# 2 Tessalonicenzen (Πρὸς Θεσσαλονικεῖς Β, Pros Thessalonikeis II) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## 2 Tessalonicenzen 1 _Aanhef, dank voor het geloof in de verdrukking en de komst van de Heer als rechter_ ### Aanhef **1:1** Paulus, Silvanus en Timoteüs, aan de gemeente van de Tessalonicenzen in Elohim, onze Vader, en de Heer Yeshua de Messias, Brontekst: Παῦλος (Paulos) = Paulus | καὶ (kai) = en | Σιλουανὸς (Silouanos) = Silvanus | καὶ (kai) = en | Τιμόθεος (Timotheos) = Timoteüs | τῇ (te) = aan de | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | Θεσσαλονικέων (Thessalonikeon) = van de Tessalonicenzen | ἐν (en) = in | θεῷ (theo) = Elohim | πατρὶ (patri) = Vader | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστῷ (Christo) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dezelfde afzenders en dezelfde gemeente als in 1 Tess. 1:1: Σιλουανός (Silouanos), ‘Silvanus’, is de Silas van Handelingen. Anders dan in de eerste brief staat hier ‘onze Vader’ (θεῷ πατρὶ ἡμῶν). De aanhef loopt door in vers 2. Voetnoot : Zie ook 1 Tess. 1:1; Hand. 17:1. Zie ook: Hand 17:1; 1 Tess 1:1; 2 Tess 1:2 **1:2** genade voor jullie en vrede van Elohim, de Vader, en de Heer Yeshua de Messias. Brontekst: χάρις (charis) = genade | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | καὶ (kai) = en | κυρίου (kyriou) = de Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’; εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: de groet. Hier staat ‘van Elohim, de Vader, en de Heer Yeshua de Messias’ als bron van genade en vrede. ### Dank voor het geloof in de verdrukking **1:3** Wij zijn verplicht Elohim altijd voor jullie te danken, broers, zoals het passend is. Want jullie geloof groeit buitengewoon, en de liefde van ieder van jullie allen voor elkaar neemt toe, Brontekst: Εὐχαριστεῖν (Eucharistein) = danken | ὀφείλομεν (opheilomen) = zijn wij verplicht | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | πάντοτε (pantote) = altijd | περὶ (peri) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | καθὼς (kathos) = zoals | ἄξιόν (axion) = passend | ἐστιν (estin) = is | ὅτι (hoti) = omdat | ὑπεραυξάνει (hyperauxanei) = groeit buitengewoon | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | πλεονάζει (pleonazei) = neemt toe | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | ἑνὸς (henos) = van één | ἑκάστου (hekastou) = ieder | πάντων (panton) = van allen | ὑμῶν (hymon) = jullie | εἰς (eis) = voor | ἀλλήλους (allelous) = elkaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀφείλω (ofeilo), ‘verplicht zijn’: wij staan in de schuld, wij moeten danken. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters, dus ‘broers en zusters’. ὑπεραυξάνω (hyperauxano), ‘buitengewoon groeien’: een zeldzaam woord, ‘boven de maat groeien’. πλεονάζω (pleonazo), ‘toenemen’: zie 1 Tess. 3:12. Zie ook: 1 Tess 3:12 **1:4** zodat wijzelf ons over jullie beroemen in de gemeenten van Elohim vanwege jullie volharding en geloof, in al jullie vervolgingen en verdrukkingen die jullie verdragen. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | αὐτοὺς (autous) = zelf | ἡμᾶς (hemas) = wij | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἐγκαυχᾶσθαι (enkauchasthai) = ons beroemen | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὑπὲρ (hyper) = vanwege | τῆς (tes) = de | ὑπομονῆς (hypomones) = volharding | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | πίστεως (pisteos) = geloof | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = alle | τοῖς (tois) = de | διωγμοῖς (diogmois) = vervolgingen | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | ταῖς (tais) = de | θλίψεσιν (thlipsesin) = verdrukkingen | αἷς (hais) = die | ἀνέχεσθε (anechesthe) = jullie verdragen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκαυχάομαι (enkauchaomai), ‘zich beroemen’: trots zijn op. διωγμός (diogmos), ‘vervolging’; θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’; ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen’: uithouden. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’: zie 1 Tess. 1:3. Zie ook: 1 Tess 1:3 **1:5** Dat is een bewijs van het rechtvaardige oordeel van Elohim, zodat jullie waardig bevonden worden voor het koninkrijk van Elohim, waarvoor jullie ook lijden. Brontekst: ἔνδειγμα (endeigma) = bewijs | τῆς (tes) = van het | δικαίας (dikaias) = rechtvaardige | κρίσεως (kriseos) = oordeel | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | καταξιωθῆναι (kataxiothenai) = waardig bevonden worden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | τῆς (tes) = van het | βασιλείας (basileias) = koninkrijk | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἧς (hes) = wiens | καὶ (kai) = ook | πάσχετε (paschete) = lijden jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔνδειγμα (endeigma), ‘bewijs’: een aanwijzing of teken. Het Griekse woord staat los van de vorige zin; wij vullen ‘dat is’ aan. καταξιόω (kataxioo), ‘waardig bevinden’. βασιλεία (basileia), ‘koninkrijk’. Het lijden van de Tessalonicenzen is dus een teken van Elohims rechtvaardig oordeel. ### De Heer wordt onthuld **1:6** Het is immers rechtvaardig bij Elohim om verdrukking te vergelden aan wie jullie verdrukken, Brontekst: εἴπερ (eiper) = immers | δίκαιον (dikaion) = rechtvaardig | παρὰ (para) = bij | θεῷ (theo) = Elohim | ἀνταποδοῦναι (antapodounai) = te vergelden | τοῖς (tois) = aan de | θλίβουσιν (thlibousin) = verdrukkenden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | θλῖψιν (thlipsin) = verdrukking Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἴπερ (eiper), ‘immers’: ‘als het zo is dat’. ἀνταποδίδωμι (antapodidomi), ‘vergelden’: teruggeven wat verdiend is; in 1 Tess. 3:9 vertalen wij hetzelfde woord met ‘teruggeven’ (bij dank). De zin loopt door in de verzen 7–10. Zie ook: 1 Tess 3:9 **1:7** en aan jullie die verdrukt worden, samen met ons, verlichting te geven bij de onthulling van de Heer Yeshua uit de hemel, met de engelen van Zijn kracht, Brontekst: καὶ (kai) = en | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | τοῖς (tois) = de | θλιβομένοις (thlibomenois) = verdrukten | ἄνεσιν (anesin) = verlichting | μεθ’ (meth’) = met | ἡμῶν (hemon) = ons | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | ἀποκαλύψει (apokalypsei) = onthulling | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἀπ’ (ap’) = uit | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | μετ’ (met’) = met | ἀγγέλων (angelon) = engelen | δυνάμεως (dynameos) = van kracht | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄνεσις (anesis), ‘verlichting’: letterlijk ‘loslaten, ontspannen’, rust na druk. ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’: het zichtbaar worden van de Heer. ‘Engelen van Zijn kracht’: de engelen die Zijn kracht dienen. Voetnoot : Zie ook Matt. 25:31; Matt. 16:27. Zie ook: Mat 16:27; Mat 25:31 **1:8** in een vlam van vuur. Hij geeft vergelding aan wie Elohim niet kennen en aan wie de goede boodschap van onze Heer Yeshua niet gehoorzamen. Brontekst: ἐν (en) = in | φλογὶ (phlogi) = vlam | πυρός (pyros) = van vuur | διδόντος (didontos) = gevende | ἐκδίκησιν (ekdikesin) = vergelding | τοῖς (tois) = aan de | μὴ (me) = niet | εἰδόσι (eidosi) = kennenden | θεὸν (theon) = Elohim | καὶ (kai) = en | τοῖς (tois) = aan de | μὴ (me) = niet | ὑπακούουσιν (hypakouousin) = gehoorzamenden | τῷ (to) = de | εὐαγγελίῳ (euangelio) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φλὸξ πυρός (flox pyros), ‘vlam van vuur’: vergelijk Jes. 66:15: ‘Yahweh komt met vuur … met vlammen van vuur’, en Exod. 3:2: ‘een vuurvlam’. ἐκδίκησις (ekdikesis), ‘vergelding’: het recht doen aan onrecht. ‘Wie Elohim niet kennen’: vergelijk Ps. 79:6 en Jer. 10:25: ‘de volken die U niet kennen’. ὑπακούω (hypakouo), ‘gehoorzamen’: letterlijk ‘luisteren onder’. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’. Voetnoot : Zie ook Jes. 66:15; Exod. 3:2; Ps. 79:6; Jer. 10:25. Zie ook: Ex 3:2; Ps 79:6; Jes 66:15; Jer 10:25 **1:9** Zij zullen als straf het eeuwige verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van Zijn kracht, Brontekst: οἵτινες (hoitines) = die | δίκην (diken) = straf | τίσουσιν (tisousin) = zullen betalen | ὄλεθρον (olethron) = verderf | αἰώνιον (aionion) = eeuwig | ἀπὸ (apo) = van | προσώπου (prosopou) = aangezicht | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | καὶ (kai) = en | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | τῆς (tes) = van de | ἰσχύος (ischyos) = kracht | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δίκη (dike), ‘straf’: eigenlijk ‘recht, uitspraak, vergelding’. τίνω (tino), ‘betalen’: een boete betalen. ὄλεθρος (olethros), ‘verderf’; αἰώνιος (aionios), ‘eeuwig’. ἰσχύς (ischys), ‘kracht’: een ander Grieks woord dan δύναμις (dynamis) in vers 7; wij vertalen beide met ‘kracht’. ἀπὸ προσώπου (apo prosopou), ‘weg van het aangezicht’: het Grieks kan ook ‘uit het aangezicht’ betekenen, dus ‘uitgaande van het aangezicht van de Heer’. Vergelijk Jes. 2:10, 19 en 21: ‘voor de schrik van Yahweh en voor de luister van Zijn majesteit’. Voetnoot : Zie ook Jes. 2:10; Jes. 2:19; Jes. 2:21. Zie ook: Jes 2:10; Jes 2:19; Jes 2:21; 2 Tess 1:7 **1:10** wanneer Hij komt om verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en bewonderd in allen die geloofd hebben, omdat ons getuigenis aan jullie geloofd is, op die dag. Brontekst: ὅταν (hotan) = wanneer | ἔλθῃ (elthe) = Hij komt | ἐνδοξασθῆναι (endoxasthenai) = om verheerlijkt te worden | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | ἁγίοις (hagiois) = heiligen | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | θαυμασθῆναι (thaumasthenai) = bewonderd te worden | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = allen | τοῖς (tois) = de | πιστεύσασιν (pisteusasin) = gelovig geworden | ὅτι (hoti) = omdat | ἐπιστεύθη (episteuthe) = werd geloofd | τὸ (to) = het | μαρτύριον (martyrion) = getuigenis | ἡμῶν (hemon) = ons | ἐφ’ (eph’) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | ἐκείνῃ (ekeine) = die Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνδοξάζω (endoxazo), ‘verheerlijken’: eer bewijzen. θαυμάζω (thaumazo), ‘bewonderen’. οἱ ἅγιοι (hoi hagioi), ‘de heiligen’: zie 1 Tess. 3:13. μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’: wat wij hebben getuigd. ‘Die dag’ is de dag van de Heer; zie 2:2. Zie ook: 1 Tess 3:13 ### Gebed voor de Tessalonicenzen **1:11** Daartoe bidden wij ook altijd voor jullie. Onze Elohim moge jullie de roeping waardig achten en met kracht elk voornemen van goedheid en elk werk van geloof vervullen, Brontekst: εἰς (eis) = tot | ὃ (ho) = wat | καὶ (kai) = ook | προσευχόμεθα (proseuchometha) = bidden wij | πάντοτε (pantote) = altijd | περὶ (peri) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἵνα (hina) = opdat | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀξιώσῃ (axiose) = waardig acht | τῆς (tes) = van de | κλήσεως (kleseos) = roeping | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | πληρώσῃ (plerose) = vervult | πᾶσαν (pasan) = elk | εὐδοκίαν (eudokian) = voornemen | ἀγαθωσύνης (agathosynes) = van goedheid | καὶ (kai) = en | ἔργον (ergon) = werk | πίστεως (pisteos) = van geloof | ἐν (en) = in | δυνάμει (dynamei) = kracht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀξιόω (axioo), ‘waardig achten’. κλῆσις (klesis), ‘roeping’: dat Elohim hen geroepen heeft. εὐδοκία (eudokia), ‘voornemen’: ook ‘welbehagen, goede wil’; εὐδοκίαν ἀγαθωσύνης (eudokian agathosynes) is moeilijk: het kan gaan om het welbehagen van Elohim in goedheid of om het goede voornemen van de gelovigen. Wij houden de Griekse woorden vast. De Griekse zin heeft ἵνα (hina), ‘opdat’: ‘wij bidden … opdat Elohim …’; wij hebben er een afzonderlijke zin van gemaakt. De zin loopt door in vers 12. Zie ook: 2 Tess 1:12 **1:12** zodat de naam van onze Heer Yeshua in jullie verheerlijkt wordt, en jullie in Hem, naar de genade van onze Elohim en van de Heer Yeshua de Messias. Brontekst: ὅπως (hopos) = zodat | ἐνδοξασθῇ (endoxasthe) = wordt verheerlijkt | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | καὶ (kai) = en | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | κατὰ (kata) = naar | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ ὄνομα τοῦ κυρίου (to onoma tou kyriou), ‘de naam van de Heer’: de naam van Yeshua. κατὰ τὴν χάριν τοῦ θεοῦ ἡμῶν καὶ κυρίου Ἰησοῦ Χριστοῦ: het Grieks kan ‘van onze Elohim en van de Heer Yeshua de Messias’ betekenen (twee personen) of ‘van onze Elohim en Heer, Yeshua de Messias’. Wij vertalen met twee, zoals in vers 2. Zie ook: 2 Tess 1:2 ## 2 Tessalonicenzen 2 _De dag van de Heer, de man van de wetteloosheid, en de uitverkiezing tot redding_ ### De dag van de Heer is er nog niet **2:1** Wij vragen jullie, broers, over de komst van onze Heer Yeshua de Messias en onze verzameling bij Hem, Brontekst: Ἐρωτῶμεν (Erotomen) = vragen wij | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ὑπὲρ (hyper) = over | τῆς (tes) = de | παρουσίας (parousias) = komst | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias | καὶ (kai) = en | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐπισυναγωγῆς (episynagoges) = verzameling | ἐπ’ (ep’) = bij | αὐτόν (auton) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’, zie 1 Tess. 2:19. ἐπισυναγωγή (episynagoge), ‘verzameling’: het bijeenkomen bij de Heer; vergelijk 1 Tess. 4:17 en Matt. 24:31, waar de uitverkorenen bijeengebracht worden. ὑπέρ (hyper), ‘over’: ‘met het oog op, over’. De zin loopt door in vers 2. Voetnoot : Zie ook 1 Tess. 4:15–17; Matt. 24:31. Zie ook: Mat 24:31; 1 Tess 2:19; 1 Tess 4:15–17; 1 Tess 4:17; 2 Tess 2:2 **2:2** dat jullie niet snel uit jullie verstand geschud worden en niet in paniek raken. Laat dat niet gebeuren door een geest, een woord of een brief, alsof die van ons komt, alsof de dag van de Heer al aangebroken is. Brontekst: εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | ταχέως (tacheos) = snel | σαλευθῆναι (saleuthenai) = geschud worden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = het | νοὸς (noos) = verstand | μηδὲ (mede) = noch | θροεῖσθαι (throeisthai) = in paniek raken | μήτε (mete) = noch | διὰ (dia) = door | πνεύματος (pneumatos) = geest | μήτε (mete) = noch | διὰ (dia) = door | λόγου (logou) = woord | μήτε (mete) = noch | δι’ (di’) = door | ἐπιστολῆς (epistoles) = brief | ὡς (hos) = als | δι’ (di’) = door | ἡμῶν (hemon) = ons | ὡς (hos) = als | ὅτι (hoti) = dat | ἐνέστηκεν (enesteken) = is aangebroken | ἡ (he) = de | ἡμέρα (hemera) = dag | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σαλεύω (saleuo), ‘schudden’: heen en weer schudden; νοῦς (nous), ‘verstand’. θροέομαι (throeomai), ‘in paniek raken’: verontrust worden. πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: een uiting die aan de Geest wordt toegeschreven, bijvoorbeeld een profetie. ὡς δι’ ἡμῶν (hos di hemon), ‘alsof door ons’: dit kan bij geest, woord én brief horen; wij vertalen ‘alsof die van ons komt’. ἐνέστηκεν (enesteken), ‘is aangebroken’: het Griekse werkwoord betekent ‘is aanwezig, is gekomen’. ἡμέρα τοῦ κυρίου (hemera tou kyriou), ‘de dag van de Heer’: de uitdrukking neemt ‘de dag van Yahweh’ uit de profeten over voor Yeshua; zie 1 Tess. 5:2. De Griekse zin loopt door vanaf vers 1 en is erg lang; wij hebben hem gesplitst en voegen daarbij ‘Laat dat niet gebeuren’ toe voor het Griekse μήτε … μήτε … μήτε (‘noch … noch … noch’). Voetnoot : Zie ook 1 Tess. 5:2; Joël 2:1; Amos 5:18. Zie ook: Joël 2:1; Amos 5:18; 1 Tess 5:2; 2 Tess 2:1 ### De man van de wetteloosheid **2:3** Laat niemand jullie op enige manier misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval komt en de man van de wetteloosheid onthuld wordt, de zoon van het verderf, Brontekst: μή (me) = dat niet | τις (tis) = iemand | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐξαπατήσῃ (exapatese) = misleidt | κατὰ (kata) = volgens | μηδένα (medena) = geen | τρόπον (tropon) = manier | ὅτι (hoti) = want | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | ἔλθῃ (elthe) = komt | ἡ (he) = de | ἀποστασία (apostasia) = afval | πρῶτον (proton) = eerst | καὶ (kai) = en | ἀποκαλυφθῇ (apokalyphthe) = wordt onthuld | ὁ (ho) = de | ἄνθρωπος (anthropos) = man | τῆς (tes) = van de | ἀνομίας (anomias) = wetteloosheid | ὁ (ho) = de | υἱὸς (huios) = zoon | τῆς (tes) = van het | ἀπωλείας (apoleias) = verderf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse zin breekt af: ‘want als niet eerst de afval komt en …’ ontbreekt een slot. Wij vullen ‘die dag komt niet’ aan. ἐξαπατάω (exapatao), ‘misleiden’. ἀποστασία (apostasia), ‘afval’: afvalligheid of opstand. ἄνθρωπος τῆς ἀνομίας (anthropos tes anomias), ‘de man van de wetteloosheid’: ἀνομία (anomia) is ‘zonder wet’, het ontbreken van de wet. ‘Zoon van het verderf’: een Hebreeuwse manier om te zeggen ‘bestemd voor het verderf’; hetzelfde staat in Joh. 17:12 van Judas. Voetnoot : Zie ook Joh. 17:12; Matt. 24:15; Dan. 9:27; Dan. 11:36. Voetnoot Lezing: Voor ‘wetteloosheid’ (ἀνομίας, anomias) verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Dan 9:27; Dan 11:36; Mat 24:15; Joh 17:12 **2:4** die zich verzet en zich verheft boven alles wat een god genoemd wordt of voorwerp van verering is. Zo gaat hij in het heiligdom van Elohim zitten en laat hij van zichzelf zien dat hij Elohim is. Brontekst: ὁ (ho) = de | ἀντικείμενος (antikeimenos) = tegenstander | καὶ (kai) = en | ὑπεραιρόμενος (hyperairomenos) = zich verheffende | ἐπὶ (epi) = boven | πάντα (panta) = al | λεγόμενον (legomenon) = genoemd | θεὸν (theon) = god | ἢ (e) = of | σέβασμα (sebasma) = voorwerp van verering | ὥστε (hoste) = zodat | αὐτὸν (auton) = hij | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = het | ναὸν (naon) = heiligdom | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καθίσαι (kathisai) = gaat zitten | ἀποδεικνύντα (apodeiknynta) = tonend | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | ὅτι (hoti) = dat | ἔστιν (estin) = is | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀντίκειμαι (antikeimai), ‘zich verzetten’; ὑπεραίρομαι (hyperairomai), ‘zich verheffen’: vergelijk Dan. 11:36, ‘hij verheft en vergroot zich boven elke god’, en Ezech. 28:2, waar de vorst van Tyrus zegt: ‘Ik ben een El’. θεός (theos), ‘god’: in ‘alles wat een god genoemd wordt’ schrijven wij ‘god’ met kleine letter, omdat het om alles gaat wat als goddelijk geldt. In ‘dat hij Elohim is’ heeft het Grieks θεός zonder lidwoord; wij schrijven ‘Elohim’. De zin is lang; wij hebben hem na ‘verering is’ gesplitst, daarom staat er ‘Zo gaat hij’ voor het Griekse ὥστε (hoste), ‘zodat’. σέβασμα (sebasma), ‘voorwerp van verering’. ναός (naos), ‘heiligdom’. De tekst zegt niet welk heiligdom bedoeld is. ἀποδείκνυμι (apodeiknymi), ‘laten zien’: tonen, voorstellen. Voetnoot : Zie ook Dan. 11:36; Ezech. 28:2. Zie ook: Ezech 28:2; Dan 11:36 **2:5** Herinneren jullie je niet dat ik dit tegen jullie zei toen ik nog bij jullie was? Brontekst: οὐ (ou) = niet | μνημονεύετε (mnemoneuete) = herinneren jullie | ὅτι (hoti) = dat | ἔτι (eti) = nog | ὢν (on) = zijnde | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ταῦτα (tauta) = dit | ἔλεγον (elegon) = zei ik | ὑμῖν (hymin) = aan jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔλεγον (elegon), ‘zei ik’: hier zegt Paulus ‘ik’ in plaats van ‘wij’, zoals in 1 Tess. 2:18. Hand. 17:2 noemt drie sabbatten in Tessalonica. Voetnoot : Zie ook Hand. 17:1–10. Zie ook: Hand 17:1–10; Hand 17:2; 1 Tess 2:18 **2:6** En nu weten jullie wat weerhoudt, zodat hij op zijn eigen tijd onthuld wordt. Brontekst: καὶ (kai) = en | νῦν (nyn) = nu | τὸ (to) = het | κατέχον (katechon) = weerhoudende | οἴδατε (oidate) = weten jullie | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ἀποκαλυφθῆναι (apokalyphthenai) = onthuld worden | αὐτὸν (auton) = hij | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ἑαυτοῦ (heautou) = zijn eigen | καιρῷ (kairo) = tijd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ κατέχον (to katechon), ‘wat weerhoudt’: onzijdig; κατέχω (katecho), ‘weerhouden’: tegenhouden, vasthouden (zie 1 Tess. 5:21, waar wij ‘vasthouden’ gebruiken). De tekst zegt niet wat of wie dit is; de Tessalonicenzen wisten het (‘jullie weten’). Wij vertalen letterlijk. Zie ook: 1 Tess 5:21 **2:7** Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen: hij die nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is. Brontekst: τὸ (to) = het | γὰρ (gar) = want | μυστήριον (mysterion) = geheimenis | ἤδη (ede) = al | ἐνεργεῖται (energeitai) = is werkzaam | τῆς (tes) = van de | ἀνομίας (anomias) = wetteloosheid | μόνον (monon) = alleen | ὁ (ho) = hij die | κατέχων (katechon) = weerhoudt | ἄρτι (arti) = nu | ἕως (heos) = totdat | ἐκ (ek) = uit | μέσου (mesou) = midden | γένηται (genetai) = hij wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: iets verborgens dat bekend wordt gemaakt. ὁ κατέχων (ho katechon), ‘hij die weerhoudt’: mannelijk, tegenover het onzijdige van vers 6. ἐκ μέσου γένηται (ek mesou genetai), ‘uit het midden verdwenen is’: letterlijk ‘uit het midden wordt’. De Griekse zin is kort en zonder werkwoord bij ‘alleen’; wij laten die kortheid staan en melden niet wie hem wegneemt, want dat zegt de tekst niet. Zie ook: 2 Tess 2:6 **2:8** En dan zal de wetteloze onthuld worden. De Heer Yeshua zal hem doden met de adem van Zijn mond en buiten werking stellen door de verschijning van Zijn komst. Brontekst: καὶ (kai) = en | τότε (tote) = dan | ἀποκαλυφθήσεται (apokalyphthesetai) = zal onthuld worden | ὁ (ho) = de | ἄνομος (anomos) = wetteloze | ὃν (hon) = die | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | ἀνελεῖ (anelei) = zal doden | τῷ (to) = met de | πνεύματι (pneumati) = adem | τοῦ (tou) = van de | στόματος (stomatos) = mond | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καὶ (kai) = en | καταργήσει (katargesei) = zal buiten werking stellen | τῇ (te) = met de | ἐπιφανείᾳ (epiphaneia) = verschijning | τῆς (tes) = van de | παρουσίας (parousias) = komst | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄνομος (anomos), ‘wetteloze’: de man van de wetteloosheid uit vers 3. ἀναιρέω (anaireo), ‘doden’. πνεῦμα (pneuma), ‘adem’: vergelijk Jes. 11:4, ‘met de adem van zijn lippen zal hij de goddeloze doden’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Gal. 3:17. ἐπιφάνεια (epifaneia), ‘verschijning’: het zichtbaar worden in glans. παρουσία (parousia), ‘komst’: zie vers 1. Voetnoot : Zie ook Jes. 11:4; Gal. 3:17. Zie ook: Jes 11:4; Gal 3:17; 2 Tess 2:1; 2 Tess 2:3 **2:9** Diens komst is volgens de werking van Satan, met alle kracht en met tekenen en wonderen van leugen, Brontekst: οὗ (hou) = wiens | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = de | παρουσία (parousia) = komst | κατ’ (kat’) = volgens | ἐνέργειαν (energeian) = werking | τοῦ (tou) = van de | Σατανᾶ (Satana) = Satan | ἐν (en) = in | πάσῃ (pase) = alle | δυνάμει (dynamei) = kracht | καὶ (kai) = en | σημείοις (semeiois) = tekenen | καὶ (kai) = en | τέρασιν (terasin) = wonderen | ψεύδους (pseudous) = van leugen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οὗ (hou), ‘wiens’: wij schrijven ‘diens’, om verwarring met de Heer te vermijden; het gaat om de wetteloze. κατ’ ἐνέργειαν (kat energeian), ‘volgens de werking’: naar de werkzame kracht van Satan. σημεῖον (semeion), ‘teken’; τέρας (teras), ‘wonder’. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: zie 1 Tess. 2:18. ‘Van leugen’ (ψεύδους, pseudous; het Grieks heeft geen lidwoord) kan bij ‘tekenen en wonderen’ horen of bij alles. Over tekenen en wonderen van valse profeten: zie Deut. 13:2–4 (NL 13:1–3) en Matt. 24:24. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:24; Deut. 13:2–4. Zie ook: Deut 13:2–4; Mat 24:24; 1 Tess 2:18 **2:10** en met alle verleiding van onrecht voor hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aannamen om gered te worden. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | πάσῃ (pase) = alle | ἀπάτῃ (apate) = verleiding | ἀδικίας (adikias) = van onrecht | τοῖς (tois) = aan de | ἀπολλυμένοις (apollymenois) = verloren gaanden | ἀνθ’ (anth’) = in plaats van | ὧν (hon) = wat | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | τῆς (tes) = van de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | οὐκ (ouk) = niet | ἐδέξαντο (edexanto) = namen zij aan | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | σωθῆναι (sothenai) = gered worden | αὐτούς (autous) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπάτη (apate), ‘verleiding’: bedrog; ἀδικία (adikia), ‘onrecht’. ἀπόλλυμι (apollymi), ‘verloren gaan’. ‘De liefde voor de waarheid’: het Grieks heeft ‘de liefde van de waarheid’. **2:11** En daarom stuurt Elohim hun een werking van dwaling, zodat zij de leugen geloven, Brontekst: καὶ (kai) = en | διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | πέμπει (pempei) = stuurt | αὐτοῖς (autois) = aan hen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐνέργειαν (energeian) = werking | πλάνης (planes) = van dwaling | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | πιστεῦσαι (pisteusai) = geloven | αὐτοὺς (autous) = hen | τῷ (to) = de | ψεύδει (pseudei) = leugen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνέργεια πλάνης (energeia planes), ‘werking van dwaling’: een werkende kracht die tot dwaling leidt. Het Grieks zegt dat Elohim dit stuurt. Vergelijk 1 Kon. 22:22–23, waar Yahweh een leugengeest geeft in de mond van profeten, en Ezech. 14:9. De zin loopt door in vers 12. Voetnoot : Zie ook 1 Kon. 22:22–23; Ezech. 14:9. Zie ook: 1 Kon 22:22–23; Ezech 14:9; 2 Tess 2:12 **2:12** opdat allen geoordeeld worden die de waarheid niet hebben geloofd, maar behagen hebben gehad in het onrecht. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | κριθῶσιν (krithosin) = geoordeeld worden | πάντες (pantes) = allen | οἱ (hoi) = de | μὴ (me) = niet | πιστεύσαντες (pisteusantes) = geloofd hebbenden | τῇ (te) = de | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid | ἀλλὰ (alla) = maar | εὐδοκήσαντες (eudokesantes) = behagen gehad hebbend | τῇ (te) = in het | ἀδικίᾳ (adikia) = onrecht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίνω (krino), ‘oordelen’. εὐδοκέω (eudokeo), ‘behagen hebben’: dit is hetzelfde woord als in 1 Tess. 2:8 en 3:1, daar ‘bereid zijn’; hier is het ‘behagen scheppen in’. Zie ook: 1 Tess 2:8; 1 Tess 3:1 ### Uitverkoren tot redding **2:13** Maar wij zijn verplicht Elohim altijd voor jullie te danken, broers die door de Heer geliefd zijn. Want Elohim heeft jullie als eersteling gekozen tot redding, in heiliging door de Geest en in geloof in de waarheid. Brontekst: Ἡμεῖς (Hemeis) = wij | δὲ (de) = maar | ὀφείλομεν (opheilomen) = zijn verplicht | εὐχαριστεῖν (eucharistein) = te danken | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | πάντοτε (pantote) = altijd | περὶ (peri) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀδελφοὶ (adelphoi) = broers | ἠγαπημένοι (egapemenoi) = geliefd | ὑπὸ (hypo) = door | κυρίου (kyriou) = de Heer | ὅτι (hoti) = omdat | εἵλατο (heilato) = koos | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἀπαρχὴν (aparchen) = eersteling | εἰς (eis) = tot | σωτηρίαν (soterian) = redding | ἐν (en) = in | ἁγιασμῷ (hagiasmo) = heiliging | πνεύματος (pneumatos) = van de Geest | καὶ (kai) = en | πίστει (pistei) = geloof | ἀληθείας (aletheias) = van waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: het eerste deel van de oogst. ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’. πνεῦμα (pneuma): wij lezen ‘de Geest’ (van Elohim); het Grieks kan ook ‘geest’ betekenen. ἁγιασμῷ πνεύματος staat letterlijk als ‘heiliging van (de) Geest’; wij schrijven ‘door de Geest’. ὑπὸ κυρίου (hypo kyriou), ‘door de Heer’: Yeshua; in 1 Tess. 1:4 staat ‘door Elohim’. ἀδελφοί: zie 1:3. Voetnoot Lezing: Voor ‘eersteling’ (ἀπαρχήν, aparchen) verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tess 1:4 **2:14** Daartoe heeft Hij jullie geroepen door onze goede boodschap: om de heerlijkheid van onze Heer Yeshua de Messias te verkrijgen. Brontekst: εἰς (eis) = tot | ὃ (ho) = wat | ἐκάλεσεν (ekalesen) = riep Hij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | εὐαγγελίου (euangeliou) = goede boodschap | ἡμῶν (hemon) = onze | εἰς (eis) = tot | περιποίησιν (peripoiesin) = verwerving | δόξης (doxes) = van heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καλέω (kaleo), ‘roepen’. περιποίησις (peripoiesis), ‘verwerving’: het verkrijgen; zie 1 Tess. 5:9. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’. Voetnoot : Zie ook 1 Tess. 5:9. Zie ook: 1 Tess 5:9 ### Blijf vaststaan **2:15** Sta dus vast, broers, en houd vast aan de overleveringen waarin jullie onderwezen zijn, hetzij door een woord, hetzij door een brief van ons. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | οὖν (oun) = dan | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | στήκετε (stekete) = staat vast | καὶ (kai) = en | κρατεῖτε (krateite) = houdt vast aan | τὰς (tas) = de | παραδόσεις (paradoseis) = overleveringen | ἃς (has) = die | ἐδιδάχθητε (edidachthete) = onderwezen werden jullie | εἴτε (eite) = hetzij | διὰ (dia) = door | λόγου (logou) = woord | εἴτε (eite) = hetzij | δι’ (di’) = door | ἐπιστολῆς (epistoles) = brief | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στήκω (steko), ‘vaststaan’: zie 1 Tess. 3:8. κρατέω (krateo), ‘vasthouden’. παράδοσις (paradosis), ‘overlevering’: wat is doorgegeven en onderwezen. Zij zijn onderwezen ‘door een woord’ (mondeling) of ‘door een brief’. Zie ook: 1 Tess 3:8 **2:16** Onze Heer Yeshua de Messias zelf en Elohim, onze Vader, die ons heeft liefgehad en ons in genade eeuwige bemoediging en goede hoop heeft gegeven, Brontekst: Αὐτὸς (Autos) = Hijzelf | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | Χριστὸς (Christos) = Messias | καὶ (kai) = en | θεὸς (theos) = Elohim | ὁ (ho) = de | πατὴρ (pater) = Vader | ἡμῶν (hemon) = onze | ὁ (ho) = die | ἀγαπήσας (agapesas) = liefgehad hebbende | ἡμᾶς (hemas) = ons | καὶ (kai) = en | δοὺς (dous) = gegeven hebbende | παράκλησιν (paraklesin) = bemoediging | αἰωνίαν (aionian) = eeuwige | καὶ (kai) = en | ἐλπίδα (elpida) = hoop | ἀγαθὴν (agathen) = goede | ἐν (en) = in | χάριτι (chariti) = genade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παράκλησις (paraklesis), ‘bemoediging’: ook ‘troost, aansporing’, zie 1 Tess. 2:3. ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’. De werkwoordsvorm in vers 17 staat in het enkelvoud bij twee onderwerpen, de Heer Yeshua en Elohim, zoals in 1 Tess. 3:11. ὁ ἀγαπήσας (ho agapesas), ‘die ons heeft liefgehad’, en δούς (dous), ‘gegeven heeft’, staan in het enkelvoud en horen dus bij Elohim, de Vader. De Griekse zin loopt door in vers 17. Voetnoot : Zie ook 1 Tess. 3:11. Zie ook: 1 Tess 2:3; 1 Tess 3:11; 2 Tess 2:17 **2:17** moge jullie harten bemoedigen en versterken in elk goed werk en woord. Brontekst: παρακαλέσαι (parakalesai) = moge bemoedigen | ὑμῶν (hymon) = jullie | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | καὶ (kai) = en | στηρίξαι (sterixai) = moge versterken | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = elk | ἔργῳ (ergo) = werk | καὶ (kai) = en | λόγῳ (logo) = woord | ἀγαθῷ (agatho) = goed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’; στηρίζω (sterizo), ‘versterken’: zie 1 Tess. 3:2. Zie ook: 1 Tess 3:2 ## 2 Tessalonicenzen 3 _Gebed om voorspraak, ordeloos leven en werk, en de slotgroet_ ### Bid voor ons **3:1** Verder, broers, bid voor ons, dat het woord van de Heer zich snel verspreidt en verheerlijkt wordt, zoals ook bij jullie, Brontekst: Τὸ (To) = het | λοιπὸν (loipon) = overige | προσεύχεσθε (proseuchesthe) = bidt | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | περὶ (peri) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | ἵνα (hina) = opdat | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | τρέχῃ (treche) = rent | καὶ (kai) = en | δοξάζηται (doxazetai) = wordt verheerlijkt | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ λοιπόν (to loipon), ‘verder’. τρέχω (trecho), ‘rennen’: het woord ‘rent’, het gaat snel van plaats naar plaats; vergelijk Ps. 147:15: ‘zeer snel loopt Zijn woord’. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’. λόγος τοῦ κυρίου (logos tou kyriou), ‘het woord van de Heer’: zie 1 Tess. 1:8. De zin loopt door in vers 2. Voetnoot : Zie ook Ps. 147:15; 1 Tess. 1:8. Zie ook: Ps 147:15; 1 Tess 1:8; 2 Tess 3:2 **3:2** en dat wij bevrijd worden van verkeerde en kwade mensen. Want het geloof is niet van allen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἵνα (hina) = opdat | ῥυσθῶμεν (rhysthomen) = wij worden bevrijd | ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = de | ἀτόπων (atopon) = verkeerde | καὶ (kai) = en | πονηρῶν (poneron) = kwade | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | πάντων (panton) = van allen | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ῥύομαι (rhyomai), ‘bevrijden’: zie 1 Tess. 1:10. ἄτοπος (atopos), ‘verkeerd’: eigenlijk ‘ongepast, niet op zijn plaats’. πονηρός (poneros), ‘kwaad’. οὐ πάντων ἡ πίστις (ou panton he pistis), ‘het geloof is niet van allen’: niet allen hebben het geloof. Zie ook: 1 Tess 1:10 **3:3** Maar trouw is de Heer, die jullie zal versterken en bewaren voor de boze. Brontekst: πιστὸς (pistos) = trouw | δέ (de) = maar | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ὃς (hos) = die | στηρίξει (sterixei) = zal versterken | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | φυλάξει (phylaxei) = zal bewaren | ἀπὸ (apo) = voor | τοῦ (tou) = de | πονηροῦ (ponerou) = boze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστός (pistos), ‘trouw’: zie 1 Tess. 5:24. ‘De Heer’ is hier Yeshua; zie ook de verzen 5 en 16. στηρίζω (sterizo), ‘versterken’; φυλάσσω (fylasso), ‘bewaren’. ἀπὸ τοῦ πονηροῦ (apo tou ponerou), ‘voor de boze’: het Griekse woord kan ‘de boze’ of ‘het kwade’ betekenen; in Matt. 6:13 vertalen wij hetzelfde woord met ‘de boze’. Voetnoot : Zie ook Matt. 6:13. Zie ook: Mat 6:13; 1 Tess 5:24 **3:4** Wij hebben in de Heer het vertrouwen over jullie dat jullie doen, en zullen doen, wat wij opdragen. Brontekst: πεποίθαμεν (pepoithamen) = hebben vertrouwen wij | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | ἐφ’ (eph’) = over | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὅτι (hoti) = dat | ἃ (ha) = wat | παραγγέλλομεν (parangellomen) = wij dragen op | καὶ (kai) = ook | ποιεῖτε (poieite) = doen jullie | καὶ (kai) = en | ποιήσετε (poiesete) = zullen doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πείθω (peitho), ‘vertrouwen’: het perfect πεποίθαμεν betekent ‘wij zijn overtuigd en vertrouwen’. Wij gebruiken dezelfde zin als in Gal. 5:10. παραγγέλλω (parangello), ‘opdragen’: zie 1 Tess. 4:11. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:10; 1 Tess. 4:11. Zie ook: Gal 5:10; 1 Tess 4:11 **3:5** Moge de Heer jullie harten richten op de liefde van Elohim en op de volharding van de Messias. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | κύριος (kyrios) = Heer | κατευθύναι (kateuthynai) = moge richten | ὑμῶν (hymon) = jullie | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | ὑπομονὴν (hypomonen) = volharding | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατευθύνω (kateuthyno), ‘richten’: zie 1 Tess. 3:11. ‘De liefde van Elohim’ kan Elohims liefde voor ons zijn of onze liefde voor Elohim. ‘De volharding van de Messias’ kan de volharding zijn die de Messias toont of de volharding waarmee men op Hem wacht. De Griekse genitieven laten beide toe; wij houden de woorden zoals ze zijn. Zie ook: 1 Tess 3:11 ### Werk en ordeloos leven **3:6** Wij dragen jullie op, broers, in de naam van onze Heer Yeshua de Messias. Onttrek jullie aan iedere broer die ordeloos wandelt en niet volgens de overlevering die zij van ons ontvangen hebben. Brontekst: Παραγγέλλομεν (Parangellomen) = dragen wij op | δὲ (de) = maar | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ἐν (en) = in | ὀνόματι (onomati) = naam | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias | στέλλεσθαι (stellesthai) = zich te onttrekken | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀπὸ (apo) = van | παντὸς (pantos) = elke | ἀδελφοῦ (adelphou) = broer | ἀτάκτως (ataktos) = ordeloos | περιπατοῦντος (peripatountos) = wandelende | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | κατὰ (kata) = volgens | τὴν (ten) = de | παράδοσιν (paradosin) = overlevering | ἣν (hen) = die | παρελάβοσαν (parelabosan) = zij ontvingen | παρ’ (par’) = van | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στέλλομαι (stellomai), ‘zich onttrekken’: letterlijk ‘zich terugtrekken’, afstand nemen. ἀτάκτως (ataktos), ‘ordeloos’: zie 1 Tess. 5:14. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zie 1 Tess. 2:12. παράδοσις (paradosis), ‘overlevering’: zie 2:15. Het Grieks heeft ‘zij ontvingen’ (meervoud) bij ‘iedere broer’; wij laten dat staan. Wij hebben de zin gesplitst; het Grieks heeft één zin. Voetnoot Lezing: Voor ‘zij ontvingen’ (παρελάβοσαν, parelabosan) verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tess 2:12; 1 Tess 5:14 **3:7** Want jullie weten zelf hoe jullie ons moeten navolgen: wij zijn niet ordeloos geweest onder jullie. Brontekst: αὐτοὶ (autoi) = zelf | γὰρ (gar) = want | οἴδατε (oidate) = weten jullie | πῶς (pos) = hoe | δεῖ (dei) = het moet | μιμεῖσθαι (mimeisthai) = navolgen | ἡμᾶς (hemas) = ons | ὅτι (hoti) = omdat | οὐκ (ouk) = niet | ἠτακτήσαμεν (etaktesamen) = waren ordeloos | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μιμέομαι (mimeomai), ‘navolgen’: zie ook vers 9. ἀτακτέω (ataktoo), ‘ordeloos zijn’: bij ἀτάκτως, vers 6. Zie ook: 2 Tess 3:6; 2 Tess 3:9 **3:8** Wij hebben ook bij niemand om niet brood gegeten. Met moeite en zware arbeid hebben wij nacht en dag gewerkt, om niemand van jullie tot last te zijn. Brontekst: οὐδὲ (oude) = ook niet | δωρεὰν (dorean) = om niet | ἄρτον (arton) = brood | ἐφάγομεν (ephagomen) = aten wij | παρά (para) = van | τινος (tinos) = iemand | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | κόπῳ (kopo) = moeite | καὶ (kai) = en | μόχθῳ (mochtho) = zware arbeid | νυκτὸς (nyktos) = nacht | καὶ (kai) = en | ἡμέρας (hemeras) = dag | ἐργαζόμενοι (ergazomenoi) = werkend | πρὸς (pros) = om | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | ἐπιβαρῆσαί (epibaresai) = tot last zijn | τινα (tina) = iemand | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δωρεάν (dorean), ‘om niet’: gratis. κόπος (kopos), ‘moeite’ en μόχθος (mochthos), ‘zware arbeid’: zie 1 Tess. 2:9. ἐπιβαρέω (epibareo), ‘tot last zijn’. Voetnoot : Zie ook 1 Tess. 2:9; Hand. 18:3; Hand. 20:34. Zie ook: Hand 18:3; Hand 20:34; 1 Tess 2:9 **3:9** Niet omdat wij het recht niet hebben, maar om onszelf als voorbeeld aan jullie te geven, zodat jullie ons navolgen. Brontekst: οὐχ (ouch) = niet | ὅτι (hoti) = dat | οὐκ (ouk) = niet | ἔχομεν (echomen) = hebben wij | ἐξουσίαν (exousian) = recht | ἀλλ’ (all’) = maar | ἵνα (hina) = opdat | ἑαυτοὺς (heautous) = onszelf | τύπον (typon) = voorbeeld | δῶμεν (domen) = wij geven | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | μιμεῖσθαι (mimeisthai) = navolgen | ἡμᾶς (hemas) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξουσία (exousia), ‘recht’: ook ‘gezag, macht’. Hier gaat het om het recht om van de gemeente te leven; vergelijk Luc. 10:7: ‘de arbeider is zijn loon waard’. τύπος (typos), ‘voorbeeld’: zie 1 Tess. 1:7. Voetnoot : Zie ook Luc. 10:7; 1 Kor. 9:14; 1 Tess. 1:7. Zie ook: Luc 10:7; 1 Tess 1:7; 1 Kor 9:14 **3:10** Want ook toen wij bij jullie waren, droegen wij jullie dit op: „Als iemand niet wil werken, laat hij dan ook niet eten.” Brontekst: καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | ὅτε (hote) = toen | ἦμεν (emen) = waren wij | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | τοῦτο (touto) = dit | παρηγγέλλομεν (parengellomen) = droegen wij op | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ὅτι (hoti) = dat | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | οὐ (ou) = niet | θέλει (thelei) = wil | ἐργάζεσθαι (ergazesthai) = werken | μηδὲ (mede) = evenmin | ἐσθιέτω (esthieto) = laat hij eten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραγγέλλω (parangello), ‘opdragen’: het Griekse imperfect παρηγγέλλομεν (parengellomen) laat zien dat zij dit herhaaldelijk zeiden. Wij zetten de woorden tussen aanhalingstekens, omdat Paulus ze als eerder gegeven opdracht aanhaalt. **3:11** Want wij horen dat sommigen onder jullie ordeloos wandelen: zij werken niets, maar bemoeien zich met alles. Brontekst: ἀκούομεν (akouomen) = horen wij | γάρ (gar) = want | τινας (tinas) = sommigen | περιπατοῦντας (peripatountas) = wandelende | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἀτάκτως (ataktos) = ordeloos | μηδὲν (meden) = niets | ἐργαζομένους (ergazomenous) = werkenden | ἀλλὰ (alla) = maar | περιεργαζομένους (periergazomenous) = zich bemoeiende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιεργάζομαι (periergazomai), ‘zich bemoeien’: eigenlijk ‘rondwerken’, bezig zijn met allerlei zaken behalve het eigen werk. Het Grieks speelt met woorden: ‘niets werkend’ (μηδὲν ἐργαζομένους) en ‘rondwerkend’ (περιεργαζομένους); dat spel is in het Nederlands niet na te bootsen. **3:12** Zulke mensen dragen wij op en sporen wij aan, in de Heer Yeshua de Messias, om rustig te werken en hun eigen brood te eten. Brontekst: τοῖς (tois) = aan de | δὲ (de) = maar | τοιούτοις (toioutois) = zulke | παραγγέλλομεν (parangellomen) = dragen wij op | καὶ (kai) = en | παρακαλοῦμεν (parakaloumen) = sporen wij aan | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστῷ (Christo) = Messias | ἵνα (hina) = opdat | μετὰ (meta) = met | ἡσυχίας (hesychias) = rust | ἐργαζόμενοι (ergazomenoi) = werkend | τὸν (ton) = het | ἑαυτῶν (heauton) = hun eigen | ἄρτον (arton) = brood | ἐσθίωσιν (esthiosin) = zij eten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡσυχία (hesychia), ‘rust’: stilte en kalmte, tegenover onrust. ‘Hun eigen brood eten’: zelf voor hun levensonderhoud zorgen; vergelijk 1 Tess. 4:11. Voetnoot : Zie ook 1 Tess. 4:11. Zie ook: 1 Tess 4:11 **3:13** Maar jullie, broers, word niet moedeloos in het goede doen. Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | δέ (de) = maar | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μὴ (me) = niet | ἐγκακήσητε (enkakesete) = word moedeloos | καλοποιοῦντες (kalopoiountes) = goeddoende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκακέω (enkakeo), ‘moedeloos worden’: het opgeven. καλοποιέω (kalopoieo), ‘het goede doen’: een zeldzaam woord, ‘het schone/goede doen’. **3:14** Als iemand niet gehoorzaamt aan ons woord door deze brief, merk hem dan aan en houd geen omgang met hem, opdat hij beschaamd wordt. Brontekst: Εἰ (Ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | οὐχ (ouch) = niet | ὑπακούει (hypakouei) = gehoorzaamt | τῷ (to) = aan het | λόγῳ (logo) = woord | ἡμῶν (hemon) = ons | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | ἐπιστολῆς (epistoles) = brief | τοῦτον (touton) = hem | σημειοῦσθε (semeiousthe) = merkt aan | μὴ (me) = niet | συναναμίγνυσθαι (synanamignysthai) = omgang te hebben | αὐτῷ (auto) = met hem | ἵνα (hina) = opdat | ἐντραπῇ (entrape) = beschaamd wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σημειόω (semeioo), ‘aanmerken’: een teken zetten bij, markeren. συναναμίγνυμι (synanamignymi), ‘omgang hebben’: zich met iemand vermengen. ἐντρέπομαι (entrepomai), ‘beschaamd worden’. διὰ τῆς ἐπιστολῆς (dia tes epistoles), ‘door de brief’: de woordgroep kan bij ‘ons woord’ horen (het woord in deze brief) of bij ‘gehoorzaamt’. **3:15** Beschouw hem niet als een vijand, maar vermaan hem als een broer. Brontekst: καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ὡς (hos) = als | ἐχθρὸν (echthron) = vijand | ἡγεῖσθε (hegeisthe) = beschouwt | ἀλλὰ (alla) = maar | νουθετεῖτε (noutheteite) = vermaant | ὡς (hos) = als | ἀδελφόν (adelphon) = broer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐχθρός (echthros), ‘vijand’; νουθετέω (noutheteo), ‘vermanen’: zie 1 Tess. 5:12. Zie ook: 1 Tess 5:12 ### Slotgroet **3:16** Moge Hijzelf, de Heer van de vrede, jullie voortdurend de vrede geven, op elke manier. De Heer zij met jullie allen. Brontekst: Αὐτὸς (Autos) = Hijzelf | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | τῆς (tes) = van de | εἰρήνης (eirenes) = vrede | δῴη (doe) = moge geven | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | τὴν (ten) = de | εἰρήνην (eirenen) = vrede | διὰ (dia) = door | παντὸς (pantos) = alles | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = elke | τρόπῳ (tropo) = manier | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ κύριος τῆς εἰρήνης (ho kyrios tes eirenes), ‘de Heer van de vrede’: in 1 Tess. 5:23 staat ‘de Elohim van de vrede’. Wij schrijven hier ‘de Heer’ en bedoelen Yeshua. διὰ παντός (dia pantos), ‘voortdurend’: ‘door alles heen’, altijd. τρόπος (tropos), ‘manier’. Zie ook: 1 Tess 5:23 **3:17** De groet, met mijn eigen hand, van Paulus. Dit is het teken in elke brief; zo schrijf ik. Brontekst: Ὁ (Ho) = de | ἀσπασμὸς (aspasmos) = groet | τῇ (te) = met de | ἐμῇ (eme) = mijn eigen | χειρὶ (cheiri) = hand | Παύλου (Paulou) = van Paulus | ὅ (ho) = wat | ἐστιν (estin) = is | σημεῖον (semeion) = teken | ἐν (en) = in | πάσῃ (pase) = elke | ἐπιστολῇ (epistole) = brief | οὕτως (houtos) = zo | γράφω (grapho) = schrijf ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσπασμός (aspasmos), ‘groet’. ‘Met mijn eigen hand’: de groet is door Paulus zelf geschreven, als kenmerk (σημεῖον, semeion, ‘teken’) in elke brief. Paulus zegt hier ‘ik’, zoals in 1 Tess. 5:27. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:11; 1 Tess. 5:27. Zie ook: Gal 6:11; 1 Tess 5:27 **3:18** De genade van onze Heer Yeshua de Messias zij met jullie allen. Brontekst: ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’. Het Grieks heeft geen werkwoord; wij vullen ‘zij’ aan, omdat het een wens is. Vergelijk 1 Tess. 5:28, waar ‘met jullie’ staat; hier ‘met jullie allen’. Zie ook: 1 Tess 5:28