# 1 Korintiërs (Πρὸς Κορινθίους Α, Pros Korinthious I) Vetgedrukt = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf (rood in de app). Cursief = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot) en, iets kleiner in de app, woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron). ## 1 Korintiërs 1 _Aanhef en dankzegging, de scheuringen in Korinte, het woord van het kruis en de wijsheid van Elohim_ ### Aanhef **1:1** Paulus, geroepen apostel van Yeshua de Messias door de wil van Elohim, en de broer Sosthenes, Brontekst: Παῦλος (Paulos) = Paulus | κλητὸς (kletos) = geroepen | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | διὰ (dia) = door | θελήματος (thelematos) = de wil | θεοῦ (theou) = van Elohim | καὶ (kai) = en | Σωσθένης (Sosthenes) = Sosthenes | ὁ (ho) = de | ἀδελφὸς (adelphos) = broer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κλητὸς ἀπόστολος (kletos apostolos), ‘geroepen apostel’: een apostel is een gezondene (ἀποστέλλω, ‘zenden’). Σωσθένης (Sosthenes) heet in Hand. 18:17 de leider van de synagoge in Korinte; of het dezelfde man is, zegt de brief niet. De brief heeft de vorm van een Griekse brief: afzender, ontvangers en groet. Verzen 1–3 vormen één aanhef. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:17. Zie ook: Hand 18:17 **1:2** aan de gemeente van Elohim die in Korinte is, geheiligd in Yeshua de Messias, geroepen heiligen, samen met allen die op elke plaats de naam van onze Heer Yeshua de Messias aanroepen, van hen en van ons: Brontekst: τῇ (te) = aan de | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡγιασμένοις (hegiasmenois) = geheiligden | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τῇ (te) = die | οὔσῃ (ouse) = is | ἐν (en) = in | Κορίνθῳ (Korintho) = Korinte | κλητοῖς (kletois) = geroepen | ἁγίοις (hagiois) = heiligen | σὺν (syn) = samen met | πᾶσιν (pasin) = allen | τοῖς (tois) = die | ἐπικαλουμένοις (epikaloumenois) = aanroepen | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ἐν (en) = op | παντὶ (panti) = elke | τόπῳ (topo) = plaats | αὐτῶν (auton) = van hen | καὶ (kai) = en | ἡμῶν (hemon) = van ons Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Korinte: Korinte lag op de landengte tussen het vasteland van Griekenland en de Peloponnesos, met een haven aan elke kant. Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje. Voetnoot Uitleg: ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: de samengeroepen groep, de gemeente van Elohim. ἡγιασμένοις (hegiasmenois), ‘geheiligden’: van ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’, afzonderen voor Elohim; ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’, zijn de mensen die voor Elohim zijn afgezonderd. κλητοῖς ἁγίοις (kletois hagiois), ‘geroepen heiligen’. ἐπικαλέω (epikaleo), ‘aanroepen’: de naam van de Heer aanroepen, zoals in het OT de naam van Yahweh wordt aangeroepen (Joël 3:5, in de Nederlandse telling 2:32). Het slot ‘van hen en van ons’ (αὐτῶν καὶ ἡμῶν, auton kai hemon) kan bij ‘elke plaats’ horen of bij ‘onze Heer’; wij volgen de woordvolgorde van het Grieks. De gemeente van Korinte ontstond tijdens Paulus’ verblijf daar. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:1–18; Joël 3:5. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier ‘αὐτῶν’ (auton), ‘van hen’: in sommige handschriften staat een andere lezing. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joël 3:5; Hand 18:1–18 **1:3** Genade en vrede aan jullie van Elohim, onze Vader, en van de Heer Yeshua de Messias. Brontekst: χάρις (charis) = genade | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | καὶ (kai) = en | εἰρήνη (eirene) = vrede | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | πατρὸς (patros) = Vader | ἡμῶν (hemon) = onze | καὶ (kai) = en | κυρίου (kyriou) = van de Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’, en εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: de gewone groet van Paulus; εἰρήνη is het Griekse woord voor het Hebreeuwse שָׁלוֹם (shalom). ### Dankzegging **1:4** Ik dank mijn Elohim altijd voor jullie, om de genade van Elohim die jullie gegeven is in Yeshua de Messias. Brontekst: Εὐχαριστῶ (Eucharisto) = ik dank | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | μου (mou) = mijn | πάντοτε (pantote) = altijd | περὶ (peri) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐπὶ (epi) = om | τῇ (te) = de | χάριτι (chariti) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τῇ (te) = die | δοθείσῃ (dotheise) = gegeven is | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’: verwant aan χάρις (charis), ‘genade’. ‘Mijn Elohim’: zo noemt Paulus Elohim vaker in zijn brieven. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:3. Zie ook: Gal 1:3 **1:5** Want in alles zijn jullie in Hem rijk gemaakt, in elk woord en in alle kennis. Brontekst: ὅτι (hoti) = dat | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = alles | ἐπλουτίσθητε (eploutisthete) = zijn rijk gemaakt | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = Hem | ἐν (en) = in | παντὶ (panti) = elk | λόγῳ (logo) = woord | καὶ (kai) = en | πάσῃ (pase) = alle | γνώσει (gnosei) = kennis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλουτίζω (ploutizo), ‘rijk maken’. λόγος (logos), ‘woord’ en γνῶσις (gnosis), ‘kennis’: de Korintiërs waren rijk aan spreken en aan inzicht; later in de brief blijkt dat dit ook tot trots leidde (8:1). **1:6** Zo is het getuigenis van de Messias onder jullie bevestigd. Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | τὸ (to) = het | μαρτύριον (martyrion) = getuigenis | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ἐβεβαιώθη (ebebaiothe) = is bevestigd | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’: de verkondiging over de Messias. βεβαιόω (bebaioo), ‘bevestigen’: vast en betrouwbaar maken. **1:7** Daarom ontbreekt het jullie aan geen enkele genadegave, terwijl jullie uitzien naar de onthulling van onze Heer Yeshua de Messias. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | ὑμᾶς (hymas) = jullie | μὴ (me) = niet | ὑστερεῖσθαι (hystereisthai) = ontbreekt | ἐν (en) = aan | μηδενὶ (medeni) = geen enkele | χαρίσματι (charismati) = genadegave | ἀπεκδεχομένους (apekdechomenous) = uitziend naar | τὴν (ten) = de | ἀποκάλυψιν (apokalypsin) = onthulling | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: een gave die voortkomt uit χάρις (charis), ‘genade’. ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’: het onthuld worden van de Heer bij Zijn komst. ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘uitzien naar’: met verlangen verwachten. **1:8** Hij zal jullie ook tot het einde bevestigen, onberispelijk op de dag van onze Heer Yeshua de Messias. Brontekst: ὃς (hos) = die | καὶ (kai) = ook | βεβαιώσει (bebaiosei) = zal bevestigen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἕως (heos) = tot | τέλους (telous) = einde | ἀνεγκλήτους (anenkletous) = onberispelijk | ἐν (en) = op | τῇ (te) = de | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De dag van onze Heer Yeshua de Messias’: in de profeten is ‘de dag van Yahweh’ de dag van Zijn oordeel en redding (Joël 2:1, Amos 5:18, Jes. 13:6). Paulus past dit toe op de Heer Yeshua. ἀνέγκλητος (anenkletos), ‘onberispelijk’: waartegen geen aanklacht kan worden ingebracht. Voetnoot : Zie ook Joël 2:1; Amos 5:18; Jes. 13:6. Zie ook: Joël 2:1; Amos 5:18; Jes 13:6 **1:9** Trouw is Elohim, door wie jullie geroepen zijn tot de gemeenschap met Zijn Zoon Yeshua de Messias, onze Heer. Brontekst: πιστὸς (pistos) = trouw | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | δι’ (di’) = door | οὗ (hou) = wie | ἐκλήθητε (eklethete) = zijn geroepen | εἰς (eis) = tot | κοινωνίαν (koinonian) = gemeenschap | τοῦ (tou) = van de | υἱοῦ (huiou) = Zoon | αὐτοῦ (autou) = Zijn | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστός (pistos), ‘trouw’: Elohim blijft trouw aan wat Hij heeft toegezegd. κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: deelhebben aan en verbonden zijn met. Wij houden ‘gemeenschap’ als vaste weergave; in 2 Kor. 8–9 kan het ook ‘bijdrage’ zijn. ### Scheuringen in de gemeente **1:10** Ik roep jullie op, broers, bij de naam van onze Heer Yeshua de Messias: zeg allen hetzelfde. Laat er onder jullie geen scheuringen zijn. Wees volledig verenigd in dezelfde gedachte en in dezelfde mening. Brontekst: Παρακαλῶ (Parakalo) = ik roep op | δὲ (de) = nu | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | ὀνόματος (onomatos) = naam | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias | ἵνα (hina) = opdat | τὸ (to) = het | αὐτὸ (auto) = zelfde | λέγητε (legete) = jullie zeggen | πάντες (pantes) = allen | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ᾖ (e) = er is | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | σχίσματα (schismata) = scheuringen | ἦτε (ete) = wees | δὲ (de) = maar | κατηρτισμένοι (katertismenoi) = volledig verenigd | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | αὐτῷ (auto) = zelfde | νοῒ (noi) = gedachte | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | αὐτῇ (aute) = zelfde | γνώμῃ (gnome) = mening Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters; Paulus bedoelt alle gelovigen. σχίσμα (schisma), ‘scheuring’: een scheur, zoals in een kleed. κατηρτισμένοι (katertismenoi), ‘volledig verenigd’: van καταρτίζω (katartizo), ‘in orde brengen, herstellen’, ook gebruikt voor het herstellen van netten (Matt. 4:21). ‘Hetzelfde zeggen’ is een Grieks gezegde voor ‘het eens zijn’. γνώμη (gnome), ‘mening’: wat iemand denkt en meent, zoals in 7:25 en 7:40. Voetnoot : Zie ook Matt. 4:21. Zie ook: Mat 4:21 **1:11** Want door de mensen van Chloë is mij over jullie bekend gemaakt, mijn broers, dat er twisten onder jullie zijn. Brontekst: ἐδηλώθη (edelothe) = is bekend gemaakt | γάρ (gar) = want | μοι (moi) = aan mij | περὶ (peri) = over | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de mensen van | Χλόης (Chloes) = Chloë | ὅτι (hoti) = dat | ἔριδες (erides) = twisten | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | εἰσιν (eisin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Χλόη (Chloe), ‘Chloë’: een vrouw; de brief zegt alleen dat haar mensen (familie, huisgenoten of slaven) Paulus bericht hebben gebracht. Waar zij woonde, staat er niet. ἔρις (eris), ‘twist’: ruzie, strijd. **1:12** Ik bedoel dit: ieder van jullie zegt: „Ik ben van Paulus”, „Ik ben van Apollos”, „Ik ben van Kefas”, „Ik ben van de Messias.” Brontekst: λέγω (lego) = ik zeg | δὲ (de) = nu | τοῦτο (touto) = dit | ὅτι (hoti) = dat | ἕκαστος (hekastos) = ieder | ὑμῶν (hymon) = van jullie | λέγει (legei) = zegt | Ἐγὼ (Ego) = ik | μέν (men) = wel | εἰμι (eimi) = ben | Παύλου (Paulou) = van Paulus | Ἐγὼ (Ego) = ik | δὲ (de) = maar | Ἀπολλῶ (Apollo) = van Apollos | Ἐγὼ (Ego) = ik | δὲ (de) = maar | Κηφᾶ (Kepha) = van Kefas | Ἐγὼ (Ego) = ik | δὲ (de) = maar | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Κηφᾶς (Kefas) is de Aramese naam van Petrus; Kefas betekent ‘rots’ en Petrus (Πέτρος) is het Griekse woord daarvoor. Apollos is een Joodse man uit Alexandrië die in Efeze en Korinte werkte. De vier uitspraken laten zien dat leden zich naar een leraar noemden; ‘Ik ben van de Messias’ kan een vijfde groep zijn of de reactie van Paulus zelf. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:24–28; Hand. 19:1; Joh. 1:42. Zie ook: Joh 1:42; Hand 18:24–28; Hand 19:1 **1:13** Is de Messias verdeeld? Is Paulus voor jullie gekruisigd? Of zijn jullie gedoopt in de naam van Paulus? Brontekst: μεμέρισται (memeristai) = is verdeeld | ὁ (ho) = de | Χριστός (Christos) = Messias | μὴ (me) = toch niet | Παῦλος (Paulos) = Paulus | ἐσταυρώθη (estaurothe) = is gekruisigd | ὑπὲρ (hyper) = voor | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἢ (e) = of | εἰς (eis) = in | τὸ (to) = de | ὄνομα (onoma) = naam | Παύλου (Paulou) = van Paulus | ἐβαπτίσθητε (ebaptisthete) = zijn jullie gedoopt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μεμέρισται (memeristai), ‘is verdeeld’: ook ‘is in stukken gedeeld’. De zin kan ook als bewering gelezen worden: ‘De Messias is verdeeld.’ σταυρόω (stauroo), ‘kruisigen’, van σταυρός (stauros), ‘kruis’. βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’: onderdompelen; ‘in de naam van’ betekent: tot iemand behorend. **1:14** Ik dank dat ik niemand van jullie gedoopt heb, behalve Krispus en Gajus. Brontekst: εὐχαριστῶ (eucharisto) = ik dank | ὅτι (hoti) = dat | οὐδένα (oudena) = niemand | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐβάπτισα (ebaptisa) = doopte ik | εἰ (ei) = tenzij | μὴ (me) = niet | Κρίσπον (Krispon) = Krispus | καὶ (kai) = en | Γάϊον (Gaion) = Gajus Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Κρίσπος (Krispus) was de leider van de synagoge in Korinte (Hand. 18:8, daar in de vorm Crispus). Γάϊος (Gajus) is een man uit Korinte; de brief zegt verder niets over hem. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:8. Zie ook: Hand 18:8 **1:15** Zo kan niemand zeggen dat jullie in mijn naam gedoopt zijn. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | μή (me) = niet | τις (tis) = iemand | εἴπῃ (eipe) = zou zeggen | ὅτι (hoti) = dat | εἰς (eis) = in | τὸ (to) = de | ἐμὸν (emon) = mijn | ὄνομα (onoma) = naam | ἐβαπτίσθητε (ebaptisthete) = jullie gedoopt zijn Bron: SBLGNT **1:16** Ik heb ook het huis van Stefanas gedoopt. Voor het overige weet ik niet of ik nog iemand anders gedoopt heb. Brontekst: ἐβάπτισα (ebaptisa) = doopte ik | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | τὸν (ton) = het | Στεφανᾶ (Stephana) = van Stefanas | οἶκον (oikon) = huis | λοιπὸν (loipon) = overigens | οὐκ (ouk) = niet | οἶδα (oida) = weet ik | εἴ (ei) = of | τινα (tina) = iemand | ἄλλον (allon) = anders | ἐβάπτισα (ebaptisa) = ik doopte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Στεφανᾶς (Stefanas) wordt in 16:15 ‘de eersteling van Achaje’ genoemd. οἶκος (oikos), ‘huis’: het huisgezin, met allen die erbij hoorden. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 16:15. Zie ook: 1 Kor 16:15 ### Het woord van het kruis **1:17** Want de Messias heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om de goede boodschap te brengen. Niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van de Messias niet ontkracht wordt. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἀπέστειλέν (apesteilen) = zond | με (me) = mij | Χριστὸς (Christos) = de Messias | βαπτίζειν (baptizein) = te dopen | ἀλλὰ (alla) = maar | εὐαγγελίζεσθαι (euangelizesthai) = de goede boodschap te brengen | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = met | σοφίᾳ (sophia) = wijsheid | λόγου (logou) = van woorden | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | κενωθῇ (kenothe) = leeg gemaakt wordt | ὁ (ho) = het | σταυρὸς (stauros) = kruis | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’; de gezondene is een ἀπόστολος (apostolos). εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. σοφία λόγου (sofia logou), ‘wijsheid van woorden’: welsprekend en redekunstig spreken. κενόω (kenoo), ‘leeg maken’: de kracht van het kruis zou dan ontkracht zijn. **1:18** Want het woord van het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die gered worden is het kracht van Elohim. Brontekst: Ὁ (Ho) = het | λόγος (logos) = woord | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = dat | τοῦ (tou) = van het | σταυροῦ (staurou) = kruis | τοῖς (tois) = voor wie | μὲν (men) = wel | ἀπολλυμένοις (apollymenois) = verloren gaan | μωρία (moria) = dwaasheid | ἐστίν (estin) = is | τοῖς (tois) = voor wie | δὲ (de) = maar | σῳζομένοις (sozomenois) = gered worden | ἡμῖν (hemin) = voor ons | δύναμις (dynamis) = kracht | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σταυρός (stauros), ‘kruis’; het woord van het kruis is de verkondiging van de gekruisigde Messias. ἀπολλυμένοις (apollymenois), ‘zij die verloren gaan’ en σῳζομένοις (sozomenois), ‘zij die gered worden’: beide staan in de tegenwoordige tijd, als een proces. μωρία (moria), ‘dwaasheid’; δύναμις (dynamis), ‘kracht’. **1:19** Er staat immers geschreven: **„Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen en het inzicht van de verstandigen verwerpen.”** Brontekst: γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | γάρ (gar) = want | Ἀπολῶ (Apolo) = ik zal vernietigen | τὴν (ten) = de | σοφίαν (sophian) = wijsheid | τῶν (ton) = van de | σοφῶν (sophon) = wijzen | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = het | σύνεσιν (synesin) = inzicht | τῶν (ton) = van de | συνετῶν (syneton) = verstandigen | ἀθετήσω (atheteso) = ik zal verwerpen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Jes. 29:14. Ons Hebreeuws heeft: ‘De wijsheid van zijn wijzen zal vergaan en het inzicht van zijn verstandigen zal zich verbergen’. De Griekse tekst heeft: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen en het inzicht van de verstandigen verwerpen’, in de eerste persoon. In Jesaja spreekt Yahweh; daarom staat het citaat rood. ἀθετέω (atheteo), ‘verwerpen’: terzijde schuiven, ongeldig verklaren (Gal. 3:15 ‘ongeldig maken’). Voetnoot : Zie ook Jes. 29:14. Zie ook: Jes 29:14; Gal 3:15 **1:20** Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de redetwister van deze eeuw? Heeft Elohim de wijsheid van de wereld niet tot dwaasheid gemaakt? Brontekst: ποῦ (pou) = waar | σοφός (sophos) = wijze | ποῦ (pou) = waar | γραμματεύς (grammateus) = schriftgeleerde | ποῦ (pou) = waar | συζητητὴς (syzetetes) = redetwister | τοῦ (tou) = van de | αἰῶνος (aionos) = eeuw | τούτου (toutou) = deze | οὐχὶ (ouchi) = niet | ἐμώρανεν (emoranen) = maakte tot dwaasheid | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τὴν (ten) = de | σοφίαν (sophian) = wijsheid | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De drie vragen klinken aan op Jes. 33:18 (‘Waar is de schrijver? Waar is hij die woog?’) en Jes. 19:12 (‘Waar zijn zij dan, je wijzen?’). γραμματεύς (grammateus), ‘schriftgeleerde’. συζητητής (syzetetes), ‘redetwister’: wie in een discussie wil winnen. αἰών (aion), ‘eeuw’: deze tijd, tegenover de komende. μωραίνω (moraino), ‘tot dwaasheid maken’, van μωρία (moria), ‘dwaasheid’. Voetnoot : Zie ook Jes. 33:18; Jes. 19:12. Zie ook: Jes 19:12; Jes 33:18 **1:21** Omdat de wereld Elohim niet door de wijsheid heeft gekend in de wijsheid van Elohim, heeft het Elohim behaagd hen die geloven te redden. Dat doet Hij door de dwaasheid van de verkondiging. Brontekst: ἐπειδὴ (epeide) = omdat | γὰρ (gar) = immers | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | σοφίᾳ (sophia) = wijsheid | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐκ (ouk) = niet | ἔγνω (egno) = kende | ὁ (ho) = de | κόσμος (kosmos) = wereld | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | σοφίας (sophias) = wijsheid | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim | εὐδόκησεν (eudokesen) = behaagde het | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | μωρίας (morias) = dwaasheid | τοῦ (tou) = van de | κηρύγματος (kerygmatos) = verkondiging | σῶσαι (sosai) = te redden | τοὺς (tous) = hen | πιστεύοντας (pisteuontas) = die geloven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks begint met ‘omdat’ (ἐπειδή, epeide) en heeft pas daarna de hoofdzin ‘heeft Elohim behaagd’; wij splitsen de lange zin in twee. κήρυγμα (kerygma), ‘verkondiging’: het uitroepen van de boodschap, tegenover de woorden van redenaars. ‘In de wijsheid van Elohim’: de wereld had Elohim in Zijn wijsheid kunnen leren kennen, maar deed het niet door de eigen wijsheid. **1:22** Joden vragen immers om tekenen en Grieken zoeken wijsheid. Brontekst: ἐπειδὴ (epeide) = omdat | καὶ (kai) = ook | Ἰουδαῖοι (Ioudaioi) = Joden | σημεῖα (semeia) = tekenen | αἰτοῦσιν (aitousin) = vragen | καὶ (kai) = en | Ἕλληνες (Hellenes) = Grieken | σοφίαν (sophian) = wijsheid | ζητοῦσιν (zetousin) = zoeken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σημεῖον (semeion), ‘teken’: een wonder dat bewijst. Joden vragen om tekenen, Grieken zoeken filosofische wijsheid. Voetnoot : Zie ook Matt. 12:38; Mark. 8:11. Zie ook: Mat 12:38; Mar 8:11 **1:23** Wij verkondigen de gekruisigde Messias: voor Joden een struikelblok, voor de volken dwaasheid. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = maar | κηρύσσομεν (keryssomen) = verkondigen | Χριστὸν (Christon) = Messias | ἐσταυρωμένον (estauromenon) = gekruisigd | Ἰουδαίοις (Ioudaiois) = voor Joden | μὲν (men) = wel | σκάνδαλον (skandalon) = struikelblok | ἔθνεσιν (ethnesin) = voor volken | δὲ (de) = maar | μωρίαν (morian) = dwaasheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: iets waarover men valt. Voor Joden is een gekruisigde Messias een struikelblok, omdat de wet zegt dat een gehangene ‘een vervloeking van Elohim’ is (Deut. 21:23; Gal. 3:13). ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de niet-Joden, hier gelijk aan de Grieken van vers 22. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:11; Gal. 3:13; Deut. 21:23. Zie ook: Deut 21:23; Gal 3:13; Gal 5:11; 1 Kor 1:22 **1:24** Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is de Messias kracht van Elohim en wijsheid van Elohim. Brontekst: αὐτοῖς (autois) = voor hen | δὲ (de) = maar | τοῖς (tois) = die | κλητοῖς (kletois) = geroepen | Ἰουδαίοις (Ioudaiois) = Joden | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = als | Ἕλλησιν (Hellesin) = Grieken | Χριστὸν (Christon) = de Messias | θεοῦ (theou) = van Elohim | δύναμιν (dynamin) = kracht | καὶ (kai) = en | θεοῦ (theou) = van Elohim | σοφίαν (sophian) = wijsheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κλητοί (kletoi), ‘geroepen’: niet iedere hoorder, maar wie Elohim roept. Hier wordt Elohims roeping niet beperkt tot één volk: Joden en Grieken. **1:25** Want het dwaze van Elohim is wijzer dan de mensen, en het zwakke van Elohim is sterker dan de mensen. Brontekst: ὅτι (hoti) = want | τὸ (to) = het | μωρὸν (moron) = dwaze | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | σοφώτερον (sophoteron) = wijzer | τῶν (ton) = dan de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | ἐστίν (estin) = is | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | ἀσθενὲς (asthenes) = zwakke | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἰσχυρότερον (ischyroteron) = sterker | τῶν (ton) = dan de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τὸ μωρὸν τοῦ θεοῦ (to moron tou theou), ‘het dwaze van Elohim’, en τὸ ἀσθενὲς (to asthenes), ‘het zwakke’: wat mensen dwaas en zwak vinden in de verkondiging van het kruis. ### Jullie roeping **1:26** Kijk maar naar jullie roeping, broers: niet velen van jullie waren wijs volgens het vlees, niet velen machtig, niet velen van edele afkomst. Brontekst: Βλέπετε (Blepete) = kijk | γὰρ (gar) = want | τὴν (ten) = de | κλῆσιν (klesin) = roeping | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ὅτι (hoti) = dat | οὐ (ou) = niet | πολλοὶ (polloi) = velen | σοφοὶ (sophoi) = wijzen | κατὰ (kata) = volgens | σάρκα (sarka) = vlees | οὐ (ou) = niet | πολλοὶ (polloi) = velen | δυνατοί (dynatoi) = machtigen | οὐ (ou) = niet | πολλοὶ (polloi) = velen | εὐγενεῖς (eugeneis) = van edele afkomst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘volgens het vlees’: naar de maatstaven van mensen. Paulus noemt wijzen, machtigen en mensen van edele afkomst: niet velen van hen werden geroepen. **1:27** Maar het dwaze van de wereld heeft Elohim uitgekozen om de wijzen te beschamen. En het zwakke van de wereld heeft Elohim uitgekozen om het sterke te beschamen. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | τὰ (ta) = het | μωρὰ (mora) = dwaze | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | ἐξελέξατο (exelexato) = koos uit | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | καταισχύνῃ (kataischyne) = beschaamt | τοὺς (tous) = de | σοφούς (sophous) = wijzen | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = het | ἀσθενῆ (asthene) = zwakke | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | ἐξελέξατο (exelexato) = koos uit | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | καταισχύνῃ (kataischyne) = beschaamt | τὰ (ta) = het | ἰσχυρά (ischyra) = sterke Bron: SBLGNT **1:28** En het onedele van de wereld en het geminachte heeft Elohim uitgekozen, wat niet is, om wat is buiten werking te stellen. Brontekst: καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = het | ἀγενῆ (agene) = onedele | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = het | ἐξουθενημένα (exouthenemena) = geminachte | ἐξελέξατο (exelexato) = koos uit | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | τὰ (ta) = het | μὴ (me) = niet | ὄντα (onta) = zijnde | ἵνα (hina) = opdat | τὰ (ta) = het | ὄντα (onta) = zijnde | καταργήσῃ (katargese) = buiten werking stelt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Galaten (Gal. 3:17, 5:4). τὰ μὴ ὄντα (ta me onta), ‘wat niet is’: wat in de ogen van de wereld niets is. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:17. Zie ook: Gal 3:17; Gal 5:4 **1:29** Zo zal geen enkel vlees roemen voor Elohim. Brontekst: ὅπως (hopos) = opdat | μὴ (me) = niet | καυχήσηται (kauchesetai) = roemt | πᾶσα (pasa) = elk | σὰρξ (sarx) = vlees | ἐνώπιον (enopion) = voor | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σάρξ (sarx), ‘vlees’: de mens in zijn zwakte en sterfelijkheid; ‘geen enkel vlees’ betekent: niemand. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’: zich laten voorstaan op wat men heeft of kan. Wij houden ‘roemen’ in heel de brief, zoals in Gal. 6:14. Zie ook: Gal 6:14 **1:30** Uit Hem zijn jullie, in Yeshua de Messias, die voor ons wijsheid is geworden van Elohim: gerechtigheid, heiliging en vrijkoping. Brontekst: ἐξ (ex) = uit | αὐτοῦ (autou) = Hem | δὲ (de) = maar | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐστε (este) = zijn | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | ὃς (hos) = die | ἐγενήθη (egenethe) = is geworden | σοφία (sophia) = wijsheid | ἡμῖν (hemin) = voor ons | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | δικαιοσύνη (dikaiosyne) = gerechtigheid | τε (te) = zowel | καὶ (kai) = als | ἁγιασμὸς (hagiasmos) = heiliging | καὶ (kai) = en | ἀπολύτρωσις (apolytrosis) = vrijkoping Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers is moeilijk. ‘Uit Hem’ wijst op Elohim als oorsprong. Het Grieks heeft ‘wijsheid van Elohim’ en daarna drie woorden: δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’, ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’ en ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘vrijkoping’: een slaaf of gevangene vrijkopen met losgeld. Of het drie aanvullingen op ‘wijsheid’ zijn of drie aparte gaven, zegt de tekst niet. **1:31** Zo is het, zoals geschreven staat: „Wie roemt, roeme in Yahweh.” Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ὁ (Ho) = wie | καυχώμενος (kauchomenos) = roemt | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = Yahweh | καυχάσθω (kauchastho) = hij roeme Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Jer. 9:22–23 (in de Nederlandse telling 9:23–24), in verkorte vorm. Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie zich wil beroemen, moet zich hierin beroemen: dat hij inzicht heeft en Mij kent: dat Ik Yahweh ben’. κύριος (kyrios) is hier Yahweh, zoals in het Hebreeuws van Jeremia. De Griekse zin begint met ‘opdat’ (ἵνα, hina) en heeft geen werkwoord ervoor; hij sluit aan op vers 30. Wij geven hem als een eigen zin weer. Het werkwoord καυχάομαι (kauchaomai) geven wij in de brief weer met ‘roemen’; ons Hebreeuws van Jeremia heeft een ander werkwoord, ‘zich beroemen’. Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan. Voetnoot : Zie ook Jer. 9:23. Zie ook: Jer 9:22–23; Jer 9:23; 1 Kor 1:30 ## 1 Korintiërs 2 _Verkondigd in zwakheid en kracht; de wijsheid van Elohim door de Geest onthuld_ ### Verkondigd in zwakheid en kracht **2:1** Toen ik bij jullie kwam, broers, kwam ik niet met voortreffelijke woorden of wijsheid om jullie het getuigenis van Elohim te verkondigen. Brontekst: Κἀγὼ (Kago) = en ik | ἐλθὼν (elthon) = gekomen zijnde | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ἦλθον (elthon) = kwam ik | οὐ (ou) = niet | καθ’ (kath’) = met | ὑπεροχὴν (hyperochen) = voortreffelijkheid | λόγου (logou) = van woorden | ἢ (e) = of | σοφίας (sophias) = van wijsheid | καταγγέλλων (katangellon) = verkondigend | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | τὸ (to) = het | μαρτύριον (martyrion) = getuigenis | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταγγέλλω (katangello), ‘verkondigen’: bekendmaken, uitroepen. ὑπεροχή (hyperoche), ‘voortreffelijkheid’: het uitblinken, hier in welsprekendheid en redekunst. μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’: wat Elohim zelf over Zijn Zoon getuigt. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:1–11. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier ‘μαρτύριον’ (martyrion), ‘getuigenis’: in sommige handschriften staat een andere lezing. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Hand 18:1–11 **2:2** Want ik heb besloten onder jullie niets te weten, behalve Yeshua de Messias, en wel als de gekruisigde. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἔκρινά (ekrina) = besloot ik | τι (ti) = iets | εἰδέναι (eidenai) = te weten | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | εἰ (ei) = tenzij | μὴ (me) = niet | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | Χριστὸν (Christon) = de Messias | καὶ (kai) = en | τοῦτον (touton) = deze | ἐσταυρωμένον (estauromenon) = gekruisigd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίνω (krino), ‘besluiten’: tot een oordeel komen. Paulus bepaalde zich tot één onderwerp: Yeshua de Messias, en wel de gekruisigde. ἐσταυρωμένον (estaurromenon), ‘gekruisigd’, in de voltooide vorm: de gekruisigde die gekruisigd blijft. Vergelijk 1:23. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:23. Zie ook: 1 Kor 1:23 **2:3** En ik was bij jullie in zwakheid, in vrees en in veel beven. Brontekst: κἀγὼ (kago) = en ik | ἐν (en) = in | ἀσθενείᾳ (astheneia) = zwakheid | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | φόβῳ (phobo) = vrees | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τρόμῳ (tromo) = beven | πολλῷ (pollo) = veel | ἐγενόμην (egenomen) = was | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’, φόβος (fobos), ‘vrees’ en τρόμος (tromos), ‘beven’: Paulus beschrijft zichzelf bij zijn komst in Korinte. Hand. 18:9–10 vertelt dat de Heer in de nacht tot hem sprak: ‘Wees niet bang.’ Voetnoot : Zie ook Hand. 18:9–10. Zie ook: Hand 18:9–10 **2:4** Mijn woord en mijn verkondiging waren niet in de overtuigingskracht van wijsheid, maar in bewijs van de Geest en van kracht. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | κήρυγμά (kerygma) = verkondiging | μου (mou) = mijn | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = in | πειθοῖ (peithoi) = overtuiging | σοφίας (sophias) = van wijsheid | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | ἀποδείξει (apodeixei) = bewijs | πνεύματος (pneumatos) = van Geest | καὶ (kai) = en | δυνάμεως (dynameos) = van kracht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πειθοῖ σοφίας (peitho sofias), ‘overtuigingskracht van wijsheid’: de Griekse vorm πειθοῖ is zeldzaam; wij volgen de SBLGNT. ἀπόδειξις (apodeixis), ‘bewijs’: een aantoning die overtuigt, hier door de Geest en kracht. πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’: de Geest van Elohim. **2:5** Zo zou jullie geloof niet in de wijsheid van mensen zijn, maar in de kracht van Elohim. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | ὑμῶν (hymon) = jullie | μὴ (me) = niet | ᾖ (e) = zou zijn | ἐν (en) = in | σοφίᾳ (sophia) = wijsheid | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | δυνάμει (dynamei) = kracht | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πίστις (pistis), ‘geloof’. ‘In de wijsheid van mensen’ en ‘in de kracht van Elohim’: waarop het geloof steunt. ### De wijsheid van Elohim door de Geest onthuld **2:6** Wij spreken wel wijsheid onder de volmaakten. Maar het is geen wijsheid van deze eeuw, en ook niet van de heersers van deze eeuw, die buiten werking worden gesteld. Brontekst: Σοφίαν (Sophian) = wijsheid | δὲ (de) = nu | λαλοῦμεν (laloumen) = spreken wij | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = de | τελείοις (teleiois) = volmaakten | σοφίαν (sophian) = wijsheid | δὲ (de) = maar | οὐ (ou) = niet | τοῦ (tou) = van de | αἰῶνος (aionos) = eeuw | τούτου (toutou) = deze | οὐδὲ (oude) = noch | τῶν (ton) = van de | ἀρχόντων (archonton) = heersers | τοῦ (tou) = van de | αἰῶνος (aionos) = eeuw | τούτου (toutou) = deze | τῶν (ton) = die | καταργουμένων (katargoumenon) = buiten werking worden gesteld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέλειος (teleios), ‘volmaakt’: volledig, tot het doel gekomen; hier ook ‘volgroeid’, tegenover de ‘kleine kinderen’ van 3:1. ἄρχοντες (archontes), ‘heersers’: het woord kan mensen met gezag bedoelen, maar ook machten achter de wereld; de tekst zegt niet welke. αἰών (aion), ‘eeuw’: deze tijd. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in 1:28. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:28. Zie ook: 1 Kor 1:28 **2:7** Wij spreken juist de wijsheid van Elohim in een geheimenis: de verborgen wijsheid die Elohim vóór de eeuwen bestemd heeft voor onze heerlijkheid. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | λαλοῦμεν (laloumen) = spreken wij | θεοῦ (theou) = van Elohim | σοφίαν (sophian) = wijsheid | ἐν (en) = in | μυστηρίῳ (mysterio) = geheimenis | τὴν (ten) = de | ἀποκεκρυμμένην (apokekrymmenen) = verborgene | ἣν (hen) = die | προώρισεν (proorisen) = bestemde | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | πρὸ (pro) = vóór | τῶν (ton) = de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | εἰς (eis) = tot | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: een verborgen plan van Elohim dat nu bekend wordt gemaakt. ἀποκεκρυμμένη (apokekrymmene), ‘verborgen’. προορίζω (proorizo), ‘vooraf bestemmen’. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’: de luister van Elohim waarin gelovigen delen. **2:8** Geen van de heersers van deze eeuw heeft haar gekend. Want als zij haar gekend hadden, zouden zij de Heer van de heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Brontekst: ἣν (hen) = die | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | τῶν (ton) = van de | ἀρχόντων (archonton) = heersers | τοῦ (tou) = van de | αἰῶνος (aionos) = eeuw | τούτου (toutou) = deze | ἔγνωκεν (egnoken) = heeft gekend | εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἔγνωσαν (egnosan) = zij kenden | οὐκ (ouk) = niet | ἂν (an) = zou | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | τῆς (tes) = van de | δόξης (doxes) = heerlijkheid | ἐσταύρωσαν (estaurosan) = kruisigden zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De ἄρχοντες (archontes), ‘heersers’ van deze eeuw, kenden de wijsheid niet; wie zij zijn, zegt de tekst niet (zie vers 6). ‘De Heer van de heerlijkheid’ (ὁ κύριος τῆς δόξης) is Yeshua, de gekruisigde. In Jak. 2:1 heet Hij ‘de Heerlijkheid’. Voetnoot : Zie ook Jak. 2:1. Zie ook: Jak 2:1; 1 Kor 2:6 **2:9** Maar, zoals geschreven staat: „Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, en wat in het hart van een mens niet is opgekomen, wat Elohim bereid heeft voor wie Hem liefhebben.” Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | καθὼς (kathos) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ἃ (Ha) = wat | ὀφθαλμὸς (ophthalmos) = oog | οὐκ (ouk) = niet | εἶδεν (eiden) = zag | καὶ (kai) = en | οὖς (ous) = oor | οὐκ (ouk) = niet | ἤκουσεν (ekousen) = hoorde | καὶ (kai) = en | ἐπὶ (epi) = op | καρδίαν (kardian) = hart | ἀνθρώπου (anthropou) = van een mens | οὐκ (ouk) = niet | ἀνέβη (anebe) = opkwam | ὅσα (hosa) = wat | ἡτοίμασεν (hetoimasen) = bereidde | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | τοῖς (tois) = aan wie | ἀγαπῶσιν (agaposin) = liefhebben | αὐτόν (auton) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus noemt geen boek. De woorden klinken aan op Jes. 64:3 en Jes. 65:17. Ons Hebreeuws van Jes. 64:3 (in de Nederlandse telling 64:4) heeft: ‘Van oudsher heeft men het niet gehoord en niet met het oor vernomen. Geen oog heeft een Elohim buiten U gezien die handelt voor wie op Hem wacht’. Jes. 65:17 heeft: ‘De vroegere dingen zullen niet meer herdacht worden en niet meer in het hart opkomen’. Het Griekse citaat heeft ‘wat Elohim bereid heeft voor wie Hem liefhebben’. De zin is in het Grieks onvolledig; wij laten hem zo staan. Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan. Voetnoot : Zie ook Jes. 64:3; Jes. 65:17. Zie ook: Jes 64:3; Jes 65:17 **2:10** Want aan ons heeft Elohim het onthuld door de Geest. Want de Geest onderzoekt alles, ook de diepten van Elohim. Brontekst: ἡμῖν (hemin) = aan ons | γὰρ (gar) = want | ἀπεκάλυψεν (apekalypsen) = onthulde | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | τὸ (to) = de | γὰρ (gar) = want | πνεῦμα (pneuma) = Geest | πάντα (panta) = alles | ἐραυνᾷ (erauna) = onderzoekt | καὶ (kai) = ook | τὰ (ta) = de | βάθη (bathe) = diepten | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποκαλύπτω (apokalypto), ‘onthullen’. ἐραυνάω (eraunao), ‘onderzoeken’: nauwkeurig doorzoeken. τὰ βάθη (ta bathe), ‘de diepten’ van Elohim: Zijn verborgen raad. **2:11** Want wie van de mensen weet wat van de mens is, behalve de geest van de mens die in hem is? Zo heeft ook niemand gekend wat van Elohim is, behalve de Geest van Elohim. Brontekst: τίς (tis) = wie | γὰρ (gar) = want | οἶδεν (oiden) = weet | ἀνθρώπων (anthropon) = van de mensen | τὰ (ta) = wat | τοῦ (tou) = van de | ἀνθρώπου (anthropou) = mens | εἰ (ei) = tenzij | μὴ (me) = niet | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = geest | τοῦ (tou) = van de | ἀνθρώπου (anthropou) = mens | τὸ (to) = die | ἐν (en) = in | αὐτῷ (auto) = hem | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | τὰ (ta) = wat | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἔγνωκεν (egnoken) = heeft gekend | εἰ (ei) = tenzij | μὴ (me) = niet | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus vergelijkt: alleen de geest van een mens kent wat in die mens is, zo kent alleen de Geest van Elohim wat van Elohim is. ‘Geest’ met een hoofdletter is de Geest van Elohim; ‘geest’ met een kleine letter de geest van de mens. **2:12** Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die uit Elohim is. Zo weten wij wat ons door Elohim uit genade geschonken is. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = maar | οὐ (ou) = niet | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = geest | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | ἐλάβομεν (elabomen) = ontvingen | ἀλλὰ (alla) = maar | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | τὸ (to) = die | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἵνα (hina) = opdat | εἰδῶμεν (eidomen) = wij weten | τὰ (ta) = wat | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | χαρισθέντα (charisthenta) = uit genade geschonken is | ἡμῖν (hemin) = aan ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χαρίζομαι (charizomai), ‘uit genade schenken’: verwant aan χάρις (charis), ‘genade’. ‘De geest van de wereld’: de geest die bij de wereld hoort, tegenover de Geest van Elohim. **2:13** En dat spreken wij, niet in woorden die menselijke wijsheid leert, maar in woorden die de Geest leert, terwijl wij geestelijke dingen met geestelijke vergelijken. Brontekst: ἃ (ha) = wat | καὶ (kai) = ook | λαλοῦμεν (laloumen) = spreken wij | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = in | διδακτοῖς (didaktois) = geleerde | ἀνθρωπίνης (anthropines) = van menselijke | σοφίας (sophias) = wijsheid | λόγοις (logois) = woorden | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | διδακτοῖς (didaktois) = geleerde | πνεύματος (pneumatos) = van de Geest | πνευματικοῖς (pneumatikois) = aan geestelijke | πνευματικὰ (pneumatika) = geestelijke dingen | συγκρίνοντες (synkrinontes) = vergelijkend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διδακτός (didaktos), ‘geleerd, onderwezen’. συγκρίνω (sygkrino), ‘vergelijken’: ook ‘uitleggen’ of ‘beoordelen’. πνευματικοῖς (pneumatikois), ‘geestelijke’: de Griekse vorm kan mannelijk zijn (‘aan geestelijke mensen’) of onzijdig (‘met geestelijke woorden’). Wij houden de korte vorm van het Grieks aan. ### De natuurlijke en de geestelijke mens **2:14** Een natuurlijk mens neemt niet aan wat van de Geest van Elohim is, want het is dwaasheid voor hem. Hij kan het ook niet kennen, omdat het geestelijk onderzocht wordt. Brontekst: Ψυχικὸς (Psychikos) = natuurlijk | δὲ (de) = maar | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | οὐ (ou) = niet | δέχεται (dechetai) = ontvangt | τὰ (ta) = wat | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | μωρία (moria) = dwaasheid | γὰρ (gar) = want | αὐτῷ (auto) = voor hem | ἐστίν (estin) = is | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | δύναται (dynatai) = kan | γνῶναι (gnonai) = kennen | ὅτι (hoti) = omdat | πνευματικῶς (pneumatikos) = geestelijk | ἀνακρίνεται (anakrinetai) = wordt onderzocht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψυχικός (psychikos), ‘natuurlijk’: van ψυχή (psyche), ‘adem, leven’; de mens met alleen het gewone, aardse leven en zonder de Geest van Elohim. Tegenover πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’. ἀνακρίνω (anakrino), ‘onderzoeken’: nagaan, beoordelen, zoals een rechter. Hetzelfde woord staat in 4:3–4. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 4:3–4. Zie ook: 1 Kor 4:3–4 **2:15** Maar de geestelijke onderzoekt alles, en hijzelf wordt door niemand onderzocht. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | πνευματικὸς (pneumatikos) = geestelijke | ἀνακρίνει (anakrinei) = onderzoekt | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | αὐτὸς (autos) = hijzelf | δὲ (de) = maar | ὑπ’ (hyp’) = door | οὐδενὸς (oudenos) = niemand | ἀνακρίνεται (anakrinetai) = wordt onderzocht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: wie de Geest van Elohim heeft ontvangen. Hij beoordeelt alles; zelf wordt hij door niemand beoordeeld. **2:16** Want wie heeft de gedachte van Yahweh gekend, zodat hij Hem zou onderwijzen? Maar wij hebben de gedachte van de Messias. Brontekst: τίς (tis) = wie | γὰρ (gar) = want | ἔγνω (egno) = kende | νοῦν (noun) = gedachte | κυρίου (kyriou) = van Yahweh | ὃς (hos) = die | συμβιβάσει (symbibasei) = zal onderwijzen | αὐτόν (auton) = Hem | ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = maar | νοῦν (noun) = gedachte | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | ἔχομεν (echomen) = hebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Jes. 40:13. Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie heeft de Geest van Yahweh uitgemeten? En welke man, als Zijn raadgever, onderricht Hem?’ De Griekse tekst heeft ‘de gedachte van de Heer’ (νοῦς κυρίου, nous kyriou) waar ons Hebreeuws ‘de Geest van Yahweh’ heeft. κύριος is hier Yahweh, zoals in Jesaja. νοῦς (nous), ‘gedachte’: verstand, zin. ‘De gedachte van de Messias’: wij kennen Zijn zin. Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan. Voetnoot : Zie ook Jes. 40:13. Zie ook: Jes 40:13 ## 1 Korintiërs 3 _Kinderen in de Messias; planten en water geven; het fundament; het heiligdom van Elohim_ ### Nog kinderen: melk en geen vast voedsel **3:1** Ook ik, broers, kon niet tot jullie spreken als tot geestelijke mensen, maar als tot mensen van vlees, als tot kleine kinderen in de Messias. Brontekst: Κἀγώ (Kago) = en ik | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | οὐκ (ouk) = niet | ἠδυνήθην (edynethen) = kon | λαλῆσαι (lalesai) = spreken | ὑμῖν (hymin) = tot jullie | ὡς (hos) = als tot | πνευματικοῖς (pneumatikois) = geestelijken | ἀλλ’ (all’) = maar | ὡς (hos) = als tot | σαρκίνοις (sarkinois) = mensen van vlees | ὡς (hos) = als tot | νηπίοις (nepiois) = kleine kinderen | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σαρκίνοις (sarkinois), ‘van vlees’, en in vers 3 σαρκικοί (sarkikoi), ‘vleselijk’: twee verwante woorden voor mensen die nog door het ‘vlees’, de zwakke menselijke natuur, worden bepaald. νήπιος (nepios), ‘klein kind’: een kind dat nog niet kan spreken of vast voedsel eten; zo noemt hij zijn lezers hier, anders dan de ‘volmaakten’ van 2:6. πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: zie 2:15. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 2:6; 1 Kor. 2:15. Zie ook: 1 Kor 2:6; 1 Kor 2:15; 1 Kor 3:3 **3:2** Melk heb ik jullie te drinken gegeven, geen vast voedsel. Want jullie konden het nog niet. Maar ook nu kunnen jullie het nog niet. Brontekst: γάλα (gala) = melk | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐπότισα (epotisa) = gaf te drinken ik | οὐ (ou) = niet | βρῶμα (broma) = voedsel | οὔπω (oupo) = nog niet | γὰρ (gar) = want | ἐδύνασθε (edynasthe) = konden jullie | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐδὲ (oude) = ook niet | ἔτι (eti) = nog | νῦν (nyn) = nu | δύνασθε (dynasthe) = kunnen jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γάλα (gala), ‘melk’, en βρῶμα (broma), ‘vast voedsel’: de beeldspraak van het kind dat nog melk drinkt. ποτίζω (potizo), ‘te drinken geven’. **3:3** Want jullie zijn nog vleselijk. Waar naijver en twist onder jullie zijn, zijn jullie dan niet vleselijk en wandelen jullie niet naar menselijke maat? Brontekst: ἔτι (eti) = nog | γὰρ (gar) = want | σαρκικοί (sarkikoi) = vleselijk | ἐστε (este) = zijn jullie | ὅπου (hopou) = waar | γὰρ (gar) = want | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | ζῆλος (zelos) = naijver | καὶ (kai) = en | ἔρις (eris) = twist | οὐχὶ (ouchi) = toch niet | σαρκικοί (sarkikoi) = vleselijk | ἐστε (este) = zijn jullie | καὶ (kai) = en | κατὰ (kata) = naar | ἄνθρωπον (anthropon) = menselijke maat | περιπατεῖτε (peripateite) = wandelen jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’: bepaald door het ‘vlees’, de zwakke menselijke natuur (zie Gal. 3:3). ζῆλος (zelos), ‘naijver’, zoals in Gal. 5:20; ἔρις (eris), ‘twist’. κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘naar menselijke maat’: zoals mensen onder elkaar doen, zoals in Gal. 1:11 en 3:15. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: leven, zich gedragen. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:3; Gal. 1:11. Zie ook: Gal 1:11; Gal 3:3; Gal 3:15; Gal 5:20 **3:4** Want wanneer iemand zegt: „Ik ben van Paulus”, en een ander: „Ik van Apollos”, zijn jullie dan niet gewoon mensen? Brontekst: ὅταν (hotan) = wanneer | γὰρ (gar) = want | λέγῃ (lege) = zegt | τις (tis) = iemand | Ἐγὼ (Ego) = ik | μέν (men) = wel | εἰμι (eimi) = ben | Παύλου (Paulou) = van Paulus | ἕτερος (heteros) = een ander | δέ (de) = maar | Ἐγὼ (Ego) = ik | Ἀπολλῶ (Apollo) = van Apollos | οὐκ (ouk) = niet | ἄνθρωποί (anthropoi) = mensen | ἐστε (este) = zijn jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vergelijk 1:12. Paulus herhaalt de leuzen en noemt alleen Paulus en Apollos. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:12. Zie ook: 1 Kor 1:12 ### Dienaars van Elohim: planten en water geven **3:5** Wat is Apollos dan? En wat is Paulus? Dienaars door wie jullie zijn gaan geloven, en ieder zoals de Heer hem gegeven heeft. Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἐστιν (estin) = is | Ἀπολλῶς (Apollos) = Apollos | τί (ti) = wat | δέ (de) = maar | ἐστιν (estin) = is | Παῦλος (Paulos) = Paulus | διάκονοι (diakonoi) = dienaars | δι’ (di’) = door | ὧν (hon) = wie | ἐπιστεύσατε (episteusate) = jullie geloofden | καὶ (kai) = en | ἑκάστῳ (hekasto) = aan ieder | ὡς (hos) = zoals | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἔδωκεν (edoken) = gaf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διάκονος (diakonos), ‘dienaar’: iemand die een ander dient. Paulus en Apollos zijn dienaars door wie de Korintiërs zijn gaan geloven. ‘Zoals de Heer ieder gegeven heeft’: ieder heeft zijn eigen taak van de Heer ontvangen. **3:6** Ik plantte, Apollos gaf water, maar Elohim liet groeien. Brontekst: ἐγὼ (ego) = ik | ἐφύτευσα (ephyteusa) = plantte | Ἀπολλῶς (Apollos) = Apollos | ἐπότισεν (epotisen) = gaf water | ἀλλὰ (alla) = maar | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ηὔξανεν (eyxanen) = liet groeien Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De beeldspraak van een akker: planten, water geven, laten groeien. Paulus kwam het eerst in Korinte, Apollos kwam daarna. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:1–11; Hand. 18:27; Hand. 19:1. Zie ook: Hand 18:1–11; Hand 18:27; Hand 19:1 **3:7** Zo is wie plant niets en wie water geeft niets, maar Elohim die laat groeien. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | οὔτε (oute) = noch | ὁ (ho) = de | φυτεύων (phyteuon) = plantende | ἐστίν (estin) = is | τι (ti) = iets | οὔτε (oute) = noch | ὁ (ho) = de | ποτίζων (potizon) = water gevende | ἀλλ’ (all’) = maar | ὁ (ho) = de | αὐξάνων (auxanon) = groei gevende | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT **3:8** Wie plant en wie water geeft zijn één, en ieder zal zijn eigen loon ontvangen naar zijn eigen arbeid. Brontekst: ὁ (ho) = de | φυτεύων (phyteuon) = plantende | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ποτίζων (potizon) = water gevende | ἕν (hen) = één | εἰσιν (eisin) = zijn | ἕκαστος (hekastos) = ieder | δὲ (de) = maar | τὸν (ton) = het | ἴδιον (idion) = eigen | μισθὸν (misthon) = loon | λήμψεται (lempsetai) = zal ontvangen | κατὰ (kata) = naar | τὸν (ton) = de | ἴδιον (idion) = eigen | κόπον (kopon) = arbeid Bron: SBLGNT **3:9** Want wij zijn medewerkers van Elohim. Jullie zijn de akker van Elohim, het bouwwerk van Elohim. Brontekst: θεοῦ (theou) = van Elohim | γάρ (gar) = want | ἐσμεν (esmen) = zijn wij | συνεργοί (synergoi) = medewerkers | θεοῦ (theou) = van Elohim | γεώργιον (georgion) = akker | θεοῦ (theou) = van Elohim | οἰκοδομή (oikodome) = bouwwerk | ἐστε (este) = zijn jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνεργός (synergos), ‘medewerker’. θεοῦ συνεργοί (theou synergoi), ‘medewerkers van Elohim’: het Grieks kan bedoelen ‘medewerkers die voor Elohim werken’ of ‘medewerkers met Elohim’. γεώργιον (georgion), ‘akker’; οἰκοδομή (oikodome), ‘bouwwerk’: de twee beelden van het vervolg. ### Het fundament en het bouwwerk **3:10** Overeenkomstig de genade van Elohim die mij gegeven is, heb ik als een wijze bouwmeester een fundament gelegd, en een ander bouwt erop voort. Maar ieder moet opletten hoe hij erop voortbouwt. Brontekst: Κατὰ (Kata) = naar | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | τὴν (ten) = die | δοθεῖσάν (dotheisan) = gegeven is | μοι (moi) = aan mij | ὡς (hos) = als | σοφὸς (sophos) = wijze | ἀρχιτέκτων (architekton) = bouwmeester | θεμέλιον (themelion) = fundament | ἔθηκα (etheka) = legde ik | ἄλλος (allos) = een ander | δὲ (de) = maar | ἐποικοδομεῖ (epoikodomei) = bouwt erop voort | ἕκαστος (hekastos) = ieder | δὲ (de) = maar | βλεπέτω (blepeto) = laat opletten | πῶς (pos) = hoe | ἐποικοδομεῖ (epoikodomei) = hij bouwt erop voort Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρχιτέκτων (architekton), ‘bouwmeester’: de leider van een bouw. θεμέλιος (themelios), ‘fundament’. ἐποικοδομέω (epoikodomeo), ‘erop voortbouwen’: op het gelegde fundament verder bouwen. Paulus legde het fundament in Korinte, een ander bouwt erop voort. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:1–11. Zie ook: Hand 18:1–11 **3:11** Want niemand kan een ander fundament leggen dan het gelegde, dat is Yeshua de Messias. Brontekst: θεμέλιον (themelion) = fundament | γὰρ (gar) = want | ἄλλον (allon) = ander | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | δύναται (dynatai) = kan | θεῖναι (theinai) = leggen | παρὰ (para) = naast | τὸν (ton) = het | κείμενον (keimenon) = gelegde | ὅς (hos) = dat | ἐστιν (estin) = is | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | Χριστός (Christos) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het gelegde fundament is Yeshua de Messias, de verkondigde Gekruisigde (2:2). Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 2:2. Zie ook: 1 Kor 2:2 **3:12** Als iemand op het fundament bouwt met goud, zilver, kostbare stenen, hout, gras of stro, Brontekst: εἰ (ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | ἐποικοδομεῖ (epoikodomei) = bouwt erop voort | ἐπὶ (epi) = op | τὸν (ton) = het | θεμέλιον (themelion) = fundament | χρυσόν (chryson) = goud | ἄργυρον (argyron) = zilver | λίθους (lithous) = stenen | τιμίους (timious) = kostbare | ξύλα (xyla) = hout | χόρτον (chorton) = gras | καλάμην (kalamen) = stro Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zes bouwstoffen: goud, zilver en kostbare stenen zijn bestand tegen vuur; hout, gras en stro verbranden. De zin loopt door in vers 13. Zie ook: 1 Kor 3:13 **3:13** dan zal het werk van ieder zichtbaar worden. De dag zal het tonen, want het wordt door vuur onthuld. En het vuur zelf zal toetsen hoe het werk van ieder is. Brontekst: ἑκάστου (hekastou) = van ieder | τὸ (to) = het | ἔργον (ergon) = werk | φανερὸν (phaneron) = zichtbaar | γενήσεται (genesetai) = zal worden | ἡ (he) = de | γὰρ (gar) = want | ἡμέρα (hemera) = dag | δηλώσει (delosei) = zal aantonen | ὅτι (hoti) = dat | ἐν (en) = in | πυρὶ (pyri) = vuur | ἀποκαλύπτεται (apokalyptetai) = wordt onthuld | καὶ (kai) = en | ἑκάστου (hekastou) = van ieder | τὸ (to) = het | ἔργον (ergon) = werk | ὁποῖόν (hopoion) = hoedanig | ἐστιν (estin) = is | τὸ (to) = het | πῦρ (pyr) = vuur | αὐτὸ (auto) = zelf | δοκιμάσει (dokimasei) = zal toetsen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De dag’ (ἡ ἡμέρα, he hemera): in 1:8 ‘de dag van onze Heer Yeshua de Messias’; hier staat alleen ‘de dag’. ἀποκαλύπτω (apokalypto), ‘onthullen’. δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: op echtheid beproeven, zoals goud in het vuur. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:8. Zie ook: 1 Kor 1:8 **3:14** Als het werk blijft staan dat iemand erop gebouwd heeft, zal hij loon ontvangen. Brontekst: εἴ (ei) = als | τινος (tinos) = van iemand | τὸ (to) = het | ἔργον (ergon) = werk | μενεῖ (menei) = blijft | ὃ (ho) = wat | ἐποικοδόμησεν (epoikodomesen) = hij bouwde erop | μισθὸν (misthon) = loon | λήμψεται (lempsetai) = zal ontvangen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μισθός (misthos), ‘loon’: wat iemand voor zijn werk ontvangt, vergelijk vers 8. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 3:8. Zie ook: 1 Kor 3:8 **3:15** Als het werk van iemand verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf zal gered worden, maar zo als door vuur heen. Brontekst: εἴ (ei) = als | τινος (tinos) = van iemand | τὸ (to) = het | ἔργον (ergon) = werk | κατακαήσεται (katakaesetai) = zal verbranden | ζημιωθήσεται (zemiothesetai) = hij zal schade lijden | αὐτὸς (autos) = hijzelf | δὲ (de) = maar | σωθήσεται (sothesetai) = zal gered worden | οὕτως (houtos) = zo | δὲ (de) = maar | ὡς (hos) = als | διὰ (dia) = door | πυρός (pyros) = vuur Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατακαίω (katakaio), ‘verbranden’. ζημιόω (zemioo), ‘schade lijden’: verlies lijden. σῴζω (sozo), ‘redden’. ‘Zo als door vuur heen’: net ontsnapt, zoals iemand uit een brandend huis. ### Het heiligdom van Elohim **3:16** Weten jullie niet dat jullie een heiligdom van Elohim zijn en dat de Geest van Elohim in jullie woont? Brontekst: Οὐκ (Ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | ναὸς (naos) = heiligdom | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἐστε (este) = zijn jullie | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = Geest | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | οἰκεῖ (oikei) = woont | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ναός (naos), ‘heiligdom’: de binnenste plaats van de tempel, waar Elohim woont (anders dan ἱερόν, ‘tempel’ in zijn geheel). ‘Jullie zijn’ staat in het meervoud: de gemeente samen is het heiligdom. οἰκέω (oikeo), ‘wonen’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 6:19. Zie ook: 1 Kor 6:19 **3:17** Als iemand het heiligdom van Elohim verderft, zal Elohim hem verderven. Want het heiligdom van Elohim is heilig, en dat zijn jullie. Brontekst: εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | τὸν (ton) = het | ναὸν (naon) = heiligdom | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | φθείρει (phtheirei) = verderft | φθερεῖ (phtherei) = zal verderven | τοῦτον (touton) = hem | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = het | γὰρ (gar) = want | ναὸς (naos) = heiligdom | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἅγιός (hagios) = heilig | ἐστιν (estin) = is | οἵτινές (hoitines) = wie | ἐστε (este) = zijn | ὑμεῖς (hymeis) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φθείρω (ftheiro), ‘verderven’: te gronde richten, bederven. Hetzelfde woord staat tweemaal: wie het heiligdom verderft, wordt zelf verdorven. ἅγιος (hagios), ‘heilig’: afgezonderd voor Elohim. ### Wie wijs wil zijn **3:18** Niemand bedriege zichzelf. Als iemand onder jullie meent wijs te zijn in deze eeuw, laat hij dwaas worden, zodat hij wijs wordt. Brontekst: Μηδεὶς (Medeis) = niemand | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | ἐξαπατάτω (exapatato) = laat bedriegen | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | δοκεῖ (dokei) = meent | σοφὸς (sophos) = wijs | εἶναι (einai) = te zijn | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | αἰῶνι (aioni) = eeuw | τούτῳ (touto) = deze | μωρὸς (moros) = dwaas | γενέσθω (genestho) = laat worden | ἵνα (hina) = opdat | γένηται (genetai) = hij wordt | σοφός (sophos) = wijs Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξαπατάω (exapatao), ‘bedriegen’. αἰών (aion), ‘eeuw’: deze tijd, zoals in 1:20 en 2:6. ‘Laat hij dwaas worden’: laat hij de wijsheid van deze eeuw loslaten, zoals 1:18–25 beschrijft. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:20; 1 Kor. 2:6. Zie ook: 1 Kor 1:20; 1 Kor 2:6 **3:19** Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij Elohim. Er staat immers geschreven: „Hij die de wijzen vangt in hun list.” Brontekst: ἡ (he) = de | γὰρ (gar) = want | σοφία (sophia) = wijsheid | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | τούτου (toutou) = deze | μωρία (moria) = dwaasheid | παρὰ (para) = bij | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | ἐστιν (estin) = is | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | γάρ (gar) = want | Ὁ (Ho) = die | δρασσόμενος (drassomenos) = vangt | τοὺς (tous) = de | σοφοὺς (sophous) = wijzen | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | πανουργίᾳ (panourgia) = list | αὐτῶν (auton) = van hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Job 5:13. Ons Hebreeuws heeft: ‘die de wijzen vangt in hun eigen list’. De Griekse tekst heeft: ‘Hij die de wijzen vangt in hun list’. πανουργία (panourgia), ‘list, sluwheid’. In Job 5 spreekt Elifaz; Paulus haalt de woorden aan als Schrift. Het citaat staat zwart. Voetnoot : Zie ook Job 5:13. Zie ook: Job 5:13 **3:20** En weer: „Yahweh kent de overwegingen van de wijzen: zij zijn ijdel.” Brontekst: καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = opnieuw | Κύριος (Kyrios) = Yahweh | γινώσκει (ginoskei) = kent | τοὺς (tous) = de | διαλογισμοὺς (dialogismous) = overwegingen | τῶν (ton) = van de | σοφῶν (sophon) = wijzen | ὅτι (hoti) = dat | εἰσὶν (eisin) = zijn | μάταιοι (mataioi) = ijdel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 94:11. Ons Hebreeuws heeft: ‘Yahweh kent de gedachten van de mens: zij zijn een damp’. De Griekse tekst heeft ‘van de wijzen’ waar ons Hebreeuws ‘van de mens’ heeft, en μάταιοι (mataioi), ‘ijdel, zonder waarde’, waar ons Hebreeuws ‘damp’ heeft. κύριος is hier Yahweh. διαλογισμός (dialogismos), ‘overweging’: wat iemand bij zichzelf overlegt. Het citaat staat zwart. Voetnoot : Zie ook Ps. 94:11. Zie ook: Ps 94:11 **3:21** Laat daarom niemand roemen in mensen. Want alles is van jullie. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | μηδεὶς (medeis) = niemand | καυχάσθω (kauchastho) = roeme | ἐν (en) = in | ἀνθρώποις (anthropois) = mensen | πάντα (panta) = alles | γὰρ (gar) = want | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Roemen in mensen’: Paulus stelt dit tegenover 1:31, ‘wie roemt, roeme in Yahweh’. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:31. Zie ook: 1 Kor 1:31 **3:22** Of Paulus, of Apollos, of Kefas, of de wereld, of leven, of dood, of het heden, of de toekomst: alles is van jullie. Brontekst: εἴτε (eite) = of | Παῦλος (Paulos) = Paulus | εἴτε (eite) = of | Ἀπολλῶς (Apollos) = Apollos | εἴτε (eite) = of | Κηφᾶς (Kephas) = Kefas | εἴτε (eite) = of | κόσμος (kosmos) = wereld | εἴτε (eite) = of | ζωὴ (zoe) = leven | εἴτε (eite) = of | θάνατος (thanatos) = dood | εἴτε (eite) = of | ἐνεστῶτα (enestota) = het heden | εἴτε (eite) = of | μέλλοντα (mellonta) = het komende | πάντα (panta) = alles | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Κηφᾶς (Kefas): Aramees voor ‘rots’, de naam van Petrus; zie 1:12. ἐνεστῶτα (enestota), ‘het heden’: wat er nu is. μέλλοντα (mellonta), ‘het komende’. Deze reeks gaat verder dan de drie leraren: ook wereld, leven en dood zijn van de gelovigen. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:12. Zie ook: 1 Kor 1:12 **3:23** Maar jullie zijn van de Messias, en de Messias is van Elohim. Brontekst: ὑμεῖς (hymeis) = jullie | δὲ (de) = maar | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | Χριστὸς (Christos) = de Messias | δὲ (de) = maar | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het slot van de redenering: de gelovigen zijn van de Messias, en de Messias is van Elohim. ## 1 Korintiërs 4 _Bedienden en beheerders; de apostelen als laatsten; Paulus als vader van de gemeente_ ### Bedienden van de Messias en beheerders van de geheimenissen **4:1** Zo moet een mens ons beschouwen: als bedienden van de Messias en beheerders van de geheimenissen van Elohim. Brontekst: Οὕτως (Houtos) = zo | ἡμᾶς (hemas) = ons | λογιζέσθω (logizestho) = laat beschouwen | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ὡς (hos) = als | ὑπηρέτας (hyperetas) = bedienden | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | καὶ (kai) = en | οἰκονόμους (oikonomous) = beheerders | μυστηρίων (mysterion) = van geheimenissen | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπηρέτης (hyperetes), ‘bediende’: iemand die opdrachten van een ander uitvoert; in 3:5 stond διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. οἰκονόμος (oikonomos), ‘beheerder’: de slaaf of vrijgelatene die over het huis van zijn heer gesteld is. μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: een verborgen plan van Elohim dat bekend wordt gemaakt; zie 2:7. Paulus en zijn medewerkers zijn de beheerders ervan. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 2:7; 1 Kor. 3:5. Zie ook: 1 Kor 2:7; 1 Kor 3:5 **4:2** Hier wordt verder van beheerders gevraagd dat iemand trouw bevonden wordt. Brontekst: ὧδε (hode) = hier | λοιπὸν (loipon) = verder | ζητεῖται (zeteitai) = wordt gezocht | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = de | οἰκονόμοις (oikonomois) = beheerders | ἵνα (hina) = opdat | πιστός (pistos) = trouw | τις (tis) = iemand | εὑρεθῇ (heurethe) = wordt bevonden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πιστός (pistos), ‘trouw’: betrouwbaar, zoals Elohim in 1:9. Wat van een beheerder wordt gevraagd, is trouw aan zijn heer. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:9. Zie ook: 1 Kor 1:9 **4:3** Voor mij is het van het minste belang dat ik door jullie onderzocht word, of door een menselijke dag. Ik onderzoek zelfs mijzelf niet. Brontekst: ἐμοὶ (emoi) = aan mij | δὲ (de) = maar | εἰς (eis) = tot | ἐλάχιστόν (elachiston) = het geringste | ἐστιν (estin) = is het | ἵνα (hina) = dat | ὑφ’ (hyph’) = door | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἀνακριθῶ (anakritho) = ik word onderzocht | ἢ (e) = of | ὑπὸ (hypo) = door | ἀνθρωπίνης (anthropines) = menselijke | ἡμέρας (hemeras) = dag | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐδὲ (oude) = zelfs niet | ἐμαυτὸν (emauton) = mijzelf | ἀνακρίνω (anakrino) = onderzoek ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνακρίνω (anakrino), ‘onderzoeken’: een zaak nagaan en beoordelen, zoals een rechter; zie 2:14–15. ἀνθρωπίνη ἡμέρα (anthropine hemera), ‘menselijke dag’: een dag waarop mensen oordelen, tegenover de dag waarop de Heer oordeelt. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 2:14–15. Zie ook: 1 Kor 2:14–15 **4:4** Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik nog niet rechtvaardig verklaard. Wie mij onderzoekt, is de Heer. Brontekst: οὐδὲν (ouden) = niets | γὰρ (gar) = want | ἐμαυτῷ (emauto) = mijzelf | σύνοιδα (synoida) = ben ik bewust | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | δεδικαίωμαι (dedikaiomai) = ben ik rechtvaardig verklaard | ὁ (ho) = die | δὲ (de) = maar | ἀνακρίνων (anakrinon) = onderzoekt | με (me) = mij | κύριός (kyrios) = Heer | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: het Griekse werkwoord is rechterlijk, uitspreken dat iemand gerecht is. Een zuiver geweten is nog geen vrijspraak; de Heer is de rechter. κύριος is hier Yeshua. **4:5** Oordeel daarom niets vóór de tijd, totdat de Heer komt. Hij zal het verborgene van de duisternis verlichten en de plannen van de harten openbaar maken. Dan zal ieder zijn lof van Elohim ontvangen. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | μὴ (me) = niet | πρὸ (pro) = vóór | καιροῦ (kairou) = de tijd | τι (ti) = iets | κρίνετε (krinete) = oordeelt | ἕως (heos) = totdat | ἂν (an) = (ooit) | ἔλθῃ (elthe) = komt | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ὃς (hos) = die | καὶ (kai) = ook | φωτίσει (photisei) = zal verlichten | τὰ (ta) = het | κρυπτὰ (krypta) = verborgene | τοῦ (tou) = van de | σκότους (skotous) = duisternis | καὶ (kai) = en | φανερώσει (phanerosei) = zal openbaar maken | τὰς (tas) = de | βουλὰς (boulas) = plannen | τῶν (ton) = van de | καρδιῶν (kardion) = harten | καὶ (kai) = en | τότε (tote) = dan | ὁ (ho) = de | ἔπαινος (epainos) = lof | γενήσεται (genesetai) = zal komen | ἑκάστῳ (hekasto) = aan ieder | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Heer die komt is Yeshua. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’: aan het licht brengen. τὰ κρυπτὰ τοῦ σκότους (ta krypta tou skotous), ‘het verborgene van de duisternis’. βουλαί (boulai), ‘plannen’: wat men in zijn hart besluit. ἔπαινος (epainos), ‘lof’: de goedkeuring van Elohim. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 3:13. Zie ook: 1 Kor 3:13 ### Niet boven wat geschreven staat **4:6** Dit, broers, heb ik om jullie wil toegepast op mijzelf en op Apollos. Aan ons moeten jullie het ‘Niet boven wat geschreven staat’ leren. Dan zal niemand van jullie zich opblazen ten gunste van de één tegen de ander. Brontekst: Ταῦτα (Tauta) = dit | δέ (de) = maar | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μετεσχημάτισα (meteschematisa) = paste toe | εἰς (eis) = op | ἐμαυτὸν (emauton) = mijzelf | καὶ (kai) = en | Ἀπολλῶν (Apollon) = Apollos | δι’ (di’) = om | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἵνα (hina) = opdat | ἐν (en) = aan | ἡμῖν (hemin) = ons | μάθητε (mathete) = jullie leren | τό (to) = het | Μὴ (Me) = niet | ὑπὲρ (hyper) = boven | ἃ (ha) = wat | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | εἷς (heis) = één | ὑπὲρ (hyper) = ten gunste van | τοῦ (tou) = de | ἑνὸς (henos) = één | φυσιοῦσθε (physiousthe) = jullie opblazen | κατὰ (kata) = tegen | τοῦ (tou) = de | ἑτέρου (heterou) = ander Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μετασχηματίζω (metaschematizo), ‘een andere vorm geven’: wat Paulus over leraren zegt, past hij toe op zichzelf en Apollos, zodat het niet over bepaalde mensen gaat. De woorden ‘Niet boven wat geschreven staat’ zijn in het Grieks beknopt en zonder werkwoord, en het Grieks zet er een lidwoord voor (τό, to): Paulus noemt het als een aangehaalde zegswijze, daarom staat het tussen enkele aanhalingstekens. De tekst noemt niet welke Schrift bedoeld is. φυσιόω (fysioo), ‘opblazen’: trots maken. De laatste zin is moeilijk; wij volgen de Griekse woordvolgorde. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:12. Zie ook: 1 Kor 1:12 **4:7** Want wie onderscheidt jou? En wat heb je dat je niet ontvangen hebt? Maar als je het ontvangen hebt, waarom roem je alsof je het niet ontvangen had? Brontekst: τίς (tis) = wie | γάρ (gar) = want | σε (se) = jou | διακρίνει (diakrinei) = onderscheidt | τί (ti) = wat | δὲ (de) = maar | ἔχεις (echeis) = heb je | ὃ (ho) = wat | οὐκ (ouk) = niet | ἔλαβες (elabes) = ontving je | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | ἔλαβες (elabes) = ontving je | τί (ti) = wat | καυχᾶσαι (kauchasai) = roem je | ὡς (hos) = alsof | μὴ (me) = niet | λαβών (labon) = ontvangen hebbend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακρίνω (diakrino), ‘onderscheiden’: een verschil maken tussen mensen. Alles wat de Korintiërs hebben, hebben zij ontvangen; daarom is er niets om op te roemen. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’. ### De apostelen als laatsten **4:8** Jullie zijn al verzadigd! Jullie zijn al rijk geworden! Zonder ons zijn jullie koningen geworden! Ach, waren jullie maar koningen geworden, dan zouden ook wij samen met jullie koning zijn. Brontekst: Ἤδη (Ede) = al | κεκορεσμένοι (kekoresmenoi) = verzadigd | ἐστέ (este) = zijn jullie | ἤδη (ede) = al | ἐπλουτήσατε (eploutesate) = werden jullie rijk | χωρὶς (choris) = zonder | ἡμῶν (hemon) = ons | ἐβασιλεύσατε (ebasileusate) = werden jullie koning | καὶ (kai) = en | ὄφελόν (ophelon) = was het maar | γε (ge) = zo | ἐβασιλεύσατε (ebasileusate) = werden jullie koning | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | συμβασιλεύσωμεν (symbasileusomen) = mee koning zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 8–13 zijn ironisch: de Korintiërs doen alsof het koninkrijk al volledig gekomen is. κορέννυμι (korennymi), ‘verzadigen’; βασιλεύω (basileuo), ‘koning zijn’; συμβασιλεύω (symbasileuo), ‘samen koning zijn’. **4:9** Want ik denk dat Elohim ons, de apostelen, als laatsten heeft aangewezen, als ter dood veroordeelden. Wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en voor mensen. Brontekst: δοκῶ (doko) = ik denk | γάρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἡμᾶς (hemas) = ons | τοὺς (tous) = de | ἀποστόλους (apostolous) = apostelen | ἐσχάτους (eschatous) = als laatsten | ἀπέδειξεν (apedeixen) = wees aan | ὡς (hos) = als | ἐπιθανατίους (epithanatious) = ter dood veroordeelden | ὅτι (hoti) = want | θέατρον (theatron) = schouwspel | ἐγενήθημεν (egenethemen) = werden wij | τῷ (to) = voor de | κόσμῳ (kosmo) = wereld | καὶ (kai) = en | ἀγγέλοις (angelois) = voor engelen | καὶ (kai) = en | ἀνθρώποις (anthropois) = voor mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπιθανάτιος (epithanatios), ‘ter dood veroordeeld’: iemand die naar zijn dood wordt gebracht. θέατρον (theatron), ‘schouwspel’: het schouwtoneel, waar mensen naar kijken. ‘Engelen en mensen’: de hele schepping kijkt toe. **4:10** Wij zijn dwazen om de Messias, maar jullie zijn verstandig in de Messias. Wij zijn zwak, maar jullie zijn sterk. Jullie zijn eervol, maar wij zijn zonder eer. Brontekst: ἡμεῖς (hemeis) = wij | μωροὶ (moroi) = dwazen | διὰ (dia) = om | Χριστόν (Christon) = de Messias | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | δὲ (de) = maar | φρόνιμοι (phronimoi) = verstandig | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἀσθενεῖς (astheneis) = zwak | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | δὲ (de) = maar | ἰσχυροί (ischyroi) = sterk | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἔνδοξοι (endoxoi) = eervol | ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = maar | ἄτιμοι (atimoi) = zonder eer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Drie tegenstellingen: dwaas en verstandig, zwak en sterk, zonder eer en eervol. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:18–27. Zie ook: 1 Kor 1:18–27 **4:11** Tot op dit uur hebben wij honger en dorst, zijn wij naakt en worden wij geslagen, en hebben wij geen vaste woonplaats. Brontekst: ἄχρι (achri) = tot | τῆς (tes) = het | ἄρτι (arti) = nu | ὥρας (horas) = uur | καὶ (kai) = en | πεινῶμεν (peinomen) = hebben honger wij | καὶ (kai) = en | διψῶμεν (dipsomen) = hebben dorst wij | καὶ (kai) = en | γυμνιτεύομεν (gymniteuomen) = zijn naakt wij | καὶ (kai) = en | κολαφιζόμεθα (kolaphizometha) = worden geslagen wij | καὶ (kai) = en | ἀστατοῦμεν (astatoumen) = zijn zonder vaste woonplaats wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γυμνιτεύω (gymniteuo), ‘naakt zijn’: slecht gekleed zijn. κολαφίζω (kolafizo), ‘slaan’: met de vuist slaan, zoals in Matt. 26:67. ἀστατέω (astateo), ‘geen vaste woonplaats hebben’: rusteloos rondzwerven. Voetnoot : Zie ook Matt. 26:67. Zie ook: Mat 26:67 **4:12** Wij zwoegen en werken met onze eigen handen. Als wij uitgescholden worden, zegenen wij. Als wij vervolgd worden, verdragen wij het. Brontekst: καὶ (kai) = en | κοπιῶμεν (kopiomen) = zwoegen wij | ἐργαζόμενοι (ergazomenoi) = werkend | ταῖς (tais) = met de | ἰδίαις (idiais) = eigen | χερσίν (chersin) = handen | λοιδορούμενοι (loidoroumenoi) = uitgescholden | εὐλογοῦμεν (eulogoumen) = zegenen wij | διωκόμενοι (diokomenoi) = vervolgd | ἀνεχόμεθα (anechometha) = verdragen wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus werkte met zijn handen voor zijn levensonderhoud; in Korinte werkte hij als tentenmaker. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:3; Luc. 6:28. Zie ook: Luc 6:28; Hand 18:3 **4:13** Als wij gelasterd worden, spreken wij vriendelijk. Wij zijn geworden als het afval van de wereld, het veegsel van allen, tot nu toe. Brontekst: δυσφημούμενοι (dysphemoumenoi) = gelasterd | παρακαλοῦμεν (parakaloumen) = spreken wij vriendelijk | ὡς (hos) = als | περικαθάρματα (perikatharmata) = afval | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | ἐγενήθημεν (egenethemen) = werden wij | πάντων (panton) = van allen | περίψημα (peripsema) = veegsel | ἕως (heos) = tot | ἄρτι (arti) = nu Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δυσφημέω (dysfemeo), ‘kwaad over iemand spreken’. παρακαλέω (parakaleo), ‘vriendelijk toespreken’: het woord betekent ook ‘aansporen’ of ‘bemoedigen’. περικάθαρμα (perikatharma), ‘afval’: wat bij het schoonmaken wordt weggeveegd; περίψημα (peripsema), ‘veegsel’: wat wordt afgeschraapt. Beide woorden zijn sterke beelden voor wat mensen weggooien. ### Een vader voor de Korintiërs **4:14** Ik schrijf dit niet om jullie te beschamen, maar om jullie te waarschuwen als mijn geliefde kinderen. Brontekst: Οὐκ (Ouk) = niet | ἐντρέπων (entrepon) = beschamend | ὑμᾶς (hymas) = jullie | γράφω (grapho) = schrijf ik | ταῦτα (tauta) = dit | ἀλλ’ (all’) = maar | ὡς (hos) = als | τέκνα (tekna) = kinderen | μου (mou) = mijn | ἀγαπητὰ (agapeta) = geliefde | νουθετῶν (noutheton) = waarschuwend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐντρέπω (entrepo), ‘beschamen’. νουθετέω (nouthetéo), ‘waarschuwen’: iemand op het hart drukken wat hij moet vermijden. ‘Mijn geliefde kinderen’: Paulus spreekt de gemeente als vader aan (vers 15). Zie ook: 1 Kor 4:15 **4:15** Want al hebben jullie 10.000 opvoeders in de Messias, vaders hebben jullie niet veel. In Yeshua de Messias heb ik jullie immers door de goede boodschap verwekt. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | γὰρ (gar) = want | μυρίους (myrious) = 10.000 | παιδαγωγοὺς (paidagogous) = opvoeders | ἔχητε (echete) = jullie hebben | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | πολλοὺς (pollous) = velen | πατέρας (pateras) = vaders | ἐν (en) = in | γὰρ (gar) = want | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | εὐαγγελίου (euangeliou) = goede boodschap | ἐγὼ (ego) = ik | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐγέννησα (egennesa) = verwekte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παιδαγωγός (paidagogos), ‘opvoeder’: de slaaf die het kind begeleidde, zoals in Gal. 3:24. μυρίοι (myrioi), ‘10.000’: hier een beeld voor ‘ontelbaar veel’. γεννάω (gennao), ‘verwekken’: Paulus is door de goede boodschap de vader van de Korintiërs geworden. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:24; Gal. 4:19. Zie ook: Gal 3:24; Gal 4:19 **4:16** Ik roep jullie dus op: wees mijn navolgers. Brontekst: παρακαλῶ (parakalo) = ik roep op | οὖν (oun) = dan | ὑμᾶς (hymas) = jullie | μιμηταί (mimetai) = navolgers | μου (mou) = mijn | γίνεσθε (ginesthe) = wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μιμητής (mimetes), ‘navolger’: iemand die een ander nadoet. **4:17** Daarom heb ik Timoteüs naar jullie gestuurd. Hij is mijn geliefde en trouwe kind in de Heer. Hij zal jullie herinneren aan mijn wegen in Yeshua de Messias, zoals ik overal in elke gemeente onderwijs. Brontekst: διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | ἔπεμψα (epempsa) = zond ik | ὑμῖν (hymin) = naar jullie | Τιμόθεον (Timotheon) = Timoteüs | ὅς (hos) = die | ἐστίν (estin) = is | μου (mou) = mijn | τέκνον (teknon) = kind | ἀγαπητὸν (agapeton) = geliefd | καὶ (kai) = en | πιστὸν (piston) = trouw | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | ὃς (hos) = die | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀναμνήσει (anamnesei) = zal herinneren | τὰς (tas) = aan de | ὁδούς (hodous) = wegen | μου (mou) = mijn | τὰς (tas) = die | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | καθὼς (kathos) = zoals | πανταχοῦ (pantachou) = overal | ἐν (en) = in | πάσῃ (pase) = elke | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | διδάσκω (didasko) = onderwijs ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Timoteüs was een leerling uit Lystra (Hand. 16:1–3) en een medewerker van Paulus. τέκνον (teknon), ‘kind’. ‘In de Heer’: Yeshua. Over ‘mijn wegen in de Messias’ spreekt Paulus van zijn manier van leven en onderwijzen. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:1–3; Hand. 19:22. Zie ook: Hand 16:1–3; Hand 19:22 ### Woorden of kracht **4:18** Sommigen hebben zich opgeblazen, alsof ik niet naar jullie toe zou komen. Brontekst: ὡς (hos) = alsof | μὴ (me) = niet | ἐρχομένου (erchomenou) = komend | δέ (de) = maar | μου (mou) = mijn | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐφυσιώθησάν (ephysiothesan) = bliezen zich op | τινες (tines) = sommigen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Sommigen in Korinte dachten dat Paulus niet meer zou komen. Zijn aankondiging in vers 19 is een antwoord daarop. Zie ook: 1 Kor 4:19 **4:19** Maar ik zal snel naar jullie komen, als de Heer het wil. Dan zal ik niet het woord leren kennen van hen die zich hebben opgeblazen, maar de kracht. Brontekst: ἐλεύσομαι (eleusomai) = ik zal komen | δὲ (de) = maar | ταχέως (tacheos) = snel | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐὰν (ean) = als | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | θελήσῃ (thelese) = wil | καὶ (kai) = en | γνώσομαι (gnosomai) = ik zal leren kennen | οὐ (ou) = niet | τὸν (ton) = het | λόγον (logon) = woord | τῶν (ton) = van de | πεφυσιωμένων (pephysiomenon) = opgeblazenen | ἀλλὰ (alla) = maar | τὴν (ten) = de | δύναμιν (dynamin) = kracht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Als de Heer het wil’: de Heer is Yeshua. γνώσομαι (gnosomai), ‘ik zal leren kennen’: ik zal nagaan. Paulus wil niet horen wat zij zeggen, maar zien welke kracht erachter zit. **4:20** Want het koninkrijk van Elohim is niet in woorden, maar in kracht. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἐν (en) = in | λόγῳ (logo) = woord | ἡ (he) = het | βασιλεία (basileia) = koninkrijk | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = in | δυνάμει (dynamei) = kracht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De βασιλεία τοῦ θεοῦ (basileia tou theou), ‘het koninkrijk van Elohim’, zit niet in woorden maar in kracht. δύναμις (dynamis), ‘kracht’: zoals in 1:18 en 2:4. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:18; 1 Kor. 2:4. Zie ook: 1 Kor 1:18; 1 Kor 2:4 **4:21** Wat willen jullie? Moet ik met een stok naar jullie komen, of in liefde en in een geest van zachtmoedigheid? Brontekst: τί (ti) = wat | θέλετε (thelete) = willen jullie | ἐν (en) = in | ῥάβδῳ (rhabdo) = stok | ἔλθω (eltho) = kome ik | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἢ (e) = of | ἐν (en) = in | ἀγάπῃ (agape) = liefde | πνεύματί (pneumati) = met geest | τε (te) = en | πραΰτητος (prautetos) = van zachtmoedigheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ῥάβδος (rhabdos), ‘stok’: een staf, ook als middel tot tuchtiging. πραΰτης (praytes), ‘zachtmoedigheid’: zoals in Gal. 5:23. πνεῦμα (pneuma), ‘geest’, hier met een kleine letter: een houding. De keuze is aan de Korintiërs. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:23. Zie ook: Gal 5:23 ## 1 Korintiërs 5 _Ontucht in de gemeente en het zuurdesem_ ### Ontucht in de gemeente **5:1** In het algemeen wordt onder jullie van ontucht gehoord. Het is zulke ontucht als zelfs onder de volken niet voorkomt: dat iemand de vrouw van zijn vader heeft. Brontekst: Ὅλως (Holos) = in het algemeen | ἀκούεται (akouetai) = wordt gehoord | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | πορνεία (porneia) = ontucht | καὶ (kai) = en | τοιαύτη (toiaute) = zulke | πορνεία (porneia) = ontucht | ἥτις (hetis) = die | οὐδὲ (oude) = zelfs niet | ἐν (en) = onder | τοῖς (tois) = de | ἔθνεσιν (ethnesin) = volken | ὥστε (hoste) = zodat | γυναῖκά (gynaika) = vrouw | τινα (tina) = iemand | τοῦ (tou) = van de | πατρὸς (patros) = vader | ἔχειν (echein) = heeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele immoraliteit in het algemeen; hier gaat het om een verbinding met de vrouw van de vader. ὅλως (holos), ‘in het algemeen’: het kan ook ‘werkelijk’ of ‘zonder meer’ betekenen. Het Grieks zegt ‘de vrouw van de vader’. ἔχειν (echein), ‘hebben’: hier met een vrouw samenleven als haar man. Voetnoot : De tora verbiedt dit: Lev. 18:8; Deut. 23:1 (Nederlandse telling 22:30); Deut. 27:20. Voetnoot : Zie ook Lev. 18:8; Deut. 23:1; Deut. 27:20. Zie ook: Lev 18:8; Deut 23:1; Deut 27:20 **5:2** En jullie zijn opgeblazen en hebben niet liever gerouwd, opdat degene die dit werk gedaan heeft uit jullie midden weggenomen wordt. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | πεφυσιωμένοι (pephysiomenoi) = opgeblazen | ἐστέ (este) = zijn | καὶ (kai) = en | οὐχὶ (ouchi) = niet | μᾶλλον (mallon) = liever | ἐπενθήσατε (epenthesate) = hebben gerouwd | ἵνα (hina) = opdat | ἀρθῇ (arthe) = weggenomen wordt | ἐκ (ek) = uit | μέσου (mesou) = het midden | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ὁ (ho) = degene die | τὸ (to) = dit | ἔργον (ergon) = werk | τοῦτο (touto) = dit | ποιήσας (poiesas) = gedaan heeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φυσιόω (physioo), ‘opblazen’: hoogmoedig zijn. πενθέω (pentheo), ‘rouwen’: wie rouwt, laat zien dat er iets ergs is gebeurd. Het Grieks heeft ‘hebben niet liever gerouwd’: een verwijt dat zij dat niet hebben gedaan. **5:3** Want ik, afwezig met het lichaam maar aanwezig met de geest, heb al geoordeeld, alsof ik aanwezig was, over degene die dit zo heeft bewerkt. Brontekst: Ἐγὼ (Ego) = ik | μὲν (men) = wel | γάρ (gar) = want | ἀπὼν (apon) = afwezig | τῷ (to) = met het | σώματι (somati) = lichaam | παρὼν (paron) = aanwezig | δὲ (de) = maar | τῷ (to) = met de | πνεύματι (pneumati) = geest | ἤδη (ede) = al | κέκρικα (kekrika) = heb geoordeeld | ὡς (hos) = alsof | παρὼν (paron) = aanwezig | τὸν (ton) = over degene die | οὕτως (houtos) = zo | τοῦτο (touto) = dit | κατεργασάμενον (katergasamenon) = bewerkt heeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus is niet bij hen, maar zegt dat hij door de Geest ‘aanwezig’ is. πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier zijn eigen geest, vergelijk vers 4. De zin loopt door tot en met vers 5; wij splitsen hem in drie delen. Zie ook: 1 Kor 5:4; 1 Kor 5:5 **5:4** In de naam van onze Heer Yeshua, wanneer jullie en mijn geest verzameld zijn, met de kracht van onze Heer Yeshua, Brontekst: ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ὀνόματι (onomati) = naam | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | συναχθέντων (synachthenton) = verzameld zijn | ὑμῶν (hymon) = jullie | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = van de | ἐμοῦ (emou) = mijn | πνεύματος (pneumatos) = geest | σὺν (syn) = met | τῇ (te) = de | δυνάμει (dynamei) = kracht | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Mijn geest’ (τοῦ ἐμοῦ πνεύματος, tou emou pneumatos): Paulus is in de geest bij hen als zij verzameld zijn. ‘Met de kracht van onze Heer Yeshua’: de gemeente handelt met het gezag van de Heer. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier ‘Ἰησοῦ’ (Iesou), ‘Yeshua’: in sommige handschriften staat een andere lezing. Wij volgen de SBLGNT. **5:5** zo iemand over te geven aan Satan tot verderf van het vlees, opdat de geest gered wordt op de dag van de Heer. Brontekst: παραδοῦναι (paradounai) = over te geven | τὸν (ton) = de | τοιοῦτον (toiouton) = zo iemand | τῷ (to) = aan | Σατανᾷ (Satana) = Satan | εἰς (eis) = tot | ὄλεθρον (olethron) = verderf | τῆς (tes) = van het | σαρκός (sarkos) = vlees | ἵνα (hina) = opdat | τὸ (to) = de | πνεῦμα (pneuma) = geest | σωθῇ (sothe) = gered wordt | ἐν (en) = op | τῇ (te) = de | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft hier een onbepaalde wijs: παραδοῦναι (paradounai), ‘overgeven’; dat is de inhoud van het oordeel uit vers 3. παραδίδωμι (paradidomi) betekent ‘overgeven, uitleveren’. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: de tegenstander. Wat ‘aan Satan overgeven’ precies inhoudt, zegt het Grieks niet; het sluit aan bij ‘uit jullie midden weggenomen’ in vers 2. ὄλεθρος (olethros), ‘verderf’: ondergang. σάρξ (sarx), ‘vlees’, en τὸ πνεῦμα (to pneuma), ‘de geest’: wij houden ‘geest’ met kleine letter, maar het Grieks zegt niet zeker of het de geest van de man of de Geest is. Voetnoot : ἡ ἡμέρα τοῦ κυρίου (he hemera tou kyriou), ‘de dag van de Heer’: dit neemt de ‘dag van Yahweh’ uit de profeten over (Joël 2:1; Amos 5:18; Jes. 13:6) en past hem toe op Yeshua. Voetnoot : Zie ook Joël 2:1; Amos 5:18; Jes. 13:6. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier ‘κυρίου’ (kyriou), ‘van de Heer’: in sommige handschriften staat een andere lezing. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Joël 2:1; Amos 5:18; Jes 13:6; 1 Kor 5:2; 1 Kor 5:3 ### Een beetje zuurdesem **5:6** Jullie roem is niet goed. Weten jullie niet dat een beetje zuurdesem het hele deeg zuur maakt? Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | καλὸν (kalon) = goed | τὸ (to) = de | καύχημα (kauchema) = roem | ὑμῶν (hymon) = van jullie | οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | μικρὰ (mikra) = een beetje | ζύμη (zyme) = zuurdesem | ὅλον (holon) = het hele | τὸ (to) = het | φύραμα (phyrama) = deeg | ζυμοῖ (zymoi) = zuur maakt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καύχημα (kauchema), ‘roem’: waarop men roemt. ζύμη (zyme), ‘zuurdesem’: een stukje gezuurd deeg dat het hele deeg laat rijzen; hier een beeld voor de invloed van het kwaad. φύραμα (phyrama), ‘deeg’. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:9; Matt. 16:6. Zie ook: Mat 16:6; Gal 5:9 **5:7** Zuiver de oude zuurdesem uit, opdat jullie nieuw deeg zijn, zoals jullie ongezuurd zijn. Want ook ons Pesach is geslacht: de Messias. Brontekst: ἐκκαθάρατε (ekkatharate) = zuiver uit | τὴν (ten) = de | παλαιὰν (palaian) = oude | ζύμην (zymen) = zuurdesem | ἵνα (hina) = opdat | ἦτε (ete) = jullie zijn | νέον (neon) = nieuw | φύραμα (phyrama) = deeg | καθώς (kathos) = zoals | ἐστε (este) = jullie zijn | ἄζυμοι (azymoi) = ongezuurd | καὶ (kai) = en | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = het | πάσχα (pascha) = Pesach | ἡμῶν (hemon) = van ons | ἐτύθη (etythe) = is geslacht | Χριστός (Christos) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Ons Pesach is geslacht: de Messias’: τὸ πάσχα ἡμῶν ἐτύθη Χριστός (to pascha hemon etythe Christos). θύω (thyo), ‘slachten, offeren’. Aan het Pesach hoort het uitdoen van alle zuurdesem uit het huis en het eten van ongezuurd brood (Exod. 12:15, 12:21; 13:7). Paulus gebruikt dat als beeld: de gemeente is ongezuurd, dus rein. Voetnoot : Zie ook Exod. 12:15; Exod. 12:21. Zie ook: Ex 12:15; Ex 12:21; Ex 13:7 **5:8** Laten wij dus feestvieren, niet met oude zuurdesem en niet met zuurdesem van kwaad en slechtheid, maar met ongezuurd brood van oprechtheid en waarheid. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | ἑορτάζωμεν (heortazomen) = laten wij feestvieren | μὴ (me) = niet | ἐν (en) = met | ζύμῃ (zyme) = zuurdesem | παλαιᾷ (palaia) = oude | μηδὲ (mede) = en niet | ἐν (en) = met | ζύμῃ (zyme) = zuurdesem | κακίας (kakias) = van kwaad | καὶ (kai) = en | πονηρίας (ponerias) = van slechtheid | ἀλλ’ (all’) = maar | ἐν (en) = met | ἀζύμοις (azymois) = ongezuurd brood | εἰλικρινείας (eilikrineias) = van oprechtheid | καὶ (kai) = en | ἀληθείας (aletheias) = van waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἑορτάζω (heortazo), ‘feestvieren’: een feest houden; het beeld volgt uit het Pesach van vers 7. ἄζυμα (azyma), ‘ongezuurd brood’. εἰλικρίνεια (eilikrineia), ‘oprechtheid’: zuiverheid van bedoeling. κακία (kakia), ‘kwaad’; πονηρία (poneria), ‘slechtheid’. Zie ook: 1 Kor 5:7 ### Omgang binnen en buiten de gemeente **5:9** Ik schreef jullie in de brief geen omgang te hebben met ontuchtigen. Brontekst: Ἔγραψα (Egrapsa) = ik schreef | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἐπιστολῇ (epistole) = brief | μὴ (me) = niet | συναναμίγνυσθαι (synanamignysthai) = omgang te hebben | πόρνοις (pornois) = met ontuchtigen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘In de brief’ (ἐν τῇ ἐπιστολῇ, en te epistole): Paulus verwijst naar een eerdere brief aan de gemeente; wij hebben die niet. συναναμίγνυμι (synanamignymi), ‘omgang hebben’: letterlijk ‘zich mengen met’. πόρνος (pornos), ‘ontuchtige’. **5:10** Niet zonder meer met de ontuchtigen van deze wereld, of met de hebzuchtigen en rovers, of met afgodendienaars. Anders zouden jullie immers de wereld uit moeten gaan. Brontekst: οὐ (ou) = niet | πάντως (pantos) = zonder meer | τοῖς (tois) = met de | πόρνοις (pornois) = ontuchtigen | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | τούτου (toutou) = deze | ἢ (e) = of | τοῖς (tois) = met de | πλεονέκταις (pleonektais) = hebzuchtigen | καὶ (kai) = en | ἅρπαξιν (harpaxin) = rovers | ἢ (e) = of | εἰδωλολάτραις (eidololatrais) = afgodendienaars | ἐπεὶ (epei) = anders | ὠφείλετε (opheilete) = zouden jullie moeten | ἄρα (ara) = immers | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | κόσμου (kosmou) = wereld | ἐξελθεῖν (exelthein) = gaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οὐ πάντως (ou pantos), ‘niet zonder meer’: Paulus bedoelt niet alle ontuchtigen in de wereld. πλεονέκτης (pleonektes), ‘hebzuchtige’: iemand die altijd méér wil. ἅρπαξ (harpax), ‘rover’. εἰδωλολάτρης (eidololatres), ‘afgodendienaar’. **5:11** Maar nu heb ik jullie geschreven geen omgang te hebben met iemand die een broer wordt genoemd, als hij ontuchtig is, of hebzuchtig, of afgodendienaar, of lasteraar, of dronkaard, of rover. Met zo iemand zelfs niet samen te eten. Brontekst: νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | ἔγραψα (egrapsa) = ik schreef | ὑμῖν (hymin) = jullie | μὴ (me) = niet | συναναμίγνυσθαι (synanamignysthai) = omgang te hebben | ἐάν (ean) = als | τις (tis) = iemand | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | ὀνομαζόμενος (onomazomenos) = genoemd | ᾖ (e) = is | πόρνος (pornos) = ontuchtig | ἢ (e) = of | πλεονέκτης (pleonektes) = hebzuchtig | ἢ (e) = of | εἰδωλολάτρης (eidololatres) = afgodendienaar | ἢ (e) = of | λοίδορος (loidoros) = lasteraar | ἢ (e) = of | μέθυσος (methysos) = dronkaard | ἢ (e) = of | ἅρπαξ (harpax) = rover | τῷ (to) = met | τοιούτῳ (toiouto) = zo iemand | μηδὲ (mede) = zelfs niet | συνεσθίειν (synesthiein) = samen te eten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφὸς ὀνομαζόμενος (adelphos onomazomenos), ‘een broer genoemd’: iemand die door zichzelf of door anderen een broer wordt genoemd, een lid van de gemeente. λοίδορος (loidoros), ‘lasteraar’; μέθυσος (methysos), ‘dronkaard’. Samen eten: het delen van de tafel. Ἀδελφοί, ‘broers’, omvat in het Grieks ook de zusters in de gemeente. **5:12** Want wat heb ik te maken met het oordelen over hen die buiten zijn? Oordelen jullie niet over hen die binnen zijn? Brontekst: τί (ti) = wat | γάρ (gar) = want | μοι (moi) = mij | τοὺς (tous) = hen die | ἔξω (exo) = buiten | κρίνειν (krinein) = te oordelen | οὐχὶ (ouchi) = niet | τοὺς (tous) = hen die | ἔσω (eso) = binnen | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | κρίνετε (krinete) = oordelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Binnen’ (οἱ ἔσω, hoi eso) en ‘buiten’ (οἱ ἔξω, hoi exo): de leden van de gemeente en de mensen daarbuiten. **5:13** Over hen die buiten zijn oordeelt Elohim. „Doe de slechte uit jullie midden weg.” Brontekst: τοὺς (tous) = hen die | δὲ (de) = maar | ἔξω (exo) = buiten | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | κρίνει (krinei) = oordeelt | ἐξάρατε (exarate) = doe weg | τὸν (ton) = de | πονηρὸν (poneron) = slechte | ἐξ (ex) = uit | ὑμῶν (hymon) = jullie | αὐτῶν (auton) = zelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het citaat is Deut. 17:7: ‘Zo moet je het kwaad uit je midden wegdoen.’ ἐξαίρω (exairo), ‘wegdoen’. Dezelfde formule staat in Deut. 13:6; 19:19; 21:21; 22:21; 24:7. Het Hebreeuws heeft ‘het kwaad’ en spreekt een enkele persoon aan (‘je’); de Griekse tekst heeft τὸν πονηρόν (ton poneron), een mannelijke vorm: ‘de slechte’ (een persoon, of ‘de boze’), en spreekt de gemeente aan (‘jullie’). Voetnoot : Zie ook Deut. 17:7; Deut. 13:6. Zie ook: Deut 13:6; Deut 17:7; Deut 19:19; Deut 21:21; Deut 22:21; Deut 24:7 ## 1 Korintiërs 6 _Rechtszaken, de onrechtvaardigen en het lichaam voor de Heer_ ### Rechtszaken tussen broers **6:1** Durft iemand van jullie die een zaak heeft tegen de ander, zich te laten oordelen bij de onrechtvaardigen en niet bij de heiligen? Brontekst: Τολμᾷ (Tolma) = durft | τις (tis) = iemand | ὑμῶν (hymon) = van jullie | πρᾶγμα (pragma) = een zaak | ἔχων (echon) = hebbend | πρὸς (pros) = tegen | τὸν (ton) = de | ἕτερον (heteron) = ander | κρίνεσθαι (krinesthai) = zich te laten oordelen | ἐπὶ (epi) = bij | τῶν (ton) = de | ἀδίκων (adikon) = onrechtvaardigen | καὶ (kai) = en | οὐχὶ (ouchi) = niet | ἐπὶ (epi) = bij | τῶν (ton) = de | ἁγίων (hagion) = heiligen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τολμάω (tolmao), ‘durven’: een verwijtend woord, alsof iemand zich iets vermeet. ἄδικοι (adikoi), ‘onrechtvaardigen’: hier mensen buiten de gemeente, de rechters van de volken; hetzelfde woord staat in vers 9. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de leden van de gemeente, de voor Elohim afgezonderden. πρᾶγμα (pragma), ‘zaak’: een geschil. Ἕτερος (heteros), ‘de ander’: de andere partij, een medelid van de gemeente (vers 6). Zie ook: 1 Kor 6:6; 1 Kor 6:9 **6:2** Of weten jullie niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als de wereld door jullie geoordeeld wordt, zijn jullie dan onwaardig voor de allerkleinste rechtbanken? Brontekst: ἢ (e) = of | οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | οἱ (hoi) = de | ἅγιοι (hagioi) = heiligen | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | κρινοῦσιν (krinousin) = zullen oordelen | καὶ (kai) = en | εἰ (ei) = als | ἐν (en) = door | ὑμῖν (hymin) = jullie | κρίνεται (krinetai) = geoordeeld wordt | ὁ (ho) = de | κόσμος (kosmos) = wereld | ἀνάξιοί (anaxioi) = onwaardig | ἐστε (este) = zijn jullie | κριτηρίων (kriterion) = voor rechtbanken | ἐλαχίστων (elachiston) = allerkleinste Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft de toekomstige tijd: ‘de heiligen zullen de wereld oordelen’. Vergelijk Dan. 7:22, waar het gericht aan de heiligen van de Hoogste wordt gegeven. κριτήριον (kriterion), ‘rechtbank, rechtszaak’: ook de plaats of het geschil waarover recht gesproken wordt; ἐλάχιστος (elachistos), ‘allerkleinst’. Het Grieks heeft ἐν ὑμῖν (en hymin), ‘in/onder/door jullie’: wij vertalen ‘door jullie’. Voetnoot : Zie ook Dan. 7:22; Matt. 19:28. Zie ook: Dan 7:22; Mat 19:28 **6:3** Weten jullie niet dat wij engelen zullen oordelen, laat staan zaken van dit leven? Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | ἀγγέλους (angelous) = engelen | κρινοῦμεν (krinoumen) = wij zullen oordelen | μήτιγε (metige) = laat staan | βιωτικά (biotika) = zaken van dit leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄγγελοι (angeloi), ‘engelen’: het Grieks zegt niet welke; Paulus noemt alleen dat de gelovigen over hen zullen oordelen. βιωτικά (biotika), ‘zaken van dit leven’: van βίος (bios), ‘leven’, het gewone dagelijkse bestaan. μήτιγε (metige), ‘laat staan’. **6:4** Als jullie dus rechtszaken over zaken van dit leven hebben, zetten jullie dan hen neer die in de gemeente verachtelijk worden geacht? Brontekst: βιωτικὰ (biotika) = zaken van dit leven | μὲν (men) = wel | οὖν (oun) = dus | κριτήρια (kriteria) = rechtszaken | ἐὰν (ean) = als | ἔχητε (echete) = jullie hebben | τοὺς (tous) = hen die | ἐξουθενημένους (exouthenemenous) = verachtelijk worden geacht | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | τούτους (toutous) = hen | καθίζετε (kathizete) = zetten jullie neer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zin kan op twee manieren gelezen worden: als vraag (‘zetten jullie dan hen neer…?’) of als bevel (‘zet dan hen neer die… !’). Wij houden de vraag. καθίζω (kathizo), ‘neerzetten’: hier als rechters aanstellen. Wie ‘hen die verachtelijk worden geacht’ zijn, zegt het Grieks niet: het kunnen de onbelangrijkste leden van de gemeente zijn, of de rechters van buiten de gemeente. ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘verachten’. κριτήρια (kriteria), ‘rechtszaken’: hetzelfde woord als κριτήριον in vers 2, daar ‘rechtbank’. Zie ook: 1 Kor 6:2 **6:5** Tot jullie schaamte zeg ik dit. Is er onder jullie zo niemand wijs die zal kunnen beslissen tussen zijn broer en een ander? Brontekst: πρὸς (pros) = tot | ἐντροπὴν (entropen) = schaamte | ὑμῖν (hymin) = jullie | λέγω (lego) = ik zeg | οὕτως (houtos) = zo | οὐκ (ouk) = niet | ἔνι (eni) = is er | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | σοφὸς (sophos) = wijs | ὃς (hos) = die | δυνήσεται (dynesetai) = zal kunnen | διακρῖναι (diakrinai) = beslissen | ἀνὰ (ana) = tussen | μέσον (meson) = midden | τοῦ (tou) = van de | ἀδελφοῦ (adelphou) = broer | αὐτοῦ (autou) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐντροπή (entrope), ‘schaamte’. De Griekse zin eindigt met ‘tussen zijn broer’, zonder ‘en de ander’; wij vullen ‘en een ander’ aan. διακρίνω (diakrino), ‘beslissen, onderscheid maken’. **6:6** Maar een broer gaat met een broer naar de rechter, en dat bij ongelovigen? Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | μετὰ (meta) = met | ἀδελφοῦ (adelphou) = broer | κρίνεται (krinetai) = gaat naar de rechter | καὶ (kai) = en | τοῦτο (touto) = dat | ἐπὶ (epi) = bij | ἀπίστων (apiston) = ongelovigen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίνομαι (krinomai), ‘geoordeeld worden’: hier voor de rechter komen. ἄπιστοι (apistoi), ‘ongelovigen’: letterlijk ‘zonder geloof’, de mensen buiten de gemeente. **6:7** Het is al helemaal een nederlaag voor jullie dat jullie rechtszaken met elkaar hebben. Waarom laten jullie je niet liever onrecht aandoen? Waarom laten jullie je niet liever beroven? Brontekst: ἤδη (ede) = al | μὲν (men) = wel | οὖν (oun) = dus | ὅλως (holos) = helemaal | ἥττημα (hettema) = nederlaag | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | ἐστιν (estin) = is | ὅτι (hoti) = dat | κρίματα (krimata) = rechtszaken | ἔχετε (echete) = jullie hebben | μεθ’ (meth’) = met | ἑαυτῶν (heauton) = elkaar | διὰ (dia) = om | τί (ti) = wat | οὐχὶ (ouchi) = niet | μᾶλλον (mallon) = liever | ἀδικεῖσθε (adikeisthe) = laten jullie je onrecht aandoen | διὰ (dia) = om | τί (ti) = wat | οὐχὶ (ouchi) = niet | μᾶλλον (mallon) = liever | ἀποστερεῖσθε (apostereisthe) = laten jullie je beroven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἥττημα (hettema), ‘nederlaag’: een verlies, een tekort; het Grieks zegt dat het al een nederlaag is dat zij rechtszaken hebben. κρίμα (krima), ‘rechtszaak, oordeel’. ἀδικέω (adikeo), ‘onrecht doen’ (hier lijdend: ‘onrecht laten aandoen’); ἀποστερέω (apostereo), ‘beroven, iets onthouden’ (hier lijdend: ‘laten beroven’). **6:8** Maar jullie doen zelf onrecht en beroven, en dat nog wel aan broers. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἀδικεῖτε (adikeite) = doen onrecht | καὶ (kai) = en | ἀποστερεῖτε (apostereite) = beroven | καὶ (kai) = en | τοῦτο (touto) = dat | ἀδελφούς (adelphous) = broers Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks is kort: ‘en dat broers’; het Nederlands heeft ‘aan’ nodig. Nu draaien zij de rollen om: zij doen zelf onrecht en beroven hun broers. ### De onrechtvaardigen en het koninkrijk van Elohim **6:9** Of weten jullie niet dat onrechtvaardigen het koninkrijk van Elohim niet zullen erven? Dwaal niet: noch ontuchtigen, noch afgodendienaars, noch overspeligen, noch weke mensen, noch mannen die bij mannen liggen, Brontekst: Ἢ (E) = of | οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | ἄδικοι (adikoi) = onrechtvaardigen | θεοῦ (theou) = van Elohim | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | οὐ (ou) = niet | κληρονομήσουσιν (kleronomesousin) = zullen erven | μὴ (me) = niet | πλανᾶσθε (planasthe) = dwaal | οὔτε (oute) = noch | πόρνοι (pornoi) = ontuchtigen | οὔτε (oute) = noch | εἰδωλολάτραι (eidololatrai) = afgodendienaars | οὔτε (oute) = noch | μοιχοὶ (moichoi) = overspeligen | οὔτε (oute) = noch | μαλακοὶ (malakoi) = weke mensen | οὔτε (oute) = noch | ἀρσενοκοῖται (arsenokoitai) = mannen die bij mannen liggen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄδικοι (adikoi), ‘onrechtvaardigen’; κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’. πλανάω (planao), ‘dwalen’, ook ‘misleid worden’: zoals in Gal. 6:7 en Jak. 1:16. Voetnoot : De lijst: πόρνοι (pornoi), ‘ontuchtigen’; εἰδωλολάτραι (eidololatrai), ‘afgodendienaars’; μοιχοί (moichoi), ‘overspeligen’; μαλακοί (malakoi), ‘weke mensen’: het Griekse woord betekent letterlijk ‘zacht, week’ (zoals ‘zachte kleren’ in Matt. 11:8); ἀρσενοκοῖται (arsenokoitai): letterlijk ‘mannen die bij mannen liggen’, samengesteld uit ἄρσην (arsen), ‘man’, en κοίτη (koite), ‘bed’. Het Grieks omschrijft de beide woorden niet verder; wij geven alleen de woordbetekenis. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:19–21. Zie ook: Mat 11:8; Jak 1:16; Gal 5:19–21; Gal 6:7 **6:10** noch dieven, noch hebzuchtigen, geen dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het koninkrijk van Elohim erven. Brontekst: οὔτε (oute) = noch | κλέπται (kleptai) = dieven | οὔτε (oute) = noch | πλεονέκται (pleonektai) = hebzuchtigen | οὐ (ou) = geen | μέθυσοι (methysoi) = dronkaards | οὐ (ou) = geen | λοίδοροι (loidoroi) = lasteraars | οὐχ (ouch) = geen | ἅρπαγες (harpages) = rovers | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | θεοῦ (theou) = van Elohim | κληρονομήσουσιν (kleronomesousin) = zullen erven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κλέπτης (kleptes), ‘dief’; πλεονέκτης (pleonektes), ‘hebzuchtige’; μέθυσος (methysos), ‘dronkaard’; λοίδορος (loidoros), ‘lasteraar’; ἅρπαξ (harpax), ‘rover’. De zin loopt door van vers 9: ‘noch… noch… zullen het koninkrijk van Elohim erven’. Het Grieks heeft in vers 10 driemaal οὐ (‘niet’) in plaats van οὔτε (‘noch’). Zie ook: 1 Kor 6:9 **6:11** En dit waren sommigen van jullie. Maar jullie zijn afgewassen, maar jullie zijn geheiligd. Maar jullie zijn rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Yeshua en in de Geest van onze Elohim. Brontekst: καὶ (kai) = en | ταῦτά (tauta) = dit | τινες (tines) = sommigen | ἦτε (ete) = waren jullie | ἀλλὰ (alla) = maar | ἀπελούσασθε (apelousasthe) = jullie zijn afgewassen | ἀλλὰ (alla) = maar | ἡγιάσθητε (hegiasthete) = jullie zijn geheiligd | ἀλλὰ (alla) = maar | ἐδικαιώθητε (edikaiothete) = jullie zijn rechtvaardig verklaard | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ὀνόματι (onomati) = naam | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | πνεύματι (pneumati) = Geest | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡμῶν (hemon) = van ons Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπολούομαι (apolouomai), ‘zich laten afwassen’ (een vorm die ‘laten’ of ‘zelf’ kan uitdrukken): schoongewassen worden. ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: afzonderen voor Elohim. δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: het Griekse werkwoord is rechterlijk, ‘vrijspreken’; het sluit aan bij de ‘onrechtvaardigen’ (ἄδικοι) van vers 9–10. ‘In de naam van de Heer Yeshua en in de Geest van onze Elohim’: de naam en de Geest zijn de bron van de verandering. Zie ook: 1 Kor 6:9–10 ### Het lichaam is voor de Heer **6:12** ‘Alles is mij toegestaan’, maar niet alles is nuttig. ‘Alles is mij toegestaan’, maar ik zal niet onder het gezag van iets worden gebracht. Brontekst: Πάντα (Panta) = alles | μοι (moi) = mij | ἔξεστιν (exestin) = is toegestaan | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | πάντα (panta) = alles | συμφέρει (sympherei) = is nuttig | πάντα (panta) = alles | μοι (moi) = mij | ἔξεστιν (exestin) = is toegestaan | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐγὼ (ego) = ik | ἐξουσιασθήσομαι (exousiasthesomai) = zal onder gezag worden gebracht | ὑπό (hypo) = door | τινος (tinos) = iets Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus lijkt hier een leus van de Korintiërs aan te halen en er een kanttekening bij te plaatsen; het Grieks heeft geen aanhalingstekens; wij zetten enkele aanhalingstekens ‘…’ om dit zichtbaar te maken, zoals bij de andere leuzen in de brief (6:13; 7:1; 8:1; 8:4). ἔξεστιν (exestin), ‘het is toegestaan’. συμφέρει (sympherei), ‘het is nuttig’. ἐξουσιάζω (exousiazo), ‘gezag uitoefenen over’ (hier lijdend: ‘onder gezag gebracht worden’): er is een woordspeling met ἔξεστιν en ἐξουσία, ‘gezag’. Het Grieks heeft ὑπό τινος (hypo tinos), ‘door iets/iemand’. **6:13** ‘De spijzen zijn voor de buik en de buik voor de spijzen.’ Maar Elohim zal zowel deze als die buiten werking stellen. Het lichaam is niet voor de ontucht maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. Brontekst: τὰ (ta) = de | βρώματα (bromata) = spijzen | τῇ (te) = voor de | κοιλίᾳ (koilia) = buik | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | κοιλία (koilia) = buik | τοῖς (tois) = voor de | βρώμασιν (bromasin) = spijzen | ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | θεὸς (theos) = Elohim | καὶ (kai) = zowel | ταύτην (tauten) = deze | καὶ (kai) = als | ταῦτα (tauta) = die | καταργήσει (katargesei) = zal buiten werking stellen | τὸ (to) = het | δὲ (de) = maar | σῶμα (soma) = lichaam | οὐ (ou) = niet | τῇ (te) = voor de | πορνείᾳ (porneia) = ontucht | ἀλλὰ (alla) = maar | τῷ (to) = voor de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | τῷ (to) = voor het | σώματι (somati) = lichaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ook hier lijkt Paulus een leus aan te halen (‘de spijzen voor de buik en de buik voor de spijzen’), en zijn antwoord begint bij ‘Maar’. Wij zetten ook deze woorden tussen enkele aanhalingstekens. κοιλία (koilia), ‘buik’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Gal. 5:4. Zie ook: Gal 5:4 **6:14** Elohim heeft de Heer opgewekt en zal ook ons opwekken door Zijn kracht. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | θεὸς (theos) = Elohim | καὶ (kai) = zowel | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | ἤγειρεν (egeiren) = heeft opgewekt | καὶ (kai) = en | ἡμᾶς (hemas) = ons | ἐξεγερεῖ (exegerei) = zal opwekken | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | δυνάμεως (dynameos) = kracht | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’ (uit de dood): hier ‘heeft opgewekt’; ἐξεγείρω (exegeiro), ‘opwekken’: de toekomst. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 15:12–20. Zie ook: 1 Kor 15:12–20 **6:15** Weten jullie niet dat jullie lichamen ledematen van de Messias zijn? Zal ik dan de ledematen van de Messias wegnemen en er ledematen van een hoer van maken? Dat nooit! Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | τὰ (ta) = de | σώματα (somata) = lichamen | ὑμῶν (hymon) = van jullie | μέλη (mele) = ledematen | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | ἐστιν (estin) = zijn | ἄρας (aras) = wegnemend | οὖν (oun) = dus | τὰ (ta) = de | μέλη (mele) = ledematen | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ποιήσω (poieso) = zal ik maken | πόρνης (pornes) = van een hoer | μέλη (mele) = ledematen | μὴ (me) = dat | γένοιτο (genoito) = nooit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μέλος (melos), ‘lid, ledemaat’: een deel van het lichaam. ἄρας (aras) is ‘wegnemend’: de ledematen van de Messias worden als het ware weggenomen. πόρνη (porne), ‘hoer’. μὴ γένοιτο (me genoito), ‘dat nooit!’: letterlijk ‘moge het niet gebeuren’, zoals in Gal. 2:17. Voetnoot : Zie ook Gal. 2:17. Zie ook: Gal 2:17 **6:16** Of weten jullie niet dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam is? Want hij zegt: „De twee zullen tot één vlees zijn.” Brontekst: ἢ (e) = of | οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = de | κολλώμενος (kollomenos) = die zich hecht | τῇ (te) = aan de | πόρνῃ (porne) = hoer | ἓν (hen) = één | σῶμά (soma) = lichaam | ἐστιν (estin) = is | Ἔσονται (Esontai) = zullen zijn | γάρ (gar) = want | φησίν (phesin) = zegt hij | οἱ (hoi) = de | δύο (dyo) = twee | εἰς (eis) = tot | σάρκα (sarka) = vlees | μίαν (mian) = één Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κολλάομαι (kollaomai), ‘zich hechten’: letterlijk ‘lijmen’; hetzelfde woord staat in vers 17. Het citaat is Gen. 2:24: ‘… worden zij tot één vlees’. In ons Hebreeuws staat ‘worden zij tot één vlees’; de Griekse tekst heeft ‘de twee zullen tot één vlees zijn’ (οἱ δύο, hoi dyo, ‘de twee’). Het Grieks zegt niet wie ‘hij’ is: φησίν (phesin), ‘zegt hij’. In Genesis zijn dit woorden van de verteller, niet van Elohim. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:24; Matt. 19:5; Mark. 10:8. Zie ook: Gen 2:24; Mat 19:5; Mar 10:8; 1 Kor 6:17 **6:17** Maar wie zich aan de Heer hecht, is één geest. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | κολλώμενος (kollomenos) = die zich hecht | τῷ (to) = aan de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ἓν (hen) = één | πνεῦμά (pneuma) = geest | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘Eén geest’: het Grieks zegt niet of dit de geest van de gelovige is of de Geest van de Heer. Wij schrijven ‘geest’ met kleine letter. **6:18** Vlucht voor de ontucht. Elke zonde die een mens ook maar doet, is buiten het lichaam, maar wie ontucht pleegt, zondigt tegen zijn eigen lichaam. Brontekst: φεύγετε (pheugete) = vlucht | τὴν (ten) = de | πορνείαν (porneian) = ontucht | πᾶν (pan) = elke | ἁμάρτημα (hamartema) = zonde | ὃ (ho) = die | ἐὰν (ean) = ook maar | ποιήσῃ (poiese) = doet | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ἐκτὸς (ektos) = buiten | τοῦ (tou) = het | σώματός (somatos) = lichaam | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | πορνεύων (porneuon) = die ontucht pleegt | εἰς (eis) = tegen | τὸ (to) = het | ἴδιον (idion) = eigen | σῶμα (soma) = lichaam | ἁμαρτάνει (hamartanei) = zondigt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φεύγω (pheugo), ‘vluchten’. πορνεύω (porneuo), ‘ontucht plegen’. De tweede helft staat tegenover de eerste: elke andere zonde is ‘buiten het lichaam’, maar ontucht is een zonde ‘tegen het eigen lichaam’. Het Grieks zegt niet of ook de eerste helft een leus van de Korintiërs is. **6:19** Of weten jullie niet dat jullie lichaam een heiligdom is van de Heilige Geest in jullie, die jullie van Elohim hebben? En jullie zijn niet van jullie zelf. Brontekst: ἢ (e) = of | οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ναὸς (naos) = heiligdom | τοῦ (tou) = van de | ἐν (en) = in | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἁγίου (hagiou) = Heilige | πνεύματός (pneumatos) = Geest | ἐστιν (estin) = is | οὗ (hou) = die | ἔχετε (echete) = jullie hebben | ἀπὸ (apo) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | καὶ (kai) = en | οὐκ (ouk) = niet | ἐστὲ (este) = jullie zijn | ἑαυτῶν (heauton) = van jullie zelf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ναός (naos), ‘heiligdom’: het binnenste van de tempel, de plaats waar Elohim woont; niet het tempelterrein (ἱερόν). ‘Jullie lichaam’ staat in het Grieks in het enkelvoud: het lichaam van de gemeente of van ieder van hen. De Heilige Geest ‘in jullie’ is van Elohim ontvangen. **6:20** Want jullie zijn gekocht voor een prijs. Verheerlijk dus Elohim in jullie lichaam. Brontekst: ἠγοράσθητε (egorasthete) = jullie zijn gekocht | γὰρ (gar) = want | τιμῆς (times) = voor een prijs | δοξάσατε (doxasate) = verheerlijk | δὴ (de) = dus | τὸν (ton) = de | θεὸν (theon) = Elohim | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | σώματι (somati) = lichaam | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγοράζω (agorazo), ‘kopen’: een beeld van het slavenhuis (vergelijk 7:23). τιμή (time), ‘prijs’: Paulus noemt niet welke. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 7:23. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert aan het slot van het vers het woord ‘ὑμῶν’ (hymon), ‘jullie’: in sommige handschriften staat hier een andere lezing. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: 1 Kor 7:23 ## 1 Korintiërs 7 _Huwelijk, ongehuwd zijn en de roeping_ ### Over huwelijk en ongehuwd zijn **7:1** Over wat jullie geschreven hebben: ‘Het is goed voor een mens geen vrouw aan te raken.’ Brontekst: Περὶ (Peri) = over | δὲ (de) = maar | ὧν (hon) = wat | ἐγράψατε (egrapsate) = jullie hebben geschreven | καλὸν (kalon) = goed | ἀνθρώπῳ (anthropo) = voor een mens | γυναικὸς (gynaikos) = vrouw | μὴ (me) = niet | ἅπτεσθαι (haptesthai) = aan te raken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Περὶ δὲ ὧν ἐγράψατε (Peri de hon egrapsate), ‘over wat jullie geschreven hebben’: vanaf hier antwoordt Paulus op vragen uit een brief van de gemeente, zoals ook in 7:25, 8:1, 12:1, 16:1 en 16:12. ἄνθρωπος (anthropos), ‘mens’: hier ‘man’; wij houden ‘mens’. ἅπτομαι (haptomai), ‘aanraken’: hier seksueel omgaan met. Na ‘over wat jullie geschreven hebben’ volgt een uitspraak uit hun brief. Het Grieks heeft geen aanhalingstekens; wij zetten enkele aanhalingstekens ‘…’ om dit zichtbaar te maken, zoals bij de andere leuzen in de brief (6:12–13; 8:1; 8:4). Paulus’ antwoord begint in vers 2 met ‘Maar’. Zie ook: 1 Kor 7:2 **7:2** Maar vanwege de ontucht: laat ieder man zijn eigen vrouw hebben, en laat elke vrouw haar eigen man hebben. Brontekst: διὰ (dia) = vanwege | δὲ (de) = maar | τὰς (tas) = de | πορνείας (porneias) = ontucht | ἕκαστος (hekastos) = ieder | τὴν (ten) = de | ἑαυτοῦ (heautou) = eigen | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | ἐχέτω (echeto) = laat hebben | καὶ (kai) = en | ἑκάστη (hekaste) = elke vrouw | τὸν (ton) = de | ἴδιον (idion) = eigen | ἄνδρα (andra) = man | ἐχέτω (echeto) = laat hebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele immoraliteit in het algemeen; het Grieks heeft het meervoud (‘de gevallen van ontucht’). ἐχέτω (echeto), ‘laat hij hebben’: de gebiedende wijs in de derde persoon. Paulus noemt man en vrouw telkens naast elkaar, ook in de verzen 3–5. **7:3** Laat de man aan de vrouw de verschuldigde plicht geven. Evenzo ook de vrouw aan de man. Brontekst: τῇ (te) = aan de | γυναικὶ (gynaiki) = vrouw | ὁ (ho) = de | ἀνὴρ (aner) = man | τὴν (ten) = de | ὀφειλὴν (opheilen) = verschuldigde plicht | ἀποδιδότω (apodidoto) = laat geven | ὁμοίως (homoios) = evenzo | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | τῷ (to) = aan de | ἀνδρί (andri) = man Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀφειλή (opheile), ‘schuld, verschuldigde plicht’: wat men de ander verschuldigd is. Het Grieks zegt niet met zoveel woorden waarover het gaat; de verzen 2 en 4–5 wijzen op de gemeenschap in het huwelijk. **7:4** De vrouw heeft geen gezag over haar eigen lichaam, maar de man. Evenzo heeft ook de man geen gezag over zijn eigen lichaam, maar de vrouw. Brontekst: ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | τοῦ (tou) = over het | ἰδίου (idiou) = eigen | σώματος (somatos) = lichaam | οὐκ (ouk) = niet | ἐξουσιάζει (exousiazei) = heeft gezag | ἀλλὰ (alla) = maar | ὁ (ho) = de | ἀνήρ (aner) = man | ὁμοίως (homoios) = evenzo | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | ἀνὴρ (aner) = man | τοῦ (tou) = over het | ἰδίου (idiou) = eigen | σώματος (somatos) = lichaam | οὐκ (ouk) = niet | ἐξουσιάζει (exousiazei) = heeft gezag | ἀλλὰ (alla) = maar | ἡ (he) = de | γυνή (gyne) = vrouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξουσιάζω (exousiazo), ‘gezag hebben over’: hetzelfde woord als in 6:12, verwant aan ἐξουσία (exousia), ‘gezag’. De zin is symmetrisch: man en vrouw hebben beiden ‘geen gezag over het eigen lichaam’, maar de ander heeft dat. **7:5** Beroof elkaar niet, behalve misschien in onderling overleg voor een tijd, om tijd te hebben voor het gebed en weer bij elkaar te zijn. Dit opdat Satan jullie niet op de proef stelt vanwege jullie gebrek aan zelfbeheersing. Brontekst: μὴ (me) = niet | ἀποστερεῖτε (apostereite) = beroof | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | εἰ (ei) = tenzij | μήτι (meti) = misschien | ἂν (an) = wellicht | ἐκ (ek) = uit | συμφώνου (symphonou) = overeenstemming | πρὸς (pros) = voor | καιρὸν (kairon) = een tijd | ἵνα (hina) = opdat | σχολάσητε (scholasete) = jullie tijd hebben | τῇ (te) = voor het | προσευχῇ (proseuche) = gebed | καὶ (kai) = en | πάλιν (palin) = weer | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | αὐτὸ (auto) = zelfde | ἦτε (ete) = jullie zijn | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | πειράζῃ (peiraze) = op de proef stelt | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὁ (ho) = de | Σατανᾶς (Satanas) = Satan | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = het | ἀκρασίαν (akrasian) = gebrek aan zelfbeheersing | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀποστερέω (apostereo), ‘beroven, onthouden’: hetzelfde woord als in 6:7–8; hier ‘elkaar iets onthouden’. σχολάζω (scholazo), ‘tijd hebben voor, vrij zijn voor’. ἐκ συμφώνου (ek symphonou), ‘in overeenstemming’, ‘in onderling overleg’. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’; πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’. ἀκρασία (akrasia), ‘gebrek aan zelfbeheersing’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier de woorden ‘σχολάσητε’ (scholasete), ‘jullie hebben tijd voor’, en ‘ἦτε’ (ete), ‘jullie zijn’: in sommige handschriften staat een andere lezing. Wij volgen de SBLGNT. **7:6** Dit zeg ik als toegeeflijkheid, niet als bevel. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | δὲ (de) = maar | λέγω (lego) = ik zeg | κατὰ (kata) = als | συγγνώμην (syngnomen) = toegeeflijkheid | οὐ (ou) = niet | κατ’ (kat’) = als | ἐπιταγήν (epitagen) = bevel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συγγνώμη (sygnome), ‘toegeeflijkheid’: letterlijk ‘mee-weten’, een toegeving. ἐπιταγή (epitage), ‘bevel’. Het Grieks zegt niet of ‘dit’ terugslaat op vers 2–5 of op vers 5 alleen. Zie ook: 1 Kor 7:2–5; 1 Kor 7:5 **7:7** Ik wil dat alle mensen zijn zoals ook ik zelf. Maar ieder heeft zijn eigen genadegave van Elohim: de een zo, de ander zo. Brontekst: θέλω (thelo) = ik wil | δὲ (de) = maar | πάντας (pantas) = alle | ἀνθρώπους (anthropous) = mensen | εἶναι (einai) = te zijn | ὡς (hos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἐμαυτόν (emauton) = mijzelf | ἀλλὰ (alla) = maar | ἕκαστος (hekastos) = ieder | ἴδιον (idion) = eigen | ἔχει (echei) = heeft | χάρισμα (charisma) = genadegave | ἐκ (ek) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ὁ (ho) = de | μὲν (men) = een | οὕτως (houtos) = zo | ὁ (ho) = de | δὲ (de) = ander | οὕτως (houtos) = zo Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks zegt niet op welk punt Paulus zegt ‘zoals ikzelf’; de verzen 8 en 32–34 wijzen op ongehuwd zijn. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: een gave van Elohim. ‘De een zo, de ander zo’: het Grieks noemt niet wat de twee manieren zijn; de samenhang wijst op ongehuwd zijn en gehuwd zijn. ### Aan de ongehuwden en de weduwen **7:8** Aan de ongehuwden en de weduwen zeg ik: het is goed voor hen als zij blijven zoals ook ik. Brontekst: Λέγω (Lego) = ik zeg | δὲ (de) = maar | τοῖς (tois) = aan de | ἀγάμοις (agamois) = ongehuwden | καὶ (kai) = en | ταῖς (tais) = aan de | χήραις (cherais) = weduwen | καλὸν (kalon) = goed | αὐτοῖς (autois) = voor hen | ἐὰν (ean) = als | μείνωσιν (meinosin) = zij blijven | ὡς (hos) = zoals | κἀγώ (kago) = ook ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄγαμος (agamos), ‘ongehuwde’: iemand zonder echtgenoot of echtgenote; het woord omvat in dit hoofdstuk ook wie gescheiden is of weduwnaar (vers 11, 32, 34). χήρα (chera), ‘weduwe’. Zie ook: 1 Kor 7:11; 1 Kor 7:32; 1 Kor 7:34 **7:9** Maar als zij zich niet beheersen, laten zij trouwen, want het is beter te trouwen dan te branden. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐγκρατεύονται (enkrateuontai) = zij beheersen zich | γαμησάτωσαν (gamesatosan) = laten trouwen | κρεῖττον (kreitton) = beter | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | γαμῆσαι (gamesai) = te trouwen | ἢ (e) = dan | πυροῦσθαι (pyrousthai) = te branden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐγκρατεύομαι (enkrateuomai), ‘zich beheersen’. πυρόομαι (pyroomai), ‘branden’: het Grieks zegt niet waarvan; de samenhang wijst op verlangen. ### Aan de gehuwden **7:10** Aan de gehuwden gebied ik, niet ik maar de Heer, dat een vrouw zich niet van haar man scheidt. Brontekst: Τοῖς (Tois) = aan de | δὲ (de) = maar | γεγαμηκόσιν (gegamekosin) = gehuwden | παραγγέλλω (parangello) = ik gebied | οὐκ (ouk) = niet | ἐγὼ (ego) = ik | ἀλλὰ (alla) = maar | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | ἀπὸ (apo) = van | ἀνδρὸς (andros) = man | μὴ (me) = niet | χωρισθῆναι (choristhenai) = zich te scheiden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραγγέλλω (parangello), ‘gebieden’. ‘Niet ik maar de Heer’: Paulus verwijst naar een uitspraak van Yeshua over echtscheiding; dit is geen aanhaling van woorden van Yeshua, dus zwart. χωρίζω (chorizo), ‘scheiden, zich afscheiden’: een vorm die ‘zich scheiden’ en ‘gescheiden worden’ kan betekenen. Voetnoot : Zie ook Matt. 5:32; Matt. 19:6–9; Mark. 10:11–12. Zie ook: Mat 5:32; Mat 19:6–9; Mar 10:11–12 **7:11** Maar als zij zich toch scheidt, laat zij ongehuwd blijven of zich met haar man laten verzoenen. En een man mag zijn vrouw niet wegsturen. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | χωρισθῇ (choristhe) = zij zich scheidt | μενέτω (meneto) = laat blijven | ἄγαμος (agamos) = ongehuwd | ἢ (e) = of | τῷ (to) = met de | ἀνδρὶ (andri) = man | καταλλαγήτω (katallageto) = laat zich verzoenen | καὶ (kai) = en | ἄνδρα (andra) = man | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | μὴ (me) = niet | ἀφιέναι (aphienai) = wegsturen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het gebod is dat zij zich niet scheidt; deze zin zegt wat zij doet als het toch gebeurt. ἀφίημι (aphiemi), ‘wegsturen, laten gaan’: hier een man die zijn vrouw wegstuurt, scheidt. καταλλάσσω (katallasso), ‘verzoenen’. ### Aan de overigen: het gemengde huwelijk **7:12** Aan de overigen zeg ik, ik en niet de Heer. Als een broer een ongelovige vrouw heeft en zij ermee instemt bij hem te wonen, laat hij haar niet wegsturen. Brontekst: Τοῖς (Tois) = aan de | δὲ (de) = maar | λοιποῖς (loipois) = overigen | λέγω (lego) = ik zeg | ἐγώ (ego) = ik | οὐχ (ouch) = niet | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | ἔχει (echei) = heeft | ἄπιστον (apiston) = ongelovige | καὶ (kai) = en | αὕτη (haute) = zij | συνευδοκεῖ (syneudokei) = stemt in | οἰκεῖν (oikein) = te wonen | μετ’ (met’) = met | αὐτοῦ (autou) = hem | μὴ (me) = niet | ἀφιέτω (aphieto) = laat wegsturen | αὐτήν (auten) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἱ λοιποί (hoi loipoi), ‘de overigen’: vers 10 gaat over gehuwde gelovigen; nu gaat het over een gelovige die met een ongelovige is gehuwd. ‘Ik en niet de Heer’: Paulus zegt dat dit zijn eigen woord is, anders dan in vers 10; het is geen aanhaling, dus zwart. ἄπιστος (apistos), ‘ongelovige’. συνευδοκέω (syneudokeo), ‘instemmen’: samen goedvinden. Zie ook: 1 Kor 7:10 **7:13** En een vrouw die een ongelovige man heeft, als hij ermee instemt bij haar te wonen, laat zij de man niet wegsturen. Brontekst: καὶ (kai) = en | γυνὴ (gyne) = vrouw | εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | ἔχει (echei) = heeft | ἄνδρα (andra) = man | ἄπιστον (apiston) = ongelovige | καὶ (kai) = en | οὗτος (houtos) = hij | συνευδοκεῖ (syneudokei) = stemt in | οἰκεῖν (oikein) = te wonen | μετ’ (met’) = met | αὐτῆς (autes) = haar | μὴ (me) = niet | ἀφιέτω (aphieto) = laat wegsturen | τὸν (ton) = de | ἄνδρα (andra) = man Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De vrouw met een ongelovige man: dezelfde regel als in vers 12. οἰκέω (oikeo), ‘wonen’. Het Grieks heeft ‘laat zij de man niet wegsturen’ (ἀφιέτω, aphieto): dezelfde regel voor man en vrouw. Zie ook: 1 Kor 7:12 **7:14** Want de ongelovige man is geheiligd in de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd in de broer. Anders zouden jullie kinderen onrein zijn, maar nu zijn zij heilig. Brontekst: ἡγίασται (hegiastai) = is geheiligd | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | ἀνὴρ (aner) = man | ὁ (ho) = de | ἄπιστος (apistos) = ongelovige | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | γυναικί (gynaiki) = vrouw | καὶ (kai) = en | ἡγίασται (hegiastai) = is geheiligd | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | ἡ (he) = de | ἄπιστος (apistos) = ongelovige | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ἀδελφῷ (adelpho) = broer | ἐπεὶ (epei) = anders | ἄρα (ara) = dan | τὰ (ta) = de | τέκνα (tekna) = kinderen | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἀκάθαρτά (akatharta) = onrein | ἐστιν (estin) = zijn | νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | ἅγιά (hagia) = heilig | ἐστιν (estin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: afzonderen voor Elohim. ‘Geheiligd in de vrouw’: het Grieks zegt niet verder wat dit inhoudt. ἀκάθαρτος (akathartos), ‘onrein’ staat tegenover ἅγιος (hagios), ‘heilig’. Het Grieks heeft ‘in de broer’ in de tweede helft: de gelovige man is ‘broer’. **7:15** Maar als de ongelovige zich scheidt, laat hij zich scheiden. De broer of de zuster is in zulke gevallen niet tot knecht gemaakt. In vrede heeft Elohim ons geroepen. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | ἄπιστος (apistos) = ongelovige | χωρίζεται (chorizetai) = zich scheidt | χωριζέσθω (chorizestho) = laat zich scheiden | οὐ (ou) = niet | δεδούλωται (dedoulotai) = is tot knecht gemaakt | ὁ (ho) = de | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | ἢ (e) = of | ἡ (he) = de | ἀδελφὴ (adelphe) = zuster | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | τοιούτοις (toioutois) = zulke gevallen | ἐν (en) = in | δὲ (de) = maar | εἰρήνῃ (eirene) = vrede | κέκληκεν (kekleken) = heeft geroepen | ἡμᾶς (hemas) = ons | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χωρίζεται (chorizetai), ‘zich scheidt’: hier beslist de ongelovige zelf. δουλόω (douloo), ‘tot knecht maken’, ‘binden’: de gelovige is in zulke gevallen niet gebonden. Het Grieks heeft ἡμᾶς (hemas), ‘ons’. ‘In vrede’: de roeping is een roeping tot vrede. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier ‘ἡμᾶς’ (hemas), ‘ons’: in sommige handschriften staat een andere lezing. Wij volgen de SBLGNT. **7:16** Want wat weet jij, vrouw, of je de man zult redden? Of wat weet jij, man, of je de vrouw zult redden? Brontekst: τί (ti) = wat | γὰρ (gar) = want | οἶδας (oidas) = weet jij | γύναι (gynai) = vrouw | εἰ (ei) = of | τὸν (ton) = de | ἄνδρα (andra) = man | σώσεις (soseis) = zul je redden | ἢ (e) = of | τί (ti) = wat | οἶδας (oidas) = weet jij | ἄνερ (aner) = man | εἰ (ei) = of | τὴν (ten) = de | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | σώσεις (soseis) = zul je redden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft εἰ (ei), ‘of’: de vraag kan op twijfel wijzen (‘misschien red je hem niet’) of op hoop (‘misschien red je hem wel’). Wij houden ‘of’. σῴζω (sozo), ‘redden’. ### Ieder blijft in zijn roeping **7:17** Alleen: zoals de Heer aan ieder heeft toebedeeld, zoals Elohim ieder heeft geroepen, zo moet hij wandelen. Zo geef ik opdracht in alle gemeenten. Brontekst: Εἰ (Ei) = behalve | μὴ (me) = dat | ἑκάστῳ (hekasto) = aan ieder | ὡς (hos) = zoals | ἐμέρισεν (emerisen) = heeft toebedeeld | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἕκαστον (hekaston) = ieder | ὡς (hos) = zoals | κέκληκεν (kekleken) = heeft geroepen | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | οὕτως (houtos) = zo | περιπατείτω (peripateito) = moet wandelen | καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | πάσαις (pasais) = alle | διατάσσομαι (diatassomai) = geef ik opdracht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Εἰ μὴ (Ei me), ‘alleen’: letterlijk ‘als niet’; Paulus maakt een voorbehoud bij het voorgaande. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: leven. ‘De Heer … Elohim’: het Grieks heeft κύριος (kyrios) bij het toebedelen en θεός bij het roepen; wij vertalen ‘Heer’ en ‘Elohim’. διατάσσω (diatasso), ‘opdracht geven’, ‘regelen’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier de woorden ‘ἐμέρισεν’ (emerisen), ‘heeft toebedeeld’, ‘κύριος’ (kyrios) en ‘θεός’ (theos): in sommige handschriften staat een andere lezing. Wij volgen de SBLGNT. **7:18** Is iemand besneden geroepen? Hij moet het niet ongedaan maken. Is iemand in onbesnedenheid geroepen? Hij moet zich niet laten besnijden. Brontekst: περιτετμημένος (peritetmemenos) = besneden | τις (tis) = iemand | ἐκλήθη (eklethe) = werd geroepen | μὴ (me) = niet | ἐπισπάσθω (epispastho) = laat ongedaan maken | ἐν (en) = in | ἀκροβυστίᾳ (akrobystia) = onbesnedenheid | κέκληταί (kekletai) = is geroepen | τις (tis) = iemand | μὴ (me) = niet | περιτεμνέσθω (peritemnestho) = laat zich besnijden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπισπάομαι (epispaomai), ‘ongedaan maken’: letterlijk ‘naar zich toe trekken’: het teken van de besnijdenis ongedaan maken. περιτέμνω (peritemno), ‘besnijden’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’, letterlijk ‘voorhuid’. **7:19** De besnijdenis is niets en de onbesnedenheid is niets, maar het houden van de geboden van Elohim. Brontekst: ἡ (he) = de | περιτομὴ (peritome) = besnijdenis | οὐδέν (ouden) = niets | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | ἀκροβυστία (akrobystia) = onbesnedenheid | οὐδέν (ouden) = niets | ἐστιν (estin) = is | ἀλλὰ (alla) = maar | τήρησις (teresis) = het houden | ἐντολῶν (entolon) = van geboden | θεοῦ (theou) = van Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τήρησις ἐντολῶν θεοῦ (teresis entolon theou), ‘het houden van de geboden van Elohim’: het Grieks heeft na ‘maar’ geen werkwoord; wij houden de korte vorm. ἐντολή (entole), ‘gebod’. Vergelijk Gal. 5:6 (‘geloof dat door liefde werkzaam is’) en Gal. 6:15 (‘nieuwe schepping’). Voetnoot : Zie ook Gal. 5:6; Gal. 6:15. Zie ook: Gal 5:6; Gal 6:15 **7:20** Ieder moet blijven in de roeping waarin hij geroepen werd. Brontekst: ἕκαστος (hekastos) = ieder | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | κλήσει (klesei) = roeping | ᾗ (he) = waarin | ἐκλήθη (eklethe) = hij werd geroepen | ἐν (en) = in | ταύτῃ (taute) = deze | μενέτω (meneto) = laat blijven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κλῆσις (klesis), ‘roeping’: hier de toestand waarin iemand zich bevond toen Elohim hem riep (vers 17–24). μένω (meno), ‘blijven’. Zie ook: 1 Kor 7:17–24 **7:21** Ben je als knecht geroepen? Maak je daar geen zorgen over. Maar als je ook vrij kunt worden, maak daar dan liever gebruik van. Brontekst: Δοῦλος (Doulos) = knecht | ἐκλήθης (eklethes) = werd je geroepen | μή (me) = niet | σοι (soi) = je | μελέτω (meleto) = laat het een zorg zijn | ἀλλ’ (all’) = maar | εἰ (ei) = als | καὶ (kai) = ook | δύνασαι (dynasai) = je kunt | ἐλεύθερος (eleutheros) = vrij | γενέσθαι (genesthai) = worden | μᾶλλον (mallon) = liever | χρῆσαι (chresai) = maak gebruik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοῦλος (doulos), ‘knecht’; in de oude wereld ook ‘slaaf’. Het Grieks heeft χρῆσαι (chresai), ‘maak gebruik’ zonder voorwerp: het kan bedoelen ‘maak gebruik van de vrijheid’ of ‘maak liever gebruik van je toestand als knecht’. Wij houden de eerste lezing, maar het Grieks laat het open. ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrij’. **7:22** Want de knecht die in de Heer geroepen is, is een vrijgelatene van de Heer. Evenzo is de vrije die geroepen is, een knecht van de Messias. Brontekst: ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = Heer | κληθεὶς (kletheis) = geroepen | δοῦλος (doulos) = knecht | ἀπελεύθερος (apeleutheros) = vrijgelatene | κυρίου (kyriou) = van de Heer | ἐστίν (estin) = is | ὁμοίως (homoios) = evenzo | ὁ (ho) = de | ἐλεύθερος (eleutheros) = vrije | κληθεὶς (kletheis) = geroepen | δοῦλός (doulos) = knecht | ἐστιν (estin) = is | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπελεύθερος (apeleutheros), ‘vrijgelatene’: iemand die uit slavernij is vrijgelaten. ‘In de Heer’: Yeshua. ‘Knecht van de Messias’: δοῦλος Χριστοῦ (doulos Christou). **7:23** Jullie zijn voor een prijs gekocht. Word geen knechten van mensen. Brontekst: τιμῆς (times) = voor een prijs | ἠγοράσθητε (egorasthete) = jullie zijn gekocht | μὴ (me) = niet | γίνεσθε (ginesthe) = word | δοῦλοι (douloi) = knechten | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγοράζω (agorazo), ‘kopen’: zoals in 6:20. τιμή (time), ‘prijs’. Paulus noemt niet wat de prijs was. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 6:20. Zie ook: 1 Kor 6:20 **7:24** Ieder moet, broers, blijven in wat hij geroepen werd, bij Elohim. Brontekst: ἕκαστος (hekastos) = ieder | ἐν (en) = in | ᾧ (ho) = wat | ἐκλήθη (eklethe) = hij werd geroepen | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | μενέτω (meneto) = laat blijven | παρὰ (para) = bij | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: in het Grieks ook zusters in de gemeente. παρὰ θεῷ (para theo), ‘bij Elohim’: in Zijn tegenwoordigheid. ### Over de maagden **7:25** Over de maagden heb ik geen bevel van de Heer. Wel geef ik een mening, als iemand die door de Heer barmhartigheid heeft ontvangen om trouw te zijn. Brontekst: Περὶ (Peri) = over | δὲ (de) = maar | τῶν (ton) = de | παρθένων (parthenon) = maagden | ἐπιταγὴν (epitagen) = bevel | κυρίου (kyriou) = van de Heer | οὐκ (ouk) = niet | ἔχω (echo) = ik heb | γνώμην (gnomen) = mening | δὲ (de) = maar | δίδωμι (didomi) = ik geef | ὡς (hos) = als | ἠλεημένος (eleemenos) = barmhartigheid ontvangen hebbend | ὑπὸ (hypo) = door | κυρίου (kyriou) = de Heer | πιστὸς (pistos) = trouw | εἶναι (einai) = te zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρθένος (parthenos), ‘maagd’: een jonge, nog niet gehuwde vrouw. ἐπιταγὴν κυρίου (epitagen kyriou), ‘bevel van de Heer’. γνώμη (gnome), ‘mening, oordeel’. ἐλεέω (eleeo), ‘barmhartigheid bewijzen’. πιστός (pistos), ‘trouw’: zoals in 1 Kor. 4:2; een mens die men kan vertrouwen. Zie ook: 1 Kor 4:2 **7:26** Ik meen dus dat dit goed is vanwege de huidige nood: dat het goed is voor een mens zo te zijn. Brontekst: νομίζω (nomizo) = ik meen | οὖν (oun) = dus | τοῦτο (touto) = dit | καλὸν (kalon) = goed | ὑπάρχειν (hyparchein) = te zijn | διὰ (dia) = vanwege | τὴν (ten) = de | ἐνεστῶσαν (enestosan) = huidige | ἀνάγκην (ananken) = nood | ὅτι (hoti) = dat | καλὸν (kalon) = goed | ἀνθρώπῳ (anthropo) = voor een mens | τὸ (to) = het | οὕτως (houtos) = zo | εἶναι (einai) = te zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνάγκη (anagke), ‘nood’: ook ‘dwang’ of ‘benauwdheid’. ἐνεστῶσα (enestosa) betekent ‘aanwezig, huidig’. Het Grieks zegt niet wat de nood is; vers 29–31 spreken over de ingekorte tijd. τὸ οὕτως εἶναι (to houtos einai), ‘zo te zijn’: te blijven zoals men is, zie vers 27. Zie ook: 1 Kor 7:27; 1 Kor 7:29–31 **7:27** Ben je aan een vrouw gebonden? Zoek geen losmaking. Ben je van een vrouw losgemaakt? Zoek geen vrouw. Brontekst: δέδεσαι (dedesai) = je bent gebonden | γυναικί (gynaiki) = aan een vrouw | μὴ (me) = niet | ζήτει (zetei) = zoek | λύσιν (lysin) = losmaking | λέλυσαι (lelysai) = je bent losgemaakt | ἀπὸ (apo) = van | γυναικός (gynaikos) = een vrouw | μὴ (me) = niet | ζήτει (zetei) = zoek | γυναῖκα (gynaika) = een vrouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δέω (deo), ‘binden’; λύσις (lysis), ‘losmaking’; λύω (lyo), ‘losmaken’. ‘Losgemaakt van een vrouw’: het Grieks omvat wie nooit gehuwd was, gescheiden is of weduwnaar is. De woorden gelden voor de man, die hier wordt aangesproken (‘je’). **7:28** Maar ook als je trouwt, heb je niet gezondigd. En als de maagd trouwt, heeft zij niet gezondigd. Maar zulke mensen zullen verdrukking hebben in het vlees, en ik spaar jullie. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | γαμήσῃς (gameses) = je trouwt | οὐχ (ouch) = niet | ἥμαρτες (hemartes) = heb je gezondigd | καὶ (kai) = en | ἐὰν (ean) = als | γήμῃ (geme) = trouwt | ἡ (he) = de | παρθένος (parthenos) = maagd | οὐχ (ouch) = niet | ἥμαρτεν (hemarten) = heeft zij gezondigd | θλῖψιν (thlipsin) = verdrukking | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = in het | σαρκὶ (sarki) = vlees | ἕξουσιν (hexousin) = zullen hebben | οἱ (hoi) = de | τοιοῦτοι (toioutoi) = zulke mensen | ἐγὼ (ego) = ik | δὲ (de) = maar | ὑμῶν (hymon) = jullie | φείδομαι (pheidomai) = spaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἥμαρτες (hemartes), ‘je hebt gezondigd’. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking, benauwdheid’. ‘In het vlees’: σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier het aardse bestaan. φείδομαι (pheidomai), ‘sparen, ontzien’. ### De tijd is ingekort **7:29** Dit zeg ik, broers: de tijd is ingekort. Verder: opdat ook zij die een vrouw hebben, zijn alsof zij er geen hebben, Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | δέ (de) = maar | φημι (phemi) = zeg ik | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ὁ (ho) = de | καιρὸς (kairos) = tijd | συνεσταλμένος (synestalmenos) = ingekort | ἐστίν (estin) = is | τὸ (to) = het | λοιπὸν (loipon) = overige | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = zij die | ἔχοντες (echontes) = hebben | γυναῖκας (gynaikas) = vrouwen | ὡς (hos) = alsof | μὴ (me) = niet | ἔχοντες (echontes) = hebbend | ὦσιν (osin) = zij zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καιρός (kairos), ‘tijd’: een bepaald, vastgesteld tijdstip. συνεσταλμένος (synestalmenos), ‘ingekort’: letterlijk ‘samengetrokken’, zoals een zeil wordt opgehaald. τὸ λοιπόν (to loipon), ‘verder, voortaan’. De zin loopt door tot vers 31 met telkens ‘alsof niet’ (ὡς μή, hos me). Zie ook: 1 Kor 7:31 **7:30** en zij die huilen, alsof zij niet huilen, en zij die zich verheugen, alsof zij zich niet verheugen, en zij die kopen, alsof zij niets bezitten, Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = zij die | κλαίοντες (klaiontes) = huilen | ὡς (hos) = alsof | μὴ (me) = niet | κλαίοντες (klaiontes) = huilend | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = zij die | χαίροντες (chairontes) = zich verheugen | ὡς (hos) = alsof | μὴ (me) = niet | χαίροντες (chairontes) = zich verheugend | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = zij die | ἀγοράζοντες (agorazontes) = kopen | ὡς (hos) = alsof | μὴ (me) = niet | κατέχοντες (katechontes) = bezittend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατέχω (katecho), ‘vasthouden, bezitten’. De vijf voorbeelden (vrouw hebben, huilen, zich verheugen, kopen, de wereld gebruiken) beschrijven een houding: aan niets gebonden. **7:31** en zij die de wereld gebruiken, alsof zij die niet ten volle gebruiken. Want de gedaante van deze wereld gaat voorbij. Brontekst: καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = zij die | χρώμενοι (chromenoi) = gebruiken | τὸν (ton) = de | κόσμον (kosmon) = wereld | ὡς (hos) = alsof | μὴ (me) = niet | καταχρώμενοι (katachromenoi) = ten volle gebruikend | παράγει (paragei) = gaat voorbij | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = de | σχῆμα (schema) = gedaante | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | τούτου (toutou) = deze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: καταχράομαι (katachraomai), ‘volledig gebruiken’ of ‘misbruiken’: het voorvoegsel kata kan het gebruik versterken of er een negatieve kleur aan geven. Wij houden ‘ten volle gebruiken’; de betekenis is dat men zich niet laat meeslepen. σχῆμα (schema), ‘gedaante, uiterlijke vorm’. παράγω (parago), ‘voorbijgaan’. ### Zorgeloos voor de Heer **7:32** Ik wil dat jullie zonder zorgen zijn. De ongehuwde man is bezorgd voor de zaken van de Heer: hoe hij de Heer kan behagen. Brontekst: Θέλω (Thelo) = ik wil | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀμερίμνους (amerimnous) = zonder zorgen | εἶναι (einai) = te zijn | ὁ (ho) = de | ἄγαμος (agamos) = ongehuwde | μεριμνᾷ (merimna) = is bezorgd | τὰ (ta) = de dingen | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | πῶς (pos) = hoe | ἀρέσῃ (arese) = hij behaagt | τῷ (to) = de | κυρίῳ (kyrio) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀμέριμνος (amerimnos), ‘zonder zorgen’; μεριμνάω (merimnao), ‘bezorgd zijn’: hetzelfde woord als in Matt. 6:25–34 (‘maak je geen zorgen’). Wij houden ‘bezorgd zijn’ voor wat de eigen taak met zich meebrengt. ἀρέσκω (aresko), ‘behagen’. Voetnoot : Zie ook Matt. 6:25. Zie ook: Mat 6:25–34 **7:33** Maar de gehuwde man is bezorgd voor de zaken van de wereld: hoe hij zijn vrouw kan behagen, Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | γαμήσας (gamesas) = gehuwde | μεριμνᾷ (merimna) = is bezorgd | τὰ (ta) = de dingen | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | πῶς (pos) = hoe | ἀρέσῃ (arese) = hij behaagt | τῇ (te) = de | γυναικί (gynaiki) = vrouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De zaken van de wereld’ (τὰ τοῦ κόσμου, ta tou kosmou): het gewone dagelijkse leven, niet het kwaad. **7:34** en hij is verdeeld. Ook de ongehuwde vrouw en de maagd zijn bezorgd voor de zaken van de Heer, opdat zij heilig zijn in lichaam en geest. Maar de gehuwde vrouw is bezorgd voor de zaken van de wereld: hoe zij haar man kan behagen. Brontekst: καὶ (kai) = en | μεμέρισται (memeristai) = is verdeeld | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | ἡ (he) = de | ἄγαμος (agamos) = ongehuwde | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | παρθένος (parthenos) = maagd | μεριμνᾷ (merimna) = is bezorgd | τὰ (ta) = de dingen | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἵνα (hina) = opdat | ᾖ (e) = zij is | ἁγία (hagia) = heilig | καὶ (kai) = zowel | τῷ (to) = in het | σώματι (somati) = lichaam | καὶ (kai) = als | τῷ (to) = in de | πνεύματι (pneumati) = geest | ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | γαμήσασα (gamesasa) = gehuwde | μεριμνᾷ (merimna) = is bezorgd | τὰ (ta) = de dingen | τοῦ (tou) = van de | κόσμου (kosmou) = wereld | πῶς (pos) = hoe | ἀρέσῃ (arese) = zij behaagt | τῷ (to) = de | ἀνδρί (andri) = man Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μερίζω (merizo), ‘verdelen’: μεμέρισται (memeristai), ‘hij is verdeeld’. Het Grieks laat open of dit afsluit wat over de man is gezegd, of de volgende zin inleidt (‘verdeeld is ook de ongehuwde vrouw…’). De zin noemt ‘de ongehuwde vrouw en de maagd’ naast elkaar; het Grieks heeft één werkwoord. ‘Heilig in lichaam en geest’: ἁγία (hagia). **7:35** Dit zeg ik tot jullie eigen nut. Het is niet om jullie een strik om te doen, maar met het oog op wat betamelijk is en op ongestoorde toewijding aan de Heer. Brontekst: τοῦτο (touto) = dit | δὲ (de) = maar | πρὸς (pros) = met het oog op | τὸ (to) = het | ὑμῶν (hymon) = van jullie | αὐτῶν (auton) = zelf | σύμφορον (symphoron) = nut | λέγω (lego) = ik zeg | οὐχ (ouch) = niet | ἵνα (hina) = opdat | βρόχον (brochon) = strik | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἐπιβάλω (epibalo) = ik omdoe | ἀλλὰ (alla) = maar | πρὸς (pros) = met het oog op | τὸ (to) = het | εὔσχημον (euschemon) = betamelijke | καὶ (kai) = en | εὐπάρεδρον (euparedron) = toewijding | τῷ (to) = aan de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ἀπερισπάστως (aperispastos) = ongestoord Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βρόχος (brochos), ‘strik, lus’: een beeld uit de jacht: een lus waarmee dieren worden gevangen. εὔσχημον (euschemon), ‘betamelijk, welvoeglijk’. εὐπάρεδρος (euparedros), ‘vast aanwezig bij, toegewijd’ en ἀπερισπάστως (aperispastos), ‘ongestoord’: het verwante περισπάομαι (perispaomai) staat in Luc. 10:40 (‘in beslag genomen worden’). Voetnoot : Zie ook Luc. 10:40. Zie ook: Luc 10:40 ### De maagd en het huwelijk **7:36** Maar als iemand meent zich onbetamelijk te gedragen tegenover zijn maagd, als zij de bloei van haar leeftijd voorbij is, en het zo moet gebeuren, laat hij doen wat hij wil. Hij zondigt niet. Laat hen trouwen. Brontekst: Εἰ (Ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | ἀσχημονεῖν (aschemonein) = zich onbetamelijk te gedragen | ἐπὶ (epi) = tegenover | τὴν (ten) = de | παρθένον (parthenon) = maagd | αὐτοῦ (autou) = van hem | νομίζει (nomizei) = meent | ἐὰν (ean) = als | ᾖ (e) = zij is | ὑπέρακμος (hyperakmos) = voorbij de bloei | καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | ὀφείλει (opheilei) = het moet | γίνεσθαι (ginesthai) = gebeuren | ὃ (ho) = wat | θέλει (thelei) = hij wil | ποιείτω (poieito) = laat hij doen | οὐχ (ouch) = niet | ἁμαρτάνει (hamartanei) = hij zondigt | γαμείτωσαν (gameitosan) = laten zij trouwen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 36–38 zijn moeilijk. Het Grieks heeft ‘zijn maagd’ (τὴν παρθένον αὐτοῦ): dat kan een man zijn die verloofd is met zijn verloofde, of een vader (of voogd) met zijn dochter. De tekst zegt het niet; wij vertalen letterlijk. ἀσχημονέω (aschemoneo), ‘zich onbetamelijk gedragen’: hier misschien zijn verloofde niet laten trouwen. ὑπέρακμος (hyperakmos), ‘voorbij de bloei’: de leeftijd waarop trouwen gebruikelijk is. γαμείτωσαν (gameitosan), ‘laten zij trouwen’: meervoud, de twee. **7:37** Maar wie standvastig in zijn hart staat, geen dwang heeft maar gezag heeft over zijn eigen wil, zal goed doen. Hij heeft dit in zijn eigen hart besloten: zijn eigen maagd te bewaren. Brontekst: ὃς (hos) = wie | δὲ (de) = maar | ἕστηκεν (hesteken) = staat | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | καρδίᾳ (kardia) = hart | αὐτοῦ (autou) = zijn | ἑδραῖος (hedraios) = standvastig | μὴ (me) = niet | ἔχων (echon) = hebbend | ἀνάγκην (ananken) = dwang | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | δὲ (de) = maar | ἔχει (echei) = heeft | περὶ (peri) = over | τοῦ (tou) = de | ἰδίου (idiou) = eigen | θελήματος (thelematos) = wil | καὶ (kai) = en | τοῦτο (touto) = dit | κέκρικεν (kekriken) = heeft besloten | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | ἰδίᾳ (idia) = eigen | καρδίᾳ (kardia) = hart | τηρεῖν (terein) = te bewaren | τὴν (ten) = de | ἑαυτοῦ (heautou) = zijn eigen | παρθένον (parthenon) = maagd | καλῶς (kalos) = goed | ποιήσει (poiesei) = zal doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἑδραῖος (hedraios), ‘standvastig’; ἀνάγκη (anagke), ‘dwang’; ἐξουσία (exousia), ‘gezag’; θέλημα (thelema), ‘wil’. Het Grieks is hier één lange zin, die wij splitsen. τηρέω (tereo), ‘bewaren, in acht nemen’. **7:38** Zodat ook wie zijn maagd ten huwelijk geeft, goed doet, en wie haar niet ten huwelijk geeft, beter zal doen. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = die | γαμίζων (gamizon) = ten huwelijk geeft | τὴν (ten) = de | παρθένον (parthenon) = maagd | ἑαυτοῦ (heautou) = zijn eigen | καλῶς (kalos) = goed | ποιεῖ (poiei) = doet | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = die | μὴ (me) = niet | γαμίζων (gamizon) = ten huwelijk geeft | κρεῖσσον (kreisson) = beter | ποιήσει (poiesei) = zal doen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γαμίζω (gamizo), ‘ten huwelijk geven’: het werkwoord kan in dit gebruik ook ‘laten trouwen’ of ‘trouwen’ betekenen. Wij houden ‘ten huwelijk geven’. κρεῖσσον (kreisson), ‘beter’. ### De vrouw en haar man **7:39** Een vrouw is gebonden zolang haar man leeft. Maar als de man is ontslapen, is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, alleen in de Heer. Brontekst: Γυνὴ (Gyne) = vrouw | δέδεται (dedetai) = is gebonden | ἐφ’ (eph’) = voor | ὅσον (hoson) = zoveel | χρόνον (chronon) = tijd | ζῇ (ze) = hij leeft | ὁ (ho) = de | ἀνὴρ (aner) = man | αὐτῆς (autes) = haar | ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | κοιμηθῇ (koimethe) = is ontslapen | ὁ (ho) = de | ἀνήρ (aner) = man | ἐλευθέρα (eleuthera) = vrij | ἐστὶν (estin) = is | ᾧ (ho) = met wie | θέλει (thelei) = zij wil | γαμηθῆναι (gamethenai) = te trouwen | μόνον (monon) = alleen | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’: letterlijk ‘in slaap vallen’, een omschrijving voor sterven. ‘Alleen in de Heer’ (μόνον ἐν κυρίῳ, monon en kyrio): met een gelovige. Voetnoot : Zie ook Rom. 7:2–3. Zie ook: Rom 7:2–3 **7:40** Gelukkiger is zij als zij zo blijft, naar mijn mening. Maar ik meen dat ook ik de Geest van Elohim heb. Brontekst: μακαριωτέρα (makariotera) = gelukkiger | δέ (de) = maar | ἐστιν (estin) = is zij | ἐὰν (ean) = als | οὕτως (houtos) = zo | μείνῃ (meine) = zij blijft | κατὰ (kata) = volgens | τὴν (ten) = de | ἐμὴν (emen) = mijn | γνώμην (gnomen) = mening | δοκῶ (doko) = ik meen | δὲ (de) = maar | κἀγὼ (kago) = ook ik | πνεῦμα (pneuma) = Geest | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἔχειν (echein) = te hebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακαριωτέρα (makariotera), ‘gelukkiger’: van het woord voor ‘gelukkig’ in Matt. 5:3. Paulus zegt ‘naar mijn mening’ (γνώμη, gnome) en sluit af met δοκέω (dokeo), ‘menen’: ‘ik meen dat ook ik de Geest van Elohim heb’. Het Grieks heeft geen lidwoord bij πνεῦμα θεοῦ; wij schrijven ‘de Geest van Elohim’. Zie ook: Mat 5:3 ## 1 Korintiërs 8 _Offervlees, kennis en liefde_ ### Over het offervlees: kennis en liefde **8:1** Over het offervlees: ‘Wij weten dat wij allen kennis hebben.’ De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde bouwt op. Brontekst: Περὶ (Peri) = over | δὲ (de) = maar | τῶν (ton) = het | εἰδωλοθύτων (eidolothyton) = offervlees | οἴδαμεν (oidamen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | πάντες (pantes) = allen | γνῶσιν (gnosin) = kennis | ἔχομεν (echomen) = wij hebben | ἡ (he) = de | γνῶσις (gnosis) = kennis | φυσιοῖ (physioi) = maakt opgeblazen | ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | ἀγάπη (agape) = liefde | οἰκοδομεῖ (oikodomei) = bouwt op Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰδωλόθυτον (eidolothyton), ‘offervlees’: letterlijk ‘aan een afgod geofferd’; vlees van dieren die voor een afgod zijn geslacht. Het Griekse woord staat hier in het meervoud (εἰδωλόθυτα). γνῶσις (gnosis), ‘kennis’. φυσιόω (physioo), ‘opblazen’: zoals in 5:2. οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’: letterlijk ‘een huis bouwen’. De woorden ‘wij weten dat wij allen kennis hebben’ lijken een uitspraak van de Korintiërs te zijn; Paulus antwoordt direct met ‘De kennis maakt opgeblazen’. Het Grieks heeft geen aanhalingstekens; wij zetten enkele aanhalingstekens ‘…’ om dit zichtbaar te maken, zoals bij de andere leuzen in de brief (6:12–13; 7:1; 8:4). ἀγάπη (agape), ‘liefde’. **8:2** Als iemand meent iets te hebben gekend, dan heeft hij nog niet gekend zoals hij moet kennen. Brontekst: εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | δοκεῖ (dokei) = meent | ἐγνωκέναι (egnokenai) = gekend te hebben | τι (ti) = iets | οὔπω (oupo) = nog niet | ἔγνω (egno) = heeft gekend | καθὼς (kathos) = zoals | δεῖ (dei) = het moet | γνῶναι (gnonai) = te kennen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκέω (dokeo), ‘menen’, ‘denken dat’. γινώσκω (ginosko), ‘kennen’: vergelijk οἶδα (oida), ‘weten’ in vers 1 en 4; wij houden het verschil tussen ‘weten’ en ‘kennen’. Zie ook: 1 Kor 8:1; 1 Kor 8:4 **8:3** Maar als iemand Elohim liefheeft, die is door Hem gekend. Brontekst: εἰ (ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | ἀγαπᾷ (agapa) = liefheeft | τὸν (ton) = de | θεόν (theon) = Elohim | οὗτος (houtos) = deze | ἔγνωσται (egnostai) = is gekend | ὑπ’ (hyp’) = door | αὐτοῦ (autou) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ἔγνωσται ὑπ’ αὐτοῦ (egnostai hyp’ autou), ‘is door Hem gekend’: Elohim kent hem. Vergelijk Gal. 4:9, ‘gekend door Elohim’. Voetnoot : Zie ook Gal. 4:9. Zie ook: Gal 4:9 ### Er is één Elohim en één Heer **8:4** Over het eten van het offervlees dan: ‘Wij weten dat een afgod in de wereld niets is, en dat er geen Elohim is behalve één.’ Brontekst: Περὶ (Peri) = over | τῆς (tes) = het | βρώσεως (broseos) = eten | οὖν (oun) = dus | τῶν (ton) = van het | εἰδωλοθύτων (eidolothyton) = offervlees | οἴδαμεν (oidamen) = wij weten | ὅτι (hoti) = dat | οὐδὲν (ouden) = niets | εἴδωλον (eidolon) = afgod | ἐν (en) = in | κόσμῳ (kosmo) = wereld | καὶ (kai) = en | ὅτι (hoti) = dat | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | θεὸς (theos) = Elohim | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | εἷς (heis) = één Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βρῶσις (brosis), ‘eten’; εἴδωλον (eidolon), ‘afgod’: een beeld of de godheid die het voorstelt. οὐδὲν εἴδωλον ἐν κόσμῳ (ouden eidolon en kosmo), letterlijk ‘niets een afgod in de wereld’: wij lezen ‘een afgod is niets’; het kan ook betekenen ‘er is geen afgod als werkelijkheid in de wereld’. Ook de woorden ‘wij weten dat …’ lijken een uitspraak van de Korintiërs aan te halen, zoals in vers 1; wij zetten ze tussen enkele aanhalingstekens. Paulus stemt in vers 6 met de inhoud in. ‘Er is geen Elohim behalve één’ klinkt als de belijdenis van Deut. 6:4. Voetnoot : Zie ook Deut. 6:4. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier het woord ‘θεός’ (theos), ‘Elohim’: in sommige handschriften staat een andere lezing. Wij volgen de SBLGNT. Zie ook: Deut 6:4; 1 Kor 8:1; 1 Kor 8:6 **8:5** Want ook al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op aarde, zoals er vele goden zijn en vele heren, Brontekst: καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | εἴπερ (eiper) = als | εἰσὶν (eisin) = zijn | λεγόμενοι (legomenoi) = zogenaamde | θεοὶ (theoi) = goden | εἴτε (eite) = hetzij | ἐν (en) = in | οὐρανῷ (ourano) = de hemel | εἴτε (eite) = hetzij | ἐπὶ (epi) = op | γῆς (ges) = aarde | ὥσπερ (hosper) = zoals | εἰσὶν (eisin) = zijn | θεοὶ (theoi) = goden | πολλοὶ (polloi) = vele | καὶ (kai) = en | κύριοι (kyrioi) = heren | πολλοί (polloi) = vele Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θεοί (theoi), ‘goden’: wij schrijven kleine letter, want het gaat om wat men ‘god’ noemt. λεγόμενοι (legomenoi), ‘zogenaamd’, letterlijk ‘genoemd’. κύριοι (kyrioi), ‘heren’: kleine letter, de heren van de volken. εἴπερ (eiper), ‘ook al’, ‘als althans’. **8:6** toch is er voor ons één Elohim, de Vader, uit Wie alles is en wij voor Hem. En voor ons is er één Heer, Yeshua de Messias, door Wie alles is en wij door Hem. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ἡμῖν (hemin) = voor ons | εἷς (heis) = één | θεὸς (theos) = Elohim | ὁ (ho) = de | πατήρ (pater) = Vader | ἐξ (ex) = uit | οὗ (hou) = Wie | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | καὶ (kai) = en | ἡμεῖς (hemeis) = wij | εἰς (eis) = voor | αὐτόν (auton) = Hem | καὶ (kai) = en | εἷς (heis) = één | κύριος (kyrios) = Heer | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | Χριστός (Christos) = de Messias | δι’ (di’) = door | οὗ (hou) = Wie | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | καὶ (kai) = en | ἡμεῖς (hemeis) = wij | δι’ (di’) = door | αὐτοῦ (autou) = Hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De zin heeft geen werkwoorden bij ‘uit Wie alles’ en ‘door Wie alles’; wij schrijven ‘is’ en ‘is er’ erbij, zoals het Nederlands vraagt. ‘Elohim, de Vader’ en ‘één Heer, Yeshua de Messias’ staan naast elkaar; dit lijkt op de belijdenis van Deut. 6:4 (‘Yahweh is één’), waarin het gaat om de enige Elohim. ἐξ οὗ (ex hou), ‘uit Wie’; δι’ οὗ (di’ hou), ‘door Wie’; εἰς αὐτόν (eis auton), ‘voor/naar Hem toe’. Voetnoot : Zie ook Deut. 6:4; Joh. 1:3. Zie ook: Deut 6:4; Joh 1:3 ### Het zwakke geweten **8:7** Maar niet in allen is de kennis. Sommigen, die tot nu toe aan de afgod gewend zijn, eten het als offervlees, en hun geweten, dat zwak is, wordt bevlekt. Brontekst: Ἀλλ’ (All’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = allen | ἡ (he) = de | γνῶσις (gnosis) = kennis | τινὲς (tines) = sommigen | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = door de | συνηθείᾳ (synetheia) = gewoonte | ἕως (heos) = tot | ἄρτι (arti) = nu | τοῦ (tou) = van de | εἰδώλου (eidolou) = afgod | ὡς (hos) = als | εἰδωλόθυτον (eidolothyton) = offervlees | ἐσθίουσιν (esthiousin) = eten | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = het | συνείδησις (syneidesis) = geweten | αὐτῶν (auton) = van hen | ἀσθενὴς (asthenes) = zwak | οὖσα (ousa) = zijnde | μολύνεται (molynetai) = wordt bevlekt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συνήθεια (synetheia), ‘gewoonte’. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’: letterlijk ‘mede-weten’, het innerlijk besef van goed en kwaad; wij houden ‘geweten’ overal in dit en het volgende hoofdstuk. ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’. μολύνω (molyno), ‘bevlekken’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier het woord ‘συνηθείᾳ’ (synetheia), ‘gewoonte’: in sommige handschriften staat een andere lezing. Wij volgen de SBLGNT. **8:8** Voedsel zal ons niet voor Elohim stellen. Want wij hebben geen overvloed als wij eten, en komen niets tekort als wij niet eten. Brontekst: βρῶμα (broma) = voedsel | δὲ (de) = maar | ἡμᾶς (hemas) = ons | οὐ (ou) = niet | παραστήσει (parastesei) = zal voorstellen | τῷ (to) = aan de | θεῷ (theo) = Elohim | οὔτε (oute) = noch | γὰρ (gar) = want | ἐὰν (ean) = als | φάγωμεν (phagomen) = wij eten | περισσεύομεν (perisseuomen) = hebben wij overvloed | οὔτε (oute) = noch | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | φάγωμεν (phagomen) = wij eten | ὑστερούμεθα (hysteroumetha) = komen wij tekort Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βρῶμα (broma), ‘voedsel, spijs’. παρίστημι (paristemi), ‘voor iemand stellen’: voor Elohim brengen, voorstellen. περισσεύω (perisseuo), ‘overvloed hebben’; ὑστερέω (hystereo), ‘tekortkomen’. ### Pas op voor het struikelblok **8:9** Maar pas op dat dit recht van jullie niet een struikelblok wordt voor de zwakken. Brontekst: βλέπετε (blepete) = pas op | δὲ (de) = maar | μή (me) = dat niet | πως (pos) = misschien | ἡ (he) = de | ἐξουσία (exousia) = recht | ὑμῶν (hymon) = van jullie | αὕτη (haute) = deze | πρόσκομμα (proskomma) = struikelblok | γένηται (genetai) = wordt | τοῖς (tois) = voor de | ἀσθενέσιν (asthenesin) = zwakken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξουσία (exousia), ‘recht, bevoegdheid’: hier de vrijheid van wie kennis heeft. πρόσκομμα (proskomma), ‘struikelblok’: iets waaraan men zijn voet stoot; het woord staat dicht bij σκάνδαλον (skandalon) van vers 13. ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’. Zie ook: 1 Kor 8:13 **8:10** Want als iemand jou, die kennis heeft, in een afgodentempel aan tafel ziet, zal dan zijn geweten, terwijl hij zwak is, niet opgebouwd worden om het offervlees te eten? Brontekst: ἐὰν (ean) = als | γάρ (gar) = want | τις (tis) = iemand | ἴδῃ (ide) = ziet | σὲ (se) = jou | τὸν (ton) = die | ἔχοντα (echonta) = heeft | γνῶσιν (gnosin) = kennis | ἐν (en) = in | εἰδωλείῳ (eidoleio) = afgodentempel | κατακείμενον (katakeimenon) = aan tafel liggend | οὐχὶ (ouchi) = niet | ἡ (he) = het | συνείδησις (syneidesis) = geweten | αὐτοῦ (autou) = van hem | ἀσθενοῦς (asthenous) = zwak | ὄντος (ontos) = zijnde | οἰκοδομηθήσεται (oikodomethesetai) = zal opgebouwd worden | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | τὰ (ta) = het | εἰδωλόθυτα (eidolothyta) = offervlees | ἐσθίειν (esthiein) = te eten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰδωλεῖον (eidoleion), ‘afgodentempel’: een gebouw voor een afgod. κατάκειμαι (katakeimai), ‘aan tafel liggen’: in de oudheid lag men bij het eten. οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’: hetzelfde woord als in vers 1, hier ironisch gebruikt. Het Grieks heeft σέ (se), ‘jou’, enkelvoud: Paulus spreekt hier één persoon aan die kennis heeft. Zie ook: 1 Kor 8:1 **8:11** Want door jouw kennis gaat de zwakke verloren, de broer omwille van wie de Messias gestorven is. Brontekst: ἀπόλλυται (apollytai) = gaat verloren | γὰρ (gar) = want | ὁ (ho) = de | ἀσθενῶν (asthenon) = zwakke | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | σῇ (se) = jouw | γνώσει (gnosei) = kennis | ὁ (ho) = de | ἀδελφὸς (adelphos) = broer | δι’ (di’) = omwille van | ὃν (hon) = wie | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἀπέθανεν (apethanen) = is gestorven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπόλλυμι (apollymi), ‘verloren laten gaan, omkomen’. Het Grieks heeft de tegenwoordige tijd: ‘de zwakke gaat verloren’. ‘De broer omwille van wie de Messias gestorven is’: het Grieks noemt de zwakke uitdrukkelijk ‘broer’. **8:12** Door zo te zondigen tegen de broers en hun zwakke geweten te slaan, zondigen jullie tegen de Messias. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | δὲ (de) = maar | ἁμαρτάνοντες (hamartanontes) = zondigend | εἰς (eis) = tegen | τοὺς (tous) = de | ἀδελφοὺς (adelphous) = broers | καὶ (kai) = en | τύπτοντες (typtontes) = slaand | αὐτῶν (auton) = hun | τὴν (ten) = het | συνείδησιν (syneidesin) = geweten | ἀσθενοῦσαν (asthenousan) = zwak | εἰς (eis) = tegen | Χριστὸν (Christon) = de Messias | ἁμαρτάνετε (hamartanete) = zondigen jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τύπτω (typto), ‘slaan, treffen’: het geweten wordt als het ware geslagen. Wie de broers zo behandelt, zondigt volgens Paulus ‘tegen de Messias’. Ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Grieks omvat ook de zusters in de gemeente. **8:13** Daarom: als voedsel mijn broer doet struikelen, zal ik beslist nooit meer vlees eten, opdat ik mijn broer niet doe struikelen. Brontekst: διόπερ (dioper) = daarom | εἰ (ei) = als | βρῶμα (broma) = voedsel | σκανδαλίζει (skandalizei) = doet struikelen | τὸν (ton) = de | ἀδελφόν (adelphon) = broer | μου (mou) = mijn | οὐ (ou) = niet | μὴ (me) = beslist | φάγω (phago) = ik zal eten | κρέα (krea) = vlees | εἰς (eis) = tot | τὸν (ton) = de | αἰῶνα (aiona) = eeuwigheid | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | τὸν (ton) = de | ἀδελφόν (adelphon) = broer | μου (mou) = mijn | σκανδαλίσω (skandaliso) = ik doe struikelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σκανδαλίζω (skandalizo), ‘doen struikelen’: van σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. κρέα (krea), ‘vlees’: hier vlees in het algemeen. εἰς τὸν αἰῶνα (eis ton aiona), ‘tot in eeuwigheid’: wij schrijven ‘nooit meer’. Voetnoot : Zie ook Mark. 9:42; Rom. 14:21. Zie ook: Mar 9:42; Rom 14:21 ## 1 Korintiërs 9 _Het recht van de apostel en zijn afstand ervan: allen alles geworden, de wedstrijd_ ### Het recht van de apostel **9:1** Ben ik niet vrij? Ben ik niet een apostel? Heb ik Yeshua, onze Heer, niet gezien? Zijn jullie niet mijn werk in de Heer? Brontekst: Οὐκ (Ouk) = niet | εἰμὶ (eimi) = ben ik | ἐλεύθερος (eleutheros) = vrij | οὐκ (ouk) = niet | εἰμὶ (eimi) = ben ik | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | οὐχὶ (ouchi) = niet | Ἰησοῦν (Iesoun) = Yeshua | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | ἑόρακα (heoraka) = heb ik gezien | οὐ (ou) = niet | τὸ (to) = het | ἔργον (ergon) = werk | μου (mou) = mijn | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐστε (este) = zijn | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrij’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἑόρακα (heoraka), ‘ik heb gezien’: de Griekse tijd wijst op een gebeurtenis die blijvend is. Paulus bedoelt zijn ontmoeting met de verrezen Yeshua; zie 1 Kor. 15:8 en Hand. 9:3–6. ἔργον (ergon), ‘werk’. ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’: de Heer is Yeshua. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 15:8; Hand. 9:3–6; Gal. 1:1. Zie ook: Hand 9:3–6; Gal 1:1; 1 Kor 15:8 **9:2** Als ik voor anderen geen apostel ben, dan ben ik het toch zeker voor jullie. Want jullie zijn in de Heer het zegel van mijn apostelschap. Brontekst: εἰ (ei) = als | ἄλλοις (allois) = voor anderen | οὐκ (ouk) = niet | εἰμὶ (eimi) = ben ik | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | ἀλλά (alla) = maar | γε (ge) = toch | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | εἰμι (eimi) = ben ik het | ἡ (he) = het | γὰρ (gar) = want | σφραγίς (sphragis) = zegel | μου (mou) = van mij | τῆς (tes) = van het | ἀποστολῆς (apostoles) = apostelschap | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐστε (este) = zijn | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σφραγίς (sfragis), ‘zegel’: een stempel die echtheid aantoont. De gemeente in Korinte bewijst dat Paulus’ apostelschap echt is. **9:3** Dit is mijn verdediging tegenover wie mij onderzoeken. Brontekst: Ἡ (He) = de | ἐμὴ (eme) = mijn | ἀπολογία (apologia) = verdediging | τοῖς (tois) = tegenover wie | ἐμὲ (eme) = mij | ἀνακρίνουσίν (anakrinousin) = onderzoeken | ἐστιν (estin) = is | αὕτη (haute) = dit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπολογία (apologia), ‘verdediging’. ἀνακρίνω (anakrino), ‘onderzoeken’: ook ‘ondervragen, ter verantwoording roepen’; zo ook in 1 Kor. 2:14–15 en 4:3–4. Zie ook: 1 Kor 2:14–15; 1 Kor 4:3 **9:4** Hebben wij dan niet het recht om te eten en te drinken? Brontekst: μὴ (me) = dan | οὐκ (ouk) = niet | ἔχομεν (echomen) = hebben wij | ἐξουσίαν (exousian) = recht | φαγεῖν (phagein) = te eten | καὶ (kai) = en | πεῖν (pein) = te drinken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξουσία (exousia), ‘recht’: ook ‘bevoegdheid, vrijheid, gezag’. Het woord staat in dit hoofdstuk in de verzen 4, 5, 6, 12 en 18 en betekent steeds het recht dat Paulus als apostel heeft. Wij houden ‘recht’ waar het om een bevoegdheid gaat (ook 8:9) en ‘gezag’ waar het om zeggenschap gaat (11:10; 15:24). μὴ οὐκ (me ouk) leidt een vraag in waarop het antwoord ‘ja’ moet zijn. Paulus zegt hier ‘wij’, ook in de verzen 5, 6, 11 en 12; vanaf vers 15 zegt hij ‘ik’. Zie ook: 1 Kor 9:15 **9:5** Hebben wij dan niet het recht om een zuster als vrouw mee te nemen, zoals ook de andere apostelen en de broers van de Heer en Kefas? Brontekst: μὴ (me) = dan | οὐκ (ouk) = niet | ἔχομεν (echomen) = hebben wij | ἐξουσίαν (exousian) = recht | ἀδελφὴν (adelphen) = een zuster | γυναῖκα (gynaika) = als vrouw | περιάγειν (periagein) = mee te nemen | ὡς (hos) = zoals | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | λοιποὶ (loipoi) = andere | ἀπόστολοι (apostoloi) = apostelen | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἀδελφοὶ (adelphoi) = broers | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | καὶ (kai) = en | Κηφᾶς (Kephas) = Kefas Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφὴν γυναῖκα (adelfen gynaika), ‘een zuster als vrouw’: een gelovige vrouw als echtgenote. Het Grieks kan ook ‘een zuster, een vrouw’ betekenen. περιάγω (periago), ‘meenemen, rondvoeren’. Κηφᾶς (Kefas) is de Aramese naam, ‘rots’, van Petrus. ‘De broers van de Heer’ zijn de broers van Yeshua. Voetnoot : Zie ook Matt. 13:55; Mark. 6:3; Joh. 7:5; Gal. 1:19. Zie ook: Mat 13:55; Mar 6:3; Joh 7:5; Gal 1:19 **9:6** Of hebben alleen ik en Barnabas niet het recht om niet te werken? Brontekst: ἢ (e) = of | μόνος (monos) = alleen | ἐγὼ (ego) = ik | καὶ (kai) = en | Βαρναβᾶς (Barnabas) = Barnabas | οὐκ (ouk) = niet | ἔχομεν (echomen) = hebben wij | ἐξουσίαν (exousian) = recht | μὴ (me) = niet | ἐργάζεσθαι (ergazesthai) = te werken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Barnabas is Paulus’ metgezel in Handelingen. Voetnoot : Zie ook Hand. 4:36; Hand. 13:2; Gal. 2:1. Zie ook: Hand 4:36; Hand 13:2; Gal 2:1 **9:7** Wie dient ooit als soldaat op eigen kosten? Wie plant een wijngaard en eet niet van zijn vrucht? Wie weidt een kudde en eet niet van de melk van de kudde? Brontekst: τίς (tis) = wie | στρατεύεται (strateuetai) = dient als soldaat | ἰδίοις (idiois) = op eigen | ὀψωνίοις (opsoniois) = kosten | ποτέ (pote) = ooit | τίς (tis) = wie | φυτεύει (phyteuei) = plant | ἀμπελῶνα (ampelona) = wijngaard | καὶ (kai) = en | τὸν (ton) = de | καρπὸν (karpon) = vrucht | αὐτοῦ (autou) = ervan | οὐκ (ouk) = niet | ἐσθίει (esthiei) = eet | τίς (tis) = wie | ποιμαίνει (poimainei) = weidt | ποίμνην (poimnen) = kudde | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = de | γάλακτος (galaktos) = melk | τῆς (tes) = van de | ποίμνης (poimnes) = kudde | οὐκ (ouk) = niet | ἐσθίει (esthiei) = eet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὀψώνιον (opsonion), ‘soldij’: het loon of onderhoud van een soldaat; ‘op eigen kosten’ is: zelf de soldij betalen. ποιμαίνω (poimaino), ‘weiden’: een kudde hoeden. **9:8** Zeg ik dit naar menselijke maat? Of zegt de wet dit ook niet? Brontekst: Μὴ (Me) = niet | κατὰ (kata) = naar | ἄνθρωπον (anthropon) = mens | ταῦτα (tauta) = dit | λαλῶ (lalo) = zeg ik | ἢ (e) = of | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | ταῦτα (tauta) = dit | οὐ (ou) = niet | λέγει (legei) = zegt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘naar menselijke maat’: zoals mensen redeneren. νόμος (nomos), ‘wet’: hier de tora, de eerste vijf boeken en het onderwijs van Mozes. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:15. Zie ook: Gal 3:15 **9:9** Want in de wet van Mozes staat geschreven: „Je mag een dorsende stier niet muilbanden.” Is Elohim soms bezorgd om de stieren? Brontekst: ἐν (en) = in | γὰρ (gar) = want | τῷ (to) = de | Μωϋσέως (Moyseos) = van Mozes | νόμῳ (nomo) = wet | γέγραπται (gegraptai) = is geschreven | Οὐ (Ou) = niet | κημώσεις (kemoseis) = zult muilbanden | βοῦν (boun) = stier | ἀλοῶντα (aloonta) = dorsend | μὴ (me) = soms | τῶν (ton) = de | βοῶν (boon) = stieren | μέλει (melei) = is bezorgd | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Deut. 25:4. Ons Hebreeuws heeft: ‘Je mag een stier niet muilbanden als hij aan het dorsen is’. De Griekse tekst heeft: ‘Je mag een dorsende stier niet muilbanden’. κημόω (kemoo), ‘muilbanden’: de bek dichtbinden. μέλει (melei), ‘bezorgd zijn om’. De vraag verwacht ‘nee’: Paulus bedoelt dat het gebod meer dan de dieren raakt. Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan. Voetnoot : Zie ook Deut. 25:4. Zie ook: Deut 25:4 **9:10** Of zegt Hij het zeker ter wille van ons? Want ter wille van ons is het geschreven dat de ploeger moet ploegen in hoop, en de dorser in de hoop deel te krijgen. Brontekst: ἢ (e) = of | δι’ (di’) = ter wille van | ἡμᾶς (hemas) = ons | πάντως (pantos) = zeker | λέγει (legei) = zegt Hij | δι’ (di’) = ter wille van | ἡμᾶς (hemas) = ons | γὰρ (gar) = want | ἐγράφη (egraphe) = is geschreven | ὅτι (hoti) = dat | ὀφείλει (opheilei) = moet | ἐπ’ (ep’) = in | ἐλπίδι (elpidi) = hoop | ὁ (ho) = de | ἀροτριῶν (arotrion) = ploeger | ἀροτριᾶν (arotrian) = ploegen | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | ἀλοῶν (aloon) = dorser | ἐπ’ (ep’) = in | ἐλπίδι (elpidi) = hoop | τοῦ (tou) = de | μετέχειν (metechein) = deel te hebben Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft bij ‘Hij zegt het’ geen onderwerp; wij lezen Elohim, de gever van de wet. πάντως (pantos), ‘zeker, in elk geval’. ἀροτριάω (arotriao), ‘ploegen’; ἀλοάω (aloao), ‘dorsen’. Het Grieks laat het werkwoord bij ‘de dorser’ weg; wij laten het ook weg. μετέχω (metecho), ‘deelhebben’: een deel van de opbrengst krijgen. **9:11** Als wij voor jullie het geestelijke gezaaid hebben, is het dan veel als wij van jullie het vleselijke zullen oogsten? Brontekst: εἰ (ei) = als | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | τὰ (ta) = het | πνευματικὰ (pneumatika) = geestelijke | ἐσπείραμεν (espeiramen) = hebben gezaaid | μέγα (mega) = veel | εἰ (ei) = als | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ὑμῶν (hymon) = van jullie | τὰ (ta) = het | σαρκικὰ (sarkika) = vleselijke | θερίσομεν (therisomen) = zullen oogsten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνευματικά (pneumatika), ‘het geestelijke’: wat de Geest geeft, de boodschap. σαρκικά (sarkika), ‘het vleselijke’: wat bij het vlees hoort, de aardse en stoffelijke dingen zoals eten en geld; σάρξ (sarx), ‘vlees’. σπείρω (speiro), ‘zaaien’; θερίζω (therizo), ‘oogsten’. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:6–8. Zie ook: Gal 6:6–8 **9:12** Als anderen aan dit recht op jullie deelhebben, wij dan niet nog meer? Maar wij hebben van dit recht geen gebruik gemaakt. Wij verdragen alles, om de goede boodschap van de Messias geen hindernis in de weg te leggen. Brontekst: εἰ (ei) = als | ἄλλοι (alloi) = anderen | τῆς (tes) = het | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐξουσίας (exousias) = recht | μετέχουσιν (metechousin) = deelhebben | οὐ (ou) = niet | μᾶλλον (mallon) = meer | ἡμεῖς (hemeis) = wij | Ἀλλ’ (All’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐχρησάμεθα (echresametha) = hebben gebruikt | τῇ (te) = het | ἐξουσίᾳ (exousia) = recht | ταύτῃ (taute) = dit | ἀλλὰ (alla) = maar | πάντα (panta) = alles | στέγομεν (stegomen) = verdragen wij | ἵνα (hina) = opdat | μή (me) = niet | τινα (tina) = enige | ἐγκοπὴν (enkopen) = hindernis | δῶμεν (domen) = wij geven | τῷ (to) = aan de | εὐαγγελίῳ (euangelio) = goede boodschap | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξουσία (exousia), ‘recht’: zie vers 4. στέγω (stego), ‘verdragen’: ook ‘dichthouden, dekken’. ἐγκοπή (enkope), ‘hindernis’: een belemmering in de weg. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 9:15; 1 Kor. 9:18. Zie ook: 1 Kor 9:4; 1 Kor 9:15; 1 Kor 9:18 **9:13** Weten jullie niet dat wie de heilige diensten verrichten, eten van wat van de tempel is? En dat wie bij het altaar dienen, met het altaar delen? Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | οἱ (hoi) = wie | τὰ (ta) = de | ἱερὰ (hiera) = heilige diensten | ἐργαζόμενοι (ergazomenoi) = verrichten | τὰ (ta) = het | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = de | ἱεροῦ (hierou) = tempel | ἐσθίουσιν (esthiousin) = eten | οἱ (hoi) = wie | τῷ (to) = bij het | θυσιαστηρίῳ (thysiasterio) = altaar | παρεδρεύοντες (paredreuontes) = dienen | τῷ (to) = met het | θυσιαστηρίῳ (thysiasterio) = altaar | συμμερίζονται (symmerizontai) = delen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἱερά (hiera), ‘heilige diensten’: de heilige dingen en taken van de tempel; ἱερόν (hieron), ‘tempel’. θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’. συμμερίζομαι (symmerizomai), ‘samen delen’: de dienaars van het altaar krijgen een deel van de offers. Voetnoot : Zie ook Lev. 7:6; Num. 18:8; Num. 18:31; Deut. 18:1; Deut. 18:3. Zie ook: Lev 7:6; Num 18:8; Num 18:31; Deut 18:1; Deut 18:3 **9:14** Zo heeft ook de Heer bevolen dat wie de goede boodschap verkondigen, van de goede boodschap leven. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | διέταξεν (dietaxen) = heeft bevolen | τοῖς (tois) = aan wie | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | καταγγέλλουσιν (katangellousin) = verkondigen | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | εὐαγγελίου (euangeliou) = goede boodschap | ζῆν (zen) = te leven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διατάσσω (diatasso), ‘bevelen’. καταγγέλλω (katangello), ‘verkondigen’. Paulus verwijst naar een gebod van Yeshua en haalt Zijn woorden niet letterlijk aan; daarom staat dit vers zwart. Voetnoot : Zie ook Luc. 10:7; Matt. 10:10. Zie ook: Mat 10:10; Luc 10:7 ### Paulus gebruikt dit recht niet **9:15** Maar ik heb van niets hiervan gebruik gemaakt. Ik heb dit ook niet geschreven opdat het zo met mij gebeurt. Want het is voor mij beter te sterven dan … Niemand zal mijn roem ledig maken. Brontekst: Ἐγὼ (Ego) = ik | δὲ (de) = maar | οὐ (ou) = niet | κέχρημαι (kechremai) = heb gebruikt | οὐδενὶ (oudeni) = niets | τούτων (touton) = hiervan | οὐκ (ouk) = niet | ἔγραψα (egrapsa) = heb ik geschreven | δὲ (de) = maar | ταῦτα (tauta) = dit | ἵνα (hina) = opdat | οὕτως (houtos) = zo | γένηται (genetai) = gebeurt | ἐν (en) = bij | ἐμοί (emoi) = mij | καλὸν (kalon) = goed | γάρ (gar) = want | μοι (moi) = voor mij | μᾶλλον (mallon) = meer | ἀποθανεῖν (apothanein) = te sterven | ἤ (e) = dan | τὸ (to) = de | καύχημά (kauchema) = roem | μου (mou) = mijn | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | κενώσει (kenosei) = zal ledig maken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κέχρημαι (kechremai), ‘ik heb gebruik gemaakt’. καύχημα (kauchema), ‘roem’. De Griekse zin breekt na ‘dan’ af en gaat verder met een nieuwe zin; wij laten de breuk zien met ‘…’ en zetten ‘niemand’ in de nieuwe zin voorop. κενόω (kenoo), ‘ledig maken’: tot niets maken. **9:16** Want als ik de goede boodschap breng, is dat voor mij geen reden tot roem. Want een dwang ligt op mij. Want wee mij als ik de goede boodschap niet breng! Brontekst: ἐὰν (ean) = als | γὰρ (gar) = want | εὐαγγελίζωμαι (euangelizomai) = ik de goede boodschap breng | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | μοι (moi) = voor mij | καύχημα (kauchema) = roem | ἀνάγκη (ananke) = dwang | γάρ (gar) = want | μοι (moi) = voor mij | ἐπίκειται (epikeitai) = ligt op | οὐαὶ (ouai) = wee | γάρ (gar) = want | μοί (moi) = mij | ἐστιν (estin) = is | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | εὐαγγελίσωμαι (euangelisomai) = ik de goede boodschap breng Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνάγκη (anagke), ‘dwang, noodzaak’: Paulus kan niet kiezen of hij de goede boodschap brengt. οὐαί (ouai), ‘wee’. **9:17** Want als ik dit vrijwillig doe, heb ik loon. Maar als ik het onvrijwillig doe, is mij een beheer toevertrouwd. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | ἑκὼν (hekon) = vrijwillig | τοῦτο (touto) = dit | πράσσω (prasso) = doe | μισθὸν (misthon) = loon | ἔχω (echo) = heb ik | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ἄκων (akon) = onvrijwillig | οἰκονομίαν (oikonomian) = beheer | πεπίστευμαι (pepisteumai) = is mij toevertrouwd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἑκών (hekon), ‘vrijwillig’; ἄκων (akon), ‘onvrijwillig, tegen wil en dank’. μισθός (misthos), ‘loon’. οἰκονομία (oikonomia), ‘beheer’: de taak van een beheerder die het eigendom van een ander beheert. πεπίστευμαι (pepisteumai), ‘mij is toevertrouwd’. **9:18** Wat is dan mijn loon? Dit: terwijl ik de goede boodschap breng, bied ik de goede boodschap zonder kosten aan. Zo gebruik ik mijn recht in de goede boodschap niet ten volle. Brontekst: τίς (tis) = wat | οὖν (oun) = dan | μού (mou) = mijn | ἐστιν (estin) = is | ὁ (ho) = het | μισθός (misthos) = loon | ἵνα (hina) = opdat | εὐαγγελιζόμενος (euangelizomenos) = de goede boodschap brengend | ἀδάπανον (adapanon) = zonder kosten | θήσω (theso) = zal stellen | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | καταχρήσασθαι (katachresasthai) = ten volle gebruiken | τῇ (te) = het | ἐξουσίᾳ (exousia) = recht | μου (mou) = mijn | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | εὐαγγελίῳ (euangelio) = goede boodschap Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδάπανος (adapanos), ‘zonder kosten’. καταχράομαι (katachraomai), ‘ten volle gebruiken’: het Grieks kan ook ‘misbruiken’ betekenen. Paulus kiest ervoor zijn recht niet ten volle te gebruiken. ### Allen alles geworden **9:19** Want hoewel ik vrij ben van allen, heb ik mijzelf aan allen tot knecht gemaakt, om de meesten te winnen. Brontekst: Ἐλεύθερος (Eleutheros) = vrij | γὰρ (gar) = want | ὢν (on) = zijnde | ἐκ (ek) = van | πάντων (panton) = allen | πᾶσιν (pasin) = aan allen | ἐμαυτὸν (emauton) = mijzelf | ἐδούλωσα (edoulosa) = heb ik tot knecht gemaakt | ἵνα (hina) = opdat | τοὺς (tous) = de | πλείονας (pleionas) = meesten | κερδήσω (kerdeso) = ik win Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐδούλωσα (edoulosa), ‘ik heb tot knecht gemaakt’, van δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’. κερδαίνω (kerdaino), ‘winnen’. τοὺς πλείονας (tous pleionas), ‘de meesten’: ook ‘meer’ of ‘een groter aantal’. **9:20** Voor de Joden werd ik als een Jood, om Joden te winnen. Voor wie onder de wet zijn, werd ik als iemand onder de wet, om wie onder de wet zijn te winnen. Zelf ben ik niet onder de wet. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐγενόμην (egenomen) = werd ik | τοῖς (tois) = voor de | Ἰουδαίοις (Ioudaiois) = Joden | ὡς (hos) = als | Ἰουδαῖος (Ioudaios) = Jood | ἵνα (hina) = opdat | Ἰουδαίους (Ioudaious) = Joden | κερδήσω (kerdeso) = ik win | τοῖς (tois) = voor wie | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet | ὡς (hos) = als | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet | μὴ (me) = niet | ὢν (on) = zijnde | αὐτὸς (autos) = zelf | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet | ἵνα (hina) = opdat | τοὺς (tous) = wie | ὑπὸ (hypo) = onder | νόμον (nomon) = wet | κερδήσω (kerdeso) = ik win Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπὸ νόμον (hypo nomon), ‘onder de wet’: wie leeft onder de tora van Mozes. ‘Joden’ zijn hier Israëlieten die de wet houden. Het Grieks heeft de tussenzin ‘hoewel ik zelf niet onder de wet ben’ midden in de zin; wij zetten hem als aparte zin erachter. Paulus bedoelt dat hij zich in gewoonten aanpast, zonder zelf door de wet gebonden te zijn. Voetnoot : Zie ook Hand. 16:3; Hand. 21:20–26. Zie ook: Hand 16:3; Hand 21:20–26 **9:21** Voor wie zonder wet zijn, werd ik als iemand zonder wet, om wie zonder wet zijn te winnen. Ik ben niet zonder wet voor Elohim, maar gebonden aan de wet van de Messias. Brontekst: τοῖς (tois) = voor wie | ἀνόμοις (anomois) = zonder wet | ὡς (hos) = als | ἄνομος (anomos) = zonder wet | μὴ (me) = niet | ὢν (on) = zijnde | ἄνομος (anomos) = zonder wet | θεοῦ (theou) = van Elohim | ἀλλ’ (all’) = maar | ἔννομος (ennomos) = gebonden aan de wet | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | ἵνα (hina) = opdat | κερδάνω (kerdano) = ik win | τοὺς (tous) = wie | ἀνόμους (anomous) = zonder wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄνομος (anomos), ‘zonder wet’: wie buiten de wet van Mozes staat, de volken. ἔννομος Χριστοῦ (ennomos Christou), ‘gebonden aan de wet van de Messias’: letterlijk ‘in de wet van de Messias’. Het Grieks heeft ‘al ben ik niet zonder wet voor Elohim’ als tussenzin; wij maken er een aparte zin van. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:2. Zie ook: Gal 6:2 **9:22** Voor de zwakken werd ik zwak, om de zwakken te winnen. Voor allen ben ik alles geworden, om in elk geval enkelen te redden. Brontekst: ἐγενόμην (egenomen) = werd ik | τοῖς (tois) = voor de | ἀσθενέσιν (asthenesin) = zwakken | ἀσθενής (asthenes) = zwak | ἵνα (hina) = opdat | τοὺς (tous) = de | ἀσθενεῖς (astheneis) = zwakken | κερδήσω (kerdeso) = ik win | τοῖς (tois) = voor de | πᾶσιν (pasin) = allen | γέγονα (gegona) = ben ik geworden | πάντα (panta) = alles | ἵνα (hina) = opdat | πάντως (pantos) = in elk geval | τινὰς (tinas) = enkelen | σώσω (soso) = ik red Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’: wie in het geloof of in het geweten zwak is, zie 1 Kor. 8:7–12. σῴζω (sozo), ‘redden’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 8:7; Rom. 14. Zie ook: 1 Kor 8:7–12 **9:23** Alles doe ik ter wille van de goede boodschap, om er deelgenoot van te worden. Brontekst: πάντα (panta) = alles | δὲ (de) = maar | ποιῶ (poio) = doe ik | διὰ (dia) = ter wille van | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | ἵνα (hina) = opdat | συγκοινωνὸς (synkoinonos) = deelgenoot | αὐτοῦ (autou) = ervan | γένωμαι (genomai) = ik word Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: συγκοινωνός (synkoinonos), ‘deelgenoot’, van κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: Paulus wil zelf delen in de goede boodschap, in wat deze brengt. ### De wedstrijd **9:24** Weten jullie niet dat wie in het stadion hardlopen, allen wel lopen, maar dat één de prijs ontvangt? Loop zo dat jullie hem grijpen. Brontekst: Οὐκ (Ouk) = niet | οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | οἱ (hoi) = wie | ἐν (en) = in | σταδίῳ (stadio) = stadion | τρέχοντες (trechontes) = hardlopen | πάντες (pantes) = allen | μὲν (men) = wel | τρέχουσιν (trechousin) = lopen | εἷς (heis) = één | δὲ (de) = maar | λαμβάνει (lambanei) = ontvangt | τὸ (to) = de | βραβεῖον (brabeion) = prijs | οὕτως (houtos) = zo | τρέχετε (trechete) = loop | ἵνα (hina) = opdat | καταλάβητε (katalabete) = jullie grijpen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στάδιον (stadion), ‘stadion’: de renbaan. βραβεῖον (brabeion), ‘prijs’: de prijs van de winnaar. καταλαμβάνω (katalambano), ‘grijpen’: ook ‘bemachtigen, te pakken krijgen’. Het Grieks noemt geen voorwerp; wij lezen de prijs en schrijven ‘hem’. Voetnoot : Zie ook Fil. 3:12–14. Zie ook: Fil 3:12–14 **9:25** Ieder die aan de wedstrijd meedoet, beheerst zich in alles. Zij doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij een onvergankelijke. Brontekst: πᾶς (pas) = ieder | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = die | ἀγωνιζόμενος (agonizomenos) = meedoet aan de wedstrijd | πάντα (panta) = alles | ἐγκρατεύεται (enkrateuetai) = beheerst zich | ἐκεῖνοι (ekeinoi) = zij | μὲν (men) = wel | οὖν (oun) = dan | ἵνα (hina) = opdat | φθαρτὸν (phtharton) = vergankelijke | στέφανον (stephanon) = krans | λάβωσιν (labosin) = ze ontvangen | ἡμεῖς (hemeis) = wij | δὲ (de) = maar | ἄφθαρτον (aphtharton) = onvergankelijke Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγωνίζομαι (agonizomai), ‘meedoen aan een wedstrijd, strijden’. ἐγκρατεύομαι (enkrateuomai), ‘zich beheersen’: zich onthouden van wat de wedstrijd schaadt; verwant met ἐγκράτεια (enkrateia), ‘zelfbeheersing’ in Gal. 5:23. στέφανος (stefanos), ‘krans’: de prijs van de winnaar. φθαρτός (fthartos), ‘vergankelijk’; ἄφθαρτος (afthartos), ‘onvergankelijk’. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:23. Zie ook: Gal 5:23 **9:26** Ik loop dus zo, niet in het ongewisse. Ik bokst zo, niet als iemand die lucht slaat. Brontekst: ἐγὼ (ego) = ik | τοίνυν (toinyn) = dus | οὕτως (houtos) = zo | τρέχω (trecho) = loop | ὡς (hos) = als | οὐκ (ouk) = niet | ἀδήλως (adelos) = in het ongewisse | οὕτως (houtos) = zo | πυκτεύω (pykteuo) = bokst ik | ὡς (hos) = als | οὐκ (ouk) = niet | ἀέρα (aera) = lucht | δέρων (deron) = slaand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδήλως (adelos), ‘in het ongewisse’: ook ‘zonder duidelijk doel’. πυκτεύω (pykteuo), ‘boksen’. ἀέρα δέρων (aera deron), ‘lucht slaand’: een bokser die in de lucht slaat en niemand raakt. **9:27** Maar ik tuchtig mijn lichaam en maak het tot knecht, opdat ik niet, nadat ik aan anderen heb verkondigd, zelf afgekeurd word. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ὑπωπιάζω (hypopiazo) = tuchtig ik | μου (mou) = mijn | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | καὶ (kai) = en | δουλαγωγῶ (doulagogo) = maak het tot knecht | μή (me) = niet | πως (pos) = op enige wijze | ἄλλοις (allois) = aan anderen | κηρύξας (keryxas) = verkondigd hebbend | αὐτὸς (autos) = zelf | ἀδόκιμος (adokimos) = afgekeurd | γένωμαι (genomai) = ik word Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑπωπιάζω (hypopiazo), ‘tuchtigen’: letterlijk ‘onder het oog slaan’, een blauw oog slaan; een woord uit het boksen. δουλαγωγέω (doulagogeo), ‘tot knecht maken’: letterlijk ‘als knecht wegleiden’. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’: als heraut uitroepen. ἀδόκιμος (adokimos), ‘afgekeurd’: niet de toets doorstaan. Paulus bedoelt dat hij zelf niet buiten de prijs wil vallen. ## 1 Korintiërs 10 _De woestijngeneratie als waarschuwing, de tafel van de Heer en de tafel van demonen, eten en geweten_ ### De woestijngeneratie als voorbeeld **10:1** Want ik wil niet dat jullie onwetend zijn, broers: onze vaders waren allen onder de wolk en allen gingen door de zee heen. Brontekst: Οὐ (Ou) = niet | θέλω (thelo) = wil ik | γὰρ (gar) = want | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀγνοεῖν (agnoein) = onwetend te zijn | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ὅτι (hoti) = dat | οἱ (hoi) = de | πατέρες (pateres) = vaders | ἡμῶν (hemon) = onze | πάντες (pantes) = allen | ὑπὸ (hypo) = onder | τὴν (ten) = de | νεφέλην (nephelen) = wolk | ἦσαν (esan) = waren | καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = allen | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | θαλάσσης (thalasses) = zee | διῆλθον (dielthon) = gingen heen Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Rietzee (ligging onzeker): In 1 Korintiërs 10:1-2 verwijst Paulus naar de doortocht van Israël door de zee, de Rietzee. De Rietzee (Hebreeuws: Yam Suf) wordt gezocht in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez. De precieze plaats van de doortocht is niet zeker. Voetnoot Uitleg: ἀγνοέω (agnoeo), ‘niet weten, onwetend zijn’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente. ‘Onze vaders’: de generatie van de uittocht uit Egypte. ‘Onder de wolk’ en ‘door de zee’ verwijzen naar de uittocht: de wolk die het volk leidde en de doortocht door de zee. Voetnoot : Zie ook Exod. 13:21; Exod. 14:22; Exod. 14:29. Zie ook: Ex 13:21; Ex 14:22; Ex 14:29 **10:2** En allen werden in Mozes gedoopt, in de wolk en in de zee. Brontekst: καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = allen | εἰς (eis) = in | τὸν (ton) = de | Μωϋσῆν (Moysen) = Mozes | ἐβαπτίσαντο (ebaptisanto) = werden gedoopt | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | νεφέλῃ (nephele) = wolk | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | θαλάσσῃ (thalasse) = zee Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Rietzee (ligging onzeker): In 1 Korintiërs 10:1-2 verwijst Paulus naar de doortocht van Israël door de zee, de Rietzee. De Rietzee (Hebreeuws: Yam Suf) wordt gezocht in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez. De precieze plaats van de doortocht is niet zeker. Voetnoot Uitleg: βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’: onderdompelen. εἰς τὸν Μωϋσῆν (eis ton Moysen), ‘in Mozes’: ook ‘tot Mozes’; Paulus stelt de doortocht door de zee naast de doop. Exod. 14:31 zegt dat het volk ‘in Yahweh en in Mozes’ geloofde. Voetnoot : Zie ook Exod. 14:31; Rom. 6:3. Zie ook: Ex 14:31; Rom 6:3 **10:3** En allen aten hetzelfde geestelijke voedsel. Brontekst: καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = allen | τὸ (to) = het | αὐτὸ (auto) = zelfde | πνευματικὸν (pneumatikon) = geestelijke | βρῶμα (broma) = voedsel | ἔφαγον (ephagon) = aten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: van de Geest gegeven. βρῶμα (broma), ‘voedsel’. Het voedsel verwijst naar het manna. Voetnoot : Zie ook Exod. 16:4; Exod. 16:15; Exod. 16:35; Ps. 78:24. Zie ook: Ex 16:4; Ex 16:15; Ex 16:35; Ps 78:24 **10:4** En allen dronken dezelfde geestelijke drank. Zij dronken namelijk uit een geestelijke rots die hen volgde. De rots nu was de Messias. Brontekst: καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = allen | τὸ (to) = het | αὐτὸ (auto) = zelfde | πνευματικὸν (pneumatikon) = geestelijke | ἔπιον (epion) = dronken | πόμα (poma) = drank | ἔπινον (epinon) = dronken zij | γὰρ (gar) = want | ἐκ (ek) = uit | πνευματικῆς (pneumatikes) = geestelijke | ἀκολουθούσης (akolouthouses) = volgende | πέτρας (petras) = rots | ἡ (he) = de | πέτρα (petra) = rots | δὲ (de) = nu | ἦν (en) = was | ὁ (ho) = de | Χριστός (Christos) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πόμα (poma), ‘drank’. πέτρα (petra), ‘rots’. Paulus noemt de rots geestelijk en zegt dat zij het volk ‘volgde’. Dat staat niet in Exodus of Numeri; Paulus ziet in de rots een beeld van de Messias. In Exod. 17:6 staat Yahweh zelf op de rots en komt water uit de rots; in Num. 20:11 slaat Mozes op de rots. Voetnoot : Zie ook Exod. 17:6; Num. 20:11; Ps. 78:15–16. Zie ook: Ex 17:6; Num 20:11; Ps 78:15–16 **10:5** Maar in de meesten van hen had Elohim geen welbehagen. Want zij werden in de woestijn neergestrekt. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | οὐκ (ouk) = niet | ἐν (en) = in | τοῖς (tois) = de | πλείοσιν (pleiosin) = meesten | αὐτῶν (auton) = van hen | ηὐδόκησεν (eydokesen) = had welbehagen | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | κατεστρώθησαν (katestrothesan) = werden neergestrekt | γὰρ (gar) = want | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἐρήμῳ (eremo) = woestijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐδοκέω (eudokeo), ‘welbehagen hebben’. καταστρώννυμι (katastronnymi), ‘neerstrekken’: neerleggen, verspreid doen liggen; zo ‘lagen’ de doden in de woestijn. Ons Hebreeuws heeft in Num. 14:16 ‘Hij heeft hen in de woestijn afgeslacht’ en in Num. 14:29 ‘in deze woestijn zullen jullie lijken vallen’. Voetnoot : Zie ook Num. 14:16; Num. 14:29; Num. 14:32. Zie ook: Num 14:16; Num 14:29; Num 14:32 **10:6** Deze dingen zijn voorbeelden voor ons geworden, opdat wij geen begeerders van het kwade zijn, zoals ook zij begeerden. Brontekst: Ταῦτα (Tauta) = deze dingen | δὲ (de) = maar | τύποι (typoi) = voorbeelden | ἡμῶν (hemon) = van ons | ἐγενήθησαν (egenethesan) = zijn geworden | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | μὴ (me) = niet | εἶναι (einai) = zijn | ἡμᾶς (hemas) = wij | ἐπιθυμητὰς (epithymetas) = begeerders | κακῶν (kakon) = van kwaad | καθὼς (kathos) = zoals | κἀκεῖνοι (kakeinoi) = ook zij | ἐπεθύμησαν (epethymesan) = begeerden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τύπος (typos), ‘voorbeeld’: letterlijk ‘afdruk, vorm’; een gebeurtenis die als voorbeeld dient. ἐπιθυμητής (epithymetes), ‘begeerder’; ἐπιθυμέω (epithymeo), ‘begeren’. Het Grieks noemt niet wat zij begeerden; vergelijk de verlangens naar vlees in de woestijn. Voetnoot : Zie ook Num. 11:4; Num. 11:34; Ps. 106:14. Zie ook: Num 11:4; Num 11:34; Ps 106:14 **10:7** Word ook geen afgodendienaars, zoals sommigen van hen. Zoals geschreven staat: „Het volk ging zitten om te eten en te drinken, en zij stonden op om zich te vermaken.” Brontekst: μηδὲ (mede) = en ook niet | εἰδωλολάτραι (eidololatrai) = afgodendienaars | γίνεσθε (ginesthe) = word | καθώς (kathos) = zoals | τινες (tines) = sommigen | αὐτῶν (auton) = van hen | ὥσπερ (hosper) = zoals | γέγραπται (gegraptai) = geschreven staat | Ἐκάθισεν (Ekathisen) = ging zitten | ὁ (ho) = het | λαὸς (laos) = volk | φαγεῖν (phagein) = te eten | καὶ (kai) = en | πεῖν (pein) = te drinken | καὶ (kai) = en | ἀνέστησαν (anestesan) = stonden op | παίζειν (paizein) = zich te vermaken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰδωλολάτρης (eidololatres), ‘afgodendienaar’. Aanhaling van Exod. 32:6, het tweede deel. Ons Hebreeuws heeft: ‘Het volk ging zitten om te eten en te drinken, en zij stonden op om zich te vermaken’. De Griekse tekst heeft dezelfde woorden. παίζω (paizo), ‘spelen, zich vermaken’: ook ‘dansen’; de zin gaat over het feest voor het gouden kalf. Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan. Voetnoot : Zie ook Exod. 32:6. Zie ook: Ex 32:6 **10:8** En laten wij geen ontucht plegen, zoals sommigen van hen ontucht pleegden. Op één dag vielen er 23.000. Brontekst: μηδὲ (mede) = en ook niet | πορνεύωμεν (porneuomen) = laten wij ontucht plegen | καθώς (kathos) = zoals | τινες (tines) = sommigen | αὐτῶν (auton) = van hen | ἐπόρνευσαν (eporneusan) = pleegden ontucht | καὶ (kai) = en | ἔπεσαν (epesan) = vielen | μιᾷ (mia) = op één | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | εἴκοσι (eikosi) = twintig | τρεῖς (treis) = drie | χιλιάδες (chiliades) = duizend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πορνεύω (porneuo), ‘ontucht plegen’: seksuele immoraliteit in het algemeen. Het Grieks heeft ‘23 duizend’. Ons Hebreeuws heeft in Num. 25:9 ‘24.000 doden’ voor de plaag bij Baäl-Peor; Num. 25:1 spreekt van hoereren met de dochters van Moab. Het verschil tussen 23.000 en 24.000 verklaart het Grieks niet. Vergelijk Exod. 32:28, waar ongeveer drieduizend man vallen. Voetnoot : Zie ook Num. 25:1; Num. 25:9; Exod. 32:28. Zie ook: Ex 32:28; Num 25:1; Num 25:9 **10:9** En laten wij de Messias niet op de proef stellen, zoals sommigen van hen Hem op de proef stelden en door de slangen omkwamen. Brontekst: μηδὲ (mede) = en ook niet | ἐκπειράζωμεν (ekpeirazomen) = laten wij op de proef stellen | τὸν (ton) = de | Χριστόν (Christon) = Messias | καθώς (kathos) = zoals | τινες (tines) = sommigen | αὐτῶν (auton) = van hen | ἐπείρασαν (epeirasan) = stelden op de proef | καὶ (kai) = en | ὑπὸ (hypo) = door | τῶν (ton) = de | ὄφεων (opheon) = slangen | ἀπώλλυντο (apollynto) = kwamen om Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκπειράζω (ekpeirazo), ‘op de proef stellen’: de voorvoegsel ἐκ- versterkt het woord, ‘tot het uiterste op de proef stellen, tarten’; hetzelfde Griekse stam als πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’. Het Grieks laat het voorwerp bij ‘zij stelden op de proef’ weg; wij vullen ‘Hem’ aan, de Messias. ὄφις (ofis), ‘slang’. De gebeurtenis is die van de vurige slangen. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een lezing. Sommige oude handschriften hebben in plaats van ‘de Messias’ een ander woord; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Num. 21:5–7; Ps. 95:9. Zie ook: Num 21:5–7; Ps 95:9 **10:10** En mor ook niet, zoals sommigen van hen morden en door de verderver omkwamen. Brontekst: μηδὲ (mede) = en ook niet | γογγύζετε (gongyzete) = mor | καθάπερ (kathaper) = zoals | τινὲς (tines) = sommigen | αὐτῶν (auton) = van hen | ἐγόγγυσαν (egongysan) = morden | καὶ (kai) = en | ἀπώλοντο (apolonto) = kwamen om | ὑπὸ (hypo) = door | τοῦ (tou) = de | ὀλοθρευτοῦ (olothreutou) = verderver Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γογγύζω (gongyzo), ‘morren’. ὀλοθρευτής (olothreutes), ‘verderver’: een vernietigende kracht; ons Hebreeuws heeft in Exod. 12:23 ‘de verderver’ voor degene die Yahweh in Egypte niet in de huizen liet komen. Paulus noemt niet welke gebeurtenis hij bedoelt; mogelijk is het het morren tegen Mozes en Aäron met de plaag die erop volgde. Voetnoot : Zie ook Exod. 12:23; Num. 17:6–15; in de Nederlandse telling is dit 16:41–50. Zie ook: Ex 12:23; Num 17:6–15 **10:11** Deze dingen overkwamen hen als voorbeeld. Ze zijn opgeschreven tot waarschuwing voor ons, voor wie de einden van de eeuwen gekomen zijn. Brontekst: ταῦτα (tauta) = deze dingen | δὲ (de) = maar | τυπικῶς (typikos) = als voorbeeld | συνέβαινεν (synebainen) = overkwamen | ἐκείνοις (ekeinois) = hen | ἐγράφη (egraphe) = zijn opgeschreven | δὲ (de) = maar | πρὸς (pros) = tot | νουθεσίαν (nouthesian) = waarschuwing | ἡμῶν (hemon) = van ons | εἰς (eis) = voor | οὓς (hous) = wie | τὰ (ta) = de | τέλη (tele) = einden | τῶν (ton) = van de | αἰώνων (aionon) = eeuwen | κατήντηκεν (katenteken) = zijn gekomen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τυπικῶς (typikos), ‘als voorbeeld’, van τύπος, zie vers 6. νουθεσία (nouthesia), ‘waarschuwing’: terechtwijzing. τὰ τέλη τῶν αἰώνων (ta tele ton aionon), ‘de einden van de eeuwen’: τέλος (telos) betekent ‘einde’ en ook ‘doel’; Paulus bedoelt dat de tijd van de Messias het eindpunt van de voorafgaande tijdperken is. Zie ook: 1 Kor 10:6 **10:12** Wie dus meent te staan, moet oppassen dat hij niet valt. Brontekst: ὥστε (hoste) = zodat | ὁ (ho) = wie | δοκῶν (dokon) = meent | ἑστάναι (hestanai) = te staan | βλεπέτω (blepeto) = moet oppassen | μὴ (me) = dat niet | πέσῃ (pese) = hij valt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἵστημι (histemi), ‘staan’: vast staan. βλέπω (blepo), ‘toezien, oppassen’. **10:13** Geen beproeving heeft jullie getroffen, behalve een menselijke. Elohim is trouw. Hij zal niet toelaten dat jullie op de proef gesteld worden boven wat jullie kunnen. Maar met de beproeving zal Hij ook de uitweg maken, zodat jullie het kunnen verdragen. Brontekst: πειρασμὸς (peirasmos) = beproeving | ὑμᾶς (hymas) = jullie | οὐκ (ouk) = niet | εἴληφεν (eilephen) = heeft getroffen | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | ἀνθρώπινος (anthropinos) = menselijke | πιστὸς (pistos) = trouw | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim | ὃς (hos) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἐάσει (easei) = zal toelaten | ὑμᾶς (hymas) = jullie | πειρασθῆναι (peirasthenai) = op de proef gesteld te worden | ὑπὲρ (hyper) = boven | ὃ (ho) = wat | δύνασθε (dynasthe) = jullie kunnen | ἀλλὰ (alla) = maar | ποιήσει (poiesei) = zal maken | σὺν (syn) = met | τῷ (to) = de | πειρασμῷ (peirasmo) = beproeving | καὶ (kai) = ook | τὴν (ten) = de | ἔκβασιν (ekbasin) = uitweg | τοῦ (tou) = om | δύνασθαι (dynasthai) = te kunnen | ὑπενεγκεῖν (hypenenkein) = verdragen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: het Griekse woord betekent zowel ‘beproeving’ als ‘verzoeking’; wij houden ‘beproeving’ en ‘op de proef stellen’ (πειράζω). Zie Jak. 1:2–4 en 1:13–14. πιστός (pistos), ‘trouw’: ook ‘betrouwbaar, gelovig’; hier gaat het om Elohims trouw. ἔκβασις (ekbasis), ‘uitweg’: een weg naar buiten, zoals uit een nauwe pas. ὑποφέρω (hypofero), ‘verdragen’. Voetnoot : Zie ook Jak. 1:2; Jak. 1:13. Zie ook: Jak 1:2–4; Jak 1:13 ### Vlucht voor de afgodendienst **10:14** Daarom, mijn geliefden, vlucht weg van de afgodendienst. Brontekst: Διόπερ (Dioper) = daarom | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefden | μου (mou) = mijn | φεύγετε (pheugete) = vlucht | ἀπὸ (apo) = weg van | τῆς (tes) = de | εἰδωλολατρίας (eidololatrias) = afgodendienst Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγαπητός (agapetos), ‘geliefde’. φεύγω (feugo), ‘vluchten’. εἰδωλολατρία (eidololatria), ‘afgodendienst’: het dienen van afgoden, zie vers 7. Zie ook: 1 Kor 10:7 **10:15** Ik spreek als tot verstandigen: oordeel jullie zelf over wat ik zeg. Brontekst: ὡς (hos) = als tot | φρονίμοις (phronimois) = verstandigen | λέγω (lego) = spreek ik | κρίνατε (krinate) = oordeelt | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ὅ (ho) = wat | φημι (phemi) = ik zeg Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φρόνιμος (fronimos), ‘verstandig’. κρίνω (krino), ‘oordelen’: beoordelen, onderzoeken. **10:16** De beker van de zegen die wij zegenen: is die niet gemeenschap met het bloed van de Messias? Het brood dat wij breken: is dat niet gemeenschap met het lichaam van de Messias? Brontekst: τὸ (to) = de | ποτήριον (poterion) = beker | τῆς (tes) = van de | εὐλογίας (eulogias) = zegen | ὃ (ho) = die | εὐλογοῦμεν (eulogoumen) = wij zegenen | οὐχὶ (ouchi) = niet | κοινωνία (koinonia) = gemeenschap | ἐστὶν (estin) = is | τοῦ (tou) = met het | αἵματος (haimatos) = bloed | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | τὸν (ton) = het | ἄρτον (arton) = brood | ὃν (hon) = dat | κλῶμεν (klomen) = wij breken | οὐχὶ (ouchi) = niet | κοινωνία (koinonia) = gemeenschap | τοῦ (tou) = met het | σώματος (somatos) = lichaam | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ποτήριον τῆς εὐλογίας (poterion tes eulogias), ‘beker van de zegen’: de beker van het maal, waarover de zegen wordt uitgesproken. κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: ook ‘deelhebben aan’; zie 1 Kor. 1:9. ‘Breken’ (κλάω, klao) van het brood is het gebruikelijke gebaar bij het maal. τοῦ αἵματος τοῦ Χριστοῦ (tou haimatos tou Christou), ‘het bloed van de Messias’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 11:23–26; Luc. 22:19–20. Zie ook: Luc 22:19–20; 1 Kor 1:9; 1 Kor 11:23–26 **10:17** Omdat er één brood is, zijn wij, de velen, één lichaam. Want wij allen hebben deel aan het ene brood. Brontekst: ὅτι (hoti) = omdat | εἷς (heis) = één | ἄρτος (artos) = brood | ἓν (hen) = één | σῶμα (soma) = lichaam | οἱ (hoi) = de | πολλοί (polloi) = velen | ἐσμεν (esmen) = zijn wij | οἱ (hoi) = de | γὰρ (gar) = want | πάντες (pantes) = allen | ἐκ (ek) = aan | τοῦ (tou) = het | ἑνὸς (henos) = ene | ἄρτου (artou) = brood | μετέχομεν (metechomen) = hebben deel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄρτος (artos), ‘brood’; σῶμα (soma), ‘lichaam’. Het ene brood en het ene lichaam: de velen die het brood delen, zijn samen het lichaam van de Messias; zie ook 1 Kor. 12:12–27. μετέχω (metecho), ‘deelhebben’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 12:12–13. Zie ook: 1 Kor 12:12–27 **10:18** Kijk naar Israël naar het vlees: zijn zij die de offers eten niet deelgenoten van het altaar? Brontekst: βλέπετε (blepete) = kijk naar | τὸν (ton) = de | Ἰσραὴλ (Israel) = Israël | κατὰ (kata) = naar | σάρκα (sarka) = vlees | οὐχ (ouch) = niet | οἱ (hoi) = zij die | ἐσθίοντες (esthiontes) = eten | τὰς (tas) = de | θυσίας (thysias) = offers | κοινωνοὶ (koinonoi) = deelgenoten | τοῦ (tou) = van het | θυσιαστηρίου (thysiasteriou) = altaar | εἰσίν (eisin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰσραὴλ κατὰ σάρκα (Israel kata sarka), ‘Israël naar het vlees’: het volk Israël volgens afstamming, tegenover de gemeente; σάρξ (sarx), ‘vlees’. θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’; κοινωνός (koinonos), ‘deelgenoot’. Wie van de offers at, had deel aan het altaar. Voetnoot : Zie ook Lev. 7:6; Deut. 18:1. Zie ook: Lev 7:6; Deut 18:1 **10:19** Wat zeg ik dan? Dat offervlees iets is? Of dat een afgod iets is? Brontekst: τί (ti) = wat | οὖν (oun) = dan | φημι (phemi) = zeg ik | ὅτι (hoti) = dat | εἰδωλόθυτόν (eidolothyton) = offervlees | τί (ti) = iets | ἐστιν (estin) = is | ἢ (e) = of | ὅτι (hoti) = dat | εἴδωλόν (eidolon) = afgod | τί (ti) = iets | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰδωλόθυτον (eidolothyton), ‘offervlees (aan afgoden)’: vlees van een offer aan een afgod. εἴδωλον (eidolon), ‘afgod’. Paulus stelt twee vragen die het antwoord ‘nee’ verwachten: het offervlees en de afgod zijn op zichzelf niets, zie 1 Kor. 8:4. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 8:4. Zie ook: 1 Kor 8:4 **10:20** Maar wat zij offeren, offeren zij aan demonen en niet aan Elohim. En ik wil niet dat jullie deelgenoten van de demonen worden. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | ὅτι (hoti) = dat | ἃ (ha) = wat | θύουσιν (thyousin) = zij offeren | δαιμονίοις (daimoniois) = aan demonen | καὶ (kai) = en | οὐ (ou) = niet | θεῷ (theo) = aan Elohim | θύουσιν (thyousin) = zij offeren | οὐ (ou) = niet | θέλω (thelo) = wil ik | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | κοινωνοὺς (koinonous) = deelgenoten | τῶν (ton) = van de | δαιμονίων (daimonion) = demonen | γίνεσθαι (ginesthai) = worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δαιμόνιον (daimonion), ‘demon’. Ons Hebreeuws heeft in Deut. 32:17: ‘Zij offerden aan demonen, die geen Eloah zijn’. Het Grieks heeft bij ‘maar’ het woord ‘dat’ (ὅτι); wij leggen dat uit vers 19 aan: ‘ik zeg dat’. κοινωνός (koinonos), ‘deelgenoot’. Voetnoot : Zie ook Deut. 32:17; Ps. 106:37. Zie ook: Deut 32:17; Ps 106:37; 1 Kor 10:19 **10:21** Jullie kunnen niet de beker van de Heer drinken en de beker van demonen. Jullie kunnen niet deelhebben aan de tafel van de Heer en aan de tafel van demonen. Brontekst: οὐ (ou) = niet | δύνασθε (dynasthe) = kunnen jullie | ποτήριον (poterion) = beker | κυρίου (kyriou) = van de Heer | πίνειν (pinein) = drinken | καὶ (kai) = en | ποτήριον (poterion) = beker | δαιμονίων (daimonion) = van demonen | οὐ (ou) = niet | δύνασθε (dynasthe) = kunnen jullie | τραπέζης (trapezes) = aan de tafel | κυρίου (kyriou) = van de Heer | μετέχειν (metechein) = deelhebben | καὶ (kai) = en | τραπέζης (trapezes) = aan de tafel | δαιμονίων (daimonion) = van demonen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τράπεζα (trapeza), ‘tafel’: de tafel van de maaltijd. ‘De beker van de Heer’ en ‘de tafel van de Heer’ zijn de maaltijd van de Heer, zie 1 Kor. 11:20. Vergelijk ‘de tafel van Yahweh’ in Mal. 1:7, waar het over het altaar gaat. μετέχω (metecho), ‘deelhebben’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 11:20; Mal. 1:7. Zie ook: Mal 1:7; 1 Kor 11:20 **10:22** Of maken wij de Heer na-ijverig? Zijn wij soms sterker dan Hij? Brontekst: ἢ (e) = of | παραζηλοῦμεν (parazeloumen) = maken wij na-ijverig | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | μὴ (me) = soms | ἰσχυρότεροι (ischyroteroi) = sterker | αὐτοῦ (autou) = dan Hij | ἐσμεν (esmen) = zijn wij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραζηλόω (parazeloo), ‘na-ijverig maken’: iemand jaloers maken. Het woord klinkt aan op Deut. 32:21, waar ons Hebreeuws zegt: ‘Zij hebben Mij na-ijverig gemaakt met wat geen El is’. ἰσχυρός (ischyros), ‘sterk’. De vraag verwacht ‘nee’. κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier de Heer van de maaltijd, Yeshua; het Griekse woord verwijst ook naar Yahweh in Deut. 32. Voetnoot : Zie ook Deut. 32:21. Zie ook: Deut 32:21 ### Eten en geweten **10:23** „Alles is toegestaan”, maar niet alles is nuttig. „Alles is toegestaan”, maar niet alles bouwt op. Brontekst: Πάντα (Panta) = alles | ἔξεστιν (exestin) = is toegestaan | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | πάντα (panta) = alles | συμφέρει (sympherei) = is nuttig | πάντα (panta) = alles | ἔξεστιν (exestin) = is toegestaan | ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | πάντα (panta) = alles | οἰκοδομεῖ (oikodomei) = bouwt op Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔξεστιν (exestin), ‘is toegestaan’: geoorloofd. Paulus herhaalt een zegswijze die lijkt te komen uit de kring van de Korintiërs; zie 1 Kor. 6:12, waar ook aanhalingstekens staan. συμφέρω (sympfero), ‘nuttig zijn’. οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’; zie 1 Kor. 8:1. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 6:12; 1 Kor. 8:1. Zie ook: 1 Kor 6:12; 1 Kor 8:1 **10:24** Laat niemand zoeken wat van hemzelf is, maar wat van de ander is. Brontekst: μηδεὶς (medeis) = niemand | τὸ (to) = wat | ἑαυτοῦ (heautou) = van zichzelf | ζητείτω (zeteito) = laat zoeken | ἀλλὰ (alla) = maar | τὸ (to) = wat | τοῦ (tou) = van de | ἑτέρου (heterou) = ander Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἑαυτοῦ (heautou), ‘van zichzelf’; ἕτερος (heteros), ‘ander’: de naaste. Vergelijk Fil. 2:4. Zie ook: Fil 2:4 **10:25** Eet alles wat op de vleesmarkt verkocht wordt, zonder iets te onderzoeken omwille van het geweten. Brontekst: πᾶν (pan) = alles | τὸ (to) = wat | ἐν (en) = op | μακέλλῳ (makello) = vleesmarkt | πωλούμενον (poloumenon) = verkocht wordt | ἐσθίετε (esthiete) = eet | μηδὲν (meden) = niets | ἀνακρίνοντες (anakrinontes) = onderzoekend | διὰ (dia) = omwille van | τὴν (ten) = het | συνείδησιν (syneidesin) = geweten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μάκελλον (makellon), ‘vleesmarkt’: de markt waar vlees verkocht werd, dat kon van offers komen. ἀνακρίνω (anakrino), ‘onderzoeken’: navragen; zie 1 Kor. 9:3. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 8:7. Zie ook: 1 Kor 8:7; 1 Kor 9:3 **10:26** Want „van Yahweh is de aarde en haar volheid.” Brontekst: τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Yahweh | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = de | γῆ (ge) = aarde | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | πλήρωμα (pleroma) = volheid | αὐτῆς (autes) = haar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Aanhaling van Ps. 24:1. Ons Hebreeuws heeft: ‘Aan Yahweh behoort de aarde en haar volheid, de wereld en wie daarin wonen’. De Griekse tekst heeft de eerste helft: ‘Van de Heer is de aarde en haar volheid’. Omdat het citaat uit het Oude Testament komt en het Hebreeuws יהוה (Yahweh) heeft, schrijven wij ‘Yahweh’. πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’: alles wat de aarde vult. Het citaat staat zwart. Voetnoot : Zie ook Ps. 24:1. Zie ook: Ps 24:1 **10:27** Als iemand van de ongelovigen jullie uitnodigt en jullie willen gaan, eet alles wat jullie wordt voorgezet, zonder iets te onderzoeken omwille van het geweten. Brontekst: εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | καλεῖ (kalei) = uitnodigt | ὑμᾶς (hymas) = jullie | τῶν (ton) = van de | ἀπίστων (apiston) = ongelovigen | καὶ (kai) = en | θέλετε (thelete) = willen jullie | πορεύεσθαι (poreuesthai) = gaan | πᾶν (pan) = alles | τὸ (to) = wat | παρατιθέμενον (paratithemenon) = wordt voorgezet | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἐσθίετε (esthiete) = eet | μηδὲν (meden) = niets | ἀνακρίνοντες (anakrinontes) = onderzoekend | διὰ (dia) = omwille van | τὴν (ten) = het | συνείδησιν (syneidesin) = geweten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄπιστος (apistos), ‘ongelovige’: iemand die niet gelooft. καλέω (kaleo), ‘uitnodigen’. **10:28** Maar als iemand tegen jullie zegt: „Dit is een tempeloffer”, eet het niet, omwille van degene die het heeft gemeld en omwille van het geweten. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | ὑμῖν (hymin) = tegen jullie | εἴπῃ (eipe) = zegt | Τοῦτο (Touto) = dit | ἱερόθυτόν (hierothyton) = tempeloffer | ἐστιν (estin) = is | μὴ (me) = niet | ἐσθίετε (esthiete) = eet | δι’ (di’) = omwille van | ἐκεῖνον (ekeinon) = degene | τὸν (ton) = de | μηνύσαντα (menysanta) = die het meldde | καὶ (kai) = en | τὴν (ten) = het | συνείδησιν (syneidesin) = geweten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἱερόθυτον (hierothyton), ‘tempeloffer’: ‘aan het heilige geofferd’. Dit is een ander woord dan εἰδωλόθυτον (eidolothyton) in vers 19; het is het woord van wie het vlees als gewijd ziet. μηνύω (menyo), ‘melden, bekendmaken’. Het Grieks zegt niet wie de spreker is. Zie ook: 1 Kor 10:19 **10:29** Ik bedoel het geweten, niet het eigen geweten maar dat van de ander. Want waarom wordt mijn vrijheid beoordeeld door het geweten van een ander? Brontekst: συνείδησιν (syneidesin) = geweten | δὲ (de) = maar | λέγω (lego) = zeg ik | οὐχὶ (ouchi) = niet | τὴν (ten) = het | ἑαυτοῦ (heautou) = eigen | ἀλλὰ (alla) = maar | τὴν (ten) = dat | τοῦ (tou) = van de | ἑτέρου (heterou) = ander | ἱνατί (hinati) = waarom | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = de | ἐλευθερία (eleutheria) = vrijheid | μου (mou) = mijn | κρίνεται (krinetai) = wordt beoordeeld | ὑπὸ (hypo) = door | ἄλλης (alles) = ander | συνειδήσεως (syneideseos) = geweten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’. κρίνω (krino), ‘beoordelen’. ἱνατί (hinati), ‘waarom’: letterlijk ‘tot welk doel’. Wij lezen de verzen 29b–30 als vragen van Paulus. **10:30** Als ik met dank deelneem, waarom word ik gelasterd om datgene waarvoor ik dank zeg? Brontekst: εἰ (ei) = als | ἐγὼ (ego) = ik | χάριτι (chariti) = met dank | μετέχω (metecho) = deelneem | τί (ti) = waarom | βλασφημοῦμαι (blasphemoumai) = word ik gelasterd | ὑπὲρ (hyper) = om | οὗ (hou) = datgene | ἐγὼ (ego) = ik | εὐχαριστῶ (eucharisto) = dank zeg Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάριτι (chariti), ‘met dank’: χάρις (charis) betekent hier ‘dank’, niet ‘genade’; het Grieks kan ook ‘met genade’ betekenen. μετέχω (metecho), ‘deelhebben’: ook ‘eten’. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’. εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘dank zeggen’: de dankzegging bij het maal. ### Alles tot heerlijkheid van Elohim **10:31** Of jullie dus eten of drinken of iets doen, doe alles tot heerlijkheid van Elohim. Brontekst: Εἴτε (Eite) = of | οὖν (oun) = dus | ἐσθίετε (esthiete) = eten jullie | εἴτε (eite) = of | πίνετε (pinete) = drinken jullie | εἴτε (eite) = of | τι (ti) = iets | ποιεῖτε (poieite) = doen jullie | πάντα (panta) = alles | εἰς (eis) = tot | δόξαν (doxan) = heerlijkheid | θεοῦ (theou) = van Elohim | ποιεῖτε (poieite) = doe Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’: ook ‘eer’. **10:32** Geef geen aanstoot, niet aan Joden, niet aan Grieken en niet aan de gemeente van Elohim. Brontekst: ἀπρόσκοποι (aproskopoi) = zonder aanstoot | καὶ (kai) = zowel | Ἰουδαίοις (Ioudaiois) = voor Joden | γίνεσθε (ginesthe) = word | καὶ (kai) = als ook | Ἕλλησιν (Hellesin) = voor Grieken | καὶ (kai) = als ook | τῇ (te) = voor de | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπρόσκοπος (aproskopos), ‘zonder aanstoot’: iemand die niet doet struikelen. Het Grieks noemt drie groepen: Joden, Grieken en de gemeente van Elohim. **10:33** Zoals ook ik in alles allen behaag. Ik zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van de velen, opdat zij gered worden. Brontekst: καθὼς (kathos) = zoals | κἀγὼ (kago) = ook ik | πάντα (panta) = in alles | πᾶσιν (pasin) = allen | ἀρέσκω (aresko) = behaag | μὴ (me) = niet | ζητῶν (zeton) = zoekend | τὸ (to) = wat | ἐμαυτοῦ (emautou) = van mijzelf | σύμφορον (symphoron) = voordeel | ἀλλὰ (alla) = maar | τὸ (to) = wat | τῶν (ton) = van de | πολλῶν (pollon) = velen | ἵνα (hina) = opdat | σωθῶσιν (sothosin) = zij gered worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀρέσκω (aresko), ‘behagen’: ook ‘tevredenstellen, tegemoetkomen’. σύμφορον (sympforon), ‘voordeel’. οἱ πολλοί (hoi polloi), ‘de velen’. σῴζω (sozo), ‘redden’. Vers 11:1 sluit hierop aan. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 11:1. Zie ook: 1 Kor 10:11; 1 Kor 11:1 ## 1 Korintiërs 11 _Het hoofd en de bedekking, verdeeldheid bij de maaltijd en de instelling van het avondmaal van de Heer_ ### Navolgers van de Messias **11:1** Wees mijn navolgers, zoals ook ik van de Messias ben. Brontekst: μιμηταί (mimetai) = navolgers | μου (mou) = van mij | γίνεσθε (ginesthe) = wees | καθὼς (kathos) = zoals | κἀγὼ (kago) = ook ik | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μιμητής (mimetes), ‘navolger’. Het vers sluit aan op 10:33: Paulus zoekt niet zijn eigen voordeel, en volgt daarin de Messias. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 4:16; Fil. 3:17. Zie ook: 1 Kor 4:16; Fil 3:17 ### Het hoofd en de bedekking bij gebed en profetie **11:2** Ik prijs jullie dat jullie in alles aan mij denken en de overleveringen vasthouden zoals ik ze aan jullie heb doorgegeven. Brontekst: Ἐπαινῶ (Epaino) = prijs ik | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὅτι (hoti) = dat | πάντα (panta) = in alles | μου (mou) = mij | μέμνησθε (memnesthe) = gedenken jullie | καὶ (kai) = en | καθὼς (kathos) = zoals | παρέδωκα (paredoka) = ik doorgaf | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | τὰς (tas) = de | παραδόσεις (paradoseis) = overleveringen | κατέχετε (katechete) = houden jullie vast Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπαινέω (epaineo), ‘prijzen’. παράδοσις (paradosis), ‘overlevering’: wat doorgegeven is, zoals onderricht en gewoonten; hetzelfde werkwoord παραδίδωμι (paradidomi), ‘doorgeven’, staat in vers 23. Voetnoot : Zie ook 2 Tess. 2:15. Zie ook: 2 Tess 2:15; 1 Kor 11:23 **11:3** Ik wil dat jullie weten dat de Messias het hoofd is van ieder man, de man het hoofd van de vrouw, en Elohim het hoofd van de Messias. Brontekst: θέλω (thelo) = wil ik | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | εἰδέναι (eidenai) = weten | ὅτι (hoti) = dat | παντὸς (pantos) = van ieder | ἀνδρὸς (andros) = man | ἡ (he) = het | κεφαλὴ (kephale) = hoofd | ὁ (ho) = de | Χριστός (Christos) = Messias | ἐστιν (estin) = is | κεφαλὴ (kephale) = hoofd | δὲ (de) = maar | γυναικὸς (gynaikos) = van de vrouw | ὁ (ho) = de | ἀνήρ (aner) = man | κεφαλὴ (kephale) = hoofd | δὲ (de) = maar | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ὁ (ho) = de | θεός (theos) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κεφαλή (kefale), ‘hoofd’: het Griekse woord kan figuurlijk ook ‘bron, oorsprong’ betekenen en ‘leider, gezagsdrager’; wij houden ‘hoofd’ en laten de betekenis open. ἀνήρ (aner), ‘man’, en γυνή (gyne), ‘vrouw’: beide woorden betekenen ook ‘echtgenoot’ en ‘echtgenote’; in dit hoofdstuk kan het gaan om vrouwen en mannen in het algemeen of om echtparen. Het Grieks heeft alleen in het eerste deel een werkwoord (ἐστίν); in ‘de man het hoofd van de vrouw’ en ‘Elohim het hoofd van de Messias’ laten wij het, net als het Grieks, weg. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 15:27–28; Gal. 3:28. Zie ook: Gal 3:28; 1 Kor 15:27–28 **11:4** Iedere man die bidt of profeteert terwijl hij iets over het hoofd heeft, maakt zijn hoofd te schande. Brontekst: πᾶς (pas) = ieder | ἀνὴρ (aner) = man | προσευχόμενος (proseuchomenos) = biddend | ἢ (e) = of | προφητεύων (propheteuon) = profeterend | κατὰ (kata) = naar beneden | κεφαλῆς (kephales) = van het hoofd | ἔχων (echon) = hebbend | καταισχύνει (kataischynei) = maakt te schande | τὴν (ten) = het | κεφαλὴν (kephalen) = hoofd | αὐτοῦ (autou) = van hem Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσεύχομαι (proseuchomai), ‘bidden’; προφητεύω (profeteuo), ‘profeteren’. κατὰ κεφαλῆς ἔχων (kata kefales echon), ‘iets over het hoofd hebbend’: het Grieks noemt niet wat dat is; wij vullen ‘iets’ aan. καταισχύνω (kataischyno), ‘te schande maken’. ‘Zijn hoofd’ kan het lichaamsdeel zijn of, volgens vers 3, degene die zijn hoofd is, de Messias; het Grieks laat dat open. Zie ook: 1 Kor 11:3 **11:5** Maar iedere vrouw die bidt of profeteert met onbedekt hoofd, maakt haar hoofd te schande. Want het is één en hetzelfde als een kaalgeschoren vrouw. Brontekst: πᾶσα (pasa) = iedere | δὲ (de) = maar | γυνὴ (gyne) = vrouw | προσευχομένη (proseuchomene) = biddend | ἢ (e) = of | προφητεύουσα (propheteuousa) = profeterend | ἀκατακαλύπτῳ (akatakalypto) = met onbedekt | τῇ (te) = het | κεφαλῇ (kephale) = hoofd | καταισχύνει (kataischynei) = maakt te schande | τὴν (ten) = het | κεφαλὴν (kephalen) = hoofd | αὐτῆς (autes) = van haar | ἓν (hen) = één | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | αὐτὸ (auto) = zelfde | τῇ (te) = met de | ἐξυρημένῃ (exyremene) = kaalgeschoren vrouw Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκατακάλυπτος (akatakalyptos), ‘onbedekt’. Het Grieks noemt niet waarmee het hoofd bedekt wordt: een doek, een sluier of het haar zelf (zie vers 15). ἐξυρημένη (exyremene), ‘kaalgeschoren (vrouw)’: een vrouw bij wie het haar is afgeschoren. Vrouwen die bidden en profeteren in de samenkomst: Paulus gaat ervan uit dat dit gebeurt. Voetnoot : Zie ook Hand. 21:9. Zie ook: Hand 21:9; 1 Kor 11:15 **11:6** Want als een vrouw zich niet bedekt, laat ze zich dan ook knippen. Maar als het voor een vrouw schandelijk is zich te laten knippen of zich te laten scheren, laat ze zich dan bedekken. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | οὐ (ou) = niet | κατακαλύπτεται (katakalyptetai) = bedekt zich | γυνή (gyne) = vrouw | καὶ (kai) = ook | κειράσθω (keirastho) = laat ze zich knippen | εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | αἰσχρὸν (aischron) = schandelijk | γυναικὶ (gynaiki) = voor een vrouw | τὸ (to) = het | κείρασθαι (keirasthai) = zich te laten knippen | ἢ (e) = of | ξυρᾶσθαι (xyrasthai) = zich te laten scheren | κατακαλυπτέσθω (katakalyptestho) = laat ze zich bedekken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κατακαλύπτω (katakalypto), ‘bedekken’; de vorm hier is ‘zich bedekken’. κείρω (keiro), ‘scheren, knippen’: het haar kort maken; ξυράομαι (xyraomai), ‘zich laten scheren’: kaal scheren. **11:7** Want een man behoort zijn hoofd niet te bedekken, omdat hij beeld en heerlijkheid van Elohim is. Maar de vrouw is de heerlijkheid van de man. Brontekst: ἀνὴρ (aner) = man | μὲν (men) = wel | γὰρ (gar) = want | οὐκ (ouk) = niet | ὀφείλει (opheilei) = behoort | κατακαλύπτεσθαι (katakalyptesthai) = zich te bedekken | τὴν (ten) = het | κεφαλήν (kephalen) = hoofd | εἰκὼν (eikon) = beeld | καὶ (kai) = en | δόξα (doxa) = heerlijkheid | θεοῦ (theou) = van Elohim | ὑπάρχων (hyparchon) = zijnde | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | δὲ (de) = maar | δόξα (doxa) = heerlijkheid | ἀνδρός (andros) = van de man | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰκών (eikon), ‘beeld’; δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’: ook ‘eer’. Paulus verwijst naar de schepping van de mens; ons Genesis zegt in Gen. 1:27 dat Elohim de mens naar Zijn beeld schiep en ‘hen’ mannelijk en vrouwelijk schiep. ὀφείλω (ofeilo), ‘behoren, verplicht zijn’. Voetnoot : Zie ook Gen. 1:26–27. Zie ook: Gen 1:26–27; Gen 1:27 **11:8** Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | ἀνὴρ (aner) = man | ἐκ (ek) = uit | γυναικός (gynaikos) = vrouw | ἀλλὰ (alla) = maar | γυνὴ (gyne) = vrouw | ἐξ (ex) = uit | ἀνδρός (andros) = man Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus verwijst naar de schepping van de vrouw uit de man. In ons Genesis bouwt Yahweh Elohim de vrouw uit de rib die Hij uit Adam genomen had, en Adam zegt: ‘uit de man is zij genomen’. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:22–23. Zie ook: Gen 2:22–23 **11:9** Want de man is ook niet geschapen omwille van de vrouw, maar de vrouw omwille van de man. Brontekst: καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | οὐκ (ouk) = niet | ἐκτίσθη (ektisthe) = werd geschapen | ἀνὴρ (aner) = man | διὰ (dia) = omwille van | τὴν (ten) = de | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | ἀλλὰ (alla) = maar | γυνὴ (gyne) = vrouw | διὰ (dia) = omwille van | τὸν (ton) = de | ἄνδρα (andra) = man Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κτίζω (ktizo), ‘scheppen’. Ook hier verwijst Paulus naar Genesis 2. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:18; Gen. 2:22. Zie ook: Gen 2:18; Gen 2:22 **11:10** Daarom behoort de vrouw gezag op het hoofd te hebben, omwille van de engelen. Brontekst: διὰ (dia) = omwille van | τοῦτο (touto) = dit | ὀφείλει (opheilei) = behoort | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | ἔχειν (echein) = te hebben | ἐπὶ (epi) = op | τῆς (tes) = het | κεφαλῆς (kephales) = hoofd | διὰ (dia) = omwille van | τοὺς (tous) = de | ἀγγέλους (angelous) = engelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: het woord betekent ook ‘macht, bevoegdheid, vrijheid, recht’ (zie 1 Kor. 9:4, waar wij ‘recht’ schrijven). Wat het hier bedoelt, wordt verschillend gelezen: een teken van gezag op haar hoofd (de bedekking), of gezag dat zijzelf heeft. Wij vertalen ‘gezag’ en kiezen geen van de lezingen. Wij kiezen per geval de weergave die bij de samenhang past: ‘recht’ bij een bevoegdheid (9:4), ‘zeggenschap’ in 7:37, ‘gezag’ bij macht over iets of iemand. ‘Omwille van de engelen’: het Grieks zegt niet welke engelen worden bedoeld of waarom. Zie ook: 1 Kor 9:4 **11:11** Echter, in de Heer is de vrouw niet zonder de man en de man niet zonder de vrouw. Brontekst: πλὴν (plen) = echter | οὔτε (oute) = noch | γυνὴ (gyne) = vrouw | χωρὶς (choris) = zonder | ἀνδρὸς (andros) = man | οὔτε (oute) = noch | ἀνὴρ (aner) = man | χωρὶς (choris) = zonder | γυναικὸς (gynaikos) = vrouw | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πλήν (plen), ‘echter, toch’: Paulus zet een tegenwicht tegenover de verzen 8–10. ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’: de Heer is Yeshua. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:28. Zie ook: Gal 3:28 **11:12** Want zoals de vrouw uit de man is, zo is ook de man door de vrouw. En alles is uit Elohim. Brontekst: ὥσπερ (hosper) = zoals | γὰρ (gar) = want | ἡ (he) = de | γυνὴ (gyne) = vrouw | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | ἀνδρός (andros) = man | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | ἀνὴρ (aner) = man | διὰ (dia) = door | τῆς (tes) = de | γυναικός (gynaikos) = vrouw | τὰ (ta) = het | δὲ (de) = maar | πάντα (panta) = alles | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκ (ek), ‘uit’; διά (dia), ‘door’. ‘Door de vrouw’: de man wordt geboren uit een vrouw. ‘Alles is uit Elohim’: zie ook 1 Kor. 8:6. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 8:6. Zie ook: 1 Kor 8:6 **11:13** Oordeel bij jullie zelf: is het gepast dat een vrouw onbedekt tot Elohim bidt? Brontekst: ἐν (en) = bij | ὑμῖν (hymin) = jullie | αὐτοῖς (autois) = zelf | κρίνατε (krinate) = oordeelt | πρέπον (prepon) = gepast | ἐστὶν (estin) = is het | γυναῖκα (gynaika) = vrouw | ἀκατακάλυπτον (akatakalypton) = onbedekt | τῷ (to) = aan | θεῷ (theo) = Elohim | προσεύχεσθαι (proseuchesthai) = te bidden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίνω (krino), ‘oordelen’: beoordelen. πρέπον (prepon), ‘gepast, passend’. **11:14** Leert niet eens de natuur zelf jullie dat het voor een man een schande is als hij lang haar draagt, Brontekst: οὐδὲ (oude) = niet eens | ἡ (he) = de | φύσις (physis) = natuur | αὐτὴ (aute) = zelf | διδάσκει (didaskei) = leert | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὅτι (hoti) = dat | ἀνὴρ (aner) = man | μὲν (men) = wel | ἐὰν (ean) = als | κομᾷ (koma) = lang haar draagt | ἀτιμία (atimia) = schande | αὐτῷ (auto) = voor hem | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φύσις (fysis), ‘natuur’: wat van nature of gewoonlijk zo is. κομάω (komao), ‘lang haar dragen’. ἀτιμία (atimia), ‘schande, oneer’. De vraag uit vers 14 loopt door in vers 15. Zie ook: 1 Kor 11:15 **11:15** maar dat het voor een vrouw, als zij lang haar draagt, haar heerlijkheid is? Want de haardos is haar als omhulsel gegeven. Brontekst: γυνὴ (gyne) = vrouw | δὲ (de) = maar | ἐὰν (ean) = als | κομᾷ (koma) = lang haar draagt | δόξα (doxa) = heerlijkheid | αὐτῇ (aute) = voor haar | ἐστιν (estin) = is | ὅτι (hoti) = want | ἡ (he) = de | κόμη (kome) = haardos | ἀντὶ (anti) = in plaats van | περιβολαίου (peribolaiou) = omhulsel | δέδοται (dedotai) = is gegeven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κόμη (kome), ‘haardos’. περιβόλαιον (peribolaion), ‘omhulsel’: een mantel of doek die om iets heen wordt geslagen. ἀντί (anti), ‘in plaats van, als’. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’, zoals in vers 7. Het vers laat het verschil met een bedekking in vers 5–6 open: het haar kan zelf de bedekking zijn, of een teken ervan. Zie ook: 1 Kor 11:5–6; 1 Kor 11:7 **11:16** Maar als iemand meent twistziek te zijn: wij hebben zulk een gewoonte niet, en de gemeenten van Elohim ook niet. Brontekst: εἰ (ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | δοκεῖ (dokei) = meent | φιλόνεικος (philoneikos) = twistziek | εἶναι (einai) = te zijn | ἡμεῖς (hemeis) = wij | τοιαύτην (toiauten) = zulk een | συνήθειαν (synetheian) = gewoonte | οὐκ (ouk) = niet | ἔχομεν (echomen) = hebben | οὐδὲ (oude) = ook niet | αἱ (hai) = de | ἐκκλησίαι (ekklesiai) = gemeenten | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλόνεικος (filoneikos), ‘twistziek, twistgraag’. συνήθεια (syntheia), ‘gewoonte’: ook ‘omgang, gebruik’. Het Grieks laat open of ‘zo’n gewoonte’ het twisten bedoelt of de gewoonte dat vrouwen onbedekt bidden. ### Verdeeldheid bij het avondmaal van de Heer **11:17** Maar nu ik dit gebied, prijs ik jullie niet, omdat jullie niet tot het betere samenkomen, maar tot het mindere. Brontekst: Τοῦτο (Touto) = dit | δὲ (de) = maar | παραγγέλλων (parangellon) = gebiedend | οὐκ (ouk) = niet | ἐπαινῶ (epaino) = prijs ik | ὅτι (hoti) = omdat | οὐκ (ouk) = niet | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | κρεῖσσον (kreisson) = betere | ἀλλὰ (alla) = maar | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | ἧσσον (hesson) = mindere | συνέρχεσθε (synerchesthe) = komen jullie samen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραγγέλλω (parangello), ‘gebieden’: ook ‘opdragen, een bevel geven’; zie 1 Kor. 7:10. Het Griekse ‘dit’ kan wijzen op wat voorafgaat (verzen 2–16) of op wat volgt (verzen 17–34). κρεῖσσον (kreisson), ‘beter’; ἧσσον (hesson), ‘minder’. Zie ook: 1 Kor 7:10 **11:18** Want in de eerste plaats hoor ik dat er scheuringen onder jullie zijn wanneer jullie in de gemeente samenkomen. En voor een deel geloof ik het. Brontekst: πρῶτον (proton) = eerst | μὲν (men) = wel | γὰρ (gar) = want | συνερχομένων (synerchomenon) = samenkomend | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐν (en) = in | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | ἀκούω (akouo) = hoor ik | σχίσματα (schismata) = scheuringen | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | ὑπάρχειν (hyparchein) = zijn | καὶ (kai) = en | μέρος (meros) = deel | τι (ti) = een | πιστεύω (pisteuo) = geloof ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σχίσμα (schisma), ‘scheuring’, zoals in 1 Kor. 1:10. ἐν ἐκκλησίᾳ (en ekklesia), ‘in de gemeente’: ἐκκλησία betekent hier de bijeenkomst van de gemeente. μέρος τι (meros ti), ‘voor een deel’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:10. Zie ook: 1 Kor 1:10 **11:19** Want er moeten ook partijschappen onder jullie zijn, opdat ook de goedgekeurden onder jullie openbaar worden. Brontekst: δεῖ (dei) = moet | γὰρ (gar) = want | καὶ (kai) = ook | αἱρέσεις (haireseis) = partijschappen | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | εἶναι (einai) = zijn | ἵνα (hina) = opdat | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | δόκιμοι (dokimoi) = goedgekeurden | φανεροὶ (phaneroi) = openbaar | γένωνται (genontai) = worden | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: αἵρεσις (hairesis), ‘partij, richting’: een groep die zich afscheidt; in Gal. 5:20 ‘partijschappen’. δόκιμος (dokimos), ‘goedgekeurd’: wie de toets heeft doorstaan; het tegenovergestelde ἀδόκιμος, ‘afgekeurd’, staat in 1 Kor. 9:27. φανερός (faneros), ‘openbaar’. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:20. Zie ook: Gal 5:20; 1 Kor 9:27 **11:20** Als jullie dus samenkomen, is het niet het avondmaal van de Heer dat jullie eten. Brontekst: συνερχομένων (synerchomenon) = samenkomend | οὖν (oun) = dus | ὑμῶν (hymon) = jullie | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | αὐτὸ (auto) = zelfde | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is het | κυριακὸν (kyriakon) = van de Heer | δεῖπνον (deipnon) = avondmaal | φαγεῖν (phagein) = te eten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κυριακὸν δεῖπνον (kyriakon deipnon), ‘avondmaal van de Heer’: κυριακός (kyriakos) betekent ‘van de Heer’, δεῖπνον (deipnon) ‘avondmaal, hoofdmaaltijd’. ἐπὶ τὸ αὐτό (epi to auto), ‘samen, bijeen’. In vers 21 heeft δεῖπνον de gewone betekenis ‘maaltijd’. De zin kan ook gelezen worden als ‘dan is het niet mogelijk het avondmaal van de Heer te eten’. Zie ook: 1 Kor 11:21 **11:21** Want bij het eten neemt ieder zijn eigen maaltijd vooraf: de een heeft honger, de ander is dronken. Brontekst: ἕκαστος (hekastos) = ieder | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = het | ἴδιον (idion) = eigen | δεῖπνον (deipnon) = maaltijd | προλαμβάνει (prolambanei) = neemt vooraf | ἐν (en) = bij | τῷ (to) = het | φαγεῖν (phagein) = eten | καὶ (kai) = en | ὃς (hos) = de een | μὲν (men) = wel | πεινᾷ (peina) = heeft honger | ὃς (hos) = de ander | δὲ (de) = maar | μεθύει (methyei) = is dronken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προλαμβάνω (prolambano), ‘vooraf nemen’: zijn eigen maaltijd nemen voordat de anderen er zijn of zonder te delen. πεινάω (peinao), ‘honger hebben’; μεθύω (methyo), ‘dronken zijn’. **11:22** Hebben jullie dan geen huizen om te eten en te drinken? Of minachten jullie de gemeente van Elohim en maken jullie hen te schande die niets hebben? Wat zal ik tegen jullie zeggen? Zal ik jullie prijzen? Hierin prijs ik jullie niet. Brontekst: μὴ (me) = niet | γὰρ (gar) = want | οἰκίας (oikias) = huizen | οὐκ (ouk) = niet | ἔχετε (echete) = hebben jullie | εἰς (eis) = om | τὸ (to) = te | ἐσθίειν (esthiein) = eten | καὶ (kai) = en | πίνειν (pinein) = te drinken | ἢ (e) = of | τῆς (tes) = de | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | καταφρονεῖτε (kataphroneite) = minachten jullie | καὶ (kai) = en | καταισχύνετε (kataischynete) = maken te schande | τοὺς (tous) = hen | μὴ (me) = die niet | ἔχοντας (echontas) = hebben | τί (ti) = wat | εἴπω (eipo) = zal ik zeggen | ὑμῖν (hymin) = tegen jullie | ἐπαινέσω (epaineso) = zal ik prijzen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | τούτῳ (touto) = dit | οὐκ (ouk) = niet | ἐπαινῶ (epaino) = prijs ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἰκία (oikia), ‘huis’. καταφρονέω (katafroneo), ‘minachten’. Het Grieks heeft ‘hen die niet hebben’ zonder voorwerp; wij vullen ‘niets’ aan. καταισχύνω (kataischyno), ‘te schande maken’, zoals in vers 4. De vragen zijn retorisch. Zie ook: 1 Kor 11:4 ### Wat de Heer Zelf heeft doorgegeven **11:23** Want ik heb van de Heer ontvangen wat ik ook aan jullie heb doorgegeven. In de nacht waarin de Heer Yeshua werd overgeleverd, nam Hij brood. Brontekst: Ἐγὼ (Ego) = ik | γὰρ (gar) = want | παρέλαβον (parelabon) = ontving | ἀπὸ (apo) = van | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ὃ (ho) = wat | καὶ (kai) = ook | παρέδωκα (paredoka) = ik doorgaf | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | νυκτὶ (nykti) = nacht | ᾗ (he) = waarin | παρεδίδετο (paredideto) = werd overgeleverd | ἔλαβεν (elaben) = nam | ἄρτον (arton) = brood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραλαμβάνω (paralambano), ‘ontvangen’; παραδίδωμι (paradidomi), ‘doorgeven’ en ook ‘overleveren, uitleveren’: hetzelfde werkwoord staat bij ‘werd overgeleverd’ en kan ook ‘verraden’ betekenen. ἀπὸ τοῦ κυρίου (apo tou kyriou), ‘van de Heer’: de Heer is Yeshua. Het Grieks heeft ‘dat de Heer Yeshua in de nacht … brood nam’ als bijzin; wij maken er twee zinnen van. De verzen 23–25 geven de instelling van het avondmaal; de woorden van Yeshua staan rood. Voetnoot : Zie ook Matt. 26:26–29; Mark. 14:22–25; Luc. 22:19–20. Zie ook: Mat 26:26–29; Mar 14:22–25; Luc 22:19–20 **11:24** Hij dankte, brak het en zei: **„Dit is Mijn lichaam, dat voor jullie is. Doe dit tot Mijn gedachtenis.”** Brontekst: καὶ (kai) = en | εὐχαριστήσας (eucharistesas) = dankend | ἔκλασεν (eklasen) = brak | καὶ (kai) = en | εἶπεν (eipen) = zei | Τοῦτό (Touto) = dit | μού (mou) = Mijn | ἐστιν (estin) = is | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | τὸ (to) = dat | ὑπὲρ (hyper) = voor | ὑμῶν (hymon) = jullie | τοῦτο (touto) = dit | ποιεῖτε (poieite) = doe | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | ἐμὴν (emen) = Mijn | ἀνάμνησιν (anamnesin) = gedachtenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’. κλάω (klao), ‘breken’. Het Grieks heeft bij ‘brak’ geen voorwerp; wij vullen ‘het’ aan. Het Grieks heeft bij ‘dat voor jullie is’ geen werkwoord; Luc. 22:19 heeft ‘dat voor jullie wordt gegeven’. ἀνάμνησις (anamnesis), ‘gedachtenis’: herinnering. ποιεῖτε (poieite), ‘doe’: de Griekse vorm is een gebod aan allen, ‘doe dit’. Voetnoot : Zie ook Matt. 26:26; Mark. 14:22; Luc. 22:19. Zie ook: Mat 26:26; Mar 14:22; Luc 22:19 **11:25** Op dezelfde manier nam Hij na de maaltijd ook de beker. Hij zei: **„Deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dit, zo vaak als jullie drinken, tot Mijn gedachtenis.”** Brontekst: ὡσαύτως (hosautos) = op dezelfde manier | καὶ (kai) = ook | τὸ (to) = de | ποτήριον (poterion) = beker | μετὰ (meta) = na | τὸ (to) = het | δειπνῆσαι (deipnesai) = maaltijd eten | λέγων (legon) = zeggend | Τοῦτο (Touto) = deze | τὸ (to) = de | ποτήριον (poterion) = beker | ἡ (he) = het | καινὴ (kaine) = nieuwe | διαθήκη (diatheke) = verbond | ἐστὶν (estin) = is | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | ἐμῷ (emo) = Mijn | αἵματι (haimati) = bloed | τοῦτο (touto) = dit | ποιεῖτε (poieite) = doe | ὁσάκις (hosakis) = zo vaak als | ἐὰν (ean) = ook | πίνητε (pinete) = jullie drinken | εἰς (eis) = tot | τὴν (ten) = de | ἐμὴν (emen) = Mijn | ἀνάμνησιν (anamnesin) = gedachtenis Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὡσαύτως (hosautos), ‘op dezelfde manier’. δειπνέω (deipneo), ‘het avondmaal eten, de maaltijd houden’. Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘de beker’; wij vullen ‘nam Hij’ aan uit vers 23. καινὴ διαθήκη (kaine diatheke), ‘nieuw verbond’: διαθήκη betekent ‘verbond’; het woord klinkt aan op Jer. 31:31, waar ons Hebreeuws ‘een nieuw verbond’ heeft, en op Exod. 24:8, ‘het bloed van het verbond’. ὁσάκις ἐὰν πίνητε (hosakis ean pinete), ‘zo vaak als jullie drinken’. Voetnoot : Zie ook Jer. 31:31; Exod. 24:8; Matt. 26:28; Mark. 14:24; Luc. 22:20. Zie ook: Ex 24:8; Jer 31:31; Mat 26:28; Mar 14:24; Luc 22:20; 1 Kor 11:23 **11:26** Want zo vaak als jullie dit brood eten en de beker drinken, verkondigen jullie de dood van de Heer, totdat Hij komt. Brontekst: ὁσάκις (hosakis) = zo vaak als | γὰρ (gar) = want | ἐὰν (ean) = ook | ἐσθίητε (esthiete) = jullie eten | τὸν (ton) = het | ἄρτον (arton) = brood | τοῦτον (touton) = dit | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ποτήριον (poterion) = beker | πίνητε (pinete) = jullie drinken | τὸν (ton) = de | θάνατον (thanaton) = dood | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | καταγγέλλετε (katangellete) = verkondigen jullie | ἄχρι (achri) = totdat | οὗ (hou) = wanneer | ἔλθῃ (elthe) = Hij komt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers geeft de woorden van Paulus zelf; de aanhaling van Yeshua eindigt bij vers 25. καταγγέλλω (katangello), ‘verkondigen’. ἄχρι οὗ ἔλθῃ (achri hou elthe), ‘totdat Hij komt’: de komst van de Heer. Voetnoot : Zie ook Matt. 26:29. Zie ook: Mat 26:29; 1 Kor 11:25 ### Onwaardig eten en drinken **11:27** Daarom: wie onwaardig het brood eet of de beker van de Heer drinkt, zal schuldig zijn aan het lichaam en het bloed van de Heer. Brontekst: Ὥστε (Hoste) = daarom | ὃς (hos) = wie | ἂν (an) = ook | ἐσθίῃ (esthie) = eet | τὸν (ton) = het | ἄρτον (arton) = brood | ἢ (e) = of | πίνῃ (pine) = drinkt | τὸ (to) = de | ποτήριον (poterion) = beker | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἀναξίως (anaxios) = onwaardig | ἔνοχος (enochos) = schuldig | ἔσται (estai) = zal zijn | τοῦ (tou) = aan het | σώματος (somatos) = lichaam | καὶ (kai) = en | τοῦ (tou) = aan het | αἵματος (haimatos) = bloed | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναξίως (anaxios), ‘onwaardig’: op een manier die het maal onwaardig is. ἔνοχος (enochos), ‘schuldig aan’: aansprakelijk voor. **11:28** Laat een mens zichzelf toetsen en zo eten van het brood en drinken uit de beker. Brontekst: δοκιμαζέτω (dokimazeto) = laat toetsen | δὲ (de) = maar | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ἑαυτόν (heauton) = zichzelf | καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = het | ἄρτου (artou) = brood | ἐσθιέτω (esthieto) = eten | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = uit | τοῦ (tou) = de | ποτηρίου (poteriou) = beker | πινέτω (pineto) = drinken Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: beproeven en goedkeuren; verwant met δόκιμος in vers 19. Zie ook: 1 Kor 11:19 **11:29** Want wie eet en drinkt, eet en drinkt een oordeel over zichzelf, als hij het lichaam niet onderscheidt. Brontekst: ὁ (ho) = die | γὰρ (gar) = want | ἐσθίων (esthion) = eet | καὶ (kai) = en | πίνων (pinon) = drinkt | κρίμα (krima) = oordeel | ἑαυτῷ (heauto) = over zichzelf | ἐσθίει (esthiei) = eet | καὶ (kai) = en | πίνει (pinei) = drinkt | μὴ (me) = niet | διακρίνων (diakrinon) = onderscheidend | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίμα (krima), ‘oordeel’: uitspraak van een rechter, hier een veroordeling. διακρίνω (diakrino), ‘onderscheiden’: het verschil zien; hetzelfde werkwoord is ‘beoordelen’ in vers 31 en in 14:29. Het zelfstandig naamwoord διάκρισις staat in 12:10 (‘onderscheiding’). τὸ σῶμα (to soma), ‘het lichaam’: het lichaam van de Heer (verzen 24 en 27), of de gemeente als lichaam (zie 1 Kor. 10:17; 12:27); het Grieks laat dat open. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 10:17; 1 Kor. 12:27. Zie ook: 1 Kor 10:17; 1 Kor 11:31; 1 Kor 12:27 **11:30** Daarom zijn er onder jullie velen zwak en ziek, en een flink aantal is ontslapen. Brontekst: διὰ (dia) = om | τοῦτο (touto) = dit | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | πολλοὶ (polloi) = velen | ἀσθενεῖς (astheneis) = zwak | καὶ (kai) = en | ἄρρωστοι (arrostoi) = ziek | καὶ (kai) = en | κοιμῶνται (koimontai) = zijn ontslapen | ἱκανοί (hikanoi) = een flink aantal Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’; ἄρρωστος (arrostos), ‘ziek’; κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’, letterlijk ‘slapen’: een bekende uitdrukking voor sterven. ἱκανοί (hikanoi), ‘een flink aantal’. **11:31** Maar als wij onszelf beoordeelden, zouden wij niet geoordeeld worden. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ἑαυτοὺς (heautous) = onszelf | διεκρίνομεν (diekrinomen) = wij beoordeelden | οὐκ (ouk) = niet | ἂν (an) = zouden | ἐκρινόμεθα (ekrinometha) = wij geoordeeld worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακρίνω (diakrino) is hier ‘beoordelen’, het werkwoord van vers 29 (‘onderscheiden’) en van 14:29; wij kiezen ‘beoordelen’ omdat ‘onszelf onderscheiden’ in het Nederlands niet duidelijk is. κρίνω (krino), ‘oordelen’. Het Grieks speelt met beide woorden. Zie ook: 1 Kor 11:29 **11:32** Maar nu wij geoordeeld worden, worden wij door de Heer opgevoed, opdat wij niet samen met de wereld veroordeeld worden. Brontekst: κρινόμενοι (krinomenoi) = geoordeeld wordend | δὲ (de) = maar | ὑπὸ (hypo) = door | κυρίου (kyriou) = de Heer | παιδευόμεθα (paideuometha) = worden wij opgevoed | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | σὺν (syn) = samen met | τῷ (to) = de | κόσμῳ (kosmo) = wereld | κατακριθῶμεν (katakrithomen) = wij veroordeeld worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden’: onderwijzen en terechtwijzen. κατακρίνω (katakrino), ‘veroordelen’. ὑπὸ κυρίου (hypo kyriou), ‘door de Heer’: Yeshua. Voetnoot : Zie ook Spr. 3:11; Hebr. 12:5–11. Zie ook: Spr 3:11; Heb 12:5–11 ### Wacht op elkaar **11:33** Daarom, mijn broers: als jullie samenkomen om te eten, wacht op elkaar. Brontekst: Ὥστε (Hoste) = daarom | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | συνερχόμενοι (synerchomenoi) = samenkomend | εἰς (eis) = tot | τὸ (to) = het | φαγεῖν (phagein) = eten | ἀλλήλους (allelous) = op elkaar | ἐκδέχεσθε (ekdechesthe) = wacht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκδέχομαι (ekdechomai), ‘wachten op’: ook ‘opnemen, ontvangen’. **11:34** Als iemand honger heeft, laat hij thuis eten, opdat jullie niet tot een oordeel samenkomen. De overige zaken zal ik regelen wanneer ik kom. Brontekst: εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | πεινᾷ (peina) = honger heeft | ἐν (en) = in | οἴκῳ (oiko) = huis | ἐσθιέτω (esthieto) = laat hij eten | ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | εἰς (eis) = tot | κρίμα (krima) = oordeel | συνέρχησθε (synerchesthe) = jullie samenkomen | Τὰ (Ta) = de | δὲ (de) = maar | λοιπὰ (loipa) = overige | ὡς (hos) = zodra | ἂν (an) = ook | ἔλθω (eltho) = ik kom | διατάξομαι (diataxomai) = zal ik regelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κρίμα (krima), ‘oordeel’, zoals in vers 29. διατάσσω (diatasso), ‘regelen’. τὰ λοιπά (ta loipa), ‘de overige zaken’: Paulus noemt niet welke. Zie ook: 1 Kor 11:29 ## 1 Korintiërs 12 _De geestelijke gaven: één Geest, vele genadegaven, één lichaam met vele delen_ ### De geestelijke gaven **12:1** Over de geestelijke gaven, broers, wil ik niet dat jullie onwetend zijn. Brontekst: Περὶ (Peri) = over | δὲ (de) = maar | τῶν (ton) = de | πνευματικῶν (pneumatikon) = geestelijke | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | οὐ (ou) = niet | θέλω (thelo) = wil ik | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀγνοεῖν (agnoein) = onwetend te zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνευματικά (pneumatika), ‘geestelijke (dingen/gaven)’: het Griekse woord is een bijvoeglijk naamwoord zonder zelfstandig naamwoord en kan ‘geestelijke gaven’ of ‘geestelijke mensen’ betekenen; wij vullen ‘gaven’ aan, naar de verzen 4–11. ἀγνοέω (agnoeo), ‘onwetend zijn’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente; zie 1 Kor. 1:10. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 14:1. Zie ook: 1 Kor 1:10; 1 Kor 14:1 **12:2** Jullie weten dat jullie, toen jullie nog tot de volken behoorden, naar de stomme afgoden werden meegevoerd, zoals jullie werden geleid. Brontekst: οἴδατε (oidate) = weten jullie | ὅτι (hoti) = dat | ὅτε (hote) = toen | ἔθνη (ethne) = volken | ἦτε (ete) = jullie waren | πρὸς (pros) = naar | τὰ (ta) = de | εἴδωλα (eidola) = afgoden | τὰ (ta) = de | ἄφωνα (aphona) = stomme | ὡς (hos) = zoals | ἂν (an) = ook | ἤγεσθε (egesthe) = jullie werden geleid | ἀπαγόμενοι (apagomenoi) = meegevoerd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔθνη (ethne), ‘volken’: de niet-Joden. ἄφωνος (afonos), ‘stom, zonder stem’. ἀπάγω (apago), ‘meevoeren, wegleiden’. ὡς ἄν (hos an) ἤγεσθε, ‘zoals jullie werden geleid’: het Grieks wijst op steeds terugkerend meegevoerd worden; de zin is kort en niet geheel duidelijk. Dat afgoden stom zijn, staat ook in het Oude Testament. Voetnoot : Zie ook Hab. 2:18; Ps. 115:5; Ps. 135:16. Zie ook: Ps 115:5; Ps 135:16; Hab 2:18 **12:3** Daarom maak ik jullie bekend: niemand die in de Geest van Elohim spreekt, zegt: „Yeshua is vervloekt”. En niemand kan zeggen: „Yeshua is Heer”, behalve in de Heilige Geest. Brontekst: διὸ (dio) = daarom | γνωρίζω (gnorizo) = maak ik bekend | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ὅτι (hoti) = dat | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | θεοῦ (theou) = van Elohim | λαλῶν (lalon) = sprekend | λέγει (legei) = zegt | Ἀνάθεμα (Anathema) = vervloekt | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | καὶ (kai) = en | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | δύναται (dynatai) = kan | εἰπεῖν (eipein) = zeggen | Κύριος (Kyrios) = Heer | Ἰησοῦς (Iesous) = Yeshua | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | ἐν (en) = in | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἁγίῳ (hagio) = Heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνάθεμα (anathema), ‘vervloekt’: iets of iemand dat aan een ban is overgegeven; zie Gal. 1:8–9. Κύριος Ἰησοῦς (Kyrios Iesous), ‘Yeshua is Heer’: een belijdenis; ‘Heer’ is de titel van Yeshua. ἐν πνεύματι (en pneumati), ‘in de Geest’: ook ‘door de Geest’. Het Grieks heeft geen werkwoord ‘is’; wij vullen het aan. In de verzen 3–6 noemt Paulus de Geest, de Heer en Elohim naast elkaar. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:8; Gal. 1:9. Zie ook: Gal 1:8–9; Gal 1:9 ### Eén Geest, vele genadegaven **12:4** Er zijn verscheidenheden van genadegaven, maar de Geest is dezelfde. Brontekst: Διαιρέσεις (Diaireseis) = verscheidenheden | δὲ (de) = maar | χαρισμάτων (charismaton) = van genadegaven | εἰσίν (eisin) = zijn | τὸ (to) = de | δὲ (de) = maar | αὐτὸ (auto) = zelfde | πνεῦμα (pneuma) = Geest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διαίρεσις (diairesis), ‘verscheidenheid’: ook ‘verdeling’. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’, van χάρις (charis), ‘genade’: een gave die uit genade wordt gegeven; zie 1 Kor. 1:7. Verzen 4–6 zijn gebouwd in drie delen: genadegaven – Geest, diensten – Heer, werkingen – Elohim. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:7. Zie ook: 1 Kor 1:7 **12:5** En er zijn verscheidenheden van diensten, en de Heer is dezelfde. Brontekst: καὶ (kai) = en | διαιρέσεις (diaireseis) = verscheidenheden | διακονιῶν (diakonion) = van diensten | εἰσιν (eisin) = zijn | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | αὐτὸς (autos) = zelfde | κύριος (kyrios) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακονία (diakonia), ‘dienst’: dienstverlening; verwant met διάκονος, ‘dienaar’. ‘De Heer’ is Yeshua. **12:6** En er zijn verscheidenheden van werkingen, maar Elohim is dezelfde, die alles in allen werkt. Brontekst: καὶ (kai) = en | διαιρέσεις (diaireseis) = verscheidenheden | ἐνεργημάτων (energematon) = van werkingen | εἰσίν (eisin) = zijn | ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | αὐτὸς (autos) = zelfde | θεός (theos) = Elohim | ὁ (ho) = die | ἐνεργῶν (energon) = werkt | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνέργημα (energema), ‘werking’; ἐνεργέω (energeo), ‘werken’. Het Grieks heeft ‘de zelfde Elohim, die alles in allen werkt’. **12:7** Aan ieder wordt het zichtbaar worden van de Geest gegeven tot nut. Brontekst: ἑκάστῳ (hekasto) = aan ieder | δὲ (de) = maar | δίδοται (didotai) = wordt gegeven | ἡ (he) = het | φανέρωσις (phanerosis) = zichtbaar worden | τοῦ (tou) = van de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | πρὸς (pros) = tot | τὸ (to) = het | συμφέρον (sympheron) = nut Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φανέρωσις (fanerosis), ‘het zichtbaar worden’: de Geest wordt in een gave openlijk zichtbaar. συμφέρον (sympheron), ‘nut’: wat bijdraagt. Het Grieks zegt niet ‘tot nut van allen’; vergelijk 1 Kor. 14:12 en 14:26 over opbouw van de gemeente. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 14:12; 1 Kor. 14:26. Zie ook: 1 Kor 14:12; 1 Kor 14:26 **12:8** Want aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven, aan een ander een woord van kennis, volgens dezelfde Geest. Brontekst: ᾧ (ho) = aan wie | μὲν (men) = wel | γὰρ (gar) = want | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | πνεύματος (pneumatos) = Geest | δίδοται (didotai) = wordt gegeven | λόγος (logos) = woord | σοφίας (sophias) = van wijsheid | ἄλλῳ (allo) = aan een ander | δὲ (de) = maar | λόγος (logos) = woord | γνώσεως (gnoseos) = van kennis | κατὰ (kata) = volgens | τὸ (to) = de | αὐτὸ (auto) = zelfde | πνεῦμα (pneuma) = Geest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λόγος σοφίας (logos sofias), ‘woord van wijsheid’; λόγος γνώσεως (logos gnoseos), ‘woord van kennis’; γνῶσις (gnosis), ‘kennis’. In de verzen 8–10 wisselt het Grieks tussen ἄλλος (allos) en ἕτερος (heteros), allebei ‘ander’; wij vertalen beide met ‘een ander’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:5. Zie ook: 1 Kor 1:5 **12:9** Aan een ander geloof, in dezelfde Geest. Aan een ander genadegaven van genezingen, in die ene Geest. Brontekst: ἑτέρῳ (hetero) = aan een ander | πίστις (pistis) = geloof | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | αὐτῷ (auto) = zelfde | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἄλλῳ (allo) = aan een ander | χαρίσματα (charismata) = genadegaven | ἰαμάτων (iamaton) = van genezingen | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ἑνὶ (heni) = ene | πνεύματι (pneumati) = Geest Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πίστις (pistis), ‘geloof’: hier een bijzondere gave van vertrouwen; vergelijk 1 Kor. 13:2. ἴαμα (iama), ‘genezing’; het meervoud ‘genezingen’ wijst op verschillende genezingen. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 13:2. Zie ook: 1 Kor 13:2 **12:10** Aan een ander werkingen van krachten. Aan een ander profetie. Aan een ander onderscheidingen van geesten. Aan een ander soorten talen. Aan een ander uitleg van talen. Brontekst: ἄλλῳ (allo) = aan een ander | ἐνεργήματα (energemata) = werkingen | δυνάμεων (dynameon) = van krachten | ἄλλῳ (allo) = aan een ander | προφητεία (propheteia) = profetie | ἄλλῳ (allo) = aan een ander | διακρίσεις (diakriseis) = onderscheidingen | πνευμάτων (pneumaton) = van geesten | ἑτέρῳ (hetero) = aan een ander | γένη (gene) = soorten | γλωσσῶν (glosson) = talen | ἄλλῳ (allo) = aan een ander | ἑρμηνεία (hermeneia) = uitleg | γλωσσῶν (glosson) = van talen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δύναμις (dynamis), ‘kracht’: krachtige daden, wonderen. προφητεία (profeteia), ‘profetie’. διάκρισις (diakrisis), ‘onderscheiding’: het onderscheiden en beoordelen; verwant met διακρίνω in 1 Kor. 11:29 en 14:29. γλῶσσα (glossa), ‘tong, taal’: γένη γλωσσῶν, ‘soorten talen’. Spreken in talen kan het spreken in menselijke talen zijn of in klanktaal; het Grieks laat dat open. ἑρμηνεία (hermeneia), ‘uitleg’: het weergeven van wat gezegd is. Voetnoot : Zie ook Hand. 2:4; Hand. 10:46; Hand. 19:6; 1 Kor. 14:2–5. Zie ook: Hand 2:4; Hand 10:46; Hand 19:6; 1 Kor 11:29; 1 Kor 14:2–5; 1 Kor 14:29 **12:11** Al deze dingen werkt de ene en dezelfde Geest, die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil. Brontekst: πάντα (panta) = al | δὲ (de) = maar | ταῦτα (tauta) = deze dingen | ἐνεργεῖ (energei) = werkt | τὸ (to) = de | ἓν (hen) = ene | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | αὐτὸ (auto) = zelfde | πνεῦμα (pneuma) = Geest | διαιροῦν (diairoun) = verdelend | ἰδίᾳ (idia) = afzonderlijk | ἑκάστῳ (hekasto) = aan ieder | καθὼς (kathos) = zoals | βούλεται (bouletai) = Hij wil Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἰδίᾳ (idia), ‘afzonderlijk’: aan ieder in het bijzonder. βούλομαι (boulomai), ‘willen’: de Geest beslist. ### Eén lichaam, vele delen **12:12** Want zoals het lichaam één is en vele delen heeft, zo is het ook met de Messias. Alle delen van het lichaam zijn, hoewel het er vele zijn, één lichaam. Brontekst: Καθάπερ (Kathaper) = zoals | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | ἕν (hen) = één | ἐστιν (estin) = is | καὶ (kai) = en | μέλη (mele) = delen | πολλὰ (polla) = vele | ἔχει (echei) = heeft | πάντα (panta) = alle | δὲ (de) = maar | τὰ (ta) = de | μέλη (mele) = delen | τοῦ (tou) = van het | σώματος (somatos) = lichaam | πολλὰ (polla) = vele | ὄντα (onta) = zijnde | ἕν (hen) = één | ἐστιν (estin) = is | σῶμα (soma) = lichaam | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | Χριστός (Christos) = Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σῶμα (soma), ‘lichaam’; μέλος (melos), ‘deel’: een deel of lid van het lichaam. Het Grieks zet de bijzin ‘alle delen van het lichaam … zijn één lichaam’ midden in de vergelijking; wij zetten die erachter. ‘Zo is het ook met de Messias’: Paulus noemt ‘de Messias’ in plaats van ‘het lichaam van de Messias’, zie vers 27. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 10:17. Zie ook: 1 Kor 10:17; 1 Kor 12:27 **12:13** Want ook in één Geest zijn wij allen gedoopt tot één lichaam, of wij nu Joden zijn of Grieken, knechten of vrijen. En wij zijn allen met één Geest gedrenkt. Brontekst: καὶ (kai) = want | γὰρ (gar) = ook | ἐν (en) = in | ἑνὶ (heni) = één | πνεύματι (pneumati) = Geest | ἡμεῖς (hemeis) = wij | πάντες (pantes) = allen | εἰς (eis) = tot | ἓν (hen) = één | σῶμα (soma) = lichaam | ἐβαπτίσθημεν (ebaptisthemen) = zijn gedoopt | εἴτε (eite) = of | Ἰουδαῖοι (Ioudaioi) = Joden | εἴτε (eite) = of | Ἕλληνες (Hellenes) = Grieken | εἴτε (eite) = of | δοῦλοι (douloi) = knechten | εἴτε (eite) = of | ἐλεύθεροι (eleutheroi) = vrijen | καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = allen | ἓν (hen) = één | πνεῦμα (pneuma) = Geest | ἐποτίσθημεν (epotisthemen) = zijn gedrenkt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’: onderdompelen. ἐν ἑνὶ πνεύματι (en heni pneumati), ‘in één Geest’: ook ‘door één Geest’. ποτίζω (potizo), ‘te drinken geven, drenken’: het Grieks heeft hier ‘één Geest’ zonder voorzetsel; wij schrijven ‘met één Geest’. Paulus noemt dezelfde groepen als Gal. 3:28: Joden en Grieken, knechten en vrijen. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’. Voetnoot : Zie ook Gal. 3:27–28. Zie ook: Gal 3:27–28; Gal 3:28 **12:14** Want het lichaam is niet één deel, maar vele. Brontekst: Καὶ (Kai) = want | γὰρ (gar) = ook | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | ἓν (hen) = één | μέλος (melos) = deel | ἀλλὰ (alla) = maar | πολλά (polla) = vele Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De verzen 14–26 werken het beeld van het lichaam uit. μέλος blijft ‘deel’. **12:15** Als de voet zegt: „Omdat ik geen hand ben, ben ik niet van het lichaam”, dan hoort hij daarom nog wel bij het lichaam. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | εἴπῃ (eipe) = zegt | ὁ (ho) = de | πούς (pous) = voet | Ὅτι (Hoti) = omdat | οὐκ (ouk) = niet | εἰμὶ (eimi) = ben ik | χείρ (cheir) = hand | οὐκ (ouk) = niet | εἰμὶ (eimi) = ben ik | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = het | σώματος (somatos) = lichaam | οὐ (ou) = niet | παρὰ (para) = vanwege | τοῦτο (touto) = dit | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is hij | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = het | σώματος (somatos) = lichaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft hier een dubbele ontkenning: ‘daarom is hij niet: niet van het lichaam’. Dat betekent: hij hoort er daarom toch bij. Wij schrijven dat zonder dubbele ontkenning. **12:16** En als het oor zegt: „Omdat ik geen oog ben, ben ik niet van het lichaam”, dan hoort het daarom nog wel bij het lichaam. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐὰν (ean) = als | εἴπῃ (eipe) = zegt | τὸ (to) = het | οὖς (ous) = oor | Ὅτι (Hoti) = omdat | οὐκ (ouk) = niet | εἰμὶ (eimi) = ben ik | ὀφθαλμός (ophthalmos) = oog | οὐκ (ouk) = niet | εἰμὶ (eimi) = ben ik | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = het | σώματος (somatos) = lichaam | οὐ (ou) = niet | παρὰ (para) = vanwege | τοῦτο (touto) = dit | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is het | ἐκ (ek) = van | τοῦ (tou) = het | σώματος (somatos) = lichaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οὖς (ous), ‘oor’. Hetzelfde als vers 15: dubbele ontkenning, ‘het is niet: niet van het lichaam’. Zie ook: 1 Kor 12:15 **12:17** Als het hele lichaam oog was, waar zou het gehoor zijn? Als het geheel gehoor was, waar zou de reuk zijn? Brontekst: εἰ (ei) = als | ὅλον (holon) = geheel | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | ὀφθαλμός (ophthalmos) = oog | ποῦ (pou) = waar | ἡ (he) = het | ἀκοή (akoe) = gehoor | εἰ (ei) = als | ὅλον (holon) = geheel | ἀκοή (akoe) = gehoor | ποῦ (pou) = waar | ἡ (he) = de | ὄσφρησις (osphresis) = reuk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκοή (akoe), ‘gehoor’; ὄσφρησις (osfresis), ‘reuk’. Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘waar’; wij vullen ‘zou zijn’ aan. **12:18** Maar nu heeft Elohim de delen, ieder van hen, in het lichaam gezet zoals Hij wilde. Brontekst: νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἔθετο (etheto) = heeft gezet | τὰ (ta) = de | μέλη (mele) = delen | ἓν (hen) = één | ἕκαστον (hekaston) = ieder | αὐτῶν (auton) = van hen | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | σώματι (somati) = lichaam | καθὼς (kathos) = zoals | ἠθέλησεν (ethelesen) = Hij wilde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τίθημι (tithemi), ‘zetten, plaatsen’: Elohim heeft de delen een plaats gegeven; hetzelfde werkwoord staat in vers 28. ἠθέλησεν (ethelesen), ‘Hij wilde’. Zie ook: 1 Kor 12:28 **12:19** Maar als alles één deel was, waar zou het lichaam zijn? Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ἦν (en) = was | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | ἓν (hen) = één | μέλος (melos) = deel | ποῦ (pou) = waar | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft ook hier geen werkwoord bij ‘waar’; wij vullen ‘zou zijn’ aan. **12:20** Nu zijn er wel vele delen, maar één lichaam. Brontekst: νῦν (nyn) = nu | δὲ (de) = maar | πολλὰ (polla) = vele | μὲν (men) = wel | μέλη (mele) = delen | ἓν (hen) = één | δὲ (de) = maar | σῶμα (soma) = lichaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μὲν … δέ (men … de), ‘wel … maar’: de tegenstelling tussen ‘vele delen’ en ‘één lichaam’. **12:21** Het oog kan niet tegen de hand zeggen: „Ik heb je niet nodig”, of het hoofd weer tegen de voeten: „Ik heb jullie niet nodig.” Brontekst: οὐ (ou) = niet | δύναται (dynatai) = kan | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = het | ὀφθαλμὸς (ophthalmos) = oog | εἰπεῖν (eipein) = zeggen | τῇ (te) = tegen de | χειρί (cheiri) = hand | Χρείαν (Chreian) = behoefte | σου (sou) = aan jou | οὐκ (ouk) = niet | ἔχω (echo) = heb ik | ἢ (e) = of | πάλιν (palin) = weer | ἡ (he) = het | κεφαλὴ (kephale) = hoofd | τοῖς (tois) = tegen de | ποσίν (posin) = voeten | Χρείαν (Chreian) = behoefte | ὑμῶν (hymon) = aan jullie | οὐκ (ouk) = niet | ἔχω (echo) = heb ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χρεία (chreia), ‘behoefte, nood’. Het Grieks gebruikt ‘je’ bij de hand (enkelvoud) en ‘jullie’ bij de voeten (meervoud). **12:22** Integendeel, de delen van het lichaam die zwakker lijken te zijn, zijn veel meer noodzakelijk. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | πολλῷ (pollo) = veel | μᾶλλον (mallon) = meer | τὰ (ta) = de | δοκοῦντα (dokounta) = schijnende | μέλη (mele) = delen | τοῦ (tou) = van het | σώματος (somatos) = lichaam | ἀσθενέστερα (asthenestera) = zwakker | ὑπάρχειν (hyparchein) = te zijn | ἀναγκαῖά (anankaia) = noodzakelijk | ἐστιν (estin) = zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’. ἀναγκαῖος (anankaios), ‘noodzakelijk’. δοκέω (dokeo), ‘schijnen, lijken’. Het Grieks laat open welke delen worden bedoeld. **12:23** En wat wij beschouwen als minder eervol van het lichaam, daaraan leggen wij meer eer om. En onze onfatsoenlijke delen hebben meer fatsoen. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἃ (ha) = wat | δοκοῦμεν (dokoumen) = wij menen | ἀτιμότερα (atimotera) = minder eervol | εἶναι (einai) = te zijn | τοῦ (tou) = van het | σώματος (somatos) = lichaam | τούτοις (toutois) = aan die | τιμὴν (timen) = eer | περισσοτέραν (perissoteran) = meer | περιτίθεμεν (peritithemen) = leggen wij om | καὶ (kai) = en | τὰ (ta) = de | ἀσχήμονα (aschemona) = onfatsoenlijke | ἡμῶν (hemon) = van ons | εὐσχημοσύνην (euschemosynen) = fatsoen | περισσοτέραν (perissoteran) = meer | ἔχει (echei) = heeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄτιμος (atimos), ‘minder eervol’; τιμή (time), ‘eer’. ἀσχήμων (aschemon), ‘onfatsoenlijk, onsierlijk’: de delen die men bedekt; εὐσχημοσύνη (euschemosyne), ‘fatsoen’. περιτίθημι (peritithemi), ‘omleggen’: eer als een kleed omleggen. Het Grieks noemt niet welke delen worden bedoeld; wij laten dat open. **12:24** Onze fatsoenlijke delen hebben het niet nodig. Maar Elohim heeft het lichaam samengevoegd door aan wat tekortkomt meer eer te geven. Brontekst: τὰ (ta) = de | δὲ (de) = maar | εὐσχήμονα (euschemona) = fatsoenlijke | ἡμῶν (hemon) = van ons | οὐ (ou) = niet | χρείαν (chreian) = behoefte | ἔχει (echei) = hebben | ἀλλὰ (alla) = maar | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | συνεκέρασεν (synekerasen) = heeft samengevoegd | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | τῷ (to) = aan wie | ὑστεροῦντι (hysterounti) = tekortkomt | περισσοτέραν (perissoteran) = meer | δοὺς (dous) = gevend | τιμήν (timen) = eer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐσχήμων (euschemon), ‘fatsoenlijk’. συγκεράννυμι (synkerannymi), ‘samenvoegen, samenmengen’. ὑστερέω (hystereo), ‘tekortkomen’: wat het mist. **12:25** Opdat er geen scheuring in het lichaam is, maar de delen dezelfde zorg voor elkaar hebben. Brontekst: ἵνα (hina) = opdat | μὴ (me) = niet | ᾖ (e) = er is | σχίσμα (schisma) = scheuring | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | σώματι (somati) = lichaam | ἀλλὰ (alla) = maar | τὸ (to) = de | αὐτὸ (auto) = zelfde | ὑπὲρ (hyper) = voor | ἀλλήλων (allelon) = elkaar | μεριμνῶσι (merimnosi) = zorgen | τὰ (ta) = de | μέλη (mele) = delen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σχίσμα (schisma), ‘scheuring’; zie 1 Kor. 1:10 en 11:18. μεριμνάω (merimnao), ‘zorg dragen, bezorgd zijn’. De zin sluit aan op vers 24 (‘opdat’). Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:10; 1 Kor. 11:18. Zie ook: 1 Kor 1:10; 1 Kor 11:18; 1 Kor 12:24 **12:26** En als één deel lijdt, lijden alle delen mee. Als één deel verheerlijkt wordt, verheugen alle delen zich mee. Brontekst: καὶ (kai) = en | εἴτε (eite) = of | πάσχει (paschei) = lijdt | ἓν (hen) = één | μέλος (melos) = deel | συμπάσχει (sympaschei) = lijdt mee | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | μέλη (mele) = delen | εἴτε (eite) = of | δοξάζεται (doxazetai) = verheerlijkt wordt | μέλος (melos) = deel | συγχαίρει (synchairei) = verheugt zich mee | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | μέλη (mele) = delen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πάσχω (pascho), ‘lijden’; συμπάσχω (sympascho), ‘meelijden’. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken, eer geven’; verwant met δόξα, ‘heerlijkheid’. συγχαίρω (synchairo), ‘zich meeverheugen’, van χαρά (chara), ‘vreugde’. ### Wat Elohim in de gemeente heeft gezet **12:27** Jullie nu zijn het lichaam van de Messias en, ieder voor zich, delen ervan. Brontekst: Ὑμεῖς (Hymeis) = jullie | δέ (de) = nu | ἐστε (este) = zijn | σῶμα (soma) = lichaam | Χριστοῦ (Christou) = van de Messias | καὶ (kai) = en | μέλη (mele) = delen | ἐκ (ek) = voor | μέρους (merous) = een deel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σῶμα Χριστοῦ (soma Christou), ‘lichaam van de Messias’: het Grieks heeft geen lidwoord; het kan ook ‘een lichaam van de Messias’ betekenen. Wij schrijven ‘het lichaam van de Messias’. ἐκ μέρους (ek merous), ‘ieder voor zijn deel, afzonderlijk’: ook ‘gedeeltelijk’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 10:17; 1 Kor. 12:12. Zie ook: 1 Kor 10:17; 1 Kor 12:12 **12:28** En Elohim heeft sommigen in de gemeente gezet: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraren, daarna krachten, daarna genadegaven van genezingen, hulpverleningen, besturingen, soorten talen. Brontekst: καὶ (kai) = en | οὓς (hous) = sommigen | μὲν (men) = wel | ἔθετο (etheto) = zette | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐν (en) = in | τῇ (te) = de | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | πρῶτον (proton) = ten eerste | ἀποστόλους (apostolous) = apostelen | δεύτερον (deuteron) = ten tweede | προφήτας (prophetas) = profeten | τρίτον (triton) = ten derde | διδασκάλους (didaskalous) = leraren | ἔπειτα (epeita) = daarna | δυνάμεις (dynameis) = krachten | ἔπειτα (epeita) = daarna | χαρίσματα (charismata) = genadegaven | ἰαμάτων (iamaton) = van genezingen | ἀντιλήμψεις (antilempseis) = hulpverleningen | κυβερνήσεις (kyberneseis) = besturingen | γένη (gene) = soorten | γλωσσῶν (glosson) = talen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’; προφήτης (profetes), ‘profeet’; διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’. In de lijst gaat het Grieks na ‘leraren’ over van personen naar gaven (‘krachten’, ‘genadegaven’); wij volgen dat. ἀντίλημψις (antilempsis), ‘hulpverlening’: hulp aan wie zwak is. κυβέρνησις (kybernesis), ‘besturen’: het sturen van een schip, leiding geven. ἔθετο (etheto), ‘zette’, zoals in vers 18. Zie ook: 1 Kor 12:18 **12:29** Zijn soms allen apostelen? Zijn soms allen profeten? Zijn soms allen leraren? Hebben soms allen krachten? Brontekst: μὴ (me) = soms | πάντες (pantes) = allen | ἀπόστολοι (apostoloi) = apostelen | μὴ (me) = soms | πάντες (pantes) = allen | προφῆται (prophetai) = profeten | μὴ (me) = soms | πάντες (pantes) = allen | διδάσκαλοι (didaskaloi) = leraren | μὴ (me) = soms | πάντες (pantes) = allen | δυνάμεις (dynameis) = krachten Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μή (me) leidt een vraag in waarop het antwoord ‘nee’ is; wij schrijven ‘soms’. δύναμις (dynamis), ‘kracht’: krachtige daden, zie vers 10. Het Grieks heeft bij ‘krachten’ geen werkwoord; wij vullen ‘hebben’ aan. Zie ook: 1 Kor 12:10 **12:30** Hebben soms allen genadegaven van genezingen? Spreken soms allen in talen? Leggen soms allen uit? Brontekst: μὴ (me) = soms | πάντες (pantes) = allen | χαρίσματα (charismata) = genadegaven | ἔχουσιν (echousin) = hebben | ἰαμάτων (iamaton) = van genezingen | μὴ (me) = soms | πάντες (pantes) = allen | γλώσσαις (glossais) = in talen | λαλοῦσιν (lalousin) = spreken | μὴ (me) = soms | πάντες (pantes) = allen | διερμηνεύουσιν (diermeneuousin) = leggen uit Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Opnieuw leidt μή (me) een vraag in waarop het antwoord ‘nee’ is. γλώσσαις λαλοῦσιν (glossais laloesin), ‘spreken in talen’: zie vers 10. διερμηνεύω (diermeneuo), ‘uitleggen’, verwant met ἑρμηνεία in vers 10. Zie ook: 1 Kor 12:10 ### Ijver voor de grotere genadegaven **12:31** Wees echter ijverig voor de grotere genadegaven. En ik wijs jullie nog een weg, die alles overtreft. Brontekst: ζηλοῦτε (zeloute) = wees ijverig | δὲ (de) = maar | τὰ (ta) = de | χαρίσματα (charismata) = genadegaven | τὰ (ta) = de | μείζονα (meizona) = grotere | καὶ (kai) = en | ἔτι (eti) = nog | καθ’ (kath’) = naar | ὑπερβολὴν (hyperbolen) = overmaat | ὁδὸν (hodon) = een weg | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | δείκνυμι (deiknymi) = wijs ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζηλόω (zeloo), ‘ijveren voor, streven naar’: de Griekse vorm kan een bevel (‘wees ijverig’) of een vaststelling (‘jullie zijn ijverig’) zijn; wij nemen het als bevel. μείζων (meizon), ‘groter’. καθ᾽ ὑπερβολήν (kath hyperbolen), ‘in overmaat, die alles overtreft’. ὁδός (hodos), ‘weg’. Het volgende hoofdstuk, 1 Kor. 13, spreekt over ἀγάπη (agape), ‘liefde’. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 13:1. Zie ook: 1 Kor 13:1 ## 1 Korintiërs 13 _Het lied van de liefde_ ### Zonder liefde ben ik niets **13:1** Als ik in de talen van de mensen en van de engelen spreek, maar liefde niet heb, ben ik een klinkend koper geworden of een schallend bekken. Brontekst: Ἐὰν (Ean) = als | ταῖς (tais) = in de | γλώσσαις (glossais) = talen | τῶν (ton) = van de | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | λαλῶ (lalo) = ik spreek | καὶ (kai) = en | τῶν (ton) = van de | ἀγγέλων (angelon) = engelen | ἀγάπην (agapen) = liefde | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | ἔχω (echo) = ik heb | γέγονα (gegona) = ik ben geworden | χαλκὸς (chalkos) = koper | ἠχῶν (echon) = klinkend | ἢ (e) = of | κύμβαλον (kymbalon) = bekken | ἀλαλάζον (alalazon) = schallend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγάπη (agape), ‘liefde’: het woord dat dit hoofdstuk draagt. γλῶσσα (glossa), ‘tong, taal’: het Grieks zegt niet wat ‘de talen van de engelen’ zijn; vergelijk 12:10 en hoofdstuk 14. χαλκός (chalkos), ‘koper’: een metaal (ook brons). κύμβαλον (kymbalon), ‘bekken’: een slaginstrument. ἠχέω (echeo), ‘klinken’, en ἀλαλάζω (alalazo), ‘schallen’, klinken zelf als het geluid dat ze noemen. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 12:10; 1 Kor. 14:2. Zie ook: 1 Kor 12:10; 1 Kor 14:2 **13:2** En als ik profetie heb en alle geheimenissen weet en alle kennis, en als ik alle geloof heb, zodat ik bergen kan verplaatsen, maar liefde niet heb, ben ik niets. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐὰν (ean) = als | ἔχω (echo) = ik heb | προφητείαν (propheteian) = profetie | καὶ (kai) = en | εἰδῶ (eido) = ik weet | τὰ (ta) = de | μυστήρια (mysteria) = geheimenissen | πάντα (panta) = alle | καὶ (kai) = en | πᾶσαν (pasan) = alle | τὴν (ten) = de | γνῶσιν (gnosin) = kennis | καὶ (kai) = en | ἐὰν (ean) = als | ἔχω (echo) = ik heb | πᾶσαν (pasan) = alle | τὴν (ten) = het | πίστιν (pistin) = geloof | ὥστε (hoste) = zodat | ὄρη (ore) = bergen | μεθιστάναι (methistanai) = verplaatsen | ἀγάπην (agapen) = liefde | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | ἔχω (echo) = ik heb | οὐθέν (outhen) = niets | εἰμι (eimi) = ben ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προφητεία (propheteia), ‘profetie’. μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: het Grieks heeft hier het meervoud. μεθίστημι (methistemi), ‘verplaatsen’. ‘Bergen verplaatsen’ is een beeld voor het onmogelijke. Voetnoot : Zie ook Matt. 17:20; Matt. 21:21; Mark. 11:23. Zie ook: Mat 17:20; Mat 21:21; Mar 11:23 **13:3** En als ik al mijn bezittingen uitdeel en als ik mijn lichaam overgeef zodat ik verbrand word, maar liefde niet heb, heb ik er niets aan. Brontekst: καὶ (kai) = en | ἐὰν (ean) = als | ψωμίσω (psomiso) = ik deel uit | πάντα (panta) = alle | τὰ (ta) = de | ὑπάρχοντά (hyparchonta) = bezittingen | μου (mou) = mijn | καὶ (kai) = en | ἐὰν (ean) = als | παραδῶ (parado) = ik overgeef | τὸ (to) = het | σῶμά (soma) = lichaam | μου (mou) = mijn | ἵνα (hina) = zodat | καυθήσομαι (kauthesomai) = ik verbrand word | ἀγάπην (agapen) = liefde | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | ἔχω (echo) = ik heb | οὐδὲν (ouden) = niets | ὠφελοῦμαι (opheloumai) = heb ik baat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψωμίζω (psomizo), ‘uitdelen’: letterlijk ‘voeden met stukjes brood’. Het Grieks zegt niet aan wie. ‘Mijn lichaam overgeven’ (παραδίδωμι, paradidomi): het Grieks zegt niet aan wie of waarom; het doel is ‘zodat ik verbrand word’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een lezing: sommige oude handschriften hebben in plaats van καυθήσομαι (kauthesomai), ‘zodat ik verbrand word’, een andere vorm; wij volgen de SBLGNT. ### Wat de liefde doet **13:4** De liefde heeft geduld, vriendelijk is de liefde. De liefde is niet naijverig, zij pronkt niet, zij is niet opgeblazen. Brontekst: Ἡ (He) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | μακροθυμεῖ (makrothymei) = heeft geduld | χρηστεύεται (chresteuetai) = is vriendelijk | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | οὐ (ou) = niet | ζηλοῖ (zeloi) = is naijverig | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | οὐ (ou) = niet | περπερεύεται (perpereuetai) = pronkt | οὐ (ou) = niet | φυσιοῦται (physioutai) = is opgeblazen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μακροθυμέω (makrothymeo), ‘geduld hebben’: letterlijk ‘een lange adem hebben’. χρηστεύομαι (chrestheuomai), ‘vriendelijk zijn’. ζηλόω (zeloo), ‘naijverig zijn’: ook ‘ijveren’, in goede zin in 12:31 en 14:1. περπερεύομαι (perpereuomai), ‘pronken’: een zeldzaam woord, ‘zich opscheppen’. φυσιόομαι (physioomai), ‘opgeblazen zijn’: van φῦσα, ‘blaasbalg’; een beeld voor hoogmoed. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:22–23; Jak. 2:8. Zie ook: Jak 2:8; Gal 5:22–23 **13:5** Zij gedraagt zich niet onbetamelijk, zij zoekt niet wat van haarzelf is, zij raakt niet geërgerd, zij rekent het kwade niet toe. Brontekst: οὐκ (ouk) = niet | ἀσχημονεῖ (aschemonei) = gedraagt zich onbetamelijk | οὐ (ou) = niet | ζητεῖ (zetei) = zoekt | τὰ (ta) = wat | ἑαυτῆς (heautes) = van haarzelf is | οὐ (ou) = niet | παροξύνεται (paroxynetai) = raakt geërgerd | οὐ (ou) = niet | λογίζεται (logizetai) = rekent toe | τὸ (to) = het | κακόν (kakon) = kwade Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀσχημονέω (aschemoneo), ‘zich onbetamelijk gedragen’. παροξύνομαι (paroxynomai), ‘geërgerd raken’: letterlijk ‘geprikkeld worden’. λογίζομαι (logizomai), ‘toerekenen’: het kwaad als schuld bijhouden. **13:6** Zij verheugt zich niet over het onrecht, maar verheugt zich mee met de waarheid. Brontekst: οὐ (ou) = niet | χαίρει (chairei) = verheugt zich | ἐπὶ (epi) = over | τῇ (te) = het | ἀδικίᾳ (adikia) = onrecht | συγχαίρει (synchairei) = verheugt zich mee | δὲ (de) = maar | τῇ (te) = met de | ἀληθείᾳ (aletheia) = waarheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδικία (adikia), ‘onrecht’, staat tegenover ἀλήθεια (aletheia), ‘waarheid’. συγχαίρω (sygchairo), ‘zich mee verheugen’: samen met de waarheid, of samen met anderen die de waarheid doen; het Grieks zegt het niet. **13:7** Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles houdt zij vol. Brontekst: πάντα (panta) = alles | στέγει (stegei) = verdraagt | πάντα (panta) = alles | πιστεύει (pisteuei) = gelooft | πάντα (panta) = alles | ἐλπίζει (elpizei) = hoopt | πάντα (panta) = alles | ὑπομένει (hypomenei) = houdt vol Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: στέγω (stego), ‘verdragen’: letterlijk ‘bedekken, afdekken’, daarna ‘dragen, uithouden’. ὑπομένω (hypomeno), ‘volhouden’: hetzelfde stamwoord als ὑπομονή, ‘volharding’. Het Grieks begint vier korte zinnen met πάντα (panta), ‘alles’. ### De liefde blijft **13:8** De liefde komt nooit ten val. Maar of het profetieën zijn: die zullen buiten werking worden gesteld; of talen: die zullen ophouden; of kennis: die zal buiten werking worden gesteld. Brontekst: Ἡ (He) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | οὐδέποτε (oudepote) = nooit | πίπτει (piptei) = komt ten val | εἴτε (eite) = of | δὲ (de) = maar | προφητεῖαι (propheteiai) = profetieën | καταργηθήσονται (katargethesontai) = zullen buiten werking worden gesteld | εἴτε (eite) = of | γλῶσσαι (glossai) = talen | παύσονται (pausontai) = zullen ophouden | εἴτε (eite) = of | γνῶσις (gnosis) = kennis | καταργηθήσεται (katargethesetai) = zal buiten werking worden gesteld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πίπτω (pipto), ‘vallen’: de liefde ‘komt nooit ten val’, valt nooit weg. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Gal. 5:4; hier gaat het om profetieën en kennis die niet meer nodig zijn. παύω (pauo), ‘ophouden’: de vorm bij de talen is een middenvorm, ‘zij houden op’. Het Grieks zegt niet wanneer. Vergelijk hoofdstuk 14 over profetie en talen. Zie ook: Gal 5:4 **13:9** Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele. Brontekst: ἐκ (ek) = ten | μέρους (merous) = deel | γὰρ (gar) = want | γινώσκομεν (ginoskomen) = wij kennen | καὶ (kai) = en | ἐκ (ek) = ten | μέρους (merous) = deel | προφητεύομεν (propheteuomen) = wij profeteren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκ μέρους (ek merous), ‘ten dele’: voor een deel, onvolledig. **13:10** Maar wanneer het volmaakte komt, zal wat ten dele is buiten werking worden gesteld. Brontekst: ὅταν (hotan) = wanneer | δὲ (de) = maar | ἔλθῃ (elthe) = komt | τὸ (to) = het | τέλειον (teleion) = volmaakte | τὸ (to) = wat | ἐκ (ek) = ten | μέρους (merous) = dele is | καταργηθήσεται (katargethesetai) = zal buiten werking worden gesteld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέλειος (teleios), ‘volmaakt, volledig’: het Grieks heeft hier het onzijdige ‘het volmaakte’ en zegt niet wat ermee bedoeld is. Ook in 14:20 en in 2:6 (‘de volmaakten’) schrijven wij ‘volmaakt’; in 14:20 zet de Uitleg erbij dat het woord ook ‘volwassen’ betekent. **13:11** Toen ik een klein kind was, sprak ik als een klein kind, dacht ik als een klein kind, overlegde ik als een klein kind. Toen ik een man werd, heb ik wat van het kleine kind was buiten werking gesteld. Brontekst: ὅτε (hote) = toen | ἤμην (emen) = ik was | νήπιος (nepios) = klein kind | ἐλάλουν (elaloun) = ik sprak | ὡς (hos) = als | νήπιος (nepios) = klein kind | ἐφρόνουν (ephronoun) = ik dacht | ὡς (hos) = als | νήπιος (nepios) = klein kind | ἐλογιζόμην (elogizomen) = ik overlegde | ὡς (hos) = als | νήπιος (nepios) = klein kind | ὅτε (hote) = toen | γέγονα (gegona) = ik werd | ἀνήρ (aner) = man | κατήργηκα (katergeka) = ik heb buiten werking gesteld | τὰ (ta) = wat | τοῦ (tou) = van het | νηπίου (nepiou) = kleine kind was Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νήπιος (nepios), ‘klein kind’: iemand die nog niet spreekt of nog niet redeneert. λογίζομαι (logizomai), ‘overleggen, redeneren’: dit werkwoord staat in vers 5 voor ‘toerekenen’. ἀνήρ (aner), ‘man’: een volwassene. κατήργηκα (katergeka), ‘ik heb buiten werking gesteld’: hetzelfde werkwoord als in vers 8 en 10; het kan ook ‘afleggen’ betekenen. Zie ook: 1 Kor 13:5; 1 Kor 13:8; 1 Kor 13:10 **13:12** Want nu zien wij door een spiegel, in een raadsel, maar dan van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik ook ten volle gekend ben. Brontekst: βλέπομεν (blepomen) = wij zien | γὰρ (gar) = want | ἄρτι (arti) = nu | δι’ (di’) = door | ἐσόπτρου (esoptrou) = spiegel | ἐν (en) = in | αἰνίγματι (ainigmati) = raadsel | τότε (tote) = dan | δὲ (de) = maar | πρόσωπον (prosopon) = aangezicht | πρὸς (pros) = tot | πρόσωπον (prosopon) = aangezicht | ἄρτι (arti) = nu | γινώσκω (ginosko) = ik ken | ἐκ (ek) = ten | μέρους (merous) = dele | τότε (tote) = dan | δὲ (de) = maar | ἐπιγνώσομαι (epignosomai) = zal ik ten volle kennen | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ἐπεγνώσθην (epegnosthen) = ik ben ten volle gekend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔσοπτρον (esoptron), ‘spiegel’: in de oudheid meestal van gepolijst metaal, waarin het beeld niet scherp is. αἴνιγμα (ainigma), ‘raadsel’: iets dat niet duidelijk is. ‘Van aangezicht tot aangezicht’ heeft geen werkwoord in het Grieks. ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘ten volle kennen’: een samengesteld werkwoord van γινώσκω, ‘kennen’. Het Grieks noemt niet door wie ik gekend ben. Voetnoot : Vergelijk Num. 12:8, waar Yahweh over Mozes zegt: ‘van mond tot mond … zichtbaar en niet in raadsels’, en Exod. 33:11 en Deut. 34:10 (‘van aangezicht tot aangezicht’). Voetnoot : Zie ook Num. 12:8; Exod. 33:11; Deut. 34:10. Zie ook: Ex 33:11; Num 12:8; Deut 34:10 ### Geloof, hoop en liefde **13:13** Maar nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie. De grootste hiervan is echter de liefde. Brontekst: νυνὶ (nyni) = nu | δὲ (de) = maar | μένει (menei) = blijft | πίστις (pistis) = geloof | ἐλπίς (elpis) = hoop | ἀγάπη (agape) = liefde | τὰ (ta) = de | τρία (tria) = drie | ταῦτα (tauta) = deze | μείζων (meizon) = groter | δὲ (de) = echter | τούτων (touton) = van deze | ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πίστις, ἐλπίς, ἀγάπη (pistis, elpis, agape), ‘geloof, hoop, liefde’: deze drie staan ook bij elkaar in Gal. 5:5–6, in 1 Tess. 1:3 en in 1 Tess. 5:8. μείζων (meizon), ‘groter’: de vorm is een vergrotende trap, ‘groter dan deze’. Voetnoot : Zie ook Gal. 5:5–6; 1 Tess. 1:3; 1 Tess. 5:8. Zie ook: Gal 5:5–6; 1 Tess 1:3; 1 Tess 5:8 ## 1 Korintiërs 14 _Profetie en spreken in talen in de samenkomst_ ### Profeteren en spreken in talen **14:1** Jaag de liefde na en wees ijverig voor de geestelijke gaven, maar vooral dat jullie profeteren. Brontekst: Διώκετε (Diokete) = jaag na | τὴν (ten) = de | ἀγάπην (agapen) = liefde | ζηλοῦτε (zeloute) = wees ijverig | δὲ (de) = maar | τὰ (ta) = de | πνευματικά (pneumatika) = geestelijke gaven | μᾶλλον (mallon) = vooral | δὲ (de) = maar | ἵνα (hina) = dat | προφητεύητε (propheteuete) = jullie profeteren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διώκω (dioko), ‘najagen’: ook ‘vervolgen’; hier achter de liefde aan gaan, direct na hoofdstuk 13. τὰ πνευματικά (ta pneumatika), ‘de geestelijke gaven’: het Grieks heeft alleen het onzijdige meervoud ‘de geestelijke dingen’, zoals in 12:1. προφητεύω (propheteuo), ‘profeteren’: hier gaat het om begrijpelijke woorden voor de gemeente (vers 3). Zie ook: 1 Kor 14:3 **14:2** Want wie in een taal spreekt, spreekt niet tot mensen maar tot Elohim. Niemand verstaat het immers, maar in de geest spreekt hij geheimenissen. Brontekst: ὁ (ho) = de | γὰρ (gar) = want | λαλῶν (lalon) = die spreekt | γλώσσῃ (glosse) = in een taal | οὐκ (ouk) = niet | ἀνθρώποις (anthropois) = tot mensen | λαλεῖ (lalei) = spreekt | ἀλλὰ (alla) = maar | θεῷ (theo) = tot Elohim | οὐδεὶς (oudeis) = niemand | γὰρ (gar) = immers | ἀκούει (akouei) = verstaat | πνεύματι (pneumati) = in de geest | δὲ (de) = maar | λαλεῖ (lalei) = spreekt hij | μυστήρια (mysteria) = geheimenissen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: λαλεῖν γλώσσῃ (lalein glosse), ‘in een taal spreken’: het Grieks heeft hetzelfde woord γλῶσσα voor ‘tong’ en ‘taal’. Hier is het spreken in een taal die de hoorders niet verstaan, ook wel klanktaal genoemd; zie 12:10. ἀκούω (akouo), ‘horen, verstaan’. πνεύματι (pneumati), ‘in de geest’ of ‘door de Geest’: het Grieks heeft alleen een naamval; wij houden ‘in de geest’, de geest van de spreker, zoals in vers 14–16. μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: het Grieks heeft het meervoud. Zie ook: 1 Kor 14:14–16 **14:3** Maar wie profeteert, spreekt tot mensen tot opbouw, bemoediging en troost. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | προφητεύων (propheteuon) = die profeteert | ἀνθρώποις (anthropois) = tot mensen | λαλεῖ (lalei) = spreekt | οἰκοδομὴν (oikodomen) = opbouw | καὶ (kai) = en | παράκλησιν (paraklesin) = bemoediging | καὶ (kai) = en | παραμυθίαν (paramythian) = troost Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’: letterlijk het bouwen van een huis. παράκλησις (paraklesis), ‘bemoediging’: ook ‘vermaning’ of ‘troost’. παραμυθία (paramythia), ‘troost’. **14:4** Wie in een taal spreekt, bouwt zichzelf op; maar wie profeteert, bouwt de gemeente op. Brontekst: ὁ (ho) = de | λαλῶν (lalon) = die spreekt | γλώσσῃ (glosse) = in een taal | ἑαυτὸν (heauton) = zichzelf | οἰκοδομεῖ (oikodomei) = bouwt op | ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | προφητεύων (propheteuon) = die profeteert | ἐκκλησίαν (ekklesian) = gemeente | οἰκοδομεῖ (oikodomei) = bouwt op Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’: het werkwoord bij οἰκοδομή in vers 3; vergelijk 8:1. Zie ook: 1 Kor 14:3 **14:5** Ik wil dat jullie allen in talen spreken, maar vooral dat jullie profeteren. Wie profeteert is groter dan wie in talen spreekt, tenzij hij het uitlegt, zodat de gemeente opbouw ontvangt. Brontekst: θέλω (thelo) = ik wil | δὲ (de) = maar | πάντας (pantas) = allen | ὑμᾶς (hymas) = jullie | λαλεῖν (lalein) = spreken | γλώσσαις (glossais) = in talen | μᾶλλον (mallon) = vooral | δὲ (de) = maar | ἵνα (hina) = dat | προφητεύητε (propheteuete) = jullie profeteren | μείζων (meizon) = groter | δὲ (de) = maar | ὁ (ho) = de | προφητεύων (propheteuon) = die profeteert | ἢ (e) = dan | ὁ (ho) = de | λαλῶν (lalon) = die spreekt | γλώσσαις (glossais) = in talen | ἐκτὸς (ektos) = tenzij | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | διερμηνεύῃ (diermeneue) = hij uitlegt | ἵνα (hina) = zodat | ἡ (he) = de | ἐκκλησία (ekklesia) = gemeente | οἰκοδομὴν (oikodomen) = opbouw | λάβῃ (labe) = ontvangt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διερμηνεύω (diermeneuo), ‘uitleggen’: ook ‘vertalen’; hetzelfde stamwoord als ἑρμηνεία (hermeneia), ‘uitleg’, in vers 26. ἐκτὸς εἰ μή (ektos ei me), ‘tenzij’. Zie ook: 1 Kor 14:26 ### De klank moet duidelijk zijn **14:6** Nu dan, broers, als ik bij jullie kom en in talen spreek, wat zal ik jullie baten? Alleen als ik tot jullie spreek in een onthulling of in kennis of in profetie of in onderwijs. Brontekst: Νῦν (Nyn) = nu | δέ (de) = dan | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ἐὰν (ean) = als | ἔλθω (eltho) = ik kom | πρὸς (pros) = tot | ὑμᾶς (hymas) = jullie | γλώσσαις (glossais) = in talen | λαλῶν (lalon) = sprekend | τί (ti) = wat | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὠφελήσω (opheleso) = zal ik baten | ἐὰν (ean) = alleen als | μὴ (me) = niet | ὑμῖν (hymin) = tot jullie | λαλήσω (laleso) = ik spreek | ἢ (e) = of | ἐν (en) = in | ἀποκαλύψει (apokalypsei) = onthulling | ἢ (e) = of | ἐν (en) = in | γνώσει (gnosei) = kennis | ἢ (e) = of | ἐν (en) = in | προφητείᾳ (propheteia) = profetie | ἢ (e) = of | ἐν (en) = in | διδαχῇ (didache) = onderwijs Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente. ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’; γνῶσις (gnosis), ‘kennis’; προφητεία (propheteia), ‘profetie’; διδαχή (didache), ‘onderwijs’: vier manieren om begrijpelijk te spreken. Het Grieks heeft vier maal ‘in’ (ἐν). **14:7** Zelfs bij levenloze dingen die klank geven, of het nu een fluit is of een lier: als zij geen onderscheid in de tonen geven, hoe zal men weten wat er op de fluit of op de lier gespeeld wordt? Brontekst: ὅμως (homos) = zelfs | τὰ (ta) = de | ἄψυχα (apsycha) = levenloze dingen | φωνὴν (phonen) = klank | διδόντα (didonta) = die geven | εἴτε (eite) = of | αὐλὸς (aulos) = fluit | εἴτε (eite) = of | κιθάρα (kithara) = lier | ἐὰν (ean) = als | διαστολὴν (diastolen) = onderscheid | τοῖς (tois) = de | φθόγγοις (phthongois) = tonen | μὴ (me) = niet | δῷ (do) = zij geven | πῶς (pos) = hoe | γνωσθήσεται (gnosthesetai) = zal men weten | τὸ (to) = wat | αὐλούμενον (auloumenon) = op de fluit gespeeld wordt | ἢ (e) = of | τὸ (to) = wat | κιθαριζόμενον (kitharizomenon) = op de lier gespeeld wordt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄψυχος (apsychos), ‘levenloos’: letterlijk ‘zonder ziel, zonder adem’. αὐλός (aulos), ‘fluit’: een blaasinstrument; κιθάρα (kithara), ‘lier’: een snaarinstrument. διαστολή (diastole), ‘onderscheid’. φθόγγος (phthongos), ‘toon’. φωνή (phone), ‘klank’: het Grieks gebruikt dit woord voor ‘klank’, ‘stem’ en ‘taal’; in de verzen 7–11 houden wij ‘klank’. **14:8** Want ook als een bazuin een onduidelijke klank geeft, wie zal zich klaarmaken voor de strijd? Brontekst: καὶ (kai) = ook | γὰρ (gar) = want | ἐὰν (ean) = als | ἄδηλον (adelon) = onduidelijke | φωνὴν (phonen) = klank | σάλπιγξ (salpinx) = bazuin | δῷ (do) = geeft | τίς (tis) = wie | παρασκευάσεται (paraskeuasetai) = zal zich klaarmaken | εἰς (eis) = voor | πόλεμον (polemon) = strijd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σάλπιγξ (salpinx), ‘bazuin’: een signaalinstrument voor het leger; zie ook 15:52. ἄδηλος (adelos), ‘onduidelijk’: letterlijk ‘niet zichtbaar’. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:31. Zie ook: Mat 24:31 **14:9** Zo ook jullie: als jullie met de taal geen verstaanbaar woord geven, hoe zal men weten wat gesproken wordt? Jullie zullen immers in de lucht spreken. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | διὰ (dia) = met | τῆς (tes) = de | γλώσσης (glosses) = taal | ἐὰν (ean) = als | μὴ (me) = niet | εὔσημον (eusemon) = verstaanbaar | λόγον (logon) = woord | δῶτε (dote) = jullie geven | πῶς (pos) = hoe | γνωσθήσεται (gnosthesetai) = zal men weten | τὸ (to) = wat | λαλούμενον (laloumenon) = gesproken wordt | ἔσεσθε (esesthe) = jullie zullen zijn | γὰρ (gar) = immers | εἰς (eis) = in | ἀέρα (aera) = lucht | λαλοῦντες (lalountes) = sprekend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὔσημος (eusemos), ‘verstaanbaar’: letterlijk ‘met een duidelijk teken’. ‘In de lucht spreken’ (εἰς ἀέρα λαλεῖν, eis aera lalein) is een beeld voor spreken zonder dat iemand het opneemt. **14:10** Er zijn bij wijze van spreken zoveel soorten klanken in de wereld, en niets is zonder klank. Brontekst: τοσαῦτα (tosauta) = zoveel | εἰ (ei) = als | τύχοι (tychoi) = het zo uitkomt | γένη (gene) = soorten | φωνῶν (phonon) = klanken | εἰσιν (eisin) = zijn | ἐν (en) = in | κόσμῳ (kosmo) = wereld | καὶ (kai) = en | οὐδὲν (ouden) = niets | ἄφωνον (aphonon) = zonder klank Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰ τύχοι (ei tychoi), ‘bij wijze van spreken’: letterlijk ‘als het zo treft’. γένη φωνῶν (gene phonon), ‘soorten klanken’: het kan ook ‘soorten talen’ betekenen; zie vers 7. Zie ook: 1 Kor 14:7 **14:11** Als ik dan de betekenis van de klank niet ken, zal ik voor degene die spreekt een barbaar zijn. En degene die spreekt zal voor mij een barbaar zijn. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | οὖν (oun) = dan | μὴ (me) = niet | εἰδῶ (eido) = ik ken | τὴν (ten) = de | δύναμιν (dynamin) = betekenis | τῆς (tes) = van de | φωνῆς (phones) = klank | ἔσομαι (esomai) = zal ik zijn | τῷ (to) = voor de | λαλοῦντι (lalounti) = die spreekt | βάρβαρος (barbaros) = barbaar | καὶ (kai) = en | ὁ (ho) = de | λαλῶν (lalon) = die spreekt | ἐν (en) = voor | ἐμοὶ (emoi) = mij | βάρβαρος (barbaros) = barbaar Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βάρβαρος (barbaros), ‘barbaar’: voor de Grieken iemand wiens taal zij niet verstonden; het woord klinkt als ‘bar-bar’. δύναμις (dynamis), ‘kracht’: hier ‘betekenis’ van de klank. ἐν ἐμοί (en emoi), ‘in mij’: wij vertalen ‘voor mij’. **14:12** Zo ook jullie: omdat jullie ijveraars zijn voor geesten, streef ernaar dat jullie overvloedig zijn tot opbouw van de gemeente. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ἐπεὶ (epei) = omdat | ζηλωταί (zelotai) = ijveraars | ἐστε (este) = jullie zijn | πνευμάτων (pneumaton) = geesten | πρὸς (pros) = tot | τὴν (ten) = de | οἰκοδομὴν (oikodomen) = opbouw | τῆς (tes) = van de | ἐκκλησίας (ekklesias) = gemeente | ζητεῖτε (zeteite) = streef ernaar | ἵνα (hina) = dat | περισσεύητε (perisseuete) = jullie overvloedig zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ζηλωτής (zelotes), ‘ijveraar’. πνεύματα (pneumata), ‘geesten’: het Grieks zegt niet wat; het kan gaan om gaven of uitingen van de Geest, zoals in 12:10 en vers 32. ζητέω (zeteo), ‘zoeken’: hier ‘ernaar streven’. Zie ook: 1 Kor 14:32 ### Bidden met de geest en met het verstand **14:13** Laat daarom wie in een taal spreekt, bidden dat hij het kan uitleggen. Brontekst: Διὸ (Dio) = daarom | ὁ (ho) = de | λαλῶν (lalon) = die spreekt | γλώσσῃ (glosse) = in een taal | προσευχέσθω (proseuchestho) = laat hij bidden | ἵνα (hina) = dat | διερμηνεύῃ (diermeneue) = hij uitlegt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διερμηνεύω (diermeneuo), ‘uitleggen’: zie vers 5. Zie ook: 1 Kor 14:5 **14:14** Want als ik in een taal bid, bidt mijn geest, maar mijn verstand is zonder vrucht. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | γὰρ (gar) = want | προσεύχωμαι (proseuchomai) = ik bid | γλώσσῃ (glosse) = in een taal | τὸ (to) = de | πνεῦμά (pneuma) = geest | μου (mou) = mijn | προσεύχεται (proseuchetai) = bidt | ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | νοῦς (nous) = verstand | μου (mou) = mijn | ἄκαρπός (akarpos) = zonder vrucht | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνεῦμά μου (pneuma mou), ‘mijn geest’: de geest van de spreker, anders dan ‘de Geest’ van Elohim. νοῦς (nous), ‘verstand’: het denkvermogen. ἄκαρπος (akarpos), ‘zonder vrucht’: onvruchtbaar. **14:15** Wat is het dan? Ik zal bidden met de geest, maar ik zal ook bidden met het verstand. Ik zal lofzingen met de geest, maar ik zal ook lofzingen met het verstand. Brontekst: τί (ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἐστιν (estin) = is het | προσεύξομαι (proseuxomai) = ik zal bidden | τῷ (to) = met de | πνεύματι (pneumati) = geest | προσεύξομαι (proseuxomai) = ik zal bidden | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | τῷ (to) = met het | νοΐ (noi) = verstand | ψαλῶ (psalo) = ik zal lofzingen | τῷ (to) = met de | πνεύματι (pneumati) = geest | ψαλῶ (psalo) = ik zal lofzingen | δὲ (de) = maar | καὶ (kai) = ook | τῷ (to) = met het | νοΐ (noi) = verstand Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψάλλω (psallo), ‘lofzingen’: oorspronkelijk een snaar tokkelen, later ook een lied of psalm zingen. **14:16** Anders, als je met de geest zegent, hoe zal degene die de plaats van de leek inneemt dan „Amen” zeggen bij jouw dankzegging? Hij weet immers niet wat je zegt. Brontekst: ἐπεὶ (epei) = anders | ἐὰν (ean) = als | εὐλογῇς (euloges) = je zegent | πνεύματι (pneumati) = met de geest | ὁ (ho) = de | ἀναπληρῶν (anapleron) = die inneemt | τὸν (ton) = de | τόπον (topon) = plaats | τοῦ (tou) = van de | ἰδιώτου (idiotou) = leek | πῶς (pos) = hoe | ἐρεῖ (erei) = zal hij zeggen | τὸ (to) = het | Ἀμήν (Amen) = Amen | ἐπὶ (epi) = bij | τῇ (te) = de | σῇ (se) = jouw | εὐχαριστίᾳ (eucharistia) = dankzegging | ἐπειδὴ (epeide) = immers | τί (ti) = wat | λέγεις (legeis) = je zegt | οὐκ (ouk) = niet | οἶδεν (oiden) = hij weet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐλογέω (eulogeo), ‘zegenen’: Elohim prijzen of de zegen uitspreken. ἰδιώτης (idiotes), ‘leek’: iemand zonder bijzondere kennis of bevoegdheid; het Grieks zegt niet of het om een gelovige gaat. ‘De plaats van de leek innemen’ (ἀναπληρῶν τὸν τόπον τοῦ ἰδιώτου): letterlijk ‘vervullen’; het kan een plaats in de samenkomst zijn of een positie. Ἀμήν (Amen) komt uit het Hebreeuws, ‘het is zeker’. εὐχαριστία (eucharistia), ‘dankzegging’. **14:17** Want jij dankt weliswaar goed, maar de ander wordt niet opgebouwd. Brontekst: σὺ (sy) = jij | μὲν (men) = weliswaar | γὰρ (gar) = want | καλῶς (kalos) = goed | εὐχαριστεῖς (eucharisteis) = dankt | ἀλλ’ (all’) = maar | ὁ (ho) = de | ἕτερος (heteros) = ander | οὐκ (ouk) = niet | οἰκοδομεῖται (oikodomeitai) = wordt opgebouwd Bron: SBLGNT **14:18** Ik dank Elohim: ik spreek meer in talen dan jullie allemaal. Brontekst: εὐχαριστῶ (eucharisto) = ik dank | τῷ (to) = de | θεῷ (theo) = Elohim | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = van jullie | μᾶλλον (mallon) = meer | γλώσσαις (glossais) = in talen | λαλῶ (lalo) = ik spreek Bron: SBLGNT **14:19** Maar in de gemeente wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, zodat ik ook anderen onderwijs, dan 10.000 woorden in een taal. Brontekst: ἀλλὰ (alla) = maar | ἐν (en) = in | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | θέλω (thelo) = ik wil | πέντε (pente) = vijf | λόγους (logous) = woorden | τῷ (to) = met het | νοΐ (noi) = verstand | μου (mou) = mijn | λαλῆσαι (lalesai) = spreken | ἵνα (hina) = zodat | καὶ (kai) = ook | ἄλλους (allous) = anderen | κατηχήσω (katecheso) = ik onderwijs | ἢ (e) = dan | μυρίους (myrious) = 10.000 | λόγους (logous) = woorden | ἐν (en) = in | γλώσσῃ (glosse) = een taal Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θέλω … ἢ (thelo … e), ‘ik wil … dan’: wij vertalen ‘liever … dan’. μύριοι (myrioi), ‘10.000’: ook ‘ontelbaar veel’. κατηχέω (katecheo), ‘onderwijzen’: mondeling onderwijzen. ### Talen en profetie als teken **14:20** Broers, word geen kinderen in jullie denken, maar wees kleine kinderen in boosheid, en word volmaakt in jullie denken. Brontekst: Ἀδελφοί (Adelphoi) = broers | μὴ (me) = niet | παιδία (paidia) = kinderen | γίνεσθε (ginesthe) = word | ταῖς (tais) = de | φρεσίν (phresin) = denken | ἀλλὰ (alla) = maar | τῇ (te) = de | κακίᾳ (kakia) = boosheid | νηπιάζετε (nepiazete) = wees kleine kinderen | ταῖς (tais) = de | δὲ (de) = maar | φρεσὶν (phresin) = denken | τέλειοι (teleioi) = volmaakt | γίνεσθε (ginesthe) = word Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νηπιάζω (nepiazo), ‘een klein kind zijn’: het werkwoord bij νήπιος, zie 13:11. τέλειος (teleios), ‘volmaakt’: ook ‘volwassen, volgroeid’, wat hier bij de tegenstelling met ‘kinderen’ past; het is hetzelfde woord als in 13:10 en 2:6. φρήν (phren), ‘denken’: het denkvermogen; het Grieks heeft het meervoud. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 13:10; 1 Kor. 13:11. Zie ook: 1 Kor 13:10; 1 Kor 13:11 **14:21** In de wet staat geschreven: **„Door mensen met een andere taal en door de lippen van anderen zal Ik tot dit volk spreken. En zelfs dan zullen zij niet naar Mij luisteren”**, zegt Yahweh. Brontekst: ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | νόμῳ (nomo) = wet | γέγραπται (gegraptai) = staat geschreven | ὅτι (hoti) = dat | Ἐν (En) = door | ἑτερογλώσσοις (heteroglossois) = mensen met een andere taal | καὶ (kai) = en | ἐν (en) = door | χείλεσιν (cheilesin) = lippen | ἑτέρων (heteron) = van anderen | λαλήσω (laleso) = zal Ik spreken | τῷ (to) = tot het | λαῷ (lao) = volk | τούτῳ (touto) = dit | καὶ (kai) = en | οὐδ’ (oud’) = zelfs niet | οὕτως (houtos) = dan | εἰσακούσονταί (eisakousontai) = zullen zij luisteren | μου (mou) = naar Mij | λέγει (legei) = zegt | κύριος (kyrios) = Yahweh Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Jes. 28:11–12, in de Griekse vorm. Ons Hebreeuws heeft in vers 11: ‘Want met stamelende lippen en met een andere tong zal Hij spreken tot dit volk’, en in vers 12: ‘Maar zij wilden niet horen.’ De Griekse tekst heeft ‘Ik’ in plaats van ‘Hij’, ‘mensen met een andere taal’ (ἑτερόγλωσσοι, heteroglossoi) en ‘de lippen van anderen’, ‘zij zullen niet naar Mij luisteren’, en voegt ‘zegt de Heer’ toe. Omdat Yahweh hier zelf spreekt, vertalen wij ‘zegt Yahweh’ en zetten de woorden rood. Paulus noemt dit een woord uit ‘de wet’ (νόμος, nomos), hoewel het uit Jesaja komt. Voetnoot : Zie ook Jes. 28:11–12. Zie ook: Jes 28:11–12; 1 Kor 14:11; 1 Kor 14:12 **14:22** Zo zijn de talen een teken, niet voor hen die geloven maar voor de ongelovigen. De profetie is dat niet voor de ongelovigen maar voor hen die geloven. Brontekst: ὥστε (hoste) = zo | αἱ (hai) = de | γλῶσσαι (glossai) = talen | εἰς (eis) = tot | σημεῖόν (semeion) = teken | εἰσιν (eisin) = zijn | οὐ (ou) = niet | τοῖς (tois) = voor hen die | πιστεύουσιν (pisteuousin) = geloven | ἀλλὰ (alla) = maar | τοῖς (tois) = voor de | ἀπίστοις (apistois) = ongelovigen | ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | προφητεία (propheteia) = profetie | οὐ (ou) = niet | τοῖς (tois) = voor de | ἀπίστοις (apistois) = ongelovigen | ἀλλὰ (alla) = maar | τοῖς (tois) = voor hen die | πιστεύουσιν (pisteuousin) = geloven Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σημεῖον (semeion), ‘teken’. ἄπιστος (apistos), ‘ongelovige’: iemand zonder geloof. Bij de profetie heeft het Grieks geen werkwoord of zelfstandig naamwoord; wij vullen ‘is dat’ aan, ‘een teken’. **14:23** Als dus de hele gemeente samenkomt en allen in talen spreken, en er komen leken of ongelovigen binnen, zullen zij dan niet zeggen dat jullie waanzinnig zijn? Brontekst: ἐὰν (ean) = als | οὖν (oun) = dus | συνέλθῃ (synelthe) = komt samen | ἡ (he) = de | ἐκκλησία (ekklesia) = gemeente | ὅλη (hole) = hele | ἐπὶ (epi) = op | τὸ (to) = het | αὐτὸ (auto) = zelfde | καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = allen | λαλῶσιν (lalosin) = spreken | γλώσσαις (glossais) = in talen | εἰσέλθωσιν (eiselthosin) = komen binnen | δὲ (de) = en | ἰδιῶται (idiotai) = leken | ἢ (e) = of | ἄπιστοι (apistoi) = ongelovigen | οὐκ (ouk) = niet | ἐροῦσιν (erousin) = zullen zij zeggen | ὅτι (hoti) = dat | μαίνεσθε (mainesthe) = jullie zijn waanzinnig Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπὶ τὸ αὐτό (epi to auto), ‘op hetzelfde (punt)’: samen. ἰδιῶται (idiotai), ‘leken’: zie vers 16. μαίνομαι (mainomai), ‘waanzinnig zijn’: razen. Zie ook: 1 Kor 14:16 **14:24** Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of een leek binnen, dan wordt hij door allen overtuigd en door allen onderzocht. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | πάντες (pantes) = allen | προφητεύωσιν (propheteuosin) = profeteren | εἰσέλθῃ (eiselthe) = komt binnen | δέ (de) = en | τις (tis) = iemand | ἄπιστος (apistos) = ongelovige | ἢ (e) = of | ἰδιώτης (idiotes) = leek | ἐλέγχεται (elenchetai) = wordt overtuigd | ὑπὸ (hypo) = door | πάντων (panton) = allen | ἀνακρίνεται (anakrinetai) = wordt onderzocht | ὑπὸ (hypo) = door | πάντων (panton) = allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλέγχω (elencho), ‘overtuigen’: ook ‘aan het licht brengen, ter verantwoording roepen’. ἀνακρίνω (anakrino), ‘onderzoeken’: zoals in 2:14–15 en 4:3–4. **14:25** De verborgen dingen van zijn hart worden openbaar. En zo zal hij, op zijn gezicht gevallen, zich neerbuigen voor Elohim en verklaren: „Werkelijk, Elohim is onder jullie.” Brontekst: τὰ (ta) = de | κρυπτὰ (krypta) = verborgen dingen | τῆς (tes) = van het | καρδίας (kardias) = hart | αὐτοῦ (autou) = zijn | φανερὰ (phanera) = openbaar | γίνεται (ginetai) = worden | καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | πεσὼν (peson) = gevallen | ἐπὶ (epi) = op | πρόσωπον (prosopon) = gezicht | προσκυνήσει (proskynesei) = zal zich neerbuigen | τῷ (to) = voor | θεῷ (theo) = Elohim | ἀπαγγέλλων (apangellon) = verklarend | ὅτι (hoti) = dat | Ὄντως (Ontos) = werkelijk | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | ἐστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’. ὄντως (ontos), ‘werkelijk’. Vergelijk Jes. 45:14 (‘Alleen in jou is El’) en Zach. 8:23 (‘Elohim is met jullie’): ook daar erkennen mensen uit de volken dat Elohim bij Israël is. Voetnoot : Zie ook Jes. 45:14; Zach. 8:23. Zie ook: Jes 45:14; Zach 8:23 ### Orde in de samenkomst **14:26** Wat is het dan, broers? Wanneer jullie samenkomen, heeft ieder een psalm, heeft onderwijs, heeft een onthulling, heeft een taal, heeft een uitleg. Laat alles tot opbouw gebeuren. Brontekst: Τί (Ti) = wat | οὖν (oun) = dan | ἐστιν (estin) = is het | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ὅταν (hotan) = wanneer | συνέρχησθε (synerchesthe) = jullie samenkomen | ἕκαστος (hekastos) = ieder | ψαλμὸν (psalmon) = psalm | ἔχει (echei) = heeft | διδαχὴν (didachen) = onderwijs | ἔχει (echei) = heeft | ἀποκάλυψιν (apokalypsin) = onthulling | ἔχει (echei) = heeft | γλῶσσαν (glossan) = taal | ἔχει (echei) = heeft | ἑρμηνείαν (hermeneian) = uitleg | ἔχει (echei) = heeft | πάντα (panta) = alles | πρὸς (pros) = tot | οἰκοδομὴν (oikodomen) = opbouw | γινέσθω (ginestho) = laat gebeuren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψαλμός (psalmos), ‘psalm’: een lied. Het Grieks noemt vijf dingen die iemand meebrengt, telkens met ‘heeft’: een psalm, onderwijs, een onthulling, een taal, een uitleg. **14:27** Als iemand in een taal spreekt: twee, of ten hoogste drie, en om de beurt; en laat één het uitleggen. Brontekst: εἴτε (eite) = als | γλώσσῃ (glosse) = in een taal | τις (tis) = iemand | λαλεῖ (lalei) = spreekt | κατὰ (kata) = per | δύο (dyo) = twee | ἢ (e) = of | τὸ (to) = het | πλεῖστον (pleiston) = meeste | τρεῖς (treis) = drie | καὶ (kai) = en | ἀνὰ (ana) = om de | μέρος (meros) = beurt | καὶ (kai) = en | εἷς (heis) = één | διερμηνευέτω (diermeneueto) = laat uitleggen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft in de eerste zin geen werkwoord: ‘bij twee, of het meeste drie’. ἀνὰ μέρος (ana meros), ‘om de beurt’. Het Grieks laat open of ‘twee of drie’ de sprekers of de keren telt. **14:28** Maar als er geen uitlegger is, laat hij zwijgen in de gemeente; laat hij tot zichzelf spreken en tot Elohim. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | μὴ (me) = niet | ᾖ (e) = er is | διερμηνευτής (diermeneutes) = uitlegger | σιγάτω (sigato) = laat zwijgen | ἐν (en) = in | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente | ἑαυτῷ (heauto) = tot zichzelf | δὲ (de) = maar | λαλείτω (laleito) = laat spreken | καὶ (kai) = en | τῷ (to) = tot | θεῷ (theo) = Elohim Bron: SBLGNT **14:29** Laat twee of drie profeten spreken, en laat de anderen het beoordelen. Brontekst: προφῆται (prophetai) = profeten | δὲ (de) = maar | δύο (dyo) = twee | ἢ (e) = of | τρεῖς (treis) = drie | λαλείτωσαν (laleitosan) = laten spreken | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | ἄλλοι (alloi) = anderen | διακρινέτωσαν (diakrinetosan) = laten beoordelen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: διακρίνω (diakrino), ‘beoordelen’: ook ‘onderscheiden’. Het werkwoord staat ook in 11:29 (‘onderscheiden’) en 11:31 (‘beoordelen’); het zelfstandig naamwoord ‘onderscheiding’ (διάκρισις) staat in 12:10 bij ‘onderscheidingen van geesten’. Het Grieks zegt niet wie ‘de anderen’ zijn: de andere profeten of de hele gemeente. **14:30** Maar als aan een ander die zit iets wordt onthuld, laat dan de eerste zwijgen. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | ἄλλῳ (allo) = aan een ander | ἀποκαλυφθῇ (apokalyphthe) = onthuld wordt | καθημένῳ (kathemeno) = die zit | ὁ (ho) = de | πρῶτος (protos) = eerste | σιγάτω (sigato) = laat zwijgen Bron: SBLGNT **14:31** Want jullie kunnen allen één voor één profeteren, zodat allen leren en allen bemoedigd worden. Brontekst: δύνασθε (dynasthe) = jullie kunnen | γὰρ (gar) = want | καθ’ (kath’) = per | ἕνα (hena) = één | πάντες (pantes) = allen | προφητεύειν (propheteuein) = profeteren | ἵνα (hina) = zodat | πάντες (pantes) = allen | μανθάνωσιν (manthanosin) = leren | καὶ (kai) = en | πάντες (pantes) = allen | παρακαλῶνται (parakalontai) = bemoedigd worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: hetzelfde stamwoord als παράκλησις in vers 3. Zie ook: 1 Kor 14:3 **14:32** En geesten van profeten zijn aan profeten onderworpen. Brontekst: καὶ (kai) = en | πνεύματα (pneumata) = geesten | προφητῶν (propheton) = van profeten | προφήταις (prophetais) = aan profeten | ὑποτάσσεται (hypotassetai) = is onderworpen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’: letterlijk ‘eronder rangschikken’; hetzelfde werkwoord als in vers 34 en 15:27–28. Vers 32 en 33a staan in de SBLGNT tussen haakjes. Zie ook: 1 Kor 14:33; 1 Kor 14:34 **14:33** Want Elohim is niet van wanorde, maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen. Brontekst: οὐ (ou) = niet | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | ἀκαταστασίας (akatastasias) = van wanorde | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | ἀλλὰ (alla) = maar | εἰρήνης (eirenes) = van vrede | ὡς (hos) = zoals | ἐν (en) = in | πάσαις (pasais) = alle | ταῖς (tais) = de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | τῶν (ton) = van de | ἁγίων (hagion) = heiligen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀκαταστασία (akatastasia), ‘wanorde’: hetzelfde stamwoord als ἀκατάστατος in Jak. 1:8 en 3:8. De woorden ‘zoals in alle gemeenten van de heiligen’ horen in de SBLGNT bij vers 33; ze kunnen ook het begin van vers 34 vormen. Voetnoot : Zie ook Jak. 3:16. Zie ook: Jak 1:8; Jak 3:8; Jak 3:16; 1 Kor 14:34 ### De vrouwen in de gemeenten **14:34** Laat de vrouwen in de gemeenten zwijgen. Want het is hun niet toegestaan te spreken, maar laten zij zich onderwerpen, zoals ook de wet zegt. Brontekst: Αἱ (Hai) = de | γυναῖκες (gynaikes) = vrouwen | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | σιγάτωσαν (sigatosan) = laten zwijgen | οὐ (ou) = niet | γὰρ (gar) = want | ἐπιτρέπεται (epitrepetai) = is toegestaan | αὐταῖς (autais) = hun | λαλεῖν (lalein) = te spreken | ἀλλὰ (alla) = maar | ὑποτασσέσθωσαν (hypotassesthosan) = laten zij zich onderwerpen | καθὼς (kathos) = zoals | καὶ (kai) = ook | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet | λέγει (legei) = zegt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γυνή (gyne), ‘vrouw’, en ἀνήρ (aner), ‘man’, kunnen ook ‘echtgenote’ en ‘echtgenoot’ betekenen; in vers 35 staat ‘hun eigen mannen’. σιγάω (sigao), ‘zwijgen’: zoals in vers 28 en 30. ἐπιτρέπω (epitrepo), ‘toestaan’ (ander woord dan ἔξεστιν, ‘toegestaan’, in 10:23). ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderwerpen’: zie vers 32. Het Grieks zegt niet over welke spraak de vrouwen zwijgen moeten, en ook niet welke plaats in ‘de wet’ (νόμος, nomos) bedoeld is; wij vertalen letterlijk. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert in de verzen 34–35 meerdere lezingen; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 11:5. Zie ook: 1 Kor 11:5; 1 Kor 14:28; 1 Kor 14:30; 1 Kor 14:32; 1 Kor 14:35 **14:35** Maar als zij iets willen leren, laten zij thuis hun eigen mannen vragen. Want het is schandelijk voor een vrouw om in de gemeente te spreken. Brontekst: εἰ (ei) = als | δέ (de) = maar | τι (ti) = iets | μαθεῖν (mathein) = te leren | θέλουσιν (thelousin) = zij willen | ἐν (en) = in | οἴκῳ (oiko) = huis | τοὺς (tous) = de | ἰδίους (idious) = eigen | ἄνδρας (andras) = mannen | ἐπερωτάτωσαν (eperotatosan) = laten zij vragen | αἰσχρὸν (aischron) = schandelijk | γάρ (gar) = want | ἐστιν (estin) = is | γυναικὶ (gynaiki) = voor een vrouw | λαλεῖν (lalein) = te spreken | ἐν (en) = in | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπερωτάω (eperotao), ‘vragen’. αἰσχρός (aischros), ‘schandelijk’. ἐν οἴκῳ (en oiko), ‘thuis’: letterlijk ‘in huis’. Zie vers 34 voor ‘vrouw’ en ‘man’. Zie ook: 1 Kor 14:34 **14:36** Of is het woord van Elohim van jullie uitgegaan? Of is het alleen tot jullie gekomen? Brontekst: ἢ (e) = of | ἀφ’ (aph’) = van | ὑμῶν (hymon) = jullie | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | τοῦ (tou) = van | θεοῦ (theou) = Elohim | ἐξῆλθεν (exelthen) = is uitgegaan | ἢ (e) = of | εἰς (eis) = tot | ὑμᾶς (hymas) = jullie | μόνους (monous) = alleen | κατήντησεν (katentesen) = is gekomen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Paulus stelt twee vragen met ἤ (e), ‘of’. Het Grieks zegt niet wie het woord van Elohim ‘heeft doen uitgaan’. κατήντησεν (katentesen), ‘is gekomen’: ‘aangekomen, bereikt’. **14:37** Als iemand meent een profeet te zijn of geestelijk, laat hij erkennen dat wat ik jullie schrijf van de Heer is. Brontekst: Εἴ (Ei) = als | τις (tis) = iemand | δοκεῖ (dokei) = meent | προφήτης (prophetes) = profeet | εἶναι (einai) = te zijn | ἢ (e) = of | πνευματικός (pneumatikos) = geestelijk | ἐπιγινωσκέτω (epiginosketo) = laat erkennen | ἃ (ha) = wat | γράφω (grapho) = ik schrijf | ὑμῖν (hymin) = jullie | ὅτι (hoti) = dat | κυρίου (kyriou) = van de Heer | ἐστίν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: iemand die de Geest heeft ontvangen; zie 2:15 en 3:1. Het Grieks heeft ‘dat het van de Heer is’ en geen woord voor ‘gebod’. Met ‘de Heer’ bedoelen wij Yeshua; het Grieks zegt het niet uitdrukkelijk. **14:38** Maar als iemand het niet erkent, wordt hij niet erkend. Brontekst: εἰ (ei) = als | δέ (de) = maar | τις (tis) = iemand | ἀγνοεῖ (agnoei) = niet erkent | ἀγνοεῖται (agnoeitai) = wordt niet erkend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγνοέω (agnoeo), ‘niet weten, niet erkennen’: het werkwoord staat tweemaal, eerst bedrijvend en dan lijdend: ‘niet erkennen’ en ‘niet erkend worden’. Het Grieks zegt niet door wie. **14:39** Dus, mijn broers, wees ijverig om te profeteren, en verhinder het spreken in talen niet. Brontekst: ὥστε (hoste) = dus | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | ζηλοῦτε (zeloute) = wees ijverig | τὸ (to) = het | προφητεύειν (propheteuein) = profeteren | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | λαλεῖν (lalein) = spreken | μὴ (me) = niet | κωλύετε (kolyete) = verhindert | γλώσσαις (glossais) = in talen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κωλύω (koluo), ‘verhinderen’: tegenhouden. **14:40** Maar laat alles betamelijk en ordelijk gebeuren. Brontekst: πάντα (panta) = alles | δὲ (de) = maar | εὐσχημόνως (euschemonos) = betamelijk | καὶ (kai) = en | κατὰ (kata) = naar | τάξιν (taxin) = orde | γινέσθω (ginestho) = laat gebeuren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εὐσχημόνως (euschemonos), ‘betamelijk’: met goede vorm. τάξις (taxis), ‘orde’: ook ‘rij, rangorde’. ## 1 Korintiërs 15 _De opstanding van de Messias en van de doden_ ### De goede boodschap die jullie ontvingen **15:1** Ik maak jullie nu bekend, broers, de goede boodschap die ik jullie gebracht heb, die jullie ook hebben ontvangen en waarin jullie ook staan. Brontekst: Γνωρίζω (Gnorizo) = ik maak bekend | δὲ (de) = nu | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | τὸ (to) = de | εὐαγγέλιον (euangelion) = goede boodschap | ὃ (ho) = die | εὐηγγελισάμην (euengelisamen) = ik heb gebracht | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ὃ (ho) = die | καὶ (kai) = ook | παρελάβετε (parelabete) = jullie hebben ontvangen | ἐν (en) = waarin | ᾧ (ho) = die | καὶ (kai) = ook | ἑστήκατε (hestekate) = jullie staan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γνωρίζω (gnorizo), ‘bekendmaken’: Paulus herinnert hen aan wat zij al ontvingen. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’; εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. ἑστήκατε (hestekate), ‘jullie staan’: de voltooide tijd; jullie staan vast. **15:2** Daardoor worden jullie ook gered, als jullie het woord vasthouden waarmee ik jullie de goede boodschap gebracht heb, tenzij jullie zomaar geloofd hebben. Brontekst: δι’ (di’) = waardoor | οὗ (hou) = welke | καὶ (kai) = ook | σῴζεσθε (sozesthe) = jullie worden gered | τίνι (tini) = met welk | λόγῳ (logo) = woord | εὐηγγελισάμην (euengelisamen) = ik heb de goede boodschap gebracht | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | εἰ (ei) = als | κατέχετε (katechete) = jullie houden vast | ἐκτὸς (ektos) = tenzij | εἰ (ei) = als | μὴ (me) = niet | εἰκῇ (eike) = zomaar | ἐπιστεύσατε (episteusate) = jullie hebben geloofd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: De Griekse woordvolgorde is moeilijk: ‘met welk woord ik jullie de goede boodschap gebracht heb’ hoort bij ‘vasthouden’. κατέχω (katecho), ‘vasthouden’. εἰκῇ (eike), ‘zomaar’: zonder grond, tevergeefs. σῴζω (sozo), ‘redden’: het Grieks heeft de tegenwoordige tijd, ‘worden gered’. ### Wat ik heb doorgegeven **15:3** Want ik heb jullie in de eerste plaats doorgegeven wat ik ook heb ontvangen: dat de Messias gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, Brontekst: Παρέδωκα (Paredoka) = ik heb doorgegeven | γὰρ (gar) = want | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | ἐν (en) = in | πρώτοις (protois) = de eerste plaats | ὃ (ho) = wat | καὶ (kai) = ook | παρέλαβον (parelabon) = ik heb ontvangen | ὅτι (hoti) = dat | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἀπέθανεν (apethanen) = is gestorven | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῶν (ton) = de | ἁμαρτιῶν (hamartion) = zonden | ἡμῶν (hemon) = onze | κατὰ (kata) = volgens | τὰς (tas) = de | γραφάς (graphas) = Schriften Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραδίδωμι (paradidomi), ‘doorgeven’, en παραλαμβάνω (paralambano), ‘ontvangen’: de woorden voor het doorgeven van wat men zelf heeft ontvangen; zo ook in 11:23. ἐν πρώτοις (en protois), ‘in de eerste plaats’. ‘Volgens de Schriften’ (κατὰ τὰς γραφάς, kata tas graphas): het Grieks noemt geen bepaalde passage; ‘de Schriften’ zijn de heilige geschriften van Israël. De zin loopt door tot en met vers 8. Voetnoot : Zie ook Luc. 24:44–46; 1 Kor. 11:23. Zie ook: Luc 24:44–46; 1 Kor 11:23; 1 Kor 15:8 **15:4** en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgewekt op de derde dag, volgens de Schriften, Brontekst: καὶ (kai) = en | ὅτι (hoti) = dat | ἐτάφη (etaphe) = is begraven | καὶ (kai) = en | ὅτι (hoti) = dat | ἐγήγερται (egegertai) = is opgewekt | τῇ (te) = op de | ἡμέρᾳ (hemera) = dag | τῇ (te) = de | τρίτῃ (trite) = derde | κατὰ (kata) = volgens | τὰς (tas) = de | γραφάς (graphas) = Schriften Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐτάφη (etaphe), ‘werd begraven’. ἐγήγερται (egegertai), ‘is opgewekt’: de voltooide tijd; Hij is opgewekt en blijft opgewekt. ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’; de lijdende vorm ‘opgewekt worden’ noemt niemand die opwekt. ‘Volgens de Schriften’: zie vers 3. Voetnoot : Zie ook Matt. 28:6; Luc. 24:7; Luc. 24:46. Zie ook: Mat 28:6; Luc 24:7; Luc 24:46; 1 Kor 15:3 **15:5** en dat Hij verscheen aan Kefas, daarna aan de twaalf; Brontekst: καὶ (kai) = en | ὅτι (hoti) = dat | ὤφθη (ophthe) = verscheen | Κηφᾷ (Kepha) = aan Kefas | εἶτα (eita) = daarna | τοῖς (tois) = aan de | δώδεκα (dodeka) = twaalf Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Κηφᾶς (Kephas), ‘Kefas’: Aramees voor ‘rots’, dezelfde man als Petrus (Joh. 1:42; Gal. 1:18). ὤφθη (ophthe), ‘werd gezien, verscheen’: dezelfde vorm als in Luc. 24:34; zo ook in de verzen 6, 7 en 8. ‘De twaalf’ (οἱ δώδεκα): de naam van de kring van twaalf leerlingen. Voetnoot : Zie ook Luc. 24:34; Luc. 24:36–43; Joh. 20:19–23. Zie ook: Luc 24:34; Luc 24:36–43; Joh 1:42; Joh 20:19–23; Gal 1:18 **15:6** daarna verscheen Hij aan meer dan 500 broers tegelijk, van wie de meesten tot nu toe nog in leven zijn, maar sommigen zijn ontslapen; Brontekst: ἔπειτα (epeita) = daarna | ὤφθη (ophthe) = verscheen | ἐπάνω (epano) = meer dan | πεντακοσίοις (pentakosiois) = 500 | ἀδελφοῖς (adelphois) = broers | ἐφάπαξ (ephapax) = tegelijk | ἐξ (ex) = van | ὧν (hon) = wie | οἱ (hoi) = de | πλείονες (pleiones) = meesten | μένουσιν (menousin) = blijven | ἕως (heos) = tot | ἄρτι (arti) = nu | τινὲς (tines) = sommigen | δὲ (de) = maar | ἐκοιμήθησαν (ekoimethesan) = zijn ontslapen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐφάπαξ (ephapax), ‘in één keer, tegelijk’. μένω (meno), ‘blijven’: hier ‘nog in leven zijn’. κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’: een beeld voor sterven; ook in de verzen 18, 20 en 51. Het Grieks noemt geen plaats. **15:7** daarna verscheen Hij aan Jakobus, daarna aan alle apostelen; Brontekst: ἔπειτα (epeita) = daarna | ὤφθη (ophthe) = verscheen | Ἰακώβῳ (Iakobo) = aan Jakobus | εἶτα (eita) = daarna | τοῖς (tois) = aan de | ἀποστόλοις (apostolois) = apostelen | πᾶσιν (pasin) = alle Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἰάκωβος (Iakobos), ‘Jakobus’: het Grieks zegt niet welke Jakobus; zie Gal. 1:19. ‘Alle apostelen’ is een bredere groep dan ‘de twaalf’ in vers 5. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. Voetnoot : Zie ook Gal. 1:19; Hand. 1:3. Zie ook: Hand 1:3; Gal 1:19; 1 Kor 15:5 **15:8** en als laatste van allen verscheen Hij ook aan mij, als aan de misgeboorte. Brontekst: ἔσχατον (eschaton) = als laatste | δὲ (de) = en | πάντων (panton) = van allen | ὡσπερεὶ (hosperei) = als | τῷ (to) = aan de | ἐκτρώματι (ektromati) = misgeboorte | ὤφθη (ophthe) = verscheen | κἀμοί (kamoi) = ook aan mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔκτρωμα (ektroma), ‘misgeboorte’: iets dat te vroeg of dood uit de moederschoot komt. Paulus noemt zichzelf zo; het Grieks heeft een lidwoord, ‘de misgeboorte’. Voetnoot : Zie ook Hand. 9:3–6; Gal. 1:15–16. Zie ook: Hand 9:3–6; Gal 1:15–16 **15:9** Want ik ben de geringste van de apostelen. Ik ben het niet waard apostel genoemd te worden, omdat ik de gemeente van Elohim vervolgd heb. Brontekst: ἐγὼ (ego) = ik | γάρ (gar) = want | εἰμι (eimi) = ben | ὁ (ho) = de | ἐλάχιστος (elachistos) = geringste | τῶν (ton) = van de | ἀποστόλων (apostolon) = apostelen | ὃς (hos) = die | οὐκ (ouk) = niet | εἰμὶ (eimi) = ben | ἱκανὸς (hikanos) = waardig | καλεῖσθαι (kaleisthai) = genoemd te worden | ἀπόστολος (apostolos) = apostel | διότι (dioti) = omdat | ἐδίωξα (edioxa) = ik heb vervolgd | τὴν (ten) = de | ἐκκλησίαν (ekklesian) = gemeente | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλάχιστος (elachistos), ‘geringste’. ἱκανός (hikanos), ‘waardig, geschikt’. διώκω (dioko), ‘vervolgen’. Wij splitsen de Griekse zin in twee zinnen. Voetnoot : Zie ook Hand. 8:3; Hand. 9:1–2; Gal. 1:13. Zie ook: Hand 8:3; Hand 9:1–2; Gal 1:13 **15:10** Maar door de genade van Elohim ben ik wat ik ben. Zijn genade voor mij is niet vergeefs geworden, maar ik heb meer gezwoegd dan zij allen. Niet ik, echter, maar de genade van Elohim, die met mij is. Brontekst: χάριτι (chariti) = door genade | δὲ (de) = maar | θεοῦ (theou) = van Elohim | εἰμι (eimi) = ik ben | ὅ (ho) = wat | εἰμι (eimi) = ik ben | καὶ (kai) = en | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ἡ (he) = die | εἰς (eis) = voor | ἐμὲ (eme) = mij | οὐ (ou) = niet | κενὴ (kene) = vergeefs | ἐγενήθη (egenethe) = is geworden | ἀλλὰ (alla) = maar | περισσότερον (perissoteron) = meer | αὐτῶν (auton) = dan zij | πάντων (panton) = allen | ἐκοπίασα (ekopiasa) = ik heb gezwoegd | οὐκ (ouk) = niet | ἐγὼ (ego) = ik | δὲ (de) = echter | ἀλλὰ (alla) = maar | ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ἡ (he) = die | σὺν (syn) = met | ἐμοί (emoi) = mij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’. κενός (kenos), ‘vergeefs’: letterlijk ‘leeg’; wij houden ‘vergeefs’ in de verzen 10, 14 en 58. κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’. οὐκ ἐγὼ δέ (ouk ego de), ‘niet ik echter’: Paulus schrijft zijn werk toe aan de genade van Elohim. **15:11** Of ik het dus ben of zij: zo verkondigen wij, en zo hebben jullie geloofd. Brontekst: εἴτε (eite) = of | οὖν (oun) = dus | ἐγὼ (ego) = ik | εἴτε (eite) = of | ἐκεῖνοι (ekeinoi) = zij | οὕτως (houtos) = zo | κηρύσσομεν (keryssomen) = wij verkondigen | καὶ (kai) = en | οὕτως (houtos) = zo | ἐπιστεύσατε (episteusate) = jullie hebben geloofd Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’. ἐκεῖνοι (ekeinoi), ‘zij’: de andere verkondigers, zoals de apostelen uit de verzen 5–7. ### Als er geen opstanding van doden is **15:12** Maar als van de Messias wordt verkondigd dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe zeggen sommigen onder jullie dan dat er geen opstanding van doden is? Brontekst: Εἰ (Ei) = als | δὲ (de) = maar | Χριστὸς (Christos) = de Messias | κηρύσσεται (keryssetai) = wordt verkondigd | ὅτι (hoti) = dat | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | ἐγήγερται (egegertai) = is opgewekt | πῶς (pos) = hoe | λέγουσιν (legousin) = zeggen zij | ἐν (en) = onder | ὑμῖν (hymin) = jullie | τινες (tines) = sommigen | ὅτι (hoti) = dat | ἀνάστασις (anastasis) = opstanding | νεκρῶν (nekron) = van doden | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’; ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’: passief ‘opgewekt worden’, voltooid ἐγήγερται (egegertai), ‘is opgewekt’. ἐκ νεκρῶν (ek nekron), ‘uit de doden’. ἀνάστασις νεκρῶν (anastasis nekron), ‘opstanding van doden’: zonder lidwoord, de opstanding van doden in het algemeen. Met dit vers begint de redenering ‘als … dan’ in de verzen 12–19. Voetnoot : Zie ook Hand. 17:32; Hand. 23:6–8; Hand. 24:15. Zie ook: Hand 17:32; Hand 23:6–8; Hand 24:15 **15:13** Maar als er geen opstanding van doden is, is ook de Messias niet opgewekt. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | ἀνάστασις (anastasis) = opstanding | νεκρῶν (nekron) = van doden | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | οὐδὲ (oude) = ook niet | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἐγήγερται (egegertai) = is opgewekt Bron: SBLGNT **15:14** Maar als de Messias niet is opgewekt, is dus onze verkondiging vergeefs, en vergeefs ook jullie geloof. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | Χριστὸς (Christos) = de Messias | οὐκ (ouk) = niet | ἐγήγερται (egegertai) = is opgewekt | κενὸν (kenon) = vergeefs | ἄρα (ara) = dus | τὸ (to) = de | κήρυγμα (kerygma) = verkondiging | ἡμῶν (hemon) = onze | κενὴ (kene) = vergeefs | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κήρυγμα (kerygma), ‘verkondiging’. ἄρα (ara), ‘dus’. **15:15** Dan blijken wij ook valse getuigen van Elohim te zijn, omdat wij tegen Elohim getuigd hebben dat Hij de Messias heeft opgewekt. Die heeft Hij niet opgewekt, als doden dan inderdaad niet worden opgewekt. Brontekst: εὑρισκόμεθα (heuriskometha) = wij worden bevonden | δὲ (de) = en | καὶ (kai) = ook | ψευδομάρτυρες (pseudomartyres) = valse getuigen | τοῦ (tou) = van de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὅτι (hoti) = omdat | ἐμαρτυρήσαμεν (emartyresamen) = wij hebben getuigd | κατὰ (kata) = tegen | τοῦ (tou) = de | θεοῦ (theou) = Elohim | ὅτι (hoti) = dat | ἤγειρεν (egeiren) = Hij heeft opgewekt | τὸν (ton) = de | Χριστόν (Christon) = Messias | ὃν (hon) = die | οὐκ (ouk) = niet | ἤγειρεν (egeiren) = Hij heeft opgewekt | εἴπερ (eiper) = als tenminste | ἄρα (ara) = dan | νεκροὶ (nekroi) = doden | οὐκ (ouk) = niet | ἐγείρονται (egeirontai) = worden opgewekt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψευδομάρτυς (pseudomartys), ‘valse getuige’. κατά (kata) met de tweede naamval: ‘tegen’; het kan ook ‘over’ betekenen. εἴπερ ἄρα (eiper ara), ‘als dan tenminste’. De Griekse zin is lang; wij splitsen hem bij ‘die’. **15:16** Want als doden niet worden opgewekt, is ook de Messias niet opgewekt. Brontekst: εἰ (ei) = als | γὰρ (gar) = want | νεκροὶ (nekroi) = doden | οὐκ (ouk) = niet | ἐγείρονται (egeirontai) = worden opgewekt | οὐδὲ (oude) = ook niet | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἐγήγερται (egegertai) = is opgewekt Bron: SBLGNT **15:17** Maar als de Messias niet is opgewekt, is jullie geloof zinloos en zijn jullie nog in jullie zonden. Brontekst: εἰ (ei) = als | δὲ (de) = maar | Χριστὸς (Christos) = de Messias | οὐκ (ouk) = niet | ἐγήγερται (egegertai) = is opgewekt | ματαία (mataia) = zinloos | ἡ (he) = het | πίστις (pistis) = geloof | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἔτι (eti) = nog | ἐστὲ (este) = jullie zijn | ἐν (en) = in | ταῖς (tais) = de | ἁμαρτίαις (hamartiais) = zonden | ὑμῶν (hymon) = van jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ματαία (mataia), ‘zinloos’: zonder doel of uitwerking. Het woord is anders dan κενός (‘vergeefs’) in vers 14. Zie ook: 1 Kor 15:14 **15:18** Dan zijn ook zij die in de Messias ontslapen zijn, verloren gegaan. Brontekst: ἄρα (ara) = dus | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = zij | κοιμηθέντες (koimethentes) = die ontslapen zijn | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | ἀπώλοντο (apolonto) = zijn verloren gegaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’: zie vers 6. ἀπόλλυμι (apollymi), ‘verloren gaan, omkomen’. Zie ook: 1 Kor 15:6 **15:19** Als wij alleen in dit leven op de Messias hebben gehoopt, zijn wij de meest beklagenswaardigen van alle mensen. Brontekst: εἰ (ei) = als | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | ζωῇ (zoe) = leven | ταύτῃ (taute) = dit | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | ἠλπικότες (elpikotes) = die hebben gehoopt | ἐσμὲν (esmen) = wij zijn | μόνον (monon) = alleen | ἐλεεινότεροι (eleeinoteroi) = meest beklagenswaardig | πάντων (panton) = van alle | ἀνθρώπων (anthropon) = mensen | ἐσμέν (esmen) = wij zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐλεεινός (eleeinos), ‘beklagenswaardig’: het Grieks heeft de vergrotende trap, ‘beklagenswaardiger dan alle mensen’. Het Grieks heeft een lastige woordvolgorde: ‘als wij in dit leven in de Messias alleen gehoopt hebben’. ### De Messias is de eersteling **15:20** Maar nu is de Messias uit de doden opgewekt, de eersteling van hen die ontslapen zijn. Brontekst: Νυνὶ (Nyni) = nu | δὲ (de) = maar | Χριστὸς (Christos) = de Messias | ἐγήγερται (egegertai) = is opgewekt | ἐκ (ek) = uit | νεκρῶν (nekron) = doden | ἀπαρχὴ (aparche) = eersteling | τῶν (ton) = van hen | κεκοιμημένων (kekoimemenon) = die ontslapen zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: het eerste deel van de oogst, dat aan Elohim wordt gegeven, zoals Lev. 23:10; vergelijk vers 23. κεκοιμημένων (kekoimemenon), ‘die ontslapen zijn’: voltooid deelwoord van κοιμάομαι (vers 6). Voetnoot : Zie ook Lev. 23:10. Zie ook: Lev 23:10; 1 Kor 15:6; 1 Kor 15:23 **15:21** Want aangezien door een mens de dood is gekomen, komt ook door een mens de opstanding van doden. Brontekst: ἐπειδὴ (epeide) = aangezien | γὰρ (gar) = want | δι’ (di’) = door | ἀνθρώπου (anthropou) = mens | θάνατος (thanatos) = dood | καὶ (kai) = en | δι’ (di’) = door | ἀνθρώπου (anthropou) = mens | ἀνάστασις (anastasis) = opstanding | νεκρῶν (nekron) = van doden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Vers 21 heeft in het Grieks geen werkwoord; wij vullen ‘is gekomen’ en ‘komt’ aan. θάνατος (thanatos), ‘dood’; ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’. De mens van de dood is Adam (vers 22); de mens van de opstanding is de Messias. Voetnoot : Zie ook Gen. 3:19; Rom. 5:12. Zie ook: Gen 3:19; 1 Kor 15:22; Rom 5:12 **15:22** Want zoals in Adam allen sterven, zo zullen ook in de Messias allen levend gemaakt worden. Brontekst: ὥσπερ (hosper) = zoals | γὰρ (gar) = want | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | Ἀδὰμ (Adam) = Adam | πάντες (pantes) = allen | ἀποθνῄσκουσιν (apothneskousin) = sterven | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | Χριστῷ (Christo) = Messias | πάντες (pantes) = allen | ζῳοποιηθήσονται (zoopoiethesontai) = zullen levend gemaakt worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἀδάμ (Adam): hier de eerste mens, vergelijk de verzen 45–49. ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:7; Gen. 3:19; Rom. 5:12–19. Zie ook: Gen 2:7; Gen 3:19; Rom 5:12–19 **15:23** Maar ieder in zijn eigen rang: de eersteling, de Messias; daarna zij die van de Messias zijn, bij Zijn komst. Brontekst: ἕκαστος (hekastos) = ieder | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = in | τῷ (to) = de | ἰδίῳ (idio) = eigen | τάγματι (tagmati) = rang | ἀπαρχὴ (aparche) = eersteling | Χριστός (Christos) = de Messias | ἔπειτα (epeita) = daarna | οἱ (hoi) = zij die | τοῦ (tou) = van de | Χριστοῦ (Christou) = Messias | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | παρουσίᾳ (parousia) = komst | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τάγμα (tagma), ‘rang’: een woord voor een afdeling of rang, ook voor een militaire afdeling. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’; wij houden in deze brief ‘komst’. De komst is die van de Messias. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:30–31; 1 Tess. 4:15–17. Zie ook: Mat 24:30–31; 1 Tess 4:15–17 **15:24** Daarna het einde, wanneer Hij het koninkrijk overgeeft aan Elohim, de Vader, wanneer Hij elke heerschappij en elk gezag en elke macht buiten werking heeft gesteld. Brontekst: εἶτα (eita) = daarna | τὸ (to) = het | τέλος (telos) = einde | ὅταν (hotan) = wanneer | παραδιδῷ (paradido) = Hij geeft over | τὴν (ten) = het | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | τῷ (to) = aan | θεῷ (theo) = Elohim | καὶ (kai) = en | πατρί (patri) = Vader | ὅταν (hotan) = wanneer | καταργήσῃ (katargese) = Hij buiten werking heeft gesteld | πᾶσαν (pasan) = elke | ἀρχὴν (archen) = heerschappij | καὶ (kai) = en | πᾶσαν (pasan) = elk | ἐξουσίαν (exousian) = gezag | καὶ (kai) = en | δύναμιν (dynamin) = macht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: τέλος (telos), ‘einde’: ook ‘doel, voltooiing’. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’. θεῷ καὶ πατρί (theo kai patri), letterlijk ‘aan Elohim en Vader’ met één lidwoord; wij vertalen ‘aan Elohim, de Vader’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in 13:8. ἀρχή (arche), ‘heerschappij’, ἐξουσία (exousia), ‘gezag’, en δύναμις (dynamis), ‘macht’: een reeks namen voor machten; het Grieks zegt niet of het om geestelijke machten of om menselijke machthebbers gaat. **15:25** Want Hij moet koning zijn totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft. Brontekst: δεῖ (dei) = het is nodig | γὰρ (gar) = want | αὐτὸν (auton) = Hij | βασιλεύειν (basileuein) = koning te zijn | ἄχρι (achri) = tot | οὗ (hou) = dat | θῇ (the) = Hij gelegd heeft | πάντας (pantas) = alle | τοὺς (tous) = de | ἐχθροὺς (echthrous) = vijanden | ὑπὸ (hypo) = onder | τοὺς (tous) = de | πόδας (podas) = voeten | αὐτοῦ (autou) = Zijn Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Toespeling op Ps. 110:1: ‘Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik je vijanden zet als voetbank voor je voeten.’ In Paulus’ zin wordt dit ‘totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft’. βασιλεύω (basileuo), ‘koning zijn, als koning heersen’. Voetnoot : Zie ook Ps. 110:1. Zie ook: Ps 110:1 **15:26** Als laatste vijand wordt de dood buiten werking gesteld. Brontekst: ἔσχατος (eschatos) = laatste | ἐχθρὸς (echthros) = vijand | καταργεῖται (katargeitai) = wordt buiten werking gesteld | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἔσχατος ἐχθρός (eschatos echthros), ‘laatste vijand’: de dood. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: het Grieks heeft de tegenwoordige tijd, ‘wordt buiten werking gesteld’. **15:27** Want alles heeft Hij onder Zijn voeten onderworpen. Maar wanneer er gezegd wordt dat alles onderworpen is, is het duidelijk: met uitzondering van Hem die Hem alles heeft onderworpen. Brontekst: πάντα (panta) = alles | γὰρ (gar) = want | ὑπέταξεν (hypetaxen) = heeft onderworpen | ὑπὸ (hypo) = onder | τοὺς (tous) = de | πόδας (podas) = voeten | αὐτοῦ (autou) = Zijn | ὅταν (hotan) = wanneer | δὲ (de) = maar | εἴπῃ (eipe) = er gezegd wordt | ὅτι (hoti) = dat | πάντα (panta) = alles | ὑποτέτακται (hypotetaktai) = onderworpen is | δῆλον (delon) = duidelijk | ὅτι (hoti) = dat | ἐκτὸς (ektos) = met uitzondering | τοῦ (tou) = van | ὑποτάξαντος (hypotaxantos) = Hem die onderwierp | αὐτῷ (auto) = aan Hem | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Ps. 8:7 (NL 8:6): ‘Alles hebt U onder zijn voeten gelegd.’ Het Grieks heeft ὑπέταξεν (hypetaxen), ‘onderworpen’; ὑποτάσσω (hypotasso) staat ook in 14:32 en 14:34. Het Grieks heeft bij ‘wanneer er gezegd wordt’ (εἴπῃ) geen onderwerp; wij vertalen onpersoonlijk. ‘Hem die Hem alles heeft onderworpen’ is Elohim; ‘Hem’ is de Messias. Voetnoot : Zie ook Ps. 8:7; Ps. 110:1. Zie ook: Ps 8:7; Ps 110:1 **15:28** Maar wanneer Hem alles onderworpen is, dan zal de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem die Hem alles heeft onderworpen, opdat Elohim alles in allen zij. Brontekst: ὅταν (hotan) = wanneer | δὲ (de) = maar | ὑποταγῇ (hypotage) = onderworpen is | αὐτῷ (auto) = aan Hem | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | τότε (tote) = dan | αὐτὸς (autos) = Zelf | ὁ (ho) = de | υἱὸς (huios) = Zoon | ὑποταγήσεται (hypotagesetai) = zal Zich onderwerpen | τῷ (to) = aan | ὑποτάξαντι (hypotaxanti) = Hem die onderwierp | αὐτῷ (auto) = aan Hem | τὰ (ta) = het | πάντα (panta) = alles | ἵνα (hina) = opdat | ᾖ (e) = zij | ὁ (ho) = de | θεὸς (theos) = Elohim | πάντα (panta) = alles | ἐν (en) = in | πᾶσιν (pasin) = allen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ‘De Zoon’ (ὁ υἱός): de Messias. πάντα ἐν πᾶσιν (panta en pasin), ‘alles in allen’: het Grieks zegt het kort; wij vertalen letterlijk. ### De doop voor de doden en het gevaar **15:29** Anders, wat zullen zij doen die gedoopt worden voor de doden? Als doden helemaal niet worden opgewekt, waarom worden zij dan ook voor hen gedoopt? Brontekst: Ἐπεὶ (Epei) = anders | τί (ti) = wat | ποιήσουσιν (poiesousin) = zullen zij doen | οἱ (hoi) = de | βαπτιζόμενοι (baptizomenoi) = die gedoopt worden | ὑπὲρ (hyper) = voor | τῶν (ton) = de | νεκρῶν (nekron) = doden | εἰ (ei) = als | ὅλως (holos) = helemaal | νεκροὶ (nekroi) = doden | οὐκ (ouk) = niet | ἐγείρονται (egeirontai) = worden opgewekt | τί (ti) = waarom | καὶ (kai) = ook | βαπτίζονται (baptizontai) = worden zij gedoopt | ὑπὲρ (hyper) = voor | αὐτῶν (auton) = hen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βαπτίζομαι ὑπὲρ τῶν νεκρῶν (baptizomai hyper ton nekron), ‘gedoopt worden voor de doden’: het Grieks zegt niet wie zich laat dopen, wie ‘de doden’ zijn en wat ‘voor’ (ὑπέρ, hyper) hier betekent: ‘ten behoeve van’, ‘in plaats van’ of ‘met het oog op’. Wij vertalen letterlijk en geven geen verklaring. ἐπεί (epei), ‘anders’. ὅλως (holos), ‘helemaal’. **15:30** Waarom lopen ook wij elk uur gevaar? Brontekst: τί (ti) = waarom | καὶ (kai) = ook | ἡμεῖς (hemeis) = wij | κινδυνεύομεν (kindyneuomen) = lopen gevaar | πᾶσαν (pasan) = elk | ὥραν (horan) = uur Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κινδυνεύω (kindyneuo), ‘gevaar lopen’. **15:31** Elke dag sterf ik, bij jullie roem die ik heb in de Messias Yeshua, onze Heer. Brontekst: καθ’ (kath’) = per | ἡμέραν (hemeran) = dag | ἀποθνῄσκω (apothnesko) = ik sterf | νὴ (ne) = bij | τὴν (ten) = de | ὑμετέραν (hymeteran) = jullie | καύχησιν (kauchesin) = roem | ἣν (hen) = die | ἔχω (echo) = ik heb | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | τῷ (to) = de | κυρίῳ (kyrio) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: νή (ne), ‘bij’: een woord voor een plechtige verzekering of eed. καύχησις (kauchesis), ‘roem’. ‘Elke dag sterf ik’ is een beeld voor voortdurend levensgevaar; vergelijk vers 30. Zie ook: 1 Kor 15:30 **15:32** Als ik op menselijke wijze in Efeze met wilde dieren heb gevochten, wat baat het mij? Als doden niet worden opgewekt: „Laten we eten en drinken, want morgen sterven we.” Brontekst: εἰ (ei) = als | κατὰ (kata) = op | ἄνθρωπον (anthropon) = menselijke wijze | ἐθηριομάχησα (etheriomachesa) = ik heb met wilde dieren gevochten | ἐν (en) = in | Ἐφέσῳ (Epheso) = Efeze | τί (ti) = wat | μοι (moi) = mij | τὸ (to) = het | ὄφελος (ophelos) = nut | εἰ (ei) = als | νεκροὶ (nekroi) = doden | οὐκ (ouk) = niet | ἐγείρονται (egeirontai) = worden opgewekt | Φάγωμεν (Phagomen) = laten we eten | καὶ (kai) = en | πίωμεν (piomen) = laten we drinken | αὔριον (aurion) = morgen | γὰρ (gar) = want | ἀποθνῄσκομεν (apothneskomen) = sterven we Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk. Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia. Voetnoot Uitleg: θηριομαχέω (theriomacheo), ‘met wilde dieren vechten’: het kan een letterlijke strijd zijn of een beeld voor felle tegenstanders; het Grieks zegt het niet. κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘op menselijke wijze’: naar menselijke maat. Efeze: zie ook 16:8. Het citaat ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we’ komt uit Jes. 22:13; ons Hebreeuws heeft dezelfde woorden. Voetnoot : Zie ook Jes. 22:13; Hand. 19:8–10. Zie ook: Jes 22:13; Hand 19:8–10 **15:33** Laat je niet misleiden: slechte omgang bederft goede gewoonten. Brontekst: μὴ (me) = niet | πλανᾶσθε (planasthe) = laat je misleiden | φθείρουσιν (phtheirousin) = bederven | ἤθη (ethe) = gewoonten | χρηστὰ (chresta) = goede | ὁμιλίαι (homiliai) = omgang | κακαί (kakai) = slechte Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit klinkt als een spreuk; het Grieks leidt het niet in als citaat. ἤθη (ethe), ‘gewoonten, zeden’. ὁμιλία (homilia), ‘omgang’. χρηστός (chrestos), ‘goed’. **15:34** Word op de juiste wijze nuchter en zondig niet. Want sommigen hebben onkunde over Elohim. Tot jullie schande zeg ik het. Brontekst: ἐκνήψατε (eknepsate) = word nuchter | δικαίως (dikaios) = op de juiste wijze | καὶ (kai) = en | μὴ (me) = niet | ἁμαρτάνετε (hamartanete) = zondig | ἀγνωσίαν (agnosian) = onkunde | γὰρ (gar) = want | θεοῦ (theou) = van Elohim | τινες (tines) = sommigen | ἔχουσιν (echousin) = hebben | πρὸς (pros) = tot | ἐντροπὴν (entropen) = schande | ὑμῖν (hymin) = voor jullie | λαλῶ (lalo) = ik zeg Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐκνήφω (eknepho), ‘nuchter worden’: wakker worden uit een roes. δικαίως (dikaios), ‘op de juiste wijze’. ἀγνωσία (agnosia), ‘onkunde’: geen kennis. ἐντροπή (entrope), ‘schande’. ### Met wat voor lichaam komen zij? **15:35** Maar iemand zal zeggen: „Hoe worden de doden opgewekt? Met wat voor lichaam komen zij?” Brontekst: Ἀλλὰ (Alla) = maar | ἐρεῖ (erei) = zal zeggen | τις (tis) = iemand | Πῶς (Pos) = hoe | ἐγείρονται (egeirontai) = worden opgewekt | οἱ (hoi) = de | νεκροί (nekroi) = doden | ποίῳ (poio) = met wat voor | δὲ (de) = en | σώματι (somati) = lichaam | ἔρχονται (erchontai) = komen zij Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σῶμα (soma), ‘lichaam’. Met dit vers begint een antwoord op een vraag die iemand zou kunnen stellen; de aanhalingstekens markeren de vraag. **15:36** Dwaas! Wat jij zaait, wordt niet levend gemaakt, tenzij het sterft. Brontekst: ἄφρων (aphron) = dwaas | σὺ (sy) = jij | ὃ (ho) = wat | σπείρεις (speireis) = zaait | οὐ (ou) = niet | ζῳοποιεῖται (zoopoieitai) = wordt levend gemaakt | ἐὰν (ean) = tenzij | μὴ (me) = niet | ἀποθάνῃ (apothane) = het sterft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄφρων (aphron), ‘dwaas’: iemand zonder inzicht. ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’: zie vers 22. Voetnoot : Zie ook Joh. 12:24. Zie ook: Joh 12:24; 1 Kor 15:22 **15:37** En wat je zaait, het lichaam dat zal worden zaai je niet, maar een naakte korrel, bijvoorbeeld van tarwe of van een van de overige. Brontekst: καὶ (kai) = en | ὃ (ho) = wat | σπείρεις (speireis) = je zaait | οὐ (ou) = niet | τὸ (to) = het | σῶμα (soma) = lichaam | τὸ (to) = dat | γενησόμενον (genesomenon) = zal worden | σπείρεις (speireis) = je zaait | ἀλλὰ (alla) = maar | γυμνὸν (gymnon) = naakte | κόκκον (kokkon) = korrel | εἰ (ei) = als | τύχοι (tychoi) = het zo uitkomt | σίτου (sitou) = van tarwe | ἤ (e) = of | τινος (tinos) = van een | τῶν (ton) = van de | λοιπῶν (loipon) = overige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: κόκκος (kokkos), ‘korrel’. σῖτος (sitos), ‘tarwe, graan’. εἰ τύχοι (ei tychoi), ‘bijvoorbeeld’: letterlijk ‘als het zo treft’; zie 14:10. **15:38** Maar Elohim geeft het een lichaam zoals Hij heeft gewild, en aan elk van de zaden een eigen lichaam. Brontekst: ὁ (ho) = de | δὲ (de) = maar | θεὸς (theos) = Elohim | δίδωσιν (didosin) = geeft | αὐτῷ (auto) = het | σῶμα (soma) = lichaam | καθὼς (kathos) = zoals | ἠθέλησεν (ethelesen) = Hij heeft gewild | καὶ (kai) = en | ἑκάστῳ (hekasto) = aan elk | τῶν (ton) = van de | σπερμάτων (spermaton) = zaden | ἴδιον (idion) = eigen | σῶμα (soma) = lichaam Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἠθέλησεν (ethelesen), ‘Hij heeft gewild’: het Grieks heeft de verleden tijd. σπέρμα (sperma), ‘zaad’. **15:39** Niet al het vlees is hetzelfde vlees. Maar een ander is dat van mensen, een ander het vlees van vee, een ander het vlees van vogels en een ander dat van vissen. Brontekst: οὐ (ou) = niet | πᾶσα (pasa) = al | σὰρξ (sarx) = vlees | ἡ (he) = het | αὐτὴ (aute) = zelfde | σάρξ (sarx) = vlees | ἀλλὰ (alla) = maar | ἄλλη (alle) = ander | μὲν (men) = enerzijds | ἀνθρώπων (anthropon) = van mensen | ἄλλη (alle) = ander | δὲ (de) = anderzijds | σὰρξ (sarx) = vlees | κτηνῶν (ktenon) = van vee | ἄλλη (alle) = ander | δὲ (de) = anderzijds | σὰρξ (sarx) = vlees | πτηνῶν (ptenon) = van vogels | ἄλλη (alle) = ander | δὲ (de) = anderzijds | ἰχθύων (ichthyon) = van vissen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier het vlees van levende wezens; elders, zoals in Gal. 5:13, ook de zwakke menselijke natuur. Vergelijk ‘vlees en bloed’ in vers 50. Zie ook: Gal 5:13; 1 Kor 15:50 **15:40** En er zijn hemelse lichamen en aardse lichamen, maar anders is de heerlijkheid van de hemelse en anders die van de aardse. Brontekst: καὶ (kai) = en | σώματα (somata) = lichamen | ἐπουράνια (epourania) = hemelse | καὶ (kai) = en | σώματα (somata) = lichamen | ἐπίγεια (epigeia) = aardse | ἀλλὰ (alla) = maar | ἑτέρα (hetera) = anders | μὲν (men) = enerzijds | ἡ (he) = de | τῶν (ton) = van de | ἐπουρανίων (epouranion) = hemelse | δόξα (doxa) = heerlijkheid | ἑτέρα (hetera) = anders | δὲ (de) = anderzijds | ἡ (he) = die | τῶν (ton) = van de | ἐπιγείων (epigeion) = aardse Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐπουράνιος (epouranios), ‘hemels’; ἐπίγειος (epigeios), ‘aards’. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’: glans, eer. Het Grieks zegt niet welke ‘hemelse lichamen’ bedoeld zijn; in vers 41 volgen zon, maan en sterren. Zie ook: 1 Kor 15:41 **15:41** Een andere heerlijkheid heeft de zon, een andere heerlijkheid de maan en een andere heerlijkheid de sterren. Want de ene ster verschilt van de andere in heerlijkheid. Brontekst: ἄλλη (alle) = andere | δόξα (doxa) = heerlijkheid | ἡλίου (heliou) = van de zon | καὶ (kai) = en | ἄλλη (alle) = andere | δόξα (doxa) = heerlijkheid | σελήνης (selenes) = van de maan | καὶ (kai) = en | ἄλλη (alle) = andere | δόξα (doxa) = heerlijkheid | ἀστέρων (asteron) = van de sterren | ἀστὴρ (aster) = ster | γὰρ (gar) = want | ἀστέρος (asteros) = van ster | διαφέρει (diapherei) = verschilt | ἐν (en) = in | δόξῃ (doxe) = heerlijkheid Bron: SBLGNT **15:42** Zo is ook de opstanding van de doden. Het wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Brontekst: Οὕτως (Houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ἡ (he) = de | ἀνάστασις (anastasis) = opstanding | τῶν (ton) = van de | νεκρῶν (nekron) = doden | σπείρεται (speiretai) = wordt gezaaid | ἐν (en) = in | φθορᾷ (phthora) = vergankelijkheid | ἐγείρεται (egeiretai) = wordt opgewekt | ἐν (en) = in | ἀφθαρσίᾳ (aphtharsia) = onvergankelijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φθορά (phthora), ‘vergankelijkheid’: verval, bederf. ἀφθαρσία (aphtharsia), ‘onvergankelijkheid’. Het Grieks heeft geen onderwerp bij ‘gezaaid’ en ‘opgewekt’; het beeld van het zaaien komt uit de verzen 36–37. **15:43** Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Brontekst: σπείρεται (speiretai) = wordt gezaaid | ἐν (en) = in | ἀτιμίᾳ (atimia) = oneer | ἐγείρεται (egeiretai) = wordt opgewekt | ἐν (en) = in | δόξῃ (doxe) = heerlijkheid | σπείρεται (speiretai) = wordt gezaaid | ἐν (en) = in | ἀσθενείᾳ (astheneia) = zwakheid | ἐγείρεται (egeiretai) = wordt opgewekt | ἐν (en) = in | δυνάμει (dynamei) = kracht Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀτιμία (atimia), ‘oneer’. ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’. δύναμις (dynamis), ‘kracht’. **15:44** Gezaaid wordt een natuurlijk lichaam, opgewekt wordt een geestelijk lichaam. Als er een natuurlijk lichaam is, is er ook een geestelijk. Brontekst: σπείρεται (speiretai) = wordt gezaaid | σῶμα (soma) = lichaam | ψυχικόν (psychikon) = natuurlijk | ἐγείρεται (egeiretai) = wordt opgewekt | σῶμα (soma) = lichaam | πνευματικόν (pneumatikon) = geestelijk | Εἰ (Ei) = als | ἔστιν (estin) = er is | σῶμα (soma) = lichaam | ψυχικόν (psychikon) = natuurlijk | ἔστιν (estin) = er is | καὶ (kai) = ook | πνευματικόν (pneumatikon) = geestelijk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ψυχικός (psychikos), ‘natuurlijk’: van de ψυχή (psyche), ‘ziel, leven’; het lichaam van het gewone aardse leven, zoals in 2:14. πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: van de Geest afkomstig of door de Geest bepaald. Het Grieks noemt ook het geestelijke een σῶμα (soma), ‘lichaam’. ### De eerste en de laatste Adam **15:45** Zo staat er ook geschreven: „De eerste mens, Adam, werd een levend wezen.” De laatste Adam werd een levendmakende geest. Brontekst: οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | γέγραπται (gegraptai) = staat geschreven | Ἐγένετο (Egeneto) = werd | ὁ (ho) = de | πρῶτος (protos) = eerste | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | Ἀδὰμ (Adam) = Adam | εἰς (eis) = tot | ψυχὴν (psychen) = wezen | ζῶσαν (zosan) = levend | ὁ (ho) = de | ἔσχατος (eschatos) = laatste | Ἀδὰμ (Adam) = Adam | εἰς (eis) = tot | πνεῦμα (pneuma) = geest | ζῳοποιοῦν (zoopoioun) = levendmakend Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Gen. 2:7. Ons Hebreeuws heeft: ‘Yahweh Elohim vormde de mens uit stof van de grond. Hij blies in zijn neus de adem van leven, en de mens werd een levend wezen.’ In Paulus’ aanhaling staan ‘eerste’ en ‘Adam’ erbij. ψυχή (psyche), ‘ziel, levend wezen’: wij houden ‘levend wezen’ zoals in Gen. 2:7; het bijvoeglijk naamwoord ψυχικός in vers 44 komt van dit woord. De tweede helft, ‘de laatste Adam … levendmakende geest’, is van Paulus zelf; het Grieks heeft daar geen werkwoord en wij vullen ‘werd’ aan. πνεῦμα ζῳοποιοῦν (pneuma zoopoioun), ‘levendmakende geest’: wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter; het Grieks zegt niet of de Geest van Elohim bedoeld is. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:7. Zie ook: Gen 2:7; 1 Kor 15:44 **15:46** Maar het geestelijke is niet het eerste, maar het natuurlijke; daarna het geestelijke. Brontekst: ἀλλ’ (all’) = maar | οὐ (ou) = niet | πρῶτον (proton) = eerste | τὸ (to) = het | πνευματικὸν (pneumatikon) = geestelijke | ἀλλὰ (alla) = maar | τὸ (to) = het | ψυχικόν (psychikon) = natuurlijke | ἔπειτα (epeita) = daarna | τὸ (to) = het | πνευματικόν (pneumatikon) = geestelijke Bron: SBLGNT **15:47** De eerste mens is uit de aarde, van stof; de tweede mens is uit de hemel. Brontekst: ὁ (ho) = de | πρῶτος (protos) = eerste | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ἐκ (ek) = uit | γῆς (ges) = aarde | χοϊκός (choikos) = van stof | ὁ (ho) = de | δεύτερος (deuteros) = tweede | ἄνθρωπος (anthropos) = mens | ἐξ (ex) = uit | οὐρανοῦ (ouranou) = hemel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χοϊκός (choikos), ‘van stof’: van χοῦς (chous), ‘stof, aarde’; vergelijk ‘stof van de grond’ in Gen. 2:7. Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord; wij vullen ‘is’ aan. Voetnoot : Zie ook Gen. 2:7; Gen. 3:19. Zie ook: Gen 2:7; Gen 3:19 **15:48** Zoals degene is die van stof is, zo zijn ook zij die van stof zijn; en zoals de hemelse is, zo zijn ook de hemelsen. Brontekst: οἷος (hoios) = zoals | ὁ (ho) = de | χοϊκός (choikos) = van stof | τοιοῦτοι (toioutoi) = zo | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = zij die | χοϊκοί (choikoi) = van stof zijn | καὶ (kai) = en | οἷος (hoios) = zoals | ὁ (ho) = de | ἐπουράνιος (epouranios) = hemelse | τοιοῦτοι (toioutoi) = zo | καὶ (kai) = ook | οἱ (hoi) = de | ἐπουράνιοι (epouranioi) = hemelsen Bron: SBLGNT **15:49** En zoals wij het beeld van degene die van stof is, hebben gedragen, zullen wij ook het beeld van de hemelse dragen. Brontekst: καὶ (kai) = en | καθὼς (kathos) = zoals | ἐφορέσαμεν (ephoresamen) = wij hebben gedragen | τὴν (ten) = het | εἰκόνα (eikona) = beeld | τοῦ (tou) = van de | χοϊκοῦ (choikou) = van stof | φορέσομεν (phoresomen) = wij zullen dragen | καὶ (kai) = ook | τὴν (ten) = het | εἰκόνα (eikona) = beeld | τοῦ (tou) = van de | ἐπουρανίου (epouraniou) = hemelse Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: εἰκών (eikon), ‘beeld’: vergelijk Gen. 1:26–27, ‘naar het beeld van Elohim’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een lezing: sommige oude handschriften hebben in plaats van φορέσομεν (phoresomen), ‘wij zullen dragen’, een andere vorm van het werkwoord; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook Gen. 1:26–27. Zie ook: Gen 1:26–27 ### Wij zullen veranderd worden **15:50** Dit zeg ik, broers: vlees en bloed kunnen het koninkrijk van Elohim niet erven, en de vergankelijkheid erft de onvergankelijkheid niet. Brontekst: Τοῦτο (Touto) = dit | δέ (de) = maar | φημι (phemi) = ik zeg | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | ὅτι (hoti) = dat | σὰρξ (sarx) = vlees | καὶ (kai) = en | αἷμα (haima) = bloed | βασιλείαν (basileian) = koninkrijk | θεοῦ (theou) = van Elohim | κληρονομῆσαι (kleronomesai) = erven | οὐ (ou) = niet | δύναται (dynatai) = kan | οὐδὲ (oude) = ook niet | ἡ (he) = de | φθορὰ (phthora) = vergankelijkheid | τὴν (ten) = de | ἀφθαρσίαν (aphtharsian) = onvergankelijkheid | κληρονομεῖ (kleronomei) = erft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: σὰρξ καὶ αἷμα (sarx kai haima), ‘vlees en bloed’: een uitdrukking voor de sterfelijke mens. κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’. φθορά (phthora) en ἀφθαρσία (aphtharsia): zie vers 42. Voetnoot : Zie ook Matt. 16:17; Gal. 5:21. Zie ook: Mat 16:17; Gal 5:21; 1 Kor 15:42 **15:51** Zie, een geheimenis zeg ik jullie: wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden. Brontekst: ἰδοὺ (idou) = zie | μυστήριον (mysterion) = geheimenis | ὑμῖν (hymin) = aan jullie | λέγω (lego) = ik zeg | πάντες (pantes) = allen | οὐ (ou) = niet | κοιμηθησόμεθα (koimethesometha) = zullen ontslapen | πάντες (pantes) = allen | δὲ (de) = maar | ἀλλαγησόμεθα (allagesometha) = zullen veranderd worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: iets dat Elohim nu bekendmaakt. κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’: zie vers 6. ἀλλάσσω (allasso), ‘veranderen’. De SBLGNT markeert in de eerste helft van het vers een lezing; wij volgen de SBLGNT. Voetnoot : Zie ook 1 Tess. 4:15–17. Zie ook: 1 Tess 4:15–17; 1 Kor 15:6 **15:52** In een ondeelbaar moment, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Want er zal op de bazuin worden geblazen, en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt, en wij zullen veranderd worden. Brontekst: ἐν (en) = in | ἀτόμῳ (atomo) = ondeelbaar moment | ἐν (en) = in | ῥιπῇ (rhipe) = wenk | ὀφθαλμοῦ (ophthalmou) = van het oog | ἐν (en) = bij | τῇ (te) = de | ἐσχάτῃ (eschate) = laatste | σάλπιγγι (salpingi) = bazuin | σαλπίσει (salpisei) = er zal geblazen worden | γάρ (gar) = want | καὶ (kai) = en | οἱ (hoi) = de | νεκροὶ (nekroi) = doden | ἐγερθήσονται (egerthesontai) = zullen worden opgewekt | ἄφθαρτοι (aphthartoi) = onvergankelijk | καὶ (kai) = en | ἡμεῖς (hemeis) = wij | ἀλλαγησόμεθα (allagesometha) = zullen veranderd worden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄτομος (atomos), ‘ondeelbaar’: wat niet verder te delen is; het Grieks heeft alleen ‘in een ondeelbare’, wij vullen ‘moment’ aan. ῥιπή (ripe), ‘wenk, slag’: ῥιπὴ ὀφθαλμοῦ is een oogwenk. σάλπιγξ (salpinx), ‘bazuin’: zoals Matt. 24:31. σαλπίζω (salpizo), ‘op de bazuin blazen’: het Grieks heeft geen onderwerp, daarom ‘er zal worden geblazen’. Voetnoot : Zie ook Matt. 24:31; 1 Tess. 4:16. Zie ook: Mat 24:31; 1 Tess 4:16 **15:53** Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. Brontekst: δεῖ (dei) = het is nodig | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = het | φθαρτὸν (phtharton) = vergankelijke | τοῦτο (touto) = dit | ἐνδύσασθαι (endysasthai) = aandoen | ἀφθαρσίαν (aphtharsian) = onvergankelijkheid | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | θνητὸν (thneton) = sterfelijke | τοῦτο (touto) = dit | ἐνδύσασθαι (endysasthai) = aandoen | ἀθανασίαν (athanasian) = onsterfelijkheid Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐνδύω (endyo), ‘aandoen’: een kleed aantrekken; een beeld voor bekleed worden met onvergankelijkheid. θνητός (thnetos), ‘sterfelijk’. ἀθανασία (athanasia), ‘onsterfelijkheid’. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 5:2–4. Zie ook: 2 Kor 5:2–4 **15:54** Wanneer dit vergankelijke onvergankelijkheid heeft aangedaan en dit sterfelijke onsterfelijkheid heeft aangedaan, dan zal het geschreven woord werkelijkheid worden: „De dood is verslonden in overwinning.” Brontekst: ὅταν (hotan) = wanneer | δὲ (de) = maar | τὸ (to) = het | φθαρτὸν (phtharton) = vergankelijke | τοῦτο (touto) = dit | ἐνδύσηται (endysetai) = heeft aangedaan | ἀφθαρσίαν (aphtharsian) = onvergankelijkheid | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = het | θνητὸν (thneton) = sterfelijke | τοῦτο (touto) = dit | ἐνδύσηται (endysetai) = heeft aangedaan | ἀθανασίαν (athanasian) = onsterfelijkheid | τότε (tote) = dan | γενήσεται (genesetai) = zal worden | ὁ (ho) = het | λόγος (logos) = woord | ὁ (ho) = het | γεγραμμένος (gegrammenos) = geschreven | Κατεπόθη (Katepothe) = is verslonden | ὁ (ho) = de | θάνατος (thanatos) = dood | εἰς (eis) = in | νῖκος (nikos) = overwinning Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Citaat uit Jes. 25:8. Ons Hebreeuws heeft: ‘Hij zal de dood voor altijd verslinden.’ De Griekse tekst heeft: ‘De dood is verslonden in overwinning’ (εἰς νῖκος, eis nikos): een andere vorm en een ander slot. κατεπόθη (katepothe), ‘is verslonden’. γενήσεται ὁ λόγος (genesetai ho logos), letterlijk ‘het woord zal worden’: het geschreven woord wordt werkelijkheid. Voetnoot : Zie ook Jes. 25:8. Zie ook: Jes 25:8 **15:55** „Waar is je overwinning, dood? Waar is je angel, dood?” Brontekst: ποῦ (pou) = waar | σου (sou) = je | θάνατε (thanate) = dood | τὸ (to) = de | νῖκος (nikos) = overwinning | ποῦ (pou) = waar | σου (sou) = je | θάνατε (thanate) = dood | τὸ (to) = de | κέντρον (kentron) = angel Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Naar Hos. 13:14. Ons Hebreeuws heeft: ‘Waar zijn je plagen, dood? Waar is je verderf, Sjeol?’ De Griekse tekst heeft ‘overwinning’ (νῖκος, nikos) en ‘angel’ (κέντρον, kentron), en herhaalt ‘dood’ in plaats van ‘Sjeol’. κέντρον (kentron), ‘angel’: de angel van een insect, ook een prikstok. Voetnoot : Zie ook Hos. 13:14. Zie ook: Hos 13:14 **15:56** De angel van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Brontekst: τὸ (to) = de | δὲ (de) = maar | κέντρον (kentron) = angel | τοῦ (tou) = van de | θανάτου (thanatou) = dood | ἡ (he) = de | ἁμαρτία (hamartia) = zonde | ἡ (he) = de | δὲ (de) = maar | δύναμις (dynamis) = kracht | τῆς (tes) = van de | ἁμαρτίας (hamartias) = zonde | ὁ (ho) = de | νόμος (nomos) = wet Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: δύναμις (dynamis), ‘kracht’. Het Grieks zegt niet hoe de wet de zonde kracht geeft. Voetnoot : Zie ook Rom. 7:7–13. Zie ook: Rom 7:7–13 **15:57** Maar dank aan Elohim, die ons de overwinning geeft door onze Heer Yeshua de Messias. Brontekst: τῷ (to) = aan | δὲ (de) = maar | θεῷ (theo) = Elohim | χάρις (charis) = dank | τῷ (to) = de | διδόντι (didonti) = die geeft | ἡμῖν (hemin) = aan ons | τὸ (to) = de | νῖκος (nikos) = overwinning | διὰ (dia) = door | τοῦ (tou) = de | κυρίου (kyriou) = Heer | ἡμῶν (hemon) = onze | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | Χριστοῦ (Christou) = de Messias Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘dank’: in ‘dank aan Elohim’; elders ‘genade’. τῷ διδόντι (to didonti), ‘die geeft’: het tegenwoordige deelwoord; Elohim geeft voortdurend. νῖκος (nikos), ‘overwinning’: zie vers 54–55. Zie ook: 1 Kor 15:54–55 ### Wees standvastig **15:58** Daarom, mijn geliefde broers, wees standvastig en onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heer. Jullie weten immers dat jullie moeite in de Heer niet vergeefs is. Brontekst: Ὥστε (Hoste) = dus | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | μου (mou) = mijn | ἀγαπητοί (agapetoi) = geliefde | ἑδραῖοι (hedraioi) = standvastig | γίνεσθε (ginesthe) = wees | ἀμετακίνητοι (ametakinetoi) = onwankelbaar | περισσεύοντες (perisseuontes) = overvloedig zijnd | ἐν (en) = in | τῷ (to) = het | ἔργῳ (ergo) = werk | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | πάντοτε (pantote) = altijd | εἰδότες (eidotes) = wetend | ὅτι (hoti) = dat | ὁ (ho) = de | κόπος (kopos) = moeite | ὑμῶν (hymon) = van jullie | οὐκ (ouk) = niet | ἔστιν (estin) = is | κενὸς (kenos) = vergeefs | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = Heer Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἑδραῖος (hedraios), ‘standvastig’: letterlijk ‘zittend, stevig gezeten’. ἀμετακίνητος (ametakinetos), ‘onwankelbaar’: niet te verplaatsen. περισσεύω (perisseuo), ‘overvloedig zijn’. κόπος (kopos), ‘moeite’: het zelfstandig naamwoord bij κοπιάω (vers 10). κενός (kenos), ‘vergeefs’: zie vers 10. Zie ook: 1 Kor 15:10 ## 1 Korintiërs 16 _De inzameling, reisplannen en groeten_ ### De inzameling voor de heiligen **16:1** Wat de inzameling voor de heiligen betreft: zoals ik de gemeenten van Galatië opdracht heb gegeven, doe zo ook jullie. Brontekst: Περὶ (Peri) = over | δὲ (de) = maar | τῆς (tes) = de | λογείας (logeias) = inzameling | τῆς (tes) = die | εἰς (eis) = voor | τοὺς (tous) = de | ἁγίους (hagious) = heiligen | ὥσπερ (hosper) = zoals | διέταξα (dietaxa) = ik heb opdracht gegeven | ταῖς (tais) = aan de | ἐκκλησίαις (ekklesiais) = gemeenten | τῆς (tes) = van | Γαλατίας (Galatias) = Galatië | οὕτως (houtos) = zo | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ποιήσατε (poiesate) = doet Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Galatië (ongeveer): Galatië is het binnenland van het huidige Turkije, rond Ankara. Of Paulus de streek in het noorden bedoelt of de Romeinse provincie, die ook Pisidië en Lykaonië omvatte (met Ikonium, Lystra en Derbe), is niet zeker; het punt is bij benadering. Voetnoot Uitleg: λογεία (logeia), ‘inzameling’: een woord voor een geldinzameling. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de gelovigen; blijkens vers 3 gaat het om de gelovigen in Jeruzalem. διατάσσω (diatasso), ‘opdracht geven, voorschrijven’: zoals in 7:17; in 9:14 ‘bevelen’, in 11:34 ‘regelen’. Voetnoot : Zie ook Hand. 11:29–30; Hand. 24:17; Gal. 2:10; 2 Kor. 8:1–9:15; Rom. 15:25–26. Zie ook: Hand 11:29–30; Hand 24:17; Gal 2:10; 1 Kor 16:3; 2 Kor 8:1–9:15; Rom 15:25–26 **16:2** Laat ieder van jullie op elke eerste dag van de week bij zichzelf opzij leggen en sparen wat hem ook maar lukt. Zo vinden er niet pas inzamelingen plaats wanneer ik kom. Brontekst: κατὰ (kata) = op elke | μίαν (mian) = eerste | σαββάτου (sabbatou) = van de week | ἕκαστος (hekastos) = ieder | ὑμῶν (hymon) = van jullie | παρ’ (par’) = bij | ἑαυτῷ (heauto) = zichzelf | τιθέτω (titheto) = laat leggen | θησαυρίζων (thesaurizon) = sparend | ὅ (ho) = wat | τι (ti) = ook | ἐὰν (ean) = maar | εὐοδῶται (euodotai) = hem lukt | ἵνα (hina) = zodat | μὴ (me) = niet | ὅταν (hotan) = wanneer | ἔλθω (eltho) = ik kom | τότε (tote) = dan | λογεῖαι (logeiai) = inzamelingen | γίνωνται (ginontai) = plaatsvinden Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: μία σαββάτου (mia sabbatou), ‘de eerste dag van de week’: letterlijk ‘de eerste van de sabbat’, de dag na de sabbat, zoals in Hand. 20:7. θησαυρίζω (thesaurizo), ‘sparen’: schatten opzij leggen. εὐοδόω (euodoo), ‘lukken’: letterlijk ‘een goede weg hebben’; wat iemand kan missen. Het Grieks heeft een bevel in de derde persoon: ‘laat hij leggen’. κατά (kata) staat verdelend: op elke eerste dag. Wij splitsen de zin; ‘zo’ geeft het doel (ἵνα, hina). Voetnoot : Zie ook Hand. 20:7. Zie ook: Hand 20:7 **16:3** Wanneer ik aankom, zal ik hen die jullie goedkeuren met brieven sturen om jullie gave naar Jeruzalem te brengen. Brontekst: ὅταν (hotan) = wanneer | δὲ (de) = maar | παραγένωμαι (paragenomai) = ik aankom | οὓς (hous) = die | ἐὰν (ean) = als | δοκιμάσητε (dokimasete) = jullie goedkeuren | δι’ (di’) = met | ἐπιστολῶν (epistolon) = brieven | τούτους (toutous) = hen | πέμψω (pempso) = ik zal sturen | ἀπενεγκεῖν (apenenkein) = te brengen | τὴν (ten) = de | χάριν (charin) = gave | ὑμῶν (hymon) = van jullie | εἰς (eis) = naar | Ἰερουσαλήμ (Ierousalem) = Jeruzalem Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda. Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht. Voetnoot Uitleg: δοκιμάζω (dokimazo), ‘goedkeuren’: op de proef stellen en goedkeuren. δι’ ἐπιστολῶν (di epistolon), ‘met brieven’: het kan bij ‘goedkeuren’ horen (‘die jullie bij brief goedkeuren’) of bij ‘sturen’; wij kiezen ‘met brieven sturen’. χάρις (charis), ‘genade’: hier de gave die uit genade wordt gegeven; wij vertalen ‘gave’. **16:4** En als het de moeite waard is dat ook ik ga, zullen zij met mij meegaan. Brontekst: ἐὰν (ean) = als | δὲ (de) = maar | ἄξιον (axion) = waardig | ᾖ (e) = het is | τοῦ (tou) = dat | κἀμὲ (kame) = ook ik | πορεύεσθαι (poreuesthai) = gaan | σὺν (syn) = met | ἐμοὶ (emoi) = mij | πορεύσονται (poreusontai) = zij zullen gaan Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἄξιον (axion), ‘passend, de moeite waard’. ### Reisplannen **16:5** Ik zal naar jullie komen wanneer ik Macedonië doorgetrokken ben, want ik trek door Macedonië. Brontekst: Ἐλεύσομαι (Eleusomai) = ik zal komen | δὲ (de) = maar | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ὅταν (hotan) = wanneer | Μακεδονίαν (Makedonian) = Macedonië | διέλθω (dieltho) = ik doorgetrokken ben | Μακεδονίαν (Makedonian) = Macedonië | γὰρ (gar) = want | διέρχομαι (dierchomai) = ik trek door Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: διέρχομαι (dierchomai), ‘doortrekken’: het Grieks heeft de tegenwoordige tijd, ‘ik trek door’, voor een voornemen. Voetnoot : Zie ook Hand. 19:21; Hand. 20:1–2. Zie ook: Hand 19:21; Hand 20:1–2 **16:6** Bij jullie blijf ik misschien, of ik overwinter zelfs, zodat jullie mij op weg helpen waarheen ik ook ga. Brontekst: πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | δὲ (de) = maar | τυχὸν (tychon) = misschien | παραμενῶ (parameno) = ik blijf | ἢ (e) = of | καὶ (kai) = zelfs | παραχειμάσω (paracheimaso) = ik overwinter | ἵνα (hina) = zodat | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | με (me) = mij | προπέμψητε (propempsete) = op weg helpen | οὗ (hou) = waarheen | ἐὰν (ean) = ook | πορεύωμαι (poreuomai) = ik ga Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παραχειμάζω (paracheimazo), ‘overwinteren’. προπέμπω (propempo), ‘op weg helpen’: uitgeleide doen en geven wat voor de reis nodig is. τυχόν (tychon), ‘misschien’. Voetnoot : Zie ook Hand. 20:2–3. Zie ook: Hand 20:2–3 **16:7** Want ik wil jullie nu niet slechts in het voorbijgaan zien. Ik hoop immers enige tijd bij jullie te blijven, als de Heer het toestaat. Brontekst: οὐ (ou) = niet | θέλω (thelo) = ik wil | γὰρ (gar) = want | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἄρτι (arti) = nu | ἐν (en) = in | παρόδῳ (parodo) = voorbijgaan | ἰδεῖν (idein) = zien | ἐλπίζω (elpizo) = ik hoop | γὰρ (gar) = immers | χρόνον (chronon) = tijd | τινὰ (tina) = enige | ἐπιμεῖναι (epimeinai) = blijven | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐὰν (ean) = als | ὁ (ho) = de | κύριος (kyrios) = Heer | ἐπιτρέψῃ (epitrepse) = toestaat Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐν παρόδῳ (en parodo), ‘in het voorbijgaan’. ὁ κύριος (ho kyrios), ‘de Heer’: Yeshua of Elohim; het Grieks zegt het niet uitdrukkelijk, vergelijk Jak. 4:15. Wij schrijven ‘de Heer’. Zie ook: Jak 4:15 **16:8** Maar ik blijf in Efeze tot Pinksteren. Brontekst: ἐπιμενῶ (epimeno) = ik blijf | δὲ (de) = maar | ἐν (en) = in | Ἐφέσῳ (Epheso) = Efeze | ἕως (heos) = tot | τῆς (tes) = de | πεντηκοστῆς (pentekostes) = Pinksteren Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk. Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia. Voetnoot Uitleg: πεντηκοστή (pentekoste), ‘Pinksteren’: letterlijk ‘de vijftigste (dag)’, het feest van de weken (Hebreeuws Shavuot), vijftig dagen na Pesach. Efeze: zie ook 15:32. Voetnoot : Zie ook Hand. 2:1; Hand. 18:19–21; Hand. 19:1; Hand. 20:16. Zie ook: Hand 2:1; Hand 18:19–21; Hand 19:1; Hand 20:16 **16:9** Want een grote en doeltreffende deur is voor mij geopend, en er zijn veel tegenstanders. Brontekst: θύρα (thyra) = deur | γάρ (gar) = want | μοι (moi) = mij | ἀνέῳγεν (aneogen) = is geopend | μεγάλη (megale) = grote | καὶ (kai) = en | ἐνεργής (energes) = doeltreffende | καὶ (kai) = en | ἀντικείμενοι (antikeimenoi) = tegenstanders | πολλοί (polloi) = velen Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: θύρα (thyra), ‘deur’: een beeld voor een gelegenheid om de goede boodschap te brengen. ἐνεργής (energes), ‘doeltreffend, werkzaam’. ἀντίκειμαι (antikeimai), ‘zich verzetten, tegenover staan’. Voetnoot : Zie ook Hand. 14:27; Hand. 19:8–10; Hand. 19:23–40. Zie ook: Hand 14:27; Hand 19:8–10; Hand 19:23–40 ### Timoteüs en Apollos **16:10** Als Timoteüs komt, zie erop toe dat hij zonder vrees bij jullie is, want hij doet het werk van de Heer, zoals ik ook. Brontekst: Ἐὰν (Ean) = als | δὲ (de) = maar | ἔλθῃ (elthe) = komt | Τιμόθεος (Timotheos) = Timoteüs | βλέπετε (blepete) = zie erop toe | ἵνα (hina) = dat | ἀφόβως (aphobos) = zonder vrees | γένηται (genetai) = hij is | πρὸς (pros) = bij | ὑμᾶς (hymas) = jullie | τὸ (to) = het | γὰρ (gar) = want | ἔργον (ergon) = werk | κυρίου (kyriou) = van de Heer | ἐργάζεται (ergazetai) = hij doet | ὡς (hos) = zoals | κἀγώ (kago) = ook ik Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: βλέπετε ἵνα (blepete hina), ‘zie erop toe dat’. ἀφόβως (aphobos), ‘zonder vrees’. ‘Het werk van de Heer’: de Heer is Yeshua. Voetnoot : Zie ook Hand. 19:22; 1 Kor. 4:17. Zie ook: Hand 19:22; 1 Kor 4:17 **16:11** Laat niemand hem dus minachten. Help hem in vrede op weg, zodat hij naar mij komt, want ik wacht op hem met de broers. Brontekst: μή (me) = niet | τις (tis) = iemand | οὖν (oun) = dus | αὐτὸν (auton) = hem | ἐξουθενήσῃ (exouthenese) = moet minachten | προπέμψατε (propempsate) = helpt op weg | δὲ (de) = maar | αὐτὸν (auton) = hem | ἐν (en) = in | εἰρήνῃ (eirene) = vrede | ἵνα (hina) = zodat | ἔλθῃ (elthe) = hij komt | πρός (pros) = naar | με (me) = mij | ἐκδέχομαι (ekdechomai) = ik wacht op | γὰρ (gar) = want | αὐτὸν (auton) = hem | μετὰ (meta) = met | τῶν (ton) = de | ἀδελφῶν (adelphon) = broers Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘minachten’: letterlijk ‘als niets beschouwen’. προπέμπω (propempo): zie vers 6. ἐκδέχομαι (ekdechomai), ‘wachten op’, zoals in 11:33. ‘Met de broers’ (μετὰ τῶν ἀδελφῶν): het Grieks laat open of Timoteüs met de broers komt of dat Paulus hem met de broers verwacht. Zie ook: 1 Kor 16:6 **16:12** Wat de broer Apollos betreft: ik heb hem dringend gevraagd met de broers naar jullie te komen. Het was helemaal niet de wil dat hij nu zou komen, maar hij zal komen wanneer hij gelegenheid heeft. Brontekst: Περὶ (Peri) = over | δὲ (de) = maar | Ἀπολλῶ (Apollo) = Apollos | τοῦ (tou) = de | ἀδελφοῦ (adelphou) = broer | πολλὰ (polla) = veel | παρεκάλεσα (parekalesa) = ik heb gevraagd | αὐτὸν (auton) = hem | ἵνα (hina) = dat | ἔλθῃ (elthe) = hij komt | πρὸς (pros) = naar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | μετὰ (meta) = met | τῶν (ton) = de | ἀδελφῶν (adelphon) = broers | καὶ (kai) = en | πάντως (pantos) = helemaal | οὐκ (ouk) = niet | ἦν (en) = was | θέλημα (thelema) = wil | ἵνα (hina) = dat | νῦν (nyn) = nu | ἔλθῃ (elthe) = hij komt | ἐλεύσεται (eleusetai) = hij zal komen | δὲ (de) = maar | ὅταν (hotan) = wanneer | εὐκαιρήσῃ (eukairese) = hij gelegenheid heeft Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Ἀπολλῶς (Apollos): zie ook 1:12 en 3:4–6. ἀδελφός (adelphos), ‘broer’: een medegelovige. θέλημα (thelema), ‘wil’: het Grieks heeft ‘het was helemaal niet de wil’ en zegt niet wiens wil, die van Apollos of van Elohim. εὐκαιρέω (eukaireo), ‘gelegenheid hebben’. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:24–28; Hand. 19:1. Zie ook: Hand 18:24–28; Hand 19:1 ### Laatste vermaningen **16:13** Wees waakzaam, sta vast in het geloof, toon moed, wees sterk. Brontekst: Γρηγορεῖτε (Gregoreite) = wees waakzaam | στήκετε (stekete) = sta vast | ἐν (en) = in | τῇ (te) = het | πίστει (pistei) = geloof | ἀνδρίζεσθε (andrizesthe) = toon moed | κραταιοῦσθε (krataiousthe) = wees sterk Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: γρηγορέω (gregoreo), ‘waakzaam zijn’. στήκω (steko), ‘vaststaan’. ἀνδρίζομαι (andrizomai), ‘moed tonen’: letterlijk ‘zich als een man (ἀνήρ) gedragen’. κραταιόομαι (krataioomai), ‘sterk worden’. Vier korte bevelen. **16:14** Laat alles van jullie in liefde gebeuren. Brontekst: πάντα (panta) = alles | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐν (en) = in | ἀγάπῃ (agape) = liefde | γινέσθω (ginestho) = laat gebeuren Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Dit vers sluit aan op hoofdstuk 13 over de liefde. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 13:1–13. Zie ook: 1 Kor 13:1–13 ### Stefanas, Fortunatus en Achaïcus **16:15** Ik vraag jullie, broers — jullie weten van het huis van Stefanas dat het de eersteling van Achaje is en dat zij zich hebben ingezet voor de dienst aan de heiligen — Brontekst: Παρακαλῶ (Parakalo) = ik vraag | δὲ (de) = maar | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἀδελφοί (adelphoi) = broers | οἴδατε (oidate) = jullie weten | τὴν (ten) = het | οἰκίαν (oikian) = huis | Στεφανᾶ (Stephana) = van Stefanas | ὅτι (hoti) = dat | ἐστὶν (estin) = het is | ἀπαρχὴ (aparche) = eersteling | τῆς (tes) = van | Ἀχαΐας (Achaias) = Achaje | καὶ (kai) = en | εἰς (eis) = tot | διακονίαν (diakonian) = dienst | τοῖς (tois) = aan de | ἁγίοις (hagiois) = heiligen | ἔταξαν (etaxan) = zij hebben aangesteld | ἑαυτούς (heautous) = zichzelf Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: οἰκία (oikia), ‘huis’: het huisgezin, alle bewoners. ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: de eerste gelovigen van Achaje; zie ook 15:20. διακονία (diakonia), ‘dienst’. τάσσω (tasso), ‘aanstellen, ordenen’: wij vertalen ‘zich hebben ingezet’. De zin begint hier met ‘Ik vraag jullie, broers’ en gaat in vers 16 verder met ‘dat ook jullie …’; daartussen staat de tussenzin over het huis van Stefanas. Voetnoot : Zie ook 1 Kor. 1:16. Zie ook: 1 Kor 1:16; 1 Kor 16:16 **16:16** dat ook jullie je onderwerpen aan zulke mensen en aan ieder die meewerkt en zwoegt. Brontekst: ἵνα (hina) = dat | καὶ (kai) = ook | ὑμεῖς (hymeis) = jullie | ὑποτάσσησθε (hypotassesthe) = je onderwerpen | τοῖς (tois) = aan de | τοιούτοις (toioutois) = zulke | καὶ (kai) = en | παντὶ (panti) = aan | τῷ (to) = ieder | συνεργοῦντι (synergounti) = die | καὶ (kai) = meewerkt | κοπιῶντι (kopionti) = en zwoegt Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderwerpen’: zie 14:32 en 14:34. συνεργέω (synergeo), ‘meewerken’; κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’: zie 15:10. **16:17** Ik verheug mij over de komst van Stefanas, Fortunatus en Achaïcus, want wat van jullie kant ontbrak, hebben zij aangevuld. Brontekst: χαίρω (chairo) = ik verheug mij | δὲ (de) = maar | ἐπὶ (epi) = over | τῇ (te) = de | παρουσίᾳ (parousia) = komst | Στεφανᾶ (Stephana) = van Stefanas | καὶ (kai) = en | Φορτουνάτου (Phortounatou) = van Fortunatus | καὶ (kai) = en | Ἀχαϊκοῦ (Achaikou) = van Achaïcus | ὅτι (hoti) = omdat | τὸ (to) = het | ὑμέτερον (hymeteron) = van jullie | ὑστέρημα (hysterema) = tekort | οὗτοι (houtoi) = zij | ἀνεπλήρωσαν (aneplerosan) = hebben aangevuld Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’; dezelfde weergave als in 15:23. ὑστέρημα (hysterema), ‘tekort’: wat ontbrak. Het Grieks zegt niet of zij hun eigen aanwezigheid in de plaats van die van de gemeente aanboden of tekorten aanvulden. **16:18** Want zij hebben mijn geest verkwikt, en ook die van jullie. Erken dus zulke mensen. Brontekst: ἀνέπαυσαν (anepausan) = zij hebben verkwikt | γὰρ (gar) = want | τὸ (to) = de | ἐμὸν (emon) = mijn | πνεῦμα (pneuma) = geest | καὶ (kai) = en | τὸ (to) = de | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐπιγινώσκετε (epiginoskete) = erkent | οὖν (oun) = dus | τοὺς (tous) = de | τοιούτους (toioutous) = zulke Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀναπαύω (anapauo), ‘verkwikken’: rust geven. ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘erkennen’: ten volle kennen en waarderen; zie 13:12. ‘Mijn geest en die van jullie’: wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter, de geest van mensen. ### Groeten **16:19** De gemeenten van Asia groeten jullie. Aquila en Priska groeten jullie hartelijk in de Heer, samen met de gemeente in hun huis. Brontekst: Ἀσπάζονται (Aspazontai) = groeten | ὑμᾶς (hymas) = jullie | αἱ (hai) = de | ἐκκλησίαι (ekklesiai) = gemeenten | τῆς (tes) = van | Ἀσίας (Asias) = Asia | ἀσπάζεται (aspazetai) = groet | ὑμᾶς (hymas) = jullie | ἐν (en) = in | κυρίῳ (kyrio) = de Heer | πολλὰ (polla) = hartelijk | Ἀκύλας (Akylas) = Aquila | καὶ (kai) = en | Πρίσκα (Priska) = Priska | σὺν (syn) = samen met | τῇ (te) = de | κατ’ (kat’) = bij | οἶκον (oikon) = huis | αὐτῶν (auton) = hun | ἐκκλησίᾳ (ekklesia) = gemeente Bron: SBLGNT Voetnoot Plaats: Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad. De grenzen zijn bij benadering. Voetnoot Uitleg: Ἀσία (Asia): de Romeinse provincie Asia in het westen van het huidige Turkije, met Efeze. Ἀκύλας (Akylas), ‘Aquila’, en Πρίσκα (Priska), ‘Priska’: Hand. 18:2 heeft Πρίσκιλλα (Priskilla), ‘Priscilla’, een verkleinvorm; het gaat om hetzelfde echtpaar. ‘De gemeente in hun huis’: de gemeente kwam bij hen thuis bijeen. Voetnoot : Zie ook Hand. 18:2; Hand. 18:18; Hand. 18:26. Zie ook: Hand 18:2; Hand 18:18; Hand 18:26 **16:20** Alle broers groeten jullie. Groet elkaar met een heilige kus. Brontekst: ἀσπάζονται (aspazontai) = groeten | ὑμᾶς (hymas) = jullie | οἱ (hoi) = de | ἀδελφοὶ (adelphoi) = broers | πάντες (pantes) = alle | ἀσπάσασθε (aspasasthe) = groet | ἀλλήλους (allelous) = elkaar | ἐν (en) = met | φιλήματι (philemati) = kus | ἁγίῳ (hagio) = heilige Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φίλημα ἅγιον (philema hagion), ‘heilige kus’: een kus als groet onder gelovigen. Voetnoot : Zie ook 2 Kor. 13:12; Rom. 16:16; 1 Tess. 5:26. Zie ook: 1 Tess 5:26; 2 Kor 13:12; Rom 16:16 ### Groet met Paulus’ eigen hand **16:21** De groet met mijn eigen hand, van Paulus. Brontekst: Ὁ (Ho) = de | ἀσπασμὸς (aspasmos) = groet | τῇ (te) = met de | ἐμῇ (eme) = mijn | χειρὶ (cheiri) = hand | Παύλου (Paulou) = van Paulus Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord. τῇ ἐμῇ χειρί (te eme cheiri), ‘met mijn eigen hand’: Paulus noemt zijn eigen hand; vergelijk Gal. 6:11. Voetnoot : Zie ook Gal. 6:11. Zie ook: Gal 6:11 **16:22** Als iemand de Heer niet liefheeft, laat hij vervloekt zijn. Marana tha. Brontekst: εἴ (ei) = als | τις (tis) = iemand | οὐ (ou) = niet | φιλεῖ (philei) = heeft lief | τὸν (ton) = de | κύριον (kyrion) = Heer | ἤτω (eto) = laat hij zijn | ἀνάθεμα (anathema) = vervloekt | Μαράνα (Marana) = Marana | θά (tha) = tha Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: φιλέω (phileo), ‘liefhebben, genegen zijn’: een ander woord dan ἀγάπη (agape) in hoofdstuk 13; vergelijk Joh. 21:15–17. ἀνάθεμα (anathema), ‘vervloekt’: iemand of iets dat aan Elohim is overgegeven om afgezonderd en geoordeeld te worden; zoals in 12:3 en Gal. 1:8–9. ἤτω (eto), ‘laat hij zijn’: een bevel in de derde persoon. Μαράνα θά (Marana tha): Aramees. De SBLGNT schrijft twee woorden. Het kan gelezen worden als marana tha, ‘onze Heer, kom!’, of als maran atha, ‘onze Heer is gekomen’ (of ‘komt’); het Grieks laat het open. Wij laten de woorden onvertaald. Voetnoot : Zie ook Joh. 21:15–17; Gal. 1:8–9; 1 Kor. 12:3; Openb. 22:20. Zie ook: Joh 21:15–17; Gal 1:8–9; 1 Kor 12:3; Openb 22:20 **16:23** De genade van de Heer Yeshua zij met jullie. Brontekst: ἡ (he) = de | χάρις (charis) = genade | τοῦ (tou) = van de | κυρίου (kyriou) = Heer | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua | μεθ’ (meth’) = met | ὑμῶν (hymon) = jullie Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: χάρις (charis), ‘genade’. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een lezing in de naam ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT. **16:24** Mijn liefde zij met jullie allen in de Messias Yeshua. Brontekst: ἡ (he) = de | ἀγάπη (agape) = liefde | μου (mou) = mijn | μετὰ (meta) = met | πάντων (panton) = allen | ὑμῶν (hymon) = van jullie | ἐν (en) = in | Χριστῷ (Christo) = de Messias | Ἰησοῦ (Iesou) = Yeshua Bron: SBLGNT Voetnoot Uitleg: ἀγάπη (agape), ‘liefde’: het laatste woord van de brief haalt het woord uit hoofdstuk 13 terug. Voetnoot Lezing: De SBLGNT markeert hier een lezing; wij vertalen alleen wat in de SBLGNT staat.