer 25:1 **1:2** De Heer gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn hand, en ook een deel van de voorwerpen van het huis van Elohim. Hij bracht ze naar het land Sinear, naar het huis van zijn god. De voorwerpen bracht hij in de schatkamer van zijn god. Brontekst: וַיִּתֵּן֩ (vayiten) = en gaf | אֲדֹנָ֨י (adonay) = de Heer | בְּיָד֜וֹ (beyado) = in zijn hand | אֶת (et) = (obj.) | יְהוֹיָקִ֣ים (yehoyaqim) = Jojakim | מֶֽלֶךְ (melekh) = koning van | יְהוּדָ֗ה (yehuda) = Juda | וּמִקְצָת֙ (umiqtsat) = en een deel van | כְּלֵ֣י (kelei) = voorwerpen van | בֵית (beit) = het huis van | הָֽאֱלֹהִ֔ים (haElohim) = de Elohim | וַיְבִיאֵ֥ם (vayviem) = en bracht ze | אֶֽרֶץ (erets) = het land | שִׁנְעָ֖ר (shinar) = Sinear | בֵּ֣ית (beit) = het huis van | אֱלֹהָ֑יו (elohav) = zijn god | וְאֶת (veet) = en (obj.) | הַכֵּלִ֣ים (hakelim) = de voorwerpen | הֵבִ֔יא (hevi) = hij bracht | בֵּ֖ית (beit) = het huis van | אוֹצַ֥ר (otsar) = schatkamer van | אֱלֹהָֽיו (elohav) = zijn god Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Sinear: Sinear is het land Sumer en Akkad, tussen de Eufraat en de Tigris in het zuiden van Mesopotamië. Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘de Heer’: hier staat niet Yahweh maar Adonai. Wij vertalen ‘de Heer’. Voetnoot : שִׁנְעָר (Shin’ar), ‘Sinear’: de oude naam voor het land rond Babel, zoals in Gen. 11:2. Voetnoot : Het ‘huis van zijn god’ is de tempel van de god van Nebukadnezar. De tekst noemt zijn naam niet. Vergelijk 2 Kron. 36:7. Zie ook: Gen 10:10; Gen 11:2; Deut 32:30; 2 Kron 36:7; Jer 27:19–20; Zach 5:11 **1:3** De koning zei tegen Asjpenaz, het hoofd van zijn hofdienaren, dat hij enkelen uit de zonen van Israël moest brengen. Zij moesten uit het koninklijk geslacht en uit de edelen komen. Brontekst: וַיֹּ֣אמֶר (vayomer) = en zei | הַמֶּ֔לֶךְ (hamelekh) = de koning | לְאַשְׁפְּנַ֖ז (leashpenaz) = tegen Asjpenaz | רַ֣ב (rav) = hoofd van | סָרִיסָ֑יו (sarisav) = zijn hofdienaren | לְהָבִ֞יא (lehavi) = om te brengen | מִבְּנֵ֧י (mibenei) = uit de zonen van | יִשְׂרָאֵ֛ל (yisrael) = Israël | וּמִזֶּ֥רַע (umizera) = en uit het geslacht van | הַמְּלוּכָ֖ה (hamelukha) = het koningschap | וּמִן (umin) = en uit | הַֽפַּרְתְּמִֽים (hapartemim) = de edelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סָרִיס (saris), ‘hofdienaar’: zoals in 2 Kon. 20:18. Het woord kan een hofambtenaar aanduiden. Wij vertalen steeds ‘hofdienaar’. Voetnoot : אַשְׁפְּנַז (Ashpenaz), ‘Asjpenaz’: de naam van de leider van de hofdienaren. De herkomst van de naam is onzeker. Voetnoot : פַּרְתְּמִים (partemim), ‘edelen’: een leenwoord, waarschijnlijk uit het Perzisch. De betekenis ‘edelen’ is bij benadering. Voetnoot : מִן (min), ‘uit’: de jongens komen uit de zonen van Israël. Wij vullen ‘enkelen’ aan. Zie ook: 2 Kon 20:17–18; 2 Kon 20:18; 2 Kon 24:15; Jes 39:7; Jer 41:1 **1:4** Het moesten jongens zijn zonder enig gebrek en mooi van uiterlijk. Zij moesten inzicht hebben in alle wijsheid, kundig zijn in kennis en begrip hebben van wetenschap. Zij moesten de kracht hebben om in het paleis van de koning te staan. Men moest hun het schrift en de taal van de Chaldeeën leren. Brontekst: יְלָדִ֣ים (yeladim) = jongens | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | אֵֽין (ein) = niet is | בָּהֶ֣ם (bahem) = in hen | כָּל (kal) = enig | מוּם֩ (mum) = gebrek | וְטוֹבֵ֨י (vetovei) = en goed van | מַרְאֶ֜ה (mare) = uiterlijk | וּמַשְׂכִּילִ֣ים (umaskilim) = en met inzicht | בְּכָל (bekhal) = in alle | חָכְמָ֗ה (chakhema) = wijsheid | וְיֹ֤דְעֵי (veyodeei) = en kundig in | דַ֨עַת֙ (daat) = kennis | וּמְבִינֵ֣י (umevinei) = en begrijpend | מַדָּ֔ע (mada) = wetenschap | וַאֲשֶׁר֙ (vaasher) = en die | כֹּ֣חַ (koach) = kracht | בָּהֶ֔ם (bahem) = in hen | לַעֲמֹ֖ד (laamod) = om te staan | בְּהֵיכַ֣ל (beheikhal) = in het paleis van | הַמֶּ֑לֶךְ (hamelekh) = de koning | וּֽלֲלַמְּדָ֥ם (ulalamedam) = en om hen te leren | סֵ֖פֶר (sefer) = schrift | וּלְשׁ֥וֹן (uleshon) = en taal van | כַּשְׂדִּֽים (kasdim) = de Chaldeeën Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְלָדִים (yeladim), ‘jongens’: jonge mannen. De tekst noemt geen leeftijd. Voetnoot : מַשְׂכִּילִים (maskilim), ‘met inzicht’; מַדָּע (madda), ‘wetenschap’: dit zijn zeldzame woorden. Wij vertalen steeds ‘inzicht’ (haskel) en ‘wetenschap’ (madda), zoals in vers 17. Voetnoot : סֵפֶר (sefer), ‘schrift’: letterlijk ‘geschrift’. Het gaat om het schrift en de geschriften van de Chaldeeën. Hun taal is vermoedelijk het Akkadisch of het Aramees; dat is niet zeker. Zie ook: 2 Sam 14:25; Spr 22:29; Dan 1:17; Dan 2:10; Dan 5:11; Hand 7:22 **1:5** De koning bepaalde voor hen een dagelijks deel van het fijne voedsel van de koning en van de wijn die hij zelf dronk. Zij moesten drie jaar worden opgevoed. Na afloop daarvan zouden zij voor de koning staan. Brontekst: וַיְמַן֩ (vayman) = en bepaalde | לָהֶ֨ם (lahem) = voor hen | הַמֶּ֜לֶךְ (hamelekh) = de koning | דְּבַר (devar) = een bepaald deel van | י֣וֹם (yom) = een dag | בְּיוֹמ֗וֹ (beyomo) = op zijn dag | מִפַּת (mipat) = van het fijne | בַּ֤ג (bag) = voedsel van | הַמֶּ֨לֶךְ֙ (hamelekh) = de koning | וּמִיֵּ֣ין (umiyein) = en van de wijn van | מִשְׁתָּ֔יו (mishtav) = zijn drank | וּֽלְגַדְּלָ֖ם (ulegadelam) = en om hen groot te brengen | שָׁנִ֣ים (shanim) = jaren | שָׁל֑וֹשׁ (shalosh) = drie | וּמִ֨קְצָתָ֔ם (umiqtsatam) = en aan het eind ervan | יַֽעַמְד֖וּ (yaamdu) = zij zouden staan | לִפְנֵ֥י (lifnei) = voor | הַמֶּֽלֶךְ (hamelekh) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פַּת־בַּג (pat-bag), ‘fijn voedsel’: een leenwoord, waarschijnlijk uit het Perzisch. Het betekent iets als ‘deel van het eten van de koning’. De betekenis is onzeker. Voetnoot : לְגַדְּלָם (legaddelam), ‘om hen groot te brengen’: van גָּדַל (gadal), ‘groot worden’. Wij vertalen ‘opvoeden’. Voetnoot : יַעַמְדוּ לִפְנֵי הַמֶּלֶךְ (ya’amdu lifnei hammelekh), ‘zij zouden voor de koning staan’: dat is: in zijn dienst zijn. Zo ook in vers 19 en in 1 Kon. 10:8. Zie ook: Gen 41:46; 1 Kon 5:2–3; 1 Kon 10:8; Dan 1:8; Dan 1:19 **1:6** Onder hen waren uit de zonen van Juda: Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja. Brontekst: וַיְהִ֥י (vayhi) = en was | בָהֶ֖ם (bahem) = onder hen | מִבְּנֵ֣י (mibenei) = uit de zonen van | יְהוּדָ֑ה (yehuda) = Juda | דָּנִיֵּ֣אל (daniyel) = Daniël | חֲנַנְיָ֔ה (chananya) = Chananja | מִֽישָׁאֵ֖ל (mishael) = Misjaël | וַעֲזַרְיָֽה (vaazarya) = en Azarja Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דָּנִיֵּאל (Daniyyel), ‘Daniël’: betekent ‘Elohim is mijn rechter’. חֲנַנְיָה (Chananyah), ‘Chananja’: ‘Yahweh is genadig’. מִישָׁאֵל (Mishael), ‘Misjaël’: de betekenis is onzeker. עֲזַרְיָה (Azaryah), ‘Azarja’: ‘Yahweh heeft geholpen’. De betekenissen komen uit het Hebreeuws. Zie ook: Ezech 14:14; Ezech 14:20; Dan 2:17; Mat 24:15; Mar 13:14 **1:7** De overste van de hofdienaren gaf hun andere namen. Hij gaf aan Daniël de naam Beltsazar, aan Chananja Sjadrak, aan Misjaël Mesjak en aan Azarja Abed-Nego. Brontekst: וַיָּ֧שֶׂם (vayasem) = en gaf | לָהֶ֛ם (lahem) = hen | שַׂ֥ר (sar) = overste van | הַסָּרִיסִ֖ים (hasarisim) = de hofdienaren | שֵׁמ֑וֹת (shemot) = namen | וַיָּ֨שֶׂם (vayasem) = en gaf | לְדָֽנִיֵּ֜אל (ledaniyel) = aan Daniël | בֵּ֣לְטְשַׁאצַּ֗ר (beleteshatsar) = Beltsazar | וְלַֽחֲנַנְיָה֙ (velachananya) = en aan Chananja | שַׁדְרַ֔ךְ (shadrakh) = Sjadrak | וּלְמִֽישָׁאֵ֣ל (ulemishael) = en aan Misjaël | מֵישַׁ֔ךְ (meishakh) = Mesjak | וְלַעֲזַרְיָ֖ה (velaazarya) = en aan Azarja | עֲבֵ֥ד (aved) = Abed | נְגֽוֹ (nego) = Nego Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De overste geeft de vier jongens Babylonische namen. In het Hebreeuws bevatten hun eigen namen de namen El en Yah. De Babylonische namen sluiten daar niet op aan. Voetnoot : בֵּלְטְשַׁאצַּר (Beltesha’tsar), ‘Beltsazar’: de herkomst is Babylonisch; de betekenis is onzeker. Vergelijk 4:5. Het is een andere naam dan Belsazar (5:1). Voetnoot : שַׁדְרַךְ (Shadrakh), מֵישַׁךְ (Meshakh) en עֲבֵד נְגוֹ (Aved Nego): de betekenis van deze namen is onzeker. Vergelijk 2:49 en 3:12. Zie ook: 2 Kon 23:34; Dan 1:3; Dan 2:49; Dan 4:5; Dan 5:12 ### Daniël wil zich niet verontreinigen **1:8** Daniël nam zich in zijn hart voor dat hij zich niet zou verontreinigen met het fijne voedsel van de koning. Dat gold ook voor de wijn die de koning dronk. Hij vroeg de overste van de hofdienaren of hij zich niet hoefde te verontreinigen. Brontekst: וַיָּ֤שֶׂם (vayasem) = en nam zich voor | דָּנִיֵּאל֙ (daniyel) = Daniël | עַל (al) = op | לִבּ֔וֹ (libo) = zijn hart | אֲשֶׁ֧ר (asher) = dat | לֹֽא (lo) = niet | יִתְגָּאַ֛ל (yitgaal) = hij zich zou verontreinigen | בְּפַתְבַּ֥ג (befatbag) = met het fijne voedsel van | הַמֶּ֖לֶךְ (hamelekh) = de koning | וּבְיֵ֣ין (uveyein) = en met de wijn van | מִשְׁתָּ֑יו (mishtav) = zijn drank | וַיְבַקֵּשׁ֙ (vayvaqesh) = en hij vroeg | מִשַּׂ֣ר (misar) = van de overste van | הַסָּרִיסִ֔ים (hasarisim) = de hofdienaren | אֲשֶׁ֖ר (asher) = dat | לֹ֥א (lo) = niet | יִתְגָּאָֽל (yitgaal) = hij zich zou verontreinigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִתְגָּאַל (yitga’al), ‘zich verontreinigen’: van גָּאַל (ga’al), ‘bezoedelen’. Het is een ander werkwoord dan גָּאַל (ga’al), ‘verlossen’. Voetnoot : De tekst zegt niet waarom het voedsel van de koning Daniël zou verontreinigen. Wij vullen niets aan. Zie ook: Lev 11:45–47; Ps 141:4; Ezech 4:13–14; 1 Kor 7:37; 1 Kor 10:18–21 **1:9** Elohim gaf Daniël trouw en ontferming bij de overste van de hofdienaren. Brontekst: וַיִּתֵּ֤ן (vayiten) = en gaf | הָֽאֱלֹהִים֙ (haElohim) = Elohim | אֶת (et) = (obj.) | דָּ֣נִיֵּ֔אל (daniyel) = Daniël | לְחֶ֖סֶד (lechesed) = tot trouw | וּֽלְרַחֲמִ֑ים (ulerachamim) = en tot ontferming | לִפְנֵ֖י (lifnei) = voor het aangezicht van | שַׂ֥ר (sar) = overste van | הַסָּרִיסִֽים (hasarisim) = de hofdienaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: hier de toegenegenheid die de overste voor Daniël toont, zoals in Gen. 39:21 en Est. 2:17. Wij vertalen chesed overal met ‘trouw’. Voetnoot : רַחֲמִים (rachamim), ‘ontferming’: zoals in 1 Kon. 8:50. Zie ook: Gen 39:21; Ps 106:46; Spr 16:7; 1 Kon 8:50; Est 2:17; Neh 2:4 **1:10** De overste van de hofdienaren zei tegen Daniël: „Ik ben bang voor mijn heer, de koning. Hij heeft jullie eten en drinken bepaald. Waarom zou hij zien dat jullie er somberder uitzien dan de jongens van jullie leeftijd? Dan maken jullie mijn hoofd schuldig bij de koning.” Brontekst: וַיֹּ֜אמֶר (vayomer) = en zei | שַׂ֤ר (sar) = overste van | הַסָּרִיסִים֙ (hasarisim) = de hofdienaren | לְדָ֣נִיֵּ֔אל (ledaniyel) = tegen Daniël | יָרֵ֤א (yare) = bang | אֲנִי֙ (ani) = ik | אֶת (et) = (obj.) | אֲדֹנִ֣י (adoni) = mijn heer | הַמֶּ֔לֶךְ (hamelekh) = de koning | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | מִנָּ֔ה (mina) = heeft bepaald | אֶת (et) = (obj.) | מַאֲכַלְכֶ֖ם (maakhalkhem) = jullie eten | וְאֶת (veet) = en (obj.) | מִשְׁתֵּיכֶ֑ם (mishteikhem) = jullie drinken | אֲשֶׁ֡ר (asher) = dat | לָמָּה֩ (lama) = waarom | יִרְאֶ֨ה (yire) = hij zou zien | אֶת (et) = (obj.) | פְּנֵיכֶ֜ם (peneikhem) = jullie gezichten | זֹֽעֲפִ֗ים (zoafim) = somber | מִן (min) = dan | הַיְלָדִים֙ (hayladim) = de jongens | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | כְּגִֽילְכֶ֔ם (kegilekhem) = van jullie leeftijd | וְחִיַּבְתֶּ֥ם (vechiyavtem) = en jullie zouden schuldig maken | אֶת (et) = (obj.) | רֹאשִׁ֖י (roshi) = mijn hoofd | לַמֶּֽלֶךְ (lamelekh) = bij de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זֹעֲפִים (zo’afim), ‘somber’: letterlijk ‘gramstorig, treurig’. Het gaat om een slecht uiterlijk. Voetnoot : כְּגִילְכֶם (kegilkhem), ‘van jullie leeftijd’: letterlijk ‘zoals jullie kring’. Voetnoot : חִיַּבְתֶּם אֶת־רֹאשִׁי (chiyyavtem et roshi), ‘jullie maken mijn hoofd schuldig’: dat wil zeggen: jullie brengen mijn leven in gevaar. Zie ook: Spr 29:25; Mat 6:16–18; Joh 12:42–43 **1:11** Daniël zei tegen de opzichter die de overste van de hofdienaren had aangesteld over Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja: Brontekst: וַיֹּ֥אמֶר (vayomer) = en zei | דָּנִיֵּ֖אל (daniyel) = Daniël | אֶל (el) = tegen | הַמֶּלְצַ֑ר (hameltsar) = de opzichter | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | מִנָּה֙ (mina) = had aangesteld | שַׂ֣ר (sar) = overste van | הַסָּֽרִיסִ֔ים (hasarisim) = de hofdienaren | עַל (al) = over | דָּנִיֵּ֣אל (daniyel) = Daniël | חֲנַנְיָ֔ה (chananya) = Chananja | מִֽישָׁאֵ֖ל (mishael) = Misjaël | וַעֲזַרְיָֽה (vaazarya) = en Azarja Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַמֶּלְצַר (hammeltsar), ‘de opzichter’: een leenwoord. De betekenis is onzeker; het zal iemand zijn die toezicht houdt op het eten. **1:12** „Stel uw dienaren toch tien dagen op de proef. Laat men ons plantaardig voedsel te eten geven en water te drinken. Brontekst: נַס (nas) = stel op de proef | נָ֥א (na) = toch | אֶת (et) = (obj.) | עֲבָדֶ֖יךָ (avadeikha) = uw dienaren | יָמִ֣ים (yamim) = dagen | עֲשָׂרָ֑ה (asara) = tien | וְיִתְּנוּ (veyitenu) = en laat men geven | לָ֜נוּ (lanu) = aan ons | מִן (min) = van | הַזֵּרֹעִ֛ים (hazeroim) = het plantaardig voedsel | וְנֹאכְלָ֖ה (venokhla) = en wij zullen eten | וּמַ֥יִם (umayim) = en water | וְנִשְׁתֶּֽה (venishte) = en wij zullen drinken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זֵרֹעִים (zero’im), ‘plantaardig voedsel’: van זֶרַע (zera), ‘zaad’. Het gaat om wat uit zaad groeit: groenten, peulvruchten en graan. Het is niet alleen ‘groente’. Voetnoot : נַס (nas), ‘stel op de proef’: een proef met een vaste duur van tien dagen. Zie ook: Gen 1:29–30; Deut 8:3; Dan 1:16; Rom 14:2 **1:13** Laat dan ons uiterlijk door u gezien worden, en het uiterlijk van de jongens die het fijne voedsel van de koning eten. Doe daarna met uw dienaren wat u ziet.” Brontekst: וְיֵרָא֤וּ (veyerau) = en laten worden gezien | לְפָנֶ֨יךָ֙ (lefaneikha) = voor u | מַרְאֵ֔ינוּ (mareinu) = ons uiterlijk | וּמַרְאֵה֙ (umare) = en het uiterlijk van | הַיְלָדִ֔ים (hayladim) = de jongens | הָאֹ֣כְלִ֔ים (haokhelim) = die eten | אֵ֖ת (et) = (obj.) | פַּתְבַּ֣ג (patbag) = het fijne voedsel van | הַמֶּ֑לֶךְ (hamelekh) = de koning | וְכַאֲשֶׁ֣ר (vekhaasher) = en zoals | תִּרְאֵ֔ה (tire) = u ziet | עֲשֵׂ֖ה (ase) = doe | עִם (im) = met | עֲבָדֶֽיךָ (avadeikha) = uw dienaren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **1:14** Hij luisterde naar hen in deze zaak. Hij stelde hen tien dagen op de proef. Brontekst: וַיִּשְׁמַ֥ע (vayishma) = en hij luisterde | לָהֶ֖ם (lahem) = naar hen | לַדָּבָ֣ר (ladavar) = in de zaak | הַזֶּ֑ה (haze) = deze | וַיְנַסֵּ֖ם (vaynasem) = en hij stelde hen op de proef | יָמִ֥ים (yamim) = dagen | עֲשָׂרָֽה (asara) = tien Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **1:15** Aan het eind van de tien dagen zagen zij er beter uit. Zij waren gezonder van lichaam dan alle jongens die het fijne voedsel van de koning aten. Brontekst: וּמִקְצָת֙ (umiqtsat) = en aan het eind van | יָמִ֣ים (yamim) = dagen | עֲשָׂרָ֔ה (asara) = tien | נִרְאָ֤ה (nira) = zag er uit | מַרְאֵיהֶם֙ (mareihem) = hun uiterlijk | ט֔וֹב (tov) = goed | וּבְרִיאֵ֖י (uveriei) = en gezond van | בָּשָׂ֑ר (basar) = lichaam | מִן (min) = meer dan | כָּל (kal) = alle | הַיְלָדִ֔ים (hayladim) = de jongens | הָאֹ֣כְלִ֔ים (haokhelim) = die aten | אֵ֖ת (et) = (obj.) | פַּתְבַּ֥ג (patbag) = het fijne voedsel van | הַמֶּֽלֶךְ (hamelekh) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּרִיאֵי בָשָׂר (beri’ei vasar), ‘gezond van lichaam’: letterlijk ‘gezond van vlees’. Het gaat om hun gezondheid en hun gewicht. Zie ook: Ex 23:25; Spr 10:22; 2 Kon 4:42–44; Hag 1:6; Mat 4:4 **1:16** Daarom nam de opzichter voortaan hun fijne voedsel weg, en de wijn die zij zouden drinken. Hij gaf hun plantaardig voedsel. Brontekst: וַיְהִ֣י (vayhi) = en was | הַמֶּלְצַ֗ר (hameltsar) = de opzichter | נֹשֵׂא֙ (nose) = nemend weg | אֶת (et) = (obj.) | פַּתְבָּגָ֔ם (patbagam) = hun fijne voedsel | וְיֵ֖ין (veyein) = en de wijn van | מִשְׁתֵּיהֶ֑ם (mishteihem) = hun drank | וְנֹתֵ֥ן (venoten) = en gevend | לָהֶ֖ם (lahem) = aan hen | זֵרְעֹנִֽים (zereonim) = plantaardig voedsel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 1:12 ### Elohim geeft inzicht **1:17** Aan deze jongens, alle vier, gaf Elohim kennis en inzicht in alle schrift en wijsheid. Daniël had begrip van elk gezicht en van dromen. Brontekst: וְהַיְלָדִ֤ים (vehayladim) = en de jongens | הָאֵ֨לֶּה֙ (haele) = deze | אַרְבַּעְתָּ֔ם (arbatam) = alle vier | נָתַ֨ן (natan) = gaf | לָהֶ֧ם (lahem) = hun | הָֽאֱלֹהִ֛ים (haElohim) = Elohim | מַדָּ֥ע (mada) = wetenschap | וְהַשְׂכֵּ֖ל (vehaskel) = en inzicht | בְּכָל (bekhal) = in alle | סֵ֣פֶר (sefer) = schrift | וְחָכְמָ֑ה (vechakhema) = en wijsheid | וְדָנִיֵּ֣אל (vedaniyel) = en Daniël | הֵבִ֔ין (hevin) = had begrip | בְּכָל (bekhal) = van alle | חָז֖וֹן (chazon) = gezicht | וַחֲלֹמֽוֹת (vachalomot) = en dromen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Elohim geeft hun kennis en inzicht. Aan Daniël geeft Hij bovendien begrip van gezichten en dromen. Daarom kan Daniël later dromen uitleggen (hoofdstuk 2, 4 en 5) en gezichten ontvangen (hoofdstuk 7 en verder). Voetnoot : חָזוֹן (chazon), ‘gezicht’: wat een profeet te zien krijgt. Wij vertalen chazon en het Aramese chezev/chezvei in heel Daniël met ‘gezicht’, en mar’eh met ‘beeld’. Zie ook: Job 32:8; 1 Kon 3:12; Dan 2:21; Dan 2:23; Jak 1:5 ### Voor de koning **1:18** Aan het eind van de dagen die de koning had genoemd om hen binnen te brengen, bracht de overste van de hofdienaren hen voor Nebukadnezar. Brontekst: וּלְמִקְצָת֙ (ulemiqtsat) = en aan het eind van | הַיָּמִ֔ים (hayamim) = de dagen | אֲשֶׁר (asher) = die | אָמַ֥ר (amar) = had gezegd | הַמֶּ֖לֶךְ (hamelekh) = de koning | לַהֲבִיאָ֑ם (lahaviam) = om hen te brengen | וַיְבִיאֵם֙ (vayviem) = en bracht hen | שַׂ֣ר (sar) = overste van | הַסָּרִיסִ֔ים (hasarisim) = de hofdienaren | לִפְנֵ֖י (lifnei) = voor | נְבֻכַדְנֶצַּֽר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 1:5 **1:19** De koning sprak met hen. Onder hen allen werd niemand gevonden zoals Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja. Zij gingen voor de koning staan. Brontekst: וַיְדַבֵּ֣ר (vaydaber) = en sprak | אִתָּם֮ (itam) = met hen | הַמֶּלֶךְ֒ (hamelekh) = de koning | וְלֹ֤א (velo) = en niet | נִמְצָא֙ (nimtsa) = werd gevonden | מִכֻּלָּ֔ם (mikulam) = onder hen allen | כְּדָנִיֵּ֣אל (kedaniyel) = zoals Daniël | חֲנַנְיָ֔ה (chananya) = Chananja | מִֽישָׁאֵ֖ל (mishael) = Misjaël | וַעֲזַרְיָ֑ה (vaazarya) = en Azarja | וַיַּֽעַמְד֖וּ (vayaamdu) = en zij stonden | לִפְנֵ֥י (lifnei) = voor | הַמֶּֽלֶךְ (hamelekh) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 41:46; Spr 22:29; 1 Kon 17:1; Jer 15:19; Dan 1:5 **1:20** De koning stelde hun vragen over elke zaak van wijs inzicht. Hij vond hen tien keer beter dan alle magiërs en bezweerders in heel zijn koninkrijk. Brontekst: וְכֹ֗ל (vekhol) = en elke | דְּבַר֙ (devar) = zaak van | חָכְמַ֣ת (chakhemat) = wijsheid van | בִּינָ֔ה (bina) = inzicht | אֲשֶׁר (asher) = die | בִּקֵּ֥שׁ (biqesh) = vroeg | מֵהֶ֖ם (mehem) = van hen | הַמֶּ֑לֶךְ (hamelekh) = de koning | וַֽיִּמְצָאֵ֞ם (vayimtsaem) = en hij vond hen | עֶ֣שֶׂר (eser) = tien | יָד֗וֹת (yadot) = keer beter | עַ֤ל (al) = dan | כָּל (kal) = alle | הַֽחַרְטֻמִּים֙ (hachartumim) = magiërs | הָֽאַשָּׁפִ֔ים (haashafim) = bezweerders | אֲשֶׁ֖ר (asher) = die | בְּכָל (bekhal) = in heel | מַלְכוּתֽוֹ (malkhuto) = zijn koninkrijk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶשֶׂר יָדוֹת (esher yadot), ‘tien keer beter’: letterlijk ‘tien handen’, dat is: tien delen. In Gen. 43:34 en 47:24 betekent ‘handen’ eveneens ‘delen’. Voetnoot : חַרְטֻמִּים (chartummim), ‘magiërs’: zoals in Exod. 7:11. אַשָּׁפִים (ashshafim), ‘bezweerders’: het woord komt alleen in Daniël voor. De betekenis is bij benadering. Zie ook: Gen 41:8; Gen 43:34; Gen 47:24; Ex 7:11; Ex 8:15; 1 Kon 5:9–14; Jes 19:3; Jes 47:12–14 **1:21** Daniël bleef er tot het eerste jaar van koning Kores. Brontekst: וַֽיְהִי֙ (vayhi) = en was | דָּֽנִיֵּ֔אל (daniyel) = Daniël | עַד (ad) = tot | שְׁנַ֥ת (shenat) = het jaar | אַחַ֖ת (achat) = een | לְכ֥וֹרֶשׁ (lekhoresh) = van Kores | הַמֶּֽלֶךְ (hamelekh) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Kores is koning Kores van Perzië. Het eerste jaar van zijn bewind over Babel is ongeveer 539–538 voor Christus. Vergelijk Ezra 1:1 en 2 Kron. 36:22–23. Voetnoot : Daniël blijft dus tot het einde van de Babylonische tijd. Dit zegt niet dat hij daarna niet meer leefde: zie 10:1. Zie ook: 2 Kron 36:22–23; Dan 6:29; Dan 10:1; Ezra 1:1 ## Daniël 2 _Nebukadnezars droom van het grote beeld_ ### De droom van de koning **2:1** In het tweede jaar van het koningschap van Nebukadnezar droomde Nebukadnezar dromen. Zijn geest werd verontrust en zijn slaap ging van hem weg. Brontekst: וּבִשְׁנַ֣ת (uvishnat) = in het jaar van | שְׁתַּ֗יִם (shetayim) = twee | לְמַלְכוּת֙ (lemalkhut) = van het koningschap van | נְבֻֽכַדְנֶצַּ֔ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | חָלַ֥ם (chalam) = droomde | נְבֻֽכַדְנֶצַּ֖ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | חֲלֹמ֑וֹת (chalomot) = dromen | וַתִּתְפָּ֣עֶם (vatitpaem) = en werd verontrust | רוּח֔וֹ (rucho) = zijn geest | וּשְׁנָת֖וֹ (ushenato) = en zijn slaap | נִהְיְתָ֥ה (nihyeta) = werd | עָלָֽיו (alav) = over hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲלֹמוֹת (chalomot), ‘dromen’: het Hebreeuws heeft een meervoud. Het kan om meer dan één droom gaan, of om één droom met veel beelden. Vanaf vers 3 spreekt de koning over ‘een droom’. Voetnoot : וְשְׁנָתוֹ נִהְיְתָה עָלָיו (veshenato nihyetah alav), ‘zijn slaap ging van hem weg’: letterlijk ‘zijn slaap werd over hem’. Het is een uitdrukking; de gewone betekenis is dat hij niet meer kon slapen. Zie ook: Gen 40:5–8; Job 33:15–17; Dan 2:3; Dan 4:2; Est 6:1 **2:2** De koning zei dat men de magiërs, de bezweerders, de tovenaars en de Chaldeeën moest roepen om de koning zijn dromen te vertellen. Zij kwamen en gingen voor de koning staan. Brontekst: וַיֹּ֣אמֶר (vayomer) = en zei | הַ֠מֶּלֶךְ (hamelekh) = de koning | לִקְרֹ֨א (liqro) = om te roepen | לַֽחַרְטֻמִּ֜ים (lachartumim) = de magiërs | וְלָֽאַשָּׁפִ֗ים (velaashafim) = en de bezweerders | וְלַֽמְכַשְּׁפִים֙ (velamkhashefim) = en de tovenaars | וְלַכַּשְׂדִּ֔ים (velakasdim) = en de Chaldeeën | לְהַגִּ֥יד (lehagid) = om te vertellen | לַמֶּ֖לֶךְ (lamelekh) = aan de koning | חֲלֹמֹתָ֑יו (chalomotav) = zijn dromen | וַיָּבֹ֕אוּ (vayavou) = en zij kwamen | וַיַּֽעַמְד֖וּ (vayaamdu) = en zij gingen staan | לִפְנֵ֥י (lifnei) = voor | הַמֶּֽלֶךְ (hamelekh) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De koning roept vier groepen: חַרְטֻמִּים (chartummim), ‘magiërs’, אַשָּׁפִים (ashshafim), ‘bezweerders’, מְכַשְּׁפִים (mekhashshefim), ‘tovenaars’ en כַּשְׂדִּים (kasdim), ‘Chaldeeën’. Hier is ‘Chaldeeën’ de naam van een groep wijze mannen. Elders in het Oude Testament is het de naam van het volk van Babel. Zie ook: Gen 41:8; Ex 7:11; Jes 47:12–13; Dan 1:20; Dan 4:3 **2:3** De koning zei tegen hen: „Ik heb een droom gedroomd. Mijn geest is verontrust. Ik wil de droom weten.” Brontekst: וַיֹּ֧אמֶר (vayomer) = en zei | לָהֶ֛ם (lahem) = tegen hen | הַמֶּ֖לֶךְ (hamelekh) = de koning | חֲל֣וֹם (chalom) = een droom | חָלָ֑מְתִּי (chalamti) = ik heb gedroomd | וַתִּפָּ֣עֶם (vatipaem) = en werd verontrust | רוּחִ֔י (ruchi) = mijn geest | לָדַ֖עַת (ladaat) = om te weten | אֶֽת (et) = (obj.) | הַחֲלֽוֹם (hachalom) = de droom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 40:8; Gen 41:15; Dan 2:1; Dan 4:2 ### De wijzen kunnen de droom niet vertellen **2:4** De Chaldeeën spraken tot de koning in het Aramees: „Koning, leef voor eeuwig! Vertel de droom aan uw dienaar. Dan zullen wij de uitleg bekendmaken.” Brontekst: וַֽיְדַבְּר֧וּ (vaydaberu) = en spraken | הַכַּשְׂדִּ֛ים (hakasdim) = de Chaldeeën | לַמֶּ֖לֶךְ (lamelekh) = tot de koning | אֲרָמִ֑ית (aramit) = in het Aramees | מַלְכָּא֙ (malka) = koning | לְעָלְמִ֣ין (lealemin) = voor eeuwig | חֱיִ֔י (cheyi) = leef | אֱמַ֥ר (emar) = vertel | חֶלְמָ֛א (chelma) = de droom | לְעַבְדָ֖ךְ (leavdakh) = aan uw dienaar | וּפִשְׁרָ֥א (ufishra) = en de uitleg | נְחַוֵּֽא (nechave) = wij zullen bekendmaken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf hier tot en met 7:28 is de brontekst Aramees. Het Hebreeuwse woord אֲרָמִית (aramit), ‘in het Aramees’, staat nog in de Hebreeuwse tekst en geeft de overgang aan. De Hebreeuwse tekst hervat in 8:1. Voetnoot : Het Aramees is verwant aan het Hebreeuws. De woorden voor Elohim zijn in het Aramees אֱלָהּ (elah) en, in het meervoud, אֱלָהִין (elahin). Wij vertalen ‘Elohim’ en ‘goden’. Voetnoot : לְעָלְמִין חֱיִי (le’almin chayi), ‘leef voor eeuwig’: een gebruikelijke groet aan een koning. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft לעבדיך (le’avdayikh), ‘uw dienaren’; de voorgelezen tekst (qere) heeft לְעַבְדָךְ (le’avdakh), ‘uw dienaar’. De Chaldeeën noemen zich samen ‘uw dienaar’. Wij volgen het qere. Zie ook: Jes 36:11; Dan 3:9; Dan 5:10; Dan 6:7; Ezra 4:7 **2:5** De koning antwoordde en zei tegen de Chaldeeën: „Mijn besluit staat vast. Als jullie mij de droom en de uitleg ervan niet bekendmaken, worden jullie in stukken gehouwen. Jullie huizen worden een mesthoop. Brontekst: עָנֵ֤ה (ane) = hij antwoordde | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | וְאָמַ֣ר (veamar) = en zei | לְכַשְׂדָּאֵ֔י (lekhasdaei) = aan de Chaldeeën | מִלְּתָ֖א (mileta) = het woord | מִנִּ֣י (mini) = van mij | אַזְדָּ֑א (azda) = vast | הֵ֣ן (hen) = als | לָ֤א (la) = niet | תְהֽוֹדְעוּנַּ֨נִי֙ (tehodeunani) = jullie bekendmaken aan mij | חֶלְמָ֣א (chelma) = de droom | וּפִשְׁרֵ֔הּ (ufishreh) = en zijn uitleg | הַדָּמִין֙ (hadamin) = in stukken | תִּתְעַבְד֔וּן (titavdun) = jullie worden gemaakt | וּבָתֵּיכ֖וֹן (uvateikhon) = en jullie huizen | נְוָלִ֥י (nevali) = tot een mesthoop | יִתְּשָׂמֽוּן (yitesamun) = worden gemaakt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַזְדָּא (azda), ‘vast’: een zeldzaam woord, waarschijnlijk uit het Perzisch. De betekenis ‘vaststaand besluit’ is waarschijnlijk. Sommigen verstaan ‘het woord is mij ontgaan’; de betekenis is onzeker. Vers 8 gebruikt hetzelfde woord. Voetnoot : הַדָּמִין (hadamin), ‘in stukken’: letterlijk ‘ledematen’. Voetnoot : נְוָלִי (nevali), ‘mesthoop’: een plaats voor afval. Het woord is zeldzaam; ook in 3:29 en Ezra 6:11. Zie ook: Ps 50:22; Ps 58:8; 2 Kon 10:27; Dan 2:8; Dan 3:29; Ezra 6:11 **2:6** Maar als jullie de droom en de uitleg ervan bekendmaken, ontvangen jullie van mij geschenken, een beloning en grote eer. Maak mij daarom de droom en de uitleg ervan bekend.” Brontekst: וְהֵ֨ן (vehen) = en als | חֶלְמָ֤א (chelma) = de droom | וּפִשְׁרֵהּ֙ (ufishreh) = en zijn uitleg | תְּֽהַחֲוֺ֔ן (tehachavon) = jullie bekendmaken | מַתְּנָ֤ן (matenan) = geschenken | וּנְבִזְבָּה֙ (unevizba) = en een beloning | וִיקָ֣ר (viqar) = en eer | שַׂגִּ֔יא (sagi) = grote | תְּקַבְּל֖וּן (teqabelun) = jullie ontvangen | מִן (min) = van | קֳדָמָ֑י (qodamay) = voor mij | לָהֵ֕ן (lahen) = daarom | חֶלְמָ֥א (chelma) = de droom | וּפִשְׁרֵ֖הּ (ufishreh) = en zijn uitleg | הַחֲוֺֽנִי (hachavoni) = maak bekend aan mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְבִזְבָּה (nevizbah), ‘beloning’: een zeldzaam woord, waarschijnlijk een leenwoord. De betekenis is bij benadering. Zie ook: Num 22:37; Num 24:11; Dan 2:48; Dan 5:7; Dan 5:29 **2:7** Zij antwoordden voor de tweede keer en zeiden: „Laat de koning de droom aan zijn dienaren vertellen. Dan zullen wij de uitleg bekendmaken.” Brontekst: עֲנ֥וֹ (ano) = zij antwoordden | תִנְיָנ֖וּת (tinyanut) = een tweede keer | וְאָמְרִ֑ין (veamerin) = en zeiden | מַלְכָּ֕א (malka) = de koning | חֶלְמָ֛א (chelma) = de droom | יֵאמַ֥ר (yemar) = laat hij zeggen | לְעַבְד֖וֹהִי (leavdohi) = aan zijn dienaren | וּפִשְׁרָ֥ה (ufishra) = en de uitleg | נְהַחֲוֵֽה (nehachave) = wij zullen bekendmaken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Pred 10:4; Dan 2:4; Dan 2:9 **2:8** De koning antwoordde en zei: „Ik weet zeker dat jullie tijd willen winnen, omdat jullie zien dat mijn besluit vaststaat. Brontekst: עָנֵ֤ה (ane) = hij antwoordde | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | וְאָמַ֔ר (veamar) = en zei | מִן (min) = uit | יַצִּיב֙ (yatsiv) = zekerheid | יָדַ֣ע (yada) = weet | אֲנָ֔ה (ana) = ik | דִּ֥י (di) = dat | עִדָּנָ֖א (idana) = tijd | אַנְתּ֣וּן (antun) = jullie | זָבְנִ֑ין (zavenin) = kopen | כָּל (kal) = al | קֳבֵל֙ (qovel) = tegenover | דִּ֣י (di) = dat | חֲזֵית֔וֹן (chazeiton) = jullie zien | דִּ֥י (di) = dat | אַזְדָּ֖א (azda) = vast | מִנִּ֥י (mini) = van mij | מִלְּתָֽא (mileta) = het woord Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ef 5:16; Kol 4:5 **2:9** Als jullie mij de droom niet bekendmaken, is er voor jullie maar één vonnis. Jullie hebben afgesproken om een leugenachtig en schadelijk woord voor mij uit te spreken, totdat de tijd verandert. Vertel mij daarom de droom. Dan weet ik dat jullie mij ook de uitleg kunnen bekendmaken.” Brontekst: דִּ֣י (di) = dat | הֵן (hen) = als | חֶלְמָא֩ (chelma) = de droom | לָ֨א (la) = niet | תְהֽוֹדְעֻנַּ֜נִי (tehodeunani) = jullie bekendmaken aan mij | חֲדָה (chada) = één | הִ֣יא (hi) = is | דָֽתְכ֗וֹן (datekhon) = jullie vonnis | וּמִלָּ֨ה (umila) = en een woord | כִדְבָ֤ה (kidva) = leugenachtig | וּשְׁחִיתָה֙ (ushechita) = en schadelijk | הִזְדְּמִנְתּוּן֙ (hizdemintun) = jullie hebben afgesproken | לְמֵאמַ֣ר (lememar) = om te zeggen | קָֽדָמַ֔י (qadamay) = voor mij | עַ֛ד (ad) = tot | דִּ֥י (di) = dat | עִדָּנָ֖א (idana) = de tijd | יִשְׁתַּנֵּ֑א (yishtane) = verandert | לָהֵ֗ן (lahen) = daarom | חֶלְמָא֙ (chelma) = de droom | אֱמַ֣רוּ (emaru) = zeg | לִ֔י (li) = aan mij | וְֽאִנְדַּ֕ע (veinda) = en ik zal weten | דִּ֥י (di) = dat | פִשְׁרֵ֖הּ (pishreh) = zijn uitleg | תְּהַחֲוֻנַּֽנִי (tehachavunani) = jullie kunnen bekendmaken aan mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דָּתְכון (datkhon), ‘jullie vonnis’: דָּת (dat) is een Perzisch leenwoord voor ‘wet’ of ‘bevel’. Zo ook in vers 13, 15. Voetnoot : שְׁחִיתָה (shechitah), ‘schadelijk’: letterlijk ‘verderfelijk’. Zie ook: Jes 41:23; Jes 44:25; Dan 2:13; Dan 2:15; Dan 2:21; Dan 7:25; Est 4:11 **2:10** De Chaldeeën antwoordden voor de koning en zeiden: „Er is geen mens op de aarde die het woord van de koning kan bekendmaken. Want nog nooit heeft een koning, hoe groot en machtig ook, zoiets gevraagd aan een magiër, bezweerder of Chaldeeër. Brontekst: עֲנ֨וֹ (ano) = zij antwoordden | כַשְׂדָּאֵ֤י (kasdaei) = de Chaldeeën | קֳדָם (qodam) = voor | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | וְאָ֣מְרִ֔ין (veamerin) = en zeiden | לָֽא (la) = niet | אִיתַ֤י (itay) = is er | אֲנָשׁ֙ (anash) = mens | עַל (al) = op | יַבֶּשְׁתָּ֔א (yabeshta) = de aarde | דִּ֚י (di) = die | מִלַּ֣ת (milat) = het woord van | מַלְכָּ֔א (malka) = de koning | יוּכַ֖ל (yukhal) = kan | לְהַחֲוָיָ֑ה (lehachavaya) = bekendmaken | כָּל (kal) = al | קֳבֵ֗ל (qovel) = tegenover | דִּ֚י (di) = dat | כָּל (kal) = elke | מֶ֨לֶךְ֙ (melekh) = koning | רַ֣ב (rav) = groot | וְשַׁלִּ֔יט (veshalit) = en machtig | מִלָּ֤ה (mila) = zoiets | כִדְנָה֙ (kidna) = zoals dit | לָ֣א (la) = niet | שְׁאֵ֔ל (sheel) = heeft gevraagd | לְכָל (lekhal) = aan elke | חַרְטֹּ֖ם (chartom) = magiër | וְאָשַׁ֥ף (veashaf) = en bezweerder | וְכַשְׂדָּֽי (vekhasday) = en Chaldeeër Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יַבֶּשְׁתָּא (yabbeshta), ‘de aarde’: letterlijk ‘het droge’. Het Aramees gebruikt dit woord voor het land. Voetnoot : שַׁלִּיט (shallit), ‘machtig’: iemand met gezag. Zie ook: Dan 2:27 **2:11** Het woord dat de koning vraagt, is zwaar. Een ander die het voor de koning kan bekendmaken, is er niet. Alleen de goden kunnen het, maar hun woning is niet bij het vlees.” Brontekst: וּמִלְּתָ֨א (umileta) = en het woord | דִֽי (di) = dat | מַלְכָּ֤ה (malka) = de koning | שָׁאֵל֙ (shael) = vraagt | יַקִּירָ֔ה (yaqira) = zwaar | וְאָחֳרָן֙ (veachoran) = en een ander | לָ֣א (la) = niet | אִיתַ֔י (itay) = is er | דִּ֥י (di) = die | יְחַוִּנַּ֖הּ (yechavinah) = het zal bekendmaken | קֳדָ֣ם (qodam) = voor | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | לָהֵ֣ן (lahen) = behalve | אֱלָהִ֔ין (elahin) = de goden | דִּ֚י (di) = wier | מְדָ֣רְה֔וֹן (medarehon) = hun woning | עִם (im) = bij | בִּשְׂרָ֖א (bisra) = het vlees | לָ֥א (la) = niet | אִיתֽוֹהִי (itohi) = is Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De Chaldeeën zeggen dat alleen ‘de goden’ (אֱלָהִין, elahin) het kunnen weten. Zij spreken hier als wijzen van Babel; wij schrijven ‘goden’ met kleine letter. Zie ook: Ex 29:45; Dan 5:11; Joh 1:14; Joh 14:17; 2 Kor 6:16 ### Het besluit om de wijzen te doden **2:12** Daarom werd de koning boos en zeer woedend. Hij zei dat alle wijzen van Babel moesten omkomen. Brontekst: כָּל (kal) = al | קֳבֵ֣ל (qovel) = tegenover | דְּנָ֔ה (dena) = dit | מַלְכָּ֕א (malka) = de koning | בְּנַ֖ס (benas) = boos | וּקְצַ֣ף (uqetsaf) = en woedend | שַׂגִּ֑יא (sagi) = zeer | וַאֲמַר֙ (vaamar) = en zei | לְה֣וֹבָדָ֔ה (lehovada) = om te laten omkomen | לְכֹ֖ל (lekhol) = alle | חַכִּימֵ֥י (chakimei) = wijzen van | בָבֶֽל (bavel) = Babel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Zie ook: Ps 76:11; Spr 27:3–4; Dan 3:13; Dan 3:19; Mat 2:16 **2:13** Het besluit ging uit en de wijzen zouden worden gedood. Men zocht Daniël en zijn vrienden om hen te doden. Brontekst: וְדָתָ֣א (vedata) = en het besluit | נֶפְקַ֔ת (nefqat) = ging uit | וְחַכִּֽימַיָּ֖א (vechakimaya) = en de wijzen | מִֽתְקַטְּלִ֑ין (mitqatelin) = werden gedood | וּבְע֛וֹ (uveo) = en zij zochten | דָּנִיֵּ֥אל (daniyel) = Daniël | וְחַבְר֖וֹהִי (vechavrohi) = en zijn vrienden | לְהִתְקְטָלָֽה (lehitqetala) = om gedood te worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 94:20; Jes 10:1; Dan 1:19–20; Dan 6:10–16; Est 3:12–15 ### Daniël vraagt tijd **2:14** Toen gaf Daniël raad en inzicht terug aan Arioch, de bevelhebber van de lijfwacht van de koning. Die was uitgegaan om de wijzen van Babel te doden. Brontekst: בֵּאדַ֣יִן (bedayin) = toen | דָּנִיֵּ֗אל (daniyel) = Daniël | הֲתִיב֙ (hativ) = gaf terug | עֵטָ֣א (eta) = raad | וּטְעֵ֔ם (uteem) = en inzicht | לְאַרְי֕וֹךְ (learyokh) = aan Arioch | רַב (rav) = overste van | טַבָּחַיָּ֖א (tabachaya) = de lijfwacht | דִּ֣י (di) = die | מַלְכָּ֑א (malka) = van de koning | דִּ֚י (di) = die | נְפַ֣ק (nefaq) = was uitgegaan | לְקַטָּלָ֔ה (leqatala) = om te doden | לְחַכִּימֵ֖י (lechakimei) = de wijzen van | בָּבֶֽל (bavel) = Babel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: עֵטָא וּטְעֵם (eta uteem), ‘raad en inzicht’: twee woorden die samen een bedachtzaam antwoord beschrijven. Voetnoot : רַב־טַבָּחַיָּא (rav-tabbachayya), ‘bevelhebber van de lijfwacht’: zoals in 2 Kon. 25:8. Letterlijk ‘hoofd van de slachters’. Voetnoot : אַרְיוֹךְ (Aryokh), ‘Arioch’: ook in Gen. 14:1 de naam van een koning, maar niet dezelfde man. Zie ook: Gen 14:1; Gen 37:36; 2 Kon 25:8; Jer 39:9; Jer 52:12; Jer 52:14; Dan 2:24 **2:15** Hij antwoordde en zei tegen Arioch, de gezagvoerder van de koning: „Waarom is het besluit van de koning zo streng?” Toen maakte Arioch de zaak aan Daniël bekend. Brontekst: עָנֵ֣ה (ane) = hij antwoordde | וְאָמַ֗ר (veamar) = en zei | לְאַרְיוֹךְ֙ (learyokh) = aan Arioch | שַׁלִּיטָ֣א (shalita) = de gezagvoerder | דִֽי (di) = die | מַלְכָּ֔א (malka) = van de koning | עַל (al) = om | מָ֥ה (ma) = wat | דָתָ֛א (data) = het besluit | מְהַחְצְפָ֖ה (mehachtsefa) = zo streng | מִן (min) = van | קֳדָ֣ם (qodam) = voor | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | אֱדַ֣יִן (edayin) = toen | מִלְּתָ֔א (mileta) = de zaak | הוֹדַ֥ע (hoda) = maakte bekend | אַרְי֖וֹךְ (aryokh) = Arioch | לְדָנִיֵּֽאל (ledaniyel) = aan Daniël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׁלִּיטָא (shallita), ‘gezagvoerder’: iemand met bevoegdheid. Het is een andere titel dan in vers 14. Voetnoot : מְהַחְצְפָה (mehachtsefah), ‘zo streng’: letterlijk ‘zo scherp’. Zie ook: Dan 2:14 **2:16** Daniël ging naar binnen en vroeg de koning dat hem tijd zou worden gegeven. Dan zou hij de koning de uitleg bekendmaken. Brontekst: וְדָ֣נִיֵּ֔אל (vedaniyel) = en Daniël | עַ֖ל (al) = ging naar binnen | וּבְעָ֣ה (uvea) = en vroeg | מִן (min) = van | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | דִּ֚י (di) = dat | זְמָ֣ן (zeman) = tijd | יִנְתֵּן (yinten) = zou worden gegeven | לֵ֔הּ (leh) = aan hem | וּפִשְׁרָ֖א (ufishra) = en de uitleg | לְהַֽחֲוָיָ֥ה (lehachavaya) = om bekend te maken | לְמַלְכָּֽא (lemalka) = aan de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 1:18–19; Dan 2:9–11 **2:17** Toen ging Daniël naar zijn huis. Hij maakte de zaak bekend aan zijn vrienden Chananja, Misjaël en Azarja. Brontekst: אֱדַ֥יִן (edayin) = toen | דָּֽנִיֵּ֖אל (daniyel) = Daniël | לְבַיְתֵ֣הּ (levayteh) = naar zijn huis | אֲזַ֑ל (azal) = ging | וְ֠לַחֲנַנְיָה (velachananya) = en aan Chananja | מִֽישָׁאֵ֧ל (mishael) = Misjaël | וַעֲזַרְיָ֛ה (vaazarya) = en Azarja | חַבְר֖וֹהִי (chavrohi) = zijn vrienden | מִלְּתָ֥א (mileta) = de zaak | הוֹדַֽע (hoda) = maakte bekend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 1:6–7; Dan 1:11; Dan 3:12 **2:18** Zij moesten ontferming vragen van de Elohim van de hemel over dit geheim. Dan zouden Daniël en zijn vrienden niet omkomen met de andere wijzen van Babel. Brontekst: וְרַחֲמִ֗ין (verachamin) = en ontferming | לְמִבְעֵא֙ (lemive) = om te vragen | מִן (min) = van | קֳדָם֙ (qodam) = voor | אֱלָ֣הּ (elah) = Elohim van | שְׁמַיָּ֔א (shemaya) = de hemel | עַל (al) = over | רָזָ֖ה (raza) = dit geheim | דְּנָ֑ה (dena) = dit | דִּ֣י (di) = dat | לָ֤א (la) = niet | יְהֹֽבְדוּן֙ (yehovedun) = zouden omkomen | דָּנִיֵּ֣אל (daniyel) = Daniël | וְחַבְר֔וֹהִי (vechavrohi) = en zijn vrienden | עִם (im) = met | שְׁאָ֖ר (shear) = de rest van | חַכִּימֵ֥י (chakimei) = de wijzen van | בָבֶֽל (bavel) = Babel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: רָזָא (raza), ‘geheim’: een leenwoord, waarschijnlijk uit het Perzisch. Het komt in dit hoofdstuk vaak voor (verzen 18, 19, 27–30, 47). Wij vertalen steeds ‘geheim’. Voetnoot : אֱלָהּ שְׁמַיָּא (elah shemayya), ‘de Elohim van de hemel’: zo ook in Ezra 1:2 en Neh. 1:4. Zie ook: Ps 50:15; Ps 91:15; Jer 33:3; Ezra 1:2; Neh 1:4; Mat 18:12; Mat 18:19 ### Het geheim wordt aan Daniël onthuld **2:19** Toen werd het geheim aan Daniël onthuld in een gezicht van de nacht. Daniël zegende de Elohim van de hemel. Brontekst: אֱדַ֗יִן (edayin) = toen | לְדָנִיֵּ֛אל (ledaniyel) = aan Daniël | בְּחֶזְוָ֥א (bechezva) = in een gezicht | דִֽי (di) = van | לֵילְיָ֖א (leileya) = de nacht | רָזָ֣ה (raza) = het geheim | גֲלִ֑י (gali) = werd onthuld | אֱדַ֨יִן֙ (edayin) = toen | דָּֽנִיֵּ֔אל (daniyel) = Daniël | בָּרִ֖ךְ (barikh) = zegende | לֶאֱלָ֥הּ (leelah) = de Elohim van | שְׁמַיָּֽא (shemaya) = de hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּחֶזְוָא דִי־לֵילְיָא (bechezva di leliya), ‘in een gezicht van de nacht’: het is een nachtelijk gezicht, niet de droom van de koning. Wij vertalen het Aramese chezev/chezvei in heel Daniël met ‘gezicht’, zoals in 7:1. Zie ook: Job 33:15–16; Num 12:6; Ps 25:14; Amos 3:7; Dan 7:7 **2:20** Daniël antwoordde en zei: „Gezegend zij de naam van Elohim, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Want de wijsheid en de kracht zijn van Hem. Brontekst: עָנֵ֤ה (ane) = hij antwoordde | דָֽנִיֵּאל֙ (daniyel) = Daniël | וְאָמַ֔ר (veamar) = en zei | לֶהֱוֵ֨א (leheve) = moge zijn | שְׁמֵ֤הּ (shemeh) = de naam | דִּֽי (di) = van | אֱלָהָא֙ (elaha) = Elohim | מְבָרַ֔ךְ (mevarakh) = gezegend | מִן (min) = van | עָלְמָ֖א (alema) = de eeuwigheid | וְעַ֣ד (vead) = en tot | עָלְמָ֑א (alema) = eeuwigheid | דִּ֧י (di) = want | חָכְמְתָ֛א (chakhemeta) = wijsheid | וּגְבוּרְתָ֖א (ugevureta) = en kracht | דִּ֥י (di) = van | לֵֽהּ (leh) = Hem | הִֽיא (hi) = is Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Daniël begint met een lofzang (verzen 20–23). Zij is zwart, omdat een mens tot Elohim en over Hem spreekt. Voetnoot : מִן־עָלְמָא וְעַד־עָלְמָא (min alma ve’ad alma), ‘van eeuwigheid tot eeuwigheid’: zoals Ps. 90:2 en 1 Kron. 29:10. Zie ook: Job 12:13; 1 Kron 29:10; Ps 90:2; Ps 113:2; Ps 145:1–2; Ps 147:5; Openb 5:12 **2:21** Hij verandert tijden en tijdstippen. Hij zet koningen af en stelt koningen aan. Hij geeft de wijzen wijsheid en kennis aan wie inzicht hebben. Brontekst: וְ֠הוּא (vehu) = en Hij | מְהַשְׁנֵ֤א (mehashne) = verandert | עִדָּנַיָּא֙ (idanaya) = tijden | וְזִמְנַיָּ֔א (vezimnaya) = en tijdstippen | מְהַעְדֵּ֥ה (mehade) = zet af | מַלְכִ֖ין (malkhin) = koningen | וּמְהָקֵ֣ים (umehaqeim) = en stelt aan | מַלְכִ֑ין (malkhin) = koningen | יָהֵ֤ב (yahev) = geeft | חָכְמְתָא֙ (chakhemeta) = wijsheid | לְחַכִּימִ֔ין (lechakimin) = aan de wijzen | וּמַנְדְּעָ֖א (umandea) = en kennis | לְיָדְעֵ֥י (leyadeei) = aan wie weten | בִינָֽה (bina) = inzicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִדָּנַיָּא וְזִמְנַיָּא (iddanayya vezimnayya), ‘tijden en tijdstippen’: Elohim bestuurt de loop van de geschiedenis. Wij vertalen iddan met ‘tijd’ en zeman met ‘tijdstip’, zoals in 7:12, 7:22 en 7:25. Zie ook: Ps 31:15–16; Ps 75:6–8; Ps 113:7–8; Dan 4:14; Dan 7:25 **2:22** Hij onthult diepe en verborgen dingen. Hij weet wat in de duisternis is, en het licht woont bij Hem. Brontekst: ה֛וּא (hu) = Hij | גָּלֵ֥א (gale) = onthult | עַמִּיקָתָ֖א (amiqata) = diepe dingen | וּמְסַתְּרָתָ֑א (umesaterata) = en verborgen dingen | יָדַע֙ (yada) = weet | מָ֣ה (ma) = wat | בַחֲשׁוֹכָ֔א (bachashokha) = in de duisternis | וּנְהוֹרָ֖א (unehora) = en het licht | עִמֵּ֥הּ (imeh) = bij Hem | שְׁרֵֽא (shere) = woont Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft וּנְהִירָא (unehira), ‘en verlichting’; de voorgelezen tekst (qere) heeft וּנְהוֹרָא (unehora), ‘en licht’. Wij volgen het qere. Zie ook: Job 12:22; Ps 139:11–12; Jer 23:24; Jak 1:17; 1 Joh 1:5 **2:23** U, Elohim van mijn vaderen, dank en prijs ik, want wijsheid en kracht hebt U mij gegeven. Nu hebt U mij laten weten wat wij van U vroegen. U hebt ons het woord van de koning bekendgemaakt.” Brontekst: לָ֣ךְ (lakh) = aan U | אֱלָ֣הּ (elah) = Elohim van | אֲבָהָתִ֗י (avahati) = mijn vaderen | מְהוֹדֵ֤א (mehode) = dank ik | וּמְשַׁבַּח֙ (umeshabach) = en prijs ik | אֲנָ֔ה (ana) = ik | דִּ֧י (di) = want | חָכְמְתָ֛א (chakhemeta) = wijsheid | וּגְבוּרְתָ֖א (ugevureta) = en kracht | יְהַ֣בְתְּ (yehavt) = hebt U gegeven | לִ֑י (li) = aan mij | וּכְעַ֤ן (ukhean) = en nu | הֽוֹדַעְתַּ֨נִי֙ (hodatani) = hebt U laten weten | דִּֽי (di) = wat | בְעֵ֣ינָא (beeina) = wij hebben gevraagd | מִנָּ֔ךְ (minakh) = van U | דִּֽי (di) = want | מִלַּ֥ת (milat) = het woord van | מַלְכָּ֖א (malka) = de koning | הוֹדַעְתֶּֽנָא (hodatena) = hebt U bekendgemaakt aan ons Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְהוֹדֵא (mehoda), ‘dank ik’: hetzelfde woord als in het Hebreeuwse ‘danken’ (יָדָה, yadah). Zie ook: Ex 3:15; Amos 3:7; Dan 2:18; Dan 2:20–21; Dan 2:29–30 ### Daniël voor de koning **2:24** Daarom ging Daniël naar Arioch, die door de koning was aangesteld om de wijzen van Babel te laten omkomen. Hij ging en zei tegen hem: „Laat de wijzen van Babel niet omkomen. Breng mij voor de koning, dan zal ik de koning de uitleg bekendmaken.” Brontekst: כָּל (kal) = al | קֳבֵ֣ל (qovel) = tegenover | דְּנָ֗ה (dena) = dit | דָּֽנִיֵּאל֙ (daniyel) = Daniël | עַ֣ל (al) = ging | עַל (al) = naar binnen | אַרְי֔וֹךְ (aryokh) = Arioch | דִּ֚י (di) = die | מַנִּ֣י (mani) = had aangesteld | מַלְכָּ֔א (malka) = de koning | לְהוֹבָדָ֖ה (lehovada) = om te laten omkomen | לְחַכִּימֵ֣י (lechakimei) = de wijzen van | בָבֶ֑ל (bavel) = Babel | אֲזַ֣ל (azal) = hij ging | וְכֵ֣ן (vekhen) = en zo | אֲמַר (amar) = zei | לֵ֗הּ (leh) = tegen hem | לְחַכִּימֵ֤י (lechakimei) = de wijzen van | בָבֶל֙ (bavel) = Babel | אַל (al) = niet | תְּהוֹבֵ֔ד (tehoved) = laat omkomen | הַעֵ֨לְנִי֙ (haeleni) = breng mij | קֳדָ֣ם (qodam) = voor | מַלְכָּ֔א (malka) = de koning | וּפִשְׁרָ֖א (ufishra) = en de uitleg | לְמַלְכָּ֥א (lemalka) = aan de koning | אֲחַוֵּֽא (achave) = zal ik bekendmaken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: Daniël gaat naar Arioch uit zorg voor de wijzen. Hij vraagt niet om zichzelf te redden, maar om niemand van de wijzen te doden. Zie ook: Dan 2:12–14; Hand 27:24 **2:25** Toen bracht Arioch Daniël haastig voor de koning. Hij zei tegen hem: „Ik heb een man gevonden onder de ballingen van Juda, die de koning de uitleg kan bekendmaken.” Brontekst: אֱדַ֤יִן (edayin) = toen | אַרְיוֹךְ֙ (aryokh) = Arioch | בְּהִתְבְּהָלָ֔ה (behitbehala) = haastig | הַנְעֵ֥ל (hanel) = bracht binnen | לְדָנִיֵּ֖אל (ledaniyel) = Daniël | קֳדָ֣ם (qodam) = voor | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | וְכֵ֣ן (vekhen) = en zo | אֲמַר (amar) = zei | לֵ֗הּ (leh) = tegen hem | דִּֽי (di) = dat | הַשְׁכַּ֤חַת (hashkachat) = ik heb gevonden | גְּבַר֙ (gevar) = een man | מִן (min) = uit | בְּנֵ֤י (benei) = de zonen van | גָֽלוּתָא֙ (galuta) = de ballingschap | דִּ֣י (di) = van | יְה֔וּד (yehud) = Juda | דִּ֥י (di) = die | פִשְׁרָ֖א (pishra) = de uitleg | לְמַלְכָּ֥א (lemalka) = aan de koning | יְהוֹדַֽע (yehoda) = zal bekendmaken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּהִתְבְּהָלָה (behitbehalah), ‘haastig’: Arioch handelt met haast. Hij presenteert Daniël als zijn eigen vondst. Voetnoot : בְּנֵי גָלוּתָא דִי יְהוּד (benei galuta di yehud), ‘de ballingen van Juda’: letterlijk ‘zonen van de ballingschap van Juda’. Juda heet in het Aramees יְהוּד (Yehud). Zie ook: Spr 24:11; Dan 1:6; Dan 5:13; Dan 6:14; 1 Kor 1:27–28 **2:26** De koning antwoordde en zei tegen Daniël, wiens naam Beltsazar was: „Kun jij mij de droom bekendmaken die ik heb gezien, en de uitleg ervan?” Brontekst: עָנֵ֤ה (ane) = hij antwoordde | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | וְאָמַ֣ר (veamar) = en zei | לְדָנִיֵּ֔אל (ledaniyel) = aan Daniël | דִּ֥י (di) = wiens | שְׁמֵ֖הּ (shemeh) = naam | בֵּלְטְשַׁאצַּ֑ר (beleteshatsar) = Beltsazar | הַֽאִיתָ֣ךְ (haitakh) = ben jij | כָּהֵ֗ל (kahel) = in staat | לְהוֹדָעֻתַ֛נִי (lehodautani) = om bekend te maken aan mij | חֶלְמָ֥א (chelma) = de droom | דִֽי (di) = die | חֲזֵ֖ית (chazeit) = ik heb gezien | וּפִשְׁרֵֽהּ (ufishreh) = en zijn uitleg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בֵּלְטְשַׁאצַּר (Beltesha’tsar): zie 1:7. Zie ook: Dan 1:7; Dan 2:3–7; Dan 4:5; Dan 5:12; Dan 5:16 **2:27** Daniël antwoordde voor de koning en zei: „Het geheim waarnaar de koning vraagt, kunnen wijzen, bezweerders, magiërs en waarzeggers de koning niet bekendmaken. Brontekst: עָנֵ֧ה (ane) = hij antwoordde | דָנִיֵּ֛אל (daniyel) = Daniël | קֳדָ֥ם (qodam) = voor | מַלְכָּ֖א (malka) = de koning | וְאָמַ֑ר (veamar) = en zei | רָזָה֙ (raza) = het geheim | דִּֽי (di) = dat | מַלְכָּ֣א (malka) = de koning | שָׁאֵ֔ל (shael) = vraagt | לָ֧א (la) = niet | חַכִּימִ֣ין (chakimin) = wijzen | אָֽשְׁפִ֗ין (ashefin) = bezweerders | חַרְטֻמִּין֙ (chartumin) = magiërs | גָּזְרִ֔ין (gazerin) = waarzeggers | יָכְלִ֖ין (yakhelin) = kunnen | לְהַֽחֲוָיָ֥ה (lehachavaya) = bekendmaken | לְמַלְכָּֽא (lemalka) = aan de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גָּזְרִין (gazrin), ‘waarzeggers’: letterlijk ‘wie het lot bepalen’. Zo ook in 4:4 en 5:7, 11. De betekenis is bij benadering. Zie ook: Jes 44:25; Jes 47:12–14; Dan 2:2; Dan 2:10–11; Dan 5:7–8 **2:28** Maar er is een Elohim in de hemel die geheimen onthult. Hij heeft koning Nebukadnezar bekendgemaakt wat er zal gebeuren in de laatste dagen. Uw droom en de gezichten van uw hoofd op uw bed zijn deze: Brontekst: בְּרַ֡ם (beram) = maar | אִיתַ֞י (itay) = er is | אֱלָ֤הּ (elah) = Elohim | בִּשְׁמַיָּא֙ (bishmaya) = in de hemel | גָּלֵ֣א (gale) = die onthult | רָזִ֔ין (razin) = geheimen | וְהוֹדַ֗ע (vehoda) = en heeft bekendgemaakt | לְמַלְכָּא֙ (lemalka) = aan de koning | נְבֽוּכַדְנֶצַּ֔ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מָ֛ה (ma) = wat | דִּ֥י (di) = dat | לֶהֱוֵ֖א (leheve) = zal zijn | בְּאַחֲרִ֣ית (beacharit) = in het einde van | יוֹמַיָּ֑א (yomaya) = de dagen | חֶלְמָ֨ךְ (chelmakh) = uw droom | וְחֶזְוֵ֥י (vechezvei) = en de gezichten van | רֵאשָׁ֛ךְ (reshakh) = uw hoofd | עַֽל (al) = op | מִשְׁכְּבָ֖ךְ (mishkevakh) = uw bed | דְּנָ֥ה (dena) = dit | הֽוּא (hu) = is Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּאַחֲרִית יוֹמַיָּא (be’acharit yomayya), ‘in de laatste dagen’: zoals in Hos. 3:5 (daar in het Hebreeuws). Het betekent hier: in de toekomst die op de droom volgt. De tekst noemt geen tijdstip. Zie ook: Gen 40:8; Gen 49:1; Amos 4:13; Hos 3:5; Dan 2:22; Dan 10:14 **2:29** U, koning, uw gedachten kwamen op uw bed op over wat hierna zal gebeuren. Hij die geheimen onthult, heeft u bekendgemaakt wat er zal gebeuren. Brontekst: אַ֣נְתְּה (ante) = u | מַלְכָּ֗א (malka) = koning | רַעְיוֹנָךְ֙ (rayonakh) = uw gedachten | עַל (al) = op | מִשְׁכְּבָ֣ךְ (mishkevakh) = uw bed | סְלִ֔קוּ (seliqu) = kwamen op | מָ֛ה (ma) = wat | דִּ֥י (di) = dat | לֶהֱוֵ֖א (leheve) = zal zijn | אַחֲרֵ֣י (acharei) = na | דְנָ֑ה (dena) = dit | וְגָלֵ֧א (vegale) = en Hij die onthult | רָזַיָּ֛א (razaya) = geheimen | הוֹדְעָ֖ךְ (hodeakh) = heeft bekendgemaakt aan u | מָה (ma) = wat | דִ֥י (di) = dat | לֶהֱוֵֽא (leheve) = zal zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Amos 4:13; Ezech 38:10; Dan 2:22; Dan 2:28; Dan 2:47 **2:30** Mij is dit geheim niet onthuld door een wijsheid die ik zou hebben boven alle levenden. Het is gebeurd opdat men de koning de uitleg bekendmaakt en u de gedachten van uw hart zult kennen. Brontekst: וַאֲנָ֗ה (vaana) = en mij | לָ֤א (la) = niet | בְחָכְמָה֙ (bechakhema) = door wijsheid | דִּֽי (di) = die | אִיתַ֥י (itay) = is | בִּי֙ (bi) = in mij | מִן (min) = boven | כָּל (kal) = alle | חַיַּיָּ֔א (chayaya) = levenden | רָזָ֥א (raza) = het geheim | דְנָ֖ה (dena) = dit | גֱּלִ֣י (geli) = is onthuld | לִ֑י (li) = aan mij | לָהֵ֗ן (lahen) = maar | עַל (al) = opdat | דִּבְרַת֙ (divrat) = men | דִּ֤י (di) = dat | פִשְׁרָא֙ (pishra) = de uitleg | לְמַלְכָּ֣א (lemalka) = aan de koning | יְהוֹדְע֔וּן (yehodeun) = bekendmaakt | וְרַעְיוֹנֵ֥י (verayonei) = en de gedachten van | לִבְבָ֖ךְ (livvakh) = uw hart | תִּנְדַּֽע (tinda) = u zult kennen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Daniël zegt dat het geheim niet door zijn eigen wijsheid is gevonden. Hij laat de eer aan Elohim. Zie ook: Gen 41:16; Dan 2:17–18; Dan 2:49; Hand 3:12; 2 Kor 4:15 ### De droom: het beeld **2:31** U, koning, keek, en zie: een groot beeld. Dat beeld was machtig en zijn glans was buitengewoon. Het stond voor u en zijn uiterlijk was angstaanjagend. Brontekst: אַ֣נְתְּה (ante) = u | מַלְכָּ֗א (malka) = koning | חָזֵ֤ה (chaze) = keek | הֲוַ֨יְתָ֙ (havayta) = u was | וַאֲל֨וּ (vaalu) = en zie | צְלֵ֥ם (tselem) = een beeld | חַד֙ (chad) = één | שַׂגִּ֔יא (sagi) = groot | צַלְמָ֨א (tsalma) = dat beeld | דִּכֵּ֥ן (diken) = dat | רַ֛ב (rav) = machtig | וְזִיוֵ֥הּ (veziveh) = en zijn glans | יַתִּ֖יר (yatir) = buitengewoon | קָאֵ֣ם (qaem) = stond | לְקָבְלָ֑ךְ (leqavelakh) = voor u | וְרֵוֵ֖הּ (vereveh) = en zijn uiterlijk | דְּחִֽיל (dechil) = was angstaanjagend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צְלֵם (tselem), ‘beeld’: een groot standbeeld. In hoofdstuk 3 staat een beeld van goud. Het is niet hetzelfde beeld. Zie ook: Jes 13:11; Hab 1:7; Ezech 28:7; Dan 7:3–17; Mat 4:8 **2:32** Het hoofd van dit beeld was van fijn goud. Zijn borst en zijn armen waren van zilver. Zijn buik en zijn heupen waren van koper. Brontekst: ה֣וּא (hu) = dat | צַלְמָ֗א (tsalma) = beeld | רֵאשֵׁהּ֙ (resheh) = zijn hoofd | דִּֽי (di) = van | דְהַ֣ב (dehav) = goud | טָ֔ב (tav) = fijn | חֲד֥וֹהִי (chadohi) = zijn borst | וּדְרָע֖וֹהִי (uderaohi) = en zijn armen | דִּ֣י (di) = van | כְסַ֑ף (kesaf) = zilver | מְע֥וֹהִי (meohi) = zijn buik | וְיַרְכָתֵ֖הּ (veyarkhateh) = en zijn heupen | דִּ֥י (di) = van | נְחָֽשׁ (nechash) = koper Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דְּהַב טָב (dehav tav), ‘fijn goud’: letterlijk ‘goed goud’. Voetnoot : חֲדוֹהִי (chadohi), ‘zijn borst’: letterlijk ‘zijn borststuk’. מְעוֹהִי (me’ohi), ‘zijn buik’; יַרְכָתֵהּ (yarkhateh), ‘zijn heupen’. De betekenis van deze lichaamsdelen is bij benadering. Voetnoot : נְחָשׁ (nechash), ‘koper’: ook ‘brons’ is mogelijk. Wij vertalen steeds ‘koper’. Zie ook: Jes 14:4; Dan 2:37–39; Dan 4:19; Dan 7:4–6; Openb 17:4 **2:33** Zijn benen waren van ijzer. Zijn voeten waren deels van ijzer en deels van klei. Brontekst: שָׁק֖וֹהִי (shaqohi) = zijn benen | דִּ֣י (di) = van | פַרְזֶ֑ל (parzel) = ijzer | רַגְל֕וֹהִי (raglohi) = zijn voeten | מִנְּהֵין֙ (minehein) = deels | דִּ֣י (di) = van | פַרְזֶ֔ל (parzel) = ijzer | וּמִנְּהֵ֖ין (uminehein) = en deels | דִּ֥י (di) = van | חֲסַֽף (chasaf) = klei Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲסַף (chasaf), ‘klei’: aarde zoals een pottenbakker gebruikt (vers 41). De betekenis is bij benadering. Zie ook: Dan 2:40–43; Dan 2:41; Dan 7:7–8; Dan 7:19–26 **2:34** U keek totdat een steen werd losgehouwen, niet door handen. Hij trof het beeld op zijn voeten van ijzer en klei en vermaalde ze. Brontekst: חָזֵ֣ה (chaze) = keek | הֲוַ֗יְתָ (havayta) = u was | עַ֠ד (ad) = totdat | דִּ֣י (di) = dat | הִתְגְּזֶ֤רֶת (hitgezeret) = werd losgehouwen | אֶ֨בֶן֙ (even) = een steen | דִּי (di) = die | לָ֣א (la) = niet | בִידַ֔יִן (bidayin) = door handen | וּמְחָ֤ת (umechat) = en trof | לְצַלְמָא֙ (letsalma) = het beeld | עַל (al) = op | רַגְל֔וֹהִי (raglohi) = zijn voeten | דִּ֥י (di) = van | פַרְזְלָ֖א (parzela) = ijzer | וְחַסְפָּ֑א (vechaspa) = en klei | וְהַדֵּ֖קֶת (vehadeqet) = en vermaalde | הִמּֽוֹן (himon) = ze Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דִּי־לָא בִידַיִן (di la vidayin), ‘niet door handen’: de steen is niet door mensen gemaakt of losgeslagen. Vers 45 herhaalt dit: de steen wordt ‘zonder handen’ uit de berg losgehouwen. Zie ook: Dan 2:44–45; Dan 2:45; Dan 7:27; Dan 8:25; Zach 4:6; Zach 12:3 **2:35** Toen werden ijzer, klei, koper, zilver en goud tegelijk vermaald. Ze werden als kaf van de dorsvloeren in de zomer. De wind voerde ze weg en er werd geen plaats meer voor hen gevonden. Maar de steen die het beeld had getroffen, werd een grote berg en vulde heel de aarde. Brontekst: בֵּאדַ֣יִן (bedayin) = toen | דָּ֣קוּ (daqu) = werden vermaald | כַחֲדָ֡ה (kachada) = tegelijk | פַּרְזְלָא֩ (parzela) = het ijzer | חַסְפָּ֨א (chaspa) = de klei | נְחָשָׁ֜א (nechasha) = het koper | כַּסְפָּ֣א (kaspa) = het zilver | וְדַהֲבָ֗א (vedahava) = en het goud | וַהֲווֹ֙ (vahavo) = en werden | כְּע֣וּר (keur) = als kaf | מִן (min) = van | אִדְּרֵי (iderei) = de dorsvloeren van | קַ֔יִט (qayit) = de zomer | וּנְשָׂ֤א (unesa) = en droeg weg | הִמּוֹן֙ (himon) = ze | רוּחָ֔א (rucha) = de wind | וְכָל (vekhal) = en elke | אֲתַ֖ר (atar) = plaats | לָא (la) = niet | הִשְׁתֲּכַ֣ח (hishtakhach) = werd gevonden | לְה֑וֹן (lehon) = voor hen | וְאַבְנָ֣א (veavna) = en de steen | דִּֽי (di) = die | מְחָ֣ת (mechat) = trof | לְצַלְמָ֗א (letsalma) = het beeld | הֲוָ֛ת (havat) = werd | לְט֥וּר (letur) = tot een berg | רַ֖ב (rav) = grote | וּמְלָ֥ת (umelat) = en vulde | כָּל (kal) = heel | אַרְעָֽא (ara) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עוּר (ur), ‘kaf’: de schil van het graan. Het wordt bij het dorsen door de wind weggeblazen. Zie ook: Ps 37:10; Hos 13:3; Jes 2:2–3; Jes 41:15–16; Openb 20:11 ### De uitleg van de droom **2:36** Dit is de droom. Nu zullen wij de uitleg ervan voor de koning zeggen. Brontekst: דְּנָ֣ה (dena) = dit | חֶלְמָ֔א (chelma) = de droom | וּפִשְׁרֵ֖הּ (ufishreh) = en zijn uitleg | נֵאמַ֥ר (nemar) = wij zullen zeggen | קֳדָם (qodam) = voor | מַלְכָּֽא (malka) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 2:23–24 **2:37** U, koning, bent koning der koningen. De Elohim van de hemel heeft u het koningschap, de macht, de kracht en de eer gegeven. Brontekst: אַ֣נְתְּה (ante) = u | מַלְכָּ֔א (malka) = koning | מֶ֖לֶךְ (melekh) = koning van | מַלְכַיָּ֑א (malkhaya) = de koningen | דִּ֚י (di) = aan wie | אֱלָ֣הּ (elah) = Elohim van | שְׁמַיָּ֔א (shemaya) = de hemel | מַלְכוּתָ֥א (malkhuta) = het koningschap | חִסְנָ֛א (chisna) = de macht | וְתָקְפָּ֥א (vetaqpa) = en de kracht | וִֽיקָרָ֖א (viqara) = en de eer | יְהַב (yehav) = heeft gegeven | לָֽךְ (lakh) = aan u Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֶלֶךְ מַלְכַיָּא (melekh malkayya), ‘koning der koningen’: een titel van grote koningen, zoals in Ezech. 26:7. Zie ook: Ps 62:12; Jes 47:5; Jer 27:6–7; Ezech 26:7; Ezra 7:12 **2:38** Overal waar mensenkinderen wonen, heeft Hij de dieren van het veld en de vogels van de hemel in uw hand gegeven. Hij heeft u over hen allen laten heersen. U bent het hoofd van goud. Brontekst: וּבְכָל (uvekhal) = en overal | דִּ֣י (di) = waar | דָֽיְרִ֣ין (dayerin) = wonen | בְּֽנֵי (benei) = de zonen van | אֲ֠נָשָׁא (anasha) = de mensen | חֵיוַ֨ת (cheivat) = de dieren van | בָּרָ֤א (bara) = het veld | וְעוֹף (veof) = en de vogels van | שְׁמַיָּא֙ (shemaya) = de hemel | יְהַ֣ב (yehav) = heeft gegeven | בִּידָ֔ךְ (bidakh) = in uw hand | וְהַשְׁלְטָ֖ךְ (vehashletakh) = en heeft u laten heersen | בְּכָלְּה֑וֹן (bekhalehon) = over hen allen | אַנְתְּה (ante) = u | ה֔וּא (hu) = bent | רֵאשָׁ֖ה (resha) = het hoofd | דִּ֥י (di) = van | דַהֲבָֽא (dahava) = het goud Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Daniël zegt: ‘U bent het hoofd van goud.’ Daarmee identificeert de tekst het gouden hoofd met Nebukadnezar. De volgende koninkrijken noemt de tekst niet bij naam. Zie ook: Ps 50:10–11; Jer 27:5–7; Dan 4:18–19 **2:39** Na u zal een ander koninkrijk opkomen, lager dan u. Daarna komt een derde koninkrijk, van koper, dat over heel de aarde zal heersen. Brontekst: וּבָתְרָ֗ךְ (uvaterakh) = en na u | תְּק֛וּם (tequm) = zal opkomen | מַלְכ֥וּ (malkhu) = een koninkrijk | אָחֳרִ֖י (achori) = ander | אֲרַע (ara) = lager | מִנָּ֑ךְ (minakh) = dan u | וּמַלְכ֨וּ (umalkhu) = en een koninkrijk | תְלִיתָאָ֤ה (telitaa) = derde | אָחֳרִי֙ (achori) = ander | דִּ֣י (di) = van | נְחָשָׁ֔א (nechasha) = koper | דִּ֥י (di) = dat | תִשְׁלַ֖ט (tishlat) = zal heersen | בְּכָל (bekhal) = over heel | אַרְעָֽא (ara) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het tweede en derde koninkrijk worden niet bij naam genoemd. Wij voegen niets toe. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft אַרְעָא (ar’a), ‘de aarde’; de voorgelezen tekst (qere) heeft אֲרַע (ara), ‘lager’. Wij volgen het qere. Zie ook: Jes 44:28–45:5; Dan 2:32; Dan 5:28–6:1; Dan 8:20; Dan 10:20 **2:40** Het vierde koninkrijk zal sterk zijn als ijzer. Want ijzer vermaalt en verbrijzelt alles. Zoals ijzer dat alles verbrijzelt, zo zal het dit alles vermalen en verbrijzelen. Brontekst: וּמַלְכוּ֙ (umalkhu) = en een koninkrijk | רְבִ֣יעָאָ֔ה (reviaa) = vierde | תֶּהֱוֵ֥א (teheve) = zal zijn | תַקִּיפָ֖ה (taqifa) = sterk | כְּפַרְזְלָ֑א (kefarzela) = als ijzer | כָּל (kal) = al | קֳבֵ֗ל (qovel) = tegenover | דִּ֤י (di) = dat | פַרְזְלָא֙ (parzela) = ijzer | מְהַדֵּ֤ק (mehadeq) = vermaalt | וְחָשֵׁל֙ (vechashel) = en verbrijzelt | כֹּ֔לָּא (kola) = alles | וּֽכְפַרְזְלָ֛א (ukhefarzela) = en als ijzer | דִּֽי (di) = dat | מְרָעַ֥ע (meraa) = verbrijzelt | כָּל (kal) = alles | אִלֵּ֖ין (ilein) = deze | תַּדִּ֥ק (tadiq) = zal het vermalen | וְתֵרֹֽעַ (veteroa) = en verbrijzelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het vierde koninkrijk wordt niet bij naam genoemd. De tekst beschrijft alleen zijn kracht: het vermaalt en verbrijzelt. Zie ook: Dan 7:7; Dan 7:19–26; Dan 8:24; Dan 9:26; Dan 11:36–45 **2:41** U zag dat de voeten en de tenen deels van pottenbakkersklei waren en deels van ijzer. Dat is een verdeeld koninkrijk. Er zal in dat koninkrijk iets van de hardheid van ijzer zijn, omdat u ijzer zag, vermengd met modderige klei. Brontekst: וְדִֽי (vedi) = en dat | חֲזַ֜יְתָה (chazayta) = u zag | רַגְלַיָּ֣א (raglaya) = de voeten | וְאֶצְבְּעָתָ֗א (veetsbeata) = en de tenen | מִנְּהֵ֞ן (minehen) = deels | חֲסַ֤ף (chasaf) = klei | דִּֽי (di) = van | פֶחָר֙ (pechar) = een pottenbakker | וּמִנְּהֵ֣ין (uminehein) = en deels | פַּרְזֶ֔ל (parzel) = ijzer | מַלְכ֤וּ (malkhu) = een koninkrijk | פְלִיגָה֙ (peliga) = verdeeld | תֶּהֱוֵ֔ה (teheve) = zal zijn | וּמִן (umin) = en van | נִצְבְּתָ֥א (nitsbeta) = de hardheid | דִ֥י (di) = van | פַרְזְלָ֖א (parzela) = het ijzer | לֶֽהֱוֵא (leheve) = zal zijn | בַ֑הּ (bah) = daarin | כָּל (kal) = al | קֳבֵל֙ (qovel) = tegenover | דִּ֣י (di) = dat | חֲזַ֔יְתָה (chazayta) = u zag | פַּ֨רְזְלָ֔א (parzela) = ijzer | מְעָרַ֖ב (mearav) = vermengd | בַּחֲסַ֥ף (bachasaf) = met klei | טִינָֽא (tina) = modderige Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פְּחָר (pechar), ‘pottenbakker’: iemand die klei bewerkt. Voetnoot : נִצְבְּתָא (nitsbeta), ‘hardheid’: letterlijk ‘vastheid, planting’. Het woord is zeldzaam; de betekenis is bij benadering. Voetnoot : טִינָא (tina), ‘modderige klei’: klei vermengd met water. Zie ook: Dan 2:33–35; Dan 7:24; Openb 12:3; Openb 13:1; Openb 17:12 **2:42** De tenen van de voeten waren deels van ijzer en deels van klei. Zo zal een deel van het koninkrijk sterk zijn en een deel broos. Brontekst: וְאֶצְבְּעָת֙ (veetsbeat) = en de tenen van | רַגְלַיָּ֔א (raglaya) = de voeten | מִנְּהֵ֥ין (minehein) = deels | פַּרְזֶ֖ל (parzel) = ijzer | וּמִנְּהֵ֣ין (uminehein) = en deels | חֲסַ֑ף (chasaf) = klei | מִן (min) = uit | קְצָ֤ת (qetsat) = een deel van | מַלְכוּתָא֙ (malkhuta) = het koninkrijk | תֶּהֱוֵ֣ה (teheve) = zal zijn | תַקִּיפָ֔ה (taqifa) = sterk | וּמִנַּ֖הּ (uminah) = en een deel ervan | תֶּהֱוֵ֥ה (teheve) = zal zijn | תְבִירָֽה (tevira) = broos Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 7:24; Openb 13:1 **2:43** U zag ijzer, vermengd met modderige klei. Zij zullen zich vermengen door het zaad van mensen, maar zij zullen niet aan elkaar vastzitten. Zo vermengt ijzer zich niet met klei. Brontekst: וְדִ֣י (vedi) = en dat | חֲזַ֗יְתָ (chazayta) = u zag | פַּרְזְלָא֙ (parzela) = ijzer | מְעָרַב֙ (mearav) = vermengd | בַּחֲסַ֣ף (bachasaf) = met klei | טִינָ֔א (tina) = modderige | מִתְעָרְבִ֤ין (mitarevin) = zij zullen zich vermengen | לֶהֱוֺן֙ (lehevon) = zij | בִּזְרַ֣ע (bizra) = door het zaad van | אֲנָשָׁ֔א (anasha) = de mensen | וְלָֽא (vela) = en niet | לֶהֱוֺ֥ן (lehevon) = zij | דָּבְקִ֖ין (daveqin) = vastzitten | דְּנָ֣ה (dena) = dit | עִם (im) = met | דְּנָ֑ה (dena) = dit | הֵֽא (he) = zie | כְדִ֣י (kedi) = zoals dat | פַרְזְלָ֔א (parzela) = ijzer | לָ֥א (la) = niet | מִתְעָרַ֖ב (mitarav) = zich vermengt | עִם (im) = met | חַסְפָּֽא (chaspa) = klei Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּזְרַע אֲנָשָׁא (bizra anasha), ‘door het zaad van mensen’: letterlijk. Veel lezers verstaan hierbij verbindingen door huwelijk of afstamming. De tekst zegt het niet; wij laten het letterlijk staan. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft די (di), ‘dat’, waar het qere וְדִי (vedi), ‘en dat’, leest. Wij volgen het qere. **2:44** In de dagen van die koningen zal de Elohim van de hemel een koninkrijk oprichten dat nooit vernietigd wordt. Zijn koningschap zal niet aan een ander volk worden overgelaten. Het zal al die koninkrijken vermalen en een einde aan hen maken. Zelf zal het voor eeuwig bestaan. Brontekst: וּֽבְיוֹמֵיה֞וֹן (uveyomeihon) = en in hun dagen | דִּ֧י (di) = van | מַלְכַיָּ֣א (malkhaya) = de koningen | אִנּ֗וּן (inun) = die | יְקִים֩ (yeqim) = zal oprichten | אֱלָ֨הּ (elah) = Elohim van | שְׁמַיָּ֤א (shemaya) = de hemel | מַלְכוּ֙ (malkhu) = een koninkrijk | דִּ֤י (di) = dat | לְעָלְמִין֙ (lealemin) = voor eeuwig | לָ֣א (la) = niet | תִתְחַבַּ֔ל (titchabal) = zal vernietigd worden | וּמַ֨לְכוּתָ֔ה (umalkhuta) = en zijn koningschap | לְעַ֥ם (leam) = aan een volk | אָחֳרָ֖ן (achoran) = ander | לָ֣א (la) = niet | תִשְׁתְּבִ֑ק (tishteviq) = zal worden overgelaten | תַּדִּ֤ק (tadiq) = het zal vermalen | וְתָסֵיף֙ (vetaseif) = en een einde maken | כָּל (kal) = alle | אִלֵּ֣ין (ilein) = deze | מַלְכְוָתָ֔א (malkhevata) = koninkrijken | וְהִ֖יא (vehi) = en zelf | תְּק֥וּם (tequm) = zal bestaan | לְעָלְמַיָּֽא (lealemaya) = voor eeuwig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit koninkrijk komt van Elohim. Het wordt niet door mensenhanden gevestigd, zoals de steen zonder handen (vers 34 en 45). Het blijft ‘voor eeuwig’ (לְעָלְמִין, le’almin). Vergelijk 7:14, 27. Zie ook: Ps 145:13; Dan 2:34; Dan 2:45; Dan 6:27; Mat 28:18; Luc 1:32–33; Openb 11:15 **2:45** Want u zag dat een steen zonder handen uit de berg werd losgehouwen. Hij vermaalde het ijzer, het koper, de klei, het zilver en het goud. De grote Elohim heeft de koning bekendgemaakt wat hierna zal gebeuren. De droom is waar en de uitleg ervan is betrouwbaar.” Brontekst: כָּל (kal) = al | קֳבֵ֣ל (qovel) = tegenover | דִּֽי (di) = dat | חֲזַ֡יְתָ (chazayta) = u zag | דִּ֣י (di) = dat | מִטּוּרָא֩ (mitura) = uit de berg | אִתְגְּזֶ֨רֶת (itgezeret) = werd losgehouwen | אֶ֜בֶן (even) = een steen | דִּי (di) = die | לָ֣א (la) = niet | בִידַ֗יִן (bidayin) = door handen | וְ֠הַדֶּקֶת (vehadeqet) = en vermaalde | פַּרְזְלָ֨א (parzela) = het ijzer | נְחָשָׁ֤א (nechasha) = het koper | חַסְפָּא֙ (chaspa) = de klei | כַּסְפָּ֣א (kaspa) = het zilver | וְדַהֲבָ֔א (vedahava) = en het goud | אֱלָ֥הּ (elah) = Elohim | רַב֙ (rav) = grote | הוֹדַ֣ע (hoda) = heeft bekendgemaakt | לְמַלְכָּ֔א (lemalka) = aan de koning | מָ֛ה (ma) = wat | דִּ֥י (di) = dat | לֶהֱוֵ֖א (leheve) = zal zijn | אַחֲרֵ֣י (acharei) = na | דְנָ֑ה (dena) = dit | וְיַצִּ֥יב (veyatsiv) = en waar | חֶלְמָ֖א (chelma) = is de droom | וּמְהֵימַ֥ן (umeheiman) = en betrouwbaar | פִּשְׁרֵֽהּ (pishreh) = zijn uitleg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 41:28; Gen 41:32; Deut 10:17; 2 Sam 7:22; Jes 28:16 ### De koning eert Daniël **2:46** Toen viel koning Nebukadnezar op zijn gezicht en boog zich neer voor Daniël. Hij zei dat men hem een graanoffer en geurige offers moest brengen. Brontekst: בֵּ֠אדַיִן (bedayin) = toen | מַלְכָּ֤א (malka) = de koning | נְבֽוּכַדְנֶצַּר֙ (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | נְפַ֣ל (nefal) = viel | עַל (al) = op | אַנְפּ֔וֹהִי (anpohi) = zijn gezicht | וּלְדָנִיֵּ֖אל (uledaniyel) = en voor Daniël | סְגִ֑ד (segid) = boog zich neer | וּמִנְחָה֙ (umincha) = en een graanoffer | וְנִ֣יחֹחִ֔ין (venichochin) = en geurige offers | אֲמַ֖ר (amar) = zei | לְנַסָּ֥כָה (lenasakha) = dat men zou brengen | לֵֽהּ (leh) = aan hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִנְחָה (minchah), ‘graanoffer’ en נִיחֹחִין (nichochin), ‘geurige offers’: dit zijn woorden uit de eredienst. De koning laat offergaven brengen voor Daniël. De tekst zegt niet dat Daniël dit aanneemt. In het volgende vers prijst de koning Daniëls Elohim. Zie ook: Lev 26:31; Ezra 6:10; Hand 10:25; Hand 14:13; Hand 28:6 **2:47** De koning antwoordde Daniël en zei: „Het is waar: jullie Elohim is de Elohim van de goden en de Heer van de koningen. Hij onthult geheimen, want jij kon dit geheim onthullen.” Brontekst: עָנֵה֩ (ane) = hij antwoordde | מַלְכָּ֨א (malka) = de koning | לְדָנִיֵּ֜אל (ledaniyel) = aan Daniël | וְאָמַ֗ר (veamar) = en zei | מִן (min) = uit | קְשֹׁט֙ (qeshot) = waarheid | דִּ֣י (di) = dat | אֱלָהֲכ֗וֹן (elahakhon) = jullie Elohim | ה֣וּא (hu) = Hij is | אֱלָ֧הּ (elah) = de Elohim van | אֱלָהִ֛ין (elahin) = de goden | וּמָרֵ֥א (umare) = en de Heer van | מַלְכִ֖ין (malkhin) = de koningen | וְגָלֵ֣ה (vegale) = en onthult | רָזִ֑ין (razin) = geheimen | דִּ֣י (di) = want | יְכֵ֔לְתָּ (yekhelta) = jij kon | לְמִגְלֵ֖א (lemigle) = om te onthullen | רָזָ֥ה (raza) = het geheim | דְנָֽה (dena) = dit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלָהּ אֱלָהִין (elah elahin), ‘Elohim van de goden’ en מָרֵא מַלְכִין (mare malkin), ‘Heer van de koningen’: de koning erkent dat de Elohim van Daniël boven alle goden en koningen staat. Hij zegt niet dat hij andere goden verlaat. Zie ook: Deut 10:17; Amos 3:7; Dan 2:22; Dan 2:28; Dan 11:36 **2:48** Toen verhoogde de koning Daniël. Hij gaf hem veel grote geschenken en liet hem heersen over heel de provincie Babel. Hij stelde hem aan als hoofd van de prefecten over alle wijzen van Babel. Brontekst: אֱדַ֨יִן (edayin) = toen | מַלְכָּ֜א (malka) = de koning | לְדָנִיֵּ֣אל (ledaniyel) = Daniël | רַבִּ֗י (rabi) = verhoogde | וּמַתְּנָ֨ן (umatenan) = en geschenken | רַבְרְבָ֤ן (ravrevan) = grote | שַׂגִּיאָן֙ (sagian) = veel | יְהַב (yehav) = gaf | לֵ֔הּ (leh) = aan hem | וְהַ֨שְׁלְטֵ֔הּ (vehashleteh) = en liet hem heersen | עַ֖ל (al) = over | כָּל (kal) = heel | מְדִינַ֣ת (medinat) = de provincie van | בָּבֶ֑ל (bavel) = Babel | וְרַב (verav) = en hoofd van | סִגְנִ֔ין (signin) = de prefecten | עַ֖ל (al) = over | כָּל (kal) = alle | חַכִּימֵ֥י (chakimei) = wijzen van | בָבֶֽל (bavel) = Babel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: רַב־סִגְנִין (rav-signin), ‘hoofd van de prefecten’: סְגַן (segan) is een bestuursambt, waarschijnlijk uit het Akkadisch. De betekenis is bij benadering. Voetnoot : מְדִינָה (medinah), ‘provincie’: een gebied met een eigen bestuur. Zie ook: Gen 41:39–43; 2 Kon 5:1; Dan 2:6; Dan 4:6; Dan 5:11 **2:49** Daniël vroeg de koning om Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego aan te stellen over het bestuur van de provincie Babel. Daniël zelf was in de poort van de koning. Brontekst: וְדָנִיֵּאל֙ (vedaniyel) = en Daniël | בְּעָ֣א (bea) = vroeg | מִן (min) = van | מַלְכָּ֔א (malka) = de koning | וּמַנִּ֗י (umani) = en stelde aan | עַ֤ל (al) = over | עֲבִֽידְתָּא֙ (avidta) = het bestuur van | דִּ֚י (di) = de | מְדִינַ֣ת (medinat) = provincie van | בָּבֶ֔ל (bavel) = Babel | לְשַׁדְרַ֥ךְ (leshadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁ֖ךְ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֑וֹ (nego) = Nego | וְדָנִיֵּ֖אל (vedaniyel) = en Daniël | בִּתְרַ֥ע (bitra) = in de poort van | מַלְכָּֽא (malka) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: בִּתְרַע מַלְכָּא (bitra malka), ‘in de poort van de koning’: de poort was de plaats van bestuur en recht, zoals in Esth. 2:19, 21. Daniël zit dus bij het hof van de koning. Voetnoot : שַׁדְרַךְ מֵישַׁךְ וַעֲבֵד נְגוֹ (Shadrakh Meshakh va’Aved Nego): zie 1:7. Zie ook: Amos 5:15; Dan 1:7; Dan 3:12–30; Est 2:19; Est 2:21 ## Daniël 3 _Het gouden beeld en de vuuroven_ ### Het gouden beeld **3:1** Koning Nebukadnezar maakte een beeld van goud. Zijn hoogte was zestig el en zijn breedte zes el. Hij richtte het op in het dal Dura, in de provincie Babel. Brontekst: נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מַלְכָּ֗א (malka) = de koning | עֲבַד֙ (avad) = maakte | צְלֵ֣ם (tselem) = een beeld | דִּֽי (di) = van | דְהַ֔ב (dehav) = goud | רוּמֵהּ֙ (rumeh) = zijn hoogte | אַמִּ֣ין (amin) = el | שִׁתִּ֔ין (shitin) = zestig | פְּתָיֵ֖הּ (petayeh) = zijn breedte | אַמִּ֣ין (amin) = el | שִׁ֑ת (shit) = zes | אֲקִימֵהּ֙ (aqimeh) = hij richtte het op | בְּבִקְעַ֣ת (beviqat) = in het dal van | דּוּרָ֔א (dura) = Dura | בִּמְדִינַ֖ת (bimdinat) = in de provincie van | בָּבֶֽל (bavel) = Babel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Dal Dura (ligging onzeker): Het dal Dura lag in de provincie Babel, waar Nebukadnezar het gouden beeld oprichtte. De precieze plaats is niet bekend. Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: אַמָּה (amah), ‘el’: een el is ongeveer 45 tot 52 centimeter. Zestig el is dus ongeveer 27 tot 31 meter en zes el ongeveer 2,7 tot 3,1 meter. De omrekening is bij benadering. Voetnoot : דּוּרָא (Dura), ‘Dura’: de ligging van dit dal is onzeker; het ligt in Babylonië. Voetnoot : Het beeld is van goud. Of het geheel van massief goud was, zegt de tekst niet. Zie ook: Hos 8:4; Jes 46:6; Jer 16:20; Hab 2:19; Hand 17:29 **3:2** Koning Nebukadnezar stuurde bericht om de satrapen, de prefecten, de landvoogden, de raadsheren, de schatmeesters, de rechters, de juristen en alle bestuurders van de provincies te verzamelen. Zij moesten komen voor de inwijding van het beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht. Brontekst: וּנְבוּכַדְנֶצַּ֣ר (unevukhadnetsar) = en Nebukadnezar | מַלְכָּ֡א (malka) = de koning | שְׁלַ֡ח (shelach) = stuurde | לְמִכְנַ֣שׁ (lemikhnash) = om te verzamelen | לַֽאֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּ֡א (laachashdarpenaya) = de satrapen | סִגְנַיָּ֣א (signaya) = de prefecten | וּֽפַחֲוָתָ֡א (ufachavata) = en de landvoogden | אֲדַרְגָּזְרַיָּא֩ (adargazeraya) = de raadsheren | גְדָ֨בְרַיָּ֤א (gedaveraya) = de schatmeesters | דְּתָבְרַיָּא֙ (detaveraya) = de rechters | תִּפְתָּיֵ֔א (tiftaye) = de juristen | וְכֹ֖ל (vekhol) = en alle | שִׁלְטֹנֵ֣י (shiltonei) = bestuurders van | מְדִֽינָתָ֑א (medinata) = de provincies | לְמֵתֵא֙ (lemete) = om te komen | לַחֲנֻכַּ֣ת (lachanukat) = tot de inwijding van | צַלְמָ֔א (tsalma) = het beeld | דִּ֥י (di) = dat | הֲקֵ֖ים (haqeim) = had opgericht | נְבוּכַדְנֶצַּ֥ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מַלְכָּֽא (malka) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De zeven titels zijn waarschijnlijk Perzische en Akkadische leenwoorden. De betekenis is bij benadering: אֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּא (achashdarpenayya), ‘satrapen’ (hoge gouverneurs); סִגְנַיָּא (signayya), ‘prefecten’; פַּחֲוָתָא (pachavata), ‘landvoogden’; אֲדַרְגָּזְרַיָּא (adargazeraya), ‘raadsheren’; גְדָבְרַיָּא (gedavraya), ‘schatmeesters’; דְּתָבְרַיָּא (detavraya), ‘rechters’; תִּפְתָּיֵא (tiftaye), ‘juristen’. Daarna volgen alle שִׁלְטוֹנֵי (shiltonei), ‘bestuurders’ (letterlijk: machthebbers), van de provincies. In 6:3 staat een ander Aramees woord dat wij ook met ‘bestuurders’ vertalen: סָרְכִין (sarekin). Wij gebruiken steeds dezelfde Nederlandse titels (3:2, 3:3, 3:24, 3:27 en 6:2–8; NL 6:1–7). Voetnoot : חֲנֻכַּת (chanukkat), ‘inwijding’: het woord is verwant aan het Hebreeuwse woord voor de inwijding van het altaar (Num. 7:10). Zie ook: Num 7:10; Num 25:2; Re 16:23; Spr 29:12; 1 Kon 12:32; Dan 3:27 **3:3** Toen verzamelden de satrapen, de prefecten, de landvoogden, de raadsheren, de schatmeesters, de rechters, de juristen en alle bestuurders van de provincies zich voor de inwijding van het beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht. Zij stonden voor het beeld dat Nebukadnezar had opgericht. Brontekst: בֵּאדַ֡יִן (bedayin) = toen | מִֽתְכַּנְּשִׁ֡ין (mitkaneshin) = verzamelden zich | אֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּ֡א (achashdarpenaya) = de satrapen | סִגְנַיָּ֣א (signaya) = de prefecten | וּֽפַחֲוָתָ֡א (ufachavata) = en de landvoogden | אֲדַרְגָּזְרַיָּ֣א (adargazeraya) = de raadsheren | גְדָבְרַיָּא֩ (gedaveraya) = de schatmeesters | דְּתָ֨בְרַיָּ֜א (detaveraya) = de rechters | תִּפְתָּיֵ֗א (tiftaye) = de juristen | וְכֹל֙ (vekhol) = en alle | שִׁלְטֹנֵ֣י (shiltonei) = bestuurders van | מְדִֽינָתָ֔א (medinata) = de provincies | לַחֲנֻכַּ֣ת (lachanukat) = voor de inwijding van | צַלְמָ֔א (tsalma) = het beeld | דִּ֥י (di) = dat | הֲקֵ֖ים (haqeim) = had opgericht | נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | וְקָֽיְמִין֙ (veqayemin) = en zij stonden | לָקֳבֵ֣ל (laqovel) = tegenover | צַלְמָ֔א (tsalma) = het beeld | דִּ֥י (di) = dat | הֲקֵ֖ים (haqeim) = had opgericht | נְבוּכַדְנֶצַּֽר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Hand 19:34–35; Rom 3:11; Openb 13:13–16; Openb 17:13; Openb 17:17 **3:4** De heraut riep luid: „Aan jullie wordt gezegd, volken, naties en talen: Brontekst: וְכָרוֹזָ֖א (vekharoza) = en de heraut | קָרֵ֣א (qare) = riep | בְחָ֑יִל (bechayil) = luid | לְכ֤וֹן (lekhon) = aan jullie | אָֽמְרִין֙ (amerin) = wordt gezegd | עַֽמְמַיָּ֔א (ammaya) = volken | אֻמַּיָּ֖א (umaya) = naties | וְלִשָּׁנַיָּֽא (velishanaya) = en talen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Hos 5:11; Mi 6:16; Dan 3:31; Dan 4:11; Dan 6:26 **3:5** Op het moment dat jullie het geluid horen van de hoorn, de fluit, de lier, de driehoek, de harp, de doedelzak en allerlei soorten muziek, moeten jullie neervallen en je neerbuigen voor het gouden beeld dat koning Nebukadnezar heeft opgericht. Brontekst: בְּעִדָּנָ֡א (beidana) = op het moment | דִּֽי (di) = dat | תִשְׁמְע֡וּן (tishmeun) = jullie horen | קָ֣ל (qal) = het geluid van | קַרְנָ֣א (qarna) = de hoorn | מַ֠שְׁרוֹקִיתָא (mashroqita) = de fluit | קַתְר֨וֹס (qatros) = de lier | סַבְּכָ֤א (sabekha) = de driehoek | פְּסַנְתֵּרִין֙ (pesanterin) = de harp | סוּמְפֹּ֣נְיָ֔ה (sumponeya) = de doedelzak | וְכֹ֖ל (vekhol) = en allerlei | זְנֵ֣י (zenei) = soorten van | זְמָרָ֑א (zemara) = muziek | תִּפְּל֤וּן (tipelun) = jullie zullen neervallen | וְתִסְגְּדוּן֙ (vetisgedun) = en jullie zullen je neerbuigen | לְצֶ֣לֶם (letselem) = voor het beeld van | דַּהֲבָ֔א (dahava) = goud | דִּ֥י (di) = dat | הֲקֵ֖ים (haqeim) = heeft opgericht | נְבוּכַדְנֶצַּ֥ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מַלְכָּֽא (malka) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De muziekinstrumenten hebben Aramese namen, sommige uit het Grieks: קַרְנָא (qarna), ‘hoorn’; מַשְׁרוֹקִיתָא (mashroqita), ‘fluit’; קַתְרוֹס (qatros), ‘lier’, uit het Grieks; סַבְּכָא (sabbeka), ‘driehoek’, een snaarinstrument; פְּסַנְתֵּרִין (pesanterin), ‘harp’, uit het Grieks; סוּמְפֹּנְיָה (sumponyah), ‘doedelzak’, uit het Grieks. De betekenis van de laatste twee is onzeker. Zie ook: Dan 3:7; Dan 3:10; Dan 3:15 **3:6** Wie niet neervalt en zich niet neerbuigt, wordt op datzelfde moment midden in een brandende vuuroven geworpen.” Brontekst: וּמַן (uman) = en wie | דִּי (di) = dat | לָ֥א (la) = niet | יִפֵּ֖ל (yipel) = neervalt | וְיִסְגֻּ֑ד (veyisgud) = en zich neerbuigt | בַּהּ (bah) = op dat | שַׁעֲתָ֣א (shaata) = moment | יִתְרְמֵ֔א (yitreme) = zal geworpen worden | לְגֽוֹא (lego) = in het midden van | אַתּ֥וּן (atun) = een oven van | נוּרָ֖א (nura) = vuur | יָקִֽדְתָּֽא (yaqidta) = brandend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַתּוּן (attun), ‘vuuroven’: een oven waarin brandstof brandt. Het is een groot werk, waar een mens in kan staan. Voetnoot : שַׁעְתָּא (sha’ta), ‘moment’: letterlijk ‘uur, ogenblik’. Straf volgt direct. Zie ook: Jer 29:22; Dan 3:11; Dan 3:15; Mat 13:42; Mat 13:50 **3:7** Op dat moment hoorden alle volken het geluid van de hoorn, de fluit, de lier, de driehoek, de harp en allerlei soorten muziek. Daarom vielen alle volken, naties en talen neer. Zij bogen zich neer voor het gouden beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht. Brontekst: כָּל (kal) = al | קֳבֵ֣ל (qovel) = tegenover | דְּנָ֡ה (dena) = dit | בֵּהּ (beh) = op dat | זִמְנָ֡א (zimna) = moment | כְּדִ֣י (kedi) = toen | שָֽׁמְעִ֣ין (shamein) = hoorden | כָּֽל (kal) = alle | עַמְמַיָּ֡א (ammaya) = volken | קָ֣ל (qal) = het geluid van | קַרְנָא֩ (qarna) = de hoorn | מַשְׁר֨וֹקִיתָ֜א (mashroqita) = de fluit | קַתְר֤וֹס (qatros) = de lier | שַׂבְּכָא֙ (sabekha) = de driehoek | פְּסַנְטֵרִ֔ין (pesanterin) = de harp | וְכֹ֖ל (vekhol) = en allerlei | זְנֵ֣י (zenei) = soorten van | זְמָרָ֑א (zemara) = muziek | נָֽפְלִ֨ין (nafelin) = vielen neer | כָּֽל (kal) = alle | עַֽמְמַיָּ֜א (ammaya) = volken | אֻמַיָּ֣א (umaya) = naties | וְלִשָּׁנַיָּ֗א (velishanaya) = en talen | סָֽגְדִין֙ (sagedin) = bogen zich neer | לְצֶ֣לֶם (letselem) = voor het beeld van | דַּהֲבָ֔א (dahava) = goud | דִּ֥י (di) = dat | הֲקֵ֖ים (haqeim) = had opgericht | נְבוּכַדְנֶצַּ֥ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מַלְכָּֽא (malka) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jer 51:7; Openb 12:9; Openb 13:14; Openb 17:8; Openb 19:20 ### De Chaldeeën beschuldigen de drie Joden **3:8** Daarom kwamen op dat moment Chaldeese mannen naar voren en beschuldigden de Joden. Brontekst: כָּל (kal) = al | קֳבֵ֤ל (qovel) = tegenover | דְּנָה֙ (dena) = dit | בֵּהּ (beh) = op dat | זִמְנָ֔א (zimna) = moment | קְרִ֖בוּ (qerivu) = kwamen naar voren | גֻּבְרִ֣ין (guvrin) = mannen | כַּשְׂדָּאִ֑ין (kasdain) = Chaldeese | וַאֲכַ֥לוּ (vaakhalu) = en aten | קַרְצֵיה֖וֹן (qartseihon) = hun stukken | דִּ֥י (di) = van | יְהוּדָיֵֽא (yehudaye) = de Joden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Aramees noemt de Joden hier יְהוּדָיֵא (Yehudaye), ‘de Joden’. Zij worden beschuldigd door de Chaldeeën, die hier hofmannen zijn. Voetnoot : אֲכַלוּ קַרְצֵיהוֹן (achalu qartsehon), ‘zij beschuldigden’: letterlijk ‘zij aten hun stukken’. Het is een uitdrukking voor lasteren of aanklagen. Zie ook: Dan 2:10; Dan 6:13–14; Ezra 4:12–16; Est 3:8–9; Hand 17:6–8 **3:9** Zij antwoordden en zeiden tegen koning Nebukadnezar: „Koning, leef voor eeuwig! Brontekst: עֲנוֹ֙ (ano) = zij antwoordden | וְאָ֣מְרִ֔ין (veamerin) = en zeiden | לִנְבוּכַדְנֶצַּ֖ר (linvukhadnetsar) = aan Nebukadnezar | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | מַלְכָּ֖א (malka) = koning | לְעָלְמִ֥ין (lealemin) = voor eeuwig | חֱיִֽי (cheyi) = leef Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 2:4; Dan 3:4–5; Dan 5:10; Dan 6:7; Dan 6:22 **3:10** U, koning, hebt een bevel uitgevaardigd. Ieder mens die het geluid hoort van de hoorn, de fluit, de lier, de driehoek, de harp, de doedelzak en allerlei soorten muziek, moet neervallen en zich neerbuigen voor het gouden beeld. Brontekst: אַ֣נְתְּ (ant) = u | מַלְכָּא֮ (malka) = koning | שָׂ֣מְתָּ (samta) = hebt gesteld | טְּעֵם֒ (teem) = een bevel | דִּ֣י (di) = dat | כָל (kal) = elk | אֱנָ֡שׁ (enash) = mens | דִּֽי (di) = die | יִשְׁמַ֡ע (yishma) = hoort | קָ֣ל (qal) = het geluid van | קַרְנָ֣א (qarna) = de hoorn | מַ֠שְׁרֹקִיתָא (mashroqita) = de fluit | קַתְר֨וֹס (qatros) = de lier | שַׂבְּכָ֤א (sabekha) = de driehoek | פְסַנְתֵּרִין֙ (pesanterin) = de harp | וְסוּפֹּ֣נְיָ֔ה (vesuponeya) = en de doedelzak | וְכֹ֖ל (vekhol) = en allerlei | זְנֵ֣י (zenei) = soorten van | זְמָרָ֑א (zemara) = muziek | יִפֵּ֥ל (yipel) = zal neervallen | וְיִסְגֻּ֖ד (veyisgud) = en zich neerbuigen | לְצֶ֥לֶם (letselem) = voor het beeld van | דַּהֲבָֽא (dahava) = goud Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kron 15:16; Ps 150:3–6; Dan 3:4–7; Dan 6:13; Est 3:12–14 **3:11** Wie niet neervalt en zich niet neerbuigt, moet midden in een brandende vuuroven worden geworpen. Brontekst: וּמַן (uman) = en wie | דִּי (di) = dat | לָ֥א (la) = niet | יִפֵּ֖ל (yipel) = neervalt | וְיִסְגֻּ֑ד (veyisgud) = en zich neerbuigt | יִתְרְמֵ֕א (yitreme) = zal geworpen worden | לְגֽוֹא (lego) = in het midden van | אַתּ֥וּן (atun) = een oven van | נוּרָ֖א (nura) = vuur | יָקִֽדְתָּֽא (yaqidta) = brandend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **3:12** Er zijn Joodse mannen die u hebt aangesteld over het bestuur van de provincie Babel: Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego. Deze mannen letten niet op u, koning. Uw god dienen zij niet. Voor het gouden beeld dat u hebt opgericht buigen zij zich niet neer.” Brontekst: אִיתַ֞י (itay) = er zijn | גֻּבְרִ֣ין (guvrin) = mannen | יְהוּדָאיִ֗ן (yehudayin) = Joodse | דִּֽי (di) = die | מַנִּ֤יתָ (manita) = u hebt aangesteld | יָתְהוֹן֙ (yatehon) = hen | עַל (al) = over | עֲבִידַת֙ (avidat) = het bestuur van | מְדִינַ֣ת (medinat) = de provincie van | בָּבֶ֔ל (bavel) = Babel | שַׁדְרַ֥ךְ (shadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁ֖ךְ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֑וֹ (nego) = Nego | גֻּבְרַיָּ֣א (guvraya) = de mannen | אִלֵּ֗ךְ (ilekh) = deze | לָא (la) = niet | שָׂ֨מֽוּ (samu) = hebben gesteld | עֲלָ֤ךְ (alakh) = op u | מַלְכָּא֙ (malka) = koning | טְעֵ֔ם (teem) = acht | לֵֽאלָהָךְ֙ (lelahakh) = uw god | לָ֣א (la) = niet | פָלְחִ֔ין (palechin) = dienen zij | וּלְצֶ֧לֶם (uletselem) = en het beeld van | דַּהֲבָ֛א (dahava) = goud | דִּ֥י (di) = dat | הֲקֵ֖ימְתָּ (haqeimta) = u hebt opgericht | לָ֥א (la) = niet | סָגְדִֽין (sagedin) = buigen zij zich neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: De aanklagers noemen de drie mannen ‘Joodse mannen’ en herinneren de koning eraan dat hij hen heeft aangesteld (2:49). Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft לאלהיך (lelahayikh), ‘uw goden’; de voorgelezen tekst (qere) heeft לֵאלָהָךְ (lelahakh), ‘uw god’. Wij volgen het qere. Zo ook in vers 18. Zie ook: Spr 27:4; Pred 4:4; Dan 2:49; Dan 3:18; Dan 6:14; Hand 17:7 ### Voor de koning **3:13** Toen gaf Nebukadnezar in woede en toorn bevel Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego te laten halen. Toen werden deze mannen voor de koning gebracht. Brontekst: בֵּאדַ֤יִן (bedayin) = toen | נְבוּכַדְנֶצַּר֙ (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | בִּרְגַ֣ז (birgaz) = in woede | וַחֲמָ֔ה (vachama) = en toorn | אֲמַר֙ (amar) = zei | לְהַיְתָיָ֔ה (lehaytaya) = om te brengen | לְשַׁדְרַ֥ךְ (leshadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁ֖ךְ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֑וֹ (nego) = Nego | בֵּאדַ֨יִן֙ (bedayin) = toen | גֻּבְרַיָּ֣א (guvraya) = de mannen | אִלֵּ֔ךְ (ilekh) = deze | הֵיתָ֖יוּ (heitayu) = werden gebracht | קֳדָ֥ם (qodam) = voor | מַלְכָּֽא (malka) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 17:12; Dan 2:12; Dan 3:19; Est 3:5–6; Hand 5:25–27 **3:14** Nebukadnezar antwoordde en zei tegen hen: „Is het met opzet, Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego, dat jullie mijn god niet dienen en je niet neerbuigen voor het gouden beeld dat ik heb opgericht? Brontekst: עָנֵ֤ה (ane) = antwoordde | נְבֻֽכַדְנֶצַּר֙ (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | וְאָמַ֣ר (veamar) = en zei | לְה֔וֹן (lehon) = tegen hen | הַצְדָּ֕א (hatsda) = is het met opzet | שַׁדְרַ֥ךְ (shadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁ֖ךְ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֑וֹ (nego) = Nego | לֵֽאלָהַ֗י (lelahay) = mijn god | לָ֤א (la) = niet | אִֽיתֵיכוֹן֙ (iteikhon) = zijn jullie | פָּֽלְחִ֔ין (palechin) = dienend | וּלְצֶ֧לֶם (uletselem) = en het beeld van | דַּהֲבָ֛א (dahava) = goud | דִּ֥י (di) = dat | הֲקֵ֖ימֶת (haqeimet) = ik heb opgericht | לָ֥א (la) = niet | סָֽגְדִֽין (sagedin) = buigen jullie je neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַצְדָּא (hatsda), ‘met opzet’: een zeldzaam woord. Er is ook de vertaling ‘is het waar dat’. De betekenis is onzeker. Voetnoot : לֵאלָהַי (lelahay), ‘mijn god’: Nebukadnezar noemt de god van zijn rijk niet bij naam. Zie ook: Ex 21:13–14; Jes 46:1; Jer 50:2; Dan 3:1; Dan 4:5 **3:15** Nu, als jullie bereid zijn om neer te vallen en je neer te buigen voor het beeld dat ik heb gemaakt, op het moment dat jullie het geluid horen van de hoorn, de fluit, de lier, de driehoek, de harp, de doedelzak en allerlei soorten muziek, dan is het goed. Maar als jullie je niet neerbuigen, worden jullie op datzelfde moment midden in een brandende vuuroven geworpen. En wie is de god die jullie uit mijn handen zal redden?” Brontekst: כְּעַ֞ן (kean) = nu | הֵ֧ן (hen) = als | אִֽיתֵיכ֣וֹן (iteikhon) = zijn jullie | עֲתִידִ֗ין (atidin) = bereid | דִּ֣י (di) = dat | בְעִדָּנָ֡א (beidana) = op het moment | דִּֽי (di) = dat | תִשְׁמְע֡וּן (tishmeun) = jullie horen | קָ֣ל (qal) = het geluid van | קַרְנָ֣א (qarna) = de hoorn | מַשְׁרוֹקִיתָ֣א (mashroqita) = de fluit | קַתְר֣וֹס (qatros) = de lier | שַׂבְּכָ֡א (sabekha) = de driehoek | פְּסַנְתֵּרִין֩ (pesanterin) = de harp | וְסוּמְפֹּ֨נְיָ֜ה (vesumponeya) = en de doedelzak | וְכֹ֣ל (vekhol) = en allerlei | זְנֵ֣י (zenei) = soorten van | זְמָרָ֗א (zemara) = muziek | תִּפְּל֣וּן (tipelun) = jullie zullen neervallen | וְתִסְגְּדוּן֮ (vetisgedun) = en je neerbuigen | לְצַלְמָ֣א (letsalma) = voor het beeld | דִֽי (di) = dat | עַבְדֵת֒ (avdet) = ik heb gemaakt | וְהֵן֙ (vehen) = en als | לָ֣א (la) = niet | תִסְגְּד֔וּן (tisgedun) = jullie je neerbuigen | בַּהּ (bah) = op | שַׁעֲתָ֣ה (shaata) = hetzelfde moment | תִתְרְמ֔וֹן (titremon) = zullen jullie geworpen worden | לְגֽוֹא (lego) = in het midden van | אַתּ֥וּן (atun) = een oven van | נוּרָ֖א (nura) = vuur | יָקִֽדְתָּ֑א (yaqidta) = brandend | וּמַן (uman) = en wie | ה֣וּא (hu) = is | אֱלָ֔הּ (elah) = de god | דֵּ֥י (dei) = die | יְשֵֽׁיזְבִנְכ֖וֹן (yesheizevinkhon) = zal redden jullie | מִן (min) = uit | יְדָֽי (yeday) = mijn handen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De zin heeft in het Aramees geen tweede helft: ‘Nu, als jullie bereid zijn … ’. Wij vullen ‘dan is het goed’ aan. De tekst laat het open. Voetnoot : מַן־הוּא אֱלָהּ (man hu elah), ‘wie is de god’: een vraag die in vers 29 wordt beantwoord. Zie ook: Ex 5:2; 2 Kon 18:35; 2 Kron 32:15–17; Dan 3:17; Dan 3:29; Hand 5:29 **3:16** Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego antwoordden en zeiden tegen koning Nebukadnezar: „Wij hoeven u over deze zaak geen antwoord te geven. Brontekst: עֲנ֗וֹ (ano) = antwoordden | שַׁדְרַ֤ךְ (shadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁךְ֙ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֔וֹ (nego) = Nego | וְאָמְרִ֖ין (veamerin) = en zeiden | לְמַלְכָּ֑א (lemalka) = aan de koning | נְבֽוּכַדְנֶצַּ֔ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | לָֽא (la) = niet | חַשְׁחִ֨ין (chashchin) = hebben nodig | אֲנַ֧חְנָה (anachna) = wij | עַל (al) = over | דְּנָ֛ה (dena) = dit | פִּתְגָ֖ם (pitgam) = woord | לַהֲתָבוּתָֽךְ (lahatavutakh) = om u te antwoorden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַשְׁחִין (chashchin), ‘hebben nodig’: de drie mannen vinden dat zij de koning geen verdediging hoeven te geven. Zij antwoorden niet op de vraag in vers 14. Zie ook: Dan 1:7; Dan 3:12; Dan 3:14 **3:17** Als het zo is, dan is onze Elohim, die wij dienen, in staat ons te redden uit de brandende vuuroven. Ook uit uw hand, koning, zal Hij ons redden. Brontekst: הֵ֣ן (hen) = als | אִיתַ֗י (itay) = het zo is | אֱלָהַ֨נָא֙ (elahana) = onze Elohim | דִּֽי (di) = die | אֲנַ֣חְנָא (anachna) = wij | פָֽלְחִ֔ין (palechin) = dienen | יָכִ֖ל (yakhil) = is in staat | לְשֵׁיזָבוּתַ֑נָא (lesheizavutana) = om ons te redden | מִן (min) = uit | אַתּ֨וּן (atun) = een oven van | נוּרָ֧א (nura) = vuur | יָקִֽדְתָּ֛א (yaqidta) = brandend | וּמִן (umin) = en uit | יְדָ֥ךְ (yedakh) = uw hand | מַלְכָּ֖א (malka) = koning | יְשֵׁיזִֽב (yesheiziv) = zal Hij redden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֵן (hen), ‘als’ of ‘zie’: het woord kan beide betekenen. Wij vertalen ‘als het zo is’. De drie mannen zeggen dat Elohim hen kan redden. In vers 18 zeggen zij dat zij Hem ook dienen als Hij hen niet redt. Zie ook: Ps 27:1–2; Jes 26:3–4; Dan 3:18; Luc 1:37; Rom 8:31; Heb 7:25 **3:18** En als niet: dan moet u weten, koning, dat wij uw god niet dienen. Wij zullen ons niet neerbuigen voor het gouden beeld dat u hebt opgericht.” Brontekst: וְהֵ֣ן (vehen) = en als | לָ֔א (la) = niet | יְדִ֥יעַ (yedia) = bekend | לֶהֱוֵא (leheve) = moge zijn | לָ֖ךְ (lakh) = aan u | מַלְכָּ֑א (malka) = koning | דִּ֤י (di) = dat | לֵֽאלָהָךְ֙ (lelahakh) = uw god | לָא (la) = niet | אִיתַ֣נָא (itana) = zijn wij | פָֽלְחִ֔ין (palechin) = dienend | וּלְצֶ֧לֶם (uletselem) = en het beeld van | דַּהֲבָ֛א (dahava) = goud | דִּ֥י (di) = dat | הֲקֵ֖ימְתָּ (haqeimta) = u hebt opgericht | לָ֥א (la) = niet | נִסְגֻּֽד (nisgud) = zullen wij ons neerbuigen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְהֵן לָא (vehen la), ‘en als niet’: ook als Elohim hen niet redt, zullen zij de god van de koning niet dienen. Zij zijn niet afhankelijk van de uitkomst. Zie ook: Mat 10:32–33; Mat 10:39; Luc 12:3–9; Hand 5:29–32; Openb 2:10–11 ### De vuuroven **3:19** Toen werd Nebukadnezar vol woede. De uitdrukking van zijn gezicht veranderde tegenover Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego. Hij antwoordde en zei dat men de oven zevenmaal heter moest maken dan men gewoonlijk deed. Brontekst: בֵּאדַ֨יִן (bedayin) = toen | נְבוּכַדְנֶצַּ֜ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | הִתְמְלִ֣י (hitmeli) = werd vervuld | חֱמָ֗א (chema) = van woede | וּצְלֵ֤ם (utselem) = en de uitdrukking van | אַנְפּ֨וֹהִי֙ (anpohi) = zijn gezicht | אֶשְׁתַּנִּ֔י (eshtani) = veranderde | עַל (al) = tegen | שַׁדְרַ֥ךְ (shadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁ֖ךְ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֑וֹ (nego) = Nego | עָנֵ֤ה (ane) = hij antwoordde | וְאָמַר֙ (veamar) = en zei | לְמֵזֵ֣א (lemeze) = om te verhitten | לְאַתּוּנָ֔א (leatuna) = de oven | חַ֨ד (chad) = één | שִׁבְעָ֔ה (shiva) = zeven | עַ֛ל (al) = meer dan | דִּ֥י (di) = wat | חֲזֵ֖ה (chaze) = gezien werd | לְמֵזְיֵֽהּ (lemezeyeh) = om hem te verhitten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַד שִׁבְעָה (chad shiv’ah), ‘zevenmaal’: letterlijk ‘één zeven’. Zo hard mogelijk gestookt. Zie ook: Lev 26:24; Lev 26:28; Ps 76:11; Spr 21:24; Dan 3:13 **3:20** Hij gaf enkele van de sterkste mannen van zijn leger bevel Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego te binden en in de brandende vuuroven te werpen. Brontekst: וּלְגֻבְרִ֤ין (uleguvrin) = en aan mannen | גִּבָּֽרֵי (gibarei) = mannen van | חַ֨יִל֙ (chayil) = kracht | דִּ֣י (di) = die | בְחַיְלֵ֔הּ (bechayleh) = in zijn leger | אֲמַר֙ (amar) = zei hij | לְכַפָּתָ֔ה (lekhapata) = om te binden | לְשַׁדְרַ֥ךְ (leshadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁ֖ךְ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֑וֹ (nego) = Nego | לְמִרְמֵ֕א (lemirme) = om te werpen | לְאַתּ֥וּן (leatun) = in de oven van | נוּרָ֖א (nura) = vuur | יָקִֽדְתָּֽא (yaqidta) = brandend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 3:15; Hand 12:4–5; Hand 16:23; Hand 16:25 **3:21** Toen werden deze mannen gebonden in hun mantels, hun hoofddoeken, hun mutsen en hun andere kleren. Zij werden midden in de brandende vuuroven geworpen. Brontekst: בֵּאדַ֜יִן (bedayin) = toen | גֻּבְרַיָּ֣א (guvraya) = de mannen | אִלֵּ֗ךְ (ilekh) = deze | כְּפִ֨תוּ֙ (kefitu) = werden gebonden | בְּסַרְבָּלֵיהוֹן֙ (besarbaleihon) = in hun mantels | פַּטְּשֵׁיה֔וֹן (patesheihon) = hun hoofddoeken | וְכַרְבְּלָתְה֖וֹן (vekharbelatehon) = en hun mutsen | וּלְבֻשֵׁיה֑וֹן (ulevusheihon) = en hun kleren | וּרְמִ֕יו (uremiv) = en werden geworpen | לְגֽוֹא (lego) = in het midden van | אַתּ֥וּן (atun) = de oven van | נוּרָ֖א (nura) = vuur | יָקִֽדְתָּֽא (yaqidta) = brandend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De namen van de kleding zijn zeldzaam: סַרְבָּלִין (sarbalin), ‘mantels’; פַּטְּשִׁין (pattishin), ‘hoofddoeken’; כַּרְבְּלָתָא (karbelata), ‘mutsen’. De betekenis is onzeker. Het gaat erom dat zij met hun kleren werden geworpen. **3:22** Het bevel van de koning was streng en de oven was buitengewoon heet. Daarom doodde de vlam van het vuur de mannen die Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego omhoog hadden gebracht. Brontekst: כָּל (kal) = al | קֳבֵ֣ל (qovel) = tegenover | דְּנָ֗ה (dena) = dit | מִן (min) = omdat | דִּ֞י (di) = dat | מִלַּ֤ת (milat) = het woord van | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | מַחְצְפָ֔ה (machtsefa) = streng was | וְאַתּוּנָ֖א (veatuna) = en de oven | אֵזֵ֣ה (eze) = verhit | יַתִּ֑ירָא (yatira) = buitengewoon | גֻּבְרַיָּ֣א (guvraya) = de mannen | אִלֵּ֗ךְ (ilekh) = deze | דִּ֤י (di) = die | הַסִּ֨קוּ֙ (hasiqu) = omhoog brachten | לְשַׁדְרַ֤ךְ (leshadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁךְ֙ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֔וֹ (nego) = Nego | קַטִּ֣ל (qatil) = doodde | הִמּ֔וֹן (himon) = hen | שְׁבִיבָ֖א (sheviva) = de vlam van | דִּ֥י (di) = het | נוּרָֽא (nura) = vuur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De mannen die hen omhoog brachten, worden zelf gedood. Zo laat de tekst zien hoe heet de oven was. Zie ook: Spr 11:8; Spr 21:18; Dan 6:25; Zach 12:2–3; Mat 27:5 **3:23** Deze drie mannen, Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego, vielen gebonden midden in de brandende vuuroven. Brontekst: וְגֻבְרַיָּ֤א (veguvraya) = en de mannen | אִלֵּךְ֙ (ilekh) = deze | תְּלָ֣תֵּה֔וֹן (telatehon) = alle drie | שַׁדְרַ֥ךְ (shadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁ֖ךְ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֑וֹ (nego) = Nego | נְפַ֛לוּ (nefalu) = vielen | לְגֽוֹא (lego) = in het midden van | אַתּוּן (atun) = de oven van | נוּרָ֥א (nura) = vuur | יָֽקִדְתָּ֖א (yaqidta) = brandend | מְכַפְּתִֽין (mekhapetin) = gebonden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 34:20; Ps 66:11–12; Ps 124:1–5; Jer 38:6; Dan 6:17–18 ### Vier mannen in het vuur **3:24** Toen schrok koning Nebukadnezar en stond haastig op. Hij antwoordde en zei tegen zijn raadsheren: „Hebben wij niet drie gebonden mannen midden in het vuur geworpen?” Zij antwoordden en zeiden tegen de koning: „Zeker, koning.” Brontekst: אֱדַ֨יִן֙ (edayin) = toen | נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מַלְכָּ֔א (malka) = de koning | תְּוַ֖הּ (tevah) = schrok | וְקָ֣ם (veqam) = en stond op | בְּהִתְבְּהָלָ֑ה (behitbehala) = haastig | עָנֵ֨ה (ane) = hij antwoordde | וְאָמַ֜ר (veamar) = en zei | לְהַדָּֽבְר֗וֹהִי (lehadaverohi) = aan zijn raadsheren | הֲלָא֩ (hala) = niet | גֻבְרִ֨ין (guvrin) = mannen | תְּלָתָ֜א (telata) = drie | רְמֵ֤ינָא (remeina) = hebben wij geworpen | לְגוֹא (lego) = in het midden van | נוּרָא֙ (nura) = het vuur | מְכַפְּתִ֔ין (mekhapetin) = gebonden | עָנַ֤יִן (anayin) = zij antwoordden | וְאָמְרִין֙ (veamerin) = en zeiden | לְמַלְכָּ֔א (lemalka) = aan de koning | יַצִּיבָ֖א (yatsiva) = zeker | מַלְכָּֽא (malka) = koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַדָּבְרוֹהִי (haddavrohi), ‘zijn raadsheren’: een ander Aramees woord dan אֲדַרְגָּזְרַיָּא in vers 2, maar met dezelfde Nederlandse titel. Zo ook in vers 27 en in 6:8. De betekenis is bij benadering. Zie ook: Dan 3:2–3; Dan 3:27; Dan 5:6; Dan 6:8; Dan 6:23; Hand 5:23–25 **3:25** Hij antwoordde en zei: „Zie, ik zie vier mannen, niet meer gebonden, midden in het vuur rondlopen. Zij hebben geen letsel. Het uiterlijk van de vierde is als dat van een zoon van de goden.” Brontekst: עָנֵ֣ה (ane) = hij antwoordde | וְאָמַ֗ר (veamar) = en zei | הָֽא (ha) = zie | אֲנָ֨ה (ana) = ik | חָזֵ֜ה (chaze) = zie | גֻּבְרִ֣ין (guvrin) = mannen | אַרְבְּעָ֗ה (arbea) = vier | שְׁרַ֨יִן֙ (sherayin) = losgemaakt | מַהְלְכִ֣ין (mahlekhin) = wandelend | בְּגֽוֹא (bego) = in het midden van | נוּרָ֔א (nura) = het vuur | וַחֲבָ֖ל (vachaval) = en letsel | לָא (la) = niet | אִיתַ֣י (itay) = is er | בְּה֑וֹן (behon) = in hen | וְרֵוֵהּ֙ (vereveh) = en het uiterlijk van | דִּ֣י (di) = de | רְֽבִיעָאָ֔ה (reviaa) = vierde | דָּמֵ֖ה (dame) = is gelijk aan | לְבַר (levar) = een zoon van | אֱלָהִֽין (elahin) = goden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בַּר־אֱלָהִין (bar elahin), ‘een zoon van de goden’: de koning spreekt als iemand die in meerdere goden gelooft. Het Aramese woord אֱלָהִין (elahin) is een meervoud en kan ook ‘Elohim’ betekenen. Wij vertalen ‘goden’, omdat Nebukadnezar zo spreekt. In vers 28 noemt hij deze gestalte een ‘engel’ (mal’ach) van de Elohim van de drie mannen. Zie ook: Job 1:6; Ps 91:3–9; Jes 43:2; Dan 3:28; Mar 16:18; Hand 28:5 **3:26** Toen kwam Nebukadnezar dichtbij de opening van de brandende vuuroven. Hij antwoordde en zei: „Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego, knechten van Elohim, de Hoogste, kom naar buiten en kom hier!” Toen kwamen Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego uit het midden van het vuur. Brontekst: בֵּאדַ֜יִן (bedayin) = toen | קְרֵ֣ב (qerev) = kwam dichterbij | נְבוּכַדְנֶצַּ֗ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | לִתְרַע֮ (litra) = tot de opening van | אַתּ֣וּן (atun) = de oven van | נוּרָ֣א (nura) = vuur | יָקִֽדְתָּא֒ (yaqidta) = brandend | עָנֵ֣ה (ane) = hij antwoordde | וְאָמַ֗ר (veamar) = en zei | שַׁדְרַ֨ךְ (shadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁ֧ךְ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵד (vaaved) = en Abed | נְג֛וֹ (nego) = Nego | עַבְד֛וֹהִי (avdohi) = knechten van | דִּֽי (di) = de | אֱלָהָ֥א (elaha) = Elohim | עִלָּאָ֖ה (ilaa) = Hoogste | פֻּ֣קוּ (puqu) = kom naar buiten | וֶאֱת֑וֹ (veeto) = en kom | בֵּאדַ֣יִן (bedayin) = toen | נָֽפְקִ֗ין (nafeqin) = kwamen naar buiten | שַׁדְרַ֥ךְ (shadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁ֛ךְ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֥ד (vaaved) = en Abed | נְג֖וֹ (nego) = Nego | מִן (min) = uit | גּ֥וֹא (go) = het midden van | נוּרָֽא (nura) = het vuur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִלָּאָה (illa’ah), ‘de Hoogste’: een naam voor Elohim. Zo ook in vers 32, in 4:14 (NL 4:17) en in 7:25. Voetnoot : עַבְדוֹהִי (avdohi), ‘zijn knechten’: wij vertalen het Aramese ‘eved’ van Elohim steeds met ‘knecht’, zoals in vers 28 en 6:21. Zie ook: Jes 52:12; Dan 3:17; Dan 3:28; Dan 3:32; Hand 16:17; Openb 19:5 **3:27** De satrapen, de prefecten, de landvoogden en de raadsheren van de koning verzamelden zich en zagen deze mannen aan. Het vuur had geen macht gehad over hun lichaam. Het haar van hun hoofd was niet verschroeid en hun mantels waren niet veranderd. Zelfs de geur van vuur was niet over hen heen gekomen. Brontekst: וּ֠מִֽתְכַּנְּשִׁין (umitkaneshin) = en verzamelden zich | אֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּ֞א (achashdarpenaya) = de satrapen | סִגְנַיָּ֣א (signaya) = de prefecten | וּפַחֲוָתָא֮ (ufachavata) = en de landvoogden | וְהַדָּבְרֵ֣י (vehadaverei) = en de raadsheren van | מַלְכָּא֒ (malka) = de koning | חָזַ֣יִן (chazayin) = zagen | לְגֻבְרַיָּ֣א (leguvraya) = naar de mannen | אִלֵּ֡ךְ (ilekh) = deze | דִּי֩ (di) = dat | לָֽא (la) = niet | שְׁלֵ֨ט (shelet) = had macht | נוּרָ֜א (nura) = het vuur | בְּגֶשְׁמְה֗וֹן (begeshmehon) = over hun lichaam | וּשְׂעַ֤ר (usear) = en haar van | רֵֽאשְׁהוֹן֙ (reshhon) = hun hoofd | לָ֣א (la) = niet | הִתְחָרַ֔ךְ (hitcharakh) = was verschroeid | וְסָרְבָּלֵיה֖וֹן (vesarbaleihon) = en hun mantels | לָ֣א (la) = niet | שְׁנ֑וֹ (sheno) = waren veranderd | וְרֵ֣יחַ (vereiach) = en de geur van | נ֔וּר (nur) = vuur | לָ֥א (la) = niet | עֲדָ֖ת (adat) = was gekomen | בְּהֽוֹן (behon) = over hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het vuur had geen macht over hun lichaam: zij zijn niet verbrand. Zelfs hun kleren en haar zijn ongeschonden, en er hangt geen brandlucht aan hen. Zie ook: Jes 26:11; Jes 43:2; Luc 21:17–18; Hand 27:34; Heb 11:34 ### De koning prijst de Elohim van de drie **3:28** Nebukadnezar antwoordde en zei: „Gezegend zij de Elohim van Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego, die Zijn engel heeft gestuurd en Zijn knechten heeft gered, die op Hem vertrouwd hebben. Zij hebben het woord van de koning veranderd en hun lichaam overgegeven, om geen enkele andere god te dienen of te vereren dan hun Elohim. Brontekst: עָנֵ֨ה (ane) = antwoordde | נְבֽוּכַדְנֶצַּ֜ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | וְאָמַ֗ר (veamar) = en zei | בְּרִ֤יךְ (berikh) = gezegend | אֱלָהֲהוֹן֙ (elahahon) = hun Elohim | דִּֽי (di) = van | שַׁדְרַ֤ךְ (shadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁךְ֙ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֔וֹ (nego) = Nego | דִּֽי (di) = die | שְׁלַ֤ח (shelach) = stuurde | מַלְאֲכֵהּ֙ (malakheh) = Zijn engel | וְשֵׁיזִ֣ב (vesheiziv) = en redde | לְעַבְד֔וֹהִי (leavdohi) = Zijn knechten | דִּ֥י (di) = die | הִתְרְחִ֖צוּ (hitrechitsu) = vertrouwden | עֲל֑וֹהִי (alohi) = op Hem | וּמִלַּ֤ת (umilat) = en het woord van | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | שַׁנִּ֔יו (shaniv) = veranderden | וִיהַ֣בוּ (vihavu) = en gaven | גֶשְׁמְה֗וֹן (geshmehon) = hun lichaam | דִּ֠י (di) = opdat | לָֽא (la) = niet | יִפְלְח֤וּן (yiflechun) = zij zouden dienen | וְלָֽא (vela) = en niet | יִסְגְּדוּן֙ (yisgedun) = zij zouden zich neerbuigen | לְכָל (lekhal) = voor elke | אֱלָ֔הּ (elah) = god | לָהֵ֖ן (lahen) = behalve | לֵאלָֽהֲהֽוֹן (lelahahon) = hun Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַלְאֲכֵהּ (mal’akheh), ‘Zijn engel’: dat is: een bode van Elohim. Vergelijk de man in vers 25. Voetnoot : יְהַבוּ גֶשְׁמְהוֹן (yehavu geshmehon), ‘zij gaven hun lichaam’: zij waren bereid te sterven. Voetnoot : בְּרִיךְ (berikh), ‘gezegend’: de koning prijst de Elohim van de drie mannen. Zie ook vers 29. Zie ook: Ex 20:5; Ps 34:8–9; Ps 84:12–13; Dan 3:25; Dan 3:29; Rom 14:7–8; Openb 12:11 **3:29** Van mij is een bevel uitgevaardigd. Ieder volk, iedere natie en taal die iets verkeerds zegt over de Elohim van Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego, wordt in stukken gehouwen. Zijn huis wordt een mesthoop. Want er is geen andere god die zo kan bevrijden.” Brontekst: וּמִנִּי֮ (umini) = en van mij | שִׂ֣ים (sim) = is gesteld | טְעֵם֒ (teem) = een bevel | דִּי֩ (di) = dat | כָל (kal) = elk | עַ֨ם (am) = volk | אֻמָּ֜ה (uma) = natie | וְלִשָּׁ֗ן (velishan) = en taal | דִּֽי (di) = die | יֵאמַ֤ר (yemar) = zal zeggen | שָׁלוּ֙ (shalu) = iets verkeerds | עַ֣ל (al) = over | אֱלָהֲה֗וֹן (elahahon) = hun Elohim | דִּֽי (di) = van | שַׁדְרַ֤ךְ (shadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁךְ֙ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֣ד (vaaved) = en Abed | נְג֔וֹא (nego) = Nego | הַדָּמִ֣ין (hadamin) = in stukken | יִתְעֲבֵ֔ד (yitaved) = zal worden gemaakt | וּבַיְתֵ֖הּ (uvayteh) = en zijn huis | נְוָלִ֣י (nevali) = tot een mesthoop | יִשְׁתַּוֵּ֑ה (yishtave) = zal worden gemaakt | כָּל (kal) = al | קֳבֵ֗ל (qovel) = tegenover | דִּ֣י (di) = dat | לָ֤א (la) = niet | אִיתַי֙ (itay) = is er | אֱלָ֣ה (ela) = god | אָחֳרָ֔ן (achoran) = andere | דִּֽי (di) = die | יִכֻּ֥ל (yikul) = kan | לְהַצָּלָ֖ה (lehatsala) = bevrijden | כִּדְנָֽה (kidna) = zoals dit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁלוּ (shalu), ‘iets verkeerds’: een zeldzaam woord, afgeleid van ‘missen, nalatigheid’. De betekenis is bij benadering. Voetnoot : הַדָּמִין יִתְעֲבֵד וּבַיְתֵהּ נְוָלִי (hadamin yit’aved uveyteh nevali), ‘in stukken gehouwen en zijn huis een mesthoop’: dezelfde woorden als in 2:5. Voetnoot : לְהַצָּלָה (lehatsalah), ‘bevrijden’: het Aramese werkwoord voor ‘bevrijden’ is verwant aan Hebreeuws נצל (natsal). Vergelijk vers 15 (‘redden’, shezib). Zie ook: Deut 32:31; Ps 76:11; Dan 2:5; Dan 3:15; Dan 6:27–28 **3:30** Toen liet de koning Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego voorspoed hebben in de provincie Babel. Brontekst: בֵּאדַ֣יִן (bedayin) = toen | מַלְכָּ֗א (malka) = de koning | הַצְלַ֛ח (hatslach) = liet voorspoed hebben | לְשַׁדְרַ֥ךְ (leshadrakh) = Sjadrak | מֵישַׁ֛ךְ (meishakh) = Mesjak | וַעֲבֵ֥ד (vaaved) = en Abed | נְג֖וֹ (nego) = Nego | בִּמְדִינַ֥ת (bimdinat) = in de provincie van | בָּבֶֽל (bavel) = Babel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Zie ook: 1 Sam 2:30; Ps 1:3; Ps 91:14; Dan 2:49; Dan 3:12 ### Brief van de koning aan alle volken **3:31** „Koning Nebukadnezar aan alle volken, naties en talen die op heel de aarde wonen: Moge jullie vrede groot zijn! Brontekst: נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מַלְכָּ֗א (malka) = de koning | לְֽכָל (lekhal) = aan alle | עַֽמְמַיָּ֞א (ammaya) = volken | אֻמַיָּ֧א (umaya) = naties | וְלִשָּׁנַיָּ֛א (velishanaya) = en talen | דִּֽי (di) = die | דָיְרִ֥ין (dayerin) = wonen | בְּכָל (bekhal) = op heel | אַרְעָ֖א (ara) = de aarde | שְׁלָמְכ֥וֹן (shelamekhon) = jullie vrede | יִשְׂגֵּֽא (yisge) = moge groot zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Hebreeuws 3:31–33 is Nederlands 4:1–3. Hier begint een brief van de koning. De brief loopt door tot en met Hebreeuws 4:34 (Nederlands 4:37) en staat daarom tussen aanhalingstekens („ ”). Voetnoot : שְׁלָמְכוֹן יִשְׂגֵּא (shelamekhon yisge), ‘moge jullie vrede groot zijn’: een gebruikelijke groet in een brief. Wij vertalen shelam met ‘vrede’, zoals Hebreeuws shalom. Dezelfde groet staat in 6:26 (NL 6:25). Zie ook: Dan 3:4; Dan 3:29; Dan 6:26; Ezra 4:17; 1 Petr 1:2 **3:32** De tekenen en wonderen die Elohim, de Hoogste, voor mij heeft gedaan, heb ik goed gevonden bekend te maken. Brontekst: אָֽתַיָּא֙ (ataya) = de tekenen | וְתִמְהַיָּ֔א (vetimhaya) = en wonderen | דִּ֚י (di) = die | עֲבַ֣ד (avad) = heeft gedaan | עִמִּ֔י (imi) = met mij | אֱלָהָ֖א (elaha) = Elohim | עִלָּאָ֑ה (ilaa) = de Hoogste | שְׁפַ֥ר (shefar) = het was goed | קָֽדָמַ֖י (qadamay) = voor mij | לְהַחֲוָיָֽה (lehachavaya) = om bekend te maken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָתַיָּא וְתִמְהַיָּא (atayya vetimhayya), ‘tekenen en wonderen’: zoals in Deut. 4:34 (Hebreeuws אֹתֹת וּמוֹפְתִים). Zie ook: Deut 4:34; Joz 7:19; Ps 51:16; Ps 66:16; Dan 3:26; Hand 26:9–16 **3:33** Hoe groot zijn Zijn tekenen en hoe machtig Zijn wonderen! Zijn koningschap is een koningschap voor eeuwig en Zijn heerschappij gaat van generatie op generatie. Brontekst: אָת֨וֹהִי֙ (atohi) = zijn tekenen | כְּמָ֣ה (kema) = hoe | רַבְרְבִ֔ין (ravrevin) = groot | וְתִמְה֖וֹהִי (vetimhohi) = en zijn wonderen | כְּמָ֣ה (kema) = hoe | תַקִּיפִ֑ין (taqifin) = machtig | מַלְכוּתֵהּ֙ (malkhuteh) = zijn koningschap | מַלְכ֣וּת (malkhut) = een koningschap van | עָלַ֔ם (alam) = eeuwigheid | וְשָׁלְטָנֵ֖הּ (veshaletaneh) = en zijn heerschappij | עִם (im) = met | דָּ֥ר (dar) = generatie | וְדָֽר (vedar) = en generatie Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַלְכוּתֵהּ מַלְכוּת עָלַם (malkuteh malkut alam), ‘Zijn koningschap is een koningschap voor eeuwig’: vergelijk 2:44, 4:31 (NL 4:34) en Ps. 145:13. Zie ook: Ps 145:13; Jes 25:1; Dan 2:44; Dan 7:14; Openb 11:15 ## Daniël 4 _De droom van de grote boom en de ballingschap van Nebukadnezar_ ### Nebukadnezar vertelt zijn droom **4:1** Ik, Nebukadnezar, leefde zorgeloos in mijn huis en bloeide in mijn paleis. Brontekst: אֲנָ֣ה (ana) = ik | נְבוּכַדְנֶצַּ֗ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | שְׁלֵ֤ה (shele) = zorgeloos | הֲוֵית֙ (haveit) = was | בְּבֵיתִ֔י (beveiti) = in mijn huis | וְרַעְנַ֖ן (veranan) = en bloeiend | בְּהֵיכְלִֽי (beheikheli) = in mijn paleis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is dit vers 1 van hoofdstuk 4. Nederlandse bijbels tellen dit als 4:4: Hebr. 3:31–33 = NL 4:1–3 en Hebr. 4:1–34 = NL 4:4–37. De app zet de kruisverwijzingen zelf om. Voetnoot : Dit hoofdstuk is het vervolg van de brief van de koning die in Hebr. 3:31 begint en eindigt in vers 34 (NL 4:37). De hele brief staat tussen aanhalingstekens „ ”. Toespraken in de brief staan tussen ‘ ’. Wat daarin weer wordt aangehaald (de woorden van de wachter in vers 11–14 en 20) staat opnieuw tussen „ ”. Voetnoot : נְבוּכַדְנֶצַּר (Nevukhadnetsar), ‘Nebukadnezar’: in Daniël staat de naam met een n, in Jeremia en Ezechiël vaak met een r. Wij schrijven overal Nebukadnezar. Voetnoot : שְׁלֵה (shelé), ‘zorgeloos’, en רַעְנַן (ra’nan), ‘bloeiend’: letterlijk ‘rustig’ en ‘groen, fris’. Voetnoot : הֵיכַל (heikal), ‘paleis’: hier het koninklijk huis. Zie ook: Jes 47:7–8; Ezech 28:2–5; Ezech 28:17; Ezech 29:3; Dan 4:11–14; Dan 4:20; Dan 4:34; Luc 12:19–20; Heb 3:31–33; Heb 4:1–34 **4:2** Ik zag een droom, en die joeg mij angst aan. De gedachten op mijn bed en de gezichten van mijn hoofd verschrikten mij. Brontekst: חֵ֥לֶם (chelem) = een droom | חֲזֵ֖ית (chazeit) = zag ik | וִֽידַחֲלִנַּ֑נִי (vidachalinani) = en hij joeg mij angst aan | וְהַרְהֹרִין֙ (veharhorin) = en gedachten | עַֽל (al) = op | מִשְׁכְּבִ֔י (mishkevi) = mijn bed | וְחֶזְוֵ֥י (vechezvei) = en gezichten van | רֵאשִׁ֖י (reshi) = mijn hoofd | יְבַהֲלֻנַּֽנִי (yevahalunani) = verschrikten mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 41:1; Job 7:13–14; Dan 2:1; Dan 2:28–29; Dan 5:5–6 **4:3** Door mij werd bevolen alle wijzen van Babel voor mij te brengen. Zij moesten mij de uitleg van de droom bekendmaken. Brontekst: וּמִנִּי֙ (umini) = en door mij | שִׂ֣ים (sim) = werd gesteld | טְעֵ֔ם (teem) = een bevel | לְהַנְעָלָ֣ה (lehanala) = om binnen te brengen | קָֽדָמַ֔י (qadamay) = voor mij | לְכֹ֖ל (lekhol) = alle | חַכִּימֵ֣י (chakimei) = wijzen van | בָבֶ֑ל (bavel) = Babel | דִּֽי (di) = opdat | פְשַׁ֥ר (peshar) = de uitleg van | חֶלְמָ֖א (chelma) = de droom | יְהֽוֹדְעֻנַּֽנִי (yehodeunani) = zij bekend zouden maken aan mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: בָּבֶל (Bavel), ‘Babel’: de hoofdstad van Nebukadnezar, aan de Eufraat, in het huidige Irak. Zie ook: Gen 41:7–8; Jes 8:19; Jes 47:12–14; Dan 2:2 **4:4** Toen kwamen de magiërs, de bezweerders, de Chaldeeën en de waarzeggers binnen. Ik vertelde hun de droom, maar zij maakten mij de uitleg niet bekend. Brontekst: בֵּאדַ֣יִן (bedayin) = toen | עָלִּ֗ין (alin) = kwamen binnen | חַרְטֻמַיָּא֙ (chartumaya) = de magiërs | אָֽשְׁפַיָּ֔א (ashefaya) = de bezweerders | כַּשְׂדָּאֵ֖י (kasdaei) = de Chaldeeën | וְגָזְרַיָּ֑א (vegazeraya) = en de waarzeggers | וְחֶלְמָ֗א (vechelma) = en de droom | אָמַ֤ר (amar) = zei | אֲנָה֙ (ana) = ik | קֳדָ֣מֵיה֔וֹן (qodameihon) = voor hen | וּפִשְׁרֵ֖הּ (ufishreh) = en de uitleg ervan | לָא (la) = niet | מְהוֹדְעִ֥ין (mehodein) = makend bekend | לִֽי (li) = aan mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חַרְטֻמַּיָּא (chartummayya), ‘de magiërs’, אָשְׁפַיָּא (ashfayya), ‘de bezweerders’, כַּשְׂדָּאֵי (kasdaé), ‘de Chaldeeën’, en גָּזְרַיָּא (gazrayya), ‘de waarzeggers’: vier groepen geleerden aan het hof. ‘Magiërs’ staat ook in Exod. 7:11. Hier is ‘Chaldeeën’ de naam van een groep geleerden, niet van een volk. Zie ook: Gen 41:8; Ex 7:11; Jes 44:25; Jer 27:9–10; Dan 2:1–2; Dan 2:7 ### Daniël wordt geroepen **4:5** Ten slotte kwam Daniël bij mij binnen. Zijn naam is Beltsazar, naar de naam van mijn god, en de geest van heilige goden is in hem. Ik vertelde hem de droom: Brontekst: וְעַ֣ד (vead) = en tot | אָחֳרֵ֡ין (achorein) = het laatst | עַל֩ (al) = kwam binnen | קָֽדָמַ֨י (qadamay) = voor mij | דָּנִיֵּ֜אל (daniyel) = Daniël | דִּֽי (di) = wiens | שְׁמֵ֤הּ (shemeh) = naam | בֵּלְטְשַׁאצַּר֙ (beleteshatsar) = Beltsazar | כְּשֻׁ֣ם (keshum) = naar de naam van | אֱלָהִ֔י (elahi) = mijn god | וְדִ֛י (vedi) = en in wie | רֽוּחַ (ruach) = de geest van | אֱלָהִ֥ין (elahin) = goden | קַדִּישִׁ֖ין (qadishin) = heilige | בֵּ֑הּ (beh) = in hem | וְחֶלְמָ֖א (vechelma) = en de droom | קָֽדָמ֥וֹהִי (qadamohi) = voor hem | אַמְרֵֽת (amret) = vertelde ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בֵּלְטְשַׁאצַּר (Beltshatsar), ‘Beltsazar’: de naam die Daniël aan het hof kreeg. De koning zegt dat die is ‘naar de naam van mijn god’. Bel was een god van Babel (vergelijk Jes. 46:1 en Jer. 51:44). Voetnoot : אֱלָהִין קַדִּישִׁין (elahin qaddishin), ‘heilige goden’: een meervoud. Nebukadnezar spreekt als heiden. Het kan ook als één Elohim gelezen worden (‘heilige Elohim’). Wij laten de woorden van de koning staan zoals hij ze zegt. Zie ook 5:11, 5:14 en 5:18. Zie ook: Jes 46:1; Jer 51:44; Dan 1:7; Dan 2:11; Dan 4:15; Dan 5:11–12; Dan 5:14 **4:6** ‘Beltsazar, hoofd van de magiërs, ik weet dat de geest van heilige goden in jou is en dat geen enkel geheim je te zwaar is. Vertel de gezichten van mijn droom die ik gezien heb, en de uitleg ervan. Brontekst: בֵּלְטְשַׁאצַּר֮ (beleteshatsar) = Beltsazar | רַ֣ב (rav) = hoofd van | חַרְטֻמַיָּא֒ (chartumaya) = de magiërs | דִּ֣י (di) = dat | אֲנָ֣ה (ana) = ik | יִדְעֵ֗ת (yidet) = weet | דִּ֠י (di) = dat | ר֣וּחַ (ruach) = geest van | אֱלָהִ֤ין (elahin) = goden | קַדִּישִׁין֙ (qadishin) = heilige | בָּ֔ךְ (bakh) = in jou | וְכָל (vekhal) = en elk | רָ֖ז (raz) = geheim | לָא (la) = niet | אָנֵ֣ס (anes) = beklemt | לָ֑ךְ (lakh) = jou | חֶזְוֵ֨י (chezvei) = gezichten van | חֶלְמִ֧י (chelmi) = mijn droom | דִֽי (di) = die | חֲזֵ֛ית (chazeit) = ik zag | וּפִשְׁרֵ֖הּ (ufishreh) = en de uitleg ervan | אֱמַֽר (emar) = zeg Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָז (raz), ‘geheim’: iets verborgens, ook het verborgen van een droom. Voetnoot : אָנֵס (anes), ‘te zwaar zijn’: letterlijk ‘dwingen, benauwen’. Geen enkel geheim is te moeilijk voor Daniël. Zie ook: Gen 41:38; Ezech 28:3; Dan 2:48; Dan 4:5; Dan 5:11 ### De boom die tot de hemel reikte **4:7** Dit zijn de gezichten van mijn hoofd op mijn bed: ik keek, en zie, een boom midden op de aarde. Zijn hoogte was groot. Brontekst: וְחֶזְוֵ֥י (vechezvei) = en de gezichten van | רֵאשִׁ֖י (reshi) = mijn hoofd | עַֽל (al) = op | מִשְׁכְּבִ֑י (mishkevi) = mijn bed | חָזֵ֣ה (chaze) = ziende | הֲוֵ֔ית (haveit) = was ik | וַאֲל֥וּ (vaalu) = en zie | אִילָ֛ן (ilan) = een boom | בְּג֥וֹא (bego) = midden in | אַרְעָ֖א (ara) = de aarde | וְרוּמֵ֥הּ (verumeh) = en zijn hoogte | שַׂגִּֽיא (sagi) = groot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 37:35–36; Jes 10:33–34; Jer 12:2; Ezech 31:3–18; Dan 4:2 **4:8** De boom werd groot en sterk. Zijn hoogte reikte tot de hemel en hij was zichtbaar tot het einde van heel de aarde. Brontekst: רְבָ֥ה (reva) = groot werd | אִֽילָנָ֖א (ilana) = de boom | וּתְקִ֑ף (uteqif) = en sterk | וְרוּמֵהּ֙ (verumeh) = en zijn hoogte | יִמְטֵ֣א (yimte) = reikte | לִשְׁמַיָּ֔א (lishmaya) = tot de hemel | וַחֲזוֹתֵ֖הּ (vachazoteh) = en zijn zichtbaarheid | לְס֥וֹף (lesof) = tot het einde van | כָּל (kal) = heel | אַרְעָֽא (ara) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 11:4; Deut 9:1; Dan 4:18–19; Mat 11:23 **4:9** Zijn bladeren waren mooi, zijn vrucht was overvloedig en er was in hem voedsel voor allen. Onder hem zochten de dieren van het veld schaduw. In zijn takken woonden de vogels van de hemel, en van hem werd alle vlees gevoed. Brontekst: עָפְיֵ֤הּ (afeyeh) = zijn bladeren | שַׁפִּיר֙ (shapir) = mooi | וְאִנְבֵּ֣הּ (veinbeh) = en zijn vrucht | שַׂגִּ֔יא (sagi) = overvloedig | וּמָז֨וֹן (umazon) = en voedsel | לְכֹ֖לָּא (lekhola) = voor allen | בֵ֑הּ (beh) = in hem | תְּחֹת֜וֹהִי (techotohi) = onder hem | תַּטְלֵ֣ל (tatlel) = zochten schaduw | חֵיוַ֣ת (cheivat) = dieren van | בָּרָ֗א (bara) = het veld | וּבְעַנְפ֨וֹהִי֙ (uveanfohi) = en in zijn takken | יְדוּרָן֙ (yeduran) = woonden | צִפֲּרֵ֣י (tsiparei) = vogels van | שְׁמַיָּ֔א (shemaya) = de hemel | וּמִנֵּ֖הּ (umineh) = en van hem | יִתְּזִ֥ין (yitezin) = werd gevoed | כָּל (kal) = alle | בִּשְׂרָֽא (bisra) = vlees Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jer 27:6–7; Klaagl 4:20; Ezech 17:23; Ezech 31:6–7; Luc 13:19 ### Een wachter daalt uit de hemel af **4:10** In de gezichten van mijn hoofd op mijn bed keek ik, en zie, een wachter, een heilige, daalde uit de hemel af. Brontekst: חָזֵ֥ה (chaze) = ziende | הֲוֵ֛ית (haveit) = was ik | בְּחֶזְוֵ֥י (bechezvei) = in de gezichten van | רֵאשִׁ֖י (reshi) = mijn hoofd | עַֽל (al) = op | מִשְׁכְּבִ֑י (mishkevi) = mijn bed | וַאֲלוּ֙ (vaalu) = en zie | עִ֣יר (ir) = een wachter | וְקַדִּ֔ישׁ (veqadish) = en een heilige | מִן (min) = uit | שְׁמַיָּ֖א (shemaya) = de hemel | נָחִֽת (nachit) = daalde af Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִיר (ir), ‘wachter’: een wezen uit de hemel, dat in vers 14 samen met ‘de heiligen’ het besluit uitspreekt. Het woord komt alleen in dit hoofdstuk voor (verzen 10, 14, 20). Wij vertalen letterlijk en laten open wie of wat het is. Zie ook: Deut 33:2; Ps 89:8; Dan 4:2; Dan 4:14; Dan 7:1; Dan 8:13 **4:11** Hij riep luid en zei: „Hak de boom om en kap zijn takken af. Schud zijn bladeren eraf en strooi zijn vrucht uiteen. Laat de dieren onder hem wegvluchten en de vogels uit zijn takken. Brontekst: קָרֵ֨א (qare) = riep | בְחַ֜יִל (bechayil) = met kracht | וְכֵ֣ן (vekhen) = en zo | אָמַ֗ר (amar) = zei hij | גֹּ֤דּוּ (godu) = hak om | אִֽילָנָא֙ (ilana) = de boom | וְקַצִּ֣צוּ (veqatsitsu) = en kap af | עַנְפ֔וֹהִי (anfohi) = zijn takken | אַתַּ֥רוּ (ataru) = schud af | עָפְיֵ֖הּ (afeyeh) = zijn bladeren | וּבַדַּ֣רוּ (uvadaru) = en strooi uiteen | אִנְבֵּ֑הּ (inbeh) = zijn vrucht | תְּנֻ֤ד (tenud) = laat vluchten | חֵֽיוְתָא֙ (cheiveta) = de dieren | מִן (min) = van | תַּחְתּ֔וֹהִי (tachtohi) = onder hem | וְצִפְּרַיָּ֖א (vetsiperaya) = en de vogels | מִן (min) = van | עַנְפֽוֹהִי (anfohi) = zijn takken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ezech 31:12–13; Dan 3:4; Dan 4:20; Mat 3:10; Luc 13:7–9 **4:12** Maar laat de stronk van zijn wortels in de aarde achter, in een band van ijzer en koper, in het jonge gras van het veld. Laat hem nat worden van de dauw van de hemel. Laat zijn deel bij de dieren zijn, in het gras van de aarde. Brontekst: בְּרַ֨ם (beram) = nochtans | עִקַּ֤ר (iqar) = de stronk van | שָׁרְשׁ֨וֹהִי֙ (shareshohi) = zijn wortels | בְּאַרְעָ֣א (beara) = in de aarde | שְׁבֻ֔קוּ (shevuqu) = laat achter | וּבֶֽאֱסוּר֙ (uveesur) = en in een band | דִּֽי (di) = van | פַרְזֶ֣ל (parzel) = ijzer | וּנְחָ֔שׁ (unechash) = en koper | בְּדִתְאָ֖א (bedita) = in het jonge gras | דִּ֣י (di) = van | בָרָ֑א (bara) = het veld | וּבְטַ֤ל (uvetal) = en met de dauw | שְׁמַיָּא֙ (shemaya) = van de hemel | יִצְטַבַּ֔ע (yitstaba) = laat hem nat worden | וְעִם (veim) = en met | חֵיוְתָ֥א (cheiveta) = de dieren | חֲלָקֵ֖הּ (chalaqeh) = zijn deel | בַּעֲשַׂ֥ב (baasav) = in het gras van | אַרְעָֽא (ara) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 14:7–9; Ezech 29:14–15; Dan 4:22–24 **4:13** Zijn hart wordt veranderd, weg van dat van een mens, en een dierenhart wordt hem gegeven. Zeven tijden zullen over hem heen gaan. Brontekst: לִבְבֵהּ֙ (livveh) = zijn hart | מִן (min) = van | אֲנָשָׁ֣א (anasha) = de mens | יְשַׁנּ֔וֹן (yeshanon) = wordt veranderd | וּלְבַ֥ב (ulevav) = en het hart van | חֵיוָ֖ה (cheiva) = een dier | יִתְיְהִ֣ב (yityehiv) = wordt gegeven | לֵ֑הּ (leh) = aan hem | וְשִׁבְעָ֥ה (veshiva) = en zeven | עִדָּנִ֖ין (idanin) = tijden | יַחְלְפ֥וּן (yachlefun) = zullen voorbijgaan | עֲלֽוֹהִי (alohi) = over hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִדָּנִין (iddanin), ‘tijden’: een tijdsduur die de tekst niet noemt. Het kunnen jaren zijn of seizoenen. Wij laten het open: ‘zeven tijden’. Zie ook: Jes 6:10; Dan 4:20; Dan 4:22; Dan 11:13; Openb 12:14 **4:14** De uitspraak komt voort uit een besluit van de wachters. De eis is een woord van de heiligen. Zo zullen de levenden weten dat de Hoogste heerst over het koninkrijk van de mensen. Hij geeft het aan wie Hij wil, en Hij stelt de geringste van de mensen erover aan.” Brontekst: בִּגְזֵרַ֤ת (bigzerat) = door het besluit van | עִירִין֙ (irin) = de wachters | פִּתְגָמָ֔א (pitgama) = de uitspraak | וּמֵאמַ֥ר (umemar) = en het woord van | קַדִּישִׁ֖ין (qadishin) = de heiligen | שְׁאֵֽלְתָ֑א (sheeleta) = de eis | עַד (ad) = tot | דִּבְרַ֡ת (divrat) = zodat | דִּ֣י (di) = dat | יִנְדְּע֣וּן (yindeun) = zij zullen weten | חַ֠יַּיָּא (chayaya) = de levenden | דִּֽי (di) = dat | שַׁלִּ֨יט (shalit) = heerst | עִלָּאָ֜ה (ilaa) = de Hoogste | בְּמַלְכ֣וּת (bemalkhut) = over het koninkrijk van | אֲנָשָׁ֗א (anasha) = de mensen | וּלְמַן (uleman) = en aan wie | דִּ֤י (di) = dat | יִצְבֵּא֙ (yitsbe) = Hij wil | יִתְּנִנַּ֔הּ (yiteninah) = Hij geeft het | וּשְׁפַ֥ל (ushefal) = en de geringste van | אֲנָשִׁ֖ים (anashim) = de mensen | יְקִ֥ים (yeqim) = Hij stelt aan | עֲלַֽהּ (alah) = erover Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִלָּאָה (illa’ah), ‘de Hoogste’: de Aramese naam voor Elohim, vergelijk 4:21, 4:22 en 4:29 (NL 4:24, 4:25 en 4:32) en 7:25. Voetnoot : גְּזֵרַת (gezerat), ‘besluit’: zoals in vers 21, ‘het besluit van de Hoogste’. פִּתְגָמָא (pitgama), ‘uitspraak’: de uitspraak waarover de wachters en de heiligen beslissen. Voetnoot : שְׁפַל אֲנָשִׁים (shefal anashim), ‘de geringste van de mensen’: iemand zonder rang, die Hij toch over het koninkrijk kan aanstellen. Zie ook: 1 Sam 2:8; Ps 75:7–8; Jer 27:5–7; Dan 2:21; Dan 4:21; Dan 4:22 **4:15** Dit is de droom die ik, koning Nebukadnezar, gezien heb. En jij, Beltsazar, zeg de uitleg. Want alle wijzen van mijn koninkrijk kunnen mij de uitleg niet bekendmaken. Maar jij kunt het, want de geest van heilige goden is in jou.’ Brontekst: דְּנָה֙ (dena) = dit | חֶלְמָ֣א (chelma) = de droom | חֲזֵ֔ית (chazeit) = zag | אֲנָ֖ה (ana) = ik | מַלְכָּ֣א (malka) = koning | נְבוּכַדְנֶצַּ֑ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | וְאַ֨נְתְּ (veant) = en jij | בֵּלְטְשַׁאצַּ֜ר (beleteshatsar) = Beltsazar | פִּשְׁרֵ֣א (pishre) = de uitleg | אֱמַ֗ר (emar) = zeg | כָּל (kal) = heel | קֳבֵל֙ (qovel) = omdat | דִּ֣י (di) = dat | כָּל (kal) = alle | חַכִּימֵ֣י (chakimei) = wijzen van | מַלְכוּתִ֗י (malkhuti) = mijn koninkrijk | לָֽא (la) = niet | יָכְלִ֤ין (yakhelin) = kunnen | פִּשְׁרָא֙ (pishra) = de uitleg | לְהוֹדָ֣עֻתַ֔נִי (lehodautani) = om bekend te maken aan mij | וְאַ֣נְתְּ (veant) = en jij | כָּהֵ֔ל (kahel) = bent in staat | דִּ֛י (di) = dat | רֽוּחַ (ruach) = geest van | אֱלָהִ֥ין (elahin) = goden | קַדִּישִׁ֖ין (qadishin) = heilige | בָּֽךְ (bakh) = in jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 41:8; Gen 41:15; Dan 4:4–6; Dan 5:8; Dan 5:15 ### Daniël legt de droom uit **4:16** Toen stond Daniël, wiens naam Beltsazar is, een tijdlang verbijsterd, en zijn gedachten verontrustten hem. De koning antwoordde en zei: ‘Beltsazar, laat de droom en de uitleg je niet verontrusten.’ Beltsazar antwoordde en zei: ‘Mijn heer, laat de droom voor wie u haat zijn en de uitleg ervan voor uw vijand. Brontekst: אֱדַ֨יִן (edayin) = toen | דָּֽנִיֵּ֜אל (daniyel) = Daniël | דִּֽי (di) = wiens | שְׁמֵ֣הּ (shemeh) = naam | בֵּלְטְשַׁאצַּ֗ר (beleteshatsar) = Beltsazar | אֶשְׁתּוֹמַם֙ (eshtomam) = stond verbijsterd | כְּשָׁעָ֣ה (keshaa) = als een uur | חֲדָ֔ה (chada) = een | וְרַעְיֹנֹ֖הִי (verayonohi) = en zijn gedachten | יְבַהֲלֻנֵּ֑הּ (yevahaluneh) = verontrustten hem | עָנֵ֨ה (ane) = antwoordde | מַלְכָּ֜א (malka) = de koning | וְאָמַ֗ר (veamar) = en zei | בֵּלְטְשַׁאצַּר֙ (beleteshatsar) = Beltsazar | חֶלְמָ֤א (chelma) = de droom | וּפִשְׁרֵא֙ (ufishre) = en de uitleg | אַֽל (al) = niet | יְבַהֲלָ֔ךְ (yevahalakh) = laat verontrusten jou | עָנֵ֤ה (ane) = antwoordde | בֵלְטְשַׁאצַּר֙ (beleteshatsar) = Beltsazar | וְאָמַ֔ר (veamar) = en zei | מָרִ֕י (mari) = mijn heer | חֶלְמָ֥א (chelma) = de droom | לְשָֽׂנְאָ֖ךְ (lesaneakh) = voor wie jou haat | וּפִשְׁרֵ֥הּ (ufishreh) = en de uitleg ervan | לְעָרָֽךְ (learakh) = voor jouw vijand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲנָה (ana), ‘antwoordde’: het Aramees gebruikt dit woord ook om een toespraak aan te heffen. Wij vertalen steeds ‘antwoordde en zei’. Voetnoot : In dit vers spreekt de koning over zichzelf in de derde persoon (‘de koning antwoordde’), hoewel de brief verder in de eerste persoon staat. Voetnoot : Daniël zegt ‘u’ tegen de koning; de koning zegt ‘je’ tegen Daniël. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft de meervoudsvormen לשנאיך (lesan’ayikh), ‘wie u haten’, en לעריך (le’arayikh), ‘uw vijanden’. De voorgelezen tekst (qere) heeft de enkelvoudsvormen לְשָׂנְאָךְ (lesan’akh), ‘wie u haat’, en לְעָרָךְ (le’arakh), ‘uw vijand’. Wij volgen het qere. Zie ook: 1 Sam 3:17; 2 Sam 18:31–32; Jer 4:19; Dan 7:28; Dan 8:27 **4:17** De boom die u gezien hebt, die groot en sterk werd, wiens hoogte tot de hemel reikte en die zichtbaar was voor heel de aarde, Brontekst: אִֽילָנָא֙ (ilana) = de boom | דִּ֣י (di) = die | חֲזַ֔יְתָ (chazayta) = jij zag | דִּ֥י (di) = die | רְבָ֖ה (reva) = groot werd | וּתְקִ֑ף (uteqif) = en sterk | וְרוּמֵהּ֙ (verumeh) = en zijn hoogte | יִמְטֵ֣א (yimte) = reikte | לִשְׁמַיָּ֔א (lishmaya) = tot de hemel | וַחֲזוֹתֵ֖הּ (vachazoteh) = en zijn zichtbaarheid | לְכָל (lekhal) = voor heel | אַרְעָֽא (ara) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ezech 31:3; Ezech 31:16; Dan 4:7–9 **4:18** wiens bladeren mooi waren en wiens vrucht overvloedig was, waarin voedsel was voor allen, waaronder de dieren van het veld woonden en in wiens takken de vogels van de hemel nestelden: Brontekst: וְעָפְיֵ֤הּ (veafeyeh) = en zijn bladeren | שַׁפִּיר֙ (shapir) = mooi | וְאִנְבֵּ֣הּ (veinbeh) = en zijn vrucht | שַׂגִּ֔יא (sagi) = overvloedig | וּמָז֨וֹן (umazon) = en voedsel | לְכֹ֖לָּא (lekhola) = voor allen | בֵ֑הּ (beh) = in hem | תְּחֹת֗וֹהִי (techotohi) = onder hem | תְּדוּר֙ (tedur) = woonden | חֵיוַ֣ת (cheivat) = dieren van | בָּרָ֔א (bara) = het veld | וּבְעַנְפ֕וֹהִי (uveanfohi) = en in zijn takken | יִשְׁכְּנָ֖ן (yishkenan) = nestelden | צִפֲּרֵ֥י (tsiparei) = vogels van | שְׁמַיָּֽא (shemaya) = de hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **4:19** dat bent u, koning. U bent groot en sterk geworden. Uw grootheid is toegenomen en reikt tot de hemel, en uw heerschappij tot het einde van de aarde. Brontekst: אַנְתְּ (ant) = jij | ה֣וּא (hu) = die | מַלְכָּ֔א (malka) = koning | דִּ֥י (di) = die | רְבַ֖ית (revayt) = groot werd | וּתְקֵ֑פְתְּ (uteqeft) = en sterk werd | וּרְבוּתָ֤ךְ (urevutakh) = en je grootheid | רְבָת֙ (revat) = is toegenomen | וּמְטָ֣ת (umetat) = en reikt | לִשְׁמַיָּ֔א (lishmaya) = tot de hemel | וְשָׁלְטָנָ֖ךְ (veshaletanakh) = en je heerschappij | לְס֥וֹף (lesof) = tot het einde van | אַרְעָֽא (ara) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Sam 12:7; Ps 108:5; Jer 27:6–8; Dan 2:37–38; Dan 5:18–23 **4:20** En dat de koning een wachter, een heilige, uit de hemel zag afdalen die zei: „Hak de boom om en vernietig hem. Maar laat de stronk van zijn wortels in de aarde achter, in een band van ijzer en koper, in het jonge gras van het veld. Laat hem nat worden van de dauw van de hemel. Laat zijn deel bij de dieren van het veld zijn, totdat zeven tijden over hem heen zijn gegaan”; Brontekst: וְדִ֣י (vedi) = en dat | חֲזָ֣ה (chaza) = zag | מַלְכָּ֡א (malka) = de koning | עִ֣יר (ir) = een wachter | וְקַדִּ֣ישׁ (veqadish) = en een heilige | נָחִ֣ת (nachit) = daalde af | מִן (min) = uit | שְׁמַיָּ֡א (shemaya) = de hemel | וְאָמַר֩ (veamar) = en zei | גֹּ֨דּוּ (godu) = hak om | אִֽילָנָ֜א (ilana) = de boom | וְחַבְּל֗וּהִי (vechabeluhi) = en vernietig hem | בְּרַ֨ם (beram) = nochtans | עִקַּ֤ר (iqar) = de stronk van | שָׁרְשׁ֨וֹהִי֙ (shareshohi) = zijn wortels | בְּאַרְעָ֣א (beara) = in de aarde | שְׁבֻ֔קוּ (shevuqu) = laat achter | וּבֶאֱסוּר֙ (uveesur) = en in een band | דִּֽי (di) = van | פַרְזֶ֣ל (parzel) = ijzer | וּנְחָ֔שׁ (unechash) = en koper | בְּדִתְאָ֖א (bedita) = in het jonge gras | דִּ֣י (di) = van | בָרָ֑א (bara) = het veld | וּבְטַ֧ל (uvetal) = en met de dauw | שְׁמַיָּ֣א (shemaya) = van de hemel | יִצְטַבַּ֗ע (yitstaba) = laat hem nat worden | וְעִם (veim) = en met | חֵיוַ֤ת (cheivat) = de dieren | בָּרָא֙ (bara) = van het veld | חֲלָקֵ֔הּ (chalaqeh) = zijn deel | עַ֛ד (ad) = totdat | דִּֽי (di) = dat | שִׁבְעָ֥ה (shiva) = zeven | עִדָּנִ֖ין (idanin) = tijden | יַחְלְפ֥וּן (yachlefun) = zullen voorbijgaan | עֲלֽוֹהִי (alohi) = over hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Deze zin loopt door in vers 21: ‘En dat de koning … zag, dit is de uitleg, koning’. Daniël herhaalt de droom van de verzen 10–14 in korte vorm. Zie ook: Dan 4:10–13; Dan 4:21; Dan 5:21 **4:21** dit is de uitleg, koning, en dit is het besluit van de Hoogste dat over mijn heer, de koning, is gekomen: Brontekst: דְּנָ֥ה (dena) = dit | פִשְׁרָ֖א (pishra) = de uitleg | מַלְכָּ֑א (malka) = koning | וּגְזֵרַ֤ת (ugezerat) = en het besluit van | עִלָּאָה֙ (ilaa) = de Hoogste | הִ֔יא (hi) = het | דִּ֥י (di) = dat | מְטָ֖ת (metat) = is gekomen | עַל (al) = over | מָרִ֥י (mari) = mijn heer | מַלְכָּֽא (malka) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 40:11–12; Ps 2:7; Ps 107:40; Jes 23:9; Jes 46:10–11 **4:22** Men zal u uit het midden van de mensen verjagen. Bij de dieren van het veld zal uw woonplaats zijn. Men zal u gras laten eten als runderen en u nat laten worden van de dauw van de hemel. Zeven tijden zullen over u heen gaan, totdat u weet dat de Hoogste heerst over het koninkrijk van de mensen. Hij geeft het aan wie Hij wil. Brontekst: וְלָ֣ךְ (velakh) = en jou | טָֽרְדִ֣ין (taredin) = verjagen zij | מִן (min) = van | אֲנָשָׁ֡א (anasha) = de mensen | וְעִם (veim) = en met | חֵיוַ֣ת (cheivat) = de dieren van | בָּרָא֩ (bara) = het veld | לֶהֱוֵ֨ה (leheve) = zal zijn | מְדֹרָ֜ךְ (medorakh) = je woonplaats | וְעִשְׂבָּ֥א (veisba) = en gras | כְתוֹרִ֣ין (ketorin) = als runderen | לָ֣ךְ (lakh) = aan jou | יְטַֽעֲמ֗וּן (yetaamun) = laten zij eten | וּמִטַּ֤ל (umital) = en van de dauw van | שְׁמַיָּא֙ (shemaya) = de hemel | לָ֣ךְ (lakh) = aan jou | מְצַבְּעִ֔ין (metsabein) = laten zij nat worden | וְשִׁבְעָ֥ה (veshiva) = en zeven | עִדָּנִ֖ין (idanin) = tijden | יַחְלְפ֣וּן (yachlefun) = zullen voorbijgaan | עֲלָ֑יךְ (alaykh) = over jou | עַ֣ד (ad) = totdat | דִּֽי (di) = dat | תִנְדַּ֗ע (tinda) = je weet | דִּֽי (di) = dat | שַׁלִּ֤יט (shalit) = heerst | עִלָּיָא֙ (ilaya) = de Hoogste | בְּמַלְכ֣וּת (bemalkhut) = over het koninkrijk van | אֲנָשָׁ֔א (anasha) = de mensen | וּלְמַן (uleman) = en aan wie | דִּ֥י (di) = dat | יִצְבֵּ֖א (yitsbe) = Hij wil | יִתְּנִנַּֽהּ (yiteninah) = Hij geeft het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Aramees heeft hier een onbepaald meervoud (‘zij verjagen u’), vergelijk de verzen 29 en 30. Wij vertalen met ‘men’. De tekst zegt niet wie het doet. Zie ook: Ps 83:19; Ps 106:20; Jer 27:5; Dan 2:21; Dan 4:14 **4:23** En dat men zei de stronk van de wortels van de boom te laten staan: uw koningschap blijft voor u overeind. Dat geldt vanaf het moment dat u weet dat de hemel heerst. Brontekst: וְדִ֣י (vedi) = en dat | אֲמַ֗רוּ (amaru) = zeiden zij | לְמִשְׁבַּ֞ק (lemishbaq) = om te laten staan | עִקַּ֤ר (iqar) = de stronk van | שָׁרְשׁ֨וֹהִי֙ (shareshohi) = wortels | דִּ֣י (di) = van | אִֽילָנָ֔א (ilana) = de boom | מַלְכוּתָ֖ךְ (malkhutakh) = je koningschap | לָ֣ךְ (lakh) = voor jou | קַיָּמָ֑ה (qayama) = blijft overeind | מִן (min) = vanaf | דִּ֣י (di) = dat | תִנְדַּ֔ע (tinda) = je weet | דִּ֥י (di) = dat | שַׁלִּטִ֖ן (shalitin) = heerst | שְׁמַיָּֽא (shemaya) = de hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שָׁמַיָּא (shemayya), ‘de hemel’: staat hier voor Elohim zelf. Vergelijk vers 22: ‘de Hoogste heerst’. Zie ook: Dan 2:37; Dan 4:12; Dan 4:20; Dan 4:22; Mat 5:34; Mat 21:20 ### De raad van Daniël **4:24** Daarom, koning, laat mijn raad u goed lijken. Maak een einde aan uw zonde door gerechtigheid en aan uw schuld door ontferming met de armen. Misschien wordt uw voorspoed dan verlengd.’ Brontekst: לָהֵ֣ן (lahen) = daarom | מַלְכָּ֗א (malka) = koning | מִלְכִּי֙ (milki) = mijn raad | יִשְׁפַּ֣ר (yishpar) = moge goed zijn | עֲלָ֔ךְ (alakh) = voor jou | וַחֲטָאָךְ֙ (vachataakh) = en je zonde | בְּצִדְקָ֣ה (betsidqa) = door gerechtigheid | פְרֻ֔ק (peruq) = maak los | וַעֲוָיָתָ֖ךְ (vaavayatakh) = en je schuld | בְּמִחַ֣ן (bemichan) = door ontferming met | עֲנָ֑יִן (anayin) = armen | הֵ֛ן (hen) = indien | תֶּהֱוֵ֥א (teheve) = het zal zijn | אַרְכָ֖ה (arkha) = een verlenging | לִשְׁלֵוְתָֽךְ (lishlevetakh) = van je voorspoed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִלְכִּי (milki), ‘mijn raad’: de raad van een mens, anders dan het ‘besluit’ van de Hoogste in vers 21. Voetnoot : פְּרַק (peraq), ‘maak los, breek af’: de koning moet met zijn zonde breken. Voetnoot : צִדְקָה (tsidqah), ‘gerechtigheid’: in het Aramees kan dit ook ‘weldadigheid’ betekenen. Het volgende deel van het vers, ‘ontferming met de armen’, legt uit hoe die gerechtigheid eruitziet. Voetnoot : הֵן (hen), ‘misschien’: letterlijk ‘indien’. Er wordt niets beloofd. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft het meervoud וחטיך (vachateykh), ‘uw zonden’. De voorgelezen tekst (qere) heeft het enkelvoud וַחֲטָאָךְ (vachata’akh), ‘uw zonde’. Wij volgen het qere. Zie ook: Jona 3:9; Jes 55:6–7; Ezech 18:27–32; Dan 4:21; Luc 11:41; Hand 8:22 ### De droom komt uit **4:25** Dit alles overkwam koning Nebukadnezar. Brontekst: כֹּ֣לָּא (kola) = alles | מְּטָ֔א (meta) = kwam | עַל (al) = over | נְבוּכַדְנֶצַּ֖ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מַלְכָּֽא (malka) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de verzen 25–30 spreekt de tekst over de koning in de derde persoon. In vers 31 spreekt de koning weer zelf, in de eerste persoon. Zie ook: Num 23:19; Spr 10:24; Dan 4:31; Zach 1:6; Mat 24:35 **4:26** Na twaalf maanden wandelde hij op het koninklijk paleis van Babel. Brontekst: לִקְצָ֥ת (liqtsat) = aan het einde van | יַרְחִ֖ין (yarchin) = maanden | תְּרֵֽי (terei) = twee | עֲשַׂ֑ר (asar) = tien | עַל (al) = op | הֵיכַ֧ל (heikhal) = het paleis van | מַלְכוּתָ֛א (malkhuta) = het koninkrijk | דִּ֥י (di) = van | בָבֶ֖ל (bavel) = Babel | מְהַלֵּ֥ךְ (mehalekh) = wandelend | הֲוָֽה (hava) = was hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: עַל הֵיכַל (al heikal), ‘op het paleis’: het voorzetsel kan ‘op’ of ‘bij’ betekenen. Wij houden ‘op’; het gaat waarschijnlijk om het dak of de terrassen van het paleis. Zie ook: Gen 6:3; 1 Petr 3:20; 2 Petr 3:9–10; 2 Petr 3:15; Openb 2:21 **4:27** De koning antwoordde en zei: ‘Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb als koninklijke woonplaats, door de kracht van mijn macht en tot eer van mijn majesteit?’ Brontekst: עָנֵ֤ה (ane) = antwoordde | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | וְאָמַ֔ר (veamar) = en zei | הֲלָ֥א (hala) = is niet | דָא (da) = dit | הִ֖יא (hi) = het | בָּבֶ֣ל (bavel) = Babel | רַבְּתָ֑א (rabeta) = het grote | דִּֽי (di) = dat | אֲנָ֤ה (ana) = ik | בֱנַיְתַהּ֙ (benaytah) = heb gebouwd | לְבֵ֣ית (leveit) = tot een huis van | מַלְכ֔וּ (malkhu) = koningschap | בִּתְקַ֥ף (bitqaf) = door de kracht van | חִסְנִ֖י (chisni) = mijn macht | וְלִיקָ֥ר (veliqar) = en tot de eer van | הַדְרִֽי (hadri) = mijn majesteit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Zie ook: Spr 16:18; Jes 10:8–15; Ezech 29:3; Luc 14:11; Openb 17:5 ### Een stem uit de hemel **4:28** Het woord was nog in de mond van de koning, toen een stem uit de hemel neerviel: ‘Er wordt tegen u gezegd, koning Nebukadnezar: het koningschap is van u weggegaan. Brontekst: ע֗וֹד (od) = nog | מִלְּתָא֙ (mileta) = het woord | בְּפֻ֣ם (befum) = in de mond van | מַלְכָּ֔א (malka) = de koning | קָ֖ל (qal) = een stem | מִן (min) = uit | שְׁמַיָּ֣א (shemaya) = de hemel | נְפַ֑ל (nefal) = viel | לָ֤ךְ (lakh) = aan jou | אָֽמְרִין֙ (amerin) = zij zeggen | נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מַלְכָּ֔א (malka) = koning | מַלְכוּתָ֖ה (malkhuta) = het koningschap | עֲדָ֥ת (adat) = is weggegaan | מִנָּֽךְ (minakh) = van jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Hebr. 4:28–29 is NL 4:31–32. Voetnoot : קָל מִן שְׁמַיָּא (qal min shemayya), ‘een stem uit de hemel’: wij zetten de woorden zwart. De stem spreekt over ‘de Hoogste’ in de derde persoon (verzen 28–29) en wordt niet als de stem van Yahweh zelf aangeduid. Zie ook: Ex 15:9–10; Dan 5:28; Luc 12:20; Hand 9:3–5; Heb 4:28–29; Openb 16:7 **4:29** Men zal u uit het midden van de mensen verjagen. Bij de dieren van het veld zal uw woonplaats zijn. Men zal u gras laten eten als runderen. Zeven tijden zullen over u heen gaan, totdat u weet dat de Hoogste heerst over het koninkrijk van de mensen. Hij geeft het aan wie Hij wil.’ Brontekst: וּמִן (umin) = en van | אֲנָשָׁא֩ (anasha) = de mensen | לָ֨ךְ (lakh) = jou | טָֽרְדִ֜ין (taredin) = verjagen zij | וְֽעִם (veim) = en met | חֵיוַ֧ת (cheivat) = de dieren van | בָּרָ֣א (bara) = het veld | מְדֹרָ֗ךְ (medorakh) = je woonplaats | עִשְׂבָּ֤א (isba) = gras | כְתוֹרִין֙ (ketorin) = als runderen | לָ֣ךְ (lakh) = aan jou | יְטַעֲמ֔וּן (yetaamun) = laten zij eten | וְשִׁבְעָ֥ה (veshiva) = en zeven | עִדָּנִ֖ין (idanin) = tijden | יַחְלְפ֣וּן (yachlefun) = zullen voorbijgaan | עֲלָ֑ךְ (alakh) = over jou | עַ֣ד (ad) = totdat | דִּֽי (di) = dat | תִנְדַּ֗ע (tinda) = je weet | דִּֽי (di) = dat | שַׁלִּ֤יט (shalit) = heerst | עִלָּיָא֙ (ilaya) = de Hoogste | בְּמַלְכ֣וּת (bemalkhut) = over het koninkrijk van | אֲנָשָׁ֔א (anasha) = de mensen | וּלְמַן (uleman) = en aan wie | דִּ֥י (di) = dat | יִצְבֵּ֖א (yitsbe) = Hij wil | יִתְּנִנַּֽהּ (yiteninah) = Hij geeft het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 12:18–21; Joz 4:24; Spr 8:15–16; Jer 27:5; Dan 5:21 **4:30** In datzelfde uur werd het woord voltrokken over Nebukadnezar. Hij werd uit het midden van de mensen verjaagd en at gras als runderen. Zijn lichaam werd nat van de dauw van de hemel. Zo ging het, totdat zijn haar zo lang was als dat van arenden en zijn nagels als die van vogels. Brontekst: בַּהּ (bah) = in dat | שַׁעֲתָ֗א (shaata) = uur | מִלְּתָא֮ (mileta) = het woord | סָ֣פַת (safat) = werd voltrokken | עַל (al) = over | נְבוּכַדְנֶצַּר֒ (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | וּמִן (umin) = en van | אֲנָשָׁ֣א (anasha) = de mensen | טְרִ֔יד (terid) = verjaagd | וְעִשְׂבָּ֤א (veisba) = en gras | כְתוֹרִין֙ (ketorin) = als runderen | יֵאכֻ֔ל (yekhul) = at hij | וּמִטַּ֥ל (umital) = en van de dauw van | שְׁמַיָּ֖א (shemaya) = de hemel | גִּשְׁמֵ֣הּ (gishmeh) = zijn lichaam | יִצְטַבַּ֑ע (yitstaba) = werd nat | עַ֣ד (ad) = totdat | דִּ֥י (di) = dat | שַׂעְרֵ֛הּ (sareh) = zijn haar | כְּנִשְׁרִ֥ין (kenishrin) = als arenden | רְבָ֖ה (reva) = groot werd | וְטִפְר֥וֹהִי (vetifrohi) = en zijn nagels | כְצִפְּרִֽין (ketsiperin) = als vogels Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סְפַת (sefat), ‘werd voltrokken’: letterlijk ‘kwam tot een einde’; het woord is helemaal uitgekomen. Voetnoot : נִשְׁרִין (nishrin), ‘arenden’: grote roofvogels. Zie ook: Job 20:5; Jes 30:14; Dan 4:22; Dan 4:29; Dan 5:21 ### De koning looft de Hoogste **4:31** Na afloop van die dagen sloeg ik, Nebukadnezar, mijn ogen op naar de hemel, en mijn verstand keerde bij mij terug. Ik zegende de Hoogste. Ik prees en eerde Hem die voor eeuwig leeft. Zijn heerschappij is een heerschappij voor eeuwig en Zijn koninkrijk duurt van generatie op generatie. Brontekst: וְלִקְצָ֣ת (veliqtsat) = en aan het einde van | יֽוֹמַיָּה֩ (yomaya) = die dagen | אֲנָ֨ה (ana) = ik | נְבוּכַדְנֶצַּ֜ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | עַיְנַ֣י (aynay) = mijn ogen | לִשְׁמַיָּ֣א (lishmaya) = naar de hemel | נִטְלֵ֗ת (nitlet) = sloeg ik op | וּמַנְדְּעִי֙ (umandei) = en mijn verstand | עֲלַ֣י (alay) = bij mij | יְת֔וּב (yetuv) = keerde terug | וּלְעִלָּאָה֙ (uleilaa) = en de Hoogste | בָּרְכֵ֔ת (barekhet) = zegende ik | וּלְחַ֥י (ulechay) = en Hem die leeft | עָלְמָ֖א (alema) = eeuwig | שַׁבְּחֵ֣ת (shabechet) = prees ik | וְהַדְּרֵ֑ת (vehaderet) = en eerde ik | דִּ֤י (di) = die | שָׁלְטָנֵהּ֙ (shaletaneh) = Zijn heerschappij | שָׁלְטָ֣ן (shaletan) = heerschappij van | עָלַ֔ם (alam) = eeuwig | וּמַלְכוּתֵ֖הּ (umalkhuteh) = en Zijn koninkrijk | עִם (im) = met | דָּ֥ר (dar) = generatie | וְדָֽר (vedar) = en generatie Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Hier begint de koning weer in de eerste persoon te spreken (‘ik, Nebukadnezar’). Voetnoot : מַנְדְּעִי (mandei), ‘mijn verstand’: zijn inzicht en denkvermogen, dat hij kwijt was. Voetnoot : חַי עָלְמָא (chai alma), ‘Hem die voor eeuwig leeft’: zie ook 6:27 (NL 6:26) ‘de levende Elohim’. Zie ook: Ps 145:13; Jer 10:10; Dan 2:44; Dan 12:7; Openb 4:10 **4:32** Alle bewoners van de aarde worden als niets geacht. Hij doet naar Zijn wil met het leger van de hemel en met de bewoners van de aarde. Niemand kan Zijn hand tegenhouden of tegen Hem zeggen: ‘Wat hebt U gedaan?’ Brontekst: וְכָל (vekhal) = en alle | דָּיְרֵ֤י (dayerei) = bewoners van | אַרְעָא֙ (ara) = de aarde | כְּלָ֣ה (kela) = als niets | חֲשִׁיבִ֔ין (chashivin) = worden geacht | וּֽכְמִצְבְּיֵ֗הּ (ukhemitsbeyeh) = en naar Zijn wil | עָבֵד֙ (aved) = doet Hij | בְּחֵ֣יל (becheil) = met het leger van | שְׁמַיָּ֔א (shemaya) = de hemel | וְדָיְרֵ֖י (vedayerei) = en de bewoners van | אַרְעָ֑א (ara) = de aarde | וְלָ֤א (vela) = en niet | אִיתַי֙ (itay) = er is | דִּֽי (di) = wie | יְמַחֵ֣א (yemache) = kan slaan | בִידֵ֔הּ (bideh) = op Zijn hand | וְיֵ֥אמַר (veyemar) = of zal zeggen | לֵ֖הּ (leh) = tot Hem | מָ֥ה (ma) = wat | עֲבַֽדְתְּ (avadt) = hebt U gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֵיל שְׁמַיָּא (chel shemayya), ‘het leger van de hemel’: de hemelse machten. Voetnoot : יִמְחֵא בִידֵהּ (yimcha bideh), ‘kan op Zijn hand slaan’: een uitdrukking voor ‘Hem tegenhouden’. Zie ook: Job 42:2; Ps 115:3; Ps 135:6; Jes 40:15–17; Rom 11:33–36 **4:33** Op datzelfde moment keerde mijn verstand bij mij terug. Tot de eer van mijn koningschap keerden mijn majesteit en mijn glans bij mij terug. Mijn raadsheren en mijn edelen zochten mij op. Ik werd hersteld in mijn koninkrijk, en nog meer grootheid werd mij toegevoegd. Brontekst: בֵּהּ (beh) = in dat | זִמְנָ֞א (zimna) = moment | מַנְדְּעִ֣י (mandei) = mijn verstand | יְת֣וּב (yetuv) = keerde terug | עֲלַ֗י (alay) = bij mij | וְלִיקַ֨ר (veliqar) = en tot de eer van | מַלְכוּתִ֜י (malkhuti) = mijn koningschap | הַדְרִ֤י (hadri) = mijn majesteit | וְזִוִי֙ (vezivi) = en mijn glans | יְת֣וּב (yetuv) = keerden terug | עֲלַ֔י (alay) = bij mij | וְלִ֕י (veli) = en bij mij | הַדָּֽבְרַ֥י (hadaveray) = mijn raadsheren | וְרַבְרְבָנַ֖י (veravrevanay) = en mijn edelen | יְבַע֑וֹן (yevaon) = zochten | וְעַל (veal) = en in | מַלְכוּתִ֣י (malkhuti) = mijn koninkrijk | הָתְקְנַ֔ת (hateqenat) = werd ik hersteld | וּרְב֥וּ (urevu) = en grootheid | יַתִּירָ֖ה (yatira) = extra | ה֥וּסְפַת (husefat) = werd toegevoegd | לִֽי (li) = aan mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 22:4; Dan 4:12–13; Dan 4:29; Dan 4:31; Mat 6:33 **4:34** Nu loof, verhoog en eer ik, Nebukadnezar, de Koning van de hemel. Want al Zijn werken zijn waarheid en Zijn wegen zijn recht. En wie in hoogmoed wandelen, kan Hij vernederen.” Brontekst: כְּעַ֞ן (kean) = nu | אֲנָ֣ה (ana) = ik | נְבוּכַדְנֶצַּ֗ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | מְשַׁבַּ֨ח (meshabach) = loof | וּמְרוֹמֵ֤ם (umeromem) = en verhoog | וּמְהַדַּר֙ (umehadar) = en eer | לְמֶ֣לֶךְ (lemelekh) = de Koning van | שְׁמַיָּ֔א (shemaya) = de hemel | דִּ֤י (di) = omdat | כָל (kal) = alle | מַעֲבָד֨וֹהִי֙ (maavadohi) = Zijn werken | קְשֹׁ֔ט (qeshot) = waarheid | וְאֹרְחָתֵ֖הּ (veorechateh) = en Zijn wegen | דִּ֑ין (din) = recht | וְדִי֙ (vedi) = en wie | מַהְלְכִ֣ין (mahlekhin) = wandelen | בְּגֵוָ֔ה (begeva) = in hoogmoed | יָכִ֖ל (yakhil) = kan Hij | לְהַשְׁפָּלָֽה (lehashpala) = vernederen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֶלֶךְ שְׁמַיָּא (melekh shemayya), ‘Koning van de hemel’: hier een naam van Elohim; ‘hemel’ staat voor Elohim, zoals in vers 23. Voetnoot : קְשֹׁט (qeshot), ‘waarheid’ (zoals emet), en דִּין (din), ‘recht’ (zoals mishpat). Voetnoot : בְּגֵוָה (begavah), ‘in hoogmoed’: het woord is van de wortel ‘zich verheffen’. Wie zich verheft, kan Hij vernederen. Zie ook: Deut 32:4; 1 Sam 2:3; Ps 33:4–5; Dan 4:23; Jak 4:6–7; 1 Petr 5:5–6 ## Daniël 5 _Het feestmaal van Belsazar en het schrift op de muur_ ### Het feestmaal van Belsazar **5:1** Koning Belsazar gaf een groot feestmaal voor duizend van zijn edelen. Tegenover die duizend dronk hij wijn. Brontekst: בֵּלְשַׁאצַּ֣ר (beleshatsar) = Belsazar | מַלְכָּ֗א (malka) = de koning | עֲבַד֙ (avad) = maakte | לְחֶ֣ם (lechem) = een maal | רַ֔ב (rav) = groot | לְרַבְרְבָנ֖וֹהִי (leravrevanohi) = voor zijn edelen | אֲלַ֑ף (alaf) = duizend | וְלָקֳבֵ֥ל (velaqovel) = en tegenover | אַלְפָּ֖א (alpa) = de duizend | חַמְרָ֥א (chamra) = wijn | שָׁתֵֽה (shate) = dronk hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בֵּלְשַׁאצַּר (Belshatsar), ‘Belsazar’: de koning van Babel in dit hoofdstuk. Hij wordt in de Hebreeuwse Bijbel alleen in het boek Daniël genoemd (ook 7:1 en 8:1). Voetnoot : אֲלַף (alaf), ‘duizend’: duizend edelen aan zijn tafel. Zie ook: Gen 40:20; Jes 22:14; Jer 51:57; Est 1:3; Mar 6:21–22 **5:2** Onder de invloed van de wijn zei Belsazar dat men de vaten van goud en zilver moest brengen. Zijn vader Nebukadnezar had ze uit de tempel in Jeruzalem weggehaald. De koning, zijn edelen, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen zouden eruit drinken. Brontekst: בֵּלְשַׁאצַּ֞ר (beleshatsar) = Belsazar | אֲמַ֣ר (amar) = zei | בִּטְעֵ֣ם (bitem) = onder de smaak van | חַמְרָ֗א (chamra) = de wijn | לְהַיְתָיָה֙ (lehaytaya) = om te brengen | לְמָאנֵי֙ (lemanei) = de vaten van | דַּהֲבָ֣א (dahava) = goud | וְכַסְפָּ֔א (vekhaspa) = en zilver | דִּ֤י (di) = die | הַנְפֵּק֙ (hanpeq) = had weggehaald | נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | אֲב֔וּהִי (avuhi) = zijn vader | מִן (min) = uit | הֵיכְלָ֖א (heikhela) = de tempel | דִּ֣י (di) = die | בִירוּשְׁלֶ֑ם (birushelem) = in Jeruzalem | וְיִשְׁתּ֣וֹן (veyishton) = en zouden drinken | בְּה֗וֹן (behon) = daaruit | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | וְרַבְרְבָנ֔וֹהִי (veravrevanohi) = en zijn edelen | שֵׁגְלָתֵ֖הּ (shegelateh) = zijn vrouwen | וּלְחֵנָתֵֽהּ (ulechenateh) = en zijn bijvrouwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: אֲבוּהִי (abuhi), ‘zijn vader’: het Aramese woord kan ook ‘voorvader’ betekenen; wij vertalen ‘vader’, zoals de tekst zegt (zie ook de verzen 11, 13, 18 en 22). Voetnoot : De vaten uit de tempel: zie Dan. 1:2, 2 Kon. 25:13–15 en 2 Kron. 36:7, 36:10. Voetnoot : שֵׁגָלָן (shegalan), ‘vrouwen’, en לְחֵנָן (lechenan), ‘bijvrouwen’: de vrouwen van het hof. Zie ook: 2 Kon 24:13; 2 Kon 25:13–15; 2 Kon 25:15; 2 Kron 36:7; 2 Kron 36:10; Dan 1:2; Dan 5:23; Ezra 1:7–11 **5:3** Toen brachten zij de gouden vaten die waren weggehaald uit de tempel, het huis van Elohim in Jeruzalem. De koning en zijn edelen, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen dronken eruit. Brontekst: בֵּאדַ֗יִן (bedayin) = toen | הַיְתִיו֙ (haytiv) = brachten zij | מָאנֵ֣י (manei) = vaten van | דַהֲבָ֔א (dahava) = goud | דִּ֣י (di) = die | הַנְפִּ֗קוּ (hanpiqu) = waren weggehaald | מִן (min) = uit | הֵֽיכְלָ֛א (heikhela) = de tempel | דִּֽי (di) = van | בֵ֥ית (beit) = het huis van | אֱלָהָ֖א (elaha) = Elohim | דִּ֣י (di) = dat | בִירֽוּשְׁלֶ֑ם (birushelem) = in Jeruzalem | וְאִשְׁתִּ֣יו (veishtiv) = en dronken | בְּה֗וֹן (behon) = daaruit | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | וְרַבְרְבָנ֔וֹהִי (veravrevanohi) = en zijn edelen | שֵׁגְלָתֵ֖הּ (shegelateh) = zijn vrouwen | וּלְחֵנָתֵֽהּ (ulechenateh) = en zijn bijvrouwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. **5:4** Zij dronken wijn en prezen de goden van goud en zilver, van brons, ijzer, hout en steen. Brontekst: אִשְׁתִּ֖יו (ishtiv) = zij dronken | חַמְרָ֑א (chamra) = wijn | וְ֠שַׁבַּחוּ (veshabachu) = en prezen | לֵֽאלָהֵ֞י (lelahei) = de goden van | דַּהֲבָ֧א (dahava) = goud | וְכַסְפָּ֛א (vekhaspa) = en zilver | נְחָשָׁ֥א (nechasha) = brons | פַרְזְלָ֖א (parzela) = ijzer | אָעָ֥א (aa) = hout | וְאַבְנָֽא (veavna) = en steen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 135:15–18; Jes 40:19–20; Hab 2:19; Dan 5:23; Openb 9:20–21 ### De hand schrijft op de muur **5:5** Op datzelfde uur kwamen er vingers van een mensenhand tevoorschijn. Zij schreven tegenover de kandelaar op de kalk van de muur van het paleis van de koning. De koning zag het deel van de hand dat schreef. Brontekst: בַּהּ (bah) = op dat | שַׁעֲתָ֗ה (shaata) = uur | נְפַ֨קָה֙ (nefaqa) = kwamen tevoorschijn | אֶצְבְּעָן֙ (etsbean) = vingers van | דִּ֣י (di) = een | יַד (yad) = hand van | אֱנָ֔שׁ (enash) = een mens | וְכָֽתְבָן֙ (vekhatevan) = en schrijvend | לָקֳבֵ֣ל (laqovel) = tegenover | נֶבְרַשְׁתָּ֔א (nevrashta) = de kandelaar | עַל (al) = op | גִּירָ֕א (gira) = de kalk van | דִּֽי (di) = de | כְתַ֥ל (ketal) = muur van | הֵיכְלָ֖א (heikhela) = het paleis | דִּ֣י (di) = van | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | וּמַלְכָּ֣א (umalka) = en de koning | חָזֵ֔ה (chaze) = zag | פַּ֥ס (pas) = het deel van | יְדָ֖ה (yeda) = de hand | דִּ֥י (di) = die | כָתְבָֽה (kateva) = schreef Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִבְרַשְׁתָּא (nevrashta), ‘kandelaar’: een lampenstandaard. Het woord komt alleen hier voor. Voetnoot : גִּירָא (gira), ‘kalk’: de witte pleisterlaag op de muur. Voetnoot : פַּס (pas), ‘het deel van’: het woord komt alleen in dit hoofdstuk voor (ook vers 24); de betekenis is niet zeker. Het gaat om een deel van de hand, mogelijk de handpalm. Voetnoot : הֵיכַל (heikal), ‘paleis’: elders in dit hoofdstuk (verzen 2 en 3) ‘tempel’. Zie ook: Job 20:5; Dan 4:28; Dan 5:24–28; 1 Tess 5:2–3; Kol 2:14 **5:6** Toen veranderde het gelaat van de koning. Zijn gedachten verontrustten hem, de banden van zijn heupen raakten los en zijn knieën sloegen tegen elkaar. Brontekst: אֱדַ֤יִן (edayin) = toen | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | זִיוֺ֣הִי (zivohi) = zijn gelaat | שְׁנ֔וֹהִי (shenohi) = veranderde | וְרַעיֹנֹ֖הִי (verayonohi) = en zijn gedachten | יְבַהֲלוּנֵּ֑הּ (yevahaluneh) = verontrustten hem | וְקִטְרֵ֤י (veqitrei) = en de banden van | חַרְצֵהּ֙ (chartseh) = zijn heupen | מִשְׁתָּרַ֔יִן (mishtarayin) = raakten los | וְאַ֨רְכֻבָּתֵ֔הּ (vearkhubateh) = en zijn knieën | דָּ֥א (da) = de een | לְדָ֖א (leda) = tegen de ander | נָֽקְשָֽׁן (naqeshan) = sloegen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Nah 2:11; Ezech 7:17; Ezech 21:12; Dan 4:2; Dan 7:28 **5:7** De koning riep met luide stem dat men de bezweerders, de Chaldeeën en de waarzeggers moest binnenbrengen. De koning antwoordde en zei tegen de wijzen van Babel: „Wie dit geschrift leest en mij de uitleg ervan bekendmaakt, wordt in purper gekleed. Hij krijgt een gouden keten om zijn hals en zal als derde heersen in het koninkrijk.” Brontekst: קָרֵ֤א (qare) = riep | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | בְּחַ֔יִל (bechayil) = met kracht | לְהֶֽעָלָה֙ (leheala) = om binnen te brengen | לְאָ֣שְׁפַיָּ֔א (leashefaya) = de bezweerders | כַּשְׂדָּאֵ֖י (kasdaei) = de Chaldeeën | וְגָזְרַיָּ֑א (vegazeraya) = en de waarzeggers | עָנֵ֨ה (ane) = antwoordde | מַלְכָּ֜א (malka) = de koning | וְאָמַ֣ר (veamar) = en zei | לְחַכִּימֵ֣י (lechakimei) = tegen de wijzen van | בָבֶ֗ל (bavel) = Babel | דִּ֣י (di) = wie | כָל (kal) = elk | אֱ֠נָשׁ (enash) = mens | דִּֽי (di) = die | יִקְרֵ֞ה (yiqre) = leest | כְּתָבָ֣ה (ketava) = geschrift | דְנָ֗ה (dena) = dit | וּפִשְׁרֵהּ֙ (ufishreh) = en de uitleg ervan | יְחַוִּנַּ֔נִי (yechavinani) = mij bekendmaakt | אַרְגְּוָנָ֣א (argevana) = purper | יִלְבַּ֗שׁ (yilbash) = zal gekleed worden in | וְהַֽמְנִיכָ֤א (vehamnikha) = en een keten | דִֽי (di) = van | דַהֲבָא֙ (dahava) = goud | עַֽל (al) = om | צַוְּארֵ֔הּ (tsavereh) = zijn hals | וְתַלְתִּ֥י (vetalti) = en als derde | בְמַלְכוּתָ֖א (bemalkhuta) = in het koninkrijk | יִשְׁלַֽט (yishlat) = zal hij heersen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: אַרְגְּוָנָא (argevana), ‘purper’: een dure, rode of paarse stof, voor koningen en rijken. Voetnoot : הַמְנִיכָא (hamnika), ‘keten’: een gouden halsketen als teken van eer. Zie ook Gen. 41:42. Voetnoot : תַּלְתִּי (talti), ‘als derde’: derde in rang na de koning en een andere hoge man. Het woord kan ook ‘een van de drie bestuurders’ betekenen (vergelijk 6:3, NL 6:2). Wij houden ‘als derde’ aan. Zie ook: Gen 41:42–44; Dan 2:6; Dan 2:48; Dan 5:16; Dan 5:29 **5:8** Toen kwamen alle wijzen van de koning binnen. Maar zij konden het geschrift niet lezen en de koning de uitleg ervan niet bekendmaken. Brontekst: אֱדַ֨יִן֙ (edayin) = toen | עָֽלִּ֔ין (alin) = kwamen binnen | כֹּ֖ל (kol) = alle | חַכִּימֵ֣י (chakimei) = wijzen van | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | וְלָֽא (vela) = en niet | כָהֲלִ֤ין (kahalin) = konden | כְּתָבָא֙ (ketava) = het geschrift | לְמִקְרֵ֔א (lemiqre) = lezen | וּפִשְׁרֵ֖הּ (ufishreh) = en de uitleg ervan | לְהוֹדָעָ֥ה (lehodaa) = bekendmaken | לְמַלְכָּֽא (lemalka) = aan de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Gen 41:8; Jes 47:12–15; Dan 2:27; Dan 4:4; Dan 5:15 **5:9** Toen werd koning Belsazar zeer verontrust. Zijn gelaat veranderde en zijn edelen waren verbijsterd. Brontekst: אֱ֠דַיִן (edayin) = toen | מַלְכָּ֤א (malka) = koning | בֵלְשַׁאצַּר֙ (beleshatsar) = Belsazar | שַׂגִּ֣יא (sagi) = zeer | מִתְבָּהַ֔ל (mitbahal) = verontrust | וְזִיוֺ֖הִי (vezivohi) = en zijn gelaat | שָׁנַ֣יִן (shanayin) = veranderde | עֲל֑וֹהִי (alohi) = over hem | וְרַבְרְבָנ֖וֹהִי (veravrevanohi) = en zijn edelen | מִֽשְׁתַּבְּשִֽׁין (mishtabeshin) = waren verbijsterd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 13:6–8; Jes 21:2–4; Jer 6:24; Dan 2:1; Dan 5:6 ### De koningin noemt Daniël **5:10** Vanwege de woorden van de koning en zijn edelen kwam de koningin de feestzaal binnen. De koningin antwoordde en zei: „Koning, leef voor eeuwig. Laat uw gedachten u niet verontrusten en laat uw gelaat niet veranderen. Brontekst: מַלְכְּתָ֕א (malketa) = de koningin | לָקֳבֵ֨ל (laqovel) = vanwege | מִלֵּ֤י (milei) = de woorden van | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | וְרַבְרְבָנ֔וֹהִי (veravrevanohi) = en zijn edelen | לְבֵ֥ית (leveit) = het huis van | מִשְׁתְּיָ֖א (mishteya) = het drinkfeest | עַלַּ֑ת (alat) = kwam binnen | עֲנָ֨ת (anat) = antwoordde | מַלְכְּתָ֜א (malketa) = de koningin | וַאֲמֶ֗רֶת (vaameret) = en zei | מַלְכָּא֙ (malka) = koning | לְעָלְמִ֣ין (lealemin) = voor eeuwig | חֱיִ֔י (cheyi) = leef | אַֽל (al) = niet | יְבַהֲלוּךְ֙ (yevahalukh) = laten verontrusten u | רַעְיוֹנָ֔ךְ (rayonakh) = uw gedachten | וְזִיוָ֖יךְ (vezivaykh) = en uw gelaat | אַל (al) = niet | יִשְׁתַּנּֽוֹ (yishtano) = laat veranderen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַלְכְּתָא (malkta), ‘de koningin’: de tekst zegt niet wie zij is. Zij kent de tijd van Nebukadnezar, dus mogelijk is zij de koningin-moeder. Wij laten het open. Voetnoot : לְעָלְמִין חֱיִי (le’almin chayi), ‘leef voor eeuwig’: een hofformule, ook in 2:4, 3:9 en 6:7. Voetnoot : בֵּית מִשְׁתְּיָא (beit mishtayya), ‘feestzaal’: letterlijk ‘huis van het drinken’. Zie ook: Gen 35:17–18; 1 Kon 1:31; Dan 2:4; Dan 3:9; Dan 6:7 **5:11** Er is een man in uw koninkrijk in wie de geest van heilige goden is. In de dagen van uw vader zijn bij hem licht, inzicht en wijsheid gevonden, zoals de wijsheid van goden. Koning Nebukadnezar, uw vader, heeft hem aangesteld als hoofd van de magiërs, bezweerders, Chaldeeën en waarzeggers; ja, uw vader, de koning. Brontekst: אִיתַ֨י (itay) = er is | גְּבַ֜ר (gevar) = een man | בְּמַלְכוּתָ֗ךְ (bemalkhutakh) = in uw koninkrijk | דִּ֠י (di) = in wie | ר֣וּחַ (ruach) = geest van | אֱלָהִ֣ין (elahin) = goden | קַדִּישִׁין֮ (qadishin) = heilige | בֵּהּ֒ (beh) = in hem | וּבְיוֹמֵ֣י (uveyomei) = en in de dagen van | אֲב֗וּךְ (avukh) = uw vader | נַהִיר֧וּ (nahiru) = licht | וְשָׂכְלְתָנ֛וּ (vesakheletanu) = en inzicht | וְחָכְמָ֥ה (vechakhema) = en wijsheid | כְּחָכְמַת (kechakhemat) = zoals de wijsheid van | אֱלָהִ֖ין (elahin) = goden | הִשְׁתְּכַ֣חַת (hishtekhachat) = werd gevonden | בֵּ֑הּ (beh) = in hem | וּמַלְכָּ֤א (umalka) = en koning | נְבֻֽכַדְנֶצַּר֙ (nevukhadnetsar) = Nebukadnezar | אֲב֔וּךְ (avukh) = uw vader | רַ֧ב (rav) = hoofd van | חַרְטֻמִּ֣ין (chartumin) = magiërs | אָֽשְׁפִ֗ין (ashefin) = bezweerders | כַּשְׂדָּאִין֙ (kasdain) = Chaldeeën | גָּזְרִ֔ין (gazerin) = waarzeggers | הֲקִימֵ֖הּ (haqimeh) = stelde hem aan | אֲב֥וּךְ (avukh) = uw vader | מַלְכָּֽא (malka) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלָהִין קַדִּישִׁין (elahin qaddishin), ‘heilige goden’: zoals in 4:5; de koningin spreekt als heiden. Zie ook: Gen 41:11–15; Dan 2:47–48; Dan 4:5–6; Dan 4:15; Dan 5:14 **5:12** Want een buitengewone geest, kennis en inzicht zijn bij hem gevonden, bij Daniël, aan wie de koning de naam Beltsazar gaf. Hij kan dromen uitleggen, raadsels verklaren en knopen ontwarren. Laat Daniël nu geroepen worden, dan zal hij de uitleg tonen.” Brontekst: כָּל (kal) = alles | קֳבֵ֡ל (qovel) = tegenover | דִּ֣י (di) = dat | ר֣וּחַ (ruach) = geest | יַתִּירָ֡ה (yatira) = buitengewone | וּמַנְדַּ֡ע (umanda) = en kennis | וְשָׂכְלְתָנ֡וּ (vesakheletanu) = en inzicht | מְפַשַּׁ֣ר (mefashar) = uit te leggen | חֶלְמִין֩ (chelmin) = dromen | וַֽאַֽחֲוָיַ֨ת (vaachavayat) = en het verklaren van | אֲחִידָ֜ן (achidan) = raadsels | וּמְשָׁרֵ֣א (umeshare) = en het ontwarren van | קִטְרִ֗ין (qitrin) = knopen | הִשְׁתְּכַ֤חַת (hishtekhachat) = werd gevonden | בֵּהּ֙ (beh) = in hem | בְּדָ֣נִיֵּ֔אל (bedaniyel) = in Daniël | דִּֽי (di) = wie | מַלְכָּ֥א (malka) = de koning | שָׂם (sam) = gaf | שְׁמֵ֖הּ (shemeh) = de naam | בֵּלְטְשַׁאצַּ֑ר (beleteshatsar) = Beltsazar | כְּעַ֛ן (kean) = nu | דָּנִיֵּ֥אל (daniyel) = Daniël | יִתְקְרֵ֖י (yitqerei) = laat geroepen worden | וּפִשְׁרָ֥ה (ufishra) = en de uitleg | יְהַֽחֲוֵֽה (yehachave) = zal hij tonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲחִידָן (achidan), ‘raadsels’, en קִטְרִין (qitrin), ‘knopen’: moeilijke zaken die ontward moeten worden. ‘Knopen ontwarren’ is een beeld voor het oplossen van wat vast zit. Voetnoot : הַשְׁתְּכַחַת (hishtekachat), ‘werd gevonden’: het werkwoord staat in het hele hoofdstuk voor wat iemand bij Daniël aantreft (verzen 11, 12, 14 en 27). Zie ook: Spr 12:26; Dan 1:7; Dan 5:14; Dan 5:16; Dan 6:4 ### Daniël voor de koning **5:13** Toen werd Daniël voor de koning gebracht. De koning antwoordde en zei tegen Daniël: „Ben jij Daniël, een van de ballingen van Juda, die de koning, mijn vader, uit Juda heeft meegebracht? Brontekst: בֵּאדַ֨יִן֙ (bedayin) = toen | דָּֽנִיֵּ֔אל (daniyel) = Daniël | הֻעַ֖ל (hual) = werd binnengebracht | קֳדָ֣ם (qodam) = voor | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | עָנֵ֨ה (ane) = antwoordde | מַלְכָּ֜א (malka) = de koning | וְאָמַ֣ר (veamar) = en zei | לְדָנִיֵּ֗אל (ledaniyel) = tegen Daniël | אַנְתְּ (ant) = jij | ה֤וּא (hu) = ben | דָנִיֵּאל֙ (daniyel) = Daniël | דִּֽי (di) = die | מִן (min) = van | בְּנֵ֤י (benei) = de zonen van | גָלוּתָא֙ (galuta) = de ballingschap | דִּ֣י (di) = van | יְה֔וּד (yehud) = Juda | דִּ֥י (di) = die | הַיְתִ֛י (hayti) = heeft meegebracht | מַלְכָּ֥א (malka) = de koning | אַ֖בִי (avi) = mijn vader | מִן (min) = uit | יְהֽוּד (yehud) = Juda Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee. Voetnoot Uitleg: בְּנֵי גָלוּתָא (benei galuta), ‘de zonen van de ballingschap’: een van de ballingen. De koning noemt Nebukadnezar ‘mijn vader’. Zie ook: Dan 2:25; Dan 5:11; Dan 6:14; Ezra 6:16; Ezra 6:19–20 **5:14** Ik heb over jou gehoord dat de geest van goden in jou is. Licht, inzicht en buitengewone wijsheid zijn bij jou gevonden. Brontekst: וְשִׁמְעֵ֣ת (veshimet) = en ik heb gehoord | עֲלָ֔ךְ (alakh) = over jou | דִּ֛י (di) = dat | ר֥וּחַ (ruach) = geest van | אֱלָהִ֖ין (elahin) = goden | בָּ֑ךְ (bakh) = in jou | וְנַהִיר֧וּ (venahiru) = en licht | וְשָׂכְלְתָנ֛וּ (vesakheletanu) = en inzicht | וְחָכְמָ֥ה (vechakhema) = en wijsheid | יַתִּירָ֖ה (yatira) = buitengewone | הִשְׁתְּכַ֥חַת (hishtekhachat) = is gevonden | בָּֽךְ (bakh) = in jou Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 5:11–12 **5:15** Nu zijn de wijzen en de bezweerders voor mij gebracht om dit geschrift te lezen en mij de uitleg ervan bekend te maken. Maar zij kunnen de uitleg van de zaak niet bekendmaken. Brontekst: וּכְעַ֞ן (ukhean) = en nu | הֻעַ֣לּוּ (hualu) = zijn binnengebracht | קָֽדָמַ֗י (qadamay) = voor mij | חַכִּֽימַיָּא֙ (chakimaya) = de wijzen | אָֽשְׁפַיָּ֔א (ashefaya) = de bezweerders | דִּֽי (di) = opdat | כְתָבָ֤ה (ketava) = het geschrift | דְנָה֙ (dena) = dit | יִקְר֔וֹן (yiqron) = zij lezen | וּפִשְׁרֵ֖הּ (ufishreh) = en de uitleg ervan | לְהוֹדָעֻתַ֑נִי (lehodautani) = mij bekendmaken | וְלָֽא (vela) = en niet | כָהֲלִ֥ין (kahalin) = kunnen zij | פְּשַֽׁר (peshar) = de uitleg van | מִלְּתָ֖א (mileta) = de zaak | לְהַחֲוָיָֽה (lehachavaya) = bekendmaken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 29:10–12; Jes 47:12; Dan 2:3–11; Dan 5:7–8 **5:16** Ik heb over jou gehoord dat jij uitleg kunt geven en knopen kunt ontwarren. Nu, als jij het geschrift kunt lezen en mij de uitleg ervan bekendmaakt, word je in purper gekleed. Je krijgt een gouden keten om je hals en je zult als derde heersen in het koninkrijk.” Brontekst: וַאֲנָה֙ (vaana) = en ik | שִׁמְעֵ֣ת (shimet) = heb gehoord | עֲלָ֔ךְ (alakh) = over jou | דִּֽי (di) = dat | תִיכּ֥וּל (tikul) = jij kunt | פִּשְׁרִ֛ין (pishrin) = uitleggingen | לְמִפְשַׁ֖ר (lemifshar) = geven | וְקִטְרִ֣ין (veqitrin) = en knopen | לְמִשְׁרֵ֑א (lemishre) = ontwarren | כְּעַ֡ן (kean) = nu | הֵן֩ (hen) = als | תִּכ֨וּל (tikhul) = je kunt | כְּתָבָ֜א (ketava) = het geschrift | לְמִקְרֵ֗א (lemiqre) = lezen | וּפִשְׁרֵהּ֙ (ufishreh) = en de uitleg ervan | לְהוֹדָ֣עֻתַ֔נִי (lehodautani) = mij bekendmaken | אַרְגְּוָנָ֣א (argevana) = purper | תִלְבַּ֗שׁ (tilbash) = word je gekleed in | וְהַֽמְנִיכָ֤א (vehamnikha) = en een keten | דִֽי (di) = van | דַהֲבָא֙ (dahava) = goud | עַֽל (al) = om | צַוְּארָ֔ךְ (tsaverakh) = je hals | וְתַלְתָּ֥א (vetalta) = en als derde | בְמַלְכוּתָ֖א (bemalkhuta) = in het koninkrijk | תִּשְׁלַֽט (tishlat) = zul je heersen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het hier gebruikte beeld ‘knopen ontwarren’ is hetzelfde als in vers 12. De belofte is dezelfde als in vers 7. Zie ook: Gen 40:8; Dan 5:7; Dan 5:12; Dan 5:29; Hand 8:18 ### Daniël wil geen beloning **5:17** Toen antwoordde Daniël en zei tegen de koning: „Uw geschenken mogen voor uzelf blijven, en geef uw beloningen aan een ander. Toch zal ik het geschrift voor de koning lezen en hem de uitleg bekendmaken. Brontekst: בֵּאדַ֜יִן (bedayin) = toen | עָנֵ֣ה (ane) = antwoordde | דָנִיֵּ֗אל (daniyel) = Daniël | וְאָמַר֙ (veamar) = en zei | קֳדָ֣ם (qodam) = voor | מַלְכָּ֔א (malka) = de koning | מַתְּנָתָךְ֙ (matenatakh) = uw geschenken | לָ֣ךְ (lakh) = voor u | לֶֽהֶוְיָ֔ן (lehevyan) = laat zijn | וּנְבָ֥זְבְּיָתָ֖ךְ (unevazbeyatakh) = en uw beloningen | לְאָחֳרָ֣ן (leachoran) = aan een ander | הַ֑ב (hav) = geef | בְּרַ֗ם (beram) = nochtans | כְּתָבָא֙ (ketava) = het geschrift | אֶקְרֵ֣א (eqre) = zal ik lezen | לְמַלְכָּ֔א (lemalka) = voor de koning | וּפִשְׁרָ֖א (ufishra) = en de uitleg | אֲהוֹדְעִנֵּֽהּ (ahodeineh) = zal ik hem bekendmaken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Daniël zegt ‘u’ tegen de koning. Hij wijst de beloning af, maar zal de uitleg wel geven. Zie ook: Gen 14:23; 2 Kon 5:16; 2 Kon 5:26; Dan 2:6; Hand 8:20 ### Wat Nebukadnezar overkwam **5:18** Wat u betreft, koning: Elohim, de Hoogste, gaf het koningschap, de grootheid, de eer en de majesteit aan Nebukadnezar, uw vader. Brontekst: אַ֖נְתְּ (ant) = u | מַלְכָּ֑א (malka) = koning | אֱלָהָא֙ (elaha) = Elohim | עִלָּאָ֔ה (ilaa) = de Hoogste | מַלְכוּתָ֤א (malkhuta) = het koningschap | וּרְבוּתָא֙ (urevuta) = en de grootheid | וִיקָרָ֣א (viqara) = en de eer | וְהַדְרָ֔ה (vehadra) = en de majesteit | יְהַ֖ב (yehav) = gaf | לִנְבֻכַדְנֶצַּ֥ר (linvukhadnetsar) = aan Nebukadnezar | אֲבֽוּךְ (avukh) = uw vader Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִלָּאָה (illa’ah), ‘de Hoogste’: zoals in 4:14. ‘Elohim, de Hoogste’ is de Aramese vorm van de naam. Zie ook: Dan 2:37–38; Dan 4:14; Dan 4:19–22; Dan 6:23; Hand 26:19 **5:19** Vanwege de grootheid die Hij hem gaf, beefden alle volken, naties en talen en vreesden zij voor zijn aangezicht. Wie hij wilde, doodde hij, en wie hij wilde, liet hij leven. Wie hij wilde, verhief hij, en wie hij wilde, vernederde hij. Brontekst: וּמִן (umin) = en vanwege | רְבוּתָא֙ (revuta) = de grootheid | דִּ֣י (di) = die | יְהַב (yehav) = Hij gaf | לֵ֔הּ (leh) = aan hem | כֹּ֣ל (kol) = alle | עַֽמְמַיָּ֗א (ammaya) = volken | אֻמַיָּא֙ (umaya) = naties | וְלִשָּׁ֣נַיָּ֔א (velishanaya) = en talen | הֲו֛וֹ (havo) = waren | זָיְעִ֥ין (zayein) = beven | וְדָחֲלִ֖ין (vedachalin) = en vrezen | מִן (min) = voor | קֳדָמ֑וֹהִי (qodamohi) = zijn aangezicht | דִּֽי (di) = wie | הֲוָ֨ה (hava) = hij was | צָבֵ֜א (tsave) = willend | הֲוָ֣א (hava) = hij was | קָטֵ֗ל (qatel) = doodde | וְדִֽי (vedi) = en wie | הֲוָ֤ה (hava) = hij was | צָבֵא֙ (tsave) = willend | הֲוָ֣ה (hava) = hij was | מַחֵ֔א (mache) = liet leven | וְדִֽי (vedi) = en wie | הֲוָ֤ה (hava) = hij was | צָבֵא֙ (tsave) = willend | הֲוָ֣ה (hava) = hij was | מָרִ֔ים (marim) = verhief | וְדִֽי (vedi) = en wie | הֲוָ֥ה (hava) = hij was | צָבֵ֖א (tsave) = willend | הֲוָ֥ה (hava) = hij was | מַשְׁפִּֽיל (mashpil) = vernederde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְחָא (mecha): het woord kan ‘slaan’ betekenen, maar staat hier tegenover ‘doden’; wij vertalen daarom ‘liet leven’. De betekenis is niet helemaal zeker. Voetnoot : זָיְעִין (za’in), ‘beven’: zo reageerden de volken op de macht van Nebukadnezar. Zie ook: Dan 2:12–13; Dan 3:4; Dan 3:6; Dan 3:20–21; Dan 4:19 **5:20** Maar toen zijn hart zich verhief en zijn geest zich verhardde tot overmoed, werd hij van de troon van zijn koningschap afgezet. Men nam zijn eer van hem weg. Brontekst: וּכְדִי֙ (ukhedi) = en toen | רִ֣ם (rim) = werd verheven | לִבְבֵ֔הּ (livveh) = zijn hart | וְרוּחֵ֖הּ (verucheh) = en zijn geest | תִּֽקְפַ֣ת (tiqfat) = werd hard | לַהֲזָדָ֑ה (lahazada) = tot overmoed | הָנְחַת֙ (hanechat) = werd hij afgezet | מִן (min) = van | כָּרְסֵ֣א (karese) = de troon van | מַלְכוּתֵ֔הּ (malkhuteh) = zijn koningschap | וִֽיקָרָ֖ה (viqara) = en zijn eer | הֶעְדִּ֥יוּ (hediu) = namen zij weg | מִנֵּֽהּ (mineh) = van hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 16:18; 2 Kon 17:14; 2 Kron 36:13; Jer 13:18; Heb 3:13 **5:21** Hij werd uit het midden van de mensen verjaagd. Men maakte zijn hart gelijk aan dat van de dieren, en zijn woonplaats was bij de wilde ezels. Men liet hem gras eten als runderen, en zijn lichaam werd nat van de dauw van de hemel. Zo ging het, totdat hij erkende dat Elohim, de Hoogste, heerst over het koninkrijk van de mensen en erover aanstelt wie Hij wil. Brontekst: וּמִן (umin) = en uit | בְּנֵי֩ (benei) = de zonen van | אֲנָשָׁ֨א (anasha) = mensen | טְרִ֜יד (terid) = werd hij verjaagd | וְלִבְבֵ֣הּ (velivveh) = en zijn hart | עִם (im) = met | חֵיוְתָ֣א (cheiveta) = de dieren | שַׁוִּ֗יְו (shaviyv) = zij maakten gelijk | וְעִם (veim) = en met | עֲרָֽדַיָּא֙ (aradaya) = de wilde ezels | מְדוֹרֵ֔הּ (medoreh) = was zijn woonplaats | עִשְׂבָּ֤א (isba) = gras | כְתוֹרִין֙ (ketorin) = als runderen | יְטַ֣עֲמוּנֵּ֔הּ (yetaamuneh) = liet men hem eten | וּמִטַּ֥ל (umital) = en van de dauw van | שְׁמַיָּ֖א (shemaya) = de hemel | גִּשְׁמֵ֣הּ (gishmeh) = zijn lichaam | יִצְטַבַּ֑ע (yitstaba) = werd nat | עַ֣ד (ad) = totdat | דִּֽי (di) = dat | יְדַ֗ע (yeda) = hij erkende | דִּֽי (di) = dat | שַׁלִּ֞יט (shalit) = heerst | אֱלָהָ֤א (elaha) = Elohim | עִלָּאָה֙ (ilaa) = de Hoogste | בְּמַלְכ֣וּת (bemalkhut) = over het koninkrijk van | אֲנָשָׁ֔א (anasha) = mensen | וּלְמַן (uleman) = en aan wie | דִּ֥י (di) = dat | יִצְבֵּ֖ה (yitsbe) = Hij wil | יְהָקֵ֥ים (yehaqeim) = stelt Hij aan | עֲלַֽהּ (alah) = erover Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲרָדַיָּא (aradayya), ‘de wilde ezels’: dieren van de steppe. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft שוי met een andere werkwoordsvorm; de voorgelezen tekst (qere) heeft שַׁוִּיְו (shavviyu), ‘zij maakten gelijk’, dat wil zeggen: ‘men maakte gelijk’. Wij volgen het qere. Zie ook: Ex 9:14–16; Ezech 17:24; Dan 4:14; Dan 4:22; Dan 4:32 ### De schuld van Belsazar **5:22** En u, Belsazar, zijn zoon, hebt uw hart niet nederig gemaakt, terwijl u dit alles wist. Brontekst: וְאַ֤נְתְּ (veant) = en u | בְּרֵהּ֙ (bereh) = zijn zoon | בֵּלְשַׁאצַּ֔ר (beleshatsar) = Belsazar | לָ֥א (la) = niet | הַשְׁפֵּ֖לְתְּ (hashpelt) = hebt u nederig gemaakt | לִבְבָ֑ךְ (livvakh) = uw hart | כָּל (kal) = ondanks | קֳבֵ֕ל (qovel) = het feit | דִּ֥י (di) = dat | כָל (kal) = dit | דְּנָ֖ה (dena) = alles | יְדַֽעְתָּ (yedata) = u wist Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּרֵהּ (bereh), ‘zijn zoon’: het Aramese woord ‘zoon’ kan ook ‘kleinzoon’ of ‘nakomeling’ betekenen. Wij vertalen ‘zoon’, zoals de tekst zegt. Zie ook: Ex 10:3; 2 Kron 33:23; 2 Kron 36:12; Jak 4:6; Jak 4:17 **5:23** U hebt zich verheven tegen de Heer van de hemel. De vaten van Zijn huis zijn voor u gebracht, en u, uw edelen, uw vrouwen en uw bijvrouwen hebben er wijn uit gedronken. U hebt de goden van zilver en goud, brons, ijzer, hout en steen geprezen, die niet zien, niet horen en niets weten. Maar Elohim, in wiens hand uw adem is en bij wie al uw wegen zijn, hebt u niet geëerd. Brontekst: וְעַ֣ל (veal) = en tegen | מָרֵֽא (mare) = de Heer van | שְׁמַיָּ֣א (shemaya) = de hemel | הִתְרוֹמַ֡מְתָּ (hitromamta) = hebt u zich verheven | וּלְמָֽאנַיָּ֨א (ulemanaya) = en de vaten van | דִֽי (di) = dat | בַיְתֵ֜הּ (bayteh) = Zijn huis | הַיְתִ֣יו (haytiv) = zijn gebracht | קָֽדָמָ֗ךְ (qadamakh) = voor u | וְאַ֨נְתְּ (veant) = en u | וְרַבְרְבָנָ֜ךְ (veravrevanakh) = en uw edelen | שֵֽׁגְלָתָ֣ךְ (shegelatakh) = uw vrouwen | וּלְחֵנָתָךְ֮ (ulechenatakh) = en uw bijvrouwen | חַמְרָא֮ (chamra) = wijn | שָׁתַ֣יִן (shatayin) = drinkend | בְּהוֹן֒ (behon) = daaruit | וְלֵֽאלָהֵ֣י (velelahei) = en de goden van | כַסְפָּֽא (kaspa) = zilver | וְ֠דַהֲבָא (vedahava) = en goud | נְחָשָׁ֨א (nechasha) = brons | פַרְזְלָ֜א (parzela) = ijzer | אָעָ֣א (aa) = hout | וְאַבְנָ֗א (veavna) = en steen | דִּ֠י (di) = die | לָֽא (la) = niet | חָזַ֧יִן (chazayin) = zien | וְלָא (vela) = en niet | שָׁמְעִ֛ין (shamein) = horen | וְלָ֥א (vela) = en niet | יָדְעִ֖ין (yadein) = weten | שַׁבַּ֑חְתָּ (shabachta) = hebt u geprezen | וְלֵֽאלָהָ֞א (velelaha) = en Elohim | דִּֽי (di) = in wiens | נִשְׁמְתָ֥ךְ (nishmetakh) = uw adem | בִּידֵ֛הּ (bideh) = in Zijn hand | וְכָל (vekhal) = en alle | אֹרְחָתָ֥ךְ (orechatakh) = uw wegen | לֵ֖הּ (leh) = bij Hem | לָ֥א (la) = niet | הַדַּֽרְתָּ (hadarta) = hebt u geëerd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָרֵא שְׁמַיָּא (mare shemayya), ‘de Heer van de hemel’: een titel van Elohim; ‘hemel’ staat voor Elohim. Voetnoot : נִשְׁמְתָךְ בִּידֵהּ (nishmatakh bideh), ‘uw adem in Zijn hand’: uw leven hangt van Hem af. Zie ook: Job 12:10; Jes 2:12; Jes 37:23; Jer 10:23; Dan 4:34 **5:24** Daarom is van Hem het deel van de hand gezonden en dit geschrift opgetekend. Brontekst: בֵּאדַ֨יִן֙ (bedayin) = toen | מִן (min) = van | קֳדָמ֔וֹהִי (qodamohi) = Zijn aangezicht | שְׁלִ֖יַחַ (sheliyaach) = werd gezonden | פַּסָּ֣א (pasa) = het deel van | דִֽי (di) = de | יְדָ֑א (yeda) = hand | וּכְתָבָ֥א (ukhetava) = en het geschrift | דְנָ֖ה (dena) = dit | רְשִֽׁים (reshim) = werd opgetekend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers legt uit waar de hand vandaan kwam: van Elohim zelf. Zie ook: Dan 5:5 ### Het schrift en de uitleg **5:25** Dit is het geschrift dat is opgetekend: ‘Mene, mene, tekel en parsin.’ Brontekst: וּדְנָ֥ה (udena) = en dit | כְתָבָ֖א (ketava) = het geschrift | דִּ֣י (di) = dat | רְשִׁ֑ים (reshim) = is opgetekend | מְנֵ֥א (mene) = Mene | מְנֵ֖א (mene) = Mene | תְּקֵ֥ל (teqel) = Tekel | וּפַרְסִֽין (ufarsin) = en Parsin Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְנֵא מְנֵא תְּקֵל וּפַרְסִין (mene mene teqel ufarsin): drie woorden. מְנֵא (mene) komt van het werkwoord ‘tellen’; תְּקֵל (teqel) van ‘wegen’ (het is ook een gewicht, vergelijk ‘sikkel’); פְּרֵס (peres) van ‘verdelen’ en sluit aan bij ‘Perzen’ (פָּרָס, Paras). In de tekst staat ‘parsin’ (meervoud) met het voegwoord ‘en’; in vers 28 staat ‘peres’. Voetnoot : De woorden zijn gewone Aramese woorden. De tekst zegt niet waarom de wijzen ze niet konden lezen of uitleggen (vers 8). Zie ook: Dan 5:8; Dan 5:28 **5:26** Dit is de uitleg van het woord: ‘Mene’ betekent dat Elohim uw koningschap heeft geteld en voltooid. Brontekst: דְּנָ֖ה (dena) = dit | פְּשַֽׁר (peshar) = de uitleg van | מִלְּתָ֑א (mileta) = het woord | מְנֵ֕א (mene) = Mene | מְנָֽה (mena) = heeft geteld | אֱלָהָ֥א (elaha) = Elohim | מַלְכוּתָ֖ךְ (malkhutakh) = uw koningschap | וְהַשְׁלְמַֽהּ (vehashlemah) = en voltooid het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְנָה (menah), ‘heeft geteld’, en הַשְׁלְמֵהּ (hashlemeh), ‘voltooid’: een spel met het woord mene. De dagen van het koningschap zijn geteld en afgerond. Zie ook: Job 14:14; Jes 47:1–15; Jer 25:11–12; Jer 27:7; Dan 9:2 **5:27** ‘Tekel’ betekent dat u op de weegschaal bent gewogen en te licht bent bevonden. Brontekst: תְּקֵ֑ל (teqel) = Tekel | תְּקִ֥ילְתָּה (teqilta) = bent gewogen | בְמֹֽאזַנְיָ֖א (bemozanya) = op de weegschaal | וְהִשְׁתְּכַ֥חַתְּ (vehishtekhachat) = en bent bevonden | חַסִּֽיר (chasir) = te licht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּקִילְתָּה (teqiltah), ‘u bent gewogen’, en חַסִּיר (chassir), ‘te licht’: letterlijk ‘ontbrekend, tekortschietend’. Zie ook: Job 31:6; Ps 62:10; Jer 6:30; Ezech 22:18–20; 1 Kor 3:13 **5:28** ‘Peres’ betekent dat uw koninkrijk is verdeeld en gegeven aan de Meden en de Perzen.” Brontekst: פְּרֵ֑ס (peres) = Peres | פְּרִיסַת֙ (perisat) = is verdeeld | מַלְכוּתָ֔ךְ (malkhutakh) = uw koninkrijk | וִיהִיבַ֖ת (vihivat) = en is gegeven | לְמָדַ֥י (lemaday) = aan de Meden | וּפָרָֽס (ufaras) = en de Perzen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פְּרִיסַת (perisat), ‘is verdeeld’: een spel met peres. Het woord lijkt op פָּרָס (Paras), ‘Perzië, de Perzen’. Voetnoot : מָדַי (Madai), ‘de Meden’: zie ook Jes. 13:17. Ze worden met de Perzen genoemd, zoals in 6:9, 6:13 en 6:16 (NL 6:8, 6:12 en 6:15). Zie ook: Jes 13:17; Jes 21:2; Jes 45:1–2; Dan 6:1; Dan 6:29 ### Daniël geëerd, Belsazar gedood **5:29** Toen gaf Belsazar bevel, en men kleedde Daniël in purper, met een gouden keten om zijn hals. Men maakte over hem bekend dat hij als derde zou heersen in het koninkrijk. Brontekst: בֵּאדַ֣יִן (bedayin) = toen | אֲמַ֣ר (amar) = gaf bevel | בֵּלְשַׁאצַּ֗ר (beleshatsar) = Belsazar | וְהַלְבִּ֤ישׁוּ (vehalbishu) = en zij kleedden | לְדָֽנִיֵּאל֙ (ledaniyel) = Daniël | אַרְגְּוָנָ֔א (argevana) = in purper | וְהַֽמְנִיכָ֥א (vehamnikha) = en een keten | דִֽי (di) = van | דַהֲבָ֖א (dahava) = goud | עַֽל (al) = om | צַוְּארֵ֑הּ (tsavereh) = zijn hals | וְהַכְרִ֣זֽוּ (vehakhrizu) = en zij maakten bekend | עֲל֔וֹהִי (alohi) = over hem | דִּֽי (di) = dat | לֶהֱוֵ֥א (leheve) = hij zou zijn | שַׁלִּ֛יט (shalit) = heerser | תַּלְתָּ֖א (talta) = als derde | בְּמַלְכוּתָֽא (bemalkhuta) = in het koninkrijk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Zie vers 7 voor de beloning: purper, de gouden keten en de derde plaats. Zie ook: Dan 5:7; Dan 5:16 **5:30** In diezelfde nacht werd Belsazar, de koning van de Chaldeeën, gedood. Brontekst: בֵּ֚הּ (beh) = in die | בְּלֵ֣ילְיָ֔א (beleileya) = nacht | קְטִ֕יל (qetil) = werd gedood | בֵּלְאשַׁצַּ֖ר (beleshatsar) = Belsazar | מַלְכָּ֥א (malka) = de koning | כַשְׂדָּאָֽה (kasdaa) = van de Chaldeeën Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כשדאה (kasda’ah): ‘Chaldeeën’ is hier de naam van het volk van Babel, anders dan in 4:4 (groep geleerden). Voetnoot : De volgende zin in de Nederlandse telling, 5:31, is in de Hebreeuwse telling Dan. 6:1. Zie ook: Jes 47:9; Jer 51:31; Jer 51:39; Jer 51:57; Dan 5:1–2; Dan 6:1 ## Daniël 6 _Daniël in de leeuwenkuil_ ### Darius en de drie bestuurders **6:1** Darius de Mediër nam het koningschap over, toen hij ongeveer 62 jaar oud was. Brontekst: וְדָרְיָ֨וֶשׁ֙ (vedareyavesh) = en Darius | מָֽדָיָ֔א (madaya) = de Mediër | קַבֵּ֖ל (qabel) = ontving | מַלְכוּתָ֑א (malkhuta) = het koninkrijk | כְּבַ֥ר (kevar) = ongeveer | שְׁנִ֖ין (shenin) = jaren | שִׁתִּ֥ין (shitin) = zestig | וְתַרְתֵּֽין (vetartein) = en twee Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: In de Hebreeuwse telling is dit vers 1 van hoofdstuk 6. Nederlandse bijbels tellen dit als 5:31: Hebr. 6:1 = NL 5:31 en Hebr. 6:2–29 = NL 6:1–28. De app zet de kruisverwijzingen zelf om. Voetnoot : דָּרְיָוֶשׁ (Daryavesh), ‘Darius’: hier ‘Darius de Mediër’. De tekst zegt niet wie hij is of hoe hij aan het koningschap komt (vergelijk 9:1 en 11:1). Wij noemen geen identificatie. Voetnoot : קַבֵּל (qabbel), ‘ontving’: hij nam het koningschap in ontvangst, zonder dat gezegd wordt van wie. Zie ook: Dan 6:2; Dan 9:1; Heb 6:1; Heb 6:2–29 **6:2** Darius vond het goed honderdtwintig satrapen aan te stellen, die over heel het koninkrijk zouden zijn. Brontekst: שְׁפַר֙ (shefar) = het beviel | קֳדָ֣ם (qodam) = voor | דָּרְיָ֔וֶשׁ (dareyavesh) = Darius | וַהֲקִים֙ (vahaqim) = en hij stelde aan | עַל (al) = over | מַלְכוּתָ֔א (malkhuta) = het koninkrijk | לַאֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּ֖א (laachashdarpenaya) = satrapen | מְאָ֣ה (mea) = honderd | וְעֶשְׂרִ֑ין (veesrin) = en twintig | דִּ֥י (di) = die | לֶהֱוֺ֖ן (lehevon) = zouden zijn | בְּכָל (bekhal) = over heel | מַלְכוּתָֽא (malkhuta) = het koninkrijk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Hier begint de Nederlandse telling van hoofdstuk 6: Hebr. 6:2 = NL 6:1. Voetnoot : אֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּא (achashdarpenayya), ‘de satrapen’: ambtenaren die een gebied van het rijk bestuurden. Het woord is Perzisch van oorsprong. Het getal honderdtwintig staat in de tekst. Zie ook: Ex 18:21–22; Dan 6:1; Est 1:1; 1 Petr 2:14; Heb 6:2 **6:3** Boven hen stelde hij drie bestuurders aan, van wie Daniël er één was. De satrapen moesten aan hen verantwoording afleggen, zodat de koning geen schade zou lijden. Brontekst: וְעֵ֤לָּא (veela) = en boven | מִנְּהוֹן֙ (minehon) = hen | סָרְכִ֣ין (sarekhin) = bestuurders | תְּלָתָ֔א (telata) = drie | דִּ֥י (di) = van wie | דָנִיֵּ֖אל (daniyel) = Daniël | חַֽד (chad) = een | מִנְּה֑וֹן (minehon) = van hen | דִּֽי (di) = opdat | לֶהֱוֺ֞ן (lehevon) = zouden | אֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּ֣א (achashdarpenaya) = de satrapen | אִלֵּ֗ין (ilein) = deze | יָהֲבִ֤ין (yahavin) = geven | לְהוֹן֙ (lehon) = aan hen | טַעְמָ֔א (tama) = rekenschap | וּמַלְכָּ֖א (umalka) = en de koning | לָֽא (la) = niet | לֶהֱוֵ֥א (leheve) = zou lijden | נָזִֽק (naziq) = schade Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סָרְכִין (sarekin), ‘bestuurders’: hoge ambtenaren boven de satrapen. De tekst noemt er drie, van wie Daniël er één is. Voetnoot : טַעְמָא (ta’ma), ‘rekenschap’: een verslag of verantwoording. Zie ook: Dan 2:48–49; Dan 5:16; Dan 5:29; Ezra 4:22; Est 7:4 **6:4** Toen blonk Daniël uit boven de bestuurders en de satrapen, omdat een buitengewone geest in hem was. De koning was van plan hem over heel het koninkrijk aan te stellen. Brontekst: אֱדַ֨יִן֙ (edayin) = toen | דָּנִיֵּ֣אל (daniyel) = Daniël | דְּנָ֔ה (dena) = deze | הֲוָ֣א (hava) = was | מִתְנַצַּ֔ח (mitnatsach) = uitblinkend | עַל (al) = boven | סָרְכַיָּ֖א (sarekhaya) = de bestuurders | וַאֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּ֑א (vaachashdarpenaya) = en de satrapen | כָּל (kal) = alles | קֳבֵ֗ל (qovel) = tegenover | דִּ֣י (di) = dat | ר֤וּחַ (ruach) = geest | יַתִּירָא֙ (yatira) = buitengewone | בֵּ֔הּ (beh) = in hem | וּמַלְכָּ֣א (umalka) = en de koning | עֲשִׁ֔ית (ashit) = was van plan | לַהֲקָמוּתֵ֖הּ (lahaqamuteh) = hem aan te stellen | עַל (al) = over | כָּל (kal) = heel | מַלְכוּתָֽא (malkhuta) = het koninkrijk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רוּחַ יַתִּירָא (ruach yattira), ‘een buitengewone geest’: zoals in 5:12 en 5:14. Zie ook: Gen 41:38–41; Spr 22:29; Dan 5:12; Dan 5:14; Est 10:3 ### Het complot tegen Daniël **6:5** Toen zochten de bestuurders en de satrapen een aanleiding tegen Daniël te vinden in zijn werk voor het koninkrijk. Maar zij konden geen aanleiding of misdaad vinden, omdat hij betrouwbaar was. Er werd bij hem geen nalatigheid of misdaad gevonden. Brontekst: אֱדַ֨יִן (edayin) = toen | סָֽרְכַיָּ֜א (sarekhaya) = de bestuurders | וַאֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּ֗א (vaachashdarpenaya) = en de satrapen | הֲו֨וֹ (havo) = waren | בָעַ֧יִן (baayin) = zoekend | עִלָּ֛ה (ila) = een aanleiding | לְהַשְׁכָּחָ֥ה (lehashkacha) = om te vinden | לְדָנִיֵּ֖אל (ledaniyel) = tegen Daniël | מִצַּ֣ד (mitsad) = van de kant van | מַלְכוּתָ֑א (malkhuta) = het koninkrijk | וְכָל (vekhal) = en enige | עִלָּ֨ה (ila) = aanleiding | וּשְׁחִיתָ֜ה (ushechita) = en misdaad | לָא (la) = niet | יָכְלִ֣ין (yakhelin) = konden zij | לְהַשְׁכָּחָ֗ה (lehashkacha) = vinden | כָּל (kal) = alles | קֳבֵל֙ (qovel) = tegenover | דִּֽי (di) = dat | מְהֵימַ֣ן (meheiman) = betrouwbaar | ה֔וּא (hu) = hij was | וְכָל (vekhal) = en enige | שָׁלוּ֙ (shalu) = nalatigheid | וּשְׁחִיתָ֔ה (ushechita) = en misdaad | לָ֥א (la) = niet | הִשְׁתְּכַ֖חַת (hishtekhachat) = werd gevonden | עֲלֽוֹהִי (alohi) = bij hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִלָּה (illa), ‘aanleiding’ en שְׁחִיתָה (shechita), ‘misdaad’: iets waarvoor men hem kan aanklagen. שָׁלוּ (shalu), ‘nalatigheid’: nalatig zijn in zijn werk. Voetnoot : מְהֵימַן (mehemin), ‘betrouwbaar’: het woord is verwant aan ‘vertrouwen’ in vers 24. Zie ook: Dan 6:24; Luc 20:20; Luc 23:14–15; Fil 2:15; 1 Petr 2:12; 1 Petr 3:16 **6:6** Toen zeiden die mannen: „Wij zullen tegen deze Daniël geen enkele aanleiding vinden, tenzij wij die tegen hem vinden in de wet van zijn Elohim.” Brontekst: אֱ֠דַיִן (edayin) = toen | גֻּבְרַיָּ֤א (guvraya) = de mannen | אִלֵּךְ֙ (ilekh) = die | אָֽמְרִ֔ין (amerin) = zeiden | דִּ֣י (di) = dat | לָ֧א (la) = niet | נְהַשְׁכַּ֛ח (nehashkach) = zullen wij vinden | לְדָנִיֵּ֥אל (ledaniyel) = tegen Daniël | דְּנָ֖ה (dena) = deze | כָּל (kal) = enige | עִלָּ֑א (ila) = aanleiding | לָהֵ֕ן (lahen) = tenzij | הַשְׁכַּ֥חְנָֽה (hashkachna) = wij die vinden | עֲל֖וֹהִי (alohi) = tegen hem | בְּדָ֥ת (bedat) = in de wet van | אֱלָהֵֽהּ (elaheh) = zijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דָּת אֱלָהֵהּ (dat elaheh), ‘de wet van zijn Elohim’: de mannen weten dat Daniël zijn Elohim trouw blijft, en willen daar een val van maken. Zie ook: 1 Sam 24:18; Est 3:8; Joh 19:6–7; Hand 24:13–16; Hand 24:20–21 **6:7** Toen stormden die bestuurders en satrapen naar de koning en zeiden zo tegen hem: „Koning Darius, leef voor eeuwig. Brontekst: אֱ֠דַיִן (edayin) = toen | סָרְכַיָּ֤א (sarekhaya) = de bestuurders | וַאֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּא֙ (vaachashdarpenaya) = en de satrapen | אִלֵּ֔ן (ilen) = deze | הַרְגִּ֖שׁוּ (hargishu) = stormden | עַל (al) = naar | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | וְכֵן֙ (vekhen) = en zo | אָמְרִ֣ין (amerin) = zeiden zij | לֵ֔הּ (leh) = tegen hem | דָּרְיָ֥וֶשׁ (dareyavesh) = Darius | מַלְכָּ֖א (malka) = koning | לְעָלְמִ֥ין (lealemin) = voor eeuwig | חֱיִֽי (cheyi) = leef Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַרְגִּשׁוּ (hargishu), ‘stormden naar binnen’: het werkwoord betekent ‘in drukte, in groep aankomen’. De betekenis is niet helemaal zeker; vergelijk de verzen 12 en 16. Zie ook: Dan 2:4; Dan 5:10; Dan 6:12; Dan 6:22; Neh 2:3 ### Het verbod van dertig dagen **6:8** Alle bestuurders van het koninkrijk, de prefecten, de satrapen, de raadsheren en de landvoogden hebben overlegd. De koning moet een verordening vaststellen en een streng verbod afkondigen. Wie dertig dagen lang een verzoek doet aan enige god of mens, behalve aan u, koning, wordt in de leeuwenkuil geworpen. Brontekst: אִתְיָעַ֜טוּ (ityaatu) = hebben overlegd | כֹּ֣ל (kol) = alle | סָרְכֵ֣י (sarekhei) = bestuurders van | מַלְכוּתָ֗א (malkhuta) = het koninkrijk | סִגְנַיָּ֤א (signaya) = de prefecten | וַֽאֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּא֙ (vaachashdarpenaya) = en de satrapen | הַדָּֽבְרַיָּ֣א (hadaveraya) = de raadsheren | וּפַחֲוָתָ֔א (ufachavata) = en de landvoogden | לְקַיָּמָ֤ה (leqayama) = om vast te stellen | קְיָם֙ (qeyam) = een verordening | מַלְכָּ֔א (malka) = van de koning | וּלְתַקָּפָ֖ה (uletaqafa) = en om sterk te maken | אֱסָ֑ר (esar) = een verbod | דִּ֣י (di) = dat | כָל (kal) = wie | דִּֽי (di) = dat | יִבְעֵ֣ה (yive) = zal vragen | בָ֠עוּ (bau) = een verzoek | מִן (min) = van | כָּל (kal) = enige | אֱלָ֨הּ (elah) = god | וֶֽאֱנָ֜שׁ (veenash) = of mens | עַד (ad) = tot | יוֹמִ֣ין (yomin) = dagen | תְּלָתִ֗ין (telatin) = dertig | לָהֵן֙ (lahen) = behalve | מִנָּ֣ךְ (minakh) = van u | מַלְכָּ֔א (malka) = koning | יִתְרְמֵ֕א (yitreme) = zal worden geworpen | לְגֹ֖ב (legov) = in de kuil van | אַרְיָוָתָֽא (aryavata) = de leeuwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סִגְנַיָּא (signayya), ‘de prefecten’, הַדָּבְרַיָּא (haddavrayya), ‘de raadsheren’, en פַּחֲוָתָא (pachavata), ‘de landvoogden’: titels van hoge ambtenaren. De vertaling van de verschillende titels is niet helemaal zeker. Voetnoot : אֱסָר (esar), ‘verbod’: een bindend voorschrift waaraan men zich door een eed verbindt. Voetnoot : גֹּב אַרְיָוָתָא (gov aryavata), ‘de kuil van de leeuwen’: wij schrijven ‘leeuwenkuil’. Zie ook: Ps 59:4; Ps 62:5; Ps 83:2–4; Dan 3:2; Dan 3:27 **6:9** Stel nu, koning, het verbod vast en onderteken het document, zodat het niet veranderd kan worden. Zo is het de wet van de Meden en de Perzen, die niet vervalt.” Brontekst: כְּעַ֣ן (kean) = nu | מַלְכָּ֔א (malka) = koning | תְּקִ֥ים (teqim) = stel vast | אֱסָרָ֖א (esara) = het verbod | וְתִרְשֻׁ֣ם (vetirshum) = en onderteken | כְּתָבָ֑א (ketava) = het document | דִּ֣י (di) = zodat | לָ֧א (la) = niet | לְהַשְׁנָיָ֛ה (lehashnaya) = het veranderd wordt | כְּדָת (kedat) = volgens de wet van | מָדַ֥י (maday) = de Meden | וּפָרַ֖ס (ufaras) = en de Perzen | דִּי (di) = die | לָ֥א (la) = niet | תֶעְדֵּֽא (tede) = vervalt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דָּת־מָדַי וּפָרַס (dat-Maday uFaras), ‘de wet van de Meden en de Perzen’: een wet die niet veranderd kan worden. Zie ook de verzen 13 en 16. Zie ook: Jes 10:1; Dan 6:13; Dan 6:16; Est 1:19; Est 3:12 **6:10** Daarom ondertekende koning Darius het document en het verbod. Brontekst: כָּל (kal) = alles | קֳבֵ֖ל (qovel) = tegenover | דְּנָ֑ה (dena) = dit | מַלְכָּא֙ (malka) = koning | דָּֽרְיָ֔וֶשׁ (dareyavesh) = Darius | רְשַׁ֥ם (resham) = ondertekende | כְּתָבָ֖א (ketava) = het document | וֶאֱסָרָֽא (veesara) = en het verbod Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 62:10–11; Ps 118:9; Ps 146:3; Spr 6:2; Jes 2:22 ### Daniël blijft bidden **6:11** Toen Daniël wist dat het document ondertekend was, ging hij naar zijn huis. In zijn bovenkamer waren voor hem vensters geopend, in de richting van Jeruzalem. Drie keer per dag knielde hij op zijn knieën. Hij bad en dankte voor het aangezicht van zijn Elohim, zoals hij dat van oudsher gedaan had. Brontekst: וְ֠דָנִיֵּאל (vedaniyel) = en Daniël | כְּדִ֨י (kedi) = toen | יְדַ֜ע (yeda) = hij wist | דִּֽי (di) = dat | רְשִׁ֤ים (reshim) = was ondertekend | כְּתָבָא֙ (ketava) = het document | עַ֣ל (al) = ging hij | לְבַיְתֵ֔הּ (levayteh) = naar zijn huis | וְכַוִּ֨ין (vekhavin) = en vensters | פְּתִיחָ֥ן (petichan) = geopend | לֵהּ֙ (leh) = voor hem | בְּעִלִּיתֵ֔הּ (beiliteh) = in zijn bovenkamer | נֶ֖גֶד (neged) = tegenover | יְרוּשְׁלֶ֑ם (yerushelem) = Jeruzalem | וְזִמְנִין֩ (vezimnin) = en tijden | תְּלָתָ֨ה (telata) = drie | בְיוֹמָ֜א (beyoma) = per dag | ה֣וּא (hu) = was hij | בָּרֵ֣ךְ (barekh) = knielend | עַל (al) = op | בִּרְכ֗וֹהִי (birkhohi) = zijn knieën | וּמְצַלֵּ֤א (umetsale) = en biddend | וּמוֹדֵא֙ (umode) = en dankend | קֳדָ֣ם (qodam) = voor | אֱלָהֵ֔הּ (elaheh) = zijn Elohim | כָּל (kal) = alles | קֳבֵל֙ (qovel) = tegenover | דִּֽי (di) = zoals | הֲוָ֣א (hava) = hij was | עָבֵ֔ד (aved) = doende | מִן (min) = van | קַדְמַ֖ת (qadmat) = vroeger | דְּנָֽה (dena) = dit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: עִלִּיתֵהּ (illiteh), ‘zijn bovenkamer’: een kamer op de verdieping. De vensters waren open in de richting van Jeruzalem; vergelijk 1 Kon. 8:44 en 8:48. Voetnoot : זִמְנִין תְּלָתָה בְיוֹמָא (zimnin telata beyoma), ‘drie keer per dag’: de vaste gebedstijden van Daniël. Voetnoot : מִן קַדְמַת דְּנָה (min qadmat denah), ‘van oudsher’: hij deed dit al eerder. Zie ook: Ps 5:8; Ps 55:18; Ps 95:6; 1 Kon 8:44; 1 Kon 8:48; Hand 5:29; 1 Tess 5:17–18 **6:12** Toen stormden die mannen binnen en vonden Daniël biddend en smekend voor het aangezicht van zijn Elohim. Brontekst: אֱ֠דַיִן (edayin) = toen | גֻּבְרַיָּ֤א (guvraya) = de mannen | אִלֵּךְ֙ (ilekh) = die | הַרְגִּ֔שׁוּ (hargishu) = stormden binnen | וְהַשְׁכַּ֖חוּ (vehashkachu) = en vonden | לְדָנִיֵּ֑אל (ledaniyel) = Daniël | בָּעֵ֥א (bae) = biddend | וּמִתְחַנַּ֖ן (umitchanan) = en smekend | קֳדָ֥ם (qodam) = voor | אֱלָהֵֽהּ (elaheh) = zijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּעֵא (ba’e), ‘biddend’, en מִתְחַנַּן (mitchannan), ‘smekend’: zijn gebed was een gebed om gunst (chen). Zie ook: Ps 10:9; Ps 37:32–33; Dan 6:7 **6:13** Toen kwamen zij naar voren en zeiden tegen de koning over het verbod van de koning: „Hebt u niet een verbod ondertekend? Ieder mens die dertig dagen lang een verzoek doet aan enige god of mens, behalve aan u, koning, in de leeuwenkuil geworpen wordt?” De koning antwoordde en zei: „De zaak staat vast, volgens de wet van de Meden en de Perzen, die niet vervalt.” Brontekst: בֵּ֠אדַיִן (bedayin) = toen | קְרִ֨יבוּ (qerivu) = kwamen zij naar voren | וְאָמְרִ֥ין (veamerin) = en zeiden | קֳדָם (qodam) = voor | מַלְכָּא֮ (malka) = de koning | עַל (al) = over | אֱסָ֣ר (esar) = het verbod van | מַלְכָּא֒ (malka) = de koning | הֲלָ֧א (hala) = niet | אֱסָ֣ר (esar) = een verbod | רְשַׁ֗מְתָּ (reshamta) = hebt u ondertekend | דִּ֣י (di) = dat | כָל (kal) = ieder | אֱנָ֡שׁ (enash) = mens | דִּֽי (di) = die | יִבְעֵה֩ (yive) = zal vragen | מִן (min) = van | כָּל (kal) = enige | אֱלָ֨הּ (elah) = god | וֶֽאֱנָ֜שׁ (veenash) = of mens | עַד (ad) = tot | יוֹמִ֣ין (yomin) = dagen | תְּלָתִ֗ין (telatin) = dertig | לָהֵן֙ (lahen) = behalve | מִנָּ֣ךְ (minakh) = van u | מַלְכָּ֔א (malka) = koning | יִתְרְמֵ֕א (yitreme) = zal worden geworpen | לְג֖וֹב (legov) = in de kuil van | אַרְיָותָ֑א (aryavta) = de leeuwen | עָנֵ֨ה (ane) = antwoordde | מַלְכָּ֜א (malka) = de koning | וְאָמַ֗ר (veamar) = en zei | יַצִּיבָ֧א (yatsiva) = zeker | מִלְּתָ֛א (mileta) = de zaak | כְּדָת (kedat) = volgens de wet van | מָדַ֥י (maday) = de Meden | וּפָרַ֖ס (ufaras) = en de Perzen | דִּי (di) = die | לָ֥א (la) = niet | תֶעְדֵּֽא (tede) = vervalt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יַצִּיבָא (yatstsiva), ‘staat vast’: de zaak is zeker en kan niet veranderd worden. Zie ook: Dan 3:8–12; Dan 6:9; Est 1:19; Hand 16:19; Hand 24:2–9 **6:14** Toen antwoordden zij en zeiden tegen de koning: „Daniël, een van de ballingen van Juda, schenkt geen aandacht aan u, koning. Hij schenkt ook geen aandacht aan het verbod dat u ondertekend hebt. Drie keer per dag verricht hij zijn gebed.” Brontekst: בֵּ֠אדַיִן (bedayin) = toen | עֲנ֣וֹ (ano) = antwoordden zij | וְאָמְרִין֮ (veamerin) = en zeiden | קֳדָ֣ם (qodam) = voor | מַלְכָּא֒ (malka) = de koning | דִּ֣י (di) = dat | דָנִיֵּ֡אל (daniyel) = Daniël | דִּי֩ (di) = die | מִן (min) = van | בְּנֵ֨י (benei) = de zonen van | גָלוּתָ֜א (galuta) = de ballingschap | דִּ֣י (di) = van | יְה֗וּד (yehud) = Juda | לָא (la) = niet | שָׂ֨ם (sam) = schenkt | עֲלָ֤ךְ (alakh) = aan u | מַלְכָּא֙ (malka) = koning | טְעֵ֔ם (teem) = aandacht | וְעַל (veal) = en aan | אֱסָרָ֖א (esara) = het verbod | דִּ֣י (di) = dat | רְשַׁ֑מְתָּ (reshamta) = u hebt ondertekend | וְזִמְנִ֤ין (vezimnin) = en tijden | תְּלָתָה֙ (telata) = drie | בְּיוֹמָ֔א (beyoma) = per dag | בָּעֵ֖א (bae) = verricht hij | בָּעוּתֵֽהּ (bauteh) = zijn gebed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 2:25; Dan 3:12; Dan 5:13; Est 3:8; Hand 5:29 ### De koning wil Daniël redden **6:15** Toen de koning dit woord hoorde, was hij er zeer door ontsteld. Hij zette zijn zinnen op Daniël om hem te redden en spande zich tot zonsondergang in om hem te bevrijden. Brontekst: אֱדַ֨יִן (edayin) = toen | מַלְכָּ֜א (malka) = de koning | כְּדִ֧י (kedi) = toen | מִלְּתָ֣א (mileta) = het woord | שְׁמַ֗ע (shema) = hoorde | שַׂגִּיא֙ (sagi) = zeer | בְּאֵ֣שׁ (beesh) = was het kwaad | עֲל֔וֹהִי (alohi) = voor hem | וְעַ֧ל (veal) = en op | דָּנִיֵּ֛אל (daniyel) = Daniël | שָׂ֥ם (sam) = richtte hij | בָּ֖ל (bal) = zijn zinnen | לְשֵׁיזָבוּתֵ֑הּ (lesheizavuteh) = om hem te redden | וְעַד֙ (vead) = en tot | מֶֽעָלֵ֣י (mealei) = het ondergaan van | שִׁמְשָׁ֔א (shimsha) = de zon | הֲוָ֥א (hava) = was hij | מִשְׁתַּדַּ֖ר (mishtadar) = zich inspannend | לְהַצָּלוּתֵֽהּ (lehatsaluteh) = om hem te bevrijden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּאֵשׁ עֲלוֹהִי (be’esh alohi), ‘was het kwaad voor hem’: de koning was er zeer door ontsteld. Hij ziet nu dat hij in de val is gelopen. Voetnoot : לְשֵׁיזָבוּתֵהּ (leshezavuteh), ‘om hem te redden’, en לְהַצָּלוּתֵהּ (lehatsalutheh), ‘om hem te bevrijden’: twee werkwoorden. Wij vertalen steeds ‘redden’ (shezav) en ‘bevrijden’ (hitsil). Zie ook: Dan 3:13; Mat 27:17–24; Mar 6:26; Luc 23:13–21; Joh 19:7–12 **6:16** Toen stormden die mannen naar de koning en zeiden tegen de koning: „Weet, koning, dat het een wet is voor de Meden en de Perzen. Geen enkel verbod en geen enkele verordening die de koning vaststelt, kan veranderd worden.” Brontekst: בֵּאדַ֨יִן֙ (bedayin) = toen | גֻּבְרַיָּ֣א (guvraya) = de mannen | אִלֵּ֔ךְ (ilekh) = die | הַרְגִּ֖שׁוּ (hargishu) = stormden | עַל (al) = naar | מַלְכָּ֑א (malka) = de koning | וְאָמְרִ֣ין (veamerin) = en zeiden | לְמַלְכָּ֗א (lemalka) = tegen de koning | דַּ֤ע (da) = weet | מַלְכָּא֙ (malka) = koning | דִּֽי (di) = dat | דָת֙ (dat) = de wet | לְמָדַ֣י (lemaday) = voor de Meden | וּפָרַ֔ס (ufaras) = en de Perzen | דִּֽי (di) = is dat | כָל (kal) = elk | אֱסָ֥ר (esar) = verbod | וּקְיָ֛ם (uqeyam) = en verordening | דִּֽי (di) = die | מַלְכָּ֥א (malka) = de koning | יְהָקֵ֖ים (yehaqeim) = vaststelt | לָ֥א (la) = niet | לְהַשְׁנָיָֽה (lehashnaya) = veranderd kan worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 94:20–21; Dan 6:9; Dan 6:13; Est 8:8 ### Daniël in de leeuwenkuil **6:17** Toen gaf de koning bevel, en men bracht Daniël en wierp hem in de leeuwenkuil. De koning antwoordde en zei tegen Daniël: „Jouw Elohim, die jij voortdurend dient, Hij zal je redden.” Brontekst: בֵּאדַ֜יִן (bedayin) = toen | מַלְכָּ֣א (malka) = de koning | אֲמַ֗ר (amar) = gaf bevel | וְהַיְתִיו֙ (vehaytiv) = en zij brachten | לְדָ֣נִיֵּ֔אל (ledaniyel) = Daniël | וּרְמ֕וֹ (uremo) = en wierpen | לְגֻבָּ֖א (leguba) = in de kuil | דִּ֣י (di) = van | אַרְיָוָתָ֑א (aryavata) = de leeuwen | עָנֵ֤ה (ane) = antwoordde | מַלְכָּא֙ (malka) = de koning | וְאָמַ֣ר (veamar) = en zei | לְדָנִיֵּ֔אל (ledaniyel) = tegen Daniël | אֱלָהָ֗ךְ (elahakh) = jouw Elohim | דִּ֣י (di) = die | אַ֤נְתְּ (ant) = jij | פָּֽלַֽח (palach) = dient | לֵהּ֙ (leh) = Hem | בִּתְדִירָ֔א (bitdira) = voortdurend | ה֖וּא (hu) = Hij | יְשֵׁיזְבִנָּֽךְ (yesheizevinakh) = zal je redden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De koning spreekt Daniël aan met ‘je’ en ‘jouw’. Hij spreekt over de Elohim van Daniël als over een vreemde Elohim; hij noemt Hem niet ‘mijn Elohim’. Zie ook: Job 5:19; Ps 37:39–40; Ps 91:14–16; Jes 43:2; Dan 3:28 **6:18** Er werd een steen gebracht en op de opening van de kuil gelegd. De koning verzegelde hem met zijn zegelring en met de zegelring van zijn edelen, zodat er niets zou veranderen ten aanzien van Daniël. Brontekst: וְהֵיתָ֨יִת֙ (veheitayit) = en werd gebracht | אֶ֣בֶן (even) = een steen | חֲדָ֔ה (chada) = een | וְשֻׂמַ֖ת (vesumat) = en werd gelegd | עַל (al) = op | פֻּ֣ם (pum) = de opening van | גֻּבָּ֑א (guba) = de kuil | וְחַתְמַ֨הּ (vechatmah) = en verzegelde haar | מַלְכָּ֜א (malka) = de koning | בְּעִזְקְתֵ֗הּ (beizqeteh) = met zijn zegelring | וּבְעִזְקָת֙ (uveizqat) = en met de zegelring van | רַבְרְבָנ֔וֹהִי (ravrevanohi) = zijn edelen | דִּ֛י (di) = opdat | לָא (la) = niet | תִשְׁנֵ֥א (tishne) = zou veranderen | צְב֖וּ (tsevu) = de wens | בְּדָנִיֵּֽאל (bedaniyel) = ten aanzien van Daniël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עִזְקָה (izqah), ‘zegelring’: de koning en zijn edelen verzegelen de steen. Zo kan niemand de steen wegnemen zonder dat de koning het merkt. Zie ook: Klaagl 3:53; Mat 27:60–66; Hand 12:4; Hand 16:23–24 **6:19** Toen ging de koning naar zijn paleis en bracht de nacht vastend door. Er werd geen vermaak voor hem binnengebracht, en zijn slaap week van hem. Brontekst: אֱ֠דַיִן (edayin) = toen | אֲזַ֨ל (azal) = ging | מַלְכָּ֤א (malka) = de koning | לְהֵֽיכְלֵהּ֙ (leheikheleh) = naar zijn paleis | וּבָ֣ת (uvat) = en bracht de nacht door | טְוָ֔ת (tevat) = vastend | וְדַחֲוָ֖ן (vedachavan) = en vermaak | לָא (la) = niet | הַנְעֵ֣ל (hanel) = werd binnengebracht | קָֽדָמ֑וֹהִי (qadamohi) = voor hem | וְשִׁנְתֵּ֖הּ (veshinteh) = en zijn slaap | נַדַּ֥ת (nadat) = week | עֲלֽוֹהִי (alohi) = van hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דַּחֲוָן (dachavan), ‘vermaak’: het woord komt alleen hier voor. Het kan ‘tafelmuziek’ of ‘dansers’ betekenen, of ‘gerechten’. De betekenis is niet zeker. Voetnoot : טֵוָת (tevat), ‘vastend’: zonder eten. Zie ook: 2 Sam 12:16–17; Ps 77:5; Pred 2:8; Dan 2:1; Est 6:1 ### Daniël wordt gered **6:20** Toen stond de koning in de morgenschemering op, bij het eerste licht, en ging haastig naar de leeuwenkuil. Brontekst: בֵּאדַ֣יִן (bedayin) = toen | מַלְכָּ֔א (malka) = de koning | בִּשְׁפַּרְפָּרָ֖א (bishparpara) = in de morgenschemering | יְק֣וּם (yequm) = stond op | בְּנָגְהָ֑א (benageha) = bij het licht | וּבְהִ֨תְבְּהָלָ֔ה (uvehitbehala) = en in haast | לְגֻבָּ֥א (leguba) = naar de kuil | דִֽי (di) = van | אַרְיָוָתָ֖א (aryavata) = de leeuwen | אֲזַֽל (azal) = ging Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּשְׁפַרְפְּרָא (bishfarpara), ‘in de morgenschemering’: voor zonsopgang, als de dag begint te dagen. Zie ook: Mat 28:1; Mar 16:2; 1 Tess 3:5; 2 Kor 2:13 **6:21** Toen hij de kuil naderde, riep hij Daniël met bedroefde stem. De koning antwoordde en zei tegen Daniël: „Daniël, knecht van de levende Elohim, heeft jouw Elohim, die jij voortdurend dient, je kunnen redden van de leeuwen?” Brontekst: וּכְמִקְרְבֵ֣הּ (ukhemiqreveh) = en toen hij naderde | לְגֻבָּ֔א (leguba) = de kuil | לְדָ֣נִיֵּ֔אל (ledaniyel) = naar Daniël | בְּקָ֥ל (beqal) = met stem | עֲצִ֖יב (atsiv) = bedroefde | זְעִ֑ק (zeiq) = riep hij | עָנֵ֨ה (ane) = antwoordde | מַלְכָּ֜א (malka) = de koning | וְאָמַ֣ר (veamar) = en zei | לְדָנִיֵּ֗אל (ledaniyel) = tegen Daniël | דָּֽנִיֵּאל֙ (daniyel) = Daniël | עֲבֵד֙ (aved) = knecht van | אֱלָהָ֣א (elaha) = Elohim | חַיָּ֔א (chaya) = de levende | אֱלָהָ֗ךְ (elahakh) = jouw Elohim | דִּ֣י (di) = die | אַ֤נְתְּ (ant) = jij | פָּֽלַֽח (palach) = dient | לֵהּ֙ (leh) = Hem | בִּתְדִירָ֔א (bitdira) = voortdurend | הַיְכִ֥ל (haykhil) = heeft kunnen | לְשֵׁיזָבוּתָ֖ךְ (lesheizavutakh) = je te redden | מִן (min) = van | אַרְיָוָתָֽא (aryavata) = de leeuwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלָהָא חַיָּא (elaha chayya), ‘de levende Elohim’: zie ook 4:31 (NL 4:34) en 6:27 (NL 6:26). Voetnoot : עֶבֶד (eved), ‘knecht’: de koning noemt Daniël ‘knecht van de levende Elohim’. Dat woord gebruikt Daniël zelf niet. Zo ook in 3:26 en 3:28. Zie ook: 1 Kron 16:11; Dan 6:17; Dan 6:28; 2 Tim 4:16–18; Heb 7:25 **6:22** Toen sprak Daniël met de koning: „Koning, leef voor eeuwig. Brontekst: אֱדַ֨יִן֙ (edayin) = toen | דָּנִיֶּ֔אל (daniyel) = Daniël | עִם (im) = met | מַלְכָּ֖א (malka) = de koning | מַלִּ֑ל (malil) = sprak | מַלְכָּ֖א (malka) = koning | לְעָלְמִ֥ין (lealemin) = voor eeuwig | חֱיִֽי (cheyi) = leef Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 2:4; Dan 6:7; Neh 2:3 **6:23** Mijn Elohim heeft Zijn engel gestuurd en de bek van de leeuwen gesloten. Zij hebben mij niet geschaad, omdat ik onschuldig bevonden ben voor Hem. Ook tegenover u, koning, heb ik geen kwaad gedaan.” Brontekst: אֱלָהִ֞י (elahi) = mijn Elohim | שְׁלַ֣ח (shelach) = heeft gestuurd | מַלְאֲכֵ֗הּ (malakheh) = Zijn engel | וּֽסֲגַ֛ר (usagar) = en heeft gesloten | פֻּ֥ם (pum) = de bek van | אַרְיָוָתָ֖א (aryavata) = de leeuwen | וְלָ֣א (vela) = en niet | חַבְּל֑וּנִי (chabeluni) = hebben zij mij geschaad | כָּל (kal) = alles | קֳבֵ֗ל (qovel) = tegenover | דִּ֤י (di) = dat | קָֽדָמ֨וֹהִי֙ (qadamohi) = voor Hem | זָכוּ֙ (zakhu) = onschuld | הִשְׁתְּכַ֣חַת (hishtekhachat) = werd gevonden | לִ֔י (li) = bij mij | וְאַ֤ף (veaf) = en ook | קָֽדָמָךְ֙ (qadamakh) = voor u | מַלְכָּ֔א (malka) = koning | חֲבוּלָ֖ה (chavula) = kwaad | לָ֥א (la) = niet | עַבְדֵֽת (avdet) = heb ik gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַלְאָךְ (mal’akh), ‘engel’: Elohim stuurt Zijn engel. Zie ook 3:28. Voetnoot : זָכוּ (zakhu), ‘onschuld’: zuiverheid, gerechtigheid. Daniël is onschuldig bevonden ‘voor Hem’ (Elohim) en ook voor de koning. Zie ook: Ps 84:12; Ps 91:11–13; Hand 12:11; 2 Tim 4:17; Heb 11:33 **6:24** Toen was de koning zeer blij over hem en gaf bevel Daniël uit de kuil op te halen. Daniël werd uit de kuil gehaald en er werd geen enkele verwonding aan hem gevonden, omdat hij op zijn Elohim had vertrouwd. Brontekst: בֵּאדַ֣יִן (bedayin) = toen | מַלְכָּ֗א (malka) = de koning | שַׂגִּיא֙ (sagi) = zeer | טְאֵ֣ב (teev) = was blij | עֲל֔וֹהִי (alohi) = over hem | וּלְדָ֣נִיֵּ֔אל (uledaniyel) = en Daniël | אֲמַ֖ר (amar) = gaf bevel | לְהַנְסָקָ֣ה (lehansaqa) = om hem op te halen | מִן (min) = uit | גֻּבָּ֑א (guba) = de kuil | וְהֻסַּ֨ק (vehusaq) = en werd opgehaald | דָּנִיֵּ֜אל (daniyel) = Daniël | מִן (min) = uit | גֻּבָּ֗א (guba) = de kuil | וְכָל (vekhal) = en enige | חֲבָל֙ (chaval) = verwonding | לָא (la) = niet | הִשְׁתְּכַ֣ח (hishtekhach) = werd gevonden | בֵּ֔הּ (beh) = aan hem | דִּ֖י (di) = omdat | הֵימִ֥ן (heimin) = hij had vertrouwd | בֵּאלָהֵֽהּ (belaheh) = op zijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲבָל (chaval), ‘verwonding’: letterlijk ‘schade’. Voetnoot : הֵימִן (heimin), ‘vertrouwde’: hij had Elohim vertrouwd. Het is het werkwoord dat past bij ‘betrouwbaar’ in vers 5. Zie ook: 1 Kron 5:20; Dan 3:25; Dan 3:27–28; Dan 6:5; Dan 6:19; Mar 9:23 ### De aanklagers worden gestraft **6:25** De koning gaf bevel, en men bracht die mannen die Daniël hadden belasterd. Zij werden in de leeuwenkuil geworpen, zij, hun zonen en hun vrouwen. Voordat zij de bodem van de kuil bereikten, hadden de leeuwen hen overmeesterd en al hun botten vermorzeld. Brontekst: וַאֲמַ֣ר (vaamar) = en gaf bevel | מַלְכָּ֗א (malka) = de koning | וְהַיְתִ֞יו (vehaytiv) = en zij brachten | גֻּבְרַיָּ֤א (guvraya) = mannen | אִלֵּךְ֙ (ilekh) = die | דִּֽי (di) = die | אֲכַ֤לוּ (akhalu) = hadden gegeten | קַרְצ֨וֹהִי֙ (qartsohi) = zijn stukken | דִּ֣י (di) = van | דָֽנִיֵּ֔אל (daniyel) = Daniël | וּלְגֹ֤ב (ulegov) = en in de kuil van | אַרְיָוָתָא֙ (aryavata) = de leeuwen | רְמ֔וֹ (remo) = wierpen zij | אִנּ֖וּן (inun) = hen | בְּנֵיה֣וֹן (beneihon) = hun zonen | וּנְשֵׁיה֑וֹן (unesheihon) = en hun vrouwen | וְלָֽא (vela) = en niet | מְט֞וֹ (meto) = bereikten zij | לְאַרְעִ֣ית (learit) = de bodem van | גֻּבָּ֗א (guba) = de kuil | עַ֠ד (ad) = voordat | דִּֽי (di) = dat | שְׁלִ֤טֽוּ (shelitu) = overmeesterden | בְהוֹן֙ (behon) = hen | אַרְיָ֣וָתָ֔א (aryavata) = de leeuwen | וְכָל (vekhal) = en alle | גַּרְמֵיה֖וֹן (garmeihon) = hun botten | הַדִּֽקוּ (hadiqu) = vermorzelden zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲכַלוּ קַרְצוֹהִי דִּי דָנִיֵּאל (akhalu qartsohi di Daniyyel), ‘die Daniël hadden belasterd’: letterlijk ‘die de stukken van Daniël hadden gegeten’. Dit is een Aramese uitdrukking voor ‘iemand beschuldigen, belasteren’. Voetnoot : De straf voor de aanklagers treft ook hun zonen en vrouwen. De tekst geeft geen verdere uitleg. Zie ook: Joz 7:24–25; Ps 54:7; 2 Kon 14:6; Jes 38:13; Est 7:10 ### Het bevel van Darius **6:26** Toen schreef koning Darius aan alle volken, naties en talen die op heel de aarde wonen: „Moge jullie vrede groot zijn! Brontekst: בֵּאדַ֜יִן (bedayin) = toen | דָּרְיָ֣וֶשׁ (dareyavesh) = Darius | מַלְכָּ֗א (malka) = koning | כְּ֠תַב (ketav) = schreef | לְֽכָל (lekhal) = aan alle | עַֽמְמַיָּ֞א (ammaya) = volken | אֻמַיָּ֧א (umaya) = naties | וְלִשָּׁנַיָּ֛א (velishanaya) = en talen | דִּֽי (di) = die | דָיְרִ֥ין (dayerin) = wonen | בְּכָל (bekhal) = op heel | אַרְעָ֖א (ara) = de aarde | שְׁלָמְכ֥וֹן (shelamekhon) = jullie vrede | יִשְׂגֵּֽא (yisge) = moge groot zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁלָמְכוֹן יִשְׂגֵּא (shelamekhon yisgé), ‘moge jullie vrede groot zijn’: dezelfde groet als in 3:31 (NL 4:1). De brief van Darius loopt tot en met vers 28. Zie ook: Dan 3:31; Dan 6:28; Ezra 1:1–2; Ezra 4:17; Est 3:12; Est 8:9 **6:27** Van mij is een bevel uitgevaardigd. In heel het gebied van mijn koninkrijk moeten mensen beven en vrezen voor het aangezicht van de Elohim van Daniël. Want Hij is de levende Elohim en bestaat voor eeuwig. Zijn koninkrijk wordt niet vernietigd en Zijn heerschappij duurt tot het einde. Brontekst: מִן (min) = van | קֳדָמַי֮ (qodamay) = mij | שִׂ֣ים (sim) = is gesteld | טְעֵם֒ (teem) = een bevel | דִּ֣י (di) = dat | בְּכָל (bekhal) = in heel | שָׁלְטָ֣ן (shaletan) = het gebied van | מַלְכוּתִ֗י (malkhuti) = mijn koninkrijk | לֶהֱוֺ֤ן (lehevon) = zij zijn | זָיְעִין֙ (zayein) = bevend | וְדָ֣חֲלִ֔ין (vedachalin) = en vrezend | מִן (min) = voor | קֳדָ֖ם (qodam) = het aangezicht van | אֱלָהֵ֣הּ (elaheh) = de Elohim | דִּי (di) = van | דָֽנִיֵּ֑אל (daniyel) = Daniël | דִּי (di) = want | ה֣וּא (hu) = Hij | אֱלָהָ֣א (elaha) = Elohim | חַיָּ֗א (chaya) = de levende | וְקַיָּם֙ (veqayam) = en bestaand | לְעָ֣לְמִ֔ין (lealemin) = voor eeuwig | וּמַלְכוּתֵהּ֙ (umalkhuteh) = en Zijn koninkrijk | דִּֽי (di) = dat | לָ֣א (la) = niet | תִתְחַבַּ֔ל (titchabal) = wordt vernietigd | וְשָׁלְטָנֵ֖הּ (veshaletaneh) = en Zijn heerschappij | עַד (ad) = tot | סוֹפָֽא (sofa) = het einde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלָהָא חַיָּא וְקַיָּם לְעָלְמִין (elaha chayya veqayyam le’almin), ‘de levende Elohim, bestaand voor eeuwig’: vergelijk 4:31 (NL 4:34) en 3:33 (NL 4:3). Zie ook: Dan 2:44; Dan 3:33; Dan 4:31; Dan 7:14; Luc 1:33 **6:28** Hij redt en bevrijdt. Hij doet tekenen en wonderen in de hemel en op aarde. Hij heeft Daniël gered uit de hand van de leeuwen.” Brontekst: מְשֵׁיזִ֣ב (mesheiziv) = Hij redt | וּמַצִּ֗ל (umatsil) = en bevrijdt | וְעָבֵד֙ (veaved) = en doet | אָתִ֣ין (atin) = tekenen | וְתִמְהִ֔ין (vetimhin) = en wonderen | בִּשְׁמַיָּ֖א (bishmaya) = in de hemel | וּבְאַרְעָ֑א (uveara) = en op aarde | דִּ֚י (di) = Hij die | שֵׁיזִ֣יב (sheiziv) = heeft gered | לְדָֽנִיֵּ֔אל (ledaniyel) = Daniël | מִן (min) = uit | יַ֖ד (yad) = de hand van | אַרְיָוָתָֽא (aryavata) = de leeuwen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָתִין וְתִמְהִין (atin vetimhin), ‘tekenen en wonderen’: zoals in 3:32 (NL 4:2) en Deut. 4:34. Darius belijdt hier dat de Elohim van Daniël redt. Zie ook: Deut 4:34; Ps 18:51; Ps 97:10; Dan 3:32–33; Hand 4:30; 2 Kor 1:8–10 **6:29** Deze Daniël had succes in het koninkrijk van Darius en in het koninkrijk van Kores de Pers. Brontekst: וְדָנִיֵּ֣אל (vedaniyel) = en Daniël | דְּנָ֔ה (dena) = deze | הַצְלַ֖ח (hatslach) = had succes | בְּמַלְכ֣וּת (bemalkhut) = in het koninkrijk van | דָּרְיָ֑וֶשׁ (dareyavesh) = Darius | וּבְמַלְכ֖וּת (uvemalkhut) = en in het koninkrijk van | כּ֥וֹרֶשׁ (koresh) = Kores | פָּרְסָאָֽה (paresaa) = de Pers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כּוֹרֶשׁ פָּרְסָאָה (Koresh Parsa’ah), ‘Kores de Pers’: Kores, de koning van Perzië. Zie Jes. 44:28 en 45:1. Zie ook: 2 Kron 36:22–1:2; Jes 44:28–45:1; Jes 45:1; Dan 1:21; Dan 10:1 ## Daniël 7 _De vier dieren, de Oude van Dagen en iemand als een mensenzoon_ ### De droom van Daniël **7:1** In het eerste jaar van Belsazar, de koning van Babel, zag Daniël een droom en gezichten in zijn hoofd, op zijn bed. Toen schreef hij de droom op. Hij vertelde de hoofdzaken van de woorden. Brontekst: בִּשְׁנַ֣ת (bishnat) = in het jaar | חֲדָ֗ה (chada) = eerste | לְבֵלְאשַׁצַּר֙ (leveleshatsar) = van Belsazar | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | בָּבֶ֔ל (bavel) = Babel | דָּנִיֵּאל֙ (daniyel) = Daniël | חֵ֣לֶם (chelem) = een droom | חֲזָ֔ה (chaza) = zag | וְחֶזְוֵ֥י (vechezvei) = en gezichten van | רֵאשֵׁ֖הּ (resheh) = zijn hoofd | עַֽל (al) = op | מִשְׁכְּבֵ֑הּ (mishkeveh) = zijn bed | בֵּאדַ֨יִן֙ (bedayin) = toen | חֶלְמָ֣א (chelma) = de droom | כְתַ֔ב (ketav) = schreef hij op | רֵ֥אשׁ (resh) = het hoofd van | מִלִּ֖ין (milin) = woorden | אֲמַֽר (amar) = vertelde hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad. Voetnoot Uitleg: Vanaf Dan. 2:4 is de brontekst Aramees. Het Aramees loopt door tot en met vers 28 van dit hoofdstuk; in Dan. 8:1 hervat het Hebreeuws. Voetnoot : לבלאשׁצר (livel'atsar), ‘Belsazar’ (Aramees Belshatstsar): de koning van Babel in het eerste jaar van wie deze droom wordt gedateerd. Het derde jaar staat in Dan. 8:1. Voetnoot : וחזוי (vekhezvei re'sheh), ‘gezichten in zijn hoofd’: letterlijk ‘gezichten van zijn hoofd’. Zie ook: Joël 3:1; Amos 3:7; Jer 23:28; Dan 1:17; Dan 2:4; Dan 5:1; Dan 7:28; Dan 8:1 ### De vier dieren uit de zee **7:2** Daniël antwoordde en zei: „Ik keek in mijn gezicht in de nacht. En zie: de vier winden van de hemel stormden los op de grote zee. Brontekst: עָנֵ֤ה (ane) = antwoordde | דָנִיֵּאל֙ (daniyel) = Daniël | וְאָמַ֔ר (veamar) = en zei | חָזֵ֥ה (chaze) = ziend | הֲוֵ֛ית (haveit) = was ik | בְּחֶזְוִ֖י (bechezvi) = in mijn gezicht | עִם (im) = in | לֵֽילְיָ֑א (leileya) = de nacht | וַאֲר֗וּ (vaaru) = en zie | אַרְבַּע֙ (arba) = vier | רוּחֵ֣י (ruchei) = winden van | שְׁמַיָּ֔א (shemaya) = de hemel | מְגִיחָ֖ן (megichan) = stormend los | לְיַמָּ֥א (leyama) = op de zee | רַבָּֽא (raba) = de grote Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מגיחן (megichan), ‘stormden los’: het werkwoord beschrijft iets dat losbarst. De ‘vier winden van de hemel’ zijn de vier windstreken; vergelijk Dan. 8:8 en 11:4. Voetnoot : לימא רבא (leyamma rabba), ‘de grote zee’: in het Hebreeuws vaak de Middellandse Zee; hier is het een beeld. Zie ook: Dan 8:8; Dan 11:4; Openb 7:1; Openb 17:15 **7:3** Vier grote dieren stegen op uit de zee, ieder anders dan het andere. Brontekst: וְאַרְבַּ֤ע (vearba) = en vier | חֵיוָן֙ (cheivan) = dieren | רַבְרְבָ֔ן (ravrevan) = grote | סָלְקָ֖ן (saleqan) = opstijgend | מִן (min) = uit | יַמָּ֑א (yama) = de zee | שָׁנְיָ֖ן (shaneyan) = verschillend | דָּ֥א (da) = het ene | מִן (min) = van | דָּֽא (da) = het andere Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ezech 19:3–8; Dan 2:32–33; Dan 7:4–8; Dan 7:17; Openb 13:1 **7:4** Het eerste was als een leeuw en had vleugels van een arend. Ik bleef kijken, tot zijn vleugels werden uitgerukt. Het werd van de grond opgetild en als een mens op twee voeten overeind gezet. Er werd het een mensenhart gegeven. Brontekst: קַדְמָיְתָ֣א (qadmayeta) = het eerste | כְאַרְיֵ֔ה (kearye) = als een leeuw | וְגַפִּ֥ין (vegapin) = en vleugels | דִּֽי (di) = die | נְשַׁ֖ר (neshar) = van een arend | לַ֑הּ (lah) = had het | חָזֵ֣ה (chaze) = ziend | הֲוֵ֡ית (haveit) = was ik | עַד֩ (ad) = totdat | דִּי (di) = dat | מְּרִ֨יטוּ (meritu) = werden uitgerukt | גַפַּ֜יהּ (gapayh) = zijn vleugels | וּנְטִ֣ילַת (unetilat) = en werd opgetild | מִן (min) = van | אַרְעָ֗א (ara) = de grond | וְעַל (veal) = en op | רַגְלַ֨יִן֙ (raglayin) = voeten | כֶּאֱנָ֣שׁ (keenash) = als een mens | הֳקִימַ֔ת (hoqimat) = werd overeind gezet | וּלְבַ֥ב (ulevav) = en een hart van | אֱנָ֖שׁ (enash) = mens | יְהִ֥יב (yehiv) = werd gegeven | לַֽהּ (lah) = aan het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לה (yehiv), ‘werd gegeven’: de lijdende vorm blijft staan. Er staat niet wie geeft. Voetnoot : ולבב אנשׁ (levav enash), ‘een hart van een mens’: het dier krijgt een menselijk hart. Zie ook: Jes 14:13–17; Jer 4:7; Hab 1:6–8; Ezech 17:3; Dan 5:18–23 **7:5** En zie, een ander dier, een tweede, was gelijk aan een beer. Aan één kant was het opgericht, en drie ribben had het tussen zijn tanden in zijn bek. Zo zei men tegen het: ‘Sta op, eet veel vlees.’ Brontekst: וַאֲר֣וּ (vaaru) = en zie | חֵיוָה֩ (cheiva) = een dier | אָחֳרִ֨י (achori) = ander | תִנְיָנָ֜ה (tinyana) = een tweede | דָּמְיָ֣ה (dameya) = gelijkend | לְדֹ֗ב (ledov) = op een beer | וְלִשְׂטַר (velistar) = en aan een kant | חַד֙ (chad) = één | הֳקִמַ֔ת (hoqimat) = was opgericht | וּתְלָ֥ת (utelat) = en drie | עִלְעִ֛ין (ilin) = ribben | בְּפֻמַּ֖הּ (befumah) = in zijn bek | בֵּ֣ין (bein) = tussen | שִׁנַּ֑הּ (shinah) = zijn tanden | וְכֵן֙ (vekhen) = en zo | אָמְרִ֣ין (amerin) = zeiden zij | לַ֔הּ (lah) = tot het | ק֥וּמִֽי (qumi) = sta op | אֲכֻ֖לִי (akhuli) = eet | בְּשַׂ֥ר (besar) = vlees | שַׂגִּֽיא (sagi) = veel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ולשׂטר חד (ulesatar chad), ‘aan één kant’: het dier is aan één zijde opgericht, of heeft zich op één zijde opgericht. De betekenis is niet helemaal zeker. Voetnoot : אמרין (amerin), ‘zij zeiden’: een onbepaald ‘zij’. Het blijft open wie spreekt. Wij schrijven ‘men zei’. Zie ook: 2 Kon 2:24; Jes 13:17–18; Jes 56:9; Jer 50:21–32; Dan 2:39 **7:6** Hierna bleef ik kijken, en zie: een ander dier, als een luipaard. Het had vier vleugels van een vogel op zijn rug, en het dier had vier koppen. Heerschappij werd het gegeven. Brontekst: בָּאתַ֨ר (batar) = hierna | דְּנָ֜ה (dena) = dit | חָזֵ֣ה (chaze) = ziend | הֲוֵ֗ית (haveit) = was ik | וַאֲר֤וּ (vaaru) = en zie | אָֽחֳרִי֙ (achori) = een ander | כִּנְמַ֔ר (kinmar) = als een luipaard | וְלַ֨הּ (velah) = en het had | גַּפִּ֥ין (gapin) = vleugels | אַרְבַּ֛ע (arba) = vier | דִּי (di) = van | ע֖וֹף (of) = een vogel | עַל (al) = op | גַּבַּ֑הּ (gabah) = zijn rug | וְאַרְבְּעָ֤ה (vearbea) = en vier | רֵאשִׁין֙ (reshin) = koppen | לְחֵ֣יוְתָ֔א (lecheiveta) = had het dier | וְשָׁלְטָ֖ן (veshaletan) = en heerschappij | יְהִ֥יב (yehiv) = werd gegeven | לַֽהּ (lah) = aan het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כנמר (kenemar), ‘als een luipaard’: de naam van het dier is dezelfde als in Hos. 13:7. Zie ook: Hos 13:7; Ezech 17:3; Dan 8:5–8; Dan 8:20–22; Dan 11:3–20; Openb 13:2 **7:7** Hierna bleef ik kijken in de gezichten van de nacht, en zie: een vierde dier, vreeswekkend, angstaanjagend en buitengewoon sterk. Het had grote tanden van ijzer. Het at en vermaalde, en wat overbleef vertrapte het met zijn voeten. Het was anders dan alle dieren vóór het, en het had tien horens. Brontekst: בָּאתַ֣ר (batar) = hierna | דְּנָה֩ (dena) = dit | חָזֵ֨ה (chaze) = ziend | הֲוֵ֜ית (haveit) = was ik | בְּחֶזְוֵ֣י (bechezvei) = in de gezichten van | לֵֽילְיָ֗א (leileya) = de nacht | וַאֲר֣וּ (vaaru) = en zie | חֵיוָ֣ה (cheiva) = een dier | רְֽבִיעָאָ֡ה (reviaa) = vierde | דְּחִילָה֩ (dechila) = vreeswekkend | וְאֵֽימְתָנִ֨י (veeimetani) = en angstaanjagend | וְתַקִּיפָ֜א (vetaqifa) = en sterk | יַתִּ֗ירָא (yatira) = buitengewoon | וְשִׁנַּ֨יִן (veshinayin) = en tanden | דִּֽי (di) = van | פַרְזֶ֥ל (parzel) = ijzer | לַהּ֙ (lah) = had het | רַבְרְבָ֔ן (ravrevan) = grote | אָֽכְלָ֣ה (akhela) = het at | וּמַדֱּקָ֔ה (umadeqa) = en vermaalde | וּשְׁאָרָ֖א (usheara) = en wat overbleef | בְּרַגְלַ֣הּ (beraglah) = met zijn voeten | רָפְסָ֑ה (rafesa) = vertrapte het | וְהִ֣יא (vehi) = en het | מְשַׁנְּיָ֗ה (meshaneya) = anders was | מִן (min) = dan | כָּל (kal) = alle | חֵֽיוָתָא֙ (cheivata) = de dieren | דִּ֣י (di) = die | קָֽדָמַ֔יהּ (qadamayh) = vóór het | וְקַרְנַ֥יִן (veqarnayin) = en horens | עֲשַׂ֖ר (asar) = tien | לַֽהּ (lah) = had het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רביעאה דחילה ואימתני ותקיפא יתירא (chevah revi'ah dechilah ve'eimtani vetaqifa yattira), ‘een vierde dier, vreeswekkend, angstaanjagend en buitengewoon sterk’: het vierde dier wordt met geen bekende diersoort vergeleken. Zie ook: Dan 7:19–20; Dan 7:23–24; Openb 12:3; Openb 13:1; Openb 17:12 **7:8** Ik lette goed op de horens, en zie: een andere hoorn, een kleine, kwam op tussen hen. Drie van de eerste horens werden voor die hoorn uitgerukt. En zie: in deze hoorn waren ogen als de ogen van een mens, en een mond die grote dingen sprak. Brontekst: מִשְׂתַּכַּ֨ל (mistakal) = lettend op | הֲוֵ֜ית (haveit) = was ik | בְּקַרְנַיָּ֗א (beqarnaya) = de horens | וַ֠אֲלוּ (vaalu) = en zie | קֶ֣רֶן (qeren) = een hoorn | אָחֳרִ֤י (achori) = andere | זְעֵירָה֙ (zeeira) = een kleine | סִלְקָ֣ת (silqat) = kwam op | בֵּֽינֵיהֵ֔ן (beineihen) = tussen hen | וּתְלָ֗ת (utelat) = en drie | מִן (min) = van | קַרְנַיָּא֙ (qarnaya) = de horens | קַדְמָ֣יָתָ֔א (qadmayata) = eerste | אֶתְעֲקַ֖רָה (etaqara) = werden uitgerukt | מִן (min) = van | קֳדָמַ֑הּ (qodamah) = voor haar | וַאֲל֨וּ (vaalu) = en zie | עַיְנִ֜ין (aynin) = ogen | כְּעַיְנֵ֤י (keaynei) = als de ogen van | אֲנָשָׁא֙ (anasha) = een mens | בְּקַרְנָא (beqarna) = in de hoorn | דָ֔א (da) = deze | וּפֻ֖ם (ufum) = en een mond | מְמַלִּ֥ל (memalil) = sprekend | רַבְרְבָֽן (ravrevan) = grote dingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: משׂתכל (mishtakkal), ‘ik lette goed op’: het werkwoord betekent ‘aandachtig kijken’ of ‘beschouwen’. Zie ook: Ps 12:4; 2 Tess 2:4; Openb 13:1; Openb 13:5–6; Openb 13:11–13 ### De Oude van Dagen en het gericht **7:9** Ik bleef kijken tot tronen werden neergezet en een Oude van Dagen zich zette. Zijn kleed was wit als sneeuw, en het haar van Zijn hoofd was als zuivere wol. Zijn troon was vlammen van vuur, de wielen ervan brandend vuur. Brontekst: חָזֵ֣ה (chaze) = ziend | הֲוֵ֗ית (haveit) = was ik | עַ֣ד (ad) = totdat | דִּ֤י (di) = dat | כָרְסָוָן֙ (karesavan) = tronen | רְמִ֔יו (remiv) = werden neergezet | וְעַתִּ֥יק (veatiq) = en een Oude van | יוֹמִ֖ין (yomin) = Dagen | יְתִ֑ב (yetiv) = zich zette | לְבוּשֵׁ֣הּ (levusheh) = zijn kleed | כִּתְלַ֣ג (kitlag) = als sneeuw | חִוָּ֗ר (chivar) = wit | וּשְׂעַ֤ר (usear) = en het haar van | רֵאשֵׁהּ֙ (resheh) = zijn hoofd | כַּעֲמַ֣ר (kaamar) = als wol | נְקֵ֔א (neqe) = zuivere | כָּרְסְיֵהּ֙ (kareseyeh) = zijn troon | שְׁבִיבִ֣ין (shevivin) = vlammen | דִּי (di) = van | נ֔וּר (nur) = vuur | גַּלְגִּלּ֖וֹהִי (galgilohi) = zijn wielen | נ֥וּר (nur) = vuur | דָּלִֽק (daliq) = brandend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ועתיק יומין (atiq yomin), ‘een Oude van Dagen’: letterlijk ‘een Hoogbejaarde van dagen’. In vers 13 en 22 staat het met lidwoord, ‘de Oude van Dagen’. Wij schrijven voor Hem hoofdletters. Voetnoot : כרסון רמיו (korsevan remiyu), ‘tronen werden neergezet’: het werkwoord betekent letterlijk ‘werden geworpen’ of ‘geplaatst’. Het blijft open voor wie de tronen bedoeld zijn. Zie ook: Dan 7:13; Dan 7:22; Mat 17:2; Mar 9:3; Openb 1:14 **7:10** Een rivier van vuur stroomde en ging uit van voor Hem. Duizend maal duizend dienden Hem, en tienduizend maal tienduizend stonden voor Hem. Het gericht nam plaats, en boeken werden geopend. Brontekst: נְהַ֣ר (nehar) = een rivier | דִּי (di) = van | נ֗וּר (nur) = vuur | נָגֵ֤ד (naged) = stroomde | וְנָפֵק֙ (venafeq) = en ging uit | מִן (min) = van | קֳדָמ֔וֹהִי (qodamohi) = voor Hem | אֶ֤לֶף (elef) = duizend | אַלְפִין֙ (alfin) = duizenden | יְשַׁמְּשׁוּנֵּ֔הּ (yeshameshuneh) = dienden Hem | וְרִבּ֥וֹ (veribo) = en tienduizend | רִבְבָ֖ן (rivvan) = tienduizenden | קָֽדָמ֣וֹהִי (qadamohi) = voor Hem | יְקוּמ֑וּן (yequmun) = stonden | דִּינָ֥א (dina) = het gericht | יְתִ֖ב (yetiv) = nam plaats | וְסִפְרִ֥ין (vesifrin) = en boeken | פְּתִֽיחוּ (petichu) = werden geopend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דינא (dina), ‘het gericht’: het woord kan ‘rechtbank’, ‘vonnis’ of ‘recht’ betekenen. Wij vertalen het in vers 10, 22 en 26 steeds met ‘gericht’. Zie ook: Deut 33:2; Ps 50:3; Jes 30:27; Dan 7:22; Dan 7:26; Openb 5:11; Openb 20:11–15 **7:11** Ik bleef kijken vanwege het geluid van de grote woorden die de hoorn sprak. Ik bleef kijken tot het dier gedood was, zijn lichaam vernietigd en overgegeven aan het brandende vuur. Brontekst: חָזֵ֣ה (chaze) = ziend | הֲוֵ֔ית (haveit) = was ik | בֵּאדַ֗יִן (bedayin) = toen | מִן (min) = vanwege | קָל֙ (qal) = het geluid van | מִלַּיָּ֣א (milaya) = de woorden | רַבְרְבָתָ֔א (ravrevata) = de grote | דִּ֥י (di) = die | קַרְנָ֖א (qarna) = de hoorn | מְמַלֱּלָ֑ה (memalela) = sprak | חָזֵ֣ה (chaze) = ziend | הֲוֵ֡ית (haveit) = was ik | עַד֩ (ad) = totdat | דִּ֨י (di) = dat | קְטִילַ֤ת (qetilat) = gedood werd | חֵֽיוְתָא֙ (cheiveta) = het dier | וְהוּבַ֣ד (vehuvad) = en vernietigd werd | גִּשְׁמַ֔הּ (gishmah) = zijn lichaam | וִיהִיבַ֖ת (vihivat) = en werd overgegeven | לִיקֵדַ֥ת (liqedat) = aan het branden van | אֶשָּֽׁא (esha) = het vuur Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ויהיבת ליקדת אשׁא (vihivat leiqdat esha), ‘overgegeven aan het brandende vuur’: letterlijk ‘gegeven aan het branden van het vuur’. Zie ook: Dan 7:8; Dan 8:25; 2 Tess 2:8; Openb 19:20; Openb 20:10 **7:12** En van de overige dieren werd de heerschappij weggenomen. Een verlenging van leven werd hun gegeven, tot een tijdstip en een tijd. Brontekst: וּשְׁאָר֙ (ushear) = en de overige van | חֵֽיוָתָ֔א (cheivata) = de dieren | הֶעְדִּ֖יו (hediv) = werd weggenomen | שָׁלְטָנְה֑וֹן (shaletanehon) = hun heerschappij | וְאַרְכָ֧ה (vearkha) = en een verlenging | בְחַיִּ֛ין (bechayin) = van leven | יְהִ֥יבַת (yehivat) = werd gegeven | לְה֖וֹן (lehon) = aan hen | עַד (ad) = tot | זְמַ֥ן (zeman) = een tijdstip | וְעִדָּֽן (veidan) = en een tijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זמן ועדן (zeman ve'iddan), ‘een tijdstip en een tijd’: twee woorden voor tijd, die ook in vers 22 en 25 voorkomen. Wij vertalen zeman met ‘tijdstip’ en iddan met ‘tijd’. Zie ook: Dan 7:4–6; Dan 7:22; Dan 7:25; Dan 8:7 ### Iemand als een mensenzoon **7:13** Ik bleef kijken in de gezichten van de nacht, en zie: met de wolken van de hemel kwam iemand als een mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van Dagen, en men bracht hem voor Hem. Brontekst: חָזֵ֤ה (chaze) = ziend | הֲוֵית֙ (haveit) = was ik | בְּחֶזְוֵ֣י (bechezvei) = in de gezichten van | לֵֽילְיָ֔א (leileya) = de nacht | וַאֲרוּ֙ (vaaru) = en zie | עִם (im) = met | עֲנָנֵ֣י (ananei) = de wolken van | שְׁמַיָּ֔א (shemaya) = de hemel | כְּבַ֥ר (kevar) = als een zoon van | אֱנָ֖שׁ (enash) = mens | אָתֵ֣ה (ate) = kwam | הֲוָ֑ה (hava) = was hij | וְעַד (vead) = en tot | עַתִּ֤יק (atiq) = de Oude van | יֽוֹמַיָּא֙ (yomaya) = Dagen | מְטָ֔ה (meta) = kwam hij | וּקְדָמ֖וֹהִי (uqedamohi) = en voor Hem | הַקְרְבֽוּהִי (haqrevuhi) = bracht men hem dichtbij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כבר אנשׁ (kevar enash), ‘iemand als een mensenzoon’: letterlijk ‘als een zoon van een mens’, dus iemand die op een mens lijkt. Het blijft in de tekst open wie hij is. In vers 18 en 27 ontvangen ‘de heiligen van de Hoogste’ het koningschap, en het is niet gezegd of hij een enkele persoon is of dat hij hen verbeeldt. Wij laten dat open. Zie ook Matt. 26:64. Voetnoot : ענני שׁמיא (anani shemayya), ‘de wolken van de hemel’. Zie ook: Dan 7:18; Dan 7:27; Mat 24:30; Mat 26:64; Luc 21:27; Openb 1:7; Openb 14:14 **7:14** Aan hem werden heerschappij, eer en koningschap gegeven, zodat alle volken, naties en talen hem zouden dienen. Zijn heerschappij is een heerschappij voor eeuwig, die niet voorbijgaat, en zijn koningschap wordt niet vernietigd.” Brontekst: וְלֵ֨הּ (veleh) = en aan hem | יְהִ֤יב (yehiv) = werd gegeven | שָׁלְטָן֙ (shaletan) = heerschappij | וִיקָ֣ר (viqar) = en eer | וּמַלְכ֔וּ (umalkhu) = en koningschap | וְכֹ֣ל (vekhol) = en alle | עַֽמְמַיָּ֗א (ammaya) = volken | אֻמַיָּ֛א (umaya) = naties | וְלִשָּׁנַיָּ֖א (velishanaya) = en talen | לֵ֣הּ (leh) = hem | יִפְלְח֑וּן (yiflechun) = zullen dienen | שָׁלְטָנֵ֞הּ (shaletaneh) = zijn heerschappij | שָׁלְטָ֤ן (shaletan) = een heerschappij van | עָלַם֙ (alam) = eeuwigheid | דִּֽי (di) = die | לָ֣א (la) = niet | יֶעְדֵּ֔ה (yede) = zal voorbijgaan | וּמַלְכוּתֵ֖הּ (umalkhuteh) = en zijn koningschap | דִּי (di) = dat | לָ֥א (la) = niet | תִתְחַבַּֽל (titchabal) = zal worden vernietigd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יפלחון (yiflechun), ‘zij zouden dienen’: het werkwoord kan zowel ‘dienen’ als ‘vereren’ betekenen. Het staat ook in Dan. 3:12 voor het dienen van goden. Voetnoot : שׁלטן עלם (shoeltan alam), ‘een heerschappij voor eeuwig’: vergelijk Dan. 2:44. Zie ook: Dan 2:44; Dan 3:12; Dan 7:27; Joh 3:35; 1 Kor 15:24–28; Openb 11:15 ### Daniël vraagt om uitleg **7:15** Ik, Daniël, was bedroefd in mijn geest, binnen in mijn lichaam. De gezichten van mijn hoofd maakten mij bang. Brontekst: אֶתְכְּרִיַּ֥ת (etkeriyat) = werd bedroefd | רוּחִ֛י (ruchi) = mijn geest | אֲנָ֥ה (ana) = ik | דָנִיֵּ֖אל (daniyel) = Daniël | בְּג֣וֹא (bego) = binnen in | נִדְנֶ֑ה (nidne) = de schede | וְחֶזְוֵ֥י (vechezvei) = en de gezichten van | רֵאשִׁ֖י (reshi) = mijn hoofd | יְבַהֲלֻנַּֽנִי (yevahalunani) = maakten mij bang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נדנה (nidneh), ‘schede’: het lichaam als schede van de geest. Het woord komt maar één keer voor; de betekenis is niet helemaal zeker. Wij vertalen ‘mijn lichaam’. Zie ook: Gen 41:8; Dan 7:28; Dan 8:27; Luc 19:41–44; Rom 9:2–3 **7:16** Ik ging naar een van hen die daar stonden en vroeg hem de zekerheid over dit alles. Hij zei dit tegen mij en maakte mij de uitleg van de woorden bekend: Brontekst: קִרְבֵ֗ת (qirvet) = ik ging dichtbij | עַל (al) = naar | חַד֙ (chad) = een | מִן (min) = van | קָ֣אֲמַיָּ֔א (qaamaya) = hen die stonden | וְיַצִּיבָ֥א (veyatsiva) = en de zekerheid | אֶבְעֵֽא (eve) = vroeg ik | מִנֵּ֖הּ (mineh) = van hem | עַֽל (al) = over | כָּל (kal) = alles | דְּנָ֑ה (dena) = dit | וַאֲמַר (vaamar) = en hij zei | לִ֕י (li) = tot mij | וּפְשַׁ֥ר (ufeshar) = en de uitleg van | מִלַּיָּ֖א (milaya) = de woorden | יְהוֹדְעִנַּֽנִי (yehodeinani) = maakte hij mij bekend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חד מן (achad min qa'ayya), ‘een van hen die daar stonden’: de tekst zegt niet wie dat is. In vers 17 geeft hij de uitleg. Zie ook: Dan 7:10; Dan 7:17; Dan 8:13–16; Zach 2:7; Openb 5:5; Openb 7:13–14 ### De uitleg van de dieren **7:17** „Deze grote dieren, vier in aantal, zijn vier koningen. Zij zullen opstaan uit de aarde. Brontekst: אִלֵּין֙ (ilein) = deze | חֵיוָתָ֣א (cheivata) = de dieren | רַבְרְבָתָ֔א (ravrevata) = de grote | דִּ֥י (di) = die | אִנִּ֖ין (inin) = zij | אַרְבַּ֑ע (arba) = vier | אַרְבְּעָ֥ה (arbea) = vier | מַלְכִ֖ין (malkhin) = koningen | יְקוּמ֥וּן (yequmun) = zullen opstaan | מִן (min) = uit | אַרְעָֽא (ara) = de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De uitleg in vers 17 en 18 staat tussen aanhalingstekens, omdat de uitlegger spreekt. In vers 23–27 spreekt hij opnieuw. Zie ook: Ps 17:14; Dan 2:37–40; Dan 7:3–4; Dan 7:18; Dan 7:23–27; Dan 8:19–22; Openb 13:11 **7:18** Maar de heiligen van de Hoogste zullen het koningschap ontvangen. Zij zullen het koningschap bezitten voor eeuwig, ja, tot in alle eeuwigheden.” Brontekst: וִֽיקַבְּלוּן֙ (viqabelun) = en zullen ontvangen | מַלְכוּתָ֔א (malkhuta) = het koningschap | קַדִּישֵׁ֖י (qadishei) = de heiligen van | עֶלְיוֹנִ֑ין (elyonin) = de Hoogste | וְיַחְסְנ֤וּן (veyachsenun) = en zullen bezitten | מַלְכוּתָא֙ (malkhuta) = het koningschap | עַֽד (ad) = tot | עָ֣לְמָ֔א (alema) = eeuwigheid | וְעַ֖ד (vead) = en tot | עָלַ֥ם (alam) = eeuwigheid | עָלְמַיָּֽא (alemaya) = van de eeuwigheden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קדישׁי עליונין (qaddishei elyonin), ‘de heiligen van de Hoogste’: ‘de Hoogste’ staat hier in het Aramees in een meervoudsvorm (elyonin), vermoedelijk een meervoud van majesteit. Wij vertalen steeds ‘de Hoogste’. In het Hebreeuws staat voor dezelfde titel Eljon. Wie ‘de heiligen’ zijn, zegt de tekst niet: het kunnen mensen of hemelse wezens zijn. Voetnoot : עד עלמא ועד עלם עלמיא (ad alma ve'ad alam alamayya), ‘tot in alle eeuwigheden’: letterlijk ‘tot eeuwigheid en tot eeuwigheid van de eeuwigheden’. Zie ook: Jes 60:12–14; Dan 7:27; Openb 2:26–27; Openb 5:10; Openb 20:4 ### De vierde hoorn **7:19** Toen wilde ik zekerheid hebben over het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon vreeswekkend. Zijn tanden waren van ijzer en zijn klauwen van koper. Het at en vermaalde, en wat overbleef vertrapte het met zijn voeten. Brontekst: אֱדַ֗יִן (edayin) = toen | צְבִית֙ (tsevit) = wilde ik | לְיַצָּבָ֔א (leyatsava) = zekerheid hebben | עַל (al) = over | חֵֽיוְתָא֙ (cheiveta) = het dier | רְבִיעָ֣יְתָ֔א (reviayeta) = vierde | דִּֽי (di) = dat | הֲוָ֥ת (havat) = was | שָֽׁנְיָ֖ה (shaneya) = anders | מִן (min) = dan | כָּלְּהֵ֑ין (kalehein) = alle | דְּחִילָ֣ה (dechila) = vreeswekkend | יַתִּ֗ירָה (yatira) = buitengewoon | שִׁנַּ֤הּ (shinah) = zijn tanden | דִּֽי (di) = van | פַרְזֶל֙ (parzel) = ijzer | וְטִפְרַ֣יהּ (vetifrayh) = en zijn klauwen | דִּֽי (di) = van | נְחָ֔שׁ (nechash) = koper | אָֽכְלָ֣ה (akhela) = het at | מַדֲּקָ֔ה (madaqa) = vermaalde | וּשְׁאָרָ֖א (usheara) = en wat overbleef | בְּרַגְלַ֥יהּ (beraglayh) = met zijn voeten | רָֽפְסָֽה (rafesa) = vertrapte het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וטפריה די נחשׁ (utifrehi di nechash), ‘en zijn klauwen van koper’: de klauwen komen alleen hier voor, niet in vers 7. Zie ook: Dan 2:40–43; Dan 7:7 **7:20** Ik wilde ook weten over de tien horens op zijn kop, en over de andere die opkwam, waarvoor drie neervielen. Het was die hoorn met ogen en met een mond die grote dingen sprak. Zijn uiterlijk was groter dan dat van zijn metgezellen. Brontekst: וְעַל (veal) = en over | קַרְנַיָּ֤א (qarnaya) = de horens | עֲשַׂר֙ (asar) = tien | דִּ֣י (di) = die | בְרֵאשַׁ֔הּ (bereshah) = op zijn kop | וְאָחֳרִי֙ (veachori) = en de andere | דִּ֣י (di) = die | סִלְקַ֔ת (silqat) = opkwam | וּנְפַ֥לָה (unefala) = en vielen | מִן (min) = van | קֳדָמַ֖הּ (qodamah) = voor haar | תְּלָ֑ת (telat) = drie | וְקַרְנָ֨א (veqarna) = en die hoorn | דִכֵּ֜ן (diken) = die | וְעַיְנִ֣ין (veaynin) = en ogen | לַ֗הּ (lah) = had zij | וְפֻם֙ (vefum) = en een mond | מְמַלִּ֣ל (memalil) = sprekend | רַבְרְבָ֔ן (ravrevan) = grote dingen | וְחֶזְוַ֖הּ (vechezvah) = en haar uiterlijk | רַ֥ב (rav) = groter | מִן (min) = dan | חַבְרָתַֽהּ (chavratah) = haar metgezellen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 7:8; Dan 7:11; Dan 7:23; Dan 8:9–11; Dan 11:36–37 **7:21** Ik bleef kijken, en die hoorn voerde oorlog tegen de heiligen en overwon hen, Brontekst: חָזֵ֣ה (chaze) = ziend | הֲוֵ֔ית (haveit) = was ik | וְקַרְנָ֣א (veqarna) = en die hoorn | דִכֵּ֔ן (diken) = die | עָבְדָ֥ה (aveda) = voerde | קְרָ֖ב (qerav) = oorlog | עִם (im) = tegen | קַדִּישִׁ֑ין (qadishin) = de heiligen | וְיָכְלָ֖ה (veyakhela) = en overwon | לְהֽוֹן (lehon) = hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 8:24; Dan 12:7; Openb 12:3–4; Openb 13:5–18; Openb 17:14 **7:22** totdat de Oude van Dagen kwam. Het gericht werd gegeven ten gunste van de heiligen van de Hoogste, en het tijdstip kwam waarop de heiligen het koningschap in bezit namen. Brontekst: עַ֣ד (ad) = totdat | דִּֽי (di) = dat | אֲתָ֗ה (ata) = kwam | עַתִּיק֙ (atiq) = de Oude van | יֽוֹמַיָּ֔א (yomaya) = Dagen | וְדִינָ֣א (vedina) = en het gericht | יְהִ֔ב (yehiv) = werd gegeven | לְקַדִּישֵׁ֖י (leqadishei) = aan de heiligen van | עֶלְיוֹנִ֑ין (elyonin) = de Hoogste | וְזִמְנָ֣א (vezimna) = en het tijdstip | מְטָ֔ה (meta) = kwam | וּמַלְכוּתָ֖א (umalkhuta) = en het koningschap | הֶחֱסִ֥נוּ (hechesinu) = namen in bezit | קַדִּישִֽׁין (qadishin) = de heiligen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ודינא יהב (vedina yehav), ‘het gericht werd gegeven’: het voorzetsel betekent hier ‘ten gunste van’. Het gericht wordt dus gegeven aan de heiligen: zij worden in het gelijk gesteld. Zie ook: Dan 7:9–11; Dan 7:18; Mat 19:28; Openb 5:10; Openb 20:4 ### De uitleg van het vierde dier **7:23** Zo zei hij: „Het vierde dier is een vierde koninkrijk dat op de aarde zal zijn. Het zal anders zijn dan alle koninkrijken. Het zal heel de aarde verslinden, vertrappen en vermalen. Brontekst: כֵּן֮ (ken) = zo | אֲמַר֒ (amar) = zei hij | חֵֽיוְתָא֙ (cheiveta) = het dier | רְבִיעָ֣יְתָ֔א (reviayeta) = vierde | מַלְכ֤וּ (malkhu) = een koninkrijk | רְבִיעָאָה֙ (reviaa) = vierde | תֶּהֱוֵ֣א (teheve) = zal zijn | בְאַרְעָ֔א (beara) = op de aarde | דִּ֥י (di) = dat | תִשְׁנֵ֖א (tishne) = anders zal zijn | מִן (min) = dan | כָּל (kal) = alle | מַלְכְוָתָ֑א (malkhevata) = koninkrijken | וְתֵאכֻל֙ (vetekhul) = en zal verslinden | כָּל (kal) = heel | אַרְעָ֔א (ara) = de aarde | וּתְדוּשִׁנַּ֖הּ (utedushinah) = en zal vertrappen haar | וְתַדְּקִנַּֽהּ (vetadeqinah) = en zal vermalen haar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ותדושׁנה ותדקנה (vetedushinnah vetadqinnah), ‘vertrappen en vermalen’: het eerste werkwoord betekent ‘dorsen’, dus onder de voet treden zoals graan. Zie ook: Dan 2:40; Dan 7:7; Luc 2:1 **7:24** De tien horens: uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan. Na hen zal een andere opstaan. Die zal anders zijn dan de eersten, en drie koningen zal hij vernederen. Brontekst: וְקַרְנַיָּ֣א (veqarnaya) = en de horens | עֲשַׂ֔ר (asar) = tien | מִנַּהּ֙ (minah) = uit dat | מַלְכוּתָ֔ה (malkhuta) = koninkrijk | עַשְׂרָ֥ה (asra) = tien | מַלְכִ֖ין (malkhin) = koningen | יְקֻמ֑וּן (yequmun) = zullen opstaan | וְאָחֳרָ֞ן (veachoran) = en een andere | יְק֣וּם (yequm) = zal opstaan | אַחֲרֵיה֗וֹן (achareihon) = na hen | וְה֤וּא (vehu) = en hij | יִשְׁנֵא֙ (yishne) = anders zal zijn | מִן (min) = dan | קַדְמָיֵ֔א (qadmaye) = de eersten | וּתְלָתָ֥ה (utelata) = en drie | מַלְכִ֖ין (malkhin) = koningen | יְהַשְׁפִּֽל (yehashpil) = zal hij vernederen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De tien horens van het vierde dier (vers 7) zijn volgens deze uitleg tien koningen. De tekst noemt geen namen. Wij geven geen identificatie. Zie ook: Dan 7:7; Dan 7:20; Dan 11:36; 2 Tess 2:3–10; Openb 13:1; Openb 17:16–18 **7:25** Hij zal woorden spreken tegen de Hoogste. Hij zal de heiligen van de Hoogste uitputten. Hij zal van plan zijn tijdstippen en wet te veranderen. Zij zullen in zijn hand worden gegeven tot een tijd, tijden en een halve tijd. Brontekst: וּמִלִּ֗ין (umilin) = en woorden | לְצַ֤ד (letsad) = tegen | עִלָּאָה֙ (ilaa) = de Hoogste | יְמַלִּ֔ל (yemalil) = zal hij spreken | וּלְקַדִּישֵׁ֥י (uleqadishei) = en de heiligen van | עֶלְיוֹנִ֖ין (elyonin) = de Hoogste | יְבַלֵּ֑א (yevale) = zal hij uitputten | וְיִסְבַּ֗ר (veyisbar) = en zal van plan zijn | לְהַשְׁנָיָה֙ (lehashnaya) = om te veranderen | זִמְנִ֣ין (zimnin) = tijdstippen | וְדָ֔ת (vedat) = en wet | וְיִתְיַהֲב֣וּן (veyityahavun) = en zij zullen worden gegeven | בִּידֵ֔הּ (bideh) = in zijn hand | עַד (ad) = tot | עִדָּ֥ן (idan) = een tijd | וְעִדָּנִ֖ין (veidanin) = en tijden | וּפְלַ֥ג (ufelag) = en een helft van | עִדָּֽן (idan) = een tijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זמנין ודת ויתיהבון בידה עד עדן ועדנין ופלג עדן (zimnin vedat ... ad iddan veiddanin ufelag iddan), ‘een tijd, tijden en een halve tijd’: letterlijk ‘een tijd en tijden en de helft van een tijd’. Het meervoud ‘tijden’ heeft in het Aramees twee vormen; wij laten de uitdrukking staan zoals ze is. Vergelijk Dan. 12:7. Voetnoot : ויתיהבון (vityhavun), ‘zij zullen worden gegeven’: het blijft open of ‘zij’ de heiligen zijn of de tijdstippen en de wet. Wij laten dat open. Zie ook: Dan 12:7; 2 Tess 2:4; Openb 12:6; Openb 12:14; Openb 13:5–11 **7:26** Het gericht zal plaatsnemen. Zijn heerschappij zal worden weggenomen om die te vernietigen en te laten verdwijnen tot het einde. Brontekst: וְדִינָ֖א (vedina) = en het gericht | יִתִּ֑ב (yitiv) = zal plaatsnemen | וְשָׁלְטָנֵ֣הּ (veshaletaneh) = en zijn heerschappij | יְהַעְדּ֔וֹן (yehadon) = zal worden weggenomen | לְהַשְׁמָדָ֥ה (lehashmada) = om te vernietigen | וּלְהוֹבָדָ֖ה (ulehovada) = en om te laten verdwijnen | עַד (ad) = tot | סוֹפָֽא (sofa) = het einde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 7:10–11; Dan 7:22; 2 Tess 2:8; Openb 11:13; Openb 20:10–11 **7:27** Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel worden gegeven aan het volk van de heiligen van de Hoogste. Zijn koninkrijk is een koninkrijk voor eeuwig, en alle heersers zullen hem dienen en gehoorzamen.” Brontekst: וּמַלְכוּתָ֨ה (umalkhuta) = en het koningschap | וְשָׁלְטָנָ֜א (veshaletana) = en de heerschappij | וּרְבוּתָ֗א (urevuta) = en de grootheid van | דִּ֚י (di) = de koninkrijken | מַלְכְוָת֙ (malkhevat) = die | תְּח֣וֹת (techot) = onder | כָּל (kal) = heel | שְׁמַיָּ֔א (shemaya) = de hemel | יְהִיבַ֕ת (yehivat) = wordt gegeven | לְעַ֖ם (leam) = aan het volk van | קַדִּישֵׁ֣י (qadishei) = de heiligen van | עֶלְיוֹנִ֑ין (elyonin) = de Hoogste | מַלְכוּתֵהּ֙ (malkhuteh) = zijn koninkrijk | מַלְכ֣וּת (malkhut) = een koninkrijk van | עָלַ֔ם (alam) = eeuwigheid | וְכֹל֙ (vekhol) = en alle | שָׁלְטָ֣נַיָּ֔א (shaletanaya) = heersers | לֵ֥הּ (leh) = hem | יִפְלְח֖וּן (yiflechun) = zullen dienen | וְיִֽשְׁתַּמְּעֽוּן (veyishtameun) = en gehoorzamen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מלכותה (malkuteh), ‘zijn koninkrijk’: het voornaamwoord kan terugwijzen op ‘het volk van de heiligen’ of op ‘de Hoogste’. Wij laten dat open en schrijven ‘zijn’ met een kleine letter. Zie ook: Ps 22:28; Ps 72:11; Dan 7:14; Luc 1:33; Openb 11:15 ### Daniël bewaart de zaak **7:28** Tot hier is het einde van de zaak. Wat mij betreft, Daniël: mijn gedachten maakten mij zeer bang en mijn gelaatskleur veranderde. Maar de zaak bewaarde ik in mijn hart. Brontekst: עַד (ad) = tot | כָּ֖ה (ka) = hier | סוֹפָ֣א (sofa) = het einde | דִֽי (di) = van | מִלְּתָ֑א (mileta) = de zaak | אֲנָ֨ה (ana) = ik | דָֽנִיֵּ֜אל (daniyel) = Daniël | שַׂגִּ֣יא (sagi) = zeer | רַעְיוֹנַ֣י (rayonay) = mijn gedachten | יְבַהֲלֻנַּ֗נִי (yevahalunani) = maakten mij bang | וְזִיוַי֙ (vezivay) = en mijn gelaatskleur | יִשְׁתַּנּ֣וֹן (yishtanon) = veranderde | עֲלַ֔י (alay) = aan mij | וּמִלְּתָ֖א (umileta) = en de zaak | בְּלִבִּ֥י (belibi) = in mijn hart | נִטְרֵֽת (nitret) = bewaarde ik Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וזיוי (zivay), ‘mijn gelaatskleur’: letterlijk ‘mijn glans’. Daniël wordt bleek of zijn gezicht verandert van schrik. Voetnoot : Hier eindigt het Aramese deel van het boek (Dan. 2:4–7:28). Vanaf Dan. 8:1 is de brontekst weer Hebreeuws. Zie ook: Dan 2:4–7:28; Dan 4:16; Dan 5:6; Dan 7:15; Dan 8:1; Luc 2:19; Luc 2:51 ## Daniël 8 _De ram, de geitenbok en de kleine hoorn_ ### Het gezicht bij de Ulai **8:1** In het derde jaar van het koningschap van koning Belsazar verscheen aan mij, Daniël, een gezicht, na het gezicht dat mij eerst was verschenen. Brontekst: בִּשְׁנַ֣ת (bishnat) = in het jaar van | שָׁל֔וֹשׁ (shalosh) = drie | לְמַלְכ֖וּת (lemalkhut) = van het koningschap van | בֵּלְאשַׁצַּ֣ר (beleshatsar) = Belsazar | הַמֶּ֑לֶךְ (hamelekh) = de koning | חָז֞וֹן (chazon) = een gezicht | נִרְאָ֤ה (nira) = verscheen | אֵלַי֙ (elay) = aan mij | אֲנִ֣י (ani) = ik | דָנִיֵּ֔אל (daniyel) = Daniël | אַחֲרֵ֛י (acharei) = na | הַנִּרְאָ֥ה (hanira) = wat verscheen | אֵלַ֖י (elay) = aan mij | בַּתְּחִלָּֽה (batechila) = in het begin Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf dit vers is de brontekst weer Hebreeuws. Het Aramese deel (Dan. 2:4–7:28) is afgelopen. Voetnoot : בלאשׁצר (Bel'shatstsar), ‘Belsazar’: dezelfde koning als in Dan. 7:1. Het eerste jaar van zijn koningschap staat daar; dit is het derde jaar. Zie ook: Dan 2:4–7:28; Dan 7:1; Dan 8:15; Dan 9:2; Dan 10:2; Dan 11:4 **8:2** Ik zag in het gezicht, en toen ik het zag, was ik in Sjoesjan, de burcht, in de provincie Elam. Ik zag in het gezicht dat ik aan het Ulai-kanaal was. Brontekst: וָֽאֶרְאֶה֮ (vaere) = en ik zag | בֶּחָזוֹן֒ (bechazon) = in het gezicht | וַיְהִי֙ (vayhi) = en het was | בִּרְאֹתִ֔י (biroti) = toen ik zag | וַאֲנִי֙ (vaani) = en ik | בְּשׁוּשַׁ֣ן (beshushan) = in Sjoesjan | הַבִּירָ֔ה (habira) = de burcht | אֲשֶׁ֖ר (asher) = die | בְּעֵילָ֣ם (beeilam) = in Elam | הַמְּדִינָ֑ה (hamedina) = de provincie | וָאֶרְאֶה֙ (vaere) = en ik zag | בֶּֽחָז֔וֹן (bechazon) = in het gezicht | וַאֲנִ֥י (vaani) = en ik | הָיִ֖יתִי (hayiti) = was | עַל (al) = aan | אוּבַ֥ל (uval) = het kanaal | אוּלָֽי (ulay) = de Ulai Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Susa (Sjoesjan): Susa (Sjoesjan) was een van de hoofdsteden van Elam en later van het Perzische rijk, in het zuidwesten van het huidige Iran. Zie Elam: Elam lag ten oosten van de Tigris, in het zuidwesten van het huidige Iran. Zie Ulai-kanaal (bij Susa; ligging onzeker): Het Ulai-kanaal lag bij Susa, in Elam. Waarschijnlijk is het de rivier de Karkheh (Eulaeus) of een kanaal daarvan. Dit is niet helemaal zeker. Voetnoot Uitleg: בשׁושׁן הבירה (Shushan habirah), ‘Sjoesjan, de burcht’: de stad die wij als Susa kennen, in het zuidwesten van het huidige Iran. Het woord ‘burcht’ (birah) betekent een versterkte stad of paleis. Zie ook Neh. 1:1 en Est. 1:2. Voetnoot : אובל אולי (ubal Ulai), ‘het Ulai-kanaal’: ubal is een waterloop of kanaal, Ulai de naam ervan. Het gaat niet om een zee of rivier waarvan wij de ligging precies kennen. Zie ook: Gen 10:22; Jer 25:25; Est 1:2; Est 2:8; Neh 1:1 ### De ram met twee horens **8:3** Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie: een ram stond voor het kanaal. Hij had twee horens. De horens waren hoog, maar de ene was hoger dan de andere, en de hoogste kwam het laatst op. Brontekst: וָאֶשָּׂ֤א (vaesa) = en ik sloeg op | עֵינַי֙ (einay) = mijn ogen | וָאֶרְאֶ֔ה (vaere) = en ik zag | וְהִנֵּ֣ה (vehine) = en zie | אַ֣יִל (ayil) = een ram | אֶחָ֗ד (echad) = één | עֹמֵ֛ד (omed) = stond | לִפְנֵ֥י (lifnei) = voor | הָאֻבָ֖ל (hauval) = het kanaal | וְל֣וֹ (velo) = en hij had | קְרָנָ֑יִם (qeranayim) = horens | וְהַקְּרָנַ֣יִם (vehaqeranayim) = en de horens | גְּבֹה֗וֹת (gevohot) = hoog | וְהָאַחַת֙ (vehaachat) = en de ene | גְּבֹהָ֣ה (gevoha) = hoog | מִן (min) = dan | הַשֵּׁנִ֔ית (hashenit) = de tweede | וְהַ֨גְּבֹהָ֔ה (vehagevoha) = en de hoogste | עֹלָ֖ה (ola) = kwam op | בָּאַחֲרֹנָֽה (baacharona) = het laatst Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: איל אחד (ayil echad), ‘een ram’: het Hebreeuws zegt ‘één ram’. De ram heeft twee horens; vergelijk vers 20. Zie ook: Jer 51:11; Dan 7:5; Dan 8:20; Dan 10:5; Zach 2:1 **8:4** Ik zag de ram stoten naar het westen, het noorden en het zuiden. Geen enkel dier kon voor hem standhouden, en er was niemand die uit zijn hand kon bevrijden. Hij deed wat hem behaagde en maakte zich groot. Brontekst: רָאִ֣יתִי (raiti) = ik zag | אֶת (et) = (obj.) | הָאַ֡יִל (haayil) = de ram | מְנַגֵּחַ֩ (menageach) = stotend | יָ֨מָּה (yama) = naar het westen | וְצָפ֜וֹנָה (vetsafona) = en naar het noorden | וָנֶ֗גְבָּה (vanegba) = en naar het zuiden | וְכָל (vekhal) = en alle | חַיּוֹת֙ (chayot) = dieren | לֹֽא (lo) = niet | יַֽעַמְד֣וּ (yaamdu) = konden standhouden | לְפָנָ֔יו (lefanav) = voor hem | וְאֵ֥ין (veein) = en niemand | מַצִּ֖יל (matsil) = die bevrijdt | מִיָּד֑וֹ (miyado) = uit zijn hand | וְעָשָׂ֥ה (veasa) = en hij deed | כִרְצֹנ֖וֹ (kirtsono) = zoals hem behaagde | וְהִגְדִּֽיל (vehigdil) = en maakte zich groot Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מציל (matsil), ‘die bevrijdt’: van het werkwoord hitsil, ‘bevrijden’. Dezelfde woorden staan in vers 7. Zie ook: Jer 50:1–46; Dan 8:7; Dan 11:2–3; Dan 11:16; Dan 11:36 ### De geitenbok uit het westen **8:5** Terwijl ik erop lette, zie, een geitenbok kwam van het westen over heel de aarde, zonder de grond aan te raken. De bok had een opvallende hoorn tussen zijn ogen. Brontekst: וַאֲנִ֣י (vaani) = en ik | הָיִ֣יתִי (hayiti) = was | מֵבִ֗ין (mevin) = lettend op | וְהִנֵּ֤ה (vehine) = en zie | צְפִיר (tsefir) = een bok van | הָֽעִזִּים֙ (haizim) = de geiten | בָּ֤א (ba) = kwam | מִן (min) = van | הַֽמַּעֲרָב֙ (hamaarav) = het westen | עַל (al) = over | פְּנֵ֣י (penei) = het gezicht van | כָל (kal) = heel | הָאָ֔רֶץ (haarets) = de aarde | וְאֵ֥ין (veein) = en niemand | נוֹגֵ֖עַ (nogea) = rakend | בָּאָ֑רֶץ (baarets) = de aarde | וְהַ֨צָּפִ֔יר (vehatsafir) = en de bok | קֶ֥רֶן (qeren) = een hoorn | חָז֖וּת (chazut) = opvallende | בֵּ֥ין (bein) = tussen | עֵינָֽיו (einav) = zijn ogen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קרן חזות (qeren chazut), ‘een opvallende hoorn’: letterlijk ‘een hoorn van aanschouwen’, dus een hoorn die opvalt. Voetnoot : צפיר העזים (tsefir ha'izzim), ‘een geitenbok’: letterlijk ‘een bok van de geiten’. Zie ook: Dan 2:39; Dan 7:6; Dan 8:8; Dan 8:21; Dan 11:3 **8:6** Hij kwam bij de ram met de twee horens, die ik voor het kanaal had zien staan. Hij rende op hem af in de woede van zijn kracht. Brontekst: וַיָּבֹ֗א (vayavo) = en hij kwam | עַד (ad) = tot | הָאַ֨יִל֙ (haayil) = de ram | בַּ֣עַל (baal) = bezitter van | הַקְּרָנַ֔יִם (haqeranayim) = de horens | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | רָאִ֔יתִי (raiti) = ik zag | עֹמֵ֖ד (omed) = staand | לִפְנֵ֣י (lifnei) = voor | הָאֻבָ֑ל (hauval) = het kanaal | וַיָּ֥רָץ (vayarats) = en rende | אֵלָ֖יו (elav) = naar hem toe | בַּחֲמַ֥ת (bachamat) = in de woede van | כֹּחֽוֹ (kocho) = zijn kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) **8:7** Ik zag hem bij de ram komen. Hij werd verbitterd tegen hem, sloeg de ram en brak zijn twee horens. De ram had geen kracht om voor hem te blijven staan. Hij wierp hem neer op de grond en vertrapte hem. Er was niemand die de ram uit zijn hand bevrijdde. Brontekst: וּרְאִיתִ֞יו (ureitiv) = en ik zag hem | מַגִּ֣יעַ (magia) = komend | אֵ֣צֶל (etsel) = bij | הָאַ֗יִל (haayil) = de ram | וַיִּתְמַרְמַ֤ר (vayitmarmar) = en hij werd verbitterd | אֵלָיו֙ (elav) = tegen hem | וַיַּ֣ךְ (vayakh) = en hij sloeg | אֶת (et) = (obj.) | הָאַ֔יִל (haayil) = de ram | וַיְשַׁבֵּר֙ (vayshaber) = en brak | אֶת (et) = (obj.) | שְׁתֵּ֣י (shetei) = twee | קְרָנָ֔יו (qeranav) = zijn horens | וְלֹא (velo) = en niet | הָ֥יָה (haya) = was | כֹ֛חַ (koach) = kracht | בָּאַ֖יִל (baayil) = in de ram | לַעֲמֹ֣ד (laamod) = om te staan | לְפָנָ֑יו (lefanav) = voor hem | וַיַּשְׁלִיכֵ֤הוּ (vayashlikhehu) = en hij wierp hem neer | אַ֨רְצָה֙ (artsa) = op de grond | וַֽיִּרְמְסֵ֔הוּ (vayirmesehu) = en vertrapte hem | וְלֹא (velo) = en niet | הָיָ֥ה (haya) = was | מַצִּ֛יל (matsil) = er een die bevrijdde | לָאַ֖יִל (laayil) = de ram | מִיָּדֽוֹ (miyado) = uit zijn hand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Lev 26:37; Joz 8:20; Dan 7:7; Dan 11:11 **8:8** De geitenbok werd buitengewoon groot. Maar toen hij sterk was, brak de grote hoorn af. In zijn plaats kwamen vier opvallende horens op, naar de vier winden van de hemel. Brontekst: וּצְפִ֥יר (utsefir) = en de bok van | הָעִזִּ֖ים (haizim) = de geiten | הִגְדִּ֣יל (higdil) = werd groot | עַד (ad) = tot | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | וּכְעָצְמ֗וֹ (ukheatsemo) = en toen hij sterk was | נִשְׁבְּרָה֙ (nishbera) = brak | הַקֶּ֣רֶן (haqeren) = de hoorn | הַגְּדוֹלָ֔ה (hagedola) = de grote | וַֽתַּעֲלֶ֜נָה (vataalena) = en kwamen op | חָז֤וּת (chazut) = opvallende | אַרְבַּע֙ (arba) = vier | תַּחְתֶּ֔יהָ (tachteiha) = in zijn plaats | לְאַרְבַּ֖ע (learba) = naar vier | רוּח֥וֹת (ruchot) = winden van | הַשָּׁמָֽיִם (hashamayim) = de hemel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וכעצמו (uke'atsmo), ‘toen hij sterk was’: letterlijk ‘en toen hij sterk werd’. Zijn kracht is het moment waarop de hoorn breekt. Zie ook: Dan 5:20; Dan 7:2; Dan 8:5; Dan 8:22; Openb 7:1 ### De kleine hoorn **8:9** Uit een van hen kwam een hoorn voort, klein aan het begin. Zij werd buitengewoon groot naar het zuiden, naar het oosten en naar het Sierlijke Land. Brontekst: וּמִן (umin) = en uit | הָאַחַ֣ת (haachat) = de ene | מֵהֶ֔ם (mehem) = van hen | יָצָ֥א (yatsa) = kwam voort | קֶֽרֶן (qeren) = een hoorn | אַחַ֖ת (achat) = één | מִצְּעִירָ֑ה (mitseira) = klein aan het begin | וַתִּגְדַּל (vatigdal) = en zij werd groot | יֶ֛תֶר (yeter) = buitengewoon | אֶל (el) = naar | הַנֶּ֥גֶב (hanegev) = het zuiden | וְאֶל (veel) = en naar | הַמִּזְרָ֖ח (hamizrach) = het oosten | וְאֶל (veel) = en naar | הַצֶּֽבִי (hatsevi) = het Sierlijke Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הצבי (hatsvi), ‘het Sierlijke’: het woord betekent ‘sieraad’ of ‘pracht’. In Dan. 11:16 en 11:41 staat ‘het sierlijke land’; ook in Ezech. 20:6 wordt het land zo genoemd. Het woord ‘land’ staat hier niet; wij vullen het aan naar 11:16 en 11:41, waar erets hatsevi, ‘het sierlijke land’, staat. Voetnoot : אחת מצעירה (achat mitse'irah), ‘een hoorn, klein aan het begin’: letterlijk ‘een hoorn uit klein’. Zie ook: Ps 48:3; Ezech 20:6; Ezech 20:15; Dan 7:8; Dan 11:16; Dan 11:41 **8:10** Zij werd groot, tot aan het leger van de hemel. Zij wierp een deel van het leger en van de sterren op de aarde en vertrapte hen. Brontekst: וַתִּגְדַּ֖ל (vatigdal) = en zij werd groot | עַד (ad) = tot | צְבָ֣א (tseva) = het leger van | הַשָּׁמָ֑יִם (hashamayim) = de hemel | וַתַּפֵּ֥ל (vatapel) = en zij wierp | אַ֛רְצָה (artsa) = op de aarde | מִן (min) = van | הַצָּבָ֥א (hatsava) = het leger | וּמִן (umin) = en van | הַכּוֹכָבִ֖ים (hakokhavim) = de sterren | וַֽתִּרְמְסֵֽם (vatirmesem) = en vertrapte hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צבא השׁמים (tseva hashamayim), ‘het leger van de hemel’: de sterren en de hemelse wezens. Vergelijk Deut. 4:19. Zie ook: Deut 4:19; Jes 14:13; Dan 7:7; Dan 8:7; Dan 11:28; Openb 12:4 **8:11** Ja, tot aan de overste van het leger maakte hij zich groot. Van hem werd het voortdurende offer weggenomen, en de vaste plaats van zijn heiligdom werd neergeworpen. Brontekst: וְעַ֥ד (vead) = en tot | שַֽׂר (sar) = de overste van | הַצָּבָ֖א (hatsava) = het leger | הִגְדִּ֑יל (higdil) = maakte hij zich groot | וּמִמֶּ֨נּוּ֙ (umimenu) = en van hem | הוּרַ֣ם (huram) = werd weggenomen | הַתָּמִ֔יד (hatamid) = het voortdurende offer | וְהֻשְׁלַ֖ךְ (vehushlakh) = en werd neergeworpen | מְכ֥וֹן (mekhon) = de vaste plaats van | מִקְדָּשֽׁוֹ (miqdasho) = zijn heiligdom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שׂר הצבא (sar hatseva), ‘de overste van het leger’: dezelfde titel staat in Joz. 5:14 voor de overste van het leger van Yahweh. Hier blijft open wie bedoeld wordt. Wij schrijven ‘zijn’ met een kleine letter. Voetnoot : התמיד (hatamid), ‘het voortdurende offer’: het voortdurende offer van elke morgen en avond (Exod. 29:38–42; Num. 28:3–8). Voetnoot : מכון (mekhon), ‘de vaste plaats’: letterlijk ‘vaste grond’ of ‘onderstel’. Voetnoot Lezing: Wij volgen de voorgelezen tekst (qere) הוּרַם (hurram), ‘werd weggenomen’. De geschreven tekst (ketiv) heeft הרים (herim), ‘hij nam weg’ of ‘hij verhief’: dan is het de hoorn die het offer wegneemt. Wij volgen de qere. Zie ook: Ex 29:38–42; Num 28:3–8; Joz 5:14; Ezech 46:14; Dan 8:25; Dan 11:31; Dan 12:11; Openb 13:5–7 **8:12** Een leger werd gegeven over het voortdurende offer, in overtreding. Zij wierp de waarheid op de grond. Zij handelde en had succes. Brontekst: וְצָבָ֛א (vetsava) = en een leger | תִּנָּתֵ֥ן (tinaten) = werd gegeven | עַל (al) = over | הַתָּמִ֖יד (hatamid) = het voortdurende offer | בְּפָ֑שַׁע (befasha) = in overtreding | וְתַשְׁלֵ֤ךְ (vetashlekh) = en zij wierp | אֱמֶת֙ (emet) = de waarheid | אַ֔רְצָה (artsa) = op de grond | וְעָשְׂתָ֖ה (veaseta) = en zij handelde | וְהִצְלִֽיחָה (vehitslicha) = en had succes Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk. Wij vertalen zo letterlijk mogelijk: ‘een leger werd gegeven over het voortdurende offer, in overtreding’. Het voorzetsel al kan ‘over’, ‘tegen’ of ‘naast’ betekenen, en tseva kan ‘leger’ of ‘dienst’ betekenen. Wij laten dat open. Zie ook: Jes 59:14; Jer 12:1; Dan 11:31–36; Openb 13:7; Openb 13:11–17 ### Hoe lang? **8:13** Ik hoorde een heilige spreken. Een andere heilige zei tegen Palmoni, die sprak: „Hoe lang duurt het gezicht van het voortdurende offer en van de verwoestende overtreding? Hoe lang worden zowel het heiligdom als het leger overgegeven om vertrapt te worden?” Brontekst: וָאֶשְׁמְעָ֥ה (vaeshmea) = en ik hoorde | אֶֽחָד (echad) = een | קָד֖וֹשׁ (qadosh) = heilige | מְדַבֵּ֑ר (medaber) = sprekend | וַיֹּאמֶר֩ (vayomer) = en zei | אֶחָ֨ד (echad) = een | קָד֜וֹשׁ (qadosh) = heilige | לַפַּֽלְמוֹנִ֣י (lapalmoni) = tegen Palmoni | הַֽמְדַבֵּ֗ר (hamdaber) = die sprak | עַד (ad) = tot | מָתַ֞י (matay) = wanneer | הֶחָז֤וֹן (hechazon) = het gezicht van | הַתָּמִיד֙ (hatamid) = het voortdurende offer | וְהַפֶּ֣שַׁע (vehapesha) = en de overtreding van | שֹׁמֵ֔ם (shomem) = verwoesting | תֵּ֛ת (tet) = om te geven | וְקֹ֥דֶשׁ (veqodesh) = en het heiligdom | וְצָבָ֖א (vetsava) = en het leger | מִרְמָֽס (mirmas) = tot vertrapping Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לפלמוני (lefalmoni), ‘tegen Palmoni’: het woord komt maar één keer voor. Het kan een naam zijn, of ‘een zekere’ betekenen. Wij laten het staan als naam. Voetnoot : De vraag van de heilige is in het Nederlands in twee zinnen gesplitst; ‘hoe lang’ staat daarom twee keer. Voetnoot : והפשׁע שׁמם (happesha shomem), ‘de verwoestende overtreding’: letterlijk ‘de overtreding van verwoesting’. Vergelijk 9:27, 11:31 en 12:11. Zie ook: Dan 4:10; Dan 9:27; Luc 21:24; Openb 6:10; Openb 11:2 **8:14** Hij zei tegen mij: „Tot 2300 avonden en ochtenden. Dan zal het heiligdom in het recht worden gesteld.” Brontekst: וַיֹּ֣אמֶר (vayomer) = en hij zei | אֵלַ֔י (elay) = tot mij | עַ֚ד (ad) = tot | עֶ֣רֶב (erev) = avond | בֹּ֔קֶר (boqer) = ochtend | אַלְפַּ֖יִם (alpayim) = tweeduizend | וּשְׁלֹ֣שׁ (ushelosh) = en drie | מֵא֑וֹת (meot) = honderd | וְנִצְדַּ֖ק (venitsdaq) = zal gerechtvaardigd worden | קֹֽדֶשׁ (qodesh) = het heiligdom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ערב בקר אלפים ושׁלשׁ מאות (erev boqer alpayim ushelosh me'ot), ‘2300 avonden en ochtenden’: het kan 2300 dagen betekenen, of 2300 offers (1150 dagen met elk een avond- en een morgenoffer). De tekst zegt het niet; wij laten het open. Voetnoot : ונצדק (venitsdaq), ‘zal in het recht worden gesteld’: het werkwoord hoort bij tsedaqah, ‘gerechtigheid’. Het betekent ook ‘rechtgezet’ of ‘hersteld’ worden. Zie ook: Jes 45:25; Dan 7:25; Dan 12:7; Dan 12:11; Openb 11:2–3 ### Gabriël komt **8:15** Toen ik, Daniël, het gezicht had gezien, zocht ik inzicht. En zie, tegenover mij stond iemand die eruitzag als een man. Brontekst: וַיְהִ֗י (vayhi) = en het was | בִּרְאֹתִ֛י (biroti) = toen ik zag | אֲנִ֥י (ani) = ik | דָנִיֵּ֖אל (daniyel) = Daniël | אֶת (et) = (obj.) | הֶחָז֑וֹן (hechazon) = het gezicht | וָאֲבַקְשָׁ֣ה (vaavaqsha) = en ik zocht | בִינָ֔ה (bina) = inzicht | וְהִנֵּ֛ה (vehine) = en zie | עֹמֵ֥ד (omed) = stond | לְנֶגְדִּ֖י (lenegdi) = tegenover mij | כְּמַרְאֵה (kemare) = als het uiterlijk van | גָֽבֶר (gaver) = een man Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כמראה גבר (kemar'eh gaver), ‘als het uiterlijk van een man’: gaver is een sterke man. De naam Gabriël in vers 16 lijkt daarop. Zie ook: Dan 8:16; Dan 10:16; Dan 10:18; Mar 4:12; 1 Petr 1:10–11; Openb 1:13 **8:16** Ik hoorde de stem van een mens tussen de oevers van de Ulai. Hij riep en zei: „Gabriël, laat die man het beeld begrijpen.” Brontekst: וָאֶשְׁמַ֥ע (vaeshma) = en ik hoorde | קוֹל (qol) = de stem van | אָדָ֖ם (adam) = een mens | בֵּ֣ין (bein) = tussen | אוּלָ֑י (ulay) = de Ulai | וַיִּקְרָא֙ (vayiqra) = en hij riep | וַיֹּאמַ֔ר (vayomar) = en zei | גַּבְרִיאֵ֕ל (gavriel) = Gabriël | הָבֵ֥ן (haven) = laat begrijpen | לְהַלָּ֖ז (lehalaz) = die daar | אֶת (et) = (obj.) | הַמַּרְאֶֽה (hamare) = het beeld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Ulai-kanaal (bij Susa; ligging onzeker): Het Ulai-kanaal lag bij Susa, in Elam. Waarschijnlijk is het de rivier de Karkheh (Eulaeus) of een kanaal daarvan. Dit is niet helemaal zeker. Voetnoot Uitleg: גבריאל (Gavri'el), ‘Gabriël’: ‘man van El’, of ‘El is mijn sterkte’. Hij komt ook voor in Dan. 9:21. Voetnoot : המראה (hamar'eh), ‘het beeld’: wat wordt gezien. Wij vertalen mar'eh met ‘beeld’ en chazon met ‘gezicht’. Zie ook: Dan 8:2; Dan 9:21; Dan 12:5–7; Luc 1:19; Luc 1:26; Heb 1:14 **8:17** Hij kwam naar de plek waar ik stond. Toen hij kwam, werd ik bang en viel op mijn gezicht. Hij zei tegen mij: „Begrijp, mensenkind, dat het gezicht voor de tijd van het einde is.” Brontekst: וַיָּבֹא֙ (vayavo) = en hij kwam | אֵ֣צֶל (etsel) = naast | עָמְדִ֔י (amedi) = mijn standplaats | וּבְבֹא֣וֹ (uvevoo) = en toen hij kwam | נִבְעַ֔תִּי (nivati) = werd ik bang | וָאֶפְּלָ֖ה (vaepela) = en ik viel | עַל (al) = op | פָּנָ֑י (panay) = mijn gezicht | וַיֹּ֤אמֶר (vayomer) = en hij zei | אֵלַי֙ (elay) = tot mij | הָבֵ֣ן (haven) = begrijp | בֶּן (ben) = zoon van | אָדָ֔ם (adam) = mens | כִּ֖י (ki) = dat | לְעֶת (leet) = voor de tijd van | קֵ֥ץ (qets) = het einde | הֶחָזֽוֹן (hechazon) = het gezicht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בן אדם (ven adam), ‘mensenkind’: zo wordt ook Ezechiël aangesproken (Ezech. 2:1). Het is niet dezelfde uitdrukking als ‘mensenzoon’ in Dan. 7:13, die in het Aramees staat. Voetnoot : לעת קץ (le'et qets), ‘voor de tijd van het einde’: letterlijk ‘voor de tijd van het einde’. Zie ook 8:19, 11:35 en 12:4. Zie ook: Hab 2:3; Ezech 2:1; Dan 7:13; Dan 8:19; Dan 11:40; Dan 12:4; Openb 1:17 **8:18** Terwijl hij met mij sprak, viel ik in diepe slaap, met mijn gezicht naar de grond. Hij raakte mij aan en zette mij rechtop op mijn plaats. Brontekst: וּבְדַבְּר֣וֹ (uvedabero) = en terwijl hij sprak | עִמִּ֔י (imi) = met mij | נִרְדַּ֥מְתִּי (nirdamti) = viel ik in diepe slaap | עַל (al) = op | פָּנַ֖י (panay) = mijn gezicht | אָ֑רְצָה (aretsa) = naar de grond | וַיִּ֨גַּע (vayiga) = en hij raakte aan | בִּ֔י (bi) = mij | וַיַּֽעֲמִידֵ֖נִי (vayaamideni) = en zette mij overeind | עַל (al) = op | עָמְדִֽי (amedi) = mijn plaats Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נרדמתי (nirdamti), ‘ik viel in diepe slaap’: hetzelfde werkwoord als in Jon. 1:5 en Gen. 2:21. Zie ook: Gen 2:21; Ezech 2:2; Dan 10:8–10; Dan 10:16; Dan 10:18; Luc 9:32 ### De uitleg van het gezicht **8:19** Hij zei: „Zie, ik maak je bekend wat er zal zijn aan het einde van de verontwaardiging. Want het gaat over de vastgestelde tijd van het einde. Brontekst: וַיֹּ֨אמֶר֙ (vayomer) = en hij zei | הִנְנִ֣י (hinni) = zie | מוֹדִֽיעֲךָ֔ (modiakha) = ik maak je bekend | אֵ֥ת (et) = (obj.) | אֲשֶׁר (asher) = wat | יִהְיֶ֖ה (yihye) = zal zijn | בְּאַחֲרִ֣ית (beacharit) = aan het einde van | הַזָּ֑עַם (hazaam) = de verontwaardiging | כִּ֖י (ki) = want | לְמוֹעֵ֥ד (lemoed) = voor de vastgestelde tijd van | קֵֽץ (qets) = het einde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הזעם (hazza'am), ‘de verontwaardiging’: de toorn van Elohim over zijn volk. Het woord staat ook in Jes. 10:5 en 26:20. Zie ook: Jes 10:5; Jes 26:20; Hab 2:3; Dan 8:15–17; Dan 11:27; Openb 1:1; Openb 17:17 **8:20** De ram die je hebt gezien, met de twee horens: dat zijn de koningen van Medië en Perzië. Brontekst: הָאַ֥יִל (haayil) = de ram | אֲשֶׁר (asher) = die | רָאִ֖יתָ (raita) = je zag | בַּ֣עַל (baal) = bezitter van | הַקְּרָנָ֑יִם (haqeranayim) = de horens | מַלְכֵ֖י (malkhei) = de koningen van | מָדַ֥י (maday) = Medië | וּפָרָֽס (ufaras) = en Perzië Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Medië: Madai (Medië) lag in het noordwesten van het huidige Iran. Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis. Het Perzische rijk reikte veel verder. Voetnoot Uitleg: מלכי מדי ופרס (malkhei Madai uFaras), ‘de koningen van Medië en Perzië’: het tweetal horens van de ram. Zie ook: Dan 8:3; Dan 11:1–2 **8:21** De harige geitenbok is de koning van Javan. De grote hoorn tussen zijn ogen is de eerste koning. Brontekst: וְהַצָּפִ֥יר (vehatsafir) = en de geitenbok | הַשָּׂעִ֖יר (hasair) = de harige | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | יָוָ֑ן (yavan) = Javan | וְהַקֶּ֤רֶן (vehaqeren) = en de hoorn | הַגְּדוֹלָה֙ (hagedola) = de grote | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | בֵּין (bein) = tussen | עֵינָ֔יו (einav) = zijn ogen | ה֖וּא (hu) = zij | הַמֶּ֥לֶךְ (hamelekh) = de koning | הָרִאשֽׁוֹן (harishon) = de eerste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יון (Yavan), ‘Javan’: de Hebreeuwse naam voor de Grieken en hun land (Gen. 10:2). Wij laten de naam staan. Voetnoot : השׂעיר (hasa'ir), ‘harige’: het woord betekent ‘harig’ of ‘ruig’ en is ook het woord voor een geitenbok. Zie ook: Gen 10:2; Dan 8:5–8; Dan 10:20; Dan 11:3 **8:22** De hoorn die brak, en in wier plaats er vier opkwamen: vier koninkrijken zullen uit dat volk opstaan, maar niet met zijn kracht. Brontekst: וְהַ֨נִּשְׁבֶּ֔רֶת (vehanishberet) = en die brak | וַתַּֽעֲמֹ֥דְנָה (vataamodena) = en kwamen op | אַרְבַּ֖ע (arba) = vier | תַּחְתֶּ֑יהָ (tachteiha) = in haar plaats | אַרְבַּ֧ע (arba) = vier | מַלְכֻי֛וֹת (malkhuyot) = koninkrijken | מִגּ֥וֹי (migoy) = uit een volk | יַעֲמֹ֖דְנָה (yaamodena) = zullen opstaan | וְלֹ֥א (velo) = en niet | בְכֹחֽוֹ (bekhocho) = met zijn kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De vier koninkrijken uit dit ene volk worden niet bij naam genoemd. Wij geven geen identificatie. Zie ook: Dan 8:3; Dan 8:8; Dan 11:4 **8:23** Aan het einde van hun koningschap, wanneer de overtreders het hebben volgemaakt, zal een koning opstaan met een felle blik, die raadsels doorgrondt. Brontekst: וּֽבְאַחֲרִית֙ (uveacharit) = en aan het einde van | מַלְכוּתָ֔ם (malkhutam) = hun koningschap | כְּהָתֵ֖ם (kehatem) = wanneer het volmaakt is | הַפֹּשְׁעִ֑ים (haposheim) = de overtreders | יַעֲמֹ֛ד (yaamod) = zal opstaan | מֶ֥לֶךְ (melekh) = een koning | עַז (az) = fel van | פָּנִ֖ים (panim) = gezicht | וּמֵבִ֥ין (umevin) = en doorgronder van | חִידֽוֹת (chidot) = raadsels Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כהתם (kehatem), ‘wanneer het volmaakt is’: het werkwoord betekent ‘voltooid worden’; het kan ook ‘opraken’ betekenen. De bedoeling is dat de overtreders hun maat vol hebben gemaakt. Voetnoot : עז פנים (az panim), ‘met een felle blik’: letterlijk ‘sterk van gezicht’. Zie ook: Dan 8:9–12; 2 Tess 2:9–11; 1 Tim 4:1; Openb 13:11–14; Openb 19:20 **8:24** Zijn kracht zal groot zijn, maar niet door zijn eigen kracht. Hij zal op ontzagwekkende wijze verderf zaaien, slagen en handelen. Hij zal machtigen verderven, ook het volk van de heiligen. Brontekst: וְעָצַ֤ם (veatsam) = en machtig zal zijn | כֹּחוֹ֙ (kocho) = zijn kracht | וְלֹ֣א (velo) = en niet | בְכֹח֔וֹ (bekhocho) = door zijn kracht | וְנִפְלָא֥וֹת (veniflaot) = en ontzagwekkende dingen | יַשְׁחִ֖ית (yashchit) = zal hij verderven | וְהִצְלִ֣יחַ (vehitsliach) = en zal slagen | וְעָשָׂ֑ה (veasa) = en handelen | וְהִשְׁחִ֥ית (vehishchit) = en verderven | עֲצוּמִ֖ים (atsumim) = machtigen | וְעַם (veam) = en het volk van | קְדֹשִֽׁים (qedoshim) = heiligen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ונפלאות (nifla'ot), ‘ontzagwekkende dingen’: het woord betekent letterlijk ‘wonderlijke dingen’, hier in een slechte betekenis: op ongekende wijze. Zie ook: Dan 7:25; Dan 8:12; Dan 11:31–36; Dan 12:7; Openb 13:3–10 **8:25** Door zijn doorzicht zal hij bedrog laten slagen in zijn hand. In zijn hart zal hij zich groot maken. In zorgeloosheid zal hij velen verderven. Hij zal opstaan tegen de overste van de oversten, maar zonder hand zal hij gebroken worden. Brontekst: וְעַל (veal) = en door | שִׂכְל֗וֹ (sikhlo) = zijn doorzicht | וְהִצְלִ֤יחַ (vehitsliach) = zal hij laten slagen | מִרְמָה֙ (mirma) = bedrog | בְּיָד֔וֹ (beyado) = in zijn hand | וּבִלְבָב֣וֹ (uvilvavo) = en in zijn hart | יַגְדִּ֔יל (yagdil) = zal hij zich groot maken | וּבְשַׁלְוָ֖ה (uveshalva) = en in zorgeloosheid | יַשְׁחִ֣ית (yashchit) = zal hij verderven | רַבִּ֑ים (rabim) = velen | וְעַ֤ל (veal) = en tegen | שַׂר (sar) = de overste van | שָׂרִים֙ (sarim) = oversten | יַעֲמֹ֔ד (yaamod) = zal hij opstaan | וּבְאֶ֥פֶס (uveefes) = en zonder | יָ֖ד (yad) = hand | יִשָּׁבֵֽר (yishaver) = zal hij gebroken worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ובשׁלוה (uveshalvah), ‘in zorgeloosheid’: letterlijk ‘in rust’, het moment waarop mensen zich veilig voelen. Voetnoot : שׂר שׂרים (sar sarim), ‘de overste van de oversten’: een titel die boven ‘de overste van het leger’ in vers 11 uitgaat. Wie bedoeld wordt, zegt de tekst niet. Voetnoot : ובאפס יד (uve'efes yad), ‘zonder hand’: letterlijk ‘in het ontbreken van een hand’, dus zonder dat een mens het doet. Vergelijk Dan. 2:34 (Aramees). Zie ook: Job 34:20; Dan 2:34; Dan 8:11; Dan 11:32–33; Openb 17:14; Openb 19:19–21 **8:26** Het beeld van de avonden en de ochtenden dat gezegd is, is waar. Maar jij, houd het gezicht verzegeld, want het gaat over vele dagen.” Brontekst: וּמַרְאֵ֨ה (umare) = en het beeld van | הָעֶ֧רֶב (haerev) = de avonden | וְהַבֹּ֛קֶר (vehaboqer) = en de ochtenden | אֲשֶׁ֥ר (asher) = dat | נֶאֱמַ֖ר (neemar) = is gezegd | אֱמֶ֣ת (emet) = waar | ה֑וּא (hu) = het is | וְאַתָּה֙ (veata) = en jij | סְתֹ֣ם (setom) = verzegel | הֶֽחָז֔וֹן (hechazon) = het gezicht | כִּ֖י (ki) = want | לְיָמִ֥ים (leyamim) = voor dagen | רַבִּֽים (rabim) = vele Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סתם (setom), ‘houd verzegeld’: letterlijk ‘sluit af’. Het gezicht moet worden bewaard. Vergelijk Dan. 12:4. Zie ook: Ezech 12:27; Dan 10:1; Dan 10:14; Dan 12:4; Dan 12:9 ### Daniël is uitgeput **8:27** Ik, Daniël, was uitgeput en ziek, dagenlang. Daarna stond ik op en deed het werk van de koning. Ik was verbijsterd over het beeld, en er was niemand die het begreep. Brontekst: וַאֲנִ֣י (vaani) = en ik | דָנִיֵּ֗אל (daniyel) = Daniël | נִהְיֵ֤יתִי (nihyeiti) = was uitgeput | וְנֶֽחֱלֵ֨יתִי֙ (venecheleiti) = en was ziek | יָמִ֔ים (yamim) = dagen | וָאָק֕וּם (vaaqum) = en ik stond op | וָאֶֽעֱשֶׂ֖ה (vaeese) = en deed | אֶת (et) = (obj.) | מְלֶ֣אכֶת (melekhet) = het werk van | הַמֶּ֑לֶךְ (hamelekh) = de koning | וָאֶשְׁתּוֹמֵ֥ם (vaeshtomem) = en ik was verbijsterd | עַל (al) = over | הַמַּרְאֶ֖ה (hamare) = het beeld | וְאֵ֥ין (veein) = en niemand | מֵבִֽין (mevin) = begrijpend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נהייתי (nihyeti), ‘ik was uitgeput’: het werkwoord betekent ‘kracht verliezen’ of ‘wegvallen’ en komt weinig voor. Het kan ook ‘ik viel flauw’ betekenen. Voetnoot : ואשׁתומם (va'eshtomem), ‘ik was verbijsterd’: ook ‘ik stond versteld’. Zie ook: 1 Sam 3:15; Hab 3:16; Dan 2:48–49; Dan 6:3–4; Dan 7:28 ## Daniël 9 _Het gebed van Daniël en de zeventig weken_ ### Daniël leest in Jeremia **9:1** Het was in het eerste jaar van Darius, de zoon van Ahasveros, uit het nageslacht van de Meden. Hij was koning gemaakt over het koninkrijk van de Chaldeeën. Brontekst: בִּשְׁנַ֣ת (bishnat) = in het jaar | אַחַ֗ת (achat) = één | לְדָרְיָ֛וֶשׁ (ledareyavesh) = van Darius | בֶּן (ben) = zoon van | אֲחַשְׁוֵר֖וֹשׁ (achashverosh) = Ahasveros | מִזֶּ֣רַע (mizera) = uit het nageslacht van | מָדָ֑י (maday) = Medië | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | הָמְלַ֔ךְ (hamelakh) = was gemaakt tot koning | עַ֖ל (al) = over | מַלְכ֥וּת (malkhut) = het koninkrijk van | כַּשְׂדִּֽים (kasdim) = Chaldeeën Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לדריושׁ (Daryavesh), ‘Darius’: koning ‘over het koninkrijk van de Chaldeeën’, uit het nageslacht van de Meden. Hij komt ook voor in Dan. 6:1 (Hebr. telling; NL 5:31) en 11:1. De Hebreeuwse zin loopt van vers 1 door in vers 2; in het Nederlands is hij gesplitst. Voetnoot : אחשׁורושׁ (Achashverosh), ‘Ahasveros’: dezelfde naam als de koning in het boek Ester. Of hier dezelfde man bedoeld is, zegt de tekst niet. Voetnoot : המלך על (hummlakh), ‘was gemaakt tot koning’: een lijdende vorm. De tekst zegt niet door wie hij koning werd gemaakt. Zie ook: Dan 1:21; Dan 6:1–2; Dan 6:29; Dan 9:2; Dan 11:1 **9:2** In het eerste jaar van zijn koningschap begreep ik, Daniël, uit de boeken het aantal van de jaren. Daarover was het woord van Yahweh tot Jeremia, de profeet, gekomen: zeventig jaar zouden worden vervuld voor de verwoestingen van Jeruzalem. Brontekst: בִּשְׁנַ֤ת (bishnat) = in het jaar | אַחַת֙ (achat) = één | לְמָלְכ֔וֹ (lemalekho) = van zijn koningschap | אֲנִי֙ (ani) = ik | דָּֽנִיֵּ֔אל (daniyel) = Daniël | בִּינֹ֖תִי (binoti) = begreep | בַּסְּפָרִ֑ים (basefarim) = in de boeken | מִסְפַּ֣ר (mispar) = het getal van | הַשָּׁנִ֗ים (hashanim) = de jaren | אֲשֶׁ֨ר (asher) = waarvan | הָיָ֤ה (haya) = was | דְבַר (devar) = het woord van | יְהוָה֙ (Yahweh) = Yahweh | אֶל (el) = tot | יִרְמִיָ֣ה (yirmiya) = Jeremia | הַנָּבִ֔יא (hanavi) = de profeet | לְמַלֹּ֛אות (lemalovt) = om te vervullen | לְחָרְב֥וֹת (lecharevot) = voor de verwoestingen van | יְרוּשָׁלִַ֖ם (yerushalaim) = Jeruzalem | שִׁבְעִ֥ים (shivim) = zeventig | שָׁנָֽה (shana) = jaar Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: Het ‘woord van Yahweh tot Jeremia’ over de zeventig jaar staat in Jer. 25:11–12 en 29:10. In Jer. 25:12 staat dat Yahweh na zeventig jaar de koning van Babel ter verantwoording roept. Voetnoot : לחרבות ירושׁלם (lecharvot Yerushalaim), ‘voor de verwoestingen van Jeruzalem’: letterlijk ‘voor de ruïnes van Jeruzalem’. Zie ook: 2 Kron 36:21; Jer 25:11–12; Jer 25:12; Jer 29:10; Zach 7:5; Openb 1:3 ### Daniël bidt en belijdt **9:3** Ik richtte mijn gezicht tot de Heer, de Elohim, om gebed en smeekbeden te zoeken, met vasten, in zak en as. Brontekst: וָאֶתְּנָ֣ה (vaetena) = en ik richtte | אֶת (et) = (obj.) | פָּנַ֗י (panay) = mijn gezicht | אֶל (el) = tot | אֲדֹנָי֙ (adonay) = de Heer | הָֽאֱלֹהִ֔ים (haElohim) = de Elohim | לְבַקֵּ֥שׁ (levaqesh) = om te zoeken | תְּפִלָּ֖ה (tefila) = gebed | וְתַחֲנוּנִ֑ים (vetachanunim) = en smeekbeden | בְּצ֖וֹם (betsom) = met vasten | וְשַׂ֥ק (vesaq) = en zak | וָאֵֽפֶר (vaefer) = en as Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אדני האלהים (Adonai ha'Elohim), ‘de Heer, de Elohim’: de titel Adonai, ‘Heer’, met de Elohim erachter. In dit gebed staat ‘Heer’ voor Adonai, en ‘Yahweh’ waar de tekst Yahweh heeft. Zie ook: Jer 29:10–13; Jer 33:3; Est 4:16; Neh 1:4–11; Jak 5:16–18 ### Wij hebben gezondigd **9:4** Ik bad tot Yahweh, mijn Elohim, en beleed. Ik zei: „Ach, Heer, de grote en ontzagwekkende El, die het verbond en de trouw bewaart voor wie Hem liefhebben en Zijn geboden bewaren: Brontekst: וָֽאֶתְפַּֽלְלָ֛ה (vaetpalla) = en ik bad | לַיהוָ֥ה (laYahweh) = tot Yahweh | אֱלֹהַ֖י (elohay) = mijn Elohim | וָאֶתְוַדֶּ֑ה (vaetvade) = en ik beleed | וָאֹֽמְרָ֗ה (vaomera) = en ik zei | אָנָּ֤א (ana) = ach | אֲדֹנָי֙ (adonay) = Heer | הָאֵ֤ל (hael) = de El | הַגָּדוֹל֙ (hagadol) = de grote | וְהַנּוֹרָ֔א (vehanora) = en de ontzagwekkende | שֹׁמֵ֤ר (shomer) = die bewaart | הַבְּרִית֙ (haberit) = het verbond | וְֽהַחֶ֔סֶד (vehachesed) = en de trouw | לְאֹהֲבָ֖יו (leohavav) = voor wie Hem liefhebben | וּלְשֹׁמְרֵ֥י (uleshomerei) = en voor wie bewaren | מִצְוֺתָֽיו (mitsvotav) = Zijn geboden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הברית והחסד (haberit vehachesed), ‘het verbond en de trouw’: chesed is de trouw die bij het verbond hoort. Dezelfde woorden staan in Deut. 7:9 en Neh. 1:5. Voetnoot : האל (ha'El), ‘de El’: de oude benaming voor Elohim, met lidwoord. Zie ook: Ex 20:6; Ex 34:6–7; Deut 5:10; Deut 7:9; Dan 9:5–12; Neh 1:5; Rom 8:28 **9:5** Wij hebben gezondigd, wij hebben verkeerd gehandeld, wij zijn goddeloos geweest en in opstand gekomen. Wij zijn afgeweken van Uw geboden en van Uw rechtsregels. Brontekst: חָטָ֥אנוּ (chatanu) = wij hebben gezondigd | וְעָוִ֖ינוּ (veavinu) = en wij hebben verkeerd gehandeld | הִרְשַׁ֣עְנוּ (hirshanu) = wij zijn goddeloos geweest | וּמָרָ֑דְנוּ (umaradenu) = en wij zijn in opstand gekomen | וְס֥וֹר (vesor) = en afwijkend | מִמִּצְוֺתֶ֖ךָ (mimitsvotekha) = van Uw geboden | וּמִמִּשְׁפָּטֶֽיךָ (umimishpateikha) = en van Uw rechtsregels Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vijf werkwoorden van schuld: ‘gezondigd’ (chata), ‘verkeerd gehandeld’ (avah), ‘goddeloos geweest’ (rasha), ‘in opstand gekomen’ (marad), ‘afgeweken’ (sur). Wij gebruiken ze steeds zo in dit gebed. Zie ook: Ps 106:6; Dan 9:11; Dan 9:15; Mal 3:7; Heb 3:12 **9:6** Wij hebben niet geluisterd naar Uw knechten, de profeten. Zij hebben in Uw naam gesproken tot onze koningen, onze oversten en onze vaderen, en tot heel het volk van het land. Brontekst: וְלֹ֤א (velo) = en niet | שָׁמַ֨עְנוּ֙ (shamanu) = wij hebben geluisterd | אֶל (el) = naar | עֲבָדֶ֣יךָ (avadeikha) = Uw knechten | הַנְּבִיאִ֔ים (haneviim) = de profeten | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | דִּבְּרוּ֙ (diberu) = spraken | בְּשִׁמְךָ֔ (beshimkha) = in Uw naam | אֶל (el) = tot | מְלָכֵ֥ינוּ (melakheinu) = onze koningen | שָׂרֵ֖ינוּ (sareinu) = onze oversten | וַאֲבֹתֵ֑ינוּ (vaavoteinu) = en onze vaderen | וְאֶ֖ל (veel) = en tot | כָּל (kal) = heel | עַ֥ם (am) = het volk van | הָאָֽרֶץ (haarets) = het land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עבדיך (avadekha), ‘Uw knechten’: de profeten. Het woord eved wordt hier met een kleine letter geschreven, omdat het geen titel is. Zie ook: 2 Kron 36:15–16; Dan 9:10; Ezra 9:7; Zach 1:4–6; Neh 9:34 **9:7** Bij U, Heer, is de gerechtigheid. Bij ons is de schaamte van het gezicht, zoals op deze dag. Zij is bij de man van Juda, bij de inwoners van Jeruzalem en bij heel Israël, dichtbij en veraf, in alle landen waarheen U hen hebt verdreven. Dat is om hun ontrouw waarmee zij tegen U ontrouw zijn geweest. Brontekst: לְךָ֤ (lekha) = bij U | אֲדֹנָי֙ (adonay) = Heer | הַצְּדָקָ֔ה (hatsedaqa) = de gerechtigheid | וְלָ֛נוּ (velanu) = en bij ons | בֹּ֥שֶׁת (boshet) = de schaamte van | הַפָּנִ֖ים (hapanim) = het gezicht | כַּיּ֣וֹם (kayom) = zoals op de dag | הַזֶּ֑ה (haze) = deze | לְאִ֤ישׁ (leish) = bij de man van | יְהוּדָה֙ (yehuda) = Juda | וּלְיוֹשְׁבֵ֣י (uleyoshevei) = en bij de inwoners van | יְרֽוּשָׁלִַ֔ם (yerushalaim) = Jeruzalem | וּֽלְכָל (ulekhal) = en bij heel | יִשְׂרָאֵ֞ל (yisrael) = Israël | הַקְּרֹבִ֣ים (haqerovim) = dichtbij | וְהָרְחֹקִ֗ים (veharechoqim) = en veraf | בְּכָל (bekhal) = in alle | הָֽאֲרָצוֹת֙ (haaratsot) = de landen | אֲשֶׁ֣ר (asher) = waarheen | הִדַּחְתָּ֣ם (hidachtam) = U hebt hen verdreven | שָׁ֔ם (sham) = daar | בְּמַעֲלָ֖ם (bemaalam) = om hun ontrouw | אֲשֶׁ֥ר (asher) = waarmee | מָֽעֲלוּ (maalu) = zij ontrouw waren | בָֽךְ (bakh) = tegen U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: לאישׁ יהודה (le'ish Yehudah), ‘bij de man van Juda’: ‘man’ staat voor het geheel, dus ‘de mannen van Juda’. Wij laten het enkelvoud. Voetnoot : במעלם אשׁר מעלו בך (bema'alam asher ma'alu vekha), ‘om hun ontrouw waarmee zij tegen U ontrouw zijn geweest’: dezelfde stam staat twee keer, ma'al, ‘ontrouw’. Het Hebreeuws heeft hier één lange zin; in het Nederlands is hij in drie zinnen gesplitst. Zie ook: Deut 4:27; Ps 44:16; Jer 2:26–27; Jer 3:25; Dan 9:14 **9:8** Yahweh, bij ons is de schaamte van het gezicht, bij onze koningen, bij onze oversten en bij onze vaderen, omdat wij tegen U hebben gezondigd. Brontekst: יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | לָ֚נוּ (lanu) = bij ons | בֹּ֣שֶׁת (boshet) = de schaamte van | הַפָּנִ֔ים (hapanim) = het gezicht | לִמְלָכֵ֥ינוּ (limlakheinu) = bij onze koningen | לְשָׂרֵ֖ינוּ (lesareinu) = bij onze oversten | וְלַאֲבֹתֵ֑ינוּ (velaavoteinu) = en bij onze vaderen | אֲשֶׁ֥ר (asher) = omdat | חָטָ֖אנוּ (chatanu) = wij hebben gezondigd | לָֽךְ (lakh) = tegen U Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jer 14:20; Klaagl 1:7–8; Klaagl 1:18; Klaagl 3:42; Dan 9:6–7 **9:9** Bij de Heer, onze Elohim, zijn de ontferming en de vergeving, want wij zijn tegen Hem in opstand gekomen. Brontekst: לַֽאדֹנָ֣י (ladonay) = bij de Heer | אֱלֹהֵ֔ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | הָרַחֲמִ֖ים (harachamim) = de ontferming | וְהַסְּלִח֑וֹת (vehaselichot) = en de vergeving | כִּ֥י (ki) = want | מָרַ֖דְנוּ (maradnu) = wij zijn in opstand gekomen | בּֽוֹ (bo) = tegen Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הרחמים והסלחות (harachamim vehasselichot), ‘de ontferming en de vergeving’: beide woorden staan in het Hebreeuws in het meervoud. Wij vertalen enkelvoud, omdat het Nederlands dat natuurlijker vindt. Zie ook: Ps 86:15; Ps 130:7; Dan 9:5; Dan 9:7; Ef 1:6–8 **9:10** Wij hebben niet geluisterd naar de stem van Yahweh, onze Elohim, om te wandelen in Zijn wetten. Hij heeft ze ons voorgelegd door de hand van Zijn knechten, de profeten. Brontekst: וְלֹ֣א (velo) = en niet | שָׁמַ֔עְנוּ (shamanu) = wij hebben geluisterd | בְּק֖וֹל (beqol) = naar de stem van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֑ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | לָלֶ֤כֶת (lalekhet) = om te wandelen | בְּתֽוֹרֹתָיו֙ (betorotav) = in Zijn wetten | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | נָתַ֣ן (natan) = Hij heeft gelegd | לְפָנֵ֔ינוּ (lefaneinu) = voor ons | בְּיַ֖ד (beyad) = door de hand van | עֲבָדָ֥יו (avadav) = Zijn knechten | הַנְּבִיאִֽים (haneviim) = de profeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בתורתיו (betorotav), ‘in Zijn wetten’: torah betekent ‘onderricht’ of ‘wet’. Het meervoud staat hier voor alles wat Yahweh heeft voorgelegd. Zie ook: 2 Kon 17:13–15; 2 Kon 18:12; Dan 9:6; Neh 9:13–17; Heb 1:1 **9:11** Heel Israël heeft Uw wet overtreden en is afgeweken, zodat het niet naar Uw stem luisterde. Daarom is de vloek over ons uitgegoten, en de eed die geschreven staat in de wet van Mozes, de knecht van Elohim. Want wij hebben tegen Hem gezondigd. Brontekst: וְכָל (vekhal) = en heel | יִשְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | עָֽבְרוּ֙ (averu) = hebben overtreden | אֶת (et) = (obj.) | תּ֣וֹרָתֶ֔ךָ (toratekha) = Uw wet | וְס֕וֹר (vesor) = en zijn afgeweken | לְבִלְתִּ֖י (levilti) = om niet | שְׁמ֣וֹעַ (shemoa) = te luisteren | בְּקֹלֶ֑ךָ (beqolekha) = naar Uw stem | וַתִּתַּ֨ךְ (vatitakh) = en is uitgegoten | עָלֵ֜ינוּ (aleinu) = over ons | הָאָלָ֣ה (haala) = de vloek | וְהַשְּׁבֻעָ֗ה (vehashevua) = en de eed | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | כְּתוּבָה֙ (ketuva) = geschreven staat | בְּתוֹרַת֙ (betorat) = in de wet van | מֹשֶׁ֣ה (moshe) = Mozes | עֶֽבֶד (eved) = de knecht van | הָֽאֱלֹהִ֔ים (haElohim) = Elohim | כִּ֥י (ki) = want | חָטָ֖אנוּ (chatanu) = wij hebben gezondigd | לֽוֹ (lo) = tegen Hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עבד האלהים (eved ha'Elohim), ‘de knecht van Elohim’: Mozes. Wij schrijven ‘knecht’ met een kleine letter. Voetnoot : האלה והשׁבעה (ha'alah vehashevu'ah), ‘de vloek en de eed’: de vloeken van het verbond, zoals in Lev. 26 en Deut. 28–29. Zie ook: Deut 28:15–68; Deut 32:19–42; 2 Kon 17:18–23; Jes 1:4–6; Jer 8:5–10 **9:12** Hij heeft Zijn woord bevestigd dat Hij over ons had gesproken en over onze rechters, die ons hebben gericht. Hij deed dat door groot onheil over ons te brengen. Onder heel de hemel is nooit zoiets gedaan als in Jeruzalem is gedaan. Brontekst: וַיָּ֜קֶם (vayaqem) = en Hij heeft bevestigd | אֶת (et) = (obj.) | דְּבָר֣וֹ (devaro) = Zijn woord | אֲשֶׁר (asher) = dat | דִּבֶּ֣ר (diber) = Hij sprak | עָלֵ֗ינוּ (aleinu) = over ons | וְעַ֤ל (veal) = en over | שֹֽׁפְטֵ֨ינוּ֙ (shofeteinu) = onze rechters | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | שְׁפָט֔וּנוּ (shefatunu) = ons hebben gericht | לְהָבִ֥יא (lehavi) = door te brengen | עָלֵ֖ינוּ (aleinu) = over ons | רָעָ֣ה (raa) = onheil | גְדֹלָ֑ה (gedola) = groot | אֲשֶׁ֣ר (asher) = dat | לֹֽא (lo) = niet | נֶעֶשְׂתָ֗ה (neesta) = is gedaan | תַּ֚חַת (tachat) = onder | כָּל (kal) = heel | הַשָּׁמַ֔יִם (hashamayim) = de hemel | כַּאֲשֶׁ֥ר (kaasher) = zoals | נֶעֶשְׂתָ֖ה (neesta) = is gedaan | בִּירוּשָׁלִָֽם (birushalaim) = in Jeruzalem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: רעה גדלה (ra'ah gedolah), ‘groot onheil’: ra'ah is ‘kwaad’ of ‘onheil’. Wij vertalen hier ‘onheil’, omdat het om de gevolgen gaat die over Jeruzalem komen. Het staat ook in vers 13 en 14. Voetnoot Lezing: Wij volgen de voorgelezen tekst (qere) דְּבָרוֹ (devaro), ‘Zijn woord’. De geschreven tekst (ketiv) heeft de meervoudsvorm, ‘Zijn woorden’. Zie ook: Jes 44:26; Klaagl 1:12; Klaagl 2:13; Klaagl 2:17; Ezech 5:9; Dan 9:13; Dan 9:14 **9:13** Zoals in de wet van Mozes geschreven staat, is al dit onheil over ons gekomen. Maar wij hebben Yahweh, onze Elohim, niet gunstig gestemd door terug te keren van onze schuld en inzicht te krijgen in Uw waarheid. Brontekst: כַּאֲשֶׁ֤ר (kaasher) = zoals | כָּתוּב֙ (katuv) = geschreven staat | בְּתוֹרַ֣ת (betorat) = in de wet van | מֹשֶׁ֔ה (moshe) = Mozes | אֵ֛ת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = heel | הָרָעָ֥ה (haraa) = het onheil | הַזֹּ֖את (hazot) = dit | בָּ֣אָה (baa) = is gekomen | עָלֵ֑ינוּ (aleinu) = over ons | וְלֹֽא (velo) = en niet | חִלִּ֜ינוּ (chilinu) = wij hebben gunstig gestemd | אֶת (et) = (obj.) | פְּנֵ֣י (penei) = het gezicht van | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | לָשׁוּב֙ (lashuv) = door terug te keren | מֵֽעֲוֺנֵ֔נוּ (meavonenu) = van onze schuld | וּלְהַשְׂכִּ֖יל (ulehaskil) = en inzicht te krijgen | בַּאֲמִתֶּֽךָ (baamitekha) = in Uw waarheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חלינו (chillinu), ‘wij hebben gunstig gestemd’: het werkwoord betekent letterlijk ‘het gezicht zacht maken’, dus Yahweh gunstig stemmen. Voetnoot : ולהשׂכיל באמתך (ulehaskil be'amitekha), ‘en inzicht te krijgen in Uw waarheid’: emet is ‘waarheid’; zie ook Dan. 8:12. Zie ook: Lev 26:14–46; Deut 28:15–68; Hos 7:10; Jes 9:12; Jer 2:30; Dan 8:12 **9:14** Yahweh heeft over het onheil gewaakt en het over ons gebracht. Want Yahweh, onze Elohim, is rechtvaardig in al Zijn werken die Hij doet. Maar wij hebben niet naar Zijn stem geluisterd. Brontekst: וַיִּשְׁקֹ֤ד (vayishqod) = en Hij heeft gewaakt | יְהוָה֙ (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = over | הָ֣רָעָ֔ה (haraa) = het onheil | וַיְבִיאֶ֖הָ (vayvieha) = en Hij heeft het gebracht | עָלֵ֑ינוּ (aleinu) = over ons | כִּֽי (ki) = want | צַדִּ֞יק (tsadiq) = rechtvaardig | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | עַל (al) = in | כָּל (kal) = al | מַֽעֲשָׂיו֙ (maasav) = Zijn werken | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | עָשָׂ֔ה (asa) = Hij doet | וְלֹ֥א (velo) = en niet | שָׁמַ֖עְנוּ (shamanu) = wij hebben geluisterd | בְּקֹלֽוֹ (beqolo) = naar Zijn stem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וישׁקד (vayyishqod), ‘Hij heeft gewaakt’: het werkwoord betekent ‘wakker zijn’. Yahweh waakte over het onheil, zodat het op het juiste moment kwam. Vergelijk Jer. 1:12 en Jer. 44:27. Zie ook: Ps 51:16; Jer 1:12; Jer 31:28; Jer 44:27; Dan 9:7; Neh 9:33 ### Luister, Heer, en handel **9:15** En nu, Heer, onze Elohim: U hebt Uw volk met sterke hand uit het land Egypte geleid. U hebt U een naam gemaakt tot op deze dag. Wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest. Brontekst: וְעַתָּ֣ה (veata) = en nu | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | אֱלֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | אֲשֶׁר֩ (asher) = die | הוֹצֵ֨אתָ (hotseta) = U hebt uitgeleid | אֶֽת (et) = (obj.) | עַמְּךָ֜ (amekha) = Uw volk | מֵאֶ֤רֶץ (meerets) = uit het land | מִצְרַ֨יִם֙ (mitsrayim) = Egypte | בְּיָ֣ד (beyad) = met een hand | חֲזָקָ֔ה (chazaqa) = sterke | וַתַּֽעַשׂ (vataas) = en U hebt gemaakt | לְךָ֥ (lekha) = voor U | שֵׁ֖ם (shem) = een naam | כַּיּ֣וֹם (kayom) = zoals op de dag | הַזֶּ֑ה (haze) = deze | חָטָ֖אנוּ (chatanu) = wij hebben gezondigd | רָשָֽׁעְנוּ (rashaenu) = wij zijn goddeloos geweest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: In het Hebreeuws begint dit vers met een bijzin: ‘die Uw volk hebt geleid’, gericht tot Elohim. In het Nederlands is dat een hoofdzin geworden (‘U hebt … geleid’), zodat de zinnen korter zijn. Zie ook: Ex 14:18; Ex 32:11; Dan 9:5; Neh 1:10; Neh 9:10 **9:16** Heer, laat toch, overeenkomstig al Uw gerechtigheid, Uw toorn en Uw grimmigheid terugkeren van Uw stad Jeruzalem, Uw heilige berg. Want door onze zonden en de schuld van onze vaderen zijn Jeruzalem en Uw volk tot hoon geworden voor allen om ons heen. Brontekst: אֲדֹנָ֗י (adonay) = Heer | כְּכָל (kekhal) = overeenkomstig al | צִדְקֹתֶ֨ךָ֙ (tsidqotekha) = Uw gerechtigheid | יָֽשָׁב (yashav) = laat terugkeren | נָ֤א (na) = toch | אַפְּךָ֙ (apekha) = Uw toorn | וַחֲמָ֣תְךָ֔ (vachamatekha) = en Uw grimmigheid | מֵעִֽירְךָ֥ (meirekha) = van Uw stad | יְרוּשָׁלִַ֖ם (yerushalaim) = Jeruzalem | הַר (har) = de berg van | קָדְשֶׁ֑ךָ (qadeshekha) = Uw heiligheid | כִּ֤י (ki) = want | בַחֲטָאֵ֨ינוּ֙ (bachataeinu) = om onze zonden | וּבַעֲוֺנ֣וֹת (uvaavonot) = en om de schulden van | אֲבֹתֵ֔ינוּ (avoteinu) = onze vaderen | יְרוּשָׁלִַ֧ם (yerushalaim) = Jeruzalem | וְעַמְּךָ֛ (veamekha) = en Uw volk | לְחֶרְפָּ֖ה (lecherpa) = tot hoon | לְכָל (lekhal) = voor allen | סְבִיבֹתֵֽינוּ (sevivoteinu) = om ons heen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: צדקתך (tsidqotekha), ‘Uw gerechtigheid’: het woord staat in het meervoud, ‘Uw gerechte daden’. Wij schrijven ‘gerechtigheid’. Voetnoot : אפך וחמתך (apekha vachamatekha), ‘Uw toorn en Uw grimmigheid’: twee woorden voor toorn, af en chemah. Dezelfde keuze maken wij in Jes. 63:3. Zie ook: Ps 31:2; Ps 87:1–3; Joël 4:17; Jes 63:3; Dan 9:20; Zach 8:3 **9:17** En nu, onze Elohim, luister naar het gebed van Uw knecht en naar zijn smeekbeden. Laat Uw gezicht schijnen over Uw verwoeste heiligdom, omwille van de Heer. Brontekst: וְעַתָּ֣ה (veata) = en nu | שְׁמַ֣ע (shema) = luister | אֱלֹהֵ֗ינוּ (eloheinu) = onze Elohim | אֶל (el) = naar | תְּפִלַּ֤ת (tefilat) = het gebed van | עַבְדְּךָ֙ (avdekha) = Uw knecht | וְאֶל (veel) = en naar | תַּ֣חֲנוּנָ֔יו (tachanunav) = zijn smeekbeden | וְהָאֵ֣ר (vehaer) = en laat schijnen | פָּנֶ֔יךָ (paneikha) = Uw gezicht | עַל (al) = over | מִקְדָּשְׁךָ֖ (miqdashekha) = Uw heiligdom | הַשָּׁמֵ֑ם (hashamem) = het verwoeste | לְמַ֖עַן (lemaan) = omwille van | אֲדֹנָֽי (adonay) = de Heer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אדני (Adonai), ‘de Heer’: de aanspreking van Yahweh, in het gebed ook in vers 4, 7, 9, 15, 16 en 19. Zie ook: Ps 80:4; Ps 80:8; Ps 80:20; Klaagl 5:18; Dan 9:4; Dan 9:7; Dan 9:9; Dan 9:15; Dan 9:16; Dan 9:19; 2 Kor 1:20 **9:18** Mijn Elohim, neig Uw oor en luister. Open Uw ogen en zie onze verwoestingen en de stad waarover Uw naam is uitgeroepen. Want niet op grond van onze gerechtigheid leggen wij onze smeekbeden voor U neer, maar op grond van Uw vele ontferming. Brontekst: הַטֵּ֨ה (hate) = neig | אֱלֹהַ֥י (elohay) = mijn Elohim | אָזְנְךָ֮ (azenekha) = Uw oor | וּֽשֲׁמָע֒ (ushama) = en luister | פְּקַ֣ח (peqach) = open | עֵינֶ֗יךָ (eineikha) = Uw ogen | וּרְאֵה֙ (uree) = en zie | שֹֽׁמְמֹתֵ֔ינוּ (shomemoteinu) = onze verwoestingen | וְהָעִ֕יר (vehair) = en de stad | אֲשֶׁר (asher) = waarover | נִקְרָ֥א (niqra) = is uitgeroepen | שִׁמְךָ֖ (shimkha) = Uw naam | עָלֶ֑יהָ (aleiha) = daarover | כִּ֣י (ki) = want | לֹ֣א (lo) = niet | עַל (al) = op grond van | צִדְקֹתֵ֗ינוּ (tsidqoteinu) = onze gerechtigheid | אֲנַ֨חְנוּ (anachnu) = wij | מַפִּילִ֤ים (mapilim) = leggen neer | תַּחֲנוּנֵ֨ינוּ֙ (tachanuneinu) = onze smeekbeden | לְפָנֶ֔יךָ (lefaneikha) = voor U | כִּ֖י (ki) = maar | עַל (al) = op grond van | רַחֲמֶ֥יךָ (rachameikha) = Uw ontferming | הָרַבִּֽים (harabim) = de vele Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מפילים (mapilim), ‘leggen wij neer’: letterlijk ‘laten wij vallen’. Het beeld is dat zij hun smeekbeden voor Hem neerwerpen. Zie ook: 2 Kon 19:16; Jes 37:17; Jer 25:29; Jer 36:7; Ezech 36:32 **9:19** Heer, luister. Heer, vergeef. Heer, let op en handel. Stel niet uit, omwille van Uzelf, mijn Elohim, want Uw naam is uitgeroepen over Uw stad en over Uw volk.” Brontekst: אֲדֹנָ֤י (adonay) = Heer | שְׁמָ֨עָה֙ (shemaa) = luister | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | סְלָ֔חָה (selacha) = vergeef | אֲדֹנָ֛י (adonay) = Heer | הַֽקֲשִׁ֥יבָה (haqashiva) = let op | וַעֲשֵׂ֖ה (vaase) = en handel | אַל (al) = niet | תְּאַחַ֑ר (teachar) = stel uit | לְמַֽעֲנְךָ֣ (lemaankha) = omwille van Uzelf | אֱלֹהַ֔י (elohay) = mijn Elohim | כִּֽי (ki) = want | שִׁמְךָ֣ (shimkha) = Uw naam | נִקְרָ֔א (niqra) = is uitgeroepen | עַל (al) = over | עִירְךָ֖ (irekha) = Uw stad | וְעַל (veal) = en over | עַמֶּֽךָ (amekha) = Uw volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Amos 7:2; Jer 14:9; Dan 9:18; Luc 11:8; Ef 1:12 ### Gabriël komt **9:20** Ik sprak nog en bad. Ik beleed mijn zonde en de zonde van mijn volk Israël. Ik legde mijn smeekbede neer voor het aangezicht van Yahweh, mijn Elohim, voor de heilige berg van mijn Elohim. Brontekst: וְע֨וֹד (veod) = en nog | אֲנִ֤י (ani) = ik | מְדַבֵּר֙ (medaber) = sprekend | וּמִתְפַּלֵּ֔ל (umitpalel) = en biddend | וּמִתְוַדֶּה֙ (umitvade) = en belijdend | חַטָּאתִ֔י (chatati) = mijn zonde | וְחַטַּ֖את (vechatat) = en de zonde van | עַמִּ֣י (ami) = mijn volk | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | וּמַפִּ֣יל (umapil) = en neerleggend | תְּחִנָּתִ֗י (techinati) = mijn smeekbede | לִפְנֵי֙ (lifnei) = voor | יְהוָ֣ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהַ֔י (elohay) = mijn Elohim | עַ֖ל (al) = om | הַר (har) = de berg van | קֹ֥דֶשׁ (qodesh) = heiligheid van | אֱלֹהָֽי (elohay) = mijn Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vanaf hier is het weer verhalend. Het gebed van de verzen 4–19 is afgelopen. Zie ook: Ps 145:18; Jes 6:5; Jes 58:9; Dan 9:3–4; Rom 3:23 **9:21** Ja, terwijl ik nog in gebed sprak, raakte de man Gabriël mij aan, in snelle vlucht, omstreeks de tijd van het avondgraanoffer. Ik had hem eerder in het gezicht gezien. Brontekst: וְע֛וֹד (veod) = en nog | אֲנִ֥י (ani) = ik | מְדַבֵּ֖ר (medaber) = sprekend | בַּתְּפִלָּ֑ה (batefila) = in gebed | וְהָאִ֣ישׁ (vehaish) = en de man | גַּבְרִיאֵ֡ל (gavriel) = Gabriël | אֲשֶׁר֩ (asher) = die | רָאִ֨יתִי (raiti) = ik had gezien | בֶחָז֤וֹן (bechazon) = in het gezicht | בַּתְּחִלָּה֙ (batechila) = in het begin | מֻעָ֣ף (muaf) = snel vliegend | בִּיעָ֔ף (biaf) = in vlucht | נֹגֵ֣עַ (nogea) = raakte aan | אֵלַ֔י (elay) = mij | כְּעֵ֖ת (keet) = omstreeks de tijd van | מִנְחַת (minchat) = het graanoffer van | עָֽרֶב (arev) = de avond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מעף ביעף (mu'af bi'af), ‘in snelle vlucht’: twee zeldzame woorden van één stam, die ‘vliegen’ of ‘uitgeput zijn’ kunnen betekenen. De betekenis is niet zeker; wij kiezen ‘in snelle vlucht’. Voetnoot : מנחת ערב (minchat arev), ‘het avondgraanoffer’: het graanoffer (minchah) van de avond; zie Exod. 29:41 en 1 Kon. 18:36. Het avondoffer was ook een tijdstip van gebed (Ps. 141:2). Zie ook: Ex 29:41; Ps 141:2; 1 Kon 18:36; Dan 8:16; Dan 10:16; Luc 1:19; Hand 10:3 **9:22** Hij gaf mij inzicht en sprak met mij. Hij zei: „Daniël, nu ben ik uitgegaan om je begrip te geven. Brontekst: וַיָּ֖בֶן (vayaven) = en hij gaf inzicht | וַיְדַבֵּ֣ר (vaydaber) = en hij sprak | עִמִּ֑י (imi) = met mij | וַיֹּאמַ֕ר (vayomar) = en hij zei | דָּנִיֵּ֕אל (daniyel) = Daniël | עַתָּ֥ה (ata) = nu | יָצָ֖אתִי (yatsati) = ben ik uitgegaan | לְהַשְׂכִּילְךָ֥ (lehaskilekha) = om je te laten inzien | בִינָֽה (bina) = begrip Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Dan 8:16; Dan 9:24–27; Dan 10:21; Zach 1:9; Openb 4:1 **9:23** Bij het begin van je smeekbeden is een woord uitgegaan, en ik ben gekomen om het je te vertellen, want jij bent zeer gewaardeerd. Begrijp dus het woord en heb inzicht in het beeld. Brontekst: בִּתְחִלַּ֨ת (bitchilat) = bij het begin van | תַּחֲנוּנֶ֜יךָ (tachanuneikha) = je smeekbeden | יָצָ֣א (yatsa) = is uitgegaan | דָבָ֗ר (davar) = een woord | וַאֲנִי֙ (vaani) = en ik | בָּ֣אתִי (bati) = ben gekomen | לְהַגִּ֔יד (lehagid) = om te vertellen | כִּ֥י (ki) = want | חֲמוּד֖וֹת (chamudot) = zeer gewaardeerd | אָ֑תָּה (ata) = jij | וּבִין֙ (uvin) = dus begrijp | בַּדָּבָ֔ר (badavar) = het woord | וְהָבֵ֖ן (vehaven) = en heb inzicht | בַּמַּרְאֶֽה (bamare) = in het beeld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חמודות (chamudot), ‘zeer gewaardeerd’: letterlijk ‘kostbaarheden’, dus iemand die zeer kostbaar is. Het staat ook in Dan. 10:11 en 10:19. Zie ook: Hoogl 7:11; Dan 10:11–12; Dan 10:19; Mat 24:15; Luc 1:28 ### Zeventig weken **9:24** Zeventig weken zijn vastgesteld over jouw volk en over jouw heilige stad: om de overtreding tegen te houden, de zonde ten einde te brengen, voor de schuld verzoening te doen, gerechtigheid voor eeuwig te brengen, gezicht en profeet te verzegelen en het hoogheilige te zalven. Brontekst: שָׁבֻעִ֨ים (shavuim) = weken | שִׁבְעִ֜ים (shivim) = zeventig | נֶחְתַּ֥ךְ (nechtakh) = zijn vastgesteld | עַֽל (al) = over | עַמְּךָ֣ (amekha) = jouw volk | וְעַל (veal) = en over | עִ֣יר (ir) = de stad van | קָדְשֶׁ֗ךָ (qadeshekha) = jouw heiligheid | לְכַלֵּ֨א (lekhale) = om tegen te houden | הַפֶּ֜שַׁע (hapesha) = de overtreding | וּלְהָתֵ֤ם (ulehatem) = en om ten einde te brengen | חַטָּאת֙ (chatat) = zonde | וּלְכַפֵּ֣ר (ulekhaper) = en om verzoening te doen | עָוֺ֔ן (avon) = schuld | וּלְהָבִ֖יא (ulehavi) = en om te brengen | צֶ֣דֶק (tsedeq) = gerechtigheid van | עֹֽלָמִ֑ים (olamim) = eeuwigheden | וְלַחְתֹּם֙ (velachtom) = en om te verzegelen | חָז֣וֹן (chazon) = gezicht | וְנָבִ֔יא (venavi) = en profeet | וְלִמְשֹׁ֖חַ (velimshoach) = en om te zalven | קֹ֥דֶשׁ (qodesh) = heiligheid van | קָֽדָשִֽׁים (qadashim) = heiligheden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שׁבעים שׁבעים (shavu'im shiv'im), ‘zeventig weken’: shavua is een periode van zeven. Het woord kan zeven dagen zijn, maar ook zeven jaren, zoals bij de sabbatsjaren (Lev. 25:8). De tekst zegt niet welke maat bedoeld is. Zie ook Jer. 25:11–12 en 29:10 voor de zeventig jaar. Voetnoot : נחתך (nechtak), ‘zijn vastgesteld’: het werkwoord komt maar één keer voor. Het betekent letterlijk ‘afgesneden’, dus afgemeten of vastgesteld. Voetnoot : לכלא (lekhalle), ‘tegen te houden’: het werkwoord betekent ‘afsluiten’ of ‘in toom houden’. Voetnoot : קדשׁ קדשׁים (qodesh qodashim), ‘het hoogheilige’: dezelfde uitdrukking als in Exod. 30:29. Het kan een plaats, een voorwerp of een persoon zijn; de tekst zegt het niet. Voetnoot Lezing: Wij volgen de voorgelezen tekst (qere) וּלְהָתֵם חַטָּאת (ulehatem chattat), ‘en om de zonde ten einde te brengen’. De geschreven tekst (ketiv) heeft וּלַחְתֹּם חַטָּאוֹת (ulachtom chata'ot), ‘en om de zonden te verzegelen’. Zie ook: Ex 30:29; Lev 25:8; Jes 51:6; Jes 61:1; Jer 23:5–6; Jer 25:11–12; Jer 29:10; Rom 5:10; Heb 9:11–14 **9:25** Je moet weten en begrijpen. Van het uitgaan van het woord om Jeruzalem terug te brengen en te bouwen, tot een gezalfde, een leider, zijn het zeven weken. En tweeënzestig weken lang zal zij worden hersteld en herbouwd, plein en gracht, maar in de benauwdheid van de tijden. Brontekst: וְתֵדַ֨ע (veteda) = en je zult weten | וְתַשְׂכֵּ֜ל (vetaskel) = en je zult begrijpen | מִן (min) = van | מֹצָ֣א (motsa) = het uitgaan van | דָבָ֗ר (davar) = woord | לְהָשִׁיב֙ (lehashiv) = om terug te brengen | וְלִבְנ֤וֹת (velivnot) = en te bouwen | יְרֽוּשָׁלִַ֨ם֙ (yerushalaim) = Jeruzalem | עַד (ad) = tot | מָשִׁ֣יחַ (mashiach) = gezalfde | נָגִ֔יד (nagid) = leider | שָׁבֻעִ֖ים (shavuim) = weken | שִׁבְעָ֑ה (shiva) = zeven | וְשָׁבֻעִ֞ים (veshavuim) = en weken | שִׁשִּׁ֣ים (shishim) = zestig | וּשְׁנַ֗יִם (ushenayim) = en twee | תָּשׁוּב֙ (tashuv) = zal terugkeren | וְנִבְנְתָה֙ (venivneta) = en zal worden herbouwd | רְח֣וֹב (rechov) = plein | וְחָר֔וּץ (vecharuts) = en gracht | וּבְצ֖וֹק (uvetsoq) = en in de benauwdheid van | הָעִתִּֽים (haitim) = de tijden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: משׁיח נגיד (mashiach nagid), ‘een gezalfde, een leider’: mashiach betekent ‘gezalfde’ en nagid ‘leider’. De tekst noemt geen naam. Voor wie hier bedoeld wordt, bestaan veel verschillende lezingen; wij geven geen identificatie. Voetnoot : שׁבעים שׁבעה (shavu'im shiv'ah), ‘zeven weken’: de Masoretische accenten plaatsen hier een scheiding. Wij volgen dat: ‘zeven weken’ en daarna ‘tweeënzestig weken’ als twee aparte tijdvakken. Voetnoot : רחוב וחרוץ (rechov vecharuts), ‘plein en gracht’: rechov is een breed plein of straat, charuts een gracht of insnijding. De tweede betekenis is niet helemaal zeker. Voetnoot : מצא דבר (motsa davar), ‘het uitgaan van het woord’: de tekst zegt niet welk woord of welk bevel bedoeld is. Zie ook: Jes 9:5; Jes 55:4; Ezra 4:24; Joh 1:41; Joh 4:25 **9:26** Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden afgesneden, en er zal niets voor hem zijn. Het volk van een leider die komt, zal de stad en het heiligdom verderven. Zijn einde komt met een overstroming, en tot het einde is er oorlog: verwoestingen zijn vastgesteld. Brontekst: וְאַחֲרֵ֤י (veacharei) = en na | הַשָּׁבֻעִים֙ (hashavuim) = de weken | שִׁשִּׁ֣ים (shishim) = zestig | וּשְׁנַ֔יִם (ushenayim) = en twee | יִכָּרֵ֥ת (yikaret) = zal worden afgesneden | מָשִׁ֖יחַ (mashiach) = gezalfde | וְאֵ֣ין (veein) = en niets | ל֑וֹ (lo) = voor hem | וְהָעִ֨יר (vehair) = en de stad | וְהַקֹּ֜דֶשׁ (vehaqodesh) = en het heiligdom | יַ֠שְׁחִית (yashchit) = zal verderven | עַ֣ם (am) = het volk van | נָגִ֤יד (nagid) = een leider | הַבָּא֙ (haba) = die komt | וְקִצּ֣וֹ (veqitso) = en zijn einde | בַשֶּׁ֔טֶף (bashetef) = in overstroming | וְעַד֙ (vead) = en tot | קֵ֣ץ (qets) = het einde van | מִלְחָמָ֔ה (milchama) = oorlog | נֶחֱרֶ֖צֶת (necheretset) = vastgesteld | שֹׁמֵמֽוֹת (shomemot) = verwoestingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: משׁיח (mashiach), ‘een gezalfde’: zonder lidwoord. Het kan dezelfde zijn als in vers 25, maar dat zegt de tekst niet. Voetnoot : ואין לו (ve'ein lo), ‘en er zal niets voor hem zijn’: letterlijk ‘en niets voor hem’. Wat er niet voor hem is, wordt niet gezegd. Voetnoot : נגיד הבא (nagid haba), ‘een leider die komt’: wie dat is, zegt de tekst niet. Het voornaamwoord ‘zijn einde’ kan terugwijzen op de leider of op de stad. Voetnoot : Dit vers is moeilijk; wij vertalen zo letterlijk mogelijk. Zie ook: Jes 53:8; Nah 1:8; Dan 9:25; Mat 24:2; Mar 13:2; Luc 24:26 **9:27** Hij zal voor velen een verbond sterk maken, één week lang. In de helft van de week laat hij slachtoffer en graanoffer ophouden. Op de vleugel van gruwelbeelden komt een verwoester, tot de vernietiging. En wat vastgesteld is, wordt uitgegoten over de verwoester.” Brontekst: וְהִגְבִּ֥יר (vehigbir) = en hij zal sterk maken | בְּרִ֛ית (berit) = verbond | לָרַבִּ֖ים (larabim) = voor velen | שָׁב֣וּעַ (shavua) = week | אֶחָ֑ד (echad) = één | וַחֲצִ֨י (vachatsi) = en de helft van | הַשָּׁב֜וּעַ (hashavua) = de week | יַשְׁבִּ֣ית (yashbit) = zal doen ophouden | זֶ֣בַח (zevach) = slachtoffer | וּמִנְחָ֗ה (umincha) = en graanoffer | וְעַ֨ל (veal) = en op | כְּנַ֤ף (kenaf) = de vleugel van | שִׁקּוּצִים֙ (shiqutsim) = gruwelbeelden | מְשֹׁמֵ֔ם (meshomem) = een verwoester | וְעַד (vead) = en tot | כָּלָה֙ (kala) = vernietiging | וְנֶ֣חֱרָצָ֔ה (venecheratsa) = en wat vastgesteld is | תִּתַּ֖ךְ (titakh) = zal worden uitgegoten | עַל (al) = over | שֹׁמֵֽם (shomem) = de verwoester Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: והגביר (vehigbir), ‘hij zal sterk maken’: wie ‘hij’ is, zegt de tekst niet. Het kan de leider uit vers 26 zijn, of een ander. Voetnoot : שׁקוצים משׁמם (shiqqutsim meshomem), ‘gruwelbeelden, een verwoester’: letterlijk ‘een verwoester van gruwelbeelden’, of ‘op de vleugel van gruwelbeelden komt een verwoester’. Het Hebreeuws is hier moeilijk; vergelijk Dan. 11:31 en 12:11. Zie ook: Dan 9:26; Dan 11:31; Dan 11:36; Dan 12:11; Mat 24:15; Mar 13:14; Luc 21:20 ## Daniël 10 _Daniël ziet een man in linnen_ ### Een woord aan Daniël **10:1** In het derde jaar van Kores, de koning van Perzië, werd een woord geopenbaard aan Daniël, die Beltsazar werd genoemd. Het woord was waar en ging over een grote strijd. Hij begreep het woord en kreeg inzicht in het beeld. Brontekst: בִּשְׁנַ֣ת (bishnat) = in het jaar van | שָׁל֗וֹשׁ (shalosh) = drie | לְכ֨וֹרֶשׁ֙ (lekhoresh) = van Kores | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | פָּרַ֔ס (paras) = Perzië | דָּבָר֙ (davar) = een woord | נִגְלָ֣ה (nigla) = werd geopenbaard | לְדָֽנִיֵּ֔אל (ledaniyel) = aan Daniël | אֲשֶׁר (asher) = die | נִקְרָ֥א (niqra) = werd genoemd | שְׁמ֖וֹ (shemo) = zijn naam | בֵּלְטְשַׁאצַּ֑ר (beleteshatsar) = Beltsazar | וֶאֱמֶ֤ת (veemet) = en waar | הַדָּבָר֙ (hadavar) = het woord | וְצָבָ֣א (vetsava) = en strijd | גָד֔וֹל (gadol) = groot | וּבִין֙ (uvin) = en hij begreep | אֶת (et) = (obj.) | הַדָּבָ֔ר (hadavar) = het woord | וּבִ֥ינָה (uvina) = en inzicht | ל֖וֹ (lo) = voor hem | בַּמַּרְאֶֽה (bamare) = in het beeld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis. Het Perzische rijk reikte veel verder. Voetnoot Uitleg: In Dan. 7–12 vertalen wij mar'eh en chazon steeds met ‘beeld’ (mar'eh, hier in 10:1, 7, 8 en 16) en ‘gezicht’ (chazon, hier in 10:14). Voetnoot : כֹּרֶשׁ (Koresh), ‘Kores’: de koning van Perzië die de ballingen liet terugkeren (zie Ezra 1:1–3). Voetnoot : בֵּלְטְשַׁאצַּר (Belteshatstsar), ‘Beltsazar’: de naam die Daniël aan het Babylonische hof kreeg (zie Dan. 1:7). Voetnoot : וְצָבָא גָדוֹל (vetsava gadol), ‘en een grote strijd’: het woord צָבָא (tsava) betekent ‘leger’, ‘dienst’ en ‘strijd’. Het kan hier ook ‘zware dienst’ of ‘grote last’ betekenen. Wij vertalen ‘strijd’. Zie ook: Dan 1:7; Dan 1:17; Dan 1:21; Dan 6:29; Dan 8:26; Ezra 1:1–3 ### Daniël rouwt drie weken **10:2** In die dagen was ik, Daniël, in rouw, drie weken lang. Brontekst: בַּיָּמִ֖ים (bayamim) = in de dagen | הָהֵ֑ם (hahem) = die | אֲנִ֤י (ani) = ik | דָֽנִיֵּאל֙ (daniyel) = Daniël | הָיִ֣יתִי (hayiti) = was | מִתְאַבֵּ֔ל (mitabel) = rouwend | שְׁלֹשָׁ֥ה (shelosha) = drie | שָׁבֻעִ֖ים (shavuim) = weken | יָמִֽים (yamim) = dagen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁלֹשָׁה שָׁבֻעִים יָמִים (sheloshah shavu’im yamim): letterlijk ‘drie weken, dagen’. Zo wordt gezegd dat het om hele weken van dagen gaat, dus drie weken lang. Zie ook: Ps 43:2; Dan 9:24–27; Ezra 9:4–5; Neh 1:4; Mat 9:15 **10:3** Smakelijk brood at ik niet. Vlees en wijn kwamen niet in mijn mond. Ik zalfde mij ook niet met olie, tot de drie weken voorbij waren. Brontekst: לֶ֣חֶם (lechem) = brood van | חֲמֻד֞וֹת (chamudot) = kostbaarheden | לֹ֣א (lo) = niet | אָכַ֗לְתִּי (akhalti) = at ik | וּבָשָׂ֥ר (uvasar) = en vlees | וָיַ֛יִן (vayayin) = en wijn | לֹא (lo) = niet | בָ֥א (ba) = kwam | אֶל (el) = in | פִּ֖י (pi) = mijn mond | וְס֣וֹךְ (vesokh) = en zalfolie | לֹא (lo) = niet | סָ֑כְתִּי (sakhti) = zalfde ik | עַד (ad) = tot | מְלֹ֕את (melot) = het voltooien van | שְׁלֹ֥שֶׁת (sheloshet) = drie | שָׁבֻעִ֖ים (shavuim) = weken | יָמִֽים (yamim) = dagen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לֶחֶם חֲמֻדוֹת (lechem chamudot), ‘brood van kostbaarheden’: fijn en lekker brood. Wij vertalen ‘smakelijk brood’. Voetnoot : סוּךְ (suk), ‘zalven’: het gewone insmeren met olie. Wie rouwt, laat dat achterwege. Zie ook: Amos 5:11; Jes 24:6–11; Dan 11:8; Mat 6:17; 1 Kor 9:27 **10:4** Op de vierentwintigste dag van de eerste maand stond ik aan de oever van de grote rivier, de Tigris. Brontekst: וּבְי֛וֹם (uveyom) = en op de dag | עֶשְׂרִ֥ים (esrim) = twintig | וְאַרְבָּעָ֖ה (vearbaa) = en vier | לַחֹ֣דֶשׁ (lachodesh) = van de maand | הָרִאשׁ֑וֹן (harishon) = de eerste | וַאֲנִ֗י (vaani) = en ik | הָיִ֛יתִי (hayiti) = was | עַ֣ל (al) = aan | יַ֧ד (yad) = de kant van | הַנָּהָ֛ר (hanahar) = de rivier | הַגָּד֖וֹל (hagadol) = de grote | ה֥וּא (hu) = die | חִדָּֽקֶל (chidaqel) = Tigris Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Tigris: De Tigris ontspringt in het hoogland van Turkije en stroomt door Irak naar de Perzische Golf. Voetnoot Uitleg: חִדֶּקֶל (Chiddekel), ‘Tigris’: het Hebreeuws noemt de rivier Chiddekel, net als Gen. 2:14, waar wij ‘Tigris’ schrijven. Ook hier schrijven wij ‘Tigris’. Voetnoot : De eerste maand is de maand waarmee het jaar begint (Exod. 12:2). In die maand valt het Pesach, op de veertiende dag (Exod. 12:6). De tekst zegt niet of dat met Daniëls rouw samenhangt. Zie ook: Gen 2:14; Ex 12:2; Ex 12:6; Ezech 1:3; Dan 8:2 ### De man in linnen **10:5** Ik sloeg mijn ogen op en zag. En zie, een man, gekleed in linnen, met zijn heupen omgord met goud uit Ufaz. Brontekst: וָאֶשָּׂ֤א (vaesa) = en ik hief op | אֶת (et) = (obj.) | עֵינַי֙ (einay) = mijn ogen | וָאֵ֔רֶא (vaere) = en ik zag | וְהִנֵּ֥ה (vehine) = en zie | אִישׁ (ish) = een man | אֶחָ֖ד (echad) = een | לָב֣וּשׁ (lavush) = gekleed in | בַּדִּ֑ים (badim) = linnen | וּמָתְנָ֥יו (umatenav) = en zijn heupen | חֲגֻרִ֖ים (chagurim) = omgord | בְּכֶ֥תֶם (bekhetem) = met goud van | אוּפָֽז (ufaz) = Ufaz Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אוּפָז (Ufaz): een plaats of streek van fijn goud. Zie ook Jer. 10:9. De ligging is onzeker. Voetnoot : כֶּתֶם (ketem): kostbaar goud. De man wordt beschreven als een verschijning vol glans. Voetnoot : Het Hebreeuws noemt geen naam van deze man. Wij laten dat zo. Zie ook: Jer 10:9; Ezech 9:2; Dan 12:6–7; Openb 1:13–15; Openb 15:6–7 **10:6** Zijn lichaam was als chrysoliet en zijn gezicht zag eruit als bliksem. Zijn ogen waren als brandende fakkels. Zijn armen en zijn voeten waren als de glans van gepolijst brons. Het geluid van zijn woorden was als het geluid van een menigte. Brontekst: וּגְוִיָּת֣וֹ (ugeviyato) = en zijn lichaam | כְתַרְשִׁ֗ישׁ (ketarshish) = als chrysoliet | וּפָנָ֞יו (ufanav) = en zijn gezicht | כְּמַרְאֵ֤ה (kemare) = als het uiterlijk van | בָרָק֙ (baraq) = bliksem | וְעֵינָיו֙ (veeinav) = en zijn ogen | כְּלַפִּ֣ידֵי (kelapidei) = als fakkels van | אֵ֔שׁ (esh) = vuur | וּזְרֹֽעֹתָיו֙ (uzerootav) = en zijn armen | וּמַרְגְּלֹתָ֔יו (umargelotav) = en zijn voeten | כְּעֵ֖ין (keein) = als de kleur van | נְחֹ֣שֶׁת (nechoshet) = brons | קָלָ֑ל (qalal) = gepolijst | וְק֥וֹל (veqol) = en het geluid van | דְּבָרָ֖יו (devarav) = zijn woorden | כְּק֥וֹל (keqol) = als het geluid van | הָמֽוֹן (hamon) = een menigte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תַּרְשִׁישׁ (tarshish), ‘chrysoliet’: een edelsteen, zoals in Ezech. 1:16 en Exod. 28:20. De steen is niet met zekerheid vast te stellen. Voetnoot : לַפִּידֵי אֵשׁ (lappidei esh), ‘fakkels van vuur’: brandende toortsen. Voetnoot : וְעֵין נְחֹשֶׁת קָלָל (ke’ein nechoshet qalal), ‘als de glans van gepolijst brons’: zie Ezech. 1:7. Voetnoot : הָמוֹן (hamon), ‘menigte’: ook ‘gedruis’. Het geluid was als dat van een grote schare. Zie ook: Ex 28:20; Ezech 1:7; Ezech 1:16; Ezech 10:9; Mat 17:2; Openb 1:13–17; Openb 10:3–4; Openb 19:12 **10:7** Alleen ik, Daniël, zag het beeld. De mannen die bij mij waren, zagen het beeld niet. Maar een grote schrik overviel hen en zij vluchtten om zich te verbergen. Brontekst: וְרָאִיתִי֩ (veraiti) = en zag | אֲנִ֨י (ani) = ik | דָנִיֵּ֤אל (daniyel) = Daniël | לְבַדִּי֙ (levadi) = alleen | אֶת (et) = (obj.) | הַמַּרְאָ֔ה (hamara) = het beeld | וְהָאֲנָשִׁים֙ (vehaanashim) = en de mannen | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | הָי֣וּ (hayu) = waren | עִמִּ֔י (imi) = met mij | לֹ֥א (lo) = niet | רָא֖וּ (rau) = zagen | אֶת (et) = (obj.) | הַמַּרְאָ֑ה (hamara) = het beeld | אֲבָ֗ל (aval) = maar | חֲרָדָ֤ה (charada) = schrik | גְדֹלָה֙ (gedola) = grote | נָפְלָ֣ה (nafela) = viel | עֲלֵיהֶ֔ם (aleihem) = op hen | וַֽיִּבְרְח֖וּ (vayivrechu) = en zij vluchtten | בְּהֵחָבֵֽא (behechave) = om zich te verbergen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּהֵחָבֵא (behechave), ‘om zich te verbergen’: letterlijk ‘in het zich verbergen’. Zie ook: Gen 3:10; Jes 2:10; Hand 9:7; Hand 22:9; Heb 12:21 **10:8** Ik bleef alleen achter en zag dit grote beeld. Er bleef geen kracht in mij over. Mijn glans sloeg bij mij om in verval en ik hield geen kracht over. Brontekst: וַאֲנִי֙ (vaani) = en ik | נִשְׁאַ֣רְתִּי (nisharti) = bleef over | לְבַדִּ֔י (levadi) = alleen | וָֽאֶרְאֶ֗ה (vaere) = en ik zag | אֶת (et) = (obj.) | הַמַּרְאָ֤ה (hamara) = het beeld | הַגְּדֹלָה֙ (hagedola) = het grote | הַזֹּ֔את (hazot) = dit | וְלֹ֥א (velo) = en niet | נִשְׁאַר (nishar) = bleef over | בִּ֖י (bi) = in mij | כֹּ֑ח (koch) = kracht | וְהוֹדִ֗י (vehodi) = en mijn glans | נֶהְפַּ֤ךְ (nehpakh) = veranderde | עָלַי֙ (alay) = op mij | לְמַשְׁחִ֔ית (lemashchit) = in verval | וְלֹ֥א (velo) = en niet | עָצַ֖רְתִּי (atsarti) = hield ik vast | כֹּֽחַ (koach) = kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הוֹדִי (hodi), ‘mijn glans’: de gezonde kleur en frisheid van zijn gezicht. מַשְׁחִית (mashchit), ‘verval’: het woord kan ook ‘verderf’ betekenen. Zie ook: Hab 3:16; Dan 7:28; Dan 8:27; Mat 17:6; Openb 1:17 **10:9** Ik hoorde het geluid van zijn woorden. Toen ik het geluid van zijn woorden hoorde, viel ik in diepe slaap, op mijn gezicht, met mijn gezicht naar de grond. Brontekst: וָאֶשְׁמַ֖ע (vaeshma) = en ik hoorde | אֶת (et) = (obj.) | ק֣וֹל (qol) = het geluid van | דְּבָרָ֑יו (devarav) = zijn woorden | וּכְשָׁמְעִי֙ (ukheshamei) = en toen ik hoorde | אֶת (et) = (obj.) | ק֣וֹל (qol) = het geluid van | דְּבָרָ֔יו (devarav) = zijn woorden | וַאֲנִ֗י (vaani) = en ik | הָיִ֛יתִי (hayiti) = was | נִרְדָּ֥ם (nirdam) = in diepe slaap | עַל (al) = op | פָּנַ֖י (panay) = mijn gezicht | וּפָנַ֥י (ufanay) = en mijn gezicht | אָֽרְצָה (aretsa) = naar de grond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִרְדָּם (nirdam), ‘in diepe slaap’: zoals in Jona 1:5. Zie ook: Gen 15:12; Job 4:13; Hoogl 5:2; Jona 1:5; Dan 8:18; Luc 9:32 ### Daniël wordt gesterkt **10:10** En zie, een hand raakte mij aan. Zij zette mij wankelend op mijn knieën en op de palmen van mijn handen. Brontekst: וְהִנֵּה (vehine) = en zie | יָ֖ד (yad) = een hand | נָ֣גְעָה (nagea) = raakte aan | בִּ֑י (bi) = mij | וַתְּנִיעֵ֥נִי (vatenieni) = en zij deed mij wankelen | עַל (al) = op | בִּרְכַּ֖י (birkay) = mijn knieën | וְכַפּ֥וֹת (vekhapot) = en handpalmen van | יָדָֽי (yaday) = mijn handen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תְּנִיעֵנִי (tenia’eni), ‘zij deed mij wankelen’: het werkwoord betekent ‘schudden’ of ‘in beweging brengen’. Daniël wordt overeind geholpen, maar hij trilt nog. Zie ook: Jer 1:9; Dan 8:18; Dan 10:16; Dan 10:18; Openb 1:17 **10:11** Hij zei tegen mij: „Daniël, zeer gewaardeerde man, begrijp de woorden die ik tot je spreek en ga rechtop staan. Want nu ben ik naar je toe gezonden.” Toen hij dit woord tot mij sprak, stond ik bevend op. Brontekst: וַיֹּ֣אמֶר (vayomer) = en hij zei | אֵלַ֡י (elay) = tegen mij | דָּנִיֵּ֣אל (daniyel) = Daniël | אִישׁ (ish) = man van | חֲ֠מֻדוֹת (chamudot) = kostbaarheden | הָבֵ֨ן (haven) = begrijp | בַּדְּבָרִ֜ים (badevarim) = de woorden | אֲשֶׁר֩ (asher) = die | אָנֹכִ֨י (anokhi) = ik | דֹבֵ֤ר (dover) = spreek | אֵלֶ֨יךָ֙ (eleikha) = tot jou | וַעֲמֹ֣ד (vaamod) = en sta | עַל (al) = op | עָמְדֶ֔ךָ (amedekha) = je standplaats | כִּ֥י (ki) = want | עַתָּ֖ה (ata) = nu | שֻׁלַּ֣חְתִּי (shulachti) = ben ik gezonden | אֵלֶ֑יךָ (eleikha) = tot jou | וּבְדַבְּר֥וֹ (uvedabero) = en toen hij sprak | עִמִּ֛י (imi) = met mij | אֶת (et) = (obj.) | הַדָּבָ֥ר (hadavar) = het woord | הַזֶּ֖ה (haze) = dit | עָמַ֥דְתִּי (amadti) = stond ik | מַרְעִֽיד (marid) = bevend Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִישׁ חֲמֻדוֹת (ish chamudot), ‘man van kostbaarheden’: iemand die zeer gewaardeerd wordt. Hetzelfde staat in vers 19. Wij vertalen ‘zeer gewaardeerde man’. Voetnoot : וַעֲמֹד עַל עָמְדֶךָ (va’amod al omdekha): letterlijk ‘sta op je standplaats’. Dat betekent: ga rechtop staan waar je staat. Zie ook: Ps 45:12; Ezech 2:1; Dan 8:16–17; Dan 10:19; Mar 16:8; Hand 26:16 ### De boodschapper spreekt **10:12** Hij zei tegen mij: „Wees niet bang, Daniël. Want vanaf de eerste dag dat je je hart erop zette om te begrijpen, zijn je woorden gehoord. Je verootmoedigde je voor het aangezicht van je Elohim. Ik ben gekomen vanwege je woorden. Brontekst: וַיֹּ֣אמֶר (vayomer) = en hij zei | אֵלַי֮ (elay) = tegen mij | אַל (al) = niet | תִּירָ֣א (tira) = wees bang | דָנִיֵּאל֒ (daniyel) = Daniël | כִּ֣י (ki) = want | מִן (min) = van | הַיּ֣וֹם (hayom) = de dag | הָרִאשׁ֗וֹן (harishon) = de eerste | אֲשֶׁ֨ר (asher) = die | נָתַ֧תָּ (natata) = je zette | אֶֽת (et) = (obj.) | לִבְּךָ֛ (libekha) = je hart | לְהָבִ֧ין (lehavin) = om te begrijpen | וּלְהִתְעַנּ֛וֹת (ulehitanot) = en om je te verootmoedigen | לִפְנֵ֥י (lifnei) = voor het aangezicht van | אֱלֹהֶ֖יךָ (eloheikha) = je Elohim | נִשְׁמְע֣וּ (nishmeu) = zijn gehoord | דְבָרֶ֑יךָ (devareikha) = je woorden | וַאֲנִי (vaani) = en ik | בָ֖אתִי (bati) = ben gekomen | בִּדְבָרֶֽיךָ (bidvareikha) = vanwege je woorden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וּלְהִתְעַנּוֹת (ulhit’annot), ‘en je te verootmoedigen’: je klein maken voor Elohim, bijvoorbeeld door te vasten of te rouwen (vergelijk vers 3). Zie ook: Jes 58:9; Dan 9:20–23; Dan 10:3; Dan 10:19; Hand 10:30–31; Hand 18:9–10 **10:13** De overste van het koninkrijk Perzië stond 21 dagen lang tegenover mij. Maar zie, Michaël, een van de eerste oversten, kwam mij te hulp. Ik bleef daar achter bij de koningen van Perzië. Brontekst: וְשַׂ֣ר (vesar) = en de overste van | מַלְכ֣וּת (malkhut) = het koninkrijk van | פָּרַ֗ס (paras) = Perzië | עֹמֵ֤ד (omed) = stond | לְנֶגְדִּי֙ (lenegdi) = tegenover mij | עֶשְׂרִ֣ים (esrim) = twintig | וְאֶחָ֣ד (veechad) = en een | י֔וֹם (yom) = dag | וְהִנֵּ֣ה (vehine) = en zie | מִֽיכָאֵ֗ל (mikhael) = Michaël | אַחַ֛ד (achad) = een van | הַשָּׂרִ֥ים (hasarim) = de oversten | הָרִאשֹׁנִ֖ים (harishonim) = de eersten | בָּ֣א (ba) = kwam | לְעָזְרֵ֑נִי (leazereni) = om mij te helpen | וַאֲנִי֙ (vaani) = en ik | נוֹתַ֣רְתִּי (notarti) = werd achtergelaten | שָׁ֔ם (sham) = daar | אֵ֖צֶל (etsel) = naast | מַלְכֵ֥י (malkhei) = de koningen van | פָרָֽס (paras) = Perzië Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis. Het Perzische rijk reikte veel verder. Voetnoot Uitleg: שַׂר (sar), ‘overste’: een leider of aanvoerder. Hier gaat het om een macht die tegenover Michaël staat en bij een rijk hoort. De tekst zegt niet precies wie hij is. Vaak wordt hij verbonden met een hemelse macht achter het rijk Perzië. Voetnoot : מִיכָאֵל (Mikha’el), ‘Michaël’: ‘wie is als El?’. Hij heet ‘een van de eerste oversten’ en in vers 21 ‘jullie overste’. Zie ook 12:1. Zie ook: Dan 10:20–21; Dan 10:21; Dan 12:1; Ezra 4:4–6; Jud 1:9; Openb 12:7 **10:14** Ik ben gekomen om je te laten begrijpen wat jouw volk zal overkomen aan het einde van de dagen. Want het gezicht is nog voor die dagen.” Brontekst: וּבָ֨אתִי֙ (uvati) = en ik ben gekomen | לַהֲבִ֣ינְךָ֔ (lahavinekha) = om je te laten begrijpen | אֵ֛ת (et) = (obj.) | אֲשֶׁר (asher) = wat | יִקְרָ֥ה (yiqra) = zal overkomen | לְעַמְּךָ֖ (leamekha) = je volk | בְּאַחֲרִ֣ית (beacharit) = in het einde van | הַיָּמִ֑ים (hayamim) = de dagen | כִּי (ki) = want | ע֥וֹד (od) = nog | חָז֖וֹן (chazon) = een gezicht | לַיָּמִֽים (layamim) = voor de dagen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּאַחֲרִית הַיָּמִים (be’acharit hayamim), ‘aan het einde van de dagen’: de latere tijd. Het woord ‘acharit’ betekent ‘wat daarna komt’. Zie ook: Hab 2:3; Dan 2:28; Dan 8:26; Dan 12:4; Dan 12:9 **10:15** Terwijl hij deze woorden tot mij sprak, richtte ik mijn gezicht naar de grond en werd ik stom. Brontekst: וּבְדַבְּר֣וֹ (uvedabero) = en toen hij sprak | עִמִּ֔י (imi) = met mij | כַּדְּבָרִ֖ים (kadevarim) = zoals de woorden | הָאֵ֑לֶּה (haele) = deze | נָתַ֧תִּי (natati) = zette ik | פָנַ֛י (panay) = mijn gezicht | אַ֖רְצָה (artsa) = naar de grond | וְנֶאֱלָֽמְתִּי (veneelamti) = en ik werd stom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ezech 24:27; Ezech 33:22; Dan 8:18; Dan 10:9; Luc 1:20 **10:16** En zie, iemand die eruitzag als een mens raakte mijn lippen aan. Ik deed mijn mond open en sprak. Ik zei tegen hem die tegenover mij stond: „Mijn heer, door het beeld zijn mijn weeën over mij gekomen. Ik houd geen kracht meer over. Brontekst: וְהִנֵּ֗ה (vehine) = en zie | כִּדְמוּת֙ (kidmut) = als de gedaante van | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | אָדָ֔ם (adam) = mensen | נֹגֵ֖עַ (nogea) = raakte aan | עַל (al) = op | שְׂפָתָ֑י (sefatay) = mijn lippen | וָאֶפְתַּח (vaeftach) = en ik opende | פִּ֗י (pi) = mijn mond | וָאֲדַבְּרָה֙ (vaadabera) = en ik sprak | וָאֹֽמְרָה֙ (vaomera) = en ik zei | אֶל (el) = tegen | הָעֹמֵ֣ד (haomed) = hem die stond | לְנֶגְדִּ֔י (lenegdi) = tegenover mij | אֲדֹנִ֗י (adoni) = mijn heer | בַּמַּרְאָה֙ (bamara) = door het beeld | נֶהֶפְכ֤וּ (nehefkhu) = zijn omgekeerd | צִירַי֙ (tsiray) = mijn weeën | עָלַ֔י (alay) = over mij | וְלֹ֥א (velo) = en niet | עָצַ֖רְתִּי (atsarti) = heb ik behouden | כֹּֽחַ (koach) = kracht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כִּדְמוּת בְּנֵי אָדָם (kidmut bnei adam): letterlijk ‘als de gelijkenis van zonen van mensen’. Het gaat om iemand die op een mens leek. Wie dit is, zegt de tekst niet. Voetnoot : צִירַי (tsirai), ‘mijn weeën’: het woord kan ook ‘pijnen’ betekenen, zoals de pijnen van een vrouw bij de bevalling. Voetnoot : אֲדֹנִי (adoni), ‘mijn heer’: een beleefde aanspreking van een mens of bode, niet de titel van Yahweh. Zie ook: Jes 6:7; Jer 1:9; Dan 7:28; Dan 8:15; Dan 8:17 **10:17** Hoe kan deze knecht van mijn heer met deze mijn heer spreken? Ik heb vanaf nu geen kracht meer in mij en er is geen adem in mij overgebleven.” Brontekst: וְהֵ֣יךְ (veheikh) = en hoe | יוּכַ֗ל (yukhal) = kan | עֶ֤בֶד (eved) = knecht van | אֲדֹנִי֙ (adoni) = mijn heer | זֶ֔ה (ze) = deze | לְדַבֵּ֖ר (ledaber) = spreken | עִם (im) = met | אֲדֹ֣נִי (adoni) = mijn heer | זֶ֑ה (ze) = deze | וַאֲנִ֤י (vaani) = en ik | מֵעַ֨תָּה֙ (meata) = vanaf nu | לֹֽא (lo) = niet | יַעֲמָד (yaamad) = blijft staan | בִּ֣י (bi) = in mij | כֹ֔חַ (koach) = kracht | וּנְשָׁמָ֖ה (uneshama) = en adem | לֹ֥א (lo) = niet | נִשְׁאֲרָה (nishara) = is overgebleven | בִֽי (bi) = in mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֶבֶד אֲדֹנִי זֶה (eved adoni zeh): letterlijk ‘de knecht van deze mijn heer’. Daniël noemt zichzelf een knecht tegenover de boodschapper. Zie ook: Gen 32:20; Ex 24:10–11; Re 6:22; Jes 6:1–5; Mar 12:36 **10:18** Opnieuw raakte hij mij aan, met het uiterlijk van een mens, en hij sterkte mij. Brontekst: וַיֹּ֧סֶף (vayosef) = en hij voegde toe | וַיִּגַּע (vayiga) = en hij raakte aan | בִּ֛י (bi) = mij | כְּמַרְאֵ֥ה (kemare) = als het uiterlijk van | אָדָ֖ם (adam) = een mens | וַֽיְחַזְּקֵֽנִי (vaychazeqeni) = en hij sterkte mij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וַיֹּסֶף (vayyosef), ‘opnieuw’: letterlijk ‘hij voegde toe’. Hij raakte hem een tweede keer aan. Zie ook: 1 Sam 23:15; Jes 35:3–4; Dan 8:18; Dan 10:16; Luc 22:43 **10:19** Hij zei: „Wees niet bang, zeer gewaardeerde man. Vrede voor je. Wees sterk, ja wees sterk.” Toen hij met mij sprak, werd ik sterk. Ik zei: „Laat mijn heer spreken, want u hebt mij sterk gemaakt.” Brontekst: וַיֹּ֜אמֶר (vayomer) = en hij zei | אַל (al) = niet | תִּירָ֧א (tira) = wees bang | אִישׁ (ish) = man van | חֲמֻד֛וֹת (chamudot) = kostbaarheden | שָׁל֥וֹם (shalom) = vrede | לָ֖ךְ (lakh) = voor jou | חֲזַ֣ק (chazaq) = wees sterk | וַחֲזָ֑ק (vachazaq) = en wees sterk | וּֽבְדַבְּר֤וֹ (uvedabero) = en toen hij sprak | עִמִּי֙ (imi) = met mij | הִתְחַזַּ֔קְתִּי (hitchazaqti) = werd ik sterk | וָאֹֽמְרָ֛ה (vaomera) = en ik zei | יְדַבֵּ֥ר (yedaber) = laat spreken | אֲדֹנִ֖י (adoni) = mijn heer | כִּ֥י (ki) = want | חִזַּקְתָּֽנִי (chizaqtani) = u hebt mij sterk gemaakt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲזַק וַחֲזָק (chazaq vachazaq), ‘wees sterk, ja wees sterk’: de herhaling geeft nadruk. Zie ook: Joz 1:9; Re 6:23; Jes 35:4; Dan 9:23; Dan 10:11–12 ### De strijd met de oversten **10:20** Hij zei: „Weet je waarom ik tot je gekomen ben? Nu ga ik terug om te strijden met de overste van Perzië. En terwijl ik wegga, zie, dan komt de overste van Javan. Brontekst: וַיֹּ֗אמֶר (vayomer) = en hij zei | הֲיָדַ֨עְתָּ֙ (hayadata) = heb je geweten | לָמָּה (lama) = waarom | בָּ֣אתִי (bati) = ben ik gekomen | אֵלֶ֔יךָ (eleikha) = tot jou | וְעַתָּ֣ה (veata) = en nu | אָשׁ֔וּב (ashuv) = zal ik terugkeren | לְהִלָּחֵ֖ם (lehilachem) = om te strijden | עִם (im) = met | שַׂ֣ר (sar) = de overste van | פָּרָ֑ס (paras) = Perzië | וַאֲנִ֣י (vaani) = en ik | יוֹצֵ֔א (yotse) = wegga | וְהִנֵּ֥ה (vehine) = en zie | שַׂר (sar) = de overste van | יָוָ֖ן (yavan) = Javan | בָּֽא (ba) = komt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis. Het Perzische rijk reikte veel verder. Voetnoot Uitleg: שַׂר יָוָן (sar Yavan), ‘de overste van Javan’: Javan is Griekenland (zie Gen. 10:2). Net als bij Perzië gaat het om een overste die bij dat rijk hoort. Zie ook: Gen 10:2; Dan 8:5–8; Dan 8:21; Dan 10:13; Dan 11:2–4; Hand 12:23 **10:21** Maar ik zal je vertellen wat in het geschrift van waarheid is opgetekend. Er is niemand die zich met mij sterk maakt tegen dezen, behalve Michaël, jullie overste. Brontekst: אֲבָל֙ (aval) = maar | אַגִּ֣יד (agid) = ik zal vertellen | לְךָ֔ (lekha) = aan jou | אֶת (et) = (obj.) | הָרָשׁ֥וּם (harashum) = wat opgetekend staat | בִּכְתָ֖ב (bikhtav) = in het geschrift van | אֱמֶ֑ת (emet) = waarheid | וְאֵ֨ין (veein) = en er is niet | אֶחָ֜ד (echad) = een | מִתְחַזֵּ֤ק (mitchazeq) = die zich sterk maakt | עִמִּי֙ (imi) = met mij | עַל (al) = tegen | אֵ֔לֶּה (ele) = dezen | כִּ֥י (ki) = maar | אִם (im) = alleen | מִיכָאֵ֖ל (mikhael) = Michaël | שַׂרְכֶֽם (sarkhem) = jullie overste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּכְתָב אֱמֶת (bichtav emet), ‘in het geschrift van waarheid’: een geschrift waarin vastligt wat zal gebeuren. Zie ook: Dan 10:13; Dan 12:1; Dan 12:4; Jud 1:9; Openb 12:7 ## Daniël 11 _De koningen van het Zuiden en het Noorden_ ### De toespraak gaat verder **11:1** In het eerste jaar van Darius de Mediër stond ik naast hem om hem te steunen en te beschermen. Brontekst: וַאֲנִי֙ (vaani) = en ik | בִּשְׁנַ֣ת (bishnat) = in het jaar | אַחַ֔ת (achat) = eerste | לְדָרְיָ֖וֶשׁ (ledareyavesh) = van Darius | הַמָּדִ֑י (hamadi) = de Mediër | עָמְדִ֛י (amedi) = mijn staan | לְמַחֲזִ֥יק (lemachaziq) = tot steun | וּלְמָע֖וֹז (ulemaoz) = en tot bescherming | לֽוֹ (lo) = voor hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers hoort bij de toespraak die in 10:20 begint. De spreker is de boodschapper uit hoofdstuk 10. Hij zegt dat hij in het eerste jaar van Darius de Mediër naast Michaël stond (vergelijk 10:21). Voetnoot : מָעוֹז (ma’oz), ‘bescherming’: een plek waar je veilig bent, ook ‘vesting’. Zie ook: Dan 6:1; Dan 9:1; Dan 10:18; Hand 14:22 ### Perzië en Javan **11:2** Nu zal ik je de waarheid vertellen. Zie, er zullen nog drie koningen opstaan in Perzië. De vierde zal veel rijker worden dan allen. Als hij sterk is geworden door zijn rijkdom, zal hij alles opwekken tegen het koninkrijk Javan. Brontekst: וְעַתָּ֕ה (veata) = en nu | אֱמֶ֖ת (emet) = waarheid | אַגִּ֣יד (agid) = ik zal vertellen | לָ֑ךְ (lakh) = aan jou | הִנֵּה (hine) = zie | עוֹד֩ (od) = nog | שְׁלֹשָׁ֨ה (shelosha) = drie | מְלָכִ֜ים (melakhim) = koningen | עֹמְדִ֣ים (omedim) = staande | לְפָרַ֗ס (lefaras) = voor Perzië | וְהָֽרְבִיעִי֙ (veharevii) = en de vierde | יַעֲשִׁ֤יר (yaashir) = zal rijk worden | עֹֽשֶׁר (osher) = rijkdom | גָּדוֹל֙ (gadol) = grote | מִכֹּ֔ל (mikol) = meer dan allen | וּכְחֶזְקָת֣וֹ (ukhechezqato) = en zodra hij sterk is | בְעָשְׁר֔וֹ (beashero) = door zijn rijkdom | יָעִ֣יר (yair) = zal opwekken | הַכֹּ֔ל (hakol) = alles | אֵ֖ת (et) = (obj.) | מַלְכ֥וּת (malkhut) = het koninkrijk van | יָוָֽן (yavan) = Javan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis. Het Perzische rijk reikte veel verder. Voetnoot Uitleg: יָוָן (Yavan), ‘Javan’: Griekenland (zie Gen. 10:2). Voetnoot : אֶת מַלְכוּת יָוָן (et malkhut Yavan): letterlijk ‘het koninkrijk Javan’. Het Hebreeuws heeft hier geen voorzetsel. Wij vertalen ‘tegen’, zoals de zin vraagt. Voetnoot : De vierde koning wordt vaak verbonden met een Perzische koning, maar de tekst noemt geen namen. Zie ook: Gen 10:2; Amos 3:7; Dan 8:26; Dan 11:25; Ezra 4:5–6; Openb 21:5 **11:3** Dan zal een koning opstaan, een held. Hij zal met grote macht heersen en doen wat hij wil. Brontekst: וְעָמַ֖ד (veamad) = en zal opstaan | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning | גִּבּ֑וֹר (gibor) = held | וּמָשַׁל֙ (umashal) = en zal heersen | מִמְשָׁ֣ל (mimshal) = heerschappij | רַ֔ב (rav) = grote | וְעָשָׂ֖ה (veasa) = en zal doen | כִּרְצוֹנֽוֹ (kirtsono) = naar zijn wil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גִּבּוֹר (gibbor), ‘held’: een sterke krijger. De koning die hier opstaat wordt vaak verbonden met Alexander de Grote van Griekenland. De tekst noemt geen naam. Zie ook: Dan 5:19; Dan 7:6; Dan 8:21; Dan 11:16; Dan 11:36 **11:4** Zodra hij is opgestaan, wordt zijn koninkrijk verbroken. Het wordt verdeeld naar de vier winden van de hemel. Het gaat niet naar zijn nageslacht en heeft niet de macht waarmee hij heerste. Want zijn koninkrijk wordt uitgerukt en gaat naar anderen, buiten dezen. Brontekst: וּכְעָמְדוֹ֙ (ukheamedo) = en zodra hij opstaat | תִּשָּׁבֵ֣ר (tishaver) = zal worden verbroken | מַלְכוּת֔וֹ (malkhuto) = zijn koninkrijk | וְתֵחָ֕ץ (vetechats) = en zal worden verdeeld | לְאַרְבַּ֖ע (learba) = naar vier | רוּח֣וֹת (ruchot) = winden van | הַשָּׁמָ֑יִם (hashamayim) = de hemel | וְלֹ֣א (velo) = en niet | לְאַחֲרִית֗וֹ (leacharito) = voor zijn nageslacht | וְלֹ֤א (velo) = en niet | כְמָשְׁלוֹ֙ (kemashelo) = zoals zijn heerschappij | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | מָשָׁ֔ל (mashal) = hij heerste | כִּ֤י (ki) = want | תִנָּתֵשׁ֙ (tinatesh) = zal worden uitgerukt | מַלְכוּת֔וֹ (malkhuto) = zijn koninkrijk | וְלַאֲחֵרִ֖ים (velaacherim) = en voor anderen | מִלְּבַד (milevad) = behalve | אֵֽלֶּה (ele) = dezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַרְבַּע רוּחוֹת הַשָּׁמָיִם (arba ruchot hashamayim), ‘de vier winden van de hemel’: de vier windstreken. Vergelijk Zach. 2:10 (NL 2:6). Voetnoot : לְאַחֲרִיתוֹ (le’acharito), ‘voor zijn nageslacht’: letterlijk ‘voor wat na hem komt’. Zie ook: Jer 12:15; Jer 12:17; Dan 7:8; Dan 8:8; Dan 8:22; Zach 2:10 ### De koning van het Zuiden en die van het Noorden **11:5** De koning van het Zuiden wordt sterk. Ook een van zijn oversten wordt sterk, sterker dan hij, en gaat heersen. Zijn heerschappij is een grote heerschappij. Brontekst: וְיֶחֱזַ֥ק (veyechezaq) = en zal sterk worden | מֶֽלֶךְ (melekh) = koning van | הַנֶּ֖גֶב (hanegev) = het Zuiden | וּמִן (umin) = en van | שָׂרָ֑יו (sarav) = zijn oversten | וְיֶחֱזַ֤ק (veyechezaq) = en zal sterk worden | עָלָיו֙ (alav) = boven hem | וּמָשָׁ֔ל (umashal) = en zal heersen | מִמְשָׁ֥ל (mimshal) = heerschappij | רַ֖ב (rav) = grote | מֶמְשַׁלְתּֽוֹ (memshalto) = zijn heerschappij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֶלֶךְ הַנֶּגֶב (melekh hanegev), ‘de koning van het Zuiden’, en מֶלֶךְ הַצָּפוֹן (melekh hatsafon), ‘de koning van het Noorden’: zo heten twee koningen in dit hoofdstuk. De tekst noemt geen namen. Vaak worden zij verbonden met de Ptolemaeën in Egypte en de Seleuciden in Syrië. Wij laten de namen weg. Voetnoot : שָׂרָיו (sarav), ‘zijn oversten’: hier mensen die onder de koning dienen. Zie ook: Dan 11:8–9; Dan 11:11; Dan 11:14; Dan 11:25; Dan 11:40 **11:6** Na enkele jaren sluiten zij een verbond. De dochter van de koning van het Zuiden komt dan bij de koning van het Noorden om een overeenkomst te sluiten. Maar zij behoudt de kracht van haar arm niet. Hij houdt geen stand, en zijn arm ook niet. Zij wordt prijsgegeven, zij en wie haar bracht, wie haar heeft gebaard en wie haar steunde in die tijden. Brontekst: וּלְקֵ֤ץ (uleqets) = en na het einde van | שָׁנִים֙ (shanim) = jaren | יִתְחַבָּ֔רוּ (yitchabaru) = zullen zij zich verbinden | וּבַ֣ת (uvat) = en de dochter van | מֶֽלֶךְ (melekh) = koning van | הַנֶּ֗גֶב (hanegev) = het Zuiden | תָּבוֹא֙ (tavo) = zal komen | אֶל (el) = tot | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַצָּפ֔וֹן (hatsafon) = het Noorden | לַעֲשׂ֖וֹת (laasot) = om te sluiten | מֵישָׁרִ֑ים (meisharim) = een overeenkomst | וְלֹֽא (velo) = maar niet | תַעְצֹ֞ר (tatsor) = zal zij behouden | כּ֣וֹחַ (koach) = kracht van | הַזְּר֗וֹעַ (hazeroa) = de arm | וְלֹ֤א (velo) = en niet | יַעֲמֹד֙ (yaamod) = zal hij standhouden | וּזְרֹע֔וֹ (uzeroo) = en zijn arm | וְתִנָּתֵ֨ן (vetinaten) = en zal worden prijsgegeven | הִ֤יא (hi) = zij | וּמְבִיאֶ֨יהָ֙ (umevieiha) = en wie haar bracht | וְהַיֹּ֣לְדָ֔הּ (vehayoledah) = en wie haar heeft gebaard | וּמַחֲזִקָ֖הּ (umachaziqah) = en wie haar steunde | בָּעִתִּֽים (baitim) = in die tijden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֵישָׁרִים (meisharim): letterlijk ‘rechte dingen’. Het gaat om een overeenkomst of regeling, die rechtmatig moet zijn. Voetnoot : וְהַיֹּלְדָהּ (vehayoldah), ‘wie haar heeft gebaard’: zo luidt de Masoretische tekst. Sommige oude vertalingen lezen anders, namelijk ‘haar kind’. Voetnoot : וְלֹא יַעֲמֹד וּזְרֹעוֹ (velo ya’amod uzro’o): letterlijk ‘en hij zal niet standhouden en zijn arm’. Wie ‘hij’ is, zegt het Hebreeuws niet. Zie ook: Job 38:15; Dan 11:7; Dan 11:13; Dan 11:15; Dan 11:40 **11:7** In zijn plaats staat iemand op uit een scheut van haar wortels. Hij komt bij het leger en gaat de vesting van de koning van het Noorden binnen. Hij handelt met hen en toont zich sterk. Brontekst: וְעָמַ֛ד (veamad) = en zal opstaan | מִנֵּ֥צֶר (minetser) = uit een scheut van | שָׁרָשֶׁ֖יהָ (sharasheiha) = haar wortels | כַּנּ֑וֹ (kano) = zijn plaats | וְיָבֹ֣א (veyavo) = en hij zal komen | אֶל (el) = tegen | הַחַ֗יִל (hachayil) = het leger | וְיָבֹא֙ (veyavo) = en hij zal binnengaan | בְּמָעוֹז֙ (bemaoz) = in de vesting van | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַצָּפ֔וֹן (hatsafon) = het Noorden | וְעָשָׂ֥ה (veasa) = en hij zal handelen | בָהֶ֖ם (bahem) = met hen | וְהֶחֱזִֽיק (vehecheziq) = en hij zal zich sterk tonen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֵצֶר (netser), ‘scheut’: een jonge tak uit een wortel, zoals in Jes. 11:1. Zie ook: Ps 49:11–14; Jes 9:13; Jes 11:1; Dan 11:19–20; Dan 11:38–39; Luc 12:20 **11:8** Ook hun goden met hun gegoten beelden en hun kostbare voorwerpen van zilver en goud voert hij als buit mee naar Egypte. Jarenlang houdt hij zich afzijdig van de koning van het Noorden. Brontekst: וְגַ֣ם (vegam) = en ook | אֱֽלֹהֵיהֶ֡ם (eloheihem) = hun goden | עִם (im) = met | נְסִֽכֵיהֶם֩ (nesikheihem) = hun gegoten beelden | עִם (im) = met | כְּלֵ֨י (kelei) = de voorwerpen van | חֶמְדָּתָ֜ם (chemdatam) = hun kostbaarheden | כֶּ֧סֶף (kesef) = zilver | וְזָהָ֛ב (vezahav) = en goud | בַּשְּׁבִ֖י (bashevi) = als gevangenen | יָבִ֣א (yavi) = zal hij brengen | מִצְרָ֑יִם (mitsrayim) = naar Egypte | וְהוּא֙ (vehu) = en hij | שָׁנִ֣ים (shanim) = jaren | יַעֲמֹ֔ד (yaamod) = zal zich afzijdig houden | מִמֶּ֖לֶךְ (mimelekh) = van de koning van | הַצָּפֽוֹן (hatsafon) = het Noorden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: נְסִכֵיהֶם (nesikhem), ‘hun gegoten beelden’: het woord betekent eigenlijk ‘wat uitgegoten is’. Het kan een gegoten beeld zijn, maar ook een plengoffer. Voetnoot : יַעֲמֹד מִמֶּלֶךְ (ya’amod mimmelekh): letterlijk ‘hij zal staan van de koning’. Dat kan betekenen ‘zich afzijdig houden van’ of ‘standhouden tegenover’. Wij kiezen het eerste. Zie ook: Gen 31:30; Ex 12:12; Jes 37:19; Jes 46:1–2; Jer 43:12–13 **11:9** Daarna komt hij in het koninkrijk van de koning van het Zuiden en keert hij terug naar zijn eigen land. Brontekst: וּבָ֗א (uva) = en hij zal komen | בְּמַלְכוּת֙ (bemalkhut) = in het koninkrijk van | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַנֶּ֔גֶב (hanegev) = het Zuiden | וְשָׁ֖ב (veshav) = en hij zal terugkeren | אֶל (el) = naar | אַדְמָתֽוֹ (admato) = zijn land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt alleen ‘hij’. Wij nemen aan dat de koning van het Noorden wordt bedoeld, maar de tekst zegt dat niet. **11:10** Zijn zonen zullen strijd voeren en een menigte van grote legers verzamelen. Hij zal zeker komen, overstromen en voorbijtrekken. Hij keert terug en voert strijd tot aan zijn vesting. Brontekst: וּבָנָ֣יו (uvanav) = en zijn zonen | יִתְגָּר֗וּ (yitgaru) = zullen strijd voeren | וְאָסְפוּ֙ (veasefu) = en zullen verzamelen | הֲמוֹן֙ (hamon) = een menigte van | חֲיָלִ֣ים (chayalim) = legers | רַבִּ֔ים (rabim) = grote | וּבָ֥א (uva) = en hij zal komen | ב֖וֹא (bo) = komen | וְשָׁטַ֣ף (veshataf) = en overstromen | וְעָבָ֑ר (veavar) = en doortrekken | וְיָשֹׁ֥ב (veyashov) = en hij zal terugkeren | וְיִתְגָּרֶ֖ה (veyitgare) = en hij zal strijd voeren | עַד (ad) = tot aan | מָעֻזּֽוֹ (mauzo) = zijn vesting Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws gaat over van ‘zijn zonen’ (meervoud) naar ‘hij’ (enkelvoud): één van hen komt. Voetnoot Lezing: In de geschreven tekst (ketiv) staat ובנו (uvno), ‘en zijn zoon’; de voorgelezen tekst (qere) heeft ובניו (uvanav), ‘en zijn zonen’. Ook staat er in de geschreven tekst ויתגרו (veyitgaru), ‘en zij zullen strijd voeren’, tegenover de voorgelezen tekst ויתגרה (veyitgareh), ‘en hij zal strijd voeren’. Verder staat er in de geschreven tekst מעזה (ma’uzzah), ‘haar vesting’, tegenover de voorgelezen tekst מעזו (ma’uzzo), ‘zijn vesting’. Wij volgen de qere. Zie ook: Jes 25:12; Jer 51:42; Dan 9:26; Dan 11:7; Dan 11:26 **11:11** De koning van het Zuiden wordt verbitterd. Hij trekt uit en voert oorlog tegen hem, tegen de koning van het Noorden. Hij stelt een grote menigte op, en de menigte wordt in zijn hand gegeven. Brontekst: וְיִתְמַרְמַר֙ (veyitmarmar) = en zal verbitterd worden | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַנֶּ֔גֶב (hanegev) = het Zuiden | וְיָצָ֕א (veyatsa) = en zal uittrekken | וְנִלְחַ֥ם (venilcham) = en zal strijden | עִמּ֖וֹ (imo) = met hem | עִם (im) = met | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַצָּפ֑וֹן (hatsafon) = het Noorden | וְהֶעֱמִיד֙ (veheemid) = en hij zal opstellen | הָמ֣וֹן (hamon) = een menigte | רָ֔ב (rav) = grote | וְנִתַּ֥ן (venitan) = en zal worden gegeven | הֶהָמ֖וֹן (hehamon) = de menigte | בְּיָדֽוֹ (beyado) = in zijn hand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws gebruikt hier steeds ‘hij’ en ‘hem’. Wij laten dat zo. Wie de menigte opstelt en in wiens hand zij wordt gegeven, wordt niet met zoveel woorden gezegd. Zie ook: Pred 9:11–12; 1 Kon 20:28; Dan 2:38; Dan 8:7; Dan 11:5 **11:12** De menigte wordt weggevoerd en zijn hart wordt hoogmoedig. Hij doet tienduizenden vallen, maar hij blijft niet sterk. Brontekst: וְנִשָּׂ֥א (venisa) = en wordt opgeheven | הֶהָמ֖וֹן (hehamon) = de menigte | וְרָ֣ם (veram) = en wordt verheven | לְבָב֑וֹ (levavo) = zijn hart | וְהִפִּ֛יל (vehipil) = en hij zal doen vallen | רִבֹּא֖וֹת (riboot) = tienduizenden | וְלֹ֥א (velo) = en niet | יָעֽוֹז (yaoz) = zal sterk blijven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִשָּׂא (nissa), ‘weggevoerd’: letterlijk ‘opgetild’, bijvoorbeeld om weggedragen te worden. Voetnoot : רִבְאוֹת (riv’ot), ‘tienduizenden’: een zeer groot aantal. Zie ook: 2 Kron 26:16; 2 Kron 32:25; Hab 2:4–6; Ezech 28:2; 1 Petr 5:5 **11:13** De koning van het Noorden keert terug en stelt een menigte op die groter is dan de eerste. Na enige tijd, na enkele jaren, komt hij zeker met een groot leger en veel bezit. Brontekst: וְשָׁב֙ (veshav) = en zal terugkeren | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַצָּפ֔וֹן (hatsafon) = het Noorden | וְהֶעֱמִ֣יד (veheemid) = en zal opstellen | הָמ֔וֹן (hamon) = een menigte | רַ֖ב (rav) = groter | מִן (min) = dan | הָרִאשׁ֑וֹן (harishon) = de eerste | וּלְקֵ֨ץ (uleqets) = en na het einde van | הָֽעִתִּ֤ים (haitim) = de tijden | שָׁנִים֙ (shanim) = jaren | יָ֣בוֹא (yavo) = zal komen | ב֔וֹא (bo) = komen | בְּחַ֥יִל (bechayil) = met een leger | גָּד֖וֹל (gadol) = groot | וּבִרְכ֥וּשׁ (uvirkhush) = en met bezit | רָֽב (rav) = veel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְקֵץ הָעִתִּים שָׁנִים (leqets ha’ittim shanim): letterlijk ‘aan het einde van de tijden, jaren’. Het gaat om een periode van enkele jaren. Zie ook: Dan 4:13; Dan 11:6–7; Dan 12:7 **11:14** In die tijden staan velen op tegen de koning van het Zuiden. Ook geweldadigen onder jouw volk verheffen zich om het gezicht te laten uitkomen, maar zij komen ten val. Brontekst: וּבָעִתִּ֣ים (uvaitim) = en in de tijden | הָהֵ֔ם (hahem) = die | רַבִּ֥ים (rabim) = velen | יַֽעַמְד֖וּ (yaamdu) = zullen opstaan | עַל (al) = tegen | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַנֶּ֑גֶב (hanegev) = het Zuiden | וּבְנֵ֣י (uvenei) = en zonen van | פָּרִיצֵ֣י (paritsei) = gewelddadigen van | עַמְּךָ֗ (amekha) = je volk | יִֽנַּשְּׂא֛וּ (yinaseu) = zullen zich verheffen | לְהַעֲמִ֥יד (lehaamid) = om te doen opstaan | חָז֖וֹן (chazon) = een gezicht | וְנִכְשָֽׁלוּ (venikhshalu) = en zij zullen struikelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנֵי פָּרִיצֵי עַמְּךָ (bnei peritsei ammekha): letterlijk ‘zonen van de geweldplegers van jouw volk’. Het gaat om gewelddadige mensen onder Daniëls volk. Voetnoot : לְהַעֲמִיד חָזוֹן (leha’amid chazon): letterlijk ‘om een gezicht te laten standhouden’. Zij willen waarmaken wat zij als gezicht zien, maar het mislukt. Zie ook: Hand 4:25–28; Openb 17:17 **11:15** De koning van het Noorden komt, werpt een wal op en neemt een versterkte stad in. De strijdmachten van het Zuiden houden geen stand, ook zijn uitgelezen volk niet. Er is geen kracht om stand te houden. Brontekst: וְיָבֹא֙ (veyavo) = en zal komen | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַצָּפ֔וֹן (hatsafon) = het Noorden | וְיִשְׁפֹּךְ֙ (veyishpokh) = en zal opwerpen | סֽוֹלֲלָ֔ה (solala) = een belegeringswal | וְלָכַ֖ד (velakhad) = en zal innemen | עִ֣יר (ir) = stad van | מִבְצָר֑וֹת (mivtsarot) = vestingen | וּזְרֹע֤וֹת (uzeroot) = en de armen van | הַנֶּ֨גֶב֙ (hanegev) = het Zuiden | לֹ֣א (lo) = niet | יַעֲמֹ֔דוּ (yaamodu) = zullen standhouden | וְעַם֙ (veam) = en het volk van | מִבְחָרָ֔יו (mivcharav) = zijn uitgelezenen | וְאֵ֥ין (veein) = en er is niet | כֹּ֖חַ (koach) = kracht | לַעֲמֹֽד (laamod) = om stand te houden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זְרֹעוֹת (zero’ot), ‘armen’: hier de strijdmachten. Voetnoot : סוֹלֲלָה (solelah), ‘wal’: een opgeworpen dam voor het belegeren van een stad. Zie ook: Joz 1:5; Spr 21:30–31; Jer 6:6; Ezech 4:2; Ezech 17:17 **11:16** Wie tegen hem optrekt, doet wat hij wil, en niemand houdt voor hem stand. Hij komt te staan in het Sierlijke Land, met vernietiging in zijn hand. Brontekst: וְיַ֨עַשׂ (veyaas) = en zal doen | הַבָּ֤א (haba) = wie komt | אֵלָיו֙ (elav) = tegen hem | כִּרְצוֹנ֔וֹ (kirtsono) = naar zijn wil | וְאֵ֥ין (veein) = en er is niet | עוֹמֵ֖ד (omed) = die staat | לְפָנָ֑יו (lefanav) = voor hem | וְיַעֲמֹ֥ד (veyaamod) = en hij zal staan | בְּאֶֽרֶץ (beerets) = in het land van | הַצְּבִ֖י (hatsevi) = het Sierlijke | וְכָלָ֥ה (vekhala) = en vernietiging | בְיָדֽוֹ (beyado) = in zijn hand Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֶרֶץ הַצְּבִי (erets hatsevi), ‘het Sierlijke Land’: een naam voor het land Israël. Vergelijk Ezech. 20:6, waar ‘de pracht van alle landen’ staat, en Dan. 8:9. Het woord ‘tsevi’ betekent ‘sieraad’, ‘pracht’ en ook ‘gazelle’. Voetnoot : וְכָלָה בְיָדוֹ (vekhalah veyado): letterlijk ‘en vernietiging in zijn hand’. Het kan ook ‘en alles wordt door zijn hand voleindigd’ betekenen. Zie ook: Ezech 20:6; Dan 8:7; Dan 8:9; Dan 11:3; Dan 11:36; Dan 11:41 **11:17** Hij richt zijn gezicht erop om met de kracht van heel zijn koninkrijk te komen, en hij sluit een overeenkomst met hem. Hij handelt zo. De dochter van de vrouwen geeft hij hem om haar te verderven. Maar zij houdt geen stand en zal niet voor hem zijn. Brontekst: וְיָשֵׂ֣ם (veyasem) = en hij zal richten | פָּ֠נָיו (panav) = zijn gezicht | לָב֞וֹא (lavo) = om te komen | בְּתֹ֧קֶף (betoqef) = met de kracht van | כָּל (kal) = heel | מַלְכוּת֛וֹ (malkhuto) = zijn koninkrijk | וִישָׁרִ֥ים (visharim) = en rechte voorwaarden | עִמּ֖וֹ (imo) = met hem | וְעָשָׂ֑ה (veasa) = en hij zal doen | וּבַ֤ת (uvat) = en de dochter van | הַנָּשִׁים֙ (hanashim) = de vrouwen | יִתֶּן (yiten) = zal hij geven | ל֣וֹ (lo) = aan hem | לְהַשְׁחִיתָ֔הּ (lehashchitah) = om haar te verderven | וְלֹ֥א (velo) = en niet | תַעֲמֹ֖ד (taamod) = zal zij standhouden | וְלֹא (velo) = en niet | ל֥וֹ (lo) = voor hem | תִהְיֶֽה (tihye) = zal zij zijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וִישָׁרִים עִמּוֹ (vishariim immo): letterlijk ‘en rechte dingen met hem’. Het gaat om overeenkomsten of voorwaarden. Het Hebreeuws is hier moeilijk. Voetnoot : לְהַשְׁחִיתָהּ (lehashchitah), ‘om haar te verderven’: ‘haar’ kan de dochter zijn, maar ook het koninkrijk. Het Hebreeuws laat dat open. Zie ook: 2 Kon 12:18; Ezech 4:3; Ezech 4:7; Mat 12:30; Rom 8:31 **11:18** Hij richt zijn gezicht op de eilanden en neemt er velen in. Maar een bevelhebber maakt een einde aan zijn smaad; ja, hij laat zijn smaad op hem terugkeren. Brontekst: וְיָשֵׂ֧ם (veyasem) = en hij zal richten | פָּנָ֛יו (panav) = zijn gezicht | לְאִיִּ֖ים (leiyim) = naar de eilanden | וְלָכַ֣ד (velakhad) = en hij zal innemen | רַבִּ֑ים (rabim) = velen | וְהִשְׁבִּ֨ית (vehishbit) = en zal doen ophouden | קָצִ֤ין (qatsin) = een bevelhebber | חֶרְפָּתוֹ֙ (cherpato) = zijn smaad | ל֔וֹ (lo) = voor hem | בִּלְתִּ֥י (bilti) = zonder dat | חֶרְפָּת֖וֹ (cherpato) = zijn smaad | יָשִׁ֥יב (yashiv) = hij zal doen terugkeren | לֽוֹ (lo) = op hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אִיִּים (iyyim), ‘eilanden’: ook ‘kustlanden’. Het gaat om gebieden aan de zee. Voetnoot : קָצִין (qatsin), ‘bevelhebber’: een aanvoerder, ook ‘rechter’. Voetnoot : בִּלְתִּי (bilti): meestal ‘zonder’ of ‘behalve’. De zin is moeilijk. Wij vertalen ‘ja’. Voetnoot Lezing: In de geschreven tekst (ketiv) staat וישב (veyashev), ‘en hij keert’. De voorgelezen tekst (qere) heeft וישם (veyasem), ‘en hij richt’. Wij volgen de qere. Zie ook: Hos 12:15; Sef 2:11; Jer 2:10; Jer 31:10; Mat 7:2 **11:19** Hij keert zijn gezicht naar de vestingen van zijn eigen land. Hij struikelt, valt en wordt niet meer gevonden. Brontekst: וְיָשֵׁ֣ב (veyashev) = en hij zal keren | פָּנָ֔יו (panav) = zijn gezicht | לְמָעוּזֵּ֖י (lemauzei) = naar de vestingen van | אַרְצ֑וֹ (artso) = zijn land | וְנִכְשַׁ֥ל (venikhshal) = en hij zal struikelen | וְנָפַ֖ל (venafal) = en hij zal vallen | וְלֹ֥א (velo) = en niet | יִמָּצֵֽא (yimatse) = zal hij gevonden worden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 20:8; Ps 27:2; Ps 37:36; Jer 46:6; Ezech 26:21 **11:20** In zijn plaats staat iemand op die een drijver laat rondtrekken door de luister van het koningschap. Maar na enkele dagen wordt hij verbroken, niet in toorn en niet in oorlog. Brontekst: וְעָמַ֧ד (veamad) = en zal opstaan | עַל (al) = op | כַּנּ֛וֹ (kano) = zijn plaats | מַעֲבִ֥יר (maavir) = iemand die laat doortrekken | נוֹגֵ֖שׂ (noges) = een drijver | הֶ֣דֶר (heder) = de luister van | מַלְכ֑וּת (malkhut) = het koningschap | וּבְיָמִ֤ים (uveyamim) = en in dagen | אֲחָדִים֙ (achadim) = enkele | יִשָּׁבֵ֔ר (yishaver) = zal hij worden verbroken | וְלֹ֥א (velo) = en niet | בְאַפַּ֖יִם (beapayim) = in toorn | וְלֹ֥א (velo) = en niet | בְמִלְחָמָֽה (bemilchama) = in oorlog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַעֲבִיר נוֹגֵשׂ (ma’avir noges), ‘iemand die een drijver laat rondtrekken’: een drijver is iemand die belasting of schatting int, zoals in Exod. 3:7. Het Hebreeuws is kort en moeilijk. Voetnoot : הֶדֶר מַלְכוּת (heder malkhut), ‘de luister van het koningschap’: het mooiste van het rijk. Zie ook: Ex 3:7; Spr 30:33; 2 Kon 23:35; Jes 60:17; Dan 11:7; Dan 11:21 ### Een veracht man **11:21** In zijn plaats staat een veracht man op, aan wie de majesteit van het koningschap niet is gegeven. Hij komt ongemerkt en grijpt het koningschap met vleierij. Brontekst: וְעָמַ֤ד (veamad) = en zal opstaan | עַל (al) = op | כַּנּוֹ֙ (kano) = zijn plaats | נִבְזֶ֔ה (nivze) = een veracht man | וְלֹא (velo) = en niet | נָתְנ֥וּ (natenu) = hebben gegeven | עָלָ֖יו (alav) = aan hem | ה֣וֹד (hod) = de majesteit van | מַלְכ֑וּת (malkhut) = het koningschap | וּבָ֣א (uva) = en hij zal komen | בְשַׁלְוָ֔ה (beshalva) = ongemerkt | וְהֶחֱזִ֥יק (vehecheziq) = en zal vastgrijpen | מַלְכ֖וּת (malkhut) = het koningschap | בַּחֲלַקְלַקּֽוֹת (bachalaqlaqot) = met vleierij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִבְזֶה (nivzeh), ‘veracht’: iemand die niet als koning wordt gezien. Voetnoot : בְּשַׁלְוָה (beshalvah), ‘ongemerkt’: letterlijk ‘in rust’. Het gaat om iets dat gebeurt terwijl men zich veilig voelt. Zo ook in vers 24. Voetnoot : חֲלַקְלַקּוֹת (chalaqlaqqot), ‘vleierij’: letterlijk ‘gladde dingen’. Zo ook in de verzen 32 en 34. Zie ook: Re 9:1–20; Ps 55:22; Nah 1:14; Dan 8:25; Dan 11:24; Dan 11:34 **11:22** De legers van de vloed worden voor hem weggespoeld en verbroken, en ook de leider van het verbond. Brontekst: וּזְרֹע֥וֹת (uzeroot) = en de armen van | הַשֶּׁ֛טֶף (hashetef) = de vloed | יִשָּׁטְפ֥וּ (yishatefu) = zullen worden weggespoeld | מִלְּפָנָ֖יו (milefanav) = van voor hem | וְיִשָּׁבֵ֑רוּ (veyishaveru) = en zullen worden verbroken | וְגַ֖ם (vegam) = en ook | נְגִ֥יד (negid) = de leider van | בְּרִֽית (berit) = het verbond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְגִיד בְּרִית (nagid berit), ‘de leider van het verbond’: de tekst zegt niet wie dit is. Het woord ‘nagid’ is ‘leider’, zoals in 1 Sam. 9:16. Zie ook: 1 Sam 9:16; Nah 1:8; Dan 8:10–11; Dan 8:25; Dan 9:26; Dan 11:10 **11:23** Zodra men zich met hem heeft verbonden, pleegt hij bedrog. Hij trekt op en wordt sterk met weinig volk. Brontekst: וּמִן (umin) = en vanaf | הִֽתְחַבְּר֥וּת (hitchaberut) = het zich verbinden | אֵלָ֖יו (elav) = met hem | יַעֲשֶׂ֣ה (yaase) = zal hij plegen | מִרְמָ֑ה (mirma) = bedrog | וְעָלָ֥ה (veala) = en hij zal optrekken | וְעָצַ֖ם (veatsam) = en sterk worden | בִּמְעַט (bimat) = met weinig | גּֽוֹי (goy) = volk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 52:4; Spr 11:18; Dan 8:25; 2 Tess 2:9; 2 Kor 11:3 **11:24** Ongemerkt komt hij in de rijkste streken van het gewest. Hij doet wat zijn vaders en de vaders van zijn vaders niet deden. Roof, buit en bezit deelt hij onder hen uit. Tegen de vestingen bedenkt hij zijn plannen, tot een bepaalde tijd. Brontekst: בְּשַׁלְוָ֞ה (beshalva) = ongemerkt | וּבְמִשְׁמַנֵּ֣י (uvemishmanei) = en in de rijkste streken van | מְדִינָה֮ (medina) = het gewest | יָבוֹא֒ (yavo) = zal hij komen | וְעָשָׂ֗ה (veasa) = en zal doen | אֲשֶׁ֨ר (asher) = wat | לֹא (lo) = niet | עָשׂ֤וּ (asu) = deden | אֲבֹתָיו֙ (avotav) = zijn vaders | וַאֲב֣וֹת (vaavot) = en de vaders van | אֲבֹתָ֔יו (avotav) = zijn vaders | בִּזָּ֧ה (biza) = roof | וְשָׁלָ֛ל (veshalal) = en buit | וּרְכ֖וּשׁ (urekhush) = en bezit | לָהֶ֣ם (lahem) = onder hen | יִבְז֑וֹר (yivzor) = zal hij uitdelen | וְעַ֧ל (veal) = en tegen | מִבְצָרִ֛ים (mivtsarim) = vestingen | יְחַשֵּׁ֥ב (yechashev) = zal hij bedenken | מַחְשְׁבֹתָ֖יו (machshevotav) = zijn plannen | וְעַד (vead) = en tot | עֵֽת (et) = een tijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִשְׁמַנֵּי מְדִינָה (mishmanney medinah), ‘de rijkste streken van het gewest’: letterlijk ‘de vette delen van de provincie’. Zie ook: Spr 23:7; Ezech 38:10; Dan 7:25; Neh 9:25; Mat 9:4 **11:25** Hij wekt zijn kracht en zijn moed op tegen de koning van het Zuiden, met een groot leger. De koning van het Zuiden maakt zich tot de strijd gereed met een groot en zeer machtig leger. Maar hij houdt geen stand, want men bedenkt plannen tegen hem. Brontekst: וְיָעֵר֩ (veyaer) = en hij zal opwekken | כֹּח֨וֹ (kocho) = zijn kracht | וּלְבָב֜וֹ (ulevavo) = en zijn hart | עַל (al) = tegen | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַנֶּגֶב֮ (hanegev) = het Zuiden | בְּחַ֣יִל (bechayil) = met een leger | גָּדוֹל֒ (gadol) = groot | וּמֶ֣לֶךְ (umelekh) = en de koning van | הַנֶּ֗גֶב (hanegev) = het Zuiden | יִתְגָּרֶה֙ (yitgare) = zal zich opmaken | לַמִּלְחָמָ֔ה (lamilchama) = tot de oorlog | בְּחַֽיִל (bechayil) = met een leger | גָּד֥וֹל (gadol) = groot | וְעָצ֖וּם (veatsum) = en machtig | עַד (ad) = tot | מְאֹ֑ד (meod) = zeer | וְלֹ֣א (velo) = maar niet | יַעֲמֹ֔ד (yaamod) = zal hij standhouden | כִּֽי (ki) = want | יַחְשְׁב֥וּ (yachshevu) = zij zullen bedenken | עָלָ֖יו (alav) = tegen hem | מַחֲשָׁבֽוֹת (machashavot) = plannen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 15:18; Spr 28:25; Dan 11:2; Dan 11:10 **11:26** Wie zijn spijzen eet, verbreekt hem. Zijn leger overstroomt en veel gedoden vallen. Brontekst: וְאֹכְלֵ֧י (veokhelei) = en zij die eten van | פַת (pat) = het brood van | בָּג֛וֹ (bago) = zijn lekkernijen | יִשְׁבְּר֖וּהוּ (yishberuhu) = zullen hem verbreken | וְחֵיל֣וֹ (vecheilo) = en zijn leger | יִשְׁט֑וֹף (yishtof) = zal overstromen | וְנָפְל֖וּ (venafelu) = en zullen vallen | חֲלָלִ֥ים (chalalim) = gedoden | רַבִּֽים (rabim) = velen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פַּת בַּגּוֹ (pat bago), ‘zijn spijzen’: letterlijk ‘het brood van zijn lekkernijen’. Het zijn mensen die aan zijn tafel eten, zijn vertrouwelingen. Zie ook: 2 Kon 8:14; Mi 7:5–6; Dan 11:10; Mar 14:20; Joh 13:18 **11:27** Die twee koningen hebben kwaad in hun hart. Aan één tafel spreken zij leugens, maar het zal niet slagen. Want het einde komt pas op de vastgestelde tijd. Brontekst: וּשְׁנֵיהֶ֤ם (usheneihem) = en beiden | הַמְּלָכִים֙ (hamelakhim) = de koningen | לְבָבָ֣ם (levavam) = hun hart | לְמֵרָ֔ע (lemera) = naar kwaad | וְעַל (veal) = en aan | שֻׁלְחָ֥ן (shulchan) = tafel | אֶחָ֖ד (echad) = een | כָּזָ֣ב (kazav) = leugen | יְדַבֵּ֑רוּ (yedaberu) = zullen zij spreken | וְלֹ֣א (velo) = maar niet | תִצְלָ֔ח (titslach) = zal slagen | כִּי (ki) = want | ע֥וֹד (od) = nog | קֵ֖ץ (qets) = einde | לַמּוֹעֵֽד (lamoed) = voor de vastgestelde tijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מוֹעֵד (mo’ed), ‘vastgestelde tijd’: een tijd die Elohim heeft bepaald. Zo ook in de verzen 29 en 35. Zie ook: Ps 12:3; Ps 64:7; Jer 9:2–4; Hab 2:3; Dan 11:35 **11:28** Hij keert met veel bezit naar zijn land terug. Zijn hart is gericht tegen het heilige verbond. Hij handelt en keert terug naar zijn land. Brontekst: וְיָשֹׁ֤ב (veyashov) = en hij zal terugkeren | אַרְצוֹ֙ (artso) = naar zijn land | בִּרְכ֣וּשׁ (birkhush) = met bezit | גָּד֔וֹל (gadol) = groot | וּלְבָב֖וֹ (ulevavo) = en zijn hart | עַל (al) = tegen | בְּרִ֣ית (berit) = het verbond van | קֹ֑דֶשׁ (qodesh) = heiligheid | וְעָשָׂ֖ה (veasa) = en hij zal handelen | וְשָׁ֥ב (veshav) = en terugkeren | לְאַרְצֽוֹ (leartso) = naar zijn land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּרִית קֹדֶשׁ (berit qodesh), ‘heilig verbond’: waarschijnlijk het verbond van Elohim met Zijn volk. Zo ook in de verzen 30 en 32 (daar ‘het verbond’). Zie ook: Dan 8:24; Dan 11:22; Dan 11:30–32; Hand 3:25 ### Tegen het heilige verbond **11:29** Op de vastgestelde tijd keert hij terug en komt in het Zuiden. Maar het zal niet zijn zoals de eerste keer en zoals de latere. Brontekst: לַמּוֹעֵ֥ד (lamoed) = op de vastgestelde tijd | יָשׁ֖וּב (yashuv) = zal hij terugkeren | וּבָ֣א (uva) = en zal komen | בַנֶּ֑גֶב (banegev) = in het Zuiden | וְלֹֽא (velo) = en niet | תִהְיֶ֥ה (tihye) = zal het zijn | כָרִאשֹׁנָ֖ה (karishona) = als de eerste | וְכָאַחֲרֹנָֽה (vekhaacharona) = en als de latere Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 14:31; Dan 8:19; Dan 10:1; Dan 11:23; Dan 11:25 **11:30** Schepen van Kittim komen tegen hem op, en hij verliest de moed. Hij keert terug en is woedend op het heilige verbond. Hij handelt, keert terug en let op wie het heilige verbond verlaten. Brontekst: וּבָ֨אוּ (uvau) = en zullen komen | ב֜וֹ (bo) = tegen hem | צִיִּ֤ים (tsiyim) = schepen van | כִּתִּים֙ (kitim) = Kittim | וְנִכְאָ֔ה (venikha) = en hij zal de moed verliezen | וְשָׁ֛ב (veshav) = en hij zal terugkeren | וְזָעַ֥ם (vezaam) = en hij zal toornen | עַל (al) = op | בְּרִֽית (berit) = het verbond van | ק֖וֹדֶשׁ (qodesh) = heiligheid | וְעָשָׂ֑ה (veasa) = en hij zal handelen | וְשָׁ֣ב (veshav) = en hij zal terugkeren | וְיָבֵ֔ן (veyaven) = en hij zal letten | עַל (al) = op | עֹזְבֵ֖י (ozevei) = de verlaters van | בְּרִ֥ית (berit) = het verbond van | קֹֽדֶשׁ (qodesh) = heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צִיִּים כִּתִּים (tsiyyim Kittim), ‘schepen van Kittim’: zie Num. 24:24. Kittim wordt vaak verbonden met Cyprus of de kusten van de Middellandse Zee. Voetnoot : וְנִכְאָה (venikh’ah), ‘en hij verliest de moed’: letterlijk ‘en hij wordt neergeslagen’. Zie ook: Gen 10:4; Num 24:24; Jes 23:12; Jer 2:10; Dan 11:28 **11:31** Legermachten van zijn kant staan op. Zij ontwijden het heiligdom, de vesting, nemen het voortdurende offer weg en plaatsen het verwoestende gruwelbeeld. Brontekst: וּזְרֹעִ֖ים (uzeroim) = en armen | מִמֶּ֣נּוּ (mimenu) = van hem | יַעֲמֹ֑דוּ (yaamodu) = zullen opstaan | וְחִלְּל֞וּ (vechilelu) = en zij zullen ontwijden | הַמִּקְדָּ֤שׁ (hamiqdash) = het heiligdom | הַמָּעוֹז֙ (hamaoz) = de vesting | וְהֵסִ֣ירוּ (vehesiru) = en zij zullen wegnemen | הַתָּמִ֔יד (hatamid) = het voortdurende offer | וְנָתְנ֖וּ (venatenu) = en zij zullen plaatsen | הַשִּׁקּ֥וּץ (hashiquts) = het gruwelbeeld | מְשׁוֹמֵֽם (meshomem) = dat verwoest Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: זְרֹעִים (zero’im), ‘legermachten’: letterlijk ‘armen’. Voetnoot : הַתָּמִיד (hatamid), ‘het voortdurende offer’: het brandoffer dat elke dag gebracht werd (Exod. 29:38–42; Num. 28:3–8). Voetnoot : שִׁקּוּץ מְשׁוֹמֵם (shiqquts meshomem), ‘het verwoestende gruwelbeeld’: een gruwelbeeld dat verwoesting brengt. Zie ook 12:11. Zie ook: Ex 29:38–42; Num 28:3–8; Dan 8:11–13; Dan 9:27; Dan 12:11; Mat 24:15; Mar 13:14 **11:32** Wie het verbond goddeloos schenden, brengt hij met vleierij tot afval. Maar het volk dat zijn Elohim kent, houdt stand en handelt. Brontekst: וּמַרְשִׁיעֵ֣י (umarshiei) = en de schenders van | בְרִ֔ית (berit) = het verbond | יַחֲנִ֖יף (yachanif) = zal hij tot afval brengen | בַּחֲלַקּ֑וֹת (bachalaqot) = met vleierij | וְעַ֛ם (veam) = maar het volk van | יֹדְעֵ֥י (yodeei) = wie kennen | אֱלֹהָ֖יו (elohav) = zijn Elohim | יַחֲזִ֥קוּ (yachaziqu) = zullen sterk zijn | וְעָשֽׂוּ (veasu) = en zullen handelen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יֹדְעֵי אֱלֹהָיו (yod’ei elohav), ‘die zijn Elohim kennen’: het Hebreeuws heeft ‘zijn’, met het volk als geheel bedoeld. Wij schrijven in de vertaling ‘hun’, omdat anders de Elohim van de koning bedoeld lijkt. Zie ook: 1 Kron 28:9; Ps 9:11; Mi 5:6–8; Zach 10:12; Joh 17:3 **11:33** De verstandigen van het volk geven velen inzicht. Toch komen zij ten val door het zwaard, door vuur, door gevangenschap en door roof, dagenlang. Brontekst: וּמַשְׂכִּ֣ילֵי (umaskilei) = en de verstandigen van | עָ֔ם (am) = het volk | יָבִ֖ינוּ (yavinu) = zullen inzicht geven | לָֽרַבִּ֑ים (larabim) = aan velen | וְנִכְשְׁל֞וּ (venikhshelu) = maar zij zullen struikelen | בְּחֶ֧רֶב (becherev) = door het zwaard | וּבְלֶהָבָ֛ה (uvelehava) = en door de vlam | בִּשְׁבִ֥י (bishvi) = door gevangenschap | וּבְבִזָּ֖ה (uveviza) = en door roof | יָמִֽים (yamim) = dagen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַשְׂכִּילִים (maskilim), ‘verstandigen’: mensen die inzicht hebben en het doorgeven. Zo ook in 12:3 en 12:10. Zie ook: Mal 2:7; Mat 24:9; Joh 16:2; Heb 11:34; Openb 13:7–10 **11:34** Als zij ten val komen, krijgen zij een beetje hulp. Maar velen sluiten zich bij hen aan met vleierij. Brontekst: וּבְהִכָּ֣שְׁלָ֔ם (uvehikashelam) = en bij hun struikelen | יֵעָזְר֖וּ (yeazeru) = zullen zij worden geholpen | עֵ֣זֶר (ezer) = met hulp | מְעָ֑ט (meat) = weinig | וְנִלְו֧וּ (venilvu) = en zullen zich aansluiten | עֲלֵיהֶ֛ם (aleihem) = bij hen | רַבִּ֖ים (rabim) = velen | בַּחֲלַקְלַקּֽוֹת (bachalaqlaqot) = met vleierij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Mat 7:15; Hand 20:29–30; Rom 16:18; 2 Petr 2:18–19; 1 Joh 4:1 **11:35** Sommigen van de verstandigen komen ten val, om hen te louteren, te zuiveren en wit te maken, tot de tijd van het einde. Want het is nog voor de vastgestelde tijd. Brontekst: וּמִן (umin) = en van | הַמַּשְׂכִּילִ֣ים (hamaskilim) = de verstandigen | יִכָּֽשְׁל֗וּ (yikashelu) = zullen struikelen | לִצְר֥וֹף (litsrof) = om te louteren | בָּהֶ֛ם (bahem) = onder hen | וּלְבָרֵ֥ר (ulevarer) = en om te zuiveren | וְלַלְבֵּ֖ן (velalben) = en om wit te maken | עַד (ad) = tot | עֵ֣ת (et) = de tijd van | קֵ֑ץ (qets) = het einde | כִּי (ki) = want | ע֖וֹד (od) = nog | לַמּוֹעֵֽד (lamoed) = voor de vastgestelde tijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לִצְרוֹף בָּהֶם (litsrof bahem): letterlijk ‘om te louteren in hen’. Het louteren gebeurt onder hen of door hen. Zie ook: Spr 17:3; Zach 13:9; Mal 3:2–4; Openb 2:10; Openb 7:14 ### De koning die zich verheft **11:36** De koning doet wat hij wil. Hij verheft en vergroot zich boven elke god. Tegen de El van de goden spreekt hij ongehoorde dingen. Hij heeft voorspoed tot de toorn voleindigd is, want wat besloten is, wordt gedaan. Brontekst: וְעָשָׂ֨ה (veasa) = en hij zal doen | כִרְצוֹנ֜וֹ (kirtsono) = naar zijn wil | הַמֶּ֗לֶךְ (hamelekh) = de koning | וְיִתְרוֹמֵ֤ם (veyitromem) = en zal zich verheffen | וְיִתְגַּדֵּל֙ (veyitgadel) = en zal zich groot maken | עַל (al) = boven | כָּל (kal) = elke | אֵ֔ל (el) = god | וְעַל֙ (veal) = en tegen | אֵ֣ל (el) = de El van | אֵלִ֔ים (elim) = goden | יְדַבֵּ֖ר (yedaber) = zal hij spreken | נִפְלָא֑וֹת (niflaot) = ongehoorde dingen | וְהִצְלִ֨יחַ֙ (vehitsliach) = en hij zal voorspoed hebben | עַד (ad) = tot | כָּ֣לָה (kala) = is voltooid | זַ֔עַם (zaam) = de toorn | כִּ֥י (ki) = want | נֶחֱרָצָ֖ה (necheratsa) = wat besloten is | נֶעֱשָֽׂתָה (neesata) = is gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֵל אֵלִים (El elim), ‘de El van de goden’: de hoogste El. Wij vertalen ‘god’ met een kleine letter voor goden van andere volken. Voetnoot : נִפְלָאוֹת (nifla’ot), ‘ongehoorde dingen’: buitengewone en schokkende woorden. Voetnoot : נֶחֱרָצָה (necheratsah), ‘besloten’: het woord wordt ook gebruikt voor wat vastgesteld is en niet meer verandert (zie Jes. 10:23). Zie ook: Deut 10:17; Jes 10:23; Jes 14:13; Dan 11:16; 2 Tess 2:4; Openb 13:5–6 **11:37** Hij let niet op de Elohim van zijn vaders. Hij let ook niet op het verlangen van vrouwen en op geen enkele godheid, want hij maakt zich groter dan allen. Brontekst: וְעַל (veal) = en op | אֱלֹהֵ֤י (elohei) = de Elohim van | אֲבֹתָיו֙ (avotav) = zijn vaders | לֹ֣א (lo) = niet | יָבִ֔ין (yavin) = zal hij letten | וְעַל (veal) = en op | חֶמְדַּ֥ת (chemdat) = het verlangen van | נָשִׁ֛ים (nashim) = vrouwen | וְעַֽל (veal) = en op | כָּל (kal) = elke | אֱל֖וֹהַּ (eloha) = godheid | לֹ֣א (lo) = niet | יָבִ֑ין (yavin) = zal hij letten | כִּ֥י (ki) = want | עַל (al) = boven | כֹּ֖ל (kol) = alles | יִתְגַּדָּֽל (yitgadal) = zal hij zich groot maken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלֹהֵי אֲבֹתָיו (elohei avotav): het woord ‘elohim’ kan ‘Elohim’ of ‘goden’ betekenen. Wij laten dat open. Voetnoot : חֶמְדַּת נָשִׁים (chemdat nashim), ‘het verlangen van vrouwen’: de betekenis is onzeker. Het kan gaan om liefde voor vrouwen, maar ook om een god die door vrouwen wordt vereerd. Zie ook: Gen 3:5; Gen 3:16; Jes 14:13; 2 Tess 2:4; 1 Tim 4:3 **11:38** Hij eert de god van de vestingen, in zijn plaats. Een god die zijn vaders niet kenden, eert hij met goud en zilver, met kostbare steen en met kostbaarheden. Brontekst: וְלֶאֱלֹ֨הַּ֙ (veleeloha) = en de god van | מָֽעֻזִּ֔ים (mauzim) = vestingen | עַל (al) = op | כַּנּ֖וֹ (kano) = zijn plaats | יְכַבֵּ֑ד (yekhabed) = zal hij eren | וְלֶאֱל֜וֹהַּ (veleeloha) = en de godheid | אֲשֶׁ֧ר (asher) = die | לֹא (lo) = niet | יְדָעֻ֣הוּ (yedauhu) = kenden | אֲבֹתָ֗יו (avotav) = zijn vaders | יְכַבֵּ֛ד (yekhabed) = zal hij eren | בְּזָהָ֥ב (bezahav) = met goud | וּבְכֶ֛סֶף (uvekhesef) = en met zilver | וּבְאֶ֥בֶן (uveeven) = en met steen | יְקָרָ֖ה (yeqara) = kostbare | וּבַחֲמֻדֽוֹת (uvachamudot) = en met kostbaarheden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלוֹהַּ מָעֻזִּים (eloah ma’uzzim), ‘de god van de vestingen’: de betekenis is onzeker. Het kan een naam zijn of ‘god van de krachten’. Voetnoot : עַל כַּנּוֹ (al kanno): letterlijk ‘op zijn standplaats’. Het kan ook ‘in zijn plaats’ betekenen, dat wil zeggen in plaats van andere goden. Zie ook: Jes 44:9; 1 Tim 4:1; Openb 13:12–17; Openb 17:1–5; Openb 18:12 **11:39** Hij handelt tegen de sterkste vestingen met behulp van een vreemde god. Wie hem erkent, geeft hij veel eer. Hij laat hen over velen heersen en verdeelt land tegen betaling. Brontekst: וְעָשָׂ֞ה (veasa) = en hij zal handelen | לְמִבְצְרֵ֤י (lemivtserei) = tegen de vestingen van | מָֽעֻזִּים֙ (mauzim) = de sterkten | עִם (im) = met | אֱל֣וֹהַּ (eloha) = een godheid | נֵכָ֔ר (nekhar) = vreemde | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | יַכִּ֖יר (yakir) = hij erkent | יַרְבֶּ֣ה (yarbe) = zal hij vermeerderen | כָב֑וֹד (kavod) = eer | וְהִמְשִׁילָם֙ (vehimshilam) = en hij zal hen laten heersen | בָּֽרַבִּ֔ים (barabim) = over velen | וַאֲדָמָ֖ה (vaadama) = en land | יְחַלֵּ֥ק (yechaleq) = zal hij verdelen | בִּמְחִֽיר (bimchir) = voor een prijs Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מָעֻזִּים (ma’uzzim), ‘sterkten’: moeilijk Hebreeuws; het woord is verwant aan ‘vesting’. Voetnoot Lezing: In de geschreven tekst (ketiv) staat הכיר (hikir), ‘hij erkende’. De voorgelezen tekst (qere) heeft יכיר (yakir), ‘hij zal erkennen’. Wij volgen de qere. Zie ook: Openb 18:9–13 ### De tijd van het einde **11:40** In de tijd van het einde stoot de koning van het Zuiden tegen hem op. De koning van het Noorden stormt op hem af met strijdwagens, ruiters en vele schepen. Hij komt in de landen, overstroomt ze en trekt erdoor. Brontekst: וּבְעֵ֣ת (uveet) = en in de tijd van | קֵ֗ץ (qets) = het einde | יִתְנַגַּ֤ח (yitnagach) = zal stoten | עִמּוֹ֙ (imo) = met hem | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַנֶּ֔גֶב (hanegev) = het Zuiden | וְיִשְׂתָּעֵ֨ר (veyistaer) = en zal losstormen | עָלָ֜יו (alav) = op hem | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | הַצָּפ֗וֹן (hatsafon) = het Noorden | בְּרֶ֨כֶב֙ (berekhev) = met strijdwagens | וּבְפָ֣רָשִׁ֔ים (uvefarashim) = en met ruiters | וּבָאֳנִיּ֖וֹת (uvaoniyot) = en met schepen | רַבּ֑וֹת (rabot) = vele | וּבָ֥א (uva) = en hij zal komen | בַאֲרָצ֖וֹת (baaratsot) = in de landen | וְשָׁטַ֥ף (veshataf) = en overstromen | וְעָבָֽר (veavar) = en doortrekken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 5:28; Dan 11:10; Dan 11:35; Zach 9:14; Openb 16:12 **11:41** Hij komt ook in het Sierlijke Land en velen komen ten val. Maar dezen ontkomen aan zijn hand: Edom, Moab en het voornaamste deel van de zonen van Ammon. Brontekst: וּבָא֙ (uva) = en hij zal komen | בְּאֶ֣רֶץ (beerets) = in het land van | הַצְּבִ֔י (hatsevi) = het Sierlijke | וְרַבּ֖וֹת (verabot) = en velen | יִכָּשֵׁ֑לוּ (yikashelu) = zullen struikelen | וְאֵ֨לֶּה֙ (veele) = en dezen | יִמָּלְט֣וּ (yimaletu) = zullen ontkomen | מִיָּד֔וֹ (miyado) = uit zijn hand | אֱד֣וֹם (edom) = Edom | וּמוֹאָ֔ב (umoav) = en Moab | וְרֵאשִׁ֖ית (vereshit) = en het voornaamste van | בְּנֵ֥י (benei) = de zonen van | עַמּֽוֹן (amon) = Ammon Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië. Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië. Voetnoot Uitleg: אֶרֶץ הַצְּבִי (erets hatsevi), ‘het Sierlijke Land’: zie vers 16. Voetnoot : רֵאשִׁית בְּנֵי עַמּוֹן (reshit bnei Ammon), ‘het voornaamste deel van de zonen van Ammon’: ‘reshit’ is ‘het eerste’, ook ‘het beste’ of ‘het voornaamste’. Zie ook: Jer 9:25; Jer 48:47; Jer 49:6; Ezech 38:8–13; Dan 11:16 **11:42** Hij strekt zijn hand uit naar de landen. Ook het land Egypte ontkomt niet. Brontekst: וְיִשְׁלַ֥ח (veyishlach) = en hij zal uitstrekken | יָד֖וֹ (yado) = zijn hand | בַּאֲרָצ֑וֹת (baaratsot) = tegen de landen | וְאֶ֣רֶץ (veerets) = en het land van | מִצְרַ֔יִם (mitsrayim) = Egypte | לֹ֥א (lo) = niet | תִהְיֶ֖ה (tihye) = zal zijn | לִפְלֵיטָֽה (lifleita) = tot ontkoming Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Zie ook: Ezech 29:14; Zach 10:10–11; Zach 14:17; Openb 11:8 **11:43** Hij heerst over de verborgen schatten van het goud en het zilver en over alle kostbaarheden van Egypte. Libiërs en Kushieten volgen in zijn gevolg. Brontekst: וּמָשַׁ֗ל (umashal) = en hij zal heersen | בְּמִכְמַנֵּי֙ (bemikhmanei) = over de schatten van | הַזָּהָ֣ב (hazahav) = het goud | וְהַכֶּ֔סֶף (vehakesef) = en het zilver | וּבְכֹ֖ל (uvekhol) = en over alle | חֲמֻד֣וֹת (chamudot) = kostbaarheden van | מִצְרָ֑יִם (mitsrayim) = Egypte | וְלֻבִ֥ים (veluvim) = en Libiërs | וְכֻשִׁ֖ים (vekhushim) = en Kushieten | בְּמִצְעָדָֽיו (bemitsadav) = bij zijn schreden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: לֻבִים (Luvim), ‘Libiërs’, en כֻּשִׁים (Kushim), ‘Kushieten’: volken ten westen en ten zuiden van Egypte. Zie 2 Kron. 12:3. Voetnoot : בְּמִצְעָדָיו (bemitsadav), ‘in zijn gevolg’: letterlijk ‘bij zijn schreden’. Zie ook: Re 4:10; 2 Kron 12:3; Nah 3:9; Jer 46:9–10; Ezech 30:4–5 **11:44** Geruchten uit het oosten en het noorden doen hem schrikken. Hij trekt uit in grote woede om velen te vernietigen en onder de ban te brengen. Brontekst: וּשְׁמֻע֣וֹת (ushemuot) = en geruchten | יְבַהֲלֻ֔הוּ (yevahaluhu) = zullen hem doen schrikken | מִמִּזְרָ֖ח (mimizrach) = uit het oosten | וּמִצָּפ֑וֹן (umitsafon) = en uit het noorden | וְיָצָא֙ (veyatsa) = en hij zal uittrekken | בְּחֵמָ֣א (bechema) = in woede | גְדֹלָ֔ה (gedola) = grote | לְהַשְׁמִ֥יד (lehashmid) = om te vernietigen | וּֽלְהַחֲרִ֖ים (ulehacharim) = en onder de ban te brengen | רַבִּֽים (rabim) = velen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְהַחֲרִים (lehacharim), ‘onder de ban brengen’: aan Elohim toewijden door te vernietigen, zoals in Deut. 7:2. Hier gaat het om geweld door een koning. Zie ook: Deut 7:2; Ezech 38:9–12; Dan 11:30; Openb 16:12; Openb 17:13; Openb 19:19–21 **11:45** Hij slaat zijn paleistenten op tussen de zeeën en de heilige berg van het Sierlijke. Dan komt hij aan zijn einde en niemand helpt hem. Brontekst: וְיִטַּע֙ (veyita) = en hij zal planten | אָהֳלֶ֣י (aholei) = tenten van | אַפַּדְנ֔וֹ (apadno) = zijn paleis | בֵּ֥ין (bein) = tussen | יַמִּ֖ים (yamim) = zeeën | לְהַר (lehar) = en de berg van | צְבִי (tsevi) = het Sierlijke | קֹ֑דֶשׁ (qodesh) = heiligheid | וּבָא֙ (uva) = en hij zal komen | עַד (ad) = tot | קִצּ֔וֹ (qitso) = zijn einde | וְאֵ֥ין (veein) = en er is niet | עוֹזֵ֖ר (ozer) = een helper | לֽוֹ (lo) = voor hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֹהֳלֵי אַפַּדְנוֹ (ohalei appadno), ‘zijn paleistenten’: het woord ‘appadno’ komt verder niet voor. Het wordt gezien als een koninklijke tent of een paleis. Voetnoot : בֵּין יַמִּים לְהַר צְבִי קֹדֶשׁ (bein yammim lehar tsevi qodesh): ‘tussen de zeeën en de heilige berg van het Sierlijke’. Waarschijnlijk is de berg Sion bedoeld, maar de tekst noemt geen naam. Zie ook: Ezech 38:22–23; Dan 8:25; 2 Tess 2:4; 2 Tess 2:8; Openb 20:9 ## Daniël 12 _Het einde van de dagen_ ### Michaël zal opstaan **12:1** In die tijd zal Michaël opstaan, de grote overste die staat voor de zonen van jouw volk. Het zal een tijd van nood zijn, zoals er nog niet geweest is sinds er een volk bestaat, tot op die tijd. In die tijd zal jouw volk ontkomen, ieder die in het boek opgeschreven staat. Brontekst: וּבָעֵ֣ת (uvaet) = en in de tijd | הַהִיא֩ (hahi) = die | יַעֲמֹ֨ד (yaamod) = zal opstaan | מִֽיכָאֵ֜ל (mikhael) = Michaël | הַשַּׂ֣ר (hasar) = de overste | הַגָּד֗וֹל (hagadol) = de grote | הָעֹמֵד֮ (haomed) = die staat | עַל (al) = over | בְּנֵ֣י (benei) = de zonen van | עַמֶּךָ֒ (amekha) = jouw volk | וְהָיְתָה֙ (vehayeta) = en zal zijn | עֵ֣ת (et) = een tijd van | צָרָ֔ה (tsara) = nood | אֲשֶׁ֤ר (asher) = die | לֹֽא (lo) = niet | נִהְיְתָה֙ (nihyeta) = is geweest | מִֽהְי֣וֹת (mihyot) = sinds het bestaan van | גּ֔וֹי (goy) = een volk | עַ֖ד (ad) = tot | הָעֵ֣ת (haet) = de tijd | הַהִ֑יא (hahi) = die | וּבָעֵ֤ת (uvaet) = en in de tijd | הַהִיא֙ (hahi) = die | יִמָּלֵ֣ט (yimalet) = zal ontkomen | עַמְּךָ֔ (amekha) = jouw volk | כָּל (kal) = ieder | הַנִּמְצָ֖א (hanimtsa) = die gevonden wordt | כָּת֥וּב (katuv) = opgeschreven | בַּסֵּֽפֶר (basefer) = in het boek Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Dit vers hoort nog bij de toespraak die in 10:20 begint. Voetnoot : מִיכָאֵל (Mikha’el), ‘Michaël’: zie 10:13 en 10:21. Voetnoot : הַשַּׂר הַגָּדוֹל (hasar hagadol), ‘de grote overste’: Michaël staat voor het volk van Daniël. Voetnoot : כָּתוּב בַּסֵּפֶר (katuv basefer), ‘opgeschreven in het boek’: letterlijk ‘gevonden, geschreven in het boek’. Vergelijk Exod. 32:32–33 en Ps. 69:29. Zie ook: Ex 32:32–33; Ps 69:29; Jer 30:7; Mat 24:21; Mar 13:19; Luc 21:23–24; Openb 16:17–21 **12:2** Velen van hen die slapen in de stofgrond zullen ontwaken: dezen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwige afschuw. Brontekst: וְרַבִּ֕ים (verabim) = en velen | מִיְּשֵׁנֵ֥י (miyeshenei) = van de slapenden van | אַדְמַת (admat) = de grond van | עָפָ֖ר (afar) = stof | יָקִ֑יצוּ (yaqitsu) = zullen ontwaken | אֵ֚לֶּה (ele) = dezen | לְחַיֵּ֣י (lechayei) = tot het leven van | עוֹלָ֔ם (olam) = eeuwigheid | וְאֵ֥לֶּה (veele) = en dezen | לַחֲרָפ֖וֹת (lacharafot) = tot smaad | לְדִרְא֥וֹן (lediron) = tot afschuw van | עוֹלָֽם (olam) = eeuwigheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יְשֵׁנֵי אַדְמַת עָפָר (yeshenei admat afar), ‘de slapenden van de stofgrond’: wie in de aarde rust, dus de doden. ‘Velen’ kan ook ‘de velen’ of ‘velen onder hen’ betekenen. Voetnoot : דֵּרָאוֹן (dera’on), ‘afschuw’: zie ook Jes. 66:24. Zie ook: Jes 26:19; Jes 66:24; Ezech 37:12; Mat 25:46; Joh 5:28–29; Openb 20:12 **12:3** De verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel. Zij die de velen rechtvaardig maken, zullen schitteren als de sterren, voor eeuwig en altijd. Brontekst: וְהַ֨מַּשְׂכִּלִ֔ים (vehamaskilim) = en de verstandigen | יַזְהִ֖רוּ (yazhiru) = zullen stralen | כְּזֹ֣הַר (kezohar) = als de glans van | הָרָקִ֑יעַ (haraqia) = het uitspansel | וּמַצְדִּיקֵי֙ (umatsdiqei) = en zij die rechtvaardig maken | הָֽרַבִּ֔ים (harabim) = de velen | כַּכּוֹכָבִ֖ים (kakokhavim) = als de sterren | לְעוֹלָ֥ם (leolam) = voor eeuwig | וָעֶֽד (vaed) = en altijd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַמַּשְׂכִּילִים (hamaskilim), ‘de verstandigen’: zie 11:33. Voetnoot : מַצְדִּיקֵי הָרַבִּים (matsdiqei harabbim), ‘zij die de velen rechtvaardig maken’: vergelijk Jes. 53:11. Voetnoot : רָקִיעַ (raqia), ‘uitspansel’: de hemelkoepel, zoals in Gen. 1:6. Zie ook: Gen 1:6; Spr 4:18; Jes 53:11; Dan 11:33; Dan 11:35; Mat 13:43; Jak 5:19–20 **12:4** Maar jij, Daniël, sluit de woorden af en verzegel het boek tot de tijd van het einde. Velen zullen rondgaan en de kennis zal toenemen.” Brontekst: וְאַתָּ֣ה (veata) = en jij | דָֽנִיֵּ֗אל (daniyel) = Daniël | סְתֹ֧ם (setom) = sluit af | הַדְּבָרִ֛ים (hadevarim) = de woorden | וַחֲתֹ֥ם (vachatom) = en verzegel | הַסֵּ֖פֶר (hasefer) = het boek | עַד (ad) = tot | עֵ֣ת (et) = de tijd van | קֵ֑ץ (qets) = het einde | יְשֹׁטְט֥וּ (yeshotetu) = zullen rondgaan | רַבִּ֖ים (rabim) = velen | וְתִרְבֶּ֥ה (vetirbe) = en zal toenemen | הַדָּֽעַת (hadaat) = de kennis Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סְתֹם (setom), ‘sluit af’: letterlijk ‘stop dicht’. De woorden blijven verborgen. חֲתֹם (chatom), ‘verzegel’: met een zegel sluiten. Voetnoot : יְשֹׁטְטוּ (yeshotetu), ‘zullen rondgaan’: ook ‘rondzwerven’ of ‘doorzoeken’. De betekenis is niet helemaal zeker. Voetnoot : הַדָּעַת (hadda’at), ‘de kennis’: ook ‘inzicht’. Voetnoot : De toespraak die in 10:20 begon, eindigt hier. Zie ook: Dan 8:17; Dan 8:26; Dan 12:9; Openb 10:4; Openb 22:10 ### Twee anderen aan de rivier **12:5** Toen zag ik, Daniël, en zie, er stonden twee anderen. De een stond hier aan de oever van de rivier en de ander daar aan de oever van de rivier. Brontekst: וְרָאִ֨יתִי֙ (veraiti) = en ik zag | אֲנִ֣י (ani) = ik | דָנִיֵּ֔אל (daniyel) = Daniël | וְהִנֵּ֛ה (vehine) = en zie | שְׁנַ֥יִם (shenayim) = twee | אֲחֵרִ֖ים (acherim) = anderen | עֹמְדִ֑ים (omedim) = staande | אֶחָ֥ד (echad) = een | הֵ֨נָּה֙ (hena) = hier | לִשְׂפַ֣ת (lisfat) = aan de oever van | הַיְאֹ֔ר (hayor) = de rivier | וְאֶחָ֥ד (veechad) = en een | הֵ֖נָּה (hena) = daar | לִשְׂפַ֥ת (lisfat) = aan de oever van | הַיְאֹֽר (hayor) = de rivier Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַיְאֹר (hay’or), ‘de rivier’: dit woord is ook de gewone naam van de Nijl. Waarschijnlijk is dezelfde grote rivier bedoeld als in 10:4, de Tigris. Zie ook: Dan 10:4–6; Dan 10:10; Dan 10:16 **12:6** Een van hen zei tegen de man die in linnen gekleed was. Hij stond boven het water van de rivier: „Hoelang duurt het tot het einde van deze wonderlijke dingen?” Brontekst: וַיֹּ֗אמֶר (vayomer) = en hij zei | לָאִישׁ֙ (laish) = tegen de man | לְב֣וּשׁ (levush) = gekleed in | הַבַּדִּ֔ים (habadim) = het linnen | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | מִמַּ֖עַל (mimaal) = boven | לְמֵימֵ֣י (lemeimei) = het water van | הַיְאֹ֑ר (hayor) = de rivier | עַד (ad) = tot | מָתַ֖י (matay) = wanneer | קֵ֥ץ (qets) = het einde van | הַפְּלָאֽוֹת (hapelaot) = de wonderlijke dingen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Het Hebreeuws zegt alleen ‘hij’. Wij nemen aan dat een van de twee anderen uit vers 5 bedoeld wordt. Voetnoot : הַפְּלָאוֹת (happela’ot), ‘de wonderlijke dingen’: van hetzelfde werkwoord als ‘ongehoorde dingen’ in 11:36. Voetnoot : De man die in linnen gekleed was: zie 10:5. Zie ook: Ezech 9:2; Dan 8:13; Dan 8:16; Dan 10:5–6; Dan 12:5; Zach 1:12–13 **12:7** Ik hoorde de man die in linnen gekleed was en boven het water van de rivier stond. Hij hief zijn rechterhand en zijn linkerhand op naar de hemel. Hij zwoer bij Hem die leeft voor eeuwig: „Het is voor een tijd, tijden en een halve tijd. En zodra het verbrijzelen van de macht van het heilige volk voltooid is, zal dit alles voltooid zijn.” Brontekst: וָאֶשְׁמַ֞ע (vaeshma) = en ik hoorde | אֶת (et) = (obj.) | הָאִ֣ישׁ (haish) = de man | לְב֣וּשׁ (levush) = gekleed in | הַבַּדִּ֗ים (habadim) = het linnen | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | מִמַּעַל֮ (mimaal) = boven | לְמֵימֵ֣י (lemeimei) = het water van | הַיְאֹר֒ (hayor) = de rivier | וַיָּ֨רֶם (vayarem) = en hij hief op | יְמִינ֤וֹ (yemino) = zijn rechterhand | וּשְׂמֹאלוֹ֙ (usemolo) = en zijn linkerhand | אֶל (el) = naar | הַשָּׁמַ֔יִם (hashamayim) = de hemel | וַיִּשָּׁבַ֖ע (vayishava) = en hij zwoer | בְּחֵ֣י (bechei) = bij de levende van | הָעוֹלָ֑ם (haolam) = de eeuwigheid | כִּי֩ (ki) = dat | לְמוֹעֵ֨ד (lemoed) = voor een tijd | מֽוֹעֲדִ֜ים (moadim) = tijden | וָחֵ֗צִי (vachetsi) = en een helft | וּכְכַלּ֛וֹת (ukhekhalot) = en zodra zal zijn voltooid | נַפֵּ֥ץ (napets) = het verbrijzelen van | יַד (yad) = de hand van | עַם (am) = het volk van | קֹ֖דֶשׁ (qodesh) = heiligheid | תִּכְלֶ֥ינָה (tikhleina) = zullen worden voltooid | כָל (kal) = al | אֵֽלֶּה (ele) = dezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּחֵי הָעוֹלָם (bechei ha’olam), ‘bij Hem die leeft voor eeuwig’: letterlijk ‘bij het leven van de eeuwigheid’. Vergelijk Deut. 32:40. Voetnoot : מוֹעֵד מוֹעֲדִים וָחֵצִי (mo’ed mo’adim vachetsi), ‘een tijd, tijden en een halve tijd’: dezelfde uitdrukking staat in het Aramees in Dan. 7:25. Voetnoot : נַפֵּץ יַד (nappets yad), ‘het verbrijzelen van de macht’: letterlijk ‘het verbrijzelen van de hand’. Zie ook: Deut 32:40; Dan 7:25; Dan 8:24; Openb 10:5–7; Openb 12:14; Openb 13:5 ### Een boek dat verzegeld blijft **12:8** Ik hoorde het, maar ik begreep het niet. Ik zei: „Mijn heer, wat is de afloop van dit alles?” Brontekst: וַאֲנִ֥י (vaani) = en ik | שָׁמַ֖עְתִּי (shamati) = hoorde | וְלֹ֣א (velo) = maar niet | אָבִ֑ין (avin) = begreep ik | וָאֹ֣מְרָ֔ה (vaomera) = en ik zei | אֲדֹנִ֕י (adoni) = mijn heer | מָ֥ה (ma) = wat | אַחֲרִ֖ית (acharit) = de afloop van | אֵֽלֶּה (ele) = dezen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנִי (adoni), ‘mijn heer’: aanspreking van de man in linnen, niet de titel van Yahweh. Voetnoot : אַחֲרִית (acharit), ‘afloop’: wat er aan het einde uit voortkomt. Zie ook: Dan 12:6; Luc 18:34; Joh 12:16; Hand 1:7; 1 Petr 1:11 **12:9** Hij zei: „Ga, Daniël, want de woorden zijn afgesloten en verzegeld tot de tijd van het einde. Brontekst: וַיֹּ֖אמֶר (vayomer) = en hij zei | לֵ֣ךְ (lekh) = ga | דָּנִיֵּ֑אל (daniyel) = Daniël | כִּֽי (ki) = want | סְתֻמִ֧ים (setumim) = afgesloten | וַחֲתֻמִ֛ים (vachatumim) = en verzegeld | הַדְּבָרִ֖ים (hadevarim) = de woorden | עַד (ad) = tot | עֵ֥ת (et) = de tijd van | קֵֽץ (qets) = het einde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Hier begint een nieuwe toespraak van de man in linnen. Zij loopt tot en met vers 13. Zie ook: Jes 8:16; Jes 29:11; Dan 8:26; Dan 12:4; Dan 12:13; Openb 10:4 **12:10** Velen zullen zich reinigen, zich wit maken en gelouterd worden. De goddelozen zullen goddeloos handelen en geen van de goddelozen zal het begrijpen. Maar de verstandigen zullen het begrijpen. Brontekst: יִ֠תְבָּֽרֲרוּ (yitbararu) = zullen zich reinigen | וְיִֽתְלַבְּנ֤וּ (veyitlabenu) = en zich wit maken | וְיִצָּֽרְפוּ֙ (veyitsarefu) = en gelouterd worden | רַבִּ֔ים (rabim) = velen | וְהִרְשִׁ֣יעוּ (vehirshiu) = en zullen goddeloos handelen | רְשָׁעִ֔ים (reshaim) = goddelozen | וְלֹ֥א (velo) = en niet | יָבִ֖ינוּ (yavinu) = zullen begrijpen | כָּל (kal) = geen | רְשָׁעִ֑ים (reshaim) = goddelozen | וְהַמַּשְׂכִּלִ֖ים (vehamaskilim) = maar de verstandigen | יָבִֽינוּ (yavinu) = zullen begrijpen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יִתְבָּרְרוּ וְיִתְלַבְּנוּ וְיִצָּרְפוּ (yitbarru veyitlabbenu veyitsarfu): drie werkwoorden die horen bij het zuiveren van metaal en kleding: zuiveren, wit maken, louteren. Vergelijk 11:35. Zie ook: Hos 14:10; Dan 11:35; Joh 8:47; 2 Tess 2:10–12; Openb 22:11 **12:11** Vanaf de tijd dat het voortdurende offer is weggenomen en het verwoestende gruwelbeeld is geplaatst, zijn het 1.290 dagen. Brontekst: וּמֵעֵת֙ (umeet) = en vanaf de tijd dat | הוּסַ֣ר (husar) = is weggenomen | הַתָּמִ֔יד (hatamid) = het voortdurende offer | וְלָתֵ֖ת (velatet) = en dat wordt gesteld | שִׁקּ֣וּץ (shiquts) = gruwelbeeld | שֹׁמֵ֑ם (shomem) = dat verwoest | יָמִ֕ים (yamim) = dagen | אֶ֖לֶף (elef) = duizend | מָאתַ֥יִם (matayim) = tweehonderd | וְתִשְׁעִֽים (vetishim) = en negentig Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׁקּוּץ שֹׁמֵם (shiqquts shomem), ‘het verwoestende gruwelbeeld’: zie 11:31. Voetnoot : De tekst zegt niet waar de 1.290 dagen beginnen en eindigen. Wij laten het getal staan zoals het er staat. Zie ook: Dan 9:27; Dan 11:31; Mat 24:15; Openb 11:2; Openb 13:5 **12:12** Gelukkig wie wacht en 1.335 dagen bereikt. Brontekst: אַשְׁרֵ֥י (ashrei) = gelukkig | הַֽמְחַכֶּ֖ה (hamchake) = wie wacht | וְיַגִּ֑יעַ (veyagia) = en bereikt | לְיָמִ֕ים (leyamim) = de dagen | אֶ֕לֶף (elef) = duizend | שְׁלֹ֥שׁ (shelosh) = drie | מֵא֖וֹת (meot) = honderden | שְׁלֹשִׁ֥ים (sheloshim) = dertig | וַחֲמִשָּֽׁה (vachamisha) = en vijf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אַשְׁרֵי (ashrei), ‘gelukkig’: zoals in Ps. 1:1. Het getal 1.335 verschilt van 1.290 in vers 11. De tekst geeft geen verklaring. Zie ook: Ps 1:1; Jes 30:18; Dan 8:14; Dan 12:11; Rom 11:15; Openb 20:4 ### Ga naar het einde **12:13** Maar jij, ga naar het einde toe. Je zult rusten en opstaan voor je lot aan het einde van de dagen.” Brontekst: וְאַתָּ֖ה (veata) = en jij | לֵ֣ךְ (lekh) = ga | לַקֵּ֑ץ (laqets) = naar het einde | וְתָנ֛וּחַ (vetanuach) = en je zult rusten | וְתַעֲמֹ֥ד (vetaamod) = en je zult opstaan | לְגֹרָלְךָ֖ (legoralekha) = voor je lot | לְקֵ֥ץ (leqets) = aan het einde van | הַיָּמִֽין (hayamin) = de dagen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גּוֹרָל (goral), ‘lot’: het deel dat iemand krijgt. Letterlijk ‘lot’, zoals bij het verdelen van het land. Voetnoot : לְקֵץ הַיָּמִין (leqets hayamin), ‘aan het einde van de dagen’: ‘hayamin’ is een oudere vorm van het woord voor ‘de dagen’. Voetnoot : De toespraak van de man in linnen eindigt hier, en daarmee het boek. Zie ook: Dan 12:3; Zach 3:7; 2 Kor 5:1; 2 Tim 4:7–8; Openb 14:13