# Amos (עמוס, Amos) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Amos 1 _Amos en de oordelen over de volken rondom Israël_ ### Het opschrift **1:1** De woorden van Amos, een van de schapenhouders uit Tekoa. Hij kreeg ze te zien over Israël, in de dagen van Uzzia, koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, koning van Israël, de zoon van Joas. Dat was twee jaar vóór de aardbeving. Brontekst: דִּבְרֵ֣י (divrei) = de woorden van | עָמ֔וֹס (amos) = Amos | אֲשֶׁר (asher) = die | הָיָ֥ה (haya) = was | בַנֹּקְדִ֖ים (banoqedim) = onder de schapenhouders | מִתְּק֑וֹעַ (miteqoa) = van Tekoa | אֲשֶׁר֩ (asher) = die | חָזָ֨ה (chaza) = hij zag | עַל (al) = over | יִשְׂרָאֵ֜ל (yisrael) = Israël | בִּימֵ֣י (bimei) = in de dagen van | עֻזִיָּ֣ה (uziya) = Uzzia | מֶֽלֶךְ (melekh) = koning van | יְהוּדָ֗ה (yehuda) = Juda | וּבִימֵ֞י (uvimei) = en in de dagen van | יָרָבְעָ֤ם (yaraveam) = Jerobeam | בֶּן (ben) = zoon van | יוֹאָשׁ֙ (yoash) = Joas | מֶ֣לֶךְ (melekh) = koning van | יִשְׂרָאֵ֔ל (yisrael) = Israël | שְׁנָתַ֖יִם (shenatayim) = twee jaar | לִפְנֵ֥י (lifnei) = vóór | הָרָֽעַשׁ (haraash) = de aardbeving Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Tekoa: Tekoa (Khirbet Tuqu') lag ongeveer 17 km ten zuiden van Jeruzalem, in het bergland van Juda. Voetnoot Uitleg: נֹקֵד (noqed), ‘schapenhouder’: iemand met grote kudden schapen. Hetzelfde woord staat in 2 Kon. 3:4. In Amos 7:14 noemt Amos zichzelf herder. Voetnoot : חָזָה (chazah), ‘zien’: Amos ‘zag’ deze woorden. Dit is het werkwoord voor wat een profeet in een visioen ontvangt. Voetnoot : עֻזִיָּה (Uzzia) heet in 2 Kon. 15:1 Azaria; zie ook 2 Kron. 26. Jerobeam, de zoon van Joas, is Jerobeam II (2 Kon. 14:23–29); in 2 Kon. 14:25 wordt ook de profeet Jona uit zijn tijd genoemd. Voetnoot : הָרָעַשׁ (haraash), ‘de aardbeving’: de tekst zegt niet wanneer die was. Zie ook Zach. 14:5. Zie ook: 2 Sam 14:2; 1 Kon 19:19; 2 Kon 3:4; 2 Kon 14:23–29; 2 Kon 14:25; 2 Kon 15:1; 2 Kron 26:1–23; Amos 7:14; Zach 14:5 ### Yahweh brult vanuit Sion **1:2** Hij zei: „Yahweh brult vanuit Sion en laat vanuit Jeruzalem Zijn stem klinken. De weiden van de herders treuren en de top van de Karmel verdort.” Brontekst: וַיֹּאמַ֓ר (vayomar) = en hij zei | יְהוָה֙ (Yahweh) = Yahweh | מִצִיּ֣וֹן (mitsiyon) = vanuit Sion | יִשְׁאָ֔ג (yishag) = brult | וּמִירוּשָׁלִַ֖ם (umirushaliam) = en vanuit Jeruzalem | יִתֵּ֣ן (yiten) = laat klinken | קוֹל֑וֹ (qolo) = Zijn stem | וְאָֽבְלוּ֙ (veavelu) = en treuren | נְא֣וֹת (neot) = de weiden van | הָרֹעִ֔ים (haroim) = de herders | וְיָבֵ֖שׁ (veyavesh) = en verdort | רֹ֥אשׁ (rosh) = de top van | הַכַּרְמֶֽל (hakarmel) = de Karmel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie Karmel: De Karmel is een bergrug aan de kust, bij het huidige Haifa. Voetnoot Uitleg: יִשְׁאָג (yish’ag), ‘brult’: het brullen van een leeuw. Hetzelfde werkwoord staat in Amos 3:4 en 3:8. Voetnoot : נְאוֹת (ne’ot), ‘weiden’: de plaatsen waar herders hun kudden laten grazen. Het land verdort, tot aan de top van de Karmel. Zie ook: Joël 4:16; Amos 3:4; Amos 3:8; Amos 9:3; Jes 42:13; Jer 12:4; Jer 25:30 ### Oordeel over Damascus **1:3** Zo zegt Yahweh: **„Om drie overtredingen van Damascus, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat zij Gilead hebben gedorst met dorssleden van ijzer.** Brontekst: כֹּ֚ה (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zegt | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = om | שְׁלֹשָׁה֙ (shelosha) = drie | פִּשְׁעֵ֣י (pishei) = overtredingen van | דַמֶּ֔שֶׂק (dameseq) = Damascus | וְעַל (veal) = en om | אַרְבָּעָ֖ה (arbaa) = vier | לֹ֣א (lo) = niet | אֲשִׁיבֶ֑נּוּ (ashivenu) = zal Ik het terugnemen | עַל (al) = omdat | דּוּשָׁ֛ם (dusham) = hun dorsen | בַּחֲרֻצ֥וֹת (bacharutsot) = met dorssleden van | הַבַּרְזֶ֖ל (habarzel) = ijzer | אֶת (et) = (obj.) | הַגִּלְעָֽד (hagilad) = Gilead Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië. Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee. Voetnoot Uitleg: ‘Om drie overtredingen … en om vier’ (עַל שְׁלֹשָׁה … וְעַל אַרְבָּעָה): een vast spreekpatroon, eerst een getal en dan het volgende getal. Het wijst op een volle maat. Zie ook Spr. 6:16; 30:15. Voetnoot : אֲשִׁיבֶנּוּ (ashivennu), ‘Ik zal het terugnemen’: letterlijk ‘Ik zal het laten terugkeren’. Er staat niet wat ‘het’ is. Wij lezen: het besluit om te straffen. Voetnoot : חֲרֻצּוֹת (charutsot), ‘dorssleden’: zware sleden met scherpe stukken ijzer eronder, waarmee graan gedorst wordt. Hier staat het beeld voor wreed geweld tegen Gilead. Zie ook 2 Kon. 10:32–33; 13:7. Zie ook: Spr 6:16; Spr 30:15; 2 Kon 10:32–33; 2 Kon 13:7; Amos 1:9; Amos 2:6; Jes 8:4; Jer 49:23–27 **1:4** **Ik zal vuur sturen in het huis van Hazaël. Het zal de paleizen van Ben-Hadad verteren.** Brontekst: וְשִׁלַּ֥חְתִּי (veshilachti) = en Ik zal sturen | אֵ֖שׁ (esh) = vuur | בְּבֵ֣ית (beveit) = in het huis van | חֲזָאֵ֑ל (chazael) = Hazaël | וְאָכְלָ֖ה (veakhela) = en het zal verteren | אַרְמְנ֥וֹת (armenot) = paleizen van | בֶּן (ben) = Ben | הֲדָֽד (hadad) = Hadad Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Hazaël was koning van Aram, met Damascus als hoofdstad (2 Kon. 8:7–15; 10:32–33). Ben-Hadad is de naam van meer koningen van Aram. In 2 Kon. 13:3 is Ben-Hadad de zoon van Hazaël. Zie ook: 2 Kon 8:7–15; 2 Kon 10:32; 2 Kon 13:3; 2 Kon 13:25; Jer 17:27; Jer 49:27 **1:5** **Ik zal de grendel van Damascus breken. Ik zal de bewoner uitroeien uit het dal van Awen, en hem die de scepter vasthoudt uit Bet-Eden. Het volk van Aram zal in ballingschap gaan naar Kir, zegt Yahweh.”** Brontekst: וְשָֽׁבַרְתִּי֙ (veshavarti) = en Ik zal breken | בְּרִ֣יחַ (beriach) = de grendel van | דַּמֶּ֔שֶׂק (dameseq) = Damascus | וְהִכְרַתִּ֤י (vehikhrati) = en Ik zal uitroeien | יוֹשֵׁב֙ (yoshev) = de bewoner | מִבִּקְעַת (mibiqat) = uit het dal van | אָ֔וֶן (aven) = Awen | וְתוֹמֵ֥ךְ (vetomekh) = en hem die vasthoudt | שֵׁ֖בֶט (shevet) = de scepter | מִבֵּ֣ית (mibeit) = uit het huis van | עֶ֑דֶן (eden) = Eden | וְגָל֧וּ (vegalu) = en zal in ballingschap gaan | עַם (am) = het volk van | אֲרָ֛ם (aram) = Aram | קִ֖ירָה (qira) = naar Kir | אָמַ֥ר (amar) = zegt | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië. Zie Bet-Eden (Bit-Adini?; ligging onzeker): Bet-Eden is een Aramese staat, Bit-Adini, aan de Eufraat in het noorden van Syrië, met Til-Barsip (Tell Ahmar) als hoofdstad. Dit is niet zeker. Zie Aram: Aram is het gebied van de Arameeërs, in het huidige Syrië. Voetnoot Uitleg: בְּרִיחַ (beriach), ‘grendel’: de balk waarmee een stadspoort wordt gesloten. Als de grendel breekt, is de stad onbeschermd. Voetnoot : בִּקְעַת אָוֶן (Biq’at Aven), ‘dal van Awen’: אָוֶן (aven) betekent ‘onheil’. De ligging van dit dal is onzeker. Voetnoot : בֵּית עֶדֶן (Beit Eden), ‘Bet-Eden’, letterlijk ‘huis van Eden’: een Aramese streek of stad. De ligging is onzeker. Voetnoot : תּוֹמֵךְ שֵׁבֶט (tomekh shevet), ‘hij die de scepter vasthoudt’: de heerser. Voetnoot : קִיר (Kir): de ligging is onzeker. Zie ook 2 Kon. 16:9; Amos 9:7. Zie ook: 2 Kon 16:9; Amos 9:7; Jes 43:14; Jer 51:30; Klaagl 2:9 ### Oordeel over Gaza en de Filistijnen **1:6** Zo zegt Yahweh: **„Om drie overtredingen van Gaza, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat zij ballingen wegvoerden, een hele groep, om hen uit te leveren aan Edom.** Brontekst: כֹּ֚ה (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zegt | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = om | שְׁלֹשָׁה֙ (shelosha) = drie | פִּשְׁעֵ֣י (pishei) = overtredingen van | עַזָּ֔ה (aza) = Gaza | וְעַל (veal) = en om | אַרְבָּעָ֖ה (arbaa) = vier | לֹ֣א (lo) = niet | אֲשִׁיבֶ֑נּוּ (ashivenu) = zal Ik het terugnemen | עַל (al) = omdat | הַגְלוֹתָ֛ם (haglotam) = hun wegvoeren | גָּל֥וּת (galut) = ballingen | שְׁלֵמָ֖ה (shelema) = hele | לְהַסְגִּ֥יר (lehasgir) = om uit te leveren | לֶאֱדֽוֹם (leedom) = aan Edom Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Gaza: Gaza ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het zuidwesten van het land. Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Voetnoot Uitleg: גָּלוּת שְׁלֵמָה (galut shlemah), ‘een hele groep ballingen’: letterlijk ‘een volledige ballingschap’. Het gaat om hele gemeenschappen die werden weggevoerd en uitgeleverd aan Edom. De tekst zegt niet met welk doel; waarschijnlijk om hen als slaven te verkopen. Zie ook: 1 Sam 6:17; 2 Kron 28:18; Amos 1:9; Amos 1:11; Ob 1:11 **1:7** **Ik zal vuur sturen op de muur van Gaza. Het zal haar paleizen verteren.** Brontekst: וְשִׁלַּ֥חְתִּי (veshilachti) = en Ik zal sturen | אֵ֖שׁ (esh) = vuur | בְּחוֹמַ֣ת (bechomat) = op de muur van | עַזָּ֑ה (aza) = Gaza | וְאָכְלָ֖ה (veakhela) = en het zal verteren | אַרְמְנֹתֶֽיהָ (armenoteiha) = haar paleizen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Gaza: Gaza ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het zuidwesten van het land. Zie ook: Ps 94:1–5; 2 Kon 18:8; Sef 2:4; Jer 47:1; Rom 12:19 **1:8** **Ik zal de bewoner uitroeien uit Asdod, en hem die de scepter vasthoudt uit Askelon. Ik zal Mijn hand keren tegen Ekron, en wat overblijft van de Filistijnen zal omkomen, zegt Heer Yahweh.”** Brontekst: וְהִכְרַתִּ֤י (vehikhrati) = en Ik zal uitroeien | יוֹשֵׁב֙ (yoshev) = de bewoner | מֵֽאַשְׁדּ֔וֹד (meashdod) = uit Asdod | וְתוֹמֵ֥ךְ (vetomekh) = en hem die vasthoudt | שֵׁ֖בֶט (shevet) = de scepter | מֵֽאַשְׁקְל֑וֹן (meashqelon) = uit Askelon | וַהֲשִׁיב֨וֹתִי (vahashivoti) = en Ik zal keren | יָדִ֜י (yadi) = Mijn hand | עַל (al) = tegen | עֶקְר֗וֹן (eqron) = Ekron | וְאָֽבְדוּ֙ (veavedu) = en zullen omkomen | שְׁאֵרִ֣ית (sheerit) = het overblijfsel van | פְּלִשְׁתִּ֔ים (pelishtim) = de Filistijnen | אָמַ֖ר (amar) = zegt | אֲדֹנָ֥י (adonay) = Heer | יְהוִֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Asdod: Asdod lag aan de kust van de Middellandse Zee, tussen Askelon en Jafo. Zie Askelon: Askelon lag aan de kust van de Middellandse Zee, ten noorden van Gaza. Zie Ekron: Ekron wordt gezocht bij Khirbet el-Muqanna, in de kustvlakte. Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod. Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: Adonai betekent ‘mijn Heer’. Als naam voor Yahweh vertalen wij ‘Heer Yahweh’. Bij een aanspreking staat ‘Mijn Heer Yahweh’ (zoals in Deut. 3:24). Voetnoot : Van de vijf vorsten van de Filistijnen (Joz. 13:3) noemt Amos hier de steden Gaza, Asdod, Askelon en Ekron. Gat wordt niet genoemd. Zie ook: Deut 3:24; Joz 13:3; Ps 81:15; Jes 14:29–31; Sef 2:4–7; Jer 47:4–5; Ezech 25:16 ### Oordeel over Tyrus **1:9** Zo zegt Yahweh: **„Om drie overtredingen van Tyrus, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat zij ballingen uitleverden aan Edom, een hele groep. Zij herinnerden zich het verbond van broers niet.** Brontekst: כֹּ֚ה (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zegt | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = om | שְׁלֹשָׁה֙ (shelosha) = drie | פִּשְׁעֵי (pishei) = overtredingen van | צֹ֔ר (tsor) = Tyrus | וְעַל (veal) = en om | אַרְבָּעָ֖ה (arbaa) = vier | לֹ֣א (lo) = niet | אֲשִׁיבֶ֑נּוּ (ashivenu) = zal Ik het terugnemen | עַֽל (al) = omdat | הַסְגִּירָ֞ם (hasgiram) = hun uitleveren | גָּל֤וּת (galut) = ballingen | שְׁלֵמָה֙ (shelema) = hele | לֶאֱד֔וֹם (leedom) = aan Edom | וְלֹ֥א (velo) = en niet | זָכְר֖וּ (zakheru) = zij herinnerden zich | בְּרִ֥ית (berit) = het verbond van | אַחִֽים (achim) = broers Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon. Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Voetnoot Uitleg: בְּרִית אַחִים (berit achim), ‘verbond van broers’: de tekst zegt niet welk verbond. Het kan gaan om het verdrag tussen Tyrus en Israël uit de tijd van Salomo (1 Kon. 5:26). Dat is onzeker. Zie ook: 1 Kon 5:26; 1 Kon 9:11–14; 2 Kron 2:7–15; Joël 4:4–8; Jes 23:1–18; Zach 9:2–4 **1:10** **Ik zal vuur sturen op de muur van Tyrus. Het zal haar paleizen verteren.”** Brontekst: וְשִׁלַּ֥חְתִּי (veshilachti) = en Ik zal sturen | אֵ֖שׁ (esh) = vuur | בְּח֣וֹמַת (bechomat) = op de muur van | צֹ֑ר (tsor) = Tyrus | וְאָכְלָ֖ה (veakhela) = en het zal verteren | אַרְמְנֹתֶֽיהָ (armenoteiha) = haar paleizen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon. Zie ook: Amos 1:4; Amos 1:7; Ezech 26:12; Zach 9:4 ### Oordeel over Edom **1:11** Zo zegt Yahweh: **„Om drie overtredingen van Edom, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat hij zijn broer met het zwaard achtervolgde en zijn ontferming vernietigde. Zijn toorn bleef voor altijd scheuren, en zijn woede bewaarde hij voorgoed.** Brontekst: כֹּ֚ה (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zegt | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = om | שְׁלֹשָׁה֙ (shelosha) = drie | פִּשְׁעֵ֣י (pishei) = overtredingen van | אֱד֔וֹם (edom) = Edom | וְעַל (veal) = en om | אַרְבָּעָ֖ה (arbaa) = vier | לֹ֣א (lo) = niet | אֲשִׁיבֶ֑נּוּ (ashivenu) = zal Ik het terugnemen | עַל (al) = omdat | רָדְפ֨וֹ (radefo) = zijn achtervolgen | בַחֶ֤רֶב (bacherev) = met het zwaard | אָחִיו֙ (achiv) = zijn broer | וְשִׁחֵ֣ת (veshichet) = en vernietigde | רַחֲמָ֔יו (rachamav) = zijn ontferming | וַיִּטְרֹ֤ף (vayitrof) = en scheurde | לָעַד֙ (laad) = voor altijd | אַפּ֔וֹ (apo) = zijn toorn | וְעֶבְרָת֖וֹ (veevrato) = en zijn woede | שְׁמָ֥רָה (shemara) = bewaarde hij | נֶֽצַח (netsach) = voorgoed Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Voetnoot Uitleg: Edom is hier de ‘broer’ van Israël: Edom is het volk van Ezau, de broer van Jakob (Israël). Zie ook Num. 20:14. Voetnoot : רַחֲמָיו (rachamav), ‘zijn ontferming’: het woord hangt samen met het woord voor ‘schoot’ en wijst op de warme band tussen verwanten. Voetnoot Lezing: De werkwoordsvorm שְׁמָרָה (shamarah) bij ‘zijn woede’ is ongewoon. Wij lezen: ‘zijn woede bewaarde hij voorgoed’. Sommige oude vertalingen lezen anders. Zie ook: Num 20:14–21; 2 Kron 28:17; Joël 4:19; Ezech 25:12–14; Mal 1:4 **1:12** **Ik zal vuur sturen in Teman. Het zal de paleizen van Bozra verteren.”** Brontekst: וְשִׁלַּ֥חְתִּי (veshilachti) = en Ik zal sturen | אֵ֖שׁ (esh) = vuur | בְּתֵימָ֑ן (beteiman) = in Teman | וְאָכְלָ֖ה (veakhela) = en het zal verteren | אַרְמְנ֥וֹת (armenot) = paleizen van | בָּצְרָֽה (batsera) = Bozra Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Teman: Teman lag in Edom, ten zuidoosten van de Dode Zee; de plaats wordt gezocht bij Tawilan, nabij Petra (Jordanië). Zie Bozra: Bozra (Buseirah) lag in het zuiden van het huidige Jordanië, in het gebied van Edom. Voetnoot Uitleg: Teman en Bozra zijn belangrijke plaatsen in Edom. Zie ook: Jer 49:7; Jer 49:13; Jer 49:20; Jer 49:22; Ob 1:9–10 ### Oordeel over Ammon **1:13** Zo zegt Yahweh: **„Om drie overtredingen van de zonen van Ammon, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat zij de zwangere vrouwen van Gilead openkliefden om hun gebied groter te maken.** Brontekst: כֹּ֚ה (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zegt | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = om | שְׁלֹשָׁה֙ (shelosha) = drie | פִּשְׁעֵ֣י (pishei) = overtredingen van | בְנֵֽי (benei) = zonen van | עַמּ֔וֹן (amon) = Ammon | וְעַל (veal) = en om | אַרְבָּעָ֖ה (arbaa) = vier | לֹ֣א (lo) = niet | אֲשִׁיבֶ֑נּוּ (ashivenu) = zal Ik het terugnemen | עַל (al) = omdat | בִּקְעָם֙ (biqam) = hun openklieven | הָר֣וֹת (harot) = zwangere vrouwen van | הַגִּלְעָ֔ד (hagilad) = Gilead | לְמַ֖עַן (lemaan) = om | הַרְחִ֥יב (harchiv) = groter te maken | אֶת (et) = (obj.) | גְּבוּלָֽם (gevulam) = hun gebied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië. Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee. Voetnoot Uitleg: הָרוֹת (harot), ‘zwangere vrouwen’: letterlijk ‘de zwangeren’. Zulk geweld in oorlog komt ook voor in 2 Kon. 8:12 en 15:16. Als doel staat er: ‘om hun gebied groter te maken’. Zie ook: 2 Kon 8:12; 2 Kon 15:16; Hos 14:1; Jes 5:8; Sef 2:8–9; Jer 49:1–6; Ezech 25:2–7 **1:14** **Ik zal vuur aansteken op de muur van Rabba. Het zal haar paleizen verteren, onder krijgsgeschreeuw op de dag van de oorlog, in een storm op de dag van de wervelwind.** Brontekst: וְהִצַּ֤תִּי (vehitsati) = en Ik zal aansteken | אֵשׁ֙ (esh) = vuur | בְּחוֹמַ֣ת (bechomat) = op de muur van | רַבָּ֔ה (raba) = Rabba | וְאָכְלָ֖ה (veakhela) = en het zal verteren | אַרְמְנוֹתֶ֑יהָ (armenoteiha) = haar paleizen | בִּתְרוּעָה֙ (bitrua) = met krijgsgeschreeuw | בְּי֣וֹם (beyom) = op de dag van | מִלְחָמָ֔ה (milchama) = oorlog | בְּסַ֖עַר (besaar) = in een storm | בְּי֥וֹם (beyom) = op de dag van | סוּפָֽה (sufa) = de wervelwind Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Rabba: Rabba van de Ammonieten is het huidige Amman, de hoofdstad van Jordanië. Zie ook: Deut 3:11; 2 Sam 12:26; Amos 2:2; Jes 30:30; Jer 49:2 **1:15** **Hun koning zal in ballingschap gaan, hij en zijn oversten samen, zegt Yahweh.”** Brontekst: וְהָלַ֥ךְ (vehalakh) = en zal gaan | מַלְכָּ֖ם (malkam) = hun koning | בַּגּוֹלָ֑ה (bagola) = in ballingschap | ה֧וּא (hu) = hij | וְשָׂרָ֛יו (vesarav) = en zijn oversten | יַחְדָּ֖ו (yachdav) = samen | אָמַ֥ר (amar) = zegt | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַלְכָּם (malkam), ‘hun koning’: dezelfde letters kunnen ook gelezen worden als ‘Milkom’, de god van de Ammonieten (zie 1 Kon. 11:5). Wij lezen ‘hun koning’; dat is onzeker. Zie ook: 1 Kon 11:5; Jer 49:3 ## Amos 2 _Oordeel over Moab, Juda en Israël_ ### Oordeel over Moab **2:1** Zo zegt Yahweh: **„Om drie overtredingen van Moab, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat hij de beenderen van de koning van Edom tot kalk verbrandde.** Brontekst: כֹּ֚ה (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zegt | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = om | שְׁלֹשָׁה֙ (shelosha) = drie | פִּשְׁעֵ֣י (pishei) = overtredingen van | מוֹאָ֔ב (moav) = Moab | וְעַל (veal) = en om | אַרְבָּעָ֖ה (arbaa) = vier | לֹ֣א (lo) = niet | אֲשִׁיבֶ֑נּוּ (ashivenu) = zal Ik het terugnemen | עַל (al) = omdat | שָׂרְפ֛וֹ (sarefo) = zijn verbranden | עַצְמ֥וֹת (atsmot) = beenderen van | מֶֽלֶךְ (melekh) = koning van | אֱד֖וֹם (edom) = Edom | לַשִּֽׂיד (lasid) = tot kalk Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië. Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Voetnoot Uitleg: שִׂיד (sid), ‘kalk’: de beenderen werden verbrand tot kalk. Een dode koning zo te onteren was een zware daad. De tekst zegt niet wanneer dit gebeurde. Zie ook: 2 Kon 3:26–27; Amos 1:3; Amos 2:4; Sef 2:8–9; Ezech 25:8–9 **2:2** **Ik zal vuur sturen in Moab. Het zal de paleizen van Kerijot verteren. Moab zal sterven in gedruis, onder krijgsgeschreeuw, bij het geluid van de ramshoorn.** Brontekst: וְשִׁלַּחְתִּי (veshilachti) = en Ik zal sturen | אֵ֣שׁ (esh) = vuur | בְּמוֹאָ֔ב (bemoav) = in Moab | וְאָכְלָ֖ה (veakhela) = en het zal verteren | אַרְמְנ֣וֹת (armenot) = paleizen van | הַקְּרִיּ֑וֹת (haqeriyot) = Kerijot | וּמֵ֤ת (umet) = en zal sterven | בְּשָׁאוֹן֙ (beshaon) = in gedruis | מוֹאָ֔ב (moav) = Moab | בִּתְרוּעָ֖ה (bitrua) = onder krijgsgeschreeuw | בְּק֥וֹל (beqol) = bij het geluid van | שׁוֹפָֽר (shofar) = de ramshoorn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië. Zie Kerijot (Moab; ligging onzeker): Kerijot was een stad in Moab. Voorgesteld zijn Khirbet el-Qureiyat en een plaats bij Dibon. De ligging is niet zeker. Voetnoot Uitleg: קְרִיּוֹת (Qeriyyot), ‘Kerijot’: een stad van Moab. Het woord heeft in het Hebreeuws een lidwoord en kan ook ‘de steden’ betekenen. De ligging is onzeker. Zie ook: Amos 1:14; Jes 9:4; Jer 48:24; Jer 48:34; Jer 48:41 **2:3** **Ik zal de rechter uit haar midden uitroeien. Al haar oversten zal Ik met hem doden, zegt Yahweh.”** Brontekst: וְהִכְרַתִּ֥י (vehikhrati) = en Ik zal uitroeien | שׁוֹפֵ֖ט (shofet) = rechter | מִקִּרְבָּ֑הּ (miqirbah) = uit haar midden | וְכָל (vekhal) = en al | שָׂרֶ֛יהָ (sareiha) = haar oversten | אֶהֱר֥וֹג (eherog) = Ik zal doden | עִמּ֖וֹ (imo) = met hem | אָמַ֥ר (amar) = zegt | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Num 24:17; Ps 2:10; Jes 40:23; Jer 48:7; Jer 48:25 ### Oordeel over Juda **2:4** Zo zegt Yahweh: **„Om drie overtredingen van Juda, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat zij de wet van Yahweh hebben verworpen en Zijn voorschriften niet hebben onderhouden. Hun leugens, waar hun vaders achteraan liepen, hebben hen laten dwalen.** Brontekst: כֹּ֚ה (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zegt | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = om | שְׁלֹשָׁה֙ (shelosha) = drie | פִּשְׁעֵ֣י (pishei) = overtredingen van | יְהוּדָ֔ה (yehuda) = Juda | וְעַל (veal) = en om | אַרְבָּעָ֖ה (arbaa) = vier | לֹ֣א (lo) = niet | אֲשִׁיבֶ֑נּוּ (ashivenu) = zal Ik het terugnemen | עַֽל (al) = omdat | מָאֳסָ֞ם (maosam) = hun verwerpen | אֶת (et) = (obj.) | תּוֹרַ֣ת (torat) = de wet van | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | וְחֻקָּיו֙ (vechuqav) = en Zijn voorschriften | לֹ֣א (lo) = niet | שָׁמָ֔רוּ (shamaru) = zij onderhielden | וַיַּתְעוּם֙ (vayatum) = en lieten hen dwalen | כִּזְבֵיהֶ֔ם (kizveihem) = hun leugens | אֲשֶׁר (asher) = waar | הָלְכ֥וּ (halekhu) = liepen | אֲבוֹתָ֖ם (avotam) = hun vaders | אַחֲרֵיהֶֽם (achareihem) = achter hen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke koninkrijk, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee. Voetnoot Uitleg: תּוֹרָה (torah), ‘wet’: het woord betekent ook ‘onderwijs’. Het gaat om wat Yahweh Zijn volk leert. Voetnoot : כְּזָבִים (kezavim), ‘leugens’: dit kunnen valse goden of valse leringen zijn. Het woord zelf betekent ‘leugens’. Zie ook: Hos 12:3; Jes 28:15; Ezech 20:13; Ezech 20:16; Ezech 20:24 **2:5** **Ik zal vuur sturen in Juda. Het zal de paleizen van Jeruzalem verteren.”** Brontekst: וְשִׁלַּ֥חְתִּי (veshilachti) = en Ik zal sturen | אֵ֖שׁ (esh) = vuur | בִּֽיהוּדָ֑ה (bihuda) = in Juda | וְאָכְלָ֖ה (veakhela) = en het zal verteren | אַרְמְנ֥וֹת (armenot) = paleizen van | יְרוּשָׁלִָֽם (yerushaliam) = Jeruzalem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke koninkrijk, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee. Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie ook: Hos 8:14; Jer 17:27; Jer 21:10; Jer 37:8–10; Jer 52:13 ### Oordeel over Israël **2:6** Zo zegt Yahweh: **„Om drie overtredingen van Israël, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat zij de rechtvaardige verkopen voor zilver en de arme voor een paar sandalen.** Brontekst: כֹּ֚ה (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zegt | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = om | שְׁלֹשָׁה֙ (shelosha) = drie | פִּשְׁעֵ֣י (pishei) = overtredingen van | יִשְׂרָאֵ֔ל (yisrael) = Israël | וְעַל (veal) = en om | אַרְבָּעָ֖ה (arbaa) = vier | לֹ֣א (lo) = niet | אֲשִׁיבֶ֑נּוּ (ashivenu) = zal Ik het terugnemen | עַל (al) = omdat | מִכְרָ֤ם (mikhram) = hun verkopen | בַּכֶּ֨סֶף֙ (bakesef) = voor zilver | צַדִּ֔יק (tsadiq) = de rechtvaardige | וְאֶבְי֖וֹן (veevyon) = en de arme | בַּעֲב֥וּר (baavur) = voor | נַעֲלָֽיִם (naalayim) = een paar sandalen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Met Israël komt het achtste en laatste volk aan de beurt. Dit oordeel is veel langer dan de andere (2:6–16). Voetnoot : צַדִּיק (tsaddiq), ‘rechtvaardige’; אֶבְיוֹן (evyon), ‘arme’. Een paar sandalen is een klein bedrag. Zie ook Amos 8:6. Zie ook: Joël 4:3; Joël 4:6; Amos 5:11–12; Amos 8:6; Mi 3:2–3; Mi 6:10–16 **2:7** **Zij vertrappen het hoofd van de geringen in het stof van de aarde. Zij buigen de weg van de nederigen af. Een man en zijn vader gaan naar het meisje, zodat zij Mijn heilige naam ontheiligen.** Brontekst: הַשֹּׁאֲפִ֤ים (hashoafim) = zij die vertrappen | עַל (al) = op | עֲפַר (afar) = stof van | אֶ֨רֶץ֙ (erets) = de aarde | בְּרֹ֣אשׁ (berosh) = op het hoofd van | דַּלִּ֔ים (dalim) = geringen | וְדֶ֥רֶךְ (vederekh) = en de weg van | עֲנָוִ֖ים (anavim) = nederigen | יַטּ֑וּ (yatu) = zij buigen af | וְאִ֣ישׁ (veish) = en man | וְאָבִ֗יו (veaviv) = en zijn vader | יֵֽלְכוּ֙ (yelekhu) = zij gaan | אֶל (el) = naar | הַֽנַּעֲרָ֔ה (hanaara) = het meisje | לְמַ֥עַן (lemaan) = opdat | חַלֵּ֖ל (chalel) = ontheiligen | אֶת (et) = (obj.) | שֵׁ֥ם (shem) = naam van | קָדְשִֽׁי (qadeshi) = Mijn heiligheid Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַשֹּׁאֲפִים (hasho’afim): het werkwoord kan ‘hijgen, snakken’ of ‘vertrappen’ betekenen. Letterlijk staat er: ‘zij die het stof van de aarde op het hoofd van de geringen …’. De betekenis is onzeker; wij vertalen naar de zin: zij drukken de armen neer in het stof. Voetnoot : דֶּרֶךְ … יַטּוּ (derekh … yattu), ‘zij buigen de weg af’: zij dwingen de nederigen van hun weg af of onthouden hun recht. Voetnoot : הַנַּעֲרָה (hanna’arah), ‘het meisje’: het Hebreeuws noemt niet wat er gebeurt. Het lidwoord kan wijzen op één bepaald meisje. Veel lezers denken aan misbruik van een jonge vrouw die in hun macht was. De tekst zegt dat niet; wij laten het letterlijk. Voetnoot : שֵׁם קָדְשִׁי (shem qodshi), ‘Mijn heilige naam’. Zie ook Lev. 22:32. Zie ook: Lev 22:32; Amos 5:12; Jes 10:2; Mi 2:2; Mi 2:9; Ezech 22:11 **2:8** **Naast elk altaar strekken zij zich uit op kleren die als pand zijn genomen. De wijn van wie beboet is, drinken zij in het huis van hun Elohim.** Brontekst: וְעַל (veal) = en op | בְּגָדִ֤ים (begadim) = kleren | חֲבֻלִים֙ (chavulim) = in pand genomen | יַטּ֔וּ (yatu) = zij strekken zich uit | אֵ֖צֶל (etsel) = naast | כָּל (kal) = elk | מִזְבֵּ֑חַ (mizbeach) = altaar | וְיֵ֤ין (veyein) = en de wijn van | עֲנוּשִׁים֙ (anushim) = beboeten | יִשְׁתּ֔וּ (yishtu) = zij drinken | בֵּ֖ית (beit) = het huis van | אֱלֹהֵיהֶֽם (eloheihem) = hun Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: חֲבֻלִים (chavulim), ‘als pand genomen’: een mantel die als onderpand diende, moest vóór zonsondergang worden teruggegeven (Exod. 22:25). Hier gebruiken zij zulke kleren als kleed bij hun feest. Voetnoot : עֲנוּשִׁים (anushim), ‘beboet’: de wijn van mensen die een boete kregen, of wijn die van boetegeld is gekocht. De betekenis is onzeker. Zie ook: Ex 22:25–26; Deut 24:12–17; Re 9:27; Amos 6:6; 1 Kor 10:21 ### Wat Yahweh voor Israël deed **2:9** **En Ik heb de Amoriet voor hen vernietigd. Zijn hoogte was als de hoogte van cederen, en hij was sterk als eiken. Ik vernietigde zijn vrucht van boven en zijn wortels van onderen.** Brontekst: וְאָ֨נֹכִ֜י (veanokhi) = en Ik | הִשְׁמַ֤דְתִּי (hishmadti) = Ik heb vernietigd | אֶת (et) = (obj.) | הָֽאֱמֹרִי֙ (haemori) = de Amoriet | מִפְּנֵיהֶ֔ם (mipeneihem) = voor hen | אֲשֶׁ֨ר (asher) = wiens | כְּגֹ֤בַהּ (kegovah) = als de hoogte van | אֲרָזִים֙ (arazim) = cederen | גָּבְה֔וֹ (gaveho) = zijn hoogte | וְחָסֹ֥ן (vechason) = en sterk | ה֖וּא (hu) = hij | כָּֽאַלּוֹנִ֑ים (kaalonim) = als de eiken | וָאַשְׁמִ֤יד (vaashmid) = en Ik vernietigde | פִּרְיוֹ֙ (piryo) = zijn vrucht | מִמַּ֔עַל (mimaal) = van boven | וְשָׁרָשָׁ֖יו (vesharashav) = en zijn wortels | מִתָּֽחַת (mitachat) = van onder Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: De Amoriet staat hier in het enkelvoud, als verzamelnaam voor de oude bewoners van het land (zie Num. 13:29). Zij worden vergeleken met cederen en eiken: hoog en sterk. Zijn ‘vrucht’ en ‘wortels’ staan voor alles wat hij was. Zie ook: Gen 15:16; Job 18:16; Ex 34:11; Num 13:29; Deut 2:24–33; Mal 3:19 **2:10** **En Ik heb jullie uit het land Egypte laten optrekken. Ik heb jullie 40 jaar door de woestijn geleid, om het land van de Amoriet in bezit te nemen.** Brontekst: וְאָנֹכִ֛י (veanokhi) = en Ik | הֶעֱלֵ֥יתִי (heeleiti) = Ik liet optrekken | אֶתְכֶ֖ם (etkhem) = jullie | מֵאֶ֣רֶץ (meerets) = uit het land | מִצְרָ֑יִם (mitsrayim) = Egypte | וָאוֹלֵ֨ךְ (vaolekh) = en Ik leidde | אֶתְכֶ֤ם (etkhem) = jullie | בַּמִּדְבָּר֙ (bamidbar) = in de woestijn | אַרְבָּעִ֣ים (arbaim) = 40 | שָׁנָ֔ה (shana) = jaar | לָרֶ֖שֶׁת (lareshet) = om in bezit te nemen | אֶת (et) = (obj.) | אֶ֥רֶץ (erets) = het land van | הָאֱמֹרִֽי (haemori) = de Amoriet Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: De 40 jaar in de woestijn: zie Num. 14:34 en Deut. 8:2. Zie ook: Ex 12:51; Num 14:34; Deut 2:7; Deut 8:2; Amos 3:1; Hand 7:42; Hand 13:18 **2:11** **Ik heb uit jullie zonen profeten verwekt en uit jullie jonge mannen nazireeërs. Is het soms niet zo, zonen van Israël? Godsspraak van Yahweh.** Brontekst: וָאָקִ֤ים (vaaqim) = en Ik verwekte | מִבְּנֵיכֶם֙ (mibeneikhem) = uit jullie zonen | לִנְבִיאִ֔ים (linviim) = tot profeten | וּמִבַּחוּרֵיכֶ֖ם (umibachureikhem) = en uit jullie jonge mannen | לִנְזִרִ֑ים (linzirim) = tot nazireeërs | הַאַ֥ף (haaf) = is het soms | אֵֽין (ein) = niet | זֹ֛את (zot) = zo | בְּנֵ֥י (benei) = zonen van | יִשְׂרָאֵ֖ל (yisrael) = Israël | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְאֻם יְהוָה (neum Yahweh), ‘godsspraak van Yahweh’: een vaste formule bij woorden die Yahweh zelf spreekt. Amos gebruikt haar vaak. Wij zetten de formule rood, ook als de profeet de woorden doorgeeft. Voetnoot : נְזִירִים (nezirim), ‘nazireeërs’: mensen die zich aan Yahweh toewijden en geen wijn drinken. Zie Num. 6:1–21. Voetnoot : הַאַף אֵין זֹאת (ha’af ein zot), ‘Is het soms niet zo?’: een vraag waarop het antwoord ‘ja’ is. Zie ook: Num 6:1–21; Num 6:2–3; 1 Sam 3:20; 2 Kron 36:15; Jer 7:25; Jer 11:21 **2:12** **Maar jullie lieten de nazireeërs wijn drinken. En aan de profeten gaven jullie het bevel: ‘Profeteer niet!’** Brontekst: וַתַּשְׁק֥וּ (vatashqu) = en jullie lieten drinken | אֶת (et) = (obj.) | הַנְּזִרִ֖ים (hanezirim) = de nazireeërs | יָ֑יִן (yayin) = wijn | וְעַל (veal) = en aan | הַנְּבִיאִים֙ (haneviim) = de profeten | צִוִּיתֶ֣ם (tsivitem) = jullie bevalen | לֵאמֹ֔ר (lemor) = zeggende | לֹ֖א (lo) = niet | תִּנָּבְאֽוּ (tinaveu) = jullie zullen profeteren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Nazireeërs mochten geen wijn drinken (Num. 6:3). Profeten werd het zwijgen opgelegd. Zie ook Amos 7:12–13. Zie ook: Num 6:3; Amos 7:12–13; Amos 7:13; Amos 7:16; Jes 30:10; Mi 2:6; Jer 11:21 ### Het oordeel treft Israël **2:13** **Zie, Ik druk onder jullie, zoals de wagen drukt die vol is met schoven.** Brontekst: הִנֵּ֛ה (hine) = zie | אָנֹכִ֥י (anokhi) = Ik | מֵעִ֖יק (meiq) = druk | תַּחְתֵּיכֶ֑ם (tachteikhem) = onder jullie | כַּאֲשֶׁ֤ר (kaasher) = zoals | תָּעִיק֙ (taiq) = drukt | הָעֲגָלָ֔ה (haagala) = de wagen | הַֽמְלֵאָ֥ה (hamlea) = die vol is | לָ֖הּ (lah) = met haar | עָמִֽיר (amir) = schoven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֵעִיק (me’iq): het werkwoord is zeldzaam en de betekenis onzeker. Het kan ‘drukken’ betekenen, zoals een wagen zakt onder zijn last, of ‘kraken’. Letterlijk: ‘Ik druk onder jullie’. עָמִיר (amir), ‘schoven’: afgesneden graan. Zie ook: Ps 78:40; Jes 1:14; Jes 7:13; Ezech 16:43; Mal 2:17 **2:14** **Voor de snelle gaat het vluchten verloren. De sterke versterkt zijn kracht niet, en de held redt zijn leven niet.** Brontekst: וְאָבַ֤ד (veavad) = en zal verloren gaan | מָנוֹס֙ (manos) = vluchten | מִקָּ֔ל (miqal) = voor de snelle | וְחָזָ֖ק (vechazaq) = en de sterke | לֹא (lo) = niet | יְאַמֵּ֣ץ (yeamets) = zal versterken | כֹּח֑וֹ (kocho) = zijn kracht | וְגִבּ֖וֹר (vegibor) = en de held | לֹא (lo) = niet | יְמַלֵּ֥ט (yemalet) = zal redden | נַפְשֽׁוֹ (nafsho) = zijn leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de mens als levend wezen. Waar de zin dat vraagt, vertalen wij ‘leven’, zoals hier in ‘zijn leven redden’. Voetnoot : מָנוֹס (manos), ‘vluchten’: ook ‘een plaats om heen te vluchten’. Zie ook: Job 11:20; Ps 33:16; Pred 9:11; Amos 9:1–3; Jer 9:22 **2:15** **Wie de boog vasthoudt, houdt geen stand. De snelle op zijn voeten redt zich niet, en wie het paard berijdt, redt zijn leven niet.** Brontekst: וְתֹפֵ֤שׂ (vetofes) = en wie vasthoudt | הַקֶּ֨שֶׁת֙ (haqeshet) = de boog | לֹ֣א (lo) = niet | יַעֲמֹ֔ד (yaamod) = zal standhouden | וְקַ֥ל (veqal) = en de snelle | בְּרַגְלָ֖יו (beraglav) = op zijn voeten | לֹ֣א (lo) = niet | יְמַלֵּ֑ט (yemalet) = zal redden | וְרֹכֵ֣ב (verokhev) = en wie berijdt | הַסּ֔וּס (hasus) = het paard | לֹ֥א (lo) = niet | יְמַלֵּ֖ט (yemalet) = zal redden | נַפְשֽׁוֹ (nafsho) = zijn leven Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 33:16–17; Ezech 39:3 **2:16** **En de moedigste van hart onder de helden zal naakt vluchten op die dag. Godsspraak van Yahweh.”** Brontekst: וְאַמִּ֥יץ (veamits) = en de moedigste van | לִבּ֖וֹ (libo) = zijn hart | בַּגִּבּוֹרִ֑ים (bagiborim) = onder de helden | עָר֛וֹם (arom) = naakt | יָנ֥וּס (yanus) = zal vluchten | בַּיּוֹם (bayom) = op de dag | הַה֖וּא (hahu) = die | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 4:17; 2 Kon 7:8–20; Jer 48:41; Mar 14:52 ## Amos 3 _Gekend door Yahweh, daarom gestraft_ ### Alleen jullie heb Ik gekend **3:1** Luister naar dit woord dat Yahweh over jullie gesproken heeft, zonen van Israël, **over heel de familie die Ik uit het land Egypte heb laten optrekken**, met de woorden: Brontekst: שִׁמְע֞וּ (shimu) = luister | אֶת (et) = (obj.) | הַדָּבָ֣ר (hadavar) = het woord | הַזֶּ֗ה (haze) = dit | אֲשֶׁ֨ר (asher) = dat | דִּבֶּ֧ר (diber) = heeft gesproken | יְהוָ֛ה (Yahweh) = Yahweh | עֲלֵיכֶ֖ם (aleikhem) = over jullie | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | עַ֚ל (al) = over | כָּל (kal) = heel | הַמִּשְׁפָּחָ֔ה (hamishpacha) = de familie | אֲשֶׁ֧ר (asher) = die | הֶעֱלֵ֛יתִי (heeleiti) = Ik liet optrekken | מֵאֶ֥רֶץ (meerets) = uit het land | מִצְרַ֖יִם (mitsrayim) = Egypte | לֵאמֹֽר (lemor) = zeggende Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: Het woord dat Yahweh spreekt, gaat over ‘heel de familie’ die Hij uit Egypte liet optrekken. Dat is het hele volk, dus ook Juda. Het Hebreeuws laat hier Yahweh zelf aan het woord komen (‘die Ik heb laten optrekken’); daarom staan die woorden rood. Voetnoot : מִשְׁפָּחָה (mishpachah), ‘familie’: een groep verwanten, hier het hele volk. Voetnoot : עֲלֵיכֶם (aleikhem), ‘over jullie’: het kan ook ‘tegen jullie’ betekenen. Zie ook: Amos 2:10; Jes 48:12; Mi 3:1; Jer 8:3; Jer 31:1 **3:2** **„Alleen jullie heb Ik gekend van alle families van de grond. Daarom zal Ik al jullie ongerechtigheden bij jullie bezoeken.”** Brontekst: רַ֚ק (raq) = alleen | אֶתְכֶ֣ם (etkhem) = jullie | יָדַ֔עְתִּי (yadati) = heb Ik gekend | מִכֹּ֖ל (mikol) = van alle | מִשְׁפְּח֣וֹת (mishpechot) = families van | הָאֲדָמָ֑ה (haadama) = de grond | עַל (al) = daarom | כֵּן֙ (ken) = zo | אֶפְקֹ֣ד (efqod) = zal Ik bezoeken | עֲלֵיכֶ֔ם (aleikhem) = bij jullie | אֵ֖ת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = al | עֲוֺנֹֽתֵיכֶֽם (avonoteikhem) = jullie ongerechtigheden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יָדַעְתִּי (yadati), ‘heb Ik gekend’: ‘kennen’ is hier uitkiezen en trouw zijn aan. Juist daarom vraagt Yahweh rekenschap. Voetnoot : פָּקַד (paqad), ‘bezoeken’: komen kijken en ter verantwoording roepen, dus straffen. Zo ook in Exod. 20:5 en verderop in dit hoofdstuk (3:14). Zie ook: Ex 19:5–6; Ex 20:5; Deut 7:6; Deut 10:15; Zach 14:17–18; 1 Petr 4:17 ### Oorzaak en gevolg **3:3** Gaan twee mensen samen, tenzij zij het hebben afgesproken? Brontekst: הֲיֵלְכ֥וּ (hayelekhu) = gaan | שְׁנַ֖יִם (shenayim) = twee | יַחְדָּ֑ו (yachdav) = samen | בִּלְתִּ֖י (bilti) = tenzij | אִם (im) = als | נוֹעָֽדוּ (noadu) = zij hebben afgesproken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: Vers 3–6 zijn vragen waarop het antwoord ‘nee’ is. Elk gevolg heeft een oorzaak. In vers 6 is Yahweh de oorzaak van het onheil; vers 7–8 zeggen waarom de profeet spreekt. Zie ook: Gen 5:22; Gen 6:9; Gen 17:1; Amos 3:6; Amos 3:7–8; 2 Kor 6:14–16 **3:4** Brult een leeuw in het woud als hij geen prooi heeft? Laat een jonge leeuw vanuit zijn hol zijn stem klinken, tenzij hij iets gevangen heeft? Brontekst: הֲיִשְׁאַ֤ג (hayishag) = brult het | אַרְיֵה֙ (arye) = een leeuw | בַּיַּ֔עַר (bayaar) = in het woud | וְטֶ֖רֶף (veteref) = en prooi | אֵ֣ין (ein) = er is niet | ל֑וֹ (lo) = voor hem | הֲיִתֵּ֨ן (hayiten) = laat klinken het | כְּפִ֤יר (kefir) = jonge leeuw | קוֹלוֹ֙ (qolo) = zijn stem | מִמְּעֹ֣נָת֔וֹ (mimeonato) = uit zijn hol | בִּלְתִּ֖י (bilti) = tenzij | אִם (im) = als | לָכָֽד (lakhad) = hij heeft gevangen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 104:21; Amos 1:2; Amos 3:8; Hos 5:14; Hos 11:10 **3:5** Valt een vogel in een strik op de grond als er geen valstrik voor haar is? Springt een strik op van de grond als hij niets vangt? Brontekst: הֲתִפֹּ֤ל (hatipol) = valt het | צִפּוֹר֙ (tsipor) = een vogel | עַל (al) = op | פַּ֣ח (pach) = strik van | הָאָ֔רֶץ (haarets) = de aarde | וּמוֹקֵ֖שׁ (umoqesh) = en valstrik | אֵ֣ין (ein) = er is niet | לָ֑הּ (lah) = voor haar | הֲיַֽעֲלֶה (hayaale) = springt op het | פַּח֙ (pach) = strik | מִן (min) = van | הָ֣אֲדָמָ֔ה (haadama) = de grond | וְלָכ֖וֹד (velakhod) = en vangen | לֹ֥א (lo) = niet | יִלְכּֽוֹד (yilkod) = hij vangt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פַּח (pach), ‘strik’ en מוֹקֵשׁ (moqesh), ‘valstrik’: werktuigen van een vogelvanger. Zie ook: Pred 9:12; Jer 31:28; Dan 9:14 **3:6** Als in een stad de ramshoorn wordt geblazen, beeft het volk dan niet? Als er onheil komt in een stad, heeft Yahweh dat dan niet gedaan? Brontekst: אִם (im) = als | יִתָּקַ֤ע (yitaqa) = wordt geblazen | שׁוֹפָר֙ (shofar) = ramshoorn | בְּעִ֔יר (beir) = in een stad | וְעָ֖ם (veam) = en volk | לֹ֣א (lo) = niet | יֶחֱרָ֑דוּ (yecheradu) = zullen beven | אִם (im) = als | תִּהְיֶ֤ה (tihye) = zal zijn | רָעָה֙ (raa) = onheil | בְּעִ֔יר (beir) = in een stad | וַיהוָ֖ה (vaYahweh) = en Yahweh | לֹ֥א (lo) = niet | עָשָֽׂה (asa) = heeft gedaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָעָה (ra’ah), ‘onheil’: ramp of nood, ook ‘kwaad’. Hier gaat het om rampen als straf, niet om zonde van Yahweh. Zie ook: Gen 50:20; Jes 14:24–27; Jes 45:7; Sef 1:16; 2 Kor 5:11 **3:7** Want Heer Yahweh doet niets, tenzij Hij Zijn geheim bekend heeft gemaakt aan Zijn dienaren, de profeten. Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | לֹ֧א (lo) = niet | יַעֲשֶׂ֛ה (yaase) = doet | אֲדֹנָ֥י (adonay) = Heer | יְהוִ֖ה (Yahweh) = Yahweh | דָּבָ֑ר (davar) = iets | כִּ֚י (ki) = want | אִם (im) = tenzij | גָּלָ֣ה (gala) = Hij heeft onthuld | סוֹד֔וֹ (sodo) = Zijn geheim | אֶל (el) = aan | עֲבָדָ֖יו (avadav) = Zijn dienaren | הַנְּבִיאִֽים (haneviim) = de profeten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: zie Amos 1:8. Voetnoot : סוֹד (sod), ‘geheim’: vertrouwelijk overleg of plan. Yahweh deelt dat met wie Hem vrezen (Ps. 25:14) en met Zijn dienaren de profeten. Zie ook: Gen 18:17; Ps 25:14; Amos 1:8; Dan 9:22–27; Joh 15:15; Openb 1:1 **3:8** Een leeuw heeft gebruld: wie vreest niet? Heer Yahweh heeft gesproken: wie profeteert niet? Brontekst: אַרְיֵ֥ה (arye) = een leeuw | שָׁאָ֖ג (shaag) = heeft gebruld | מִ֣י (mi) = wie | לֹ֣א (lo) = niet | יִירָ֑א (yira) = vreest | אֲדֹנָ֤י (adonay) = Heer | יְהוִה֙ (Yahweh) = Yahweh | דִּבֶּ֔ר (diber) = heeft gesproken | מִ֖י (mi) = wie | לֹ֥א (lo) = niet | יִנָּבֵֽא (yinave) = zal profeteren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Amos 1:2; Amos 2:12; Amos 3:4; Jer 20:9; Hand 4:20 ### Samaria wordt aangeklaagd **3:9** Laat het horen over de paleizen in Asdod en over de paleizen in het land Egypte. Zeg: „Verzamel jullie op de bergen van Samaria. Zie de grote onrust in haar midden en de onderdrukten in haar binnenste.” Brontekst: הַשְׁמִ֨יעוּ֙ (hashmiu) = laat horen | עַל (al) = over | אַרְמְנ֣וֹת (armenot) = paleizen | בְּאַשְׁדּ֔וֹד (beashdod) = in Asdod | וְעַֽל (veal) = en over | אַרְמְנ֖וֹת (armenot) = paleizen | בְּאֶ֣רֶץ (beerets) = in het land | מִצְרָ֑יִם (mitsrayim) = Egypte | וְאִמְר֗וּ (veimru) = en zeg | הֵאָֽסְפוּ֙ (heasefu) = verzamel jullie | עַל (al) = op | הָרֵ֣י (harei) = bergen van | שֹׁמְר֔וֹן (shomeron) = Samaria | וּרְא֞וּ (ureu) = en zie | מְהוּמֹ֤ת (mehumot) = onrust | רַבּוֹת֙ (rabot) = grote | בְּתוֹכָ֔הּ (betokhah) = in haar midden | וַעֲשׁוּקִ֖ים (vaashuqim) = en onderdrukten | בְּקִרְבָּֽהּ (beqirbah) = in haar binnenste Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Asdod: Asdod lag aan de kust van de Middellandse Zee, tussen Askelon en Jafo. Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem. Voetnoot Uitleg: Asdod (in Filistea) en Egypte worden uitgenodigd om naar Samaria te kijken. Zelfs zij kunnen zien dat daar onrecht heerst. Voetnoot : מְהוּמֹת (mehumot), ‘onrust’: verwarring en geweld. Zie ook: 1 Sam 5:1; Amos 1:8; Amos 4:1; Amos 6:1; Jer 22:8–9 **3:10** **Zij weten niet wat recht is te doen, godsspraak van Yahweh, zij die geweld en verwoesting opstapelen in hun paleizen.** Brontekst: וְלֹֽא (velo) = en niet | יָדְע֥וּ (yadeu) = zij weten | עֲשׂוֹת (asot) = te doen | נְכֹחָ֖ה (nekhocha) = wat recht is | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | הָאֽוֹצְרִ֛ים (haotserim) = zij die opstapelen | חָמָ֥ס (chamas) = geweld | וָשֹׁ֖ד (vashod) = en verwoesting | בְּאַרְמְנֽוֹתֵיהֶֽם (bearmenoteihem) = in hun paleizen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְכֹחָה (nekhochah), ‘wat recht is’: wat eerlijk en rechtdoor is. חָמָס (chamas), ‘geweld’, en שֹׁד (shod), ‘verwoesting’: onrecht tegenover anderen. Voetnoot Lezing: Wie in vers 9 spreekt, staat er niet. Wij lezen vers 9 als een opdracht van de profeet en vers 10 als woorden van Yahweh, omdat de godsspraakformule erin staat. Dat is onzeker. Zie ook: Ps 14:4; Amos 3:9; Sef 1:9; Jer 4:22; Zach 5:3–4; 2 Petr 3:5 ### De vijand komt **3:11** Daarom, zo zegt Heer Yahweh: **„Een vijand, rondom het land! Hij zal je kracht van je afnemen, en je paleizen zullen geplunderd worden.”** Brontekst: לָכֵ֗ן (lakhen) = daarom | כֹּ֤ה (ko) = zo | אָמַר֙ (amar) = zegt | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | יְהוִ֔ה (Yahweh) = Yahweh | צַ֖ר (tsar) = een vijand | וּסְבִ֣יב (useviv) = en rondom | הָאָ֑רֶץ (haarets) = het land | וְהוֹרִ֤ד (vehorid) = en hij zal afnemen | מִמֵּךְ֙ (mimekh) = van jou | עֻזֵּ֔ךְ (uzekh) = je kracht | וְנָבֹ֖זּוּ (venavozu) = en zullen geplunderd worden | אַרְמְנוֹתָֽיִךְ (armenotayikh) = je paleizen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צַר (tsar), ‘vijand’: het woord kan ook ‘nood’ betekenen. Er staat in het Hebreeuws geen werkwoord; de zin is een uitroep. Voetnoot : Sommige oude vertalingen lezen deze zin anders. Zie ook: 2 Kon 15:19; 2 Kon 17:3–6; 2 Kon 18:9–11; Amos 2:5; Amos 6:14 **3:12** Zo zegt Yahweh: **„Zoals de herder uit de muil van de leeuw twee onderbenen redt, of een stukje van een oor, zo zullen de zonen van Israël gered worden. Zij wonen in Samaria, op de hoek van een bed en op het damast van een rustbank.** Brontekst: כֹּה֮ (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zegt | יְהוָה֒ (Yahweh) = Yahweh | כַּאֲשֶׁר֩ (kaasher) = zoals | יַצִּ֨יל (yatsil) = redt | הָרֹעֶ֜ה (haroe) = de herder | מִפִּ֧י (mipi) = uit de muil van | הָאֲרִ֛י (haari) = de leeuw | שְׁתֵּ֥י (shetei) = twee | כְרָעַ֖יִם (keraayim) = onderbenen | א֣וֹ (o) = of | בְדַל (bedal) = een stukje van | אֹ֑זֶן (ozen) = oor | כֵּ֣ן (ken) = zo | יִנָּצְל֞וּ (yinatselu) = zullen gered worden | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | יִשְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | הַיֹּֽשְׁבִים֙ (hayoshevim) = die wonen | בְּשֹׁ֣מְר֔וֹן (beshomeron) = in Samaria | בִּפְאַ֥ת (bifat) = in de hoek van | מִטָּ֖ה (mita) = bed | וּבִדְמֶ֥שֶׁק (uvidmesheq) = en op het damast van | עָֽרֶשׂ (ares) = rustbank Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem. Voetnoot Uitleg: Een herder die een schaap aan een leeuw verloor, moest bewijs brengen (Exod. 22:12). Hier blijft er van Israël net zoveel over als een stukje van het schaap. Voetnoot : וּבִדְמֶשֶׁק עָרֶשׂ (uvidmeshek eres): de woorden kunnen ‘en in Damascus op een rustbank’ betekenen, maar lijken ook op ‘damast’, een kostbare stof. De betekenis is onzeker; wij vertalen ‘op het damast van een rustbank’. Zij zitten dus in weelde, op de rand van hun bed. Zie ook: Ex 22:12; 1 Sam 17:34–37; 1 Kon 20:34; Amos 9:2–3; Jes 31:4; Rom 11:4–5 ### Het oordeel over Betel en de huizen **3:13** **Luister en getuig tegen het huis van Jakob, godsspraak van Heer Yahweh, Elohim van de legermachten.** Brontekst: שִׁמְע֥וּ (shimu) = luister | וְהָעִ֖ידוּ (vehaidu) = en getuig | בְּבֵ֣ית (beveit) = tegen het huis van | יַֽעֲקֹ֑ב (yaaqov) = Jakob | נְאֻם (neum) = godsspraak van | אֲדֹנָ֥י (adonay) = Heer | יְהוִ֖ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֥י (elohei) = Elohim | הַצְּבָאֽוֹת (hatsevaot) = van de legermachten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֱלֹהֵי הַצְּבָאוֹת (Elohe hatsevaot), letterlijk ‘Elohim van de Tsevaot’: wij schrijven overal Elohim van de legermachten (zie ook 4:13; 5:14–16, 27). צְבָאוֹת betekent ‘legers’ of ‘heerscharen’. Wij vertalen Tsevaot overal als ‘legermachten’, zoals Yahweh van de legermachten (1 Sam. 1:3). Zie ook: Deut 30:18–19; 1 Sam 1:3; 2 Kon 17:13; 2 Kon 17:15; Ezech 2:7; 1 Tess 4:6 **3:14** **Want op de dag dat Ik de overtredingen van Israël aan hem bezoek, zal Ik ook de altaren van Betel bezoeken. De hoorns van het altaar zullen worden afgehouwen en op de grond vallen.** Brontekst: כִּ֗י (ki) = want | בְּי֛וֹם (beyom) = op de dag | פָּקְדִ֥י (paqedi) = Mijn bezoeken | פִשְׁעֵֽי (pishei) = overtredingen van | יִשְׂרָאֵ֖ל (yisrael) = Israël | עָלָ֑יו (alav) = over hem | וּפָֽקַדְתִּי֙ (ufaqadti) = en Ik zal bezoeken | עַל (al) = over | מִזְבְּח֣וֹת (mizbechot) = altaren van | בֵּֽית (beit) = Bet | אֵ֔ל (el) = El | וְנִגְדְּעוּ֙ (venigdeu) = en zullen worden afgehouwen | קַרְנ֣וֹת (qarnot) = hoorns van | הַמִּזְבֵּ֔חַ (hamizbeach) = het altaar | וְנָפְל֖וּ (venafelu) = en zullen vallen | לָאָֽרֶץ (laarets) = op de grond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: Betel (Hebreeuws Bet-El) was een heiligdom van het noordelijke rijk (1 Kon. 12:28–33). De hoorns van het altaar waren de plaats waar iemand om bescherming kon vragen (1 Kon. 1:50). Als de hoorns afgehouwen worden, is er geen toevlucht meer. Zie ook: 1 Kon 1:50; 1 Kon 12:28–33; 2 Kon 23:15; 2 Kron 34:6–7; Amos 5:5–6; Hos 10:5–8; Hos 10:14–15 **3:15** **Ik zal het winterhuis slaan, samen met het zomerhuis. De huizen van ivoor zullen verloren gaan, en vele huizen zullen verdwijnen, godsspraak van Yahweh.”** Brontekst: וְהִכֵּיתִ֥י (vehikeiti) = en Ik zal slaan | בֵית (beit) = het huis van | הַחֹ֖רֶף (hachoref) = de winter | עַל (al) = samen met | בֵּ֣ית (beit) = het huis van | הַקָּ֑יִץ (haqayits) = de zomer | וְאָבְד֞וּ (veavedu) = en zullen verloren gaan | בָּתֵּ֣י (batei) = huizen van | הַשֵּׁ֗ן (hashen) = het ivoor | וְסָפ֛וּ (vesafu) = en zullen verdwijnen | בָּתִּ֥ים (batim) = huizen | רַבִּ֖ים (rabim) = vele | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֵׁן (shen), ‘ivoor’: letterlijk ‘tand’. Huizen met ivoor versierd; zie ook 1 Kon. 22:39. Het winterhuis en het zomerhuis zijn de twee verblijven van de rijken. Zie ook: Re 3:20; 1 Kon 22:39; Amos 6:11; Jes 5:9; Jer 36:22 ## Amos 4 _De koeien van Basan en het volk dat niet terugkeert_ ### Tegen de koeien van Basan **4:1** Hoor dit woord, koeien van Basan op de berg van Samaria, die de geringen onderdrukken en de armen vermorzelen. Zij zeggen tegen hun heren: „Breng, dan drinken wij.” Brontekst: שִׁמְע֞וּ (shimu) = hoort | הַדָּבָ֣ר (hadavar) = het woord | הַזֶּ֗ה (haze) = dit | פָּר֤וֹת (parot) = koeien van | הַבָּשָׁן֙ (habashan) = Basan | אֲשֶׁר֙ (asher) = die | בְּהַ֣ר (behar) = op de berg van | שֹֽׁמְר֔וֹן (shomeron) = Samaria | הָעֹשְׁק֣וֹת (haosheqot) = die onderdrukken | דַּלִּ֔ים (dalim) = geringen | הָרֹצְצ֖וֹת (harotsetsot) = die vermorzelen | אֶבְיוֹנִ֑ים (evyonim) = armen | הָאֹמְרֹ֥ת (haomerot) = die zeggen | לַאֲדֹֽנֵיהֶ֖ם (laadoneihem) = tegen hun heren | הָבִ֥יאָה (havia) = breng | וְנִשְׁתֶּֽה (venishte) = dan drinken wij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië. Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem. Voetnoot Uitleg: פָּרוֹת הַבָּשָׁן (parot haBashan), ‘koeien van Basan’: de woorden zijn vrouwelijk. Het gaat om de rijke vrouwen van Samaria. Basan was een streek ten oosten van de Jordaan met vet vee; vergelijk Ps. 22:13. Voetnoot : דַּלִּים (dallim), ‘geringen’, en אֶבְיוֹנִים (evyonim), ‘armen’. Zie ook: Ps 22:13; Pred 4:1; Amos 5:11; Amos 6:1; Ezech 39:18 **4:2** Heer Yahweh heeft gezworen bij Zijn heiligheid: **„Zie, er komen dagen over jullie. Dan voert men jullie weg met haken, en wat van jullie overblijft met vishaken.** Brontekst: נִשְׁבַּ֨ע (nishba) = heeft gezworen | אֲדֹנָ֤י (adonay) = Heer | יְהוִה֙ (Yahweh) = Yahweh | בְּקָדְשׁ֔וֹ (beqadesho) = bij Zijn heiligheid | כִּ֛י (ki) = want | הִנֵּ֥ה (hine) = zie | יָמִ֖ים (yamim) = dagen | בָּאִ֣ים (baim) = komen | עֲלֵיכֶ֑ם (aleikhem) = over jullie | וְנִשָּׂ֤א (venisa) = en men voert weg | אֶתְכֶם֙ (etkhem) = jullie | בְּצִנּ֔וֹת (betsinot) = met haken | וְאַחֲרִיתְכֶ֖ן (veacharitekhen) = en wat van jullie overblijft | בְּסִיר֥וֹת (besirot) = met haken | דּוּגָֽה (duga) = van vissen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: zie Amos 1:8. Voetnoot : צִנּוֹת (tsinnot), ‘haken’, en סִירוֹת דּוּגָה (sirot dugah), ‘vishaken’: de woorden zijn zeldzaam en de betekenis is niet zeker. Het beeld is dat men de mensen wegsleept als vis. Zie ook: Ps 89:36; Amos 1:8; Amos 6:8; Jes 37:29; Jer 16:16; Hab 1:15–16 **4:3** **Jullie gaan door de bressen naar buiten, elke vrouw recht voor zich uit. Men werpt jullie weg naar Harmon, godsspraak van Yahweh.”** Brontekst: וּפְרָצִ֥ים (uferatsim) = en bressen | תֵּצֶ֖אנָה (tetsena) = gaan jullie uit | אִשָּׁ֣ה (isha) = een vrouw | נֶגְדָּ֑הּ (negdah) = recht voor zich uit | וְהִשְׁלַכְתֶּ֥נָה (vehishlakhtena) = en jullie worden weggeworpen | הַהַרְמ֖וֹנָה (haharmona) = naar Harmon | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְאֻם יְהוָה (neum Yahweh), ‘godsspraak van Yahweh’: een vaste formule voor een uitspraak van Yahweh zelf. Voetnoot : הַהַרְמוֹנָה (haharmonah), ‘naar Harmon’: de betekenis van dit woord is onzeker. Wij laten het als naam staan; sommige oude vertalingen lezen het anders. Zie ook: Jes 31:7; Sef 1:18; Ezech 12:5; Ezech 12:12; Mat 16:26 ### Offers in Betel en Gilgal **4:4** **„Kom naar Betel en pleeg overtreding, naar Gilgal en pleeg nog meer overtreding. Breng elke morgen jullie slachtoffers en om de drie dagen jullie tienden.** Brontekst: בֹּ֤אוּ (bou) = komt | בֵֽית (beit) = huis van | אֵל֙ (el) = El | וּפִשְׁע֔וּ (ufishu) = en pleegt overtreding | הַגִּלְגָּ֖ל (hagilgal) = naar Gilgal | הַרְבּ֣וּ (harbu) = vermeerdert | לִפְשֹׁ֑עַ (lifshoa) = de overtreding | וְהָבִ֤יאוּ (vehaviu) = en brengt | לַבֹּ֨קֶר֙ (laboqer) = elke morgen | זִבְחֵיכֶ֔ם (zivcheikhem) = jullie slachtoffers | לִשְׁלֹ֥שֶׁת (lishloshet) = voor drie | יָמִ֖ים (yamim) = dagen | מַעְשְׂרֹֽתֵיכֶֽם (maseroteikhem) = jullie tienden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem. Zie Gilgal (bij Jericho?; ligging onzeker): Het is niet zeker welk Gilgal hier bedoeld is. Een mogelijkheid is het Gilgal bij Jericho (Jozua 4:19). Dit is niet zeker. Zie Gilgal (bij Betel?; ligging onzeker): Een andere mogelijkheid is een Gilgal in het bergland bij Betel, vermoedelijk bij het huidige Jiljilya. Dit is niet zeker. Voetnoot Uitleg: Betel (בֵּית־אֵל, Bet-El), ‘huis van El’, en Gilgal waren heiligdommen waar het volk offerde. Zie 1 Kon. 12:28–29 en Amos 5:5. Voetnoot : לִשְׁלֹשֶׁת יָמִים (lishloshet yamim), letterlijk ‘voor drie dagen’: wij lezen ‘om de drie dagen’; het kan ook ‘na drie dagen’ betekenen. Zie ook: Num 28:3–4; 1 Kon 12:28–29; Amos 5:5; Hos 4:15; Hos 9:15; Ezech 20:39; Mat 23:32 **4:5** **Laat een dankoffer van gezuurd brood in rook opgaan. Roep vrijwillige gaven uit en maak ze bekend. Want zo hebben jullie het graag, zonen van Israël, godsspraak van Heer Yahweh.** Brontekst: וְקַטֵּ֤ר (veqater) = en laat in rook opgaan | מֵֽחָמֵץ֙ (mechamets) = van gezuurd brood | תּוֹדָ֔ה (toda) = een dankoffer | וְקִרְא֥וּ (veqiru) = en roept uit | נְדָב֖וֹת (nedavot) = vrijwillige gaven | הַשְׁמִ֑יעוּ (hashmiu) = maakt bekend | כִּ֣י (ki) = want | כֵ֤ן (ken) = zo | אֲהַבְתֶּם֙ (ahavtem) = hebben jullie liefgehad | בְּנֵ֣י (benei) = zonen van | יִשְׂרָאֵ֔ל (yisrael) = Israël | נְאֻ֖ם (neum) = godsspraak van | אֲדֹנָ֥י (adonay) = Heer | יְהוִֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תּוֹדָה (todah), ‘dankoffer’: een offer van dank. Gezuurd brood mocht niet op het altaar worden verbrand (Lev. 2:11), maar bij het dankoffer werd het wel als offergave gebracht (Lev. 7:13). Voetnoot : נְדָבוֹת (nedavot), ‘vrijwillige gaven’: offers die men uit eigen wil bracht. Zie ook: Lev 2:11; Lev 7:13; Lev 22:18–21; Ps 81:13; Hos 9:10; Mat 6:2; Mat 23:23 ### Vijf keer geslagen, niet teruggekeerd **4:6** **Ook Ik heb jullie schone tanden gegeven in al jullie steden en gebrek aan brood in al jullie woonplaatsen. Toch zijn jullie niet tot Mij teruggekeerd, godsspraak van Yahweh.** Brontekst: וְגַם (vegam) = en ook | אֲנִי֩ (ani) = Ik | נָתַ֨תִּי (natati) = heb gegeven | לָכֶ֜ם (lakhem) = aan jullie | נִקְי֤וֹן (niqyon) = reinheid van | שִׁנַּ֨יִם֙ (shinayim) = tanden | בְּכָל (bekhal) = in al | עָ֣רֵיכֶ֔ם (areikhem) = jullie steden | וְחֹ֣סֶר (vechoser) = en gebrek aan | לֶ֔חֶם (lechem) = brood | בְּכֹ֖ל (bekhol) = in al | מְקוֹמֹֽתֵיכֶ֑ם (meqomoteikhem) = jullie woonplaatsen | וְלֹֽא (velo) = en niet | שַׁבְתֶּ֥ם (shavtem) = zijn jullie teruggekeerd | עָדַ֖י (aday) = tot Mij | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִקְיוֹן שִׁנַּיִם (niqyon shinnayim), ‘reinheid van de tanden’: schone tanden, omdat er niets te eten was. Voetnoot : In vers 6, 8, 9, 10 en 11 keert een refrein terug: שַׁבְתֶּם עָדַי (shavtem adai), ‘jullie zijn niet tot Mij teruggekeerd’. Vergelijk de vloeken in Lev. 26 en Deut. 28. Zie ook: Amos 4:8; Amos 4:9; Amos 4:10; Amos 4:11; Jes 9:12; Jer 5:3; Hag 2:17; Openb 2:21; Openb 16:10–11 **4:7** **Ook Ik heb de regen van jullie tegengehouden, toen het nog drie maanden was tot de oogst. Ik liet het regenen op de ene stad, en op de andere stad liet Ik het niet regenen. Het ene stuk land kreeg regen. Het stuk land dat geen regen kreeg, verdorde.** Brontekst: וְגַ֣ם (vegam) = en ook | אָנֹכִי֩ (anokhi) = Ik | מָנַ֨עְתִּי (manati) = heb tegengehouden | מִכֶּ֜ם (mikem) = van jullie | אֶת (et) = (obj.) | הַגֶּ֗שֶׁם (hageshem) = de regen | בְּע֨וֹד (beod) = terwijl nog | שְׁלֹשָׁ֤ה (shelosha) = drie | חֳדָשִׁים֙ (chodashim) = maanden | לַקָּצִ֔יר (laqatsir) = tot de oogst | וְהִמְטַרְתִּי֙ (vehimtarti) = en Ik liet regenen | עַל (al) = op | עִ֣יר (ir) = stad | אֶחָ֔ת (echat) = één | וְעַל (veal) = en op | עִ֥יר (ir) = stad | אַחַ֖ת (achat) = een andere | לֹ֣א (lo) = niet | אַמְטִ֑יר (amtir) = liet Ik regenen | חֶלְקָ֤ה (chelqa) = stuk land | אַחַת֙ (achat) = één | תִּמָּטֵ֔ר (timater) = kreeg regen | וְחֶלְקָ֛ה (vechelqa) = en stuk land | אֲשֶֽׁר (asher) = dat | לֹֽא (lo) = niet | תַמְטִ֥יר (tamtir) = regen kreeg | עָלֶ֖יהָ (aleiha) = daarop | תִּיבָֽשׁ (tivash) = verdorde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ex 9:4; Ex 9:26; Ex 10:23; Jes 5:6; Jer 3:3 **4:8** **Twee, drie steden zwierven naar één stad om water te drinken, maar ze werden niet verzadigd. Toch zijn jullie niet tot Mij teruggekeerd, godsspraak van Yahweh.** Brontekst: וְנָע֡וּ (venau) = en zwierven | שְׁתַּיִם֩ (shetayim) = twee | שָׁלֹ֨שׁ (shalosh) = drie | עָרִ֜ים (arim) = steden | אֶל (el) = naar | עִ֥יר (ir) = stad | אַחַ֛ת (achat) = één | לִשְׁתּ֥וֹת (lishtot) = om te drinken | מַ֖יִם (mayim) = water | וְלֹ֣א (velo) = en niet | יִשְׂבָּ֑עוּ (yisbau) = werden zij verzadigd | וְלֹֽא (velo) = en niet | שַׁבְתֶּ֥ם (shavtem) = zijn jullie teruggekeerd | עָדַ֖י (aday) = tot Mij | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 1 Kon 18:5; Amos 4:6; Jes 41:17–18; Mi 6:14; Hag 1:6 **4:9** **Ik sloeg jullie met korenbrand en meeldauw. Veel van jullie tuinen en wijngaarden, van jullie vijgenbomen en olijfbomen, at de knipper op. Toch zijn jullie niet tot Mij teruggekeerd, godsspraak van Yahweh.** Brontekst: הִכֵּ֣יתִי (hikeiti) = Ik sloeg | אֶתְכֶם֮ (etkhem) = jullie | בַּשִּׁדָּפ֣וֹן (bashidafon) = met korenbrand | וּבַיֵּרָקוֹן֒ (uvayeraqon) = en met meeldauw | הַרְבּ֨וֹת (harbot) = veel van | גַּנּוֹתֵיכֶ֧ם (ganoteikhem) = jullie tuinen | וְכַרְמֵיכֶ֛ם (vekharmeikhem) = en jullie wijngaarden | וּתְאֵנֵיכֶ֥ם (uteeneikhem) = en jullie vijgenbomen | וְזֵיתֵיכֶ֖ם (vezeiteikhem) = en jullie olijfbomen | יֹאכַ֣ל (yokhal) = at op | הַגָּזָ֑ם (hagazam) = de knipper | וְלֹֽא (velo) = en niet | שַׁבְתֶּ֥ם (shavtem) = zijn jullie teruggekeerd | עָדַ֖י (aday) = tot Mij | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שִׁדָּפוֹן (shiddafon), ‘korenbrand’, en יֵרָקוֹן (yeraqon), ‘meeldauw’: ziekten van het gewas, ook genoemd in Deut. 28:22. Voetnoot : גָּזָם (gazam), ‘knipper’: een soort sprinkhaan of een stadium van de sprinkhaan; zie ook Joël 1:4. Voetnoot : הַרְבּוֹת (harbot), letterlijk ‘het vermeerderen van’: wij lezen ‘veel van’. De zin is moeilijk. Zie ook: Deut 28:22; Joël 1:4; Amos 4:6; Amos 7:1–2; Hag 2:17 **4:10** **Ik stuurde pest onder jullie, op de wijze van Egypte. Ik doodde jullie jongemannen met het zwaard, samen met het wegvoeren van jullie paarden. Ik liet de stank van jullie legerplaatsen opstijgen, tot in jullie neus. Toch zijn jullie niet tot Mij teruggekeerd, godsspraak van Yahweh.** Brontekst: שִׁלַּ֨חְתִּי (shilachti) = Ik stuurde | בָכֶ֥ם (bakhem) = onder jullie | דֶּ֨בֶר֙ (dever) = pest | בְּדֶ֣רֶךְ (bederekh) = op de wijze van | מִצְרַ֔יִם (mitsrayim) = Egypte | הָרַ֤גְתִּי (haragti) = Ik doodde | בַחֶ֨רֶב֙ (bacherev) = met het zwaard | בַּח֣וּרֵיכֶ֔ם (bachureikhem) = jullie jongemannen | עִ֖ם (im) = samen met | שְׁבִ֣י (shevi) = het wegvoeren van | סֽוּסֵיכֶ֑ם (suseikhem) = jullie paarden | וָאַעֲלֶ֞ה (vaaale) = en Ik liet opstijgen | בְּאֹ֤שׁ (beosh) = de stank van | מַחֲנֵיכֶם֙ (machaneikhem) = jullie legerplaatsen | וּֽבְאַפְּכֶ֔ם (uveapekhem) = en in jullie neus | וְלֹֽא (velo) = en niet | שַׁבְתֶּ֥ם (shavtem) = zijn jullie teruggekeerd | עָדַ֖י (aday) = tot Mij | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: דֶּבֶר (dever), ‘pest’: een dodelijke ziekte; vergelijk Exod. 9:3. Voetnoot : בְּדֶרֶךְ מִצְרַיִם (bederekh Mitsrayim), ‘op de wijze van Egypte’: het kan ook ‘op de weg naar Egypte’ betekenen. Zie ook: Ex 9:3; Lev 26:25; Deut 28:60; Ps 78:49–50; 2 Kon 13:7; Joël 2:20 **4:11** **Ik veroorzaakte onder jullie een omkering, zoals Elohim Sodom en Gomorra omkeerde. Jullie werden als een brandhout dat uit de brand is gered. Toch zijn jullie niet tot Mij teruggekeerd, godsspraak van Yahweh.** Brontekst: הָפַ֣כְתִּי (hafakhti) = Ik keerde om | בָכֶ֗ם (bakhem) = onder jullie | כְּמַהְפֵּכַ֤ת (kemahpekhat) = zoals de omkering door | אֱלֹהִים֙ (Elohim) = Elohim | אֶת (et) = (obj.) | סְדֹ֣ם (sedom) = Sodom | וְאֶת (veet) = en (obj.) | עֲמֹרָ֔ה (amora) = Gomorra | וַתִּהְי֕וּ (vatihyu) = en jullie werden | כְּא֖וּד (keud) = als een brandhout | מֻצָּ֣ל (mutsal) = gered | מִשְׂרֵפָ֑ה (misrefa) = uit de brand | וְלֹֽא (velo) = en niet | שַׁבְתֶּ֥ם (shavtem) = zijn jullie teruggekeerd | עָדַ֖י (aday) = tot Mij | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht. Voetnoot Uitleg: Sodom en Gomorra: zie Gen. 19:24–25. Voetnoot : אוּד מֻצָּל מִשְּׂרֵפָה (ud mutsal misrefah), ‘een brandhout, gered uit de brand’: een stuk hout dat uit het vuur is gegrepen. Er bleef dus een rest over. Zie ook: Gen 19:24–25; Jes 13:19; Jer 23:14; Zach 3:2; 2 Petr 2:6 ### Maak je gereed **4:12** **Daarom zal Ik zo met je doen, Israël. Omdat Ik dit met je zal doen, maak je gereed om je Elohim te ontmoeten, Israël.”** Brontekst: לָכֵ֕ן (lakhen) = daarom | כֹּ֥ה (ko) = zo | אֶעֱשֶׂה (eese) = zal Ik doen | לְּךָ֖ (lekha) = met jou | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | עֵ֚קֶב (eqev) = omdat | כִּֽי (ki) = dat | זֹ֣את (zot) = dit | אֶֽעֱשֶׂה (eese) = zal Ik doen | לָּ֔ךְ (lakh) = met jou | הִכּ֥וֹן (hikon) = maak je gereed | לִקְרַאת (liqrat) = om te ontmoeten | אֱלֹהֶ֖יךָ (eloheikha) = jouw Elohim | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֵקֶב (ekev), ‘omdat’. Wat Yahweh zal doen, wordt hier niet gezegd. Voetnoot : לִקְרַאת אֱלֹהֶיךָ (liqrat Eloheykha), ‘om je Elohim te ontmoeten’: de zin kan een oproep tot boete zijn en een aankondiging van oordeel. Zie ook: Amos 9:1–4; Ezech 13:5; Mar 13:32–37; Jak 4:1–10; 1 Tess 5:2–4 **4:13** Want zie, Hij vormt de bergen en schept de wind. Hij maakt de mens bekend wat zijn gedachte is. Hij maakt van de dageraad duisternis en treedt op de hoogten van de aarde. Yahweh, Elohim van de legermachten, is Zijn naam. Brontekst: כִּ֡י (ki) = want | הִנֵּה֩ (hine) = zie | יוֹצֵ֨ר (yotser) = Hij die vormt | הָרִ֜ים (harim) = bergen | וּבֹרֵ֣א (uvore) = en die schept | ר֗וּחַ (ruach) = wind | וּמַגִּ֤יד (umagid) = en die bekendmaakt | לְאָדָם֙ (leadam) = aan de mens | מַה (ma) = wat | שֵּׂח֔וֹ (secho) = zijn gedachte | עֹשֵׂ֥ה (ose) = Hij die maakt | שַׁ֨חַר֙ (shachar) = dageraad | עֵיפָ֔ה (eifa) = duisternis | וְדֹרֵ֖ךְ (vedorekh) = en die treedt | עַל (al) = op | בָּ֣מֳתֵי (bamotei) = hoogten van | אָ֑רֶץ (arets) = de aarde | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵֽי (elohei) = Elohim | צְבָא֖וֹת (tsevaot) = van de legermachten | שְׁמֽוֹ (shemo) = is Zijn naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֵׂחוֹ (sicho), ‘zijn gedachte’: de betekenis is onzeker. Het kan ook ‘zijn klacht’ of ‘zijn spreken’ zijn. ‘Zijn’ kan op de mens slaan of op Yahweh. Voetnoot : רוּחַ (ruach), ‘wind’: het woord betekent ook ‘geest’. Voetnoot : עֵיפָה (eifah), ‘duisternis’: een zeldzaam woord. Voetnoot : צְבָאוֹת (Tsevaot) vertalen wij overal als ‘legermachten’. Voetnoot : Dit is een lofzang op Yahweh, zoals ook in 5:8–9 en 9:5–6. Zie ook: Ps 65:7; Amos 5:8; Amos 9:6; Jes 47:4; Mi 1:3 ## Amos 5 _Klaaglied over Israël: zoek Yahweh en leef_ ### Een klaaglied over Israël **5:1** Hoor dit woord, dat ik over jullie als klaaglied aanhef, huis van Israël. Brontekst: שִׁמְע֞וּ (shimu) = hoort | אֶת (et) = (obj.) | הַדָּבָ֣ר (hadavar) = het woord | הַזֶּ֗ה (haze) = dit | אֲשֶׁ֨ר (asher) = dat | אָנֹכִ֜י (anokhi) = ik | נֹשֵׂ֧א (nose) = aanhef | עֲלֵיכֶ֛ם (aleikhem) = over jullie | קִינָ֖ה (qina) = klaaglied | בֵּ֥ית (beit) = huis van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: קִינָה (qinah), ‘klaaglied’: een lied van rouw bij een dode. Amos zingt het over Israël alsof het al gestorven is. Zie ook: Jer 7:29; Jer 9:9; Jer 9:16; Ezech 19:1; Ezech 19:14 **5:2** De maagd Israël is gevallen. Zij zal niet meer opstaan. Zij ligt verlaten op haar grond. Er is niemand die haar overeind helpt. Brontekst: נָֽפְלָה֙ (nafela) = is gevallen | לֹֽא (lo) = niet | תוֹסִ֣יף (tosif) = zal meer | ק֔וּם (qum) = opstaan | בְּתוּלַ֖ת (betulat) = de maagd van | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | נִטְּשָׁ֥ה (nitesha) = ligt verlaten | עַל (al) = op | אַדְמָתָ֖הּ (admatah) = haar grond | אֵ֥ין (ein) = niemand | מְקִימָֽהּ (meqimah) = die haar doet opstaan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּתוּלַת יִשְׂרָאֵל (betulat Yisrael), ‘de maagd Israël’: Israël als jonge vrouw. Voetnoot : נִטְּשָׁה (nittashah), ‘verlaten’: het woord kan ook ‘neergeworpen’ betekenen. Zie ook: 2 Kon 17:16; Amos 9:11; Hos 14:2; Jer 14:17; Jer 18:13 **5:3** Want zo zegt Heer Yahweh: **„De stad die met duizend uittrekt, houdt er honderd over. En de stad die met honderd uittrekt, houdt er tien over, voor het huis van Israël.”** Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | כֹ֤ה (ko) = zo | אָמַר֙ (amar) = zegt | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | יְהוִ֔ה (Yahweh) = Yahweh | הָעִ֛יר (hair) = de stad | הַיֹּצֵ֥את (hayotset) = die uittrekt | אֶ֖לֶף (elef) = duizend | תַּשְׁאִ֣יר (tashir) = houdt over | מֵאָ֑ה (mea) = honderd | וְהַיּוֹצֵ֥את (vehayotset) = en die uittrekt | מֵאָ֛ה (mea) = honderd | תַּשְׁאִ֥יר (tashir) = houdt over | עֲשָׂרָ֖ה (asara) = tien | לְבֵ֥ית (leveit) = voor het huis van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Jes 1:9; Jes 6:13; Jes 10:22; Ezech 12:16; Rom 9:27 ### Zoek Mij en leef **5:4** Want zo zegt Yahweh tegen het huis van Israël: **„Zoek Mij en leef.** Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | כֹ֥ה (ko) = zo | אָמַ֛ר (amar) = zegt | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | לְבֵ֣ית (leveit) = tot het huis van | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | דִּרְשׁ֖וּנִי (dirshuni) = zoekt Mij | וִֽחְיֽוּ (vichyu) = en leeft Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דִּרְשׁוּנִי וִחְיוּ (dirshuni vichyu), ‘zoek Mij en leef’: ‘zoeken’ (darash) is hier Yahweh raadplegen en zich tot Hem wenden. Het werkwoord keert terug in vers 5 en 6. Zie ook: Ps 14:2; 2 Kron 15:2; Amos 5:5; Amos 5:6; Jes 55:3; Sef 2:3; Jer 29:12–13 **5:5** **Zoek Betel niet. Ga niet naar Gilgal en trek niet door naar Beër-Sjeba. Want Gilgal zal zeker in ballingschap gaan, en Betel zal tot onheil worden.”** Brontekst: וְאַֽל (veal) = en niet | תִּדְרְשׁוּ֙ (tidreshu) = zoekt | בֵּֽית (beit) = huis van | אֵ֔ל (el) = El | וְהַגִּלְגָּל֙ (vehagilgal) = en naar Gilgal | לֹ֣א (lo) = niet | תָבֹ֔אוּ (tavou) = komt | וּבְאֵ֥ר (uveer) = en naar Beër | שֶׁ֖בַע (sheva) = Sjeba | לֹ֣א (lo) = niet | תַעֲבֹ֑רוּ (taavoru) = trekt over | כִּ֤י (ki) = want | הַגִּלְגָּל֙ (hagilgal) = Gilgal | גָּלֹ֣ה (galo) = in ballingschap | יִגְלֶ֔ה (yigle) = zal gaan | וּבֵֽית (uveit) = en huis van | אֵ֖ל (el) = El | יִהְיֶ֥ה (yihye) = zal worden | לְאָֽוֶן (leaven) = tot onheil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem. Zie Gilgal (bij Jericho?; ligging onzeker): Het is niet zeker welk Gilgal hier bedoeld is. Een mogelijkheid is het Gilgal bij Jericho (Jozua 4:19). Dit is niet zeker. Zie Gilgal (bij Betel?; ligging onzeker): Een andere mogelijkheid is een Gilgal in het bergland bij Betel, vermoedelijk bij het huidige Jiljilya. Dit is niet zeker. Zie Beër-Sjeba: Beër-Sjeba ligt aan de rand van de Negev, ongeveer 75 km ten zuidwesten van Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: Betel, Gilgal en Beër-Sjeba waren heiligdommen. Beër-Sjeba lag in het zuiden van Juda; zie ook Amos 8:14. Voetnoot : הַגִּלְגָּל גָּלֹה יִגְלֶה (haGilgal galoh yigleh), ‘Gilgal zal zeker in ballingschap gaan’: een woordspel op de naam Gilgal en het werkwoord galah, ‘in ballingschap gaan’. Voetnoot : אָוֶן (aven), ‘onheil’: een woordspel op Betel, ‘huis van El’. Elders heet Betel Bet-Awen, ‘huis van onheil’ (Hos. 4:15). Zie ook: Gen 21:33; Amos 4:4; Amos 8:14; Hos 4:15; Openb 18:17 **5:6** Zoek Yahweh en leef. Anders breekt Hij als vuur door in het huis van Jozef. Het verteert, en niemand blust het voor Betel. Brontekst: דִּרְשׁ֥וּ (dirshu) = zoekt | אֶת (et) = (obj.) | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | וִֽחְי֑וּ (vichyu) = en leeft | פֶּן (pen) = anders | יִצְלַ֤ח (yitslach) = breekt Hij door | כָּאֵשׁ֙ (kaesh) = als vuur | בֵּ֣ית (beit) = huis van | יוֹסֵ֔ף (yosef) = Jozef | וְאָכְלָ֥ה (veakhela) = en het verteert | וְאֵין (veein) = en niemand | מְכַבֶּ֖ה (mekhabe) = die blust | לְבֵֽית (leveit) = voor huis van | אֵֽל (el) = El Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: ‘Het huis van Jozef’ zijn de noordelijke stammen, vooral Efraïm en Manasse, de zonen van Jozef. Zie ook 5:15 en 6:6. Zie ook: Amos 5:4; Amos 5:14; Jes 55:6; Ezech 21:3–4; Ezech 33:11 **5:7** Zij veranderen het recht in alsem en leggen de gerechtigheid ter aarde neer. Brontekst: הַהֹפְכִ֥ים (hahofekhim) = die veranderen | לְלַעֲנָ֖ה (lelaana) = in alsem | מִשְׁפָּ֑ט (mishpat) = recht | וּצְדָקָ֖ה (utsedaqa) = en gerechtigheid | לָאָ֥רֶץ (laarets) = ter aarde | הִנִּֽיחוּ (hinichu) = leggen zij neer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לַעֲנָה (la'anah), ‘alsem’: een bittere plant. Het is een beeld voor bitterheid; zie ook 6:12. Zie ook: Deut 29:17; Amos 5:11–12; Amos 6:12; Hos 10:4; Ezech 3:20 **5:8** Hij maakt de Plejaden en Orion. Hij verandert diepe schaduw in morgen en verduistert de dag tot nacht. Hij roept de wateren van de zee en giet ze uit over het oppervlak van de aarde. Yahweh is Zijn naam. Brontekst: עֹשֵׂ֨ה (ose) = Hij die maakt | כִימָ֜ה (kima) = de Plejaden | וּכְסִ֗יל (ukhesil) = en Orion | וְהֹפֵ֤ךְ (vehofekh) = en die verandert | לַבֹּ֨קֶר֙ (laboqer) = in morgen | צַלְמָ֔וֶת (tsalmavet) = diepe schaduw | וְי֖וֹם (veyom) = en dag | לַ֣יְלָה (layla) = in nacht | הֶחְשִׁ֑יךְ (hechshikh) = verduistert | הַקּוֹרֵ֣א (haqore) = die roept | לְמֵֽי (lemei) = de wateren van | הַיָּ֗ם (hayam) = de zee | וַֽיִּשְׁפְּכֵ֛ם (vayishpekhem) = en giet ze uit | עַל (al) = over | פְּנֵ֥י (penei) = het oppervlak van | הָאָ֖רֶץ (haarets) = de aarde | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | שְׁמֽוֹ (shemo) = is Zijn naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כִימָה (kimah), ‘de Plejaden’, en כְּסִיל (kesil), ‘Orion’: sterrenbeelden. De gangbare weergave is niet helemaal zeker; zie Job 9:9 en 38:31. Voetnoot : צַלְמָוֶת (tsalmavet), ‘diepe schaduw’: ook ‘schaduw van de dood’, zoals in Ps. 23:4. Voetnoot : Dit is een lofzang op Yahweh, zoals ook in 4:13 en 9:5–6. Zie ook: Job 9:9; Job 38:31; Ps 23:4; Ps 104:20; Amos 4:13; Amos 8:9; Amos 9:6 **5:9** Hij laat verwoesting losbarsten over de sterke, en verwoesting komt over de vesting. Brontekst: הַמַּבְלִ֥יג (hamavlig) = Hij die laat losbarsten | שֹׁ֖ד (shod) = verwoesting | עַל (al) = over | עָ֑ז (az) = de sterke | וְשֹׁ֖ד (veshod) = en verwoesting | עַל (al) = over | מִבְצָ֥ר (mivtsar) = de vesting | יָבֽוֹא (yavo) = komt Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַבְלִיג (mavlig), ‘laat losbarsten’: een zeldzaam werkwoord. De betekenis is onzeker; het kan ook ‘laat oplichten’ betekenen. Zie ook: 2 Kon 13:17; 2 Kon 13:25; Mi 5:10; Jer 37:10; Heb 11:34 ### Onrecht in de poort **5:10** Zij haten wie in de poort terechtwijst, en wie onberispelijk spreekt, verafschuwen zij. Brontekst: שָׂנְא֥וּ (saneu) = haten zij | בַשַּׁ֖עַר (bashaar) = in de poort | מוֹכִ֑יחַ (mokhiach) = wie terechtwijst | וְדֹבֵ֥ר (vedover) = en wie spreekt | תָּמִ֖ים (tamim) = onberispelijk | יְתָעֵֽבוּ (yetaevu) = verafschuwen zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘De poort’ is de plaats van het stadsbestuur en van de rechtspraak. Zie ook vers 12 en 15. Zie ook: 1 Kon 22:8; Amos 5:12; Amos 5:15; Jes 29:21; Jer 17:16–17; Joh 7:7; Joh 8:45–47 **5:11** Daarom, omdat jullie de geringe vertrappen en een graanafgifte van hem nemen: huizen van gehouwen steen hebben jullie gebouwd. Maar jullie zullen er niet in wonen. Lieflijke wijngaarden hebben jullie geplant. Maar jullie zullen de wijn ervan niet drinken. Brontekst: לָ֠כֵן (lakhen) = daarom | יַ֣עַן (yaan) = omdat | בּוֹשַׁסְכֶ֞ם (boshaskhem) = jullie vertrappen | עַל (al) = op | דָּ֗ל (dal) = de geringe | וּמַשְׂאַת (umasat) = en een afgifte van | בַּר֙ (bar) = graan | תִּקְח֣וּ (tiqchu) = nemen jullie | מִמֶּ֔נּוּ (mimenu) = van hem | בָּתֵּ֥י (batei) = huizen van | גָזִ֛ית (gazit) = gehouwen steen | בְּנִיתֶ֖ם (benitem) = hebben jullie gebouwd | וְלֹא (velo) = maar niet | תֵ֣שְׁבוּ (teshevu) = zullen jullie wonen | בָ֑ם (bam) = daarin | כַּרְמֵי (karmei) = wijngaarden van | חֶ֣מֶד (chemed) = lieflijkheid | נְטַעְתֶּ֔ם (netatem) = hebben jullie geplant | וְלֹ֥א (velo) = maar niet | תִשְׁתּ֖וּ (tishtu) = zullen jullie drinken | אֶת (et) = (obj.) | יֵינָֽם (yeinam) = hun wijn Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בּוֹשַׁסְכֶם (boschaskhem), ‘jullie vertrappen’: het woord komt alleen hier voor en de betekenis is onzeker. Voetnoot : מַשְׂאַת בַּר (masat bar), ‘een afgifte van graan’: een zware heffing in graan. Voetnoot : Huizen bouwen zonder erin te wonen en wijngaarden planten zonder de wijn te drinken is een vloek uit Deut. 28:30 en 28:39. Zie ook: Deut 28:30; Deut 28:39; Mi 6:15; Sef 1:13; Hag 1:6; Jak 2:6 **5:12** **„Want Ik ken jullie vele overtredingen en jullie zware zonden. Jullie benauwen de rechtvaardige, nemen omkoopgeld aan en duwen de armen in de poort opzij.”** Brontekst: כִּ֤י (ki) = want | יָדַ֨עְתִּי֙ (yadati) = Ik ken | רַבִּ֣ים (rabim) = talrijk | פִּשְׁעֵיכֶ֔ם (pisheikhem) = jullie overtredingen | וַעֲצֻמִ֖ים (vaatsumim) = en zwaar | חַטֹּֽאתֵיכֶ֑ם (chatoteikhem) = jullie zonden | צֹרְרֵ֤י (tsorerei) = die benauwen | צַדִּיק֙ (tsadiq) = de rechtvaardige | לֹ֣קְחֵי (loqechei) = die aannemen | כֹ֔פֶר (kofer) = omkoopgeld | וְאֶבְיוֹנִ֖ים (veevyonim) = en armen | בַּשַּׁ֥עַר (bashaar) = in de poort | הִטּֽוּ (hitu) = duwen zij opzij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’: hier een omkoopsom. Elders is het het losgeld voor een leven, zoals in Exod. 21:30. Zie ook: Ex 21:30; Ps 26:9–10; Amos 2:6–7; Amos 5:10; Jes 1:23; Mal 3:5 **5:13** Daarom zwijgt de verstandige in die tijd, want het is een kwade tijd. Brontekst: לָכֵ֗ן (lakhen) = daarom | הַמַּשְׂכִּ֛יל (hamaskil) = de verstandige | בָּעֵ֥ת (baet) = in de tijd | הַהִ֖יא (hahi) = die | יִדֹּ֑ם (yidom) = zwijgt | כִּ֛י (ki) = want | עֵ֥ת (et) = tijd | רָעָ֖ה (raa) = kwaad | הִֽיא (hi) = het is Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַמַּשְׂכִּיל (hamaskil), ‘de verstandige’: wie inzicht heeft. Het Hebreeuws zegt niet waarom hij zwijgt; het kan wijzen op gevaar of op de zinloosheid van spreken. Zie ook: Pred 3:7; Hos 4:4; Mi 2:3; Ef 5:15–16; 2 Tim 3:1 ### Zoek het goede **5:14** Zoek het goede en niet het kwade, zodat jullie leven. Dan zal Yahweh, Elohim van de legermachten, met jullie zijn, zoals jullie gezegd hebben. Brontekst: דִּרְשׁוּ (dirshu) = zoekt | ט֥וֹב (tov) = het goede | וְאַל (veal) = en niet | רָ֖ע (ra) = het kwade | לְמַ֣עַן (lemaan) = opdat | תִּֽחְי֑וּ (tichyu) = jullie leven | וִיהִי (vihi) = en zo moge het zijn | כֵ֞ן (ken) = zo | יְהוָ֧ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵֽי (elohei) = Elohim | צְבָא֛וֹת (tsevaot) = van de legermachten | אִתְּכֶ֖ם (itekhem) = met jullie | כַּאֲשֶׁ֥ר (kaasher) = zoals | אֲמַרְתֶּֽם (amartem) = jullie hebben gezegd Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 1:9; Mi 3:11; Mi 6:8; Mat 6:33; Fil 4:8–9 **5:15** Haat het kwade en heb het goede lief. Stel in de poort het recht in. Misschien zal Yahweh, Elohim van de legermachten, genadig zijn voor het overblijfsel van Jozef. Brontekst: שִׂנְאוּ (sinu) = haat | רָע֙ (ra) = het kwade | וְאֶ֣הֱבוּ (veehevu) = en heb lief | ט֔וֹב (tov) = het goede | וְהַצִּ֥יגוּ (vehatsigu) = en stel in | בַשַּׁ֖עַר (bashaar) = in de poort | מִשְׁפָּ֑ט (mishpat) = recht | אוּלַ֗י (ulay) = misschien | יֶֽחֱנַ֛ן (yechenan) = zal genadig zijn | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵֽי (elohei) = Elohim | צְבָא֖וֹת (tsevaot) = van de legermachten | שְׁאֵרִ֥ית (sheerit) = het overblijfsel van | יוֹסֵֽף (yosef) = Jozef Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאֵרִית יוֹסֵף (sheerit Yosef), ‘het overblijfsel van Jozef’: de rest van het noordelijke rijk. Voetnoot : אוּלַי (ulai), ‘misschien’: Amos geeft geen zekerheid. Zie ook: Ps 97:10; Joël 2:14; 1 Tess 5:21–22; Rom 12:9; 3 Joh 1:11 ### Klaagzang overal **5:16** Daarom, zo zegt Yahweh, Elohim van de legermachten, de Heer: **„Op alle pleinen zal klaagzang zijn, en in alle straten zegt men: ‘Ach, ach!’ Men roept de landman op tot rouw, en tot klaagzang hen die de rouwzang kennen.** Brontekst: לָ֠כֵן (lakhen) = daarom | כֹּֽה (ko) = zo | אָמַ֨ר (amar) = zegt | יְהוָ֜ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֤י (elohei) = Elohim | צְבָאוֹת֙ (tsevaot) = van de legermachten | אֲדֹנָ֔י (adonay) = de Heer | בְּכָל (bekhal) = op alle | רְחֹב֣וֹת (rechovot) = pleinen | מִסְפֵּ֔ד (misped) = klaagzang | וּבְכָל (uvekhal) = en op alle | חוּצ֖וֹת (chutsot) = straten | יֹאמְר֣וּ (yomru) = zeggen zij | הוֹ (ho) = ach | ה֑וֹ (ho) = ach | וְקָרְא֤וּ (veqareu) = en zij roepen | אִכָּר֙ (ikar) = landman | אֶל (el) = tot | אֵ֔בֶל (evel) = rouw | וּמִסְפֵּ֖ד (umisped) = en klaagzang | אֶל (el) = tot | י֥וֹדְעֵי (yodeei) = kenners van | נֶֽהִי (nehi) = rouwzang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai), ‘de Heer’: de titel staat hier achter de namen Yahweh en Elohim van de legermachten. Voetnoot : הוֹ הוֹ (ho ho), ‘ach, ach’: een kreet van rouw. Zie ook: Joël 1:11; Amos 8:10; Jer 4:31; Jer 9:9; Jer 9:16–19 **5:17** **In alle wijngaarden zal klaagzang zijn, want Ik trek door je midden, zegt Yahweh.”** Brontekst: וּבְכָל (uvekhal) = en in alle | כְּרָמִ֖ים (keramim) = wijngaarden | מִסְפֵּ֑ד (misped) = klaagzang | כִּֽי (ki) = want | אֶעֱבֹ֥ר (eevor) = Ik trek door | בְּקִרְבְּךָ֖ (beqirbekha) = je midden | אָמַ֥ר (amar) = zegt | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: ‘Ik trek door je midden’: vergelijk Exod. 12:12, waar Yahweh door Egypte gaat. Nu gaat Hij op dezelfde wijze door Israël. Zie ook: Ex 12:12; Jes 16:10; Nah 1:12; Nah 2:1; Jer 48:33 ### De dag van Yahweh **5:18** Wee hen die verlangen naar de dag van Yahweh! Wat hebben jullie aan de dag van Yahweh? Hij is duisternis en geen licht. Brontekst: ה֥וֹי (hoy) = wee | הַמִּתְאַוִּ֖ים (hamitavim) = die verlangen naar | אֶת (et) = (obj.) | י֣וֹם (yom) = de dag van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | לָמָּה (lama) = waartoe | זֶּ֥ה (ze) = dit | לָכֶ֛ם (lakhem) = voor jullie | י֥וֹם (yom) = dag van | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | הוּא (hu) = hij | חֹ֥שֶׁךְ (choshekh) = duisternis | וְלֹא (velo) = en niet | אֽוֹר (or) = licht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: יוֹם יְהוָה (yom Yahweh), ‘de dag van Yahweh’: de dag waarop Yahweh ingrijpt en oordeelt. Het volk verlangt ernaar; Amos zegt dat die dag duisternis is en geen licht. Zie ook: Joël 1:15; Joël 2:1–2; Joël 3:4; Jer 30:7; Mal 3:19 **5:19** Zoals een man die voor de leeuw vlucht en de beer ontmoet. Of hij gaat het huis binnen, legt zijn hand tegen de muur en wordt door de slang gebeten. Brontekst: כַּאֲשֶׁ֨ר (kaasher) = zoals | יָנ֥וּס (yanus) = vlucht | אִישׁ֙ (ish) = een man | מִפְּנֵ֣י (mipenei) = voor | הָאֲרִ֔י (haari) = de leeuw | וּפְגָע֖וֹ (ufegao) = en ontmoet hem | הַדֹּ֑ב (hadov) = de beer | וּבָ֣א (uva) = en komt | הַבַּ֔יִת (habayit) = het huis | וְסָמַ֤ךְ (vesamakh) = en leunt | יָדוֹ֙ (yado) = zijn hand | עַל (al) = tegen | הַקִּ֔יר (haqir) = de muur | וּנְשָׁכ֖וֹ (uneshakho) = en bijt hem | הַנָּחָֽשׁ (hanachash) = de slang Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 20:24–25; Jes 24:17–18; Jer 15:2–3; Jer 48:43–44; Hand 28:4 **5:20** Is de dag van Yahweh niet duisternis en geen licht, donker en zonder glans? Brontekst: הֲלֹא (halo) = is niet | חֹ֛שֶׁךְ (choshekh) = duisternis | י֥וֹם (yom) = de dag van | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | וְלֹא (velo) = en niet | א֑וֹר (or) = licht | וְאָפֵ֖ל (veafel) = en donker | וְלֹא (velo) = en niet | נֹ֥גַֽהּ (nogah) = glans | לֽוֹ (lo) = voor hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 10:21–22; Jes 13:10; Sef 1:15; Ezech 34:12; Openb 16:10 ### Yahweh verwerpt hun feesten **5:21** **„Ik haat jullie feesten, Ik verwerp ze. Ik wil jullie slotsamenkomsten niet ruiken.** Brontekst: שָׂנֵ֥אתִי (saneti) = Ik haat | מָאַ֖סְתִּי (maasti) = Ik verwerp | חַגֵּיכֶ֑ם (chageikhem) = jullie feesten | וְלֹ֥א (velo) = en niet | אָרִ֖יחַ (ariach) = ruik Ik | בְּעַצְּרֹֽתֵיכֶֽם (beatseroteikhem) = jullie slotsamenkomsten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עַצְּרֹתֵיכֶם (atsroteykhem), ‘jullie slotsamenkomsten’: plechtige samenkomsten bij de feesten, zoals in Lev. 23:36. Voetnoot : לֹא אָרִיחַ (lo ariach), ‘Ik ruik niet’: Yahweh ruikt de offers niet met welgevallen. Vergelijk de ‘aangename geur’ in Lev. 1:9. Zie ook: Lev 1:9; Lev 23:36; Lev 26:31; Spr 28:9; Jes 1:11–16; Jes 66:3; Jer 6:20 **5:22** **Zelfs als jullie Mij brandoffers en graanoffers brengen, heb Ik er geen behagen in. Het vredeoffer van jullie gemeste dieren zie Ik niet aan.** Brontekst: כִּ֣י (ki) = want | אִם (im) = als | תַּעֲלוּ (taalu) = jullie brengen op | לִ֥י (li) = voor Mij | עֹל֛וֹת (olot) = brandoffers | וּמִנְחֹתֵיכֶ֖ם (uminchoteikhem) = en jullie graanoffers | לֹ֣א (lo) = niet | אֶרְצֶ֑ה (ertse) = heb Ik behagen | וְשֶׁ֥לֶם (veshelem) = en het vredeoffer van | מְרִיאֵיכֶ֖ם (merieikhem) = jullie gemeste dieren | לֹ֥א (lo) = niet | אַבִּֽיט (abit) = zie Ik aan Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֶׁלֶם (shelem), ‘vredeoffer’: hetzelfde offer als de shelamim in de wet. Zie ook: Lev 7:12–15; Ps 107:21–22; Amos 4:4–5; Jes 66:3; Mi 6:6–7 **5:23** **Neem het geraas van je liederen van Mij weg. Het spel van je harpen wil Ik niet horen.** Brontekst: הָסֵ֥ר (haser) = neem weg | מֵעָלַ֖י (mealay) = van Mij | הֲמ֣וֹן (hamon) = het geraas van | שִׁרֶ֑יךָ (shireikha) = je liederen | וְזִמְרַ֥ת (vezimrat) = en het spel van | נְבָלֶ֖יךָ (nevaleikha) = je harpen | לֹ֥א (lo) = niet | אֶשְׁמָֽע (eshma) = wil Ik horen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Amos 6:5; Amos 8:3; Amos 8:10 **5:24** **Laat het recht rollen als water en de gerechtigheid als een altijd stromende beek.** Brontekst: וְיִגַּ֥ל (veyigal) = en laat rollen | כַּמַּ֖יִם (kamayim) = als water | מִשְׁפָּ֑ט (mishpat) = recht | וּצְדָקָ֖ה (utsedaqa) = en gerechtigheid | כְּנַ֥חַל (kenachal) = als een beek | אֵיתָֽן (eitan) = altijd stromende Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Spr 21:3; Hos 6:6; Mi 6:8; Jer 22:3; Mar 12:32–34 **5:25** **Hebben jullie Mij in de woestijn, 40 jaar lang, slachtoffers en een graanoffer aangeboden, huis van Israël?** Brontekst: הַזְּבָחִ֨ים (hazevachim) = de slachtoffers | וּמִנְחָ֜ה (umincha) = en graanoffer | הִֽגַּשְׁתֶּם (higashtem) = hebben jullie aangeboden | לִ֧י (li) = aan Mij | בַמִּדְבָּ֛ר (bamidbar) = in de woestijn | אַרְבָּעִ֥ים (arbaim) = 40 | שָׁנָ֖ה (shana) = jaar | בֵּ֥ית (beit) = huis van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Joz 24:14; Ezech 20:8; Ezech 20:16; Neh 9:18; Hand 7:42–43 **5:26** **Jullie zullen Sikkut, jullie koning, dragen, en Kiyun, jullie beelden, de ster van jullie god, die jullie voor jezelf hebben gemaakt.** Brontekst: וּנְשָׂאתֶ֗ם (unesatem) = en jullie zullen dragen | אֵ֚ת (et) = (obj.) | סִכּ֣וּת (sikut) = Sikkut | מַלְכְּכֶ֔ם (malkekhem) = jullie koning | וְאֵ֖ת (veet) = en (obj.) | כִּיּ֣וּן (kiyun) = Kiyun | צַלְמֵיכֶ֑ם (tsalmeikhem) = jullie beelden | כּוֹכַב֙ (kokhav) = de ster van | אֱלֹ֣הֵיכֶ֔ם (eloheikhem) = jullie god | אֲשֶׁ֥ר (asher) = die | עֲשִׂיתֶ֖ם (asitem) = jullie hebben gemaakt | לָכֶֽם (lakhem) = voor jezelf Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סִכּוּת (Sikkut) en כִּיּוּן (Kiyun): de betekenis van deze woorden is onzeker. Het kunnen namen van goden zijn, of woorden voor ‘tent’ en ‘sokkel’. Zie ook Hand. 7:42–43. Voetnoot Lezing: Wij volgen de Masoretische tekst. Sommige oude vertalingen lezen de woorden anders. De zin kan ook verleden tijd zijn: ‘jullie hebben gedragen’. Zie ook: Lev 18:21; Lev 20:2–5; 1 Kon 11:33; 2 Kon 23:12–13; Hand 7:42–43 **5:27** **Ik zal jullie in ballingschap voeren, verder dan Damascus, zegt Yahweh.”** Elohim van de legermachten is Zijn naam. Brontekst: וְהִגְלֵיתִ֥י (vehigleiti) = en Ik voer in ballingschap | אֶתְכֶ֖ם (etkhem) = jullie | מֵהָ֣לְאָה (mehalea) = verder dan | לְדַמָּ֑שֶׂק (ledamaseq) = Damascus | אָמַ֛ר (amar) = zegt | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵֽי (elohei) = Elohim | צְבָא֖וֹת (tsevaot) = van de legermachten | שְׁמֽוֹ (shemo) = is Zijn naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië. Voetnoot Uitleg: ‘Elohim van de legermachten is Zijn naam’ is een woord van de profeet over Yahweh; het hoort niet meer bij de woorden die Yahweh zelf spreekt. Zie ook: 2 Kon 15:29; 2 Kon 17:6; Amos 4:13; Hand 7:43 ## Amos 6 _Wee de zorgelozen in Sion en Samaria_ ### Wee de zorgelozen **6:1** Wee de zorgelozen in Sion en wie vertrouwen op de berg van Samaria. Zij zijn de aanzienlijken van het eerste onder de volken; naar hen komt het huis van Israël. Brontekst: ה֚וֹי (hoy) = wee | הַשַּׁאֲנַנִּ֣ים (hashaananim) = de zorgelozen | בְּצִיּ֔וֹן (betsiyon) = in Sion | וְהַבֹּטְחִ֖ים (vehabotechim) = en die vertrouwen | בְּהַ֣ר (behar) = op de berg van | שֹׁמְר֑וֹן (shomeron) = Samaria | נְקֻבֵי֙ (nequvei) = de aanzienlijken van | רֵאשִׁ֣ית (reshit) = het eerste van | הַגּוֹיִ֔ם (hagoyim) = de volken | וּבָ֥אוּ (uvau) = en tot wie komt | לָהֶ֖ם (lahem) = bij hen | בֵּ֥ית (beit) = huis van | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem. Voetnoot Uitleg: ‘Sion’ is Jeruzalem in Juda, ‘Samaria’ is de hoofdstad van Israël. Amos spreekt de leiders van beide rijken aan. Voetnoot : נְקֻבֵי רֵאשִׁית הַגּוֹיִם (nequvei reshit hagoyim), ‘de aanzienlijken van het eerste onder de volken’: letterlijk ‘de aangewezenen van het eerste van de volken’. Het gaat om de leiders van Israël. Zie ook: Amos 4:1; Jes 32:9–11; Sef 1:12; Luc 12:17–20; Jak 5:5 **6:2** Trek over naar Kalne en kijk. Ga vandaar naar het grote Chamat en daal af naar Gat van de Filistijnen. Zijn jullie beter dan deze koninkrijken? Of is hun gebied groter dan jullie gebied? Brontekst: עִבְר֤וּ (ivru) = trekt over | כַֽלְנֵה֙ (kalne) = naar Kalne | וּרְא֔וּ (ureu) = en kijkt | וּלְכ֥וּ (ulekhu) = en gaat | מִשָּׁ֖ם (misham) = vandaar | חֲמַ֣ת (chamat) = naar Chamat | רַבָּ֑ה (raba) = het grote | וּרְד֣וּ (uredu) = en daalt af | גַת (gat) = naar Gat | פְּלִשְׁתּ֗ים (pelishtym) = van de Filistijnen | הֲטוֹבִים֙ (hatovim) = zijn de betere | מִן (min) = dan | הַמַּמְלָכ֣וֹת (hamamlakhot) = de koninkrijken | הָאֵ֔לֶּה (haele) = deze | אִם (im) = of | רַ֥ב (rav) = is groter | גְּבוּלָ֖ם (gevulam) = hun gebied | מִגְּבֻלְכֶֽם (migevulkhem) = dan jullie gebied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Kalne (Tell Tayinat?; ligging onzeker): Kalne (ook Kalno, Jesaja 10:9) wordt meestal gezocht bij Tell Tayinat, in de Amuq-vlakte in het zuidoosten van Turkije. Dit is niet zeker. Zie Hamat (Hama): Hamat (Hama) ligt aan de Orontes, in het huidige Syrië. Zie Gat (Tell es-Safi): Gat, een van de Filistijnse steden, wordt gezocht bij Tell es-Safi. Dit is niet geheel zeker. Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod. Voetnoot Uitleg: Kalne en Chamat lagen in het noorden, in Syrië; Gat lag in het land van de Filistijnen. Kalne is waarschijnlijk dezelfde stad als Kalno in Jes. 10:9. Voetnoot : הֲטוֹבִים (hatovim), ‘zijn de betere’: letterlijk staat er ‘de goeden’. Wij lezen: jullie, de aangesprokenen. Zie ook: Gen 10:10; 1 Sam 17:4; 2 Kon 18:34; 2 Kron 26:6; Jes 10:9; Nah 3:8 **6:3** Jullie houden de kwade dag ver van je weg en brengen de zetel van het geweld dichtbij. Brontekst: הַֽמְנַדִּ֖ים (hamnadim) = die wegschuiven | לְי֣וֹם (leyom) = de dag van | רָ֑ע (ra) = onheil | וַתַּגִּישׁ֖וּן (vatagishun) = en jullie brengen dichtbij | שֶׁ֥בֶת (shevet) = de zetel van | חָמָֽס (chamas) = geweld Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֶׁבֶת חָמָס (shevet chamas), ‘de zetel van het geweld’: de betekenis is moeilijk. Het woord ‘zetel’ komt van ‘zitten’; het gaat om een plaats waar geweld heerst. Zie ook: Amos 3:10; Amos 9:10; Jes 56:12; Ezech 12:22; Ezech 12:27 **6:4** Zij liggen op bedden van ivoor en strekken zich uit op hun rustbanken. Zij eten lammeren uit de kudde en kalveren uit de mesterij. Brontekst: הַשֹּֽׁכְבִים֙ (hashokhevim) = die liggen | עַל (al) = op | מִטּ֣וֹת (mitot) = bedden van | שֵׁ֔ן (shen) = ivoor | וּסְרֻחִ֖ים (useruchim) = en die zich uitstrekken | עַל (al) = op | עַרְשׂוֹתָ֑ם (arsotam) = hun rustbanken | וְאֹכְלִ֤ים (veokhelim) = en die eten | כָּרִים֙ (karim) = lammeren | מִצֹּ֔אן (mitson) = uit de kudde | וַעֲגָלִ֖ים (vaagalim) = en kalveren | מִתּ֥וֹךְ (mitokh) = uit het midden van | מַרְבֵּֽק (marbeq) = de mesterij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִטּוֹת שֵׁן (mittot shen), ‘bedden van ivoor’: bedden met ivoren versiering. Vergelijk 3:15 en het ‘ivoren huis’ van Achab in 1 Kon. 22:39. Zie ook: 1 Kon 22:39; Amos 3:12; Jes 22:13; Ezech 34:2–3; Luc 12:19–20; Jak 5:5 **6:5** Zij improviseren bij de klank van de harp. Zoals David bedenken zij voor zichzelf muziekinstrumenten. Brontekst: הַפֹּרְטִ֖ים (haporetim) = die improviseren | עַל (al) = bij | פִּ֣י (pi) = de klank van | הַנָּ֑בֶל (hanavel) = de harp | כְּדָוִ֕יד (kedavid) = zoals David | חָשְׁב֥וּ (chashevu) = bedenken zij | לָהֶ֖ם (lahem) = voor zich | כְּלֵי (kelei) = instrumenten van | שִֽׁיר (shir) = lied Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: פֹּרְטִים (portim), ‘zij improviseren’: een zeldzaam werkwoord; de betekenis is onzeker. Voetnoot : David was bekend als musicus; zie 1 Sam. 16:23. Zie ook: Job 21:11–12; 1 Sam 16:23; Pred 2:8; Amos 5:23; Amos 8:3; Jes 5:12 **6:6** Zij drinken wijn uit schalen en zalven zich met de beste oliën. Maar over de ineenstorting van Jozef maken zij zich geen zorgen. Brontekst: הַשֹּׁתִ֤ים (hashotim) = die drinken | בְּמִזְרְקֵי֙ (bemizreqei) = uit schalen van | יַ֔יִן (yayin) = wijn | וְרֵאשִׁ֥ית (vereshit) = en de beste van | שְׁמָנִ֖ים (shemanim) = oliën | יִמְשָׁ֑חוּ (yimshachu) = zalven zij zich | וְלֹ֥א (velo) = maar niet | נֶחְל֖וּ (nechlu) = zijn zij ziek van | עַל (al) = over | שֵׁ֥בֶר (shever) = de ineenstorting van | יוֹסֵֽף (yosef) = Jozef Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִזְרְקֵי (mizreqei), ‘schalen van’: in Num. 7:13 vertaald als ‘sprengschaal’. Het zijn grote schalen. Voetnoot : נֶחְלוּ (nechlu), ‘zij zijn ziek’: letterlijk ‘zij worden er niet ziek van’. Zie ook: Gen 37:25–28; Gen 49:22; Num 7:13; Est 3:15; 1 Kor 12:26; 1 Tim 5:23 **6:7** Daarom gaan zij nu in ballingschap, aan het hoofd van de ballingen. Het feestgelag van hen die zich uitstrekken houdt op. Brontekst: לָכֵ֛ן (lakhen) = daarom | עַתָּ֥ה (ata) = nu | יִגְל֖וּ (yiglu) = zullen zij in ballingschap gaan | בְּרֹ֣אשׁ (berosh) = aan het hoofd van | גֹּלִ֑ים (golim) = ballingen | וְסָ֖ר (vesar) = en zal ophouden | מִרְזַ֥ח (mirzach) = het feestgelag van | סְרוּחִֽים (seruchim) = hen die zich uitstrekken Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִרְזַח (mirzach), ‘feestgelag’: een bijeenkomst waar men eet en drinkt. De betekenis is niet helemaal zeker. Zie ook: 1 Kon 20:16–20; Amos 5:5; Amos 7:11; Dan 5:4–6; Luc 21:24 ### Yahweh verafschuwt de trots van Jakob **6:8** Heer Yahweh heeft bij Zichzelf gezworen, godsspraak van Yahweh, Elohim van de legermachten: **„Ik verafschuw de trots van Jakob en haat zijn paleizen. Ik lever de stad uit, met alles wat haar vult.”** Brontekst: נִשְׁבַּע֩ (nishba) = heeft gezworen | אֲדֹנָ֨י (adonay) = Heer | יְהוִ֜ה (Yahweh) = Yahweh | בְּנַפְשׁ֗וֹ (benafsho) = bij Zichzelf | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָה֙ (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֣י (elohei) = Elohim | צְבָא֔וֹת (tsevaot) = van de legermachten | מְתָאֵ֤ב (metaev) = verafschuw | אָֽנֹכִי֙ (anokhi) = Ik | אֶת (et) = (obj.) | גְּא֣וֹן (geon) = de trots van | יַֽעֲקֹ֔ב (yaaqov) = Jakob | וְאַרְמְנֹתָ֖יו (vearmenotav) = en zijn paleizen | שָׂנֵ֑אתִי (saneti) = haat Ik | וְהִסְגַּרְתִּ֖י (vehisgarti) = en Ik lever uit | עִ֥יר (ir) = de stad | וּמְלֹאָֽהּ (umeloah) = en wat haar vult Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בְּנַפְשׁוֹ (benafsho), ‘bij Zichzelf’: letterlijk ‘bij zijn ziel’ (nefesh). Yahweh zweert bij Zichzelf; vergelijk 4:2 (bij Zijn heiligheid) en 8:7. Voetnoot : גְּאוֹן יַעֲקֹב (ge'on Ya'akov), ‘de trots van Jakob’: Jakob is hier het volk. Zie ook: Ps 47:5; Amos 4:2; Amos 8:7; Jer 22:5; Jer 51:14 **6:9** Het zal gebeuren: als er tien mannen overblijven in één huis, dan sterven zij. Brontekst: וְהָיָ֗ה (vehaya) = en het zal gebeuren | אִם (im) = als | יִוָּ֨תְר֜וּ (yivateru) = overblijven | עֲשָׂרָ֧ה (asara) = tien | אֲנָשִׁ֛ים (anashim) = mannen | בְּבַ֥יִת (bevayit) = in huis | אֶחָ֖ד (echad) = één | וָמֵֽתוּ (vametu) = dan sterven zij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Job 1:2; 1 Sam 2:33; Amos 5:3; Jes 14:21; Est 5:11 **6:10** Dan zal zijn oom hem opnemen, hij die hem verbrandt, om de beenderen uit het huis te brengen. Hij zal zeggen tegen wie in de uiterste hoeken van het huis is: „Is er nog iemand bij je?” Die zal zeggen: „Niemand.” Dan zal hij zeggen: „Stil! Want men mag de naam van Yahweh niet noemen.” Brontekst: וּנְשָׂא֞וֹ (unesao) = en zal hem opnemen | דּוֹד֣וֹ (dodo) = zijn oom | וּמְסָרְפ֗וֹ (umesarefo) = en degene die hem verbrandt | לְהוֹצִ֣יא (lehotsi) = om te brengen | עֲצָמִים֮ (atsamim) = beenderen | מִן (min) = uit | הַבַּיִת֒ (habayit) = het huis | וְאָמַ֞ר (veamar) = en hij zal zeggen | לַאֲשֶׁ֨ר (laasher) = tegen wie | בְּיַרְכְּתֵ֥י (beyarketei) = in de uiterste hoeken van | הַבַּ֛יִת (habayit) = het huis | הַע֥וֹד (haod) = nog | עִמָּ֖ךְ (imakh) = bij jou | וְאָמַ֣ר (veamar) = en hij zal zeggen | אָ֑פֶס (afes) = niemand | וְאָמַ֣ר (veamar) = en hij zal zeggen | הָ֔ס (has) = stil | כִּ֛י (ki) = want | לֹ֥א (lo) = niet | לְהַזְכִּ֖יר (lehazkir) = om te noemen | בְּשֵׁ֥ם (beshem) = de naam van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מְסָרְפוֹ (mesorefo), ‘degene die hem verbrandt’: het woord komt van het werkwoord ‘verbranden’. De betekenis is niet helemaal zeker. Voetnoot : הָס (has), ‘stil’: een bevel om te zwijgen. Het Hebreeuws zegt niet waarom de naam van Yahweh niet genoemd mag worden; mogelijk uit vrees voor Zijn oordeel. Zie ook: 1 Sam 31:12; Amos 5:13; Amos 8:3; Jer 16:6; Ezech 20:39 **6:11** Want zie, Yahweh geeft bevel: Hij slaat het grote huis in gruzelementen en het kleine huis in scheuren. Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הִנֵּ֤ה (hine) = zie | יְהוָה֙ (Yahweh) = Yahweh | מְצַוֶּ֔ה (metsave) = geeft bevel | וְהִכָּ֛ה (vehika) = en Hij slaat | הַבַּ֥יִת (habayit) = het huis | הַגָּד֖וֹל (hagadol) = het grote | רְסִיסִ֑ים (resisim) = in gruzelementen | וְהַבַּ֥יִת (vehabayit) = en het huis | הַקָּטֹ֖ן (haqaton) = het kleine | בְּקִעִֽים (beqiim) = in scheuren Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: 2 Kon 25:9; Amos 3:15; Amos 9:9; Jes 55:11; Nah 1:14 ### Recht in gif veranderd **6:12** Rennen paarden over de rots? Of ploegt men er met runderen? Want jullie hebben het recht in gif veranderd en de vrucht van de gerechtigheid in alsem. Brontekst: הַיְרֻצ֤וּן (hayrutsun) = rennen | בַּסֶּ֨לַע֙ (basela) = op de rots | סוּסִ֔ים (susim) = paarden | אִֽם (im) = of | יַחֲר֖וֹשׁ (yacharosh) = ploegt men | בַּבְּקָרִ֑ים (babeqarim) = met runderen | כִּֽי (ki) = want | הֲפַכְתֶּ֤ם (hafakhtem) = jullie hebben veranderd | לְרֹאשׁ֙ (lerosh) = in gif | מִשְׁפָּ֔ט (mishpat) = recht | וּפְרִ֥י (uferi) = en de vrucht van | צְדָקָ֖ה (tsedaqa) = gerechtigheid | לְלַעֲנָֽה (lelaana) = in alsem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רֹאשׁ (rosh), ‘gif’: een bittere, giftige plant; het woord betekent ook ‘hoofd’. Zie ook 5:7 over alsem. Voetnoot Lezing: Het Hebreeuws zegt niet waar men met runderen ploegt. Wij lezen ‘er’, dat wil zeggen op de rots. Sommige oude vertalingen lezen de woorden anders. Wij volgen de Masoretische tekst. Zie ook: 1 Kon 21:7–13; Amos 5:7; Amos 5:11–12; Hos 10:4; Jes 59:13–14 **6:13** Jullie verheugen je over niets en zeggen: „Hebben wij niet door onze kracht hoorns voor ons genomen?” Brontekst: הַשְּׂמֵחִ֖ים (hasemechim) = die zich verheugen | לְלֹ֣א (lelo) = over niet | דָבָ֑ר (davar) = een ding | הָאֹ֣מְרִ֔ים (haomerim) = die zeggen | הֲל֣וֹא (halo) = is niet | בְחָזְקֵ֔נוּ (bechazeqenu) = door onze kracht | לָקַ֥חְנוּ (laqachnu) = hebben wij genomen | לָ֖נוּ (lanu) = voor ons | קַרְנָֽיִם (qarnayim) = hoorns Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לְלֹא דָבָר (lelo davar), ‘over niets’: het klinkt als Lo-Debar, een stad in Gilead (2 Sam. 9:4). Voetnoot : קַרְנַיִם (qarnayim), ‘hoorns’: een beeld van kracht. Het klinkt als Karnaïm, een stad in Basan (vergelijk Gen. 14:5). Zie ook: Gen 14:5; 2 Sam 9:4; 2 Kon 14:25; Jes 7:4; Jes 28:14–15; Luc 12:19–20; Jak 4:16 **6:14** **„Want zie, Ik laat tegen jullie een volk opstaan, huis van Israël, godsspraak van Yahweh, Elohim van de legermachten. Zij zullen jullie onderdrukken, vanaf Lebo-Chamat tot de beek van de Araba.”** Brontekst: כִּ֡י (ki) = want | הִנְנִי֩ (hinni) = zie Mij | מֵקִ֨ים (meqim) = Ik laat opstaan | עֲלֵיכֶ֜ם (aleikhem) = tegen jullie | בֵּ֣ית (beit) = huis van | יִשְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָ֛ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֵ֥י (elohei) = Elohim | הַצְּבָא֖וֹת (hatsevaot) = van de legermachten | גּ֑וֹי (goy) = een volk | וְלָחֲצ֥וּ (velachatsu) = en zij zullen onderdrukken | אֶתְכֶ֛ם (etkhem) = jullie | מִלְּב֥וֹא (milevo) = vanaf de ingang van | חֲמָ֖ת (chamat) = Chamat | עַד (ad) = tot | נַ֥חַל (nachal) = de beek van | הָעֲרָבָֽה (haarava) = de Araba Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Lebo-Chamat (ligging onzeker): Lebo-Chamat (‘ingang van Chamat’) is de noordgrens van het land (Numeri 34:8). Het wordt gezocht bij de doorgang tussen de Bekaa en het dal van de Orontes, ten zuiden van Hamat. Dit is niet zeker. Zie Beek van de Araba (Wadi Hesa?; ligging onzeker): De beek van de Araba is de zuidgrens van het gebied dat Amos noemt. Meestal wordt gedacht aan de Wadi Hesa (de Zered), die ten zuiden van de Zoutzee in de Araba uitkomt. Dit is niet zeker. Voetnoot Uitleg: לְבוֹא חֲמָת (lebo Chamat), ‘de ingang van Chamat’: de noordgrens van het land (Num. 34:8; 2 Kon. 14:25). Voetnoot : נַחַל הָעֲרָבָה (nachal ha-Aravah), ‘de beek van de Araba’: de zuidgrens. In 2 Kon. 14:25 heet het ‘de zee van de Araba’. Zie ook: Num 34:8; 1 Kon 8:65; 2 Kon 14:25; 2 Kon 17:6; Jer 5:15–17; Ezech 47:15–17 ## Amos 7 _Sprinkhanen, vuur, lood en Amasja_ ### Eerste visioen: de sprinkhanen **7:1** Dit liet Heer Yahweh mij zien: Zie, Hij vormde sprinkhanen toen het late gewas begon op te komen. Zie, het was het late gewas na het maaien voor de koning. Brontekst: כֹּ֤ה (ko) = zo | הִרְאַ֨נִי֙ (hirani) = liet mij zien | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | יְהוִ֔ה (Yahweh) = Yahweh | וְהִנֵּה֙ (vehine) = en zie | יוֹצֵ֣ר (yotser) = vormend | גֹּבַ֔י (govay) = sprinkhanen | בִּתְחִלַּ֖ת (bitchilat) = bij het begin van | עֲל֣וֹת (alot) = het opkomen van | הַלָּ֑קֶשׁ (halaqesh) = het late gewas | וְהִ֨נֵּה (vehine) = en zie | לֶ֔קֶשׁ (leqesh) = het late gewas | אַחַ֖ר (achar) = na | גִּזֵּ֥י (gizei) = het maaien van | הַמֶּֽלֶךְ (hamelekh) = de koning Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’. zie Amos 1:8. Voetnoot : גֹּבַי (gobai), ‘sprinkhanen’: een woord voor een zwerm sprinkhanen. Voetnoot : לֶקֶשׁ (leqesh), ‘het late gewas’: het gras en het gewas dat laat in het seizoen opkomt. Voetnoot : גִּזֵּי הַמֶּלֶךְ (gizzei hammelek), letterlijk ‘de maaisels van de koning’. Het gaat waarschijnlijk om de eerste snede, die voor de koning was. Daarna kwam het late gewas, het laatste voer van het jaar. Zie ook: Joël 1:4; Amos 1:8; Amos 4:9; Amos 8:1; Jes 33:4; Nah 3:15–17 **7:2** Toen zij het gras van het land helemaal hadden opgegeten, zei ik: „Heer Yahweh, vergeef toch! Hoe kan Jakob overeind komen? Hij is toch klein.” Brontekst: וְהָיָ֗ה (vehaya) = en het gebeurde | אִם (im) = toen | כִּלָּה֙ (kila) = zij klaar waren | לֶֽאֱכוֹל֙ (leekhol) = met eten | אֶת (et) = (obj.) | עֵ֣שֶׂב (esev) = het gras van | הָאָ֔רֶץ (haarets) = het land | וָאֹמַ֗ר (vaomar) = en ik zei | אֲדֹנָ֤י (adonay) = Heer | יְהוִה֙ (Yahweh) = Yahweh | סְֽלַֽח (selach) = vergeef | נָ֔א (na) = toch | מִ֥י (mi) = wie | יָק֖וּם (yaqum) = zal opstaan | יַֽעֲקֹ֑ב (yaaqov) = Jakob | כִּ֥י (ki) = want | קָטֹ֖ן (qaton) = klein | הֽוּא (hu) = hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִי יָקוּם יַעֲקֹב (mi yaqum Yaaqov), letterlijk ‘wie zal opstaan, Jakob?’ Wij vertalen: ‘Hoe kan Jakob overeind komen?’ Jakob staat hier voor het volk Israël. Het volk is klein en zwak. Voetnoot : סְלַח (selach), ‘vergeef’: de profeet pleit voor het volk. Zie ook: Ex 10:15; Jes 37:4; Jer 14:7; Jer 14:20–21; Ezech 11:13 **7:3** Yahweh liet Zich dit rouwen. **„Dit zal niet gebeuren,”** zei Yahweh. Brontekst: נִחַ֥ם (nicham) = liet Zich rouwen | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = over | זֹ֑את (zot) = dit | לֹ֥א (lo) = niet | תִהְיֶ֖ה (tihye) = zal het zijn | אָמַ֥ר (amar) = zei | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נִחַם (nicham), ‘Zich laten rouwen’: Yahweh laat Zich door het gebed bewegen en verandert Zijn besluit. Zo ook in Exod. 32:14. Zie ook: Ex 32:14; Deut 32:36; Ps 106:45; Jona 3:10; Amos 7:6; Hos 11:8 ### Tweede visioen: het vuur **7:4** Dit liet Heer Yahweh mij zien: Zie, Heer Yahweh riep op tot een rechtszaak met vuur. Het verslond de grote diepte en het verslond het deel. Brontekst: כֹּ֤ה (ko) = zo | הִרְאַ֨נִי֙ (hirani) = liet mij zien | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | יְהוִ֔ה (Yahweh) = Yahweh | וְהִנֵּ֥ה (vehine) = en zie | קֹרֵ֛א (qore) = roepend | לָרִ֥ב (lariv) = tot een rechtszaak | בָּאֵ֖שׁ (baesh) = met vuur | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | יְהוִ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וַתֹּ֨אכַל֙ (vatokhal) = en het verslond | אֶת (et) = (obj.) | תְּה֣וֹם (tehom) = de diepte | רַבָּ֔ה (raba) = grote | וְאָכְלָ֖ה (veakhela) = en het verslond | אֶת (et) = (obj.) | הַחֵֽלֶק (hacheleq) = het deel Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לָרִיב (larib), ‘voor een rechtszaak’: רִיב (riv) is een rechtsstrijd. Hier voert Yahweh die strijd met vuur. Voetnoot : תְּהוֹם רַבָּה (tehom rabbah), ‘de grote diepte’: het diepe water onder de aarde. Voetnoot : הַחֵלֶק (hacheleq), ‘het deel’: het toegewezen deel, waarschijnlijk het land van het volk. Zie ook: Amos 5:6; Amos 7:1; Jes 66:15–16; Mi 1:4; Jer 21:12 **7:5** Ik zei: „Heer Yahweh, houd toch op! Hoe kan Jakob overeind komen? Hij is toch klein.” Brontekst: וָאֹמַ֗ר (vaomar) = en ik zei | אֲדֹנָ֤י (adonay) = Heer | יְהוִה֙ (Yahweh) = Yahweh | חֲדַל (chadal) = houd op | נָ֔א (na) = toch | מִ֥י (mi) = wie | יָק֖וּם (yaqum) = zal opstaan | יַעֲקֹ֑ב (yaaqov) = Jakob | כִּ֥י (ki) = want | קָטֹ֖ן (qaton) = klein | הֽוּא (hu) = hij Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 85:5; Joël 2:17; Amos 7:2–3; Jes 1:9; Jer 30:19 **7:6** Yahweh liet Zich dit rouwen. **„Ook dit zal niet gebeuren,”** zei Heer Yahweh. Brontekst: נִחַ֥ם (nicham) = liet Zich rouwen | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | עַל (al) = over | זֹ֑את (zot) = dit | גַּם (gam) = ook | הִיא֙ (hi) = het | לֹ֣א (lo) = niet | תִֽהְיֶ֔ה (tihye) = zal het zijn | אָמַ֖ר (amar) = zei | אֲדֹנָ֥י (adonay) = Heer | יְהוִֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Re 2:18; Re 10:16; Ps 135:14; Jona 4:2; Amos 7:3 ### Derde visioen: het lood **7:7** Dit liet Hij mij zien: Zie, de Heer stond op een muur van lood. In Zijn hand was lood. Brontekst: כֹּ֣ה (ko) = zo | הִרְאַ֔נִי (hirani) = liet Hij mij zien | וְהִנֵּ֧ה (vehine) = en zie | אֲדֹנָ֛י (adonay) = de Heer | נִצָּ֖ב (nitsav) = staande | עַל (al) = op | חוֹמַ֣ת (chomat) = een muur van | אֲנָ֑ךְ (anakh) = lood | וּבְיָד֖וֹ (uveyado) = en in Zijn hand | אֲנָֽךְ (anakh) = lood Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai) staat hier zonder Yahweh: wij vertalen ‘de Heer’. Voetnoot : אֲנָךְ (anakh), ‘lood’: de betekenis is onzeker. Het kan het metaal ‘lood’ zijn, of een ‘schietlood’: een gewicht aan een koord waarmee bouwers meten of een muur recht is. Wij laten het woord ‘lood’ staan, ook in vers 8. Zie ook: 2 Sam 8:2; 2 Kon 21:13; Amos 7:8; Jes 28:17; Klaagl 2:8; Openb 21:15 **7:8** Yahweh zei tegen mij: **„Wat zie jij, Amos?”** Ik zei: „Lood.” Toen zei de Heer: **„Zie, Ik zet lood midden in Mijn volk Israël. Ik zal niet langer aan hen voorbijgaan.** Brontekst: וַיֹּ֨אמֶר (vayomer) = en zei | יְהוָ֜ה (Yahweh) = Yahweh | אֵלַ֗י (elay) = tegen mij | מָֽה (ma) = wat | אַתָּ֤ה (ata) = jij | רֹאֶה֙ (roe) = ziet | עָמ֔וֹס (amos) = Amos | וָאֹמַ֖ר (vaomar) = en ik zei | אֲנָ֑ךְ (anakh) = lood | וַיֹּ֣אמֶר (vayomer) = en zei | אֲדֹנָ֗י (adonay) = de Heer | הִנְנִ֨י (hinni) = zie Mij | שָׂ֤ם (sam) = zettend | אֲנָךְ֙ (anakh) = lood | בְּקֶ֨רֶב֙ (beqerev) = in het midden van | עַמִּ֣י (ami) = Mijn volk | יִשְׂרָאֵ֔ל (yisrael) = Israël | לֹֽא (lo) = niet | אוֹסִ֥יף (osif) = Ik zal voortgaan | ע֖וֹד (od) = nog | עֲב֥וֹר (avor) = voorbijgaan | לֽוֹ (lo) = aan hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עָבוֹר לוֹ (avor lo), letterlijk ‘aan hem voorbijgaan’: Yahweh slaat het volk niet meer over. Hij spaart het niet meer. Hetzelfde staat in Amos 8:2. Zie ook: Amos 8:2; Jes 28:17; Jer 15:6; Klaagl 2:8; Ezech 7:2–9 **7:9** **De hoogten van Isaak zullen woest worden. De heiligdommen van Israël zullen verwoest worden. Ik zal met het zwaard opstaan tegen het huis van Jerobeam.”** Brontekst: וְנָשַׁ֨מּוּ֙ (venashamu) = en zullen woest worden | בָּמ֣וֹת (bamot) = hoogten van | יִשְׂחָ֔ק (yischaq) = Isaak | וּמִקְדְּשֵׁ֥י (umiqdeshei) = en heiligdommen van | יִשְׂרָאֵ֖ל (yisrael) = Israël | יֶחֱרָ֑בוּ (yecheravu) = zullen verwoest worden | וְקַמְתִּ֛י (veqamti) = en Ik zal opstaan | עַל (al) = tegen | בֵּ֥ית (beit) = het huis van | יָרָבְעָ֖ם (yaraveam) = Jerobeam | בֶּחָֽרֶב (becharev) = met het zwaard Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בָּמוֹת (bamot), ‘hoogten’: offerplaatsen op heuvels en verhogingen. Voetnoot : יִשְׂחָק (Yischaq), ‘Isaak’: hier en in vers 16 een andere naam voor het volk Israël. Zie ook: Gen 26:23–25; Gen 46:1; Lev 26:30–31; 2 Kon 15:8–10; Amos 5:5; Amos 7:16 ### Amasja en Amos **7:10** Amasja, de priester van Betel, zond bericht aan Jerobeam, de koning van Israël: „Amos heeft een samenzwering tegen je gesmeed, midden in het huis van Israël. Het land kan al zijn woorden niet bevatten. Brontekst: וַיִּשְׁלַ֗ח (vayishlach) = en zond | אֲמַצְיָה֙ (amatsya) = Amasja | כֹּהֵ֣ן (kohen) = priester van | בֵּֽית (beit) = Bet | אֵ֔ל (el) = El | אֶל (el) = naar | יָרָבְעָ֥ם (yaraveam) = Jerobeam | מֶֽלֶךְ (melekh) = koning van | יִשְׂרָאֵ֖ל (yisrael) = Israël | לֵאמֹ֑ר (lemor) = zeggend | קָשַׁ֨ר (qashar) = heeft samengezworen | עָלֶ֜יךָ (aleikha) = tegen jou | עָמ֗וֹס (amos) = Amos | בְּקֶ֨רֶב֙ (beqerev) = in het midden van | בֵּ֣ית (beit) = het huis van | יִשְׂרָאֵ֔ל (yisrael) = Israël | לֹא (lo) = niet | תוּכַ֣ל (tukhal) = kan | הָאָ֔רֶץ (haarets) = het land | לְהָכִ֖יל (lehakhil) = bevatten | אֶת (et) = (obj.) | כָּל (kal) = al | דְּבָרָֽיו (devarav) = zijn woorden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: קָשַׁר (qashar), ‘een samenzwering smeden’: Amasja beschuldigt Amos van verraad tegen de koning. Voetnoot : לְהָכִיל (lehakhil), ‘bevatten’: het kan ook ‘verdragen’ betekenen. Voetnoot : Betel was een koninklijk heiligdom van het Noordrijk (1 Kon. 12:29). Zie ook: 1 Kon 12:29; 1 Kon 12:31–32; Jer 26:8–11; Jer 38:4; Mat 21:23; Hand 24:5 **7:11** Want zo heeft Amos gezegd: ‘Door het zwaard zal Jerobeam sterven. En Israël zal zeker in ballingschap gaan, weg van zijn grond.’” Brontekst: כִּי (ki) = want | כֹה֙ (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zei | עָמ֔וֹס (amos) = Amos | בַּחֶ֖רֶב (bacherev) = door het zwaard | יָמ֣וּת (yamut) = zal sterven | יָרָבְעָ֑ם (yaraveam) = Jerobeam | וְיִ֨שְׂרָאֵ֔ל (veyisrael) = en Israël | גָּלֹ֥ה (galo) = in ballingschap gaan | יִגְלֶ֖ה (yigle) = zal gaan | מֵעַ֥ל (meal) = weg van | אַדְמָתֽוֹ (admato) = zijn grond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: גָּלֹה יִגְלֶה (galoh yigleh), ‘zal zeker in ballingschap gaan’: de dubbele vorm benadrukt dat het zeker gebeurt. Voetnoot : Amasja haalt Amos niet precies aan. In vers 9 spreekt Yahweh over het zwaard tegen het huis van Jerobeam, niet over het sterven van de koning zelf. Zie ook: Ps 56:6; 2 Kon 17:6; Amos 6:7–8; Amos 7:9; Hand 6:14 **7:12** Amasja zei tegen Amos: „Ziener, ga, vlucht maar naar het land Juda. Eet daar brood en profeteer daar. Brontekst: וַיֹּ֤אמֶר (vayomer) = en zei | אֲמַצְיָה֙ (amatsya) = Amasja | אֶל (el) = tegen | עָמ֔וֹס (amos) = Amos | חֹזֶ֕ה (choze) = ziener | לֵ֥ךְ (lekh) = ga | בְּרַח (berach) = vlucht | לְךָ֖ (lekha) = voor jezelf | אֶל (el) = naar | אֶ֣רֶץ (erets) = het land | יְהוּדָ֑ה (yehuda) = Juda | וֶאֱכָל (veekhal) = en eet | שָׁ֣ם (sham) = daar | לֶ֔חֶם (lechem) = brood | וְשָׁ֖ם (vesham) = en daar | תִּנָּבֵֽא (tinave) = profeteer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke koninkrijk, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee. Voetnoot Uitleg: חֹזֶה (choze), ‘ziener’: een oud woord voor profeet (1 Sam. 9:9). Amasja gebruikt het misschien spottend. Voetnoot : לֶךְ־בְּרַח לְךָ (lekh berach lekha), letterlijk ‘ga, vlucht voor jezelf’. Wij vertalen ‘ga, vlucht maar’. Zie ook: 1 Sam 9:9; Jes 30:10; Mat 8:34; 1 Kor 2:14; Rom 16:18 **7:13** Maar in Betel moet je niet meer profeteren, want het is het heiligdom van de koning en het huis van het koninkrijk.” Brontekst: וּבֵֽית (uveit) = en in Bet | אֵ֔ל (el) = El | לֹֽא (lo) = niet | תוֹסִ֥יף (tosif) = zul je voortgaan | ע֖וֹד (od) = nog | לְהִנָּבֵ֑א (lehinave) = te profeteren | כִּ֤י (ki) = want | מִקְדַּשׁ (miqdash) = heiligdom van | מֶ֨לֶךְ֙ (melekh) = de koning | ה֔וּא (hu) = het | וּבֵ֥ית (uveit) = en huis van | מַמְלָכָ֖ה (mamlakha) = het koninkrijk | הֽוּא (hu) = het Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: מִקְדַּשׁ מֶלֶךְ (miqdash melekh), ‘heiligdom van de koning’ en בֵּית מַמְלָכָה (beit mamlakhah), ‘huis van het koninkrijk’: Betel is het heiligdom van het rijk. De koning beslist daar wat gezegd mag worden. Zie ook: 1 Kon 12:29; 1 Kon 12:32; 1 Kon 13:1; Amos 2:12; Hand 4:17–18 **7:14** Amos antwoordde en zei tegen Amasja: „Ik ben geen profeet en ik ben geen zoon van een profeet. Ik ben een veehouder, en ik verzorg wilde vijgenbomen. Brontekst: וַיַּ֤עַן (vayaan) = en antwoordde | עָמוֹס֙ (amos) = Amos | וַיֹּ֣אמֶר (vayomer) = en zei | אֶל (el) = tegen | אֲמַצְיָ֔ה (amatsya) = Amasja | לֹא (lo) = niet | נָבִ֣יא (navi) = profeet | אָנֹ֔כִי (anokhi) = ik | וְלֹ֥א (velo) = en niet | בֶן (ben) = zoon van | נָבִ֖יא (navi) = profeet | אָנֹ֑כִי (anokhi) = ik | כִּֽי (ki) = want | בוֹקֵ֥ר (boqer) = veehouder | אָנֹ֖כִי (anokhi) = ik | וּבוֹלֵ֥ס (uvoles) = en verzorger van | שִׁקְמִֽים (shiqmim) = wilde vijgenbomen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: לֹא נָבִיא אָנֹכִי (lo navi anokhi), ‘ik ben geen profeet’: er staat geen werkwoord. Het kan ‘ik ben’ of ‘ik was’ betekenen. Wij vertalen ‘ik ben’. Voetnoot : בֶן־נָבִיא (ben navi), ‘zoon van een profeet’: iemand uit een groep of school van profeten (vergelijk 2 Kon. 2:3). Voetnoot : בוֹקֵר (boqer), ‘veehouder’: iemand die runderen en ander vee houdt. Voetnoot : בּוֹלֵס שִׁקְמִים (boles shiqmim), ‘verzorger van wilde vijgenbomen’: de betekenis van בּוֹלֵס is onzeker. Waarschijnlijk kerfde hij de vruchten in, zodat ze rijp werden. Zie ook: 2 Kon 2:3; 2 Kon 2:5; 2 Kon 4:38; Amos 1:1; Zach 13:5; 1 Kor 1:27 **7:15** Maar Yahweh nam mij van achter de kudde weg. Yahweh zei tegen mij: **‘Ga, profeteer tot Mijn volk Israël.’** Brontekst: וַיִּקָּחֵ֣נִי (vayiqacheni) = en nam mij | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | מֵאַחֲרֵ֖י (meacharei) = van achter | הַצֹּ֑אן (hatson) = de kudde | וַיֹּ֤אמֶר (vayomer) = en zei | אֵלַי֙ (elay) = tegen mij | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | לֵ֥ךְ (lekh) = ga | הִנָּבֵ֖א (hinave) = profeteer | אֶל (el) = tot | עַמִּ֥י (ami) = Mijn volk | יִשְׂרָאֵֽל (yisrael) = Israël Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מֵאַחֲרֵי הַצֹּאן (me’acharei hatson), ‘van achter de kudde’: de kudde van schapen en geiten. Zie ook: 2 Sam 7:8; Jer 1:7; Ezech 2:3–4; Mat 4:18–19; Hand 5:20 **7:16** Nu dan, hoor het woord van Yahweh! Jij zegt: ‘Profeteer niet tegen Israël en laat geen woorden druppelen tegen het huis van Isaak.’ Brontekst: וְעַתָּ֖ה (veata) = en nu | שְׁמַ֣ע (shema) = hoor | דְּבַר (devar) = het woord van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | אַתָּ֣ה (ata) = jij | אֹמֵ֗ר (omer) = zegt | לֹ֤א (lo) = niet | תִנָּבֵא֙ (tinave) = zul je profeteren | עַל (al) = tegen | יִשְׂרָאֵ֔ל (yisrael) = Israël | וְלֹ֥א (velo) = en niet | תַטִּ֖יף (tatif) = zul je laten druppelen | עַל (al) = tegen | בֵּ֥ית (beit) = het huis van | יִשְׂחָֽק (yischaq) = Isaak Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תַטִּיף (tattif), ‘druppelen’: een beeld voor profeteren. Het woord ‘woorden’ voegen wij toe. Vergelijk Micha 2:6. Zie ook: Deut 32:2; Mi 2:6; Jer 28:15–17; Ezech 21:2; Ezech 21:7 **7:17** Daarom, zo zegt Yahweh: **‘Je vrouw zal in de stad hoereren. Je zonen en je dochters zullen door het zwaard vallen. Je grond zal met het meetsnoer verdeeld worden. Jij zult sterven op onreine grond. En Israël zal zeker in ballingschap gaan, weg van zijn grond.’**” Brontekst: לָכֵ֞ן (lakhen) = daarom | כֹּה (ko) = zo | אָמַ֣ר (amar) = zegt | יְהוָ֗ה (Yahweh) = Yahweh | אִשְׁתְּךָ֞ (ishtekha) = je vrouw | בָּעִ֤יר (bair) = in de stad | תִּזְנֶה֙ (tizne) = zal hoereren | וּבָנֶ֤יךָ (uvaneikha) = en je zonen | וּבְנֹתֶ֨יךָ֙ (uvenoteikha) = en je dochters | בַּחֶ֣רֶב (bacherev) = door het zwaard | יִפֹּ֔לוּ (yipolu) = zullen vallen | וְאַדְמָתְךָ֖ (veadmatekha) = en je grond | בַּחֶ֣בֶל (bachevel) = met het meetsnoer | תְּחֻלָּ֑ק (techulaq) = zal verdeeld worden | וְאַתָּ֗ה (veata) = en jij | עַל (al) = op | אֲדָמָ֤ה (adama) = grond | טְמֵאָה֙ (temea) = onreine | תָּמ֔וּת (tamut) = zul je sterven | וְיִ֨שְׂרָאֵ֔ל (veyisrael) = en Israël | גָּלֹ֥ה (galo) = in ballingschap gaan | יִגְלֶ֖ה (yigle) = zal gaan | מֵעַ֥ל (meal) = weg van | אַדְמָתֽוֹ (admato) = zijn grond Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תִּזְנֶה (tizneh), ‘zij zal hoereren’: wij laten het woord letterlijk staan. In de veroverde stad zal Amasja’s vrouw het leven van een hoer moeten leiden. Voetnoot : חֶבֶל (chevel), ‘meetsnoer’: met een touw werd land opgemeten en verdeeld. Voetnoot : אֲדָמָה טְמֵאָה (adamah temeah), ‘onreine grond’: land buiten het land van Yahweh. Zie ook: 2 Kon 17:6; Hos 4:13–14; Hos 9:3; Jer 28:16; Ezech 4:13 ## Amos 8 _De mand met zomerfruit en de honger naar het woord_ ### Vierde visioen: de mand met zomerfruit **8:1** Dit liet Heer Yahweh mij zien: Zie, een mand met zomerfruit. Brontekst: כֹּ֥ה (ko) = zo | הִרְאַ֖נִי (hirani) = liet mij zien | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | יְהוִ֑ה (Yahweh) = Yahweh | וְהִנֵּ֖ה (vehine) = en zie | כְּל֥וּב (keluv) = een mand van | קָֽיִץ (qayits) = zomerfruit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: zie Amos 1:8. Voetnoot : כְּלוּב קָיִץ (kelov qayits), ‘een mand met zomerfruit’: fruit dat aan het eind van de zomer geoogst wordt. In vers 2 klinkt het woord voor ‘zomerfruit’ (qayits) bijna gelijk aan het woord voor ‘einde’ (qets). Dat is het woordspel van het visioen. Zie ook: Amos 1:8; Amos 7:1; Amos 7:4; Amos 7:7; Amos 8:2 **8:2** Hij zei: **„Wat zie jij, Amos?”** Ik zei: „Een mand met zomerfruit.” Toen zei Yahweh tegen mij: **„Het einde is gekomen voor Mijn volk Israël. Ik zal niet langer aan hen voorbijgaan.”** Brontekst: וַיֹּ֗אמֶר (vayomer) = en Hij zei | מָֽה (ma) = wat | אַתָּ֤ה (ata) = jij | רֹאֶה֙ (roe) = ziet | עָמ֔וֹס (amos) = Amos | וָאֹמַ֖ר (vaomar) = en ik zei | כְּל֣וּב (keluv) = een mand van | קָ֑יִץ (qayits) = zomerfruit | וַיֹּ֨אמֶר (vayomer) = en zei | יְהוָ֜ה (Yahweh) = Yahweh | אֵלַ֗י (elay) = tegen mij | בָּ֤א (ba) = is gekomen | הַקֵּץ֙ (haqets) = het einde | אֶל (el) = tot | עַמִּ֣י (ami) = Mijn volk | יִשְׂרָאֵ֔ל (yisrael) = Israël | לֹא (lo) = niet | אוֹסִ֥יף (osif) = Ik zal voortgaan | ע֖וֹד (od) = nog | עֲב֥וֹר (avor) = voorbijgaan | לֽוֹ (lo) = aan hem Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַקֵּץ (haqqets), ‘het einde’: dit woord klinkt als קָיִץ (qayits), ‘zomerfruit’. Zoals het zomerfruit rijp is, zo is het volk rijp voor het einde. Voetnoot : עֲבוֹר לוֹ (avor lo), ‘aan hem voorbijgaan’: Yahweh spaart het volk niet meer; zie ook Amos 7:8. Zie ook: Amos 7:8; Jes 28:4; Mi 7:1; Jer 1:11–14; Klaagl 4:18 **8:3** **„De liederen van de tempel zullen op die dag jammeren, godsspraak van Heer Yahweh. Er zijn veel lijken. Overal werpt men ze weg. Stil!”** Brontekst: וְהֵילִ֜ילוּ (veheililu) = en zullen jammeren | שִׁיר֤וֹת (shirot) = liederen van | הֵיכָל֙ (heikhal) = de tempel | בַּיּ֣וֹם (bayom) = op de dag | הַה֔וּא (hahu) = die | נְאֻ֖ם (neum) = godsspraak van | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | יְהוִ֑ה (Yahweh) = Yahweh | רַ֣ב (rav) = veel | הַפֶּ֔גֶר (hapeger) = het lijk | בְּכָל (bekhal) = in elke | מָק֖וֹם (maqom) = plaats | הִשְׁלִ֥יךְ (hishlikh) = men werpt weg | הָֽס (has) = stil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: נְאֻם אֲדֹנָי יְהוִה (ne’um Adonai Yahweh), ‘godsspraak van Heer Yahweh’: dezelfde formule als ‘godsspraak van Yahweh’ (zie Amos 2:11). Voetnoot : שִׁירוֹת (shirot), ‘liederen’: met andere klinkers kan het ook ‘zangeressen’ betekenen. Voetnoot : הֵיכָל (heikhal), ‘tempel’: het kan ook een paleis zijn. Hier gaat het waarschijnlijk om het heiligdom. Voetnoot : הָס (has), ‘stil’: een kreet om stilte, zoals bij de nabijheid van Yahweh. Zie ook: Lev 10:3; Amos 2:11; Amos 5:16; Amos 5:23; Amos 6:9–10; Jer 9:20–21 ### Tegen wie de armen vertrappen **8:4** Hoor dit, jullie die de arme vertrappen en een einde maken aan de ellendigen van het land. Brontekst: שִׁמְעוּ (shimu) = hoort | זֹ֕את (zot) = dit | הַשֹּׁאֲפִ֖ים (hashoafim) = die vertrappen | אֶבְי֑וֹן (evyon) = de arme | וְלַשְׁבִּ֖ית (velashbit) = en een einde te maken aan | עֲנִיֵּי (aniyei) = de ellendigen van | אָֽרֶץ (arets) = het land Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: עֲנִיֵּי (aniyyei), ‘ellendigen’: de gebruikelijke weergave van dit woord. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft ענוי (anuyei), ‘ootmoedigen’. De voorgelezen tekst (qere) heeft עֲנִיֵּי, ‘ellendigen’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 12:6; Ps 14:4; Spr 30:14; Amos 5:11; Jes 32:6–7 **8:5** Jullie zeggen: „Wanneer gaat de nieuwe maand voorbij, zodat wij koren kunnen verkopen? En de sabbat, zodat wij het graan kunnen openen? Dan maken wij de efa kleiner en de sikkel groter. Wij vervalsen de weegschalen met bedrog, Brontekst: לֵאמֹ֗ר (lemor) = zeggend | מָתַ֞י (matay) = wanneer | יַעֲבֹ֤ר (yaavor) = gaat voorbij | הַחֹ֨דֶשׁ֙ (hachodesh) = de maand | וְנַשְׁבִּ֣ירָה (venashbira) = en wij zullen verkopen | שֶּׁ֔בֶר (shever) = koren | וְהַשַּׁבָּ֖ת (vehashabat) = en de sabbat | וְנִפְתְּחָה (veniftecha) = en wij zullen openen | בָּ֑ר (bar) = graan | לְהַקְטִ֤ין (lehaqtin) = om kleiner te maken | אֵיפָה֙ (eifa) = de efa | וּלְהַגְדִּ֣יל (ulehagdil) = en groter te maken | שֶׁ֔קֶל (sheqel) = de sikkel | וּלְעַוֵּ֖ת (uleavet) = en te vervalsen | מֹאזְנֵ֥י (moznei) = de weegschalen van | מִרְמָֽה (mirma) = bedrog Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שֶׁבֶר (shever), ‘koren’ en בָּר (bar), ‘graan’: twee woorden voor het graan dat de handelaren verkopen. Wij houden ze uit elkaar. Voetnoot : אֵיפָה (efah) en שֶׁקֶל (sheqel): de efa is ongeveer 22 liter; de sikkel is ongeveer 11,4 gram. De handelaar maakt de maat kleiner en het gewicht van het geld groter. Voetnoot : מֹאזְנֵי מִרְמָה (mozne mirmah), ‘weegschalen van bedrog’: valse weegschalen. Zie ook: Lev 19:36; Deut 25:13–16; Hos 12:8; Mi 6:10–11; Neh 13:15–21 **8:6** om de geringen te kopen voor zilver en de arme voor een paar sandalen. Ook het afval van het graan verkopen wij.” Brontekst: לִקְנ֤וֹת (liqnot) = om te kopen | בַּכֶּ֨סֶף֙ (bakesef) = met zilver | דַּלִּ֔ים (dalim) = geringen | וְאֶבְי֖וֹן (veevyon) = en de arme | בַּעֲב֣וּר (baavur) = voor | נַעֲלָ֑יִם (naalayim) = een paar sandalen | וּמַפַּ֥ל (umapal) = en het afval van | בַּ֖ר (bar) = graan | נַשְׁבִּֽיר (nashbir) = wij zullen verkopen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: דַּלִּים (dallim), ‘geringen’ en אֶבְיוֹן (evyon), ‘arme’: de geringen en de arme worden als koopwaar behandeld: voor zilver of voor een paar sandalen. Voetnoot : מַפַּל בַּר (mappal bar), ‘afval van het graan’: het slechte deel van het graan, het kaf en het afval. Zie ook: Lev 25:39–42; Joël 4:3; Joël 4:6; Amos 2:6; Amos 8:4 ### Yahweh heeft gezworen **8:7** Yahweh heeft gezworen bij de trots van Jakob: **„Nooit zal Ik voorgoed één van al hun daden vergeten.”** Brontekst: נִשְׁבַּ֥ע (nishba) = heeft gezworen | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | בִּגְא֣וֹן (bigon) = bij de trots van | יַעֲקֹ֑ב (yaaqov) = Jakob | אִם (im) = zeker niet | אֶשְׁכַּ֥ח (eshkach) = zal Ik vergeten | לָנֶ֖צַח (lanetsach) = voorgoed | כָּל (kal) = al | מַעֲשֵׂיהֶֽם (maaseihem) = hun daden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּגְאוֹן יַעֲקֹב (bigeon Yaaqov), ‘bij de trots van Jakob’: dit kan het land zijn waarop Jakob trots is, of Yahweh Zelf als de trots van Jakob. De betekenis is onzeker. Voetnoot : אִם (im), ‘als’: in een eed betekent dit ‘zeker niet’. Wij vertalen ‘nooit’. Voetnoot : לָנֶצַח (lanetsach), ‘voorgoed’: ook ‘tot het einde’. Zie ook: Ps 47:5; Amos 6:8; Hos 7:2; Hos 8:13; Hos 9:9 **8:8** Zal het land hierover niet beven? Zal ieder die erin woont niet rouwen? Het zal helemaal omhoogkomen als de Nijl. Het wordt opgejaagd en zinkt weg als de Nijl van Egypte. Brontekst: הַ֤עַל (haal) = is het over | זֹאת֙ (zot) = dit | לֹֽא (lo) = niet | תִרְגַּ֣ז (tirgaz) = zal beven | הָאָ֔רֶץ (haarets) = het land | וְאָבַ֖ל (veaval) = en zal rouwen | כָּל (kal) = ieder | יוֹשֵׁ֣ב (yoshev) = die woont | בָּ֑הּ (bah) = erin | וְעָלְתָ֤ה (vealeta) = en het zal omhoogkomen | כָאֹר֙ (kaor) = als de Nijl | כֻּלָּ֔הּ (kulah) = geheel | וְנִגְרְשָׁ֥ה (venigresha) = en het wordt opgejaagd | וְנִשְׁקְעָ֖ה (venishqea) = en het zinkt weg | כִּיא֥וֹר (kior) = als de Nijl van | מִצְרָֽיִם (mitsrayim) = Egypte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Nijl: De Nijl stroomt van het zuiden naar het noorden door Egypte en mondt met een delta uit in de Middellandse Zee. Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: כָּאֹר (ka’or) betekent letterlijk ‘als het licht’. Wij lezen ‘als de Nijl’, zoals in Amos 9:5, waar כַיְאֹר (kaye’or) staat. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft ונשקה (venishqah), een ander werkwoord. De voorgelezen tekst (qere) heeft וְנִשְׁקְעָה (venishqe’ah), ‘en het zinkt weg’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 18:8; Amos 9:5; Hos 4:3; Jes 5:25; Jer 46:8 ### De dag van duisternis **8:9** **„Het zal gebeuren op die dag, godsspraak van Heer Yahweh, dat Ik de zon laat ondergaan op de middag. Ik maak het donker over het land op een lichte dag.** Brontekst: וְהָיָ֣ה (vehaya) = en het zal gebeuren | בַּיּ֣וֹם (bayom) = op de dag | הַה֗וּא (hahu) = die | נְאֻם֙ (neum) = godsspraak van | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | יְהוִ֔ה (Yahweh) = Yahweh | וְהֵבֵאתִ֥י (veheveti) = en Ik zal laten komen | הַשֶּׁ֖מֶשׁ (hashemesh) = de zon | בַּֽצָּהֳרָ֑יִם (batsahorayim) = op de middag | וְהַחֲשַׁכְתִּ֥י (vehachashakhti) = en Ik zal donker maken | לָאָ֖רֶץ (laarets) = het land | בְּי֥וֹם (beyom) = op de dag van | אֽוֹר (or) = licht Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הֵבֵאתִי הַשֶּׁמֶשׁ (hevetie hashemesh), ‘Ik laat de zon ondergaan’: letterlijk ‘Ik laat de zon komen’. De zon gaat op de middag onder: een verduistering of een plotselinge nacht. Zie ook: Jer 15:9; Mat 24:29; Mat 27:45; Mar 15:33; Luc 23:44 **8:10** **Ik verander jullie feesten in rouw en al jullie liederen in een klaaglied. Ik leg rouwkleed op alle heupen en kaalheid op elk hoofd. Ik maak het als de rouw om een enige zoon, en het einde ervan als een bittere dag.** Brontekst: וְהָפַכְתִּ֨י (vehafakhti) = en Ik zal veranderen | חַגֵּיכֶ֜ם (chageikhem) = jullie feesten | לְאֵ֗בֶל (leevel) = in rouw | וְכָל (vekhal) = en al | שִֽׁירֵיכֶם֙ (shireikhem) = jullie liederen | לְקִינָ֔ה (leqina) = in een klaaglied | וְהַעֲלֵיתִ֤י (vehaaleiti) = en Ik zal laten opkomen | עַל (al) = op | כָּל (kal) = alle | מָתְנַ֨יִם֙ (matenayim) = heupen | שָׂ֔ק (saq) = rouwkleed | וְעַל (veal) = en op | כָּל (kal) = elk | רֹ֖אשׁ (rosh) = hoofd | קָרְחָ֑ה (qarecha) = kaalheid | וְשַׂמְתִּ֨יהָ֙ (vesamtiha) = en Ik zal het maken | כְּאֵ֣בֶל (keevel) = als de rouw om | יָחִ֔יד (yachid) = een enige | וְאַחֲרִיתָ֖הּ (veacharitah) = en het einde ervan | כְּי֥וֹם (keyom) = als een dag | מָֽר (mar) = bitter Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שַׂק (saq), ‘rouwkleed’: een grof kleed dat men uit rouw om de heupen droeg. Voetnoot : יָחִיד (yachid), ‘een enige zoon’: het zwaarste verlies voor een ouder. Zie ook: Job 20:23; Jer 6:26; Jer 48:37; Ezech 7:18; Zach 12:10 ### Honger naar het woord van Yahweh **8:11** **Zie, er komen dagen, godsspraak van Heer Yahweh, dat Ik honger in het land zal zenden. Niet honger naar brood en niet dorst naar water, maar naar het horen van de woorden van Yahweh.”** Brontekst: הִנֵּ֣ה (hine) = zie | יָמִ֣ים (yamim) = dagen | בָּאִ֗ים (baim) = komende | נְאֻם֙ (neum) = godsspraak van | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | יְהוִ֔ה (Yahweh) = Yahweh | וְהִשְׁלַחְתִּ֥י (vehishlachti) = en Ik zal zenden | רָעָ֖ב (raav) = honger | בָּאָ֑רֶץ (baarets) = in het land | לֹֽא (lo) = niet | רָעָ֤ב (raav) = honger | לַלֶּ֨חֶם֙ (lalechem) = naar brood | וְלֹֽא (velo) = en niet | צָמָ֣א (tsama) = dorst | לַמַּ֔יִם (lamayim) = naar water | כִּ֣י (ki) = maar | אִם (im) = wel | לִשְׁמֹ֔עַ (lishmoa) = naar het horen van | אֵ֖ת (et) = (obj.) | דִּבְרֵ֥י (divrei) = de woorden van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: רָעָב (ra’av), ‘honger’: Yahweh zendt een honger die niet naar brood is, maar naar Zijn woord. Zie ook: 1 Sam 3:1; 1 Sam 28:6; Ps 74:9; 2 Kron 15:3; Ezech 7:26 **8:12** Zij zullen heen en weer zwalken, van zee tot zee en van het noorden tot het oosten. Zij zullen rondtrekken om het woord van Yahweh te zoeken, maar zij zullen het niet vinden. Brontekst: וְנָעוּ֙ (venau) = en zij zullen zwalken | מִיָּ֣ם (miyam) = van zee | עַד (ad) = tot | יָ֔ם (yam) = zee | וּמִצָּפ֖וֹן (umitsafon) = en van het noorden | וְעַד (vead) = en tot | מִזְרָ֑ח (mizrach) = het oosten | יְשֽׁוֹטְט֛וּ (yeshotetu) = zij zullen rondtrekken | לְבַקֵּ֥שׁ (levaqesh) = om te zoeken | אֶת (et) = (obj.) | דְּבַר (devar) = het woord van | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | וְלֹ֥א (velo) = en niet | יִמְצָֽאוּ (yimtsau) = zullen zij vinden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מִיָּם עַד־יָם (miyyam ad yam), ‘van zee tot zee’: het gebied van het volk, van de ene zee naar de andere. Zie ook: Spr 14:6; Dan 12:4; Mat 12:30; Rom 11:7–10; 2 Tim 3:6–7 **8:13** Op die dag zullen de mooie maagden en de jonge mannen flauwvallen van de dorst. Brontekst: בַּיּ֨וֹם (bayom) = op de dag | הַה֜וּא (hahu) = die | תִּ֠תְעַלַּפְנָה (titalafna) = zullen flauwvallen | הַבְּתוּלֹ֧ת (habetulot) = de maagden | הַיָּפ֛וֹת (hayafot) = de mooie | וְהַבַּחוּרִ֖ים (vehabachurim) = en de jonge mannen | בַּצָּמָֽא (batsama) = van de dorst Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Zie ook: Ps 63:2; Hos 2:5; Jer 48:18; Klaagl 1:18; Klaagl 2:21 **8:14** Zij die zweren bij de schuld van Samaria, zeggen: „Zo waar je god leeft, Dan!” en: „Zo waar de weg naar Beër-Sjeba leeft!” Zij zullen vallen en nooit meer opstaan. Brontekst: הַנִּשְׁבָּעִים֙ (hanishbaim) = die zweren | בְּאַשְׁמַ֣ת (beashmat) = bij de schuld van | שֹֽׁמְר֔וֹן (shomeron) = Samaria | וְאָמְר֗וּ (veameru) = en zeggen | חֵ֤י (chei) = zo waar leeft | אֱלֹהֶ֨יךָ֙ (eloheikha) = je god | דָּ֔ן (dan) = Dan | וְחֵ֖י (vechei) = en zo waar leeft | דֶּ֣רֶךְ (derekh) = de weg van | בְּאֵֽר (beer) = Beër | שָׁ֑בַע (shava) = Sjeba | וְנָפְל֖וּ (venafelu) = en zij zullen vallen | וְלֹא (velo) = en niet | יָק֥וּמוּ (yaqumu) = zullen zij opstaan | עֽוֹד (od) = meer Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem. Zie Dan: Dan, in het uiterste noorden van het land, was een koninklijk heiligdom van het Noordrijk (1 Koningen 12:29). Zie Beër-Sjeba: Beër-Sjeba ligt aan de rand van de Negev, ongeveer 75 km ten zuidwesten van Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: אַשְׁמַת שֹׁמְרוֹן (ashmat Shomron), ‘de schuld van Samaria’: sommigen denken aan de naam van een afgod van Samaria (vergelijk 2 Kon. 17:30). Voetnoot : חֵי אֱלֹהֶיךָ דָּן (chei eloheikha Dan), ‘zo waar je god leeft, Dan’: een eed bij de god van Dan. Daar stond een gouden kalf (1 Kon. 12:29). Voetnoot : דֶּרֶךְ בְּאֵר שָׁבַע (derekh Be’er Sheva), ‘de weg naar Beër-Sjeba’: de pelgrimsroute of de godsdienst van die plaats. Vergelijk Amos 5:5. Zie ook: Deut 9:21; Ps 140:11; 1 Kon 12:28–29; 1 Kon 12:29; 2 Kon 17:30; Amos 5:5; Hand 9:2 ## Amos 9 _Niemand ontkomt, en dan het herstel_ ### Vijfde visioen: niemand ontkomt **9:1** Ik zag de Heer bij het altaar staan. Hij zei: **„Sla het kapiteel, zodat de drempels beven. Sla ze stuk op het hoofd van hen allen. Wat van hen overblijft, zal Ik met het zwaard doden. Geen vluchteling van hen zal vluchten. Geen ontsnapte van hen zal ontkomen.** Brontekst: רָאִ֨יתִי (raiti) = ik zag | אֶת (et) = (obj.) | אֲדֹנָ֜י (adonay) = de Heer | נִצָּ֣ב (nitsav) = staande | עַֽל (al) = bij | הַמִּזְבֵּ֗חַ (hamizbeach) = het altaar | וַיֹּאמֶר֩ (vayomer) = en Hij zei | הַ֨ךְ (hakh) = sla | הַכַּפְתּ֜וֹר (hakaftor) = het kapiteel | וְיִרְעֲשׁ֣וּ (veyirashu) = zodat zullen beven | הַסִּפִּ֗ים (hasipim) = de drempels | וּבְצַ֨עַם֙ (uvetsaam) = en sla ze stuk | בְּרֹ֣אשׁ (berosh) = op het hoofd van | כֻּלָּ֔ם (kulam) = hen allen | וְאַחֲרִיתָ֖ם (veacharitam) = en wat van hen overblijft | בַּחֶ֣רֶב (bacherev) = met het zwaard | אֶהֱרֹ֑ג (eherog) = zal Ik doden | לֹֽא (lo) = niet | יָנ֤וּס (yanus) = zal vluchten | לָהֶם֙ (lahem) = van hen | נָ֔ס (nas) = een vluchteling | וְלֹֽא (velo) = en niet | יִמָּלֵ֥ט (yimalet) = zal ontkomen | לָהֶ֖ם (lahem) = van hen | פָּלִֽיט (palit) = een ontsnapte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי (Adonai) staat hier zonder Yahweh: wij vertalen ‘de Heer’. Voetnoot : עַל־הַמִּזְבֵּחַ (al hammizbeach), ‘bij het altaar’: het voorzetsel על betekent ook ‘op’ of ‘boven’. Het is niet gezegd welk altaar het is. Voetnoot : הַכַּפְתּוֹר (hakkaftor), ‘het kapiteel’: de knop of het bovenste deel van een zuil. Het woord klinkt gelijk aan de plaatsnaam Kaftor in vers 7. Voetnoot : הַסִּפִּים (hassippim), ‘de drempels’: ook ‘de deurposten’. Voetnoot : בְּצָעַם (betsa’am), ‘sla ze stuk’: het werkwoord betekent ‘afsnijden’ of ‘afbreken’. De stukken vallen op de hoofden van de mensen. Zie ook: Ps 68:22; Amos 9:7; Jes 6:1; Jes 6:3–4; Joh 1:18; Openb 1:17 **9:2** **Als zij zich ingraven in Sjeol, haalt Mijn hand hen vandaar weg. En als zij opstijgen naar de hemel, haal Ik hen vandaar omlaag.** Brontekst: אִם (im) = als | יַחְתְּר֣וּ (yachteru) = zij zich ingraven | בִשְׁא֔וֹל (bishol) = in Sjeol | מִשָּׁ֖ם (misham) = vandaar | יָדִ֣י (yadi) = Mijn hand | תִקָּחֵ֑ם (tiqachem) = zal hen halen | וְאִֽם (veim) = en als | יַעֲלוּ֙ (yaalu) = zij opstijgen | הַשָּׁמַ֔יִם (hashamayim) = naar de hemel | מִשָּׁ֖ם (misham) = vandaar | אוֹרִידֵֽם (oridem) = zal Ik hen omlaag brengen Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁאוֹל (She’ol), ‘Sjeol’: het dodenrijk, diep onder de aarde. De hemel is het tegenovergestelde: heel hoog. Geen plaats is te hoog of te laag. Zie ook: Job 20:6; Ps 139:7–10; Jer 49:16; Jer 51:53; Ob 1:4 **9:3** **En als zij zich verbergen op de top van de Karmel, spoor Ik hen daar op en haal hen weg. En als zij zich voor Mijn ogen verstoppen op de bodem van de zee, beveel Ik daar de slang, en hij zal hen bijten.** Brontekst: וְאִם (veim) = en als | יֵחָֽבְאוּ֙ (yechaveu) = zij zich verbergen | בְּרֹ֣אשׁ (berosh) = op de top van | הַכַּרְמֶ֔ל (hakarmel) = de Karmel | מִשָּׁ֥ם (misham) = vandaar | אֲחַפֵּ֖שׂ (achapes) = zal Ik opsporen | וּלְקַחְתִּ֑ים (uleqachtim) = en zal Ik hen halen | וְאִם (veim) = en als | יִסָּ֨תְר֜וּ (yisateru) = zij zich verstoppen | מִנֶּ֤גֶד (mineged) = voor | עֵינַי֙ (einay) = Mijn ogen | בְּקַרְקַ֣ע (beqarqa) = op de bodem van | הַיָּ֔ם (hayam) = de zee | מִשָּׁ֛ם (misham) = vandaar | אֲצַוֶּ֥ה (atsave) = zal Ik bevelen | אֶת (et) = (obj.) | הַנָּחָ֖שׁ (hanachash) = de slang | וּנְשָׁכָֽם (uneshakham) = en hij zal hen bijten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Karmel: De Karmel is een bergrug aan de kust, bij het huidige Haifa. Voetnoot Uitleg: הַנָּחָשׁ (hannachash), ‘de slang’: Yahweh heeft macht over alles, ook in de diepte van de zee. Zie ook: Job 34:22; Ps 139:9–11; Jes 27:1; Jer 16:16; Jer 23:23–24 **9:4** **En als zij in gevangenschap gaan, voor hun vijanden uit, beveel Ik daar het zwaard, en het zal hen doden. Ik richt Mijn oog op hen, ten kwade en niet ten goede.”** Brontekst: וְאִם (veim) = en als | יֵלְכ֤וּ (yelekhu) = zij gaan | בַשְּׁבִי֙ (bashevi) = in gevangenschap | לִפְנֵ֣י (lifnei) = voor | אֹֽיבֵיהֶ֔ם (oyveihem) = hun vijanden | מִשָּׁ֛ם (misham) = vandaar | אֲצַוֶּ֥ה (atsave) = zal Ik bevelen | אֶת (et) = (obj.) | הַחֶ֖רֶב (hacherev) = het zwaard | וַהֲרָגָ֑תַם (vaharagatam) = en het zal hen doden | וְשַׂמְתִּ֨י (vesamti) = en Ik zal richten | עֵינִ֧י (eini) = Mijn oog | עֲלֵיהֶ֛ם (aleihem) = op hen | לְרָעָ֖ה (leraa) = ten kwade | וְלֹ֥א (velo) = en niet | לְטוֹבָֽה (letova) = ten goede Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: שְׁבִי (shevi), ‘gevangenschap’: het meenemen van mensen als krijgsgevangenen. Zie ook: Lev 17:10; Lev 26:33; Jer 21:10; Jer 39:16; Jer 44:11 ### Yahweh is Zijn naam **9:5** En Heer Yahweh van de legermachten raakt het land aan, en het smelt. Allen die erin wonen, rouwen. Het komt helemaal omhoog als de Nijl en zinkt weg als de Nijl van Egypte. Brontekst: וַאדֹנָ֨י (vadonay) = en Heer | יְהוִ֜ה (Yahweh) = Yahweh | הַצְּבָא֗וֹת (hatsevaot) = van de legermachten | הַנּוֹגֵ֤עַ (hanogea) = die aanraakt | בָּאָ֨רֶץ֙ (baarets) = het land | וַתָּמ֔וֹג (vatamog) = en het smelt | וְאָבְל֖וּ (veavelu) = en zij rouwen | כָּל (kal) = alle | י֣וֹשְׁבֵי (yoshevei) = bewoners van | בָ֑הּ (bah) = erin | וְעָלְתָ֤ה (vealeta) = en het komt omhoog | כַיְאֹר֙ (kayor) = als de Nijl | כֻּלָּ֔הּ (kulah) = geheel | וְשָׁקְעָ֖ה (veshaqea) = en het zinkt weg | כִּיאֹ֥ר (kior) = als de Nijl van | מִצְרָֽיִם (mitsrayim) = Egypte Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Nijl: De Nijl stroomt van het zuiden naar het noorden door Egypte en mondt met een delta uit in de Middellandse Zee. Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Voetnoot Uitleg: אֲדֹנָי יְהוִה הַצְּבָאוֹת (Adonai Yahweh hatsevaot), ‘Heer Yahweh van de legermachten’: ‘Heer Yahweh van de legers’. Voetnoot : De laatste zin van dit vers is bijna gelijk aan Amos 8:8. Zie ook: Ps 46:7; Amos 8:8; Jes 63:19; Mi 1:3–4; Openb 20:11 **9:6** Hij bouwt Zijn opgangen in de hemel en heeft Zijn gewelf op de aarde gegrondvest. Hij roept de wateren van de zee en giet ze uit over het oppervlak van de aarde. Yahweh is Zijn naam. Brontekst: הַבּוֹנֶ֤ה (habone) = Hij die bouwt | בַשָּׁמַ֨יִם֙ (bashamayim) = in de hemel | מַעֲלוֹתָ֔יו (maalotav) = Zijn opgangen | וַאֲגֻדָּת֖וֹ (vaagudato) = en Zijn gewelf | עַל (al) = op | אֶ֣רֶץ (erets) = de aarde | יְסָדָ֑הּ (yesadah) = heeft gegrondvest | הַקֹּרֵ֣א (haqore) = Hij die roept | לְמֵֽי (lemei) = de wateren van | הַיָּ֗ם (hayam) = de zee | וַֽיִּשְׁפְּכֵ֛ם (vayishpekhem) = en giet ze uit | עַל (al) = over | פְּנֵ֥י (penei) = het oppervlak van | הָאָ֖רֶץ (haarets) = de aarde | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | שְׁמֽוֹ (shemo) = is Zijn naam Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: מַעֲלוֹתָיו (ma’alotav), ‘Zijn opgangen’: trappen of verdiepingen, de verheven vertrekken waar Yahweh woont. De betekenis is niet zeker. Voetnoot : אֲגֻדָּתוֹ (aguddato), ‘Zijn gewelf’: het hemelgewelf. Het woord betekent ook ‘bundel’ of ‘gebouw’. Voetnoot Lezing: De geschreven tekst (ketiv) heeft מעלותו (ma’alato), ‘Zijn opgang’. De voorgelezen tekst (qere) heeft מַעֲלוֹתָיו, ‘Zijn opgangen’. Wij volgen de qere. Zie ook: Ps 104:3; Ps 104:13; Amos 4:13; Amos 5:8; Jer 5:22 ### Israël onder de volken **9:7** **„Zijn jullie, zonen van Israël, voor Mij niet als de zonen van de Kushieten? Godsspraak van Yahweh. Heb Ik Israël niet uit het land Egypte laten optrekken, en de Filistijnen uit Kaftor, en Aram uit Kir?”** Brontekst: הֲל֣וֹא (halo) = niet waar | כִבְנֵי֩ (kivnei) = als de zonen van | כֻשִׁיִּ֨ים (kushiyim) = de Kushieten | אַתֶּ֥ם (atem) = jullie | לִ֛י (li) = voor Mij | בְּנֵ֥י (benei) = zonen van | יִשְׂרָאֵ֖ל (yisrael) = Israël | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָ֑ה (Yahweh) = Yahweh | הֲל֣וֹא (halo) = niet waar | אֶת (et) = (obj.) | יִשְׂרָאֵ֗ל (yisrael) = Israël | הֶעֱלֵ֨יתִי֙ (heeleiti) = heb Ik laten optrekken | מֵאֶ֣רֶץ (meerets) = uit het land | מִצְרַ֔יִם (mitsrayim) = Egypte | וּפְלִשְׁתִּיִּ֥ים (ufelishtiyim) = en de Filistijnen | מִכַּפְתּ֖וֹר (mikaftor) = uit Kaftor | וַאֲרָ֥ם (vaaram) = en Aram | מִקִּֽיר (miqir) = uit Kir Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden. Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod. Zie Kaftor (Kreta?; ligging onzeker): Kaftor wordt meestal gezocht op Kreta of elders in de Egeïsche Zee. Dit is niet zeker. Voetnoot Uitleg: כֻשִׁיִּם (Kushiyyim), ‘Kushieten’: het volk van Kush, ver in het zuiden, ten zuiden van Egypte. Yahweh noemt Israël, de Filistijnen en Aram naast elkaar: ook die volken heeft Hij uit een andere plaats laten optrekken. Voetnoot : כַּפְתּוֹר (Kaftor), ‘Kaftor’: waarschijnlijk Kreta; van daar kwamen de Filistijnen. Voetnoot : קִיר (Qir), ‘Kir’: volgens dit vers de plaats of streek waar Aram vandaan kwam. De ligging is onzeker. In 2 Kon. 16:9 wordt Aram naar Kir weggevoerd. Zie ook: Deut 2:23; 2 Kon 16:9; Amos 2:10; Jer 9:24–25; Jer 47:4 **9:8** Zie, de ogen van Heer Yahweh zijn op het zondige koninkrijk. **„Ik zal het van het oppervlak van de grond verdelgen. Alleen zal Ik het huis van Jakob niet helemaal verdelgen, godsspraak van Yahweh.** Brontekst: הִנֵּ֞ה (hine) = zie | עֵינֵ֣י (einei) = de ogen van | אֲדֹנָ֣י (adonay) = Heer | יְהוִ֗ה (Yahweh) = Yahweh | בַּמַּמְלָכָה֙ (bamamlakha) = op het koninkrijk | הַֽחַטָּאָ֔ה (hachataa) = zondige | וְהִשְׁמַדְתִּ֣י (vehishmadti) = en Ik zal verdelgen | אֹתָ֔הּ (otah) = het | מֵעַ֖ל (meal) = van | פְּנֵ֣י (penei) = het oppervlak van | הָאֲדָמָ֑ה (haadama) = de grond | אֶ֗פֶס (efes) = alleen | כִּ֠י (ki) = dat | לֹ֣א (lo) = niet | הַשְׁמֵ֥יד (hashmeid) = helemaal | אַשְׁמִ֛יד (ashmid) = zal Ik verdelgen | אֶת (et) = (obj.) | בֵּ֥ית (beit) = het huis van | יַעֲקֹ֖ב (yaaqov) = Jakob | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָֽה (Yahweh) = Yahweh Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: הַמַּמְלָכָה הַחַטָּאָה (hammamlakhah hachatta’ah), ‘het zondige koninkrijk’: waarschijnlijk het koninkrijk Israël, het Noordrijk. Voetnoot : אֶפֶס כִּי (efes ki), ‘alleen dat’: Yahweh maakt een uitzondering. Het huis van Jakob wordt niet helemaal vernietigd. Zie ook: Deut 4:31; Amos 9:4; Jer 5:10; Jer 30:11; Jer 44:27 **9:9** **Want zie, Ik geef bevel. Ik zal het huis van Israël schudden onder alle volken, zoals er in een zeef geschud wordt. Geen steentje zal op de aarde vallen.** Brontekst: כִּֽי (ki) = want | הִנֵּ֤ה (hine) = zie | אָֽנֹכִי֙ (anokhi) = Ik | מְצַוֶּ֔ה (metsave) = bevelend | וַהֲנִע֥וֹתִי (vahanioti) = en Ik zal schudden | בְכָֽל (bekhal) = onder alle | הַגּוֹיִ֖ם (hagoyim) = volken | אֶת (et) = (obj.) | בֵּ֣ית (beit) = het huis van | יִשְׂרָאֵ֑ל (yisrael) = Israël | כַּאֲשֶׁ֤ר (kaasher) = zoals | יִנּ֨וֹעַ֙ (yinoa) = er wordt geschud | בַּכְּבָרָ֔ה (bakevara) = in een zeef | וְלֹֽא (velo) = en niet | יִפּ֥וֹל (yipol) = zal vallen | צְר֖וֹר (tseror) = een steentje | אָֽרֶץ (arets) = op de aarde Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: צְרוֹר (tseror), ‘steentje’: het woord kan ook ‘korrel’ betekenen. De uitleg van dit beeld is niet zeker: het kan gaan om bewaring (niets gaat verloren) of om oordeel. Zie ook: Lev 26:33; Deut 28:64; Jes 30:28; Luc 22:31 **9:10** **Door het zwaard zullen al de zondaars van Mijn volk sterven. Zij zeggen: ‘Het onheil zal niet naderen en ons niet inhalen.’** Brontekst: בַּחֶ֣רֶב (bacherev) = door het zwaard | יָמ֔וּתוּ (yamutu) = zullen sterven | כֹּ֖ל (kol) = alle | חַטָּאֵ֣י (chataei) = zondaars van | עַמִּ֑י (ami) = Mijn volk | הָאֹמְרִ֗ים (haomerim) = die zeggen | לֹֽא (lo) = niet | תַגִּ֧ישׁ (tagish) = zal naderen | וְתַקְדִּ֛ים (vetaqdim) = en zal inhalen | בַּעֲדֵ֖ינוּ (baadeinu) = om ons heen | הָרָעָֽה (haraa) = het onheil Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: תַקְדִּים (taqdim), ‘inhalen’: letterlijk ‘vooruit zijn op’. בַּעֲדֵנוּ (ba’adenu), ‘om ons heen’. Zie ook: Amos 6:1; Amos 6:3; Jes 33:14; Zach 13:8–9; Mat 13:49–50 ### De hut van David wordt hersteld **9:11** **Op die dag zal Ik de gevallen hut van David oprichten. Ik zal hun bressen dichtmaken en zijn ruïnes oprichten. Ik zal haar bouwen zoals in de dagen van lang geleden,** Brontekst: בַּיּ֣וֹם (bayom) = op de dag | הַה֔וּא (hahu) = die | אָקִ֛ים (aqim) = zal Ik oprichten | אֶת (et) = (obj.) | סֻכַּ֥ת (sukat) = de hut van | דָּוִ֖יד (david) = David | הַנֹּפֶ֑לֶת (hanofelet) = de gevallen | וְגָדַרְתִּ֣י (vegadarti) = en Ik zal dichtmaken | אֶת (et) = (obj.) | פִּרְצֵיהֶ֗ן (pirtseihen) = hun bressen | וַהֲרִֽסֹתָיו֙ (vaharisotav) = en zijn ruïnes | אָקִ֔ים (aqim) = zal Ik oprichten | וּבְנִיתִ֖יהָ (uvenitiha) = en Ik zal haar bouwen | כִּימֵ֥י (kimei) = zoals de dagen van | עוֹלָֽם (olam) = lang geleden Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: סֻכַּת דָּוִיד (sukkat David), ‘de hut van David’: het huis of koninkrijk van David, dat bijna vervallen is. In het Hebreeuws wisselen de voornaamwoorden: ‘hun bressen’, ‘zijn ruïnes’, ‘haar’. Wij laten dat zo staan. Vergelijk Hand. 15:16–18. Voetnoot : עוֹלָם (olam): in ‘de dagen van olam’ betekent het ‘lang geleden’, de verre oudheid. Zie ook: Ps 80:13; Jes 16:5; Jer 23:5–6; Jer 33:14–16; Hand 15:15–17; Hand 15:16–18 **9:12** **opdat zij de rest van Edom in bezit nemen, en alle volken over wie Mijn naam is uitgeroepen, godsspraak van Yahweh, die dit doet.** Brontekst: לְמַ֨עַן (lemaan) = opdat | יִֽירְשׁ֜וּ (yireshu) = zij in bezit nemen | אֶת (et) = (obj.) | שְׁאֵרִ֤ית (sheerit) = de rest van | אֱדוֹם֙ (edom) = Edom | וְכָל (vekhal) = en alle | הַגּוֹיִ֔ם (hagoyim) = volken | אֲשֶׁר (asher) = over wie | נִקְרָ֥א (niqra) = is uitgeroepen | שְׁמִ֖י (shemi) = Mijn naam | עֲלֵיהֶ֑ם (aleihem) = over hen | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָ֖ה (Yahweh) = Yahweh | עֹ֥שֶׂה (ose) = die doet | זֹּֽאת (zot) = dit Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Plaats: Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië. Voetnoot Uitleg: שְׁאֵרִית אֱדוֹם (she’erit Edom), ‘de rest van Edom’: Hand. 15:17 haalt dit vers anders aan. Sommige oude vertalingen lezen ook anders. Wij volgen de Hebreeuwse tekst. Voetnoot : נִקְרָא שְׁמִי עֲלֵיהֶם (niqra shemi aleihem), ‘over wie Mijn naam is uitgeroepen’: zij horen bij Yahweh. Zie ook: Jes 43:7; Jes 63:19; Jes 65:1; Dan 9:18–19; Hand 15:17 **9:13** **Zie, er komen dagen, godsspraak van Yahweh, dat de ploeger de maaier inhaalt en de druiventreder hem die het zaad uitstrooit. De bergen zullen druipen van zoete wijn en alle heuvels zullen smelten.** Brontekst: הִנֵּ֨ה (hine) = zie | יָמִ֤ים (yamim) = dagen | בָּאִים֙ (baim) = komende | נְאֻם (neum) = godsspraak van | יְהוָ֔ה (Yahweh) = Yahweh | וְנִגַּ֤שׁ (venigash) = en zal inhalen | חוֹרֵשׁ֙ (choresh) = de ploeger | בַּקֹּצֵ֔ר (baqotser) = de maaier | וְדֹרֵ֥ךְ (vedorekh) = en de treder van | עֲנָבִ֖ים (anavim) = druiven | בְּמֹשֵׁ֣ךְ (bemoshekh) = hem die uitstrooit | הַזָּ֑רַע (hazara) = het zaad | וְהִטִּ֤יפוּ (vehitifu) = en zullen druipen | הֶֽהָרִים֙ (heharim) = de bergen | עָסִ֔יס (asis) = zoete wijn | וְכָל (vekhal) = en alle | הַגְּבָע֖וֹת (hagevaot) = de heuvels | תִּתְמוֹגַֽגְנָה (titmogagna) = zullen smelten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: בִּמְשֹׁךְ הַזָּרַע (bemoshekh hazzara), ‘bij hem die het zaad uitstrooit’: het werkwoord betekent ‘trekken’; het gaat om de zaaier. Het beeld: de oogst is zo rijk dat het ene werk het andere inhaalt. Voetnoot : תִּתְמוֹגַגְנָה (titmogagnah), ‘zullen smelten’: de heuvels vloeien over van de wijn. Het werkwoord is hetzelfde als in vers 5, waar de aarde smelt. Zie ook: Lev 26:5; Joël 4:18; Amos 9:5; Jes 35:1–2; Jes 55:13; Joh 4:35 **9:14** **Ik zal het lot van Mijn volk Israël keren. Zij zullen verwoeste steden bouwen en erin wonen. Zij zullen wijngaarden planten en hun wijn drinken. Zij zullen tuinen aanleggen en hun vruchten eten.** Brontekst: וְשַׁבְתִּי֮ (veshavti) = en Ik zal keren | אֶת (et) = (obj.) | שְׁב֣וּת (shevut) = het lot van | עַמִּ֣י (ami) = Mijn volk | יִשְׂרָאֵל֒ (yisrael) = Israël | וּבָנ֞וּ (uvanu) = en zij zullen bouwen | עָרִ֤ים (arim) = steden | נְשַׁמּוֹת֙ (neshamot) = verwoeste | וְיָשָׁ֔בוּ (veyashavu) = en zij zullen wonen | וְנָטְע֣וּ (venateu) = en zij zullen planten | כְרָמִ֔ים (keramim) = wijngaarden | וְשָׁת֖וּ (veshatu) = en zij zullen drinken | אֶת (et) = (obj.) | יֵינָ֑ם (yeinam) = hun wijn | וְעָשׂ֣וּ (veasu) = en zij zullen maken | גַנּ֔וֹת (ganot) = tuinen | וְאָכְל֖וּ (veakhelu) = en zij zullen eten | אֶת (et) = (obj.) | פְּרִיהֶֽם (perihem) = hun vruchten Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: וְשַׁבְתִּי אֶת־שְׁבוּת (veshavti et shevut), ‘Ik zal het lot keren’: het woord שְׁבוּת kan ook ‘ballingschap’ betekenen. Het gaat om herstel van wat verloren is. Zie ook: Jes 61:4; Jer 30:3; Jer 30:18; Jer 31:28; Ezech 28:26 **9:15** **Ik zal hen planten op hun grond. Zij zullen niet meer worden uitgerukt van hun grond, die Ik hun gegeven heb, zegt Yahweh, jouw Elohim.”** Brontekst: וּנְטַעְתִּ֖ים (unetatim) = en Ik zal hen planten | עַל (al) = op | אַדְמָתָ֑ם (admatam) = hun grond | וְלֹ֨א (velo) = en niet | יִנָּתְשׁ֜וּ (yinateshu) = zullen zij worden uitgerukt | ע֗וֹד (od) = meer | מֵעַ֤ל (meal) = van | אַדְמָתָם֙ (admatam) = hun grond | אֲשֶׁ֣ר (asher) = die | נָתַ֣תִּי (natati) = Ik gaf | לָהֶ֔ם (lahem) = aan hen | אָמַ֖ר (amar) = zegt | יְהוָ֥ה (Yahweh) = Yahweh | אֱלֹהֶֽיךָ (eloheikha) = jouw Elohim Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB) Voetnoot Uitleg: אָמַר יְהוָה אֱלֹהֶיךָ (amar Yahweh Eloheikha), ‘zegt Yahweh, jouw Elohim’: Yahweh spreekt tot het volk. Dit is het slot van het boek. Zie ook: Joël 4:20; Jes 60:21; Jer 24:6; Ezech 34:28; Ezech 37:25