# Henoch (ספר חנוך, Sefer Chanoch) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## Henoch 1 _De zegen van Henoch; de komst van Yahweh_ ### De zegen over de uitverkorenen **1:1** Het woord van de zegen van Henoch: hoe hij de uitverkorenen en rechtvaardigen zegende, die er zullen zijn op de dag van de benauwdheid, wanneer alle kwaden en goddelozen worden weggedaan. Brontekst: ቃለ (qalä) = woord van | በረከት (bäräkät) = zegen | ዘሄኖክ (zähenok) = van Henoch | ዘከመ (zäkämä) = hoe | ባረከ (baräkä) = hij zegende | ኅሩያነ (kheruyanä) = de uitverkorenen | ወጻድቃነ (wätsadqanä) = en de rechtvaardigen | እለ (elä) = die | ሀለዉ (häläwu) = aanwezig zijn | ይኩኑ (yekunu) = zullen zijn | በዕለተ (bälätä) = op de dag van | ምንዳቤ (mendabe) = benauwdheid | ለአሰስሎ (lääsäslo) = om weg te doen | ኲሉ (kwilu) = alle | እኩያን (ekuyan) = de kwaden | ወረሲዓን (wäräsian) = en de goddelozen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **1:2** En hij nam het woord en zei: Henoch, een rechtvaardig man van Yahweh, wiens ogen geopend waren, zag een heilig visioen in de hemelen, dat de engelen mij lieten zien. En ik hoorde alles van hen, en ik begreep wat ik zag, niet voor deze generatie, maar voor een verre generatie die zal komen. Brontekst: ወአውሥአ (wääwsä) = en hij nam het woord | ወይቤ (wäybe) = en hij zei | ሄኖክ (henok) = Henoch | ብእሲ (besi) = een man | ጻድቅ (tsadq) = rechtvaardig | ዘእምኀበ (zämkhäbä) = van bij | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | እንዘ (enzä) = terwijl | አዕይንቲሁ (äyntihu) = zijn ogen | ክሡታት (kesutat) = geopend | ወይሬኢ (wäyrei) = en hij ziet | ራእየ (rayä) = een visioen | ቅዱሰ (qedusä) = heilig | ዘበሰማያት (zäbäsämayat) = dat in de hemelen is | ዘአርአዩኒ (zääräyuni) = dat mij lieten zien | መላእክት (mälakt) = de engelen | ወሰማዕኩ (wäsämaku) = en ik hoorde | እምኀቤሆሙ (emkhäbehomu) = van hen | ኲሎ (kwilo) = alles | ወአእመርኩ (wäämärku) = en ik begreep | አነ (änä) = ik | ዘእሬኢ (zärei) = wat ik zie | ወአኮ (wääko) = en niet | ለዝ (läz) = voor deze | ትውልድ (tewld) = generatie | አላ (äla) = maar | ለዘይመጽእ (läzäymäts) = voor wie komen zal | ትውልድ (tewld) = generatie | ርኁቃን (rekhuqan) = de verren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Yahweh komt **1:3** Over de uitverkorenen sprak ik, en ik nam het woord over hen: De Heilige en Grote zal uitgaan uit Zijn woning, en de Elohim van de eeuwigheid; Brontekst: በእንተ (bäntä) = over | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | እቤ (ebe) = zei ik | ወአውሣእኩ (wääwsaku) = en ik nam het woord | በእንቲአሆሙ (bäntiähomu) = over hen | ምስለ (meslä) = met | ዘይወፅእ (zäywäts) = die uitgaat | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ወዐቢይ (wääbiy) = en Grote | እማኅደሩ (emakhdäru) = uit Zijn woning | ወአምላከ (wäämlakä) = en de Elohim van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ምስለ ዘይወፅእ (‘met Hem die uitgaat’): gelezen als ‘de Heilige en Grote zal uitgaan’, zoals in de Griekse tekst (ἐξελεύσεται ὁ ἅγιος ὁ μέγας ἐκ τῆς κατοικήσεως αὐτοῦ). **1:4** en vandaar zal Hij treden op de berg Sinaï, en Hij zal verschijnen met Zijn legerschaar, en Hij zal verschijnen in de kracht van Zijn macht uit de hemel. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ይከይድ (yekäyd) = zal Hij treden | ዲበ (dibä) = op | ሲና (sina) = Sinaï | ደብር (däbr) = de berg | ወያስተርኢ (wäyastäri) = en Hij zal verschijnen | በትዕይንቱ (bätyntu) = met Zijn legerschaar | ወያስተርኢ (wäyastäri) = en Hij zal verschijnen | በጽንዐ (bätsnä) = in de kracht van | ኀይሉ (khäylu) = Zijn macht | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 33:2. Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï. Voetnoot Uitleg: በትዕይንቱ (‘met Zijn legerschaar’): de Griekse tekst heeft hier παρεμβολή (‘legerplaats’). Zie ook: Deut 33:2 **1:5** En allen zullen vrezen, en de Wachters zullen beven, en vrees en grote siddering zullen hen overvallen tot aan de uiteinden van de aarde. Brontekst: ወይፈርህ (wäyfärh) = en zal vrezen | ኲሉ (kwilu) = alle | ወያድለቀልቁ (wäyadläqälqu) = en zullen beven | ትጉሃን (teguhan) = de Wachters | ወይነሥኦሙ (wäynäsomu) = en zal hen overvallen | ፍርሀት (ferhät) = vrees | ወረዓድ (wäräad) = en siddering | ዐቢይ (äbiy) = grote | እስከ (eskä) = tot | አጽናፈ (ätsnafä) = de uiteinden van | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **1:6** En de hoge bergen zullen wankelen, en de hoge heuvels zullen neerzakken en smelten als was voor de vlam. Brontekst: ወይደነግፁ (wäydänägtsu) = en zullen wankelen | አድባር (ädbar) = bergen | ነዋኃን (näwakhan) = hoge | ወይቴሐቱ (wäytehätu) = en zullen neerzakken | አውግር (äwgr) = heuvels | ነዋኃት (näwakhat) = hoge | ወይትመሰዉ (wäytmäsäwu) = en zullen smelten | ከመ (kämä) = als | መዓረ (mäarä) = honing van | ግራ (gera) = ግራ (onzeker woord) | እምላህብ (emlahb) = voor de vlam Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Micha 1:3–4. Voetnoot Lezing: ከመ መዓረ ግራ እምላህብ (letterlijk ‘als honing van ግራ voor de vlam’): het woord ግራ is onzeker. Gelezen als ‘als was voor de vlam’, zoals de Engelse vertaling van 1912 vertaalt. Zie ook: Mi 1:3–4 **1:7** En de aarde zal wegzinken, en alles wat op de aarde is zal vergaan, en er zal oordeel zijn over allen, en over de rechtvaardigen, over hen allen. Brontekst: ወትሠጠም (wätsätäm) = en zal wegzinken | ምድር (medr) = de aarde | ወኲሉ (wäkwilu) = en alles | ዘውስተ (zäwstä) = wat op | ምድር (medr) = de aarde | ይትሐጐል (yethägwäl) = zal vergaan | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ፍትሕ (feth) = oordeel | ላዕለ (lalä) = over | ኲሉ (kwilu) = alle | ወላዕለ (wälalä) = en over | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Vrede voor de rechtvaardigen **1:8** Maar voor de rechtvaardigen zal Hij vrede maken, en Hij zal de uitverkorenen behoeden, en er zal ontferming over hen zijn. Zij zullen allen van Elohim zijn, en voorspoedig zijn en gezegend worden, en het licht van Elohim zal over hen stralen. Brontekst: ለጻድቃንሰ (lätsadqansä) = maar voor de rechtvaardigen | ሰላመ (sälamä) = vrede | ይገብር (yegäbr) = zal Hij maken | ሎሙ (lomu) = voor hen | ወየዐቅቦሙ (wäyääqbomu) = en Hij zal hen behoeden | ለኅሩያን (läkhruyan) = de uitverkorenen | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ሣህል (sahl) = ontferming | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | ወይከውኑ (wäykäwnu) = en zij zullen zijn | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ዘአምላክ (zäämlak) = van Elohim | ወይሤርሑ (wäyserhu) = en zij zullen voorspoedig zijn | ወይትባረኩ (wäytbaräku) = en zij zullen gezegend worden | ወይሀርህ (wäyhärh) = en zal stralen | ሎሙ (lomu) = voor hen | ብርሃነ (berhanä) = het licht van | አምላክ (ämlak) = Elohim Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **1:9** En zie, Hij is gekomen met tienduizendtallen heiligen om oordeel over hen te doen en de goddelozen te verdelgen, en om met al wat vlees is in het gericht te gaan over alles wat de zondaars en de goddelozen deden en Hem aandeden. Brontekst: ወናሁ (wänahu) = en zie | መጽአ (mätsä) = Hij is gekomen | በትእልፈት (bätlfät) = met tienduizendtallen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ከመ (kämä) = als | ይግበር (yegbär) = te doen | ፍትሐ (fethä) = oordeel | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | ወያሐጒሎሙ (wäyahägwilomu) = en hen te verdelgen | ለረሲዓን (läräsian) = de goddelozen | ወይትዋቀስ (wäytwaqäs) = en in het gericht te gaan | ኲሎ (kwilo) = alles | ዘሥጋ (zäsga) = wat vlees is | በእንተ (bäntä) = over | ኲሉ (kwilu) = alle | ዘገብሩ (zägäbru) = wat zij deden | ወረሰዩ (wäräsäyu) = en aandeden | ላዕሌሁ (lalehu) = tegen Hem | ኃጥአን (khatän) = de zondaars | ወረሲዓን (wäräsian) = en de goddelozen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Judas 1:14–15. Zie ook: Jud 1:14–15 ## Henoch 2 _Beschouwt de werken van Elohim_ ### De vaste orde van de schepping **2:1** Beschouw alles wat in de hemel is, het werk dat daar geschiedt, hoe de lichten in de hemel hun banen niet veranderen, hoe zij allen opgaan en ondergaan, geordend, ieder op zijn tijd, en hun gebod niet overschrijden. Brontekst: ጠየቁ (täyäqu) = beschouw | ኲሎ (kwilo) = alles | ዘውስተ (zäwstä) = wat op | ሰማይ (sämay) = hemel | ግብረ (gebrä) = het werk van | እፎ (efo) = hoe | ኢይመይጡ (iymäytu) = zij veranderen niet | ፍናዊሆሙ (fenawihomu) = hun banen | ብርሃናት (berhanat) = de lichten | ዘውስተ (zäwstä) = wat op | ሰማይ (sämay) = hemel | ከመ (kämä) = als | ኲሉ (kwilu) = alle | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | ሥሩዕ (seru) = geordend | ኲሉ (kwilu) = alle | በበዘመኑ (bäbäzämänu) = ieder op zijn tijd | ወኢይትዐደዉ (wäiytädäwu) = en zij overschrijden niet | እምትእዛዞሙ (emtzazomu) = hun gebod Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **2:2** Kijk naar de aarde en let op het werk dat daarop geschiedt, van het begin tot het einde: hoe niets daarvan verandert, maar al het werk van Elohim voor jullie zichtbaar wordt. Brontekst: ርእይዋ (reywa) = kijk naar haar | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወለብዉ (wäläbwu) = en let op | በእንተ (bäntä) = over | ምግባር (megbar) = het werk | ዘይትገበር (zäytgäbär) = dat geschiedt | ላዕሌሃ (laleha) = op haar | እምቀዳሚ (emqädami) = van het begin | እስከ (eskä) = tot | ተፍጻሜቱ (täftsametu) = zijn einde | ከመ (kämä) = als | እይትመየጥ (eytmäyät) = dat niet verandert | ኲሉ (kwilu) = alle | ግብሩ (gebru) = Zijn werk | ለአምላክ (läämlak) = van Elohim | እንዘ (enzä) = terwijl | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **2:3** Kijk naar de zomer en de regentijd: hoe heel de aarde vol water is, en wolk en dauw en regen op haar rusten. Brontekst: ርእይዎ (reywo) = kijk naar | ለሐጋይ (lähägay) = de zomer | ወለክረምት (wäläkrämt) = en de regentijd | ከመ (kämä) = als | ኲላ (kwila) = heel | ምድር (medr) = de aarde | መልአት (mälät) = zij is vol van | ማየ (mayä) = water | ወደመና (wädämäna) = en wolk | ወጠል (wätäl) = en dauw | ወዝናም (wäznam) = en regen | የዐርፍ (yäärf) = rust | ላዕሌሃ (laleha) = op haar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 3 _De bomen in de regentijd_ **3:1** Beschouw en zie hoe alle bomen eruitzien alsof zij verdord zijn en al hun bladeren zijn afgevallen, behalve veertien bomen, die hun loof niet verliezen, maar het oude behouden tot het nieuwe komt, na twee of drie regentijden. Brontekst: ጠየቁ (täyäqu) = beschouw | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ከመ (kämä) = als | ኲሉ (kwilu) = alle | ዐፀው (ätsäw) = de bomen | እፎ (efo) = hoe | ያስተርእዩ (yastäryu) = zij schijnen | ከመ (kämä) = als | ይቡስ (yebus) = verdord | ወኲሉ (wäkwilu) = en alles | አቊጽሊሆሙ (äqwitslihomu) = hun bladeren | ንጉፋት (negufat) = afgevallen | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | ፲ወ፬ዐፀው (፲wä፬ätsäw) = veertien bomen | ዘኢይትነገፍኡ (zäiytnägäfu) = die niet afvallen | እለ (elä) = die | ይጸንሑ (yetsänhu) = zij wachten | እምብሉይ (embluy) = vanaf het oude | እስከ (eskä) = tot | ይመጽእ (yemäts) = komt | ሐዲስ (hädis) = het nieuwe | እም፪ወእም፫ክረምት (em፪wäm፫krämt) = na twee of drie regentijden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ወርኢኩ (‘en ik zag’): de vorm staat in de eerste persoon. Gelezen als gebiedende wijs ‘en zie’ (ወርእዩ), zoals in 5:3, omdat de zin de lezers toespreekt. ## Henoch 4 _De zomer_ **4:1** En beschouw opnieuw de dagen van de zomer: hoe de zon boven de aarde tegenover haar staat. En jullie zoeken beschutting en schaduw vanwege de hitte van de zon, en ook de aarde brandt van de gloed van de hitte, en jullie kunnen niet op de aarde lopen, noch op een rots, vanwege haar hitte. Brontekst: ወዳግመ (wädagmä) = en opnieuw | ጠየቁ (täyäqu) = beschouw | መዋዕለ (mäwalä) = de dagen van | ሐጋይ (hägay) = de zomer | ከመ (kämä) = als | ኮነ (konä) = is | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ላእሌሃ (laleha) = boven haar | በቅድሜሃ (bäqdmeha) = tegenover haar | ወአንትሙሰ (wääntmusä) = en jullie | ተኀሥሡ (täkhässu) = zoeken | ምጽላለ (metslalä) = beschutting | ወጽላሎተ (wätslalotä) = en schaduw | በእንተ (bäntä) = over | ዋዕየ (wayä) = de hitte van | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወምድርኒ (wämdrni) = en ook de aarde | ትውዒ (tewi) = brandt | እሙቀተ (emuqätä) = door de gloed van | ሐሩር (härur) = hitte | ወአንትሙሰ (wääntmusä) = en jullie | ኢትክሉ (itklu) = jullie kunnen niet | ከይዶታ (käydota) = op haar lopen | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወኢኰኲሐ (wäikwäkwihä) = en niet op een rots | በእንተ (bäntä) = over | ዋእያ (waya) = haar hitte Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 5 _Het einde van de goddelozen en de erfenis van de uitverkorenen_ ### De trouw van de schepping **5:1** Beschouw hoe de bomen zich bedekken met groene bladeren en vrucht dragen, en let op alles en weet, zoals Hij die leeft tot in eeuwigheid dit alles voor jullie gemaakt heeft. Brontekst: ጠየቁ (täyäqu) = beschouw | እፎ (efo) = hoe | ዕፀው (etsäw) = de bomen | በሐመልማለ (bähämälmalä) = met het groen van | አቊጽል (äqwitsl) = bladeren | ይትክደኑ (yetkdänu) = zij bedekken zich | ወይፈርዩ (wäyfäryu) = en dragen vrucht | ወለብዉ (wäläbwu) = en let op | በእንተ (bäntä) = over | ኲሉ (kwilu) = alle | ወአእምሩ (wäämru) = en weet | በከመ (bäkämä) = zoals | ገብረ (gäbrä) = Hij maakte | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እሎንተ (elontä) = deze | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ዘሕያው (zähyaw) = Hij die leeft | ለዓለም (läaläm) = tot in eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De verzen zijn genummerd naar de zinnen van de Ge'ez-tekst; de Engelse vertaling van 1912 verdeelt hoofdstuk 5 anders (vooral 5:6–7, naar de Griekse tekst). **5:2** En Zijn werk is voor Hem van jaar tot jaar, wat er geschiedt, en al Zijn werk dient Hem en verandert niet, maar zoals Elohim het heeft bepaald, zo geschiedt alles. Brontekst: ወምግባሩ (wämgbaru) = en Zijn werk | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem | ለለዓመት (läläamät) = van jaar tot jaar | ዘይከውን (zäykäwn) = wat geschiedt | ወኲሉ (wäkwilu) = en alles | ምግባሩ (megbaru) = Zijn werk | ይትቀነዩ (yetqänäyu) = zij dienen | ሎቱ (lotu) = Hem | ወኢይትመየጡ (wäiytmäyätu) = en zij veranderen niet | አላ (äla) = maar | በከመ (bäkämä) = zoals | ሠርዐ (särä) = Hij heeft bepaald | አምላክ (ämlak) = Elohim | ከመዝ (kämäz) = zo | ይትገበር (yetgäbär) = geschiedt | ኲሉ (kwilu) = alle Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **5:3** En kijk hoe de zeeën en de rivieren samen hun werk voltooien. Brontekst: ወርእዩ (wäryu) = en kijk | እፎ (efo) = hoe | አብህርት (äbhrt) = de zeeën | ወአፍላግ (wääflag) = en de rivieren | ኅቡረ (kheburä) = samen | ይፌጽሙ (yefetsmu) = zij voltooien | ግብሮሙ (gebromu) = hun werk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Het oordeel over de goddelozen **5:4** Maar jullie hebben niet volhard en het gebod van Yahweh niet gedaan, maar jullie hebben het overtreden en gelasterd met grote en harde woorden uit jullie onreine mond tegen Zijn grootheid. Jullie die hard van hart zijn: voor jullie zal er geen vrede zijn. Brontekst: ወአንትሙሰ (wääntmusä) = en jullie | ኢተዐገሥክሙ (itäägäskmu) = jullie hebben niet volhard | ወኢገበርክሙ (wäigäbärkmu) = en jullie hebben niet gedaan | ትእዛዘ (tezazä) = het gebod van | እግዚእ (egzi) = Yahweh | እላ (ela) = maar | ተዐደውክሙ (täädäwkmu) = jullie hebben overtreden | ወሐመይክሙ (wähämäykmu) = en jullie hebben gelasterd | ዓቢያተ (abiyatä) = grote | ወድሩካተ (wädrukatä) = en harde | ቃላተ (qalatä) = woorden | በአፍ (bääf) = met de mond | ርኩስት (rekust) = onrein | ዘዚአክሙ (zäziäkmu) = van jullie | ላዕለ (lalä) = over | ዕበየ (ebäyä) = de grootheid van | ዚአሁ (ziähu) = Hem | ይቡሳነ (yebusanä) = droog van | ልብ (leb) = hart | ኢትከውነክሙ (itkäwnäkmu) = er zal niet zijn voor jullie | ሰላም (sälam) = vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **5:5** En daarom zullen jullie je dagen vervloeken, en de jaren van jullie leven zullen verloren gaan, en de eeuwige vervloeking zal talrijk worden, en er zal geen ontferming voor jullie zijn. Brontekst: ወበእንተዝ (wäbäntäz) = en daarom | አንትሙ (äntmu) = jullie | መዋዕሊክሙ (mäwalikmu) = jullie dagen | ትረግሙ (terägmu) = jullie zullen vervloeken | ወዓመታተ (wäamätatä) = en de jaren van | ሕይወትክሙ (heywätkmu) = jullie leven | ተሐጒሉ (tähägwilu) = zullen verloren gaan | ወይበዝኅ (wäybäzkh) = en zal talrijk worden | መርገም (märgäm) = vervloeking | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ወኢይከውነክሙ (wäiykäwnäkmu) = en er zal niet zijn voor jullie | ሣህል (sahl) = ontferming Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **5:6** In die dagen zullen jullie je vrede overgeven tot eeuwige vervloeking voor alle rechtvaardigen, en de zondaars zullen jullie voortdurend vervloeken, jullie samen met de zondaars. Brontekst: በውእቱ (bäwtu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ትሁቡ (tehubu) = jullie zullen overgeven | ሰላመ (sälamä) = vrede | ዚአክሙ (ziäkmu) = jullie | በርግመት (bärgmät) = tot vervloeking | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወኪያክሙ (wäkiyakmu) = en jullie | ይረግሙ (yerägmu) = zij vervloeken | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ዘልፈ (zälfä) = voortdurend | ወለክሙ (wäläkmu) = en voor jullie | ኅቡረ (kheburä) = samen | ምስለ (meslä) = met | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De uitverkorenen beërven de aarde **5:7** Maar voor de uitverkorenen zal er licht zijn en vreugde en vrede, en zij zullen de aarde beërven. En voor jullie, goddelozen, zal er vervloeking zijn. Brontekst: ወለኅሩያንሰ (wäläkhruyansä) = en voor de uitverkorenen | ይከውን (yekäwn) = er zal zijn | ብርሃን (berhan) = licht | ወፍሥሓ (wäfsha) = en vreugde | ወሰላም (wäsälam) = en vrede | ወእሙንቱ (wämuntu) = en zij | ይወርስዋ (yewärswa) = zij zullen beërven | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወለክሙሰ (wäläkmusä) = en voor jullie | ረሲዓን (räsian) = goddelozen | ይከውነክሙ (yekäwnäkmu) = er zal zijn voor jullie | ርግመት (regmät) = vervloeking Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Psalm 37:11 en Matteüs 5:5. Voetnoot Uitleg: De Ge'ez-tekst heeft ፍሥሓ (‘vreugde’); de Engelse vertaling van 1912 vertaalt hier ‘grace’ (genade). Zie ook: Ps 37:11; Mat 5:5 **5:8** En dan zal aan de uitverkorenen wijsheid gegeven worden, en zij allen zullen leven en de zonde niet herhalen, noch door goddeloosheid noch door hoogmoed; maar wie wijsheid hebben, zullen zich nederig buigen en de zonde niet herhalen. Brontekst: ወአመሂ (wäämähi) = en dan | ይትወሀቦሙ (yetwähäbomu) = zal hun gegeven worden | ለኅሩያን (läkhruyan) = de uitverkorenen | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | እሎንቱ (elontu) = die | የሐይዉ (yähäywu) = zij zullen leven | ወኢይደግሙ (wäiydägmu) = en zij zullen niet herhalen | አበሳ (äbäsa) = zonde | ኢበረሲዕ (ibäräsi) = niet door goddeloosheid | ወኢበትዕቢት (wäibätbit) = en niet door hoogmoed | አላ (äla) = maar | ይገንዩ (yegänyu) = zij zullen zich nederig buigen | ዘቦሙ (zäbomu) = die hebben | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ኢይደግሙ (iydägmu) = zij herhalen niet | አብሶ (äbso) = zonde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **5:9** En zij zullen niet geoordeeld worden al de dagen van hun leven, en niet sterven door plaag of toorn, maar het getal van de dagen van hun leven volbrengen. En hun leven zal groeien in vrede, en de jaren van hun vreugde zullen talrijk worden in jubel en eeuwige vrede, al de dagen van hun leven. Brontekst: ወኢይትኴነኑ (wäiytkwenänu) = en zij zullen niet geoordeeld worden | ኲሎ (kwilo) = alles | መዋእለ (mäwalä) = de dagen van | ሕይወቶሙ (heywätomu) = hun leven | ወኢይመውቱ (wäiymäwtu) = en zij zullen niet sterven | በመቅሠፍት (bämäqsäft) = door plaag | ወኢበመዓት (wäibämäat) = en niet door toorn | አላ (äla) = maar | ኊልቈ (khwilqwä) = het getal van | መዋዕለ (mäwalä) = de dagen van | ሕይወቶሙ (heywätomu) = hun leven | ይፌጽሙ (yefetsmu) = zij voltooien | ወይልህቅ (wäylhq) = en zal groeien | ሕይወቶሙ (heywätomu) = hun leven | በሰላም (bäsälam) = in vrede | ወዓመታተ (wäamätatä) = en de jaren van | ፍሥሓሆሙ (feshahomu) = hun vreugde | ይበዝኅ (yebäzkh) = zal talrijk worden | በሐሤት (bähäset) = in jubel | ወበሰላም (wäbäsälam) = en in vrede | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ውስተ (westä) = in | ኲሉ (kwilu) = alle | መዋእለ (mäwalä) = de dagen van | ሕይወቶሙ (heywätomu) = hun leven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 6 _De Wachters verbinden zich door een eed_ ### De engelen begeren de dochters der mensen **6:1** En het geschiedde, nadat de mensenkinderen zich vermenigvuldigd hadden, dat hun in die dagen mooie en schone dochters werden geboren. Brontekst: ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | እምዘ (emzä) = nadat | በዝኁ (bäzkhu) = zij zich vermenigvuldigden | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋእል (mäwal) = dagen | ተወልደ (täwäldä) = werd geboren | ሎሙ (lomu) = voor hen | አዋልድ (äwald) = dochters | ሠናያት (sänayat) = mooie | ወላህያት (wälahyat) = en schone Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **6:2** En de engelen, de kinderen van de hemelen, zagen hen en begeerden hen, en zij zeiden onder elkaar: Kom, laten wij vrouwen kiezen uit de mensenkinderen en kinderen verwekken. Brontekst: ወርእዩ (wäryu) = en aanschouwt | ኪያሆን (kiyahon) = hen | መላእክት (mälakt) = de engelen | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ወፈተውዎን (wäfätäwwon) = en zij begeerden hen | ወይቤሉ (wäybelu) = en zij zeiden | በበይናቲሆሙ (bäbäynatihomu) = onder elkaar | ንዑ (neu) = kom | ንኅረይ (nekhräy) = laten wij kiezen | ለነ (länä) = voor ons | አንስተ (änstä) = vrouwen | እምውሉደ (emwludä) = uit de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ወንለድ (wänläd) = en laten wij verwekken | ለነ (länä) = voor ons | ውሉደ (weludä) = de kinderen van Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:1–4. Zie ook: Gen 6:1–4 **6:3** En Semjaza, die hun leider was, zei tot hen: Ik vrees dat jullie dit werk misschien niet willen, en dat ik alleen de boete zal moeten dragen voor deze grote zonde. Brontekst: ወይቤሎሙ (wäybelomu) = en hij zei tot hen | ስምያዛ (semyaza) = Semjaza | ዘውእቱ (zäwtu) = die was | መልአኮሙ (mäläkomu) = hun leider | እፈርህ (efärh) = ik vrees | ዮጊ (yogi) = dat misschien | ኢትፈቅዱ (itfäqdu) = jullie niet willen | ይትገበር (yetgäbär) = geschiedt | ዝንቱ (zentu) = dit | ግብር (gebr) = werk | ወእከውን (wäkäwn) = en ik zal zijn | አነ (änä) = ik | ባሕቲትየ (bahtityä) = alleen ik | ፈዳዪሃ (fädayiha) = de boeteling van | ለዛቲ (läzati) = voor deze | ኅጢአት (khetiät) = zonde | ዐባይ (äbay) = grote Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: መልአኮሙ (‘hun leider’): het woord is hetzelfde als ‘engel’ (መልአክ); hier vertaald als ‘leider’, zoals ook de Engelse vertaling van 1912 doet. **6:4** En zij antwoordden hem allen en zeiden: Laten wij allen een eed zweren en elkaar met een ban binden, dat wij dit raadsbesluit niet zullen opgeven, maar het ook zullen uitvoeren. Brontekst: ወአውሥኡ (wääwsu) = en zij antwoordden | ሎቱ (lotu) = hem | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ወይቤሉ (wäybelu) = en zij zeiden | መሐላ (mähäla) = een eed | ንምሐል (nemhäl) = laten wij zweren | ኲልነ (kwilnä) = wij allen | ወንትዋገዝ (wäntwagäz) = en laten wij elkaar binden met een ban | በበይናቲነ (bäbäynatinä) = onder ons | ከመ (kämä) = als | ኢንሚጣ (inmita) = wij niet afwenden | ለዛቲ (läzati) = voor deze | ምክር (mekr) = raadsbesluit | ወንግበራ (wängbära) = en wij doen het | ለዛቲ (läzati) = voor deze | ምክር (mekr) = raadsbesluit | ግብረ (gebrä) = het werk van Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De eed op de Hermon **6:5** Toen zwoeren zij allen samen en bonden zij zich allen onder elkaar daaraan met een ban. En zij waren er tweehonderd. Brontekst: አሜሃ (ämeha) = toen | መሐሉ (mähälu) = zij zwoeren | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ኅቡረ (kheburä) = samen | ወአውገዙ (wääwgäzu) = en zij bonden zich met een ban | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | በበይናቲሆሙ (bäbäynatihomu) = onder elkaar | ቦቱ (botu) = daaraan | ወኮኑ (wäkonu) = en zij waren | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ፪፻ (፪፻) = tweehonderd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **6:6** En zij daalden af op Ardis, dat is de top van de berg Hermon, en zij noemden de berg Hermon, omdat zij daarop gezworen hadden en zich onder elkaar met een ban gebonden hadden. Brontekst: ወወረዱ (wäwärädu) = en zij daalden af | ውስተ (westä) = in | አርዲስ (ärdis) = Ardis | ዝውእቱ (zewtu) = dat is | ድማሑ (demahu) = de top van | ለደብረ (lädäbrä) = de berg | አርሞን (ärmon) = Hermon | ወጸውዕዎ (wätsäwwo) = en zij noemden hem | ለደብረ (lädäbrä) = de berg | አርሞን (ärmon) = Hermon | እስመ (esmä) = omdat | መሐሉ (mähälu) = zij zwoeren | ቦቱ (botu) = daaraan | ወአውገዙ (wääwgäzu) = en zij bonden zich met een ban | በበይናቲሆሙ (bäbäynatihomu) = onder elkaar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:18 (Jered). Zie Hermon: De Hermon is de hoogste berg van het gebied, op de grens van het huidige Libanon en Syrië. Voetnoot Uitleg: ደብረ አርሞን (‘de berg Hermon’): de tekst verklaart de naam uit de ban (አውገዙ) die de engelen daar over zich uitspraken; zie Hebreeuws חֵרֶם (‘ban’). ድማሑ (‘zijn uiteinde’) is hier vertaald als ‘top’. Voetnoot Lezing: In de Ge'ez-tekst waarop de Engelse vertaling van 1912 berust (en in het Grieks) staat hier ‘in de dagen van Jered’, met een woordspel op ‘afdalen’ (Hebreeuws יָרַד); in de Ge'ez-tekst van Beta Masaheft ontbreekt dit. Zie ook: Gen 5:18 ### De namen van de oversten **6:7** En dit zijn de namen van hun oversten: Semjaza, die hun leider was, Urakibarameël, Akibeël, Tamiël, Ramuël, Danël, Ezeqeël, Saraqyal, Asaël, Armers, Batraël, Anani, Zaqebe, Samsaweël, Sartaël, Turël, Jomjaël, Arazjal. Brontekst: ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | ለመላእክቲሆሙ (lämälaktihomu) = van hun engelen | ስምያዛ (semyaza) = Semjaza | ዘውእቱ (zäwtu) = die was | መልአኮሙ (mäläkomu) = hun leider | ኡራኪበራሜኤል (urakibärameel) = Urakibarameël | አኪበኤል (äkibäel) = Akibeël | ጣሚኤል (tamiel) = Tamiël | ራሙኤል (ramuel) = Ramuël | ዳንኤል (danel) = Danël | ኤዜቄኤል (ezeqeel) = Ezeqeël | ሰራቁያል (säraquyal) = Saraqyal | አሳኤል (äsael) = Asaël | አርምርስ (ärmrs) = Armers | በጥረአል (bäträäl) = Batraël | አናንኢ (änani) = Anani | ዘቄቤ (zäqebe) = Zaqebe | ሰምሳዌኤል (sämsaweel) = Samsaweël | ሰርተኤል (särtäel) = Sartaël | ጡርኤል (turel) = Turël | ዮምያኤል (yomyael) = Jomjaël | አራዝያል (ärazyal) = Arazjal Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **6:8** Dit zijn de oversten van de tweehonderd engelen en van de anderen allen met hen. Brontekst: እሉ (elu) = deze | እሙንቱ (emuntu) = zij | ሀበይቶሙ (häbäytomu) = de oversten van hen | ለ፪፻መላእክት (lä፪፻mälakt) = de tweehonderd engelen | ወባዕዳን (wäbadan) = en de anderen | ኲሉ (kwilu) = alle | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 7 _De reuzen_ ### De Wachters nemen vrouwen **7:1** En zij namen vrouwen voor zich, en ieder koos voor zichzelf er één, en zij begonnen bij hen binnen te gaan en zich met hen te verbinden. En zij leerden hun toverkunsten en bezweringen en het afsnijden van wortels, en maakten hun planten bekend. Brontekst: ወነሥኡ (wänäsu) = en zij namen | ሎሙ (lomu) = voor hen | አንስትያ (änstya) = vrouwen | ወኀረየ (wäkhäräyä) = en hij koos | ኲሉ (kwilu) = alle | ለለርእሱ (lälärsu) = ieder voor zichzelf | አሐተ (ähätä) = één | አሐተ (ähätä) = één | ወወጠኑ (wäwätänu) = en zij begonnen | ይባኡ (yebau) = binnen te gaan | ኀቤሆን (khäbehon) = bij hen | ወተደመሩ (wätädämäru) = en zij verbonden zich | ምስሌሆን (meslehon) = met hen | ወመሐርዎን (wämähärwon) = en zij leerden hen | ሥራያተ (serayatä) = toverkunsten | ወስብዓታተ (wäsbatatä) = en bezweringen | ወመቲረ (wämätirä) = en het afsnijden van | ሥርው (serw) = wortels | ወዕፀው (wätsäw) = en planten | አመርዎን (ämärwon) = zij maakten hen bekend met Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **7:2** En zij werden zwanger en baarden grote reuzen, en hun gestalte was elk drieduizend el. Brontekst: ወእማንቱሰ (wämantusä) = en zij | ፀንሳ (tsänsa) = zij werden zwanger | ወወለዳ (wäwäläda) = en baarden | ረዓይተ (räaytä) = reuzen | ዐበይተ (äbäytä) = grote | ወቆሞሙ (wäqomomu) = en hun gestalte | በበ (bäbä) = elk | ፴፻ (፴፻) = drieduizend | በእመት (bämät) = in el Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:4. Voetnoot Uitleg: Een el is ongeveer 45 centimeter; 3000 el is dus ongeveer 1350 meter. Zie ook: Gen 6:4 **7:3** Zij aten de hele arbeid van de mensen, totdat de mensen hen niet meer van voedsel konden voorzien. Brontekst: እሉ (elu) = deze | በልዑ (bälu) = aten | ኲሎ (kwilo) = alles | ፃማ (tsama) = de arbeid van | ሰብእ (säb) = mensen | እስከ (eskä) = tot | ስእንዎሙ (senwomu) = het hun ontbrak | ሴስዮተ (sesyotä) = voedsel | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ሴስዮተ (‘voedsel’) is een zeldzaam woord; de zin is gelezen als ‘totdat de mensen hen niet meer van voedsel konden voorzien’. **7:4** En de reuzen keerden zich tegen hen om de mensen te eten. Brontekst: ወተመይጡ (wätämäytu) = en zij keerden zich | ረዓይት (räayt) = de reuzen | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | ይብልዕዎሙ (yeblwomu) = om hen te eten | ለሰብእ (läsäb) = de mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **7:5** En zij begonnen te zondigen tegen vogels en wilde dieren en wat kruipt en tegen vissen, en zij aten elkaars vlees en dronken het bloed daarvan. Brontekst: ወወጠኑ (wäwätänu) = en zij begonnen | የአብሱ (yääbsu) = zij zondigden | በአዕዋፍ (bääwaf) = tegen vogels | ወዲበ (wädibä) = en tegen | አራዊት (ärawit) = wilde dieren | ወበዘይትሐወስ (wäbäzäythäwäs) = en tegen wat kruipt | ወበዓሣት (wäbäasat) = en tegen vissen | ወሥጋሆሙ (wäsgahomu) = en hun vlees | በበይናቲሆሙ (bäbäynatihomu) = onder elkaar | ይትባልዑ (yetbalu) = zij aten elkaar | ወደመ (wädämä) = en bloed | ይስትዩ (yestyu) = zij dronken | እምኔሃ (emneha) = daarvan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **7:6** Toen klaagde de aarde de wetteloze aan. Brontekst: አሜሃ (ämeha) = toen | ምድር (medr) = de aarde | ሰከየቶሙ (säkäyätomu) = zij klaagde hen aan | ለዐማፅያን (läämatsyan) = de wetteloze Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 8 _Azazel en de verdorven kennis_ ### Azazel leert de mensen **8:1** En Azazel leerde de mensen zwaarden en messen en schilden en borstpantsers te maken, en hij toonde hun wat daarna komt en het bewerken ervan, armbanden en sieraden en het gebruik van oogzwart en het verfraaien van de oogleden, en kostbare en uitgelezen stenen van elke soort, en alle kleurstoffen, en de verandering van de wereld. Brontekst: ወአዛዝኤል (wääzazel) = en Azazel | መሐሮሙ (mähäromu) = hij leerde hen | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ገቢረ (gäbirä) = te maken | አስይፍት (äsyft) = zwaarden | ወመጥባሕት (wämätbaht) = en messen | ወወልታ (wäwälta) = en schilden | ወድርዓ (wädra) = en pantsers | እንግድዓ (engda) = van de borst | ወአርአዮሙ (wääräyomu) = en hij toonde hun | ዘእምድኅሬሆሙ (zämdkhrehomu) = wat na hen komt | ወምግባረሆሙ (wämgbarähomu) = en hun bewerking | አውቃፋተ (äwqafatä) = armbanden | ወሠርጐ (wäsärgwä) = en sieraden | ወተኲሕሎተ (wätäkwihlotä) = en het gebruik van oogzwart | ወአሠንዮ (wääsänyo) = en het verfraaien van | ቀራንብት (qäranbt) = de oogleden | ወእብነ (wäbnä) = en stenen | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | እብን (ebn) = steen | ክቡረ (keburä) = kostbare | ወኅሩየ (wäkhruyä) = en uitgelezen | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ጥምዓታተ (tematatä) = kleurstoffen | ኅብር (khebr) = kleuren | ወተውላጠ (wätäwlatä) = en de verandering van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Lev. 16:8. Voetnoot Lezing: ዘእምድኅሬሆሙ (‘wat na hen komt’): onzeker. De Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘de metalen van de aarde’. Zie ook: Lev 16:8 **8:2** En er kwam grote en veel goddeloosheid, en zij bedreven ontucht, en zij dwaalden en werden verdorven op al hun wegen. Brontekst: ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ርስዐት (resät) = goddeloosheid | ዓቢይ (abiy) = grote | ወብዙኅ (wäbzukh) = en veel | ዘምዎ (zämwo) = zij bedreven ontucht | ወስሕቱ (wäshtu) = en zij dwaalden | ወማሰና (wämasäna) = en zij werden verdorven | ኲሉ (kwilu) = alle | ፍናዊሆሙ (fenawihomu) = hun banen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **8:3** Amazarak leerde alle bezweerders en wortelsnijders; Armaros het ontbinden van bezweringen; Barakel de beschouwers van de sterren; Kokabel de tekenen; Tamiël leerde het zien van de ster; en Asradel leerde de loop van de maan. Brontekst: አሜዛራክ (ämezarak) = Amazarak | መሀረ (mähärä) = leerde | ኲሎ (kwilo) = alles | መሳብዕያነ (mäsabyanä) = de bezweerders | ወመታርያነ (wämätaryanä) = en de wortelsnijders | ሥርዋት (serwat) = van wortels | አርማሮስ (ärmaros) = Armaros | ፈትሐ (fäthä) = het ontbinden van | ስብዓታተ (sebatatä) = de bezweringen | ወበረቅዓል (wäbäräqal) = en Barakel | ረዓይያነ (räayyanä) = de beschouwers van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ወኮከብኤል (wäkokäbel) = en Kokabel | ትእምርታተ (temrtatä) = de tekenen | ወጥምኤል (wätmel) = en Tamiël | መሀረ (mähärä) = leerde | ራእየ (rayä) = een visioen | ኮከብ (kokäb) = de ster | ወአስራድኤል (wääsradel) = en Asradel | መሀረ (mähärä) = leerde | ሩፀተ (rutsätä) = de loop van | ወርኅ (wärkh) = de maan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De lijst in deze Ge'ez-tekst is korter dan in de Engelse vertaling van 1912. **8:4** En bij het omkomen van de mensen riepen zij, en hun stem bereikte de hemel. Brontekst: ወበኅጒለተ (wäbäkhgwilätä) = en bij het omkomen van | ሰብእ (säb) = mensen | ጸርሑ (tsärhu) = zij riepen | ወበጽሐ (wäbätshä) = en het bereikte | ቃሎሙ (qalomu) = hun stem | ሰማየ (sämayä) = de hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 9 _De klacht van de zielen en de engelen_ ### De engelen zien het bloed op de aarde **9:1** En toen keken Michaël en Gabriël en Surjan en Urjan neer uit de hemel, en zij zagen veel bloed dat op de aarde vergoten werd, en al het onrecht dat op de aarde bedreven werd. Brontekst: ወአሜሃ (wäämeha) = en toen | ሐወጹ (häwätsu) = zij keken neer | ሚካኤል (mikael) = Michaël | ወገብርኤል (wägäbrel) = en Gabriël | ወሱርያን (wäsuryan) = en Surjan | ወኡርያን (wäuryan) = en Urjan | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ወርእዩ (wäryu) = en aanschouwt | ብዙኃ (bezukha) = veel | ደመ (dämä) = bloed | ዘይትከዐው (zäytkääw) = dat vergoten wordt | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ዓመፃ (amätsa) = onrecht | ዘይትገበር (zäytgäbär) = dat geschiedt | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De vier namen zijn hier Michaël, Gabriël, Surjan en Urjan; zo staan ze in de Ge'ez-tekst van Beta Masaheft. **9:2** En zij zeiden onder elkaar: De stem van hun geroep — de ontblote aarde heeft geroepen tot de poort van de hemel. Brontekst: ወይቤሉ (wäybelu) = en zij zeiden | በበይናቲሆሙ (bäbäynatihomu) = onder elkaar | ቃለ (qalä) = woord van | ጽራኃቲሆሙ (tserakhatihomu) = hun geroep | ዕራቃ (eraqa) = ontbloot | ጸርኀት (tsärkhät) = zij riep | ምድር (medr) = de aarde | እስከ (eskä) = tot | አንቀጸ (änqätsä) = de poort van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **9:3** En nu, u heiligen van de hemel, de zielen van de mensen klagen en zeggen: Breng ons recht bij de Allerhoogste. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ኦቅዱሳነ (oqdusanä) = o heiligen | ሰማይ (sämay) = hemel | ይሰክዩ (yesäkyu) = zij klagen | ነፍሳተ (näfsatä) = de zielen van | ሰብእ (säb) = mensen | እንዘ (enzä) = terwijl | ይብሉ (yeblu) = zeggend | አብኡ (äbu) = breng | ለነ (länä) = voor ons | ፍትሐ (fethä) = oordeel | ኀበ (khäbä) = tot | ልዑል (leul) = de Allerhoogste Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ይሰክዩ (‘zij klagen’) is dezelfde stam als ሰከየቶሙ in 7:6. ### Het gebed tot de Koning **9:4** En zij zeiden tot hun Heer, de Koning: U bent de Heer van de heren en de Elohim van de goden en de Koning van de koningen, en de troon van Uw heerlijkheid is in alle geslachten van de wereld, en Uw naam is heilig en verheerlijkt in alle geslachten van de wereld, en gezegend en verheerlijkt bent U. Brontekst: ወይቤሉ (wäybelu) = en zij zeiden | ለእግዚኦሙ (lägziomu) = tot hun Heer | ለንጉሥ (längus) = de Koning | እስመ (esmä) = omdat | እግዚኦሙ (egziomu) = hun Heer | ለአጋእዝት (läägazt) = der heren | ወአምላኮሙ (wäämlakomu) = en hun Elohim | ለአማልክት (läämalkt) = der goden | ወንጉሦሙ (wängusomu) = en hun Koning | ለነገሥት (länägäst) = der koningen | ወመንበረ (wämänbärä) = en de troon van | ስብሐቲከ (sebhätikä) = Uw heerlijkheid | ውስተ (westä) = in | ኲሎ (kwilo) = alles | ትውልደ (tewldä) = geslacht | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወስምከ (wäsmkä) = en Uw naam | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ወስቡሕ (wäsbuh) = en verheerlijkt | ውስተ (westä) = in | ኲሉ (kwilu) = alle | ትውልደ (tewldä) = geslacht | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወቡሩክ (wäburuk) = en gezegend | ወስቡሕ (wäsbuh) = en verheerlijkt | አንተ (äntä) = U Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 10:17 en Ps. 136:2–3. Zie ook: Deut 10:17; Ps 136:2–3 **9:5** U hebt alles gemaakt, en de macht over alles is bij U, en alles is onthuld en openbaar voor U; U ziet alles, en niemand kan zich voor U verbergen. Brontekst: ገበርከ (gäbärkä) = U hebt gemaakt | ኲሎ (kwilo) = alles | ወሥልጣነ (wäsltanä) = en de macht over | ኲሉ (kwilu) = alle | ምስሌከ (meslekä) = bij U | ወኲሉ (wäkwilu) = en alles | ክሡት (kesut) = onthuld | ቅድሜከ (qedmekä) = voor U | ወግሁድ (wäghud) = en openbaar | ወአንተ (wääntä) = en U | ትሬኢ (terei) = ziet | ኲሎ (kwilo) = alles | ወአልቦ (wäälbo) = en er is niemand | ዘይትከሀል (zäytkähäl) = die kan | ይትኀባእ (yetkhäba) = zich verbergen | እምኔከ (emnekä) = voor U Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Hebr. 4:13 en Ps. 139:11–12. Zie ook: Ps 139:11–12; Heb 4:13 ### De aanklacht tegen Azazel en Semjaza **9:6** U hebt gezien wat Azazel gedaan heeft, hoe hij al het onrecht op de aarde geleerd heeft en de verborgenheden van de wereld openbaar gemaakt heeft, die in de hemelen geschieden. Brontekst: ርኢኬ (reike) = U hebt gezien | ዘገብረ (zägäbrä) = wat deed | አዛዝኤል (äzazel) = Azazel | ዘከመ (zäkämä) = hoe | መሀረ (mähärä) = leerde | ኲሎ (kwilo) = alles | ዓመፃ (amätsa) = onrecht | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወአግሀደ (wääghädä) = en hij maakte openbaar | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | እለ (elä) = die | ይትገበራ (yetgäbära) = die geschieden | በሰማያት (bäsämayat) = in de hemelen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **9:7** En Semjaza, aan wie U macht gegeven hebt om te heersen over hen die met hem zijn, heeft bezweringen bekendgemaakt. Brontekst: ወአመረ (wäämärä) = en hij maakte bekend | ስብዐታተ (sebätatä) = bezweringen | ስምያዛ (semyaza) = Semjaza | ዘአንተ (zääntä) = aan wie U | ወሀብኮ (wähäbko) = gaf hem | ሥልጣነ (seltanä) = macht | ይኰንን (yekwänn) = om te heersen | እለ (elä) = die | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ኅቡረ (kheburä) = samen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **9:8** En zij zijn samen naar de dochters van de mensen gegaan en hebben bij hen gelegen, bij die vrouwen, en zij zijn onrein geworden en hebben hun deze zonden bekendgemaakt. Brontekst: ወሖሩ (wähoru) = en zij gingen | ኀበ (khäbä) = tot | አዋልደ (äwaldä) = de dochters van | ሰብእ (säb) = mensen | ኅቡረ (kheburä) = samen | ወሰከቡ (wäsäkäbu) = en zij lagen | ምስሌሆን (meslehon) = met hen | ምስለ (meslä) = met | እልኩ (elku) = die | አንስት (änst) = vrouwen | ወረኲሱ (wäräkwisu) = en zij werden onrein | ወአግሀዱ (wääghädu) = en zij maakten bekend | ሎን (lon) = aan hen | እሎንተ (elontä) = deze | ኃጣውአ (khatawä) = zonden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **9:9** En de vrouwen baarden reuzen, en daarom is de hele aarde vol geworden van bloed en onrecht. Brontekst: ወአንስትሰ (wäänstsä) = en de vrouwen | ወለዳ (wäläda) = baarden | ረዓይተ (räaytä) = reuzen | ወበዝ (wäbäz) = en daarom | መልአት (mälät) = zij is vol van | ኲላ (kwila) = heel | ምድር (medr) = de aarde | ደመ (dämä) = bloed | ወዐመፃ (wäämätsa) = en onrecht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **9:10** En nu, zie, de zielen van hen die gestorven zijn roepen en klagen tot de poort van de hemel, en hun jammerklacht is opgestegen, en zij kunnen niet weg uit de tegenwoordigheid van het onrecht dat op de aarde bedreven wordt. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ናሁ (nahu) = zie | ይጸርሑ (yetsärhu) = roepen | ነፍሳት (näfsat) = de zielen | እለ (elä) = die | ሞቱ (motu) = gestorven zijn | ወይሰክዩ (wäysäkyu) = en klagen | እስከ (eskä) = tot | አንቀጸ (änqätsä) = de poort van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወዐርገ (wäärgä) = en opsteeg | ገዓሮሙ (gäaromu) = hun jammerklacht | ወኢይክሉ (wäiyklu) = en zij kunnen niet | ወፂአ (wätsiä) = uitgaan | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ዘይትገበር (zäytgäbär) = dat geschiedt | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **9:11** En U kent alles voordat het geschiedt, en U kent dit en wat van hen is, en U zegt ons niets: wat moeten wij hun hierom aandoen? Brontekst: ወአንተ (wääntä) = en U | ተአምር (täämr) = U kent | ኲሎ (kwilo) = alles | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | ይኩን (yekun) = het geschiedt | ወአንተ (wääntä) = en U | ተአምር (täämr) = U kent | ዘንተ (zäntä) = dit | ወዘዚአሆሙ (wäzäziähomu) = en wat van hen is | ወአልቦ (wäälbo) = en er is niemand | ዘትነግረነ (zätnägränä) = dat U ons zegt | ወምንት (wämnt) = en wat | መፍትው (mäftw) = betaamt | ንረስዮሙ (neräsyomu) = dat wij hun aandoen | በእንተ (bäntä) = over | ዝንቱ (zentu) = dit Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 10 _Het oordeel over Azazel en de Wachters_ ### Arsjalalyur wordt naar Noach gezonden **10:1** En toen sprak de Allerhoogste, de Grote en Heilige, en Hij zond Arsjalalyur tot de zoon van Lemech, en zei tot hem: Brontekst: ወአሜሃ (wäämeha) = en toen | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ዐቢይ (äbiy) = grote | ወቅዱስ (wäqdus) = en heilig | ተናገረ (tänagärä) = sprak | ወፈነዎ (wäfänäwo) = en zond hem | ለአርስየላልዩር (läärsyälalyur) = Arsjalalyur | ኀበ (khäbä) = waar | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ላሜክ (lamek) = Lemech | ወይቤሎ (wäybelo) = en zeide tot hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:28–29. Zie ook: Gen 5:28–29 **10:2** **„Zeg hem in Mijn naam: Verberg jezelf! En maak hem het einde bekend dat komt, want de hele aarde zal verloren gaan, en het water van de zondvloed is op het punt over de hele aarde te komen, en wat daarin is zal verloren gaan.** Brontekst: በሎ (bälo) = zeg hem | በስመ (bäsmä) = in de naam | ዚአየ (ziäyä) = Mijn | ኅባእ (kheba) = verberg | ርእሰከ (resäkä) = jezelf | ወአግህድ (wääghd) = en maak bekend | ሎቱ (lotu) = hem | ፍጻሜ (fetsame) = het einde | ዘይመጽእ (zäymäts) = dat komt | እስመ (esmä) = omdat | ትትሐጐል (tethägwäl) = zal verloren gaan | ምድር (medr) = de aarde | ኲላ (kwila) = heel | ወማየ (wämayä) = en het water van | አይኅ (äykh) = de zondvloed | ይመጽእ (yemäts) = komt | ሀሎ (hälo) = is op het punt | ዲበ (dibä) = op | ኲላ (kwila) = heel | ምድር (medr) = de aarde | ወይትኀጐል (wäytkhägwäl) = en zal verloren gaan | ዘሀሎ (zähälo) = wat is | ውስቴታ (westeta) = daarin Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:3** **En leer hem nu hoe hij kan ontkomen en zijn nageslacht kan blijven voor de hele aarde.”** Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | መሀሮ (mähäro) = leer hem | ከመ (kämä) = als | ይንፍጽ (yenfts) = hij ontkomt | ወይንበር (wäynbär) = en blijft | ዘርኡ (zäru) = zijn nageslacht | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Azazel wordt gebonden **10:4** En Yahweh zei opnieuw tot Rafaël: **„Bind Azazel aan zijn handen en zijn voeten en werp hem in de duisternis, en maak een opening in de woestijn die in Dudaël is, en werp hem daar.** Brontekst: ወይቤሎ (wäybelo) = en zeide tot hem | ካዕበ (kabä) = opnieuw | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ለሩፋኤል (lärufael) = tot Rafaël | እስሮ (esro) = bind | ለአዛዝኤል (lääzazel) = Azazel | በእዴሁ (bädehu) = aan zijn handen | ወእገሪሁ (wägärihu) = en zijn voeten | ወደዮ (wädäyo) = en werp hem | ውስተ (westä) = in | ጽልመት (tselmät) = duisternis | ወአብቅዋ (wääbqwa) = en maak een opening in | ለገዳም (lägädam) = de woestijn | እንተ (entä) = die | ሀለወት (häläwät) = is | በዱዳኤል (bädudael) = in Dudaël | ወደዮ (wädäyo) = en werp hem | ህየ (heyä) = daar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Lev. 16:10 en 16:22. Voetnoot Uitleg: ዱዳኤል (‘Dudaël’) is de plaats in de woestijn waar Azazel gebonden wordt; de naam wordt verbonden met Beth Chaduda in de buurt van Jeruzalem (Misjna, Joma). Zie ook: Lev 16:10; Lev 16:22 **10:5** **En leg ruwe en scherpe stenen op hem, en bedek hem met duisternis, en laat hem daar blijven voor eeuwig, en bedek zijn gezicht, opdat hij het licht niet ziet.** Brontekst: ወደይ (wädäy) = en leg | ላዕሌሁ (lalehu) = op hem | አዕባነ (äbanä) = stenen | ጠዋያተ (täwayatä) = ruwe | ወበሊኃተ (wäbälikhatä) = en scherpe | ወክድኖ (wäkdno) = en bedek hem | ጽልመተ (tselmätä) = met duisternis | ወህየ (wähyä) = en daar | ይኅድር (yekhdr) = laat hem blijven | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወክድኖ (wäkdno) = en bedek hem | ለገጹ (lägätsu) = zijn gezicht | ከመ (kämä) = als | እይርአይ (eyräy) = hij niet ziet | ብርሃነ (berhanä) = het licht van Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:6** **En op de grote dag van het oordeel zal hij in de gloed weggezonden worden.** Brontekst: ወበዕለት (wäbälät) = en op de dag van | ዐባይ (äbay) = grote | እንተ (entä) = die | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ከመ (kämä) = als | ይትፈነው (yetfänäw) = hij wordt weggezonden | ውስተ (westä) = in | ዋዕይ (way) = de gloed Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:7** **En genees de aarde die de engelen verdorven hebben, en maak de genezing van de aarde bekend, dat Ik de aarde zal genezen, en dat niet alle mensenkinderen verloren gaan door het geheim van alles wat de Wachters bekendgemaakt en hun zonen geleerd hebben.** Brontekst: ወአሕይዋ (wäähywa) = en genees | ለምድር (lämdr) = de aarde | እንተ (entä) = die | አማሰኑ (ämasänu) = hebben verdorven | መላእክት (mälakt) = de engelen | ወሕይወታ (wähywäta) = en de genezing van | ለምድር (lämdr) = de aarde | አይድዕ (äyd) = maak bekend | ከመ (kämä) = als | አሐይዋ (ähäywa) = dat Ik genees | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወኢይትኃጐሉ (wäiytkhagwälu) = en dat niet verloren gaan | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | በምሥጢረ (bämstirä) = door het geheim van | ኲሉ (kwilu) = alle | ዘቀተሉ (zäqätälu) = wat zij doodden | ትጉሃን (teguhan) = de Wachters | ወመሀሩ (wämähäru) = en leerden | ለውሉዶሙ (läwludomu) = hun zonen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ዘቀተሉ (‘wat zij doodden’): past niet in de zin. Gelezen als ‘bekendmaakten’, zoals de Engelse vertaling van 1912 vertaalt (‘disclosed’). **10:8** **En de hele aarde is verdorven door het onderricht in het werk van Azazel; schrijf op hem alle zonde.”** Brontekst: ወማሰነት (wämasänät) = en verdorven werd | ኲላ (kwila) = heel | ምድር (medr) = de aarde | በትምህርተ (bätmhrtä) = door het onderricht van | ግብሩ (gebru) = zijn werk | ለአዛዝኤል (lääzazel) = Azazel | ወላዕሌሁ (wälalehu) = en op hem | ጸሐፍ (tsähäf) = schrijf | ኲሎ (kwilo) = alle | ኀጢአተ (khätiätä) = zonde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Gabriël en Michaël **10:9** En tot Gabriël zei Yahweh: **„Ga tegen de bastaarden en de verworpenen en tegen de kinderen van de ontucht, en verdelg de kinderen van de ontucht en de kinderen van de Wachters uit de mensen, en breng hen uit en zend hen tegen elkaar, en zij zelf zullen in de strijd omkomen, want zij zullen geen lang leven hebben.** Brontekst: ወለገብርኤል (wälägäbrel) = en tot Gabriël | ይቤሎ (yebelo) = zeide tot hem | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | ሑር (hur) = ga | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ለመንዝራን (lämänzran) = de bastaarden | ወለምኑናን (wälämnunan) = en de verworpenen | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ዘማ (zäma) = ontucht | ወአኅጒሎሙ (wääkhgwilomu) = en verdelg hen | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ዘማ (zäma) = ontucht | ወለውሉደ (wäläwludä) = en de kinderen van | ትጉሃን (teguhan) = de Wachters | እምሰብእ (emsäb) = uit de mensen | ወአውፅኦሙ (wääwtsomu) = en breng hen uit | ወፈንዎሙ (wäfänwomu) = en zend hen | በበይናቲሆሙ (bäbäynatihomu) = onder elkaar | እሙንቱ (emuntu) = zij | ወለሊሆሙ (wälälihomu) = en zijzelf | በቀትል (bäqätl) = in de strijd | ይትኀጐሉ (yetkhägwälu) = zullen omkomen | እስመ (esmä) = omdat | ኑኃ (nukha) = lengte | መዋዕል (mäwal) = dagen | አልቦሙ (älbomu) = zij hebben niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:10** **En allen zullen jou vragen, en het zal niet zijn voor hun vaders ter wille van hen, want zij hopen op eeuwig leven, en dat ieder van hen vijfhonderd jaar zal leven.”** Brontekst: ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ይስእሉከ (yeslukä) = zullen jou vragen | ወኢይከውን (wäiykäwn) = en het zal niet zijn | ለአበዊሆሙ (lääbäwihomu) = voor hun vaders | በእንቲአሆሙ (bäntiähomu) = over hen | እስመ (esmä) = omdat | ይሴፈዉ (yesefäwu) = zij hopen | ሕይወተ (heywätä) = leven | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ወከመ (wäkämä) = en dat | ይሕየዉ (yehyäwu) = zij zullen leven | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ፭፻ክራማተ (፭፻kramatä) = vijfhonderd jaar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:11** En tot Michaël zei Yahweh: **„Maak bekend aan Semjaza en aan de anderen die met hem zijn, die zich met de vrouwen verenigd hebben, dat zij verdorven worden met hen in al hun onreinheid.** Brontekst: ወለሚካኤል (wälämikael) = en tot Michaël | ይቤሎ (yebelo) = zeide tot hem | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | አይድዕ (äyd) = maak bekend | ለስምያዛ (läsmyaza) = aan Semjaza | ወለካልኣን (wäläkalan) = en aan de anderen | እለ (elä) = die | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | እለ (elä) = die | ኀብሩ (khäbru) = zich verenigd hebben | ምስለ (meslä) = met | አንስት (änst) = vrouwen | ከመ (kämä) = als | ይማስኑ (yemasnu) = zij verdorven worden | ምስሌሆን (meslehon) = met hen | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ርኲሰ (rekwisä) = onreinheid van | ዚአሆን (ziähon) = hunner Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: አይድዕ (‘maak bekend’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘ga, bind Semjaza’; de Ge'ez-tekst van Beta Masaheft heeft het werkwoord ‘maak bekend’. **10:12** **Wanneer al hun zonen elkaar doden, en wanneer zij het verderf van hun geliefden zien, bind hen dan voor zeventig geslachten onder de heuvels van de aarde, tot de dag van hun oordeel en hun einde, totdat het oordeel van eeuwigheid tot eeuwigheid voltooid wordt.** Brontekst: ሶበ (sobä) = wanneer | ይትራገዙ (yetragäzu) = elkaar doden | ኲሉ (kwilu) = alle | ውሉዶሙ (weludomu) = hun zonen | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይሬእዩ (yereyu) = zij zien | ሐጒሎሙ (hägwilomu) = het verderf van | ለፍቁራኒሆሙ (läfquranihomu) = hun geliefden | እስሮሙ (esromu) = bind hen | ለ፸ትውልድ (lä፸twld) = zeventig geslachten | በመትሕተ (bämäthtä) = onder | አውግረ (äwgrä) = de heuvels van | ምድር (medr) = de aarde | እስከ (eskä) = tot | ዕለተ (elätä) = de dag van | ኲነኔሆሙ (kwinänehomu) = hun oordeel | ወተፍጻሜቶሙ (wätäftsametomu) = en hun einde | እስከ (eskä) = tot | ይትፌጸም (yetfetsäm) = voltooid wordt | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዘለዓለመ (zäläalämä) = eeuwig | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:13** **En in die dagen zullen zij weggevoerd worden naar de diepte van het vuur, in kwelling, en in het huis van de gevangenis zullen zij voor eeuwig opgesloten worden.** Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይወስድዎሙ (yewäsdwomu) = zij voeren hen weg | ውስተ (westä) = in | መትሕተ (mäthtä) = de diepte van | እሳት (esat) = vuur | በፃዕር (bätsar) = in kwelling | ወበቤተ (wäbäbetä) = en in het huis van | ሞቅሕ (moqh) = gevangenis | ይትዓፀዉ (yetatsäwu) = zij worden opgesloten | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:14** **En dan zal hij branden en verdorven worden; van nu af zullen zij samen met hen gebonden worden tot het einde van geslacht na geslacht.** Brontekst: ወሶቤሃ (wäsobeha) = en dan | ይውዒ (yewi) = hij brandt | ወይማስን (wäymasn) = en wordt verdorven | እምይእዜ (emyze) = van nu af | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | ኅቡረ (kheburä) = samen | ይትአሰሩ (yetäsäru) = zij worden gebonden | እስከ (eskä) = tot | ተፍጻሜተ (täftsametä) = het einde van | ትውልደ (tewldä) = geslacht | ትውልድ (tewld) = generatie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:15** **En verdelg alle geesten van de lust en de kinderen van de Wachters, omdat zij de mensen onrecht gedaan hebben.** Brontekst: ወአኅጒሎሙ (wääkhgwilomu) = en verdelg hen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ነፍሳተ (näfsatä) = de zielen van | ተውኔት (täwnet) = spel, lust | ወለውሉዶሙ (wäläwludomu) = en voor hun zonen | ለትጉሃን (lätguhan) = de Wachters | እስመ (esmä) = omdat | ገፍዕዎሙ (gäfwomu) = zij hebben onrecht gedaan | ለሰብእ (läsäb) = de mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ተውኔት (‘spel, lust’): onzeker; gelezen als ‘de lust’. ### De aarde wordt gereinigd **10:16** **Verdelg al het onrecht van het aangezicht van de aarde, en alle kwade werken zullen ophouden, en de plant van gerechtigheid en waarheid zal verschijnen, en het zal tot zegen zijn. Het werk van gerechtigheid en waarheid zullen zij voor eeuwig in vreugde planten.** Brontekst: አኅጒል (äkhgwil) = verdelg | ኲሎ (kwilo) = alle | ግፍዐ (gefä) = onrecht | እምገጸ (emgätsä) = van het aangezicht van | ምድር (medr) = de aarde | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ምግባር (megbar) = het werk | እኩይ (ekuy) = kwaad | ይኅልቅ (yekhlq) = zal ophouden | ወያስተርኢ (wäyastäri) = en Hij zal verschijnen | ተክለ (täklä) = de plant van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወርትዕ (wärt) = en waarheid | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ለበረከት (läbäräkät) = tot zegen | ግብር (gebr) = werk | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወርትዕ (wärt) = en waarheid | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | በፍሥሓ (bäfsha) = in vreugde | ይተክሉ (yetäklu) = zij zullen planten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:17** **En dan zullen alle rechtvaardigen zich nederig buigen en levend blijven totdat zij duizend verwekken, en al de dagen van hun jeugd en hun sabbat zullen zij in vrede voltooien.** Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ይገንዩ (yegänyu) = zij zullen zich nederig buigen | ወይከውኑ (wäykäwnu) = en zij zullen zijn | ሕያዋነ (heyawanä) = levend | እስከ (eskä) = tot | ይወልዱ (yewäldu) = zij verwekken | ፲፻ (፲፻) = duizend | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ውርዙቶሙ (werzutomu) = hun jeugd | ወሰንበተ (wäsänbätä) = en sabbat | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | ይፌጽሙ (yefetsmu) = zij voltooien | በሰላም (bäsälam) = in vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ይገንዩ (‘zij buigen zich nederig’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘ontkomen’. ሰንበት (‘sabbat’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘ouderdom’. **10:18** **En in die dagen zal de hele aarde in gerechtigheid bewerkt worden, en geheel beplant worden met bomen, en vol zijn van zegen.** Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ትትገበር (tetgäbär) = zal bewerkt worden | ኲላ (kwila) = heel | ምድር (medr) = de aarde | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | ወኲለንታሃ (wäkwiläntaha) = en geheel | ትተከል (tetäkäl) = zal beplant worden | ዕፀወ (etsäwä) = met bomen | ወትመልዕ (wätmäl) = en zal vol zijn | በረከተ (bäräkätä) = van zegen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:19** **En alle bomen van vreugde zullen zij daarop planten, en zij zullen wijnstokken daarop planten. En de wijnstok die daarop geplant wordt zal vrucht dragen in overvloed, en al het zaad dat daarop gezaaid wordt, elke maat zal duizend voortbrengen, en elke maat olijven zal tien persen olie voortbrengen.** Brontekst: ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ዕፀወ (etsäwä) = met bomen | ኃሤት (khaset) = vreugde | ይተክሉ (yetäklu) = zij zullen planten | ዲቤሃ (dibeha) = daarop | ወይተክሉ (wäytäklu) = en zij zullen planten | ዲቤሃ (dibeha) = daarop | እውያነ (ewyanä) = wijnstokken | ወወይን (wäwäyn) = en wijnstok | ዘይተከል (zäytäkäl) = die geplant wordt | ዲቤሃ (dibeha) = daarop | ይገብር (yegäbr) = zal Hij maken | ፍሬ (fere) = vrucht | ለጽጋብ (lätsgab) = in overvloed | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ዘርእ (zär) = zaad | ዘይዘራእ (zäyzära) = dat gezaaid wordt | ዲቤሃ (dibeha) = daarop | አሐቲ (ähäti) = één | መስፈርት (mäsfärt) = maat | ትገብር (tegäbr) = zal voortbrengen | እልፈ (elfä) = duizend | ወአሐቲ (wäähäti) = en één | መስፈርተ (mäsfärtä) = maat van | ኤልያስ (elyas) = olijven | ትገብር (tegäbr) = zal voortbrengen | ፲ምክያዳተ (፲mkyadatä) = tien persen | ዘይት (zäyt) = olie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: እውያነ is onzeker; gelezen als ‘wijnstokken’, zoals de Engelse vertaling van 1912 vertaalt. **10:20** **En reinig jij de aarde van alle geweld en van alle onrecht en van alle zonde en van alle goddeloosheid en van alle onreinheid die op de aarde bedreven wordt; doe hen van de aarde vergaan.** Brontekst: ወአንተ (wääntä) = en jij | አንጽሓ (äntsha) = reinig | ለምድር (lämdr) = de aarde | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ግፍዕ (gef) = geweld | ወእምኲሉ (wämkwilu) = en van alle | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወእምኲሉ (wämkwilu) = en van alle | ኀጢአት (khätiät) = zonde | ወእምኲሉ (wämkwilu) = en van alle | ረሲዕ (räsi) = goddeloosheid | ወእምኲሉ (wämkwilu) = en van alle | ርኲስ (rekwis) = onreinheid | ዘይትገበር (zäytgäbär) = dat geschiedt | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | አኅልቆሙ (äkhlqomu) = doe hen vergaan | እምዲበ (emdibä) = van op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:21** **En alle mensenkinderen zullen rechtvaardig zijn, en alle volken zullen dienen en Mij zegenen, en allen zullen zich voor Mij neerbuigen.** Brontekst: ወይኩኑ (wäykunu) = en zij zullen zijn | ኲሉ (kwilu) = alle | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ጻድቃነ (tsadqanä) = rechtvaardig | ወይኩኑ (wäykunu) = en zij zullen zijn | ኲሉ (kwilu) = alle | አሕዛብ (ähzab) = de volken | ያምልኩ (yamlku) = zij zullen dienen | ወይባርኩ (wäybarku) = en zegenen | ኪያየ (kiyayä) = Mij | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ሊተ (litä) = voor Mij | ይሰግዱ (yesägdu) = zich neerbuigen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **10:22** **En de aarde zal gereinigd worden van alle verdorvenheid en van alle zonde en van alle plaag en van alle kwelling, en Ik zal geen zondvloed meer op haar zenden, van geslacht tot geslacht en tot in eeuwigheid.”** Brontekst: ወትነጽሕ (wätnätsh) = en gereinigd zal worden | ምድር (medr) = de aarde | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ሙስና (musna) = verdorvenheid | ወእምኲሉ (wämkwilu) = en van alle | ኃጢአት (khatiät) = zonde | ወእምኲሉ (wämkwilu) = en van alle | መቅሠፍት (mäqsäft) = plaag | ወእምኲሉ (wämkwilu) = en van alle | ፃዕር (tsar) = kwelling | ወኢይደግም (wäiydägm) = en niet meer zal | ከመ (kämä) = als | እፈኑ (efänu) = Ik zend | ዲቤሃ (dibeha) = daarop | አይኃ (äykha) = een zondvloed | ለትውልደ (lätwldä) = van geslacht | ትውልድ (tewld) = generatie | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 9:11. Zie ook: Gen 9:11 ## Henoch 11 _De zegen van de eindtijd_ ### De schatkamers van de zegen **11:1** **„En in die dagen zal Ik de schatkamers van zegen openen die in de hemel zijn, om ze neer te laten dalen op de aarde, op het werk en de arbeid van de mensenkinderen.** Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | እፈትሕ (efäth) = Ik zal openen | መዛግብተ (mäzagbtä) = de schatkamers van | በረከት (bäräkät) = zegen | እለ (elä) = die | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | ከመ (kämä) = als | አውርዶሙ (äwrdomu) = ze neer te laten dalen | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ዲበ (dibä) = op | ግብሮሙ (gebromu) = hun werk | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ፃማሆሙ (tsamahomu) = hun arbeid | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 28:12 en Mal. 3:10. Zie ook: Deut 28:12; Mal 3:10 **11:2** **Vrede en waarheid zullen verenigd zijn in alle dagen van de wereld en in alle geslachten van de wereld.”** Brontekst: ሰላም (sälam) = vrede | ወርትዐ (wärtä) = en waarheid | ሱቱፋነ (sutufanä) = verenigd | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | መዋዕለ (mäwalä) = de dagen van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወበኲሉ (wäbäkwilu) = en in alle | ትውልደ (tewldä) = geslacht | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 85:11. Zie ook: Ps 85:12 ## Henoch 12 _Henoch en de Wachters_ ### Henoch verborgen **12:1** En vóór dit alles was Henoch verborgen, en niemand van de mensenkinderen wist waar hij verborgen was, en waar hij was, en wat er van hem geworden was. Brontekst: ወእምቅድመ (wämqdmä) = en vóór | ኲሉ (kwilu) = alle | ነገር (nägär) = dingen | ተከብተ (täkäbtä) = was verborgen | ሄኖክ (henok) = Henoch | ወአልቦ (wäälbo) = en er is niemand | ዘየአምሮ (zäyäämro) = die wist | እምውሉደ (emwludä) = uit de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | በኀበ (bäkhäbä) = waar | ተከብተ (täkäbtä) = was verborgen | ወኅበ (wäkhbä) = en waar | ሀሎ (hälo) = is op het punt | ወምንተ (wämntä) = en wat | ኮነ (konä) = is Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:24. Zie ook: Gen 5:24 **12:2** En al zijn werk was met de heiligen en met de Wachters in zijn dagen. Brontekst: ወኲሉ (wäkwilu) = en alles | ግብሩ (gebru) = zijn werk | ምስለ (meslä) = met | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወምስለ (wämslä) = en met | ትጉሃን (teguhan) = de Wachters | በመዋዕለ (bämäwalä) = in de dagen van | ዚአሁ (ziähu) = hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 4:13, 17 en 23. Voetnoot Uitleg: ትጉሃን (‘de Wachters’, letterlijk ‘de waakzamen’): de benaming komt ook in Daniël voor, waar een ‘wachter’ (Aramees עִיר) uit de hemel neerdaalt. Zie ook: Dan 4:10 ### De opdracht aan Henoch **12:3** En ik, Henoch, zegende Yahweh, de Grote, en de Koning van de wereld, en zie, de Wachters riepen mij, Henoch, de schrijver, en zeiden tot mij: Brontekst: ወአነ (wäänä) = en ik | ሄኖክ (henok) = Henoch | ኮንኩ (konku) = was | እባርኮ (ebarko) = ik zegende | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh | ዐቢይ (äbiy) = grote | ወለንጉሠ (wälängusä) = en de Koning van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወናሁ (wänahu) = en zie | ትጉሃን (teguhan) = de Wachters | ይጼውዑኒ (yetsewuni) = zij riepen mij | ሊተ (litä) = voor mij | ለሄኖክ (lähenok) = Henoch | ጸሓፊ (tsähafi) = de schrijver | ወይቤሉኒ (wäybeluni) = en zij zeiden tot mij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **12:4** „Henoch, schrijver van gerechtigheid, ga, maak bekend aan de Wachters van de hemel, die de hoge hemel en de heilige, eeuwige verblijfplaats verlaten hebben en zich met vrouwen verdorven hebben en gedaan hebben zoals de mensenkinderen doen, en vrouwen voor zich genomen hebben en een grote verdorvenheid op de aarde veroorzaakt hebben: Brontekst: ሄኖክ (henok) = Henoch | ጸሓፌ (tsähafe) = schrijver van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ሑር (hur) = ga | አይድዕ (äyd) = maak bekend | ለትጉሃነ (lätguhanä) = de Wachters van | ሰማይ (sämay) = hemel | እለ (elä) = die | ኀደጉ (khädägu) = zij hebben verlaten | ሰማየ (sämayä) = de hemel | ልዑለ (leulä) = hoge | ወምቅዋመ (wämqwamä) = en de verblijfplaats | ቅዱሰ (qedusä) = heilig | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ወምስለ (wämslä) = en met | አንስት (änst) = vrouwen | ማሰኑ (masänu) = zij werden verdorven | ወገብሩ (wägäbru) = en zij deden | ዘከመ (zäkämä) = hoe | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ወነሥኡ (wänäsu) = en zij namen | ሎሙ (lomu) = voor hen | አንስተ (änstä) = vrouwen | ወማሰኑ (wämasänu) = en zij verdorven | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ሙስና (musna) = verdorvenheid | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De toespraak van de Wachters loopt door tot en met vers 6; Henoch krijgt de opdracht hun oordeel aan de gevallen Wachters over te brengen. **12:5** Er zal voor hen geen vrede zijn op de aarde, noch vergeving van zonde, omdat zij zich niet verheugen over hun kinderen. Brontekst: ወኢይከውን (wäiykäwn) = en het zal niet zijn | ሎሙ (lomu) = voor hen | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ሰላም (sälam) = vrede | ወኅድገተ (wäkhdgätä) = en vergeving van | ኀጢአት (khätiät) = zonde | እስመ (esmä) = omdat | ኢይትፌሥሑ (iytfeshu) = zij verheugen zich niet | በውሉዶሙ (bäwludomu) = over hun kinderen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **12:6** Het doden van hun geliefden zullen zij zien, en over het verderf van hun kinderen zullen zij kreunen, en zij zullen smeken tot in eeuwigheid, maar er zal voor hen geen barmhartigheid zijn en geen vrede.” Brontekst: ቀትለ (qätlä) = het doden van | ፍቁራኒሆሙ (fequranihomu) = hun geliefden | ይሬእዩ (yereyu) = zij zien | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ሐጒለ (hägwilä) = het verderf van | ውሉዶሙ (weludomu) = hun zonen | ይግዕሩ (yegru) = zij zullen kreunen | ወይስእሉ (wäyslu) = en zij zullen smeken | ለዓለም (läaläm) = tot in eeuwigheid | ወኢይከውን (wäiykäwn) = en het zal niet zijn | ሎሙ (lomu) = voor hen | ምሕረት (mehrät) = barmhartigheid | ወኢሰላም (wäisälam) = en geen vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 13 _Het gedenkschrift van de smeekbede_ ### Henoch spreekt tot Azazel **13:1** En Henoch ging heen en zei tot Azazel: „Er zal geen vrede voor je zijn; een zwaar oordeel is over je uitgegaan om je te binden. Brontekst: ወሄኖክ (wähenok) = en Henoch | ኀሊፎ (khälifo) = heengaand | ይቤሎ (yebelo) = zeide tot hem | ለአዛዝኤል (lääzazel) = Azazel | ኢይከውነከ (iykäwnäkä) = er zal niet zijn voor jou | ሰላም (sälam) = vrede | ዐቢይ (äbiy) = grote | ኲነኔ (kwinäne) = het oordeel | ወፅአ (wätsä) = is uitgegaan | ላዕሌከ (lalekä) = over jou | ይእሥርከ (yesrkä) = om je te binden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **13:2** En geen toegeeflijkheid en geen bede en geen barmhartigheid zullen er voor je zijn, vanwege het onrecht dat je geleerd hebt en vanwege al het werk van lastering en onrecht en zonde dat je de mensenkinderen getoond hebt.” Brontekst: ወሣኅት (wäsakht) = en toegeeflijkheid | ወስእለት (wäslät) = en bede | ወምሕረት (wämhrät) = en barmhartigheid | ኢይከውነከ (iykäwnäkä) = er zal niet zijn voor jou | በእንተ (bäntä) = over | ዘመሀርከ (zämähärkä) = dat je geleerd hebt | ግፍዐ (gefä) = onrecht | ወበእንተ (wäbäntä) = en vanwege | ኲሉ (kwilu) = alle | ምግባረ (megbarä) = de werken van | ጽርፈት (tserfät) = lastering | ወግፍዕ (wägf) = en onrecht | ወኀጢአት (wäkhätiät) = en zonde | ዘአርአይከ (zääräykä) = dat je getoond hebt | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Het verzoek van de Wachters **13:3** Toen ging ik heen en sprak tot hen allen samen, en zij vreesden allen, en vrees en siddering overweldigden hen. Brontekst: አሜሃ (ämeha) = toen | ሐዊርየ (häwiryä) = ik ging | ነገርክዎሙ (nägärkwomu) = ik sprak tot hen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ኅቡረ (kheburä) = samen | ወእሙንቱ (wämuntu) = en zij | ፈርሁ (färhu) = zij vreesden | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ፍርሃት (ferhat) = vrees | ወረዓድ (wäräad) = en siddering | ነሥኦሙ (näsomu) = overweldigde hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **13:4** En zij vroegen mij een gedenkschrift van een smeekbede voor hen te schrijven, opdat er vergeving voor hen zou zijn, en dat ik hun gedenkschrift van smeekbede zou opbrengen voor Yahweh van de hemel. Brontekst: ወተስእሉኒ (wätäsluni) = en zij vroegen mij | ተዝካረ (täzkarä) = een gedenkschrift van | ስእለት (selät) = smeekbede | ከመ (kämä) = als | እጽሐፍ (etshäf) = dat ik schrijf | ሎሙ (lomu) = voor hen | ከመ (kämä) = als | ይኩኖሙ (yekunomu) = dat er zij voor hen | ኅድገተ (khedgätä) = vergeving | ወከመ (wäkämä) = en dat | አነ (änä) = ik | አዕርግ (ärg) = dat ik opbreng | ተዝካረ (täzkarä) = een gedenkschrift van | ስእለቶሙ (selätomu) = hun smeekbede | ኀበ (khäbä) = tot | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | ሰማየ (sämayä) = de hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **13:5** Want zij konden van nu af niet meer spreken, noch hun ogen opheffen naar de hemel uit schaamte over hun zonde waarvoor zij veroordeeld waren. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ኢይክሉ (iyklu) = zij kunnen niet | እሙንቱ (emuntu) = zij | እምይእዜ (emyze) = van nu af | ተናግሮ (tänagro) = spreken | ወኢያነሥኡ (wäiyanäsu) = en zij heffen niet op | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel | እምኃፍረተ (emkhafrätä) = uit schaamte over | አበሳሆሙ (äbäsahomu) = hun zonde | ዘተኰነኑ (zätäkwänänu) = waarvoor zij veroordeeld zijn Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **13:6** En toen schreef ik het gedenkschrift van hun smeekbede en hun gebeden, voor hun geest en voor ieder van hun werken, en voor wat zij vroegen: dat er voor hen vergeving en lengte van dagen zou zijn. Brontekst: ወአሜሃ (wäämeha) = en toen | ጸሐፍኩ (tsähäfku) = ik schreef | ተዝካረ (täzkarä) = een gedenkschrift van | ስእለቶሙ (selätomu) = hun smeekbede | ወአስተብቊዖቶሙ (wäästäbqwiotomu) = en hun gebeden | በእንተ (bäntä) = over | መንፈሶሙ (mänfäsomu) = hun geest | ወለለ (wälälä) = en voor ieder | ፩ምግባሮሙ (፩mgbaromu) = één van hun werken | ወበእንተ (wäbäntä) = en vanwege | ዘይስእሉ (zäyslu) = wat zij vroegen | ከመ (kämä) = als | ይኩኖሙ (yekunomu) = dat er zij voor hen | ስርየተ (seryätä) = vergeving | ወኑኀተ (wänukhätä) = en lengte van dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **13:7** En ik ging heen en bleef bij de wateren van Dan, in Dan, dat ten zuiden van het westen van de Hermon ligt, en ik las het gedenkschrift van hun smeekbede voor, totdat ik insliep. Brontekst: ወሐዊርየ (wähäwiryä) = en ik ging | ነበርኩ (näbärku) = ik bleef | ዲበ (dibä) = op | ማያተ (mayatä) = de wateren van | ዳን (dan) = Dan | በዳን (bädan) = in Dan | እንተ (entä) = die | ይእቲ (yeti) = dat is | እምየማነ (emyämanä) = ten zuiden van | ዓረበ (aräbä) = het westen van | አርሞን (ärmon) = Hermon | ወእነብብ (wänäbb) = en ik las | ተዝካረ (täzkarä) = een gedenkschrift van | ስእለቶሙ (selätomu) = hun smeekbede | እስከ (eskä) = tot | ደቀስኩ (däqäsku) = ik insliep Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 14:14 en Richt. 18:29. Zie Dan: Dan lag in het uiterste noorden van het land, bij een bron van de Jordaan (Tel Dan). Zie Hermon: De Hermon is de hoogste berg van het gebied, op de grens van het huidige Libanon en Syrië. Voetnoot Uitleg: ዳን (‘Dan’): de plaats bij de bron van de Jordaan. Zie ook: Gen 14:14; Re 18:29 ### Het visioen van de straf **13:8** En zie, een droom kwam over mij en visioenen vielen op mij neer, en ik zag een visioen van straf, om het te zeggen tot de kinderen van de hemel en hen te berispen. Brontekst: ወናሁ (wänahu) = en zie | ሕልም (helm) = een droom | መጽአኒ (mätsäni) = kwam over mij | ወራእያት (wärayat) = en visioenen | ዲቤየ (dibeyä) = op mij | ወድቁ (wädqu) = vielen | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ራእየ (rayä) = een visioen | መቅሠፍት (mäqsäft) = plaag | እንግር (engr) = dat ik spreek | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወእዛለፎሙ (wäzaläfomu) = en dat ik hen berisp Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **13:9** En toen ik wakker werd, kwam ik tot hen, en zij zaten allen bijeen en weeklaagden in Ubelsjaël, dat tussen de Libanon en Senir ligt, met bedekte aangezichten. Brontekst: ወነቂሕየ (wänäqihyä) = en wakker | መጻእኩ (mätsaku) = ik kwam | ኀቤሆሙ (khäbehomu) = tot hen | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ጉቡዓነ (gubuanä) = bijeen | ይነብሩ (yenäbru) = zij zaten | እንዘ (enzä) = terwijl | ይላሕዉ (yelahwu) = weeklagend | በኡብልስያኤል (bäublsyael) = in Ubelsjaël | ዘሀለወት (zähäläwät) = dat is | ማእከለ (makälä) = tussen | ሊባኖስ (libanos) = de Libanon | ወሴኔሴር (wäseneser) = en Senir | እንዘ (enzä) = terwijl | ግልቡባን (gelbuban) = bedekt | ገጾሙ (gätsomu) = hun aangezichten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 3:9. Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee. Voetnoot Uitleg: ኡብልስያኤል (‘Ubelsjaël’) ligt volgens de tekst tussen de Libanon en Senir; de naam wordt wel gelezen als een verbastering van Abilene in het Antilibanon. Zie ook: Deut 3:9 **13:10** En ik sprak voor hen al de visioenen die ik gezien had in mijn slaap, en ik begon die woorden van gerechtigheid te spreken en de Wachters van de hemel te berispen. Brontekst: ወተናገርኩ (wätänagärku) = en ik sprak | በቅድሜሆሙ (bäqdmehomu) = voor hen | ኲሎ (kwilo) = alles | ራእያተ (rayatä) = de visioenen | ዘርኢኩ (zäriku) = die ik gezien had | በንዋምየ (bänwamyä) = in mijn slaap | ወወጠንኩ (wäwätänku) = en ik begon | እትናገር (etnagär) = te spreken | ውእተ (wetä) = die | ቃላተ (qalatä) = woorden | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወእዝልፍ (wäzlf) = en te berispen | ለትጉሃነ (lätguhanä) = de Wachters van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 14 _Het visioen van de hemelse troon_ ### Het boek van de berisping **14:1** Dit is het boek van de woorden van gerechtigheid en van de berisping van de Wachters die van eeuwigheid zijn, zoals de Heilige en Grote bevolen heeft in dat visioen. Brontekst: ዝመጽሐፍ (zemätshäf) = dit boek | ቃለ (qalä) = woorden | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወዘለፋ (wäzäläfa) = en de berisping van | ትጉሃን (teguhan) = de Wachters | እለ (elä) = die | እምዓለም (emaläm) = van eeuwigheid | በከመ (bäkämä) = zoals | አዘዘ (äzäzä) = beval | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ወዐቢይ (wääbiy) = en Grote | በይእቲ (bäyti) = in dat | ራእይ (ray) = visioen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:2** Ik zag het in mijn slaap, wat ik nu zeg met de tong van vlees en met mijn adem, die de Grote aan de mensen als mond gegeven heeft om daarmee te spreken en met het hart te begrijpen. Brontekst: አነ (änä) = ik | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በንዋምየ (bänwamyä) = in mijn slaap | ዘአነ (zäänä) = wat ik | ይእዜ (yeze) = nu | እነግር (enägr) = zeg | በልሳን (bälsan) = met de tong | ዘሥጋ (zäsga) = van vlees | ወበመንፈስየ (wäbämänfäsyä) = en met mijn adem | ዘወሀበ (zäwähäbä) = die gaf | ዐቢይ (äbiy) = grote | አፈ (äfä) = een mond | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ይትናገሩ (yetnagäru) = spreken | ቦቱ (botu) = daaraan | ወይለብዉ (wäyläbwu) = en begrijpen | በልብ (bälb) = met het hart Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:3** Zoals Hij de mensen geschapen heeft en hun gegeven heeft het woord van kennis te begrijpen, zo heeft Hij ook mij geschapen en mij gegeven de Wachters, de kinderen van de hemel, te berispen. Brontekst: ከመ (kämä) = als | ፈጠረ (fätärä) = Hij schiep | ወወሀበ (wäwähäbä) = en gaf | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ይለብዉ (yeläbwu) = opdat zij begrijpen | ቃለ (qalä) = woorden | አእምሮ (ämro) = kennis | ወሊተኒ (wälitäni) = en ook mij | ፈጠረ (fätärä) = Hij schiep | ወወሀበኒ (wäwähäbäni) = en gaf mij | እዛለፎሙ (ezaläfomu) = hen te berispen | ለትጉሃን (lätguhan) = de Wachters | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:4** Ik heb jullie smeekbede opgeschreven, en in mijn visioen werd mij dit getoond: dat jullie smeekbede jullie niet zal worden toegestaan in alle dagen van de wereld, en dat het oordeel volkomen over jullie is; ja, het zal jullie niet worden toegestaan. Brontekst: አነ (änä) = ik | ስእለተክሙ (selätäkmu) = jullie smeekbede | ጸሐፍኩ (tsähäfku) = ik schreef | ወበራእይየ (wäbärayyä) = en in mijn visioen | ከመዝ (kämäz) = zo | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | እስመ (esmä) = omdat | ስእለትክሙ (selätkmu) = jullie smeekbede | ኢትከውነክሙ (itkäwnäkmu) = er zal niet zijn voor jullie | ውስተ (westä) = in | ኲሉ (kwilu) = alle | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወኲነኔ (wäkwinäne) = en het oordeel | ፍጽምት (fetsmt) = volkomen | ላዕሌክሙ (lalekmu) = over jullie | ወኢይከውነክሙ (wäiykäwnäkmu) = en er zal niet zijn voor jullie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ኢይከውነክሙ (‘het zal jullie niet worden’) aan het slot herhaalt de zin: ‘het zal jullie niet worden toegestaan’. **14:5** En van nu af zullen jullie niet opstijgen naar de hemel tot in alle eeuwigheid, en op de aarde is bevolen dat men jullie bindt in alle dagen van de wereld. Brontekst: ወእምይእዜ (wämyze) = en van nu af | ኢተዓርጉ (itäargu) = jullie zullen niet opstijgen | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel | እስከ (eskä) = tot | ኲሉ (kwilu) = alle | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወውስተ (wäwstä) = en op | ምድር (medr) = de aarde | ተነግረ (tänägrä) = is bevolen | ይእሥርክሙ (yesrkmu) = dat men jullie bindt | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:6** En vóór dit hebben jullie het verderf van jullie geliefde kinderen gezien, en jullie hebben geen nut van hen, maar zij zullen voor jullie vallen door het zwaard. Brontekst: ወእምቅድመ (wämqdmä) = en vóór | ዝንቱ (zentu) = dit | ርኢክሙ (reikmu) = jullie hebben gezien | ኅጒለ (khegwilä) = het verderf van | ውሉድክሙ (weludkmu) = jullie kinderen | ፍቁራን (fequran) = geliefde | ወአልብክሙ (wäälbkmu) = en jullie hebben niet | ጥራያኒሆሙ (terayanihomu) = hun nut | አላ (äla) = maar | ይወድቁ (yewädqu) = zij zullen vallen | ቅድሜክሙ (qedmekmu) = voor jullie | በሰይፍ (bäsäyf) = door het zwaard Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:7** En jullie smeekbede voor hen zal niet worden toegestaan, noch ook voor jullie zelf; en jullie zullen wenen en smeken en niets spreken dan woorden uit het boek dat ik geschreven heb. Brontekst: ወስእለትክሙ (wäslätkmu) = en jullie smeekbede | በእንቲአሆሙ (bäntiähomu) = over hen | ኢይከውን (iykäwn) = zal niet zijn | ወበእንቲአክሙኒ (wäbäntiäkmuni) = en ook voor jullie zelf | ወአንትሙሂ (wääntmuhi) = en jullie | እንዘ (enzä) = terwijl | ትበክዩ (tebäkyu) = wenen | ወታስተበቊዑ (wätastäbäqwiu) = en smeken | ወኢትትናገሩ (wäittnagäru) = en jullie spreken niet | ወኢምንተኒ (wäimntäni) = en niets | ቃለ (qalä) = woorden | እምውስተ (emwstä) = uit | መጽሐፍ (mätshäf) = het boek | ዘጸሐፍኩ (zätsähäfku) = dat ik geschreven heb Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De tweede helft van het vers is lastig: ወኢትትናገሩ ወኢምንተኒ ቃለ እምውስተ መጽሐፍ (‘en jullie spreken niet, niets, een woord uit het boek’). De Engelse vertaling van 1912 vertaalt: ‘en alle woorden spreken die in het geschrift staan dat ik geschreven heb’. ### De opvaart naar de hemel **14:8** En dit visioen werd mij getoond: zie, wolken riepen mij in het visioen, en mist riep mij, en de loop van de sterren en bliksems haastten mij en joegen mij voort, en winden in het visioen dreven mij en haastten mij. Brontekst: ወሊተ (wälitä) = en mij | ከመዝ (kämäz) = zo | ራእይ (ray) = visioen | አስተርአየኒ (ästäräyäni) = werd getoond | ናሁ (nahu) = zie | ደመናት (dämänat) = wolken | በራእይ (bäray) = in het visioen | ይጼውዑኒ (yetsewuni) = zij riepen mij | ወጊሜ (wägime) = en mist | ይጼውዐኒ (yetsewäni) = riep mij | ወሩፀተ (wärutsätä) = en de loop van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ወመባርቅት (wämäbarqt) = en bliksems | ያጐጒዑኒ (yagwägwiuni) = haastten mij | ወያጽዕቁኒ (wäyatsquni) = en joegen mij voort | ወነፋሳት (wänäfasat) = en winden | በራእይ (bäray) = in het visioen | ያሰርሩኒ (yasärruni) = dreven mij | ወያጔጒዑኒ (wäyagwegwiuni) = en haastten mij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:9** En zij namen mij omhoog in de hemel, en ik ging binnen totdat ik een muur naderde, gebouwd van hagelstenen, en tongen van vuur omringden hem, en hij begon mij schrik aan te jagen. Brontekst: ወነሥኡኒ (wänäsuni) = en zij namen mij | ላዕለ (lalä) = tegen | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel | ወቦእኩ (wäboku) = en ik ging binnen | እስከ (eskä) = tot | እቀርብ (eqärb) = ik naderde | ኀበ (khäbä) = waar | ጥቅም (teqm) = een muur | ዘኅንጽት (zäkhntst) = gebouwd | በእብነ (bäbnä) = van stenen | በረድ (bäräd) = hagel | ወልሳነ (wälsanä) = en tongen van | እሳት (esat) = vuur | የዓውዳ (yäawda) = omringden hem | ወወጠነ (wäwätänä) = en hij begon | ያፍርሀኒ (yafrhäni) = mij schrik aan te jagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: በረድ (‘hagel’): de Engelse vertaling van 1912 vertaalt hier ‘kristal’ (en in vers 20 ‘sneeuw’). **14:10** En ik ging binnen in de tongen van vuur en naderde een groot huis, gebouwd van hagelstenen, en de wanden van dat huis waren als een mozaïekvloer van stenen van hagel, en zijn vloer was hagel. Brontekst: ወቦእኩ (wäboku) = en ik ging binnen | ውስተ (westä) = in | ልሳነ (lesanä) = de tongen van | እሳት (esat) = vuur | ወቀረብኩ (wäqäräbku) = en ik naderde | ኀበ (khäbä) = waar | ቤት (bet) = een huis | ዓቢይ (abiy) = grote | ዘሕኑጽ (zähnuts) = gebouwd | በአዕባነ (bääbanä) = van stenen | በረድ (bäräd) = hagel | ወአረፍተ (wääräftä) = en de wanden van | ውእቱ (wetu) = dat | ቤት (bet) = een huis | ከመ (kämä) = als | ጸፍጸፈ (tsäftsäfä) = als een mozaïek | ሰሌዳ (säleda) = vloer | በአዕባን (bääban) = van stenen | ዘእምበረድ (zämbäräd) = van hagel | ወምድሩ (wämdru) = en zijn vloer | በረድ (bäräd) = hagel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ጸፍጸፈ ሰሌዳ: de Engelse vertaling van 1912 vertaalt ‘een mozaïekvloer’. **14:11** Zijn gewelf was als de loop van de sterren en bliksems, en daartussen waren cherubs van vuur, en hun hemel was water. Brontekst: ጠፈሩ (täfäru) = zijn gewelf | ከመ (kämä) = als | ሩፀተ (rutsätä) = de loop van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ወመባርቅት (wämäbarqt) = en bliksems | ወማእከሎሙ (wämakälomu) = en tussen hen | ኪሩቤል (kirubel) = cherubs | ዘእሳት (zäsat) = van vuur | ወሰማዮሙ (wäsämayomu) = en hun hemel | ማይ (may) = water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:12** En een brandend vuur was rondom zijn wanden, en zijn poorten brandden van vuur. Brontekst: ወእሳት (wäsat) = en vuur | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | በዓውደ (bäawdä) = rondom | አረፍቱ (äräftu) = zijn wanden | ወኆኅቱ (wäkhokhtu) = en zijn poorten | ይውዒ (yewi) = hij brandt | በእሳት (bäsat) = van vuur Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:13** En ik ging dat huis binnen, en het was heet als vuur en koud als hagel, en er was geen genot en geen leven daarin; vrees bedekte mij en siddering greep mij. Brontekst: ወቦእኩ (wäboku) = en ik ging binnen | ውስተ (westä) = in | ውእቱ (wetu) = dat | ቤት (bet) = een huis | ወምውቅ (wämwq) = en heet | ከመ (kämä) = als | እሳት (esat) = vuur | ወቈሪር (wäqwärir) = en koud | ከመ (kämä) = als | በረድ (bäräd) = hagel | ወኢምንተኒ (wäimntäni) = en niets | ፍግዓ (fega) = genot | ወሕይወት (wähywät) = en leven | አልቦ (älbo) = er was niet | ውስቴቱ (westetu) = daarin | ፍርሃት (ferhat) = vrees | ከደነኒ (kädänäni) = bedekte mij | ወረዓድ (wäräad) = en siddering | አኀዘኒ (äkhäzäni) = greep mij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:14** En terwijl ik beefde en sidderde, viel ik op mijn aangezicht en zag in een visioen. Brontekst: ወእንዘ (wänzä) = en terwijl | እትሀወክ (ethäwäk) = ik beefde | ወእርዕድ (wärd) = en sidderde | ወደቁ (wädäqu) = en ik viel (tekst: zij vielen) | በገጽየ (bägätsyä) = op mijn aangezicht | ወእሬኢ (wärei) = en ik zag | በራእይ (bäray) = in het visioen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ወደቁ is formeel ‘zij vielen’; gelezen als ‘ik viel’ (ወደቅኩ), zoals de Engelse vertaling van 1912 vertaalt. ### Het tweede huis **14:15** En zie, er was een tweede huis, groter dan dat eerste, en al zijn poorten stonden open voor mij, en het was gebouwd van tongen van vuur. Brontekst: ወናሁ (wänahu) = en zie | ካልእ (kal) = een ander | ቤት (bet) = een huis | ዘየዐቢ (zäyääbi) = dat groter was | እምዝኩ (emzku) = dan dat | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ኆኅቱ (khokhtu) = zijn poorten | ርኁት (rekhut) = open | በቅድሜየ (bäqdmeyä) = voor mij | ወኅኑጽ (wäkhnuts) = en gebouwd | በልሳነ (bälsanä) = van tongen van | እሳት (esat) = vuur Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:16** En in alles overtrof het in heerlijkheid en eer en grootte, zodat ik jullie niet kan vertellen over zijn heerlijkheid en zijn grootheid. Brontekst: ወበኲሉ (wäbäkwilu) = en in alle | ይራደፍድ (yeradäfd) = het overtrof | በስብሐት (bäsbhät) = in heerlijkheid | ወበክብር (wäbäkbr) = en in eer | ወዕበይ (wäbäy) = en in grootte | እስከ (eskä) = tot | ኢይክል (iykl) = ik kan niet | ዜንዎተክሙ (zenwotäkmu) = jullie te vertellen | በእንተ (bäntä) = over | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = zijn heerlijkheid | ወበእንተ (wäbäntä) = en over | ዐበዩ (äbäyu) = zijn grootheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:17** En zijn vloer was vuur, en daarboven waren bliksem en de loop van de sterren, en zijn gewelf was brandend vuur. Brontekst: ወምድሩሰ (wämdrusä) = en zijn vloer | እሳት (esat) = vuur | ወመልዕልቴሁ (wämälltehu) = en daarboven | መብረቅ (mäbräq) = bliksem | ወምርዋፀ (wämrwatsä) = en de loop van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ወጠፈሩኒ (wätäfäruni) = en ook zijn gewelf | እሳት (esat) = vuur | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De troon van de Grote Heerlijkheid **14:18** En ik keek en zag daarin een hoge troon, en zijn aanzien was als kristal, en zijn kring als de stralende zon, en ik hoorde de stem van de cherubs. Brontekst: ወነጸርኩ (wänätsärku) = en ik keek | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ውስቴቱ (westetu) = daarin | መንበረ (mänbärä) = een troon | ልዑለ (leulä) = hoge | ወራእዩ (wärayu) = en zijn aanzien | ከመ (kämä) = als | አስሐትያ (äshätya) = ijs, kristal | ወክበቡ (wäkbäbu) = en zijn kring | ከመ (kämä) = als | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ዘያበርህ (zäyabärh) = die straalt | ወቃለ (wäqalä) = en de stem van | ኪሩቤል (kirubel) = cherubs Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ezech. 1:26–28. Voetnoot Uitleg: አስሐትያ: de Engelse vertaling van 1912 vertaalt ‘kristal’. Zie ook: Ezech 1:26–28 **14:19** En van onder de grote troon kwamen stromen van brandend vuur, en men kon er niet naar kijken. Brontekst: ወእመትሕተ (wämäthtä) = en van onder | መንበሩ (mänbäru) = zijn troon | ዐቢይ (äbiy) = grote | ይወፅእ (yewäts) = kwamen | አፍላገ (äflagä) = stromen van | እሳት (esat) = vuur | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | ወኢይክሉ (wäiyklu) = en zij kunnen niet | ርእዮቶ (reyoto) = ernaar te kijken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:20** En de Grote Heerlijkheid zat daarop, en Zijn kleed was stralender dan de zon en witter dan alle hagel. Brontekst: ወዐቢየ (wääbiyä) = en de grote | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ይነብር (yenäbr) = zat | ላዕሌሁ (lalehu) = daarop | ወዐጽፉሰ (wäätsfusä) = en Zijn kleed | ዘይበርህ (zäybärh) = dat straalt | እምፀሐይ (emtsähäy) = dan de zon | ወይፀዐዱ (wäytsäädu) = en witter | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | በረድ (bäräd) = hagel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 7:9. Zie ook: Dan 7:9 **14:21** En geen van de engelen kon binnengaan en het aanzicht van de Eerbiedwaardige en Heerlijke zien, en niemand van vlees kon Hem zien. Brontekst: ወኢይክል (wäiykl) = en kan niet | ወኢመኑሂ (wäimänuhi) = en niemand | እመላእክት (emälakt) = van de engelen | በዊአ (bäwiä) = binnengaan | ወራእየ (wärayä) = en het aanzicht van | ገጹ (gätsu) = Zijn aangezicht | ለክቡር (läkbur) = de Eerbiedwaardige | ወስቡሕ (wäsbuh) = en verheerlijkt | ኢይክል (iykl) = ik kan niet | ወኢመኑሂ (wäimänuhi) = en niemand | ዘሥጋ (zäsga) = van vlees | ይርአይ (yeräy) = zien | ኪያሁ (kiyahu) = Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:22** Een vuur van vuur brandde rondom Hem, en een groot vuur stond voor Hem, en niemand van hen die rondom Hem waren kon Hem naderen; tienduizenden maal tienduizenden stonden voor Hem, en Hij heeft geen heilige raad nodig. Brontekst: እሳተ (esatä) = een vuur van | እሳት (esat) = vuur | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | በዓውዱ (bäawdu) = rondom Hem | ወእሳት (wäsat) = en vuur | ዐቢይ (äbiy) = grote | ይቀውም (yeqäwm) = stond | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem | ወአልቦ (wäälbo) = en niet | ዘይቀርብ (zäyqärb) = die kon naderen | ኀቤሁ (khäbehu) = tot Hem | እምእለ (emlä) = van hen die | ዓውዱ (awdu) = rondom Hem waren | ትእልፊተ (telfitä) = tienduizend | ትእልፊት (telfit) = tienduizenden | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem | ወውእቱሰ (wäwtusä) = en Hij | ኢይፈቅድ (iyfäqd) = heeft niet nodig | ምክረ (mekrä) = raad | ቅድስተ (qedstä) = heilige Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 7:10. Zie ook: Dan 7:10 **14:23** En de heiligen die Hem naderen verwijderen zich niet, bij nacht en bij dag, en gaan niet van Hem weg. Brontekst: ወቅዱሳን (wäqdusan) = en de heiligen | እለ (elä) = die | ይቀርቡ (yeqärbu) = die naderen | ኀቤሁ (khäbehu) = tot Hem | ኢይርኅቁ (iyrkhqu) = verwijderen zich niet | ሌሊተ (lelitä) = bij nacht | ወመዓልተ (wämäaltä) = en bij dag | ወኢይትአተቱ (wäiytätätu) = en gaan niet weg | እምኔሁ (emnehu) = van Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:24** En ik lag tot dan toe op mijn aangezicht, bedekt, terwijl ik beefde, en Yahweh riep mij met Zijn mond en zei tot mij: **„Kom hier, Henoch, en hoor Mijn heilig woord.”** Brontekst: ወአነ (wäänä) = en ik | ሀለውኩ (häläwku) = ik lag | እስከ (eskä) = tot | ዝንቱ (zentu) = dit | ዲበ (dibä) = op | ገጽየ (gätsyä) = mijn aangezicht | ግልባቤ (gelbabe) = bedekt | እንዘ (enzä) = terwijl | እርዕዱ (erdu) = ik beefde | ወእግዚእ (wägzi) = en Yahweh | በአፉሁ (bääfuhu) = met Zijn mond | ጸውዐኒ (tsäwäni) = riep mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en Hij zei tot mij | ቅረብ (qeräb) = kom | ዝየ (zeyä) = hier | ሄኖክ (henok) = Henoch | ወለቃልየ (wäläqalyä) = en tot mijn woord | ቅዱስ (qedus) = de Heilige Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **14:25** En Hij deed mij opstaan en bracht mij tot de poort, en ik keek omlaag. Brontekst: ወአንሥአኒ (wäänsäni) = en Hij deed mij opstaan | ወአቅረበኒ (wääqräbäni) = en bracht mij | እስከ (eskä) = tot | ኆኅት (khokht) = de poort | ወአንሰ (wäänsä) = en ik | ገጽየ (gätsyä) = mijn aangezicht | ታሕተ (tahtä) = omlaag | እኔጽር (enetsr) = keek Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 15 _Het oordeel over de reuzen en hun geesten_ ### Henoch wordt toegesproken **15:1** En Hij antwoordde mij en zei tot mij met Zijn stem: **„Hoor, wees niet bang, Henoch, rechtvaardig man en schrijver van gerechtigheid; kom hier en hoor Mijn woord.** Brontekst: ወአውሥአኒ (wääwsäni) = en Hij antwoordde mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en zei tot mij | በቃሉ (bäqalu) = met Zijn stem | ስማዕ (sema) = hoor | ኢትፍራህ (itfrah) = wees niet bang | ሄኖክ (henok) = Henoch | ብእሲ (besi) = een man | ጻድቅ (tsadq) = rechtvaardig | ወጸሓፌ (wätsähafe) = en schrijver van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ቅረብ (qeräb) = kom | ዝየ (zeyä) = hier | ወስማዕ (wäsma) = en hoor | ቃልየ (qalyä) = Mijn woord Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Wat Henoch de Wachters moet zeggen **15:2** **En ga, zeg tot de Wachters van de hemel die jou gezonden hebben om voor hen te bidden: ‘Jullie behoren te bidden voor de mensen, en niet de mensen voor jullie.** Brontekst: ወሑር (wähur) = en ga | በሎሙ (bälomu) = zeg hun | ለትጉሃነ (lätguhanä) = de Wachters van | ሰማይ (sämay) = hemel | እለ (elä) = die | ፈነዉከ (fänäwukä) = hebben jou gezonden | ትስአል (tesäl) = dat je bidt | በእንቲአሆሙ (bäntiähomu) = over hen | አንትሙ (äntmu) = jullie | መፍትው (mäftw) = betaamt | ትስአሉ (tesälu) = jullie moeten bidden | በእንተ (bäntä) = over | ሰብእ (säb) = mensen | ወአኮ (wääko) = en niet | ሰብእ (säb) = mensen | በእንቲአክሙ (bäntiäkmu) = voor jullie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **15:3** **Waarom hebben jullie de hoge en heilige, eeuwige hemel verlaten, en hebben jullie bij vrouwen gelegen en jullie met de dochters van de mensen verontreinigd en vrouwen voor jullie genomen, en als de kinderen van de aarde gedaan en reuzenzonen verwekt?** Brontekst: በእንተ (bäntä) = over | ምንት (ment) = wat | ኅደግሙ (khedägmu) = jullie hebben verlaten | ሰማየ (sämayä) = de hemel | ልዑለ (leulä) = hoge | ወቅዱሰ (wäqdusä) = en heilige | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ወምስለ (wämslä) = en met | አንስት (änst) = vrouwen | ሰከብክሙ (säkäbkmu) = jullie hebben gelegen | ወምስለ (wämslä) = en met | አዋልደ (äwaldä) = de dochters van | ሰብእ (säb) = mensen | ረኰስክሙ (räkwäskmu) = jullie hebben verontreinigd | ወነሣእክሙ (wänäsakmu) = en jullie hebben genomen | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | አንስተ (änstä) = vrouwen | ወከመ (wäkämä) = en dat | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ምድር (medr) = de aarde | ገበርክሙ (gäbärkmu) = jullie hebben gedaan | ወወለድክሙ (wäwälädkmu) = en jullie hebben verwekt | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ረዓይተ (räaytä) = reuzen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:2–4. Zie ook: Gen 6:2–4 **15:4** **En jullie, geestelijke wezens, heilig, levend met eeuwig leven, hebben jullie op vrouwen verontreinigd en met het bloed van vlees verwekt, en met bloed van mensen begeerd, en gedaan zoals zij, die vlees en bloed zijn en sterven en verloren gaan.** Brontekst: ወአንትሙሰ (wääntmusä) = en jullie | መንፈሳውያን (mänfäsawyan) = geestelijke wezens | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ሕያዋነ (heyawanä) = levend | ሕይወት (heywät) = het leven | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | በዲበ (bädibä) = op | አንስት (änst) = vrouwen | ረኰስክሙ (räkwäskmu) = jullie hebben verontreinigd | ወበደመ (wäbädämä) = en met het bloed van | ሥጋ (sega) = vlees | አውለድክሙ (äwlädkmu) = jullie hebben verwekt | ወበደመ (wäbädämä) = en met het bloed van | ሰብእ (säb) = mensen | ፈተውክሙ (fätäwkmu) = jullie hebben begeerd | ወገበርክሙ (wägäbärkmu) = en jullie hebben gedaan | ከመ (kämä) = als | እሙንቱ (emuntu) = zij | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ሥጋ (sega) = vlees | ወደመ (wädämä) = en bloed | እለ (elä) = die | እሙንቱ (emuntu) = zij | ይመውቱ (yemäwtu) = zij sterven | ወይትኃጐሉ (wäytkhagwälu) = en gaan verloren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: መንፈሳውያን (‘geestelijke wezens’): zo worden de engelen genoemd, in tegenstelling tot ‘vlees en bloed’. **15:5** **En daarom heb Ik hun vrouwen gegeven, opdat zij op hen zaaien en kinderen door hen geboren worden, opdat zo het werk op de aarde geschiedt.** Brontekst: ወበእንተዝ (wäbäntäz) = en daarom | ወሀብክዎሙ (wähäbkwomu) = Ik heb hun gegeven | አንስትያ (änstya) = vrouwen | ከመ (kämä) = als | ይዝርኡ (yezru) = dat zij zaaien | ላዕሌሆን (lalehon) = op hen | ወይትወለዱ (wäytwälädu) = en geboren worden | ውሉዱ (weludu) = kinderen | በላዕሌሆን (bälalehon) = door hen | ከመ (kämä) = als | ከማሁ (kämahu) = zo | ይትገበር (yetgäbär) = geschiedt | ግብር (gebr) = werk | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **15:6** **Maar jullie waren eerst geestelijke wezens, levend met eeuwig leven, die niet sterven in alle geslachten van de wereld.** Brontekst: ወአንትሙሰ (wääntmusä) = en jullie | ቀዳሚ (qädami) = eerst | ኮንክሙ (konkmu) = jullie waren | መንፈሳውያነ (mänfäsawyanä) = geestelijke wezens | ሕያዋነ (heyawanä) = levend | ሕይወት (heywät) = het leven | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ዘኢይመውት (zäiymäwt) = die niet sterven | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle | ትውልደ (tewldä) = geslacht | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **15:7** **En daarom heb Ik jullie geen vrouwen gegeven; want wat de geestelijke wezens betreft: in de hemel is hun woning.’** Brontekst: ወበእንተ (wäbäntä) = en vanwege | ዝንቱ (zentu) = dit | ኢረሰይኩ (iräsäyku) = Ik heb niet gesteld | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | አንስቲያ (änstiya) = vrouwen | እስመ (esmä) = omdat | መንፈሳውያንሰ (mänfäsawyansä) = de geestelijke wezens | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel | ማኅደሪሆሙ (makhdärihomu) = hun woning Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De boze geesten van de reuzen **15:8** **En nu, de reuzen die geboren zijn uit geesten en vlees zullen boze geesten op de aarde genoemd worden, en op de aarde zal hun woning zijn.** Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ረዓይት (räayt) = de reuzen | እለ (elä) = die | ተወልዱ (täwäldu) = zijn geboren | እምነፍስት (emnäfst) = uit geesten | ወሥጋ (wäsga) = en vlees | መናፍስተ (mänafstä) = geesten | እኩያነ (ekuyanä) = boze | ይሰመዩ (yesämäyu) = zullen genoemd worden | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወውስተ (wäwstä) = en op | ምድር (medr) = de aarde | ይከውን (yekäwn) = er zal zijn | ማኅደሪሆሙ (makhdärihomu) = hun woning Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:4. Zie ook: Gen 6:4 **15:9** **En boze geesten zijn voortgekomen uit hun lichaam, want van boven zijn zij geschapen. Uit de heilige Wachters was hun oorsprong en eerste grondlegging. Boze geesten zullen zij zijn op de aarde, en geesten van de boosdoeners zullen zij genoemd worden.** Brontekst: ወነፍሳት (wänäfsat) = en geesten | እኩያን (ekuyan) = de kwaden | ወፅኡ (wätsu) = kwamen voort | እምሥጋሆሙ (emsgahomu) = uit hun lichaam | እስመ (esmä) = omdat | እመልዕልት (emällt) = van boven | ተፈጥሩ (täfätru) = zijn geschapen | እምቅዱሳን (emqdusan) = uit de heilige | ትጉሃን (teguhan) = de Wachters | ኮኑ (konu) = was | ቀዳሚቶሙ (qädamitomu) = hun oorsprong | ወቀዳሚ (wäqädami) = en eerste | መሰረት (mäsärät) = grondlegging | መንፈሰ (mänfäsä) = geest | እኩየ (ekuyä) = boze | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en geesten van | እኩያን (ekuyan) = de kwaden | ይሰመዩ (yesämäyu) = zullen genoemd worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **15:10** **De geesten van de hemel — in de hemel zal hun woning zijn; en de geesten van de aarde, die op de aarde geboren zijn — op de aarde zal hun woning zijn.** Brontekst: ወመናፍስተ (wämänafstä) = en de geesten van | ሰማይ (sämay) = hemel | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel | ይከውን (yekäwn) = er zal zijn | ማኅደሪሆሙ (makhdärihomu) = hun woning | ወመናፍስተ (wämänafstä) = en de geesten van | ምድር (medr) = de aarde | እለ (elä) = die | ተወልዱ (täwäldu) = zijn geboren | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ውስተ (westä) = in | ምድር (medr) = de aarde | ማኅደሪሆሙ (makhdärihomu) = hun woning Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **15:11** **En de geesten van de reuzen zijn wolken die onrecht doen, verdorven worden en vallen en strijden en vermorzelen op de aarde, en verdriet veroorzaken; zij eten geen voedsel en dorsten niet en worden niet herkend.** Brontekst: ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en geesten van | ረዓይት (räayt) = de reuzen | ደመናተ (dämänatä) = wolken | እለ (elä) = die | ይገፍዑ (yegäfu) = die onrecht doen | ይማስኑ (yemasnu) = zij verdorven worden | ወይወድቁ (wäywädqu) = en vallen | ወይትበዐሱ (wäytbääsu) = en strijden | ወያደቅቁ (wäyadäqqu) = en vermorzelen | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወኀዘነ (wäkhäzänä) = en verdriet | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ወኢምንተኒ (wäimntäni) = en niets | ዘይበልዑ (zäybälu) = wat zij eten | እክለ (eklä) = voedsel | ወኢይጸምዑ (wäiytsämu) = en zij dorsten niet | ወኢይትዓወቁ (wäiytawäqu) = en worden niet herkend Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ደመናተ (‘wolken’): onzeker. De Engelse vertaling van 1912 vertaalt: ‘De geesten van de reuzen ... doen onrecht, vernielen, vallen aan, strijden en richten verwoesting aan op de aarde, en veroorzaken moeilijkheden: zij eten geen voedsel, maar hebben toch honger en dorst, en veroorzaken ergernis’. Onze Ge'ez-tekst heeft ‘zij dorsten niet’. **15:12** **En deze geesten zullen zich niet verheffen tegen de mensenkinderen en tegen de vrouwen, want zij zijn voortgekomen in de dagen van moord en verderf.** Brontekst: ወኢይትነሥኡ (wäiytnäsu) = en zij verheffen zich niet | እሎንቱ (elontu) = die | ነፍሳት (näfsat) = de zielen | ዲበ (dibä) = op | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ወዲበ (wädibä) = en tegen | አንስት (änst) = vrouwen | እስመ (esmä) = omdat | ወፅኡ (wätsu) = kwamen voort | አመ (ämä) = in de dagen van | መዋዕለ (mäwalä) = de dagen van | ቀትል (qätl) = moord | ወሙስና (wämusna) = en verderf Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ኢይትነሥኡ (‘zij zullen zich niet verheffen’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier de bevestigende vorm: ‘Deze geesten zullen zich tegen de mensenkinderen en tegen de vrouwen verheffen, omdat zij van hen voortgekomen zijn’. ## Henoch 16 _Het oordeel over de Wachters_ ### De geesten van de reuzen **16:1** **En de dood van de reuzen — vanwaar de geesten uit de zielen van hun vlees voortgekomen zijn — laat het verderven zonder oordeel; zo zullen zij verderven tot de dag van het grote oordeel, van de grote wereldtijd, dat voltooid wordt over de Wachters en de goddelozen.** Brontekst: ወሞተ (wämotä) = en de dood van | ረዓይትኒ (räaytni) = de reuzen | እንተ (entä) = die | ኀበ (khäbä) = tot | ወፅኡ (wätsu) = kwamen voort | መንፈሳት (mänfäsat) = geesten | እምነፍስት (emnäfst) = uit geesten | ሥጋሆሙ (segahomu) = hun vlees | ለይኩን (läykun) = laat het zijn | ዘይማስን (zäymasn) = dat verdorven wordt | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | ኲነኔ (kwinäne) = het oordeel | ከማሁ (kämahu) = zo | ይማስኑ (yemasnu) = zij verdorven worden | እስከ (eskä) = tot | ዕለተ (elätä) = de dag van | ኲነኔ (kwinäne) = het oordeel | ዐባይ (äbay) = grote | እምዓለም (emaläm) = van eeuwigheid | ዐቢይ (äbiy) = grote | ይትፌጸም (yetfetsäm) = voltooid wordt | እምትጉሃን (emtguhan) = over de Wachters | ወረሲዓን (wäräsian) = en de goddelozen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit vers is in onze Ge'ez-tekst moeilijk; gelezen naar de strekking van de Engelse vertaling van 1912 (16:1): de geesten van de reuzen verderven ‘zonder oordeel’ tot het grote oordeel. **16:2** **En nu, tot de Wachters die jou gezonden hebben om voor hen te bidden, die eerder in de hemel waren:** Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ለትጉሃን (lätguhan) = de Wachters | እለ (elä) = die | ፈነዉከ (fänäwukä) = hebben jou gezonden | ትስአል (tesäl) = dat je bidt | በእንቲአሆሙ (bäntiähomu) = over hen | እለ (elä) = die | ቀዲሙ (qädimu) = eerder | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | ሀለዉ (häläwu) = aanwezig zijn Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De boodschap aan de Wachters **16:3** **‘Jullie waren in de hemel, en de verborgenheden zijn jullie nog niet geopenbaard, en een verwerpelijk geheim hebben jullie gekend, en dit hebben jullie aan de vrouwen verteld in de hardheid van jullie hart, en door dit geheim doen vrouwen en mensen het kwaad op de aarde toenemen.’** Brontekst: ወእእዜኒ (wäzeni) = en nu | አንትሙሰ (äntmusä) = jullie | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | ሀለውክሙ (häläwkmu) = jullie waren | ወኅቡኣት (wäkhbuat) = en verborgenheden | ዓዲ (adi) = nog | እተከሥቱ (etäkästu) = zijn geopenbaard | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ወምኑነ (wämnunä) = en een verwerpelijk | ምሥጢረ (mestirä) = geheim | አእመርክሙ (ämärkmu) = jullie hebben gekend | ወዘንተ (wäzäntä) = en dit | ዜነውክሙ (zenäwkmu) = jullie hebben verteld | ለአንስት (läänst) = aan de vrouwen | በጽንዐ (bätsnä) = in de kracht van | ልብክሙ (lebkmu) = jullie hart | ወበዝንቱ (wäbäzntu) = en door dit | ምሥጢር (mestir) = geheim | ያበዝኃ (yabäzkha) = doen toenemen | አንስት (änst) = vrouwen | ወሰብእ (wäsäb) = en mensen | እኪተ (ekitä) = het kwaad | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De aanklacht: de Wachters kenden een geheim dat voor hen niet bestemd was en vertelden dat aan de vrouwen. **16:4** **Zeg hun dan: ‘Jullie hebben geen vrede.’”** Brontekst: በሎሙ (bälomu) = zeg hun | እንከሰ (enkäsä) = dan | አልብክሙ (älbkmu) = jullie hebben niet | ሰላም (sälam) = vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 17 _Henoch wordt naar de uiteinden van de aarde gebracht_ ### De plaats van de vurige wezens **17:1** En zij namen mij mee naar een plaats, waar zij die daar aanwezig waren als brandend vuur waren, en wanneer zij wilden, verschenen zij als mensen. Brontekst: ወነሥኡኒ (wänäsuni) = en zij namen mij | ውስተ (westä) = in | ፩መካን (፩mäkan) = één plaats | ኀበ (khäbä) = waar | ሀለዉ (häläwu) = aanwezig zijn | ህየ (heyä) = daar | ከመ (kämä) = als | እሳት (esat) = vuur | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይፈቅዱ (yefäqdu) = zij wilden | ያስተርእዩ (yastäryu) = zij schijnen | ከመ (kämä) = als | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **17:2** En hij bracht mij naar de plaats van de wervelstorm en naar een berg, waarvan de top tot in de hemel reikt. Brontekst: ወወሰደኒ (wäwäsädäni) = en hij bracht mij | ውስተ (westä) = in | መካን (mäkan) = plaats | ዘዐውሎ (zääwlo) = van de wervelstorm | ወውስተ (wäwstä) = en op | ደብር (däbr) = de berg | ዘከተማ (zäkätäma) = waarvan de top | ርእሱ (resu) = zijn hoofd | ይበጽሕ (yebätsh) = reikt | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ዘዐውሎ (‘van de wervelstorm’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘de plaats van de duisternis’. **17:3** En ik zag stralende plaatsen en de donder aan de uiteinden, waar de diepte ervan was: een boog van vuur en pijlen en hun koker, en een zwaard van vuur, en alle bliksems. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | መካናተ (mäkanatä) = plaatsen | ብሩሃነ (beruhanä) = stralende | ወነጐድጓድ (wänägwädgwad) = en donder | ውስተ (westä) = in | አጽናፍ (ätsnaf) = de uiteinden | ኀበ (khäbä) = waar | ዕመቁ (emäqu) = zijn diepte | ቀስተ (qästä) = een boog van | እሳት (esat) = vuur | ወሐፅ (wähäts) = en pijlen | ወምጒንጳቲሆሙ (wämgwinpatihomu) = en hun koker | ወሰይፈ (wäsäyfä) = en een zwaard van | እሳት (esat) = vuur | ወመባርቅት (wämäbarqt) = en bliksems | ኲሉ (kwilu) = alle Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **17:4** En zij namen mij mee tot het water van het leven, waarvan gesproken wordt, en tot het vuur van het westen, dat elke ondergang van de zon ontvangt. Brontekst: ወነሥኡኒ (wänäsuni) = en zij namen mij | እስከ (eskä) = tot | ማየ (mayä) = water | ሕይወት (heywät) = het leven | ዘይትነገር (zäytnägär) = waarvan gesproken wordt | ወእስከ (wäskä) = en tot | እሳተ (esatä) = een vuur van | ዓረብ (aräb) = het westen | ዘውእቱ (zäwtu) = die was | ይእኅዝ (yekhz) = dat ontvangt | ኲሎ (kwilo) = alles | ዕርበተ (erbätä) = de ondergang van | ፀሐይ (tsähäy) = de zon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **17:5** En ik kwam bij de rivier van vuur, waarvan het vuur stroomt als water, en die wordt uitgegoten in de grote zee aan de westkant. Brontekst: ወመጻእኩ (wämätsaku) = en ik kwam | እስከ (eskä) = tot | ፈለገ (fälägä) = de rivier van | እሳት (esat) = vuur | ዘይውኅዝ (zäywkhz) = die stroomt | እሳቱ (esatu) = haar vuur | ከመ (kämä) = als | ማይ (may) = water | ወይትከዐው (wäytkääw) = en uitgegoten wordt | ውስተ (westä) = in | ባሕር (bahr) = zee | ዐቢይ (äbiy) = grote | ዘመንገለ (zämängälä) = aan de kant van | ዓረብ (aräb) = het westen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 7:10. Zie ook: Dan 7:10 **17:6** En ik zag alle grote rivieren, en ik bereikte de grote duisternis, en ik ging naar de plaats waar alle vlees wandelt. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ኲሎ (kwilo) = alles | ዐበይተ (äbäytä) = grote | አፍላገ (äflagä) = stromen van | ወእስከ (wäskä) = en tot | ዐቢይ (äbiy) = grote | ጽልመት (tselmät) = duisternis | በጻሕኩ (bätsahku) = ik bereikte | ወሖርኩ (wähorku) = en ik ging | ኀበ (khäbä) = waar | ኲሉ (kwilu) = alle | ዘሥጋ (zäsga) = wat vlees is | ያንሶሱ (yansosu) = wandelt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ኀበ ኲሉ ዘሥጋ ያንሶሱ (‘waar alle vlees wandelt’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘waar geen vlees wandelt’, wat in de samenhang past; onze Ge'ez-tekst heeft geen ontkenning. **17:7** En ik zag de bergen van de duisternis van de regentijd en de plaats waar al het diepe water uitstroomt. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | አድባረ (ädbarä) = de bergen van | ቆባራት (qobarat) = duisternis | እለ (elä) = die | ክረምት (kerämt) = de regentijd | ወምክዓወ (wämkawä) = en de plaats waar uitgegoten wordt | ማይ (may) = water | ዘኲሉ (zäkwilu) = van alle | ቀላይ (qälay) = diep water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **17:8** En ik zag de monden van alle rivieren van de aarde en de mond van de diepte. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | አፉሆሙ (äfuhomu) = de monden van | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | አፍላገ (äflagä) = stromen van | ምድር (medr) = de aarde | ወአፉሃ (wääfuha) = en de mond van | ለቀላይ (läqälay) = het diepe water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 18 _De hoeksteen, de winden en de gevangenis van de sterren_ ### De schatkamers van de winden **18:1** En ik zag de schatkamers van alle winden, en ik zag dat Hij daarmee heel de schepping heeft uitgerust, en de grondvesten van de aarde. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | መዛግብተ (mäzagbtä) = de schatkamers van | ኲሉ (kwilu) = alle | ነፋሳት (näfasat) = winden | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ከመ (kämä) = als | ቦሙ (bomu) = daarmee | አሰርገወ (äsärgäwä) = Hij heeft uitgerust | ኲሎ (kwilo) = alles | ፍጥረተ (feträtä) = de schepping | ወመሰረታቲሃ (wämäsärätatiha) = en de grondvesten | ለምድር (lämdr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **18:2** En ik zag de hoeksteen van de aarde, en ik zag de vier winden die de aarde dragen en het uitspansel van de hemel. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እብነ (ebnä) = de steen van | ማእዘንተ (mazäntä) = de hoeken van | ምድር (medr) = de aarde | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ፬ነፋሳተ (፬näfasatä) = vier winden | እለ (elä) = die | ይፀውርዋ (yetsäwrwa) = die haar dragen | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወለጽንዐ (wälätsnä) = en het uitspansel van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Job 38:6. Zie ook: Job 38:6 **18:3** En ik zag hoe de winden de hoogte van de hemel uitspannen, en zij staan tussen hemel en aarde: zij zijn de zuilen van de hemel. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ከመ (kämä) = als | ነፋሳት (näfasat) = winden | ይረብብዋ (yeräbbwa) = zij spannen uit | ለልዕልና (lällna) = de hoogte van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወእሙንቱ (wämuntu) = en zij | ይቀውሙ (yeqäwmu) = zij staan | ማእከለ (makälä) = tussen | ሰማይ (sämay) = hemel | ወምድር (wämdr) = en aarde | እሙንቱ (emuntu) = zij | ውእቶሙ (wetomu) = dat zijn | አዕማደ (ämadä) = de zuilen van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Job 26:11. Zie ook: Job 26:11 **18:4** En ik zag de winden van de hemel die de hemel doen draaien, die de kring van de zon en alle sterren doen ondergaan. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ነፋሳተ (näfasatä) = de winden | እለ (elä) = die | ይመይጥዋ (yemäytwa) = die haar doen draaien | ለሰማይ (läsämay) = de hemel | እለ (elä) = die | ያዐርቡ (yaärbu) = die doen ondergaan | ለክበበ (läkbäbä) = de kring van | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ከዋክብተ (käwakbtä) = sterren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **18:5** En ik zag de winden op de aarde die de wolken dragen, en ik zag de paden van de engelen; ik zag aan het einde van de aarde het uitspansel van de hemel daarboven. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ዘዲበ (zädibä) = die op | ምድር (medr) = de aarde | ነፋሳተ (näfasatä) = de winden | ዘይፀውሩ (zäytsäwru) = die dragen | ደመናተ (dämänatä) = wolken | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ፍናወ (fenawä) = de paden van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ውስተ (westä) = in | ጽንፈ (tsenfä) = het einde van | ምድር (medr) = de aarde | ጽንዐ (tsenä) = het uitspansel van | ዘሰማይ (zäsämay) = van de hemel | መልዕልተ (mälltä) = daarboven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De zeven bergen **18:6** En ik ging verder naar het zuiden, en het brandt bij dag en bij nacht, waar zeven bergen zijn van kostbare steen, drie naar het oosten en drie naar het zuiden. Brontekst: ወኅለፍኩ (wäkhläfku) = en ik ging verder | መንገለ (mängälä) = naar | አዜብ (äzeb) = het zuiden | ወይነድድ (wäynädd) = en het brandt | መዓልተ (mäaltä) = bij dag | ወሌሊተ (wälelitä) = en bij nacht | ኀበ (khäbä) = waar | ፯አድባር (፯ädbar) = zeven bergen | ዘእምእብን (zämbn) = van steen | ክቡር (kebur) = kostbare | ፫መንገለ (፫mängälä) = drie naar | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | ወ፫መንገለ (wä፫mängälä) = en drie naar | አዜብ (äzeb) = het zuiden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **18:7** En die naar het oosten waren van gekleurde steen, en één van parel en één van genezingssteen; en die naar het zuiden van rode steen. Brontekst: ወመንገለ (wämängälä) = en naar | ጽባሕሰ (tsebahsä) = het oosten | ዘእምእብነ (zämbnä) = van steen van | ኅብር (khebr) = kleur | ወ፩ሰ (wä፩sä) = en één | ዘእምእብነ (zämbnä) = van steen van | ባሕርይ (bahry) = parel | ወ፩ኒ (wä፩ni) = en één | ዘእምእብነ (zämbnä) = van steen van | ፈውስ (fäws) = genezing | ወዘመንገለ (wäzämängälä) = en die naar | አዜብ (äzeb) = het zuiden | እምነ (emnä) = van | እብን (ebn) = steen | ቀይሕ (qäyh) = rode Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ዘእምእብነ ፈውስ (‘van genezingssteen’): de Engelse vertaling van 1912 vertaalt ‘van hyacint’. **18:8** En de middelste reikte tot de hemel, als de troon van Yahweh, van albast, en de top van de troon van saffier. Brontekst: ወማእከላይሰ (wämakälaysä) = en de middelste | ይጐድእ (yegwäd) = reikte | እስከ (eskä) = tot | ሰማይ (sämay) = hemel | ከመ (kämä) = als | መንበሩ (mänbäru) = zijn troon | ለእግዚአብሔር (lägziäbher) = van Yahweh | ዘእምእብነ (zämbnä) = van steen van | ፔካ (peka) = albast | ወድማሁ (wädmahu) = en zijn top | ለመንበር (lämänbär) = van de troon | ዘእምእብነ (zämbnä) = van steen van | ሰንፔር (sänper) = saffier Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Exod. 24:10 en Ezech. 1:26. Voetnoot Lezing: ፔካ: de Engelse vertaling van 1912 vertaalt ‘albast’. Zie ook: Ex 24:10; Ezech 1:26 **18:9** En ik zag een brandend vuur, dat in al de bergen was. Brontekst: ወእሳተ (wäsatä) = en een vuur van | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ወዘሀሎ (wäzähälo) = en wat was | ውስተ (westä) = in | ኲሉ (kwilu) = alle | አድባር (ädbar) = bergen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **18:10** En ik zag daar een plaats aan de overzijde van de grote aarde; daar verzamelen de wateren zich. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ህየ (heyä) = daar | መካነ (mäkanä) = een plaats | ማዕዶቱ (madotu) = de overzijde van | ለዐቢይ (lääbiy) = de grote | ምድር (medr) = de aarde | ህየ (heyä) = daar | ይትጋብኡ (yetgabu) = zich verzamelen | ማያት (mayat) = wateren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De kloof in de aarde **18:11** En ik zag een diepe kloof in de aarde met zuilen van hemels vuur, en ik zag daartussen zuilen van vuur die neerdalen, en zij waren zonder getal, noch naar boven noch naar beneden. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ንቅዐተ (neqätä) = een kloof van | ምድር (medr) = de aarde | ዕሙቀ (emuqä) = diepe | በአእማዲሁ (bäämadihu) = met zuilen | ለእሳተ (läsatä) = van het vuur van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በውስቴቶሙ (bäwstetomu) = daartussen | አዕማደ (ämadä) = de zuilen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ዘእሳት (zäsat) = van vuur | ዘይወርዱ (zäywärdu) = die neerdalen | ወአልቦሙ (wäälbomu) = en zij hadden niet | ኊልቊ (khwilqwi) = getal | ወኢመንገለ (wäimängälä) = en niet naar | መልዕልት (mällt) = boven | ወኢመንገለ (wäimängälä) = en niet naar | ዕመቅ (emäq) = beneden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **18:12** En boven die kloof zag ik een plaats waar geen uitspansel van de hemel boven was en geen grondvest van de aarde beneden, en er was geen water op en geen vogels, maar het was een woeste plaats. Brontekst: ወዲበ (wädibä) = en tegen | ውእቱ (wetu) = dat | ንቅዐት (neqät) = de kloof | ርኢኩ (reiku) = ik zag | መካነ (mäkanä) = een plaats | ወኢጽንዐ (wäitsnä) = en geen uitspansel | ሰማይ (sämay) = hemel | ላዕሌሁ (lalehu) = boven hem | ወኢመሠረተ (wäimäsärätä) = en geen grondvest | ምድር (medr) = de aarde | በታሕቱ (bätahtu) = beneden | ወኢማይ (wäimay) = en geen water | አልቦ (älbo) = er was niet | ላዕሌሁ (lalehu) = op hem | ወኢአዕዋፍ (wäiäwaf) = en geen vogels | አላ (äla) = maar | መካነ (mäkanä) = een plaats | በድው (bädw) = woest | ውእቱ (wetu) = dat Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **18:13** En verschrikkelijk zag ik daar zeven sterren als grote bergen, die branden, en als een geest die mij ondervroeg. Brontekst: ወግሩመ (wägrumä) = en verschrikkelijk | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በህየ (bähyä) = daar | ፯ከዋክብተ (፯käwakbtä) = zeven sterren | ከመ (kämä) = als | ዐበይት (äbäyt) = grote | አድባር (ädbar) = bergen | ዘይነድዱ (zäynäddu) = die branden | ወከመ (wäkämä) = en dat | መንፈስ (mänfäs) = geest | ዘይሴአለኒ (zäyseäläni) = die mij ondervroeg Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ከመ መንፈስ ዘይሴአለኒ (‘als een geest die mij ondervroeg’) is moeilijk; de zin is gelezen zoals hij hier staat. Zie het antwoord van de engel in vers 14. **18:14** De engel zei: Dit is de plaats van het einde van hemel en aarde; dit is een gevangenis geworden voor de sterren van de hemel en het leger van de hemel. Brontekst: ይቤ (yebe) = zei | መልአክ (mäläk) = de engel | ዝውእቱ (zewtu) = dat is | መካነ (mäkanä) = een plaats | ተፍጻሜቱ (täftsametu) = zijn einde | ለሰማይ (läsämay) = de hemel | ወለምድር (wälämdr) = en aarde | ቤተ (betä) = het huis van | ሞቅሕ (moqh) = gevangenis | ኮኖሙ (konomu) = zij zijn geworden | ዝንቱ (zentu) = dit | ለከዋክብተ (läkäwakbtä) = voor de sterren | ሰማይ (sämay) = hemel | ወለኀይለ (wäläkhäylä) = en voor het leger van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **18:15** En de sterren die over het vuur rollen, zij zijn het die het gebod van Yahweh overtreden hebben bij hun opgang, omdat zij niet op hun tijd gekomen zijn. Brontekst: ወከዋክብት (wäkäwakbt) = en sterren | እለ (elä) = die | ያንኰረኲሩ (yankwäräkwiru) = die rollen | ዲበ (dibä) = op | እሳት (esat) = vuur | ወእሉ (wälu) = en dezen | ውእቶሙ (wetomu) = dat zijn | እለ (elä) = die | ኀለፉ (khäläfu) = overtraden | ትእዛዘ (tezazä) = het gebod van | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ጽባሖሙ (tsebahomu) = hun opgang | እስመ (esmä) = omdat | ኢመጽኡ (imätsu) = zij kwamen niet | በጊዜሆሙ (bägizehomu) = op hun tijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Judas 1:13. Zie ook: Jud 1:13 **18:16** En Hij was vertoornd op hen en bond hen tot de tijd dat hun zonde ten einde is, in het jaar van het geheim. Brontekst: ወተምዕዖሙ (wätämomu) = en Hij was vertoornd op hen | ወአሠሮሙ (wääsäromu) = en bond hen | እስከ (eskä) = tot | ጊዜ (gize) = de tijd van | ተፍጻሜተ (täftsametä) = het einde van | ኀጢአቶሙ (khätiätomu) = hun zonde | በዓመተ (bäamätä) = in het jaar van | ምሥጢር (mestir) = geheim Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: በዓመተ ምሥጢር (‘in het jaar van het geheim’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘voor tienduizend jaar’. ## Henoch 19 _Het oordeel over de verleidende engelen_ ### Uriël verklaart **19:1** En Uriël zei tot mij: Hier zullen de engelen staan die zich met de vrouwen verenigd hebben. Hun geesten, die vele gedaanten aannemen, verontreinigen de mensen en verleiden de mensen om te offeren aan de demonen als aan goden, tot de grote dag van het oordeel, waarop zij geoordeeld worden totdat zij ten einde gebracht zijn. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en zei tot mij | ኡርኤል (urel) = Uriël | በዝየ (bäzyä) = hier | ተደሚሮሙ (tädämiromu) = zich verenigd hebben | መላእክት (mälakt) = de engelen | ምስለ (meslä) = met | አንስት (änst) = vrouwen | ይቀውሙ (yeqäwmu) = zij staan | መናፍስቲሆሙ (mänafstihomu) = hun geesten | ወብዙኃ (wäbzukha) = en vele | ራእየ (rayä) = een visioen | ከዊኖሙ (käwinomu) = gedaanten aannemend | አርኰስዎሙ (ärkwäswomu) = zij verontreinigen | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ወያስሕትዎሙ (wäyashtwomu) = en zij verleiden hen | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ከመ (kämä) = als | ይሡዑ (yesuu) = zij offeren | ለአጋንንት (läägannt) = aan de demonen | ከመ (kämä) = als | አማልክት (ämalkt) = goden | እስመ (esmä) = omdat | በዕለት (bälät) = op de dag van | ዐባይ (äbay) = grote | ኲነኔ (kwinäne) = het oordeel | በዘይትኴነኑ (bäzäytkwenänu) = waarop zij geoordeeld worden | እስከ (eskä) = tot | ይትፌጸሙ (yetfetsämu) = zij ten einde gebracht worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 32:17 en Ps. 106:37. Zie ook: Deut 32:17; Ps 106:37 **19:2** En ook hun vrouwen, die de engelen van de hemel hebben verleid, zullen vredelievenden worden. Brontekst: ወአንስቲያሆሙኒ (wäänstiyahomuni) = en ook hun vrouwen | አስሒቶን (äshiton) = die hebben verleid | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ከመ (kämä) = als | ሰላማውያን (sälamawyan) = vredelievenden | ይከውና (yekäwna) = zij zullen worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ሰላማውያን (‘vredelievenden’): de Engelse vertaling van 1912 vertaalt ‘sirenen’. **19:3** En ik, Henoch, zag als enige het visioen, de uiteinden van alles, en niemand van de mensen heeft gezien wat ik gezien heb. Brontekst: ወአነ (wäänä) = en ik | ሄኖክ (henok) = Henoch | ርኢኩ (reiku) = ik zag | አርአያ (äräya) = het visioen | ባሕቲትየ (bahtityä) = alleen ik | አጽናፈ (ätsnafä) = de uiteinden van | ኲሉ (kwilu) = alle | ወአልቦ (wäälbo) = en er is niemand | ዘርእየ (zäryä) = wat gezien is | እምሰብእ (emsäb) = uit de mensen | ከመ (kämä) = als | አነ (änä) = ik | ርኢኩ (reiku) = ik zag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 20 _De heilige engelen die waken_ ### De namen van de engelen **20:1** En dit zijn de namen van de heilige engelen die waken. Brontekst: ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ውእቱ (wetu) = dat | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | ለእለ (lälä) = van hen die | ይተግሁ (yetäghu) = waken | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | መላእክት (mälakt) = de engelen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Hier volgen zes engelen; de Engelse vertaling van 1912 heeft er zeven. **20:2** Uriël, één van de heilige engelen, namelijk die van de donder en van de beving. Brontekst: ኡርኤል (urel) = Uriël | ፩እምነ (፩mnä) = één van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | እስመ (esmä) = omdat | ዘረዓም (zäräam) = van de donder | ወዘረዓድ (wäzäräad) = en van de beving Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ዘረዓም ወዘረዓድ (‘van de donder en van de beving’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘die over de wereld en over de Tartarus is’. **20:3** Rafaël, één van de heilige engelen, die over de geesten van de mensen is. Brontekst: ሩፋኤል (rufael) = Rafaël | ፩እምነ (፩mnä) = één van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ዘመናፍስተ (zämänafstä) = over de geesten van | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **20:4** Raguël, één van de heilige engelen, die wraak neemt over de wereld en de lichten. Brontekst: ራጉኤል (raguel) = Raguël | ፩እምነ (፩mnä) = één van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ዘይትቤቀሎ (zäytbeqälo) = die wraak neemt over | ለዓለም (läaläm) = tot in eeuwigheid | ወለብርሃናት (wäläbrhanat) = en de lichten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **20:5** Michaël, één van de heilige engelen, namelijk die aangesteld is over het goede van de mensen, over het volk. Brontekst: ሚካኤል (mikael) = Michaël | ፩እምነ (፩mnä) = één van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | እስመ (esmä) = omdat | በዲበ (bädibä) = op | ሠናይቱ (sänaytu) = het goede van | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ተአዛዚ (tääzazi) = aangesteld | ዲበ (dibä) = op | ሕዝብ (hezb) = het volk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **20:6** Saraqaël, één van de heilige engelen, die over de geesten van de mensenkinderen is, die zondigen. Brontekst: ሰረቃኤል (säräqael) = Saraqaël | ፩እምነ (፩mnä) = één van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ዘዲበ (zädibä) = die op | መናፍስተ (mänafstä) = geesten | እጓለ (egwalä) = de kinderen van | እመሕያው (emähyaw) = de mens | ዘመናፍስተ (zämänafstä) = over de geesten van | ያኅጥኡ (yakhtu) = zondigen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **20:7** Gabriël, één van de heilige engelen, die over de slangen en over het paradijs en over de cherubs is. Brontekst: ገብርኤል (gäbrel) = Gabriël | ፩እምነ (፩mnä) = één van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ዘዲበ (zädibä) = die op | አኪስት (äkist) = slangen | ወዘዲበ (wäzädibä) = en over | ገነት (gänät) = het paradijs | ወዘኪሩቤል (wäzäkirubel) = en over de cherubs Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 3:24. Voetnoot Lezing: Na Gabriël heeft de Engelse vertaling van 1912 nog een engel (20:8): Remiël, ‘die Elohim over hen die opstaan gesteld heeft’. Dit vers ontbreekt in de Ge'ez-tekst van Beta Masaheft. Zie ook: Gen 3:24 ## Henoch 21 _De gevangenis van de engelen en sterren_ ### De plaats van de zeven sterren **21:1** En ik ging rond tot een plaats waar niets gemaakt is. Brontekst: ወኦድኩ (wäodku) = en ik ging rond | እስከ (eskä) = tot | መካን (mäkan) = plaats | ኀበ (khäbä) = waar | አልቦ (älbo) = er was niet | ዘይትገበር (zäytgäbär) = dat geschiedt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **21:2** En ik zag daar een verschrikkelijk werk: geen hoge hemel en geen gegrondveste aarde, maar een woeste plaats, toebereid en vreselijk. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በህየ (bähyä) = daar | ግብረ (gebrä) = het werk van | ግሩመ (gerumä) = verschrikkelijk | ኢሰማየ (isämayä) = geen hemel | ልዑለ (leulä) = hoge | ወኢምድረ (wäimdrä) = en geen aarde | ሱርርተ (surrtä) = gegrondveste | አላ (äla) = maar | መካነ (mäkanä) = een plaats | በድው (bädw) = woest | ዘድልው (zädlw) = toebereide | ወግፉም (wägfum) = en vreselijke Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **21:3** En daar zag ik zeven sterren van de hemel, daarin samen gebonden, als grote bergen en als brandend vuur. Brontekst: ወህየ (wähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ፯ከዋክብተ (፯käwakbtä) = zeven sterren | ሰማይ (sämay) = hemel | እሱራን (esuran) = gebonden | በላዕሌሁ (bälalehu) = daarin | ኅብረ (khebrä) = samen | ከመ (kämä) = als | አድባር (ädbar) = bergen | ዐበይት (äbäyt) = grote | ወከመ (wäkämä) = en dat | ዘእሳት (zäsat) = van vuur | እንዘ (enzä) = terwijl | ይነድዱ (yenäddu) = branden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **21:4** Toen zei ik: Om welke zonde zijn zij gebonden, en waarom zijn zij hierheen geworpen? Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | እቤ (ebe) = zei ik | በእንተ (bäntä) = over | አይ (äy) = welke | ኅጢአት (khetiät) = zonde | ተአሥሩ (tääsru) = zijn zij gebonden | ወበእንተ (wäbäntä) = en vanwege | ምንት (ment) = wat | ዝየ (zeyä) = hier | ተገድፉ (tägädfu) = zijn zij geworpen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **21:5** En Uriël, één van de heilige engelen die met mij was, die mij leidde, zei tot mij, en hij zei: Henoch, om wie vraag je, en om wie onderzoek je en vraag je en ijver je? Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en zei tot mij | ኡርኤል (urel) = Uriël | ፩እምነ (፩mnä) = één van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ዘምስሌየ (zämsleyä) = die met mij was | ውእቱ (wetu) = dat | ይመርሀኒ (yemärhäni) = leidde mij | ወይቤ (wäybe) = en hij zei | ሄኖክ (henok) = Henoch | በእንተ (bäntä) = over | መኑ (mänu) = wie | ትሴአል (teseäl) = vraag je | ወበእንተ (wäbäntä) = en vanwege | መኑ (mänu) = wie | ትጤይቅ (teteyq) = onderzoek je | ወትስእል (wätsl) = en vraag je | ወትጽህቅ (wättshq) = en ijver je Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **21:6** Deze behoren tot de sterren die het gebod van Yahweh, de Allerhoogste, overtreden hebben, en zij zijn hier gebonden totdat tienduizend jaren voltooid zijn, het getal van de dagen van hun zonde. Brontekst: እሉ (elu) = deze | ውእቶሙ (wetomu) = dat zijn | እምነ (emnä) = van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | እለ (elä) = die | ኀለፉ (khäläfu) = overtraden | ትእዛዘ (tezazä) = het gebod van | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ወተአሥሩ (wätääsru) = en zij zijn gebonden | በዝየ (bäzyä) = hier | እስከ (eskä) = tot | ይትፌጸም (yetfetsäm) = voltooid wordt | ትእልፊተ (telfitä) = tienduizend | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ኊልቈ (khwilqwä) = het getal van | መዋዕለ (mäwalä) = de dagen van | ኃጢአቶሙ (khatiätomu) = hun zonde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Judas 1:13. Voetnoot Lezing: ትእልፊተ ዓለም (letterlijk ‘tienduizend van de wereld’): gelezen als ‘tienduizend jaren’, zoals ook de Engelse vertaling van 1912 vertaalt. Zie ook: Jud 1:13 ### Het vuur van de afgrond **21:7** En vandaar ging ik naar een andere plaats, verschrikkelijker dan deze, en ik zag een verschrikkelijk werk: een groot vuur dat daar brandt en laait, en de plaats had een kloof tot aan de afgrond, vol grote zuilen van vuur die neerdaalden. Noch zijn maat noch zijn grootte kon ik zien, en ik kon zijn oorsprong niet zien. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | ካልአ (kalä) = een andere | መካነ (mäkanä) = een plaats | እምዝ (emz) = dan deze | ዘይጌርም (zäygerm) = die verschrikkelijker is | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ግብረ (gebrä) = het werk van | ግሩመ (gerumä) = verschrikkelijk | እሳት (esat) = vuur | ዐቢይ (äbiy) = grote | በህየ (bähyä) = daar | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | ወያንበለብል (wäyanbäläbl) = en laait | ወመምተርት (wämämtärt) = en een kloof | ቦቱ (botu) = daaraan | ወሰኑ (wäsänu) = en zijn lengte | እስከ (eskä) = tot | ቀላይ (qälay) = diep water | ፍጹም (fetsum) = vol | አዕማደ (ämadä) = de zuilen van | እሳት (esat) = vuur | ዐበይት (äbäyt) = grote | ዘያወርድዎሙ (zäyawärdwomu) = die neerdalen | ወኢአምጣኖ (wäiämtano) = noch zijn maat | ወኢዕበዮ (wäibäyo) = noch zijn grootte | እክህልኩ (ekhlku) = kon ik | ነጽሮ (nätsro) = zien | ወስእንኩ (wäsnku) = en ik kon niet | ነጽሮ (nätsro) = zien | ዐይኑ (äynu) = zijn bron Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **21:8** Toen zei ik: Hoe verschrikkelijk is deze plaats en hoe pijnlijk om te zien! Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | እቤ (ebe) = zei ik | እፎ (efo) = hoe | ግሩም (gerum) = verschrikkelijk | ዝንቱ (zentu) = dit | መካን (mäkan) = plaats | ወሕማም (wähmam) = en pijnlijk | ለነጽሮ (länätsro) = om te zien Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **21:9** Toen antwoordde mij Uriël, één van de heilige engelen die met mij was, hij antwoordde mij en zei tot mij: Henoch, wat is jouw vrees en jouw schrik, hierom: deze verschrikkelijke plaats en voor het aangezicht van deze pijn? Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | አውሥአኒ (äwsäni) = antwoordde mij | ኡርኤል (urel) = Uriël | ፩እመላእክት (፩mälakt) = één van de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ዘምስሌየ (zämsleyä) = die met mij was | ሀለወ (häläwä) = was | አውሥአኒ (äwsäni) = antwoordde mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en zei tot mij | ሄኖክ (henok) = Henoch | ምንት (ment) = wat | ውእቱ (wetu) = dat | ፍርሃትከ (ferhatkä) = jouw vrees | ከመዝ (kämäz) = zo | ወድንጋፄከ (wädngatsekä) = en jouw schrik | በእንተዝ (bäntäz) = hierom | ግሩም (gerum) = verschrikkelijk | መካን (mäkan) = plaats | ወቅድመ (wäqdmä) = en voor | ገጹ (gätsu) = zijn aangezicht | ለዝ (läz) = voor deze | ሕማም (hemam) = pijn Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **21:10** En hij zei tot mij: Deze plaats is de gevangenis van de engelen, en daar worden zij vastgehouden tot in eeuwigheid. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en zei tot mij | ዝመካን (zemäkan) = deze plaats | ቤተ (betä) = het huis van | ሞቅሖሙ (moqhomu) = hun gevangenis | ለመላእክት (lämälakt) = van de engelen | ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ይትአኅዙ (yetäkhzu) = zij worden vastgehouden | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = tot in eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 2 Petr. 2:4 en Judas 1:6. Zie ook: 2 Petr 2:4; Jud 1:6 ## Henoch 22 _De plaatsen van de zielen van de doden_ ### De berg met de vier plaatsen **22:1** En vandaar ging ik naar een andere plaats, en hij toonde mij in het westen een grote en hoge berg en een harde rots en vier mooie plaatsen. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | ካልአ (kalä) = een andere | መካነ (mäkanä) = een plaats | ወአርአየኒ (wääräyäni) = en hij toonde mij | በምዕራብ (bämrab) = in het westen | ደብረ (däbrä) = een berg | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ወነዋኀ (wänäwakhä) = en hoge | ወኰኲሕ (wäkwäkwih) = en een rots | ጽኑዕ (tsenu) = harde | ወ፬መካናት (wä፬mäkanat) = en vier plaatsen | ሠናያት (sänayat) = mooie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **22:2** En daarin waren plaatsen, diep en wijd en zeer glad, zo glad als wat rolt, en diep en donker om te zien. Brontekst: ወበውስቴቱ (wäbäwstetu) = en daarin | ዘቦቱ (zäbotu) = die had | ዕሙቅ (emuq) = diep | ወርኂብ (wärkhib) = en wijd | ወልሙጽ (wälmuts) = en glad | ጥቀ (teqä) = zeer | ከመ (kämä) = als | ልሙጽ (lemuts) = glad | ዘያንኰረኲር (zäyankwäräkwir) = als wat rolt | ወዕሙቅ (wämuq) = en diep | ወጽልመት (wätslmät) = en donker | ለነጽሮ (länätsro) = om te zien Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **22:3** Toen antwoordde mij Rafaël, één van de heilige engelen die met mij was, en zei tot mij: Deze plaatsen zijn mooi, opdat zich daarin de geesten verzamelen, de zielen van de doden; hiervoor zijn zij geschapen, hier verzamelen zij alle zielen van de mensenkinderen. Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | አውሥአኒ (äwsäni) = antwoordde mij | ሩፋኤል (rufael) = Rafaël | ፩እመላእክት (፩mälakt) = één van de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ዘሀለወ (zähäläwä) = die was | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | እላ (ela) = maar | መካናት (mäkanat) = plaatsen | ሠናያት (sänayat) = mooie | ከመ (kämä) = als | ይትጋብኡ (yetgabu) = zich verzamelen | ዲቤሆን (dibehon) = daarin | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ነፍሶሙ (näfsomu) = de zielen | ለምውታን (lämwtan) = van de doden | ሎሙ (lomu) = voor hen | እሎንቱ (elontu) = die | ተፈጥሩ (täfätru) = zijn geschapen | ዝየ (zeyä) = hier | ያስተጋብኡ (yastägabu) = zij verzamelen | ኲሎ (kwilo) = alle | ነፍሰ (näfsä) = de zielen van | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **22:4** En die plaatsen, waar zij hen laten wonen, hebben zij gemaakt tot de dag van hun oordeel en tot hun bestemde tijd; en die termijn is lang, tot het grote oordeel over hen. Brontekst: ወእሙንቱ (wämuntu) = en zij | መካናት (mäkanat) = plaatsen | ኀበ (khäbä) = waar | ያነብርዎሙ (yanäbrwomu) = zij hen laten wonen | ገብሩ (gäbru) = zij hebben gemaakt | እስከ (eskä) = tot | ዕለተ (elätä) = de dag van | ኲነኔሆሙ (kwinänehomu) = hun oordeel | ወእስከ (wäskä) = en tot | አመ (ämä) = in de dagen van | ዕድሜሆሙ (edmehomu) = hun bestemde tijd | ወዕድሜ (wädme) = en de termijn | ውእቱ (wetu) = dat | ዐቢይ (äbiy) = grote | እስከ (eskä) = tot | አመ (ämä) = in de dagen van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዐቢይ (äbiy) = grote | በላዕሌሆሙ (bälalehomu) = daarop Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De stem van Abel **22:5** En ik zag de geesten van de mensenkinderen, terwijl zij dood waren, en hun stem reikte tot de hemel en klaagde. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | መናፍስተ (mänafstä) = geesten | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | እንዘ (enzä) = terwijl | ምውታን (mewtan) = dood | ውእቶሙ (wetomu) = dat zijn | ወቃሎሙ (wäqalomu) = en hun stem | ይበጽሕ (yebätsh) = reikt | እስከ (eskä) = tot | ሰማይ (sämay) = hemel | ወይሰኪ (wäysäki) = en klaagt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **22:6** In die tijd vroeg ik Rafaël, de engel die met mij was, en ik zei tot hem: Van wie is deze geest, wiens stem zo reikt en klaagt? Brontekst: ይእተ (yetä) = in die | ጊዜ (gize) = de tijd van | ተስእልክዎ (täslkwo) = ik vroeg hem | ለሩፋኤል (lärufael) = tot Rafaël | መልአክ (mäläk) = de engel | ዘሀሎ (zähälo) = wat is | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ወእቤሎ (wäbelo) = en ik zei tot hem | ዝመንፈስ (zemänfäs) = deze geest | ዘመኑ (zämänu) = van wie | ውእቱ (wetu) = dat | ዘከመዝ (zäkämäz) = zo | ቃሉ (qalu) = zijn stem | ይበጽሕ (yebätsh) = reikt | ወይሰኪ (wäysäki) = en klaagt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **22:7** En hij antwoordde mij en zei tot mij: Dit is de geest die uit Abel is voortgekomen, die door Kaïn, zijn broer, gedood is, en hij klaagt over hem, totdat zijn nageslacht van het aangezicht van de aarde verdelgd wordt en zijn nageslacht onder het geslacht van de mensen verdwijnt. Brontekst: ወአውሥአኒ (wääwsäni) = en hij antwoordde mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | እንዘ (enzä) = terwijl | ይብል (yebl) = zeggend | ዝንቱ (zentu) = dit | መንፈስ (mänfäs) = geest | ውእቱ (wetu) = dat | ዘይወፅእ (zäywäts) = die uitgaat | እምአቤል (emäbel) = uit Abel | ዘቀተሎ (zäqätälo) = die gedood heeft | ቃየል (qayäl) = Kaïn | እኁሁ (ekhuhu) = zijn broer | ወይሰኪ (wäysäki) = en klaagt | ኪያሁ (kiyahu) = hem | እስከ (eskä) = tot | ሶበ (sobä) = wanneer | ይትኃጐል (yetkhagwäl) = verdelgd wordt | ዘርኡ (zäru) = zijn nageslacht | እምገጸ (emgätsä) = van het aangezicht van | ምድር (medr) = de aarde | ወእምዘርአ (wämzärä) = en onder het geslacht van | ሰብእ (säb) = mensen | ይማስን (yemasn) = verdwijnt | ዘርኡ (zäru) = zijn nageslacht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 4:8–10. Zie ook: Gen 4:8–10 **22:8** En daarom vroeg ik toen over hem en over het oordeel over allen, en ik zei: Waarom is de ene van de andere gescheiden? Brontekst: ወበእንተዝ (wäbäntäz) = en daarom | ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | ተስእልኩ (täslku) = ik vroeg | በእንቲአሁ (bäntiähu) = over hem | ወበእንተ (wäbäntä) = en over | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ኲሉ (kwilu) = alle | ወእቤ (wäbe) = en ik zei | በእንተ (bäntä) = over | ምንት (ment) = waarom | ተፈልጠ (täfältä) = is gescheiden | ፩እምነ (፩mnä) = één van | ፩ (፩) = één Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **22:9** En hij antwoordde mij en zei tot mij: Deze drie zijn gemaakt om de geesten van de doden te scheiden; en zo zijn de zielen van de rechtvaardigen gescheiden: dit is een bron van water, en daarboven licht. Brontekst: ወአውሥአኒ (wääwsäni) = en hij antwoordde mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | እሉ (elu) = deze | ፫ተገብሩ (፫tägäbru) = drie zijn gemaakt | ከመ (kämä) = als | ይፍልጡ (yefltu) = om te scheiden | መንፈሶሙ (mänfäsomu) = hun geest | ለምውታን (lämwtan) = van de doden | ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ተፈልጠ (täfältä) = is gescheiden | ነፍሶሙ (näfsomu) = de zielen | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ዝውእቱ (zewtu) = dat is | ነቅዐ (näqä) = een bron van | ማይ (may) = water | በላዕሌሁ (bälalehu) = daarin | ብርሃን (berhan) = licht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **22:10** Zo is het ook voor de zondaars geschapen, wanneer zij sterven en in de aarde begraven worden, en er geen oordeel over hen is gekomen in hun leven. Brontekst: በከመ (bäkämä) = zoals | ከማሁ (kämahu) = zo | ተፈጥረ (täfäträ) = is geschapen | ለኃጥአን (läkhatän) = voor de zondaars | ሶበ (sobä) = wanneer | ይመውቱ (yemäwtu) = zij sterven | ወይትቀበሩ (wäytqäbäru) = en begraven worden | ውስተ (westä) = in | ምድር (medr) = de aarde | ወኲነኔ (wäkwinäne) = en het oordeel | ኢኮነ (ikonä) = was niet | በላዕሌሆሙ (bälalehomu) = daarop | በሕይወቶሙ (bähywätomu) = in hun leven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **22:11** En hier worden hun zielen gescheiden in deze grote pijn, tot de grote dag van het oordeel, en de plaag en de pijn voor hen die vervloeken tot in eeuwigheid, en vergelding voor hun zielen. En daar bindt Hij hen tot in eeuwigheid. Brontekst: ወበዝየ (wäbäzyä) = en hier | ይትፈለጣ (yetfäläta) = worden gescheiden | ነፍሳቲሆሙ (näfsatihomu) = hun zielen | ዲበ (dibä) = op | ዛቲ (zati) = deze | ዐባይ (äbay) = grote | ፃዕር (tsar) = kwelling | እስከ (eskä) = tot | አመ (ämä) = in de dagen van | ዐባይ (äbay) = grote | ዕለት (elät) = dag | እንተ (entä) = die | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ወመቅሠፍት (wämäqsäft) = en plaag | ወፃዕር (wätsar) = en pijn | ለእለ (lälä) = van hen die | ይረግሙ (yerägmu) = zij vervloeken | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወበቀል (wäbäqäl) = en vergelding | ለነፍሶሙ (länäfsomu) = voor hun zielen | ወበህየ (wäbähyä) = en daar | የአሥሮሙ (yääsromu) = Hij bindt hen | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **22:12** En indien het van vóór de wereld is, dan is het zo gescheiden voor de zielen van hen die klagen, en voor hen die bekendmaken wat hun verderf betreft, toen zij gedood werden in de dagen van de zondaars. Brontekst: ወእመኒ (wämäni) = en indien | ውእቱ (wetu) = dat | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ተፈልጠ (täfältä) = is gescheiden | ለነፍሶሙ (länäfsomu) = voor hun zielen | ለእለ (lälä) = van hen die | ይሰክዩ (yesäkyu) = zij klagen | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ያርእዩ (yaryu) = bekendmaken | በእንተ (bäntä) = over | ሕጒለት (hegwilät) = het verderf | አመ (ämä) = in de dagen van | ተቀትሉ (täqätlu) = zij werden gedood | በመዋዕለ (bämäwalä) = in de dagen van | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወእመኒ ውእቱ እምቅድመ ዓለም (‘en indien het van vóór de wereld is’) is onzeker; de zin is gelezen als vaststelling dat de scheiding ook van oudsher bestaat. ### De zondaars **22:13** Zo is het geschapen voor de zielen van de mensen die niet rechtvaardig waren maar zondaars, die volkomen in de zonde waren, en met de zondaars zullen zij zijn zoals zij. En hun zielen zullen op de dag van het oordeel niet gedood worden en zullen vandaar niet opstaan. Brontekst: ከመዝ (kämäz) = zo | ተፈጥረ (täfäträ) = is geschapen | ለነፍሶሙ (länäfsomu) = voor hun zielen | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | እለ (elä) = die | ኢኮኑ (ikonu) = zij waren niet | ጻድቃነ (tsadqanä) = rechtvaardig | አላ (äla) = maar | ኃጥኣነ (khatanä) = zondaars | እለ (elä) = die | ፍጹማነ (fetsumanä) = volkomen | አበሳ (äbäsa) = zonde | ወምስለ (wämslä) = en met | አባስያን (äbasyan) = zondaars | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | ከማሆሙ (kämahomu) = zoals zij | ወነፍሶሙሰ (wänäfsomusä) = en hun zielen | ኢትትቀተል (ittqätäl) = zullen niet gedood worden | በዕለተ (bälätä) = op de dag van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ወኢይትነሥኡ (wäiytnäsu) = en zij verheffen zich niet | እምዝየ (emzyä) = vandaar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **22:14** Toen zegende ik Yahweh van de heerlijkheid en zei: Gezegend is mijn Heer, Yahweh van de heerlijkheid en gerechtigheid, die over alles heerst tot in eeuwigheid. Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | ባረክዎ (baräkwo) = ik zegende Hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ወእቤ (wäbe) = en ik zei | ቡሩክ (buruk) = gezegend | ውእቱ (wetu) = dat | እግዚእየ (egziyä) = mijn Heer | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ወጽድቅ (wätsdq) = en gerechtigheid | ዘኲሎ (zäkwilo) = die alles | ይመልክ (yemälk) = beheerst | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 23 _Het vuur van het westen_ ### Het vuur zonder rust **23:1** En vandaar ging ik naar een andere plaats, naar het westen, tot de uiteinden van de aarde. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | ካልአ (kalä) = een andere | መካነ (mäkanä) = een plaats | መንገለ (mängälä) = naar | ዓረብ (aräb) = het westen | እስከ (eskä) = tot | አጽናፈ (ätsnafä) = de uiteinden van | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **23:2** En ik zag een brandend vuur dat voortsnelt en niet rust en niet ophoudt met zijn loop, bij dag en bij nacht, maar steeds zo. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እሳተ (esatä) = een vuur van | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | ወይረውፅ (wäyräwts) = en rent | እንዘ (enzä) = terwijl | ኢያዐርፍ (iyaärf) = rust niet | ወኢይነትግ (wäiynätg) = en houdt niet op | እምሩጸቱ (emrutsätu) = met zijn loop | መዓልተ (mäaltä) = bij dag | ወሌሊተ (wälelitä) = en bij nacht | አላ (äla) = maar | ከማሁመ (kämahumä) = steeds zo Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **23:3** En ik vroeg en zei: Wat is dit, dat geen rust heeft? Brontekst: ወተስእልኩ (wätäslku) = en ik vroeg | እንዘ (enzä) = terwijl | እብል (ebl) = zeggend | ዝንቱ (zentu) = dit | ምንት (ment) = waarom | ውእቱ (wetu) = dat | ዘአልቦ (zäälbo) = dat niet heeft | ዕረፍት (eräft) = rust Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **23:4** Toen antwoordde mij Raguël, één van de heilige engelen die met mij was, en zei tot mij: Dit wat je gezien hebt, de loop naar het westen, is brandend vuur: dat zijn alle lichten van de hemel. Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | አውሥአኒ (äwsäni) = antwoordde mij | ራጉኤል (raguel) = Raguël | ፩እምነ (፩mnä) = één van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ዘሀሎ (zähälo) = wat is | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ዝንቱ (zentu) = dit | ዘርኢከ (zärikä) = wat je gezien hebt | ሩጸተ (rutsätä) = de loop naar | ዘመንገለ (zämängälä) = aan de kant van | ዐረብ (äräb) = het westen | እሳት (esat) = vuur | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | ውእቱ (wetu) = dat | ኲሉ (kwilu) = alle | ብርሃናተ (berhanatä) = de lichten van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 24 _De zeven bergen en de geurende boom_ ### De berg van vuur **24:1** En vandaar ging ik naar een andere plaats van de aarde, en hij toonde mij een berg van vuur, die dag en nacht laait. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | ካልአ (kalä) = een andere | መካነ (mäkanä) = een plaats | ምድር (medr) = de aarde | ወአርአየኒ (wääräyäni) = en hij toonde mij | ደብረ (däbrä) = een berg | እሳት (esat) = vuur | ዘያንበለብል (zäyanbäläbl) = dat laait | መዓልተ (mäaltä) = bij dag | ወሌሊተ (wälelitä) = en bij nacht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **24:2** En ik ging erheen en zag zeven prachtige bergen, en elk verschillend van de andere, en kostbare en mooie stenen. En alles was kostbaar en prachtig om te zien en mooi van aanzien: drie naar het oosten, gegrondvest de ene op de andere, en drie naar het noorden, gegrondvest de ene op de andere. En diepe en ruwe dalen, de ene niet dicht bij de andere. Brontekst: ወሖርኩ (wähorku) = en ik ging | መንገሌሁ (mängälehu) = erheen | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ፯አድባረ (፯ädbarä) = zeven bergen | ክቡራነ (keburanä) = prachtige | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ፩እምነ (፩mnä) = één van | ፩እንዘ (፩nzä) = één terwijl | ይትዌለጥ (yetwelät) = verschillend | ወአዕባነ (wääbanä) = en stenen | ክቡራነ (keburanä) = prachtige | ወሠናያነ (wäsänayanä) = en mooie | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ክቡር (kebur) = kostbare | ወስብሕ (wäsbh) = en prachtig | ራእዮሙ (rayomu) = hun aanzien | ወሠናይ (wäsänay) = en mooi | ገጾሙ (gätsomu) = hun aangezichten | ፫መንገለ (፫mängälä) = drie naar | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | ወጽኑዓን (wätsnuan) = en gegrondvest | ፩ዲበ (፩dibä) = de ene op | ፩ወ፫መንገለ (፩wä፫mängälä) = de andere, en drie naar | ሰሜን (sämen) = het noorden | ወጽኑዓን (wätsnuan) = en gegrondvest | ፩ዲበ (፩dibä) = de ene op | ፩ወቈላተ (፩wäqwälatä) = de andere, en dalen | ዕሙቃተ (emuqatä) = diepe | ወጠዋያተ (wätäwayatä) = en ruwe | አሐቲ (ähäti) = één | ለአሐቲ (läähäti) = van de ander | እይትቃረባ (eytqaräba) = zij komen niet dicht bij elkaar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ሰሜን (‘noorden’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘zuiden’, zoals ook in 18:6. ### De zevende berg **24:3** En de zevende berg was in het midden van deze, en in hoogte lijkt hij op de zetel van een troon, en geurende bomen omringden hem. Brontekst: ወሳብዕ (wäsab) = en de zevende | ደብር (däbr) = de berg | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen | ለእሎንቱ (lälontu) = dezen | ወኑኆሙሰ (wänukhomusä) = en hun hoogte | ይትማሰሉ (yetmasälu) = zij lijken | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ከመ (kämä) = als | መንበረ (mänbärä) = een troon | አትሮንስ (ätrons) = een troon | ወየዐውድዎ (wäyääwdwo) = en omringden hem | ዕፀወ (etsäwä) = met bomen | መዐዛ (määza) = geur Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **24:4** En daartussen was een boom zoals ik nooit eerder had geroken. Niet één van hen was zoals hij, en andere zoals hij waren er niet; hij geurt boven elke geur, en zijn bladeren en zijn bloem en zijn hout verwelken niet in eeuwigheid, en zijn vrucht is mooi, en zijn vrucht is als de trossen van de palm. Brontekst: ወሀሎ (wähälo) = en er was | ውስቴቶሙ (westetomu) = daartussen | ዕፅ (ets) = een boom | አልቦ (älbo) = er was niet | ግሙራ (gemura) = ooit | አመ (ämä) = in de dagen van | ፄነወኒ (tsenäwäni) = ik rook | ወኢ (wäi) = en niet | ፩እምውስቴቶሙ (፩mwstetomu) = één van hen | ወባዕዳንሂ (wäbadanhi) = en anderen | ዘከማሁ (zäkämahu) = zoals hij | ኢኮነ (ikonä) = was niet | ዘይምዕዝ (zäymz) = die geurt | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | መዐዛ (määza) = geur | ወቈጽሉ (wäqwätslu) = en zijn bladeren | ወጽጌሁ (wätsgehu) = en zijn bloem | ወዕፁ (wätsu) = en zijn hout | ኢይጸመሂ (iytsämähi) = verwelken niet | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወፍሬሁኒ (wäfrehuni) = en zijn vrucht | ሠናይ (sänay) = mooi | ወፍሬሁሰ (wäfrehusä) = en zijn vrucht | ከመ (kämä) = als | አስካለ (äskalä) = de trossen van | በቀልት (bäqält) = de palm Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: አልቦ ግሙራ አመ ፄነወኒ (‘ooit geroken’): moeilijke zin; gelezen als ‘zoals ik nooit eerder had geroken’. **24:5** En in die tijd zei ik: Zie, deze boom is mooi, en mooi om te zien, en zijn bladeren zijn bekoorlijk, en zijn vrucht is zeer bekoorlijk om te zien. Brontekst: ወውእተ (wäwtä) = en in die | ጊዜ (gize) = de tijd van | እቤ (ebe) = zei ik | ነዋ (näwa) = zie | ዝንቱ (zentu) = dit | ሠናይ (sänay) = mooi | ዕፅ (ets) = een boom | ወሠናይ (wäsänay) = en mooi | ለርእይ (läry) = om te zien | ወአዳም (wäädam) = en bekoorlijk | ቈጽሉ (qwätslu) = zijn bladeren | ወፍሬሆኒ (wäfrehoni) = en zijn vrucht | ሞገስ (mogäs) = bekoring | ጥቀ (teqä) = zeer | ለርእየ (läryä) = om te zien | ገጽ (gäts) = aanzien Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወአዳም (‘en bekoorlijk’) is gelezen naar de samenhang; de Engelse vertaling van 1912 vertaalt ‘mooi’. **24:6** En in die tijd antwoordde mij Michaël, één van de heilige en eerbiedwaardige engelen die met mij was, die over hen was. Brontekst: ወውእተ (wäwtä) = en in die | ጊዜ (gize) = de tijd van | አውሥአኒ (äwsäni) = antwoordde mij | ሚካኤል (mikael) = Michaël | ፩እምነ (፩mnä) = één van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወክቡራን (wäkburan) = en eerbiedwaardige | ዘምስሌየ (zämsleyä) = die met mij was | ሀሎ (hälo) = is op het punt | ውእቱ (wetu) = dat | ዘዲቤሆሙ (zädibehomu) = die over hen was Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 25 _De boom des levens_ **25:1** En hij zei tot mij: Henoch, wat vraag je mij over de geur van deze boom, en onderzoek je om het te weten? Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ሄኖክ (henok) = Henoch | ምንተ (mentä) = wat | ትሴአለኒ (teseäläni) = vraag je mij | በእንተ (bäntä) = over | መዐዛሁ (määzahu) = zijn geur | ለዝ (läz) = voor deze | ዕፅ (ets) = een boom | ወትጤይቅ (wätteyq) = en onderzoek je | ከመ (kämä) = als | ታእምር (tamr) = om te weten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **25:2** En toen antwoordde ik, Henoch, hem en zei: Over alles wil ik weten, maar vooral over deze boom. Brontekst: ወውእተ (wäwtä) = en in die | ጊዜ (gize) = de tijd van | አውሣእክዎ (äwsakwo) = ik antwoordde hem | አነ (änä) = ik | ሄኖክ (henok) = Henoch | እንዘ (enzä) = terwijl | እብል (ebl) = zeggend | በእንተ (bäntä) = over | ኲሉ (kwilu) = alle | እፈቅድ (efäqd) = ik wil | አእምር (ämr) = weten | ወፈድፋደሰ (wäfädfadäsä) = en vooral | በእንተዝ (bäntäz) = hierom | ዕፅ (ets) = een boom Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De troon van Yahweh **25:3** En hij antwoordde mij en zei: Deze hoge berg die je gezien hebt, waarvan de top lijkt op de zetel van Yahweh, is Zijn troon, waar de Heilige en Grote zal zetelen, Yahweh van de heerlijkheid, de Koning van de eeuwigheid, wanneer Hij neerdaalt om de aarde met goedheid te bezoeken. Brontekst: ወአውሥአኒ (wääwsäni) = en hij antwoordde mij | እንዘ (enzä) = terwijl | ይብል (yebl) = zeggend | ዝንቱ (zentu) = dit | ደብር (däbr) = de berg | ዘርኢከ (zärikä) = wat je gezien hebt | ነዊኀ (näwikhä) = hoog | ዘርእሱ (zärsu) = waarvan de top | ይመስል (yemäsl) = lijkt | መንበሮ (mänbäro) = de zetel van | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh | መንበሩ (mänbäru) = Zijn troon | ውእቱ (wetu) = dat | ኀበ (khäbä) = waar | ይነብር (yenäbr) = zat | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ወዐቢይ (wääbiy) = en Grote | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ንጉሥ (negus) = de Koning | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ሶበ (sobä) = wanneer | ይወርድ (yewärd) = Hij neerdaalt | የሐውጻ (yähäwtsa) = Hij bezoekt haar | ለምድር (lämdr) = de aarde | በሠናይ (bäsänay) = met goedheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De boom wordt voor de rechtvaardigen bewaard **25:4** En deze goede boom van geur — niemand van vlees heeft de macht hem aan te raken tot de grote dag van het oordeel, wanneer Hij alles zal vergelden en ten einde brengen voor eeuwig; dan zal hij aan de rechtvaardigen en nederigen gegeven worden. Brontekst: ወዝንቱኒ (wäzntuni) = en deze | ዕፀ (etsä) = boom van | መዐዛ (määza) = geur | ሠናይ (sänay) = mooi | ወኢ፩ (wäi፩) = en niet één | ዘሥጋ (zäsga) = van vlees | አልቦ (älbo) = er was niet | ሥልጣን (seltan) = macht | ከመ (kämä) = als | ይግሥሦ (yegsso) = hem aan te raken | እስከ (eskä) = tot | አመ (ämä) = in de dagen van | ዐቢይ (äbiy) = grote | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | አመ (ämä) = in de dagen van | ይትቤቀል (yetbeqäl) = Hij zal vergelden | ኲሎ (kwilo) = alle | ወይትፌጸም (wäytfetsäm) = en ten einde brengen | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ዝኩ (zeku) = die | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ወለትሑታን (wäläthutan) = en voor de nederigen | ይትወሀብ (yetwähäb) = zal gegeven worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 2:9 en 3:22–24. Zie ook: Gen 2:9; Gen 3:22 **25:5** Van zijn vrucht zal aan de uitverkorenen leven gegeven worden; naar het noorden zal hij geplant worden op de heilige plaats, naar het huis van Yahweh, de Koning van de eeuwigheid. Brontekst: እምፍሬ (emfre) = van de vrucht | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ይትወሀብ (yetwähäb) = zal gegeven worden | ለኅሩያን (läkhruyan) = de uitverkorenen | ሕይወት (heywät) = het leven | መንገለ (mängälä) = naar | መስዕ (mäs) = het noorden | ይተከል (yetäkäl) = zal geplant worden | ውስተ (westä) = in | መካን (mäkan) = plaats | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | መንገለ (mängälä) = naar | ቤቱ (betu) = Zijn huis | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh | ንጉሥ (negus) = de Koning | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 22:2. Zie ook: Openb 22:2 **25:6** Dan zullen zij zich verheugen in vreugde en jubelen in de Heilige. Zij zullen zijn geur opnemen in hun beenderen, en zij zullen een lang leven leven op de aarde, zoals jouw vaders geleefd hebben. En in hun dagen zullen verdriet en pijn en moeite en plaag hen niet aanraken. Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | ይትፌሥሑ (yetfeshu) = zij zullen zich verheugen | በፍሥሓ (bäfsha) = in vreugde | ወይትሐሠዩ (wäythäsäyu) = en jubelen | ውስተ (westä) = in | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ያበውኡ (yabäwu) = zij nemen op | ሎቱ (lotu) = hem | መዐዛ (määza) = geur | በበአዕፅምቲሆሙ (bäbäätsmtihomu) = in hun beenderen | ወሕይወተ (wähywätä) = en een leven | ብዙኃ (bezukha) = lang | የሐይዉ (yähäywu) = zij zullen leven | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | በከመ (bäkämä) = zoals | ሐይዉ (häywu) = leefden | አበዊከ (äbäwikä) = jouw vaderen | ወበመዋዕሊሆሙ (wäbämäwalihomu) = en in hun dagen | ኀዘን (khäzän) = verdriet | ወሕማም (wähmam) = en pijn | ወጻማ (wätsama) = en moeite | ወመቅሠፍት (wämäqsäft) = en plaag | እይገሥሦሙ (eygässomu) = zal hen niet aanraken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **25:7** In die tijd zegende ik Yahweh van de heerlijkheid, de Koning van de eeuwigheid, omdat Hij het zo voor rechtvaardige mensen bereid en geschapen heeft, en gezegd heeft dat Hij het hun zou geven. Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | ባረክዎ (baräkwo) = ik zegende Hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ንጉሥ (negus) = de Koning | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | እስመ (esmä) = omdat | አስተዳለወ (ästädaläwä) = Hij heeft bereid | ከመዝ (kämäz) = zo | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ፈጠረ (fätärä) = Hij schiep | ወይቤ (wäybe) = en Hij zei | የሀብዎሙ (yähäbwomu) = dat Hij hun zou geven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 26 _Het midden van de aarde_ ### De heilige berg **26:1** En vandaar ging ik naar het midden van de aarde, en ik zag een gezegende en vruchtbare plaats, waar takken bleven en uitliepen uit een boom die afgehouwen was. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | ማእከለ (makälä) = tussen | ምድር (medr) = de aarde | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | መካነ (mäkanä) = een plaats | ቡሩከ (burukä) = gezegende | ወጥሉለ (wätlulä) = en vruchtbare | ዘቦቱ (zäbotu) = die had | አዕፅቅ (ätsq) = takken | ዘይነብር (zäynäbr) = die blijven | ወይሠርፅ (wäysärts) = en uitlopen | እምዕፅ (emts) = uit een boom | ዘተመትረ (zätämäträ) = die afgehouwen was Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Het ‘midden van de aarde’: hiermee wordt gewoonlijk het land Israël bedoeld. **26:2** En daar zag ik een heilige berg, en onder de berg water aan de oostzijde, en zijn stroom naar het noorden. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ደብረ (däbrä) = een berg | ቅዱሰ (qedusä) = heilig | ወመትሕተ (wämäthtä) = en onder | ደብር (däbr) = de berg | ማይ (may) = water | ዘመንገለ (zämängälä) = aan de kant van | ጽባሑ (tsebahu) = aan de oostkant | ወውኅዘቱ (wäwkhzätu) = en zijn stroom | መንገለ (mängälä) = naar | ሰሜን (sämen) = het noorden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **26:3** En ik zag naar het oosten een andere berg, hoger dan deze, en tussen hen een diep dal, niet breed; en ook daarin gaat water naar de berg toe. En aan de westkant van die andere berg, lager dan hij en zonder hoogte, was een dal beneden tussen hen. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | መንገለ (mängälä) = naar | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | ካልአ (kalä) = een andere | ደብረ (däbrä) = een berg | ዘይነውኅ (zäynäwkh) = die hoger is | ከመዝ (kämäz) = zo | ወማእከሎሙ (wämakälomu) = en tussen hen | ቈላ (qwäla) = een dal | ዕሙቅ (emuq) = diep | ወአልቦ (wäälbo) = en niet | ራኅብ (rakhb) = breed | ወላቲኒ (wälatini) = en ook daarin | የሐውር (yähäwr) = gaat | ማይ (may) = water | መንገለ (mängälä) = naar | ደብር (däbr) = de berg | ወመንገለ (wämängälä) = en naar | ዐረቡ (äräbu) = zijn westen | ለዝ (läz) = voor deze | ካልእ (kal) = een ander | ደብር (däbr) = de berg | ወይቴሐቶ (wäytehäto) = en lager dan hij | ሎቱ (lotu) = hem | ወአልቦ (wäälbo) = en niet | ኑኅ (nukh) = hoogte | ወቈላ (wäqwäla) = en een dal | ታሕቱ (tahtu) = beneden | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ወአልቦ ኑኅ (‘en zonder hoogte’): de Engelse vertaling van 1912 vertaalt ‘van geringe hoogte’. **26:4** En andere dalen, diep en droog, aan het einde van die drieën. Brontekst: ወካልአት (wäkalät) = en andere | ቈላት (qwälat) = dalen | ዕሙቃት (emuqat) = diepe | ወይቡሳት (wäybusat) = en droge | መንገለ (mängälä) = naar | ጽንፈ (tsenfä) = het einde van | ሠለስቲሆሙ (sälästihomu) = hun drieën Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **26:5** En alle dalen waren diep en niet breed, van harde rots, en bomen werden daarop geplant. Brontekst: ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ቈላቱ (qwälatu) = dalen | ዕሙቃት (emuqat) = diepe | ወአልቦን (wäälbon) = en zij hadden niet | ራኅብ (rakhb) = breed | እምኰኲሕ (emkwäkwih) = dan rots | ጽኑዕ (tsenu) = harde | ወዕፅ (wäts) = en bomen | ይተከል (yetäkäl) = zal geplant worden | በላዕሌሆሙ (bälalehomu) = daarop Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **26:6** En ik verwonderde mij over de rots en ik verwonderde mij over het dal, en ik verwonderde mij zeer. Brontekst: ወአንከርኩ (wäänkärku) = en ik verwonderde mij | በእንተ (bäntä) = over | ኰኲሕ (kwäkwih) = de rots | ወአንከርኩ (wäänkärku) = en ik verwonderde mij | በእንተ (bäntä) = over | ቈላ (qwäla) = een dal | ወጥቀ (wätqä) = en zeer | አንከርኩ (änkärku) = ik verwonderde mij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 27 _De vervloekte vallei_ ### Het gezegende land en het vervloekte dal **27:1** Toen zei ik: Waarom is dit land gezegend en geheel vol bomen, en dit dal tussen hen vervloekt? Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | እቤ (ebe) = zei ik | በእንተ (bäntä) = over | ምንት (ment) = waarom | ዛቲ (zati) = deze | ምድር (medr) = de aarde | ቡርክት (burkt) = gezegend | ወኲለንታሃ (wäkwiläntaha) = en geheel | ዕፀወ (etsäwä) = met bomen | ምልዕት (melt) = vol | ወዛቈላ (wäzaqwäla) = en dit dal | ርግምት (regmt) = vervloekt | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **27:2** Toen antwoordde mij Uriël, één van de heilige engelen die met mij was, en zei tot mij: Dit dal is vervloekt voor de vervloekten tot in eeuwigheid. Hier zullen zich verzamelen allen die met hun mond tegen Yahweh woorden spreken die niet passen, en over Zijn heerlijkheid harde dingen spreken. Hier verzamelt men hen, en hier is hun oordeelsplaats. Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | አውሥአኒ (äwsäni) = antwoordde mij | ኡራኤል (urael) = Uriël | ፩እመላእክት (፩mälakt) = één van de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ዘሀሎ (zähälo) = wat is | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ዛቈላ (zaqwäla) = dit dal | ርግምት (regmt) = vervloekt | ለርጉማን (lärguman) = voor de vervloekten | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ዝየ (zeyä) = hier | ይትጋብኡ (yetgabu) = zich verzamelen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | እለ (elä) = die | ይብሉ (yeblu) = zeggen | በአፉሆሙ (bääfuhomu) = met hun mond | ላዕለ (lalä) = tegen | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | ቃለ (qalä) = woorden | ዘኢይደሉ (zäiydälu) = die niet betamen | ወበእንተ (wäbäntä) = en over | ስብሐተ (sebhätä) = de heerlijkheid van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ይትናገሩ (yetnagäru) = spreken | ዕፁባተ (etsubatä) = harde dingen | ዝየ (zeyä) = hier | ያስተጋብእዎሙ (yastägabwomu) = men verzamelt hen | ወዝየ (wäzyä) = en hier | ምኲናኖሙ (mekwinanomu) = hun oordeelsplaats Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Judas 1:15. Zie ook: Jud 1:15 **27:3** En in de laatste dagen zal er over hen een voorbeeld zijn van het oordeel in gerechtigheid voor het aangezicht van de rechtvaardigen, voor altijd: hier zullen de barmhartigen Yahweh van de heerlijkheid, de Koning van de eeuwigheid, zegenen. Brontekst: ወበደኃሪ (wäbädäkhari) = en in de laatste | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | አርአያ (äräya) = een voorbeeld van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዘበጽድቅ (zäbätsdq) = in gerechtigheid | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ኲሎ (kwilo) = alle | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | በዝየ (bäzyä) = hier | ይባርክዎ (yebarkwo) = zullen Hem zegenen | መሀርያን (mähäryan) = de barmhartigen | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ንጉሥ (negus) = de Koning | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 66:24 en Jer. 7:32. Voetnoot Uitleg: Het vervloekte dal wordt in de traditie verbonden met het dal van Hinnom (Gehenna). Zie ook: Jes 66:24; Jer 7:32 **27:4** En in de dagen van hun oordeel zullen zij Hem zegenen om de barmhartigheid, zoals Hij hun die heeft toebedeeld. Brontekst: ወበመዋዕለ (wäbämäwalä) = en in de dagen van | ኲነኔሆሙ (kwinänehomu) = hun oordeel | ይባርክዎ (yebarkwo) = zullen Hem zegenen | በምሕረት (bämhrät) = om de barmhartigheid | በከመ (bäkämä) = zoals | ከፈሎሙ (käfälomu) = Hij hun heeft toebedeeld Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **27:5** Toen zegende ook ik Yahweh van de heerlijkheid, en ik maakte Zijn heerlijkheid bekend en ik prees Hem, zoals het bij Zijn grootheid past. Brontekst: ውእተ (wetä) = die | ጊዜ (gize) = de tijd van | አነኒ (änäni) = ook ik | ባረክዎ (baräkwo) = ik zegende Hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ወነገርኩ (wänägärku) = en ik maakte bekend | ሎቱ (lotu) = Hem | ወዘከርኩ (wäzäkärku) = en ik prees | በከመ (bäkämä) = zoals | ይደሉ (yedälu) = het betaamt | ለዕበዩ (läbäyu) = Zijn grootheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 28 _De woestijn in het oosten_ ### De eenzame woestenij **28:1** En vandaar ging ik naar het oosten, midden in de woestijn, en ik zag een woestenij, geheel eenzaam. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | መንገለ (mängälä) = naar | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | ማእከላ (makäla) = het midden van | ለደብረ (lädäbrä) = de berg | መድበራ (mädbära) = de woestijn | ወርኢክዎ (wärikwo) = en ik zag hem | ገዳመ (gädamä) = een woestenij | ባሕቲቶ (bahtito) = eenzaam Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **28:2** Maar vol bomen van dit zaad, en water stroomde van boven en gutste daarover. Brontekst: ወባሕቱ (wäbahtu) = maar | ምሉእ (melu) = vol | ዕፀወ (etsäwä) = met bomen | እምነ (emnä) = van | ዝንቱ (zentu) = dit | ዘርእ (zär) = zaad | ወማይ (wämay) = en water | እምላዕሉ (emlalu) = van boven | ይፈለፍል (yefäläfl) = stroomde | በላዕሉ (bälalu) = erboven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **28:3** Er verscheen een overvloedige waterloop, die naar het noordwesten stroomde, en van alle kanten steeg water en dauw op. Brontekst: ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | አስራብ (äsrab) = een waterloop | ከመ (kämä) = als | ብዙኅ (bezukh) = overvloedig | ዘይሰርብ (zäysärb) = die stroomde | ከመ (kämä) = als | መንገለ (mängälä) = naar | መስዕ (mäs) = het noorden | መንገለ (mängälä) = naar | ዐረብ (äräb) = het westen | ወእምኲለሄኒ (wämkwiläheni) = en van alle kanten | የዐርግ (yäärg) = steeg op | ወእምህየኒ (wämhyäni) = en van daar | ማይ (may) = water | ወጠል (wätäl) = en dauw Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ezech. 47:8–12. Voetnoot Lezing: ወእምህየኒ ማይ ወጠል (‘en van daar water en dauw’): water kan niet opstijgen; de Engelse vertaling van 1912 leest hier ‘wolken en dauw’. Zie ook: Ezech 47:8–12 ## Henoch 29 _De geurende bomen_ **29:1** En ik ging naar een andere plaats, vanuit de woestijn, en ik naderde die berg aan de oostkant. Brontekst: ወሖርኩ (wähorku) = en ik ging | ውስተ (westä) = in | መካን (mäkan) = plaats | ካልእ (kal) = een ander | እምነ (emnä) = van | መድበራ (mädbära) = de woestijn | መንገለ (mängälä) = naar | ጽባሑ (tsebahu) = aan de oostkant | ለውእቱ (läwtu) = die | ደብር (däbr) = de berg | ቀረብኩ (qäräbku) = ik naderde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **29:2** En daar zag ik bomen van het oordeel, die zeer sterk de geur van wierook en mirre verspreidden, en de bomen waren niet aan elkaar gelijk. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ዕፀወ (etsäwä) = met bomen | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ፈድፋደ (fädfadä) = zeer | ቈስቈሰ (qwäsqwäsä) = verspreidde | መዐዛ (määza) = geur | ለስኂን (läskhin) = van wierook | ወከርቤ (wäkärbe) = en mirre | ወዕፀወኒ (wätsäwäni) = en de bomen | ኢይትማሰሉ (iytmasälu) = waren niet gelijk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ዕፀወ ኲነኔ (‘bomen van het oordeel’): de Engelse vertaling van 1912 leest hier ‘welriekende bomen’ (εὐώδη); zowel de Griekse als de Ge'ez-tekst heeft ‘oordeel’, wat als een verbastering wordt beschouwd. ## Henoch 30 _De dalen met water_ **30:1** En daarboven, boven die, boven de berg in het oosten, en niet ver, zag ik een andere plaats, dalen met water, als wat niet ophoudt. Brontekst: ወላዕሌሁ (wälalehu) = en op hem | ላዕለ (lalä) = tegen | እላንቱ (elantu) = dezen | ላዕለ (lalä) = tegen | ደብረ (däbrä) = een berg | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | ወአኮ (wääko) = en niet | ርኁቅ (rekhuq) = ver | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | መካነ (mäkanä) = een plaats | ካልአ (kalä) = een andere | ቈላተ (qwälatä) = dalen van | ማይ (may) = water | ከመ (kämä) = als | ዘኢይትዌዳዕ (zäiytweda) = dat niet ophoudt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ወአኮ ርኁቅ (‘en niet ver’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘ver’ (naar het Grieks) en leest: ‘en voorbij deze ging ik ver naar het oosten’. **30:2** En ik zag een goede boom, en zijn geur was als van mastiek. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ዕፀ (etsä) = boom van | ሠናየ (sänayä) = goede | ወመዐዛሁ (wämääzahu) = en zijn geur | ከመ (kämä) = als | ዘሰኪኖን (zäsäkinon) = als mastiek Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **30:3** En aan de zijden van die dalen zag ik geurende kaneel; en daarbovenop naderde ik naar het oosten. Brontekst: ወመንገለ (wämängälä) = en naar | ክነፊሆሙ (kenäfihomu) = hun zijden | ለቈላት (läqwälat) = van de dalen | እሎንቱ (elontu) = die | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ቀናንሞስ (qänanmos) = kaneel | ዘመዐዛ (zämääza) = van geur | ወዲበ (wädibä) = en tegen | እልክቱ (elktu) = die | ቀረብኩ (qäräbku) = ik naderde | ዘመንገለ (zämängälä) = aan de kant van | ጽባሕ (tsebah) = het oosten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 31 _De bergen met balsem_ **31:1** En ik zag een andere berg, die bomen had, en daaruit kwam water voort, en daaruit kwam voort als nectar, dat sarara en galbanum heet. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ካልአ (kalä) = een andere | ደብረ (däbrä) = een berg | ዘቦቱ (zäbotu) = die had | ዕፀው (etsäw) = de bomen | ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | ማይ (may) = water | ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | እምኔሁ (emnehu) = van hem | ከመ (kämä) = als | ኔቄጥሮ (neqetro) = nectar | ዘስሙ (zäsmu) = dat heet | ሳሪራ (sarira) = sarara | ወከልበኔን (wäkälbänen) = en galbanum Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **31:2** En boven die berg zag ik een andere berg, en daarin waren aloë-bomen, en die bomen waren vol, zoals kərkāʿ, en sterk. Brontekst: ወዲበ (wädibä) = en tegen | ውእቱ (wetu) = dat | ደብር (däbr) = de berg | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ደብረ (däbrä) = een berg | ካልአ (kalä) = een andere | ወውስቴቱ (wäwstetu) = en daarin | ዕፀው (etsäw) = de bomen | ዘዓልዋ (zäalwa) = van aloë | ወእልኩ (wälku) = en die | ዕፀው (etsäw) = de bomen | ምሉአን (meluän) = vol | ዘከመ (zäkämä) = hoe | ከርካዕ (kärka) = kərkāʿ | ወጽኑዕ (wätsnu) = en sterk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ከርካዕ: onbekend woord; de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘vol van stacte, als amandelbomen’. **31:3** En wanneer men zijn vrucht neemt, is die beter dan alle geuren. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይነሥእዎ (yenäswo) = men neemt het | ለውእቱ (läwtu) = die | ፍሬ (fere) = vrucht | ይኔይስ (yeneys) = is beter | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | አፈው (äfäw) = geuren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 32 _De tuin der gerechtigheid_ **32:1** En na deze geuren, terwijl ik naar het noorden keek boven de bergen, zag ik zeven bergen vol uitgelezen nardus en welriekende bomen en kaneel en peper. Brontekst: ወእምድኅረ (wämdkhrä) = en na | እሉ (elu) = deze | አፈው (äfäw) = geuren | ለመስዕ (lämäs) = naar het noorden | እንዘ (enzä) = terwijl | እኔጽር (enetsr) = keek | መልዕልተ (mälltä) = daarboven | አድባር (ädbar) = bergen | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ፯አድባረ (፯ädbarä) = zeven bergen | ምሉዓነ (meluanä) = vol van | ሰንበልት (sänbält) = nardus | ቅድወ (qedwä) = uitgelezen | ወዕፀወ (wätsäwä) = en bomen van | መዐዛ (määza) = geur | ወቀናንሞን (wäqänanmon) = en kaneel | ወፐፐረ (wäpäpärä) = en peper Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **32:2** En vandaar ging ik over de toppen van die bergen, ver naar het oosten, en ik ging voorbij de Rode Zee en verwijderde mij ervan, en ik ging boven de engel Zutiël voorbij. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | መልዕልተ (mälltä) = daarboven | ርእሶሙ (resomu) = de toppen | ለእልኩ (lälku) = van die | አድባ (ädba) = bergen | ር (re) = (vervolg) | እንዘ (enzä) = terwijl | ርኁቅ (rekhuq) = ver | ውእቱ (wetu) = dat | ለጽባሕ (lätsbah) = naar het oosten | ወኀለፍኩ (wäkhäläfku) = en ik ging voorbij | እንተ (entä) = die | ዲበ (dibä) = op | ባሕረ (bahrä) = de zee van | ኤርትራ (ertra) = Erythra (de Rode Zee) | ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | ርኁቀ (rekhuqä) = ver | ኮንኩ (konku) = was | ወኀለፍኩ (wäkhäläfku) = en ik ging voorbij | መልዕልቶ (mällto) = boven hem | ለመልአክ (lämäläk) = de engel | ዙጥኤል (zutel) = Zutiël Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ባሕረ ኤርትራ (‘Erythra-zee’) is de Rode Zee. ### De tuin der gerechtigheid en de boom van de wijsheid **32:3** En ik kwam in de tuin van de gerechtigheid, en ik zag voorbij die bomen vele en grote bomen groeien daar. Hun geur was goed, groot, en hun gestalte overvloedig en heerlijk. En de boom van de wijsheid, waarvan zij eten en de grote wijsheid kennen. Brontekst: ወመጻእኩ (wämätsaku) = en ik kwam | ውስተ (westä) = in | ገነተ (gänätä) = de tuin van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ካሐካሐቲሆሙ (kahäkahätihomu) = achter | ለእልክቱ (lälktu) = van die | ዕፀው (etsäw) = de bomen | ዕፀወ (etsäwä) = met bomen | ብዙኃነ (bezukhanä) = vele | ወዐቢያነ (wääbiyanä) = en grote | ይበቊሉ (yebäqwilu) = groeien | በህየ (bähyä) = daar | ወእንዘ (wänzä) = en terwijl | ፄናሆሙ (tsenahomu) = hun geur | ሠናይ (sänay) = mooi | ዐቢያን (äbiyan) = groot | ወስኖሙ (wäsnomu) = en hun gestalte | ብዙኅ (bezukh) = overvloedig | ወስቡሓን (wäsbuhan) = en heerlijk | ወዕፀ (wätsä) = en de boom van | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ዘእምኔሁ (zämnehu) = waarvan | በሊዖሙ (bäliomu) = zij eten | የአምርዋ (yäämrwa) = zij kennen haar | ለጥበብ (lätbäb) = de wijsheid | ዐባይ (äbay) = grote Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 2:8–9. Zie ook: Gen 2:8–9 **32:4** En hij lijkt op een ḥamarā ṣəraʾ-boom, en zijn vrucht is als trossen van de wijnstok, zeer mooi; en de geur van die boom gaat uit en reikt ver. Brontekst: ወይመስል (wäymäsl) = en hij lijkt op | ሐመረ (hämärä) = ḥamara | ጽራእ (tsera) = ṣəraʾ | ወፍሬሁ (wäfrehu) = en zijn vrucht | ከመ (kämä) = als | አስካለ (äskalä) = de trossen van | ወይን (wäyn) = wijn | ጥቀ (teqä) = zeer | ሠናይ (sänay) = mooi | ወፄናሁ (wätsenahu) = en zijn geur | ለውእቱ (läwtu) = die | ዕፅ (ets) = een boom | የሐውር (yähäwr) = gaat | ወይበጽሕ (wäybätsh) = en reikt | ነዊኃ (näwikha) = ver Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ሐመረ ጽራእ: een boomsoort; het woord is onzeker en blijft onvertaald. **32:5** En ik zei: Hoe mooi is deze boom, en hoe mooi en bekoorlijk is zijn aanblik! Brontekst: ወእቤ (wäbe) = en ik zei | ሠናይ (sänay) = mooi | ዝዕፅ (zets) = deze boom | ወከመ (wäkämä) = en dat | ሠናይ (sänay) = mooi | ወፍሡሕ (wäfsuh) = en bekoorlijk | ርእየቱ (reyätu) = zijn aanblik Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **32:6** En de heilige engel Rafaël, die met mij was, antwoordde mij en zei tot mij: Dit is de boom van de wijsheid, waarvan jouw vader, de oude, en jouw moeder, de oude, die vóór jou waren, hebben gegeten; en zij kenden de wijsheid, en hun ogen werden geopend, en zij wisten dat zij naakt waren, en zij werden uit de tuin verdreven. Brontekst: ወአውሥአኒ (wääwsäni) = en hij antwoordde mij | መልአክ (mäläk) = de engel | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ሩፋኤል (rufael) = Rafaël | ዘምስሌየ (zämsleyä) = die met mij was | ሀሎ (hälo) = is op het punt | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ዝውእቱ (zewtu) = dat is | ዕፀ (etsä) = boom van | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ዘእምኔሁ (zämnehu) = waarvan | በልዑ (bälu) = aten | አቡከ (äbukä) = jouw vader | አረጋዊ (ärägawi) = de oude | ወእምከ (wämkä) = en jouw moeder | እቤራዊት (eberawit) = de oude | እለ (elä) = die | ቀደሙከ (qädämukä) = die vóór jou waren | ወአእመርዋ (wäämärwa) = en zij kenden haar | ለጥበብ (lätbäb) = de wijsheid | ወተፈትሐ (wätäfäthä) = en werden geopend | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ወአእመሩ (wäämäru) = en zij wisten | ከመ (kämä) = als | ዕራቃኒሆሙ (eraqanihomu) = dat zij naakt | ሀለዉ (häläwu) = waren | ወተሰዱ (wätäsädu) = en zij werden verdreven | እምገነት (emgänät) = uit de tuin Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 3:5–7 en 3:23–24. Zie ook: Gen 3:5–7; Gen 3:23 ## Henoch 33 _De uiteinden van de aarde_ **33:1** En vandaar ging ik naar de uiteinden van de aarde en zag daar grote dieren, en ieder verschilde van de ander; en ook de vogels: hun gelaat en hun gestalte en hun stem verschilden, ieder van de ander. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | እስከ (eskä) = tot | አጽናፈ (ätsnafä) = de uiteinden van | ምድር (medr) = de aarde | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በህየ (bähyä) = daar | አራዊተ (ärawitä) = dieren | ዐበይተ (äbäytä) = grote | ወይትዌለጥ (wäytwelät) = en verschilde | ፩እምካልኡ (፩mkalu) = de een van de ander | ወአዕዋፍሂ (wääwafhi) = en de vogels | ይትዌለጥ (yetwelät) = verschillend | ገጾም (gätsom) = hun gelaat | ወስኖሙ (wäsnomu) = en hun gestalte | ወቃሎሙሂ (wäqalomuhi) = en hun stem | ይትዌለጥ (yetwelät) = verschillend | ፩እምካልኡ (፩mkalu) = de een van de ander Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **33:2** En ten oosten van die dieren zag ik de uiteinden van de aarde, waar de hemel rust, en de poorten van de hemel geopend. Brontekst: ወበጽባሖሙ (wäbätsbahomu) = en ten oosten van hen | ለእሉ (lälu) = van deze | አራዊት (ärawit) = wilde dieren | ርኢኩ (reiku) = ik zag | አጽናፈ (ätsnafä) = de uiteinden van | ምድር (medr) = de aarde | በኀበ (bäkhäbä) = waar | ሰማይ (sämay) = hemel | ያዐርፍ (yaärf) = rust | ወኀዋኅው (wäkhäwakhw) = en de poorten van | ሰማይ (sämay) = hemel | ርኋተ (rekhwatä) = geopende Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De poorten van de sterren **33:3** En ik zag hoe de sterren van de hemel uitkomen, en ik telde de poorten waaruit zij uitkomen, en ik schreef al hun uitgangen op, voor ieder afzonderlijk naar hun getal en hun namen, hun rangorde en hun standplaatsen en hun tijden en hun maanden, zoals Uriël, de engel die met mij was, mij toonde. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እፎ (efo) = hoe | ይወፅኡ (yewätsu) = zij uitkomen | ከዋክብተ (käwakbtä) = sterren | ሰማይ (sämay) = hemel | ወኈለቁ (wäkhwäläqu) = en ik telde | ዘእምነ (zämnä) = waaruit | ይወፅኡ (yewätsu) = zij uitkomen | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ወጸሐፍኩ (wätsähäfku) = en ik schreef | ኲሎ (kwilo) = alle | ሙጻኦሙ (mutsaomu) = hun uitgangen | ለለ፩በኊልቆሙ (lälä፩bäkhwilqomu) = elk naar hun getal | ወአስማቲሆሙ (wääsmatihomu) = en hun namen | በደርጎሙ (bädärgomu) = naar hun rangorde | ወምንባሮሙ (wämnbaromu) = en hun standplaatsen | ወጊዜሆሙ (wägizehomu) = en hun tijden | ወአውራኂሆሙ (wääwrakhihomu) = en hun maanden | በከመ (bäkämä) = zoals | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | መልአክ (mäläk) = de engel | ኡርኤል (urel) = Uriël | ዘምስሌየ (zämsleyä) = die met mij was | ሀሎ (hälo) = is op het punt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **33:4** En alles toonde hij mij en schreef hij voor mij op, en ook hun namen schreef hij voor mij op, en hun geboden en hun werken. Brontekst: ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ሊተ (litä) = voor mij | ወጸሐፎ (wätsähäfo) = en schreef het | ወዓዲ (wäadi) = en ook | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | ጸሐፈ (tsähäfä) = schreef | ሊተ (litä) = voor mij | ወትእዛዛቲሆሙ (wätzazatihomu) = en hun geboden | ወምግባራቲሆሙ (wämgbaratihomu) = en hun werken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 34 _De poorten van het noorden_ **34:1** En vandaar ging ik naar het noorden, naar de uiteinden van de aarde, en daar zag ik een groot en heerlijk wonder aan de uiteinden van heel de aarde. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | መንገለ (mängälä) = naar | መስዕ (mäs) = het noorden | በአጽናፈ (bäätsnafä) = aan de uiteinden van | ምድር (medr) = de aarde | ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | መንክረ (mänkrä) = een wonder | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ወስቡሐ (wäsbuhä) = en heerlijk | በአጽናፊሃ (bäätsnafiha) = aan de uiteinden | ለኲላ (läkwila) = van heel | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **34:2** En daar zag ik drie geopende poorten van de hemel, in de hemel. Door elk van hen gaan winden uit naar het noorden. Wanneer zij waaien, is er koude en hagel en ijs en rijp en dauw en regen. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ሰማይ (sämay) = hemel | ፍቱሐተ (fetuhätä) = geopende | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | ፫በበ፩እምኔሆሙ (፫bäbä፩mnehomu) = drie, uit elk van hen | ይወጽኡ (yewätsu) = komen uit | ነፋሳት (näfasat) = winden | በመንገለ (bämängälä) = aan de kant van | መስዕ (mäs) = het noorden | ሶበ (sobä) = wanneer | ይነፍሕ (yenäfh) = het waait | ቊር (qwir) = koude | ወበረድ (wäbäräd) = en hagel | ወአስሐትያ (wääshätya) = en ijs | ወሐመዳ (wähämäda) = en rijp | ወጠል (wätäl) = en dauw | ወዝናም (wäznam) = en regen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Job 38:22. Zie ook: Job 38:22 **34:3** En uit één poort waait het ten goede; en wanneer het door die twee poorten waait, geschiedt het met kracht en met pijn op de aarde, en zij waaien met kracht. Brontekst: ወእምአሐቲ (wämähäti) = en uit één | ኆኅት (khokht) = de poort | በሠናይ (bäsänay) = met goedheid | ይነፍኅ (yenäfkh) = waait het | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | በ፪ሆሙ (bä፪homu) = door de twee van hen | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ይነፍኁ (yenäfkhu) = waaien zij | በኀይል (bäkhäyl) = met kracht | ወበፃዕር (wäbätsar) = en met pijn | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወበኀይል (wäbäkhäyl) = en met kracht | ይነፍኁ (yenäfkhu) = waaien zij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 35 _De poorten van het westen_ **35:1** En vandaar ging ik naar het westen, naar de uiteinden van de aarde, en ik zag daar drie geopende poorten, zoals ik in het oosten gezien had, naar het aantal van de poorten en naar het aantal van hun uitgangen. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | መንገለ (mängälä) = naar | ዐረብ (äräb) = het westen | በአጽናፈ (bäätsnafä) = aan de uiteinden van | ምድር (medr) = de aarde | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በህየ (bähyä) = daar | ፫ኀዋኅው (፫khäwakhw) = drie poorten | ርኋተ (rekhwatä) = geopende | በከመ (bäkämä) = zoals | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በምሥራቅ (bämsraq) = in het oosten | በአምጣነ (bäämtanä) = naar het aantal van | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ወበአምጣነ (wäbäämtanä) = en naar het aantal van | ሙፃኣቱ (mutsaatu) = hun uitgangen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 36 _De poorten van het zuiden en het oosten_ **36:1** En vandaar ging ik naar het zuiden, naar de uiteinden van de aarde, en daar zag ik drie geopende poorten van de hemel; en vandaar komen zuidenwind en dauw en regen en wind. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | መንገለ (mängälä) = naar | አዜብ (äzeb) = het zuiden | በአጽናፈ (bäätsnafä) = aan de uiteinden van | ምድር (medr) = de aarde | ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ፫ኀዋኅው (፫khäwakhw) = drie poorten | ሰማይ (sämay) = hemel | ርኋተ (rekhwatä) = geopende | ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | እምህየ (emhyä) = vandaar | አዜብ (äzeb) = het zuiden | ወጠል (wätäl) = en dauw | ወዝናም (wäznam) = en regen | ወነፋስ (wänäfas) = en wind Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **36:2** En vandaar ging ik naar het oosten, naar de uiteinden van de hemel, en daar zag ik drie geopende poorten van de hemel naar het oosten, en daarboven kleine poorten. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ሖርኩ (horku) = ik ging | መንገለ (mängälä) = naar | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | በአጽናፈ (bäätsnafä) = aan de uiteinden van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ፫ኀዋኅው (፫khäwakhw) = drie poorten | ሰማይ (sämay) = hemel | ርኋተ (rekhwatä) = geopende | መንገለ (mängälä) = naar | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | ወላዕሌሆሙ (wälalehomu) = en daarboven | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ንዑሳን (neusan) = kleine Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **36:3** Door elk van die kleine poorten gaan de sterren van de hemel voorbij en lopen westwaarts op het pad dat hun getoond is. Brontekst: በበ (bäbä) = elk | ፩እምእልኩ (፩mlku) = elk van die | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ንዑሳን (neusan) = kleine | የኀልፉ (yäkhälfu) = gaan voorbij | ከዋክብተ (käwakbtä) = sterren | ሰማይ (sämay) = hemel | ወየሐውሩ (wäyähäwru) = en lopen | ምዕራበ (merabä) = westwaarts | በፍኖት (bäfnot) = op het pad | እንተ (entä) = die | ተርእየት (täryät) = dat getoond is | ሎሙ (lomu) = voor hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Lofprijzing **36:4** En toen ik het zag, zegende ik. En te allen tijde zegen ik Yahweh van de heerlijkheid, die grote en heerlijke wonderen heeft gedaan, om de grootheid van Zijn werk te tonen aan Zijn engelen en aan de zielen van de mensen, opdat zij Zijn werk prijzen en al Zijn werken, opdat zij het werk van Zijn kracht zien en het werk van Zijn handen, het grote, prijzen en Hem zegenen tot in eeuwigheid. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ባረኩ (baräku) = ik zegende | ወበኲሉ (wäbäkwilu) = en in alle | ጊዜ (gize) = de tijd van | እባርኮ (ebarko) = ik zegende | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ዘገብረ (zägäbrä) = wat deed | ተአምራተ (täämratä) = wonderen | ዐቢያነ (äbiyanä) = grote | ወስቡሓነ (wäsbuhanä) = en heerlijke | ከመ (kämä) = als | ያርኢ (yari) = om te tonen | ዕበየ (ebäyä) = de grootheid van | ግብሩ (gebru) = Zijn werk | ለመላእክቲሁ (lämälaktihu) = aan Zijn engelen | ወለነፍሳተ (wälänäfsatä) = en aan de zielen van | ሰብእ (säb) = mensen | ከመ (kämä) = als | ይሰብሑ (yesäbhu) = zij prijzen | ግብሮ (gebro) = Zijn werk | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ተግባሩ (tägbaru) = Zijn werken | ከመ (kämä) = als | ይርአዩ (yeräyu) = zij zien | ግብረ (gebrä) = het werk van | ኀይሉ (khäylu) = Zijn macht | ወይሰብሕዎ (wäysäbhwo) = en zij prijzen | ለግብረ (lägbrä) = het werk van | እደዊሁ (edäwihu) = Zijn handen | ዐቢይ (äbiy) = grote | ወይባርክዎ (wäybarkwo) = en zij zegenen Hem | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 136:4. Zie ook: Ps 136:4 ## Henoch 37 _De Gelijkenissen van Henoch_ ### Het begin van de Gelijkenissen **37:1** Het visioen dat hij zag, een ander visioen, het visioen van wijsheid dat Henoch zag, de zoon van Jered, de zoon van Mahalalël, de zoon van Kenan, de zoon van Enosh, de zoon van Seth, de zoon van Adam. Brontekst: ራእይ (ray) = visioen | ዘርእየ (zäryä) = wat gezien is | ካልአ (kalä) = een andere | ራእየ (rayä) = een visioen | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ዘርእየ (zäryä) = wat gezien is | ሄኖክ (henok) = Henoch | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ያሬድ (yared) = Jered | ወልደ (wäldä) = de zoon van | መላልኤል (mälalel) = Mahalalël | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ቃይናን (qaynan) = Kenan | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ሄኖስ (henos) = Enosh | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ሴት (set) = Seth | ወልደ (wäldä) = de zoon van | አዳም (ädam) = Adam Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:3–18. Voetnoot Uitleg: De voorouders van Henoch staan hier in dezelfde volgorde als in Genesis 5, maar teruglopend. Zie ook: Gen 5:3–18 **37:2** En dit is het begin van het woord van wijsheid dat ik aanhief om te spreken, en ik zeg tot hen die op het land wonen: Hoor, jullie vroegeren, en zie, jullie latere, het heilige woord dat ik spreek voor Yahweh van de geesten. Brontekst: ወዝርእሱ (wäzrsu) = en het begin van | ለነገረ (länägärä) = het woord van | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ዘአንሣእኩ (zäänsaku) = dat ik aanhief | እትናገር (etnagär) = te spreken | ወእብል (wäbl) = en ik zeg | ለእለ (lälä) = van hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ስምዑ (semu) = hoor | ቀደምት (qädämt) = vroegeren | ወርእዩ (wäryu) = en zie | ደኃርያን (däkharyan) = latere | ነገረ (nägärä) = het woord | ቅዱሰ (qedusä) = heilig | እለ (elä) = die | እነግር (enägr) = zeg | ቅድመ (qedmä) = voor | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **37:3** Het is beter dit aan de vroegeren te zeggen, maar ook aan de latere zullen wij het begin van de wijsheid niet onthouden. Brontekst: እሉ (elu) = deze | ቀዳሚ (qädami) = eerst | ይኀይስ (yekhäys) = het is beter | ብሂል (behil) = te zeggen | ወደኃርያንሂ (wädäkharyanhi) = en ook de latere | ኢንከልእ (inkäl) = wij onthouden niet | ርእሳ (resa) = het begin | ለጥበብ (lätbäb) = de wijsheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **37:4** Tot nu toe is door Yahweh van de geesten nog nooit zo'n wijsheid gegeven als die ik ontving, naar mijn inzicht, naar het welbehagen van Yahweh van de geesten, door wie mij het lot van het eeuwige leven gegeven is. Brontekst: እስከ (eskä) = tot | ይእዜ (yeze) = nu | ኢተውህበኒ (itäwhbäni) = werd mij niet gegeven | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ዘነሣእኩ (zänäsaku) = die ik ontving | ጥበበ (tebäbä) = wijsheid | በከመ (bäkämä) = zoals | ሀለይኩ (häläyku) = ik inzag | በከመ (bäkämä) = zoals | ፈቀደ (fäqädä) = het beviel | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ዘተውህበኒ (zätäwhbäni) = door wie mij gegeven is | እምኔሁ (emnehu) = van Hem | ክፍለ (keflä) = het lot van | ሕይወት (heywät) = het leven | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: እግዚአ መናፍስት (letterlijk ‘Heer van de geesten’) is de vaste benaming van Yahweh in de Gelijkenissen (hoofdstuk 37–71); hier weergegeven als ‘Yahweh van de geesten’. **37:5** En drie gelijkenissen werden mij gegeven, en ik hief ze aan terwijl ik tot hen zei die op het land wonen. Brontekst: ወኮኑ (wäkonu) = en zij waren | ብየ (beyä) = bij mij | ፫ምሳሌ (፫msale) = drie gelijkenissen | ወአነ (wäänä) = en ik | አንሣእኩ (änsaku) = ik hief aan | እንዘ (enzä) = terwijl | እብሎሙ (eblomu) = ik zeg tot hen | ለእለ (lälä) = van hen die | የኅድሩ (yäkhdru) = die wonen | የብሰ (yäbsä) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 38 _De eerste Gelijkenis: het oordeel over de zondaars_ ### De gemeente van de rechtvaardigen **38:1** De eerste gelijkenis. Wanneer de gemeente van de rechtvaardigen verschijnt, en de zondaars geoordeeld worden voor hun zonden en van het aangezicht van het land verdreven worden; Brontekst: ምሳሌ (mesale) = de gelijkenis | ቀዳሚ (qädami) = eerst | ሶበ (sobä) = wanneer | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | ማኅበረ (makhbärä) = de gemeente van | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወይትኴነኑ (wäytkwenänu) = en geoordeeld worden | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | በኀጢአቶሙ (bäkhätiätomu) = voor hun zonden | ወእምገጸ (wämgätsä) = en van het aangezicht van | የብስ (yäbs) = het land | ይትሀወኩ (yethäwäku) = zij worden beroerd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **38:2** en wanneer de Rechtvaardige voor het aangezicht van de rechtvaardigen verschijnt, die uitverkoren zijn, van wie de werken aan Yahweh van de geesten hangen, en het licht verschijnt voor de rechtvaardigen en uitverkorenen die op het land wonen: waar is dan de woonplaats van de zondaars, en waar de rustplaats van hen die Yahweh van de geesten verloochend hebben? Het zou beter voor hen zijn als zij niet geboren waren. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | ጻድቅ (tsadq) = rechtvaardig | በገጾሙ (bägätsomu) = voor het aangezicht van | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | እለ (elä) = die | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | ተግባሮሙ (tägbaromu) = hun werken | ስቁል (sequl) = opgehangen | በእግዚአ (bägziä) = aan Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወያስተርኢ (wäyastäri) = en Hij zal verschijnen | ብርሃን (berhan) = licht | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ወለኅሩያን (wäläkhruyan) = en voor de uitverkorenen | እለ (elä) = die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | አይቴ (äyte) = waar | ማኅደረ (makhdärä) = de woonplaats van | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ወአይቴ (wääyte) = en waar | ምዕራፎሙ (merafomu) = hun rustplaats | ለእለ (lälä) = van hen die | ክህድዎ (kehdwo) = zij verloochend hebben | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | እምኀየሶሙ (emkhäyäsomu) = het zou beter voor hen zijn | ሶበ (sobä) = wanneer | ኢተወልዱ (itäwäldu) = zij niet geboren waren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ጻድቅ (‘de Rechtvaardige’) is in de Gelijkenissen een aanduiding van de Uitverkorene (zie 53:6). ስቁል (letterlijk ‘hangend’) betekent hier: afhankelijk van Yahweh van de geesten. **38:3** En wanneer de verborgenheden van de rechtvaardigen onthuld worden, zullen de zondaars geoordeeld worden en de goddelozen beroerd worden voor het aangezicht van de rechtvaardigen en uitverkorenen. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይትከሠታ (yetkäsäta) = worden onthuld | ኅቡኣቲሆሙ (khebuatihomu) = hun verborgenheden | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ይትኴነኑ (yetkwenänu) = worden geoordeeld | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ወይትሀወኩ (wäythäwäku) = en worden beroerd | ረሲዓን (räsian) = goddelozen | እምገጸ (emgätsä) = van het aangezicht van | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en uitverkoren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **38:4** En van dat ogenblik af zullen zij die het land bezitten niet meer machtig en verheven zijn, en zij zullen het aangezicht van de heiligen niet kunnen zien, want het licht van Yahweh van de geesten is verschenen op het aangezicht van de heiligen en rechtvaardigen en uitverkorenen. Brontekst: ወእምይእዜ (wämyze) = en van nu af | ኢይከውኑ (iykäwnu) = zij zullen niet zijn | አዚዛነ (äzizanä) = machtig | ወኢልዑላነ (wäilulanä) = en niet verheven | እለ (elä) = die | ይእኅዝዋ (yekhzwa) = die haar bezitten | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወኢይክሉ (wäiyklu) = en zij kunnen niet | ርእየ (reyä) = zien | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | እስመ (esmä) = omdat | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ተርእየ (täryä) = is verschenen | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht | ለገጸ (lägätsä) = aan het aangezicht van | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወጻድቃን (wätsadqan) = en rechtvaardigen | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en uitverkoren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **38:5** En de machtige koningen zullen in die tijd verdelgd worden en gegeven worden in de hand van de rechtvaardigen en heiligen. Brontekst: ወነገሥት (wänägäst) = en koningen | አዚዛን (äzizan) = machtige | በውእቱ (bäwtu) = in die | ጊዜ (gize) = de tijd van | ይትኃጐሉ (yetkhagwälu) = zullen verdelgd worden | ወይትወሀቡ (wäytwähäbu) = en gegeven worden | ውስተ (westä) = in | እደ (edä) = de hand van | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወቅዱሳን (wäqdusan) = en de heiligen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **38:6** En vandaar zal niemand meer genade zoeken bij Yahweh van de geesten, want hun leven is ten einde. Brontekst: ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | አልቦ (älbo) = er was niet | ዘያስተምህር (zäyastämhr) = die genade vraagt | ኀበ (khäbä) = waar | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | እስመ (esmä) = omdat | ተወድአ (täwädä) = is ten einde | እንቲአሆሙ (entiähomu) = hun | ሕይወት (heywät) = het leven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 39 _De woonplaatsen van de rechtvaardigen_ ### De uitverkorenen dalen neer **39:1** En het zal gebeuren in die dagen dat uitverkoren en heilige kinderen uit de hoge hemelen zullen neerdalen, en hun nageslacht zal één worden met de mensenkinderen. Brontekst: ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | በዝንቱ (bäzntu) = in deze | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይወርዱ (yewärdu) = zullen neerdalen | ደቂቅ (däqiq) = kinderen | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | ወቅዱሳን (wäqdusan) = en de heiligen | እምልዑላን (emlulan) = uit de hoge | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ወ፩ (wä፩) = en één | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ዘርኦሙ (zäromu) = hun nageslacht | ምስለ (meslä) = met | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:2. Zie ook: Gen 6:2 **39:2** In die dagen nam Henoch de boeken van ijver en toorn en de boeken van onrust en verwarring; en **„genade zal er niet voor hen zijn”**, zegt Yahweh van de geesten. Brontekst: በውእቱ (bäwtu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ነሥአ (näsä) = nam | ሄኖክ (henok) = Henoch | መጻሕፍተ (mätsahftä) = de boeken van | ቅንዐት (qenät) = ijver | ወመዐት (wämäät) = en toorn | ወመጻሕፍተ (wämätsahftä) = en de boeken van | ጒጒዓ (gwigwia) = onrust | ወሀውክ (wähäwk) = en verwarring | ወምሕረት (wämhrät) = en barmhartigheid | ኢይከውን (iykäwn) = zal niet zijn | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | ይቤ (yebe) = zei | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Henoch wordt weggevoerd **39:3** En in die tijd namen een wolk en een storm van wind mij van het aangezicht van de aarde weg en zetten mij aan het einde van de hemelen. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | ጊዜ (gize) = de tijd van | መሠጠኒ (mäsätäni) = namen mij weg | ደመና (dämäna) = een wolk | ወዐውሎ (wääwlo) = en een storm van | ነፋስ (näfas) = wind | እምገጻ (emgätsa) = van het aangezicht van | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወአንበረኒ (wäänbäräni) = en zetten mij | ውስተ (westä) = in | ጽንፈ (tsenfä) = het einde van | ሰማያት (sämayat) = de hemelen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 2 Kon. 2:11. Zie ook: 2 Kon 2:11 **39:4** En daar zag ik een ander visioen: de woonplaatsen van de rechtvaardigen en de rustplaatsen van de heiligen. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ራእየ (rayä) = een visioen | ካልአ (kalä) = een andere | ማኅደሪሆሙ (makhdärihomu) = hun woning | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ወምስካባቲሆሙ (wämskabatihomu) = en hun rustplaatsen | ለቅዱሳን (läqdusan) = van de heiligen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **39:5** Daar zagen mijn ogen hun woonplaatsen met de engelen en hun rustplaatsen met de heiligen, en zij vragen en smeken en bidden voor de mensenkinderen, en gerechtigheid stroomt als water voor hen, en genade als dauw op de aarde; zo is het onder hen tot in eeuwigheid. Brontekst: በህየ (bähyä) = daar | ርእያ (reya) = zagen | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | ማኅደሪሆሙ (makhdärihomu) = hun woning | ምስለ (meslä) = met | መላእክት (mälakt) = de engelen | ወምስካባቲሆሙ (wämskabatihomu) = en hun rustplaatsen | ምስለ (meslä) = met | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወይስእሉ (wäyslu) = en zij zullen smeken | ወያስተበቊዑ (wäyastäbäqwiu) = en smeken | ወይጼልዩ (wäytselyu) = en bidden | በእንተ (bäntä) = over | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ወጽድቅ (wätsdq) = en gerechtigheid | ከመ (kämä) = dat; als | ማይ (may) = water | ይውሕዝ (yewhz) = stroomt | በቅድሜሆሙ (bäqdmehomu) = voor hen | ወምሕረት (wämhrät) = en barmhartigheid | ከመ (kämä) = dat; als | ጠል (täl) = dauw | ውስተ (westä) = in | ምድር (medr) = de aarde | ከመዝ (kämäz) = zo | ውእቱ (wetu) = dat | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **39:6** En in die dagen zagen mijn ogen de plaats van de uitverkorenen van gerechtigheid en geloof; en gerechtigheid zal zijn in hun dagen, en de rechtvaardigen en uitverkorenen zijn ontelbaar voor Hem tot in eeuwigheid. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ርእያ (reya) = zagen | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | መካነ (mäkanä) = een plaats | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | ዘጽድቅ (zätsdq) = van gerechtigheid | ወዘሃይማኖት (wäzähaymanot) = en van geloof | ወጽድቅ (wätsdq) = en gerechtigheid | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | በመዋዕሊሆሙ (bämäwalihomu) = in hun dagen | ወጻድቃን (wätsadqan) = en rechtvaardigen | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en uitverkoren | ኊልቊ (khwilqwi) = getal | አልቦሙ (älbomu) = zij hebben niet | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **39:7** En ik zag hun woonplaatsen onder de vleugels van Yahweh van de geesten, en alle rechtvaardigen en uitverkorenen schijnen voor Hem als vuurlicht, en hun mond is vol van zegen, en hun lippen prijzen de naam van Yahweh van de geesten, en de gerechtigheid voor Hem houdt niet op. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ማኅደሪሆሙ (makhdärihomu) = hun woning | መትሕተ (mäthtä) = de diepte van | አክናፈ (äknafä) = de vleugels van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en uitverkoren | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem | ይትለሐዩ (yetlähäyu) = zij schijnen | ከመ (kämä) = dat; als | ብርሃነ (berhanä) = het licht van | እሳት (esat) = vuur | ወአፉሆሙ (wääfuhomu) = en hun mond | ይመልእ (yemäl) = vult | በረከተ (bäräkätä) = van zegen | ወከናፍሪሆሙ (wäkänafrihomu) = en hun lippen | ይሴብሑ (yesebhu) = prijzen | ስሞ (semo) = Zijn naam | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወጽድቅ (wätsdq) = en gerechtigheid | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem | ኢየኀልቅ (iyäkhälq) = houdt niet op Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **39:8** Daar wilde ik wonen, en mijn ziel verlangde naar die woonplaats; daar was mijn deel van tevoren, want zo is het voor mij vastgesteld voor Yahweh van de geesten. Brontekst: ህየ (heyä) = daar | ፈቀድኩ (fäqädku) = ik wilde | እኅድር (ekhdr) = wonen | ወፈተወቶ (wäfätäwäto) = en verlangde ernaar | ነፍስየ (näfsyä) = mijn ziel | ለውእቱ (läwtu) = die | ማኅደር (makhdär) = woonplaats | በህየ (bähyä) = daar | ኮነ (konä) = is | ክፍልየ (keflyä) = mijn deel | ቅድመ (qedmä) = voor | እስመ (esmä) = omdat | ከመዝ (kämäz) = zo | ጸንዐ (tsänä) = is vastgesteld | በእንቲአየ (bäntiäyä) = voor mij | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **39:9** En in die dagen prees en verhief ik de naam van Yahweh van de geesten met zegen en lof, want Hij heeft mij gesterkt met zegen en lof, naar het welbehagen van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወበውእቶን (wäbäwton) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ሰባሕኩ (säbahku) = ik prees | ወአልዓልኩ (wäälalku) = en verhief | ስሞ (semo) = Zijn naam | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | በረከተ (bäräkätä) = van zegen | ወስብሐተ (wäsbhätä) = en lof | እስመ (esmä) = omdat | ውእቱ (wetu) = dat | አጽንዐኒ (ätsnäni) = sterkte mij | በበረከት (bäbäräkät) = met zegen | ወስብሐት (wäsbhät) = en lof | በከመ (bäkämä) = zoals | ፈቃዱ (fäqadu) = welbehagen | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **39:10** En lange tijd zagen mijn ogen die plaats, en ik zegende Hem en zei: Gezegend is Hij, en moge Hij gezegend worden van het begin tot in eeuwigheid. Brontekst: ወጒንዱየ (wägwinduyä) = en lange tijd | ርእያ (reya) = zagen | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | በውእቱ (bäwtu) = in die | መካን (mäkan) = plaats | ወባረክዎ (wäbaräkwo) = en ik zegende Hem | እንዘ (enzä) = terwijl | እብል (ebl) = zeggend | ቡሩክ (buruk) = gezegend | ውእቱ (wetu) = dat | ወይትባረክ (wäytbaräk) = en moge Hij gezegend worden | እምቅድም (emqdm) = van het begin | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **39:11** En voor Hem is er geen einde; Hij weet voordat de wereld geschapen werd wat de wereld is, en wat zal zijn van geslacht tot geslacht. Brontekst: ወበቅድሜሁ (wäbäqdmehu) = en voor Hem | አቦ (äbo) = is er niet | ማኅለቅት (makhläqt) = einde | ውእቱ (wetu) = dat | ያአምር (yaämr) = Hij weet | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | ይትፈጠር (yetfätär) = geschapen wordt | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ምንት (ment) = waarom | ውእቱ (wetu) = dat | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወለትውልደ (wälätwldä) = en van geslacht | ትውልድ (tewld) = generatie | ዘይከውን (zäykäwn) = wat geschiedt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Heilig, heilig, heilig **39:12** Zij die niet slapen zegenen U, en zij staan voor het aangezicht van Uw heerlijkheid en zegenen U en prijzen en verheffen, en zeggen: Heilig, heilig, heilig is Yahweh van de geesten; Hij vervult de aarde met geesten. Brontekst: ይባርኩከ (yebarkukä) = zij zegenen U | እለ (elä) = die | ኢይነውሙ (iynäwmu) = niet slapen | ወይቀውሙ (wäyqäwmu) = en staan | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ስብሐቲከ (sebhätikä) = Uw heerlijkheid | ወይባርኩከ (wäybarkukä) = en zij zegenen U | ወይሴብሑ (wäysebhu) = en prijzen | ወያሌዕሉ (wäyalelu) = en verheffen | እንዘ (enzä) = terwijl | ይብሉ (yeblu) = zeggen | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ይመልእ (yemäl) = vult | ምድረ (medrä) = de aarde van | መንፈሳት (mänfäsat) = geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 6:3. Zie ook: Jes 6:3 **39:13** En daar zagen mijn ogen allen die niet slapen voor Hem staan en zegenen en zeggen: Gezegend bent U, en gezegend is de naam van Yahweh tot in eeuwigheid. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርእያ (reya) = zagen | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | ኲሎ (kwilo) = alle | እለ (elä) = die | ኢይነውሙ (iynäwmu) = niet slapen | ይቀውሙ (yeqäwmu) = zij staan | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem | ወይባርኩ (wäybarku) = en zegenen | ወይብሉ (wäyblu) = en zeggen | ቡሩክ (buruk) = gezegend | አንተ (äntä) = U | ወቡሩክ (wäburuk) = en gezegend | ስሙ (semu) = Zijn naam | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **39:14** En mijn gelaat veranderde, totdat ik niet meer kon kijken. Brontekst: ወተወለጠ (wätäwälätä) = en veranderde | ገጽየ (gätsyä) = mijn aangezicht | እስከ (eskä) = tot | ስእንኩ (senku) = ik kon niet | ነጽሮ (nätsro) = zien Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 40 _De vier engelen_ ### De vier aangezichten **40:1** En daarna zag ik duizenden en duizenden en tienduizenden maal tienduizenden, ontelbaar en zonder getal, die staan voor de heerlijkheid van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እምድኅረዝ (emdkhräz) = daarna | አእላፈ (älafä) = duizenden van | አእላፍት (älaft) = duizenden | ወትእልፊተ (wätlfitä) = en tienduizenden maal | ትእልፊት (telfit) = tienduizenden | ወአልቦሙ (wäälbomu) = en zij hadden niet | ኊልቊ (khwilqwi) = getal | ወሐሳብ (wähäsab) = en berekening | እለ (elä) = die | ይቀውሙ (yeqäwmu) = zij staan | ቅድመ (qedmä) = voor | ስብሐተ (sebhätä) = de heerlijkheid van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **40:2** Ik zag, en aan de vier zijden van Yahweh van de geesten zag ik vier andere aangezichten dan zij die staan; en hun namen leerde ik kennen, want de engel die met mij kwam maakte mij hun namen bekend en toonde mij alle verborgen dingen. Brontekst: ርኢኩ (reiku) = ik zag | ወበ፬ክነፊሁ (wäbä፬knäfihu) = en aan de vier zijden van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ርኢኢኩ (reiiku) = ik zag | ፬ገጸ (፬gätsä) = vier aangezichten | ካልአ (kalä) = een andere | እምእለ (emlä) = van hen die | ይቀውሙ (yeqäwmu) = zij staan | ወአስማቲሆሙ (wääsmatihomu) = en hun namen | አእመርኩ (ämärku) = ik leerde kennen | ዘአይድዐኒ (zääydäni) = die mij bekend maakte | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | መልአክ (mäläk) = de engel | ዘመጽአ (zämätsä) = die kwam | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **40:3** En ik hoorde de stem van die vier aangezichten terwijl zij lofzongen voor Yahweh van de heerlijkheid. Brontekst: ወሰማዕኩ (wäsämaku) = en ik hoorde | ቃሎሙ (qalomu) = hun stem | ለእልኩ (lälku) = van die | ፬ገጽ (፬gäts) = vier aangezichten | እንዘ (enzä) = terwijl | ይሴብሑ (yesebhu) = prijzen | ቅድመ (qedmä) = voor | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **40:4** De eerste stem zegent Yahweh van de geesten tot in eeuwigheid. Brontekst: ቃል (qal) = stem | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ይባርኮ (yebarko) = zegent Hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **40:5** En de tweede stem hoorde ik, terwijl zij de Uitverkorene zegende en de uitverkorenen die aan Yahweh van de geesten hangen. Brontekst: ወቃለ (wäqalä) = en de stem van | ካልአ (kalä) = een andere | ሰማዕኩ (sämaku) = ik hoorde | እንዘ (enzä) = terwijl | ይባርኮ (yebarko) = zegent Hem | ለኅሩይ (läkhruy) = de Uitverkorene | ወለኅሩያን (wäläkhruyan) = en voor de uitverkorenen | እለ (elä) = die | ስቁላን (sequlan) = die hangen | በእግዚአ (bägziä) = aan Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **40:6** En de derde stem hoorde ik, terwijl zij pleitten en baden voor hen die op het land wonen, en smeekten in de naam van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወሣልሰ (wäsalsä) = en de derde | ቃለ (qalä) = woorden | ሰማዕኩ (sämaku) = ik hoorde | እንዘ (enzä) = terwijl | ይስእሉ (yeslu) = zij pleiten | ወይጼልዩ (wäytselyu) = en bidden | በእንተ (bäntä) = over | እለ (elä) = die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ውስተ (westä) = in | የብስ (yäbs) = het land | ወያስተበቊዑ (wäyastäbäqwiu) = en smeken | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **40:7** En de vierde stem hoorde ik, terwijl zij de satans verdreven en hen niet lieten komen tot Yahweh van de geesten, om hen aan te klagen die op het land wonen. Brontekst: ወቃለ (wäqalä) = en de stem van | ራብዐ (rabä) = vierde | ሰማዕኩ (sämaku) = ik hoorde | እንዘ (enzä) = terwijl | ይሰድዶሙ (yesäddomu) = zij verdrijven | ለሰይጣናት (läsäytanat) = de satans | ወኢየኀድጎሙ (wäiyäkhädgomu) = en laten hen niet | ይባኡ (yebau) = binnen te gaan | ኀበ (khäbä) = waar | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ከመ (kämä) = dat; als | ያስተዋድይዎሙ (yastäwadywomu) = zij aanklagen | ለእለ (lälä) = van hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Job 1:6 en Zach. 3:1. Zie ook: Job 1:6; Zach 3:1 **40:8** En daarna vroeg ik de engel van de vrede die met mij ging, die mij alles wat verborgen is toonde, en ik zei tot hem: Wie zijn deze vier aangezichten die ik gezien heb, en van wie ik de stemmen gehoord en opgeschreven heb? Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ተስእልክዎ (täslkwo) = ik vroeg hem | ለመልአከ (lämäläkä) = de engel van | ሰላም (sälam) = vrede | ዘየሐውር (zäyähäwr) = die ging | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ዘውእቱ (zäwtu) = die was | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is | ወእቤሎ (wäbelo) = en ik zei tot hem | መኑ (mänu) = wie | ውእቶሙ (wetomu) = dat zijn | እሉ (elu) = deze | ፬ገጽ (፬gäts) = vier aangezichten | ዘርኢኩ (zäriku) = die ik gezien had | ወእለ (wälä) = en wier | ሰማዕኩ (sämaku) = ik hoorde | ቃሎሙ (qalomu) = hun stem | ወጸሐፍክዎሙ (wätsähäfkwomu) = en ik schreef hen op Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Michaël, Rafaël, Gabriël en Fanuël **40:9** En hij zei tot mij: Deze eerste is Michaël, de heilige, de barmhartige en lankmoedige; en de tweede, die over alle ziekte en alle wonden van de mensenkinderen is, is Rafaël; en de derde, die over alle kracht is, is de heilige Gabriël; en de vierde, die over de bekering en over de hoop van hen die het eeuwige leven beërven is, is Fanuël. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ዝቀዳማዊ (zeqädamawi) = deze eerste | ውእቱ (wetu) = dat | መሐሪ (mähäri) = de barmhartige | ወርኁቀ (wärkhuqä) = en lankmoedig | መዓት (mäat) = van toorn | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ሚካኤል (mikael) = Michaël | ወካልእ (wäkal) = en de tweede | ዘዲበ (zädibä) = die op | ኲሉ (kwilu) = alle | ሕማም (hemam) = pijn | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ኲሉ (kwilu) = alle | ቊስል (qwisl) = wonden | ዘውሉደ (zäwludä) = van de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ውእቱ (wetu) = dat | ሩፋኤል (rufael) = Rafaël | ወሣልስ (wäsals) = en de derde | ዘዲበ (zädibä) = die op | ኲሉ (kwilu) = alle | ኃይል (khayl) = kracht | ውእቱ (wetu) = dat | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ገብርኤል (gäbrel) = Gabriël | ወራብዕ (wärab) = en de vierde | ዘዲበ (zädibä) = die op | ንስሓ (nesha) = bekering | ወለተስፋ (wälätäsfa) = en over de hoop | እለ (elä) = die | ይወርሱ (yewärsu) = beërven | ሕይወተ (heywätä) = leven | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ውእቱ (wetu) = dat | ፋኑኤል (fanuel) = Fanuël Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 34:6. Zie ook: Ex 34:6 **40:10** En dit zijn de vier engelen van Yahweh, de Allerhoogste, en de vier stemmen hoorde ik in die dagen. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dezen | ፬መላእክቲሁ (፬mälaktihu) = de vier engelen van | ለእግዚአብሔር (lägziäbher) = van Yahweh | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ወ፬ቃለ (wä፬qalä) = en de vier stemmen | ሰማዕኩ (sämaku) = ik hoorde | በውእቶን (bäwton) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 41 _De verborgenheden van de hemel_ ### De verborgenheden van de hemelen **41:1** En daarna zag ik alle verborgenheden van de hemelen en hoe het koninkrijk verdeeld wordt, en hoe de daden van de mensen op de weegschaal gewogen worden. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ኲሎ (kwilo) = alle | ኅብኣቲሆሙ (khebatihomu) = de verborgenheden van | ለሰማያት (läsämayat) = de hemelen | ወመንግሥት (wämängst) = en hoe het koninkrijk | እፎ (efo) = hoe | ትትከፈል (tetkäfäl) = verdeeld wordt | ወተግባረ (wätägbarä) = en de daden van | ሰብእ (säb) = mensen | ከመ (kämä) = dat; als | በመዳልው (bämädalw) = op de weegschaal | ይደለዉ (yedäläwu) = gewogen worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **41:2** Daar zag ik de woonplaatsen van de uitverkorenen en de woonplaatsen van de heiligen; en mijn ogen zagen daar alle zondaars, die vandaar verdreven werden, die de naam van Yahweh van de geesten loochenen, en men sleurde hen weg, en zij konden niet blijven staan vanwege de plaag die uitgaat van Yahweh van de geesten. Brontekst: በህየ (bähyä) = daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ማኅደሪሆሙ (makhdärihomu) = hun woning | ለኅሩያን (läkhruyan) = de uitverkorenen | ወማኅደሪሆሙ (wämakhdärihomu) = en de woonplaatsen van | ለቅዱሳን (läqdusan) = van de heiligen | ወርእያ (wärya) = en zagen | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | በህየ (bähyä) = daar | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | እንዘ (enzä) = terwijl | ይሰደዱ (yesädädu) = verdreven worden | እምህየ (emhyä) = vandaar | እለ (elä) = die | ይክህድዎ (yekhdwo) = zij loochenen | ለስመ (läsmä) = de naam van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወይስሕብዎሙ (wäyshbwomu) = en men sleurt hen | ወቀዊም (wäqäwim) = en staan | አልቦሙ (älbomu) = zij hebben niet | በመቅሠፍት (bämäqsäft) = door plaag | እንተ (entä) = die | ትወጽእ (tewäts) = uitgaat | እምእግዚአ (emgziä) = van Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **41:3** En daar zagen mijn ogen de verborgenheden van de bliksems en de donder, en de verborgenheden van de winden, hoe zij verdeeld worden om over de aarde te waaien, en de verborgenheden van de wolken en de dauw; en daar zag ik vanwaar zij uitgaan in die plaats en vanwaar zij het stof van de aarde verzadigen. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርእያ (reya) = zagen | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | ኅቡአተ (khebuätä) = de verborgenheden van | መባርቅት (mäbarqt) = bliksems | ወነጐድጓድ (wänägwädgwad) = en donder | ወኅቡአተ (wäkhbuätä) = en de verborgenheden van | ነፋሳት (näfasat) = winden | እፎ (efo) = hoe | ይትከፈሉ (yetkäfälu) = verdeeld worden | ከመ (kämä) = dat; als | ይንፍሑ (yenfhu) = zij waaien | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወኅቡአተ (wäkhbuätä) = en de verborgenheden van | ደመናት (dämänat) = wolken | ወጠል (wätäl) = en dauw | ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | እምኀበ (emkhäbä) = vanwaar | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | በውእቱ (bäwtu) = in die | መካን (mäkan) = plaats | ወእምህየ (wämhyä) = en vandaar | ይጸግቡ (yetsägbu) = verzadigen zij | ፀበለ (tsäbälä) = het stof van | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **41:4** En daar zag ik gesloten schatkamers, waaruit de winden verdeeld worden, en de schatkamer van de hagel en de schatkamer van de mist en van de wolken; en zijn wolk blijft boven de aarde sinds vóór de wereld. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | መዛግብተ (mäzagbtä) = de schatkamers van | ዕፅዋነ (etswanä) = gesloten | ወእምኔሆሙ (wämnehomu) = en daaruit | ይትከፈሉ (yetkäfälu) = verdeeld worden | ነፋሳት (näfasat) = winden | ወመዝገበ (wämäzgäbä) = en de schatkamer van | በረድ (bäräd) = hagel | ወመዝገበ (wämäzgäbä) = en de schatkamer van | ጊሜ (gime) = mist | ወዘደመናት (wäzädämänat) = en van de wolken | ወደመና (wädämäna) = en wolk | ዚአሁ (ziähu) = ervan | እምላዕለ (emlalä) = boven | ምድር (medr) = de aarde | የኅድር (yäkhdr) = blijft | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Zon en maan **41:5** En ik zag de schatkamers van de zon en van de maan, vanwaar zij uitgaan en waarheen zij terugkeren, en hun heerlijke terugkeer, en hoe de een de ander overtreft, en hun rijke omloop. En zij gaan hun omloop niet voorbij, en voegen er niet aan toe en nemen er niet van af, en zij bewaren hun trouw, de een aan de ander, in een eed die zij zwoeren. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | መዛግብተ (mäzagbtä) = de schatkamers van | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወዘወርኅ (wäzäwärkh) = en van de maan | እምአይቴ (emäyte) = vanwaar | ይወጽኡ (yewätsu) = komen uit | ወአይቴ (wääyte) = en waar | ይገብኡ (yegäbu) = zij terugkeren | ወግብአቶሙ (wägbätomu) = en hun terugkeer | ስብሕ (sebh) = heerlijk | ወእፎ (wäfo) = en hoe | ይከብር (yekäbr) = overtreft | ፩እምካልኡ (፩mkalu) = de een van de ander | ወምኋሮሙ (wämkhwaromu) = en hun omloop | ብዑል (beul) = rijk | ወኢየኀልፉ (wäiyäkhälfu) = en zij gaan niet voorbij | ምኋረ (mekhwarä) = hun omloop | ወኢይዌስኩ (wäiywesku) = en zij voegen niet toe | ወኢየሐፅፁ (wäiyähätstsu) = en zij nemen niet af | እምኋረ (emkhwarä) = van hun omloop | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen | ወሃይማኖቶሙ (wähaymanotomu) = en hun trouw | የዐቅቡ (yääqbu) = zij bewaren | ፩ (፩) = één | ምስለ (meslä) = met | ካልኡ (kalu) = de ander | በመሐላ (bämähäla) = in een eed | ዘነበሩ (zänäbäru) = die zij zwoeren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **41:6** En eerst gaat de zon uit en maakt zijn weg naar het gebod van Yahweh van de geesten, en Zijn naam is sterk tot in eeuwigheid. Brontekst: ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | ቅድመ (qedmä) = voor | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወይገብር (wäygäbr) = en maakt | ፍኖቶ (fenoto) = zijn weg | በትእዛዘ (bätzazä) = naar het gebod van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወይጸንዕ (wäytsän) = en is sterk | ስሙ (semu) = zijn naam | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **41:7** En daarna de verborgen en zichtbare weg van de maan, en de omloop van zijn weg volbrengt hij in die plaats bij dag en bij nacht; de een ziet naar de ander voor het aangezicht van Yahweh van de geesten, en zij danken en prijzen en rusten niet, want hun dankzegging is hun rust. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ፍኖት (fenot) = de weg | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is | ወዘክሡት (wäzäksut) = en van het zichtbare | ዘወርኅ (zäwärkh) = van de maan | ወምኋረ (wämkhwarä) = en de omloop van | ፍኖቱ (fenotu) = zijn weg | ይፌጽም (yefetsm) = volbrengt hij | በውእቱ (bäwtu) = in die | መካን (mäkan) = plaats | በመዓልት (bämäalt) = bij dag | ወበሌሊት (wäbälelit) = en bij nacht | ፩ (፩) = één | ለካልኡ (läkalu) = naar de ander | ይኔጽር (yenetsr) = ziet | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወየአኲቱ (wäyääkwitu) = en zij danken | ወይሴብሑ (wäysebhu) = en prijzen | ወኢያዐርፉ (wäiyaärfu) = en zij rusten niet | እስመ (esmä) = omdat | አኰቴቶሙ (äkwätetomu) = hun dankzegging | ዕረፍት (eräft) = rust | ውእቱ (wetu) = dat | ሎሙ (lomu) = voor hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **41:8** Want de zon heeft veel omwentelingen ten zegen en ten vloek, en de loop van de weg van de maan is voor de rechtvaardigen licht en voor de zondaars duisternis, in de naam van Yahweh. Hij maakte een scheiding tussen het licht en de duisternis, verdeelde de geesten van de mensen en versterkte de geesten van de rechtvaardigen in de naam van Zijn gerechtigheid. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ለፀሐይ (lätsähäy) = de zon | ብሩህ (beruh) = stralende | ብዙኅ (bezukh) = overvloedig | ምያጤ (meyate) = omwentelingen | ቦቱ (botu) = daaraan | ለበረከት (läbäräkät) = tot zegen | ወለመርገም (wälämärgäm) = en ten vloek | ወምርዋጸ (wämrwatsä) = en de loop van | ፍኖቱ (fenotu) = zijn weg | ለወርኅ (läwärkh) = de maan | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ብርሃን (berhan) = licht | ወለኃጥኣን (wäläkhatan) = en voor de zondaars | ጽልመት (tselmät) = duisternis | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh | ዘፈጠረ (zäfätärä) = die schiep | ማእከለ (makälä) = tussen | ብርሃን (berhan) = licht | ወማእከለ (wämakälä) = en tussen | ጽልመት (tselmät) = duisternis | ወከፈለ (wäkäfälä) = en verdeelde | መንፈሶሙ (mänfäsomu) = hun geest | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ወአጽንዐ (wäätsnä) = en versterkte | መንፈሶሙ (mänfäsomu) = hun geest | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | በስመ (bäsmä) = in de naam | ጽድቀ (tsedqä) = gerechtigheid | ዚአሁ (ziähu) = ervan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **41:9** Want geen engel verhindert het en geen macht kan het verhinderen, want de Rechter ziet hen allen, en hen allen oordeelt Hij voor Zijn aangezicht. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | መልአክ (mäläk) = de engel | ኢይከልእ (iykäl) = verhindert niet | ወሥልጣን (wäsltan) = en macht | ኢይክል (iykl) = ik kan niet | ከሊአ (käliä) = verhinderen | እስመ (esmä) = omdat | መኰንን (mäkwänn) = de Rechter | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ይሬኢ (yerei) = ziet | ወእሎንተ (wälontä) = en dezen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem | ውእቱ (wetu) = dat | ይኴንን (yekwenn) = oordeelt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 42 _De wijsheid en het onrecht_ **42:1** De wijsheid vond geen plaats waar zij kon wonen, en haar woning was in de hemelen. Brontekst: ጥበብ (tebäb) = wijsheid | መካነ (mäkanä) = een plaats | ኢረከበት (iräkäbät) = vond niet | ኀበ (khäbä) = waar | ተኀድር (täkhädr) = zij kon wonen | ወሀለወት (wähäläwät) = en was | ማኅደራ (makhdära) = haar woning | ውስተ (westä) = in | ሰማያት (sämayat) = de hemelen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **42:2** De wijsheid kwam om te wonen onder de mensenkinderen en vond geen woning; de wijsheid keerde terug naar haar plaats en nam plaats te midden van de engelen. Brontekst: መጽአት (mätsät) = kwam | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ከመ (kämä) = dat; als | ትኅድር (tekhdr) = te wonen | ውስተ (westä) = in | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ወኢረከበት (wäiräkäbät) = en vond niet | ማኅደረ (makhdärä) = de woonplaats van | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ውስተ (westä) = in | መካና (mäkana) = haar plaats | ገብአት (gäbät) = keerde terug | ወተፅዕነት (wätätsnät) = en nam plaats | ማእከለ (makälä) = tussen | መላእክት (mälakt) = de engelen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **42:3** En het onrecht ging uit van haar schatkamers; wie zij niet zocht, vond zij, en zij woonde onder hen, als regen in de woestijn en als dauw op een dorstige aarde. Brontekst: ወዐመፃ (wäämätsa) = en onrecht | ወፅአት (wätsät) = ging uit | እመዛግብቲሃ (emäzagbtiha) = uit haar schatkamers | ዘኢፈቀደት (zäifäqädät) = wie zij niet zocht | ረከበት (räkäbät) = vond zij | ወኀደረት (wäkhädärät) = en woonde | ውስቴቶሙ (westetomu) = daartussen | ከመ (kämä) = dat; als | ዝናም (zenam) = regen | በበድው (bäbädw) = in de woestijn | ወከመ (wäkämä) = en dat | ጠል (täl) = dauw | በምድር (bämdr) = op een aarde | ጽምእት (tsemt) = dorstige Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 43 _De sterren en de rechtvaardigen_ **43:1** En ik zag andere bliksems en de sterren van de hemel, en ik zag hoe Hij hen allen bij hun namen roept en zij Hem horen. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ካልአ (kalä) = een andere | መባርቅተ (mäbarqtä) = bliksems | ወከዋክብተ (wäkäwakbtä) = en sterren van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ከመ (kämä) = dat; als | ይጼውዖሙ (yetsewomu) = Hij hen roept | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | በበአስማቲሆሙ (bäbääsmatihomu) = bij hun namen | ወይሰምዕዎ (wäysämwo) = en zij Hem horen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 40:26 en Ps. 147:4. Zie ook: Ps 147:4; Jes 40:26 **43:2** En ik zag hoe zij op een weegschaal van gerechtigheid gewogen worden naar hun licht, naar de wijdte van hun plaatsen en de dag van hun verschijnen, en hoe hun omloop bliksem voortbrengt; en hun omloop is naar het aantal van de engelen, en zij bewaren hun trouw, de een aan de ander. Brontekst: ወርኢክዎ (wärikwo) = en ik zag hem | በመዳልወ (bämädalwä) = op een weegschaal van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ከመ (kämä) = dat; als | ይደለዉ (yedäläwu) = gewogen worden | በብርሃናቲሆሙ (bäbrhanatihomu) = naar hun licht | በራኅበ (bärakhbä) = naar de wijdte van | መካናቲሆሙ (mäkanatihomu) = hun plaatsen | ወዕለተ (wälätä) = en de dag van | ኩነቶሙ (kunätomu) = hun verschijnen | ወሚጠቶሙ (wämitätomu) = en hun omloop | መብረቅ (mäbräq) = bliksem | መብረቀ (mäbräqä) = bliksem | ይወልድ (yewäld) = brengt voort | ወሚጠቶሙ (wämitätomu) = en hun omloop | በኊልቈ (bäkhwilqwä) = naar het aantal van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ወሃይማኖቶሙ (wähaymanotomu) = en hun trouw | የዐቅቡ (yääqbu) = zij bewaren | በበይናቲሆሙ (bäbäynatihomu) = onder elkaar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **43:3** En ik vroeg de engel die met mij ging, die mij het verborgene toonde: Wat zijn dezen? Brontekst: ወተስእልክዎ (wätäslkwo) = en ik vroeg | ለመልአክ (lämäläk) = de engel | ዘየሐውር (zäyähäwr) = die ging | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ዘአርአየኒ (zääräyäni) = die mij toonde | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is | ምንት (ment) = waarom | እሎንቱ (elontu) = die Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **43:4** En hij zei tot mij: Yahweh van de geesten heeft je hun gelijkenis getoond: dit zijn de namen van de rechtvaardigen die op het land wonen en geloven in de naam van Yahweh van de geesten tot in eeuwigheid. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ምስለ (meslä) = met | ዘዚአሆሙ (zäziähomu) = wat hun eigen is | አርአየከ (äräyäkä) = toonde je | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | እሉ (elu) = deze | እሙንቱ (emuntu) = zij | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | እለ (elä) = die | የኅድሩ (yäkhdru) = die wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ወየአምኑ (wäyäämnu) = en geloven | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 44 _De bliksem_ **44:1** En andere dingen zag ik over de bliksem: hoe sommige uit de sterren ontstaan en bliksem worden en geen afstand kunnen doen van hun nieuwe gedaante. Brontekst: ወካልኣተ (wäkalatä) = en andere dingen | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በእንተ (bäntä) = over | መብረቅ (mäbräq) = bliksem | እፎ (efo) = hoe | ይቀውሙ (yeqäwmu) = zij staan | እምከዋክብት (emkäwakbt) = uit sterren | ወይከውኑ (wäykäwnu) = en zij zullen zijn | መብረቀ (mäbräqä) = bliksem | ወኢይክሉ (wäiyklu) = en zij kunnen niet | ኀዲገ (khädigä) = afstand doen van | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 45 _De tweede Gelijkenis_ ### Het lot van hen die de naam loochenen **45:1** En de tweede gelijkenis, over hen die de naam loochenen van de woonplaats van de heiligen en van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወዝካልእ (wäzkal) = en de tweede | ምሳሌ (mesale) = de gelijkenis | ዲበ (dibä) = op | እለ (elä) = die | ይክህዱ (yekhdu) = zij loochenen | ስሞ (semo) = zijn naam | ለማኅደረ (lämakhdärä) = de woonplaats van | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወለእግዚአ (wälägziä) = en Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **45:2** Naar de hemel zullen zij niet opstijgen en op de aarde zullen zij niet komen; zo zal het lot zijn van de zondaars die de naam van Yahweh van de geesten loochenen, die zo bewaard worden voor de dag van lijden en benauwdheid. Brontekst: እሰማየ (esämayä) = niet naar de hemel | የዐርጉ (yäärgu) = zij zullen opstijgen | ወኢምድረ (wäimdrä) = en geen aarde | ይበጽሑ (yebätshu) = zij zullen bereiken | ከመዝ (kämäz) = zo | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ክፍለ (keflä) = het lot van | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | እለ (elä) = die | ይክሕዱ (yekhdu) = zij loochenen | ስሞ (semo) = Zijn naam | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | እለ (elä) = die | ከመዝ (kämäz) = zo | ይትዐቀብ (yetäqäb) = wordt bewaard | ለዕለተ (lälätä) = voor de dag van | ሥራኅ (serakh) = lijden | ወምንዳቤ (wämndabe) = en benauwdheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Mijn Uitverkorene op de troon **45:3** **„Op die dag zal Mijn Uitverkorene op de troon van de heerlijkheid zitten en hun werken beproeven, en hun rustplaatsen zullen ontelbaar zijn, en hun geesten zullen sterk worden in hun midden wanneer zij Mijn Uitverkorene zien, en hen die Mijn heilige en heerlijke naam hebben aangeroepen.** Brontekst: በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ይነብር (yenäbr) = zat | በመንበረ (bämänbärä) = op de troon van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ኅሩይ (kheruy) = de Uitverkorene | ወየኀሪ (wäyäkhäri) = en zal beproeven | ምግባሪሆሙ (megbarihomu) = hun werken | ወምዕራፎሙ (wämrafomu) = en hun rustplaatsen | ኊልቊ (khwilqwi) = getal | አልቦሙ (älbomu) = zij hebben niet | ወመንፈሶሙ (wämänfäsomu) = en hun geest | በማእከሎሙ (bämakälomu) = in hun midden | ትጸንዕ (tetsän) = zal sterk worden | ሶበ (sobä) = wanneer | ርእይዎ (reywo) = aanschouwt | ለኅሩየ (läkhruyä) = Mijn Uitverkorene | ዚአየ (ziäyä) = mijn | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ሰከዩ (säkäyu) = aanriepen | ስምየ (semyä) = Mijn naam | ቅዱሰ (qedusä) = heilig | ወስቡሐ (wäsbuhä) = en heerlijk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Mt. 19:28; 25:31. Voetnoot Lezing: ወየኀሪ heeft letterlijk ‘en hij zal kiezen’, maar ‘hun werken kiezen’ geeft hier geen goede zin. Wij vertalen ‘beproeven’; mogelijk is een Hebreeuws of Aramees werkwoord bij het overzetten verkeerd gelezen. Zie ook: Mat 19:28; Mat 25:31 **45:4** **En op die dag zal Ik Mijn Uitverkorene in hun midden doen wonen, en de hemel zal Ik veranderen en maken tot een zegen en een eeuwig licht.** Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | አነብሮ (änäbro) = zal Ik doen wonen | በማእከሎሙ (bämakälomu) = in hun midden | ለኅሩየ (läkhruyä) = Mijn Uitverkorene | ዚአየ (ziäyä) = mijn | ወእዌልጣ (wäwelta) = en Ik zal veranderen | ለሰማይ (läsämay) = de hemel | ወእገብራ (wägäbra) = en tot maken | ለበረከት (läbäräkät) = tot zegen | ወብርሃን (wäbrhan) = en licht | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 65:17; Openb. 21:1. Zie ook: Jes 65:17; Openb 21:1 **45:5** **En de aarde zal Ik veranderen en maken tot een zegen, en Mijn uitverkorenen zal Ik daarin doen wonen; maar zij die zonde en onrecht bedrijven, zullen haar niet betreden.** Brontekst: ወእዌልጣ (wäwelta) = en Ik zal veranderen | ለየብስ (läyäbs) = de aarde | ወእገብራ (wägäbra) = en tot maken | ለበረከት (läbäräkät) = tot zegen | ወለኅሩያነ (wäläkhruyanä) = en Mijn uitverkorenen | ዚአየ (ziäyä) = mijn | አነብሮሙ (änäbromu) = zal Ik doen wonen | ውስቴታ (westeta) = daarin | ወእለ (wälä) = en wier | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ኀጢአተ (khätiätä) = zonde | ወጌጋየ (wägegayä) = en dwaling | እይከይዱ (eykäydu) = zullen niet lopen | ውስቴታ (westeta) = daarin Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **45:6** **Want Ik heb Mijn rechtvaardigen gezien en met vrede verzadigd, en Ik heb hen voor Mijn aangezicht gezet; en voor de zondaars is Mijn oordeel genaderd, om hen van het aangezicht van de aarde te verdelgen.”** Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | አነ (änä) = ik | ርኢክዎሙ (reikwomu) = Ik heb hen gezien | ወአጽገብክዎሙ (wäätsgäbkwomu) = en verzadigd | በሰላም (bäsälam) = in vrede | ለጻድቃንየ (lätsadqanyä) = Mijn rechtvaardigen | ወአንበርክዎሙ (wäänbärkwomu) = en Ik heb hen geplaatst | ቅድሜየ (qedmeyä) = voor Mij | ወቀርበት (wäqärbät) = en is genaderd | ኀቤየ (khäbeyä) = tot Mij | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ለኃጥኣን (läkhatan) = over de zondaars | ከመ (kämä) = dat; als | ኣህጒሎሙ (ahgwilomu) = om hen te verdelgen | እምገጸ (emgätsä) = van het aangezicht van | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 46 _De Zoon des Mensen en het Hoofd van de Dagen_ ### Het Hoofd van de Dagen **46:1** En daar zag ik Hem die een Hoofd van de Dagen had, en Zijn hoofd was als witte wol; en met Hem was een ander, wiens gelaat was als het aanzien van een mens, en zijn aangezicht was vol genade, als dat van een van de heilige engelen. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ዘሎቱ (zälotu) = die had | ርእሰ (resä) = het hoofd van | መዋዕል (mäwal) = dagen | ወርእሱ (wärsu) = en zijn hoofd | ከመ (kämä) = dat; als | ፀምር (tsämr) = wol | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወምስሌሁ (wämslehu) = en met Hem | ካልእ (kal) = een ander | ዘገጹ (zägätsu) = wiens gelaat | ከመ (kämä) = dat; als | ርእየተ (reyätä) = het aanzien van | ሰብእ (säb) = mensen | ወምሉእ (wämlu) = en vol | ጸጋ (tsäga) = genade | ገጹ (gätsu) = Zijn aangezicht | ከመ (kämä) = dat; als | ፩እመላእክት (፩mälakt) = één van de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 7:9, 13. Zie ook: Dan 7:9 **46:2** En ik vroeg een van de engelen die met mij ging en mij alle verborgen dingen liet zien, naar die Zoon des Mensen: wie hij is, en vanwaar hij is, en waarom hij met het Hoofd van de Dagen gaat. Brontekst: ወተስእልክዎ (wätäslkwo) = en ik vroeg | ለ፩እመላእክት (lä፩mälakt) = één van de engelen | ዘየሐውር (zäyähäwr) = die ging | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | ዘአርአየኒ (zääräyäni) = die mij toonde | በእንተ (bäntä) = over | ዝኩ (zeku) = die | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ሰብእ (säb) = mensen | መኑ (mänu) = wie | ውእቱ (wetu) = dat | ወእምአይቴ (wämäyte) = en vanwaar | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ውእቱ (wetu) = dat | በእንተ (bäntä) = over | ምንት (ment) = waarom | ምስለ (meslä) = met | ርእሰ (resä) = het hoofd van | መዋዕል (mäwal) = dagen | የሐውር (yähäwr) = gaat Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወልደ ሰብእ is letterlijk ‘zoon van een mens’; in de Gelijkenissen is dit een titel van de Uitverkorene. ### Wie is de Zoon des Mensen? **46:3** En hij antwoordde mij en zei tot mij: Dit is de Zoon des Mensen, bij wie gerechtigheid is, en gerechtigheid woont bij hem; en alle schatkamers van het verborgene onthult hij, want Yahweh van de geesten heeft hem uitgekozen, en zijn lot overtreft alles voor het aangezicht van Yahweh van de geesten, in oprechtheid tot in eeuwigheid. Brontekst: ወአውሥአኒ (wääwsäni) = en hij antwoordde mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ዝንቱ (zentu) = dit | ውእቱ (wetu) = dat | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ሰብእ (säb) = mensen | ዘሎቱ (zälotu) = die had | ኮነ (konä) = is | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወጽድቅ (wätsdq) = en gerechtigheid | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ኃደረ (khadärä) = woont | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | መዛግብተ (mäzagbtä) = de schatkamers van | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is | ውእቱ (wetu) = dat | ይከሥት (yekäst) = hij onthult | እስመ (esmä) = omdat | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ኪያሁ (kiyahu) = hem | ኀረየ (khäräyä) = heeft uitgekozen | ወዘክፍሉ (wäzäkflu) = en zijn lot | ኲሎ (kwilo) = alle | ሞአ (moä) = heeft overwonnen | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | በርትዕ (bärt) = in gerechtigheid | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De koningen worden neergestoten **46:4** En deze Zoon des Mensen die je gezien hebt, zal de koningen en de machtigen van hun rustbedden doen opstaan en de sterken van hun tronen; hij zal de teugels van de sterken losmaken en de tanden van de zondaars verbrijzelen. Brontekst: ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ሰብእ (säb) = mensen | ዘርኢከ (zärikä) = wat je gezien hebt | ያነሥኦሙ (yanäsomu) = zal doen opstaan | ለነገሥት (länägäst) = van de koningen | ወለኀያላን (wäläkhäyalan) = en de machtigen | እምስካባቲሆሙ (emskabatihomu) = van hun rustbedden | ወለጽኑዓን (wälätsnuan) = en de sterken | እመናብርቲሆሙ (emänabrtihomu) = van hun tronen | ወይፈትሕ (wäyfäth) = en hij zal losmaken | ልጓማተ (legwamatä) = de teugels van | ጽኑዓን (tsenuan) = de sterken | ወያደቅቅ (wäyadäqq) = en verbrijzelen | አስናነ (äsnanä) = de tanden van | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **46:5** En hij zal de koningen van hun tronen en uit hun koninkrijken stoten, omdat zij Hem niet verheffen en niet loven en niet erkennen vanwaar hun het koningschap gegeven is. Brontekst: ወይገፈትዖሙ (wäygäfätomu) = en hij zal hen verstoten | ለነገሥት (länägäst) = van de koningen | እመናብርቲሆሙ (emänabrtihomu) = van hun tronen | ወእመንግሥቶሙ (wämängstomu) = en van hun koninkrijken | እስመ (esmä) = omdat | እያሌዕልዎ (eyalelwo) = zij verheffen Hem niet | ወኢይሴብሕዎ (wäiysebhwo) = en zij prijzen Hem niet | ወኢይገንዩ (wäiygänyu) = en zij buigen zich niet nederig | እምአይቴ (emäyte) = vanwaar | ተውህበት (täwhbät) = is gegeven | ሎሙ (lomu) = voor hen | መንግሥት (mängst) = het koningschap Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **46:6** En het gelaat van de sterken zal hij neerstoten en hen met schaamte vervullen; duisternis zal hun woonplaats zijn en wormen hun bed, en zij zullen niet hopen van hun bedden op te staan, omdat zij de naam van Yahweh van de geesten niet verheffen. Brontekst: ወገጸ (wägätsä) = en het gelaat van | ጽኑዓን (tsenuan) = de sterken | ይገፈትዕ (yegäfät) = hij verstoot | ወይመልኦሙ (wäymälomu) = en hij vult hen | ኀፍረት (khäfrät) = met schaamte | ወጽልመት (wätslmät) = en donker | ይከውኖሙ (yekäwnomu) = zal voor hen zijn | ማኅደሪሆሙ (makhdärihomu) = hun woning | ወዕፄያት (wätseyat) = en wormen | ይከውኖሙ (yekäwnomu) = zal voor hen zijn | ምስካቦሙ (meskabomu) = hun leger | ወኢይሴፈዉ (wäiysefäwu) = en zij hopen niet | ከመ (kämä) = dat; als | ይትነሥኡ (yetnäsu) = zij opstaan | እምስካባቲሆሙ (emskabatihomu) = van hun rustbedden | እስመ (esmä) = omdat | ኢያሌዕሉ (iyalelu) = zij verheffen niet | ስሞ (semo) = Zijn naam | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 14:11. Zie ook: Jes 14:11 **46:7** Dit zijn zij die de sterren van de hemel oordelen en hun handen opheffen tegen de Allerhoogste, en het land vertrappen en daarop wonen; en al hun daden zijn onrecht, en hun daden tonen onrecht, en hun kracht is in hun rijkdom, en hun vertrouwen is in de goden die zij met hun handen gemaakt hebben, en zij loochenen de naam van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወእሙንቱ (wämuntu) = en zij | ኮኑ (konu) = was | እለ (elä) = die | ይኴንኑ (yekwennu) = oordelen | ከዋክብተ (käwakbtä) = sterren | ሰማይ (sämay) = hemel | ወያሌዕሉ (wäyalelu) = en verheffen | እደዊሆሙ (edäwihomu) = hun handen | ውስተ (westä) = in | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ወይከይዱ (wäykäydu) = en zij lopen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ወየኀድሩ (wäyäkhädru) = en wonen | ውስቴታ (westeta) = daarin | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ተግባሮሙ (tägbaromu) = hun werken | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወያርእዩ (wäyaryu) = en zij tonen | ተግባሮሙ (tägbaromu) = hun werken | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወኀይሎሙ (wäkhäylomu) = en hun kracht | ዲበ (dibä) = op | ብዕሎሙ (belomu) = hun rijkdom | ወሃይማኖቶሙ (wähaymanotomu) = en hun trouw | ኮነ (konä) = is | ለአማልክት (läämalkt) = van goden | እለ (elä) = die | ገብሩ (gäbru) = zij hebben gemaakt | በእደዊሆሙ (bädäwihomu) = met hun handen | ወክሕድዎ (wäkhdwo) = en zij loochenen | ለስሙ (läsmu) = de naam | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **46:8** En zij worden verdreven uit de huizen van Zijn gemeente en van de gelovigen die aan de naam van Yahweh van de geesten hangen. Brontekst: ወይሰደዱ (wäysädädu) = en zij worden verdreven | እምአብያተ (emäbyatä) = uit de huizen van | ምስትጉቡአ (mestgubuä) = de gemeente | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ወለመሃይምናን (wälämähaymnan) = en van de gelovigen | እለ (elä) = die | ስቁላን (sequlan) = die hangen | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 47 _Het gebed van de rechtvaardigen_ ### Het bloed van de rechtvaardigen **47:1** En in die dagen steeg het gebed van de rechtvaardigen op, en het bloed van de rechtvaardige van de aarde, voor het aangezicht van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ዐርገት (ärgät) = steeg op | ጸሎተ (tsälotä) = het gebed van | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወደመ (wädämä) = en bloed | ጻድቅ (tsadq) = rechtvaardig | እምነ (emnä) = van | ምድር (medr) = de aarde | ቅድመ (qedmä) = voor | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 4:10; Openb. 6:9–10. Zie ook: Gen 4:10; Openb 6:9–10 **47:2** In die dagen zullen de heiligen die in de hoogte van de hemelen wonen zich met één stem verenigen, en bidden en smeken en loven en danken en de naam van Yahweh van de geesten zegenen, vanwege het bloed van de rechtvaardigen dat vergoten is, en dat het gebed van de rechtvaardigen niet vergeefs zal zijn voor het aangezicht van Yahweh van de geesten, opdat hun recht gedaan wordt en zij geen geduld hoeven te hebben tot in eeuwigheid. Brontekst: በእሉ (bälu) = in deze | መዋዕል (mäwal) = dagen | የኀብሩ (yäkhäbru) = zullen zich verenigen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | እለ (elä) = die | ይነብሩ (yenäbru) = zij zaten | መልዕልተ (mälltä) = daarboven | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | በ፩ቃል (bä፩qal) = met één stem | ወያስተበቊዑ (wäyastäbäqwiu) = en smeken | ወይጼልዩ (wäytselyu) = en bidden | ወይሴብሑ (wäysebhu) = en prijzen | ወያአኲቱ (wäyaäkwitu) = en danken | ወይባርኩ (wäybarku) = en zegenen | ለስሙ (läsmu) = de naam | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | በእንተ (bäntä) = over | ደመ (dämä) = bloed | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ዘተክዕወ (zätäkwä) = dat vergoten is | ወጸሎቶሙ (wätsälotomu) = en het gebed | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ከመ (kämä) = dat; als | ኢትፀራእ (ittsära) = niet tevergeefs | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ከመ (kämä) = dat; als | ይትገበር (yetgäbär) = geschiedt | ሎሙ (lomu) = voor hen | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ወትዕግሥት (wätgst) = en geduld | ኢይኩን (iykun) = zij niet | ሎሙ (lomu) = voor hen | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De boeken der levenden **47:3** En in die dagen zag ik het Hoofd van de Dagen toen Hij op de troon van Zijn heerlijkheid zat, en de boeken van de levenden werden voor Hem geopend; en heel Zijn macht die in de hoogte van de hemelen is, en Zijn omgeving, stond voor Hem. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ርኢክዎ (reikwo) = ik zag Hem | ለርእሰ (lärsä) = het Hoofd van | መዋዕል (mäwal) = dagen | ሶበ (sobä) = wanneer | ነበረ (näbärä) = Hij zat | በመንበረ (bämänbärä) = op de troon van | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = Zijn heerlijkheid | ወመጻሕፍተ (wämätsahftä) = en de boeken van | ሕያዋን (heyawan) = de levenden | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem | ተከሥቱ (täkästu) = geopend werden | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ኀይሉ (khäylu) = Zijn macht | ዘመልዕልተ (zämälltä) = die boven | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ወዐውደ (wääwdä) = en rondom | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ይቀውሙ (yeqäwmu) = zij staan | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 7:9–10; Openb. 20:12. Zie ook: Dan 7:9–10; Openb 20:12 **47:4** En het hart van de heiligen werd vervuld van vreugde, omdat het getal van de gerechtigheid was volbracht, en het gebed van de rechtvaardigen verhoord, en het bloed van de rechtvaardige voor het aangezicht van Yahweh van de geesten gezocht. Brontekst: ወልቦሙ (wälbomu) = en het hart | ለቅዱሳን (läqdusan) = van de heiligen | ትመልእ (temäl) = was vol | ፍሥሐ (feshä) = van vreugde | እስመ (esmä) = omdat | በጽሐ (bätshä) = had bereikt | ኊልቋ (khwilqwa) = haar getal | ለጽድቅ (lätsdq) = de gerechtigheid | ወጸሎቶሙ (wätsälotomu) = en het gebed | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ተሰምዐ (täsämä) = werd verhoord | ወደሙ (wädämu) = en het bloed | ለጻድቅ (lätsadq) = van de Rechtvaardige | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ተፈቅደ (täfäqdä) = werd gezocht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 6:9–11. Zie ook: Openb 6:9–11 ## Henoch 48 _De bron van gerechtigheid en de naam van de Zoon des Mensen_ ### De bron van wijsheid **48:1** En op die plaats zag ik een bron van gerechtigheid die niet opdroogde, en rondom haar waren vele bronnen van wijsheid; en alle dorstigen dronken ervan en werden vervuld van wijsheid, en hun woonplaats was bij de rechtvaardigen en heiligen en uitverkorenen. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መካን (mäkan) = plaats | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ነቅዐ (näqä) = een bron van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወኢይትኌለቊ (wäiytkhweläqwi) = en die onuitputtelijk was | ወበዐውዱ (wäbääwdu) = en rondom haar | የዐውዶ (yääwdo) = omringden haar | ብዙኅ (bezukh) = overvloedig | አንቅዕተ (änqtä) = bronnen van | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ጽሙኣን (tsemuan) = dorstigen | ይሰትዩ (yesätyu) = dronken | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ወይትመልኡ (wäytmälu) = en werden vervuld | ጥበበ (tebäbä) = wijsheid | ወማኅደሪሆሙ (wämakhdärihomu) = en de woonplaatsen van | ምስለ (meslä) = met | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወቅዱሳን (wäqdusan) = en de heiligen | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en uitverkoren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 55:1. Zie ook: Jes 55:1 **48:2** En in dat uur werd die Zoon des Mensen genoemd bij Yahweh van de geesten, en zijn naam voor het Hoofd van de Dagen. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ሰዓት (säat) = uur | ተጸውዐ (tätsäwä) = werd genoemd | ዝኩ (zeku) = die | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ሰብእ (säb) = mensen | በኀበ (bäkhäbä) = waar | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወስሙ (wäsmu) = en zijn naam | መቅድመ (mäqdmä) = voor | ርእሰ (resä) = het hoofd van | መዋዕል (mäwal) = dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Zijn naam vóór de schepping **48:3** En voordat de zon en de tekenen geschapen werden, voordat de sterren van de hemel gemaakt werden, werd zijn naam genoemd voor Yahweh van de geesten. Brontekst: ወዘእንበለ (wäzänbälä) = en voordat | ይትፈጠር (yetfätär) = geschapen wordt | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወተአምር (wätäämr) = en bekend werd | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | ይትገበሩ (yetgäbäru) = gemaakt werden | ከዋክብተ (käwakbtä) = sterren | ሰማይ (sämay) = hemel | ወስሙ (wäsmu) = en zijn naam | ተጸውዐ (tätsäwä) = werd genoemd | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **48:4** Hij zal een staf zijn voor de rechtvaardigen en heiligen, opdat zij daarop steunen en niet vallen; en hij is het licht van de volken, en hij zal de hoop zijn van hen die in hun hart bedroefd zijn. Brontekst: ውእቱ (wetu) = dat | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | በትረ (bäträ) = een staf | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ወቅዱሳን (wäqdusan) = en de heiligen | ከመ (kämä) = dat; als | ቦቱ (botu) = daaraan | ይትመርጐዙ (yetmärgwäzu) = zij steunen | ወኢይደቁ (wäiydäqu) = en niet vallen | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ብርሃነ (berhanä) = het licht van | አሕዛብ (ähzab) = de volken | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ተስፋ (täsfa) = de hoop | ለእለ (lälä) = van hen die | የሐሙ (yähämu) = ziek zijn | በልቦሙ (bälbomu) = in hun hart Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 42:6; 49:6. Zie ook: Jes 42:6; Jes 49:6 **48:5** Allen die op het land wonen zullen voor hem neervallen en zich buigen, en zij zullen hem zegenen en loven en lofzingen op de naam van Yahweh van de geesten. Brontekst: ይወድቁ (yewädqu) = zij zullen vallen | ወይሰግዱ (wäysägdu) = en zich buigen | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor hem | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | እለ (elä) = die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ወይባርክዎ (wäybarkwo) = en zij zegenen hem | ወይሴብሕዎ (wäysebhwo) = en hem prijzen | ወይዜምሩ (wäyzemru) = en lofzingen | ሎቱ (lotu) = hem | ለስመ (läsmä) = de naam van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **48:6** En daarom was hij uitverkoren en verborgen voor Zijn aangezicht, voordat de wereld geschapen werd, en tot in eeuwigheid is hij voor Zijn aangezicht. Brontekst: ወበእንተዝ (wäbäntäz) = en daarom | ኮነ (konä) = is | ኅሩየ (kheruyä) = uitverkoren | ወኅቡአ (wäkhbuä) = en verborgen | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ይትፈጠር (yetfätär) = geschapen wordt | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ef. 1:4; 1 Petr. 1:20. Zie ook: Ef 1:4; 1 Petr 1:20 **48:7** En de wijsheid van Yahweh van de geesten heeft hem geopenbaard aan de heiligen en rechtvaardigen, want Hij heeft het lot van de rechtvaardigen bewaard, omdat zij deze wereld van onrecht gehaat en veracht hebben, met al haar werken en wegen, in de naam van Yahweh van de geesten; want in Zijn naam worden zij gered, en Hij heeft er welbehagen in dat zij leven. Brontekst: ወከሠቶ (wäkäsäto) = en heeft hem onthuld | ለቅዱሳን (läqdusan) = van de heiligen | ወለጻድቃን (wälätsadqan) = en aan de rechtvaardigen | ጥበቡ (tebäbu) = de wijsheid van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | እስመ (esmä) = omdat | ዐቀበ (äqäbä) = heeft bewaard | ክፍሎሙ (keflomu) = hun lot | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | እስመ (esmä) = omdat | ጸልእዎ (tsälwo) = zij hebben gehaat | ወመነንዎ (wämänänwo) = en veracht | ለዝ (läz) = voor deze | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ዘዐመፃ (zäämätsa) = van onrecht | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ምግባሮ (megbaro) = haar werken | ወፍናዊሁ (wäfnawihu) = en haar wegen | ጸልኡ (tsälu) = zij haten | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | እስመ (esmä) = omdat | በስመ (bäsmä) = in de naam | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ይድኅኑ (yedkhnu) = zij worden gered | ወፈቃዴ (wäfäqade) = en welbehagen | ኮነ (konä) = is | ለሕይወቶሙ (lähywätomu) = over hun leven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De koningen vallen **48:8** En in die dagen zullen de koningen van de aarde en de sterken die het land bezitten neergebogen zijn van aangezicht, vanwege de werken van hun handen; want op de dag van hun benauwdheid en nood zullen zij hun zielen niet redden. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ኮኑ (konu) = was | ትሑታነ (tehutanä) = nederig | ገጽ (gäts) = aanzien | ነገሥተ (nägästä) = de koningen van | ምድር (medr) = de aarde | ወጽኑዓን (wätsnuan) = en gegrondvest | እለ (elä) = die | ይእኅዝዋ (yekhzwa) = die haar bezitten | ለየብስ (läyäbs) = de aarde | በእንተ (bäntä) = over | ምግባረ (megbarä) = de werken van | እደዊሆሙ (edäwihomu) = hun handen | እስመ (esmä) = omdat | በዕለተ (bälätä) = op de dag van | ጻዕቆሙ (tsaqomu) = hun benauwdheid | ወጻሕቦሙ (wätsahbomu) = en hun nood | ኢያድኅኑ (iyadkhnu) = zij zullen niet redden | ነፍሶሙ (näfsomu) = de zielen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **48:9** **„En in de handen van Mijn uitverkorenen zal Ik hen werpen als stro in het vuur en als lood in het water.”** Zo zullen zij branden voor het aangezicht van de rechtvaardigen en zinken voor het aangezicht van de heiligen, en geen spoor van hen zal meer gevonden worden. Brontekst: ወውስተ (wäwstä) = en op | እደዊሆሙ (edäwihomu) = hun handen | ለኅሩያነ (läkhruyanä) = van Mijn uitverkorenen | ዚአየ (ziäyä) = mijn | እወድዮሙ (ewädyomu) = zal Ik hen leggen | ከመ (kämä) = dat; als | ሣዕር (sar) = stro | ውስተ (westä) = in | እሳት (esat) = vuur | ወከመ (wäkämä) = en dat | ዐረር (ärär) = lood | ውስተ (westä) = in | ማይ (may) = water | ከመዝ (kämäz) = zo | ይውዕዩ (yewyu) = zullen zij branden | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወይሰጠሙ (wäysätämu) = en zinken | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወኢይትረከብ (wäiyträkäb) = en er zal niet gevonden worden | ሎሙ (lomu) = voor hen | አሰር (äsär) = een spoor Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **48:10** En op de dag van hun nood zal er rust zijn op de aarde, en zij zullen voor Hem vallen en niet meer opstaan, en er zal niemand zijn die hen met zijn handen grijpt en opricht; want zij hebben Yahweh van de geesten en Zijn Gezalfde verloochend. Moge de naam van Yahweh van de geesten gezegend worden. Brontekst: ወበዕለተ (wäbälätä) = en op de dag van | ጻሕበ (tsahbä) = hun nood | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen | ዕረፍት (eräft) = rust | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወበቅድሜሁ (wäbäqdmehu) = en voor Hem | ይወድቁ (yewädqu) = zij zullen vallen | ወኢይትነሥኡ (wäiytnäsu) = en zij verheffen zich niet | ወአልቦ (wäälbo) = en niet | ዘይትሜጠዎሙ (zäytmetäwomu) = die hen zal opnemen | በእደዊሁ (bädäwihu) = met zijn handen | ወያነሥኦሙ (wäyanäsomu) = en hen zal doen opstaan | እስመ (esmä) = omdat | ክሕድዎ (kehdwo) = zij hebben verloochend | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወለመሲሑ (wälämäsihu) = en Zijn Gezalfde | ወይትባረክ (wäytbaräk) = en moge Hij gezegend worden | ስሙ (semu) = Zijn naam | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 2:2. Voetnoot Uitleg: መሲሕ is ‘Gezalfde’ (Messias). Zie ook: Ps 2:2 ## Henoch 49 _De Uitverkorene vol van geest_ **49:1** Want de wijsheid is uitgestort als water, en de heerlijkheid houdt niet op voor Zijn aangezicht tot in alle eeuwigheid. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ተክዕወ (täkwä) = is uitgegoten | ከመ (kämä) = dat; als | ማይ (may) = water | ወስብሐት (wäsbhät) = en lof | ኢተኀልቅ (itäkhälq) = houdt niet op | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **49:2** Want hij is machtig in alle geheimen van de gerechtigheid, en het onrecht zal als een schaduw voorbijgaan en geen standplaats hebben, omdat de Uitverkorene voor het aangezicht van Yahweh van de geesten staat; en zijn heerlijkheid is tot in alle eeuwigheid en zijn kracht van geslacht op geslacht. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ኀያል (khäyal) = machtig | ውእቱ (wetu) = dat | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወዐመፃ (wäämätsa) = en onrecht | ከመ (kämä) = dat; als | ጽላሎት (tselalot) = een schaduw | የኀልፍ (yäkhälf) = gaat voorbij | ወምቅዋም (wämqwam) = en standplaats | አልቦ (älbo) = er was niet | እስመ (esmä) = omdat | ቆመ (qomä) = staat | ኅሩይ (kheruy) = de Uitverkorene | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወስብሐቲሁ (wäsbhätihu) = en zijn heerlijkheid | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወኀይሉ (wäkhäylu) = en zijn kracht | ለትውልደ (lätwldä) = van geslacht | ትውልድ (tewld) = generatie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De geesten in de Uitverkorene **49:3** En in hem woont de geest van wijsheid en de geest van inzicht en de geest van onderricht en kracht, en de geest van hen die in gerechtigheid ontslapen zijn. Brontekst: ወቦቱ (wäbotu) = en in hem | የኀድር (yäkhädr) = woont | መንፈሰ (mänfäsä) = geest | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en geesten van | ዘያሌቡ (zäyalebu) = inzicht | ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en geesten van | ትምህርት (temhrt) = onderricht | ወኀይል (wäkhäyl) = en kracht | ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en geesten van | እለ (elä) = die | ኖሙ (nomu) = ontslapen zijn | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 11:2. Zie ook: Jes 11:2 **49:4** En hij zal oordelen over de verborgen dingen, en niemand zal een ijdel woord voor hem kunnen spreken, want hij is de Uitverkorene voor het aangezicht van Yahweh van de geesten, naar Zijn welbehagen. Brontekst: ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ይኴንን (yekwenn) = oordeelt | ዘኅቡኣት (zäkhbuat) = over het verborgene | ወነገረ (wänägärä) = en een woord | በክ (bäk) = ijdel | እልቦ (elbo) = niemand | ዘይክል (zäykl) = zal kunnen | ብሂለ (behilä) = zeggen | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor hem | እስመ (esmä) = omdat | ኅሩይ (kheruy) = de Uitverkorene | ውእቱ (wetu) = dat | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | በከመ (bäkämä) = zoals | ውእቱ (wetu) = dat | ፈቀደ (fäqädä) = het beviel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 50 _Bekering en oordeel_ ### Een verandering voor de heiligen **50:1** En in die dagen zal er een verandering komen voor de heiligen en uitverkorenen, en het licht van de dagen zal op hen rusten, en heerlijkheid en eer zal zich voor de heiligen wenden. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ሚጠት (mität) = verandering | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | ለቅዱሳን (läqdusan) = van de heiligen | ወለኅሩያን (wäläkhruyan) = en voor de uitverkorenen | ወብርሃነ (wäbrhanä) = en het licht van | መዋዕ (mäwa) = dagen (verkort geschreven) | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | የኀድር (yäkhädr) = woont | ወስብሐት (wäsbhät) = en lof | ወክብር (wäkbr) = en eer | ለቅዱሳን (läqdusan) = van de heiligen | ይትመየጥ (yetmäyät) = zal veranderen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: መዋዕ is een afgebroken schrijfwijze van መዋዕል (‘dagen’); zo gelezen. **50:2** En op de dag van de nood zal het kwaad zich opstapelen over de zondaars, maar de rechtvaardigen zullen overwinnen in de naam van Yahweh van de geesten; en Hij zal het aan anderen tonen, opdat zij zich bekeren en afstand doen van het werk van hun handen. Brontekst: ወበዕለት (wäbälät) = en op de dag van | እንተ (entä) = die | ጻሕብ (tsahb) = benauwdheid | ትዘገብ (tezägäb) = zal zich opstapelen | እኪት (ekit) = het kwaad | ላዕለ (lalä) = tegen | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ወይመውኡ (wäymäwu) = en zullen overwinnen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወያርኢ (wäyari) = en Hij zal tonen | ለካልኣን (läkalan) = aan de anderen | ከመ (kämä) = dat; als | ይነስሑ (yenäshu) = zij zich bekeren | ወይኅድጉ (wäykhdgu) = en achterlaten | ምግባረ (megbarä) = de werken van | እደዊሆሙ (edäwihomu) = hun handen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **50:3** En zij zullen geen eer hebben voor het aangezicht van Yahweh van de geesten, maar door Zijn naam zullen zij gered worden, en Yahweh van de geesten zal zich over hen ontfermen, want groot is Zijn barmhartigheid. Brontekst: ወኢይከውን (wäiykäwn) = en het zal niet zijn | ሎሙ (lomu) = voor hen | ክብር (kebr) = eer | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወበስሙ (wäbäsmu) = en in Zijn naam | ይድኅኑ (yedkhnu) = zij worden gered | ወእግዚአ (wägziä) = en Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ይምሕሮሙ (yemhromu) = zal zich over hen ontfermen | እስመ (esmä) = omdat | ብዙኅ (bezukh) = overvloedig | ምሕረቱ (mehrätu) = Zijn barmhartigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **50:4** En rechtvaardig is Hij in Zijn oordeel, en voor het aangezicht van Zijn heerlijkheid zal het onrecht in Zijn oordeel niet standhouden; wie zich niet bekeert voor Hem, zal verdelgd worden. Brontekst: ወጻድቅ (wätsadq) = en rechtvaardig | ውእቱ (wetu) = dat | በኲነኔሁ (bäkwinänehu) = in Zijn oordeel | ወበቅድመ (wäbäqdmä) = en voor het aangezicht van | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = Zijn heerlijkheid | ወዐመፃ (wäämätsa) = en onrecht | እትቀውም (etqäwm) = zal niet standhouden | በኲነኔሁ (bäkwinänehu) = in Zijn oordeel | ዘኢይኔስሕ (zäiynesh) = wie zich niet bekeert | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem | ይትሐጐል (yethägwäl) = zal vergaan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Geen ontferming meer **50:5** En van nu af zal Hij zich niet over hen ontfermen, zegt Yahweh van de geesten. Brontekst: ወእምይእዜሰ (wämyzesä) = en van nu af | ኢይምሕሮሙ (iymhromu) = zal Hij zich niet over hen ontfermen | ይቤ (yebe) = zei | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ኢይምሕሮሙ staat in de derde persoon (‘zal Hij zich niet ontfermen’), terwijl na ‘zegt Yahweh van de geesten’ de eerste persoon (‘zal Ik Mij niet ontfermen’) verwacht wordt. Wij volgen de Ge'ez-tekst. ## Henoch 51 _De opstanding en de Uitverkorene_ ### De aarde en de Sjeol geven terug **51:1** En in die dagen zal de aarde haar schoot teruggeven, en de Sjeol zal haar schoot teruggeven, wat zij ontvangen heeft, en het verderf zal teruggeven wat het verschuldigd is. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ታገብእ (tagäb) = zal teruggeven | ምድር (medr) = de aarde | ማኅፀንታ (makhtsänta) = haar schoot | ወሲኦል (wäsiol) = en de Sjeol | ታገብእ (tagäb) = zal teruggeven | ማኅፀንታ (makhtsänta) = haar schoot | ዘተመጠወት (zätämätäwät) = wat zij ontvangen heeft | ወኀጒል (wäkhägwil) = en het verderf | ያገብእ (yagäb) = zal teruggeven | ዘይፈዲ (zäyfädi) = wat het verschuldigd is Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 20:13. Zie ook: Openb 20:13 **51:2** En hij zal rechtvaardigen en heiligen uit hen kiezen, want de dag is genaderd dat zij gered worden. Brontekst: ወየኀሪ (wäyäkhäri) = en zal beproeven | ጻድቃነ (tsadqanä) = rechtvaardig | ወቅዱሳነ (wäqdusanä) = en heiligen | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | እስመ (esmä) = omdat | ቀርበት (qärbät) = is genaderd | ዕለት (elät) = dag | ከመ (kämä) = dat; als | እሙንቱ (emuntu) = zij | ይድኀኑ (yedkhänu) = zij gered worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **51:3** En de Uitverkorene zal in die dagen op zijn troon zitten, en alle geheimen van wijsheid zullen uit de gedachte van zijn mond voortkomen, want Yahweh van de geesten heeft ze hem gegeven en hem verheerlijkt. Brontekst: ወኅሩይ (wäkhruy) = en de Uitverkorene | በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ዲበ (dibä) = op | መንበሩ (mänbäru) = zijn troon | ይነብር (yenäbr) = zat | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | እምሕሊና (emhlina) = uit de gedachte van | አፉሁ (äfuhu) = zijn mond | ይወፅእ (yewäts) = kwamen | እስመ (esmä) = omdat | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወሀቦ (wähäbo) = heeft hem gegeven | ወሰብሖ (wäsäbho) = en heeft hem verheerlijkt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De bergen springen als rammen **51:4** En in die dagen zullen de bergen springen als rammen en de heuvels huppelen als lammeren, verzadigd van melk, en zij zullen allen engelen worden in de hemel. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይዘፍኑ (yezäfnu) = zullen springen | አድባር (ädbar) = bergen | ከመ (kämä) = dat; als | ሐራጊት (häragit) = rammen | ወአውግርኒ (wääwgrni) = en heuvels | ያንፈርዕፅ (yanfärts) = zullen huppelen | ከመ (kämä) = dat; als | መሐስዕ (mähäs) = lammeren | ጽጉባነ (tsegubanä) = vol van | ሐሊብ (hälib) = melk | ወይከውኑ (wäykäwnu) = en zij zullen zijn | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 114:4, 6. Zie ook: Ps 114:4 **51:5** Hun aangezicht zal stralen van vreugde, want in die dagen is de Uitverkorene opgestaan, en de aarde zal zich verheugen, en de rechtvaardigen zullen daarop wonen en de uitverkorenen daarin wandelen en rondtrekken. Brontekst: ገጾሙ (gätsomu) = hun aangezichten | ይበርህ (yebärh) = zal stralen | በፍሥሐ (bäfshä) = van vreugde | እስመ (esmä) = omdat | በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ኅሩይ (kheruy) = de Uitverkorene | ተንሥአ (tänsä) = is opgestaan | ወምድር (wämdr) = en aarde | ትትፌሣሕ (tetfesah) = zal zich verheugen | ወጻድቃን (wätsadqan) = en rechtvaardigen | ዲቤሃ (dibeha) = daarop | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en uitverkoren | ውስቴታ (westeta) = daarin | የሐውሩ (yähäwru) = zullen wandelen | ወያንሶስዉ (wäyansoswu) = en rondtrekken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 52 _De bergen van metaal_ ### Henoch naar het westen **52:1** En na die dagen, op die plaats waar ik alle visioenen van het verborgene gezien had — want ik was weggerukt door een wervelwind en zij brachten mij naar het westen — Brontekst: ወእምድኅረ (wämdkhrä) = en na | እማንቱ (emantu) = die | መዋዕል (mäwal) = dagen | በውእቱ (bäwtu) = in die | መካን (mäkan) = plaats | ኀበ (khäbä) = waar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ኲሎ (kwilo) = alle | ራእያተ (rayatä) = de visioenen | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is | እስመ (esmä) = omdat | ተመሠጥኩ (tämäsätku) = ik werd weggerukt | በነኰርኳረ (bänäkwärkwarä) = door een wervelwind | ነፋስ (näfas) = wind | ወወሰዱኒ (wäwäsäduni) = en zij brachten mij | ውስተ (westä) = in | ዐረብ (äräb) = het westen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **52:2** daar zagen mijn ogen de verborgen dingen van de hemel, alles wat op de aarde zal zijn: een berg van ijzer en een berg van koper en een berg van zilver en een berg van goud en een berg van zacht metaal en een berg van lood. Brontekst: በህየ (bähyä) = daar | ርእያ (reya) = zagen | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | ሰማይ (sämay) = hemel | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘይከውን (zäykäwn) = wat geschiedt | ሀሎ (hälo) = is op het punt | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ደብረ (däbrä) = een berg | ሐፂን (hätsin) = ijzer | ወደብረ (wädäbrä) = en de berg van | ፀሪቅ (tsäriq) = koper | ወደብረ (wädäbrä) = en de berg van | ብሩር (berur) = zilver | ወደብረ (wädäbrä) = en de berg van | ወርቅ (wärq) = goud | ወደብረ (wädäbrä) = en de berg van | ነጠብጣብ (nätäbtab) = zacht metaal | ወደብረ (wädäbrä) = en de berg van | ዐረር (ärär) = lood Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **52:3** En ik vroeg de engel die met mij ging: Wat zijn dit, deze dingen die ik in het verborgene gezien heb? Brontekst: ወተስእልክዎ (wätäslkwo) = en ik vroeg | ለመልአክ (lämäläk) = de engel | ዘየሐውር (zäyähäwr) = die ging | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | እንዘ (enzä) = terwijl | እብል (ebl) = zeggend | ምንት (ment) = waarom | ውእቱ (wetu) = dat | እሉ (elu) = deze | እሙንቱ (emuntu) = zij | እለ (elä) = die | በኅቡዕ (bäkhbu) = in het verborgene | ርኢኩ (reiku) = ik zag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **52:4** En hij zei tot mij: Al deze dingen die je gezien hebt, zullen dienen voor de macht van Zijn Gezalfde, opdat hij gebiedt en machtig is op de aarde. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | እሉ (elu) = deze | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ዘርኢከ (zärikä) = wat je gezien hebt | ለሥልጣነ (läsltanä) = voor de macht van | መሲሑ (mäsihu) = zijn Gezalfde | እሙንቱ (emuntu) = zij | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | ከመ (kämä) = dat; als | የአዝዝ (yääzz) = gebiedt | ወይትኀየል (wäytkhäyäl) = en sterk is | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: መሲሑ (‘Zijn Gezalfde’): de Uitverkorene wordt hier Gezalfde genoemd. **52:5** En de engel van de vrede antwoordde mij en zei: Wacht even, en je zult zien, en alles wat verborgen is en wat Yahweh van de geesten geplant heeft, zal je onthuld worden. Brontekst: ወአውሥአኒ (wääwsäni) = en hij antwoordde mij | እንዘ (enzä) = terwijl | ይብል (yebl) = zeggend | ውእቱ (wetu) = dat | መልአከ (mäläkä) = de engel van | ሰላም (sälam) = vrede | ጽናሕ (tsenah) = wacht | ንስቲተ (nestitä) = even | ወትሬኢ (wätrei) = en je zult zien | ወይትከሠት (wäytkäsät) = en zal onthuld worden | ለከ (läkä) = aan jou | ኲሉ (kwilu) = alle | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is | ዘተከለ (zätäkälä) = wat Hij geplant heeft | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De bergen smelten **52:6** En deze bergen die je gezien hebt, de berg van ijzer en de berg van koper en de berg van zilver en de berg van goud en de berg van zacht metaal en de berg van lood, zij allen zullen voor het aangezicht van de Uitverkorene zijn als was voor het vuur en als water dat van boven op deze bergen neerstroomt, en zij zullen zwak worden voor zijn voeten. Brontekst: ወእሎንቱ (wälontu) = en deze | አድባር (ädbar) = bergen | ዘርኢከ (zärikä) = wat je gezien hebt | ደብረ (däbrä) = een berg | ሐፂን (hätsin) = ijzer | ወደብረ (wädäbrä) = en de berg van | ፀሪቅ (tsäriq) = koper | ወደብረ (wädäbrä) = en de berg van | ብሩር (berur) = zilver | ወደብረ (wädäbrä) = en de berg van | ወርቅ (wärq) = goud | ወደብረ (wädäbrä) = en de berg van | ነጠብጣብ (nätäbtab) = zacht metaal | ወደብረ (wädäbrä) = en de berg van | ዐረር (ärär) = lood | እሉ (elu) = deze | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor hem | ለኅሩይ (läkhruy) = de Uitverkorene | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | ከመ (kämä) = dat; als | መዓረ (mäarä) = honing van | ግራ (gera) = ግራ (onzeker woord) | ዘቅድመ (zäqdmä) = vóór | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | እሳት (esat) = vuur | ወከመ (wäkämä) = en dat | ማይ (may) = water | ዘይወርድ (zäywärd) = dat neerstroomt | እምላዕሉ (emlalu) = van boven | ዲበ (dibä) = op | እማንቱ (emantu) = die | አድባር (ädbar) = bergen | ወይከውኑ (wäykäwnu) = en zij zullen zijn | ድኩማነ (dekumanä) = zwak | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እገሪሁ (egärihu) = zijn voeten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 97:5; Micha 1:4. Voetnoot Lezing: ከመ መዓረ ግራ is letterlijk ‘als honing van ግራ’, en ግራ is hier onduidelijk; weergegeven als ‘was’, naar het beeld van smelten voor het vuur. Zie ook: Ps 97:5; Mi 1:4 **52:7** En in die dagen zullen zij niet gered worden, niet door goud en niet door zilver, en zij zullen niet kunnen ontkomen en vluchten. Brontekst: ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ኢይድኅኑ (iydkhnu) = zullen niet gered worden | ኢበወርቅ (ibäwärq) = niet door goud | ወኢበብሩር (wäibäbrur) = en niet door zilver | ወኢይክሉ (wäiyklu) = en zij kunnen niet | ድኂነ (dekhinä) = te redden | ወጐይየ (wägwäyyä) = en te vluchten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **52:8** En er zal geen ijzer zijn voor de strijd, noch een kleed voor het harnas; brons zal niet baten en tin zal niet baten en niet geacht worden, en lood zal niet begeerd worden. Brontekst: ወኢይከውን (wäiykäwn) = en het zal niet zijn | ሐፂን (hätsin) = ijzer | ለፀብእ (lätsäb) = voor de strijd | ወኢልብስ (wäilbs) = en geen kleed | ለድርዐ (lädrä) = voor het harnas | እንግድዓ (engda) = van de borst | እይበቊዕ (eybäqwi) = zal niet baten | ብርት (bert) = brons | ወኢናዕክ (wäinak) = en tin | ኢይበቊዕ (iybäqwi) = zal niet baten | ወኢይትኌለቊ (wäiytkhweläqwi) = en die onuitputtelijk was | ወዐረር (wäärär) = en lood | እይትፈቀድ (eytfäqäd) = zal niet begeerd worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **52:9** Al deze dingen zullen verloochend worden en vergaan van het aangezicht van de aarde wanneer de Uitverkorene verschijnt voor het aangezicht van Yahweh van de geesten. Brontekst: እሉ (elu) = deze | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ይትከሐዱ (yetkähädu) = zullen verloochend worden | ወይትኀጐሉ (wäytkhägwälu) = en zullen omkomen | ሀለዉ (häläwu) = waren | እምገጸ (emgätsä) = van het aangezicht van | ምድር (medr) = de aarde | ሶበ (sobä) = wanneer | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | ኅሩይ (kheruy) = de Uitverkorene | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ገጹ (gätsu) = Zijn aangezicht | ለአግዚአ (läägziä) = voor Yahweh | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 53 _Het diepe dal en de werktuigen van de Satan_ ### Het diepe dal **53:1** En daar zagen mijn ogen een diep dal met wijde opening, en allen die op het vasteland en de zee en de eilanden wonen brengen hem geschenken, gaven en gunstbewijzen; en toch wordt dat diepe dal niet vol. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርእያ (reya) = zagen | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | ቈላ (qwäla) = een dal | ዕሙቀ (emuqä) = diepe | ወርኅው (wärkhw) = en wijd | አፉሁ (äfuhu) = zijn mond | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | እለ (elä) = die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ወባሕር (wäbahr) = en de zee | ወደሰያት (wädäsäyat) = en de eilanden | አምኃ (ämkha) = geschenken | ወአስትዓ (wäästa) = en schenkgaven | ወጋዳ (wägada) = en gaven | ያመጽኡ (yamätsu) = zij brengen | ሎቱ (lotu) = hem | ወዝክቱሰ (wäzktusä) = en deze | ቈላ (qwäla) = een dal | ዕሙቅ (emuq) = diep | ኢይመልእ (iymäl) = wordt niet vol Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 72:10. Zie ook: Ps 72:10 **53:2** En hun handen bedrijven wangedrag, en alles wat de zondaars zwoegend voortbrengen voor het wangedrag, eten zij op; maar van het aangezicht van Yahweh van de geesten zullen de zondaars omkomen, en van het aangezicht van Zijn land zullen zij niet standhouden, en zij zullen niet ophouden tot in alle eeuwigheid. Brontekst: ወጌጋየ (wägegayä) = en dwaling | እደዊሆሙ (edäwihomu) = hun handen | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ዘይጻምዉ (zäytsamwu) = wat zij zwoegen | ለጌጋይ (lägegay) = voor de misdaad | ኃጥአን (khatän) = de zondaars | ይበልዑ (yebälu) = zullen eten | ወእምገጹ (wämgätsu) = en van het aangezicht | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ይትኀጐሉ (yetkhägwälu) = zullen omkomen | ኃጥአን (khatän) = de zondaars | ወእምገጻ (wämgätsa) = en van het aangezicht | ለምድረ (lämdrä) = van het land | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ይትቀወሙ (yetqäwämu) = zullen standhouden | ወኢየኀልቁ (wäiyäkhälqu) = en zullen niet vergaan | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ይትቀወሙ (‘zullen standhouden’) is hier onzeker; de zin kan ook bedoeld zijn als ‘zij zullen afgesneden worden’. ### Werktuigen voor de koningen **53:3** Want ik zag de engelen van de gesel gaan en alle werktuigen van de Satan gereedmaken. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ርኢክዎሙ (reikwomu) = ik heb hen gezien | ለመላእክተ (lämälaktä) = voor de engelen van | መቅሠፍት (mäqsäft) = plaag | እንዘ (enzä) = terwijl | የሐውሩ (yähäwru) = zullen wandelen | ወያስተዳልዉ (wäyastädalwu) = en zij bereiden | ኲሎ (kwilo) = alle | መባዕላተ (mäbalatä) = werktuigen | ለሰይጣን (läsäytan) = voor de Satan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **53:4** En ik vroeg de engel van de vrede die met mij ging: Voor wie bereiden zij deze werktuigen? Brontekst: ወተስእልክዎ (wätäslkwo) = en ik vroeg | ለመአከ (lämääkä) = voor de engel | ሰላም (sälam) = vrede | ዘየሐውር (zäyähäwr) = die ging | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | እሎንተ (elontä) = deze | መባዕላተ (mäbalatä) = werktuigen | ለመኑ (lämänu) = voor wie | ያስተዳልውዎሙ (yastädalwwomu) = bereiden zij hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **53:5** En hij zei tot mij: Zij bereiden die voor de koningen en de machtigen van deze aarde, opdat zij daardoor omkomen. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | እሎንተ (elontä) = deze | ያስተዳልውዎሙ (yastädalwwomu) = bereiden zij hen | ለነገሥት (länägäst) = van de koningen | ወለኀያላን (wäläkhäyalan) = en de machtigen | ዘዝንቱ (zäzntu) = van deze | ምድር (medr) = de aarde | ከመ (kämä) = dat; als | ቦቱ (botu) = daaraan | ይትሐጐሉ (yethägwälu) = zij omkomen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **53:6** En daarna zullen de Rechtvaardige en Uitverkorene het huis van zijn gemeente doen verschijnen; van nu af zullen zij niet meer verhinderd worden, in de naam van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወእምድኅረ (wämdkhrä) = en na | ዝንቱ (zentu) = dit | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | ጻድቅ (tsadq) = rechtvaardig | ወኅሩይ (wäkhruy) = en de Uitverkorene | ቤተ (betä) = het huis van | ምስትጉቡአ (mestgubuä) = de gemeente | ዚአሁ (ziähu) = ervan | እምይእዜ (emyze) = van nu af | ኢይትከልኡ (iytkälu) = zullen niet verhinderd worden | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **53:7** En deze bergen zullen voor zijn aangezicht zijn als de aarde, en de heuvels als een waterbron, en de rechtvaardigen zullen rusten van het zwoegen van de zondaars. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dezen | አድባር (ädbar) = bergen | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ገጹ (gätsu) = zijn aangezicht | ከመ (kämä) = dat; als | ምድር (medr) = de aarde | ወአውግር (wääwgr) = en de heuvels | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | ከመ (kämä) = dat; als | ነቅዐ (näqä) = een bron van | ማይ (may) = water | ወያዐርፉ (wäyaärfu) = en zij zullen rusten | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | እም (em) = van | ጻማ (tsama) = het zwoegen | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 54 _Het oordeel over de koningen en over Azazel_ ### Het brandende dal **54:1** En ik keek en wendde mij naar een ander deel van de aarde en zag daar een diep dal, brandend van vuur. Brontekst: ወነጸርኩ (wänätsärku) = en ik keek | ወተመየጥኩ (wätämäyätku) = en ik keerde mij om | ካልአ (kalä) = een andere | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | ምድር (medr) = de aarde | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ህየ (heyä) = daar | ቈላ (qwäla) = een dal | ዕሙቀ (emuqä) = diepe | እንዘ (enzä) = terwijl | ትነድድ (tenädd) = brandde | እሳት (esat) = vuur Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **54:2** En zij brachten de koningen en de machtigen en wierpen hen in dit diepe dal. Brontekst: ወአምጽእዎሙ (wäämtswomu) = en zij brachten hen | ለነገሥት (länägäst) = van de koningen | ወለኀያላን (wäläkhäyalan) = en de machtigen | ወወደይዎሙ (wäwädäywomu) = en zij wierpen hen | ውስተ (westä) = in | ዕሙቅ (emuq) = diep | ቈላ (qwäla) = een dal Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **54:3** En daar zagen mijn ogen hoe zij voor hen werktuigen maakten, boeien van ijzer van onmetelijk gewicht. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርእያ (reya) = zagen | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | ዘመባዕላቲሆሙ (zämäbalatihomu) = hun werktuigen | እንዘ (enzä) = terwijl | ይገብርዎሙ (yegäbrwomu) = zij maken voor hen | መዓሠርተ (mäasärtä) = boeien | ኀፂን (khätsin) = van ijzer | ዘአልቦ (zäälbo) = dat niet heeft | መድሎት (mädlot) = gewicht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ዘአልቦ መድሎት is letterlijk ‘zonder weging’, dus van onmetelijk zwaar gewicht. **54:4** En ik vroeg de engel van de vrede die met mij ging: Voor wie worden deze boeien en werktuigen bereid? Brontekst: ወተስእልክዎ (wätäslkwo) = en ik vroeg | ለመልአከ (lämäläkä) = de engel van | ሰላም (sälam) = vrede | ዘየሐውር (zäyähäwr) = die ging | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | እንዘ (enzä) = terwijl | እብ (eb) = ik zei | እሉ (elu) = deze | ማእሥራተ (masratä) = boeien | መባዕላት (mäbalat) = werktuigen | ለመኑ (lämänu) = voor wie | ይዴለዉ (yedeläwu) = zij worden bereid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De scharen van Azazel **54:5** En hij zei tot mij: Deze worden bereid voor de scharen van Azazel, opdat zij hen overnemen en hen werpen in de diepte van alle oordeel. Zij zullen hun kaken bedekken met ruwe stenen, zoals Yahweh van de geesten bevolen heeft. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | እሉ (elu) = deze | ይዴለዉ (yedeläwu) = zij worden bereid | ለትዕይንተ (lätyntä) = voor de scharen | አዛዝኤል (äzazel) = Azazel | ከመ (kämä) = dat; als | ይትመጠውዎሙ (yetmätäwwomu) = zij zullen hen overnemen | ወይደይዎሙ (wäydäywomu) = en zij zullen hen werpen | መትሕተ (mäthtä) = de diepte van | ኲሉ (kwilu) = alle | ደይን (däyn) = oordeel | ወአእባነ (wääbanä) = en stenen | ጠዋያተ (täwayatä) = ruwe | ይከድኑ (yekädnu) = zij bedekken | መላትሒሆሙ (mälathihomu) = hun kaken | በከመ (bäkämä) = zoals | አዘዘ (äzäzä) = beval | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Lev. 16:8. Zie ook: Lev 16:8 **54:6** Michaël en Gabriël, Rafaël en Fanuël, zij zullen hen op die grote dag grijpen en in de brandende oven werpen, op die dag, opdat Yahweh van de geesten wraak op hen neemt vanwege hun onrecht. Want zij zijn dienaren van de Satan geworden en hebben hen die op het vasteland wonen verleid. Brontekst: ሚካኤል (mikael) = Michaël | ወገብርኤል (wägäbrel) = en Gabriël | ሩፋኤል (rufael) = Rafaël | ወፋኑኤል (wäfanuel) = en Fanuël | ውእቶሙ (wetomu) = zij | ያጸንዕዎሙ (yatsänwomu) = zij grijpen hen | በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ዐባይ (äbay) = grote | በውስተ (bäwstä) = in | ዕቶነ (etonä) = de oven | እሳት (esat) = vuur | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | ይወድይዎሙ (yewädywomu) = zij werpen hen | ውእተ (wetä) = die | ዕለተ (elätä) = de dag van | ከመ (kämä) = dat; als | ይትበቀል (yetbäqäl) = zal wreken | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | በዐመፃሆሙ (bäämätsahomu) = om hun onrecht | በእንተ (bäntä) = omdat | ዘኮኑ (zäkonu) = zij waren | ላእካነ (lakanä) = dienaren | ለሰይጣን (läsäytan) = van de Satan | ወአስሐትዎሙ (wääshätwomu) = en zij verleidden | ለእለ (lälä) = van hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Mt. 13:42, 50. Zie ook: Mat 13:42 ### Het water boven de hemelen **54:7** En in die dagen zal de gesel van Yahweh van de geesten uitgaan, en alle waterkamers boven de hemelen zullen geopend worden, en de bronnen onder de hemelen en onder de aarde. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | መቅሠፍቱ (mäqsäftu) = Zijn gesel | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወይትረኀዉ (wäyträkhäwu) = en zij worden geopend | ኲሉ (kwilu) = alle | መዛግብተ (mäzagbtä) = de schatkamers van | ማያት (mayat) = wateren | ዘመልዕልተ (zämälltä) = die boven | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ወዲበ (wädibä) = en op | አንቅዕት (änqt) = bronnen | እለ (elä) = die | መትሕተ (mäthtä) = onder | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ወዘመትሕተ (wäzämäthtä) = en wat onder | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 7:11. Zie ook: Gen 7:11 **54:8** En al het water zal zich verenigen met het water dat boven de hemelen is; het water boven de hemel is mannelijk, en het water onder de aarde is vrouwelijk. Brontekst: ወይዴመሩ (wäydemäru) = en zij zullen zich verenigen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ማያት (mayat) = wateren | ምስለ (meslä) = met | ማያት (mayat) = wateren | ዘመልዕልተ (zämälltä) = die boven | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ማይሰ (maysä) = het water | ዘመልዕልተ (zämälltä) = die boven | ሰማይ (sämay) = hemel | ተባዕታይ (täbatay) = mannelijk | ውእቱ (wetu) = dat | ወማይ (wämay) = en water | ዘመትሕተ (zämäthtä) = dat onder | ምድር (medr) = de aarde | አንስታይ (änstay) = vrouwelijk | ይእቲ (yeti) = dat is Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **54:9** En allen die op het vasteland wonen en die onder de einden van de hemel wonen, zullen weggevaagd worden. Brontekst: ወይደመሰሱ (wäydämäsäsu) = en zij worden weggevaagd | ኲሉ (kwilu) = alle | እለ (elä) = die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ወእለ (wälä) = en die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | መትሕተ (mäthtä) = onder | አጽናፈ (ätsnafä) = de uiteinden van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **54:10** En daarom zullen zij hun onrecht erkennen dat zij op aarde bedreven hebben, en daarom zullen zij omkomen. Brontekst: ወበእንተዝ (wäbäntäz) = en daarom | አእመርዋ (ämärwa) = zij erkennen | ለዐመፃሆሙ (läämätsahomu) = aan hun onrecht | እንተ (entä) = die | ገብሩ (gäbru) = zij hebben gemaakt | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወበእንተዝ (wäbäntäz) = en daarom | ይትኀጐሉ (yetkhägwälu) = zullen omkomen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 55 _Het teken en de belofte_ ### Het Hoofd van de Dagen heeft berouw **55:1** En daarna had het Hoofd van de Dagen berouw en zei: **„Tevergeefs heb Ik hen allen verdelgd die op het vasteland wonen.”** Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ነስሐ (näshä) = had berouw | ርእሰ (resä) = het hoofd van | መዋዕል (mäwal) = dagen | ወይቤ (wäybe) = en Hij zei | በከ (bäkä) = vergeefs | አሕጐልክዎሙ (ähgwälkwomu) = heb Ik hen verdelgd | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | እለ (elä) = die | ይነብሩ (yenäbru) = zij zaten | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:6–7; 8:21. Zie ook: Gen 6:6–7; Gen 8:21 **55:2** En Hij zwoer bij Zijn grote naam dat Hij van nu af zo niet meer zou doen met allen die op het vasteland wonen: **„en een teken zal Ik stellen in de hemel, en dat zal tussen Mij en hen een bewijs van trouw zijn tot in eeuwigheid, zolang de dagen van de hemel boven de aarde zijn.** Brontekst: ወመሐለ (wämähälä) = en Hij zwoer | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ዐቢይ (äbiy) = grote | ከመ (kämä) = dat; als | እምይእዜ (emyze) = van nu af | ኢይገብር (iygäbr) = zal Hij niet doen | ከመዝ (kämäz) = zo | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | እለ (elä) = die | ይነብሩ (yenäbru) = zij zaten | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ወትእምርተ (wätmrtä) = en een teken | እወዲ (ewädi) = zal Ik stellen | በሰማያት (bäsämayat) = in de hemelen | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ማእከሌየ (makäleyä) = tussen Mij | ወማእከሎሙ (wämakälomu) = en tussen hen | ሃይማኖተ (haymanotä) = trouw | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | መጠነ (mätänä) = zolang als | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ሰማይ (sämay) = hemel | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 9:11–16. Zie ook: Gen 9:11–16 **55:3** **En daarna, op Mijn bevel, wanneer Ik wil dat zij door de hand van de engelen worden gegrepen op de dag van nood en pijn, zal Mijn toorn en Mijn gesel op hen rusten, Mijn toorn en Mijn gesel, zegt Yahweh, Yahweh van de geesten.** Brontekst: ወእምዝ (wämz) = en daarna | በትእዛዝየ (bätzazyä) = op Mijn bevel | ውእቱ (wetu) = dat | ሶበ (sobä) = wanneer | ፈቀድኩ (fäqädku) = Ik wilde | ከመ (kämä) = dat; als | አጽንዖሙ (ätsnomu) = hen te grijpen | በእደ (bädä) = door de hand van | መላእክት (mälakt) = de engelen | በዕለተ (bälätä) = op de dag van | ምንዳቤ (mendabe) = benauwdheid | ወሕማም (wähmam) = en pijn | ቅድመዝ (qedmäz) = daarvóór | መዓትየ (mäatyä) = Mijn toorn | ወመቅሠፍትየ (wämäqsäftyä) = en Mijn gesel | የኀድር (yäkhädr) = woont | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | መዓትየ (mäatyä) = Mijn toorn | ወመቅሠፍትየ (wämäqsäftyä) = en Mijn gesel | ይቤ (yebe) = zei | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: እግዚአብሔር is de gewone Ge'ez-benaming van Elohim/Yahweh; samen met እግዚአ መናፍስት staat er dus ‘Yahweh, Yahweh van de geesten’. ### Mijn Uitverkorene oordeelt Azazel **55:4** **Jullie koningen en machtigen die op het vasteland wonen, jullie zullen Mijn Uitverkorene zien, hoe hij op de troon van Mijn heerlijkheid zit en oordeelt over Azazel en over heel zijn gezelschap en zijn scharen, in de naam van Yahweh van de geesten.”** Brontekst: ነገሥት (nägäst) = koningen | ኀያላን (khäyalan) = machtigen | እለ (elä) = die | ተኀድሩ (täkhädru) = die wonen | ውስተ (westä) = in | የብስ (yäbs) = het land | ሀለወክሙ (häläwäkmu) = jullie zullen | ትርአይዎ (teräywo) = zien | ለኅሩየ (läkhruyä) = Uitverkorene | ዚአየ (ziäyä) = Mijn | ከመ (kämä) = dat; als | ይነብር (yenäbr) = zit | በመንበረ (bämänbärä) = op de troon van | ስብሐትየ (sebhätyä) = Mijn heerlijkheid | ወይኴንኖ (wäykwenno) = en hij zal oordelen over | ለአዛዝኤል (lääzazel) = Azazel | ወለኲሎሙ (wäläkwilomu) = en over allen | ማኅበረ (makhbärä) = de gemeente van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ወለትዕይንተ (wälätyntä) = en over de schare | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 56 _De laatste aanval van de volken_ ### Engelen met boeien **56:1** En ik zag daar een schare engelen van de gesel gaan, terwijl zij ketenen van ijzer en brons vasthielden. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በህየ (bähyä) = daar | ትዕይንተ (teyntä) = schare | መላእክት (mälakt) = de engelen | ዘመቅሠፍት (zämäqsäft) = van de gesel | እንዘ (enzä) = terwijl | የሐውሩ (yähäwru) = zullen wandelen | ወእኁዛን (wäkhuzan) = en zij houden vast | መሣግረ (mäsagrä) = ketenen | ኀፂን (khätsin) = van ijzer | ወብርት (wäbrt) = en brons Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **56:2** En ik vroeg de engel van de vrede die met mij ging: Naar wie gaan zij die vasthouden? Brontekst: ወተስእልክዎ (wätäslkwo) = en ik vroeg | ለመልአከ (lämäläkä) = de engel van | ሰላም (sälam) = vrede | ዘየሐውር (zäyähäwr) = die ging | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | እንዘ (enzä) = terwijl | እብል (ebl) = zeggend | ለመኑ (lämänu) = voor wie | የሐውፉ (yähäwfu) = zij gaan | እለ (elä) = die | ይእኅዙ (yekhzu) = zij grijpen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **56:3** En hij zei tot mij: Ieder naar hun uitverkorenen en hun geliefden, opdat zij geworpen worden in de kloof van de diepte van het dal. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ፩፩ (፩፩) = ieder | ለኅሩያነ (läkhruyanä) = van de uitverkorenen | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen | ወለፍቁራነ (wäläfquranä) = en voor de geliefden | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen | ከመ (kämä) = dat; als | ይትወደዩ (yetwädäyu) = zij worden geworpen | ውስተ (westä) = in | ንቅዐተ (neqätä) = een kloof van | ማዕምቅት (mamqt) = diepten | ዘቈላ (zäqwäla) = van het dal Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **56:4** En dan zal dat dal gevuld worden met hun uitverkorenen en hun geliefden, en de dagen van hun leven zullen ten einde komen en de dagen van hun dwaling zullen van nu af niet meer geteld worden. Brontekst: ወአሜሃ (wäämeha) = en dan | ይመልእ (yemäl) = vult | ውእቱ (wetu) = dat | ቈላ (qwäla) = een dal | እምነ (emnä) = van | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | ወፍቁራነ (wäfquranä) = en geliefden | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen | ወይትዌዳዕ (wäytweda) = en zal ten einde komen | ዕለተ (elätä) = de dag van | ሕይወቶሙ (heywätomu) = hun leven | ወዕለተ (wälätä) = en de dag van | ስሕተቶሙ (sehtätomu) = hun dwaling | እምይእዜ (emyze) = van nu af | ኢይትኌለቊ (iytkhweläqwi) = zal niet geteld worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De Parthen en de Meden **56:5** En in die dagen zullen de engelen zich verzamelen en hun hoofden naar het oosten richten, naar de Parthen en Meden. Zij zullen de koningen opjagen, en een geest van onrust zal over hen komen, en zij zullen hen van hun tronen doen schrikken. En zij zullen uitbreken als leeuwen uit hun rustplaatsen en als hongerige wolven te midden van hun kudde. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይትጋብኡ (yetgabu) = zich verzamelen | መላእክት (mälakt) = de engelen | ወይወድዩ (wäywädyu) = en zij richten | አርእስቲሆሙ (ärstihomu) = hun hoofden | ለምሥራቅ (lämsraq) = naar het oosten | ለኀበ (läkhäbä) = naar | ሰብአ (säbä) = de mannen van | ጳርቴ (parte) = Parthië | ወሜድ (wämed) = en Medië | የሐውስዎሙ (yähäwswomu) = zij zullen hen opjagen | ለነገሥት (länägäst) = van de koningen | ወይበውእ (wäybäw) = en zal komen | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | መንፈሰ (mänfäsä) = geest | ሀውክ (häwk) = onrust | ወየሀውክዎሙ (wäyähäwkwomu) = en zal hen verontrusten | እመናብርቲሆሙ (emänabrtihomu) = van hun tronen | ወይወፅኡ (wäywätsu) = en zij zullen uittrekken | ከመ (kämä) = dat; als | አናብስት (änabst) = leeuwen | እምስካባቲሆሙ (emskabatihomu) = van hun rustplaatsen | ወከመ (wäkämä) = en dat | አዝእብት (äzbt) = wolven | ርኁባን (rekhuban) = hongerige | ማእከለ (makälä) = tussen | መርዔተ (märetä) = weide | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ጳርቴ ወሜድ zijn de Parthen en de Meden, volken uit het oosten. **56:6** En zij zullen optrekken en het land van Zijn uitverkorenen vertrappen, en het land van Zijn uitverkorenen zal voor hen een weg en een spoor zijn. Brontekst: ወየዐርጉ (wäyäärgu) = en zij zullen optrekken | ወይከይድዎ (wäykäydwo) = en zullen vertrappen | ለምድረ (lämdrä) = van het land | ኅሩያነ (kheruyanä) = de uitverkorenen | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ምድረ (medrä) = het land van | ኅሩያነ (kheruyanä) = de uitverkorenen | ዚአሁ (ziähu) = ervan | በቅድሜሆሙ (bäqdmehomu) = voor hen | ምክያደ (mekyadä) = een trappelplaats | ወአሰረ (wääsärä) = en een spoor Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **56:7** En de stad van Mijn rechtvaardigen zal een hindernis zijn voor hun paarden, en zij zullen onder elkaar strijd ontketenen, en hun rechterhand zal sterk zijn over hen. En een man zal zijn naaste en zijn broeder niet kennen, noch een zoon zijn vader en zijn moeder, totdat het getal van de lijken door hun dood ontelbaar is en hun gesel niet vergeefs is. Brontekst: ወሀገረ (wähägärä) = en de stad | ጻድቃነ (tsadqanä) = rechtvaardigen | ዚአየ (ziäyä) = Mijn | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ማዕቅፈ (maqfä) = een hindernis | ለአፍራሲሆሙ (lääfrasihomu) = voor hun paarden | ወያነሥኡ (wäyanäsu) = en zij zullen opwekken | በበይናቲሆሙ (bäbäynatihomu) = onder elkaar | ቀትለ (qätlä) = het doden van | ወትጸንዕ (wättsän) = en zal sterk zijn | የማኖሙ (yämanomu) = hun rechterhand | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ወኢያአምሮ (wäiyaämro) = en niet kennen | ብእሲ (besi) = een man | ለካልኡ (läkalu) = zijn naaste | ወለእኁሁ (wäläkhuhu) = en zijn broeder | ወኢወልድ (wäiwäld) = en geen zoon | ለአቡሁ (lääbuhu) = zijn vader | ወለእሙ (wälämu) = en zijn moeder | እስከ (eskä) = tot | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ኊልቈ (khwilqwä) = het getal van | አብድንት (äbdnt) = lijken | እሞቶሙ (emotomu) = van hun dood | ወመቅሠፍቶሙ (wämäqsäftomu) = en hun gesel | ወኢይከውን (wäiykäwn) = en het zal niet zijn | በከ (bäkä) = vergeefs Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ጻድቃነ ዚአየ (‘Mijn rechtvaardigen’) staat in de eerste persoon: hier spreekt plotseling Yahweh zelf, zonder dat dit wordt aangekondigd. Voetnoot Lezing: Het woord እሞቶሙ (‘door hun dood’) is waarschijnlijk bedorven; wij lezen de zin als: ‘totdat het getal van de lijken ontelbaar is’. ### De Sjeol verslindt de zondaars **56:8** En in die dagen zal de Sjeol haar mond openen en zij zullen daarin zinken, en hun verderf: de Sjeol zal de zondaars verslinden voor het aangezicht van de uitverkorenen. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ትፈትሕ (tefäth) = zal openen | አፉሃ (äfuha) = haar mond | ሲኦል (siol) = de Sjeol | ወይሠጠሙ (wäysätämu) = en zij zullen zinken | ውስቴታ (westeta) = daarin | ወሐጒሎሙ (wähägwilomu) = en hun verderf | ሲኦል (siol) = de Sjeol | ትውኅጦሙ (tewkhtomu) = zal hen verslinden | ለኃጥኣን (läkhatan) = de zondaars | እምገጸ (emgätsä) = van het aangezicht van | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Num. 16:30–33. Zie ook: Num 16:30–33 ## Henoch 57 _De wagens uit het oosten en het westen_ ### Een schare wagens **57:1** En het gebeurde daarna dat ik een andere schare zag, wagens waarop mensen reden, en zij kwamen op de wind van het oosten en van het westen tot de middag. Brontekst: ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | እምድኅረዝ (emdkhräz) = daarna | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ካልአ (kalä) = een andere | ትዕይንተ (teyntä) = schare | ሠረገላት (särägälat) = wagens | እንዘ (enzä) = terwijl | ይጼአኑ (yetseänu) = dragen | ሰብእ (säb) = mensen | ዲቤሆሙ (dibehomu) = op hen | ወይመጽኡ (wäymätsu) = en zij komen | ዲበ (dibä) = op | ነፋስ (näfas) = wind | እምሥራቅ (emsraq) = uit het oosten | ወእምዕራብ (wämrab) = en het westen | እስከ (eskä) = tot | መንፈቀ (mänfäqä) = de helft van | ዕለት (elät) = dag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: እስከ መንፈቀ ዕለት is letterlijk ‘tot de helft van de dag’, dus tot de middag; dat kan ook ‘tot het zuiden’ betekenen, omdat de zon dan in het zuiden staat. **57:2** En het geluid van hun wagens werd gehoord, en toen deze onrust ontstond, begrepen de heiligen in de hemel het. En de zuil van de aarde werd van haar plaats bewogen, en het werd gehoord van het einde van de aarde tot het einde van de hemel op één dag. Brontekst: ወተሰምዐ (wätäsämä) = en er werd gehoord | ቃለ (qalä) = de stem van | ድምፀ (demtsä) = het geluid | ሰረገላቲሆሙ (särägälatihomu) = hun wagens | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ኮነ (konä) = is | ዝሀውክ (zehäwk) = deze onrust | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | አእመሩ (ämäru) = zij begrepen het | ወዐምደ (wäämdä) = en de zuil | ምድር (medr) = de aarde | ተሐውሰ (tähäwsä) = werd bewogen | እመንበሩ (emänbäru) = van zijn plaats | ወተሰምዐ (wätäsämä) = en er werd gehoord | እምአጽናፈ (emätsnafä) = van de einden van | ምድር (medr) = de aarde | እስከ (eskä) = tot | አጽናፈ (ätsnafä) = de uiteinden van | ሰማይ (sämay) = hemel | በአሐቲ (bäähäti) = op één | ዕለት (elät) = dag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **57:3** En allen zullen vallen en zich neerbuigen voor Yahweh van de geesten. En dit is het einde van de tweede gelijkenis. Brontekst: ወይወድቁ (wäywädqu) = en vallen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ወይሰግዱ (wäysägdu) = en zich buigen | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ውእቱ (wetu) = dat | ተፍጻሜተ (täftsametä) = het einde van | ካልእ (kal) = de tweede | ምሳሌ (mesale) = de gelijkenis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 58 _De derde Gelijkenis: het licht van de rechtvaardigen_ ### De derde gelijkenis **58:1** En ik begon de derde gelijkenis te zeggen over de rechtvaardigen en over de uitverkorenen. Brontekst: ወአኀዝኩ (wääkhäzku) = en ik begon | እበል (ebäl) = te zeggen | ሣልሰ (salsä) = de derde | ምሳሌ (mesale) = de gelijkenis | በእንተ (bäntä) = over | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወበእንተ (wäbäntä) = en over | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **58:2** Gelukzalig zijn jullie, rechtvaardigen en uitverkorenen, want heerlijk is jullie deel. Brontekst: ብፁዓን (betsuan) = gelukzalig | አንትሙ (äntmu) = jullie | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en uitverkorenen | እስመ (esmä) = omdat | ስብሕ (sebh) = heerlijk | ክፍልክሙ (keflkmu) = jullie deel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Het licht van het eeuwige leven **58:3** En de rechtvaardigen zullen zijn in het licht van de zon en de uitverkorenen in het licht van het eeuwige leven; en er is geen einde aan de dagen van hun leven, en de dagen van de heiligen hebben geen getal. Brontekst: ወይከውኑ (wäykäwnu) = en zij zullen zijn | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | በብርሃነ (bäbrhanä) = in het licht van | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en de uitverkorenen | በብርሃነ (bäbrhanä) = in het licht van | ሕይወት (heywät) = het leven | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ወማኅለቅት (wämakhläqt) = en einde | አልቦቱ (älbotu) = is er niet | ለመዋዕለ (lämäwalä) = voor de dagen van | ሕይወቶሙ (heywätomu) = hun leven | ወለቅዱሳን (wäläqdusan) = en voor de heiligen | ኊልቈ (khwilqwä) = het getal van | መዋዕል (mäwal) = dagen | አልቦሙ (älbomu) = zij hebben niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **58:4** En zij zullen het licht zoeken en gerechtigheid vinden bij Yahweh van de geesten; vrede voor de rechtvaardigen bij Yahweh van de wereld. Brontekst: ወየኀሥሥዎ (wäyäkhässwo) = en zij zullen zoeken | ለብርሃን (läbrhan) = het licht | ወይረክብ (wäyräkb) = en zal vinden | ጽድቀ (tsedqä) = gerechtigheid | በኀበ (bäkhäbä) = bij | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ሰላም (sälam) = vrede | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | በኀበ (bäkhäbä) = bij | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: እግዚአ ዓለም is ‘Yahweh van de wereld’; ዓለም kan ook ‘eeuwigheid’ betekenen. **58:5** En daarna zal tot de heiligen gezegd worden dat zij in de hemel de geheimen van de gerechtigheid zoeken, het deel van het geloof, want het is opgegaan als de zon op het vasteland, en de duisternis is voorbijgegaan. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ይትበሀል (yetbähäl) = er wordt gezegd | ለቅዱሳን (läqdusan) = tot de heiligen | ከመ (kämä) = dat; als | ይኅሥሡ (yekhssu) = dat zij zoeken | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ክፍለ (keflä) = het deel van | ሃይማኖት (haymanot) = geloof | እስመ (esmä) = omdat | ሠረቀ (säräqä) = is opgegaan | ከመ (kämä) = dat; als | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ወጽልመት (wätslmät) = en donker | ኀለፈ (khäläfä) = is voorbijgegaan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Mal. 3:20. Zie ook: Mal 3:20 **58:6** En er zal een licht zijn dat niet te tellen is, en tot een getal van dagen zullen zij niet komen. Want de duisternis is eerder verdelgd. Het licht zal sterk zijn voor het aangezicht van Yahweh van de geesten, en het licht van de rechtvaardigheid zal tot in eeuwigheid sterk zijn voor het aangezicht van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወብርሃን (wäbrhan) = en licht | ዘኢይትኌለቊ (zäiytkhweläqwi) = dat niet geteld wordt | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ወበኊልቈ (wäbäkhwilqwä) = en in getal | መዋዕል (mäwal) = dagen | ኢይበውኡ (iybäwu) = zullen zij niet komen | እስመ (esmä) = omdat | ቀዳሚ (qädami) = eerst | ተሐጒለ (tähägwilä) = is verdwenen | ጽልመት (tselmät) = duisternis | ወብርሃን (wäbrhan) = en licht | ይጸንዕ (yetsän) = zal sterk zijn | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወብርሃነ (wäbrhanä) = en het licht van | ርትዕ (ret) = rechtvaardigheid | ትጸንዕ (tetsän) = zal sterk zijn | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 59 _De geheimen van bliksem en donder_ ### De bliksems en de lichten **59:1** En in die dagen zagen mijn ogen de geheimen van de bliksems en van de lichten en hun oordeel; en zij flitsen tot zegen en tot vervloeking, zoals Yahweh van de geesten wil. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ርእያ (reya) = zagen | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | መባርቅት (mäbarqt) = bliksems | ወብርሃናተ (wäbrhanatä) = en lichten | ወኲነኔሆሙ (wäkwinänehomu) = en hun oordeel | ወይበርቁ (wäybärqu) = en zij flitsen | ለበረከት (läbäräkät) = tot zegen | ወለመርገም (wälämärgäm) = en ten vloek | በከመ (bäkämä) = zoals | ፈቀደ (fäqädä) = het beviel | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De donder **59:2** En daar zag ik de geheimen van de donder, en hoe, wanneer hij boven in de hemel slaat, zijn geluid gehoord wordt. En de woonplaatsen van het vasteland toonden zij mij. En het geluid van de donder is tot vrede en zegen of tot vervloeking, door het woord van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | ነጐድጓድ (nägwädgwad) = donder | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይደቅቅ (yedäqq) = slaat | በመልዕልተ (bämälltä) = boven in | ሰማይ (sämay) = hemel | ወቃሎሙ (wäqalomu) = en hun stem | ይሰማዕ (yesäma) = wordt gehoord | ወማኅደራተ (wämakhdäratä) = en woonplaatsen | የብስ (yäbs) = het land | አስተርአዩኒ (ästäräyuni) = toonden mij | ወቃል (wäqal) = en de stem | ዘነጐድጓድ (zänägwädgwad) = van de donder | ለሰላም (läsälam) = voor vrede | ወለበረከት (wäläbäräkät) = en voor zegen | ወለእመ (wälämä) = of voor | ለረጊም (lärägim) = vervloeking | በቃለ (bäqalä) = door het woord van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **59:3** En daarna werden mij alle geheimen van de lichten en van de bliksems getoond, dat zij flitsen tot zegen en tot overvloed. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ተርእየ (täryä) = is verschenen | ሊተ (litä) = voor mij | ኲሉ (kwilu) = alle | ኅቡኣቲሆሙ (khebuatihomu) = hun verborgenheden | ለብርሃናት (läbrhanat) = voor de lichten | ወለመባርቅት (wälämäbarqt) = en voor de bliksems | ለበረከት (läbäräkät) = tot zegen | ወለጽጋብ (wälätsgab) = en voor overvloed | ይበርቁ (yebärqu) = zij flitsen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 60 _Het visioen van Noach: de schudding van de hemel_ ### De hemel van de hemelen beeft **60:1** In het jaar 500, in de zevende maand, op de veertiende dag van de maand, in het leven van Henoch: in dat visioen zag ik hoe de hemel van de hemelen sidderde met een geweldige schudding. En de macht van de Allerhoogste en de engelen, duizenden van duizenden en tienduizendtallen van tienduizendtallen, raakten in grote verwarring. Brontekst: በዓመት (bäamät) = in het jaar | ፭፻ (፭፻) = 500 | ወበወርኅ (wäbäwärkh) = en in de maand | ሳብዕ (sab) = zevende | እምዐሡሩ (emäsuru) = van de tiende | ወረቡዑ (wäräbuu) = en de vierde | ለወርኅ (läwärkh) = de maan | በሕይወተ (bähywätä) = in het leven van | ሄኖክ (henok) = Henoch | በውእቱ (bäwtu) = in die | አምሳል (ämsal) = gelijkenis | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ከመ (kämä) = dat; als | ታድለቀልቅ (tadläqälq) = schudde | ሰማየ (sämayä) = de hemel | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ድልቅልቀ (delqlqä) = schudding | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ወኀይሉ (wäkhäylu) = en Zijn kracht | ለዑል (läul) = de Allerhoogste | ወመላእክት (wämälakt) = en de engelen | አእላፈ (älafä) = duizenden van | አእላፋት (älafat) = duizenden | ወትእልፊተ (wätlfitä) = en tienduizenden maal | ትእልፊት (telfit) = tienduizenden | ተሀውኩ (tähäwku) = werden beroerd | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ሁከተ (hukätä) = verwarring Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:2** En toen zag ik het Hoofd van de Dagen op de troon van Zijn heerlijkheid zitten, en de engelen en de rechtvaardigen stonden rondom Hem. Brontekst: ወሶቤሃ (wäsobeha) = en dan | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ርእሰ (resä) = het hoofd van | መዋዕል (mäwal) = dagen | ዲበ (dibä) = op | መንበረ (mänbärä) = een troon | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = Zijn heerlijkheid | ይነብር (yenäbr) = zat | ወመላእክት (wämälakt) = en de engelen | ወጻድቃን (wätsadqan) = en rechtvaardigen | ዐውዶ (äwdo) = rondom Hem | ይቀውሙ (yeqäwmu) = zij staan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:3** En een grote siddering overviel mij, en vrees greep mij; mijn lendenen bezweken en verslapten, heel mijn wezen smolt weg, en ik viel op mijn aangezicht. Brontekst: ወሊተ (wälitä) = en mij | ረዐድ (rääd) = siddering | ዐቢይ (äbiy) = grote | ነሥአኒ (näsäni) = nam mij | ወፍርሀት (wäfrhät) = en vrees | አኀዘኒ (äkhäzäni) = greep mij | ወሐቌየ (wähäqweyä) = en mijn lendenen | ተቀጽዐ (täqätsä) = bezweken | ወተፈትሐ (wätäfäthä) = en verslapten | ወኲለንታየ (wäkwiläntayä) = en heel mijn wezen | ተመስወ (tämäswä) = smolt weg | ወወደቁ (wäwädäqu) = en ik viel | በገጽየ (bägätsyä) = op mijn aangezicht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:4** En de heilige Michaël zond een andere engel, een van de heilige engelen, en hij richtte mij op, en toen hij mij oprichtte, keerde mijn geest terug, want ik kon het zien van deze kracht niet verdragen, noch de onrust ervan en het beven van de hemel. Brontekst: ወፈነወ (wäfänäwä) = en hij zond | ቅዱስ (qedus) = de heilige | ሚካኤል (mikael) = Michaël | ካልአ (kalä) = een andere | መልአከ (mäläkä) = een engel | ቅዱሰ (qedusä) = heilig | ፩እምነ (፩mnä) = één van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወአንሥአኒ (wäänsäni) = en hij deed mij opstaan | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | አንሥአኒ (änsäni) = richtte mij op | መንፈስየ (mänfäsyä) = mijn geest | ገብአት (gäbät) = keerde terug | እስመ (esmä) = omdat | ኢክህልኩ (ikhlku) = ik kon niet | ተዐግሦ (täägso) = verdragen | እምርእየ (emryä) = het zien van | ዝኩ (zeku) = die | ኀይል (khäyl) = kracht | ወኪያሁ (wäkiyahu) = en dit | ሀውክ (häwk) = onrust | ወአንቀልቅሎ (wäänqälqlo) = en het beven | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:5** En de heilige Michaël zei tot mij: Waarom brengt zo'n visioen je in verwarring? Tot nu toe duurde de dag van Zijn barmhartigheid, en Hij was barmhartig en langzaam tot toorn over hen die op het vasteland wonen. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ቅዱስ (qedus) = de heilige | ሚካኤል (mikael) = Michaël | በእንተ (bäntä) = over | ምንት (ment) = waarom | ራእይ (ray) = visioen | ዘከመዝ (zäkämäz) = zo | ተሀውኮ (tähäwko) = verwarring | እስከ (eskä) = tot | ዮም (yom) = vandaag | ሀለወት (häläwät) = is | ዕለተ (elätä) = de dag van | ምሕረቱ (mehrätu) = Zijn barmhartigheid | ወሀሎ (wähälo) = en er was | መሓሪ (mähari) = barmhartig | ወርኁቀ (wärkhuqä) = en langzaam | መዐት (määt) = tot toorn | ላዕለ (lalä) = over | እለ (elä) = die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:6** En wanneer de dag komt, en de kracht en de gesel en het oordeel die Yahweh van de geesten bereid heeft voor hen die zich niet buigen voor het rechtvaardige oordeel, en voor hen die het rechtvaardige oordeel loochenen, en voor hen die Zijn naam ijdel verheffen — die dag is bereid, voor de uitverkorenen een eed, en voor de zondaars een onderzoek. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ትመጽእ (temäts) = komt | ዕለት (elät) = dag | ወኀይል (wäkhäyl) = en kracht | ወመቅሠፍት (wämäqsäft) = en plaag | ወኲነኔ (wäkwinäne) = en het oordeel | እንተ (entä) = die | አስተዳለወ (ästädaläwä) = Hij heeft bereid | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ለእለ (lälä) = van hen die | ይሰግዱ (yesägdu) = zich neerbuigen | ለኲነኔ (läkwinäne) = voor het oordeel | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ይክሕዱ (yekhdu) = zij loochenen | ለኲነኔ (läkwinäne) = voor het oordeel | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ያነሥኡ (yanäsu) = zij verheffen | ስሞ (semo) = Zijn naam | በከ (bäkä) = vergeefs | ወተደለወት (wätädäläwät) = en is bereid | ይእቲ (yeti) = dat is | ዕለት (elät) = dag | ለኅሩያን (läkhruyan) = de uitverkorenen | መሀላ (mähäla) = een eed | ወለኃጥኣን (wäläkhatan) = en voor de zondaars | ሐተታ (hätäta) = onderzoek Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 20:7. Zie ook: Ex 20:7 ### Leviatan en Behemoth **60:7** En op die dag zullen twee monsters gescheiden worden: een vrouwelijk monster, haar naam is Leviatan, om te wonen in de diepte van de zee boven de waterbronnen. Brontekst: ወይትከፈሉ (wäytkäfälu) = en zij zullen gescheiden worden | በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ፪አናብርት (፪änabrt) = twee monsters | አንበሪ (änbäri) = monster | አንስቲያዊት (änstiyawit) = vrouwelijk | ዘስማ (zäsma) = wiens naam | ሌዋታን (lewatan) = Leviatan | ከመ (kämä) = dat; als | ትኅድር (tekhdr) = te wonen | በልጐተ (bälgwätä) = in de diepte van | ባሕር (bahr) = zee | መልዕልተ (mälltä) = daarboven | አንቅዕተ (änqtä) = bronnen van | ማያት (mayat) = wateren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Job 40:15; 40:25; Ps. 74:14. Zie ook: Job 40:15; Job 40:25; Ps 74:14 **60:8** En het mannelijke heet Behemoth; het bezit met zijn borst een onzichtbare woestenij, en haar naam is Dendain, ten oosten van de tuin waar de uitverkorenen en rechtvaardigen wonen. Daar werd mijn voorvader opgenomen, de zevende van Adam, de eerste van de mensen die Yahweh van de geesten geschapen heeft. Brontekst: ወለተባዕታይ (wälätäbatay) = en het mannelijke | ስሙ (semu) = zijn naam | ብሔሞት (behemot) = Behemoth | ዘይእኅዝ (zäykhz) = dat bezit | በእንግድዓሁ (bängdahu) = in zijn borst | በበድው (bäbädw) = in de woestijn | ዘኢያስተርኢ (zäiyastäri) = die niet zichtbaar is | ወስሙ (wäsmu) = en zijn naam | ዴንዳይን (dendayn) = Dendain | በምሥራቀ (bämsraqä) = in het oosten van | ገነት (gänät) = de tuin | በኀበ (bäkhäbä) = waar | ይነብሩ (yenäbru) = zij zaten | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | ወጻድቃን (wätsadqan) = en rechtvaardigen | በኀበ (bäkhäbä) = waar | ተመጠወ (tämätäwä) = werd weggenomen | እምሔውየ (emhewyä) = van mijn grootvader | ዘውእቱ (zäwtu) = die was | ሳብዕ (sab) = zevende | እምነ (emnä) = van | አዳም (ädam) = Adam | ቀዳሚሆሙ (qädamihomu) = de eerste van hen | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ዘገብረ (zägäbrä) = die schiep | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ሔውየ is letterlijk ‘mijn grootvader’; Henoch was de overgrootvader van Noach (zie Gen. 5:21–29). De spreker in dit gedeelte is Noach. Zie ook: Gen 5:21–29 **60:9** En ik vroeg die andere engel dat hij mij de kracht van die monsters zou tonen, hoe zij op één dag gescheiden werden en het ene in de diepte van de zee werd geplaatst en het andere op het droge van de woestijn. Brontekst: ወተስእልክዎ (wätäslkwo) = en ik vroeg | ለዝኩ (läzku) = aan die | ካልእ (kal) = een ander | መልአክ (mäläk) = de engel | ከመ (kämä) = dat; als | ያርእየኒ (yaryäni) = dat hij mij zou tonen | ኀይሎሙ (khäylomu) = hun kracht | ለእልክቱ (lälktu) = van die | አናብርት (änabrt) = monsters | እፎ (efo) = hoe | ተሌለዩ (täleläyu) = werden gescheiden | በአሐቲ (bäähäti) = op één | ዕለት (elät) = dag | ወተወድዩ (wätäwädyu) = en zij werden geplaatst | ፩በልጐተ (፩bälgwätä) = het ene in de diepte van | ባሕር (bahr) = zee | ወ፩በየብሰ (wä፩bäyäbsä) = en het andere op het droge | በድው (bädw) = woest Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:10** En hij zei tot mij: Jij, mensenkind, wilt hier het verborgene weten. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | አንተ (äntä) = jij | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ሰብእ (säb) = mensen | በዝየ (bäzyä) = hier | ትፈቅድ (tefäqd) = je wilt | ታእምር (tamr) = om te weten | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወልደ ሰብእ (‘zoon van een mens’) is hier een gewone aanspraak, niet de titel uit hoofdstuk 46. **60:11** En de andere engel die met mij ging, zei tot mij, en hij toonde mij wat verborgen is: het eerste en het laatste in de hemel, in de hoogte, en op het vasteland in de diepte, en in de einden van de hemel en in de grondslag van de hemel en in de schatkamers van de winden. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ካልእ (kal) = een ander | መልአክ (mäläk) = de engel | ዘየሐውር (zäyähäwr) = die ging | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ወዘበኅቡእ (wäzäbäkhbu) = en wat in het verborgene is | ያርእየኒ (yaryäni) = hij toonde mij | ዘቀዳሚ (zäqädami) = wat vroeger was | ወዘደኃሪ (wäzädäkhari) = en wat later is | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | በውስተ (bäwstä) = in | ላዕሉ (lalu) = boven | ወበውስተ (wäbäwstä) = en in | የብስ (yäbs) = het land | በማዕምቅ (bämamq) = in de diepte | ወበአጽናፈ (wäbäätsnafä) = en in de einden van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወበመሠረተ (wäbämäsärätä) = en in de grondslag van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወበመዛግብተ (wäbämäzagbtä) = en in de schatkamers van | ነፋሳት (näfasat) = winden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De geheimen van de natuur **60:12** En hoe de geesten verdeeld worden, en hoe zij gewogen worden, en hoe de bronnen en de winden geteld worden naar de kracht van de geest, en de kracht van het licht van de maan, en hoe het een kracht van gerechtigheid is. En de indelingen van de sterren, ieder met zijn naam, en hoe elke indeling verdeeld wordt. Brontekst: ወእፎ (wäfo) = en hoe | ይትከፈሉ (yetkäfälu) = verdeeld worden | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወእፎ (wäfo) = en hoe | ይደሉ (yedälu) = worden gewogen | ወእፎ (wäfo) = en hoe | ይትኌለቁ (yetkhweläqu) = worden geteld | አንቅዕት (änqt) = bronnen | ወነፋሳት (wänäfasat) = en winden | በኀይለ (bäkhäylä) = door de kracht van | መንፈስ (mänfäs) = geest | ወኀይሎሙ (wäkhäylomu) = en hun kracht | ለብርሃነ (läbrhanä) = van het licht van | ወርኅ (wärkh) = de maan | ወከመ (wäkämä) = en dat | ኀይለ (khäylä) = de kracht van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወክፍላተ (wäkflatä) = en de indelingen van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | በበስሞሙ (bäbäsmomu) = ieder met zijn naam | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ክፍል (kefl) = deel | ይትከፈል (yetkäfäl) = wordt verdeeld Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:13** En de donder naar de plaatsen waar zij vallen, en alle indelingen die gemaakt worden onder de bliksems, zodat zij flitsen, en hun schare, zodat zij onmiddellijk gehoorzamen. Brontekst: ወነጐድጓድ (wänägwädgwad) = en donder | በበሙዳቃቲሆሙ (bäbämudaqatihomu) = naar hun inslagplaatsen | ወለኲሉ (wäläkwilu) = en voor elk | ክፍል (kefl) = deel | ዘይትከፈል (zäytkäfäl) = dat verdeeld wordt | ከመ (kämä) = dat; als | ይብርቅ (yebrq) = flitst | በመብረቅ (bämäbräq) = met de bliksem | ወትዕይንቶሙ (wätyntomu) = en hun schaar | ከመ (kämä) = dat; als | ፍጡነ (fetunä) = snel | ይስምዑ (yesmu) = zij gehoorzamen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:14** Want voor de donder zijn rustplaatsen gegeven terwijl hij in geduld wacht op de klank van zijn stem; en donder en bliksem worden niet gescheiden, en beide gaan in één geest en worden niet gescheiden. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ቦቱ (botu) = daaraan | ለነጐድጓድ (länägwädgwad) = voor de donder | ምዕራፋት (merafat) = rustplaatsen | በትዕግሥት (bätgst) = in geduld | ለቃለ (läqalä) = voor de stem van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ተውህበ (täwhbä) = is gegeven | ወኢይትሌለዩ (wäiytleläyu) = en zij worden niet gescheiden | ኢነጐድጓድ (inägwädgwad) = noch donder | ወኢመብረቅ (wäimäbräq) = en geen bliksem | ወኢ፩በመንፈስ (wäi፩bämänfäs) = en niet door één geest | ክልኤሆሙ (kelehomu) = beide | የሐውሩ (yähäwru) = zullen wandelen | ወኢይትሌለዩ (wäiytleläyu) = en zij worden niet gescheiden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:15** Want wanneer de bliksem flitst, geeft de donder zijn stem. De geest laat het op zijn tijd rusten en verdeelt gelijk tussen beiden. Want de schatkamer van hun tijden is als zand. Ieder van hen wordt op zijn tijd met een teugel tegengehouden en wordt door de kracht van de geest gekeerd en zo voortgedreven naar de menigte van de streken van de aarde. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ሶበ (sobä) = wanneer | ይበርቅ (yebärq) = flitst | መብረቅ (mäbräq) = bliksem | ነጐድጓድ (nägwädgwad) = donder | ቃሎ (qalo) = zijn stem | ይሁብ (yehub) = geeft | ወመንፈስ (wämänfäs) = en de geest | በጊዜሃ (bägizeha) = op zijn tijd | ያዐርፍ (yaärf) = laat rusten | ወዕሩየ (wäruyä) = en gelijk | ይከፍል (yekäfl) = verdeelt | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen | እስመ (esmä) = omdat | መዝገበ (mäzgäbä) = de schat van | ጊዜያቲሆሙ (gizeyatihomu) = hun tijden | ዘኆፃ (zäkhotsa) = van zand | ውእቱ (wetu) = dat | ወ፩፩እምኔሆሙ (wä፩፩mnehomu) = en elk van hen | በጊዜሁ (bägizehu) = op zijn tijd | በልጓም (bälgwam) = met een teugel | ይትአኀዙ (yetäkhäzu) = worden vastgehouden | ወይትመየጡ (wäytmäyätu) = en worden gekeerd | በኀይለ (bäkhäylä) = door de kracht van | መንፈስ (mänfäs) = geest | ወይትነዳዕ (wäytnäda) = en wordt voortgedreven | ከመዝ (kämäz) = zo | በከመ (bäkämä) = zoals | ብዝኀ (bezkhä) = de menigte van | አድዋለ (ädwalä) = de streken van | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:16** En de geest van de zee is mannelijk en sterk, en naar de kracht van haar sterkte trekt hij haar met een teugel terug, en zo wordt zij voortgedreven en verspreid over alle bergen van de aarde. Brontekst: ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en de geest van | ባሕር (bahr) = zee | ተባዕታይ (täbatay) = mannelijk | ውእቱ (wetu) = dat | ወጽኑዕ (wätsnu) = en sterk | ወበከመ (wäbäkämä) = en naar | ኀይለ (khäylä) = de kracht van | ጽንዐታ (tsenäta) = haar sterkte | በልጓም (bälgwam) = met een teugel | ያገብኣ (yagäba) = brengt haar terug | ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ትትነዳዕ (tetnäda) = wordt voortgedreven | ወትዘራእ (wätzära) = en wordt verspreid | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | አድባረ (ädbarä) = de bergen van | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:17** En de geest van de rijp is zijn eigen engel, en de geest van de hagel is een goede engel. Brontekst: ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en de geest van | አስሐትያ (äshätya) = rijp | መልአከ (mäläkä) = de engel van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ውእቱ (wetu) = dat | ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en de geest van | በረድ (bäräd) = hagel | መልአክ (mäläk) = de engel | ኄር (kher) = goed | ውእቱ (wetu) = dat Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: አስሐትያ is hier weergegeven als ‘rijp’; het woord kan ook ‘ijs’, ‘kristal’ of ‘sneeuw’ betekenen. **60:18** En de geest van de sneeuw heeft zijn vertrek verlaten vanwege zijn kracht; er is daarin een bijzondere geest, en wat daaruit opstijgt is als rook, en zijn naam is vorst. Brontekst: ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en de geest van | ሐመዳ (hämäda) = sneeuw | ኀደገ (khädägä) = liet na | በእንተ (bäntä) = over | ኀይለ (khäylä) = de kracht van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ወመንፈስ (wämänfäs) = en de geest | ቦቱ (botu) = daaraan | ባሕቲቱ (bahtitu) = alleen | ወዘየዐርግ (wäzäyäärg) = en wat opstijgt | እምኔሁ (emnehu) = daaruit | ከመ (kämä) = dat; als | ጢስ (tis) = rook | ውእቱ (wetu) = dat | ወስሙ (wäsmu) = en zijn naam | ደደክ (dädäk) = vorst Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ደደክ is hier als ‘vorst’ gelezen, naar 76:12; de betekenis is niet helemaal zeker. **60:19** En de geest van de mist is niet met hen verenigd in hun schatkamers, maar heeft een eigen schatkamer, want zijn loop is heerlijk, in licht en in duisternis, in winter en in zomer; en haar schatkamer is licht, en haar engel is dat ook. Brontekst: ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en de geest van | ጊሜ (gime) = mist | ኢይትኀበር (iytkhäbär) = verbindt zich niet | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | ውስተ (westä) = in | መዛግብቲሆሙ (mäzagbtihomu) = hun schatkamers | አላ (äla) = maar | መዝገብ (mäzgäb) = schatkamer | ቦቱ (botu) = daaraan | ለባሕቲቱ (läbahtitu) = voor zichzelf | እስመ (esmä) = omdat | ምኋረ (mekhwarä) = omloop | ዚአሁ (ziähu) = ervan | በስብሐት (bäsbhät) = in heerlijkheid | ወበብርሃን (wäbäbrhan) = en in het licht | ወበጽልመት (wäbätslmät) = en in de duisternis | ወበክረምት (wäbäkrämt) = en in de winter | ወበሐጋይ (wäbähägay) = en in de zomer | ወመዝገበ (wämäzgäbä) = en de schatkamer van | ዚአሃ (ziäha) = van haar | ብርሃን (berhan) = licht | ወመልአካ (wämäläka) = en haar engel | ውእቱ (wetu) = dat Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:20** En de geest van de dauw heeft zijn woonplaats in de einden van de hemel en is verbonden met de schatkamers van de regen, en zijn loop is in winter en zomer, en zijn wolk en de wolk van de mist zijn verbonden, en de een geeft aan de ander. Brontekst: ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en de geest van | ጠል (täl) = dauw | ማኅደሩ (makhdäru) = zijn woonplaats | በአጽናፈ (bäätsnafä) = aan de uiteinden van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወድሩግ (wädrug) = en verbonden | ውእቱ (wetu) = dat | ምስለ (meslä) = met | መዛግብተ (mäzagbtä) = de schatkamers van | ዝናም (zenam) = regen | ወምኋረ (wämkhwarä) = en de omloop van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | በክረምት (bäkrämt) = in de winter | ወበሐጋይ (wäbähägay) = en in de zomer | ወደመና (wädämäna) = en wolk | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ወደመና (wädämäna) = en wolk | ጊሜ (gime) = mist | ኅብር (khebr) = verbonden | ወ፩ለካልኡ (wä፩läkalu) = en de één aan de ander | ይሁብ (yehub) = geeft Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:21** En wanneer de geest van de regen zich beweegt uit zijn schatkamer, komen de engelen en openen de schatkamer en brengen hem uit, en wanneer hij over heel de aarde wordt verspreid, verbindt hij zich met het water op het land. Brontekst: ወመንፈሱ (wämänfäsu) = en de geest | ለዝናም (läznam) = van de regen | ሶበ (sobä) = wanneer | ይትሐወስ (yethäwäs) = beweegt zich | እምነ (emnä) = van | መዝገበ (mäzgäbä) = de schat van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ይመጽኡ (yemätsu) = komen | መላእክት (mälakt) = de engelen | ወያርኊ (wäyarkhwi) = en openen | መዝገበ (mäzgäbä) = de schat van | ወያወፅእዎ (wäyawätswo) = en brengen hem uit | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይዘራእ (yezära) = wordt gezaaid | ዲበ (dibä) = op | ኲሉ (kwilu) = alle | የብስ (yäbs) = het land | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይትኀበር (yetkhäbär) = verbindt zich | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ጊዜ (gize) = de tijd van | ምስለ (meslä) = met | ማይ (may) = water | ዘዲበ (zädibä) = die op | የብስ (yäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:22** Want de wateren zijn voor hen die op het land wonen; want het is voedsel voor het land, afkomstig van de Allerhoogste die in de hemel is; daarom is er een maat voor de regen, en de engelen nemen die over. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ኮኑ (konu) = zijn | ማያት (mayat) = wateren | ለእለ (lälä) = van hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | እስመ (esmä) = omdat | ሲሳያ (sisaya) = haar voedsel | ለየብስ (läyäbs) = de aarde | እምኀበ (emkhäbä) = vanwaar | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ዘበሰማይ (zäbäsämay) = die in de hemel is | ውእቱ (wetu) = dat | እስመ (esmä) = omdat | በእንተዝ (bäntäz) = hierom | መስፈርት (mäsfärt) = maat | ቦቱ (botu) = daaraan | ለዝናም (läznam) = van de regen | ወመላእክት (wämälakt) = en de engelen | ይትሜጠውዎ (yetmetäwwo) = nemen hem over Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:23** Dit alles zag ik tot aan de tuin van de rechtvaardigen. Brontekst: እሎንተ (elontä) = deze | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ርኢኩ (reiku) = ik zag | እስከ (eskä) = tot | ገነተ (gänätä) = de tuin van | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De monsters worden gevoed **60:24** En de engel van de vrede die met mij was, zei tot mij: Deze twee monsters, bereid naar de grootheid van Yahweh, zullen gevoed worden, opdat de gesel van Yahweh niet vergeefs zal zijn; en kinderen zullen met hun moeders gedood worden en zonen met hun vaders. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | መልአከ (mäläkä) = de engel van | ሰላም (sälam) = vrede | ዘምስሌየ (zämsleyä) = die met mij was | ይሄሉ (yehelu) = zullen zijn | እሉ (elu) = deze | ፪አናብርት (፪änabrt) = twee monsters | ላዕለ (lalä) = naar | ዕበይ (ebäy) = de grootheid | ዘእግዚአብሔር (zägziäbher) = van Yahweh | ድልዋን (delwan) = bereid | ይሴሰዩ (yesesäyu) = zij worden gevoed | ከመ (kämä) = dat; als | መቅሠፍቱ (mäqsäftu) = Zijn gesel | ለእግዚአብሔር (lägziäbher) = van Yahweh | በከ (bäkä) = vergeefs | ኢይኩን (iykun) = zal niet zijn | ወይትቀተሉ (wäytqätälu) = en worden gedood | ደቂቅ (däqiq) = kinderen | ምስለ (meslä) = met | እማቲሆሙ (ematihomu) = hun moeders | ወውሉድ (wäwlud) = en zonen | ምስለ (meslä) = met | አበዊሆሙ (äbäwihomu) = hun vaders Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **60:25** Wanneer de gesel van Yahweh van de geesten op hen rust, rust zij daar, opdat de gesel van Yahweh van de geesten niet vergeefs over hen komt; daarna zal er oordeel zijn in Zijn barmhartigheid en Zijn geduld. Brontekst: ሶበ (sobä) = wanneer | ታዐርፍ (taärf) = zal rusten | መቅሠፍቱ (mäqsäftu) = Zijn gesel | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ዲቤሆሙ (dibehomu) = op hen | ታዐርፍ (taärf) = zal rusten | ከመ (kämä) = dat; als | ኢትምጻእ (itmtsa) = zal niet komen | መቅሠፍቱ (mäqsäftu) = Zijn gesel | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | በከ (bäkä) = vergeefs | ዲበ (dibä) = op | እሉ (elu) = deze | ድኅረ (dekhrä) = daarna | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | በምሕረቱ (bämhrätu) = in Zijn barmhartigheid | ወበትዕግሥቱ (wäbätgstu) = en in Zijn geduld Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: Dit vers sluit inhoudelijk aan op vers 6; wij laten het toch op de plaats van de Ge'ez-tekst staan. ## Henoch 61 _Maten voor de rechtvaardigen en lof voor Yahweh_ ### Lange touwen naar het noorden **61:1** En ik zag in die dagen dat aan die engelen lange touwen werden gegeven, en zij namen vleugels en vlogen weg en gingen naar het noorden. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ተውህበ (täwhbä) = is gegeven | ለእልኩ (lälku) = aan die | መላእክት (mälakt) = de engelen | አኅባል (äkhbal) = touwen | ነዊኃን (näwikhan) = lange | ወነሥኡ (wänäsu) = en zij namen | ሎሙ (lomu) = voor hen | ክንፈ (kenfä) = vleugels | ወሠረሩ (wäsäräru) = en zij vlogen | ወሖሩ (wähoru) = en zij gingen | መንገለ (mängälä) = naar | መስዕ (mäs) = het noorden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **61:2** En ik vroeg de engel: Waarom hebben zij die lange touwen genomen en zijn zij gegaan? En hij zei tot mij: Zij zijn gegaan om te meten. Brontekst: ወተስእልክዎ (wätäslkwo) = en ik vroeg | ለመልአክ (lämäläk) = de engel | እንዘ (enzä) = terwijl | እብል (ebl) = zeggend | ለምንት (lämnt) = waarom | ነሥኡ (näsu) = namen zij | እሎንቱ (elontu) = die | አኅባለ (äkhbalä) = touwen | ነዊኃነ (näwikhanä) = lange | ወሖሩ (wähoru) = en zij gingen | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ሖፉ (hofu) = zij gingen | ከመ (kämä) = dat; als | ይመጥኑ (yemätnu) = om te meten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **61:3** En de engel die met mij ging, zei tot mij: Deze zullen de maten van de rechtvaardigen en de touwen van de rechtvaardigen brengen, opdat zij steunen op de naam van Yahweh van de geesten tot in alle eeuwigheid. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | መልአክ (mäläk) = de engel | ዘምስሌየ (zämsleyä) = die met mij was | የሐውር (yähäwr) = gaat | እሉ (elu) = deze | እሙንቱ (emuntu) = zij | አምጣነ (ämtanä) = maten | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወመኣሥረ (wämäasrä) = en maatkoorden | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ያመጽኡ (yamätsu) = zij brengen | ከመ (kämä) = dat; als | ይትመርጐዙ (yetmärgwäzu) = zij steunen | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **61:4** Zij zullen meten, en de uitverkorenen zullen met de uitverkorenen wonen; en dit zijn de maten die gegeven worden aan het geloof en die het woord van gerechtigheid versterken. Brontekst: ይዌጥኑ (yewetnu) = zij zullen meten | ወየኀድሩ (wäyäkhädru) = en wonen | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | ምስለ (meslä) = met | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | ወእሉ (wälu) = en dezen | አምጣናት (ämtanat) = maten | እለ (elä) = die | ይትወሀቡ (yetwähäbu) = worden gegeven | ለሃይማኖት (lähaymanot) = aan het geloof | ወያጸንዑ (wäyatsänu) = en zij versterken | ቃለ (qalä) = het woord van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **61:5** En deze maten zullen alle verborgenheden van de diepte van de aarde onthullen, en ook wie omgekomen zijn in de woestijn en wie opgegeten zijn door de vissen van de zee en door de wilde dieren, zodat zij terugkeren en steunen op de dag van de Uitverkorene; want niemand zal verloren gaan voor het aangezicht van Yahweh van de geesten en niemand kan verloren gaan. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dezen | አምጣናት (ämtanat) = maten | ይከሥቱ (yekästu) = zij zullen onthullen | ኩሎ (kulo) = alle | ኅቡኣታ (khebuata) = haar verborgenheden | ለዕመቀ (lämäqä) = voor de diepte van | ምድር (medr) = de aarde | ወእለ (wälä) = en die | ተኀጒሉ (täkhägwilu) = omgekomen | እምበድው (embädw) = in de woestijn | ወእለ (wälä) = en die | ተበልዑ (täbälu) = opgegeten | እምዐሣተ (emäsatä) = door de vissen van | ባሕር (bahr) = zee | ወእምአራዊት (wämärawit) = en door de wilde dieren | ከመ (kämä) = dat; als | ይግብኡ (yegbu) = zullen terugkeren | ወይትመርጐዙ (wäytmärgwäzu) = en zij steunen | በዕለተ (bälätä) = op de dag van | ኅሩይ (kheruy) = de Uitverkorene | እስመ (esmä) = omdat | አልቦ (älbo) = er is niet | ዘይትሐጐል (zäythägwäl) = wat verloren gaat | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወአልቦ (wäälbo) = en niet | ዘይክል (zäykl) = zal kunnen | ተሐጒሎተ (tähägwilotä) = verloren gaan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 20:13. Zie ook: Openb 20:13 **61:6** En allen die in de hoogte van de hemelen zijn, ontvingen een bevel, en kracht en één stem en één licht, als vuur, werd hun gegeven. Brontekst: ወነሥኡ (wänäsu) = en zij namen | ትእዛዘ (tezazä) = een bevel | እለ (elä) = die | በመልዕልተ (bämälltä) = boven in | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ወኀይል (wäkhäyl) = en kracht | ፩ወቃል (፩wäqal) = één stem | ፩ወብርሃን (፩wäbrhan) = één licht | ፩ከመ (፩kämä) = één als | እሳት (esat) = vuur | ተውህበ (täwhbä) = is gegeven | ሎሙ (lomu) = voor hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **61:7** En Hem zegenen zij boven alles met hun stem, zij verheffen en prijzen Hem in wijsheid, en zij zijn wijs in het woord en in de geest van het leven. Brontekst: ወለውእቱ (wäläwtu) = en voor Hem | መቅድመ (mäqdmä) = voor | ቃል (qal) = stem | ይባርክዎ (yebarkwo) = zullen Hem zegenen | ወያሌዕልዎ (wäyalelwo) = en zij verheffen Hem | ወይሴብሕዎ (wäysebhwo) = en Hem prijzen | በጥበብ (bätbäb) = in wijsheid | ወይጠበብ (wäytäbäb) = en zij zijn wijs | በነገር (bänägär) = in het woord | ወበመንፈሰ (wäbämänfäsä) = en door de geest van | ሕይወት (heywät) = het leven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De Uitverkorene op de troon **61:8** En Yahweh van de geesten plaatste de Uitverkorene op de troon van Zijn heerlijkheid, en hij zal al het werk van de heiligen in de hoogte van de hemel oordelen, en op de weegschaal worden hun werken gewogen. Brontekst: ወእግዚአ (wägziä) = en Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ዲበ (dibä) = op | መንበረ (mänbärä) = een troon | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = Zijn heerlijkheid | አንበሮ (änbäro) = plaatste hem | ለኅሩይ (läkhruy) = de Uitverkorene | ወይኴንን (wäykwenn) = en hij zal oordelen | ኲሎ (kwilo) = alle | ግብሮሙ (gebromu) = hun werk | ለቅዱሳን (läqdusan) = van de heiligen | በመልዕልተ (bämälltä) = boven in | ሰማይ (sämay) = hemel | ወበመዳልው (wäbämädalw) = en op de weegschaal | ይደሉ (yedälu) = worden gewogen | ምግባሮሙ (megbaromu) = hun werken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **61:9** En wanneer hij zijn aangezicht opheft om hun verborgen wegen te oordelen naar het woord van de naam van Yahweh van de geesten, en hun spoor op de weg van het rechtvaardige oordeel van Yahweh, de Allerhoogste, dan zullen zij allen met één stem spreken en zegenen en prijzen en verheffen en loven in de naam van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ያሌዕል (yalel) = verheft | ገጾ (gätso) = zijn aangezicht | ከመ (kämä) = dat; als | ይኰንን (yekwänn) = om te oordelen | ፍኖቶሙ (fenotomu) = hun wegen | እንተ (entä) = die | ኅቡኣት (khebuat) = verborgen | በነገረ (bänägärä) = door het woord van | ስሙ (semu) = Zijn naam | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወአሰረ (wääsärä) = en een spoor | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen | በፍኖተ (bäfnotä) = op de weg van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ዘእግዚአብሔር (zägziäbher) = van Yahweh | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ወይትናገሩ (wäytnagäru) = en zij spreken | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | በ፩ቃል (bä፩qal) = met één stem | ወይባርኩ (wäybarku) = en zegenen | ወይሴብሑ (wäysebhu) = en prijzen | ወያሌዕሉ (wäyalelu) = en verheffen | ወይዌድሱ (wäywedsu) = en prijzen | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Alle machten loven Hem **61:10** En Hij zal heel de macht van de hemelen roepen en alle heiligen in de hoogte en de macht van Yahweh: de cherubs, de serafs en de ofannim, en alle engelen van de kracht en alle engelen van de heerschappijen, en de Uitverkorene en de andere machten die op het land zijn, over het water. Brontekst: ወይጼውዕ (wäytsew) = en Hij roept | ኲሎ (kwilo) = alle | ኀይለ (khäylä) = de kracht van | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ቅዱሳነ (qedusanä) = heiligen | ዘመልዕልት (zämällt) = die boven zijn | ወኀይለ (wäkhäylä) = en de kracht van | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | ኪሩቤ (kirube) = cherubs | ወሱራፌል (wäsurafel) = en serafs | ወኦፍኒን (wäofnin) = en ofannim | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | ኀይል (khäyl) = kracht | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | አጋእዝት (ägazt) = heerschappijen | ወኅሩይ (wäkhruy) = en de Uitverkorene | ወካልእ (wäkal) = en de andere | ኀይል (khäyl) = kracht | እለ (elä) = die | ውስተ (westä) = in | የብስ (yäbs) = het land | ዲበ (dibä) = op | ማይ (may) = water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 6:2–3; Kol. 1:16. Zie ook: Jes 6:2–3; Kol 1:16 **61:11** Op die dag zullen zij met één stem spreken en zegenen en prijzen en loven en verheffen in de geest van geloof en in de geest van wijsheid en geduld en in de geest van barmhartigheid en in de geest van oordeel en vrede en in de geest van goedheid. En zij allen zullen met één stem zeggen: Gezegend is Hij, en moge de naam van Yahweh van de geesten gezegend worden van eeuwigheid tot eeuwigheid. Brontekst: በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ወይነሥኡ (wäynäsu) = en zij nemen | ፩ቃለ (፩qalä) = één stem | ወይባርኩ (wäybarku) = en zegenen | ወይሴብሑ (wäysebhu) = en prijzen | ወይዌድሱ (wäywedsu) = en prijzen | ወያሌዕሉ (wäyalelu) = en verheffen | በመንፈሰ (bämänfäsä) = in de geest van | ሃይማኖት (haymanot) = geloof | ወበመንፈሰ (wäbämänfäsä) = en door de geest van | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ወትዕግሥት (wätgst) = en geduld | ወበመንፈሰ (wäbämänfäsä) = en door de geest van | ምሕረት (mehrät) = barmhartigheid | ወበመንፈሰ (wäbämänfäsä) = en door de geest van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ወሰላም (wäsälam) = en vrede | ወበመንፈሰ (wäbämänfäsä) = en door de geest van | ኂሩት (khirut) = goedheid | ወይብሉ (wäyblu) = en zeggen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | በ፩ቃል (bä፩qal) = met één stem | ቡሩክ (buruk) = gezegend | ውእቱ (wetu) = dat | ወይትባረክ (wäytbaräk) = en moge Hij gezegend worden | ስሙ (semu) = Zijn naam | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **61:12** Allen die niet slapen in de hoogte van de hemel zullen Hem zegenen, al Zijn heiligen die in de hemel zijn zullen Hem zegenen, en alle uitverkorenen die in de tuin van het leven wonen, en alle geesten van het licht die U kunnen zegenen en prijzen en verheffen en heiligen, Uw heilige naam, en alle vlees dat bovenmate uit kracht prijst en Uw naam zegent tot in alle eeuwigheid. Brontekst: ይባርክዎ (yebarkwo) = zullen Hem zegenen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | እለ (elä) = die | ኢይነውሙ (iynäwmu) = niet slapen | በመልዕልተ (bämälltä) = boven in | ሰማይ (sämay) = hemel | ይባርክዎ (yebarkwo) = zullen Hem zegenen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ቅዱሳኑ (qedusanu) = Zijn heiligen | እለ (elä) = die | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | እለ (elä) = die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ውስተ (westä) = in | ገነተ (gänätä) = de tuin van | ሕይወት (heywät) = het leven | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | መንፈሰ (mänfäsä) = geest | ብርሃን (berhan) = licht | ዘትክል (zätkl) = wat U kunt | ባርኮቶ (barkoto) = Hem te zegenen | ወሰብሖቶ (wäsäbhoto) = en Hem te prijzen | ወአልዕሎቶ (wäälloto) = en Hem te verheffen | ወቀድሶቶ (wäqädsoto) = en Hem te heiligen | ለስምከ (läsmkä) = aan Uw naam | ቅዱስ (qedus) = heilige | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ዘሥጋ (zäsga) = van vlees | ዘፈድፋደ (zäfädfadä) = die meer is | እምኀይል (emkhäyl) = dan kracht | ትሴብሕ (tesebh) = prijst | ወትባርክ (wätbark) = en zegent | ለስምከ (läsmkä) = aan Uw naam | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 2:9; Openb. 22:2. Zie ook: Gen 2:9; Openb 22:2 **61:13** Want groot is de barmhartigheid van Yahweh van de geesten, en langzaam tot toorn; en al Zijn werken en al Zijn macht, zoveel Hij gemaakt heeft, heeft Hij geopenbaard aan de rechtvaardigen en uitverkorenen in de naam van Yahweh van de geesten. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ብዙኅ (bezukh) = overvloedig | ምሕረቱ (mehrätu) = Zijn barmhartigheid | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወርኁቀ (wärkhuqä) = en lankmoedig | መዓት (mäat) = van toorn | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ግብሮ (gebro) = Zijn werk | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ኀይሎ (khäylo) = Zijn kracht | በአምጣነ (bäämtanä) = naar de maat van | ገብረ (gäbrä) = Hij maakte | ከሠተ (käsätä) = heeft onthuld | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ወለኅሩያን (wäläkhruyan) = en voor de uitverkorenen | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 62 _De koningen voor de Zoon des Mensen_ ### Open jullie ogen **62:1** En zo gebood Yahweh de koningen en de heersers en de verhevenen en hen die de aarde bewonen, en Hij zei: **„Open jullie ogen en hef jullie hoorns op, als jullie de Uitverkorene kunnen kennen.”** Brontekst: ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | አዘዘ (äzäzä) = beval | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ለነገሥት (länägäst) = van de koningen | ወለአዚዛን (wälääzizan) = en voor de heersers | ወለልዑላን (wälälulan) = en voor de verhevenen | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | የኀድርዋ (yäkhädrwa) = die haar bewonen | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወይብል (wäybl) = en Hij zegt | ክሥቱ (kestu) = opent | አዕይንቲክሙ (äyntikmu) = jullie ogen | ወአንሥኡ (wäänsu) = en heft op | አቅርንቲክሙ (äqrntikmu) = jullie hoorns | እመ (emä) = als | ትክሉ (teklu) = jullie kunnen | አእምሮቶ (ämroto) = hem te kennen | ለኅሩይ (läkhruy) = de Uitverkorene Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 2:10–12. Zie ook: Ps 2:10–12 **62:2** En Yahweh van de geesten zat op de troon van Zijn heerlijkheid, en de geest van gerechtigheid werd over hem uitgegoten, en het woord van zijn mond doodt alle zondaars en alle onrechtvaardigen, en zij komen om voor zijn aangezicht. Brontekst: ወነበረ (wänäbärä) = en zat | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ዲበ (dibä) = op | መንበረ (mänbärä) = een troon | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = Zijn heerlijkheid | ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en de geest van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ተክዕወ (täkwä) = is uitgegoten | ዲቤሁ (dibehu) = op hem | ወነገረ (wänägärä) = en het woord van | አፉሁ (äfuhu) = zijn mond | ይቀትል (yeqätl) = doodt | ኲሎ (kwilo) = alle | ኃጥአነ (khatänä) = zondaars | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ዐማፅያነ (ämatsyanä) = onrechtvaardigen | ወእምገጹ (wämgätsu) = en van het aangezicht | ይትኀጐሉ (yetkhägwälu) = zullen omkomen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **62:3** En op die dag zullen alle koningen en heersers en verhevenen en zij die het land bezitten opstaan, en zij zullen hem zien en erkennen dat hij op de troon van zijn heerlijkheid zit. En de rechtvaardigen worden voor hem in gerechtigheid geoordeeld, en geen ijdel woord wordt voor hem gesproken. Brontekst: ወይቀውሙ (wäyqäwmu) = en staan | በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ነገሥት (nägäst) = koningen | ወአዚዛን (wääzizan) = en de heersers | ወልዑላን (wälulan) = en verhevenen | ወእለ (wälä) = en die | ይእኅዝዋ (yekhzwa) = die haar bezitten | ለየብስ (läyäbs) = het land | ወይሬእይዎ (wäyreywo) = en zij zien hem | ወያአምርዎ (wäyaämrwo) = en erkennen hem | ከመ (kämä) = dat; als | ይነብር (yenäbr) = zat | ዲበ (dibä) = op | መንበረ (mänbärä) = een troon | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = zijn heerlijkheid | ወጻድቃን (wätsadqan) = en rechtvaardigen | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor hem | ይትኴነኑ (yetkwenänu) = worden geoordeeld | ወነገረ (wänägärä) = en een woord | በክ (bäk) = ijdel | አልቦ (älbo) = er was niet | ዘይትበሀል (zäytbähäl) = wat gezegd wordt | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Als een vrouw in barensnood **62:4** En pijn zal over hen komen als over een vrouw in barensnood, voor wie de bevalling zwaar is wanneer haar kind aan de opening van de baarmoeder komt en zij zwaar bevalt. Brontekst: ወይመጽእ (wäymäts) = en komt | ዲቤሆሙ (dibehomu) = over hen | ሕማም (hemam) = pijn | ከመ (kämä) = dat; als | ብእሲት (besit) = een vrouw | እንተ (entä) = die | ውስተ (westä) = in | ማሕመም (mahmäm) = barensween | ወየዐፅባ (wäyäätsba) = en bevangt haar | ወሊድ (wälid) = de bevalling | ሶበ (sobä) = wanneer | ይመጽእ (yemäts) = komt | ወልዳ (wälda) = haar kind | በአፈ (bääfä) = aan de mond van | ማኅፀን (makhtsän) = de baarmoeder | ወተዐፅብ (wätäätsb) = en zij heeft het moeilijk | በወሊድ (bäwälid) = in de bevalling Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 13:8; 1 Tess. 5:3. Zie ook: Jes 13:8; 1 Tess 5:3 **62:5** En de ene helft van hen zal de andere aankijken, en zij zullen schrikken en hun gezicht neerslaan, en pijn zal hen aangrijpen wanneer zij die Zoon des Mensen zien zitten op de troon van zijn heerlijkheid. Brontekst: ወይሬእዩ (wäyreyu) = en zij zien | መንፈቆሙ (mänfäqomu) = de helft van hen | ለመንፈቆሙ (lämänfäqomu) = de andere helft | ወይደነግፅ (wäydänägts) = en zij schrikken | ወያቴሕቱ (wäyatehtu) = en zij slaan neer | ገጾሙ (gätsomu) = hun aangezichten | ወይእኅዞሙ (wäykhzomu) = en overvalt hen | ሕማም (hemam) = pijn | ሶበ (sobä) = wanneer | ይሬእይዎ (yereywo) = zij zien hem | ለዝኩ (läzku) = aan die | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ብእሲት (besit) = een vrouw | እንዘ (enzä) = terwijl | ይነብር (yenäbr) = zat | ዲበ (dibä) = op | መንበረ (mänbärä) = een troon | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = zijn heerlijkheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወልደ ብእሲት is letterlijk ‘zoon van een vrouw’; hier is de Uitverkorene bedoeld, weergegeven als ‘Zoon des Mensen’. **62:6** En de koningen, heersers en allen die de aarde bezitten zullen hem prijzen en zegenen en verheffen, hem die heerst over al het verborgene. Brontekst: ወይሴብሕዎ (wäysebhwo) = en hem prijzen | ወይባርክዎ (wäybarkwo) = en zij zegenen hem | ወያሌዕልዎ (wäyalelwo) = en zij verheffen hem | ነገሥት (nägäst) = koningen | አዚዛን (äzizan) = heersers | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | እለ (elä) = die | ይእኅዝዋ (yekhzwa) = die haar bezitten | ለምድር (lämdr) = de aarde | ለዘይመልክ (läzäymälk) = die heerst over | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **62:7** Want de Zoon des Mensen was van het begin af verborgen, en de Allerhoogste bewaarde hem voor het aangezicht van Zijn kracht en onthulde hem aan de uitverkorenen. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | እምቅድም (emqdm) = van het begin | ኅቡአ (khebuä) = het verborgene | ኮነ (konä) = is | ወልደ (wäldä) = de zoon van | እጓለ (egwalä) = de kinderen van | እመሕያው (emähyaw) = de mens | ወዐቀቦ (wääqäbo) = en bewaarde hem | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ኀይሉ (khäylu) = Zijn macht | ወከሠቶ (wäkäsäto) = en heeft hem onthuld | ለኅሩያን (läkhruyan) = de uitverkorenen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወልደ እጓለ እመሕያው is letterlijk ‘zoon van het kroost van de moeder van de levenden’, een andere Ge'ez-weergave van ‘Zoon des Mensen’. **62:8** En de gemeente van de heiligen en uitverkorenen zal gezaaid worden, en allen die uitverkoren zijn, zullen op die dag voor hem staan. Brontekst: ወይዘራእ (wäyzära) = en wordt gezaaid | ማኅበረ (makhbärä) = de gemeente van | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en uitverkoren | ወይቀውሙ (wäyqäwmu) = en staan | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor hem | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **62:9** En alle koningen en heersers en verhevenen en zij die over het land heersen, zullen voor hem op hun aangezicht neervallen en zich buigen en op die Zoon des Mensen hopen en hem smeken en barmhartigheid van hem vragen. Brontekst: ወይወድቁ (wäywädqu) = en vallen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ነገሥት (nägäst) = koningen | አዚዛን (äzizan) = heersers | ወልዑላን (wälulan) = en verhevenen | ወእለ (wälä) = en die | ይመልክዋ (yemälkwa) = heersen over haar | ለየብስ (läyäbs) = het land | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor hem | በገጾሙ (bägätsomu) = op hun aangezicht | ወይሰግዱ (wäysägdu) = en zich buigen | ወይሴፈውዎ (wäysefäwwo) = en zij hopen op hem | ለዝኩ (läzku) = aan die | ወልደ (wäldä) = de zoon van | እጓለ (egwalä) = de kinderen van | እመሕያው (emähyaw) = de mens | ወያስተበቊዕዎ (wäyastäbäqwiwo) = en zij smeken hem | ወይስእሉ (wäyslu) = en zij zullen vragen | ምሕረተ (mehrätä) = barmhartigheid | እምኀቤሁ (emkhäbehu) = van hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **62:10** Maar Yahweh van de geesten zal hen opjagen, zodat zij zich haasten en uit Zijn aanwezigheid gaan, en hun aangezicht zal met schaamte vervuld worden en duisternis zal op hun gezicht toenemen. Brontekst: ወያጔጒዖሙ (wäyagwegwiomu) = en Hij haast hen | እንከ (enkä) = dan | ውእቱ (wetu) = dat | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ከመ (kämä) = dat; als | ያፍጥኑ (yaftnu) = dat zij zich haasten | ወይፃኡ (wäytsau) = en uittrekken | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጹ (gätsu) = Zijn aangezicht | ወገጾሙ (wägätsomu) = en hun aangezicht | ይመልእ (yemäl) = vult | ኀፍረተ (khäfrätä) = schaamte | ወጽልመተ (wätslmätä) = en duisternis | ይትዌሰክ (yetwesäk) = wordt vermeerderd | ገጾሙ (gätsomu) = hun aangezichten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **62:11** En de engelen van de gesel zullen hen overnemen om wraak op hen te nemen, omdat zij Zijn kinderen en Zijn uitverkorenen onderdrukt hebben. Brontekst: ወይትሜጠውዎሙ (wäytmetäwwomu) = en zij nemen hen over | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | መቅሠፍት (mäqsäft) = plaag | ከመ (kämä) = dat; als | ይትፈደዩ (yetfädäyu) = zij zullen vergolden worden | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ዘገፍእዎሙ (zägäfwomu) = omdat zij onderdrukten | ለደቂቁ (lädäqiqu) = Zijn kinderen | ወለኅሩያነ (wäläkhruyanä) = en Zijn uitverkorenen | ዚአሁ (ziähu) = ervan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **62:12** En zij zullen een schouwspel zijn voor de rechtvaardigen en Zijn uitverkorenen; zij zullen zich over hen verheugen, want de toorn van Yahweh van de geesten rust op hen, en Zijn zwaard is dronken van hen. Brontekst: ወይከውኑ (wäykäwnu) = en zij zullen zijn | አርአያ (äräya) = een voorbeeld van | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ወለኅሩያነ (wäläkhruyanä) = en Zijn uitverkorenen | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ቦሙ (bomu) = daarmee | ይትፌሥሑ (yetfeshu) = zij zullen zich verheugen | እስመ (esmä) = omdat | መዐቱ (määtu) = Zijn toorn | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ዲቤሆሙ (dibehomu) = op hen | ታአርፍ (taärf) = rust | ወመጥባሕቱ (wämätbahtu) = en Zijn zwaard | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ትሰክር (tesäkr) = wordt dronken | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 32:42; Jes. 34:5. Zie ook: Deut 32:42; Jes 34:5 **62:13** En de rechtvaardigen en uitverkorenen zullen op die dag gered worden, en het gezicht van de zondaars en onrechtvaardigen zullen zij van nu af niet meer zien. Brontekst: ወጻድቃን (wätsadqan) = en rechtvaardigen | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en uitverkoren | ይድኅኑ (yedkhnu) = zij worden gered | በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ወገጾሙ (wägätsomu) = en hun aangezicht | ለኃጥኣን (läkhatan) = van de zondaars | ወለዐማፅያን (wäläämatsyan) = en de onrechtvaardigen | ኢይሬእዩ (iyreyu) = zullen niet zien | እምይእዜ (emyze) = van nu af Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **62:14** En Yahweh van de geesten zal over hen wonen, en met die Zoon des Mensen zullen zij wonen en eten en neerliggen en opstaan tot in alle eeuwigheid. Brontekst: ወእግዚአ (wägziä) = en Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ዲቤሆሙ (dibehomu) = over hen | የኀድር (yäkhädr) = woont | ወምስለ (wämslä) = en met | ዝኩ (zeku) = die | ወልደ (wäldä) = de zoon van | እጓለ (egwalä) = de kinderen van | እመሕያው (emähyaw) = de mens | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ወይበልዑ (wäybälu) = en zij zullen eten | ወይሰክቡ (wäysäkbu) = en liggen | ወይትነሥኡ (wäytnäsu) = en opstaan | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 21:3; Luc. 22:30. Zie ook: Luc 22:30; Openb 21:3 ### Het kleed van het leven **62:15** En de rechtvaardigen en uitverkorenen zijn opgestaan van de aarde en hebben het neergeslagen gezicht achtergelaten en zich gekleed in het kleed van het leven. Brontekst: ወተንሥኡ (wätänsu) = en zij stonden op | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወኅሩያን (wäkhruyan) = en uitverkoren | እምድር (emdr) = van de aarde | ወኀደጉ (wäkhädägu) = en zij lieten achter | አትሕቶ (äthto) = het neerslaan van | ገጾሙ (gätsomu) = hun aangezichten | ወለብሱ (wäläbsu) = en zij kleedden zich in | ልብሰ (lebsä) = het kleed van | ሕይወት (heywät) = het leven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 3:5. Zie ook: Openb 3:5 **62:16** En dat zal een kleed van leven zijn bij Yahweh van de geesten; en jullie kleren zullen niet verslijten en jullie heerlijkheid zal niet vergaan voor het aangezicht van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወውእቱ (wäwtu) = en dat | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ልብሰ (lebsä) = het kleed van | ሕይወት (heywät) = het leven | በኀበ (bäkhäbä) = bij | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወአልባሲክሙኒ (wäälbasikmuni) = en jullie kleren | ኢይበልዩ (iybälyu) = zullen niet verslijten | ወስብሐቲክሙ (wäsbhätikmu) = en jullie heerlijkheid | ኢየኀልቅ (iyäkhälq) = houdt niet op | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 63 _De klacht van de koningen_ ### De koningen smeken om rust **63:1** In die dagen zullen de koningen en heersers die het land bezitten, de engelen van Zijn gesel smeken, aan wie zij overgeleverd zijn, dat zij hun een korte rust geven, zodat zij voor het aangezicht van Yahweh van de geesten neerknielen en zich buigen en hun zonde voor Hem belijden. Brontekst: በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ያስተበቊዑ (yastäbäqwiu) = zullen smeken | ነገሥት (nägäst) = koningen | አዚዛን (äzizan) = heersers | እለ (elä) = die | ይእኅዝዋ (yekhzwa) = die haar bezitten | ለየብስ (läyäbs) = het land | እመላእክተ (emälaktä) = bij de engelen van | መቅሠፍቱ (mäqsäftu) = zijn gesel | በኀበ (bäkhäbä) = waar | ሀለዉ (häläwu) = waren | ምጥዋነ (metwanä) = overgeleverd | ከመ (kämä) = dat; als | የሀቦሙ (yähäbomu) = dat zij hun geven | ዕረፍተ (eräftä) = rust | ንስቲተ (nestitä) = een weinig | ወከመ (wäkämä) = en dat | ይደቁ (yedäqu) = dat zij neerknielen | ወይስግዱ (wäysgdu) = en zich buigen | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወይትአመኑ (wäytämänu) = en belijden | ኀጢአቶሙ (khätiätomu) = hun zonde | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **63:2** En zij zullen Yahweh van de geesten zegenen en prijzen en zeggen: Gezegend is Yahweh van de geesten en de Heer van de koningen, de Heer van de heersers en de Heer van de rijken, de Heer van de heerlijkheid en de Heer van de wijsheid, en al het verborgene wordt helder. Brontekst: ወይባርክዎ (wäybarkwo) = en zij zegenen Hem | ወይሴብሕዎ (wäysebhwo) = en Hem prijzen | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወይብሉ (wäyblu) = en zeggen | ቡሩክ (buruk) = gezegend | ውእቱ (wetu) = dat | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወእግዚአ (wägziä) = en Heer van | ነገሥት (nägäst) = koningen | እግዚኦሙ (egziomu) = hun Heer | ለአዚዛን (lääzizan) = voor de heersers | ወእግዚኡ (wägziu) = en de Heer van | ለባዕል (läbal) = de rijke | ወእግዚአ (wägziä) = en Heer van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ወእግዚአ (wägziä) = en Heer van | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ወይበርህ (wäybärh) = en die verheldert | ኲሉ (kwilu) = alle | ኅቡእ (khebu) = het verborgene Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **63:3** En Uw macht is van geslacht op geslacht en Uw heerlijkheid tot in alle eeuwigheid; diep zijn al Uw verborgenheden en ontelbaar, en Uw gerechtigheid is zonder berekening. Brontekst: ወኀይልከ (wäkhäylkä) = en Uw kracht | ለትውልደ (lätwldä) = van geslacht | ትውልድ (tewld) = generatie | ወስብሐቲከ (wäsbhätikä) = en Uw heerlijkheid | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ዕሙቅ (emuq) = diep | ውእቱ (wetu) = dat | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | ዚአከ (ziäkä) = Uw | ኲሉ (kwilu) = alle | ወኊልቊ (wäkhwilqwi) = en getal | አልቦ (älbo) = er is niet | ወጽድቀ (wätsdqä) = en Uw gerechtigheid | ዚአከ (ziäkä) = Uw | ሐሳብ (häsab) = berekening | አልቦ (älbo) = er is niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **63:4** Nu hebben wij erkend dat wij de Heer van de koningen moeten prijzen en zegenen, Hem die over alle koningen heerst. Brontekst: ይእዜ (yeze) = nu | አእመርነ (ämärnä) = wij hebben erkend | ከመ (kämä) = dat; als | ንሰብሖ (nesäbho) = dat wij Hem prijzen | ወንባርኮ (wänbarko) = en Hem zegenen | ለእግዚአ (lägziä) = Heer van | ነገሥት (nägäst) = koningen | ወለዘይነግሥ (wäläzäynägs) = en Hem die regeert | ዲበ (dibä) = op | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ነገሥት (nägäst) = koningen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **63:5** En zij zeggen: Wie gaf ons rust, zodat wij Hem prijzen en danken en zegenen en geloven voor Zijn heerlijkheid? Brontekst: ወይብሉ (wäyblu) = en zeggen | መኑ (mänu) = wie | ወሀበነ (wähäbänä) = gaf ons | ዕረፍተ (eräftä) = rust | ከመ (kämä) = dat; als | ንሰብሖ (nesäbho) = dat wij Hem prijzen | ወናእኲቶ (wänakwito) = en Hem danken | ወንባርኮ (wänbarko) = en Hem zegenen | ወንእመን (wänmän) = en geloven | ቅድመ (qedmä) = voor | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = zijn heerlijkheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **63:6** En nu verlangen wij een beetje rust, maar vinden die niet; wij worden verdreven en kunnen die niet grijpen; het licht is van voor ons voorbijgegaan en duisternis is ons verblijf tot in alle eeuwigheid. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ንስቲተ (nestitä) = een weinig | ዕረፍተ (eräftä) = rust | ንትሜነይ (netmenäy) = wij wensen | ወኢንረክብ (wäinräkb) = en wij vinden niet | ንሰደድ (nesädäd) = wij worden verdreven | ወኢንእኅዝ (wäinkhz) = en wij grijpen niet | ወብርሃን (wäbrhan) = en licht | እምቅድሜነ (emqdmenä) = van voor ons | ኀለፈ (khäläfä) = is voorbijgegaan | ወጽልመት (wätslmät) = en donker | ምንባሪነ (menbarinä) = ons verblijf | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Wij hebben niet geloofd **63:7** Want wij hebben niet voor Hem geloofd, noch de naam van de Heer van de koningen geprezen, noch de Heer in al Zijn werken geprezen, en onze hoop was op de scepter van ons koningschap en onze heerlijkheid. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem | ኢአመነ (iämänä) = geloofden niet | ወኢሰባሕነ (wäisäbahnä) = en wij prezen niet | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Heer van | ነገሥት (nägäst) = koningen | ወኢሰባሕናሁ (wäisäbahnahu) = en wij prezen Hem niet | ለእግዚእ (lägzi) = Heer | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ተግባሩ (tägbaru) = Zijn gewrochten | ወተስፋነ (wätäsfanä) = en onze hoop | ኮነ (konä) = is | ዲበ (dibä) = op | በትረ (bäträ) = een staf | መንግሥትነ (mängstnä) = ons koninkrijk | ወስብሐቲነ (wäsbhätinä) = en onze heerlijkheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **63:8** En op de dag van onze nood en benauwdheid redt Hij ons niet, en wij vinden geen rust om te geloven. Want getrouw is onze Heer in al Zijn werken en in al Zijn oordelen en Zijn gerechtigheid. Zijn oordelen kennen geen aanzien van personen. Brontekst: ወበዕለተ (wäbälätä) = en op de dag van | ስራሕነ (serahnä) = onze nood | ወምንዳቤነ (wämndabenä) = en onze benauwdheid | ኢያድኅነነ (iyadkhnänä) = redt ons niet | ወኢንረክብ (wäinräkb) = en wij vinden niet | ዕረፍተ (eräftä) = rust | ንእመን (nemän) = wij geloven | እስመ (esmä) = omdat | መሃይምን (mähaymn) = getrouw | ውእቱ (wetu) = dat | እግዚእነ (egzinä) = onze Heer | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ምግባሩ (megbaru) = Zijn werk | ወበኲሉ (wäbäkwilu) = en in alle | ኲነኔሁ (kwinänehu) = Zijn oordelen | ወጽድቁ (wätsdqu) = en Zijn gerechtigheid | ወገጸ (wägätsä) = en het gelaat van | ኲነኔሁ (kwinänehu) = Zijn oordelen | ኢይነሥኡ (iynäsu) = nemen niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Hand. 10:34; Rom. 2:11. Zie ook: Hand 10:34; Rom 2:11 **63:9** En wij gaan heen van Zijn aangezicht vanwege onze werken, en al onze zonden zijn naar gerechtigheid geteld. Brontekst: ወነኀልፍ (wänäkhälf) = en wij gaan heen | እምገጹ (emgätsu) = van Zijn aangezicht | በእንተ (bäntä) = over | ምግባሪነ (megbarinä) = onze werken | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ኀጢአትነ (khätiätnä) = onze zonde | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | ተኈለቈ (täkhwäläqwä) = wordt geteld Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **63:10** Nu zullen zij zeggen: Onze ziel is verzadigd van de bezittingen van het onrecht, maar dat verhindert ons niet om neer te dalen in de vlam van de zware Sjeol. Brontekst: ይእዜ (yeze) = nu | ይቤልዎሙ (yebelwomu) = zeggen tot hen | ትፀግብ (tetsägb) = wordt verzadigd | ነፍስነ (näfsnä) = onze ziel | እምንዋየ (emnwayä) = met de bezittingen van | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወኢትከልእ (wäitkäl) = en belet niet | ወሪዶተነ (wäridotänä) = ons neerdalen | እምላህባ (emlahba) = in de vlam | ለክበደ (läkbädä) = voor de zwaarte van | ሲኦል (siol) = de Sjeol Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Luc. 16:9. Zie ook: Luc 16:9 ### Verdreven voor de Zoon des Mensen **63:11** En daarna zal hun aangezicht met duisternis en schaamte vervuld worden voor die Zoon des Mensen, en van voor zijn aangezicht zullen zij verdreven worden, en het zwaard zal voor zijn aangezicht in hun midden wonen. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ይመልእ (yemäl) = vult | ገጾሙ (gätsomu) = hun aangezichten | ጽልመተ (tselmätä) = met duisternis | ወኀፍረተ (wäkhäfrätä) = en schaamte | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ዝኩ (zeku) = die | ወልደ (wäldä) = de zoon van | እጓለ (egwalä) = de kinderen van | እመሕያው (emähyaw) = de mens | ወእምቅድመ (wämqdmä) = en vóór | ገጹ (gätsu) = zijn aangezicht | ይሰደዱ (yesädädu) = verdreven worden | ወሰይፍ (wäsäyf) = en het zwaard | የኀድር (yäkhädr) = woont | ቅድመ (qedmä) = voor | ገጹ (gätsu) = zijn aangezicht | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **63:12** En zo sprak Yahweh van de geesten: Dit is de verordening en het oordeel over de heersers en koningen en verhevenen en zij die het land bezitten, voor het aangezicht van Yahweh van de geesten. Brontekst: ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ይቤ (yebe) = zei | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ዝንቱ (zentu) = dit | ውእቱ (wetu) = dat | ሥርዐቶሙ (serätomu) = hun inzetting | ወኲነኔሆሙ (wäkwinänehomu) = en hun oordeel | ለአዚዛን (lääzizan) = voor de heersers | ወለነገሥት (wälänägäst) = en voor de koningen | ወለልዑላን (wälälulan) = en voor de verhevenen | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ይእኅዝዋ (yekhzwa) = die haar bezitten | ለየብስ (läyäbs) = het land | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 64 _De gevallen engelen_ ### Andere gestalten **64:1** En ik zag daar andere gestalten, verborgen. Brontekst: ወካልአ (wäkalä) = en andere | ገጻተ (gätsatä) = gestalten | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በውእቱ (bäwtu) = in die | መካን (mäkan) = plaats | ኅቡኣተ (khebuatä) = verborgen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **64:2** Ik hoorde de stem van de engel die zei: Dit zijn de engelen die uit de hemel op de aarde zijn neergedaald. Zij hebben het verborgene aan de mensenkinderen onthuld. Zij hebben de mensenkinderen verleid, zodat zij zonde deden. Brontekst: ሰማዕኩ (sämaku) = ik hoorde | ቃሎ (qalo) = zijn stem | ለመልአክ (lämäläk) = de engel | እንዘ (enzä) = terwijl | ይብል (yebl) = zeggend | እሉ (elu) = deze | እሙንቱ (emuntu) = zij | መላእክት (mälakt) = de engelen | እለ (elä) = die | ወረዱ (wärädu) = zijn neergedaald | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወዘኅቡእ (wäzäkhbu) = en wat verborgen is | ከሠቱ (käsätu) = zij hebben onthuld | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ወአስሐትዎሙ (wääshätwomu) = en zij verleidden | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ከመ (kämä) = dat; als | ይግበሩ (yegbäru) = dat zij doen | ኀጢአተ (khätiätä) = zonde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:1–4. Zie ook: Gen 6:1–4 ## Henoch 65 _Noach roept Henoch_ ### De aarde helt over **65:1** En in die dagen zag Noach dat de aarde was overgeheld en dat haar ondergang nabij was. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ርእየ (reyä) = zag | ኖኅ (nokh) = Noach | ምድረ (medrä) = de aarde van | ከመ (kämä) = dat; als | አድነነት (ädnänät) = helde over | ወከመ (wäkämä) = en dat | ቅሩብ (qerub) = nabij | ሐጒላ (hägwila) = haar ondergang Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:11–13. Zie ook: Gen 6:11–13 **65:2** En hij hief zijn voeten op vandaar en ging tot de einden van de aarde, en riep tot zijn voorvader Henoch, en Noach zei met bittere stem: Hoor mij, hoor mij, hoor mij, driemaal. Brontekst: ወአንሥአ (wäänsä) = en hij hief op | እገሪሁ (egärihu) = zijn voeten | እምህየ (emhyä) = vandaar | ወሖረ (wähorä) = en ging | እስከ (eskä) = tot | አጽናፈ (ätsnafä) = de uiteinden van | ምድር (medr) = de aarde | ወጸርኀ (wätsärkhä) = en riep | ለእምሔዉ (lämhewu) = tot zijn voorvader | ሄኖክ (henok) = Henoch | ወይቤ (wäybe) = en hij zei | ኖኅ (nokh) = Noach | በቃል (bäqal) = met een stem | መሪር (märir) = bitter | ስምዐኒ (semäni) = hoor mij | ስምዐኒ (semäni) = hoor mij | ስምዐኒ (semäni) = hoor mij | ሥልሰ (selsä) = driemaal Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:21–29. Zie ook: Gen 5:21–29 **65:3** En hij zei tot hem: Vertel mij wat er op aarde gedaan wordt, want de aarde is zo ziek en geschokt; misschien zal ik met haar vergaan. Brontekst: ወይቤሎ (wäybelo) = en hij zei tot hem | ንግረኒ (negräni) = vertel mij | ምንት (ment) = wat | ውእቱ (wetu) = dat | ዘይትገበር (zäytgäbär) = dat geschiedt | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | እስመ (esmä) = omdat | ከመዝ (kämäz) = zo | ሰርሐት (särhät) = is ziek | ምድር (medr) = de aarde | ወአንቀልቀለት (wäänqälqälät) = en wankelde | ዮጊ (yogi) = dat misschien | አነ (änä) = ik | እትኀጐል (etkhägwäl) = ik word verdelgd | ምስሌሃ (mesleha) = met haar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **65:4** En daarna was er een grote onrust op aarde, en een stem werd uit de hemel gehoord, en ik viel op mijn aangezicht. Brontekst: ወበድኅረ (wäbädkhrä) = en daarna | ውእቱ (wetu) = dat | ጊዜ (gize) = de tijd van | ኮነ (konä) = is | ሀውክ (häwk) = onrust | ዐቢይ (äbiy) = grote | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወተሰምዐ (wätäsämä) = en er werd gehoord | ቃል (qal) = stem | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ወወደቁ (wäwädäqu) = en ik viel | በገጽየ (bägätsyä) = op mijn aangezicht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **65:5** En mijn voorvader Henoch kwam en stond bij mij en zei tot mij: Waarom heb je met zo'n bitter geroep en geween tot mij geroepen? Brontekst: ወመጽአ (wämätsä) = en kwam | ሄኖክ (henok) = Henoch | እምሔውየ (emhewyä) = mijn voorvader | ወቆመ (wäqomä) = en stond | ኀቤየ (khäbeyä) = tot mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ለምንት (lämnt) = waarom | ጸራኅከ (tsärakhkä) = je riep | ኀቤየ (khäbeyä) = tot mij | ጽራኀ (tserakhä) = geroep | መሪረ (märirä) = bitter | ወብካየ (wäbkayä) = en geween Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De geheimen van de engelen **65:6** Een bevel is uitgegaan van het aangezicht van Yahweh over hen die op het land wonen, dat dit hun einde zal zijn, want zij kennen alle geheimen van de engelen en al het geweld van de satans en al hun verborgen kracht, en alle kracht van hen die tovenarij bedrijven en de kracht van de bezweringen en de kracht van hen die gegoten beelden maken voor heel de aarde, Brontekst: ወትእዛዝ (wätzaz) = en een bevel | ወፅአ (wätsä) = is uitgegaan | እምኀበ (emkhäbä) = vanwaar | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ዲበ (dibä) = op | እለ (elä) = die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ውስተ (westä) = in | የብስ (yäbs) = het land | ከመ (kämä) = dat; als | ውእቱ (wetu) = dat | ይኩን (yekun) = het geschiedt | ኅልቀቶሙ (khelqätomu) = hun einde | እስመ (esmä) = omdat | አእመሩ (ämäru) = zij begrepen het | ኲሎ (kwilo) = alle | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ግፍዐ (gefä) = onrecht | ሰይጣናት (säytanat) = satans | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ኀይሎሙ (khäylomu) = hun kracht | ኅቡአ (khebuä) = het verborgene | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ኀይሎሙ (khäylomu) = hun kracht | ለእለ (lälä) = van hen die | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ሥራያተ (serayatä) = toverkunsten | ወኀይሎሙ (wäkhäylomu) = en hun kracht | ለኅብራት (läkhbrat) = de bezweringen | ወኀይሎሙ (wäkhäylomu) = en hun kracht | ለእለ (lälä) = van hen die | ይሠብኩ (yesäbku) = die gieten | ሥብኮ (sebko) = gegoten beelden | ኲሉ (kwilu) = alle | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **65:7** en hoe zilver uit het stof van de aarde voortkomt, en hoe zacht metaal op de aarde ontstaat. Brontekst: ወእስኩ (wäsku) = en (hoe) | እፎ (efo) = hoe | ይትወለድ (yetwäläd) = wordt geboren | ብሩር (berur) = zilver | እምጸበለ (emtsäbälä) = uit het stof van | ምድር (medr) = de aarde | ወእፎ (wäfo) = en hoe | ይከውን (yekäwn) = ontstaat | ነጠብጣብ (nätäbtab) = zacht metaal | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **65:8** Want lood en tin worden niet uit de aarde voortgebracht zoals het eerste; er is een bron die ze voortbrengt, en een engel staat daarin, en die engel is uitnemend. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ዐረር (ärär) = lood | ወናእክ (wänak) = en tin | ኢይትወለድ (iytwäläd) = wordt niet geboren | እምድር (emdr) = van de aarde | ከመ (kämä) = dat; als | ቀዳሚ (qädami) = eerst | ነቅዕ (näq) = een bron | ውእቱ (wetu) = dat | ዘይወልዶሙ (zäywäldomu) = die hen voortbrengt | ወመልአክ (wämäläk) = en een engel | ዘይቀውም (zäyqäwm) = die staat | ውስቴታ (westeta) = daarin | ወይበድር (wäybädr) = en hij is uitnemend | ውእቱ (wetu) = dat | መልአክ (mäläk) = de engel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Henoch troost Noach **65:9** En daarna nam mijn voorvader Henoch mij bij de hand en richtte mij op en zei tot mij: Ga, want ik heb Yahweh van de geesten naar deze onrust op aarde gevraagd. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | አኀዘኒ (äkhäzäni) = greep mij | እምሔውየ (emhewyä) = mijn voorvader | ሄኖክ (henok) = Henoch | በእዴሁ (bädehu) = bij zijn hand | ወአንሥአኒ (wäänsäni) = en hij deed mij opstaan | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ሑር (hur) = ga | እስመ (esmä) = omdat | ተስእልክዎ (täslkwo) = ik vroeg hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | በእንተዝ (bäntäz) = hierom | ሀውክ (häwk) = onrust | ዘዲበ (zädibä) = die op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **65:10** En Hij zei tot mij: **„Om hun onrecht is hun oordeel voltooid en het wordt niet voor Mij gerekend, vanwege de maanden die zij onderzochten. Zij leerden dat de aarde en zij die haar bewonen zullen vergaan.”** Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en Hij zei tot mij | በእንተ (bäntä) = over | ዐመፃሆሙ (ämätsahomu) = hun onrecht | ተፈጸመት (täfätsämät) = is voltooid | ኲነኔሆሙ (kwinänehomu) = hun oordeel | ወኢይትኌለቊ (wäiytkhweläqwi) = en wordt niet geteld | በቅድሜየ (bäqdmeyä) = voor Mij | በእንተ (bäntä) = over | አውራኅ (äwrakh) = maanden | ዘኀሠሡ (zäkhäsäsu) = die zij zochten | ወአእመሩ (wäämäru) = en zij wisten | ከመ (kämä) = dat; als | ምድር (medr) = de aarde | ትትሐጐል (tethägwäl) = zal verloren gaan | ወእለ (wälä) = en die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲቤሃ (dibeha) = daarop Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **65:11** En voor deze is er geen terugkeer in eeuwigheid, omdat zij hun het verborgene toonden, en zij zijn veroordeeld; maar niet voor jou, mijn zoon: Yahweh van de geesten weet dat je rein en goed bent, vrij van het verwijt over de geheimen. Brontekst: ወለእሉ (wälälu) = en voor deze | ምግባእ (megba) = terugkeer | አልቦሙ (älbomu) = zij hebben niet | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | እስመ (esmä) = omdat | አርአይዎሙ (äräywomu) = zij toonden hun | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is | ወእለ (wälä) = en die | ተኰነኑ (täkwänänu) = zijn veroordeeld | ወአኮ (wääko) = en niet | ለከ (läkä) = aan jou | አንተ (äntä) = jij | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | አእመረ (ämärä) = weet | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | እስመ (esmä) = omdat | ንጹሕ (netsuh) = rein | ወኄር (wäkher) = en goed | አንተ (äntä) = jij | እምዝ (emz) = dan deze | ሒስ (his) = verwijt | ዘኅቡኣት (zäkhbuat) = over het verborgene Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **65:12** En Hij heeft jouw naam onder de heiligen bevestigd en zal je bewaren voor hen die op het land wonen, en jouw zaad heeft Hij in gerechtigheid bevestigd tot koningschap en grote heerlijkheden, en uit jouw zaad zal een bron van rechtvaardigen en heiligen voortkomen, zonder getal tot in eeuwigheid. Brontekst: ወአጽንዖ (wäätsno) = en Hij heeft bevestigd | ለስምከ (läsmkä) = jouw naam | በማዕከለ (bämakälä) = te midden van | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወየዐቅበከ (wäyääqbäkä) = en Hij zal je bewaren | እምእለ (emlä) = van hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ወአጽንዖ (wäätsno) = en Hij heeft bevestigd | ለዘርእከ (läzärkä) = jouw zaad | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | ለነገሥት (länägäst) = van de koningen | ወለስብሐት (wäläsbhät) = en tot heerlijkheid | ዐቢያት (äbiyat) = groot | ወእምዘርእከ (wämzärkä) = en uit jouw zaad | ይወፅእ (yewäts) = komt voort | ነቅዐ (näqä) = een bron van | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወቅዱሳን (wäqdusan) = en de heiligen | ወኊልቊ (wäkhwilqwi) = en getal | አልቦሙ (älbomu) = zij hebben niet | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:8–9. Zie ook: Gen 6:8–9 ## Henoch 66 _De engelen van het water_ ### De engelen van de gesel **66:1** En daarna toonde hij mij de engelen van de gesel, die bereid zijn om te komen en alle macht van het water onder de aarde los te laten, zodat het tot oordeel en verderf zal zijn voor allen die op het land leven en wonen. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | መቅሠፍት (mäqsäft) = plaag | እለ (elä) = die | ድልዋን (delwan) = bereid | ከመ (kämä) = dat; als | ይምጽኡ (yemtsu) = dat zij komen | ወይፍትሑ (wäyfthu) = en losmaken | ኲሎ (kwilo) = alle | ኀይለ (khäylä) = de kracht van | ማይ (may) = water | ዘመትሕተ (zämäthtä) = dat onder | ምድር (medr) = de aarde | ከመ (kämä) = dat; als | ይኩን (yekun) = het geschiedt | ለኲነኔ (läkwinäne) = voor het oordeel | ወለሐጒል (wälähägwil) = en tot verderf | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | እለ (elä) = die | ይነብሩ (yenäbru) = zij leven | ወየኀድሩ (wäyäkhädru) = en wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 7:11. Zie ook: Gen 7:11 **66:2** En Yahweh van de geesten gebood de engelen die uitgingen dat zij hun handen niet zouden opheffen maar zouden bewaken, want die engelen waren over de kracht van de wateren. Brontekst: ወአዘዘ (wääzäzä) = en gebood | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | እለ (elä) = die | ይወፅኡ (yewätsu) = zij uitkomen | ከመ (kämä) = dat; als | እያንሥኡ (eyansu) = dat zij niet zouden opheffen | እደወ (edäwä) = hun handen | ወይዕቀቡ (wäyqäbu) = maar bewaken | እስመ (esmä) = omdat | እልክቱ (elktu) = die | መላእክት (mälakt) = de engelen | ዲበ (dibä) = op | ኀይለ (khäylä) = de kracht van | ማያት (mayat) = wateren | ሀለዉ (häläwu) = waren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **66:3** En ik ging weg van het aangezicht van Henoch. Brontekst: ወወፃእኩ (wäwätsaku) = en ik ging weg | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | ሄኖክ (henok) = Henoch Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 67 _Yahweh spreekt tot Noach; de wateren van het oordeel_ ### Het woord tot Noach **67:1** En in die dagen kwam het woord van Yahweh tot mij, en Hij zei tot mij: **„Noach, zie, jouw lot is tot Mij opgestegen, een lot zonder verwijt, een lot van liefde en rechtvaardigheid.** Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ኮነ (konä) = is | ቃለ (qalä) = het woord van | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | ኀቤየ (khäbeyä) = tot mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en Hij zei tot mij | ኖኅ (nokh) = Noach | ናሁ (nahu) = zie | ክፍልከ (keflkä) = jouw lot | ዐርገ (ärgä) = is opgestegen | ኀቤየ (khäbeyä) = tot Mij | ክፍል (kefl) = deel | ዘአልቦቱ (zäälbotu) = dat geen heeft | ሒስ (his) = verwijt | ክፍለ (keflä) = het lot van | ፍቅር (feqr) = liefde | ወርትዕ (wärt) = en rechtvaardigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **67:2** **En nu maken de engelen een houten werk, en wanneer zij met die taak klaar zijn, zal Ik Mijn hand daarop leggen en het bewaren, en daaruit zal het zaad van het leven komen, en een verandering zal intreden, zodat het land niet kaal zal blijven.** Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | መላእክት (mälakt) = de engelen | ዕፀወ (etsäwä) = met bomen | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ወፅኡ (wätsu) = zijn klaar | ለውእቱ (läwtu) = die | መልእክት (mälkt) = taak | እወዲ (ewädi) = zal Ik stellen | እዴየ (edeyä) = mijn hand | ዲቤሃ (dibeha) = daarop | ወአዐቅባ (wäääqba) = en Ik zal haar bewaren | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ዘርአ (zärä) = zaad | ሕይወት (heywät) = het leven | ወተውላጠ (wätäwlatä) = en de verandering van | ይባእ (yeba) = zal ontstaan | ከመ (kämä) = dat; als | ኢይንበር (iynbär) = dat niet blijft | የብስ (yäbs) = het land | ዕራቆ (eraqo) = kaal Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:14–16; 7:23. Zie ook: Gen 6:14–16; Gen 7:23 **67:3** **En Ik zal jouw zaad voor Mijn aangezicht bevestigen tot in alle eeuwigheid, en Ik zal hen die met jou wonen zaaien over het aangezicht van het land; het zal gezegend worden en zich vermenigvuldigen op het land in de naam van Yahweh.”** Brontekst: ወአጸንዖ (wäätsäno) = en Ik zal bevestigen | ለዘርእከ (läzärkä) = jouw zaad | በቅድሜየ (bäqdmeyä) = voor Mij | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወእዘርኦሙ (wäzäromu) = en Ik zal hen zaaien | ለእለ (lälä) = van hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ምስሌከ (meslekä) = met jou | ውስተ (westä) = in | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | የብስ (yäbs) = het land | ወይትባረክ (wäytbaräk) = en het zal gezegend worden | ወይትባዛኅ (wäytbazakh) = en zal zich vermenigvuldigen | ቅድመ (qedmä) = voor | የብስ (yäbs) = het land | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 9:1, 7. Zie ook: Gen 9:1 ### Het brandende dal **67:4** En zij zullen die engelen opsluiten die het onrecht getoond hebben, in dat brandende dal dat mijn voorvader Henoch mij eerder getoond had in het westen, bij de bergen van goud en zilver en ijzer en zacht metaal en tin. Brontekst: ወየዐፅውዎሙ (wäyäätswwomu) = en zij zullen hen opsluiten | ለእልክቱ (lälktu) = van die | መላእክት (mälakt) = de engelen | እለ (elä) = die | አርአይዋ (äräywa) = hebben haar getoond | ለዐመፃ (läämätsa) = het onrecht | ውስተ (westä) = in | ይእቲ (yeti) = dat is | ቈላ (qwäla) = een dal | እንተ (entä) = die | ትነድድ (tenädd) = brandde | እንተ (entä) = die | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ቀዳሚ (qädami) = eerst | እምሔውየ (emhewyä) = van mijn grootvader | ሄኖክ (henok) = Henoch | በዐረብ (bääräb) = in het westen | በኀበ (bäkhäbä) = waar | አድባረ (ädbarä) = de bergen van | ወርቅ (wärq) = goud | ወብሩር (wäbrur) = en zilver | ወሐፂን (wähätsin) = en ijzer | ወነጠብጣብ (wänätäbtab) = en zacht metaal | ወናእክ (wänak) = en tin Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **67:5** En ik zag dat dal waarin een grote onrust was en de wateren in beroering waren. Brontekst: ወርኢክዋ (wärikwa) = en ik zag haar | ለይእቲ (läyti) = deze | ቈላ (qwäla) = een dal | እንተ (entä) = die | ሀውክ (häwk) = onrust | ዐቢይ (äbiy) = grote | ባቲ (bati) = erin | ወተሀውኮ (wätähäwko) = en waren beroerd | ማያት (mayat) = wateren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **67:6** En toen dit alles geschied was, ontstond uit dat vloeibare vuurmetaal en uit de onrust die zij op die plaats veroorzaakten, een zwavelgeur, en die verbond zich met die wateren; en dat dal van de engelen die verleid hebben, brandt onder die aarde. Brontekst: ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ኲሉ (kwilu) = alle | ሶበ (sobä) = wanneer | ተገብረ (tägäbrä) = werd gemaakt | እምውእቱ (emwtu) = uit dat | ነጠብጣበ (nätäbtabä) = vloeibaar metaal van | እሳት (esat) = vuur | ወሀውኮሙ (wähäwkomu) = en hun onrust | ዘየሀውኮሙ (zäyähäwkomu) = die hen beroerde | በውእቱ (bäwtu) = in die | መካን (mäkan) = plaats | ተወልደ (täwäldä) = werd geboren | ፄና (tsena) = een geur | ተይ (täy) = zwavel | ወተኀብረ (wätäkhäbrä) = en verbond zich | ምስለ (meslä) = met | እልኩ (elku) = die | ማያት (mayat) = wateren | ወይእቲ (wäyti) = en die | ቈላ (qwäla) = een dal | እንተ (entä) = die | መላእክት (mälakt) = de engelen | እለ (elä) = die | አስሐቱ (äshätu) = verleidden | ትነድድ (tenädd) = brandde | መትሕተ (mäthtä) = de diepte van | ይእቲ (yeti) = dat is | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **67:7** En door de dalen daarvan komen stromen van vuur uit, op de plaats waar die engelen geoordeeld worden. Zij hebben degenen verleid die op het land wonen. Brontekst: ወእንተ (wäntä) = en waarvan | ቈላተ (qwälatä) = dalen van | ዚአሃ (ziäha) = van haar | አፍላገ (äflagä) = stromen van | እሳት (esat) = vuur | ይወፅኡ (yewätsu) = zij uitkomen | በኀበ (bäkhäbä) = waar | ይትኴነኑ (yetkwenänu) = worden geoordeeld | እልክቱ (elktu) = die | መላእክት (mälakt) = de engelen | እለ (elä) = die | አስሐትዎሙ (äshätwomu) = zij verleidden hen | ለእለ (lälä) = van hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De wateren van het oordeel **67:8** En die wateren zullen in die dagen dienen voor de koningen en heersers en verhevenen en hen die het land bewonen, tot genezing van ziel en lichaam en tot oordeel over de geest. En hun geest zal vol lust zijn, zodat hun lichaam wordt gestraft. Want zij hebben Yahweh van de geesten verloochend en zij zien hun oordeel elke dag en geloven niet in Zijn naam. Brontekst: ወይከውኑ (wäykäwnu) = en zij zullen zijn | እልክቱ (elktu) = die | ማያት (mayat) = wateren | በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ለነገሥት (länägäst) = van de koningen | ወለአዚዛን (wälääzizan) = en voor de heersers | ወለልዑላን (wälälulan) = en voor de verhevenen | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ለፈውሰ (läfäwsä) = tot genezing van | ነፍስ (näfs) = ziel | ወሥጋ (wäsga) = en vlees | ወለኲነኔ (wäläkwinäne) = en tot oordeel over | መንፈስ (mänfäs) = geest | ወተውኔተ (wätäwnetä) = en lust | ይመልእ (yemäl) = vult | መንፈሶሙ (mänfäsomu) = hun geest | ከመ (kämä) = dat; als | ይትኰነኑ (yetkwänänu) = worden veroordeeld | ሥጋሆሙ (segahomu) = hun vlees | እስመ (esmä) = omdat | ክህድዎ (kehdwo) = zij verloochend hebben | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወይሬእዩ (wäyreyu) = en zij zien | ኲነኔሆሙ (kwinänehomu) = hun oordeel | እንተ (entä) = die | ኲሉ (kwilu) = alle | ዕለት (elät) = dag | ወኢየአምኑ (wäiyäämnu) = en zij geloven niet | በስሙ (bäsmu) = in de naam van Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **67:9** En naarmate de hitte van hun lichaam hevig brandt, zal er een overeenkomstige verandering zijn voor de geest tot in alle eeuwigheid; want voor het aangezicht van Yahweh van de geesten zal niemand een ijdel woord spreken. Brontekst: ወከመ (wäkämä) = en dat | ብዙኀ (bezukhä) = veel | ውዕየ (weyä) = brandde | ሥጋሆሙ (segahomu) = hun vlees | ከመዝ (kämäz) = zo | ቦሙ (bomu) = daarmee | ተውላጥ (täwlat) = verandering | ለመንፈስ (lämänfäs) = voor de geest | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | እስመ (esmä) = omdat | አልቦ (älbo) = er is niet | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ዘይትናገር (zäytnagär) = dat spreekt | በነገረ (bänägärä) = door het woord van | በክ (bäk) = ijdel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **67:10** Want het oordeel komt over hen, omdat zij geloven in de lust van hun lichaam en de Geest van Yahweh verloochenen. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ትመጽእ (temäts) = komt | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | እስመ (esmä) = omdat | የአምኑ (yäämnu) = zij geloven | በተውኔተ (bätäwnetä) = in de lust van | ሥጋሆሙ (segahomu) = hun vlees | ወመንፈሰ (wämänfäsä) = en de Geest van | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ይክህዱ (yekhdu) = zij loochenen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **67:11** En diezelfde wateren zullen in die dagen een verandering ondergaan; want wanneer die engelen in die dagen geoordeeld worden, zal de hitte van die waterbronnen veranderen, en wanneer de engelen opstijgen, zal dat water van de bronnen veranderen en koud worden. Brontekst: ወኪያሁ (wäkiyahu) = en dit | ማያት (mayat) = wateren | በውእቱ (bäwtu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ቦሙ (bomu) = zij hebben | ተውላጥ (täwlat) = verandering | እስመ (esmä) = omdat | ሶበ (sobä) = wanneer | ይትኴነኑ (yetkwenänu) = worden geoordeeld | እልኩ (elku) = die | መላእክት (mälakt) = de engelen | በውእቱ (bäwtu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይትዌለጥ (yetwelät) = verschillend | ዋዕዮሙ (wayomu) = hun hitte | ለእልክቱ (lälktu) = van die | አንቅዕተ (änqtä) = bronnen van | ማያት (mayat) = wateren | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | የዐርጉ (yäärgu) = zij zullen opstijgen | መላእክት (mälakt) = de engelen | ይትዌለጥ (yetwelät) = verschillend | ዝኩ (zeku) = die | ማይ (may) = water | ዘአንቅዕት (zäänqt) = van de bronnen | ወይቈርር (wäyqwärr) = en koud wordt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **67:12** En ik hoorde de heilige Michaël antwoorden en zeggen: Dit oordeel waarmee de engelen geoordeeld worden is een getuigenis voor de koningen en heersers en hen die het land bezitten. Brontekst: ወሰማዕክዎ (wäsämakwo) = en ik hoorde hem | ለቅዱስ (läqdus) = de heilige | ሚካኤል (mikael) = Michaël | እንዘ (enzä) = terwijl | ያወሥእ (yawäs) = antwoordde | ወይብል (wäybl) = en hij zegt | ዛቲ (zati) = deze | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | እንተ (entä) = die | ይትኴነኑ (yetkwenänu) = worden geoordeeld | መላእክት (mälakt) = de engelen | ሰማዕት (sämat) = getuigenis | ይእቲ (yeti) = dat is | ለነገሥት (länägäst) = van de koningen | ወለአዚዛን (wälääzizan) = en voor de heersers | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ይእኅዝዋ (yekhzwa) = die haar bezitten | ለየብስ (läyäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **67:13** Want dit zijn wateren van oordeel tot genezing van de engelen en tot de dood van hun lichaam; en zij zien het niet en geloven niet dat die wateren zullen veranderen en tot een vuur worden dat brandt tot in eeuwigheid. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | እሉ (elu) = deze | ማያተ (mayatä) = de wateren van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ለፈውሰ (läfäwsä) = tot genezing van | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen | ለመላእክት (lämälakt) = van de engelen | ወለሞተ (wälämotä) = en voor de dood van | ሥጋሆሙ (segahomu) = hun vlees | ወኢይሬእዩ (wäiyreyu) = en zij zien niet | ወኢየአምኑ (wäiyäämnu) = en zij geloven niet | ከመ (kämä) = dat; als | ይትመየጡ (yetmäyätu) = veranderen | እሙንቱ (emuntu) = zij | ማያት (mayat) = wateren | ወይከውኑ (wäykäwnu) = en zij zullen zijn | እሳተ (esatä) = een vuur van | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ለፈውሰ ዚአሆሙ ለመላእክት (‘tot genezing van de engelen’) is moeilijk; het verband met de koningen uit vers 12 is onzeker. ## Henoch 68 _Het oordeel over de engelen_ **68:1** En daarna gaf mijn voorvader Henoch mij het teken van alle verborgen dingen in het boek en de gelijkenissen die hem gegeven waren, en hij voegde ze voor mij samen in de woorden van het Boek van de Gelijkenissen. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ወሀበኒ (wähäbäni) = en gaf mij | ትእምርተ (temrtä) = het teken van | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ኅብኣት (khebat) = verborgen dingen | በመጽሐፍ (bämätshäf) = in het boek | እምሔውየ (emhewyä) = van mijn grootvader | ሄኖክ (henok) = Henoch | ወምሳልያተ (wämsalyatä) = en gelijkenissen | ዘተውህባ (zätäwhba) = die gegeven waren | ሎቱ (lotu) = hem | ወደመሮሙ (wädämäromu) = en hij voegde ze samen | ሊተ (litä) = voor mij | በነገረ (bänägärä) = door het woord van | መጽሐፍ (mätshäf) = het boek | ዘምሳሌ (zämsale) = van de gelijkenis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Michaël en Rafaël **68:2** En op die dag antwoordde de heilige Michaël Rafaël en zei: De kracht van de geest doet mij smelten en beven vanwege de strengheid van het oordeel over de verborgen dingen, het oordeel over de engelen: wie kan de zware last verdragen van het oordeel dat is uitgevoerd en blijft staan, en waarvoor zij wegsmelten? Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | አውሥኦ (äwso) = antwoordde hem | ቅዱስ (qedus) = de heilige | ሚካኤል (mikael) = Michaël | እንዘ (enzä) = terwijl | ይብል (yebl) = zeggend | ለሩፋኤል (lärufael) = tot Rafaël | ኀይሉ (khäylu) = de kracht | ለመንፈስ (lämänfäs) = voor de geest | ይመስጠኒ (yemästäni) = doet mij smelten | ወያምዕዐኒ (wäyamäni) = en doet mij beven | ወበእንተ (wäbäntä) = en over | ዕፀቡ (etsäbu) = zijn zwaarte | ለኲነኔ (läkwinäne) = voor het oordeel | እንተ (entä) = die | ኅቡኣት (khebuat) = verborgen | ለኲነኔ (läkwinäne) = voor het oordeel | መላእክት (mälakt) = de engelen | መኑ (mänu) = wie | ውእቱ (wetu) = dat | ዘይክል (zäykl) = zal kunnen | ተዐግሦተ (täägsotä) = verdragen | ዕፁበ (etsubä) = zwaar | ለእንተ (läntä) = voor wie | ተገብረት (tägäbrät) = werd uitgevoerd | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ወነበረት (wänäbärät) = en bleef | ወይትመሰዉ (wäytmäsäwu) = en zullen smelten | በቅድሜሃ (bäqdmeha) = tegenover haar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **68:3** En opnieuw antwoordde de heilige Michaël en zei tot Rafaël: Wie is het, van wie het hart niet week wordt over dit oordeel en van wie de nieren niet beroerd worden door dit woord van oordeel? Dat woord is over hen uitgegaan vanwege hen die hen zo uitgedreven hebben. Brontekst: ወአውሥአ (wääwsä) = en hij nam het woord | ካዕበ (kabä) = wederom | ወይቤሎ (wäybelo) = en zei tot hem | ቅዱስ (qedus) = de heilige | ሚካኤል (mikael) = Michaël | ለሩፋኤል (lärufael) = tot Rafaël | መኑ (mänu) = wie | ውእቱ (wetu) = dat | ዘኢያረኀርኅ (zäiyaräkhärkh) = wiens hart niet week wordt | ልቦ (lebo) = zijn hart | ዲቤሃ (dibeha) = daarop | ወኢይትሀወክ (wäiythäwäk) = en niet beroerd wordt | ኲልያቲሁ (kwilyatihu) = zijn nieren | እምዛቲ (emzati) = door dit | ቃል (qal) = stem | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ወፅአት (wätsät) = ging uit | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ዘአውፅእዎሙ (zääwtswomu) = die hen uitdreven | ከመዝ (kämäz) = zo Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **68:4** En het gebeurde toen hij voor het aangezicht van Yahweh van de geesten stond, dat de heilige Michaël zo tot Rafaël zei: Zij zullen geen plaats hebben in de ogen van Yahweh, want Yahweh van de geesten is vertoornd op hen, omdat zij handelen alsof zij Yahweh waren. Brontekst: ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ሶበ (sobä) = wanneer | ቆመ (qomä) = staat | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ይቤሎ (yebelo) = zei tot hem | ቅዱስ (qedus) = de heilige | ሚካኤል (mikael) = Michaël | ለሩፋኤል (lärufael) = tot Rafaël | ወኢይከውን (wäiykäwn) = en het zal niet zijn | ሎሙ (lomu) = voor hen | በውስተ (bäwstä) = in | ዐይነ (äynä) = het oog van | እግዚእ (egzi) = Yahweh | እስመ (esmä) = omdat | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ተምዕዖሙ (tämomu) = werd boos op hen | እስመ (esmä) = omdat | በአምሳለ (bäämsalä) = naar het beeld van | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **68:5** Daarom zal een verborgen oordeel over hen komen tot in eeuwigheid; want noch een engel noch een mens zal zijn deel ontvangen, maar alleen zij hebben hun oordeel ontvangen tot in eeuwigheid. Brontekst: በእንተዝ (bäntäz) = hierom | ይመጽእ (yemäts) = komt | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | እስመ (esmä) = omdat | ኢመልአክ (imäläk) = geen engel | ወኢብእሲ (wäibsi) = en geen mens | ኢይትሜጠው (iytmetäw) = zal ontvangen | መክፈልቶ (mäkfälto) = zijn deel | አላ (äla) = maar | እሙንቱ (emuntu) = zij | ባሕቲቶሙ (bahtitomu) = alleen zij | ተመጠዉ (tämätäwu) = ontvingen | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 69 _De namen van de gevallen engelen en de eed_ **69:1** En daarna zal het oordeel hen doen schrikken en beven, omdat zij dit hebben getoond aan hen die op het land wonen. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ያደነግፅዎሙ (yadänägtswomu) = doen hen schrikken | ወያምዕዕዎሙ (wäyamwomu) = en doen hen beven | እስመ (esmä) = omdat | ዘንተ (zäntä) = dit | አርአዩ (äräyu) = hebben getoond | ለእለ (lälä) = van hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De namen van de engelen **69:2** En zie, de namen van die engelen, en dit zijn hun namen: de eerste van hen is Semjaza, de tweede Artaqifa, de derde Armen, de vierde Kokabeël, de vijfde Turël, de zesde Rumjal, de zevende Danël, de achtste Nuqaël, de negende Baraqeël, de tiende Azazel, de elfde Armers, de twaalfde Batarjal, de dertiende Sasaël, de veertiende Ananël, de vijftiende Turjal, de zestiende Simapisiël, de zeventiende Jeterël, de achttiende Tumaël, de negentiende Turël, de twintigste Rumaël, de eenentwintigste Izezeël. Brontekst: ወነዋ (wänäwa) = en zie | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | ለእልክቱ (lälktu) = van die | መላእክት (mälakt) = de engelen | ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ውእቱ (wetu) = dat | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | ቀዳማየ (qädamayä) = de eerste | ዚአሆሙ (ziähomu) = van hen | ስምያዛ (semyaza) = Semjaza | ወካልኡ (wäkalu) = en de tweede | አርስጢቂፋ (ärstiqifa) = Artaqifa | ወሣልስ (wäsals) = en de derde | አርሜን (ärmen) = Armen | ወራብዕ (wärab) = en de vierde | ከከባኤል (käkäbael) = Kokabeël | ወኃምስ (wäkhams) = en de vijfde | ጡርኤል (turel) = Turël | ወሳድስ (wäsads) = en de zesde | ሩምያል (rumyal) = Rumjal | ወሳብዕ (wäsab) = en de zevende | ዳንኤል (danel) = Danël | ወሳምን (wäsamn) = en de achtste | ኑቃኤል (nuqael) = Nuqaël | ወታስዕ (wätas) = en de negende | በራቅኤል (bäraqel) = Baraqeël | ወዓሥር (wäasr) = en de tiende | አዛዝኤል (äzazel) = Azazel | ፲ወ፩አርምርስ (፲wä፩ärmrs) = de elfde Armers | ፲ወ፪በጠርያል (፲wä፪bätäryal) = de twaalfde Batarjal | ፲ወ፫በሰሳኤል (፲wä፫bäsäsael) = de dertiende Sasaël | ፲ወ፬አናንኤል (፲wä፬änanel) = de veertiende Ananël | ፲ወ፭ጡርያል (፲wä፭turyal) = de vijftiende Turjal | ፲ወ፯ሲማፒሲኤል (፲wä፯simapisiel) = de zestiende Simapisiël | ፲ወ፯ይተርኤል (፲wä፯ytärel) = de zeventiende Jeterël | ፲ወ፰ቱማኤል (፲wä፰tumael) = de achttiende Tumaël | ፲ወ፱ጠርኤል (፲wä፱tärel) = de negentiende Turël | ፳ሩማኤል (፳rumael) = de twintigste Rumaël | ፳ወ፩ዒዜዜኤል (፳wä፩izezeel) = de eenentwintigste Izezeël Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Deze namenlijst verschilt van die in 6:7. Voetnoot Lezing: In de bron staat ፲ወ፯ (17) zowel bij Simapisiël als bij Jeterël; Simapisiël is hier als zestiende gelezen. **69:3** En dit zijn de hoofden van hun engelen en hun namen, en hun bevelhebbers over honderd en bevelhebbers over vijftig en bevelhebbers over tien. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dit | እሙንቱ (emuntu) = zij | አርእስተ (ärstä) = de hoofden van | መላእክቲሆሙ (mälaktihomu) = hun engelen | ወአስማቲሆሙ (wääsmatihomu) = en hun namen | ለመኰንነ (lämäkwännä) = de bevelhebbers van | ፻ዚአሆሙ (፻ziähomu) = hun honderd | ወመኰንነ (wämäkwännä) = en de bevelhebbers van | ፶ዚአሆሙ (፶ziähomu) = hun vijftig | ወመኰንነ (wämäkwännä) = en de bevelhebbers van | ፲ዚአሆሙ (፲ziähomu) = hun tien Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:4** De naam van de eerste is Jeqon: dit is hij die alle kinderen van de heilige engelen verleidde en hen op het land deed neerdalen en hen verleidde met de dochters van de mensen. Brontekst: ስሙ (semu) = zijn naam | ለቀዳማዊ (läqädamawi) = de eerste | ይቁን (yequn) = Jeqon | ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ዘአስሐተ (zääshätä) = die verleidde | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ደቂቀ (däqiqä) = de kinderen van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወአውረዶሙ (wääwrädomu) = en hen deed neerdalen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | ወአስሐቶሙ (wääshätomu) = en hen verleidde | በአዋልደ (bääwaldä) = met de dochters van | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:5** En de tweede heet Asbeël: deze gaf de kinderen van de heilige engelen slechte raad en verleidde hen om hun lichamen met de dochters van de mensen te bederven. Brontekst: ወካልእ (wäkal) = en de tweede | ስሙ (semu) = zijn naam | አስብኤል (äsbel) = Asbeël | ዝንቱ (zentu) = dit | አመሮሙ (ämäromu) = onderrichtte hen | ምክረ (mekrä) = raad | እኩየ (ekuyä) = boze | ለደቂቀ (lädäqiqä) = de kinderen van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወአስሐቶሙ (wääshätomu) = en hen verleidde | ከመ (kämä) = dat; als | ያማስኑ (yamasnu) = zouden bederven | ሥጋሆሙ (segahomu) = hun vlees | በአዋልደ (bääwaldä) = met de dochters van | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:6** En de derde heet Gadreël: dit is hij die de mensenkinderen alle slagen van de dood toonde, en hij verleidde Eva, en hij toonde de mensenkinderen de wapens van de dood: het borstpantser en het schild en het zwaard voor de strijd, en alle wapens van de dood. Brontekst: ወሣልስ (wäsals) = en de derde | ስሙ (semu) = zijn naam | ጋድርኤል (gadrel) = Gadreël | ዝውእቱ (zewtu) = dat is | ዘአርአየ (zääräyä) = die toonde | ኲሎ (kwilo) = alle | ዝብጠታተ (zebtätatä) = slagen | ሞት (mot) = dood | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | አስሐታ (äshäta) = verleidde | ለሔዋን (lähewan) = Eva | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | አርአየ (äräyä) = toonde | ንዋየ (newayä) = wapens van | ሞት (mot) = dood | ለደቂቀ (lädäqiqä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ወድርዐ (wädrä) = en het borstpantser | ወወልታ (wäwälta) = en een schild | ወሰይፈ (wäsäyfä) = en een zwaard van | ለቀትል (läqätl) = voor de strijd | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ንዋየ (newayä) = wapens van | ሞት (mot) = dood | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 3:1–6. Zie ook: Gen 3:1–6 **69:7** En uit zijn hand is het uitgegaan over hen die op het land wonen, van dat moment af en tot in eeuwigheid. Brontekst: ወእምነ (wämnä) = en uit | እዴሁ (edehu) = zijn hand | ወፅአ (wätsä) = is uitgegaan | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ለእለ (lälä) = van hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land | እምይእቲ (emyti) = van dat | ጊዜ (gize) = de tijd van | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:8** En de vierde heet Penemue: deze toonde de mensenkinderen het bittere en het zoete, en hij toonde hun alle verborgenheden van hun wijsheid. Brontekst: ወራብዕ (wärab) = en de vierde | ስሙ (semu) = zijn naam | ፔኔሙዕ (penemu) = Penemue | ዝንቱ (zentu) = dit | አርአየ (äräyä) = toonde | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | መሪረ (märirä) = bitter | ወመዐርዒረ (wämäärirä) = en het zoete | ወአርአዮሙ (wääräyomu) = en hij toonde hun | ኲሎ (kwilo) = alle | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | ጥበቦሙ (tebäbomu) = hun wijsheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Het schrift **69:9** Hij onderwees de mensen in het schrift, met inkt en papier, en daardoor zijn er velen die gedwaald hebben van eeuwigheid tot eeuwigheid en tot deze dag. Brontekst: ውእቱ (wetu) = hij | አለበዎሙ (äläbäwomu) = hij onderrichtte hen | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | መጽሐፈ (mätshäfä) = de schrijfkunst | ወበማየ (wäbämayä) = en met inkt | ሕመት (hemät) = inkt | ወክርታስ (wäkrtas) = en papier | ወበእንተዝ (wäbäntäz) = en daarom | ብዙኃን (bezukhan) = velen | እለ (elä) = die | ስሕቱ (sehtu) = dwaalden | እምዓለም (emaläm) = van eeuwigheid | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወእስከ (wäskä) = en tot | ዛቲ (zati) = deze | ዕለት (elät) = dag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:10** Want de mensen zijn niet daartoe geboren, om zo met pen en inkt hun trouw te bevestigen. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ኢተወልደ (itäwäldä) = werd niet geboren | ሰብእ (säb) = mensen | ለዝ (läz) = voor deze | ከመዝ (kämäz) = zo | በቀለም (bäqäläm) = met pen | ወበማየ (wäbämayä) = en met inkt | ሕመት (hemät) = inkt | ያጽንዑ (yatsnu) = zouden bevestigen | ሃይማኖቶሙ (haymanotomu) = hun trouw Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:11** Want de mensen zijn niet anders geschapen dan als engelen, om rechtvaardig en rein te blijven, en de dood, die alles bederft, zou hen niet hebben aangeraakt; maar door deze kennis van hen komen zij om, en door deze kracht verslindt hij mij. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ኢተፈጥረ (itäfäträ) = is niet geschapen | ሰብእ (säb) = mensen | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | ከመ (kämä) = dat; als | መላእክት (mälakt) = de engelen | ከመ (kämä) = dat; als | ይንበሩ (yenbäru) = zouden blijven | ጻድቃነ (tsadqanä) = rechtvaardig | ወንጹሓነ (wäntsuhanä) = en rein | ወሞት (wämot) = en de dood | ዘኲሎ (zäkwilo) = die alles | ያማስን (yamasn) = zou bederven | እምኢገሰሶሙ (emigäsäsomu) = had hen niet aangeraakt | አላ (äla) = maar | በዝ (bäz) = door deze | አእምሮቶሙ (ämrotomu) = hun kennis | ይትኀጐሉ (yetkhägwälu) = zullen omkomen | ወበዝንቱ (wäbäzntu) = en door dit | ኀይል (khäyl) = kracht | ይበልዐኒ (yebäläni) = verslindt mij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:12** En de vijfde heet Kasdeja: dit is hij die de mensenkinderen alle slechte slagen van geesten en boze geesten toonde, en de slagen van het ongeboren kind in de schoot, zodat het valt, en de slagen van de ziel: de beten van de slang, en de slagen die komen door de middaghitte, het kind van de slang, wiens naam Taba'et is. Brontekst: ወኃምስ (wäkhams) = en de vijfde | ስሙ (semu) = zijn naam | ከስድያዕ (käsdya) = Kasdeja | ዝንቱ (zentu) = dit | አርአየ (äräyä) = toonde | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ኲሎ (kwilo) = alle | ዝብጠታተ (zebtätatä) = slagen | እኩየ (ekuyä) = boze | ዘነፍሳት (zänäfsat) = van de zielen | ወዘአጋንንት (wäzäägannt) = en van de boze geesten | ወዝብጠታተ (wäzbtätatä) = en de slagen van | ጻእጻእ (tsatsa) = het ongeboren kind | በማኅፀን (bämakhtsän) = in de schoot | ከመ (kämä) = dat; als | ይደቅ (yedäq) = om te vallen | ወዝብጠታተ (wäzbtätatä) = en de slagen van | ነፍስ (näfs) = ziel | ንስከተ (neskätä) = beten van | አርዌ (ärwe) = de slang | ወዝብጠተ (wäzbtätä) = en de slag van | ዘይከውን (zäykäwn) = wat geschiedt | በቀትር (bäqätr) = op de middag | ወልዳ (wälda) = haar kind | ለአርዌ (läärwe) = de slang | ዘስሙ (zäsmu) = dat heet | ተባዕት (täbat) = Taba'et Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Taba'et is de naam zoals die in de tekst staat; wat ermee bedoeld is, blijft onduidelijk. ### De verborgen eed **69:13** En dit is het getal van Kesbeël, het hoofd van de eed, die aan de heiligen de eed toonde toen de Allerhoogste in heerlijkheid woonde; en zijn naam is Beqa. Brontekst: ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ውእቱ (wetu) = dat | ኊልቁ (khwilqu) = zijn getal | ለክስብኤል (läksbel) = van Kesbeël | ርእሰ (resä) = het hoofd van | መሐላ (mähäla) = een eed | ዘአርአየ (zääräyä) = die toonde | ለቅዱሳን (läqdusan) = van de heiligen | ሶበ (sobä) = wanneer | የኀድር (yäkhädr) = woont | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | በስብሐት (bäsbhät) = in heerlijkheid | ወስሙ (wäsmu) = en zijn naam | ቤቃ (beqa) = Beqa Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:14** En deze zei tot de heilige Michaël dat hij hun de verborgen naam zou tonen, zodat zij die naam zouden zien en hem in de eed zouden noemen, opdat zij zouden beven voor die naam en eed, zij die de mensenkinderen al het verborgene toonden. Brontekst: ወዝንቱ (wäzntu) = en deze | ይቤሎ (yebelo) = zei tot hem | ለቅዱስ (läqdus) = de heilige | ሚካኤል (mikael) = Michaël | ያርእዮሙ (yaryomu) = dat hij hun toonde | ስመ (semä) = de naam | ኅቡአ (khebuä) = het verborgene | ከመ (kämä) = dat; als | ይርአይዎ (yeräywo) = zij zouden zien | ለውእቱ (läwtu) = die | ስም (sem) = de naam | ኅቡእ (khebu) = het verborgene | ወከመ (wäkämä) = en dat | ይዝክርዎ (yezkrwo) = zij zouden noemen | በመሐላ (bämähäla) = in een eed | ከመ (kämä) = dat; als | ይርዐዱ (yerädu) = beven | እምውእቱ (emwtu) = uit dat | ስም (sem) = de naam | ወመሐላ (wämähäla) = en de eed | እለ (elä) = die | አርአዩ (äräyu) = hebben getoond | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:15** En dit is de kracht van deze eed, want hij is machtig en sterk; en hij legde deze eed, Akae, in de hand van de heilige Michaël. Brontekst: ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ኀይሉ (khäylu) = zijn macht | ለዝ (läz) = voor deze | መሐላ (mähäla) = een eed | እስመ (esmä) = omdat | ኀያል (khäyal) = machtig | ውእቱ (wetu) = dat | ወጽኑዕ (wätsnu) = en sterk | ወአንበሮ (wäänbäro) = en hij plaatste hem | ለዝ (läz) = voor deze | መሐላ (mähäla) = een eed | አካዕ (äka) = Akae | በእዴሁ (bädehu) = aan zijn handen | ለቅዱስ (läqdus) = de heilige | ሚካኤል (mikael) = Michaël Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:16** En dit zijn de verborgenheden van deze eed, en zij zijn vast door zijn eed; en de hemel werd opgehangen voordat de wereld geschapen werd, en tot in eeuwigheid. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dit | እሙንቱ (emuntu) = zij | ኅቡኣቲሁ (khebuatihu) = zijn verborgenheden | ለዝ (läz) = voor deze | መሐላ (mähäla) = een eed | ወጸንዑ (wätsänu) = en zij werden vast | በመሐላሁ (bämähälahu) = door zijn eed | ወሰማይ (wäsämay) = en de hemel | ተሰቅለ (täsäqlä) = hing | ዘእንበለ (zänbälä) = voordat | ይትፈጠር (yetfätär) = geschapen wordt | ዓለም (aläm) = de wereld | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:17** En door hem is de aarde over het water gegrondvest, en uit de verborgen plaatsen van de bergen komen schone wateren voor de levenden, van de schepping van de wereld tot in eeuwigheid. Brontekst: ወቦቱ (wäbotu) = en in hem | ምድር (medr) = de aarde | ተሳረረት (täsarärät) = werd gegrondvest | ዲበ (dibä) = op | ማይ (may) = water | ወእምነ (wämnä) = en uit | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | አድባር (ädbar) = bergen | ይመጽኣ (yemätsa) = komen | ላህያት (lahyat) = schone (wateren) | ለሕያዋን (lähyawan) = van de levenden | ማያት (mayat) = wateren | እምፍጥረተ (emfträtä) = vanaf de schepping van | ዓለም (aläm) = de wereld | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:18** En door die eed is de zee geschapen, en als haar grondslag heeft Hij, voor de tijd van de toorn, zand voor haar neergezet, en zij gaat daar niet overheen, van de schepping van de wereld tot in eeuwigheid. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መሐላ (mähäla) = een eed | ተፈጥረት (täfäträt) = werd geschapen | ባሕር (bahr) = zee | ወመሠረታ (wämäsäräta) = en haar grondslag | ለጊዜ (lägize) = voor de tijd van | መዐት (määt) = de toorn | አንበረ (änbärä) = Hij stelde | ላቲ (lati) = voor haar | ኆፃ (khotsa) = zand | ወኢተኀልፍ (wäitäkhälf) = en zij gaat niet voorbij | እምፍጥረተ (emfträtä) = vanaf de schepping van | ዓለም (aläm) = de wereld | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Job 38:8–11; Jer. 5:22. Zie ook: Job 38:8–11; Jer 5:22 **69:19** En door die eed zijn de diepten vast geworden en staan, en bewegen zich niet van hun plaats, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መሐላ (mähäla) = een eed | ቀላያት (qälayat) = diepten | ጸንዑ (tsänu) = werden vast | ወቆሙ (wäqomu) = en stonden | ወኢይትሐወሱ (wäiythäwäsu) = en bewegen niet | እመካኖሙ (emäkanomu) = van hun plaats | እምዓለም (emaläm) = van eeuwigheid | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:20** En door die eed voltooien zon en maan hun loop, en wijken niet van hun bevel, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መሐላ (mähäla) = een eed | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወወርኅ (wäwärkh) = en de maan | ይፌጽሙ (yefetsmu) = zij voltooien | ምኋሮሙ (mekhwaromu) = hun loop | ወኢየኀልፉ (wäiyäkhälfu) = en zij gaan niet voorbij | እምትእዛዞሙ (emtzazomu) = hun gebod | እምዓለም (emaläm) = van eeuwigheid | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:21** En door die eed voltooien de sterren hun loop, en Hij roept hen bij hun namen en zij antwoorden Hem, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መሐላ (mähäla) = een eed | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ይፌጽሙ (yefetsmu) = zij voltooien | ምኋሮሙ (mekhwaromu) = hun loop | ወአስማቲሆሙ (wääsmatihomu) = en hun namen | ይጼውዕ (yetsew) = roept | ወያወሥእዎ (wäyawäswo) = en zij antwoorden hem | እምዓለም (emaläm) = van eeuwigheid | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 40:26; Ps. 147:4. Zie ook: Ps 147:4; Jes 40:26 **69:22** En zo ook voor het water: de zielen van de winden en alle geesten, en hun wegen uit alle soorten geesten. Brontekst: ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ለማይ (lämay) = voor het water | ነፍሳቲሆሙ (näfsatihomu) = hun zielen | ለነፋሳት (länäfasat) = voor de winden | ወለኲሎሙ (wäläkwilomu) = en over allen | መንፈሳት (mänfäsat) = geesten | ወፍናዋቲሆሙ (wäfnawatihomu) = en hun wegen | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ኅብራተ (khebratä) = soorten van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:23** En daar worden de schatkamers van de stem van de donder bewaard en het licht van de bliksem, en daar worden de schatkamers van de hagel en van de rijp bewaard, en de schatkamers van de mist en de schatkamers van de regen en de dauw. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ይትዐቀብ (yetäqäb) = wordt bewaard | መዛግብተ (mäzagbtä) = de schatkamers van | ቃሉ (qalu) = zijn stem | ለነጐድጓድ (länägwädgwad) = voor de donder | ወብርሃኑ (wäbrhanu) = en zijn licht | ለመብረቅ (lämäbräq) = van de bliksem | ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ይትዐቀብ (yetäqäb) = wordt bewaard | መዛግብተ (mäzagbtä) = de schatkamers van | በረድ (bäräd) = hagel | ወአስሐትያ (wääshätya) = en ijs | ወመዛግብተ (wämäzagbtä) = en schatkamers van | ጊሜ (gime) = mist | ወመዛግብተ (wämäzagbtä) = en schatkamers van | ዝናም (zenam) = regen | ወጠል (wätäl) = en dauw Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:24** En zij allen geloven en danken voor het aangezicht van Yahweh van de geesten en prijzen met al hun kracht, en hun voedsel is alle dankzegging, en zij danken en prijzen en verheffen de naam van Yahweh van de geesten tot in alle eeuwigheid. Brontekst: ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | እሙንቱ (emuntu) = zij | የአምኑ (yäämnu) = zij geloven | ወያአኲቱ (wäyaäkwitu) = en danken | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ወይሴብሑ (wäysebhu) = en prijzen | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ኀይሎሙ (khäylomu) = hun kracht | ወሲሳዮሙ (wäsisayomu) = en hun voedsel | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | አኰቴት (äkwätet) = dankzegging | ይእቲ (yeti) = dat is | ወያአኲቱ (wäyaäkwitu) = en danken | ወይሴብሑ (wäysebhu) = en prijzen | ወያሌዕሉ (wäyalelu) = en verheffen | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:25** En over hen is deze eed vast, en zij worden daardoor bewaard, en hun wegen worden bewaard, en hun loop wordt niet bedorven. Brontekst: ወዲቤሆሙ (wädibehomu) = en over hen | ጸንዐ (tsänä) = is vastgesteld | ዝመሐላ (zemähäla) = deze eed | ወይትዐቀቡ (wäytäqäbu) = en zij worden bewaard | ቦቱ (botu) = daaraan | ወፍናዊሆሙ (wäfnawihomu) = en hun wegen | ይትዐቀቡ (yetäqäbu) = worden bewaard | ወምኋራቲሆሙ (wämkhwaratihomu) = en hun banen | ኢይማስን (iymasn) = wordt niet bedorven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De Zoon des Mensen oordeelt **69:26** En grote vreugde kwam hun toe, en zij zegenden en prezen en verhieven, omdat hun de naam van die Zoon des Mensen geopenbaard was. Brontekst: ወኮኖሙ (wäkonomu) = en kwam hun toe | ፍሥሐ (feshä) = van vreugde | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ወባረኩ (wäbaräku) = en zij zegenden | ወሰብሑ (wäsäbhu) = en zij prezen | ወአልዐሉ (wäälälu) = en zij verhieven | በእንተ (bäntä) = over | ዘተከሥተ (zätäkästä) = die geopenbaard is | ሎሙ (lomu) = voor hen | ስሙ (semu) = zijn naam | ለውእቱ (läwtu) = die | ወልደ (wäldä) = de zoon van | እጓለ (egwalä) = de kinderen van | እመሕያው (emähyaw) = de mens Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:27** En hij zat op de troon van zijn heerlijkheid, en al het oordeel werd hem gegeven, de Zoon des Mensen, en hij laat de zondaars verdwijnen en vernietigt hen van het aangezicht van de aarde, en hen die de wereld verleid hebben. Brontekst: ወነበረ (wänäbärä) = en zat | ዲበ (dibä) = op | መንበረ (mänbärä) = een troon | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = zijn heerlijkheid | ወርእሱ (wärsu) = en zijn hoofd | ለኲነኔ (läkwinäne) = voor het oordeel | ተውህበ (täwhbä) = is gegeven | ሎቱ (lotu) = hem | ለወልደ (läwäldä) = aan de zoon van | እጓለ (egwalä) = de kinderen van | እምሕያው (emhyaw) = een mens | ወያኀልፍ (wäyakhälf) = en hij zal doen verdwijnen | ወያማስን (wäyamasn) = en vernietigen | ኃጥኣነ (khatanä) = zondaars | እምገጻ (emgätsa) = van het aangezicht van | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወእለ (wälä) = en die | አስሐትዎ (äshätwo) = verleidden | ለዓለም (läaläm) = de wereld Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:28** Met ketenen zullen zij gebonden worden en in hun vergaderplaats van verderf opgesloten, en al hun werken zullen van het aangezicht van de aarde verdwijnen. Brontekst: በሰናስል (bäsänasl) = met ketenen | ይትአሠሩ (yetäsäru) = worden gebonden | ወበማኅበሮሙ (wäbämakhbäromu) = en in hun vergadering | ዘሙስና (zämusna) = van verderf | ይትዐፀዉ (yetätsäwu) = worden opgesloten | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ምግባሮሙ (megbaromu) = hun werken | የኀልፍ (yäkhälf) = gaat voorbij | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **69:29** En van nu af zal er niemand meer zijn die bederft, want die Zoon des Mensen is verschenen en zit op de troon van zijn heerlijkheid, en alles wat kwaad is zal van voor zijn aangezicht verdwijnen en heengaan; en het woord van die Zoon des Mensen zal sterk zijn voor het aangezicht van Yahweh van de geesten. Dit is de derde gelijkenis van Henoch. Brontekst: ወእምይእዜሰ (wämyzesä) = en van nu af | ኢይከውን (iykäwn) = zal niet zijn | ዘይማስን (zäymasn) = dat verdorven wordt | እስመ (esmä) = omdat | ውእቱ (wetu) = dat | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ብእሲ (besi) = een man | ተርእየ (täryä) = is verschenen | ወነበረ (wänäbärä) = en zat | ዲበ (dibä) = op | መንበረ (mänbärä) = een troon | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = zijn heerlijkheid | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | እኩይ (ekuy) = kwaad | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጹ (gätsu) = zijn aangezicht | የኀልፍ (yäkhälf) = gaat voorbij | ወየሐውር (wäyähäwr) = en gaat | ወነገፉ (wänägäfu) = en het woord van | ለውእቱ (läwtu) = die | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ብእሲ (besi) = een man | ይጸንዕ (yetsän) = zal sterk zijn | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወልደ ብእሲ is letterlijk ‘zoon van een man’; hier is de Uitverkorene bedoeld, weergegeven als ‘Zoon des Mensen’. ## Henoch 70 _Henoch wordt verheven_ ### Zijn naam wordt verheven **70:1** En het gebeurde daarna dat zijn naam tijdens zijn leven werd verheven, bij die Zoon des Mensen en bij Yahweh van de geesten, boven hen die op het land wonen. Brontekst: ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | እምድኅረዝ (emdkhräz) = daarna | ተለዐለ (täläälä) = werd verheven | ስሙ (semu) = zijn naam | ሕያው (heyaw) = levend | በኀቤሁ (bäkhäbehu) = bij hem | ለውእቱ (läwtu) = die | ወልደ (wäldä) = de zoon van | እጓለ (egwalä) = de kinderen van | እመሕያው (emähyaw) = de mens | በኀበ (bäkhäbä) = waar | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | እምእለ (emlä) = van hen die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | የብስ (yäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **70:2** En hij werd verheven op de wagens van de geest, en zijn naam ging uit onder hen. Brontekst: ወተለዐለ (wätäläälä) = en hij werd verheven | በሠረገላተ (bäsärägälatä) = op de wagens van | መንፈስ (mänfäs) = geest | ወወፅአ (wäwätsä) = en er ging uit | ስም (sem) = de naam | በማእከሎሙ (bämakälomu) = in hun midden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:24; 2 Kon. 2:11. Zie ook: Gen 5:24; 2 Kon 2:11 **70:3** En vanaf die dag werd ik niet meer onder hen meegetrokken, en hij plaatste mij tussen twee geesten, tussen het noorden en het westen, waar de engelen touwen namen om voor mij de plaats van de uitverkorenen en rechtvaardigen af te meten. Brontekst: ወእምይእቲ (wämyti) = en van die | ዕለት (elät) = dag | ኢተስሕብኩ (itäshbku) = ik werd niet getrokken | በማእከሎሙ (bämakälomu) = in hun midden | ወአንበረኒ (wäänbäräni) = en zette mij | በማእከለ (bämakälä) = te midden van | ፪መናፍስት (፪mänafst) = twee geesten | በማእከለ (bämakälä) = te midden van | መስዕ (mäs) = het noorden | ወዐረብ (wääräb) = en het westen | በኀበ (bäkhäbä) = waar | ነሥኡ (näsu) = namen zij | አኅባላተ (äkhbalatä) = touwen | መላእክት (mälakt) = de engelen | ከመ (kämä) = dat; als | ይስፍሩ (yesfru) = zouden afmeten | ሊተ (litä) = voor mij | መካነ (mäkanä) = een plaats | ለኅሩያን (läkhruyan) = de uitverkorenen | ወለጻድቃን (wälätsadqan) = en aan de rechtvaardigen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ኢተስሕብኩ is letterlijk ‘ik werd niet getrokken’; andere handschriften lezen ‘ik werd niet onder hen geteld’ of ‘gesleept’. Wij houden ons aan de gewone betekenis. **70:4** En daar zag ik de eerste vaders en de rechtvaardigen die van oudsher op die plaats wonen. Brontekst: ወበህየ (wäbähyä) = en daar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | አበወ (äbäwä) = vaders | ቀደምተ (qädämtä) = vroegere | ወጻድቃነ (wätsadqanä) = en de rechtvaardigen | እለ (elä) = die | እምዓለም (emaläm) = van eeuwigheid | በውእቱ (bäwtu) = in die | መካን (mäkan) = plaats | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 71 _Henoch in de hemel van het vuurhuis_ ### De geest van Henoch stijgt op **71:1** En het gebeurde daarna dat mijn geest werd weggevoerd en opsteeg naar de hemelen. En ik zag de zonen van de engelen op een vlam van vuur treden. Hun kleren waren wit en hun mantels ook, en het licht van hun gezicht was als hagel. Brontekst: ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | እምድኅረዝ (emdkhräz) = daarna | ከመ (kämä) = dat; als | ትትከበት (tetkäbät) = werd verborgen | መንፈስየ (mänfäsyä) = mijn geest | ወትዕርግ (wätrg) = en steeg op | ውስተ (westä) = in | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ርኢክዎሙ (reikwomu) = ik zag hen | ለውሉዶሙ (läwludomu) = hun zonen | ለመላእክት (lämälakt) = van de engelen | ይከይዱ (yekäydu) = treden | ዲበ (dibä) = op | ላህበ (lahbä) = vlam van | እሳት (esat) = vuur | ወአልባሲሆሙ (wäälbasihomu) = en hun kleren | ፀዐዳ (tsääda) = wit | ወዐጽፎሙኒ (wäätsfomuni) = en ook hun mantels | ወብርሃነ (wäbrhanä) = en het licht van | ገጾሙ (gätsomu) = hun aangezichten | ከመ (kämä) = dat; als | በረድ (bäräd) = hagel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: በረድ is ‘hagel’; het woord wordt soms ook als ‘sneeuw’ opgevat. **71:2** En ik zag twee stromen van vuur, en het licht van dat vuur straalde als hyacint, en ik viel op mijn aangezicht voor Yahweh van de geesten. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ፪አፍላገ (፪äflagä) = twee stromen | እሳት (esat) = vuur | ወብርሃነ (wäbrhanä) = en het licht van | ዝኩ (zeku) = die | እሳት (esat) = vuur | ከመ (kämä) = dat; als | ያክንት (yaknt) = hyacint | ያበርህ (yabärh) = schijnt | ወወደቁ (wäwädäqu) = en ik viel | በገጽየ (bägätsyä) = op mijn aangezicht | ቅድመ (qedmä) = voor | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 7:10; Ez. 1:13; Openb. 4:5. Zie ook: Dan 7:10; Openb 4:5 **71:3** En de engel Michaël, een van de hoofden van de engelen, greep mij bij mijn rechterhand en richtte mij op en bracht mij naar alle verborgenheden van barmhartigheid en verborgenheden van gerechtigheid. Brontekst: ወሚካኤል (wämikael) = en Michaël | መልአክ (mäläk) = de engel | ፩እምአርእስተ (፩märstä) = een van de hoofden van | መላእክት (mälakt) = de engelen | አኀዘኒ (äkhäzäni) = greep mij | እዴየ (edeyä) = mijn hand | ዘየማን (zäyäman) = rechter | ወአንሥአኒ (wäänsäni) = en hij deed mij opstaan | ወአውፅአኒ (wääwtsäni) = en bracht mij | ኀበ (khäbä) = waar | ኲሉ (kwilu) = alle | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | ምሕረት (mehrät) = barmhartigheid | ወኅቡኣተ (wäkhbuatä) = en verborgen dingen van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **71:4** En hij toonde mij alle verborgenheden van de einden van de hemel en alle schatkamers van alle sterren en lichten, vanwaar zij uitgaan voor het aangezicht van de heiligen. Brontekst: ወአርአየኒ (wääräyäni) = en hij toonde mij | ኲሎ (kwilo) = alle | ኅቡኣተ (khebuatä) = de verborgenheden van | አጽናፈ (ätsnafä) = de uiteinden van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | መዛግብተ (mäzagbtä) = de schatkamers van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ወብርሃናት (wäbrhanat) = en lichten | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | እምኀበ (emkhäbä) = vanwaar | ወፅኡ (wätsu) = kwamen voort | ለገጸ (lägätsä) = aan het aangezicht van | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Het huis van vuur **71:5** En de geest voerde Henoch weg naar de hemel van de hemelen, en ik zag daar, midden in dat licht, iets dat gebouwd was van kristal, en tussen die stenen tongen van levend vuur. Brontekst: ወከበቶ (wäkäbäto) = en omringde | መንፈስ (mänfäs) = geest | ለሄኖክ (lähenok) = Henoch | ውስተ (westä) = in | ሰማየ (sämayä) = de hemel | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በህየ (bähyä) = daar | ማእከለ (makälä) = midden in | ዝኩ (zeku) = die | ብርሃን (berhan) = licht | ከመ (kämä) = dat; als | ቦቱ (botu) = daaraan | ዘይትነደቅ (zäytnädäq) = dat gebouwd is | እምእብነ (embnä) = uit steen van | አስሐትያ (äshätya) = kristal | ወማእከለ (wämakälä) = en tussen | እሙንቱ (emuntu) = zij | አእባን (äban) = stenen | ልሳናተ (lesanatä) = tongen van | እሳት (esat) = vuur | ሕያው (heyaw) = levend Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ez. 1:22; Openb. 4:6. Zie ook: Openb 4:6 **71:6** En mijn geest zag een omtrek die dat huis van vuur omringde: aan zijn vier zijden waren stromen vol levend vuur, die het huis omringden. Brontekst: ወርእየት (wäryät) = en zag | መንፈስየ (mänfäsyä) = mijn geest | ዐውደ (äwdä) = een omtrek | ዘየዐውዶ (zäyääwdo) = die omringt | ለውእቱ (läwtu) = die | ቤት (bet) = een huis | እሳት (esat) = vuur | እም (em) = van | ፬አጽናፊሁ (፬ätsnafihu) = zijn vier zijden | ለውእቱ (läwtu) = die | አፍላግ (äflag) = stromen | ምሉኣነ (meluanä) = vol | እሳት (esat) = vuur | ሕያው (heyaw) = levend | ወየዐውድዎ (wäyääwdwo) = en omringden hem | ለውእቱ (läwtu) = die | ቤት (bet) = een huis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **71:7** En rondom waren serafs en cherubs en ofannim. Dit zijn zij die niet slapen en de troon van Zijn heerlijkheid bewaken. Brontekst: ወዐውዱ (wääwdu) = en rondom | ሱራፌል (surafel) = serafs | ወኪሩቤል (wäkirubel) = en cherubs | ወኦፍኒን (wäofnin) = en ofannim | እሉ (elu) = deze | እሙንቱ (emuntu) = zij | እለ (elä) = die | እይነውሙ (eynäwmu) = slapen niet | ወየዐቅቡ (wäyääqbu) = en bewaken | መንበረ (mänbärä) = de troon van | ስብሐተ (sebhätä) = heerlijkheid | ዚአሁ (ziähu) = Zijn Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 6:2; Ez. 10:1. Zie ook: Jes 6:2 **71:8** En ik zag engelen die niet te tellen waren, duizenden van duizenden en tienduizendtallen van tienduizendtallen, die dat huis omringden. En Michaël en Rafaël en Gabriël en Fanuël en de heilige engelen die boven de hemelen zijn, gingen in en uit dat huis. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | እለ (elä) = die | ኢይትኈለቁ (iytkhwäläqu) = niet te tellen | አእላፈ (älafä) = duizenden van | አእላፋት (älafat) = duizenden | ወትእልፊተ (wätlfitä) = en tienduizenden maal | አእላፋት (älafat) = duizenden | የዐውድዎ (yääwdwo) = omringen | ለውእቱ (läwtu) = die | ቤት (bet) = een huis | ወሚካኤል (wämikael) = en Michaël | ወሩፋኤል (wärufael) = en Rafaël | ወገብርኤል (wägäbrel) = en Gabriël | ወፋኑኤል (wäfanuel) = en Fanuël | ወመላእክት (wämälakt) = en de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | እለ (elä) = die | መልዕልተ (mälltä) = daarboven | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ይበውኡ (yebäwu) = gaan binnen | ወይወፅኡ (wäywätsu) = en gaan uit | በውእቱ (bäwtu) = in die | ቤት (bet) = een huis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **71:9** En Michaël en Gabriël, Rafaël en Fanuël en vele heilige engelen zonder getal kwamen uit dat huis. Brontekst: ወወፅኡ (wäwätsu) = en gingen uit | እምነ (emnä) = van | ውእቱ (wetu) = dat | ቤት (bet) = een huis | ሚካኤል (mikael) = Michaël | ወገብርኤል (wägäbrel) = en Gabriël | ሩፋኤል (rufael) = Rafaël | ወፋኑኤል (wäfanuel) = en Fanuël | ወብዙኃን (wäbzukhan) = en velen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | መላእክት (mälakt) = de engelen | እለ (elä) = die | አልቦሙ (älbomu) = zij hebben niet | ኊልቊ (khwilqwi) = getal Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **71:10** En het Hoofd van de Dagen was met hen. Zijn hoofd was als witte, reine wol, en Zijn kleed onbeschrijfelijk. Brontekst: ወምስሌሆሙ (wämslehomu) = en met hen | ርእሰ (resä) = het Hoofd van | መዋዕል (mäwal) = de Dagen | ወርእሱ (wärsu) = en zijn hoofd | ከመ (kämä) = dat; als | ፀምር (tsämr) = wol | ፀዐዳ (tsääda) = wit | ወንጹሕ (wäntsuh) = en rein | ወልብሱ (wälbsu) = en zijn kleed | ዘኢይተረጐም (zäiytärägwäm) = dat niet te beschrijven is Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 7:9. Zie ook: Dan 7:9 **71:11** En ik viel op mijn aangezicht, en heel mijn vlees smolt weg, en mijn geest werd veranderd; en ik riep met luide stem in de geest van kracht en ik zegende en prees en verhief. Brontekst: ወወደቁ (wäwädäqu) = en ik viel | በገጽየ (bägätsyä) = op mijn aangezicht | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ሥጋየ (segayä) = mijn vlees | ተመስወ (tämäswä) = smolt weg | ወመንፈስየ (wämänfäsyä) = en mijn geest | ተወለጠ (täwälätä) = werd veranderd | ወጸራኅኩ (wätsärakhku) = en ik riep | በቃል (bäqal) = met een stem | ዐቢይ (äbiy) = grote | በመንፈሰ (bämänfäsä) = in de geest van | ኀይል (khäyl) = kracht | ወባረኩ (wäbaräku) = en ik zegende | ወሰባሕኩ (wäsäbahku) = en ik prees | ወአልዐልኩ (wäälälku) = en ik verhief Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **71:12** En deze zegeningen die uit mijn mond voortkwamen, waren welgevallig voor dat Hoofd van de Dagen. Brontekst: ወእላ (wäla) = en deze | በረከታት (bäräkätat) = zegeningen | እለ (elä) = die | ወፅአ (wätsä) = is uitgegaan | እምነ (emnä) = van | አፉየ (äfuyä) = mijn mond | ኮና (kona) = werden | ሥሙራተ (semuratä) = welgevallig | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ዝኩ (zeku) = die | ርእሰ (resä) = het Hoofd van | መዋዕል (mäwal) = de Dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **71:13** En het Hoofd van de Dagen kwam met Michaël en Gabriël, Rafaël en Fanuël en duizenden en tienduizendtallen van tienduizendtallen engelen zonder getal. Brontekst: ወመጽአ (wämätsä) = en kwam | ውእቱ (wetu) = dat | ርእሰ (resä) = het Hoofd van | መዋዕል (mäwal) = de Dagen | ምስለ (meslä) = met | ሚካኤል (mikael) = Michaël | ወገብርኤል (wägäbrel) = en Gabriël | ሩፋኤል (rufael) = Rafaël | ወፋኑኤል (wäfanuel) = en Fanuël | ወአእላፍ (wäälaf) = en duizenden | ወትእልፊተ (wätlfitä) = en tienduizenden maal | አእላፋት (älafat) = duizenden | መላእክት (mälakt) = de engelen | እለ (elä) = die | አልቦሙ (älbomu) = zij hebben niet | ኊልቊ (khwilqwi) = getal Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Jij bent de Zoon des Mensen **71:14** En die engel kwam tot mij en groette mij met zijn stem en zei tot mij: Jij bent de Zoon des Mensen die voor de gerechtigheid is geboren, en gerechtigheid woont in jou, en de gerechtigheid van het Hoofd van de Dagen verlaat je niet. Brontekst: ወመጽአ (wämätsä) = en kwam | ኀቤየ (khäbeyä) = tot mij | ውእቱ (wetu) = dat | መልአክ (mäläk) = de engel | ወበቃሉ (wäbäqalu) = en met zijn stem | አምኀኒ (ämkhäni) = groette mij | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | አንተ (äntä) = jij | ውእቱ (wetu) = dat | ወልደ (wäldä) = de zoon van | ብእሲ (besi) = een man | ዘተወለድከ (zätäwälädkä) = die geboren bent | ለጽድቅ (lätsdq) = de gerechtigheid | ወጽድቅ (wätsdq) = en gerechtigheid | ላዕሌከ (lalekä) = over jou | ኀደረ (khädärä) = woont | ወጽድቁ (wätsdqu) = en de gerechtigheid van | ለርእሰ (lärsä) = het Hoofd van | መዋዕል (mäwal) = de Dagen | ኢየኀድገከ (iyäkhädgäkä) = verlaat je niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወልደ ብእሲ (‘zoon van een man’) is dezelfde titel die in de Gelijkenissen de Uitverkorene aanduidt (62:5; 69:29); hier wordt Henoch zelf zo aangesproken. Over de verhouding tussen beiden verschillen de uitleggers. **71:15** En hij zei tot mij: Hij roept je vrede toe in de naam van de wereld die zal komen, want vandaar is de vrede voortgekomen sinds de schepping van de wereld, en zo zal het voor jou zijn tot in eeuwigheid en eeuwigheid. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ይጼውዕ (yetsew) = roept | ለከ (läkä) = aan jou | ሰላመ (sälamä) = vrede | በስሙ (bäsmu) = in de naam van | ለዓለም (läaläm) = de wereld | ዘይከውን (zäykäwn) = die zal komen | እስመ (esmä) = omdat | እምህየ (emhyä) = vandaar | ወፅአ (wätsä) = is uitgegaan | ሰላም (sälam) = vrede | እምፍጥረተ (emfträtä) = vanaf de schepping van | ዓለም (aläm) = de wereld | ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ለከ (läkä) = aan jou | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወለዓለመ (wäläalämä) = en tot in eeuwigheid | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **71:16** En allen die zullen zijn en wandelen op jouw weg, terwijl de gerechtigheid jou nooit verlaat, bij jou zal hun woonplaats zijn en bij jou hun deel, en van jou zullen zij niet gescheiden worden tot in eeuwigheid en eeuwigheid. Brontekst: ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ዘይከውን (zäykäwn) = die zullen zijn | ወየሐውር (wäyähäwr) = en gaat | ዲበ (dibä) = op | ፍኖትከ (fenotkä) = jouw weg | እንዘ (enzä) = terwijl | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | እየኀድገከ (eyäkhädgäkä) = verlaat je niet | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ምስሌከ (meslekä) = bij jou | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ማኅደሮሙ (makhdäromu) = hun woonplaats | ወምስሌከ (wämslekä) = en met jou | ክፍሎሙ (keflomu) = hun deel | ወእምኔከ (wämnekä) = en van jou | ኢይትሌለዩ (iytleläyu) = worden niet gescheiden | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወለዓለመ (wäläalämä) = en tot in eeuwigheid | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **71:17** En zo zal er lengte van dagen zijn bij die Zoon des Mensen, en er zal vrede zijn voor de rechtvaardigen, en zijn weg is recht voor de rechtvaardigen, in de naam van Yahweh van de geesten tot in eeuwigheid en eeuwigheid. Brontekst: ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ኑኀ (nukhä) = lengte van | መዋዕል (mäwal) = dagen | ምስለ (meslä) = met | ውእቱ (wetu) = dat | ወልደ (wäldä) = de zoon van | እጓለ (egwalä) = de kinderen van | እመሕያው (emähyaw) = de mens | ወሰላም (wäsälam) = en vrede | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ወፍኖቱ (wäfnotu) = en zijn weg | ርቱዕ (retu) = recht | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | በስመ (bäsmä) = in de naam | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | መናፍስት (mänafst) = de geesten | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 72 _De zon en haar poorten_ ### De keringen van de lichten **72:1** Het boek van de keringen van de lichten van de hemel, ieder naar zijn klasse, ieder naar zijn heerschappij en naar zijn tijden, ieder naar zijn naam en zijn oorsprongsplaatsen en naar zijn maanden, die Uriël mij liet zien, de heilige engel die bij mij was en hun leider is. En hij liet mij heel hun boek zien zoals het is, en hoe het is met alle jaren van de wereld en tot in eeuwigheid, totdat een nieuw werk geschiedt dat blijft tot in eeuwigheid. Brontekst: መጽሐፈ (mätshäfä) = het boek van | ሚጠተ (mitätä) = de keringen van | ብርሃናተ (berhanatä) = de lichten van | ሰማይ (sämay) = hemel | ፩፩ (፩፩) = ieder | ዘከመ (zäkämä) = hoe | ሀለዉ (häläwu) = waren | በበሕዘቢሆሙ (bäbähzäbihomu) = naar hun klassen | ፩፩ (፩፩) = ieder | በበሥልጣኖሙ (bäbäsltanomu) = naar hun heerschappij | ወበበዘመኖሙ (wäbäbäzämänomu) = en naar hun tijden | ፩፩ (፩፩) = ieder | በበስሞሙ (bäbäsmomu) = ieder met zijn naam | ወሙላዳቲሆሙ (wämuladatihomu) = en hun oorsprongsplaatsen | ወበበአውራኂሆሙ (wäbäbääwrakhihomu) = en naar hun maanden | እለ (elä) = die | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ኡርኤል (urel) = Uriël | መልአክ (mäläk) = de engel | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ዘሀሎ (zähälo) = wat is | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ዘውእቱ (zäwtu) = die was | መራሒሆሙ (märahihomu) = hun leider | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | መጽሐፎሙ (mätshäfomu) = hun boek | በከመ (bäkämä) = zoals | ውእቱ (wetu) = dat | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ወበከመ (wäbäkämä) = en naar | ኲሉ (kwilu) = alle | ዓመተ (amätä) = het jaar van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወእስከ (wäskä) = en tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | እስከ (eskä) = tot | ይትገበር (yetgäbär) = geschiedt | ግብር (gebr) = werk | ሐዲስ (hädis) = het nieuwe | ዘይነብር (zäynäbr) = die blijven | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 65:17; 2 Petr. 3:13. Zie ook: Jes 65:17; 2 Petr 3:13 **72:2** En dit is de eerste wet van de lichten: het licht, de zon, heeft zijn opkomst in de poorten van de hemel die naar het oosten liggen, en zijn ondergang in de poorten van de hemel in het westen. Brontekst: ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ውእቱ (wetu) = dat | ትእዛዝ (tezaz) = wet | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ዘብርሃናት (zäbrhanat) = van de lichten | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ብርሃን (berhan) = licht | ሙፃኡ (mutsau) = zijn opkomst | በኀዋኅው (bäkhäwakhw) = in de poorten | ሰማይ (sämay) = hemel | እለ (elä) = die | መንገለ (mängälä) = naar | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | ወምዕራቢሁ (wämrabihu) = en zijn ondergang | በኀዋኅው (bäkhäwakhw) = in de poorten | ሰማይ (sämay) = hemel | ዘምዕራብ (zämrab) = van het westen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De zes poorten van de zon **72:3** En ik zag zes poorten waaruit de zon opkomt en zes poorten waar de zon ondergaat. En de maan komt in die poorten op en gaat onder, en de leiders van de sterren met hen die zij leiden: zes in het oosten en zes in het westen, en allen volgen elkaar in rechte orde. En er zijn vele vensters rechts en links van die poorten. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ስሱ (sesu) = zes | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | እለ (elä) = die | እምኀበ (emkhäbä) = vanwaar | ይወፅእ (yewäts) = kwamen | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወስሱ (wässu) = en zes | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ኀበ (khäbä) = waar | የዐርብ (yäärb) = gaat onder | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወወርኅ (wäwärkh) = en de maan | በውእቶን (bäwton) = in die | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | ወመራሒሆሙ (wämärahihomu) = en de leiders | ለከዋክብት (läkäwakbt) = van de sterren | ምስለ (meslä) = met | እለ (elä) = die | ይመርሕዎሙ (yemärhwomu) = die hen leiden | ፮በጽባሕ (፮bätsbah) = 6 in het oosten | ወ፯በምዕራበ (wä፯bämrabä) = en 6 in het westen van (bron: 7) | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወኩሎሙ (wäkulomu) = en allen | ፩፩እምድኅረ (፩፩mdkhrä) = 2 na | ካልኡ (kalu) = de ander | ርቱዕ (retu) = recht | ወመሳክው (wämäsakw) = en vensters | ብዙኃት (bezukhat) = vele | እምየማኑ (emyämanu) = rechts van | ወእምፀጋሙ (wämtsägamu) = en links van | ለዝኩ (läzku) = aan die | ኆኅት (khokht) = de poort Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: In de bron staat hier ፯ (zeven) voor de westelijke poorten; gelet op het ‘zes’ ervoor en de twaalf poorten (75:6) is ‘zes’ gelezen, zoals de Engelse uitgave van 1912. **72:4** En eerst gaat uit het grote licht dat Zon heet, en zijn omtrek is als de omtrek van de hemel, en hij is geheel vervuld van schijnend en brandend vuur. Brontekst: ወቀዳሚ (wäqädami) = en eerste | ይወፅእ (yewäts) = kwamen | ብርሃን (berhan) = licht | ዘየዐቢ (zäyääbi) = dat groter was | ዘስሙ (zäsmu) = dat heet | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወክበቡ (wäkbäbu) = en zijn kring | ከመ (kämä) = dat; als | ክበበ (kebäbä) = de omtrek van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወኲለንታሁ (wäkwiläntahu) = en geheel | ምሉእ (melu) = vol | እሳተ (esatä) = een vuur van | ዘያበርህ (zäyabärh) = die straalt | ወያውዒ (wäyawi) = en brandend Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:5** De wind blaast de wagens voort waarop hij opstijgt; en de zon gaat onder uit de hemel en keert terug door het noorden om naar het oosten te gaan, en wordt geleid zodat hij bij die poort komt, en hij schijnt aan het aangezicht van de hemel. Brontekst: ሰረገላተ (särägälatä) = wagens | በኀበ (bäkhäbä) = waar | የዐርግ (yäärg) = steeg op | ነፋስ (näfas) = wind | ይነፍሕ (yenäfh) = het waait | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ወይገብእ (wäygäb) = en keert terug | እንተ (entä) = die | መስዕ (mäs) = het noorden | ከመ (kämä) = dat; als | ይሑር (yehur) = om te gaan | ምሥራቀ (mesraqä) = naar het oosten | ወይትመራሕ (wäytmärah) = en wordt geleid | ከመ (kämä) = dat; als | ይባእ (yeba) = zal ontstaan | ኀበ (khäbä) = waar | ዝኩ (zeku) = die | ኆኅት (khokht) = de poort | ወያበርህ (wäyabärh) = en schijnt | በገጸ (bägätsä) = aan het aangezicht van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dat de zon ’s nachts door het noorden terugkeert, is het beeld van deze tekst; vergelijk 41:5. **72:6** Zo komt hij op in de eerste maand in de grote poort, dat is de vierde van die zes poorten die naar het oosten liggen, waar de zon opkomt. Brontekst: ከመዝ (kämäz) = zo | ይወፅእ (yewäts) = kwamen | በወርኅ (bäwärkh) = in de maand | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | በኆኅት (bäkhokht) = in de poort | ዐባይ (äbay) = grote | ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | እንተ (entä) = die | ይእቲ (yeti) = dat is | ራብዕት (rabt) = vierde | እምእልኩ (emlku) = van die | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ፷እለ (፷lä) = 6 die (bron: 60) | መንገለ (mängälä) = naar | ምሥራቀ (mesraqä) = naar het oosten | ፀሐይ (tsähäy) = de zon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: In de bron staat ፷ (zestig) voor ‘zes’; gelezen als zes, zoals de Engelse uitgave van 1912. **72:7** En in die vierde poort, waaruit de zon opkomt in de eerste maand, zijn twaalf wijde vensters waaruit een vlam komt wanneer zij op hun tijd worden geopend. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ራብዕት (rabt) = vierde | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ይወፅእ (yewäts) = kwamen | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | በወርኅ (bäwärkh) = in de maand | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ባቲ (bati) = erin | ዐሥሩ (äsru) = tien | ወክልኤ (wäkle) = en twee | መሳክው (mäsakw) = vensters | ርኋት (rekhwat) = wijde | ዘእምኔሆን (zämnehon) = waaruit | ይወፅእ (yewäts) = kwamen | ላህብ (lahb) = een vlam | ሶበ (sobä) = wanneer | ይትረኀዉ (yeträkhäwu) = worden geopend | እምዘመነ (emzämänä) = in de tijd van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:8** Wanneer de zon opkomt uit de hemel, komt hij door die vierde poort uit, dertig ochtenden, en gaat precies onder in de vierde poort aan de westzijde van de hemel. Brontekst: ሶበ (sobä) = wanneer | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ይወፅእ (yewäts) = kwamen | እንተ (entä) = die | ይእቲ (yeti) = dat is | ራብዕት (rabt) = vierde | ኆኅት (khokht) = de poort | ፴ጽባሐ (፴tsbahä) = 30 ochtenden | ወበራብዕት (wäbärabt) = en in de vierde | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | ምዕራበ (merabä) = westwaarts | ሰማይ (sämay) = hemel | ርቱዐ (retuä) = recht | ይወርድ (yewärd) = Hij neerdaalt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:9** En in die dagen wordt de dag dag na dag langer en de nacht nacht na nacht korter tot de dertigste morgen. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ትነውኅ (tenäwkh) = wordt langer | ዕለት (elät) = dag | እምዕለት (emlät) = dan de dag | ወተኀጽር (wätäkhätsr) = en wordt korter | ሌሊት (lelit) = nacht | እምሌሊት (emlelit) = dan de nacht | እስከ (eskä) = tot | ፴ጽባሕ (፴tsbah) = 30 ochtenden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:10** En op die dag wordt de dag het dubbele langer dan de nacht, en de dag wordt precies tien delen en de nacht acht delen. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | ትነውኅ (tenäwkh) = wordt langer | ካዕበተ (kabätä) = het dubbele | ዕለት (elät) = dag | እምሌሊት (emlelit) = dan de nacht | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ዕለት (elät) = dag | ጥንቁቀ (tenquqä) = precies | ፲ክፍለ (፲kflä) = 10 delen | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ሌሊት (lelit) = nacht | ፰ክፍለ (፰kflä) = 8 delen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ካዕበተ (‘het dubbele’) is volgens de Engelse uitgave van 1912 een invoeging; die leest ‘een negende deel’ (tien delen tegenover acht, van de achttien delen van een etmaal). **72:11** En de zon komt op uit die vierde poort en gaat onder in de vierde en keert terug naar de vijfde poort in het oosten dertig ochtenden, en komt daaruit op en gaat onder in de vijfde poort. Brontekst: ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | እምዝኩ (emzku) = dan dat | ራብዕ (rab) = vierde | ኆኅት (khokht) = de poort | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በራብዕት (bärabt) = in de vierde | ወይገብእ (wäygäb) = en keert terug | ውስተ (westä) = in | ኃምስት (khamst) = vijfde | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | ፴ጽባሐ (፴tsbahä) = 30 ochtenden | ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | ውስተ (westä) = in | ኃምስት (khamst) = vijfde | ኆኅት (khokht) = de poort Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:12** Dan wordt de dag één deel langer en wordt elf delen, en de nacht wordt korter en wordt zeven delen. Brontekst: አሜሃ (ämeha) = toen | ይነውኅ (yenäwkh) = wordt langer | ዕለት (elät) = dag | ፳እደ (፳dä) = één deel (bron: 20) | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ዕለት (elät) = dag | ፲ወ፩ክፍለ (፲wä፩kflä) = 11 delen | ወተኀጽር (wätäkhätsr) = en wordt korter | ሌሊት (lelit) = nacht | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ፯ክፍለ (፯kflä) = 7 delen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: In de bron staat ፳እደ (‘twintig delen’). De dag gaat hier van tien naar elf delen; daarom is ‘één deel’ gelezen, zoals de Engelse uitgave van 1912 (die ‘twee’ in de handschriften verwerpt en ‘één’ leest). **72:13** En de zon keert terug naar het oosten en komt binnen in de zesde poort, en komt op en gaat onder in de zesde poort eenendertig ochtenden, vanwege haar teken. Brontekst: ወይገብእ (wäygäb) = en keert terug | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ለጽባሕ (lätsbah) = naar het oosten | ወይበውእ (wäybäw) = en zal komen | ውስተ (westä) = in | ሳድስት (sadst) = zesde | ኆኅት (khokht) = de poort | ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በሳድስት (bäsadst) = in de zesde | ኆኅት (khokht) = de poort | ፴ወ፩ጽባሐ (፴wä፩tsbahä) = 31 ochtenden | በእንተ (bäntä) = over | ትእምርተ (temrtä) = het teken van | ዚአሃ (ziäha) = van haar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:14** En op die dag wordt de dag langer dan de nacht, en de dag wordt het dubbele van de nacht, en de dag wordt twaalf delen, en de nacht wordt korter en wordt zes delen. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | ትነውኅ (tenäwkh) = wordt langer | ዕለት (elät) = dag | እምሌሊት (emlelit) = dan de nacht | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ዕለት (elät) = dag | ካዕበተ (kabätä) = het dubbele | ሌሊት (lelit) = nacht | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ዕለት (elät) = dag | ፲ወ፪ክፍለ (፲wä፪kflä) = 12 delen | ወተኀጽር (wätäkhätsr) = en wordt korter | ሌሊት (lelit) = nacht | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ፷ክፍለ (፷kflä) = 6 delen (bron: 60) Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: In de bron staat ፷ክፍለ (zestig delen) voor de nacht; gelezen als zes delen (twaalf plus zes is achttien), zoals de Engelse uitgave van 1912. **72:15** En de zon klimt omhoog, opdat de dag korter wordt en de nacht langer, en de zon keert terug naar het oosten en komt binnen in de zesde poort, en komt daaruit op en gaat onder, dertig ochtenden. Brontekst: ወይትነሣእ (wäytnäsa) = en klimt omhoog | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ከመ (kämä) = dat; als | ትኅጽር (tekhtsr) = korter wordt | ዕለት (elät) = dag | ወትኑኅ (wätnukh) = en langer wordt | ሌሊት (lelit) = nacht | ወይገብእ (wäygäb) = en keert terug | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ለጽባሕ (lätsbah) = naar het oosten | ወይበውእ (wäybäw) = en zal komen | ውስተ (westä) = in | ሳድስት (sadst) = zesde | ኆኅት (khokht) = de poort | ወይሠርቅ (wäysärq) = en gaat op | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | ፴ጽባሐ (፴tsbahä) = 30 ochtenden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:16** En wanneer dertig ochtenden voltooid zijn, neemt de dag precies één deel af, en wordt elf delen, en de nacht zeven. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ተፈጸመ (täfätsämä) = was voltooid | ፴ጽባሕ (፴tsbah) = 30 ochtenden | ተሐፅፅ (tähätsts) = neemt af | መዓልት (mäalt) = dag | ፩ክፍለ (፩kflä) = 1 delen | ጥንቁቀ (tenquqä) = precies | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ዕለት (elät) = dag | ፲ወ፩ክፍለ (፲wä፩kflä) = 11 delen | ወሌሊት (wälelit) = en nacht | ፯ክፍለ (፯kflä) = 7 delen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:17** En de zon gaat uit het westen uit die zesde poort en gaat naar het oosten en komt op in de vijfde poort dertig ochtenden en gaat weer onder in het westen in de vijfde poort. Brontekst: ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | እምነ (emnä) = van | ምዕራብ (merab) = westen | እምይእቲ (emyti) = van dat | ሳድስት (sadst) = zesde | ኆኅት (khokht) = de poort | ወየሐውር (wäyähäwr) = en gaat | ምሥራቀ (mesraqä) = naar het oosten | ወይሠርቅ (wäysärq) = en gaat op | በኃምስ (bäkhams) = in de vijfde | ኆኅት (khokht) = de poort | ፴ጽባሐ (፴tsbahä) = 30 ochtenden | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በምዕራብ (bämrab) = in het westen | ካዕበ (kabä) = wederom | በኃምስ (bäkhams) = in de vijfde | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | ምዕራብ (merab) = westen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:18** Op die dag neemt de dag één deel af en wordt tien delen en de nacht acht delen. Brontekst: በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ተሐፅፅ (tähätsts) = neemt af | ዕለት (elät) = dag | ፪ክፍለ (፪kflä) = één deel (bron: 2) | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ዕለት (elät) = dag | ፲ክፍለ (፲kflä) = 10 delen | ወሌሊት (wälelit) = en nacht | ፰ክፍለ (፰kflä) = 8 delen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: In de bron staat ፪ (twee delen); van elf naar tien delen is het één deel, zoals de Engelse uitgave van 1912 leest. **72:19** En de zon gaat uit die vijfde poort en gaat onder in de vijfde poort van het westen, en komt op in de vierde poort eenendertig ochtenden vanwege haar teken, en gaat onder in het westen. Brontekst: ወይወጽእ (wäywäts) = en gaat uit | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | እምይእቲ (emyti) = van dat | ኃምስ (khams) = vijfde | ኆኅት (khokht) = de poort | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በኃምስ (bäkhams) = in de vijfde | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | ምዕራብ (merab) = westen | ወይሠርቅ (wäysärq) = en gaat op | በራብዕት (bärabt) = in de vierde | ኆኅት (khokht) = de poort | በእንተ (bäntä) = over | ትእምርተ (temrtä) = het teken van | ዚአሃ (ziäha) = van haar | ፴ወ፩ጽባሐ (፴wä፩tsbahä) = 31 ochtenden | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በምዕራብ (bämrab) = in het westen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Dag en nacht zijn gelijk **72:20** Op die dag wordt de dag aan de nacht gelijk en wordt gelijk, en de nacht wordt negen delen en de dag negen delen. Brontekst: በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ይትዔረይ (yeteräy) = wordt gelijk | መዓልት (mäalt) = dag | ምስለ (meslä) = met | ሌሊት (lelit) = nacht | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ዕሩየ (eruyä) = gelijk | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ሌሊት (lelit) = nacht | ፱ክፍለ (፱kflä) = 9 delen | ወመዓልት (wämäalt) = en dag | ፱ክፍለ (፱kflä) = 9 delen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:21** En de zon komt op uit die poort en gaat onder in het westen en keert terug naar het oosten en komt dertig ochtenden op in de derde poort en gaat onder in het westen in de derde poort. Brontekst: ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | እምይእቲ (emyti) = van dat | ኆኅት (khokht) = de poort | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በምዕራብ (bämrab) = in het westen | ወይገብእ (wäygäb) = en keert terug | በጽባሕ (bätsbah) = in het oosten | ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | በሣልስት (bäsalst) = in de derde | ኆኅት (khokht) = de poort | ፴ጽባሐ (፴tsbahä) = 30 ochtenden | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በምዕራብ (bämrab) = in het westen | በሣልስት (bäsalst) = in de derde | ኆኅት (khokht) = de poort Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:22** En op die dag wordt de nacht langer dan de dag tot de dertigste morgen, en de dag korter dan de dag tot dertig dagen, en de nacht wordt precies tien delen en de dag acht delen. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | ትነውኅ (tenäwkh) = wordt langer | ሌሊት (lelit) = nacht | እምዕለት (emlät) = dan de dag | እስከ (eskä) = tot | ፴ጽባሕ (፴tsbah) = 30 ochtenden | ወተኀጽር (wätäkhätsr) = en wordt korter | ዕለት (elät) = dag | እምዕለት (emlät) = dan de dag | እስከ (eskä) = tot | ፴ዕለት (፴lät) = 30 dag | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ሌሊት (lelit) = nacht | ፲ክፍለ (፲kflä) = 10 delen | ጥንቁቀ (tenquqä) = precies | ወመዓልት (wämäalt) = en dag | ፰ክፍለ (፰kflä) = 8 delen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:23** En de zon komt op uit die derde poort en gaat onder in de derde poort in het westen en keert terug naar het oosten, en de zon komt dertig ochtenden op in de volgende poort van het oosten, en zo gaat hij onder in de volgende poort in het westen van de hemel. Brontekst: ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | እምይእቲ (emyti) = van dat | ሣልስት (salst) = derde | ኆኅት (khokht) = de poort | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በሣልስት (bäsalst) = in de derde | ኆኅት (khokht) = de poort | በዐረብ (bääräb) = in het westen | ወይገብእ (wäygäb) = en keert terug | ውስተ (westä) = in | ምሥራቅ (mesraq) = oosten | ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ውስተ (westä) = in | ካልእ (kal) = een ander | ኆኅተ (khokhtä) = poort van | ምሥራቅ (mesraq) = oosten | ፴ጽባሐ (፴tsbahä) = 30 ochtenden | ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | የዐርብ (yäärb) = gaat onder | በካልእ (bäkal) = in de tweede | ኆኅት (khokht) = de poort | በምዕራበ (bämrabä) = in het westen van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:24** En op die dag is de nacht elf delen en de dag zeven delen. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | ሌሊት (lelit) = nacht | ፲ወ፩ክፍለ (፲wä፩kflä) = 11 delen | ወዕለት (wälät) = en dag | ፯ክፍለ (፯kflä) = 7 delen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:25** En de zon komt op die dag op uit de tweede poort en gaat onder in het westen in de tweede poort, en keert terug naar het oosten in één poort, eenendertig ochtenden, en gaat onder in het westen in één poort. Brontekst: ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | እምይእቲ (emyti) = van dat | ካልእት (kalt) = tweede | ኆኅት (khokht) = de poort | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በምዕራብ (bämrab) = in het westen | በካልእ (bäkal) = in de tweede | ኆኅት (khokht) = de poort | ወይገብእ (wäygäb) = en keert terug | በምሥራቅ (bämsraq) = in het oosten | በአሐቲ (bäähäti) = op één | ኆኅት (khokht) = de poort | ፴ወ፩ጽባሐ (፴wä፩tsbahä) = 31 ochtenden | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በምዕራብ (bämrab) = in het westen | በአሐቲ (bäähäti) = op één | ኆኅት (khokht) = de poort Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:26** En op die dag wordt de nacht langer en wordt het dubbele van de dag, en de nacht wordt precies twaalf delen en de dag zes delen. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | ትነውኅ (tenäwkh) = wordt langer | ሌሊት (lelit) = nacht | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ካዕበታ (kabäta) = haar dubbele | ለመዓልት (lämäalt) = van de dag | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ሌሊት (lelit) = nacht | ፲ወ፪ (፲wä፪) = 12 | ክፍለ (keflä) = het lot van | ጥንቁቀ (tenquqä) = precies | ወመዓት (wämäat) = en de dag | ፯ክፍለ (፯kflä) = 6 delen (bron: 7) Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: In de bron staat ፯ (zeven delen) voor de dag; twaalf plus zes is achttien, daarom is ‘zes’ gelezen, zoals de Engelse uitgave van 1912. **72:27** En de zon heeft zijn hoofdstanden voltooid en gaat opnieuw om over deze hoofdstanden en komt in die poort dertig ochtenden en gaat ook in het westen tegenover daarvan onder. Brontekst: ወፈጸመ (wäfätsämä) = en voltooide | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | አርእስቲሁ (ärstihu) = zijn hoofdgedeelten | ወዳግመ (wädagmä) = en wederom | የዐውድ (yääwd) = omringt | ዲበ (dibä) = op | እሉ (elu) = deze | አርእስቲሁ (ärstihu) = zijn hoofdgedeelten | ወይበውእ (wäybäw) = en zal komen | በውእቱ (bäwtu) = in die | ኆኅት (khokht) = de poort | ፴ጽባሐ (፴tsbahä) = 30 ochtenden | ወበምዕራብኒ (wäbämrabni) = en ook in het westen | በአንጻሪሁ (bääntsarihu) = tegenover | የዐርብ (yäärb) = gaat onder Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:28** En op die dag wordt de nacht korter in lengte met één deel, dat is één deel, en wordt elf delen, en de dag zeven delen. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | ተኀጽር (täkhätsr) = wordt korter | ሌሊት (lelit) = nacht | እምኑኃ (emnukha) = dan haar lengte | ፩እደ (፩dä) = 1 delen | ዝውእቱ (zewtu) = dat is | ክፍል (kefl) = deel | ፩ወትከውን (፩wätkäwn) = 1 zal zijn | ፲ወ፩ክፍለ (፲wä፩kflä) = 11 delen | ወመዓልት (wämäalt) = en dag | ፯ክፍለ (፯kflä) = 7 delen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:29** En de zon is teruggekeerd en binnengekomen in de tweede poort van het oosten en keert op zijn hoofdstanden terug dertig ochtenden, komt op en gaat onder. Brontekst: ወገብአ (wägäbä) = en keerde terug | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወቦአ (wäboä) = en kwam binnen | ውስተ (westä) = in | ካልእ (kal) = een ander | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | ምሥራቅ (mesraq) = oosten | ወይገብእ (wäygäb) = en keert terug | ዲበ (dibä) = op | ዝኩ (zeku) = die | አርእስቲሁ (ärstihu) = zijn hoofdgedeelten | ፴ጽባሐ (፴tsbahä) = 30 ochtenden | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:30** En op die dag wordt de nacht korter in lengte, en de nacht wordt tien delen en de dag acht delen. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | ተኀጽር (täkhätsr) = wordt korter | ሌሊት (lelit) = nacht | እምኑኃ (emnukha) = dan haar lengte | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ሌሊት (lelit) = nacht | ፲ክፍለ (፲kflä) = 10 delen | ወመዓልት (wämäalt) = en dag | ፰ክፍለ (፰kflä) = 8 delen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:31** En op die dag komt de zon op uit die poort en gaat onder in het westen en keert terug naar het oosten en komt op in de derde poort eenendertig ochtenden en gaat onder in het westen van de hemel. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | ይወፅእ (yewäts) = kwamen | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | እምይእቲ (emyti) = van dat | ካልእት (kalt) = tweede | ኆኅት (khokht) = de poort | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በምዕራብ (bämrab) = in het westen | ወይገብእ (wäygäb) = en keert terug | ምሥራቀ (mesraqä) = naar het oosten | ወይሠርቅ (wäysärq) = en gaat op | በሣልስ (bäsals) = in de derde | ኆኅት (khokht) = de poort | ፴ወ፩ጽባሐ (፴wä፩tsbahä) = 31 ochtenden | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | በምዕራበ (bämrabä) = in het westen van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:32** Op die dag wordt de nacht korter en wordt negen delen en de dag wordt negen delen, en de nacht wordt gelijk aan de dag, en het jaar is precies, naar zijn dagen, driehonderdvierenzestig dagen. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | ተሐፅፅ (tähätsts) = neemt af | ሌሊት (lelit) = nacht | ወትከውን (wätkäwn) = en zal worden | ፱ክፍለ (፱kflä) = 9 delen | ወዕለት (wälät) = en dag | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | ፱ክፍለ (፱kflä) = 9 delen | ወይትዔረይ (wäyteräy) = en wordt gelijk | ሌሊት (lelit) = nacht | ምስለ (meslä) = met | መዓልት (mäalt) = dag | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ዓመት (amät) = jaar | ጥንቁቀ (tenquqä) = precies | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ፫፻ወ፷ወረብዐ (፫፻wä፷wäräbä) = 364 Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:33** En de lengte van de dag en van de nacht en de kortheid van de dag en van de nacht worden onderscheiden door de loop van de zon. Brontekst: ወኑኃ (wänukha) = en de lengte | ለዕለት (lälät) = van de dag | ወለሌሊት (wälälelit) = en van de nacht | ወኅጸራ (wäkhtsära) = en de kortheid | ለዕለት (lälät) = van de dag | ወለሌሊት (wälälelit) = en van de nacht | በምኋረ (bämkhwarä) = door de loop van | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ውእቱ (wetu) = dat | ይትሌለይ (yetleläy) = wordt onderscheiden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:34** Daardoor wordt zijn loop dag na dag langer en nacht na nacht korter. Brontekst: በእንቲአሁ (bäntiähu) = over hem | ይነውኅ (yenäwkh) = wordt langer | ምኋሪሁ (mekhwarihu) = zijn loop | ዕለት (elät) = dag | እምዕለት (emlät) = dan de dag | ወሌሊት (wälelit) = en nacht | እምሌሊት (emlelit) = dan de nacht | ይቀርብ (yeqärb) = nadert Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ይቀርብ is letterlijk ‘nadert’; hier weergegeven als ‘korter wordt’, naar de Engelse uitgave van 1912. ### De wet van de zon **72:35** En dit is de wet en de loop van de zon en zijn terugkeer: zo vaak als hij terugkeert, zestig maal, gaat hij uit — hij, het grote licht van de eeuwigheid, dat Zon heet tot in alle eeuwigheid. Brontekst: ወዝውእቱ (wäzwtu) = en dit is | ትእዛዙ (tezazu) = zijn wet | ወምኋሩ (wämkhwaru) = en zijn loop | ለፀሐይ (lätsähäy) = de zon | ወምግባኡ (wämgbau) = en zijn terugkeer | ሶበ (sobä) = wanneer | ይገብእ (yegäb) = keert terug | ለእንተ (läntä) = voor wie | ፷ይገብእ (፷ygäb) = 60 keert terug | ወይወፅእ (wäywäts) = en kwam uit | ዘውእቱ (zäwtu) = die was | ብርሃን (berhan) = licht | ዐቢይ (äbiy) = grote | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ዘይሰመይ (zäysämäy) = die genoemd wordt | ፀሐየ (tsähäyä) = zon | ለዓለመ (läalämä) = tot in eeuwigheid van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **72:36** En dit is het grote licht dat uitgaat en naar zijn aanblik genoemd wordt, zoals Yahweh heeft bevolen. Brontekst: ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ውእቱ (wetu) = dat | ዘይወፅእ (zäywäts) = die uitgaat | ብርሃን (berhan) = licht | ዐቢይ (äbiy) = grote | ዘይሰመይ (zäysämäy) = die genoemd wordt | በአርአያ (bääräya) = naar het beeld van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | በከመ (bäkämä) = zoals | አዘዘ (äzäzä) = beval | እግዚእ (egzi) = Yahweh Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 1:16. Zie ook: Gen 1:16 **72:37** En zo komt hij op en gaat onder en neemt niet af en rust niet, maar rent dag en nacht in een wagen, en zijn licht is zevenmaal helderder dan dat van de maan; maar naar maat zijn zij beiden gelijk. Brontekst: ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ይወፅእ (yewäts) = kwamen | ወይበውእ (wäybäw) = en zal komen | ወኢየሐፅፅ (wäiyähätsts) = en neemt niet af | ወኢየዐርፍ (wäiyäärf) = en rust niet | አላ (äla) = maar | ይረውጽ (yeräwts) = rent | መዓልተ (mäaltä) = bij dag | ወሌሊተ (wälelitä) = en bij nacht | በሰረገላ (bäsärägäla) = in een wagen | ወብርሃነ (wäbrhanä) = en het licht van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ፯እደ (፯dä) = 7 delen | ያበርህ (yabärh) = schijnt | እምዘወርኅ (emzäwärkh) = dan die van de maan | ወአምጣኒሆሙ (wäämtanihomu) = en hun maat | ለ፪ኤሆሙ (lä፪ehomu) = voor beiden | ዘውግ (zäwg) = gelijk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 73 _De maan en haar licht_ ### De wet van de maan **73:1** En na deze wet zag ik een andere wet, voor het kleinere licht, dat Maan heet. Brontekst: ወድኅሬሁ (wädkhrehu) = en na | ለዝ (läz) = voor deze | ትእዛዝ (tezaz) = wet | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ካልአ (kalä) = een andere | ትእዛዘ (tezazä) = het gebod van | ለብርሃን (läbrhan) = het licht | ንኡስ (neus) = klein | ዘስሙ (zäsmu) = dat heet | ወርኅ (wärkh) = de maan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **73:2** En haar omtrek is als de omtrek van de hemel, en haar wagen, waarin zij rijdt, wordt door de wind gedragen, en naar maat wordt haar licht gegeven. Brontekst: ወክበቡ (wäkbäbu) = en zijn kring | ከመ (kämä) = dat; als | ክበበ (kebäbä) = de omtrek van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወሰረገላ (wäsärägäla) = en wagen | ዚአሁ (ziähu) = ervan | በኀበ (bäkhäbä) = waar | ይጼአን (yetseän) = draagt | ነፋስ (näfas) = wind | ይነፍኅ (yenäfkh) = waait het | ወበመስፈርት (wäbämäsfärt) = en naar maat | ይትወሀብ (yetwähäb) = zal gegeven worden | ሎቱ (lotu) = Hem | ብርሃን (berhan) = licht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **73:3** En in elke maand verandert haar opkomst en ondergang, en haar dagen zijn als de dagen van de zon, en wanneer haar licht gelijkmatig is, is haar licht een zevende deel van het licht van de zon, en zo komt zij op. Brontekst: ወበኲሉ (wäbäkwilu) = en in alle | ወርኅ (wärkh) = de maan | ሙጻኢሁ (mutsaihu) = zijn opkomst | ወሙባኢሁ (wämubaihu) = en zijn ondergang | ይትዌለጥ (yetwelät) = verschillend | ወመዋዕሊሁ (wämäwalihu) = en zijn dagen | ከመ (kämä) = dat; als | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይኤሪ (yeeri) = wordt gelijk | ከዊነ (käwinä) = zijn | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht | ሳብዓየ (sabayä) = zevende | እደ (edä) = de hand van | እምብርሃነ (embrhanä) = dan het licht van | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **73:4** En haar begin, dat naar het oosten ligt, komt uit op de dertigste morgen, en op die dag wordt zij zichtbaar en is voor jullie het begin van de maand: de dertigste morgen samen met de zon in de poort waaruit de zon opkomt. Brontekst: ወርእሱ (wärsu) = en zijn hoofd | ዘመንገለ (zämängälä) = aan de kant van | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | በ፴ጽባሕ (bä፴tsbah) = op de dertigste morgen | ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ዕለት (elät) = dag | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ርእሰ (resä) = het hoofd van | ወርኅ (wärkh) = de maan | ፴ጽባሐ (፴tsbahä) = 30 ochtenden | ምስለ (meslä) = met | ጸሐይ (tsähäy) = zon | በኆኅት (bäkhokht) = in de poort | እንተ (entä) = die | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ፀሐይ (tsähäy) = de zon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 1:16. Zie ook: Gen 1:16 **73:5** En de helft ervan is een zevende deel ver weg; en heel haar rondte is leeg, zonder licht, behalve een zevende deel ervan, van de veertien delen van haar licht. Brontekst: ወመንፈቁ (wämänfäqu) = en zijn helft | ርኁቅ (rekhuq) = ver | ፯እደ፩ (፯dä፩) = 7 delen, één | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ክበበ (kebäbä) = de omtrek van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | በክ (bäk) = ijdel | ዘአልቦ (zäälbo) = dat niet heeft | ብርሃን (berhan) = licht | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | ሳብዒት (sabit) = zevende | እደ (edä) = de hand van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | እም (em) = van | ፲ወ፬እደ (፲wä፬dä) = 14 delen | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De verdeling van het maanlicht in veertien delen is moeilijk te volgen; de Engelse uitgave van 1912 geeft bij 73:5–8 een uitgebreide toelichting. **73:6** En op de dag dat zij een zevende deel en de helft van haar licht ontvangt, wordt haar licht zeven en zeven delen, één, en de helft ervan gaat onder met de zon. Brontekst: ወበዕለተ (wäbälätä) = en op de dag van | ይነሥእ (yenäs) = ontvangt | ሳብዓየ (sabayä) = zevende | እደ (edä) = de hand van | ወመንፈቀ (wämänfäqä) = en de helft van | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht | ፯ወ፯እደ (፯wä፯dä) = 14 delen | አሐቲ (ähäti) = één | ወመንፈቃ (wämänfäqa) = en haar helft | የዐርብ (yäärb) = gaat onder | ምስለ (meslä) = met | ጸሐይ (tsähäy) = zon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: Het getal is hier onzeker; de Engelse uitgave van 1912 leest ‘een zevende deel van de helft van haar licht’. **73:7** En wanneer de zon opkomt, komt de maan met hem op en ontvangt de helft van een deel licht; en in die nacht, aan het begin van haar morgen, voor het begin van de dag van de maand, gaat de maan met de zon onder en wordt in die nacht verduisterd, zeven en zeven delen en de helft ervan. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat | ጸሐይ (tsähäy) = zon | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat | ወርኅ (wärkh) = de maan | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ወይነሥእ (wäynäs) = en ontvangt | መንፈቀ (mänfäqä) = tot de helft van | እደ (edä) = de hand van | ብርሃን (berhan) = licht | ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ሌሊት (lelit) = nacht | በርእሰ (bärsä) = aan het begin van | ጽባሐ (tsebahä) = morgen | ዚአሁ (ziähu) = ervan | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ዕለቱ (elätu) = zijn dag | ለወርኅ (läwärkh) = de maan | የዐርብ (yäärb) = gaat onder | ወርኅ (wärkh) = de maan | ምስለ (meslä) = met | ጸሐይ (tsähäy) = zon | ወይጸልም (wäytsälm) = en wordt donker | በይእቲ (bäyti) = in dat | ሌሊት (lelit) = nacht | ፯ወ፯እደ (፯wä፯dä) = 14 delen | ወንፍቃ (wänfqa) = en haar helft Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **73:8** En op die dag komt zij op met precies een zevende deel, en gaat uit en wijkt van de opkomst van de zon, en schijnt in de rest van haar dag met zeven en zeven delen. Brontekst: ወይሠርቅ (wäysärq) = en gaat op | በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ሳብዓየ (sabayä) = zevende | እደ (edä) = de hand van | ጥንቁቀ (tenquqä) = precies | ወይወጽእ (wäywäts) = en gaat uit | ወይጸንን (wäytsänn) = en schijnt | እምሥራቀ (emsraqä) = uit het oosten van | ጸሐይ (tsähäy) = zon | ወያበርህ (wäyabärh) = en schijnt | በተረፈ (bätäräfä) = in de rest van | ዕለቱ (elätu) = zijn dag | ፯ወ፯እደ (፯wä፯dä) = 14 delen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: De Engelse uitgave van 1912 leest ‘dertien delen’; de bron en andere handschriften hebben ‘zeven en zeven’ (veertien). ## Henoch 74 _De maan, het zonnejaar en het maanjaar_ ### Een andere loop van de maan **74:1** En ik zag een andere loop, een wet voor haar, volgens welke wet zij haar omloop van de maanden volbrengt. Brontekst: ወካልአ (wäkalä) = en een ander | ምኋረ (mekhwarä) = hun omloop | ወትእዛዘ (wätzazä) = en een wet | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ሎቱ (lotu) = Hem | እንተ (entä) = die | በውእቱ (bäwtu) = in die | ትእዛዝ (tezaz) = wet | ይገብር (yegäbr) = zal Hij maken | ምኋሮ (mekhwaro) = zijn loop | ዘአውራኅ (zääwrakh) = van de maanden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:2** En dit alles liet Uriël, de heilige engel die hun leider is, mij zien; en hun standen schreef ik op zoals hij ze mij liet zien, en ik schreef hun maanden op zoals ze waren, en het aanzien van hun licht, totdat vijftien dagen voltooid waren. Brontekst: ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ኡርኤል (urel) = Uriël | መልአክ (mäläk) = de engel | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ዘውእቱ (zäwtu) = die was | መራኂሆሙ (märakhihomu) = hun leider | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ወምንባሪሆሙ (wämnbarihomu) = en hun verblijf | ጸሐፍኩ (tsähäfku) = ik schreef | በከመ (bäkämä) = zoals | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ወጸሐፍኩ (wätsähäfku) = en ik schreef | አውራኂሆሙ (äwrakhihomu) = hun maanden | በከመ (bäkämä) = zoals | ሀለዉ (häläwu) = waren | ወርእየ (wäryä) = en hun aanblik | ብርሃኖሙ (berhanomu) = hun licht | እስከ (eskä) = tot | ተፈጸመ (täfätsämä) = was voltooid | ፲ወ፭መዋዕል (፲wä፭mäwal) = 15 dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:3** In elk deel van zeven volbrengt zij heel haar licht in het oosten, en in elk deel van zeven volbrengt zij heel haar duisternis in het westen. Brontekst: በ፩ (bä፩) = in één | ፯፯እድ (፯፯d) = 14 delen | ይፌጽም (yefetsm) = volbrengt hij | ኲሎ (kwilo) = alle | ብርሃኖ (berhano) = zijn licht | በምሥራቅ (bämsraq) = in het oosten | ወበበ (wäbäbä) = en in | ፯፯እድ (፯፯d) = 14 delen | ይፌጽም (yefetsm) = volbrengt hij | ኲሎ (kwilo) = alle | ጽልመቶ (tselmäto) = zijn duisternis | በምዕራብ (bämrab) = in het westen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:4** En in sommige maanden wisselt zij haar ondergangen, en in sommige maanden volgt zij haar eigen loop. Brontekst: ወበአውራኅ (wäbääwrakh) = en in maanden | እሙራት (emurat) = bepaalde | ይዌልጥ (yewelt) = wisselt | ምዕራባተ (merabatä) = westelijke (poorten) | ወበአውራኅ (wäbääwrakh) = en in maanden | እሙራት (emurat) = bepaalde | የሐውር (yähäwr) = gaat | ምኋሪሁ (mekhwarihu) = zijn loop | ፩፩ (፩፩) = ieder Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:5** In twee maanden gaat de maan met de zon onder in die twee poorten die in het midden zijn, in de derde en de vierde poort. Brontekst: ወበ፪ወርኅ (wäbä፪wärkh) = en in twee maanden | የዐርብ (yäärb) = gaat onder | ምስለ (meslä) = met | ጸሐይ (tsähäy) = zon | በእሉ (bälu) = in deze | ፪ኀዋኅው (፪khäwakhw) = 2 poorten | እለ (elä) = die | በማእከል (bämakäl) = in het midden | በሣልስ (bäsals) = in de derde | ወበራብዕ (wäbärab) = en in de vierde | ኆኅት (khokht) = de poort Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:6** Zeven dagen gaat zij uit en draait om, en keert terug door de poort waaruit de zon opkomt, en volbrengt heel haar licht; en zij wijkt van de zon en gaat in acht dagen binnen in de zesde poort waaruit de zon uitgaat. Brontekst: ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ፯መዋዕለ (፯mäwalä) = 7 dagen | ወየአውድ (wäyääwd) = en omringt | ወይገብእ (wäygäb) = en keert terug | ካዕበ (kabä) = wederom | በኆኅት (bäkhokht) = in de poort | እንተ (entä) = die | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | ይፌጽም (yefetsm) = volbrengt hij | ኲሎ (kwilo) = alle | ብርሃኖ (berhano) = zijn licht | ወይጸንን (wäytsänn) = en schijnt | እምጸሐይ (emtsähäy) = met de zon | ወይበውእ (wäybäw) = en zal komen | ሰሙነ (sämunä) = een week | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | በሳድስት (bäsadst) = in de zesde | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ጸሐይ (tsähäy) = zon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ሰሙነ መዋዕለ is letterlijk ‘een week van dagen’; gelet op de zeven plus acht dagen in vers 7 is het hier als ‘acht dagen’ gelezen, zoals de Engelse uitgave van 1912. **74:7** En wanneer de zon uit de vierde poort uitgaat, gaat zij zeven dagen uit, totdat zij uit de vijfde uitgaat, en keert weer terug in zeven dagen in de vierde poort en volbrengt heel haar licht, en zij wijkt en gaat in acht dagen binnen in de eerste poort. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ጸሐይ (tsähäy) = zon | እምራብዕት (emrabt) = uit de vierde | ኆኅት (khokht) = de poort | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ሰቡዐ (säbuä) = zeven | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | እስከ (eskä) = tot | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | እምነ (emnä) = van | ኃምስት (khamst) = vijfde | ወካዕበ (wäkabä) = en opnieuw | ይገብእ (yegäb) = keert terug | ሰብዐ (säbä) = zeven | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | በኆኅት (bäkhokht) = in de poort | ራብዕ (rab) = vierde | ወይፌጽም (wäyfetsm) = en voltooit | ኲሎ (kwilo) = alle | ብርሃኖ (berhano) = zijn licht | ወይጸንን (wäytsänn) = en schijnt | ወይበውእ (wäybäw) = en zal komen | በቀዳሚት (bäqädamit) = in de eerste | ኆኅት (khokht) = de poort | ሰሙነ (sämunä) = een week | መዋዕለ (mäwalä) = dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:8** En zij keert opnieuw in zeven dagen terug in de vierde poort waaruit de zon uitgaat. Brontekst: ወካዕበ (wäkabä) = en opnieuw | ይገብእ (yegäb) = keert terug | ሰቡዐ (säbuä) = zeven | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | በራብዕት (bärabt) = in de vierde | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ጸሐይ (tsähäy) = zon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:9** Zo zag ik hun verblijf naar de orde van hun maanden, terwijl de zon opkomt en ondergaat. Brontekst: ከመዝ (kämäz) = zo | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ምንባሮሙ (menbaromu) = hun verblijf | በከመ (bäkämä) = zoals | ሥርዐተ (serätä) = de orde van | አውራኂሆሙ (äwrakhihomu) = hun maanden | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | ጸሐይ (tsähäy) = zon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Vijf jaren **74:10** En in die dagen worden vijf jaren opgeteld, en de zon heeft een overschot van dertig dagen, en alle dagen die voor één jaar uit die vijf jaren komen, zijn, wanneer zij vol zijn, 364 dagen. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይትዌሰክ (yetwesäk) = wordt vermeerderd | ፭ዓመት (፭amät) = 5 jaar | ወይበጽሖ (wäybätsho) = en bereikt hem | ለጸሐይ (lätsähäy) = de zon | ፴መዋዕል (፴mäwal) = 30 dagen | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | መዋዕላት (mäwalat) = dagen | ይበጽሕዎ (yebätshwo) = bereiken hem | ለ፩ዓመት (lä፩amät) = voor één jaar | እምእልኩ (emlku) = van die | ፭ዓመት (፭amät) = 5 jaar | ተመሊኦሙ (tämäliomu) = volledig | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | ፫፻ወ፷ወ፬መዋዕለ (፫፻wä፷wä፬mäwalä) = 364 dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:11** En het overschot van de zon en van de sterren is zes dagen: in vijf jaren zes dagen per jaar, dat komt op dertig dagen, en de maan blijft dertig dagen achter bij de zon en de sterren. Brontekst: ወይበጽሕ (wäybätsh) = en reikt | ምብጻሒሆሙ (mebtsahihomu) = hun aankomst | ለጸሐይ (lätsähäy) = de zon | ወለከዋክብት (wäläkäwakbt) = en de sterren | ስሱ (sesu) = zes | መዋዕል (mäwal) = dagen | እም፭ዓመታት (em፭amätat) = van vijf jaren | በበስሱ (bäbässu) = elk zes | ይበጽሖሙ (yebätshomu) = bereikt hen | ፴ዕለት (፴lät) = 30 dag | ወየሐጽጽ (wäyähätsts) = en neemt af | እምፀሐይ (emtsähäy) = dan de zon | ወእምከዋክብት (wämkäwakbt) = en van de sterren | ወርኅ (wärkh) = de maan | ፴መዋዕለ (፴mäwalä) = 30 dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:12** En de maan brengt alle jaren precies, zodat zij zich in hun verblijf tot in eeuwigheid niet één dag vooruit of achteruit bewegen, maar het jaar in gerechtigheid wisselen, precies in 364 dagen. Brontekst: ወወርኅ (wäwärkh) = en de maan | ያመጽኦሙ (yamätsomu) = brengt hen | ለዓመታት (läamätat) = de jaren | ጥንቁቀ (tenquqä) = precies | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ከመ (kämä) = dat; als | ምንባሮሙ (menbaromu) = hun verblijf | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ኢይበድሩ (iybädru) = zij lopen niet vooruit | ወኢይዴኀሩ (wäiydekhäru) = en blijven niet achter | አሐተ (ähätä) = één | ዕለተ (elätä) = de dag van | አላ (äla) = maar | ይዌልጡ (yeweltu) = zij wisselen | ዓመተ (amätä) = het jaar van | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | ጥንቁቀ (tenquqä) = precies | በበ (bäbä) = elk | ፫፻ወ፮ወ፬መዋዕል (፫፻wä፮wä፬mäwal) = 364 dagen (bron: 310) Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: De bron heeft ‘de maan’; de Engelse uitgave van 1912 leest ‘de zon en de sterren’, omdat de maan in de verzen 10–11 juist achterblijft. Het getal 364 staat in de bron als 310 (፫፻ወ፮ወ፬) en is gelezen als 364. ### Drie, vijf en acht jaren **74:13** Voor drie jaren zijn zijn dagen 1092, en voor vijf jaren 1820 dagen, zodat het voor acht jaren 2912 dagen zijn. Brontekst: ለ፫ዓም (lä፫am) = voor drie jaren | መዋዕሊሁ (mäwalihu) = zijn dagen | ፲፻ወ፺ወ፪ (፲፻wä፺wä፪) = 1092 | ወለ፭ዓመት (wälä፭amät) = en voor vijf jaren | ፲ወ፰፻ወ፳መዋዕል (፲wä፰፻wä፳mäwal) = 1820 dagen | ከመ (kämä) = dat; als | ይኩን (yekun) = het geschiedt | ለ፰ዓመት (lä፰amät) = voor acht jaren | ፳ወ፱፻ወ፲ወ፪መዋዕል (፳wä፱፻wä፲wä፪mäwal) = 2912 dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit zijn de dagen van het zonnejaar van 364 dagen: drie jaren 1092, vijf jaren 1820, acht jaren 2912. **74:14** Voor de maan alleen zijn de dagen in drie jaren 1062, en in vijf jaren blijft zij vijftig dagen achter, want bij haar uitgang komen er 62 dagen bij. Brontekst: ለወርኅ (läwärkh) = de maan | ለባሕቲቱ (läbahtitu) = voor zichzelf | ይበጽሕ (yebätsh) = reikt | መዋዕሊሁ (mäwalihu) = zijn dagen | ለ፫ዓም (lä፫am) = voor drie jaren | ፲፻ወ፰ወ፪መዋዕል (፲፻wä፰wä፪mäwal) = 1062 dagen (bron: 1010) | ወለ፭ዓመት (wälä፭amät) = en voor vijf jaren | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፶መዋዕለ (፶mäwalä) = 50 dagen | እስመ (esmä) = omdat | በጸአቱ (bätsäätu) = bij zijn uitgang | ይትዌሰክ (yetwesäk) = wordt vermeerderd | ዲበ (dibä) = op | ፰ወ፪መዋዕል (፰wä፪mäwal) = 62 dagen (bron: 10) Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: In de bron staan hier 1010 (፲፻ወ፰ወ፪) en 10 (፰ወ፪) in plaats van 1062 en 62; gelezen als 1062 en 62, zoals de Engelse uitgave van 1912 (drie maanjaren van 354 dagen). **74:15** En voor vijf jaren zijn het 1770 dagen, zodat de maan in acht jaren 2832 dagen heeft. Brontekst: ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ለ፭ዓም (lä፭am) = voor vijf jaren | ፲ወ፯፻ወ፸መዋዕል (፲wä፯፻wä፸mäwal) = 1770 dagen | ከመ (kämä) = dat; als | ይኩን (yekun) = het geschiedt | ለወርኅ (läwärkh) = de maan | ለ፰ዓመት (lä፰amät) = voor acht jaren | መዋዕሊሁ (mäwalihu) = zijn dagen | ፳፻ወ፰፻ወ፴ወ፪መዋዕል (፳፻wä፰፻wä፴wä፪mäwal) = 2832 dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:16** Want in acht jaren blijft zij tachtig dagen achter, en alle dagen die zij in acht jaren achterblijft zijn tachtig. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ሕፀፅ (hetsäts) = tekort | ለ፰ዓመት (lä፰amät) = voor acht jaren | መዋዕሊሁ (mäwalihu) = zijn dagen | ፹ (፹) = 80 | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | መዋዕል (mäwal) = dagen | ዘሐፀፀ (zähätsätsä) = dat tekortkwam | እም፰ዓም (em፰am) = van acht jaren | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ፹ (፹) = 80 Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **74:17** En het jaar wordt in gerechtigheid voltooid naar hun standen en de standen van de zon, die opkomen uit de poorten waaruit de zon opkomt en ondergaat, dertig dagen. Brontekst: ወይትፌጸም (wäytfetsäm) = en ten einde brengen | ዓመት (amät) = jaar | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | በከመ (bäkämä) = zoals | መንበረ (mänbärä) = een troon | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | ወመንበረ (wämänbärä) = en de troon van | ጸሐይ (tsähäy) = zon | እለ (elä) = die | ይሠርቁ (yesärqu) = zij opgaan | እምነ (emnä) = van | ኆኅት (khokht) = de poort | እለ (elä) = die | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat | ወየዐርብ (wäyäärb) = en ondergaat | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ፴ (፴) = 30 Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De acht jaren van 2832 maandagen tegenover 2912 zonnedagen geven een verschil van tachtig dagen (vers 16). ## Henoch 75 _De vier dagen die worden toegevoegd, en de poorten_ ### De vier toegevoegde dagen **75:1** En de leiders van de hoofden van de duizendtallen, die over heel de schepping en over alle sterren gesteld zijn, hebben ook te maken met de vier dagen die worden toegevoegd en zich niet scheiden van hun verblijf, volgens de hele berekening van het jaar; en dezen dienen vier dagen die niet in de berekening van het jaar worden meegeteld. Brontekst: ወመራኅያኒሆሙ (wämärakhyanihomu) = en hun leiders | ለአርእስተ (läärstä) = voor de hoofden van | አእላፍ (älaf) = duizendtallen | እለ (elä) = die | ዲበ (dibä) = op | ኲሉ (kwilu) = alle | ፍጥረት (feträt) = schepping | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ኲሉ (kwilu) = alle | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ወምስለ (wämslä) = en met | ፬እለ (፬lä) = 4 die | ይትዌሰኩ (yetwesäku) = worden toegevoegd | ወኢይትሌለዩ (wäiytleläyu) = en zij worden niet gescheiden | እምንባሮሙ (emnbaromu) = van hun verblijf | በከመ (bäkämä) = zoals | ኲሉ (kwilu) = alle | ሐሳበ (häsabä) = de berekening van | ዓመት (amät) = jaar | ወእሉ (wälu) = en dezen | ይትቀነዩ (yetqänäyu) = zij dienen | ፬መዋዕለ (፬mäwalä) = 4 dagen | እለ (elä) = die | እይትሐሰቡ (eythäsäbu) = zij worden niet meegerekend | በሐሳበ (bähäsabä) = in de berekening van | ዓመት (amät) = jaar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De vier dagen zijn de dagen op de keerpunten van het jaar die niet in de gewone telling van 360 dagen zijn opgenomen. **75:2** En om hen dwalen de mensen daarin, want die lichten dienen in gerechtigheid in de orde van de wereld: één in de eerste poort en één in de derde poort en één in de vierde poort en één in de zesde poort, en de nauwkeurigheid van de wereld wordt voltooid in 364 standen van de wereld. Brontekst: ወበእንቲአሆሙ (wäbäntiähomu) = en om hen | ይጌግዩ (yegegyu) = dwalen | ቦሙ (bomu) = daarmee | ሰብእ (säb) = mensen | እስመ (esmä) = omdat | እሙንቱ (emuntu) = zij | ብርሃናት (berhanat) = de lichten | ይትቀነዩ (yetqänäyu) = zij dienen | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | በምንባረ (bämnbarä) = in de orde van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ፩በቀዳሚ (፩bäqädami) = 1 in de eerste | ኆኅት (khokht) = de poort | ወ፩በሣልስ (wä፩bäsals) = en 1 in de derde | ኆኅት (khokht) = de poort | ወ፩በራብዕ (wä፩bärab) = en 1 in de vierde | ኆኅት (khokht) = de poort | ወ፩በሳድስ (wä፩bäsads) = en 1 in de zesde | ኆኅት (khokht) = de poort | ወይትፌጸም (wäytfetsäm) = en ten einde brengen | ጥንቃዌ (tenqawe) = de nauwkeurigheid | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | በበ (bäbä) = elk | ፫፻ወ፰ወ፬መንበረ (፫፻wä፰wä፬mänbärä) = 364 standen van (bron: 312) | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: Het getal 364 staat in de bron als 312 (፫፻ወ፰ወ፬); gelezen als 364, zoals de Engelse uitgave van 1912. **75:3** Want voor tekenen en tijden en jaren en dagen liet Uriël mij zien, de engel die Yahweh van de heerlijkheid, de eeuwige, boven alle lichten van de hemel gesteld heeft, in de hemel en in de wereld, dat zij zouden heersen op het aangezicht van de hemel en op de aarde gezien worden, en leiders zouden zijn voor dag en nacht: de zon en de maan en de sterren en alle dienende wezens die in alle wagens van de hemel rondgaan. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ለትእምርት (lätmrt) = voor tekenen | ወለአዝማን (wälääzman) = en voor tijden | ወለዓመታት (wäläamätat) = en voor jaren | ወለመዋዕል (wälämäwal) = en voor dagen | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ኡርኤል (urel) = Uriël | መልአክ (mäläk) = de engel | ዘአንበሮ (zäänbäro) = die plaatste | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ዲበ (dibä) = op | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ብርሃናተ (berhanatä) = de lichten van | ሰማይ (sämay) = hemel | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | ወበዓለም (wäbäaläm) = en in de wereld | ከመ (kämä) = dat; als | ይምልኩ (yemlku) = zij heersen | በገጸ (bägätsä) = aan het aangezicht van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወይትረአዩ (wäyträäyu) = en worden gezien | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወይኩኑ (wäykunu) = en zij zullen zijn | መራኅያነ (märakhyanä) = leiders | ለመዓልት (lämäalt) = van de dag | ወለሌሊት (wälälelit) = en van de nacht | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወወርኅ (wäwärkh) = en de maan | ወከዋክብት (wäkäwakbt) = en sterren | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ቅንየታት (qenyätat) = dienstverrichtingen | እለ (elä) = die | የአውዱ (yääwdu) = zij omgaan | በኲሎሙ (bäkwilomu) = in alle | ሰረገላተ (särägälatä) = wagens | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 1:14. Zie ook: Gen 1:14 ### De twaalf poorten **75:4** Zo liet Uriël mij twaalf wijde poorten zien in de kring van de wagens van de zon in de hemel, waaruit de voeten van de zon uitgaan, en daaruit gaat warmte uit over de aarde wanneer zij op hun vastgestelde tijden worden geopend. Brontekst: ከመዝ (kämäz) = zo | ፲ወ፪ኀዋኅው (፲wä፪khäwakhw) = 12 poorten | ርኋተ (rekhwatä) = geopende | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ኡርኤል (urel) = Uriël | በክበበ (bäkbäbä) = in de kring van | ሰረገላት (särägälat) = wagens | ዘጸሐይ (zätsähäy) = van de zon | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | እለ (elä) = die | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ይወጽኡ (yewätsu) = komen uit | እገሪሃ (egäriha) = haar voeten | ለጸሐይ (lätsähäy) = de zon | ወእምኔሆሙ (wämnehomu) = en daaruit | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ሞቅ (moq) = hitte | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ሶበ (sobä) = wanneer | ይትረኀዉ (yeträkhäwu) = worden geopend | በአዝማን (bääzman) = in tijden | እለ (elä) = die | እሙራን (emuran) = bepaalde | ቦሙ (bomu) = daarmee Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **75:5** En voor de winden en de geest van de dauw, wanneer zij worden geopend, op hun tijden wijd geopend in de hemelen aan de einden. Brontekst: ወለነፋሳት (wälänäfasat) = en voor de winden | ወለመንፈሰ (wälämänfäsä) = en voor de geest van | ጠል (täl) = dauw | ሶበ (sobä) = wanneer | ይትረኀዉ (yeträkhäwu) = worden geopend | በአዝማን (bääzman) = in tijden | ርኋተ (rekhwatä) = geopende | በሰማያት (bäsämayat) = in de hemelen | ዲበ (dibä) = op | አጽናፍ (ätsnaf) = de uiteinden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: De Engelse uitgave van 1912 beschouwt dit vers als onverstaanbaar en als een later ingevoegd dubbel van de verzen 4 en 6. **75:6** Wat de twaalf poorten betreft die ik in de hemel zag aan de einden van de aarde, waaruit de zon en de maan en de sterren en alle werken van de hemel uitgaan, in het oosten en in het westen, Brontekst: ፲ወ፪ኀዋኅው (፲wä፪khäwakhw) = 12 poorten | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | በአጽናፈ (bäätsnafä) = aan de uiteinden van | ምድር (medr) = de aarde | እለ (elä) = die | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ይወጽኡ (yewätsu) = komen uit | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወወርኅ (wäwärkh) = en de maan | ወከዋክብት (wäkäwakbt) = en sterren | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ግብራተ (gebratä) = werken van | ሰማይ (sämay) = hemel | እምነ (emnä) = van | ምሥራቅ (mesraq) = oosten | ወእምነ (wämnä) = en uit | ምዕራብ (merab) = westen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **75:7** er zijn vele vensters rechts en links van hen, en één venster brengt op zijn tijd warmte voort, overeenkomend met die poorten waaruit de sterren komen zoals Hij hun bevolen heeft, en waarin zij ondergaan naar hun getal. Brontekst: ወመሳክው (wämäsakw) = en vensters | ርኋት (rekhwat) = wijde | ብዙኃት (bezukhat) = vele | እምፀጋሙ (emtsägamu) = links van | ወእምየማኑ (wämyämanu) = en rechts van | ወአሐቲ (wäähäti) = en één | መስኮት (mäskot) = venster | በዘመነ (bäzämänä) = in de tijd van | ዚአሃ (ziäha) = van haar | ታመውቅ (tamäwq) = verwarmt | ሞቀ (moqä) = hitte | ዘከመ (zäkämä) = hoe | እልኩ (elku) = die | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | እለ (elä) = die | ይወጽኡ (yewätsu) = komen uit | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | በከመ (bäkämä) = zoals | አዘዞሙ (äzäzomu) = gebood hen | ወእለ (wälä) = en wier | ቦሙ (bomu) = daarmee | የዐርቡ (yäärbu) = zij gaan onder | በከመ (bäkämä) = zoals | ኊልቆሙ (khwilqomu) = hun getal Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De wagens in de hemel **75:8** En ik zag wagens in de hemel, rennend in de wereld, boven en onder die poorten waarin de sterren zich keren die niet ondergaan. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ሰረገላተ (särägälatä) = wagens | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | እንዘ (enzä) = terwijl | ይረውፁ (yeräwtsu) = rennen | በዓለም (bäaläm) = in de wereld | እመልዕልቶሙ (emälltomu) = boven hen | ወእመትሕቶሙ (wämäthtomu) = en onder hen | ለእልኩ (lälku) = van die | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | እለ (elä) = die | ቦሙ (bomu) = daarmee | ይትመየጡ (yetmäyätu) = zich bekeren | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | እለ (elä) = die | ኢየዐርቡ (iyäärbu) = gaan niet onder Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **75:9** En één is groter dan allen, en die gaat om de gehele wereld. Brontekst: ወ፩የዐብዮሙ (wä፩yääbyomu) = en 1 maakt hen groot | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | የአውድ (yääwd) = omringt | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 76 _De twaalf poorten van de winden_ ### De twaalf windpoorten **76:1** En aan de einden van de aarde zag ik twaalf wijde poorten voor alle winden, waaruit de winden uitgaan en over de aarde waaien. Brontekst: ወበአጽናፈ (wäbäätsnafä) = en in de einden van | ምድር (medr) = de aarde | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ፲ወ፪ኀዋኅው (፲wä፪khäwakhw) = 12 poorten | ርኋተ (rekhwatä) = geopende | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ነፋሳት (näfasat) = winden | እለ (elä) = die | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ይወጽኡ (yewätsu) = komen uit | ነፋሳት (näfasat) = winden | ወይነፍሱ (wäynäfsu) = en zij waaien | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **76:2** Drie ervan zijn geopend aan het aangezicht van de hemel, en drie in het westen, en drie rechts van de hemel, en drie links. Brontekst: ፫እምኔሆሙ (፫mnehomu) = 3 van hen | ርኋት (rekhwat) = wijde | በገጸ (bägätsä) = aan het aangezicht van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወ፫በምዕራብ (wä፫bämrab) = en 3 in het westen | ወ፫በየማነ (wä፫bäyämanä) = en 3 rechts | ሰማይ (sämay) = hemel | ወ፫በፀጋም (wä፫bätsägam) = en 3 links Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ‘Aangezicht van de hemel’ is hier het oosten, ‘rechts’ het zuiden en ‘links’ het noorden, naar het Hebreeuwse gebruik (zo de Engelse uitgave van 1912). **76:3** En de drie eerste zijn die naar het oosten, en drie naar het noorden, en drie daarna, aan de linkerkant, naar het zuiden, en drie in het westen. Brontekst: ወ፫ቀዳምያት (wä፫qädamyat) = en 3 de eersten | እለ (elä) = die | መንገለ (mängälä) = naar | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | ወ፫መንገለ (wä፫mängälä) = en drie naar | መስዕ (mäs) = het noorden | ወ፫በድኅር (wä፫bädkhr) = en 3 achteraan | እለ (elä) = die | በጸጋም (bätsägam) = links | ለመንገለ (lämängälä) = naar de kant van | አዜብ (äzeb) = het zuiden | ወ፫በዓረብ (wä፫bäaräb) = en 3 in het westen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: De Engelse uitgave van 1912 verwisselt hier noorden en zuiden, omdat de volgende verzen eerst het zuiden en dan het noorden behandelen; de bron heeft de volgorde oosten, noorden, zuiden, westen. **76:4** Door vier ervan komen winden van zegen en vrede, en uit die acht komen winden van plaag; wanneer zij worden gezonden, vernietigen zij heel de aarde en het water erop en allen die erop leven en alles wat in het water en op het land is. Brontekst: በ፬እምኔሆሙ (bä፬mnehomu) = door vier van hen | ይወጽኡ (yewätsu) = komen uit | ነፋሳተ (näfasatä) = de winden | በረከት (bäräkät) = zegen | ወሰላም (wäsälam) = en vrede | ወእምእልኩ (wämlku) = en uit die | ፰ይወጽኡ (፰ywätsu) = 8 komen uit | ነፋሳተ (näfasatä) = de winden | መቅሠፍት (mäqsäft) = plaag | ሶበ (sobä) = wanneer | ይትፌነዉ (yetfenäwu) = zij worden gezonden | ይደመስስዋ (yedämässwa) = zij vernietigen | ለኲላ (läkwila) = van heel | ምድር (medr) = de aarde | ወለማይ (wälämay) = en het water | ዘዲቤሃ (zädibeha) = dat erop is | ወለኲሎሙ (wäläkwilomu) = en over allen | እለ (elä) = die | የኀድፉ (yäkhädfu) = die erover leven | ዲቤሃ (dibeha) = daarop | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ዘሀሎ (zähälo) = wat is | ውስተ (westä) = in | ማይ (may) = water | ወዲበ (wädibä) = en tegen | የብስ (yäbs) = het land Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 7:1. Zie ook: Openb 7:1 ### De oostenwind **76:5** En de eerste wind uit die poorten, genaamd de oostenwind, komt uit door de eerste poort die naar het oosten ligt en naar het zuiden helt; daaruit komen verwoesting, droogte, hitte en verderf. Brontekst: ወይወጽእ (wäywäts) = en gaat uit | ቀዳማይ (qädamay) = eerste | ነፋስ (näfas) = wind | እምእልኩ (emlku) = van die | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ዘስሙ (zäsmu) = dat heet | ጽባሓይ (tsebahay) = oostenwind | በቀዳሚት (bäqädamit) = in de eerste | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | መንገለ (mängälä) = naar | ጽባሕ (tsebah) = het oosten | እንተ (entä) = die | ታጸንን (tatsänn) = helt | ለአዜብ (lääzeb) = naar het zuiden | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ድምሳሴ (demsase) = vernietiging | የብስ (yäbs) = het land | ወሞቅ (wämoq) = en hitte | ወሐጒል (wähägwil) = en verderf Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **76:6** En door de tweede poort, in het midden, komt wat passend is, en daaruit komen regen en vrucht en vrede en dauw; en door de derde poort die naar het noorden ligt, komen koude en droogte. Brontekst: ወበካልእት (wäbäkalt) = en in de tweede | ኆኅት (khokht) = de poort | ማእከላይት (makälayt) = middelste | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ርትዕ (ret) = rechtvaardigheid | ወይወጽእ (wäywäts) = en gaat uit | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ዝናም (zenam) = regen | ወፍሬ (wäfre) = en vrucht | ወሰላም (wäsälam) = en vrede | ወጠል (wätäl) = en dauw | ወበሣልስት (wäbäsalst) = en in de derde | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | መንገለ (mängälä) = naar | መስዕ (mäs) = het noorden | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ቊር (qwir) = koude | ወየብስ (wäyäbs) = en droogte Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **76:7** En na deze winden komen de zuidenwinden uit door drie poorten: door de eerste poort van hen, die naar het oosten helt, komt een hete wind. Brontekst: ወእምድኅረ (wämdkhrä) = en na | እሉ (elu) = deze | ነፋሳት (näfasat) = winden | በመንገለ (bämängälä) = aan de kant van | አዜብ (äzeb) = het zuiden | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | በ፫ኆኅት (bä፫khokht) = door drie poorten | ቀዳምያት (qädamyat) = eerste | በቀዳሚት (bäqädamit) = in de eerste | ኆኅት (khokht) = de poort | እምኔሆን (emnehon) = van hen | እንተ (entä) = die | ትጸንን (tetsänn) = helt | ለመንገለ (lämängälä) = naar de kant van | ምሥራቅ (mesraq) = oosten | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ነፋሰ (näfasä) = wind | ሞቅ (moq) = hitte Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **76:8** En door de middelste poort naast haar komen een liefelijke geur en dauw en regen en vrede en leven. Brontekst: ወበኆኅት (wäbäkhokht) = en door de poort | እንተ (entä) = die | ኀቤሃ (khäbeha) = naast haar | ማእከላይት (makälayt) = middelste | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | እምኔሃ (emneha) = daarvan | መዐዛ (määza) = geur | ሠናይ (sänay) = mooi | ወጠል (wätäl) = en dauw | ወዝናም (wäznam) = en regen | ወሰላም (wäsälam) = en vrede | ወሕይወት (wähywät) = en leven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **76:9** En door de derde poort die naar het westen ligt, komen dauw en regen en sprinkhanen en verwoesting. Brontekst: ወበሣልስት (wäbäsalst) = en in de derde | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | መንገለ (mängälä) = naar | ምዕራብ (merab) = westen | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ጠል (täl) = dauw | ወዝናም (wäznam) = en regen | ወአናኲዕ (wäänakwi) = en sprinkhanen | ወድምሳሴ (wädmsase) = en vernietiging Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **76:10** En na deze komen de winden uit het noorden, [die ‘de zee’ heten], uit de zevende poort die naar het oosten ligt en naar het zuiden helt; daaruit komen dauw en regen, sprinkhanen en verwoesting. Brontekst: ወእምድኅረ (wämdkhrä) = en na | እሉ (elu) = deze | ነፋሳት (näfasat) = winden | ዘመንገለ (zämängälä) = aan de kant van | መስዕ (mäs) = het noorden | ዘስሙ (zäsmu) = dat heet | ባሕር (bahr) = zee | እም (em) = van | ፫ (፫) = 3 | ሳብዓይ (sabay) = zevende | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | መንገለ (mängälä) = naar | ምሥራቅ (mesraq) = oosten | ዘታጸንን (zätatsänn) = die helt | መንገለ (mängälä) = naar | አዜብ (äzeb) = het zuiden | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ጠል (täl) = dauw | ወዝናም (wäznam) = en regen | አናኲዕ (änakwi) = sprinkhanen | ወድምሳሴ (wädmsase) = en vernietiging Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: In de Ge'ez-bron staan ዘስሙ ባሕር (‘genaamd de zee’) en ፫ (‘drie’) tussen haken, wat meestal op een onzekere lezing wijst; de Engelse uitgave van 1912 beschouwt de toevoeging ‘die genoemd wordt de zee’ als een glosse. **76:11** En uit de middelste poort komen, in rechte richting, regen en dauw en leven en vrede; en door de derde poort die naar het westen ligt en naar het noorden helt, komen mist en rijp en sneeuw en regen en dauw en sprinkhanen. Brontekst: ወእማእከላይት (wämakälayt) = en uit de middelste | ኆኅት (khokht) = de poort | ርትዕት (rett) = rechte | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ዝናም (zenam) = regen | ወጠል (wätäl) = en dauw | ወሕይወት (wähywät) = en leven | ወሰላም (wäsälam) = en vrede | ወበሣልስት (wäbäsalst) = en in de derde | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | መንገለ (mängälä) = naar | ምዕራብ (merab) = westen | እንተ (entä) = die | ታጸንን (tatsänn) = helt | ለመስዕ (lämäs) = naar het noorden | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | እምኔሃ (emneha) = daarvan | ጊሜ (gime) = mist | ወአስሐትያ (wääshätya) = en ijs | ወሐመዳ (wähämäda) = en rijp | ወዝናም (wäznam) = en regen | ወጠል (wätäl) = en dauw | ወአናኲዕ (wäänakwi) = en sprinkhanen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **76:12** En na deze vier komen de westenwinden: door de eerste poort die naar het noorden helt, komen dauw en regen en rijp en koude en sneeuw en vorst. Brontekst: ወእምድኅረ (wämdkhrä) = en na | እሉ (elu) = deze | ፬ (፬) = 4 | ነፋሳት (näfasat) = winden | እለ (elä) = die | መንገለ (mängälä) = naar | ምዕራብ (merab) = westen | በቀዳሚት (bäqädamit) = in de eerste | ኆኅት (khokht) = de poort | እንት (ent) = die | ታጸንን (tatsänn) = helt | ለመንገለ (lämängälä) = naar de kant van | መስዕ (mäs) = het noorden | ወእምኔሃ (wämneha) = en uit haar | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ጠል (täl) = dauw | ወዝናም (wäznam) = en regen | ወአስሐትያ (wääshätya) = en ijs | ወቊር (wäqwir) = en koude | ወሐመዳ (wähämäda) = en rijp | ወደደክ (wädädäk) = en vorst Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ደደክ is hier als ‘vorst’ weergegeven (Engels: ‘frost’). **76:13** En uit de middelste poort komen dauw en regen, vrede en zegen; en door de laatste poort die naar het zuiden ligt, komen droogte en verwoesting, brand en verderf. Brontekst: ወእምነ (wämnä) = en uit | ኆኅት (khokht) = de poort | ማእከላይት (makälayt) = middelste | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ጠል (täl) = dauw | ወዝናም (wäznam) = en regen | ሰላም (sälam) = vrede | ወበረከት (wäbäräkät) = en zegen | ወበደኃሪት (wäbädäkharit) = en door de laatste | ኆኅት (khokht) = de poort | እንተ (entä) = die | መንገለ (mängälä) = naar | አዜብ (äzeb) = het zuiden | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | እምኔሃ (emneha) = daarvan | የብስ (yäbs) = het land | ወድምሳሴ (wädmsase) = en vernietiging | ዋዕይ (way) = de gloed | ወሐጒል (wähägwil) = en verderf Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Aan Metuselach getoond **76:14** En hiermee zijn de twaalf poorten van de vier hemelstreken voltooid, en al hun wetten en al hun plagen en al hun vrede heb ik je getoond, mijn zoon Metuselach. Brontekst: ወተፈጸማ (wätäfätsäma) = en voltooid zijn | ፲ወ፪ኀዋኅው (፲wä፪khäwakhw) = 12 poorten | ዘ፬ኀዋኅው (zä፬khäwakhw) = van de vier hemelstreken | ሰማይ (sämay) = hemel | ወኩሎ (wäkulo) = en al | ትእዛዞሙ (tezazomu) = hun wetten | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | መቅሠፍቶሙ (mäqsäftomu) = hun plagen | ወሰላሞሙ (wäsälamomu) = en hun vrede | አርአይኩከ (äräykukä) = ik heb je getoond | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 77 _De vier hemelstreken, de bergen, rivieren en eilanden_ ### De namen van de hemelstreken **77:1** En de eerste hemelstreek noemen zij de oostelijke, want hij is de eerste; en de tweede noemen zij het zuiden, want de Allerhoogste daalt daar neer, en bovenal daalt daar Hij neer die gezegend is tot in eeuwigheid. Brontekst: ይጼውዕዎ (yetsewwo) = zij noemen hem | ለነፋስ (länäfas) = de wind | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ጽባሓዊ (tsebahawi) = oostelijk | እስመ (esmä) = omdat | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ውእቱ (wetu) = dat | ወይጼውዕዎ (wäytsewwo) = en zij noemen hem | ለካልእ (läkal) = de tweede | አዜብ (äzeb) = het zuiden | እስመ (esmä) = omdat | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ህየ (heyä) = daar | ይወርድ (yewärd) = Hij neerdaalt | ወፈድፋደ (wäfädfadä) = en bovenal | ህየ (heyä) = daar | ይወርድ (yewärd) = Hij neerdaalt | ቡሩክ (buruk) = gezegend | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **77:2** En de westelijke wind heet de verminderde, want daar nemen alle lichten van de hemel af en gaan zij onder. Brontekst: ወለነፋስ (wälänäfas) = en de wind | ዘእምዕራብ (zämrab) = van het westen | ስሙ (semu) = zijn naam | ንቱግ (netug) = de verminderde | እስመ (esmä) = omdat | በህየ (bähyä) = daar | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ኲሉ (kwilu) = alle | ብርሃናተ (berhanatä) = de lichten van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወይወርዱ (wäywärdu) = en zij dalen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **77:3** En de vierde wind, genaamd het noorden, wordt in drie delen verdeeld: het ene deel is een woonplaats voor mensen, en het tweede is voor zeeën van water en de diepten en wouden en rivieren en duisternis en mist, en het derde deel is in de tuin van de gerechtigheid. Brontekst: ወራብዕ (wärab) = en de vierde | ነፋስ (näfas) = wind | ዘስሙ (zäsmu) = dat heet | መስዕ (mäs) = het noorden | ይትከፈል (yetkäfäl) = wordt verdeeld | ፫ክፍለ (፫kflä) = 3 delen | ፩እምኔሆሙ (፩mnehomu) = 1 van hen | ማኅደር (makhdär) = woonplaats | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ወካልእ (wäkal) = en de tweede | ለአብሕርተ (lääbhrtä) = voor de zeeën van | ማያት (mayat) = wateren | ወበቀላያት (wäbäqälayat) = en de diepten | ወበኦም (wäbäom) = en de wouden | ወበአፍላግ (wäbääflag) = en de rivieren | ወበጽልመት (wäbätslmät) = en in de duisternis | ወበጊሜ (wäbägime) = en de mist | ወሣልስ (wäsals) = en de derde | ክፍል (kefl) = deel | በገነተ (bägänätä) = in de tuin van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 2:8. Zie ook: Gen 2:8 ### Zeven bergen en zeven rivieren **77:4** Ik zag zeven hoge bergen, hoger dan alle bergen die op de aarde zijn, en daaruit komt rijp, en dagen, tijden en jaren gaan voorbij. Brontekst: ፯አድባረ (፯ädbarä) = zeven bergen | ነዋኃነ (näwakhanä) = hoge | ርኢኩ (reiku) = ik zag | እለ (elä) = die | ይነውኁ (yenäwkhu) = zij zijn hoog | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | አድባር (ädbar) = bergen | እለ (elä) = die | ውስተ (westä) = in | ምድር (medr) = de aarde | ወእምኔሆሙ (wämnehomu) = en daaruit | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | አስሐትያ (äshätya) = ijs, kristal | ወየኀልፍ (wäyäkhälf) = en gaat voorbij | ወየሐውር (wäyähäwr) = en gaat | መዋዕል (mäwal) = dagen | ወዘመን (wäzämän) = en tijd | ወዓመት (wäamät) = en jaar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **77:5** Ik zag zeven rivieren op de aarde, groter dan alle rivieren; een ervan komt uit het westen en giet zijn water in de grote zee. Brontekst: ፯አፍላገ (፯äflagä) = 7 stromen van | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ዐበይተ (äbäytä) = grote | እምኲሎሙ (emkwilomu) = boven allen | አፍላግ (äflag) = stromen | ፩እምኔሆሙ (፩mnehomu) = 1 van hen | ይመጽእ (yemäts) = komt | እምዓረብ (emaräb) = uit het westen | ውስተ (westä) = in | ባሕር (bahr) = zee | ዐቢይ (äbiy) = grote | ይክዑ (yeku) = zij gieten | ማዮ (mayo) = zijn water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Num. 34:6. Voetnoot Uitleg: De grote zee is de Middellandse Zee (zo de Engelse uitgave van 1912). Voetnoot Lezing: Die uitgave meent dat ‘westen’ hier een misverstaan is van een woord voor ‘woestijn’ (Hebreeuws ʿarabah) en leest ‘uit de woestijn’; de rivier zou dan de Nijl zijn. Zie ook: Num 34:6 **77:6** En die twee komen uit het noorden naar de zee en gieten hun water in de Erythreese Zee in het oosten. Brontekst: ወእልክቱ (wälktu) = en die | ፪ይመጽኡ (፪ymätsu) = 2 komen | እመስዕ (emäs) = uit het noorden | እስከ (eskä) = tot | ባሕር (bahr) = zee | ወይክዕዉ (wäykwu) = en zij gieten | ማዮሙ (mayomu) = hun water | በባሕረ (bäbahrä) = in de zee van | ኤርትራ (ertra) = Erythra (de Rode Zee) | እምሥራቅ (emsraq) = uit het oosten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 zijn de Eufraat en de Tigris bedoeld, en is de Erythreese Zee een algemene naam voor de Arabische, Perzische en Indische zeeën. **77:7** En de vier die overblijven, komen uit aan de kant van het noorden tot aan hun zee, de Erythreese Zee, en twee storten zich in de grote zee en vloeien daar uit, en sommigen zeggen: naar de woestijn. Brontekst: ወእለ (wälä) = en wier | ተርፉ (tärfu) = die overbleven | ፬ይወጽኡ (፬ywätsu) = 4 komen uit | በገቦ (bägäbo) = aan de zijde van | መስዕ (mäs) = het noorden | እስከ (eskä) = tot | ባሕረ (bahrä) = de zee van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | ባሕረ (bahrä) = de zee van | ኤርትራ (ertra) = Erythra (de Rode Zee) | ወ፪በባሕር (wä፪bäbahr) = en 2 in de zee | ዐቢይ (äbiy) = grote | ይሰወጡ (yesäwätu) = zij storten zich | በህየ (bähyä) = daar | ወይቤሉ (wäybelu) = en zij zeiden | መድበራ (mädbära) = de woestijn Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ‘En sommigen zeggen: naar de woestijn’ (መድበራ) is volgens de Engelse uitgave van 1912 een glosse. ### Zeven eilanden **77:8** Zeven grote eilanden zag ik in de zee en op het land: twee op het land en vijf in de grote zee. Brontekst: ሰቡዐ (säbuä) = zeven | ደሰያተ (däsäyatä) = eilanden | ዐበይተ (äbäytä) = grote | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በባሕር (bäbahr) = in de zee | ወበምድር (wäbämdr) = en op het land | ፪በምድር (፪bämdr) = 2 op een aarde | ወ፭በባሕር (wä፭bäbahr) = en 5 in de zee | ዐቢይ (äbiy) = grote Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: Volgens de Engelse uitgave van 1912 is de tekst hier geheel onzeker. ## Henoch 78 _De namen en de fasen van de maan_ ### De namen van zon en maan **78:1** De namen van de zon zijn als volgt: de eerste Orjares en de tweede Tomas. Brontekst: አስማቱ (äsmatu) = de namen van | ለፀሐይ (lätsähäy) = de zon | ከመዝ (kämäz) = zo | ፩ኦርያሬስ (፩oryares) = 1 Orjares | ወካልኡ (wäkalu) = en de tweede | ቶማስ (tomas) = Tomas Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 zijn Orjares en Tomas Hebreeuwse woorden voor de zon, een voor de winter en een voor de zomer. **78:2** En de maan heeft vier namen: de eerste heet Asonja, de tweede Ebla, de derde Benase en de vierde Era'e. Brontekst: ወለወርኅ (wäläwärkh) = en voor de maan | ፬አስማት (፬äsmat) = 4 namen | ቦቱ (botu) = daaraan | ፩ስሙ (፩smu) = 1 zijn naam | አሶንያ (äsonya) = Asonja | ወካልእ (wäkal) = en de tweede | እብላ (ebla) = Ebla | ወሣልስ (wäsals) = en de derde | ብናሴ (benase) = Benase | ወራብዕ (wärab) = en de vierde | ኤራዕ (era) = Era'e Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:3** Dit zijn de twee grote lichten; hun omtrek is als de omtrek van de hemel, en de maat van beide is gelijk. Brontekst: እሉ (elu) = deze | እሙንቱ (emuntu) = zij | ፪ብርሃናት (፪brhanat) = 2 de lichten | ዐበይት (äbäyt) = grote | ክበቦሙ (kebäbomu) = hun omtrek | ከመ (kämä) = dat; als | ክበበ (kebäbä) = de omtrek van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወአምጣኒሆሙ (wäämtanihomu) = en hun maat | ለክልኤሆሙ (läklehomu) = van beiden | ዕሩያን (eruyan) = gelijk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:4** In de omtrek van de zon zijn zeven delen licht die er meer aan worden toegevoegd dan aan de maan, en naar maat wordt het overgebracht totdat het zevende deel van de zon voorbij is. Brontekst: በክበበ (bäkbäbä) = in de kring van | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ፯ክፍለ (፯kflä) = 7 delen | ብርሃን (berhan) = licht | ዘይትዌሰክ (zäytwesäk) = dat wordt toegevoegd | ቦቱ (botu) = daaraan | እምወርኅ (emwärkh) = boven de maan | ወበመስፈርት (wäbämäsfärt) = en naar maat | ትትወደይ (tetwädäy) = wordt overgebracht | እስከ (eskä) = tot | የኀልፍ (yäkhälf) = gaat voorbij | ሳብዕ (sab) = zevende | ክፍለ (keflä) = het lot van | ፀሐይ (tsähäy) = de zon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:5** En zij gaan onder en komen binnen in de poorten van het westen en gaan rond door het noorden, en door de poorten van het oosten komen zij uit aan het aangezicht van de hemel. Brontekst: ወየዐርቡ (wäyäärbu) = en zij gaan onder | ወይበውኡ (wäybäwu) = en zij gaan binnen | ውስተ (westä) = in | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ምዕራብ (merab) = westen | ወየዐውዱ (wäyääwdu) = en zij gaan rond | እንተ (entä) = die | መስዕ (mäs) = het noorden | ወእንተ (wäntä) = en waarvan | ኀዋኅው (khäwakhw) = poorten | ምሥራቅ (mesraq) = oosten | ይወጽኡ (yewätsu) = komen uit | ዲበ (dibä) = op | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De groei van het maanlicht **78:6** En wanneer de maan opkomt, verschijnt zij aan de hemel en heeft zij de helft van een zevende deel licht, en op de veertiende dag volbrengt zij al haar licht. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይትነሣእ (yetnäsa) = komt op | ወርኅ (wärkh) = de maan | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | ወመንፈቀ (wämänfäqä) = en de helft van | ሳብዕ (sab) = zevende | እደ (edä) = de hand van | ብርሃን (berhan) = licht | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ቦቱ (botu) = daaraan | ወበዐሡር (wäbääsur) = en op de tiende | ወረቡዕ (wäräbu) = en vierde | ይፌጽም (yefetsm) = volbrengt hij | ኲሎ (kwilo) = alle | ብርሃኖ (berhano) = zijn licht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:7** En drie vijfden licht worden in haar gesteld tot de vijftiende dag, wanneer haar licht voltooid is, naar het teken van het jaar, en het wordt drie vijfden, en de maan wordt vol met halve zevende delen. Brontekst: ወ፫ትኅምስተ (wä፫tkhmstä) = en 3 vijfden | ብርሃን (berhan) = licht | ይትወደይ (yetwädäy) = wordt gesteld | ውስቴታ (westeta) = daarin | እስከ (eskä) = tot | ዐሡር (äsur) = tien | ወኃምስ (wäkhams) = en de vijfde | ይትፌጸም (yetfetsäm) = voltooid wordt | ብርሃነ (berhanä) = het licht van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ለትእምርተ (lätmrtä) = voor het teken van | ዓመት (amät) = jaar | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ፫ትኅምስተ (፫tkhmstä) = 3 vijfden | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ወርኅ (wärkh) = de maan | በመንፈቀ (bämänfäqä) = met de helft van | ሳብዕት (sabt) = zevende | እድ (ed) = deel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ትኅምስተ (‘vijfden’) lijkt hier ‘vijftien delen’ te bedoelen; de Engelse uitgave van 1912 vertaalt ‘vijftien delen van licht’ en ‘de maan groeit met veertiende delen’. De zin is moeilijk. ### De afname van het maanlicht **78:8** En bij haar afname neemt zij op de eerste dag af tot veertien delen van haar licht, op de tweede tot dertien delen, op de derde tot twaalf, op de vierde tot elf delen, op de vijfde tot tien, op de zesde tot negen, op de zevende tot acht, op de achtste tot zeven, op de negende tot zes, op de tiende tot vijf, op de elfde tot vier, op de twaalfde tot drie, op de dertiende tot twee, op de veertiende tot de helft van een zevende, en al het licht dat overblijft verdwijnt op de vijftiende dag helemaal. Brontekst: ወበሕፀፀ (wäbähtsätsä) = en bij haar afname | ዚአሁ (ziähu) = ervan | በቀዳሚት (bäqädamit) = in de eerste | ዕለት (elät) = dag | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፲ወ፬እደ (፲wä፬dä) = 14 delen | ብርሃነ (berhanä) = het licht van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ወበሳኒታ (wäbäsanita) = en op de tweede | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፲ወ፫እደ (፲wä፫dä) = 13 delen | ወበሣልስ (wäbäsals) = en op de derde | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፲ወ፪እደ (፲wä፪dä) = 12 delen | ወበራብዕ (wäbärab) = en in de vierde | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፲ወ፩ክፍለ (፲wä፩kflä) = 11 delen | ወበኃምስ (wäbäkhams) = en op de vijfde | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፲ክፍለ (፲kflä) = 10 delen | ወበሳድስ (wäbäsads) = en op de zesde | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፱ክፍለ (፱kflä) = 9 delen | ወበሳብዕ (wäbäsab) = en op de zevende | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፰ክፍለ (፰kflä) = 8 delen | ወበሳምን (wäbäsamn) = en op de achtste | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፯ክፍለ (፯kflä) = 7 delen | ወበታስዕ (wäbätas) = en op de negende | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፮ክፍለ (፮kflä) = 6 delen | ወበዓሥር (wäbäasr) = en op de tiende | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | ፭ክፍለ (፭kflä) = 5 delen | ወበ (wäbä) = en op | ፲ወ፩የሐፅፅ (፲wä፩yähätsts) = 11 neemt af | ፬ክፍለ (፬kflä) = 4 delen | ወበ (wäbä) = en op | ፲ወ፪የሐፅፅ (፲wä፪yähätsts) = 12 neemt af | ፫ክፍለ (፫kflä) = 3 delen | ወበ (wäbä) = en op | ፲ወ፫የሐፅፅ (፲wä፫yähätsts) = 13 neemt af | ፪ወበ (፪wäbä) = 2 in | ፲ወ፬የሐፅፅ (፲wä፬yähätsts) = 14 neemt af | መንፈቀ (mänfäqä) = tot de helft van | ፯እድ (፯d) = 7 delen | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht | በ፲ወ፭ዕለት (bä፲wä፭lät) = op de vijftiende dag | ይትዌዳዕ (yetweda) = verdwijnt | ዘተርፈ (zätärfä) = wat overbleef | እምኲሉ (emkwilu) = van elke Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:9** En in bepaalde maanden heeft de maand telkens negenentwintig dagen, en één keer achtentwintig. Brontekst: ወበአውራኅ (wäbääwrakh) = en in maanden | እሙራት (emurat) = bepaalde | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | በበ (bäbä) = elk | ፳ወ፱መዋዕል (፳wä፱mäwal) = 29 dagen | ለወርኅ (läwärkh) = de maan | ወቦ (wäbo) = en soms | ጊዜ (gize) = de tijd van | ፳ወ፰ (፳wä፰) = 28 Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:10** En een andere orde liet Uriël mij zien: hoe licht in de maan wordt gelegd, en vanwaar het van de zon in haar wordt gelegd. Brontekst: ወካልእተ (wäkaltä) = en een andere | ሥርዐተ (serätä) = de orde van | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ኡርኤል (urel) = Uriël | ሶበ (sobä) = wanneer | ይትወደይ (yetwädäy) = wordt gesteld | ብርሃን (berhan) = licht | ውስተ (westä) = in | ወርኅ (wärkh) = de maan | ወእምኀበ (wämkhäbä) = en vanwaar | ይትወደይ (yetwädäy) = wordt gesteld | እምፀሐይ (emtsähäy) = dan de zon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:11** Gedurende heel de tijd waarin de maan in haar licht wandelt, ontvangt zij haar licht tegenover de zon, totdat in veertien dagen haar licht aan de hemel voltooid is; en wanneer zij geheel verlicht is, is haar licht aan de hemel voltooid. Brontekst: ኲሎ (kwilo) = alle | ዘመነ (zämänä) = tijd | ዘተሐውር (zätähäwr) = waarin zij gaat | ወርኅ (wärkh) = de maan | በብርሃነ (bäbrhanä) = in het licht van | ዚአሃ (ziäha) = van haar | ትወዲ (tewädi) = zij ontvangt | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | እስከ (eskä) = tot | ፲ወ፬መዋዕል (፲wä፬mäwal) = 14 dagen | ይትፌጸም (yetfetsäm) = voltooid wordt | ብርሃና (berhana) = haar licht | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይውዒ (yewi) = hij brandt | ኲሉ (kwilu) = alle | ይትፌጸም (yetfetsäm) = voltooid wordt | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:12** En de eerste dag heet de nieuwe maan, want op die dag komt het licht over haar op. Brontekst: ወቀዳሚት (wäqädamit) = en de eerste | ዕለት (elät) = dag | ሠርቀ (särqä) = nieuwe maan | ትሰመይ (tesämäy) = wordt genoemd | እስመ (esmä) = omdat | በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ይትነሣእ (yetnäsa) = komt op | ላዕሌሃ (laleha) = op haar | ብርሃን (berhan) = licht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:13** En zij wordt precies vol op de dag dat de zon in het westen ondergaat, en zij stijgt in de nacht op uit het oosten, en de maan schijnt de hele nacht, totdat de zon voor haar opkomt, en de maan wordt gezien tegenover de zon. Brontekst: ወይትፌጸም (wäytfetsäm) = en ten einde brengen | ጥንቁቀ (tenquqä) = precies | በዕለተ (bälätä) = op de dag van | ይወርድ (yewärd) = Hij neerdaalt | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ውስተ (westä) = in | ዓረብ (aräb) = het westen | ወእምነ (wämnä) = en uit | ምሥራቅ (mesraq) = oosten | የዐርግ (yäärg) = steeg op | በሌሊት (bälelit) = in de nacht | ወያበርህ (wäyabärh) = en schijnt | ወርኅ (wärkh) = de maan | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ሌሊት (lelit) = nacht | እስከ (eskä) = tot | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat | ፀሓይ (tsähay) = zon | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem | ወይትረአይ (wäyträäy) = en wordt gezien | ወርኅ (wärkh) = de maan | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ጸሐይ (tsähäy) = zon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:14** Vanwaar het licht van de maan uitgaat, daar neemt zij weer af, totdat al haar licht verdwijnt en de dagen van de maand voorbij zijn en haar kring leeg is, zonder licht. Brontekst: እምኀበ (emkhäbä) = vanwaar | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht | ለወርኅ (läwärkh) = de maan | እምህየ (emhyä) = vandaar | ካዕበ (kabä) = wederom | የሐፅፅ (yähätsts) = neemt af | እስከ (eskä) = tot | ይትዌዳዕ (yetweda) = verdwijnt | ኲሉ (kwilu) = alle | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht | ወየኀልፍ (wäyäkhälf) = en gaat voorbij | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ወርኅ (wärkh) = de maan | ወይነብር (wäynäbr) = en blijft | ክበቡ (kebäbu) = haar omtrek | በከ (bäkä) = vergeefs | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | ብርሃን (berhan) = licht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Dertig en negenentwintig dagen **78:15** En drie maanden maakt zij van dertig dagen in haar tijd, en drie maanden maakt zij van negenentwintig dagen elk, waarin zij haar afname volbrengt in het eerste tijdperk en in de eerste poort, in 177 dagen. Brontekst: ወ፫ወርኀ (wä፫wärkhä) = en 3 maand | ይገብር (yegäbr) = zal Hij maken | ፴መዋዕለ (፴mäwalä) = 30 dagen | በዘመነ (bäzämänä) = in de tijd van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ወ፫ወርኀ (wä፫wärkhä) = en 3 maand | ይገብር (yegäbr) = zal Hij maken | በበ (bäbä) = elk | ፳ወ፱መዋዕል (፳wä፱mäwal) = 29 dagen | እለ (elä) = die | ቦሙ (bomu) = daarmee | ይገብር (yegäbr) = zal Hij maken | ታሕፃፂተ (tahtsatsitä) = afnamen | ዚአሁ (ziähu) = ervan | በዘመን (bäzämän) = in de tijd | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ወበኆኅት (wäbäkhokht) = en door de poort | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | በመዋዕል (bämäwal) = in dagen | ፻ወ፸ወ፯ (፻wä፸wä፯) = 177 Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: 177 dagen is zes maanden van drie keer dertig en drie keer negenentwintig dagen: 90 + 87. **78:16** En in de tijd van haar uitgang verschijnt zij drie maanden van dertig dagen elk, en drie maanden verschijnt zij van negenentwintig dagen elk. Brontekst: ወበዘመነ (wäbäzämänä) = en in de tijd van | ሙፃኡ (mutsau) = zijn opkomst | ፫ወርኀ (፫wärkhä) = 3 maand | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | በበ (bäbä) = elk | ፴መዋዕል (፴mäwal) = 30 dagen | ወ፫ወርኀ (wä፫wärkhä) = en 3 maand | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | በበ (bäbä) = elk | ፳ወ፱መዋዕል (፳wä፱mäwal) = 29 dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **78:17** ’s Nachts verschijnt zij telkens twintig [dagen] als een man, en overdag als de hemel, want zij heeft niets anders dan haar licht. Brontekst: በሌሊት (bälelit) = in de nacht | ያስተርኢ (yastäri) = verschijnt | በበ (bäbä) = elk | ፳ (፳) = 20 | ከመ (kämä) = dat; als | ብእሲ (besi) = een man | ወመዓልተ (wämäaltä) = en bij dag | ከመ (kämä) = dat; als | ሰማይ (sämay) = hemel | እስመ (esmä) = omdat | ካልእ (kal) = een ander | ምንትኒ (mentni) = iets | አልባቲ (älbati) = heeft zij niet | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | ብርሃነ (berhanä) = het licht van | ዚአሃ (ziäha) = van haar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: በበ ፳ (‘telkens twintig’) is door de Engelse uitgave van 1912 als ‘twintig dagen’ gelezen. ## Henoch 79 _Slot van de wetten van de lichten_ ### Aan Metuselach getoond **79:1** En nu, mijn zoon Metuselach, heb ik je alles getoond, en de wet van alle sterren van de hemel is voltooid. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | አርአይኩከ (äräykukä) = ik heb je getoond | ኲሎ (kwilo) = alle | ወተፈጸመ (wätäfätsämä) = en voltooid is | ኲሉ (kwilu) = alle | ሥርዐተ (serätä) = de orde van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ዘሰማይ (zäsämay) = van de hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **79:2** En hij liet mij hun hele wet zien voor elke dag en voor elk seizoen en voor elke heerschappij en voor elk jaar en voor zijn opkomst en zijn bevel in elke maand en in elke week. Brontekst: ወአርአየኒ (wääräyäni) = en hij toonde mij | ኲሎ (kwilo) = alle | ሥርዐቶሙ (serätomu) = hun inzetting | ለእሉ (lälu) = van deze | እንተ (entä) = die | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | መዋዕል (mäwal) = dagen | ወበኲሉ (wäbäkwilu) = en in alle | ዘመን (zämän) = tijd | ዘበኲሉ (zäbäkwilu) = in elk | ሥልጣን (seltan) = macht | ወበኲሉ (wäbäkwilu) = en in alle | ዓመት (amät) = jaar | ወበሙፃኡ (wäbämutsau) = en in zijn opkomst | ወበትእዛዙ (wäbätzazu) = en in zijn bevel | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ወርኅ (wärkh) = de maan | ወበኲሉ (wäbäkwilu) = en in alle | ሰንበታት (sänbätat) = sabbatten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ሰንበታት is letterlijk ‘sabbatten’, hier ‘weken’. **79:3** En de afname van de maan die plaatsvindt in de zesde poort; want in deze zesde poort wordt haar licht voltooid, en daarna begint de afname. Brontekst: ወኅፀፀ (wäkhtsätsä) = en de afname | ወርኅ (wärkh) = de maan | ዘይትገበር (zäytgäbär) = dat geschiedt | በሳድስት (bäsadst) = in de zesde | ኆኅት (khokht) = de poort | እስመ (esmä) = omdat | በዛቲ (bäzati) = in deze | ኆኅት (khokht) = de poort | ሳድስት (sadst) = zesde | ይትፌጸም (yetfetsäm) = voltooid wordt | ብርሃነ (berhanä) = het licht van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ርእሰ (resä) = het hoofd van | ወርኅ (wärkh) = de maan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **79:4** En de afname die plaatsvindt in de eerste poort op haar tijd, totdat 177 dagen voltooid zijn, naar de orde van de weken vijfentwintig weken en twee dagen. Brontekst: ወታኅፃፂት (wätakhtsatsit) = en de afnamen | ዘይትገበር (zäytgäbär) = dat geschiedt | በኆኅት (bäkhokht) = in de poort | ቀዳሚት (qädamit) = eerste | በዘመነ (bäzämänä) = in de tijd van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | እስከ (eskä) = tot | ይትፌጸም (yetfetsäm) = voltooid wordt | መዋዕል (mäwal) = dagen | ፻ወ፸ወ፯ወበሥርዐተ (፻wä፸wä፯wäbäsrätä) = 177 naar de orde van | ሰንበት (sänbät) = sabbat | ፳ወ፭ወ፪መዋዕል (፳wä፭wä፪mäwal) = 25 (weken) en 2 dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: 177 dagen zijn vijfentwintig weken en twee dagen (25 × 7 + 2). Voetnoot Lezing: De Engelse uitgave van 1912 noemt dit vers ‘duister of bedorven’ (zie ook 78:15). **79:5** En wat zij achterblijft bij de zon en bij de orde van de sterren: vijf dagen in één tijdperk precies, wanneer deze plaats die je ziet is doorlopen. Brontekst: ወዘየሐፅፅ (wäzäyähätsts) = en wat afneemt | እምፀሐይ (emtsähäy) = dan de zon | ወበሥርዐተ (wäbäsrätä) = en naar de orde van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ኀሙሰ (khämusä) = vijf | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | በዘመን (bäzämän) = in de tijd | ፩ጥንቁቀ (፩tnquqä) = 1 nauwkeurig | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይትፌጸም (yetfetsäm) = voltooid wordt | ዝመካን (zemäkan) = deze plaats | ዘትሬኢ (zätrei) = die je ziet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **79:6** Zo is het beeld en de gelijkenis van elk licht dat Uriël, de grote engel die hun leider is, mij liet zien. Brontekst: ከመዝ (kämäz) = zo | አርአያ (äräya) = een voorbeeld van | ወአምሳል (wäämsal) = en gelijkenis | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ብርሃን (berhan) = licht | ዘአርአየኒ (zääräyäni) = die mij toonde | ኡርኤል (urel) = Uriël | መልአክ (mäläk) = de engel | ዐቢይ (äbiy) = grote | ዘውእቱ (zäwtu) = die was | መራኂሆሙ (märakhihomu) = hun leider Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 80 _Het bederf van de natuur door de zonde_ ### Uriël besluit zijn onderricht **80:1** En in die dagen antwoordde Uriël mij en zei tot mij: Zie, ik heb je alles getoond, Henoch, en alles heb ik je onthuld, opdat je deze zon en deze maan zou zien, en hen die de sterren van de hemel leiden en allen die hen doen wenden, hun taken en hun tijden en hun opgangen. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | አውሥአኒ (äwsäni) = antwoordde mij | ኡርኤል (urel) = Uriël | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ነዋ (näwa) = zie | አርአይኩከ (äräykukä) = ik heb je getoond | ኲሎ (kwilo) = alle | ኦሄኖክ (ohenok) = o Henoch | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ከሠትኩ (käsätku) = ik heb onthuld | ለከ (läkä) = aan jou | ትርአዮ (teräyo) = opdat je ziet | ለዝ (läz) = voor deze | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወለዝ (wäläz) = en deze | ወርኅ (wärkh) = de maan | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ይመርሕዎሙ (yemärhwomu) = die hen leiden | ለከዋክብተ (läkäwakbtä) = voor de sterren | ሰማይ (sämay) = hemel | ወለኲሎሙ (wäläkwilomu) = en over allen | እለ (elä) = die | ይመይጥዎሙ (yemäytwomu) = die hen doen wenden | ግብሮሙ (gebromu) = hun werk | ወአዝማኖሙ (wääzmanomu) = en hun tijden | ወሙፃኢሆሙ (wämutsaihomu) = en hun opgangen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De natuur verandert in de dagen van de zondaars **80:2** En in de dagen van de zondaars zullen de jaren verkort worden, en hun zaad zal laat zijn op hun akkers en op hun velden; en alle werk op de aarde zal veranderen en niet verschijnen op zijn tijd; en de regen zal tegengehouden worden en de hemel zal blijven stilstaan. Brontekst: ወበመዋዕለ (wäbämäwalä) = en in de dagen van | ኃጥአን (khatän) = de zondaars | ክራማት (keramat) = jaren | የሐፅራ (yähätsra) = worden verkort | ወዘርአ (wäzärä) = en het zaad | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ደኀራዌ (däkhärawe) = laat | በምድሮሙ (bämdromu) = op hun akkers | ወበሙፋሮሙ (wäbämufaromu) = en op hun velden | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ግብር (gebr) = werk | ዘዲበ (zädibä) = die op | ምድር (medr) = de aarde | ይትመየጥ (yetmäyät) = zal veranderen | ወኢያስተርኢ (wäiyastäri) = en zal niet verschijnen | በዘመኑ (bäzämänu) = op zijn tijd | ወዝናም (wäznam) = en regen | ይትከላእ (yetkäla) = wordt tegengehouden | ወሰማይ (wäsämay) = en de hemel | ታቀውም (taqäwm) = zal blijven stilstaan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 beschouwt dit hoofdstuk als een latere toevoeging: hier hangt het verloop van de natuur af van de zonde van de mensen, terwijl 72–79 vaste wetten beschrijven. Voetnoot Lezing: ታቀውም (‘zal blijven stilstaan’) is in andere handschriften ‘zal terughouden’ (Engels: ‘de hemel zal het terughouden’), parallel aan het tegenhouden van de regen. **80:3** En in die tijden zal de vrucht van de aarde laat zijn en niet uitspruiten op haar tijd, en de vrucht van de bomen zal tegengehouden worden in haar tijd. Brontekst: ወበውእቱ (wäbäwtu) = en in die | አዝማን (äzman) = tijden | ፍሬ (fere) = vrucht | ምድር (medr) = de aarde | ደኃራዌ (däkharawe) = laat | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ወኢይበቊል (wäiybäqwil) = en zal niet groeien | በዘመኑ (bäzämänu) = op zijn tijd | ወፍሬ (wäfre) = en vrucht | ዕፅ (ets) = een boom | ይትከላእ (yetkäla) = wordt tegengehouden | በዘመነ (bäzämänä) = in de tijd van | ዚአሁ (ziähu) = ervan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **80:4** En de maan zal haar orde veranderen en niet gezien worden op haar tijd. Brontekst: ወወርኅ (wäwärkh) = en de maan | ይዌልጥ (yewelt) = wisselt | ሥርአቶ (seräto) = zijn orde | ወኢይትረአይ (wäiyträäy) = en wordt niet gezien | በዘመነ (bäzämänä) = in de tijd van | ዚአሁ (ziähu) = ervan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **80:5** En in die dagen zal de hemel gezien worden, en honger zal komen aan het uiteinde van de grote wagens in het westen, en het zal buitengewoon schijnen, meer dan overeenkomt met de orde van het licht. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይትረአይ (yeträäy) = wordt gezien | ሰማይ (sämay) = hemel | ወይበጽሕ (wäybätsh) = en reikt | ዐባር (äbar) = honger | በጽንፈ (bätsnfä) = aan het uiteinde van | ሰረገላት (särägälat) = wagens | ዐቢይ (äbiy) = grote | በምዕራብ (bämrab) = in het westen | ወይበርህ (wäybärh) = en die verheldert | ፈድፋደ (fädfadä) = zeer | እምሥርዐተ (emsrätä) = dan de orde van | ብርሃን (berhan) = licht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ዐባር (‘honger’) in het begin van dit vers is volgens de Engelse uitgave van 1912 bedorven; die uitgave vermoedt dat er oorspronkelijk stond: ‘de zon zal in de avond opgaan en zijn grote wagen naar het westen rijden, benauwdheid brengend’. Het vers is in de Ge'ez-bron dus onzeker; zie ook Amos 8:9. Zie ook: Amos 8:9 **80:6** En velen van de aanvoerders van de sterren van het gebod zullen dwalen, en zij zullen hun wegen en hun taken veranderen, en niet gezien worden op de tijden die hun bevolen zijn. Brontekst: ወይስሕቱ (wäyshtu) = en zij dwalen | ብዙኃን (bezukhan) = velen | አርእስቲሆሙ (ärstihomu) = hun hoofden | ለከዋክብተ (läkäwakbtä) = voor de sterren | ትእዛዝ (tezaz) = wet | ወእሉ (wälu) = en dezen | ይመይጡ (yemäytu) = zij veranderen | ፍናዊሆሙ (fenawihomu) = hun banen | ወግብሮሙ (wägbromu) = en hun taken | ወኢይትረአዩ (wäiyträäyu) = en zij worden niet gezien | በአዝማነ (bääzmanä) = op de tijden van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | እለ (elä) = die | ተአዘዙ (tääzäzu) = hun bevolen was | ሎሙ (lomu) = voor hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **80:7** En heel de orde van de sterren zal afgesloten worden voor de zondaars, en de gedachten van hen die op de aarde wonen zullen over hen dwalen, en zij zullen veranderen van al hun wegen, en dwalen en hen voor goden houden. Brontekst: ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ሥርዐተ (serätä) = de orde van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ይትዐፀዉ (yetätsäwu) = worden opgesloten | ላዕለ (lalä) = tegen | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ወሕሊናሆሙ (wählinahomu) = en hun gedachten | ለእለ (lälä) = van hen die | ይነብሩ (yenäbru) = zij zaten | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ይስሕቱ (yeshtu) = dwalen | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ወይትመየጡ (wäytmäyätu) = en worden gekeerd | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ፍናዊሆሙ (fenawihomu) = hun banen | ወይስሕቱ (wäyshtu) = en zij dwalen | ወይመስዎሙ (wäymäswomu) = en zij houden hen voor | አማልክተ (ämalktä) = goden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Rom. 1:21–23. Voetnoot Lezing: De Engelse uitgave van 1912 zet de woorden ‘en zij zullen veranderen van al hun wegen’ tussen haken als een mogelijke dubbele lezing van vers 6. Zie ook: Rom 1:21–23 **80:8** En het kwaad zal over hen toenemen, en een plaag zal over hen komen om hen allen te verdelgen. Brontekst: ወይበዝኅ (wäybäzkh) = en zal talrijk worden | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | እከይ (ekäy) = kwaad | ወመቅሠፍት (wämäqsäft) = en plaag | ይመጽእ (yemäts) = komt | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ከመ (kämä) = dat; als | ያኅጒሎሙ (yakhgwilomu) = om hen te verdelgen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 81 _De hemeltafelen en de opdracht aan Henoch_ ### Henoch leest de hemeltafelen **81:1** En hij zei tot mij: O Henoch, zie naar de tafelen van de hemel en lees wat daarop geschreven staat, en begrijp alles, één voor één. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ኦሄኖክ (ohenok) = o Henoch | ነጽር (nätsr) = kijk | መጽሐፈ (mätshäfä) = het boek van | ዘጸፍጸፈ (zätsäftsäfä) = van de tafelen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወአንብብ (wäänbb) = en lees | ዘጽሑፍ (zätshuf) = wat geschreven is | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ወአእምር (wäämr) = en begrijp | ኲሎ (kwilo) = alle | ፩፩ (፩፩) = ieder Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ጸፍጸፍ (‘tafel, plaat’) zijn de ‘hemeltafelen’ waarop de daden van de mensen geschreven staan; zie ook 47:3 en 103:2. **81:2** En ik zag naar alles op de tafelen van de hemel en las alles wat geschreven stond en begreep alles; en ik las het boek en alles wat daarin geschreven staat: al de werken van de mensen en van alle kinderen van het vlees die op de aarde zijn, tot in de geslachten van de eeuwigheid. Brontekst: ወነጸርኩ (wänätsärku) = en ik keek | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘጸፍጸፈ (zätsäftsäfä) = van de tafelen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወአንበብኩ (wäänbäbku) = en ik las | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘጽሑፍ (zätshuf) = wat geschreven is | ወአእመርኩ (wäämärku) = en ik begreep | ኲሎ (kwilo) = alle | ወአንበብክዋ (wäänbäbkwa) = en ik las haar | ለመጽሐፍ (lämätshäf) = het boek | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ዘጽሑፍ (zätshuf) = wat geschreven is | ውስቴታ (westeta) = daarin | ኲሎ (kwilo) = alle | ምግባሮሙ (megbaromu) = hun werken | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሥጋ (sega) = vlees | ዘዲበ (zädibä) = die op | ምድር (medr) = de aarde | እስከ (eskä) = tot | ትውልደ (tewldä) = geslacht | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **81:3** En terstond zegende ik Yahweh, de Koning der heerlijkheid tot in eeuwigheid, omdat Hij al het werk van de wereld heeft gemaakt; en ik loofde Yahweh om Zijn lankmoedigheid en zegende Hem om de kinderen van de wereld. Brontekst: ወእምዝ (wämz) = en daarna | ሶቤሃ (sobeha) = terstond | ባረክዎ (baräkwo) = ik zegende Hem | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh | ለንጉሠ (längusä) = de koning van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | በከመ (bäkämä) = zoals | ገብረ (gäbrä) = Hij maakte | ኲሎ (kwilo) = alle | ግብረ (gebrä) = het werk van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወሰባሕክዎ (wäsäbahkwo) = en ik loofde Hem | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh | በእንተ (bäntä) = over | ትእግሥቱ (tegstu) = Zijn lankmoedigheid | ወባረኩ (wäbaräku) = en zij zegenden | ዲበ (dibä) = op | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **81:4** En in die tijd zei ik: Gezegend is de mens die sterft als een rechtvaardige en goede, en tegen wie geen enkel boek van onrecht is geschreven, en bij wie geen schuld is gevonden. Brontekst: ወይእተ (wäytä) = en in die | ጊዜ (gize) = de tijd van | እቤ (ebe) = zei ik | ብፁዕ (betsu) = gezegend | ብእሲ (besi) = een man | ዘይመውት (zäymäwt) = die sterft | እንዘ (enzä) = terwijl | ጻድቅ (tsadq) = rechtvaardig | ወኄር (wäkher) = en goed | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | መጽሐፈ (mätshäfä) = het boek van | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ዘኢተጽሕፈ (zäitätshfä) = tegen wie niet geschreven is | ዲቤሁ (dibehu) = boven hem | ወኢተረክበ (wäitäräkbä) = en niet gevonden is | ጌጋይ (gegay) = schuld | ላዕሌሁ (lalehu) = tegen Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Henoch wordt teruggebracht **81:5** En die drie heiligen brachten mij en zetten mij neer op de aarde, voor de deur van mijn huis, en zeiden tot mij: Verkondig alles aan Metuselach, je zoon, en toon aan al je kinderen dat geen vlees rechtvaardig is voor het aangezicht van Yahweh, want Hij heeft hen geschapen. Brontekst: ወእሙንቱ (wämuntu) = en zij | ፫ቅዱሳን (፫qdusan) = 3 heiligen | አቅረቡኒ (äqräbuni) = zij brachten mij | ወአንበሩኒ (wäänbäruni) = en zij zetten mij neer | ውስተ (westä) = in | ምድር (medr) = de aarde | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ኆኅተ (khokhtä) = poort van | ቤትየ (betyä) = mijn huis | ወይቤሉኒ (wäybeluni) = en zij zeiden tot mij | አይድዕ (äyd) = maak bekend | ኲሎ (kwilo) = alle | ለማቱሳላ (lämatusala) = aan Metuselach | ወልድከ (wäldkä) = je zoon | ወአርኢ (wääri) = en toon | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ውሉድከ (weludkä) = je kinderen | ከመ (kämä) = dat; als | ኢይጸድቅ (iytsädq) = is niet rechtvaardig | ኲሉ (kwilu) = alle | ዘሥጋ (zäsga) = van vlees | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚእ (egzi) = Yahweh | እስመ (esmä) = omdat | ውእቱ (wetu) = dat | ፈጠሮሙ (fätäromu) = Hij heeft hen geschapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 143:2 en Job 9:2. Voetnoot Lezing: De Ge'ez-bron heeft hier ፫ (‘drie heiligen’); de Engelse uitgave van 1912 volgt de lezing ‘zeven heiligen’ van haar eerste handschriftengroep (vergelijk 87:2 en 90:21). Zie ook: Job 9:2; Ps 143:2 **81:6** Eén jaar zullen wij je laten bij je kinderen, totdat je je bevelen geeft, om je kinderen te onderwijzen en voor hen te schrijven en voor al je kinderen te getuigen; en in het tweede jaar zullen zij je uit hun midden wegnemen. Brontekst: ፩ዓመተ (፩amätä) = 1 jaar | ነኀድገከ (näkhädgäkä) = wij laten je achter | በኀበ (bäkhäbä) = waar | ውሉድከ (weludkä) = je kinderen | እስከ (eskä) = tot | ካዕበ (kabä) = wederom | ትዔዝዝ (teezz) = je geeft bevelen | ከመ (kämä) = dat; als | ትምሀሮሙ (temhäromu) = je hen onderwijst | ለውሉድከ (läwludkä) = je kinderen | ወትጽሐፍ (wättshäf) = en je schrijft | ሎሙ (lomu) = voor hen | ወታስምዕ (wätasm) = en je getuigt | ሎሙ (lomu) = voor hen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ውሉድከ (weludkä) = je kinderen | ወበካልእ (wäbäkal) = en in het tweede | ዓም (am) = jaar | ይነሥኡከ (yenäsukä) = zij zullen je wegnemen | እማእከሎሙ (emakälomu) = uit hun midden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ካዕበ ትዔዝዝ (‘opnieuw geef je bevelen’): volgens de Engelse uitgave van 1912 is ‘opnieuw’ een dubbele schrijfwijze en betekent ትዔዝዝ hier ‘laatste bevelen geven’, zoals het Hebreeuwse idioom. **81:7** Laat je hart sterk zijn, want de goeden verkondigen de goeden gerechtigheid; de rechtvaardige verheugt zich met de rechtvaardige, en zij groeten elkaar. Brontekst: ይጽናዕ (yetsna) = moge sterk zijn | ልብከ (lebkä) = je hart | እስመ (esmä) = omdat | ኄራን (kheran) = de goeden | ለኄራን (läkheran) = aan de goeden | ያየድዑ (yayädu) = verkondigen | ጽድቀ (tsedqä) = gerechtigheid | ጻድቅ (tsadq) = rechtvaardig | ምስለ (meslä) = met | ጻድቅ (tsadq) = rechtvaardig | ይትፌሣሕ (yetfesah) = verheugt zich | ወይትአምኁ (wäytämkhu) = en zij groeten elkaar | በበይናቲሆሙ (bäbäynatihomu) = onder elkaar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **81:8** Maar de zondaar sterft met de zondaar, en de afvallige daalt neer met de afvallige. Brontekst: ወኃጥእ (wäkhat) = en de zondaar | ምስለ (meslä) = met | ኃጥእ (khat) = zondaar | ይመውት (yemäwt) = sterft | ወምዩጥ (wämyut) = en de afvallige | ምስለ (meslä) = met | ምዩጥ (meyut) = afvallige | ይሠጠም (yesätäm) = daalt neer Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **81:9** En zij die gerechtigheid doen, sterven om de daden van de mensen en worden verzameld om de werken van de goddelozen. Brontekst: ወእለ (wälä) = en wier | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ጽድቀ (tsedqä) = gerechtigheid | ይመውቱ (yemäwtu) = zij sterven | በእንተ (bäntä) = over | ምግባረ (megbarä) = de werken van | ሰብእ (säb) = mensen | ወይትጋብኡ (wäytgabu) = en zij worden verzameld | በእንተ (bäntä) = over | ምግባሮሙ (megbaromu) = hun werken | ለረሲዓን (läräsian) = de goddelozen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 57:1. Zie ook: Jes 57:1 ### Henoch bij zijn volk **81:10** En in die dagen hielden zij op met mij te spreken, en ik kwam tot mijn volk en zegende Yahweh van de werelden. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ፈጸሙ (fätsämu) = zij hielden op | እንዘ (enzä) = terwijl | ይትናገሩ (yetnagäru) = spreken | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ወቦእኩ (wäboku) = en ik ging binnen | ኀበ (khäbä) = waar | ሰብእየ (säbyä) = mijn volk | እንዘ (enzä) = terwijl | እባርኮ (ebarko) = ik zegende | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ዓለማት (alämat) = de werelden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 82 _Het vermaan aan Metuselach en de leiders van de seizoenen_ ### Henoch geeft de boeken aan Metuselach **82:1** En nu, mijn zoon Metuselach, dit alles vertel ik je en schrijf ik voor je op, en alles heb ik je onthuld, en ik heb je hun boeken gegeven voor al deze dingen. Bewaar, mijn zoon Metuselach, de boeken van de hand van je vader, en geef ze door aan de geslachten van de wereld. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | ኲሎ (kwilo) = alle | እላንተ (elantä) = deze dingen | ለከ (läkä) = aan jou | እነግር (enägr) = zeg | ወእጽሕፍ (wätshf) = en ik schrijf | ለከ (läkä) = aan jou | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ከሠትኩ (käsätku) = ik heb onthuld | ለከ (läkä) = aan jou | ወወሀብኩከ (wäwähäbkukä) = en ik heb je gegeven | መጻሕፍቲሆሙ (mätsahftihomu) = hun boeken | ለእሉ (lälu) = van deze | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ዕቀብ (eqäb) = bewaar | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | መጻሕፍተ (mätsahftä) = de boeken van | እዴሁ (edehu) = zijn hand | ለአቡከ (lääbukä) = van je vader | ወከመ (wäkämä) = en dat | ተሀብ (tähäb) = dat je overgeeft | ለትውልደ (lätwldä) = van geslacht | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit is de slotpassage van het Astronomisch Boek; Henoch geeft hier zijn boeken aan zijn zoon Metuselach, die ze aan de volgende geslachten moet doorgeven. **82:2** Wijsheid heb ik gegeven aan jou en aan je kinderen en aan hen die je kinderen zullen worden, opdat zij haar geven aan hun kinderen, aan de geslachten tot in eeuwigheid, deze wijsheid die hun verstand te boven gaat. Brontekst: ጥበበ (tebäbä) = wijsheid | ወሀብኩ (wähäbku) = ik heb gegeven | ለከ (läkä) = aan jou | ወለውሉድከ (wäläwludkä) = en aan je kinderen | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | ለከ (läkä) = aan jou | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ከመ (kämä) = dat; als | የሀቡ (yähäbu) = opdat zij geven | ለውሉዶሙ (läwludomu) = hun zonen | ለትውልዳት (lätwldat) = aan de geslachten | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ለዛ (läza) = deze | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ዲበ (dibä) = op | ሕሊናሆሙ (helinahomu) = hun gedachten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **82:3** En zij die haar begrijpen zullen niet slapen, maar met hun oren luisteren om deze wijsheid te leren; en zij zal hen beter bevallen dan goede spijzen, voor hen die eten. Brontekst: ወኢይነውሙ (wäiynäwmu) = en zij slapen niet | እለ (elä) = die | ይሌብውዋ (yelebwwa) = die haar begrijpen | ወያፀምኡ (wäyatsämu) = en luisteren | በእዝኖሙ (bäznomu) = met hun oren | ከመ (kämä) = dat; als | ይትመሀርዋ (yetmähärwa) = opdat zij haar leren | ለዛ (läza) = deze | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ወትደልዎሙ (wätdälwomu) = en zij zal hen beter bevallen | እመባልዕት (emäbalt) = dan spijzen | ሠናያት (sänayat) = mooie | ለእለ (lälä) = van hen die | ይበልዑ (yebälu) = zullen eten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Zegen over de rechtvaardigen; de vier dagen **82:4** Gezegend zijn de rechtvaardigen, gezegend zijn zij allen die wandelen op de weg van de gerechtigheid en geen zonde hebben zoals de zondaars, in het getal van al hun dagen waarin de zon aan de hemel gaat. Zij komt binnen door de poorten en gaat uit dertig dagen lang, met de hoofden van duizendtallen van de orde van de sterren, samen met de vier die erbij komen en de vier delen van het jaar scheiden; die hen leiden en met hen binnenkomen vier dagen. Brontekst: ብፁዓን (betsuan) = gelukzalig | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ብፁዓን (betsuan) = gelukzalig | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | እለ (elä) = die | የሐውሩ (yähäwru) = zullen wandelen | በፍኖተ (bäfnotä) = op de weg van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወአልቦሙ (wäälbomu) = en zij hadden niet | ኀጢአት (khätiät) = zonde | ከመ (kämä) = dat; als | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | በኊልቈ (bäkhwilqwä) = naar het aantal van | ኲሉ (kwilu) = alle | መዋዕሊሆሙ (mäwalihomu) = hun dagen | ለዘየሐውር (läzäyähäwr) = waarin gaat | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | በአናቅጽ (bäänaqts) = door de poorten | ይበውእ (yebäw) = komt hij binnen | ወይወጽእ (wäywäts) = en gaat uit | ፴ዕለተ (፴lätä) = 30 de dag van | ምስለ (meslä) = met | አርእስተ (ärstä) = de hoofden van | ፲፻ (፲፻) = 1000 | ዝሥርዐቶሙ (zesrätomu) = deze orde van hen | ለከዋክብት (läkäwakbt) = van de sterren | ምስለ (meslä) = met | ፬እለ (፬lä) = 4 die | ይትዌሰኩ (yetwesäku) = worden toegevoegd | ወይሌልዩ (wäylelyu) = en die scheiden | ማእከለ (makälä) = tussen | ፬ክፍለ (፬kflä) = 4 delen | ዓመት (amät) = jaar | እለ (elä) = die | ይመርሕዎሙ (yemärhwomu) = die hen leiden | ወምስሌሆሙ (wämslehomu) = en met hen | ይበውኡ (yebäwu) = gaan binnen | ፬መዋዕለ (፬mäwalä) = 4 dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De ‘vier die erbij komen’ zijn de vier tussendagen die het jaar van 360 dagen tot 364 maken; zie 72:32 en 75:1–2. **82:5** Om hen dwalen de mensen en rekenen hen niet mee in de berekening van heel de wereld, want zij dwalen over hen en kennen hen niet nauwkeurig. Brontekst: በእንቲአሆሙ (bäntiähomu) = over hen | ይጌግዩ (yegegyu) = dwalen | ሰብእ (säb) = mensen | ወኢየሐስብዎሙ (wäiyähäsbwomu) = en zij rekenen hen niet | በሐሳበ (bähäsabä) = in de berekening van | ኵሉ (kwlu) = heel | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | እስመ (esmä) = omdat | ይጌግይዎሙ (yegegywomu) = zij dwalen over hen | ወኢየአምርዎሙ (wäiyäämrwomu) = en zij kennen hen niet | ሰብእ (säb) = mensen | ጥንቁቀ (tenquqä) = precies Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ኵሉ ዓለም (‘heel de wereld’): de Engelse uitgave van 1912 verbetert dit tot ‘heel het jaar’ (ዓመት). **82:6** Want zij behoren tot de berekening van het jaar, en waarlijk zijn zij afgemeten voor de wereld: één in de eerste poort en één in de derde en één in de vierde en één in de zesde; en het jaar wordt voltooid in driehonderdvierenzestig dagen. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ሀለዉ (häläwu) = waren | በሐሳበ (bähäsabä) = in de berekening van | ዓመት (amät) = jaar | ወአማን (wääman) = en waarlijk | ልኩዓን (lekuan) = afgemeten | እሙንቱ (emuntu) = zij | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ፩በቀዳሚት (፩bäqädamit) = 1 in de eerste | ኆኅት (khokht) = de poort | ወ፩በሣልሲት (wä፩bäsalsit) = en 1 in de derde | ወ፩በራብዕት (wä፩bärabt) = en 1 in de vierde | ወ፩በሳድስት (wä፩bäsadst) = en 1 in de zesde | ወይትፌጸም (wäytfetsäm) = en ten einde brengen | ዓመት (amät) = jaar | በመዋዕል (bämäwal) = in dagen | ፫፻ወ፰ወ፬ (፫፻wä፰wä፬) = 312 Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Het jaar telt hier 364 dagen: vier tijdperken van 91 dagen (zie 72:32 en 75:2). ### Uriël en de leiders **82:7** En waarachtig is zijn woord en nauwkeurig de berekening van het afgemetene; want over de lichten en de maanden en de feesten en de jaren en de dagen heeft Uriël mij onderricht en over mij geblazen, hij die Yahweh, de Heer van heel de schepping van de wereld, mij heeft bevolen, door de kracht van de hemel. Brontekst: ወአማን (wääman) = en waarlijk | ነገሩ (nägäru) = zijn woord | ወጥንቁቅ (wätnquq) = en nauwkeurig | ሐሳብ (häsab) = berekening | ዘልኩዕ (zälku) = van het afgemetene | እስመ (esmä) = omdat | ለብርሃናት (läbrhanat) = voor de lichten | ወለአውራኅ (wälääwrakh) = en voor de maanden | ወለበዓላት (wäläbäalat) = en voor de feesten | ወለክራማት (wäläkramat) = en voor de jaren | ወለመዋዕል (wälämäwal) = en voor dagen | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ወነፍሐ (wänäfhä) = en hij blies | ዲቤየ (dibeyä) = op mij | ኡርኤል (urel) = Uriël | ዘአዘዞ (zääzäzo) = die Hij bevolen heeft | ሊተ (litä) = voor Mij | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | ኲሉ (kwilu) = alle | ፍጥረተ (feträtä) = de schepping | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | በኀይለ (bäkhäylä) = door de kracht van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ዘአዘዞ ሊተ (‘die hij mij heeft bevolen’): de Engelse uitgave van 1912 verbetert dit tot ‘aan wie Hij het heir van de hemel heeft onderworpen’; de verbeterde lezing past bij Uriëls rol als heerser over de sterren. **82:8** En hij heeft macht in de nacht en bij dag aan de hemel om licht te laten schijnen over de mensen: de zon en de maan en de sterren en alle machten van de hemel die wenden in hun kringen. Brontekst: ወሥልጣን (wäsltan) = en macht | ቦቱ (botu) = daaraan | በሌሊት (bälelit) = in de nacht | ወበመዓልት (wäbämäalt) = en bij dag | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel | ከመ (kämä) = dat; als | ያርኢ (yari) = om te tonen | ብርሃነ (berhanä) = het licht van | ዲበ (dibä) = op | ሰብእ (säb) = mensen | ፀሐየ (tsähäyä) = zon | ወወርኀ (wäwärkhä) = en de maan | ወከዋክብተ (wäkäwakbtä) = en sterren van | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ሥልጣናተ (seltanatä) = machten | ሰማይ (sämay) = hemel | እለ (elä) = die | ይትመየጡ (yetmäyätu) = zich bekeren | በክበቦሙ (bäkbäbomu) = in hun kringen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **82:9** En dit is de orde van de sterren die ondergaan op hun plaatsen en in hun tijden en op hun feesten en in hun maanden. Brontekst: ወዛቲ (wäzati) = en dit | ይእቲ (yeti) = dat is | ሥርዐተ (serätä) = de orde van | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | እለ (elä) = die | የዐርብ (yäärb) = gaat onder | በመካናቲሆሙ (bämäkanatihomu) = op hun plaatsen | ወበአዝማኒሆሙ (wäbääzmanihomu) = en in hun tijden | ወበበዓላቲሆሙ (wäbäbäalatihomu) = en op hun feesten | ወበአውራኂሆሙ (wäbääwrakhihomu) = en in hun maanden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **82:10** En dit zijn de namen van hen die hen leiden, die waken en binnenkomen op hun tijden, in hun orden, in hun tijdstippen, in hun maanden, in hun machten en op hun standplaatsen. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dezen | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | ለእለ (lälä) = van hen die | ይመርሕዎሙ (yemärhwomu) = die hen leiden | ለእለ (lälä) = van hen die | የዐቅብ (yääqb) = die waken | ወይበውኡ (wäybäwu) = en zij gaan binnen | በአዝማነ (bääzmanä) = op de tijden van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | ወበሥርዐታቲሆሙ (wäbäsrätatihomu) = en in hun orden | ወበጊዜያቲሆሙ (wäbägizeyatihomu) = en in hun tijden | ወበአውራኂሆሙ (wäbääwrakhihomu) = en in hun maanden | ወበሥልጣናቲሆሙ (wäbäsltanatihomu) = en in hun machten | ወበምቅዋማቲሆሙ (wäbämqwamatihomu) = en op hun standplaatsen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ወይበውኡ (‘en zij komen binnen’): de Engelse uitgave van 1912 vertaalt ‘opdat zij binnenkomen’, omdat het Hebreeuws zo een gebiedende of doelzin kan uitdrukken. **82:11** Hun vier leiders, die de vier delen van het jaar scheiden, komen eerst binnen; en na hen de twaalf leiders van de orden, die de maanden scheiden en het jaar van driehonderdvierenzestig (dagen), met de hoofden van duizendtallen die de dagen verdelen; en over de vier die erbij komen, die de leiders verdelen in vier delen van jaren. Brontekst: ፬መራኅያኒሆሙ (፬märakhyanihomu) = 4 hun leiders | ይበውኡ (yebäwu) = gaan binnen | ቀዳሚ (qädami) = eerst | እለ (elä) = die | ይሌልዩ (yelelyu) = zij scheiden | ፬ክፍለ (፬kflä) = 4 delen | ዓመት (amät) = jaar | ወእምድኅሬሆሙ (wämdkhrehomu) = en na hen | ፲ወ፪መራኅያን (፲wä፪märakhyan) = 12 leiders | ዘሥርዐታት (zäsrätat) = van de orden | እለ (elä) = die | ይሌልይዎሙ (yelelywomu) = die hen scheiden | ለአውራኅ (lääwrakh) = de maanden | ወለዓመት (wäläamät) = en het jaar | ፫፻ወ፷ወ፬ምስለ (፫፻wä፷wä፬mslä) = 364 met | አርእስተ (ärstä) = de hoofden van | ፲፻እለ (፲፻lä) = 1000 die | ይፈልጥዎሙ (yefältwomu) = die hen verdelen | ለመዋዕል (lämäwal) = de dagen | ወለ (wälä) = en voor | ፬እለ (፬lä) = 4 die | ይትዌሰኩ (yetwesäku) = worden toegevoegd | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | እለ (elä) = die | ይፈልጡ (yefältu) = zij verdelen | መራኅያን (märakhyan) = leiders | ፬መክፈልተ (፬mäkfältä) = 4 verdelingen | ዓመታት (amätat) = jaren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: De bron heeft ‘driehonderdvierenzestig’; de Engelse uitgave van 1912 leest ‘driehonderdzestig (dagen)’, met de vier tussendagen erbij apart. **82:12** En deze hoofden van duizendtallen worden gevoegd tussen leider en geleide, één achter elke standplaats, en hun leiders verdelen. Brontekst: ወእሙንቱ (wämuntu) = en zij | አርእስተ (ärstä) = de hoofden van | ፲፻ማእከለ (፲፻makälä) = 1000 tussen | መራሒ (märahi) = leider | ወተመራሒ (wätämärahi) = en geleide | ይትዌሰክ (yetwesäk) = wordt vermeerderd | ፩በድኅረ (፩bädkhrä) = 1 na | ምቅዋም (meqwam) = standplaats | ወመራህያኒሆሙ (wämärahyanihomu) = en hun leiders | ይፈልጡ (yefältu) = zij verdelen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk te begrijpen. **82:13** En dit zijn de namen van de leiders die de vier delen van het jaar scheiden, die vastgesteld zijn: Melkiël en Helemmelech en Melejel en Narel. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dezen | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | ለመራኅያን (lämärakhyan) = de leiders | እለ (elä) = die | ይፈልጡ (yefältu) = zij verdelen | ፬መክፈልተ (፬mäkfältä) = 4 verdelingen | ዓመት (amät) = jaar | እለ (elä) = die | ሥሩዓን (seruan) = vastgesteld | ምልክኤል (melkel) = Melkiël | ወህልእምሜሌክ (wählmmelek) = en Helemmelech | ወሜልኤየል (wämeleyäl) = en Melejel | ወናሬል (wänarel) = en Narel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Melkiël en Helemmelech zijn volgens sommige uitleggers twee spellingen van dezelfde naam, omgekeerd gelezen; deze vier leiders staan over de vier seizoenen. **82:14** En de namen van hen die hen leiden: Adnarel en Ijesusael en Ijlumiël; deze drie volgen na de leiders van de orden; en één volgt na de drie leiders van de orden, die volgen na die leiders van de standplaatsen die de vier delen van het jaar scheiden. Brontekst: ወአስማቲሆሙ (wääsmatihomu) = en hun namen | ለእለ (lälä) = van hen die | ይመርሕዎሙ (yemärhwomu) = die hen leiden | አድናርኤል (ädnarel) = Adnarel | ወኢየሱሳኤል (wäiyäsusael) = en Ijesusael | ወኢይሉሚኤል (wäiylumiel) = en Ijlumiël | እሉ (elu) = deze | ፫እለ (፫lä) = 3 die | ይተልዉ (yetälwu) = volgen | ድኅሬሆሙ (dekhrehomu) = na hen | ለመራሕያነ (lämärahyanä) = de leiders | ሥርዐታት (serätat) = orden | ወ፩ዘይተሉ (wä፩zäytälu) = en 1 die volgen | ድኅረ (dekhrä) = daarna | ፫መራኅያነ (፫märakhyanä) = 3 leiders | ሥርዐታት (serätat) = orden | እለ (elä) = die | ይተልዉ (yetälwu) = volgen | ድኅረ (dekhrä) = daarna | እልክቱ (elktu) = die | መራሕያነ (märahyanä) = leiders | ምቅዋማት (meqwamat) = standplaatsen | እለ (elä) = die | ይፈልጡ (yefältu) = zij verdelen | ፬ክፍለ (፬kflä) = 4 delen | ዓመት (amät) = jaar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 noemt dit vers onbegrijpelijk. ### Het eerste seizoen: Melkiël **82:15** Aan het begin van het jaar rijst eerst Melkiël op en regeert, die genoemd wordt Tamaäni en Zon; en alle dagen van zijn heerschappij, waarin hij regeert, zijn eenennegentig dagen. Brontekst: በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ዓመት (amät) = jaar | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ይሠርቅ (yesärq) = opgaat | ወይመልክ (wäymälk) = en hij regeert | ምልክያል (melkyal) = Melkiël | ዘይሰመይ (zäysämäy) = die genoemd wordt | ስሙ (semu) = zijn naam | ተመዓኒ (tämäani) = Tamaäni | ወፀሐየ (wätsähäyä) = en de zon | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | መዋዕላት (mäwalat) = dagen | ዘበሥልጣነ (zäbäsltanä) = in de macht van | ዚአሁ (ziähu) = ervan | እለ (elä) = die | ይመልክ (yemälk) = beheerst | ፺ወ፩ዕለት (፺wä፩lät) = 91 dag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ‘Tamaäni’ en ‘Zon’ zijn volgens de Engelse uitgave van 1912 waarschijnlijk één naam: ‘de zuidelijke zon’. Voetnoot : Eenennegentig dagen: 91 × 4 = 364. **82:16** En dit zijn de tekenen van de dagen die op de aarde zullen verschijnen in de dagen van zijn heerschappij: zweet en hitte en droefheid. En alle bomen dragen vrucht, en blad komt uit aan alle bomen, en de oogst van de tarwe en de rozenbloemen. En alle bloemen bloeien in het veld, maar de bomen van de winter verdorren. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dezen | ትእምርተ (temrtä) = het teken van | መዋዕል (mäwal) = dagen | እለ (elä) = die | ሀለዉ (häläwu) = waren | ያስተርእዩ (yastäryu) = zij schijnen | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | በመዋዕለ (bämäwalä) = in de dagen van | ሥልጣነ (seltanä) = macht | ዚአሁ (ziähu) = ervan | ሐፍ (häf) = zweet | ወሞቅ (wämoq) = en hitte | ወሐዘን (wähäzän) = en droefheid | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ዕፀው (etsäw) = de bomen | ይፈርዩ (yefäryu) = dragen vrucht | ወቈጽል (wäqwätsl) = en blad | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ዕፀው (etsäw) = de bomen | ወማእረረ (wämarärä) = en de oogst van | ሥርናይ (sernay) = tarwe | ወጽጌ (wätsge) = en de bloem van | ረዳ (räda) = roos | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ጽጌያት (tsegeyat) = bloemen | ይጸግዩ (yetsägyu) = bloeien | በገዳም (bägädam) = in het veld | ወዕፀወ (wätsäwä) = en bomen van | ክረምት (kerämt) = de regentijd | ይየብሱ (yeyäbsu) = verdorren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ጽጌ ረዳ is in het Ge'ez een rozensoort; die uitgave denkt aan de oleander. Voetnoot Lezing: ሐዘን (‘droefheid’) staat in de Ge'ez-handschriften; de Engelse uitgave van 1912 volgt een lezing die ‘windstilte’ betekent. **82:17** En dit zijn de namen van de leiders die onder hen zijn: Berkiël, Zelebsael, en een ander die erbij gevoegd wordt, een hoofd van duizend, genaamd Heloijasef; en de dagen van de heerschappij van deze zijn voleindigd. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dezen | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | ለመራኅያን (lämärakhyan) = de leiders | እለ (elä) = die | መትሕቴሆሙ (mäthtehomu) = onder hen | ብርክኤል (berkel) = Berkiël | ዘልብሳኤል (zälbsael) = Zelebsael | ወካልእ (wäkal) = en de tweede | ዘይትዌሰክ (zäytwesäk) = dat wordt toegevoegd | ርእሰ (resä) = het hoofd van | ፲፻ስሙ (፲፻smu) = 1000 zijn naam | ሄሎያሴፍ (heloyasef) = Heloijasef | ወተፈጸመ (wätäfätsämä) = en voltooid is | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ሥልጣኑ (seltanu) = zijn macht | ለዝ (läz) = voor deze Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Het tweede seizoen: Helemmelech **82:18** Een andere leider na hen is Helemmelech, die zij noemen de stralende zon; en alle dagen van zijn licht zijn eenennegentig dagen. Brontekst: ካልእ (kal) = een ander | መራኂ (märakhi) = leider | ዘድኅረሆሙ (zädkhrähomu) = die na hen komt | ህልዕምሜሌክ (helmmelek) = Helemmelech | ዘይጼውዕዎ (zäytsewwo) = die zij noemen | ስሞ (semo) = zijn naam | ፀሐየ (tsähäyä) = zon | ብሩሐ (beruhä) = stralend | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ብርሃኑ (berhanu) = zijn licht | ፺ወ፩ዕለት (፺wä፩lät) = 91 dag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **82:19** En dit zijn de tekenen van de dagen op de aarde: gloeiende hitte en droogte. En de bomen brengen hun vruchten voort, rijp en gaar, en geven hun vrucht, droog; en de schapen paren en worden zwanger, en men verzamelt alle vrucht van de aarde en alles wat in de akkers is en de wijnpersen; dit gebeurt in de dagen van zijn heerschappij. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dezen | ትእምርተ (temrtä) = het teken van | መዋዕ (mäwa) = dagen (verkort geschreven) | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ሐሩር (härur) = hitte | ወየብስ (wäyäbs) = en droogte | ወዕፀው (wätsäw) = en planten | ያወጽኡ (yawätsu) = zij brengen voort | ፍሬሆሙ (ferehomu) = hun vrucht | ርሱነ (resunä) = rijp | ወብሱለ (wäbsulä) = en gaar | ወይሁብ (wäyhub) = en zij geven | ፍሬሆሙ (ferehomu) = hun vrucht | ይየብስ (yeyäbs) = droog | ወአባግዕ (wääbag) = en de schapen | ይታለዋ (yetaläwa) = paren | ወይጸንሳ (wäytsänsa) = en worden zwanger | ወያስተጋብኡ (wäyastägabu) = en zij verzamelen | ኲሎ (kwilo) = alle | ፍሬ (fere) = vrucht | ምድር (medr) = de aarde | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ዘሀሎ (zähälo) = wat is | ውስተ (westä) = in | ገራውህ (gärawh) = akkers | ወምክያደ (wämkyadä) = en de pers van | ወይን (wäyn) = wijn | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | በመዋዕለ (bämäwalä) = in de dagen van | ሥልጣኑ (seltanu) = zijn macht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **82:20** En dit zijn hun namen en hun orden en de leiders van die hoofden van duizendtallen die onder hen zijn: Gidaiël en Keël en Heël; en de naam van het hoofd van duizend dat bij hen wordt gevoegd: Asfaël; en de dagen van zijn heerschappij zijn voleindigd. Brontekst: ወእሉ (wälu) = en dezen | እሙንቱ (emuntu) = zij | ስሞሙ (semomu) = hun namen | ወሥርዐቶሙ (wäsrätomu) = en hun orden | ወመራኅያኒሆሙ (wämärakhyanihomu) = en hun leiders | እለ (elä) = die | መትሕቴሆሙ (mäthtehomu) = onder hen | ለእሉ (lälu) = van deze | አርእስተ (ärstä) = de hoofden van | ፲፻ጌዳኤል (፲፻gedael) = 1000 Gedaël | ወኬኤል (wäkeel) = en Keël | ወሄኤል (wäheel) = en Heël | ወስሙ (wäsmu) = en zijn naam | ለዘይትዌሰክ (läzäytwesäk) = die erbij gevoegd wordt | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | ርእሰ (resä) = het hoofd van | ፲፻አስፋኤል (፲፻äsfael) = 1000 Asfaël | ወተፈጸመ (wätäfätsämä) = en voltooid is | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ሥልጣነ (seltanä) = macht | ዚአሁ (ziähu) = ervan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De beschrijving van de overige twee seizoenen ontbreekt in de overlevering (zo de Engelse uitgave van 1912). ## Henoch 83 _Het eerste droomgezicht: het vallen van de hemel_ ### Twee gezichten **83:1** En nu, mijn zoon Metuselach, zal ik je al de gezichten tonen die ik gezien heb; ik vertel ze je voor je ogen. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | አርእየከ (äryäkä) = ik zal je tonen | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | ኲሎ (kwilo) = alle | ራእያተ (rayatä) = de visioenen | እለ (elä) = die | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በቅድሜከ (bäqdmekä) = voor je | እነግር (enägr) = zeg Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **83:2** Twee gezichten zag ik, voordat ik een vrouw nam, en het ene was niet gelijk aan het andere: het eerste toen ik leerde schrijven, en het tweede voordat ik je moeder nam; ik zag een ontzagwekkend gezicht, en daarom smeekte ik Yahweh. Brontekst: ክልኤተ (keletä) = twee | ራእያተ (rayatä) = de visioenen | ርኢኩ (reiku) = ik zag | እንበለ (enbälä) = voordat | እንሣእ (ensa) = ik nam | ብእሲተ (besitä) = een vrouw | ወ፩ሂ (wä፩hi) = en 1 ook | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ኢይትማሰል (iytmasäl) = is niet gelijk | ምስለ (meslä) = met | ካልኡ (kalu) = de ander | ቀዳማየ (qädamayä) = de eerste | አመ (ämä) = in de dagen van | እትሜሐር (etmehär) = ik leerde | መጽሐፈ (mätshäfä) = de schrijfkunst | ወካልአ (wäkalä) = en een ander | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | እንሣእ (ensa) = ik nam | እመከ (emäkä) = je moeder | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ራእየ (rayä) = een visioen | ጽኑዐ (tsenuä) = ontzagwekkend | ወበእንቲአሆሙ (wäbäntiähomu) = en om hen | አስተብቋዕክዎ (ästäbqwakwo) = ik smeekte Hem | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Het eerste gezicht kreeg Henoch toen hij leerde schrijven, het tweede voordat hij trouwde; zie 85:3 voor zijn vrouw Edna. ### De hemel valt **83:3** Ik lag in het huis van Mahalalël, mijn voorvader, en ik zag in een gezicht van de hemel hoe de hemel werd losgerukt en weggesleept en op de aarde viel. Brontekst: ስኩበ (sekubä) = liggend | ኮንኩ (konku) = was | በቤተ (bäbetä) = in het huis van | መላልኤል (mälalel) = Mahalalël | እምሔውየ (emhewyä) = van mijn grootvader | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በራእይ (bäray) = in het visioen | ሰማይ (sämay) = hemel | ይትነፃኅ (yetnätsakh) = wordt losgerukt | ወይትሐየድ (wäythäyäd) = en wordt weggesleept | ወይወድቅ (wäywädq) = en valt | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:15–18. Voetnoot Uitleg: ሔው (‘voorvader’) is hier ‘grootvader’: Mahalalël was de vader van Jered, en Jered van Henoch. Zie ook: Gen 5:15–18 **83:4** En toen zij op de aarde viel, zag ik hoe de aarde werd verzwolgen in een grote diepte; en bergen hingen op bergen, en heuvels zonken op heuvels, en hoge bomen werden van hun stammen afgehouwen en neergeworpen en zonken in de diepte. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይወድቅ (yewädq) = valt | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ርኢክዋ (reikwa) = ik zag haar | ለምድር (lämdr) = de aarde | ከመ (kämä) = dat; als | ትትወሐጥ (tetwähät) = wordt verzwolgen | ውስተ (westä) = in | ቀላይ (qälay) = diep water | ዐቢይ (äbiy) = grote | ወአድባር (wäädbar) = en bergen | ዲበ (dibä) = op | አድባር (ädbar) = bergen | ይሰቀሉ (yesäqälu) = hangen | ወአውግር (wääwgr) = en de heuvels | ዲበ (dibä) = op | አውግር (äwgr) = heuvels | ይሠጠሙ (yesätämu) = zinken | ወዕፀው (wätsäw) = en planten | ነዋኃን (näwakhan) = hoge | ይትገዘሙ (yetgäzämu) = worden afgehouwen | እምጒንዳቲሆሙ (emgwindatihomu) = van hun stammen | ወይትገደፉ (wäytgädäfu) = en worden neergeworpen | ወይሠጠሙ (wäysätämu) = en zij zullen zinken | ውስተ (westä) = in | ቀላይ (qälay) = diep water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **83:5** En daarop viel een woord in mijn mond, en ik hief op om te roepen en zei: De aarde is verwoest! Brontekst: ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | ወድቀ (wädqä) = viel | ነገር (nägär) = dingen | ውስተ (westä) = in | አፉየ (äfuyä) = mijn mond | ወአንሣእኩ (wäänsaku) = en ik hief op | እጽራሕ (etsrah) = om te roepen | ወእቤ (wäbe) = en ik zei | ተሐጒለት (tähägwilät) = is verwoest | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Mahalalël wekt Henoch **83:6** En Mahalalël, mijn voorvader, wekte mij, terwijl ik bij hem lag, en zei tot mij: Waarom roep je zo, mijn zoon, en waarom jammer je zo? Brontekst: ወመላልኤል (wämälalel) = en Mahalalël | እምሔውየ (emhewyä) = van mijn grootvader | አንሥአኒ (änsäni) = richtte mij op | እንዘ (enzä) = terwijl | አነ (änä) = ik | እሰክብ (esäkb) = lag | ኀቤሁ (khäbehu) = tot Hem | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ምንት (ment) = waarom | ከመዝ (kämäz) = zo | ትጸርሕ (tetsärh) = roep je | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ወለምንት (wälämnt) = en waarom | ከመዝ (kämäz) = zo | ተዐወዩ (tääwäyu) = jammer je Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **83:7** En ik vertelde hem heel het gezicht dat ik gezien had, en hij zei tot mij: Iets ontzagwekkends heb je gezien, mijn zoon, en machtig is het gezicht van je droom over de verborgen dingen van alle zonde van de aarde; zij zal in de diepte zinken en met grote verwoesting verwoest worden. Brontekst: ወነገርክዎ (wänägärkwo) = en ik vertelde hem | ኲሎ (kwilo) = alle | ራእየ (rayä) = een visioen | ዘርኢኩ (zäriku) = die ik gezien had | ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ከመ (kämä) = dat; als | ጽኑዕ (tsenu) = harde | ርኢከ (reikä) = je zag | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ወኀየለ (wäkhäyälä) = en machtig is | ርእየ (reyä) = zien | ሕልምከ (helmkä) = je droom | ኅቡአተ (khebuätä) = de verborgenheden van | ኲሉ (kwilu) = alle | ኀጢአተ (khätiätä) = zonde | ምድር (medr) = de aarde | ወትሰጠም (wätsätäm) = en zij zal zinken | ሀለወት (häläwät) = is | ውስተ (westä) = in | ቀላይ (qälay) = diep water | ወተሐጒል (wätähägwil) = en verwoest zal worden | ሐጒለ (hägwilä) = het verderf van | ዐቢየ (äbiyä) = groot Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Mahalalël raadt het gebed aan **83:8** En nu, mijn zoon, sta op en smeek Yahweh van de heerlijkheid, want je bent gelovig, dat een overblijfsel op de aarde overblijft en dat Hij heel de aarde niet verdelgt. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ተንሥእ (täns) = sta op | ወአስተብቊዖ (wäästäbqwio) = en smeek Hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | እስመ (esmä) = omdat | መሀይምን (mähäymn) = gelovig | አንተ (äntä) = U | ከመ (kämä) = dat; als | ይትርፍ (yetrf) = moge overblijven | ትራፍ (teraf) = een overblijfsel | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወኢይደምስሳ (wäiydämssa) = en dat Hij haar niet verdelgt | ለኲላ (läkwila) = van heel | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **83:9** Mijn zoon, uit de hemel zal dit alles over de aarde komen, en over de aarde zal grote verwoesting zijn. Brontekst: ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ይሄሉ (yehelu) = zullen zijn | ዝኲሉ (zekwilu) = dit alles | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ምድር (medr) = de aarde | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ሐጒል (hägwil) = verwoesting | ዐቢይ (äbiy) = grote Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **83:10** En daarna stond ik op en bad en smeekte, en ik schreef mijn gebed op voor de geslachten van de wereld; en alles zal ik je tonen, mijn zoon Metuselach. Brontekst: ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | ተንሣእኩ (tänsaku) = ik stond op | ወጸለይኩ (wätsäläyku) = en ik bad | ወአስተብቋዕኩ (wäästäbqwaku) = en ik smeekte | ወጸሎትየ (wätsälotyä) = en mijn gebed | ጸሐፍኩ (tsähäfku) = ik schreef | ለትውልደ (lätwldä) = van geslacht | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | አርእየከ (äryäkä) = ik zal je tonen | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Henoch ziet de zon opgaan **83:11** En toen ik naar buiten ging, naar beneden, en de hemel zag, en de zon die uit het oosten opging, en de maan die in het westen onderging, en weinige sterren, en heel de aarde, en alles wat Hij van het begin af kende, zegende ik Yahweh van het oordeel en gaf Hem grootheid, omdat Hij de zon had doen uitgaan uit de vensters van het oosten. En hij steeg op en ging op over het aangezicht van de hemel, en stond op en gaat de weg die hem getoond is. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ወጻእኩ (wätsaku) = en ik ging uit | ታሕተ (tahtä) = omlaag | ወርኢክዎ (wärikwo) = en ik zag hem | ለሰማይ (läsämay) = de hemel | ወለፀሐይ (wälätsähäy) = en de zon | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | እምሥራቅ (emsraq) = uit het oosten | ወወርኅ (wäwärkh) = en de maan | ይወርድ (yewärd) = Hij neerdaalt | እምዕራብ (emrab) = in het westen | ወውሑዳት (wäwhudat) = en weinige | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ዘአእመረ (zäämärä) = wat Hij kende | ዲበ (dibä) = op | ቀዳሚ (qädami) = eerst | ወባረክዎ (wäbaräkwo) = en ik zegende Hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ወሎቱ (wälotu) = en aan Hem | ወሀብኩ (wähäbku) = ik heb gegeven | ዕበየ (ebäyä) = de grootheid van | እስመ (esmä) = omdat | አውፅአ (äwtsä) = bracht uit | ፀሐየ (tsähäyä) = zon | እመሣክወ (emäsakwä) = uit de vensters van | ምሥራቅ (mesraq) = oosten | ወዐርገ (wäärgä) = en opsteeg | ወሠረቀ (wäsäräqä) = en hij ging op | ዲበ (dibä) = op | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወተንሥአ (wätänsä) = en stond op | ወየሐውር (wäyähäwr) = en gaat | ፍኖተ (fenotä) = de weg | እንተ (entä) = die | ተርእየት (täryät) = dat getoond is | ሎቱ (lotu) = Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Voor de zon staan elders in Henoch 72–82 ‘poorten’; hier staan ‘vensters’ (እመሣክወ), zoals in Gen. 7:11 voor de hemel. Voetnoot Lezing: ዘአእመረ (‘wat Hij kende’): de Engelse uitgave van 1912 vermoedt een fout in de overlevering en leest ‘zoals Hij het gesteld had’. Zie ook: Gen 7:11 ## Henoch 84 _Henochs gebed om een overblijfsel_ ### Henoch zegent de Grote **84:1** En ik hief mijn handen op in gerechtigheid en zegende de Heilige en de Grote, en ik sprak met de adem van mijn mond en met de tong van vlees, die Elohim gemaakt heeft voor de kinderen der mensen, opdat zij daarmee zouden spreken; en Hij gaf hun adem en een tong en een mond om daarmee te spreken. Brontekst: ወአልዓልኩ (wäälalku) = en verhief | እደውየ (edäwyä) = mijn handen | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | ወባረክዎ (wäbaräkwo) = en ik zegende Hem | ለቅዱስ (läqdus) = de heilige | ወለዐቢይ (wälääbiy) = en de Grote | ወነገርኩ (wänägärku) = en ik maakte bekend | በመንፈሰ (bämänfäsä) = in de geest van | አፉየ (äfuyä) = mijn mond | ወበልሳነ (wäbälsanä) = en met de tong van | ሥጋ (sega) = vlees | እንተ (entä) = die | ገብረ (gäbrä) = Hij maakte | አምላክ (ämlak) = Elohim | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ከመ (kämä) = dat; als | ይትናገሩ (yetnagäru) = spreken | ባቲ (bati) = erin | ወወሀቦሙ (wäwähäbomu) = en Hij gaf hun | መንፈሰ (mänfäsä) = geest | ወልሳነ (wälsanä) = en tongen van | ወአፈ (wääfä) = en een mond | ከመ (kämä) = dat; als | ይትናገሩ (yetnagäru) = spreken | ቦቱ (botu) = daaraan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ‘De tong van vlees’ is de menselijke tong; zie ook 14:2. ### Lofprijzing van Yahweh **84:2** Gezegend bent U, o Yahweh, Koning, groot en machtig in Uw grootheid, Yahweh van heel de schepping van de hemel, Koning der koningen en Elohim van heel de wereld. En Uw goddelijkheid en Uw koningschap en Uw grootheid blijven tot in eeuwigheid en tot in eeuwigheden, en voor alle geslachten is Uw heerschappij; en alle hemelen zijn Uw troon tot in eeuwigheid, en heel de aarde de voetenbank van Uw voeten tot in eeuwigheid en eeuwigheden. Brontekst: ቡሩክ (buruk) = gezegend | አንተ (äntä) = U | እግዚኦ (egzio) = o Yahweh | ንጉሥ (negus) = de Koning | ወዐቢይ (wääbiy) = en Grote | ወኀያል (wäkhäyal) = en machtig | በዕበየ (bäbäyä) = in de grootheid van | ዚአከ (ziäkä) = Uw | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | ኲሉ (kwilu) = alle | ፍጥረተ (feträtä) = de schepping | ሰማይ (sämay) = hemel | ንጉሠ (negusä) = koning van | ነገሥት (nägäst) = koningen | ወአምላከ (wäämlakä) = en de Elohim van | ኲሉ (kwilu) = alle | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወመለኮትከ (wämäläkotkä) = en Uw goddelijkheid | ወመንግሥትከ (wämängstkä) = en Uw koningschap | ወዕበይከ (wäbäykä) = en Uw grootheid | ይነብር (yenäbr) = zat | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወለዓለመ (wäläalämä) = en tot in eeuwigheid | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወለኲሉ (wäläkwilu) = en voor elk | ትውልደ (tewldä) = geslacht | ትውልድ (tewld) = generatie | ስልጣንከ (seltankä) = Uw heerschappij | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | መንበርከ (mänbärkä) = Uw troon | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወኲላ (wäkwila) = en heel | ምድር (medr) = de aarde | መከየደ (mäkäyädä) = de voetenbank van | እገሪከ (egärikä) = Uw voeten | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወለዓለመ (wäläalämä) = en tot in eeuwigheid | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 66:1 en Hand. 7:49. Zie ook: Jes 66:1; Hand 7:49 **84:3** Want U hebt alles gemaakt en over alles regeert U, en geen werk is te zwaar voor U, niet één; wijsheid gaat niet van U weg, noch wendt zij zich af van de plaats van Uw troon, noch van Uw aangezicht. En U weet en ziet en hoort alles, en niets is voor U verborgen, want U ziet alles. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | አንተ (äntä) = U | ገበርከ (gäbärkä) = U hebt gemaakt | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | አንተ (äntä) = U | ትመልክ (temälk) = U regeert | ወኢይጸንዐከ (wäiytsänäkä) = en niet te zwaar voor U | ግብር (gebr) = werk | ወኢ፩ (wäi፩) = en niet één | ወኢአሐቲ (wäiähäti) = en niet één | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ኢተኀልፈከ (itäkhälfäkä) = gaat niet van U weg | ወኢትትመየጥ (wäittmäyät) = en wendt zich niet af | እመንበርታ (emänbärta) = van de plaats van | ምንባሪከ (menbarikä) = Uw zetel | ወኢእምገጽከ (wäimgätskä) = en niet van Uw aangezicht | ወአንተ (wääntä) = en U | ኲሎ (kwilo) = alle | ተአምር (täämr) = U kent | ወትሬኢ (wätrei) = en je zult zien | ወትሰምዕ (wätsäm) = en U hoort | ወአልቦ (wäälbo) = en niet | ዘይትኀባእ (zäytkhäba) = wat zich verbergt | እምኔከ (emnekä) = voor U | እስመ (esmä) = omdat | ኲሎ (kwilo) = alle | ትሬኢ (terei) = ziet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jer. 32:17 en Gen. 18:14. Voetnoot Lezing: De laatste woorden ‘want U ziet alles’ zijn volgens de Engelse uitgave van 1912 een herhaling van de voorafgaande regel. Zie ook: Gen 18:14; Jer 32:17 ### De zonde van de engelen **84:4** En nu, Uw engelen van de hemelen zondigen, en over het vlees van de mensen zal Uw toorn zijn tot de dag van het grote oordeel. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | ሰማያቲከ (sämayatikä) = Uw hemelen | ይኤብሱ (yeebsu) = zondigen | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ሥጋ (sega) = vlees | ሰብእ (säb) = mensen | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | መዐትከ (määtkä) = Uw toorn | እስከ (eskä) = tot | ዕለተ (elätä) = de dag van | ዐባይ (äbay) = grote | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Bede om een nageslacht **84:5** En nu, Elohim en Yahweh en grote Koning, ik smeek en vraag U mijn verzoek te vervullen, dat U mij een nageslacht op de aarde laat overblijven, en niet al het vlees van de mens vernietigt, en de aarde niet leeg maakt, zodat er een eeuwige verwoesting zou zijn. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | አምላክ (ämlak) = Elohim | ወእግዚእ (wägzi) = en Yahweh | ወንጉሥ (wängus) = en Koning | ዐቢይ (äbiy) = grote | አስተበቊዕ (ästäbäqwi) = ik smeek | ወእስእል (wäsl) = en ik vraag | ከመ (kämä) = dat; als | ታቅም (taqm) = dat U vervult | ሊተ (litä) = voor Mij | ስእለትየ (selätyä) = mijn verzoek | ከመ (kämä) = dat; als | ታትርፍ (tatrf) = dat U laat overblijven | ሊተ (litä) = voor Mij | ደኃሪተ (däkharitä) = een nageslacht | ውስተ (westä) = in | ምድር (medr) = de aarde | ወኢታጥፍእ (wäitatf) = en vernietig niet | ኲሎ (kwilo) = alle | ሥጋ (sega) = vlees | ሰብእ (säb) = mensen | ወኢታዕርቃ (wäitarqa) = en maak haar niet leeg | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | ሐጒል (hägwil) = verwoesting | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **84:6** En nu, mijn Heer, vernietig van de aarde het vlees dat Uw toorn heeft gewekt, maar het vlees van gerechtigheid en oprechtheid laat bestaan als een plant van zaad voor eeuwig; en verberg Uw aangezicht niet voor het gebed van Uw dienaar, o Yahweh. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | እግዚእየ (egziyä) = mijn Heer | አጥፍእ (ätf) = vernietig | እምዲበ (emdibä) = van op | ምድር (medr) = de aarde | ሥጋ (sega) = vlees | አምዕዐተከ (ämätäkä) = die U tot toorn heeft gewekt | ወሥጋ (wäsga) = en vlees | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወርትዕ (wärt) = en waarheid | አቅም (äqm) = laat bestaan | ለተክለ (lätäklä) = als een plant van | ዘርእ (zär) = zaad | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወኢትሰውር (wäitsäwr) = en verberg niet | ገጸከ (gätsäkä) = Uw aangezicht | እምስእለተ (emslätä) = voor het gebed van | ገብርከ (gäbrkä) = Uw dienaar | እግዚኦ (egzio) = o Yahweh Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:8 en Gen. 7:1. Zie ook: Gen 6:8; Gen 7:1 ## Henoch 85 _Het tweede droomgezicht: de eerste stieren_ ### Een andere droom **85:1** En daarna zag ik een andere droom, en alles zal ik je tonen, mijn zoon. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ካልአ (kalä) = een andere | ሕልመ (helmä) = een droom | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | አርእየከ (äryäkä) = ik zal je tonen | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De hoofdstukken 85–90 vormen één droomgezicht: een allegorie van de wereldgeschiedenis, waarin mensen als dieren verschijnen. **85:2** En Henoch hief aan en zei tot zijn zoon Metuselach: Tot jou spreek ik, mijn zoon; hoor mijn woorden en neig je oor tot het zien van de droom van je vader. Brontekst: ወአንሥአ (wäänsä) = en hij hief op | ሄኖክ (henok) = Henoch | ወይቤ (wäybe) = en Hij zei | ለወልዱ (läwäldu) = aan zijn zoon | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | ለከ (läkä) = aan jou | እብለከ (ebläkä) = ik zeg je | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ስማዕ (sema) = hoor | ነገርየ (nägäryä) = mijn woorden | ወአጽንን (wäätsnn) = en neig | እዝነከ (eznäkä) = je oor | ለርእየ (läryä) = om te zien | ሕልመ (helmä) = een droom | አብከ (äbkä) = je vader Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De witte stier en de twee jonge stieren **85:3** Voordat ik je moeder Edna nam, zag ik in een gezicht op mijn leger, en zie, een stier kwam uit de aarde, en die stier was wit; en na hem kwam een vrouwelijke jonge stier, en met haar kwam een andere jonge stier, en één van hen was zwart en één rood. Brontekst: እንበለ (enbälä) = voordat | እንሥአ (ensä) = ik nam | ለእምከ (lämkä) = je moeder | እድና (edna) = Edna | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በራእይ (bäray) = in het visioen | በምስካብየ (bämskabyä) = op mijn leger | ወናሁ (wänahu) = en zie | ወጽአ (wätsä) = en kwam uit | ላህም (lahm) = stier | እምድር (emdr) = van de aarde | ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ዝኩ (zeku) = die | ላህም (lahm) = stier | ፀዐዳ (tsääda) = wit | ወእምድኅረሁ (wämdkhrähu) = en na hem | ወጽአት (wätsät) = en kwam uit | ጣዕዋ (tawa) = jonge stier | አንስቲያዊት (änstiyawit) = vrouwelijk | አሐቲ (ähäti) = één | ወምስሌሃ (wämsleha) = en met haar | ወጽአ (wätsä) = en kwam uit | ካልእ (kal) = een ander | ጣዕዋ (tawa) = jonge stier | ወ፩እምኔሆሙ (wä፩mnehomu) = en 1 van hen | ኮነ (konä) = is | ጸሊመ (tsälimä) = zwart | ወ፩ቀይሐ (wä፩qäyhä) = en 1 rood Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 4:1–2. Voetnoot Uitleg: Volgens de gangbare uitleg (zo ook de Engelse uitgave van 1912) verbeeldt de witte stier Adam, de vrouwelijke jonge stier Eva, de zwarte Kaïn en de rode Abel. Zie ook: Gen 4:1–2 **85:4** En die zwarte jonge stier stootte de rode en volgde hem over de aarde, en vanaf toen kon ik die rode jonge stier niet meer zien. Brontekst: ወጐድኦ (wägwädo) = en hij stootte | ዝኩ (zeku) = die | ጸሊም (tsälim) = zwarte | ጣዕዋ (tawa) = jonge stier | ለቀይሕ (läqäyh) = de rode | ወተለዎ (wätäläwo) = en volgde hem | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወኢክህልኩ (wäikhlku) = en ik kon niet | እምሶቤሃ (emsobeha) = vanaf toen | ርእዮቶ (reyoto) = ernaar te kijken | ለዝኩ (läzku) = aan die | ቀይሕ (qäyh) = rode | ጣዕዋ (tawa) = jonge stier Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 4:8. Zie ook: Gen 4:8 **85:5** En die zwarte jonge stier groeide, en die vaars kwam met hem; en ik zag dat uit hem vele stieren voortkwamen die op hem leken en hem volgden. Brontekst: ወዝኩ (wäzku) = en die | ጣዕዋ (tawa) = jonge stier | ጸሊም (tsälim) = zwarte | ልህቀ (lehqä) = groeide | ወመጽአት (wämätsät) = en kwam | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | እንትኩ (entku) = die | ጣዕዋ (tawa) = jonge stier | አንስቲያዊት (änstiyawit) = vrouwelijk | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እምኔሁ (emnehu) = van Hem | ዘይወጽኡ (zäywätsu) = die voortkwamen | አልህምተ (älhmtä) = stieren | ብዙኃነ (bezukhanä) = vele | እንዘ (enzä) = terwijl | ይመስልዎ (yemäslwo) = gelijken hem | ወይተልዉ (wäytälwu) = en volgen | ድኅረሁ (dekhrähu) = na hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De vaars zoekt de rode stier **85:6** En die eerste vaars kwam weg van het aangezicht van die eerste stier; zij zocht die rode jonge stier en vond hem niet, en zij jammerde terstond met groot gejammer en zocht hem. Brontekst: ወእንታክቲ (wäntakti) = en die | ዕጐልት (egwält) = vaars | አንስቲያዊት (änstiyawit) = vrouwelijk | እንታክቲ (entakti) = die | ቀዳሚት (qädamit) = eerste | ወጽአት (wätsät) = en kwam uit | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጸ (gätsä) = het aangezicht van | ዝኩ (zeku) = die | ላህም (lahm) = stier | ቀዳሚ (qädami) = eerst | ኀሠሠቶ (khäsäsäto) = zocht hem | ለውእቱ (läwtu) = die | ጣዕዋ (tawa) = jonge stier | ቀይሕ (qäyh) = rode | ወኢረከበቶ (wäiräkäbäto) = en vond hem niet | ወአውየወት (wääwyäwät) = en zij jammerde | ሶቤሃ (sobeha) = terstond | አውያተ (äwyatä) = jammerklachten | ዐበይተ (äbäytä) = grote | ወኀሠሠቶ (wäkhäsäsäto) = en zocht hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Volgens dezelfde uitleg is de vaars Eva, die om Abel rouwt. **85:7** En ik zag totdat die eerste stier tot haar kwam en haar tot zwijgen bracht; en vanaf die tijd riep zij niet meer. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | መጽአ (mätsä) = Hij is gekomen | ዝኩ (zeku) = die | ላህም (lahm) = stier | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ኀቤሃ (khäbeha) = naast haar | ወአርመማ (wäärmäma) = en hij deed haar zwijgen | ወእምይእቲ (wämyti) = en van die | ጊዜ (gize) = de tijd van | ኢጸርሐት (itsärhät) = riep niet meer Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De tweede witte stier **85:8** En daarna baarde zij een andere witte stier, en daarna baarde zij vele stieren en zwarte vaarzen. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ወለደት (wälädät) = baarde | ካልአ (kalä) = een andere | ላህመ (lahmä) = stier | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወእምድኅረሁ (wämdkhrähu) = en na hem | ወለደት (wälädät) = baarde | አልህምተ (älhmtä) = stieren | ብዙኃነ (bezukhanä) = vele | ወዕጐተ (wägwätä) = en vaarzen | ጸሊማነ (tsälimanä) = zwarte Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 4:25 en Gen. 5:3. Voetnoot Uitleg: De andere witte stier is Seth, die na Abels dood geboren werd. Zie ook: Gen 4:25; Gen 5:3 **85:9** En ik zag in mijn slaap die witte stier; en zo groeide hij, en hij werd een grote witte stier, en uit hem kwamen vele witte stieren voort die op hem leken. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በንዋምየ (bänwamyä) = in mijn slaap | ዝኩ (zeku) = die | ሶር (sor) = stier | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | ልህቀ (lehqä) = groeide | ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ሶረ (sorä) = stier | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | ወጽኡ (wätsu) = en kwamen uit | አልህምት (älhmt) = stieren | ብዙኃን (bezukhan) = velen | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወይመስልዎ (wäymäslwo) = en gelijken hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **85:10** En zij begonnen vele witte stieren te baren die op hen leken, en de een volgde de ander. Brontekst: ወወጠኑ (wäwätänu) = en zij begonnen | እንዘ (enzä) = terwijl | ይወልዱ (yewäldu) = zij verwekken | አልህምተ (älhmtä) = stieren | ብዙኃነ (bezukhanä) = vele | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወእለ (wälä) = en wier | ይመስዎሙ (yemäswomu) = gelijken hen | ወተለዎ (wätäläwo) = en volgde hem | ፩ለካልኡ (፩läkalu) = 1 naar de ander Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 86 _De gevallen sterren_ ### Een ster valt **86:1** En opnieuw zag ik met mijn ogen terwijl ik sliep, en ik zag de hemel boven, en zie, één ster viel uit de hemel; en hij verhief zich en at en graasde onder die stieren. Brontekst: ወካዕበ (wäkabä) = en opnieuw | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በአዕይንትየ (bääyntyä) = met mijn ogen | እንዘ (enzä) = terwijl | እነውም (enäwm) = ik sliep | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ሰማየ (sämayä) = de hemel | መልዕልተ (mälltä) = daarboven | ወነዋ (wänäwa) = en zie | ፩ኮከብ (፩kokäb) = 1 de ster | ወድቀ (wädqä) = viel | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ወይትሌዐል (wäytleäl) = en hij verheft zich | ወይበልዕ (wäybäl) = en eet | ወይትረዐይ (wäyträäy) = en graast | ማእከለ (makälä) = tussen | እልኩ (elku) = die | አልህምት (älhmt) = stieren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De ster die valt is volgens de gangbare uitleg (zo ook de Engelse uitgave van 1912) een gevallen engel; de sterren zijn engelen, de stieren mensen. Zie hoofdstuk 6–7 voor dezelfde gebeurtenis in woorden. **86:2** En daarna zag ik de grote en zwarte stieren, en zie, allen veranderden hun stallen en hun weiden en hun jonge stieren, en zij begonnen te klagen, de een met de ander. Brontekst: ወእምዝ (wämz) = en daarna | ርኢኩ (reiku) = ik zag | አልህምተ (älhmtä) = stieren | ዐቢያነ (äbiyanä) = grote | ወጸሊማነ (wätsälimanä) = en zwarte | ወናሁ (wänahu) = en zie | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ወለጡ (wälätu) = veranderden | ምዕያሞሙ (meyamomu) = hun stallen | ወምርዓዮሙ (wämrayomu) = en hun weiden | ወአጣዕዋሆሙ (wäätawahomu) = en hun jonge stieren | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | የዓውይዉ (yäawywu) = te klagen | ፩ምስለ (፩mslä) = 1 met | ካልኡ (kalu) = de ander Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Vele sterren vallen **86:3** En opnieuw zag ik in het gezicht en ik keek naar de hemel, en zie, ik zag vele sterren; en zij daalden neer en werden neergeworpen uit de hemel naar die eerste ster, en onder die jonge stieren; en de stieren waren met hen en graasden in hun midden. Brontekst: ወካዕበ (wäkabä) = en opnieuw | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በራእይ (bäray) = in het visioen | ወነጸርክዎ (wänätsärkwo) = en ik keek naar hem | ለሰማይ (läsämay) = de hemel | ወነዋ (wänäwa) = en zie | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ከዋክብተ (käwakbtä) = sterren | ብዙኃነ (bezukhanä) = vele | ወወረዱ (wäwärädu) = en zij daalden af | ወተገድፉ (wätägädfu) = en werden neergeworpen | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ኀበ (khäbä) = waar | ዝኩ (zeku) = die | ኮከብ (kokäb) = de ster | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ወማእከለ (wämakälä) = en tussen | እልኩ (elku) = die | ጣዕዋ (tawa) = jonge stier | ወአልህምት (wäälhmt) = en de stieren | ኮኑ (konu) = was | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | ይትረዐዩ (yeträäyu) = weidden | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:1–4. Zie ook: Gen 6:1–4 **86:4** En ik keek naar hen en zag, en zie, allen lieten hun schaamdelen uitkomen als paarden en begonnen de vaarzen van de stieren te bestijgen; en zij allen werden zwanger en baarden olifanten, kamelen en ezels. Brontekst: ወነጸርክዎሙ (wänätsärkwomu) = en ik keek naar hen | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ወነዋ (wänäwa) = en zie | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | አውፅኡ (äwtsu) = zij brachten uit | ኀፍረታቲሆሙ (khäfrätatihomu) = hun schaamdelen | ከመ (kämä) = dat; als | አፍራስ (äfras) = paarden | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | ይዕርጉ (yergu) = te bestijgen | ዲበ (dibä) = op | እጐላተ (egwälatä) = vaarzen | አልህምት (älhmt) = stieren | ወፀንሳ (wätsänsa) = en werden zwanger | ኲሎን (kwilon) = allen | ወወለዳ (wäwäläda) = en baarden | ነጌያተ (nägeyatä) = olifanten | ወአግማለ (wäägmalä) = en kamelen | ወአዕዱገ (wäädugä) = en ezels Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Het zwangerschapsbeeld komt overeen met de geboorte van de reuzen in 7:2. Voetnoot Lezing: ነጌያተ vertalen wij met ‘olifanten’, naar de Engelse uitgave van 1912; de betekenis van het woord is niet zeker. ### De stieren worden verslonden **86:5** En alle stieren vreesden hen en werden verschrikt voor hen; en zij begonnen te bijten met hun tanden en te verslinden en te stoten met hun hoorns. Brontekst: ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አልህምት (älhmt) = stieren | ፈርሕዎሙ (färhwomu) = vreesden hen | ወደንገፅ (wädängäts) = en werden verschrikt | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | እንዘ (enzä) = terwijl | ይኔዝሩ (yenezru) = te bijten | በስነኒሆሙ (bäsnänihomu) = met hun tanden | ወይውሕጡ (wäywhtu) = en te verslinden | ወይወግኡ (wäywägu) = en te stoten | በአቅርንቲሆሙ (bääqrntihomu) = met hun hoorns Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **86:6** En zij begonnen toen die stieren te verslinden; en zie, alle kinderen van de aarde begonnen te beven en te sidderen voor hen en van hen te vluchten. Brontekst: ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | እንከ (enkä) = dan | ይብልዕዎሙ (yeblwomu) = om hen te eten | ለእኩ (läku) = die | አልህምት (älhmt) = stieren | ወነዋ (wänäwa) = en zie | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ምድር (medr) = de aarde | አኀዙ (äkhäzu) = begonnen | ይርዐዱ (yerädu) = beven | ወያድለቅልቁ (wäyadläqlqu) = en te beven | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ወይንፍጹ (wäynftsu) = en te vluchten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 87 _De komst van de zeven wezens_ ### De strijd van de reuzen **87:1** En opnieuw zag ik hen, en zij begonnen elkaar te stoten en elkaar te verslinden, en de aarde begon te schreeuwen. Brontekst: ወካዕበ (wäkabä) = en opnieuw | ርኢክዎሙ (reikwomu) = Ik heb hen gezien | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | እንዘ (enzä) = terwijl | ይወግኦ (yewägo) = zij stoten hem | ፩ለካልኡ (፩läkalu) = 1 naar de ander | ወይውኅጦ (wäywkhto) = en verslinden hem | ፩ለካልኡ (፩läkalu) = 1 naar de ander | ወምድር (wämdr) = en aarde | አኀዘት (äkhäzät) = begon | ትጽራሕ (tetsrah) = te schreeuwen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Witte wezens uit de hemel **87:2** En ik sloeg mijn ogen opnieuw op naar de hemel, en ik zag in het gezicht, en zie, uit de hemel kwamen wezens voort in de gedaante van witte mensen; en één kwam uit die plaats, en drie met hem. Brontekst: ወአንሣእኩ (wäänsaku) = en ik hief op | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | ካዕበ (kabä) = wederom | ውስተ (westä) = in | ሰማይ (sämay) = hemel | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በራእይ (bäray) = in het visioen | ወነዋ (wänäwa) = en zie | ወጽኡ (wätsu) = en kwamen uit | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ከመ (kämä) = dat; als | አምሳለ (ämsalä) = de gedaante van | ሰብእ (säb) = mensen | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወ፩ወጽአ (wä፩wätsä) = en 1 kwam uit | እምውእቱ (emwtu) = uit dat | መካን (mäkan) = plaats | ወ፫ምስሌሁ (wä፫mslehu) = en 3 met hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De ‘witte mensen’ zijn engelen; zie voor de aartsengelen 20:1–8. Voetnoot Lezing: De Ge'ez-bron heeft ‘één kwam uit die plaats en drie met hem’; andere handschriftengroepen lezen ‘vier gingen uit en drie met hen’. **87:3** En die drie, die daarna waren uitgekomen, grepen mij bij mijn hand en namen mij op uit het geslacht van de aarde en verhieven mij op een hoge plaats, en toonden mij een toren, hoog boven de aarde, en alle heuvels waren lager. Brontekst: ወእሙንቱ (wämuntu) = en zij | ፫እለ (፫lä) = 3 die | ወጽኡ (wätsu) = en kwamen uit | ድኅረ (dekhrä) = daarna | አኀዙኒ (äkhäzuni) = zij grepen mij | በእዴየ (bädeyä) = bij mijn hand | ወአንሥኡኒ (wäänsuni) = en zij namen mij op | እምትውልደ (emtwldä) = uit het geslacht van | ምድር (medr) = de aarde | ወአልዐሉኒ (wääläluni) = en zij verhieven mij | ዲበ (dibä) = op | መካን (mäkan) = plaats | ነዋኅ (näwakh) = hoge | ወአርአዩኒ (wääräyuni) = en zij toonden mij | ማኅፈደ (makhfädä) = een toren | ነዋኀ (näwakhä) = hoog | እምድር (emdr) = van de aarde | ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ሕፁፀ (hetsutsä) = lager | ኲሉ (kwilu) = alle | አውግር (äwgr) = heuvels Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De ‘hoge toren’ is volgens de Engelse uitgave van 1912 waarschijnlijk het paradijs, waarheen Henoch wordt gebracht. ### Henoch op de toren **87:4** En zij zeiden tot mij: Blijf hier totdat je alles ziet wat over die olifanten en kamelen en ezels komt, en over de sterren en over alle stieren. Brontekst: ወይቤሉኒ (wäybeluni) = en zij zeiden tot mij | ንበር (nebär) = blijf | ዝየ (zeyä) = hier | እስከ (eskä) = tot | ትሬኢ (terei) = ziet | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘይመጽእ (zäymäts) = dat komt | ዲበ (dibä) = op | እሉ (elu) = deze | ነጌያት (nägeyat) = olifanten | ወአግማል (wäägmal) = en kamelen | ወአዕዱግ (wäädug) = en ezels | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | ወዲበ (wädibä) = en tegen | አልህምታት (älhmtat) = stieren | ኲሎሙ (kwilomu) = allen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Met ‘olifanten, kamelen en ezels’ zijn de drie soorten reuzen bedoeld; zie 86:4 en 7:2. ## Henoch 88 _De engelen binden de gevallen sterren_ ### De eerste ster wordt gebonden **88:1** En ik zag één van die vier die eerst waren uitgekomen, en hij greep die eerste ster, die uit de hemel was gevallen, en bond zijn handen en zijn voeten en wierp hem in een afgrond; en die afgrond was nauw en diep en vreselijk en duister. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ፩እምእኩ (፩mku) = 1 van die | ፬እለ (፬lä) = 4 die | ወጽኡ (wätsu) = en kwamen uit | እምቀዳሚ (emqädami) = van het begin | ወአኀዞ (wääkhäzo) = en hij greep | ለዝኩ (läzku) = aan die | ኮከብ (kokäb) = de ster | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ዘወድቀ (zäwädqä) = die gevallen was | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ወአሠሮ (wääsäro) = en bond hem | እደዊሁ (edäwihu) = Zijn handen | ወእገሪሁ (wägärihu) = en zijn voeten | ወወደዮ (wäwädäyo) = en wierp hem | ውስተ (westä) = in | ማዕምቅ (mamq) = afgrond | ወዝኩ (wäzku) = en die | ማዕምቅ (mamq) = afgrond | ጸቢብ (tsäbib) = nauw | ወዕሙቅ (wämuq) = en diep | ወዕፅብ (wätsb) = en vreselijk | ወጽልመት (wätslmät) = en donker Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De vier zijn de hoofdengelen (zie 9:1); de eerste bindt de eerste gevallen ster, zoals Rafaël Azazel bindt in 10:4–6. ### De reuzen doden elkaar **88:2** En één van hen trok zijn zwaard en gaf het aan die olifanten en kamelen en ezels, en zij begonnen elkaar te stoten, en heel de aarde beefde om hen. Brontekst: ወ፩እምእሉ (wä፩mlu) = en 1 van deze | መልሐ (mälhä) = trok | ሰይፎ (säyfo) = zijn zwaard | ወወሀቦሙ (wäwähäbomu) = en Hij gaf hun | ለእኩ (läku) = die | ነጌያት (nägeyat) = olifanten | ወአግማል (wäägmal) = en kamelen | ወአዕዱግ (wäädug) = en ezels | ወአኀዘ (wääkhäzä) = en hij begon | እንዘ (enzä) = terwijl | ይጐድኦ (yegwädo) = stotend | ፩ለካልኡ (፩läkalu) = 1 naar de ander | ወኲላ (wäkwila) = en heel | ምድር (medr) = de aarde | አድለቅለቀት (ädläqläqät) = beefde | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit is vermoedelijk Gabriël, vergelijk 10:9–10. ### De grote sterren worden gebonden **88:3** En toen ik zag in het gezicht, zie, een van die vier die waren uitgekomen wierp stenen uit de hemel en verzamelde en nam alle grote sterren, wier schaamdelen waren als de schaamdelen van paarden, en bond hen allen aan hun handen en aan hun voeten en wierp hen in de kloven van de aarde. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በራእይ (bäray) = in het visioen | ወነዋ (wänäwa) = en zie | እንከ (enkä) = dan | ፩እምእልክቱ (፩mlktu) = 1 van die | ፬እለ (፬lä) = 4 die | ወጽኡ (wätsu) = en kwamen uit | ወገረ (wägärä) = en wierp stenen | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ወአስተጋብአ (wäästägabä) = en verzamelde | ወነሥአ (wänäsä) = en nam | ኲሎ (kwilo) = alle | ከዋክብተ (käwakbtä) = sterren | ዐቢያነ (äbiyanä) = grote | እለ (elä) = die | ኀፍረቶሙ (khäfrätomu) = hun schaamdelen | ከመ (kämä) = dat; als | ኀፍረተ (khäfrätä) = schaamte | አፍራስ (äfras) = paarden | ወአሠሮሙ (wääsäromu) = en bond hen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | በእደዊሆሙ (bädäwihomu) = met hun handen | ወበእገሪሆሙ (wäbägärihomu) = en aan hun voeten | ወወደዮሙ (wäwädäyomu) = en wierp hen | በንቅዐተ (bänqätä) = in de kloof van | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit is vermoedelijk Michaël, vergelijk 10:11–12. Voetnoot Lezing: ወገረ እምሰማይ (‘wierp stenen uit de hemel’): de Engelse uitgave van 1912 noemt de tekst bedorven; hij stelt voor ‘kwam neer uit de hemel’ te lezen. ## Henoch 89 _Het dierenvisioen: van de zondvloed tot de ondergang van Jeruzalem_ ### Noach en de vloed **89:1** En één van die vier ging naar die witte stieren en onderwees hem in een geheim, terwijl hij beefde: die stier werd geboren en werd een mens, en hij bouwde voor zich een groot vaartuig en woonde daarin; en drie stieren woonden met hem in dat vaartuig, en zij werden gedekt. Brontekst: ወ (wä) = en | ፩እምእልኩ (፩mlku) = 1 van die | ፬ሖረ (፬horä) = 4 ging | ኀበ (khäbä) = waar | እልኩ (elku) = die | አልህምት (älhmt) = stieren | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወመሀሮ (wämähäro) = en onderwees hem | ምሥጢረ (mestirä) = geheim | እንዘ (enzä) = terwijl | ይርዕድ (yerd) = terwijl hij beefde | ውእቱ (wetu) = dat | ላህም (lahm) = stier | ተወልደ (täwäldä) = werd geboren | ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ሰብአ (säbä) = de mannen van | ወፀረበ (wätsäräbä) = en hij bouwde | ሎቱ (lotu) = Hem | መስቀረ (mäsqärä) = een vaartuig | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ወነበረ (wänäbärä) = en zat | ዲቤሃ (dibeha) = daarop | ወ፫አልህምት (wä፫älhmt) = en 3 stieren | ነበሩ (näbäru) = woonden | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | በይእቲ (bäyti) = in dat | መስቀር (mäsqär) = vaartuig | ወተከድነ (wätäkädnä) = en werd gedekt | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:14–16 en Gen. 7:16. Voetnoot Uitleg: De witte stier is Noach, en de drie stieren zijn zijn zonen Sem, Cham en Jafeth. Het geheim dat de engel hem onderwijst: zie 10:1–3. Voetnoot Lezing: De Ge'ez-bron heeft ‘die witte stieren’ (meervoud); andere handschriften hebben ‘die witte stier’. Zie ook: Gen 6:14–16; Gen 7:16 **89:2** En ik sloeg mijn ogen opnieuw op naar de hemel en zag een hoog dak, en zeven waterstromen daarop; en die stromen lieten veel water vloeien in één omheining. Brontekst: ወአልዐልኩ (wäälälku) = en ik verhief | ካዕበ (kabä) = wederom | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | መንገለ (mängälä) = naar | ሰማይ (sämay) = hemel | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ናህሰ (nahsä) = een dak | ልዑለ (leulä) = hoge | ወ፯አስራብ (wä፯äsrab) = en 7 een waterloop | ዲቤሁ (dibehu) = boven hem | ወእልኩ (wälku) = en die | አስራብ (äsrab) = een waterloop | ያውኅዙ (yawkhzu) = laten stromen | በ፩ዐፀድ (bä፩ätsäd) = in één omheining | ማየ (mayä) = water | ብዙኀ (bezukhä) = veel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 7:11. Zie ook: Gen 7:11 **89:3** En ik zag opnieuw, en zie, bronnen werden geopend op die grote omheining; en dat water begon te zwellen en op de aarde te rijzen, en het liet die omheining niet zien, totdat heel haar bodem met water bedekt was. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ካዕበ (kabä) = wederom | ወነዋ (wänäwa) = en zie | አንቅዕታት (änqtat) = bronnen | ተርኊ (tärkhwi) = werden geopend | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | በውእቱ (bäwtu) = in die | ዐጸድ (ätsäd) = omheining | ዐቢይ (äbiy) = grote | ወአኀዘ (wääkhäzä) = en hij begon | ውእቱ (wetu) = dat | ማይ (may) = water | ይፍላኅ (yeflakh) = te zwellen | ወይትነሣእ (wäytnäsa) = en klimt omhoog | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወኢያርአዮ (wäiyaräyo) = en het liet niet zien | ለውእቱ (läwtu) = die | ዐፀድ (ätsäd) = omheining | እስከ (eskä) = tot | ኲሉ (kwilu) = alle | ምድሩ (medru) = haar oppervlak | ተከድነ (täkädnä) = werd bedekt | በማይ (bämay) = met water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:4** En het water en de duisternis en de mist namen daarop toe; en ik zag de hoogte van dat water: dat water was boven die omheining gerezen en stroomde over de omheining, en het stond op de aarde. Brontekst: ወበዝኀ (wäbäzkhä) = en vermeerderde | ዲቤሁ (dibehu) = boven hem | ማይ (may) = water | ወጽልመት (wätslmät) = en donker | ወጊሜ (wägime) = en mist | ወእሬኢ (wärei) = en ik zag | መልዕልቶ (mällto) = boven hem | ለዝኩ (läzku) = aan die | ማይ (may) = water | ወተለዐለ (wätäläälä) = en hij werd verheven | ውእቱ (wetu) = dat | ማይ (may) = water | መልዕልቶ (mällto) = boven hem | ለውእቱ (läwtu) = die | ዐጸድ (ätsäd) = omheining | ወይክዑ (wäyku) = en stroomde | መልዕልቶ (mällto) = boven hem | ለዐጸድ (läätsäd) = de omheining | ወቆመ (wäqomä) = en stond | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:5** En alle stieren die in die omheining waren, werden samengebracht, totdat ik hen zag zinken en verzwolgen worden en omkomen in dat water. Brontekst: ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አልህምት (älhmt) = stieren | እለ (elä) = die | ውእቱ (wetu) = dat | ዐጸድ (ätsäd) = omheining | ተጋብኡ (tägabu) = waren verzameld | እስከነ (eskänä) = totdat | ርኢክዎሙ (reikwomu) = Ik heb hen gezien | ይሠጠሙ (yesätämu) = zinken | ወይትወሐጡ (wäytwähätu) = en verzwolgen worden | ወይትሐጐሉ (wäythägwälu) = en omkomen | በውእቱ (bäwtu) = in die | ማይ (may) = water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:6** En dat vaartuig dreef op het water; en alle stieren en olifanten en kamelen en ezels zonken naar de grond, en alle dieren, en ik kon hen niet meer zien, en zij konden niet ontkomen, maar kwamen om en zonken in de diepte. Brontekst: ወውእቱ (wäwtu) = en hij | መስቀር (mäsqär) = vaartuig | ይፀቢ (yetsäbi) = dreef | ዲበ (dibä) = op | ማይ (may) = water | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አልህምት (älhmt) = stieren | ወነጌያት (wänägeyat) = en olifanten | ወአግማል (wäägmal) = en kamelen | ወአዕዱግ (wäädug) = en ezels | ተሰጥሙ (täsätmu) = zonken | ውስተ (westä) = in | ምድር (medr) = de aarde | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | እንስሳ (enssa) = dieren | ወኢክህልኩ (wäikhlku) = en ik kon niet | ርእዮቶሙ (reyotomu) = hen te zien | ወእሙንቱ (wämuntu) = en zij | ስእኑ (senu) = zij konden niet | ወጺአ (wätsiä) = en te ontkomen | ወተኀጒሉ (wätäkhägwilu) = en kwamen om | ወተሰጥሙ (wätäsätmu) = en zonken | ውስተ (westä) = in | ቀላይ (qälay) = diep water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:7** En opnieuw zag ik in het gezicht, totdat die waterstromen van dat hoge dak werden verwijderd, en de kloof van de aarde werd gelijkgemaakt, en andere diepten werden geopend. Brontekst: ወካዕበ (wäkabä) = en opnieuw | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በራእይ (bäray) = in het visioen | እስከ (eskä) = tot | ሰሰሉ (säsälu) = werden verwijderd | እልኩ (elku) = die | አስራብ (äsrab) = een waterloop | እምዝኩ (emzku) = dan dat | ናህስ (nahs) = dak | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ወንቅዐተ (wänqätä) = en de kloof van | ምድር (medr) = de aarde | ዐረየ (äräyä) = werd gelijkgemaakt | ወመዓምቃት (wämäamqat) = en diepten | ካልአት (kalät) = andere | ተፈትሑ (täfäthu) = werden geopend Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 8:1–2. Zie ook: Gen 8:1–2 **89:8** En het water begon daarin neer te dalen, totdat de aarde zichtbaar werd; en dat vaartuig kwam tot rust op de aarde, en de duisternis week terug en er kwam licht. Brontekst: ወአኀዘ (wääkhäzä) = en hij begon | ማይ (may) = water | ይረድ (yeräd) = neerdaalde | ውስቴቶሙ (westetomu) = daartussen | እስከነ (eskänä) = totdat | ተከሥተ (täkästä) = werd zichtbaar | ምድር (medr) = de aarde | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | መስቀር (mäsqär) = vaartuig | ነበረ (näbärä) = hij zat | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወተግኅሠት (wätägkhsät) = en week terug | ጽልመት (tselmät) = duisternis | ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ብርሃን (berhan) = licht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:9** En die witte stier, die een mens was geworden, ging uit dat vaartuig, en drie stieren met hem; en één van die drie stieren was wit, hem gelijk, en één van hen was rood als bloed en één zwart; en die witte stier ging van hen heen. Brontekst: ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ላህም (lahm) = stier | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ዘኮነ (zäkonä) = die geworden was | ብእሴ (bese) = een man | ወጽአ (wätsä) = en kwam uit | እምዝኩ (emzku) = dan dat | መስቀር (mäsqär) = vaartuig | ወ፫አልህምት (wä፫älhmt) = en 3 stieren | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ፩ዝኩ (፩zku) = 1 die | እም (em) = van | ፫አልህምት (፫älhmt) = 3 stieren | ፀዐዳ (tsääda) = wit | ይመስሎ (yemäslo) = gelijk aan hem | ለዝኩ (läzku) = aan die | ላህም (lahm) = stier | ወ፩እምኔሆሙ (wä፩mnehomu) = en 1 van hen | ቀይሕ (qäyh) = rode | ከመ (kämä) = dat; als | ደም (däm) = bloed | ወ፩ጸሊም (wä፩tsälim) = en 1 zwarte | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ዝኩ (zeku) = die | ላህም (lahm) = stier | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ኀለፈ (khäläfä) = is voorbijgegaan | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 8:18 en Gen. 9:18. Voetnoot Uitleg: De drie stieren, een witte, een rode en een zwarte, zijn de zonen van Noach; dat de witte stier van hen heengaat, betekent volgens de Engelse uitgave van 1912 dat Noach stierf. Zie ook: Gen 8:18; Gen 9:18 ### De volken uit Noachs zonen **89:10** En zij begonnen dieren van het veld en vogels te baren, en er kwamen uit hen allerlei soorten: leeuwen, panters, honden, wolven, hyena's, wilde zwijnen, vossen, eekhoorns, zwijnen, valken, gieren, wouwen, arenden en raven; en onder hen werd een witte stier geboren. Brontekst: ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | ይለዱ (yelädu) = te baren | አራዊተ (ärawitä) = dieren | ገዳም (gädam) = wilde | ወአዕዋፍ (wääwaf) = en vogels | ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ዘእምኲሎሙ (zämkwilomu) = uit allen | ኅብረ (khebrä) = tezamen | አሕዛብ (ähzab) = de volken | አናብስተ (änabstä) = leeuwen | ወአናምርተ (wäänamrtä) = en panters | ወአካልብተ (wääkalbtä) = en honden | ወአዝእብተ (wääzbtä) = en wolven | ወአጽዕብተ (wäätsbtä) = en hyena's | ወሐራውያ (wähärawya) = en wilde zwijnen | ገዳም (gädam) = wilde | ወቈናጽለ (wäqwänatslä) = en vossen | ወግሔያተ (wägheyatä) = en eekhoorns | ወሐንዘረ (wähänzärä) = en zwijnen | ወሲሲተ (wäsisitä) = en valken | ወአውስተ (wääwstä) = en gieren | ወሆባየ (wähobayä) = en wouwen | ወፎንቃሰ (wäfonqasä) = en arenden | ወቋዓተ (wäqwaatä) = en raven | ወተወልደ (wätäwäldä) = en werd geboren | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen | ላህም (lahm) = stier | ጸዐዳ (tsääda) = wit Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 10. Voetnoot Uitleg: De dieren zijn de volken die uit Noachs zonen voortkwamen; de witte stier die onder hen wordt geboren is volgens de Engelse uitgave van 1912 Abraham. ### Ismaël, Isaak, Ezau en Jakob **89:11** En zij begonnen elkaar te bijten; maar die witte stier die onder hen was geboren, verwekte een wilde ezel en een witte stier met hem, en de wilde ezels vermeerderden. Brontekst: ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | ይትናሰኩ (yetnasäku) = elkaar te bijten | በበይናቲሆሙ (bäbäynatihomu) = onder elkaar | ፩ምስለ (፩mslä) = 1 met | ካልኡ (kalu) = de ander | ወዝኩ (wäzku) = en die | ላህም (lahm) = stier | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ዘተወልደ (zätäwäldä) = die geboren was | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen | ወለደ (wälädä) = verwekte | አድገ (ädgä) = een ezel | ገዳም (gädam) = wilde | ወላህመ (wälahmä) = en een stier | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ወበዝኀ (wäbäzkhä) = en vermeerderde | አድገ (ädgä) = een ezel | ገዳም (gädam) = wilde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 16:11–12 en Gen. 21:2–3. Voetnoot Uitleg: De wilde ezel is Ismaël en de witte stier met hem is Isaak (zo de Engelse uitgave van 1912). Zie ook: Gen 16:11–12; Gen 21:2–3 **89:12** En die stier die uit hem geboren was, verwekte een zwart wild zwijn en een wit schaap; en dat wilde zwijn verwekte vele zwijnen, en dat schaap verwekte twaalf schapen. Brontekst: ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ላህም (lahm) = stier | ዘተወልደ (zätäwäldä) = die geboren was | እምኔሁ (emnehu) = van Hem | ወለደ (wälädä) = verwekte | ሐራውያ (härawya) = zwijn | ገዳም (gädam) = wilde | ጸሊመ (tsälimä) = zwart | ወበግዐ (wäbägä) = en een schaap | ፀዐዳ (tsääda) = wit | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ሐራውያ (härawya) = zwijn | ገዳም (gädam) = wilde | ወለደ (wälädä) = verwekte | አኅርወ (äkhrwä) = zwijnen | ብዙኃነ (bezukhanä) = vele | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | በግዕ (bäg) = schaap | ወለደ (wälädä) = verwekte | ፲ወ፪አባግዐ (፲wä፪äbagä) = 12 schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 25:24–26 en Gen. 35:22–26. Voetnoot Uitleg: Het zwarte wilde zwijn is Ezau en het witte schaap is Jakob; de twaalf schapen zijn zijn twaalf zonen. Zie ook: Gen 25:24–26; Gen 35:22–26 **89:13** En toen die twaalf schapen opgroeiden, gaven zij één van hen over aan de ezels, en die ezels gaven dat schaap wederom over aan de wolven; en dat schaap groeide op onder de wolven. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ልህቁ (lehqu) = groeiden | እልክቱ (elktu) = die | ፲ወ፪አባግዕ (፲wä፪äbag) = 12 schapen | ለ፩እምኔሆሙ (lä፩mnehomu) = aan één van hen | መጠውዎ (mätäwwo) = zij gaven hem over | ለአዕዱግ (läädug) = aan de ezels | ወእሉ (wälu) = en dezen | አዕዱግ (ädug) = ezels | ካዕበ (kabä) = wederom | መጠውዎ (mätäwwo) = zij gaven hem over | ለዝኩ (läzku) = aan die | በግዕ (bäg) = schaap | ለአዝእብት (lääzbt) = aan de wolven | ወልህቀ (wälhqä) = en groeide | ዝኩ (zeku) = die | በግዕ (bäg) = schaap | ማእከለ (makälä) = tussen | አዝእብት (äzbt) = wolven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 37:28 en Gen. 39:1. Voetnoot Uitleg: Het schaap dat wordt overgegeven is Jozef, verkocht aan de Midianieten (de ezels) en daarna aan de Egyptenaren (de wolven). Zie ook: Gen 37:28; Gen 39:1 ### Israël in Egypte **89:14** En Yahweh bracht de elf schapen om bij hem te wonen en met hem te weiden onder de wolven; en zij vermeerderden en werden vele kudden schapen. Brontekst: ወእግዚእ (wägzi) = en Yahweh | አምጽኦሙ (ämtsomu) = bracht hen | ለ፲ወ፩አባግዕ (lä፲wä፩äbag) = de elf schapen | ከመ (kämä) = dat; als | ይኅድሩ (yekhdru) = opdat zij wonen | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ወይትረዐዩ (wäyträäyu) = en weiden | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ማእከለ (makälä) = tussen | አዝእብት (äzbt) = wolven | ወበዝኁ (wäbäzkhu) = en zij vermeerderden | ወኮኑ (wäkonu) = en zij waren | መራዕየ (märayä) = kudden | ብዙኃነ (bezukhanä) = vele | ዘአባግዕ (zääbag) = van schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 46:5–7 en Gen. 47:27. Zie ook: Gen 46:5–7; Gen 47:27 **89:15** En de wolven begonnen hen te vrezen en onderdrukten hen, totdat zij hun jongen vernietigden en hun jongen wierpen in een stroom met veel water; en die schapen begonnen te schreeuwen om hun jongen en te klagen tot hun Heer. Brontekst: ወወጠኑ (wäwätänu) = en zij begonnen | አዝእብት (äzbt) = wolven | እንዘ (enzä) = terwijl | ይፈርሕዎሙ (yefärhwomu) = te vrezen hen | ወአጥወቅዎሙ (wäätwäqwomu) = en zij onderdrukten hen | እስከ (eskä) = tot | ያሐልቁ (yahälqu) = zij vernietigden | ደቂቆሙ (däqiqomu) = hun jongen | ወገደፉ (wägädäfu) = en zij wierpen | ደቂቆሙ (däqiqomu) = hun jongen | በውኂዘ (bäwkhizä) = in de stroom van | ማይ (may) = water | ብዙኅ (bezukh) = overvloedig | ወእልኩ (wälku) = en die | አባግዕ (äbag) = schapen | ወጠኑ (wätänu) = begonnen | ይጽርሑ (yetsrhu) = te schreeuwen | በእንተ (bäntä) = over | ደቂቆሙ (däqiqomu) = hun jongen | ወይሰክዩ (wäysäkyu) = en klagen | ኀበ (khäbä) = waar | እግዚኦሙ (egziomu) = hun Heer Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 1:12–22. Zie ook: Ex 1:12–22 ### De roep van de schapen **89:16** En een schaap dat aan de wolven ontkomen was, vluchtte en ging naar de wilde ezels; en ik zag de schapen jammeren en schreeuwen en hun Heer smeken met al hun kracht, totdat Yahweh van de schapen neerdaalde op hun stem uit de hoge woning en tot hen kwam en naar hen omzag. Brontekst: ወበግዕ (wäbäg) = en een schaap | ዘድኅነ (zädkhnä) = dat gered was | እምነ (emnä) = van | አዝእብት (äzbt) = wolven | ነፍጸ (näftsä) = vluchtte | ወኀለፈ (wäkhäläfä) = en ging heen | ውስተ (westä) = in | አዕዱገ (ädugä) = ezels | ገዳም (gädam) = wilde | ወርኢክዎሙ (wärikwomu) = en ik zag hen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | እንዘ (enzä) = terwijl | የዐወይዉ (yääwäywu) = jammeren | ወይጸርሑ (wäytsärhu) = en schreeuwen | ወይስእልዎ (wäyslwo) = en vragen Hem | ለእግዚኦሙ (lägziomu) = tot hun Heer | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ኃይሎሙ (khaylomu) = hun kracht | እስከ (eskä) = tot | ወረደ (wärädä) = daalde neer | ዝኩ (zeku) = die | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ኀበ (khäbä) = waar | ቃሎሙ (qalomu) = hun stem | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | እምጽርሕ (emtsrh) = uit de woning | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ወበጽሐ (wäbätshä) = en het bereikte | ኀቤሆሙ (khäbehomu) = tot hen | ወርእዮሙ (wäryomu) = en zag naar hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 2:15 en Ex. 3:7–8. Voetnoot Uitleg: Het schaap dat ontkomt is Mozes, die naar Midian vlucht (zo de Engelse uitgave van 1912). Zie ook: Ex 2:15; Ex 3:7–8 **89:17** En Hij riep dat schaap dat aan de wolven was ontkomen en sprak tot hem over de wolven, dat hij tegen hen zou getuigen, dat zij de schapen niet zouden aanraken. Brontekst: ወጸውዖ (wätsäwo) = en riep hem | ለዝኩ (läzku) = aan die | በግዕ (bäg) = schaap | ዘተኀጥአ (zätäkhätä) = dat ontkomen was | እምአዝእብት (emäzbt) = aan de wolven | ወተናገሮ (wätänagäro) = en sprak tot hem | በእንተ (bäntä) = over | አዝእብት (äzbt) = wolven | ከመ (kämä) = dat; als | ያስምዕ (yasm) = opdat hij getuigt | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | ከመ (kämä) = dat; als | ኢይግሥሥዎሙ (iygsswomu) = dat zij hen niet zouden aanraken | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 3:10 en Ex. 4:19. Zie ook: Ex 3:10; Ex 4:19 **89:18** En dat schaap ging naar de wolven op het woord van Yahweh, en een ander schaap ontmoette dat schaap en ging met hem; en zij gingen beiden samen binnen in de vergadering van die wolven en spraken tot hen en getuigden tegen hen dat zij van nu af de schapen niet zouden aanraken. Brontekst: ወሖረ (wähorä) = en ging | በግዕ (bäg) = schaap | ኀበ (khäbä) = waar | አዝእብት (äzbt) = wolven | በቃለ (bäqalä) = door het woord van | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ወካልእ (wäkal) = en de tweede | በግዕ (bäg) = schaap | ተራከቦ (tärakäbo) = ontmoette | ለውእቱ (läwtu) = die | በግዕ (bäg) = schaap | ወሖረ (wähorä) = en ging | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ወቦኡ (wäbou) = en zij kwamen binnen | ክልኤሆሙ (kelehomu) = beide | ኅቡረ (kheburä) = tezamen | ውስተ (westä) = in | ማኅበሮሙ (makhbäromu) = hun vergadering | ለእልኩ (lälku) = van die | አዝእብት (äzbt) = wolven | ወተናገርዎሙ (wätänagärwomu) = en zij spraken tot hen | ወአስምዑ (wääsmu) = en zij getuigden | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ከመ (kämä) = dat; als | እምይእዜ (emyze) = van nu af | ኢይግሥሥዎሙ (iygsswomu) = dat zij hen niet zouden aanraken | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 4:27–5:1. Voetnoot Uitleg: Het andere schaap is Aäron. Zie ook: Ex 4:27–5:1 **89:19** En daarna zag ik de wolven, en hoe zij de schapen buitengewoon onderdrukten met al hun kracht; en de schapen schreeuwden. Brontekst: ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | ርኢክዎሙ (reikwomu) = Ik heb hen gezien | ለአዝእብት (lääzbt) = aan de wolven | ወእፎ (wäfo) = en hoe | ጸንዑ (tsänu) = werden vast | ፈድፋደ (fädfadä) = zeer | ዲበ (dibä) = op | አባግዕ (äbag) = schapen | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ኀይሎሙ (khäylomu) = hun kracht | ወአባግዕ (wääbag) = en de schapen | ጸርሑ (tsärhu) = zij riepen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:20** En hun Heer kwam tot de schapen en begon die wolven te slaan; en de wolven begonnen te jammeren, maar de schapen werden stil, en vanaf toen riepen zij niet meer. Brontekst: ወእግዚኦሙ (wägziomu) = en hun Heer | መጽአ (mätsä) = Hij is gekomen | ኀቤሆሙ (khäbehomu) = tot hen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወአኀዘ (wääkhäzä) = en hij begon | ይዝብጦሙ (yezbtomu) = hen te slaan | ለእልኩ (lälku) = van die | አዝእብት (äzbt) = wolven | ወአዝእብት (wääzbt) = en de wolven | አኀዙ (äkhäzu) = begonnen | የዐውይዉ (yääwywu) = jammeren | ወአባግዕ (wääbag) = en de schapen | አርመሙ (ärmämu) = werden stil | ወእምሶቤሃ (wämsobeha) = en vanaf toen | ኢጸርሑ (itsärhu) = riepen niet meer Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 7:14–12:30. Voetnoot Uitleg: Het slaan van de wolven verbeeldt de plagen over Egypte. Zie ook: Ex 7:14–12:30 **89:21** En ik zag de schapen totdat zij uit de wolven wegtrokken; en de ogen van de wolven werden verblind, en zij gingen uit en achtervolgden de schapen met al hun kracht. Brontekst: ወርኢክዎሙ (wärikwomu) = en ik zag hen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | እስከ (eskä) = tot | ወጽኡ (wätsu) = en kwamen uit | እምአዝእብት (emäzbt) = aan de wolven | ወአዝእብት (wääzbt) = en de wolven | ተጸለሉ (tätsälälu) = werden verblind | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ወወጽኡ (wäwätsu) = en zij gingen uit | እንዘ (enzä) = terwijl | ይተልውዎሙ (yetälwwomu) = achtervolgend | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | እልኩ (elku) = die | አዝእብት (äzbt) = wolven | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ኀይሎሙ (khäylomu) = hun kracht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De doortocht door de zee **89:22** En hun Heer, de Heer van de schapen, ging met hen mee en leidde hen, en al Zijn schapen volgden Hem; en Zijn gelaat was heerlijk en ontzagwekkend, en Zijn aanblik vol eer. Brontekst: ወእግዚኦሙ (wägziomu) = en hun Heer | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ሖረ (horä) = ging | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | እንዘ (enzä) = terwijl | ይመርሆሙ (yemärhomu) = hen leidend | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አባግዒሁ (äbagihu) = Zijn schapen | ተለውዎ (täläwwo) = volgden Hem | ወገጹ (wägätsu) = en Zijn gelaat | ስቡሕ (sebuh) = heerlijk | ወግሩም (wägrum) = en ontzagwekkend | ራእዩ (rayu) = Zijn aanblik | ወክብር (wäkbr) = en eer Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 13:21–22. Zie ook: Ex 13:21–22 **89:23** Maar de wolven begonnen die schapen te achtervolgen, totdat zij hen inhaalden bij een zee van water. Brontekst: ወአዝእብትሰ (wääzbtsä) = en de wolven | አኀዙ (äkhäzu) = begonnen | ይትልውዎሙ (yetlwwomu) = achtervolgden hen | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | እስከ (eskä) = tot | ተራከብዎሙ (tärakäbwomu) = zij haalden hen in | በአሐቲ (bäähäti) = op één | አይገ (äygä) = zee | ማይ (may) = water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:24** En die zee werd gedeeld, en het water stond aan deze kant en aan die kant voor hun aangezicht, en hun Heer leidde hen en stelde Zich tussen hen en de wolven. Brontekst: ወውእቱ (wäwtu) = en hij | አይገ (äygä) = zee | ማይ (may) = water | ተሰጠ (täsätä) = werd gedeeld | ወቆመ (wäqomä) = en stond | ማይ (may) = water | እምዝየ (emzyä) = vandaar | ወእምዝየ (wämzyä) = en aan deze kant | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ገጾሙ (gätsomu) = hun aangezichten | ወእግዚኦሙ (wägziomu) = en hun Heer | እንዘ (enzä) = terwijl | ይመርሖሙ (yemärhomu) = hen leidend | ወቆመ (wäqomä) = en stond | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen | ወማእከለ (wämakälä) = en tussen | አዝእብት (äzbt) = wolven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 14:21–22 en Ex. 14:19–20. Zie ook: Ex 14:19–20; Ex 14:21–22 **89:25** En die wolven zagen de schapen nog niet, en zij gingen midden in die zee, en de wolven volgden de schapen en renden achter hen aan in die zee. Brontekst: ወዓዲሆሙ (wäadihomu) = en nog | እልኩ (elku) = die | አዝእብት (äzbt) = wolven | ኢርእይዎሙ (irywomu) = zagen niet | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወሖሩ (wähoru) = en zij gingen | ማእከለ (makälä) = tussen | ዝኩ (zeku) = die | አይገ (äygä) = zee | ማይ (may) = water | ወአዝእብት (wääzbt) = en de wolven | ተለውዎሙ (täläwwomu) = volgden hen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወሮጹ (wärotsu) = en renden | ድኅረሆሙ (dekhrähomu) = achter hen | እልኩ (elku) = die | አዝእብት (äzbt) = wolven | በውእቱ (bäwtu) = in die | አይገ (äygä) = zee | ማይ (may) = water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:26** En toen zij hun Heer, de Heer van de schapen, zagen, keerden zij om om te vluchten voor Zijn aangezicht; en die zee kwam weer samen en werd zoals zijn schepping was, snel, en het water vulde zich en steeg, totdat het die wolven bedekte. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ርእይዎ (reywo) = aanschouwt | ለእግዚኦሙ (lägziomu) = tot hun Heer | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ገብኡ (gäbu) = keerden om | ከመ (kämä) = dat; als | ይጒየዩ (yegwiyäyu) = te vluchten | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጹ (gätsu) = Zijn aangezicht | ወዝኩ (wäzku) = en die | አይገ (äygä) = zee | ማይ (may) = water | ተጋብአ (tägabä) = verzamelde zich | ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ከመ (kämä) = dat; als | ፍጥረቱ (feträtu) = zijn schepping | ፍጡነ (fetunä) = snel | ወመልአ (wämälä) = en vulde | ማይ (may) = water | ወተለዐለ (wätäläälä) = en hij werd verheven | እስከ (eskä) = tot | ከደኖሙ (kädänomu) = bedekte hen | ለእልኩ (lälku) = van die | አዝእብት (äzbt) = wolven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 14:27–28. Zie ook: Ex 14:27–28 **89:27** En ik zag totdat alle wolven die die schapen achtervolgden, omkwamen en zonken. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | ተሐጒሉ (tähägwilu) = zullen verloren gaan | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | አዝእብት (äzbt) = wolven | እለ (elä) = die | ተለውዎሙ (täläwwomu) = volgden hen | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ወተሰጥሙ (wätäsätmu) = en zonken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De woestijn en de berg **89:28** Maar de schapen trokken door dat water heen en gingen uit in een woestenij, waar geen water en geen gras was; en hun ogen begonnen zich te openen en te zien; en ik zag Yahweh van de schapen hen weiden en hun water en gras geven; en dat schaap ging en leidde hen. Brontekst: ወአባግዕሰ (wääbagsä) = en de schapen | ኀለፉ (khäläfu) = overtraden | እምዝኩ (emzku) = dan dat | ማይ (may) = water | ወወጽኡ (wäwätsu) = en zij gingen uit | ውስተ (westä) = in | በድው (bädw) = woest | ኀበ (khäbä) = waar | አልቦ (älbo) = er was niet | ማይ (may) = water | ወሣዕር (wäsar) = en gras | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | ይክሥቱ (yekstu) = te openen | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ወይርአዩ (wäyräyu) = en te zien | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እግዚኦሙ (egziomu) = hun Heer | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ይርእዮሙ (yeryomu) = hen zag | ወይሁቦሙ (wäyhubomu) = en hen gaf | ማየ (mayä) = water | ወሣዕረ (wäsarä) = en gras | ወዝኩ (wäzku) = en die | በግዕ (bäg) = schaap | እንዘ (enzä) = terwijl | የሐውር (yähäwr) = gaat | ወይመርሖሙ (wäymärhomu) = en hen leidend Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 15:22–27 en Ex. 16. Voetnoot Uitleg: ‘Hun ogen openen’ betekent volgens de Engelse uitgave van 1912 dat zij hun geestelijk inzicht terugvinden en zich tot Yahweh keren. Zie ook: Ex 15:22–27 **89:29** En dat schaap besteeg de top van die hoge rots, en Yahweh van de schapen zond hem tot hen. Brontekst: ወዐርገ (wäärgä) = en opsteeg | ዝኩ (zeku) = die | በግዕ (bäg) = schaap | ዲበ (dibä) = op | ድማሑ (demahu) = de top van | ለዝኩ (läzku) = aan die | ኰኲሕ (kwäkwih) = de rots | ነዋኅ (näwakh) = hoge | ወእግዚኦሙ (wägziomu) = en hun Heer | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ፈነዎ (fänäwo) = zond hem | ኀቤሆሙ (khäbehomu) = tot hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 19:3 en Ex. 19:20. Zie ook: Ex 19:3; Ex 19:20 **89:30** En daarna zag ik Yahweh van de schapen, die voor hen stond, en Zijn aanblik was ontzagwekkend en machtig; en al die schapen zagen Hem en waren bevreesd voor Zijn aangezicht. Brontekst: ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | ርኢክዎ (reikwo) = ik zag Hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ዘቆመ (zäqomä) = die stond | ቅድሜሆሙ (qedmehomu) = voor hen | ወራእዩ (wärayu) = en Zijn aanzien | ግሩም (gerum) = verschrikkelijk | ወኀያል (wäkhäyal) = en machtig | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | እልኩ (elku) = die | አባግዕ (äbag) = schapen | ርእይዎ (reywo) = aanschouwt | ወፈርሁ (wäfärhu) = en vreesden | እምገጹ (emgätsu) = van Zijn aangezicht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 19:16–19. Zie ook: Ex 19:16–19 **89:31** En zij allen waren bevreesd en beefden voor Hem en schreeuwden achter dat schaap aan, dat bij hen was, dat een ander schaap was dat in hun midden was: Wij kunnen niet staan voor onze Heer, noch naar Hem kijken. Brontekst: ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | እልኩ (elku) = die | ይፈርሁ (yefärhu) = vreesden | ወይርዕዱ (wäyrdu) = en beefden | እምኔሁ (emnehu) = van Hem | ወይጸርሑ (wäytsärhu) = en schreeuwen | ድኅሬሁ (dekhrehu) = achter hem | ለዝኩ (läzku) = aan die | በግዕ (bäg) = schaap | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ዘሀሎ (zähälo) = wat is | ለካልእ (läkal) = de tweede | በግዕ (bäg) = schaap | ዘኮነ (zäkonä) = die geworden was | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen | እስመ (esmä) = omdat | ኢንክል (inkl) = wij kunnen niet | ቅድመ (qedmä) = voor | እግዚእነ (egzinä) = onze Heer | ወኢነጽሮቶ (wäinätsroto) = en niet naar Hem te kijken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 20:18–19. Voetnoot Uitleg: Het andere schaap is Aäron. Zie ook: Ex 20:18–19 **89:32** En dat schaap dat hen leidde besteeg opnieuw de top van die rots, en de schapen begonnen verblind te worden en af te dwalen van de weg die hij hun had getoond; en dat schaap wist het niet. Brontekst: ወገብአ (wägäbä) = en keerde terug | ዝኩ (zeku) = die | በግዕ (bäg) = schaap | ዘይመርሖሙ (zäymärhomu) = die hen leidde | ወዐርገ (wäärgä) = en opsteeg | በድማሐ (bädmahä) = naar de top van | ዝኩ (zeku) = die | ኰኲሕ (kwäkwih) = de rots | ወአባግዕ (wääbag) = en de schapen | አኀዙ (äkhäzu) = begonnen | ይጸለሉ (yetsälälu) = verblind te worden | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ወይስሐቱ (wäyshätu) = en af te dwalen | እምፍኖት (emfnot) = van de weg | እንተ (entä) = die | አርአዮሙ (äräyomu) = hij hun getoond had | ወዝኩ (wäzku) = en die | በግዕ (bäg) = schaap | ኢያእመረ (iyamärä) = wist niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 32:1–8. Zie ook: Ex 32:1–8 **89:33** En Yahweh van de schapen werd zeer toornig op hen, en dat schaap merkte het en daalde af van de top van de rots en kwam tot de schapen en vond het merendeel van hen verblind en afgedwaald van Zijn weg. Brontekst: ወእግዚኦሙ (wägziomu) = en hun Heer | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ተምዐ (tämä) = was toornig | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ዐቢየ (äbiyä) = groot | መዐተ (määtä) = toorn | ወአእመረ (wäämärä) = en wist | ዝኩ (zeku) = die | በግዕ (bäg) = schaap | ወወረደ (wäwärädä) = en daalde af | እምነ (emnä) = van | ድማሑ (demahu) = de top van | ለኰኲሕ (läkwäkwih) = de rots | ወመጽአ (wämätsä) = en kwam | ኀበ (khäbä) = waar | አባግዕ (äbag) = schapen | ወረከበ (wäräkäbä) = en vond | መብዝኅቶሙ (mäbzkhtomu) = het merendeel van hen | ዘጽሉል (zätslul) = verblind | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ወእለ (wälä) = en wier | ስሕቱ (sehtu) = dwaalden | እምፍኖቱ (emfnotu) = van Zijn weg Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 32:7–19. Zie ook: Ex 32:7–19 **89:34** En toen zij hem zagen, waren zij bevreesd en beefden voor zijn aangezicht en wilden terugkeren naar hun omheining. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ርእይዎ (reywo) = aanschouwt | ፈርሁ (färhu) = zij vreesden | ወርዕዱ (wärdu) = en beefden | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጹ (gätsu) = Zijn aangezicht | ወፈቀዱ (wäfäqädu) = en wilden | ከመ (kämä) = dat; als | ይግብኡ (yegbu) = zullen terugkeren | ለዐጸደ (läätsädä) = naar de omheining van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:35** En dat schaap nam andere schapen met zich mee en kwam tot die schapen die waren afgedwaald, en begon hen te doden; en de schapen waren bevreesd voor zijn aangezicht, en zo bracht dat schaap die afgedwaalde schapen terug, en zij keerden terug naar hun omheiningen. Brontekst: ወዝኩ (wäzku) = en die | በግዕ (bäg) = schaap | ነሥአ (näsä) = nam | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ባዕዳነ (badanä) = andere | አባግዐ (äbagä) = schapen | ወቦአ (wäboä) = en kwam binnen | ኀበ (khäbä) = waar | እልኩ (elku) = die | አባግዕ (äbag) = schapen | እለ (elä) = die | ስሕቱ (sehtu) = dwaalden | ወእምዝ (wämz) = en daarna | አኀዘ (äkhäzä) = begon | ይቅትሎሙ (yeqtlomu) = hen te doden | ወአባግዕ (wääbag) = en de schapen | ፈርሁ (färhu) = zij vreesden | እምገጹ (emgätsu) = van Zijn aangezicht | ወአግብኦሙ (wäägbomu) = en bracht hen terug | ውእቱ (wetu) = dat | በግዕ (bäg) = schaap | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | እለ (elä) = die | ስሕቱ (sehtu) = dwaalden | ወገብኡ (wägäbu) = en zij keerden terug | ውስተ (westä) = in | አዕጻዲሆሙ (ätsadihomu) = hun omheiningen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 32:26–28. Zie ook: Ex 32:26–28 ### Het huis voor Yahweh **89:36** En ik zag daar in het gezicht, totdat dat schaap een mens werd en een huis bouwde voor Yahweh van de schapen en alle schapen in dat huis liet staan. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በህየ (bähyä) = daar | ራእየ (rayä) = een visioen | እስከ (eskä) = tot | ውእቱ (wetu) = dat | በግዕ (bäg) = schaap | ኮነ (konä) = is | ብእሴ (bese) = een man | ወሐነጸ (wähänätsä) = en bouwde | ቤተ (betä) = het huis van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ወለኲሎሙ (wäläkwilomu) = en over allen | አባግዕ (äbag) = schapen | አቀሞሙ (äqämomu) = stelde hen | በውእቱ (bäwtu) = in die | ቤት (bet) = een huis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 25:8–9 en Ex. 40:1–33. Voetnoot Uitleg: Het huis is de tabernakel; dat het schaap een mens wordt om het te bouwen, betekent dat Mozes de tabernakel bouwt (zo de Engelse uitgave van 1912). Zie ook: Ex 25:8–9; Ex 40:1–33 **89:37** En ik zag totdat dat schaap, dat het schaap ontmoet had dat hen leidde, ontsliep; en ik zag totdat alle grote schapen omkwamen en kleine in hun plaats opstonden, en zij kwamen in een weiland en naderden een waterbeek. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | ሰከበ (säkäbä) = ontsliep | ውእቱ (wetu) = dat | በግዕ (bäg) = schaap | ዘተራከቦ (zätärakäbo) = die ontmoet had | ለዝኩ (läzku) = aan die | በግዕ (bäg) = schaap | ዘመርሖሙ (zämärhomu) = die hen leidde | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | ተኀጒሉ (täkhägwilu) = omgekomen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | አባግዕ (äbag) = schapen | ዐቢያን (äbiyan) = groot | ወንኡሳን (wänusan) = en kleine | ተንሥኡ (tänsu) = stonden op | ህየንቴሆሙ (heyäntehomu) = in hun plaats | ወቦኡ (wäbou) = en zij kwamen binnen | ውስተ (westä) = in | መርዔት (märet) = weiland | ወቀርቡ (wäqärbu) = en naderden | ኀበ (khäbä) = waar | ፈለገ (fälägä) = de rivier van | ማይ (may) = water Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Num. 20:28 en Num. 14:29–35. Voetnoot Uitleg: Het schaap dat ontsliep is Aäron; daarna sterft het hele geslacht dat uit Egypte kwam. De waterbeek is de Jordaan, het weiland het land ten oosten ervan (zo de Engelse uitgave van 1912). Zie ook: Num 14:29–35; Num 20:28 **89:38** En dat schaap, dat hen leidde en een mens was geworden, onttrok zich aan hen en ontsliep, en alle schapen zochten hem en riepen over hem met een groot geroep. Brontekst: ወዝኩ (wäzku) = en die | በግዕ (bäg) = schaap | ዘይመርሆሙ (zäymärhomu) = die hen leidde | ዘኮነ (zäkonä) = die geworden was | ብእሴ (bese) = een man | ተሌለየ (täleläyä) = werd gescheiden | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ወሰከበ (wäsäkäbä) = en ontsliep | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አባግዕ (äbag) = schapen | ኀሠሥዎ (khäsäswo) = zochten hem | ወጸርሑ (wätsärhu) = en riepen | ዲቤሁ (dibehu) = boven hem | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ጽራሐ (tserahä) = geroep Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 34:5–8. Zie ook: Deut 34:5–8 **89:39** En ik zag totdat zij ophielden met het geroep om dat schaap en door die waterstroom trokken; en alle schapen die hen leidden stonden op in de plaats van hen die ontslapen waren, en leidden hen. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | አርመሙ (ärmämu) = werden stil | እምጽራሑ (emtsrahu) = van het geroep om | ለዝኩ (läzku) = aan die | በግዕ (bäg) = schaap | ወኀለፍዎ (wäkhäläfwo) = en trokken door | ለዝኩ (läzku) = aan die | ውኂዘ (wekhizä) = de stroom van | ማይ (may) = water | ወቆሙ (wäqomu) = en stonden | አባግዕ (äbag) = schapen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | እለ (elä) = die | ይመርሕዎሙ (yemärhwomu) = die hen leiden | ተክሎሙ (täklomu) = als vervangers van | ለእለ (lälä) = van hen die | ሰከብ (säkäb) = ontslapen waren | ወመርሕዎሙ (wämärhwomu) = en leidden hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Num. 14:30 en Joz. 1:1–2. Voetnoot Uitleg: De twee leiders zijn Jozua en Kaleb. Voetnoot Lezing: De Ge'ez-bron heeft ‘alle schapen die hen leidden’ (ኲሎሙ); de Engelse uitgave van 1912 verbetert dit tot ‘de twee’ (ክልኤሆሙ). Zie ook: Num 14:30; Joz 1:1–2 **89:40** En ik zag de schapen totdat zij een goede plaats binnengingen, en een liefelijk en heerlijk land; en ik zag die schapen totdat zij verzadigd waren; en dat huis stond in hun midden in het liefelijke land. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | አባግዕ (äbag) = schapen | እስከ (eskä) = tot | ይበውኡ (yebäwu) = gaan binnen | ውስተ (westä) = in | መካን (mäkan) = plaats | ሠናይ (sänay) = mooi | ወምድር (wämdr) = en aarde | ሐዋዝ (häwaz) = liefelijk | ወስብሕት (wäsbht) = en heerlijk | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እልኩ (elku) = die | አባግዕ (äbag) = schapen | እስከ (eskä) = tot | ጸግቡ (tsägbu) = verzadigd waren | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ቤት (bet) = een huis | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen | በምድር (bämdr) = op een aarde | ሐዋዝ (häwaz) = liefelijk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Joz. 21:43–45. Zie ook: Joz 21:43–45 ### De tijd van de richters **89:41** En soms werden hun ogen geopend en soms verblind, totdat een ander schaap opstond en hen leidde en hen allen terugbracht, en hun ogen werden geopend. Brontekst: ወቦ (wäbo) = en soms | ኀበ (khäbä) = waar | ይትከሠታ (yetkäsäta) = worden onthuld | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ወቦ (wäbo) = en soms | ኀበ (khäbä) = waar | ይጼለላ (yetseläla) = verblind werden | እስከ (eskä) = tot | ተንሥአ (tänsä) = is opgestaan | ካልእ (kal) = een ander | በግዕ (bäg) = schaap | ወመርሆሙ (wämärhomu) = en leidde hen | ወአግብኦሙ (wäägbomu) = en bracht hen terug | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ወተከሥታ (wätäkästa) = en werden geopend | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Richt. 2:16–19 en 1 Sam. 7:3–6. Zie ook: Re 2:16–19; 1 Sam 7:3–6 ### Saul en David **89:42** En de honden en vossen en wilde zwijnen begonnen die schapen te verslinden, totdat een ander schaap opstond, [Yahweh van de schapen, één van hen,] een ram die hen leidde. Brontekst: ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | አክላብ (äklab) = honden | ወቈናጽል (wäqwänatsl) = en vossen | ወሐራውያ (wähärawya) = en wilde zwijnen | ሐቅል (häql) = veld | ይብልዕዎሙ (yeblwomu) = om hen te eten | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | እስከ (eskä) = tot | ተንሥአ (tänsä) = is opgestaan | ካልእ (kal) = een ander | በግዕ (bäg) = schaap | [እግዚአ ([gziä) = [Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ፩እምኔሆሙ (፩mnehomu) = 1 van hen | ሐርጌ (härge) = ram | ዘይመርሆሙ (zäymärhomu) = die hen leidde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Richt. 13–16 en 1 Sam. 4:1–11. Voetnoot Uitleg: De honden zijn de Filistijnen; de vossen zijn volgens de Engelse uitgave van 1912 de Ammonieten; de wilde zwijnen zijn de Edomieten. Voetnoot Lezing: De zin staat in de Ge'ez-bron deels tussen haken; het Griekse fragment leest: ‘totdat Yahweh van de schapen één ram uit hen deed opstaan’. Zie ook: 1 Sam 4:1–11 **89:43** En die ram begon aan alle kanten te stoten, die honden en vossen en wilde zwijnen, totdat hij hen allen had vernietigd. Brontekst: ወዝኩ (wäzku) = en die | ሐርጌ (härge) = ram | አኀዘ (äkhäzä) = begon | ይውጋዕ (yewga) = te stoten | እምዝየ (emzyä) = vandaar | ወእምዝየ (wämzyä) = en aan deze kant | እልክተ (elktä) = die | አክላበ (äklabä) = honden | ወቈናጽለ (wäqwänatslä) = en vossen | ወሐራውያ (wähärawya) = en wilde zwijnen | ገዳም (gädam) = wilde | እስከ (eskä) = tot | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | አኅጐሎሙ (äkhgwälomu) = vernietigde hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Sam. 11:1–11 en 1 Sam. 14:47–48. Voetnoot Uitleg: De ram is Saul. Voetnoot Lezing: Het Griekse fragment heeft ‘vele’ in plaats van ‘allen’: Saul verdelgde ze niet allemaal. Zie ook: 1 Sam 11:1–11; 1 Sam 14:47–48 **89:44** En dat schaap, wiens ogen geopend waren, zag die ram die onder de schapen was, die zijn heerlijkheid had verlaten, en hij begon die schapen te stoten en vertrad hen en ging zonder fatsoen. Brontekst: ወውእቱ (wäwtu) = en hij | በግዕ (bäg) = schaap | ተፈትሐ (täfäthä) = losgemaakt | አዕይንቲሁ (äyntihu) = zijn ogen | ወርእየ (wäryä) = en hun aanblik | ዝኰ (zekwä) = dat | ሐርጌ (härge) = ram | ዘማእከለ (zämakälä) = dat onder | አባግዕ (äbag) = schapen | ዘኀደገ (zäkhädägä) = dat verlaten had | ስብሐቶ (sebhäto) = zijn heerlijkheid | ወአኀዘ (wääkhäzä) = en hij begon | ይጒድዖሙ (yegwidomu) = hen te stoten | ለእሙንቱ (lämuntu) = die | አባግዕ (äbag) = schapen | ወኬዶሙ (wäkedomu) = en vertrad hen | ወሖረ (wähorä) = en ging | ዘእንበለ (zänbälä) = behalve | ተድላ (tädla) = fatsoen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Sam. 15:11 en 1 Sam. 15:26. Voetnoot Uitleg: Het schaap met geopende ogen is Samuël. Voetnoot Lezing: Het Griekse fragment heeft ‘zijn weg’ in plaats van ‘zijn heerlijkheid’; de Engelse uitgave van 1912 denkt aan ‘de weg van Yahweh’. Zie ook: 1 Sam 15:11; 1 Sam 15:26 **89:45** En Yahweh van de schapen zond het schaap tot een ander schaap en verhief hem om een ram te zijn en de schapen te leiden in de plaats van dat schaap dat zijn heerlijkheid had verlaten. Brontekst: ወእግዚኦሙ (wägziomu) = en hun Heer | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ፈነዎ (fänäwo) = zond hem | ለበግዕ (läbäg) = het schaap | ኀበ (khäbä) = waar | ካልእ (kal) = een ander | በግዕ (bäg) = schaap | ወአንሥኦ (wäänso) = en verhief hem | ከመ (kämä) = dat; als | ይኩን (yekun) = het geschiedt | ሐርጌ (härge) = ram | ወይምርሆሙ (wäymrhomu) = en hen leidde | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ህየንተ (heyäntä) = in plaats van | ዝኩ (zeku) = die | በግዕ (bäg) = schaap | ዘኀደገ (zäkhädägä) = dat verlaten had | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = zijn heerlijkheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Sam. 16:1–13. Voetnoot Uitleg: Het schaap (het Griekse fragment heeft ‘lam’) dat tot ram wordt verheven is David. Zie ook: 1 Sam 16:1–13 **89:46** En hij ging tot hem en sprak tot hem alleen, en verhief die ram en maakte hem tot vorst en leider van de schapen; en bij dit alles onderdrukten die honden de schapen. Brontekst: ወሖረ (wähorä) = en ging | ኀቤሁ (khäbehu) = tot Hem | ወተናገሮ (wätänagäro) = en sprak tot hem | ለባሕቲቱ (läbahtitu) = voor zichzelf | ወአንሥኦ (wäänso) = en verhief hem | ለውእቱ (läwtu) = die | ሐርጌ (härge) = ram | ወገብሮ (wägäbro) = en maakte hem | መኰንነ (mäkwännä) = een vorst | ወመራሔ (wämärahe) = en leider | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወበኲሉዝ (wäbäkwiluz) = en bij dit alles | እልኩ (elku) = die | አክላብ (äklab) = honden | ያጽዕቅዎሙ (yatsqwomu) = onderdrukten hen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Sam. 16:13. Zie ook: 1 Sam 16:13 **89:47** En de eerste ram joeg de tweede ram weg, en die tweede ram stond op en vluchtte voor zijn aangezicht; en ik zag totdat die honden de eerste ram deden vallen. Brontekst: ወሐርጌ (wähärge) = en de ram | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ሰደዶ (sädädo) = joeg hem weg | ለዝኩ (läzku) = aan die | ሐርጌ (härge) = ram | ደኃራዊ (däkharawi) = de tweede | ወተንሥአ (wätänsä) = en stond op | ዝኩ (zeku) = die | ሐርጌ (härge) = ram | ደኀራዊ (däkhärawi) = de tweede | ወነፍጸ (wänäftsä) = en vluchtte | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጹ (gätsu) = Zijn aangezicht | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | አውደቅዎ (äwdäqwo) = lieten hem vallen | እልኩ (elku) = die | አክላብ (äklab) = honden | ለሐርጌ (lähärge) = de ram | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Sam. 31:1–6. Zie ook: 1 Sam 31:1–6 **89:48** En die tweede ram stond op en leidde de kleine schapen. En die ram verwekte vele schapen en ontsliep, en een klein schaap werd ram in zijn plaats en werd vorst en leider van die schapen. Brontekst: ወተንሥአ (wätänsä) = en stond op | ዝኩ (zeku) = die | ሐርጌ (härge) = ram | ደኀራዊ (däkhärawi) = de tweede | ወመርሖሙ (wämärhomu) = en leidde hen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ንኡሳን (neusan) = kleine | ወዝኩ (wäzku) = en die | ሐርጌ (härge) = ram | ወለደ (wälädä) = verwekte | አባግዐ (äbagä) = schapen | ብዙኃነ (bezukhanä) = vele | ወሰከበ (wäsäkäbä) = en ontsliep | ወበግዕ (wäbäg) = en een schaap | ንዑስ (neus) = klein | ኮነ (konä) = is | ሐርጌ (härge) = ram | ህየንቴሁ (heyäntehu) = in zijn plaats | ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | መኰንነ (mäkwännä) = een vorst | ወመራሔ (wämärahe) = en leider | ለእልክቱ (lälktu) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Kon. 2:10–12. Voetnoot Uitleg: De tweede ram is David; het kleine schaap dat hem opvolgt is Salomo. Zie ook: 1 Kon 2:10–12 **89:49** En die schapen groeiden en vermeerderden; en alle honden en vossen en wilde zwijnen waren bevreesd en vluchtten voor hem; en die ram stootte en doodde alle wilde dieren, en die wilde dieren hadden voortaan geen macht meer onder de schapen, en zij roofden niets meer van hen. Brontekst: ወልህቁ (wälhqu) = en groeiden | ወበዝኁ (wäbäzkhu) = en zij vermeerderden | እልኩ (elku) = die | አባግዕ (äbag) = schapen | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አክላብ (äklab) = honden | ወቈናጽል (wäqwänatsl) = en vossen | ወሐራውያ (wähärawya) = en wilde zwijnen | ገዳም (gädam) = wilde | ፈርሁ (färhu) = zij vreesden | ወነፍጹ (wänäftsu) = en vluchtten | እምኔሁ (emnehu) = van Hem | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ሐርጌ (härge) = ram | ጐድአ (gwädä) = stootte | ወቀተለ (wäqätälä) = en doodde | ኲሎ (kwilo) = alle | አራዊተ (ärawitä) = dieren | ወኢክህሉ (wäikhlu) = en konden niet | ዳግመ (dagmä) = opnieuw | እልኩ (elku) = die | አራዊት (ärawit) = wilde dieren | ማእከለ (makälä) = tussen | አባግዕ (äbag) = schapen | ወምንተኒ (wämntäni) = en niets | ግሙሩ (gemuru) = ook maar iets | ኢመሠጡ (imäsätu) = roofden niet | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 2 Sam. 8:1–14. Zie ook: 2 Sam 8:1–14 ### De tempel **89:50** En dat huis werd groot en wijd, en voor die schapen werd een hoge toren gebouwd op dat huis voor Yahweh van de schapen; en dat huis werd laag, maar de toren werd verheven en hoog, en Yahweh van de schapen stond op die toren, en zij boden een volle tafel voor Hem aan. Brontekst: ወዝኩ (wäzku) = en die | ቤት (bet) = een huis | ኮነ (konä) = is | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ወርኂበ (wärkhibä) = en wijd | ወተሐንጸ (wätähäntsä) = en werd gebouwd | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ማኅፈድ (makhfäd) = toren | ነዋኅ (näwakh) = hoge | ዲበ (dibä) = op | ዝኩ (zeku) = die | ቤት (bet) = een huis | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ወተትሕተ (wätäthtä) = en werd laag | ዝኩ (zeku) = die | ቤት (bet) = een huis | ወማኅፈድሰ (wämakhfädsä) = en de toren | ተለዐለ (täläälä) = werd verheven | ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ነዋኀ (näwakhä) = hoog | ወእግዚአ (wägziä) = en Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ቆመ (qomä) = staat | ዲበ (dibä) = op | ውእቱ (wetu) = dat | ማኅፈድ (makhfäd) = toren | ወማእደ (wämadä) = en een tafel | ምልእተ (meltä) = vol | አቅረቡ (äqräbu) = zij boden aan | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Kon. 6:1–2 en 1 Kon. 8:1–11. Voetnoot Uitleg: Het huis is Jeruzalem en de toren de tempel (zo de Engelse uitgave van 1912). Zie ook: 1 Kon 6:1–2; 1 Kon 8:1–11 ### De afval en de profeten **89:51** En ik zag die schapen opnieuw dat zij dwaalden en op vele wegen gingen en dat huis van hen verlieten; en Yahweh van de schapen riep enkelen uit hun midden, uit de schapen, en zond hen tot de schapen, en de schapen begonnen hen te doden. Brontekst: ወርኢክዎሙ (wärikwomu) = en ik zag hen | ካዕበ (kabä) = wederom | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ካዕበ (kabä) = wederom | ከመ (kämä) = dat; als | ስሕቱ (sehtu) = dwaalden | ወሖሩ (wähoru) = en zij gingen | በብዙኅ (bäbzukh) = op vele | ፍናዋት (fenawat) = wegen | ወኀደጉ (wäkhädägu) = en zij lieten achter | ዝኰ (zekwä) = dat | ቤተ (betä) = het huis van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | ወእግዚኦሙ (wägziomu) = en hun Heer | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ጸውዐ (tsäwä) = riep | እምውስቴቶሙ (emwstetomu) = uit hun midden | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወለአኮሙ (wälääkomu) = en zond hen | ኀበ (khäbä) = waar | አባግዕ (äbag) = schapen | ወአባግዕ (wääbag) = en de schapen | አኀዙ (äkhäzu) = begonnen | ይቅትልዎሙ (yeqtlwomu) = hen te doden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Kon. 12:28–33 en 2 Kron. 24:19. Voetnoot Uitleg: De afgezonden schapen zijn de profeten. Zie ook: 1 Kon 12:28–33; 2 Kron 24:19 **89:52** En één van hen werd gered en niet gedood, en snelde weg en riep over de schapen; en zij wilden hem doden, maar Yahweh van de schapen redde hem uit de handen van de schapen en bracht hem omhoog tot mij en zette hem neer. Brontekst: ወ፩እምኔሆሙ (wä፩mnehomu) = en 1 van hen | ድኅነ (dekhnä) = werd gered | ወኢተቀትለ (wäitäqätlä) = en werd niet gedood | ወቀነጸ (wäqänätsä) = en snelde weg | ወጸርሐ (wätsärhä) = en riep | ዲበ (dibä) = op | አባግዕ (äbag) = schapen | ወፈቀዱ (wäfäqädu) = en wilden | ይቅትልዎ (yeqtlwo) = hem te doden | ወእግዚአ (wägziä) = en Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | አድኀኖ (ädkhäno) = redde hem | እምእዴሆሙ (emdehomu) = uit hun handen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወአዕረጎ (wäärägo) = en bracht hem omhoog | ኀቤየ (khäbeyä) = tot Mij | ወአንበሮ (wäänbäro) = en hij plaatste hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Kon. 19:1–10 en 2 Kon. 2:11. Voetnoot Uitleg: Het schaap dat omhoog wordt gebracht is Elia (zo de Engelse uitgave van 1912). Zie ook: 1 Kon 19:1–10; 2 Kon 2:11 **89:53** En vele andere schapen zond Hij tot die schapen om te getuigen en te klagen over hen. Brontekst: ወካልኣነ (wäkalanä) = en andere | አባግዐ (äbagä) = schapen | ብዙኃነ (bezukhanä) = vele | ፈነወ (fänäwä) = zond | ኀቤሆሙ (khäbehomu) = tot hen | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ያስምዑ (yasmu) = opdat zij getuigen | ወየዐውይዉ (wäyääwywu) = en klagen | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 2 Kron. 36:15–16. Zie ook: 2 Kron 36:15–16 **89:54** En daarna zag ik, toen zij het huis van Yahweh van de schapen en Zijn toren verlieten, dat zij geheel afdwaalden en hun ogen verblind werden; en ik zag Yahweh van de schapen een grote slachting onder hen aanrichten in hun kudden, totdat die schapen die slachting inriepen en Zijn plaats prijsgaven. Brontekst: ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ሶበ (sobä) = wanneer | ኀደጉ (khädägu) = zij hebben verlaten | ቤቶ (beto) = Zijn huis | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ወማኅፈዶ (wämakhfädo) = en Zijn toren | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ስሕቱ (sehtu) = dwaalden | ወተጸለላ (wätätsäläla) = en werden verblind | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ከመ (kämä) = dat; als | ገብረ (gäbrä) = Hij maakte | ቀትለ (qätlä) = het doden van | ብዙኀ (bezukhä) = veel | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | በበመራዕይሆሙ (bäbämärayhomu) = in hun kudden | እስከ (eskä) = tot | ይጼውዕዎ (yetsewwo) = zij noemen hem | እልኩ (elku) = die | አባግዕ (äbag) = schapen | ለዝኩ (läzku) = aan die | ቀትል (qätl) = moord | ወአግብኡ (wäägbu) = en zij brachten terug | መካኖ (mäkano) = Zijn plaats Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 2 Kon. 17:7–18. Zie ook: 2 Kon 17:7–18 **89:55** En Hij liet hen over in de hand van de leeuwen en panters en wolven en hyena's en in de hand van de vossen en aan alle wilde dieren; en die wilde dieren van het veld begonnen die schapen te verscheuren. Brontekst: ወኀደጎሙ (wäkhädägomu) = en Hij verliet hen | ውስተ (westä) = in | እደ (edä) = de hand van | አናብስት (änabst) = leeuwen | ወአናምርት (wäänamrt) = en panters | ወአዝእብት (wääzbt) = en de wolven | ወአጽዕብት (wäätsbt) = en hyena's | ወውስተ (wäwstä) = en op | እደ (edä) = de hand van | ቈናጽል (qwänatsl) = vossen | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ኲሉ (kwilu) = alle | አራዊት (ärawit) = wilde dieren | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | እልክቱ (elktu) = die | አራዊተ (ärawitä) = dieren | ገዳም (gädam) = wilde | ይምስጥዎሙ (yemstwomu) = hen te verscheuren | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 2 Kon. 17:5–6 en 2 Kon. 25:1–21. Voetnoot Uitleg: De leeuwen en panters zijn de Assyriërs en Babyloniërs; de wolven zijn de Egyptenaren. Zie ook: 2 Kon 17:5–6; 2 Kon 25:1–21 ### De wilde dieren **89:56** En ik zag dat Hij dat huis van hen en hun toren verliet en hen allen overgaf in de hand van de leeuwen, om hen te verscheuren en te verslinden, in de hand van alle wilde dieren. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ከመ (kämä) = dat; als | ኀደጎ (khädägo) = verliet | ለዝኩ (läzku) = aan die | ቤተ (betä) = het huis van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | ወማኅፈዶሙ (wämakhfädomu) = en hun toren | ወወደዮሙ (wäwädäyomu) = en wierp hen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ውስተ (westä) = in | እደ (edä) = de hand van | አናብስት (änabst) = leeuwen | ከመ (kämä) = dat; als | ይምስጥዎሙ (yemstwomu) = hen te verscheuren | ወከመ (wäkämä) = en dat | ይብልዕዎሙ (yeblwomu) = om hen te eten | ውስተ (westä) = in | እደዊሆሙ (edäwihomu) = hun handen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | አራዊት (ärawit) = wilde dieren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jer. 12:9 en Ezech. 34:5. Zie ook: Jer 12:9; Ezech 34:5 **89:57** En ik begon te schreeuwen met al mijn kracht en riep Yahweh van de schapen aan en toonde Hem aangaande de schapen dat zij werden verslonden door alle wilde dieren van het veld. Brontekst: ወአነ (wäänä) = en ik | አኀዝኩ (äkhäzku) = ik begon | እጽራሕ (etsrah) = om te roepen | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ኀይልየ (khäylyä) = mijn kracht | ወእጸውዖ (wätsäwo) = en ik riep Hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ወአርእዮ (wääryo) = en ik toonde Hem | በእንተ (bäntä) = over | አባግዕ (äbag) = schapen | እስመ (esmä) = omdat | ተበልዑ (täbälu) = opgegeten | እምኲሎሙ (emkwilomu) = boven allen | አራዊተ (ärawitä) = dieren | ገዳም (gädam) = wilde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:58** Maar Hij zweeg terwijl Hij het zag, en verheugde zich dat zij werden verslonden en verzwolgen en weggerukt, en liet hen over in de hand van alle dieren tot voedsel. Brontekst: ወውእቱ (wäwtu) = en Hij | አርመመ (ärmämä) = zweeg | እንዘ (enzä) = terwijl | ይሬኢ (yerei) = ziet | ወተፈሥሐ (wätäfäshä) = en verheugde zich | እስመ (esmä) = omdat | ተበልዑ (täbälu) = opgegeten | ወተውሕጡ (wätäwhtu) = en verslonden werden | ወተሐይዱ (wätähäydu) = en weggerukt werden | ወኀደጎሙ (wäkhädägomu) = en Hij verliet hen | ውስተ (westä) = in | እደ (edä) = de hand van | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | አራዊት (ärawit) = wilde dieren | ለመብልዕ (lämäbl) = tot voedsel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De zeventig herders **89:59** En Hij riep zeventig herders en wierp die schapen aan hen toe om hen te weiden, en zei tot de herders en hun metgezellen: **„Ieder van jullie moet de schapen voortaan weiden, en alles wat Ik jullie beveel, doe dat.** Brontekst: ወጸውዐ (wätsäwä) = en riep | ፸ኖላውያነ (፸nolawyanä) = 70 herders | ወገደፎሙ (wägädäfomu) = en wierp hen | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ከመ (kämä) = dat; als | ይርዐይዎሙ (yeräywomu) = hen te weiden | ወይቤ (wäybe) = en Hij zei | ለኖላውያን (länolawyan) = de herders | ወለፀማዶሙ (wälätsämadomu) = en hun metgezellen | ኲሉ (kwilu) = alle | ፩፩እምኔክሙ (፩፩mnekmu) = ieder van jullie | እምይእዜ (emyze) = van nu af | ይርዐይዎሙ (yeräywomu) = hen te weiden | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ዘእኤዝዘክሙ (zäezzäkmu) = wat Ik jullie beveel | አነ (änä) = Ik | ግበሩ (gebäru) = doe Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jer. 25:11–12. Voetnoot Uitleg: De zeventig herders zijn volgens de Engelse uitgave van 1912 engelen aan wie Israël wordt toevertrouwd, niet mensen. Het getal volgt de zeventig jaar van Jeremia. Zie ook: Jer 25:11–12 **89:60** **En Ik zal hen aan jullie overgeven bij getal, en Ik zal jullie zeggen wie van hen verdelgd moet worden, en die verdelgt.”** En Hij gaf die schapen aan hen over. Brontekst: ወእሜጥወክሙ (wämetwäkmu) = en Ik geef hen aan jullie over | አነ (änä) = Ik | በኊልቊ (bäkhwilqwi) = bij getal | ወእነግረክሙ (wänägräkmu) = en Ik zal jullie zeggen | ዘይትሐጐል (zäythägwäl) = wat verloren gaat | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ወኪያሆሙ (wäkiyahomu) = en hen | አሕጒሉ (ähgwilu) = verdelg | ወመጠወ (wämätäwä) = en gaf over | ሎሙ (lomu) = voor hen | እልክተ (elktä) = die | አባግዐ (äbagä) = schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:61** En Hij riep een ander en zei tot hem: **„Let op en zie alles wat de herders aan die schapen doen, want zij zullen er meer van verdelgen dan Ik hun heb bevolen.** Brontekst: ወለካልእ (wäläkal) = en aan een ander | ጸውዖ (tsäwo) = riep hem | ወይቤሎ (wäybelo) = en zeide tot hem | ለቡ (läbu) = let op | ወርኢ (wäri) = en zie | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘይገብሩ (zäygäbru) = wat zij doen | ኖሎት (nolot) = herders | ዲበ (dibä) = op | እሉ (elu) = deze | አባግዕ (äbag) = schapen | እስመ (esmä) = omdat | ያሐጒሉ (yahägwilu) = verdelgen | እምውስቴቶሙ (emwstetomu) = uit hun midden | ፈድፋደ (fädfadä) = zeer | እምዘ (emzä) = nadat | አዘዝክዎሙ (äzäzkwomu) = Ik hen bevolen heb Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De ‘ander’ is een aartsengel, vermoedelijk Michaël (zo de Engelse uitgave van 1912). **89:62** **En alle overmaat en verdelging die door de herders wordt aangericht, schrijf op: hoeveel zij hen verdelgen op Mijn bevel en hoeveel op eigen gezag; en schrijf bij elke herder afzonderlijk al hun verdelging op.** Brontekst: ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ጽጋበ (tsegabä) = overmaat | ወሐጒለ (wähägwilä) = en verdelging | ዘይትገበር (zäytgäbär) = dat geschiedt | በኖሎት (bänolot) = door de herders | ጸሐፍ (tsähäf) = schrijf | ሚመጠነ (mimätänä) = hoeveel | ያኀጒልዎሙ (yakhägwilwomu) = zij hen verdelgen | በትእዛዝየ (bätzazyä) = op Mijn bevel | ወሚመጠነ (wämimätänä) = en hoeveel | ያሐጒሉ (yahägwilu) = verdelgen | በርእሶሙ (bärsomu) = op eigen gezag | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ሐጒሎሙ (hägwilomu) = het verderf van | ለለ (lälä) = elke | ፩፩ (፩፩) = enkele | ኖላዊ (nolawi) = herder | ጸሐፍ (tsähäf) = schrijf | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:63** **En lees bij het getal voor Mijn aangezicht voor hoeveel zij verdelgen op eigen gezag en hoeveel zij overgeven tot verdelging, opdat dit een getuigenis voor Mij zij tegen hen, opdat Ik al het doen van de herders ken, om hen over te geven; en Ik zie wat zij doen, of zij blijven in Mijn bevel dat Ik hun heb bevolen, of niet.** Brontekst: ወበኊልቊ (wäbäkhwilqwi) = en bij het getal | አንብብ (änbb) = lees | በቅድሜየ (bäqdmeyä) = voor Mij | ወሚመጠነ (wämimätänä) = en hoeveel | ያሐጒሉ (yahägwilu) = verdelgen | በርእሶሙ (bärsomu) = op eigen gezag | ወሚመጠነ (wämimätänä) = en hoeveel | ይሜጥውዎሙ (yemetwwomu) = zij overgeven hen | ለሐጒል (lähägwil) = aan verdelging | ከመ (kämä) = dat; als | ይኩን (yekun) = het geschiedt | ሊተ (litä) = voor Mij | ዝንቱ (zentu) = dit | ስምዐ (semä) = getuigenis | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ከመ (kämä) = dat; als | አእምር (ämr) = weten | ኲሎ (kwilo) = alle | ግብሮሙ (gebromu) = hun werk | ለኖላውያን (länolawyan) = de herders | ከመ (kämä) = dat; als | እመጥዎሙ (emätwomu) = Ik hen overgeef | ወእርአይ (wäräy) = en Ik zie | ዘይገብሩ (zäygäbru) = wat zij doen | ለእመ (lämä) = of | ይነብሩ (yenäbru) = zij zaten | በትእዛዝየ (bätzazyä) = op Mijn bevel | ዘአዘዝክዎሙ (zääzäzkwomu) = wat Ik hun bevolen heb | ወእመ (wämä) = en of | አልቦ (älbo) = er was niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:64** **En zij zullen het niet weten, en toon het hun niet en bestraf hen niet, maar schrijf alle verdelging van de herders op, ieder op zijn tijd, en breng alles omhoog tot Mij.”** Brontekst: ወኢያእምሩ (wäiyamru) = en laat hen het niet weten | ወኢታርእዮሙ (wäitaryomu) = en toon hun niet | ወኢትዝልፎሙ (wäitzlfomu) = en bestraf hen niet | አላ (äla) = maar | ጸሐፍ (tsähäf) = schrijf | ኲሎ (kwilo) = alle | ሐጒሎሙ (hägwilomu) = het verderf van | ለኖላውያን (länolawyan) = de herders | በበጊዜሁ (bäbägizehu) = op zijn tijd | ለለ (lälä) = elke | ፩፩ (፩፩) = enkele | ወአዕርግ (wäärg) = en breng op | ኀቤየ (khäbeyä) = tot Mij | ኲሎ (kwilo) = alle Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De herders overschrijden hun opdracht **89:65** En ik zag totdat die herders in hun tijd weidden, en zij begonnen te doden en te verdelgen meer dan hun bevolen was, en zij lieten die schapen in de hand van de leeuwen. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | ሶበ (sobä) = wanneer | እልኩ (elku) = die | ኖላውያን (nolawyan) = herders | ይርዐዩ (yeräyu) = weidden | በጊዜሁ (bägizehu) = op zijn tijd | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | ይቅትሉ (yeqtlu) = te doden | ወያሕጒሉ (wäyahgwilu) = en te verdelgen | ብዙኃነ (bezukhanä) = vele | እምትእዛዞሙ (emtzazomu) = hun gebod | ወኀደጉ (wäkhädägu) = en zij lieten achter | እልክተ (elktä) = die | አባግዐ (äbagä) = schapen | ውስተ (westä) = in | እደ (edä) = de hand van | አናብስት (änabst) = leeuwen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:66** En de leeuwen en panters aten en verslonden het merendeel van die schapen, en de wilde zwijnen van het veld aten met hen mee; en zij verbrandden die toren en braken dat huis af. Brontekst: ወበልዑ (wäbälu) = en zij aten | ወውሕጡ (wäwhtu) = en verslonden | መብዝኅቶሙ (mäbzkhtomu) = het merendeel van hen | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | አናብስት (änabst) = leeuwen | ወአናምርት (wäänamrt) = en panters | ወሐራውያ (wähärawya) = en wilde zwijnen | ገዳም (gädam) = wilde | በልዑ (bälu) = aten | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | ወአውዐይዎ (wääwäywo) = en zij verbrandden | ለዝኩ (läzku) = aan die | ማኅፈድ (makhfäd) = toren | ወከረይዎ (wäkäräywo) = en braken af | ለዝኩ (läzku) = aan die | ቤት (bet) = een huis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 2 Kon. 25:9. Zie ook: 2 Kon 25:9 **89:67** En ik treurde zeer over die toren, omdat dat huis van de schapen was afgebroken, en daarna kon ik die schapen niet meer zien, of zij in dat huis binnengingen. Brontekst: ወኀዘንኩ (wäkhäzänku) = en ik treurde | ብዙኃ (bezukha) = lang | ጥቀ (teqä) = zeer | በእንተ (bäntä) = over | ማኅፈድ (makhfäd) = toren | እስመ (esmä) = omdat | ተከርየ (täkäryä) = was afgebroken | ውእቱ (wetu) = dat | ቤት (bet) = een huis | ዘአባግዕ (zääbag) = van schapen | ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | እክህልኩ (ekhlku) = kon ik | ርእዮቶሙ (reyotomu) = hen te zien | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ለእመ (lämä) = of | ይበውኡ (yebäwu) = gaan binnen | ኀበ (khäbä) = waar | ዝኩ (zeku) = die | ቤት (bet) = een huis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: De bron heeft እክህልኩ (‘ik kon’) zonder ontkenning; de samenhang vraagt ‘ik kon niet’, zoals de Engelse uitgave van 1912 leest. **89:68** En de herders en hun metgezellen gaven die schapen over aan alle wilde dieren om hen te verslinden, en ieder van hen werd op zijn tijd bij getal overgegeven; en ieder van hen schreef voor de ander in een boek hoeveel hij van hen verdelgde. Brontekst: ወኖላውያን (wänolawyan) = en de herders | ወፀማዶሙ (wätsämadomu) = en hun metgezellen | መጠውዎሙ (mätäwwomu) = gaven hen over | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle | አራዊት (ärawit) = wilde dieren | ከመ (kämä) = dat; als | ይብልዕዎሙ (yeblwomu) = om hen te eten | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ፩፩እምኔሆሙ (፩፩mnehomu) = ieder van hen | በጊዜሁ (bägizehu) = op zijn tijd | በኊልቊ (bäkhwilqwi) = bij getal | ይትሜጠው (yetmetäw) = werd overgegeven | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ፩፩እምኔሆሙ (፩፩mnehomu) = ieder van hen | ለካልኡ (läkalu) = naar de ander | በመጽሐፍ (bämätshäf) = in het boek | ይጽሕፍ (yetshf) = schrijft | ሚመጠነ (mimätänä) = hoeveel | ያሐጒል (yahägwil) = verdelgt | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | [ለካልኡ ([läkalu) = [aan de ander | በመጽሐፍ (bämätshäf) = in het boek Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: De Ge'ez-bron heeft hier nog een tweede, tussen haken geplaatste herhaling (ለካልኡ በመጽሐፍ) die wij niet hebben vertaald. **89:69** En meer dan hun bepaling doodde en verdelgde ieder; en ik begon te wenen en zeer te klagen om die schapen. Brontekst: ወፈድፋደ (wäfädfadä) = en bovenal | እምሥርዐቶሙ (emsrätomu) = dan hun bepaling | ፩፩ (፩፩) = ieder | ይቀትል (yeqätl) = doodt | ወያሐጒል (wäyahägwil) = en verdelgt | ወአነ (wäänä) = en ik | አኀዝኩ (äkhäzku) = ik begon | እብኪ (ebki) = te huilen | ወአዐውዩ (wäääwyu) = en te klagen | ብዙኀ (bezukhä) = veel | ጥቀ (teqä) = zeer | በእንተ (bäntä) = over | እልኩ (elku) = die | አባግዕ (äbag) = schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:70** En zo zag ik in het gezicht die ene die schrijft, hoe hij schrijft, elke dag, ieder die door die herders werd verdelgd; en hij brengt het omhoog en legt het neer en toont Yahweh van de schapen het hele boek, alles wat zij hadden gedaan, en alles wat ieder van hen had vernietigd, en alles wat zij hadden overgegeven tot verdelging. Brontekst: ወከመዝ (wäkämäz) = en zo | በራእይ (bäray) = in het visioen | ርኢክዎ (reikwo) = ik zag hem | ለዝኩ (läzku) = aan die | ዘይጽሕፍ (zäytshf) = die schrijft | እፎ (efo) = hoe | ይጽሕፍ (yetshf) = schrijft | ፩ዘይትሐጐል (፩zäythägwäl) = 1 wat verloren gaat | እምነ (emnä) = van | እልኩ (elku) = die | ኖላውያን (nolawyan) = herders | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ዕለት (elät) = dag | ወያዐርግ (wäyaärg) = en hij brengt op | ወያዐርፍ (wäyaärf) = en legt neer | ወያርኢ (wäyari) = en Hij zal tonen | ኲሎ (kwilo) = alle | ኪያሁ (kiyahu) = Hem | መጽሐፈ (mätshäfä) = het boek van | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘገብሩ (zägäbru) = wat zij deden | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ዘአዕተተ (zäätätä) = wat hij vernietigd had | ፩፩እምኔሆሙ (፩፩mnehomu) = ieder van hen | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ዘመጠዉ (zämätäwu) = wat zij hadden overgegeven | ለሐጒል (lähägwil) = aan verdelging Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:71** En het boek werd voorgelezen voor Yahweh van de schapen, en Hij nam het boek uit zijn hand en las het en verzegelde het en legde het neer. Brontekst: ወመጽሐፍ (wämätshäf) = en het boek | ተነበ (tänäbä) = werd gelezen | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ወነሥአ (wänäsä) = en nam | መጽሐፈ (mätshäfä) = het boek van | በእዱ (bädu) = in zijn hand | ወአንበባ (wäänbäba) = en las het | ወኀተማ (wäkhätäma) = en verzegelde het | ወአንበራ (wäänbära) = en legde het neer Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De terugkeer en de herbouw **89:72** En daarna zag ik de herders twaalf uren weiden, en zie, drie van die schapen keerden terug en kwamen en gingen binnen en begonnen alles op te bouwen wat van dat huis was gevallen; maar de wilde zwijnen van het veld hielden hen tegen en konden het niet. Brontekst: ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | ርኢኩ (reiku) = ik zag | እንዘ (enzä) = terwijl | ይርዕዩ (yeryu) = weidden | ኖሎት (nolot) = herders | ፲ወ፪ሰዓተ (፲wä፪säatä) = 12 uren | ወናሁ (wänahu) = en zie | ፫እምእልኩ (፫mlku) = 3 van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ገብኡ (gäbu) = keerden om | ወመጽኡ (wämätsu) = en kwamen | ወቦኡ (wäbou) = en zij kwamen binnen | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | እንዘ (enzä) = terwijl | የሐንጹ (yähäntsu) = te bouwen | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘወድቀ (zäwädqä) = die gevallen was | እምውእቱ (emwtu) = uit dat | ቤት (bet) = een huis | ወሐራውያ (wähärawya) = en wilde zwijnen | ገዳም (gädam) = wilde | ከልእዎሙ (kälwomu) = verhinderden hen | ወኢክህሉ (wäikhlu) = en konden niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ezra 1:1–3 en Ezra 3:1–13. Voetnoot Uitleg: De drie schapen zijn onder anderen Zerubbabel en de hogepriester Jozua (Jesua), de leiders van de terugkeer. De zeventig herders vallen in vier tijdvakken van twaalf, drieëntwintig, drieëntwintig en twaalf; de twaalf uren hier sluiten het eerste tijdvak af. Zie ook: Ezra 1:1–3; Ezra 3:1–13 **89:73** En zij begonnen opnieuw te bouwen als tevoren, en zij richtten die toren op, en hij werd de hoge toren genoemd; en zij begonnen opnieuw een tafel voor de toren te plaatsen, en al het brood daarop was onrein en niet rein. Brontekst: ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | ካዕበ (kabä) = wederom | ይሕንጹ (yehntsu) = bouwen | ከመ (kämä) = dat; als | ቀዳሚ (qädami) = eerst | ወአንሥእዎ (wäänswo) = en richtten hem op | ለውእቱ (läwtu) = die | ማኅፈድ (makhfäd) = toren | ወይሰመይ (wäysämäy) = en hij werd genoemd | ማኅፈደ (makhfädä) = een toren | ነዋኀ (näwakhä) = hoog | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | ካዕበ (kabä) = wederom | እንዘ (enzä) = terwijl | ያነብሩ (yanäbru) = plaatsten | ቅድመ (qedmä) = voor | ማኅፈድ (makhfäd) = toren | ማእደ (madä) = tafel | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ኅብስት (khebst) = brood | ዘዲቤሁ (zädibehu) = dat daarop | ርኩስ (rekus) = onrein | ወኢኮነ (wäikonä) = en was niet | ንጹሐ (netsuhä) = rein Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Mal. 1:7. Zie ook: Mal 1:7 **89:74** En op al deze schapen waren de ogen verblind en zij zagen niet, en hun herders eveneens; en zij gaven hen in grote mate over aan hun herders tot verdelging, en met hun voeten vertrapten zij de schapen en aten hen. Brontekst: ወዲበ (wädibä) = en tegen | ኲሉ (kwilu) = alle | እሉ (elu) = deze | አባግዕ (äbag) = schapen | ጽሉላን (tselulan) = verblind | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ወኢይሬእዩ (wäiyreyu) = en zij zien niet | ወኖሎቶሙኒ (wänolotomuni) = en ook hun herders | ከማሁ (kämahu) = zo | ወይሜጥውዎሙ (wäymetwwomu) = en gaven hen over | ለኖሎቶሙኒ (länolotomuni) = aan hun herders | ለሐጒል (lähägwil) = aan verdelging | ፈድፋደ (fädfadä) = zeer | ወበእገሪሆሙ (wäbägärihomu) = en aan hun voeten | ኬድዎሙ (kedwomu) = vertraden hen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወበልዕዎሙ (wäbälwomu) = en aten hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ezra 4:1–5. Zie ook: Ezra 4:1–5 **89:75** En Yahweh van de schapen zweeg, totdat alle schapen in de woestijn verstrooid waren en zich met hen vermengden, en zij hen niet redden uit de hand van de dieren. Brontekst: ወእግዚአ (wägziä) = en Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | አርመመ (ärmämä) = zweeg | እስከነ (eskänä) = totdat | ተዘርዘሩ (täzärzäru) = werden verstrooid | ኲሉ (kwilu) = alle | አባግዕ (äbag) = schapen | ገዳመ (gädamä) = een woestenij | ወተደመሩ (wätädämäru) = en zij verbonden zich | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | ወኢያድኀንዎሙ (wäiyadkhänwomu) = en redden hen niet | እምእደ (emdä) = uit de hand van | አራዊት (ärawit) = wilde dieren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Het boek bij Yahweh **89:76** En die ene die het boek schrijft, bracht het omhoog en toonde het en las het in de woning van Yahweh van de schapen, en smeekt Hem om hen en vraagt Hem, terwijl hij Hem al het werk van hun herders toont, en getuigt voor Zijn aangezicht tegen alle herders. Brontekst: ወዝኩ (wäzku) = en die | ዘይጽሕፍ (zäytshf) = die schrijft | መጽሐፈ (mätshäfä) = het boek van | አዕረጎ (ärägo) = bracht omhoog | ወአርአዮ (wääräyo) = en toonde Hem | ወአንበበ (wäänbäbä) = en las | ኀበ (khäbä) = waar | አብያተ (äbyatä) = de woning van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ወያስተበቊዖ (wäyastäbäqwio) = en smeekt Hem | በእንቲአሆሙ (bäntiähomu) = over hen | ወይስእሎ (wäyslo) = en vraagt Hem | እንዘ (enzä) = terwijl | ያርእዮ (yaryo) = hem toont | ኲሎ (kwilo) = alle | ግብረ (gebrä) = het werk van | ኖሎቶሙ (nolotomu) = hun herders | ወያሰምዕ (wäyasäm) = en getuigt | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem | ዲበ (dibä) = op | ኲሉ (kwilu) = alle | ኖላውያን (nolawyan) = herders Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **89:77** En hij nam het en legde dat boek bij Hem neer en ging uit. Brontekst: ወነሢኦ (wänäsio) = en nam | አንበረ (änbärä) = Hij stelde | ኀቤሁ (khäbehu) = tot Hem | ኪያሁ (kiyahu) = Hem | መጽሐፈ (mätshäfä) = het boek van | ወወጽአ (wäwätsä) = en ging uit Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 90 _Het slot van het dierenvisioen: van de herders tot de Messias_ ### De herders van de eerste twee tijdvakken **90:1** En ik zag totdat de tijd kwam dat zo zevenendertig herders weidden, en zij voleindigden allen in hun tijden zoals de eersten; en anderen namen hen in ontvangst in hun handen om hen te weiden in hun tijden, alle herders op hun tijd. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | ዘመን (zämän) = tijd | ከመ (kämä) = dat; als | ከመዝ (kämäz) = zo | ይርዕዩ (yeryu) = weidden | ፴ወ፯ኖላውያን (፴wä፯nolawyan) = 37 herders | ወፈጸሙ (wäfätsämu) = en zij voleindigden | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | በበጊዜሆሙ (bäbägizehomu) = in hun tijden | ከመ (kämä) = dat; als | ቀዳምያን (qädamyan) = de eersten | ወባዕዳን (wäbadan) = en de anderen | ተመጠውዎሙ (tämätäwwomu) = namen hen in ontvangst | ውስተ (westä) = in | እደዊሆሙ (edäwihomu) = hun handen | ከመ (kämä) = dat; als | ይርይዎሙ (yerywomu) = opdat zij hen weiden | በበጊዜሆሙ (bäbägizehomu) = in hun tijden | ኲሉ (kwilu) = alle | ኖላውያን (nolawyan) = herders | በበጊዜሁ (bäbägizehu) = op zijn tijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De zeventig herders zijn volgens de Engelse uitgave van 1912 engelen die over Israël waken, in vier tijdvakken van twaalf, drieëntwintig, drieëntwintig en twaalf; de eerste twaalf zijn afgesloten in 89:72, en hier volgen de volgende vijfendertig. Voetnoot Lezing: De Ge'ez-bron heeft ‘zevenendertig’; die uitgave leest ‘vijfendertig’ (twaalf plus drieëntwintig, de som van de eerste twee tijdvakken) en noemt alle handschriften bedorven. ### De vogels van de hemel **90:2** En daarna zag ik in het gezicht alle vogels van de hemel komen: arenden en gieren en wouwen en raven; en de arenden leidden alle vogels; en zij begonnen die schapen te eten en hun ogen uit te pikken en hun vlees te eten. Brontekst: ወእምዝ (wämz) = en daarna | ርኢኩ (reiku) = ik zag | በራእይ (bäray) = in het visioen | ኲሉ (kwilu) = alle | አዕዋፈ (äwafä) = vogels | ሰማይ (sämay) = hemel | መጽኡ (mätsu) = kwamen | አንስርት (änsrt) = arenden | ወአውስት (wääwst) = en gieren | ወሆባይ (wähobay) = en wouwen | ወቋዓት (wäqwaat) = en raven | ወአንስርት (wäänsrt) = en de arenden | ይመርሕዎሙ (yemärhwomu) = die hen leiden | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | አዕዋፍ (äwaf) = vogels | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | ይብልዕዎሙ (yeblwomu) = om hen te eten | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ወይከርዩ (wäykäryu) = en uit te pikken | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ወይብልዕዎ (wäyblwo) = en te eten | ለሥጋሆሙ (läsgahomu) = hun vlees Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De vogels zijn de heersers uit de Griekse tijd: de arenden zijn de Grieken en Macedoniërs; de raven de Syriërs onder de Seleuciden; de gieren en wouwen de Egyptenaren onder de Ptolemeeën (zo de Engelse uitgave van 1912). **90:3** En de schapen schreeuwden omdat hun vlees door de vogels werd gegeten; en ik schreeuwde en jammerde in mijn slaap over die herder die de schapen weidde. Brontekst: ወአባግዕ (wääbag) = en de schapen | ጸርሑ (tsärhu) = zij riepen | እስመ (esmä) = omdat | ተበልዑ (täbälu) = opgegeten | ሥጋሆሙ (segahomu) = hun vlees | እምነ (emnä) = van | አዕዋፍ (äwaf) = vogels | ወአነ (wäänä) = en ik | ጸራሕኩ (tsärahku) = ik riep | ወዐውየውኩ (wääwyäwku) = en ik jammerde | በንዋምየ (bänwamyä) = in mijn slaap | ዲበ (dibä) = op | ውእቱ (wetu) = dat | ኖላዊ (nolawi) = herder | ዘይርዕዮሙ (zäyryomu) = die hen weidde | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **90:4** En ik zag totdat die schapen werden gegeten door de honden en door de arenden en door de wouwen, en zij lieten hun geen vlees over, geen huid en geen pees, totdat alleen hun beenderen stonden; en ook hun beenderen vielen op de aarde, en de schapen werden weinig. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | ተበልዑ (täbälu) = opgegeten | እልኩ (elku) = die | አባግዕ (äbag) = schapen | እምአክላብ (emäklab) = door de honden | ወእምአንስርት (wämänsrt) = en door de arenden | ወእምሆባይ (wämhobay) = en door de wouwen | ወኢኀደጉ (wäikhädägu) = en zij lieten niet | ሎሙ (lomu) = voor hen | ሥጋ (sega) = vlees | ግሙራ (gemura) = ooit | ወኢማእሰ (wäimasä) = en geen huid | ወኢሥርወ (wäisrwä) = en geen pees | እስከ (eskä) = tot | ቆመ (qomä) = staat | ባሕቲቶሙ (bahtitomu) = alleen zij | አዕጽምቲሆሙ (ätsmtihomu) = hun beenderen | አዕጽምቲሆሙኒ (ätsmtihomuni) = ook hun beenderen | ወድቁ (wädqu) = vielen | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወንእሱ (wänsu) = en weinig werden | አባግዕ (äbag) = schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Micha 3:2–3. Zie ook: Mi 3:2–3 **90:5** En ik zag totdat de drieëntwintig herders weidden en in hun tijden achtenvijftig tijden voleindigden. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | ዘመን (zämän) = tijd | ይርዕዩ (yeryu) = weidden | ፳ወ፫ኖላውያን (፳wä፫nolawyan) = 23 herders | ወፈጸሙ (wäfätsämu) = en zij voleindigden | በበጊዜሆሙ (bäbägizehomu) = in hun tijden | ፶ወ፰ጊዜያተ (፶wä፰gizeyatä) = 58 tijden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Twaalf plus drieëntwintig plus drieëntwintig geeft achtenvijftig; het derde tijdvak loopt tot de Syrische overheersing. ### De lammeren **90:6** Maar kleine lammeren werden geboren uit die witte schapen, en hun ogen begonnen zich te openen en te zien en tot de schapen te roepen. Brontekst: ወንኡሳንሰ (wänusansä) = maar kleine | መሐስዓት (mähäsat) = lammeren | ተወልዱ (täwäldu) = zijn geboren | እምእልኩ (emlku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ጸዓድው (tsäadw) = witte | ወአኀዙ (wääkhäzu) = en zij begonnen | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ይክሥቱ (yekstu) = te openen | ወይርአዩ (wäyräyu) = en te zien | ወይጽርሑ (wäytsrhu) = en te roepen | ኀበ (khäbä) = waar | አባግዕ (äbag) = schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De kleine lammeren zijn volgens de Engelse uitgave van 1912 de Chassidim, de vromen, een nieuwe stroming in Israël in de tijd van de Syrische overheersing. **90:7** En de schapen riepen hen niet toe en luisterden niet naar wat zij tot hen zeiden, maar werden zeer doof, en hun ogen werden zeer verblind en sterk. Brontekst: ወአባግዕ (wääbag) = en de schapen | ኢጸርሕዎሙ (itsärhwomu) = riepen hen niet toe | ወኢያፅምኡ (wäiyatsmu) = en luisterden niet | ዘነገርዎሙ (zänägärwomu) = wat zij tot hen zeiden | አላ (äla) = maar | ፈድፋደ (fädfadä) = zeer | ተጸመሙ (tätsämämu) = werden doof | ወተጸለሉ (wätätsälälu) = en werden verblind | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ፈድፋደ (fädfadä) = zeer | ወኀያለ (wäkhäyalä) = en sterk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: De Ge'ez-bron heeft: ‘de schapen riepen hen niet toe’; de Engelse uitgave van 1912 volgt een handschrift dat leest dat de lammeren de schapen toeriepen, maar niet werden verhoord. **90:8** En ik zag in het gezicht hoe raven zich op die lammeren stortten, en zij grepen één van die lammeren en verbrijzelden de schapen en aten hen. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በራእይ (bäray) = in het visioen | ቋዓተ (qwaatä) = raven | ከመ (kämä) = dat; als | ሠረሩ (säräru) = vlogen toe | ዲበ (dibä) = op | እልኩ (elku) = die | መሐስዕ (mähäs) = lammeren | ወአኀዝዎ (wääkhäzwo) = en zij grepen | ለ፩እምእልኩ (lä፩mlku) = aan één van die | መሐስዕ (mähäs) = lammeren | ወቀጥቀጥዎሙ (wäqätqätwomu) = en verbrijzelden hen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወበልዕዎሙ (wäbälwomu) = en aten hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 2 Makk. 4:33–38. Voetnoot Uitleg: De raven zijn de Syriërs; het gegrepen lam is volgens de Engelse uitgave van 1912 de hogepriester Onias III. ### De grote hoorn **90:9** En ik zag totdat hoorns uit die lammeren kwamen en de raven hun hoorns deden vallen; en ik zag totdat één grote hoorn sproot uit één van die schapen, en hun ogen werden geopend. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | ወጽአ (wätsä) = en kwam uit | ሎሙ (lomu) = voor hen | አቅርነት (äqrnät) = hoorns | ለእልኩ (lälku) = van die | መሐስዕ (mähäs) = lammeren | ወቋዓት (wäqwaat) = en raven | ያወድቅዎሙ (yawädqwomu) = deden vallen | ለአቅርንቲሆሙ (lääqrntihomu) = hun hoorns | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | በቈለ (bäqwälä) = sproot | ፩ቀርን (፩qärn) = 1 hoorn | ዐቢይ (äbiy) = grote | ፩እምእልኩ (፩mlku) = 1 van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ወተከሥታ (wätäkästa) = en werden geopend | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De hoorns zijn de Makkabeeën; de ene grote hoorn is Judas Makkabeüs (zo de Engelse uitgave van 1912). **90:10** En hij zag hen, en hun ogen werden geopend, en hij riep tot de schapen, en de rammen zagen hem en liepen allen naar hem toe. Brontekst: ወርእየ (wäryä) = en hun aanblik | ቦሙ (bomu) = daarmee | ወተፈትሐ (wätäfäthä) = en werden geopend | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | ወጸርሐ (wätsärhä) = en riep | ሎሙ (lomu) = voor hen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወዳቤላት (wädabelat) = en rammen | ርእይዎ (reywo) = aanschouwt | ወሮጹ (wärotsu) = en renden | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ኀቤሁ (khäbehu) = tot Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ርእየ ቦሙ (‘hij zag hen’): de Engelse uitgave van 1912 leest in de aangehaalde zin ‘hij weidde met hen’. **90:11** En bij dit alles bleven die arenden en gieren en raven en wouwen tot nu toe de schapen verscheuren en op hen aanvallen en hen eten; maar de schapen zwegen, en de rammen jammerden en riepen. Brontekst: ወምስለዝ (wämsläz) = en bij dit alles | ኩሉ (kulu) = alles | እልኩ (elku) = die | አንስርት (änsrt) = arenden | ወአውስት (wääwst) = en gieren | ወቋዓት (wäqwaat) = en raven | ወሆባይ (wähobay) = en wouwen | እስከ (eskä) = tot | ይእዜ (yeze) = nu | ይመስጥዎሙ (yemästwomu) = verscheurden hen | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወይሠርፉ (wäysärfu) = en vielen aan | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ወይበልዕዎሙ (wäybälwomu) = en aten hen | ወአባግዕሰ (wääbagsä) = en de schapen | ያረምሙ (yarämmu) = zwegen | ወዳቤላት (wädabelat) = en rammen | የዐወይዉ (yääwäywu) = jammeren | ወይጸርሑ (wäytsärhu) = en schreeuwen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **90:12** En die raven streden en vochten met hem en wilden zijn hoorn vernietigen, maar konden het niet. Brontekst: ወእልኩ (wälku) = en die | ቋዓት (qwaat) = raven | ይትጋደሉ (yetgadälu) = streden | ወይትበአሱ (wäytbääsu) = en vochten | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ወፈቀዱ (wäfäqädu) = en wilden | ያእትቱ (yattu) = te vernietigen | ቀርኖ (qärno) = zijn hoorn | ወኢክህልዎ (wäikhlwo) = en konden hem niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **90:13** En ik zag hen totdat de herders en de arenden en die gieren en wouwen kwamen, en zij riepen de raven toe dat zij de hoorn van die ram zouden verbrijzelen; en zij vochten met hem en streden, en hij vocht met hen en riep opdat zijn hulp zou komen. Brontekst: ወርኢክዎሙ (wärikwomu) = en ik zag hen | እስከ (eskä) = tot | መጽኡ (mätsu) = kwamen | ኖላውያን (nolawyan) = herders | ወአንስርት (wäänsrt) = en de arenden | ወእልኩ (wälku) = en die | አውስት (äwst) = gieren | ወሆባይ (wähobay) = en wouwen | ወጸርሑ (wätsärhu) = en riepen | ለቋዓት (läqwaat) = de raven | ከመ (kämä) = dat; als | ይቀጥቅጥዎ (yeqätqtwo) = te verbrijzelen | ለቀርኑ (läqärnu) = zijn hoorn | ለዝኩ (läzku) = aan die | ዳቤላ (dabela) = ram | ወተበአሱ (wätäbääsu) = en vochten | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ወተቃተሉ (wätäqatälu) = en worstelden | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ይትበአስ (yetbääs) = vecht | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | ወጸርሐ (wätsärhä) = en riep | ከመ (kämä) = dat; als | ትምጽኦ (temtso) = zou komen | ረድኤቱ (rädetu) = zijn hulp Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De vogels zijn hier de legers die tegen Judas optrekken; de beeldspraak blijft niet overal gelijk (zo de Engelse uitgave van 1912). ### De man met het boek **90:14** En ik zag totdat die man kwam, die de namen van de herders had opgeschreven en omhoog bracht voor Yahweh van de schapen, en hij hielp hem en toonde hem alles; zijn hulp was neergedaald tot die ram. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | መጽአ (mätsä) = Hij is gekomen | ዝኩ (zeku) = die | ብእሲ (besi) = een man | ዘጸሐፈ (zätsähäfä) = die opschreef | አስማቲሆሙ (äsmatihomu) = hun namen | ለኖሎት (länolot) = de herders | ወያዐርግ (wäyaärg) = en hij brengt op | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ረድኦ (rädo) = hielp hem | ወአርአዮ (wääräyo) = en toonde Hem | ኲሎ (kwilo) = alle | ወረደ (wärädä) = daalde neer | ረድኤቱ (rädetu) = zijn hulp | ለዝኩ (läzku) = aan die | ዳቤላ (dabela) = ram Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 2 Makk. 11:6–8. Voetnoot Uitleg: De man die schrijft is de engel Michaël, die Judas helpt (zo de Engelse uitgave van 1912). **90:15** En ik zag totdat Yahweh van de schapen in toorn tot hen kwam; en allen die Hem zagen, vluchtten, en zij vielen allen in Zijn schaduw, voor Zijn aangezicht. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | መጽአ (mätsä) = Hij is gekomen | ኀቤሆሙ (khäbehomu) = tot hen | ዝኩ (zeku) = die | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | በመዐት (bämäät) = in toorn | ወእለ (wälä) = en wier | ርእይዎ (reywo) = aanschouwt | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ነፍጹ (näftsu) = vluchtten | ወወድቁ (wäwädqu) = en vielen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ውስተ (westä) = in | ጽላሎቱ (tselalotu) = Zijn schaduw | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጹ (gätsu) = Zijn aangezicht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **90:16** Alle arenden en gieren en raven en wouwen werden verzameld en brachten met zich alle schapen van het veld, en zij kwamen allen samen en hielpen elkaar om de hoorn van die ram te verbrijzelen. Brontekst: ኲሎሙ (kwilomu) = allen | አንስርት (änsrt) = arenden | ወአውስት (wääwst) = en gieren | ወቋዓት (wäqwaat) = en raven | ወሆባይ (wähobay) = en wouwen | ተጋብኡ (tägabu) = waren verzameld | ወአምጽኡ (wäämtsu) = en brachten | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | ኲሎ (kwilo) = alle | አባግዐ (äbagä) = schapen | ገዳም (gädam) = wilde | ወመጽኡ (wämätsu) = en kwamen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ኅብረ (khebrä) = tezamen | ወተራድኡ (wätäradu) = en hielpen elkaar | ከመ (kämä) = dat; als | ይቀጥቅጥዎ (yeqätqtwo) = te verbrijzelen | ለዝኩ (läzku) = aan die | ቀርነ (qärnä) = de hoorn van | ዳቤላ (dabela) = ram Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **90:17** En ik zag die man die het boek schrijft op het woord van Yahweh, totdat hij dat boek opende over de verdelging die die twaalf laatste herders hadden aangericht, en toonde dat zij veel meer hadden verdelgd dan hun voorgangers, voor Yahweh van de schapen. Brontekst: ወርኢክዎ (wärikwo) = en ik zag hem | ለዝኩ (läzku) = aan die | ብእሲ (besi) = een man | ዘይጽሕፍ (zäytshf) = die schrijft | መጽሐፈ (mätshäfä) = het boek van | በቃለ (bäqalä) = door het woord van | እግዚእ (egzi) = Yahweh | እስከ (eskä) = tot | ፈትሖ (fätho) = hij opende | ለውእቱ (läwtu) = die | መጽሐፈ (mätshäfä) = het boek van | ሐጒል (hägwil) = verwoesting | ዘአሕጐሉ (zäähgwälu) = die zij hadden verdelgd | እልኩ (elku) = die | ፲ወ፪ኖሎት (፲wä፪nolot) = 12 herders | ደኃርያን (däkharyan) = latere | ወአርአየ (wääräyä) = en toonde | ከመ (kämä) = dat; als | ፈድፋደ (fädfadä) = zeer | እምቅድሜሆሙ (emqdmehomu) = dan hun voorgangers | አሕጐሉ (ähgwälu) = zij hadden verdelgd | ቅድመ (qedmä) = voor | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Het boek met de namen en daden van de herders is dat uit 89:61–71; hier worden de twaalf laatste herders aangewezen. ### Het ingrijpen van Yahweh **90:18** En ik zag totdat Yahweh van de schapen tot hen kwam en in Zijn hand de staf van Zijn toorn nam en de aarde sloeg; en de aarde spleet open, en alle dieren en vogels van de hemel vielen van die schapen af en werden verzwolgen in de aarde, en zij bedekte hen. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | መጽአ (mätsä) = Hij is gekomen | ኀቤሆሙ (khäbehomu) = tot hen | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ወነሥአ (wänäsä) = en nam | በእዱ (bädu) = in Zijn hand | በትረ (bäträ) = een staf | መዐት (määt) = tot toorn | ወዘበጣ (wäzäbäta) = en sloeg | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወተሰጠት (wätäsätät) = en spleet open | ምድር (medr) = de aarde | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አራዊት (ärawit) = wilde dieren | ወአዕዋፈ (wääwafä) = en vogels | ሰማይ (sämay) = hemel | ወድቁ (wädqu) = vielen | እምእልኩ (emlku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ወተሠጥሙ (wätäsätmu) = en werden verzwolgen | በምድር (bämdr) = op een aarde | ወተከድነት (wätäkädnät) = en bedekte | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Num. 16:31–33 en Num. 20:11. Zie ook: Num 16:31–33; Num 20:11 **90:19** En ik zag totdat de schapen een groot zwaard werd gegeven, en de schapen trokken uit tegen die wilde dieren om hen te doden; en alle dieren en vogels van de hemel vluchtten voor hun aangezicht. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | ተውህበ (täwhbä) = is gegeven | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ሰይፍ (säyf) = zwaard | ዐቢይ (äbiy) = grote | ወወጽኡ (wäwätsu) = en zij gingen uit | አባግዕ (äbag) = schapen | ዲበ (dibä) = op | እሉ (elu) = deze | አራዊተ (ärawitä) = dieren | ገዳም (gädam) = wilde | ከመ (kämä) = dat; als | ይቅትልዎሙ (yeqtlwomu) = hen te doden | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አራዊት (ärawit) = wilde dieren | ወአዕዋፈ (wääwafä) = en vogels | ሰማይ (sämay) = hemel | ነፍጹ (näftsu) = vluchtten | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጾሙ (gätsomu) = hun aangezichten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Het oordeel **90:20** En ik zag totdat een troon werd opgericht in het liefelijke land, en Yahweh van de schapen zat daarop, en nam alle verzegelde boeken en opende die boeken voor Yahweh van de schapen. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | መንበር (mänbär) = troon | ተሐንጸ (tähäntsä) = werd opgericht | በምድር (bämdr) = op een aarde | ሐዋዝ (häwaz) = liefelijk | ወነበረ (wänäbärä) = en zat | ዲቤሁ (dibehu) = boven Hem | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ወነሥአ (wänäsä) = en nam | ኲሎ (kwilo) = alle | መጻሕፍተ (mätsahftä) = de boeken van | ኅቱማተ (khetumatä) = verzegelde | ወፈትሖን (wäfäthon) = en opende ze | ለእማንቱ (lämantu) = die | መጻሕፍት (mätsahft) = boeken | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 7:9–10. Voetnoot Lezing: De Ge'ez-bron laat Yahweh zelf de verzegelde boeken nemen; de Engelse uitgave van 1912 leest ‘de ander’ (Michaël), omdat Yahweh het boek elders niet zelf leest. Zie ook: Dan 7:9–10 **90:21** En Yahweh riep die zeven eerste witten en beval dat zij voor Hem zouden brengen, beginnend bij de eerste ster, die voorafging aan die sterren wier schaamdelen waren als de schaamdelen van paarden, en bij de eerste ster die eerst was gevallen; en zij brachten hen allen voor Hem. Brontekst: ወጸውዖሙ (wätsäwomu) = en riep hen | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ለእኩ (läku) = die | ፯ጸዓድው (፯tsäadw) = 7 witte | ቀዳማውያን (qädamawyan) = eerste | ወአዘዘ (wääzäzä) = en gebood | ከመ (kämä) = dat; als | ያምጽኡ (yamtsu) = dat zij zouden brengen | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem | እምኮከብ (emkokäb) = beginnend bij de ster | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ዘይቀድም (zäyqädm) = die voorafging | እምነ (emnä) = van | እልኩ (elku) = die | ከዋክብት (käwakbt) = sterren | እለ (elä) = die | ኀፍረቶሙ (khäfrätomu) = hun schaamdelen | ከመ (kämä) = dat; als | ኀፍረተ (khäfrätä) = schaamte | አፍራስ (äfras) = paarden | ወለኮከብ (wäläkokäb) = en de ster | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ዘወድቀ (zäwädqä) = die gevallen was | ቅድመ (qedmä) = voor | ወአምጽእዎሙ (wäämtswomu) = en zij brachten hen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Tob. 12:15. Voetnoot Uitleg: De zeven eerste witten zijn de zeven aartsengelen; de eerste ster is de eerste gevallen engel, vergelijk 86:1 en 88:1. **90:22** En Hij zei tot die man die voor Hem schreef, die één van de zeven witten was: **„Neem die zeventig herders aan wie Ik de schapen heb overgegeven en die, hen genomen hebbend, er veel meer doodden dan Ik hun had bevolen.”** Brontekst: ወይቤሎ (wäybelo) = en zeide tot hem | ለዝኩ (läzku) = aan die | ብእሲ (besi) = een man | ዘይጽሕፍ (zäytshf) = die schrijft | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem | ዘውእቱ (zäwtu) = die was | ፩እምነ (፩mnä) = 1 van | ፯ጸዓድው (፯tsäadw) = 7 witte | ወይቤሎ (wäybelo) = en zeide tot hem | ንሥኦሙ (nesomu) = neem hen | ለእሉ (lälu) = van deze | ፸ኖሎት (፸nolot) = 70 herders | እለ (elä) = die | መጠውክዎሙ (mätäwkwomu) = Ik hen overgaf | አባግዐ (äbagä) = schapen | ወነሢኦሙ (wänäsiomu) = en hen genomen hebbend | ቀተሉ (qätälu) = doodden | ብዙኀ (bezukhä) = veel | እምዘ (emzä) = nadat | አዘዝክዎሙ (äzäzkwomu) = Ik hen bevolen heb | እሙንቱ (emuntu) = zij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De man die schrijft is een van de zeven aartsengelen. **90:23** En zie, ik zag hen allen gebonden, en zij stonden allen voor Hem. Brontekst: ወናሁ (wänahu) = en zie | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | እሡራን (esuran) = gebonden | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ወቆሙ (wäqomu) = en stonden | ቅድሜሁ (qedmehu) = voor Hem | ኲሎሙ (kwilomu) = allen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De sterren en de herders worden geworpen **90:24** En het oordeel werd eerst gehouden over de sterren, en zij werden geoordeeld en schuldig bevonden en werden zondaars; en zij gingen naar de plaats van het oordeel, en men wierp hen in een diepte vol vuur, vlammend en vol vuurzuilen. Brontekst: ወኲነኔ (wäkwinäne) = en het oordeel | ኮነ (konä) = is | ቅድመ (qedmä) = voor | እምከዋክብት (emkäwakbt) = uit sterren | ወተኰነኑ (wätäkwänänu) = en werden geoordeeld | ወኮኑ (wäkonu) = en zij waren | ኀጥኣነ (khätanä) = zondaars | ወሖሩ (wähoru) = en zij gingen | መካነ (mäkanä) = een plaats | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ወወደይዎሙ (wäwädäywomu) = en zij wierpen hen | ውስተ (westä) = in | ዕሙቅ (emuq) = diep | ወምሉእ (wämlu) = en vol | እሳተ (esatä) = een vuur van | ወይልህብ (wäylhb) = en vlammend | ወምሉእ (wämlu) = en vol | ዐምደ (ämdä) = zuil van | እሳት (esat) = vuur Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De sterren zijn de gevallen engelen; zie 10:4–6 en 21:7–10. **90:25** En die zeventig herders werden geoordeeld en schuldig bevonden en werden zondaars, en zij werden geworpen in die afgrond van vuur. Brontekst: ወእልኩ (wälku) = en die | ፸ኖላውያን (፸nolawyan) = 70 herders | ተኰነኑ (täkwänänu) = zijn veroordeeld | ወኮኑ (wäkonu) = en zij waren | ኃጥኣነ (khatanä) = zondaars | ወተወድዩ (wätäwädyu) = en zij werden geplaatst | እሙንቱ (emuntu) = zij | ውስተ (westä) = in | ዝኩ (zeku) = die | ማዕምቀ (mamqä) = afgrond | እሳት (esat) = vuur Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De zeventig herders worden samen met de gevallen engelen geoordeeld, wat bevestigt dat zij engelen zijn. ### De afgrond van vuur **90:26** En ik zag in die tijd hoe een afgrond zo werd geopend in het midden van de aarde, vol vuur; en zij brachten die verblinde schapen, en zij werden allen geoordeeld en schuldig bevonden en geworpen in die diepte van vuur, en zij brandden; en deze afgrond was aan de rechterzijde van dat huis. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በውእቱ (bäwtu) = in die | ጊዜ (gize) = de tijd van | ከመ (kämä) = dat; als | ተርኅው (tärkhw) = werd geopend | ፩ማዕምቅ (፩mamq) = 1 afgrond | ከማሁ (kämahu) = zo | በማእከለ (bämakälä) = te midden van | ምድር (medr) = de aarde | ዘምሉዕ (zämlu) = vol | እሳተ (esatä) = een vuur van | ወአምጽእዎሙ (wäämtswomu) = en zij brachten hen | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ጽሉላን (tselulan) = verblind | ወተኰነኑ (wätäkwänänu) = en werden geoordeeld | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ወኮኑ (wäkonu) = en zij waren | ኃጥኣነ (khatanä) = zondaars | ወተወድዩ (wätäwädyu) = en zij werden geplaatst | ውስተ (westä) = in | ዝኩ (zeku) = die | ዕመቀ (emäqä) = diepte van | እሳት (esat) = vuur | ወውዕዩ (wäwyu) = en zij brandden | ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ማዕምቅ (mamq) = afgrond | ኮነ (konä) = is | በየማኑ (bäyämanu) = aan de rechterzijde van | ለዝኩ (läzku) = aan die | ቤት (bet) = een huis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 66:24. Voetnoot Uitleg: Deze tweede afgrond is de Gehenna, ‘in het midden van de aarde’ (zie 26:1), rechts, dat wil zeggen ten zuiden van het huis, Jeruzalem. De verblinde schapen zijn de afvallige Joden. Zie ook: Jes 66:24 **90:27** En ik zag die schapen branden, en hun beenderen brandden. Brontekst: ወርኢክዎሙ (wärikwomu) = en ik zag hen | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | እንዘ (enzä) = terwijl | ይውዕዩ (yewyu) = zullen zij branden | ወአዕፅምቲሆሙ (wäätsmtihomu) = en hun beenderen | ይውዒ (yewi) = hij brandt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Het nieuwe huis **90:28** En ik stond om te zien, totdat Hij dat oude huis opvouwde, en zij haalden alle zuilen weg en alle balken, en de sieraden van dat huis werden met hem opgevouwen, en zij haalden het weg en legden het neer op één plaats aan de rechterzijde van het land. Brontekst: ወቆምኩ (wäqomku) = en ik stond | እርአይ (eräy) = om te zien | እስከ (eskä) = tot | ጠምዖ (tämo) = vouwde op | ለዝኩ (läzku) = aan die | ቤት (bet) = een huis | ብሉይ (beluy) = oude | ወአውጽእዎሙ (wääwtswomu) = en zij haalden weg | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | አዕማድ (ämad) = zuilen | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ተክሉ (täklu) = balken | ወስኑ (wäsnu) = en de sieraden | ለውእቱ (läwtu) = die | ቤት (bet) = een huis | ተጠውመ (tätäwmä) = werd opgevouwen | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ወአውጽእዎ (wääwtswo) = en zij haalden het weg | ወወደይዎ (wäwädäywo) = en legden het neer | በ፩መካን (bä፩mäkan) = op één plaats | በየማነ (bäyämanä) = aan de rechterzijde van | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ezech. 40–48 en Jes. 54:11–12. Voetnoot Uitleg: Het oude huis is het oude Jeruzalem; het wordt opgevouwen en weggehaald, en een nieuw huis, het nieuwe Jeruzalem, komt in zijn plaats. Zie ook: Jes 54:11–12 **90:29** En ik zag Yahweh van de schapen, totdat Hij een nieuw huis bracht, groter en hoger dan dat eerste, en het opstelde op de plaats van het eerste, dat was opgevouwen; en al zijn zuilen waren nieuw, en zijn sieraad was nieuw en groter dan van het eerste, het oude dat Hij had weggehaald; en alle schapen waren in zijn midden. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እግዚአ (egziä) = Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | እስከ (eskä) = tot | አምጽአ (ämtsä) = bracht | ቤተ (betä) = het huis van | ሐዲሰ (hädisä) = nieuw | ወዐቢየ (wääbiyä) = en de grote | ወልዑለ (wälulä) = en hoger | እምነ (emnä) = van | ዝኩ (zeku) = die | ቀዳማይ (qädamay) = eerste | ወአቀሞ (wääqämo) = en stelde het op | ውስተ (westä) = in | መካነ (mäkanä) = een plaats | ቀዳሚት (qädamit) = eerste | እንተ (entä) = die | ተጠብለለት (tätäblälät) = was opgevouwen | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አዕማደ (ämadä) = de zuilen van | ዚአሃ (ziäha) = van haar | ሐዲሳን (hädisan) = nieuw | ወስና (wäsna) = en haar sieraad | ሐዲስ (hädis) = het nieuwe | ወዐቢይ (wääbiy) = en Grote | እምቀዳሚት (emqädamit) = dan het eerste | ብሊት (belit) = oude | እንተ (entä) = die | አውጽአ (äwtsä) = had weggehaald | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አባግዕ (äbag) = schapen | ማእከላ (makäla) = het midden van Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Hagg. 2:9 en Openb. 21:2. Zie ook: Openb 21:2 **90:30** En ik zag alle schapen die waren overgebleven, en alle dieren op de aarde en alle vogels van de hemel, die vielen neer en bogen zich voor die schapen en smeekten hen en gehoorzaamden hen in elk woord. Brontekst: ወርኢክዎሙ (wärikwomu) = en ik zag hen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | አባግዕ (äbag) = schapen | እለ (elä) = die | ተርፉ (tärfu) = die overbleven | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | እንስሳ (enssa) = dieren | ዘዲበ (zädibä) = die op | ምድር (medr) = de aarde | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አዕዋፈ (äwafä) = vogels | ሰማይ (sämay) = hemel | ይወድቁ (yewädqu) = zij zullen vallen | ወይሰግዱ (wäysägdu) = en zich buigen | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | ወያስተበቊዕዎሙ (wäyastäbäqwiwomu) = en smeken hen | ወይሰምዕዎሙ (wäysämwomu) = en gehoorzamen hen | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ቃል (qal) = stem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 60:3–14. Zie ook: Jes 60:3–14 ### Henoch bij de schapen **90:31** En daarna grepen die drie, gekleed in wit, die mij eerder bij mijn hand hadden gegrepen en omhoog gebracht, mij bij mijn hand, terwijl de hand van die ram mij vasthield, en brachten mij omhoog en zetten mij neer in het midden van die schapen, voordat het oordeel plaatsvond. Brontekst: ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | እልኩ (elku) = die | ፫እለ (፫lä) = 3 die | ይለብሱ (yeläbsu) = gekleed in | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወአኀዙኒ (wääkhäzuni) = en zij grepen mij | በእዴየ (bädeyä) = bij mijn hand | እለ (elä) = die | ቀዲሙ (qädimu) = eerder | አዕረጉኒ (äräguni) = zij brachten mij omhoog | ወእዴሁ (wädehu) = en de hand van | ለውእቱ (läwtu) = die | ዳቤላ (dabela) = ram | እንዘ (enzä) = terwijl | ትእኅዘኒ (tekhzäni) = die mij vasthield | አዕረጉኒ (äräguni) = zij brachten mij omhoog | ወአንበሩኒ (wäänbäruni) = en zij zetten mij neer | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen | ለእልኩ (lälku) = van die | አባግዕ (äbag) = schapen | እንበለ (enbälä) = voordat | ትኩን (tekun) = zou zijn | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De drie in wit zijn de engelen uit 87:3; de ram is volgens de Engelse uitgave van 1912 Elia, het schaap uit 89:52. **90:32** En die schapen werden allen wit, en hun wol was overvloedig en rein. Brontekst: ወእልኩ (wälku) = en die | አባግዕ (äbag) = schapen | ኮኑ (konu) = was | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወጸጒረ (wätsägwirä) = en haar wol | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | ዐቢይ (äbiy) = grote | ወንጹሕ (wäntsuh) = en rein Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 1:18. Zie ook: Jes 1:18 **90:33** En allen die verdelgd en verstrooid waren, en alle wilde dieren en alle vogels van de hemel werden verzameld in dat huis; en Yahweh van de schapen verheugde zich met grote vreugde, omdat zij allen goed waren geworden en tot Zijn huis waren teruggekeerd. Brontekst: ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | እለ (elä) = die | ተሐጒሉ (tähägwilu) = zullen verloren gaan | ወተዘርዘሩ (wätäzärzäru) = en verstrooid waren | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | አራዊተ (ärawitä) = dieren | ገዳም (gädam) = wilde | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | አዕዋፈ (äwafä) = vogels | ሰማይ (sämay) = hemel | ተጋብኡ (tägabu) = waren verzameld | በውእቱ (bäwtu) = in die | ቤት (bet) = een huis | ወእግዚኦሙ (wägziomu) = en hun Heer | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ተፈሥሐ (täfäshä) = verheugde zich | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ፍሥሐ (feshä) = van vreugde | እስመ (esmä) = omdat | ኮኑ (konu) = was | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ኔራነ (neranä) = goed | ወገብኡ (wägäbu) = en zij keerden terug | ውስተ (westä) = in | ቤቱ (betu) = Zijn huis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Micha 4:6–7. Voetnoot Uitleg: Ook de gestorven rechtvaardigen en de verstrooide Israëlieten worden in het huis verzameld. Zie ook: Mi 4:6–7 **90:34** En ik zag totdat zij dat zwaard neerlegden dat de schapen was gegeven, en zij brachten het terug in Zijn huis en het werd verzegeld voor het aangezicht van Yahweh; en alle schapen werden in dat huis opgesloten, maar het bevatte hen niet. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | አስከብዎ (äskäbwo) = zij legden neer | ለውእቱ (läwtu) = die | ሰይፍ (säyf) = zwaard | ዘተውህበ (zätäwhbä) = dat gegeven was | ለአባግዕ (lääbag) = de schapen | ወአግብእዎ (wäägbwo) = en zij brachten het terug | ውስተ (westä) = in | ቤቱ (betu) = Zijn huis | ወኀተማ (wäkhätäma) = en verzegelde het | ቅድመ (qedmä) = voor | ገጹ (gätsu) = Zijn aangezicht | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አባግዕ (äbag) = schapen | ተዐጽዉ (täätswu) = werden opgesloten | በውእቱ (bäwtu) = in die | ቤት (bet) = een huis | ወኢያግመሮሙ (wäiyagmäromu) = en het bevatte hen niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Het zwaard van de schapen wordt verzegeld en bewaard als gedenkteken. **90:35** En hun ogen werden allen geopend, en zij zagen het goede, en er was niet één onder hen die niet zag. Brontekst: ወአዕይንቲሆሙ (wääyntihomu) = en hun ogen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ተከሥታ (täkästa) = werden geopend | ወይኔጽሩ (wäynetsru) = en zagen | ሠናየ (sänayä) = goede | ወ፩እምኔሆሙ (wä፩mnehomu) = en 1 van hen | ዘኢይሬኢ (zäiyrei) = die niet zag | አልቦ (älbo) = er was niet | በማእከሎሙ (bämakälomu) = in hun midden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 35:5. Zie ook: Jes 35:5 **90:36** En ik zag dat dat huis groot en wijd en zeer vol was. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ከመ (kämä) = dat; als | ኮነ (konä) = is | ውእቱ (wetu) = dat | ቤት (bet) = een huis | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ወርኂበ (wärkhibä) = en wijd | ወምሉእ (wämlu) = en vol | ፈድፋደ (fädfadä) = zeer Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De witte stier **90:37** En ik zag dat een witte stier werd geboren, en zijn hoorns waren groot; en alle wilde dieren en alle vogels van de hemel vreesden hem en smeekten hem te allen tijde. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ከመ (kämä) = dat; als | ተወልደ (täwäldä) = werd geboren | ፩ላህም (፩lahm) = 1 stier | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወአቅርንቲሁ (wääqrntihu) = en zijn hoorns | ዐበይት (äbäyt) = grote | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | አራዊተ (ärawitä) = dieren | ገዳም (gädam) = wilde | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | አዕዋፈ (äwafä) = vogels | ሰማይ (sämay) = hemel | ይፈርህዎ (yefärhwo) = vreesden hem | ወያስተበቊዕዎ (wäyastäbäqwiwo) = en zij smeken hem | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ጊዜ (gize) = de tijd van Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De witte stier is de Messias (zo de Engelse uitgave van 1912); hij wordt na het oordeel geboren onder de rechtvaardigen, zoals Adam in 85:3 een witte stier was. **90:38** En ik zag totdat al hun geslachten veranderd werden en zij allen witte stieren werden; en de eerste onder hen werd een woord, en dat woord werd een groot dier, en op zijn hoofd waren grote zwarte hoorns; en Yahweh van de schapen verheugde zich over hen en over alle stieren. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | እስከ (eskä) = tot | ተወለጠ (täwälätä) = werd veranderd | ኲሉ (kwilu) = alle | አዝማዲሆሙ (äzmadihomu) = hun geslachten | ወኮኑ (wäkonu) = en zij waren | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | አልህምተ (älhmtä) = stieren | ጸዓድወ (tsäadwä) = witte | ወቀዳማዊ (wäqädamawi) = en de eerste | በማእከሎሙ (bämakälomu) = in hun midden | ኮነ (konä) = is | ነገረ (nägärä) = het woord | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ነገር (nägär) = dingen | ኮነ (konä) = is | አርዌ (ärwe) = de slang | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ወቦ (wäbo) = en soms | ውስተ (westä) = in | ርእሱ (resu) = zijn hoofd | አቅርንት (äqrnt) = hoorns | ዐቢያት (äbiyat) = groot | ወጸሊማት (wätsälimat) = en zwarte | ወእግዚአ (wägziä) = en Yahweh van | አባግዕ (äbag) = schapen | ተፈሥሐ (täfäshä) = verheugde zich | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | አልህምት (älhmt) = stieren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Alle volken worden witte stieren: de oorspronkelijke gerechtigheid van Adam wordt hersteld. Voetnoot Lezing: De Ge'ez-bron heeft ‘werd een woord’ (ነገረ); de Engelse uitgave van 1912 herstelt (naar Test. Jozef 19:8–9) ‘werd een lam’, dus: ‘de eerste onder hen werd een lam, en dat lam werd een groot dier met grote zwarte hoorns’. ### Henoch ontwaakt **90:39** En ik sliep in hun midden en werd wakker en zag alles. Brontekst: ወአነ (wäänä) = en ik | ሰከብኩ (säkäbku) = ik lag | ማእከሎሙ (makälomu) = het midden van hen | ወነቃሕኩ (wänäqahku) = en ik werd wakker | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ኲሎ (kwilo) = alle Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **90:40** En dit is het gezicht dat ik zag terwijl ik sliep, en ik werd wakker en zegende Yahweh van de gerechtigheid en gaf Hem lof. Brontekst: ወዝንቱ (wäzntu) = en dit zijn | ውእቱ (wetu) = dat | ራእይ (ray) = visioen | ዘርኢኩ (zäriku) = die ik gezien had | እንዘ (enzä) = terwijl | እሰክብ (esäkb) = lag | ወነቃሕኩ (wänäqahku) = en ik werd wakker | ወባረክዎ (wäbaräkwo) = en ik zegende Hem | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወሎቱ (wälotu) = en aan Hem | ወሀብኩ (wähäbku) = ik heb gegeven | ስብሐተ (sebhätä) = de heerlijkheid van Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **90:41** En daarna weende ik met groot geween, en mijn tranen hielden niet op, totdat ik het niet meer kon verdragen; toen ik ze zag neerstromen over wat ik had gezien, want alles komt en wordt vervuld, en al het doen van de mensen, ieder in zijn deel, werd mij getoond. Brontekst: ወእምኔሁ (wämnehu) = en van haar | በከይኩ (bäkäyku) = ik weende | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ብካየ (bekayä) = met wenen | ወአንብዕየ (wäänbyä) = en mijn tranen | ኢቆመ (iqomä) = hielden niet op | እስከ (eskä) = tot | ኢክህልኩ (ikhlku) = ik kon niet | ተዕግሦተ (tägsotä) = geduld | ሶበ (sobä) = wanneer | እሬኢ (erei) = ik zie | ይወርዱ (yewärdu) = zullen neerdalen | ዲበ (dibä) = op | ዝኩ (zeku) = die | ዘርኢኩ (zäriku) = die ik gezien had | እስመ (esmä) = omdat | ኲሉ (kwilu) = alle | ይመጽእ (yemäts) = komt | ወይትፌጸም (wäytfetsäm) = en ten einde brengen | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | በበ (bäbä) = elk | ክፍሉ (keflu) = zijn deel | ምግባረ (megbarä) = de werken van | ሰብእ (säb) = mensen | ተርእየ (täryä) = is verschenen | ሊተ (litä) = voor Mij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **90:42** En in die nacht herinnerde ik mij mijn eerste droom, en om hem weende ik en werd ontsteld, omdat ik dat gezicht had gezien. Brontekst: ወበይእቲ (wäbäyti) = en op die | ሌሊት (lelit) = nacht | ተዘከርክዎ (täzäkärkwo) = ik herinnerde mij | ለሕልምየ (lählmyä) = mijn droom | ቀዳማዊ (qädamawi) = eerste | ወበእንቲአሁ (wäbäntiähu) = en om hem | በከይኩ (bäkäyku) = ik weende | ወተሀወኩ (wätähäwäku) = en ik werd ontsteld | እስመ (esmä) = omdat | ርኢኩ (reiku) = ik zag | ውእተ (wetä) = die | ራእየ (rayä) = een visioen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit sluit de tweede droom af; ‘de eerste droom’ is die van de vloed in 83:3–10. ## Henoch 91 _Henochs vermaning aan zijn kinderen; de laatste drie weken_ ### Henoch roept zijn kinderen bijeen **91:1** En nu, mijn zoon Metuselach, roep al je broers tot mij en verzamel bij mij alle zonen van je moeder; want het woord roept mij, en de geest is over mij uitgegoten, opdat ik jullie alles toon wat jullie voor altijd zal overkomen. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | ጸውዕ (tsäw) = roep | ሊተ (litä) = tot mij | ኲሎ (kwilo) = alle | አኀዊከ (äkhäwikä) = je broers | ወአስተጋብእ (wäästägab) = en verzamel | ሊተ (litä) = bij mij | ኲሎ (kwilo) = alle | ደቂቀ (däqiqä) = de zonen van | እምከ (emkä) = je moeder | እስመ (esmä) = omdat | ቃል (qal) = het woord | ይጼውዐኒ (yetsewäni) = roept mij | ወመንፈስ (wämänfäs) = en de geest | ተክዕወ (täkwä) = is uitgegoten | በላዕሌየ (bälaleyä) = over mij | ከመ (kämä) = opdat | አርእይክሙ (ärykmu) = ik jullie toon | ኲሎ (kwilo) = alles | ዘይበጽሐክሙ (zäybätshäkmu) = wat jullie zal overkomen | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 heeft de hoofdstukken herschikt tot de volgorde 92, 91:1–10 en 18–19, 93:1–10, 91:12–17, 94. Hier staat alles op zijn eigen nummer; 91:12–17 hoort volgens die uitgave na 93:10 (Zie 93:10). Voetnoot Lezing: ወይእዜኒ (‘en nu’): dit hoofdstuk is leeg in de Ge'ez-tekst van Beta Masaheft, de bron van de andere hoofdstukken. Het is gelezen van de scan van de Ethiopische uitgave van 1851 (blz. 74–75). Enkele tekens kunnen daardoor onzeker zijn; waar die uitgave afwijkt, staat dat in de noot. **91:2** En daarop ging Metuselach en riep al zijn broers tot zich en verzamelde zijn verwanten. Brontekst: ወእምኔሁ (wämnehu) = en daarna | ሖረ (horä) = ging | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | ወጸውዖሙ (wätsäwomu) = en riep hen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | አኀዊሁ (äkhäwihu) = zijn broers | ኀቤሁ (khäbehu) = tot zich | ወአስተጋብኦሙ (wäästägabomu) = en hij verzamelde hen | ለአዝማዱ (lääzmadu) = zijn verwanten | ዚአሁ (ziähu) = zijn Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Vermaning: heb de rechtschapenheid lief **91:3** En hij sprak tot alle kinderen van de gerechtigheid en zei: Hoor, zonen van Henoch, alle woorden van jullie vader, en luister goed naar de stem van mijn mond; want ik vermaan jullie en zeg tot jullie, geliefden: Heb de rechtschapenheid lief en wandel daarin. Brontekst: ወተናገሮሙ (wätänagäromu) = en hij sprak tot hen | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ውሉዱ (weludu) = zijn kinderen | ጽድቀ (tsedqä) = over de gerechtigheid | ወይቤ (wäybe) = en hij zei | ስምዑ (semu) = hoort | ደቂቀየ (däqiqäyä) = mijn zonen | ኲሎ (kwilo) = alle | ነገረ (nägärä) = het woord | አቡክሙ (äbukmu) = jullie vader | ወአፅምኡ (wäätsmu) = en luister | በርትዕ (bärt) = in rechtschapenheid | ቃለ (qalä) = de stem van | አፉየ (äfuyä) = mijn mond | እስመ (esmä) = omdat | አሰምዕ (äsäm) = ik getuig | ዲቤክሙ (dibekmu) = tot jullie | ወእነግረክሙ (wänägräkmu) = en ik spreek tot jullie | ፍቁራንየ (fequranyä) = mijn geliefden | አፍቅርዋ (äfqrwa) = bemin haar | ለርትዕ (lärt) = de rechtschapenheid | ወባቲ (wäbati) = en daarin | ሑሩ (huru) = wandel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ርትዕ (‘rechtschapenheid’): Zie 94:1. **91:4** En nader niet tot de rechtschapenheid met een dubbel hart, en verkeer niet met hen die een dubbel hart hebben, maar wandel in gerechtigheid, mijn zonen, en zij zal jullie leiden op goede paden, en de gerechtigheid zal jullie gezellin zijn. Brontekst: ወኢትቅረቡ (wäitqräbu) = en nader niet | ኀበ (khäbä) = tot | ርትዕ (ret) = rechtschapenheid | በ፪ልብ (bä፪lb) = met twee harten | ወኢትኀበሩ (wäitkhäbäru) = en verkeer niet | ምስለ (meslä) = met | እለ (elä) = hen die | በ፪ልብ (bä፪lb) = met twee harten | አላ (äla) = maar | ሑሩ (huru) = wandel | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | ደቂቀየ (däqiqäyä) = mijn zonen | ወይእቲ (wäyti) = en zij | ትመርሐክሙ (temärhäkmu) = zal jullie leiden | በፍናዋት (bäfnawat) = op wegen | ኔራት (nerat) = goede | ወጽድቅ (wätsdq) = en de gerechtigheid | ይኩን (yekun) = zal zijn | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ሱታፌ (sutafe) = metgezellin Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 12:3 en Jak. 1:8. Voetnoot Uitleg: በ፪ልብ (‘met een dubbel hart’): volgens de Engelse uitgave van 1912 mogelijk afgeleid van Sirach 1:28. ፍናዋት ኔራት (‘goede wegen’): hier zit volgens die uitgave een verwijzing naar de twee wegen; Zie 91:18–19. Zie ook: Ps 12:4; Jak 1:8 ### De zondvloed en de nieuwe groei van het kwaad **91:5** Want ik weet dat de toestand van het geweld sterk zal zijn op de aarde, en dat een grote tuchtiging op de aarde voltrokken zal worden, en dat al het onrecht ten einde zal komen: het zal van zijn wortels worden afgesneden, en heel het bouwwerk zal voorbijgaan. Brontekst: እስመ (esmä) = want | አአምር (äämr) = ik weet | ከመ (kämä) = dat | ይጸንዕ (yetsän) = zal sterk zijn | ህላዌ (helawe) = de toestand van | ግፍዕ (gef) = geweld | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወይትፈጸም (wäytfätsäm) = en zal voltrokken worden | መቅሠፍት (mäqsäft) = tuchtiging | ዐቢይ (äbiy) = grote | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወትትፈጸም (wättfätsäm) = en zal ten einde komen | ኲላ (kwila) = al het | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወትትገዘም (wättgäzäm) = en zal afgesneden worden | እምሥረዊሃ (emsräwiha) = van haar wortels | ወኲሉ (wäkwilu) = en heel | ሕንጻ (hentsa) = het bouwwerk | ይሐልፍ (yehälf) = zal voorbijgaan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:11–13. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 gaat dit vers over de zondvloed. Voetnoot Lezing: ህላዌ ግፍዕ (‘de toestand van het geweld’): die uitgave acht dit onwaarschijnlijk en leest ‘het geweld moet toenemen’. Wij volgen de Ge'ez. Zie ook: Gen 6:11–13 **91:6** En het onrecht zal opnieuw op de aarde voltooid worden, en alle werken van het onrecht en van het geweld en de overtreding zullen in dubbele mate de overhand krijgen. Brontekst: ወትደግም (wätdägm) = en zal herhaald worden | ባዕበ (babä) = opnieuw | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወትትፈጸም (wättfätsäm) = en zal voltooid worden | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ኲሉ (kwilu) = alle | ግብረ (gebrä) = het werk van | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወግብረ (wägbrä) = en de werken van | ግፍዕ (gef) = geweld | ወአበሳ (wääbäsa) = en overtreding | ካዕበተ (kabätä) = dubbel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 beschrijven vers 6–8 de nieuwe groei van het kwaad na de zondvloed, die het laatste oordeel afdwingt. ### Het oordeel over het kwaad **91:7** En wanneer onrecht en zonde en lastering en geweld groeien in allerlei werk, en afval en overtreding en onreinheid toenemen, dan zal een grote tuchtiging uit de hemel komen over dit alles, en Yahweh, de Heilige, zal uitgaan in toorn en met grote tuchtiging om oordeel te doen op de aarde. Brontekst: ወእመኒ (wämäni) = en wanneer | ትልህቅ (telhq) = groeit | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወኀጢአት (wäkhätiät) = en zonde | ወጽርፈት (wätsrfät) = en lastering | ወግፍዕ (wägf) = en geweld | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ግብር (gebr) = werk | ወትልህቅ (wätlhq) = en zal toenemen | ዕልወት (elwät) = afval | ወአበሳ (wääbäsa) = en de overtreding | ወርኵስ (wärkws) = en onreinheid | መቅሠፍት (mäqsäft) = tuchtiging | ዐቢይ (äbiy) = grote | ይከውን (yekäwn) = zal komen | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel | ዲበ (dibä) = op | እሉ (elu) = deze | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ወይወጽእ (wäywäts) = en zal uitgaan | እግዚአ (egziä) = Yahweh | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | በመዓት (bämäat) = in toorn | ወበመቅሠፍት (wäbämäqsäft) = en met tuchtiging | ዐቢይ (äbiy) = grote | ይገበር (yegäbär) = om te doen | ኲኔ (kwine) = oordeel | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: እግዚአ ቅዱስ (‘Yahweh, de Heilige’): in de gloss staat እግዚአ als Yahweh; ቅዱስ is ‘heilig’. **91:8** In die dagen zal het geweld met de wortel worden afgesneden, en de wortels van het onrecht samen met het bedrog, en zij zullen onder de hemel vernietigd worden. Brontekst: በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ትትገዘም (tetgäzäm) = zal afgesneden worden | ግፋዕ (gefa) = geweld | እምነ (emnä) = van | ሥረዊሃ (seräwiha) = haar wortels | ወአሥራወ (wääsrawä) = en de wortels van | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ምስለ (meslä) = met | ጕሕሉት (gwhlut) = bedrog | ወይትሐጕሉ (wäythägwlu) = en zij zullen vernietigd worden | እምታሕተ (emtahtä) = van onder | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **91:9** En alles zal worden overgegeven samen met de volken; de tempels zullen met vuur branden, en zij zullen hen van heel de aarde verwijderen, en zij zullen geworpen worden in het oordeel van het vuur en omkomen in toorn en in een zwaar oordeel dat voor eeuwig is. Brontekst: ወኲሉ (wäkwilu) = en alles | ይትወሀብ (yetwähäb) = zal overgegeven worden | ምስለ (meslä) = met | አሕዛብ (ähzab) = de volken | ማኅፈድ (makhfäd) = de tempels | በእሳት (bäsat) = met vuur | ትነድድ (tenädd) = zal branden | ወያወጽእዎሙ (wäyawätswomu) = en zij zullen hen verwijderen | እምኲሉ (emkwilu) = van heel | ምድር (medr) = de aarde | ወይትገደፉ (wäytgädäfu) = en zij zullen geworpen worden | በኲኔ (bäkwine) = in het oordeel van | እሳት (esat) = vuur | ወይትኀጐሉ (wäytkhägwälu) = en zullen omkomen | በመዓት (bämäat) = in toorn | ወበኲኔ (wäbäkwine) = en in een oordeel | ኀያል (khäyal) = zwaar | እንተ (entä) = dat | ለዓለም (läaläm) = voor eeuwig Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 leert dit vers de volstrekte verwerping van de heidenen; dat past niet bij de verwachting van hun bekering in vers 14, dat volgens die uitgave bij de oudere Apocalyps der Weken hoort. Voetnoot Lezing: ማኅፈድ (‘tempels’): die uitgave vertaalt ‘de afgoden van de heidenen’ en leest het begin van het vers anders. Wij volgen de Ge'ez: ‘alles zal overgegeven worden met de volken; de tempels zullen branden’. **91:10** En de rechtvaardigen zullen opstaan uit hun slaap, en de wijsheid zal opstaan en hun gegeven worden. Brontekst: ወይትነሣእ (wäytnäsa) = en zal opstaan | ጻድቅ (tsadq) = de rechtvaardige | እምንዋም (emnwam) = uit de slaap | ወይትነሣእ (wäytnäsa) = en zal opstaan | ጥበብ (tebäb) = de wijsheid | ወይትወሀብ (wäytwähäb) = en zal gegeven worden | ሎሙ (lomu) = aan hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ጻድቅ (‘de rechtvaardige’): staat in het enkelvoud als verzamelnaam. In 91–104 hebben alleen de rechtvaardigen deel aan de opstanding; Zie 51:1. Over de wijsheid: Zie 42:1–2. **91:11** En daarna zullen de wortels van het onrecht worden afgesneden, en de zondaars zullen door het zwaard omkomen; van de lasteraars zullen zij worden afgesneden op elke plaats; en zij die het geweld beramen en zij die lastering bedrijven, zullen door het zwaard omkomen. Brontekst: ወእምኔሁ (wämnehu) = en daarna | ይትገዘም (yetgäzäm) = zullen afgesneden worden | አሥራወ (äsrawä) = de wortels van | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወኃጥኣን (wäkhatan) = en de zondaars | ይትኀጐሉ (yetkhägwälu) = zullen omkomen | በሰይፍ (bäsäyf) = door het zwaard | እምጽሩፋን (emtsrufan) = van de lasteraars | ይትገዘሙ (yetgäzämu) = zullen afgesneden worden | በኲሉ (bäkwilu) = op elke | መካን (mäkan) = plaats | ወእለ (wälä) = en zij die | ይሔልዩዋ (yehelyuwa) = beramen het | ለግፍዕ (lägf) = het geweld | ወእለ (wälä) = en zij die | ይገብርዋ (yegäbrwa) = doen het | ለጽርፈት (lätsrfät) = tot lastering | ይትኀጐሉ (yetkhägwälu) = zullen omkomen | በመጥባሕት (bämätbaht) = door het zwaard Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 is dit vers een toevoeging van de eindredacteur, om de verzen 12–17 aan te sluiten nadat de bewerker ze van hun oorspronkelijke plaats had gehaald. Het past hier niet: het oordeel is in vers 7–9 al voltrokken en in vers 10 volgt al de opstanding. Voetnoot Lezing: እምጽሩፋን (‘van de lasteraars’): de tekst van die uitgave heeft hier een leemte; de Ge'ez heeft geen leemte. ### De Apocalyps der Weken: de laatste drie weken **91:12** En daarna zal er een andere week zijn, de achtste, die van de gerechtigheid; en een zwaard zal haar gegeven worden, opdat oordeel en gerechtigheid voltrokken worden over hen die onderdrukken, en de zondaars zullen overgeleverd worden in de handen van de rechtvaardigen. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | ካልእት (kalt) = een andere | ሰንበት (sänbät) = sabbat | ሳምንት (samnt) = de achtste | እንተ (entä) = die | ጽድቅ (tsedq) = van gerechtigheid | ወይትወሀብ (wäytwähäb) = en zal gegeven worden | ላቲ (lati) = voor haar | ሰይፍ (säyf) = een zwaard | ከመ (kämä) = opdat | ይትገበር (yetgäbär) = gedaan worde | ኲኔ (kwine) = oordeel | ወጽድቅ (wätsdq) = en rechtvaardig | እምእለ (emlä) = over hen die | ይግፍዑ (yegfu) = zij onderdrukken | ወይትመጠዉ (wäytmätäwu) = en zullen overgeleverd worden | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | በእደዊሆሙ (bädäwihomu) = in de handen van | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ሰንበት (‘week’): hetzelfde woord als ‘sabbat’; hier betekent het een week van jaren. Volgens de Engelse uitgave van 1912 horen de verzen 12–17 oorspronkelijk na 93:10 (Zie 93:10). De achtste week brengt het messiaanse koninkrijk; zij is ook de eerste akte van het laatste oordeel, de tijd van het zwaard (Zie 90:19): de zondaars worden in de handen van de rechtvaardigen overgeleverd. **91:13** En aan het einde ervan zullen zij huizen verwerven door hun gerechtigheid, en een huis zal gebouwd worden voor de Grote Koning, tot heerlijkheid, voor eeuwig. Brontekst: ወበተፍጻሜታ (wäbätäftsameta) = en aan het einde ervan | ይጠርዩ (yetäryu) = zullen zij verwerven | አብያተ (äbyatä) = huizen | እምጽድቀ (emtsdqä) = vanwege de gerechtigheid | ዚአሆሙ (ziähomu) = hun | ወይትሐነጽ (wäythänäts) = en zal gebouwd worden | ቤት (bet) = een huis | ለንጉሥ (längus) = voor de Koning | ዐቢይ (äbiy) = de grote | ለስብሐት (läsbhät) = tot heerlijkheid | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit huis is volgens de Engelse uitgave van 1912 in de eerste plaats de tempel en daarna Jeruzalem. **91:14** En daarna, in de negende week, zal het oordeel van de gerechtigheid geopenbaard worden aan heel de wereld, en alle werken van de goddelozen zullen van heel de aarde verdwijnen, en het zal geschreven worden voor de ondergang van de wereld, en alle mensen zullen zien op het pad van de rechtschapenheid. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | በሰንበት (bäsänbät) = in de week | ታስዕ (tas) = de negende | ባቲ (bati) = erin | ኲኔ (kwine) = het oordeel van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ትትከሠት (tetkäsät) = zal geopenbaard worden | ለኲሉ (läkwilu) = aan heel | ዓለም (aläm) = de wereld | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ተግባረ (tägbarä) = werken van | ረሲዓን (räsian) = de goddelozen | ይወጽእ (yewäts) = zal uitgaan | እምዲበ (emdibä) = van op | ኲሉ (kwilu) = alle | ምድር (medr) = de aarde | ወይጸሐፍ (wäytsähäf) = en zal geschreven worden | ለሐጕለ (lähägwlä) = voor de ondergang van | ዓለም (aläm) = de wereld | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ሰብእ (säb) = mensen | ይኔጽሩ (yenetsru) = zullen zien | ለፍኖተ (läfnotä) = op het pad van | ርትዕ (ret) = rechtvaardigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 4:3. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 kan de negende week de tijd zijn waarin het oordeel ook aan de neutrale heidense volken bekend wordt gemaakt, met het oog op hun bekering. ‘Opgeschreven voor de ondergang’ is het omgekeerde van ‘opgeschreven voor het leven’ in de Schrift. Voetnoot Lezing: ወኲሉ ሰብእ ይኔጽሩ (‘en alle mensen zullen zien’): deze regel staat hier aan het einde van het vers; die uitgave verplaatst die regel naar het einde van vers 13, omdat de strofe anders één regel te lang en de vorige te kort is. ወይጸሐፍ ለሐጕለ ዓለም (‘en het zal geschreven worden voor de ondergang van de wereld’): een deel van de handschriften heeft ‘Hij zal de ondergang van de wereld opschrijven’. Wij volgen de Ge'ez zoals de scan haar geeft. Zie ook: Jes 4:3 **91:15** En daarna, in de tiende week, in het zevende deel, is er een eeuwig oordeel, en het zal voltrokken worden aan de Wachters en de eeuwige hemel, het grote (oordeel) dat wraak oefent onder de engelen. Brontekst: ወእምድኅረ (wämdkhrä) = en na | ዝንቱ (zentu) = dit | በሰንበት (bäsänbät) = in de week | ዓሥርት (asrt) = de tiende | ፯እድ (፯d) = zeven-hand | ባቲ (bati) = daarin | ኲኔ (kwine) = oordeel | እንተ (entä) = die | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወትትገበር (wättgäbär) = en het zal voltrokken worden | እምትጉሃን (emtguhan) = aan de Wachters | ወሰማይ (wäsämay) = en de hemel | ዘለዓለም (zäläaläm) = van de eeuwigheid | ዐቢይ (äbiy) = het grote | ዘይበቍል (zäybäqwl) = dat wraak oefent | እማእከሎሙ (emakälomu) = in hun midden | ለመላእክት (lämälakt) = onder de engelen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ፯እድ (‘zeven … hand’): het teken ፯ is het cijfer zeven, gevolgd door እድ (‘hand’); de Engelse uitgave van 1912 vertaalt ‘in het zevende deel’, en zo staat het in de tekst. Volgens die uitgave eindigt de tiende week met het laatste oordeel over de Wachters. Voetnoot Lezing: ወትትገበር እምትጉሃን (‘en het zal voltrokken worden aan de Wachters’): de Ge'ez heeft hier een langere tekst, die die uitgave als glos beschouwt en weglaat (‘het zal er een eeuwig oordeel zijn waarin Hij wraak oefent onder de engelen’). Wij volgen de lange tekst. **91:16** En de eerste hemel zal uitgaan en voorbijgaan, en een nieuwe hemel zal verschijnen, en alle machten van de hemelen zullen voor altijd zevenvoudig schijnen. Brontekst: ወሰማይ (wäsämay) = en de hemel | ቀዳሚ (qädami) = eerst | ይወጽእ (yewäts) = zal uitgaan | ወይኀልፍ (wäykhälf) = en voorbijgaan | ወሰማይ (wäsämay) = en de hemel | ሐዲስ (hädis) = het nieuwe | ይትረአይ (yeträäy) = zal verschijnen | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ኃይላተ (khaylatä) = alle machten van | ሰማያት (sämayat) = de hemelen | ያበርሁ (yabärhu) = zullen schijnen | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ፯ምክዕቢተ (፯mkbitä) = zevenvoudig Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 65:17, Jes. 66:22, Ps. 102:27 en Jes. 30:26. Voetnoot Uitleg: ፯ምክዕቢተ (‘zevenvoudig’): volgens de Engelse uitgave van 1912 wordt hier wel een nieuwe hemel genoemd maar geen nieuwe aarde; over een nieuwe schepping: Zie 45:4 en 72:1. Zie ook: Ps 102:28; Jes 30:26; Jes 65:17; Jes 66:22 **91:17** En daarna zullen er vele weken zijn, zonder getal, voor altijd; in goedheid en in gerechtigheid zullen zij zijn, en de zonde zal van daar af niet meer genoemd worden, tot in eeuwigheid. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ሰንበታት (sänbätat) = sabbatten | ብዙኃት (bezukhat) = vele | እለ (elä) = die | አልቦ (älbo) = er was niet | ኍልቍ (khwlqw) = een getal | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | በኄሩት (bäkherut) = in goedheid | ወበጽድቅ (wäbätsdq) = en in gerechtigheid | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | ወኀጢአት (wäkhätiät) = en zonde | እምህየ (emhyä) = van daar af | ኢትትበሀል (ittbähäl) = zal niet genoemd worden | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: እለ አልቦ ኍልቍ (‘die geen getal hebben’): deze lezing is van de scan moeilijk met zekerheid vast te stellen. Volgens de Engelse uitgave van 1912 sluit dit vers de Apocalyps der Weken af. ### De twee wegen **91:18** En nu zeg ik jullie, mijn zonen, en toon ik jullie de paden van de gerechtigheid en de paden van het geweld; ja, ik zal ze jullie opnieuw tonen, opdat jullie weten wat er zal gebeuren. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | እብለክሙ (ebläkmu) = ik zeg tot jullie | ደቂቀየ (däqiqäyä) = mijn zonen | ወአርእየክሙ (wääryäkmu) = en ik zal jullie tonen | ፍናዋተ (fenawatä) = de wegen van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወፍናዋተ (wäfnawatä) = en de wegen van | ግፋዕኒ (gefani) = van het geweld | ወአርእየክሙ (wääryäkmu) = en ik zal jullie tonen | ካዕበ (kabä) = nogmaals | ከመ (kämä) = opdat | ታእምሩ (tamru) = jullie weten | ዘይመጽእ (zäymäts) = wat komt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **91:19** En nu, hoor naar mij, mijn zonen, en wandel op de paden van de gerechtigheid, en wandel niet op de paden van het geweld; want allen die wandelen op de paden van het onrecht zullen voor eeuwig omkomen. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ስምዑ (semu) = hoort | ደቂቀየ (däqiqäyä) = mijn zonen | ወሑሩ (wähuru) = en wandelt | በፍናዋተ (bäfnawatä) = op de wegen van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወኢትሑሩ (wäithuru) = en wandel niet | በፍናዋተ (bäfnawatä) = op de wegen van | ግፋዕ (gefa) = geweld | እስመ (esmä) = want | ይትሐጐሉ (yethägwälu) = zullen omkomen | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | እለ (elä) = die | የሐውሩ (yähäwru) = wandelen | በፍኖተ (bäfnotä) = op de weg van | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 30:15–16, Jer. 21:8 en Ps. 1:6. Voetnoot Uitleg: ፍናዋተ ጽድቅ (‘de wegen van de gerechtigheid’) en ፍናዋተ ግፋዕ (‘de wegen van het geweld’): volgens de Engelse uitgave van 1912 een van de oudste niet-bijbelse verwijzingen naar de twee wegen; het thema wordt sterk uitgewerkt in 94:1–4. Zie ook: Deut 30:15–16; Ps 1:6; Jer 21:8 ## Henoch 92 _Het begin van het boek van Henoch_ ### Opschrift **92:1** Wat geschreven is door Henoch, de schrijver van heel dit onderricht van wijsheid, geprezen door alle mensen en rechter van heel de aarde, voor al mijn kinderen die op de aarde wonen en voor de latere geslachten die rechtschapenheid en vrede doen. Brontekst: ዘተጽሕፈ (zätätshfä) = wat geschreven is | እምሄኖክ (emhenok) = door Henoch | ጸሓፊ (tsähafi) = de schrijver | ዝኲሉ (zekwilu) = dit alles | ትምህርተ (temhrtä) = onderricht van | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ሰብእ (säb) = mensen | ስቡሕ (sebuh) = heerlijk | ወመኰንነ (wämäkwännä) = en de bevelhebbers van | ኲሉ (kwilu) = alle | ምድር (medr) = de aarde | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | ውሉድየ (weludyä) = mijn kinderen | እለ (elä) = die | የኀድሩ (yäkhädru) = zij wonen | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወለትውልድ (wälätwld) = en voor het geslacht | ደኀራውያን (däkhärawyan) = latere | እለ (elä) = die | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ርትዐ (retä) = rechtschapenheid | ወሰላመ (wäsälamä) = en vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: In de volgorde van die uitgave staat dit hoofdstuk vóór hoofdstuk 91. Voetnoot Lezing: De Engelse uitgave van 1912 zet de woorden ‘de schrijver van heel dit onderricht van wijsheid, geprezen door alle mensen en rechter van heel de aarde’ tussen haken als een latere toevoeging. ### Troost voor de rechtvaardigen **92:2** Laat jullie geest niet bedroefd zijn om de tijden, want de Heilige en Grote heeft aan alles dagen gegeven. Brontekst: እትኅዝን (etkhzn) = laat niet bedroefd zijn | መንፈስክሙ (mänfäskmu) = jullie geest | በአዝማን (bääzman) = in tijden | እስመ (esmä) = omdat | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ወሀበ (wähäbä) = heeft gegeven | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ዐቢይ (äbiy) = grote | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **92:3** En de rechtvaardige zal opstaan uit de slaap, hij zal opstaan en wandelen op de weg van de gerechtigheid, en heel zijn weg en zijn wandel zal zijn in goedheid en eeuwige genade. Brontekst: ወይትነሣእ (wäytnäsa) = en klimt omhoog | ጻድቅ (tsadq) = rechtvaardig | እምንዋም (emnwam) = uit de slaap | ይትነሣእ (yetnäsa) = komt op | ወየኀልፍ (wäyäkhälf) = en gaat voorbij | በፍኖተ (bäfnotä) = op de weg van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ፍኖቱ (fenotu) = zijn weg | ወምኋሪሁ (wämkhwarihu) = en zijn wandel | ዘበኂሩት (zäbäkhirut) = in goedheid | ወበሣህል (wäbäsahl) = en in genade | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 12:2. Zie ook: Dan 12:2 **92:4** Hij zal de rechtvaardige genadig zijn en aan hem eeuwige rechtschapenheid geven, en Hij zal macht geven, en hij zal zijn in goedheid en gerechtigheid, en hij zal wandelen in eeuwig licht. Brontekst: ይሠሀሎ (yesähälo) = Hij zal genadig zijn | ለጻድቅ (lätsadq) = van de Rechtvaardige | ወሎቱ (wälotu) = en aan Hem | ይሁብ (yehub) = geeft | ርትዐ (retä) = rechtschapenheid | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | ወይሁብ (wäyhub) = en zij geven | ሥልጣነ (seltanä) = macht | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | በኂሩት (bäkhirut) = in goedheid | ወበጽድቅ (wäbätsdq) = en in gerechtigheid | ወየሐውር (wäyähäwr) = en gaat | በብርሃን (bäbrhan) = in licht | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **92:5** En de zonde zal in duisternis vergaan tot in eeuwigheid, en zal van die dag af niet meer gezien worden, tot in eeuwigheid. Brontekst: ወኀጢአት (wäkhätiät) = en zonde | በጽልመት (bätslmät) = in duisternis | ትትሐጐል (tethägwäl) = zal verloren gaan | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወኢትትረአይ (wäitträäy) = en zal niet gezien worden | እንከ (enkä) = dan | እምይእቲ (emyti) = van dat | ዕለት (elät) = dag | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 93 _De Apocalyps der Weken: de eerste zeven weken_ ### Henoch spreekt uit de boeken **93:1** En daarna begon Henoch te spreken uit de boeken. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ኮነ (konä) = is | ሄኖክ (henok) = Henoch | ወአኀዘ (wääkhäzä) = en hij begon | ይትናገር (yetnagär) = spreken | እመ (emä) = als | ጻሕፍት (tsahft) = boeken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ኮነ (‘werd’) is in dit vers bedorven; de Engelse uitgave van 1912 zet een kruis bij het woord en leest ‘gaf’. Wij hebben het niet vertaald. **93:2** En Henoch zei: Over de kinderen van de gerechtigheid en over de uitverkorenen van de wereld en over de plant van gerechtigheid en rechtschapenheid, daarover zeg ik tot jullie en maak ik jullie bekend, mijn kinderen, ik, Henoch, naar wat mij verscheen uit het gezicht van de hemel en wat ik gekend heb uit het woord van de heilige engelen en wat ik geleerd heb uit de tafelen van de hemel. Brontekst: ወይቤ (wäybe) = en Hij zei | ሄኖክ (henok) = Henoch | በእንተ (bäntä) = over | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወበእንተ (wäbäntä) = en over | ኅሩያነ (kheruyanä) = de uitverkorenen | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወበእንተ (wäbäntä) = en over | ተክለ (täklä) = de plant van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወርትዕ (wärt) = en waarheid | እሎንተ (elontä) = deze | እብለክሙ (ebläkmu) = ik zeg jullie | ወአየድዐክሙ (wääyädäkmu) = en ik maak jullie bekend | ደቂቅየ (däqiqyä) = mijn kinderen | አነ (änä) = ik | ውእቱ (wetu) = dat | ሄኖክ (henok) = Henoch | በዘአስተርአየኒ (bäzäästäräyäni) = in wat mij verscheen | እምራእየ (emrayä) = uit het gezicht van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወእምቃለ (wämqalä) = en uit het woord van | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | መላእክት (mälakt) = de engelen | አእመርኩ (ämärku) = ik leerde kennen | ወእምጸፍጸፈ (wämtsäftsäfä) = en uit de tafelen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ለበውኩ (läbäwku) = heb ik geleerd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De eerste week **93:3** En Henoch begon opnieuw te spreken uit de boeken en zei: Ik ben als zevende geboren in de eerste week, toen oordeel en gerechtigheid nog standhielden. Brontekst: ወአኀዘ (wääkhäzä) = en hij begon | እንከ (enkä) = dan | ይትናገር (yetnagär) = spreken | ሄኖክ (henok) = Henoch | እመጻሕፍት (emätsahft) = uit de boeken | ወይቤ (wäybe) = en Hij zei | አነ (änä) = ik | ሳብዕ (sab) = zevende | ተወለድኩ (täwälädku) = ik werd geboren | በቀዳሚት (bäqädamit) = in de eerste | ሰንበት (sänbät) = sabbat | እስከ (eskä) = tot | አመ (ämä) = in de dagen van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ወጽድቅ (wätsdq) = en gerechtigheid | ተዐገሠ (täägäsä) = hield stand Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:18–24 en Judas 14. Voetnoot Uitleg: ሰንበት is letterlijk ‘sabbat’, hier ‘week’: een tijdvak van de wereldgeschiedenis, geen week van zeven dagen (zie ook 79:2). Henoch is volgens Genesis de zevende vanaf Adam. Zie ook: Gen 5:18–24 ### De tweede week **93:4** En na mij zal in de tweede week grote boosheid opstaan, en bedrog is opgekomen; en daarin zal het eerste einde zijn; en daarin zal een man gered worden; en nadat het is voleindigd, zal het onrecht groeien, en Hij zal een wet maken voor de zondaars. Brontekst: ወትቀውም (wätqäwm) = en zal opstaan | እምድኅሬየ (emdkhreyä) = na mij | በካልእት (bäkalt) = in de tweede | ሰንበት (sänbät) = sabbat | ዐባይ (äbay) = grote | እኪት (ekit) = het kwaad | ወጒሕሉት (wägwihlut) = en bedrog | በቈለት (bäqwälät) = is opgekomen | ወባቲ (wäbati) = en daarin | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | ፍጻሜ (fetsame) = het einde | ቀዳሚት (qädamit) = eerste | ወባቲ (wäbati) = en daarin | ይድኅን (yedkhn) = wordt gered | ብእሲ (besi) = een man | ወእምድኅረ (wämdkhrä) = en na | ተፈጸመ (täfätsämä) = was voltooid | ትልህቅ (telhq) = zal groeien | ዐመጻ (ämätsa) = onrecht | ወሥርዐተ (wäsrätä) = en een wet | ይገብር (yegäbr) = zal Hij maken | ለኃጥአን (läkhatän) = voor de zondaars Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:11–13 en Gen. 6:18. Voetnoot Uitleg: De man die gered wordt is Noach; de wet voor de zondaars wijst volgens de Engelse uitgave van 1912 naar het verbond met Noach. Zie ook: Gen 6:11–13; Gen 6:18 ### De derde week **93:5** En daarna, in de derde week, aan het einde ervan, zal een man worden uitgekozen als plant van het rechtvaardige oordeel, en na hem zal de plant van de gerechtigheid komen tot in eeuwigheid. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | በሣልስት (bäsalst) = in de derde | ሰንበት (sänbät) = sabbat | በተፍጻሜታ (bätäftsameta) = aan het einde ervan | ይትኀረይ (yetkhäräy) = wordt uitgekozen | ብእሲ (besi) = een man | ለተክለ (lätäklä) = als een plant van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወእምድኅሬሁ (wämdkhrehu) = en na hem | ይመጽእ (yemäts) = komt | ተክለ (täklä) = de plant van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 12:1–3. Voetnoot Uitleg: De uitgekozen man is Abraham. Zie ook: Gen 12:1–3 ### De vierde week **93:6** En daarna, in de vierde week, aan het einde ervan, zullen visioenen van heiligen en rechtvaardigen gezien worden, en een wet voor geslacht na geslacht, en een omheining zal voor hen gemaakt worden. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | በራብዕት (bärabt) = in de vierde | ሰንበት (sänbät) = sabbat | በተፍጻሜታ (bätäftsameta) = aan het einde ervan | ራእያተ (rayatä) = de visioenen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወጻድቃን (wätsadqan) = en rechtvaardigen | ይትረአዩ (yeträäyu) = worden gezien | ወሥርዐት (wäsrät) = en een wet | ለትውልደ (lätwldä) = van geslacht | ትውልድ (tewld) = generatie | ወዐጸድ (wäätsäd) = en een omheining | ይትገበር (yetgäbär) = geschiedt | ሎሙ (lomu) = voor hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ex. 19–20. Voetnoot Uitleg: De wet is die van de Sinaï; de omheining wijst volgens de Engelse uitgave van 1912 op de inname van het land. ### De vijfde week **93:7** En daarna, in de vijfde week, aan het einde ervan, zal een huis van heerlijkheid en koningschap gebouwd worden tot in eeuwigheid. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | በሰንበት (bäsänbät) = in de week | ኃምስ (khams) = vijfde | በተፍጻሜታ (bätäftsameta) = aan het einde ervan | ቤተ (betä) = het huis van | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ወመንግሥት (wämängst) = en hoe het koninkrijk | ይትሐነጽ (yethänäts) = wordt gebouwd | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Kon. 8:10–11. Voetnoot Uitleg: Het huis is de tempel van Salomo. Zie ook: 1 Kon 8:10–11 ### De zesde week **93:8** En daarna, in de zesde week, zullen allen die daarin zijn verblind worden, en hun hart zal de wijsheid vergeten; en daarin zal een man opstijgen; en aan het einde ervan zal het huis van het koningschap met vuur verbrand worden, en heel het geslacht van de uitverkoren wortel zal verstrooid worden. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | በሳድስት (bäsadst) = in de zesde | ሰንበት (sänbät) = sabbat | እለ (elä) = die | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | ውስቴታ (westeta) = daarin | ጽሉላን (tselulan) = verblind | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ወይትረሳዕ (wäyträsa) = en wordt vergeten | ልቦሙ (lebomu) = hun hart | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | እምጥበብ (emtbäb) = van de wijsheid | ወባቲ (wäbati) = en daarin | የዐርግ (yäärg) = steeg op | ብእሲ (besi) = een man | ወበተፍጻሜታ (wäbätäftsameta) = en aan het einde ervan | ይውዒ (yewi) = hij brandt | ቤተ (betä) = het huis van | መንግሥት (mängst) = het koningschap | በእሳት (bäsat) = van vuur | ወባቲ (wäbati) = en daarin | ይዘረው (yezäräw) = wordt verstrooid | ኲሉ (kwilu) = alle | ዘመደ (zämädä) = het geslacht van | ሥርው (serw) = wortels | ኅሩይ (kheruy) = de Uitverkorene Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 2 Kon. 2:11 en 2 Kon. 25:9. Voetnoot Uitleg: De man die opstijgt is Elia (vergelijk 89:52); het verbranden van het huis is de verwoesting van de tempel. Zie ook: 2 Kon 2:11; 2 Kon 25:9 ### De zevende week **93:9** En daarna, in de zevende week, zal een afvallig geslacht opstaan, en vele zullen zijn werken zijn, en al zijn werken zullen afvallig zijn. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | በሳብዕ (bäsab) = in de zevende | ሰንበት (sänbät) = sabbat | ትትነሣእ (tetnäsa) = zal opstaan | ትውልድ (tewld) = generatie | ዕሉት (elut) = afvallig | ወብዙኅ (wäbzukh) = en veel | ምግባራቲሃ (megbaratiha) = haar werken | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ምግባራቲሃ (megbaratiha) = haar werken | ዕልወት (elwät) = afvallig Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **93:10** En aan het einde ervan zullen de uitverkoren rechtvaardigen uit de eeuwige plant van de gerechtigheid beloond worden; hun zal zevenvoudig onderricht gegeven worden over heel Zijn schepping. Brontekst: ወበተፍጻሜታ (wäbätäftsameta) = en aan het einde ervan | ይትዐሰዩ (yetäsäyu) = worden beloond | ኅሩያን (kheruyan) = de uitverkorenen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | እምተክለ (emtäklä) = uit de plant van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ዘለዓለም (zäläaläm) = eeuwige | እለ (elä) = die | ይትወሀብ (yetwähäb) = zal gegeven worden | ሎሙ (lomu) = voor hen | ፯ምክዕቢታተ (፯mkbitatä) = 7 voudig | ትምህርት (temhrt) = onderricht | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle | ፍጥረተ (feträtä) = de schepping | ዚአሁ (ziähu) = ervan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ሰንበት (‘week’): de laatste drie weken (de achtste tot en met de tiende) staan bij de Engelse uitgave van 1912 na dit vers, in 91:12–17; Zie 91:12–17. Voetnoot Lezing: ይትዐሰዩ (‘worden beloond’): enkele handschriften lezen ‘worden uitgekozen’; die uitgave volgt de laatste lezing. ### Wie kan Yahweh doorgronden? **93:11** Want wie is er van alle mensenkinderen die de stem van de Heilige kan horen en niet ontsteld wordt? En wie kan Zijn gedachten denken? En wie kan al het werk van de hemel aanschouwen? Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | መኑ (mänu) = wie | ውእቱ (wetu) = dat | ኲሉ (kwilu) = alle | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰብእ (säb) = mensen | ዘይክል (zäykl) = zal kunnen | ሰሚዐ (sämiä) = te horen | ቃሎ (qalo) = Zijn stem | ለቅዱስ (läqdus) = de Heilige | ወኢይትሀወክ (wäiythäwäk) = en niet beroerd wordt | ወመኑ (wämänu) = en wie | ዘይክል (zäykl) = zal kunnen | ከመ (kämä) = dat; als | የሐሊ (yähäli) = bedenken kan | ሕሊናሁ (helinahu) = Zijn gedachten | ወመኑ (wämänu) = en wie | ዘይክል (zäykl) = zal kunnen | ነጽሮታ (nätsrota) = naar haar te kijken | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle | ምግባረ (megbarä) = de werken van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 29:3–9 en Job 37:4–5. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 beschouwt de verzen 11–14 als niet passend in dit gedeelte; zij horen eerder bij het Boek van de hemelse lichten. Zie ook: Job 37:4–5; Ps 29:3–9 **93:12** En wat is er dat het werk van de hemel kan begrijpen, en een ziel of een geest kan zien, en kan spreken, of opstijgen, en alle hun einden zien en over hen denken, of doen zoals zij? Brontekst: ወምንት (wämnt) = en wat | ውእቱ (wetu) = dat | ዘይክል (zäykl) = zal kunnen | አእምሮ (ämro) = kennis | ግብረ (gebrä) = het werk van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወከመ (wäkämä) = en dat | ይርአይ (yeräy) = zien | ነፍሶ (näfso) = een ziel | ወእመ (wämä) = en of | አኮ (äko) = niet | መንፈሶ (mänfäso) = een geest | ወይክል (wäykl) = en kan | ነጊረ (nägirä) = spreken | ወእመ (wämä) = en of | አኮ (äko) = niet | ዐሪገ (ärigä) = opstijgen | ወይሬኢ (wäyrei) = en hij ziet | ኲሎ (kwilo) = alle | አክናፊሆሙ (äknafihomu) = hun einden | ወይሔዮሙ (wäyheyomu) = en over hen te denken | ወእመ (wämä) = en of | አኮ (äko) = niet | ይገብር (yegäbr) = zal Hij maken | ከማሆሙ (kämahomu) = zoals zij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Spr. 30:4. Zie ook: Spr 30:4 **93:13** En wie is er van alle mensen die kan weten hoe breed en hoe lang de aarde is, en aan wie is de maat van hen allen getoond? Brontekst: ወመኑ (wämänu) = en wie | ውእቱ (wetu) = dat | ኲሉ (kwilu) = alle | ብእሲ (besi) = een man | ዘይክል (zäykl) = zal kunnen | አእምሮተ (ämrotä) = inzicht | እፎ (efo) = hoe | ውእቱ (wetu) = dat | ራኅባ (rakhba) = breedte | ወኑኃ (wänukha) = en de lengte | ለምድር (lämdr) = de aarde | ወለመኑ (wälämänu) = en aan wie | ተርእየ (täryä) = is verschenen | አምጣነ (ämtanä) = maten | ኲሎሙ (kwilomu) = allen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Job 38:4–5. Zie ook: Job 38:4–5 **93:14** Of is er iemand die de lengte van de hemel kan begrijpen, en hoe hoog zij is, en waarop zij gegrond is, en hoe groot het getal van de sterren is, en waar alle lichten rusten? Brontekst: ወእመ (wämä) = en of | ቦቱ (botu) = daaraan | ኲሉ (kwilu) = alle | ብእሲ (besi) = een man | ዘይክል (zäykl) = zal kunnen | አእምሮተ (ämrotä) = inzicht | ኑኃ (nukha) = lengte | ለሰማይ (läsämay) = de hemel | ወእፎ (wäfo) = en hoe | ውእቱ (wetu) = dat | ልዕልናሃ (lelnaha) = haar hoogte | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ምንት (ment) = waarom | ጸንዐት (tsänät) = gegrond is | ወሚመጠን (wämimätän) = en hoe groot | ውእቱ (wetu) = dat | ኊልቆሙ (khwilqomu) = hun getal | ለከዋክብት (läkäwakbt) = van de sterren | ወበአይቴ (wäbääyte) = en waar | የዐርፉ (yäärfu) = rusten | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ብርሃናት (berhanat) = de lichten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jer. 31:37 en Job 11:7–9. Voetnoot Uitleg: De Ge'ez-tekst van 93 bevat alleen de eerste zeven weken; de laatste drie weken staan in hoofdstuk 91:12–17 van de Engelse uitgave van 1912. Zie ook: Job 11:7–9; Jer 31:37 ## Henoch 94 _Vermaningen en eerste wee-roepen_ ### Het pad van de gerechtigheid **94:1** En nu zeg ik jullie, mijn kinderen: bemin de gerechtigheid en wandel daarin, want de wegen van de gerechtigheid zijn het waard aanvaard te worden, en de wegen van het onrecht zullen snel vergaan en verminderen. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | እብለክሙ (ebläkmu) = ik zeg jullie | ደቂቅየ (däqiqyä) = mijn kinderen | አፍቅርዋ (äfqrwa) = bemin haar | ለጽድቅ (lätsdq) = de gerechtigheid | ወባቲ (wäbati) = en daarin | ሑሩ (huru) = wandelt | እስመ (esmä) = omdat | ፍናዋተ (fenawatä) = wegen | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ይደሉ (yedälu) = het betaamt | ይትወከፍዎሙ (yetwäkäfwomu) = aan te nemen | ወፍናዋተ (wäfnawatä) = en wegen | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ፍጡነ (fetunä) = snel | ይትሐጐሉ (yethägwälu) = zij omkomen | ወየሐፅፁ (wäyähätstsu) = en zullen vergaan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 30:15–19 en Ps. 1:6. Voetnoot Uitleg: De ‘twee wegen’ keren door heel de Brief terug. Zie ook: Deut 30:15–19; Ps 1:6 **94:2** En aan zekere mensen uit een geslacht zullen de wegen van geweld en dood worden onthuld, en zij zullen ver van hen blijven en hen niet volgen. Brontekst: ወለሰብእ (wäläsäb) = en aan de mensen | እሙራን (emuran) = bepaalde | እምትውልድ (emtwld) = van het geslacht | ይትከሠቱ (yetkäsätu) = worden onthuld | ፍናዋተ (fenawatä) = wegen | ግፍዕ (gef) = geweld | ወሞት (wämot) = en de dood | ወይርኅቁ (wäyrkhqu) = en blijven ver | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ወኢይተልውዎሙ (wäiytälwwomu) = en volgen hen niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **94:3** En nu zeg ik tot jullie, de rechtvaardigen: wandel niet op de boze weg en niet in geweld en niet op de wegen van de dood, en kom hen niet nabij, opdat jullie niet omkomen. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እብል (ebl) = zeggend | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ኢትሑሩ (ithuru) = wandelt niet | በፍኖት (bäfnot) = op het pad | እኩይ (ekuy) = kwaad | ወግፍዕ (wägf) = en onrecht | ወኢበፍናዋተ (wäibäfnawatä) = en niet op de wegen van | ሞት (mot) = dood | ወኢትቅረብ (wäitqräb) = en nadert niet | ኀቤሆሙ (khäbehomu) = tot hen | ከመ (kämä) = dat; als | እትትሐጐሉ (etthägwälu) = opdat jullie niet omkomen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **94:4** Maar verlang en kies voor jullie gerechtigheid en een uitgekozen leven, en wandel op de wegen van de vrede, opdat jullie leven en welvaren. Brontekst: አላ (äla) = maar | ፍቅዱ (feqdu) = verlangt | ወኅረዩ (wäkhräyu) = en kiest | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ጽድቀ (tsedqä) = gerechtigheid | ወሕይወተ (wähywätä) = en een leven | ኅሪተ (kheritä) = uitgekozen | ወሑሩ (wähuru) = en wandelt | በፍናዋተ (bäfnawatä) = op de wegen van | ሰላም (sälam) = vrede | ከመ (kämä) = dat; als | ትሕየዉ (tehyäwu) = opdat jullie leven | ወትደለዉ (wätdäläwu) = en welvaren Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **94:5** En houd vast aan de gedachte van jullie hart en laat mijn woord niet uit jullie hart uitgewist worden, want ik weet dat de zondaars de mensen zullen verleiden om kwade wijsheid te doen; en geen plaats zal voor haar gevonden worden, en geen verzoeking zal verminderen. Brontekst: ወትእኅዙ (wätkhzu) = en houdt vast | በሕሊና (bählina) = aan de gedachte van | ልብክሙ (lebkmu) = jullie hart | ወኢይደምሰስ (wäiydämsäs) = en laat niet uitgewist worden | ነገርየ (nägäryä) = mijn woorden | እምልብክሙ (emlbkmu) = uit jullie hart | እስመ (esmä) = omdat | አአምር (äämr) = ik weet | ከመ (kämä) = dat; als | ያሜክርዎሙ (yamekrwomu) = verleiden | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ለሰብእ (läsäb) = de mensen | ከመ (kämä) = dat; als | ይግበሩ (yegbäru) = dat zij doen | ጥበበ (tebäbä) = wijsheid | እኩየ (ekuyä) = boze | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | መካን (mäkan) = plaats | ኢይትረከብ (iyträkäb) = zal niet gevonden worden | ላቲ (lati) = voor haar | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | መከራ (mäkära) = verzoeking | ኢየሐፅፅ (iyähätsts) = zal niet verminderen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Wee over de onrechtvaardigen **94:6** Wee hun die het onrecht en het geweld bouwen en het bedrog grondvesten, want snel zullen zij worden omvergeworpen en zij zullen geen vrede hebben. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ሎሙ (lomu) = voor hen | ለእለ (lälä) = van hen die | የሐንጽዋ (yähäntswa) = bouwen haar | ለዐመፃ (läämätsa) = het onrecht | ወለግፍዕ (wälägf) = en geweld | ወይሳርርዋ (wäysarrwa) = en leggen haar grondslag voor | ለጒሕሉት (lägwihlut) = het bedrog | እስመ (esmä) = omdat | ፍጡነ (fetunä) = snel | ይትነሠቱ (yetnäsätu) = worden omvergeworpen | ወአልቦሙ (wäälbomu) = en zij hadden niet | ሰላም (sälam) = vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Hab. 2:12. Zie ook: Hab 2:12 **94:7** Wee hun die hun huizen bouwen in zonde, want uit al hun fundamenten zullen zij worden omvergeworpen en door het zwaard vallen; en zij die goud en zilver vergaren, zullen snel in het oordeel omkomen. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ሎሙ (lomu) = voor hen | ለእለ (lälä) = van hen die | የሐንጹ (yähäntsu) = te bouwen | አብያቶሙ (äbyatomu) = hun huizen | በኀጢአት (bäkhätiät) = in zonde | እስመ (esmä) = omdat | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | መሰረቶሙ (mäsärätomu) = hun fundamenten | ይትነሠቱ (yetnäsätu) = worden omvergeworpen | ወበሰይፍ (wäbäsäyf) = en door het zwaard | ይወድቁ (yewädqu) = zij zullen vallen | ወእለ (wälä) = en wier | ያጠርይዎ (yatärywo) = vergaren | ለወርቅ (läwärq) = goud | ወለብሩር (wäläbrur) = en zilver | በኲነኔ (bäkwinäne) = in het oordeel | ፍጡነ (fetunä) = snel | ይትሐጐሉ (yethägwälu) = zij omkomen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jer. 22:13. Zie ook: Jer 22:13 ### Wee over de rijken **94:8** Wee jullie, rijken, want op jullie rijkdom hebben jullie vertrouwd, en van jullie rijkdom zullen jullie uitgaan, want aan de Allerhoogste hebben jullie niet gedacht in de dagen van jullie rijkdom. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | አብዕልት (äblt) = rijken | እስመ (esmä) = omdat | ዲበ (dibä) = op | ብዕልክሙ (belkmu) = jullie rijkdom | ተወከልክሙ (täwäkälkmu) = jullie vertrouwen | ወእምነ (wämnä) = en uit | ብዕልክሙ (belkmu) = jullie rijkdom | ትወጽኡ (tewätsu) = jullie zullen uitgaan | እስመ (esmä) = omdat | ለልዑል (lälul) = de Allerhoogste | ኢተዘከርክምዎ (itäzäkärkmwo) = jullie dachten niet aan Hem | በመዋዕለ (bämäwalä) = in de dagen van | ብዕልክሙ (belkmu) = jullie rijkdom Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Luc. 6:24 en Jak. 5:1–3. Zie ook: Luc 6:24; Jak 5:1–3 **94:9** Jullie hebben haar gemaakt tot lastering en onrecht en jullie zijn bereid geworden voor de dag van het bloedvergieten en voor de dag van duisternis en voor de dag van het grote oordeel. Brontekst: ገበርክምዋ (gäbärkmwa) = jullie makenen haar | ለጽርፈት (lätsrfät) = tot lastering | ወለዐመፃ (wäläämätsa) = en onrecht | ወድልዋነ (wädlwanä) = en bereid | ኮንክሙ (konkmu) = jullie waren | ለዕለተ (lälätä) = voor de dag van | ክዕወተ (kewätä) = vergieten van | ደም (däm) = bloed | ወለዕለተ (wälälätä) = en voor de dag van | ጽልመት (tselmät) = duisternis | ወለዕለተ (wälälätä) = en voor de dag van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዐባይ (äbay) = grote Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jak. 5:5. Zie ook: Jak 5:5 **94:10** Zo zeg ik en maak ik jullie bekend: Hij die jullie geschapen heeft, zal jullie verstoten, en over jullie val zal geen ontferming zijn, en jullie Schepper zal zich verheugen over jullie verdelging. Brontekst: ከመዝ (kämäz) = zo | እብል (ebl) = zeggend | አነ (änä) = ik | ወአየድዐክሙ (wääyädäkmu) = en ik maak jullie bekend | ከመ (kämä) = dat; als | ይገፈትዐክሙ (yegäfätäkmu) = Hij jullie verstoot | ዘፈጠረክሙ (zäfätäräkmu) = die jullie geschapen heeft | ወዲበ (wädibä) = en tegen | ድቀትክሙ (deqätkmu) = jullie val | ኢይከውን (iykäwn) = zal niet zijn | ምሕረት (mehrät) = barmhartigheid | ወፈጣሪክሙ (wäfätarikmu) = en jullie Schepper | ይትፌሣሕ (yetfesah) = verheugt zich | በሐጒልክሙ (bähägwilkmu) = over jullie verdelging Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **94:11** En jullie rechtvaardigen zullen in die dagen een afkeer zijn voor de zondaars en de goddelozen. Brontekst: ወጻድቃነ (wätsadqanä) = en de rechtvaardigen | ዚአክሙ (ziäkmu) = jullie | በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | ጽእለተ (tselätä) = een afkeer | ለኃጥኣን (läkhatan) = over de zondaars | ወለረሲዓን (wäläräsian) = en voor de goddelozen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 95 _Henochs klacht en de eerste wee-roepen_ ### Henochs klacht **95:1** Wie zal mij mijn ogen geven, dat zij een wolk van water zijn, opdat ik over jullie kon wenen en mijn tranen kon uitstorten als een wolk van water, en rust kon vinden van het verdriet van mijn hart. Brontekst: መኑ (mänu) = wie | ይሁበኒ (yehubäni) = zal mij geven | አዕይንትየ (äyntyä) = mijn ogen | ከመ (kämä) = dat; als | ይኩና (yekuna) = zij zouden zijn | ደመና (dämäna) = een wolk | ማይ (may) = water | ወእብኪ (wäbki) = en ik zou wenen | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | ወእክዐው (wäkäw) = en ik zou uitstorten | አንብዕየ (änbyä) = mijn tranen | ከመ (kämä) = dat; als | ደመና (dämäna) = een wolk | ማይ (may) = water | ወአዕርፍ (wäärf) = en ik zou rusten | እምኀዘነ (emkhäzänä) = van het verdriet van | ልብየ (lebyä) = mijn hart Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jer. 9:1. Voetnoot Lezing: ደመና ማይ (‘een wolk van water’): de Engelse uitgave van 1912 vindt ‘wolk’ in de eerste regel onmogelijk en vermoedt een bron van water, naar Jer. 9:1 (‘een fontein van tranen’). Zie ook: Jer 8:23 **95:2** Wie heeft jullie gegeven dat jullie smaad en kwaad zouden doen? En het oordeel zal jullie treffen, zondaars. Brontekst: መኑ (mänu) = wie | ወሀበክሙ (wähäbäkmu) = heeft jullie gegeven | ከመ (kämä) = dat; als | ትግበሩ (tegbäru) = dat jullie doen | ጽልዐ (tselä) = smaad | ወእከየ (wäkäyä) = en kwaad | ወይርከብክሙ (wäyrkäbkmu) = en het zal jullie treffen | ለኃጥኣን (läkhatan) = zondaars | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: መኑ ወሀበክሙ (‘wie heeft jullie gegeven’): de Engelse uitgave van 1912 denkt aan een Hebreeuws aandoende wens, ‘och, waren jullie tot smaad en kwaad geworden, en trof het oordeel jullie’; wij volgen de Ge'ez-tekst zoals zij er staat. ### De rechtvaardigen vrezen niet **95:3** Vrees niet voor de zondaars, rechtvaardigen, want Yahweh zal hen opnieuw in jullie handen overleveren, opdat jullie over hen oordeel uitvoeren naar jullie wil. Brontekst: ኢትፍርሁ (itfrhu) = vrees niet | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | እምኃጥአን (emkhatän) = voor de zondaars | እስመ (esmä) = omdat | ካዕበ (kabä) = wederom | ያገብኦሙ (yagäbomu) = zal Hij overleveren | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | ውስተ (westä) = in | እዴክሙ (edekmu) = jullie hand | ከመ (kämä) = dat; als | ትግበሩ (tegbäru) = dat jullie doen | ላዕሌሆሙ (lalehomu) = over hen | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | በከመ (bäkämä) = zoals | ፈቀድክሙ (fäqädkmu) = jullie wilden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 denkt hier aan de overwinningen van de Makkabeeën: de tijd van de macht van de rechtvaardigen is nabij. ### De eerste wee-roepen **95:4** Wee jullie die vervloekingen uitspreken die niet ongedaan gemaakt kunnen worden: genezing is ver van jullie vanwege jullie zonden. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ታወግዙ (tawägzu) = jullie uitspreken | ግዘታተ (gezätatä) = vervloekingen | ከመ (kämä) = dat; als | ኢትፍትሑ (itfthu) = jullie kunnen niet ongedaan maken | ወፈውስ (wäfäws) = en genezing | ርኁቅ (rekhuq) = ver | እምኔክሙ (emnekmu) = van jullie | በእንተ (bäntä) = over | ኀጢአተ (khätiätä) = zonde | ዚአክሙ (ziäkmu) = jullie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 ziet hier toverkunst en bezweringen die niet ongedaan gemaakt kunnen worden. **95:5** Wee jullie die je naaste kwaad met kwaad vergelden, want jullie zullen vergolden worden naar jullie werken. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ትፈድዩ (tefädyu) = jullie vergelden | እኩየ (ekuyä) = kwaad | ለቢጽክሙ (läbitskmu) = aan jullie naaste | እስመ (esmä) = omdat | ትትፈደዩ (tetfädäyu) = jullie zullen vergolden worden | በከመ (bäkämä) = zoals | ምግባሪክሙ (megbarikmu) = jullie werken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Spr. 17:13, Spr. 20:22 en Rom. 12:17. Zie ook: Spr 17:13; Spr 20:22; Rom 12:17 **95:6** Wee jullie, valse getuigen, en hen die het onrecht afwegen, want snel zullen jullie omkomen. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ለሰማዕታተ (läsämatatä) = voor getuigen van | ሐሰት (häsät) = leugen | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ይደልውዋ (yedälwwa) = die afwegen | ለዐመፃ (läämätsa) = het onrecht | እስመ (esmä) = omdat | ፍጡነ (fetunä) = snel | ትትሐጐሉ (tethägwälu) = jullie zullen omkomen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ይደልውዋ (‘die afwegen’): de Engelse uitgave van 1912 vertaalt ‘die onrecht afwegen’, dus onrechtvaardige rechters, en noemt de uitdrukking vreemd. **95:7** Wee jullie, zondaars, want jullie vervolgen de rechtvaardigen; want jullie zullen overgeleverd en vervolgd worden, jullie die het onrecht toebehoren, en hun juk zal zwaar op jullie drukken. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ለኃጥኣን (läkhatan) = zondaars | እስመ (esmä) = omdat | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ትሰድድዎሙ (tesäddwomu) = jullie vervolgen hen | እስመ (esmä) = omdat | አንትሙ (äntmu) = jullie | ትትሜጠዉ (tetmetäwu) = jullie zullen overgeleverd worden | ወትሰደዱ (wätsädädu) = en jullie zullen vervolgd worden | እለ (elä) = die | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወይጸንዕ (wäytsän) = en zal zwaar zijn | በላዕሌክሙ (bälalekmu) = op jullie | አርኡተ (ärutä) = het juk van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: አርኡተ (‘het juk van’): wij lezen ‘juk’, zoals de Engelse uitgave van 1912; de hoofdtekst daarvan heeft ‘zijn juk’ (van het onrecht), de Beta-tekst ‘hun juk’. ## Henoch 96 _Hoop voor de rechtvaardigen, wee over de zondaars_ ### Hoop voor de rechtvaardigen **96:1** Heb hoop, rechtvaardigen, want snel zullen de zondaars voor jullie aangezicht omkomen, en jullie zullen macht over hen hebben, naar jullie wil. Brontekst: ተሰፈዉ (täsäfäwu) = hoop | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | እስመ (esmä) = omdat | ፍጡነ (fetunä) = snel | ይትሐጐሉ (yethägwälu) = zij omkomen | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | እም (em) = van | ቅድሜክሙ (qedmekmu) = voor jullie | ወሥልጣን (wäsltan) = en macht | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ዲቤሆሙ (dibehomu) = tegen hen | በከመ (bäkämä) = zoals | ፈቀድክሙ (fäqädkmu) = jullie wilden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **96:2** En op de dag van de benauwdheid van de zondaars zullen jullie jongen opstijgen en opstaan als arenden, en jullie schuilplaats zal hoger zijn dan die van de gieren; en jullie zullen opklimmen en binnengaan in de spleten van de aarde en in de kloven van de rots, voor altijd, als klipdassen voor de onrechtvaardigen; en de sirenen zullen over jullie zuchten en wenen. Brontekst: ወበዕለተ (wäbälätä) = en op de dag van | ምንዳቤሆሙ (mendabehomu) = hun benauwdheid | ለኃጥኣን (läkhatan) = over de zondaars | ይትሌዐሉ (yetleälu) = zij zullen opstijgen | ወይትነሥኡ (wäytnäsu) = en opstaan | ከመ (kämä) = dat; als | አንስርት (änsrt) = arenden | እጒለ (egwilä) = de jongen van | ዚአክሙ (ziäkmu) = jullie | ወፈድፋደ (wäfädfadä) = en bovenal | እምነ (emnä) = meer dan | አውስት (äwst) = gieren | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ምጽላሊክሙ (metslalikmu) = jullie schuilplaats | ወተዐርጉ (wätäärgu) = en jullie zullen opklimmen | ወትበውኡ (wätbäwu) = en jullie zullen binnengaan | በንድለታተ (bändlätatä) = in de spleten van | ምድር (medr) = de aarde | ወበንቅዐታተ (wäbänqätatä) = en in de kloven van | ኰኲሕ (kwäkwih) = de rots | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ከመ (kämä) = dat; als | ግሔ (gehe) = klipdassen | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ዐማፅያን (ämatsyan) = de onrechtvaardigen | ወይንዕኩ (wäynku) = en zij zullen zuchten | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | ወይበክዩ (wäybäkyu) = en zij zullen wenen | ከመ (kämä) = dat; als | ጼዴናታት (tsedenatat) = sirenen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 40:31, Jer. 49:16 en Jes. 2:19–21. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 beschouwt dit vers (misschien met uitzondering van de eerste drie regels) als een latere toevoeging: het is onwaarschijnlijk dat de rechtvaardigen zich op de dag van het oordeel moeten verbergen. Voetnoot Lezing: ምጽላሊክሙ (‘jullie schuilplaats’): die uitgave vertaalt ‘jullie nest’. ግሔ (‘klipdassen’) en ጼዴናታት (‘sirenen’): de Ethiopische bijbelvertaling geeft het Griekse σειρῆνες met hetzelfde woord weer; of het sirenen of saters zijn, is onzeker. Zie ook: Jes 2:19–21; Jes 40:31; Jer 49:16 **96:3** En jullie dan, vrees niet, jullie die lijden, want er zal genezing voor jullie zijn en een stralend licht zal voor jullie schijnen, en de stem van de rust zullen jullie horen uit de hemel. Brontekst: ወአንትሙሰ (wääntmusä) = en jullie | ኢትፍርሁ (itfrhu) = vrees niet | እለ (elä) = die | ሐመምክሙ (hämämkmu) = jullie ziek zijn | እስመ (esmä) = omdat | ፈውስ (fäws) = genezing | ይከውነክሙ (yekäwnäkmu) = er zal zijn voor jullie | ወብርሃን (wäbrhan) = en licht | ብሩህ (beruh) = stralende | ያበርህ (yabärh) = schijnt | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ወቃለ (wäqalä) = en de stem van | ዕረፍት (eräft) = rust | ትሰምዑ (tesämu) = jullie zullen horen | እምሰማይ (emsämay) = uit de hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Wee over de rijke zondaars **96:4** Wee jullie, zondaars, want jullie rijkdom doet jullie op rechtvaardigen lijken, maar jullie hart beschuldigt jullie dat jullie zondaars zijn; en dit woord zal een getuige tegen jullie zijn, tot gedachtenis aan jullie kwade daden. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | እስመ (esmä) = omdat | ብዕክሙ (bekmu) = jullie rijkdom | ያመስለክሙ (yamäsläkmu) = doet jullie lijken | ጻድቃነ (tsadqanä) = rechtvaardig | ወልብክሙ (wälbkmu) = en jullie hart | ይዘልፈክሙ (yezälfäkmu) = berispt jullie | ከመ (kämä) = dat; als | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | አንትሙ (äntmu) = jullie | ወዝንቱ (wäzntu) = en dit | ነገር (nägär) = woord | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | ሰማዕተ (sämatä) = een getuige | ለተዝካረ (lätäzkarä) = tot gedachtenis van | እከያት (ekäyat) = kwade daden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 legt uit dat rijke zondaars hun rijkdom als bewijs van hun rechtvaardigheid konden aanvoeren, want volgens de leer van het Oude Testament was voorspoed een teken van rechtvaardigheid. **96:5** Wee jullie die het vet van de tarwe eten en de kracht van de wortel van de bron drinken en de nederigen vertrappen met jullie macht. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ትበልዑ (tebälu) = jullie eten | ሥብሐ (sebhä) = het vette van | ስርናይ (sernay) = de tarwe | ወትሰትዩ (wätsätyu) = en jullie drinken | ኀይለ (khäylä) = de kracht van | ሥርወ (serwä) = de wortel van | ነቅዕ (näq) = een bron | ወትከይድዎሙ (wätkäydwomu) = en jullie vertrappen hen | ለትሑታን (läthutan) = de nederigen | በኀይልክሙ (bäkhäylkmu) = met jullie macht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 81:17, Ps. 147:14 en Amos 6:6. Voetnoot Lezing: ኀይለ ሥርወ ነቅዕ (‘de kracht van de wortel van de bron’): de Engelse uitgave van 1912 houdt dit voor bedorven en leest ‘wijn in grote schalen’, naar Amos 6:6. Zie ook: Ps 81:18; Ps 147:14; Amos 6:6 **96:6** Wee jullie die altijd water drinken, want snel zullen jullie vergolden worden en verteerd worden en verdorren, omdat jullie de bron van het leven hebben verlaten. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ትሰትዩ (tesätyu) = jullie drinken | ማየ (mayä) = water | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ጊዜ (gize) = tijd | እስመ (esmä) = omdat | ፍጡነ (fetunä) = snel | ትትፈደዩ (tetfädäyu) = jullie zullen vergolden worden | ወትትዌድኡ (wättwedu) = en jullie zullen verteerd worden | ወትየብሱ (wätyäbsu) = en jullie zullen verdorren | እስመ (esmä) = omdat | ኀደግሙ (khädägmu) = jullie hebben verlaten | ነቅዐ (näqä) = een bron van | ሕይወት (heywät) = het leven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jer. 2:13 en Ps. 36:10. Voetnoot Lezing: ማየ በኲሉ ጊዜ (‘water altijd’): de Engelse uitgave van 1912 leest ‘water uit elke bron’. Zie ook: Ps 36:11; Jer 2:13 **96:7** Wee jullie die onrecht en bedrog en lastering plegen: het zal een gedenkteken tegen jullie zijn, ten kwade. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ትገብሩ (tegäbru) = jullie doen | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ወጒሕሉተ (wägwihlutä) = en bedrog | ወጽርፈተ (wätsrfätä) = en lastering | ተዝካረ (täzkarä) = een gedenkschrift van | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | ለእከይ (läkäy) = ten kwade Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### De dag van de ondergang **96:8** Wee jullie, machtigen, die met kracht de rechtvaardige neerslaan, want de dag van jullie ondergang komt. In die dagen zullen vele en goede dagen komen voor de rechtvaardigen, op de dag van jullie oordeel. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ኀያላን (khäyalan) = machtigen | እለ (elä) = die | በኀይል (bäkhäyl) = met kracht | ትኰርዕዎ (tekwärwo) = jullie slaan hem | ለጻድቅ (lätsadq) = de rechtvaardige | እስመ (esmä) = omdat | ትመጽእ (temäts) = komt | ዕለተ (elätä) = de dag van | ኀጒልክሙ (khägwilkmu) = jullie ondergang | በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይመጽኣ (yemätsa) = komen | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | መዋዕል (mäwal) = dagen | ብዙኃት (bezukhat) = vele | ወኄራት (wäkherat) = en goede | በዕለተ (bälätä) = op de dag van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዚአክሙ (ziäkmu) = jullie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 denkt hier aan het tijdelijke messiaanse rijk, waarin de dan levende rechtvaardigen delen. ## Henoch 97 _Het lot van de rijke zondaars_ ### Schande voor de zondaars **97:1** Geloof, rechtvaardigen, dat de zondaars tot schande zullen worden en zullen omkomen op de dag van het onrecht. Brontekst: ተአመኑ (täämänu) = gelooft | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | እስመ (esmä) = omdat | ለጽእለት (lätslät) = tot schande | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ወይትኀጐሉ (wäytkhägwälu) = en zullen omkomen | በዕለተ (bälätä) = op de dag van | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **97:2** Het zij jullie bekend dat de Allerhoogste aan jullie ondergang denkt, en dat de engelen zich verheugen over jullie ondergang. Brontekst: እሙረ (emurä) = bekend | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እስመ (esmä) = omdat | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ይዜከር (yezekär) = gedenkt | ሐጒለክሙ (hägwiläkmu) = jullie verderf | ወይትፌሥሑ (wäytfeshu) = en zullen zich verheugen | መላእክት (mälakt) = de engelen | ዲበ (dibä) = op | ሐጒለ (hägwilä) = het verderf van | ዚአክሙ (ziäkmu) = jullie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **97:3** Wat zullen jullie doen, zondaars, en waarheen zullen jullie vluchten op die dag van het oordeel, wanneer jullie de stem van het gebed van de rechtvaardigen horen? Brontekst: ምንተ (mentä) = wat | ትግበሩ (tegbäru) = dat jullie doen | ሀለወክሙ (häläwäkmu) = jullie staan te | ኀጥኣን (khätan) = zondaars | ወአይቴ (wääyte) = en waar | ትጐይዩ (tegwäyyu) = jullie zullen vluchten | በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | እንተ (entä) = die | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ሶበ (sobä) = wanneer | ትሰምዑ (tesämu) = jullie zullen horen | ቃለ (qalä) = de stem van | ጸሎቶሙ (tsälotomu) = hun gebed | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **97:4** En jullie zullen niet zijn zoals zij, jullie tegen wie dit woord een getuige zal zijn: Jullie zijn deelgenoten van de zondaars geweest. Brontekst: ወአንትሙ (wääntmu) = en jullie | ኢትከውኑ (itkäwnu) = jullie zullen niet zijn | ከማሆሙ (kämahomu) = zoals zij | እለ (elä) = die | ሰማዕተ (sämatä) = een getuige | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | ዝንቱ (zentu) = dit | ነገር (nägär) = woord | ሱቱፋነ (sutufanä) = deelgenoten | ኮንክሙ (konkmu) = jullie waren | ለኃጥኣን (läkhatan) = van de zondaars Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 ziet in het woord ‘Jullie zijn deelgenoten van de zondaars geweest’ een sterke uiting van de farizese plicht om zich van de onrechtvaardigen af te scheiden. Voetnoot Lezing: ኢትከውኑ ከማሆሙ (‘jullie zullen niet zijn zoals zij’): de hoofdtekst van die uitgave heeft ‘jullie zullen aan hen gelijk zijn’; de Beta-tekst volgt de handschriften met ‘niet’. **97:5** En in die dagen zal het gebed van de rechtvaardigen tot Yahweh komen, en voor jullie zullen de dagen van jullie oordeel aanbreken. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ትበጽሕ (tebätsh) = bereikt | ጸሎቶሙ (tsälotomu) = hun gebed | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ኀበ (khäbä) = waar | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ወለክሙ (wäläkmu) = en voor jullie | ይበጽሕ (yebätsh) = reikt | መዋዕለ (mäwalä) = dagen | ኲነኔክሙ (kwinänekmu) = jullie oordeel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 6:9–10. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 wijst erop dat het roepen van de rechtvaardigen om wraak ook elders in het boek voorkomt, bijvoorbeeld in 47:2. Zie ook: Openb 6:9–10 **97:6** En heel het woord van jullie onrecht zal worden voorgelezen voor de Grote en Heilige, en jullie gelaat zal beschaamd worden, en elk werk dat op onrecht gegrond is, zal verworpen worden. Brontekst: ወይትነበብ (wäytnäbäb) = en zal gelezen worden | ኲሉ (kwilu) = alle | ነገረ (nägärä) = het woord | ዐመፃክሙ (ämätsakmu) = jullie onrecht | ቅድመ (qedmä) = voor | ዐቢይ (äbiy) = grote | ወቅዱስ (wäqdus) = en heilig | ወይትኀፈር (wäytkhäfär) = en zal beschaamd worden | ገጽክሙ (gätskmu) = jullie gelaat | ወይትገደፍ (wäytgädäf) = en zal verworpen worden | ኲሉ (kwilu) = alle | ተግባር (tägbar) = werk | ዘጸንዐ (zätsänä) = dat gegrond is | በዐመፃ (bäämätsa) = in onrecht Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Matt. 12:36. Voetnoot Uitleg: Het voorlezen gebeurt uit de boeken van de gedachtenis van de kwade daden; zie 47:3. Zie ook: Mat 12:36 ### Wee over de rijken **97:7** Wee jullie, zondaars, die midden op de zee en op het land zijn, wier gedachtenis kwaad is tegen jullie. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | እለ (elä) = die | ማእከለ (makälä) = tussen | ባሕር (bahr) = zee | ወዲበ (wädibä) = en op | የብስ (yäbs) = het land | እለ (elä) = die | ዝክሮሙ (zekromu) = hun gedachtenis | እኩይ (ekuy) = kwaad | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ‘Midden op de zee en op het land’ betekent volgens de Engelse uitgave van 1912: overal. **97:8** Wee jullie die zilver en goud verwerven, niet in gerechtigheid, en zeggen: Wij zijn rijk geworden met rijkdom en hebben bezit en hebben alles verworven wat wij wilden. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ታጠርዩ (tatäryu) = jullie vergaren | ብሩረ (berurä) = zilver | ወወርቀ (wäwärqä) = en goud | ዘኢኮነ (zäikonä) = dat niet is | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | ወትብሉ (wätblu) = en jullie zeggen | ብዕልነ (belnä) = wij zijn rijk geworden | ብዕለ (belä) = met rijkdom | ወኮነ (wäkonä) = en is geworden | ለነ (länä) = voor ons | ንዋይ (neway) = bezittingen | ወአጥረይነ (wääträynä) = en wij hebben verworven | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘፈቀድነ (zäfäqädnä) = wat wij wilden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Luc. 12:16–19. Zie ook: Luc 12:16–19 **97:9** En nu, laten wij doen wat wij van plan waren, want wij hebben zilver verzameld en onze schatkamers gevuld, en talrijk als water zijn de landarbeiders van onze huizen. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ንግበር (negbär) = laten wij doen | ዘሐለይነ (zähäläynä) = wat wij van plan waren | እስመ (esmä) = omdat | ብሩረ (berurä) = zilver | አስተጋባእነ (ästägabanä) = wij hebben verzameld | ወመላእነ (wämälanä) = en wij hebben gevuld | መዛግብቲነ (mäzagbtinä) = onze schatkamers | ወከመ (wäkämä) = en als | ማይ (may) = water | ብዙኅ (bezukh) = vele | ሐረስተ (härästä) = de landarbeiders van | አብያቲነ (äbyatinä) = onze huizen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ከመ ማይ (‘als water’): de Engelse uitgave van 1912 voegt ‘als water’ bij de volle schuren, de Beta-tekst bij de vele landarbeiders; wij volgen de Beta-tekst. **97:10** En als water zal jullie leugen wegvloeien, want rijkdom zal bij jullie niet blijven, maar snel van jullie opstijgen, want alles hebben jullie in onrecht verworven; en jullie zullen aan een grote vervloeking prijsgegeven worden. Brontekst: ወከመ (wäkämä) = en als | ማይ (may) = water | ይውኅዝ (yewkhz) = vloeit weg | ሐሰትክሙ (häsätkmu) = jullie leugen | እስመ (esmä) = omdat | ኢይነብር (iynäbr) = blijft niet | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ብዕል (bel) = rijkdom | አላ (äla) = maar | ፍጡነ (fetunä) = snel | የዐርግ (yäärg) = stijgt op | እምኔክሙ (emnekmu) = van jullie | እስመ (esmä) = omdat | ኲሎ (kwilo) = alle | በዐመፃ (bäämätsa) = in onrecht | አጥረይክሙ (äträykmu) = jullie hebben verworven | ወአንትሙ (wääntmu) = en jullie | ለመርገም (lämärgäm) = tot vervloeking | ዐቢይ (äbiy) = grote | ትትወሀብ (tetwähäb) = jullie zullen prijsgegeven worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Spr. 23:5. Voetnoot Uitleg: ‘Jullie leugen’ is wat jullie ten onrechte vertrouwen: de rijkdom (zo de Engelse uitgave van 1912). Zie ook: Spr 23:5 ## Henoch 98 _De zonde is mensenwerk; alles wordt opgeschreven_ ### Henoch zweert **98:1** En nu zweer ik jullie, wijzen en dwazen, dat jullie veel zullen zien op de aarde. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | አነ (änä) = ik | እምሕል (emhl) = ik zweer | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ለጠቢባን (lätäbiban) = aan de wijzen | ወለአብዳን (wälääbdan) = en aan de dwazen | እስመ (esmä) = omdat | ብዙኀ (bezukhä) = veel | ትሬእዩ (tereyu) = jullie zullen zien | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 begint hier een nieuwe afdeling (98–102:3), vol wee-roepen over de zondaars; de dwazen worden daarin aangesproken, de wijzen in 102:4–104. **98:2** Want jullie, mannen, zullen meer sieraden aandoen dan vrouwen, en gekleurde kleding meer dan een maagd, in koningschap en in grootheid en in macht, en in zilver en goud en purper en eer en spijzen; als water zullen zij worden uitgegoten. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ሥነ (senä) = sieraden | ትወድዩ (tewädyu) = jullie zullen aandoen | ላዕሌክሙ (lalekmu) = over jullie | አንትሙ (äntmu) = jullie | ዕደው (edäw) = mannen | ፈድፋደ (fädfadä) = meer | እምአንስት (emänst) = dan vrouwen | ወኅብረ (wäkhbrä) = en gekleurde kleding | ፈድፋደ (fädfadä) = meer | እምድንግል (emdngl) = dan een maagd | በመንግሥት (bämängst) = in koningschap | ወበዕበይ (wäbäbäy) = en in grootheid | ወበሥልጣን (wäbäsltan) = en in macht | ወበብሩር (wäbäbrur) = en in zilver | ወወርቅ (wäwärq) = en goud | ወሜላት (wämelat) = en purper | ወክብር (wäkbr) = en eer | ወመባልዕት (wämäbalt) = en spijzen | ከመ (kämä) = dat; als | ማይ (may) = water | ይትከዐዉ (yetkääwu) = zij zullen uitgegoten worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 22:15. Zie ook: Ps 22:16 **98:3** Daarom hebben zij geen onderricht en geen wijsheid, en daardoor zullen zij tezamen omkomen met hun bezittingen en met heel hun heerlijkheid en eer; en in schande en in slachting en in grote nood zal hun geest in de oven van vuur geworpen worden. Brontekst: በእንተዝ (bäntäz) = hierom | ትምህርት (temhrt) = onderricht | ወጥበብ (wätbäb) = en wijsheid | አልቦሙ (älbomu) = zij hebben niet | ወቦቱ (wäbotu) = en daarin | ይትሐጐሉ (yethägwälu) = zij omkomen | ኅቡረ (kheburä) = tezamen | ምስለ (meslä) = met | ንዋያቲሆሙ (newayatihomu) = hun bezittingen | ወምስለ (wämslä) = en met | ኲሉ (kwilu) = alle | ስብሐቶሙ (sebhätomu) = hun heerlijkheid | ወክብሮሙ (wäkbromu) = en hun eer | ወበጽእለት (wäbätslät) = en in schande | ወበቀትል (wäbäqätl) = en in slachting | ወበንዴት (wäbändet) = en in grote nood | ዐቢይ (äbiy) = grote | ትትወደይ (tetwädäy) = zal geworpen worden | መንፈሶሙ (mänfäsomu) = hun geest | ውስተ (westä) = in | እቶነ (etonä) = de oven van | እሳት (esat) = vuur Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Matt. 13:42. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 ziet in ‘de oven van vuur’ de uiteindelijke plaats van straf, waarheen de geesten van de goddelozen worden geworpen. Zie ook: Mat 13:42 ### De zonde is mensenwerk **98:4** Ik heb jullie gezworen, zondaars: zoals een berg geen slaaf is geworden en een heuvel geen dienares van een vrouw zal worden, zo is ook de zonde niet op de aarde gezonden, maar de mensen hebben haar uit zichzelf geschapen; en onder een grote vervloeking zullen zij komen die haar hebben gedaan. Brontekst: መሐልኩ (mähälku) = ik heb gezworen | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ከመ (kämä) = dat; als | ኢኮነ (ikonä) = is niet geworden | ደብር (däbr) = de berg | ገብረ (gäbrä) = tot slaaf | ወኢይከውን (wäiykäwn) = en het zal niet zijn | ወኢወግር (wäiwägr) = en een heuvel niet | ለብእሲት (läbsit) = van een vrouw | አመተ (ämätä) = dienares | ከመዝ (kämäz) = zo | ኀጢአትኒ (khätiätni) = ook de zonde | ኢተፈነወት (itäfänäwät) = is niet gezonden | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | አላ (äla) = maar | ሰብእ (säb) = mensen | እምርእሶሙ (emrsomu) = uit zichzelf | ፈጠርዋ (fätärwa) = hebben haar geschapen | ወለመርገም (wälämärgäm) = en ten vloek | ዐቢይ (äbiy) = grote | ይከውኑ (yekäwnu) = zullen zijn | እለ (elä) = die | ገብርዋ (gäbrwa) = hebben haar gedaan Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit vers stelt dat de mens de zonde zelf heeft voortgebracht; zie 10:8, waar alle zonde aan Azazel wordt toegeschreven. De Engelse uitgave van 1912 wijst erop dat in het Hebreeuws ‘berg’ mannelijk en ‘heuvel’ vrouwelijk is, zodat het paar slaaf en dienares past. **98:5** En onvruchtbaarheid is de vrouw niet gegeven, maar om het werk van haar handen sterft zij zonder kinderen. Brontekst: ወምክነት (wämknät) = en onvruchtbaarheid | ለብእሲት (läbsit) = aan de vrouw | ኢተውህበት (itäwhbät) = is niet gegeven | አላ (äla) = maar | በእንተ (bäntä) = over | ግብረ (gebrä) = het werk van | እደዊሃ (edäwiha) = haar handen | ትመውት (temäwt) = sterft | ዘእንበለ (zänbälä) = zonder | ውሉድ (welud) = kinderen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Alles wordt opgeschreven **98:6** Ik heb jullie gezworen, zondaars, bij de Heilige en Grote, dat al jullie werk kwaad is, onthuld in de hemelen, en dat er in jullie geen werk van geweld is dat bedekt of verborgen is. Brontekst: መሐልኩ (mähälku) = ik heb gezworen | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | በቅዱስ (bäqdus) = bij de Heilige | ወዐቢይ (wääbiy) = en Grote | እስመ (esmä) = omdat | ኲሉ (kwilu) = alle | ግብርክሙ (gebrkmu) = jullie werk | እኩይ (ekuy) = kwaad | ክሡት (kesut) = onthuld | ውእቱ (wetu) = dat | በሰማያት (bäsämayat) = in de hemelen | ወአልብክሙ (wäälbkmu) = en jullie hebben niet | ግብረ (gebrä) = het werk van | ግፍዕ (gef) = geweld | ክዱን (kedun) = bedekt | ወኢኅቡእ (wäikhbu) = en niet verborgen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **98:7** En verbeeld jullie niet in jullie geest en zeg niet in jullie hart dat jullie niet weten en niet zien dat elke zonde elke dag in de hemel wordt opgeschreven voor het aangezicht van de Allerhoogste. Brontekst: ወኢታምስሉ (wäitamslu) = en verbeeld jullie niet | በመንፈስክሙ (bämänfäskmu) = in jullie geest | ወኢትበሉ (wäitbälu) = en zeg niet | በልብክሙ (bälbkmu) = in jullie hart | እስመ (esmä) = omdat | ኢታአምሩ (itaämru) = jullie weten niet | ወኢትሬእዩ (wäitreyu) = en jullie zien niet | ኲሎ (kwilo) = alle | ኀጢአተ (khätiätä) = zonde | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | ይጸሐፍ (yetsähäf) = wordt geschreven | ሀሎ (hälo) = is | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ዕለት (elät) = dag | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem | ለልዑል (lälul) = de Allerhoogste Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Job 22:13–14. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 ziet in de verzen 6–8 een weerlegging van de gedachte dat Elohim zich niet bekommert om de daden van de mensen. Voetnoot Lezing: ወኢታምስሉ (‘en verbeeld jullie niet’): die uitgave vertaalt ‘denk niet’. Zie ook: Job 22:13–14 **98:8** Van nu af weten jullie dat al jullie geweld dat jullie plegen, elke dag wordt opgeschreven tot de dag van jullie oordeel. Brontekst: እምይእዜ (emyze) = van nu af | ተአምሩ (täämru) = jullie weten | እስመ (esmä) = omdat | ኲሉ (kwilu) = alle | ግፍዕክሙ (gefkmu) = jullie geweld | ዘትገፍዑ (zätgäfu) = dat jullie pleegt | ይጸሐፍ (yetsähäf) = wordt geschreven | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ዕለት (elät) = dag | እስከ (eskä) = tot | ዕለተ (elätä) = de dag van | ኲነኔክሙ (kwinänekmu) = jullie oordeel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ‘Van nu af’ wijst volgens de Engelse uitgave van 1912 op de bekendmaking van Henochs boek in latere tijd. ### Wee over dwazen en hardvochtigen **98:9** Wee jullie, dwazen, want jullie zullen omkomen door jullie dwaasheid, en naar de wijzen luisteren jullie niet, en het goede zal jullie niet te beurt vallen. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | አብዳን (äbdan) = dwazen | እስመ (esmä) = omdat | ትትሐጐሉ (tethägwälu) = jullie zullen omkomen | በእበድክሙ (bäbädkmu) = in jullie dwaasheid | ወለጠቢባን (wälätäbiban) = en aan wijzen | እትሰምዕዎሙ (etsämwomu) = jullie luisteren niet naar hen | ወሠናይ (wäsänay) = en het goede | ኢይረክበክሙ (iyräkbäkmu) = zal jullie niet te beurt vallen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: እትሰምዕዎሙ (‘jullie luisteren niet naar hen’): de hoofdtekst van de Engelse uitgave van 1912 heeft ‘jullie overtreden tegen de wijzen’; ‘niet luisteren naar’ staat in enkele handschriften. **98:10** En nu, weet dat jullie gereed zijn voor de dag van de verwoesting. En hoop niet te leven, zondaars, maar jullie zullen heengaan en sterven, want jullie kennen geen losprijs, want jullie zijn gereed gemaakt voor de dag van het grote oordeel, voor de dag van benauwdheid en grote schade voor jullie geest. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | አእምሩ (ämru) = weet | ከመ (kämä) = dat; als | ድልዋን (delwan) = bereid | አንትሙ (äntmu) = jullie | ለዕለተ (lälätä) = voor de dag van | ሐጒል (hägwil) = verwoesting | ወኢትሰፈዉ (wäitsäfäwu) = en hoop niet | ከመ (kämä) = dat; als | ተሐይዉ (tähäywu) = dat jullie zullen leven | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | አላ (äla) = maar | ተሐውሩ (tähäwru) = jullie zullen heengaan | ወትመውቱ (wätmäwtu) = en jullie zullen sterven | እስመ (esmä) = omdat | ኢተአምሩ (itäämru) = jullie kent niet | ቤዛ (beza) = losprijs | እስመ (esmä) = omdat | ተደለውክሙ (tädäläwkmu) = jullie zijn gereed | ለዕለተ (lälätä) = voor de dag van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዐባይ (äbay) = grote | ወለዕለተ (wälälätä) = en voor de dag van | ምንዳቤ (mendabe) = benauwdheid | ወኀሳር (wäkhäsar) = en verlies | ዐቢይ (äbiy) = grote | ለመንፈስክሙ (lämänfäskmu) = voor jullie geest Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 49:8–9. Zie ook: Ps 49:9–10 **98:11** Wee jullie, hard van hart, die kwaad doen en bloed eten. Waar komt het vandaan dat jullie van het goede eten en drinken en verzadigd worden? Van al het goede dat onze Heer, de Allerhoogste, in overvloed op de aarde heeft gegeven; en jullie hebben geen vrede. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ግዙፋነ (gezufanä) = hard van | ልብ (leb) = hart | እለ (elä) = die | ትገብሩ (tegäbru) = jullie doen | እኩየ (ekuyä) = boze | ወትበልዑ (wätbälu) = en jullie eten | ደመ (dämä) = bloed | እምአይቴ (emäyte) = vanwaar | አንትሙ (äntmu) = jullie | ትበልዑ (tebälu) = jullie eten | በሠናይ (bäsänay) = van het goede | ወትሰትዩ (wätsätyu) = en jullie drinken | ወትጸግብ (wättsägb) = en jullie worden verzadigd | እስመ (esmä) = omdat | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ሠናይ (sänay) = goeds | ዘአፈድፈደ (zääfädfädä) = die in overvloed gaf | እግዚእነ (egzinä) = onze Heer | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወአልብክሙ (wäälbkmu) = en jullie hebben niet | ሰላም (sälam) = vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 9:4, Lev. 17:10–14 en Hand. 15:20. Zie ook: Gen 9:4; Lev 17:10–14; Hand 15:20 **98:12** Wee jullie die de werken van het onrecht liefhebben: waarom hopen jullie op het goede voor jullie? Weet dat jullie in de handen van de rechtvaardigen overgeleverd zult worden, en zij zullen jullie de nek afsnijden en jullie doden, en zij zullen jullie niet sparen. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ታፈቅርዋ (tafäqrwa) = jullie beminnen | ለግብረ (lägbrä) = het werk van | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ለምንት (lämnt) = waarom | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ትሴፈውዋ (tesefäwwa) = jullie hopen op | ለሠናይት (läsänayt) = het goede | አእምፉ (ämfu) = weet | ከመ (kämä) = dat; als | ሀለወክሙ (häläwäkmu) = jullie staan te | ትትወሀቡ (tetwähäbu) = jullie zullen overgeleverd worden | በእዴሆሙ (bädehomu) = in hun handen | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ወይመትሩ (wäymätru) = en zij zullen afsnijden | ክሣውዲክሙ (kesawdikmu) = jullie nekken | ወይቀትሉክሙ (wäyqätlukmu) = en zij zullen jullie doden | ወኢይምሕሩክሙ (wäiymhrukmu) = en zij zullen jullie niet sparen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: አእምፉ (‘weet’): waarschijnlijk een schrijffout voor አእምሩ, zoals in vers 10. **98:13** Wee jullie die je verheugen over de benauwdheid van de rechtvaardigen, want er zal voor jullie geen graf gegraven worden. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ትትፌሥሑ (tetfeshu) = jullie verheugen zich | በምንዳቤሆሙ (bämndabehomu) = over hun benauwdheid | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | እስመ (esmä) = omdat | መቃብር (mäqabr) = een graf | ኢይትከረይ (iytkäräy) = zal niet gegraven worden | ለክሙ (läkmu) = voor jullie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jer. 22:19. Zie ook: Jer 22:19 **98:14** Wee jullie die het woord van de rechtvaardigen krachteloos maken, want er zal voor jullie geen hoop op leven zijn. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ታበጥሉ (tabätlu) = jullie maken krachteloos | ነገረ (nägärä) = het woord | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | እስመ (esmä) = omdat | ኢይከውን (iykäwn) = zal niet zijn | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ተስፋ (täsfa) = de hoop | ሕይወት (heywät) = het leven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **98:15** Wee jullie die woorden van leugen en woorden van goddelozen schrijven, want zij schrijven hun leugens, opdat men ze hoort en de dwaasheid niet vergeet; en zij zullen geen vrede hebben, maar snel de dood sterven. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ትጽሕፉ (tetshfu) = jullie schrijft | ነገረ (nägärä) = het woord | ሐሰት (häsät) = leugen | ወነገረ (wänägärä) = en het woord van | ረሲዓን (räsian) = goddelozen | እስመ (esmä) = omdat | ውእቶሙ (wetomu) = dat zijn | ይጽሕፉ (yetshfu) = zij schrijven | ሐሰቶሙ (häsätomu) = hun leugens | ከመ (kämä) = dat; als | ይስምዕዋ (yesmwa) = zij horen het | ወኢይርስእዋ (wäiyrswa) = en zij vergeten niet | ለእበድ (läbäd) = de dwaasheid | ወኢይከውን (wäiykäwn) = en het zal niet zijn | ሎሙ (lomu) = voor hen | ሰላም (sälam) = vrede | አላ (äla) = maar | ሞተ (motä) = een dood | ይመውቱ (yemäwtu) = zij sterven | ፍጡነ (fetunä) = snel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 ziet hierin de pennenstrijd tussen de hellenistische en de farizese partij. Voetnoot Lezing: ወኢይርስእዋ ለእበድ (‘en de dwaasheid niet vergeten’): de hoofdtekst van die uitgave heeft ‘en goddeloos handelen jegens hun naaste’ (ባዕድ); de Beta-tekst volgt de handschriften met እበድ (‘dwaasheid’) en een ontkenning. ## Henoch 99 _Wee over goddeloosheid en afgoderij; zaligspreking van de wijzen_ ### Wee over goddeloosheid en leugen **99:1** Wee hun die goddeloosheid bedrijven en het woord van leugen prijzen en eren: jullie zullen omkomen, en er is voor jullie geen goed leven. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ሎሙ (lomu) = voor hen | ለእለ (lälä) = van hen die | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ርስዕናተ (resnatä) = goddeloosheid | ወለነገረ (wälänägärä) = en het woord van | ሐሰት (häsät) = leugen | ይሴብሑ (yesebhu) = prijzen | ወያከብሩ (wäyakäbru) = en zij eren | ተሐጐልክሙ (tähägwälkmu) = jullie zullen omkomen | ወአልብክሙ (wäälbkmu) = en jullie hebben niet | ሕይወት (heywät) = het leven | ሠናይት (sänayt) = goede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **99:2** Wee jullie die de woorden van de rechtvaardigheid verdraaien en de eeuwige wet overtreden, en zichzelf maken tot wat zij niet zijn: zondaars; zij zullen op de aarde vertrapt worden. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ትዌልጥዎን (teweltwon) = jullie verdraait ze | ለነገራተ (länägäratä) = de woorden van | ርትዕ (ret) = rechtvaardigheid | ወሥርዐተ (wäsrätä) = en een wet | እንተ (entä) = die | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | የዐልዉ (yäälwu) = zij overtreden | ወይሬስዩ (wäyresyu) = en zij maken | ርእሶሙ (resomu) = zichzelf | ዘኢኮኑ (zäikonu) = die niet zijn | ኃጥኣነ (khatanä) = zondaars | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ሀለዉ (häläwu) = zijn | ይትከየዱ (yetkäyädu) = zij zullen vertrapt worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie 1 Makk. 1:15. Voetnoot Uitleg: Met ‘de eeuwige wet’ bedoelt de Engelse uitgave van 1912 de wet van Mozes. Die uitgave leest ‘zichzelf maken tot wat zij niet zijn’ als het ongedaan maken van de besnijdenis door jonge Joden die in de Griekse sportwedstrijden wilden meedoen. Voetnoot Lezing: ኃጥኣነ (‘zondaars’): die uitgave zet dit woord tussen haken als een latere toevoeging. ### De gebeden van de rechtvaardigen **99:3** In die dagen, rechtvaardigen, maak jullie gereed om jullie gebeden op te heffen tot gedachtenis en ze als getuigen te stellen voor de engelen, dat zij de zonde van de zondaars neerleggen tot gedachtenis voor de Allerhoogste. Brontekst: በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ተደለዉ (tädäläwu) = maak jullie gereed | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ከመ (kämä) = dat; als | ትንሥኡ (tensu) = dat jullie opheft | ጸሎታቲክሙ (tsälotatikmu) = jullie gebeden | በተዝካር (bätäzkar) = tot gedachtenis | ወአንበርክምዎሙ (wäänbärkmwomu) = en stelt hen | ሰማዕተ (sämatä) = tot getuigen | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ከመ (kämä) = dat; als | ያንብርዎ (yanbrwo) = zij leggen het neer | ለኀጢአተ (läkhätiätä) = de zonde van | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ለተዝካር (lätäzkar) = tot gedachtenis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Job 33:23, Zach. 1:12 en Openb. 8:3–4. Voetnoot Uitleg: De engelen treden hier op als middelaars die de gebeden voor de Allerhoogste brengen. Voetnoot Lezing: ተደለዉ (‘maak jullie gereed’): wij volgen de Engelse uitgave van 1912, ‘maak jullie gereed’. Zie ook: Job 33:23; Zach 1:12; Openb 8:3–4 **99:4** In die dagen zullen de volken beroerd worden en de geslachten van de volken zullen opstaan op de dag van de verwoesting. Brontekst: በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይትሀወኩ (yethäwäku) = zij worden beroerd | አሕዛብ (ähzab) = de volken | ወይትነሥኡ (wäytnäsu) = en opstaan | አዝማደ (äzmadä) = de geslachten van | አሕዛብ (ähzab) = de volken | በዕለት (bälät) = op de dag van | እንተ (entä) = die | ሐጒል (hägwil) = verwoesting Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 ziet hier de oorlogen en onrust van de laatste tijd, de tijd van het zwaard. ### Hongersnood **99:5** En in die dagen zullen zij die behoeftig zijn uitgaan en hun kinderen meenemen en hen in de steek laten, en van hen zal hun kroost omkomen; en terwijl zij nog zogen, zullen zij hen in de steek laten en niet naar hen terugkeren en zich niet ontfermen over hun geliefden. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | እለ (elä) = die | ይጼነሱ (yetsenäsu) = zij zijn behoeftig | ይወጽኡ (yewätsu) = komen uit | ወይመስጡ (wäymästu) = en zij nemen mee | ደቂቆሙ (däqiqomu) = hun kinderen | ወይገድፍዎሙ (wäygädfwomu) = en zij laten hen in de steek | ለደቂቆሙ (lädäqiqomu) = hun kinderen | ወእምኔሆሙ (wämnehomu) = en van hen | ይድኅፅ (yedkhts) = zal omkomen | ውሉዶሙ (weludomu) = hun kinderen | ወእንዘ (wänzä) = en terwijl | ይጠብዉ (yetäbwu) = zogend | ይገድፍዎሙ (yegädfwomu) = zij laten hen in de steek | ወኢይገብኡ (wäiygäbu) = en zij keren niet terug | ኀቤሆሙ (khäbehomu) = tot hen | ወኢይምሕርዎሙ (wäiymhrwomu) = en zij ontfermen zich niet over hen | ለፍቁራኒሆሙ (läfquranihomu) = hun geliefden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 ziet hier de gevolgen van hongersnood beschreven. Voetnoot Lezing: ይጼነሱ (‘zij die behoeftig zijn’): oudere vertalingen lezen ‘zwangere vrouwen’ en denken aan miskramen of het verscheuren van kinderen; die uitgave wijst dat af en leest ‘de behoeftigen’. Wij volgen die uitgave. ### De dag van het bloed **99:6** Opnieuw zweer ik jullie, zondaars, dat voor de dag van het bloed dat niet ophoudt, zonde gereed is gemaakt. Brontekst: ካዕበ (kabä) = wederom | አነ (änä) = ik | እምሕል (emhl) = ik zweer | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ለኃጥኣን (läkhatan) = over de zondaars | እስመ (esmä) = omdat | ለዕለተ (lälätä) = voor de dag van | ደም (däm) = bloed | ዘኢየኀድዕ (zäiyäkhäd) = die niet ophoudt | ተደለወት (tädäläwät) = is gereed | ኀጢአት (khätiät) = zonde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Tertullianus citeert dit vers in zijn De idololatria 4. Voetnoot Lezing: ዘኢየኀድዕ (‘dat niet ophoudt’): de Engelse uitgave van 1912 leest ‘dat niet ophoudt’, naar het Grieks ἀδιαλείπτου; Tertullianus heeft in het Latijn ‘boete’ waar de Ge'ez ‘zonde’ heeft. **99:7** En zij die zich buigen voor steen, en zij die beelden snijden van goud en zilver en hout en klei, en zij die zich neerbuigen voor onreine geesten en demonen en voor elke afgod, niet naar kennis: geen enkele hulp zal van hen gevonden worden. Brontekst: ወይሰግዱ (wäysägdu) = en zich buigen | ለእብን (läbn) = voor steen | ወእለ (wälä) = en wier | ይገልፉ (yegälfu) = zij kerven | ምስለ (meslä) = met | ዘወርቅ (zäwärq) = van goud | ወዘብሩር (wäzäbrur) = en van zilver | ወዘዕፅ (wäzäts) = en van hout | ወዘልሕኲት (wäzälhkwit) = en van klei | ወእለ (wälä) = en wier | ይሰግዱ (yesägdu) = zich neerbuigen | ለነፍሳት (länäfsat) = voor geesten | ርኩሳት (rekusat) = onreine | ወአጋንንት (wäägannt) = en demonen | ወለኲሉ (wäläkwilu) = en voor elk | ጣዖት (taot) = afgod | ወበምሕራማት (wäbämhramat) = en in kennis (?) | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ረድኤት (rädet) = hulp | እይትረከብ (eyträkäb) = zal niet gevonden worden | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 9:20. Voetnoot Uitleg: Tertullianus citeert ook dit vers (De idololatria 4). Voetnoot Lezing: ወበምሕራማት (‘en in …’): het woord is onzeker. De Engelse uitgave van 1912 leest ‘niet naar kennis’, naar Tertullianus (non secundum scientiam); een handschriftengroep heeft ‘in de tempels van de afgoden’. Wij volgen die uitgave. Zie ook: Openb 9:20 **99:8** En zij zullen goddeloos worden door de dwaasheid van hun hart, en hun ogen zullen verduisterd worden door de angst van hun hart en door het gezicht van hun dromen. Brontekst: ወይትረስዑ (wäyträsu) = en zij worden goddeloos | በእንተ (bäntä) = over | እበደ (ebädä) = de dwaasheid van | ልቦሙ (lebomu) = hun hart | ወይጼለላ (wäytseläla) = en worden verduisterd | አዕይንቲሆሙ (äyntihomu) = hun ogen | በፍርሀተ (bäfrhätä) = door de angst van | ልቦሙ (lebomu) = hun hart | ወበርእየ (wäbäryä) = en door het gezicht van | አሕላሞሙ (ählamomu) = hun dromen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 brengt de dromen in verband met bijgeloof. **99:9** Daardoor worden zij goddeloos en vrezen zij, want al hun werk hebben zij in leugen gemaakt en zij hebben zich voor steen neergebogen; daarom zullen zij in een oogwenk omkomen. Brontekst: ቦሙ (bomu) = daarmee | ይረስዑ (yeräsu) = zij worden goddeloos | ወይፈርሁ (wäyfärhu) = en zij vrezen | እስመ (esmä) = omdat | ኲሎ (kwilo) = alle | ግብሮሙ (gebromu) = hun werk | በሐሰት (bähäsät) = in leugen | ገብሩ (gäbru) = zij hebben gemaakt | ወሰገዱ (wäsägädu) = en zij aanbaden | ለእብን (läbn) = voor steen | ወይትሐጐሉ (wäythägwälu) = en omkomen | በምዕር (bämr) = in een oogwenk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: በምዕር (‘in een oogwenk’): wij volgen de Engelse uitgave van 1912. ### Zaligspreking **99:10** En in die dagen zijn zij gelukzalig, allen die het woord van wijsheid ontvangen en het kennen en de paden van de Allerhoogste doen, en wandelen op het pad van de gerechtigheid en niet goddeloos worden met de goddelozen, want zij zullen gered worden. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ብፁዓን (betsuan) = gelukzalig | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | እለ (elä) = die | ይትሜጠዉ (yetmetäwu) = die ontvangen | ነገረ (nägärä) = het woord | ጥበብ (tebäb) = wijsheid | ወየአምርዎ (wäyäämrwo) = en zij begrijpen het | ወይገብርዎን (wäygäbrwon) = en zij doen ze | ለፍናዋተ (läfnawatä) = de paden van | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ወየሐውሩ (wäyähäwru) = en lopen | በፍኖተ (bäfnotä) = op de weg van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወኢይረስዑ (wäiyräsu) = en worden niet goddeloos | ምስለ (meslä) = met | እለ (elä) = die | ይረስዑ (yeräsu) = zij worden goddeloos | እስመ (esmä) = omdat | እሙንቱ (emuntu) = zij | ይድኅኑ (yedkhnu) = zij worden gered Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Verdere wee-roepen **99:11** Wee jullie die het kwaad verspreiden onder jullie naasten, want in de Sjeol zullen jullie gedood worden. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ትሰፍኋ (tesäfkhwa) = jullie verspreidt | ለእኪት (läkit) = het kwaad | ለቢጽክሙ (läbitskmu) = aan jullie naaste | እስመ (esmä) = omdat | በሲኦል (bäsiol) = in de Sjeol | ትትቀተሉ (tetqätälu) = jullie zullen gedood worden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 ziet in ‘gedood worden’ in de Sjeol de uiterste straf: het doden van de ziel zelf. **99:12** Wee jullie die de grondslagen van de zonde en het bedrog leggen en die bitterheid veroorzaken op de aarde, want daardoor zullen zij geheel verteerd worden. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ትገብርዋ (tegäbrwa) = jullie legt | ለመሠረተ (lämäsärätä) = de grondslagen van | ኀጢአት (khätiät) = zonde | ወጒሕሉት (wägwihlut) = en bedrog | ወእለ (wälä) = en wier | ያመርሩ (yamärru) = zij bitterheid veroorzaken | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | እስመ (esmä) = omdat | ቦቱ (botu) = daaraan | ይትዌድኡ (yetwedu) = zij worden verteerd Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: መሠረተ (‘grondslagen van’): de hoofdtekst van de Engelse uitgave van 1912 heeft hier ‘valse maten’ (zie Amos 8:5 en Spr. 11:1); ‘grondslagen’ staat in enkele handschriften. Zie ook: Spr 11:1; Amos 8:5 **99:13** Wee jullie die jullie huizen bouwen met de zware arbeid van een ander, en al hun bouwmateriaal zijn bakstenen en stenen van zonde; ik zeg jullie: jullie zullen geen vrede hebben. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እለ (elä) = die | ትነድቁ (tenädqu) = jullie bouwt | አብያቲክሙ (äbyatikmu) = jullie huizen | በጻማ (bätsama) = met de zware arbeid van | ባዕድ (bad) = een ander | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | መንድቆሙ (mändqomu) = hun bouwwerk | ግንፋል (genfal) = bakstenen | ወእብነ (wäbnä) = en stenen | ኀጢአት (khätiät) = zonde | እብለክሙ (ebläkmu) = ik zeg jullie | ከመ (kämä) = dat; als | አልብክሙ (älbkmu) = jullie hebben niet | ሰላም (sälam) = vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jer. 22:13. Voetnoot Uitleg: Zie ook 94:7. Zie ook: Jer 22:13 **99:14** Wee hun die de maat en het eeuwige erfdeel van hun vaders verwerpen en hun zielen laten volgen achter de afgoden, want er zal voor hen geen rust zijn. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ሎሙ (lomu) = voor hen | ለእለ (lälä) = van hen die | ይሜንኑ (yemennu) = zij verwerpen | መሥፈርተ (mäsfärtä) = de maat van | ወርስተ (wärstä) = en het erfdeel van | አበዊሆሙ (äbäwihomu) = hun vaders | እንተ (entä) = die | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወያተልዉ (wäyatälwu) = en zij laten volgen | ነፍሶሙ (näfsomu) = hun zielen | ድኅረ (dekhrä) = daarna | ጣዖት (taot) = afgod | እስመ (esmä) = omdat | እይከውን (eykäwn) = er zal niet zijn | ሎሙ (lomu) = voor hen | ዕረፍት (eräft) = rust Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Met ‘de maat en het eeuwige erfdeel van hun vaders’ bedoelt de Engelse uitgave van 1912 de wet van Mozes; het gaat om afvalligen, zoals in vers 2. **99:15** Wee hun die het onrecht doen en het geweld helpen en hun naasten doden tot de dag van het grote oordeel. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ሎሙ (lomu) = voor hen | ለእለ (lälä) = van hen die | ይገብርዋ (yegäbrwa) = zij doen | ለዐመፃ (läämätsa) = het onrecht | ወይረድእዋ (wäyrädwa) = en zij helpen | ለግፍዕ (lägf) = het geweld | ወይቀትሉ (wäyqätlu) = en zij doden | ቢጾሙ (bitsomu) = hun naasten | እስከ (eskä) = tot | ዕለተ (elätä) = de dag van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዐባይ (äbay) = grote Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **99:16** Want Hij zal jullie heerlijkheid neerhalen en kwaad in jullie hart leggen en de geest van Zijn toorn doen opkomen om jullie allen te vernietigen met het zwaard; en alle rechtvaardigen en heiligen zullen jullie zonde gedenken. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ያወድቅ (yawädq) = Hij zal neerhalen | ስብሐቲክሙ (sebhätikmu) = jullie heerlijkheid | ወይወዲ (wäywädi) = en Hij legt | እከየ (ekäyä) = kwaad | ውስተ (westä) = in | ልብክሙ (lebkmu) = jullie hart | ወያነሥእ (wäyanäs) = en Hij zal doen opkomen | መንፈሰ (mänfäsä) = geest | መዐቱ (määtu) = Zijn toorn | ከመ (kämä) = dat; als | ያሕጒልክሙ (yahgwilkmu) = Hij zal jullie vernietigen | ለኲልክሙ (läkwilkmu) = jullie allen | በሰይፍ (bäsäyf) = door het zwaard | ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወቅዱሳን (wäqdusan) = en de heiligen | ይዜከሩ (yezekäru) = zullen gedenken | ኀጢአተ (khätiätä) = zonde | ዚአክሙ (ziäkmu) = jullie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ‘Gedenken’ betekent volgens de Engelse uitgave van 1912: zij zullen bidden om jullie verderf; zie 97:5. Voetnoot Lezing: መንፈሰ መዐቱ (‘de geest van Zijn toorn’): in enkele handschriften staat ‘Zijn toorn en Zijn geest’. ## Henoch 100 _De broedertwist en het oordeel; de natuur getuigt_ ### De zondaars slaan elkaar **100:1** En in die dagen zullen op één plaats vaders met hun zonen elkaar slaan, en broers met hun naasten zullen vallen in de dood, totdat het stroomt van hun bloed als een stroom. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | በ፩መካን (bä፩mäkan) = op één plaats | አበው (äbäw) = vaders | ምስለ (meslä) = met | ውሉዶሙ (weludomu) = hun zonen | ይትጓድዑ (yetgwadu) = zullen elkaar slaan | ወአኀው (wääkhäw) = en broers | ምስለ (meslä) = met | ቢጾሙ (bitsomu) = hun naasten | ይወድቁ (yewädqu) = zij zullen vallen | በሞት (bämot) = in de dood | እስከ (eskä) = tot | ይውኅዝ (yewkhz) = stroomt | ከመ (kämä) = dat; als | ተከዚ (täkäzi) = een stroom | እምደመ (emdämä) = van het bloed van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **100:2** Want een man houdt zijn hand niet terug van zijn zoon en van de zoon van zijn zoon, uit medelijden om hem te doden; en de zondaar houdt zijn hand niet terug van zijn geëerde broer; van de dageraad tot de zon ondergaat zullen zij elkaar doden. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ብእሲ (besi) = een man | ኢይከልእ (iykäl) = verhindert niet | እዴሁ (edehu) = zijn hand | እምውሉዱ (emwludu) = van zijn zoon | ወእምውሉደ (wämwludä) = en van de zoon van | ውሉዱ (weludu) = zijn zoon | ምሒረ (mehirä) = uit medelijden | ከመ (kämä) = dat; als | ይቅትሎ (yeqtlo) = hem te doden | ወኃጥእ (wäkhat) = en de zondaar | ኢይከልእ (iykäl) = verhindert niet | እዴሁ (edehu) = zijn hand | እምነ (emnä) = van | እኁሁ (ekhuhu) = zijn broer | ክብር (kebr) = geëerde | እምጎሕ (emgoh) = van de dageraad | እስከ (eskä) = tot | ተዐርብ (täärb) = ondergaat | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወይትቃተሉ (wäytqatälu) = en zij doden elkaar Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **100:3** En het paard zal gaan tot aan zijn borst in het bloed van de zondaars, en de wagen zal zinken tot aan zijn hoogte. Brontekst: ወየሐውር (wäyähäwr) = en gaat | ፈረስ (färäs) = het paard | እስከ (eskä) = tot | እንግድዓሁ (engdahu) = zijn borst | ውስተ (westä) = in | ደመ (dämä) = bloed | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ወሰረገላ (wäsärägäla) = en wagen | እስከ (eskä) = tot | መልዕልታ (mällta) = haar hoogte | ትሠጠም (tesätäm) = zal zinken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 14:20. Zie ook: Openb 14:20 ### Het oordeel van de Allerhoogste **100:4** En in die dagen zullen engelen neerdalen in de schuilplaatsen en allen die de zonde helpen op één plaats bijeenbrengen; en de Allerhoogste zal op die dag opstaan om groot oordeel te doen onder alle zondaars. Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | መላእክት (mälakt) = de engelen | ይወርዱ (yewärdu) = zullen neerdalen | ውስተ (westä) = in | ምኅባኣት (mekhbaat) = schuilplaatsen | ወያገብእዎሙ (wäyagäbwomu) = en zij brengen hen bijeen | በ፩መካን (bä፩mäkan) = op één plaats | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | እለ (elä) = die | ይረድእዋ (yerädwa) = zij helpen haar | ለኀጢአት (läkhätiät) = de zonde | ወይትነሣእ (wäytnäsa) = en zal opstaan | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | በይእቲ (bäyti) = in dat | ዕለት (elät) = dag | ከመ (kämä) = dat; als | ይግበር (yegbär) = te doen | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዐቢየ (äbiyä) = groot | እምኲሎሙ (emkwilomu) = boven allen | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Matt. 13:41 en Matt. 13:49. Voetnoot Lezing: ይረድእዋ ለኀጢአት (‘die de zonde helpen’): de hoofdtekst van de Engelse uitgave van 1912 heeft ‘die de zonde hebben neergebracht’ en denkt dan aan de gevallen engelen, die tijdelijk in de afgronden van de aarde (‘de schuilplaatsen’) zijn opgesloten; ‘helpen’ staat in een deel van de handschriften. Zie ook: Mat 13:41; Mat 13:49 **100:5** En Hij zal bewakers geven over alle rechtvaardigen en heiligen, uit de heilige engelen, die hen bewaren als de oogappel, totdat al het kwaad en alle zonde een einde neemt; en ook als de rechtvaardigen een lange slaap slapen, hebben zij niets te vrezen. Brontekst: ወዐቀብተ (wääqäbtä) = en bewakers | ይሁብ (yehub) = Hij zal geven | ዲበ (dibä) = op | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወቅዱሳን (wäqdusan) = en de heiligen | እመላእክት (emälakt) = van de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | የዐቅብዎሙ (yääqbwomu) = zij bewaren hen | ከመ (kämä) = dat; als | ብንተ (bentä) = de appel van | ዐይን (äyn) = het oog | እስከ (eskä) = tot | ይትዌዳዕ (yetweda) = een einde neemt | ኲሉ (kwilu) = alle | እከይ (ekäy) = kwaad | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ኀጢአት (khätiät) = zonde | ወእመኒ (wämäni) = en indien | ይነውሙ (yenäwmu) = zij slapen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ንዋመ (newamä) = een slaap | ነዋኀ (näwakhä) = lang | ወአልቦሙ (wäälbomu) = en zij hadden niet | ዘይፈርሁ (zäyfärhu) = iets te vrezen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 32:10 en Ps. 17:8. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 zijn de rechtvaardigen hier niet de levenden op aarde, maar de zielen van de gestorvenen in hun bewaarplaats; de ‘lange slaap’ duurt in zijn lezing tot het laatste oordeel. Zie ook: Deut 32:10; Ps 17:8 **100:6** En in zekerheid zullen de wijzen zien, en de kinderen van de aarde zullen alle woorden van dit boek begrijpen en weten dat hun rijkdom hen niet kan redden bij de ondergang van hun zonde. Brontekst: ወእሙነ (wämunä) = en in zekerheid | ይሬእዩ (yereyu) = zij zien | ሰብእ (säb) = mannen | ጠቢባን (täbiban) = de wijzen | ወይሌብዉ (wäylebwu) = en zij zullen begrijpen | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ምድር (medr) = de aarde | ኲሎ (kwilo) = alle | ነገረ (nägärä) = het woord | ዛቲ (zati) = deze | መጽሐፍ (mätshäf) = het boek | ወየአምሩ (wäyäämru) = en zij zullen weten | ከመ (kämä) = dat; als | ኢይክል (iykl) = kan niet | ብዕሎሙ (belomu) = hun rijkdom | አድኅኖቶሙ (ädkhnotomu) = hen redden | በሙዳቀ (bämudaqä) = bij de ondergang van | ኀጢአቶሙ (khätiätomu) = hun zonde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ‘De kinderen van de aarde’ zijn volgens de Engelse uitgave van 1912 de zondaars: de sadduceeën en afvalligen. De rechtvaardigen heten ‘kinderen van de hemel’ (zie 101:1). Voetnoot Lezing: ውሉደ ምድር (‘de kinderen van de aarde’): die uitgave zet deze woorden over naar de eerste regel en leest ‘de kinderen van de aarde zullen de wijzen in zekerheid zien’; in de Beta-tekst zijn de wijzen het onderwerp. ### Wee over de zondaars **100:7** Wee jullie, zondaars, wanneer jullie de rechtvaardigen kwellen op de dag van sterke benauwdheid en hen met vuur verbranden; jullie zullen vergolden worden naar jullie werken. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ሶበ (sobä) = wanneer | ታመነድብዎሙ (tamänädbwomu) = jullie kwellen hen | ለጻድቃን (lätsadqan) = de rechtvaardigen | በዕለተ (bälätä) = op de dag van | ጻሕብ (tsahb) = benauwdheid | ኀያል (khäyal) = sterke | ወታነድድዎሙ (wätanäddwomu) = en jullie verbranden hen | በእሳት (bäsat) = met vuur | ወትትፈደዩ (wättfädäyu) = en jullie zullen vergolden worden | በከመ (bäkämä) = zoals | ምግባሪክሙ (megbarikmu) = jullie werken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: በዕለተ ጻሕብ ኀያል (‘op de dag van sterke benauwdheid’): de Engelse uitgave van 1912 plaatst deze woorden vóór de wee-roep, omdat de handschriften ze in de volgende zin hebben geschoven; wij volgen de Beta-tekst. **100:8** Wee jullie, hardnekkig van hart, die waken om het kwaad te bedenken; vrees zal jullie overvallen, en niemand zal jullie helpen. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ግፍቱዓነ (geftuanä) = hardnekkig van | ልብ (leb) = hart | እለ (elä) = die | ትተግሁ (tetäghu) = jullie waakt | ከመ (kämä) = dat; als | ትለብውዎ (teläbwwo) = jullie bedenken het | ለእኩይ (läkuy) = het kwaad | ወሀለወ (wähäläwä) = en het zal | ይርከብክሙ (yerkäbkmu) = jullie overvallen | ፍርሀት (ferhät) = vrees | ወአልቦ (wäälbo) = en niemand | ዘይረድአክሙ (zäyrädäkmu) = wie jullie helpt Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **100:9** Wee jullie, zondaars, om het woord van jullie mond en om het werk van jullie handen, dat het werk van jullie goddeloosheid is: in de gloed van een laaiend vuur zullen jullie branden. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | እስመ (esmä) = omdat | ዲበ (dibä) = op | ቃለ (qalä) = het woord van | አፉክሙ (äfukmu) = jullie mond | ወዲበ (wädibä) = en over | ተግባረ (tägbarä) = het werk van | እደዊክሙ (edäwikmu) = jullie handen | እለ (elä) = die | ግብረ (gebrä) = het werk van | ረሳዕክሙ (räsakmu) = jullie goddeloosheid | በዋዕየ (bäwayä) = in de gloed van | ላህበ (lahbä) = vlam van | እሳት (esat) = vuur | ትውዕዩ (tewyu) = jullie zullen branden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Hemel en natuur getuigen **100:10** En nu, weet dat naar jullie werken in de hemel bij de engelen zal worden gevraagd, bij de zon en bij de maan en bij de sterren, om jullie zonde, want op de aarde voeren jullie een oordeel uit over de rechtvaardigen. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | አእምሩ (ämru) = weet | ከመ (kämä) = dat; als | መላእክት (mälakt) = de engelen | ይትኀሠሡ (yetkhäsäsu) = zullen ondervraagd worden | ምግባሪክሙ (megbarikmu) = jullie werken | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | እምፀሐይ (emtsähäy) = van de zon | ወእምወርኅ (wämwärkh) = en van de maan | ወእምከዋክብት (wämkäwakbt) = en van de sterren | በእንተ (bäntä) = over | ኀጢአተ (khätiätä) = zonde | ዚአክሙ (ziäkmu) = jullie | እስመ (esmä) = omdat | በዲበ (bädibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ትገብሩ (tegäbru) = jullie doen | ኀበ (khäbä) = tegen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Hab. 2:11. Voetnoot Lezing: ይትኀሠሡ (‘er zal gevraagd worden’): de Engelse uitgave van 1912 vertaalt ‘Hij zal bij de engelen navragen’. Zie ook: Hab 2:11 **100:11** En over jullie zal Hij elke wolk en mist en dauw en regen doen getuigen, want zij zullen allen van jullie worden tegengehouden, zodat zij niet op jullie neerdalen, en zij zullen niet denken aan jullie zonde. Brontekst: ወያሰምዕ (wäyasäm) = en Hij zal doen getuigen | ላዕሌክሙ (lalekmu) = over jullie | ኲሎ (kwilo) = alle | ደመና (dämäna) = een wolk | ወጊሜ (wägime) = en mist | ወጠለ (wätälä) = en dauw | ወዝናመ (wäznamä) = en regen | እስመ (esmä) = omdat | ሀለዉ (häläwu) = zullen | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ይትከልኡ (yetkälu) = zullen tegengehouden worden | እምኔክሙ (emnekmu) = van jullie | ከመ (kämä) = dat; als | ኢይረዱ (iyrädu) = zullen niet neerdalen | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | ወኢይሔልዩ (wäiyhelyu) = en zij zullen niet denken aan | ኀበ (khäbä) = aan | ኀጢአትክሙ (khätiätkmu) = jullie zonde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Zie 80:2 voor het uitblijven van regen en dauw. Voetnoot Lezing: ወኢይሔልዩ (‘en zij zullen niet denken aan’): de hoofdtekst van de Engelse uitgave van 1912 heeft ‘en zij zullen gedenken aan’, zonder ontkenning. **100:12** En nu, geef geschenken aan de regen, opdat zij niet verhinderd wordt op jullie neer te dalen, en aan de dauw, als zij van jullie goud en zilver heeft ontvangen. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ሀቡ (häbu) = geef | አምኃ (ämkha) = geschenken | ለዝናም (läznam) = aan de regen | ከመ (kämä) = dat; als | ኢትትከላእ (ittkäla) = dat zij niet verhinderd wordt | ወሪደ (wäridä) = neer te dalen | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | ወጠል (wätäl) = en dauw | እመ (emä) = als | ተመጠወ (tämätäwä) = heeft ontvangen | እምኔክሙ (emnekmu) = van jullie | ወርቀ (wärqä) = goud | ወብሩረ (wäbrurä) = en zilver Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit vers is bijtend ironisch bedoeld. **100:13** Wanneer ijs en rijp en hun koude op jullie vallen, en alle sneeuwwinden en al hun kwellingen, kunnen jullie in die dagen niet voor hen standhouden. Brontekst: ሶበ (sobä) = wanneer | ይወድቅ (yewädq) = valt | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | አስሐትያ (äshätya) = ijs, kristal | ወሐመዳ (wähämäda) = en rijp | ወቊረ (wäqwirä) = en koude | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ነፋሳተ (näfasatä) = de winden | ሐመዳ (hämäda) = sneeuw | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ፃዕራተ (tsaratä) = kwellingen | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ኢትክሉ (itklu) = jullie kunnen niet | ቀዊመ (qäwimä) = te staan | ቅድሜሆሙ (qedmehomu) = voor hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 101 _Vermaning tot ontzag: heel de natuur vreest Hem_ ### Aanschouw de hemel **101:1** Aanschouw de hemel, jullie allen, kinderen van de hemel, en elk werk van de Allerhoogste, en vrees Hem en doe geen kwaad voor Zijn aangezicht. Brontekst: ጠይቅዋ (täyqwa) = aanschouw | ለሰማይ (läsämay) = de hemel | ኲልክሙ (kwilkmu) = jullie allen | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ግብረ (gebrä) = het werk van | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ወፍርሁ (wäfrhu) = en vreest | እምኔሁ (emnehu) = van Hem | ወኢትግበሩ (wäitgbäru) = en doe niet | እኩየ (ekuyä) = kwaad | በቅድሜሁ (bäqdmehu) = voor Hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ‘Kinderen van de hemel’ zijn volgens de Engelse uitgave van 1912 de rechtvaardigen; de zondaars heten elders ‘kinderen van de aarde’ (zie 100:6). **101:2** Als Hij de vensters van de hemel heeft gesloten en de regen en de dauw heeft tegengehouden, zodat zij om jullie niet op de aarde neerdalen, wat zullen jullie dan doen? Brontekst: እመ (emä) = als | ዐፀወ (ätsäwä) = heeft gesloten | መስኮተ (mäskotä) = de vensters van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወከልአ (wäkälä) = en heeft tegengehouden | ዝናመ (zenamä) = regen | ወጠለ (wätälä) = en dauw | ከመ (kämä) = dat; als | እይረድ (eyräd) = zal niet neerdalen | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | በእንቲአክሙ (bäntiäkmu) = om jullie | ሚሀለወክሙ (mihäläwäkmu) = wat zullen jullie | ትግበሩ (tegbäru) = dat jullie doen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 7:11 en Gen. 8:2. Zie ook: Gen 7:11; Gen 8:2 **101:3** En als Hij Zijn toorn over jullie en over al jullie werken zendt, kunnen jullie Hem niet smeken; want jullie spreken grote en harde woorden tegen Zijn gerechtigheid; en jullie hebben geen vrede. Brontekst: ወእመ (wämä) = en als | ፈነወ (fänäwä) = zond | መዐቶ (määto) = Zijn toorn | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | ወዲበ (wädibä) = en over | ኲሉ (kwilu) = alle | ምግባሪክሙ (megbarikmu) = jullie werken | አኮ (äko) = niet | አንትሙ (äntmu) = jullie | እለ (elä) = die | ታስተበቊዕዎ (tastäbäqwiwo) = jullie kunnen Hem smeken | እስመ (esmä) = omdat | ትትናገሩ (tetnagäru) = jullie spreekt | ዲበ (dibä) = tegen | ጽድቀ (tsedqä) = gerechtigheid | ዚአሁ (ziähu) = Zijn | ዐቢያተ (äbiyatä) = grote | ወጽኑዓተ (wätsnuatä) = en harde | ወአልብክሙ (wäälbkmu) = en jullie hebben niet | ሰላም (sälam) = vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Zie 5:4 en 27:2 voor zulke ‘harde woorden’ tegen Yahweh. ### De schippers en de zee **101:4** En zien jullie de heersers over de schepen niet, hoe zij door de golven heen en weer geworpen worden en door de winden geschud worden en gekweld worden? Brontekst: ወኢትሬእይዎሙኑ (wäitreywomunu) = zien jullie hen niet | ለነገሥተ (länägästä) = de koningen van | አሕማር (ähmar) = schepen | እፎ (efo) = hoe | ይትሀወኩ (yethäwäku) = zij worden heen en weer geworpen | እሞገድ (emogäd) = door de golf | ወያንቀለቅሉ (wäyanqäläqlu) = en worden geschud | እምነፋሳት (emnäfasat) = door de winden | አሕማሮሙ (ähmaromu) = hun schepen | ወይትመነደብ (wäytmänädäb) = en zij worden gekweld Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 107:23–27. Voetnoot Lezing: ነገሥተ አሕማር (letterlijk ‘koningen van de schepen’): de Engelse uitgave van 1912 houdt dit voor bedorven en vertaalt ‘zeelieden’; wij hebben ‘heersers over de schepen’. Zie ook: Ps 107:23–27 **101:5** En daarom vrezen zij, omdat al hun goede bezittingen met hen de zee op gaan, en zij denken niets goeds in hun hart, want de zee zal hen verzwelgen en zij zullen daarin omkomen. Brontekst: ወበእንተ (wäbäntä) = en over | ዝንቱ (zentu) = dit | ይፈርሁ (yefärhu) = zij vrezen | እስመ (esmä) = omdat | ኲሉ (kwilu) = alle | ንዋዮሙ (newayomu) = hun bezittingen | ሠናይ (sänay) = goeds | ይወጽእ (yewäts) = uitgaat | ውስተ (westä) = in | ባሕር (bahr) = zee | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | ወሠናየ (wäsänayä) = en iets goeds | ኢይሄልዩ (iyhelyu) = zij denken niet | በልቦሙ (bälbomu) = in hun hart | እስመ (esmä) = omdat | ባሕር (bahr) = zee | ይውሕጦሙ (yewhtomu) = zal hen verzwelgen | ወይትሐጐሉ (wäythägwälu) = en omkomen | ውስቴታ (westeta) = daarin Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **101:6** Is niet heel de zee en al haar wateren en al haar bewegingen het werk van de Allerhoogste? En heeft Hij niet al haar werken verzegeld en haar geheel gebonden met zand? Brontekst: አኮኑ (äkonu) = is niet | ኲሉ (kwilu) = alle | ባሕር (bahr) = zee | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ማያቲሃ (mayatiha) = haar wateren | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ሑሰታ (husäta) = haar bewegingen | ግብረ (gebrä) = het werk van | ልዑል (leul) = de Allerhoogste | ውእቱ (wetu) = is | ወውእቱ (wäwtu) = en Hij | ኲሎ (kwilo) = alle | ግብረታ (gebräta) = haar werken | ሐተመ (hätämä) = heeft verzegeld | ወአሠረ (wääsärä) = en heeft gebonden | ኲለንታሃ (kwiläntaha) = haar geheel | በኆፃ (bäkhotsa) = met zand Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jer. 5:22, Job 38:8–11, Ps. 104:9 en Spr. 8:29. Voetnoot Lezing: ሐተመ (‘heeft verzegeld’): de Engelse uitgave van 1912 leest ‘heeft grenzen gesteld’; ‘verzegeld’ staat in een deel van de handschriften. Zie ook: Job 38:8–11; Ps 104:9; Spr 8:29; Jer 5:22 **101:7** En bij Zijn bestraffing droogt zij op en vreest zij, en al haar vissen sterven en alles wat daarin is; maar jullie, zondaars, die op de aarde zijn, vrezen Hem niet. Brontekst: ወበተግሣጹ (wäbätägsatsu) = en bij Zijn bestraffing | ትየብስ (teyäbs) = droogt zij op | ወትፈርህ (wätfärh) = en vreest zij | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ዓሣቲሃ (asatiha) = haar vissen | ይመውቱ (yemäwtu) = zij sterven | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ዘሀሎ (zähälo) = wat is | ውስቴታ (westeta) = daarin | ወአንትሙ (wääntmu) = en jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | እለ (elä) = die | ውስተ (westä) = in | ምድር (medr) = de aarde | ኢትፈርህዎ (itfärhwo) = jullie vrezen Hem niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Jes. 50:2. Zie ook: Jes 50:2 ### Wie gaf wijsheid? **101:8** Heeft niet Hij de hemel en de aarde gemaakt en alles wat daartussen is? En wie heeft onderricht en wijsheid gegeven aan allen die zich bewegen op de aarde en aan hen die in de zee zijn? Brontekst: አኮኑ (äkonu) = is niet | ውእቱ (wetu) = Hij | ገብረ (gäbrä) = Hij maakte | ሰማየ (sämayä) = de hemel | ወምድረ (wämdrä) = en de aarde | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ዘሀሎ (zähälo) = wat is | ውስቴቶሙ (westetomu) = daartussen | ወመኑ (wämänu) = en wie | ወሀበ (wähäbä) = heeft gegeven | ትምህርተ (temhrtä) = onderricht van | ወጥበበ (wätbäbä) = en wijsheid | ለኲሎሙ (läkwilomu) = alle | እለ (elä) = die | ይትሐወሱ (yethäwäsu) = zich bewegen | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ውስተ (westä) = in | ባሕር (bahr) = zee Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **101:9** Vrezen de heersers over de schepen de zee niet? Maar de zondaars vrezen de Allerhoogste niet. Brontekst: አኮኑ (äkonu) = is niet | ውእቶሙ (wetomu) = dat zijn | ነገሥተ (nägästä) = de koningen van | አሕማር (ähmar) = schepen | ይፈርህዎ (yefärhwo) = vrezen | ለባሕር (läbahr) = voor de zee | ወኃጥኣንሰ (wäkhatansä) = maar de zondaars | ለልዑል (lälul) = de Allerhoogste | ኢይፈርህዎ (iyfärhwo) = vrezen Hem niet Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 102 _De schrik van het oordeel; de tegenwerping van de zondaars_ ### De schrik van het oordeel **102:1** In die dagen, als Hij een geducht vuur over jullie brengt, waarheen zullen jullie ontkomen en waar zullen jullie gered worden? En wanneer Hij Zijn woord over jullie zendt, zullen jullie dan niet ontzet worden en vrezen? Brontekst: በእማንቱ (bämantu) = in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ለእመ (lämä) = als | ወደየ (wädäyä) = Hij heeft gebracht | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | ዕፅበ (etsbä) = een geducht | እሳተ (esatä) = een vuur van | አይቴ (äyte) = waar | ትነፍጹ (tenäftsu) = jullie zullen ontkomen | ወበአይቴ (wäbääyte) = en waar | ትድኅኑ (tedkhnu) = jullie zullen gered worden | ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ይወዲ (yewädi) = Hij zendt | ቃሎ (qalo) = Zijn woord | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | አኮኑ (äkonu) = zullen jullie niet | ትትመሐከዉ (tetmähäkäwu) = jullie zullen ontzet worden | ወትፈርሁ (wätfärhu) = en jullie zullen vrezen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **102:2** En alle lichten zullen beroerd worden in grote vrees, en heel de aarde zal ontzet worden en beven en sidderen. Brontekst: ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | ብርሃናት (berhanat) = de lichten | ይትሀወኩ (yethäwäku) = zij worden beroerd | በፍርሀት (bäfrhät) = in vrees | ዐቢይ (äbiy) = grote | ወኲላ (wäkwila) = en heel | ምድር (medr) = de aarde | ትትመሐከው (tetmähäkäw) = zal ontzet worden | ወትርዕድ (wätrd) = en beeft | ወትጔጒዕ (wätgwegwi) = en siddert Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **102:3** En alle engelen zullen hun bevelen volbrengen en zij zullen zich willen verbergen voor het aangezicht van de grote Heerlijkheid; en de kinderen van de aarde zullen beven en beroerd worden; en jullie, zondaars, zijn vervloekt voor altijd, en jullie hebben geen vrede. Brontekst: ወኲሎሙ (wäkwilomu) = en zij allen | መላእክት (mälakt) = de engelen | ይፌጽሙ (yefetsmu) = zij voltooien | ትእዛዞሙ (tezazomu) = hun bevelen | ወይፈቅዱ (wäyfäqdu) = en zij zullen willen | ከመ (kämä) = dat; als | ይትኃብኡ (yetkhabu) = zich verbergen | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ዐቢየ (äbiyä) = groot | ስብሐት (sebhät) = Heerlijkheid | ወይርዕዱ (wäyrdu) = en zullen beven | ደቂቀ (däqiqä) = de kinderen van | ምድር (medr) = de aarde | ወይትሀወኩ (wäythäwäku) = en worden beroerd | ወአንትሙ (wääntmu) = en jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ርጉማን (reguman) = vervloekten | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወአልብክሙ (wäälbkmu) = en jullie hebben niet | ሰላም (sälam) = vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Openb. 6:15–16. Voetnoot Lezing: መላእክት (‘engelen’): de Engelse uitgave van 1912 houdt dit voor bedorven voor ‘koningen’, want goede engelen zouden zich niet willen verbergen; wat er oorspronkelijk stond achter ‘hun bevelen volbrengen’, kan hij niet zeggen. Zie ook: Openb 6:15–16 ### Troost voor de zielen van de rechtvaardigen **102:4** Vrees niet, jullie zielen van de rechtvaardigen, en heb hoop op de dag van jullie dood in gerechtigheid. Brontekst: እትፍርሁ (etfrhu) = vrees niet | አንትሙ (äntmu) = jullie | ነፍሳተ (näfsatä) = de zielen van | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወተሰፈዉ (wätäsäfäwu) = en heb hoop | ዕለተ (elätä) = de dag van | ሞትክሙ (motkmu) = jullie dood | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ወተሰፈዉ ዕለተ ሞትክሙ በጽድቅ (‘en heb hoop op de dag van jullie dood in gerechtigheid’): de hoofdtekst van de Engelse uitgave van 1912 heeft ‘heb hoop, jullie die in gerechtigheid gestorven zijn’; de lezing van de Beta-tekst staat in een deel van de handschriften. **102:5** En treur niet omdat jullie ziel in grote benauwdheid en jammer en gekreun en in de Sjeol in droefheid is neergedaald, en omdat jullie lichaam in jullie leven niet vond naar jullie goedheid; maar wacht op de dag van het oordeel over de zondaars en op de dag van vervloeking en kastijding. Brontekst: ወኢትኅዝኑ (wäitkhznu) = en treur niet | እስመ (esmä) = omdat | ወረደት (wärädät) = is neergedaald | ነፍስክሙ (näfskmu) = jullie ziel | ውስተ (westä) = in | ዐቢይ (äbiy) = grote | ምንዳቤ (mendabe) = benauwdheid | ወገዓር (wägäar) = en gejammer | ወናእክ (wänak) = en gekreun | ወውስተ (wäwstä) = en op | ሲኦል (siol) = de Sjeol | በሐዘን (bähäzän) = in droefheid | ወኢረከበ (wäiräkäbä) = en vond niet | ሥጋክሙ (segakmu) = jullie lichaam | በሕይወትክሙ (bähywätkmu) = in jullie leven | በከመ (bäkämä) = zoals | ኂሩትክሙ (khirutkmu) = jullie goedheid | አላ (äla) = maar | እንከ (enkä) = dan | በዕለት (bälät) = op de dag van | እንተ (entä) = die | ባቲ (bati) = erin | ኮንክሙ (konkmu) = jullie waren | ኃጥኣነ (khatanä) = zondaars | ወበዕለተ (wäbälätä) = en op de dag van | መርገም (märgäm) = vervloeking | ወመቅሠፍት (wämäqsäft) = en plaag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Hos. 5:9. Voetnoot Lezing: አላ እንከ በዕለት እንተ ባቲ ኮንክሙ ኃጥኣነ (‘maar dan, op de dag waarop jullie zondaars werden’): de tekst is hier bedorven; wij volgen de Engelse uitgave van 1912, die ‘wacht op de dag van het oordeel over de zondaars’ leest. Zie ook: Hos 5:9 ### Wat de zondaars zeggen **102:6** En wanneer jullie sterven, zeggen de zondaars over jullie: Zoals wij gestorven zijn, zijn de rechtvaardigen gestorven; en wat heeft hun voordeel van hun werken gebracht? Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ትመውቱ (temäwtu) = jullie sterft | ይብሉ (yeblu) = zeggen | በላዕሌክሙ (bälalekmu) = op jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ከመ (kämä) = dat; als | ሞትነ (motnä) = wij stierven | ሞቱ (motu) = gestorven zijn | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ወምንት (wämnt) = en wat | ኮነ (konä) = is geworden | በቊዔቶሙ (bäqwietomu) = in hun voordeel | በምግባሮሙ (bämgbaromu) = door hun werken Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **102:7** Zie, zoals wij zijn zij gestorven in droefheid en in duisternis; en wat is hun voorsprong boven ons? Van nu af zijn wij gelijk. Brontekst: ነዋ (näwa) = zie | ከማነ (kämanä) = zoals wij | ሞቱ (motu) = gestorven zijn | በኀዘን (bäkhäzän) = in droefheid | ወበጽልመት (wäbätslmät) = en in de duisternis | ወምንት (wämnt) = en wat | ፈድፋዶሙ (fädfadomu) = hun voorsprong | እምኔነ (emnenä) = dan wij | እምይእዜ (emyze) = van nu af | ተዐረይነ (tääräynä) = wij zijn gelijk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **102:8** En wat zullen zij ontvangen en wat zullen zij voor altijd zien? Want zie, ook zij zijn gestorven, en van nu af zullen zij voor altijd het licht niet zien. Brontekst: ወምንተ (wämntä) = en wat | ይነሥኡ (yenäsu) = zullen zij ontvangen | ወምንተ (wämntä) = en wat | ይሬእዩ (yereyu) = zij zien | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | እስመ (esmä) = omdat | እሙንቱሂ (emuntuhi) = ook zij | ነዋ (näwa) = zie | ሞቱ (motu) = gestorven zijn | ወእምይእዜ (wämyze) = en van nu af | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ኢይሬእዩ (iyreyu) = zullen niet zien | ብርሃነ (berhanä) = het licht van Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Pred. 2:14–16, Pred. 3:19–21 en Wijsh. 2:1–5. Voetnoot Uitleg: Zo spreken volgens de Engelse uitgave van 1912 de sadduceeën, die zeggen dat er na de dood geen verschil is tussen rechtvaardige en goddeloze. Zie ook: Pred 2:14–16; Pred 3:19–21 ### Het antwoord **102:9** Ik zeg jullie, zondaars: het is jullie genoeg te eten en te drinken en mensen te ontkleden en te beroven en te zondigen en bezit te verwerven en goede dagen te zien. Brontekst: እብለክሙ (ebläkmu) = ik zeg jullie | አንትሙ (äntmu) = jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | አከለክሙ (äkäläkmu) = het is genoeg voor jullie | በሊዕ (bäli) = te eten | ወሰትይ (wäsäty) = en te drinken | ወአዕርቆተ (wäärqotä) = en het ontkleden van | ሰብእ (säb) = mensen | ወሐይድ (wähäyd) = en roof | ወኀጢአት (wäkhätiät) = en zonde | ወአጥርዮተ (wäätryotä) = en het verwerven van | ንዋይ (neway) = bezittingen | ወርእዮተ (wäryotä) = en het zien van | መዋዕል (mäwal) = dagen | ሠናይ (sänay) = mooi Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 34:13. Zie ook: Ps 34:14 **102:10** Hebben jullie de rechtvaardigen gezien, hoe hun einde was, in vrede, want geen geweld werd bij hen gevonden tot de dag van hun dood? Brontekst: ርኢክምዎሙኑ (reikmwomunu) = hebben jullie hen gezien | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | እፎ (efo) = hoe | ኮነ (konä) = is geworden | ተፍጻሜቶሙ (täftsametomu) = hun einde | ሰላመ (sälamä) = vrede | እስመ (esmä) = omdat | ኲሉ (kwilu) = alle | ግፍዕ (gef) = geweld | ኢተረክበ (itäräkbä) = werd niet gevonden | በላዕሌሆሙ (bälalehomu) = bij hen | እስከ (eskä) = tot | ዕለተ (elätä) = de dag van | ሞቶሙ (motomu) = hun dood Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **102:11** En zij zijn omgekomen en geworden alsof zij niet waren, en hun zielen zijn in benauwdheid in de Sjeol neergedaald. Brontekst: ወተሐጒሉ (wätähägwilu) = en zij zijn omgekomen | ወኮኑ (wäkonu) = en zijn geworden | ከመ (kämä) = dat; als | ዘኢኮኑ (zäikonu) = die niet zijn | ወወረዱ (wäwärädu) = en zij daalden af | ውስተ (westä) = in | ሲኦል (siol) = de Sjeol | ነፍሳቲሆሙ (näfsatihomu) = hun zielen | በምንዳቤ (bämndabe) = in benauwdheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit vers is volgens de Engelse uitgave van 1912 het weerwoord van de zondaars. ## Henoch 103 _De belofte aan de rechtvaardigen; het lot van de zondaars_ ### Henoch zweert **103:1** En nu zweer ik jullie, rechtvaardigen, bij Zijn grote heerlijkheid en Zijn eer en bij Zijn geëerd koningschap en bij Zijn grootheid zweer ik jullie: Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | አነ (änä) = ik | እምሕል (emhl) = ik zweer | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | በዐቢይ (bääbiy) = bij de grote | ስብሐቱ (sebhätu) = Zijn heerlijkheid | ወክብሩ (wäkbru) = en Zijn eer | ወበክቡር (wäbäkbur) = en bij het geëerde | መንግሥቱ (mängstu) = Zijn koningschap | ወበዕበዩ (wäbäbäyu) = en bij Zijn grootheid | እምሕል (emhl) = ik zweer | ለክሙ (läkmu) = voor jullie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Zie 81:1 en 93:2 voor de tafelen van de hemel. **103:2** Want ik ken dit geheim, en ik las op de platen van de hemel en zag het geschrift van de heiligen en vond daarin geschreven en ingegrift over hen: Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | አነ (änä) = ik | አአምር (äämr) = ik weet | ዘንተ (zäntä) = dit | ምሥጢረ (mestirä) = geheim | ወአንበብኩ (wäänbäbku) = en ik las | በጸፍጸፈ (bätsäftsäfä) = op de platen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ጽሕፈተ (tsehfätä) = het geschrift van | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | ወረከብኩ (wäräkäbku) = en ik vond | ጽሑፈ (tsehufä) = geschreven | ውስቴቱ (westetu) = daarin | ወልኩዐ (wälkuä) = en ingegrift | በእንቲአሆሙ (bäntiähomu) = over hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ጽሕፈተ ቅዱሳን (‘het geschrift van de heiligen’): de hoofdtekst van de Engelse uitgave van 1912 heeft ‘de heilige boeken’; in een deel van de handschriften staat ‘de boeken van de heiligen’, dat wil zeggen van de engelen (zie 47:3). **103:3** dat al het goede en vreugde en eer voor hen bereid is en opgeschreven voor de geesten van hen die in gerechtigheid gestorven zijn, en dat veel goeds jullie zal worden gegeven als loon voor jullie arbeid, en dat jullie lot veel groter is dan het lot van de levenden. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ኲሉ (kwilu) = alle | ሠናይ (sänay) = goede | ወፍሥሓ (wäfsha) = en vreugde | ወክብር (wäkbr) = en eer | ተደለወ (tädäläwä) = is bereid | ሎሙ (lomu) = voor hen | ወተጽሕፈ (wätätshfä) = en is opgeschreven | ለመናፍስቲሆሙ (lämänafstihomu) = voor hun geesten | ለእለ (lälä) = van hen die | ሞቱ (motu) = gestorven zijn | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | ወበብዙኅ (wäbäbzukh) = en met veel | ሠናይ (sänay) = goeds | ይትወሀብ (yetwähäb) = zal gegeven worden | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ተክለ (täklä) = de plant van | ጻማክሙ (tsamakmu) = jullie arbeid | ወክፍልክሙ (wäkflkmu) = en jullie lot | ፈድፋደ (fädfadä) = meer | እምክፍለ (emkflä) = dan het lot van | ሕያዋን (heyawan) = de levenden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ተክለ ጻማክሙ (letterlijk ‘de plant van jullie arbeid’): wij volgen de Engelse uitgave van 1912, ‘als loon voor jullie arbeid’. **103:4** En de geest van jullie die in gerechtigheid gestorven zijn, zal leven, en hun geesten zullen zich verheugen en jubelen, en hun gedachtenis zal voor het aangezicht van de Grote zijn voor alle geslachten van de wereld. En nu: vrees hun smaad niet. Brontekst: ወየሐይዉ (wäyähäywu) = en zij zullen leven | መንፈስክሙ (mänfäskmu) = jullie geest | ለእለ (lälä) = van hen die | ሞትክሙ (motkmu) = jullie dood | በጽድቅ (bätsdq) = in gerechtigheid | ወይትፌሥሑ (wäytfeshu) = en zullen zich verheugen | ወይትሐሠዩ (wäythäsäyu) = en jubelen | መናፍስቲሆሙ (mänafstihomu) = hun geesten | ወተዝካሮሙ (wätäzkaromu) = en hun gedachtenis | እምቅድመ (emqdmä) = van voor | ገጹ (gätsu) = Zijn aangezicht | ለዐቢይ (lääbiy) = de grote | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle | ትውልደ (tewldä) = geslacht | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid | ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ኢትፍርህዎ (itfrhwo) = vrees niet | ለኀሣሮሙ (läkhäsaromu) = hun smaad Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 is hier alleen sprake van het voortleven van de geest van de rechtvaardigen, niet van een lichamelijke opstanding. ### Wee over de zondaars **103:5** Wee jullie, zondaars, wanneer jullie in jullie zonde sterven en zij die zijn zoals jullie over jullie zeggen: Gelukzalig zijn de zondaars; al hun dagen hebben zij gezien. Brontekst: አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ሶበ (sobä) = wanneer | ትመውቱ (temäwtu) = jullie sterft | በኀጢአትክሙ (bäkhätiätkmu) = in jullie zonde | ወይብሉ (wäyblu) = en zeggen | እሉ (elu) = deze | እለ (elä) = die | ከማክሙ (kämakmu) = zoals jullie | ዲቤክሙ (dibekmu) = over jullie | ብፁዓን (betsuan) = gelukzalig | እሙንቱ (emuntu) = zij | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ኲሎ (kwilo) = alle | መዋዕሎሙ (mäwalomu) = al hun dagen | ርእዩ (reyu) = zij hebben gezien Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **103:6** En nu zijn zij gestorven in voorspoed en in rijkdom, en benauwdheid en moord hebben zij in hun leven niet gezien, en in eer zijn zij gestorven, en oordeel is hun in hun leven niet aangedaan. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ሞቱ (motu) = gestorven zijn | በሠናይ (bäsänay) = in voorspoed | ወበብዕል (wäbäbl) = en in rijkdom | ወምንዳቤ (wämndabe) = en benauwdheid | ወቀትለ (wäqätlä) = en moord | እርእዩ (eryu) = zij hebben niet gezien | በሕይወቶሙ (bähywätomu) = in hun leven | ወበስብሐት (wäbäsbhät) = en in eer | ሞቱ (motu) = gestorven zijn | ወኲነኔ (wäkwinäne) = en het oordeel | ኢተገብረ (itägäbrä) = is niet uitgevoerd | ሎሙ (lomu) = voor hen | በሕይወቶሙ (bähywätomu) = in hun leven Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **103:7** Weet dat men hun zielen naar de Sjeol zal doen afdalen, en zij zullen ellendig zijn, en hun benauwdheid zal groot zijn. Brontekst: ተአምርዎሙ (täämrwomu) = weet | እስመ (esmä) = omdat | ውስተ (westä) = in | ሲኦል (siol) = de Sjeol | ያወርድዎሙ (yawärdwomu) = zij zullen doen afdalen | ለነፍሳቲሆሙ (länäfsatihomu) = hun zielen | ወእኩያተ (wäkuyatä) = en ellendig | ይከውና (yekäwna) = zij zullen worden | ወምንዳቤሆሙ (wämndabehomu) = en hun benauwdheid | ዐቢየ (äbiyä) = groot Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **103:8** En in duisternis en strikken en in een brandende vlam, waar groot oordeel is, zal jullie geest binnengaan; en een groot oordeel zal er zijn voor alle geslachten tot in eeuwigheid. Wee jullie, want jullie hebben geen vrede. Brontekst: ወበጽልመት (wäbätslmät) = en in de duisternis | ወበመርበብት (wäbämärbäbt) = en in strikken | ወበላህብ (wäbälahb) = en in de vlam van | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | ኀበ (khäbä) = waar | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዐባይ (äbay) = grote | ትበውእ (tebäw) = zal binnengaan | መንፈስክሙ (mänfäskmu) = jullie geest | ወኲነኔ (wäkwinäne) = en het oordeel | ዐባይ (äbay) = grote | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle | ትውልድ (tewld) = generatie | እስከ (eskä) = tot | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | አሌ (äle) = wee | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እስመ (esmä) = omdat | አልብክሙ (älbkmu) = jullie hebben niet | ሰላም (sälam) = vrede Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Sjeol is hier volgens die uitgave de plaats van straf, met vlammend vuur. Voetnoot Lezing: መርበብት (‘strikken’): de Engelse uitgave van 1912 vertaalt ‘ketenen’. ### De klacht, in de mond van de zondaars gelegd **103:9** Zeg niet over de rechtvaardigen en goeden die in het leven zijn: In de dagen van onze nood hebben wij zwaar gearbeid, en alle zware arbeid hebben wij gezien en veel kwaad ontmoet, en wij zijn verteerd en weinigen geworden en onze geest is klein geworden. Brontekst: እትበልዎሙ (etbälwomu) = zeg niet over hen | ለጻድቃን (lätsadqan) = de rechtvaardigen | ወለኄራን (wäläkheran) = en de goeden | እለ (elä) = die | ሀለዉ (häläwu) = waren | ውስተ (westä) = in | ሕይወት (heywät) = het leven | በመዋዕለ (bämäwalä) = in de dagen van | ስራሕነ (serahnä) = onze nood | ጻማ (tsama) = het zwoegen | ጻመውነ (tsamäwnä) = wij hebben gearbeid | ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | ስራሐ (serahä) = zware arbeid | ርኢነ (reinä) = wij hebben gezien | ወእከያተ (wäkäyatä) = en kwaad | ብዙኀ (bezukhä) = veel | ረከብነ (räkäbnä) = wij hebben ontmoet | ወተወዳዕነ (wätäwädanä) = en wij zijn verteerd | ወውሕድነ (wäwhdnä) = en wij zijn weinigen geworden | ወንዕሰት (wänsät) = en klein geworden | መንፈስነ (mänfäsnä) = onze geest Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: In de verzen 9–15 spreken de zondaars, schamper, alsof zij de rechtvaardigen zijn; zij beschrijven hun nood in dit leven, zoals zij in 102:6–8 hun lot na de dood hebben beschreven (zo de Engelse uitgave van 1912). Voetnoot Lezing: እትበልዎሙ (‘zeg niet over hen’): lees ኢትበልዎሙ. De handschriften schommelen in dit hoofdstuk bijna zestig keer tussen ‘wij’ en ‘zij’; die uitgave kiest voor ‘wij’, en de Beta-tekst heeft dat ook. **103:10** En wij zijn verloren en niemand hielp ons met woord of daad; wij waren machteloos en vonden niets; en wij zijn gekweld en verloren, en wij hoopten niet het leven te zien van dag tot dag. Brontekst: ወተሐጐልነ (wätähägwälnä) = en wij zijn verloren | ወአልቦ (wäälbo) = en niet | ዘረድአነ (zärädänä) = wie ons hielp | በነገር (bänägär) = in het woord | ወበምግባር (wäbämgbar) = en in daad | ስእነ (senä) = wij waren machteloos | ወኢምንተኒ (wäimntäni) = en niets | ኢረከብነ (iräkäbnä) = wij vonden niet | ወተፅዕርነ (wätätsrnä) = en wij zijn gekweld | ወተሐጐልነ (wätähägwälnä) = en wij zijn verloren | ወኢተሰፈውነ (wäitäsäfäwnä) = en wij hoopten niet | ከመ (kämä) = dat; als | ንርአይ (neräy) = te zien | ሕይወተ (heywätä) = leven | ዕለተ (elätä) = dag | እምዕለት (emlät) = dan de dag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **103:11** En wij hoopten het hoofd te worden, en het is een staart geworden, onze arbeid, terwijl wij zwoegen; en wij hadden geen macht over onze arbeid, en hij werd voedsel voor de zondaars, en de onrechtvaardigen hebben hun juk zwaar op ons gelegd. Brontekst: ወተሰፈውነ (wätäsäfäwnä) = en wij hoopten | ንኩን (nekun) = te worden | ርእስ (res) = het hoofd | ወኮነ (wäkonä) = en het is geworden | ዘነበ (zänäbä) = de staart | ጻመውነ (tsamäwnä) = wij hebben gearbeid | እንዘ (enzä) = terwijl | ንትጌበር (netgebär) = wij arbeiden | ወኢሰለጥነ (wäisälätnä) = en wij hadden geen macht | ዲበ (dibä) = op | ጻማነ (tsamanä) = onze arbeid | ወኮነ (wäkonä) = en het is geworden | መባልዕተ (mäbaltä) = voedsel | ለኃጥኣን (läkhatan) = voor de zondaars | ወዐማፅያን (wäämatsyan) = en de onrechtvaardigen | አክበዱ (äkbädu) = hebben zwaar gemaakt | ላዕሌነ (lalenä) = over ons | አርዑተ (ärutä) = het juk van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Deut. 28:13, Deut. 28:44 en Deut. 28:48. Zie ook: Deut 28:13; Deut 28:44; Deut 28:48 **103:12** En zij hebben over ons geheerst die ons haten en slaan, en voor hen die ons haten hebben wij onze nek gebogen, maar zij hadden geen medelijden met ons. Brontekst: ወተሰልጡ (wätäsältu) = en zij hebben geheerst | ዲቤነ (dibenä) = over ons | እለ (elä) = die | ይጸልዑነ (yetsälunä) = die ons haten | ወእለ (wälä) = en die | ይድጒጹነ (yedgwitsunä) = die ons slaan | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ይጸልዑነ (yetsälunä) = die ons haten | አትሐትነ (äthätnä) = wij hebben gebogen | ክሳደነ (kesadänä) = onze nek | ወኢመሐፉነ (wäimähäfunä) = en zij hadden geen medelijden met ons Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Est. 9:1. Voetnoot Lezing: ወለእለ ይጸልዑነ (‘en voor hen die ons haten’): de Engelse uitgave van 1912 vermoedt een herhaling van de voorgaande regel en leest ‘voor hen die ons sloegen’. Zie ook: Est 9:1 **103:13** En wij wilden van hen heengaan om te ontkomen en te rusten, maar wij vonden geen plaats waarheen wij konden vluchten en van hen gered worden. Brontekst: ወፈቀድነ (wäfäqädnä) = en wij wilden | ንሑር (nehur) = heengaan | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ከመ (kämä) = dat; als | ንንፍጽ (nenfts) = ontkomen | ወናዕርፍ (wänarf) = en rusten | ወኢረከብነ (wäiräkäbnä) = en wij vonden niet | ኀበ (khäbä) = waar | ንጐይይ (negwäyy) = vluchten | ወንድኅን (wändkhn) = en gered worden | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **103:14** En wij klaagden over hen bij de engelen in onze benauwdheid, en wij riepen tegen hen die ons verslinden, maar zij zagen ons roepen niet aan en wilden onze stem niet horen. Brontekst: ወሰከይናሆሙ (wäsäkäynahomu) = en wij klaagden over hen | ኀበ (khäbä) = bij | መላእክት (mälakt) = de engelen | በምንዳቤነ (bämndabenä) = in onze benauwdheid | ወጸራሕነ (wätsärahnä) = en wij riepen | ዲበ (dibä) = tegen | እለ (elä) = die | ይበልዑነ (yebälunä) = die ons verslinden | ወጽራሐ (wätsrahä) = en de roep van | ዚአነ (ziänä) = ons | ኢይሬእዩ (iyreyu) = zullen niet zien | ወኢይፈቅዱ (wäiyfäqdu) = en zij willen niet | ከመ (kämä) = dat; als | ይስምዑ (yesmu) = zij horen | ቃለነ (qalänä) = onze stem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: መላእክት (‘engelen’): de Engelse uitgave van 1912 vertaalt hier ‘heersers’. **103:15** En zij helpen hen die ons beroven en verslinden en ons verminderen, en zij verbergen hun geweld en nemen hun juk niet van ons weg; maar zij verslinden ons en verstrooien ons en doden ons, en verbergen onze moord, en zij denken er niet aan dat zij hun handen tegen ons hebben opgeheven. Brontekst: ወይረድእዎሙ (wäyrädwomu) = en zij helpen hen | ለእለ (lälä) = van hen die | የሀይዱነ (yähäydunä) = die ons beroofden | ወይበልዑነ (wäybälunä) = en zij verslinden ons | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | አውሐዱነ (äwhädunä) = die ons verminderd hebben | ወየኀብኡ (wäyäkhäbu) = en zij verbergen | ግፍዖሙ (gefomu) = hun geweld | ወኢያወጽኡ (wäiyawätsu) = en zij nemen niet weg | እምኔነ (emnenä) = van ons | አርኡቶሙ (ärutomu) = hun juk | አላ (äla) = maar | ይበልዑነ (yebälunä) = die ons verslinden | ወይዘርዝሩነ (wäyzärzrunä) = en zij verspreiden ons | ወይቀትሉነ (wäyqätlunä) = en zij doden ons | ወየኀብኡ (wäyäkhäbu) = en zij verbergen | ቀትለነ (qätlänä) = onze moord | ወኢተዘከሩ (wäitäzäkäru) = en zij dachten er niet aan | ከመ (kämä) = dat; als | አንሦኡ (änsou) = dat zij hebben opgeheven | እደዊሆሙ (edäwihomu) = hun handen | ላዕሌነ (lalenä) = over ons Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: De Engelse uitgave van 1912 gebruikt de verzen 14–15 voor de datering van dit deel van het boek: de heersers staan hier aan de kant van de vijanden van de rechtvaardigen, wat volgens die uitgave past bij de latere Makkabese vorsten en dus vóór 64 v.Chr. ## Henoch 104 _Zekerheid voor de rechtvaardigen; waarschuwing tegen vervalsing_ ### De namen in de hemel **104:1** Ik zweer jullie, rechtvaardigen, dat in de hemel de engelen jullie ten goede gedenken voor het aangezicht van de heerlijkheid van de Grote; jullie namen zijn opgeschreven voor het aangezicht van de heerlijkheid van de Grote. Brontekst: እምሕል (emhl) = ik zweer | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | እስመ (esmä) = omdat | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | ይዜከሩ (yezekäru) = zullen gedenken | መላእክት (mälakt) = de engelen | በእንቲአክሙ (bäntiäkmu) = voor jullie | ለሠናይ (läsänay) = ten goede | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = Zijn heerlijkheid | ለዐቢይ (lääbiy) = de grote | አስማቲክሙ (äsmatikmu) = jullie namen | ይጸሐፍ (yetsähäf) = wordt geschreven | በቅድመ (bäqdmä) = voor het aangezicht van | ስብሐቲሁ (sebhätihu) = Zijn heerlijkheid | ለዐቢይ (lääbiy) = de grote Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Luc. 10:20. Voetnoot Uitleg: Zie 47:3 voor de namen die zijn opgeschreven. Zie ook: Luc 10:20 **104:2** Heb hoop, want voorheen werden jullie beschaamd door kwaad en zware arbeid; maar nu zullen jullie stralen als de lichten van de hemel, en jullie zullen gezien worden, en de poorten van de hemel worden voor jullie geopend. Brontekst: ተሰፈዉ (täsäfäwu) = hoop | እስመ (esmä) = omdat | በቀዳሚ (bäqädami) = voorheen | ኀሰርክሙ (khäsärkmu) = jullie werden beschaamd | በእከይ (bäkäy) = door kwaad | ወበስራሕ (wäbäsrah) = en door zware arbeid | ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ትበርሁ (tebärhu) = jullie zullen stralen | ከመ (kämä) = dat; als | ብርሃናተ (berhanatä) = de lichten van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወትትረአዩ (wätträäyu) = en jullie zullen gezien worden | ወኆኅተ (wäkhokhtä) = en de poorten van | ሰማይ (sämay) = hemel | ይትረኀዉ (yeträkhäwu) = worden geopend | ለክሙ (läkmu) = voor jullie Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 12:3. Voetnoot Uitleg: Volgens de Engelse uitgave van 1912 wordt de hemel de woonplaats van de rechtvaardigen: zij stralen als de lichten van de hemel. Zie ook: Dan 12:3 **104:3** En roep om het oordeel, en het zal voor jullie verschijnen; want van de engelen zal al jullie benauwdheid gevorderd worden, en van allen die hielpen hen die jullie beroofden. Brontekst: ወጽራሐ (wätsrahä) = en de roep van | ዚአክሙ (ziäkmu) = jullie | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ጽርሑ (tserhu) = roept | ወያስተርኢ (wäyastäri) = en het zal jullie verschijnen | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | እስመ (esmä) = omdat | እምነ (emnä) = van | መላእክት (mälakt) = de engelen | ይትኀሠሥ (yetkhäsäs) = zal onderzocht worden | ኲሎ (kwilo) = alle | ምንዳቤክሙ (mendabekmu) = jullie benauwdheid | ወእምኲሎሙ (wämkwilomu) = en van allen | እለ (elä) = die | አርድእዎሙ (ärdwomu) = die hielpen | ለእለ (lälä) = van hen die | የሀይዱክሙ (yähäydukmu) = die jullie beroofden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Zie 97:5 en 99:3 over het roepen van de rechtvaardigen. Voetnoot Lezing: መላእክት (‘engelen’): de Engelse uitgave van 1912 vertaalt hier ‘heersers’ (zie 103:14). **104:4** Heb hoop en laat jullie hoop niet varen, want er zal grote vreugde voor jullie zijn, als voor de engelen van de hemel. Brontekst: ተሰፈዉ (täsäfäwu) = hoop | ወኢትኅድጉ (wäitkhdgu) = en laat niet varen | ተስፋክሙ (täsfakmu) = jullie hoop | እስመ (esmä) = omdat | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ፍሥሓ (fesha) = vreugde | ዐባይ (äbay) = grote | ከመ (kämä) = dat; als | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Matt. 22:30 en Mark. 12:25. Zie ook: Mat 22:30; Mar 12:25 ### Niet verbergen **104:5** Wat zullen jullie moeten doen? Jullie zullen je op de dag van het grote oordeel niet hoeven te verbergen en jullie zullen niet als zondaars gevonden worden; en het oordeel dat tot in eeuwigheid is, zal ver van jullie zijn, voor alle geslachten van de wereld. Brontekst: እንተ (entä) = wat | ሀለወክሙ (häläwäkmu) = jullie moeten | ትግበሩ (tegbäru) = dat jullie doen | አኮ (äko) = niet | ትትኀብኡ (tetkhäbu) = jullie zullen je verbergen | ሀለወክሙ (häläwäkmu) = jullie hoeven | በዕለተ (bälätä) = op de dag van | ኲነኔ (kwinäne) = oordeel | ዐባይ (äbay) = grote | ወኢትትረከቡ (wäitträkäbu) = en jullie zullen niet gevonden worden | ከመ (kämä) = dat; als | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ወኲነኔ (wäkwinäne) = en het oordeel | እንተ (entä) = die | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | እምኔክሙ (emnekmu) = van jullie | ለኲሉ (läkwilu) = voor alle | ትውልደ (tewldä) = geslacht | ዓለም (aläm) = de eeuwigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Zie ook 94:9 en 98:10 over de dag van het grote oordeel. **104:6** En nu, vrees niet, rechtvaardigen, wanneer jullie de zondaars sterk zien worden en voorspoed zien hebben in hun begeerten; wees geen deelgenoten van hen, maar houd jullie ver van hun geweld, want jullie zijn bestemd deelgenoten te zijn van de legerscharen van de hemel. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | እትፍርሁ (etfrhu) = vrees niet | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | ሶበ (sobä) = wanneer | ትሬእይዎሙ (tereywomu) = jullie zien hen | ለኃጥአን (läkhatän) = voor de zondaars | ይጸንዑ (yetsänu) = sterk worden | ወይዴለዉ (wäydeläwu) = en voorspoed hebben | በፍትወቶሙ (bäftwätomu) = in hun begeerten | ወኢትኩኑ (wäitkunu) = en wees niet | ሱቱፋነ (sutufanä) = deelgenoten | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | አላ (äla) = maar | ረኀቁ (räkhäqu) = blijf ver | እምግፍዐ (emgfä) = van het geweld van | ዚአሆሙ (ziähomu) = hunner | እስመ (esmä) = omdat | ለሐራ (lähära) = de legerscharen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ሀለወክሙ (häläwäkmu) = jullie zijn bestemd | ትኩኑ (tekunu) = jullie zullen zijn | ሱቱፋነ (sutufanä) = deelgenoten Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Luc. 2:13 en Openb. 19:14. Voetnoot Lezing: በፍትወቶሙ (‘in hun begeerten’): de hoofdtekst van de Engelse uitgave van 1912 heeft ‘in hun wegen’ (zie Jer. 12:1). Zie ook: Jer 12:1; Luc 2:13; Openb 19:14 ### Alle zonde wordt opgeschreven **104:7** Want jullie, zondaars, zeggen: Al onze zonde zal niet nagespeurd en opgeschreven worden; maar zij zullen al jullie zonden elke dag opschrijven. Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ትብሉ (teblu) = jullie zeggen | አንትሙ (äntmu) = jullie | ኃጥአን (khatän) = de zondaars | ኢትኅሥሡ (itkhssu) = jullie zullen niet nasporen | ወኢይጸሐፍ (wäiytsähäf) = en niet zal opgeschreven worden | ኲሉ (kwilu) = alle | ኀጢአትነ (khätiätnä) = onze zonde | ይጽሕፉ (yetshfu) = zij schrijven | ሀለዉ (häläwu) = zullen | ኲሎ (kwilo) = alle | ኀጢአተክሙ (khätiätäkmu) = jullie zonden | በኲሉ (bäkwilu) = in alle | ዕለት (elät) = dag Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ኢትኅሥሡ ወኢይጸሐፍ (‘jullie zullen niet nasporen en niet wordt opgeschreven’): de Engelse uitgave van 1912 leest met één handschrift ‘zal niet nagespeurd worden’ en vertaalt ‘al onze zonde zal niet nagespeurd en opgeschreven worden’; zo hebben wij het ook vertaald. **104:8** En nu laat ik jullie zien dat licht en duisternis, dag en nacht al jullie zonden zien. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | አነ (änä) = ik | አርእየክሙ (äryäkmu) = ik laat jullie zien | እስመ (esmä) = omdat | ብርሃን (berhan) = licht | ወጽልመት (wätslmät) = en donker | ዕለት (elät) = dag | ወሌሊት (wälelit) = en nacht | ይሬእዩ (yereyu) = zij zien | ኲሎ (kwilo) = alle | ኀጢአተክሙ (khätiätäkmu) = jullie zonden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ### Waarschuwing tegen vervalsing **104:9** Word niet goddeloos in jullie hart, en lieg niet, en verander niet het woord van rechtvaardigheid, en beschuldig het woord van de Heilige en Grote niet van leugen, en prijs jullie afgod niet; want heel jullie leugen en heel jullie goddeloosheid is niet tot gerechtigheid, maar tot grote zonde. Brontekst: እትርስዑ (etrsu) = wordt niet goddeloos | በልብክሙ (bälbkmu) = in jullie hart | ወኢተሐስዉ (wäitähäswu) = en liegt niet | ወኢትሚጥዎ (wäitmitwo) = en verander het niet | ለነገረ (länägärä) = het woord van | ርትዕ (ret) = rechtvaardigheid | ወኢታሐስውዎ (wäitahäswwo) = en beschuldig het niet van leugen | ለነገረ (länägärä) = het woord van | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ወዐቢይ (wääbiy) = en Grote | ወኢትሰብሕዎ (wäitsäbhwo) = en prijs niet | ለጣዖትክሙ (lätaotkmu) = jullie afgod | እስመ (esmä) = omdat | ኢኮነት (ikonät) = is niet | ኲላ (kwila) = heel | ሐሰትክሙ (häsätkmu) = jullie leugen | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ርስዓንክሙ (resankmu) = jullie goddeloosheid | ለጽድቅ (lätsdq) = de gerechtigheid | አላ (äla) = maar | ለኀጢአት (läkhätiät) = de zonde | ዐባይ (äbay) = grote Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **104:10** En nu ken ik dit geheim: dat velen van de zondaars het woord van rechtvaardigheid zullen veranderen en verdraaien, en kwade woorden zullen spreken en liegen en grote verzinsels zullen verzinnen, en boeken zullen schrijven over hun woorden. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | አነ (änä) = ik | አአምሮ (äämro) = ik weet | ለዝ (läz) = voor deze | ምሥጢር (mestir) = geheim | እስመ (esmä) = omdat | ነገረ (nägärä) = het woord | ርትዕ (ret) = rechtvaardigheid | ይመይጡ (yemäytu) = zij veranderen | ወየዐልዉ (wäyäälwu) = en zij verdraaien | ብዙኃን (bezukhan) = velen | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ወይትናገሩ (wäytnagäru) = en zij spreken | ነገራተ (nägäratä) = woorden | እኩያተ (ekuyatä) = kwade | ወይሔስዉ (wäyheswu) = en zij liegen | ወይፈጥሩ (wäyfätru) = en zij verzinnen | ፍጥረተ (feträtä) = verzinsels | ዐቢያተ (äbiyatä) = grote | ወመጻሕፍተ (wämätsahftä) = en boeken | ይጽሕፉ (yetshfu) = zij schrijven | ዲበ (dibä) = op | ነገራቲሆሙ (nägäratihomu) = hun woorden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **104:11** En indien zij al mijn woorden in rechtschapenheid in hun talen zouden schrijven, en niets veranderen of verminderen van mijn woorden, maar alles in rechtschapenheid schrijven, alles wat ik eerder over hen heb laten horen, Brontekst: ወሶበሰ (wäsobäsä) = maar indien | ኲሎ (kwilo) = alle | ነገርየ (nägäryä) = mijn woorden | ይጽሕፉ (yetshfu) = zij schrijven | በርትዕ (bärt) = in gerechtigheid | ዲበ (dibä) = op | ልሳናቲሆሙ (lesanatihomu) = hun tongen | ወኢይዌልጡ (wäiyweltu) = en zij veranderen niet | ወኢያሐፅፅ (wäiyahätsts) = en doen er niet van af | እምነገራትየ (emnägäratyä) = van mijn woorden | አላ (äla) = maar | ኲሎ (kwilo) = alle | በርትዕ (bärt) = in gerechtigheid | ይጽሕፉ (yetshfu) = zij schrijven | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘቀዳሚ (zäqädami) = wat vroeger was | አስማዕኩ (äsmaku) = ik heb laten horen | በእንቲአሆሙ (bäntiähomu) = over hen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: Dit vers is een voorwaardelijke zin zonder nazin; de Engelse uitgave van 1912 vult in vers 12 ‘dan’ in. ### De boeken voor de rechtvaardigen **104:12** dan ken ik nog een ander geheim: dat aan de rechtvaardigen en de wijzen boeken gegeven zullen worden tot vreugde en rechtschapenheid en veel wijsheid. Brontekst: ወካልአ (wäkalä) = en een ander | ምሥጢረ (mestirä) = geheim | አአምር (äämr) = ik weet | እስመ (esmä) = omdat | ለጻድቃን (lätsadqan) = voor de rechtvaardigen | ወለጠቢባን (wälätäbiban) = en aan wijzen | ይትወሀባ (yetwähäba) = zullen gegeven worden | መጻሕፍታት (mätsahftat) = boeken | ለፍሥሓ (läfsha) = tot vreugde | ወለርትዕ (wälärt) = en tot rechtschapenheid | ወለጥበብ (wälätbäb) = en tot wijsheid | ብዙኅ (bezukh) = overvloedig Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **104:13** En aan hen zullen de boeken gegeven worden, en zij zullen erin geloven en zich erover verheugen, en alle rechtvaardigen die daaruit alle paden van de rechtschapenheid hebben leren kennen, zullen beloond worden. Brontekst: ወሎሙ (wälomu) = en aan hen | ይትወሀባ (yetwähäba) = zullen gegeven worden | መጻሕፍት (mätsahft) = boeken | ወየአምኑ (wäyäämnu) = en geloven | ቦሙ (bomu) = daarmee | ወይትፌሥሑ (wäytfeshu) = en zullen zich verheugen | ቦሙ (bomu) = daarmee | ወይትዐሠዩ (wäytäsäyu) = en zullen beloond worden | ኲሎሙ (kwilomu) = allen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen | እለ (elä) = die | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | አእመሩ (ämäru) = zij begrepen het | ኲሎ (kwilo) = alle | ፍናዋተ (fenawatä) = wegen | ርትዕ (ret) = rechtvaardigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. ## Henoch 105 _Yahweh en Zijn Zoon verenigen zich met de rechtvaardigen_ ### De opdracht aan de kinderen van de aarde **105:1** En in die dagen zei Yahweh dat zij de kinderen van de aarde moesten roepen en over hun wijsheid moesten laten getuigen: **„Toon het hun, want jullie zijn hun leiders en een loon over heel de aarde.** Brontekst: ወበእማንቱ (wäbämantu) = en in die | መዋዕል (mäwal) = dagen | ይቤ (yebe) = zei | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ከመ (kämä) = dat; als | ይጸውዑ (yetsäwu) = dat zij roepen | ወያስምዑ (wäyasmu) = en laten getuigen | ለውሉደ (läwludä) = de kinderen van | ምድር (medr) = de aarde | በጥበቦሙ (bätbäbomu) = over hun wijsheid | አርእዩ (äryu) = toon | ሎሙ (lomu) = voor hen | እስመ (esmä) = omdat | አንትሙ (äntmu) = jullie | መራሕያኒሆሙ (märahyanihomu) = hun leiders | ወዕሤያተ (wäseyatä) = en loon | ዲበ (dibä) = op | ኲላ (kwila) = heel | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ውሉደ ምድር (‘de kinderen van de aarde’): hier hebben deze woorden volgens de Engelse uitgave van 1912 een goede betekenis, want de boeken van Henoch zijn bedoeld als gids voor hen; in 100:6 zijn zij de zondaars. Die uitgave rekent dit hoofdstuk daarom niet tot 91–104: ook de Messias, die in vers 2 voorkomt, wordt daar nergens genoemd. **105:2** **Want Ik en Mijn Zoon zullen ons voor altijd met hen verenigen op de wegen van de rechtvaardigheid in hun leven; en vrede zal er voor jullie zijn. Verheug jullie, kinderen van de rechtvaardigheid, in waarheid.”** Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | አነ (änä) = Ik | ወወልድየ (wäwäldyä) = en Mijn Zoon | ንዴመር (nedemär) = zullen wij ons verenigen | ምስሌሆሙ (meslehomu) = met hen | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | በፍናዋተ (bäfnawatä) = op de wegen van | ርትዕ (ret) = rechtvaardigheid | በሕይወቶሙ (bähywätomu) = in hun leven | ወሰላም (wäsälam) = en vrede | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ተፈሥሑ (täfäshu) = verheug jullie | ውሉደ (weludä) = de kinderen van | ርትዕ (ret) = rechtvaardigheid | በአማን (bääman) = in waarheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 2:7. Voetnoot Uitleg: ወወልድየ (‘en Mijn Zoon’): volgens de Engelse uitgave van 1912 is dit de Messias; dat de Messias ‘Zoon’ van Elohim heet was in het Jodendom bekend (met verwijzing naar het Vierde boek Ezra) en ligt voor de hand na de vroege messiaanse uitleg van deze psalm. ሰላም (‘vrede’) is volgens die uitgave de bijzondere zegen van de rechtvaardigen, zoals het gemis ervan de vloek van de goddelozen is. Zie ook: Ps 2:7 ## Henoch 106 _De geboorte van Noach_ ### De geboorte van het kind **106:1** En na enige dagen nam mijn zoon Metuselach een vrouw voor zijn zoon Lemech, en zij werd zwanger van hem en baarde een zoon. Brontekst: ወእምድኅረ (wämdkhrä) = en na | መዋዕል (mäwal) = dagen | ነሥአ (näsä) = nam | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | ለወልዱ (läwäldu) = aan zijn zoon | ላሜክ (lamek) = Lemech | ብእሲተ (besitä) = een vrouw | ወፀንሰት (wätsänsät) = en zij werd zwanger | እምኔሁ (emnehu) = van hem | ወወለደት (wäwälädät) = en zij baarde | ወልደ (wäldä) = een zoon Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **106:2** En zijn lichaam was wit als sneeuw en rood als de bloem van een roos, en het haar van zijn hoofd en zijn lange lokken waren wit als wol, en zijn ogen waren mooi. En toen hij zijn ogen opende, verlichtte hij heel het huis als de zon, en het hele huis werd zeer helder. Brontekst: ወኮነ (wäkonä) = en het geschiedde | ሥጋሁ (segahu) = zijn lichaam | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ከመ (kämä) = dat; als | አስሐትያ (äshätya) = sneeuw | ወቀይሕ (wäqäyh) = en rood | ከመ (kämä) = dat; als | ጽጌ (tsege) = de bloem van | ረዳ (räda) = roos | ወፀጒረ (wätsägwirä) = en het haar van | ርእሱ (resu) = zijn hoofd | ከመ (kämä) = dat; als | ፀምር (tsämr) = wol | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወድምድማሁ (wädmdmahu) = en zijn lange lokken | ወሠናይ (wäsänay) = en mooi | አዕይንቲሁ (äyntihu) = zijn ogen | ወሶበ (wäsobä) = en toen | ከሠተ (käsätä) = opende | አዕይንቲሁ (äyntihu) = zijn ogen | አብርሃ (äbrha) = verlichtte | ኲላ (kwila) = heel | ቤተ (betä) = het huis van | ከመ (kämä) = dat; als | ፀሐይ (tsähäy) = de zon | ወፈድፋደ (wäfädfadä) = en zeer | በርሀ (bärhä) = werd helder | ኲሉ (kwilu) = heel | ቤት (bet) = het huis Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ወድምድማሁ ወሠናይ አዕይንቲሁ (‘en zijn lange lokken en mooi zijn ogen’): de Engelse uitgave van 1912 acht dit verdacht, want lange lokken bij een pasgeborene zijn vreemd en het Latijnse fragment noemt ze niet; die uitgave vermoedt een verderving van ‘en zijn ogen waren als de stralen van de zon’, zoals in vers 5. Wij volgen de Beta-tekst. **106:3** En toen hij opstond uit de handen van de vroedvrouw, opende hij zijn mond en sprak met Yahweh van gerechtigheid. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en toen | ተንሥአ (tänsä) = stond op | እምእዴሃ (emdeha) = uit de handen van | ለመወልዲት (lämäwäldit) = de vroedvrouw | ከሠተ (käsätä) = opende | አፉሁ (äfuhu) = zijn mond | ወተናገረ (wätänagärä) = en sprak met | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: እግዚአ ጽድቅ (‘Yahweh van gerechtigheid’): Zie 22:14 en 90:40. Voetnoot Lezing: ወተናገረ (‘en sprak met’): de Engelse uitgave van 1912 acht dit een verdorven lezing en denkt aan een werkwoord voor ‘aanbidden, loven’; het Latijnse fragment heeft ‘aanbad’. Wij volgen de Beta-tekst. ### Lemech vlucht naar Metuselach **106:4** En zijn vader Lemech werd bang voor hem en vluchtte, en kwam tot zijn vader Metuselach. Brontekst: ወፈርሀ (wäfärhä) = en werd bang | ላሜክ (lamek) = Lemech | አቡሁ (äbuhu) = zijn vader | እምኔሁ (emnehu) = van hem | ወጐየ (wägwäyä) = en vluchtte | ወመጽአ (wämätsä) = en kwam | ኀበ (khäbä) = tot | አቡሁ (äbuhu) = zijn vader | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **106:5** En hij zei tot hem: Ik heb een vreemde zoon verwekt, niet als een mens, maar gelijkend op de kinderen van de engelen van de hemel; en zijn natuur is anders en hij is niet zoals wij, en zijn ogen zijn als de stralen van de zon, en zijn gelaat is heerlijk. Brontekst: ወይቤሎ (wäybelo) = en zei tot hem | አነ (änä) = ik | ወለድኩ (wälädku) = ik heb verwekt | ወልደ (wäldä) = een zoon | ውሉጠ (welutä) = vreemd | ኢኮነ (ikonä) = is niet | ከመ (kämä) = dat; als | ሰብእ (säb) = een mens | አላ (äla) = maar | ይመስል (yemäsl) = gelijkt | ደቂቀ (däqiqä) = de kinderen van | መላእክተ (mälaktä) = de engelen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወፍጥረቱ (wäfträtu) = en zijn natuur | ካልእት (kalt) = anders | ወኢኮነ (wäikonä) = en is niet | ከማነ (kämanä) = zoals wij | ወአዕይንቲሁ (wääyntihu) = en zijn ogen | ከመ (kämä) = dat; als | እገሪሁ (egärihu) = zijn voeten | ለጸሐይ (lätsähäy) = de zon | ገጹ (gätsu) = zijn gelaat | ስቡሕ (sebuh) = heerlijk Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ደቂቀ መላእክተ ሰማይ (‘de kinderen van de engelen van de hemel’): de Engelse uitgave van 1912 vertaalt ‘de zonen van Elohim van de hemel’ (Zie 71:1). De Beta-tekst heeft ‘engelen’, en wij volgen haar. **106:6** En het komt mij voor dat hij niet van mij is, maar van de engelen, en ik vrees dat er in zijn dagen een wonder zal geschieden op de aarde. Brontekst: ወይመስለኒ (wäymäsläni) = en het lijkt mij | ከመ (kämä) = dat; als | ኢኮነ (ikonä) = is niet | እምኔየ (emneyä) = van mij | አላ (äla) = maar | እመላእክት (emälakt) = van de engelen | ውእቱ (wetu) = hij | ወእፈርህ (wäfärh) = en ik vrees | ከመ (kämä) = dat; als | ኢይትገበር (iytgäbär) = geschiede | መንክር (mänkr) = een wonder | በመዋዕሊሁ (bämäwalihu) = in zijn dagen | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ከመ ኢይትገበር (‘opdat niet gedaan worde’): na ‘vrezen’ geeft dit in het Ge'ez weer wat men vreest: ‘uit vrees dat er een wonder gedaan wordt’; zo vertaalt ook de Engelse uitgave van 1912 (‘a wonder may be wrought’). **106:7** En nu, mijn vader, ik ben hier om je te smeken en je te vragen dat je naar Henoch, onze vader, gaat en van hem de waarheid verneemt, want zijn verblijf is bij de engelen. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ሀለውኩ (häläwku) = ik ben hier | አቡየ (äbuyä) = mijn vader | አስተበቊዐከ (ästäbäqwiäkä) = om je te smeken | ወእስእል (wäsl) = en ik vraag | እምኀቤከ (emkhäbekä) = van je | ከመ (kämä) = dat; als | ትሑር (tehur) = dat je gaat | ኀበ (khäbä) = naar | ሄኖክ (henok) = Henoch | አብነ (äbnä) = onze vader | ወትስማዕ (wätsma) = en dat je hoort | እምኀቤሁ (emkhäbehu) = van hem | አማነ (ämanä) = de waarheid | እስመ (esmä) = omdat | ውእቱ (wetu) = hij | ምስለ (meslä) = met | መላእክት (mälakt) = de engelen | ምንባሩ (menbaru) = zijn verblijf Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ምስለ መላእክት ምንባሩ (‘zijn verblijf is bij de engelen’): volgens de Engelse uitgave van 1912 betekent dit: aan de uiteinden van de aarde; Zie 65:2. ### Metuselach bij Henoch **106:8** En toen Metuselach het woord van zijn zoon hoorde, kwam hij tot mij, tot de uiteinden van de aarde, want hij had gehoord dat ik daar was; en hij riep, en ik hoorde zijn stem en ik kwam tot hem. En ik zei tot hem: Zie, ik ben hier, mijn zoon; waarom ben je tot mij gekomen? Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ሰምዐ (sämä) = hoorde | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | ነገረ (nägärä) = het woord | ወልዱ (wäldu) = zijn zoon | መጽአ (mätsä) = kwam hij | ኀቤየ (khäbeyä) = tot mij | ውስተ (westä) = in | አጽናፈ (ätsnafä) = de uiteinden van | ምድር (medr) = de aarde | እስመ (esmä) = omdat | ሰምዐ (sämä) = hoorde | ከመ (kämä) = dat; als | ህየ (heyä) = daar | ሀሎኩ (häloku) = ik was | ወጸርሐ (wätsärhä) = en hij riep | ወሰማዕኩ (wäsämaku) = en ik hoorde | ቃሎ (qalo) = zijn stem | ወመጻእኩ (wämätsaku) = en ik kwam | ኀቤሁ (khäbehu) = tot hem | ወእቤሎ (wäbelo) = en ik zei tot hem | ናሁ (nahu) = zie | ሀለውኩ (häläwku) = ik ben hier | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | እስመ (esmä) = omdat | መጻእከ (mätsakä) = ben je gekomen | ኀቤየ (khäbeyä) = tot mij Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: እስመ መጻእከ ኀቤየ (‘omdat je tot mij gekomen bent’): wij vertalen ‘waarom’. Het Latijnse fragment heeft ‘quid est quod’, dat een Grieks διὰ τί weergeeft; de Ge'ez-tekst heeft ‘omdat’ (Grieks διότι), volgens de Engelse uitgave van 1912 een verwisseling. **106:9** En hij antwoordde mij en zei: Om een grote zaak ben ik tot je gekomen, en om een verontrustend visioen ben ik genaderd. Brontekst: ወአውሥአኒ (wääwsäni) = en hij antwoordde mij | ወይቤ (wäybe) = en hij zei | በእንተ (bäntä) = over | ነገር (nägär) = zaak | ዐቢይ (äbiy) = grote | መጻእኩ (mätsaku) = ik kwam | ኀቤከ (khäbekä) = tot je | ወበእንተ (wäbäntä) = en over | ራእይ (ray) = visioen | ዕፅብ (etsb) = verontrustend | በዘቀረብኩ (bäzäqäräbku) = waarmee ik genaderd ben Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **106:10** En nu, mijn vader, hoor mij: aan Lemech, mijn zoon, is een zoon geboren wiens gedaante en natuur niet zijn als de natuur van een mens, en zijn kleur is witter dan sneeuw en roder dan de bloem van een roos, en het haar van zijn hoofd is witter dan witte wol, en zijn ogen zijn als de stralen van de zon. En hij opende zijn ogen en verlichtte heel het huis. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | አቡየ (äbuyä) = mijn vader | ስምዐኒ (semäni) = hoor mij | እስመ (esmä) = omdat | ተወልደ (täwäldä) = is geboren | ለላሜክ (lälamek) = aan Lemech | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ወልድ (wäld) = een zoon | ዘኢኮነ (zäikonä) = niet is | አምሳሉ (ämsalu) = zijn gelijkenis | ወፍጥረቱ (wäfträtu) = en zijn natuur | ከመ (kämä) = dat; als | ፍጥረተ (feträtä) = natuur | ሰብእ (säb) = mensen | ወኅብሩ (wäkhbru) = en zijn kleur | ይጸዐዱ (yetsäädu) = witter | እምአስሐትያ (emäshätya) = dan sneeuw | ወይቀይሕ (wäyqäyh) = en roder | እምጽጌ (emtsge) = dan de bloem van | ረዳ (räda) = roos | ወፀጒረ (wätsägwirä) = en het haar van | ርእሱ (resu) = zijn hoofd | ይጸዐዱ (yetsäädu) = witter | እምጸምር (emtsämr) = dan wol | ጸዐዳ (tsääda) = wit | ወአዕይንቲሁ (wääyntihu) = en zijn ogen | ከመ (kämä) = dat; als | እገሪሁ (egärihu) = zijn voeten | ለፀሐይ (lätsähäy) = de zon | ወከሠተ (wäkäsätä) = en hij opende | አዕይንቲሁ (äyntihu) = zijn ogen | ወአብርሃ (wääbrha) = en verlichtte | ኲላ (kwila) = heel | ቤተ (betä) = het huis van Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወኅብሩ ይጸዐዱ እምአስሐትያ ወይቀይሕ እምጽጌ ረዳ (‘en zijn kleur is witter dan sneeuw en roder dan de bloem van een roos’): de Engelse uitgave van 1912 wijst erop dat de Openbaring van Petrus deze beschrijving overneemt, ook de ogen als de zon. **106:11** En hij stond op uit de handen van de vroedvrouw, opende zijn mond en zegende Yahweh van de hemel. Brontekst: ወተንሥአ (wätänsä) = en stond op | እምውስተ (emwstä) = uit | እዴሃ (edeha) = haar handen | ለመወልዲት (lämäwäldit) = de vroedvrouw | ወፈትሐ (wäfäthä) = en opende | አፉሁ (äfuhu) = zijn mond | ወባረኮ (wäbaräko) = en zegende | ለእግዚአ (lägziä) = Yahweh van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: እግዚአ ሰማይ (‘Yahweh van de hemel’): volgens de Engelse uitgave van 1912 komt deze naam alleen hier in Henoch voor. **106:12** En zijn vader Lemech werd bang en vluchtte tot mij, en hij geloofde niet dat hij van hem was, maar dat zijn gelijkenis die van de engelen van de hemel was; en zie, ik ben tot je gekomen opdat je mij de waarheid bekendmaakt. Brontekst: ወፈርሐ (wäfärhä) = en vreesde | አቡሁ (äbuhu) = zijn vader | ላሜክ (lamek) = Lemech | ወጐየ (wägwäyä) = en vluchtte | ኀቤየ (khäbeyä) = tot mij | ወኢአምነ (wäiämnä) = en geloofde niet | ከመ (kämä) = dat; als | እምኔሁ (emnehu) = van hem | ውእቱ (wetu) = is | አላ (äla) = maar | አምሳሎ (ämsalo) = zijn gelijkenis | እመላእክተ (emälaktä) = bij de engelen van | ሰማይ (sämay) = hemel | ወናሁ (wänahu) = en zie | መጻእኩ (mätsaku) = ik kwam | ኀቤከ (khäbekä) = tot je | ከመ (kämä) = dat; als | ታይድዐኒ (taydäni) = dat je mij bekendmaakt | ጽድቀ (tsedqä) = de waarheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ጽድቀ (‘gerechtigheid, waarheid’): het woord heeft beide betekenissen; de Engelse uitgave van 1912 vertaalt hier ‘de waarheid’, zo ook bij በጽድቅ in vers 18. ### Henochs antwoord: de zondvloed en het overblijfsel **106:13** En ik, Henoch, antwoordde en zei tot hem: Yahweh zal nieuwe dingen vernieuwen op de aarde; en dit weet ik, en ik zag het in het visioen, en ik heb het je bekendgemaakt: in het geslacht van Jered, mijn vader, hebben zij, uit de hoogte van de hemel, het woord van Yahweh overtreden. Brontekst: ወአውሣእኩ (wääwsaku) = en ik nam het woord | አነ (änä) = ik | ሄኖክ (henok) = Henoch | ወእቤሎ (wäbelo) = en ik zei tot hem | ይሔድስ (yeheds) = zal vernieuwen | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ሐዲሳተ (hädisatä) = nieuwe dingen | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወዘንተ (wäzäntä) = en dit | ወዳዕኩ (wädaku) = en ik weet | ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | በራእይ (bäray) = in het visioen | ወአይዳዕኩከ (wääydakukä) = en ik heb het je bekendgemaakt | እስመ (esmä) = omdat | በትውልዱ (bätwldu) = in het geslacht van | ለያሬድ (läyared) = Jered | አቡየ (äbuyä) = mijn vader | አኅለፉ (äkhläfu) = overtraden zij | ነገሮ (nägäro) = zijn woord | ለእግዚእ (lägzi) = Yahweh | እመልዕልተ (emälltä) = uit de hoogte van | ሰማይ (sämay) = hemel Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Num. 16:30 en Jes. 43:19. Voetnoot Uitleg: በትውልዱ ለያሬድ (‘in het geslacht van Jered’): Zie 6:6. Voetnoot Lezing: እመልዕልተ ሰማይ (‘uit de hoogte van de hemel’): de Engelse uitgave van 1912 leest hier ‘sommigen van de engelen van de hemel’; hij betwijfelt of ‘sommigen uit de hoogte’ mogelijk is. De Beta-tekst heeft de eerste lezing, en wij volgen haar. Zie ook: Num 16:30; Jes 43:19 **106:14** En zie, zij doen zonde en overtreden de wet, en met vrouwen hebben zij zich verenigd, en met hen doen zij zonde, en zij hebben er enkele van tot vrouw genomen en bij hen kinderen verwekt. Brontekst: ወነዮሙ (wänäyomu) = en zie, zij | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ኀጢአተ (khätiätä) = zonde | ወየኀልፉ (wäyäkhälfu) = en overtreden | ሥርዐተ (serätä) = de wet | ወምስለ (wämslä) = en met | አንስት (änst) = vrouwen | ተደመሩ (tädämäru) = hebben zich verenigd | ወምስሌሆን (wämslehon) = en met hen | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | ኀጢአተ (khätiätä) = zonde | ወአውሰብ (wääwsäb) = en zij namen tot vrouw | እምኔሆን (emnehon) = van hen | ወእምኔሆን (wämnehon) = en van hen | ወለዱ (wälädu) = en zij verwekten | ደቂቀ (däqiqä) = kinderen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:1–4. Voetnoot Uitleg: ሥርዐተ (‘de wet’): de wet die hun als geestelijke wezens is gesteld; Zie 15:4–7. Zie ook: Gen 6:1–4 **106:15** En groot verderf zal er komen over heel de aarde, en er zal een watervloed zijn, en groot verderf zal er zijn in één jaar. Brontekst: ወሐጒል (wähägwil) = en verderf | ዐቢይ (äbiy) = grote | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ዲበ (dibä) = op | ኲሉ (kwilu) = alle | ምድር (medr) = de aarde | ወማየ (wämayä) = en het water van | አይኅ (äykh) = de zondvloed | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ወሐጒል (wähägwil) = en verderf | ዐቢይ (äbiy) = grote | በ፩ዓመት (bä፩amät) = in één jaar | ይከውን (yekäwn) = zal zijn Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 7:11 en Gen. 8:14 (de duur van de vloed: een jaar). Zie ook: Gen 7:11; Gen 8:14 **106:16** Deze zoon die aan jullie geboren is, zal op de aarde overblijven, en zijn drie zonen zullen met hem gered worden; wanneer alle mensen die op de aarde zijn sterven, zal hij gered worden en zijn zonen. Brontekst: ዝውእቱ (zewtu) = deze is | ወልድ (wäld) = zoon | ዘተወልደ (zätäwäldä) = die geboren was | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ውእቱ (wetu) = hij | ይተርፍ (yetärf) = zal overblijven | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወ፫ደቂቁ (wä፫däqiqu) = en zijn drie zonen | ይድኅኑ (yedkhnu) = zij worden gered | ምስሌሁ (meslehu) = met hem | ሶበ (sobä) = wanneer | ይመውቱ (yemäwtu) = zij sterven | ኲሉ (kwilu) = alle | ሰብእ (säb) = mensen | ዘዲበ (zädibä) = die op | ምድር (medr) = de aarde | ይድኅን (yedkhn) = wordt gered | ውእቱ (wetu) = hij | ወደቂቁ (wädäqiqu) = en zijn zonen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:32 en Gen. 7:13. Voetnoot Lezing: ይድኅን ውእቱ ወደቂቁ (‘zal hij gered worden en zijn zonen’): de Engelse uitgave van 1912 zet deze slotzin tussen haken; ze ontbreekt in twee van zijn handschriften en herhaalt vers 18. Wij behouden ze, omdat de Beta-tekst haar heeft. Zie ook: Gen 5:32; Gen 7:13 **106:17** Zij zullen op de aarde reuzen verwekken, niet naar de geest maar naar het vlees; en er zal een grote plaag zijn op de aarde, en de aarde zal gewassen worden van alle verdorvenheid. Brontekst: ይወልዱ (yewäldu) = zij verwekken | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | እለ (elä) = die | ያርብሕ (yarbh) = die winst behalen | አኮ (äko) = niet | ዘመንፈስ (zämänfäs) = van de geest | አላ (äla) = maar | ዘሥጋ (zäsga) = van vlees | ወይከውን (wäykäwn) = en er zal zijn | መቅሠፍት (mäqsäft) = plaag | ዐቢይ (äbiy) = grote | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | ወትትሐፀብ (wätthätsäb) = en zal gewassen worden | ምድር (medr) = de aarde | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ሙስና (musna) = verdorvenheid Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 6:4. Voetnoot Lezing: እለ ያርብሕ (letterlijk ‘die winst behalen’): de Engelse uitgave van 1912 vertaalt ‘reuzen’, en dat doen wij hier ook, want het gaat over de kinderen van de gevallen engelen. Die uitgave heeft dit vers naar zijn oorspronkelijke plaats verplaatst, direct na vers 14, met behoud van het nummer 17; wij houden de volgorde van de Ge'ez-tekst aan. Zie ook: Gen 6:4 **106:18** En nu, maak aan je zoon Lemech bekend dat hij die geboren is in waarheid zijn zoon is, en noem zijn naam Noach, want hij zal voor jullie een overblijfsel zijn, en hij en zijn zonen zullen gered worden van het verderf dat over de aarde komt vanwege alle zonde en alle onrechtvaardigheid die in zijn dagen op de aarde voltooid zal worden. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | አይድዕ (äyd) = maak bekend | ለወልድከ (läwäldkä) = aan je zoon | ላሜክ (lamek) = Lemech | እስመ (esmä) = omdat | ዘተወልደ (zätäwäldä) = die geboren was | ወልዱ (wäldu) = zijn zoon | ውእቱ (wetu) = is | በጽድቅ (bätsdq) = in waarheid | ወጸውዕ (wätsäw) = en noem | ስሞ (semo) = zijn naam | ኖኅ (nokh) = Noach | እስመ (esmä) = omdat | ውእቱ (wetu) = hij | ይከውን (yekäwn) = zal zijn | ለክሙ (läkmu) = voor jullie | ተረፈ (täräfä) = een overblijfsel | ወውእቱ (wäwtu) = en hij | ወደቂቁ (wädäqiqu) = en zijn zonen | ይድኅኑ (yedkhnu) = zij worden gered | እሙስና (emusna) = van het verderf | እንተ (entä) = die | ትመጽእ (temäts) = komt | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ኀጢአት (khätiät) = zonde | ወእምኲሉ (wämkwilu) = en van alle | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | እንተ (entä) = die | ሀለወት (häläwät) = staat te | ትትፌጸም (tetfetsäm) = vervuld zal worden | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | በመዋዕሊሁ (bämäwalihu) = in zijn dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:29. Voetnoot Uitleg: ወጸውዕ ስሞ ኖኅ (‘en noem zijn naam Noach’): Zie 107:3. Zie ook: Gen 5:29 **106:19** En daarna zal er nog meer onrecht zijn dan datgene wat eerder op de aarde voltooid is; want ik ken de geheimen van de heiligen, want Yahweh heeft ze mij getoond en bekendgemaakt, en op de tafelen van de hemel heb ik ze gelezen. Brontekst: ወእምድኅረዝ (wämdkhräz) = en daarna | ትከውን (tekäwn) = zal zijn | ዐመፃ (ämätsa) = onrecht | ፈድፋደ (fädfadä) = meer | እምእንተ (emntä) = dan die | ተፈጸመት (täfätsämät) = is voltooid | ቀዳሚ (qädami) = eerder | ዲበ (dibä) = op | ምድር (medr) = de aarde | እስመ (esmä) = omdat | አአምር (äämr) = ik weet | ምሥጢራተ (mestiratä) = geheimen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | እስመ (esmä) = omdat | ውእቱ (wetu) = Hij | እግዚእ (egzi) = Yahweh | አርአየኒ (äräyäni) = toonde mij | ወአይድዐኒ (wääydäni) = en heeft mij bekendgemaakt | ወበጸፍጸፈ (wäbätsäftsäfä) = en op de tafelen van | ሰማይ (sämay) = hemel | አንበብኩ (änbäbku) = ik las Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ምሥጢራተ ቅዱሳን (‘de geheimen van de heiligen’): volgens de Engelse uitgave van 1912 ofwel de geheimen die de engelen kennen, ofwel de geheimen over de toekomst van de rechtvaardigen. በጸፍጸፈ ሰማይ (‘op de tafelen van de hemel’): Zie 47:3 en 81:1. ## Henoch 107 _Noach krijgt zijn naam_ ### Wat er geschreven staat **107:1** En ik zag dat erop geschreven stond dat geslacht na geslacht zal overtreden, totdat een geslacht van gerechtigheid opstaat, en de overtreding verloren gaat en de zonde van de aarde verdwijnt, en al het goede erop komt. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ጽሑፈ (tsehufä) = geschreven | በላዕሌሆሙ (bälalehomu) = daarop | እስመ (esmä) = omdat | ትውልድ (tewld) = generatie | እምትውልድ (emtwld) = na geslacht | ትኤብስ (teebs) = zal overtreden | እስከ (eskä) = tot | ትትነሣእ (tetnäsa) = opstaat | ትውልደ (tewldä) = geslacht | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ወአበሳ (wääbäsa) = en de overtreding | ትትሐጐል (tethägwäl) = verloren gaat | ወኀጢአት (wäkhätiät) = en zonde | ትትገሐስ (tetgähäs) = verdwijnt | እምዲበ (emdibä) = van op | ምድር (medr) = de aarde | ወኲሉ (wäkwilu) = en alle | ሠናይ (sänay) = goeds | ይመጽእ (yemäts) = komt | ዲቤሃ (dibeha) = erop Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወርኢኩ ጽሑፈ በላዕሌሆሙ (‘en ik zag erop geschreven’): Zie 106:19. De Engelse uitgave van 1912 vat de inhoud zo samen: de nieuwe groei van de zonde na de zondvloed, haar vernietiging en de komst van het messiaanse koninkrijk. ### De boodschap aan Lemech **107:2** En nu, mijn zoon, ga en maak aan je zoon Lemech bekend dat deze zoon die geboren is, in waarheid zijn zoon is, en dat het geen leugen is. Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | ወልድየ (wäldyä) = mijn zoon | ሑር (hur) = ga | አይድዖ (äydo) = maak hem bekend | ለወልድከ (läwäldkä) = aan je zoon | ላሜክ (lamek) = Lemech | እስመዝ (esmäz) = dat deze | ወልድ (wäld) = een zoon | ዘተወልደ (zätäwäldä) = die geboren was | ወልደ (wäldä) = een zoon | ዚአሁ (ziähu) = van hem | ውእቱ (wetu) = is | አማን (äman) = waar | ወኢኮነ (wäikonä) = en was niet | ሐሰተ (häsätä) = leugen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. **107:3** En toen Metuselach het woord van zijn vader Henoch hoorde — want wat verborgen is had hij hem allemaal getoond, het werk — keerde hij terug, nadat hij hem gezien had, en noemde de naam van die zoon Noach, want hij zal de aarde verblijden na al het verderf. Brontekst: ወሶበ (wäsobä) = en wanneer | ሰምዐ (sämä) = hoorde | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | ነገረ (nägärä) = het woord | አቡሁ (äbuhu) = zijn vader | ሄኖክ (henok) = Henoch | እስመ (esmä) = omdat | ዘኅቡእ (zäkhbu) = wat verborgen is | አርአዮ (äräyo) = toonde hem | ኲሎ (kwilo) = alle | ግብረ (gebrä) = het werk van | ወገብአ (wägäbä) = en keerde terug | ርኢዮ (reiyo) = nadat hij hem gezien had | ወሰመዮ (wäsämäyo) = en noemde hem | ስሞ (semo) = zijn naam | ለውእቱ (läwtu) = die | ወልድ (wäld) = een zoon | ኖኅ (nokh) = Noach | እስመ (esmä) = omdat | ውእቱ (wetu) = hij | ያስተፌሥሓ (yastäfesha) = zal verblijden | ለምድር (lämdr) = de aarde | እምኲሉ (emkwilu) = van elke | ኀጒል (khägwil) = verderf Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 5:29. Voetnoot Uitleg: ኖኅ (‘Noach’): volgens de Engelse uitgave van 1912 wordt hier de naamsverklaring van Gen. 5:29 herhaald. Voetnoot Lezing: ወገብአ ርኢዮ (‘en keerde terug nadat hij hem gezien had’): de hoofdtekst van die uitgave heeft ‘keerde terug en toonde het hem’; de Beta-tekst heeft de lezing van een deel van de handschriften. ያስተፌሥሓ (‘zal verblijden’): die uitgave vertaalt ‘zal troosten’, naar de naamsverklaring van Gen. 5:29. Zie ook: Gen 5:29 ## Henoch 108 _Het slot: wachten op het oordeel, licht voor de trouwen_ ### Een ander boek, voor de laatste dagen **108:1** Een ander boek, dat Henoch schreef voor zijn zoon Metuselach en voor hen die na hem komen en de wet bewaren in de laatste dagen. Brontekst: ካልእ (kal) = een ander | መጽሐፍ (mätshäf) = het boek | ዘጸሐፈ (zätsähäfä) = die opschreef | ሄኖክ (henok) = Henoch | ለወልዱ (läwäldu) = aan zijn zoon | ማቱሳላ (matusala) = Metuselach | ወለእለ (wälälä) = en voor hen die | ይመጽኡ (yemätsu) = komen | እምድኅሬሁ (emdkhrehu) = na hem | ወየዐቅብ (wäyääqb) = en bewaart | ሥርዐተ (serätä) = de wet | በደኃሪ (bädäkhari) = in de laatste | መዋዕል (mäwal) = dagen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ካልእ መጽሐፍ (‘een ander boek’): volgens de Engelse uitgave van 1912 is dit slothoofdstuk een afzonderlijke toevoeging. De schrijver kende 1–36 en 91–104 (of delen ervan), schrijft in essenische toon — hij eert de ascese (Zie 108:8–10) — en spreekt van de zalige onsterfelijkheid van de geest, maar blijkbaar niet van het lichaam, en van het dualisme van licht en duisternis (Zie 108:11–14). Hij wil de rechtvaardigen aansporen te blijven hopen, ondanks de lange vertraging van het koninkrijk. **108:2** Jullie die het goede gedaan hebben, zullen in die dagen wachten totdat een einde komt aan hen die het kwade doen en een einde komt aan de kracht van de overtreders. Maar jullie, wacht totdat de zonde voorbijgaat, want hun namen zullen worden uitgewist uit de boeken van de heiligen, Brontekst: እለ (elä) = die | ገበርክሙ (gäbärkmu) = jullie hebben gedaan | ወትጸንሑ (wättsänhu) = en jullie zullen wachten | በእሉ (bälu) = in deze | መዋዕል (mäwal) = dagen | እስከ (eskä) = tot | ይትፌጸሙ (yetfetsämu) = zij ten einde gebracht worden | እለ (elä) = die | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | እኩየ (ekuyä) = kwaad | ወይትፌጸም (wäytfetsäm) = en ten einde zal komen | ኀይሎሙ (khäylomu) = hun kracht | ለመአብሳን (lämääbsan) = de overtreders | አንትሙሰ (äntmusä) = jullie | ጽንሑ (tsenhu) = wacht | እስክ (esk) = totdat | ተሐልፍ (tähälf) = voorbijgaat | ኀጢአት (khätiät) = zonde | እስመ (esmä) = omdat | ሀሎ (hälo) = is op het punt | ስሞሙ (semomu) = hun namen | ይደመሰስ (yedämäsäs) = uitgewist wordt | እመጻሕፍተ (emätsahftä) = uit de boeken van | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Ps. 69:29. Voetnoot Uitleg: እመጻሕፍተ ቅዱሳን (‘uit de boeken van de heiligen’): volgens de Engelse uitgave van 1912 bevatten deze boeken de lijst van de leden van het koninkrijk; Zie 47:3. Voetnoot Lezing: ሠናየ (‘het goede’) ontbreekt in de Beta-tekst bij ገበርክሙ (‘jullie hebben gedaan’); die uitgave heeft het, naar een deel van de handschriften. Wij vullen het aan, omdat het werkwoord anders geen voorwerp heeft. Ook ‘uit het boek des levens en’ (Ps. 69:29), dat die uitgave vóór ‘de heilige boeken’ heeft, ontbreekt in de Beta-tekst. Zie ook: Ps 69:30 ### De plaats van het vuur **108:3** en hun zaad zal voor altijd vergaan, en hun geesten zullen gedood worden, en zij zullen schreeuwen en jammeren op een woeste plaats die niet zichtbaar is, en in vuur zullen zij branden, want daar is geen aarde. Brontekst: ወዘርኦሙ (wäzäromu) = en hun zaad | ይትሐጐል (yethägwäl) = zal vergaan | ለዓለም (läaläm) = voor altijd | ወመናፍስቲሆሙ (wämänafstihomu) = en hun geesten | ይትቀተሉ (yetqätälu) = zullen gedood worden | ወይጸርሑ (wäytsärhu) = en schreeuwen | ወየዐወይዉ (wäyääwäywu) = en zullen jammeren | በመካነ (bämäkanä) = op een plaats van | በድው (bädw) = woest | ዘኢያስተርኢ (zäiyastäri) = die niet zichtbaar is | ወበእሳት (wäbäsat) = en in vuur | ይነድዱ (yenäddu) = branden | እስመ (esmä) = omdat | ኢሀሎ (ihälo) = er is niet | ህየ (heyä) = daar | ምድር (medr) = de aarde Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Gen. 1:2. Voetnoot Uitleg: በመካነ በድው ዘኢያስተርኢ (‘op een woeste plaats die niet zichtbaar is’): ‘onzichtbaar’ is volgens de Engelse uitgave van 1912 het Griekse ἀόρατος, waarmee de Septuaginta in Gen. 1:2 het Hebreeuwse tohoe weergeeft; vandaar zijn ‘chaotische woestenij’. ይትቀተሉ (‘zullen gedood worden’) is de uiterste straf voor de zonde, maar betekent volgens hem geen vernietiging. Zie ook: Gen 1:2 **108:4** En ik zag daar iets als een wolk die niet gezien wordt, want vanwege haar diepte kon ik er niet overheen kijken; en ik zag de vlam van haar vuur schitterend branden, en dingen als glanzende bergen die in een kring rondgaan en heen en weer bewegen. Brontekst: ወርኢኩ (wäriku) = en ik zag | ህየ (heyä) = daar | ከመ (kämä) = dat; als | ደመና (dämäna) = een wolk | ዘኢይትረአይ (zäiyträäy) = die niet gezien wordt | እስመ (esmä) = omdat | እምዕመቁ (emmäqu) = vanwege zijn diepte | እክህልኩ (ekhlku) = kon ik niet | ላዕለ (lalä) = erover | ነጽሮ (nätsro) = te kijken | ወላህበ (wälahbä) = en de vlam van | እሳቱ (esatu) = haar vuur | ርኢኩ (reiku) = ik zag | እንዘ (enzä) = terwijl | ይነድድ (yenädd) = brandt | ስቡሕ (sebuh) = schitterend | ወይትከበቡ (wäytkäbäbu) = en zij cirkelen | ከመ (kämä) = dat; als | አድባር (ädbar) = bergen | ስብሓን (sebhan) = glanzende | ወይትሀወኩ (wäythäwäku) = en worden beroerd | ለፌ (läfe) = heen | ወለፌ (wäläfe) = en weer Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ወርኢኩ ህየ ከመ ደመና (‘en ik zag daar iets als een wolk’): de Engelse uitgave van 1912: de beschrijving van deze strafplaats is ontleend aan de hoofdstukken 18 en 21. Voetnoot Lezing: እክህልኩ ላዕለ ነጽሮ (‘ik kon erover kijken’): de Beta-tekst heeft zo geen ontkenning; wij lezen ኢክህልኩ (‘ik kon niet’), zoals de zin (‘vanwege haar diepte’) vraagt en zoals ook die uitgave vertaalt. Die uitgave acht de tekst van ላዕለ ነጽሮ zelf onzeker. **108:5** En ik vroeg een van de heilige engelen die bij mij waren, en zei tot hem: Wat is dit glanzende? Want het is geen hemel, maar alleen een vlam van brandend vuur, en de stem van geroep en geween en gejammer en sterke pijn. Brontekst: ወተስእልክዎ (wätäslkwo) = en ik vroeg hem | ለ፩እመላእክት (lä፩mälakt) = één van de engelen | ቅዱሳን (qedusan) = heiligen | እለ (elä) = die | ምስሌየ (mesleyä) = met mij | ወእቤሎ (wäbelo) = en ik zei tot hem | ምንት (ment) = wat | ውእቱ (wetu) = is | ዝስብሕ (zesbh) = dit glanzende | እስመ (esmä) = omdat | ኢኮነ (ikonä) = is niet | ሰማየ (sämayä) = de hemel | አላ (äla) = maar | ላህበ (lahbä) = vlam van | እሳት (esat) = vuur | ባሕቲቱ (bahtitu) = alleen | ዘይነድድ (zäynädd) = dat brandt | ወቃለ (wäqalä) = en de stem van | ጽራሕ (tserah) = geroep | ወብካይ (wäbkay) = en geween | ወአውያት (wääwyat) = en gejammer | ወሕማም (wähmam) = en pijn | ኀያል (khäyal) = sterke Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ለ፩እመላእክት ቅዱሳን (‘een van de heilige engelen’): volgens de Engelse uitgave van 1912 is deze uitdrukking ontleend aan de hoofdstukken 1–36. **108:6** En hij zei tot mij: Deze plaats die je ziet: daar worden de geesten van de zondaars en lasteraars geworpen, en van hen die het kwade doen, en van hen die alles verdraaien wat Yahweh gesproken heeft door de mond van de profeten, wat nog zal geschieden. Brontekst: ወይቤለኒ (wäybeläni) = en hij zei tot mij | ዝንቱ (zentu) = dit | መካን (mäkan) = plaats | ዘትሬኢ (zätrei) = die je ziet | በህየ (bähyä) = daar | ይትወዶዩ (yetwädoyu) = worden geworpen | መናፍስተ (mänafstä) = geesten | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | ወፅሩፋን (wätsrufan) = en lasteraars | ወእለ (wälä) = en van hen die | ይገብሩ (yegäbru) = zij doen | እኩየ (ekuyä) = boze | ወእለ (wälä) = en van hen die | ይመይጡ (yemäytu) = zij veranderen | ኲሎ (kwilo) = alle | ዘነገረ (zänägärä) = wat gesproken heeft | እግዚአብሔር (egziäbher) = Yahweh | በአፈ (bääfä) = door de mond van | ነቢያት (näbiyat) = profeten | እለ (elä) = die | ሀለዉ (häläwu) = nog zullen | ይትገበሩ (yetgäbäru) = geschieden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ዝንቱ መካን (‘deze plaats’): volgens de Engelse uitgave van 1912 is dit de hel buiten de aarde, de definitieve strafplaats voor zondaars, lasteraars en hen die de openbaring van Elohim door de profeten verdraaien. In 1–36 worden de strafplaats van de ongehoorzame sterren (Zie 18:12–16 en 21:1–7) en die van de zondaars zorgvuldig onderscheiden; deze schrijver haalt ze door elkaar, maar neemt hun bewoordingen over. ነቢያት (‘profeten’): alleen hier worden de profeten in Henoch uitdrukkelijk genoemd. ### De nederigen en de trouwen **108:7** Want sommigen van hen zijn boven in de hemel geschreven en ingegrift, opdat de engelen hen lezen en weten wat de zondaars zal overkomen, en de geesten van de nederigen, en van hen die hun lichaam kwelden en van Elohim vergoed zijn, en van hen die door kwade mensen beschaamd zijn, Brontekst: እስመ (esmä) = omdat | ሀለዉ (häläwu) = zijn | እምኔሆሙ (emnehomu) = van hen | ጽሑፋን (tsehufan) = geschreven | ወልኩዓን (wälkuan) = en ingegrift | ላዕለ (lalä) = boven | በሰማይ (bäsämay) = in de hemel | ከመ (kämä) = dat; als | ያንብብዎሙ (yanbbwomu) = zij lezen hen | መላእክት (mälakt) = de engelen | ወያእምሩ (wäyamru) = en weten | ዘሀሎ (zähälo) = wat zal | ይብጽሖሙ (yebtshomu) = hen zal overkomen | ለኃጥኣን (läkhatan) = over de zondaars | ወለመናፍስተ (wälämänafstä) = en over de geesten van | ትሑታን (tehutan) = de nederigen | ወእለ (wälä) = en van hen die | አሕመሙ (ähmämu) = kwelden | ሥጋሆሙ (segahomu) = hun lichaam | ወተፈድዩ (wätäfädyu) = en die vergolden zijn | እምኀበ (emkhäbä) = door | አምላክ (ämlak) = Elohim | ወእለ (wälä) = en van hen die | ኀስሩ (khäsru) = beschaamd zijn | እምእኩያን (emkuyan) = door kwade | ሰብእ (säb) = mensen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ጽሑፋን ወልኩዓን (‘geschreven en ingegrift’): volgens de Engelse uitgave van 1912 gaat het om de hemelse tafelen; Zie 47:3. ትሑታን (‘de nederigen’): volgens hem de ‘ootmoedigen’ uit de Psalmen, het ware Israël tegenover de hoogmoedigen en de heidens gezinden. **108:8** die Elohim beminden: zij beminden noch goud noch zilver, noch al het goede dat in de wereld is, maar gaven hun lichaam over aan marteling, Brontekst: እለ (elä) = die | አፍቀርዎ (äfqärwo) = beminden | ለአምላክ (läämlak) = Elohim | ኢወርቀ (iwärqä) = noch goud | ወኢብሩረ (wäibrurä) = en noch zilver | ኢያፍቀሩ (iyafqäru) = zij beminden niet | ወኢኲሎ (wäikwilo) = en niet alles | ሠናየ (sänayä) = goede | ዘውስተ (zäwstä) = wat in | ዓለም (aläm) = de wereld | አላ (äla) = maar | ወሀቡ (wähäbu) = zij gaven | ሥጋሆሙ (segahomu) = hun lichaam | ለጻዕር (lätsar) = aan kwelling Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ኢወርቀ ወኢብሩረ ኢያፍቀሩ (‘zij beminden noch goud noch zilver’): volgens de Engelse uitgave van 1912 passen deze trekken goed bij de essenen. **108:9** en die vanaf hun bestaan niet verlangden naar voedsel dat op de aarde is, maar zichzelf beschouwden als een voorbijgaande adem, en zo hielden zij zich eraan; en Yahweh beproefde hen veel, en hun geesten werden zuiver bevonden om Zijn naam te zegenen. Brontekst: ወእለ (wälä) = en van hen die | እምአመ (emämä) = sinds | ኮኑ (konu) = bestonden | ኢፈተዉ (ifätäwu) = zij verlangden niet | መባልዕተ (mäbaltä) = voedsel | ዘውስተ (zäwstä) = wat op | ምድር (medr) = de aarde | አላ (äla) = maar | ረሰዩ (räsäyu) = zij beschouwden | ርእሶሙ (resomu) = zichzelf | ከመ (kämä) = dat; als | መንፈስ (mänfäs) = geest | እንተ (entä) = die | ኀለፈት (khäläfät) = voorbijgaande | ወዘንተ (wäzäntä) = en dit | ዐቀቡ (äqäbu) = zij bewaarden | ወብዙኃ (wäbzukha) = en veel | አመከሮሙ (ämäkäromu) = beproefde hen | እግዚእ (egzi) = Yahweh | ወተረክብ (wätäräkb) = en werd gevonden | መንፈሳቲሆሙ (mänfäsatihomu) = hun geesten | በንጽሕ (bäntsh) = zuiver | ከመ (kämä) = dat; als | ይባርክዎ (yebarkwo) = zullen Hem zegenen | ለስሙ (läsmu) = de naam Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Wijsh. 3:5, Jak. 4:14, Wijsh. 2:2–4, Job 7:7 en Job 7:9. Voetnoot Lezing: ረሰዩ ርእሶሙ ከመ መንፈስ እንተ ኀለፈት (‘zij beschouwden zichzelf als een voorbijgaande adem’): de Engelse uitgave van 1912 volgt hier één handschrift dat ‘alles’ leest, omdat de rechtvaardigen zichzelf moeilijk zo konden noemen; zulke taal past eerder bij de zondaars. Wij volgen de Beta-tekst, die met andere handschriften ‘zichzelf’ leest. Zie ook: Job 7:7; Job 7:9; Jak 4:14 **108:10** En al hun zegeningen heb ik beschreven in de boeken; en Hij heeft hen beloond, want deze bleken de hemel meer te beminnen dan hun adem in de wereld; en terwijl zij vertrapt werden door kwade mensen en hoon en lastering van hen hoorden, werden zij beschaamd, terwijl zij Mij zegenden. Brontekst: ወኲሎ (wäkwilo) = en alle | በረከቶሙ (bäräkätomu) = hun zegeningen | ነገርኩ (nägärku) = ik heb verteld | በመጻሕፍት (bämätsahft) = in boeken | ወዐሰዮሙ (wääsäyomu) = en Hij heeft hen beloond | ለአርእስቲሆሙ (läärstihomu) = voor henzelf | እስመ (esmä) = omdat | እሉ (elu) = deze | ተረክብ (täräkb) = werden gevonden | ያፈቅርዎ (yafäqrwo) = beminden | ለሰማይ (läsämay) = de hemel | እምእስትንፋሶሙ (emstnfasomu) = dan hun adem | ዘለዓለም (zäläaläm) = van de wereld | ወእንዘ (wänzä) = en terwijl | ይትከየዱ (yetkäyädu) = zij zullen vertrapt worden | እምእኩያን (emkuyan) = door kwade | ሰብእ (säb) = mensen | ወሰምዑ (wäsämu) = en zij hoorden | እምኀቤሆሙ (emkhäbehomu) = van hen | ትዕይርተ (teyrtä) = hoon | ወጽርፈተ (wätsrfätä) = en lastering | ወኀስሩ (wäkhäsru) = en zij werden beschaamd | እንዘ (enzä) = terwijl | ይባርኩኒ (yebarkuni) = zij Mij zegenden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ይባርኩኒ (‘zij zegenden mij’): de Engelse uitgave van 1912 schrijft hier ‘Me’ met een hoofdletter en ziet 108:11–12 als woorden van Yahweh; de spreker is hier dus al Yahweh. Voetnoot Lezing: እምእስትንፋሶሙ ዘለዓለም (‘dan hun adem van de wereld’): ዘለዓለም betekent gewoonlijk ‘eeuwig’; hier past ‘van de wereld’, zoals die uitgave' ‘hun leven in de wereld’. Een ander handschrift heeft ‘hun lichamen’. ### Yahweh roept de trouwen **108:11** **„En nu zal Ik hun geesten roepen, de geesten van de goeden uit het geslacht van het licht, en Ik zal hen veranderen die in duisternis geboren zijn, die in hun lichaam niet vergolden werden met eer, zoals het hun trouw betaamt.** Brontekst: ወይእዜኒ (wäyzeni) = en nu | እጼውዕ (etsew) = Ik zal roepen | መናፍስቲሆሙ (mänafstihomu) = hun geesten | ለኄራን (läkheran) = aan de goeden | እምትውልድ (emtwld) = van het geslacht | እንተ (entä) = die | ብርሃን (berhan) = licht | ወእዌልጥ (wäwelt) = en Ik zal veranderen | ለእለ (lälä) = van hen die | ተወልዱ (täwäldu) = zijn geboren | በጽልመት (bätslmät) = in duisternis | እለ (elä) = die | በሥጋሆሙ (bäsgahomu) = in hun lichaam | እተፈድዩ (etäfädyu) = niet vergolden werden | ክብረ (kebrä) = eer | በከመ (bäkämä) = zoals | ይደሉ (yedälu) = het betaamt | ለሃይማኖቶሙ (lähaymanotomu) = voor hun trouw Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Uitleg: ትውልድ እንተ ብርሃን (‘geslacht van het licht’): Zie 61:12. Volgens de Engelse uitgave van 1912 worden zij die in duisternis (in het heidendom) geboren zijn, maar trouw waren zonder in het lichaam beloond te zijn, veranderd; de anderen worden in duisternis geworpen (Zie 108:14). Voetnoot Lezing: እተፈድዩ (‘zij werden vergolden’): de Beta-tekst heeft geen ontkenning; wij lezen ኢተፈድዩ (‘zij werden niet vergolden’), zoals de zin vraagt en zoals die uitgave vertaalt. **108:12** **En Ik zal hen voortbrengen in stralend licht, hen die Mijn heilige naam beminden, en Ik zal ieder zetten op de troon van zijn eer.”** Brontekst: ወአወጽኦሙ (wääwätsomu) = en Ik zal hen voortbrengen | በብሩህ (bäbruh) = in stralend | ብርሃን (berhan) = licht | ለእለ (lälä) = van hen die | ያፈቅርዎ (yafäqrwo) = beminden | ለስምየ (läsmyä) = Mijn naam | ቅዱስ (qedus) = de Heilige | ወአነብር (wäänäbr) = en Ik zal zetten | ፲፩ውስተ (፲፩wstä) = ieder op | መንበረ (mänbärä) = een troon | ክብር (kebr) = eer | ክብረ (kebrä) = eer | ዚአሁ (ziähu) = van hem Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Matt. 7:15, Matt. 19:28 en Openb. 3:21. Voetnoot Uitleg: በብሩህ ብርሃን (‘in stralend licht’): volgens de Engelse uitgave van 1912 betekent het voorzetsel በ- hier ‘gekleed in’, zoals in Matt. 7:15; die kleding is het geestelijke lichaam van de gezegenden; Zie 62:15–16. Voetnoot Lezing: ፲፩ውስተ (‘elf op’): dit is een tekstfout; wij lezen ፩፩ውስተ (‘ieder op’). መንበረ ክብር ክብረ ዚአሁ (‘een troon van eer, zijn eer’): de Beta-tekst heeft ‘eer’ tweemaal, zoals een deel van de handschriften bij die uitgave; zijn tekst heeft ‘de troon van zijn eer’, en zo vertalen wij. Zie ook: Mat 7:15; Mat 19:28; Openb 3:21 **108:13** En zij zullen stralen voor tijden zonder getal, want gerechtigheid is het oordeel van Elohim, want aan de trouwen geeft Hij trouw in de woning van rechte wegen. Brontekst: ወይትወኀውኁ (wäytwäkhäwkhu) = en zij zullen stralen | በአዝማን (bääzman) = in tijden | ዘአልቦ (zäälbo) = dat niet heeft | ኊልቊ (khwilqwi) = getal | እስመ (esmä) = omdat | ጽድቅ (tsedq) = gerechtigheid | ኲነኔሁ (kwinänehu) = Zijn oordelen | ለአምላክ (läämlak) = van Elohim | እስመ (esmä) = omdat | ለመሃይምናን (lämähaymnan) = voor de trouwen | ሃይማኖተ (haymanotä) = trouw | ይሁብ (yehub) = geeft | በማኅደረ (bämakhdärä) = in de woning van | ፍናዋት (fenawat) = wegen | ርቱዓት (retuat) = rechte Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Plaats: Zie Dan. 12:3. Voetnoot Uitleg: ይትወኀውኁ (‘zij zullen stralen’): Zie 39:7, 104:2 en 108:15. Zie ook: Dan 12:3 ### Licht en duisternis **108:14** En zij zullen hen zien die in duisternis geboren zijn, terwijl zij in duisternis geworpen worden, en de rechtvaardigen stralen. Brontekst: ወይሬእይዎሙ (wäyreywomu) = en zij zullen hen zien | ለእለ (lälä) = van hen die | ተወልዱ (täwäldu) = zijn geboren | በጽልመት (bätslmät) = in duisternis | ይትወደዩ (yetwädäyu) = zij worden geworpen | በጽልመት (bätslmät) = in duisternis | እንዘ (enzä) = terwijl | ይትወኀውኁ (yetwäkhäwkhu) = zij stralen | ጻድቃን (tsadqan) = de rechtvaardigen Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt. Voetnoot Lezing: ይትወደዩ (‘zij worden geworpen’): de hoofdtekst van de Engelse uitgave van 1912 heeft ‘geleid’, naar een deel van de handschriften; de Beta-tekst heeft ‘geworpen’, en wij volgen haar. **108:15** En de zondaars zullen schreeuwen en hen zien stralen, en zijzelf zullen gaan waar dagen en tijden voor hen zijn voorgeschreven. Brontekst: ወይጸርሑ (wäytsärhu) = en schreeuwen | ወይሬእይዎሙ (wäyreywomu) = en zij zullen hen zien | ኃጥኣን (khatan) = de zondaars | እንዘ (enzä) = terwijl | ይበርሁ (yebärhu) = stralen | ወየሐውሩ (wäyähäwru) = en lopen | እሙንቱሂ (emuntuhi) = ook zij | በኀበ (bäkhäbä) = waar | ተጽሕፈ (tätshfä) = is voorgeschreven | ሎሙ (lomu) = voor hen | መዋዕል (mäwal) = dagen | ወአዝማን (wääzman) = en tijden Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.