# 1 Johannes (Ἰωάννου Α, Ioannou I) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## 1 Johannes 1 _Het Woord van het leven; wandelen in het licht_ ### Het Woord van het leven **1:1** Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met onze ogen gezien hebben, wat wij aanschouwd hebben en wat onze handen betast hebben, over het Woord van het leven— Brontekst: Ὃ (Ho) = wat | ἦν (en) = was | ἀπ’ (ap’) = vanaf | ἀρχῆς (arches) = begin | ὃ (ho) = wat | ἀκηκόαμεν (akekoamen) = wij hebben gehoord | ὃ (ho) = wat | ἑωράκαμεν (heorakamen) = wij hebben gezien | τοῖς (tois) = met de | ὀφθαλμοῖς (ophthalmois) = ogen | ἡμῶν (hemon) = onze | ὃ (ho) = wat | ἐθεασάμεθα (etheasametha) = wij hebben aanschouwd | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | χεῖρες (cheires) = handen | ἡμῶν (hemon) = onze | ἐψηλάφησαν (epselaphesan) = hebben betast | περὶ (peri) = over | τοῦ (tou) = het | λόγου (logou) = Woord | τῆς (tes) = van het | ζωῆς (zoes) = leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ λόγος τῆς ζωῆς (ho logos tes zoes), ‘het Woord van het leven’: dit doet denken aan het begin van het evangelie, waar het Woord leven is (Joh. 1:1–4). ἀπ’ ἀρχῆς (ap’ arches), ‘vanaf het begin’: vergelijk Joh. 1:1 (ἐν ἀρχῇ) en Joh. 15:27. ψηλαφάω (psilafao), ‘betasten’: aanraken met de handen, zoals in Luc. 24:39. Voetnoot : De Griekse zin loopt van vers 1 tot vers 3; de verzen 1 en 2 worden daarna in vers 3 hernomen. Wij splitsen ze en laten het streepje staan. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:1; Joh. 1:4; Joh. 1:14; Joh. 15:27; Luc. 24:39. Zie ook: Luc 24:39; Joh 1:1–4; Joh 1:4; Joh 1:14; Joh 15:27; 1 Joh 1:3 **1:2** het leven is zichtbaar geworden. Wij hebben het gezien, wij getuigen ervan en wij verkondigen jullie het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons zichtbaar is geworden— Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | ζωὴ (zoe) = leven | ἐφανερώθη (ephanerothe) = is zichtbaar geworden | καὶ (kai) = en | ἑωράκαμεν (heorakamen) = wij hebben gezien | καὶ (kai) = en | μαρτυροῦμεν (martyroumen) = wij getuigen | καὶ (kai) = en | ἀπαγγέλλομεν (apangellomen) = wij verkondigen | ὑμῖν (hymin) = jullie | τὴν (ten) = het | ζωὴν (zoen) = leven | τὴν (ten) = het | αἰώνιον (aionion) = eeuwige | ἥτις (hetis) = dat | ἦν (en) = was | πρὸς (pros) = bij | τὸν (ton) = de | πατέρα (patera) = Vader | καὶ (kai) = en | ἐφανερώθη (ephanerothe) = is zichtbaar geworden | ἡμῖν (hemin) = aan ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φανερόω (faneroo), ‘zichtbaar worden’ of ‘zichtbaar maken’: wat verborgen was, komt aan het licht. μαρτυρέω (martyreo), ‘getuigen’: wij houden dezelfde weergave als in het evangelie. ἀπαγγέλλω (apangello), ‘verkondigen’: berichten wat men zelf heeft gezien en gehoord. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:14. Zie ook: Joh 1:14 **1:3** wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook aan jullie, zodat ook jullie gemeenschap met ons hebben. En onze gemeenschap is met de Vader en met Zijn Zoon, Yeshua de Messias. Brontekst: ὃ (ho) = wat | ἑωράκαμεν (heorakamen) = wij hebben gezien | καὶ (kai) = en | ἀκηκόαμεν (akekoamen) = wij hebben gehoord | ἀπαγγέλλομεν (apangellomen) = wij verkondigen | καὶ (kai) = ook | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἵνα (hina) = zodat | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | κοινωνίαν (koinonian) = gemeenschap | ἔχητε (echete) = hebben | μεθ’ (meth’) = met | ἡμῶν (hemon) = ons | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | κοινωνία (koinonia) = gemeenschap | δὲ (de) = echter | ἡ (he) = de | ἡμετέρα (hemetera) = onze | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = de | πατρὸς (patros) = Vader | καὶ (kai) = en | μετὰ (meta) = met | τοῦ (tou) = de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: samen delen en samen hoorders zijn, hier met de Vader en de Zoon. Wij houden ‘gemeenschap’ in de hele brief. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘ook’ (καί); wij volgen de SBLGNT. **1:4** En dit schrijven wij, zodat onze vreugde vervuld is. Brontekst: καὶ (kai) = en | ταῦτα (tauta) = dit | γράφομεν (graphomen) = schrijven wij | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἵνα (hina) = zodat | ἡ (he) = de | χαρὰ (chara) = vreugde | ἡμῶν (hemon) = onze | ᾖ (e) = is | πεπληρωμένη (pepleromene) = vervuld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χαρά (chara), ‘vreugde’: vergelijk Joh. 15:11 en Joh. 16:24. πεπληρωμένη (pepleromene), ‘vervuld’: volledig gemaakt. De brief schrijft ‘onze vreugde’; ‘wij’ is hier het ‘wij’ van de verzen 1–3. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘wij’ (ἡμεῖς); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 15:11; Joh. 16:24. Zie ook: Joh 15:11; Joh 16:24 ### Elohim is licht **1:5** En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan jullie verkondigen: Elohim is licht, en in Hem is helemaal geen duisternis. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἔστιν (estin) = is | αὕτη (haute) = dit | ἡ (he) = de | ἀγγελία (angelia) = boodschap | ἣν (hen) = die | ἀκηκόαμεν (akekoamen) = wij hebben gehoord | ἀπ’ (ap’) = van | αὐτοῦ (autou) = Hem | καὶ (kai) = en | ἀναγγέλλομεν (anangellomen) = wij verkondigen | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = (de) | θεὸς (theos) = Elohim | φῶς (phos) = licht | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | σκοτία (skotia) = duisternis | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | οὐδεμία (oudemia) = helemaal geen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγγελία (angelia), ‘boodschap’: wat men doorgeeft. φῶς (fos), ‘licht’, en σκοτία (skotia), ‘duisternis’: de twee beelden uit het evangelie, zie Joh. 1:5 en Joh. 8:12. ‘Helemaal geen duisternis’ is letterlijk ‘duisternis is er in Hem niet, geen enkele’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘in Hem is niet’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:5; Joh. 8:12. Zie ook: Joh 1:5; Joh 8:12 **1:6** Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, liegen wij en doen wij de waarheid niet. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | εἴπωμεν (eipomen) = wij zeggen | ὅτι (hoti) = dat | κοινωνίαν (koinonian) = gemeenschap | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | μετ’ (met’) = met | αὐτοῦ (autou) = Hem | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | σκότει (skotei) = duisternis | περιπατῶμεν (peripatomen) = wij wandelen | ψευδόμεθα (pseudometha) = liegen wij | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | ποιοῦμεν (poioumen) = doen wij | τὴν (ten) = de | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: het dagelijks gedrag en de levenswijze. ‘De waarheid doen’ (ποιέω τὴν ἀλήθειαν) staat ook in Joh. 3:21. Voetnoot : Zie ook Joh. 3:21. Zie ook: Joh 3:21 **1:7** Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar. En het bloed van Yeshua, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | φωτὶ (photi) = licht | περιπατῶμεν (peripatomen) = wij wandelen | ὡς (hos) = zoals | αὐτός (autos) = Hij | ἐστιν (estin) = is | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | φωτί (photi) = licht | κοινωνίαν (koinonian) = gemeenschap | ἔχομεν (echomen) = hebben wij | μετ’ (met’) = met | ἀλλήλων (allelon) = elkaar | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | Ἰησοῦ (Iesou) = van Yeshua | τοῦ (tou) = de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | καθαρίζει (katharizei) = reinigt | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἀπὸ (apo) = van | πάσης (pases) = alle | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Zoals Hij in het licht is’: Elohim (vers 5). καθαρίζω (katharizo), ‘reinigen’. Bloed komt in de brief ook voor in 5:6 en 5:8. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Joh 1:5 ### Zonde belijden **1:8** Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf, en de waarheid is niet in ons. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | εἴπωμεν (eipomen) = wij zeggen | ὅτι (hoti) = dat | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | οὐκ (ouk) = niet | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | ἑαυτοὺς (heautous) = onszelf | πλανῶμεν (planomen) = misleiden wij | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἀλήθεια (aletheia) = waarheid | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’: wij houden ‘zonde’ in de hele brief; ἁμαρτάνω (hamartano) is ‘zondigen’. πλανάω (planao), ‘misleiden’: laten dwalen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘is niet in ons’; wij volgen de SBLGNT. **1:9** Als wij onze zonden belijden, is Hij trouw en rechtvaardig, zodat Hij ons de zonden vergeeft en ons reinigt van alle onrecht. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | ὁμολογῶμεν (homologomen) = wij belijden | τὰς (tas) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden | ἡμῶν (hemon) = onze | πιστός (pistos) = trouw | ἐστιν (estin) = is Hij | καὶ (kai) = en | δίκαιος (dikaios) = rechtvaardig | ἵνα (hina) = zodat | ἀφῇ (aphe) = Hij vergeeft | ἡμῖν (hemin) = ons | τὰς (tas) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden | καὶ (kai) = en | καθαρίσῃ (katharise) = Hij reinigt | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἀπὸ (apo) = van | πάσης (pases) = alle | ἀδικίας (adikias) = onrecht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’: letterlijk ‘hetzelfde zeggen’. πιστὸς καὶ δίκαιος (pistos kai dikaios), ‘trouw en rechtvaardig’: eigenschappen die ook in het Oude Testament van Yahweh gezegd worden, vergelijk Deut. 32:4. ἀδικία (adikia), ‘onrecht’: wat niet rechtvaardig is. Voetnoot : Zie ook Deut. 32:4. Zie ook: Deut 32:4 **1:10** Als wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | εἴπωμεν (eipomen) = wij zeggen | ὅτι (hoti) = dat | οὐχ (ouch) = niet | ἡμαρτήκαμεν (hemartekamen) = wij hebben gezondigd | ψεύστην (pseusten) = leugenaar | ποιοῦμεν (poioumen) = maken wij | αὐτὸν (auton) = Hem | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | αὐτοῦ (autou) = Zijn | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ λόγος αὐτοῦ (ho logos autou), ‘Zijn woord’: wat Elohim gezegd heeft. Wij schrijven ‘woord’ met een kleine letter; het is niet het Woord uit vers 1. Zie ook: 1 Joh 1:1 ## 1 Johannes 2 _De Voorspraak; het nieuwe gebod; de antichristen_ ### De Voorspraak **2:1** Mijn kinderen, dit schrijf ik jullie, zodat jullie niet zondigen. En als iemand zondigt: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Yeshua de Messias, de Rechtvaardige. Brontekst: Τεκνία (Teknia) = kinderen | μου (mou) = mijn | ταῦτα (tauta) = dit | γράφω (grapho) = schrijf ik | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἵνα (hina) = zodat | μὴ (me) = niet | ἁμάρτητε (hamartete) = jullie zondigen | καὶ (kai) = en | ἐάν (ean) = als | τις (tis) = iemand | ἁμάρτῃ (hamarte) = zondigt | παράκλητον (parakleton) = een Voorspraak | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | πρὸς (pros) = bij | τὸν (ton) = de | πατέρα (patera) = Vader | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | Χριστὸν (Christon) = de Messias | δίκαιον (dikaion) = de Rechtvaardige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τεκνία (teknia), ‘kinderen’: een liefdevolle aanspreking in verkleinvorm, zoals in Joh. 13:33. παράκλητος (parakletos), ‘Voorspraak’: letterlijk ‘iemand die erbij geroepen is’. In het evangelie vertalen wij hetzelfde woord met ‘Helper’ (Joh. 14:16; 14:26; 15:26; 16:7), daar van de Geest. Hier gaat het om Yeshua bij de Vader, die voor ons pleit; daarom kiezen wij hier ‘Voorspraak’. In onze vertaling staat het woord alleen op deze vijf plaatsen. δίκαιος (dikaios), ‘de Rechtvaardige’. Voetnoot : Zie ook Joh. 14:16; Joh. 14:26; Joh. 15:26; Joh. 16:7. Zie ook: Joh 13:33; Joh 14:16; Joh 14:26; Joh 15:26; Joh 16:7 **2:2** En Hij is de verzoening voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar ook voor die van de hele wereld. Brontekst: καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = Hij | ἱλασμός (hilasmos) = verzoening | ἐστιν (estin) = is | περὶ (peri) = voor | τῶν (ton) = de | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | ἡμῶν (hemon) = onze | οὐ (ou) = niet | περὶ (peri) = voor | τῶν (ton) = die | ἡμετέρων (hemeteron) = van ons | δὲ (de) = echter | μόνον (monon) = alleen | ἀλλὰ (alla) = maar | καὶ (kai) = ook | περὶ (peri) = voor | ὅλου (holou) = de hele | τοῦ (tou) = de | κόσμου (kosmou) = wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἱλασμός (hilasmos), ‘verzoening’: het middel waardoor schuld wordt weggenomen en de verhouding hersteld wordt. Hetzelfde woord staat in 4:10. Verwant is ἱλάσκομαι (hilaskomai), ‘verzoening doen’. Voetnoot : Zie ook 1 Joh. 4:10; Rom. 3:25; Hebr. 2:17. Zie ook: Rom 3:25; Heb 2:17; 1 Joh 4:10 ### Zijn geboden onderhouden **2:3** En hieraan weten wij dat wij Hem gekend hebben: als wij Zijn geboden onderhouden. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | γινώσκομεν (ginoskomen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | ἐγνώκαμεν (egnokamen) = wij hebben gekend | αὐτόν (auton) = Hem | ἐὰν (ean) = als | τὰς (tas) = de | ἐντολὰς (entolas) = geboden | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τηρῶμεν (teromen) = wij onderhouden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γινώσκω (ginosko), ‘kennen’, en ἐντολή (entole), ‘gebod’: wij vertalen τηρέω (tereo) met ‘onderhouden’. ‘Hem’: de tekst zegt niet uitdrukkelijk wie; in de brief kan het voornaamwoord op de Vader of op de Zoon slaan. **2:4** Wie zegt: „Ik ken Hem”, en Zijn geboden niet onderhoudt, is een leugenaar, en in zo iemand is de waarheid niet. Brontekst: ὁ (ho) = wie | λέγων (legon) = zegt | ὅτι (hoti) = dat | Ἔγνωκα (Egnoka) = ik heb leren kennen | αὐτὸν (auton) = Hem | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = de | ἐντολὰς (entolas) = geboden | αὐτοῦ (autou) = Zijn | μὴ (me) = niet | τηρῶν (teron) = onderhoudt | ψεύστης (pseustes) = leugenaar | ἐστίν (estin) = is | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = zo iemand | ἡ (he) = de | ἀλήθεια (aletheia) = waarheid | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’: zie ook 1:10. ἔγνωκα (egnoka) is een voltooide vorm: ‘ik heb Hem leren kennen’, dat wil zeggen ‘ik ken Hem nu’. Wij schrijven ‘ik ken Hem’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT. **2:5** Maar in wie Zijn woord onderhoudt, is de liefde van Elohim waarlijk volkomen gemaakt. Hieraan weten wij dat wij in Hem zijn. Brontekst: ὃς (hos) = wie | δ’ (d’) = maar | ἂν (an) = ook maar | τηρῇ (tere) = onderhoudt | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τὸν (ton) = de | λόγον (logon) = woord | ἀληθῶς (alethos) = waarlijk | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = zo iemand | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | τετελείωται (teteleiotai) = is volkomen gemaakt | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | γινώσκομεν (ginoskomen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | ἐσμεν (esmen) = wij zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡ ἀγάπη τοῦ θεοῦ (he agape tou theou), ‘de liefde van Elohim’: de genitief kan ‘de liefde van Elohim voor ons’ of ‘onze liefde voor Elohim’ betekenen; wij laten het open. τετελείωται (teteleiotai), ‘volkomen gemaakt’: tot het doel gebracht, zoals in 4:12 en 4:17–18. **2:6** Wie zegt in Hem te blijven, is verplicht ook zelf te wandelen zoals Hij gewandeld heeft. Brontekst: ὁ (ho) = wie | λέγων (legon) = zegt | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | μένειν (menein) = te blijven | ὀφείλει (opheilei) = is verplicht | καθὼς (kathos) = zoals | ἐκεῖνος (ekeinos) = Hij | περιεπάτησεν (periepatesen) = gewandeld heeft | καὶ (kai) = ook | αὐτὸς (autos) = zelf | περιπατεῖν (peripatein) = te wandelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκεῖνος (ekeinos), ‘Hij’, letterlijk ‘Die’: in deze brief meestal Yeshua (zie 3:3, 3:5, 3:7, 3:16, 4:17). μένω (meno), ‘blijven’: een kernwoord van de brief. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zie 1:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘zelf’ (αὐτός); wij volgen de SBLGNT. ### Een oud en toch nieuw gebod **2:7** Geliefden, ik schrijf jullie geen nieuw gebod, maar een oud gebod dat jullie vanaf het begin hadden. Het oude gebod is het woord dat jullie gehoord hebben. Brontekst: Ἀγαπητοί (Agapetoi) = geliefden | οὐκ (ouk) = niet | ἐντολὴν (entolen) = gebod | καινὴν (kainen) = nieuw | γράφω (grapho) = schrijf ik | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐντολὴν (entolen) = gebod | παλαιὰν (palaian) = oud | ἣν (hen) = dat | εἴχετε (eichete) = jullie hadden | ἀπ’ (ap’) = vanaf | ἀρχῆς (arches) = begin | ἡ (he) = het | ἐντολὴ (entole) = gebod | ἡ (he) = het | παλαιά (palaia) = oude | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | ὃν (hon) = dat | ἠκούσατε (ekousate) = jullie hebben gehoord Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’. Het ‘oude gebod’ dat zij vanaf het begin hoorden, heet in vers 8 ‘nieuw’; de verzen 9–11 gaan over het liefhebben van de broer. Vergelijk Joh. 13:34 en 1 Joh. 3:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘geliefden’ (Ἀγαπητοί) en bij ‘gehoord hebben’ (ἠκούσατε); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 13:34; 1 Joh. 3:11. Zie ook: Joh 13:34; 1 Joh 2:8; 1 Joh 3:11 **2:8** Opnieuw schrijf ik jullie een nieuw gebod, dat waar is in Hem en in jullie. Want de duisternis gaat voorbij en het ware licht schijnt al. Brontekst: πάλιν (palin) = opnieuw | ἐντολὴν (entolen) = gebod | καινὴν (kainen) = nieuw | γράφω (grapho) = schrijf ik | ὑμῖν (hymin) = jullie | ὅ (ho) = dat | ἐστιν (estin) = is | ἀληθὲς (alethes) = waar | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | ὅτι (hoti) = want | ἡ (he) = de | σκοτία (skotia) = duisternis | παράγεται (paragetai) = gaat voorbij | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | φῶς (phos) = licht | τὸ (to) = het | ἀληθινὸν (alethinon) = ware | ἤδη (ede) = al | φαίνει (phainei) = schijnt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὅ ἐστιν ἀληθές (ho estin alethes), ‘dat waar is’: het Grieks laat open waarop ‘dat’ slaat, het gebod of de handeling. ἀληθινός (alethinos), ‘waar’, ‘echt’: het ware licht, zoals in Joh. 1:9. παράγεται (paragetai), ‘gaat voorbij’: verdwijnt; dezelfde vorm staat in vers 17. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:9. Zie ook: Joh 1:9; 1 Joh 2:17 **2:9** Wie zegt in het licht te zijn en zijn broer haat, is nog steeds in de duisternis. Brontekst: ὁ (ho) = wie | λέγων (legon) = zegt | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | φωτὶ (photi) = licht | εἶναι (einai) = te zijn | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | μισῶν (mison) = haat | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | σκοτίᾳ (skotia) = duisternis | ἐστὶν (estin) = is | ἕως (heos) = tot | ἄρτι (arti) = nu toe Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφός (adelfos), ‘broer’: de medegelovige. Het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. μισέω (miseo), ‘haten’. ἕως ἄρτι (heos arti), ‘tot nu toe’: nog steeds. **2:10** Wie zijn broer liefheeft, blijft in het licht, en in hem is geen struikelblok. Brontekst: ὁ (ho) = wie | ἀγαπῶν (agapon) = liefheeft | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | φωτὶ (photi) = licht | μένει (menei) = blijft | καὶ (kai) = en | σκάνδαλον (skandalon) = struikelblok | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: wij vertalen het overal zo. ἐν αὐτῷ (en auto), ‘in hem’: in de broer die liefheeft; het kan ook ‘in het licht’ betekenen. **2:11** Maar wie zijn broer haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis. Hij weet niet waarheen hij gaat, want de duisternis heeft zijn ogen verblind. Brontekst: ὁ (ho) = wie | δὲ (de) = maar | μισῶν (mison) = haat | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | σκοτίᾳ (skotia) = duisternis | ἐστὶν (estin) = is | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | σκοτίᾳ (skotia) = duisternis | περιπατεῖ (peripatei) = wandelt | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | οἶδεν (oiden) = hij weet | ποῦ (pou) = waarheen | ὑπάγει (hypagei) = hij gaat | ὅτι (hoti) = want | ἡ (he) = de | σκοτία (skotia) = duisternis | ἐτύφλωσεν (etyphlosen) = heeft verblind | τοὺς (tous) = de | ὀφθαλμοὺς (ophthalmous) = ogen | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐτύφλωσεν (etyflosen), ‘heeft verblind’: blind gemaakt. Vergelijk Joh. 12:35, waar wie in de duisternis wandelt niet weet waarheen hij gaat. Voetnoot : Zie ook Joh. 12:35. Zie ook: Joh 12:35 ### Aan kinderen, vaders en jongemannen **2:12** Ik schrijf jullie, kinderen, omdat de zonden jullie vergeven zijn omwille van Zijn naam. Brontekst: Γράφω (Grapho) = ik schrijf | ὑμῖν (hymin) = jullie | τεκνία (teknia) = kinderen | ὅτι (hoti) = omdat | ἀφέωνται (apheontai) = zijn vergeven | ὑμῖν (hymin) = jullie | αἱ (hai) = de | ἁμαρτίαι (hamartiai) = zonden | διὰ (dia) = omwille van | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀφέωνται (afeontai), ‘zijn vergeven’: een voltooide vorm; de vergeving geldt nu. τεκνία (teknia), ‘kinderen’: zie vers 1. ‘Zijn naam’: de tekst zegt niet uitdrukkelijk van wie; vers 1 noemt Yeshua. Zie ook: 1 Joh 2:1 **2:13** Ik schrijf jullie, vaders, omdat jullie Hem kennen die vanaf het begin is. Ik schrijf jullie, jongemannen, omdat jullie de boze overwonnen hebben. Brontekst: γράφω (grapho) = ik schrijf | ὑμῖν (hymin) = jullie | πατέρες (pateres) = vaders | ὅτι (hoti) = omdat | ἐγνώκατε (egnokate) = jullie kennen | τὸν (ton) = Hem | ἀπ’ (ap’) = die vanaf | ἀρχῆς (arches) = begin | γράφω (grapho) = ik schrijf | ὑμῖν (hymin) = jullie | νεανίσκοι (neaniskoi) = jongemannen | ὅτι (hoti) = omdat | νενικήκατε (nenikekate) = jullie hebben overwonnen | τὸν (ton) = de | πονηρόν (poneron) = boze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: In de verzen 12–14 schrijft de brief drie groepen aan: kinderen, vaders en jongemannen. De tekst zegt niet of het om leeftijd gaat of om stappen in het geloof. ὁ πονηρός (ho poneros), ‘de boze’: zoals in 3:12 en 5:18–19. νικάω (nikao), ‘overwinnen’: zie ook 4:4 en 5:4–5. **2:14** Ik heb jullie geschreven, jonge kinderen, omdat jullie de Vader kennen. Ik heb jullie geschreven, vaders, omdat jullie Hem kennen die vanaf het begin is. Ik heb jullie geschreven, jongemannen, omdat jullie sterk zijn, het woord van Elohim in jullie blijft en jullie de boze overwonnen hebben. Brontekst: ἔγραψα (egrapsa) = ik heb geschreven | ὑμῖν (hymin) = jullie | παιδία (paidia) = jonge kinderen | ὅτι (hoti) = omdat | ἐγνώκατε (egnokate) = jullie kennen | τὸν (ton) = de | πατέρα (patera) = Vader | ἔγραψα (egrapsa) = ik heb geschreven | ὑμῖν (hymin) = jullie | πατέρες (pateres) = vaders | ὅτι (hoti) = omdat | ἐγνώκατε (egnokate) = jullie kennen | τὸν (ton) = Hem die | ἀπ’ (ap’) = vanaf | ἀρχῆς (arches) = begin | ἔγραψα (egrapsa) = ik heb geschreven | ὑμῖν (hymin) = jullie | νεανίσκοι (neaniskoi) = jongemannen | ὅτι (hoti) = omdat | ἰσχυροί (ischyroi) = sterk | ἐστε (este) = jullie zijn | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | μένει (menei) = blijft | καὶ (kai) = en | νενικήκατε (nenikekate) = jullie hebben overwonnen | τὸν (ton) = de | πονηρόν (poneron) = boze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔγραψα (egrapsa), ‘ik heb geschreven’: een verleden vorm; het kan hier ook ‘ik schrijf’ betekenen (zoals in vers 13). παιδία (paidia), ‘jonge kinderen’: een ander woord dan τεκνία in vers 12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘ik heb geschreven’ (ἔγραψα); wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Joh 2:12; 1 Joh 2:13 ### Heb de wereld niet lief **2:15** Heb de wereld niet lief, en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Brontekst: Μὴ (Me) = niet | ἀγαπᾶτε (agapate) = heb lief | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | μηδὲ (mede) = en ook niet | τὰ (ta) = wat | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | κόσμῳ (kosmo) = wereld | ἐάν (ean) = als | τις (tis) = iemand | ἀγαπᾷ (agapa) = liefheeft | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | τοῦ (tou) = van de | πατρὸς (patros) = Vader | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κόσμος (kosmos), ‘wereld’: hier de wereld als tegenstander van de Vader; elders is het de wereld waarvoor Hij verzoening is (2:2) en waarin de Zoon gezonden is (4:9). Wij houden één weergave. ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’. **2:16** Want alles wat in de wereld is, de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | πᾶν (pan) = alles | τὸ (to) = wat | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | κόσμῳ (kosmo) = wereld | ἡ (he) = de | ἐπιθυμία (epithymia) = begeerte | τῆς (tes) = van het | σαρκὸς (sarkos) = vlees | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἐπιθυμία (epithymia) = begeerte | τῶν (ton) = van de | ὀφθαλμῶν (ophthalmon) = ogen | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἀλαζονεία (alazoneia) = hoogmoed | τοῦ (tou) = van het | βίου (biou) = leven | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | πατρός (patros) = Vader | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | κόσμου (kosmou) = wereld | ἐστίν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡ ἐπιθυμία τῆς σαρκός (he epithymia tes sarkos), ‘de begeerte van het vlees’: σάρξ (sarx), ‘vlees’, is de mens in zijn zwakte. ἀλαζονεία (alazoneia), ‘hoogmoed’: opscheppen over wat men heeft. βίος (bios), ‘leven’: ook ‘levensonderhoud’ of ‘bezit’ (zie 3:17). **2:17** En de wereld gaat voorbij, en haar begeerte ook. Maar wie de wil van Elohim doet, blijft tot in eeuwigheid. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | κόσμος (kosmos) = wereld | παράγεται (paragetai) = gaat voorbij | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἐπιθυμία (epithymia) = begeerte | αὐτοῦ (autou) = ervan | ὁ (ho) = wie | δὲ (de) = maar | ποιῶν (poion) = doet | τὸ (to) = de | θέλημα (thelema) = wil | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | μένει (menei) = blijft | εἰς (eis) = tot | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuwigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παράγεται (paragetai), ‘gaat voorbij’: zie vers 8. θέλημα (thelema), ‘wil’. εἰς τὸν αἰῶνα (eis ton aiona), ‘tot in eeuwigheid’. Zie ook: 1 Joh 2:8 ### De antichristen **2:18** Jonge kinderen, het is het laatste uur. En zoals jullie gehoord hebben dat een antichrist komt, zo zijn er ook nu vele antichristen gekomen. Daaraan weten wij dat het het laatste uur is. Brontekst: Παιδία (Paidia) = jonge kinderen | ἐσχάτη (eschate) = laatste | ὥρα (hora) = uur | ἐστίν (estin) = is | καὶ (kai) = en | καθὼς (kathos) = zoals | ἠκούσατε (ekousate) = jullie hebben gehoord | ὅτι (hoti) = dat | ἀντίχριστος (antichristos) = antichrist | ἔρχεται (erchetai) = komt | καὶ (kai) = en | νῦν (nyn) = nu | ἀντίχριστοι (antichristoi) = antichristen | πολλοὶ (polloi) = vele | γεγόνασιν (gegonasin) = zijn gekomen | ὅθεν (hothen) = vandaar | γινώσκομεν (ginoskomen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | ἐσχάτη (eschate) = laatste | ὥρα (hora) = uur | ἐστίν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐσχάτη ὥρα (eschate hora), ‘het laatste uur’: de tijd vlak voor het einde; de tekst zegt niet hoe lang dat uur duurt. ἀντίχριστος (antichristos), ‘antichrist’: ἀντί (anti) betekent ‘tegen’ of ‘in plaats van’. Het woord staat alleen in de brieven van Johannes (ook 2:22; 4:3; 2 Joh. 7). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:5; Matt. 24:24. Zie ook: Mat 24:5; Mat 24:24 **2:19** Uit ons zijn zij weggegaan, maar zij waren niet uit ons. Want als zij uit ons waren geweest, zouden zij bij ons gebleven zijn. Maar het moest openbaar worden dat zij niet allen uit ons zijn. Brontekst: ἐξ (ex) = uit | ἡμῶν (hemon) = ons | ἐξῆλθαν (exelthan) = zijn weggegaan | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἦσαν (esan) = waren | ἐξ (ex) = uit | ἡμῶν (hemon) = ons | εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἐξ (ex) = uit | ἡμῶν (hemon) = ons | ἦσαν (esan) = waren | μεμενήκεισαν (memenekeisan) = zouden gebleven zijn | ἂν (an) = wel | μεθ’ (meth’) = bij | ἡμῶν (hemon) = ons | ἀλλ’ (all’) = maar | ἵνα (hina) = opdat | φανερωθῶσιν (phanerothosin) = zij openbaar worden | ὅτι (hoti) = dat | οὐκ (ouk) = niet | εἰσὶν (eisin) = zijn | πάντες (pantes) = allen | ἐξ (ex) = uit | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μένω (meno), ‘blijven’. ἀλλ’ ἵνα (all’ hina), ‘maar opdat’: het Grieks heeft geen werkwoord; wij vullen ‘het moest’ aan. οὐκ εἰσὶν πάντες (ouk eisin pantes) kan ‘niet allen zijn’ of ‘geen van hen is’ betekenen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘zij uit ons waren’; wij volgen de SBLGNT. **2:20** En jullie hebben een zalving van de Heilige, en jullie weten het allen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | χρῖσμα (chrisma) = zalving | ἔχετε (echete) = hebben | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | ἁγίου (hagiou) = Heilige | καὶ (kai) = en | οἴδατε (oidate) = jullie weten | πάντες (pantes) = allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρῖσμα (chrisma), ‘zalving’: wat met de zalving bedoeld wordt zegt de tekst niet uitdrukkelijk; vergelijk 3:24 en 4:13, waar over de Geest gesproken wordt. Het woord is verwant aan Χριστός, ‘Messias’, de Gezalfde. ὁ ἅγιος (ho hagios), ‘de Heilige’: Yeshua of de Vader; de tekst noemt het niet. Het Grieks heeft aan het slot alleen ‘jullie weten allen’, zonder voorwerp; ‘het’ voegen wij toe voor het Nederlands. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘en’ en bij het woord ‘allen’ (πάντες); wij volgen de SBLGNT. **2:21** Ik heb jullie niet geschreven omdat jullie de waarheid niet kennen, maar omdat jullie haar kennen, en omdat geen enkele leugen uit de waarheid is. Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἔγραψα (egrapsa) = ik heb geschreven | ὑμῖν (hymin) = jullie | ὅτι (hoti) = omdat | οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = jullie weten | τὴν (ten) = de | ἀλήθειαν (aletheian) = waarheid | ἀλλ’ (all’) = maar | ὅτι (hoti) = omdat | οἴδατε (oidate) = jullie weten | αὐτήν (auten) = haar | καὶ (kai) = en | ὅτι (hoti) = omdat | πᾶν (pan) = elke | ψεῦδος (pseudos) = leugen | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψεῦδος (pseudos), ‘leugen’. De brief schrijft niet omdat zij de waarheid niet kennen, maar omdat zij haar kennen. **2:22** Wie is de leugenaar, behalve hij die ontkent dat Yeshua de Messias is? Dit is de antichrist: hij die de Vader en de Zoon ontkent. Brontekst: τίς (tis) = wie | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | ψεύστης (pseustes) = leugenaar | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | ὁ (ho) = hij die | ἀρνούμενος (arnoumenos) = ontkent | ὅτι (hoti) = dat | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | χριστός (christos) = Messias | οὗτός (houtos) = dit | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | ἀντίχριστος (antichristos) = antichrist | ὁ (ho) = hij die | ἀρνούμενος (arnoumenos) = ontkent | τὸν (ton) = de | πατέρα (patera) = Vader | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | υἱόν (huion) = Zoon Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρνέομαι (arneomai), ‘ontkennen’. ὁ χριστός (ho christos), ‘de Messias’: de Gezalfde; de belijdenis dat Yeshua de Messias is, is de kern van de brief. Het woord ἀντίχριστος staat ook in vers 18. Zie ook: 1 Joh 2:18 **2:23** Ieder die de Zoon ontkent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader. Brontekst: πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | ἀρνούμενος (arnoumenos) = ontkent | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | οὐδὲ (oude) = ook niet | τὸν (ton) = de | πατέρα (patera) = Vader | ἔχει (echei) = heeft | ὁ (ho) = wie | ὁμολογῶν (homologon) = belijdt | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | καὶ (kai) = ook | τὸν (ton) = de | πατέρα (patera) = Vader | ἔχει (echei) = heeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’: zie 1:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de tweede helft van het vers (‘wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader’); wij volgen de SBLGNT. ### Blijf in het gehoorde **2:24** Wat jullie betreft: wat jullie vanaf het begin gehoord hebben, moet in jullie blijven. Als in jullie blijft wat jullie vanaf het begin gehoord hebben, dan zullen ook jullie in de Zoon en in de Vader blijven. Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ὃ (ho) = wat | ἠκούσατε (ekousate) = jullie hebben gehoord | ἀπ’ (ap’) = vanaf | ἀρχῆς (arches) = begin | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | μενέτω (meneto) = moet blijven | ἐὰν (ean) = als | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | μείνῃ (meine) = blijft | ὃ (ho) = wat | ἀπ’ (ap’) = vanaf | ἀρχῆς (arches) = begin | ἠκούσατε (ekousate) = jullie hebben gehoord | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | υἱῷ (huio) = Zoon | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | πατρὶ (patri) = Vader | μενεῖτε (meneite) = zullen blijven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μένω (meno), ‘blijven’. Het ‘gehoorde’ is de boodschap van het begin, vergelijk 1:1–5 en 3:11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘jullie’ (ὑμεῖς); wij volgen de SBLGNT. **2:25** En dit is de belofte die Hij zelf ons beloofd heeft: het eeuwige leven. Brontekst: καὶ (kai) = en | αὕτη (haute) = dit | ἐστὶν (estin) = is | ἡ (he) = de | ἐπαγγελία (epangelia) = belofte | ἣν (hen) = die | αὐτὸς (autos) = Hij zelf | ἐπηγγείλατο (epengeilato) = beloofd heeft | ἡμῖν (hemin) = ons | τὴν (ten) = het | ζωὴν (zoen) = leven | τὴν (ten) = het | αἰώνιον (aionion) = eeuwige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. ‘Hij zelf’ (αὐτός) is de Zoon of de Vader; de tekst laat dat open. De belofte is het eeuwige leven (ζωὴ αἰώνιος): vergelijk Joh. 3:15–16. Voetnoot : Zie ook Joh. 3:16. Zie ook: Joh 3:15–16; Joh 3:16 **2:26** Dit heb ik jullie geschreven over hen die jullie misleiden. Brontekst: Ταῦτα (Tauta) = dit | ἔγραψα (egrapsa) = ik heb geschreven | ὑμῖν (hymin) = jullie | περὶ (peri) = over | τῶν (ton) = hen die | πλανώντων (planonton) = misleiden | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλανάω (planao), ‘misleiden’: zie 1:8. **2:27** En de zalving die jullie van Hem ontvangen hebben, blijft in jullie, en jullie hebben niet nodig dat iemand jullie onderwijst. Maar Zijn zalving onderwijst jullie over alles, en zij is waar en geen leugen. En zoals zij jullie onderwezen heeft, blijf in Hem. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | τὸ (to) = de | χρῖσμα (chrisma) = zalving | ὃ (ho) = die | ἐλάβετε (elabete) = jullie hebben ontvangen | ἀπ’ (ap’) = van | αὐτοῦ (autou) = Hem | μένει (menei) = blijft | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | χρείαν (chreian) = nodig | ἔχετε (echete) = jullie hebben | ἵνα (hina) = dat | τις (tis) = iemand | διδάσκῃ (didaske) = onderwijst | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀλλ’ (all’) = maar | ὡς (hos) = zoals | τὸ (to) = de | αὐτοῦ (autou) = Zijn | χρῖσμα (chrisma) = zalving | διδάσκει (didaskei) = onderwijst | ὑμᾶς (hymas) = jullie | περὶ (peri) = over | πάντων (panton) = alles | καὶ (kai) = en | ἀληθές (alethes) = waar | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ψεῦδος (pseudos) = leugen | καὶ (kai) = en | καθὼς (kathos) = zoals | ἐδίδαξεν (edidaxen) = zij heeft onderwezen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | μένετε (menete) = blijf | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρῖσμα (chrisma), ‘zalving’: zie vers 20. Het Grieks heeft ὡς … καθὼς (hos … kathos), ‘zoals … zoals’; wij splitsen de lange zin. μένετε (menete), ‘blijft’: de vorm kan ‘jullie blijven’ of ‘blijf’ zijn; wij kiezen het gebod, zoals in vers 28. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘blijft in jullie’, bij ‘Zijn’ (αὐτοῦ) en bij ‘blijf’ (μένετε); wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Joh 2:20; 1 Joh 2:28 ### Blijf in Hem **2:28** En nu, kinderen, blijf in Hem, zodat wij, wanneer Hij zichtbaar wordt, vrijmoedigheid hebben en voor Hem niet beschaamd worden bij Zijn komst. Brontekst: Καὶ (Kai) = en | νῦν (nyn) = nu | τεκνία (teknia) = kinderen | μένετε (menete) = blijf | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | ἵνα (hina) = opdat | ἐὰν (ean) = wanneer | φανερωθῇ (phanerothe) = Hij zichtbaar wordt | σχῶμεν (schomen) = wij hebben | παρρησίαν (parresian) = vrijmoedigheid | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | αἰσχυνθῶμεν (aischynthomen) = wij beschaamd worden | ἀπ’ (ap’) = van | αὐτοῦ (autou) = Hem | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | παρουσίᾳ (parousia) = komst | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φανερόω (faneroo), ‘zichtbaar worden’: zie 1:2. παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: het vrij spreken zonder angst. ἀπ’ αὐτοῦ (ap’ autou), ‘voor Hem’: letterlijk ‘van Hem weg’. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’; wij houden ‘komst’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘wanneer’ (ἐάν) en bij ‘wij hebben’ (σχῶμεν); wij volgen de SBLGNT. **2:29** Als jullie weten dat Hij rechtvaardig is, weten jullie dat ieder die de gerechtigheid doet, uit Hem verwekt is. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | εἰδῆτε (eidete) = jullie weten | ὅτι (hoti) = dat | δίκαιός (dikaios) = rechtvaardig | ἐστιν (estin) = is | γινώσκετε (ginoskete) = jullie weten | ὅτι (hoti) = dat | πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | ποιῶν (poion) = doet | τὴν (ten) = de | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | ἐξ (ex) = uit | αὐτοῦ (autou) = Hem | γεγέννηται (gegennetai) = verwekt is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γεννάω (gennao), ‘verwekt worden’: het Griekse woord betekent zowel ‘verwekken’ als ‘baren’ en dus ‘geboren worden’, zoals in Joh. 3:3 en Joh. 1:13. Wij houden in deze brief ‘verwekt zijn’ (zie ook 3:9; 4:7; 5:1). δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. γινώσκετε (ginoskete): de vorm kan ook ‘weet dan’ zijn. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:13; Joh. 3:3. Zie ook: Joh 1:13; Joh 3:3 ## 1 Johannes 3 _Kinderen van Elohim; liefde in daad en waarheid_ ### Kinderen van Elohim **3:1** Kijk welke liefde de Vader ons gegeven heeft: dat wij kinderen van Elohim genoemd worden—en dat zijn wij. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet gekend heeft. Brontekst: ἴδετε (idete) = kijk | ποταπὴν (potapen) = wat voor | ἀγάπην (agapen) = liefde | δέδωκεν (dedoken) = heeft gegeven | ἡμῖν (hemin) = ons | ὁ (ho) = de | πατὴρ (pater) = Vader | ἵνα (hina) = opdat | τέκνα (tekna) = kinderen | θεοῦ (theou) = van Elohim | κληθῶμεν (klethomen) = wij genoemd worden | καὶ (kai) = en | ἐσμέν (esmen) = wij zijn | διὰ (dia) = vanwege | τοῦτο (touto) = dit | ὁ (ho) = de | κόσμος (kosmos) = wereld | οὐ (ou) = niet | γινώσκει (ginoskei) = kent | ἡμᾶς (hemas) = ons | ὅτι (hoti) = omdat | οὐκ (ouk) = niet | ἔγνω (egno) = zij heeft gekend | αὐτόν (auton) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ποταπὴν ἀγάπην (potapen agapen), ‘welke liefde’: een liefde van een bijzondere soort. τέκνα θεοῦ (tekna theou), ‘kinderen van Elohim’: het woord τέκνον (teknon) is hier ‘kind’ als verwant van de ouder, zoals in Joh. 1:12. ‘Hem’ in het slot is waarschijnlijk de Vader. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ‘en dat zijn wij’ en bij het woord ‘ons’ (ἡμᾶς); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:12. Zie ook: Joh 1:12 **3:2** Geliefden, nu zijn wij kinderen van Elohim, en nog is niet zichtbaar geworden wat wij zullen zijn. Wij weten dat wij Hem gelijk zullen zijn wanneer Hij zichtbaar wordt, want wij zullen Hem zien zoals Hij is. Brontekst: ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | νῦν (nyn) = nu | τέκνα (tekna) = kinderen | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐσμεν (esmen) = wij zijn | καὶ (kai) = en | οὔπω (oupo) = nog niet | ἐφανερώθη (ephanerothe) = is zichtbaar geworden | τί (ti) = wat | ἐσόμεθα (esometha) = wij zullen zijn | οἴδαμεν (oidamen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | ἐὰν (ean) = wanneer | φανερωθῇ (phanerothe) = Hij zichtbaar wordt | ὅμοιοι (homoioi) = gelijk | αὐτῷ (auto) = Hem | ἐσόμεθα (esometha) = wij zullen zijn | ὅτι (hoti) = want | ὀψόμεθα (opsometha) = wij zullen zien | αὐτὸν (auton) = Hem | καθώς (kathos) = zoals | ἐστιν (estin) = Hij is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φανερόω (faneroo), ‘zichtbaar worden’: zie 1:2 en 2:28. Het onderwerp van ‘zichtbaar wordt’ is Yeshua (zoals in 2:28); het Grieks kan ook ‘wanneer het zichtbaar wordt’ bedoelen. ὅμοιοι (homoioi), ‘gelijk’. ‘Hem zien zoals Hij is’: de brief zegt niet hoe dit zal zijn. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘wij weten’ (οἴδαμεν); wij volgen de SBLGNT. **3:3** En ieder die deze hoop op Hem heeft, zuivert zichzelf, zoals Hij zuiver is. Brontekst: καὶ (kai) = en | πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | ἔχων (echon) = heeft | τὴν (ten) = de | ἐλπίδα (elpida) = hoop | ταύτην (tauten) = deze | ἐπ’ (ep’) = op | αὐτῷ (auto) = Hem | ἁγνίζει (hagnizei) = zuivert | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | καθὼς (kathos) = zoals | ἐκεῖνος (ekeinos) = Hij | ἁγνός (hagnos) = zuiver | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγνίζω (hagnizo), ‘zuiveren’, en ἁγνός (hagnos), ‘zuiver’: wij houden dit apart van καθαρίζω (katharizo), ‘reinigen’ (1:7, 1:9). ἐλπίς (elpis), ‘hoop’. ἐκεῖνος (ekeinos), ‘Hij’: Yeshua, zie 2:6. ### Zonde en wetteloosheid **3:4** Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is de wetteloosheid. Brontekst: Πᾶς (Pas) = ieder | ὁ (ho) = die | ποιῶν (poion) = doet | τὴν (ten) = de | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | καὶ (kai) = ook | τὴν (ten) = de | ἀνομίαν (anomian) = wetteloosheid | ποιεῖ (poiei) = doet | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἐστὶν (estin) = is | ἡ (he) = de | ἀνομία (anomia) = wetteloosheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’: letterlijk ‘zonder wet zijn’. Het Griekse woord voor zonde (ἁμαρτία, hamartia) wordt hier met ἀνομία gelijkgesteld; het Grieks heeft bij beide het lidwoord (‘de zonde is de wetteloosheid’). **3:5** En jullie weten dat Hij zichtbaar geworden is om de zonden weg te nemen, en zonde is er in Hem niet. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἴδατε (oidate) = jullie weten | ὅτι (hoti) = dat | ἐκεῖνος (ekeinos) = Hij | ἐφανερώθη (ephanerothe) = zichtbaar is geworden | ἵνα (hina) = opdat | τὰς (tas) = de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonden | ἄρῃ (are) = Hij wegneemt | καὶ (kai) = en | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: αἴρω (airo), ‘wegnemen’: hetzelfde werkwoord als in Joh. 1:29, ‘Het Lam van Elohim dat de zonde van de wereld wegneemt’. ἐκεῖνος (ekeinos), ‘Hij’: Yeshua. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘zonden’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:29. Zie ook: Joh 1:29 **3:6** Ieder die in Hem blijft, zondigt niet. Ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en niet leren kennen. Brontekst: πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | μένων (menon) = blijft | οὐχ (ouch) = niet | ἁμαρτάνει (hamartanei) = zondigt | πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | ἁμαρτάνων (hamartanon) = zondigt | οὐχ (ouch) = niet | ἑώρακεν (heoraken) = heeft gezien | αὐτὸν (auton) = Hem | οὐδὲ (oude) = en niet | ἔγνωκεν (egnoken) = heeft leren kennen | αὐτόν (auton) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁμαρτάνει (hamartanei), ‘zondigt’: het Grieks heeft de tegenwoordige tijd, die een voortdurende of herhaalde handeling kan aanduiden. Wij vertalen letterlijk en laten de uitleg open; vergelijk 1:8–10 en 2:1. **3:7** Kinderen, laat niemand jullie misleiden: wie de gerechtigheid doet, is rechtvaardig, zoals Hij rechtvaardig is. Brontekst: τεκνία (teknia) = kinderen | μηδεὶς (medeis) = niemand | πλανάτω (planato) = laat misleiden | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὁ (ho) = wie | ποιῶν (poion) = doet | τὴν (ten) = de | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | δίκαιός (dikaios) = rechtvaardig | ἐστιν (estin) = is | καθὼς (kathos) = zoals | ἐκεῖνος (ekeinos) = Hij | δίκαιός (dikaios) = rechtvaardig | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τεκνία (teknia), ‘kinderen’: zie 2:1. πλανάω (planao), ‘misleiden’: zie 1:8. ‘Hij’ in het slot is Yeshua (ἐκεῖνος). **3:8** Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt vanaf het begin. Hiervoor is de Zoon van Elohim zichtbaar geworden: om de werken van de duivel teniet te doen. Brontekst: ὁ (ho) = wie | ποιῶν (poion) = doet | τὴν (ten) = de | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | διαβόλου (diabolou) = duivel | ἐστίν (estin) = is | ὅτι (hoti) = want | ἀπ’ (ap’) = vanaf | ἀρχῆς (arches) = begin | ὁ (ho) = de | διάβολος (diabolos) = duivel | ἁμαρτάνει (hamartanei) = zondigt | εἰς (eis) = tot | τοῦτο (touto) = dit | ἐφανερώθη (ephanerothe) = is zichtbaar geworden | ὁ (ho) = de | υἱὸς (huios) = Zoon | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | λύσῃ (lyse) = Hij teniet doet | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | τοῦ (tou) = van de | διαβόλου (diabolou) = duivel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘beschuldiger’. ἀπ’ ἀρχῆς (ap’ arches), ‘vanaf het begin’: dit ‘begin’ is hier niet hetzelfde als in 1:1; de tekst zegt niet precies wanneer de duivel begon te zondigen. λύω (lyo), ‘teniet doen’: letterlijk ‘losmaken’, ‘ontbinden’. ὁ υἱὸς τοῦ θεοῦ (ho huios tou theou), ‘de Zoon van Elohim’. **3:9** Ieder die uit Elohim verwekt is, doet geen zonde, want Zijn zaad blijft in hem. En hij kan niet zondigen, want hij is uit Elohim verwekt. Brontekst: πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | γεγεννημένος (gegennemenos) = verwekt is | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | οὐ (ou) = niet | ποιεῖ (poiei) = doet | ὅτι (hoti) = want | σπέρμα (sperma) = zaad | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem | μένει (menei) = blijft | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | δύναται (dynatai) = hij kan | ἁμαρτάνειν (hamartanein) = zondigen | ὅτι (hoti) = want | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | γεγέννηται (gegennetai) = hij is verwekt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γεγεννημένος (gegennemenos), ‘verwekt’: zie 2:29. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: het Griekse woord betekent ook ‘nakomelingen’. Wat met ‘Zijn zaad’ bedoeld wordt zegt de tekst niet. οὐ δύναται ἁμαρτάνειν (ou dynatai hamartanein), ‘hij kan niet zondigen’: het werkwoord staat in de tegenwoordige tijd, zoals in vers 6. Zie ook: 1 Joh 3:6 **3:10** Hieraan zijn de kinderen van Elohim en de kinderen van de duivel openbaar. Ieder die geen gerechtigheid doet, is niet uit Elohim, en ook wie zijn broer niet liefheeft. Brontekst: ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | φανερά (phanera) = openbaar | ἐστιν (estin) = zijn | τὰ (ta) = de | τέκνα (tekna) = kinderen | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | τέκνα (tekna) = kinderen | τοῦ (tou) = van de | διαβόλου (diabolou) = duivel | πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | μὴ (me) = niet | ποιῶν (poion) = doet | δικαιοσύνην (dikaiosynen) = gerechtigheid | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = wie | μὴ (me) = niet | ἀγαπῶν (agapon) = liefheeft | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φανερός (faneros), ‘openbaar’: zichtbaar. Het slot ‘en ook wie zijn broer niet liefheeft’ lezen wij als tweede kenmerk van wie niet uit Elohim is. ### Elkaar liefhebben **3:11** Want dit is de boodschap die jullie vanaf het begin gehoord hebben: dat wij elkaar liefhebben. Brontekst: Ὅτι (Hoti) = want | αὕτη (haute) = dit | ἐστὶν (estin) = is | ἡ (he) = de | ἀγγελία (angelia) = boodschap | ἣν (hen) = die | ἠκούσατε (ekousate) = jullie hebben gehoord | ἀπ’ (ap’) = vanaf | ἀρχῆς (arches) = begin | ἵνα (hina) = opdat | ἀγαπῶμεν (agapomen) = wij liefhebben | ἀλλήλους (allelous) = elkaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγγελία (angelia), ‘boodschap’: zie 1:5. Het gebod om elkaar lief te hebben: vergelijk Joh. 13:34 en Joh. 15:12. Voetnoot : Zie ook Joh. 13:34; Joh. 15:12. Zie ook: Joh 13:34; Joh 15:12 **3:12** Niet zoals Kaïn, die uit de boze was en zijn broer afslachtte. En waarom heeft hij hem afgeslacht? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broer rechtvaardig. Brontekst: οὐ (ou) = niet | καθὼς (kathos) = zoals | Κάϊν (Kain) = Kaïn | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | πονηροῦ (ponerou) = boze | ἦν (en) = was | καὶ (kai) = en | ἔσφαξεν (esphaxen) = afslachtte | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | καὶ (kai) = en | χάριν (charin) = waarom | τίνος (tinos) = wat | ἔσφαξεν (esphaxen) = afslachtte hij | αὐτόν (auton) = hem | ὅτι (hoti) = omdat | τὰ (ta) = de | ἔργα (erga) = werken | αὐτοῦ (autou) = zijn | πονηρὰ (ponera) = boos | ἦν (en) = waren | τὰ (ta) = die | δὲ (de) = echter | τοῦ (tou) = van de | ἀδελφοῦ (adelphou) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | δίκαια (dikaia) = rechtvaardig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Kaïn (Κάϊν, Kain): zie Gen. 4:1–16. σφάζω (sfazo), ‘afslachten’: met geweld doden. ‘De boze’ (ὁ πονηρός, ho poneros) is hier waarschijnlijk de duivel uit vers 8; vergelijk 2:13. Voetnoot : Zie ook Gen. 4:3; Gen. 4:8. Zie ook: Gen 4:1–16; Gen 4:3; Gen 4:8; 1 Joh 3:8 **3:13** Verwonder jullie niet, broers, als de wereld jullie haat. Brontekst: μὴ (me) = niet | θαυμάζετε (thaumazete) = verwonder jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | εἰ (ei) = als | μισεῖ (misei) = haat | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὁ (ho) = de | κόσμος (kosmos) = wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente. Vergelijk Joh. 15:18–19, waar Yeshua zegt dat de wereld hen haat. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘niet’ (μή) en bij het woord ‘broers’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 15:18–19. Zie ook: Joh 15:18–19 **3:14** Wij weten dat wij uit de dood overgegaan zijn in het leven, omdat wij de broers liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | οἴδαμεν (oidamen) = weten | ὅτι (hoti) = dat | μεταβεβήκαμεν (metabebekamen) = wij zijn overgegaan | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θανάτου (thanatou) = dood | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = het | ζωήν (zoen) = leven | ὅτι (hoti) = omdat | ἀγαπῶμεν (agapomen) = wij liefhebben | τοὺς (tous) = de | ἀδελφούς (adelphous) = broers | ὁ (ho) = wie | μὴ (me) = niet | ἀγαπῶν (agapon) = liefheeft | μένει (menei) = blijft | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | θανάτῳ (thanato) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μεταβαίνω (metabaino), ‘overgaan’: van de ene plaats naar de andere gaan; hetzelfde werkwoord als in Joh. 5:24, ‘van de dood overgegaan in het leven’. ‘De broers’: de medegelovigen, zie 2:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘liefheeft’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 5:24. Zie ook: Joh 5:24 **3:15** Ieder die zijn broer haat, is een mensendoder, en jullie weten dat geen mensendoder eeuwig leven heeft dat in hem blijft. Brontekst: πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | μισῶν (mison) = haat | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἀνθρωποκτόνος (anthropoktonos) = mensendoder | ἐστίν (estin) = is | καὶ (kai) = en | οἴδατε (oidate) = jullie weten | ὅτι (hoti) = dat | πᾶς (pas) = ieder | ἀνθρωποκτόνος (anthropoktonos) = mensendoder | οὐκ (ouk) = niet | ἔχει (echei) = heeft | ζωὴν (zoen) = leven | αἰώνιον (aionion) = eeuwig | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem | μένουσαν (menousan) = blijvend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνθρωποκτόνος (anthropoktonos), ‘mensendoder’: letterlijk ‘doder van een mens’. Hetzelfde woord staat in Joh. 8:44, van de duivel. Haten en doden worden hier gelijkgesteld; vergelijk Matt. 5:21–22. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘hem’ (αὐτῷ); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 8:44; Matt. 5:21–22. Zie ook: Mat 5:21–22; Joh 8:44 **3:16** Hieraan hebben wij de liefde leren kennen: Hij heeft Zijn leven voor ons neergelegd. Ook wij zijn verplicht ons leven voor de broers neer te leggen. Brontekst: ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | ἐγνώκαμεν (egnokamen) = wij hebben leren kennen | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | ὅτι (hoti) = dat | ἐκεῖνος (ekeinos) = Hij | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἡμῶν (hemon) = ons | τὴν (ten) = het | ψυχὴν (psychen) = leven | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἔθηκεν (etheken) = heeft neergelegd | καὶ (kai) = en | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ὀφείλομεν (opheilomen) = zijn verplicht | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῶν (ton) = de | ἀδελφῶν (adelphon) = broers | τὰς (tas) = de | ψυχὰς (psychas) = levens | θεῖναι (theinai) = neer te leggen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψυχή (psyche), ‘leven’: zie Joh. 10:11. τίθημι (tithemi), ‘neerleggen’: ‘Zijn leven neerleggen’, zoals in Joh. 10:11, 10:15, 10:17 en 15:13. ‘Hij’ is Yeshua (ἐκεῖνος). Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘neer te leggen’ (θεῖναι); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 10:11; Joh. 15:13. Zie ook: Joh 10:11; Joh 10:15; Joh 10:17; Joh 15:13 **3:17** Maar wie de bezittingen van de wereld heeft, zijn broer ziet die gebrek heeft en zijn diepe genegenheid voor hem afsluit: hoe blijft de liefde van Elohim in hem? Brontekst: ὃς (hos) = wie | δ’ (d’) = maar | ἂν (an) = ook maar | ἔχῃ (eche) = heeft | τὸν (ton) = de | βίον (bion) = bezittingen | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | καὶ (kai) = en | θεωρῇ (theore) = ziet | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | χρείαν (chreian) = gebrek | ἔχοντα (echonta) = hebbend | καὶ (kai) = en | κλείσῃ (kleise) = afsluit | τὰ (ta) = de | σπλάγχνα (splanchna) = diepe genegenheid | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἀπ’ (ap’) = voor | αὐτοῦ (autou) = hem | πῶς (pos) = hoe | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | μένει (menei) = blijft | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βίος (bios), ‘bezittingen’: letterlijk ‘leven’, de middelen om van te leven; zie 2:16. σπλάγχνα (splagchna), ‘diepe genegenheid’: letterlijk ‘ingewanden’, de zetel van gevoelens; wij houden dezelfde weergave als in Filip. 1:8 en Kol. 3:12. Zie ook: Fil 1:8; Kol 3:12 **3:18** Kinderen, laten wij niet liefhebben met woorden of met de tong, maar in daad en waarheid. Brontekst: Τεκνία (Teknia) = kinderen | μὴ (me) = niet | ἀγαπῶμεν (agapomen) = laten wij liefhebben | λόγῳ (logo) = met woorden | μηδὲ (mede) = of niet | τῇ (te) = met de | γλώσσῃ (glosse) = tong | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐν (en) = in | ἔργῳ (ergo) = daad | καὶ (kai) = en | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λόγῳ μηδὲ τῇ γλώσσῃ (logo mede te glosse), ‘met woorden of met de tong’: het Grieks heeft ‘met het woord’ en ‘met de tong’. ἔργῳ (ergo), ‘daad’: letterlijk ‘werk’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘kinderen’ (Τεκνία); wij volgen de SBLGNT. ### Vrijmoedigheid bij Elohim **3:19** Hieraan zullen wij weten dat wij uit de waarheid zijn, en wij zullen ons hart voor Hem geruststellen, Brontekst: ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | γνωσόμεθα (gnosometha) = wij zullen weten | ὅτι (hoti) = dat | ἐκ (ek) = uit | τῆς (tes) = de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | ἐσμέν (esmen) = wij zijn | καὶ (kai) = en | ἔμπροσθεν (emprosthen) = voor | αὐτοῦ (autou) = Hem | πείσομεν (peisomen) = wij zullen geruststellen | τὴν (ten) = het | καρδίαν (kardian) = hart | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 19–20 vormen één Griekse zin; vers 21 begint een nieuwe zin, die in vers 22 doorloopt. πείθω (peitho), ‘overtuigen’: hier ‘geruststellen’, het hart tot rust brengen. ἔμπροσθεν αὐτοῦ (emprosthen autou), ‘voor Hem’: in Zijn tegenwoordigheid. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘hieraan’ (ἐν), bij ‘wij zullen weten’ (γνωσόμεθα) en bij de woorden ‘het hart’; wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Joh 3:21; 1 Joh 3:22 **3:20** want als ons hart ons veroordeelt, is Elohim groter dan ons hart, en Hij kent alles. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | ἐὰν (ean) = als | καταγινώσκῃ (kataginoske) = veroordeelt | ἡμῶν (hemon) = ons | ἡ (he) = het | καρδία (kardia) = hart | ὅτι (hoti) = dat | μείζων (meizon) = groter | ἐστὶν (estin) = is | ὁ (ho) = Elohim | θεὸς (theos) = dan | τῆς (tes) = het | καρδίας (kardias) = hart | ἡμῶν (hemon) = ons | καὶ (kai) = en | γινώσκει (ginoskei) = Hij kent | πάντα (panta) = alles Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft twee keer ὅτι (hoti): ‘want/dat als ons hart ons veroordeelt, dat Elohim groter is dan ons hart’. Het eerste ὅτι kan ook het slot van vers 19 voortzetten (‘wat ons hart ons ook verwijt’). καταγινώσκω (katagignosko), ‘veroordelen’: letterlijk ‘tegen iemand weten’. ‘Hij kent alles’: dezelfde Elohim die het hart doorziet. Zie ook: 1 Joh 3:19 **3:21** Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid bij Elohim, Brontekst: ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | ἐὰν (ean) = als | ἡ (he) = het | καρδία (kardia) = hart | μὴ (me) = niet | καταγινώσκῃ (kataginoske) = veroordeelt | ἡμῶν (hemon) = ons | παρρησίαν (parresian) = vrijmoedigheid | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | πρὸς (pros) = bij | τὸν (ton) = Elohim | θεόν (theon) = (de) Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: zie 2:28. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘niet veroordeelt ons’; wij volgen de SBLGNT. **3:22** en wat wij ook vragen, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden onderhouden en doen wat voor Hem welgevallig is. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὃ (ho) = wat | ἐὰν (ean) = ook maar | αἰτῶμεν (aitomen) = wij vragen | λαμβάνομεν (lambanomen) = ontvangen wij | ἀπ’ (ap’) = van | αὐτοῦ (autou) = Hem | ὅτι (hoti) = omdat | τὰς (tas) = de | ἐντολὰς (entolas) = geboden | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τηροῦμεν (teroumen) = wij onderhouden | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = wat | ἀρεστὰ (aresta) = welgevallig is | ἐνώπιον (enopion) = voor | αὐτοῦ (autou) = Hem | ποιοῦμεν (poioumen) = wij doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρεστά (aresta), ‘wat welgevallig is’: wat Hem behaagt. Vergelijk Joh. 14:13–14 en Joh. 15:7. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘ook maar’ (ἐάν) en bij het voorzetsel ‘van’ (ἀπ’); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 14:13–14; Joh. 15:7. Zie ook: Joh 14:13–14; Joh 15:7 **3:23** En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de naam van Zijn Zoon, Yeshua de Messias, en elkaar liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft. Brontekst: καὶ (kai) = en | αὕτη (haute) = dit | ἐστὶν (estin) = is | ἡ (he) = het | ἐντολὴ (entole) = gebod | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἵνα (hina) = opdat | πιστεύσωμεν (pisteusomen) = wij geloven | τῷ (to) = in de | ὀνόματι (onomati) = naam | τοῦ (tou) = van de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | καὶ (kai) = en | ἀγαπῶμεν (agapomen) = wij liefhebben | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | καθὼς (kathos) = zoals | ἔδωκεν (edoken) = Hij gaf | ἐντολὴν (entolen) = gebod | ἡμῖν (hemin) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστεύω (pisteuo), ‘geloven’: hier met een datief, ‘de naam geloven’; wij schrijven ‘geloven in de naam’. ‘Zijn gebod’ is enkelvoud: één gebod met twee delen, geloven en elkaar liefhebben. Vergelijk Joh. 13:34. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het werkwoord ‘wij geloven’ (πιστεύσωμεν) en bij het woord ‘ons’ (ἡμῖν); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 13:34. Zie ook: Joh 13:34 **3:24** En wie Zijn geboden onderhoudt, blijft in Hem, en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft: uit de Geest die Hij ons gegeven heeft. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = wie | τηρῶν (teron) = onderhoudt | τὰς (tas) = de | ἐντολὰς (entolas) = geboden | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | μένει (menei) = blijft | καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = Hij | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | γινώσκομεν (ginoskomen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | μένει (menei) = Hij blijft | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | οὗ (hou) = die | ἡμῖν (hemin) = ons | ἔδωκεν (edoken) = Hij heeft gegeven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μένω (meno), ‘blijven’: zie 2:6. ‘Hij in hem’: waarschijnlijk Elohim, die blijft in wie Zijn geboden onderhoudt. ἐκ τοῦ πνεύματος (ek tou pneumatos), ‘uit de Geest’: dit is de eerste keer dat de brief de Geest noemt. Vergelijk 4:13. ## 1 Johannes 4 _De geesten toetsen; Elohim is liefde_ ### De geesten toetsen **4:1** Geliefden, geloof niet elke geest, maar toets de geesten of zij uit Elohim zijn, want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Brontekst: Ἀγαπητοί (Agapetoi) = geliefden | μὴ (me) = niet | παντὶ (panti) = in elke | πνεύματι (pneumati) = geest | πιστεύετε (pisteuete) = geloof | ἀλλὰ (alla) = maar | δοκιμάζετε (dokimazete) = toets | τὰ (ta) = de | πνεύματα (pneumata) = geesten | εἰ (ei) = of | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐστιν (estin) = is | ὅτι (hoti) = omdat | πολλοὶ (polloi) = vele | ψευδοπροφῆται (pseudoprophetai) = valse profeten | ἐξεληλύθασιν (exelelythasin) = zijn uitgegaan | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier de geesten achter wat mensen als profetie spreken; zij moeten getoetst worden. Wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter, behalve waar het de Geest van Elohim is (vers 2). δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: onderzoeken of iets echt is. ψευδοπροφήτης (pseudoprofetes), ‘valse profeet’. Zie ook: 1 Joh 4:2 **4:2** Hieraan herkennen jullie de Geest van Elohim: elke geest die belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, is uit Elohim, Brontekst: ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | γινώσκετε (ginoskete) = jullie herkennen | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | πᾶν (pan) = elke | πνεῦμα (pneuma) = geest | ὃ (ho) = die | ὁμολογεῖ (homologei) = belijdt | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | Χριστὸν (Christon) = de Messias | ἐν (en) = in | σαρκὶ (sarki) = vlees | ἐληλυθότα (elelythota) = gekomen | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’: zie 1:9. ‘Dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is’: het Grieks heeft ‘Yeshua de Messias, in het vlees gekomen’, een belijdenis over de komst van de Messias als mens. σάρξ (sarx), ‘vlees’: zie Joh. 1:14. γινώσκετε (ginoskete), ‘herkennen’: de vorm kan ook een gebod zijn, ‘herken’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘jullie herkennen’ (γινώσκετε); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:14. Zie ook: Joh 1:14 **4:3** en elke geest die Yeshua niet belijdt, is niet uit Elohim. En dit is wat van de antichrist is, waarvan jullie gehoord hebben dat hij komt, en nu is hij al in de wereld. Brontekst: καὶ (kai) = en | πᾶν (pan) = elke | πνεῦμα (pneuma) = geest | ὃ (ho) = die | μὴ (me) = niet | ὁμολογεῖ (homologei) = belijdt | τὸν (ton) = de | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | τοῦτό (touto) = dit | ἐστιν (estin) = is | τὸ (to) = wat | τοῦ (tou) = van de | ἀντιχρίστου (antichristou) = antichrist | ὃ (ho) = waarvan | ἀκηκόατε (akekoate) = jullie hebben gehoord | ὅτι (hoti) = dat | ἔρχεται (erchetai) = hij komt | καὶ (kai) = en | νῦν (nyn) = nu | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | κόσμῳ (kosmo) = wereld | ἐστὶν (estin) = is | ἤδη (ede) = al Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ τοῦ ἀντιχρίστου (to tou antichristou), ‘wat van de antichrist is’: het Grieks heeft alleen ‘het van de antichrist’; wij vullen ‘wat … is’ aan. Zie 2:18 voor ἀντίχριστος. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het lidwoord en bij het woord ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT. **4:4** Jullie zijn uit Elohim, kinderen, en jullie hebben hen overwonnen, want Hij die in jullie is, is groter dan hij die in de wereld is. Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐστε (este) = zijn | τεκνία (teknia) = kinderen | καὶ (kai) = en | νενικήκατε (nenikekate) = jullie hebben overwonnen | αὐτούς (autous) = hen | ὅτι (hoti) = omdat | μείζων (meizon) = groter | ἐστὶν (estin) = is | ὁ (ho) = Hij die | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἢ (e) = dan | ὁ (ho) = hij die | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | κόσμῳ (kosmo) = wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νικάω (nikao), ‘overwinnen’: zie 2:13. ‘Hij die in jullie is’ is waarschijnlijk Elohim (vergelijk 3:24); ‘hij die in de wereld is’ is de boze of de geest van de antichrist (vers 3). De tekst noemt geen naam. τεκνία (teknia), ‘kinderen’: zie 2:1. Zie ook: 1 Joh 4:3 **4:5** Zij zijn uit de wereld. Daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld luistert naar hen. Brontekst: αὐτοὶ (autoi) = zij | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | κόσμου (kosmou) = wereld | εἰσίν (eisin) = zijn | διὰ (dia) = daarom | τοῦτο (touto) = (dit) | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | κόσμου (kosmou) = wereld | λαλοῦσιν (lalousin) = spreken zij | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | κόσμος (kosmos) = wereld | αὐτῶν (auton) = hen | ἀκούει (akouei) = luistert Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κόσμος (kosmos), ‘wereld’: zie 2:15. ‘Zij’ zijn de valse profeten uit vers 1. Zie ook: 1 Joh 4:1 **4:6** Wij zijn uit Elohim. Wie Elohim kent, luistert naar ons. Wie niet uit Elohim is, luistert niet naar ons. Hieruit kennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐσμεν (esmen) = zijn | ὁ (ho) = wie | γινώσκων (ginoskon) = kent | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἀκούει (akouei) = luistert | ἡμῶν (hemon) = naar ons | ὃς (hos) = wie | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐκ (ouk) = niet | ἀκούει (akouei) = luistert | ἡμῶν (hemon) = naar ons | ἐκ (ek) = hieruit | τούτου (toutou) = (dit) | γινώσκομεν (ginoskomen) = wij kennen | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = geest | τῆς (tes) = van de | ἀληθείας (aletheias) = waarheid | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = geest | τῆς (tes) = van de | πλάνης (planes) = dwaling Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνεῦμα τῆς ἀληθείας (pneuma tes aletheias), ‘geest van de waarheid’, en πνεῦμα τῆς πλάνης (pneuma tes planes), ‘geest van de dwaling’: in het evangelie heet de Heilige Geest ‘de Geest van de waarheid’ (Joh. 14:17; 15:26; 16:13). Hier staan de twee tegenover elkaar. Wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter. πλάνη (plane), ‘dwaling’: zie πλανάω in 1:8. Voetnoot : Zie ook Joh. 14:17. Zie ook: Joh 14:17; Joh 15:26; Joh 16:13 ### Elohim is liefde **4:7** Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit Elohim, en ieder die liefheeft, is uit Elohim verwekt en kent Elohim. Brontekst: Ἀγαπητοί (Agapetoi) = geliefden | ἀγαπῶμεν (agapomen) = laten wij liefhebben | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ὅτι (hoti) = omdat | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | ἀγαπῶν (agapon) = liefheeft | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | γεγέννηται (gegennetai) = verwekt is | καὶ (kai) = en | γινώσκει (ginoskei) = kent | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’: zie 2:7. γεγέννηται (gegennetai), ‘verwekt’: zie 2:29. In de verzen 7–21 staat de liefde centraal. **4:8** Wie niet liefheeft, heeft Elohim niet gekend, want Elohim is liefde. Brontekst: ὁ (ho) = wie | μὴ (me) = niet | ἀγαπῶν (agapon) = liefheeft | οὐκ (ouk) = niet | ἔγνω (egno) = heeft gekend | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim | ὅτι (hoti) = omdat | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἀγάπη (agape) = liefde | ἐστίν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὁ θεὸς ἀγάπη ἐστίν (ho theos agape estin), ‘Elohim is liefde’: dit staat in vers 8 en vers 16. De zin is niet omkeerbaar: er staat niet dat liefde Elohim is. Zie ook: 1 Joh 4:16 **4:9** Hierin is de liefde van Elohim onder ons zichtbaar geworden: Elohim heeft Zijn enige Zoon in de wereld gezonden, zodat wij door Hem leven. Brontekst: ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | ἐφανερώθη (ephanerothe) = is zichtbaar geworden | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | ὅτι (hoti) = dat | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τὸν (ton) = de | μονογενῆ (monogene) = enige | ἀπέσταλκεν (apestalken) = heeft gezonden | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | ἵνα (hina) = opdat | ζήσωμεν (zesomen) = wij leven | δι’ (di’) = door | αὐτοῦ (autou) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐφανερώθη (efanerothe), ‘is zichtbaar geworden’: zie 1:2. ἐν ἡμῖν (en hemin), ‘onder ons’: ook ‘in ons’. μονογενής (monogenes), ‘enige’: wij vertalen ‘Zijn enige Zoon’, zoals in Joh. 3:16. ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’. Voetnoot : Zie ook Joh. 3:16. Zie ook: Joh 3:16 **4:10** Hierin is de liefde: niet dat wij Elohim liefgehad hebben, maar dat Hij ons liefgehad heeft en Zijn Zoon gezonden heeft als verzoening voor onze zonden. Brontekst: ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | ἐστὶν (estin) = is | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | οὐχ (ouch) = niet | ὅτι (hoti) = dat | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἠγαπήκαμεν (egapekamen) = hebben liefgehad | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim | ἀλλ’ (all’) = maar | ὅτι (hoti) = dat | αὐτὸς (autos) = Hij | ἠγάπησεν (egapesen) = heeft liefgehad | ἡμᾶς (hemas) = ons | καὶ (kai) = en | ἀπέστειλεν (apesteilen) = heeft gezonden | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἱλασμὸν (hilasmon) = verzoening | περὶ (peri) = voor | τῶν (ton) = de | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἱλασμός (hilasmos), ‘verzoening’: zie 2:2. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘liefgehad hebben’ (ἠγαπήκαμεν); wij volgen de SBLGNT. **4:11** Geliefden, als Elohim ons zo liefgehad heeft, zijn ook wij verplicht elkaar lief te hebben. Brontekst: ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | εἰ (ei) = als | οὕτως (houtos) = zo | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἠγάπησεν (egapesen) = heeft liefgehad | ἡμᾶς (hemas) = ons | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ὀφείλομεν (opheilomen) = zijn verplicht | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ἀγαπᾶν (agapan) = lief te hebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀφείλομεν (ofeilomen), ‘wij zijn verplicht’: wij staan bij iemand in het krijt. Vergelijk 3:16. **4:12** Niemand heeft Elohim ooit gezien. Als wij elkaar liefhebben, blijft Elohim in ons en is Zijn liefde in ons volkomen gemaakt. Brontekst: θεὸν (theon) = Elohim | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | πώποτε (popote) = ooit | τεθέαται (tetheatai) = heeft gezien | ἐὰν (ean) = als | ἀγαπῶμεν (agapomen) = wij liefhebben | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | μένει (menei) = blijft | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | τετελειωμένη (teteleiomene) = volkomen gemaakt | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Niemand heeft Elohim ooit gezien’ staat ook in Joh. 1:18. τετελειωμένη (teteleiomene), ‘volkomen gemaakt’: zie 2:5. ‘Zijn liefde in ons’ kan Elohims liefde voor ons zijn of onze liefde voor Hem; vergelijk 2:5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘in ons volkomen gemaakt is’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 1:18. Zie ook: Joh 1:18 ### Blijven in Elohim **4:13** Hieraan weten wij dat wij in Hem blijven en Hij in ons: Hij heeft ons van Zijn Geest gegeven. Brontekst: Ἐν (En) = in | τούτῳ (touto) = dit | γινώσκομεν (ginoskomen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | μένομεν (menomen) = wij blijven | καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = Hij | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | ὅτι (hoti) = omdat | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | αὐτοῦ (autou) = Zijn | δέδωκεν (dedoken) = Hij heeft gegeven | ἡμῖν (hemin) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μένω (meno), ‘blijven’: zie 2:6 en 3:24. ‘Van Zijn Geest’ is letterlijk ‘uit Zijn Geest’: zie 3:24. **4:14** En wij hebben aanschouwd en getuigen dat de Vader de Zoon als Redder van de wereld gezonden heeft. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡμεῖς (hemeis) = wij | τεθεάμεθα (tetheametha) = hebben aanschouwd | καὶ (kai) = en | μαρτυροῦμεν (martyroumen) = wij getuigen | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = de | πατὴρ (pater) = Vader | ἀπέσταλκεν (apestalken) = heeft gezonden | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | σωτῆρα (sotera) = als Redder | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεάομαι (theaomai), ‘aanschouwen’: zie 1:1. σωτήρ (soter), ‘Redder’: vergelijk Joh. 4:42, waar de Samaritanen Yeshua ‘de Redder van de wereld’ noemen. Voetnoot : Zie ook Joh. 4:42. Zie ook: Joh 4:42 **4:15** Wie belijdt dat Yeshua de Zoon van Elohim is, in hem blijft Elohim, en hij in Elohim. Brontekst: ὃς (hos) = wie | ἐὰν (ean) = ook maar | ὁμολογήσῃ (homologese) = belijdt | ὅτι (hoti) = dat | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | υἱὸς (huios) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem | μένει (menei) = blijft | καὶ (kai) = en | αὐτὸς (autos) = hij | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Zoon van Elohim’ (υἱὸς τοῦ θεοῦ, huios tou theou): zie 3:8. In 5:5 en 5:13 staat dezelfde belijdenis. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘ook maar’ (ἐάν) en bij het woord ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT. **4:16** En wij hebben de liefde die Elohim in ons heeft, leren kennen en erin geloofd. Elohim is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in Elohim, en Elohim blijft in hem. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἐγνώκαμεν (egnokamen) = hebben leren kennen | καὶ (kai) = en | πεπιστεύκαμεν (pepisteukamen) = hebben geloofd | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | ἣν (hen) = die | ἔχει (echei) = heeft | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐν (en) = in | ἡμῖν (hemin) = ons | Ὁ (Ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἀγάπη (agape) = liefde | ἐστίν (estin) = is | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = wie | μένων (menon) = blijft | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἀγάπῃ (agape) = liefde | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | μένει (menei) = blijft | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem | μένει (menei) = blijft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔχει ὁ θεὸς ἐν ἡμῖν (echei ho theos en hemin), ‘die Elohim in ons heeft’: ‘in ons’ kan ook ‘onder ons’ zijn (vergelijk vers 9). πεπιστεύκαμεν (pepisteukamen), ‘wij hebben geloofd’: het Grieks heeft ‘de liefde’ als voorwerp; wij schrijven ‘erin geloofd’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het laatste ‘blijft’ (μένει); wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Joh 4:9 ### Volkomen liefde drijft de vrees uit **4:17** Hierin is de liefde bij ons volkomen gemaakt: dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zo zijn ook wij in deze wereld. Brontekst: ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | τετελείωται (teteleiotai) = is volkomen gemaakt | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | μεθ’ (meth’) = bij | ἡμῶν (hemon) = ons | ἵνα (hina) = opdat | παρρησίαν (parresian) = vrijmoedigheid | ἔχωμεν (echomen) = wij hebben | ἐν (en) = op | τῇ (te) = de | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | τῆς (tes) = van het | κρίσεως (kriseos) = oordeel | ὅτι (hoti) = omdat | καθὼς (kathos) = zoals | ἐκεῖνός (ekeinos) = Hij | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἐσμεν (esmen) = zijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | κόσμῳ (kosmo) = wereld | τούτῳ (touto) = deze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τετελείωται (teteleiotai), ‘volkomen gemaakt’: zie 2:5. ἡ ἡμέρα τῆς κρίσεως (he hemera tes kriseos), ‘de dag van het oordeel’. ‘Zoals Hij is’: ἐκεῖνος, Yeshua (zie 2:6). κρίσις (krisis), ‘oordeel’: zie Joh. 5:24. Zie ook: Joh 5:24 **4:18** Er is geen vrees in de liefde, maar de volkomen liefde drijft de vrees naar buiten, want de vrees heeft te maken met straf. Wie vreest, is niet volkomen gemaakt in de liefde. Brontekst: φόβος (phobos) = vrees | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἀγάπῃ (agape) = liefde | ἀλλ’ (all’) = maar | ἡ (he) = de | τελεία (teleia) = volkomen | ἀγάπη (agape) = liefde | ἔξω (exo) = naar buiten | βάλλει (ballei) = drijft | τὸν (ton) = de | φόβον (phobon) = vrees | ὅτι (hoti) = omdat | ὁ (ho) = de | φόβος (phobos) = vrees | κόλασιν (kolasin) = straf | ἔχει (echei) = heeft | ὁ (ho) = wie | δὲ (de) = echter | φοβούμενος (phoboumenos) = vreest | οὐ (ou) = niet | τετελείωται (teteleiotai) = is volkomen gemaakt | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἀγάπῃ (agape) = liefde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φόβος (fobos), ‘vrees’. κόλασις (kolasis), ‘straf’: letterlijk staat er ‘de vrees heeft straf’; wij schrijven ‘heeft te maken met straf’. De tekst zegt niet of het om de straf zelf gaat of om de verwachting ervan. τελεία ἀγάπη (teleia agape), ‘volkomen liefde’: dezelfde stam als τετελείωται, ‘volkomen gemaakt’. **4:19** Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἀγαπῶμεν (agapomen) = hebben lief | ὅτι (hoti) = omdat | αὐτὸς (autos) = Hij | πρῶτος (protos) = eerst | ἠγάπησεν (egapesen) = heeft liefgehad | ἡμᾶς (hemas) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγαπῶμεν (agapomen), ‘wij hebben lief’: de vorm kan ook ‘laten wij liefhebben’ zijn. Het voorwerp ontbreekt in het Grieks; wij laten het zo. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘wij hebben lief’ (ἀγαπῶμεν); wij volgen de SBLGNT. **4:20** Als iemand zegt: „Ik heb Elohim lief”, en zijn broer haat, is hij een leugenaar. Want wie zijn broer niet liefheeft, die hij gezien heeft, kan Elohim, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben. Brontekst: ἐάν (ean) = als | τις (tis) = iemand | εἴπῃ (eipe) = zegt | ὅτι (hoti) = dat | Ἀγαπῶ (Agapo) = ik heb lief | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | μισῇ (mise) = haat | ψεύστης (pseustes) = leugenaar | ἐστίν (estin) = is | ὁ (ho) = wie | γὰρ (gar) = want | μὴ (me) = niet | ἀγαπῶν (agapon) = liefheeft | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | ὃν (hon) = die | ἑώρακεν (heoraken) = hij heeft gezien | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ὃν (hon) = die | οὐχ (ouch) = niet | ἑώρακεν (heoraken) = hij heeft gezien | οὐ (ou) = niet | δύναται (dynatai) = kan | ἀγαπᾶν (agapan) = liefhebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’: zie 1:10. Het Grieks stelt het zien van de broer tegenover het niet zien van Elohim; vergelijk vers 12. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘niet’ (οὐ); wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Joh 4:12 **4:21** En dit gebod hebben wij van Hem: dat wie Elohim liefheeft, ook zijn broer liefheeft. Brontekst: καὶ (kai) = en | ταύτην (tauten) = dit | τὴν (ten) = het | ἐντολὴν (entolen) = gebod | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | ἀπ’ (ap’) = van | αὐτοῦ (autou) = Hem | ἵνα (hina) = opdat | ὁ (ho) = wie | ἀγαπῶν (agapon) = liefheeft | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἀγαπᾷ (agapa) = liefheeft | καὶ (kai) = ook | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐντολή (entole), ‘gebod’: dit is het gebod om elkaar lief te hebben, zie 3:23 en Joh. 13:34. ‘Van Hem’: van Yeshua of van Elohim. Voetnoot : Zie ook Joh. 13:34. Zie ook: Joh 13:34 ## 1 Johannes 5 _Geloof, overwinning en getuigenis; eeuwig leven_ ### Geloof overwint de wereld **5:1** Ieder die gelooft dat Yeshua de Messias is, is uit Elohim verwekt. En ieder die de Verwekker liefheeft, heeft ook lief wie uit Hem verwekt is. Brontekst: Πᾶς (Pas) = ieder | ὁ (ho) = die | πιστεύων (pisteuon) = gelooft | ὅτι (hoti) = dat | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | χριστὸς (christos) = Messias | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | γεγέννηται (gegennetai) = verwekt is | καὶ (kai) = en | πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | ἀγαπῶν (agapon) = liefheeft | τὸν (ton) = de | γεννήσαντα (gennesanta) = Verwekker | ἀγαπᾷ (agapa) = liefheeft | καὶ (kai) = ook | τὸν (ton) = de | γεγεννημένον (gegennemenon) = verwekte | ἐξ (ex) = uit | αὐτοῦ (autou) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γεγέννηται (gegennetai), ‘is verwekt’: zie 2:29. ὁ γεννήσας (ho gennesas), ‘de Verwekker’: Elohim, de Vader; het deelwoord is letterlijk ‘hij die verwekt heeft’. ὁ γεγεννημένος ἐξ αὐτοῦ (ho gegennemenos ex autou), ‘wie uit Hem verwekt is’: de gelovige. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘ook’ (καί); wij volgen de SBLGNT. **5:2** Hieraan weten wij dat wij de kinderen van Elohim liefhebben: wanneer wij Elohim liefhebben en Zijn geboden doen. Brontekst: ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | γινώσκομεν (ginoskomen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | ἀγαπῶμεν (agapomen) = wij liefhebben | τὰ (ta) = de | τέκνα (tekna) = kinderen | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὅταν (hotan) = wanneer | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἀγαπῶμεν (agapomen) = wij liefhebben | καὶ (kai) = en | τὰς (tas) = de | ἐντολὰς (entolas) = geboden | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ποιῶμεν (poiomen) = wij doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft hier ποιέω (poieo), ‘doen’, bij de geboden; elders in de brief τηρέω (tereo), ‘onderhouden’ (2:3; 3:22; 5:3). Wij houden beide weergaven. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘doen’ (ποιῶμεν); wij volgen de SBLGNT. **5:3** Want dit is de liefde van Elohim: dat wij Zijn geboden onderhouden. En Zijn geboden zijn niet zwaar, Brontekst: αὕτη (haute) = dit | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | τὰς (tas) = de | ἐντολὰς (entolas) = geboden | αὐτοῦ (autou) = Zijn | τηρῶμεν (teromen) = wij onderhouden | καὶ (kai) = en | αἱ (hai) = de | ἐντολαὶ (entolai) = geboden | αὐτοῦ (autou) = Zijn | βαρεῖαι (bareiai) = zwaar | οὐκ (ouk) = niet | εἰσίν (eisin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἡ ἀγάπη τοῦ θεοῦ (he agape tou theou), ‘de liefde van Elohim’: zie 2:5. βαρύς (barys), ‘zwaar’: Yeshua zegt in Matt. 11:30 dat Zijn last licht is. Voetnoot : Zie ook Matt. 11:30. Zie ook: Mat 11:30 **5:4** want alles wat uit Elohim verwekt is, overwint de wereld. En dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | πᾶν (pan) = alles | τὸ (to) = wat | γεγεννημένον (gegennemenon) = verwekt is | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | νικᾷ (nika) = overwint | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | καὶ (kai) = en | αὕτη (haute) = dit | ἐστὶν (estin) = is | ἡ (he) = de | νίκη (nike) = overwinning | ἡ (he) = die | νικήσασα (nikesasa) = overwonnen heeft | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | ἡμῶν (hemon) = ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νικάω (nikao), ‘overwinnen’, en νίκη (nike), ‘overwinning’: dit is het enige voorkomen van νίκη in de brief. πᾶν τὸ γεγεννημένον (pan to gegennemenon), ‘alles wat verwekt is’: het Grieks heeft hier onzijdig enkelvoud. Vergelijk Joh. 16:33. Voetnoot : Zie ook Joh. 16:33. Zie ook: Joh 16:33 **5:5** Wie is het die de wereld overwint, behalve hij die gelooft dat Yeshua de Zoon van Elohim is? Brontekst: τίς (tis) = wie | δέ (de) = echter | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = hij die | νικῶν (nikon) = overwint | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | ὁ (ho) = hij die | πιστεύων (pisteuon) = gelooft | ὅτι (hoti) = dat | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | υἱὸς (huios) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De vraag brengt vers 1 en vers 4 samen: wie overwint de wereld? Wie gelooft dat Yeshua de Zoon van Elohim is. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘echter is’ (δέ ἐστιν); wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Joh 5:1; 1 Joh 5:4 ### Het getuigenis over de Zoon **5:6** Dit is Hij die gekomen is door water en bloed: Yeshua de Messias. Niet in het water alleen, maar in het water en in het bloed. En de Geest is het die getuigt, omdat de Geest de waarheid is. Brontekst: Οὗτός (Houtos) = deze | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = hij die | ἐλθὼν (elthon) = gekomen is | δι’ (di’) = door | ὕδατος (hydatos) = water | καὶ (kai) = en | αἵματος (haimatos) = bloed | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | Χριστός (Christos) = de Messias | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | ὕδατι (hydati) = water | μόνον (monon) = alleen | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | ὕδατι (hydati) = water | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | αἵματι (haimati) = bloed | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | πνεῦμά (pneuma) = Geest | ἐστιν (estin) = is | τὸ (to) = het | μαρτυροῦν (martyroun) = getuigende | ὅτι (hoti) = omdat | τὸ (to) = de | πνεῦμά (pneuma) = Geest | ἐστιν (estin) = is | ἡ (he) = de | ἀλήθεια (aletheia) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δι’ ὕδατος καὶ αἵματος (di’ hydatos kai haimatos), ‘door water en bloed’: de tekst zegt niet waarnaar ‘water’ en ‘bloed’ verwijzen. Vergelijk Joh. 19:34, waar bloed en water uit Yeshua’s zijde komen, en Joh. 3:5. ἐλθών (elthon), ‘gekomen’: zie 4:2. Het Geest-getuigenis: vergelijk Joh. 15:26. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘in het bloed’ (ἐν); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 19:34; Joh. 3:5; Joh. 15:26. Zie ook: Joh 3:5; Joh 15:26; Joh 19:34 **5:7** Want er zijn drie die getuigen: Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | τρεῖς (treis) = drie | εἰσιν (eisin) = zijn | οἱ (hoi) = die | μαρτυροῦντες (martyrountes) = getuigen Bron: SBLGNT **5:8** de Geest, het water en het bloed, en die drie stemmen overeen. Brontekst: τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | ὕδωρ (hydor) = water | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | αἷμα (haima) = bloed | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = die | τρεῖς (treis) = drie | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ἕν (hen) = ene | εἰσιν (eisin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰς τὸ ἕν εἰσιν (eis to hen eisin), ‘zijn tot het ene’: letterlijk ‘zijn naar het ene’; wij lezen de uitdrukking zo dat de drie getuigen op hetzelfde uitkomen, dus ‘overeenstemmen’. De drie zijn de Geest, het water en het bloed (vers 6). Zie ook: 1 Joh 5:6 **5:9** Als wij het getuigenis van mensen aannemen, is het getuigenis van Elohim groter. Want dit is het getuigenis van Elohim: dat Hij over Zijn Zoon getuigd heeft. Brontekst: εἰ (ei) = als | τὴν (ten) = het | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | τῶν (ton) = van de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | λαμβάνομεν (lambanomen) = wij aannemen | ἡ (he) = het | μαρτυρία (martyria) = getuigenis | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μείζων (meizon) = groter | ἐστίν (estin) = is | ὅτι (hoti) = omdat | αὕτη (haute) = dit | ἐστὶν (estin) = is | ἡ (he) = het | μαρτυρία (martyria) = getuigenis | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὅτι (hoti) = dat | μεμαρτύρηκεν (memartyreken) = Hij heeft getuigd | περὶ (peri) = over | τοῦ (tou) = de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μαρτυρία (martyria), ‘getuigenis’. Het getuigenis van twee of drie getuigen geldt als geldig; vergelijk Deut. 19:15 en Joh. 8:17–18. μεμαρτύρηκεν (memartyreken), ‘heeft getuigd’: een voltooide vorm. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Deut. 19:15; Joh. 8:17–18. Zie ook: Deut 19:15; Joh 8:17–18 **5:10** Wie in de Zoon van Elohim gelooft, heeft het getuigenis in zichzelf. Wie Elohim niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft in het getuigenis dat Elohim over Zijn Zoon getuigd heeft. Brontekst: ὁ (ho) = wie | πιστεύων (pisteuon) = gelooft | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἔχει (echei) = heeft | τὴν (ten) = het | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | ἐν (en) = in | αὑτῷ (hauto) = zichzelf | ὁ (ho) = wie | μὴ (me) = niet | πιστεύων (pisteuon) = gelooft | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | ψεύστην (pseusten) = leugenaar | πεποίηκεν (pepoieken) = heeft gemaakt | αὐτόν (auton) = Hem | ὅτι (hoti) = omdat | οὐ (ou) = niet | πεπίστευκεν (pepisteuken) = hij heeft geloofd | εἰς (eis) = in | τὴν (ten) = het | μαρτυρίαν (martyrian) = getuigenis | ἣν (hen) = dat | μεμαρτύρηκεν (memartyreken) = heeft getuigd | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | περὶ (peri) = over | τοῦ (tou) = de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν αὑτῷ (en hauto), ‘in zichzelf’: het getuigenis zit in de gelovige. ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’: zie 1:10. πιστεύω εἰς (pisteuo eis), ‘geloven in’, en πιστεύω τῷ θεῷ (pisteuo to theo), ‘Elohim geloven’: het Grieks gebruikt twee constructies. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘zichzelf’ (αὑτῷ); wij volgen de SBLGNT. **5:11** En dit is het getuigenis: dat Elohim ons eeuwig leven gegeven heeft, en dit leven is in Zijn Zoon. Brontekst: καὶ (kai) = en | αὕτη (haute) = dit | ἐστὶν (estin) = is | ἡ (he) = het | μαρτυρία (martyria) = getuigenis | ὅτι (hoti) = dat | ζωὴν (zoen) = leven | αἰώνιον (aionion) = eeuwig | ἔδωκεν (edoken) = heeft gegeven | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἡμῖν (hemin) = ons | καὶ (kai) = en | αὕτη (haute) = dit | ἡ (he) = het | ζωὴ (zoe) = leven | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | υἱῷ (huio) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζωὴ αἰώνιος (zoe aionios), ‘eeuwig leven’: zie 2:25 en Joh. 3:15–16. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘Elohim ons’ (ὁ θεὸς ἡμῖν); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 3:15–16. Zie ook: Joh 3:15–16 **5:12** Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van Elohim niet heeft, heeft het leven niet. Brontekst: ὁ (ho) = wie | ἔχων (echon) = heeft | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | ἔχει (echei) = heeft | τὴν (ten) = het | ζωήν (zoen) = leven | ὁ (ho) = wie | μὴ (me) = niet | ἔχων (echon) = heeft | τὸν (ton) = de | υἱὸν (huion) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τὴν (ten) = het | ζωὴν (zoen) = leven | οὐκ (ouk) = niet | ἔχει (echei) = heeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Het leven’ is hier het eeuwige leven uit vers 11. Vergelijk Joh. 3:36. Voetnoot : Zie ook Joh. 3:36. Zie ook: Joh 3:36; 1 Joh 5:11 ### Eeuwig leven en gebed **5:13** Dit heb ik jullie geschreven, zodat jullie weten dat jullie eeuwig leven hebben, jullie die geloven in de naam van de Zoon van Elohim. Brontekst: Ταῦτα (Tauta) = dit | ἔγραψα (egrapsa) = ik heb geschreven | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἵνα (hina) = opdat | εἰδῆτε (eidete) = jullie weten | ὅτι (hoti) = dat | ζωὴν (zoen) = leven | ἔχετε (echete) = jullie hebben | αἰώνιον (aionion) = eeuwig | τοῖς (tois) = aan wie | πιστεύουσιν (pisteuousin) = geloven | εἰς (eis) = in | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | τοῦ (tou) = van de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk Joh. 20:31 aan het slot van het evangelie. De brief schrijft aan wie al geloven, zodat zij weten dat zij eeuwig leven hebben. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘jullie’ (ὑμῖν), bij de woorden ‘jullie hebben eeuwig’ en bij de woorden ‘die geloven’; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 20:31. Zie ook: Joh 20:31 **5:14** En dit is de vrijmoedigheid die wij bij Hem hebben: dat Hij naar ons luistert als wij iets vragen overeenkomstig Zijn wil. Brontekst: καὶ (kai) = en | αὕτη (haute) = dit | ἐστὶν (estin) = is | ἡ (he) = de | παρρησία (parresia) = vrijmoedigheid | ἣν (hen) = die | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | πρὸς (pros) = bij | αὐτόν (auton) = Hem | ὅτι (hoti) = dat | ἐάν (ean) = als | τι (ti) = iets | αἰτώμεθα (aitometha) = wij vragen | κατὰ (kata) = overeenkomstig | τὸ (to) = de | θέλημα (thelema) = wil | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἀκούει (akouei) = Hij luistert | ἡμῶν (hemon) = naar ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: zie 2:28 en 3:21. κατὰ τὸ θέλημα αὐτοῦ (kata to thelema autou), ‘overeenkomstig Zijn wil’. Vergelijk Joh. 14:13–14. Voetnoot : Zie ook Joh. 14:13–14. Zie ook: Joh 14:13–14 **5:15** En als wij weten dat Hij naar ons luistert in alles wat wij vragen, dan weten wij dat wij de dingen hebben waarom wij Hem gevraagd hebben. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐὰν (ean) = als | οἴδαμεν (oidamen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | ἀκούει (akouei) = Hij luistert | ἡμῶν (hemon) = naar ons | ὃ (ho) = wat | ἐὰν (ean) = ook maar | αἰτώμεθα (aitometha) = wij vragen | οἴδαμεν (oidamen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | τὰ (ta) = de | αἰτήματα (aitemata) = gevraagde dingen | ἃ (ha) = die | ᾐτήκαμεν (etekamen) = wij hebben gevraagd | ἀπ’ (ap’) = van | αὐτοῦ (autou) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: αἴτημα (aitema), ‘het gevraagde’: wat men gevraagd heeft. αἰτέω (aiteo), ‘vragen’, wordt in de verzen 14–16 steeds gebruikt voor het vragen aan Elohim. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘ook maar’ (ἐάν) en bij het voorzetsel ‘van’ (ἀπ’); wij volgen de SBLGNT. **5:16** Als iemand zijn broer een zonde ziet doen die niet tot de dood is, zal hij vragen. En Hij zal hem leven geven: voor hen die niet tot de dood zondigen. Er is een zonde tot de dood. Over die zeg ik niet dat hij moet verzoeken. Brontekst: ἐάν (ean) = als | τις (tis) = iemand | ἴδῃ (ide) = ziet | τὸν (ton) = de | ἀδελφὸν (adelphon) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἁμαρτάνοντα (hamartanonta) = zondigend | ἁμαρτίαν (hamartian) = zonde | μὴ (me) = niet | πρὸς (pros) = tot | θάνατον (thanaton) = dood | αἰτήσει (aitesei) = hij zal vragen | καὶ (kai) = en | δώσει (dosei) = Hij zal geven | αὐτῷ (auto) = hem | ζωήν (zoen) = leven | τοῖς (tois) = aan hen die | ἁμαρτάνουσιν (hamartanousin) = zondigen | μὴ (me) = niet | πρὸς (pros) = tot | θάνατον (thanaton) = dood | ἔστιν (estin) = er is | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | πρὸς (pros) = tot | θάνατον (thanaton) = dood | οὐ (ou) = niet | περὶ (peri) = over | ἐκείνης (ekeines) = die | λέγω (lego) = zeg ik | ἵνα (hina) = dat | ἐρωτήσῃ (erotese) = hij verzoekt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁμαρτία πρὸς θάνατον (hamartia pros thanaton), ‘zonde tot de dood’: de tekst zegt niet welke zonde dit is. Wij voegen geen uitleg toe. ‘Hij zal vragen, en Hij zal hem leven geven’: de eerste ‘hij’ is de bidder; het onderwerp van ‘zal geven’ staat niet in het Grieks, wij lezen Elohim. ἐρωτάω (erotao), ‘verzoeken’, aan het slot is een ander woord dan αἰτέω (aiteo), ‘vragen’, eerder in het vers. **5:17** Alle onrecht is zonde, en er is zonde die niet tot de dood is. Brontekst: πᾶσα (pasa) = alle | ἀδικία (adikia) = onrecht | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἐστίν (estin) = is | καὶ (kai) = en | ἔστιν (estin) = er is | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | οὐ (ou) = niet | πρὸς (pros) = tot | θάνατον (thanaton) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδικία (adikia), ‘onrecht’: zie 1:9. ‘Alle onrecht is zonde’; tegelijk is er zonde ‘die niet tot de dood is’. Zie ook vers 16. Zie ook: 1 Joh 5:16 ### Wij weten **5:18** Wij weten dat ieder die uit Elohim verwekt is, niet zondigt. Maar Hij die uit Elohim verwekt is, bewaart hem, en de boze raakt hem niet aan. Brontekst: Οἴδαμεν (Oidamen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | πᾶς (pas) = ieder | ὁ (ho) = die | γεγεννημένος (gegennemenos) = verwekt is | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐχ (ouch) = niet | ἁμαρτάνει (hamartanei) = zondigt | ἀλλ’ (all’) = maar | ὁ (ho) = Hij die | γεννηθεὶς (gennetheis) = verwekt is | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | τηρεῖ (terei) = bewaart | αὐτόν (auton) = hem | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | πονηρὸς (poneros) = boze | οὐχ (ouch) = niet | ἅπτεται (haptetai) = raakt aan | αὐτοῦ (autou) = hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἴδαμεν (oidamen), ‘wij weten’: dit staat in de verzen 18, 19 en 20. γεγεννημένος (gegennemenos), ‘verwekt’ (voltooide tijd), en γεννηθείς (gennetheis), ‘verwekt’ (aoristus): het tweede deelwoord kan de Zoon zijn, die de gelovige bewaart; het kan ook de gelovige zelf zijn. Wij kiezen de Zoon en schrijven daarom ‘Hij’ met een hoofdletter. Zie 3:9. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘hem’ (αὐτόν); wij volgen de SBLGNT. **5:19** Wij weten dat wij uit Elohim zijn, en dat heel de wereld in de boze ligt. Brontekst: οἴδαμεν (oidamen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐσμεν (esmen) = wij zijn | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | κόσμος (kosmos) = wereld | ὅλος (holos) = heel | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | πονηρῷ (ponero) = boze | κεῖται (keitai) = ligt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν τῷ πονηρῷ (en to ponero), ‘in de boze’: de vorm kan ‘in de boze’ (de duivel) of ‘in het kwaad’ zijn; wij kiezen ‘de boze’, zoals in 2:13 en 3:12. κεῖται (keitai), ‘ligt’: zich bevinden in. **5:20** Wij weten ook dat de Zoon van Elohim gekomen is en ons inzicht gegeven heeft, zodat wij de Ware kennen. En wij zijn in de Ware, in Zijn Zoon, Yeshua de Messias. Deze is de ware Elohim en het eeuwige leven. Brontekst: οἴδαμεν (oidamen) = wij weten | δὲ (de) = ook | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = de | υἱὸς (huios) = Zoon | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἥκει (hekei) = gekomen is | καὶ (kai) = en | δέδωκεν (dedoken) = heeft gegeven | ἡμῖν (hemin) = ons | διάνοιαν (dianoian) = inzicht | ἵνα (hina) = opdat | γινώσκωμεν (ginoskomen) = wij kennen | τὸν (ton) = de | ἀληθινόν (alethinon) = Ware | καὶ (kai) = en | ἐσμὲν (esmen) = wij zijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ἀληθινῷ (alethino) = Ware | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | υἱῷ (huio) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστῷ (Christo) = de Messias | οὗτός (houtos) = deze | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | ἀληθινὸς (alethinos) = ware | θεὸς (theos) = Elohim | καὶ (kai) = en | ζωὴ (zoe) = leven | αἰώνιος (aionios) = eeuwig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἥκει (heikei), ‘is gekomen’: het werkwoord ἥκω betekent ‘gekomen zijn’ en ‘aanwezig zijn’. διάνοια (dianoia), ‘inzicht’: het vermogen om te begrijpen. ὁ ἀληθινός (ho alethinos), ‘de Ware’: zie 2:8 en Joh. 17:3. ‘Deze’ (οὗτος) kan op de Zoon slaan of op de Vader (‘de Ware’); de tekst zegt het niet. Wij laten beide open. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘wij kennen’ (γινώσκωμεν); wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Joh. 17:3. Zie ook: Joh 17:3 **5:21** Kinderen, hoed jullie voor de afgoden. Brontekst: Τεκνία (Teknia) = kinderen | φυλάξατε (phylaxate) = hoed | ἑαυτὰ (heauta) = jullie | ἀπὸ (apo) = voor | τῶν (ton) = de | εἰδώλων (eidolon) = afgoden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἴδωλον (eidolon), ‘afgod’: een beeld van een god; φυλάσσω (fylasso), ‘zich hoeden’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘afgoden’ (εἰδώλων); wij volgen de SBLGNT.