# 2 Korintiërs (Πρὸς Κορινθίους Β, Pros Korinthious II) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## 2 Korintiërs 1 _Aanhef, de Elohim van alle vertroosting, de verdrukking in Asia en het gewijzigde reisplan_ ### Aanhef **1:1** Paulus, apostel van Yeshua de Messias door de wil van Elohim, en Timoteüs, de broer, aan de gemeente van Elohim die in Korinte is, samen met alle heiligen die in heel Achaje zijn: Brontekst: Παῦλος (Paulos) = Paulus | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | διὰ (dia) = door | θελήματος (thelematos) = wil | θεοῦ (theou) = van Elohim | καὶ (kai) = en | Τιμόθεος (Timotheos) = Timoteüs | ὁ (ho) = de | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | τῇ (te) = aan de | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τῇ (te) = die | οὔσῃ (ouse) = is | ἐν (en) = in | Κορίνθῳ (Korintho) = Korinte | σὺν (syn) = samen met | τοῖς (tois) = de | ἁγίοις (hagiois) = heiligen | πᾶσιν (pasin) = alle | τοῖς (tois) = die | οὖσιν (ousin) = zijn | ἐν (en) = in | ὅλῃ (hole) = heel | τῇ (te) = de | Ἀχαΐᾳ (Achaia) = Achaje Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Korinte: Korinte lag op de landengte tussen het vasteland van Griekenland en de Peloponnesos, met een haven aan elke kant. Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje. Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: de samengeroepen groep. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de mensen die voor Elohim apart gezet zijn; zo noemt Paulus de gelovigen. Timoteüs is hier medeafzender. Achaje is de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland; Korinte lag daarin. In deze brief wisselt Paulus ‘wij’ en ‘ik’: wij vertalen steeds wat het Grieks heeft. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:1–3; Hand. 18:1. Zie ook: Hand 16:1–3; Hand 18:1 **1:2** genade en vrede voor jullie van Elohim, onze Vader, en van de Heer Yeshua de Messias. Brontekst: χάρις (charis) = genade | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | κυρίου (kyriou) = van de Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De groet ‘genade en vrede’ is dezelfde als in Gal. 1:3. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:3. Zie ook: Gal 1:3 ### De Elohim van alle vertroosting **1:3** Gezegend is de Elohim en Vader van onze Heer Yeshua de Messias. Hij is de Vader van de barmhartigheden en de Elohim van alle vertroosting. Brontekst: Εὐλογητὸς (Eulogetos) = gezegend | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατὴρ (pater) = Vader | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ὁ (ho) = de | πατὴρ (pater) = Vader | τῶν (ton) = van de | οἰκτιρμῶν (oiktirmon) = barmhartigheden | καὶ (kai) = en | θεὸς (theos) = Elohim | πάσης (pases) = van alle | παρακλήσεως (parakleseos) = vertroosting Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐλογητός (eulogetos), ‘gezegend, geprezen’: een lofprijs aan Elohim. οἰκτιρμοί (oiktirmoi), ‘barmhartigheden’. παράκλησις (paraklesis), ‘vertroosting’, en het werkwoord παρακαλέω (parakaleo), ‘troosten’: dit woord en zijn verwanten komen in 1:3–7 tien keer voor. Het Griekse woord heeft meer kanten: ook ‘aansporen, vermanen, oproepen’. Wij vertalen in 1:3–7 en in 2:7 steeds ‘vertroosting’ en ‘troosten’. Waar het in 2:8, 5:20 en 6:1 om een oproep gaat, staat ‘verzoeken’ of ‘oproepen’; het is hetzelfde Griekse woord. **1:4** Hij troost ons bij al onze verdrukking. Zo kunnen wij hen troosten die in welke verdrukking ook zijn, met de vertroosting waarmee wijzelf door Elohim getroost worden. Brontekst: ὁ (ho) = Hij die | παρακαλῶν (parakalon) = troost | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἐπὶ (epi) = bij | πάσῃ (pase) = alle | τῇ (te) = de | θλίψει (thlipsei) = verdrukking | ἡμῶν (hemon) = onze | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | δύνασθαι (dynasthai) = kunnen | ἡμᾶς (hemas) = wij | παρακαλεῖν (parakalein) = troosten | τοὺς (tous) = hen die | ἐν (en) = in | πάσῃ (pase) = elke | θλίψει (thlipsei) = verdrukking | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | παρακλήσεως (parakleseos) = vertroosting | ἧς (hes) = waarmee | παρακαλούμεθα (parakaloumetha) = getroost worden | αὐτοὶ (autoi) = wijzelf | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: letterlijk ‘het samendrukken’. De vertroosting die Paulus ontvangt, geeft hij door aan anderen. **1:5** Want zoals het lijden van de Messias overvloedig op ons komt, zo is door de Messias ook onze vertroosting overvloedig. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | καθὼς (kathos) = zoals | περισσεύει (perisseuei) = is overvloedig | τὰ (ta) = het | παθήματα (pathemata) = lijden | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | εἰς (eis) = op | ἡμᾶς (hemas) = ons | οὕτως (houtos) = zo | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | περισσεύει (perisseuei) = is overvloedig | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = de | παράκλησις (paraklesis) = vertroosting | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παθήματα τοῦ Χριστοῦ (pathemata tou Christou), ‘het lijden van de Messias’: het Grieks zegt alleen ‘van de Messias’. Het kan gaan om het lijden dat de Messias onderging, of om het lijden dat de Messias-volgelingen om Hem ondergaan. Wij houden de Griekse genitief. **1:6** Worden wij verdrukt, dan is dat voor jullie vertroosting en redding. Worden wij getroost, dan is dat voor jullie vertroosting, die werkzaam is in de volharding onder hetzelfde lijden dat ook wij ondergaan. Brontekst: εἴτε (eite) = of | δὲ (de) = nu | θλιβόμεθα (thlibometha) = worden wij verdrukt | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῆς (tes) = de | ὑμῶν (hymon) = jullie | παρακλήσεως (parakleseos) = vertroosting | καὶ (kai) = en | σωτηρίας (soterias) = redding | εἴτε (eite) = of | παρακαλούμεθα (parakaloumetha) = worden wij getroost | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῆς (tes) = de | ὑμῶν (hymon) = jullie | παρακλήσεως (parakleseos) = vertroosting | τῆς (tes) = die | ἐνεργουμένης (energoumenes) = werkzaam is | ἐν (en) = in | ὑπομονῇ (hypomone) = volharding | τῶν (ton) = de | αὐτῶν (auton) = dezelfde | παθημάτων (pathematon) = lijden | ὧν (hon) = waaronder | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | πάσχομεν (paschomen) = ondergaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’, zoals in Jak. 1:3. πάσχω (pascho), ‘lijden, ondergaan’. Zie ook: Jak 1:3 **1:7** En onze hoop voor jullie is vast. Wij weten dat jullie deelgenoten zijn van het lijden, zoals ook van de vertroosting. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἐλπὶς (elpis) = hoop | ἡμῶν (hemon) = onze | βεβαία (bebaia) = vast | ὑπὲρ (hyper) = voor | ὑμῶν (hymon) = jullie | εἰδότες (eidotes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | ὡς (hos) = zoals | κοινωνοί (koinonoi) = deelgenoten | ἐστε (este) = jullie zijn | τῶν (ton) = van het | παθημάτων (pathematon) = lijden | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | τῆς (tes) = van de | παρακλήσεως (parakleseos) = vertroosting Bron: SBLGNT ### De verdrukking in Asia **1:8** Want wij willen niet dat jullie onwetend zijn, broers, over onze verdrukking die in Asia gebeurd is. Wij werden buitensporig zwaar belast, boven ons vermogen, zodat wij zelfs aan het leven wanhoopten. Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | γὰρ (gar) = want | θέλομεν (thelomen) = wij willen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀγνοεῖν (agnoein) = onwetend zijn | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ὑπὲρ (hyper) = over | τῆς (tes) = de | θλίψεως (thlipseos) = verdrukking | ἡμῶν (hemon) = onze | τῆς (tes) = die | γενομένης (genomenes) = gebeurd is | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | Ἀσίᾳ (Asia) = Asia | ὅτι (hoti) = dat | καθ’ (kath’) = boven | ὑπερβολὴν (hyperbolen) = maat | ὑπὲρ (hyper) = boven | δύναμιν (dynamin) = vermogen | ἐβαρήθημεν (ebarethemen) = werden wij belast | ὥστε (hoste) = zodat | ἐξαπορηθῆναι (exaporethenai) = wanhopen | ἡμᾶς (hemas) = wij | καὶ (kai) = zelfs | τοῦ (tou) = aan het | ζῆν (zen) = leven Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. Asia is de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als hoofdstad. De brief zegt niet wat er gebeurd is. Handelingen vertelt over grote onrust in Efeze, maar zegt niet dat dit dezelfde verdrukking is. ἐξαπορέω (exaporeo), ‘wanhopen’: geen uitweg meer zien. Voetnoot : Zie ook Hand. 19:23–40. Zie ook: Hand 19:23–40 **1:9** Maar wijzelf hadden in onszelf het vonnis van de dood, opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen maar op Elohim, die de doden opwekt. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | αὐτοὶ (autoi) = wijzelf | ἐν (en) = in | ἑαυτοῖς (heautois) = onszelf | τὸ (to) = het | ἀπόκριμα (apokrima) = vonnis | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood | ἐσχήκαμεν (eschekamen) = hadden wij | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | πεποιθότες (pepoithotes) = vertrouwend | ὦμεν (omen) = wij zouden zijn | ἐφ’ (eph’) = op | ἑαυτοῖς (heautois) = onszelf | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐπὶ (epi) = op | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | τῷ (to) = die | ἐγείροντι (egeironti) = opwekt | τοὺς (tous) = de | νεκρούς (nekrous) = doden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόκριμα (apokrima), ‘vonnis, uitspraak’: een rechterlijk besluit. Paulus voelde zich ter dood veroordeeld. ‘Elohim, die de doden opwekt’ (ἐγείρω, egeiro, ‘opwekken’) zegt wat Paulus leerde: niet op zichzelf, maar op Elohim vertrouwen. **1:10** Hij heeft ons uit zo’n grote dood bevrijd en zal ons bevrijden. Op Hem hebben wij onze hoop gevestigd dat Hij ons ook verder zal bevrijden. Brontekst: ὃς (hos) = die | ἐκ (ek) = uit | τηλικούτου (telikoutou) = zo’n grote | θανάτου (thanatou) = dood | ἐρρύσατο (errysato) = bevrijdde | ἡμᾶς (hemas) = ons | καὶ (kai) = en | ῥύσεται (rhysetai) = zal bevrijden | εἰς (eis) = op | ὃν (hon) = wie | ἠλπίκαμεν (elpikamen) = hebben wij gehoopt | ὅτι (hoti) = dat | καὶ (kai) = ook | ἔτι (eti) = nog | ῥύσεται (rhysetai) = zal bevrijden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ῥύομαι (rhyomai), ‘bevrijden, redden uit gevaar’, zoals in Matt. 6:13. Zie ook: Mat 6:13 **1:11** Ook jullie werken daarbij mee door het gebed voor ons. Zo wordt voor de genadegave aan ons, die uit vele personen komt, door velen dank gebracht namens ons. Brontekst: συνυπουργούντων (synypourgounton) = meewerkend | καὶ (kai) = ook | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | τῇ (te) = met het | δεήσει (deesei) = gebed | ἵνα (hina) = opdat | ἐκ (ek) = uit | πολλῶν (pollon) = vele | προσώπων (prosopon) = personen | τὸ (to) = de | εἰς (eis) = aan | ἡμᾶς (hemas) = ons | χάρισμα (charisma) = genadegave | διὰ (dia) = door | πολλῶν (pollon) = velen | εὐχαριστηθῇ (eucharistethe) = dank wordt gebracht | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρισμα (charisma), ‘genadegave’. πρόσωπον (prosopon), ‘gezicht, persoon’: ‘uit vele personen’ kan bij ‘de genadegave aan ons’ horen (de gave is door velen gebeden) of bij het danken (velen danken). De Griekse zin laat beide toe; wij kiezen het eerste. ### Roem en geweten **1:12** Want dit is onze roem: het getuigenis van ons geweten. Wij hebben in de wereld geleefd in heiligheid en oprechtheid van Elohim, niet in vleselijke wijsheid maar in de genade van Elohim. Dat was vooral zo bij jullie. Brontekst: Ἡ (He) = de | γὰρ (gar) = want | καύχησις (kauchesis) = roem | ἡμῶν (hemon) = onze | αὕτη (haute) = deze | ἐστίν (estin) = is | τὸ (to) = het | μαρτύριον (martyrion) = getuigenis | τῆς (tes) = van het | συνειδήσεως (syneideseos) = geweten | ἡμῶν (hemon) = ons | ὅτι (hoti) = dat | ἐν (en) = in | ἁγιότητι (hagioteti) = heiligheid | καὶ (kai) = en | εἰλικρινείᾳ (eilikrineia) = oprechtheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = in | σοφίᾳ (sophia) = wijsheid | σαρκικῇ (sarkike) = vleselijke | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | χάριτι (chariti) = genade | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἀνεστράφημεν (anestraphemen) = hebben wij geleefd | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | κόσμῳ (kosmo) = wereld | περισσοτέρως (perissoteros) = overvloediger | δὲ (de) = maar | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καύχησις (kauchesis), ‘roem’; καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’, zoals in Gal. 6:14. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’, van σάρξ (sarx), ‘vlees’: wat bij de zwakke, aardse menselijke natuur hoort, tegenover de genade van Elohim. εἰλικρίνεια (eilikrineia), ‘oprechtheid’. Zie ook: Gal 6:14 **1:13** Want wij schrijven jullie niets anders dan wat jullie lezen of ook erkennen. Ik hoop dat jullie tot het einde zullen erkennen, Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἄλλα (alla) = andere dingen | γράφομεν (graphomen) = schrijven wij | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἀλλ’ (all’) = maar | ἢ (e) = dan | ἃ (ha) = wat | ἀναγινώσκετε (anaginoskete) = jullie lezen | ἢ (e) = of | καὶ (kai) = ook | ἐπιγινώσκετε (epiginoskete) = jullie erkennen | ἐλπίζω (elpizo) = ik hoop | δὲ (de) = nu | ὅτι (hoti) = dat | ἕως (heos) = tot | τέλους (telous) = einde | ἐπιγνώσεσθε (epignosesthe) = jullie zullen erkennen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Er is een woordspel in het Grieks: ἀναγινώσκω (anaginosko), ‘lezen’, en ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘erkennen, goed leren kennen’. Wij schrijven niets wat jullie niet kunnen lezen en doorzien, zegt Paulus. **1:14** zoals jullie ons ook gedeeltelijk erkend hebben, dat wij jullie roem zijn, zoals ook jullie de onze zijn op de dag van onze Heer Yeshua. Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἐπέγνωτε (epegnote) = jullie hebben erkend | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἀπὸ (apo) = van | μέρους (merous) = deel | ὅτι (hoti) = dat | καύχημα (kauchema) = roem | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐσμεν (esmen) = zijn wij | καθάπερ (kathaper) = zoals | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐν (en) = op | τῇ (te) = de | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπὸ μέρους (apo merous), ‘gedeeltelijk’. ‘De dag van onze Heer Yeshua’: de profeten spreken van de ‘dag van Yahweh’, de dag van Zijn komst en oordeel. Paulus neemt die uitdrukking over voor Yeshua, de Heer. Voetnoot : Zie ook Joël 2:1; Amos 5:18; Jes. 13:6. Zie ook: Joël 2:1; Amos 5:18; Jes 13:6 ### Het gewijzigde reisplan **1:15** En met dit vertrouwen wilde ik eerst naar jullie komen, opdat jullie een tweede genade zouden ontvangen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ταύτῃ (taute) = met dit | τῇ (te) = de | πεποιθήσει (pepoithesei) = vertrouwen | ἐβουλόμην (eboulomen) = wilde ik | πρότερον (proteron) = eerst | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐλθεῖν (elthein) = komen | ἵνα (hina) = opdat | δευτέραν (deuteran) = een tweede | χάριν (charin) = genade | σχῆτε (schete) = jullie zouden ontvangen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’: hier ook ‘weldaad, gunst’. Paulus wilde twee keer bij hen komen, zodat zij twee keer voordeel van zijn bezoek hadden. **1:16** Ook wilde ik via jullie naar Macedonië gaan, uit Macedonië weer naar jullie komen en door jullie op weg geholpen worden naar Judea. Brontekst: καὶ (kai) = en | δι’ (di’) = via | ὑμῶν (hymon) = jullie | διελθεῖν (dielthein) = doorreizen | εἰς (eis) = naar | Μακεδονίαν (Makedonian) = Macedonië | καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = weer | ἀπὸ (apo) = uit | Μακεδονίας (Makedonias) = Macedonië | ἐλθεῖν (elthein) = komen | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | ὑφ’ (hyph’) = door | ὑμῶν (hymon) = jullie | προπεμφθῆναι (propemphthenai) = op weg geholpen worden | εἰς (eis) = naar | τὴν (ten) = (de) | Ἰουδαίαν (Ioudaian) = Judea Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem. Het komt overeen met het oude Juda. Voetnoot Uitleg: προπέμπω (propempo), ‘uitgeleide doen, op weg helpen’: de gemeente zorgt voor de reis, zoals in Hand. 15:3. Dit reisplan: Korinte, dan Macedonië, dan weer Korinte, dan Judea. Een ander plan, eerst Macedonië en dan Korinte, staat in 1 Kor. 16:5–6. Voetnoot : Zie ook Hand. 19:21; Hand. 20:1–3. Zie ook: Hand 15:3; Hand 19:21; Hand 20:1–3; 1 Kor 16:5–6 **1:17** Heb ik, toen ik dit dus wilde, soms lichtvaardig gehandeld? Of beraadslaag ik wat ik beraadslaag naar het vlees, zodat bij mij het „Ja, ja” en het „Nee, nee” zou zijn? Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | οὖν (oun) = dus | βουλόμενος (boulomenos) = willende | μήτι (meti) = toch niet | ἄρα (ara) = soms | τῇ (te) = de | ἐλαφρίᾳ (elaphria) = lichtvaardigheid | ἐχρησάμην (echresamen) = heb ik gebruikt | ἢ (e) = of | ἃ (ha) = wat | βουλεύομαι (bouleuomai) = ik beraadslaag | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | βουλεύομαι (bouleuomai) = ik beraadslaag | ἵνα (hina) = opdat | ᾖ (e) = zou zijn | παρ’ (par’) = bij | ἐμοὶ (emoi) = mij | τὸ (to) = het | Ναὶ (Nai) = ja | ναὶ (nai) = ja | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | Οὒ (Ou) = nee | οὔ (ou) = nee Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλαφρία (elafria), ‘lichtvaardigheid, wispelturigheid’. κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: naar menselijke, eigenmachtige overwegingen (zie ook Gal. 3:3). Ναὶ ναί, Οὒ οὔ (nai nai, ou ou), ‘ja, ja’ en ‘nee, nee’: iemand die ja en nee zegt naar het hem uitkomt. Yeshua zegt in de bergrede dat ons woord ‘ja, ja’ en ‘nee, nee’ moet zijn. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:37; Jak. 5:12. Zie ook: Mat 5:37; Jak 5:12; Gal 3:3 ### Elohim is trouw: in Hem is het „Ja” **1:18** Elohim is trouw: ons woord aan jullie is niet „Ja” en „Nee”. Brontekst: πιστὸς (pistos) = trouw | δὲ (de) = nu | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | ἡμῶν (hemon) = ons | ὁ (ho) = dat | πρὸς (pros) = aan | ὑμᾶς (hymas) = jullie | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | Ναὶ (Nai) = ja | καὶ (kai) = en | Οὔ (Ou) = nee Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστὸς δὲ ὁ θεός (pistos de ho theos), ‘Elohim is trouw’: dit klinkt als een plechtige verzekering, bijna een eed. Het Grieks heeft geen werkwoord ‘is’ in dit deel; wij vullen het aan. **1:19** Want de Zoon van Elohim, Yeshua de Messias, is niet „Ja” en „Nee” geworden. Hij is onder jullie verkondigd door ons, door mij, Silvanus en Timoteüs. In Hem is het „Ja” geworden. Brontekst: ὁ (ho) = de | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | γὰρ (gar) = want | υἱὸς (huios) = Zoon | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ὁ (ho) = die | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | δι’ (di’) = door | ἡμῶν (hemon) = ons | κηρυχθείς (kerychtheis) = verkondigd | δι’ (di’) = door | ἐμοῦ (emou) = mij | καὶ (kai) = en | Σιλουανοῦ (Silouanou) = Silvanus | καὶ (kai) = en | Τιμοθέου (Timotheou) = Timoteüs | οὐκ (ouk) = niet | ἐγένετο (egeneto) = werd | Ναὶ (Nai) = ja | καὶ (kai) = en | Οὒ (Ou) = nee | ἀλλὰ (alla) = maar | Ναὶ (Nai) = ja | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | γέγονεν (gegonen) = is geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Silvanus (Σιλουανός) is de naam die de brieven gebruiken; in Handelingen heet deze medewerker van Paulus Silas. Wij houden in de brieven Silvanus. Timoteüs is de medeafzender van 1:1. Voetnoot : Zie ook Hand. 15:40; Hand. 18:5. Zie ook: Hand 15:40; Hand 18:5 **1:20** Want alle beloften van Elohim, hoeveel het er ook zijn: in Hem is het „Ja”. Daarom is door Hem ook het „Amen” voor Elohim, tot heerlijkheid, door ons. Brontekst: ὅσαι (hosai) = zoveel als | γὰρ (gar) = want | ἐπαγγελίαι (epangeliai) = beloften | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | τὸ (to) = het | Ναί (Nai) = ja | διὸ (dio) = daarom | καὶ (kai) = ook | δι’ (di’) = door | αὐτοῦ (autou) = Hem | τὸ (to) = het | Ἀμὴν (Amen) = amen | τῷ (to) = aan | θεῷ (theo) = Elohim | πρὸς (pros) = tot | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | δι’ (di’) = door | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. Ναί (nai), ‘ja’, en Ἀμήν (amen), ‘amen’, het Hebreeuwse אָמֵן, ‘zo is het, het staat vast’: Elohims beloften krijgen hun ‘Ja’ in de Messias, en de gemeente antwoordt daarop met het ‘Amen’. **1:21** Maar Hij die ons samen met jullie in de Messias bevestigt en ons gezalfd heeft, is Elohim. Brontekst: ὁ (ho) = Hij die | δὲ (de) = nu | βεβαιῶν (bebaion) = bevestigt | ἡμᾶς (hemas) = ons | σὺν (syn) = samen met | ὑμῖν (hymin) = jullie | εἰς (eis) = in | Χριστὸν (Christon) = de Messias | καὶ (kai) = en | χρίσας (chrisas) = gezalfd heeft | ἡμᾶς (hemas) = ons | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βεβαιόω (bebaioo), ‘bevestigen, vast maken’. χρίω (chrio), ‘zalven’: hetzelfde woord als Χριστός (Christos), ‘gezalfde’, in het Hebreeuws mashiach, ‘Messias’. Paulus zegt dat Elohim ook de gemeente ‘gezalfd’ heeft. **1:22** Hij heeft ons ook verzegeld en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven. Brontekst: ὁ (ho) = Hij die | καὶ (kai) = ook | σφραγισάμενος (sphragisamenos) = verzegeld heeft | ἡμᾶς (hemas) = ons | καὶ (kai) = en | δοὺς (dous) = gegeven heeft | τὸν (ton) = het | ἀρραβῶνα (arrabona) = onderpand | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | καρδίαις (kardiais) = harten | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σφραγίζω (sfragizo), ‘verzegelen’: een zegel toont van wie iets is en dat het veilig is. ἀρραβών (arrabon), ‘onderpand’: een eerste betaling die de rest waarborgt. De Geest is het onderpand van wat Elohim nog zal geven. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 5:5. Zie ook: 2 Kor 5:5 ### Waarom Paulus niet naar Korinte kwam **1:23** Ik roep Elohim als getuige aan, op mijn ziel, dat ik jullie spaarde en daarom niet meer naar Korinte ben gekomen. Brontekst: Ἐγὼ (Ego) = ik | δὲ (de) = maar | μάρτυρα (martyra) = getuige | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἐπικαλοῦμαι (epikaloumai) = roep ik aan | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = (de) | ἐμὴν (emen) = mijn | ψυχήν (psychen) = ziel | ὅτι (hoti) = dat | φειδόμενος (pheidomenos) = sparend | ὑμῶν (hymon) = jullie | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | ἦλθον (elthon) = kwam ik | εἰς (eis) = naar | Κόρινθον (Korinthon) = Korinte Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Korinte: Korinte lag op de landengte tussen het vasteland van Griekenland en de Peloponnesos, met een haven aan elke kant. Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje. Voetnoot Uitleg: ψυχή (psyche), ‘ziel’: ook ‘leven’. ‘Op mijn ziel’ is een eed: Paulus zet zijn leven in. οὐκέτι (ouketi), ‘niet meer’: in 2:1 zegt Paulus dat hij niet ‘opnieuw in verdriet’ wilde komen. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 2:1. Zie ook: 2 Kor 2:1 **1:24** Niet dat wij heersen over jullie geloof, maar wij zijn medewerkers aan jullie vreugde, want in het geloof staan jullie vast. Brontekst: οὐχ (ouch) = niet | ὅτι (hoti) = dat | κυριεύομεν (kyrieuomen) = heersen wij | ὑμῶν (hymon) = over jullie | τῆς (tes) = het | πίστεως (pisteos) = geloof | ἀλλὰ (alla) = maar | συνεργοί (synergoi) = medewerkers | ἐσμεν (esmen) = zijn wij | τῆς (tes) = van de | χαρᾶς (charas) = vreugde | ὑμῶν (hymon) = jullie | τῇ (te) = door het | γὰρ (gar) = want | πίστει (pistei) = geloof | ἑστήκατε (hestekate) = staan jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κυριεύω (kyrieuo), ‘heersen als heer’. συνεργός (synergos), ‘medewerker’. Paulus wil geen gezag over het geloof van de gemeente hebben; het gaat om hun vreugde. ## 2 Korintiërs 2 _Verdriet en vergeving, onrust in Troas en de geur van de kennis van de Messias_ ### Verdriet en een brief **2:1** Want ik heb voor mezelf dit besloten: niet opnieuw in verdriet naar jullie te komen. Brontekst: ἔκρινα (ekrina) = ik besloot | γὰρ (gar) = want | ἐμαυτῷ (emauto) = voor mezelf | τοῦτο (touto) = dit | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | πάλιν (palin) = opnieuw | ἐν (en) = in | λύπῃ (lype) = verdriet | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐλθεῖν (elthein) = komen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πάλιν ἐν λύπῃ (palin en lype), ‘opnieuw in verdriet’: het woord ‘opnieuw’ wijst op een eerder bezoek in verdriet. De brief zegt niet hoe dat bezoek verliep. λύπη (lype), ‘verdriet, droefheid’; λυπέω (lypeo), ‘bedroeven’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 12:21; 2 Kor. 13:1–2. Zie ook: 2 Kor 12:21; 2 Kor 13:1–2 **2:2** Want als ik jullie bedroef, wie verblijdt mij dan, behalve degene die door mij bedroefd wordt? Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἐγὼ (ego) = ik | λυπῶ (lypo) = bedroef | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = dan ook | τίς (tis) = wie | ὁ (ho) = hij die | εὐφραίνων (euphrainon) = verblijdt | με (me) = mij | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | ὁ (ho) = hij die | λυπούμενος (lypoumenos) = bedroefd wordt | ἐξ (ex) = door | ἐμοῦ (emou) = mij Bron: SBLGNT **2:3** En juist dit heb ik geschreven, opdat ik bij mijn komst geen verdriet krijg van hen door wie ik blij had moeten zijn. Ik vertrouw op jullie allen, dat mijn vreugde die van jullie allen is. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔγραψα (egrapsa) = schreef ik | τοῦτο (touto) = dit | αὐτὸ (auto) = juist | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ἐλθὼν (elthon) = komend | λύπην (lypen) = verdriet | σχῶ (scho) = ik zou hebben | ἀφ’ (aph’) = van | ὧν (hon) = wie | ἔδει (edei) = het moest | με (me) = mij | χαίρειν (chairein) = zich verheugen | πεποιθὼς (pepoithos) = vertrouwend | ἐπὶ (epi) = op | πάντας (pantas) = allen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὅτι (hoti) = dat | ἡ (he) = de | ἐμὴ (eme) = mijn | χαρὰ (chara) = vreugde | πάντων (panton) = van allen | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks zegt ‘dit zelfde (τοῦτο αὐτό) heb ik geschreven’. In 7:8 noemt Paulus een brief die hen bedroefde; welke brief hier bedoeld is, zegt de tekst niet. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 7:8–12. Zie ook: 2 Kor 7:8–12 **2:4** Want uit grote verdrukking en beklemming van hart heb ik jullie geschreven, onder veel tranen. Niet opdat jullie bedroefd worden, maar opdat jullie de liefde leren kennen die ik overvloedig voor jullie heb. Brontekst: ἐκ (ek) = uit | γὰρ (gar) = want | πολλῆς (polles) = grote | θλίψεως (thlipseos) = verdrukking | καὶ (kai) = en | συνοχῆς (synoches) = beklemming | καρδίας (kardias) = van hart | ἔγραψα (egrapsa) = schreef ik | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | διὰ (dia) = door | πολλῶν (pollon) = veel | δακρύων (dakryon) = tranen | οὐχ (ouch) = niet | ἵνα (hina) = opdat | λυπηθῆτε (lypethete) = jullie bedroefd worden | ἀλλὰ (alla) = maar | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | ἵνα (hina) = opdat | γνῶτε (gnote) = jullie leren kennen | ἣν (hen) = die | ἔχω (echo) = ik heb | περισσοτέρως (perissoteros) = overvloedig | εἰς (eis) = voor | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνοχή (synoche), ‘beklemming’: letterlijk ‘samengeknepen zijn’. Paulus schreef met veel tranen; zijn doel was niet te bedroeven maar de liefde te laten zien. ### Vergeving voor wie verdriet veroorzaakte **2:5** Maar als iemand verdriet heeft gedaan, heeft hij niet mij bedroefd, maar voor een deel – opdat ik niet te zwaar val – jullie allen. Brontekst: Εἰ (Ei) = als | δέ (de) = nu | τις (tis) = iemand | λελύπηκεν (lelypeken) = verdriet heeft gedaan | οὐκ (ouk) = niet | ἐμὲ (eme) = mij | λελύπηκεν (lelypeken) = heeft bedroefd | ἀλλὰ (alla) = maar | ἀπὸ (apo) = voor | μέρους (merous) = deel | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ἐπιβαρῶ (epibaro) = ik te zwaar val | πάντας (pantas) = allen | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse zin is kort en laat twee lezingen toe. ἀπὸ μέρους (apo merous), ‘voor een deel’, kan bij ‘jullie allen’ horen (hij heeft voor een deel jullie allen bedroefd) of de zin afzwakken (‘om niet te veel te zeggen’). Wij houden de woorden in de Griekse volgorde. ἐπιβαρέω (epibareo), ‘te zwaar vallen, belasten’. De man wordt niet bij naam genoemd. **2:6** Voor zo iemand is deze straf genoeg, die door de meerderheid is opgelegd, Brontekst: ἱκανὸν (hikanon) = genoeg | τῷ (to) = voor de | τοιούτῳ (toiouto) = zodanige | ἡ (he) = de | ἐπιτιμία (epitimia) = straf | αὕτη (haute) = deze | ἡ (he) = die | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de | πλειόνων (pleionon) = meerderen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιτιμία (epitimia), ‘straf, bestraffing’: een zeldzaam woord. ‘De meerderheid’ (οἱ πλείονες, hoi pleiones): het Grieks zegt ‘de meerderen’, dus de meesten van de gemeente. **2:7** zodat jullie hem juist liever vergeven en troosten, opdat zo iemand niet verzwolgen wordt door al te groot verdriet. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | τοὐναντίον (tounantion) = integendeel | μᾶλλον (mallon) = liever | ὑμᾶς (hymas) = jullie | χαρίσασθαι (charisasthai) = vergeven | καὶ (kai) = en | παρακαλέσαι (parakalesai) = troosten | μή (me) = opdat niet | πως (pos) = misschien | τῇ (te) = door het | περισσοτέρᾳ (perissotera) = overmatige | λύπῃ (lype) = verdriet | καταποθῇ (katapothe) = verzwolgen wordt | ὁ (ho) = de | τοιοῦτος (toioutos) = zodanige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χαρίζομαι (charizomai), ‘vergeven’: letterlijk ‘uit genade schenken’, van χάρις (charis), ‘genade’. παρακαλέω (parakaleo), ‘troosten’, zoals in 1:4. Het Grieks heeft geen ‘hem’; wij vullen het aan omdat het Nederlands een voorwerp nodig heeft. καταπίνω (katapino), ‘verzwelgen’. **2:8** Daarom verzoek ik jullie om liefde voor hem te bekrachtigen. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | παρακαλῶ (parakalo) = verzoek ik | ὑμᾶς (hymas) = jullie | κυρῶσαι (kyrosai) = bekrachtigen | εἰς (eis) = jegens | αὐτὸν (auton) = hem | ἀγάπην (agapen) = liefde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κυρόω (kyroo), ‘bekrachtigen, rechtsgeldig maken’: de gemeente moet haar liefde voor hem openlijk bevestigen. παρακαλέω (parakaleo) staat hier als ‘verzoeken’; het is hetzelfde Griekse woord als ‘troosten’ in 1:4. **2:9** Want hiervoor heb ik ook geschreven: om jullie beproefdheid te leren kennen – of jullie in alles gehoorzaam zijn. Brontekst: εἰς (eis) = voor | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | καὶ (kai) = ook | ἔγραψα (egrapsa) = schreef ik | ἵνα (hina) = opdat | γνῶ (gno) = ik zou kennen | τὴν (ten) = de | δοκιμὴν (dokimen) = beproefdheid | ὑμῶν (hymon) = jullie | εἰ (ei) = of | εἰς (eis) = in | πάντα (panta) = alles | ὑπήκοοί (hypekooi) = gehoorzaam | ἐστε (este) = jullie zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκιμή (dokime), ‘beproefdheid’: wat iemand bewezen waard is nadat hij op de proef gesteld is. ὑπήκοος (hypekoos), ‘gehoorzaam’. **2:10** Aan wie jullie iets vergeven, vergeef ook ik. Want ook wat ik vergeven heb, als ik iets vergeven heb, dat is om jullie wil, voor het aangezicht van de Messias. Brontekst: ᾧ (ho) = aan wie | δέ (de) = nu | τι (ti) = iets | χαρίζεσθε (charizesthe) = jullie vergeven | κἀγώ (kago) = ook ik | καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | ἐγὼ (ego) = ik | ὃ (ho) = wat | κεχάρισμαι (kecharismai) = ik heb vergeven | εἴ (ei) = als | τι (ti) = iets | κεχάρισμαι (kecharismai) = ik heb vergeven | δι’ (di’) = om | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | προσώπῳ (prosopo) = het aangezicht | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χαρίζομαι (charizomai), ‘vergeven’, zoals in vers 7. ἐν προσώπῳ Χριστοῦ (en prosopo Christou), ‘in het aangezicht van de Messias’: ten overstaan van de Messias; het kan ook ‘in de persoon van de Messias’ betekenen. Zie ook: 2 Kor 2:7 **2:11** Zo worden wij niet door Satan uitgebuit, want zijn plannen zijn ons niet onbekend. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | πλεονεκτηθῶμεν (pleonektethomen) = wij uitgebuit worden | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | Σατανᾶ (Satana) = Satan | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | αὐτοῦ (autou) = zijn | τὰ (ta) = de | νοήματα (noemata) = plannen | ἀγνοοῦμεν (agnooumen) = wij onkundig zijn van Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: het Hebreeuwse satan betekent ‘tegenstander’. πλεονεκτέω (pleonekteo), ‘meer voor zichzelf nemen, uitbuiten, voordeel behalen op iemand’. νόημα (noema), ‘gedachte, plan’. ### Troas en Macedonië **2:12** Toen ik in Troas kwam voor de goede boodschap van de Messias, was er een deur voor mij geopend in de Heer. Brontekst: Ἐλθὼν (Elthon) = gekomen | δὲ (de) = nu | εἰς (eis) = naar | τὴν (ten) = (de) | Τρῳάδα (Troada) = Troas | εἰς (eis) = voor | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | καὶ (kai) = en | θύρας (thyras) = een deur | μοι (moi) = voor mij | ἀνεῳγμένης (aneogmenes) = geopend zijnde | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Troas (Alexandria Troas): Troas (Alexandria Troas) was een havenstad aan de kust van het noordwesten van Turkije, tegenover het eiland Tenedos. Vanuit Troas voer Paulus naar Macedonië. Voetnoot Uitleg: Troas was een havenstad aan de Egeïsche Zee, in het noordwesten van het huidige Turkije. ‘Een deur geopend’ is een beeld voor een gelegenheid om de goede boodschap te brengen. ‘In de Heer’ (ἐν κυρίῳ): hier de Heer Yeshua. De Griekse zin loopt door in vers 13 en heeft pas daar zijn werkwoord; wij splitsen hem in twee zinnen. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:8–11; Hand. 20:5–6. Zie ook: Hand 16:8–11; Hand 20:5–6; 2 Kor 2:13 **2:13** Ik heb geen rust gehad in mijn geest, omdat ik Titus, mijn broer, niet vond. Ik nam afscheid van hen en ging weg naar Macedonië. Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἔσχηκα (escheka) = heb ik gehad | ἄνεσιν (anesin) = rust | τῷ (to) = in de | πνεύματί (pneumati) = geest | μου (mou) = mijn | τῷ (to) = door het | μὴ (me) = niet | εὑρεῖν (heurein) = vinden | με (me) = mij | Τίτον (Titon) = Titus | τὸν (ton) = de | ἀδελφόν (adelphon) = broer | μου (mou) = mijn | ἀλλὰ (alla) = maar | ἀποταξάμενος (apotaxamenos) = afscheid genomen hebbend | αὐτοῖς (autois) = van hen | ἐξῆλθον (exelthon) = ging ik uit | εἰς (eis) = naar | Μακεδονίαν (Makedonian) = Macedonië Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier de eigen geest van Paulus, het innerlijk; daarom met kleine letter. Titus heet hier ‘mijn broer’. Paulus ging naar Macedonië en ontmoette Titus daar (zie 7:5–7). Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 7:5–7; Hand. 20:1–2. Zie ook: Hand 20:1–2; 2 Kor 7:5–7 ### De geur van de kennis van de Messias **2:14** Maar dank aan Elohim, die ons altijd in de Messias in zegetocht meevoert. Door ons maakt Hij in elke plaats de geur van de kennis van Hem openbaar. Brontekst: Τῷ (To) = aan de | δὲ (de) = nu | θεῷ (theo) = Elohim | χάρις (charis) = dank | τῷ (to) = die | πάντοτε (pantote) = altijd | θριαμβεύοντι (thriambeuonti) = in zegetocht meevoert | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | Χριστῷ (Christo) = Messias | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ὀσμὴν (osmen) = geur | τῆς (tes) = van de | γνώσεως (gnoseos) = kennis | αὐτοῦ (autou) = van Hem | φανεροῦντι (phanerounti) = openbaar maakt | δι’ (di’) = door | ἡμῶν (hemon) = ons | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = elke | τόπῳ (topo) = plaats Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θριαμβεύω (thriambeuo), ‘in zegetocht meevoeren’: het beeld komt van de Romeinse zegetocht van een overwinnaar. Het Grieks laat open of ‘wij’ de overwonnenen of de meelopers zijn. χάρις (charis) staat hier voor ‘dank’. ὀσμή (osme), ‘geur’. **2:15** Want wij zijn voor Elohim een aangename geur van de Messias, onder hen die gered worden en onder hen die verloren gaan: Brontekst: ὅτι (hoti) = want | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | εὐωδία (euodia) = geur | ἐσμὲν (esmen) = zijn wij | τῷ (to) = voor de | θεῷ (theo) = Elohim | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = hen die | σῳζομένοις (sozomenois) = gered worden | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = hen die | ἀπολλυμένοις (apollymenois) = verloren gaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐωδία (euodia), ‘aangename geur’: het beeld voor een offer dat Elohim welgevallig is. In de offerwetten heet het ‘een aangename geur voor Yahweh’. σῴζω (sozo), ‘redden’; ἀπόλλυμι (apollymi), ‘verloren gaan, omkomen’. Voetnoot : Zie ook Lev. 1:9. Zie ook: Lev 1:9 **2:16** voor de een een geur van de dood tot de dood, voor de ander een geur van het leven tot het leven. En wie is daartoe bekwaam? Brontekst: οἷς (hois) = voor wie | μὲν (men) = enerzijds | ὀσμὴ (osme) = geur | ἐκ (ek) = uit | θανάτου (thanatou) = dood | εἰς (eis) = tot | θάνατον (thanaton) = dood | οἷς (hois) = voor wie | δὲ (de) = anderzijds | ὀσμὴ (osme) = geur | ἐκ (ek) = uit | ζωῆς (zoes) = leven | εἰς (eis) = tot | ζωήν (zoen) = leven | καὶ (kai) = en | πρὸς (pros) = voor | ταῦτα (tauta) = deze dingen | τίς (tis) = wie | ἱκανός (hikanos) = bekwaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκ θανάτου εἰς θάνατον (ek thanatou eis thanaton), ‘uit dood tot dood’; ἐκ ζωῆς εἰς ζωήν (ek zoes eis zoen), ‘uit leven tot leven’. De geur is dezelfde, maar werkt op mensen verschillend. ἱκανός (hikanos), ‘bekwaam’; zie 3:5–6. **2:17** Want wij zijn niet zoals de velen die handel drijven in het woord van Elohim. Nee, als uit oprechtheid, als uit Elohim, tegenover Elohim spreken wij in de Messias. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γάρ (gar) = want | ἐσμεν (esmen) = zijn wij | ὡς (hos) = zoals | οἱ (hoi) = de | πολλοὶ (polloi) = velen | καπηλεύοντες (kapeleuontes) = handel drijvend in | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἀλλ’ (all’) = maar | ὡς (hos) = als | ἐξ (ex) = uit | εἰλικρινείας (eilikrineias) = oprechtheid | ἀλλ’ (all’) = maar | ὡς (hos) = als | ἐκ (ek) = uit | θεοῦ (theou) = Elohim | κατέναντι (katenanti) = tegenover | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | λαλοῦμεν (laloumen) = spreken wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καπηλεύω (kapeleuo), ‘handel drijven’: van een kleinhandelaar (κάπηλος, kapelos) die iets verkoopt om er winst mee te maken. εἰλικρίνεια (eilikrineia), ‘oprechtheid’, zoals in 1:12. ## 2 Korintiërs 3 _De brief van de Messias, het nieuwe verbond en de sluier van Mozes_ ### Een brief van de Messias **3:1** Beginnen wij weer onszelf aan te bevelen? Of hebben wij soms, zoals sommigen, aanbevelingsbrieven aan jullie nodig, of van jullie? Brontekst: Ἀρχόμεθα (Archometha) = beginnen wij | πάλιν (palin) = weer | ἑαυτοὺς (heautous) = onszelf | συνιστάνειν (synistanein) = aan te bevelen | ἢ (e) = of | μὴ (me) = toch niet | χρῄζομεν (chrezomen) = hebben wij nodig | ὥς (hos) = zoals | τινες (tines) = sommigen | συστατικῶν (systatikon) = aanbevelings- | ἐπιστολῶν (epistolon) = brieven | πρὸς (pros) = aan | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἢ (e) = of | ἐξ (ex) = van | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνίστημι (synistemi), ‘aanbevelen’; συστατικαὶ ἐπιστολαί (systatikai epistolai), ‘aanbevelingsbrieven’: brieven waarmee iemand bij een gemeente wordt aangeprezen. Paulus geeft de vraag een ironische toon: wie bekend is bij de gemeente, heeft zo’n brief niet nodig. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:27. Zie ook: Hand 18:27 **3:2** Jullie zijn onze brief, ingeschreven in onze harten, gekend en gelezen door alle mensen. Brontekst: ἡ (he) = de | ἐπιστολὴ (epistole) = brief | ἡμῶν (hemon) = onze | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐστε (este) = zijn | ἐγγεγραμμένη (engegrammene) = ingeschreven | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | καρδίαις (kardiais) = harten | ἡμῶν (hemon) = onze | γινωσκομένη (ginoskomene) = gekend wordend | καὶ (kai) = en | ἀναγινωσκομένη (anaginoskomene) = gelezen wordend | ὑπὸ (hypo) = door | πάντων (panton) = alle | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγγράφω (eggrafo), ‘inschrijven’. De gemeente is de brief; zij is in het hart van Paulus en zijn medewerkers ingeschreven en wordt door allen gelezen, dat wil zeggen: gezien aan haar leven. **3:3** Het is duidelijk dat jullie een brief van de Messias zijn, door ons bediend. Hij is geschreven niet met inkt maar met de Geest van de levende Elohim, niet op stenen tafelen maar op tafelen, op harten van vlees. Brontekst: φανερούμενοι (phaneroumenoi) = zichtbaar wordend | ὅτι (hoti) = dat | ἐστὲ (este) = jullie zijn | ἐπιστολὴ (epistole) = brief | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | διακονηθεῖσα (diakonetheisa) = bediend | ὑφ’ (hyph’) = door | ἡμῶν (hemon) = ons | ἐγγεγραμμένη (engegrammene) = ingeschreven | οὐ (ou) = niet | μέλανι (melani) = met inkt | ἀλλὰ (alla) = maar | πνεύματι (pneumati) = met Geest | θεοῦ (theou) = van Elohim | ζῶντος (zontos) = levende | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = op | πλαξὶν (plaxin) = tafelen | λιθίναις (lithinais) = stenen | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = op | πλαξὶν (plaxin) = tafelen | καρδίαις (kardiais) = harten | σαρκίναις (sarkinais) = van vlees Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλάξ (plax), ‘tafel’: de stenen tafelen waarop Elohim de woorden schreef. ‘Harten van vlees’: de Griekse woorden σαρκίναις καρδίαις (sarkinais kardiais) betekenen ‘harten van vlees’, het levende hart tegenover het steen. Hier is ‘vlees’ dus niet iets slechts. De tegenstelling van een stenen hart en een hart van vlees staat ook bij de profeet Ezechiël. Voetnoot : Zie ook Exod. 31:18; Exod. 34:1; Jer. 31:33; Ezech. 36:26–27; Spr. 3:3. Zie ook: Ex 31:18; Ex 34:1; Spr 3:3; Jer 31:33; Ezech 36:26–27 ### Dienaren van een nieuw verbond **3:4** Zo’n vertrouwen hebben wij door de Messias op Elohim. Brontekst: Πεποίθησιν (Pepoithesin) = vertrouwen | δὲ (de) = nu | τοιαύτην (toiauten) = zodanig | ἔχομεν (echomen) = hebben wij | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | πρὸς (pros) = jegens | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πεποίθησις (pepoithesis), ‘vertrouwen’. Het vertrouwen is niet op Paulus zelf gericht maar op Elohim, door de Messias. **3:5** Niet dat wij van onszelf bekwaam zijn om iets te beschouwen als uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit Elohim. Brontekst: οὐχ (ouch) = niet | ὅτι (hoti) = dat | ἀφ’ (aph’) = van | ἑαυτῶν (heauton) = onszelf | ἱκανοί (hikanoi) = bekwaam | ἐσμεν (esmen) = zijn wij | λογίσασθαί (logisasthai) = te beschouwen | τι (ti) = iets | ὡς (hos) = als | ἐξ (ex) = uit | αὑτῶν (hauton) = onszelf | ἀλλ’ (all’) = maar | ἡ (he) = de | ἱκανότης (hikanotes) = bekwaamheid | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἱκανός (hikanos), ‘bekwaam’; ἱκανότης (hikanotes), ‘bekwaamheid’. λογίζομαι (logizomai) betekent hier ‘beschouwen, rekenen’. Paulus zegt dat zijn bekwaamheid niet uit hemzelf komt maar uit Elohim; zie ook 2:16. **3:6** Hij heeft ons ook bekwaam gemaakt als dienaren van een nieuw verbond, niet van de letter maar van de Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Brontekst: ὃς (hos) = die | καὶ (kai) = ook | ἱκάνωσεν (hikanosen) = bekwaam heeft gemaakt | ἡμᾶς (hemas) = ons | διακόνους (diakonous) = dienaren | καινῆς (kaines) = van een nieuw | διαθήκης (diathekes) = verbond | οὐ (ou) = niet | γράμματος (grammatos) = van letter | ἀλλὰ (alla) = maar | πνεύματος (pneumatos) = van Geest | τὸ (to) = de | γὰρ (gar) = want | γράμμα (gramma) = letter | ἀποκτέννει (apoktennei) = doodt | τὸ (to) = de | δὲ (de) = maar | πνεῦμα (pneuma) = Geest | ζῳοποιεῖ (zoopoiei) = maakt levend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: in het gewone Grieks ook ‘testament, laatste wil’; wij houden ‘verbond’ (zoals in Gal. 3:15). ‘Nieuw verbond’ is het woord van Jer. 31:31; de belofte daar is gericht aan het huis van Israël en het huis van Juda. διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. γράμμα (gramma), ‘letter’: het geschreven voorschrift. πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’: de Geest van Elohim. ἀποκτέννω (apokteno), ‘doden’; ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’, zoals in Gal. 3:21. Voetnoot : Zie ook Jer. 31:31–34; Ezech. 36:26–27; Gal. 3:21. Zie ook: Jer 31:31; Ezech 36:26–27; Gal 3:15; Gal 3:21 ### De heerlijkheid van de twee diensten **3:7** Als de dienst van de dood, in letters op stenen gegrift, in heerlijkheid is gekomen, zodat de zonen van Israël niet naar het gezicht van Mozes konden staren vanwege de heerlijkheid van zijn gezicht, die buiten werking gesteld wordt, Brontekst: Εἰ (Ei) = als | δὲ (de) = nu | ἡ (he) = de | διακονία (diakonia) = dienst | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood | ἐν (en) = in | γράμμασιν (grammasin) = letters | ἐντετυπωμένη (entetypomene) = ingegrift | λίθοις (lithois) = op stenen | ἐγενήθη (egenethe) = kwam | ἐν (en) = in | δόξῃ (doxe) = heerlijkheid | ὥστε (hoste) = zodat | μὴ (me) = niet | δύνασθαι (dynasthai) = kunnen | ἀτενίσαι (atenisai) = staren | τοὺς (tous) = de | υἱοὺς (huious) = zonen | Ἰσραὴλ (Israel) = van Israël | εἰς (eis) = naar | τὸ (to) = het | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | Μωϋσέως (Moyseos) = van Mozes | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = de | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van het | προσώπου (prosopou) = gezicht | αὐτοῦ (autou) = zijn | τὴν (ten) = die | καταργουμένην (katargoumenen) = buiten werking gesteld wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De dienst die ‘in letters op stenen gegrift’ is: de tafelen die Mozes ontving. De Griekse zin loopt door in vers 8: het is één redenering. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’, zoals in Gal. 3:17; het Grieks gebruikt dit woord in 3:7, 3:11, 3:13 en 3:14. Exod. 34:29–35 vertelt dat het gezicht van Mozes straalde en dat het volk bang was om dicht bij hem te komen (34:30). Dat de glans verging, of dat dit de reden van de sluier was, zegt Exodus niet; dat is wat Paulus erin ziet. ἀτενίζω (atenizo), ‘strak kijken, staren’. Voetnoot : Zie ook Exod. 34:29–35. Zie ook: Ex 34:29–35; Gal 3:17; 2 Kor 3:8 **3:8** hoe zal dan de dienst van de Geest niet veeleer in heerlijkheid zijn? Brontekst: πῶς (pos) = hoe | οὐχὶ (ouchi) = niet | μᾶλλον (mallon) = veeleer | ἡ (he) = de | διακονία (diakonia) = dienst | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | ἔσται (estai) = zal zijn | ἐν (en) = in | δόξῃ (doxe) = heerlijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De dienst van de Geest’ is de dienst van het nieuwe verbond uit vers 6. Het Grieks heeft een werkwoord in de toekomende tijd: ‘zal zijn’. Zie ook: 2 Kor 3:6 **3:9** Want als er voor de dienst van de veroordeling heerlijkheid is, dan is de dienst van de gerechtigheid veel meer overvloedig in heerlijkheid. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | τῇ (te) = voor de | διακονίᾳ (diakonia) = dienst | τῆς (tes) = van de | κατακρίσεως (katakriseos) = veroordeling | δόξα (doxa) = heerlijkheid | πολλῷ (pollo) = veel | μᾶλλον (mallon) = meer | περισσεύει (perisseuei) = is overvloedig | ἡ (he) = de | διακονία (diakonia) = dienst | τῆς (tes) = van de | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | δόξῃ (doxe) = in heerlijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατάκρισις (katakrisis), ‘veroordeling’; δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. Paulus noemt de dienst van het eerste verbond hier ‘de dienst van de veroordeling’ en de dienst van het nieuwe verbond ‘de dienst van de gerechtigheid’. **3:10** Want zelfs het verheerlijkte is in dit opzicht niet verheerlijkt, vanwege de heerlijkheid die dit overtreft. Brontekst: καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | οὐ (ou) = niet | δεδόξασται (dedoxastai) = is verheerlijkt | τὸ (to) = het | δεδοξασμένον (dedoxasmenon) = verheerlijkte | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | τῷ (to) = het | μέρει (merei) = opzicht | εἵνεκεν (heineken) = vanwege | τῆς (tes) = de | ὑπερβαλλούσης (hyperballouses) = overtreffende | δόξης (doxes) = heerlijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’. Het verheerlijkte, de dienst van Mozes, is in dit opzicht niet verheerlijkt in vergelijking met de overtreffende heerlijkheid van de nieuwe dienst. **3:11** Want als wat buiten werking gesteld wordt, met heerlijkheid is gekomen, dan is wat blijft veel meer in heerlijkheid. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = het | καταργούμενον (katargoumenon) = buiten werking gesteld wordende | διὰ (dia) = door | δόξης (doxes) = heerlijkheid | πολλῷ (pollo) = veel | μᾶλλον (mallon) = meer | τὸ (to) = het | μένον (menon) = blijvende | ἐν (en) = in | δόξῃ (doxe) = heerlijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ καταργούμενον (to katargoumenon), ‘wat buiten werking gesteld wordt’, tegenover τὸ μένον (to menon), ‘wat blijft’. ### De sluier van Mozes **3:12** Omdat wij dus zo’n hoop hebben, treden wij met veel vrijmoedigheid op, Brontekst: Ἔχοντες (Echontes) = hebbend | οὖν (oun) = dus | τοιαύτην (toiauten) = zodanige | ἐλπίδα (elpida) = hoop | πολλῇ (polle) = met veel | παρρησίᾳ (parresia) = vrijmoedigheid | χρώμεθα (chrometha) = maken wij gebruik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: openlijk spreken zonder terughoudendheid. ἐλπίς (elpis), ‘hoop’. **3:13** en niet zoals Mozes. Hij legde een sluier op zijn gezicht, zodat de zonen van Israël niet zouden staren naar het einde van wat buiten werking gesteld wordt. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | καθάπερ (kathaper) = zoals | Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | ἐτίθει (etithei) = legde | κάλυμμα (kalymma) = sluier | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | αὐτοῦ (autou) = zijn | πρὸς (pros) = opdat | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | ἀτενίσαι (atenisai) = staren | τοὺς (tous) = de | υἱοὺς (huious) = zonen | Ἰσραὴλ (Israel) = van Israël | εἰς (eis) = naar | τὸ (to) = het | τέλος (telos) = einde | τοῦ (tou) = van het | καταργουμένου (katargoumenou) = buiten werking gestelde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κάλυμμα (kalymma), ‘sluier’: in Exod. 34:33–35 het Hebreeuwse מַסְוֶה (masweh). Volgens ons Exodus legde Mozes de sluier over zijn gezicht toen hij klaar was met het volk toe te spreken (34:33) en deed hij hem af als hij voor Yahweh kwam (34:34). De reden die Paulus geeft, namelijk dat Israël het einde van wat vergaat niet zou zien, staat niet in Exodus. τέλος (telos), ‘einde, doel’: het Grieks kan ook ‘doel’ betekenen. Voetnoot : Zie ook Exod. 34:33–35. Zie ook: Ex 34:33–35 **3:14** Maar hun gedachten werden verhard. Want tot op de dag van vandaag blijft dezelfde sluier bij het lezen van het oude verbond. Het wordt niet ontsluierd, omdat het in de Messias buiten werking gesteld wordt. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἐπωρώθη (eporothe) = werd verhard | τὰ (ta) = de | νοήματα (noemata) = gedachten | αὐτῶν (auton) = hun | ἄχρι (achri) = tot | γὰρ (gar) = want | τῆς (tes) = de | σήμερον (semeron) = van vandaag | ἡμέρας (hemeras) = dag | τὸ (to) = de | αὐτὸ (auto) = dezelfde | κάλυμμα (kalymma) = sluier | ἐπὶ (epi) = bij | τῇ (te) = het | ἀναγνώσει (anagnosei) = lezen | τῆς (tes) = van het | παλαιᾶς (palaias) = oude | διαθήκης (diathekes) = verbond | μένει (menei) = blijft | μὴ (me) = niet | ἀνακαλυπτόμενον (anakalyptomenon) = ontsluierd wordend | ὅτι (hoti) = omdat | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | καταργεῖται (katargeitai) = buiten werking gesteld wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πωρόω (poroo), ‘verharden’, zoals in Mark. 6:52. νόημα (noema), ‘gedachte’. ‘Het oude verbond’ (παλαιὰ διαθήκη): de geschriften waaruit bij de lezing voorgelezen wordt; zie vers 15, waar het ‘Mozes’ heet. ἀνακαλύπτω (anakalypto), ‘ontsluieren’. Het slot kan op twee manieren gelezen worden: de sluier blijft omdat hij alleen in de Messias buiten werking gesteld wordt, of: de sluier blijft, zonder dat bekend wordt dat hij in de Messias buiten werking gesteld wordt. De Griekse zin is hier niet eenduidig. Voetnoot : Zie ook Mark. 6:52. Zie ook: Mar 6:52; 2 Kor 3:15 **3:15** Ja, tot vandaag ligt, telkens wanneer Mozes gelezen wordt, een sluier op hun hart. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ἕως (heos) = tot | σήμερον (semeron) = vandaag | ἡνίκα (henika) = wanneer | ἂν (an) = telkens | ἀναγινώσκηται (anaginosketai) = gelezen wordt | Μωϋσῆς (Moyses) = Mozes | κάλυμμα (kalymma) = sluier | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = het | καρδίαν (kardian) = hart | αὐτῶν (auton) = hun | κεῖται (keitai) = ligt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Mozes wordt gelezen’ betekent: de geschriften van Mozes, de tora, worden voorgelezen. **3:16** Maar telkens wanneer iemand zich tot Yahweh wendt, wordt de sluier weggenomen. Brontekst: ἡνίκα (henika) = wanneer | δὲ (de) = nu | ἐὰν (ean) = telkens | ἐπιστρέψῃ (epistrepse) = hij zich wendt | πρὸς (pros) = tot | κύριον (kyrion) = Yahweh | περιαιρεῖται (periaireitai) = wordt weggenomen | τὸ (to) = de | κάλυμμα (kalymma) = sluier Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers sluit aan op Exod. 34:34, waar Mozes voor het aangezicht van Yahweh komt en de sluier afdoet; het Hebreeuws heeft daar יהוה (Yahweh). Daarom zetten wij κύριος (kyrios) hier als ‘Yahweh’. Het Grieks heeft geen onderwerp bij ‘zich wendt’: het kan Mozes zijn, of ieder die zich wendt. ἐπιστρέφω (epistrefo), ‘zich wenden, zich omkeren’. περιαιρέω (periaireo), ‘wegnemen’. Voetnoot : Zie ook Exod. 34:34. Zie ook: Ex 34:34 ### Vrijheid en verandering door de Geest **3:17** Yahweh nu is de Geest, en waar de Geest van Yahweh is, daar is vrijheid. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = nu | κύριος (kyrios) = Yahweh | τὸ (to) = de | πνεῦμά (pneuma) = Geest | ἐστιν (estin) = is | οὗ (hou) = waar | δὲ (de) = nu | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | κυρίου (kyriou) = van Yahweh | ἐλευθερία (eleutheria) = vrijheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus legt hier de naam uit het citaat uit: ‘Yahweh’ (κύριος, kyrios) uit Exod. 34:34 is hier ‘de Geest’. ‘De Geest van Yahweh’ is de Geest van Elohim. Het Grieks kan ook gelezen worden als ‘de Heer’ (Yeshua): dan noemt Paulus de Heer ‘de Geest’ en is de Geest de Geest van Yeshua. ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’, zoals in Gal. 5:1 en 5:13. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:1; Gal. 5:13. Zie ook: Ex 34:34; Gal 5:1; Gal 5:13 **3:18** Wij allen nu aanschouwen met ontsluierd gezicht de heerlijkheid van Yahweh als in een spiegel. Zo worden wij van gedaante veranderd tot hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals van Yahweh, de Geest. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = nu | πάντες (pantes) = allen | ἀνακεκαλυμμένῳ (anakekalymmeno) = ontsluierd | προσώπῳ (prosopo) = gezicht | τὴν (ten) = de | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | κυρίου (kyriou) = van Yahweh | κατοπτριζόμενοι (katoptrizomenoi) = als in een spiegel aanschouwend | τὴν (ten) = de | αὐτὴν (auten) = dezelfde | εἰκόνα (eikona) = beeld | μεταμορφούμεθα (metamorphoumetha) = worden wij van gedaante veranderd | ἀπὸ (apo) = van | δόξης (doxes) = heerlijkheid | εἰς (eis) = tot | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | καθάπερ (kathaper) = zoals | ἀπὸ (apo) = van | κυρίου (kyriou) = Yahweh | πνεύματος (pneumatos) = Geest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατοπτρίζω (katoptrizo), ‘als in een spiegel aanschouwen’; het werkwoord kan ook ‘weerspiegelen’ betekenen. Een spiegel was in die tijd gepolijst metaal. μεταμορφόω (metamorfoo), ‘van gedaante veranderen’, zoals in Matt. 17:2. εἰκών (eikon), ‘beeld’: in 4:4 heet de Messias ‘het beeld van Elohim’. ἀπὸ κυρίου πνεύματος (apo kyriou pneumatos) kan ‘van Yahweh, de Geest’, ‘van de Geest van Yahweh’ of ‘van de Heer die Geest is’ betekenen. Wij houden ‘Yahweh’, zoals in vers 16 en 17. Voetnoot : Zie ook Matt. 17:2; 2 Kor. 4:4. Zie ook: Mat 17:2; 2 Kor 3:16; 2 Kor 3:17; 2 Kor 4:4 ## 2 Korintiërs 4 _Het licht van de goede boodschap, de schat in aarden vaten en het zichtbare en het onzichtbare_ ### Een dienst zonder moedeloosheid **4:1** Daarom worden wij niet moedeloos, omdat wij deze dienst hebben, zoals wij barmhartigheid ontvangen hebben. Brontekst: Διὰ (Dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | ἔχοντες (echontes) = hebbend | τὴν (ten) = de | διακονίαν (diakonian) = dienst | ταύτην (tauten) = deze | καθὼς (kathos) = zoals | ἠλεήθημεν (eleethemen) = barmhartigheid ontvingen wij | οὐκ (ouk) = niet | ἐγκακοῦμεν (enkakoumen) = worden wij moedeloos Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλεέω (eleeo), ‘barmhartigheid bewijzen’: ‘deze dienst’ is de dienst van het nieuwe verbond uit 3:6, ontvangen uit barmhartigheid. ἐγκακέω (enkakeo), ‘moedeloos worden, het opgeven’; het woord staat ook in vers 16. Zie ook: 2 Kor 4:16 **4:2** Maar wij hebben de verborgen dingen van de schaamte afgewezen. Wij wandelen niet in sluwheid en vervalsen het woord van Elohim niet. Maar door de openbaring van de waarheid bevelen wij onszelf aan bij elk geweten van mensen, voor het aangezicht van Elohim. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἀπειπάμεθα (apeipametha) = hebben wij afgewezen | τὰ (ta) = de | κρυπτὰ (krypta) = verborgen dingen | τῆς (tes) = van de | αἰσχύνης (aischynes) = schaamte | μὴ (me) = niet | περιπατοῦντες (peripatountes) = wandelend | ἐν (en) = in | πανουργίᾳ (panourgia) = sluwheid | μηδὲ (mede) = noch | δολοῦντες (dolountes) = vervalsend | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἀλλὰ (alla) = maar | τῇ (te) = door de | φανερώσει (phanerosei) = openbaring | τῆς (tes) = van de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | συνιστάνοντες (synistanontes) = aanbevelend | ἑαυτοὺς (heautous) = onszelf | πρὸς (pros) = bij | πᾶσαν (pasan) = elk | συνείδησιν (syneidesin) = geweten | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen | ἐνώπιον (enopion) = voor het aangezicht | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρυπτά (krypta), ‘verborgen dingen’; αἰσχύνη (aischyne), ‘schaamte’. πανουργία (panourgia), ‘sluwheid, listigheid’. δολόω (doloo), ‘vervalsen’, bijvoorbeeld door er iets aan toe te voegen. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’, het beeld voor hoe iemand leeft, zoals in Gal. 5:16. φανέρωσις (fanerosis), ‘openbaring, openbaarmaking’. Zie ook: Gal 5:16 ### De gesluierde goede boodschap **4:3** Als onze goede boodschap ook gesluierd is, dan is zij gesluierd onder hen die verloren gaan. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = nu | καὶ (kai) = ook | ἔστιν (estin) = is | κεκαλυμμένον (kekalymmenon) = gesluierd | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = hen die | ἀπολλυμένοις (apollymenois) = verloren gaan | ἐστὶν (estin) = is | κεκαλυμμένον (kekalymmenon) = gesluierd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κεκαλυμμένος (kekalymmenos), ‘gesluierd’, van hetzelfde woord als κάλυμμα (kalymma), ‘sluier’, in 3:13–16. ἀπολλύμενοι (apollymenoi), ‘zij die verloren gaan’, zoals in 2:15. **4:4** Bij hen heeft de god van deze eeuw de gedachten van de ongelovigen verblind. Zo zouden zij het licht van de goede boodschap van de heerlijkheid van de Messias, die het beeld van Elohim is, niet zien. Brontekst: ἐν (en) = bij | οἷς (hois) = wie | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = god | τοῦ (tou) = van de | αἰῶνος (aionos) = eeuw | τούτου (toutou) = deze | ἐτύφλωσεν (etyphlosen) = verblindde | τὰ (ta) = de | νοήματα (noemata) = gedachten | τῶν (ton) = van de | ἀπίστων (apiston) = ongelovigen | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | αὐγάσαι (augasai) = zien stralen | τὸν (ton) = het | φωτισμὸν (photismon) = licht | τοῦ (tou) = van de | εὐαγγελίου (euangeliou) = goede boodschap | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ὅς (hos) = die | ἐστιν (estin) = is | εἰκὼν (eikon) = beeld | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ θεὸς τοῦ αἰῶνος τούτου (ho theos tou aionos toutou), ‘de god van deze eeuw’: Paulus bedoelt de tegenstander van Elohim, die in 2:11 Satan heet. Wij schrijven ‘god’ met een kleine letter, omdat het niet Elohim is. αἰών (aion), ‘eeuw, wereldtijd’. τυφλόω (typhloo), ‘verblinden’. εἰκών (eikon), ‘beeld’: de Messias is het beeld van Elohim, tegenover de mens die in Gen. 1:26–27 naar Elohims beeld geschapen is. Voetnoot : Zie ook Gen. 1:26–27; 2 Kor. 3:18. Zie ook: Gen 1:26–27; 2 Kor 3:18 **4:5** Want wij verkondigen niet onszelf, maar de Messias Yeshua als Heer, en onszelf als jullie knechten, om Yeshua’s wil. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἑαυτοὺς (heautous) = onszelf | κηρύσσομεν (keryssomen) = verkondigen wij | ἀλλὰ (alla) = maar | Χριστὸν (Christon) = de Messias | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | κύριον (kyrion) = als Heer | ἑαυτοὺς (heautous) = onszelf | δὲ (de) = nu | δούλους (doulous) = knechten | ὑμῶν (hymon) = van jullie | διὰ (dia) = om | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’; δοῦλος (doulos), ‘knecht’: eigendom van een heer. ‘Heer’ (κύριος, kyrios) is hier Yeshua. **4:6** Want Elohim, die zei: „Uit duisternis zal licht schijnen”, heeft in onze harten geschenen. Dat is tot verlichting van de kennis van de heerlijkheid van Elohim in het gezicht van de Messias. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ὁ (ho) = die | εἰπών (eipon) = zei | Ἐκ (Ek) = uit | σκότους (skotous) = duisternis | φῶς (phos) = licht | λάμψει (lampsei) = zal schijnen | ὃς (hos) = die | ἔλαμψεν (elampsen) = heeft geschenen | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | καρδίαις (kardiais) = harten | ἡμῶν (hemon) = onze | πρὸς (pros) = tot | φωτισμὸν (photismon) = verlichting | τῆς (tes) = van de | γνώσεως (gnoseos) = kennis | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐν (en) = in | προσώπῳ (prosopo) = gezicht | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit lijkt op Gen. 1:3, waar Elohim zegt: ‘Laat er licht zijn.’ De Griekse woorden ‘Uit duisternis zal licht schijnen’ zijn niet dezelfde als in ons Genesis; Paulus past de schepping toe op het licht in het hart. Wij laten de woorden zwart: het is geen citaat in de eerste persoon. φωτισμός (fotismos), ‘verlichting, licht’. Voetnoot : Zie ook Gen. 1:3. Zie ook: Gen 1:3 ### De schat in aarden vaten **4:7** Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de overweldigende grootte van de kracht van Elohim zij en niet uit ons. Brontekst: Ἔχομεν (Echomen) = hebben | δὲ (de) = nu | τὸν (ton) = de | θησαυρὸν (thesauron) = schat | τοῦτον (touton) = deze | ἐν (en) = in | ὀστρακίνοις (ostrakinois) = aarden | σκεύεσιν (skeuesin) = vaten | ἵνα (hina) = opdat | ἡ (he) = de | ὑπερβολὴ (hyperbole) = overweldigende grootte | τῆς (tes) = van de | δυνάμεως (dynameos) = kracht | ᾖ (e) = zij | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ἐξ (ex) = uit | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀστράκινα σκεύη (ostrakina skeue), ‘aarden vaten’: vaten van gebakken klei, goedkoop en breekbaar. De ‘schat’ (θησαυρός, thesauros) is de dienst en de goede boodschap uit het vorige gedeelte. ὑπερβολή (hyperbole), ‘overtreffende grootte’: wat alle maat te boven gaat. **4:8** Wij zijn in alles verdrukt, maar niet benauwd; radeloos, maar niet wanhopig; Brontekst: ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | θλιβόμενοι (thlibomenoi) = verdrukt | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | στενοχωρούμενοι (stenochoroumenoi) = benauwd | ἀπορούμενοι (aporoumenoi) = radeloos | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐξαπορούμενοι (exaporoumenoi) = wanhopig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Verzen 8–9 geven vier tegenstellingen. θλίβω (thlibo), ‘verdrukken’, van θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. στενοχωρέω (stenochoreo), ‘benauwd maken’: letterlijk ‘in een smalle ruimte zetten’. ἀπορέω (aporeo), ‘radeloos zijn, geen uitweg zien’. ἐξαπορέω (exaporeo), ‘wanhopen’, zoals in 1:8. Het Grieks heeft alleen deelwoorden; wij vullen ‘wij zijn’ aan. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 6:4–10. Zie ook: 2 Kor 6:4–10 **4:9** vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet verloren. Brontekst: διωκόμενοι (diokomenoi) = vervolgd | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐγκαταλειπόμενοι (enkataleipomenoi) = verlaten | καταβαλλόμενοι (kataballomenoi) = neergeworpen | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἀπολλύμενοι (apollymenoi) = verloren gaand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκαταλείπω (enkataleipo), ‘in de steek laten, verlaten’. καταβάλλω (kataballo), ‘neerwerpen’. ἀπόλλυμι (apollymi), ‘verloren gaan, omkomen’, zoals in 2:15 en 4:3. **4:10** Wij dragen altijd het sterven van Yeshua in het lichaam mee, opdat ook het leven van Yeshua in ons lichaam openbaar wordt. Brontekst: πάντοτε (pantote) = altijd | τὴν (ten) = het | νέκρωσιν (nekrosin) = sterven | τοῦ (tou) = van | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | σώματι (somati) = lichaam | περιφέροντες (peripherontes) = rondgedragen hebbend | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = het | ζωὴ (zoe) = leven | τοῦ (tou) = van | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | σώματι (somati) = lichaam | ἡμῶν (hemon) = ons | φανερωθῇ (phanerothe) = openbaar wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νέκρωσις (nekrosis), ‘het sterven, het afsterven’: het proces van doodgaan. Paulus draagt het sterven van Yeshua in zijn lichaam, zodat ook het leven van Yeshua zichtbaar wordt. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:19–20; Gal. 6:17. Zie ook: Gal 2:19–20; Gal 6:17 **4:11** Want wij die leven, worden voortdurend aan de dood overgeleverd om Yeshua’s wil, opdat ook het leven van Yeshua openbaar wordt in ons sterfelijke vlees. Brontekst: ἀεὶ (aei) = voortdurend | γὰρ (gar) = want | ἡμεῖς (hemeis) = wij | οἱ (hoi) = die | ζῶντες (zontes) = leven | εἰς (eis) = aan | θάνατον (thanaton) = dood | παραδιδόμεθα (paradidometha) = worden overgeleverd | διὰ (dia) = om | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = het | ζωὴ (zoe) = leven | τοῦ (tou) = van | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | φανερωθῇ (phanerothe) = openbaar wordt | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | θνητῇ (thnete) = sterfelijke | σαρκὶ (sarki) = vlees | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραδίδωμι (paradidomi), ‘overleveren’. θνητός (thnetos), ‘sterfelijk’. σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier het sterfelijke lichaam van de mens. **4:12** Zo is de dood in ons werkzaam, maar het leven in jullie. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | ἐνεργεῖται (energeitai) = werkzaam is | ἡ (he) = het | δὲ (de) = maar | ζωὴ (zoe) = leven | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνεργέω (energeo), ‘werkzaam zijn’. Paulus zegt dat het sterven in hem werkt en het leven in de gemeente. ### Geloof en opstanding **4:13** Wij hebben dezelfde geest van het geloof, zoals geschreven staat: „Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken.” Ook wij geloven, en daarom spreken wij ook. Brontekst: Ἔχοντες (Echontes) = hebbend | δὲ (de) = nu | τὸ (to) = de | αὐτὸ (auto) = dezelfde | πνεῦμα (pneuma) = geest | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | κατὰ (kata) = volgens | τὸ (to) = het | γεγραμμένον (gegrammenon) = geschrevene | Ἐπίστευσα (Episteusa) = ik heb geloofd | διὸ (dio) = daarom | ἐλάλησα (elalesa) = heb ik gesproken | καὶ (kai) = en | ἡμεῖς (hemeis) = wij | πιστεύομεν (pisteuomen) = geloven | διὸ (dio) = daarom | καὶ (kai) = ook | λαλοῦμεν (laloumen) = spreken wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 116:10. Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik heb geloofd, ook toen ik zei: „Ik ben diep vernederd.”’ De Griekse tekst heeft: ‘Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken.’ πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier de houding van geloof die Paulus deelt met de dichter van de psalm; daarom met een kleine letter. Het citaat staat zwart: Paulus haalt de dichter aan. Voetnoot : Zie ook Ps. 116:10. Zie ook: Ps 116:10 **4:14** Wij weten dat Hij die Yeshua heeft opgewekt, ook ons met Yeshua zal opwekken en ons samen met jullie voor Zich zal stellen. Brontekst: εἰδότες (eidotes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = Hij die | ἐγείρας (egeiras) = opgewekt heeft | τὸν (ton) = (de) | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | καὶ (kai) = ook | ἡμᾶς (hemas) = ons | σὺν (syn) = met | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἐγερεῖ (egerei) = zal opwekken | καὶ (kai) = en | παραστήσει (parastesei) = zal voorstellen | σὺν (syn) = samen met | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’. παρίστημι (paristemi), ‘voor Zich stellen, voorstellen’. **4:15** Want alles is om jullie wil, opdat de genade, toegenomen door de velen, de dankzegging doet overvloeien tot de heerlijkheid van Elohim. Brontekst: τὰ (ta) = het | γὰρ (gar) = want | πάντα (panta) = alles | δι’ (di’) = om | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἵνα (hina) = opdat | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | πλεονάσασα (pleonasasa) = toegenomen hebbend | διὰ (dia) = door | τῶν (ton) = de | πλειόνων (pleionon) = velen | τὴν (ten) = de | εὐχαριστίαν (eucharistian) = dankzegging | περισσεύσῃ (perisseuse) = doet overvloeien | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐχαριστία (eucharistia), ‘dankzegging’. πλεονάζω (pleonazo), ‘toenemen, zich vermenigvuldigen’. περισσεύω (perisseuo) staat hier overgankelijk: ‘doen overvloeien’. ### Het zichtbare en het onzichtbare **4:16** Daarom worden wij niet moedeloos. Maar ook al wordt onze uiterlijke mens afgebroken, onze innerlijke mens wordt van dag tot dag vernieuwd. Brontekst: Διὸ (Dio) = daarom | οὐκ (ouk) = niet | ἐγκακοῦμεν (enkakoumen) = worden wij moedeloos | ἀλλ’ (all’) = maar | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | ἔξω (exo) = uiterlijke | ἡμῶν (hemon) = onze | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | διαφθείρεται (diaphtheiretai) = wordt afgebroken | ἀλλ’ (all’) = maar | ὁ (ho) = de | ἔσω (eso) = innerlijke | ἡμῶν (hemon) = onze | ἀνακαινοῦται (anakainoutai) = wordt vernieuwd | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | καὶ (kai) = en | ἡμέρᾳ (hemera) = dag Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ ἔξω ἄνθρωπος (ho exo anthropos), ‘de uiterlijke mens’, het lichaam dat veroudert en vergaat, en ὁ ἔσω (ho eso), ‘de innerlijke mens’. διαφθείρω (diafthairo), ‘afbreken, te gronde richten’. ἀνακαινόω (anakainoo), ‘vernieuwen’. ‘Moedeloos worden’: zie vers 1. Zie ook: 2 Kor 4:1 **4:17** Want het lichte van onze verdrukking, dat maar voor even is, bewerkt voor ons, over alle maat, een eeuwig gewicht van heerlijkheid. Brontekst: τὸ (to) = het | γὰρ (gar) = want | παραυτίκα (parautika) = voor het ogenblik | ἐλαφρὸν (elaphron) = lichte | τῆς (tes) = van de | θλίψεως (thlipseos) = verdrukking | ἡμῶν (hemon) = onze | καθ’ (kath’) = naar | ὑπερβολὴν (hyperbolen) = overmaat | εἰς (eis) = tot | ὑπερβολὴν (hyperbolen) = overmaat | αἰώνιον (aionion) = eeuwig | βάρος (baros) = gewicht | δόξης (doxes) = van heerlijkheid | κατεργάζεται (katergazetai) = bewerkt | ἡμῖν (hemin) = voor ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραυτίκα (parautika), ‘voor het ogenblik, kortdurend’. καθ’ ὑπερβολὴν εἰς ὑπερβολήν (kath’ hyperbolen eis hyperbolen) is een dubbele versterking: ‘over alle maat, tot over alle maat’. βάρος δόξης (baros doxes), ‘gewicht van heerlijkheid’: in het Hebreeuws is het woord voor heerlijkheid, כָּבוֹד (kavod), verwant aan het werkwoord ‘zwaar zijn’. **4:18** Wij letten niet op wat gezien wordt, maar op wat niet gezien wordt. Want wat gezien wordt, is tijdelijk, maar wat niet gezien wordt, is eeuwig. Brontekst: μὴ (me) = niet | σκοπούντων (skopounton) = lettend op | ἡμῶν (hemon) = wij | τὰ (ta) = wat | βλεπόμενα (blepomena) = gezien wordt | ἀλλὰ (alla) = maar | τὰ (ta) = wat | μὴ (me) = niet | βλεπόμενα (blepomena) = gezien wordt | τὰ (ta) = wat | γὰρ (gar) = want | βλεπόμενα (blepomena) = gezien wordt | πρόσκαιρα (proskaira) = tijdelijk | τὰ (ta) = wat | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | βλεπόμενα (blepomena) = gezien wordt | αἰώνια (aionia) = eeuwig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκοπέω (skopeo), ‘letten op, richten op’. πρόσκαιρος (proskairos), ‘tijdelijk, voor een tijd’. Het vers sluit aan op 5:7: ‘wij wandelen door geloof, niet door aanblik’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 5:7. Zie ook: 2 Kor 5:7 ## 2 Korintiërs 5 _De tent en het huis uit de hemel, de rechterstoel van de Messias, een nieuwe schepping en de verzoening_ ### De tent en het huis uit de hemel **5:1** Want wij weten: als ons aardse huis, de tent, wordt afgebroken, dan hebben wij een bouwwerk van Elohim. Dat is een huis dat niet met handen gemaakt is, eeuwig, in de hemelen. Brontekst: Οἴδαμεν (Oidamen) = wij weten | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | ἐὰν (ean) = als | ἡ (he) = het | ἐπίγειος (epigeios) = aardse | ἡμῶν (hemon) = onze | οἰκία (oikia) = huis | τοῦ (tou) = van de | σκήνους (skenous) = tent | καταλυθῇ (katalythe) = wordt afgebroken | οἰκοδομὴν (oikodomen) = bouwwerk | ἐκ (ek) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ἔχομεν (echomen) = hebben wij | οἰκίαν (oikian) = huis | ἀχειροποίητον (acheiropoieton) = niet met handen gemaakt | αἰώνιον (aionion) = eeuwig | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | οὐρανοῖς (ouranois) = hemelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκῆνος (skenos), ‘tent’: het aardse lichaam als tijdelijke woning. οἰκοδομή (oikodome), ‘bouwwerk’; ἀχειροποίητος (acheiropoietos), ‘niet met handen gemaakt’. Wat Paulus bedoelt met dit ‘bouwwerk van Elohim’, zegt de tekst niet verder; wij vertalen de beelden zoals ze er staan. Het woord ‘niet met handen gemaakt’ komt ook voor in Mark. 14:58. Voetnoot : Zie ook Mark. 14:58. Zie ook: Mar 14:58 **5:2** Want hierin zuchten wij ook, verlangend om onze woning uit de hemel over ons aan te trekken, Brontekst: καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | στενάζομεν (stenazomen) = zuchten wij | τὸ (to) = de | οἰκητήριον (oiketerion) = woning | ἡμῶν (hemon) = onze | τὸ (to) = die | ἐξ (ex) = uit | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | ἐπενδύσασθαι (ependysasthai) = over aan te trekken | ἐπιποθοῦντες (epipothountes) = verlangend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 2–4 gebruiken beelden van een tent, een woning en kleren. De Griekse zinnen zijn moeilijk en laten meer dan één verklaring toe; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat. οἰκητήριον (oiketerion), ‘woning’. ἐπενδύω (ependyo), ‘erover aantrekken’: een kledingstuk over een ander aantrekken. **5:3** als wij tenminste, ook wanneer wij bekleed zijn, niet naakt bevonden zullen worden. Brontekst: εἴ (ei) = als | γε (ge) = tenminste | καὶ (kai) = ook | ἐνδυσάμενοι (endysamenoi) = bekleed hebbend | οὐ (ou) = niet | γυμνοὶ (gymnoi) = naakt | εὑρεθησόμεθα (heurethesometha) = zullen wij bevonden worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἴ γε καί (ei ge kai), ‘als tenminste, ook’. γυμνός (gymnos), ‘naakt’. **5:4** Want ook wij die in de tent zijn, zuchten, bezwaard. Wij willen niet ontkleed worden maar overkleed worden, opdat het sterfelijke door het leven verzwolgen wordt. Brontekst: καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | οἱ (hoi) = zij die | ὄντες (ontes) = zijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | σκήνει (skenei) = tent | στενάζομεν (stenazomen) = zuchten wij | βαρούμενοι (baroumenoi) = bezwaard | ἐφ’ (eph’) = waarbij | ᾧ (ho) = dit | οὐ (ou) = niet | θέλομεν (thelomen) = willen wij | ἐκδύσασθαι (ekdysasthai) = ontkleed worden | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐπενδύσασθαι (ependysasthai) = overkleed worden | ἵνα (hina) = opdat | καταποθῇ (katapothe) = verzwolgen wordt | τὸ (to) = het | θνητὸν (thneton) = sterfelijke | ὑπὸ (hypo) = door | τῆς (tes) = het | ζωῆς (zoes) = leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκδύω (ekdyo), ‘ontkleden’, tegenover ἐπενδύω (ependyo), ‘overkleden’ in vers 2. θνητόν (thneton), ‘het sterfelijke’. καταπίνω (katapino), ‘verzwelgen’, zoals in 2:7: het sterfelijke wordt door het leven verzwolgen. Zie ook: 2 Kor 5:2 **5:5** Hij die ons hiertoe bereid heeft, is Elohim, die ons het onderpand van de Geest gegeven heeft. Brontekst: ὁ (ho) = Hij die | δὲ (de) = nu | κατεργασάμενος (katergasamenos) = bereid heeft | ἡμᾶς (hemas) = ons | εἰς (eis) = tot | αὐτὸ (auto) = juist | τοῦτο (touto) = dit | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = Hij die | δοὺς (dous) = gegeven heeft | ἡμῖν (hemin) = aan ons | τὸν (ton) = het | ἀρραβῶνα (arrabona) = onderpand | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατεργάζομαι (katergazomai), ‘bereiden, tot stand brengen’. ἀρραβών (arrabon), ‘onderpand’: een eerste betaling die de rest waarborgt, zoals in 1:22. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 1:22. Zie ook: 2 Kor 1:22 ### Thuis zijn bij de Heer **5:6** Wij hebben dus altijd goede moed en weten dat wij, zolang wij thuis zijn in het lichaam, van de Heer van huis zijn. Brontekst: Θαρροῦντες (Tharrountes) = goede moed hebbend | οὖν (oun) = dus | πάντοτε (pantote) = altijd | καὶ (kai) = en | εἰδότες (eidotes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | ἐνδημοῦντες (endemountes) = thuis zijnd | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | σώματι (somati) = lichaam | ἐκδημοῦμεν (ekdemoumen) = zijn wij van huis | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνδημέω (endemeo), ‘thuis zijn’, en ἐκδημέω (ekdemeo), ‘van huis zijn, in den vreemde zijn’: wij houden deze twee woorden in de verzen 6, 8 en 9 uit elkaar. ‘De Heer’ (κύριος, kyrios) is hier Yeshua, zie vers 8 en vers 10. θαρρέω (tharreo), ‘goede moed hebben’. Zie ook: 2 Kor 5:8; 2 Kor 5:10 **5:7** Want wij wandelen door geloof, niet door aanblik. Brontekst: διὰ (dia) = door | πίστεως (pisteos) = geloof | γὰρ (gar) = want | περιπατοῦμεν (peripatoumen) = wandelen wij | οὐ (ou) = niet | διὰ (dia) = door | εἴδους (eidous) = aanblik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’, het beeld voor hoe iemand leeft, zoals in Gal. 5:16. εἶδος (eidos), ‘aanblik, gedaante, het zichtbare’. Dit vers is in het Grieks een tussenzin in de redenering van de verzen 6 en 8; wij maken er een eigen zin van. Zie ook 4:18. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 4:18. Zie ook: Gal 5:16; 2 Kor 4:18 **5:8** Wij hebben goede moed en verkiezen liever van huis te gaan uit het lichaam en thuis te komen bij de Heer. Brontekst: θαρροῦμεν (tharroumen) = hebben goede moed wij | δὲ (de) = nu | καὶ (kai) = en | εὐδοκοῦμεν (eudokoumen) = verkiezen wij | μᾶλλον (mallon) = liever | ἐκδημῆσαι (ekdemesai) = van huis te gaan | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | σώματος (somatos) = lichaam | καὶ (kai) = en | ἐνδημῆσαι (endemesai) = thuis te komen | πρὸς (pros) = bij | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐδοκέω (eudokeo), ‘er de voorkeur aan geven, behagen scheppen in’. Het vers neemt de zin van vers 6 weer op na het tussenstuk van vers 7. Zie ook: 2 Kor 5:6; 2 Kor 5:7 **5:9** Daarom streven wij er ook naar, of wij nu thuis zijn of van huis zijn, Hem welgevallig te zijn. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | καὶ (kai) = ook | φιλοτιμούμεθα (philotimoumetha) = streven wij ernaar | εἴτε (eite) = of | ἐνδημοῦντες (endemountes) = thuis zijnd | εἴτε (eite) = of | ἐκδημοῦντες (ekdemountes) = van huis zijnd | εὐάρεστοι (euarestoi) = welgevallig | αὐτῷ (auto) = Hem | εἶναι (einai) = te zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλοτιμέομαι (filotimeomai), ‘zijn eer ergens in stellen, ernaar streven’. εὐάρεστος (euarestos), ‘welgevallig’. ‘Hem’ is de Heer van vers 8. Zie ook: 2 Kor 5:8 ### De rechterstoel van de Messias **5:10** Want wij allen moeten openbaar worden voor de rechterstoel van de Messias. Zo zal ieder ontvangen wat hem toekomt voor wat hij door het lichaam gedaan heeft, goed of slecht. Brontekst: τοὺς (tous) = de | γὰρ (gar) = want | πάντας (pantas) = allen | ἡμᾶς (hemas) = ons | φανερωθῆναι (phanerothenai) = openbaar te worden | δεῖ (dei) = het is nodig | ἔμπροσθεν (emprosthen) = voor | τοῦ (tou) = de | βήματος (bematos) = rechterstoel | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ἵνα (hina) = opdat | κομίσηται (komisetai) = ontvangt | ἕκαστος (hekastos) = ieder | τὰ (ta) = wat | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = het | σώματος (somatos) = lichaam | πρὸς (pros) = naar | ἃ (ha) = wat | ἔπραξεν (epraxen) = hij deed | εἴτε (eite) = of | ἀγαθὸν (agathon) = goed | εἴτε (eite) = of | φαῦλον (phaulon) = slecht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βῆμα (bema), ‘rechterstoel’, zoals in Matt. 27:19 en Hand. 18:12: de zetel van de rechter. φανερόω (faneroo), ‘openbaar maken’; hier: ieders daden komen aan het licht. κομίζω (komizo), ‘ontvangen, terugkrijgen’. φαῦλος (faulos), ‘slecht, waardeloos’. Voetnoot : Zie ook Matt. 27:19; Hand. 18:12. Zie ook: Mat 27:19; Hand 18:12 **5:11** Omdat wij dus de vrees voor de Heer kennen, overtuigen wij mensen. Maar voor Elohim zijn wij openbaar. Ik hoop dat wij dat ook zijn in jullie geweten. Brontekst: Εἰδότες (Eidotes) = wetend | οὖν (oun) = dus | τὸν (ton) = de | φόβον (phobon) = vrees | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | πείθομεν (peithomen) = overtuigen wij | θεῷ (theo) = voor Elohim | δὲ (de) = maar | πεφανερώμεθα (pephanerometha) = zijn wij openbaar | ἐλπίζω (elpizo) = ik hoop | δὲ (de) = nu | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | συνειδήσεσιν (syneidesesin) = gewetens | ὑμῶν (hymon) = jullie | πεφανερῶσθαι (pephanerosthai) = openbaar te zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φόβος τοῦ κυρίου (fobos tou kyriou), ‘de vrees voor de Heer’: de Heer is hier Yeshua (vers 10). De uitdrukking klinkt als ‘de vrees voor Yahweh’ uit de Schrift. πείθω (peitho), ‘overtuigen’. Paulus wisselt in dit vers ‘wij’ en ‘ik’. Voetnoot : Zie ook Spr. 1:7. Zie ook: Spr 1:7; 2 Kor 5:10 **5:12** Wij bevelen onszelf niet opnieuw bij jullie aan. Wij geven jullie aanleiding om op ons te roemen, zodat jullie iets hebben tegenover hen die roemen op het uiterlijk en niet op het hart. Brontekst: οὐ (ou) = niet | πάλιν (palin) = opnieuw | ἑαυτοὺς (heautous) = onszelf | συνιστάνομεν (synistanomen) = bevelen wij aan | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἀλλὰ (alla) = maar | ἀφορμὴν (aphormen) = aanleiding | διδόντες (didontes) = gevend | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | καυχήματος (kauchematos) = van roem | ὑπὲρ (hyper) = over | ἡμῶν (hemon) = ons | ἵνα (hina) = opdat | ἔχητε (echete) = jullie hebben | πρὸς (pros) = tegenover | τοὺς (tous) = hen die | ἐν (en) = op | προσώπῳ (prosopo) = uiterlijk | καυχωμένους (kauchomenous) = roemen | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ἐν (en) = op | καρδίᾳ (kardia) = hart Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καύχημα (kauchema), ‘roem, reden om te roemen’. ἐν προσώπῳ (en prosopo), ‘naar het gezicht’: naar het uiterlijk. **5:13** Want als wij buiten onszelf zijn, dan is het voor Elohim; als wij bij zinnen zijn, dan is het voor jullie. Brontekst: εἴτε (eite) = of | γὰρ (gar) = want | ἐξέστημεν (exestemen) = zijn wij buiten onszelf | θεῷ (theo) = voor Elohim | εἴτε (eite) = of | σωφρονοῦμεν (sophronoumen) = zijn wij bij zinnen | ὑμῖν (hymin) = voor jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξίστημι (existemi), ‘buiten zinnen zijn, buiten zichzelf zijn’: een toestand van verrukking of van opwinding die anderen vreemd vinden. σωφρονέω (sofroneo), ‘bij zinnen zijn, nuchter zijn’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 12:1–4. Zie ook: 2 Kor 12:1–4 ### De liefde van de Messias dringt ons **5:14** Want de liefde van de Messias dringt ons, die tot de slotsom gekomen zijn: één is voor allen gestorven, dus zijn zij allen gestorven. Brontekst: ἡ (he) = de | γὰρ (gar) = want | ἀγάπη (agape) = liefde | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | συνέχει (synechei) = dringt | ἡμᾶς (hemas) = ons | κρίναντας (krinantas) = tot een slotsom gekomen zijnd | τοῦτο (touto) = dit | ὅτι (hoti) = dat | εἷς (heis) = één | ὑπὲρ (hyper) = voor | πάντων (panton) = allen | ἀπέθανεν (apethanen) = is gestorven | ἄρα (ara) = dus | οἱ (hoi) = de | πάντες (pantes) = allen | ἀπέθανον (apethanon) = zijn gestorven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνέχω (synecho), ‘dringen, beheersen, bijeenhouden’. ἀγάπη τοῦ Χριστοῦ (agape tou Christou), ‘de liefde van de Messias’: het Grieks kan de liefde van de Messias voor ons bedoelen of onze liefde voor Hem; de redenering (Hij stierf voor allen) wijst op het eerste. κρίνω (krino), ‘oordelen, tot een slotsom komen’. **5:15** En voor allen is Hij gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf leven, maar voor Hem die voor hen gestorven en opgewekt is. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὑπὲρ (hyper) = voor | πάντων (panton) = allen | ἀπέθανεν (apethanen) = is gestorven | ἵνα (hina) = opdat | οἱ (hoi) = zij die | ζῶντες (zontes) = leven | μηκέτι (meketi) = niet meer | ἑαυτοῖς (heautois) = voor zichzelf | ζῶσιν (zosin) = leven | ἀλλὰ (alla) = maar | τῷ (to) = voor Hem die | ὑπὲρ (hyper) = voor | αὐτῶν (auton) = hen | ἀποθανόντι (apothanonti) = gestorven is | καὶ (kai) = en | ἐγερθέντι (egerthenti) = opgewekt is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’. Paulus zegt dat het leven van wie leeft, nu bij de Messias hoort. ### Een nieuwe schepping **5:16** Zo kennen wij vanaf nu niemand naar het vlees. Ook al hebben wij de Messias naar het vlees gekend, nu kennen wij Hem zo niet meer. Brontekst: Ὥστε (Hoste) = zodat | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἀπὸ (apo) = vanaf | τοῦ (tou) = het | νῦν (nyn) = nu | οὐδένα (oudena) = niemand | οἴδαμεν (oidamen) = kennen wij | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | ἐγνώκαμεν (egnokamen) = wij hebben gekend | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | Χριστόν (Christon) = de Messias | ἀλλὰ (alla) = maar | νῦν (nyn) = nu | οὐκέτι (ouketi) = niet meer | γινώσκομεν (ginoskomen) = kennen wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: naar menselijke maatstaven, naar het uiterlijk; σάρξ (sarx), ‘vlees’, zoals in Gal. 3:3. Paulus zegt dat hij de Messias vroeger zo beoordeelde, maar nu niet meer. Zie ook: Gal 3:3 **5:17** Dus als iemand in de Messias is: een nieuwe schepping! Het oude is voorbijgegaan; zie, nieuwe dingen zijn geworden. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | καινὴ (kaine) = nieuwe | κτίσις (ktisis) = schepping | τὰ (ta) = het | ἀρχαῖα (archaia) = oude | παρῆλθεν (parelthen) = is voorbijgegaan | ἰδοὺ (idou) = zie | γέγονεν (gegonen) = zijn geworden | καινά (kaina) = nieuwe dingen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κτίσις (ktisis), ‘schepping’: ook ‘schepsel’; het Grieks laat open of het om de mens gaat of om heel de schepping. ‘Nieuwe schepping’ staat ook in Gal. 6:15. Het Grieks heeft in het eerste deel geen werkwoord: de zin is een uitroep. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:15; Jes. 43:18–19; Jes. 65:17. Zie ook: Jes 43:18–19; Jes 65:17; Gal 6:15 ### De dienst van de verzoening **5:18** Alles nu is uit Elohim, die ons met Zichzelf verzoend heeft door de Messias en ons de dienst van de verzoening gegeven heeft. Brontekst: τὰ (ta) = het | δὲ (de) = nu | πάντα (panta) = alles | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = die | καταλλάξαντος (katallaxantos) = verzoend heeft | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἑαυτῷ (heauto) = met Zichzelf | διὰ (dia) = door | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | καὶ (kai) = en | δόντος (dontos) = gegeven heeft | ἡμῖν (hemin) = aan ons | τὴν (ten) = de | διακονίαν (diakonian) = dienst | τῆς (tes) = van de | καταλλαγῆς (katallages) = verzoening Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταλλάσσω (katallasso), ‘verzoenen’, en καταλλαγή (katallage), ‘verzoening’: iemand van vijand tot vriend maken. De verzoening gaat uit van Elohim. **5:19** Dat is: Elohim was in de Messias de wereld met Zichzelf aan het verzoenen. Hij rekende hun overtredingen hun niet toe en heeft het woord van de verzoening in ons gelegd. Brontekst: ὡς (hos) = als | ὅτι (hoti) = dat | θεὸς (theos) = Elohim | ἦν (en) = was | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | κόσμον (kosmon) = wereld | καταλλάσσων (katallasson) = verzoenend | ἑαυτῷ (heauto) = met Zichzelf | μὴ (me) = niet | λογιζόμενος (logizomenos) = toerekenend | αὐτοῖς (autois) = aan hen | τὰ (ta) = de | παραπτώματα (paraptomata) = overtredingen | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | θέμενος (themenos) = gelegd hebbend | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τῆς (tes) = van de | καταλλαγῆς (katallages) = verzoening Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὡς ὅτι θεὸς ἦν ἐν Χριστῷ κόσμον καταλλάσσων (hos hoti theos en en Christo kosmon katallasson): de Griekse zin kan op twee manieren gelezen worden. Of: ‘Elohim was in de Messias, de wereld verzoenend’. Of: ‘Elohim was de wereld in de Messias aan het verzoenen’. Wij houden het tweede. λογίζομαι (logizomai), ‘toerekenen’, zoals in Gal. 3:6. παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding, misstap’. Zie ook: Gal 3:6 **5:20** Namens de Messias zijn wij dus gezanten, alsof Elohim door ons oproept. Wij smeken namens de Messias: laat jullie verzoenen met Elohim. Brontekst: ὑπὲρ (hyper) = namens | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | οὖν (oun) = dus | πρεσβεύομεν (presbeuomen) = zijn wij gezanten | ὡς (hos) = alsof | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | παρακαλοῦντος (parakalountos) = oproept | δι’ (di’) = door | ἡμῶν (hemon) = ons | δεόμεθα (deometha) = smeken wij | ὑπὲρ (hyper) = namens | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | καταλλάγητε (katallagete) = laat jullie verzoenen | τῷ (to) = met de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρεσβεύω (presbeuo), ‘gezant zijn’: iemand die namens een koning of keizer spreekt. παρακαλέω (parakaleo) staat hier als ‘oproepen’; het is hetzelfde Griekse woord als ‘troosten’ in 1:4. δέομαι (deomai), ‘smeken, dringend vragen’. καταλλάγητε (katallagete) is lijdend: ‘laat u verzoenen’; Elohim heeft de verzoening gebracht, de mens mag haar aannemen. **5:21** Hem die geen zonde gekend had, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij in Hem de gerechtigheid van Elohim zouden worden. Brontekst: τὸν (ton) = Hem | μὴ (me) = die niet | γνόντα (gnonta) = gekend heeft | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | ἁμαρτίαν (hamartian) = tot zonde | ἐποίησεν (epoiesen) = heeft Hij gemaakt | ἵνα (hina) = opdat | ἡμεῖς (hemeis) = wij | γενώμεθα (genometha) = worden | δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁμαρτίαν ἐποίησεν (hamartian epoiesen), ‘tot zonde gemaakt’: ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’, kan hier ook ‘zondoffer’ betekenen; het Hebreeuwse חַטָּאת (chatat) betekent zowel ‘zonde’ als ‘zondoffer’ (zie Lev. 4:3). Het Grieks zegt niet meer dan ‘Hij maakte Hem tot zonde’. ‘Hij’ is Elohim. δικαιοσύνη θεοῦ (dikaiosyne theou), ‘gerechtigheid van Elohim’. Voetnoot : Zie ook Lev. 4:3. Zie ook: Lev 4:3 ## 2 Korintiërs 6 _Nu is de dag van redding, de dienst van Paulus, een open hart en het heiligdom van de levende Elohim_ ### Nu is de dag van redding **6:1** Als medewerkers roepen wij jullie ook op de genade van Elohim niet tevergeefs te ontvangen. Brontekst: Συνεργοῦντες (Synergountes) = meewerkend | δὲ (de) = nu | καὶ (kai) = ook | παρακαλοῦμεν (parakaloumen) = roepen wij op | μὴ (me) = niet | εἰς (eis) = tot | κενὸν (kenon) = tevergeefs | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | δέξασθαι (dexasthai) = te ontvangen | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνεργέω (synergeo), ‘meewerken’: het Grieks noemt niet met wie; uit 5:20 en 6:1 blijkt dat Paulus meewerkt met Elohim, die door hen oproept. παρακαλέω (parakaleo) staat hier als ‘oproepen’; het is hetzelfde Griekse woord als ‘troosten’ in 1:4 (zie de Uitleg daar). κενός (kenos), ‘leeg’: ‘tevergeefs’ ontvangen is ontvangen zonder dat het vrucht draagt. **6:2** Want Hij zegt: **„In een welaanvaarde tijd heb Ik je verhoord, en op een dag van redding heb Ik je geholpen.”** Zie, nu is het een zeer welaanvaarde tijd; zie, nu is het de dag van redding. Brontekst: λέγει (legei) = Hij zegt | γάρ (gar) = want | Καιρῷ (Kairo) = in tijd | δεκτῷ (dekto) = welaanvaard | ἐπήκουσά (epekousa) = verhoorde Ik | σου (sou) = jou | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = op | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | σωτηρίας (soterias) = van redding | ἐβοήθησά (eboethesa) = hielp Ik | σοι (soi) = jou | ἰδοὺ (idou) = zie | νῦν (nyn) = nu | καιρὸς (kairos) = tijd | εὐπρόσδεκτος (euprosdektos) = zeer welaanvaard | ἰδοὺ (idou) = zie | νῦν (nyn) = nu | ἡμέρα (hemera) = dag | σωτηρίας (soterias) = van redding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Jes. 49:8. Ons Hebreeuws heeft: ‘In een tijd van welbehagen (בְּעֵת רָצוֹן, be-et ratson) heb Ik je geantwoord, en op een dag van redding heb Ik je geholpen.’ De Griekse tekst heeft ‘in een welaanvaarde tijd (καιρῷ δεκτῷ) heb Ik je verhoord’ (ἐπακούω, epakouo, ‘luisteren naar, verhoren’) en over de dag van redding hetzelfde als het Hebreeuws. In Jesaja spreekt Yahweh tot Zijn knecht; daarom staat het citaat rood. Het Grieks noemt bij ‘Hij zegt’ geen onderwerp: het is Elohim. Het slot (‘Zie, nu is het…’) is Paulus’ eigen uitleg, daarom zwart. δεκτός (dektos), ‘welaanvaard’; εὐπρόσδεκτος (euprosdektos), ‘zeer welaanvaard’. σωτηρία (soteria), ‘redding’. Voetnoot : Zie ook Jes. 49:8. Zie ook: Jes 49:8 ### De dienst van Paulus en zijn medewerkers **6:3** Wij geven nergens in enige aanstoot, opdat de dienst niet gelaakt wordt, Brontekst: μηδεμίαν (medemian) = geen enkele | ἐν (en) = in | μηδενὶ (medeni) = niets | διδόντες (didontes) = gevend | προσκοπήν (proskopen) = aanstoot | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | μωμηθῇ (momethe) = gelaakt wordt | ἡ (he) = de | διακονία (diakonia) = dienst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσκοπή (proskope), ‘aanstoot, aanleiding om te struikelen’. μωμάομαι (momaomai), ‘laken, bekritiseren’. De Griekse zin loopt door uit vers 1: Paulus geeft niemand aanstoot terwijl hij oproept. Zie ook: 2 Kor 6:1 **6:4** maar in alles bevelen wij onszelf aan als dienaren van Elohim: in veel volharding, in verdrukkingen, in nooden, in benauwdheden, Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | συνιστάνοντες (synistanontes) = aanbevelend | ἑαυτοὺς (heautous) = onszelf | ὡς (hos) = als | θεοῦ (theou) = van Elohim | διάκονοι (diakonoi) = dienaren | ἐν (en) = in | ὑπομονῇ (hypomone) = volharding | πολλῇ (polle) = veel | ἐν (en) = in | θλίψεσιν (thlipsesin) = verdrukkingen | ἐν (en) = in | ἀνάγκαις (anankais) = nooden | ἐν (en) = in | στενοχωρίαις (stenochoriais) = benauwdheden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Verzen 4–10 zijn een opsomming van wat Paulus en zijn medewerkers doormaken en bezitten. De opsomming begint met ‘in’ (ἐν) en gaat over in ‘door’ (διά) en ‘als’ (ὡς). θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’; ἀνάγκη (anagke), ‘nood, dwang’; στενοχωρία (stenochoria), ‘benauwdheid’, zoals het werkwoord in 4:8. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 4:8–9; 2 Kor. 11:23–27. Zie ook: 2 Kor 4:8–9; 2 Kor 11:23–27 **6:5** in slagen, in gevangenissen, in onrust, in zwoegen, in waken, in vasten, Brontekst: ἐν (en) = in | πληγαῖς (plegais) = slagen | ἐν (en) = in | φυλακαῖς (phylakais) = gevangenissen | ἐν (en) = in | ἀκαταστασίαις (akatastasiais) = onrust | ἐν (en) = in | κόποις (kopois) = zwoegen | ἐν (en) = in | ἀγρυπνίαις (agrypniais) = waken | ἐν (en) = in | νηστείαις (nesteiais) = vasten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πληγαί (plegai), ‘slagen’; φυλακαί (fylakai), ‘gevangenissen’; ἀκαταστασίαι (akatastasiai), ‘onrust’; κόποι (kopoi), ‘zwoegen, zware arbeid’; ἀγρυπνίαι (agrypniai), ‘waken, slapeloze nachten’; νηστεῖαι (nesteiai), ‘vasten’. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:22–24; Luc. 21:9. Zie ook: Luc 21:9; Hand 16:22–24 **6:6** in reinheid, in kennis, in geduld, in vriendelijkheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, Brontekst: ἐν (en) = in | ἁγνότητι (hagnoteti) = reinheid | ἐν (en) = in | γνώσει (gnosei) = kennis | ἐν (en) = in | μακροθυμίᾳ (makrothymia) = geduld | ἐν (en) = in | χρηστότητι (chrestoteti) = vriendelijkheid | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἁγίῳ (hagio) = Heilige | ἐν (en) = in | ἀγάπῃ (agape) = liefde | ἀνυποκρίτῳ (anypokrito) = ongeveinsde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγνότης (hagnotes), ‘reinheid’; μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’; χρηστότης (chrestotes), ‘vriendelijkheid’; ἀνυπόκριτος (anypokritos), ‘ongeveinsd’. ἐν πνεύματι ἁγίῳ (en pneumati hagio) staat zonder lidwoord; het kan ‘in de Heilige Geest’ betekenen of ‘in een heilige geest, in heilige gezindheid’. Wij kiezen ‘de Heilige Geest’. Dezelfde woorden voor geduld en vriendelijkheid staan in de vrucht van de Geest. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:22. Zie ook: Gal 5:22 **6:7** in het woord van de waarheid, in de kracht van Elohim; door de wapens van de gerechtigheid in de rechter- en de linkerhand, Brontekst: ἐν (en) = in | λόγῳ (logo) = woord | ἀληθείας (aletheias) = van waarheid | ἐν (en) = in | δυνάμει (dynamei) = kracht | θεοῦ (theou) = van Elohim | διὰ (dia) = door | τῶν (ton) = de | ὅπλων (hoplon) = wapens | τῆς (tes) = van de | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | τῶν (ton) = die | δεξιῶν (dexion) = rechter | καὶ (kai) = en | ἀριστερῶν (aristeron) = linker Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅπλα τῆς δικαιοσύνης (hopla tes dikaiosynes), ‘wapens van de gerechtigheid’. ‘De rechter- en de linkerhand’ zijn de twee handen waarmee Paulus de wapens draagt. **6:8** door eer en oneer, door slechte naam en goede naam; als bedriegers en toch waarachtig, Brontekst: διὰ (dia) = door | δόξης (doxes) = eer | καὶ (kai) = en | ἀτιμίας (atimias) = oneer | διὰ (dia) = door | δυσφημίας (dysphemias) = slechte naam | καὶ (kai) = en | εὐφημίας (euphemias) = goede naam | ὡς (hos) = als | πλάνοι (planoi) = bedriegers | καὶ (kai) = en | ἀληθεῖς (aletheis) = waarachtig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δόξα (doxa) betekent elders in deze brief ‘heerlijkheid’; tegenover ἀτιμία (atimia), ‘oneer’, staat het hier voor ‘eer’. δυσφημία (dysfemia), ‘slechte naam, kwaad gerucht’, en εὐφημία (eufemia), ‘goede naam’. πλάνος (planos), ‘bedrieger, verleider’; ἀληθής (alethes), ‘waarachtig’. **6:9** als miskend en toch erkend, als stervend en zie, wij leven, als getuchtigd en toch niet gedood, Brontekst: ὡς (hos) = als | ἀγνοούμενοι (agnooumenoi) = miskend | καὶ (kai) = en | ἐπιγινωσκόμενοι (epiginoskomenoi) = erkend | ὡς (hos) = als | ἀποθνῄσκοντες (apothneskontes) = stervend | καὶ (kai) = en | ἰδοὺ (idou) = zie | ζῶμεν (zomen) = leven wij | ὡς (hos) = als | παιδευόμενοι (paideuomenoi) = getuchtigd | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | θανατούμενοι (thanatoumenoi) = gedood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγνοέω (agnoeo), ‘niet kennen, miskennen’, tegenover ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘erkennen’, zoals in 1:13. παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden, tuchtigen’. Dit lijkt op wat de dichter van Ps. 118 zegt: Yah heeft hem getuchtigd, maar niet aan de dood overgegeven. Voetnoot : Zie ook Ps. 118:17–18. Zie ook: Ps 118:17–18 **6:10** als bedroefd en toch altijd blij, als arm en toch velen rijk makend, als niets hebbend en toch alles bezittend. Brontekst: ὡς (hos) = als | λυπούμενοι (lypoumenoi) = bedroefd | ἀεὶ (aei) = altijd | δὲ (de) = maar | χαίροντες (chairontes) = blij | ὡς (hos) = als | πτωχοὶ (ptochoi) = armen | πολλοὺς (pollous) = velen | δὲ (de) = maar | πλουτίζοντες (ploutizontes) = rijk makend | ὡς (hos) = als | μηδὲν (meden) = niets | ἔχοντες (echontes) = hebbend | καὶ (kai) = en | πάντα (panta) = alles | κατέχοντες (katechontes) = bezittend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλουτίζω (ploutizo), ‘rijk maken’. κατέχω (katecho), ‘bezitten, vasthouden’. Het slot van de opsomming is een reeks tegenstellingen: wat de wereld ziet, en wat Paulus werkelijk heeft. ### Een open hart **6:11** Onze mond is tot jullie geopend, Korintiërs, ons hart is wijd gemaakt. Brontekst: Τὸ (To) = de | στόμα (stoma) = mond | ἡμῶν (hemon) = onze | ἀνέῳγεν (aneogen) = is geopend | πρὸς (pros) = tot | ὑμᾶς (hymas) = jullie | Κορίνθιοι (Korinthioi) = Korintiërs | ἡ (he) = het | καρδία (kardia) = hart | ἡμῶν (hemon) = ons | πεπλάτυνται (peplatyntai) = is wijd gemaakt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Onze mond is geopend’: wij hebben vrijuit tot jullie gesproken. πλατύνω (platyno), ‘wijd maken, verruimen’: een wijd hart heeft ruimte voor de ander. Paulus noemt de gemeente hier bij naam: Κορίνθιοι (Korinthioi), ‘Korintiërs’. **6:12** Jullie zijn in ons niet benauwd, maar jullie zijn benauwd in jullie binnenste. Brontekst: οὐ (ou) = niet | στενοχωρεῖσθε (stenochoreisthe) = zijn jullie benauwd | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | στενοχωρεῖσθε (stenochoreisthe) = zijn jullie benauwd | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = het | σπλάγχνοις (splanchnois) = binnenste | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στενοχωρέω (stenochoreo), ‘benauwd zijn’, zoals in 4:8. σπλάγχνα (splanchna), ‘ingewanden’: in het Grieks de zetel van gevoelens en medelijden; wij vertalen ‘binnenste’. **6:13** Als dezelfde wederdienst – ik spreek als tot kinderen – laat ook jullie wijd worden. Brontekst: τὴν (ten) = de | δὲ (de) = nu | αὐτὴν (auten) = dezelfde | ἀντιμισθίαν (antimisthian) = wederdienst | ὡς (hos) = als | τέκνοις (teknois) = kinderen | λέγω (lego) = zeg ik | πλατύνθητε (platynthete) = word wijd gemaakt | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀντιμισθία (antimisthia), ‘wederdienst, vergelding’: de gemeente mag Paulus’ open hart met een open hart beantwoorden. De Griekse zin heeft geen woord ‘hart’; wij laten het ook weg. ### Geen ongelijk span **6:14** Ga niet in een ongelijk span lopen met ongelovigen. Want wat voor deelgenootschap is er tussen gerechtigheid en wetteloosheid? Of welke gemeenschap tussen licht en duisternis? Brontekst: Μὴ (Me) = niet | γίνεσθε (ginesthe) = word | ἑτεροζυγοῦντες (heterozygountes) = in ongelijk span lopend | ἀπίστοις (apistois) = met ongelovigen | τίς (tis) = wat | γὰρ (gar) = want | μετοχὴ (metoche) = deelgenootschap | δικαιοσύνῃ (dikaiosyne) = voor gerechtigheid | καὶ (kai) = en | ἀνομίᾳ (anomia) = wetteloosheid | ἢ (e) = of | τίς (tis) = welke | κοινωνία (koinonia) = gemeenschap | φωτὶ (photi) = voor licht | πρὸς (pros) = met | σκότος (skotos) = duisternis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἑτεροζυγέω (heterozygeo), ‘in een ongelijk span lopen’: twee verschillende dieren onder één juk. Dit lijkt op de wet dat men niet met een stier en een ezel samen mag ploegen. μετοχή (metoche), ‘deelgenootschap’; κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’; ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’; ἄπιστος (apistos), ‘ongelovige’: ook ‘wie niet trouw is’. Voetnoot : Zie ook Deut. 22:10; Lev. 19:19. Zie ook: Lev 19:19; Deut 22:10 **6:15** Welke overeenstemming is er tussen de Messias en Beliar? Of welk deel heeft een gelovige met een ongelovige? Brontekst: τίς (tis) = welke | δὲ (de) = nu | συμφώνησις (symphonesis) = overeenstemming | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | πρὸς (pros) = met | Βελιάρ (Beliar) = Beliar | ἢ (e) = of | τίς (tis) = welk | μερὶς (meris) = deel | πιστῷ (pisto) = voor een gelovige | μετὰ (meta) = met | ἀπίστου (apistou) = een ongelovige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Βελιάρ (Beliar) is een vorm van Belial (Hebreeuws בְּלִיַּעַל, beliya’al), ‘waardeloosheid, onbetrouwbaarheid’. In het Oude Testament staat ‘zonen van Belial’ voor slechte, wetteloze mannen. Hier staat Beliar tegenover de Messias, als een naam voor de tegenstander. συμφώνησις (symfonesis), ‘overeenstemming’; μερίς (meris), ‘deel’. Voetnoot : Zie ook Deut. 13:14; Richt. 19:22; 1 Kon. 21:10. Zie ook: Deut 13:14; Re 19:22; 1 Kon 21:10 ### Het heiligdom van de levende Elohim **6:16** Welke overeenkomst heeft het heiligdom van Elohim met afgoden? Want wij zijn het heiligdom van de levende Elohim, zoals Elohim gezegd heeft: **„Ik zal in hen wonen en onder hen wandelen. En Ik zal hun Elohim zijn, en zij zullen Mijn volk zijn.** Brontekst: τίς (tis) = welke | δὲ (de) = nu | συγκατάθεσις (synkatathesis) = overeenkomst | ναῷ (nao) = voor het heiligdom | θεοῦ (theou) = van Elohim | μετὰ (meta) = met | εἰδώλων (eidolon) = afgoden | ἡμεῖς (hemeis) = wij | γὰρ (gar) = want | ναὸς (naos) = heiligdom | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐσμεν (esmen) = zijn | ζῶντος (zontos) = levende | καθὼς (kathos) = zoals | εἶπεν (eipen) = zei | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ὅτι (hoti) = dat | Ἐνοικήσω (Enoikeso) = zal Ik wonen | ἐν (en) = in | αὐτοῖς (autois) = hen | καὶ (kai) = en | ἐμπεριπατήσω (emperipateso) = zal Ik wandelen | καὶ (kai) = en | ἔσομαι (esomai) = zal Ik zijn | αὐτῶν (auton) = hun | θεός (theos) = Elohim | καὶ (kai) = en | αὐτοὶ (autoi) = zij | ἔσονταί (esontai) = zullen zijn | μου (mou) = Mijn | λαός (laos) = volk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ναός (naos), ‘heiligdom’: het eigenlijke huis van Elohim, het gebouw waarin Hij woont (tegenover ἱερόν, hieron, de tempel met de voorhoven); wij houden ‘heiligdom’ voor ναός, zoals in Mark. 14:58. εἴδωλον (eidolon), ‘afgod, beeld’. Paulus noemt de gemeente het heiligdom van de levende Elohim. De aanhaling is een samenvoeging. Lev. 26:11–12 heeft: ‘Ik zal Mijn tabernakel in jullie midden zetten … Ik zal in jullie midden wandelen. Ik zal jullie Elohim zijn en jullie zullen Mijn volk zijn.’ Ezech. 37:27 heeft: ‘Mijn woning zal bij hen zijn. Ik zal hun Elohim zijn en zij zullen Mijn volk zijn.’ Het Grieks heeft ‘hen’ en ‘hun’ (derde persoon), zoals Ezechiël, en ‘wonen’ en ‘wandelen’, zoals beide teksten. Hier spreekt Elohim zelf in de eerste persoon (‘Ik zal…’): daarom rood, van hier tot en met het einde van vers 18. Voetnoot : Zie ook Lev. 26:11–12; Ezech. 37:26–27; Mark. 14:58. Zie ook: Lev 26:11–12; Ezech 37:26–27; Ezech 37:27; Mar 14:58; 2 Kor 6:18 **6:17** **Daarom: ga uit hun midden weg en laat jullie afzonderen, zegt Yahweh, en raak niets onreins aan. En Ik zal jullie opnemen.** Brontekst: διὸ (dio) = daarom | ἐξέλθατε (exelthate) = ga uit | ἐκ (ek) = uit | μέσου (mesou) = midden | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ἀφορίσθητε (aphoristhete) = laat jullie afzonderen | λέγει (legei) = zegt | κύριος (kyrios) = Yahweh | καὶ (kai) = en | ἀκαθάρτου (akathartou) = iets onreins | μὴ (me) = niet | ἅπτεσθε (haptesthe) = raak aan | κἀγὼ (kago) = en Ik | εἰσδέξομαι (eisdexomai) = zal opnemen | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Jes. 52:11. Ons Hebreeuws heeft: ‘Vertrek, vertrek, ga daar vandaan. Raak niets onreins aan. Ga uit haar midden weg.’ De Griekse tekst heeft ‘uit hun midden’ (niet ‘haar’) en voegt ‘laat jullie afzonderen’ toe. In Jes. 52:11 is het een oproep aan wie de voorwerpen van Yahweh dragen. ‘Zegt Yahweh’ (λέγει κύριος) komt in dit citaat niet in Jes. 52:11 voor; het Hebreeuws heeft daar geen sprekersformule. Wij zetten het ‘zegt Yahweh’ rood, omdat Elohim zelf wordt aangehaald. ἀφορίζω (aforizo), ‘afzonderen’. εἰσδέχομαι (eisdechomai), ‘opnemen, ontvangen’: ‘En Ik zal jullie opnemen’ staat zo niet in Jes. 52:11. Vergelijk Ezech. 20:41, waar Yahweh zegt dat Hij hen ‘gunstig zal aannemen’. Voetnoot : Zie ook Jes. 52:11; Ezech. 20:41. Zie ook: Jes 52:11; Ezech 20:41 **6:18** **En Ik zal jullie tot Vader zijn, en jullie zullen Mij tot zonen en dochters zijn, zegt Yahweh van de legermachten.”** Brontekst: καὶ (kai) = en | ἔσομαι (esomai) = zal Ik zijn | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | εἰς (eis) = tot | πατέρα (patera) = Vader | καὶ (kai) = en | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἔσεσθέ (esesthe) = zullen zijn | μοι (moi) = voor Mij | εἰς (eis) = tot | υἱοὺς (huious) = zonen | καὶ (kai) = en | θυγατέρας (thygateras) = dochters | λέγει (legei) = zegt | κύριος (kyrios) = Yahweh | παντοκράτωρ (pantokrator) = van de legermachten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van 2 Sam. 7:14, de belofte aan David: ‘Ik zal voor hem een vader zijn, en hij zal voor Mij een zoon zijn.’ Paulus past het aan: ‘jullie’ in plaats van ‘hem’, ‘zonen’ in het meervoud en met ‘dochters’ erbij. Dochters staan niet in 2 Sam. 7:14; vergelijk Jes. 43:6, waar Yahweh zegt: ‘Breng Mijn zonen van ver en Mijn dochters van het einde van de aarde.’ παντοκράτωρ (pantokrator), ‘heerser over alles’: in onze Hebreeuwse teksten staat in zulke formules ‘Yahweh van de legermachten’ (zie 2 Sam. 7:8); wij gebruiken die vorm. De hele aanhaling 6:16–18 staat rood. Voetnoot : Zie ook 2 Sam. 7:14; 2 Sam. 7:8; Jes. 43:6. Zie ook: 2 Sam 7:8; 2 Sam 7:14; Jes 43:6 ## 2 Korintiërs 7 _Reiniging, de vertroosting door Titus, verdriet op de wijze van Elohim en vreugde over de Korintiërs_ ### Laten wij ons reinigen; geef ons ruimte **7:1** Omdat wij deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van vlees en geest. Laten wij de heiligheid voltooien in vrees voor Elohim. Brontekst: ταύτας (tautas) = deze | οὖν (oun) = dan | ἔχοντες (echontes) = hebbend | τὰς (tas) = de | ἐπαγγελίας (epangelias) = beloften | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | καθαρίσωμεν (katharisomen) = laten wij reinigen | ἑαυτοὺς (heautous) = onszelf | ἀπὸ (apo) = van | παντὸς (pantos) = alle | μολυσμοῦ (molysmou) = bevlekking | σαρκὸς (sarkos) = van vlees | καὶ (kai) = en | πνεύματος (pneumatos) = van geest | ἐπιτελοῦντες (epitelountes) = voltooiend | ἁγιωσύνην (hagiosynen) = heiligheid | ἐν (en) = in | φόβῳ (phobo) = vrees | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Deze beloften’ zijn de beloften uit 6:16–18, waar Elohim zegt dat Hij in hen zal wonen en hun Vader zal zijn. De hoofdstukindeling is later toegevoegd; dit vers hoort bij het slot van hoofdstuk 6. μολυσμός (molysmos), ‘bevlekking’: onreinheid. ἁγιωσύνη (hagiosyne), ‘heiligheid’. ἐπιτελέω (epiteleo), ‘voltooien’: tot het einde brengen. ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 6:16–18. Zie ook: 2 Kor 6:16–18 **7:2** Geef ons ruimte. Wij hebben niemand onrecht gedaan. Wij hebben niemand verdorven. Wij hebben niemand uitgebuit. Brontekst: Χωρήσατε (Choresate) = maak ruimte voor | ἡμᾶς (hemas) = ons | οὐδένα (oudena) = niemand | ἠδικήσαμεν (edikesamen) = hebben onrecht gedaan | οὐδένα (oudena) = niemand | ἐφθείραμεν (ephtheiramen) = hebben verdorven | οὐδένα (oudena) = niemand | ἐπλεονεκτήσαμεν (epleonektesamen) = hebben uitgebuit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χωρέω (choreo), ‘ruimte maken, plaats geven’: hier als oproep om Paulus en zijn medewerkers in het hart te nemen. φθείρω (phtheiro), ‘verderven, te gronde richten’. πλεονεκτέω (pleonekteo), ‘meer willen hebben ten koste van een ander, uitbuiten’. Vergelijk de oproep in 6:11–13. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 6:11–13. Zie ook: 2 Kor 6:11–13 **7:3** Ik zeg dit niet om te veroordelen. Ik heb immers al eerder gezegd dat jullie in onze harten zijn, om samen te sterven en samen te leven. Brontekst: πρὸς (pros) = tot | κατάκρισιν (katakrisin) = veroordeling | οὐ (ou) = niet | λέγω (lego) = zeg ik | προείρηκα (proeireka) = heb eerder gezegd | γὰρ (gar) = want | ὅτι (hoti) = dat | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | καρδίαις (kardiais) = harten | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐστε (este) = jullie zijn | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | συναποθανεῖν (synapothanein) = samen sterven | καὶ (kai) = en | συζῆν (syzen) = samen leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: In deze brief wisselt Paulus tussen ‘wij’ en ‘ik’; wij vertalen wat het Grieks heeft. συναποθανεῖν (synapothanein), ‘samen sterven’, en συζῆν (syzen), ‘samen leven’: twee werkwoorden met ‘samen’ ervoor. **7:4** Ik spreek vrijmoedig tot jullie. Ik heb veel roem over jullie. Ik ben vervuld van vertroosting. Ik stroom over van vreugde bij al onze verdrukking. Brontekst: πολλή (polle) = veel | μοι (moi) = mij | παρρησία (parresia) = vrijmoedigheid | πρὸς (pros) = tot | ὑμᾶς (hymas) = jullie | πολλή (polle) = veel | μοι (moi) = mij | καύχησις (kauchesis) = roem | ὑπὲρ (hyper) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | πεπλήρωμαι (pepleromai) = ben vervuld | τῇ (te) = van de | παρακλήσει (paraklesei) = vertroosting | ὑπερπερισσεύομαι (hyperperisseuomai) = stroom over | τῇ (te) = van de | χαρᾷ (chara) = vreugde | ἐπὶ (epi) = bij | πάσῃ (pase) = alle | τῇ (te) = de | θλίψει (thlipsei) = verdrukking | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: openlijk en zonder terughouding spreken. καύχησις (kauchesis), ‘roem’: trots op iets uitspreken. Wij vertalen καυχάομαι (kauchaomai) in heel de brief met ‘roemen’ en καύχησις en καύχημα met ‘roem’. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: benauwdheid, druk van buiten. ὑπερπερισσεύομαι (hyperperisseuomai), ‘overvloedig overstromen’. ### Vertroosting door de komst van Titus **7:5** Want ook toen wij in Macedonië gekomen waren, had ons vlees geen enkele rust. Wij werden in alles verdrukt: van buiten strijd, van binnen angsten. Brontekst: Καὶ (Kai) = ook | γὰρ (gar) = want | ἐλθόντων (elthonton) = gekomen zijnde | ἡμῶν (hemon) = wij | εἰς (eis) = in | Μακεδονίαν (Makedonian) = Macedonië | οὐδεμίαν (oudemian) = geen enkele | ἔσχηκεν (escheken) = heeft gehad | ἄνεσιν (anesin) = rust | ἡ (he) = het | σὰρξ (sarx) = vlees | ἡμῶν (hemon) = ons | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | θλιβόμενοι (thlibomenoi) = verdrukt wordend | ἔξωθεν (exothen) = van buiten | μάχαι (machai) = strijd | ἔσωθεν (esothen) = van binnen | φόβοι (phoboi) = angsten Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: Macedonië: het noorden van het huidige Griekenland, met onder meer Filippi en Tessalonica. ‘Vlees’ (σάρξ, sarx) staat hier voor de hele mens in zijn zwakheid, niet alleen het lichaam. Paulus vertelt hier verder wat hij in 2:12–13 begon: hij had geen rust omdat hij Titus niet gevonden had. ἄνεσις (anesis), ‘rust’: verlichting. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 2:12–13; Hand. 20:1–2. Zie ook: Hand 20:1–2; 2 Kor 2:12–13 **7:6** Maar Elohim, die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ὁ (ho) = de | παρακαλῶν (parakalon) = die troost | τοὺς (tous) = de | ταπεινοὺς (tapeinous) = nederigen | παρεκάλεσεν (parekalesen) = heeft getroost | ἡμᾶς (hemas) = ons | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | παρουσίᾳ (parousia) = komst | Τίτου (Titou) = van Titus Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ταπεινός (tapeinos), ‘nederig’: ook ‘gebogen, terneergedrukt’. παρακαλέω (parakaleo), ‘troosten’: het woord betekent ook ‘aansporen’ en ‘dringend vragen’; wij kiezen per geval, zoals in 1:3–7. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’. Titus was een medewerker van Paulus, ook genoemd in 2:13, 8:6, 8:16–23, 12:18 en Gal. 2:1, 2:3. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:1. Zie ook: Gal 2:1; Gal 2:3 **7:7** Niet alleen door zijn komst, maar ook door de vertroosting waarmee hij door jullie getroost is. Hij bracht ons bericht van jullie verlangen, jullie weeklacht en jullie ijver voor mij. Zo verheugde ik mij nog meer. Brontekst: οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | παρουσίᾳ (parousia) = komst | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | παρακλήσει (paraklesei) = vertroosting | ᾗ (he) = waarmee | παρεκλήθη (pareklethe) = hij getroost werd | ἐφ’ (eph’) = door | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἀναγγέλλων (anangellon) = bericht brengend | ἡμῖν (hemin) = aan ons | τὴν (ten) = het | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐπιπόθησιν (epipothesin) = verlangen | τὸν (ton) = de | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὀδυρμόν (odyrmon) = weeklacht | τὸν (ton) = de | ὑμῶν (hymon) = jullie | ζῆλον (zelon) = ijver | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἐμοῦ (emou) = mij | ὥστε (hoste) = zodat | με (me) = mij | μᾶλλον (mallon) = meer | χαρῆναι (charenai) = verblijd te worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιπόθησις (epipothesis), ‘verlangen’. ὀδυρμός (odyrmos), ‘weeklacht’: klagen uit verdriet of berouw. ζῆλος (zelos), ‘ijver’: ook ‘naijver’. ‘Hij’ is Titus. ### Verdriet dat tot berouw leidt **7:8** Want ook al heb ik jullie met de brief bedroefd, ik heb er geen spijt van. Ook al had ik er spijt van, ik zie dat die brief jullie bedroefd heeft, al was het maar voor een uur. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | ἐλύπησα (elypesa) = bedroefde ik | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἐπιστολῇ (epistole) = brief | οὐ (ou) = niet | μεταμέλομαι (metamelomai) = heb ik spijt | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | μετεμελόμην (metemelomen) = had ik spijt | βλέπω (blepo) = ik zie | ὅτι (hoti) = dat | ἡ (he) = de | ἐπιστολὴ (epistole) = brief | ἐκείνη (ekeine) = die | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | πρὸς (pros) = voor | ὥραν (horan) = een uur | ἐλύπησεν (elypesen) = bedroefde | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De brief’: een eerdere brief van Paulus aan Korinte. De tekst zegt niet welke; vergelijk 2:3–4. μεταμέλομαι (metamelomai), ‘spijt hebben’: ander woord dan μετάνοια (metanoia), ‘berouw’, in vers 9. De Griekse zin is kort en verwrongen; wij laten de volgorde van de gedachten staan. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 2:3–4. Zie ook: 2 Kor 2:3–4; 2 Kor 7:9 **7:9** Nu verheug ik mij, niet omdat jullie bedroefd werden, maar omdat jullie bedroefd werden tot berouw. Jullie werden namelijk bedroefd op de wijze van Elohim, zodat jullie door ons in niets schade leden. Brontekst: νῦν (nyn) = nu | χαίρω (chairo) = verheug ik mij | οὐχ (ouch) = niet | ὅτι (hoti) = dat | ἐλυπήθητε (elypethete) = jullie werden bedroefd | ἀλλ’ (all’) = maar | ὅτι (hoti) = dat | ἐλυπήθητε (elypethete) = jullie werden bedroefd | εἰς (eis) = tot | μετάνοιαν (metanoian) = berouw | ἐλυπήθητε (elypethete) = jullie werden bedroefd | γὰρ (gar) = want | κατὰ (kata) = op de wijze van | θεόν (theon) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = in | μηδενὶ (medeni) = niets | ζημιωθῆτε (zemiothete) = jullie schade lijden | ἐξ (ex) = door | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λυπέω (lypeo), ‘bedroeven’. κατὰ θεόν (kata theon), letterlijk ‘naar Elohim’: volgens Elohim, zoals Hij het bedoelt; wij vertalen ‘op de wijze van Elohim’ en houden dat vast in de verzen 9–11. μετάνοια (metanoia), ‘berouw’: letterlijk een verandering van denken; het werkwoord is ‘zich bekeren’ (Matt. 3:2). ζημιόω (zemioo), ‘schade lijden’. Voetnoot : Zie ook Matt. 3:2. Zie ook: Mat 3:2 **7:10** Want het verdriet op de wijze van Elohim werkt berouw tot een redding zonder spijt. Het verdriet van de wereld werkt de dood. Brontekst: ἡ (he) = het | γὰρ (gar) = want | κατὰ (kata) = op de wijze van | θεὸν (theon) = Elohim | λύπη (lype) = verdriet | μετάνοιαν (metanoian) = berouw | εἰς (eis) = tot | σωτηρίαν (soterian) = redding | ἀμεταμέλητον (ametameleton) = zonder spijt | ἐργάζεται (ergazetai) = werkt | ἡ (he) = het | δὲ (de) = maar | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | λύπη (lype) = verdriet | θάνατον (thanaton) = dood | κατεργάζεται (katergazetai) = bewerkt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σωτηρία (soteria), ‘redding’. ἀμεταμέλητος (ametameletos), ‘zonder spijt’: iets waar niemand later spijt van krijgt. ‘Het verdriet van de wereld’ is verdriet dat niet naar Elohim gericht is. **7:11** Zie toch hoeveel ernst dit zelfde, bedroefd worden op de wijze van Elohim, in jullie heeft bewerkt! Ja, verantwoording, ja, verontwaardiging, ja, vrees, ja, verlangen, ja, ijver, ja, bestraffing! In alles hebben jullie getoond zuiver te zijn in deze zaak. Brontekst: ἰδοὺ (idou) = zie | γὰρ (gar) = want | αὐτὸ (auto) = juist | τοῦτο (touto) = dit | τὸ (to) = het | κατὰ (kata) = op de wijze van | θεὸν (theon) = Elohim | λυπηθῆναι (lypethenai) = bedroefd te worden | πόσην (posen) = hoeveel | κατειργάσατο (kateirgasato) = heeft bewerkt | ὑμῖν (hymin) = in jullie | σπουδήν (spouden) = ernst | ἀλλὰ (alla) = ja | ἀπολογίαν (apologian) = verantwoording | ἀλλὰ (alla) = ja | ἀγανάκτησιν (aganaktesin) = verontwaardiging | ἀλλὰ (alla) = ja | φόβον (phobon) = vrees | ἀλλὰ (alla) = ja | ἐπιπόθησιν (epipothesin) = verlangen | ἀλλὰ (alla) = ja | ζῆλον (zelon) = ijver | ἀλλὰ (alla) = ja | ἐκδίκησιν (ekdikesin) = bestraffing | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | συνεστήσατε (synestesate) = hebben jullie getoond | ἑαυτοὺς (heautous) = jullie zelf | ἁγνοὺς (hagnous) = zuiver | εἶναι (einai) = te zijn | τῷ (to) = in de | πράγματι (pragmati) = zaak Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De opsomming heeft zes zelfstandige naamwoorden met ἀλλά (alla), ‘maar’, ervoor; wij vertalen elk met ‘ja’. ἀπολογία (apologia), ‘verantwoording’: verdediging. ἀγανάκτησις (aganaktesis), ‘verontwaardiging’. ἐκδίκησις (ekdikesis), ‘bestraffing’: ook ‘vergelding’, de wil dat recht geschiedt. ἁγνός (hagnos), ‘zuiver’. **7:12** Ook al schreef ik jullie, het was niet ter wille van degene die onrecht deed, en niet ter wille van degene die onrecht leed. Het was opdat jullie ijver voor ons bij jullie zichtbaar zou worden, voor het aangezicht van Elohim. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | ἔγραψα (egrapsa) = schreef ik | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | οὐχ (ouch) = niet | ἕνεκεν (heneken) = ter wille van | τοῦ (tou) = degene die | ἀδικήσαντος (adikesantos) = onrecht deed | οὐδὲ (oude) = noch | ἕνεκεν (heneken) = ter wille van | τοῦ (tou) = degene die | ἀδικηθέντος (adikethentos) = onrecht leed | ἀλλ’ (all’) = maar | ἕνεκεν (heneken) = ter wille van | τοῦ (tou) = het | φανερωθῆναι (phanerothenai) = zichtbaar worden | τὴν (ten) = de | σπουδὴν (spouden) = ijver | ὑμῶν (hymon) = jullie | τὴν (ten) = die | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐνώπιον (enopion) = voor het aangezicht van | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Wie met degene die onrecht deed en degene die onrecht leed bedoeld is, zegt de tekst niet; vergelijk 2:5–11. Het Grieks heeft hier ‘jullie ijver voor ons, bij jullie’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 2:5–11. Zie ook: 2 Kor 2:5–11 ### Vreugde over jullie ijver **7:13** Daarom zijn wij getroost. Bij onze vertroosting verheugden wij ons nog veel meer over de vreugde van Titus, want zijn geest is door jullie allen verkwikt. Brontekst: διὰ (dia) = daarom | τοῦτο (touto) = dit | παρακεκλήμεθα (parakeklemetha) = zijn wij getroost | Ἐπὶ (Epi) = bij | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = de | παρακλήσει (paraklesei) = vertroosting | ἡμῶν (hemon) = onze | περισσοτέρως (perissoteros) = des te meer | μᾶλλον (mallon) = nog | ἐχάρημεν (echaremen) = verheugden wij ons | ἐπὶ (epi) = over | τῇ (te) = de | χαρᾷ (chara) = vreugde | Τίτου (Titou) = van Titus | ὅτι (hoti) = omdat | ἀναπέπαυται (anapepautai) = is verkwikt | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = geest | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἀπὸ (apo) = door | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναπαύω (anapauo), ‘verkwikken, laten rusten’. ‘Zijn geest’ is de geest van Titus; vergelijk vers 6. Zie ook: 2 Kor 7:6 **7:14** Want als ik tegenover hem iets over jullie geroemd heb, ben ik niet beschaamd. Zoals wij alles in waarheid tot jullie hebben gesproken, zo is ook onze roem tegenover Titus waarheid geworden. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | εἴ (ei) = als | τι (ti) = iets | αὐτῷ (auto) = tegenover hem | ὑπὲρ (hyper) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | κεκαύχημαι (kekauchemai) = ik heb geroemd | οὐ (ou) = niet | κατῃσχύνθην (kateschynthen) = werd ik beschaamd | ἀλλ’ (all’) = maar | ὡς (hos) = zoals | πάντα (panta) = alles | ἐν (en) = in | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid | ἐλαλήσαμεν (elalesamen) = spraken wij | ὑμῖν (hymin) = tot jullie | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = de | καύχησις (kauchesis) = roem | ἡμῶν (hemon) = onze | ἡ (he) = die | ἐπὶ (epi) = tegenover | Τίτου (Titou) = Titus | ἀλήθεια (aletheia) = waarheid | ἐγενήθη (egenethe) = is geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κεκαύχημαι (kekauchemai), ‘ik heb geroemd’: Paulus had tegenover Titus over de Korintiërs gesproken. De roem is waar gebleken. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 8:24; 2 Kor. 9:2–3. Zie ook: 2 Kor 8:24; 2 Kor 9:2–3 **7:15** En zijn binnenste gaat nog meer naar jullie uit. Hij denkt terug aan de gehoorzaamheid van jullie allen, hoe jullie hem met vrees en beven ontvangen hebben. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = het | σπλάγχνα (splanchna) = binnenste | αὐτοῦ (autou) = zijn | περισσοτέρως (perissoteros) = des te meer | εἰς (eis) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐστιν (estin) = is | ἀναμιμνῃσκομένου (anamimneskomenou) = terugdenkend | τὴν (ten) = de | πάντων (panton) = van allen | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὑπακοήν (hypakoen) = gehoorzaamheid | ὡς (hos) = hoe | μετὰ (meta) = met | φόβου (phobou) = vrees | καὶ (kai) = en | τρόμου (tromou) = beven | ἐδέξασθε (edexasthe) = ontvingen jullie | αὐτόν (auton) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπλάγχνα (splanchna), ‘ingewanden’: in het Grieks de zetel van diepe gevoelens; wij vertalen ‘binnenste’, zoals in 6:12. ‘Met vrees en beven’: met diep ontzag. **7:16** Ik verheug mij dat ik in alles vertrouwen in jullie heb. Brontekst: χαίρω (chairo) = verheug ik mij | ὅτι (hoti) = dat | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | θαρρῶ (tharro) = heb ik vertrouwen | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θαρρέω (tharreo), ‘goede moed hebben, vertrouwen hebben’. ## 2 Korintiërs 8 _De gave van de gemeenten van Macedonië, het voorbeeld van de Messias en de gezanten die de collecte begeleiden_ ### De gemeenten van Macedonië **8:1** Wij maken jullie bekend, broers, de genade van Elohim die gegeven is in de gemeenten van Macedonië. Brontekst: Γνωρίζομεν (Gnorizomen) = wij maken bekend | δὲ (de) = maar | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τὴν (ten) = die | δεδομένην (dedomenen) = gegeven is | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | τῆς (tes) = van de | Μακεδονίας (Makedonias) = Macedonië Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’: hier de genade die Elohim in de gemeenten van Macedonië heeft gegeven. In de verzen 4, 6, 7 en 19 heet de collecte zelf ook χάρις; daar vertalen wij ‘gave’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters in de gemeente. Macedonië: het noorden van het huidige Griekenland, met onder meer Filippi en Tessalonica. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:2; Hand. 16:9–12; Hand. 17:1. Zie ook: Hand 16:9–12; Hand 17:1; Gal 1:2 **8:2** Namelijk, in een zware beproeving van verdrukking zijn hun overvloed aan vreugde en hun diepe armoede overvloedig geworden in de rijkdom van hun mildheid. Brontekst: ὅτι (hoti) = namelijk | ἐν (en) = in | πολλῇ (polle) = veel | δοκιμῇ (dokime) = beproeving | θλίψεως (thlipseos) = van verdrukking | ἡ (he) = de | περισσεία (perisseia) = overvloed | τῆς (tes) = van de | χαρᾶς (charas) = vreugde | αὐτῶν (auton) = hun | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | κατὰ (kata) = tot in | βάθους (bathous) = diepte | πτωχεία (ptocheia) = armoede | αὐτῶν (auton) = hun | ἐπερίσσευσεν (eperisseusen) = is overvloedig geworden | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = de | πλοῦτος (ploutos) = rijkdom | τῆς (tes) = van de | ἁπλότητος (haplotetos) = mildheid | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκιμή (dokime), ‘beproeving’: ook ‘bewijs van echtheid’. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. πτωχεία (ptocheia), ‘armoede’; κατὰ βάθους (kata bathous), ‘tot in de diepte’. ἁπλότης (haplotes), ‘mildheid’: eigenlijk ‘eenvoud, ongedeeldheid’, geven zonder bijbedoeling. **8:3** Naar vermogen, ik getuig het, en boven vermogen deden zij het, uit eigen beweging. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | κατὰ (kata) = naar | δύναμιν (dynamin) = vermogen | μαρτυρῶ (martyro) = getuig ik | καὶ (kai) = en | παρὰ (para) = boven | δύναμιν (dynamin) = vermogen | αὐθαίρετοι (authairetoi) = uit eigen beweging Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft in de verzen 3–4 geen werkwoord voor wat de Macedoniërs deden. ‘Deden zij het’ vullen wij aan uit de verzen 4–5. αὐθαίρετος (authairetos), ‘uit eigen beweging’: uit eigen keuze. **8:4** Zij smeekten ons met veel aandrang om de gave en de gemeenschap in de dienst voor de heiligen. Brontekst: μετὰ (meta) = met | πολλῆς (polles) = veel | παρακλήσεως (parakleseos) = aandrang | δεόμενοι (deomenoi) = smekend | ἡμῶν (hemon) = ons | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = gave | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | κοινωνίαν (koinonian) = gemeenschap | τῆς (tes) = van de | διακονίας (diakonias) = dienst | τῆς (tes) = die | εἰς (eis) = voor | τοὺς (tous) = de | ἁγίους (hagious) = heiligen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het gaat om de collecte voor de heiligen, de arme gelovigen. Uit andere teksten blijkt dat het om gelovigen in Jeruzalem gaat. διακονία (diakonia), ‘dienst’. κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: ook ‘deelname, bijdrage’; hier: deelnemen aan de dienst. χάρις (charis), hier ‘gave’. παράκλησις (paraklesis), hier ‘aandrang’. Voetnoot : Zie ook Hand. 11:29–30; Hand. 24:17; Gal. 2:10; 1 Kor. 16:1–4; 2 Kor. 9:1. Zie ook: Hand 11:29–30; Hand 24:17; Gal 2:10; 1 Kor 16:1–4; 2 Kor 9:1 **8:5** En niet zoals wij hoopten: zij gaven eerst zichzelf aan de Heer en aan ons, door de wil van Elohim. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | καθὼς (kathos) = zoals | ἠλπίσαμεν (elpisamen) = hoopten wij | ἀλλ’ (all’) = maar | ἑαυτοὺς (heautous) = zichzelf | ἔδωκαν (edokan) = gaven zij | πρῶτον (proton) = eerst | τῷ (to) = aan de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | καὶ (kai) = en | ἡμῖν (hemin) = aan ons | διὰ (dia) = door | θελήματος (thelematos) = wil | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De Heer’ is hier Yeshua. θέλημα (thelema), ‘wil’. **8:6** Zo hebben wij Titus aangespoord: zoals hij begonnen was, zo moest hij ook bij jullie deze gave voltooien. Brontekst: εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | παρακαλέσαι (parakalesai) = aansporen | ἡμᾶς (hemas) = ons | Τίτον (Titon) = Titus | ἵνα (hina) = opdat | καθὼς (kathos) = zoals | προενήρξατο (proenerxato) = hij was begonnen | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἐπιτελέσῃ (epitelese) = hij voltooit | εἰς (eis) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = ook | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = gave | ταύτην (tauten) = deze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προενάρχομαι (proenarchomai), ‘van tevoren beginnen’. ἐπιτελέω (epiteleo), ‘voltooien’. Over Titus zie 7:6, 7:13–15 en 8:16–17. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 7:13–15. Zie ook: 2 Kor 7:13–15 ### Wees overvloedig in deze gave **8:7** Maar jullie zijn in alles overvloedig: in geloof, woord, kennis, alle ijver en in de liefde die van ons in jullie is. Zorg dat jullie ook in deze gave overvloedig zijn. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ὥσπερ (hosper) = zoals | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | περισσεύετε (perisseuete) = jullie overvloedig zijn | πίστει (pistei) = in geloof | καὶ (kai) = en | λόγῳ (logo) = woord | καὶ (kai) = en | γνώσει (gnosei) = kennis | καὶ (kai) = en | πάσῃ (pase) = alle | σπουδῇ (spoude) = ijver | καὶ (kai) = en | τῇ (te) = de | ἐξ (ex) = uit | ἡμῶν (hemon) = ons | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἀγάπῃ (agape) = liefde | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | ταύτῃ (taute) = deze | τῇ (te) = de | χάριτι (chariti) = gave | περισσεύητε (perisseuete) = jullie overvloedig zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περισσεύω (perisseuo), ‘overvloedig zijn’. γνῶσις (gnosis), ‘kennis’. σπουδή (spoude), ‘ijver’. De Griekse zin zegt ‘de liefde uit ons in jullie’: de liefde die Paulus en de zijnen in hen hebben gewekt. Wij volgen de SBLGNT. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een tekstvariant bij ‘uit ons’ en ‘in jullie’. Sommige handschriften hebben ‘de liefde uit jullie in ons’. **8:8** Ik zeg dit niet als bevel. Ik zeg het om door de ijver van anderen ook de echtheid van jullie liefde te toetsen. Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | κατ’ (kat’) = naar | ἐπιταγὴν (epitagen) = bevel | λέγω (lego) = zeg ik | ἀλλὰ (alla) = maar | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | ἑτέρων (heteron) = van anderen | σπουδῆς (spoudes) = ijver | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | τῆς (tes) = van de | ὑμετέρας (hymeteras) = jullie | ἀγάπης (agapes) = liefde | γνήσιον (gnesion) = echte | δοκιμάζων (dokimazon) = toetsend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιταγή (epitage), ‘bevel’. δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: op de proef stellen en keuren. γνήσιος (gnesios), ‘echt’. ‘De ijver van anderen’ is de ijver van de Macedoniërs uit de verzen 1–5. ### Het voorbeeld van de Messias **8:9** Want jullie kennen de genade van onze Heer Yeshua de Messias. Hij was rijk, maar is om jullie wil arm geworden, zodat jullie door Zijn armoede rijk zouden worden. Brontekst: γινώσκετε (ginoskete) = jullie kennen | γὰρ (gar) = want | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ὅτι (hoti) = dat | δι’ (di’) = om | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐπτώχευσεν (eptocheusen) = werd Hij arm | πλούσιος (plousios) = rijk | ὤν (on) = zijnde | ἵνα (hina) = opdat | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | τῇ (te) = door de | ἐκείνου (ekeinou) = Zijn | πτωχείᾳ (ptocheia) = armoede | πλουτήσητε (ploutesete) = rijk zouden worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’: hier het geven van de Heer zelf. πτωχεύω (ptocheuo), ‘arm worden’. De tekst zegt niet in welk opzicht de Messias rijk was. Voetnoot : Zie ook Fil. 2:6–8. Zie ook: Fil 2:6–8 ### Voltooi wat jullie begonnen zijn **8:10** Hierin geef ik mijn mening. Want dit is nuttig voor jullie, die al sinds vorig jaar zijn begonnen, niet alleen met het doen maar ook met het willen. Brontekst: καὶ (kai) = en | γνώμην (gnomen) = mening | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | δίδωμι (didomi) = geef ik | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | συμφέρει (sympherei) = is nuttig | οἵτινες (hoitines) = die | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | τὸ (to) = het | ποιῆσαι (poiesai) = doen | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | τὸ (to) = het | θέλειν (thelein) = willen | προενήρξασθε (proenerxasthe) = zijn begonnen | ἀπὸ (apo) = sinds | πέρυσι (perysi) = vorig jaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γνώμη (gnome), ‘mening, raad’: geen bevel, zoals in vers 8. ἀπὸ πέρυσι (apo perysi), ‘sinds vorig jaar’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 9:2. Zie ook: 2 Kor 8:8; 2 Kor 9:2 **8:11** Voltooi nu ook het doen. Zoals de bereidheid er was om te willen, zo moet ook het voltooien er zijn, uit wat jullie hebben. Brontekst: νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | τὸ (to) = het | ποιῆσαι (poiesai) = doen | ἐπιτελέσατε (epitelesate) = voltooi | ὅπως (hopos) = opdat | καθάπερ (kathaper) = zoals | ἡ (he) = de | προθυμία (prothymia) = bereidheid | τοῦ (tou) = van het | θέλειν (thelein) = willen | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | τὸ (to) = het | ἐπιτελέσαι (epitelesai) = voltooien | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | ἔχειν (echein) = hebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προθυμία (prothymia), ‘bereidheid’. ‘Uit wat jullie hebben’: naar wat zij bezitten; zie vers 12. Zie ook: 2 Kor 8:12 **8:12** Want als de bereidheid er is, is zij welkom naar wat iemand heeft, niet naar wat hij niet heeft. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = de | προθυμία (prothymia) = bereidheid | πρόκειται (prokeitai) = aanwezig is | καθὸ (katho) = naar wat | ἐὰν (ean) = indien | ἔχῃ (eche) = hij heeft | εὐπρόσδεκτος (euprosdektos) = welkom | οὐ (ou) = niet | καθὸ (katho) = naar wat | οὐκ (ouk) = niet | ἔχει (echei) = hij heeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐπρόσδεκτος (euprosdektos), ‘welkom, aanvaardbaar’. **8:13** Het gaat er niet om dat anderen verlichting hebben en jullie verdrukking, maar om gelijkheid. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἵνα (hina) = opdat | ἄλλοις (allois) = voor anderen | ἄνεσις (anesis) = verlichting | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | θλῖψις (thlipsis) = verdrukking | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐξ (ex) = uit | ἰσότητος (isotetos) = gelijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄνεσις (anesis), ‘verlichting’. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: hier de druk van het geven. ἰσότης (isotes), ‘gelijkheid’: ook ‘billijkheid, evenwicht’. **8:14** In de tijd van nu komt jullie overvloed hun tekort ten goede. Zo zal ook hun overvloed jullie tekort ten goede komen, zodat er gelijkheid komt. Brontekst: ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | νῦν (nyn) = nu | καιρῷ (kairo) = tijd | τὸ (to) = het | ὑμῶν (hymon) = van jullie | περίσσευμα (perisseuma) = overvloed | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ἐκείνων (ekeinon) = van hen | ὑστέρημα (hysterema) = tekort | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | τὸ (to) = het | ἐκείνων (ekeinon) = van hen | περίσσευμα (perisseuma) = overvloed | γένηται (genetai) = wordt | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ὑστέρημα (hysterema) = tekort | ὅπως (hopos) = zodat | γένηται (genetai) = er komt | ἰσότης (isotes) = gelijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑστέρημα (hysterema), ‘tekort’; περίσσευμα (perisseuma), ‘overvloed’. De tekst zegt niet waaruit de overvloed van de heiligen zal bestaan. **8:15** Zoals geschreven staat: „Wie veel had, had geen overschot, en wie weinig had, had geen tekort.” Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ὁ (Ho) = de | τὸ (to) = het | πολὺ (poly) = veel | οὐκ (ouk) = niet | ἐπλεόνασεν (epleonasen) = had te veel | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | τὸ (to) = het | ὀλίγον (oligon) = weinig | οὐκ (ouk) = niet | ἠλαττόνησεν (elattonesen) = had te weinig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Exod. 16:18, over het manna. Het Hebreeuws zegt: ‘wie veel had verzameld, had geen overschot, en wie weinig had verzameld, had geen tekort’. Paulus citeert een kortere Griekse vorm. Voetnoot : Zie ook Exod. 16:18. Zie ook: Ex 16:18 ### Titus en de twee broers **8:16** Dank aan Elohim, die dezelfde ijver voor jullie in het hart van Titus legt. Brontekst: Χάρις (Charis) = dank | δὲ (de) = maar | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | τῷ (to) = die | διδόντι (didonti) = geeft | τὴν (ten) = de | αὐτὴν (auten) = dezelfde | σπουδὴν (spouden) = ijver | ὑπὲρ (hyper) = voor | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | καρδίᾳ (kardia) = hart | Τίτου (Titou) = van Titus Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις τῷ θεῷ (charis to theo), ‘dank aan Elohim’: χάρις betekent hier ‘dank’. Vergelijk 9:15. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 9:15. Zie ook: 2 Kor 9:15 **8:17** Want de aansporing heeft hij wel aangenomen, maar hij is zelf nog ijveriger en is uit eigen beweging naar jullie toe gegaan. Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | τὴν (ten) = de | μὲν (men) = wel | παράκλησιν (paraklesin) = aansporing | ἐδέξατο (edexato) = nam hij aan | σπουδαιότερος (spoudaioteros) = ijveriger | δὲ (de) = maar | ὑπάρχων (hyparchon) = zijnde | αὐθαίρετος (authairetos) = uit eigen beweging | ἐξῆλθεν (exelthen) = ging hij uit | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παράκλησις (paraklesis), hier ‘aansporing’: het verzoek van de schrijver. αὐθαίρετος (authairetos), ‘uit eigen beweging’: zie vers 3. Zie ook: 2 Kor 8:3 **8:18** Samen met hem hebben wij de broer gestuurd wiens lof in de goede boodschap in alle gemeenten bekend is. Brontekst: συνεπέμψαμεν (synepempsamen) = wij zonden mee | δὲ (de) = maar | μετ’ (met’) = met | αὐτοῦ (autou) = hem | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | οὗ (hou) = wiens | ὁ (ho) = de | ἔπαινος (epainos) = lof | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | εὐαγγελίῳ (euangelio) = goede boodschap | διὰ (dia) = door | πασῶν (pason) = alle | τῶν (ton) = de | ἐκκλησιῶν (ekklesion) = gemeenten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De broer wordt niet bij naam genoemd; wie het is, zegt de tekst niet. ‘Zijn lof in de goede boodschap’: zijn lof in de dienst van de goede boodschap, εὐαγγέλιον (euangelion). Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 12:18. Zie ook: 2 Kor 12:18 **8:19** Niet alleen dat, maar hij is ook door de gemeenten aangewezen als onze reisgenoot bij deze gave. Wij dienen die gave tot heerlijkheid van de Heer zelf en tot teken van onze bereidheid. Brontekst: οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | δὲ (de) = maar | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | χειροτονηθεὶς (cheirotonetheis) = aangewezen | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de | ἐκκλησιῶν (ekklesion) = gemeenten | συνέκδημος (synekdemos) = reisgenoot | ἡμῶν (hemon) = van ons | σὺν (syn) = met | τῇ (te) = de | χάριτι (chariti) = gave | ταύτῃ (taute) = deze | τῇ (te) = die | διακονουμένῃ (diakonoumene) = wordt bediend | ὑφ’ (hyph’) = door | ἡμῶν (hemon) = ons | πρὸς (pros) = tot | τὴν (ten) = de | αὐτοῦ (autou) = eigen | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | προθυμίαν (prothymian) = bereidheid | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χειροτονέω (cheirotoneo), ‘aanwijzen’: oorspronkelijk met opgestoken hand kiezen. συνέκδημος (synekdemos), ‘reisgenoot’. διακονέω (diakoneo), ‘bedienen’: de gave wordt door Paulus en zijn gezelschap bediend. ‘Tot teken van onze bereidheid’: het Grieks heeft alleen ‘en onze bereidheid’; wij vullen ‘teken’ aan. **8:20** Zo vermijden wij dat iemand ons iets kan verwijten over deze overvloedige gave die door ons wordt bediend. Brontekst: στελλόμενοι (stellomenoi) = vermijdend | τοῦτο (touto) = dit | μή (me) = dat niet | τις (tis) = iemand | ἡμᾶς (hemas) = ons | μωμήσηται (momesetai) = verwijt maakt | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | ἁδρότητι (hadroteti) = overvloedige gave | ταύτῃ (taute) = deze | τῇ (te) = die | διακονουμένῃ (diakonoumene) = bediend wordt | ὑφ’ (hyph’) = door | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στέλλομαι (stellomai), ‘zich terughouden, vermijden’. μωμάομαι (momaomai), ‘verwijten maken’. ἁδρότης (hadrotes), ‘overvloedige gave’: eigenlijk ‘volheid, rijkelijkheid’. **8:21** Want wij zijn bedacht op wat goed is, niet alleen voor het aangezicht van de Heer, maar ook voor het aangezicht van mensen. Brontekst: προνοοῦμεν (pronooumen) = wij zijn bedacht | γὰρ (gar) = want | καλὰ (kala) = op wat goed is | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | ἐνώπιον (enopion) = voor het aangezicht van | κυρίου (kyriou) = Heer | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | ἐνώπιον (enopion) = voor het aangezicht van | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Spr. 3:4. Het Hebreeuws heeft ‘in de ogen van Elohim en van mensen’; Paulus schrijft κυρίου (kyriou), ‘van de Heer’. Wij vertalen ‘de Heer’ en niet ‘Yahweh’, omdat ons Hebreeuws daar Elohim heeft. Voetnoot : Zie ook Spr. 3:4. Zie ook: Spr 3:4 **8:22** Samen met hen hebben wij onze broer gestuurd. Wij hebben hem in veel dingen vaak getoetst en ijverig bevonden. Nu is hij veel ijveriger door zijn groot vertrouwen in jullie. Brontekst: συνεπέμψαμεν (synepempsamen) = wij zonden mee | δὲ (de) = maar | αὐτοῖς (autois) = met hen | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | ἡμῶν (hemon) = onze | ὃν (hon) = die | ἐδοκιμάσαμεν (edokimasamen) = hebben wij getoetst | ἐν (en) = in | πολλοῖς (pollois) = veel | πολλάκις (pollakis) = vaak | σπουδαῖον (spoudaion) = ijverig | ὄντα (onta) = zijnde | νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | πολὺ (poly) = veel | σπουδαιότερον (spoudaioteron) = ijveriger | πεποιθήσει (pepoithesei) = door vertrouwen | πολλῇ (polle) = groot | τῇ (te) = het | εἰς (eis) = in | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ook deze tweede broer wordt niet bij naam genoemd. δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’, zoals in vers 8. πεποίθησις (pepoithesis), ‘vertrouwen’. Zie ook: 2 Kor 8:8 **8:23** Wat Titus betreft: hij is mijn deelgenoot en medewerker voor jullie. Wat onze broers betreft: zij zijn apostelen van gemeenten, een heerlijkheid van de Messias. Brontekst: εἴτε (eite) = of | ὑπὲρ (hyper) = voor | Τίτου (Titou) = Titus | κοινωνὸς (koinonos) = deelgenoot | ἐμὸς (emos) = mijn | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = voor | ὑμᾶς (hymas) = jullie | συνεργός (synergos) = medewerker | εἴτε (eite) = of | ἀδελφοὶ (adelphoi) = broers | ἡμῶν (hemon) = onze | ἀπόστολοι (apostoloi) = apostelen | ἐκκλησιῶν (ekklesion) = van gemeenten | δόξα (doxa) = heerlijkheid | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοινωνός (koinonos), ‘deelgenoot’; συνεργός (synergos), ‘medewerker’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: letterlijk ‘gezondene’. ‘Apostelen van gemeenten’ zijn afgezanten die door gemeenten gestuurd zijn. ### Toon jullie liefde **8:24** Toon dus aan hen, ten aanzien van de gemeenten, het bewijs van jullie liefde en van onze roem over jullie. Brontekst: τὴν (ten) = de | οὖν (oun) = dan | ἔνδειξιν (endeixin) = bewijs | τῆς (tes) = van de | ἀγάπης (agapes) = liefde | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | ἡμῶν (hemon) = van onze | καυχήσεως (kaucheseos) = roem | ὑπὲρ (hyper) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | εἰς (eis) = aan | αὐτοὺς (autous) = hen | ἐνδεικνύμενοι (endeiknymenoi) = tonend | εἰς (eis) = in | πρόσωπον (prosopon) = aangezicht | τῶν (ton) = van de | ἐκκλησιῶν (ekklesion) = gemeenten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔνδειξις (endeixis), ‘bewijs’. ἐνδεικνύμενοι (endeiknymenoi), ‘tonend’: een deelwoord dat hier als opdracht klinkt; wij vertalen ‘toon’. καύχησις (kauchesis), ‘roem’: zie 7:4. ## 2 Korintiërs 9 _De broers die vooruitgaan, wie zaait zal oogsten, een blijmoedige gever en dank aan Elohim_ ### De broers gaan vooruit **9:1** Want wat de dienst voor de heiligen betreft, is het voor mij overbodig om jullie te schrijven. Brontekst: Περὶ (Peri) = over | μὲν (men) = wel | γὰρ (gar) = want | τῆς (tes) = de | διακονίας (diakonias) = dienst | τῆς (tes) = die | εἰς (eis) = naar | τοὺς (tous) = de | ἁγίους (hagious) = heiligen | περισσόν (perisson) = overbodig | μοί (moi) = mij | ἐστιν (estin) = is | τὸ (to) = het | γράφειν (graphein) = schrijven | ὑμῖν (hymin) = aan jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακονία (diakonia), ‘dienst’: de collecte voor de heiligen, zie 8:4. In 1 Kor. 16:1 heet dezelfde inzameling λογεία (logeia), ‘inzameling’. περισσός (perissos), ‘overbodig’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 8:4; 1 Kor. 16:1–4. Zie ook: 1 Kor 16:1; 2 Kor 8:4 **9:2** Ik ken immers jullie bereidheid. Daarover roem ik tegenover de Macedoniërs: Achaje is sinds vorig jaar gereed. Jullie ijver heeft de meesten aangespoord. Brontekst: οἶδα (oida) = ik weet | γὰρ (gar) = want | τὴν (ten) = de | προθυμίαν (prothymian) = bereidheid | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἣν (hen) = die | ὑπὲρ (hyper) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | καυχῶμαι (kauchomai) = roem ik | Μακεδόσιν (Makedosin) = aan Macedoniërs | ὅτι (hoti) = dat | Ἀχαΐα (Achaia) = Achaje | παρεσκεύασται (pareskeuastai) = gereed is | ἀπὸ (apo) = sinds | πέρυσι (perysi) = vorig jaar | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ζῆλος (zelos) = ijver | ἠρέθισε (erethise) = prikkelde | τοὺς (tous) = de | πλείονας (pleionas) = meesten Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: Achaje: de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte. ἐρεθίζω (erethizo), ‘aansporen, prikkelen’. ‘Sinds vorig jaar’: zie 8:10. Paulus roemt (καυχάομαι) over de Korintiërs bij de Macedoniërs, en omgekeerd (8:1–5). Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 8:10; Hand. 18:12. Zie ook: Hand 18:12; 2 Kor 8:10 **9:3** Ik heb de broers gestuurd, opdat onze roem over jullie in dit opzicht niet leeg wordt gemaakt, en opdat jullie gereed zijn, zoals ik zei. Brontekst: ἔπεμψα (epempsa) = ik zond | δὲ (de) = maar | τοὺς (tous) = de | ἀδελφούς (adelphous) = broers | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | τὸ (to) = de | καύχημα (kauchema) = roem | ἡμῶν (hemon) = onze | τὸ (to) = die | ὑπὲρ (hyper) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | κενωθῇ (kenothe) = leeg gemaakt wordt | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | μέρει (merei) = opzicht | τούτῳ (touto) = dit | ἵνα (hina) = opdat | καθὼς (kathos) = zoals | ἔλεγον (elegon) = ik zei | παρεσκευασμένοι (pareskeuasmenoi) = voorbereid | ἦτε (ete) = jullie zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καύχημα (kauchema), ‘roem’. κενόω (kenoo), ‘leeg maken’: te schande laten worden. **9:4** Anders zouden wij, als Macedoniërs met mij meekomen en jullie niet voorbereid vinden, beschaamd worden – om niet te zeggen jullie – in dit vertrouwen. Brontekst: μή (me) = dat niet | πως (pos) = misschien | ἐὰν (ean) = als | ἔλθωσιν (elthosin) = komen | σὺν (syn) = met | ἐμοὶ (emoi) = mij | Μακεδόνες (Makedones) = Macedoniërs | καὶ (kai) = en | εὕρωσιν (heurosin) = vinden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀπαρασκευάστους (aparaskeuastous) = onvoorbereid | καταισχυνθῶμεν (kataischynthomen) = beschaamd worden | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | λέγωμεν (legomen) = wij zeggen | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | ὑποστάσει (hypostasei) = vertrouwen | ταύτῃ (taute) = dit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπόστασις (hypostasis), ‘vertrouwen, zekerheid’: letterlijk ‘wat eronder staat’, de grond waarop men staat. Het gaat om de zekerheid waarmee Paulus over de Korintiërs heeft gesproken. De zin is in het Grieks kort en wij laten de gedachtegang staan. **9:5** Daarom achtte ik het nodig de broers te verzoeken vooruit naar jullie te gaan. Zij moeten jullie vooraf beloofde zegen van tevoren in orde brengen, zodat zij klaarligt als een zegen en niet als hebzucht. Brontekst: ἀναγκαῖον (anankaion) = noodzakelijk | οὖν (oun) = dan | ἡγησάμην (hegesamen) = achtte ik | παρακαλέσαι (parakalesai) = te verzoeken | τοὺς (tous) = de | ἀδελφοὺς (adelphous) = broers | ἵνα (hina) = opdat | προέλθωσιν (proelthosin) = zij vooruitgaan | εἰς (eis) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | προκαταρτίσωσι (prokatartisosi) = van tevoren in orde brengen | τὴν (ten) = de | προεπηγγελμένην (proepengelmenen) = vooraf beloofde | εὐλογίαν (eulogian) = zegen | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ταύτην (tauten) = deze | ἑτοίμην (hetoimen) = gereed | εἶναι (einai) = te zijn | οὕτως (houtos) = zo | ὡς (hos) = als | εὐλογίαν (eulogian) = zegen | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ὡς (hos) = als | πλεονεξίαν (pleonexian) = hebzucht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐλογία (eulogia), ‘zegen’: hier de gave als zegen; wij houden ‘zegen’, ook in vers 6. πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’: meer willen hebben, zie 7:2. προκαταρτίζω (prokatartizo), ‘van tevoren in orde brengen’. παρακαλέω (parakaleo), hier ‘verzoeken’. Zie ook: 2 Kor 9:6 ### Wie zaait, zal oogsten **9:6** Maar dit: wie spaarzaam zaait, zal ook spaarzaam oogsten. En wie met zegeningen zaait, zal ook met zegeningen oogsten. Brontekst: Τοῦτο (Touto) = dit | δέ (de) = maar | ὁ (ho) = de | σπείρων (speiron) = zaaiende | φειδομένως (pheidomenos) = spaarzaam | φειδομένως (pheidomenos) = spaarzaam | καὶ (kai) = ook | θερίσει (therisei) = zal oogsten | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | σπείρων (speiron) = zaaiende | ἐπ’ (ep’) = bij | εὐλογίαις (eulogiais) = zegeningen | ἐπ’ (ep’) = bij | εὐλογίαις (eulogiais) = zegeningen | καὶ (kai) = ook | θερίσει (therisei) = zal oogsten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φειδομένως (feidomenos), ‘spaarzaam’. Het Grieks begint met ‘dit’ zonder werkwoord; wij vertalen ‘maar dit:’. Het zaaien en oogsten is een beeld voor het geven. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:7–9. Zie ook: Gal 6:7–9 **9:7** Ieder moet geven zoals hij in zijn hart besloten heeft, niet uit verdriet of uit dwang. Want Elohim heeft een blijmoedige gever lief. Brontekst: ἕκαστος (hekastos) = ieder | καθὼς (kathos) = zoals | προῄρηται (proeretai) = hij heeft voorgenomen | τῇ (te) = in het | καρδίᾳ (kardia) = hart | μὴ (me) = niet | ἐκ (ek) = uit | λύπης (lypes) = verdriet | ἢ (e) = of | ἐξ (ex) = uit | ἀνάγκης (anankes) = dwang | ἱλαρὸν (hilaron) = blijmoedige | γὰρ (gar) = want | δότην (doten) = gever | ἀγαπᾷ (agapa) = heeft lief | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘ieder’; wij vullen ‘moet geven’ aan uit de zin. λύπη (lype), ‘verdriet’; ἀνάγκη (anagke), ‘dwang’. ἱλαρός (hilaros), ‘blijmoedig’. De laatste zin klinkt als een Schriftwoord over zaaien en geven. Het dichtst erbij staan Spr. 22:8–9, maar ons Hebreeuws zegt daar iets anders (‘Wie onrecht zaait, oogst onheil’ en ‘Wie goed van oog is, wordt gezegend’). Wij zetten de zin daarom niet tussen aanhalingstekens. Voetnoot : Zie ook Spr. 22:8; Spr. 22:9. Zie ook: Spr 22:8–9; Spr 22:9 ### Elohim geeft overvloed **9:8** Elohim is machtig om alle genade overvloedig naar jullie te laten komen. Zo hebben jullie in alles altijd volledige toereikendheid en zijn jullie overvloedig in elk goed werk. Brontekst: δυνατεῖ (dynatei) = is machtig | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | πᾶσαν (pasan) = alle | χάριν (charin) = genade | περισσεῦσαι (perisseusai) = overvloedig te maken | εἰς (eis) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | πάντοτε (pantote) = altijd | πᾶσαν (pasan) = alle | αὐτάρκειαν (autarkeian) = toereikendheid | ἔχοντες (echontes) = hebbend | περισσεύητε (perisseuete) = jullie overvloedig zijn | εἰς (eis) = tot | πᾶν (pan) = elk | ἔργον (ergon) = werk | ἀγαθόν (agathon) = goed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δυνατέω (dynateo), ‘machtig zijn’. αὐτάρκεια (autarkeia), ‘toereikendheid’: genoeg hebben aan wat er is. πάντοτε (pantote), ‘altijd’. Het Grieks heeft in deze zin vijf keer ‘alle’ of ‘alles’; wij laten dat staan. **9:9** Zoals geschreven staat: „Hij heeft uitgestrooid, hij heeft aan de armen gegeven. Zijn gerechtigheid blijft voor altijd.” Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ἐσκόρπισεν (Eskorpisen) = hij heeft uitgestrooid | ἔδωκεν (edoken) = hij heeft gegeven | τοῖς (tois) = aan de | πένησιν (penesin) = armen | ἡ (he) = de | δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid | αὐτοῦ (autou) = zijn | μένει (menei) = blijft | εἰς (eis) = tot | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuwigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ps. 112:9. In ons Hebreeuws: ‘Hij heeft uitgestrooid en aan de armen gegeven. Zijn gerechtigheid houdt stand voor altijd.’ In de psalm is de rechtvaardige man het onderwerp. Paulus past het toe op de gever. Het citaat is zwart. Voetnoot : Zie ook Ps. 112:9. Zie ook: Ps 112:9 **9:10** Hij die zaad verschaft aan wie zaait en brood tot voedsel, zal jullie zaad verschaffen en vermeerderen. Hij zal de opbrengst van jullie gerechtigheid laten groeien. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | ἐπιχορηγῶν (epichoregon) = die verschaft | σπόρον (sporon) = zaad | τῷ (to) = aan de | σπείροντι (speironti) = zaaiende | καὶ (kai) = en | ἄρτον (arton) = brood | εἰς (eis) = tot | βρῶσιν (brosin) = voedsel | χορηγήσει (choregesei) = zal verschaffen | καὶ (kai) = en | πληθυνεῖ (plethynei) = zal vermenigvuldigen | τὸν (ton) = het | σπόρον (sporon) = zaad | ὑμῶν (hymon) = van jullie | καὶ (kai) = en | αὐξήσει (auxesei) = zal laten groeien | τὰ (ta) = de | γενήματα (genemata) = opbrengst | τῆς (tes) = van de | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = gerechtigheid | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιχορηγέω (epichoregeo), ‘verschaffen’. γένημα (genema), ‘opbrengst’. Het eerste deel lijkt op Jes. 55:10; het laatste op Hos. 10:12, ‘Zaai voor jullie gerechtigheid’. Voetnoot : Zie ook Jes. 55:10; Hos. 10:12. Zie ook: Hos 10:12; Jes 55:10 **9:11** Zo worden jullie in alles rijk gemaakt tot alle mildheid, die door ons dank aan Elohim bewerkt. Brontekst: ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | πλουτιζόμενοι (ploutizomenoi) = rijk gemaakt wordend | εἰς (eis) = tot | πᾶσαν (pasan) = alle | ἁπλότητα (haploteta) = mildheid | ἥτις (hetis) = die | κατεργάζεται (katergazetai) = bewerkt | δι’ (di’) = door | ἡμῶν (hemon) = ons | εὐχαριστίαν (eucharistian) = dank | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁπλότης (haplotes), ‘mildheid’: zie 8:2. εὐχαριστία (eucharistia), ‘dank’. ### Dank aan Elohim **9:12** Want de dienst van deze bediening vult niet alleen de tekorten van de heiligen aan, maar is ook overvloedig door veel dank aan Elohim. Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | ἡ (he) = de | διακονία (diakonia) = dienst | τῆς (tes) = van de | λειτουργίας (leitourgias) = bediening | ταύτης (tautes) = deze | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | ἐστὶν (estin) = is | προσαναπληροῦσα (prosanaplerousa) = aanvullend | τὰ (ta) = de | ὑστερήματα (hysteremata) = tekorten | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | περισσεύουσα (perisseuousa) = overvloedig | διὰ (dia) = door | πολλῶν (pollon) = veel | εὐχαριστιῶν (eucharistion) = dank | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λειτουργία (leitourgia), ‘bediening’: een openbare dienst; het woord wordt ook gebruikt voor de dienst in de tempel (vergelijk Luc. 1:23). διακονία (diakonia), ‘dienst’. ὑστέρημα (hysterema), ‘tekort’: zie 8:14. Voetnoot : Zie ook Luc. 1:23. Zie ook: Luc 1:23 **9:13** Door de beproefdheid van deze dienst verheerlijken zij Elohim om de onderwerping van jullie belijdenis aan de goede boodschap van de Messias. Ook om de mildheid van de bijdrage aan hen en aan allen verheerlijken zij Hem. Brontekst: διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | δοκιμῆς (dokimes) = beproefdheid | τῆς (tes) = van de | διακονίας (diakonias) = dienst | ταύτης (tautes) = deze | δοξάζοντες (doxazontes) = verheerlijkend | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἐπὶ (epi) = om | τῇ (te) = de | ὑποταγῇ (hypotage) = onderwerping | τῆς (tes) = van de | ὁμολογίας (homologias) = belijdenis | ὑμῶν (hymon) = jullie | εἰς (eis) = aan | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | καὶ (kai) = en | ἁπλότητι (haploteti) = mildheid | τῆς (tes) = van de | κοινωνίας (koinonias) = bijdrage | εἰς (eis) = aan | αὐτοὺς (autous) = hen | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = aan | πάντας (pantas) = allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks noemt geen onderwerp bij ‘verheerlijken’; wij vertalen ‘zij’ (de heiligen, vers 12). δοκιμή (dokime), ‘beproefdheid’: bewezen echtheid, zie 2:9 en 8:2. ὑποταγή (hypotage), ‘onderwerping’. ὁμολογία (homologia), ‘belijdenis’. κοινωνία (koinonia), ‘bijdrage’: letterlijk ‘gemeenschap’, zie 8:4. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 8:4. Zie ook: 2 Kor 8:4; 2 Kor 9:12 **9:14** En in hun gebed voor jullie verlangen zij naar jullie, vanwege de overweldigende genade van Elohim over jullie. Brontekst: καὶ (kai) = en | αὐτῶν (auton) = hun | δεήσει (deesei) = in gebed | ὑπὲρ (hyper) = voor | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐπιποθούντων (epipothounton) = verlangend | ὑμᾶς (hymas) = naar jullie | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = de | ὑπερβάλλουσαν (hyperballousan) = overweldigende | χάριν (charin) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐφ’ (eph’) = op | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιποθέω (epipotheo), ‘verlangen naar’. ὑπερβάλλω (hyperballo), ‘overtreffen, overweldigend zijn’. **9:15** Dank aan Elohim voor Zijn onuitsprekelijke gave. Brontekst: χάρις (charis) = dank | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | ἐπὶ (epi) = voor | τῇ (te) = de | ἀνεκδιηγήτῳ (anekdiegeto) = onuitsprekelijke | αὐτοῦ (autou) = Zijn | δωρεᾷ (dorea) = gave Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δωρεά (dorea), ‘gave’. ἀνεκδιήγητος (anekdiegetos), ‘onuitsprekelijk, niet te beschrijven’. De tekst zegt niet welke gave bedoeld is. χάρις (charis), hier ‘dank’: zie 8:16. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 8:16. Zie ook: 2 Kor 8:16 ## 2 Korintiërs 10 _Paulus verdedigt zijn gezag: de wapens van de strijd, de maat van zijn werk en roemen in Yahweh_ ### Paulus verdedigt zijn gezag **10:1** Ikzelf, Paulus, roep jullie op bij de zachtmoedigheid en vriendelijkheid van de Messias. Ik ben van aangezicht wel nederig onder jullie, maar afwezig ben ik moedig tegenover jullie. Brontekst: Αὐτὸς (Autos) = zelf | δὲ (de) = maar | ἐγὼ (ego) = ik | Παῦλος (Paulos) = Paulus | παρακαλῶ (parakalo) = roep op | ὑμᾶς (hymas) = jullie | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | πραΰτητος (prautetos) = zachtmoedigheid | καὶ (kai) = en | ἐπιεικείας (epieikeias) = vriendelijkheid | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ὃς (hos) = die | κατὰ (kata) = naar | πρόσωπον (prosopon) = aangezicht | μὲν (men) = wel | ταπεινὸς (tapeinos) = nederig | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἀπὼν (apon) = afwezig | δὲ (de) = maar | θαρρῶ (tharro) = ben ik moedig | εἰς (eis) = tegenover | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vanaf dit hoofdstuk verandert de toon van de brief: Paulus spreekt nu vooral in de ik-vorm en verdedigt zich. πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’; ἐπιείκεια (epieikeia), ‘vriendelijkheid’: mildheid. παρακαλέω (parakaleo), hier ‘oproepen’. ταπεινός (tapeinos), ‘nederig’: zie 7:6. Het Grieks heeft ‘die van aangezicht wel nederig…’; grammaticaal hoort ‘die’ bij de Messias, maar de zin gaat over Paulus, zoals vers 10 laat zien. Daarom vertalen wij ‘ik ben’. Zie ook: 2 Kor 10:10 **10:2** Ik smeek jullie: laat mij, als ik er ben, niet moedig hoeven te zijn met het vertrouwen waarmee ik denk stoutmoedig te zijn tegen sommigen. Zij denken van ons dat wij naar het vlees wandelen. Brontekst: δέομαι (deomai) = ik smeek | δὲ (de) = maar | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | παρὼν (paron) = aanwezig zijnde | θαρρῆσαι (tharresai) = moedig te zijn | τῇ (te) = met het | πεποιθήσει (pepoithesei) = vertrouwen | ᾗ (he) = waarmee | λογίζομαι (logizomai) = ik reken | τολμῆσαι (tolmesai) = stoutmoedig te zijn | ἐπί (epi) = tegen | τινας (tinas) = sommigen | τοὺς (tous) = die | λογιζομένους (logizomenous) = rekenen | ἡμᾶς (hemas) = ons | ὡς (hos) = alsof | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | περιπατοῦντας (peripatountas) = wandelend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δέομαι (deomai), ‘smeken’. τολμάω (tolmao), ‘stoutmoedig zijn’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zich gedragen, leven. ‘Naar het vlees’ (κατὰ σάρκα, kata sarka): volgens menselijke maatstaven; zie vers 3. Zie ook: 2 Kor 10:3 ### De wapens van onze strijd **10:3** Want al wandelen wij in het vlees, wij voeren geen strijd naar het vlees. Brontekst: ἐν (en) = in | σαρκὶ (sarki) = vlees | γὰρ (gar) = want | περιπατοῦντες (peripatountes) = wandelend | οὐ (ou) = niet | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | στρατευόμεθα (strateuometha) = voeren wij strijd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σάρξ (sarx), ‘vlees’: eerst de gewone mens in zijn aardse leven (‘in het vlees’), daarna de menselijke maatstaf (‘naar het vlees’). στρατεύομαι (strateuomai), ‘strijd voeren’: dienen als soldaat. **10:4** De wapens van onze strijd zijn niet vleselijk, maar krachtig voor Elohim, om vestingen neer te halen. Wij halen redeneringen neer, Brontekst: τὰ (ta) = de | γὰρ (gar) = want | ὅπλα (hopla) = wapens | τῆς (tes) = van de | στρατείας (strateias) = strijd | ἡμῶν (hemon) = onze | οὐ (ou) = niet | σαρκικὰ (sarkika) = vleselijk | ἀλλὰ (alla) = maar | δυνατὰ (dynata) = krachtig | τῷ (to) = voor de | θεῷ (theo) = Elohim | πρὸς (pros) = tot | καθαίρεσιν (kathairesin) = neerhalen | ὀχυρωμάτων (ochyromaton) = van vestingen | λογισμοὺς (logismous) = redeneringen | καθαιροῦντες (kathairountes) = neerhalend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅπλα (hopla), ‘wapens’. ὀχύρωμα (ochyroma), ‘vesting’. καθαίρεσις (kathairesis), ‘neerhalen’: ook ‘afbreken’. λογισμός (logismos), ‘redenering’. Het beeld is dat van een beleg. De zin loopt door in vers 5. Zie ook: 2 Kor 10:5 **10:5** en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van Elohim. Wij nemen elke gedachte gevangen, tot gehoorzaamheid aan de Messias. Brontekst: καὶ (kai) = en | πᾶν (pan) = elke | ὕψωμα (hypsoma) = hoogte | ἐπαιρόμενον (epairomenon) = zich verheffend | κατὰ (kata) = tegen | τῆς (tes) = de | γνώσεως (gnoseos) = kennis | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | αἰχμαλωτίζοντες (aichmalotizontes) = gevangen nemend | πᾶν (pan) = elke | νόημα (noema) = gedachte | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | ὑπακοὴν (hypakoen) = gehoorzaamheid | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὕψωμα (hypsoma), ‘hoogte’: wat zich hoog opwerpt. αἰχμαλωτίζω (aichmalotizo), ‘gevangen nemen’. νόημα (noema), ‘gedachte’. **10:6** Wij staan klaar om elke ongehoorzaamheid te bestraffen, zodra jullie gehoorzaamheid volledig is. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | ἑτοίμῳ (hetoimo) = gereedheid | ἔχοντες (echontes) = hebbend | ἐκδικῆσαι (ekdikesai) = te bestraffen | πᾶσαν (pasan) = alle | παρακοήν (parakoen) = ongehoorzaamheid | ὅταν (hotan) = wanneer | πληρωθῇ (plerothe) = vervuld is | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἡ (he) = de | ὑπακοή (hypakoe) = gehoorzaamheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκδικέω (ekdikeo), ‘bestraffen’: zie ἐκδίκησις in 7:11. παρακοή (parakoe), ‘ongehoorzaamheid’. ### Gezag tot opbouw **10:7** Jullie kijken naar wat voor ogen ligt. Als iemand erop vertrouwt dat hij van de Messias is, laat hij dit nog eens bij zichzelf overwegen. Zoals hij van de Messias is, zo zijn ook wij van de Messias. Brontekst: Τὰ (Ta) = de dingen | κατὰ (kata) = naar | πρόσωπον (prosopon) = aangezicht | βλέπετε (blepete) = zien jullie | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | πέποιθεν (pepoithen) = vertrouwt | ἑαυτῷ (heauto) = in zichzelf | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | εἶναι (einai) = te zijn | τοῦτο (touto) = dit | λογιζέσθω (logizestho) = laat hij overwegen | πάλιν (palin) = opnieuw | ἐφ’ (eph’) = bij | ἑαυτοῦ (heautou) = zichzelf | ὅτι (hoti) = dat | καθὼς (kathos) = zoals | αὐτὸς (autos) = hij | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks βλέπετε (blepete) kan een vaststelling, een vraag of een opdracht zijn: ‘jullie kijken’, ‘kijken jullie?’ of ‘kijk!’. Wij kiezen de vaststelling. τὰ κατὰ πρόσωπον (ta kata prosopon), ‘wat voor het aangezicht ligt’: de buitenkant, wat men ziet. **10:8** Want ook al roem ik wat meer over ons gezag, ik zal niet beschaamd worden. De Heer heeft het gegeven tot opbouw en niet tot het neerhalen van jullie. Brontekst: ἐάν (ean) = als | τε (te) = en | γὰρ (gar) = want | περισσότερόν (perissoteron) = meer | τι (ti) = iets | καυχήσωμαι (kauchesomai) = ik roem | περὶ (peri) = over | τῆς (tes) = het | ἐξουσίας (exousias) = gezag | ἡμῶν (hemon) = ons | ἧς (hes) = dat | ἔδωκεν (edoken) = gaf | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | εἰς (eis) = tot | οἰκοδομὴν (oikodomen) = opbouw | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | εἰς (eis) = tot | καθαίρεσιν (kathairesin) = neerhalen | ὑμῶν (hymon) = van jullie | οὐκ (ouk) = niet | αἰσχυνθήσομαι (aischynthesomai) = zal ik beschaamd worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: vergelijk 13:10. οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’. καθαίρεσις (kathairesis), ‘neerhalen’: zie vers 4. ‘De Heer’ is hier Yeshua. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 13:10. Zie ook: 2 Kor 10:4; 2 Kor 13:10 **10:9** Zo zal ik niet de indruk wekken dat ik jullie met de brieven bang wil maken. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | δόξω (doxo) = ik lijk | ὡς (hos) = alsof | ἂν (an) = misschien | ἐκφοβεῖν (ekphobein) = bang te maken | ὑμᾶς (hymas) = jullie | διὰ (dia) = door | τῶν (ton) = de | ἐπιστολῶν (epistolon) = brieven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκφοβέω (ekfobeo), ‘bang maken’. De zin sluit aan op vers 8 en loopt door in vers 10. Zie ook: 2 Kor 10:8; 2 Kor 10:10 **10:10** Want „de brieven”, zegt iemand, „zijn wel zwaar en sterk, maar de aanwezigheid van het lichaam is zwak en het woord is veracht.” Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | Αἱ (Hai) = de | ἐπιστολαὶ (epistolai) = brieven | μέν (men) = wel | φησίν (phesin) = zegt hij | βαρεῖαι (bareiai) = zwaar | καὶ (kai) = en | ἰσχυραί (ischyrai) = sterk | ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | παρουσία (parousia) = aanwezigheid | τοῦ (tou) = van het | σώματος (somatos) = lichaam | ἀσθενὴς (asthenes) = zwak | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | ἐξουθενημένος (exouthenemenos) = veracht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus haalt hier een verwijt van anderen aan. Wie het zegt, noemt de tekst niet. βαρύς (barys), ‘zwaar’: gewichtig, streng. ἰσχυρός (ischyros), ‘sterk’. ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘verachten’: als niets beschouwen. **10:11** Wie zo spreekt, moet dit overwegen. Zoals wij met het woord zijn in brieven wanneer wij afwezig zijn, zo zijn wij ook met de daad wanneer wij aanwezig zijn. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | λογιζέσθω (logizestho) = laat overwegen | ὁ (ho) = de | τοιοῦτος (toioutos) = zodanige | ὅτι (hoti) = dat | οἷοί (hoioi) = zoals | ἐσμεν (esmen) = wij zijn | τῷ (to) = in het | λόγῳ (logo) = woord | δι’ (di’) = door | ἐπιστολῶν (epistolon) = brieven | ἀπόντες (apontes) = afwezig | τοιοῦτοι (toioutoi) = zodanig | καὶ (kai) = ook | παρόντες (parontes) = aanwezig | τῷ (to) = in de | ἔργῳ (ergo) = daad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ τοιοῦτος (ho toioutos), ‘zo iemand’: wie dit verwijt maakt. ### Roemen binnen de maat **10:12** Want wij durven onszelf niet te rekenen tot of te vergelijken met sommigen die zichzelf aanbevelen. Zijzelf meten zichzelf aan zichzelf en vergelijken zichzelf met zichzelf. Zij begrijpen het niet. Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | γὰρ (gar) = want | τολμῶμεν (tolmomen) = durven wij | ἐγκρῖναι (enkrinai) = te rekenen tot | ἢ (e) = of | συγκρῖναι (synkrinai) = te vergelijken met | ἑαυτούς (heautous) = onszelf | τισιν (tisin) = aan sommigen | τῶν (ton) = van degenen | ἑαυτοὺς (heautous) = zichzelf | συνιστανόντων (synistanonton) = aanbevelen | ἀλλὰ (alla) = maar | αὐτοὶ (autoi) = zijzelf | ἐν (en) = onder | ἑαυτοῖς (heautois) = zichzelf | ἑαυτοὺς (heautous) = zichzelf | μετροῦντες (metrountes) = metend | καὶ (kai) = en | συγκρίνοντες (synkrinontes) = vergelijkend | ἑαυτοὺς (heautous) = zichzelf | ἑαυτοῖς (heautois) = met zichzelf | οὐ (ou) = niet | συνιᾶσιν (syniasin) = begrijpen zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκρίνω (egkrino), ‘rekenen tot’: opnemen onder. συγκρίνω (sygkrino), ‘vergelijken’. συνίστημι (synistemi), ‘aanbevelen’: zie ook 3:1 en 5:12; hier gaat het om wie zichzelf aanbeveelt. Het werkwoord komt terug in vers 18. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 3:1; 2 Kor. 5:12. Zie ook: 2 Kor 3:1; 2 Kor 5:12; 2 Kor 10:18 **10:13** Wij zullen niet roemen buiten de maat. Wij roemen naar de maat van het gebied dat Elohim ons als maat heeft toebedeeld, een maat die ook tot jullie reikt. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = maar | οὐκ (ouk) = niet | εἰς (eis) = tot | τὰ (ta) = de | ἄμετρα (ametra) = maatloze dingen | καυχησόμεθα (kauchesometha) = zullen roemen | ἀλλὰ (alla) = maar | κατὰ (kata) = naar | τὸ (to) = de | μέτρον (metron) = maat | τοῦ (tou) = van de | κανόνος (kanonos) = meetlat | οὗ (hou) = die | ἐμέρισεν (emerisen) = deelde toe | ἡμῖν (hemin) = aan ons | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | μέτρου (metrou) = van maat | ἐφικέσθαι (ephikesthai) = te reiken | ἄχρι (achri) = tot | καὶ (kai) = ook | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄμετρος (ametros), ‘maatloos’: zonder maat. κανών (kanon), ‘meetlat’, ook ‘afgemeten gebied’: het werkterrein dat Elohim Paulus heeft toebedeeld. μερίζω (merizo), ‘toedelen’. De Griekse zin is moeilijk; wij blijven dicht bij de woorden. **10:14** Want wij rekken onszelf niet te ver uit, alsof wij jullie niet bereikten. Wij zijn immers ook tot jullie gekomen met de goede boodschap van de Messias. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ὡς (hos) = alsof | μὴ (me) = niet | ἐφικνούμενοι (ephiknoumenoi) = reikend | εἰς (eis) = tot | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὑπερεκτείνομεν (hyperekteinomen) = rekken wij uit | ἑαυτούς (heautous) = onszelf | ἄχρι (achri) = tot | γὰρ (gar) = want | καὶ (kai) = ook | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐφθάσαμεν (ephthasamen) = kwamen wij | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | εὐαγγελίῳ (euangelio) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπερεκτείνω (hyperekteino), ‘te ver uitrekken’. φθάνω (fthano), ‘aankomen, bereiken’. Paulus bedoelt dat hij de goede boodschap als eerste in Korinte bracht. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:1–11. Zie ook: Hand 18:1–11 **10:15** Wij roemen niet buiten de maat, in het zwoegen van anderen. Wij hopen dat wij, naarmate jullie geloof groeit, onder jullie groter gemaakt worden naar onze maat, tot overvloed. Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | εἰς (eis) = tot | τὰ (ta) = de | ἄμετρα (ametra) = maatloze dingen | καυχώμενοι (kauchomenoi) = roemend | ἐν (en) = in | ἀλλοτρίοις (allotriois) = van anderen | κόποις (kopois) = zwoegen | ἐλπίδα (elpida) = hoop | δὲ (de) = maar | ἔχοντες (echontes) = hebbend | αὐξανομένης (auxanomenes) = groeiend | τῆς (tes) = het | πίστεως (pisteos) = geloof | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | μεγαλυνθῆναι (megalynthenai) = groot gemaakt te worden | κατὰ (kata) = naar | τὸν (ton) = de | κανόνα (kanona) = meetlat | ἡμῶν (hemon) = onze | εἰς (eis) = tot | περισσείαν (perisseian) = overvloed Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κόπος (kopos), ‘zwoegen’: zware arbeid, zoals in 6:5. αὐξάνω (auxano), ‘groeien’. μεγαλύνω (megalyno), ‘groot maken’. περισσεία (perisseia), ‘overvloed’. **10:16** Zo kunnen wij de goede boodschap brengen in de streken voorbij jullie, en niet roemen in andermans gebied over wat al klaarligt. Brontekst: εἰς (eis) = tot | τὰ (ta) = de | ὑπερέκεινα (hyperekeina) = gebieden voorbij | ὑμῶν (hymon) = jullie | εὐαγγελίσασθαι (euangelisasthai) = de goede boodschap te brengen | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = in | ἀλλοτρίῳ (allotrio) = andermans | κανόνι (kanoni) = meetlat | εἰς (eis) = tot | τὰ (ta) = de | ἕτοιμα (hetoima) = gereed liggende dingen | καυχήσασθαι (kauchesasthai) = roemen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπερέκεινα (hyperekeina), ‘wat verder ligt’: de gebieden voorbij Korinte. De tekst noemt geen plaats. κανών (kanon): zie vers 13. ἕτοιμα (hetoima), ‘wat klaarligt’: wat al gedaan is. Zie ook: 2 Kor 10:13 ### Roemen in Yahweh **10:17** Wie roemt, roeme in Yahweh. Brontekst: Ὁ (Ho) = de | δὲ (de) = maar | καυχώμενος (kauchomenos) = roemende | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = Yahweh | καυχάσθω (kauchastho) = laat roemen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Jer. 9:22–23 (in de Nederlandse telling 9:23–24). Ons Hebreeuws heeft daar: ‘wie zich wil beroemen, moet zich hierin beroemen: dat hij inzicht heeft en Mij kent: dat Ik Yahweh ben’. Paulus haalt één regel verkort aan, met dezelfde Griekse woorden als in 1 Kor. 1:31. Wij vertalen κυρίῳ (kyrio) hier met ‘Yahweh’, omdat de woorden uit Jeremia komen. In deze brief vertalen wij καυχάομαι (kauchaomai) steeds met ‘roemen’; ons Jeremia-bestand en 1 Kor. 1:31 hebben ‘zich beroemen’. De woorden zijn van Paulus, niet van Yahweh; daarom zwart. Voetnoot : Zie ook Jer. 9:22–23. Zie ook: Jer 9:22–23; 1 Kor 1:31 **10:18** Want niet wie zichzelf aanbeveelt, is goedgekeurd, maar degene die de Heer aanbeveelt. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | συνιστάνων (synistanon) = aanbevelend | ἐκεῖνός (ekeinos) = die | ἐστιν (estin) = is | δόκιμος (dokimos) = goedgekeurd | ἀλλὰ (alla) = maar | ὃν (hon) = wie | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | συνίστησιν (synistesin) = beveelt aan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δόκιμος (dokimos), ‘goedgekeurd’: wie de toets doorstaan heeft; vergelijk 13:5–7. Verwant: δοκιμή (dokime) in 8:2. συνίστημι (synistemi), ‘aanbevelen’: zie vers 12. ‘De Heer’ is hier het Griekse κύριος (kyrios) van vers 17, waar wij ‘Yahweh’ schreven: wie bedoeld is, Yahweh of Yeshua, zegt de tekst niet uitdrukkelijk. Wij schrijven ‘de Heer’. Zie ook: 2 Kor 10:12; 2 Kor 10:17 ## 2 Korintiërs 11 _Paulus spreekt als een dwaas: ijver voor de Messias, valse apostelen, zijn lijden en de vlucht uit Damascus_ ### Dwaasheid en ijver voor de Messias **11:1** Was het maar zo dat jullie een beetje dwaasheid van mij verdroegen. Maar jullie verdragen mij ook. Brontekst: Ὄφελον (Ophelon) = mocht | ἀνείχεσθέ (aneichesthe) = jullie verdroegen | μου (mou) = mij | μικρόν (mikron) = een beetje | τι (ti) = iets | ἀφροσύνης (aphrosynes) = van dwaasheid | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | ἀνέχεσθέ (anechesthe) = verdragen jullie | μου (mou) = mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀφροσύνη (afrosyne), ‘dwaasheid’: van 11:1 tot 12:13 spreekt Paulus bewust als een ‘dwaas’, ἄφρων (afron). Wij houden ‘dwaasheid’ en ‘dwaas’. ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen’. Het tweede ἀνέχεσθέ (anechesthe) kan ook een opdracht zijn: ‘verdraag mij!’. **11:2** Want ik ijver voor jullie met de ijver van Elohim. Ik heb jullie immers aan één man verloofd, om jullie als een zuivere maagd aan de Messias voor te stellen. Brontekst: ζηλῶ (zelo) = ik ijver | γὰρ (gar) = want | ὑμᾶς (hymas) = voor jullie | θεοῦ (theou) = van Elohim | ζήλῳ (zelo) = met ijver | ἡρμοσάμην (hermosamen) = heb ik verloofd | γὰρ (gar) = want | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἑνὶ (heni) = aan één | ἀνδρὶ (andri) = man | παρθένον (parthenon) = maagd | ἁγνὴν (hagnen) = zuivere | παραστῆσαι (parastesai) = voor te stellen | τῷ (to) = aan de | Χριστῷ (Christo) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζηλόω (zeloo), ‘ijveren voor’. θεοῦ ζήλῳ (theou zelo), ‘met de ijver van Elohim’: ijver die van Elohim komt of ijver zoals Elohim die heeft. ἁρμόζω (harmozo), ‘verloven’: iemand aan een man geven. παρθένος (parthenos), ‘maagd’. Het beeld is dat van de gemeente als verloofde van de Messias. Voetnoot : Zie ook Joh. 3:29. Zie ook: Joh 3:29 **11:3** Ik vrees dat, zoals de slang Eva door zijn sluwheid misleidde, jullie gedachten verdorven worden, weg van de oprechtheid en zuiverheid jegens de Messias. Brontekst: φοβοῦμαι (phoboumai) = ik vrees | δὲ (de) = maar | μή (me) = dat niet | πως (pos) = misschien | ὡς (hos) = zoals | ὁ (ho) = de | ὄφις (ophis) = slang | ἐξηπάτησεν (exepatesen) = misleidde | Εὕαν (Heuan) = Eva | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | πανουργίᾳ (panourgia) = sluwheid | αὐτοῦ (autou) = zijn | φθαρῇ (phthare) = verdorven worden | τὰ (ta) = de | νοήματα (noemata) = gedachten | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἀπὸ (apo) = af | τῆς (tes) = van de | ἁπλότητος (haplotetos) = oprechtheid | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van de | ἁγνότητος (hagnotetos) = zuiverheid | τῆς (tes) = die | εἰς (eis) = jegens | τὸν (ton) = de | Χριστόν (Christon) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Eva en de slang: Gen. 3:1–6 en 3:13. ἐξαπατάω (exapatao), ‘misleiden’; πανουργία (panourgia), ‘sluwheid’; νόημα (noema), ‘gedachte’. ἁπλότης (haplotes), hier ‘oprechtheid’: letterlijk ‘eenvoud, ongedeeldheid’, zie 8:2. ἁγνότης (hagnotes), ‘zuiverheid’. Voetnoot : Zie ook Gen. 3:1–6; Gen. 3:13. Zie ook: Gen 3:1–6; Gen 3:13 ### Een andere Yeshua **11:4** Want als iemand komt en een andere Yeshua verkondigt die wij niet verkondigd hebben, of als jullie een andere geest ontvangen die jullie niet ontvingen, of een andere goede boodschap die jullie niet aanvaardden, dan verdragen jullie dat goed. Brontekst: εἰ (ei) = als | μὲν (men) = wel | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | ἐρχόμενος (erchomenos) = komende | ἄλλον (allon) = andere | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | κηρύσσει (keryssei) = verkondigt | ὃν (hon) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἐκηρύξαμεν (ekeryxamen) = verkondigden wij | ἢ (e) = of | πνεῦμα (pneuma) = geest | ἕτερον (heteron) = andere | λαμβάνετε (lambanete) = ontvangen jullie | ὃ (ho) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἐλάβετε (elabete) = ontvingen jullie | ἢ (e) = of | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | ἕτερον (heteron) = andere | ὃ (ho) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἐδέξασθε (edexasthe) = aanvaardden jullie | καλῶς (kalos) = goed | ἀνέχεσθε (anechesthe) = verdragen jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Een lange zin met drie voorwaarden: iemand verkondigt ‘een andere Yeshua’, jullie ontvangen ‘een andere geest’, jullie aanvaarden ‘een andere goede boodschap’. Wie ‘degene die komt’ is, noemt de tekst niet; vergelijk vers 13. ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘verdragen jullie het’ een tekstvariant. Sommige handschriften hebben ‘zouden jullie het verdragen’ (ἀνείχεσθε). Voetnoot : Zie ook Gal. 1:6–9. Zie ook: Gal 1:6–9; 2 Kor 11:13 ### Niet minder dan de hoogverheven apostelen **11:5** Want ik acht mijzelf in niets tekort te schieten bij de hoogverheven apostelen. Brontekst: λογίζομαι (logizomai) = ik reken | γὰρ (gar) = want | μηδὲν (meden) = niets | ὑστερηκέναι (hysterekenai) = tekort geschoten te zijn | τῶν (ton) = bij de | ὑπερλίαν (hyperlian) = hoogverheven | ἀποστόλων (apostolon) = apostelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπερλίαν ἀπόστολοι (hyperlian apostoloi): letterlijk ‘bovenmate [grote] apostelen’; wij vertalen ‘hoogverheven apostelen’. Wie ermee bedoeld zijn, zegt de tekst niet; vergelijk 12:11. ὑστερέω (hystereo), ‘tekortschieten’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 12:11. Zie ook: 2 Kor 12:11 **11:6** Ook al ben ik een leek in het spreken, in kennis ben ik dat niet. In alles en onder allen hebben wij dit aan jullie duidelijk gemaakt. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | ἰδιώτης (idiotes) = leek | τῷ (to) = in het | λόγῳ (logo) = woord | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | τῇ (te) = in de | γνώσει (gnosei) = kennis | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | φανερώσαντες (phanerosantes) = duidelijk gemaakt hebbend | ἐν (en) = onder | πᾶσιν (pasin) = allen | εἰς (eis) = tot | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἰδιώτης (idiotes), ‘leek’: iemand zonder opleiding of vaardigheid, hier in het spreken. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘duidelijk gemaakt hebbend’ een tekstvariant. Sommige handschriften hebben ‘duidelijk geworden’ (een lijdende vorm). ### Zonder loon van de Korintiërs **11:7** Of heb ik een zonde begaan door mijzelf te vernederen, opdat jullie verhoogd zouden worden? Ik heb jullie namelijk de goede boodschap van Elohim om niet gebracht. Brontekst: Ἢ (E) = of | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | ἐποίησα (epoiesa) = deed ik | ἐμαυτὸν (emauton) = mijzelf | ταπεινῶν (tapeinon) = vernederend | ἵνα (hina) = opdat | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ὑψωθῆτε (hypsothete) = verhoogd zouden worden | ὅτι (hoti) = omdat | δωρεὰν (dorean) = om niet | τὸ (to) = de | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | εὐηγγελισάμην (euengelisamen) = bracht ik de goede boodschap | ὑμῖν (hymin) = aan jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ταπεινόω (tapeinoo), ‘vernederen’; ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’. δωρεάν (dorean), ‘om niet’: Paulus nam in Korinte geen loon aan. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:3. Zie ook: Hand 18:3 **11:8** Andere gemeenten heb ik beroofd, door van hen loon te nemen om jullie te dienen. Brontekst: ἄλλας (allas) = andere | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeenten | ἐσύλησα (esylesa) = beroofde ik | λαβὼν (labon) = nemend | ὀψώνιον (opsonion) = loon | πρὸς (pros) = tot | τὴν (ten) = de | ὑμῶν (hymon) = van jullie | διακονίαν (diakonian) = dienst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συλάω (sylao), ‘beroven’, eigenlijk ‘buitmaken’. ὀψώνιον (opsonion), ‘loon’: oorspronkelijk de soldij en het voedsel van een soldaat. ‘Beroofd’ is een sterk woord voor het aannemen van steun; die steun kwam volgens vers 9 uit Macedonië. Zie ook: 2 Kor 11:9 **11:9** Toen ik bij jullie was en gebrek had, ben ik niemand tot last geweest. Mijn gebrek hebben de broers aangevuld die uit Macedonië kwamen. In alles heb ik mij ervoor behoed jullie tot last te zijn, en dat zal ik blijven doen. Brontekst: καὶ (kai) = en | παρὼν (paron) = aanwezig zijnde | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | ὑστερηθεὶς (hysteretheis) = gebrek lijdend | οὐ (ou) = niet | κατενάρκησα (katenarkesa) = was ik tot last | οὐθενός (outhenos) = niemand | τὸ (to) = het | γὰρ (gar) = want | ὑστέρημά (hysterema) = tekort | μου (mou) = mijn | προσανεπλήρωσαν (prosaneplerosan) = vulden aan | οἱ (hoi) = de | ἀδελφοὶ (adelphoi) = broers | ἐλθόντες (elthontes) = gekomen zijnde | ἀπὸ (apo) = uit | Μακεδονίας (Makedonias) = Macedonië | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | ἀβαρῆ (abare) = zonder last | ἐμαυτὸν (emauton) = mijzelf | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | ἐτήρησα (eteresa) = bewaarde ik | καὶ (kai) = en | τηρήσω (tereso) = zal bewaren Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: καταναρκάω (katanarkao), ‘tot last zijn’: een zeldzaam woord, letterlijk ‘gevoelloos maken’. ἀβαρής (abares), ‘zonder last’. De broers uit Macedonië worden niet bij naam genoemd. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 12:13–14. Zie ook: 2 Kor 12:13–14 **11:10** Zo waar de waarheid van de Messias in mij is: deze roem zal mij niet worden afgesloten in de streken van Achaje. Brontekst: ἔστιν (estin) = is | ἀλήθεια (aletheia) = waarheid | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | ἐν (en) = in | ἐμοὶ (emoi) = mij | ὅτι (hoti) = dat | ἡ (he) = de | καύχησις (kauchesis) = roem | αὕτη (haute) = deze | οὐ (ou) = niet | φραγήσεται (phragesetai) = zal worden afgesloten | εἰς (eis) = tegen | ἐμὲ (eme) = mij | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | κλίμασι (klimasi) = streken | τῆς (tes) = van | Ἀχαΐας (Achaias) = Achaje Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: φράσσω (frasso), ‘afsluiten, dichtstoppen’: de mond snoeren. κλίμα (klima), ‘streek’. Achaje: zie 9:2. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 9:2. Zie ook: 2 Kor 9:2 **11:11** Waarom? Omdat ik jullie niet liefheb? Elohim weet het. Brontekst: διὰ (dia) = om | τί (ti) = wat | ὅτι (hoti) = dat | οὐκ (ouk) = niet | ἀγαπῶ (agapo) = heb ik lief | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | οἶδεν (oiden) = weet Bron: SBLGNT **11:12** Wat ik doe, zal ik ook blijven doen, om de aanleiding weg te nemen van hen die een aanleiding willen. Zo worden zij, in wat zij roemen, gevonden zoals ook wij. Brontekst: Ὃ (Ho) = wat | δὲ (de) = maar | ποιῶ (poio) = doe ik | καὶ (kai) = en | ποιήσω (poieso) = zal doen | ἵνα (hina) = opdat | ἐκκόψω (ekkopso) = ik wegsnijd | τὴν (ten) = de | ἀφορμὴν (aphormen) = aanleiding | τῶν (ton) = van degenen | θελόντων (thelonton) = die willen | ἀφορμήν (aphormen) = aanleiding | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = waarin | καυχῶνται (kauchontai) = roemen zij | εὑρεθῶσιν (heurethosin) = gevonden worden | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀφορμή (aforme), ‘aanleiding’: een kans om iets te doen of te zeggen. ἐκκόπτω (ekkopto), ‘wegsnijden’. Wat zij roemen, zegt de tekst niet; de zin sluit aan op de verzen 7–11. ### Valse apostelen **11:13** Want zulke mensen zijn valse apostelen, bedrieglijke werkers, die zich veranderen in apostelen van de Messias. Brontekst: οἱ (hoi) = de | γὰρ (gar) = want | τοιοῦτοι (toioutoi) = zulken | ψευδαπόστολοι (pseudapostoloi) = valse apostelen | ἐργάται (ergatai) = werkers | δόλιοι (dolioi) = bedrieglijk | μετασχηματιζόμενοι (metaschematizomenoi) = zich veranderend | εἰς (eis) = tot | ἀποστόλους (apostolous) = apostelen | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψευδαπόστολος (pseudapostolos), ‘valse apostel’: iemand die zich apostel noemt, maar het niet is. ἐργάτης (ergates), ‘werker’; δόλιος (dolios), ‘bedrieglijk’. μετασχηματίζω (metaschematizo), ‘van gedaante veranderen’: het woord staat drie keer in de verzen 13–15. Wie zij zijn, noemt de tekst niet. **11:14** En dat is geen wonder, want Satan zelf verandert zich in een engel van licht. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | θαῦμα (thauma) = wonder | αὐτὸς (autos) = zelf | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | Σατανᾶς (Satanas) = Satan | μετασχηματίζεται (metaschematizetai) = verandert zich | εἰς (eis) = tot | ἄγγελον (angelon) = engel | φωτός (photos) = van licht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: van een Hebreeuws woord voor ‘tegenstander’. ‘Een engel van licht’: een lichtende engel. **11:15** Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaren zich veranderen in dienaren van de gerechtigheid. Hun einde zal zijn naar hun werken. Brontekst: οὐ (ou) = niet | μέγα (mega) = groot | οὖν (oun) = dus | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | διάκονοι (diakonoi) = dienaren | αὐτοῦ (autou) = zijn | μετασχηματίζονται (metaschematizontai) = veranderen zich | ὡς (hos) = als | διάκονοι (diakonoi) = dienaren | δικαιοσύνης (dikaiosynes) = van gerechtigheid | ὧν (hon) = van wie | τὸ (to) = het | τέλος (telos) = einde | ἔσται (estai) = zal zijn | κατὰ (kata) = naar | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | αὐτῶν (auton) = hun Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. τέλος (telos), ‘einde’: ook ‘doel’. ### Paulus roemt als een dwaas **11:16** Nogmaals zeg ik: niemand moet mij voor dwaas houden. Maar als het niet anders kan, aanvaard mij dan als een dwaas, zodat ook ik een beetje kan roemen. Brontekst: Πάλιν (Palin) = opnieuw | λέγω (lego) = zeg ik | μή (me) = niet | τίς (tis) = iemand | με (me) = mij | δόξῃ (doxe) = denkt | ἄφρονα (aphrona) = dwaas | εἶναι (einai) = te zijn | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | μή (me) = niet | γε (ge) = zeker | κἂν (kan) = dan toch | ὡς (hos) = als | ἄφρονα (aphrona) = dwaas | δέξασθέ (dexasthe) = aanvaardt | με (me) = mij | ἵνα (hina) = opdat | κἀγὼ (kago) = ook ik | μικρόν (mikron) = een beetje | τι (ti) = iets | καυχήσωμαι (kauchesomai) = ik roem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄφρων (afron), ‘dwaas’: zie vers 1. εἰ δὲ μή γε (ei de me ge), ‘zo niet’: anders, als dat niet kan. Zie ook: 2 Kor 11:1 **11:17** Wat ik zeg, zeg ik niet naar de Heer, maar als in dwaasheid, in dit vertrouwen van de roem. Brontekst: ὃ (ho) = wat | λαλῶ (lalo) = spreek ik | οὐ (ou) = niet | κατὰ (kata) = naar | κύριον (kyrion) = Heer | λαλῶ (lalo) = spreek ik | ἀλλ’ (all’) = maar | ὡς (hos) = als | ἐν (en) = in | ἀφροσύνῃ (aphrosyne) = dwaasheid | ἐν (en) = in | ταύτῃ (taute) = dit | τῇ (te) = het | ὑποστάσει (hypostasei) = vertrouwen | τῆς (tes) = van de | καυχήσεως (kaucheseos) = roem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ κύριον (kata kyrion), ‘naar de Heer’. De tekst zegt niet of dit ‘naar de wil van de Heer’ of ‘naar het voorbeeld van de Heer’ is. ὑπόστασις (hypostasis), ‘vertrouwen’: zie 9:4. **11:18** Omdat velen roemen naar het vlees, zal ook ik roemen. Brontekst: ἐπεὶ (epei) = omdat | πολλοὶ (polloi) = velen | καυχῶνται (kauchontai) = roemen | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | κἀγὼ (kago) = ook ik | καυχήσομαι (kauchesomai) = zal roemen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: volgens menselijke maatstaven, zie 10:2–3. **11:19** Want jullie verdragen dwazen graag, terwijl jullie zelf verstandig zijn. Brontekst: ἡδέως (hedeos) = graag | γὰρ (gar) = want | ἀνέχεσθε (anechesthe) = verdragen jullie | τῶν (ton) = de | ἀφρόνων (aphronon) = dwazen | φρόνιμοι (phronimoi) = verstandig | ὄντες (ontes) = zijnde Bron: SBLGNT **11:20** Want jullie verdragen het als iemand jullie tot knechten maakt, als iemand jullie opeet, als iemand jullie te pakken neemt, als iemand zich verheft, als iemand jullie in het gezicht slaat. Brontekst: ἀνέχεσθε (anechesthe) = verdragen jullie | γὰρ (gar) = want | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καταδουλοῖ (katadouloi) = tot knechten maakt | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | κατεσθίει (katesthiei) = opeet | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | λαμβάνει (lambanei) = neemt | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ἐπαίρεται (epairetai) = zich verheft | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | εἰς (eis) = in | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | ὑμᾶς (hymas) = jullie | δέρει (derei) = slaat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταδουλόω (katadouloo), ‘tot knecht maken’: zie Gal. 2:4. κατεσθίω (katesthio), ‘opeten, opvreten’. λαμβάνω (lambano), ‘nemen’: het Grieks zegt niet wat iemand neemt. ἐπαίρομαι (epairomai), ‘zich verheffen’. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:4. Zie ook: Gal 2:4 **11:21** Tot mijn schande zeg ik: alsof wij zwak zijn geweest! Maar waarin iemand ook stoutmoedig is, ik spreek in dwaasheid, daarin ben ook ik stoutmoedig. Brontekst: κατὰ (kata) = naar | ἀτιμίαν (atimian) = oneer | λέγω (lego) = zeg ik | ὡς (hos) = alsof | ὅτι (hoti) = dat | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἠσθενήκαμεν (esthenekamen) = zwak zijn geweest | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = waarin | δ’ (d’) = maar | ἄν (an) = ook maar | τις (tis) = iemand | τολμᾷ (tolma) = stoutmoedig is | ἐν (en) = in | ἀφροσύνῃ (aphrosyne) = dwaasheid | λέγω (lego) = zeg ik | τολμῶ (tolmo) = ben ik stoutmoedig | κἀγώ (kago) = ook ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀτιμία (atimia), ‘oneer’. ὡς ὅτι (hos hoti), ‘alsof’. ‘Wij zijn zwak geweest’ herinnert aan het verwijt in 10:10. τολμάω (tolmao), ‘stoutmoedig zijn’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 10:10. Zie ook: 2 Kor 10:10 ### Wat Paulus doorstaan heeft **11:22** Zijn zij Hebreeën? Ik ook. Zijn zij Israëlieten? Ik ook. Zijn zij zaad van Abraham? Ik ook. Brontekst: Ἑβραῖοί (Hebraioi) = Hebreeën | εἰσιν (eisin) = zijn zij | κἀγώ (kago) = ook ik | Ἰσραηλῖταί (Israelitai) = Israëlieten | εἰσιν (eisin) = zijn zij | κἀγώ (kago) = ook ik | σπέρμα (sperma) = zaad | Ἀβραάμ (Abraam) = van Abraham | εἰσιν (eisin) = zijn zij | κἀγώ (kago) = ook ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἑβραῖος (Hebraios), ‘Hebreeër’; Ἰσραηλίτης (Israelites), ‘Israëliet’; σπέρμα Ἀβραάμ (sperma Abraam), ‘zaad van Abraham’. Drie aanduidingen van afkomst. Elke vraag wordt beantwoord met ‘ik ook’. Voetnoot : Zie ook Hand. 6:1; Fil. 3:5. Zie ook: Hand 6:1; Fil 3:5 **11:23** Zijn zij dienaren van de Messias? Ik spreek als een dolle: ik ben het nog meer. In zwoegen meer, in gevangenissen meer, in slagen bovenmate, in doodsgevaren vaak. Brontekst: διάκονοι (diakonoi) = dienaren | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | εἰσιν (eisin) = zijn zij | παραφρονῶν (paraphronon) = als een dolle zijnde | λαλῶ (lalo) = spreek ik | ὑπὲρ (hyper) = meer | ἐγώ (ego) = ik | ἐν (en) = in | κόποις (kopois) = zwoegen | περισσοτέρως (perissoteros) = overvloediger | ἐν (en) = in | φυλακαῖς (phylakais) = gevangenissen | περισσοτέρως (perissoteros) = overvloediger | ἐν (en) = in | πληγαῖς (plegais) = slagen | ὑπερβαλλόντως (hyperballontos) = bovenmate | ἐν (en) = in | θανάτοις (thanatois) = doodsgevaren | πολλάκις (pollakis) = vaak Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραφρονέω (paraphroneo), ‘als een dolle spreken’: buiten zinnen. ὑπὲρ ἐγώ (hyper ego), ‘ik meer’. φυλακή (fylake), ‘gevangenis’. θάνατοι (thanatoi), ‘doden’: wij vertalen ‘doodsgevaren’. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:23–24. Zie ook: Hand 16:23–24 **11:24** Vijf keer kreeg ik van de Joden de 40 slagen min één. Brontekst: ὑπὸ (hypo) = door | Ἰουδαίων (Ioudaion) = Joden | πεντάκις (pentakis) = vijfmaal | τεσσεράκοντα (tesserakonta) = 40 | παρὰ (para) = min | μίαν (mian) = één | ἔλαβον (elabon) = ontving ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft alleen ‘veertig min één’; ‘slagen’ vullen wij aan. Deut. 25:3 noemt veertig slagen als grens; ‘veertig min één’ blijft daaronder. Voetnoot : Zie ook Deut. 25:3. Zie ook: Deut 25:3 **11:25** Drie keer werd ik met stokken geslagen, één keer werd ik gestenigd, drie keer leed ik schipbreuk. Een etmaal heb ik in de diepte doorgebracht. Brontekst: τρὶς (tris) = driemaal | ἐραβδίσθην (erabdisthen) = werd ik met stokken geslagen | ἅπαξ (hapax) = eenmaal | ἐλιθάσθην (elithasthen) = werd ik gestenigd | τρὶς (tris) = driemaal | ἐναυάγησα (enauagesa) = leed ik schipbreuk | νυχθήμερον (nychthemeron) = een etmaal | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | βυθῷ (bytho) = diepte | πεποίηκα (pepoieka) = heb ik doorgebracht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ῥαβδίζω (rhabdizo), ‘met stokken slaan’. λιθάζω (lithazo), ‘stenigen’. ναυαγέω (nauageo), ‘schipbreuk lijden’. νυχθήμερον (nychthemeron), ‘een etmaal’: nacht en dag. βυθός (bythos), ‘diepte’: de diepe zee. Handelingen vertelt van een stokslag in Filippi en een steniging in Lystra. Van deze drie schipbreuken vertelt Handelingen niets; de schipbreuk in Hand. 27 is later. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:22–23; Hand. 14:19; Hand. 27:41. Zie ook: Hand 14:19; Hand 16:22–23; Hand 27:41 **11:26** Vaak op reis: in gevaren van rivieren, gevaren van rovers, gevaren van mijn eigen volk, gevaren van de volken, gevaren in de stad, gevaren in de woestenij, gevaren op zee, gevaren onder valse broers. Brontekst: ὁδοιπορίαις (hodoiporiais) = op reizen | πολλάκις (pollakis) = vaak | κινδύνοις (kindynois) = gevaren | ποταμῶν (potamon) = van rivieren | κινδύνοις (kindynois) = gevaren | λῃστῶν (leston) = van rovers | κινδύνοις (kindynois) = gevaren | ἐκ (ek) = uit | γένους (genous) = volk | κινδύνοις (kindynois) = gevaren | ἐξ (ex) = uit | ἐθνῶν (ethnon) = volken | κινδύνοις (kindynois) = gevaren | ἐν (en) = in | πόλει (polei) = stad | κινδύνοις (kindynois) = gevaren | ἐν (en) = in | ἐρημίᾳ (eremia) = woestenij | κινδύνοις (kindynois) = gevaren | ἐν (en) = op | θαλάσσῃ (thalasse) = zee | κινδύνοις (kindynois) = gevaren | ἐν (en) = onder | ψευδαδέλφοις (pseudadelphois) = valse broers Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κίνδυνος (kindynos), ‘gevaar’: het woord staat in deze opsomming acht keer. ἐκ γένους (ek genous), ‘uit het geslacht’: van het eigen volk. ἔθνη (ethne), ‘de volken’: niet-Joden. ψευδάδελφοι (pseudadelfoi), ‘valse broers’. **11:27** In zwoegen en moeite, vaak in waken, in honger en dorst, vaak in vasten, in kou en naaktheid. Brontekst: κόπῳ (kopo) = in zwoegen | καὶ (kai) = en | μόχθῳ (mochtho) = moeite | ἐν (en) = in | ἀγρυπνίαις (agrypniais) = waken | πολλάκις (pollakis) = vaak | ἐν (en) = in | λιμῷ (limo) = honger | καὶ (kai) = en | δίψει (dipsei) = dorst | ἐν (en) = in | νηστείαις (nesteiais) = vasten | πολλάκις (pollakis) = vaak | ἐν (en) = in | ψύχει (psychei) = kou | καὶ (kai) = en | γυμνότητι (gymnoteti) = naaktheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κόπος (kopos), ‘zwoegen’, μόχθος (mochthos), ‘moeite’. ἀγρυπνία (agrypnia), ‘waken’: wakker blijven, zoals in 6:5. νηστεία (nesteia), ‘vasten’: het Grieks zegt niet of het om vrijwillig vasten of om gebrek aan eten gaat; vergelijk 6:5. **11:28** Afgezien van de dingen daarbuiten is er de druk die dagelijks op mij komt, de zorg voor alle gemeenten. Brontekst: χωρὶς (choris) = behalve | τῶν (ton) = de | παρεκτὸς (parektos) = dingen daarbuiten | ἡ (he) = de | ἐπίστασίς (epistasis) = druk | μοι (moi) = op mij | ἡ (he) = de | καθ’ (kath’) = per | ἡμέραν (hemeran) = dag | ἡ (he) = de | μέριμνα (merimna) = zorg | πασῶν (pason) = van alle | τῶν (ton) = de | ἐκκλησιῶν (ekklesion) = gemeenten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπίστασις (epistasis), ‘druk’: aandrang, zorg die op iemand afkomt. μέριμνα (merimna), ‘zorg’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘druk’ een tekstvariant. Sommige handschriften hebben ‘samenscholing’ (ἐπισύστασις). **11:29** Wie is zwak, en ik ben niet zwak? Wie wordt aan het struikelen gebracht, en ik brand niet? Brontekst: τίς (tis) = wie | ἀσθενεῖ (asthenei) = is zwak | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἀσθενῶ (astheno) = ben ik zwak | τίς (tis) = wie | σκανδαλίζεται (skandalizetai) = wordt aan het struikelen gebracht | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἐγὼ (ego) = ik | πυροῦμαι (pyroumai) = brand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκανδαλίζω (skandalizo), ‘aan het struikelen brengen’. πυρόομαι (pyroomai), ‘branden’: van pijn, verontwaardiging of medeleven; het Grieks zegt niet waarvan. ### Roemen in zwakheid **11:30** Als er geroemd moet worden, zal ik roemen in wat van mijn zwakheid is. Brontekst: Εἰ (Ei) = als | καυχᾶσθαι (kauchasthai) = roemen | δεῖ (dei) = het moet | τὰ (ta) = de dingen | τῆς (tes) = van de | ἀσθενείας (astheneias) = zwakheid | μου (mou) = mijn | καυχήσομαι (kauchesomai) = zal ik roemen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’. Vergelijk 12:5 en 12:9–10. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 12:9–10. Zie ook: 2 Kor 12:9–10 **11:31** De Elohim en Vader van de Heer Yeshua, die tot in eeuwigheid te prijzen is, weet dat ik niet lieg. Brontekst: ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατὴρ (pater) = Vader | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | οἶδεν (oiden) = weet | ὁ (ho) = die | ὢν (on) = is | εὐλογητὸς (eulogetos) = te prijzen | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | ὅτι (hoti) = dat | οὐ (ou) = niet | ψεύδομαι (pseudomai) = lieg ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐλογητός (eulogetos), ‘te prijzen’. Vergelijk de lofprijzing in 1:3. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 1:3. Zie ook: 2 Kor 1:3 ### De vlucht uit Damascus **11:32** In Damascus bewaakte de bestuurder van koning Aretas de stad van de Damascenen om mij te grijpen. Brontekst: ἐν (en) = in | Δαμασκῷ (Damasko) = Damascus | ὁ (ho) = de | ἐθνάρχης (ethnarches) = bestuurder | Ἁρέτα (Hareta) = van Aretas | τοῦ (tou) = de | βασιλέως (basileos) = koning | ἐφρούρει (ephrourei) = bewaakte | τὴν (ten) = de | πόλιν (polin) = stad | Δαμασκηνῶν (Damaskenon) = van de Damascenen | πιάσαι (piasai) = te grijpen | με (me) = mij Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië. Voetnoot Uitleg: ἐθνάρχης (ethnarches), ‘bestuurder over een volk’. Aretas was een koning van de Nabateeërs, het volk in het gebied dat Arabië heet; vergelijk Gal. 1:17. Voetnoot : Zie ook Hand. 9:23–25; Gal. 1:17. Zie ook: Hand 9:23–25; Gal 1:17 **11:33** En door een venster werd ik in een mand door de muur neergelaten, en ik ontkwam aan zijn handen. Brontekst: καὶ (kai) = en | διὰ (dia) = door | θυρίδος (thyridos) = venster | ἐν (en) = in | σαργάνῃ (sargane) = mand | ἐχαλάσθην (echalasthen) = werd ik neergelaten | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | τείχους (teichous) = muur | καὶ (kai) = en | ἐξέφυγον (exephygon) = ontkwam ik | τὰς (tas) = de | χεῖρας (cheiras) = handen | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θυρίς (thyris), ‘venster’. σαργάνη (sargane), ‘mand’ van gevlochten touw of takken. Handelingen heeft hier een ander Grieks woord voor ‘mand’, σπυρίς (spyris). χαλάω (chalao), ‘neerlaten’. Voetnoot : Zie ook Hand. 9:25. Zie ook: Hand 9:25 ## 2 Korintiërs 12 _Visioenen en de derde hemel, een doorn in het vlees, ‘Mijn genade is voldoende’ en de zorg om Korinte_ ### Visioenen en onthullingen **12:1** Ik moet roemen. Het is wel niet nuttig, maar ik zal komen tot visioenen en onthullingen van de Heer. Brontekst: Καυχᾶσθαι (Kauchasthai) = roemen | δεῖ (dei) = het moet | οὐ (ou) = niet | συμφέρον (sympheron) = nuttig | μέν (men) = wel | ἐλεύσομαι (eleusomai) = zal ik komen | δὲ (de) = maar | εἰς (eis) = tot | ὀπτασίας (optasias) = visioenen | καὶ (kai) = en | ἀποκαλύψεις (apokalypseis) = onthullingen | κυρίου (kyriou) = van de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀπτασία (optasia), ‘visioen’; ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’. ‘Onthullingen van de Heer’: onthullingen die de Heer geeft, of onthullingen over de Heer; wij vertalen letterlijk. ‘De Heer’ is hier Yeshua. Het Grieks heeft ‘roemen moet…’; vergelijk 11:30. **12:2** Ik ken een mens in de Messias, 14 jaar geleden. Of hij in het lichaam was, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet; Elohim weet het. Zo iemand werd weggerukt tot in de derde hemel. Brontekst: οἶδα (oida) = ik weet | ἄνθρωπον (anthropon) = mens | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = Messias | πρὸ (pro) = vóór | ἐτῶν (eton) = jaren | δεκατεσσάρων (dekatessaron) = 14 | εἴτε (eite) = of | ἐν (en) = in | σώματι (somati) = lichaam | οὐκ (ouk) = niet | οἶδα (oida) = weet ik | εἴτε (eite) = of | ἐκτὸς (ektos) = buiten | τοῦ (tou) = het | σώματος (somatos) = lichaam | οὐκ (ouk) = niet | οἶδα (oida) = weet ik | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | οἶδεν (oiden) = weet | ἁρπαγέντα (harpagenta) = weggerukt | τὸν (ton) = de | τοιοῦτον (toiouton) = zodanige | ἕως (heos) = tot | τρίτου (tritou) = derde | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus noemt geen naam. In vers 5 maakt hij onderscheid tussen ‘zo iemand’ en ‘mijzelf’; vers 7 gaat over de onthullingen die hem geschonken zijn. Of hij over zichzelf spreekt, zegt hij niet uitdrukkelijk. ‘14 jaar geleden’ rekent terug vanaf het schrijven van de brief. ἁρπάζω (harpazo), ‘wegrukken’: plotseling en met kracht meenemen. τρίτος οὐρανός (tritos ouranos), ‘derde hemel’: de tekst legt dit niet uit. Ons Deuteronomium spreekt van ‘de hemel en de hemel van de hemelen’. Voetnoot : Zie ook Deut. 10:14. Zie ook: Deut 10:14; 2 Kor 12:5; 2 Kor 12:7 **12:3** En ik weet van zo iemand: of hij in het lichaam was of zonder het lichaam, ik weet het niet, Elohim weet het, Brontekst: καὶ (kai) = en | οἶδα (oida) = ik weet | τὸν (ton) = de | τοιοῦτον (toiouton) = zodanige | ἄνθρωπον (anthropon) = mens | εἴτε (eite) = of | ἐν (en) = in | σώματι (somati) = lichaam | εἴτε (eite) = of | χωρὶς (choris) = zonder | τοῦ (tou) = het | σώματος (somatos) = lichaam | οὐκ (ouk) = niet | οἶδα (oida) = weet ik | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | οἶδεν (oiden) = weet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De onzekerheid ‘in het lichaam of zonder het lichaam’ komt uit vers 2 terug. Het Grieks verbindt ‘ik weet’ in dit vers met ‘dat’ in vers 4. Zie ook: 2 Kor 12:2; 2 Kor 12:4 **12:4** dat hij naar het paradijs werd weggerukt en onuitsprekelijke woorden hoorde, die een mens niet mag uitspreken. Brontekst: ὅτι (hoti) = dat | ἡρπάγη (herpage) = werd weggerukt | εἰς (eis) = naar | τὸν (ton) = het | παράδεισον (paradeison) = paradijs | καὶ (kai) = en | ἤκουσεν (ekousen) = hoorde | ἄρρητα (arreta) = onuitsprekelijke | ῥήματα (rhemata) = woorden | ἃ (ha) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἐξὸν (exon) = geoorloofd | ἀνθρώπῳ (anthropo) = aan een mens | λαλῆσαι (lalesai) = te spreken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παράδεισος (paradeisos), ‘paradijs’: een tuin of park. ἄρρητος (arretos), ‘onuitsprekelijk’: niet te zeggen. ἐξόν (exon), ‘geoorloofd’: het is niet toegestaan of niet mogelijk om de woorden uit te spreken. Voetnoot : Zie ook Luc. 23:43. Zie ook: Luc 23:43 **12:5** Over zo iemand zal ik roemen. Over mijzelf zal ik niet roemen, tenzij in de zwakheden. Brontekst: ὑπὲρ (hyper) = over | τοῦ (tou) = de | τοιούτου (toioutou) = zodanige | καυχήσομαι (kauchesomai) = zal ik roemen | ὑπὲρ (hyper) = over | δὲ (de) = maar | ἐμαυτοῦ (emautou) = mijzelf | οὐ (ou) = niet | καυχήσομαι (kauchesomai) = zal ik roemen | εἰ (ei) = indien | μὴ (me) = niet | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἀσθενείαις (astheneiais) = zwakheden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’, hier meervoud: zwakheden. Vergelijk 11:30 en 12:9–10. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 11:30. Zie ook: 2 Kor 11:30 **12:6** Want als ik zou willen roemen, zou ik geen dwaas zijn, want ik zal de waarheid zeggen. Maar ik houd mij in, opdat niemand mij hoger rekent dan wat hij in mij ziet of van mij hoort, Brontekst: ἐὰν (ean) = als | γὰρ (gar) = want | θελήσω (theleso) = ik wil | καυχήσασθαι (kauchesasthai) = roemen | οὐκ (ouk) = niet | ἔσομαι (esomai) = zal ik zijn | ἄφρων (aphron) = dwaas | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid | γὰρ (gar) = want | ἐρῶ (ero) = zal ik zeggen | φείδομαι (pheidomai) = ik houd mij in | δέ (de) = maar | μή (me) = opdat niet | τις (tis) = iemand | εἰς (eis) = omtrent | ἐμὲ (eme) = mij | λογίσηται (logisetai) = rekent | ὑπὲρ (hyper) = boven | ὃ (ho) = wat | βλέπει (blepei) = hij ziet | με (me) = mij | ἢ (e) = of | ἀκούει (akouei) = hij hoort | τι (ti) = iets | ἐξ (ex) = uit | ἐμοῦ (emou) = mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φείδομαι (feidomai), ‘zich inhouden’. λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen, beoordelen’. ### Een doorn in het vlees **12:7** en door de overmaat van de onthullingen. Daarom is mij, opdat ik mij niet zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel van Satan, om mij te mishandelen, opdat ik mij niet zou verheffen. Brontekst: καὶ (kai) = en | τῇ (te) = door de | ὑπερβολῇ (hyperbole) = overmaat | τῶν (ton) = van de | ἀποκαλύψεων (apokalypseon) = onthullingen | διὸ (dio) = daarom | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ὑπεραίρωμαι (hyperairomai) = ik mij verhef | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | μοι (moi) = mij | σκόλοψ (skolops) = doorn | τῇ (te) = in het | σαρκί (sarki) = vlees | ἄγγελος (angelos) = engel | Σατανᾶ (Satana) = van Satan | ἵνα (hina) = opdat | με (me) = mij | κολαφίζῃ (kolaphize) = hij mishandelt | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ὑπεραίρωμαι (hyperairomai) = ik mij verhef Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het eerste deel (‘en door de overmaat van de onthullingen’) sluit in het Grieks aan op vers 6. σκόλοψ (skolops), ‘doorn’: eigenlijk een scherpe paal of pin. τῇ σαρκί (te sarki), ‘in het vlees’ of ‘voor het vlees’: wat de doorn was, zegt de tekst niet. ἄγγελος Σατανᾶ (angelos Satana), ‘engel van Satan’: een gezant van de tegenstander. κολαφίζω (kolafizo), ‘met vuisten slaan, mishandelen’. ὑπεραίρομαι (hyperairomai), ‘zich verheffen’. De zin ‘opdat ik mij niet zou verheffen’ staat twee keer in het Grieks; bij de tweede keer geeft de SBLGNT een variant aan. Voetnoot : Zie ook Gal. 4:13–14. Zie ook: Gal 4:13–14; 2 Kor 12:6 **12:8** Hierover heb ik de Heer drie keer gesmeekt dat deze van mij zou weggaan. Brontekst: ὑπὲρ (hyper) = over | τούτου (toutou) = dit | τρὶς (tris) = driemaal | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | παρεκάλεσα (parekalesa) = smeekte ik | ἵνα (hina) = opdat | ἀποστῇ (aposte) = hij zou weggaan | ἀπ’ (ap’) = van | ἐμοῦ (emou) = mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De Heer’ is hier Yeshua; vergelijk ‘de kracht van de Messias’ in vers 9. παρακαλέω (parakaleo), hier ‘smeken’. ‘Deze’ in ‘dat deze van mij zou weggaan’ is de doorn, de engel van Satan. Zie ook: 2 Kor 12:9 **12:9** En Hij heeft tegen mij gezegd: **„Mijn genade is voldoende voor je, want de kracht wordt in zwakheid voltooid.”** Zeer graag zal ik dus liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van de Messias over mij komt wonen. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἴρηκέν (eireken) = Hij heeft gezegd | μοι (moi) = tot mij | Ἀρκεῖ (Arkei) = is voldoende | σοι (soi) = voor je | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | μου (mou) = Mijn | ἡ (he) = de | γὰρ (gar) = want | δύναμις (dynamis) = kracht | ἐν (en) = in | ἀσθενείᾳ (astheneia) = zwakheid | τελεῖται (teleitai) = wordt voltooid | ἥδιστα (hedista) = zeer graag | οὖν (oun) = dus | μᾶλλον (mallon) = liever | καυχήσομαι (kauchesomai) = zal ik roemen | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἀσθενείαις (astheneiais) = zwakheden | μου (mou) = mijn | ἵνα (hina) = opdat | ἐπισκηνώσῃ (episkenose) = als in een tent zal wonen | ἐπ’ (ep’) = over | ἐμὲ (eme) = mij | ἡ (he) = de | δύναμις (dynamis) = kracht | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het antwoord is van de Heer, Yeshua; daarom staat het in rood. ἀρκέω (arkeo), ‘voldoende zijn’. τελέω (teleo), ‘voltooien’: tot volle werking brengen. ἐπισκηνόω (episkenoo), ‘als in een tent wonen over’; het woord is verwant aan σκηνόω (skenoo), ‘wonen’, in Joh. 1:14. δύναμις (dynamis), ‘kracht’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert bij ‘de kracht’ een tekstvariant. Sommige handschriften hebben ‘Mijn kracht’ (μου). Voetnoot : Zie ook Joh. 1:14. Zie ook: Joh 1:14 **12:10** Daarom schep ik behagen in zwakheden, in smaad, in noden, in vervolgingen en benauwdheden, voor de Messias. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | εὐδοκῶ (eudoko) = schep ik behagen | ἐν (en) = in | ἀσθενείαις (astheneiais) = zwakheden | ἐν (en) = in | ὕβρεσιν (hybresin) = smaad | ἐν (en) = in | ἀνάγκαις (anankais) = noden | ἐν (en) = in | διωγμοῖς (diogmois) = vervolgingen | καὶ (kai) = en | στενοχωρίαις (stenochoriais) = benauwdheden | ὑπὲρ (hyper) = voor | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ὅταν (hotan) = wanneer | γὰρ (gar) = want | ἀσθενῶ (astheno) = ik zwak ben | τότε (tote) = dan | δυνατός (dynatos) = sterk | εἰμι (eimi) = ben ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐδοκέω (eudokeo), ‘behagen scheppen’: tevreden zijn met. ὕβρις (hybris), ‘smaad’: hoon, mishandeling. ἀνάγκη (anagke), ‘nood’. διωγμός (diogmos), ‘vervolging’. στενοχωρία (stenochoria), ‘benauwdheid’: letterlijk ‘nauwe ruimte’. δυνατός (dynatos), ‘sterk’. Vergelijk de opsomming in 6:4–5. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 6:4–5. Zie ook: 2 Kor 6:4–5 ### De tekenen van een apostel **12:11** Ik ben een dwaas geworden. Jullie hebben mij gedwongen. Ik had immers door jullie aanbevolen moeten worden. Want ik ben in niets tekortgeschoten bij de hoogverheven apostelen, ook al ben ik niets. Brontekst: Γέγονα (Gegona) = ik ben geworden | ἄφρων (aphron) = dwaas | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | με (me) = mij | ἠναγκάσατε (enankasate) = dwongen | ἐγὼ (ego) = ik | γὰρ (gar) = want | ὤφειλον (opheilon) = moest | ὑφ’ (hyph’) = door | ὑμῶν (hymon) = jullie | συνίστασθαι (synistasthai) = aanbevolen te worden | οὐδὲν (ouden) = niets | γὰρ (gar) = want | ὑστέρησα (hysteresa) = schoot ik tekort | τῶν (ton) = van de | ὑπερλίαν (hyperlian) = hoogverheven | ἀποστόλων (apostolon) = apostelen | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | οὐδέν (ouden) = niets | εἰμι (eimi) = ben ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄφρων (afron), ‘dwaas’: zie 11:1. συνίστημι (synistemi), ‘aanbevelen’: zie 10:12. ὑπερλίαν ἀπόστολοι: zie 11:5. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 11:5. Zie ook: 2 Kor 11:5 **12:12** De tekenen van de apostel zijn onder jullie gewerkt in alle volharding, met tekenen en wonderen en krachten. Brontekst: τὰ (ta) = de | μὲν (men) = wel | σημεῖα (semeia) = tekenen | τοῦ (tou) = van de | ἀποστόλου (apostolou) = apostel | κατειργάσθη (kateirgasthe) = zijn gewerkt | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἐν (en) = in | πάσῃ (pase) = alle | ὑπομονῇ (hypomone) = volharding | σημείοις (semeiois) = met tekenen | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = en | τέρασιν (terasin) = wonderen | καὶ (kai) = en | δυνάμεσιν (dynamesin) = krachten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σημεῖον (semeion), ‘teken’; τέρας (teras), ‘wonder’; δύναμις (dynamis), hier ‘kracht’: een daad van kracht. Drie woorden voor wat Elohim door de apostel deed. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’. Voetnoot : Zie ook Hand. 14:3. Zie ook: Hand 14:3 **12:13** Want waarin zijn jullie achtergesteld bij de overige gemeenten, behalve dat ikzelf jullie niet tot last was? Vergeef mij dit onrecht. Brontekst: τί (ti) = wat | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is het | ὃ (ho) = waarin | ἡσσώθητε (hessothete) = jullie werden achtergesteld | ὑπὲρ (hyper) = boven | τὰς (tas) = de | λοιπὰς (loipas) = overige | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeenten | εἰ (ei) = indien | μὴ (me) = niet | ὅτι (hoti) = dat | αὐτὸς (autos) = zelf | ἐγὼ (ego) = ik | οὐ (ou) = niet | κατενάρκησα (katenarkesa) = was tot last | ὑμῶν (hymon) = van jullie | χαρίσασθέ (charisasthe) = vergeef | μοι (moi) = mij | τὴν (ten) = het | ἀδικίαν (adikian) = onrecht | ταύτην (tauten) = dit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡσσάομαι (hessaomai), ‘achtergesteld worden’: er bekaaid afkomen. καταναρκάω (katanarkao), ‘tot last zijn’: zie 11:9. ἀδικία (adikia), ‘onrecht’. χαρίζομαι (charizomai), ‘vergeven’: eigenlijk ‘uit genade schenken’. Vergelijk 11:8–9, waar Paulus steun van andere gemeenten aannam. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 11:8–9. Zie ook: 2 Kor 11:8–9 ### Paulus staat klaar om te komen **12:14** Zie, dit is de derde keer dat ik klaarsta om naar jullie te komen, en ik zal geen last zijn. Want ik zoek niet wat van jullie is, maar jullie. De kinderen horen immers niet voor hun ouders te sparen, maar de ouders voor hun kinderen. Brontekst: Ἰδοὺ (Idou) = zie | τρίτον (triton) = derde | τοῦτο (touto) = dit | ἑτοίμως (hetoimos) = bereid | ἔχω (echo) = heb ik | ἐλθεῖν (elthein) = te komen | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | καταναρκήσω (katanarkeso) = zal ik tot last zijn | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ζητῶ (zeto) = zoek ik | τὰ (ta) = de dingen | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἀλλὰ (alla) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ὀφείλει (opheilei) = behoort | τὰ (ta) = de | τέκνα (tekna) = kinderen | τοῖς (tois) = aan de | γονεῦσιν (goneusin) = ouders | θησαυρίζειν (thesaurizein) = schatten te sparen | ἀλλὰ (alla) = maar | οἱ (hoi) = de | γονεῖς (goneis) = ouders | τοῖς (tois) = aan de | τέκνοις (teknois) = kinderen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Voor de derde keer’: het Grieks kan betekenen dat Paulus nu voor de derde keer klaarstaat om te komen, of dat dit zijn derde bezoek zal zijn. Vergelijk 13:1–2. θησαυρίζω (thesaurizo), ‘schatten opsparen’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 13:1–2. Zie ook: 2 Kor 13:1–2 **12:15** Ik echter zal zeer graag uitgeven en mijzelf geheel uitgeven voor jullie zielen. Word ik minder liefgehad als ik jullie meer liefheb? Brontekst: ἐγὼ (ego) = ik | δὲ (de) = maar | ἥδιστα (hedista) = zeer graag | δαπανήσω (dapaneso) = zal besteden | καὶ (kai) = en | ἐκδαπανηθήσομαι (ekdapanethesomai) = zal mijzelf geheel besteden | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῶν (ton) = de | ψυχῶν (psychon) = zielen | ὑμῶν (hymon) = van jullie | εἰ (ei) = als | περισσοτέρως (perissoteros) = overvloediger | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀγαπῶν (agapon) = liefhebbend | ἧσσον (hesson) = minder | ἀγαπῶμαι (agapomai) = word ik liefgehad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δαπανάω (dapanao), ‘uitgeven’; ἐκδαπανάω (ekdapanao), ‘geheel uitgeven, uitputten’. ψυχή (psyche), ‘ziel’: ook ‘leven’, de mens zelf. **12:16** Laat het zo zijn: ik heb jullie niet tot last gezwaard. Maar, sluw als ik ben, heb ik jullie met list gevangen. Brontekst: ἔστω (esto) = laat het zijn | δέ (de) = maar | ἐγὼ (ego) = ik | οὐ (ou) = niet | κατεβάρησα (katebaresa) = zwaarde tot last | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀλλὰ (alla) = maar | ὑπάρχων (hyparchon) = zijnde | πανοῦργος (panourgos) = sluw | δόλῳ (dolo) = met list | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἔλαβον (elabon) = nam ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταβαρέω (katabareo), ‘tot last zijn’: zwaar maken. πανοῦργος (panourgos), ‘sluw’; δόλος (dolos), ‘list’. Dit klinkt als een verwijt dat Paulus aanhaalt; het Grieks zegt niet wie het maakt. Vergelijk 10:10. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 10:10. Zie ook: 2 Kor 10:10 **12:17** Heb ik jullie soms uitgebuit door iemand van hen die ik naar jullie gezonden heb? Brontekst: μή (me) = toch niet | τινα (tina) = iemand | ὧν (hon) = van wie | ἀπέσταλκα (apestalka) = heb ik gezonden | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | δι’ (di’) = door | αὐτοῦ (autou) = hem | ἐπλεονέκτησα (epleonektesa) = buitte ik uit | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλεονεκτέω (pleonekteo), ‘uitbuiten’: zie 7:2. ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 7:2. Zie ook: 2 Kor 7:2 **12:18** Ik heb Titus verzocht te gaan en ik heb de broer met hem meegezonden. Heeft Titus jullie soms uitgebuit? Hebben wij niet in dezelfde geest gewandeld? Niet in dezelfde voetsporen? Brontekst: παρεκάλεσα (parekalesa) = verzocht ik | Τίτον (Titon) = Titus | καὶ (kai) = en | συναπέστειλα (synapesteila) = zond mee | τὸν (ton) = de | ἀδελφόν (adelphon) = broer | μήτι (meti) = toch niet | ἐπλεονέκτησεν (epleonektesen) = buitte uit | ὑμᾶς (hymas) = jullie | Τίτος (Titos) = Titus | οὐ (ou) = niet | τῷ (to) = in de | αὐτῷ (auto) = dezelfde | πνεύματι (pneumati) = geest | περιεπατήσαμεν (periepatesamen) = wandelden wij | οὐ (ou) = niet | τοῖς (tois) = in de | αὐτοῖς (autois) = dezelfde | ἴχνεσιν (ichnesin) = voetsporen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De broer’ wordt niet bij naam genoemd; vergelijk 8:18 en 8:22. πνεύματι (pneumati), ‘geest’: dezelfde houding; het Grieks kan ook ‘dezelfde Geest’ bedoelen. ἴχνος (ichnos), ‘voetspoor’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zich gedragen. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 8:16–23. Zie ook: 2 Kor 8:16–23 ### Zorg om de gemeente **12:19** Denken jullie al lang dat wij ons tegenover jullie verdedigen? Tegenover Elohim spreken wij, in de Messias. Alles, geliefden, is voor jullie opbouw. Brontekst: Πάλαι (Palai) = allang | δοκεῖτε (dokeite) = denken jullie | ὅτι (hoti) = dat | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἀπολογούμεθα (apologoumetha) = verdedigen wij ons | κατέναντι (katenanti) = tegenover | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | λαλοῦμεν (laloumen) = spreken wij | τὰ (ta) = de dingen | δὲ (de) = maar | πάντα (panta) = alles | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῆς (tes) = de | ὑμῶν (hymon) = van jullie | οἰκοδομῆς (oikodomes) = opbouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπολογέομαι (apologeomai), ‘zich verdedigen’. κατέναντι θεοῦ (katenanti theou), ‘tegenover Elohim’: voor Zijn aangezicht. οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’: zie 10:8. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 10:8. Zie ook: 2 Kor 10:8 **12:20** Want ik vrees dat ik jullie bij mijn komst misschien niet vind zoals ik wil, en dat jullie mij vinden zoals jullie niet willen. Misschien is er twist, naijver, driftbuien, zelfzucht, kwaadsprekerij, fluisterpraat, opgeblazenheid, onrust. Brontekst: φοβοῦμαι (phoboumai) = ik vrees | γὰρ (gar) = want | μή (me) = dat niet | πως (pos) = misschien | ἐλθὼν (elthon) = gekomen | οὐχ (ouch) = niet | οἵους (hoious) = zodanig | θέλω (thelo) = ik wil | εὕρω (heuro) = vind | ὑμᾶς (hymas) = jullie | κἀγὼ (kago) = en ik | εὑρεθῶ (heuretho) = gevonden word | ὑμῖν (hymin) = door jullie | οἷον (hoion) = zodanig | οὐ (ou) = niet | θέλετε (thelete) = jullie willen | μή (me) = dat niet | πως (pos) = misschien | ἔρις (eris) = twist | ζῆλος (zelos) = naijver | θυμοί (thymoi) = driftbuien | ἐριθεῖαι (eritheiai) = zelfzucht | καταλαλιαί (katalaliai) = kwaadsprekerij | ψιθυρισμοί (psithyrismoi) = fluisterpraat | φυσιώσεις (physioseis) = opgeblazenheid | ἀκαταστασίαι (akatastasiai) = onrust Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Een lijst van gebreken. ἔρις (eris), ‘twist’; ζῆλος (zelos), hier ‘naijver’; θυμός (thymos), ‘driftbui’; ἐριθεία (eritheia), ‘zelfzucht’; καταλαλιά (katalalia), ‘kwaadsprekerij’; ψιθυρισμός (psithyrismos), ‘fluisterpraat’: heimelijk kwaadspreken; φυσίωσις (fysiosis), ‘opgeblazenheid’; ἀκαταστασία (akatastasia), ‘onrust’, zoals in 6:5. Vergelijk de lijst in Gal. 5:19–21. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:19–21. Zie ook: Gal 5:19–21 **12:21** Misschien zal mijn Elohim mij weer vernederen bij jullie, als ik kom. En misschien moet ik rouwen over velen die eerder gezondigd hebben. Zij hebben zich niet bekeerd van de onreinheid, de ontucht en de losbandigheid die zij bedreven hebben. Brontekst: μὴ (me) = dat niet | πάλιν (palin) = opnieuw | ἐλθόντος (elthontos) = gekomen zijnde | μου (mou) = ik | ταπεινώσῃ (tapeinose) = zal vernederen | με (me) = mij | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | μου (mou) = mijn | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | πενθήσω (pentheso) = zal rouwen over | πολλοὺς (pollous) = velen | τῶν (ton) = van degenen | προημαρτηκότων (proemartekoton) = die eerder gezondigd hebben | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | μετανοησάντων (metanoesanton) = zich bekeerd hebbend | ἐπὶ (epi) = over | τῇ (te) = de | ἀκαθαρσίᾳ (akatharsia) = onreinheid | καὶ (kai) = en | πορνείᾳ (porneia) = ontucht | καὶ (kai) = en | ἀσελγείᾳ (aselgeia) = losbandigheid | ᾗ (he) = die | ἔπραξαν (epraxan) = zij bedreven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ταπεινόω (tapeinoo), ‘vernederen’: zie 11:7. ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’; πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele immoraliteit in het algemeen; ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’. προαμαρτάνω (proamartano), ‘eerder zondigen’. μετανοέω (metanoeo), ‘zich bekeren’. De zin hangt in het Grieks af van ‘ik vrees’ in vers 20; wij splitsen hem en vullen ‘misschien’ aan. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:19. Zie ook: Gal 5:19; 2 Kor 12:20 ## 2 Korintiërs 13 _Twee of drie getuigen, de Messias in zwakheid en kracht, stel jullie zelf op de proef en de slotgroet_ ### De derde keer en een waarschuwing vooraf **13:1** Dit is de derde keer dat ik naar jullie kom. „Op het woord van twee getuigen en van drie zal elke zaak vaststaan.” Brontekst: Τρίτον (Triton) = derde | τοῦτο (touto) = dit | ἔρχομαι (erchomai) = kom ik | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐπὶ (epi) = op | στόματος (stomatos) = mond | δύο (dyo) = van twee | μαρτύρων (martyron) = getuigen | καὶ (kai) = en | τριῶν (trion) = van drie | σταθήσεται (stathesetai) = zal vaststaan | πᾶν (pan) = elk | ῥῆμα (rhema) = woord Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit is een citaat uit Deut. 19:15. Ons Hebreeuws zegt: ‘Op het woord van twee getuigen of op het woord van drie getuigen staat de zaak vast.’ Het Grieks heeft ‘en’ waar het Hebreeuws ‘of’ heeft. ῥῆμα (rhema), ‘woord’ en ook ‘zaak’: wij volgen hier ons Deuteronomium. Hoe Paulus de regel op zijn bezoek toepast, zegt de tekst niet. Over ‘de derde keer’ zie 12:14. Voetnoot : Zie ook Deut. 19:15; Matt. 18:16; Joh. 8:17; 2 Kor. 12:14. Zie ook: Deut 19:15; Mat 18:16; Joh 8:17; 2 Kor 12:14 **13:2** Ik heb het eerder gezegd en ik zeg het vooraf, zoals toen ik de tweede keer aanwezig was, en nu afwezig. Tegen hen die eerder gezondigd hebben en tegen alle anderen: als ik weer kom, zal ik niet sparen. Brontekst: προείρηκα (proeireka) = ik heb eerder gezegd | καὶ (kai) = en | προλέγω (prolego) = zeg vooraf | ὡς (hos) = zoals | παρὼν (paron) = aanwezig zijnde | τὸ (to) = het | δεύτερον (deuteron) = tweede | καὶ (kai) = en | ἀπὼν (apon) = afwezig zijnde | νῦν (nyn) = nu | τοῖς (tois) = aan degenen | προημαρτηκόσιν (proemartekosin) = die eerder gezondigd hebben | καὶ (kai) = en | τοῖς (tois) = aan de | λοιποῖς (loipois) = overige | πᾶσιν (pasin) = allen | ὅτι (hoti) = dat | ἐὰν (ean) = als | ἔλθω (eltho) = ik kom | εἰς (eis) = naar | τὸ (to) = het | πάλιν (palin) = opnieuw | οὐ (ou) = niet | φείσομαι (pheisomai) = zal ik sparen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προλέγω (prolego), ‘vooraf zeggen’. ‘De tweede keer’ wijst op het tweede bezoek van Paulus aan Korinte, of op de tweede keer dat hij waarschuwt; vergelijk 12:14. προαμαρτάνω (proamartano), ‘eerder zondigen’: zie 12:21. φείδομαι (feidomai), ‘sparen’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 12:21. Zie ook: 2 Kor 12:21 **13:3** Want jullie zoeken een bewijs dat de Messias in mij spreekt. Hij is tegenover jullie niet zwak, maar machtig onder jullie. Brontekst: ἐπεὶ (epei) = omdat | δοκιμὴν (dokimen) = bewijs | ζητεῖτε (zeteite) = zoeken jullie | τοῦ (tou) = van de | ἐν (en) = in | ἐμοὶ (emoi) = mij | λαλοῦντος (lalountos) = sprekende | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ὃς (hos) = die | εἰς (eis) = tegenover | ὑμᾶς (hymas) = jullie | οὐκ (ouk) = niet | ἀσθενεῖ (asthenei) = is zwak | ἀλλὰ (alla) = maar | δυνατεῖ (dynatei) = is machtig | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκιμή (dokime), ‘beproefdheid’, hier ‘bewijs’: wat de toets doorstaat; zie 2:9 en 8:2. ἀσθενέω (astheneo), ‘zwak zijn’; δυνατέω (dynateo), ‘machtig zijn’. ‘Hij’ is de Messias. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 12:9. Zie ook: 2 Kor 12:9 **13:4** Want Hij is gekruisigd uit zwakheid, maar Hij leeft uit de kracht van Elohim. Want ook wij zijn zwak in Hem, maar wij zullen met Hem leven, uit de kracht van Elohim, voor jullie. Brontekst: καὶ (kai) = en | γὰρ (gar) = want | ἐσταυρώθη (estaurothe) = werd gekruisigd | ἐξ (ex) = uit | ἀσθενείας (astheneias) = zwakheid | ἀλλὰ (alla) = maar | ζῇ (ze) = leeft | ἐκ (ek) = uit | δυνάμεως (dynameos) = kracht | θεοῦ (theou) = van Elohim | καὶ (kai) = en | γὰρ (gar) = want | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἀσθενοῦμεν (asthenoumen) = zijn zwak | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | ἀλλὰ (alla) = maar | ζήσομεν (zesomen) = zullen leven | σὺν (syn) = met | αὐτῷ (auto) = Hem | ἐκ (ek) = uit | δυνάμεως (dynameos) = kracht | θεοῦ (theou) = van Elohim | εἰς (eis) = tot | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐσταυρώθη ἐξ ἀσθενείας (estaurothe ex astheneias), ‘Hij is gekruisigd uit zwakheid’; ζῇ ἐκ δυνάμεως θεοῦ (ze ek dynameos theou), ‘Hij leeft uit de kracht van Elohim’. De zwakheid en kracht van de Messias lopen parallel met die van Paulus: ‘zwak in Hem’, ‘met Hem leven’. εἰς ὑμᾶς (eis hymas), ‘voor jullie’: ook ‘tegenover jullie’ of ‘onder jullie’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 12:9–10. Zie ook: 2 Kor 12:9–10 ### Stel jullie zelf op de proef **13:5** Stel jullie zelf op de proef, of jullie in het geloof zijn. Toets jullie zelf. Of erkennen jullie niet dat Yeshua de Messias in jullie is? Tenzij jullie afgekeurd zijn. Brontekst: Ἑαυτοὺς (Heautous) = jullie zelf | πειράζετε (peirazete) = stellen op de proef | εἰ (ei) = of | ἐστὲ (este) = jullie zijn | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | πίστει (pistei) = geloof | ἑαυτοὺς (heautous) = jullie zelf | δοκιμάζετε (dokimazete) = toetsen | ἢ (e) = of | οὐκ (ouk) = niet | ἐπιγινώσκετε (epiginoskete) = erkennen jullie | ἑαυτοὺς (heautous) = jullie zelf | ὅτι (hoti) = dat | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | εἰ (ei) = tenzij | μήτι (meti) = misschien | ἀδόκιμοί (adokimoi) = afgekeurd | ἐστε (este) = jullie zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’; δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’. ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘erkennen’, zoals in 1:13. ἀδόκιμος (adokimos), ‘afgekeurd’: wie de toets niet doorstaat; het tegenovergestelde van δόκιμος, ‘goedgekeurd’ (vers 7). ‘Yeshua de Messias in jullie’ vergelijk Gal. 2:20 en Gal. 4:19. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:20; Gal. 4:19. Zie ook: Gal 2:20; Gal 4:19; 2 Kor 13:7 **13:6** Ik hoop dat jullie zullen weten dat wij niet afgekeurd zijn. Brontekst: ἐλπίζω (elpizo) = ik hoop | δὲ (de) = maar | ὅτι (hoti) = dat | γνώσεσθε (gnosesthe) = zullen weten | ὅτι (hoti) = dat | ἡμεῖς (hemeis) = wij | οὐκ (ouk) = niet | ἐσμὲν (esmen) = zijn | ἀδόκιμοι (adokimoi) = afgekeurd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδόκιμος (adokimos), ‘afgekeurd’: zie vers 5. Zie ook: 2 Kor 13:5 **13:7** Wij bidden tot Elohim dat jullie niets kwaads doen. Niet opdat wij goedgekeurd lijken, maar opdat jullie het goede doen, ook al zijn wij als afgekeurden. Brontekst: εὐχόμεθα (euchometha) = wij bidden | δὲ (de) = maar | πρὸς (pros) = tot | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | μὴ (me) = niet | ποιῆσαι (poiesai) = te doen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | κακὸν (kakon) = kwaad | μηδέν (meden) = niets | οὐχ (ouch) = niet | ἵνα (hina) = opdat | ἡμεῖς (hemeis) = wij | δόκιμοι (dokimoi) = goedgekeurd | φανῶμεν (phanomen) = lijken | ἀλλ’ (all’) = maar | ἵνα (hina) = opdat | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | τὸ (to) = het | καλὸν (kalon) = goede | ποιῆτε (poiete) = doen | ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = maar | ὡς (hos) = als | ἀδόκιμοι (adokimoi) = afgekeurd | ὦμεν (omen) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δόκιμος (dokimos), ‘goedgekeurd’: wie de toets doorstaan heeft; vergelijk 10:18. ἀδόκιμος (adokimos), ‘afgekeurd’: zie vers 5. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 10:18. Zie ook: 2 Kor 10:18; 2 Kor 13:5 **13:8** Want wij kunnen niets tegen de waarheid, maar voor de waarheid. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | δυνάμεθά (dynametha) = kunnen wij | τι (ti) = iets | κατὰ (kata) = tegen | τῆς (tes) = de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | ἀλλὰ (alla) = maar | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῆς (tes) = de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid Bron: SBLGNT **13:9** Want wij verheugen ons wanneer wij zwak zijn en jullie sterk. Dit bidden wij ook: jullie herstel. Brontekst: χαίρομεν (chairomen) = verheugen wij ons | γὰρ (gar) = want | ὅταν (hotan) = wanneer | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἀσθενῶμεν (asthenomen) = zwak zijn | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | δὲ (de) = maar | δυνατοὶ (dynatoi) = sterk | ἦτε (ete) = zijn | τοῦτο (touto) = dit | καὶ (kai) = ook | εὐχόμεθα (euchometha) = bidden wij | τὴν (ten) = het | ὑμῶν (hymon) = van jullie | κατάρτισιν (katartisin) = herstel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατάρτισις (katartisis), ‘herstel’: het in orde brengen; verwant met καταρτίζω (katartizo) in vers 11. Het werkwoord staat ook voor het herstellen van netten in Matt. 4:21. δυνατός (dynatos), ‘sterk’: vergelijk 12:10. Voetnoot : Zie ook Matt. 4:21. Zie ook: Mat 4:21; 2 Kor 13:11 **13:10** Daarom schrijf ik dit terwijl ik afwezig ben. Zo hoef ik, als ik aanwezig ben, niet streng op te treden met het gezag dat de Heer mij gegeven heeft, tot opbouw en niet tot neerhalen. Brontekst: διὰ (dia) = daarom | τοῦτο (touto) = dit | ταῦτα (tauta) = deze dingen | ἀπὼν (apon) = afwezig zijnde | γράφω (grapho) = schrijf ik | ἵνα (hina) = opdat | παρὼν (paron) = aanwezig zijnde | μὴ (me) = niet | ἀποτόμως (apotomos) = streng | χρήσωμαι (chresomai) = ik optreed | κατὰ (kata) = naar | τὴν (ten) = het | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | ἣν (hen) = dat | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἔδωκέν (edoken) = gaf | μοι (moi) = mij | εἰς (eis) = tot | οἰκοδομὴν (oikodomen) = opbouw | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | εἰς (eis) = tot | καθαίρεσιν (kathairesin) = neerhalen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποτόμως (apotomos), ‘streng’: letterlijk ‘afgesneden’. Het slot herhaalt de woorden van 10:8: het gezag is gegeven ‘tot opbouw en niet tot neerhalen’. ἐξουσία (exousia), ‘gezag’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 10:8. Zie ook: 2 Kor 10:8 ### Slotwoorden en groet **13:11** Tot slot, broers: wees verheugd, word hersteld, laat jullie aansporen, wees eensgezind, leef in vrede. En de Elohim van liefde en vrede zal met jullie zijn. Brontekst: Λοιπόν (Loipon) = tot slot | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | χαίρετε (chairete) = wees verheugd | καταρτίζεσθε (katartizesthe) = word hersteld | παρακαλεῖσθε (parakaleisthe) = laat jullie aansporen | τὸ (to) = het | αὐτὸ (auto) = zelfde | φρονεῖτε (phroneite) = denk | εἰρηνεύετε (eireneuete) = leef in vrede | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τῆς (tes) = van de | ἀγάπης (agapes) = liefde | καὶ (kai) = en | εἰρήνης (eirenes) = vrede | ἔσται (estai) = zal zijn | μεθ’ (meth’) = met | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λοιπόν (loipon), ‘tot slot’. χαίρετε (chairete), ‘wees verheugd’: ook een gebruikelijke groet. καταρτίζεσθε (katartizesthe), ‘word hersteld’: vergelijk vers 9. παρακαλεῖσθε (parakaleisthe): ‘laat jullie aansporen’; het Grieks kan ook ‘laat je troosten’ of ‘luister naar mijn oproep’ betekenen. τὸ αὐτὸ φρονεῖτε (to auto froneite), letterlijk ‘denk hetzelfde’. εἰρηνεύω (eireneuo), ‘in vrede leven’. Zie ook: 2 Kor 13:9 **13:12** Groet elkaar met een heilige kus. Alle heiligen groeten jullie. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ἐν (en) = met | ἁγίῳ (hagio) = heilige | φιλήματι (philemati) = kus | ἀσπάζονται (aspazontai) = groeten | ὑμᾶς (hymas) = jullie | οἱ (hoi) = de | ἅγιοι (hagioi) = heiligen | πάντες (pantes) = allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φίλημα ἅγιον (filema hagion), ‘heilige kus’: een kus als groet tussen gelovigen. De kus komt in meer brieven voor als groet. ‘Alle heiligen’: alle gelovigen bij Paulus; wie precies bedoeld is, zegt de tekst niet. Voetnoot : Zie ook Rom. 16:16; 1 Kor. 16:20; 1 Tess. 5:26. Zie ook: 1 Tess 5:26; 1 Kor 16:20; Rom 16:16 **13:13** De genade van de Heer Yeshua de Messias, de liefde van Elohim en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met jullie allen. Brontekst: ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | κοινωνία (koinonia) = gemeenschap | τοῦ (tou) = van de | ἁγίου (hagiou) = Heilige | πνεύματος (pneumatos) = Geest | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Een zegenbede met de drie: de Heer Yeshua de Messias, Elohim en de Heilige Geest. κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: ook ‘deelname aan’; het kan zowel de gemeenschap zijn die de Geest geeft als deelname aan de Geest. Het Grieks heeft geen werkwoord; ‘zij’ vullen wij aan. Sommige uitgaven tellen deze zin als vers 14. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 8:4. Zie ook: 2 Kor 8:4; 2 Kor 13:14