# 1 Tessalonicenzen (Πρὸς Θεσσαλονικεῖς Α, Pros Thessalonikeis I) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## 1 Tessalonicenzen 1 _Aanhef en dank: het geloof van de Tessalonicenzen is een voorbeeld_ ### Aanhef **1:1** Paulus, Silvanus en Timoteüs, aan de gemeente van de Tessalonicenzen in Elohim, de Vader, en de Heer Yeshua de Messias: genade voor jullie en vrede. Brontekst: Παῦλος (Paulos) = Paulus | καὶ (kai) = en | Σιλουανὸς (Silouanos) = Silvanus | καὶ (kai) = en | Τιμόθεος (Timotheos) = Timoteüs | τῇ (te) = aan de | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | Θεσσαλονικέων (Thessalonikeon) = van de Tessalonicenzen | ἐν (en) = in | θεῷ (theo) = Elohim | πατρὶ (patri) = de Vader | καὶ (kai) = en | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστῷ (Christo) = de Messias | χάρις (charis) = genade | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Σιλουανός (Silouanos), ‘Silvanus’: in Handelingen heet hij Σίλας (Silas); het is dezelfde man, de metgezel van Paulus. Wij houden in deze brief ‘Silvanus’ aan. Timoteüs (Τιμόθεος, Timotheos) was een leerling uit Lystra die met Paulus meeging. De brief spreekt verder steeds van ‘wij’: Paulus schrijft mede namens zijn twee metgezellen. ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: de bijeengeroepen groep. Θεσσαλονικέων (Thessalonikeon), ‘van de Tessalonicenzen’: de inwoners van Tessalonica, een stad in Macedonië. χάρις (charis), ‘genade’; εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: de groet. De gemeente is ‘in Elohim, de Vader, en de Heer Yeshua de Messias’. Voetnoot : Zie ook Hand. 15:40; Hand. 16:1–3; Hand. 17:1–9; Hand. 18:5. Zie ook: Hand 15:40; Hand 16:1–3; Hand 17:1–9; Hand 18:5 ### Dank voor de gemeente **1:2** Wij danken Elohim altijd voor jullie allen. Wij noemen jullie in onze gebeden, onophoudelijk. Brontekst: Εὐχαριστοῦμεν (Eucharistoumen) = wij danken | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | πάντοτε (pantote) = altijd | περὶ (peri) = voor | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = jullie | μνείαν (mneian) = gedachtenis | ποιούμενοι (poioumenoi) = makend | ἐπὶ (epi) = in | τῶν (ton) = de | προσευχῶν (proseuchon) = gebeden | ἡμῶν (hemon) = onze | ἀδιαλείπτως (adialeiptos) = onophoudelijk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδιαλείπτως (adialeiptos), ‘onophoudelijk’: het Griekse woord kan bij vers 2 horen (‘wij noemen jullie onophoudelijk in onze gebeden’) of bij vers 3 (‘onophoudelijk denken wij aan …’). Wij laten het aan het eind van vers 2 staan, zoals de SBLGNT de zinnen verdeelt. μνείαν ποιούμενοι (mneian poioumenoi), ‘noemen’: letterlijk ‘gedachtenis makend’, dus ‘iemand noemen, aan iemand denken’. Zie ook: 1 Tess 1:3 **1:3** Voor onze Elohim en Vader denken wij aan jullie werk van geloof, moeite van liefde en volharding van hoop op onze Heer Yeshua de Messias. Brontekst: μνημονεύοντες (mnemoneuontes) = gedenkend | ὑμῶν (hymon) = jullie | τοῦ (tou) = van het | ἔργου (ergou) = werk | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van de | κόπου (kopou) = moeite | τῆς (tes) = van de | ἀγάπης (agapes) = liefde | καὶ (kai) = en | τῆς (tes) = van de | ὑπομονῆς (hypomones) = volharding | τῆς (tes) = van de | ἐλπίδος (elpidos) = hoop | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ἔμπροσθεν (emprosthen) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατρὸς (patros) = Vader | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔργον (ergon), ‘werk’; κόπος (kopos), ‘moeite’: vermoeiende arbeid; ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’; ἐλπίς (elpis), ‘hoop’. Geloof, liefde en hoop staan hier bij elkaar. τοῦ κυρίου ἡμῶν Ἰησοῦ Χριστοῦ hoort bij ‘hoop’: de hoop is gericht op de Heer Yeshua de Messias. τοῦ θεοῦ καὶ πατρὸς ἡμῶν (tou theou kai patros hemon): ‘onze Elohim en Vader’; ‘onze’ hoort bij beide woorden. ἔμπροσθεν (emprosthen), ‘voor’: in het bijzijn van. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:6. Zie ook: Gal 5:6 **1:4** Wij weten, door Elohim geliefde broers, van jullie uitverkiezing. Brontekst: εἰδότες (eidotes) = wetend | ἀδελφοὶ (adelphoi) = broers | ἠγαπημένοι (egapemenoi) = geliefd | ὑπὸ (hypo) = door | θεοῦ (theou) = Elohim | τὴν (ten) = de | ἐκλογὴν (eklogen) = uitverkiezing | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters, dus ‘broers en zusters’. Wij houden ‘broers’ aan in de hele brief. ἐκλογή (ekloge), ‘uitverkiezing’: het uitkiezen, de keuze van Elohim. ἠγαπημένοι (egapemenoi), ‘geliefd’: van ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’. **1:5** Want onze goede boodschap is niet alleen met woorden tot jullie gekomen, maar ook met kracht en met de Heilige Geest en met grote overtuiging. Jullie weten hoe wij onder jullie waren, om jullie wil. Brontekst: ὅτι (hoti) = dat | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | ἡμῶν (hemon) = onze | οὐκ (ouk) = niet | ἐγενήθη (egenethe) = kwam | εἰς (eis) = tot | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | λόγῳ (logo) = woord | μόνον (monon) = alleen | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | δυνάμει (dynamei) = kracht | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἁγίῳ (hagio) = Heilige | καὶ (kai) = en | πληροφορίᾳ (plerophoria) = overtuiging | πολλῇ (polle) = grote | καθὼς (kathos) = zoals | οἴδατε (oidate) = jullie weten | οἷοι (hoioi) = hoedanig | ἐγενήθημεν (egenethemen) = wij waren | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | δι’ (di’) = om | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅτι (hoti) kan ‘dat’ of ‘want, omdat’ betekenen; wij kiezen ‘want’: Paulus noemt wat hem van hun uitverkiezing overtuigt. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’. δύναμις (dynamis), ‘kracht’. πνεῦμα ἅγιον (pneuma hagion), ‘Heilige Geest’. πληροφορία (pleroforia), ‘overtuiging’: volle zekerheid. δι’ ὑμᾶς (di hymas), ‘om jullie wil’: ten bate van jullie. Voetnoot : Zie ook Hand. 17:1–4. Zie ook: Hand 17:1–4 ### Navolgers en voorbeeld **1:6** En jullie zijn navolgers van ons geworden en van de Heer. Jullie namen het woord aan in grote verdrukking, met vreugde van de Heilige Geest. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | μιμηταὶ (mimetai) = navolgers | ἡμῶν (hemon) = van ons | ἐγενήθητε (egenethete) = werden | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | δεξάμενοι (dexamenoi) = aannemend | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | ἐν (en) = in | θλίψει (thlipsei) = verdrukking | πολλῇ (polle) = grote | μετὰ (meta) = met | χαρᾶς (charas) = vreugde | πνεύματος (pneumatos) = van de Geest | ἁγίου (hagiou) = Heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μιμητής (mimetes), ‘navolger’: wie iemands voorbeeld volgt. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: druk, benauwdheid. ‘Vreugde van de Heilige Geest’: vreugde die de Heilige Geest geeft. Voetnoot : Zie ook Hand. 17:5–9. Zie ook: Hand 17:5–9 **1:7** Zo zijn jullie een voorbeeld geworden voor allen die geloven in Macedonië en in Achaje. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | γενέσθαι (genesthai) = werden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | τύπον (typon) = voorbeeld | πᾶσιν (pasin) = voor allen | τοῖς (tois) = de | πιστεύουσιν (pisteuousin) = gelovenden | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | Μακεδονίᾳ (Makedonia) = Macedonië | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | Ἀχαΐᾳ (Achaia) = Achaje Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: τύπος (typos), ‘voorbeeld’: letterlijk de afdruk of het patroon dat iets vormt. Macedonië en Achaje zijn de twee Romeinse provincies van het huidige Griekenland. Tessalonica ligt in Macedonië, Korinte in Achaje. **1:8** Want van jullie uit is het woord van de Heer weerklonken, niet alleen in Macedonië en Achaje. Maar op elke plaats is jullie geloof in Elohim uitgegaan, zodat wij niets hoeven te zeggen. Brontekst: ἀφ’ (aph’) = van | ὑμῶν (hymon) = jullie | γὰρ (gar) = want | ἐξήχηται (exechetai) = is weerklonken | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | Μακεδονίᾳ (Makedonia) = Macedonië | καὶ (kai) = en | Ἀχαΐᾳ (Achaia) = Achaje | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = elke | τόπῳ (topo) = plaats | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἡ (he) = het | πρὸς (pros) = tot | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἐξελήλυθεν (exelelythen) = is uitgegaan | ὥστε (hoste) = zodat | μὴ (me) = niet | χρείαν (chreian) = behoefte | ἔχειν (echein) = hebben | ἡμᾶς (hemas) = wij | λαλεῖν (lalein) = te spreken | τι (ti) = iets Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: ἐξηχέω (execheo), ‘weerklinken’: een geluid laten horen dat ver draagt. λόγος τοῦ κυρίου (logos tou kyriou), ‘het woord van de Heer’: de uitdrukking lijkt op ‘het woord van Yahweh’ uit de profeten; wij schrijven ‘de Heer’ en bedoelen Yeshua, omdat de boodschap over Hem gaat. ‘Zodat wij niets hoeven te zeggen’: de Griekse tekst heeft letterlijk ‘zodat wij geen behoefte hebben iets te zeggen’. ### Gekeerd tot de levende Elohim **1:9** Want zij zelf vertellen over ons hoe wij bij jullie zijn binnengekomen. Zij vertellen ook hoe jullie je van de afgoden tot Elohim hebben gekeerd, om de levende en ware Elohim te dienen, Brontekst: αὐτοὶ (autoi) = zij zelf | γὰρ (gar) = want | περὶ (peri) = over | ἡμῶν (hemon) = ons | ἀπαγγέλλουσιν (apangellousin) = vertellen | ὁποίαν (hopoian) = welke | εἴσοδον (eisodon) = binnenkomst | ἔσχομεν (eschomen) = hadden wij | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | πῶς (pos) = hoe | ἐπεστρέψατε (epestrepsate) = jullie keerden om | πρὸς (pros) = tot | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἀπὸ (apo) = van | τῶν (ton) = de | εἰδώλων (eidolon) = afgoden | δουλεύειν (douleuein) = te dienen | θεῷ (theo) = Elohim | ζῶντι (zonti) = levende | καὶ (kai) = en | ἀληθινῷ (alethino) = ware Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἴσοδος (eisodos), ‘binnenkomst’: het binnengaan, de komst en het onthaal. De Griekse zin heeft geen onderwerp bij ‘vertellen’; wij vullen niets aan en laten ‘zij’ staan zoals de tekst het heeft: de mensen elders, in Macedonië en Achaje. ἐπιστρέφω (epistrefo), ‘zich keren’: zich omwenden, terugkeren. εἴδωλον (eidolon), ‘afgod’. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’: van δοῦλος (doulos), ‘knecht’. Het Grieks heeft geen lidwoord bij ‘levende en ware Elohim’; wij schrijven ‘de levende en ware Elohim’. Voetnoot : Zie ook Hand. 14:15. Zie ook: Hand 14:15 **1:10** en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten. Hem heeft Hij uit de doden opgewekt: Yeshua, die ons bevrijdt van de komende toorn. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἀναμένειν (anamenein) = te verwachten | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | οὐρανῶν (ouranon) = hemelen | ὃν (hon) = die | ἤγειρεν (egeiren) = Hij heeft opgewekt | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | νεκρῶν (nekron) = doden | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | τὸν (ton) = de | ῥυόμενον (rhyomenon) = bevrijdende | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἐκ (ek) = van | τῆς (tes) = de | ὀργῆς (orges) = toorn | τῆς (tes) = de | ἐρχομένης (erchomenes) = komende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναμένω (anameno), ‘verwachten’: wachten op. ἐκ τῶν οὐρανῶν (ek ton ouranon), ‘uit de hemelen’: het Grieks heeft het meervoud. ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’. ῥύομαι (rhyomai), ‘bevrijden’: redden uit gevaar; wij gebruiken ‘bevrijden’ voor dit woord. ὀργή (orge), ‘toorn’: de toorn van Elohim. ‘De komende toorn’: de toorn die komt. Over de komst van de Heer uit de hemel, zie 4:16; over de toorn, zie 5:9. Voetnoot : Zie ook Hand. 17:31; Matt. 3:7. Zie ook: Mat 3:7; Hand 17:31 ## 1 Tessalonicenzen 2 _Hoe Paulus, Silvanus en Timoteüs onder de Tessalonicenzen waren, en het verlangen hen te zien_ ### Hoe wij onder jullie waren **2:1** Want jullie zelf weten, broers, dat onze binnenkomst bij jullie niet vergeefs is geweest. Brontekst: Αὐτοὶ (Autoi) = jullie zelf | γὰρ (gar) = want | οἴδατε (oidate) = weten | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | τὴν (ten) = de | εἴσοδον (eisodon) = binnenkomst | ἡμῶν (hemon) = onze | τὴν (ten) = de | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὅτι (hoti) = dat | οὐ (ou) = niet | κενὴ (kene) = vergeefs | γέγονεν (gegonen) = is geweest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἴσοδος (eisodos), ‘binnenkomst’: zie 1:9. κενός (kenos), ‘vergeefs’: letterlijk ‘leeg’, zonder resultaat. **2:2** Maar wij hadden eerst geleden en waren mishandeld in Filippi, zoals jullie weten. Toch hadden wij in onze Elohim de moed om de goede boodschap van Elohim tot jullie te spreken, in een zware strijd. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | προπαθόντες (propathontes) = eerst geleden hebbend | καὶ (kai) = en | ὑβρισθέντες (hybristhentes) = mishandeld zijnd | καθὼς (kathos) = zoals | οἴδατε (oidate) = jullie weten | ἐν (en) = in | Φιλίπποις (Philippois) = Filippi | ἐπαρρησιασάμεθα (eparresiasametha) = hadden de moed | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze | λαλῆσαι (lalesai) = te spreken | πρὸς (pros) = tot | ὑμᾶς (hymas) = jullie | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐν (en) = in | πολλῷ (pollo) = grote | ἀγῶνι (agoni) = strijd Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Filippi: Filippi lag in het oosten van Macedonië, ongeveer 15 km landinwaarts van de haven Neapolis. Het was een Romeinse kolonie. Het is niet de stad Caesarea Filippi uit de evangeliën. Voetnoot Uitleg: προπάσχω (propascho), ‘eerder lijden’. ὑβρίζω (hybrizo), ‘mishandelen’: beledigen en slecht behandelen. In Filippi werden Paulus en Silvanus geslagen en gevangengezet. παρρησιάζομαι (parresiazomai), ‘de moed hebben’: vrijmoedig spreken. ἀγών (agon), ‘strijd’: eigenlijk een wedstrijd in de arena, ook een worsteling of grote inspanning. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:19–40; Hand. 17:1–2. Zie ook: Hand 16:19–40; Hand 17:1–2 **2:3** Want onze aansporing is niet uit dwaling, niet uit onreinheid en niet met bedrog. Brontekst: ἡ (he) = de | γὰρ (gar) = want | παράκλησις (paraklesis) = aansporing | ἡμῶν (hemon) = onze | οὐκ (ouk) = niet | ἐκ (ek) = uit | πλάνης (planes) = dwaling | οὐδὲ (oude) = noch | ἐξ (ex) = uit | ἀκαθαρσίας (akatharsias) = onreinheid | οὐδὲ (oude) = noch | ἐν (en) = in | δόλῳ (dolo) = bedrog Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παράκλησις (paraklesis), ‘aansporing’: het Griekse woord betekent ook ‘bemoediging, troost’ en hoort bij het werkwoord παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen, bemoedigen’. πλάνη (plane), ‘dwaling’: dwalen, op een dwaalspoor brengen. ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’. δόλος (dolos), ‘bedrog’. **2:4** Maar zoals wij door Elohim goed bevonden zijn om de goede boodschap toevertrouwd te krijgen, zo spreken wij. Wij spreken niet om mensen te behagen, maar Elohim, die onze harten toetst. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | καθὼς (kathos) = zoals | δεδοκιμάσμεθα (dedokimasmetha) = wij zijn goed bevonden | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | πιστευθῆναι (pisteuthenai) = toevertrouwd te worden | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | οὕτως (houtos) = zo | λαλοῦμεν (laloumen) = spreken wij | οὐχ (ouch) = niet | ὡς (hos) = als | ἀνθρώποις (anthropois) = mensen | ἀρέσκοντες (areskontes) = behagend | ἀλλὰ (alla) = maar | θεῷ (theo) = Elohim | τῷ (to) = de | δοκιμάζοντι (dokimazonti) = toetsende | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: iets onderzoeken om te zien of het deugt, zoals metaal; δεδοκιμάσμεθα (dedokimasmetha) vertalen wij met ‘goed bevonden’, δοκιμάζοντι met ‘toetst’. Vergelijk Ps. 7:10, Jer. 17:10 en Spr. 17:3, waar Elohim of Yahweh het hart onderzoekt of toetst. Voetnoot : Zie ook Ps. 7:10; Jer. 17:10; Spr. 17:3. Zie ook: Ps 7:10; Spr 17:3; Jer 17:10 **2:5** Want wij zijn nooit opgetreden met woorden van vleierij, zoals jullie weten, en nooit met een voorwendsel voor hebzucht. Elohim is getuige. Brontekst: οὔτε (oute) = noch | γάρ (gar) = want | ποτε (pote) = ooit | ἐν (en) = in | λόγῳ (logo) = woord | κολακείας (kolakeias) = van vleierij | ἐγενήθημεν (egenethemen) = werden wij | καθὼς (kathos) = zoals | οἴδατε (oidate) = jullie weten | οὔτε (oute) = noch | ἐν (en) = in | προφάσει (prophasei) = voorwendsel | πλεονεξίας (pleonexias) = van hebzucht | θεὸς (theos) = Elohim | μάρτυς (martys) = getuige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κολακεία (kolakeia), ‘vleierij’: iemand naar de mond praten voor eigen voordeel. πρόφασις (profasis), ‘voorwendsel’: een schijnreden. πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’: altijd méér willen hebben. ‘Elohim is getuige’: een eed-achtige uitdrukking; het Grieks heeft hier geen lidwoord. **2:6** Wij zochten ook geen eer van mensen, niet van jullie en niet van anderen. Brontekst: οὔτε (oute) = noch | ζητοῦντες (zetountes) = zoekend | ἐξ (ex) = van | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | δόξαν (doxan) = eer | οὔτε (oute) = noch | ἀφ’ (aph’) = van | ὑμῶν (hymon) = jullie | οὔτε (oute) = noch | ἀπ’ (ap’) = van | ἄλλων (allon) = anderen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δόξα (doxa), ‘eer’: ook ‘heerlijkheid, roem’. In vers 12 vertalen wij hetzelfde woord met ‘heerlijkheid’, omdat het daar bij Elohim hoort. Zie ook: 1 Tess 2:12 ### Als een voedster en als een vader **2:7** Wij hadden als apostelen van de Messias gewicht kunnen hebben. Maar wij zijn mild onder jullie geweest, zoals een voedster haar eigen kinderen koestert. Brontekst: δυνάμενοι (dynamenoi) = kunnende | ἐν (en) = in | βάρει (barei) = gewicht | εἶναι (einai) = zijn | ὡς (hos) = als | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | ἀπόστολοι (apostoloi) = apostelen | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐγενήθημεν (egenethemen) = werden wij | ἤπιοι (epioi) = mild | ἐν (en) = in | μέσῳ (meso) = midden | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ὡς (hos) = zoals | ἐὰν (ean) = wanneer | τροφὸς (trophos) = voedster | θάλπῃ (thalpe) = koestert | τὰ (ta) = de | ἑαυτῆς (heautes) = haar eigen | τέκνα (tekna) = kinderen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βάρος (baros), ‘gewicht’: het Grieks ἐν βάρει εἶναι kan betekenen ‘gewicht hebben, gezag laten gelden’ of ‘tot last zijn’ (zie vers 9, ἐπιβαρέω). Wij kiezen ‘gewicht’; beide betekenissen passen bij wat volgt. ἀπόστολοι (apostoloi), ‘apostelen’: het Grieks heeft het meervoud, passend bij het ‘wij’ van de brief. ἤπιοι (epioi), ‘mild’. τροφός (trofos), ‘voedster’: een vrouw die kinderen voedt en verzorgt. θάλπω (thalpo), ‘koesteren’: warm houden, verzorgen. Voetnoot Lezing: Voor ‘mild’ (ἤπιοι, epioi) verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Tess 2:9 **2:8** Zo teder met jullie verbonden waren wij graag bereid jullie niet alleen de goede boodschap van Elohim te geven, maar ook ons eigen leven. Jullie waren ons immers dierbaar geworden. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | ὁμειρόμενοι (homeiromenoi) = teder verlangend | ὑμῶν (hymon) = naar jullie | εὐδοκοῦμεν (eudokoumen) = waren wij bereid | μεταδοῦναι (metadounai) = te delen | ὑμῖν (hymin) = met jullie | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | τὰς (tas) = de | ἑαυτῶν (heauton) = eigen | ψυχάς (psychas) = levens | διότι (dioti) = omdat | ἀγαπητοὶ (agapetoi) = dierbaar | ἡμῖν (hemin) = aan ons | ἐγενήθητε (egenethete) = werden jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμείρομαι (homeiromai), ‘teder verlangen’: een zeldzaam Grieks woord voor de warme verbondenheid van een moeder met haar kind. εὐδοκέω (eudokeo), ‘graag bereid zijn’. μεταδίδωμι (metadidomi), ‘meedelen, geven’. ψυχή (psyche), ‘leven’: ook ‘ziel, mens’; hier het leven zelf. ἀγαπητός (agapetos), ‘dierbaar’: geliefd. **2:9** Want jullie herinneren je, broers, onze moeite en onze zware arbeid. Nacht en dag werkten wij, om niemand van jullie tot last te zijn. Zo hebben wij aan jullie de goede boodschap van Elohim verkondigd. Brontekst: Μνημονεύετε (Mnemoneuete) = gedenken | γάρ (gar) = want | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | τὸν (ton) = de | κόπον (kopon) = moeite | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | μόχθον (mochthon) = zware arbeid | νυκτὸς (nyktos) = nacht | καὶ (kai) = en | ἡμέρας (hemeras) = dag | ἐργαζόμενοι (ergazomenoi) = werkend | πρὸς (pros) = om | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | ἐπιβαρῆσαί (epibaresai) = tot last zijn | τινα (tina) = iemand | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐκηρύξαμεν (ekeryxamen) = verkondigden wij | εἰς (eis) = aan | ὑμᾶς (hymas) = jullie | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κόπος (kopos), ‘moeite’ en μόχθος (mochthos), ‘zware arbeid’: vermoeiend werk. Paulus werkte met zijn handen voor zijn levensonderhoud. ἐπιβαρέω (epibareo), ‘tot last zijn’. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:3; Hand. 20:34; 2 Tess. 3:8. Zie ook: Hand 18:3; Hand 20:34; 2 Tess 3:8 **2:10** Jullie zijn getuigen, en Elohim ook, hoe vroom, rechtvaardig en onberispelijk wij voor jullie, de gelovigen, zijn geweest. Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | μάρτυρες (martyres) = getuigen | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὡς (hos) = hoe | ὁσίως (hosios) = vroom | καὶ (kai) = en | δικαίως (dikaios) = rechtvaardig | καὶ (kai) = en | ἀμέμπτως (amemptos) = onberispelijk | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | τοῖς (tois) = de | πιστεύουσιν (pisteuousin) = gelovenden | ἐγενήθημεν (egenethemen) = zijn wij geweest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁσίως (hosios), ‘vroom’: toegewijd aan Elohim. δικαίως (dikaios), ‘rechtvaardig’: in overeenstemming met wat recht is. ἀμέμπτως (amemptos), ‘onberispelijk’: zonder iets om aan te merken. **2:11** Jullie weten hoe wij ieder van jullie, als een vader zijn eigen kinderen, Brontekst: καθάπερ (kathaper) = zoals | οἴδατε (oidate) = jullie weten | ὡς (hos) = hoe | ἕνα (hena) = ieder | ἕκαστον (hekaston) = enkele | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ὡς (hos) = als | πατὴρ (pater) = een vader | τέκνα (tekna) = kinderen | ἑαυτοῦ (heautou) = zijn eigen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zin loopt door in vers 12: ‘wij … aanspoorden, bemoedigden en ernstig opriepen’. ἕνα ἕκαστον (hena hekaston), ‘ieder’: elk afzonderlijk. Zie ook: 1 Tess 2:12 **2:12** aanspoorden, bemoedigden en ernstig opriepen om te wandelen zoals Elohim waardig is. Hij roept jullie tot Zijn eigen koninkrijk en heerlijkheid. Brontekst: παρακαλοῦντες (parakalountes) = aansporend | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | παραμυθούμενοι (paramythoumenoi) = bemoedigend | καὶ (kai) = en | μαρτυρόμενοι (martyromenoi) = ernstig oproepend | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | περιπατεῖν (peripatein) = wandelen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀξίως (axios) = waardig | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τοῦ (tou) = die | καλοῦντος (kalountos) = roept | ὑμᾶς (hymas) = jullie | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | ἑαυτοῦ (heautou) = Zijn eigen | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | καὶ (kai) = en | δόξαν (doxan) = heerlijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’; παραμυθέομαι (paramytheomai), ‘bemoedigen’: troosten en moed geven; μαρτύρομαι (martyromai), ‘ernstig oproepen’: met nadruk vragen en getuigen. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: de manier waarop iemand leeft; wij gebruiken ‘wandelen’ ook in Gal. 5:16. καλέω (kaleo), ‘roepen’. βασιλεία (basileia), ‘koninkrijk’. Het Grieks heeft hier een bijzin (‘Elohim, die jullie roept’); wij hebben de zin daar gesplitst. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:16. Zie ook: Gal 5:16 ### Het woord van Elohim aangenomen **2:13** En daarom danken ook wij Elohim onophoudelijk, omdat jullie het gehoorde woord van Elohim van ons ontvingen. Jullie namen het aan, niet als een woord van mensen, maar zoals het werkelijk is: als woord van Elohim. Dat werkt ook in jullie, de gelovigen. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | εὐχαριστοῦμεν (eucharistoumen) = danken | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | ἀδιαλείπτως (adialeiptos) = onophoudelijk | ὅτι (hoti) = omdat | παραλαβόντες (paralabontes) = ontvangen hebbend | λόγον (logon) = woord | ἀκοῆς (akoes) = van gehoor | παρ’ (par’) = van | ἡμῶν (hemon) = ons | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐδέξασθε (edexasthe) = namen jullie aan | οὐ (ou) = niet | λόγον (logon) = woord | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen | ἀλλὰ (alla) = maar | καθὼς (kathos) = zoals | ἀληθῶς (alethos) = werkelijk | ἐστὶν (estin) = het is | λόγον (logon) = woord | θεοῦ (theou) = van Elohim | ὃς (hos) = dat | καὶ (kai) = ook | ἐνεργεῖται (energeitai) = werkt | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | τοῖς (tois) = de | πιστεύουσιν (pisteuousin) = gelovenden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκοή (akoe), ‘het horen’: λόγον ἀκοῆς is ‘het woord dat gehoord werd’. παραλαμβάνω (paralambano), ‘ontvangen’ en δέχομαι (dechomai), ‘aannemen’: eerst krijgen jullie het woord te horen, dan nemen jullie het aan. ἐνεργέω (energeo), ‘werken’: werkzaam zijn. Het Griekse ὅς (hos), ‘dat’, kan terugwijzen op ‘woord’ of op ‘Elohim’; wij kiezen ‘woord’. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:2. Zie ook: Gal 3:2 **2:14** Want jullie zijn navolgers geworden, broers, van de gemeenten van Elohim die in Judea zijn, in de Messias Yeshua. Jullie hebben immers hetzelfde geleden van jullie eigen landgenoten als zij van de Joden, Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | γὰρ (gar) = want | μιμηταὶ (mimetai) = navolgers | ἐγενήθητε (egenethete) = werden | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | τῶν (ton) = van de | ἐκκλησιῶν (ekklesion) = gemeenten | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τῶν (ton) = die | οὐσῶν (ouson) = zijn | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | Ἰουδαίᾳ (Ioudaia) = Judea | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ὅτι (hoti) = omdat | τὰ (ta) = het | αὐτὰ (auta) = zelfde | ἐπάθετε (epathete) = leden | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de | ἰδίων (idion) = eigen | συμφυλετῶν (symphyleton) = landgenoten | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | αὐτοὶ (autoi) = zij zelf | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de | Ἰουδαίων (Ioudaion) = Joden Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem. Het komt overeen met het oude Juda. Voetnoot Uitleg: ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’. ‘Gemeenten van Elohim in Judea’: de gemeenten in het land rond Jeruzalem. ἰδίων συμφυλετῶν (idion symfyleton), ‘eigen landgenoten’: letterlijk ‘medestamgenoten’, de mensen van hun eigen streek. Ἰουδαῖοι (Ioudaioi), ‘Joden’: in de verzen 14–16 spreekt Paulus over de Joden die de gemeenten in Judea vervolgden. Paulus is zelf een Jood. Het Grieks zegt niet welke Joden precies bedoeld zijn; wij vertalen letterlijk. Voetnoot : Zie ook Hand. 17:5; Hand. 22:3; Gal. 1:22. Zie ook: Hand 17:5; Hand 22:3; Gal 1:22 **2:15** die zowel de Heer Yeshua als de profeten hebben gedood en ons hebben weggejaagd. Zij behagen Elohim niet en staan tegenover alle mensen. Brontekst: τῶν (ton) = van de | καὶ (kai) = ook | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | ἀποκτεινάντων (apokteinanton) = gedood hebbenden | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | καὶ (kai) = en | τοὺς (tous) = de | προφήτας (prophetas) = profeten | καὶ (kai) = en | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἐκδιωξάντων (ekdioxanton) = weggejaagd hebbenden | καὶ (kai) = en | θεῷ (theo) = Elohim | μὴ (me) = niet | ἀρεσκόντων (areskonton) = behagenden | καὶ (kai) = en | πᾶσιν (pasin) = alle | ἀνθρώποις (anthropois) = mensen | ἐναντίων (enantion) = tegenstanders Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zin sluit aan op vers 14: ‘de Joden, die …’. ἐκδιώκω (ekdioko), ‘wegjagen’: verjagen, vervolgen. ἀρέσκω (aresko), ‘behagen’. Voetnoot : Zie ook Matt. 23:34–37; Hand. 7:52. Zie ook: Mat 23:34–37; Hand 7:52; 1 Tess 2:14 **2:16** Zij verhinderen ons tot de volken te spreken, opdat die gered worden. Zo maken zij hun zonden altijd vol. Maar de toorn is over hen gekomen, tot het einde. Brontekst: κωλυόντων (kolyonton) = verhinderend | ἡμᾶς (hemas) = ons | τοῖς (tois) = aan de | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | λαλῆσαι (lalesai) = te spreken | ἵνα (hina) = opdat | σωθῶσιν (sothosin) = ze worden gered | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ἀναπληρῶσαι (anaplerosai) = vol te maken | αὐτῶν (auton) = hun | τὰς (tas) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden | πάντοτε (pantote) = altijd | ἔφθασεν (ephthasen) = is gekomen | δὲ (de) = maar | ἐπ’ (ep’) = over | αὐτοὺς (autous) = hen | ἡ (he) = de | ὀργὴ (orge) = toorn | εἰς (eis) = tot | τέλος (telos) = einde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κωλύω (kolyo), ‘verhinderen’. ἀναπληρόω (anapleroo), ‘vol maken’: tot de rand vullen. εἰς τέλος (eis telos), ‘tot het einde’: ook ‘volledig, voorgoed’; het Grieks zegt niet wat er gekomen is of wanneer. ἔφθασεν (efthasen), ‘is gekomen’: heeft hen bereikt. ὀργή (orge), ‘toorn’. Voetnoot : Zie ook Hand. 13:45; Hand. 17:5. Zie ook: Hand 13:45; Hand 17:5 ### Verlangen naar de Tessalonicenzen **2:17** Wij, broers, zijn voor korte tijd van jullie gescheiden, als wezen, in persoon, niet in ons hart. Met groot verlangen hebben wij ons des te meer ingespannen om jullie gezicht te zien. Brontekst: Ἡμεῖς (Hemeis) = wij | δέ (de) = maar | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ἀπορφανισθέντες (aporphanisthentes) = tot wezen gemaakt | ἀφ’ (aph’) = van | ὑμῶν (hymon) = jullie | πρὸς (pros) = voor | καιρὸν (kairon) = tijd | ὥρας (horas) = van een uur | προσώπῳ (prosopo) = in persoon | οὐ (ou) = niet | καρδίᾳ (kardia) = in hart | περισσοτέρως (perissoteros) = des te meer | ἐσπουδάσαμεν (espoudasamen) = spanden wij ons in | τὸ (to) = het | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἰδεῖν (idein) = te zien | ἐν (en) = in | πολλῇ (polle) = groot | ἐπιθυμίᾳ (epithymia) = verlangen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπορφανίζω (aporfanizo), ‘tot wees maken’: een zeldzaam woord voor het scheiden van geliefde mensen, als ouders en kinderen. πρὸς καιρὸν ὥρας (pros kairon horas), ‘voor korte tijd’: letterlijk ‘voor een tijd van een uur’. ‘In persoon, niet in hart’: lichamelijk gescheiden, maar niet in gedachten. **2:18** Want wij wilden naar jullie komen, ik, Paulus, zowel één keer als twee keer. Maar Satan heeft ons verhinderd. Brontekst: διότι (dioti) = omdat | ἠθελήσαμεν (ethelesamen) = wilden wij | ἐλθεῖν (elthein) = komen | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐγὼ (ego) = ik | μὲν (men) = zeker | Παῦλος (Paulos) = Paulus | καὶ (kai) = zowel | ἅπαξ (hapax) = één keer | καὶ (kai) = als | δίς (dis) = twee keer | καὶ (kai) = en | ἐνέκοψεν (enekopsen) = verhinderde | ἡμᾶς (hemas) = ons | ὁ (ho) = de | Σατανᾶς (Satanas) = Satan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit is de plek waar Paulus zich bij naam noemt en ‘ik’ zegt, midden in het ‘wij’ van de brief (zie 1:1). ἅπαξ καὶ δίς (hapax kai dis), ‘één keer en twee keer’: een Griekse manier om ‘meer dan eens’ of ‘herhaaldelijk’ te zeggen. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: van het Hebreeuwse שָׂטָן (satan), ‘tegenstander’. ἐγκόπτω (enkopto), ‘verhinderen’: letterlijk ‘insnijden’, een weg versperren. De tekst zegt niet hoe Satan dit deed. Voetnoot : Zie ook Hand. 17:10–15. Zie ook: Hand 17:10–15 **2:19** Want wat is onze hoop of vreugde of krans van roem, voor onze Heer Yeshua bij Zijn komst? Of zijn dat niet ook jullie? Brontekst: τίς (tis) = wat | γὰρ (gar) = want | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐλπὶς (elpis) = hoop | ἢ (e) = of | χαρὰ (chara) = vreugde | ἢ (e) = of | στέφανος (stephanos) = krans | καυχήσεως (kaucheseos) = van roem | ἢ (e) = of | οὐχὶ (ouchi) = niet | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἔμπροσθεν (emprosthen) = voor | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | αὐτοῦ (autou) = Zijn | παρουσίᾳ (parousia) = komst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στέφανος (stefanos), ‘krans’: de overwinningskrans van een winnaar. καύχησις (kauchesis), ‘roem’. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’; wij gebruiken overal ‘komst’. Hier gaat het om de komst van Yeshua als Heer. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:27. Zie ook: Mat 24:27 **2:20** Want jullie zijn onze eer en onze vreugde. Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | γάρ (gar) = want | ἐστε (este) = zijn | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = eer | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | χαρά (chara) = vreugde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δόξα (doxa), ‘eer’: zie vers 6. Paulus zegt: de Tessalonicenzen zijn zijn eer en vreugde, niet iets daarbuiten. Zie ook: 1 Tess 2:6 ## 1 Tessalonicenzen 3 _Timoteüs gestuurd en terug met goed nieuws; gebed om een weerzien_ ### Timoteüs naar Tessalonica gestuurd **3:1** Daarom, omdat wij het niet langer konden verdragen, waren wij bereid alleen in Athene achter te blijven. Brontekst: Διὸ (Dio) = om dit | μηκέτι (meketi) = niet meer | στέγοντες (stegontes) = verdragend | εὐδοκήσαμεν (eudokesamen) = waren wij bereid | καταλειφθῆναι (kataleiphthenai) = achter te blijven | ἐν (en) = in | Ἀθήναις (Athenais) = Athene | μόνοι (monoi) = alleen Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Athene: Athene was de grote cultuurstad van Griekenland, in de Romeinse provincie Achaje. Voetnoot Uitleg: στέγω (stego), ‘verdragen’: eigenlijk ‘dichthouden, uithouden’. εὐδοκέω (eudokeo), ‘bereid zijn’: zie 2:8. ‘Alleen’: Paulus bleef alleen in Athene achter; Silvanus en Timoteüs waren in Beroea gebleven. De Griekse zin loopt door in vers 2 (‘… en hebben Timoteüs gestuurd’); wij hebben hem gesplitst. Voetnoot : Zie ook Hand. 17:14–16. Zie ook: Hand 17:14–16; 1 Tess 3:2 **3:2** Wij hebben Timoteüs gestuurd, onze broer en medewerker van Elohim in de goede boodschap van de Messias, om jullie te versterken en voor jullie geloof aan te sporen, Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐπέμψαμεν (epempsamen) = stuurden wij | Τιμόθεον (Timotheon) = Timoteüs | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | συνεργὸν (synergon) = medewerker | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | εὐαγγελίῳ (euangelio) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | στηρίξαι (sterixai) = versterken | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | παρακαλέσαι (parakalesai) = aansporen | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῆς (tes) = het | πίστεως (pisteos) = geloof | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνεργός (synergos), ‘medewerker’: wie mee-werkt. στηρίζω (sterizo), ‘versterken’: stevig maken. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: zie 2:12. Voetnoot Lezing: Voor ‘medewerker van Elohim’ verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. **3:3** zodat niemand aan het wankelen raakt in deze verdrukkingen. Want jullie weten zelf dat wij hiertoe bestemd zijn. Brontekst: τὸ (to) = het | μηδένα (medena) = niemand | σαίνεσθαι (sainesthai) = te wankelen | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | θλίψεσιν (thlipsesin) = verdrukkingen | ταύταις (tautais) = deze | αὐτοὶ (autoi) = zelf | γὰρ (gar) = want | οἴδατε (oidate) = weten | ὅτι (hoti) = dat | εἰς (eis) = tot | τοῦτο (touto) = dit | κείμεθα (keimetha) = zijn wij bestemd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σαίνω (saino), ‘wankelen’: een zeldzaam woord, eigenlijk ‘kwispelen, vleien’; hier ‘door verdrukking aan het wankelen of meegesleept worden’. κεῖμαι εἰς (keimai eis), ‘bestemd zijn voor’: letterlijk ‘gelegd zijn tot’. Voetnoot : Zie ook Hand. 14:22. Zie ook: Hand 14:22 **3:4** Want ook toen wij bij jullie waren, zeiden wij jullie vooraf dat wij verdrukt zouden worden. Zo is het ook gebeurd, en jullie weten het. Brontekst: καὶ (kai) = en | γὰρ (gar) = want | ὅτε (hote) = toen | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἦμεν (emen) = waren wij | προελέγομεν (proelegomen) = zeiden wij vooraf | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ὅτι (hoti) = dat | μέλλομεν (mellomen) = wij zouden | θλίβεσθαι (thlibesthai) = verdrukt worden | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἐγένετο (egeneto) = gebeurde | καὶ (kai) = en | οἴδατε (oidate) = jullie weten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προλέγω (prolego), ‘vooraf zeggen’. θλίβω (thlibo), ‘verdrukken’: bij θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. **3:5** Daarom heb ook ik, omdat ik het niet langer kon verdragen, iemand gestuurd om jullie geloof te leren kennen. Ik was bang dat de verzoeker jullie misschien op de proef had gesteld en onze moeite vergeefs zou zijn. Brontekst: διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | κἀγὼ (kago) = ook ik | μηκέτι (meketi) = niet meer | στέγων (stegon) = verdragend | ἔπεμψα (epempsa) = stuurde ik | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | γνῶναι (gnonai) = leren kennen | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | ὑμῶν (hymon) = jullie | μή (me) = uit vrees dat | πως (pos) = misschien | ἐπείρασεν (epeirasen) = op de proef stelde | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὁ (ho) = de | πειράζων (peirazon) = verzoeker | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | κενὸν (kenon) = leeg | γένηται (genetai) = wordt | ὁ (ho) = de | κόπος (kopos) = moeite | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft bij ἔπεμψα (epempsa), ‘ik heb gestuurd’, geen voorwerp; uit vers 2 en vers 6 blijkt dat Timoteüs bedoeld is. πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’; ὁ πειράζων (ho peirazon), ‘de verzoeker’: letterlijk ‘degene die op de proef stelt’. In Matt. 4:3 vertalen wij hetzelfde Griekse woord met ‘degene die Hem op de proef stelde’; hier zonder voorwerp noemen wij hem ‘de verzoeker’. De tekst noemt geen naam; vergelijk 2:18 (Satan). μή πως (me pos), ‘uit vrees dat’: de Griekse zin drukt een zorg uit. κενός (kenos), ‘vergeefs’: zie 2:1. Voetnoot : Zie ook Matt. 4:3. Zie ook: Mat 4:3; 1 Tess 3:2; 1 Tess 3:6 ### Goed nieuws van Timoteüs **3:6** Maar zojuist is Timoteüs van jullie bij ons gekomen. Hij heeft ons de goede boodschap gebracht van jullie geloof en liefde, en dat jullie altijd een goede herinnering aan ons hebben. Jullie verlangen ernaar ons te zien, zoals ook wij jullie. Brontekst: Ἄρτι (Arti) = zojuist | δὲ (de) = maar | ἐλθόντος (elthontos) = gekomen zijnde | Τιμοθέου (Timotheou) = Timoteüs | πρὸς (pros) = tot | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἀφ’ (aph’) = van | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | εὐαγγελισαμένου (euangelisamenou) = de goede boodschap gebracht hebbend | ἡμῖν (hemin) = aan ons | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | ὅτι (hoti) = dat | ἔχετε (echete) = hebben jullie | μνείαν (mneian) = herinnering | ἡμῶν (hemon) = van ons | ἀγαθὴν (agathen) = goede | πάντοτε (pantote) = altijd | ἐπιποθοῦντες (epipothountes) = verlangend | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἰδεῖν (idein) = te zien | καθάπερ (kathaper) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄρτι (arti), ‘zojuist’. εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’: hier gaat het om goed nieuws over hun geloof en liefde. ἐπιποθέω (epipotheo), ‘verlangen’. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:5. Zie ook: Hand 18:5 **3:7** Daarom zijn wij over jullie bemoedigd, broers, in al onze nood en verdrukking, door jullie geloof. Brontekst: διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | παρεκλήθημεν (pareklethemen) = zijn wij bemoedigd | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ἐφ’ (eph’) = over | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἐπὶ (epi) = bij | πάσῃ (pase) = al | τῇ (te) = de | ἀνάγκῃ (ananke) = nood | καὶ (kai) = en | θλίψει (thlipsei) = verdrukking | ἡμῶν (hemon) = onze | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = het | ὑμῶν (hymon) = jullie | πίστεως (pisteos) = geloof Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: hier lijdend, ‘bemoedigd worden’. ἀνάγκη (anagke), ‘nood’: dwang, benauwdheid. **3:8** Want nu leven wij, als jullie standvastig blijven in de Heer. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | νῦν (nyn) = nu | ζῶμεν (zomen) = leven wij | ἐὰν (ean) = als | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | στήκετε (stekete) = staan vast | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζῶμεν (zomen), ‘wij leven’: echt leven, kracht hebben. στήκω (steko), ‘vaststaan’: stevig blijven staan. ### Dank en gebed om een weerzien **3:9** Want welke dank kunnen wij Elohim teruggeven voor jullie, voor al de vreugde waarmee wij ons om jullie verheugen voor onze Elohim? Brontekst: τίνα (tina) = welke | γὰρ (gar) = want | εὐχαριστίαν (eucharistian) = dank | δυνάμεθα (dynametha) = kunnen wij | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | ἀνταποδοῦναι (antapodounai) = teruggeven | περὶ (peri) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐπὶ (epi) = bij | πάσῃ (pase) = al | τῇ (te) = de | χαρᾷ (chara) = vreugde | ᾗ (he) = waarmee | χαίρομεν (chairomen) = wij ons verheugen | δι’ (di’) = om | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἔμπροσθεν (emprosthen) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐχαριστία (eucharistia), ‘dank’. ἀνταποδίδωμι (antapodidomi), ‘teruggeven’: iets terugdoen voor wat ontvangen is. De Griekse zin is een vraag en loopt door in vers 10. Zie ook: 1 Tess 3:10 **3:10** Nacht en dag bidden wij zeer dringend om jullie gezicht te zien en aan te vullen wat aan jullie geloof ontbreekt. Brontekst: νυκτὸς (nyktos) = nacht | καὶ (kai) = en | ἡμέρας (hemeras) = dag | ὑπερεκπερισσοῦ (hyperekperissou) = overvloedig | δεόμενοι (deomenoi) = biddend | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ἰδεῖν (idein) = zien | ὑμῶν (hymon) = jullie | τὸ (to) = het | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | καὶ (kai) = en | καταρτίσαι (katartisai) = aanvullen | τὰ (ta) = de | ὑστερήματα (hysteremata) = tekorten | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπερεκπερισσοῦ (hyperekperissou), ‘zeer dringend’: letterlijk ‘boven alle maat’. δέομαι (deomai), ‘bidden’: dringend vragen. καταρτίζω (katartizo), ‘aanvullen’: in orde brengen, herstellen. ὑστέρημα (hysterema), ‘tekort’: wat nog ontbreekt. In het Grieks hoort dit vers bij vers 9; wij hebben de zin gesplitst. Zie ook: 1 Tess 3:9 **3:11** Moge onze Elohim en Vader zelf en onze Heer Yeshua onze weg naar jullie richten. Brontekst: Αὐτὸς (Autos) = Hijzelf | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατὴρ (pater) = Vader | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | κατευθύναι (kateuthynai) = moge richten | τὴν (ten) = de | ὁδὸν (hodon) = weg | ἡμῶν (hemon) = onze | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατευθύνω (kateuthyno), ‘richten’: recht maken, de weg vrijmaken. De Griekse werkwoordsvorm κατευθύναι (kateuthynai) staat in het enkelvoud, hoewel er twee onderwerpen zijn: Elohim, onze Vader, en onze Heer Yeshua. Wij laten dat zo staan. ‘Onze Elohim en Vader’: zie 1:3. **3:12** En jullie: moge de Heer jullie laten toenemen en overvloedig maken in liefde voor elkaar en voor allen, zoals ook wij voor jullie, Brontekst: ὑμᾶς (hymas) = jullie | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | πλεονάσαι (pleonasai) = moge laten toenemen | καὶ (kai) = en | περισσεύσαι (perisseusai) = moge overvloedig maken | τῇ (te) = in de | ἀγάπῃ (agape) = liefde | εἰς (eis) = voor | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = voor | πάντας (pantas) = allen | καθάπερ (kathaper) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | εἰς (eis) = voor | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλεονάζω (pleonazo), ‘laten toenemen’, περισσεύω (perisseuo), ‘overvloedig maken’: meer dan genoeg. ‘De Heer’: Yeshua; vergelijk vers 11 en 13. Zie ook: 1 Tess 3:11; 1 Tess 3:13 **3:13** om jullie harten te versterken, onberispelijk in heiligheid voor onze Elohim en Vader, bij de komst van onze Heer Yeshua met al Zijn heiligen. Brontekst: εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | στηρίξαι (sterixai) = versterken | ὑμῶν (hymon) = jullie | τὰς (tas) = de | καρδίας (kardias) = harten | ἀμέμπτους (amemptous) = onberispelijk | ἐν (en) = in | ἁγιωσύνῃ (hagiosyne) = heiligheid | ἔμπροσθεν (emprosthen) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατρὸς (patros) = Vader | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | παρουσίᾳ (parousia) = komst | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = alle | τῶν (ton) = de | ἁγίων (hagion) = heiligen | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγιωσύνη (hagiosyne), ‘heiligheid’. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’, zie 2:19. οἱ ἅγιοι (hoi hagioi), ‘de heiligen’: dit kan de gelovigen betreffen of de heilige engelen; het Grieks zegt het niet. Vergelijk Zach. 14:5: ‘alle heiligen met U’ en Mark. 8:38: ‘met de heilige engelen’. Voetnoot : Zie ook Zach. 14:5; Mark. 8:38. Zie ook: Zach 14:5; Mar 8:38 ## 1 Tessalonicenzen 4 _Een heilig leven, broederliefde, en de komst van de Heer voor de ontslapenen en de levenden_ ### Een leven dat Elohim behaagt **4:1** Verder dan, broers, vragen wij jullie en sporen wij jullie aan in de Heer Yeshua. Jullie hebben van ons ontvangen hoe jullie moeten wandelen en Elohim behagen, en zo wandelen jullie ook. Word daarin nog overvloediger. Brontekst: Λοιπὸν (Loipon) = verder | οὖν (oun) = dus | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ἐρωτῶμεν (erotomen) = vragen wij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καὶ (kai) = en | παρακαλοῦμεν (parakaloumen) = sporen aan | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἵνα (hina) = opdat | καθὼς (kathos) = zoals | παρελάβετε (parelabete) = jullie ontvingen | παρ’ (par’) = van | ἡμῶν (hemon) = ons | τὸ (to) = het | πῶς (pos) = hoe | δεῖ (dei) = moet | ὑμᾶς (hymas) = jullie | περιπατεῖν (peripatein) = wandelen | καὶ (kai) = en | ἀρέσκειν (areskein) = behagen | θεῷ (theo) = Elohim | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | περιπατεῖτε (peripateite) = jullie wandelen | ἵνα (hina) = opdat | περισσεύητε (perisseuete) = jullie overvloedig worden | μᾶλλον (mallon) = meer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse zin heeft twee keer ἵνα (hina), ‘opdat’: ‘wij vragen jullie … opdat jullie, zoals jullie ontvingen …, daarin overvloediger worden’. Wij hebben de zin in korte zinnen gesplitst. λοιπόν (loipon), ‘verder’: ook ‘tot slot’. ἐρωτάω (erotao), ‘vragen’; παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zie 2:12. ἀρέσκω (aresko), ‘behagen’: zie 2:4. **4:2** Want jullie weten welke voorschriften wij jullie gegeven hebben door de Heer Yeshua. Brontekst: οἴδατε (oidate) = weten jullie | γὰρ (gar) = want | τίνας (tinas) = welke | παραγγελίας (parangelias) = voorschriften | ἐδώκαμεν (edokamen) = gaven wij | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραγγελία (parangelia), ‘voorschrift’: een opdracht met gezag. ‘Door de Heer Yeshua’: met het gezag van de Heer. **4:3** Want dit is de wil van Elohim: jullie heiliging, dat jullie je onthouden van ontucht, Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | θέλημα (thelema) = wil | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὁ (ho) = de | ἁγιασμὸς (hagiasmos) = heiliging | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀπέχεσθαι (apechesthai) = zich onthouden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀπὸ (apo) = van | τῆς (tes) = de | πορνείας (porneias) = ontucht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’: apart gezet worden voor Elohim, een heilig leven. πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele immoraliteit in het algemeen. De verzen 3–6 zijn één zin: ‘dit is de wil van Elohim: … dat jullie je onthouden …, dat ieder weet …, dat niemand …’. Voetnoot : Zie ook Hand. 15:20; Hand. 15:29. Zie ook: Hand 15:20; Hand 15:29 **4:4** dat ieder van jullie zijn eigen vat weet te verwerven in heiliging en eer, Brontekst: εἰδέναι (eidenai) = weten | ἕκαστον (hekaston) = ieder | ὑμῶν (hymon) = van jullie | τὸ (to) = het | ἑαυτοῦ (heautou) = eigen | σκεῦος (skeuos) = vat | κτᾶσθαι (ktasthai) = verwerven | ἐν (en) = in | ἁγιασμῷ (hagiasmo) = heiliging | καὶ (kai) = en | τιμῇ (time) = eer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκεῦος (skeuos), ‘vat’: eigenlijk een voorwerp om iets in te doen. Het Grieks kan hier ‘zijn eigen lichaam’ of ‘zijn eigen vrouw’ bedoelen; wij vertalen letterlijk. κτάομαι (ktaomai), ‘verwerven’: kan ook ‘in bezit hebben, beheersen’ betekenen. τιμή (time), ‘eer’. **4:5** niet in hartstocht van begeerte, zoals ook de volken die Elohim niet kennen, Brontekst: μὴ (me) = niet | ἐν (en) = in | πάθει (pathei) = hartstocht | ἐπιθυμίας (epithymias) = van begeerte | καθάπερ (kathaper) = zoals | καὶ (kai) = ook | τὰ (ta) = de | ἔθνη (ethne) = volken | τὰ (ta) = de | μὴ (me) = niet | εἰδότα (eidota) = kennende | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πάθος (pathos), ‘hartstocht’: een hevige gemoedsbeweging. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’. ‘De volken die Elohim niet kennen’: vergelijk Jer. 10:25, ‘de volken die U niet kennen’. Voetnoot : Zie ook Jer. 10:25. Zie ook: Jer 10:25 **4:6** dat niemand zijn broer in deze zaak overschrijdt of bedriegt. De Heer is immers een wreker van al deze dingen, zoals wij jullie ook vooraf gezegd en ernstig getuigd hebben. Brontekst: τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | ὑπερβαίνειν (hyperbainein) = overschrijden | καὶ (kai) = en | πλεονεκτεῖν (pleonektein) = bedriegen | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | πράγματι (pragmati) = zaak | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | διότι (dioti) = omdat | ἔκδικος (ekdikos) = wreker | κύριος (kyrios) = Heer | περὶ (peri) = over | πάντων (panton) = al | τούτων (touton) = deze | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | προείπαμεν (proeipamen) = zeiden wij vooraf | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | καὶ (kai) = en | διεμαρτυράμεθα (diemartyrametha) = getuigden wij ernstig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπερβαίνω (hyperbaino), ‘overschrijden’: een grens over gaan. πλεονεκτέω (pleonekteo), ‘bedriegen’: meer nemen dan jou toekomt. πρᾶγμα (pragma), ‘zaak’. ἔκδικος (ekdikos), ‘wreker’: wie recht doet aan het onrecht. κύριος (kyrios), ‘Heer’: vergelijk Ps. 94:1, ‘Yahweh, El van de wraak’. Wij schrijven ‘de Heer’ (Yeshua); het Grieks laat open of Yeshua of Yahweh bedoeld is. Voetnoot : Zie ook Ps. 94:1. Zie ook: Ps 94:1 **4:7** Want Elohim heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἐκάλεσεν (ekalesen) = riep | ἡμᾶς (hemas) = ons | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐπὶ (epi) = tot | ἀκαθαρσίᾳ (akatharsia) = onreinheid | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | ἁγιασμῷ (hagiasmo) = heiliging Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’: zie 2:3. ἐν ἁγιασμῷ (en hagiasmo), ‘in heiliging’: in een leven dat voor Elohim apart gezet is. **4:8** Wie dit dus verwerpt, verwerpt niet een mens, maar Elohim, die ook Zijn Heilige Geest aan jullie geeft. Brontekst: τοιγαροῦν (toigaroun) = dus | ὁ (ho) = hij die | ἀθετῶν (atheton) = verwerpt | οὐκ (ouk) = niet | ἄνθρωπον (anthropon) = mens | ἀθετεῖ (athetei) = verwerpt | ἀλλὰ (alla) = maar | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | τὸν (ton) = die | καὶ (kai) = ook | διδόντα (didonta) = gevende | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τὸ (to) = de | ἅγιον (hagion) = Heilige | εἰς (eis) = aan | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀθετέω (atheteo), ‘verwerpen’: iets terzijde stellen als niet geldig. In Gal. 2:21 en Gal. 3:15 vertalen wij dit woord met ‘ongeldig maken’. De Griekse tekst heeft εἰς ὑμᾶς (eis hymas), ‘in/aan jullie’: Elohim geeft Zijn Heilige Geest aan de gemeente. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:21; Gal. 3:15. Zie ook: Gal 2:21; Gal 3:15 ### Broederliefde en werk **4:9** Over de broederliefde hebben jullie niet nodig dat wij jullie schrijven. Want jullie zelf zijn door Elohim onderwezen om elkaar lief te hebben. Brontekst: Περὶ (Peri) = over | δὲ (de) = maar | τῆς (tes) = de | φιλαδελφίας (philadelphias) = broederliefde | οὐ (ou) = niet | χρείαν (chreian) = behoefte | ἔχετε (echete) = hebben jullie | γράφειν (graphein) = te schrijven | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | αὐτοὶ (autoi) = zelf | γὰρ (gar) = want | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | θεοδίδακτοί (theodidaktoi) = door Elohim onderwezen | ἐστε (este) = zijn | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ἀγαπᾶν (agapan) = liefhebben | ἀλλήλους (allelous) = elkaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλαδελφία (filadelfia), ‘broederliefde’: liefde voor de broers en zusters in de gemeente. θεοδίδακτος (theodidaktos), ‘door Elohim onderwezen’: een zeldzaam woord. Vergelijk Jes. 54:13, ‘al je zonen zullen onderwezen zijn door Yahweh’, en Joh. 6:45. Voetnoot : Zie ook Jes. 54:13; Joh. 6:45. Zie ook: Jes 54:13; Joh 6:45 **4:10** Dat doen jullie ook voor alle broers in heel Macedonië. Wij sporen jullie aan, broers, daarin nog overvloediger te worden Brontekst: καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | ποιεῖτε (poieite) = doen jullie | αὐτὸ (auto) = dit | εἰς (eis) = jegens | πάντας (pantas) = alle | τοὺς (tous) = de | ἀδελφοὺς (adelphous) = broers | τοὺς (tous) = die | ἐν (en) = in | ὅλῃ (hole) = heel | τῇ (te) = de | Μακεδονίᾳ (Makedonia) = Macedonië | παρακαλοῦμεν (parakaloumen) = sporen wij aan | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | περισσεύειν (perisseuein) = overvloedig te worden | μᾶλλον (mallon) = meer Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: Macedonië: de provincie waarin Tessalonica en Filippi liggen. De zin loopt door in vers 11 en 12: ‘Wij sporen jullie aan … te streven …’. Zie ook: 1 Tess 4:11 **4:11** en ernaar te streven rustig te leven, jullie eigen zaken te doen en met jullie handen te werken, zoals wij jullie opgedragen hebben, Brontekst: καὶ (kai) = en | φιλοτιμεῖσθαι (philotimeisthai) = ernaar te streven | ἡσυχάζειν (hesychazein) = rustig te leven | καὶ (kai) = en | πράσσειν (prassein) = te doen | τὰ (ta) = de | ἴδια (idia) = eigen zaken | καὶ (kai) = en | ἐργάζεσθαι (ergazesthai) = te werken | ταῖς (tais) = met de | χερσὶν (chersin) = handen | ὑμῶν (hymon) = jullie | καθὼς (kathos) = zoals | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | παρηγγείλαμεν (parengeilamen) = droegen wij op Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλοτιμέομαι (filotimeomai), ‘ernaar streven’: zijn eer erin stellen. ἡσυχάζω (hesychazo), ‘rustig leven’: stil zijn, niet onrustig of bemoeiziek. πράσσω (prasso), ‘doen’; ἐργάζομαι (ergazomai), ‘werken’. παραγγέλλω (parangello), ‘opdragen’: bij παραγγελία in vers 2. Voetnoot : Zie ook 2 Tess. 3:10–12. Zie ook: 1 Tess 4:2; 2 Tess 3:10–12 **4:12** zodat jullie betamelijk wandelen tegenover hen die buiten zijn, en van niemand iets nodig hebben. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | περιπατῆτε (peripatete) = wandelen jullie | εὐσχημόνως (euschemonos) = betamelijk | πρὸς (pros) = tegenover | τοὺς (tous) = de | ἔξω (exo) = buiten | καὶ (kai) = en | μηδενὸς (medenos) = van niemand | χρείαν (chreian) = behoefte | ἔχητε (echete) = hebben jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐσχημόνως (euschemonos), ‘betamelijk’: netjes, met goede vorm. οἱ ἔξω (hoi exo), ‘wie buiten zijn’: wie buiten de gemeente staan. μηδενός (medenos), ‘niets’ of ‘niemand’: het Grieks kan beide betekenen; ‘van niemand iets nodig hebben’ dekt ze. ### De ontslapenen en de komst van de Heer **4:13** Wij willen niet dat jullie onwetend zijn, broers, over hen die ontslapen, zodat jullie niet bedroefd zijn zoals de anderen die geen hoop hebben. Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | θέλομεν (thelomen) = willen wij | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀγνοεῖν (agnoein) = onwetend zijn | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | περὶ (peri) = over | τῶν (ton) = de | κοιμωμένων (koimomenon) = ontslapenen | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | λυπῆσθε (lypesthe) = bedroefd zijn | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | λοιποὶ (loipoi) = anderen | οἱ (hoi) = die | μὴ (me) = niet | ἔχοντες (echontes) = hebbende | ἐλπίδα (elpida) = hoop Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’: letterlijk ‘slapen’; een zacht woord voor sterven. Wij houden ‘ontslapen’ aan voor de hele brief. ἀγνοέω (agnoeo), ‘onwetend zijn’. λυπέω (lypeo), ‘bedroeven’. οἱ λοιποί (hoi loipoi), ‘de anderen’: wie niet bij de gemeente horen. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 15:6; 1 Kor. 15:18. Voetnoot Lezing: Voor het werkwoord ‘ontslapen’ verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kor 15:6; 1 Kor 15:18 **4:14** Want als wij geloven dat Yeshua gestorven en opgestaan is, dan zal Elohim zo ook hen die ontslapen zijn door Yeshua met Hem meebrengen. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | πιστεύομεν (pisteuomen) = geloven wij | ὅτι (hoti) = dat | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | ἀπέθανεν (apethanen) = stierf | καὶ (kai) = en | ἀνέστη (aneste) = stond op | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τοὺς (tous) = de | κοιμηθέντας (koimethentas) = ontslapenen | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ἄξει (axei) = zal meebrengen | σὺν (syn) = met | αὐτῷ (auto) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνέστη (anesti), ‘stond op’, bij ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’. διὰ τοῦ Ἰησοῦ (dia tou Iesou), ‘door Yeshua’: dit kan horen bij ‘ontslapen’ (zij die in Yeshua ontslapen zijn) of bij ‘meebrengen’ (Elohim zal hen door Yeshua meebrengen). Wij laten de woordvolgorde van het Grieks staan. Voetnoot : Zie ook Joh. 11:25–26; Joh. 14:3. Zie ook: Joh 11:25–26; Joh 14:3 **4:15** Want dit zeggen wij jullie met een woord van de Heer. Wij die leven, die overblijven tot de komst van de Heer, zullen beslist niet voorgaan aan hen die ontslapen zijn. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | λέγομεν (legomen) = zeggen wij | ἐν (en) = met | λόγῳ (logo) = woord | κυρίου (kyriou) = van de Heer | ὅτι (hoti) = dat | ἡμεῖς (hemeis) = wij | οἱ (hoi) = de | ζῶντες (zontes) = levenden | οἱ (hoi) = de | περιλειπόμενοι (perileipomenoi) = overblijvenden | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | παρουσίαν (parousian) = komst | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | οὐ (ou) = beslist | μὴ (me) = niet | φθάσωμεν (phthasomen) = zullen voorgaan | τοὺς (tous) = de | κοιμηθέντας (koimethentas) = ontslapenen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν λόγῳ κυρίου (en logo kyriou), ‘met een woord van de Heer’: het Grieks heeft geen lidwoord; het zegt niet of Paulus een uitspraak van Yeshua of een openbaring bedoelt. περιλείπομαι (perileipomai), ‘overblijven’. φθάνω (fthano), ‘voorgaan’: eerder aankomen. ὅτι (hoti), ‘dat’, leidt de inhoud van wat Paulus zegt in; wij beginnen daar een nieuwe zin. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’, zie 2:19. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:30–31. Zie ook: Mat 24:30–31 **4:16** Want de Heer zelf zal uit de hemel neerdalen, met een bevelsroep, met de stem van een aartsengel en met de bazuin van Elohim. En de doden in de Messias zullen eerst opstaan. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | αὐτὸς (autos) = zelf | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἐν (en) = in | κελεύσματι (keleusmati) = bevelsroep | ἐν (en) = in | φωνῇ (phone) = stem | ἀρχαγγέλου (archangelou) = van een aartsengel | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | σάλπιγγι (salpingi) = bazuin | θεοῦ (theou) = van Elohim | καταβήσεται (katabesetai) = zal neerdalen | ἀπ’ (ap’) = uit | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | νεκροὶ (nekroi) = doden | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | ἀναστήσονται (anastesontai) = zullen opstaan | πρῶτον (proton) = eerst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κέλευσμα (keleusma), ‘bevelsroep’: een luid commando, zoals een bevel aan soldaten of roeiers. ἀρχάγγελος (archangelos), ‘aartsengel’. σάλπιγξ (salpigx), ‘bazuin’. ‘De Heer zelf’ is Yeshua. ‘De doden in de Messias’: wie gestorven zijn als aanhangers van de Messias. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:30–31; Joh. 5:28–29; 1 Kor. 15:51–52. Zie ook: Mat 24:30–31; Joh 5:28–29; 1 Kor 15:51–52 **4:17** Daarna zullen wij die leven, die overblijven, samen met hen weggerukt worden in wolken, de Heer tegemoet, in de lucht. En zo zullen wij altijd met de Heer zijn. Brontekst: ἔπειτα (epeita) = daarna | ἡμεῖς (hemeis) = wij | οἱ (hoi) = de | ζῶντες (zontes) = levenden | οἱ (hoi) = de | περιλειπόμενοι (perileipomenoi) = overblijvenden | ἅμα (hama) = tegelijk | σὺν (syn) = met | αὐτοῖς (autois) = hen | ἁρπαγησόμεθα (harpagesometha) = zullen weggerukt worden | ἐν (en) = in | νεφέλαις (nephelais) = wolken | εἰς (eis) = tot | ἀπάντησιν (apantesin) = tegemoetkomen | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | εἰς (eis) = in | ἀέρα (aera) = lucht | καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | πάντοτε (pantote) = altijd | σὺν (syn) = met | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | ἐσόμεθα (esometha) = zullen wij zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁρπάζω (harpazo), ‘wegrukken’: plotseling en met kracht meenemen. νεφέλη (nefele), ‘wolk’. ἀπάντησις (apantesis), ‘tegemoetkomen’: het woord voor het ontmoeten van een gast of koning die men tegemoet gaat; het staat ook in Matt. 25:6. ἀήρ (aer), ‘lucht’. Vergelijk Dan. 7:13: ‘met de wolken van de hemel’. Voetnoot : Zie ook Matt. 25:6; Dan. 7:13. Zie ook: Dan 7:13; Mat 25:6 **4:18** Bemoedig elkaar dus met deze woorden. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | παρακαλεῖτε (parakaleite) = bemoedigt | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ἐν (en) = met | τοῖς (tois) = de | λόγοις (logois) = woorden | τούτοις (toutois) = deze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: troost en moed geven; zie 2:12 en 3:2. ## 1 Tessalonicenzen 5 _De dag van de Heer, zonen van het licht, aansporingen en slotgroet_ ### De dag van de Heer **5:1** Over de tijden en de tijdstippen, broers, hebben jullie niet nodig dat er aan jullie geschreven wordt. Brontekst: Περὶ (Peri) = over | δὲ (de) = maar | τῶν (ton) = de | χρόνων (chronon) = tijden | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = de | καιρῶν (kairon) = tijdstippen | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | οὐ (ou) = niet | χρείαν (chreian) = behoefte | ἔχετε (echete) = hebben jullie | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | γράφεσθαι (graphesthai) = geschreven te worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρόνος (chronos), ‘tijd’; καιρός (kairos), ‘tijdstip’: een bepaald, geschikt moment. Zij staan ook samen in Hand. 1:7. Voetnoot : Zie ook Hand. 1:7. Zie ook: Hand 1:7 **5:2** Want jullie weten zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer zo komt als een dief in de nacht. Brontekst: αὐτοὶ (autoi) = zelf | γὰρ (gar) = want | ἀκριβῶς (akribos) = nauwkeurig | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | ἡμέρα (hemera) = dag | κυρίου (kyriou) = van de Heer | ὡς (hos) = als | κλέπτης (kleptes) = dief | ἐν (en) = in | νυκτὶ (nykti) = nacht | οὕτως (houtos) = zo | ἔρχεται (erchetai) = komt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡμέρα κυρίου (hemera kyriou), ‘de dag van de Heer’: de uitdrukking neemt ‘de dag van Yahweh’ uit de profeten over en past die toe op Yeshua. Zie Joël 2:1, Amos 5:18 en Jes. 13:6. ‘Als een dief in de nacht’: zo komt de dag onverwacht; Yeshua gebruikt hetzelfde beeld. Voetnoot : Zie ook Joël 2:1; Joël 2:11; Amos 5:18; Jes. 13:6; Matt. 24:43; 1 Kor. 1:8; 2 Kor. 1:14. Zie ook: Joël 2:1; Joël 2:11; Amos 5:18; Jes 13:6; Mat 24:43; 1 Kor 1:8; 2 Kor 1:14 **5:3** Wanneer zij zeggen: „Vrede en veiligheid”, dan komt plotseling het verderf over hen, zoals de weeën over een zwangere vrouw. Zij zullen beslist niet ontkomen. Brontekst: ὅταν (hotan) = wanneer | λέγωσιν (legosin) = zeggen zij | Εἰρήνη (Eirene) = vrede | καὶ (kai) = en | ἀσφάλεια (asphaleia) = veiligheid | τότε (tote) = dan | αἰφνίδιος (aiphnidios) = plotseling | αὐτοῖς (autois) = over hen | ἐφίσταται (ephistatai) = komt | ὄλεθρος (olethros) = verderf | ὥσπερ (hosper) = zoals | ἡ (he) = de | ὠδὶν (odin) = weeën | τῇ (te) = aan de | ἐν (en) = in | γαστρὶ (gastri) = buik | ἐχούσῃ (echouse) = hebbende | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = beslist | μὴ (me) = niet | ἐκφύγωσιν (ekphygosin) = zullen ontkomen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσφάλεια (asfaleia), ‘veiligheid’; ὄλεθρος (olethros), ‘verderf’; ὠδίν (odin), ‘weeën’: de pijnen van een bevalling, die plotseling beginnen en niet te stoppen zijn. ἐκφεύγω (ekfeugo), ‘ontkomen’; οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. ‘Vrede en veiligheid’ zeggen mensen die zich veilig voelen; vergelijk Jer. 6:14: ‘Vrede, vrede! Maar er is geen vrede’. Voetnoot : Zie ook Jer. 6:14. Zie ook: Jer 6:14 ### Zonen van het licht **5:4** Maar jullie, broers, zijn niet in de duisternis, zodat die dag jullie als een dief zou overvallen. Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | δέ (de) = maar | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | οὐκ (ouk) = niet | ἐστὲ (este) = zijn | ἐν (en) = in | σκότει (skotei) = duisternis | ἵνα (hina) = opdat | ἡ (he) = de | ἡμέρα (hemera) = dag | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὡς (hos) = als | κλέπτης (kleptes) = dief | καταλάβῃ (katalabe) = overvalt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκότος (skotos), ‘duisternis’. καταλαμβάνω (katalambano), ‘overvallen’: grijpen, inhalen. ‘Die dag’ is de dag van de Heer uit vers 2. Zie ook: 1 Tess 5:2 **5:5** Want jullie allen zijn zonen van het licht en zonen van de dag. Wij zijn niet van de nacht en niet van de duisternis. Brontekst: πάντες (pantes) = allen | γὰρ (gar) = want | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | υἱοὶ (huioi) = zonen | φωτός (photos) = van licht | ἐστε (este) = zijn | καὶ (kai) = en | υἱοὶ (huioi) = zonen | ἡμέρας (hemeras) = van dag | οὐκ (ouk) = niet | ἐσμὲν (esmen) = zijn wij | νυκτὸς (nyktos) = van nacht | οὐδὲ (oude) = noch | σκότους (skotous) = van duisternis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: υἱοὶ φωτός (huioi fotos), ‘zonen van het licht’: een Hebreeuwse manier om te zeggen ‘wie bij het licht horen’. Het woord ‘zonen’ omvat in de gemeente ook de dochters. Hetzelfde beeld staat in Luc. 16:8 en Joh. 12:36. Voetnoot : Zie ook Luc. 16:8; Joh. 12:36. Zie ook: Luc 16:8; Joh 12:36 **5:6** Laten wij dus niet slapen zoals de anderen, maar waken en nuchter zijn. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | οὖν (oun) = dan | μὴ (me) = laten wij niet | καθεύδωμεν (katheudomen) = slapen | ὡς (hos) = zoals | οἱ (hoi) = de | λοιποί (loipoi) = anderen | ἀλλὰ (alla) = maar | γρηγορῶμεν (gregoromen) = laten wij waken | καὶ (kai) = en | νήφωμεν (nephomen) = laten wij nuchter zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γρηγορέω (gregoreo), ‘waken’; νήφω (nefo), ‘nuchter zijn’: helder van geest. καθεύδω (katheudo), ‘slapen’: hier beeldspraak voor onoplettend zijn. Dit is een ander woord dan κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’ in 4:13–15. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:42. Zie ook: Mat 24:42 **5:7** Want wie slapen, slapen 's nachts, en wie dronken worden, zijn 's nachts dronken. Brontekst: οἱ (hoi) = de | γὰρ (gar) = want | καθεύδοντες (katheudontes) = slapenden | νυκτὸς (nyktos) = 's nachts | καθεύδουσιν (katheudousin) = slapen | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | μεθυσκόμενοι (methyskomenoi) = dronkenen | νυκτὸς (nyktos) = 's nachts | μεθύουσιν (methyousin) = zijn dronken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: In het Grieks staat ‘wie slapen, slapen ’s nachts’: een gewone waarneming, die de beeldspraak van vers 6 voorbereidt. Zie ook: 1 Tess 5:6 **5:8** Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het pantser van geloof en liefde en de hoop op redding als helm. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = maar | ἡμέρας (hemeras) = van de dag | ὄντες (ontes) = zijnde | νήφωμεν (nephomen) = laten wij nuchter zijn | ἐνδυσάμενοι (endysamenoi) = aangedaan hebbend | θώρακα (thoraka) = pantser | πίστεως (pisteos) = van geloof | καὶ (kai) = en | ἀγάπης (agapes) = van liefde | καὶ (kai) = en | περικεφαλαίαν (perikephalaian) = helm | ἐλπίδα (elpida) = hoop | σωτηρίας (soterias) = van redding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θώραξ (thorax), ‘pantser’: bescherming voor de borst. περικεφαλαία (perikefalaia), ‘helm’. Vergelijk Jes. 59:17, waar Yahweh gerechtigheid aantrekt als een pantser en een helm van redding op Zijn hoofd zet. σωτηρία (soteria), ‘redding’, bij σῴζω (sozo), ‘redden’. Voetnoot : Zie ook Jes. 59:17. Zie ook: Jes 59:17 **5:9** Want Elohim heeft ons niet bestemd voor de toorn, maar voor het verkrijgen van redding, door onze Heer Yeshua de Messias, Brontekst: ὅτι (hoti) = want | οὐκ (ouk) = niet | ἔθετο (etheto) = bestemde | ἡμᾶς (hemas) = ons | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | εἰς (eis) = tot | ὀργὴν (orgen) = toorn | ἀλλὰ (alla) = maar | εἰς (eis) = tot | περιποίησιν (peripoiesin) = verwerving | σωτηρίας (soterias) = van redding | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τίθημι (tithemi), ‘bestemmen’: plaatsen, aanwijzen. περιποίησις (peripoiesis), ‘verwerving’: het verkrijgen of het bezit; wij vertalen ‘het verkrijgen van redding’. ὀργή (orge), ‘toorn’: zie 1:10. Voetnoot : Zie ook 1 Tess. 1:10. Zie ook: 1 Tess 1:10 **5:10** die voor ons gestorven is, opdat wij, of wij nu waken of slapen, samen met Hem leven. Brontekst: τοῦ (tou) = die | ἀποθανόντος (apothanontos) = gestorven is | περὶ (peri) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | ἵνα (hina) = opdat | εἴτε (eite) = of | γρηγορῶμεν (gregoromen) = wij waken | εἴτε (eite) = of | καθεύδωμεν (katheudomen) = wij slapen | ἅμα (hama) = tegelijk | σὺν (syn) = met | αὐτῷ (auto) = Hem | ζήσωμεν (zesomen) = wij leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περὶ ἡμῶν (peri hemon), ‘voor ons’. γρηγορέω (gregoreo), ‘waken’ en καθεύδω (katheudo), ‘slapen’: in de verzen 6–7 gaat het om waakzaam of onoplettend zijn; hier kunnen de woorden ook ‘levend’ of ‘gestorven’ betekenen. Het Grieks zegt het niet. **5:11** Bemoedig daarom elkaar en bouw elkaar op, zoals jullie ook doen. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | παρακαλεῖτε (parakaleite) = bemoedigt | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | καὶ (kai) = en | οἰκοδομεῖτε (oikodomeite) = bouwt op | εἷς (heis) = de een | τὸν (ton) = de | ἕνα (hena) = ander | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ποιεῖτε (poieite) = doen jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: zie 4:18. οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’: bouwen aan elkaar. εἷς τὸν ἕνα (heis ton hena), ‘de een de ander’. ### Aansporingen voor het leven in de gemeente **5:12** Wij vragen jullie, broers, hen te erkennen die onder jullie zwoegen, die leiding over jullie hebben in de Heer en jullie vermanen. Brontekst: Ἐρωτῶμεν (Erotomen) = vragen wij | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | εἰδέναι (eidenai) = te erkennen | τοὺς (tous) = de | κοπιῶντας (kopiontas) = zwoegenden | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | καὶ (kai) = en | προϊσταμένους (proistamenous) = leiding gevenden | ὑμῶν (hymon) = over jullie | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | καὶ (kai) = en | νουθετοῦντας (nouthetountas) = vermanende | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’: hard werken, bij κόπος (kopos), ‘moeite’ uit 1:3. προΐστημι (proistemi), ‘leiding geven’: voorstaan, zorg dragen. νουθετέω (noutheteo), ‘vermanen’: terechtwijzen en onderwijzen. εἰδέναι (eidenai), ‘erkennen’: letterlijk ‘kennen’, dus ‘weten wie ze zijn en waarderen wat ze doen’. De tekst noemt hier geen ambtstitels. **5:13** Wij vragen jullie ook hen bovenmate hoog te achten in liefde, vanwege hun werk. Houd vrede onder elkaar. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡγεῖσθαι (hegeisthai) = te achten | αὐτοὺς (autous) = hen | ὑπερεκπερισσοῦ (hyperekperissou) = bovenmate | ἐν (en) = in | ἀγάπῃ (agape) = liefde | διὰ (dia) = vanwege | τὸ (to) = het | ἔργον (ergon) = werk | αὐτῶν (auton) = hun | εἰρηνεύετε (eireneuete) = houdt vrede | ἐν (en) = onder | ἑαυτοῖς (heautois) = elkaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse zin loopt door van vers 12 (‘… te erkennen … en … hoog te achten’); wij hebben hem gesplitst en herhalen daarom ‘Wij vragen jullie’. ἡγέομαι (hegeomai), ‘achten’. ὑπερεκπερισσοῦ (hyperekperissou), ‘bovenmate’: zie 3:10. εἰρηνεύω (eireneuo), ‘vrede houden’. ἑαυτοῖς (heautois), ‘onder elkaar’: letterlijk ‘onder jullie zelf’. Zie ook: 1 Tess 5:12 **5:14** Wij sporen jullie aan, broers: vermaan de ordelozen, bemoedig de kleinmoedigen, steun de zwakken, wees geduldig met allen. Brontekst: παρακαλοῦμεν (parakaloumen) = sporen wij aan | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | νουθετεῖτε (noutheteite) = vermaant | τοὺς (tous) = de | ἀτάκτους (ataktous) = ordelozen | παραμυθεῖσθε (paramytheisthe) = bemoedigt | τοὺς (tous) = de | ὀλιγοψύχους (oligopsychous) = kleinmoedigen | ἀντέχεσθε (antechesthe) = steunt | τῶν (ton) = de | ἀσθενῶν (asthenon) = zwakken | μακροθυμεῖτε (makrothymeite) = heb geduld | πρὸς (pros) = met | πάντας (pantas) = allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄτακτος (ataktos), ‘ordeloos’: een woord uit het leger voor wie niet in het gelid staat; het kan ook ‘werkschuw’ betekenen. ὀλιγόψυχος (oligopsychos), ‘kleinmoedig’. ἀντέχομαι (antechomai), ‘steunen’: zich vasthouden aan, bijstaan. μακροθυμέω (makrothymeo), ‘geduld hebben’. Voetnoot : Zie ook 2 Tess. 3:6–12. Zie ook: 2 Tess 3:6–12 **5:15** Zie erop toe dat niemand aan iemand kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, voor elkaar en voor allen. Brontekst: ὁρᾶτε (horate) = ziet toe | μή (me) = dat niet | τις (tis) = iemand | κακὸν (kakon) = kwaad | ἀντὶ (anti) = in plaats van | κακοῦ (kakou) = kwaad | τινι (tini) = aan iemand | ἀποδῷ (apodo) = vergeldt | ἀλλὰ (alla) = maar | πάντοτε (pantote) = altijd | τὸ (to) = het | ἀγαθὸν (agathon) = goede | διώκετε (diokete) = jaagt na | εἰς (eis) = jegens | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = jegens | πάντας (pantas) = allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποδίδωμι (apodidomi), ‘vergelden’: teruggeven. διώκω (dioko), ‘najagen’: achternajagen; hetzelfde woord betekent ook ‘vervolgen’. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:39; Matt. 5:44. Zie ook: Mat 5:39; Mat 5:44 **5:16** Verheug jullie altijd. Brontekst: πάντοτε (pantote) = altijd | χαίρετε (chairete) = verheugt jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χαίρω (chairo), ‘zich verheugen’, bij χαρά (chara), ‘vreugde’. **5:17** Bid onophoudelijk. Brontekst: ἀδιαλείπτως (adialeiptos) = onophoudelijk | προσεύχεσθε (proseuchesthe) = bidt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδιαλείπτως (adialeiptos), ‘onophoudelijk’: zie 1:2. **5:18** Dank in alles. Want dit is de wil van Elohim voor jullie in de Messias Yeshua. Brontekst: ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | εὐχαριστεῖτε (eucharisteite) = dankt | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | θέλημα (thelema) = wil | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | εἰς (eis) = tot | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν παντί (en panti), ‘in alles’: in alle omstandigheden. ‘In de Messias Yeshua’ kan bij ‘de wil van Elohim’ horen of bij ‘jullie’; wij laten de woordvolgorde zo dicht mogelijk bij het Grieks. **5:19** Doof de Geest niet. Brontekst: τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | μὴ (me) = niet | σβέννυτε (sbennyte) = dooft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σβέννυμι (sbennymi), ‘doven’: een vuur uitdoven. πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’: de Geest van Elohim; het beeld van vuur ligt in het woord ‘doven’. **5:20** Veracht profetieën niet. Brontekst: προφητείας (propheteias) = profetieën | μὴ (me) = niet | ἐξουθενεῖτε (exoutheneite) = veracht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προφητεία (profeteia), ‘profetie’. ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘verachten’: als niets beschouwen. **5:21** Toets alles en houd het goede vast. Brontekst: πάντα (panta) = alles | δὲ (de) = maar | δοκιμάζετε (dokimazete) = toetst | τὸ (to) = het | καλὸν (kalon) = goede | κατέχετε (katechete) = houdt vast Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: zie 2:4. κατέχω (katecho), ‘vasthouden’. τὸ καλόν (to kalon), ‘het goede’: ook ‘het schone, het deugdelijke’. **5:22** Onthoud jullie van elke vorm van kwaad. Brontekst: ἀπὸ (apo) = van | παντὸς (pantos) = elke | εἴδους (eidous) = vorm | πονηροῦ (ponerou) = kwade | ἀπέχεσθε (apechesthe) = onthoudt jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἶδος (eidos), ‘vorm’: ook ‘gedaante, uiterlijk’; het Grieks kan dus ‘elke vorm van kwaad’ of ‘elke schijn van kwaad’ betekenen. Wij kiezen ‘vorm’. πονηρός (poneros), ‘kwaad’: ook ‘de kwade’. ### Gebed en slotgroet **5:23** Moge Hijzelf, de Elohim van de vrede, jullie geheel en al heiligen. Moge jullie geest, ziel en lichaam, geheel en onberispelijk, bewaard blijven bij de komst van onze Heer Yeshua de Messias. Brontekst: Αὐτὸς (Autos) = Hijzelf | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τῆς (tes) = van de | εἰρήνης (eirenes) = vrede | ἁγιάσαι (hagiasai) = moge heiligen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὁλοτελεῖς (holoteleis) = geheel en al | καὶ (kai) = en | ὁλόκληρον (holokleron) = geheel | ὑμῶν (hymon) = jullie | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = geest | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ψυχὴ (psyche) = ziel | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | ἀμέμπτως (amemptos) = onberispelijk | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | παρουσίᾳ (parousia) = komst | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias | τηρηθείη (teretheie) = moge bewaard worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’. ὁλοτελής (holoteles), ‘geheel en al’: een zeldzaam woord dat alleen hier staat. ὁλόκληρος (holokleros), ‘geheel’: ongeschonden, compleet. πνεῦμα (pneuma), ‘geest’, ψυχή (psyche), ‘ziel’ en σῶμα (soma), ‘lichaam’: Paulus noemt hier drie delen van de mens naast elkaar om de hele mens te noemen; de tekst geeft geen leer over de samenstelling van de mens. De werkwoordsvorm τηρηθείη (teretheie), ‘moge bewaard worden’, staat in het enkelvoud bij drie onderwerpen. παρουσία (parousia), ‘komst’: zie 2:19. **5:24** Trouw is Hij die jullie roept. Hij zal het ook doen. Brontekst: πιστὸς (pistos) = trouw | ὁ (ho) = Hij die | καλῶν (kalon) = roept | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὃς (hos) = die | καὶ (kai) = ook | ποιήσει (poiesei) = zal doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστός (pistos), ‘trouw’: ook ‘betrouwbaar’. καλέω (kaleo), ‘roepen’: zie 2:12. **5:25** Broers, bid voor ons. Brontekst: Ἀδελφοί (Adelphoi) = broers | προσεύχεσθε (proseuchesthe) = bidt | περὶ (peri) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT **5:26** Groet alle broers met een heilige kus. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | τοὺς (tous) = de | ἀδελφοὺς (adelphous) = broers | πάντας (pantas) = allen | ἐν (en) = met | φιλήματι (philemati) = kus | ἁγίῳ (hagio) = heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φίλημα (filema), ‘kus’: een gebruikelijke groet onder gelovigen. ἅγιος (hagios), ‘heilig’. **5:27** Ik bezweer jullie bij de Heer dat de brief wordt voorgelezen aan alle broers. Brontekst: ἐνορκίζω (enorkizo) = bezweer ik | ὑμᾶς (hymas) = jullie | τὸν (ton) = bij | κύριον (kyrion) = de Heer | ἀναγνωσθῆναι (anagnosthenai) = voorgelezen te worden | τὴν (ten) = de | ἐπιστολὴν (epistolen) = brief | πᾶσιν (pasin) = aan alle | τοῖς (tois) = de | ἀδελφοῖς (adelphois) = broers Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνορκίζω (enorkizo), ‘onder ede vragen, bezweren’. Paulus zegt hier ‘ik’ in plaats van ‘wij’, zoals in 2:18. ἐπιστολή (epistole), ‘brief’. Het Grieks zegt niet waar de brief voorgelezen moet worden. **5:28** De genade van onze Heer Yeshua de Messias zij met jullie. Brontekst: ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = Messias | μεθ’ (meth’) = met | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’. Het Grieks heeft geen werkwoord: ‘de genade … met jullie’; wij vullen ‘zij’ aan, omdat het een wens is.