# 2 Timoteüs (Πρὸς Τιμόθεον Β, Pros Timotheon II) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## 2 Timotheüs 1 _Dankzegging voor Timoteüs, oproep om de genadegave aan te wakkeren en het toevertrouwde goed te bewaren_ ### Aanhef **1:1** Paulus, apostel van de Messias Yeshua door de wil van Elohim, volgens de belofte van het leven dat in de Messias Yeshua is, Brontekst: Παῦλος (Paulos) = Paulus | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | διὰ (dia) = door | θελήματος (thelematos) = wil | θεοῦ (theou) = van Elohim | κατ’ (kat’) = volgens | ἐπαγγελίαν (epangelian) = belofte | ζωῆς (zoes) = van leven | τῆς (tes) = dat | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἐπαγγελία ζωῆς (epangelia zoes), ‘belofte van het leven’: de belofte gaat over het leven dat in de Messias Yeshua is. De brief noemt Paulus alleen met zijn naam; in de brieven heet hij altijd Paulus. Voetnoot Lezing: In de SBLGNT is bij de woorden Χριστοῦ Ἰησοῦ (Christou Iesou), ‘van de Messias Yeshua’, een variant gemarkeerd; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:1; 1 Kor. 4:17; Fil. 2:19–22. Zie ook: Hand 16:1; 1 Kor 4:17; Fil 2:19–22 **1:2** aan Timoteüs, geliefd kind: genade, barmhartigheid en vrede van Elohim, de Vader, en van de Messias Yeshua, onze Heer. Brontekst: Τιμοθέῳ (Timotheo) = aan Timoteüs | ἀγαπητῷ (agapeto) = geliefd | τέκνῳ (tekno) = kind | χάρις (charis) = genade | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | καὶ (kai) = en | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέκνον (teknon), ‘kind’: Timoteüs wordt als een geliefd kind aangesproken. ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’: de groet heeft hier drie woorden, net als in 1 Tim. 1:2. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:1–3. Zie ook: Hand 16:1–3; 1 Tim 1:2 ### Dankzegging en geloof van Timoteüs **1:3** Ik dank Elohim, die ik van mijn voorouders af met een zuiver geweten dien, terwijl ik onophoudelijk aan jou denk in mijn gebeden, nacht en dag, Brontekst: Χάριν (Charin) = dankbaarheid | ἔχω (echo) = heb ik | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | ᾧ (ho) = die | λατρεύω (latreuo) = dien ik | ἀπὸ (apo) = vanaf | προγόνων (progonon) = voorouders | ἐν (en) = met | καθαρᾷ (kathara) = zuiver | συνειδήσει (syneidesei) = geweten | ὡς (hos) = terwijl | ἀδιάλειπτον (adialeipton) = onophoudelijk | ἔχω (echo) = heb ik | τὴν (ten) = de | περὶ (peri) = over | σοῦ (sou) = jou | μνείαν (mneian) = gedachte | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | δεήσεσίν (deesesin) = gebeden | μου (mou) = mijn | νυκτὸς (nyktos) = 's nachts | καὶ (kai) = en | ἡμέρας (hemeras) = overdag Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λατρεύω (latreuo), ‘dienen’: dienst aan Elohim, ook eredienst. ἀπὸ προγόνων (apo progonon), ‘van mijn voorouders af’: het Griekse ἀπό kan betekenen ‘zoals mijn voorouders’ of ‘vanaf de tijd van mijn voorouders’; de tekst zegt niet meer. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. ὡς (hos), ‘terwijl’: de Griekse zin loopt door in vers 4; ὡς kan ook ‘hoe’ of ‘zoals’ betekenen. Voetnoot : Zie ook Hand. 24:14; Hand. 23:1. Zie ook: Hand 23:1; Hand 24:14; 2 Tim 1:4 **1:4** verlangend je te zien, terwijl ik denk aan je tranen, om met vreugde vervuld te worden. Brontekst: ἐπιποθῶν (epipothon) = verlangend | σε (se) = je | ἰδεῖν (idein) = te zien | μεμνημένος (memnemenos) = gedenkend | σου (sou) = van jou | τῶν (ton) = de | δακρύων (dakryon) = tranen | ἵνα (hina) = opdat | χαρᾶς (charas) = van vreugde | πληρωθῶ (plerotho) = ik vervuld word Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιποθέω (epipotheo), ‘verlangen naar’. ‘Je tranen’: de tekst zegt niet bij welke gelegenheid Timoteüs huilde. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’. Voetnoot : Zie ook Hand. 20:37–38. Zie ook: Hand 20:37–38 **1:5** Ik heb een herinnering ontvangen aan het ongeveinsde geloof dat in jou is. Dat woonde eerst in je grootmoeder Lois en in je moeder Eunice. Ik ben ervan overtuigd dat het ook in jou is. Brontekst: ὑπόμνησιν (hypomnesin) = herinnering | λαβὼν (labon) = ontvangen hebbend | τῆς (tes) = van het | ἐν (en) = in | σοὶ (soi) = jou | ἀνυποκρίτου (anypokritou) = ongeveinsd | πίστεως (pisteos) = geloof | ἥτις (hetis) = dat | ἐνῴκησεν (enokesen) = woonde | πρῶτον (proton) = eerst | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | μάμμῃ (mamme) = grootmoeder | σου (sou) = je | Λωΐδι (Loidi) = Lois | καὶ (kai) = en | τῇ (te) = de | μητρί (metri) = moeder | σου (sou) = je | Εὐνίκῃ (Eunike) = Eunice | πέπεισμαι (pepeismai) = ik ben overtuigd | δὲ (de) = maar | ὅτι (hoti) = dat | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | σοί (soi) = jou Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνυπόκριτος (anypokritos), ‘ongeveinsd’: zonder toneelspel. μάμμη (mamme), ‘grootmoeder’; Lois en Eunice zijn de grootmoeder en de moeder van Timoteüs. In Hand. 16:1 wordt zijn moeder een gelovige Joodse vrouw genoemd, zonder naam. ὑπόμνησιν λαβών (hypomnesin labon), ‘een herinnering ontvangen hebbend’: ook ‘terwijl ik herinnerd word’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord λαβών (labon), ‘ontvangen hebbend’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:1; 2 Tim. 3:14–15. Zie ook: Hand 16:1; 2 Tim 3:14–15 ### Wakker de genadegave aan **1:6** Om die reden herinner ik je eraan de genadegave van Elohim aan te wakkeren, die in jou is door de oplegging van mijn handen. Brontekst: δι’ (di’) = om | ἣν (hen) = welke | αἰτίαν (aitian) = reden | ἀναμιμνῄσκω (anamimnesko) = herinner ik | σε (se) = je | ἀναζωπυρεῖν (anazopyrein) = aan te wakkeren | τὸ (to) = de | χάρισμα (charisma) = genadegave | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὅ (ho) = die | ἐστιν (estin) = is | ἐν (en) = in | σοὶ (soi) = jou | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | ἐπιθέσεως (epitheseos) = oplegging | τῶν (ton) = van de | χειρῶν (cheiron) = handen | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναζωπυρέω (anazopyreo), ‘aanwakkeren’: een vuur opnieuw aanblazen. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: een gave die uit genade gegeven is. ἐπίθεσις τῶν χειρῶν (epithesis ton cheiron), ‘oplegging van de handen’: de tekst zegt niet bij welke gelegenheid; vergelijk 1 Tim. 4:14, waar het gaat om de oplegging van de handen van de ouderen. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:14; Hand. 13:3. Zie ook: Hand 13:3; 1 Tim 4:14 **1:7** Want Elohim heeft ons geen geest van lafheid gegeven, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἔδωκεν (edoken) = gaf | ἡμῖν (hemin) = ons | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | πνεῦμα (pneuma) = geest | δειλίας (deilias) = van lafheid | ἀλλὰ (alla) = maar | δυνάμεως (dynameos) = van kracht | καὶ (kai) = en | ἀγάπης (agapes) = van liefde | καὶ (kai) = en | σωφρονισμοῦ (sophronismou) = van bezonnenheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier een gesteldheid, geen persoon; daarom met kleine letter. δειλία (deilia), ‘lafheid, vrees’. σωφρονισμός (sofronismos), ‘bezonnenheid’: zelfbeheersing, een helder hoofd. ### Schaam je niet voor het getuigenis **1:8** Schaam je dus niet voor het getuigenis van onze Heer, en niet voor mij, Zijn gevangene. Lijd mee voor de goede boodschap, naar de kracht van Elohim. Brontekst: Μὴ (Me) = niet | οὖν (oun) = dus | ἐπαισχυνθῇς (epaischynthes) = schaam je | τὸ (to) = het | μαρτύριον (martyrion) = getuigenis | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | μηδὲ (mede) = noch | ἐμὲ (eme) = mij | τὸν (ton) = de | δέσμιον (desmion) = gevangene | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | συγκακοπάθησον (synkakopatheson) = lijd mee | τῷ (to) = voor de | εὐαγγελίῳ (euangelio) = goede boodschap | κατὰ (kata) = naar | δύναμιν (dynamin) = kracht | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’. δέσμιος (desmios), ‘gevangene’: Paulus zit gevangen (zie vers 16–17). συγκακοπαθέω (synkakopatheo), ‘samen lijden’: mee lijden. Het Griekse τῷ εὐαγγελίῳ (to euangelio) staat in de datief: ‘voor de goede boodschap’, ‘met de goede boodschap’ of ‘ten dienste van de goede boodschap’. ‘Onze Heer’ is Yeshua. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 2:3; Rom. 1:16. Zie ook: Rom 1:16; 2 Tim 1:16–17; 2 Tim 2:3 **1:9** Hij heeft ons gered en met een heilige roeping geroepen, niet volgens onze werken, maar volgens Zijn eigen voornemen en de genade. Die is ons gegeven in de Messias Yeshua vóór eeuwige tijden, Brontekst: τοῦ (tou) = Hij die | σώσαντος (sosantos) = gered heeft | ἡμᾶς (hemas) = ons | καὶ (kai) = en | καλέσαντος (kalesantos) = geroepen heeft | κλήσει (klesei) = met roeping | ἁγίᾳ (hagia) = heilige | οὐ (ou) = niet | κατὰ (kata) = volgens | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | ἡμῶν (hemon) = onze | ἀλλὰ (alla) = maar | κατὰ (kata) = volgens | ἰδίαν (idian) = eigen | πρόθεσιν (prothesin) = voornemen | καὶ (kai) = en | χάριν (charin) = genade | τὴν (ten) = die | δοθεῖσαν (dotheisan) = gegeven is | ἡμῖν (hemin) = aan ons | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | πρὸ (pro) = vóór | χρόνων (chronon) = tijden | αἰωνίων (aionion) = eeuwige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κλῆσις ἁγία (klesis hagia), ‘heilige roeping’. πρόθεσις (prothesis), ‘voornemen’. πρὸ χρόνων αἰωνίων (pro chronon aionion), ‘vóór eeuwige tijden’: letterlijk ‘vóór tijden van de eeuwen’; hetzelfde Griekse woord staat in Tit. 1:2. Het Grieks heeft hier één lange zin (verzen 8–10); wij splitsen hem. Voetnoot : Zie ook Tit. 1:2; Tit. 3:5; Ef. 1:4; Rom. 8:28. Zie ook: Rom 8:28; Ef 1:4; Tit 1:2; Tit 3:5 **1:10** maar nu geopenbaard door de verschijning van onze Redder, Yeshua de Messias. Hij heeft de dood buiten werking gesteld en leven en onvergankelijkheid aan het licht gebracht door de goede boodschap. Brontekst: φανερωθεῖσαν (phanerotheisan) = geopenbaard | δὲ (de) = maar | νῦν (nyn) = nu | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | ἐπιφανείας (epiphaneias) = verschijning | τοῦ (tou) = van de | σωτῆρος (soteros) = Redder | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | καταργήσαντος (katargesantos) = buiten werking gesteld hebbend | μὲν (men) = enerzijds | τὸν (ton) = de | θάνατον (thanaton) = dood | φωτίσαντος (photisantos) = aan het licht gebracht hebbend | δὲ (de) = anderzijds | ζωὴν (zoen) = leven | καὶ (kai) = en | ἀφθαρσίαν (aphtharsian) = onvergankelijkheid | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | εὐαγγελίου (euangeliou) = goede boodschap Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φανερόω (fanero), ‘openbaren’: zichtbaar maken. ἐπιφάνεια (epifaneia), ‘verschijning’: hier voor het komen van Yeshua in de wereld; hetzelfde woord staat in 4:1 en 4:8 voor Zijn komst op de laatste dag. σωτήρ (soter), ‘Redder’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’: aan het licht brengen. ἀφθαρσία (aftharsia), ‘onvergankelijkheid’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de volgorde van de woorden Ἰησοῦ Χριστοῦ (Iesou Christou), ‘Yeshua de Messias’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Tit. 2:11; Tit. 3:4; 1 Kor. 15:26, 15:54–55. Zie ook: 1 Kor 15:26; 1 Kor 15:54; Tit 2:11; Tit 3:4 **1:11** Hiervoor ben ik aangesteld als heraut, apostel en leraar. Brontekst: εἰς (eis) = tot | ὃ (ho) = wat | ἐτέθην (etethen) = ben aangesteld | ἐγὼ (ego) = ik | κῆρυξ (keryx) = heraut | καὶ (kai) = en | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | καὶ (kai) = en | διδάσκαλος (didaskalos) = leraar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κῆρυξ (keryx), ‘heraut’: iemand die een boodschap openlijk uitroept. διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’. Voetnoot Lezing: Bij het woord διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 2:7. Zie ook: 1 Tim 2:7 **1:12** Om die reden lijd ik ook dit, maar ik schaam me niet. Want ik weet wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij machtig is om mijn toevertrouwde goed te bewaren tot die dag. Brontekst: δι’ (di’) = om | ἣν (hen) = welke | αἰτίαν (aitian) = reden | καὶ (kai) = ook | ταῦτα (tauta) = deze dingen | πάσχω (pascho) = lijd ik | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐπαισχύνομαι (epaischynomai) = schaam ik mij | οἶδα (oida) = ik weet | γὰρ (gar) = want | ᾧ (ho) = wie | πεπίστευκα (pepisteuka) = ik heb geloofd | καὶ (kai) = en | πέπεισμαι (pepeismai) = ben overtuigd | ὅτι (hoti) = dat | δυνατός (dynatos) = machtig | ἐστιν (estin) = Hij is | τὴν (ten) = het | παραθήκην (paratheken) = toevertrouwde goed | μου (mou) = mijn | φυλάξαι (phylaxai) = te bewaren | εἰς (eis) = tot | ἐκείνην (ekeinen) = die | τὴν (ten) = de | ἡμέραν (hemeran) = dag Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πάσχω (pascho), ‘lijden’; ‘dit’ verwijst naar Paulus’ gevangenschap. πεπίστευκα (pepisteuka), ‘ik heb geloofd’: het werkwoord staat met een datief, ‘ik heb Hem vertrouwd’; wij houden ‘geloven’. παραθήκη (paratheke), ‘toevertrouwd goed’: iets wat iemand in bewaring is gegeven. Het Grieks laat open of het gaat om wat Paulus aan Elohim heeft toevertrouwd of wat Elohim aan Paulus heeft toevertrouwd; vergelijk vers 14. ‘Die dag’: de dag van het oordeel en de komst van de Heer; zie ook 1:18 en 4:8. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 1:14; 2 Tim. 1:18; 2 Tim. 4:8. Zie ook: 2 Tim 1:14; 2 Tim 1:18; 2 Tim 4:8 ### Bewaar het toevertrouwde goed **1:13** Houd het voorbeeld van gezonde woorden vast, die je van mij gehoord hebt, in geloof en in de liefde die in de Messias Yeshua is. Brontekst: ὑποτύπωσιν (hypotyposin) = voorbeeld | ἔχε (eche) = houd vast | ὑγιαινόντων (hygiainonton) = gezonde | λόγων (logon) = woorden | ὧν (hon) = die | παρ’ (par’) = van | ἐμοῦ (emou) = mij | ἤκουσας (ekousas) = hoorde je | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof | καὶ (kai) = en | ἀγάπῃ (agape) = liefde | τῇ (te) = die | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑποτύπωσις (hypotyposis), ‘voorbeeld’: een schets of model om naar te werken. ὑγιαίνω (hygiaino), ‘gezond zijn’: ὑγιαινόντων λόγων betekent ‘gezonde woorden’; hetzelfde woord staat in 4:3 (‘gezond onderwijs’) en in Titus. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 4:3; Tit. 1:9; Tit. 2:1; 1 Tim. 6:3. Zie ook: 1 Tim 6:3; Tit 1:9; Tit 2:1; 2 Tim 4:3 **1:14** Bewaar het goede toevertrouwde goed door de Heilige Geest die in ons woont. Brontekst: τὴν (ten) = de | καλὴν (kalen) = goede | παραθήκην (paratheken) = toevertrouwde goed | φύλαξον (phylaxon) = bewaar | διὰ (dia) = door | πνεύματος (pneumatos) = Geest | ἁγίου (hagiou) = heilige | τοῦ (tou) = die | ἐνοικοῦντος (enoikountos) = woont | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Hetzelfde woord παραθήκη (paratheke), ‘toevertrouwd goed’, als in vers 12. φυλάσσω (fylasso), ‘bewaren, beschermen’. ‘De Heilige Geest die in ons woont’: de Geest van Elohim. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 1:12; 1 Tim. 6:20; Rom. 8:11. Zie ook: Rom 8:11; 1 Tim 6:20; 2 Tim 1:12 ### Verlaten, maar niet door Onesiforus **1:15** Dit weet je: allen die in Asia zijn, hebben zich van mij afgekeerd. Onder hen zijn Fygelus en Hermogenes. Brontekst: Οἶδας (Oidas) = weet jij | τοῦτο (touto) = dit | ὅτι (hoti) = dat | ἀπεστράφησάν (apestraphesan) = zich afkeerden | με (me) = van mij | πάντες (pantes) = allen | οἱ (hoi) = die | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | Ἀσίᾳ (Asia) = Asia | ὧν (hon) = van wie | ἐστιν (estin) = is | Φύγελος (Phygelos) = Fygelus | καὶ (kai) = en | Ἑρμογένης (Hermogenes) = Hermogenes Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: ἀποστρέφω (apostrefo), ‘zich afkeren’: zich van iemand afwenden. ‘Allen die in Asia zijn’: Asia was een Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije. De tekst zegt niet hoeveel mensen het betreft of waarom zij zich afkeerden. Fygelus en Hermogenes worden verder niet genoemd. Voetnoot : Zie ook Hand. 19:10; 2 Tim. 4:16. Zie ook: Hand 19:10; 2 Tim 4:16 **1:16** Moge de Heer barmhartigheid geven aan het huis van Onesiforus, want hij heeft mij vaak verkwikt en zich niet geschaamd voor mijn ketting, Brontekst: δῴη (doe) = moge geven | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | τῷ (to) = aan het | Ὀνησιφόρου (Onesiphorou) = van Onesiforus | οἴκῳ (oiko) = huis | ὅτι (hoti) = want | πολλάκις (pollakis) = vaak | με (me) = mij | ἀνέψυξεν (anepsyxen) = verkwikte hij | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ἅλυσίν (halysin) = ketting | μου (mou) = mijn | οὐκ (ouk) = niet | ἐπαισχύνθη (epaischynthe) = schaamde hij zich Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Onesiforus wordt hier en in 4:19 genoemd; hij en zijn huis krijgen de zegenbede. ἀναψύχω (anapsycho), ‘verkwikken’. ἅλυσις (halysis), ‘ketting’. ‘De Heer’ (ὁ κύριος) is in de brieven van Paulus meestal Yeshua; de tekst geeft hier geen citaat uit het Oude Testament. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 1:8; 2 Tim. 4:19. Zie ook: 2 Tim 1:8; 2 Tim 4:19 **1:17** maar toen hij in Rome was, zocht hij mij ijverig op en vond mij. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | γενόμενος (genomenos) = zijnde geworden | ἐν (en) = in | Ῥώμῃ (Rhome) = Rome | σπουδαίως (spoudaios) = ijverig | ἐζήτησέν (ezetesen) = zocht hij | με (me) = mij | καὶ (kai) = en | εὗρεν (heuren) = vond hij Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië. Voetnoot Uitleg: Rome is de plaats waar Paulus gevangen zit. σπουδαίως (spoudaios), ‘ijverig’. Voetnoot Lezing: Bij het woord σπουδαίως (spoudaios), ‘ijverig’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 28:16, 28:30. Zie ook: Hand 28:16; Hand 28:30 **1:18** Moge de Heer hem geven barmhartigheid te vinden bij de Heer op die dag. En hoeveel hij in Efeze gediend heeft, weet jij beter. Brontekst: δῴη (doe) = moge geven | αὐτῷ (auto) = hem | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | εὑρεῖν (heurein) = te vinden | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | παρὰ (para) = bij | κυρίου (kyriou) = Heer | ἐν (en) = op | ἐκείνῃ (ekeine) = die | τῇ (te) = de | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | καὶ (kai) = en | ὅσα (hosa) = hoeveel | ἐν (en) = in | Ἐφέσῳ (Epheso) = Efeze | διηκόνησεν (diekonesen) = diende hij | βέλτιον (beltion) = beter | σὺ (sy) = jij | γινώσκεις (ginoskeis) = weet Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk. Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia. Voetnoot Uitleg: ‘De Heer’ en ‘Heer’ in dezelfde zin: het Grieks heeft beide keren κύριος (kyrios), eerst met lidwoord (ὁ κύριος), daarna zonder (παρὰ κυρίου). De tekst zegt niet of beide keren dezelfde persoon bedoeld is. Wij houden beide ‘Heer’. ‘Op die dag’: de dag van het oordeel, zie 1:12 en 4:8. διακονέω (diakoneo), ‘dienen’. Efeze: zie 1:15 en 4:12. De SBLGNT zet aan het eind van vers 17 en midden in vers 18 een gedachtestreep; wij maken er korte zinnen van. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 1:12; 2 Tim. 4:8, 4:12. Zie ook: 2 Tim 1:12; 2 Tim 1:17; 2 Tim 4:8; 2 Tim 4:12 ## 2 Timotheüs 2 _Word sterk en geef door; soldaat, strijder en landbouwer; het betrouwbare woord; het vaste fundament en de vaten in het huis_ ### Word sterk en geef het door **2:1** Jij dan, mijn kind, word sterk in de genade die in de Messias Yeshua is. Brontekst: Σὺ (Sy) = jij | οὖν (oun) = dan | τέκνον (teknon) = kind | μου (mou) = mijn | ἐνδυναμοῦ (endynamou) = word sterk | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | χάριτι (chariti) = genade | τῇ (te) = die | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘sterk worden, kracht ontvangen’: de Griekse vorm kan lijdend zijn, ‘word gesterkt’. τέκνον μου (teknon mou), ‘mijn kind’. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 1:2; Ef. 6:10. Zie ook: Ef 6:10; 2 Tim 1:2 **2:2** En wat je van mij gehoord hebt voor vele getuigen, vertrouw dat toe aan betrouwbare mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderwijzen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἃ (ha) = wat | ἤκουσας (ekousas) = hoorde je | παρ’ (par’) = van | ἐμοῦ (emou) = mij | διὰ (dia) = door | πολλῶν (pollon) = vele | μαρτύρων (martyron) = getuigen | ταῦτα (tauta) = dit | παράθου (parathou) = vertrouw toe | πιστοῖς (pistois) = aan betrouwbare | ἀνθρώποις (anthropois) = mensen | οἵτινες (hoitines) = die | ἱκανοὶ (hikanoi) = bekwaam | ἔσονται (esontai) = zullen zijn | καὶ (kai) = ook | ἑτέρους (heterous) = anderen | διδάξαι (didaxai) = te onderwijzen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διὰ πολλῶν μαρτύρων (dia pollon martyron), ‘voor vele getuigen’: ook ‘in aanwezigheid van’ of ‘door middel van vele getuigen’. παρατίθημι (paratithemi), ‘toevertrouwen’: hetzelfde werkwoord als de basis van παραθήκη (1:12, 1:14). Het Grieks noemt vier schakels: Paulus, Timoteüs, betrouwbare mensen, anderen. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 1:12–14; 1 Tim. 6:20. Zie ook: 1 Tim 6:20; 2 Tim 1:12–14 ### Soldaat, strijder, landbouwer **2:3** Lijd mee als een goed soldaat van de Messias Yeshua. Brontekst: συγκακοπάθησον (synkakopatheson) = lijd mee | ὡς (hos) = als | καλὸς (kalos) = goede | στρατιώτης (stratiotes) = soldaat | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 3–6 geven drie beelden: soldaat, wedstrijdstrijder en landbouwer. συγκακοπαθέω (synkakopatheo), ‘samen lijden’: zoals in 1:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het werkwoord συγκακοπάθησον (synkakopathéson), ‘lijd mee’, en bij de woorden Χριστοῦ Ἰησοῦ (Christou Iesou), ‘van de Messias Yeshua’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 1:8. Zie ook: 2 Tim 1:8 **2:4** Niemand die als soldaat dient, verstrikt zich in de zaken van het leven, om degene die hem als soldaat aangeworven heeft te behagen. Brontekst: οὐδεὶς (oudeis) = niemand | στρατευόμενος (strateuomenos) = soldaat zijnd | ἐμπλέκεται (empleketai) = verstrikt zich | ταῖς (tais) = in de | τοῦ (tou) = van het | βίου (biou) = leven | πραγματείαις (pragmateiais) = zaken | ἵνα (hina) = opdat | τῷ (to) = aan hem die | στρατολογήσαντι (stratologesanti) = als soldaat aanwierf | ἀρέσῃ (arese) = hij behaagt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στρατεύομαι (strateuomai), ‘soldaat zijn, dienen als soldaat’. βίος (bios), ‘leven’: het gewone leven met zijn bezigheden, ook ‘levensonderhoud’. στρατολογέω (stratologeo), ‘als soldaat aanwerven’. **2:5** En als iemand ook aan een wedstrijd deelneemt, wordt hij niet gekroond, tenzij hij volgens de regels strijdt. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | ἀθλῇ (athle) = wedstrijd doet | τις (tis) = iemand | οὐ (ou) = niet | στεφανοῦται (stephanoutai) = wordt gekroond | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | νομίμως (nomimos) = volgens de regels | ἀθλήσῃ (athlese) = wedstrijd doet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀθλέω (athleo), ‘aan een wedstrijd deelnemen’, van het Griekse athlon, ‘prijs’. στεφανόω (stefanoo), ‘kronen’: de winnaar kreeg een krans. νομίμως (nomimos), ‘volgens de regels’: eigenlijk ‘wettig’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 9:25; 2 Tim. 4:8. Zie ook: 1 Kor 9:25; 2 Tim 4:8 **2:6** De landbouwer die hard werkt, moet als eerste van de vruchten delen. Brontekst: τὸν (ton) = de | κοπιῶντα (kopionta) = hard werkende | γεωργὸν (georgon) = landbouwer | δεῖ (dei) = het is nodig | πρῶτον (proton) = eerst | τῶν (ton) = van de | καρπῶν (karpon) = vruchten | μεταλαμβάνειν (metalambanein) = te delen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοπιάω (kopiao), ‘hard werken, zich afbeulen’. μεταλαμβάνω (metalambano), ‘deel hebben aan’. De Griekse zin kan ook gelezen worden: ‘de landbouwer moet eerst hard werken om van de vruchten te delen’; wij volgen de woordvolgorde (πρῶτον staat bij ‘delen’). Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 9:7–10. Zie ook: 1 Kor 9:7–10 **2:7** Bedenk wat ik zeg. Want de Heer zal je inzicht geven in alles. Brontekst: νόει (noei) = bedenk | ὃ (ho) = wat | λέγω (lego) = ik zeg | δώσει (dosei) = zal geven | γάρ (gar) = want | σοι (soi) = aan jou | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | σύνεσιν (synesin) = inzicht | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = alles Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νοέω (noeo), ‘inzien, bedenken’. σύνεσις (synesis), ‘inzicht’. ‘De Heer’ is hier Yeshua of Elohim: de tekst zegt het niet; wij schrijven ‘Heer’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woordje ὅ (ho), ‘wat’, en bij het werkwoord δώσει (dosei), ‘zal geven’; wij volgen de SBLGNT. ### Yeshua de Messias, opgewekt **2:8** Denk aan Yeshua de Messias, opgewekt uit de doden, uit het zaad van David, volgens mijn goede boodschap. Brontekst: Μνημόνευε (Mnemoneue) = gedenk | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | Χριστὸν (Christon) = de Messias | ἐγηγερμένον (egegermenon) = opgewekt | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | ἐκ (ek) = uit | σπέρματος (spermatos) = zaad | Δαυίδ (Dauid) = van David | κατὰ (kata) = volgens | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιόν (euangelion) = goede boodschap | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Μνημονεύω (mnemoneuo), ‘gedenken, denken aan’. ἐγηγερμένον (egegermenon), ‘opgewekt’: het Griekse voltooid deelwoord zegt dat Hij nu opgewekt is, met blijvend gevolg. σπέρμα Δαυίδ (sperma David), ‘zaad van David’: de belofte aan David over een nageslacht, 2 Sam. 7:12; hetzelfde Griekse woord σπέρμα als in Gal. 3:16 (‘zaad’). ‘Mijn goede boodschap’: de goede boodschap die Paulus verkondigt. Voetnoot : Zie ook Rom. 1:3–4; 2 Sam. 7:12; 1 Kor. 15:4. Zie ook: 2 Sam 7:12; Gal 3:16; 1 Kor 15:4; Rom 1:3–4 **2:9** Daarin lijd ik kwaad tot aan boeien toe, als een misdadiger. Maar het woord van Elohim is niet gebonden. Brontekst: ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | κακοπαθῶ (kakopatho) = lijd ik kwaad | μέχρι (mechri) = tot | δεσμῶν (desmon) = boeien | ὡς (hos) = als | κακοῦργος (kakourgos) = misdadiger | ἀλλὰ (alla) = maar | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐ (ou) = niet | δέδεται (dedetai) = is gebonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κακοπαθέω (kakopatheo), ‘kwaad lijden’. δεσμός (desmos), ‘boei’. κακοῦργος (kakourgos), ‘misdadiger’: iemand die kwaad doet. ‘Het woord van Elohim is niet gebonden’: ook als de verkondiger gevangen zit, werkt het woord vrij. Voetnoot : Zie ook Fil. 1:12–14; Kol. 4:3. Zie ook: Fil 1:12–14; Kol 4:3 **2:10** Daarom verdraag ik alles ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij de redding bereiken die in de Messias Yeshua is, met eeuwige heerlijkheid. Brontekst: διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | πάντα (panta) = alles | ὑπομένω (hypomeno) = verdraag ik | διὰ (dia) = ter wille van | τοὺς (tous) = de | ἐκλεκτούς (eklektous) = uitverkorenen | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | αὐτοὶ (autoi) = zij | σωτηρίας (soterias) = redding | τύχωσιν (tychosin) = bereiken | τῆς (tes) = die | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | μετὰ (meta) = met | δόξης (doxes) = heerlijkheid | αἰωνίου (aioniou) = eeuwige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκλεκτοί (eklektoi), ‘uitverkorenen’. ὑπομένω (hypomeno), ‘verdragen, volharden’: met een object ‘doorstaan’; hetzelfde woord staat in vers 12 zonder object. σωτηρία (soteria), ‘redding’. δόξα αἰώνιος (doxa aionios), ‘eeuwige heerlijkheid’. Voetnoot : Zie ook Tit. 1:1; Kol. 3:12. Zie ook: Kol 3:12; Tit 1:1; 2 Tim 2:12 ### Het betrouwbare woord **2:11** Betrouwbaar is het woord: want als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven. Brontekst: πιστὸς (pistos) = betrouwbaar | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | συναπεθάνομεν (synapethanomen) = zijn wij mee gestorven | καὶ (kai) = ook | συζήσομεν (syzesomen) = zullen wij samen leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’: een vaste formule, ook in 1 Tim. 1:15; 3:1; 4:9 en Tit. 3:8. Hier staat de formule vóór de volgende regels (verzen 11–13), die als een vaste spreuk gebouwd zijn: vier keer ‘als wij …, dan …’ in dezelfde vorm. De tekst zegt niet waar zij vandaan komen. De werkwoorden met het voorvoegsel συν- (syn-), ‘samen’, geven ‘met Hem’; het Grieks noemt Hem niet, wij vullen ‘Hem’ aan. Vergelijk Rom. 6:8 voor ‘met Hem gestorven zijn’. Voetnoot : Zie ook Rom. 6:8; 1 Tim. 1:15; 1 Tim. 3:1; 1 Tim. 4:9; Tit. 3:8. Zie ook: Rom 6:8; 1 Tim 1:15; 1 Tim 3:1; 1 Tim 4:9; Tit 3:8 **2:12** Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen. Brontekst: εἰ (ei) = als | ὑπομένομεν (hypomenomen) = volharden wij | καὶ (kai) = ook | συμβασιλεύσομεν (symbasileusomen) = zullen wij samen regeren | εἰ (ei) = als | ἀρνησόμεθα (arnesometha) = zullen wij verloochenen | κἀκεῖνος (kakeinos) = ook Hij | ἀρνήσεται (arnesetai) = zal verloochenen | ἡμᾶς (hemas) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπομένω (hypomeno), ‘volharden’ (zonder object). συμβασιλεύω (symbasileuo), ‘samen regeren’. ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’: het Grieks heeft geen voorwerp bij de eerste vorm; wij vullen ‘Hem’ aan, omdat de tweede helft ‘ook Hij’ zegt. Vergelijk Matt. 10:33 en Luc. 12:9 voor het verloochenen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ἀρνησόμεθα (arnesometha), ‘wij zullen verloochenen’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Matt. 10:33; Luc. 12:9; Rom. 8:17. Zie ook: Mat 10:33; Luc 12:9; Rom 8:17 **2:13** Als wij ontrouw zijn, blijft Hij trouw. Zichzelf verloochenen kan Hij niet. Brontekst: εἰ (ei) = als | ἀπιστοῦμεν (apistoumen) = zijn wij ontrouw | ἐκεῖνος (ekeinos) = Hij | πιστὸς (pistos) = trouw | μένει (menei) = blijft | ἀρνήσασθαι (arnesasthai) = te verloochenen | ἑαυτὸν (heauton) = Zichzelf | οὐ (ou) = niet | δύναται (dynatai) = kan Hij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπιστέω (apisteo), ‘ontrouw zijn’: het woord kan ook ‘niet geloven’ betekenen. De tegenstelling met ‘trouw’ (πιστός) laat hier ‘ontrouw’ toe. Het Grieks heeft geen ‘want’ tussen de helften; wij laten de zinnen naast elkaar staan. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord ἀρνήσασθαι (arnesasthai), ‘te verloochenen’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. ### Een beproefde werker **2:14** Herinner hen hieraan en getuig plechtig voor de Heer dat zij geen woordenstrijd moeten voeren. Die is tot niets nuttig en brengt de toehoorders ten ondergang. Brontekst: Ταῦτα (Tauta) = dit | ὑπομίμνῃσκε (hypomimneske) = herinner hen | διαμαρτυρόμενος (diamartyromenos) = plechtig getuigend | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | μὴ (me) = niet | λογομαχεῖν (logomachein) = woordenstrijd te voeren | ἐπ’ (ep’) = tot | οὐδὲν (ouden) = niets | χρήσιμον (chresimon) = nuttig | ἐπὶ (epi) = tot | καταστροφῇ (katastrophe) = ondergang | τῶν (ton) = van de | ἀκουόντων (akouonton) = horenden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπομιμνῄσκω (hypomimnesko), ‘herinneren’. Het Grieks heeft geen voorwerp; wij vullen ‘hen’ aan. διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘plechtig getuigen, dringend waarschuwen’. λογομαχέω (logomacheo), ‘woordenstrijd voeren’: ruzie maken over woorden. καταστροφή (katastrofe), ‘omkering, ondergang’. ‘De Heer’: in het Grieks κύριος (kyrios). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord κυρίου (kyriou), ‘Heer’, en bij het voorzetsel ἐπ’ (ep’), ‘tot’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 6:4; 2 Tim. 4:1. Zie ook: 1 Tim 6:4; 2 Tim 4:1 **2:15** Doe je best jezelf beproefd voor Elohim te stellen, als een werker die zich niet hoeft te schamen. Snijd het woord van de waarheid recht. Brontekst: σπούδασον (spoudason) = doe je best | σεαυτὸν (seauton) = jezelf | δόκιμον (dokimon) = beproefd | παραστῆσαι (parastesai) = te stellen | τῷ (to) = voor de | θεῷ (theo) = Elohim | ἐργάτην (ergaten) = werker | ἀνεπαίσχυντον (anepaischynton) = zonder reden tot schaamte | ὀρθοτομοῦντα (orthotomounta) = recht snijdend | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τῆς (tes) = van de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπουδάζω (spoudazo), ‘zich inspannen’. δόκιμος (dokimos), ‘beproefd’: getoetst en goed bevonden. ἀνεπαίσχυντος (anepaischyntos), ‘zonder reden tot schaamte’. ὀρθοτομέω (orthotomeo), ‘recht snijden’: letterlijk ‘recht snijden’ (ὀρθός ‘recht’ en τέμνω ‘snijden’): het beeld wordt verschillend verstaan (‘recht houden’, ‘recht uitleggen’). Wij houden de letterlijke betekenis. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:13; 2 Tim. 3:16. Zie ook: 1 Tim 4:13; 2 Tim 3:16 **2:16** Mijd de ongewijde holle praat, want zij zullen steeds verder komen in goddeloosheid, Brontekst: τὰς (tas) = de | δὲ (de) = maar | βεβήλους (bebelous) = ongewijde | κενοφωνίας (kenophonias) = holle praat | περιΐστασο (periistaso) = mijd | ἐπὶ (epi) = tot | πλεῖον (pleion) = meer | γὰρ (gar) = want | προκόψουσιν (prokopsousin) = zullen vooruitgaan | ἀσεβείας (asebeias) = in goddeloosheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βέβηλος (bebelos), ‘ongewijd’: wat niet bij het heilige hoort. κενοφωνία (kenofonia), ‘holle praat’. περιΐστημι (periistemi), ‘mijden’: hier met de zin van ‘zich ervan afwenden’; hetzelfde werkwoord staat in Tit. 3:9. Het onderwerp van ‘zullen vooruitgaan’ is niet genoemd: de mensen die zo praten. προκόπτω (prokopto), ‘vooruitkomen’. Voetnoot : Zie ook Tit. 3:9; 1 Tim. 6:20. Zie ook: 1 Tim 6:20; Tit 3:9 **2:17** en hun woord zal als gangreen om zich heen grijpen. Onder hen zijn Hymeneüs en Filetus, Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | αὐτῶν (auton) = hun | ὡς (hos) = als | γάγγραινα (gangraina) = gangreen | νομὴν (nomen) = voedingsgrond | ἕξει (hexei) = zal hebben | ὧν (hon) = van wie | ἐστιν (estin) = is | Ὑμέναιος (Hymenaios) = Hymeneüs | καὶ (kai) = en | Φίλητος (Philetos) = Filetus Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γάγγραινα (gangraina), ‘gangreen’: een ziekte die zich in het weefsel verspreidt. νομὴν ἕξει (nomen exei), ‘zal weidegrond hebben’: zal zich laten voeden en verspreiden, dus om zich heen grijpen. Hymeneüs wordt ook genoemd in 1 Tim. 1:20; Filetus komt alleen hier voor. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:20. Zie ook: 1 Tim 1:20 **2:18** die van de waarheid zijn afgedwaald, door te zeggen dat de opstanding al gebeurd is, en het geloof van sommigen omverwerpen. Brontekst: οἵτινες (hoitines) = die | περὶ (peri) = omtrent | τὴν (ten) = de | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid | ἠστόχησαν (estochesan) = zijn afgedwaald | λέγοντες (legontes) = zeggend | ἀνάστασιν (anastasin) = opstanding | ἤδη (ede) = al | γεγονέναι (gegonenai) = dat gebeurd is | καὶ (kai) = en | ἀνατρέπουσιν (anatrepousin) = werpen om | τήν (ten) = het | τινων (tinon) = van sommigen | πίστιν (pistin) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀστοχέω (astocheo), ‘het doel missen, afdwalen’; hetzelfde werkwoord staat in 1 Tim. 1:6; 6:21. ‘De opstanding is al gebeurd’: de tekst zegt niet hoe zij dit bedoelden. ἀνατρέπω (anatrepo), ‘omverwerpen’. Voetnoot Lezing: Bij het woord λέγοντες (legontes), ‘zeggend’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:6; 1 Tim. 6:21; 1 Kor. 15:12. Zie ook: 1 Kor 15:12; 1 Tim 1:6; 1 Tim 6:21 ### Het vaste fundament **2:19** Toch staat het vaste fundament van Elohim. Het heeft dit zegel: „Yahweh kent wie van Hem zijn.” En: „Laat ieder die de naam van de Heer noemt, afstand nemen van onrecht.” Brontekst: ὁ (ho) = de | μέντοι (mentoi) = toch | στερεὸς (stereos) = vaste | θεμέλιος (themelios) = fundament | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἕστηκεν (hesteken) = staat | ἔχων (echon) = hebbend | τὴν (ten) = het | σφραγῖδα (sphragida) = zegel | ταύτην (tauten) = dit | Ἔγνω (Egno) = kent | κύριος (kyrios) = Yahweh | τοὺς (tous) = degenen | ὄντας (ontas) = die zijn | αὐτοῦ (autou) = van Hem | καί (kai) = en | Ἀποστήτω (Aposteto) = laat afstaan | ἀπὸ (apo) = van | ἀδικίας (adikias) = onrecht | πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | ὀνομάζων (onomazon) = noemt | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | κυρίου (kyriou) = van de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεμέλιος (themelios), ‘fundament’: ‘het fundament van Elohim’ kan de gemeente zijn of de waarheid; de tekst zegt het niet. σφραγίς (sfragis), ‘zegel’: een inscriptie op een fundament of een merk van eigendom. Het zegel heeft twee regels. De eerste, ‘Yahweh kent wie van Hem zijn’, lijkt op Num. 16:5, waar ons Hebreeuws zegt dat Yahweh morgen zal laten weten wie van Hem is; in Num. 16 spreekt Mozes tot Korach en zijn aanhang. De tweede regel lijkt op Num. 16:26 (‘Ga toch weg bij de tenten van deze goddeloze mannen’) en bevat een toespeling op Jes. 26:13 (‘Alleen in U vermelden wij Uw naam’). Het Grieks geeft geen letterlijk citaat. De eerste regel heeft κύριος (kyrios) als de Naam: ‘Yahweh’. In de tweede regel is ‘de Heer’ wellicht Yeshua. Beide regels staan zwart: het is een aanhaling die Paulus als zegel gebruikt. ἀδικία (adikia), ‘onrecht’. Voetnoot : Zie ook Num. 16:5; Num. 16:26; Jes. 26:13. Zie ook: Num 16:5; Num 16:26; Jes 26:13 **2:20** In een groot huis zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden, en sommige zijn tot eer, andere tot oneer. Brontekst: Ἐν (En) = in | μεγάλῃ (megale) = groot | δὲ (de) = maar | οἰκίᾳ (oikia) = huis | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = zijn | μόνον (monon) = alleen | σκεύη (skeue) = vaten | χρυσᾶ (chrysa) = gouden | καὶ (kai) = en | ἀργυρᾶ (argyra) = zilveren | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | ξύλινα (xylina) = houten | καὶ (kai) = en | ὀστράκινα (ostrakina) = aarden | καὶ (kai) = en | ἃ (ha) = sommige | μὲν (men) = enerzijds | εἰς (eis) = tot | τιμὴν (timen) = eer | ἃ (ha) = andere | δὲ (de) = anderzijds | εἰς (eis) = tot | ἀτιμίαν (atimian) = oneer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκεῦος (skeuos), ‘vat, gebruiksvoorwerp’. ὀστράκινος (ostrakinos), ‘van gebakken klei’, aarden. τιμή (time), ‘eer’; ἀτιμία (atimia), ‘oneer’: vaten voor gewoon of voor feestelijk gebruik. Het ‘grote huis’ wordt niet uitgelegd. Voetnoot : Zie ook Rom. 9:21. Zie ook: Rom 9:21 **2:21** Als iemand zich van deze dingen reinigt, zal hij een vat zijn tot eer, geheiligd, bruikbaar voor de Meester, voorbereid voor elk goed werk. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | οὖν (oun) = dus | τις (tis) = iemand | ἐκκαθάρῃ (ekkathare) = reinigt | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | ἀπὸ (apo) = van | τούτων (touton) = deze | ἔσται (estai) = zal zijn | σκεῦος (skeuos) = vat | εἰς (eis) = tot | τιμήν (timen) = eer | ἡγιασμένον (hegiasmenon) = geheiligd | εὔχρηστον (euchreston) = bruikbaar | τῷ (to) = voor de | δεσπότῃ (despote) = Meester | εἰς (eis) = voor | πᾶν (pan) = elk | ἔργον (ergon) = werk | ἀγαθὸν (agathon) = goed | ἡτοιμασμένον (hetoimasmenon) = voorbereid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκκαθαίρω (ekkathairo), ‘uitzuiveren, reinigen’. ‘Van deze’ (ἀπὸ τούτων, apo touton) verwijst terug naar het voorafgaande (verzen 14–20); de tekst noemt niet nauwkeurig wat bedoeld is. ἡγιασμένον (hegiasmenon), ‘geheiligd’: apart gezet. δεσπότης (despotes), ‘Meester’: iemand met volledig gezag; elders vertaald ‘meester’ (Tit. 2:9). ‘De Meester’ is hier Elohim of Yeshua. Voetnoot Lezing: Bij het woord εὔχρηστον (euchreston), ‘bruikbaar’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Tit 2:9 ### Vlucht, jaag na en onderricht zachtmoedig **2:22** Vlucht voor de begeerten van de jeugd. Jaag na gerechtigheid, geloof, liefde en vrede, samen met hen die de Heer aanroepen uit een zuiver hart. Brontekst: τὰς (tas) = de | δὲ (de) = maar | νεωτερικὰς (neoterikas) = jeugdige | ἐπιθυμίας (epithymias) = begeerten | φεῦγε (pheuge) = vlucht | δίωκε (dioke) = jaag na | δὲ (de) = maar | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | πίστιν (pistin) = geloof | ἀγάπην (agapen) = liefde | εἰρήνην (eirenen) = vrede | μετὰ (meta) = met | τῶν (ton) = degenen die | ἐπικαλουμένων (epikaloumenon) = aanroepen | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | ἐκ (ek) = uit | καθαρᾶς (katharas) = zuiver | καρδίας (kardias) = hart Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νεωτερικός (neoterikos), ‘van de jeugd’: de begeerten van een jonge man. φεύγω (feugo), ‘vluchten’; διώκω (dioko), ‘najagen’. ἐπικαλέομαι (epikaleomai), ‘aanroepen’: de Heer aanroepen, zoals ook in Rom. 10:13 en 1 Kor. 1:2. ‘De Heer’ is Yeshua. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 6:11; Rom. 10:13; 1 Kor. 1:2. Zie ook: 1 Kor 1:2; Rom 10:13; 1 Tim 6:11 **2:23** Wijs de dwaze en ongeschoolde twistvragen af, want je weet dat ze twisten voortbrengen. Brontekst: τὰς (tas) = de | δὲ (de) = maar | μωρὰς (moras) = dwaze | καὶ (kai) = en | ἀπαιδεύτους (apaideutous) = ongeschoolde | ζητήσεις (zeteseis) = twistvragen | παραιτοῦ (paraitou) = wijs af | εἰδὼς (eidos) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | γεννῶσι (gennosi) = brengen voort | μάχας (machas) = twisten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζήτησις (zetesis), ‘onderzoek, vraag, discussie’: hier twistvragen. ἀπαίδευτος (apaideutos), ‘ongeschoold, zonder vorming’. παραιτέομαι (paraiteomai), ‘afwijzen’. μάχη (mache), ‘twist’; μάχομαι (machomai), ‘twisten’ (vers 24). Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 6:4; Tit. 3:9. Zie ook: 1 Tim 6:4; Tit 3:9; 2 Tim 2:24 **2:24** Een knecht van de Heer moet niet twisten, maar vriendelijk zijn tegenover allen, in staat om te onderwijzen en kwaad te verdragen, Brontekst: δοῦλον (doulon) = knecht | δὲ (de) = maar | κυρίου (kyriou) = van de Heer | οὐ (ou) = niet | δεῖ (dei) = is het nodig | μάχεσθαι (machesthai) = te twisten | ἀλλὰ (alla) = maar | ἤπιον (epion) = vriendelijk | εἶναι (einai) = te zijn | πρὸς (pros) = tegenover | πάντας (pantas) = allen | διδακτικόν (didaktikon) = in staat te onderwijzen | ἀνεξίκακον (anexikakon) = verdraagzaam bij kwaad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοῦλος κυρίου (doulos kyriou), ‘knecht van de Heer’; δοῦλος is letterlijk ‘slaaf’. ἤπιος (epios), ‘vriendelijk, zacht’. διδακτικός (didaktikos), ‘in staat om te onderwijzen’. ἀνεξίκακος (anexikakos), ‘iemand die kwaad verdraagt’, geduldig. Dezelfde eisen staan, in andere woorden, voor de opziener in 1 Tim. 3:2–3. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:2–3. Zie ook: 1 Tim 3:2–3 **2:25** die degenen die tegenstand bieden met zachtmoedigheid onderricht, of Elohim hun misschien bekering geeft tot volle kennis van de waarheid, Brontekst: ἐν (en) = in | πραΰτητι (prauteti) = zachtmoedigheid | παιδεύοντα (paideuonta) = onderrichtend | τοὺς (tous) = de | ἀντιδιατιθεμένους (antidiatithemenous) = tegenstanders | μήποτε (mepote) = of misschien | δώῃ (doe) = geeft | αὐτοῖς (autois) = aan hen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | μετάνοιαν (metanoian) = bekering | εἰς (eis) = tot | ἐπίγνωσιν (epignosin) = volle kennis | ἀληθείας (aletheias) = van waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’. παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden, onderrichten’; zie ook 3:16 (παιδεία). ἀντιδιατίθημι (antidiatithemi), ‘zich tegen iets opstellen’: wie tegenspreekt. μήποτε (mepote), ‘misschien’: ook ‘opdat nooit’; wij nemen ‘misschien’. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: verandering van denken. ἐπίγνωσις ἀληθείας (epignosis aletheias), ‘volle kennis van de waarheid’: zoals 1 Tim. 2:4; Tit. 1:1. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord δώῃ (doe), ‘geeft’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 2:4; 3:7; Tit. 1:1. Zie ook: 1 Tim 2:4; 1 Tim 3:7; Tit 1:1 **2:26** en zij weer nuchter worden uit de strik van de duivel, door hem levend gevangen, tot diens wil. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀνανήψωσιν (ananepsosin) = weer nuchter worden | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | τοῦ (tou) = van de | διαβόλου (diabolou) = duivel | παγίδος (pagidos) = strik | ἐζωγρημένοι (ezogremenoi) = levend gevangen | ὑπ’ (hyp’) = door | αὐτοῦ (autou) = hem | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = de | ἐκείνου (ekeinou) = diens | θέλημα (thelema) = wil Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνανήφω (ananefo), ‘weer nuchter worden’, bijkomen. παγίς (pagis), ‘strik’. ζωγρέω (zogreo), ‘levend vangen’. ‘Door hem … tot diens wil’: het Grieks heeft twee verschillende voornaamwoorden, αὐτοῦ (autou) en ἐκείνου (ekeinou); die kunnen naar dezelfde persoon verwijzen (de duivel) of naar twee verschillende (‘door hem [de duivel] … tot de wil van Elohim’). Wij vertalen ‘door hem … tot diens wil’ en laten de verwijzing open. διάβολος (diabolos), ‘duivel’, ‘lasteraar’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:7; Luc. 22:31. Zie ook: Luc 22:31; 1 Tim 3:7 ## 2 Timotheüs 3 _Moeilijke tijden in de laatste dagen, tegenstanders van de waarheid, blijf in wat je geleerd hebt; de Schrift is door Elohim ingeblazen_ ### Moeilijke tijden in de laatste dagen **3:1** Weet dit: in de laatste dagen zullen moeilijke tijden aanbreken. Brontekst: Τοῦτο (Touto) = dit | δὲ (de) = maar | γίνωσκε (ginoske) = weet | ὅτι (hoti) = dat | ἐν (en) = in | ἐσχάταις (eschatais) = laatste | ἡμέραις (hemerais) = dagen | ἐνστήσονται (enstesontai) = zullen aanbreken | καιροὶ (kairoi) = tijden | χαλεποί (chalepoi) = moeilijk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔσχαται ἡμέραι (eschatai hemerai), ‘laatste dagen’: de tijd waarin de schrijver zich bevindt of die komt; het Grieks heeft een toekomstvorm, ‘zullen aanbreken’ (ἐνστήσονται, enstesontai). καιροὶ χαλεποί (kairoi chalepoi), ‘moeilijke tijden’: letterlijk ‘lastige, zware tijden’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:1; Hand. 2:17. Zie ook: Hand 2:17; 1 Tim 4:1 **3:2** Want de mensen zullen zijn: zichzelf liefhebbend, geldlievend, opschepperig, hoogmoedig, lasterend, ongehoorzaam aan hun ouders, ondankbaar, onheilig, Brontekst: ἔσονται (esontai) = zullen zijn | γὰρ (gar) = want | οἱ (hoi) = de | ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen | φίλαυτοι (philautoi) = zichzelf liefhebbend | φιλάργυροι (philargyroi) = geldlievend | ἀλαζόνες (alazones) = opscheppers | ὑπερήφανοι (hyperephanoi) = hoogmoedig | βλάσφημοι (blasphemoi) = lasterend | γονεῦσιν (goneusin) = aan ouders | ἀπειθεῖς (apeitheis) = ongehoorzaam | ἀχάριστοι (acharistoi) = ondankbaar | ἀνόσιοι (anosioi) = onheilig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Verzen 2–4 geven een lange rij van achttien eigenschappen. φίλαυτος (filautos), ‘zichzelf liefhebbend’; φιλάργυρος (filargyros), ‘geldlievend’; ἀλαζών (alazon), ‘opschepper’; ὑπερήφανος (hyperefanos), ‘hoogmoedig’; βλάσφημος (blasfemos), ‘lasterend’; ἀνόσιος (anosios), ‘onheilig’, zoals in 1 Tim. 1:9; het is de tegenstelling van ὅσιος (hosios), ‘toegewijd’, in Tit. 1:8 en 1 Tim. 2:8. Voetnoot : Zie ook Rom. 1:29–31. Zie ook: Rom 1:29–31; 1 Tim 1:9; 1 Tim 2:8; Tit 1:8 **3:3** zonder natuurlijke genegenheid, onverzoenlijk, lasteraars, zonder zelfbeheersing, wreed, zonder liefde voor het goede, Brontekst: ἄστοργοι (astorgoi) = zonder natuurlijke genegenheid | ἄσπονδοι (aspondoi) = onverzoenlijk | διάβολοι (diaboloi) = lasteraars | ἀκρατεῖς (akrateis) = zonder zelfbeheersing | ἀνήμεροι (anemeroi) = wreed | ἀφιλάγαθοι (aphilagathoi) = zonder liefde voor het goede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄστοργος (astorgos), ‘zonder natuurlijke genegenheid’, zoals in Rom. 1:31. ἄσπονδος (aspondos), ‘onverzoenlijk’. διάβολος (diabolos) staat hier in het meervoud en zonder lidwoord: ‘lasteraars’, niet ‘de duivel’. ἀκρατής (akrates), ‘zonder zelfbeheersing’. ἀφιλάγαθος (afilagathos), ‘zonder liefde voor het goede’. Voetnoot : Zie ook Rom. 1:31; Tit. 2:3. Zie ook: Rom 1:31; Tit 2:3 **3:4** verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers van genot dan liefhebbers van Elohim. Brontekst: προδόται (prodotai) = verraders | προπετεῖς (propeteis) = roekeloos | τετυφωμένοι (tetyphomenoi) = opgeblazen | φιλήδονοι (philedonoi) = genotzuchtig | μᾶλλον (mallon) = meer | ἢ (e) = dan | φιλόθεοι (philotheoi) = liefhebbers van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προδότης (prodotes), ‘verrader’. τετυφωμένος (tetyfomenos), ‘opgeblazen’: verblind door eigendunk. φιλήδονος (filedonos), ‘liefhebber van genot’; φιλόθεος (filotheos), ‘liefhebber van Elohim’. Voetnoot : Zie ook Luc. 6:16. Zie ook: Luc 6:16 **3:5** Zij hebben een vorm van vroomheid, maar de kracht ervan hebben zij verloochend. Keer je ook van hen af. Brontekst: ἔχοντες (echontes) = hebbend | μόρφωσιν (morphosin) = vorm | εὐσεβείας (eusebeias) = van vroomheid | τὴν (ten) = de | δὲ (de) = maar | δύναμιν (dynamin) = kracht | αὐτῆς (autes) = ervan | ἠρνημένοι (ernemenoi) = verloochend hebbend | καὶ (kai) = en | τούτους (toutous) = dezen | ἀποτρέπου (apotrepou) = keer je af van Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μόρφωσις (morfosis), ‘vorm’: de uiterlijke gedaante, de schijn; het is verwant met μορφή (morfe) in Fil. 2:6. εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’. ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’; hetzelfde werkwoord als in 2:12. ἀποτρέπομαι (apotrepomai), ‘zich afkeren van’. Zie ook: Fil 2:6 ### Tegenstanders van de waarheid **3:6** Want onder hen zijn zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes gevangennemen, beladen met zonden en meegevoerd door allerlei begeerten, Brontekst: ἐκ (ek) = uit | τούτων (touton) = dezen | γάρ (gar) = want | εἰσιν (eisin) = zijn | οἱ (hoi) = degenen die | ἐνδύνοντες (endynontes) = binnensluipen | εἰς (eis) = in | τὰς (tas) = de | οἰκίας (oikias) = huizen | καὶ (kai) = en | αἰχμαλωτίζοντες (aichmalotizontes) = gevangen nemen | γυναικάρια (gynaikaria) = vrouwtjes | σεσωρευμένα (sesoreumena) = beladen | ἁμαρτίαις (hamartiais) = met zonden | ἀγόμενα (agomena) = meegevoerd | ἐπιθυμίαις (epithymiais) = door begeerten | ποικίλαις (poikilais) = allerlei Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνδύνω (endyno), ‘binnensluipen’. αἰχμαλωτίζω (aichmalotizo), ‘gevangennemen’, letterlijk ‘met de speer buitmaken’. γυναικάρια (gynaikaria), ‘vrouwtjes’: een verkleinwoord, kan neerbuigend of medelijdend klinken. De tekst zegt niet wie de ‘vrouwtjes’ zijn of in welke huizen dit gebeurt; wij vertalen wat er staat. σωρεύω (soreuo), ‘opstapelen’: hier ‘beladen met zonden’. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord αἰχμαλωτίζοντες (aichmalotizontes), ‘gevangennemend’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. **3:7** die altijd leren en nooit tot volle kennis van de waarheid kunnen komen. Brontekst: πάντοτε (pantote) = altijd | μανθάνοντα (manthanonta) = lerend | καὶ (kai) = en | μηδέποτε (medepote) = nooit | εἰς (eis) = tot | ἐπίγνωσιν (epignosin) = volle kennis | ἀληθείας (aletheias) = van waarheid | ἐλθεῖν (elthein) = te komen | δυνάμενα (dynamena) = kunnend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπίγνωσις ἀληθείας (epignosis aletheias), ‘volle kennis van de waarheid’, zoals in 2:25. μανθάνω (manthano), ‘leren’. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 2:25; 1 Tim. 2:4. Zie ook: 1 Tim 2:4; 2 Tim 2:25 **3:8** Zoals Jannes en Jambres Mozes weerstonden, zo weerstaan ook dezen de waarheid: mensen met een verdorven verstand, afgekeurd wat het geloof betreft. Brontekst: ὃν (hon) = op welke | τρόπον (tropon) = wijze | δὲ (de) = maar | Ἰάννης (Iannes) = Jannes | καὶ (kai) = en | Ἰαμβρῆς (Iambres) = Jambres | ἀντέστησαν (antestesan) = weerstonden | Μωϋσεῖ (Moysei) = Mozes | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | οὗτοι (houtoi) = dezen | ἀνθίστανται (anthistantai) = weerstaan | τῇ (te) = de | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid | ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen | κατεφθαρμένοι (katephtharmenoi) = verdorven | τὸν (ton) = wat betreft het | νοῦν (noun) = verstand | ἀδόκιμοι (adokimoi) = afgekeurd | περὶ (peri) = wat betreft | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Jannes en Jambres (Ἰάννης, Ἰαμβρῆς) worden alleen hier genoemd. Hun namen staan niet in Exodus; Exod. 7:11 noemt alleen ‘de wijzen en de tovenaars’ van de farao, en Exod. 7:22 de magiërs van Egypte. Waar Paulus de namen vandaan heeft, zegt de tekst niet. ἀνθίστημι (anthistemi), ‘weerstaan’. κατεφθαρμένοι τὸν νοῦν (katefthartmenoi ton noun), ‘met een verdorven verstand’. ἀδόκιμος (adokimos), ‘afgekeurd’: de tegenstelling van δόκιμος, ‘beproefd’, in 2:15; wie de toets niet doorstaat. Voetnoot : Zie ook Exod. 7:11; Exod. 7:22; 2 Tim. 2:15. Zie ook: Ex 7:11; Ex 7:22; 2 Tim 2:15 **3:9** Maar zij zullen niet verder komen. Want hun onverstand zal voor allen duidelijk zichtbaar zijn, zoals dat van die twee ook geworden is. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | προκόψουσιν (prokopsousin) = zullen vooruitgaan | ἐπὶ (epi) = tot | πλεῖον (pleion) = meer | ἡ (he) = het | γὰρ (gar) = want | ἄνοια (anoia) = onverstand | αὐτῶν (auton) = hun | ἔκδηλος (ekdelos) = duidelijk zichtbaar | ἔσται (estai) = zal zijn | πᾶσιν (pasin) = voor allen | ὡς (hos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = het | ἐκείνων (ekeinon) = van die twee | ἐγένετο (egeneto) = is geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄνοια (anoia), ‘onverstand’: het woord komt in het Nieuwe Testament ook voor in Luc. 6:11. ἔκδηλος (ekdelos), ‘duidelijk zichtbaar’. ‘Dat van die twee’: wat Jannes en Jambres overkwam; de tekst zegt niet wat. Voetnoot : Zie ook Luc. 6:11; Exod. 9:11. Zie ook: Ex 9:11; Luc 6:11 ### Blijf in wat je geleerd hebt **3:10** Jij echter hebt mijn onderwijs gevolgd, mijn levenswandel, mijn voornemen, mijn geloof, mijn geduld, mijn liefde, mijn volharding, Brontekst: Σὺ (Sy) = jij | δὲ (de) = maar | παρηκολούθησάς (parekolouthesas) = hebt gevolgd | μου (mou) = mijn | τῇ (te) = het | διδασκαλίᾳ (didaskalia) = onderwijs | τῇ (te) = de | ἀγωγῇ (agoge) = levenswandel | τῇ (te) = het | προθέσει (prothesei) = voornemen | τῇ (te) = het | πίστει (pistei) = geloof | τῇ (te) = het | μακροθυμίᾳ (makrothymia) = geduld | τῇ (te) = de | ἀγάπῃ (agape) = liefde | τῇ (te) = de | ὑπομονῇ (hypomone) = volharding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακολουθέω (parakolutheo), ‘nauwkeurig volgen’: ook ‘onderzoeken, navolgen’. ἀγωγή (agoge), ‘levenswandel’: manier van leven. πρόθεσις (prothesis), ‘voornemen’. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’. De rij van zeven staat tegenover de rij van achttien in de verzen 2–4. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord παρηκολούθησας (parekolouthesas), ‘je hebt gevolgd’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:6. Zie ook: 1 Tim 4:6 **3:11** mijn vervolgingen en mijn lijden, zoals mij overkwam in Antiochië, in Ikonium en in Lystra. Welke vervolgingen heb ik doorstaan! En uit alles heeft de Heer mij gered. Brontekst: τοῖς (tois) = de | διωγμοῖς (diogmois) = vervolgingen | τοῖς (tois) = de | παθήμασιν (pathemasin) = lijden | οἷά (hoia) = zoals | μοι (moi) = mij | ἐγένετο (egeneto) = overkwam | ἐν (en) = in | Ἀντιοχείᾳ (Antiocheia) = Antiochië | ἐν (en) = in | Ἰκονίῳ (Ikonio) = Ikonium | ἐν (en) = in | Λύστροις (Lystrois) = Lystra | οἵους (hoious) = welke | διωγμοὺς (diogmous) = vervolgingen | ὑπήνεγκα (hypenenka) = doorstond ik | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | πάντων (panton) = alles | με (me) = mij | ἐρρύσατο (errysato) = redde | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Antiochië, Ikonium en Lystra: de plaatsen uit de eerste reis van Paulus in Hand. 13–14, waar Timoteüs later goed bekendstaat (Hand. 16:1–2). Welk Antiochië bedoeld is, zegt de brief niet; Hand. 13:14 noemt Antiochië in Pisidië, een van de plaatsen van die reis. διωγμός (diogmos), ‘vervolging’. πάθημα (pathema), ‘lijden’. ὑποφέρω (hypofero), ‘doorstaan’. ῥύομαι (ryomai), ‘redden, bevrijden’. ‘De Heer’ (ὁ κύριος) is Yeshua of Elohim; wij schrijven ‘Heer’. Voetnoot : Zie ook Hand. 13:14, 13:50; Hand. 14:1–6, 14:19–20; Hand. 16:1–2; Ps. 34:20. Zie ook: Ps 34:20; Hand 13:14; Hand 13:50; Hand 14:1–6; Hand 14:19; Hand 16:1–2 **3:12** En allen die vroom willen leven in de Messias Yeshua, zullen vervolgd worden. Brontekst: καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = allen | δὲ (de) = maar | οἱ (hoi) = die | θέλοντες (thelontes) = willen | ζῆν (zen) = leven | εὐσεβῶς (eusebos) = vroom | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | διωχθήσονται (diochthesontai) = zullen vervolgd worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θέλω (thelo), ‘willen’. εὐσεβῶς ζῆν (eusebos zen), ‘vroom leven’. διώκω (dioko), ‘vervolgen’: zelfde stam als διωγμός in vers 11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ζῆν εὐσεβῶς (zen eusebos), ‘vroom leven’ (de volgorde); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 14:22. Zie ook: Hand 14:22; 2 Tim 3:11 **3:13** Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger gaan, verleidend en verleid. Brontekst: πονηροὶ (poneroi) = slechte | δὲ (de) = maar | ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen | καὶ (kai) = en | γόητες (goetes) = bedriegers | προκόψουσιν (prokopsousin) = zullen vooruitgaan | ἐπὶ (epi) = tot | τὸ (to) = het | χεῖρον (cheiron) = slechtere | πλανῶντες (planontes) = verleidend | καὶ (kai) = en | πλανώμενοι (planomenoi) = verleid wordend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γόης (goes), ‘bedrieger’: iemand die anderen misleidt, ook wel een goochelaar of tovenaar. πλανάω (planao), ‘verleiden, op een dwaalspoor brengen’: eerst werkend, daarna lijdend (‘verleid wordend’). ἐπὶ τὸ χεῖρον (epi to cheiron), ‘tot het slechtere’. **3:14** Maar jij, blijf in wat je geleerd hebt en waarvan je overtuigd bent geworden, wetend van wie je het geleerd hebt, Brontekst: σὺ (sy) = jij | δὲ (de) = maar | μένε (mene) = blijf | ἐν (en) = in | οἷς (hois) = wat | ἔμαθες (emathes) = leerde je | καὶ (kai) = en | ἐπιστώθης (epistothes) = werd je overtuigd | εἰδὼς (eidos) = wetend | παρὰ (para) = van | τίνων (tinon) = wie | ἔμαθες (emathes) = leerde je Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μένω (meno), ‘blijven’. πιστόω (pistoo), ‘overtuigd worden’, van dezelfde stam als πίστις (pistis), ‘geloof’. ‘Van wie’: het Grieks heeft een meervoud (τίνων, tinon), ‘van welke personen’; wij vertalen ‘van wie’ en laten het aantal open. Gedacht kan zijn aan Paulus, aan Lois en Eunice (1:5) en anderen. Voetnoot Lezing: Bij het woord τίνων (tinon), ‘van wie’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 1:5; 2 Tim. 2:2. Zie ook: 2 Tim 1:5; 2 Tim 2:2 **3:15** en dat je van kindsbeen af de heilige geschriften kent. Die kunnen je wijs maken tot redding door het geloof dat in de Messias Yeshua is. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὅτι (hoti) = dat | ἀπὸ (apo) = vanaf | βρέφους (brephous) = zuigeling | ἱερὰ (hiera) = heilige | γράμματα (grammata) = geschriften | οἶδας (oidas) = je kent | τὰ (ta) = die | δυνάμενά (dynamena) = kunnen | σε (se) = je | σοφίσαι (sophisai) = wijs maken | εἰς (eis) = tot | σωτηρίαν (soterian) = redding | διὰ (dia) = door | πίστεως (pisteos) = geloof | τῆς (tes) = dat | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βρέφος (brefos), ‘zuigeling, klein kind’: ‘van kindsbeen af’. ἱερὰ γράμματα (hiera grammata), ‘heilige geschriften’: hier waarschijnlijk de Schriften van Israël; in vers 16 staat γραφή (grafe), ‘Schrift’. σοφίζω (sofizo), ‘wijs maken’. σωτηρία (soteria), ‘redding’. Voetnoot Lezing: Bij het woord ἱερά (hiera), ‘heilige’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 1:5; Joh. 5:39. Zie ook: Joh 5:39; 2 Tim 1:5; 2 Tim 3:16 ### De Schrift **3:16** Elke Schrift is door Elohim ingeblazen en nuttig tot onderwijs, tot weerlegging, tot herstel, tot opvoeding in gerechtigheid, Brontekst: πᾶσα (pasa) = elke | γραφὴ (graphe) = Schrift | θεόπνευστος (theopneustos) = door Elohim ingeblazen | καὶ (kai) = en | ὠφέλιμος (ophelimos) = nuttig | πρὸς (pros) = tot | διδασκαλίαν (didaskalian) = onderwijs | πρὸς (pros) = tot | ἐλεγμόν (elegmon) = weerlegging | πρὸς (pros) = tot | ἐπανόρθωσιν (epanorthosin) = herstel | πρὸς (pros) = tot | παιδείαν (paideian) = opvoeding | τὴν (ten) = de | ἐν (en) = in | δικαιοσύνῃ (dikaiosyne) = gerechtigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεόπνευστος (theopneustos), ‘door Elohim ingeblazen’: samengesteld uit θεός (Elohim) en πνέω (blazen); het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. De Griekse zin heeft geen werkwoord ‘is’; er kan ook gelezen worden: ‘Elke door Elohim ingeblazen Schrift is ook nuttig …’. Wij vertalen met ‘is’ tussen beide eigenschappen. πᾶσα γραφή (pasa grafe), ‘elke Schrift’: ook ‘heel de Schrift’. ἐλεγμός (elegmos), ‘weerlegging’; ἐπανόρθωσις (epanorthosis), ‘herstel’, letterlijk ‘weer recht zetten’; παιδεία (paideia), ‘opvoeding’. Voetnoot Lezing: Bij het woord ἐλεγμόν (elegmon), ‘weerlegging’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 15:4; 2 Petr. 1:20–21. Zie ook: Rom 15:4; 2 Petr 1:20–21 **3:17** opdat de mens van Elohim volledig is, toegerust voor elk goed werk. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | ἄρτιος (artios) = volledig | ᾖ (e) = is | ὁ (ho) = de | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | πρὸς (pros) = voor | πᾶν (pan) = elk | ἔργον (ergon) = werk | ἀγαθὸν (agathon) = goed | ἐξηρτισμένος (exertismenos) = toegerust Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄρτιος (artios), ‘volledig, geschikt’. ἐξαρτίζω (exartizo), ‘toerusten’: helemaal uitrusten. ‘De mens van Elohim’ (ὁ τοῦ θεοῦ ἄνθρωπος): in het Oude Testament een titel voor profeten, bijvoorbeeld Mozes (Deut. 33:1) en Elia (1 Kon. 17:18); hier ook in 1 Tim. 6:11 gebruikt voor Timoteüs. ἔργον ἀγαθόν (ergon agathon), ‘goed werk’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 6:11; Deut. 33:1; 1 Kon. 17:18. Zie ook: Deut 33:1; 1 Kon 17:18; 1 Tim 6:11 ## 2 Timotheüs 4 _Verkondig het woord; Paulus' afscheid: de strijd gestreden, de krans; opdrachten, namen en groeten_ ### Verkondig het woord **4:1** Ik getuig plechtig voor Elohim en de Messias Yeshua, die levenden en doden zal oordelen, en bij Zijn verschijning en Zijn koninkrijk: Brontekst: Διαμαρτύρομαι (Diamartyromai) = ik getuig plechtig | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τοῦ (tou) = die | μέλλοντος (mellontos) = op het punt staat | κρίνειν (krinein) = te oordelen | ζῶντας (zontas) = levenden | καὶ (kai) = en | νεκρούς (nekrous) = doden | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ἐπιφάνειαν (epiphaneian) = verschijning | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = het | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘plechtig getuigen, plechtig vermanen’: Paulus roept Elohim en de Messias als getuigen aan, zoals in 1 Tim. 5:21. κρίνω (krino), ‘oordelen’. ἐπιφάνεια (epifaneia), ‘verschijning’: het komen van Yeshua op de laatste dag; in 1:10 staat hetzelfde woord voor Zijn komst in de wereld. ‘Zijn verschijning en Zijn koninkrijk’ staan in het Grieks in de vierde naamval, direct na ‘ik getuig plechtig’; de constructie wordt verschillend verstaan (‘bij’ of ‘met het oog op’). Wij vertalen ‘bij’. ‘Die levenden en doden zal oordelen’ is de Messias Yeshua. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het eerste woord ‘ik getuig plechtig’ (Διαμαρτύρομαι), bij de woorden Χριστοῦ Ἰησοῦ (Christou Iesou), ‘de Messias Yeshua’, en bij het woordje καί (kai), ‘en’, voor ‘Zijn verschijning’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 5:21; 1 Tim. 6:13–14; Hand. 10:42; 2 Tim. 1:10. Zie ook: Hand 10:42; 1 Tim 5:21; 1 Tim 6:13–14; 2 Tim 1:10 **4:2** verkondig het woord, sta klaar, gelegen of ongelegen. Wijs terecht, bestraf, spoor aan, met alle geduld en onderricht. Brontekst: κήρυξον (keryxon) = verkondig | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | ἐπίστηθι (epistethi) = sta klaar | εὐκαίρως (eukairos) = gelegen | ἀκαίρως (akairos) = ongelegen | ἔλεγξον (elenxon) = wijs terecht | ἐπιτίμησον (epitimeson) = bestraf | παρακάλεσον (parakaleson) = spoor aan | ἐν (en) = met | πάσῃ (pase) = alle | μακροθυμίᾳ (makrothymia) = geduld | καὶ (kai) = en | διδαχῇ (didache) = onderricht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen als een heraut’. ἐφίστημι (efistemi), ‘klaarstaan, optreden’. εὐκαίρως ἀκαίρως (eukairos akairos), ‘gelegen, ongelegen’: of het uitkomt of niet. ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’, ‘aan het licht brengen’; ἐπιτιμάω (epitimao), ‘bestraffen’; παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: ook ‘bemoedigen, troosten’. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’. διδαχή (didache), ‘onderricht’. ‘Het woord’ is de boodschap die Timoteüs moet verkondigen; vergelijk vers 5 (‘een verkondiger van de goede boodschap’). Voetnoot : Zie ook Tit. 1:9; Tit. 2:15; 1 Tim. 4:13. Zie ook: 1 Tim 4:13; Tit 1:9; Tit 2:15; 2 Tim 4:5 **4:3** Want er komt een tijd dat zij het gezonde onderwijs niet zullen verdragen. Naar hun eigen begeerten zullen zij voor zichzelf leraren ophopen, omdat hun gehoor jeukt, Brontekst: ἔσται (estai) = zal zijn | γὰρ (gar) = want | καιρὸς (kairos) = tijd | ὅτε (hote) = wanneer | τῆς (tes) = van het | ὑγιαινούσης (hygiainouses) = gezonde | διδασκαλίας (didaskalias) = onderwijs | οὐκ (ouk) = niet | ἀνέξονται (anexontai) = zullen verdragen | ἀλλὰ (alla) = maar | κατὰ (kata) = volgens | τὰς (tas) = de | ἰδίας (idias) = eigen | ἐπιθυμίας (epithymias) = begeerten | ἑαυτοῖς (heautois) = voor zichzelf | ἐπισωρεύσουσιν (episoreusousin) = zullen ophopen | διδασκάλους (didaskalous) = leraren | κνηθόμενοι (knethomenoi) = jeukend | τὴν (ten) = het | ἀκοήν (akoen) = gehoor Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑγιαίνουσα διδασκαλία (hygiainousa didaskalia), ‘gezond onderwijs’: zoals in 1:13 (‘gezonde woorden’), 1 Tim. 1:10 en Tit. 1:9; 2:1. ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen’. ἐπισωρεύω (episoreuo), ‘ophopen’: een stapel leraren verzamelen. κνήθω (knetho), ‘jeuken, kriebelen’: het beeld is dat het gehoor verlangt naar wat prettig klinkt. ἀκοή (akoe), ‘gehoor’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ἰδίας ἐπιθυμίας (idias epithymias), ‘eigen begeerten’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:10; 6:3; Tit. 1:9; Tit. 2:1. Zie ook: 1 Tim 1:10; 1 Tim 6:3; Tit 1:9; Tit 2:1 **4:4** en zij zullen hun gehoor afwenden van de waarheid en zich keren tot de mythen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀπὸ (apo) = van | μὲν (men) = enerzijds | τῆς (tes) = de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | τὴν (ten) = het | ἀκοὴν (akoen) = gehoor | ἀποστρέψουσιν (apostrepsousin) = zullen afwenden | ἐπὶ (epi) = naar | δὲ (de) = anderzijds | τοὺς (tous) = de | μύθους (mythous) = mythen | ἐκτραπήσονται (ektrapesontai) = zullen zich keren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποστρέφω (apostrefo), ‘afwenden’; ἐκτρέπομαι (ektrepomai), ‘zich afkeren, zich keren naar’. μῦθος (mythos), ‘mythe, verzinsel’: een verhaal dat niet op waarheid rust; ook in 1 Tim. 1:4; 4:7 en Tit. 1:14. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:4; 1 Tim. 4:7; Tit. 1:14. Zie ook: 1 Tim 1:4; 1 Tim 4:7; Tit 1:14 **4:5** Maar jij, wees nuchter in alles, lijd kwaad, doe het werk van een verkondiger van de goede boodschap, vervul je dienst volledig. Brontekst: σὺ (sy) = jij | δὲ (de) = maar | νῆφε (nephe) = wees nuchter | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = alles | κακοπάθησον (kakopatheson) = lijd kwaad | ἔργον (ergon) = werk | ποίησον (poieson) = doe | εὐαγγελιστοῦ (euangelistou) = van een verkondiger van de goede boodschap | τὴν (ten) = de | διακονίαν (diakonian) = dienst | σου (sou) = jouw | πληροφόρησον (plerophoreson) = vervul volledig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νήφω (nefo), ‘nuchter zijn’: helder en bezonnen. κακοπαθέω (kakopatheo), ‘kwaad lijden’; ook in 2:9. εὐαγγελιστής (euangelistes), ‘verkondiger van de goede boodschap’. πληροφορέω (pleroforeo), ‘volledig uitvoeren, vervullen’. διακονία (diakonia), ‘dienst’. Voetnoot : Zie ook Ef. 4:11; Hand. 21:8; 2 Tim. 2:9. Zie ook: Hand 21:8; Ef 4:11; 2 Tim 2:9 ### De strijd is gestreden **4:6** Want ik word al als drankoffer uitgegoten, en het tijdstip van mijn vertrek staat gereed. Brontekst: Ἐγὼ (Ego) = ik | γὰρ (gar) = want | ἤδη (ede) = al | σπένδομαι (spendomai) = word uitgegoten als drankoffer | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | καιρὸς (kairos) = tijd | τῆς (tes) = van het | ἀναλύσεώς (analyseos) = vertrek | μου (mou) = mijn | ἐφέστηκεν (ephesteken) = staat gereed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπένδομαι (spendomai), ‘als drankoffer uitgegoten worden’: wijn die bij een offer over het offer wordt uitgegoten. Paulus gebruikt hetzelfde werkwoord in Fil. 2:17. ἀνάλυσις (analysis), ‘vertrek’: letterlijk ‘losmaking’; Paulus bedoelt zijn heengaan uit dit leven. ἐφίστημι (efistemi), ‘aanstaande zijn’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ἀναλύσεώς μου (analyseos mou), ‘mijn vertrek’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Fil. 2:17; Fil. 1:23. Zie ook: Fil 1:23; Fil 2:17 **4:7** Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop voltooid, ik heb het geloof bewaard. Brontekst: τὸν (ton) = de | καλὸν (kalon) = goede | ἀγῶνα (agona) = strijd | ἠγώνισμαι (egonismai) = heb gestreden | τὸν (ton) = de | δρόμον (dromon) = loop | τετέλεκα (teteleka) = heb voltooid | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | τετήρηκα (tetereka) = heb bewaard Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγών (agon), ‘strijd, wedstrijd’; ἀγωνίζομαι (agonizomai), ‘strijden’. δρόμος (dromos), ‘loop’, de wedloop. τελέω (teleo), ‘voltooien’. τηρέω (tereo), ‘bewaren’: zoals de παραθήκη (1:12, 1:14) bewaard wordt. Het beeld van de wedstrijd staat ook in 2:5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden καλὸν ἀγῶνα (kalon agona), ‘goede strijd’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 9:24–27; Fil. 3:12–14; Hand. 20:24; 1 Tim. 6:12. Zie ook: Hand 20:24; 1 Kor 9:24–27; Fil 3:12–14; 1 Tim 6:12 **4:8** Voortaan ligt de krans van de gerechtigheid voor mij klaar. De Heer, de rechtvaardige rechter, zal hem mij op die dag geven, en niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad. Brontekst: λοιπὸν (loipon) = voortaan | ἀπόκειταί (apokeitai) = ligt gereed | μοι (moi) = voor mij | ὁ (ho) = de | τῆς (tes) = van de | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | στέφανος (stephanos) = krans | ὃν (hon) = die | ἀποδώσει (apodosei) = zal geven | μοι (moi) = aan mij | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἐν (en) = op | ἐκείνῃ (ekeine) = die | τῇ (te) = de | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | ὁ (ho) = de | δίκαιος (dikaios) = rechtvaardige | κριτής (krites) = rechter | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | δὲ (de) = maar | ἐμοὶ (emoi) = aan mij | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | πᾶσιν (pasin) = aan allen | τοῖς (tois) = die | ἠγαπηκόσι (egapekosi) = liefgehad hebben | τὴν (ten) = de | ἐπιφάνειαν (epiphaneian) = verschijning | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόκειται (apokeitai), ‘ligt klaar, is weggelegd’. στέφανος τῆς δικαιοσύνης (stefanos tes dikaiosynes), ‘de krans van de gerechtigheid’: de overwinnaarskrans (zie 2:5); het Grieks kan ook zijn ‘de krans die bij de gerechtigheid hoort’. ‘Die dag’: de dag van het oordeel, zoals in 1:12 en 1:18. ‘De Heer, de rechtvaardige rechter’ is Yeshua, vergelijk vers 1. ἠγαπηκόσι (egapekosi), ‘die liefgehad hebben’: de tegenstelling met Demas, die de tegenwoordige eeuw liefhad (vers 10). Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 9:25; 2 Tim. 1:12; 2 Tim. 4:1, 4:10. Zie ook: 1 Kor 9:25; 2 Tim 1:12; 2 Tim 4:1; 2 Tim 4:10 ### Persoonlijke opdrachten **4:9** Doe je best snel naar mij toe te komen. Brontekst: Σπούδασον (Spoudason) = doe je best | ἐλθεῖν (elthein) = te komen | πρός (pros) = naar | με (me) = mij | ταχέως (tacheos) = snel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπουδάζω (spoudazo), ‘zijn best doen’. ταχέως (tacheos), ‘snel’. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 4:21; Tit. 3:12. Zie ook: Tit 3:12; 2 Tim 4:21 **4:10** Want Demas heeft mij verlaten, omdat hij de tegenwoordige eeuw liefhad, en is naar Tessalonica gegaan, Crescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië. Brontekst: Δημᾶς (Demas) = Demas | γάρ (gar) = want | με (me) = mij | ἐγκατέλιπεν (enkatelipen) = heeft verlaten | ἀγαπήσας (agapesas) = liefgehad hebbend | τὸν (ton) = de | νῦν (nyn) = huidige | αἰῶνα (aiona) = eeuw | καὶ (kai) = en | ἐπορεύθη (eporeuthe) = ging | εἰς (eis) = naar | Θεσσαλονίκην (Thessaloniken) = Tessalonica | Κρήσκης (Kreskes) = Crescens | εἰς (eis) = naar | Γαλατίαν (Galatian) = Galatië | Τίτος (Titos) = Titus | εἰς (eis) = naar | Δαλματίαν (Dalmatian) = Dalmatië Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Tessalonica (nu Thessaloniki): Tessalonica was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië, aan de Thermaïsche Golf in het noorden van Griekenland. De stad heet nu Thessaloniki. Zij lag aan de grote weg van oost naar west, de Via Egnatia. Zie Galatië (ongeveer): Galatië is het binnenland van het huidige Turkije, rond Ankara. Of Paulus de streek in het noorden bedoelt of de Romeinse provincie, die ook Pisidië en Lykaonië omvatte (met Ikonium, Lystra en Derbe), is niet zeker; het punt is bij benadering. Zie Dalmatië (ongeveer): Dalmatië was het zuidelijke deel van Illyrië, aan de oostkust van de Adriatische Zee. Voetnoot Uitleg: Demas wordt ook genoemd in Kol. 4:14 en Filem. 24. ἐγκαταλείπω (enkataleipo), ‘verlaten, in de steek laten’. αἰών (aion), ‘eeuw, wereldtijd’: ‘de tegenwoordige eeuw’ is de huidige wereld en tijd; hetzelfde woord, in dezelfde zin, staat in Tit. 2:12. Crescens wordt alleen hier genoemd. Galatië: zie Gal. 1:2; de tekst zegt niet naar welk deel van Galatië hij ging. Dalmatië is een streek aan de oostkust van de Adriatische Zee; Tessalonica: zie 1 Tess. 1:1. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord ἐγκατέλιπεν (enkatelipen), ‘heeft verlaten’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Kol. 4:14; Filem. 24; Gal. 1:2; 1 Tess. 1:1; Tit. 1:4. Zie ook: Gal 1:2; 1 Tess 1:1; Kol 4:14; Tit 1:4; Tit 2:12 **4:11** Alleen Lucas is bij mij. Neem Markus bij je en breng hem met je mee, want hij is mij bruikbaar voor de dienst. Brontekst: Λουκᾶς (Loukas) = Lucas | ἐστιν (estin) = is | μόνος (monos) = alleen | μετ’ (met’) = bij | ἐμοῦ (emou) = mij | Μᾶρκον (Markon) = Markus | ἀναλαβὼν (analabon) = bij je genomen hebbend | ἄγε (age) = breng | μετὰ (meta) = met | σεαυτοῦ (seautou) = jezelf | ἔστιν (estin) = is | γάρ (gar) = want | μοι (moi) = voor mij | εὔχρηστος (euchrestos) = bruikbaar | εἰς (eis) = tot | διακονίαν (diakonian) = dienst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Lucas wordt ook genoemd in Kol. 4:14 en Filem. 24. Markus: zie Hand. 12:12 en 15:37–39 en Kol. 4:10. ἀναλαμβάνω (analambano), ‘meenemen, bij zich nemen’. εὔχρηστος (euchrestos), ‘bruikbaar’: hetzelfde woord als in 2:21. διακονία (diakonia), ‘dienst’; de tekst zegt niet voor welke dienst Markus nuttig is. Voetnoot : Zie ook Kol. 4:10, 4:14; Filem. 24; Hand. 12:12; Hand. 15:37–39. Zie ook: Hand 12:12; Hand 15:37; Kol 4:10; Kol 4:14 **4:12** Tychicus heb ik naar Efeze gezonden. Brontekst: Τυχικὸν (Tychikon) = Tychicus | δὲ (de) = maar | ἀπέστειλα (apesteila) = zond ik | εἰς (eis) = naar | Ἔφεσον (Epheson) = Efeze Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk. Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia. Voetnoot Uitleg: Tychicus: zie Hand. 20:4, Ef. 6:21, Kol. 4:7 en Tit. 3:12. ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’. De tekst zegt niet of Tychicus de brief naar Efeze brengt of Timoteüs vervangt. Voetnoot : Zie ook Hand. 20:4; Ef. 6:21; Kol. 4:7; Tit. 3:12. Zie ook: Hand 20:4; Ef 6:21; Kol 4:7; Tit 3:12 **4:13** De mantel die ik in Troas bij Carpus heb achtergelaten, breng die mee als je komt, en de boeken, vooral de perkamenten. Brontekst: τὸν (ton) = de | φαιλόνην (phailonen) = mantel | ὃν (hon) = die | ἀπέλιπον (apelipon) = liet ik achter | ἐν (en) = in | Τρῳάδι (Troadi) = Troas | παρὰ (para) = bij | Κάρπῳ (Karpo) = Carpus | ἐρχόμενος (erchomenos) = komend | φέρε (phere) = breng | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | βιβλία (biblia) = boeken | μάλιστα (malista) = vooral | τὰς (tas) = de | μεμβράνας (membranas) = perkamenten Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Troas (Alexandria Troas): Troas (Alexandria Troas) was een havenstad aan de kust van het noordwesten van Turkije, tegenover het eiland Tenedos. Vanuit Troas voer Paulus naar Macedonië. Voetnoot Uitleg: φαιλόνης (failones), ‘mantel’: het Griekse woord komt alleen hier voor. βιβλίον (biblion), ‘boek, boekrol’. μεμβράνα (membrana), ‘perkament’: geprepareerde dierenhuid om op te schrijven. De tekst zegt niet wat er op de boeken en perkamenten stond. Troas: zie Hand. 16:8, 20:5–12 en 2 Kor. 2:12. Carpus wordt alleen hier genoemd. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord ἀπέλιπον (apelipon), ‘ik liet achter’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:8; Hand. 20:5–12; 2 Kor. 2:12. Zie ook: Hand 16:8; Hand 20:5; 2 Kor 2:12 **4:14** Alexander, de koperslager, heeft mij veel kwaad laten zien. De Heer zal hem vergelden naar zijn werken. Brontekst: Ἀλέξανδρος (Alexandros) = Alexander | ὁ (ho) = de | χαλκεὺς (chalkeus) = koperslager | πολλά (polla) = veel | μοι (moi) = mij | κακὰ (kaka) = kwaad | ἐνεδείξατο (enedeixato) = liet zien | ἀποδώσει (apodosei) = zal vergelden | αὐτῷ (auto) = hem | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | κατὰ (kata) = volgens | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Alexander de koperslager (χαλκεύς, chalkeus: smid van koper of brons). Of dit dezelfde Alexander is als in 1 Tim. 1:20 of Hand. 19:33, zegt de tekst niet. ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘laten zien, betonen’. ἀποδίδωμι (apodidomi), ‘vergelden’. ‘De Heer’ (ὁ κύριος) is hier Yeshua of Elohim; de zin lijkt op Ps. 62:13 (‘U vergeldt ieder naar zijn werk’) en Spr. 24:12; het Grieks citeert niet letterlijk. Wij schrijven ‘Heer’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de vorm ἀποδώσει (apodosei), ‘zal vergelden’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ps. 62:13; Spr. 24:12; 1 Tim. 1:20; Hand. 19:33. Zie ook: Ps 62:13; Spr 24:12; Hand 19:33; 1 Tim 1:20 **4:15** Hoed ook jij je voor hem, want hij heeft zich zeer tegen onze woorden verzet. Brontekst: ὃν (hon) = voor wie | καὶ (kai) = ook | σὺ (sy) = jij | φυλάσσου (phylassou) = hoed je | λίαν (lian) = zeer | γὰρ (gar) = want | ἀντέστη (anteste) = verzette zich | τοῖς (tois) = tegen de | ἡμετέροις (hemeterois) = onze | λόγοις (logois) = woorden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φυλάσσομαι (fylassomai), ‘zich hoeden voor’. ἀνθίστημι (anthistemi), ‘zich verzetten’: hetzelfde werkwoord als in 3:8. ‘Onze woorden’: de tekst zegt niet of Paulus en Timoteüs of Paulus en zijn medewerkers bedoeld worden. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord ἀντέστη (antesté), ‘hij verzette zich’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. ### De Heer stond mij bij **4:16** Bij mijn eerste verdediging stond niemand mij terzijde, maar allen verlieten mij. Moge het hun niet worden toegerekend. Brontekst: Ἐν (En) = in | τῇ (te) = de | πρώτῃ (prote) = eerste | μου (mou) = mijn | ἀπολογίᾳ (apologia) = verdediging | οὐδείς (oudeis) = niemand | μοι (moi) = mij | παρεγένετο (paregeneto) = stond terzijde | ἀλλὰ (alla) = maar | πάντες (pantes) = allen | με (me) = mij | ἐγκατέλιπον (enkatelipon) = verlieten | μὴ (me) = niet | αὐτοῖς (autois) = hun | λογισθείη (logistheie) = moge worden toegerekend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπολογία (apologia), ‘verdediging’, voor een rechter. De tekst zegt niet welke zitting ‘de eerste verdediging’ was. παραγίνομαι (paraginomai), ‘aanwezig zijn, terzijde staan’. ἐγκαταλείπω (enkataleipo), ‘verlaten’: zoals Demas in vers 10. λογισθείη (logistheie), ‘moge toegerekend worden’: een wens. De gedachte lijkt op het gebed van Stefanus in Hand. 7:60. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de werkwoorden παρεγένετο (paregeneto), ‘stond terzijde’, en ἐγκατέλιπον (enkatelipon), ‘verlieten’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 7:60; 2 Tim. 1:15; 2 Tim. 4:10. Zie ook: Hand 7:60; 2 Tim 1:15; 2 Tim 4:10 **4:17** Maar de Heer stond mij bij en gaf mij kracht, opdat door mij de verkondiging volledig zou worden vervuld en alle volken zouden horen. En ik ben gered uit de muil van een leeuw. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | κύριός (kyrios) = Heer | μοι (moi) = aan mij | παρέστη (pareste) = stond bij | καὶ (kai) = en | ἐνεδυνάμωσέν (enedynamosen) = gaf kracht | με (me) = mij | ἵνα (hina) = opdat | δι’ (di’) = door | ἐμοῦ (emou) = mij | τὸ (to) = de | κήρυγμα (kerygma) = verkondiging | πληροφορηθῇ (plerophorethe) = volledig wordt vervuld | καὶ (kai) = en | ἀκούσωσιν (akousosin) = horen | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | καὶ (kai) = en | ἐρρύσθην (errysthen) = ik werd gered | ἐκ (ek) = uit | στόματος (stomatos) = muil | λέοντος (leontos) = van een leeuw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρίστημι (paristemi), ‘terzijde staan’: de tegenstelling met vers 16, waar niemand Paulus terzijde stond. ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘kracht geven’: zoals in 2:1. κήρυγμα (kerygma), ‘verkondiging’. πληροφορέω (pleroforeo), ‘volledig uitvoeren’: zoals in vers 5. ἔθνη (ethne), ‘volken’. ‘Uit de muil van een leeuw’ is beeldspraak voor groot levensgevaar; zie het gebed in Ps. 22:22 en Dan. 6:21–23. De tekst zegt niet wat het gevaar was. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord ἀκούσωσιν (akousosin), ‘zouden horen’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ps. 22:22; Dan. 6:21–23; Hand. 23:11; Hand. 27:23–24. Zie ook: Ps 22:22; Dan 6:21–23; Hand 23:11; Hand 27:23–24; 2 Tim 4:5; 2 Tim 4:16 **4:18** De Heer zal mij redden van elk kwaad werk en mij behouden voor Zijn hemelse koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in de eeuwen der eeuwen. Amen. Brontekst: ῥύσεταί (rhysetai) = zal redden | με (me) = mij | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἀπὸ (apo) = van | παντὸς (pantos) = elk | ἔργου (ergou) = werk | πονηροῦ (ponerou) = kwaad | καὶ (kai) = en | σώσει (sosei) = zal behouden | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = het | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τὴν (ten) = het | ἐπουράνιον (epouranion) = hemelse | ᾧ (ho) = aan wie | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ῥύομαι (ryomai), ‘redden, bevrijden’: zoals in vers 17 en 3:11. ἐπουράνιος (epouranios), ‘hemels’. βασιλεία ἐπουράνιος (basileia epouranios), ‘hemels koninkrijk’. De lofprijs ‘Hem zij de heerlijkheid tot in de eeuwen der eeuwen’ is gericht tot de Heer. ἀμήν (amen), ‘amen’: Hebreeuws, ‘zo is het’; de gebruikelijke afsluiting van een lofprijs. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord ῥύσεταί (rysetai), ‘zal redden’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 3:11; Gal. 1:5; 2 Tim. 4:8. Zie ook: Gal 1:5; 2 Tim 3:11; 2 Tim 4:8; 2 Tim 4:17 ### Groeten en slot **4:19** Groet Priska en Aquila en het huis van Onesiforus. Brontekst: Ἄσπασαι (Aspasai) = groet | Πρίσκαν (Priskan) = Priska | καὶ (kai) = en | Ἀκύλαν (Akylan) = Aquila | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = het | Ὀνησιφόρου (Onesiphorou) = van Onesiforus | οἶκον (oikon) = huis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Priska en Aquila: in Handelingen 18 heet zij Priscilla (Hand. 18:2, 18, 26); in deze brief, zoals in Rom. 16:3 en 1 Kor. 16:19, Priska. Onesiforus: zie 1:16–18. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:2; Hand. 18:18; Hand. 18:26; Rom. 16:3; 1 Kor. 16:19; 2 Tim. 1:16–18. Zie ook: Hand 18:2; Hand 18:18; Hand 18:26; 1 Kor 16:19; Rom 16:3; 2 Tim 1:16–18 **4:20** Erastus is in Korinte gebleven, en Trofimus heb ik ziek achtergelaten in Milete. Brontekst: Ἔραστος (Erastos) = Erastus | ἔμεινεν (emeinen) = bleef | ἐν (en) = in | Κορίνθῳ (Korintho) = Korinte | Τρόφιμον (Trophimon) = Trofimus | δὲ (de) = maar | ἀπέλιπον (apelipon) = liet ik achter | ἐν (en) = in | Μιλήτῳ (Mileto) = Milete | ἀσθενοῦντα (asthenounta) = ziek zijnd Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Korinte: Korinte lag op de landengte tussen het vasteland van Griekenland en de Peloponnesos, met een haven aan elke kant. Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje. Zie Milete: Milete lag aan de westkust van Turkije, ongeveer 50 km ten zuiden van Efeze. Daar nam Paulus afscheid van de oudsten van Efeze. Voetnoot Uitleg: Erastus: zie ook Hand. 19:22 en Rom. 16:23; of het dezelfde man is, zegt de tekst niet. Trofimus: zie Hand. 20:4 en Hand. 21:29. Milete: zie Hand. 20:15, 17. ἀσθενέω (astheneo), ‘ziek zijn’: de tekst zegt niet wat Trofimus mankeerde. ἀπολείπω (apoleipo), ‘achterlaten’. Voetnoot Lezing: Bij het werkwoord ἀπέλιπον (apelipon), ‘ik liet achter’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 19:22; Rom. 16:23; Hand. 20:4; Hand. 21:29; Hand. 20:15, 17. Zie ook: Hand 19:22; Hand 20:4; Hand 20:15; Hand 21:29; Rom 16:23 **4:21** Doe je best vóór de winter te komen. Eubulus groet je, en Pudens, Linus, Claudia en alle broers. Brontekst: Σπούδασον (Spoudason) = doe je best | πρὸ (pro) = vóór | χειμῶνος (cheimonos) = winter | ἐλθεῖν (elthein) = te komen | Ἀσπάζεταί (Aspazetai) = groet | σε (se) = je | Εὔβουλος (Euboulos) = Eubulus | καὶ (kai) = en | Πούδης (Poudes) = Pudens | καὶ (kai) = en | Λίνος (Linos) = Linus | καὶ (kai) = en | Κλαυδία (Klaudia) = Claudia | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἀδελφοὶ (adelphoi) = broers | πάντες (pantes) = allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρὸ χειμῶνος (pro cheimonos), ‘vóór de winter’; vergelijk Tit. 3:12 (overwinteren) en Hand. 27:9–12. Eubulus, Pudens, Linus en Claudia worden alleen hier genoemd. Claudia is een vrouwennaam. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het woord omvat in de gemeente ook de zusters. Voetnoot : Zie ook Tit. 3:12; Hand. 27:9–12; 2 Tim. 4:9. Zie ook: Hand 27:9–12; Tit 3:12; 2 Tim 4:9 **4:22** De Heer zij met je geest. De genade zij met jullie. Brontekst: Ὁ (Ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = de | πνεύματός (pneumatos) = geest | σου (sou) = jouw | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | μεθ’ (meth’) = met | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Met je geest’ (σου, singular) en ‘met jullie’ (ὑμῶν, plural): de eerste wens is voor Timoteüs, de tweede voor allen die de brief horen. ‘De genade zij met …’ staat ook in de slotgroeten van andere brieven van Paulus, zoals Gal. 6:18 en Kol. 4:18. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord κύριος (kyrios), ‘Heer’, en bij het woord ὑμῶν (hymon), ‘jullie’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:18; Fil. 4:23; Kol. 4:18; 1 Tim. 6:21. Zie ook: Gal 6:18; Fil 4:23; Kol 4:18; 1 Tim 6:21