# 1 Timoteüs (Πρὸς Τιμόθεον Α, Pros Timotheon I) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## 1 Timotheüs 1 _Aanhef, waarschuwing tegen ander onderwijs, de wet, Paulus en de ontferming, en de opdracht aan Timoteüs_ ### Aanhef **1:1** Paulus, apostel van Yeshua de Messias volgens het bevel van Elohim, onze Redder, en van Yeshua de Messias, onze hoop, Brontekst: Παῦλος (Paulos) = Paulus | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | κατ’ (kat’) = volgens | ἐπιταγὴν (epitagen) = bevel | θεοῦ (theou) = van Elohim | σωτῆρος (soteros) = Redder | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τῆς (tes) = van de | ἐλπίδος (elpidos) = hoop | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἐπιταγή (epitage), ‘bevel’: een gebod met gezag. σωτήρ (soter), ‘Redder’: hier van Elohim; in vers 1 staat ook ‘Yeshua de Messias, onze hoop’. Het woord ‘Redder’ wordt in de brieven aan Timoteüs en Titus zowel van Elohim als van Yeshua gebruikt; vergelijk 2:3 en 4:10. ἐλπίς (elpis), ‘hoop’. Voetnoot : Zie ook Tit. 1:3–4; Luc. 1:47. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier, bij beide keren ‘Yeshua de Messias’, een variant. Wij vertalen steeds ‘Yeshua de Messias’. Zie ook: Luc 1:47; Tit 1:3–4 **1:2** aan Timoteüs, mijn echte kind in het geloof: genade, barmhartigheid en vrede van Elohim, de Vader, en van Yeshua de Messias, onze Heer. Brontekst: Τιμοθέῳ (Timotheo) = aan Timoteüs | γνησίῳ (gnesio) = echt | τέκνῳ (tekno) = kind | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof | χάρις (charis) = genade | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | καὶ (kai) = en | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Timoteüs (Τιμόθεος) is de medewerker van Paulus uit Hand. 16:1–3. γνήσιος (gnesios), ‘echt’: een kind dat werkelijk bij de vader hoort. τέκνον (teknon), ‘kind’. ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’: medelijden dat tot handelen leidt. In de groet van deze brief staat, anders dan in de brieven aan gemeenten, ook ‘barmhartigheid’ tussen ‘genade’ en ‘vrede’. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:1–3; 2 Tim. 1:2. Voetnoot Lezing: Bij ‘Vader’ markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hand 16:1–3; 2 Tim 1:2 ### Geen ander onderwijs **1:3** Zoals ik je aanspoorde in Efeze te blijven toen ik naar Macedonië ging, opdat je sommigen opdraagt geen ander onderwijs te geven Brontekst: Καθὼς (Kathos) = zoals | παρεκάλεσά (parekalesa) = ik spoorde aan | σε (se) = jou | προσμεῖναι (prosmeinai) = te blijven | ἐν (en) = in | Ἐφέσῳ (Epheso) = Efeze | πορευόμενος (poreuomenos) = gaande | εἰς (eis) = naar | Μακεδονίαν (Makedonian) = Macedonië | ἵνα (hina) = opdat | παραγγείλῃς (parangeiles) = je opdraagt | τισὶν (tisin) = aan sommigen | μὴ (me) = niet | ἑτεροδιδασκαλεῖν (heterodidaskalein) = ander onderwijs te geven Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk. Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia. Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: De Griekse zin begint met ‘zoals’ en heeft geen hoofdzin: het vervolg ‘zo doe ik nu ook’ ontbreekt. Paulus heeft zijn zin niet afgemaakt. Wij laten de zin zoals hij is. Efeze (Ἔφεσος) is de stad in Asia waar Paulus lang werkte, Macedonië het gebied ten noorden van Achaje. ἑτεροδιδασκαλέω (heterodidaskaleo), ‘ander onderwijs geven’: een eigen woord uit de brieven aan Timoteüs; wij houden ‘ander onderwijs’ aan, ook in 6:3. παραγγέλλω (parangello), ‘opdragen’. Voetnoot : Zie ook Hand. 19:1; Hand. 20:1; Hand. 20:17. Zie ook: Hand 19:1; Hand 20:1; Hand 20:17 **1:4** en zich niet te houden aan mythen en eindeloze geslachtsregisters. Die brengen meer onderzoekingen voort dan het beheer van Elohim, dat in geloof is. Brontekst: μηδὲ (mede) = noch | προσέχειν (prosechein) = zich te houden aan | μύθοις (mythois) = mythen | καὶ (kai) = en | γενεαλογίαις (genealogiais) = geslachtsregisters | ἀπεράντοις (aperantois) = eindeloze | αἵτινες (haitines) = die | ἐκζητήσεις (ekzeteseis) = onderzoekingen | παρέχουσι (parechousi) = brengen voort | μᾶλλον (mallon) = meer | ἢ (e) = dan | οἰκονομίαν (oikonomian) = beheer | θεοῦ (theou) = van Elohim | τὴν (ten) = het | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het ‘beheer van Elohim’ is οἰκονομία θεοῦ (oikonomia theou): de huishouding of het beheer van het huis van Elohim (zie 3:15). γενεαλογίαι (genealogiai), ‘geslachtsregisters’; welke bedoeld zijn, zegt de brief niet. ἐκζήτησις (ekzetesis), ‘onderzoeking’: nasporing; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat. In 6:4 staat ζήτησις (zetesis), ‘twistvraag’. Voetnoot Lezing: Bij ‘onderzoekingen’ (ἐκζητήσεις) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. **1:5** Het doel van de opdracht is liefde uit een zuiver hart, uit een goed geweten en uit ongeveinsd geloof. Brontekst: τὸ (to) = het | δὲ (de) = maar | τέλος (telos) = doel | τῆς (tes) = van de | παραγγελίας (parangelias) = opdracht | ἐστὶν (estin) = is | ἀγάπη (agape) = liefde | ἐκ (ek) = uit | καθαρᾶς (katharas) = zuiver | καρδίας (kardias) = hart | καὶ (kai) = en | συνειδήσεως (syneideseos) = geweten | ἀγαθῆς (agathes) = goed | καὶ (kai) = en | πίστεως (pisteos) = geloof | ἀνυποκρίτου (anypokritou) = ongeveinsd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέλος (telos), ‘doel’: ook ‘einde, uitkomst’; het gaat om waar de opdracht naartoe leidt. παραγγελία (parangelia), ‘opdracht’. ἀγάπη (agape), ‘liefde’. καρδία (kardia), ‘hart’, het innerlijk. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. ἀνυπόκριτος (anypokritos), ‘ongeveinsd’: zonder toneelspel. **1:6** Sommigen hebben dit doel gemist en zijn afgeweken naar leeg gepraat. Brontekst: ὧν (hon) = waarvan | τινες (tines) = sommigen | ἀστοχήσαντες (astochesantes) = het doel missend | ἐξετράπησαν (exetrapesan) = zijn afgeweken | εἰς (eis) = naar | ματαιολογίαν (mataiologian) = leeg gepraat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀστοχέω (astocheo), ‘het doel missen’: de beeldspraak van een boogschutter die zijn doel mist; het woord hoort bij ‘doel’ (τέλος) in vers 5. ἐκτρέπομαι (ektrepomai), ‘afwijken’: van de weg afraken. ματαιολογία (mataiologia), ‘leeg gepraat’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 6:21; 2 Tim. 2:18. Zie ook: 1 Tim 1:5; 1 Tim 6:21; 2 Tim 2:18 **1:7** Zij willen wetsleraars zijn, maar begrijpen niet wat ze zeggen en ook niet waarover ze zo stellig beweren. Brontekst: θέλοντες (thelontes) = willend | εἶναι (einai) = zijn | νομοδιδάσκαλοι (nomodidaskaloi) = wetsleraars | μὴ (me) = niet | νοοῦντες (noountes) = begrijpend | μήτε (mete) = noch | ἃ (ha) = wat | λέγουσιν (legousin) = ze zeggen | μήτε (mete) = noch | περὶ (peri) = over | τίνων (tinon) = wat | διαβεβαιοῦνται (diabebaiountai) = ze beweren stellig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νομοδιδάσκαλος (nomodidaskalos), ‘wetsleraar’: leraar van de wet; hetzelfde woord staat in Luc. 5:17 en Hand. 5:34. διαβεβαιόομαι (diabebaioomai), ‘stellig beweren’. Voetnoot : Zie ook Luc. 5:17; Hand. 5:34. Zie ook: Luc 5:17; Hand 5:34 ### De wet is goed **1:8** Wij weten dat de wet goed is, als iemand er wettig gebruik van maakt, Brontekst: Οἴδαμεν (Oidamen) = wij weten | δὲ (de) = maar | ὅτι (hoti) = dat | καλὸς (kalos) = goed | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | ἐάν (ean) = als | τις (tis) = iemand | αὐτῷ (auto) = ze | νομίμως (nomimos) = wettig | χρῆται (chretai) = gebruikt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νόμος (nomos), ‘wet’: in het Hebreeuws tora, ‘onderwijs, instructie’. Paulus noemt de wet goed, als er νομίμως (nomimos), ‘wettig’, gebruik van gemaakt wordt: het Grieks speelt met het woord ‘wet’ (nomos) en ‘wettig’ (nomimos). Wat ‘wettig gebruik’ is, zegt vers 9: de wet is gericht tegen onrecht. Voetnoot : Zie ook Rom. 7:12; Gal. 3:19–24. Zie ook: Gal 3:19–24; Rom 7:12; 1 Tim 1:9 **1:9** en weet dit: voor een rechtvaardige is de wet niet gesteld. Zij is gesteld voor wetteloze en weerspannige mensen, goddelozen en zondaars, onheiligen en ongewijden, vadermoordenaars en moedermoordenaars, doodslagers, Brontekst: εἰδὼς (eidos) = wetend | τοῦτο (touto) = dit | ὅτι (hoti) = dat | δικαίῳ (dikaio) = voor een rechtvaardige | νόμος (nomos) = wet | οὐ (ou) = niet | κεῖται (keitai) = is gesteld | ἀνόμοις (anomois) = voor wetteloze | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = en | ἀνυποτάκτοις (anypotaktois) = weerspannige | ἀσεβέσι (asebesi) = goddeloze | καὶ (kai) = en | ἁμαρτωλοῖς (hamartolois) = zondaars | ἀνοσίοις (anosiois) = onheilige | καὶ (kai) = en | βεβήλοις (bebelois) = ongewijde | πατρολῴαις (patroloais) = vadermoordenaars | καὶ (kai) = en | μητρολῴαις (metroloais) = moedermoordenaars | ἀνδροφόνοις (androphonois) = doodslagers Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De lijst in de verzen 9–10 doet denken aan geboden uit de tien geboden (vader en moeder, doodslag, ontucht); de tekst legt dat verband zelf niet. ἄνομος (anomos), ‘wetteloze’; ἀνυπότακτος (anypotaktos), ‘weerspannige’: wie zich niet onderschikt; ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’; ἁμαρτωλός (hamartolos), ‘zondaar’; ἀνόσιος (anosios), ‘onheilige’; βέβηλος (bebelos), ‘ongewijde’: wie niets heilig houdt. πατρολῴας (patroloas) en μητρολῴας (metroloas): wij vertalen ‘vadermoordenaars’ en ‘moedermoordenaars’; het Griekse woord is een samenstelling van ‘vader’ of ‘moeder’ met een tweede deel waarvan de betekenis niet zeker is; sommigen verstaan het daarom als ‘wie vader en moeder slaan’. ἀνδροφόνος (androfonos), ‘doodslager’: moordenaar van een mens. Voetnoot : Zie ook Exod. 20:12–16; Deut. 5:16–20. Zie ook: Ex 20:12–16; Deut 5:16–20 **1:10** ontuchtigen, mannen die bij mannen liggen, mensenrovers, leugenaars, meinedigen, en wat er verder ook tegen het gezonde onderwijs ingaat, Brontekst: πόρνοις (pornois) = ontuchtigen | ἀρσενοκοίταις (arsenokoitais) = mannen die bij mannen liggen | ἀνδραποδισταῖς (andrapodistais) = mensenrovers | ψεύσταις (pseustais) = leugenaars | ἐπιόρκοις (epiorkois) = meinedigen | καὶ (kai) = en | εἴ (ei) = als | τι (ti) = iets | ἕτερον (heteron) = anders | τῇ (te) = aan het | ὑγιαινούσῃ (hygiainouse) = gezonde | διδασκαλίᾳ (didaskalia) = onderwijs | ἀντίκειται (antikeitai) = tegengesteld is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πόρνος (pornos), ‘ontuchtige’: zoals in 1 Kor. 6:9. ἀρσενοκοίτης (arsenokoites): letterlijk ‘mannen die bij mannen liggen’, samengesteld uit ἄρσην (arsen), ‘man’, en κοίτη (koite), ‘bed’; het Grieks omschrijft het woord niet verder, wij geven alleen de woordbetekenis, zoals in 1 Kor. 6:9. ἀνδραποδιστής (andrapodistes), ‘mensenrover’: iemand die mensen ontvoert; het woord is afgeleid van ἀνδράποδον (andrapodon), ‘slaaf’. ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’; ἐπίορκος (epiorkos), ‘meinedige’: wie vals zweert. ὑγιαίνουσα διδασκαλία (hygiainousa didaskalia), ‘gezond onderwijs’: onderwijs dat gezond maakt en gezond is; zo ook in 6:3 (‘gezonde woorden’) en in 2 Tim. 4:3 en Tit. 1:9; 2:1. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 6:9; 2 Tim. 4:3; Tit. 1:9; Tit. 2:1. Zie ook: 1 Kor 6:9; Tit 1:9; Tit 2:1; 2 Tim 4:3 **1:11** overeenkomstig de goede boodschap van de heerlijkheid van de gelukkige Elohim, die aan mij is toevertrouwd. Brontekst: κατὰ (kata) = volgens | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | τοῦ (tou) = van de | μακαρίου (makariou) = gelukkige | θεοῦ (theou) = Elohim | ὃ (ho) = die | ἐπιστεύθην (episteuthen) = ik ben toevertrouwd | ἐγώ (ego) = ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: hier van Elohim, ‘de gelukkige Elohim’; ook ‘zalig’. Hetzelfde woord staat in 6:15. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’. ἐπιστεύθην (episteuthen), ‘ik ben toevertrouwd’: letterlijk ‘mij is vertrouwd, ik ben geloofd’; wat Paulus is toevertrouwd, is de goede boodschap. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:7; 1 Tess. 2:4. Zie ook: Gal 2:7; 1 Tess 2:4 ### Dank voor de ontferming **1:12** Ik dank Yeshua de Messias, onze Heer, die mij kracht gegeven heeft, omdat Hij mij betrouwbaar achtte en mij in de dienst gesteld heeft, Brontekst: Χάριν (Charin) = dank | ἔχω (echo) = ik heb | τῷ (to) = aan Hem die | ἐνδυναμώσαντί (endynamosanti) = kracht gaf | με (me) = mij | Χριστῷ (Christo) = aan de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τῷ (to) = aan de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | ὅτι (hoti) = omdat | πιστόν (piston) = betrouwbaar | με (me) = mij | ἡγήσατο (hegesato) = Hij achtte | θέμενος (themenos) = stellend | εἰς (eis) = in | διακονίαν (diakonian) = dienst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘kracht geven’: sterk maken. διακονία (diakonia), ‘dienst’. πιστός (pistos), ‘betrouwbaar’: ook ‘gelovig, trouw’. Paulus noemt zijn roeping een dienst. Voetnoot Lezing: Bij het eerste woord, χάριν (charin), ‘dank’, markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. **1:13** mij die vroeger een lasteraar, een vervolger en een geweldpleger was. Maar ik heb ontferming ontvangen, want ik handelde uit onwetendheid, in ongeloof. Brontekst: τὸ (to) = het | πρότερον (proteron) = vroeger | ὄντα (onta) = zijnde | βλάσφημον (blasphemon) = lasteraar | καὶ (kai) = en | διώκτην (diokten) = vervolger | καὶ (kai) = en | ὑβριστήν (hybristen) = geweldpleger | ἀλλὰ (alla) = maar | ἠλεήθην (eleethen) = ontferming ontving ik | ὅτι (hoti) = omdat | ἀγνοῶν (agnoon) = onwetend | ἐποίησα (epoiesa) = deed ik | ἐν (en) = in | ἀπιστίᾳ (apistia) = ongeloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βλάσφημος (blasfemos), ‘lasteraar’; διώκτης (dioktes), ‘vervolger’; ὑβριστής (hybristes), ‘geweldpleger’: iemand die uit hoogmoed anderen kwetst en mishandelt. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’; ‘ontferming ontvangen’ is de lijdende vorm. ἀγνοέω (agnoeo), ‘onwetend zijn’; ἀπιστία (apistia), ‘ongeloof’. Over Paulus’ vroegere leven zie Hand. 8:3; 9:1–2; 22:4–5; 26:9–11. Voetnoot : Zie ook Hand. 8:3; Hand. 9:1–2; Gal. 1:13. Voetnoot Lezing: Bij ‘vroeger’ (τὸ πρότερον) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hand 8:3; Hand 9:1; Gal 1:13 **1:14** En de genade van onze Heer was overvloedig, met het geloof en de liefde die in Yeshua de Messias zijn. Brontekst: ὑπερεπλεόνασεν (hyperepleonasen) = was overvloedig | δὲ (de) = maar | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | μετὰ (meta) = met | πίστεως (pisteos) = geloof | καὶ (kai) = en | ἀγάπης (agapes) = liefde | τῆς (tes) = die | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπερπλεονάζω (hyperpleonazo), ‘overvloedig zijn, meer dan overvloedig zijn’. ‘Het geloof en de liefde die in Yeshua de Messias zijn’: het geloof en de liefde die er zijn omdat Paulus met de Messias verbonden is. **1:15** Betrouwbaar is het woord en alle aanvaarding waard: Yeshua de Messias is in de wereld gekomen om zondaars te redden. Van hen ben ik de eerste. Brontekst: πιστὸς (pistos) = betrouwbaar | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | καὶ (kai) = en | πάσης (pases) = van alle | ἀποδοχῆς (apodoches) = aanvaarding | ἄξιος (axios) = waard | ὅτι (hoti) = dat | Χριστὸς (Christos) = de Messias | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | ἦλθεν (elthen) = kwam | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | ἁμαρτωλοὺς (hamartolous) = zondaars | σῶσαι (sosai) = te redden | ὧν (hon) = van wie | πρῶτός (protos) = eerste | εἰμι (eimi) = ben | ἐγώ (ego) = ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’: een vaste formule in deze brieven, ook in 3:1; 4:9; 2 Tim. 2:11; Tit. 3:8. ἀποδοχή (apodoche), ‘aanvaarding’: het woord dat men moet aannemen. ἁμαρτωλός (hamartolos), ‘zondaar’; σῴζω (sozo), ‘redden’. ‘Van wie ik de eerste ben’: het Grieks zegt ‘ben’, in de tegenwoordige tijd. Voetnoot : Zie ook Luc. 19:10; 1 Tim. 3:1; 1 Tim. 4:9; 2 Tim. 2:11; Tit. 3:8. Zie ook: Luc 19:10; 1 Tim 3:1; 1 Tim 4:9; Tit 3:8; 2 Tim 2:11 **1:16** Maar daarom heb ik ontferming ontvangen, opdat Yeshua de Messias in mij, de eerste, al Zijn geduld zou tonen, tot een voorbeeld voor hen die later op Hem zullen vertrouwen tot eeuwig leven. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | ἠλεήθην (eleethen) = ontving ik ontferming | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = in | ἐμοὶ (emoi) = mij | πρώτῳ (proto) = eerste | ἐνδείξηται (endeixetai) = zou tonen | Χριστὸς (Christos) = de Messias | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | τὴν (ten) = het | ἅπασαν (hapasan) = al | μακροθυμίαν (makrothymian) = geduld | πρὸς (pros) = tot | ὑποτύπωσιν (hypotyposin) = voorbeeld | τῶν (ton) = van hen die | μελλόντων (mellonton) = zullen | πιστεύειν (pisteuein) = vertrouwen | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῷ (auto) = Hem | εἰς (eis) = tot | ζωὴν (zoen) = leven | αἰώνιον (aionion) = eeuwig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘lang van gemoed’. ὑποτύπωσις (hypotyposis), ‘voorbeeld’: een schets of eerste ontwerp dat anderen kunnen volgen; hetzelfde woord staat in 2 Tim. 1:13, daar als ‘voorbeeld’ van gezonde woorden. πιστεύω ἐπί (pisteuo epi), ‘vertrouwen op’: geloven met steun op iemand. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 1:13. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier twee varianten: bij ‘Yeshua de Messias’ en bij ‘al’ (ἅπασαν). Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 2 Tim 1:13 **1:17** Aan de Koning van de eeuwen, de onvergankelijke, onzichtbare, enige Elohim, zij eer en heerlijkheid tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen. Brontekst: τῷ (to) = aan de | δὲ (de) = maar | βασιλεῖ (basilei) = Koning | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | ἀφθάρτῳ (aphtharto) = onvergankelijke | ἀοράτῳ (aorato) = onzichtbare | μόνῳ (mono) = enige | θεῷ (theo) = Elohim | τιμὴ (time) = eer | καὶ (kai) = en | δόξα (doxa) = heerlijkheid | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βασιλεὺς τῶν αἰώνων (basileus ton aionon), ‘Koning van de eeuwen’: ook ‘Koning van de tijden’; vergelijk de lofprijzing in 6:15–16. ἄφθαρτος (afthartos), ‘onvergankelijk’; ἀόρατος (aoratos), ‘onzichtbaar’. εἰς τοὺς αἰῶνας τῶν αἰώνων (eis tous aionas ton aionon), ‘tot in de eeuwen van de eeuwen’. Het vers is een lofprijzing, zonder werkwoord; wij vullen ‘zij’ aan. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 6:15–16; Rom. 16:27. Voetnoot Lezing: Bij ‘enige’ (μόνῳ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Rom 16:27; 1 Tim 6:15–16 ### De opdracht aan Timoteüs **1:18** Deze opdracht vertrouw ik je toe, kind Timoteüs, overeenkomstig de profetieën die eerder over jou zijn uitgesproken, opdat je daarin de goede veldtocht voert, Brontekst: Ταύτην (Tauten) = deze | τὴν (ten) = de | παραγγελίαν (parangelian) = opdracht | παρατίθεμαί (paratithemai) = vertrouw ik toe | σοι (soi) = aan jou | τέκνον (teknon) = kind | Τιμόθεε (Timothee) = Timoteüs | κατὰ (kata) = volgens | τὰς (tas) = de | προαγούσας (proagousas) = voorafgaande | ἐπὶ (epi) = over | σὲ (se) = jou | προφητείας (propheteias) = profetieën | ἵνα (hina) = opdat | στρατεύῃ (strateue) = je voert veldtocht | ἐν (en) = in | αὐταῖς (autais) = die | τὴν (ten) = de | καλὴν (kalen) = goede | στρατείαν (strateian) = veldtocht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρατίθεμαι (paratithemai), ‘toevertrouwen’: iets bij iemand in bewaring geven; vergelijk παραθήκη (paratheke), ‘toevertrouwd goed’, in 6:20. De ‘profetieën’ zijn uitspraken die eerder over Timoteüs gedaan zijn; vergelijk 4:14. στρατεία (strateia), ‘veldtocht’: een soldatendienst; hier met de ‘goede veldtocht’. In 6:12 staat ἀγών (agon), ‘wedstrijd’, ‘de goede wedstrijd’. De brief noemt niet welke profetieën bedoeld zijn. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:14; 1 Tim. 6:12; 1 Tim. 6:20; 2 Tim. 2:3–4. Voetnoot Lezing: Bij ‘voert’ (στρατεύῃ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tim 4:14; 1 Tim 6:12; 1 Tim 6:20; 2 Tim 2:3–4 **1:19** met geloof en een goed geweten. Dat geweten hebben sommigen van zich afgestoten, en zo hebben zij schipbreuk geleden wat het geloof betreft. Brontekst: ἔχων (echon) = hebbend | πίστιν (pistin) = geloof | καὶ (kai) = en | ἀγαθὴν (agathen) = goed | συνείδησιν (syneidesin) = geweten | ἥν (hen) = dat | τινες (tines) = sommigen | ἀπωσάμενοι (aposamenoi) = van zich afgestoten hebbend | περὶ (peri) = wat betreft | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | ἐναυάγησαν (enauagesan) = leden schipbreuk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπωθέω (apotheo), ‘van zich afstoten’; ναυαγέω (nauageo), ‘schipbreuk lijden’: het beeld van een schip dat vergaat. Wat het ‘geweten’ is: zie vers 5. Zie ook: 1 Tim 1:5 **1:20** Onder hen zijn Hymeneüs en Alexander, die ik aan Satan heb overgegeven, opdat zij worden opgevoed om niet te lasteren. Brontekst: ὧν (hon) = van wie | ἐστιν (estin) = is | Ὑμέναιος (Hymenaios) = Hymeneüs | καὶ (kai) = en | Ἀλέξανδρος (Alexandros) = Alexander | οὓς (hous) = die | παρέδωκα (paredoka) = ik heb overgegeven | τῷ (to) = aan de | Σατανᾷ (Satana) = Satan | ἵνα (hina) = opdat | παιδευθῶσι (paideuthosi) = zij worden opgevoed | μὴ (me) = niet | βλασφημεῖν (blasphemein) = te lasteren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Hymeneüs wordt ook genoemd in 2 Tim. 2:17. Alexander is een gewone naam; of dit dezelfde man is als de koperslager in 2 Tim. 4:14, zegt de tekst niet. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven, uitleveren’: Paulus geeft hen over aan Satan, ‘opdat zij worden opgevoed om niet te lasteren’. παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden’: opvoeden, ook met correctie en tucht; zie ook 1 Kor. 5:5. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 5:5; 2 Tim. 2:17; 2 Tim. 4:14. Zie ook: 1 Kor 5:5; 2 Tim 2:17; 2 Tim 4:14 ## 1 Timotheüs 2 _Gebed voor allen, één Elohim en één bemiddelaar, en aanwijzingen voor mannen en vrouwen_ ### Gebed voor alle mensen **2:1** Ik spoor dan aan, eerst en vooral, smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, Brontekst: Παρακαλῶ (Parakalo) = ik spoor aan | οὖν (oun) = dan | πρῶτον (proton) = eerst | πάντων (panton) = van alles | ποιεῖσθαι (poieisthai) = te doen | δεήσεις (deeseis) = smekingen | προσευχάς (proseuchas) = gebeden | ἐντεύξεις (enteuxeis) = voorbeden | εὐχαριστίας (eucharistias) = dankzeggingen | ὑπὲρ (hyper) = voor | πάντων (panton) = alle | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: ook ‘vragen, bemoedigen’; zo ook in 1:3 en 5:1. De vier woorden voor gebed zijn δέησις (deesis), ‘smeking’: een dringende vraag om hulp; προσευχή (proseuche), ‘gebed’; ἔντευξις (enteuxis), ‘voorbede’: een gebed voor een ander, eigenlijk ‘een verzoek bij iemand indienen’; εὐχαριστία (eucharistia), ‘dankzegging’. Paulus noemt ze naast elkaar zonder verschil uit te leggen. **2:2** voor koningen en allen die een hoge positie hebben, opdat wij een rustig en stil leven leiden in alle vroomheid en waardigheid. Brontekst: ὑπὲρ (hyper) = voor | βασιλέων (basileon) = koningen | καὶ (kai) = en | πάντων (panton) = allen | τῶν (ton) = die | ἐν (en) = in | ὑπεροχῇ (hyperoche) = hoge positie | ὄντων (onton) = zijn | ἵνα (hina) = opdat | ἤρεμον (eremon) = rustig | καὶ (kai) = en | ἡσύχιον (hesychion) = stil | βίον (bion) = leven | διάγωμεν (diagomen) = wij leiden | ἐν (en) = in | πάσῃ (pase) = alle | εὐσεβείᾳ (eusebeia) = vroomheid | καὶ (kai) = en | σεμνότητι (semnoteti) = waardigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βασιλεῖς (basileis), ‘koningen’: in het Grieks ook ‘heersers’. ὑπεροχή (yperoche), ‘hoge positie’: gezag, voorrang. ἤρεμος (eremos), ‘rustig’; ἡσύχιος (hesychios), ‘stil’; εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’: eerbied voor Elohim en een leven dat daarbij past; het woord is kenmerkend voor deze brieven (3:16; 4:7–8; 6:3–6; 6:11). σεμνότης (semnotes), ‘waardigheid’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:16; 4:7–8; 6:3–6; Tit. 1:1. Zie ook: 1 Tim 3:16; 1 Tim 4:7; Tit 1:1 **2:3** Dit is goed en aanvaardbaar in het oog van Elohim, onze Redder, Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | καλὸν (kalon) = goed | καὶ (kai) = en | ἀπόδεκτον (apodekton) = aanvaardbaar | ἐνώπιον (enopion) = in het oog | τοῦ (tou) = van de | σωτῆρος (soteros) = Redder | ἡμῶν (hemon) = onze | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόδεκτος (apodektos), ‘aanvaardbaar’: wat Elohim kan aannemen; hetzelfde woord staat in 5:4. σωτήρ (soter), ‘Redder’: hier weer van Elohim, zoals in 1:1. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:1; 1 Tim. 5:4. Voetnoot Lezing: Bij ‘dit’ (τοῦτο) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tim 1:1; 1 Tim 5:4 **2:4** die wil dat alle mensen gered worden en tot volle kennis van de waarheid komen. Brontekst: ὃς (hos) = die | πάντας (pantas) = alle | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | θέλει (thelei) = wil | σωθῆναι (sothenai) = gered worden | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | ἐπίγνωσιν (epignosin) = volle kennis | ἀληθείας (aletheias) = van waarheid | ἐλθεῖν (elthein) = komen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θέλει (thelei), ‘wil’: de Griekse tegenwoordige tijd noemt Elohims wil, niet het resultaat. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’: kennis die tot herkenning en erkenning leidt, zoals in Kol. 1:9; 1:10. Voetnoot : Zie ook Kol. 1:9–10; 1 Tim. 4:3; 2 Tim. 2:25; 3:7; Tit. 1:1. Zie ook: Kol 1:9; Kol 1:10; 1 Tim 4:3; Tit 1:1; 2 Tim 2:25; 2 Tim 3:7 **2:5** Want er is één Elohim, en één bemiddelaar tussen Elohim en mensen, de mens Yeshua de Messias, Brontekst: εἷς (heis) = één | γὰρ (gar) = want | θεός (theos) = Elohim | εἷς (heis) = één | καὶ (kai) = ook | μεσίτης (mesites) = bemiddelaar | θεοῦ (theou) = tussen Elohim | καὶ (kai) = en | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | Χριστὸς (Christos) = de Messias | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De tekst begint met een belijdenis: ‘één Elohim’ (vergelijk Deut. 6:4; Rom. 3:30). μεσίτης (mesites), ‘bemiddelaar’: iemand die tussen twee partijen staat. In Gal. 3:19–20 staat hetzelfde Griekse woord, daar weergegeven met ‘middelaar’. Yeshua de Messias is hier ‘de mens’ (ἄνθρωπος, anthropos). Voetnoot : Zie ook Deut. 6:4; Gal. 3:19–20; Hebr. 8:6; Hebr. 9:15; Hebr. 12:24. Zie ook: Deut 6:4; Gal 3:19–20; Rom 3:30; Heb 8:6; Heb 9:15; Heb 12:24 **2:6** die Zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, het getuigenis op de eigen tijden. Brontekst: ὁ (ho) = die | δοὺς (dous) = gaf | ἑαυτὸν (heauton) = Zichzelf | ἀντίλυτρον (antilytron) = losgeld | ὑπὲρ (hyper) = voor | πάντων (panton) = allen | τὸ (to) = het | μαρτύριον (martyrion) = getuigenis | καιροῖς (kairois) = op tijden | ἰδίοις (idiois) = eigen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀντίλυτρον (antilytron), ‘losgeld’: een prijs die in de plaats van een ander betaald wordt; het woord is verwant met λύτρον (lytron), ‘losgeld’, in Matt. 20:28 en Mark. 10:45. τὸ μαρτύριον καιροῖς ἰδίοις (to martyrion kairois idiois): ‘het getuigenis op de eigen tijden’. Het Grieks heeft geen werkwoord; wij laten de bijstelling staan: het getuigenis is op de daarvoor bestemde tijden gegeven. Voetnoot : Zie ook Matt. 20:28; Mark. 10:45; Tit. 1:3. Zie ook: Mat 20:28; Mar 10:45; Tit 1:3 **2:7** Daarvoor ben ik aangesteld als heraut en apostel (ik zeg de waarheid, ik lieg niet), als leraar van de volken in geloof en waarheid. Brontekst: εἰς (eis) = tot | ὃ (ho) = wat | ἐτέθην (etethen) = ben aangesteld | ἐγὼ (ego) = ik | κῆρυξ (keryx) = heraut | καὶ (kai) = en | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid | λέγω (lego) = ik zeg | οὐ (ou) = niet | ψεύδομαι (pseudomai) = ik lieg | διδάσκαλος (didaskalos) = leraar | ἐθνῶν (ethnon) = van de volken | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof | καὶ (kai) = en | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κῆρυξ (keryx), ‘heraut’: iemand die een boodschap uitroept; verwant met κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’. De woorden ‘ik zeg de waarheid, ik lieg niet’ zijn een tussenzin; wij zetten ze tussen haakjes. διδάσκαλος ἐθνῶν (didaskalos ethnon), ‘leraar van de volken’. Voetnoot : Zie ook Rom. 9:1; Gal. 1:20; 2 Tim. 1:11. Voetnoot Lezing: Bij ‘ik zeg’ (λέγω) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gal 1:20; Rom 9:1; 2 Tim 1:11 ### Mannen en vrouwen **2:8** Ik wil dus dat de mannen overal bidden, met toegewijde handen opgeheven, zonder toorn en twijfel. Brontekst: Βούλομαι (Boulomai) = ik wil | οὖν (oun) = dus | προσεύχεσθαι (proseuchesthai) = bidden | τοὺς (tous) = de | ἄνδρας (andras) = mannen | ἐν (en) = op | παντὶ (panti) = elke | τόπῳ (topo) = plaats | ἐπαίροντας (epairontas) = opheffend | ὁσίους (hosious) = toegewijde | χεῖρας (cheiras) = handen | χωρὶς (choris) = zonder | ὀργῆς (orges) = toorn | καὶ (kai) = en | διαλογισμοῦ (dialogismou) = twijfel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅσιος (hosios), ‘toegewijd’: wat aan Elohim gewijd is; het woord staat in Tit. 1:8 bij de opziener. De houding van de handen opheffen bij het gebed vindt men ook in Ps. 28:2 en Ps. 134:2. διαλογισμός (dialogismos), ‘twijfel’: letterlijk ‘overweging, redenering’; het woord wordt ook verstaan als ‘twist’ of ‘onenigheid’. Wij kiezen ‘twijfel’ en noemen de andere mogelijkheden. Voetnoot : Zie ook Ps. 28:2; Ps. 134:2; Tit. 1:8. Voetnoot Lezing: Bij ‘twijfel’ (διαλογισμοῦ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 28:2; Ps 134:2; Tit 1:8 **2:9** Zo ook dat vrouwen zich versieren in ordelijke kleding, met schroom en bezonnenheid, niet met vlechten, goud, parels of kostbare kleding, Brontekst: ὡσαύτως (hosautos) = evenzo | καὶ (kai) = ook | γυναῖκας (gynaikas) = vrouwen | ἐν (en) = in | καταστολῇ (katastole) = kleding | κοσμίῳ (kosmio) = ordelijke | μετὰ (meta) = met | αἰδοῦς (aidous) = schroom | καὶ (kai) = en | σωφροσύνης (sophrosynes) = bezonnenheid | κοσμεῖν (kosmein) = zich te versieren | ἑαυτάς (heautas) = zichzelf | μὴ (me) = niet | ἐν (en) = met | πλέγμασιν (plegmasin) = vlechten | καὶ (kai) = en | χρυσίῳ (chrysio) = goud | ἢ (e) = of | μαργαρίταις (margaritais) = parels | ἢ (e) = of | ἱματισμῷ (himatismo) = kleding | πολυτελεῖ (polytelei) = kostbare Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers loopt grammaticaal door vanuit vers 8; ‘ik wil’ blijft de hoofdzin. καταστολή (katastole), ‘kleding’: ook ‘houding, voorkomen’. αἰδώς (aidos), ‘schroom’: bescheidenheid, het zich ontzien. σωφροσύνη (sofrosyne), ‘bezonnenheid’: zelfbeheersing, gezond verstand. κοσμέω (kosmeo), ‘versieren’; κόσμιος (kosmios), ‘ordelijk’: in 3:2 gezegd van de opziener. πλέγμα (plegma), ‘vlecht’: gevlochten haar. Vergelijk 1 Petr. 3:3. Voetnoot : Zie ook 1 Petr. 3:3; 1 Tim. 3:2. Voetnoot Lezing: Bij ‘ook’ (καί) en bij ‘en goud’ (καὶ χρυσίῳ) markeert de SBLGNT varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tim 2:8; 1 Tim 3:2; 1 Petr 3:3 **2:10** maar, zoals het past bij vrouwen die ontzag voor Elohim belijden, met goede werken. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ὃ (ho) = wat | πρέπει (prepei) = past | γυναιξὶν (gynaixin) = bij vrouwen | ἐπαγγελλομέναις (epangellomenais) = die belijden | θεοσέβειαν (theosebeian) = ontzag voor Elohim | δι’ (di’) = door | ἔργων (ergon) = werken | ἀγαθῶν (agathon) = goede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεοσέβεια (theosebeia), ‘ontzag voor Elohim’: samengesteld uit θεός (theos), ‘Elohim’, en σέβομαι (sebomai), ‘eerbied hebben’; verwant met εὐσέβεια, ‘vroomheid’ (vers 2). ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘belijden’: hier ‘zich beroepen op, openlijk uitspreken’; in 6:21 staat hetzelfde werkwoord. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 6:21. Zie ook: 1 Tim 2:2; 1 Tim 6:21 ### Leren in stilte **2:11** Laat een vrouw leren in stilte, in alle onderschikking. Brontekst: γυνὴ (gyne) = vrouw | ἐν (en) = in | ἡσυχίᾳ (hesychia) = stilte | μανθανέτω (manthaneto) = leer | ἐν (en) = in | πάσῃ (pase) = alle | ὑποταγῇ (hypotage) = onderschikking Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 11–15 zijn moeilijk; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat en geven de woorden mee. γυνή (gyne), ‘vrouw’: ook ‘echtgenote’; het Griekse woord heeft beide betekenissen, zo ook in vers 12 en 14. ἡσυχία (hesychia), ‘stilte’: ook ‘rust’; hetzelfde woord staat in vers 12. ὑποταγή (hypotage), ‘onderschikking’: verwant met ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’. Het Grieks zegt niet aan wie of wat de vrouw zich onderschikt. Vergelijk 1 Kor. 14:34–35 en Tit. 2:5. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 14:34–35; Ef. 5:22; Tit. 2:5. Zie ook: 1 Kor 14:34–35; Ef 5:22; 1 Tim 2:12; 1 Tim 2:14; Tit 2:5 **2:12** Ik sta een vrouw niet toe te onderwijzen, en ook niet om gezag uit te oefenen over een man, maar in stilte te zijn. Brontekst: διδάσκειν (didaskein) = te onderwijzen | δὲ (de) = maar | γυναικὶ (gynaiki) = aan een vrouw | οὐκ (ouk) = niet | ἐπιτρέπω (epitrepo) = sta ik toe | οὐδὲ (oude) = noch | αὐθεντεῖν (authentein) = gezag uit te oefenen | ἀνδρός (andros) = over een man | ἀλλ’ (all’) = maar | εἶναι (einai) = te zijn | ἐν (en) = in | ἡσυχίᾳ (hesychia) = stilte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De vorm οὐκ ἐπιτρέπω (ouk epitrepo), ‘ik sta niet toe’, staat in de tegenwoordige tijd. αὐθεντέω (authenteo), ‘gezag uitoefenen’: dit werkwoord staat in de door ons vertaalde hoofdstukken alleen hier, en de betekenis wordt verschillend opgegeven. De zin is ook verstaan als ‘een vrouw niet toestaan te onderwijzen en ook niet gezag over een man uit te oefenen’ en als één samenhangend verbod. Wij geven de woorden en kiezen geen betekenis. ἀνδρός (andros) is ‘man’ of ‘echtgenoot’. Voetnoot Lezing: Bij ‘onderwijzen’ (διδάσκειν) en ‘vrouw’ (γυναικί) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. **2:13** Want Adam is eerst gevormd, daarna Eva. Brontekst: Ἀδὰμ (Adam) = Adam | γὰρ (gar) = want | πρῶτος (protos) = eerst | ἐπλάσθη (eplasthe) = is gevormd | εἶτα (eita) = daarna | Εὕα (Heua) = Eva Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Adam en Eva: zie Gen. 2:7; 2:18–23. πλάσσω (plasso), ‘vormen’. De volgorde waarin Adam en Eva gevormd zijn, wordt hier als reden genoemd. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:7; Gen. 2:21–22; 1 Kor. 11:8–9. Zie ook: Gen 2:7; Gen 2:18; Gen 2:21–22; 1 Kor 11:8–9 **2:14** En Adam is niet misleid, maar de vrouw is volledig misleid en in overtreding terechtgekomen. Brontekst: καὶ (kai) = en | Ἀδὰμ (Adam) = Adam | οὐκ (ouk) = niet | ἠπατήθη (epatethe) = is misleid | ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | γυνὴ (gyne) = vrouw | ἐξαπατηθεῖσα (exapatetheisa) = volledig misleid | ἐν (en) = in | παραβάσει (parabasei) = overtreding | γέγονεν (gegonen) = is terechtgekomen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπατάω (apatao), ‘misleiden’; ἐξαπατάω (exapatao), ‘volledig misleiden’: hetzelfde woord als in 2 Kor. 11:3, waar wij ‘misleidde’ hebben (‘de slang misleidde Eva’). παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: het overschrijden van een gebod; vergelijk Rom. 5:14. γέγονεν (gegonen), ‘is geworden, is gekomen’: een voltooide tijd; de gevolgen duren voort. Het Grieks noemt Eva niet bij naam: ‘de vrouw’. Voetnoot : Zie ook Gen. 3:1–6, 13; 2 Kor. 11:3; Rom. 5:14. Voetnoot Lezing: Bij ‘volledig misleid’ (ἐξαπατηθεῖσα) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Gen 3:1–6; 2 Kor 11:3; Rom 5:14 **2:15** Maar zij zal gered worden door het baren van kinderen, als zij blijven in geloof, liefde en heiliging, met bezonnenheid. Brontekst: σωθήσεται (sothesetai) = zij zal gered worden | δὲ (de) = maar | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | τεκνογονίας (teknogonias) = baren van kinderen | ἐὰν (ean) = als | μείνωσιν (meinosin) = zij blijven | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof | καὶ (kai) = en | ἀγάπῃ (agape) = liefde | καὶ (kai) = en | ἁγιασμῷ (hagiasmo) = heiliging | μετὰ (meta) = met | σωφροσύνης (sophrosynes) = bezonnenheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het vers is grammaticaal en inhoudelijk moeilijk. σῴζω (sozo), ‘redden’: ook ‘in veiligheid brengen, behouden’. τεκνογονία (teknogonia) is ‘het baren van kinderen’; het Grieks heeft hier het lidwoord: ‘het baren’. Wat bedoeld wordt, wordt verschillend verstaan: bewaring tijdens de bevalling, de rol als moeder, of het kind dat Eva zou baren (vergelijk Gen. 3:15); de tekst zegt het niet. Het enkelvoud ‘zij zal gered worden’ gaat over in het meervoud ‘zij blijven’. ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’. Vergelijk 1 Tim. 5:14. Voetnoot : Zie ook Gen. 3:15–16; 1 Tim. 5:14. Zie ook: Gen 3:15; 1 Tim 5:14 ## 1 Timotheüs 3 _Opzieners en dienaars, het huis van Elohim en het geheimenis van de vroomheid_ ### De opziener **3:1** Betrouwbaar is het woord: als iemand het opzienerschap nastreeft, begeert hij een goed werk. Brontekst: Πιστὸς (Pistos) = betrouwbaar | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ἐπισκοπῆς (episkopes) = opzienerschap | ὀρέγεται (oregetai) = nastreeft | καλοῦ (kalou) = goed | ἔργου (ergou) = werk | ἐπιθυμεῖ (epithymei) = begeert Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’: een vaste formule in deze brieven; zie 1:15. ἐπισκοπή (episkope), ‘opzienerschap’: het toezicht, het ambt van de ἐπίσκοπος (episkopos), ‘opziener’; het woord ἐπίσκοπος betekent letterlijk ‘wie toeziet’. ὀρέγομαι (oregomai), ‘nastreven, zich uitstrekken naar’; ἐπιθυμέω (epithymeo), ‘begeren’: het woord is op zich niet negatief. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:15; Fil. 1:1; Hand. 20:17; 20:28; Tit. 1:7. Zie ook: Hand 20:17; Hand 20:28; Fil 1:1; 1 Tim 1:15; Tit 1:7 **3:2** De opziener moet dus onberispelijk zijn, man van één vrouw, nuchter, bezonnen, ordelijk, gastvrij, in staat om te onderwijzen, Brontekst: δεῖ (dei) = moet | οὖν (oun) = dus | τὸν (ton) = de | ἐπίσκοπον (episkopon) = opziener | ἀνεπίλημπτον (anepilempton) = onberispelijk | εἶναι (einai) = zijn | μιᾶς (mias) = van één | γυναικὸς (gynaikos) = vrouw | ἄνδρα (andra) = man | νηφάλιον (nephalion) = nuchter | σώφρονα (sophrona) = bezonnen | κόσμιον (kosmion) = ordelijk | φιλόξενον (philoxenon) = gastvrij | διδακτικόν (didaktikon) = in staat te onderwijzen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνεπίλημπτος (anepilemptos), ‘onberispelijk’: iemand op wie niemand een aanmerking kan maken. μιᾶς γυναικὸς ἄνδρα (mias gynaikos andra): letterlijk ‘man van één vrouw’. Het Grieks zegt niet of dit bedoelt: niet getrouwd geweest met een tweede vrouw (na scheiding of overlijden), of trouw aan zijn ene vrouw, of niet meerdere vrouwen tegelijk; wij vertalen letterlijk en kiezen niet. Dezelfde bewoording staat in vers 12 (‘mannen van één vrouw’) en in 5:9 (‘vrouw van één man’). νηφάλιος (nefalios), ‘nuchter’: helder van geest. σώφρων (sofron), ‘bezonnen’. κόσμιος (kosmios), ‘ordelijk’: zoals in 2:9. φιλόξενος (filoxenos), ‘gastvrij’. διδακτικός (didaktikos), ‘in staat om te onderwijzen’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 5:9; Tit. 1:6–9. Zie ook: 1 Tim 3:12; 1 Tim 5:9; Tit 1:6–9 **3:3** geen dronkaard, niet gewelddadig, maar mild, niet twistziek, niet geldzuchtig, Brontekst: μὴ (me) = niet | πάροινον (paroinon) = dronkaard | μὴ (me) = niet | πλήκτην (plekten) = gewelddadig | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐπιεικῆ (epieike) = mild | ἄμαχον (amachon) = niet twistziek | ἀφιλάργυρον (aphilargyron) = niet geldzuchtig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πάροινος (paroinos), ‘dronkaard’: letterlijk ‘bij de wijn’ (παρά + οἶνος), iemand die aan de wijn zit. πλήκτης (plektes), ‘gewelddadige’: letterlijk ‘wie slaat’. ἐπιεικής (epieikes), ‘mild’: ook ‘redelijk, inschikkelijk’. ἄμαχος (amachos), ‘niet twistziek’: iemand die niet vecht. ἀφιλάργυρος (afilargyros), ‘niet geldzuchtig’: letterlijk ‘niet zilverminnend’. Voetnoot Lezing: Bij ‘gewelddadige’ (πλήκτην) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. **3:4** iemand die zijn eigen huis goed leidt en kinderen heeft die met alle waardigheid onderschikt zijn. Brontekst: τοῦ (tou) = van het | ἰδίου (idiou) = eigen | οἴκου (oikou) = huis | καλῶς (kalos) = goed | προϊστάμενον (proistamenon) = leidend | τέκνα (tekna) = kinderen | ἔχοντα (echonta) = hebbend | ἐν (en) = in | ὑποταγῇ (hypotage) = onderschikking | μετὰ (meta) = met | πάσης (pases) = alle | σεμνότητος (semnotetos) = waardigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προΐστημι (proistemi), ‘leiden’: letterlijk ‘vooraan staan’; het woord wordt ook gebruikt voor ‘zorg dragen voor’. οἶκος (oikos), ‘huis’: het huishouden, met alle bewoners; in vers 15 is de gemeente het ‘huis van Elohim’. ὑποταγή (hypotage), ‘onderschikking’: zoals in 2:11. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 2:11. Zie ook: 1 Tim 2:11; 1 Tim 3:15 **3:5** (En als iemand zijn eigen huis niet weet te leiden, hoe zal hij dan zorgen voor de gemeente van Elohim?) Brontekst: εἰ (ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | τοῦ (tou) = van het | ἰδίου (idiou) = eigen | οἴκου (oikou) = huis | προστῆναι (prostenai) = te leiden | οὐκ (ouk) = niet | οἶδεν (oiden) = weet | πῶς (pos) = hoe | ἐκκλησίας (ekklesias) = voor de gemeente | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐπιμελήσεται (epimelesetai) = zal hij zorgen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers is een tussenzin. ἐπιμελέομαι (epimeleomai), ‘zorgen voor’: ook ‘zorg dragen’; het woord staat in Luc. 10:34–35 voor de zorg voor de gewonde man. De redenering loopt van het eigen huis naar de gemeente van Elohim. Voetnoot : Zie ook Luc. 10:34–35. Zie ook: Luc 10:34–35 **3:6** Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen raakt en valt in het oordeel van de duivel. Brontekst: μὴ (me) = niet | νεόφυτον (neophyton) = nieuweling | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | τυφωθεὶς (typhotheis) = opgeblazen geraakt | εἰς (eis) = in | κρίμα (krima) = oordeel | ἐμπέσῃ (empese) = valt | τοῦ (tou) = van de | διαβόλου (diabolou) = duivel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νεόφυτος (neofytos), ‘nieuweling’: letterlijk ‘pas geplant’. τυφόομαι (typhoomai), ‘opgeblazen raken’: het beeld is dat van opgeblazen of benevelde trots. κρίμα τοῦ διαβόλου (krima tou diabolou), ‘het oordeel van de duivel’: de genitief kan ‘het oordeel dat de duivel velt’ of ‘het oordeel dat de duivel zelf trof’ zijn; wij laten het woord staan. διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘lasteraar, beschuldiger’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 6:4; 2 Tim. 2:26. Zie ook: 1 Tim 6:4; 2 Tim 2:26 **3:7** Hij moet ook een goed getuigenis hebben van hen die buiten staan, opdat hij niet valt in smaad en in de strik van de duivel. Brontekst: δεῖ (dei) = moet | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | καλὴν (kalen) = goed | ἔχειν (echein) = hebben | ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = de | ἔξωθεν (exothen) = buiten staanden | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | εἰς (eis) = in | ὀνειδισμὸν (oneidismon) = smaad | ἐμπέσῃ (empese) = valt | καὶ (kai) = en | παγίδα (pagida) = strik | τοῦ (tou) = van de | διαβόλου (diabolou) = duivel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἱ ἔξωθεν (hoi exothen), ‘zij die buiten staan’: wie niet tot de gemeente behoort; vergelijk ‘wie buiten staan’ (οἱ ἔξω) in 1 Kor. 5:12–13 en Kol. 4:5. ὀνειδισμός (oneidismos), ‘smaad’. παγίς (pagis), ‘strik’: een val, een vangnet. De ‘strik van de duivel’ komt ook voor in 2 Tim. 2:26. Voetnoot : Zie ook Kol. 4:5; 1 Kor. 5:12–13; 2 Tim. 2:26. Voetnoot Lezing: Bij ‘maar’ of ‘en’ (δέ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kor 5:12–13; Kol 4:5; 2 Tim 2:26 ### De dienaars **3:8** Dienaars evenzo: waardig, niet dubbeltongig, niet gegeven aan veel wijn, niet gericht op oneerlijk gewin, Brontekst: Διακόνους (Diakonous) = dienaars | ὡσαύτως (hosautos) = evenzo | σεμνούς (semnous) = waardig | μὴ (me) = niet | διλόγους (dilogous) = dubbeltongig | μὴ (me) = niet | οἴνῳ (oino) = aan wijn | πολλῷ (pollo) = veel | προσέχοντας (prosechontas) = gegeven | μὴ (me) = niet | αἰσχροκερδεῖς (aischrokerdeis) = op oneerlijk gewin gericht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διάκονος (diakonos), ‘dienaar’: iemand die dient; hetzelfde woord staat in Fil. 1:1 naast ‘opzieners’. Wij houden ‘dienaar’ aan. δίλογος (dilogos), ‘dubbeltongig’: letterlijk ‘tweewoordig’, iemand die iets anders zegt dan hij meent. αἰσχροκερδής (aischrokerdes), ‘gericht op oneerlijk gewin’: letterlijk ‘schandelijk winstzoekend’. Voetnoot : Zie ook Fil. 1:1; Tit. 1:7. Zie ook: Fil 1:1; Tit 1:7 **3:9** mannen die het geheimenis van het geloof bewaren in een zuiver geweten. Brontekst: ἔχοντας (echontas) = hebbend | τὸ (to) = het | μυστήριον (mysterion) = geheimenis | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | ἐν (en) = in | καθαρᾷ (kathara) = zuiver | συνειδήσει (syneidesei) = geweten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: iets wat verborgen was en nu bekend gemaakt is. ‘Het geheimenis van het geloof’: de inhoud van het geloof zoals die bewaard wordt. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’; καθαρός (katharos), ‘zuiver’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:5; 3:16. Zie ook: 1 Tim 1:5; 1 Tim 3:16 **3:10** Ook zij moeten eerst getoetst worden. Daarna mogen zij dienen, als zij zonder aanklacht zijn. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὗτοι (houtoi) = dezen | δὲ (de) = ook | δοκιμαζέσθωσαν (dokimazesthosan) = laten getoetst worden | πρῶτον (proton) = eerst | εἶτα (eita) = daarna | διακονείτωσαν (diakoneitosan) = laten dienen | ἀνέγκλητοι (anenkletoi) = zonder aanklacht | ὄντες (ontes) = zijnde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: onderzoeken of iemand geschikt is. ἀνέγκλητος (anenkletos), ‘zonder aanklacht’: tegen wie niets ten laste gelegd kan worden. Het Grieks zegt niet hoe de toetsing plaatsvindt. Voetnoot : Zie ook Kol. 1:22; Tit. 1:6–7. Zie ook: Kol 1:22; Tit 1:6–7 **3:11** Vrouwen evenzo: waardig, geen kwaadsprekers, nuchter, betrouwbaar in alles. Brontekst: γυναῖκας (gynaikas) = vrouwen | ὡσαύτως (hosautos) = evenzo | σεμνάς (semnas) = waardig | μὴ (me) = niet | διαβόλους (diabolous) = kwaadsprekers | νηφαλίους (nephalious) = nuchter | πιστὰς (pistas) = betrouwbaar | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = alles Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γυναῖκας (gynaikas), ‘vrouwen’: ook ‘echtgenotes’. Het Griekse woord kan de vrouwen van de dienaars bedoelen of vrouwelijke dienaars; er staat geen bezit (‘hun’). Febe wordt in Rom. 16:1 ‘dienaar’ (διάκονος) genoemd, met hetzelfde woord als hier voor de dienaars. De tekst zegt het niet, wij vertalen ‘vrouwen’. διάβολος (diabolos) als bijvoeglijk naamwoord: ‘kwaadsprekend’, letterlijk ‘lasterend, beschuldigend’; dezelfde stam als ‘duivel’ in vers 6. Voetnoot : Zie ook Rom. 16:1; 1 Tim. 3:6; 2 Tim. 3:3; Tit. 2:3. Zie ook: Rom 16:1; 1 Tim 3:6; Tit 2:3; 2 Tim 3:3 **3:12** Dienaars moeten mannen van één vrouw zijn, die hun kinderen en hun eigen huizen goed leiden. Brontekst: διάκονοι (diakonoi) = dienaars | ἔστωσαν (estosan) = laten zijn | μιᾶς (mias) = van één | γυναικὸς (gynaikos) = vrouw | ἄνδρες (andres) = mannen | τέκνων (teknon) = kinderen | καλῶς (kalos) = goed | προϊστάμενοι (proistamenoi) = leidend | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = de | ἰδίων (idion) = eigen | οἴκων (oikon) = huizen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De eisen zijn dezelfde als voor de opziener in vers 2 en 4: ‘man van één vrouw’ en goede leiding van het eigen huis. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:2; 3:4. Zie ook: 1 Tim 3:2; 1 Tim 3:4 **3:13** Want wie goed gediend hebben, verwerven zich een goede rang en veel vrijmoedigheid in het geloof dat in Yeshua de Messias is. Brontekst: οἱ (hoi) = die | γὰρ (gar) = want | καλῶς (kalos) = goed | διακονήσαντες (diakonesantes) = gediend hebbend | βαθμὸν (bathmon) = rang | ἑαυτοῖς (heautois) = voor zich | καλὸν (kalon) = goed | περιποιοῦνται (peripoiountai) = verwerven | καὶ (kai) = en | πολλὴν (pollen) = veel | παρρησίαν (parresian) = vrijmoedigheid | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof | τῇ (te) = dat | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βαθμός (bathmos), ‘rang’: letterlijk ‘trede’, een tree op een trap. De tekst zegt niet welke rang bedoeld is: in de gemeente of bij Elohim. παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: vrij spreken zonder angst. ‘In het geloof dat in Yeshua de Messias is’: het geloof dat gegrond is in verbondenheid met Hem. ### Het huis van Elohim **3:14** Dit schrijf ik je, in de hoop spoedig naar je toe te komen. Brontekst: Ταῦτά (Tauta) = dit | σοι (soi) = aan jou | γράφω (grapho) = schrijf ik | ἐλπίζων (elpizon) = hopend | ἐλθεῖν (elthein) = te komen | πρὸς (pros) = naar | σὲ (se) = jou | ἐν (en) = in | τάχει (tachei) = snelheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus hoopt Timoteüs spoedig te bezoeken; zie 1:3 en 4:13. Het Grieks heeft ‘in snelheid’. Voetnoot Lezing: Bij ‘spoedig’ (ἐν τάχει) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. **3:15** Maar als ik vertraag, schrijf ik opdat je weet hoe men zich in het huis van Elohim moet gedragen. Dat is de gemeente van de levende Elohim, pijler en fundament van de waarheid. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | βραδύνω (bradyno) = ik vertraag | ἵνα (hina) = opdat | εἰδῇς (eides) = je weet | πῶς (pos) = hoe | δεῖ (dei) = het moet | ἐν (en) = in | οἴκῳ (oiko) = huis | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἀναστρέφεσθαι (anastrephesthai) = zich te gedragen | ἥτις (hetis) = dat | ἐστὶν (estin) = is | ἐκκλησία (ekklesia) = gemeente | θεοῦ (theou) = van Elohim | ζῶντος (zontos) = levende | στῦλος (stylos) = pijler | καὶ (kai) = en | ἑδραίωμα (hedraioma) = fundament | τῆς (tes) = van de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βραδύνω (bradyno), ‘vertragen’: later komen dan gehoopt. οἶκος θεοῦ (oikos theou), ‘huis van Elohim’: de gemeente; het woord ‘huis’ kan ook de tempel of een gezin zijn. ἐκκλησία θεοῦ ζῶντος (ekklesia theou zontos), ‘gemeente van de levende Elohim’; στῦλος (stylos), ‘pijler’; ἑδραίωμα (hedraioma), ‘fundament, steun’: wat iets overeind houdt. Het Grieks zegt niet of de gemeente de waarheid draagt of dat de waarheid de gemeente draagt; wij vertalen letterlijk. Zie voor ‘levende Elohim’ ook 4:10. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:10; 1 Petr. 2:5; Ef. 2:19–22. Zie ook: Ef 2:19–22; 1 Tim 4:10; 1 Petr 2:5 **3:16** En erkend groot is het geheimenis van de vroomheid: Die openbaar gemaakt is in het vlees, rechtvaardig verklaard in de Geest, gezien door engelen, verkondigd onder de volken, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁμολογουμένως (homologoumenos) = erkend | μέγα (mega) = groot | ἐστὶν (estin) = is | τὸ (to) = het | τῆς (tes) = van de | εὐσεβείας (eusebeias) = vroomheid | μυστήριον (mysterion) = geheimenis | Ὃς (Hos) = Die | ἐφανερώθη (ephanerothe) = openbaar gemaakt is | ἐν (en) = in | σαρκί (sarki) = vlees | ἐδικαιώθη (edikaiothe) = rechtvaardig verklaard is | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | ὤφθη (ophthe) = gezien is | ἀγγέλοις (angelois) = door engelen | ἐκηρύχθη (ekerychthe) = verkondigd is | ἐν (en) = onder | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | ἐπιστεύθη (episteuthe) = geloofd is | ἐν (en) = in | κόσμῳ (kosmo) = wereld | ἀνελήμφθη (anelemphthe) = opgenomen is | ἐν (en) = in | δόξῃ (doxe) = heerlijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμολογουμένως (homologoumenos), ‘erkend’: waarover men het eens is. μυστήριον τῆς εὐσεβείας (mysterion tes eusebeias), ‘het geheimenis van de vroomheid’. Wat volgt is zes korte zinnen in dezelfde vorm (het klinkt als een lied of belijdenis); wij zetten de zes regels achter elkaar. ‘Die’ (Ὃς) is mannelijk en heeft in de zin geen woord waarop het teruggrijpt (‘geheimenis’ is onzijdig); de zes regels gaan over de Messias, maar de tekst noemt Zijn naam hier niet. φανερόω (faneroo), ‘openbaar maken’; ἐδικαιώθη (edikaiothe), ‘rechtvaardig verklaard’: van δικαιόω, ‘rechtvaardig verklaren’; ook ‘in het gelijk gesteld’. ‘In de Geest’: ook ‘in geest’ of ‘door de Geest’. ὤφθη (ofthe), ‘gezien’: ook ‘verscheen’. ἀνελήμφθη (anelemfthe), ‘opgenomen’: zoals in Hand. 1:2, 1:11, 1:22. Voetnoot : Zie ook Hand. 1:2; Hand. 1:11; Hand. 1:22; Rom. 1:3–4; Kol. 1:26. Voetnoot Lezing: Bij ‘Die’ (Ὃς) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT en vertalen ‘Die’. Zie ook: Hand 1:2; Hand 1:11; Hand 1:22; Rom 1:3–4; Kol 1:26 ## 1 Timotheüs 4 _Verboden van valse leraars, een goede dienaar van de Messias en een voorbeeld voor de gelovigen_ ### Afval in latere tijden **4:1** Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen zich van het geloof zullen afwenden. Zij houden zich dan aan misleidende geesten en aan onderwijs van demonen, Brontekst: Τὸ (To) = de | δὲ (de) = maar | πνεῦμα (pneuma) = Geest | ῥητῶς (rhetos) = uitdrukkelijk | λέγει (legei) = zegt | ὅτι (hoti) = dat | ἐν (en) = in | ὑστέροις (hysterois) = latere | καιροῖς (kairois) = tijden | ἀποστήσονταί (apostesontai) = zullen afvallen | τινες (tines) = sommigen | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | προσέχοντες (prosechontes) = zich houdend aan | πνεύμασι (pneumasi) = geesten | πλάνοις (planois) = misleidende | καὶ (kai) = en | διδασκαλίαις (didaskaliais) = onderwijs | δαιμονίων (daimonion) = van demonen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ πνεῦμα (to pneuma), ‘de Geest’. Wat de Geest zegt, wordt hier door Paulus weergegeven en niet als rechtstreekse aanhaling; daarom staat het zwart. ῥητῶς (retos), ‘uitdrukkelijk’: met zoveel woorden. ὕστεροι καιροί (hysteroi kairoi), ‘latere tijden’: de tekst zegt niet welke; vergelijk ‘de laatste dagen’ in 2 Tim. 3:1. ἀφίστημι (afistemi), ‘zich afwenden’: wegstaan van, afvallen. πλάνος (planos), ‘misleidend’. διδασκαλία (didaskalia), ‘onderwijs’: ‘onderwijs van demonen’ kan zijn: onderwijs dat van demonen komt of onderwijs over demonen; het Grieks heeft alleen de tweede naamval. δαιμόνιον (daimonion), ‘demon’. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 3:1; 2 Tim. 4:3–4; 1 Joh. 4:1. Zie ook: 2 Tim 3:1; 2 Tim 4:3–4; 1 Joh 4:1 **4:2** door de huichelarij van leugenaars, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn. Brontekst: ἐν (en) = in | ὑποκρίσει (hypokrisei) = huichelarij | ψευδολόγων (pseudologon) = van leugenaars | κεκαυστηριασμένων (kekausteriasmenon) = gebrandmerkt | τὴν (ten) = het | ἰδίαν (idian) = eigen | συνείδησιν (syneidesin) = geweten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπόκρισις (hypokrisis), ‘huichelarij’; ψευδολόγος (pseudologos), ‘leugenaar’: wie leugens spreekt. καυτηριάζω (kautēriazo), ‘brandmerken’: met een gloeiend ijzer tekenen. De Griekse vorm kan lijdend (‘gebrandmerkt zijn’) of wederkerend (‘zichzelf brandmerken’) verstaan worden; wij vertalen ‘in hun eigen geweten gebrandmerkt’. Het geweten is de συνείδησις (syneidesis). **4:3** Zij verbieden te trouwen en eisen dat men zich onthoudt van spijzen. Elohim heeft die geschapen om met dankzegging gebruikt te worden door de gelovigen en door hen die de waarheid volledig kennen. Brontekst: κωλυόντων (kolyonton) = verbiedend | γαμεῖν (gamein) = te trouwen | ἀπέχεσθαι (apechesthai) = zich te onthouden | βρωμάτων (bromaton) = van spijzen | ἃ (ha) = die | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἔκτισεν (ektisen) = schiep | εἰς (eis) = tot | μετάλημψιν (metalempsin) = gebruik | μετὰ (meta) = met | εὐχαριστίας (eucharistias) = dankzegging | τοῖς (tois) = aan de | πιστοῖς (pistois) = gelovigen | καὶ (kai) = en | ἐπεγνωκόσι (epegnokosi) = volledig kennende | τὴν (ten) = de | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft één werkwoord, κωλύω (koluo), ‘verbieden’, voor ‘te trouwen’ en ‘zich te onthouden van spijzen’. Wij vullen ‘eisen dat men’ aan voor de tweede helft. βρῶμα (broma), ‘spijs’: voedsel. De tekst zegt niet welke spijzen of welke verboden bedoeld zijn. ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘volledig kennen’: verwant met ἐπίγνωσις, ‘volle kennis’, in 2:4. πιστοῖς (pistois), ‘de gelovigen’: ook ‘de betrouwbaren’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 2:4; Rom. 14:1–6; Kol. 2:16–23. Zie ook: Rom 14:1–6; Kol 2:16–23; 1 Tim 2:4 **4:4** Want alles wat Elohim geschapen heeft is goed, en niets is verwerpelijk als het met dankzegging ontvangen wordt, Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | πᾶν (pan) = alles | κτίσμα (ktisma) = geschapen | θεοῦ (theou) = van Elohim | καλόν (kalon) = goed | καὶ (kai) = en | οὐδὲν (ouden) = niets | ἀπόβλητον (apobleton) = verwerpelijk | μετὰ (meta) = met | εὐχαριστίας (eucharistias) = dankzegging | λαμβανόμενον (lambanomenon) = ontvangen wordend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κτίσμα (ktisma), ‘wat geschapen is’: een schepsel, iets geschapen. ἀπόβλητος (apoblētos), ‘verwerpelijk’: wat men wegwerpt. De redenering sluit aan bij Gen. 1:31, waar alles wat Elohim gemaakt had ‘zeer goed’ was. Voetnoot : Zie ook Gen. 1:31; Rom. 14:14; Mark. 7:19. Zie ook: Gen 1:31; Mar 7:19; Rom 14:14 **4:5** want het wordt geheiligd door het woord van Elohim en door voorbede. Brontekst: ἁγιάζεται (hagiazetai) = wordt geheiligd | γὰρ (gar) = want | διὰ (dia) = door | λόγου (logou) = woord | θεοῦ (theou) = van Elohim | καὶ (kai) = en | ἐντεύξεως (enteuxeos) = voorbede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: apart zetten voor Elohim. ‘Het woord van Elohim’ kan de zegen zijn die over het voedsel wordt uitgesproken, of de Schrift; het Grieks zegt het niet. ἔντευξις (enteuxis), ‘voorbede’: hetzelfde woord als in 2:1. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 2:1. Zie ook: 1 Tim 2:1 ### Een goede dienaar **4:6** Als je dit de broers voorlegt, zul je een goede dienaar van Yeshua de Messias zijn. Je wordt gevoed met de woorden van het geloof en van het goede onderwijs dat je nauwgezet gevolgd hebt. Brontekst: Ταῦτα (Tauta) = dit | ὑποτιθέμενος (hypotithemenos) = voorleggend | τοῖς (tois) = aan de | ἀδελφοῖς (adelphois) = broers | καλὸς (kalos) = goed | ἔσῃ (ese) = zult zijn | διάκονος (diakonos) = dienaar | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἐντρεφόμενος (entrephomenos) = gevoed | τοῖς (tois) = met de | λόγοις (logois) = woorden | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van het | καλῆς (kales) = goede | διδασκαλίας (didaskalias) = onderwijs | ᾗ (he) = dat | παρηκολούθηκας (parekolouthekas) = je nauwgezet gevolgd hebt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters, dus ‘broers en zusters’. Wij houden ‘broers’ aan in deze brief. ὑποτίθημι (hypotithemi), ‘voorleggen’: iets onder de aandacht brengen. διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. ἐντρέφω (entrefo), ‘voeden’: gevoed worden met. παρακολουθέω (parakoloutheo), ‘nauwgezet volgen’: ook ‘nagaan’. Voetnoot : Zie ook 2 Tim. 3:10. Voetnoot Lezing: Bij ‘Yeshua de Messias’ markeert de SBLGNT een variant. Wij vertalen steeds ‘Yeshua de Messias’. Zie ook: 2 Tim 3:10 **4:7** Wijs de ongewijde, oudewijvenachtige mythen af. Oefen jezelf in vroomheid. Brontekst: τοὺς (tous) = de | δὲ (de) = maar | βεβήλους (bebelous) = ongewijde | καὶ (kai) = en | γραώδεις (graodeis) = oudewijvenachtige | μύθους (mythous) = mythen | παραιτοῦ (paraitou) = wijs af | γύμναζε (gymnaze) = oefen | δὲ (de) = maar | σεαυτὸν (seauton) = jezelf | πρὸς (pros) = tot | εὐσέβειαν (eusebeian) = vroomheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βέβηλος (bebelos), ‘ongewijd’: zoals in 1:9. γραώδης (graodes), ‘oudewijvenachtig’: letterlijk ‘wat bij oude vrouwen past’; het is een spottende uitdrukking voor kletsverhalen. μῦθος (mythos), ‘mythe’: een verhaal; zie 1:4. παραιτέομαι (paraiteomai), ‘afwijzen’: weigeren. γυμνάζω (gymnazo), ‘oefenen’: zoals een atleet; het woord ‘gymnastiek’ komt ervan. εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:4; 2 Tim. 2:16; 2 Tim. 4:4. Zie ook: 1 Tim 1:4; 2 Tim 2:16; 2 Tim 4:4 **4:8** Want lichamelijke oefening is voor weinig nuttig, maar de vroomheid is voor alles nuttig. Zij heeft belofte van het leven van nu en van het komende. Brontekst: ἡ (he) = de | γὰρ (gar) = want | σωματικὴ (somatike) = lichamelijke | γυμνασία (gymnasia) = oefening | πρὸς (pros) = voor | ὀλίγον (oligon) = weinig | ἐστὶν (estin) = is | ὠφέλιμος (ophelimos) = nuttig | ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | εὐσέβεια (eusebeia) = vroomheid | πρὸς (pros) = voor | πάντα (panta) = alles | ὠφέλιμός (ophelimos) = nuttig | ἐστιν (estin) = is | ἐπαγγελίαν (epangelian) = belofte | ἔχουσα (echousa) = hebbend | ζωῆς (zoes) = van het leven | τῆς (tes) = het | νῦν (nyn) = nu | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = het | μελλούσης (mellouses) = komende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σωματικὴ γυμνασία (somatike gymnasia), ‘lichamelijke oefening’. πρὸς ὀλίγον (pros oligon), ‘voor weinig’: dat kan ‘voor een beetje’ of ‘voor korte tijd’ betekenen. ὠφέλιμος (ofelimos), ‘nuttig’. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’; τῆς νῦν καὶ τῆς μελλούσης (tes nyn kai tes mellouses), ‘van het leven van nu en van het komende’. **4:9** Betrouwbaar is het woord en alle aanvaarding waard. Brontekst: πιστὸς (pistos) = betrouwbaar | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | καὶ (kai) = en | πάσης (pases) = van alle | ἀποδοχῆς (apodoches) = aanvaarding | ἄξιος (axios) = waard Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Griekse πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’, is de vaste formule uit 1:15. Zij verwijst hier vooruit naar vers 10 of terug naar vers 8; het Grieks zegt het niet. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:15; 1 Tim. 3:1; 2 Tim. 2:11; Tit. 3:8. Zie ook: 1 Tim 1:15; 1 Tim 3:1; 1 Tim 4:8; 1 Tim 4:10; Tit 3:8; 2 Tim 2:11 **4:10** Hiervoor immers werken wij hard en worden wij beschimpt, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende Elohim. Hij is de Redder van alle mensen, vooral van de gelovigen. Brontekst: εἰς (eis) = tot | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = immers | κοπιῶμεν (kopiomen) = werken wij hard | καὶ (kai) = en | ὀνειδιζόμεθα (oneidizometha) = worden wij beschimpt | ὅτι (hoti) = omdat | ἠλπίκαμεν (elpikamen) = wij hebben gehoopt | ἐπὶ (epi) = op | θεῷ (theo) = Elohim | ζῶντι (zonti) = levende | ὅς (hos) = die | ἐστιν (estin) = is | σωτὴρ (soter) = Redder | πάντων (panton) = van alle | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | μάλιστα (malista) = vooral | πιστῶν (piston) = van gelovigen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοπιάω (kopiao), ‘hard werken’: zich afmatten. ὀνειδίζω (oneidizo), ‘beschimpen’. ἠλπίκαμεν (elpikamen), ‘wij hebben gehoopt’: een voltooide tijd, ‘onze hoop gevestigd hebben’. θεὸς ζῶν (theos zon), ‘levende Elohim’: zoals in 3:15. σωτὴρ πάντων ἀνθρώπων (soter panton anthropon), ‘Redder van alle mensen’, μάλιστα πιστῶν (malista piston), ‘vooral van gelovigen’: de tekst zegt niet hoe dit zich verhoudt tot 2:4. σωτήρ staat hier van Elohim. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 2:3–4; 1 Tim. 3:15. Voetnoot Lezing: Bij ‘immers’ (γάρ) en bij ‘worden wij beschimpt’ (ὀνειδιζόμεθα) markeert de SBLGNT varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tim 2:3–4; 1 Tim 3:15 ### Een voorbeeld voor de gelovigen **4:11** Draag dit op en onderwijs het. Brontekst: Παράγγελλε (Parangelle) = draag op | ταῦτα (tauta) = dit | καὶ (kai) = en | δίδασκε (didaske) = onderwijs Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραγγέλλω (parangello), ‘opdragen’: een opdracht geven, zoals in 1:3. **4:12** Laat niemand op je jeugd neerkijken, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in gedrag, in liefde, in geloof, in zuiverheid. Brontekst: μηδείς (medeis) = niemand | σου (sou) = van jou | τῆς (tes) = de | νεότητος (neotetos) = jeugd | καταφρονείτω (kataphroneito) = laat neerkijken | ἀλλὰ (alla) = maar | τύπος (typos) = voorbeeld | γίνου (ginou) = wees | τῶν (ton) = van de | πιστῶν (piston) = gelovigen | ἐν (en) = in | λόγῳ (logo) = woord | ἐν (en) = in | ἀναστροφῇ (anastrophe) = gedrag | ἐν (en) = in | ἀγάπῃ (agape) = liefde | ἐν (en) = in | πίστει (pistei) = geloof | ἐν (en) = in | ἁγνείᾳ (hagneia) = zuiverheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νεότης (neotes), ‘jeugd’: Timoteüs is jong; een leeftijd noemt de tekst niet. τύπος (typos), ‘voorbeeld’: letterlijk ‘afdruk, beeld’; vergelijk Fil. 3:17. ἀναστροφή (anastrofe), ‘gedrag’: de manier van leven. ἁγνεία (hagneia), ‘zuiverheid’. Voetnoot : Zie ook Fil. 3:17; Tit. 2:7. Voetnoot Lezing: Bij ‘liefde’ (ἀγάπῃ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Fil 3:17; Tit 2:7 **4:13** Houd je, totdat ik kom, bezig met het voorlezen, de aansporing en het onderwijs. Brontekst: ἕως (heos) = totdat | ἔρχομαι (erchomai) = ik kom | πρόσεχε (proseche) = houd je bezig | τῇ (te) = met het | ἀναγνώσει (anagnosei) = voorlezen | τῇ (te) = de | παρακλήσει (paraklesei) = aansporing | τῇ (te) = het | διδασκαλίᾳ (didaskalia) = onderwijs Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνάγνωσις (anagnosis), ‘voorlezen’: het (hardop) voorlezen, zoals in Hand. 13:15 en Kol. 4:16. παράκλησις (paraklesis), ‘aansporing’: ook ‘vertroosting’; zie het werkwoord ‘aansporen’ in 1:3. διδασκαλία (didaskalia), ‘onderwijs’. Voetnoot : Zie ook Hand. 13:15; Kol. 4:16. Zie ook: Hand 13:15; Kol 4:16 **4:14** Verwaarloos de genadegave niet die in jou is, die je gegeven is door profetie, met oplegging van de handen van de raad van ouderen. Brontekst: μὴ (me) = niet | ἀμέλει (amelei) = verwaarloos | τοῦ (tou) = de | ἐν (en) = in | σοὶ (soi) = jou | χαρίσματος (charismatos) = genadegave | ὃ (ho) = die | ἐδόθη (edothe) = werd gegeven | σοι (soi) = aan jou | διὰ (dia) = door | προφητείας (propheteias) = profetie | μετὰ (meta) = met | ἐπιθέσεως (epitheseos) = oplegging | τῶν (ton) = van de | χειρῶν (cheiron) = handen | τοῦ (tou) = van de | πρεσβυτερίου (presbyteriou) = raad van ouderen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: wat uit genade geschonken is. Het Grieks zegt niet welke gave bedoeld is. ‘Door profetie’ (διὰ προφητείας): een uitspraak die over Timoteüs gedaan is; vergelijk 1:18. ἐπίθεσις τῶν χειρῶν (epithesis ton cheiron), ‘oplegging van de handen’. πρεσβυτέριον (presbyterion), ‘raad van ouderen’: de groep van de πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘oudere mannen’ of ‘ouderen’; zie 5:17. In 2 Tim. 1:6 gaat het om ‘de oplegging van mijn handen’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:18; 1 Tim. 5:17; 1 Tim. 5:22; 2 Tim. 1:6. Zie ook: 1 Tim 1:18; 1 Tim 5:17; 1 Tim 5:22; 2 Tim 1:6 **4:15** Overdenk dit, ga hierin op, opdat jouw vooruitgang voor allen openbaar is. Brontekst: ταῦτα (tauta) = dit | μελέτα (meleta) = overdenk | ἐν (en) = in | τούτοις (toutois) = dezen | ἴσθι (isthi) = wees | ἵνα (hina) = opdat | σου (sou) = jouw | ἡ (he) = de | προκοπὴ (prokope) = vooruitgang | φανερὰ (phanera) = openbaar | ᾖ (e) = is | πᾶσιν (pasin) = voor allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μελετάω (meletao), ‘overdenken’: ook ‘oefenen, zich erin verdiepen’. ἐν τούτοις ἴσθι (en toutois isthi), ‘wees hierin’: ga hierin op. προκοπή (prokope), ‘vooruitgang’: groei, voortgang. Voetnoot Lezing: Bij ‘is’ (ᾖ) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. **4:16** Let op jezelf en op het onderwijs. Blijf daarbij, want als je dit doet, zul je zowel jezelf redden als hen die naar je luisteren. Brontekst: ἔπεχε (epeche) = let op | σεαυτῷ (seauto) = jezelf | καὶ (kai) = en | τῇ (te) = op het | διδασκαλίᾳ (didaskalia) = onderwijs | ἐπίμενε (epimene) = blijf | αὐτοῖς (autois) = daarbij | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | ποιῶν (poion) = doend | καὶ (kai) = zowel | σεαυτὸν (seauton) = jezelf | σώσεις (soseis) = zult redden | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = hen die | ἀκούοντάς (akouontas) = horen | σου (sou) = jou Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπέχω (epecho), ‘letten op’: aandacht richten op. σῴζω (sozo), ‘redden’: Timoteüs ‘redt’ zichzelf en zijn hoorders door vol te houden in het onderwijs; het Grieks zegt niet verder in welke zin. Elders in deze brief is Elohim de Redder (2:3; 4:10). Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 2:3; 1 Tim. 4:10. Zie ook: 1 Tim 2:3; 1 Tim 4:10 ## 1 Timotheüs 5 _Ouderen en jongeren, de zorg voor weduwen, de ouderen van de gemeente en raad aan Timoteüs_ ### Ouderen en jongeren **5:1** Een oudere moet je niet hard toespreken, maar spoor hem aan als een vader, jongere mannen als broers, Brontekst: Πρεσβυτέρῳ (Presbytero) = aan een oudere | μὴ (me) = niet | ἐπιπλήξῃς (epiplexes) = spreek hard toe | ἀλλὰ (alla) = maar | παρακάλει (parakalei) = spoor aan | ὡς (hos) = als | πατέρα (patera) = vader | νεωτέρους (neoterous) = jongere mannen | ὡς (hos) = als | ἀδελφούς (adelphous) = broers Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρεσβύτερος (presbyteros), ‘oudere’: hier eenvoudig een oudere man, tegenover de ‘jongere’ (νεώτερος); in vers 17 en 19 gaat het om de ouderen die in de gemeente leiding geven. Het Griekse woord is hetzelfde. Wij houden ‘oudere’ aan en laten de context bepalen; de tekst zegt niet waar het ene in het andere overgaat. ἐπιπλήσσω (epiplesso), ‘hard toespreken’: iemand scherp aanvallen met woorden. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: hier gewone broers; zie ook 4:6. Voetnoot : Zie ook Lev. 19:32; 1 Tim. 4:6; 1 Petr. 5:1. Zie ook: Lev 19:32; 1 Tim 4:6; 1 Tim 5:17; 1 Tim 5:19; 1 Petr 5:1 **5:2** oudere vrouwen als moeders, jongere vrouwen als zusters, in alle zuiverheid. Brontekst: πρεσβυτέρας (presbyteras) = oudere vrouwen | ὡς (hos) = als | μητέρας (meteras) = moeders | νεωτέρας (neoteras) = jongere vrouwen | ὡς (hos) = als | ἀδελφὰς (adelphas) = zusters | ἐν (en) = in | πάσῃ (pase) = alle | ἁγνείᾳ (hagneia) = zuiverheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγνεία (hagneia), ‘zuiverheid’: zoals in 4:12. De vier groepen volgen elkaar als gezinsleden: vaders, broers, moeders, zusters. ### De weduwen **5:3** Eer de weduwen die echt weduwen zijn. Brontekst: Χήρας (Cheras) = weduwen | τίμα (tima) = eer | τὰς (tas) = de | ὄντως (ontos) = echte | χήρας (cheras) = weduwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χήρα (chera), ‘weduwe’. τιμάω (timao), ‘eren’: ook ‘waarderen, vergoeden’; dit blijkt uit de volgende verzen, waar het om onderhoud gaat. ὄντως χήρα (ontos chera), ‘echte weduwe’: een weduwe die niemand heeft om voor haar te zorgen (vers 5). Voetnoot : Zie ook Hand. 6:1; Exod. 22:21–23; Deut. 10:18. Zie ook: Ex 22:21–23; Deut 10:18; Hand 6:1; 1 Tim 5:5 **5:4** Maar als een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, laten die eerst leren hun eigen huis vroom te behandelen en hun voorouders terug te betalen. Want dat is aanvaardbaar in het oog van Elohim. Brontekst: εἰ (ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = een | χήρα (chera) = weduwe | τέκνα (tekna) = kinderen | ἢ (e) = of | ἔκγονα (ekgona) = kleinkinderen | ἔχει (echei) = heeft | μανθανέτωσαν (manthanetosan) = laten ze leren | πρῶτον (proton) = eerst | τὸν (ton) = het | ἴδιον (idion) = eigen | οἶκον (oikon) = huis | εὐσεβεῖν (eusebein) = vroom te behandelen | καὶ (kai) = en | ἀμοιβὰς (amoibas) = vergelding | ἀποδιδόναι (apodidonai) = te geven | τοῖς (tois) = aan de | προγόνοις (progonois) = voorouders | τοῦτο (touto) = dit | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | ἀπόδεκτον (apodekton) = aanvaardbaar | ἐνώπιον (enopion) = in het oog | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔκγονα (ekgona), ‘kleinkinderen’: nakomelingen. εὐσεβέω (eusebeo), ‘vroom behandelen’: vroomheid betonen; verwant met εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’. πρόγονοι (progonoi), ‘voorouders’: wie eerder kwam, hier ouders en grootouders. ἀμοιβή (amoibe), ‘vergelding’: wat men terugbetaalt. Het Grieks zegt niet wie ‘die’ zijn: de kinderen en kleinkinderen leren zorgen voor de weduwe, hun moeder of grootmoeder. ἀπόδεκτος (apodektos), ‘aanvaardbaar’: zoals in 2:3. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 2:3; Exod. 20:12. Zie ook: Ex 20:12; 1 Tim 2:3 **5:5** Maar de echte weduwe, die alleen is achtergebleven, heeft haar hoop gevestigd op Elohim en blijft nacht en dag in smekingen en gebeden. Brontekst: ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | ὄντως (ontos) = echte | χήρα (chera) = weduwe | καὶ (kai) = en | μεμονωμένη (memonomene) = alleen achtergebleven | ἤλπικεν (elpiken) = heeft gehoopt | ἐπὶ (epi) = op | θεὸν (theon) = Elohim | καὶ (kai) = en | προσμένει (prosmenei) = blijft | ταῖς (tais) = in de | δεήσεσιν (deesesin) = smekingen | καὶ (kai) = en | ταῖς (tais) = in de | προσευχαῖς (proseuchais) = gebeden | νυκτὸς (nyktos) = nacht | καὶ (kai) = en | ἡμέρας (hemeras) = dag Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μεμονωμένη (memonomene), ‘alleen achtergebleven’: zonder familie. ἤλπικεν (elpiken), ‘heeft gehoopt’: haar hoop is gevestigd en blijft; zoals in 4:10. προσμένω (prosmeno), ‘blijven’: volhouden. δέησις (deesis), ‘smeking’, en προσευχή (proseuche), ‘gebed’: zoals in 2:1. Vergelijk Anna in Luc. 2:37. Voetnoot : Zie ook Luc. 2:37; 1 Tim. 4:10. Voetnoot Lezing: Bij ‘Elohim’ (θεόν) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Luc 2:37; 1 Tim 4:10 **5:6** Maar de weduwe die zich aan genot overgeeft, is dood terwijl zij leeft. Brontekst: ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | σπαταλῶσα (spatalosa) = die zich aan genot overgeeft | ζῶσα (zosa) = levend | τέθνηκεν (tethneken) = is dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σπαταλάω (spatalao), ‘zich aan genot overgeven’: losbandig en weelderig leven. ‘Dood terwijl zij leeft’: het Grieks heeft ‘levend is zij gestorven’ (ζῶσα τέθνηκεν), in de voltooide tijd. De tekst zegt niet in welke zin zij dood is. **5:7** Draag ook dit op, opdat zij onberispelijk zijn. Brontekst: καὶ (kai) = en | ταῦτα (tauta) = dit | παράγγελλε (parangelle) = draag op | ἵνα (hina) = opdat | ἀνεπίλημπτοι (anepilemptoi) = onberispelijk | ὦσιν (osin) = zij zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνεπίλημπτος (anepilemptos), ‘onberispelijk’: zoals in 3:2 en 6:14. Wie met ‘zij’ bedoeld wordt, zegt het Grieks niet: de weduwen, hun familie of beide. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:2; 1 Tim. 6:14. Zie ook: 1 Tim 3:2; 1 Tim 6:14 **5:8** Maar als iemand niet zorgt voor zijn eigen mensen, en vooral niet voor die van zijn huis, heeft hij het geloof verloochend. Hij is erger dan een ongelovige. Brontekst: εἰ (ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | τῶν (ton) = voor de | ἰδίων (idion) = eigen | καὶ (kai) = en | μάλιστα (malista) = vooral | οἰκείων (oikeion) = huisgenoten | οὐ (ou) = niet | προνοεῖ (pronoei) = zorgt | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | ἤρνηται (ernetai) = heeft verloochend | καὶ (kai) = en | ἔστιν (estin) = is | ἀπίστου (apistou) = dan een ongelovige | χείρων (cheiron) = erger Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προνοέω (pronoeo), ‘zorgen voor’: vooruit denken aan. οἰκεῖοι (oikeioi), ‘huisgenoten’: wie tot het huis hoort. ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’: loochenen, zich afkeren van. ἄπιστος (apistos), ‘ongelovige’: ook ‘onbetrouwbare’. Voetnoot Lezing: Bij ‘vooral’ (μάλιστα) en bij ‘zorgt’ (προνοεῖ) markeert de SBLGNT varianten. Wij volgen de SBLGNT. **5:9** Een weduwe moet op de lijst worden opgenomen als zij niet minder dan 60 jaar oud is, vrouw van één man, Brontekst: Χήρα (Chera) = weduwe | καταλεγέσθω (katalegestho) = laat op de lijst worden gezet | μὴ (me) = niet | ἔλαττον (elatton) = minder | ἐτῶν (eton) = dan jaren | ἑξήκοντα (hexekonta) = 60 | γεγονυῖα (gegonuia) = zijnde | ἑνὸς (henos) = van één | ἀνδρὸς (andros) = man | γυνή (gyne) = vrouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταλέγω (katalego), ‘op de lijst zetten’: in een register opnemen. De tekst zegt niet waarvoor de lijst dient: voor onderhoud of voor een taak in de gemeente. ἑνὸς ἀνδρὸς γυνή (henos andros gyne), ‘vrouw van één man’: spiegelt ‘man van één vrouw’ in 3:2. Ook hier doet het Grieks geen keuze: één huwelijk, of trouw in het huwelijk. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:2; 1 Tim. 3:12. Zie ook: 1 Tim 3:2; 1 Tim 3:12 **5:10** met een getuigenis van goede werken: of zij kinderen heeft grootgebracht, gastvrij is geweest, de voeten van heiligen heeft gewassen, benarden heeft bijgestaan en elk goed werk is nagegaan. Brontekst: ἐν (en) = in | ἔργοις (ergois) = werken | καλοῖς (kalois) = goede | μαρτυρουμένη (martyroumene) = getuigenis hebbend | εἰ (ei) = of | ἐτεκνοτρόφησεν (eteknotrophesen) = kinderen heeft grootgebracht | εἰ (ei) = of | ἐξενοδόχησεν (exenodochesen) = gastvrij was | εἰ (ei) = of | ἁγίων (hagion) = van heiligen | πόδας (podas) = voeten | ἔνιψεν (enipsen) = wies | εἰ (ei) = of | θλιβομένοις (thlibomenois) = benarden | ἐπήρκεσεν (eperkesen) = bijstond | εἰ (ei) = of | παντὶ (panti) = aan elk | ἔργῳ (ergo) = werk | ἀγαθῷ (agatho) = goed | ἐπηκολούθησεν (epekolouthesen) = is nagegaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τεκνοτροφέω (teknotrofeo), ‘kinderen grootbrengen’; ξενοδοχέω (xenodocheo), ‘gastvrij zijn’; ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de gelovigen; ἐπαρκέω (eparkeo), ‘bijstaan’: helpen; θλίβω (thlibo), ‘benauwen’: wie in nood zit. De voeten wassen is een dienst die bij gastvrijheid hoort; vergelijk Joh. 13:5–14. Voetnoot : Zie ook Joh. 13:5; Luc. 7:44. Zie ook: Luc 7:44; Joh 13:5–14 **5:11** Wijs jongere weduwen af. Want zodra zij zich, tegen de Messias in, door zinnelijke drang laten leiden, willen zij trouwen, Brontekst: νεωτέρας (neoteras) = jongere | δὲ (de) = maar | χήρας (cheras) = weduwen | παραιτοῦ (paraitou) = wijs af | ὅταν (hotan) = wanneer | γὰρ (gar) = want | καταστρηνιάσωσιν (katastreniasosin) = zinnelijk worden tegen | τοῦ (tou) = de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | γαμεῖν (gamein) = trouwen | θέλουσιν (thelousin) = willen ze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταστρηνιάω (katastreniao), ‘zinnelijk worden tegen’: het werkwoord heeft de Messias in de tweede naamval; wij vertalen ‘tegen de Messias in’: het zinnelijke verlangen komt in botsing met hun toewijding aan Hem. De tekst zegt niet dat trouwen zelf verkeerd is (zie vers 14). Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 5:14. Zie ook: 1 Tim 5:14 **5:12** en zo komt er een oordeel over hen, omdat zij hun eerste geloof hebben verworpen. Brontekst: ἔχουσαι (echousai) = hebbend | κρίμα (krima) = oordeel | ὅτι (hoti) = omdat | τὴν (ten) = het | πρώτην (proten) = eerste | πίστιν (pistin) = geloof | ἠθέτησαν (ethetesan) = hebben verworpen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίμα (krima), ‘oordeel’. πρώτη πίστις (prote pistis), ‘eerste geloof’: het Griekse woord πίστις kan ook ‘trouw, belofte’ betekenen. Het kan dus gaan om wat zij eerst beloofden of beleden; de tekst zegt niet wat die belofte was. ἀθετέω (atheteo), ‘verwerpen’: terzijde schuiven, ongeldig verklaren. **5:13** Tegelijk leren zij ook werkloos te zijn, rondgaand van huis tot huis. En niet alleen werkloos, maar ook babbelziek en bemoeizuchtig, sprekend over wat niet past. Brontekst: ἅμα (hama) = tegelijk | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | ἀργαὶ (argai) = werkloos | μανθάνουσιν (manthanousin) = leren zij | περιερχόμεναι (perierchomenai) = rondgaand | τὰς (tas) = de | οἰκίας (oikias) = huizen | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | δὲ (de) = maar | ἀργαὶ (argai) = werkloos | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | φλύαροι (phlyaroi) = babbelziek | καὶ (kai) = en | περίεργοι (periergoi) = bemoeizuchtig | λαλοῦσαι (lalousai) = sprekend | τὰ (ta) = wat | μὴ (me) = niet | δέοντα (deonta) = past Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀργός (argos), ‘werkloos’: letterlijk ‘zonder werk’. φλύαρος (fluaros), ‘babbelziek’: wie onzin praat. περίεργος (periergos), ‘bemoeizuchtig’: letterlijk ‘rondom werkend’, zich met andermans zaken bemoeiend. Het Grieks heeft bij ‘werkloos’ geen werkwoord ‘zijn’: ἀργαὶ μανθάνουσιν (argai manthanousin), ‘werkloos leren zij’; wij vullen ‘te zijn’ aan. **5:14** Ik wil dus dat de jongere vrouwen trouwen, kinderen baren en het huis besturen, en de tegenstander geen enkele aanleiding geven tot laster. Brontekst: βούλομαι (boulomai) = ik wil | οὖν (oun) = dus | νεωτέρας (neoteras) = jongere vrouwen | γαμεῖν (gamein) = te trouwen | τεκνογονεῖν (teknogonein) = kinderen te baren | οἰκοδεσποτεῖν (oikodespotein) = het huis te besturen | μηδεμίαν (medemian) = geen enkele | ἀφορμὴν (aphormen) = aanleiding | διδόναι (didonai) = te geven | τῷ (to) = aan de | ἀντικειμένῳ (antikeimeno) = tegenstander | λοιδορίας (loidorias) = van laster | χάριν (charin) = wegens Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἰκοδεσποτέω (oikodespoteo), ‘het huis besturen’: de leiding hebben over het huishouden. ὁ ἀντικείμενος (ho antikeimenos), ‘de tegenstander’: ook ‘de opponent’ of ‘de Tegenstander’ (Satan, zie vers 15); de tekst zegt niet welke. ἀφορμή (aformē), ‘aanleiding’. λοιδορία (loidoria), ‘laster, smaad’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 5:15; 1 Tim. 6:1. Zie ook: 1 Tim 5:15; 1 Tim 6:1 **5:15** Want sommigen zijn al afgeweken, achter Satan aan. Brontekst: ἤδη (ede) = al | γάρ (gar) = want | τινες (tines) = sommigen | ἐξετράπησαν (exetrapesan) = zijn afgeweken | ὀπίσω (opiso) = achter | τοῦ (tou) = de | Σατανᾶ (Satana) = Satan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκτρέπομαι (ektrepomai), ‘afwijken’: zoals in 1:6. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: de tegenstander; zie 1:20. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:6; 1 Tim. 1:20. Zie ook: 1 Tim 1:6; 1 Tim 1:20 **5:16** Als een gelovige vrouw weduwen heeft, laat zij hen ondersteunen, en laat de gemeente niet belast worden, opdat zij de echte weduwen kan ondersteunen. Brontekst: εἴ (ei) = als | τις (tis) = een | πιστὴ (piste) = gelovige vrouw | ἔχει (echei) = heeft | χήρας (cheras) = weduwen | ἐπαρκείτω (eparkeito) = laat ondersteunen | αὐταῖς (autais) = hen | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | βαρείσθω (bareistho) = laat belast worden | ἡ (he) = de | ἐκκλησία (ekklesia) = gemeente | ἵνα (hina) = opdat | ταῖς (tais) = aan de | ὄντως (ontos) = echte | χήραις (cherais) = weduwen | ἐπαρκέσῃ (eparkese) = zij ondersteunt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βαρέω (bareo), ‘belasten’: zwaar maken. ἐπαρκέω (eparkeo), ‘ondersteunen’: zoals in vers 10. πιστή (piste) is vrouwelijk: ‘een gelovige vrouw’. Voetnoot Lezing: Bij ‘een’ (τις) en bij ‘laat zij ondersteunen’ (ἐπαρκείτω) markeert de SBLGNT varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tim 5:10 ### De ouderen van de gemeente **5:17** De ouderen die goed leiding geven, moeten dubbele eer waardig geacht worden, vooral zij die zich inspannen in het woord en het onderwijs. Brontekst: Οἱ (Hoi) = de | καλῶς (kalos) = goed | προεστῶτες (proestotes) = leiding gevende | πρεσβύτεροι (presbyteroi) = ouderen | διπλῆς (diples) = van dubbele | τιμῆς (times) = eer | ἀξιούσθωσαν (axiousthosan) = laten waardig geacht worden | μάλιστα (malista) = vooral | οἱ (hoi) = de | κοπιῶντες (kopiontes) = zich inspannende | ἐν (en) = in | λόγῳ (logo) = woord | καὶ (kai) = en | διδασκαλίᾳ (didaskalia) = onderwijs Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προΐστημι (proistemi), ‘leiding geven’: zoals in 3:4. διπλῆ τιμή (diple time), ‘dubbele eer’: ‘eer’ kan ook ‘vergoeding, onderhoud’ betekenen; het Grieks zegt niet hoeveel ‘dubbel’ is. Het volgende vers noemt een loon. κοπιάω (kopiao), ‘zich inspannen’: zoals in 4:10. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:10; Hand. 14:23; Hand. 20:17; Tit. 1:5. Zie ook: Hand 14:23; Hand 20:17; 1 Tim 4:10; Tit 1:5 **5:18** Want de Schrift zegt: „Je mag een dorsende stier niet muilbanden”, en: „De arbeider is zijn loon waard.” Brontekst: λέγει (legei) = zegt | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = de | γραφή (graphe) = Schrift | Βοῦν (Boun) = stier | ἀλοῶντα (aloonta) = dorsende | οὐ (ou) = niet | φιμώσεις (phimoseis) = zul je muilbanden | καί (kai) = en | Ἄξιος (Axios) = waard | ὁ (ho) = de | ἐργάτης (ergates) = arbeider | τοῦ (tou) = van het | μισθοῦ (misthou) = loon | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Deut. 25:4. Ons Hebreeuws heeft: ‘Je mag een stier niet muilbanden als hij aan het dorsen is.’ De Griekse tekst heeft ‘Een dorsende stier zul je niet muilbanden’. Paulus gebruikt hetzelfde vers in 1 Kor. 9:9. Het tweede citaat, ‘De arbeider is zijn loon waard’, staat in Luc. 10:7 en lijkt op Matt. 10:10. De inleiding ‘de Schrift zegt’ (λέγει ἡ γραφή) staat voor beide aanhalingen; de tekst noemt geen bron voor het tweede. Het werkwoord in het eerste citaat is een toekomende tijd (‘je zult niet muilbanden’). Voetnoot : Zie ook Deut. 25:4; 1 Kor. 9:9; Luc. 10:7; Matt. 10:10. Zie ook: Deut 25:4; Mat 10:10; Luc 10:7; 1 Kor 9:9 **5:19** Neem geen beschuldiging aan tegen een oudere, behalve op grond van twee of drie getuigen. Brontekst: κατὰ (kata) = tegen | πρεσβυτέρου (presbyterou) = een oudere | κατηγορίαν (kategorian) = beschuldiging | μὴ (me) = niet | παραδέχου (paradechou) = neem aan | ἐκτὸς (ektos) = behalve | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | ἐπὶ (epi) = op grond van | δύο (dyo) = twee | ἢ (e) = of | τριῶν (trion) = drie | μαρτύρων (martyron) = getuigen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατηγορία (kategoria), ‘beschuldiging’. παραδέχομαι (paradechomai), ‘aannemen’: in behandeling nemen. De regel van twee of drie getuigen komt uit Deut. 19:15. Voetnoot : Zie ook Deut. 19:15; Matt. 18:16; 2 Kor. 13:1. Zie ook: Deut 19:15; Mat 18:16; 2 Kor 13:1 **5:20** Wie zondigen, wijs terecht ten overstaan van allen, opdat ook de anderen vrees hebben. Brontekst: τοὺς (tous) = die | ἁμαρτάνοντας (hamartanontas) = zondigen | ἐνώπιον (enopion) = ten overstaan van | πάντων (panton) = allen | ἔλεγχε (elenche) = wijs terecht | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | λοιποὶ (loipoi) = anderen | φόβον (phobon) = vrees | ἔχωσιν (echosin) = hebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’: ook ‘overtuigen, aan het licht brengen’. ἐνώπιον πάντων (enopion panton), ‘ten overstaan van allen’: de tekst zegt niet of de gemeente of alle betrokkenen bedoeld zijn. φόβος (fobos), ‘vrees’. Voetnoot : Zie ook Matt. 18:15–17. Voetnoot Lezing: Bij ‘wie’ (τοὺς) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 18:15–17 **5:21** Ik betuig ten overstaan van Elohim, Yeshua de Messias en de uitverkoren engelen dat je dit onderhoudt zonder vooroordeel en niets doet uit vooringenomenheid. Brontekst: διαμαρτύρομαι (diamartyromai) = ik betuig | ἐνώπιον (enopion) = ten overstaan van | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van de | ἐκλεκτῶν (eklekton) = uitverkoren | ἀγγέλων (angelon) = engelen | ἵνα (hina) = opdat | ταῦτα (tauta) = dit | φυλάξῃς (phylaxes) = je onderhoudt | χωρὶς (choris) = zonder | προκρίματος (prokrimatos) = vooroordeel | μηδὲν (meden) = niets | ποιῶν (poion) = doend | κατὰ (kata) = uit | πρόσκλισιν (prosklisin) = vooringenomenheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘betuigen’: plechtig verklaren met getuigen erbij. ‘De uitverkoren engelen’: ἐκλεκτοὶ ἄγγελοι (eklektoi angeloi); de tekst zegt niet wie bedoeld wordt. πρόκριμα (prokrima), ‘vooroordeel’: een oordeel vooraf. πρόσκλισις (prosklisis), ‘vooringenomenheid’: neiging naar één kant. Voetnoot : Zie ook Deut. 1:17; Luc. 9:26. Voetnoot Lezing: Bij ‘Yeshua de Messias’ markeert de SBLGNT een variant. Wij vertalen steeds ‘Yeshua de Messias’. Zie ook: Deut 1:17; Luc 9:26 ### Zuiver blijven **5:22** Leg niemand haastig de handen op, en neem geen deel aan de zonden van anderen. Houd jezelf zuiver. Brontekst: χεῖρας (cheiras) = handen | ταχέως (tacheos) = haastig | μηδενὶ (medeni) = aan niemand | ἐπιτίθει (epitithei) = leg op | μηδὲ (mede) = noch | κοινώνει (koinonei) = neem deel | ἁμαρτίαις (hamartiais) = aan zonden | ἀλλοτρίαις (allotriais) = van anderen | σεαυτὸν (seauton) = jezelf | ἁγνὸν (hagnon) = zuiver | τήρει (terei) = houd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De ‘oplegging van de handen’ (ἐπιτίθημι χεῖρας) kan hier voor een aanstelling staan, zoals in 4:14, of voor een andere handeling; de tekst zegt het niet. κοινωνέω (koinoneo), ‘deelnemen’. ἁγνός (hagnos), ‘zuiver’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:14; 2 Tim. 1:6. Zie ook: 1 Tim 4:14; 2 Tim 1:6 **5:23** Drink niet langer alleen water, maar gebruik een weinig wijn, vanwege je maag en je veelvuldige zwakheden. Brontekst: μηκέτι (meketi) = niet meer | ὑδροπότει (hydropotei) = drink water | ἀλλὰ (alla) = maar | οἴνῳ (oino) = wijn | ὀλίγῳ (oligo) = weinig | χρῶ (chro) = gebruik | διὰ (dia) = wegens | τὸν (ton) = de | στόμαχον (stomachon) = maag | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = de | πυκνάς (pyknas) = veelvuldige | σου (sou) = van jou | ἀσθενείας (astheneias) = zwakheden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑδροποτέω (hydropoteo), ‘water drinken’: alleen water gebruiken. ‘Een weinig wijn’ (οἴνῳ ὀλίγῳ): geen aansporing tot veel drinken (zie 3:3; 3:8). στόμαχος (stomachos), ‘maag’. ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’: ook ‘ziekte’. De tekst zegt niet welke klachten Timoteüs had. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:3; 1 Tim. 3:8. Voetnoot Lezing: Bij ‘maag’ (στόμαχον) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tim 3:3; 1 Tim 3:8 **5:24** De zonden van sommige mensen zijn duidelijk te zien en gaan hen voor naar het oordeel. Bij anderen volgen ze achteraan. Brontekst: Τινῶν (Tinon) = van sommige | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | αἱ (hai) = de | ἁμαρτίαι (hamartiai) = zonden | πρόδηλοί (prodeloi) = duidelijk zichtbaar | εἰσιν (eisin) = zijn | προάγουσαι (proagousai) = voorafgaand | εἰς (eis) = naar | κρίσιν (krisin) = oordeel | τισὶν (tisin) = bij sommigen | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | ἐπακολουθοῦσιν (epakolouthousin) = volgen ze achteraan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρόδηλος (prodelos), ‘duidelijk zichtbaar’. προάγω (proago), ‘voorgaan’; ἐπακολουθέω (epakoloutheo), ‘achteraan komen’. Het beeld is dat sommige zonden het oordeel vooruitgaan en andere erachteraan komen. **5:25** Zo zijn ook de goede werken duidelijk te zien, en wat anders is, kan niet verborgen blijven. Brontekst: ὡσαύτως (hosautos) = evenzo | καὶ (kai) = ook | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | τὰ (ta) = de | καλὰ (kala) = goede | πρόδηλα (prodela) = duidelijk zichtbaar | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = wat | ἄλλως (allos) = anders | ἔχοντα (echonta) = zich verhoudt | κρυβῆναι (krybenai) = verborgen te blijven | οὐ (ou) = niet | δύνανται (dynantai) = kunnen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔργα τὰ καλά (erga ta kala), ‘de goede werken’. De goede werken zijn net als de zonden uit vers 24 uiteindelijk niet te verbergen. Voetnoot Lezing: Bij ‘de goede werken’ (ἔργα τὰ καλά) en bij ‘duidelijk zichtbaar’ (πρόδηλα) markeert de SBLGNT varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tim 5:24 ## 1 Timotheüs 6 _Knechten en meesters, ander onderwijs en geldzucht, de goede wedstrijd en de rijken_ ### Knechten en meesters **6:1** Alle knechten die onder een juk zijn, moeten hun eigen meesters alle eer waard achten, opdat de naam van Elohim en het onderwijs niet gelasterd worden. Brontekst: Ὅσοι (Hosoi) = allen die | εἰσὶν (eisin) = zijn | ὑπὸ (hypo) = onder | ζυγὸν (zygon) = juk | δοῦλοι (douloi) = knechten | τοὺς (tous) = de | ἰδίους (idious) = eigen | δεσπότας (despotas) = meesters | πάσης (pases) = van alle | τιμῆς (times) = eer | ἀξίους (axious) = waard | ἡγείσθωσαν (hegeisthosan) = laten achten | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | διδασκαλία (didaskalia) = onderwijs | βλασφημῆται (blasphemetai) = gelasterd wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’, iemand die eigendom is van een meester. ὑπὸ ζυγόν (hypo zygon), ‘onder een juk’: het beeld van een trekdier; het wijst op dienstbaarheid. δεσπότης (despotes), ‘meester’: een heer met volledige macht over de huisgenoten; een ander woord dan κύριος, ‘heer’. De tekst geeft een aanwijzing voor knechten in de gemeente en velt geen oordeel over slavernij zelf. τὸ ὄνομα τοῦ θεοῦ (to onoma tou theou), ‘de naam van Elohim’. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’: zoals in 1:20. Voetnoot : Zie ook Ef. 6:5–8; Kol. 3:22–25; Tit. 2:9–10; Filem. 15–16. Zie ook: Ef 6:5–8; Kol 3:22–25; Tit 2:9–10 **6:2** Wie gelovige meesters hebben, moeten niet op hen neerkijken omdat zij broers zijn. Zij moeten juist des te meer als knechten dienen, omdat zij gelovig en geliefd zijn, zij die zich aan het goede doen wijden. Onderwijs dit en spoor aan. Brontekst: οἱ (hoi) = die | δὲ (de) = maar | πιστοὺς (pistous) = gelovige | ἔχοντες (echontes) = hebbend | δεσπότας (despotas) = meesters | μὴ (me) = niet | καταφρονείτωσαν (kataphroneitosan) = laten neerkijken | ὅτι (hoti) = omdat | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | εἰσιν (eisin) = ze zijn | ἀλλὰ (alla) = maar | μᾶλλον (mallon) = juist | δουλευέτωσαν (douleuetosan) = laten dienen als knechten | ὅτι (hoti) = omdat | πιστοί (pistoi) = gelovig | εἰσιν (eisin) = ze zijn | καὶ (kai) = en | ἀγαπητοὶ (agapetoi) = geliefd | οἱ (hoi) = zij die | τῆς (tes) = van het | εὐεργεσίας (euergesias) = weldoen | ἀντιλαμβανόμενοι (antilambanomenoi) = zich wijden aan | Ταῦτα (Tauta) = dit | δίδασκε (didaske) = onderwijs | καὶ (kai) = en | παρακάλει (parakalei) = spoor aan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: de meesters zijn gelovigen en dus broers. Het slot van de zin is in het Grieks lastig: οἱ τῆς εὐεργεσίας ἀντιλαμβανόμενοι (hoi tes euergesias antilambanomenoi), ‘zij die zich aan het goede doen wijden’: ἀντιλαμβάνομαι kan ‘deelnemen aan’, ‘zich inzetten voor’ of ‘ontvangen’ betekenen, en εὐεργεσία is ‘weldaad’; wij vertalen ‘zich aan het goede doen wijden’. Het Grieks laat open of ‘zij’ de meesters of de knechten zijn. ‘Onderwijs dit en spoor aan’ (Ταῦτα δίδασκε καὶ παρακάλει) sluit af zoals 4:11 (‘Draag dit op en onderwijs het’). Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:6; 1 Tim. 4:11. Zie ook: 1 Tim 4:6; 1 Tim 4:11 ### Ander onderwijs en geldzucht **6:3** Als iemand ander onderwijs geeft en zich niet voegt naar gezonde woorden, die van onze Heer Yeshua de Messias, en naar het onderwijs dat bij vroomheid past, Brontekst: εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ἑτεροδιδασκαλεῖ (heterodidaskalei) = ander onderwijs geeft | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | προσέρχεται (proserchetai) = zich voegt naar | ὑγιαίνουσι (hygiainousi) = gezonde | λόγοις (logois) = woorden | τοῖς (tois) = die | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | καὶ (kai) = en | τῇ (te) = naar het | κατ’ (kat’) = volgens | εὐσέβειαν (eusebeian) = vroomheid | διδασκαλίᾳ (didaskalia) = onderwijs Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἑτεροδιδασκαλέω (heterodidaskaleo), ‘ander onderwijs geven’: zoals in 1:3. ὑγιαίνοντες λόγοι (hygiainontes logoi), ‘gezonde woorden’: zoals ‘gezond onderwijs’ in 1:10. ‘De woorden van onze Heer Yeshua de Messias’: de woorden van Yeshua of de woorden over Hem; het Grieks heeft alleen de tweede naamval. εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’; διδασκαλία (didaskalia), ‘onderwijs’. Zie ook de ‘vroomheid’ in 3:16. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:3; 1 Tim. 1:10; 2 Tim. 1:13; Tit. 1:9. Zie ook: 1 Tim 1:3; 1 Tim 1:10; Tit 1:9; 2 Tim 1:13 **6:4** dan is hij opgeblazen en weet hij niets, maar is hij ziek van twistvragen en woordenstrijd. Daaruit ontstaan afgunst, ruzie, lasteringen, kwade verdenkingen, Brontekst: τετύφωται (tetyphotai) = is opgeblazen | μηδὲν (meden) = niets | ἐπιστάμενος (epistamenos) = wetend | ἀλλὰ (alla) = maar | νοσῶν (noson) = ziek | περὶ (peri) = aan | ζητήσεις (zeteseis) = twistvragen | καὶ (kai) = en | λογομαχίας (logomachias) = woordenstrijd | ἐξ (ex) = uit | ὧν (hon) = welke | γίνεται (ginetai) = ontstaat | φθόνος (phthonos) = afgunst | ἔρις (eris) = ruzie | βλασφημίαι (blasphemiai) = lasteringen | ὑπόνοιαι (hyponoiai) = verdenkingen | πονηραί (ponerai) = kwade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τυφόομαι (typhoomai), ‘opgeblazen zijn’: zoals in 3:6. νοσέω (noseo), ‘ziek zijn’: het beeld van een zieke. ζήτησις (zetesis), ‘twistvraag’: een vraag waarover gestreden wordt; vergelijk ἐκζήτησις in 1:4. λογομαχία (logomachia), ‘woordenstrijd’. φθόνος (fthonos), ‘afgunst’; ἔρις (eris), ‘ruzie’; βλασφημία (blasfemia), ‘lastering’; ὑπόνοια (hyponoia), ‘verdenking’. **6:5** voortdurende wrijvingen tussen mensen met een verdorven verstand, die van de waarheid beroofd zijn en menen dat de vroomheid een bron van winst is. Brontekst: διαπαρατριβαὶ (diaparatribai) = voortdurende wrijvingen | διεφθαρμένων (diephtharmenon) = van verdorven | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | τὸν (ton) = het | νοῦν (noun) = verstand | καὶ (kai) = en | ἀπεστερημένων (apesteremenon) = beroofd | τῆς (tes) = van de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | νομιζόντων (nomizonton) = menend | πορισμὸν (porismon) = winstmiddel | εἶναι (einai) = te zijn | τὴν (ten) = de | εὐσέβειαν (eusebeian) = vroomheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διαπαρατριβή (diaparatribe), ‘voortdurende wrijving’: een zeldzaam woord. διεφθαρμένος (diephtharmenos), ‘verdorven’. ἀπεστερημένος (apesteremenos), ‘beroofd’. πορισμός (porismos), ‘bron van winst’: iets wat gewin oplevert; het gaat om mensen die vroomheid als manier van inkomsten zien. Het woord staat ook in vers 6. Voetnoot : Zie ook Tit. 1:11. Voetnoot Lezing: Bij ‘de vroomheid’ (τὴν εὐσέβειαν) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tim 6:6; Tit 1:11 **6:6** Maar de vroomheid met genoegzaamheid is wel een grote bron van winst. Brontekst: ἔστιν (estin) = is | δὲ (de) = maar | πορισμὸς (porismos) = winstmiddel | μέγας (megas) = groot | ἡ (he) = de | εὐσέβεια (eusebeia) = vroomheid | μετὰ (meta) = met | αὐταρκείας (autarkeias) = genoegzaamheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks gebruikt hier hetzelfde woord πορισμός (porismos), ‘bron van winst’, als in vers 5, nu van de vroomheid met genoegzaamheid. αὐτάρκεια (autarkeia), ‘genoegzaamheid’: tevredenheid met wat men heeft. Vergelijk αὐτάρκης (autarkes), ‘tevreden’, in Fil. 4:11. Voetnoot : Zie ook Fil. 4:11–12. Zie ook: Fil 4:11; 1 Tim 6:5 **6:7** Want wij hebben niets in de wereld binnengebracht, en wij kunnen er ook niets uit meenemen. Brontekst: οὐδὲν (ouden) = niets | γὰρ (gar) = want | εἰσηνέγκαμεν (eisenenkamen) = brachten wij binnen | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | ὅτι (hoti) = omdat | οὐδὲ (oude) = ook niet | ἐξενεγκεῖν (exenenkein) = uit te dragen | τι (ti) = iets | δυνάμεθα (dynametha) = kunnen wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het gezegde lijkt op Pred. 5:14 (NL 5:15). De tekst noemt geen bron. Voetnoot : Zie ook Pred. 5:14. Voetnoot Lezing: Bij ‘omdat’ (ὅτι) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT en vertalen met ‘en … ook niet’. Zie ook: Pred 5:14 **6:8** Maar als wij voedsel en beschutting hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn. Brontekst: ἔχοντες (echontes) = hebbend | δὲ (de) = maar | διατροφὰς (diatrophas) = voedsel | καὶ (kai) = en | σκεπάσματα (skepasmata) = beschutting | τούτοις (toutois) = hiermee | ἀρκεσθησόμεθα (arkesthesometha) = zullen wij tevreden zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διατροφή (diatrofe), ‘voedsel’; σκέπασμα (skepasma), ‘beschutting’: alles wat bedekt; kleding of onderdak, de tekst kiest niet. ἀρκέω (arkeo), ‘tevreden zijn’: genoeg hebben. **6:9** Wie rijk willen worden, vallen in beproeving, in een strik en in vele onverstandige en schadelijke begeerten. Die laten de mensen wegzinken in verderf en ondergang. Brontekst: οἱ (hoi) = die | δὲ (de) = maar | βουλόμενοι (boulomenoi) = willend | πλουτεῖν (ploutein) = rijk worden | ἐμπίπτουσιν (empiptousin) = vallen | εἰς (eis) = in | πειρασμὸν (peirasmon) = beproeving | καὶ (kai) = en | παγίδα (pagida) = strik | καὶ (kai) = en | ἐπιθυμίας (epithymias) = begeerten | πολλὰς (pollas) = vele | ἀνοήτους (anoetous) = onverstandige | καὶ (kai) = en | βλαβεράς (blaberas) = schadelijke | αἵτινες (haitines) = die | βυθίζουσι (bythizousi) = laten wegzinken | τοὺς (tous) = de | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | εἰς (eis) = in | ὄλεθρον (olethron) = verderf | καὶ (kai) = en | ἀπώλειαν (apoleian) = ondergang Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλουτέω (plouteo), ‘rijk worden’: het werkwoord staat in de tegenwoordige tijd van een voortdurend streven. πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: het Griekse woord betekent zowel ‘beproeving’ als ‘verzoeking’; wij houden ‘beproeving’ aan, zoals in Jak. 1:2 en Matt. 6:13. παγίς (pagis), ‘strik’: zoals in 3:7. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’. ἀνόητος (anoetos), ‘onverstandig’; βλαβερός (blaberos), ‘schadelijk’. βυθίζω (bythizo), ‘laten wegzinken’: het beeld van een schip dat zinkt; vergelijk ‘schipbreuk’ in 1:19. ὄλεθρος (olethros), ‘verderf’; ἀπώλεια (apoleia), ‘ondergang’. Voetnoot : Zie ook Jak. 1:2; Matt. 6:13; 1 Tim. 1:19; 1 Tim. 3:7. Zie ook: Mat 6:13; Jak 1:2; 1 Tim 1:19; 1 Tim 3:7 **6:10** Want een wortel van alle kwaad is de geldzucht. Sommigen zijn, doordat zij ernaar verlangden, van het geloof afgedwaald en hebben zichzelf met veel pijn doorboord. Brontekst: ῥίζα (rhiza) = wortel | γὰρ (gar) = want | πάντων (panton) = van alle | τῶν (ton) = de | κακῶν (kakon) = kwaden | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = de | φιλαργυρία (philargyria) = geldzucht | ἧς (hes) = waarnaar | τινες (tines) = sommigen | ὀρεγόμενοι (oregomenoi) = verlangend | ἀπεπλανήθησαν (apeplanethesan) = zijn afgedwaald | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = het | πίστεως (pisteos) = geloof | καὶ (kai) = en | ἑαυτοὺς (heautous) = zichzelf | περιέπειραν (periepeiran) = doorboorden | ὀδύναις (odynais) = met pijnen | πολλαῖς (pollais) = vele Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ῥίζα (riza), ‘wortel’: het woord staat zonder lidwoord. Het Grieks zegt dus ‘een wortel’, niet ‘de wortel’; ‘van alle kwaden’ kan ook ‘van alle soorten kwaad’ betekenen. φιλαργυρία (filargyria), ‘geldzucht’: letterlijk ‘liefde voor zilver’; vergelijk ἀφιλάργυρος in 3:3. ὀρέγομαι (oregomai), ‘verlangen’: zoals in 3:1. ἀποπλανάομαι (apoplanaomai), ‘afdwalen’. περιπείρω (peripeiro), ‘doorboren’: letterlijk ‘doorsteken’. ὀδύνη (odyne), ‘pijn’. ‘Van het geloof’ (ἀπὸ τῆς πίστεως): zoals in 4:1. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:1; 1 Tim. 4:1; Luc. 16:13–14. Zie ook: Luc 16:13–14; 1 Tim 3:1; 1 Tim 4:1 ### De goede wedstrijd van het geloof **6:11** Maar jij, mens van Elohim, vlucht hiervoor weg. Jaag na: gerechtigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid. Brontekst: Σὺ (Sy) = jij | δέ (de) = maar | ὦ (o) = o | ἄνθρωπε (anthrope) = mens | θεοῦ (theou) = van Elohim | ταῦτα (tauta) = dit | φεῦγε (pheuge) = vlucht | δίωκε (dioke) = jaag na | δὲ (de) = maar | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | εὐσέβειαν (eusebeian) = vroomheid | πίστιν (pistin) = geloof | ἀγάπην (agapen) = liefde | ὑπομονήν (hypomonen) = volharding | πραϋπαθίαν (praupathian) = zachtmoedigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄνθρωπε θεοῦ (anthrope theou), ‘mens van Elohim’: een titel die in het Oude Testament voor een profeet of dienaar van Elohim staat, zoals voor Mozes in Deut. 33:1 en voor Elia in 1 Kon. 17:18; onze vertaling van het Oude Testament heeft daar ‘man van Elohim’. φεύγω (feugo), ‘vluchten’; διώκω (dioko), ‘najagen’. De zes zaken: δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’; εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’; πίστις (pistis), ‘geloof’; ἀγάπη (agape), ‘liefde’; ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’; πραϋπαθία (praupathia), ‘zachtmoedigheid’. Voetnoot : Zie ook Deut. 33:1; 1 Kon. 17:18; 2 Tim. 2:22; 2 Tim. 3:17. Voetnoot Lezing: Bij ‘van Elohim’ (θεοῦ) en bij ‘zachtmoedigheid’ (πραϋπαθίαν) markeert de SBLGNT varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Deut 33:1; 1 Kon 17:18; 2 Tim 2:22; 2 Tim 3:17 **6:12** Strijd de goede wedstrijd van het geloof. Grijp het eeuwige leven. Daartoe ben je geroepen, en je hebt de goede belijdenis afgelegd ten overstaan van vele getuigen. Brontekst: ἀγωνίζου (agonizou) = strijd | τὸν (ton) = de | καλὸν (kalon) = goede | ἀγῶνα (agona) = wedstrijd | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | ἐπιλαβοῦ (epilabou) = grijp | τῆς (tes) = het | αἰωνίου (aioniou) = eeuwige | ζωῆς (zoes) = leven | εἰς (eis) = tot | ἣν (hen) = welke | ἐκλήθης (eklethes) = je werd geroepen | καὶ (kai) = en | ὡμολόγησας (homologesas) = je legde af | τὴν (ten) = de | καλὴν (kalen) = goede | ὁμολογίαν (homologian) = belijdenis | ἐνώπιον (enopion) = ten overstaan van | πολλῶν (pollon) = vele | μαρτύρων (martyron) = getuigen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγωνίζομαι (agonizomai), ‘strijden’: zoals een atleet in een wedstrijd; ἀγών (agon), ‘wedstrijd’. In 1:18 staat de ‘goede veldtocht’ (στρατεία): een ander beeld, het van een soldaat. ἐπιλαμβάνομαι (epilambanomai), ‘grijpen’. ὁμολογία (homologia), ‘belijdenis’: Timoteüs heeft de goede belijdenis afgelegd; de tekst zegt niet wanneer. ἐκλήθης (eklethes), ‘je bent geroepen’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:18; 2 Tim. 4:7; Fil. 3:12–14. Zie ook: Fil 3:12–14; 1 Tim 1:18; 2 Tim 4:7 **6:13** Ik draag je op, ten overstaan van Elohim, die alles leven geeft, en van Yeshua de Messias, die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis getuigd heeft, Brontekst: παραγγέλλω (parangello) = ik draag op | σοι (soi) = aan jou | ἐνώπιον (enopion) = ten overstaan van | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = die | ζῳογονοῦντος (zoogonountos) = levend maakt | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | καὶ (kai) = en | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τοῦ (tou) = die | μαρτυρήσαντος (martyresantos) = getuigd heeft | ἐπὶ (epi) = onder | Ποντίου (Pontiou) = Pontius | Πιλάτου (Pilatou) = Pilatus | τὴν (ten) = de | καλὴν (kalen) = goede | ὁμολογίαν (homologian) = belijdenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζῳογονέω (zoogoneo), ‘leven geven’: levend maken, in leven houden. μαρτυρέω (martyreo), ‘getuigen’: ἐπὶ Ποντίου Πιλάτου (epi Pontiou Pilatou), ‘onder Pontius Pilatus’: ook ‘voor’ of ‘in de tijd van’; Yeshua heeft de goede belijdenis getuigd, zie Joh. 18:33–37. Pontius Pilatus is de Romeinse stadhouder uit de evangeliën. Voetnoot : Zie ook Joh. 18:33–37; Luc. 3:1; Hand. 4:27. Voetnoot Lezing: Bij ‘die alles leven geeft’ (ζῳογονοῦντος) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Luc 3:1; Joh 18:33–37; Hand 4:27 **6:14** dat je het gebod vlekkeloos en onberispelijk bewaart tot de verschijning van onze Heer Yeshua de Messias. Brontekst: τηρῆσαί (teresai) = te bewaren | σε (se) = jou | τὴν (ten) = het | ἐντολὴν (entolen) = gebod | ἄσπιλον (aspilon) = vlekkeloos | ἀνεπίλημπτον (anepilempton) = onberispelijk | μέχρι (mechri) = tot | τῆς (tes) = de | ἐπιφανείας (epiphaneias) = verschijning | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐντολή (entole), ‘gebod’: de opdracht van vers 13, of het gebod in het algemeen; het Grieks zegt niet welk. ἄσπιλος (aspilos), ‘vlekkeloos’; ἀνεπίλημπτος (anepilemptos), ‘onberispelijk’: zoals in 3:2 en 5:7. ἐπιφάνεια (epifaneia), ‘verschijning’: het zichtbaar worden in glans, zoals in 2 Tess. 2:8. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 3:2; 1 Tim. 5:7; 2 Tess. 2:8; 2 Tim. 4:1; Tit. 2:13. Zie ook: 2 Tess 2:8; 1 Tim 3:2; 1 Tim 5:7; 1 Tim 6:13; Tit 2:13; 2 Tim 4:1 **6:15** welke de gelukkige en enige Heerser op de eigen tijden zal tonen: de Koning van de koningen en Heer van de heren, Brontekst: ἣν (hen) = welke | καιροῖς (kairois) = op tijden | ἰδίοις (idiois) = eigen | δείξει (deixei) = zal tonen | ὁ (ho) = de | μακάριος (makarios) = gelukkige | καὶ (kai) = en | μόνος (monos) = enige | δυνάστης (dynastes) = Heerser | ὁ (ho) = de | βασιλεὺς (basileus) = Koning | τῶν (ton) = van hen die | βασιλευόντων (basileuonton) = koning zijn | καὶ (kai) = en | κύριος (kyrios) = Heer | τῶν (ton) = van hen die | κυριευόντων (kyrieuonton) = heer zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἣν (hen), ‘welke’: verwijst naar de ‘verschijning’ (ἐπιφάνεια) van vers 14. De verzen 15–16 vormen een lofprijzing. De ‘eigen tijden’ (καιροὶ ἴδιοι) zijn dezelfde als in 2:6. μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: zoals in 1:11. δυνάστης (dynastes), ‘Heerser’: wie macht heeft. ὁ βασιλεὺς τῶν βασιλευόντων καὶ κύριος τῶν κυριευόντων: letterlijk ‘de Koning van hen die koning zijn en Heer van hen die heer zijn’; de tegenwoordige deelwoorden duiden op wie nu heerst. Of de gelukkige en enige Heerser hier Elohim de Vader of Yeshua is, zegt de tekst niet met zoveel woorden; het volgende vers noemt Hem ‘die als enige onsterfelijkheid heeft’. Wij vertalen letterlijk en kiezen niet. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:17; 1 Tim. 2:6; Openb. 17:14; Openb. 19:16. Zie ook: 1 Tim 1:17; 1 Tim 2:6; 1 Tim 6:14; Openb 17:14; Openb 19:16 **6:16** Hij die als enige onsterfelijkheid heeft en woont in ontoegankelijk licht, die geen mens ooit gezien heeft of kan zien. Aan Hem zij eer en eeuwige macht. Amen. Brontekst: ὁ (ho) = die | μόνος (monos) = enige | ἔχων (echon) = hebbend | ἀθανασίαν (athanasian) = onsterfelijkheid | φῶς (phos) = licht | οἰκῶν (oikon) = wonend | ἀπρόσιτον (aprositon) = ontoegankelijk | ὃν (hon) = wie | εἶδεν (eiden) = zag | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen | οὐδὲ (oude) = noch | ἰδεῖν (idein) = te zien | δύναται (dynatai) = kan | ᾧ (ho) = aan wie | τιμὴ (time) = eer | καὶ (kai) = en | κράτος (kratos) = macht | αἰώνιον (aionion) = eeuwige | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀθανασία (athanasia), ‘onsterfelijkheid’. φῶς οἰκῶν ἀπρόσιτον (fos oikon aprositon), ‘woont in ontoegankelijk licht’. ‘Die geen mens ooit gezien heeft’: vergelijk Exod. 33:20 en Joh. 1:18. κράτος (kratos), ‘macht’: kracht die bedwingt. De lofprijs sluit af met ἀμήν (amen). Voetnoot : Zie ook Exod. 33:20; Joh. 1:18; 1 Joh. 4:12; Ps. 104:2. Zie ook: Ex 33:20; Ps 104:2; Joh 1:18; 1 Joh 4:12 ### De rijken **6:17** Draag de rijken in de tegenwoordige eeuw op niet hooghartig te zijn en hun hoop niet te vestigen op de onzekerheid van rijkdom, maar op Elohim, die ons alles rijkelijk geeft om van te genieten, Brontekst: Τοῖς (Tois) = aan de | πλουσίοις (plousiois) = rijken | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | νῦν (nyn) = nu | αἰῶνι (aioni) = eeuw | παράγγελλε (parangelle) = draag op | μὴ (me) = niet | ὑψηλοφρονεῖν (hypselophronein) = hooghartig te zijn | μηδὲ (mede) = noch | ἠλπικέναι (elpikenai) = gehoopt te hebben | ἐπὶ (epi) = op | πλούτου (ploutou) = van rijkdom | ἀδηλότητι (adeloteti) = onzekerheid | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐπὶ (epi) = op | θεῷ (theo) = Elohim | τῷ (to) = die | παρέχοντι (parechonti) = verschaft | ἡμῖν (hemin) = ons | πάντα (panta) = alles | πλουσίως (plousios) = rijkelijk | εἰς (eis) = tot | ἀπόλαυσιν (apolausin) = genieten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑψηλοφρονέω (hypselofroneo), ‘hooghartig zijn’: hoog van denken. πλοῦτος (ploutos), ‘rijkdom’; ἀδηλότης (adelotes), ‘onzekerheid’: het onzichtbare, het onduidelijke. ‘De tegenwoordige eeuw’ (ὁ νῦν αἰών): de tijd van nu, tegenover de komende (zie 4:8). ἀπόλαυσις (apolausis), ‘genieten’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 4:8; Luc. 12:15–21; Ps. 62:11. Voetnoot Lezing: Bij ‘op’ (ἐπί) en bij ‘Elohim’ (θεῷ) markeert de SBLGNT varianten. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Ps 62:11; Luc 12:15–21; 1 Tim 4:8 **6:18** goed te doen, rijk te zijn in goede werken, gul te geven en bereid te delen, Brontekst: ἀγαθοεργεῖν (agathoergein) = goed te doen | πλουτεῖν (ploutein) = rijk te zijn | ἐν (en) = in | ἔργοις (ergois) = werken | καλοῖς (kalois) = goede | εὐμεταδότους (eumetadotous) = gul | εἶναι (einai) = te zijn | κοινωνικούς (koinonikous) = bereid te delen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγαθοεργέω (agathoergeo), ‘goed doen’: het woord is samengesteld uit ‘goed’ en ‘werken’. εὐμετάδοτος (eumetadotos), ‘gul’: gul in het geven. κοινωνικός (koinonikos), ‘bereid te delen’: genegen tot gemeenschap; verwant met κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’. **6:19** en zo voor zichzelf een goed fundament weg te leggen voor de toekomst, opdat zij het werkelijke leven grijpen. Brontekst: ἀποθησαυρίζοντας (apothesaurizontas) = wegleggend | ἑαυτοῖς (heautois) = voor zichzelf | θεμέλιον (themelion) = fundament | καλὸν (kalon) = goed | εἰς (eis) = voor | τὸ (to) = het | μέλλον (mellon) = toekomstige | ἵνα (hina) = opdat | ἐπιλάβωνται (epilabontai) = zij grijpen | τῆς (tes) = het | ὄντως (ontos) = werkelijke | ζωῆς (zoes) = leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποθησαυρίζω (apothesaurizo), ‘wegleggen’: als in een schatkamer opbergen. θεμέλιον (themelion), ‘fundament’. ἐπιλαμβάνομαι (epilambanomai), ‘grijpen’: zoals in vers 12. ‘Het werkelijke leven’ (ἡ ὄντως ζωή): het echte leven; vergelijk ‘echte weduwe’ (ὄντως χήρα) in 5:3. Wij vertalen ὄντως hier met ‘werkelijk’. Voetnoot : Zie ook Matt. 6:19–21; Luc. 12:33; 1 Tim. 6:12; 1 Tim. 5:3. Voetnoot Lezing: Bij ‘werkelijke’ (ὄντως) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Mat 6:19–21; Luc 12:33; 1 Tim 5:3; 1 Tim 6:12 ### Bewaar het toevertrouwde goed **6:20** O Timoteüs, bewaar het toevertrouwde goed. Keer je af van de ongewijde holle praat en de tegenstellingen van de ten onrechte zo genoemde kennis, Brontekst: Ὦ (O) = o | Τιμόθεε (Timothee) = Timoteüs | τὴν (ten) = het | παραθήκην (paratheken) = toevertrouwde goed | φύλαξον (phylaxon) = bewaar | ἐκτρεπόμενος (ektrepomenos) = zich afkerend van | τὰς (tas) = de | βεβήλους (bebelous) = ongewijde | κενοφωνίας (kenophonias) = holle praat | καὶ (kai) = en | ἀντιθέσεις (antitheseis) = tegenstellingen | τῆς (tes) = van de | ψευδωνύμου (pseudonymou) = ten onrechte zo genoemde | γνώσεως (gnoseos) = kennis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραθήκη (paratheke), ‘toevertrouwd goed’: wat iemand in bewaring is gegeven; zoals in 1:18 ‘toevertrouwen’ (παρατίθεμαι). Het Grieks zegt niet wat het toevertrouwde goed is: het onderwijs, de goede boodschap of het ambt van Timoteüs. ἐκτρέπομαι (ektrepomai), ‘zich afkeren’: zoals in 1:6. κενοφωνία (kenofonia), ‘holle praat’: lege woorden. ἀντίθεσις (antithesis), ‘tegenstelling’: tegenwerpingen. ψευδώνυμος (pseudonymos), ‘ten onrechte zo genoemd’: letterlijk ‘met een valse naam’. γνῶσις (gnosis), ‘kennis’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:6; 1 Tim. 1:18; 2 Tim. 1:12; 2 Tim. 1:14; 2 Tim. 2:16. Zie ook: 1 Tim 1:6; 1 Tim 1:18; 2 Tim 1:12; 2 Tim 1:14; 2 Tim 2:16 **6:21** die sommigen beleden hebben en zo, wat het geloof betreft, het doel hebben gemist. De genade zij met jullie. Brontekst: ἥν (hen) = die | τινες (tines) = sommigen | ἐπαγγελλόμενοι (epangellomenoi) = belijdend | περὶ (peri) = wat betreft | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | ἠστόχησαν (estochesan) = misten het doel | Ἡ (He) = de | χάρις (charis) = genade | μεθ’ (meth’) = met | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘belijden’: zoals in 2:10. ἀστοχέω (astocheo), ‘het doel missen’: zoals in 1:6. ‘De genade zij met jullie’: de groet staat in het meervoud (ὑμῶν), hoewel de brief aan Timoteüs gericht is; de tekst zegt niet wie behalve Timoteüs bedoeld is. Het Grieks heeft geen werkwoord: ‘De genade met jullie’. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 1:6; 1 Tim. 2:10; 2 Tim. 4:22; Tit. 3:15. Voetnoot Lezing: Bij ‘met jullie’ (μεθ’ ὑμῶν) markeert de SBLGNT een variant. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tim 1:6; 1 Tim 2:10; Tit 3:15; 2 Tim 4:22