# 3 Johannes (Ἰωάννου Γ, Ioannou III) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## 3 Johannes 1 _Gajus, Diotrefes en Demetrius_ ### Aanhef **1:1** De oudere aan Gajus, de geliefde, die ik liefheb in waarheid. Brontekst: Ὁ (Ho) = de | πρεσβύτερος (presbyteros) = oudere | Γαΐῳ (Gaio) = aan Gajus | τῷ (to) = de | ἀγαπητῷ (agapeto) = geliefde | ὃν (hon) = die | ἐγὼ (ego) = ik | ἀγαπῶ (agapo) = liefheb | ἐν (en) = in | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ πρεσβύτερος (ho presbyteros), ‘de oudere’: zie 2 Joh. 1. Γάϊος (Gaios), ‘Gajus’: de tekst zegt niet welke Gajus dit is; in Hand. 20:4 en Rom. 16:23 komen ook mannen met die naam voor. Wij schrijven ‘Gajus’ zoals in 1 Kor. 1:14. Voetnoot : Zie ook Hand. 20:4; Rom. 16:23. Zie ook: Hand 20:4; 1 Kor 1:14; Rom 16:23 **1:2** Geliefde, ik bid dat het je in alles goed gaat en dat je gezond bent, zoals het ook je ziel goed gaat. Brontekst: Ἀγαπητέ (Agapete) = geliefde | περὶ (peri) = over | πάντων (panton) = alles | εὔχομαί (euchomai) = ik bid | σε (se) = dat | εὐοδοῦσθαι (euodousthai) = het goed gaat | καὶ (kai) = en | ὑγιαίνειν (hygiainein) = gezond te zijn | καθὼς (kathos) = zoals | εὐοδοῦταί (euodoutai) = het goed gaat | σου (sou) = je | ἡ (he) = de | ψυχή (psyche) = ziel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὔχομαι (euchomai), ‘ik bid’: ook ‘ik wens’. εὐοδόω (euodoo), ‘het goed laten gaan’: letterlijk ‘een goede weg hebben’. ψυχή (psyche), ‘ziel’: hier het innerlijk leven, zoals in Jak. 1:21. Zie ook: Jak 1:21 **1:3** Want ik heb mij zeer verheugd toen broers kwamen en over jouw waarheid getuigden, zoals jij in waarheid wandelt. Brontekst: ἐχάρην (echaren) = ik heb mij verheugd | γὰρ (gar) = want | λίαν (lian) = zeer | ἐρχομένων (erchomenon) = komend | ἀδελφῶν (adelphon) = broers | καὶ (kai) = en | μαρτυρούντων (martyrounton) = getuigend | σου (sou) = over jouw | τῇ (te) = de | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid | καθὼς (kathos) = zoals | σὺ (sy) = jij | ἐν (en) = in | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid | περιπατεῖς (peripateis) = wandelt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐχάρην (echaren), ‘ik heb mij verheugd’: zie 2 Joh. 4. μαρτυρέω (martyreo), ‘getuigen’. ‘Over jouw waarheid’ is letterlijk ‘voor jouw waarheid’ (datief): zij getuigden dat Gajus in de waarheid leeft. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente (zie 1 Joh. 3:13); hier zijn het rondtrekkende gelovigen (vers 5–7). Zie ook: 1 Joh 3:13; 3 Joh 1:5–7 **1:4** Een grotere vreugde dan deze heb ik niet: dat ik hoor dat mijn kinderen in de waarheid wandelen. Brontekst: μειζοτέραν (meizoteran) = grotere | τούτων (touton) = dan deze | οὐκ (ouk) = niet | ἔχω (echo) = ik heb | χαράν (charan) = vreugde | ἵνα (hina) = opdat | ἀκούω (akouo) = ik hoor | τὰ (ta) = de | ἐμὰ (ema) = mijn | τέκνα (tekna) = kinderen | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid | περιπατοῦντα (peripatounta) = wandelend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χαρά (chara), ‘vreugde’. τέκνα (tekna), ‘kinderen’: waarschijnlijk de mensen die de schrijver in het geloof begeleid heeft; de tekst zegt het niet. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘vreugde’ (χαράν) en bij het lidwoord voor ‘de waarheid’; wij volgen de SBLGNT. ### Gastvrijheid voor rondtrekkende broers **1:5** Geliefde, je handelt trouw in alles wat je doet voor de broers, en dat voor vreemden. Brontekst: Ἀγαπητέ (Agapete) = geliefde | πιστὸν (piston) = trouw | ποιεῖς (poieis) = handel je | ὃ (ho) = wat | ἐὰν (ean) = ook maar | ἐργάσῃ (ergase) = je doet | εἰς (eis) = voor | τοὺς (tous) = de | ἀδελφοὺς (adelphous) = broers | καὶ (kai) = en | τοῦτο (touto) = dat | ξένους (xenous) = vreemden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστὸν ποιεῖς (piston poieis), ‘je handelt trouw’: letterlijk ‘je doet iets trouws’. ξένος (xenos), ‘vreemde’: iemand van elders, een gast. Gajus helpt zowel de broers als ‘vreemden’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (τοῦτο); wij volgen de SBLGNT. **1:6** Zij hebben voor de gemeente over jouw liefde getuigd. Je zult goed doen als je hen op weg helpt op een manier die Elohim waardig is, Brontekst: οἳ (hoi) = die | ἐμαρτύρησάν (emartyresan) = hebben getuigd | σου (sou) = over jouw | τῇ (te) = de | ἀγάπῃ (agape) = liefde | ἐνώπιον (enopion) = voor | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | οὓς (hous) = wie | καλῶς (kalos) = goed | ποιήσεις (poieseis) = je zult doen | προπέμψας (propempsas) = als je op weg helpt | ἀξίως (axios) = op een manier waardig | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: waarschijnlijk de gemeente van de schrijver; de tekst zegt het niet. προπέμπω (propempo), ‘op weg helpen’: iemand begeleiden en voorzien van wat nodig is voor de reis. ἀξίως τοῦ θεοῦ (axios tou theou), ‘op een manier die Elohim waardig is’. **1:7** want voor de Naam zijn zij uitgegaan, zonder iets aan te nemen van mensen uit de volken. Brontekst: ὑπὲρ (hyper) = voor | γὰρ (gar) = want | τοῦ (tou) = de | ὀνόματος (onomatos) = Naam | ἐξῆλθον (exelthon) = zijn uitgegaan | μηδὲν (meden) = niets | λαμβάνοντες (lambanontes) = aannemend | ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = de | ἐθνικῶν (ethnikon) = volken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ ὄνομα (to onoma), ‘de Naam’: zonder bezittelijk woord. De tekst zegt niet ‘van Yeshua’; ‘de Naam’ kan Yeshua of Elohim zijn; vergelijk Hand. 5:41, waar ook ‘ter wille van de Naam’ staat. ἐθνικοί (ethnikoi), ‘mensen uit de volken’: niet-Joden, vergelijk ἔθνη (ethne), ‘de volken’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘volken’ (ἐθνικῶν); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 5:41. Zie ook: Hand 5:41 **1:8** Wij moeten dus zulke mensen opnemen, zodat wij medewerkers worden voor de waarheid. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | οὖν (oun) = dus | ὀφείλομεν (opheilomen) = zijn verplicht | ὑπολαμβάνειν (hypolambanein) = op te nemen | τοὺς (tous) = de | τοιούτους (toioutous) = zulken | ἵνα (hina) = opdat | συνεργοὶ (synergoi) = medewerkers | γινώμεθα (ginometha) = wij worden | τῇ (te) = voor de | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπολαμβάνω (hypolambano), ‘opnemen’, ‘onderhouden’: gastvrij ontvangen en steunen. συνεργός (synergos), ‘medewerker’: iemand die meewerkt. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘opnemen’; wij volgen de SBLGNT. ### Diotrefes **1:9** Ik heb iets aan de gemeente geschreven. Maar Diotrefes, die onder hen de eerste wil zijn, neemt ons niet aan. Brontekst: Ἔγραψά (Egrapsa) = ik heb geschreven | τι (ti) = iets | τῇ (te) = aan de | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | ἀλλ’ (all’) = maar | ὁ (ho) = die | φιλοπρωτεύων (philoproteuon) = de eerste wil zijn | αὐτῶν (auton) = onder hen | Διοτρέφης (Diotrephes) = Diotrefes | οὐκ (ouk) = niet | ἐπιδέχεται (epidechetai) = neemt aan | ἡμᾶς (hemas) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Διοτρέφης (Diotrephes), ‘Diotrefes’: de schrijver zegt niets over zijn functie. φιλοπρωτεύω (filoproteuo), ‘de eerste willen zijn’: letterlijk ‘graag de eerste zijn’. ἐπιδέχομαι (epidechomai), ‘aannemen’: de schrijver en zijn mensen niet ontvangen. ‘Ik heb iets geschreven’: wat dit was en of de brief bewaard is, zegt de tekst niet. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘iets’ (τι); wij volgen de SBLGNT. **1:10** Daarom zal ik, als ik kom, zijn werken in herinnering brengen, die hij doet: hij praat met boze woorden kwaad over ons. En daar niet tevreden mee, neemt hij zelf de broers niet aan, en hij verhindert wie dat wel willen en werpt hen uit de gemeente. Brontekst: διὰ (dia) = daarom | τοῦτο (touto) = dit | ἐὰν (ean) = als | ἔλθω (eltho) = ik kom | ὑπομνήσω (hypomneso) = ik zal herinneren | αὐτοῦ (autou) = aan zijn | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | ἃ (ha) = die | ποιεῖ (poiei) = hij doet | λόγοις (logois) = met woorden | πονηροῖς (ponerois) = boze | φλυαρῶν (phlyaron) = kwaad pratend | ἡμᾶς (hemas) = over ons | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ἀρκούμενος (arkoumenos) = tevreden zijnd | ἐπὶ (epi) = met | τούτοις (toutois) = deze dingen | οὔτε (oute) = noch | αὐτὸς (autos) = zelf | ἐπιδέχεται (epidechetai) = neemt aan | τοὺς (tous) = de | ἀδελφοὺς (adelphous) = broers | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = die | βουλομένους (boulomenous) = willen | κωλύει (kolyei) = verhindert hij | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | ἐκβάλλει (ekballei) = werpt hij uit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπομιμνῄσκω (hypomimnesko), ‘in herinnering brengen’. φλυαρέω (flyareo), ‘kwaad praten’: onzin of beschuldigingen uiten. κωλύω (kolyo), ‘verhinderen’. ἐκβάλλω (ekballo), ‘uitwerpen’: uit de gemeente zetten. **1:11** Geliefde, volg het kwade niet na, maar het goede. Wie het goede doet, is uit Elohim. Wie het kwade doet, heeft Elohim niet gezien. Brontekst: Ἀγαπητέ (Agapete) = geliefde | μὴ (me) = niet | μιμοῦ (mimou) = volg na | τὸ (to) = het | κακὸν (kakon) = kwade | ἀλλὰ (alla) = maar | τὸ (to) = het | ἀγαθόν (agathon) = goede | ὁ (ho) = wie | ἀγαθοποιῶν (agathopoion) = het goede doet | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = wie | κακοποιῶν (kakopoion) = het kwade doet | οὐχ (ouch) = niet | ἑώρακεν (heoraken) = heeft gezien | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μιμέομαι (mimeomai), ‘navolgen’. ἀγαθοποιέω (agathopoieo), ‘het goede doen’, en κακοποιέω (kakopoieo), ‘het kwade doen’. Vergelijk 1 Joh. 3:6 en 3:10 voor ‘uit Elohim zijn’ en ‘Elohim niet gezien hebben’. Zie ook: 1 Joh 3:6; 1 Joh 3:10 ### Demetrius **1:12** Over Demetrius wordt door allen goed getuigd, en door de waarheid zelf. Ook wij getuigen, en jij weet dat ons getuigenis waar is. Brontekst: Δημητρίῳ (Demetrio) = aan Demetrius | μεμαρτύρηται (memartyretai) = is getuigd | ὑπὸ (hypo) = door | πάντων (panton) = allen | καὶ (kai) = en | ὑπὸ (hypo) = door | αὐτῆς (autes) = zelf | τῆς (tes) = de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | καὶ (kai) = en | ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = echter | μαρτυροῦμεν (martyroumen) = getuigen | καὶ (kai) = en | οἶδας (oidas) = jij weet | ὅτι (hoti) = dat | ἡ (he) = het | μαρτυρία (martyria) = getuigenis | ἡμῶν (hemon) = ons | ἀληθής (alethes) = waar | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Δημήτριος (Demetrios), ‘Demetrius’: wie hij is, zegt de tekst niet. In Hand. 19:24 komt een Demetrius voor, een zilversmid; de tekst geeft geen aanwijzing dat het dezelfde man is. μεμαρτύρηται (memartyretai), ‘er is over hem getuigd’; ‘goed’ voegen wij toe, want de zin bedoelt een gunstig getuigenis. ‘Door de waarheid zelf’: de waarheid is hier als een getuige voorgesteld. Vergelijk Joh. 21:24, ‘wij weten dat zijn getuigenis waar is’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘jij weet’ (οἶδας); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 19:24; Joh. 21:24. Zie ook: Joh 21:24; Hand 19:24 ### Slot **1:13** Ik had je veel te schrijven, maar ik wil het je niet schrijven met inkt en pen. Brontekst: Πολλὰ (Polla) = veel | εἶχον (eichon) = ik had | γράψαι (grapsai) = te schrijven | σοι (soi) = aan jou | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | θέλω (thelo) = ik wil | διὰ (dia) = door | μέλανος (melanos) = inkt | καὶ (kai) = en | καλάμου (kalamou) = pen | σοι (soi) = aan jou | γράφειν (graphein) = te schrijven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κάλαμος (kalamos), ‘pen’: letterlijk ‘riet’. μέλαν (melan), ‘inkt’. Vergelijk 2 Joh. 12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ‘te schrijven aan jou’ en bij het laatste werkwoord ‘schrijven’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Joh. 12. **1:14** Maar ik hoop je spoedig te zien, en dan spreken wij van mond tot mond. Brontekst: ἐλπίζω (elpizo) = ik hoop | δὲ (de) = echter | εὐθέως (eutheos) = spoedig | σε (se) = je | ἰδεῖν (idein) = te zien | καὶ (kai) = en | στόμα (stoma) = mond | πρὸς (pros) = tot | στόμα (stoma) = mond | λαλήσομεν (lalesomen) = wij zullen spreken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐθέως (eutheos), ‘spoedig’: onmiddellijk. στόμα πρὸς στόμα (stoma pros stoma), ‘van mond tot mond’: zoals in 2 Joh. 12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘je te zien’; wij volgen de SBLGNT. **1:15** Vrede zij met je. De vrienden groeten je. Groet de vrienden bij name. Brontekst: Εἰρήνη (Eirene) = vrede | σοι (soi) = aan jou | ἀσπάζονταί (aspazontai) = groeten | σε (se) = je | οἱ (hoi) = de | φίλοι (philoi) = vrienden | ἀσπάζου (aspazou) = groet | τοὺς (tous) = de | φίλους (philous) = vrienden | κατ’ (kat’) = bij | ὄνομα (onoma) = naam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰρήνη σοι (eirene soi), ‘vrede zij met je’: een gewone groet; zie Joh. 20:19. φίλοι (filoi), ‘vrienden’: zo noemt Yeshua Zijn leerlingen in Joh. 15:14–15. κατ’ ὄνομα (kat’ onoma), ‘bij name’: elk persoonlijk. Voetnoot : Zie ook Joh. 20:19; Joh. 15:14–15. Zie ook: Joh 15:14–15; Joh 20:19