# 2 Petrus (Πέτρου Β, Petrou II) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## 2 Petrus 1 _Aanhef; groeien in het geloof; ooggetuigen; het profetische woord_ ### Aanhef **1:1** Simeon Petrus, knecht en apostel van Yeshua de Messias, aan hen die een geloof hebben ontvangen dat even kostbaar is als het onze, in de gerechtigheid van onze Elohim en Redder, Yeshua de Messias: Brontekst: Συμεὼν (Symeon) = Simeon | Πέτρος (Petros) = Petrus | δοῦλος (doulos) = knecht | καὶ (kai) = en | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | τοῖς (tois) = aan hen die | ἰσότιμον (isotimon) = even kostbaar | ἡμῖν (hemin) = als aan ons | λαχοῦσιν (lachousin) = ontvangen hebben | πίστιν (pistin) = geloof | ἐν (en) = in | δικαιοσύνῃ (dikaiosyne) = gerechtigheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | σωτῆρος (soteros) = Redder | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Συμεών (Symeon), ‘Simeon’: de Hebreeuwse vorm van de naam Simon; zo noemt Jakobus Petrus in Hand. 15:14. δοῦλος (doulos), ‘knecht’. ἰσότιμος (isotimos), ‘even kostbaar’: van gelijke waarde. λαγχάνω (lagchano), ‘ontvangen’: wat iemand ten deel valt. ‘Van onze Elohim en Redder, Yeshua de Messias’: in het Grieks staat één lidwoord bij beide titels. Dat kan betekenen dat beide titels voor Yeshua gelden, of dat Elohim en Yeshua de Messias twee personen zijn; dezelfde zinsbouw staat in Tit. 2:13. Wij zetten een komma voor ‘Yeshua de Messias’. Voetnoot Lezing: Bij ‘Simeon’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 15:14; Tit. 2:13. Zie ook: Hand 15:14; Tit 2:13 **1:2** Moge genade en vrede bij jullie toenemen, in de volle kennis van Elohim en van Yeshua, onze Heer. Brontekst: χάρις (charis) = genade | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | πληθυνθείη (plethyntheie) = moge toenemen | ἐν (en) = in | ἐπιγνώσει (epignosei) = volle kennis | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De groet lijkt op die van 1 Petr. 1:2. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’: nauwkeurige, volledige kennis; wij houden dit woord in heel de brief (1:3, 1:8, 2:20). Voetnoot : Zie ook 1 Petr. 1:2; Jud. 2. Zie ook: 1 Petr 1:2 ### Goddelijke kracht en kostbare beloften **1:3** Omdat Zijn goddelijke kracht ons alles heeft geschonken wat tot leven en vroomheid dient, door de volle kennis van Hem die ons geroepen heeft door eigen heerlijkheid en deugd, Brontekst: Ὡς (Hos) = omdat | πάντα (panta) = alles | ἡμῖν (hemin) = aan ons | τῆς (tes) = van de | θείας (theias) = goddelijke | δυνάμεως (dynameos) = kracht | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τὰ (ta) = wat | πρὸς (pros) = tot | ζωὴν (zoen) = leven | καὶ (kai) = en | εὐσέβειαν (eusebeian) = vroomheid | δεδωρημένης (dedoremenes) = geschonken heeft | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | ἐπιγνώσεως (epignoseos) = volle kennis | τοῦ (tou) = van de | καλέσαντος (kalesantos) = geroepen hebbende | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἰδίᾳ (idia) = door eigen | δόξῃ (doxe) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | ἀρετῇ (arete) = deugd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεῖος (theios), ‘goddelijk’: van Elohim afkomstig. δωρέομαι (doreomai), ‘schenken’. εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’: eerbied voor Elohim in het leven. ἀρετή (arete), ‘deugd’: uitmuntendheid; zie 1 Petr. 2:9. ‘Zijn’ en ‘Hem die ons geroepen heeft’ kunnen op Yeshua of op Elohim wijzen; het Grieks zegt het niet. Voetnoot Lezing: Bij ‘eigen heerlijkheid en deugd’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Petr 2:9 **1:4** zijn ons daardoor de kostbare en grootste beloften geschonken. Zo kunnen jullie door die beloften deelgenoten worden van de goddelijke natuur, nadat jullie de vergankelijkheid ontvlucht zijn die door begeerte in de wereld is. Brontekst: δι’ (di’) = door | ὧν (hon) = wie | τὰ (ta) = de | τίμια (timia) = kostbare | καὶ (kai) = en | μέγιστα (megista) = grootste | ἡμῖν (hemin) = aan ons | ἐπαγγέλματα (epangelmata) = beloften | δεδώρηται (dedoretai) = zijn geschonken | ἵνα (hina) = opdat | διὰ (dia) = door | τούτων (touton) = deze | γένησθε (genesthe) = jullie worden | θείας (theias) = goddelijke | κοινωνοὶ (koinonoi) = deelgenoten | φύσεως (physeos) = natuur | ἀποφυγόντες (apophygontes) = ontvlucht zijnd | τῆς (tes) = aan de | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | κόσμῳ (kosmo) = wereld | ἐν (en) = door | ἐπιθυμίᾳ (epithymia) = begeerte | φθορᾶς (phthoras) = vergankelijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπάγγελμα (epangelma), ‘belofte’: een toegezegde gave. κοινωνός (koinonos), ‘deelgenoot’. φύσις (fysis), ‘natuur’: wat het wezen van iets bepaalt. ‘Deelgenoten van de goddelijke natuur’ staat alleen hier; het Grieks zegt niet hoe ver die deelname gaat. φθορά (fthora), ‘vergankelijkheid’: zoals in 1 Kor. 15:42; het woord keert terug in 2:12 en 2:19. ἀποφεύγω (apofeugo), ‘ontvluchten’: ook in 2:18 en 2:20. Voetnoot Lezing: Bij ‘kostbare’, ‘ons’, ‘aan de’ en bij ‘vergankelijkheid’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 15:42. Zie ook: 1 Kor 15:42 ### Groei in het geloof **1:5** Juist daarom: doe alle moeite en voeg bij jullie geloof de deugd toe, bij de deugd de kennis, Brontekst: καὶ (kai) = en | αὐτὸ (auto) = juist | τοῦτο (touto) = dit | δὲ (de) = maar | σπουδὴν (spouden) = inspanning | πᾶσαν (pasan) = alle | παρεισενέγκαντες (pareisenenkantes) = inbrengend | ἐπιχορηγήσατε (epichoregesate) = voeg toe | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = het | πίστει (pistei) = geloof | ὑμῶν (hymon) = van jullie | τὴν (ten) = de | ἀρετήν (areten) = deugd | ἐν (en) = bij | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = de | ἀρετῇ (arete) = deugd | τὴν (ten) = de | γνῶσιν (gnosin) = kennis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπουδή (spoude), ‘inspanning’: ijver. παρεισφέρω (pareisfero), ‘inbrengen’. ἐπιχορηγέω (epichoregeo), ‘toevoegen’: ruimhartig voorzien. De lijst telt acht schakels: geloof, deugd, kennis, zelfbeheersing, volharding, vroomheid, broederliefde, liefde. **1:6** bij de kennis de zelfbeheersing, bij de zelfbeheersing de volharding, bij de volharding de vroomheid, Brontekst: ἐν (en) = bij | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = de | γνώσει (gnosei) = kennis | τὴν (ten) = de | ἐγκράτειαν (enkrateian) = zelfbeheersing | ἐν (en) = bij | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = de | ἐγκρατείᾳ (enkrateia) = zelfbeheersing | τὴν (ten) = de | ὑπομονήν (hypomonen) = volharding | ἐν (en) = bij | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = de | ὑπομονῇ (hypomone) = volharding | τὴν (ten) = de | εὐσέβειαν (eusebeian) = vroomheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκράτεια (egkrateia), ‘zelfbeheersing’: zoals in Gal. 5:23. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’; εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:22–23. Zie ook: Gal 5:22–23; Gal 5:23 **1:7** bij de vroomheid de broederliefde, bij de broederliefde de liefde. Brontekst: ἐν (en) = bij | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = de | εὐσεβείᾳ (eusebeia) = vroomheid | τὴν (ten) = de | φιλαδελφίαν (philadelphian) = broederliefde | ἐν (en) = bij | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = de | φιλαδελφίᾳ (philadelphia) = broederliefde | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλαδελφία (filadelfia), ‘broederliefde’: liefde voor broers en zusters in het geloof; zie 1 Petr. 1:22. ἀγάπη (agape), ‘liefde’. Voetnoot : Zie ook 1 Petr. 1:22. Zie ook: 1 Petr 1:22 **1:8** Want als deze dingen bij jullie aanwezig zijn en toenemen, maken zij jullie niet werkeloos en niet onvruchtbaar met het oog op de volle kennis van onze Heer Yeshua de Messias. Brontekst: ταῦτα (tauta) = deze dingen | γὰρ (gar) = want | ὑμῖν (hymin) = bij jullie | ὑπάρχοντα (hyparchonta) = aanwezig zijnd | καὶ (kai) = en | πλεονάζοντα (pleonazonta) = toenemend | οὐκ (ouk) = niet | ἀργοὺς (argous) = werkeloos | οὐδὲ (oude) = noch | ἀκάρπους (akarpous) = onvruchtbaar | καθίστησιν (kathistesin) = maken zij | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ἐπίγνωσιν (epignosin) = volle kennis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλεονάζω (pleonazo), ‘toenemen’. ἀργός (argos), ‘werkeloos’: zoals ἀργή in Jak. 2:20. ἄκαρπος (akarpos), ‘onvruchtbaar’. ἐπίγνωσις: zie vers 2. Voetnoot : Zie ook Jak. 2:20. Zie ook: Jak 2:20; 2 Petr 1:2 **1:9** Want wie deze dingen niet heeft, is blind en bijziend: hij is de reiniging van zijn vroegere zonden vergeten. Brontekst: ᾧ (ho) = bij wie | γὰρ (gar) = want | μὴ (me) = niet | πάρεστιν (parestin) = aanwezig is | ταῦτα (tauta) = deze dingen | τυφλός (typhlos) = blind | ἐστιν (estin) = is | μυωπάζων (myopazon) = bijziend | λήθην (lethen) = vergetelheid | λαβὼν (labon) = ontvangen hebbend | τοῦ (tou) = van de | καθαρισμοῦ (katharismou) = reiniging | τῶν (ton) = van de | πάλαι (palai) = vroegere | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἁμαρτημάτων (hamartematon) = zonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μυωπάζω (myopazo), ‘bijziend zijn’; het woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier. λήθη (lethe), ‘vergetelheid’. καθαρισμός (katharismos), ‘reiniging’. πάλαι (palai), ‘vroeger’. Voetnoot Lezing: Bij ‘zonden’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. **1:10** Daarom, broers: span jullie des te meer in om jullie roeping en uitverkiezing vast te maken. Want als jullie dit doen, zullen jullie beslist nooit struikelen. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | μᾶλλον (mallon) = des te meer | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | σπουδάσατε (spoudasate) = span jullie in | βεβαίαν (bebaian) = vast | ὑμῶν (hymon) = van jullie | τὴν (ten) = de | κλῆσιν (klesin) = roeping | καὶ (kai) = en | ἐκλογὴν (eklogen) = uitverkiezing | ποιεῖσθαι (poieisthai) = te maken | ταῦτα (tauta) = dit | γὰρ (gar) = want | ποιοῦντες (poiountes) = doend | οὐ (ou) = beslist | μὴ (me) = niet | πταίσητέ (ptaisete) = jullie zult struikelen | ποτε (pote) = ooit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente (‘broers en zusters’). βέβαιος (bebaios), ‘vast’. κλῆσις (klesis), ‘roeping’ en ἐκλογή (eklogue), ‘uitverkiezing’. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. πταίω (ptaio), ‘struikelen’: zoals in Jak. 2:10 en 3:2. Voetnoot : Zie ook Jak. 2:10. Zie ook: Jak 2:10; Jak 3:2 **1:11** Want zo zal jullie rijkelijk de toegang worden verschaft tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Redder, Yeshua de Messias. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | γὰρ (gar) = want | πλουσίως (plousios) = rijkelijk | ἐπιχορηγηθήσεται (epichoregethesetai) = zal worden verschaft | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἡ (he) = de | εἴσοδος (eisodos) = toegang | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = het | αἰώνιον (aionion) = eeuwige | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | σωτῆρος (soteros) = Redder | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἴσοδος (eisodos), ‘toegang’: de weg naar binnen. ἐπιχορηγέω: zie vers 5; hier wordt de toegang ‘rijkelijk verschaft’. ‘Onze Heer en Redder, Yeshua de Messias’ staat met één lidwoord en betekent één persoon. Zie ook: 2 Petr 1:5 ### De herinnering van Petrus **1:12** Daarom zal ik er steeds op uit zijn jullie hieraan te herinneren, hoewel jullie het weten en bevestigd zijn in de waarheid die bij jullie is. Brontekst: Διὸ (Dio) = daarom | μελλήσω (melleso) = zal ik van plan zijn | ἀεὶ (aei) = altijd | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὑπομιμνῄσκειν (hypomimneskein) = te herinneren | περὶ (peri) = over | τούτων (touton) = deze dingen | καίπερ (kaiper) = hoewel | εἰδότας (eidotas) = wetend | καὶ (kai) = en | ἐστηριγμένους (esterigmenous) = bevestigd | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | παρούσῃ (parouse) = aanwezige | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπομιμνῄσκω (hypomimnesko), ‘herinneren’. παροῦσα ἀλήθεια (parousa aletheia), ‘de waarheid die bij jullie is’: de waarheid die jullie al hebben ontvangen. Voetnoot Lezing: Bij ‘ik zal van plan zijn’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. **1:13** Ik acht het terecht, zolang ik in deze tent ben, jullie wakker te schudden door herinnering, Brontekst: δίκαιον (dikaion) = rechtmatig | δὲ (de) = maar | ἡγοῦμαι (hegoumai) = ik acht | ἐφ’ (eph’) = zolang | ὅσον (hoson) = als | εἰμὶ (eimi) = ik ben | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = deze | τῷ (to) = de | σκηνώματι (skenomati) = tent | διεγείρειν (diegeirein) = wakker te schudden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = door | ὑπομνήσει (hypomnesei) = herinnering Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκήνωμα (skenoma), ‘tent’: beeld voor het lichaam, een tijdelijke woning; vergelijk 2 Kor. 5:1. διεγείρω (diegeiro), ‘wakker schudden’. ὑπόμνησις (hypomnesis), ‘herinnering’: ook in 3:1. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 5:1. Zie ook: 2 Kor 5:1 **1:14** want ik weet dat het afleggen van mijn tent spoedig komt, zoals ook onze Heer Yeshua de Messias mij duidelijk heeft gemaakt. Brontekst: εἰδὼς (eidos) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | ταχινή (tachine) = spoedig | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = de | ἀπόθεσις (apothesis) = afleggen | τοῦ (tou) = van de | σκηνώματός (skenomatos) = tent | μου (mou) = mijn | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἐδήλωσέν (edelosen) = heeft duidelijk gemaakt | μοι (moi) = aan mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόθεσις (apothesis), ‘afleggen’: het wegdoen van iets, hier van de ‘tent’. ταχινός (tachinos), ‘spoedig’: ook in 2:1. ἐδήλωσεν (edeloosen), ‘heeft duidelijk gemaakt’: het Grieks zegt niet wanneer of hoe de Heer dat deed. Vergelijk Joh. 21:18–19. Voetnoot : Zie ook Joh. 21:18–19. Zie ook: Joh 21:18–19 **1:15** Ik zal mij ook inspannen dat jullie telkens, na mijn heengaan, deze dingen in herinnering kunnen brengen. Brontekst: σπουδάσω (spoudaso) = ik zal mij inspannen | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | ἑκάστοτε (hekastote) = telkens | ἔχειν (echein) = dat hebben | ὑμᾶς (hymas) = jullie | μετὰ (meta) = na | τὴν (ten) = de | ἐμὴν (emen) = mijn | ἔξοδον (exodon) = heengaan | τὴν (ten) = de | τούτων (touton) = van deze dingen | μνήμην (mnemen) = herinnering | ποιεῖσθαι (poieisthai) = te maken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔξοδος (exodos), ‘heengaan’: letterlijk ‘uitgang’; ook het woord voor de uittocht uit Egypte. In Luc. 9:31 spreken Mozes en Elia over het ‘heengaan’ van Yeshua. Het Grieks zegt niet hoe Petrus ervoor zorgt dat zij zich blijven herinneren. Voetnoot : Zie ook Luc. 9:31. Zie ook: Luc 9:31 ### Ooggetuigen van Zijn grootheid **1:16** Want wij hebben jullie de kracht en de komst van onze Heer Yeshua de Messias niet bekendgemaakt door slim bedachte fabels te volgen. Wij zijn juist ooggetuigen van Zijn grootheid geworden. Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | γὰρ (gar) = want | σεσοφισμένοις (sesophismenois) = slim bedachte | μύθοις (mythois) = fabels | ἐξακολουθήσαντες (exakolouthesantes) = gevolgd hebbend | ἐγνωρίσαμεν (egnorisamen) = hebben wij bekendgemaakt | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | τὴν (ten) = de | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | δύναμιν (dynamin) = kracht | καὶ (kai) = en | παρουσίαν (parousian) = komst | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐπόπται (epoptai) = ooggetuigen | γενηθέντες (genethentes) = geworden zijnd | τῆς (tes) = van de | ἐκείνου (ekeinou) = van Hem | μεγαλειότητος (megaleiotetos) = grootheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μῦθος (mythos), ‘fabel’: een verzonnen verhaal. σοφίζω (sofizo), ‘slim bedenken’. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’; zoals in 1 Tess. 2:19. ἐπόπτης (epoptes), ‘ooggetuige’: iemand die met eigen ogen aanschouwd heeft. μεγαλειότης (megaleiotes), ‘grootheid’: zoals in Luc. 9:43. ‘Wij’: de schrijver en wie met hem bij Yeshua waren (vergelijk vers 18). Voetnoot : Zie ook Luc. 9:43; 1 Tess. 2:19. Zie ook: Luc 9:43; 1 Tess 2:19; 2 Petr 1:18 **1:17** Hij ontving immers van Elohim, de Vader, eer en heerlijkheid. Toen kwam er zo'n stem tot Hem vanuit de verheven heerlijkheid: **„Dit is Mijn Zoon, Mijn geliefde, in wie Ik behagen heb.”** Brontekst: λαβὼν (labon) = ontvangen hebbend | γὰρ (gar) = want | παρὰ (para) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | τιμὴν (timen) = eer | καὶ (kai) = en | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | φωνῆς (phones) = stem | ἐνεχθείσης (enechtheises) = gebracht zijnd | αὐτῷ (auto) = aan Hem | τοιᾶσδε (toiasde) = zo'n | ὑπὸ (hypo) = door | τῆς (tes) = de | μεγαλοπρεποῦς (megaloprepous) = verheven | δόξης (doxes) = heerlijkheid | Ὁ (Ho) = de | υἱός (huios) = Zoon | μου (mou) = Mijn | ὁ (ho) = de | ἀγαπητός (agapetos) = geliefde | μου (mou) = Mijn | οὗτός (houtos) = deze | ἐστιν (estin) = is | εἰς (eis) = in | ὃν (hon) = wie | ἐγὼ (ego) = Ik | εὐδόκησα (eudokesa) = behagen heb Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit verwijst naar de verheerlijking op de berg (Matt. 17:1–8; Mark. 9:2–8; Luc. 9:28–36). De stem is die van de Vader en staat daarom rood. Het Grieks heeft: ‘Mijn Zoon, Mijn geliefde, is deze, in wie Ik behagen heb’. De woorden doen denken aan Ps. 2:7 en Jes. 42:1. μεγαλοπρεπής (megaloprepes), ‘verheven’: een woord dat alleen hier staat. τοιᾶσδε (toiaside), ‘zo’n’: een stem van deze soort. Voetnoot Lezing: Bij ‘Dit’ (Ὁ), ‘is’ (ἐστιν) en bij ‘Zoon’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Matt. 17:5; Mark. 9:7; Luc. 9:35; Ps. 2:7; Jes. 42:1. Zie ook: Ps 2:7; Jes 42:1; Mat 17:1–8; Mat 17:5; Mar 9:2–8; Mar 9:7; Luc 9:28–36; Luc 9:35 **1:18** En deze stem hebben wij zelf gehoord, uit de hemel gebracht, toen wij met Hem op de heilige berg waren. Brontekst: καὶ (kai) = en | ταύτην (tauten) = deze | τὴν (ten) = de | φωνὴν (phonen) = stem | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἠκούσαμεν (ekousamen) = hebben gehoord | ἐξ (ex) = uit | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἐνεχθεῖσαν (enechtheisan) = gebracht | σὺν (syn) = met | αὐτῷ (auto) = Hem | ὄντες (ontes) = zijnd | ἐν (en) = op | τῷ (to) = de | ἁγίῳ (hagio) = heilige | ὄρει (orei) = berg Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De berg wordt niet bij naam genoemd; de evangeliën spreken van ‘een hoge berg’ (Matt. 17:1). Voetnoot Lezing: Bij ‘heilige berg’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Matt. 17:1; Mark. 9:2; Luc. 9:28. Zie ook: Mat 17:1; Mar 9:2; Luc 9:28 ### Het profetische woord **1:19** En wij hebben het profetische woord nog vaster. Jullie doen er goed aan daarop te letten, als op een lamp die schijnt op een duistere plaats. Dat doen jullie totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in jullie harten. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | βεβαιότερον (bebaioteron) = vaster | τὸν (ton) = het | προφητικὸν (prophetikon) = profetische | λόγον (logon) = woord | ᾧ (ho) = waarop | καλῶς (kalos) = goed | ποιεῖτε (poieite) = doen jullie | προσέχοντες (prosechontes) = lettend | ὡς (hos) = als | λύχνῳ (lychno) = op een lamp | φαίνοντι (phainonti) = schijnend | ἐν (en) = op | αὐχμηρῷ (auchmero) = duistere | τόπῳ (topo) = plaats | ἕως (heos) = totdat | οὗ (hou) = wanneer | ἡμέρα (hemera) = dag | διαυγάσῃ (diaugase) = aanbreekt | καὶ (kai) = en | φωσφόρος (phosphoros) = morgenster | ἀνατείλῃ (anateile) = opgaat | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | καρδίαις (kardiais) = harten | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βεβαιότερον (bebaioteron), ‘vaster’: het kan betekenen dat het profetische woord door wat de apostelen zagen is bevestigd, of dat wij het als nog vaster hebben dan dat wat zij zagen. λύχνος (lychnos), ‘lamp’. αὐχμηρός (auchmeros), ‘duister’: ook ‘somber’ of ‘droog’; het woord staat alleen hier. διαυγάζω (diaugazo), ‘aanbreken’: het licht dat doorbreekt. φωσφόρος (fosforos), ‘morgenster’: letterlijk ‘lichtbrenger’; vergelijk Num. 24:17: ‘Een ster stapt op uit Jakob’. ‘In jullie harten’ kan bij ‘opgaan’ of bij ‘letten’ horen; het Grieks laat dat open. Voetnoot : Zie ook Num. 24:17. Zie ook: Num 24:17 **1:20** Weet dit eerst: geen enkele profetie van de Schrift komt voort uit eigen uitleg. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | πρῶτον (proton) = eerst | γινώσκοντες (ginoskontes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | πᾶσα (pasa) = elke | προφητεία (propheteia) = profetie | γραφῆς (graphes) = van de Schrift | ἰδίας (idias) = van eigen | ἐπιλύσεως (epilyseos) = uitleg | οὐ (ou) = niet | γίνεται (ginetai) = wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπίλυσις (epilysis), ‘uitleg’: het verklaren; het verwante werkwoord staat in Mark. 4:34. ‘Eigen uitleg’ kan de uitleg van de profeet zelf zijn of die van de lezer; het Grieks zegt het niet. γίνεται (ginetai), ‘komt voort’: letterlijk ‘wordt’. Voetnoot : Zie ook Mark. 4:34. Zie ook: Mar 4:34 **1:21** Want nooit is een profetie voortgebracht door de wil van een mens, maar gedreven door de Heilige Geest hebben mensen vanuit Elohim gesproken. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | θελήματι (thelemati) = door wil | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | ἠνέχθη (enechthe) = is gebracht | προφητεία (propheteia) = profetie | ποτέ (pote) = ooit | ἀλλὰ (alla) = maar | ὑπὸ (hypo) = door | πνεύματος (pneumatos) = Geest | ἁγίου (hagiou) = Heilige | φερόμενοι (pheromenoi) = gedragen wordend | ἐλάλησαν (elalesan) = spraken | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ἄνθρωποι (anthropoi) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φέρω (fero), ‘dragen, brengen’: hetzelfde werkwoord als in vers 17 en 18 (‘gebracht’). φερόμενοι (feromenoi) betekent ‘gedreven’, zoals een schip door de wind wordt meegevoerd (Hand. 27:15). ἀπὸ θεοῦ (apo theou), ‘vanuit Elohim’. Voetnoot Lezing: Bij ‘profetie’, ‘ooit’ en bij ‘vanuit’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 3:16; Hand. 27:15. Zie ook: Hand 27:15; 2 Tim 3:16; 2 Petr 1:17; 2 Petr 1:18 ## 2 Petrus 2 _Valse leraars en het oordeel van Elohim_ ### Valse leraars **2:1** Maar er zijn ook valse profeten onder het volk opgetreden, zoals er ook onder jullie valse leraars zullen zijn. Zij zullen stiekem richtingen van verderf binnenbrengen en de Heerser verloochenen die hen gekocht heeft, en brengen zo een snel verderf over zichzelf. Brontekst: Ἐγένοντο (Egenonto) = zijn opgetreden | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | ψευδοπροφῆται (pseudoprophetai) = valse profeten | ἐν (en) = onder | τῷ (to) = het | λαῷ (lao) = volk | ὡς (hos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἔσονται (esontai) = zullen zijn | ψευδοδιδάσκαλοι (pseudodidaskaloi) = valse leraars | οἵτινες (hoitines) = die | παρεισάξουσιν (pareisaxousin) = stiekem zullen binnenbrengen | αἱρέσεις (haireseis) = richtingen | ἀπωλείας (apoleias) = van verderf | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | ἀγοράσαντα (agorasanta) = gekocht hebbende | αὐτοὺς (autous) = hen | δεσπότην (despoten) = Heerser | ἀρνούμενοι (arnoumenoi) = verloochenend | ἐπάγοντες (epagontes) = brengend | ἑαυτοῖς (heautois) = over zichzelf | ταχινὴν (tachinen) = snel | ἀπώλειαν (apoleian) = verderf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψευδοπροφήτης (pseudoprofetes), ‘valse profeet’; ψευδοδιδάσκαλος (pseudodidaskalos), ‘valse leraar’: dit woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier. αἵρεσις (hairesis), ‘richting’: zo vertalen wij het ook in Handelingen; ‘richtingen van verderf’ zijn richtingen die tot verderf leiden. παρεισάγω (pareisago), ‘stiekem binnenbrengen’: ongemerkt naar binnen halen. δεσπότης (despotes), ‘Heerser’: iemand met volledig gezag; Judas 4 heeft hetzelfde woord. ἀγοράζω (agorazo), ‘kopen’: het Grieks zegt niet uitdrukkelijk wie ‘de Heerser die hen gekocht heeft’ is. Vergelijk Deut. 32:6, ‘Is Hij niet je vader, die je verworven heeft?’, en 1 Kor. 6:20. ἀπώλεια (apoleia), ‘verderf’: ook in vers 3. Voetnoot : Zie ook Deut. 32:6; 1 Kor. 6:20; Jud. 4. Zie ook: Deut 32:6; 1 Kor 6:20; 2 Petr 2:3 **2:2** Velen zullen hun losbandigheden volgen, en om hen zal de weg van de waarheid gelasterd worden. Brontekst: καὶ (kai) = en | πολλοὶ (polloi) = velen | ἐξακολουθήσουσιν (exakolouthesousin) = zullen volgen | αὐτῶν (auton) = hun | ταῖς (tais) = de | ἀσελγείαις (aselgeiais) = losbandigheden | δι’ (di’) = om | οὓς (hous) = wie | ἡ (he) = de | ὁδὸς (hodos) = weg | τῆς (tes) = van de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | βλασφημηθήσεται (blasphemethesetai) = zal gelasterd worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’: ook in vers 7 en 18 en in Jud. 4. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’ (passief: ‘gelasterd worden’); ook in vers 10, 11 en 12. ‘De weg van de waarheid’ is de weg van het geloof; vergelijk ‘de weg van de gerechtigheid’ in vers 21. Voetnoot : Zie ook Jud. 4. Zie ook: 2 Petr 2:7; 2 Petr 2:10; 2 Petr 2:11; 2 Petr 2:12; 2 Petr 2:18; 2 Petr 2:21 **2:3** En uit hebzucht zullen zij jullie met verzonnen woorden uitbuiten. Het oordeel over hen is al van oudsher niet werkeloos, en hun verderf sluimert niet. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | πλεονεξίᾳ (pleonexia) = hebzucht | πλαστοῖς (plastois) = verzonnen | λόγοις (logois) = woorden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐμπορεύσονται (emporeusontai) = zullen uitbuiten | οἷς (hois) = voor wie | τὸ (to) = het | κρίμα (krima) = oordeel | ἔκπαλαι (ekpalai) = van oudsher | οὐκ (ouk) = niet | ἀργεῖ (argei) = werkeloos is | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | ἀπώλεια (apoleia) = verderf | αὐτῶν (auton) = hun | οὐ (ou) = niet | νυστάζει (nystazei) = sluimert Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’; πλαστός (plastos), ‘verzonnen’: gevormd, niet echt. ἐμπορεύομαι (emporeuomai), ‘uitbuiten’: letterlijk ‘handel drijven in’, zoals in Jak. 4:13. κρίμα (krima), ‘oordeel’: de uitspraak van de rechter; Judas 4 heeft hetzelfde woord. ἔκπαλαι (ekpalai), ‘van oudsher’. ἀργέω (argeo), ‘werkeloos zijn’; νυστάζω (nystazo), ‘sluimeren’. Voetnoot Lezing: Bij ‘sluimert’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jud. 4. Zie ook: Jak 4:13 ### Voorbeelden van oordeel en redding **2:4** Want als Elohim de engelen die gezondigd hadden niet gespaard heeft, maar hen in Tartarus heeft geworpen en aan ketenen van diepe duisternis heeft overgeleverd, om bewaard te worden voor het oordeel, Brontekst: Εἰ (Ei) = als | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἀγγέλων (angelon) = engelen | ἁμαρτησάντων (hamartesanton) = die gezondigd hadden | οὐκ (ouk) = niet | ἐφείσατο (epheisato) = spaarde | ἀλλὰ (alla) = maar | σειραῖς (seirais) = aan ketenen | ζόφου (zophou) = van diepe duisternis | ταρταρώσας (tartarosas) = in Tartarus geworpen hebbend | παρέδωκεν (paredoken) = heeft overgeleverd | εἰς (eis) = tot | κρίσιν (krisin) = oordeel | τηρουμένους (teroumenous) = bewaard wordend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Verzen 4–9 vormen in het Grieks één zin: ‘Als Elohim … dan weet de Heer …’ (vers 9). Wij hebben het ‘als’ in elk vers herhaald. ‘Engelen die gezondigd hadden’: het Grieks zegt niet welke zonde; vergelijk Jud. 6, Gen. 6:1–4, Henoch 10:11–12 en Henoch 21:10. ταρταρόω (tartaroo), ‘in Tartarus werpen’: het werkwoord komt van Τάρταρος (Tartaros), het Griekse woord voor de diepste plaats van de onderwereld. Het staat in het Nieuwe Testament alleen hier. σειρά (seira), ‘keten’; ζόφος (zofos), ‘diepe duisternis’: ook in vers 17 en in Jud. 6 en 13. τηρέω (tereo), ‘bewaren’: ook in vers 9 en 17. κρίσις (krisis), ‘oordeel’. Voetnoot Lezing: Bij ‘ketenen’ (σειραῖς) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jud. 6; 1 Petr. 3:19–20; Gen. 6:1–4; Henoch 10:11–12; Henoch 21:10. Zie ook: Gen 6:1–4; Hen 10:11–12; Hen 21:10; 1 Petr 3:19–20; 2 Petr 2:9; 2 Petr 2:17 **2:5** en als Hij de oude wereld niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker van gerechtigheid, als achtste bewaard heeft, toen Hij een zondvloed bracht over de wereld van goddelozen, Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀρχαίου (archaiou) = van de oude | κόσμου (kosmou) = wereld | οὐκ (ouk) = niet | ἐφείσατο (epheisato) = spaarde | ἀλλὰ (alla) = maar | ὄγδοον (ogdoon) = als achtste | Νῶε (Noe) = Noach | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = van gerechtigheid | κήρυκα (keryka) = prediker | ἐφύλαξεν (ephylaxen) = bewaarde | κατακλυσμὸν (kataklysmon) = zondvloed | κόσμῳ (kosmo) = over de wereld | ἀσεβῶν (asebon) = van goddelozen | ἐπάξας (epaxas) = gebracht hebbend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρχαῖος κόσμος (archaios kosmos), ‘de oude wereld’: de wereld van vóór de zondvloed. ὄγδοον Νῶε (ogdoon Noe), ‘Noach als achtste’: Noach met zeven anderen; zie 1 Petr. 3:20 en Gen. 7:7. δικαιοσύνης κῆρυξ (dikaiosynes keryx), ‘prediker van gerechtigheid’: Gen. 6:9 noemt Noach ‘een rechtvaardig man’; dat hij predikte zegt Genesis niet. κατακλυσμός (kataklysmos), ‘zondvloed’; ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’: ook in vers 6 en in Jud. 4 en 15. Voetnoot : Zie ook Gen. 6:9; Gen. 7:7; Gen. 7:17–23; 1 Petr. 3:20. Zie ook: Gen 6:9; Gen 7:7; Gen 7:17–23; 1 Petr 3:20; 2 Petr 2:6 **2:6** en als Hij de steden Sodom en Gomorra tot as heeft gemaakt en tot verwoesting heeft veroordeeld, en ze heeft gesteld als voorbeeld van wat goddelozen later zal overkomen, Brontekst: καὶ (kai) = en | πόλεις (poleis) = steden | Σοδόμων (Sodomon) = van Sodom | καὶ (kai) = en | Γομόρρας (Gomorras) = Gomorra | τεφρώσας (tephrosas) = tot as gemaakt hebbend | καταστροφῇ (katastrophe) = tot verwoesting | κατέκρινεν (katekrinen) = veroordeelde | ὑπόδειγμα (hypodeigma) = voorbeeld | μελλόντων (mellonton) = van wat komt | ἀσεβέσιν (asebesin) = voor goddelozen | τεθεικώς (tetheikos) = gesteld hebbend Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht. Voetnoot Uitleg: τεφρόω (tefroo), ‘tot as maken’; καταστροφή (katastrofe), ‘verwoesting’: letterlijk ‘omkering’; vergelijk Gen. 19:25, ‘Hij keerde deze steden om’. ὑπόδειγμα (hypodeigma), ‘voorbeeld’: Judas 7 heeft hier δεῖγμα (deigma), ook ‘voorbeeld’. ‘Wat goddelozen later zal overkomen’: de gebeurtenis wordt een waarschuwend voorbeeld. Voetnoot Lezing: Bij ‘verwoesting’ en bij ‘goddelozen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Gen. 19:24–25; Jud. 7. Zie ook: Gen 19:24–25; Gen 19:25 **2:7** en als Hij de rechtvaardige Lot heeft gered, die gekweld werd door de levenswandel van de wetlozen in losbandigheid Brontekst: καὶ (kai) = en | δίκαιον (dikaion) = rechtvaardige | Λὼτ (Lot) = Lot | καταπονούμενον (kataponoumenon) = gekweld wordend | ὑπὸ (hypo) = door | τῆς (tes) = de | τῶν (ton) = van de | ἀθέσμων (athesmon) = wetlozen | ἐν (en) = in | ἀσελγείᾳ (aselgeia) = losbandigheid | ἀναστροφῆς (anastrophes) = levenswandel | ἐρρύσατο (errysato) = heeft gered Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Lot wordt hier ‘rechtvaardig’ genoemd (δίκαιος, dikaios); Genesis noemt hem dat niet uitdrukkelijk. ἄθεσμος (athesmos), ‘wetloos’: wie zich aan geen vaste regel houdt; het is een ander woord dan ἄνομος (anomos), ‘wetteloos’ in vers 8. καταπονέω (kataponeo), ‘kwellen’; ἀναστροφή (anastrofe), ‘levenswandel’. ἐρρύσατο (errysato), ‘redde’: de redding van Lot staat in Gen. 19:15–16. Voetnoot : Zie ook Gen. 19:15–16. Zie ook: Gen 19:15–16; 2 Petr 2:8 **2:8** (want die rechtvaardige, die onder hen woonde, kwelde dag na dag door wat hij zag en hoorde zijn rechtvaardige ziel met wetteloze daden), Brontekst: βλέμματι (blemmati) = door aanblik | γὰρ (gar) = want | καὶ (kai) = en | ἀκοῇ (akoe) = gehoor | ὁ (ho) = de | δίκαιος (dikaios) = rechtvaardige | ἐγκατοικῶν (enkatoikon) = wonend | ἐν (en) = onder | αὐτοῖς (autois) = hen | ἡμέραν (hemeran) = dag | ἐξ (ex) = uit | ἡμέρας (hemeras) = dag | ψυχὴν (psychen) = ziel | δικαίαν (dikaian) = rechtvaardige | ἀνόμοις (anomois) = met wetteloze | ἔργοις (ergois) = daden | ἐβασάνιζεν (ebasanizen) = kwelde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vers 8 staat tussen haakjes: het verklaart wat vers 7 over Lot zegt. βλέμμα (blemma), ‘aanblik’ en ἀκοή (akoe), ‘gehoor’: wat hij zag en hoorde. ἐγκατοικέω (egkatoikeo), ‘wonen onder’. βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’: ook ‘folteren’; ἄνομος (anomos), ‘wetteloos’. Voetnoot Lezing: Bij ‘de rechtvaardige’ (ὁ) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 2 Petr 2:7 **2:9** dan weet de Heer vromen uit beproeving te redden en onrechtvaardigen te bewaren voor de dag van het oordeel, terwijl zij gestraft worden, Brontekst: οἶδεν (oiden) = weet | κύριος (kyrios) = Heer | εὐσεβεῖς (eusebeis) = vromen | ἐκ (ek) = uit | πειρασμοῦ (peirasmou) = beproeving | ῥύεσθαι (rhyesthai) = te redden | ἀδίκους (adikous) = onrechtvaardigen | δὲ (de) = maar | εἰς (eis) = tot | ἡμέραν (hemeran) = dag | κρίσεως (kriseos) = van oordeel | κολαζομένους (kolazomenous) = gestraft wordend | τηρεῖν (terein) = te bewaren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Hier eindigt de zin van vers 4: ‘dan weet de Heer’. Het Grieks zegt niet of ‘de Heer’ hier Elohim is (zoals in vers 4–8) of Yeshua (zoals in 1:2, 1:8). εὐσεβής (eusebes), ‘vroom’; πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: zie Jak. 1:2; ῥύομαι (ryomai), ‘redden’: zie vers 7; κολάζω (kolazo), ‘straffen’. Zie ook: Jak 1:2; 2 Petr 2:4; 2 Petr 2:7 ### Het gedrag van de valse leraars **2:10** en vooral hen die achter het vlees aan lopen in verontreinigende begeerte en de oppermacht verachten. Driest en eigenzinnig als zij zijn, beven zij er niet voor heerlijkheden te lasteren, Brontekst: μάλιστα (malista) = vooral | δὲ (de) = maar | τοὺς (tous) = hen die | ὀπίσω (opiso) = achter | σαρκὸς (sarkos) = vlees | ἐν (en) = in | ἐπιθυμίᾳ (epithymia) = begeerte | μιασμοῦ (miasmou) = van verontreiniging | πορευομένους (poreuomenous) = lopen | καὶ (kai) = en | κυριότητος (kyriotetos) = oppermacht | καταφρονοῦντας (kataphronountas) = verachten | Τολμηταί (Tolmetai) = driesten | αὐθάδεις (authadeis) = eigenzinnigen | δόξας (doxas) = heerlijkheden | οὐ (ou) = niet | τρέμουσιν (tremousin) = beven | βλασφημοῦντες (blasphemountes) = lasterend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σάρξ (sarx), ‘vlees’; μιασμός (miasmos), ‘verontreiniging’. κυριότης (kyriotes), ‘oppermacht’: zoals in Ef. 1:21 en Kol. 1:16; Judas 8 heeft hetzelfde woord. τολμητής (tolmetes), ‘driest’; αὐθάδης (authades), ‘eigenzinnig’. δόξαι (doxai), ‘heerlijkheden’: een meervoud. Het Grieks zegt niet wie bedoeld wordt: hemelse wezens of eerbiedwaardige machten. Vergelijk Jud. 8. Voetnoot : Zie ook Jud. 8. Zie ook: Ef 1:21; Kol 1:16 **2:11** terwijl engelen, hoewel zij groter zijn in sterkte en kracht, geen lasterend oordeel tegen hen uitbrengen. Brontekst: ὅπου (hopou) = terwijl | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | ἰσχύϊ (ischui) = in sterkte | καὶ (kai) = en | δυνάμει (dynamei) = kracht | μείζονες (meizones) = groter | ὄντες (ontes) = zijnd | οὐ (ou) = niet | φέρουσιν (pherousin) = brengen | κατ’ (kat’) = tegen | αὐτῶν (auton) = hen | βλάσφημον (blasphemon) = lasterend | κρίσιν (krisin) = oordeel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks zegt niet tegen wie de engelen geen lasterend oordeel uitbrengen: tegen de heerlijkheden van vers 10 of tegen de valse leraars. Judas 9 noemt het voorbeeld van Michaël. φέρω (fero), ‘uitbrengen’: letterlijk ‘dragen’. Voetnoot Lezing: Bij ‘hen’ (αὐτῶν) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jud. 9. Zie ook: 2 Petr 2:10 **2:12** Maar dezen zijn als redeloze dieren, van nature geboren voor de vangst en de vergankelijkheid. Zij lasteren over wat zij niet kennen, en in hun eigen vergankelijkheid zullen zij ook zelf vergaan. Brontekst: οὗτοι (houtoi) = dezen | δέ (de) = maar | ὡς (hos) = als | ἄλογα (aloga) = redeloze | ζῷα (zoa) = dieren | γεγεννημένα (gegennemena) = geboren | φυσικὰ (physika) = van nature | εἰς (eis) = tot | ἅλωσιν (halosin) = vangst | καὶ (kai) = en | φθοράν (phthoran) = vergankelijkheid | ἐν (en) = in | οἷς (hois) = wat | ἀγνοοῦσιν (agnoousin) = zij niet kennen | βλασφημοῦντες (blasphemountes) = lasterend | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | φθορᾷ (phthora) = vergankelijkheid | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = ook | φθαρήσονται (phtharesontai) = zullen vergaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄλογα ζῷα (aloga zoa), ‘redeloze dieren’: dieren zonder verstand; Judas 10 heeft dezelfde woorden. φυσικά (fysika), ‘van nature’. ἅλωσις (halosis), ‘vangst’. φθορά (phthora), ‘vergankelijkheid’ en φθείρομαι (phtheiromai), ‘vergaan’: zie 1:4. Voetnoot Lezing: Bij ‘geboren van nature’ en bij ‘zullen vergaan’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jud. 10. **2:13** Zij ondergaan onrecht als loon voor hun onrecht. Overdag in weelde leven achten zij een genot. Vlekken en smetten zijn zij: zij zwelgen in hun verleidingen terwijl zij met jullie meefeesten. Brontekst: ἀδικούμενοι (adikoumenoi) = onrecht ondergaand | μισθὸν (misthon) = loon | ἀδικίας (adikias) = van onrecht | ἡδονὴν (hedonen) = genot | ἡγούμενοι (hegoumenoi) = achtend | τὴν (ten) = de | ἐν (en) = op | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | τρυφήν (tryphen) = weelde | σπίλοι (spiloi) = vlekken | καὶ (kai) = en | μῶμοι (momoi) = smetten | ἐντρυφῶντες (entryphontes) = zwelgend | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἀπάταις (apatais) = verleidingen | αὐτῶν (auton) = hun | συνευωχούμενοι (syneuochoumenoi) = feestvierend | ὑμῖν (hymin) = met jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδικούμενοι (adikoumenoi), ‘onrecht ondergaand’. μισθός (misthos), ‘loon’. τρυφή (tryfe), ‘weelde’: overdag al feestvieren. σπίλος (spilos), ‘vlek’ en μῶμος (momos), ‘smet’: vergelijk 1 Petr. 1:19, waar de Messias een lam ‘zonder gebrek en zonder vlek’ is. ἐντρυφάω (entryfao), ‘zwelgen’. ἀπάτη (apate), ‘verleiding’: in Jud. 12 staat op een vergelijkbare plaats ἀγάπη (agape), ‘liefdemaaltijd’. συνευωχέομαι (syneuocheomai), ‘meefeesten’. Voetnoot Lezing: Bij ‘onrecht ondergaand’ en bij ‘verleidingen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jud. 12; 1 Petr. 1:19. Zie ook: 1 Petr 1:19 **2:14** Zij hebben ogen vol van een overspelige vrouw, ogen die niet ophouden met zondigen. Zij lokken onstandvastige zielen. Zij hebben een hart dat geoefend is in hebzucht: kinderen van de vloek. Brontekst: ὀφθαλμοὺς (ophthalmous) = ogen | ἔχοντες (echontes) = hebbend | μεστοὺς (mestous) = vol | μοιχαλίδος (moichalidos) = van een overspelige | καὶ (kai) = en | ἀκαταπαύστους (akatapaustous) = niet ophoudend | ἁμαρτίας (hamartias) = met zonde | δελεάζοντες (deleazontes) = lokkend | ψυχὰς (psychas) = zielen | ἀστηρίκτους (asteriktous) = onstandvastige | καρδίαν (kardian) = hart | γεγυμνασμένην (gegymnasmenen) = geoefend | πλεονεξίας (pleonexias) = in hebzucht | ἔχοντες (echontes) = hebbend | κατάρας (kataras) = van de vloek | τέκνα (tekna) = kinderen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Ogen vol van een overspelige vrouw’: het Grieks heeft μοιχαλίς (moichalis), ‘overspelige’; zie ook Jak. 4:4. ἀκατάπαυστος (akatapaustos), ‘niet ophoudend’; δελεάζω (deleazo), ‘lokken’: met een lokaas vangen, zoals in Jak. 1:14. ἀστήρικτος (asteriktos), ‘onstandvastig’: ook in 3:16. γυμνάζω (gymnazo), ‘oefenen’. κατάρας τέκνα (kataras tekna), ‘kinderen van de vloek’: mensen die onder de vloek staan. Voetnoot Lezing: Bij ‘niet ophoudend’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jak. 1:14; Jak. 4:4. Zie ook: Jak 1:14; Jak 4:4 ### De weg van Bileam **2:15** Zij hebben de rechte weg verlaten en zijn dwaalgegaan door de weg te volgen van Bileam, de zoon van Bosor, die het loon van onrecht liefhad, Brontekst: καταλιπόντες (katalipontes) = verlaten hebbend | εὐθεῖαν (eutheian) = rechte | ὁδὸν (hodon) = weg | ἐπλανήθησαν (eplanethesan) = zijn dwaalgegaan | ἐξακολουθήσαντες (exakolouthesantes) = gevolgd hebbend | τῇ (te) = de | ὁδῷ (hodo) = weg | τοῦ (tou) = van | Βαλαὰμ (Balaam) = Bileam | τοῦ (tou) = van | Βοσὸρ (Bosor) = Bosor | ὃς (hos) = die | μισθὸν (misthon) = loon | ἀδικίας (adikias) = van onrecht | ἠγάπησεν (egapesen) = liefhad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Bileam komt voor in Num. 22–24. Ons Hebreeuws noemt hem ‘Bileam, de zoon van Beor’ (Num. 22:5); de Griekse tekst heeft Βοσόρ (Bosor). De SBLGNT markeert hier een lezing; wij volgen de SBLGNT. ‘Het loon van onrecht’: in Num. 22:7 gaan de oudsten met ‘het loon voor waarzeggerij’ naar Bileam. In Num. 31:16 wordt gezegd dat hij raad gaf die tot ontrouw aan Yahweh leidde. Judas 11 noemt ook ‘de dwaling van Bileam’. εὐθεῖα ὁδός (eutheia hodos), ‘rechte weg’. Wij voegen ‘de zoon’ toe, zoals het Grieks (genitief) het zegt. Voetnoot Lezing: Bij ‘verlaten hebbend’ en bij ‘Bosor’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Num. 22:5; Num. 22:7; Num. 31:8; Num. 31:16; Jud. 11. Zie ook: Num 22:5; Num 22:7; Num 31:8; Num 31:16 **2:16** maar hij kreeg een terechtwijzing voor zijn eigen overtreding: een stom lastdier sprak met een mensenstem en hield de waanzin van de profeet tegen. Brontekst: ἔλεγξιν (elenxin) = terechtwijzing | δὲ (de) = maar | ἔσχεν (eschen) = kreeg | ἰδίας (idias) = eigen | παρανομίας (paranomias) = overtreding | ὑποζύγιον (hypozygion) = lastdier | ἄφωνον (aphonon) = stom | ἐν (en) = met | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | φωνῇ (phone) = stem | φθεγξάμενον (phthenxamenon) = sprekend | ἐκώλυσεν (ekolysen) = hield tegen | τὴν (ten) = de | τοῦ (tou) = van de | προφήτου (prophetou) = profeet | παραφρονίαν (paraphronian) = waanzin Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔλεγξις (elegxis), ‘terechtwijzing’; παρανομία (paranomia), ‘overtreding’: tegen de wet ingaan. ὑποζύγιον (hypozygion), ‘lastdier’: letterlijk ‘onder het juk’; hier de ezelin (Num. 22:28–30). ἄφωνος (afonos), ‘stom’. παραφρονία (paraphronia), ‘waanzin’: een zeldzaam woord, alleen hier. Voetnoot : Zie ook Num. 22:28–30. Zie ook: Num 22:28–30 ### Bronnen zonder water **2:17** Dezen zijn bronnen zonder water en nevels, door een wervelstorm voortgejaagd. Voor hen is de diepe duisternis van de duisternis bewaard. Brontekst: Οὗτοί (Houtoi) = dezen | εἰσιν (eisin) = zijn | πηγαὶ (pegai) = bronnen | ἄνυδροι (anydroi) = zonder water | καὶ (kai) = en | ὁμίχλαι (homichlai) = nevels | ὑπὸ (hypo) = door | λαίλαπος (lailapos) = wervelstorm | ἐλαυνόμεναι (elaunomenai) = voortgejaagd | οἷς (hois) = voor wie | ὁ (ho) = de | ζόφος (zophos) = diepe duisternis | τοῦ (tou) = van de | σκότους (skotous) = duisternis | τετήρηται (teteretai) = is bewaard Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πηγαὶ ἄνυδροι (pegai anydroi), ‘bronnen zonder water’; ὁμίχλη (homichle), ‘nevel’; λαῖλαψ (lailaps), ‘wervelstorm’: hetzelfde woord als in Mark. 4:37. ζόφος τοῦ σκότους (zofos tou skotous), ‘de diepe duisternis van de duisternis’; τετήρηται (teteretai), ‘is bewaard’. Judas 12–13 heeft bijna gelijke beelden. Voetnoot Lezing: Bij ‘en nevels’ en bij ‘duisternis’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jud. 12–13; Mark. 4:37. Zie ook: Mar 4:37 **2:18** Want zij spreken opgeblazen woorden van ijdelheid. Met begeerten van het vlees, met losbandigheden, lokken zij hen die pas ontvlucht waren aan wie in dwaling verkeren. Brontekst: ὑπέρογκα (hyperonka) = opgeblazen woorden | γὰρ (gar) = want | ματαιότητος (mataiotetos) = van ijdelheid | φθεγγόμενοι (phthengomenoi) = sprekend | δελεάζουσιν (deleazousin) = lokken zij | ἐν (en) = met | ἐπιθυμίαις (epithymiais) = begeerten | σαρκὸς (sarkos) = van vlees | ἀσελγείαις (aselgeiais) = losbandigheden | τοὺς (tous) = hen die | ὀλίγως (oligos) = pas | ἀποφεύγοντας (apopheugontas) = ontvluchten | τοὺς (tous) = hen die | ἐν (en) = in | πλάνῃ (plane) = dwaling | ἀναστρεφομένους (anastrephomenous) = verkeren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπέρογκα (hyperonka), ‘opgeblazen woorden’: zwellende, grote woorden zonder inhoud; Judas 16 heeft hetzelfde woord. ματαιότης (mataiotes), ‘ijdelheid’: leegheid. ὀλίγως (oligos), ‘pas’: het woord kan ook ‘nauwelijks’ of ‘een weinig’ betekenen. ἀναστρέφομαι (anastrefomai), ‘verkeren’: leven in; zie ἀναστροφή in vers 7. πλάνη (plane), ‘dwaling’. Voetnoot Lezing: Bij ‘pas’ en bij ‘ontvluchten’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jud. 16. Zie ook: 2 Petr 2:7 **2:19** Zij beloven hun vrijheid, terwijl zijzelf knechten van de vergankelijkheid zijn. Want door wie iemand overwonnen is, door die is hij ook tot knecht gemaakt. Brontekst: ἐλευθερίαν (eleutherian) = vrijheid | αὐτοῖς (autois) = aan hen | ἐπαγγελλόμενοι (epangellomenoi) = beloven | αὐτοὶ (autoi) = zijzelf | δοῦλοι (douloi) = knechten | ὑπάρχοντες (hyparchontes) = zijnd | τῆς (tes) = van de | φθορᾶς (phthoras) = vergankelijkheid | ᾧ (ho) = door wie | γάρ (gar) = want | τις (tis) = iemand | ἥττηται (hettetai) = overwonnen is | τούτῳ (touto) = door dit | καὶ (kai) = ook | δεδούλωται (dedoulotai) = tot knecht gemaakt is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’; δοῦλος (doulos), ‘knecht’: wij houden dit woord in de hele brief; het gaat hier om wie volledig onder de macht van iets staat. ἡττάομαι (hettaomai), ‘overwonnen worden’; δουλόω (douloo), ‘tot knecht maken’. Vergelijk Joh. 8:34 en Rom. 6:16. Voetnoot Lezing: Bij ‘ook’ (καί) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 8:34; Rom. 6:16. Zie ook: Joh 8:34; Rom 6:16 ### Erger dan het eerste **2:20** Want als zij, nadat zij de bezoedelingen van de wereld zijn ontvlucht door de volle kennis van de Heer en Redder Yeshua de Messias, daarin weer verstrikt raken en overwonnen worden, dan is het einde voor hen erger geworden dan het begin. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἀποφυγόντες (apophygontes) = ontvlucht zijnd | τὰ (ta) = de | μιάσματα (miasmata) = bezoedelingen | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | ἐν (en) = door | ἐπιγνώσει (epignosei) = volle kennis | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | καὶ (kai) = en | σωτῆρος (soteros) = Redder | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | τούτοις (toutois) = hierin | δὲ (de) = maar | πάλιν (palin) = weer | ἐμπλακέντες (emplakentes) = verstrikt geraakt | ἡττῶνται (hettontai) = overwonnen worden | γέγονεν (gegonen) = is geworden | αὐτοῖς (autois) = voor hen | τὰ (ta) = de | ἔσχατα (eschata) = laatste dingen | χείρονα (cheirona) = erger | τῶν (ton) = dan de | πρώτων (proton) = eerste Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μίασμα (miasma), ‘bezoedeling’: dit woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’: zie 1:2. ‘De Heer en Redder Yeshua de Messias’ staat met één lidwoord, zoals in 1:11. ἐμπλέκομαι (emplekomai), ‘verstrikt raken’: zoals in 2 Tim. 2:4. ‘Het laatste erger dan het eerste’: dezelfde zin staat in Matt. 12:45 en Luc. 11:26. Voetnoot Lezing: Bij ‘Heer’ (κυρίου) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Matt. 12:45; Luc. 11:26; 2 Tim. 2:4. Zie ook: Mat 12:45; Luc 11:26; 2 Tim 2:4 **2:21** Want het was beter voor hen de weg van de gerechtigheid niet volledig te hebben gekend dan, nadat zij hem volledig kenden, zich om te keren van het heilige gebod dat hun was overgeleverd. Brontekst: κρεῖττον (kreitton) = beter | γὰρ (gar) = want | ἦν (en) = was | αὐτοῖς (autois) = voor hen | μὴ (me) = niet | ἐπεγνωκέναι (epegnokenai) = volledig gekend te hebben | τὴν (ten) = de | ὁδὸν (hodon) = weg | τῆς (tes) = van de | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | ἢ (e) = dan | ἐπιγνοῦσιν (epignousin) = volledig gekend hebbend | ὑποστρέψαι (hypostrepsai) = zich om te keren | ἐκ (ek) = van | τῆς (tes) = de | παραδοθείσης (paradotheises) = overgeleverde | αὐτοῖς (autois) = aan hen | ἁγίας (hagias) = heilige | ἐντολῆς (entoles) = gebod Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘volledig kennen’: de werkwoordsvorm bij ἐπίγνωσις. ‘De weg van de gerechtigheid’: vergelijk Matt. 21:32. ἐντολή (entole), ‘gebod’; zie 3:2. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overleveren’: wat doorgegeven is; Judas 3 gebruikt het voor het geloof dat ‘eens voor altijd is overgeleverd’. Voetnoot Lezing: Bij ‘zich om te keren’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Matt. 21:32; Jud. 3. Zie ook: Mat 21:32 **2:22** Wat het ware spreekwoord zegt, is hun overkomen. „Een hond die zich omgekeerd heeft naar zijn eigen braaksel”, en: „een zeug die zich gewassen heeft, gaat zich weer wentelen in de modder.” Brontekst: συμβέβηκεν (symbebeken) = is overkomen | αὐτοῖς (autois) = hun | τὸ (to) = het | τῆς (tes) = van het | ἀληθοῦς (alethous) = ware | παροιμίας (paroimias) = spreekwoord | Κύων (Kyon) = hond | ἐπιστρέψας (epistrepsas) = zich omgekeerd hebbend | ἐπὶ (epi) = naar | τὸ (to) = het | ἴδιον (idion) = eigen | ἐξέραμα (exerama) = braaksel | καί (kai) = en | Ὗς (Hys) = zeug | λουσαμένη (lousamene) = gewassen hebbend | εἰς (eis) = naar | κυλισμὸν (kylismon) = wentelen | βορβόρου (borborou) = van modder Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παροιμία (paroimia), ‘spreekwoord’. Het eerste spreekwoord lijkt op Spr. 26:11. Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Zoals een hond terugkeert naar zijn braaksel, zo herhaalt een dwaas zijn zotheid.’ Het tweede, over de zeug (ὗς, hys), staat niet in ons Spreuken-bestand. ἐξέραμα (exerama), ‘braaksel’; κυλισμός (kylismos), ‘wentelen’; βόρβορος (borboros), ‘modder’. Voetnoot Lezing: Bij ‘is overkomen’ en bij ‘wentelen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Spr. 26:11. Zie ook: Spr 26:11 ## 2 Petrus 3 _De dag van de Heer en het geduld_ ### Herinnering aan de woorden van de profeten en apostelen **3:1** Dit is nu al de tweede brief, geliefden, die ik jullie schrijf. In beide wek ik jullie zuivere verstand op door herinnering, Brontekst: Ταύτην (Tauten) = deze | ἤδη (ede) = al | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | δευτέραν (deuteran) = tweede | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | γράφω (grapho) = schrijf ik | ἐπιστολήν (epistolen) = brief | ἐν (en) = in | αἷς (hais) = welke | διεγείρω (diegeiro) = wek ik op | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐν (en) = in | ὑπομνήσει (hypomnesei) = herinnering | τὴν (ten) = de | εἰλικρινῆ (eilikrine) = zuivere | διάνοιαν (dianoian) = verstand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De tweede brief’: welke eerste brief bedoeld is, zegt het Grieks niet; vergelijk 1 Petrus. ὑπόμνησις (hypomnesis), ‘herinnering’: ook in 1:13 en 1:15. εἰλικρινής (eilikrines), ‘zuiver’: zonder vermenging. διάνοια (dianoia), ‘verstand’: zoals in 1 Petr. 1:13. Voetnoot : Zie ook 1 Petr. 1:1; 2 Petr. 1:12–13. Zie ook: 1 Petr 1:1; 1 Petr 1:13; 2 Petr 1:12–13 **3:2** om de woorden te gedenken die tevoren gesproken zijn door de heilige profeten, en het gebod van de Heer en Redder, door jullie apostelen. Brontekst: μνησθῆναι (mnesthenai) = te gedenken | τῶν (ton) = de | προειρημένων (proeiremenon) = tevoren gesproken | ῥημάτων (rhematon) = woorden | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de | ἁγίων (hagion) = heilige | προφητῶν (propheton) = profeten | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = het | τῶν (ton) = van de | ἀποστόλων (apostolon) = apostelen | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐντολῆς (entoles) = gebod | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | καὶ (kai) = en | σωτῆρος (soteros) = Redder Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Het gebod van de Heer en Redder, door jullie apostelen’: het gebod van Yeshua zoals de apostelen het doorgeven. ῥῆμα (rema), ‘woord’. ‘De Heer en Redder’ staat onder één lidwoord, zoals in 1:11 en 2:20. Voetnoot : Zie ook Jud. 17. ### De spotters **3:3** Weet dit eerst: in de laatste dagen zullen spotters komen met spot, die hun eigen begeerten volgen Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | πρῶτον (proton) = eerst | γινώσκοντες (ginoskontes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | ἐλεύσονται (eleusontai) = zullen komen | ἐπ’ (ep’) = in | ἐσχάτων (eschaton) = laatste | τῶν (ton) = de | ἡμερῶν (hemeron) = dagen | ἐν (en) = met | ἐμπαιγμονῇ (empaigmone) = spot | ἐμπαῖκται (empaiktai) = spotters | κατὰ (kata) = volgens | τὰς (tas) = de | ἰδίας (idias) = eigen | ἐπιθυμίας (epithymias) = begeerten | αὐτῶν (auton) = hun | πορευόμενοι (poreuomenoi) = gaand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐμπαίκτης (empaiktes), ‘spotter’; ἐμπαιγμονή (empaigmone), ‘spot’: het woord is verwant en komt alleen hier voor. ‘In de laatste dagen’ (ἐπ’ ἐσχάτων τῶν ἡμερῶν) is een uitdrukking voor de tijd van het einde. Judas 18 zegt bijna hetzelfde. Voetnoot Lezing: Bij ‘laatste’ en bij ‘met spot’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jud. 17–18. **3:4** en zeggen: „Waar is de belofte van Zijn komst? Want sinds de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zo, vanaf het begin van de schepping.” Brontekst: καὶ (kai) = en | λέγοντες (legontes) = zeggend | Ποῦ (Pou) = waar | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = de | ἐπαγγελία (epangelia) = belofte | τῆς (tes) = van de | παρουσίας (parousias) = komst | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἀφ’ (aph’) = sinds | ἧς (hes) = welke | γὰρ (gar) = want | οἱ (hoi) = de | πατέρες (pateres) = vaderen | ἐκοιμήθησαν (ekoimethesan) = zijn ontslapen | πάντα (panta) = alles | οὕτως (houtos) = zo | διαμένει (diamenei) = blijft | ἀπ’ (ap’) = vanaf | ἀρχῆς (arches) = begin | κτίσεως (ktiseos) = schepping Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρουσία (parousia), ‘komst’: ook in 1:16 en 3:12. ‘De vaderen’ kunnen de eerste generatie gelovigen zijn of de aartsvaders van Israël; het Grieks zegt het niet. κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’: een beeld voor gestorven zijn. ‘Vanaf het begin van de schepping’: de spotters beweren dat er nooit iets ingrijpends gebeurd is. De spotters spreken hier; wij zetten het zwart, omdat het geen woord van Elohim of Yeshua is. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:3. Zie ook: Mat 24:3 **3:5** Want willens en wetens ontgaat hun dit: dat er van oudsher hemelen waren, en een aarde die uit water en door water bestond, door het woord van Elohim. Brontekst: λανθάνει (lanthanei) = ontgaat | γὰρ (gar) = want | αὐτοὺς (autous) = hun | τοῦτο (touto) = dit | θέλοντας (thelontas) = willens | ὅτι (hoti) = dat | οὐρανοὶ (ouranoi) = hemelen | ἦσαν (esan) = waren | ἔκπαλαι (ekpalai) = van oudsher | καὶ (kai) = en | γῆ (ge) = aarde | ἐξ (ex) = uit | ὕδατος (hydatos) = water | καὶ (kai) = en | δι’ (di’) = door | ὕδατος (hydatos) = water | συνεστῶσα (synestosa) = bestaand | τῷ (to) = door het | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | λόγῳ (logo) = woord Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θέλοντας (thelontas), ‘willend’: ‘willens en wetens’; zij houden hun ogen er bewust voor dicht. ‘Hemelen en een aarde’ verwijst naar de schepping in Gen. 1:1–10. ‘Uit water en door water’: de aarde komt in Gen. 1:9 uit het water te voorschijn. ‘Door het woord van Elohim’: Elohim sprak en het gebeurde (Gen. 1:3, Ps. 33:6). Voetnoot : Zie ook Gen. 1:1–10; Ps. 33:6. Zie ook: Gen 1:1–10; Gen 1:3; Gen 1:9; Ps 33:6 **3:6** Daardoor is de toenmalige wereld, overspoeld door water, vergaan. Brontekst: δι’ (di’) = door | ὧν (hon) = welke | ὁ (ho) = de | τότε (tote) = toenmalige | κόσμος (kosmos) = wereld | ὕδατι (hydati) = met water | κατακλυσθεὶς (kataklystheis) = overspoeld | ἀπώλετο (apoleto) = verging Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Door welke’ (δι’ ὧν) is meervoud: door het water en het woord, of ‘daardoor’. κατακλύζω (kataklyzo), ‘overspoelen’; ἀπόλλυμι (apollymi), ‘vergaan’. ‘De toenmalige wereld’ is de wereld van de zondvloed; zie 2:5. Voetnoot : Zie ook Gen. 7:17–23; 2 Petr. 2:5. Zie ook: Gen 7:17–23; 2 Petr 2:5 **3:7** Maar de hemelen van nu en de aarde zijn door datzelfde woord opgespaard voor vuur, bewaard voor de dag van het oordeel en het verderf van goddeloze mensen. Brontekst: οἱ (hoi) = de | δὲ (de) = maar | νῦν (nyn) = nu | οὐρανοὶ (ouranoi) = hemelen | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | γῆ (ge) = aarde | τῷ (to) = door het | αὐτῷ (auto) = zelfde | λόγῳ (logo) = woord | τεθησαυρισμένοι (tethesaurismenoi) = opgespaard | εἰσὶν (eisin) = zijn | πυρὶ (pyri) = voor vuur | τηρούμενοι (teroumenoi) = bewaard | εἰς (eis) = tot | ἡμέραν (hemeran) = dag | κρίσεως (kriseos) = van oordeel | καὶ (kai) = en | ἀπωλείας (apoleias) = van verderf | τῶν (ton) = van de | ἀσεβῶν (asebon) = goddeloze | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θησαυρίζω (thesaurizo), ‘opsparen’: in voorraad houden. τηρέω (tereo), ‘bewaren’: ook in 2:4, 2:9 en 2:17. ‘Het vuur’: het oordeel met vuur; vergelijk Jes. 66:15–16. ἀπώλεια (apoleia), ‘verderf’. Voetnoot Lezing: Bij ‘datzelfde’ (αὐτῷ) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jes. 66:15–16; 2 Petr. 2:9. Zie ook: Jes 66:15–16; 2 Petr 2:9 ### De dag van de Heer **3:8** Maar laat dit ene jullie niet ontgaan, geliefden: bij de Heer is één dag als duizend jaar, en duizend jaar als één dag. Brontekst: Ἓν (Hen) = één | δὲ (de) = maar | τοῦτο (touto) = dit | μὴ (me) = niet | λανθανέτω (lanthaneto) = moge ontgaan | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | ὅτι (hoti) = dat | μία (mia) = één | ἡμέρα (hemera) = dag | παρὰ (para) = bij | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | ὡς (hos) = als | χίλια (chilia) = duizend | ἔτη (ete) = jaar | καὶ (kai) = en | χίλια (chilia) = duizend | ἔτη (ete) = jaar | ὡς (hos) = als | ἡμέρα (hemera) = dag | μία (mia) = één Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit is een zinspeling op Ps. 90:4: ‘Duizend jaar zijn in Uw ogen als de dag van gisteren.’ Psalm 90 richt zich tot Elohim als ‘Mijn Heer’; hier staat κύριος (kyrios), ‘Heer’. ‘Één dag als duizend jaar’: bij Hem gelden onze tijdsmaten niet. Voetnoot : Zie ook Ps. 90:4. Zie ook: Ps 90:4 **3:9** De Heer draalt niet met de belofte, zoals sommigen dat traagheid noemen, maar Hij heeft geduld met jullie. Hij wil niet dat sommigen omkomen, maar dat allen tot bekering komen. Brontekst: οὐ (ou) = niet | βραδύνει (bradynei) = draalt | κύριος (kyrios) = de Heer | τῆς (tes) = met de | ἐπαγγελίας (epangelias) = belofte | ὥς (hos) = zoals | τινες (tines) = sommigen | βραδύτητα (bradyteta) = traagheid | ἡγοῦνται (hegountai) = menen | ἀλλὰ (alla) = maar | μακροθυμεῖ (makrothymei) = heeft geduld | εἰς (eis) = met | ὑμᾶς (hymas) = jullie | μὴ (me) = niet | βουλόμενός (boulomenos) = willend | τινας (tinas) = dat sommigen | ἀπολέσθαι (apolesthai) = omkomen | ἀλλὰ (alla) = maar | πάντας (pantas) = dat allen | εἰς (eis) = tot | μετάνοιαν (metanoian) = bekering | χωρῆσαι (choresai) = komen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βραδύνω (bradyno), ‘draal’; βραδύτης (bradytes), ‘traagheid’. μακροθυμέω (makrothymeo), ‘geduld hebben’; zie 1 Petr. 3:20. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’. Het Grieks zegt niet of ‘de Heer’ Elohim of Yeshua is. Vergelijk Ezech. 18:23. Voetnoot Lezing: Bij ‘de Heer’ en bij ‘jullie’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ezech. 18:23; Rom. 2:4. Zie ook: Ezech 18:23; Rom 2:4; 1 Petr 3:20 **3:10** Maar de dag van de Heer zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gesuis voorbijgaan, de grondstoffen zullen in gloeiende hitte ontbonden worden, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. Brontekst: ἥξει (hexei) = zal komen | δὲ (de) = maar | ἡμέρα (hemera) = dag | κυρίου (kyriou) = van de Heer | ὡς (hos) = als | κλέπτης (kleptes) = dief | ἐν (en) = in | ᾗ (he) = welke | οἱ (hoi) = de | οὐρανοὶ (ouranoi) = hemelen | ῥοιζηδὸν (rhoizedon) = met gesuis | παρελεύσονται (pareleusontai) = zullen voorbijgaan | στοιχεῖα (stoicheia) = grondstoffen | δὲ (de) = maar | καυσούμενα (kausoumena) = brandend | λυθήσεται (lythesetai) = zullen ontbonden worden | καὶ (kai) = en | γῆ (ge) = aarde | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | ἐν (en) = in | αὐτῇ (aute) = haar | ἔργα (erga) = werken | εὑρεθήσεται (heurethesetai) = zullen gevonden worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De dag van de Heer’: de dag van Yahweh in de profeten; zie Joël 2:1 en Zef. 1:14. ‘Als een dief’: onverwacht, zoals Yeshua zegt in Matt. 24:43. ῥοιζηδόν (roizedon), ‘met gesuis’: een zeldzaam woord. στοιχεῖα (stoicheia), ‘grondstoffen’: de bouwstenen van de wereld; in Gal. 4:3 vertalen wij hetzelfde woord als ‘grondbeginselen’. λύω (lyo), ‘ontbinden’. εὑρεθήσεται (heuretesetai), ‘zal gevonden worden’: de werken worden zichtbaar, getoetst. Voetnoot Lezing: Bij ‘dag’, ‘dief’, ‘zullen ontbonden worden’ en ‘zullen gevonden worden’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joël 2:1; Zef. 1:14; Matt. 24:43; Luc. 12:39; 1 Tess. 5:2. Zie ook: Joël 2:1; Sef 1:14; Mat 24:43; Luc 12:39; Gal 4:3; 1 Tess 5:2 ### Hoe jullie moeten leven **3:11** Nu dit alles zo ontbonden wordt, wat voor mensen moeten jullie dan zijn, in heilige levenswandel en vroomheid, Brontekst: Τούτων (Touton) = van dit | οὕτως (houtos) = zo | πάντων (panton) = alles | λυομένων (lyomenon) = ontbonden wordend | ποταποὺς (potapous) = wat voor mensen | δεῖ (dei) = het is nodig | ὑπάρχειν (hyparchein) = te zijn | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | ἁγίαις (hagiais) = heilige | ἀναστροφαῖς (anastrophais) = levenswandel | καὶ (kai) = en | εὐσεβείαις (eusebeiais) = vroomheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ποταπός (potapos), ‘wat voor een’. ἀναστροφή (anastrofe), ‘levenswandel’; εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’: ook in 1:3, 1:6 en 1:7. Voetnoot Lezing: Bij ‘zo’ (οὕτως) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. **3:12** terwijl jullie de komst van de dag van Elohim verwachten en verhaasten? Vanwege die dag zullen de hemelen in vuur ontbonden worden en de grondstoffen smelten van hitte. Brontekst: προσδοκῶντας (prosdokontas) = verwachtend | καὶ (kai) = en | σπεύδοντας (speudontas) = verhaastend | τὴν (ten) = de | παρουσίαν (parousian) = komst | τῆς (tes) = van de | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡμέρας (hemeras) = dag | δι’ (di’) = vanwege | ἣν (hen) = welke | οὐρανοὶ (ouranoi) = hemelen | πυρούμενοι (pyroumenoi) = in vuur | λυθήσονται (lythesontai) = zullen ontbonden worden | καὶ (kai) = en | στοιχεῖα (stoicheia) = grondstoffen | καυσούμενα (kausoumena) = brandend | τήκεται (teketai) = smelten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De dag van Elohim’ is dezelfde dag als ‘de dag van de Heer’ in vers 10. σπεύδω (speudo), ‘haasten’: het kan ‘verhaasten’ zijn, door te leven zoals Hij wil, of ‘ijverig verlangen naar’. Het Grieks zegt niet welke van de twee. τήκομαι (tekomai), ‘smelten’. Voetnoot : Zie ook Jes. 34:4. Zie ook: Jes 34:4; 2 Petr 3:10 ### Nieuwe hemelen en een nieuwe aarde **3:13** Maar wij verwachten, volgens Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont. Brontekst: καινοὺς (kainous) = nieuwe | δὲ (de) = maar | οὐρανοὺς (ouranous) = hemelen | καὶ (kai) = en | γῆν (gen) = aarde | καινὴν (kainen) = nieuwe | κατὰ (kata) = volgens | τὸ (to) = de | ἐπάγγελμα (epangelma) = belofte | αὐτοῦ (autou) = Zijn | προσδοκῶμεν (prosdokomen) = verwachten wij | ἐν (en) = in | οἷς (hois) = welke | δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid | κατοικεῖ (katoikei) = woont Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Nieuwe hemelen en een nieuwe aarde’ komt uit Jes. 65:17 en Jes. 66:22. ‘Zijn belofte’: de belofte van Elohim. ‘Waarin gerechtigheid woont’: κατοικέω (katoikeo), ‘wonen’, blijvend thuis zijn. Voetnoot : Zie ook Jes. 65:17; Jes. 66:22. Zie ook: Jes 65:17; Jes 66:22 **3:14** Daarom, geliefden, span jullie in, nu jullie dit verwachten, om door Hem gevonden te worden zonder vlek en onberispelijk, in vrede, Brontekst: Διό (Dio) = daarom | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | ταῦτα (tauta) = dit | προσδοκῶντες (prosdokontes) = verwachtend | σπουδάσατε (spoudasate) = span in | ἄσπιλοι (aspiloi) = zonder vlek | καὶ (kai) = en | ἀμώμητοι (amometoi) = onberispelijk | αὐτῷ (auto) = door Hem | εὑρεθῆναι (heurethenai) = gevonden te worden | ἐν (en) = in | εἰρήνῃ (eirene) = vrede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄσπιλος (aspilos), ‘zonder vlek’ en ἀμώμητος (amometos), ‘onberispelijk’: vergelijk 1 Petr. 1:19 en 2 Petr. 2:13. ‘Door Hem’: het Grieks zegt niet of dit Yeshua of Elohim is. Voetnoot : Zie ook 1 Petr. 1:19. Zie ook: 1 Petr 1:19; 2 Petr 2:13 ### Het geduld van de Heer is redding **3:15** en acht het geduld van onze Heer als redding, zoals ook onze geliefde broer Paulus jullie geschreven heeft, naar de wijsheid die hem gegeven is, Brontekst: καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | μακροθυμίαν (makrothymian) = geduld | σωτηρίαν (soterian) = redding | ἡγεῖσθε (hegeisthe) = acht | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | ἀγαπητὸς (agapetos) = geliefde | ἡμῶν (hemon) = onze | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | Παῦλος (Paulos) = Paulus | κατὰ (kata) = volgens | τὴν (ten) = de | δοθεῖσαν (dotheisan) = gegeven | αὐτῷ (auto) = aan hem | σοφίαν (sophian) = wijsheid | ἔγραψεν (egrapsen) = schreef | ὑμῖν (hymin) = aan jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Het geduld van onze Heer is redding’: Zijn geduld geeft tijd om gered te worden (vers 9). ‘Onze geliefde broer Paulus’: de schrijver noemt Paulus zo en erkent de wijsheid die hem gegeven is. Welke brief bedoeld wordt, zegt het Grieks niet; vergelijk Rom. 2:4. Voetnoot Lezing: Bij ‘die hem gegeven is’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 2:4. Zie ook: Rom 2:4; 2 Petr 3:9 **3:16** zoals hij ook in alle brieven erover spreekt. Daarin staan enkele moeilijk te begrijpen dingen, die de onwetenden en onstandvastigen verdraaien, zoals ook de overige Schriften, tot hun eigen verderf. Brontekst: ὡς (hos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | πάσαις (pasais) = alle | ταῖς (tais) = de | ἐπιστολαῖς (epistolais) = brieven | λαλῶν (lalon) = sprekend | ἐν (en) = in | αὐταῖς (autais) = hen | περὶ (peri) = over | τούτων (touton) = dit | ἐν (en) = in | αἷς (hais) = welke | ἐστιν (estin) = is | δυσνόητά (dysnoeta) = moeilijk te begrijpen | τινα (tina) = enige dingen | ἃ (ha) = die | οἱ (hoi) = de | ἀμαθεῖς (amatheis) = onwetenden | καὶ (kai) = en | ἀστήρικτοι (asteriktoi) = onstandvastigen | στρεβλοῦσιν (streblousin) = verdraaien | ὡς (hos) = zoals | καὶ (kai) = ook | τὰς (tas) = de | λοιπὰς (loipas) = overige | γραφὰς (graphas) = Schriften | πρὸς (pros) = tot | τὴν (ten) = de | ἰδίαν (idian) = eigen | αὐτῶν (auton) = hun | ἀπώλειαν (apoleian) = verderf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δυσνόητος (dysnoetos), ‘moeilijk te begrijpen’: komt alleen hier voor. ἀμαθής (amathes), ‘onwetend’; ἀστήρικτος (asteriktos), ‘onstandvastig’: ook in 2:14. στρεβλόω (streblo), ‘verdraaien’. γραφαί (grafai), ‘Schriften’: ‘de overige Schriften’ zet Paulus’ brieven naast de Schriften. ἀπώλεια (apoleia), ‘verderf’. Voetnoot Lezing: Bij ‘de brieven’ en bij ‘in welke’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. ### Blijf standvastig **3:17** Jullie dan, geliefden, die dit van tevoren weten: wees op jullie hoede, opdat jullie niet, meegesleept door de dwaling van de wetlozen, uit jullie eigen vastheid vallen. Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | οὖν (oun) = dus | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | προγινώσκοντες (proginoskontes) = van tevoren wetend | φυλάσσεσθε (phylassesthe) = wees op jullie hoede | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | τῇ (te) = door de | τῶν (ton) = van de | ἀθέσμων (athesmon) = wetlozen | πλάνῃ (plane) = dwaling | συναπαχθέντες (synapachthentes) = meegesleept | ἐκπέσητε (ekpesete) = jullie vallen | τοῦ (tou) = uit | ἰδίου (idiou) = eigen | στηριγμοῦ (sterigmou) = vastheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προγινώσκω (proginosko), ‘van tevoren weten’. ἄθεσμος (athesmos), ‘wetloos’: ook in 2:7. στηριγμός (sterigmos), ‘vastheid’: een zeldzaam woord, alleen hier; het woord ἀστήρικτος in vers 16 is er de tegenhanger van. Voetnoot : Zie ook Jud. 20–21. Zie ook: 2 Petr 3:16 **3:18** Maar groei in genade en kennis van onze Heer en Redder Yeshua de Messias. Aan Hem de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen. Brontekst: αὐξάνετε (auxanete) = groeit | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = in | χάριτι (chariti) = genade | καὶ (kai) = en | γνώσει (gnosei) = kennis | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | σωτῆρος (soteros) = Redder | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | αὐτῷ (auto) = aan Hem | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | καὶ (kai) = zowel | νῦν (nyn) = nu | καὶ (kai) = als | εἰς (eis) = tot | ἡμέραν (hemeran) = dag | αἰῶνος (aionos) = van de eeuwigheid | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: αὐξάνω (auxano), ‘groeien’; χάρις (charis), ‘genade’; γνῶσις (gnosis), ‘kennis’. ‘Onze Heer en Redder Yeshua de Messias’ staat onder één lidwoord, zoals in 1:11. ‘Tot de dag van de eeuwigheid’ (εἰς ἡμέραν αἰῶνος): tot in de eeuwige dag. De brief eindigt met een lofprijs aan Yeshua. Voetnoot Lezing: Bij ‘amen’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 2 Petr. 1:1; 2 Petr. 1:11. Zie ook: 2 Petr 1:1; 2 Petr 1:11