# 1 Petrus (Πέτρου Α, Petrou I) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## 1 Petrus 1 _Aanhef; een levende hoop; heilig leven_ ### Aanhef **1:1** Petrus, apostel van Yeshua de Messias, aan de uitverkoren vreemdelingen van de verstrooiing in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bithynië, Brontekst: Πέτρος (Petros) = Petrus | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ἐκλεκτοῖς (eklektois) = aan de uitverkoren | παρεπιδήμοις (parepidemois) = vreemdelingen | διασπορᾶς (diasporas) = van de verstrooiing | Πόντου (Pontou) = van Pontus | Γαλατίας (Galatias) = Galatië | Καππαδοκίας (Kappadokias) = Kappadocië | Ἀσίας (Asias) = Asia | καὶ (kai) = en | Βιθυνίας (Bithynias) = Bithynië Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Pontus (ongeveer): Pontus was de kuststreek aan de zuidkant van de Zwarte Zee, in het noorden van het huidige Turkije. De grenzen zijn bij benadering. Zie Galatië (ongeveer): Galatië is het binnenland van het huidige Turkije, rond Ankara. Of Paulus de streek in het noorden bedoelt of de Romeinse provincie, die ook Pisidië en Lykaonië omvatte (met Ikonium, Lystra en Derbe), is niet zeker; het punt is bij benadering. Zie Kappadocië (ongeveer): Kappadocië was het hoogland in het midden van het huidige Turkije. De grenzen zijn bij benadering. Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad. De grenzen zijn bij benadering. Zie Bithynië (ongeveer): Bithynië was de streek in het noorden van het huidige Turkije, aan de Zee van Marmara en de Zwarte Zee. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: Πέτρος (Petros), ‘Petrus’: Grieks voor ‘rots’; in de evangeliën heet hij ook Kefas (Aramees voor ‘rots’), zie Joh. 1:42. παρεπίδημοι (parepidemoi), ‘vreemdelingen’: mensen die ergens tijdelijk verblijven, zonder er thuis te zijn. διασπορά (diaspora), ‘verstrooiing’: de Joden en andere gelovigen die buiten het land verspreid wonen; vergelijk Jak. 1:1. ἐκλεκτός (eklektos), ‘uitverkoren’: uitgekozen door Elohim. Voetnoot : De vijf streken liggen in het noorden en westen van het huidige Turkije; het Grieks noemt ze in deze volgorde. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:42; Jak. 1:1. Zie ook: Joh 1:42; Jak 1:1 **1:2** volgens de voorkennis van Elohim, de Vader, in de heiliging door de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenkeling met het bloed van Yeshua de Messias. Moge genade en vrede bij jullie toenemen. Brontekst: κατὰ (kata) = volgens | πρόγνωσιν (prognosin) = voorkennis | θεοῦ (theou) = van Elohim | πατρός (patros) = de Vader | ἐν (en) = in | ἁγιασμῷ (hagiasmo) = heiliging | πνεύματος (pneumatos) = door de Geest | εἰς (eis) = tot | ὑπακοὴν (hypakoen) = gehoorzaamheid | καὶ (kai) = en | ῥαντισμὸν (rhantismon) = besprenkeling | αἵματος (haimatos) = met het bloed | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | χάρις (charis) = genade | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | πληθυνθείη (plethyntheie) = moge toenemen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρόγνωσις (prognosis), ‘voorkennis’: vooraf weten; hetzelfde woord als in Hand. 2:23. ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’: apart gezet worden voor Elohim. ῥαντισμός (rantismos), ‘besprenkeling’: het besprenkelen met bloed, zoals bij het sluiten van het verbond in Exod. 24:8. Het Grieks noemt hier Elohim de Vader, de Geest en Yeshua de Messias naast elkaar. Voetnoot : πληθυνθείη (plethyntheie), ‘moge toenemen’: een wens in de aanvoegende wijs. Voetnoot : Zie ook Exod. 24:8; Hand. 2:23. Zie ook: Ex 24:8; Hand 2:23 ### Een levende hoop **1:3** Geprezen is de Elohim en Vader van onze Heer Yeshua de Messias. Naar Zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons opnieuw verwekt tot een levende hoop, door de opstanding van Yeshua de Messias uit de doden, Brontekst: Εὐλογητὸς (Eulogetos) = geprezen | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατὴρ (pater) = Vader | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ὁ (ho) = die | κατὰ (kata) = naar | τὸ (to) = het | πολὺ (poly) = grote | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἔλεος (eleos) = barmhartigheid | ἀναγεννήσας (anagennesas) = opnieuw verwekt hebbend | ἡμᾶς (hemas) = ons | εἰς (eis) = tot | ἐλπίδα (elpida) = hoop | ζῶσαν (zosan) = levende | δι’ (di’) = door | ἀναστάσεως (anastaseos) = opstanding | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐλογητός (eulogetos), ‘geprezen’: dezelfde lofprijs als in Luc. 1:68. ἀναγεννάω (anagennao), ‘opnieuw verwekken’: het woord kan ook ‘opnieuw doen geboren worden’ betekenen; het komt in deze brief alleen hier en in vers 23 voor. Vergelijk Joh. 3:3. Voetnoot : Zie ook Luc. 1:68; Joh. 3:3. Zie ook: Luc 1:68; Joh 3:3; 1 Petr 1:23 **1:4** tot een onvergankelijk, onbevlekt en onverwelkelijk erfdeel. Dat is in de hemelen bewaard voor jullie, Brontekst: εἰς (eis) = tot | κληρονομίαν (kleronomian) = erfdeel | ἄφθαρτον (aphtharton) = onvergankelijk | καὶ (kai) = en | ἀμίαντον (amianton) = onbevlekt | καὶ (kai) = en | ἀμάραντον (amaranton) = onverwelkelijk | τετηρημένην (teteremenen) = bewaard | ἐν (en) = in | οὐρανοῖς (ouranois) = de hemelen | εἰς (eis) = voor | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κληρονομία (kleronomia), ‘erfdeel’: wat een erfgenaam ontvangt; in het Oude Testament vooral het land. Drie woorden met ‘on-’: ἄφθαρτος (afthartos) ‘onvergankelijk’, ἀμίαντος (amiantos) ‘onbevlekt’ en ἀμάραντος (amarantos) ‘onverwelkelijk’. **1:5** die door de kracht van Elohim bewaakt worden, door geloof, tot een redding die gereed ligt om onthuld te worden in de laatste tijd. Brontekst: τοὺς (tous) = die | ἐν (en) = in | δυνάμει (dynamei) = kracht | θεοῦ (theou) = van Elohim | φρουρουμένους (phrouroumenous) = bewaakt worden | διὰ (dia) = door | πίστεως (pisteos) = geloof | εἰς (eis) = tot | σωτηρίαν (soterian) = redding | ἑτοίμην (hetoimen) = gereed | ἀποκαλυφθῆναι (apokalyphthenai) = om onthuld te worden | ἐν (en) = in | καιρῷ (kairo) = tijd | ἐσχάτῳ (eschato) = laatste Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φρουρέω (frourew), ‘bewaken’. Het Grieks heeft twee woorden voor ‘bewaren’: τηρέω (tereo) in vers 4 en φρουρέω hier. ἑτοίμην (hetoimen), ‘gereed’: de redding ligt klaar. ἀποκαλύπτω (apokalypto), ‘onthullen’. Zie ook: 1 Petr 1:4 **1:6** Hierover juichen jullie, ook al zijn jullie nu even bedroefd, als het nodig is, door allerlei beproevingen. Brontekst: ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = waarover | ἀγαλλιᾶσθε (agalliasthe) = juichen jullie | ὀλίγον (oligon) = kort | ἄρτι (arti) = nu | εἰ (ei) = als | δέον (deon) = nodig | λυπηθέντες (lypethentes) = bedroefd zijnd | ἐν (en) = in | ποικίλοις (poikilois) = allerlei | πειρασμοῖς (peirasmois) = beproevingen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν ᾧ (en ho), ‘hierover’: letterlijk ‘waarin’. Het kan verwijzen naar de redding of de tijd van vers 5, of naar het geheel van verzen 3–5. ἀγαλλιάομαι (agalliaomai), ‘juichen’: uitbundig vreugde tonen. πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: het Griekse woord betekent ook ‘verzoeking’; zie Jak. 1:2. Voetnoot Lezing: Bij ‘als het nodig is’ (εἰ δέον) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jak. 1:2–3. Zie ook: Jak 1:2; 1 Petr 1:5 **1:7** Zo kan de beproefdheid van jullie geloof bevonden worden tot lof, heerlijkheid en eer bij de onthulling van Yeshua de Messias. Dat geloof is kostbaarder dan goud, dat vergaat maar toch door vuur beproefd wordt. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | τὸ (to) = de | δοκίμιον (dokimion) = beproefdheid | ὑμῶν (hymon) = van jullie | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | πολυτιμότερον (polytimoteron) = kostbaarder | χρυσίου (chrysiou) = dan goud | τοῦ (tou) = dat | ἀπολλυμένου (apollymenou) = vergaat | διὰ (dia) = door | πυρὸς (pyros) = vuur | δὲ (de) = maar | δοκιμαζομένου (dokimazomenou) = beproefd wordt | εὑρεθῇ (heurethe) = bevonden wordt | εἰς (eis) = tot | ἔπαινον (epainon) = lof | καὶ (kai) = en | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τιμὴν (timen) = eer | ἐν (en) = bij | ἀποκαλύψει (apokalypsei) = onthulling | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκίμιον (dokimion), ‘beproefdheid’: wat blijkt als iets de proef doorstaat; hetzelfde woord als in Jak. 1:3. Goud wordt in het vuur beproefd; vergelijk Spr. 17:3. In het Grieks staat de zin in één keer; wij hebben hem in tweeën gedeeld en de volgorde iets omgezet. Voetnoot Lezing: Bij ‘kostbaarder’ en bij ‘heerlijkheid en eer’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jak. 1:3; Spr. 17:3. Zie ook: Spr 17:3; Jak 1:3 **1:8** Hem hebben jullie lief, ook al hebben jullie Hem niet gezien. In Hem geloven jullie, ook al zien jullie Hem nu niet. Zo juichen jullie met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, Brontekst: ὃν (hon) = Hem | οὐκ (ouk) = niet | ἰδόντες (idontes) = gezien hebbend | ἀγαπᾶτε (agapate) = hebben jullie lief | εἰς (eis) = in | ὃν (hon) = Hem | ἄρτι (arti) = nu | μὴ (me) = niet | ὁρῶντες (horontes) = ziend | πιστεύοντες (pisteuontes) = geloven | δὲ (de) = maar | ἀγαλλιᾶσθε (agalliasthe) = juichen jullie | χαρᾷ (chara) = met vreugde | ἀνεκλαλήτῳ (aneklaleto) = onuitsprekelijke | καὶ (kai) = en | δεδοξασμένῃ (dedoxasmene) = verheerlijkte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De SBLGNT markeert bij ‘gezien hebbend’ en bij ‘juichen’ een lezing; wij volgen de SBLGNT. ἀνεκλάλητος (aneklaletos), ‘onuitsprekelijk’: te groot om uit te spreken. δεδοξασμένη (dedoxasmene), ‘verheerlijkt’: vol van heerlijkheid. **1:9** terwijl jullie het einddoel van jullie geloof ontvangen: de redding van de zielen. Brontekst: κομιζόμενοι (komizomenoi) = ontvangend | τὸ (to) = het | τέλος (telos) = einddoel | τῆς (tes) = van het | πίστεως (pisteos) = geloof | ὑμῶν (hymon) = van jullie | σωτηρίαν (soterian) = redding | ψυχῶν (psychon) = van zielen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέλος (telos), ‘einddoel’: het doel waar het geloof naartoe gaat, en ook het einde. ψυχή (psyche), ‘ziel’: het leven van de mens als geheel. Bij ‘jullie’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering. ### De profeten en de redding **1:10** Naar die redding hebben profeten gezocht en gespeurd, de profeten die over de genade voor jullie profeteerden. Brontekst: Περὶ (Peri) = over | ἧς (hes) = welke | σωτηρίας (soterias) = redding | ἐξεζήτησαν (exezetesan) = zochten uit | καὶ (kai) = en | ἐξηραύνησαν (exeraunesan) = speurden na | προφῆται (prophetai) = profeten | οἱ (hoi) = die | περὶ (peri) = over | τῆς (tes) = de | εἰς (eis) = voor | ὑμᾶς (hymas) = jullie | χάριτος (charitos) = genade | προφητεύσαντες (propheteusantes) = profeteerden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκζητέω (ekzeteo) en ἐξεραυνάω (exeraunao): ‘uitzoeken’ en ‘nauwkeurig naspeuren’; twee werkwoorden voor dezelfde inspanning. **1:11** Zij speurden naar welke of wat voor tijd de Geest van de Messias in hen aanwees. Hij getuigde vooraf van het lijden voor de Messias en van de heerlijkheden daarna. Brontekst: ἐραυνῶντες (eraunontes) = speurend | εἰς (eis) = naar | τίνα (tina) = welke | ἢ (e) = of | ποῖον (poion) = wat voor | καιρὸν (kairon) = tijd | ἐδήλου (edelou) = wees aan | τὸ (to) = de | ἐν (en) = in | αὐτοῖς (autois) = hen | πνεῦμα (pneuma) = Geest | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | προμαρτυρόμενον (promartyromenon) = vooraf getuigend | τὰ (ta) = de | εἰς (eis) = voor | Χριστὸν (Christon) = de Messias | παθήματα (pathemata) = lijden | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = de | μετὰ (meta) = na | ταῦτα (tauta) = dit | δόξας (doxas) = heerlijkheden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνεῦμα Χριστοῦ (pneuma Christou), ‘de Geest van de Messias’: het Grieks noemt de Geest die in de profeten sprak zo; in vers 12 heet Hij ‘de Heilige Geest’. τὰ εἰς Χριστὸν παθήματα (ta eis Christon pathemata), ‘het lijden voor de Messias’: het kan ook ‘het lijden dat de Messias treft’ betekenen. δόξαι (doxai), ‘heerlijkheden’: een meervoud. Vergelijk Jes. 52:13–53:12. Voetnoot : Zie ook Jes. 52:13–53:12. Zie ook: Jes 52:13–53:12; 1 Petr 1:12 **1:12** Aan hen werd onthuld dat zij niet zichzelf maar jullie dienden met wat nu aan jullie is verkondigd. Dat deden zij die jullie de goede boodschap brachten, door de Heilige Geest die vanuit de hemel was gezonden. Daar verlangen engelen naar te kijken. Brontekst: οἷς (hois) = aan wie | ἀπεκαλύφθη (apekalyphthe) = werd onthuld | ὅτι (hoti) = dat | οὐχ (ouch) = niet | ἑαυτοῖς (heautois) = zichzelf | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | δὲ (de) = maar | διηκόνουν (diekonoun) = dienden | αὐτά (auta) = die dingen | ἃ (ha) = die | νῦν (nyn) = nu | ἀνηγγέλη (anengele) = werd verkondigd | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | διὰ (dia) = door | τῶν (ton) = de | εὐαγγελισαμένων (euangelisamenon) = die de goede boodschap brachten | ὑμᾶς (hymas) = jullie | πνεύματι (pneumati) = door de Geest | ἁγίῳ (hagio) = Heilige | ἀποσταλέντι (apostalenti) = gezonden | ἀπ’ (ap’) = vanuit | οὐρανοῦ (ouranou) = de hemel | εἰς (eis) = naar | ἃ (ha) = wat | ἐπιθυμοῦσιν (epithymousin) = verlangen | ἄγγελοι (angeloi) = engelen | παρακύψαι (parakypsai) = om te kijken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακύπτω (parakypto), ‘zich bukken om te kijken’: iemand die zich voorover buigt om naar binnen te kijken; vergelijk Joh. 20:5. De profeten dienden ‘jullie’: het Grieks zegt niet in welke periode zij leefden. De SBLGNT markeert bij ‘jullie’ een lezing; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 20:5. Zie ook: Joh 20:5 ### Wees heilig **1:13** Daarom: omgord de lendenen van jullie verstand en wees nuchter. Vestig jullie hoop volkomen op de genade die jullie wordt gebracht bij de onthulling van Yeshua de Messias. Brontekst: Διὸ (Dio) = daarom | ἀναζωσάμενοι (anazosamenoi) = omgord hebbend | τὰς (tas) = de | ὀσφύας (osphyas) = lendenen | τῆς (tes) = van het | διανοίας (dianoias) = verstand | ὑμῶν (hymon) = van jullie | νήφοντες (nephontes) = nuchter zijnd | τελείως (teleios) = volkomen | ἐλπίσατε (elpisate) = vestig hoop | ἐπὶ (epi) = op | τὴν (ten) = de | φερομένην (pheromenen) = gebrachte wordende | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | χάριν (charin) = genade | ἐν (en) = bij | ἀποκαλύψει (apokalypsei) = onthulling | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναζώννυμι τὰς ὀσφύας (anazonnymi tas osfyas), ‘de lendenen omgorden’: het lange kleed met een riem opbinden om te kunnen werken of lopen; vergelijk Exod. 12:11 en Luc. 12:35. νήφω (nepho), ‘nuchter zijn’: helder van geest blijven. τελείως (teleiōs), ‘volkomen’. ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’. Voetnoot : Zie ook Exod. 12:11; Luc. 12:35. Zie ook: Ex 12:11; Luc 12:35 **1:14** Wees als kinderen van gehoorzaamheid. Laat je niet vormen naar de begeerten van vroeger, in jullie onwetendheid. Brontekst: ὡς (hos) = als | τέκνα (tekna) = kinderen | ὑπακοῆς (hypakoes) = van gehoorzaamheid | μὴ (me) = niet | συσχηματιζόμενοι (syschematizomenoi) = gevormd wordend | ταῖς (tais) = naar de | πρότερον (proteron) = vroeger | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἀγνοίᾳ (agnoia) = onwetendheid | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐπιθυμίαις (epithymiais) = begeerten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέκνα ὑπακοῆς (tekna hypakoes), ‘kinderen van gehoorzaamheid’: een uitdrukking voor ‘gehoorzame kinderen’. συσχηματίζω (syschematizo), ‘vormen naar’: zich laten vormen naar een bepaald patroon. ἄγνοια (agnoia), ‘onwetendheid’. **1:15** Maar zoals Hij die jullie geroepen heeft heilig is, word ook zelf heilig in heel jullie levenswandel. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | κατὰ (kata) = naar | τὸν (ton) = de | καλέσαντα (kalesanta) = geroepen hebbende | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἅγιον (hagion) = heilig | καὶ (kai) = ook | αὐτοὶ (autoi) = zelf | ἅγιοι (hagioi) = heilig | ἐν (en) = in | πάσῃ (pase) = heel | ἀναστροφῇ (anastrophe) = levenswandel | γενήθητε (genethete) = word Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἅγιος (hagios), ‘heilig’: apart gezet voor Elohim. ἀναστροφή (anastrofe), ‘levenswandel’: de manier waarop iemand leeft. Dit woord keert terug in 1:17, 1:18, 2:12 en 3:1–2. **1:16** Daarom staat er geschreven: **„Heilig zullen jullie zijn, want Ik ben heilig.”** Brontekst: διότι (dioti) = omdat | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | ὅτι (hoti) = dat | Ἅγιοι (Hagioi) = heilig | ἔσεσθε (esesthe) = jullie zullen zijn | ὅτι (hoti) = want | ἐγὼ (ego) = Ik | ἅγιος (hagios) = heilig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het citaat staat in Lev. 19:2 en komt in dezelfde bewoordingen terug in Lev. 11:44–45 en Lev. 20:7, waar Yahweh zelf spreekt: ‘Ik ben heilig’. Daarom staat het citaat rood. Ons Hebreeuws heeft in Lev. 19:2 ‘Heilig moeten jullie zijn, want Ik, Yahweh, jullie Elohim, ben heilig’; Petrus laat ‘Yahweh, jullie Elohim’ weg. Het Grieks heeft een toekomende tijd: ‘jullie zullen heilig zijn’. Voetnoot : Zie ook Lev. 19:2; Lev. 11:44–45; Lev. 20:7. Zie ook: Lev 11:44–45; Lev 19:2; Lev 20:7 ### Losgekocht met kostbaar bloed **1:17** En als jullie Hem als Vader aanroepen, die zonder aanzien van personen oordeelt naar het werk van ieder, leef dan in vrees de tijd van jullie verblijf als vreemdeling. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | εἰ (ei) = als | πατέρα (patera) = Vader | ἐπικαλεῖσθε (epikaleisthe) = jullie aanroepen | τὸν (ton) = Hem die | ἀπροσωπολήμπτως (aprosopolemptos) = zonder aanzien van personen | κρίνοντα (krinonta) = oordeelt | κατὰ (kata) = naar | τὸ (to) = het | ἑκάστου (hekastou) = van ieder | ἔργον (ergon) = werk | ἐν (en) = in | φόβῳ (phobo) = vrees | τὸν (ton) = de | τῆς (tes) = van het | παροικίας (paroikias) = verblijf als vreemdeling | ὑμῶν (hymon) = van jullie | χρόνον (chronon) = tijd | ἀναστράφητε (anastraphete) = leef Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπροσωπολήμπτως (aprosopolemptos), ‘zonder aanzien van personen’: zonder iemand om zijn uiterlijk of rang voor te trekken; vergelijk Deut. 10:17 en Jak. 2:1. ἐπικαλέομαι (epikaleomai), ‘aanroepen’: ook ‘noemen’. παροικία (paroikia), ‘verblijf als vreemdeling’: het wonen als bijwoner, zonder blijvend verblijf; vergelijk Ps. 39:13 (in de Nederlandse telling 39:12), waar iemand zegt ‘een vreemdeling bij U’ te zijn. Voetnoot : Zie ook Deut. 10:17; Ps. 39:13; Jak. 2:1. Zie ook: Deut 10:17; Ps 39:13; Jak 2:1 **1:18** Jullie weten immers dat jullie niet met vergankelijk zilver of goud zijn losgekocht uit jullie zinloze levenswandel, die van de vaders is overgeleverd, Brontekst: εἰδότες (eidotes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | οὐ (ou) = niet | φθαρτοῖς (phthartois) = met vergankelijk | ἀργυρίῳ (argyrio) = zilver | ἢ (e) = of | χρυσίῳ (chrysio) = goud | ἐλυτρώθητε (elytrothete) = werden jullie losgekocht | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | ματαίας (mataias) = zinloze | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἀναστροφῆς (anastrophes) = levenswandel | πατροπαραδότου (patroparadotou) = van de vaders overgeleverd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λυτρόω (lytroo), ‘loskopen’: een losgeld betalen om een slaaf of gevangene vrij te maken; vergelijk Mark. 10:45. ματαία (mataia), ‘zinloos’: leeg, zonder resultaat. πατροπαράδοτος (patroparadotos), ‘van de vaders overgeleverd’: door de voorgeslachten doorgegeven. Voetnoot : Zie ook Mark. 10:45. Zie ook: Mar 10:45 **1:19** maar met het kostbare bloed van de Messias, als van een lam zonder gebrek en zonder vlek. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | τιμίῳ (timio) = met kostbaar | αἵματι (haimati) = bloed | ὡς (hos) = als | ἀμνοῦ (amnou) = van een lam | ἀμώμου (amomou) = zonder gebrek | καὶ (kai) = en | ἀσπίλου (aspilou) = zonder vlek | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀμνός (amnos), ‘lam’; ἄμωμος (amomos), ‘zonder gebrek’: zoals het Pesachlam ‘zonder gebrek’ moest zijn (Exod. 12:5). ἄσπιλος (aspilos), ‘zonder vlek’. In het Grieks staat ‘de Messias’ aan het eind van de zin: ‘als van een lam zonder gebrek en vlek, van de Messias’. Vergelijk ook Jes. 53:7. Voetnoot : Zie ook Exod. 12:5; Jes. 53:7; Joh. 1:29. Zie ook: Ex 12:5; Jes 53:7; Joh 1:29 **1:20** Hij was al voor de grondlegging van de wereld tevoren gekend, maar is aan het einde van de tijden zichtbaar geworden omwille van jullie. Brontekst: προεγνωσμένου (proegnosmenou) = tevoren gekend | μὲν (men) = zeker | πρὸ (pro) = voor | καταβολῆς (kataboles) = grondlegging | κόσμου (kosmou) = van de wereld | φανερωθέντος (phanerothentos) = zichtbaar geworden | δὲ (de) = maar | ἐπ’ (ep’) = aan | ἐσχάτου (eschatou) = het einde | τῶν (ton) = van de | χρόνων (chronon) = tijden | δι’ (di’) = omwille van | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προγινώσκω (proginosko), ‘tevoren kennen’: de stam van πρόγνωσις in vers 2. καταβολή κόσμου (katabole kosmou), ‘grondlegging van de wereld’: het leggen van het fundament, het begin van de wereld; vergelijk Joh. 17:24. φανερόω (faneroo), ‘zichtbaar maken’. Voetnoot : Zie ook Joh. 17:24. Zie ook: Joh 17:24; 1 Petr 1:2 **1:21** Door Hem geloven jullie in Elohim, die Hem uit de doden heeft opgewekt en Hem heerlijkheid heeft gegeven. Zo zijn jullie geloof en hoop op Elohim gericht. Brontekst: τοὺς (tous) = die | δι’ (di’) = door | αὐτοῦ (autou) = Hem | πιστοὺς (pistous) = gelovigen | εἰς (eis) = in | θεὸν (theon) = Elohim | τὸν (ton) = die | ἐγείραντα (egeiranta) = heeft opgewekt | αὐτὸν (auton) = Hem | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | καὶ (kai) = en | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | αὐτῷ (auto) = aan Hem | δόντα (donta) = heeft gegeven | ὥστε (hoste) = zodat | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | ὑμῶν (hymon) = van jullie | καὶ (kai) = en | ἐλπίδα (elpida) = hoop | εἶναι (einai) = is | εἰς (eis) = in | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De SBLGNT markeert bij ‘gelovigen’ (πιστούς) een lezing; wij volgen de SBLGNT. Het slot kan ook worden gelezen als ‘zodat jullie geloof ook hoop op Elohim is’. ### Opnieuw verwekt door het levende woord **1:22** Jullie hebben jullie zielen gereinigd in de gehoorzaamheid aan de waarheid, tot ongeveinsde broederliefde. Heb elkaar vurig lief, vanuit het hart. Brontekst: Τὰς (Tas) = de | ψυχὰς (psychas) = zielen | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἡγνικότες (hegnikotes) = gereinigd hebbend | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ὑπακοῇ (hypakoe) = gehoorzaamheid | τῆς (tes) = aan de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | εἰς (eis) = tot | φιλαδελφίαν (philadelphian) = broederliefde | ἀνυπόκριτον (anypokriton) = ongeveinsde | ἐκ (ek) = uit | καρδίας (kardias) = hart | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ἀγαπήσατε (agapesate) = heb lief | ἐκτενῶς (ektenos) = vurig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγνίζω (hagnizo), ‘reinigen’: rein maken. φιλαδελφία (filadelfia), ‘broederliefde’: liefde voor broers en zusters in het geloof; ἀνυπόκριτος (anypokritos) ‘ongeveinsd’, zonder toneelspel. ἐκτενῶς (ektenos), ‘vurig’: met volle inspanning. De SBLGNT markeert bij ‘de waarheid’ en bij ‘uit’ een lezing; wij volgen de SBLGNT. **1:23** Want jullie zijn opnieuw verwekt, niet uit vergankelijk zaad maar uit onvergankelijk, door het levende en blijvende woord van Elohim. Brontekst: ἀναγεγεννημένοι (anagegennemenoi) = opnieuw verwekt zijnd | οὐκ (ouk) = niet | ἐκ (ek) = uit | σπορᾶς (sporas) = zaad | φθαρτῆς (phthartes) = vergankelijk | ἀλλὰ (alla) = maar | ἀφθάρτου (aphthartou) = onvergankelijk | διὰ (dia) = door | λόγου (logou) = woord | ζῶντος (zontos) = levende | θεοῦ (theou) = van Elohim | καὶ (kai) = en | μένοντος (menontos) = blijvende Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναγεννάω (anagennao), ‘opnieuw verwekken’: zie vers 3. σπορά (spora), ‘zaad’: het gezaaide zaad. ζῶντος καὶ μένοντος (zontos kai menontos), ‘levende en blijvende’: het Grieks kan dit op ‘woord’ betrekken (‘het levende en blijvende woord van Elohim’) of op ‘Elohim’ (‘het woord van de levende en blijvende Elohim’). Wij kiezen het eerste, dat bij het citaat van vers 24–25 past. Voetnoot Lezing: Bij ‘blijvende’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Petr 1:3; 1 Petr 1:24–25 **1:24** Want: „Al het vlees is als gras, en al zijn heerlijkheid als de bloem van het gras. Het gras is verdord en de bloem is afgevallen, Brontekst: διότι (dioti) = omdat | πᾶσα (pasa) = alle | σὰρξ (sarx) = vlees | ὡς (hos) = als | χόρτος (chortos) = gras | καὶ (kai) = en | πᾶσα (pasa) = alle | δόξα (doxa) = heerlijkheid | αὐτῆς (autes) = zijn | ὡς (hos) = als | ἄνθος (anthos) = bloem | χόρτου (chortou) = van het gras | ἐξηράνθη (exeranthe) = is verdord | ὁ (ho) = het | χόρτος (chortos) = gras | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ἄνθος (anthos) = bloem | ἐξέπεσεν (exepesen) = is afgevallen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het citaat is Jes. 40:6–8. Ons Hebreeuws heeft: ‘Al het vlees is gras, en al zijn trouw is als de bloem van het veld.’ De Griekse tekst heeft ‘al zijn heerlijkheid’ en ‘de bloem van het gras’. Aan het begin van het citaat in Jes. 40:6 zegt een stem ‘Roep!’; het citaat is dus geen woord van Yahweh in de eerste persoon en staat zwart. Voetnoot Lezing: Bij ‘zijn’ (αὐτῆς) en bij ‘bloem’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jes. 40:6–8. Zie ook: Jes 40:6–8 **1:25** maar het woord van de Heer blijft voor eeuwig.” Dit is het woord dat als goede boodschap aan jullie is gebracht. Brontekst: τὸ (to) = het | δὲ (de) = maar | ῥῆμα (rhema) = woord | κυρίου (kyriou) = van de Heer | μένει (menei) = blijft | εἰς (eis) = tot | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuw | τοῦτο (touto) = dit | δέ (de) = maar | ἐστιν (estin) = is | τὸ (to) = het | ῥῆμα (rhema) = woord | τὸ (to) = dat | εὐαγγελισθὲν (euangelisthen) = als goede boodschap gebracht werd | εἰς (eis) = aan | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ons Hebreeuws heeft in Jes. 40:8: ‘het woord van onze Elohim blijft voor eeuwig bestaan’. De Griekse tekst heeft κυρίου (kyriou), ‘van de Heer’. Wij schrijven ‘Heer’, omdat het Hebreeuws hier niet de Naam Yahweh heeft. ῥῆμα (rema), ‘woord’: in vers 23 staat λόγος (logos). εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. Voetnoot : Zie ook Jes. 40:8. Zie ook: Jes 40:8; 1 Petr 1:23 ## 1 Petrus 2 _De levende steen en het heilig volk; onderschikking; het voorbeeld van de Messias_ ### Verlangen naar de melk van het woord **2:1** Leg dan alle slechtheid en alle bedrog af, ook huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij. Brontekst: Ἀποθέμενοι (Apothemenoi) = afgelegd hebbend | οὖν (oun) = dan | πᾶσαν (pasan) = alle | κακίαν (kakian) = slechtheid | καὶ (kai) = en | πάντα (panta) = alle | δόλον (dolon) = bedrog | καὶ (kai) = en | ὑποκρίσεις (hypokriseis) = huichelarijen | καὶ (kai) = en | φθόνους (phthonous) = afgunst | καὶ (kai) = en | πάσας (pasas) = alle | καταλαλιάς (katalalias) = kwaadsprekerij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κακία (kakia), ‘slechtheid’; ὑπόκρισις (hypokrisis), ‘huichelarij’; καταλαλιά (katalalia), ‘kwaadsprekerij’: dezelfde stam als καταλαλέω in Jak. 4:11. Het Grieks begint met een deelwoord (‘afgelegd hebbend’); wij geven het als opdracht. Voetnoot Lezing: Bij ‘huichelarijen’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jak. 4:11. Zie ook: Jak 4:11 **2:2** Verlang als pasgeboren baby's naar de redelijke, onvervalste melk, zodat jullie daardoor opgroeien tot redding, Brontekst: ὡς (hos) = als | ἀρτιγέννητα (artigenneta) = pasgeboren | βρέφη (brephe) = baby's | τὸ (to) = de | λογικὸν (logikon) = redelijke | ἄδολον (adolon) = onvervalste | γάλα (gala) = melk | ἐπιποθήσατε (epipothesate) = verlang | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = daardoor | αὐτῷ (auto) = die | αὐξηθῆτε (auxethete) = jullie opgroeien | εἰς (eis) = tot | σωτηρίαν (soterian) = redding Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρτιγέννητος (artigennetos), ‘pasgeboren’: net geboren. λογικός (logikos), ‘redelijk’: het woord hangt samen met λόγος (logos), ‘woord’ of ‘verstand’. Het kan ook ‘geestelijk’ of ‘bij het woord horend’ betekenen; zo vertalen wij ook in Rom. 12:1 ‘redelijke eredienst’. ἄδολος (adolos), ‘onvervalst’: zonder δόλος (dolos), ‘bedrog’, het woord uit vers 1. Voetnoot Lezing: Bij ‘tot redding’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 12:1. Zie ook: Rom 12:1; 1 Petr 2:1 **2:3** als jullie hebben geproefd dat de Heer goed is. Brontekst: εἰ (ei) = als | ἐγεύσασθε (egeusasthe) = jullie hebben geproefd | ὅτι (hoti) = dat | χρηστὸς (chrestos) = goed | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρηστός (chrestos), ‘goed’: vriendelijk, goedgunstig. De zin lijkt op Ps. 34:9 (in de Nederlandse telling 34:8): ‘Proef en zie dat Yahweh goed is.’ Vers 4 gaat verder met ‘tot wie’, dus ‘de Heer’ is hier Yeshua; het Grieks gebruikt voor Hem woorden die in de psalm over Yahweh gaan. Voetnoot Lezing: Bij ‘als’ (εἰ) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ps. 34:9. Zie ook: Ps 34:9; 1 Petr 2:4 ### De levende steen en het heilige volk **2:4** Jullie komen tot Hem, de levende steen, die door mensen wel is verworpen, maar bij Elohim uitverkoren en kostbaar is. Brontekst: Πρὸς (Pros) = tot | ὃν (hon) = wie | προσερχόμενοι (proserchomenoi) = komend | λίθον (lithon) = steen | ζῶντα (zonta) = levende | ὑπὸ (hypo) = door | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | μὲν (men) = wel | ἀποδεδοκιμασμένον (apodedokimasmenon) = verworpen | παρὰ (para) = bij | δὲ (de) = maar | θεῷ (theo) = Elohim | ἐκλεκτὸν (eklekton) = uitverkoren | ἔντιμον (entimon) = kostbaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λίθος ζῶν (lithos zon), ‘levende steen’. ἀποδοκιμάζω (apodokimazo), ‘verwerpen’: na onderzoek afkeuren. ἔντιμος (entimos), ‘kostbaar’: van grote waarde. De steen is bij mensen verworpen, bij Elohim uitverkoren; zie de aanhalingen in vers 6–8. Voetnoot : Zie ook Ps. 118:22; Jes. 28:16. Zie ook: Ps 118:22; Jes 28:16; 1 Petr 2:6–8 **2:5** Ook jullie zelf worden, als levende stenen, opgebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap. Zo kunnen jullie geestelijke offers opdragen die Elohim welkom zijn, door Yeshua de Messias. Brontekst: καὶ (kai) = ook | αὐτοὶ (autoi) = zelf | ὡς (hos) = als | λίθοι (lithoi) = stenen | ζῶντες (zontes) = levende | οἰκοδομεῖσθε (oikodomeisthe) = worden opgebouwd | οἶκος (oikos) = huis | πνευματικὸς (pneumatikos) = geestelijk | εἰς (eis) = tot | ἱεράτευμα (hierateuma) = priesterschap | ἅγιον (hagion) = heilig | ἀνενέγκαι (anenenkai) = om op te dragen | πνευματικὰς (pneumatikas) = geestelijke | θυσίας (thysias) = offers | εὐπροσδέκτους (euprosdektous) = welkome | θεῷ (theo) = aan Elohim | διὰ (dia) = door | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἰκοδομεῖσθε (oikodomeisthe), ‘worden opgebouwd’: de vorm kan ook een opdracht zijn: ‘laat jullie opbouwen’. πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: bepaald door de Geest. ἱεράτευμα (hierateuma), ‘priesterschap’: een groep priesters; zie vers 9. θυσία (thysia), ‘offer’. Voetnoot Lezing: Bij ‘tot’ en bij ‘welkome’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Exod. 19:6. Zie ook: Ex 19:6; 1 Petr 2:9 **2:6** Want er staat in de Schrift: **„Zie, Ik leg in Sion een steen, een uitverkoren, kostbare hoeksteen, en wie op hem gelooft, zal beslist niet beschaamd worden.”** Brontekst: διότι (dioti) = omdat | περιέχει (periechei) = staat er | ἐν (en) = in | γραφῇ (graphe) = de Schrift | Ἰδοὺ (Idou) = zie | τίθημι (tithemi) = Ik leg | ἐν (en) = in | Σιὼν (Sion) = Sion | λίθον (lithon) = steen | ἀκρογωνιαῖον (akrogoniaion) = hoeksteen | ἐκλεκτὸν (eklekton) = uitverkoren | ἔντιμον (entimon) = kostbaar | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = wie | πιστεύων (pisteuon) = gelooft | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῷ (auto) = hem | οὐ (ou) = beslist | μὴ (me) = niet | καταισχυνθῇ (kataischynthe) = beschaamd wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem. Voetnoot Uitleg: Het citaat is Jes. 28:16. Daar spreekt Yahweh in de eerste persoon (‘Ik ben het die in Sion een steen legt’); daarom staat het rood. Ons Hebreeuws heeft: ‘een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, een hecht fundament. Wie gelooft, zal zich niet haasten.’ De Griekse tekst heeft: ‘een uitverkoren, kostbare hoeksteen’ en ‘zal beslist niet beschaamd worden’. ἀκρογωνιαῖος (akrogoniaios), ‘hoeksteen’: de steen in de hoek die het gebouw draagt. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. Voetnoot Lezing: Bij ‘in’ en bij ‘hoeksteen, uitverkoren’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jes. 28:16; Rom. 9:33. Zie ook: Jes 28:16; Rom 9:33 **2:7** Voor jullie die geloven is Hij dus de kostbaarheid. Maar voor hen die niet geloven geldt: „De steen die de bouwers verwierpen, die is tot hoeksteen geworden.” Brontekst: ὑμῖν (hymin) = voor jullie | οὖν (oun) = dus | ἡ (he) = de | τιμὴ (time) = kostbaarheid | τοῖς (tois) = voor wie | πιστεύουσιν (pisteuousin) = geloven | ἀπιστοῦσιν (apistousin) = voor wie niet geloven | δὲ (de) = maar | λίθος (lithos) = steen | ὃν (hon) = die | ἀπεδοκίμασαν (apedokimasan) = verwierpen | οἱ (hoi) = de | οἰκοδομοῦντες (oikodomountes) = bouwers | οὗτος (houtos) = die | ἐγενήθη (egenethe) = is geworden | εἰς (eis) = tot | κεφαλὴν (kephalen) = hoofd | γωνίας (gonias) = van de hoek Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τιμή (time), ‘kostbaarheid’: ook ‘eer’ of ‘waarde’; dezelfde stam als ἔντιμος in vers 4 en 6. In het Grieks staat alleen ‘de kostbaarheid’; ‘Hij’ (de steen) vullen wij aan. ἀπιστέω (apisteo), ‘niet geloven’: ook ‘ongehoorzaam zijn’. Het citaat is Ps. 118:22; het Grieks zegt letterlijk ‘tot hoofd van de hoek’, wij houden ‘hoeksteen’ zoals in Ps. 118:22 in ons bestand. Het citaat is een woord van een psalmdichter en staat zwart. Voetnoot Lezing: Bij ‘voor wie niet geloven’ en bij ‘steen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ps. 118:22; Matt. 21:42; Mark. 12:10; Luc. 20:17; Hand. 4:11. Zie ook: Ps 118:22; Mat 21:42; Mar 12:10; Luc 20:17; Hand 4:11; 1 Petr 2:4; 1 Petr 2:6 **2:8** En: „een steen om aan te stoten en een rots om over te struikelen.” Zij stoten zich aan het woord, ongehoorzaam als zij zijn. Daartoe zijn zij ook gesteld. Brontekst: καὶ (kai) = en | λίθος (lithos) = steen | προσκόμματος (proskommatos) = van aanstoot | καὶ (kai) = en | πέτρα (petra) = rots | σκανδάλου (skandalou) = van struikeling | οἳ (hoi) = die | προσκόπτουσιν (proskoptousin) = zich stoten | τῷ (to) = aan het | λόγῳ (logo) = woord | ἀπειθοῦντες (apeithountes) = ongehoorzaam zijnd | εἰς (eis) = tot | ὃ (ho) = wat | καὶ (kai) = ook | ἐτέθησαν (etethesan) = zijn gesteld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het citaat is Jes. 8:14. Daar staat: ‘Hij zal een heiligdom zijn, een steen om aan te stoten en een rots om over te struikelen.’ In de aangehaalde woorden komt geen ‘Ik’ voor, daarom staat het zwart. πρόσκομμα (proskomma), ‘aanstoot’ en σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’. τῷ λόγῳ (to logo), ‘aan het woord’: de datief kan bij ‘zich stoten’ horen (‘zij stoten zich aan het woord’) of bij ‘ongehoorzaam’ (‘ongehoorzaam aan het woord’). εἰς ὃ καὶ ἐτέθησαν (eis ho kai etethesan), ‘daartoe zijn zij ook gesteld’: het Grieks zegt niet of ‘daartoe’ het struikelen of het ongehoorzaam zijn is. Voetnoot : Zie ook Jes. 8:14; Rom. 9:33. Zie ook: Jes 8:14; Rom 9:33 **2:9** Maar jullie zijn een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk tot eigendom. Zo kunnen jullie de deugden verkondigen van Hem die jullie uit de duisternis heeft geroepen tot Zijn wonderbaarlijke licht. Brontekst: Ὑμεῖς (Hymeis) = jullie | δὲ (de) = maar | γένος (genos) = geslacht | ἐκλεκτόν (eklekton) = uitverkoren | βασίλειον (basileion) = koninklijk | ἱεράτευμα (hierateuma) = priesterschap | ἔθνος (ethnos) = volk | ἅγιον (hagion) = heilig | λαὸς (laos) = volk | εἰς (eis) = tot | περιποίησιν (peripoiesin) = eigendom | ὅπως (hopos) = opdat | τὰς (tas) = de | ἀρετὰς (aretas) = deugden | ἐξαγγείλητε (exangeilete) = jullie verkondigen | τοῦ (tou) = van Hem die | ἐκ (ek) = uit | σκότους (skotous) = duisternis | ὑμᾶς (hymas) = jullie | καλέσαντος (kalesantos) = heeft geroepen | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | θαυμαστὸν (thaumaston) = wonderbaarlijke | αὐτοῦ (autou) = Zijn | φῶς (phos) = licht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers neemt woorden uit Exod. 19:5–6 over (ons Hebreeuws: ‘een koninkrijk van priesters en een heilig volk’; het Grieks heeft βασίλειον ἱεράτευμα, ‘koninklijk priesterschap’) en uit Jes. 43:20–21. Het Grieks heeft twee woorden voor ‘volk’: ἔθνος (ethnos) bij ‘heilig volk’ en λαός (laos) bij ‘volk tot eigendom’. περιποίησις (peripoiesis), ‘eigendom’: wat iemand voor zichzelf houdt. ἀρετή (arete), ‘deugd’: voortreffelijkheid. In Jes. 43:21 staat daar ‘Mijn lof’. Hetzelfde woord staat in 2 Petr. 1:3 en 1:5. Voetnoot : Zie ook Exod. 19:5–6; Jes. 43:20–21. Zie ook: Ex 19:5–6; Jes 43:20–21; Jes 43:21; 2 Petr 1:3; 2 Petr 1:5 **2:10** Eens waren jullie geen volk, maar nu zijn jullie het volk van Elohim. Eens hadden jullie geen ontferming ontvangen, maar nu hebben jullie ontferming ontvangen. Brontekst: οἵ (hoi) = die | ποτε (pote) = eens | οὐ (ou) = geen | λαὸς (laos) = volk | νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | λαὸς (laos) = volk | θεοῦ (theou) = van Elohim | οἱ (hoi) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἠλεημένοι (eleemenoi) = ontferming ontvangen hadden | νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | ἐλεηθέντες (eleethentes) = ontferming ontvangen hebbend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers verwijst naar Hosea: het kind ‘Lo-Ammi’ (‘niet Mijn volk’) en ‘Lo-Ruchama’ (‘niet ontfermd’), en de belofte dat zij weer ‘Mijn volk’ en ‘ontfermd’ zullen heten. ἐλεέω (eleeo), ‘ontferming ontvangen’. Voetnoot : Zie ook Hos. 1:6; Hos. 1:9; Hos. 2:25 (in de Nederlandse telling 2:23); Rom. 9:25–26. Zie ook: Hos 1:6; Hos 1:9; Hos 2:25; Rom 9:25–26 ### Een goede levenswandel onder de volken **2:11** Geliefden, ik roep jullie op als bijwoners en vreemdelingen: onthoud jullie van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel. Brontekst: Ἀγαπητοί (Agapetoi) = geliefden | παρακαλῶ (parakalo) = ik roep op | ὡς (hos) = als | παροίκους (paroikous) = bijwoners | καὶ (kai) = en | παρεπιδήμους (parepidemous) = vreemdelingen | ἀπέχεσθαι (apechesthai) = je te onthouden | τῶν (ton) = van de | σαρκικῶν (sarkikon) = vleselijke | ἐπιθυμιῶν (epithymion) = begeerten | αἵτινες (haitines) = die | στρατεύονται (strateuontai) = strijd voeren | κατὰ (kata) = tegen | τῆς (tes) = de | ψυχῆς (psyches) = ziel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πάροικος (paroikos), ‘bijwoner’: iemand die ergens woont zonder burgerrecht, en παρεπίδημος (parepidemos), ‘vreemdelingen’ (zie 1:1). Vergelijk Gen. 23:4 en Ps. 39:13. στρατεύομαι (strateuomai), ‘strijd voeren’: als een soldaat te velde trekken. σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’: bepaald door het ‘vlees’; zie Gal. 5:16–17. ψυχή (psyche), ‘ziel’: het eigen leven. Voetnoot : Zie ook Gen. 23:4; Ps. 39:13; Gal. 5:16–17; Jak. 4:1. Zie ook: Gen 23:4; Ps 39:13; Jak 4:1; Gal 5:16–17 **2:12** Houd jullie levenswandel onder de volken goed. Zij praten nu kwaad over jullie als over kwaaddoeners. Maar door jullie goede werken die zij aanschouwen zullen zij Elohim verheerlijken op de dag van het bezoek. Brontekst: τὴν (ten) = de | ἀναστροφὴν (anastrophen) = levenswandel | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = de | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | ἔχοντες (echontes) = houdend | καλήν (kalen) = goed | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | καταλαλοῦσιν (katalalousin) = zij praten kwaad over | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὡς (hos) = als over | κακοποιῶν (kakopoion) = kwaaddoeners | ἐκ (ek) = uit | τῶν (ton) = de | καλῶν (kalon) = goede | ἔργων (ergon) = werken | ἐποπτεύοντες (epopteuontes) = aanschouwend | δοξάσωσι (doxasosi) = zij zullen verheerlijken | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἐν (en) = op | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | ἐπισκοπῆς (episkopes) = van het bezoek Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de mensen die niet tot het volk van de verbondsgelovigen behoren. ἐπισκοπή (episkope), ‘bezoek’: de dag waarop Elohim naar mensen omkijkt; vergelijk Luc. 19:44, ‘het tijdstip van je bezoek’, met hetzelfde woord. Het Grieks laat open of het bezoek tot heil of tot oordeel is. ἐποπτεύω (epopteuo), ‘aanschouwen’: nauwkeurig toekijken. De zin is lang; wij hebben hem gedeeld en de volgorde omgezet. Voetnoot Lezing: Bij ‘goed’ (καλήν) en bij ‘aanschouwend’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Luc. 19:44. Zie ook: Luc 19:44 ### Onderschikking aan het gezag **2:13** Onderschik jullie aan elke menselijke instelling, omwille van de Heer: of het de koning is, als hogergeplaatste, Brontekst: Ὑποτάγητε (Hypotagete) = onderschik je | πάσῃ (pase) = aan elke | ἀνθρωπίνῃ (anthropine) = menselijke | κτίσει (ktisei) = instelling | διὰ (dia) = omwille van | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | εἴτε (eite) = of | βασιλεῖ (basilei) = koning | ὡς (hos) = als | ὑπερέχοντι (hyperechonti) = hogergeplaatste Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’: zoals in Ef. 5:21. κτίσις (ktisis), ‘instelling’: letterlijk ‘schepping’; ἀνθρωπίνη κτίσις is wat door mensen is ingesteld of tot stand gebracht. ὑπερέχω (hyperecho), ‘hoger staan’. ‘De Heer’ is hier Yeshua. Het Grieks noemt ‘de koning’; wie hij is zegt de tekst niet. Voetnoot Lezing: Bij ‘onderschik jullie’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 13:1–7; Spr. 24:21. Zie ook: Spr 24:21; Rom 13:1–7; Ef 5:21 **2:14** of de stadhouders, als door hem gestuurd om kwaaddoeners te straffen en goeddoeners te prijzen. Brontekst: εἴτε (eite) = of | ἡγεμόσιν (hegemosin) = stadhouders | ὡς (hos) = als | δι’ (di’) = door | αὐτοῦ (autou) = hem | πεμπομένοις (pempomenois) = gestuurd | εἰς (eis) = tot | ἐκδίκησιν (ekdikesin) = straf | κακοποιῶν (kakopoion) = van kwaaddoeners | ἔπαινον (epainon) = lof | δὲ (de) = maar | ἀγαθοποιῶν (agathopoion) = van goeddoeners Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡγεμών (hegemon), ‘stadhouder’: een door de koning of keizer gestuurde bestuurder, zoals in Hand. 23:24. ἐκδίκησις (ekdikesis), ‘straf’: het uitvoeren van het recht. ‘Door hem’ wijst terug naar de koning van vers 13. Voetnoot : Zie ook Rom. 13:3–4; Hand. 23:24. Zie ook: Hand 23:24; Rom 13:3–4; 1 Petr 2:13 **2:15** Want zo is de wil van Elohim: door goed te doen de onwetendheid van onverstandige mensen de mond te snoeren. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | οὕτως (houtos) = zo | ἐστὶν (estin) = is | τὸ (to) = de | θέλημα (thelema) = wil | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἀγαθοποιοῦντας (agathopoiountas) = goed doend | φιμοῦν (phimoun) = de mond snoeren | τὴν (ten) = de | τῶν (ton) = van de | ἀφρόνων (aphronon) = onverstandige | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | ἀγνωσίαν (agnosian) = onwetendheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιμόω (fimoo), ‘de mond snoeren’: letterlijk een muilband aanleggen. ἀγνωσία (agnosia), ‘onwetendheid’: het niet-kennen; ἄφρων (afron), ‘onverstandig’. **2:16** Leef als vrije mensen, niet als mensen die de vrijheid als dekmantel voor slechtheid gebruiken, maar als knechten van Elohim. Brontekst: ὡς (hos) = als | ἐλεύθεροι (eleutheroi) = vrije mensen | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ὡς (hos) = als | ἐπικάλυμμα (epikalymma) = dekmantel | ἔχοντες (echontes) = hebbend | τῆς (tes) = van de | κακίας (kakias) = slechtheid | τὴν (ten) = de | ἐλευθερίαν (eleutherian) = vrijheid | ἀλλ’ (all’) = maar | ὡς (hos) = als | θεοῦ (theou) = van Elohim | δοῦλοι (douloi) = knechten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπικάλυμμα (epikalymma), ‘dekmantel’: een bedekking die iets verbergt. ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’; vergelijk Gal. 5:13. Zowel ‘vrij’ als ‘knecht van Elohim’ (δοῦλος) staat in de zin. Voetnoot Lezing: Bij ‘Elohim’ en ‘knechten’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:13. Zie ook: Gal 5:13 **2:17** Eer allen. Heb de broederschap lief. Vrees Elohim. Eer de koning. Brontekst: πάντας (pantas) = allen | τιμήσατε (timesate) = eer | τὴν (ten) = de | ἀδελφότητα (adelphoteta) = broederschap | ἀγαπᾶτε (agapate) = heb lief | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | φοβεῖσθε (phobeisthe) = vrees | τὸν (ton) = de | βασιλέα (basilea) = koning | τιμᾶτε (timate) = eer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De vier opdrachten staan kort achter elkaar. τιμάω (timao), ‘eren’, φοβέομαι (fobeomai), ‘vrezen’: ‘vrezen’ geldt alleen voor Elohim. ἀδελφότης (adelfotes), ‘broederschap’: de gemeenschap van de broers (en zusters) in het geloof; zie ook 5:9. Vergelijk Spr. 24:21: ‘Vrees Yahweh, mijn zoon, en de koning’. Voetnoot Lezing: Bij ‘heb lief’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Spr. 24:21. Zie ook: Spr 24:21 ### Huisknechten **2:18** Huisknechten, onderschik jullie met alle vrees aan jullie heren, niet alleen aan de goede en milde, maar ook aan de onrechtvaardige. Brontekst: Οἱ (Hoi) = de | οἰκέται (oiketai) = huisknechten | ὑποτασσόμενοι (hypotassomenoi) = onderschikt zijnd | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alle | φόβῳ (phobo) = vrees | τοῖς (tois) = aan de | δεσπόταις (despotais) = heren | οὐ (ou) = niet | μόνον (monon) = alleen | τοῖς (tois) = aan de | ἀγαθοῖς (agathois) = goede | καὶ (kai) = en | ἐπιεικέσιν (epieikesin) = milde | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | τοῖς (tois) = aan de | σκολιοῖς (skoliois) = onrechtvaardige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἰκέτης (oiketes), ‘huisknecht’: iemand die in het huis dient. δεσπότης (despotes), ‘heer’: een meester met volledig gezag. σκολιός (skolios), ‘onrechtvaardig’: letterlijk ‘krom, verdraaid’. ἐπιεικής (epieikes), ‘mild’: redelijk, vriendelijk. De brief richt zich tot de huisknechten; er staat hier geen opdracht aan de heren. Voetnoot : Zie ook Ef. 6:5–8; Kol. 3:22. Zie ook: Ef 6:5–8; Kol 3:22 **2:19** Want dit levert dank op: als iemand vanwege zijn geweten voor Elohim smarten verdraagt, terwijl hij onterecht lijdt. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | χάρις (charis) = dank | εἰ (ei) = als | διὰ (dia) = vanwege | συνείδησιν (syneidesin) = geweten | θεοῦ (theou) = van Elohim | ὑποφέρει (hypopherei) = verdraagt | τις (tis) = iemand | λύπας (lypas) = smarten | πάσχων (paschon) = lijdend | ἀδίκως (adikos) = onterecht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘dank’: hier niet ‘genade’ maar wat dank of waardering verdient; vergelijk Luc. 6:32–34, waar wij ‘dank’ hebben. συνείδησις θεοῦ (syneidesis theou), ‘geweten van Elohim’: de genitief kan betekenen ‘het geweten tegenover Elohim’ of ‘het bewustzijn van Elohim’. Wij schrijven ‘geweten voor Elohim’. λύπη (lype), ‘smart’. Voetnoot : Zie ook Luc. 6:32–34. Zie ook: Luc 6:32–34 **2:20** Want wat voor roem is het als jullie volharden terwijl jullie zondigen en geslagen worden? Maar als jullie volharden terwijl jullie goed doen en lijden, dan levert dat dank op bij Elohim. Brontekst: ποῖον (poion) = wat voor | γὰρ (gar) = want | κλέος (kleos) = roem | εἰ (ei) = als | ἁμαρτάνοντες (hamartanontes) = zondigend | καὶ (kai) = en | κολαφιζόμενοι (kolaphizomenoi) = geslagen wordend | ὑπομενεῖτε (hypomeneite) = jullie volharden | ἀλλ’ (all’) = maar | εἰ (ei) = als | ἀγαθοποιοῦντες (agathopoiountes) = goed doend | καὶ (kai) = en | πάσχοντες (paschontes) = lijdend | ὑπομενεῖτε (hypomeneite) = jullie volharden | τοῦτο (touto) = dit | χάρις (charis) = dank | παρὰ (para) = bij | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κλέος (kleos), ‘roem’. κολαφίζω (kolafizo), ‘met de vuist slaan’: hetzelfde werkwoord als in Matt. 26:67. ὑπομένω (hypomeno), ‘volharden’: vergelijk ὑπομονή, ‘volharding’, in Jak. 1:3. Voetnoot : Zie ook Matt. 26:67. Zie ook: Mat 26:67; Jak 1:3 ### Het voorbeeld van de Messias **2:21** Want hiertoe zijn jullie geroepen: ook de Messias heeft voor jullie geleden. Hij liet jullie een voorbeeld na, zodat jullie in Zijn voetsporen volgen. Brontekst: εἰς (eis) = tot | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | ἐκλήθητε (eklethete) = zijn jullie geroepen | ὅτι (hoti) = omdat | καὶ (kai) = ook | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἔπαθεν (epathen) = leed | ὑπὲρ (hyper) = voor | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ὑπολιμπάνων (hypolimpanon) = achterlatend | ὑπογραμμὸν (hypogrammon) = voorbeeld | ἵνα (hina) = opdat | ἐπακολουθήσητε (epakolouthesete) = jullie volgen | τοῖς (tois) = de | ἴχνεσιν (ichnesin) = voetsporen | αὐτοῦ (autou) = van Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπογραμμός (hypogrammos), ‘voorbeeld’: een model om na te volgen. ἴχνος (ichnos), ‘voetspoor’. Voetnoot Lezing: Bij ‘voor jullie’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. **2:22** Hij heeft geen zonde gedaan, en er werd geen bedrog in Zijn mond gevonden. Brontekst: ὃς (hos) = die | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | οὐκ (ouk) = niet | ἐποίησεν (epoiesen) = deed | οὐδὲ (oude) = en niet | εὑρέθη (heurethe) = werd gevonden | δόλος (dolos) = bedrog | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | στόματι (stomati) = mond | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De woorden komen uit Jes. 53:9. Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Toch had hij geen geweld gedaan, en er was geen bedrog in zijn mond.’ Het Grieks heeft hier ‘geen zonde’ in plaats van ‘geen geweld’. Voetnoot : Zie ook Jes. 53:9. Zie ook: Jes 53:9 **2:23** Toen Hij werd uitgescholden, schold Hij niet terug. Toen Hij leed, dreigde Hij niet, maar Hij gaf het over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. Brontekst: ὃς (hos) = die | λοιδορούμενος (loidoroumenos) = uitgescholden wordend | οὐκ (ouk) = niet | ἀντελοιδόρει (anteloidorei) = schold terug | πάσχων (paschon) = lijdend | οὐκ (ouk) = niet | ἠπείλει (epeilei) = dreigde | παρεδίδου (paredidou) = gaf over | δὲ (de) = maar | τῷ (to) = aan Hem die | κρίνοντι (krinonti) = oordeelt | δικαίως (dikaios) = rechtvaardig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λοιδορέω (loidoreo), ‘uitschelden’; ἀπειλέω (apeileo), ‘dreigen’; παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’. Het Grieks noemt geen voorwerp: wij schrijven ‘het’. Vergelijk Jes. 53:7. Voetnoot : Zie ook Jes. 53:7. Zie ook: Jes 53:7 **2:24** Hij heeft Zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout gedragen, zodat wij, de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zullen leven. Door Zijn striem zijn jullie genezen. Brontekst: ὃς (hos) = die | τὰς (tas) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden | ἡμῶν (hemon) = onze | αὐτὸς (autos) = Zelf | ἀνήνεγκεν (anenenken) = heeft gedragen | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | σώματι (somati) = lichaam | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | ξύλον (xylon) = hout | ἵνα (hina) = opdat | ταῖς (tais) = aan de | ἁμαρτίαις (hamartiais) = zonden | ἀπογενόμενοι (apogenomenoi) = afgestorven zijnd | τῇ (te) = aan de | δικαιοσύνῃ (dikaiosyne) = gerechtigheid | ζήσωμεν (zesomen) = wij zouden leven | οὗ (hou) = van wie | τῷ (to) = door de | μώλωπι (molopi) = striem | ἰάθητε (iathete) = jullie zijn genezen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναφέρω (anafero), ‘dragen’: letterlijk ‘omhoog brengen’, ook ‘offeren op het altaar’; zo staat het in Jak. 2:21. Ons Hebreeuws heeft in Jes. 53:12 ‘Hij heeft de zonde van velen gedragen’ (vergelijk 53:4). ξύλον (xylon), ‘hout’: ook ‘boom’ of ‘paal’; vergelijk Deut. 21:23, Hand. 5:30 en Gal. 3:13. ἀπογίνομαι (apoginomai), ‘afsterven aan’: er niets meer mee te maken hebben. μώλωψ (molops), ‘striem’: in het Grieks enkelvoud; ons Hebreeuws heeft in Jes. 53:5 ‘striemen’. Met ‘jullie’ spreekt het Grieks weer de lezers aan. Voetnoot Lezing: Bij ‘striem’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jes. 53:4–5; Jes. 53:12; Deut. 21:23; Hand. 5:30; Gal. 3:13. Zie ook: Deut 21:23; Jes 53:4–5; Jes 53:5; Jes 53:12; Hand 5:30; Jak 2:21; Gal 3:13 **2:25** Want jullie waren als dwalende schapen, maar nu zijn jullie teruggekeerd naar de herder en opziener van jullie zielen. Brontekst: ἦτε (ete) = waren | γὰρ (gar) = want | ὡς (hos) = als | πρόβατα (probata) = schapen | πλανώμενοι (planomenoi) = dwalend | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐπεστράφητε (epestraphete) = zijn teruggekeerd | νῦν (nyn) = nu | ἐπὶ (epi) = naar | τὸν (ton) = de | ποιμένα (poimena) = herder | καὶ (kai) = en | ἐπίσκοπον (episkopon) = opziener | τῶν (ton) = van de | ψυχῶν (psychon) = zielen | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De woorden doen denken aan Jes. 53:6: ‘Wij allen dwaalden af als schapen.’ ποιμήν (poimen), ‘herder’; ἐπίσκοπος (episkopos), ‘opziener’: iemand die toeziet; zie Hand. 20:28. ‘De herder en opziener van jullie zielen’ is hier Yeshua. Voetnoot Lezing: Bij ‘dwalend’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jes. 53:6; Hand. 20:28. Zie ook: Jes 53:6; Hand 20:28 ## 1 Petrus 3 _Vrouwen en mannen; lijden om het goede; de Messias, de geesten in de gevangenis en de doop_ ### Vrouwen en mannen **3:1** Vrouwen, onderschik jullie op dezelfde manier aan jullie eigen mannen. Zo worden zij, ook als sommigen ongehoorzaam zijn aan het woord, zonder woord gewonnen door de levenswandel van hun vrouwen, Brontekst: Ὁμοίως (Homoios) = op dezelfde manier | γυναῖκες (gynaikes) = vrouwen | ὑποτασσόμεναι (hypotassomenai) = onderschikt zijnd | τοῖς (tois) = aan de | ἰδίοις (idiois) = eigen | ἀνδράσιν (andrasin) = mannen | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | εἴ (ei) = als | τινες (tines) = sommigen | ἀπειθοῦσιν (apeithousin) = ongehoorzaam zijn | τῷ (to) = aan het | λόγῳ (logo) = woord | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | τῶν (ton) = van de | γυναικῶν (gynaikon) = vrouwen | ἀναστροφῆς (anastrophes) = levenswandel | ἄνευ (aneu) = zonder | λόγου (logou) = woord | κερδηθήσονται (kerdethesontai) = zij gewonnen zullen worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γυναῖκες (gynaikes), ‘vrouwen’: het Grieks gebruikt hetzelfde woord voor ‘vrouwen’ en ‘echtgenotes’; ἄνδρες (andres) voor ‘mannen’ en ‘echtgenoten’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’: zoals in 2:13 en Ef. 5:22. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’: zoals in 2:8. κερδαίνω (kerdaino), ‘winnen’. ‘Het woord’ is de boodschap; ‘zonder woord’ betekent zonder te spreken. Voetnoot Lezing: Bij ‘op dezelfde manier’ en bij ‘ook’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ef. 5:22; Kol. 3:18. Zie ook: Ef 5:22; Kol 3:18 **3:2** doordat zij jullie reine levenswandel in vrees hebben aanschouwd. Brontekst: ἐποπτεύσαντες (epopteusantes) = aanschouwd hebbend | τὴν (ten) = de | ἐν (en) = in | φόβῳ (phobo) = vrees | ἁγνὴν (hagnen) = reine | ἀναστροφὴν (anastrophen) = levenswandel | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐποπτεύω (epopteuo), ‘aanschouwen’: zoals in 2:12. ἁγνός (hagnos), ‘rein’. ‘In vrees’ kan bij de levenswandel horen (een levenswandel in ontzag) of bij het aanschouwen; het Grieks laat dat open. **3:3** Jullie versiering zij niet de uiterlijke: het vlechten van het haar, het omhangen van gouden sieraden of het aantrekken van kleren, Brontekst: ὧν (hon) = wier | ἔστω (esto) = laat zijn | οὐχ (ouch) = niet | ὁ (ho) = de | ἔξωθεν (exothen) = uiterlijke | ἐμπλοκῆς (emplokes) = van vlechtwerk | τριχῶν (trichon) = van haren | καὶ (kai) = en | περιθέσεως (peritheseos) = van omhangen | χρυσίων (chrysion) = van gouden sieraden | ἢ (e) = of | ἐνδύσεως (endyseos) = van aantrekken | ἱματίων (himation) = van kleren | κόσμος (kosmos) = versiering Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐμπλοκή (emploke), ‘vlechtwerk’; περίθεσις (perithesis), ‘omhangen’; ἔνδυσις (endysis), ‘aantrekken’. κόσμος (kosmos), ‘versiering’: hetzelfde woord betekent ook ‘wereld’. Het Grieks zet ‘de uiterlijke’ versiering tegenover ‘de verborgen mens van het hart’ in vers 4. Voetnoot : Zie ook 1 Tim. 2:9–10. Zie ook: 1 Tim 2:9–10; 1 Petr 3:4 **3:4** maar de verborgen mens van het hart, in het onvergankelijke van een zachtmoedige en rustige geest, die zeer kostbaar is voor Elohim. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ὁ (ho) = de | κρυπτὸς (kryptos) = verborgen | τῆς (tes) = van het | καρδίας (kardias) = hart | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | ἀφθάρτῳ (aphtharto) = onvergankelijke | τοῦ (tou) = van de | πραέως (praeos) = zachtmoedige | καὶ (kai) = en | ἡσυχίου (hesychiou) = rustige | πνεύματος (pneumatos) = geest | ὅ (ho) = wat | ἐστιν (estin) = is | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | πολυτελές (polyteles) = zeer kostbaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ κρυπτὸς τῆς καρδίας ἄνθρωπος (ho kryptos tes kardias anthropos), ‘de verborgen mens van het hart’: de mens zoals hij van binnen is. ἄφθαρτος (afthartos), ‘onvergankelijk’: zie 1:4. πραΰς (praus), ‘zachtmoedig’ en ἡσύχιος (hesychios), ‘rustig’. πολυτελής (polyteles), ‘zeer kostbaar’. Voetnoot Lezing: Bij ‘zachtmoedige en rustige’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. **3:5** Zo versierden zich immers ook eens de heilige vrouwen die op Elohim hoopten, door zich aan hun eigen mannen te onderschikken, Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | γάρ (gar) = want | ποτε (pote) = eens | καὶ (kai) = ook | αἱ (hai) = de | ἅγιαι (hagiai) = heilige | γυναῖκες (gynaikes) = vrouwen | αἱ (hai) = die | ἐλπίζουσαι (elpizousai) = hoopten | εἰς (eis) = op | θεὸν (theon) = Elohim | ἐκόσμουν (ekosmoun) = versierden | ἑαυτάς (heautas) = zichzelf | ὑποτασσόμεναι (hypotassomenai) = onderschikt zijnd | τοῖς (tois) = aan de | ἰδίοις (idiois) = eigen | ἀνδράσιν (andrasin) = mannen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De heilige vrouwen’ zijn vrouwen uit de geschiedenis van Israël, zoals het volgende vers met Sarah laat zien. ἐλπίζω (elpizo), ‘hopen’. Voetnoot Lezing: Bij ‘op’ (εἰς) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. **3:6** zoals Sarah Abraham gehoorzaamde en hem heer noemde. Haar kinderen zijn jullie geworden, als jullie goed doen en voor geen enkele schrik bang zijn. Brontekst: ὡς (hos) = zoals | Σάρρα (Sarra) = Sarah | ὑπήκουσεν (hypekousen) = gehoorzaamde | τῷ (to) = aan | Ἀβραάμ (Abraam) = Abraham | κύριον (kyrion) = heer | αὐτὸν (auton) = hem | καλοῦσα (kalousa) = noemend | ἧς (hes) = van wie | ἐγενήθητε (egenethete) = zijn geworden | τέκνα (tekna) = kinderen | ἀγαθοποιοῦσαι (agathopoiousai) = goed doend | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | φοβούμεναι (phoboumenai) = vrezend | μηδεμίαν (medemian) = geen enkele | πτόησιν (ptoesin) = schrik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Sarah noemt Abraham ‘mijn heer’ in Gen. 18:12; het Grieks schrijft κύριος (kyrios), met kleine letter ‘heer’. πτόησις (ptoesis), ‘schrik’: wat iemand angst aanjaagt. ‘Haar kinderen zijn jullie geworden’: het Grieks laat open of dit de lezers zijn als zij goed doen, of dat zij daardoor haar kinderen blijken te zijn. Voetnoot Lezing: Bij ‘gehoorzaamde’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Gen. 18:12. Zie ook: Gen 18:12 **3:7** Mannen, op dezelfde manier: woon samen naar kennis. Ken eer toe aan het vrouwelijke als aan het zwakkere vat, en ook als aan medeërfgenamen van de genade van het leven, opdat jullie gebeden niet belemmerd worden. Brontekst: Οἱ (Hoi) = de | ἄνδρες (andres) = mannen | ὁμοίως (homoios) = op dezelfde manier | συνοικοῦντες (synoikountes) = samenwonend | κατὰ (kata) = naar | γνῶσιν (gnosin) = kennis | ὡς (hos) = als | ἀσθενεστέρῳ (asthenestero) = aan zwakker | σκεύει (skeuei) = vat | τῷ (to) = het | γυναικείῳ (gynaikeio) = vrouwelijke | ἀπονέμοντες (aponemontes) = toekennend | τιμήν (timen) = eer | ὡς (hos) = als | καὶ (kai) = ook | συγκληρονόμοις (synkleronomois) = aan medeërfgenamen | χάριτος (charitos) = van genade | ζωῆς (zoes) = van leven | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | ἐγκόπτεσθαι (enkoptesthai) = belemmerd worden | τὰς (tas) = de | προσευχὰς (proseuchas) = gebeden | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνοικέω (synoikeo), ‘samenwonen’. κατὰ γνῶσιν (kata gnosin), ‘naar kennis’: het Grieks zegt niet welke kennis; mogelijk kennis van elkaar of van de wil van Elohim. σκεῦος (skeuos), ‘vat’: een voorwerp of gereedschap, hier gezegd van een mens. ‘Het zwakkere vat, het vrouwelijke’: de tekst zegt niet waarin de zwakte ligt; in 1 Tess. 4:4 heet ook ieder zelf een ‘vat’. ἀπονέμω (aponemo), ‘toekennen’. τιμή (time), ‘eer’. συγκληρονόμος (sygkleronomos), ‘medeërfgenaam’. ἐγκόπτω (egkopto), ‘belemmeren’. Voetnoot Lezing: Bij ‘medeërfgenamen’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tess. 4:4. Zie ook: 1 Tess 4:4 ### Eensgezind en zegenend **3:8** Tot slot: wees allen eensgezind, medelevend, vol broederliefde, hartelijk en nederig van gezindheid. Brontekst: Τὸ (To) = het | δὲ (de) = maar | τέλος (telos) = einde | πάντες (pantes) = allen | ὁμόφρονες (homophrones) = eensgezind | συμπαθεῖς (sympatheis) = medelevend | φιλάδελφοι (philadelphoi) = vol broederliefde | εὔσπλαγχνοι (eusplanchnoi) = hartelijk | ταπεινόφρονες (tapeinophrones) = nederig van gezindheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vijf bijvoeglijke naamwoorden: ὁμόφρων (homofron), ‘eensgezind’; συμπαθής (sympathes), ‘medelevend’; φιλάδελφος (filadelfos), ‘vol broederliefde’; εὔσπλαγχνος (eusplagchnos), ‘hartelijk’, letterlijk ‘met goede ingewanden’, de zetel van gevoelens; ταπεινόφρων (tapeinofron), ‘nederig van gezindheid’. Voetnoot Lezing: Bij ‘nederig van gezindheid’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. **3:9** Vergeld geen kwaad met kwaad en geen schelden met schelden, maar zegen juist, want hiertoe zijn jullie geroepen: om zegen te erven. Brontekst: μὴ (me) = niet | ἀποδιδόντες (apodidontes) = vergeldend | κακὸν (kakon) = kwaad | ἀντὶ (anti) = in plaats van | κακοῦ (kakou) = kwaad | ἢ (e) = of | λοιδορίαν (loidorian) = schelden | ἀντὶ (anti) = in plaats van | λοιδορίας (loidorias) = schelden | τοὐναντίον (tounantion) = integendeel | δὲ (de) = maar | εὐλογοῦντες (eulogountes) = zegenend | ὅτι (hoti) = omdat | εἰς (eis) = tot | τοῦτο (touto) = dit | ἐκλήθητε (eklethete) = zijn jullie geroepen | ἵνα (hina) = opdat | εὐλογίαν (eulogian) = zegen | κληρονομήσητε (kleronomesete) = jullie erven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποδίδωμι (apodidomi), ‘vergelden’; λοιδορία (loidoria), ‘schelden’; εὐλογέω (eulogeo), ‘zegenen’; κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’. Voetnoot Lezing: Bij ‘zegenend’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:44; Luc. 6:28; Rom. 12:17. Zie ook: Mat 5:44; Luc 6:28; Rom 12:17 **3:10** Want: „Wie het leven wil liefhebben en goede dagen wil zien, laat hij zijn tong van het kwaad doen ophouden en zijn lippen van het spreken van bedrog. Brontekst: ὁ (ho) = wie | γὰρ (gar) = want | θέλων (thelon) = wil | ζωὴν (zoen) = leven | ἀγαπᾶν (agapan) = liefhebben | καὶ (kai) = en | ἰδεῖν (idein) = zien | ἡμέρας (hemeras) = dagen | ἀγαθὰς (agathas) = goede | παυσάτω (pausato) = laat ophouden | τὴν (ten) = de | γλῶσσαν (glossan) = tong | ἀπὸ (apo) = van | κακοῦ (kakou) = kwaad | καὶ (kai) = en | χείλη (cheile) = lippen | τοῦ (tou) = van het | μὴ (me) = niet | λαλῆσαι (lalesai) = spreken | δόλον (dolon) = bedrog Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Verzen 10–12 citeren Ps. 34:13–17 (in de Nederlandse telling 34:12–16). Ons Hebreeuws heeft in Ps. 34:13: ‘Wie is de man die het leven wil, die dagen liefheeft om het goede te zien?’ De Griekse tekst maakt daarvan een opdracht: ‘Wie het leven wil … laat hij …’. Het citaat begint met ‘Want’. De psalmdichter spreekt, niet Yahweh in de eerste persoon; het staat dus zwart. Voetnoot Lezing: Bij ‘tong’ en bij ‘lippen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ps. 34:13–14. Zie ook: Ps 34:13–17 **3:11** Laat hij zich van het kwaad afwenden en het goede doen, vrede zoeken en die najagen. Brontekst: ἐκκλινάτω (ekklinato) = laat zich afwenden | δὲ (de) = maar | ἀπὸ (apo) = van | κακοῦ (kakou) = kwaad | καὶ (kai) = en | ποιησάτω (poiesato) = laat doen | ἀγαθόν (agathon) = goed | ζητησάτω (zetesato) = laat zoeken | εἰρήνην (eirenen) = vrede | καὶ (kai) = en | διωξάτω (dioxato) = laat najagen | αὐτήν (auten) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ps. 34:15: ‘Wijk af van het kwaad en doe het goede. Zoek vrede en jaag erop na.’ διώκω (dioko), ‘najagen’: zoals een jager of een soldaat. Voetnoot Lezing: Bij ‘maar’ (δέ) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ps. 34:15. Zie ook: Ps 34:15 **3:12** Want de ogen van Yahweh zijn op de rechtvaardigen en Zijn oren zijn bij hun smeking, maar het aangezicht van Yahweh is tegen wie kwaad doen.” Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | ὀφθαλμοὶ (ophthalmoi) = ogen | κυρίου (kyriou) = van Yahweh | ἐπὶ (epi) = op | δικαίους (dikaious) = rechtvaardigen | καὶ (kai) = en | ὦτα (ota) = oren | αὐτοῦ (autou) = Zijn | εἰς (eis) = tot | δέησιν (deesin) = smeking | αὐτῶν (auton) = hun | πρόσωπον (prosopon) = aangezicht | δὲ (de) = maar | κυρίου (kyriou) = van Yahweh | ἐπὶ (epi) = tegen | ποιοῦντας (poiountas) = doenden | κακά (kaka) = kwaad Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ps. 34:16–17. Ons Hebreeuws heeft hier de Naam: ‘de ogen van Yahweh’ en ‘het aangezicht van Yahweh’; daarom schrijven wij Yahweh. Ons Hebreeuws heeft ‘hun hulpgeroep’ (δέησις, deesis, ‘smeking’) en vervolgt: ‘om hun gedachtenis van de aarde weg te snijden’; Petrus haalt dat deel niet aan. Voetnoot : Zie ook Ps. 34:16–17. Zie ook: Ps 34:16–17 ### Lijden om het goede **3:13** En wie zal jullie kwaad doen, als jullie ijveraars van het goede zijn geworden? Brontekst: Καὶ (Kai) = en | τίς (tis) = wie | ὁ (ho) = die | κακώσων (kakoson) = kwaad zal doen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐὰν (ean) = als | τοῦ (tou) = van het | ἀγαθοῦ (agathou) = goede | ζηλωταὶ (zelotai) = ijveraars | γένησθε (genesthe) = jullie zijn geworden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κακόω (kakoo), ‘kwaad doen’: kwaad aandoen, mishandelen. ζηλωτής (zelotes), ‘ijveraar’: iemand die vol ijver is. Voetnoot Lezing: Bij ‘ijveraars’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. **3:14** Maar zelfs als jullie zouden lijden omwille van gerechtigheid, zijn jullie gelukkig. Vrees niet wat zij vrezen en raak niet in verwarring, Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | πάσχοιτε (paschoite) = jullie zouden lijden | διὰ (dia) = omwille van | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | μακάριοι (makarioi) = gelukkig | τὸν (ton) = de | δὲ (de) = maar | φόβον (phobon) = vrees | αὐτῶν (auton) = hun | μὴ (me) = niet | φοβηθῆτε (phobethete) = vrees | μηδὲ (mede) = noch | ταραχθῆτε (tarachthete) = raak in verwarring Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: zoals in Matt. 5:10. De woorden ‘Vrees niet wat zij vrezen en raak niet in verwarring’ lijken op Jes. 8:12. Het Grieks τὸν φόβον αὐτῶν (ton fobon auton), ‘hun vrees’, kan ook ‘de angst voor hen’ betekenen. ταράσσω (tarasso), ‘in verwarring brengen’. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:10; Jes. 8:12. Zie ook: Jes 8:12; Mat 5:10 **3:15** maar houd de Heer, de Messias, heilig in jullie harten. Wees altijd bereid tot een verdediging tegenover ieder die van jullie rekenschap vraagt over de hoop die in jullie is, Brontekst: κύριον (kyrion) = Heer | δὲ (de) = maar | τὸν (ton) = de | Χριστὸν (Christon) = Messias | ἁγιάσατε (hagiasate) = houd heilig | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | καρδίαις (kardiais) = harten | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἕτοιμοι (hetoimoi) = bereid | ἀεὶ (aei) = altijd | πρὸς (pros) = tot | ἀπολογίαν (apologian) = verdediging | παντὶ (panti) = tegenover ieder | τῷ (to) = de | αἰτοῦντι (aitounti) = vragende | ὑμᾶς (hymas) = jullie | λόγον (logon) = rekenschap | περὶ (peri) = over | τῆς (tes) = de | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἐλπίδος (elpidos) = hoop Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγιάζω (hagiazo), ‘heilig houden’: als heilig behandelen. In Jes. 8:13 staat: ‘Yahweh van de legermachten, Hem moeten jullie heilig houden’; hier staat ‘de Heer, de Messias’. ἀπολογία (apologia), ‘verdediging’: het antwoord aan iemand die iets vraagt. λόγον (logon), ‘rekenschap’: letterlijk ‘woord’. Voetnoot Lezing: Bij ‘de Messias’ (Χριστόν) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jes. 8:13. Zie ook: Jes 8:13 **3:16** maar met zachtmoedigheid en vrees, en met een goed geweten. Zo worden zij beschaamd die jullie goede levenswandel in de Messias beschimpen, in datgene waarin er kwaad over jullie wordt gepraat. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | μετὰ (meta) = met | πραΰτητος (prautetos) = zachtmoedigheid | καὶ (kai) = en | φόβου (phobou) = vrees | συνείδησιν (syneidesin) = geweten | ἔχοντες (echontes) = hebbend | ἀγαθήν (agathen) = goed | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | καταλαλεῖσθε (katalaleisthe) = er wordt kwaad gepraat over jullie | καταισχυνθῶσιν (kataischynthosin) = beschaamd worden | οἱ (hoi) = zij die | ἐπηρεάζοντες (epereazontes) = beschimpen | ὑμῶν (hymon) = jullie | τὴν (ten) = de | ἀγαθὴν (agathen) = goede | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | ἀναστροφήν (anastrophen) = levenswandel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’; συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’: zoals in 2:19. ἐπηρεάζω (epereazo), ‘beschimpen’: kwetsend aanvallen. καταλαλέω (katalaleo), ‘kwaad praten’: zoals in 2:12. ἐν Χριστῷ (en Christo), ‘in de Messias’. Voetnoot Lezing: Bij ‘maar’ en bij ‘er wordt kwaad gepraat’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. **3:17** Want het is beter te lijden als goeddoeners, als de wil van Elohim dat wil, dan als kwaaddoeners. Brontekst: κρεῖττον (kreitton) = beter | γὰρ (gar) = want | ἀγαθοποιοῦντας (agathopoiountas) = goed doend | εἰ (ei) = als | θέλοι (theloi) = zou willen | τὸ (to) = de | θέλημα (thelema) = wil | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | πάσχειν (paschein) = lijden | ἢ (e) = dan | κακοποιοῦντας (kakopoiountas) = kwaad doend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse wens (θέλοι, theloi) is voorwaardelijk: ‘als de wil van Elohim dat zou willen’. Lijden hoeft niet; vergelijk 4:19. Voetnoot : Zie ook 1 Petr. 4:19. Zie ook: 1 Petr 4:19 ### De Messias heeft geleden **3:18** Want ook de Messias heeft eens voor altijd over zonden geleden, een rechtvaardige voor onrechtvaardigen, om jullie tot Elohim te brengen. Hij is gedood in het vlees, maar levend gemaakt in de geest, Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | καὶ (kai) = ook | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἅπαξ (hapax) = eens voor altijd | περὶ (peri) = over | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | ἔπαθεν (epathen) = leed | δίκαιος (dikaios) = rechtvaardige | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἀδίκων (adikon) = onrechtvaardigen | ἵνα (hina) = opdat | ὑμᾶς (hymas) = jullie | προσαγάγῃ (prosagage) = Hij zou brengen | τῷ (to) = tot de | θεῷ (theo) = Elohim | θανατωθεὶς (thanatotheis) = gedood | μὲν (men) = wel | σαρκὶ (sarki) = in het vlees | ζῳοποιηθεὶς (zoopoietheis) = levend gemaakt | δὲ (de) = maar | πνεύματι (pneumati) = in de geest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἅπαξ (hapax), ‘eens voor altijd’: een enkele keer, genoeg voor altijd. δίκαιος ὑπὲρ ἀδίκων (dikaios hyper adikon), ‘een rechtvaardige voor onrechtvaardigen’. προσάγω (prosago), ‘brengen tot’: toegang geven; zie Rom. 5:2. θανατόω (thanatoo), ‘doden’; ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’. Het Grieks heeft twee tegenover elkaar staande datieven: σαρκί (sarki) en πνεύματι (pneumati). Dat kan zijn ‘in het vlees, in de geest’ (op die twee gebieden) of ‘naar het vlees’ en ‘door de Geest’. Wij schrijven ‘in het vlees’ en ‘in de geest’, met kleine letter. Voetnoot Lezing: Bij ‘leed’ (ἔπαθεν) en bij ‘jullie’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 5:2; Rom. 6:10; Hebr. 9:28. Zie ook: Rom 5:2; Rom 6:10; Heb 9:28 ### De geesten in de gevangenis **3:19** waarin Hij ook heen is gegaan en heeft verkondigd aan de geesten in de gevangenis. Brontekst: ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = waarin | καὶ (kai) = ook | τοῖς (tois) = aan de | ἐν (en) = in | φυλακῇ (phylake) = gevangenis | πνεύμασιν (pneumasin) = geesten | πορευθεὶς (poreutheis) = heengegaan zijnd | ἐκήρυξεν (ekeryxen) = heeft verkondigd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν ᾧ (en ho), ‘waarin’: het kan terugwijzen naar ‘de geest’ uit vers 18 of de toestand van Yeshua. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’: als een heraut uitroepen; het woord zegt niet dat de boodschap een goede boodschap was (dan staat er εὐαγγελίζομαι). Wie ‘de geesten in de gevangenis’ zijn, zegt het Grieks niet; vers 20 zegt dat zij eens ongehoorzaam waren in de dagen van Noach. Er zijn verschillende opvattingen: gestorven mensen uit die tijd, of de engelen uit Gen. 6:1–4. Wij kiezen niet. Vergelijk Henoch 10:11–12 en Henoch 21:10, waar engelen in een gevangenis worden vastgehouden; vergelijk ook 2 Petr. 2:4. Voetnoot : Zie ook Gen. 6:1–4; Henoch 10:11–12; Henoch 21:10; 2 Petr. 2:4. Zie ook: Gen 6:1–4; Hen 10:11–12; Hen 21:10; 1 Petr 3:18; 1 Petr 3:20; 2 Petr 2:4 **3:20** Zij waren eens ongehoorzaam, toen het geduld van Elohim wachtte in de dagen van Noach, terwijl de ark werd gebouwd. In die ark werden weinigen, dat wil zeggen acht zielen, gered door water. Brontekst: ἀπειθήσασίν (apeithesasin) = ongehoorzaam geweest aan hen | ποτε (pote) = eens | ὅτε (hote) = toen | ἀπεξεδέχετο (apexedecheto) = wachtte | ἡ (he) = de | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μακροθυμία (makrothymia) = geduld | ἐν (en) = in | ἡμέραις (hemerais) = dagen | Νῶε (Noe) = van Noach | κατασκευαζομένης (kataskeuazomenes) = gebouwd wordend | κιβωτοῦ (kibotou) = ark | εἰς (eis) = in | ἣν (hen) = welke | ὀλίγοι (oligoi) = weinigen | τοῦτ’ (tout’) = dit | ἔστιν (estin) = is | ὀκτὼ (okto) = acht | ψυχαί (psychai) = zielen | διεσώθησαν (diesothesan) = werden gered | δι’ (di’) = door | ὕδατος (hydatos) = water Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘afwachten’: geduldig wachten. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’; dezelfde stam als in 2 Petr. 3:9. κιβωτός (kibotos), ‘ark’. ‘Acht zielen’: Noach, zijn vrouw, zijn drie zonen en hun vrouwen (Gen. 7:7). ψυχή (psyche), ‘ziel’: hier ‘mensen’. δι’ ὕδατος (di hydatos), ‘door water’: ‘door het water heen’ of ‘dankzij het water’. Voetnoot : Zie ook Gen. 6:14–22; Gen. 7:7; Matt. 24:37–38; Luc. 17:26–27; 2 Petr. 2:5. Zie ook: Gen 6:14–22; Gen 7:7; Mat 24:37–38; Luc 17:26–27; 2 Petr 2:5; 2 Petr 3:9 **3:21** Het tegenbeeld daarvan, de doop, redt nu ook jullie. Het is niet het wegdoen van het vuil van het vlees, maar de vraag van een goed geweten tot Elohim, door de opstanding van Yeshua de Messias. Brontekst: ὃ (ho) = wat | καὶ (kai) = ook | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀντίτυπον (antitypon) = als tegenbeeld | νῦν (nyn) = nu | σῴζει (sozei) = redt | βάπτισμα (baptisma) = doop | οὐ (ou) = niet | σαρκὸς (sarkos) = van het vlees | ἀπόθεσις (apothesis) = wegdoen | ῥύπου (rhypou) = van vuil | ἀλλὰ (alla) = maar | συνειδήσεως (syneideseos) = van geweten | ἀγαθῆς (agathes) = goed | ἐπερώτημα (eperotema) = vraag | εἰς (eis) = tot | θεόν (theon) = Elohim | δι’ (di’) = door | ἀναστάσεως (anastaseos) = opstanding | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀντίτυπον (antitypon), ‘tegenbeeld’: wat past bij een afbeelding. Het Grieks laat open waarop ‘wat’ (ὅ) terugslaat: op het water of op de redding in de ark. βάπτισμα (baptisma), ‘doop’. ῥύπος (rypos), ‘vuil’. ἐπερώτημα (eperotema), ‘vraag’: het woord wordt ook opgevat als ‘beroep’ of ‘belofte’; de doop is dan het beroep op Elohim of de belofte aan Elohim van een goed geweten. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. Voetnoot : Zie ook Rom. 6:3–4; Kol. 2:12. Zie ook: Rom 6:3–4; Kol 2:12 **3:22** Hij is aan de rechterhand van Elohim, naar de hemel gegaan, nadat engelen, gezagsmachten en krachten aan Hem onderworpen zijn. Brontekst: ὅς (hos) = Hij die | ἐστιν (estin) = is | ἐν (en) = aan | δεξιᾷ (dexia) = rechterhand | θεοῦ (theou) = van Elohim | πορευθεὶς (poreutheis) = heengegaan zijnd | εἰς (eis) = naar | οὐρανὸν (ouranon) = hemel | ὑποταγέντων (hypotagenton) = onderworpen zijnd | αὐτῷ (auto) = aan Hem | ἀγγέλων (angelon) = engelen | καὶ (kai) = en | ἐξουσιῶν (exousion) = gezagsmachten | καὶ (kai) = en | δυνάμεων (dynameon) = krachten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Aan de rechterhand van Elohim’ verwijst naar Ps. 110:1. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’: zoals in vers 1 en 5, maar hier in de zin van onder gezag gebracht worden. ἐξουσία (exousia), ‘gezag’, in het meervoud ‘gezagsmachten’ zoals in Kol. 2:15, en δύναμις (dynamis), ‘kracht’, zoals in Ef. 1:21. Voetnoot Lezing: Bij ‘rechterhand’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:1; Ef. 1:20–21; Kol. 2:15. Zie ook: Ps 110:1; Ef 1:20–21; Ef 1:21; Kol 2:15; 1 Petr 3:1; 1 Petr 3:5 ## 1 Petrus 4 _Leven naar de wil van Elohim; lijden als Christen; het oordeel begint bij het huis van Elohim_ ### Leven naar de wil van Elohim **4:1** Omdat de Messias dus in het vlees heeft geleden, wapen ook jullie met dezelfde gezindheid. Want wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met zonde, Brontekst: Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | οὖν (oun) = dus | παθόντος (pathontos) = geleden hebbend | σαρκὶ (sarki) = in het vlees | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | τὴν (ten) = de | αὐτὴν (auten) = dezelfde | ἔννοιαν (ennoian) = gezindheid | ὁπλίσασθε (hoplisasthe) = wapen jullie | ὅτι (hoti) = omdat | ὁ (ho) = de | παθὼν (pathon) = geleden hebbende | σαρκὶ (sarki) = in het vlees | πέπαυται (pepautai) = is opgehouden | ἁμαρτίας (hamartias) = met zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔννοια (ennoia), ‘gezindheid’: wat iemand zich voorneemt of denkt. ὁπλίζω (hoplizo), ‘wapenen’: zich toerusten met wapens. ‘Wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met zonde’ kan betekenen dat lijden iemand van de zonde losmaakt, of dat wie met de zonde heeft gebroken, daarom lijdt. Vergelijk Rom. 6:7. Voetnoot Lezing: Bij ‘geleden hebbend’ en bij ‘zonde’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 6:7. Zie ook: Rom 6:7 **4:2** zodat jullie de overige tijd in het vlees niet meer leven naar menselijke begeerten, maar naar de wil van Elohim. Brontekst: εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | μηκέτι (meketi) = niet meer | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen | ἐπιθυμίαις (epithymiais) = begeerten | ἀλλὰ (alla) = maar | θελήματι (thelemati) = wil | θεοῦ (theou) = van Elohim | τὸν (ton) = de | ἐπίλοιπον (epiloipon) = overige | ἐν (en) = in | σαρκὶ (sarki) = vlees | βιῶσαι (biosai) = te leven | χρόνον (chronon) = tijd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπίλοιπος (epiloipos), ‘overig’; βιόω (bioo), ‘leven’: een woord voor het gewone dagelijkse leven. **4:3** Want de voorbije tijd is genoeg om de wil van de volken te hebben gedaan: jullie leefden in losbandigheid, begeerten, dronkenschap, braspartijen, drinkgelagen en ongeoorloofde afgodendienst. Brontekst: ἀρκετὸς (arketos) = genoeg | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | παρεληλυθὼς (parelelythos) = voorbije | χρόνος (chronos) = tijd | τὸ (to) = de | βούλημα (boulema) = wil | τῶν (ton) = van de | ἐθνῶν (ethnon) = volken | κατειργάσθαι (kateirgasthai) = gedaan te hebben | πεπορευμένους (peporeumenous) = levend | ἐν (en) = in | ἀσελγείαις (aselgeiais) = losbandigheden | ἐπιθυμίαις (epithymiais) = begeerten | οἰνοφλυγίαις (oinophlygiais) = dronkenschappen | κώμοις (komois) = braspartijen | πότοις (potois) = drinkgelagen | καὶ (kai) = en | ἀθεμίτοις (athemitois) = ongeoorloofde | εἰδωλολατρίαις (eidololatriais) = afgodendiensten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βούλημα (boulema), ‘wil’: wat iemand wil of beslist. ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’; οἰνοφλυγία (oinoflygia), ‘dronkenschap’; κῶμος (komos), ‘braspartij’: luidruchtig feestgelag; πότος (potos), ‘drinkgelag’; ἀθέμιτος (athemitos), ‘ongeoorloofd’: wat tegen de gewoonte of het recht ingaat; εἰδωλολατρία (eidololatria), ‘afgodendienst’. Voetnoot Lezing: Bij ‘want’, ‘tijd’, ‘wil’ en ‘gedaan te hebben’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:19–21. Zie ook: Gal 5:19–21 **4:4** Daarom vinden zij het vreemd dat jullie niet met hen meelopen in dezelfde stroom van uitspatting, en zij lasteren. Brontekst: ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = waarin | ξενίζονται (xenizontai) = zij vinden het vreemd | μὴ (me) = niet | συντρεχόντων (syntrechonton) = meelopend | ὑμῶν (hymon) = jullie | εἰς (eis) = naar | τὴν (ten) = de | αὐτὴν (auten) = dezelfde | τῆς (tes) = van de | ἀσωτίας (asotias) = uitspatting | ἀνάχυσιν (anachysin) = stroom | βλασφημοῦντες (blasphemountes) = lasterend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν ᾧ (en ho), ‘daarom’: letterlijk ‘waarin’. ξενίζω (xenizo), ‘vreemd vinden’: iets als vreemd ervaren. συντρέχω (syntrecho), ‘meelopen’: samen rennen. ἀνάχυσις (anachysis), ‘stroom’: een uitstorting of overstroming. ἀσωτία (asotia), ‘uitspatting’: een leven zonder maat. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’; het Grieks noemt geen voorwerp. **4:5** Zij zullen rekenschap afleggen aan Hem die gereed staat om levenden en doden te oordelen. Brontekst: οἳ (hoi) = zij | ἀποδώσουσιν (apodosousin) = zullen afleggen | λόγον (logon) = rekenschap | τῷ (to) = aan Hem | ἑτοίμως (hetoimos) = gereed | ἔχοντι (echonti) = die staat | κρῖναι (krinai) = te oordelen | ζῶντας (zontas) = levenden | καὶ (kai) = en | νεκρούς (nekrous) = doden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποδίδωμι λόγον (apodidomi logon), ‘rekenschap afleggen’. ἑτοίμως ἔχω (hetoimos echo), ‘gereed staan’. ‘Levenden en doden’: vergelijk Hand. 10:42. Voetnoot Lezing: Bij ‘gereed staat om te oordelen’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 10:42; Rom. 14:12. Zie ook: Hand 10:42; Rom 14:12 **4:6** Want hiertoe is ook aan doden de goede boodschap gebracht, opdat zij weliswaar naar mensen geoordeeld worden in het vlees, maar naar Elohim leven in de geest. Brontekst: εἰς (eis) = tot | τοῦτο (touto) = dit | γὰρ (gar) = want | καὶ (kai) = ook | νεκροῖς (nekrois) = aan doden | εὐηγγελίσθη (euengelisthe) = is de goede boodschap gebracht | ἵνα (hina) = opdat | κριθῶσι (krithosi) = zij geoordeeld worden | μὲν (men) = wel | κατὰ (kata) = naar | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | σαρκὶ (sarki) = in het vlees | ζῶσι (zosi) = zij leven | δὲ (de) = maar | κατὰ (kata) = naar | θεὸν (theon) = Elohim | πνεύματι (pneumati) = in de geest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. Wie ‘de doden’ zijn, zegt het Grieks niet: mensen die nu dood zijn maar de boodschap hoorden toen zij leefden, of andere doden. Vergelijk 3:19. κρίνω (krino), ‘oordelen’. Net als in 3:18 staan hier twee datieven tegenover elkaar: σαρκί (sarki), ‘in het vlees’, en πνεύματι (pneumati), ‘in de geest’. De zin is moeilijk; wij vertalen zo letterlijk mogelijk. Voetnoot : Zie ook 1 Petr. 3:18–19. Zie ook: 1 Petr 3:18–19 ### Liefde, gastvrijheid en dienst **4:7** Het einde van alles is nabijgekomen. Wees dus bezonnen en nuchter, gericht op gebeden. Brontekst: Πάντων (Panton) = van alles | δὲ (de) = maar | τὸ (to) = het | τέλος (telos) = einde | ἤγγικεν (engiken) = is nabijgekomen | σωφρονήσατε (sophronesate) = wees bezonnen | οὖν (oun) = dus | καὶ (kai) = en | νήψατε (nepsate) = wees nuchter | εἰς (eis) = tot | προσευχάς (proseuchas) = gebeden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέλος (telos), ‘einde’: ook ‘doel’; zie 1:9. ἤγγικεν (engiken), ‘is nabijgekomen’: een voltooide tijd, zoals in Jak. 5:8. σωφρονέω (sofroneo), ‘bezonnen zijn’; νήφω (nepho), ‘nuchter zijn’: zie 1:13. Voetnoot Lezing: Bij ‘gericht op’ (εἰς) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jak. 5:8. Zie ook: Jak 5:8 **4:8** Heb vóór alles onder elkaar vurige liefde, want liefde bedekt een menigte zonden. Brontekst: πρὸ (pro) = vóór | πάντων (panton) = alles | τὴν (ten) = de | εἰς (eis) = onder | ἑαυτοὺς (heautous) = elkaar | ἀγάπην (agapen) = liefde | ἐκτενῆ (ektene) = vurige | ἔχοντες (echontes) = hebbend | ὅτι (hoti) = omdat | ἀγάπη (agape) = liefde | καλύπτει (kalyptei) = bedekt | πλῆθος (plethos) = menigte | ἁμαρτιῶν (hamartion) = van zonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκτενής (ektenes), ‘vurig’: met volle inspanning, zoals ἐκτενῶς in 1:22. De tweede helft is Spr. 10:12. Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Haat wekt ruzies op, maar liefde bedekt alle overtredingen.’ Het Grieks heeft ‘een menigte zonden’. ‘Bedekken’ wordt hier opgevat als vergeven. Voetnoot Lezing: Bij ‘alles’ en bij ‘bedekt’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Spr. 10:12; Jak. 5:20. Zie ook: Spr 10:12; Jak 5:20 **4:9** Wees gastvrij jegens elkaar, zonder morren. Brontekst: φιλόξενοι (philoxenoi) = gastvrij | εἰς (eis) = jegens | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ἄνευ (aneu) = zonder | γογγυσμοῦ (gongysmou) = morren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλόξενος (filoxenos), ‘gastvrij’: vriendelijk voor vreemden. γογγυσμός (gongysmos), ‘morren’: zacht mopperen. Voetnoot Lezing: Bij ‘morren’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 12:13; Hebr. 13:2. Zie ook: Rom 12:13; Heb 13:2 **4:10** Dien elkaar, ieder met de genadegave die hij ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van Elohim. Brontekst: ἕκαστος (hekastos) = ieder | καθὼς (kathos) = zoals | ἔλαβεν (elaben) = hij ontving | χάρισμα (charisma) = genadegave | εἰς (eis) = onder | ἑαυτοὺς (heautous) = elkaar | αὐτὸ (auto) = die | διακονοῦντες (diakonountes) = dienend | ὡς (hos) = als | καλοὶ (kaloi) = goede | οἰκονόμοι (oikonomoi) = beheerders | ποικίλης (poikiles) = van veelsoortige | χάριτος (charitos) = genade | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: wat uit genade is gegeven. οἰκονόμος (oikonomos), ‘beheerder’: iemand die het huishouden van een ander beheert. ποικίλος (poikilos), ‘veelsoortig’: veelkleurig; hetzelfde woord als in 1:6 bij ‘beproevingen’. εἰς ἑαυτούς (eis heautous), ‘onder elkaar’: letterlijk ‘onder jezelf’. Voetnoot : Zie ook Rom. 12:6–8; 1 Kor. 12:4–11. Zie ook: 1 Kor 12:4–11; Rom 12:6–8 **4:11** Als iemand spreekt: laat het zijn als woorden van Elohim. Als iemand dient: laat het zijn uit de kracht die Elohim schenkt. Zo wordt Elohim in alles verheerlijkt door Yeshua de Messias. Aan Hem komen de heerlijkheid en de macht toe tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen. Brontekst: εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | λαλεῖ (lalei) = spreekt | ὡς (hos) = als | λόγια (logia) = woorden | θεοῦ (theou) = van Elohim | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | διακονεῖ (diakonei) = dient | ὡς (hos) = als | ἐξ (ex) = uit | ἰσχύος (ischyos) = kracht | ἧς (hes) = die | χορηγεῖ (choregei) = schenkt | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = allen | δοξάζηται (doxazetai) = verheerlijkt wordt | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | διὰ (dia) = door | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ᾧ (ho) = aan wie | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = de | δόξα (doxa) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | κράτος (kratos) = macht | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λόγια θεοῦ (logia theou), ‘woorden van Elohim’. χορηγέω (choregeo), ‘schenken’: voorzien van wat nodig is. κράτος (kratos), ‘macht’. De lofprijs begint met ᾧ (ho), ‘aan wie’: dat kan teruggaan op Yeshua de Messias of op Elohim. Wij schrijven ‘Aan Hem’. ἀμήν (amen), ‘amen’: zo is het. De Griekse zinsdelen ‘als woorden van Elohim’ en ‘uit de kracht …’ hebben geen eigen werkwoord: wij vullen ‘laat het zijn’ aan. Voetnoot Lezing: Bij ‘kracht’ (ἧς) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 11:36; Gal. 1:5. Zie ook: Gal 1:5; Rom 11:36 ### Lijden als Christen **4:12** Geliefden, laat de vuurproef onder jullie, die voor jullie tot beproeving komt, jullie niet verbazen, alsof jullie iets vreemds overkomt. Brontekst: Ἀγαπητοί (Agapetoi) = geliefden | μὴ (me) = niet | ξενίζεσθε (xenizesthe) = verbaas je | τῇ (te) = over de | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | πυρώσει (pyrosei) = vuurproef | πρὸς (pros) = tot | πειρασμὸν (peirasmon) = beproeving | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | γινομένῃ (ginomene) = komend | ὡς (hos) = als | ξένου (xenou) = van iets vreemds | ὑμῖν (hymin) = jullie | συμβαίνοντος (symbainontos) = overkomend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πύρωσις (pyrosis), ‘vuurproef’: een beproeving door vuur; zie 1:7. ξενίζω (xenizo), ‘verbazen’: iets vreemds vinden, zoals in vers 4. Voetnoot : Zie ook 1 Petr. 1:6–7; Jak. 1:2. Zie ook: Jak 1:2; 1 Petr 1:6–7; 1 Petr 4:4 **4:13** Maar voor zover jullie deel hebben aan het lijden van de Messias, verblijd jullie. Dan mogen jullie je ook bij de onthulling van Zijn heerlijkheid verblijden, juichend. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | καθὸ (katho) = voor zover | κοινωνεῖτε (koinoneite) = jullie deel hebben | τοῖς (tois) = aan de | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | παθήμασιν (pathemasin) = lijden | χαίρετε (chairete) = verblijd jullie | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | ἀποκαλύψει (apokalypsei) = onthulling | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | αὐτοῦ (autou) = Zijn | χαρῆτε (charete) = jullie zich verblijden | ἀγαλλιώμενοι (agalliomenoi) = juichend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοινωνέω (koinoneo), ‘deel hebben aan’. παθήματα (pathemata), ‘lijden’ (meervoud): dezelfde woorden als in 1:11. ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’. χαίρω (chairo), ‘zich verblijden’ en ἀγαλλιάομαι (agalliaomai), ‘juichen’. Voetnoot : Zie ook Rom. 8:17; Fil. 3:10; Kol. 1:24. Zie ook: Rom 8:17; Fil 3:10; Kol 1:24 **4:14** Als jullie beschimpt worden om de naam van de Messias, zijn jullie gelukkig, want de Geest van de heerlijkheid en van Elohim rust op jullie. Brontekst: εἰ (ei) = als | ὀνειδίζεσθε (oneidizesthe) = jullie beschimpt worden | ἐν (en) = om | ὀνόματι (onomati) = naam | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | μακάριοι (makarioi) = gelukkig | ὅτι (hoti) = omdat | τὸ (to) = de | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | πνεῦμα (pneuma) = Geest | ἐφ’ (eph’) = op | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀναπαύεται (anapauetai) = rust Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀνειδίζω (oneidizo), ‘beschimpen’; ἐν ὀνόματι Χριστοῦ (en onomati Christou), ‘om de naam van de Messias’. Het Grieks heeft twee lidwoorden: ‘de (Geest) van de heerlijkheid en de (Geest) van Elohim’; wij lezen één Geest. Vergelijk Jes. 11:2: ‘De Geest van Yahweh zal op hem rusten.’ Voetnoot Lezing: Bij ‘rust’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:11–12; Jes. 11:2. Zie ook: Jes 11:2; Mat 5:11–12 **4:15** Laat niemand van jullie lijden als moordenaar, dief, kwaaddoener of als bemoeial. Brontekst: μὴ (me) = niet | γάρ (gar) = want | τις (tis) = iemand | ὑμῶν (hymon) = van jullie | πασχέτω (pascheto) = laat lijden | ὡς (hos) = als | φονεὺς (phoneus) = moordenaar | ἢ (e) = of | κλέπτης (kleptes) = dief | ἢ (e) = of | κακοποιὸς (kakopoios) = kwaaddoener | ἢ (e) = of | ὡς (hos) = als | ἀλλοτριεπίσκοπος (allotriepiskopos) = bemoeial Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀλλοτριεπίσκοπος (allotriepiskopos), ‘bemoeial’: een zeldzaam woord dat in het Nieuwe Testament alleen hier staat; letterlijk iemand die ‘opziener is van wat van een ander is’. **4:16** Maar als hij lijdt als Christen: laat hij zich niet schamen, maar laat hij Elohim verheerlijken in deze naam. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ὡς (hos) = als | Χριστιανός (Christianos) = Christen | μὴ (me) = niet | αἰσχυνέσθω (aischynestho) = laat hij zich schamen | δοξαζέτω (doxazeto) = laat hij verheerlijken | δὲ (de) = maar | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ὀνόματι (onomati) = naam | τούτῳ (touto) = deze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Χριστιανός (Christianos), ‘Christen’: iemand die bij de Messias hoort; zo worden de leerlingen voor het eerst genoemd in Hand. 11:26 en nog in Hand. 26:28. ‘Deze naam’ is die van ‘Christen’. Voetnoot Lezing: Bij ‘naam’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 11:26; Hand. 26:28. Zie ook: Hand 11:26; Hand 26:28 ### Het oordeel begint bij het huis van Elohim **4:17** Want het is de tijd dat het oordeel begint bij het huis van Elohim. En als het eerst bij ons begint, wat is dan het einde van hen die ongehoorzaam zijn aan de goede boodschap van Elohim? Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | ὁ (ho) = de | καιρὸς (kairos) = tijd | τοῦ (tou) = van het | ἄρξασθαι (arxasthai) = beginnen | τὸ (to) = het | κρίμα (krima) = oordeel | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = het | οἴκου (oikou) = huis | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | πρῶτον (proton) = eerst | ἀφ’ (aph’) = van | ἡμῶν (hemon) = ons | τί (ti) = wat | τὸ (to) = het | τέλος (telos) = einde | τῶν (ton) = van de | ἀπειθούντων (apeithounton) = ongehoorzamen | τῷ (to) = aan de | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | εὐαγγελίῳ (euangelio) = goede boodschap Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίμα (krima), ‘oordeel’. ‘Het huis van Elohim’ kan de gelovigen zelf aanduiden (vergelijk ‘geestelijk huis’ in 2:5). Vergelijk Ezech. 9:6: ‘Begin bij Mijn heiligdom’, en Jer. 25:29. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’, zoals in 2:7–8 en 3:1. Voetnoot : Zie ook Ezech. 9:6; Jer. 25:29. Zie ook: Jer 25:29; Ezech 9:6 **4:18** En als de rechtvaardige ternauwernood gered wordt, waar zal de goddeloze en zondaar dan verschijnen? Brontekst: καὶ (kai) = en | εἰ (ei) = als | ὁ (ho) = de | δίκαιος (dikaios) = rechtvaardige | μόλις (molis) = ternauwernood | σῴζεται (sozetai) = gered wordt | ὁ (ho) = de | ἀσεβὴς (asebes) = goddeloze | καὶ (kai) = en | ἁμαρτωλὸς (hamartolos) = zondaar | ποῦ (pou) = waar | φανεῖται (phaneitai) = zal verschijnen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers lijkt op Spr. 11:31, maar ons Hebreeuws zegt daar iets anders: ‘Zie, de rechtvaardige krijgt zijn vergelding op de aarde. Hoeveel te meer de goddeloze en de zondaar.’ Het Grieks heeft ‘ternauwernood gered wordt’ (μόλις, molis). ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’: zoals in 2 Petr. 2:5. Voetnoot : Zie ook Spr. 11:31; 2 Petr. 2:5. Zie ook: Spr 11:31; 2 Petr 2:5 **4:19** Zo moeten ook zij die lijden naar de wil van Elohim, in het goeddoen hun zielen toevertrouwen aan een trouwe Schepper. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = zij die | πάσχοντες (paschontes) = lijden | κατὰ (kata) = naar | τὸ (to) = de | θέλημα (thelema) = wil | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | πιστῷ (pisto) = aan een trouwe | κτίστῃ (ktiste) = Schepper | παρατιθέσθωσαν (paratithesthosan) = laten toevertrouwen | τὰς (tas) = de | ψυχὰς (psychas) = zielen | αὐτῶν (auton) = hun | ἐν (en) = in | ἀγαθοποιΐᾳ (agathopoiia) = goeddoen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρατίθημι (paratithemi), ‘toevertrouwen’: in bewaring geven; hetzelfde werkwoord in Luc. 23:46. κτίστης (ktistes), ‘Schepper’: dit woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier. ἀγαθοποιΐα (agathopoiia), ‘goeddoen’: zoals ἀγαθοποιέω in 2:15 en 3:6. Voetnoot Lezing: Bij ‘Elohim’ en bij ‘hun’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Luc. 23:46. Zie ook: Luc 23:46 ## 1 Petrus 5 _Aan de ouderlingen en de jongeren; nederigheid en waakzaamheid; slot en groet_ ### Aan de ouderlingen **5:1** De ouderlingen onder jullie roep ik dus op, ik, hun medeouderling en getuige van het lijden van de Messias, en ook deelgenoot van de heerlijkheid die onthuld gaat worden: Brontekst: Πρεσβυτέρους (Presbyterous) = ouderlingen | οὖν (oun) = dus | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | παρακαλῶ (parakalo) = ik roep op | ὁ (ho) = de | συμπρεσβύτερος (sympresbyteros) = medeouderling | καὶ (kai) = en | μάρτυς (martys) = getuige | τῶν (ton) = van de | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | παθημάτων (pathematon) = lijden | ὁ (ho) = de | καὶ (kai) = ook | τῆς (tes) = van de | μελλούσης (mellouses) = op het punt staande | ἀποκαλύπτεσθαι (apokalyptesthai) = onthuld te worden | δόξης (doxes) = heerlijkheid | κοινωνός (koinonos) = deelgenoot Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πρεσβύτερος (presbyteros), ‘ouderling’: iemand met een leidende taak in de gemeente; zo vertalen wij het ook in Hand. 14:23, Hand. 20:17 en Jak. 5:14. Het woord betekent letterlijk ‘oudere’. De schrijver noemt zich συμπρεσβύτερος (sympresbyteros), ‘medeouderling’. μάρτυς (martys), ‘getuige’: iemand die zelf iets heeft gezien, of iemand die erover getuigt; het Grieks laat dat open. κοινωνός (koinonos), ‘deelgenoot’. Vergelijk 2 Joh. 1 en 3 Joh. 1, waar ‘de oudere’ schrijft. Voetnoot Lezing: Bij ‘dus’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 14:23; Hand. 20:17; Jak. 5:14; 2 Joh. 1. Zie ook: Hand 14:23; Hand 20:17; Jak 5:14 **5:2** hoed de kudde van Elohim die onder jullie is, en houd toezicht: niet onder dwang maar vrijwillig, naar Elohim, niet uit winstbejag maar gewillig, Brontekst: ποιμάνατε (poimanate) = hoed | τὸ (to) = de | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | ποίμνιον (poimnion) = kudde | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐπισκοποῦντες (episkopountes) = toezicht houdend | μὴ (me) = niet | ἀναγκαστῶς (anankastos) = onder dwang | ἀλλὰ (alla) = maar | ἑκουσίως (hekousios) = vrijwillig | κατὰ (kata) = naar | θεόν (theon) = Elohim | μηδὲ (mede) = ook niet | αἰσχροκερδῶς (aischrokerdos) = uit winstbejag | ἀλλὰ (alla) = maar | προθύμως (prothymos) = gewillig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ποιμαίνω (poimaino), ‘hoeden’: als een herder weiden en leiden; ποίμνιον (poimnion), ‘kudde’. ἐπισκοπέω (episkopeo), ‘toezicht houden’: dezelfde stam als ἐπίσκοπος in 2:25 en Hand. 20:28. αἰσχροκερδῶς (aischrokerdos), ‘uit winstbejag’: uit schandelijke zucht naar winst. κατὰ θεόν (kata theon), ‘naar Elohim’: zoals Elohim het wil. Voetnoot Lezing: Bij ‘toezicht houdend’ en bij ‘naar Elohim’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 20:28; Joh. 21:16. Zie ook: Joh 21:16; Hand 20:28 **5:3** niet als heersers over de toegewezen delen, maar als voorbeelden voor de kudde. Brontekst: μηδ’ (med’) = ook niet | ὡς (hos) = als | κατακυριεύοντες (katakyrieuontes) = heersend | τῶν (ton) = over de | κλήρων (kleron) = toegewezen delen | ἀλλὰ (alla) = maar | τύποι (typoi) = voorbeelden | γινόμενοι (ginomenoi) = geworden | τοῦ (tou) = van de | ποιμνίου (poimniou) = kudde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατακυριεύω (katakyrieuo), ‘heersen over’: hetzelfde werkwoord als in Matt. 20:25, ‘de heersers overheersen’. κλῆρος (kleros), ‘toegewezen deel’: letterlijk ‘lot’, wat bij loting wordt toegekend. Wat precies is toegewezen, zegt het Grieks niet; wij denken aan de gelovigen die aan de ouderlingen zijn toevertrouwd. τύπος (typos), ‘voorbeeld’. Voetnoot : Zie ook Matt. 20:25–26. Zie ook: Mat 20:25 **5:4** En wanneer de Opperherder verschenen is, zullen jullie de onverwelkelijke kroon van de heerlijkheid ontvangen. Brontekst: καὶ (kai) = en | φανερωθέντος (phanerothentos) = verschenen zijnd | τοῦ (tou) = de | ἀρχιποίμενος (archipoimenos) = Opperherder | κομιεῖσθε (komieisthe) = jullie zullen ontvangen | τὸν (ton) = de | ἀμαράντινον (amarantinon) = onverwelkelijke | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | στέφανον (stephanon) = kroon Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρχιποίμην (archipoimen), ‘Opperherder’: een samenstelling van ‘herder’ en ‘eerste’; het woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier. φανερόω (faneroo), ‘verschijnen’: zichtbaar worden, zoals in 1:20. ἀμαράντινος (amarantinos), ‘onverwelkelijk’: van een bloem die niet verwelkt; vergelijk ἀμάραντος in 1:4. στέφανος (stefanos), ‘kroon’: de krans van een winnaar. Voetnoot : Zie ook Joh. 10:11. Zie ook: Joh 10:11 ### Aan de jongeren; nederigheid **5:5** Op dezelfde manier, jongeren: onderschik jullie aan de ouderlingen. En allen: omgord jullie met nederigheid tegenover elkaar, want: „Elohim verzet Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.” Brontekst: ὁμοίως (homoios) = op dezelfde manier | νεώτεροι (neoteroi) = jongeren | ὑποτάγητε (hypotagete) = onderschik jullie | πρεσβυτέροις (presbyterois) = aan ouderlingen | πάντες (pantes) = allen | δὲ (de) = maar | ἀλλήλοις (allelois) = aan elkaar | τὴν (ten) = de | ταπεινοφροσύνην (tapeinophrosynen) = nederigheid | ἐγκομβώσασθε (enkombosasthe) = omgord jullie | ὅτι (hoti) = omdat | Ὁ (Ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ὑπερηφάνοις (hyperephanois) = aan hoogmoedigen | ἀντιτάσσεται (antitassetai) = verzet Zich | ταπεινοῖς (tapeinois) = aan nederigen | δὲ (de) = maar | δίδωσιν (didosin) = geeft | χάριν (charin) = genade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νεώτερος (neoteros), ‘jongere’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’: zoals in 2:13. ἐγκομβόομαι (egkomboomai), ‘zich omgorden’: afgeleid van κόμβος (kombos), ‘knoop’. Het citaat is Spr. 3:34, dat ook in Jak. 4:6 staat. Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Spotters bespot Hij zelf, maar aan de nederigen geeft Hij gunst.’ De Griekse tekst heeft: ‘Elohim verzet Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade’. Elohim wordt in de derde persoon genoemd; het citaat staat dus zwart. Voetnoot Lezing: Bij ‘tegenover elkaar’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Spr. 3:34; Jak. 4:6. Zie ook: Spr 3:34; Jak 4:6 **5:6** Verneder jullie dus onder de krachtige hand van Elohim, zodat Hij jullie op het juiste moment verhoogt. Brontekst: Ταπεινώθητε (Tapeinothete) = verneder jullie | οὖν (oun) = dus | ὑπὸ (hypo) = onder | τὴν (ten) = de | κραταιὰν (krataian) = krachtige | χεῖρα (cheira) = hand | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὑψώσῃ (hypsose) = Hij verhoogt | ἐν (en) = op | καιρῷ (kairo) = juiste moment Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ταπεινόω (tapeinoo), ‘vernederen’: zichzelf laag maken. ‘De krachtige hand van Elohim’ is een beeld voor Zijn macht. ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’. ἐν καιρῷ (en kairo), ‘op het juiste moment’: letterlijk ‘op tijd’. Voetnoot : Zie ook Jak. 4:10. Zie ook: Jak 4:10 **5:7** Werp al jullie bezorgdheid op Hem, want Hij zorgt voor jullie. Brontekst: πᾶσαν (pasan) = alle | τὴν (ten) = de | μέριμναν (merimnan) = bezorgdheid | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐπιρίψαντες (epiripsantes) = werpend | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτόν (auton) = Hem | ὅτι (hoti) = omdat | αὐτῷ (auto) = voor Hem | μέλει (melei) = het gaat aan | περὶ (peri) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μέριμνα (merimna), ‘bezorgdheid’; ἐπιρίπτω (epiripto), ‘werpen op’; vergelijk Ps. 55:23 (in de Nederlandse telling 55:22): ‘Werp je last op Yahweh, en Hij zal je ondersteunen.’ μέλει (melei), ‘het gaat Hem aan’: Hij geeft om jullie. Voetnoot : Zie ook Ps. 55:23; Matt. 6:25–34. Zie ook: Ps 55:23; Mat 6:25–34 ### Waakzaamheid tegenover de duivel **5:8** Wees nuchter, waak. Jullie tegenstander, de duivel, loopt rond als een brullende leeuw en zoekt wie hij kan verslinden. Brontekst: νήψατε (nepsate) = wees nuchter | γρηγορήσατε (gregoresate) = waak | ὁ (ho) = de | ἀντίδικος (antidikos) = tegenstander | ὑμῶν (hymon) = van jullie | διάβολος (diabolos) = duivel | ὡς (hos) = als | λέων (leon) = leeuw | ὠρυόμενος (oryomenos) = brullend | περιπατεῖ (peripatei) = loopt rond | ζητῶν (zeton) = zoekend | τινα (tina) = wie | καταπιεῖν (katapiein) = te verslinden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νήφω (nepho), ‘nuchter zijn’: zoals in 1:13 en 4:7. ἀντίδικος (antidikos), ‘tegenstander’: in een rechtszaak de tegenpartij; vergelijk Matt. 5:25. διάβολος (diabolos), ‘duivel’: het woord kan ook ‘lasteraar’ betekenen. Het beeld van de leeuw doet denken aan Ps. 22:14: ‘Zij sperren hun mond tegen mij open, als een leeuw die verscheurt en brult.’ καταπίνω (katapino), ‘verslinden’: letterlijk ‘doorslikken’. Voetnoot Lezing: Bij ‘wie’ (τινα) en bij ‘verslinden’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Ps. 22:14; Jak. 4:7. Zie ook: Ps 22:14; Mat 5:25; Jak 4:7 **5:9** Weersta hem, vast in het geloof, want jullie weten dat hetzelfde lijden zich voltrekt bij jullie broederschap in de wereld. Brontekst: ᾧ (ho) = wie | ἀντίστητε (antistete) = weersta | στερεοὶ (stereoi) = vast | τῇ (te) = in het | πίστει (pistei) = geloof | εἰδότες (eidotes) = wetend | τὰ (ta) = het | αὐτὰ (auta) = hetzelfde | τῶν (ton) = van het | παθημάτων (pathematon) = lijden | τῇ (te) = aan de | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | κόσμῳ (kosmo) = wereld | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἀδελφότητι (adelphoteti) = broederschap | ἐπιτελεῖσθαι (epiteleisthai) = zich te voltrekken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνθίστημι (anthistemi), ‘weerstaan’: hetzelfde werkwoord als in Jak. 4:7. στερεός (stereos), ‘vast’. τῇ πίστει (te pistei), ‘in het geloof’: de datief kan ook ‘door het geloof’ betekenen. ἐπιτελέω (epiteleo), ‘voltrekken’: tot volbrenging komen. ἀδελφότης (adelfotes), ‘broederschap’: zie 2:17. Voetnoot Lezing: Bij ‘aan de’ (τῷ) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Jak. 4:7. Zie ook: Jak 4:7 **5:10** De Elohim van alle genade heeft jullie in de Messias geroepen tot Zijn eeuwige heerlijkheid. Hij Zelf zal jullie, nadat jullie even hebben geleden, toerusten, bevestigen, versterken en grondvesten. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | θεὸς (theos) = Elohim | πάσης (pases) = van alle | χάριτος (charitos) = genade | ὁ (ho) = die | καλέσας (kalesas) = heeft geroepen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | αἰώνιον (aionion) = eeuwige | αὐτοῦ (autou) = Zijn | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | ὀλίγον (oligon) = even | παθόντας (pathontas) = geleden hebbend | αὐτὸς (autos) = Hijzelf | καταρτίσει (katartisei) = zal toerusten | στηρίξει (sterixei) = zal bevestigen | σθενώσει (sthenosei) = zal versterken | θεμελιώσει (themeliosei) = zal grondvesten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταρτίζω (katartizo), ‘toerusten’: in orde brengen, herstellen; hetzelfde werkwoord staat in Matt. 4:21 voor het herstellen van netten. στηρίζω (sterizo), ‘bevestigen’; σθενόω (sthenoo), ‘versterken’: een zeldzaam woord; θεμελιόω (themelioo), ‘grondvesten’: een fundament leggen. Voetnoot Lezing: Bij ‘de Messias’, ‘zal toerusten’ en ‘zal grondvesten’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Matt. 4:21. Zie ook: Mat 4:21 **5:11** Aan Hem komt de macht toe tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen. Brontekst: αὐτῷ (auto) = aan Hem | τὸ (to) = de | κράτος (kratos) = macht | εἰς (eis) = tot | τοὺς (tous) = de | αἰῶνας (aionas) = eeuwen | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | ἀμήν (amen) = amen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De lofprijs is korter dan in 4:11; er staat geen ‘heerlijkheid’, alleen ‘de macht’. κράτος (kratos), ‘macht’. Voetnoot Lezing: Bij ‘Aan Hem’ en bij ‘van de eeuwen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. ### Slot en groet **5:12** Door Silvanus, voor jullie de trouwe broer – zo beschouw ik hem – heb ik jullie in weinig woorden geschreven. Ik schreef om jullie te bemoedigen en te getuigen dat dit de ware genade van Elohim is. Sta er vast in. Brontekst: Διὰ (Dia) = door | Σιλουανοῦ (Silouanou) = Silvanus | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | τοῦ (tou) = de | πιστοῦ (pistou) = trouwe | ἀδελφοῦ (adelphou) = broer | ὡς (hos) = zoals | λογίζομαι (logizomai) = ik meen | δι’ (di’) = door | ὀλίγων (oligon) = weinige woorden | ἔγραψα (egrapsa) = ik schreef | παρακαλῶν (parakalon) = bemoedigend | καὶ (kai) = en | ἐπιμαρτυρῶν (epimartyron) = getuigend | ταύτην (tauten) = dit | εἶναι (einai) = te zijn | ἀληθῆ (alethe) = ware | χάριν (charin) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | εἰς (eis) = in | ἣν (hen) = welke | στῆτε (stete) = sta vast Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Σιλουανός (Silouanos), ‘Silvanus’: de naam komt ook voor in 2 Kor. 1:19 en 1 Tess. 1:1; in Hand. 15:22 staat Silas. ‘Door Silvanus … heb ik geschreven’: dat kan betekenen dat Silvanus de brief schreef of dat hij de brief bracht; het Grieks zegt het niet. δι’ ὀλίγων (di oligon), ‘in weinig woorden’. παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: ook ‘oproepen’, zoals in 2:11 en 5:1. ἐπιμαρτυρέω (epimartyreo), ‘getuigen’: erbij getuigen. Voetnoot Lezing: Bij ‘sta vast’ (στῆτε) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Hand. 15:22; 2 Kor. 1:19; 1 Tess. 1:1. Zie ook: Hand 15:22; 1 Tess 1:1; 2 Kor 1:19 **5:13** De medeuitverkorene in Babylon groet jullie, en Markus, mijn zoon. Brontekst: ἀσπάζεται (aspazetai) = groet | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἡ (he) = de | ἐν (en) = in | Βαβυλῶνι (Babyloni) = Babylon | συνεκλεκτὴ (syneklekte) = medeuitverkorene | καὶ (kai) = en | Μᾶρκος (Markos) = Markus | ὁ (ho) = de | υἱός (huios) = zoon | μου (mou) = mijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Βαβυλών (Babylon), ‘Babylon’: de tekst zegt niet welke plaats bedoeld wordt, de stad aan de Eufraat of een andere plaats; wij kiezen niet. συνεκλεκτή (syneklekte), ‘medeuitverkorene’: een vrouwelijke vorm zonder zelfstandig naamwoord. Het kan een vrouw zijn of een gemeente (het Grieks woord ἐκκλησία is vrouwelijk); het Grieks zegt het niet. ‘Markus, mijn zoon’: letterlijk of in geestelijke zin; de tekst laat het open. Vergelijk Hand. 12:12, Kol. 4:10 en 2 Tim. 4:11. Voetnoot : Zie ook Hand. 12:12; Kol. 4:10; 2 Tim. 4:11. Zie ook: Hand 12:12; Kol 4:10; 2 Tim 4:11 **5:14** Groet elkaar met een kus van liefde. Vrede zij met jullie allen die in de Messias zijn. Brontekst: ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ἐν (en) = met | φιλήματι (philemati) = kus | ἀγάπης (agapes) = van liefde | εἰρήνη (eirene) = vrede | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | πᾶσιν (pasin) = allen | τοῖς (tois) = die | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φίλημα ἀγάπης (filema agapes), ‘kus van liefde’: een groet bij het samenkomen, zoals in Rom. 16:16 en 1 Tess. 5:26 (‘heilige kus’). εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: vergelijk de Hebreeuwse groet shalom. Voetnoot Lezing: Bij ‘Messias’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Rom. 16:16; 1 Kor. 16:20; 1 Tess. 5:26. Zie ook: 1 Tess 5:26; 1 Kor 16:20; Rom 16:16